Inventory 2333
Persia · 463 pages · 344 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Batavia 2225 9 Transmitted In the Year 1736 Ninth Volume From the Council of Justice Register of letters and papers of Batavia Folio 3605 to 3689 Original letter written by the President and Councilors of the Council of Justice at Batavia to the Meeting of the Gentlemen Seventeen, dated 24 November 1735. Folio 3690 to 3691 Ditto Ditto of 30 November 1735. Folio 3692 to 3726 Specification of the Criminal Proceedings concerning the interest of the Company, which have been concluded since 22 November 1734 or are still pending. Folio 3721 to 3722 Extract from the Resolutions of the Governor-General and Councilors, dated 18 March 1735, whereby the former Second of Malabar, Jan de Roode, is granted to have his salary run again from that day forth, but his further request that his salary be paid to him since 25 August 1732 and his account be discharged of a sum of 28125 rupees is rejected, and the Advocate Fiscal is ordered to bring that matter into review; Folio 3723 Ditto Ditto dated 8 April 1735, whereby the request of the former Commander Jacob de Jongh to be declared employable again and to have his former salary run again from today is indeed conceded to, but regarding the satisfaction of the damages caused by the raising of the rupees, the Advocate Fiscal must also bring the matter into review. Folio 3724 to 3726 Copy of the sentence of the Council of Justice dated 16 November 1735, whereby the person of Barend Band is banished for the rest of his life from all Cities, Forts, and Places of the Company, on pain of death. Folio 3727 to 3728 Two Copy Petitions by the Process-Server of the Council of Justice, Barend Felix, whereby he requests to be favored with the post of Assistant Sworn Clerk at the secretariat of the Council of Justice. Folio 3729 to 3730 Two Ditto by Pieter Haksteen, also for obtaining the abovementioned office. Folio 3731 Copy of the Minutes of the Council of Justice dated 29 June 1735, whereby the Process-Server Barend Felix is favored with that office. Folio 3732 Extract from the Minutes of the Governor-General and Councilors dated 8 July 1735, whereby a copy of a certain lampoon titled Batavia's News is placed in the hands of the Advocate Fiscal, in order to discover the author thereof. Folio 3733 to 3734 Copy Petition of the Council of Justice to the Governor-General and Councilors dated 12 July 1735, containing a request for the approval of the appointment of Barend Felix as Assistant Sworn Clerk, as well as to be permitted to appoint another Process-Server in his place. Folio 3735 to 3736 Extract from the minutes of the Governor-General and Councilors of 12 July 1735, whereby the election of Barend Felix is disapproved, and the Council of Justice is ordered to propose to Their High Noble Mights which person, besides him, might be the most capable for that service. Folio 3736 Copy of the Minutes of the Council of Justice held on 13 July 1735 regarding the above disposition of the Governor-General and Councilors, and found proper to reply in writing thereto. Folio 3737 to 3740 Two Copy Resolutions of the Council of Justice dated 28 July 1735, wherein the aforesaid Rescript or Deduction is approved, and it is deemed good to present the same to the Governor-General and Councilors on the following day. Folio 3741 to 3751 Copy of the said rescript or Deduction as presented by the Council of Justice to the Governor-General and Councilors, dated 29 July 1735. Folio 3752 to 3760 Copy of a certain bill of complaint presented by the Advocate Fiscal Bergsma to the Governor-General and Councilors regarding the conduct of the Council of Justice concerning the proceedings against the Junior Merchant Frans de Koningh, and the granting of permission to sue to Jacob van den Bosch, requesting at the same time that two interlocutory orders made by the Council of Justice might be annulled. Folio 3761 to 3762 Copy Declaration of Ignasius Witstok, stating that Frans de Koninge had filled his chest and two hampers for two-thirds profit, and regarding the further ill-treatment inflicted upon him by the aforesaid de Koningen; dated 25 September 1734. Folio 3763 to 3766 Copy of the Minutes of the Council of Justice dated 24 November 1734 concerning a certain petition presented in the name of Jan de Kooninge to settle his case. Folio 3767 Copy of a note written by the Councilor of Justice van den Bosch to the Presiding Member Mr. Gerlagh, containing a request to convene a meeting dated... Folio 3768 to 3773 Several Articles drawn up by the Advocate Fiscal and by the former Orphan Master Claude de Chuij, and his wife Catharina Reiniera Rijnierse Thoorn on the...
Dutch transcription
Batavias 2225 9 overgekomen A:o 1736 Neegende Deel Van den Raad van Justitie F:o 3605 top 3689 Origineele Missive door den President ende Raden van den Raad van Justitie tot batavia aan de Vergaderinge vande 17=ne jas gesz gedateert 24 novembr: 1735. 2o. „ 3690 „ 3691 D:s D:o van 30 novemb:r 1735 „ 3692 „ 3726 Specificatie der Crimineele Processen het Intrest van de Comp: rakende, die sedert den 22 Novembr: 1734 afgedaan en nogh Litis pendent zijn. „ 3721 „ 3722 Extract uyt de Resolutien van generael en Raden, in dato 18 maert 1735, waerbij aen de geweesen secunde van Mallabaer Ian de Roode geaccordeert word, sijn gagie vandien dagh aff weeder Cours te R laten neemen, dogh sijn verder versoek R dat syn gagie aan hem sedert 25 augs 132 „goek mogt gdaan, en syn Reekd. van een en Papieren van batavia Register der brieven tis Fo: 3723„ — „3732.— „ 3731 Somme van 28125: ontlast worden, aff¬ geslagen, in den Adrt. Fiscaal gelast daer van in revisie te komen; D:o D: in dato 8 april 1735 waer bij in het Jacob versoek vanden geweese Commandeur „ de Jongh; om weeder emploijabel Verklaart teworden, en sijn voorige gagie van heeden weder Cours mogte neemen, wel word gecondescendeert, dogh ten opsigte van de voldoeninge der schade, door het verhogen der Ropijen, sal den Adv:t Fiscaal meede in Revisie moeten komen „ 3724 „ 3726 Copia sententie van den Raad van Justitie in dato 16 novembr: 1735, waerbij den Persoon van barend band, voor al sijn Leeven word gebannen, uijt alle Steeden, Forton en Plaatsen, vande Comp:, op Paene des doods. „ 3727 „ 3728 Twee Copia Requesten door den Deur„ waerder van den Raad van Justitie Barend Felix, waerbij versoek doet om met de plaats van Adjunct geswore 3735 tot Clercq ter secretarijen vanden Raad van Justitie temogen worden begunstigt. „3733. cob 3734 Copia Request van den Raad van Iustitie aan Genl: en Raaden in dato 12 Julij 1735, houdende versoek om approbatie van d'aanstellinge van Barend Faelix tot Adjunct gesw: Clercq, als meede om in plaatse van deselve weeder een andere Duurwaarder te mogen aanstellen. Extract uijt de notulen van Generael en Raaden van 12 Julij 1735, waer bij de Verkiesinge van Barend Felix word geimprobeert, en den Raad van Justitis Fo: 3729 tot 2730 Twee Dito door Pieter Haksteen meede ter bekominge van het bovengemelde Ampt Copia Notrl van den Raad van Justitie in dato 29 Junij 1735, waer by den Deur¬ waarder Barend Felix met dat ampt word begunstigt. Extract uyt de Notulen van Generael en Raaden in dato 8 Julij 1735, waer bij Copia van seeker pasquil geintituleert Batavias nieuws, word gesteld in handen van den Adv:t. Fiscaal, om den autheur daar van te ontdreken. Fo. 3736. „ „ 3741 „ 3751 3752 „ 3760 „ 3767„- 3763 „ 3766 word geordonneert, om aan haar Hoogh Ed: voor te dragen, was persoon, buijten deselve tot die bedieninge de bequaamste mogte weesen. Copia Notur van den Raad van Justitie in dato 13 Julij 1735 over de bovenstaands dispositie van generael en Rauden gehouden, en goetgevonden daer over aan deselve te Rescribeeren „ 37378rb 3740 twee Copia Resolutien vanden Raad van Iustitie indatis 28 Julij 1735, waarde voormelde Rescriptie off Dedúctie word geapprobeert, en goetgevonden deselve daagsdaer aan, aan Generael en Raden te presenteeren. Copia vandeselve rescriptie off Deductis soo als die door den Raad van Iustitie aan gen: en Raden is gepresenteert gedateert 29 Julij 1735 Copia van seeker klagtschrift door den ^ Bergsma Advt: Fiscaal ^ aan Generael en Raden gepresenteert overde behandelinge vanden Raad van Justitie, nopens de proce„ duuren vanden onderCoopman Frans Copia Notul van den Raad van Iustitie in dato 24 novembr. 1734 weegens seeker gepresent e Request op de naam van Jan de Kooninge om sijn saek Composibel te maken. Copia van een brieffje door den Raad van Justitie vanden Bosch aan het Voorsittende Lid den Heer gerlagh gesz:, houdende versoek tot het beleggen van Vergaderingh in dato. . . . . . . . . „ 3768 „ 3773 Eenige Articulen opgesteld door den Adv:t Cist:l en door den oud Weesmeester Claude de Chuij, en desselfs Huijsvrouw Catharina Reiniera Rijnierse Thoorn opden Fo: 3761 tob 3762 Copia Verklaringh van Ignasius Witstok, houdende dat Frans de Koninge Sijn kist 7 en Twee Canassers voor 2/3 Winst hadde gevult, en wegens de verdere quade behandeling hem door de voorsz: de Coningen 2 aangedaan; in dato 25 Septbr 1734. de Koningh, er het verleenen van Veniam agendi aan Jacob vanden bosch, versoe„ kende met eenen dat twee appoinctementen by den Raad van Justitie geslaagen, mogte worden Vernietigt:
English
" 3781 " " 3782 " 3790 " 3791 " 3789 A " Folio 378 verso 78 answered on 24 November 1734 and collated among the members on 7 December following. Folios 3774 to 3780. Further some articles drawn up as above, in order for the aforementioned Frans de Coninge to be interrogated thereon. Copy of the minute of the Council of Justice dated 5 January 1735, whereby Frans de Coningh is granted a continuation of this case until the next session. Copy of the decree dated 5 January 1735, whereby Frans de Coninge is condemned to pay Jan Pees and associates in their official capacity and to pay a sum of 1810 Rixdollars, which the same still owed to the former Chief in Japan. " 3783 " " 3784 " Ditto, ditto, dated ditto 5 January 1735 regarding the giving of testimony of the truth concerning the suit of Frans de Coningh, both by the aforementioned Jacob vanden Bosch, the attorney Van Vlier, and several other persons. 3785 " 3786. Copy of the minute of the Council of Justice dated 24 April 1734, whereby Mr. Gerard Gerlag, Lamberts vanden Bosch, Pieter Crutrel Heemskirk, and Pieter Mijnard de Roij are permitted to be represented by attorneys. Extract minute of the Governor-General and Council dated 14 January 1735, whereby it is approved, before ruling on the writing of the Advocate Fiscal, to deliver into the hands of the Council of Justice a copy of the same with its appendices. " 3789 B. — Ditto, ditto, dated 2 August 1735, whereby it is resolved to request and await from the Lords and Masters the interpretation of the disputed article from the Batavian Statutes, and further that whenever the Advocate Fiscal acts ex officio against any of the members of the College of the Council of Justice, he shall not need to request leave to sue. Copy of a further petition or brief presented by the Advocate Fiscal to the Governor-General and Council. Copy of the register of papers belonging to the case of Frans de Coningh, and described above. - " 3795 " 13811 " 3812 " 3820. — Folio 3813 " Copy of the minute of the Council of Justice, folios 379 to 3744, dated 16 May 1739, held regarding the aforementioned further petition of the Advocate Fiscal. 3797. Copy of the minute of as above, dated 13 January 1671, whereby regarding the request of the Fiscal Cornelis Snoek that the Councillors of Justice Willem van Outhoorn, Jacob van Dam, and Arnout van Overbeek might be ordered to give testimony of the truth against the fellow member in the said Council, it is resolved to give notice to the Governor-General and Council. " 3798 " " 3810. Copy of the report delivered to the Governor-General and Council on 6 May 1735 on behalf of the Council of Justice, against the petition entered by the Advocate Fiscal Bergsma to the Governor-General and Council on 14 January 1735. Copy of the letter of complaint from Jacob Lakeman to the Governor-General and Council regarding the fact that His Honour had not had inspection of the writing presented by the Council of Justice to the Governor-General and Council, and also that subsequently a meeting had been called and held without His Honour having been invited thereto or having received any notice thereof. Copy of the minute of the Governor-General and Council dated 20 May 1735, whereby it is approved to give a copy of the aforementioned writing of Mr. Lakeman to Mr. Gerardus Geslagh. " 3814 " " 3819. Copy of the petition presented on 15 July 1735 to the Governor-General and Council by Gerardus Gerlagen, B. F. de La Faille, W. v. Helvetius, H. F. Reets, Hendrik Haak, and the Secretary Schuijlenburgh, containing their defense against the complaints made by Mr. Lakeman. Copy of the minute of the Council of Justice whereby it stands noted that Mr. Lakeman had neither communication nor reconsideration of the writing presented to the Governor-General and Council, dated 11 May 1735. Folio 3841 " 3822 " 3826 113827 " 3830 " 3831 " 3829 " Folio 3828 " Copy of the minute of the Governor-General and Council dated 1 August 1735, whereby the Council of Justice, and specifically the presiding member Gerardus Geslage, is instructed henceforth not to deny any members communication, disclosure, and reading of papers, and to have meetings summoned to every member without distinction. Copy of the report made by the Council of Justice to the Governor-General and Council regarding the examination of a certain writing and two ounces or standard gauge weights presented by Mr. Bernards in the Council of the Indies, for his defense against the submitted written defense of the Extraordinary Councillor Elias de Haare. Copy of the minutes of the Council of Justice dated 6 October 1734, whereby it appears that the criminal case documents, which were argued before the Council of Justice in the year 1712 between the Advocate Fiscal and the Extraordinary Councillor Johannes van Steenland, alongside the former Fiscal of Coromandel Evert Lanius, were delivered and handed over to Governor-General van Cloon. Ditto, ditto, of 18 May 1735, whereby the presiding member Mr. Gerardus Gerlage communicates having asked the present Governor-General Patras for the abovementioned papers, but that the secretaries of Their High Excellencies had said that the same could not be found among the papers of the deceased Governor van Cloon. Ditto, ditto, dated 26 May 1735, in which the Secretary of the Council of Justice Gijsbertus Schuijlenburgh reports that, in order to obtain the abovementioned papers, he had addressed himself to the widow of the Governor van Cloon, but received the answer that she had not found the same among her deceased husband's papers, though further search would be made for them. Ditto, ditto, dated 27 May 1735, whereby Stephanus Versluijs is granted the delivery of a copy of all such minutes and rulings as upon his successive -
Dutch transcription
„ 3781„ „3782„ 3790 „ 3791 „3789 A„ F: 378 rors 78 24 novembr: 1734 beantwoord en op den 7e: dicemb: daar aanvolgende onder lede gere„ colleert. F:o 3774 tob 3780 Nogh eenige Articulen door als boven, op„ gesteld, omme daarop ondervraagt te worden de voorn: Frems de Coninge Copia Notur vanden Raad van Justitie in dato 5 Jannij: 1735, waer by aan francois de Coningh verleend word Con„ tinuatie deeser sake ten naasten. Copia appointemt: inde: 5e: Janrij: 1735 waer bij frans de Coninge gecondemneert word om aan Jan Pees C: S: qq opte Leggen 't welk denselve aanhet geweese Opperhooft in Iapan nogh schuldigh was. „ 3783 „ 3784 Dito Dito in dito 5 Janrij: 1735 noopens het geeven van getuijgenis der waarhyt om¬ trent de sucte van franc de Coningh, soodoor voorme: Jacob vanden bosch, de procureur van Vlier en eenige andere persoonen 3785 „ 3786 Copia Notul van den Raad van Iustitie in dato 24 april 1734 waarbij aan Mr: Gerard Gerlag, Lamberts Vanden bosch, Pieter Crutrel Heemskirk en Pieter Mijnard de Roij word toegestaan, om Extract notul van Generael en Raaden in dato 14 Janrij: 1735, waerbij goet„ gevonden word, alvoorens te disponeeren op het schriftuur van den Advt: Fiscaal Copia van het selve met dies bijlagen aan den Raad van Iustitie ter handen te stellen. staan werd de interpretatie van het questieuse Articul uijt de Bataviass Statuten, vande Heeren en meesters te versoeken en afftewagten, en verder dat wanneer den Adv:t Fiscaal Exefficio ageerende teegens ijmant van de Leeden uijt het Collegie vanden Raad van Justitie geen Venia agendi sal be„ hoeven te versoeken. Copia van een Nader Request off schriff„ tuurtje door den Advt. Fiscaal aan Genl: en Raden gepresenteert en te betaalen een somma van Ryxd: 1810 „3789B. — dito dito in dato 2 augs: 1735 waer bij ver¬ Pr. Procurateren te mogen worden bediendt. Copia Register vande Papieren behooren¬ de tot de saak van Frans de Coningh, en hier boven beschreeven - „3795„ 13811 „ 3812 „3820.— Fo 3813„ Copia notul vanden Raad van Justitie F:o 379 Fod 3744 in dato 16 Maij 1739 over voorsz: nader Request van den Adrocaat Fiscaal ge¬ houden. 3797 Copia Notul van als booven in dato 13 Jannij 1671, waer by van het versoek van den Cornelis Snoek, dat de Raden Fiscaal van Justitie Willem van Outhoorn, Jacob van Dam en Arnout van Overbeek mogte worden geordonneert getuijgenisse der waarhijt teegens het meede Lid in gemelde Raade tegeeven; verstaan word aan Generael en Raaden Communicatie tegeeven. „ 3798 „ 3810 Copiaberigt overgegeeven aan Generael en Raaden den 6:e maij 1735 weegens den Raad van Justitie, teegens het Reqt. door den Advt: fiscaal Bergsma aan Generael en Raaden op den 14 Janrij: 1735 geintrageert. Copia Klagtschrift van Jacob Lakeman aan Generael en Raaden overdat zyn Ed:e geen visie hadden gehad van het Schriftuur door den Raad van Justitie aan Genl: en Raaden gepresenteert als meede dat naderhand Vergaderinge was belegt en gehouden, sonder dat sijn Ed:e daarbij was versogt, off eenige kennisse daar van hadde gekreegen. Copia Notul van Genl: en Raaden in dato 20 May 1735, waer bij goetgevonden word van het voornoemde Schriftuur vande Heer Lakeman Copia aan M:r Gerardus Geslagh te geeven. „ 3814 „ 3819 Copia Request door G:s Gerlagen, B: F: de La Faille: W: v: Helvetiua, H: F: Reets, Hendrik Haak en den Secretaris Schuijlenburgh den 15e Julij 1735 aan Generaal en Raaden gepresen„ teert, houdende hunne verantwoording teegens de klagten door den Heer Lakeman Copia Notul van den Raad van Justitie waerbij genoteert staat, dat de Heer Lakeman geen Communicatie nogh Resumptie heeft gehad van het Schriftuur aan Genl: en Raden gepre¬ senteert, in dato 11 Maij 1735 Fo 3841„ 3822 „ 3826 113827„ 3830 „ 3831 „ 3829„ Fo: 3828„ Copia Notul van Generael en Raaden in dato Pmo. Aug=s. 1735, waerbij den Raad van Justitie en wel speciaal het voorsittent Lid Gerards: Geslage word gerecommandeert, geen Leeden voortaan Communicatie, openingh en Lecture van Papieren te weijgeren, ende ver„ gaderinge sonder onderschijt aan ijder Lid te Laten aanseggen. Copia berigt door den Raad van Justitie aan Gen:t: en Raaden gedaan, wegens de Examinatie van seeker Schriftuur en twee ons off Peylgewigten door de Heer bernards in Rade van Indien overgegeeven, ter sijner Verantwoordinge teegens d' overgeleeverde schriftelijke ver„ deediginge van den Raad Extraord:s Elias de Haare Copia notulen vanden Raad van Justitie in dato 6 Octobr: 1734, waer bij blijkt dat aanden Gouv:r Generael van Cloon, de Crimineele Proces stukken, die bij den Raad van Justitie inden Jaere 1712 tusschen den Advt: Fiscael en den Raad Extraords Johannes van Steenland, beneevens den geweesend Fiscaal van Cormandel Evert Lanius waaren gevontileert, sijn overhandigt, en ter hunde gesteldt. dito Dito van 18 Maij 1735 waer bij het voor sittend Lid mr: Gerards: Gerlage Com¬ municeerd aan den teegenwoordigen Gouv:r gen:l Patras na de bovengeme papieren te hebben gevraagt, dogh dat de secretaris van haer Hooge Ed:s hadden gesegt, deselve onder de Papieren van den overleedene Gouv:r van Cloon niet te vinden waeren, D: D:l in dato 26 maij 1735 in dewelke de Secretaris vanden Raad van Justitie Gijsbertus Schuijlenburgh rapporteert, dat hij tot bekominge van de bovengem papieren, sigh aande Wede: van den gouv:r van Cloon hadde geaddresseert, dogh tot antwoord bekomen, dezelve onder haer overleeden mans Papieren, niet gevonden te hebben, dogh dat daar nogh verder ondersoek nagedaan zoude worden, d:o D:o in dato 27 maij 1735, waerbij aan Stephanus Versluijs word geaccordeert affegeeven, Copia van alle sodanige Notulen, en dispositive, als op zijn Successiv -
English
3839 to 3845 3846 to 3881 3897 3894 Folio 3882 to 3883 Ditto ditto to George Gutchie, Merchant and First Resident, together with the Junior Merchant and Second Abraham van Suytelen and Willem Slaars at Bassoura, dated 30 September 1735. requests, as well as upon those of Master Jacob Lakeman, item of such documents as might have been produced in court before the filing of the claim with relation to the petitioner at Batavia, or otherwise decided upon by this Council, etc. 3884 to 3889 Four copy letters written by the employees in Kirman to the Commander Karel Koenad and Council at Gamrone, dated 1, 26, 29 August and 21 September 1735. Folio 3832 to 3836 Ditto ditto dated as above, whereby it is agreed to grant Jan de Maurignault also a copy of such papers as are named in the same resolution. Papers received overland from Persia. 3837 to 3838 Register of the papers. Original missive written by the Commander Carel Coenad and Council at Gamron to the Assembly of Seventeen, 30 September 1735. Copy missive written by as above to the Governor-General and Council, dated 24 August 1735. 3890 to 3893 Two extracts from the Spahan missive dated 30 August 1735 written to the aforementioned Commander and Council in Gamron. Copy incoming translation of a Persian decree by Thamas Chan, written to the Provisional Chief Mattheus van Leijpsigen at Ispahan in the month of July 1735. 3895 to 3896 Extract resolution taken in the Council of Gamron, 21 September 1735. Copy outgoing missive by the Commander Carel Coenad and Council to the ministers at Spahan, dated 29 September 1735. 3900 to 3901 3906 Folio 3848 to 3899 Ditto ditto by as above to the ministers at Kirman, dated 14 September 1735. Folio 3912 to 3913 Copy secret resolution taken in the Council of Gamron, 6 July 1735, with the insertion of a memorial concerning the Bassoura factory. Copy account of the sold spices and other merchandise at the Gamron factory from the first of September 1734 to the last of August 1735. 3914 to 3916 Ditto ditto dated 11 July 1735, concerning the abovementioned secret memorial, which was answered in writing by each of the members. 3902 to 3903 Original roll of the qualified persons who were in service in this Direction as of the last of September 1735. 3904 to 3905 General muster roll of the Company's servants, both of the pen, European military, seafaring, and of various functions at the Gamron factory and its subordinate posts, as of the last of June 1735. Register of the secret papers from Gamron sent from the Netherlands. 3926 to 3928 Copy ditto ditto dated 16 October 1735. 3429 to 3946 Copy ditto written by as above to the ministers in Gamron, 25 May 1735. Original secret missive written by the Commander Carel Koenat and Council at Gamron to the Assembly of Seventeen, dated 30 September 1735. 3908 to 3911 Copy letter written by as above to the Governor-General and Council, dated 24 August 1735. 3947 to 3948 Ditto ditto dated 13 June 1735. 3949 to 3950 Ditto ditto dated 11 October 1735. 3919 to 3925 Original missive written by the Residents in Bassoura, George Gutchi, Abraham van Sugtelen, and Willem Slaars, to the Assembly of 17, 16 December 1735, with an appendix of the last of March 1736. 3947 to 3918 Register of such papers as were sent from the Bassoura factory to the Netherlands. 3907 2 Letter and papers of the Council of Justice To the Noble, Highly Esteemed Gentlemen Directors, Commissioned to the Illustrious Assembly of the Seventeen, and Representing the General United Netherlands Chartered East India Company at the Presidial Chamber in Middelburg in Zeeland. Noble, Highly Esteemed, Wise, Prudent, and Very Generous Gentlemen, Living in the hope that to Your Noble High Mightinesses have duly been delivered Folio 3605 3606 delivered our respectful letters dated 22 November of the past year, to whose content and our submissive reports at that time we shall now, with the permission of Your Noble High Mightinesses, still refer ourselves, we now again have the honor to bring to the knowledge of Your Noble High Mightinesses, with the utmost respect and as succinctly as the matters will allow, those affairs which we deemed worthy of note and which have occurred before us in Council since the aforementioned time, with relation to certain notable criminal proceedings, concerning the interest of Your Noble High Mightinesses, both already concluded and still pending, of which the specification is transmitted herewith under Number 1. On which specification Your Noble High Mightinesses will find noted, among others, the case—which has caused so much work—of the former Commander of Malabar, Jacob de Jong, together with that of the Senior Merchant and former Second of that Commandery, Jan de Roode, which after several sessions held and ripe consideration of the necessary
Dutch transcription
3839 „ 3845 3846 „ 3381 3897„ „3894„- Fo. 3882 too 3883 Dito dito aan George Gutchie Coopman en versoeken, als ook op die van m:r Eerste Resident, beneevens den onder¬ Jacob Lakeman, Item van sodanige Coopman en secunde abraham van Documenten als voor het uijtbrengen Suytelen en Willem slaars too vanden Eijsch met Rolatie tot den Bassoura in dato 30 Septbr 1735. Suppliant op Batavia in Judicio mogte „ 3884 „ 3889 Vier Copia brieven, door de bediendens weesen geproduceerd off anders bij in Kirman aande Gezaghebber Karel deesen Raade gevallen Ec=a koenad en Raad tot Gamrone gesz: de datis l, 26, 29 aug:s en 21 Septbr 1735. „ F:o 3832 too 3836 dito dito in dato als boven, waerbij geacordeert word aan Jan de Maurig¬ nault, meede Copia van sodanige papieren afftegeeven, als by deselve Resolutie worden genoemt. Papieren over Land uijt Persien ontfangen. „3837„ 3838 Registir der Papieren Origineele missive door den gesaghebber Carel Coenad en Raad too Gamron, aande Vergaderinge van Zeeventiene gesz: den 30 Septb:r 1735 Copia missive door als booven aan Generael en Raaden geschreeven in dato 24 aug:s 1735 „3890„ 3893. Twee Extracten uijt de Spahanse missive in dato 30 augs: 1735 aan voornoemde kahedt en Raad in Gamron gesz Copia aankomend Translaat Persiaans „Thamas mandament door „ Chan, aan het Provisioneel opperhooft Mattheus _ van Leijpsigen tot Ispahan gesz: inde maand Iulij 1735. 3895 „ 3896 Extract Resolutie in Rade van gamron genomen den 21 Septbr 1735 Copia afgaande missive door den Gesag„ hebber Carel Coenad en Raad aande ministers tot Spahan in dato 29 Septbr. 1735. „3900 „ 3901 „ 3906„ F:o 3848 too 3899 D:o D:o door als boven aande ministers F:o. 3912 too 3913 Copia Secreete Resolutie in Rade van tot Kirman in dato 14 Septbr: 1735. Gamron genoomen den 6e: Julij 1735 met insestie van een Vertoogh weegens Copia Rendement vande Verkogte Specerijen het Comptoir Bassoura. en andere Koopmansz: ten Comptoiren „3914 „ 3916. Ditto Ditto in dato 11 Julij 1735, rakende Gamron sedert pmo Septbr: 1734 tod ulto Aug:s 1735 het bovengemelde Secreete Vertoogh het welk door een ijder der Leeden in „3902 „ 3903 Origineele Rolle van de gequalificeerde Scriptis is beantwoordt. Persoonen die onder ult:o Septb:r 1735 in deese Directie in weesen zyn geweest. „3904 „ 3905 Generale monster Rol van 's Compagnies bediendens zoo vande Pen, Europeese militairen, Zeevaarende en van diverse Functien ten Comptoire Gamron, en desselfs onderhoorige plaatsen onder ult:o Juny 1735. Register van de secreete papieren uijt Gumron 13926 „ 3928 Copia Ditto Dito in dato 16 Octobr: 1735 van Nederland afgesonden. „ 3429 „ 3946 Copia dito door als boven aande Minist:r in Gamron geschreeven den 25e: Maij Origineele secreete missive door den Gesag„ hebber Carel Koenat en Raad tot Gamron aan de Vergaderingh van V7=ms gesz: in dato 30 Septb:r 1735. „ 3908 „ 3911 Copia Briep door als boven aan Generaelen Raden gesz: in dato 24 aug:s 1735. 3947 „ 3948 Dito Dito in dato 13e: Juny 1735 „ 3949 „ 3950 Dito Dito in dato 11 Octobr: 1735 „3919 „ 3925 Origineele missiue door de Reidenten in Bassoura George Gutchi, abraham van sugtelen en Wm. slaars aande vgeschreven Vergaderingh van 17n ^ den 16 decembr 1735 met een appendix van ulto: maart 3947 „ 3918 Register van sodanige papieren, als van 't Comptoir Bassoura na Nederland zijn versonden. „ 3907„ 1735. 1736. 2 Brieff & Papieren van den Raad van Botgoet Justitie Satda Aan de Edele Hoog Achtbaere Heeren Bewindhebberen, Ter Jllustre vergadering van de Seventhienen Gecommitteerd, En Repraesenteerende de Generale verEenigde Nederlandse Geoctroijeerde Oost Indische Compagnie ter Praesidiale Camer. Wel Edele Hoog Agtb: wijse voor„ „sienige, en seer Genereuse Heeren, In hoope levende, dat aan uw Edele Hoog Achtb: behoorlijk zullen zijn Middelburg In Zeeland. - Tot W geintrageerd Fo. 3605 3606 geintrageerd onse Eerbiedige Let„ „teren van dato 22. november anno passado, aan welkers inhoud, en onse submisse berigten, doemaals wij als nogh onder welnemen van uw Edele Hoog Agtb: ons thans zullen refereeren, zoo hebben wij nu weder de Eer aan uw Ed: ho: agtb: met het uijterste respect, zoo succinct als de materien, zullen toelaten bij dezen ter kennisse te brengen, die zaeken welke wij vermeend hebben noterens waerdig te zijn, en die 't sedert den voormelten tijd bij ons in raede zijn voorgevallen, met relatie tot Eenige notabele Crimineele, En het interest van uw Edele hoog agtbare betreffende, zoo reeds afgedaene, als nog Litispendent zijnde proceduuren, waar van de Specificatie dezen annex onder N:o 1. is overgaande.— Op welke Specificatie uw Ed: Hoog agtbare onder anderen zullen genoteerd vinden, de zoo veel werks uijtgeleverd hebbende zaeke van den gewezen Comman„ deur van de mallabaer Iacob De Jong, nevens die van den oppercoopman Een gewese secunde van dat commandement Ian De Roode, welke nae ver„ scheijde gehoude sessien en rijpe overweginge van het agtb: nodige
English
necessary, was concluded on 16 February of this year, for the most part in favor of the defendants, in such manner as Your Honorable Right Lordships will be able to observe from the aforementioned specification and the sentence in the criminal roll accompanying this, to which, for the sake of brevity, we refer with all reverence, serving only in that respect that this sentence was homologated by the parties on both sides, with the sole exception of the matter of the rupees, regarding which the advocate fiscal was ordered by the Honorable High Indies Government, by the extract resolutions annexed hereto under No. 2 and 3 dated 18 March and 8 April of this year, to provisionally enter into revision, which was also communicated to us orally by his honor on the day of the resumption of an order of this council rendered on 27 April upon a certain petition presented by the repeatedly mentioned Jan de Roode for the surrender of the monies originating from the sale of his slaves and goods conducted by our secretary, by which order the aforementioned request had already been granted to him, but the same was then withheld at the special insistence of the advocate fiscal, under promise of supplying us with the written orders of their High Honors concerning the revision to be undertaken; however, the said revision has as yet made no progress. We can now finally communicate to Your Honorable Right Lordships the final outcome regarding the case of Messrs. Cornelis Hasselaar and Adriaan Oostwald, concerning which report has repeatedly been made to Your Honorable Right Lordships with all respect in our successive letters, namely that by this council on 19 March last, after resumption of all the papers and documents, both those submitted at various times regarding this case by the then advocate fiscal and now council extraordinary of Netherlands India, the Honorable Mr. Isaac van Schinne, by virtue of the disposition of this council of 28 December 1733, and those produced with his said Honor's report submitted on 11 October 1733, as well as following our acknowledgment of the oral declaration of the currently serving advocate fiscal Mr. Adrianus Bergsma contained in the minutes of 5 January last, it was unanimously approved and understood, first, to consider as satisfied the disposition of the council of the aforementioned date 28 December 1733 and the minute resolution of 23 September of the past year, and furthermore principally to conform with the cited report submitted concerning this case by the said Honorable Mr. Isaac van Schinne in his capacity as advocate fiscal, in such manner as Your Honorable Right Lordships, if pleased to do so, will be able to perceive from our order dated 19 March of this year, to be found in the criminal roll currently being transmitted. Furthermore, we have the honor respectfully to communicate to Your Honorable Right Lordships how the case of the advocate fiscal versus Ian Wijnberg was concluded in the past year, and the claim of the advocate fiscal having been denied, with costs, his honor had felt aggrieved at the pronouncement of that sentence and declared that he wished to enter into revision, as has been communicated to Your Honorable Right Lordships, whereupon the said revision indeed proceeded, at which time on 21 April of this year it was declared by us and the adjunct revisers, after mature consideration of what was necessary, that the
Dutch transcription
3607 nodige, op den 16:en februarij dezes Jaers voor het meerder gedeelte, ten voordeele van de beklaag„ „dens is getermineert, in sulker voegen als uw Edele hoog agtbare uijt voorschreven specificatie Ende in Crimineele rolle hier nevens gaende sententie zullen kunnen beoogen, waar toe tot betragtinge van de kortheijd deses, wij ons met alle reverentie refe„ „reeren, dienende alleen ten dien opsigte dat deze sententie door parthijen hinc inde is gehomologeerd geworden, Excepto alleen het poinct der ropijen, van het welk den advocaet fiscaal door de Edele hooge Jndiasche Regee„ „ringe bij de hier nevens onder N:o 2. en 3. gevoegde Extract resolutien van datis 18:e maart, En 8:en april dezes jaers, zijnde geordonneert geworden, bij provisie in revisie te komen, is het zelve dan ook door zijn E: aen ons mondeling gecommuni„ „ceerd ten daege der resumptie van Een appoinctement dezes raads op den 27:en april gesla„ „gen op zeecker request door meermelte Jan de Roode ge„ „presenteerd tot afgave der penningen geprovenieerd uijt den door onsen secretaris gedaene de verkoop 3607 nodige, op den 16:en februarij deze Jaers voor het meerder gedeelt ten voordeele van de beklaa „dens is getermineert, in sul voegen als uw Edele hoog agtba„ uijt voorschreven specificatie Ende in Crimineele rolle nevens gaende sententie zullen kunnen beoogen, waar toe tot betragtinge van de kortheijd dese wij ons met alle reverentie ref „reeren, dienende alleen ten die opsigte dat deze sententie do parthijen hinc inde is gehomolog geworden, Excepto alleen het poinct der ropijen, van het welk den advocaet fiscaal door de Edele hooge Jndiasche Regee„ „ringe bij de hier nevens onder N:o 2. en 3. gevoegde Extract resolutien van datis 18:e maart, en 8:en april dezes jaers, zijnde geordonneert geworden, bij provisie in revisie te komen, is het zelve dan ook door zijn E: aen ons mondeling gecommuni„ „ceerd ten daege der resumptie van Een appoinctement dezes raads op den 27:en april gesla„ „gen op zeecker request door meermelte Jan de Roode ge„ „presenteerd tot afgave der penningen geprovenieerd uijt den door onsen secretaris gedaene de verkoop 3608 verkoop zijner Lijf Eijgenen, en goederen, bij welk appoinctement het voorschreven verzoek reeds aen den zelven was geaccordeert, dogh is als doen het zelve op speciale instantie van den advocaet fiscael, onder belofte van ons de schriftelijke ordres van haar hoog Edelens omtrent de te doene revisie te zullen Suppediteeren, ingehouden geworden, Egter heeft gemelte revisie voor als nog geen voortgang gehad; Thans kunnen wij uw Edele hoog Agtb: nopens de zaeke van de heeren Cornelis Hasselaar, en Adriaan Oostwald, waar over te meermalen aan uw Edele hoog Agtbare bij onse successive letteren met alle Eerbied is verslag gedaen, Eijndelijk den finale uijtslag Communiceeren, na„ „mentlijck dat bij dezen raade op den 19:e maert laastleden nae genomene resumptie van alle de papieren, en documenten, zoo die door den doemaligen advocaet fiscael, en nu raed Extra ordinair van nederlands Jndia, den wel Edele heer m„r Isaac van Schinne uijt kragte van het dispositieff dezes raads van den 28:e december 1733. op diverse tijden no„ „pens deze zaeke zijn overgegeven, als welke bij welgemelde zijn Edeles berigt op den 11:e october 1733 ingedient, zijn overgelegt geworden, mitsgaders nae ons adveu op het aan mondeling 3609 mondeling declaratoir van den thans fungerenden advocaet fiscael m„r Adrianus Bergsma vervat bij notule van den 5:e Januarij Jongstleden Eenpariglijk is goedgevonden, en verstaan voor Eerst het dispositieff van den raad de dato 28:' december 1733. voormeld, en het notulair be„ „sluijt van den 23:e September anni praeterite te houden voor voldaen, en voorts ten principalen ons met geciteerde berigt door den welgemelde Edelen heer m„r Isaac van Schinne in qualiteijt als advocaet fiscael be„ „treffende deze zaeke ingedient, te conformeeren, in voegen als uw Edele hoog Agtb: uijt ons appoinctement de dato 19:e maert dezes Jaers, bij de thans overgaende Crimineele rolle te vinden, des gelievende zullen kunnen ontwaa„ ren. — verder hebben wij de Eere uw Edele Hoog Agtb: Eerbiedig te Communi„ „ceeren hoe dat de zaek van den advo„ „caet fiscael, contra Ian Wijnberg anno passato getermineert, en den Eijsch van den advocaet fiscael ontsegt geworden zijnde, met de costen, zijn E: op de pronunciatie van die sententie sigh hadde beswaerd: be„ „vonden, en verklaerd te willen komen in revisie, in volgen aan uw Edele hoog Agtb: is bedeelt, gelijk dan ook dezelve revisie zijn voortgang heeft genomen gehad, als wanneer op den 21:en april dezes Jaers door ons en adjuncte reviseuren, nae rijpe overweging van het nodige, is verklaard des in
English
found no error in the sentence of the Council; however, with compensation of costs, for reasons, just as at that time the revision between Benoek of Macasser and the advocate fiscal proceeded, with regard to which sentence it was likewise understood that there was no error therein, wherefore the said Benoek was executed shortly thereafter in accordance with that approved sentence. It having been brought to the attention of the advocate fiscal that a quantity of nutmegs was kept at the premises of the mess master of the Company's military at the square, named Dirk Strijdhorst of Wageveld, and His Honor having immediately arranged a commission to proceed thither with commissioners, and indeed having gone to the house, yet because of the darkness and the house, pens, and other places standing there, where at that time no light could be brought due to the danger, they had therefore had to depart from there with the matter unaccomplished, yet not without securing that place and everything around it, and furthermore placing the aforementioned mess master, along with two other soldiers named Jan Christoffel Meij and Jan Nicolaas Eekhoorn, who served at his house, provisionally at that time in separate military arrest on the bastions belonging under the said square, and taking the slaves of him, Strijdhorst, provisionally into custody, whereupon an investigation being made there again the next morning, it was then discovered, upon the indication of a slave of the said mess master Strijdhorst, that beside the aforementioned mess master's dwelling, which had its exit to the great river with corners and holes, there between the piles various nutmegs were retrieved from the mud; when, upon further investigation, there was also found at the house of him, the mess master, 340 lb. of black pepper, and 1848 lb. of coffee beans, along with six chests of green tea, the owner of which was purported to be unknown, and which therefore, according to the customary legal procedure and after a proper summons of claimants, since no one appeared, were confiscated by sentence of the 8th of June of this year, the mess master along with the aforementioned soldiers being taken into apprehension thereupon, and furthermore this case being pursued with the utmost seriousness, it was discovered that he, Strijdhorst, had purchased the same spices from the quartermaster of the Honorable Company's Tanjong Poura, Hendrik van Nes, with the sailors stationed thereon, Pieter Croon, Dirk Jansz: Muijt, and Barent Band; whereupon, immediately upon the request of the advocate fiscal, bodily apprehension of these four last-named persons was granted by this Council, of whom, however, only Hendrik van Nes, Pieter Croon, and Dirk Jansz: Muijt were apprehended, since the sailor Barend Band was missing and not to be found, as he remains in hiding to this day; when it further became evident that he, Van Nes, with his sailors, before the departure in anno passato of the first return ships to the fatherland, had received their cargo from one of the west-side warehouses to the quantity of three hundred sixty bags of nutmegs for the flagship De Hillegom, when having then sailed outward with the same, they had remained that night at the end of the piles in the river because they could not cross the bank with their vessel due to the low water, and that thereupon that same night, while the officer in charge, being a sailor of the ship De Hillegom, lay sleeping, and the first mentioned, Van Nes, was on the deck, the said Pieter Croon and Dirk Jansz: Muijt, together with the fugitive Barent Bant, with the prior knowledge of him, Van Nes, took out a certain plank which by him, Van Nes, together with Dirk Jansz: Muijt and the aforementioned Barend Bant, one to two days before receiving the prescribed cargo, had been broken from the back of the bulkhead out of the hold of the said Tanjong Poura and thereafter set in loosely again and fastened with a string, and subsequently stole from the same cargo a quantity of nuts out of each bag, and having first put the same into pillowcases, and five canvas bags having been filled therewith, had hidden them aft under the bunks until the evening of the following day, when they had delivered their cargo that morning into the ship De Hillegom and had remained lying with their vessel opposite the corner of the Castle, whereupon that evening, while it was misty and rainy weather, they first poured the prescribed stolen nutmegs into ten to eleven canvas bags, and subsequently they were taken away at night by him, Van Nes, and Dirk Jansz: Muijt with the borrowed canoe of the water boat of Edam to the house of the aforementioned mess master Dirk Strijthorst, after he, Hendrik van Nes, had already previously offered him the prescribed nuts, and had agreed with him on the price for thirty-six ducatons.
Dutch transcription
3610 in de sententie van den raad te wezen geen Erreur; dog met com„ „pensatie van Costen, om redenen, zoo als ook te dier tijd zijn voort„ gang heeft gehad de revisie tusschen benoek van macasser, en den advo„ „caat fiscael, ten opsigte van welc„ „ke sententie almede is verstaen geworden, daar in te wezen geen Erreur, dierhalven gemelte benoek kort daer aan ingevolge van die geapprobeerde sententie geExe„ „cuteerd is geworden. Aan den advocaet fiscael ter kennis gebragt zijnde, dat bij den bakmeester van Comp:s militairen aen het vierkant in naeme Dirk Strijdhorst van wageveld, waren berustende Een quantiteijt noten muscaten, en zijn E aanstonds hebbende doen beleggen Een commissie om met Com„ „missarissen zigh daer nae toe te begeven, dan ook wel daar ten huijse zijn gegaan, dog vermits den donker en aldaer staande huijsinge, hocken, en andere plaetsen, waar bij te dier tijd om het gevaer met geen Ligt konde komen, daerom dan ook onver„ „rigter zaeke weder van daar hadde moeten vertrecken, Egter niet zonder die plaats, en alles daer omtrent te doen secureeren, en voorts voormelte bakmeester, nevens nogh twee andere soedaten met naeme Jan Christoffel Meij, en Jan Nicolaas Eekhoorn, welke ten zijnen huijse dienst dede, bij provisie doenmaals separaat in militair arrest op de punten en onder 3611 onder het gemelte vierkant gehoo„ „rende, te doen stellen, en de slaaven van hem Strijdhorst provisioneel in gijseling teneemen, wanneer des morgens daar aan weder ondersoek aldaer zijnde gedaan, als doen op de aanwijsing van een slaev van gemelte bakmeester Strijdhorst wierd ontdekt, dat ter zijde van de voormelte backmeester zijn wooning die aan de groote rivier zijn uijtgang met hoeken en gaeten was hebbende, al„ „daar tusschen de palen diverse noten muscaten uijt de modder opgehaalt wesende, als doen bij verder ondersoek ook ten huijse van hem bakmeester is gevonden 340. lb: swarte peper, en 1848. lb: Coffij boonen, nevens ses Cassen groene thee, waer van den Eijgenaer wierd voorgegeven onbe„ kend te zijn, en die daerom ook na stijl van procedeeren, en Een behoor„ „lijke dagvaerding der pretendenten, alzoo niemand Compareerde, bij sententie van den 8:en Junij dezes jaers zijn geconfisqueert geworden, zijnde hij bakmeester nevens voorm: soldaeten daar op in apprehersie genomen, en voorts deze zaeke met de uijtterste Ernst zijnde voort „gezet, ontdekte men dat hij strijd„ „horst deselve specerijen hadde op gekogt van de quartiermeester van des E: Comp:s tan Jong poura Hendrik van Nes met de daer op bescheydene matroosen Pieter Croon, Dirk Iansz: muijt, en Barent Band, Eijgenaer wanneer 3612 wanneer in mediaat op het versoek van den advocaet fiscael bij dezen„ raade wierd verleend Corporeele apprehensie op deze vier laestge„ noemde perzoonen waar van al Egter Hendrik Van Nes, Pieter Croon en Dirk Iansz: Muijt maer zijn geapprehendeert, alzoo den matroos Barend Band 't soek, en niet te vinden was, gelijk den zelven tot nog Latiteerende is, wanneer al verder quam te con„ „steeren dat hij van Nes met zijn matroosen voor het vertrek in anno passodo van de Eerste retourscheepen naer het vaderland, hun lading van Een van de west zijdse pakhuijsen ter quantiteijt van Drie Hondert sestig sacken noten muskaten, hadden ingekregen voor het admiraelschip De Hillegom, wanneer als doen met met dezelve na buijten geschooten zijnen die nagt aan 't Eijnd van de palen in de rivier vermits door het zaag water met hun vaertuijg de bank niet konden passeeren, waeren blijven Leggen, mitsgaders dat daer op in die selfden nagt terwijl den gesaghebber zijnde Een matroos van het schip De Hillegom te slaepen lag, en den Eersten gemelde vanNes sig op het deck bevond, de gemelte Pieter Croon en Dirk Jansz: Muijt bene¬ „vens den voorvlugtigen Barent bant met voor kennisse van hem van Nes zekere plank welke door hem van sestig Nes. 6683 3613 Nes benevens Dirk Iansz: Muijt, en voornoemde Barend Bant Een â twee dagen bevorens voor het ontfangen van voorschreven Lading van agter, het schot uijt het ruijm van gezegde tanjongpoura gebroken, en nae zulks weder los ingeset, en met een touwtje vast gemaekt was, daar uijt gehaelt, en vervol„ „gens van dezelve Lading uijt ider zack Een quantitijt noten gestolen, en dezelve, na alvoorens in kussen sloopen gedaen, En daer mede vijff sijldoekse sacken gevult waeren, agter onder de Lonings hebben verborgen gehad tot des anderen daegs avonds, dat hun Lading dien morgen in het schip De Hillegom hadden overgegeven, en tegens over de hoek van 't Casteel met hun vaartuijg was blijven leggen, als wanneer dien avond ter wijl het mistig en rege„ „nagtigh weer was, de voorschreven gestoolen noten muscaten Eerst in thien â Elff zijldoekse sacken, heb„ „ben overgestort, en vervolgens bij nagt door hem van Nes en Dirk Jansz: Muijt met den geleende Canoa van de water boot van Edam weg gebragt zijn geworden ten huijse van den voormelte bak„ meester Dirk Strijthorst nae dat hij Hendrik van Nes hem de voorschreven nooten al bevoorens hadden aangeboden, en met denselven over de prijs tegens ses en Dertig hadden ducatons
English
ducatons per picol had been agreed upon; that furthermore Strijthorst had managed to manhandle the same bags across the pigpens from behind with the help of some of his slaves and of him, van Nes; that according to his statement and to the best of his recollection, he, van Nes, had received no more than one hundred seventy ducatons from the said Strijthorst for this, of which he kept half for himself and divided the other half equally among the aforementioned Pieter Croon and Dirk Jansz Muijt, together with the aforementioned Barent Band, the share of each of them amounting to around thirty ducatons; that furthermore he, Dirk Strijthorst, had traded in the Company's precious spices with various homeward-bound and other people; and that at the time when commissioners from this council and the advocate fiscal came to conduct a house search at his premises, they had beforehand thrown the remainder of the aforementioned nutmegs over the back of the pigpens into the river; so that he, Strijthorst, had notoriously engaged in illicit trade in the Company's precious spices, and moreover the three aforementioned persons had deliberately made themselves guilty of a vile theft of that which had been entrusted to their custody; for which reason the aforementioned van Nes, Pieter Croon, and Dirk Jansz Muijt were also punished with death, and the aforementioned baker Dirk Stuijthorst was whipped, branded, and chained in irons for the period of five consecutive years, as shown by their sentences pronounced and executed on the 23rd of April of this year, to be found in the accompanying Criminal Rolls of this council under the aforementioned date; whereupon the advocate fiscal furthermore used all endeavors to apprehend the aforementioned Barent Bant, but this was in vain, since he had immediately made himself a fugitive, and His Honor was therefore obliged to proceed against him by edictal citation; and whereas he did not appear upon the fourth citation and superabundanti, he was, by virtue of the fourth default, not only barred from all exceptions that he might otherwise have been able to propose, but was moreover banished for all his life from all cities, forts, and places falling under the jurisdiction of the Honorable Company on pain of death, vide sentence dated the 16th of this month, transmitted herewith under No. 4, to be found if it please you; just as it will also appear to Your Honorable High Mightinesses that on the same day there were also executed to death not only the sailor Hans Pietersz of Meun, who had arrived from Persia with the ship Barberstijn and, conceiving a deadly hatred on board that vessel against the carpenter Pieter Pijpenbroek, had on the 10th of December anno passato inflicted a wound on him on board in a murderous manner with his knife, of which the said Pijpenbroek passed away shortly thereafter; but also the cook's mate of the ship Cats, named Paulus Swaan of Dresden, who on the voyage from Bengal hither had inflicted an injury near the belly with a knife on a Lascar or Moorish sailor named Anthonij Corea, so that he passed away shortly thereafter; we had thought that the execution noted hereinbefore with respect to Hendrik van Nes, Pieter Croon, Dirk Jansz Muijt, and Dirk Strijdhorst would have caused a deterrent as an example to others, but on the contrary, a similar punishable undertaking came before us further, when the advocate fiscal, on the 24th of June anno stante, received information through the sailor Andries Bouwman, who was taken into custody for theft, that during the loading of the ship Cats in Banda, one hundred thirty bags of spices had been brought on board, and that two days previously, during the night, some bags of spices had been offloaded with the boat of the Labberlot; that during the aforementioned offloading, the second mate Jan Didelofs, together with the sailors Lourens Holm, Jan De Paap, and he, Bouwman, had the watch on the said ship Cats, and also that at that time the chief mate of the said vessel, Cornelis Langendam, had been on board; as well as that on the Labberlot, as far as he knew them, there were assigned among others the quartermaster named Anthonij Sluijter, item the sailors Walter Evering, Matthijs Cornelis Hart, Francois Amijn, and Hendrik Pietersz; whereupon the advocate fiscal together with commissioners from this council did not fail to go illico on board the said vessel Cats lying here in the roadstead; and having arrived there, found in the same ship, both in the water-hold and in the cable-tier, one biscuit keg, two half-aams, two anchors, one bacon cask, one meat cask, five small bags, and one small keg, all full of mace, as far as they could ascertain, as well as thirteen empty bags, after there had nevertheless previously been hoisted up with great difficulty thirty-nine whole leagers, four half-leagers, one meat cask, and three bacon casks, beneath which the aforementioned specified spices had lain concealed, and only came to light after a search of well over three hours; whereupon the same were all brought here sealed into the lord's jail, and the aforementioned chief mate Langendam, second mate Jacobus van Esseveld, the boatswain's mate Jan Andries Schaland, the steward's mate Evert van der Pol, the quartermaster Anthonij Sluijter, together with the sailors Walter
Dutch transcription
3614 ducatons het picol was over Een gekomen, dat wijders Strijthorst de zelve zaeken van agteren over de verckens hocken met behulp van Eenige zijner slaeven, en van hem van Nes hadde weten over te mannen, hebbende hij van Nes ingevolge desselvs betuijginge en nae zijn best onthoud van gemelte Strijthorst daer voor niet meer genoten dan Een hondert Seven¬ „tig ducatons, waer van hij de helfte voor zig behouden, en de weder helfte onder den voor„ melte Pieter Croon en Dirk Janu Muijt, mitsgaders voornoemde Barent Band Egaal heeft verdeels gehad, en welkers portie Een ider van hun quam te bedragen in de Dertigh ducatons, dat voorts hij Dirk Strijthorst in 's Comp:s dier„ „bare specerijen met deze, en geene thuijs vaarende, als andere men„ „schen gehandelt, mitsgaders het restant van voorschreven Nooten ten tijde Commissarissen uijt dezen raade, en den advocaat fiscael aldaer bij hem huijssoekinge „ bevorens quamen te doen „ agter over de verkens hocken in de rivier had„ „den weg geworpen gehad, zulks hij Strijthorst notoir hadde getrampeerd aan morshandel in 's Comp:s dierbare specerijen, en daer En boven de drie voor„ „melte perzoonen sigh voorbedagtelijk van schuldig 3615 Schuldig gemaekt aan Een vuijle diverijen daer omtrent de haere bewaringe toevertrouwt waren geweest, zijnde daerom ook de voornoemde van Nes, Pieter Croon en Dirk Iansz: muijt met de dood gestraft, en voorschre„ „ven bakmeester Dirk Stuijt horst gegeesselt, en gebrandmerkt, en voor den tijd van vijff agter Een volgende Jaaren in de ketting ge„ „kloncken, uijt wijsens hunne sen„ „tentien op den 23„e april dezes jaers gepronuntieert, Ende geExecuteert, tevinden in de overgaande Crimineele Rolle van dezen raede onder voorsz: datum wanneer al verder door den advocaat fiscael alle de voiren zijn aangewend om voorschreven Barent Bant magtig te werden, dog is zulx geweest tevergeefs, nadien den selven ten Eersten sig fugatieff gesteldt hebbende, dan ook zijn E: is genoodzaekt geweest, bij Edic„ „tale citatie ten sijnen reguarde te procedeeren, en dewijl op de vierde citatie En super abundanti den zelven niet te voorschijn is gekomen, zoo is uijt kragte van het vierde de fault den zelven niet alleen verstoken van alle Excep„ „tien, die hij nogh andersints zoude hebben konnen proponeeren, maer daer en boven voor al zijn leven gebannen uijt alle steden, forten, advocaet en 3616 en plaatsen onder het gebied van d' E Comp:e sorteerende op peene des doods, vide sententie van dato 16:en dezer maend nevens dezen onder N=o 4. — overgaende, des behaegende te vinden, zoo als ook uw Edele hoog Agtb: zal te vooren komen dat ten zelven daege ook ter dood zijn geExecu„ „teerd niet alleen den matroos Hans Pietersz: van meun, die van persia met het schip Bar„ „berstijn was aangekomen, en op dien bodem tegen de timmerman Pieter Pijpenbroek een dodelijke haat op vattende, op den 10=e december anno passato den sel„ ven binnen boord op een moordadiget wijze met zijn mes een wonde hadde toegebragt, waar van kort daer aan gemelte Pijpen„ broek was komen te overlijden, als ook nogh den koksmaat van het schip Cats zijnde ge„ naemt geweest Paulus Swaan van dresden, welke op de reijse van bengalen nae herwaards een Jacker off moorse matroos van Naeme Anthonij Corea met Een mes een quet suur omtrent de buijk hadde toe„ „gebragt, dat de zelve kort daar op was komen te overlijden, wij hadden gemeend dat de hier vooren genoteerde Executie ten opsigte van Hendrik van Nes, wijze Pieter 3617 Pieter Croon, Dirk Iansz: muijt en Dirk Strijdhorst zouden hebben gebaard een afschrik ten Exempel van andere, maar in tegen„ „deel diergelijk strafbaere onderne„ „minge is ons verder voorgekomen, wanneer den advocaet fiscael op den 24:'n Junij anno stantiken„ nisse krijgende door den matroos Andries Bouwman, welke over die verije in hegtenis wierde gebragt, dat onder het laeden van 't schip Cats in banda aan„ boord waaren gebragt Een Hondert Dertig zacken met specerijen, mitsgaders dat twee dagen be„ voorens des nagts met de schuijt van de Labber lot Eenige zacken met specerijen waeren affgescheept, dat bij voormelde afscheeping, op het gemelde schip Cats de wagt hadden gehad der stuurman Jan Didelofs, benevens de matroosen Lourens Holm, Jan De Paap, en hij Bouwman, als mede dat te diertijd den opper„ „stuurman van gemelde bodem Cornelis Langendam aan boord was geweest, mitsgaders dat op de Labberlot voor zoo verre hij de zelve kende, onder meer andere bescheijden waren den quartier, meester genaemt Anthonij Sluijter, Jtem de matroosen Walter Evering, Matthijs Cornelis Hart, Francois Amijn, en met Hendrik 3618 Hendrik Pietersz:, waar op den advocaat fiscaal nevens Commissarissen uijt desen raade niet hadden versuijmt illico na boord van gemelte bodem Tats hier ter rheede Leggende te vaaren, en aldaar gekomen, in 't zelve schip, zoo in't watergat als in de hel hadde bevonden Een beschuijt vaatje, twee halff aamen twee ankers, een spekvat, Een vleesch vat, vijf zakjes, en Een vaatje, alle vol met foelij, voor zoo verre hebben konnen na„ „gaen, als mede der thien Ledige zacken, nae dat nogtans bevoorens met veel moeijte waren opge„ haalt Negen en dertig heele Leggers, vier halve leggers, Een vleeschvat, en drie speck vaaten, onder welke de voor„ „noemde gespecificeerde spece„ „rijen hadden verborgen gelegen, en Eerst nae dat wel Ruijm drie uuren 't soek gebragt waeren, te voorschijn gekomen; wanneer dezelve alle versegelt alhier in 's heeren boeijen zijn gebragt, als mede in versekering genomen den voormelde opperstuurman Langen„ „dam, onderstuurman Iacobus van Esseveld, den schieman Ian andries Schaland, den botte„ „liersmaat Evert van der Pol, den quartiermeester Anthonij sluijter, nevens de matroosen zeggers Walter
English
Walter Evering, Matthijs Cornelis Hart, Francois Amijn, and Hendrik Pietersz, the five last named assigned to the Labberlot boat, all of whom, except Essevelt, were accused by the aforementioned Bouwman of having had a share and a hand in it; however, the Advocate Fiscal had also secured the aforementioned Essevelt, for the reason that during the inspection, he had told the steward's mate Van Der Pol not to take up the planks that lay entirely down in the water-way upon the barrels, and that notwithstanding this, once the same were taken up, a meat barrel and a bacon barrel filled with mace were found underneath; immediately whereupon the boatswain Jacob Jansz Bal, his mate Jan Westijn, the boatswain's mate Theunis Roos, the steward Paulus Schuijt, the carpenter Hermanus Burgermeester, the sailmaker Jacobus van den Broek, the quartermaster Claas Harderwijk, and finally an able seaman Jan Philip Milders, all became fugitives, without any of them having appeared or having been discovered to date, notwithstanding that a reward was immediately placed on the four first named by edictal citation with permission of the Noble High Government; that at the Banda roadstead, among others, two forester's servants, the one named Pischier or Visschier, and the other named Paij Jan, of whom the one was somewhat squint-eyed, had frequently come to their vessel and had always spent time in the mess with the aforementioned deck officers, the aforementioned Pischier or Visschier having come on board first, carrying with him two kinds of goods, of which the one was nutmeg oil, and the other tough to chew and very closely resembling Castile soap, at which time he asked the prisoner Jan Andries Schaland and the other mess officers whether they would like to buy some of that cheese, meaning spices thereby; that the aforementioned boatswain had answered thereto, we shall speak no more of that now, once I come behind the land, we shall negotiate further about it; and having gone ashore shortly thereafter, he also settled the price of the spices with the aforementioned forester's servants, namely one thousand nutmegs for one ropij, and one pound of mace for three schellingen; just as the aforementioned forester's servants also spoke further about this on board with the prisoner Schaland, the aforementioned boatswain's mate and boatswain's second mate, and at the aforementioned price delivered to him, Schaland, and the prisoners Evert van der Pol and Harmanus van Straatsburg, together with the others of their mess officers aforementioned, three hundred lb of mace and four times one hundred eighty thousand pieces of nutmegs, the purchase of the mace in money thus amounting by estimation to one hundred thirteen, and that of the nuts to three hundred rijxdaelders; which moneys, although advanced by the boatswain and his mate, the steward, and the sailmaker of the said vessel, nevertheless everyone was counted to have had their share therein, the share in the investment of the aforementioned Schaland being taken at one hundred rijxdaelders, that of Evert van der Pol at thirty, and of Straatsburg at twenty-five rijxdaelders; that also at the Banda roadstead, at the request of him, Schaland, and the aforementioned boatswain, down in the cable-tier some sailcloth sacks were sewn by the above-cited Matthijs Andries Bouwman and the aforementioned Philip, in number by estimation fifty pieces, in order to fetch the aforementioned spices, both mace and nuts, from shore therewith; that they were also brought by night in the same sacks with native vessels at various times to the aforementioned vessel Cats, at which times, those vessels always having arrived on the starboard side forward at the bow, the aforementioned Schaland and other deck officers took in these sailcloth sacks with spices through the two forward bow ports, after the lamps were first extinguished and the ordnance hauled fore and aft, and subsequently stowed the same in the fore-peak, where they were worked by the aforementioned Evert van der Pol with the help of the aforementioned cable-hand Philip and the boatswain's boy Daniel van den Berg, and transferred into barrels, with the exception, however, of such forty thousand pieces of nuts as were given to the aforementioned Straatsburg by the aforementioned boatswain, where he, the prisoner, had kept the same for some ten to twelve days, and subsequently, being stowed in the powder magazine, were lowered down, on which occasion the hatch had been left open at his request by the steward while fetching rice and mung beans, whereas nevertheless the previously cited first mate Cornelis Langendam had the key to the powder magazine in his custody, and the same was entrusted to him, and he ought to have taken care thereof; that also at the Banda roadstead, two large casks, namely a bacon and a meat cask, the one marked Ao 1733, both filled with mace, were brought on board by day with a native vessel by the absent sailmaker Jacobus van den Broek aforementioned, and subsequently hoisted aboard with the ordinary tackle, while he, Langendam, was on board, at which time the same lay on the deck for some three to four days with spunk and spunk cloths just like water casks, because there was no opportunity then to stow them away, and on that occasion about that
Dutch transcription
3619 walter Evering, Matthijs Cor„ „nelis Hart, Francois Amijn, en Hendrik Pietersz: de vijff laastgenoemde op de Labber„ „lot schuijt bescheijden, welke alle Excepto Essevelt. door voor„ „melte Bouwman wierde beschuldigt daer deel, en de hand aan gehad te hebben, dog hadde den advocaet fiscael sigh ook van gemelte Essevelt gesecu„ „reert, om redenen der zelven tegens de botteliersmaat van Der Pol onder het doen van de visitatie hadden gezegt dat hij de planken welke geheel beneden in het water gaat op de vaaten lagen, niet zoude opneemen, en dat niet tegenstaande zulx dezelve op genomen wezende, daar onder nogh Een vleesch en Een speck„ vat met foelij was gevanden geworden, zijnde op stonds den bootsman Iacob Iansz: Bal, zijn maat Ian Westijn, de schie„ „mansmaat Theunis Roos, de bottelier Paulus Schuijt, de timmerman Hermanus Burger„ „meester, de Zeijlmaker Iacobus van den Broek, de quartiermeester Claas Harderwijk, en Eijndelijk Een Cabelgast Ian Philip Milders, alle fugitieff geraekt, zonder dat Een van hun alle tot nogh te voorschijn gekomen, dan wel Eeders ontdekt geworden niet zijn 3620 zijn, niet tegenstaande nogh Een premie met permissie der Edele hooge Regeeringe op hun vier Eerstgenoemde aanstonds door Een Edictale citatie was gestelt, dat ter bandase rheede behalven meer andere, dik wils aan hun bodem gekomen waaren twee boswagters knegten de Eene Pischier off Visschier, en de andere Paij Ian genaemt, waar van den Eene wat scheel van gesigt was, en die sigh althoos in de back bij voorschreven dek officieren hadde opge„ „houden, zijnde 't alder Eerst aan boord gekomen voornoemde Pischier off Visschier bij zigh hebbende twee der leij soort van goederen, waar van het Eene nooten olij, en het andere taaij in het kauwen, en seer nae spaanse zeep gelijkende was, als wanneer hij den gevangen Jan Andries Schaland, en de andere baks officieren ge„ „vraagd hadde off Sijluijden wel van die kaas, daar mede specerij en meenende, wilden koopen, dat voorschreven bootsman daer op geantwoord hadde, wij zullen daer nu niet meer van spreken, als 't is dat ik bens agter het land kom, zullen wij daer over wel nader handelen, en kort daer aan nae de wal gegaen hebbende zijnde, 11 3621 zijnde, met meergemelte boswag„ „ters knegten ook de prijs van de specerijen gemaekt heeft, nament„ „lijk het Duijsent nooten muscaaten tegens Een ropij, en een pond foelij tegens drie schellingen, gelijk ook voornoemde boswagters knegten daer over nader met de gevangen Schaland, de boots„ „en schiemansmaat voormelt, aan boord gesprooken, en tegens voorschreven prijs aan hem Schaland, en de gevangens Evert van der Pol, en Harmanus van straatsburg benevens de andere hunner baks officieren voormeld gelevert hebben Drie hondert lb: foelij en vier maal hondert tagtig duijsent stux Nooten muscaaten, bedragende alzoo de inkoop van de foelij aan geld nae gissinge Een hondert Derthien, en die van de nooten Drie honderd rijxdaelders, welke penningen, off schoon door den boots„ „man en zijn maat, bottelier, en den zeijlmaker van gemelte bodem uijtgeschooten zijn geworden, Een ijder nogtans daar aan hunne portie gerekend wierde te hebben, zijnde het aandeel van voormelde Schaland in den inleg genomen op Een Hondert rijxdaelders, dat van Evert van der Pol op dertig, en van Straatsburg op vijf en twintig. rijxdaalders, dat maal ook 3622 ook ter bandase rheede ten ver„ soeke van hem Schaland en voornoemde bootsman, onder in het kabelgat door de hier bovengeciteerde Matthijs an„ „dries Bouwman en voornoem „de Philip Eenige zeijldoekse zacken waren genaeijt geworden ten getalle nae gissinge van vijf„ „tigh stux, ten Eijnde daer mede van de wal te haalen voorschre „ven specerijen, zoo foelij als noote dat se ook bij nagt in deselvde zacken met inlandsche vaer„ tuijgen, op diverse tijden aan voorschreven bodem Cats gebragt zijn geworden, als won neer die vaertuijgen altoos aan stuurboord zijde voor aan de boeg aangekomen zijnde, voormelte Schaland en andere van de deks officieren, de ze zeijldoekse zacken met specerijen door de twee voorste boeg poorten hebben ingenomen gehad, nae dat Eerst en alvoorens de lampen waeren uijt geblust, en het geschut langs scheeps gehaalt, en vervolgens de zelve in de hel gebor„ „gen daar ie door voormelte Evert van der Pol met behulp van voornoemde kabelgast Philip, en de bootsmans Jonge Daniel van den Berg verwerkt, en in vaatwerk overgestort zijn geworden, uijtge„ „sondert nogtans soodanige veertig aan Duijsent 3623 Duijsent stux nooten als de voor„ „melte Straatsburg door voorschre ver bootsman gegeven zijn ge„ „worden, alwaer hij gevangen deselve wel thien â twaalf dagen bewaert hadden, en vervolgens in de kruijt kamer geborgen zijnde nae beneden gestreken geworden, bij occagie het Luijk op zijn ver„ „soek door de bottelier Rijst en catjang op haelende, was open„ „gelaten, daer nogtans den voor„ „vaerts geciteerde opperstuurman Cornelis Langendam de sluter van d. e kruijtkamer in zijn bewaringe heeft gehad, en den selven sulx toevertrouwt was, en daer voor ook sorge hadde moeten dragen, dat ook nogh ter bandase rheede twee groote vaaten, als Een spek en vleesch vat, zijnde het Eene gemerkt A=o 1733. beijde met foelij gevult door den absente zeijlma„ „ker Iacobus van den Broek voorschreven, met Een inlands vaertuijg bij dagh aan boord ge„ „bragt, en vervolgens met de ordinaire takel overgeheijst zijn, soo als hij Langendam aan „boord was, wanneer dezelve Een dagh, drie â vier, om dat 'er doen geen gelegentheijt was van se-te bergen, met spons, en spons doeken, Even als water „vaten op het dek gelegen hebben, en bij die gelegentheijt daer over dat in -
English
in the mess with the sailmaker aforesaid, after some reasonings had been held among the common crew, item by the aforesaid Schaland and van Straatsburg, were struck down below and stowed in the water hole, where they were also found and seized during the inspection that was conducted, at which time there was found in them together four hundred four lb of mace, without the advocate fiscal nevertheless having been able to prove sufficiently in law up to now who the owners of the said two barrels are, although from all circumstances in the trial, just as the advocate fiscal believes, it is very likely to be inferred that the same belonged to the chief mate Langendam aforesaid, with the bookkeeper of that vessel by the name of Carel Anderson, both because this latter absconded immediately after the discovery, and because these two last-mentioned had traded in partnership on the voyage to Banda, and here upon their return had lived together in one house, and moreover that the same two barrels were also hoisted over with the ordinary tackle, which nevertheless according to seamen's custom may never be hooked on without the knowledge of the chief mate being on board, and that the one barrel, as can be seen from the mark, was a meat barrel of that vessel, which the chief mate of the Company's vessels always has in his keeping as well, together with the fact that he, Schaland, from a conversation held with the sailmaker, not without reason held the chief mate to be very suspect of being the owner of the aforesaid two barrels, the more so because he, Schaland, in his confession did explicitly testify that he, item the boatswain, boatswain's mate, and the others in the mess had no part in it, it having subsequently been decided in secret by him, Schaland, van der Pol, and Harmanus van Straatsburg, together with the other messmates and the steward on the voyage hither, to sell their said spices here in the best manner, whereupon having arrived here, the boatswain, sailmaker, and boatswain's mate went ashore in order to sell the same, but that they had returned without having accomplished anything, that thereupon he, Schaland, having gone ashore here alone for that purpose, had dared to reveal it to no one, and thereupon had sailed with a Chinese prahu to a Portuguese ship then lying here in the roads ready to sail, with the slave of his mate, that he, Schaland, not being able to deal with the same because he did not command the Portuguese language, had then sent a note by the aforesaid slave to the boatswain of their vessel to send the steward immediately, as the same was skilled in languages, whereupon instead of the steward, the sailmaker had come to him, Schaland, who thereupon had also made the price with the Portuguese captain, at Eighty Rixdollars the picol of nutmegs, provided they were delivered to his ship, that he, Schaland, and the sailmaker aforesaid, having returned to their vessel, had given notice thereof to the boatswain, whereupon they the following night, together with the gunner Harmanus Van Straatsburg aforesaid, had proceeded to the said Portuguese vessel with the ship's boat of their vessel Cats, on the occasion that the same had to make the rounds here in the roads, and on which Jan Paff of Dordrecht served as quartermaster, taking along Twenty bags of nutmegs, or by estimate Thirteen picols, and subsequently a night or two thereafter, at which nevertheless he, van Straatsburg, had not been present, another Thirty bags, or by estimate Twenty-one picols, after first and beforehand the nuts had been poured back into the same bags out of the leagers into which they had been put in the Banda roads, and were thus shipped off through the very same bow ports, whereupon all the said spices each time having been weighed there on board, they, after a stay of one or two hours, being half drunk, sailed back to their vessel with the purchase money, without giving any notice of their coming, just as both here and in the Banda roads, upon the receipt and shipping off of the spices on board ship, orders had been given not to hail any vessels passing by night, the boatswain upon their return having made a present thereof to him, Paff, the first time of nine pieces of ducatoons, and the last time of Ten rixdollars in rupees, in order to drink therewith with his boat's crew, and the remaining money divided among one another in the manner aforesaid pro rata according to everyone's share in the venture, of which he, Schaland, and his mate had received eight hundred forty rixdollars, van der Pol out of the hands of him, Schaland, by order of the boatswain and steward, One hundred and ten, and van Straatsburg, ninety-five rixdollars, there still remaining of this money with him, Schaland, at the time he was brought into the lord's prison, a sum of Three Hundred Rixdollars, which were handed over by the jailer to the secretary of this council, that subsequently on a certain evening during the first watch, when the Cornelis Langendam frequently cited herein, with two other mates, was sitting playing backgammon on board, it had happened that the quartermaster Paff had come on board again from the shore with the ship's boat, bringing along the boatswain, boatswain's mate
Dutch transcription
3624 in de back met den zeijlmake voorschreven al Eenige rais on „nementen onder het gemeen, gtem voorm:d Schaland, en van Straet burg gevoerd zijn, na zulx bene„ „den gestreken, en in het water gat geborgen geworden, daar se ook bij de gedaene visitatie gevonden, en agterhaalt zijn, wanneer daer inne te samen bevonden is vier hondert vier lb: foelij, sonder dat nogtans den advocaet fiscael tot nog den regten genoeg heeft kunnen bewijzen, wie de Eijgenaers van gemelte twee vaten zijn, off schoon uijt alle omstandigheden ten processe zoo als den Advocaet fiscael vermeend, seer waer schijnelijk aff te nemen is, dat dezelve hebben toebehoord den opperstuurman Langendam voormeld, met den boekhouder van dien bodem in naeme Carel Anderson, zoo om dat dezen laaste sigh op stonds nae de ontdeckinge fugitieff gesteld heeft, als om dat deze twee laste op de reijse na banda in het stuk van negotie in compagnie gedaen, en alhier bij haar retour te samen in Een huijs gewoond hadden, en daer En boven dat dezelve twee vaaten ook met de ordinaire takel overgeheijst zijn, daar Egter dezelve nae advocaet Zeemans 3625 Zeemans gebruijk buijten voorwe„ „ten van den opperstuurman aan boord zijnde, noijt magh aange„ „slagen werden, en dat het Eene vat zoo als dat uijt het merk te zien is, Een vleeschvat van dien bodem geweest is, die den opperstuurman van 's Comp:s bodems ook altoos onder zijn bewaringe heeft, mitsgaders daer omtrent bij hem Schaland uijt Een gehouden discours met den zijlemaker, niet sonder redenen seer, verdagt gehouden, den Eijge„ naer van voorschreven twee vaten te zijn, temeer, daar hij Schaland bij zijn confessie wel uijtdruckelijk betuijgd dat hij, jtem de bootsman, schie„ „mansmaat, En de verdere in de back daer aan geen deel hebben gehad, zijnde vervol„ „gens door hem Schaland, van der Pol, en Harmanus van Straatsburg, benevens het verdere baksvolk, en de bottelier op de reijse nae her„ „waarts, instilte beslooten, omme gemelde hunne specerijen alhier op de beste manier te verkoopen, als wanneer hier aangeland zijnde, de bootsman 1 zijlmaker, en schiemansmaat nae de wal gegaen zijn, ten Eijnde dezelve om te zetten, dogh dat sij, sonder ijets te verrigten weder te rugh dat waren 3626 waren gekomen, dat daar op hij Schaland alleen alhier nae de wal sigh ten dien Eijnde bege„ ven hebbende, het aan nie„ „mand hadde derven op en baa„ „ren, en daer op met Een Chinees prauw nae Een portugees schip doenmaals hier ter rheede zeijl„ „vaardig Leggende, met de slaav van zijn maat gevaeren was, dat hij Schaland met deselve niet kunnende handelen, om dat de portugeese taal niet magtig was, als doen door voornoemde slaav Een brieffje nae de boots„ „man van hun bodem gesonden hadde, om de bottelier opstonds te senden, alzoo deselve toel= kundig was, wanneer in stede van de bottelier, de zeijlmaker bij hem Schaland was gekomen, die daer op ook met de portu„ geese Capitijn de prijs gemaekt hadde, tegens Tagtig Rijxdaalders het picol noten muscaaten, mits aan zijn boord dezelve leverende, dat hij Schaland, en de zeijlma„ „ker voorschreven, nae hun bodem terug gegaen zijnde, daer van de bootsman kennisse hadden gegeven, als wanneer sij lieden sig 's nagts daer aen benevens der Constabel Harmanus Van Straatsburg voormeld, begeven hadden nae gemelde portugeese „met bodem de scheeps schuijt van kundig hun 3627 hunnen bodem Cats, bij occasie dat de zelve alhier ter rheede de ronde moeste doen, en waer op als quartiermeester dienst dede Jan Paff van Dordregt, mede nemende Twintig zacken met nooten muscaaten, off nae gissinge Derthien picols, en ver„ „volgens Een nagt â twee daer aan, waar bij nogtans hij van Straatsburg niet tegenwoordig geweest was, nog Dertig zacken, off nae gissinge Een en Twin„ „tig picols, nae dat Eerst, en al„ „voorens de nooten uijt de Leg„ „gers daar se ter bandase rhede ingedaen waaren, weder in de selvde zacken waaren overgestort, en alzoo door de Eijgenste boeg poor„ „ten afgescheept geworden zijn, wan„ neer alle dezelve specerijen telkens al daer aan boord gewogen zijnde, sij luijden nae een â twee uuren vertoevens halv beschoncken zijnde, met de koop penningen weder nae hun bodem te rugh gevaaren Zijn, zonder van haere komste Eenige kennisse te geven, gelijk ook zoo hier als ter bandase Rhede bij den ontfangst, en afschepinge der specerijen binnen scheepsboord belast geworden was, omme geen vaartuijgen bij nagt passeerende, toe te roepen, hebbende den bootsman bij hunne te rugh„ komst daer van aan hem Paff en een 3 3628 3 Een present gedaan, de Eerste keer van negen stux ducatons, en de Laastemaal van Thien rijxdaalders aan ropijen, omme daar voor met zijn schuijts volk te drincken, mitsgaders het overige geld in voegen voorschre„ ven na rato van Een ijders portie in den omleg onder el„ „kanderen verdeelt, waer van hij Schaland en zijn maat agt hondert veertig rijxdaal „ders, van der Pol uijt handen van hem Schaland ter ordre van de bootsman, en bottelier, Een hondert en thien, en van Straatsburg, vijff en Negentig rijxdaalders ontfangen hadden, zijnde Van deze penningen onder hem Schaland, ten tijde in 's heeren boeijens gebragt is geworden, nogh berustende geweest Een somma van Drie Hondert rijxd:s die door den cipier aan den secretaris dezes raads overge„ „geven zijn geworden, dat vervol, gens op zeeckere avond in de Eerste wagt als de in dezen meergeciteerde Cornelis Langen„ dam met nogh twee andere stuur„ luijden in het werkeer bort aen boord saten te speelen, gebeurt was, dat de quarttiermeester Paff weder met de scheeps schuijt van de wal aan boord gekomen was, mede brengende de bootsman van schieman
English
boatswain's mate Schaland, and sailmaker aforesaid, whereupon only the boatswain, and said Jan Paff having gone above, had made their arrival on board known to the aforesaid chief mate Langendam, the latter asking whether they should just let the oars be shipped, which was answered with silence, while the boatswain spoke with said chief mate in quietness, that said boatswain immediately thereupon coming to the port side of the half deck, the aforesaid Jan Paff standing on the starboard side, called out in a clear and plain voice to the boat's crew who had not yet crossed over, that they should go and lie with the boat forward under the channels, which having also been carried out, thereupon the second shipment of the spices was made, it also having been requested by the advocate fiscal to their High Noble Excellencies that his Honour, with Commissioners from this council, might proceed to the aforesaid Portuguese ship, in order not only to reclaim the nutmegs sold there, but the persons who were found absent, and especially had engaged in that trade, and upon discovery, then to be allowed to seize the ship and goods, but upon which their High Noble Excellencies were pleased to grant on the same day, that his Honour with Commissioners from this council could indeed proceed on board the said Portuguese ship, in order upon discovery of spices to reclaim them, also if the persons might be found there, to apprehend them, but further or otherwise not, his Honour having thereupon sailed on board with Commissioners and secretary, having at that time taken with him in another boat the aforesaid boatswain's mate Jan Andries Schaland, and the slave of the boatswain's mate aforesaid, in order to point out where the ship was lying, but after they had sailed around between the ships in the roads, and it was declared by said Schaland, and the aforesaid slave, that the named ship was no longer lying there, they were then forced to return with unfinished business, all of which then Noble Right Honourable sirs being a account of what occurred here, and at the Banda roads regarding this illicit trade committed in the Company's precious spices, we shall subsequently regarding this further note, how on the 9th of this month a written criminal demand was served by the advocate fiscal, and along with it presented a register with several documents, as well as concluding at the end of that demand; first to confiscation of the Ambon planks, or the net proceeds thereof, and such three hundred rix-dollars as the prisoner Jan Andries Schaland, at the time he was brought into the lord's irons, still had on his person from the purchase money of the nutmegs, and which are held by the secretary of this council, mentioned more broadly in the trial, further that the prisoner Cornelis Langendam by definitive sentence of this council should be dismissed from office quality and wages, declared unfit ever to serve the Honourable Company in any quality of honour hereafter, further condemned to be sent to the fatherland as a harmful and useless subject, and during the voyage to perform sailor's service for food, with condemnation in the costs and expenses of justice, that the prisoners Jan Andries Schaland, Evert van der Pol, Harmanus van Straatsburg and Jan Paff should be condemned to be brought to the place where one is accustomed to execute criminal sentences, and there having been delivered over to the executioner, they all be very severely scourged, Jan Andries Schaland, Evert van der Pol, and Harmanus van Straatsburg in addition branded, and all be clapped into chains, to work therein, the prisoner Jan Paff for the time of five, and three other just mentioned for the time of twenty-five years on the island Rosingain in Banda, or otherwise at the place where the Noble High Government of these lands shall think fit, on the public works without wages, and to remain banished, with confiscation of all the goods of the second, third, and fourth prisoners, and wages due, and with respect to the last prisoner, with condemnation in the costs and expenses of justice, whereupon then this case being taken in hand, and very maturely considered, it was first of all approved to provisionally release the frequently cited chief mate Cornelis Langendam from his detention, under solemn pledge and promise nevertheless to appear again at all times when summoned, under penalty of confession.
Dutch transcription
3629 schieman Schaland, en zeijlmaker meergemeld, waer op alleen de bootsman, en gemelte Jan Paff boven gegaen zijnde, haere komste aan boord voormelte opperstuurman Langendam hadden bekent gemaekt, vraegende de laaste off de riemen maer soude laaten in leggen, wanneer sulks met stilswijgen beand„ „woord wierde, terwijl de bootsman met gemelde opperstuurman in stillighjeijd sprak, dat gemelte bootsman in mediaet daer op aan bak boord zyde van het halverdeck komende, de voorschreven Ian Paff aan stuurboord zijde staende, met een heldere en klaere stem aan het schuijtsvolk dat nogh niet overgekomen was, toegeroepen heeft gehad, dat zij met de schuijt voor onder de rust souden gaan leggen, gelijk sulx ook werkstellig gemaekt zijnde, daer op de tweede afschepinge der specerijen is gedaen, zijnde ook door den advocaet fiscael, aan haar hoog Edelens verzogt geworden dat zijn E: met Commissarissen uijt dezen raade sigh mogte begeven nae het voor„ gemelde portugeese schip, ten Eijnde niet alleen te reclameeren de aldaer verkogte Noten muscae„ ten, maer de perzoonen die absent wierde bevonden, en speciael indien handel getrampeert hadden, en bij aan ontdecking 3630 ontdecking, als dan het schip, en goederen in beslag te mogen neemen„ dogh op het welk haar hoog Edelens ten selven daage hebben gelieven toe te staan, dat zijn E: met Commissaris „sen uijt dezen raade wel sigh konde vervolgen nae boord van het gem: portugeese schip, om bij ontdecking van specerijen die te reclameeren, ook zoo de perzoonen daer mogte bevonden worden, te apprehendeeren, dogh verders off anders niet, zijnde daer op zijn E: met Commis„ sarissen en secretaris nae boord ge„ „vaeren, hebbende te dier tijd in Een andere schuijt met sigh genome den voormelte schieman Ian an„ „dries Schaland, en den slaav van den schiemansmaat voormelt, ten Eijnde om aanwijsinge te doen, waar het schip was leggende, dogh nae dat men op de rheede tusschen de scheepen rond gevaaren, en dat doorgemelte Schaland, en den voormelte slaav verklaard was, het genoemde schip niet meer daar leggende was als doen onver„ „rigter zaeken genootsaekt zijn geweest weder te rugh te keeren, al het welke dan Edele hoog agtbare heeren Een verhaal van het gepasseerde hier, en ter bandase rheede nopens deze gepleegde mors handel in 's Comp:s dierbaere specerijen zijnde, zullen wij vervolgens dezen aangaande nogh den noteeren 3631 Noteeren, hoe dat op den 9:e dezer maend door den advocaat fiscaal is gedient van schriftelijken Crimineelen Eijsch, en daer ne„ vens overgelegt een register met verscheijde stucken, mitsgaders in het Eijnde van dien Eijsch gecon„ „cludeert; Eerst tot Confiscatie van de ambonse pbanken, off het suijvere procedido van dien, en sodanige Drie hondert rijxdaalders als den gevangen Jan andries Schaland ten tijde in 's heeren boeijen gebragt is geworden, nogh bij sigh hadde van de kooppenningen der noote muscaeten, en onder den secretaris dezes raads berustende e zijn, breder ten processe gemeld, voorts dat den gewvangen Cornelis Langendam bij diffinitive senten„ tie van dezen raade zoude werden gedeporteert van ampt qualiteijt en gage, in habil verklaart om de E: Comp:e ooijt in Eenige qualiteijt van Eere na dezen te dienen, wijders gecon„ demneert om als Een schaedelijk, sen onnut subject nae het vader„ „land te werden versonden, en ge„ duurende de reijse voor de kost matroose dienst te doen, met Con„ „demnatie inde Costen, en misen van Justitie, dat de gevangens Ian Andries Schaland, Evert van der Pol, Harmanus van Straats„ wm„burg en Jan Paff zoude werden gecondemneert omme gebragt te voorts werden ne 3632 werden ter plaatse daer men ge„ woon is crimineele Sententien te Executeeren, en aldaer aan den 1„ scherpregter overgelevert zijnde —: 3 eb zij alle wel strengelijk gegeefselt, Jan Andries Schaland, Evert van dder Pol, en Harmanus van ne Straatsburg daer en boven gebrand„ „merkt, en alle inde ketting geklonc„ ken tewerden, omme daerinne de gevangens Ian Paff voor den tijd van vijff, en drie andere Evens„ „tgenoemde voor den tijd van vijf entwintig Jaaren op 't Eijland ro„ „singain in banda, off anders ter — plaatse daar het de Edele hooge Regeeringe dezer landen zal goedvinden aen de gemeene wercken zonder gagie te arbeijden, en geban„ nen te blijven, met Confiscatie en van des tweede, derde, en vier de gevangens alle hunne goederen, en te goed hebbende gagie, en in opsigte van de laaste gevangen, met condemnatie in de Costen en misen van Justitie, waer op dan deze zaeke bij der hand genomen, en wel rijpelijk overwogen zijnde, wierd voor aff goed gevonden den meer„ „maals geciteerden opperstuurman Cornelis Langendam uijt zijne detentie bij provisie te ontslaan, onder handtasting, en belofte nog„ „tans van ten allen tijden, des vermaend werdende, weder te zullen compareeren sub paena zonder confessi. g 86 Tt od os
English
having confessed and been convicted, as well as with respect to the further prisoners on the aforementioned day according to the minutes kept thereof, it was judged not yet possible to dispose of the matter, but that one must wait with it until the accomplices from Banda shall have been summoned and arrived over here; nonetheless, Jacobus van Essevelt and Ian Didloff, frequently cited in these proceedings, who in the meantime had provisionally been released from detention, were completely discharged from this case free of costs and damages; and with respect to the skipper Cornelis Bliek and the mate Gerrit van Wesel, it was understood to concur with the declaration of the advocate fiscal, as no action resides against the same; subsequently, a certain report was handed over to us by the advocate fiscal on the 16th of this month, wherein his Honour considered that one ought to address oneself regarding this matter with all due respect to the Noble High Government of these lands, to the end that it might please their High Nobles to instruct the government on Banda with the first departing ship thither, to take into secure custody the aforementioned two forest guard's assistants, the one named Pischier or Vischier, and the other Paij Ian, to cause their goods to be inventoried and described pursuant to the ordinance made on the subject of criminal justice, and to have the same examined on the points mentioned in the aforementioned report by their fiscal, in order to discover whether more people have participated in this deed, and after that to send them over hither in irons together with the inquiries and those who might further be found guilty thereof; furthermore, if upon the inquest to be conducted nothing further should arise to the incrimination of four planters there, named Samuel Gilberts, colloquially called Father Sam, one Tempesel, item Father Boudewijnsz, and the brother of the boatswain Jacob Jansz Bal, frequently cited in this matter and still absent, to reprove the same very sharply over their conduct held with the crew members of the vessel Cats, with a serious recommendation to guard against this in the future, upon pain of arbitrary correction; whereupon, after resumption of the same report in this Council, having immediately conformed thereto, it was understood to cause a copy to be presented to the Noble High Government of these lands by our presiding member Mr. Gerardus Gerlag in the name of this Council. We also believe it necessary to bring to the knowledge of Your Noble Right Honourable that on the 8th of June a written criminal demand ad mortem was served by the advocate fiscal Mr. Adrianus Bergsma against Adriaan de Graaff, former skipper on the ship Haaften, over the treacherous abandoning of the vessel Blijdorp, submitting therewith a register with several documents, as well as concluding at the end of the same demand that the prisoner should be condemned to be brought to the place where one is accustomed to execute criminal sentences, and there, being delivered to the executioner, to be punished with the rope at the gallows until death follows, with confiscation of all his goods, earned and still outstanding monthly wages, to be distributed as is customary, as well as in the costs and expenses of justice; whereupon, the prisoner having been heard on the above-mentioned demand, he was admitted to an ordinary trial at his request, and he was granted permission to be served pro deo by an attorney, so that upon the attorney Van Vliet being ordered to serve the prisoner pro deo, he then requested a copy of everything and the time of one month after obtaining it, in order then to act as should be advised; then on the 16th of this month an answer in scriptis was served by the prisoner for one month, and the advocate fiscal having persisted against it for reply, and by the prisoner for rejoinder, parties were thereupon granted at their request a fourteen-day term for production, so that on a further occasion regarding this we are respectfully to give Your Noble Right Honourable the required further communication. We can by no means omit to bring respectfully to the knowledge of Your Noble Right Honourable in this continuation how the advocate fiscal Mr. Adrianus Bergsma, on the 2nd of March of this year, caused to be summoned on the roll of our Council the former Governor of Ceylon, Stephanus Versluijs, with his Political Council members, item the former Ceylon fiscal Joan de Mauregnault, and on that day
Dutch transcription
3633 Confessi et convictt, mitsgaders ten opsigte van de verdere gevan„ „gens ten voornoemde daege volgens notul daer van gehouden, geoor„ „deelt voor als nogh niet te kunnen disponeeren, maar daer mede te moeten vertoeven, tot tijd en wijle de mede pligtigde van banda opontboden, en herwaerts overge„ komen zullen zijn, dogh niet te almin de in de zee meergeciteerde Jacobus van Essevelt, en Ian Didloff die in tusschen bij provisie uijt de gijseling waeren ontslaegen, met Een kost, en schadeloos van de ze zoeke absoluit ontheft, — es mitsgaders ten opsigte van den schipper CCornelis Bliek, en den stuurman Gerrit van Wesel ver„ „staan sigh te conformeeren met het declaratoir van den advacaet fiscael, als geen actie tegens deselve resideerende, zijnde vervolgens door den advocaet fiscaal aan ons op den 16:en dezer overgegeven zeeker berigt, waar bij zijn E: vermeende dat men sigh dezen aangaende met alle schuldige Eerbied behoorde te advresseeren aan De Edele hooge Regeeringe dezer landen ten Eijnde 't Haar hoog Edelens behaegen mogte, de regeeringe op banda met het Eerst vertreckende schip der„ „waerts aan te schrijven, omme in goede verseeckeringe te nemen„ voornoemde twee boswagtersknegten Stuurman den 3634 den Eene Pischier off vischier, en de andere: paij Ian genaemt, haere goederen ingevolge de ordonnantie op 't stuck van d' Crimineele Justitie gemaekt, te doen inventariseeren, en beschrijven, en dezelve op de poincten bij het voormelde berigt vermelte hunne fiscaal te laten Examineeren omme te ontwaaren, off 'er ook meer aan dit foit getrampeert hebben, en nae zulx met de informatien, en die verders daar aan schuldig mogten werden bevonden, herwaerts in de boeijens over te senden, voorts zoo 'er bij de te doene Enqueste sig niets verders mogte op doen ter beswaernisse van vier parkeniers aldaer, met naeme Samuel Gilberts door swandelinge vader Sam genoemt, Eenen Tempesel, jtem vader Boudewijnsz:, en de broeder van den in dezen meer geciteerde, en nogh absente bootsman Iacob Iansz: Bal, omme deselve wel scherp te reprocheeren, over hunne gehoudene conduites met de schee„ „pelingen van den bodem Cats, met Een Ernstige recommandatie van zig int den aanstaande daer voor te wagten, op pane van arbi„ „trale correctie, wanneer daer op dezen raede nae resumptie van het tzelven berigt, aan stonds sig daermede hebbende geconfor„ „meerd, en verstaan afschrift aan d' Edelej: hooge Regeeringe door dezer d 3635 dezer landen door ons voor sittend Lid m:r Gerardus Gerlag uijt naeme van dezen raede te doen presenteeren;— Cok meenen wij noot saekelijk ter kennisse van uw Edele hoog Agtb: temoeten werden gebragt, dat door den advocaat fiscaal m„r Adrianus Bergsma op den 8:en Junij gedient is geworden van schriftelijken Crimineelen Eijsch Ad Mortem tegens. Adriaan De Graaff gewezen schipper op het schip- Haaften, over het trouw„ „boos verlasten van den bodem Blijdorp„ den daer nevens overgelegt Een register met verscheijde stucken, mitsgaders in het Eijnde van den selven Eijsch geconcludeert dat hij gevangen zoude werden gecon„ „demneert omme gebragt te werden ter plaatse daer men gewoon is crimi„ neele sententien te Executeeren, en aldaar, den scherpregter over„ „gelevert zijnde, met de koorde aen de galge gestraft teworden dat er de dood navolgt, met confiscatie van alle zijne goede„ rren, verdiende, en nogh te goed hebbende maand gelden, om â un zo verdeelt te worden, mitsgaders in de costen Eade wesen van Justi„ „tie, als wanneer den gevangen op den bovengemelde Eijsch gehoord zijnde, op desselvs verzoek in Een ordinaris proces is geadmitteerd, zelven en l 3636 naan den zelven geaccordeert om pro-deo oper procuratorem bedient temogen worden, zulx daer op eden procureur van Vliet geordonneert zijnde den gevangen pro= deo te bedienen, heeft als doe Copia van alleb, en den tijd van Een maend mae het bekomen van dien, om als dan te doen zoo te raede werden zoude, verzogt ge„ „hade dan is op den 16:e dezer 1 maend door den gevangen gedient van antwoord in scriptis, mitsgaders door den advacaet fiscael daer tegens zijnde gepersisteert voor replicq, en door den gevangen voor duplicq, is met Een als doen aen partijen op hun verzoek verleend dagh ten veertienen tot productie, zulx wij per nadere gelegentheijt hier omtrent uw Edele Hoog Agtb: de verEijschte communica„ „tie verder met Eerbied staan te geven. wij kunnen geensints aff uw Edele Hoog Agtb: met verschuldigt res„ „pect bij vervolg ter kennisse in dezen te brengen, hoe dat den advocaet fiscael m„r Adrianus Bergsma op den 2:en maert dezes jaers ter rolle van onsen raade heeft doen dagvaer, „den den gewesen Ceijlons gouverneur Stephanus Versluijs met desselvs politicque raads leden, jtem den gewesen Ceijlons fiscaal Joan De Mauregnault, en ten dien dagh daege alse horen tpord vooors e
English
3637 day served against all of them with a criminal claim in writing, and in the conclusion thereof demanded that this Council, first and foremost disposing upon the declaration and the request of the last defendant Joan de Mauregnault made by his submitted petition to this Council, should by definitive sentence declare confiscated the proceeds of such six chests containing various types of linen and chintz, which the last defendant had sent hither from Ceylon on August 6, 1732, per the yacht Colombo, and which were intercepted in the Sunda Strait by the predecessor of the officer prosecuting ratione officii, the Noble Master Isaac van Schinne, now Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, in the presence of Commissioners from this Council, subsequently brought hither in sequestration, and after that, at the request of his Honour and the subsequent disposition of this Council dated October 29, 1732, were sold at public auction on November 20 and 21 following ad opus jus habentium, to be distributed a uso deductis deducendis, and that his opposition made and still to be made thereagainst should be dismissed without costs or damages; subsequently to condemn the same Joan 3638 de Mauregnault to bring forth and pay to the Honourable Company a sum of one thousand two hundred ninety-seven rixdollars and thirty-six stuivers, with which he is alleged to have debited the deceased junior merchant and first resident of Kilkare, Reijnier Helmond, to the prejudice of the Honourable Company and to his own benefit, according to an account dated March 10, 1733, signed by him and handed over to the Ceylon government, and that with interest thereon calculated from the day of death of the aforementioned Helmond; furthermore, that the first and last defendants, Stephanus Versluijs and the aforementioned Joan de Mauregnault, shall compensate the Honourable Company for the damages and interest which the Honourable Company should be found to have had and suffered from the ruinous grain trade, the levying of a new duty, as well as the introduced contributions, exactions, and concussions, the diminution of the Lords' rights, committed both by the first defendant himself and by the last defendant with the connivance of the first defendant, as further described in the claim, still to have and to suffer, until the effective compensation thereof; and finally that all the defendants 3639 more fully named hereinbefore should be punished, corrected, and fined, to wit, half for the Honourable Company and the other half for the officer prosecuting ratione officii, as this Council shall find to be proper according to law and true justice, together with the costs of the lawsuit; further, it being submitted to the consideration of this Council by the officer prosecuting ratione officii on the appointed day that, since the proceedings which his Honour might institute against the frequently mentioned Versluijs cum suis were of such a nature that the defendants would have to be admitted to an ordinary trial, and on the one hand were so voluminous, and on the other hand the officer prosecuting ratione officii was also very occupied with many other onerous matters, he therefore requested that the terms in this case might be set from three months to three months; against which, upon their made requests, after having been released from personal appearance and they having been admitted to an ordinary trial—the first six defendants to be allowed to be represented by a procurator, and the last defendant to keep term in person—all the defendants were granted inspection and a copy of both the claim 3640 and the documents submitted therewith, insofar as the same did not already rest in copy within their possession, together with the time of three months after obtaining these copies to proceed as they should be advised; furthermore, the first defendant Stephanus Versluijs, likewise Roeland Cauw and Joan de Mauregnault, were permitted to defend their cases separately; and further it was ordered that the terms herein should be kept from three months to three months, or as much sooner as the Advocate Fiscal or the defendants should be able to get their written pleadings ready; whereupon subsequently, on April 27 of this year, a certain petition was presented to this Council by the aforementioned former Governor of Ceylon, Stephanus Versluijs, requesting thereby that he might be granted authentic copies of the minutes and dispositions upon his successive requests, as well as upon those of Master Jacob Lakeman, formerly officiating herein in his capacity as officer, and further such documents as might have been produced in court in relation to him, the petitioner, prior to the issuance of the claim.
Dutch transcription
3637 daege tegens hun alle gedient van Crimineelen Eijsch inscriptis, mitsgaders in het Eijnde van dien geconcludeert, dat dezen raade Eerst en alvoorens disponeerende op de verklaringe, en het versoek van den laeste gedaagde Ioan de Mauregnault, bij desselvs ingedient request aan dezen raade gedaen, bij diffinitive sententie zoude ver„ „klaren Geconfisqueert te zijn, het procedido van zodanige ses kisten met diverse soorten van Lij„ „waaten, en chitsen, als de laaste gedaagde op den 6:en augustus 1732. per het Jagt Colombo van Ceijlon alhier hadde overgezonden, en door des rat: off: Eijsschers proo de cesseur de Edelen heer m„r Isaac van Schinnethans raad Extra ordinaris van nederlands Jndia, ten overstaan van Commissarissen uijt dezen raade in de straat Sunda onderschept zijn, vervolgens alhier in sequestratie gebragt, en nae zulx ten versoeke van zijn wel Edele, en het daar op gevolgde dispositieff van dezen raade de dato 29:e october 1732. , den 20. en 21:en November daer aan bij public„ „que vendutie ad:opus Ius haben„ „tium verkogt zijn geworden, om deductis de ducendis â uso verdeelt te werden, zijn oppositie daer te„ „gens gedaen, en nogh te doen cost en schadeloos afgedaen zoude wer„ den, vervolgens den zelven Joan de de litbogts ge 3638 De Mauregnault te condemneeren om aen de EComp: op te brengen, en te betaelen Een zomma van Een Duijsend twee Hondert Seven en 't Negentigh Rijxdaalders en ses en Dertig stuijvers, waer mede ten nadeele van d' E Comp:e, en ten zijnen voordeele den onder„ „coopman en Eerste resident op Kilkare overledene Reijnier Helmond zoude belast hebben, volgens reecquening onder dagte„ „kening van den 10:en maert 1733. bij denselven vertekend, en overgegeven aan de Ceijlonse regeering, en dat met de intressen van dien te rekenen van de sterfdagh van voorschreven Helmond, voorts de Eerste en laeste gedaegdens Stephanus Versluijs, en voornoem„ „de Ioan De Mauregnault aan de E: Comp: te „ e vergoeden de schaeden en intressen die de E Comp:e bevon„ „den zoude werden gehad, en geleden te hebben, bij de verderffelijke graan handel, het heffen van een nieuwen toe, mitsgaders de inge„ „voerde contributien, Exactien, en concussien, het verkorten van d heeren geregtigheijd, zoo door d' Eerste gedaegde zelvs, als de laaste met oogluijkinge van de Eerste gedaegde gepleegt, en breeder bij den Eijsch gedescribeert, nogh te hebben, en te lijden, tot de Effective vergoeding toe; en Eijndelijk dat alle de ged=ns voorts hier 3639 hier, voorene breder benoemt, zoodanig zouden gestraft, gecorrigeert, en gemulcteerd werden, teweten de helfte voor d' E: Comp:e, en de weder„ „helfte voor den rat: off: Eijsscher als de zen raade nae regten, ende opregte Justitie verstaan zoude te behooren, mitsgaders in de costen van den processe, wijders door den rat: off: eijss:r ten dage dienende, dezen raade zijnde in consideratie gegeven, dat vermits de proceduuren die zijn E: tegens den dikgemelde versluijs C: S: mogt en thameeren, van die natuur waren, dat de gedaegdens in Een ordinair proces zoude moe„ „ten werden geadmitteerd, en aan de Eene kant zoo volumineus waeren, mitsgaders aan d' andere kant den rat: off: Eijsscher ook seer geoccupeert was, met veel andere Exineuse zaeken, daerom heeft verzogt gehad, dat de termijnen in deze zaeke mogten werden ge„ „stelt van drie maenden tot drie maenden, waartegens door de ge„ „samentlijke gedaegdens op hunne gedaene versoeken nae dat van de personeele Comparitie ontslagen en zij lieden geadmitteerd waeren in Een ordinaris proces de ses Eerste gedaegdens om zigh per pro„ „curatorem te mogen laeten bedienen, en den laaste gedaegde om in per„ „soon termijn te houden verleend visie, en Copia soo van den Eijsch waeren als 3640 als de stucken daer nevens over„ gelegt voor zoo veel dezelve in Copia niet onder haar magt waare berus„ „tende, mitsgaders nae het bekomen derselve Copias, den tijd van drie maenden om te doen, zoo als te raade werden zoude vergund, wijders „ stephanus den Eersten gedaagde „ tersluijs, jtem Roeland Cauw, en Joan De Mauregnault gepermitteerd om hunne zaeken separatelijk temogen defendeeren, en voorts verstaan dat de termijnen in desen zouden werden gehouden van drie maenden, tot drie maenden, dan wel zoo veel Eerder, als door den advocaet fiscael, off door de gedaegdens hunne schriftuuren in gereetheijt zouden konnen wor„ „den gebragt, wanneer vervolgens door den gemelde gewesen Ceijlons gouverneur Stephanus Versluijs op den 27:en april dezes jaers, aan dezen raade zijnde gepresenteerd zeecker request, en daer bij verzogt dat aan hem in Copia authenticq mogten werden toegestaan, de notu„ „len, en dispositiven op zijne suc„ „cessive versoeken als ook op die van m„r Jacob Lakeman in qualiteijt als officier bevoorens in dezen geofficieert hebbende, en wijders soodanige documenten als voor het uijtbrengen van den Eijsch, met relatie tot hem sup„ „pliant in Judicio mogten wezen in geproduceerd
English
produced, or otherwise passed in our Council, and moreover that the advocate fiscal Mr Adrianus Bergsma might be enjoined to add, by way of supplement to the register submitted alongside his claim, and to produce in court, such Ceylon documents as were specified on the annexed list. Whereupon, the advocate fiscal having been heard, and having been declared by his Honour that he did not make himself a party in this matter, and was willing to surrender here in court all papers concerning this case, insofar as they were in his Honour's custody, provided that his Honour would not be required to supplement his register of documents with the same, maintaining that he was not bound to do so, it was resolved on the 27th of May following by this Council to grant the request of the aforementioned former Governor of Ceylon, Stephanus Versluijs, as it lay, and consequently that to him, the petitioner, at his reasonable expense, copies should be issued of all such minutes and decisions on his, the petitioner's, successive requests, as well as on those of Dr Jacob Lakeman, likewise of such documents as prior to the delivery of the claim with relation to the petitioner might have been produced here in court, or otherwise passed before this Council, further enjoining the said advocate fiscal to exhibit here in court all such Ceylon documents as were noted on the memorandum annexed to the petition, insofar as they might be in his Honour's custody, and therewith properly to supplement his submitted register of documents. In like manner, a similar petition was presented to our Council by the merchant and former fiscal of Colombo, Joan De mauregnault, containing at the end thereof the request that to him, the petitioner, in proper form, might be delivered: firstly, the minutes and decisions, both on his successive oral and written requests made prior to the date of the claim, insofar as these were not yet in copy in his possession, as well as the declaratory statements, counter-requests, and further writings of Mr Jacob Lakeman, with the decisions and minutes passed thereon, and further such extracts from our criminal court rolls as might concern the petitioner and could serve for the instruction of the proceedings; secondly, the written statement submitted on behalf of our assembly in the Council of India on the 24th of August of the past year, containing the reasons both for the petitioner's detention and his subsequent release; and thirdly, that the advocate fiscal Mr Adrianus Bergsma might be enjoined to submit in court such Ceylon inquests and further documents committed to paper there as were specified on the accompanying memorandum, and with which his Honour would be pleased to supplement his register alongside the claim. Whereupon, the advocate fiscal also having been heard, and having been declared by his Honour that he did not make himself a party in this matter, and was willing to surrender here in court all papers concerning this case insofar as they might be in his Honour's custody, provided that his Honour would not be required to supplement his register of documents with the same, maintaining that he was not bound to do so, it was likewise resolved on the 27th of May mentioned above by this Council to grant the first and last parts of the petitioner's request, and consequently that to him, the petitioner, at his reasonable expense, copies should be issued of all such minutes and decisions, both on the petitioner's successive oral and written requests made prior to the date of the claim, insofar as these were not in copy in his possession, as well as of the declaratory statements, counter-requests, and further writings of Mr Jacob Lakeman, with the decisions and minutes passed thereon, and further such extracts from the criminal roll of this Council as concerned the petitioner and could serve for the instruction of the proceedings, with an order to the advocate fiscal to exhibit here in court all such Ceylon inquests and further documents committed to paper there as were noted on the memorandum annexed to the petition, insofar as they might be in his Honour's custody, and therewith properly to supplement his submitted register of documents, and after that should be accomplished, that the petitioner should then be permitted to obtain an authentic copy thereof in the manner aforesaid, but the petitioner's further request made in this matter was denied as it lay. And subsequently, on the 10th of August of this year, a certain other dispute arose between the advocate fiscal on the one hand, and the said Stephanus Versluijs and Joan de Mauregnault along with some of the members on the other hand, because the advocate fiscal had caused them to be summoned to serve their answer, it being to
Dutch transcription
3641 geproduceerd, off anders in onse raade gevallen, mitsgaders dat den advocaet fiscael m:r Adrianus Bergsma mogte werden geinijungeert om bij wege van ampliatie op het register nevens zyn Eijsch overgelegt te stellen, en in Judicio te produceeren) sodanige Ceijlonse documenten, als bij de geannexeerde Lijste stonden uijt„ „gedrukt. — waar op den advocaet fiscaal gehoord, ende door zijn E: verklaard zijnde sigh geen parthij in dezen te stellen, en gaerne alle papieren die deze zaek concerneerden, en voor zoo verre onder zijn E: berustende wae„ „ren, alhier in Judicio tewillen ovvergeven, mits dat zijn E: desselvs Register der stucken met dezelve niet zoude behoeven te ampliceren als sustineerende daer toe onge„ „houder te wezen, zoo wierd op den 27„' Maij daar aan bij dezen raade ver„ staan het versoek van voormelde gewesen Ceijlons gouverneur stepha„ „nus versluijs te accordeeren, zoo als het lagh, en dien volgende dat aan hem suppliant ten zijnen redelijke kosten zouden werden afgegeven Copijen van alle zooda„ „nige notulen, en dispositiven op zijn suppliants successive versoeken, als ook op die van d=r Jacob Lakeman Jtem van zodanige docu„ „menten als voor het uijtbrengen van den Eijsch met relatie tot den suppliant register alhier 3642 alhier in Judicio mogte wezen gepro„ „duceert, off anders bij dezen raade geval„ „len, injungeerende wijders gemelte advocaet fiscael alhier in Judicio te Exhibeeren alle soodanige Ceijlonse documenten als op de aan den re„ „queste geannexeerde notitie bekend stonden, en voor zoo verre onder zijn E: mogten berustende zijn, mitsgaders daermede zijn ingedient register— der stucken behoorlijck te amplieeren Jngelijker voegen wierd door den Coopman, en gewesen fiscael van Colombo Joan De mauregnault = aan onsen raade gepresenteerd Een ge„ „lijke versoekschrift, behelsende in het Eijnde van dien, dat aan hem suppli„ „ant in behoorlijke forma mogten werden afgegeven, Eerstelijk de notu„ „len, en dispositiven, zoo op zijn succes„ sive mondelinge, en schriftelijke versoeken pro dato van den Eijsch gedaen, voor zoo verre die nogh niet in Copia onder hem quamen te berustend als de declaratoiren, contra versoeken, en verdere geschriften van m„r Jacob Lakeman, met de dispesitiven en notulien daar op gevallen, en verder sodanige Extracten, uijt onse crimi„ „neele geregts relle, als den suppliant concerneerende mogten zijn, en tot instructie der proceduuren konnen dienen, ten tweede het schriftelijk vertoog wegens onse vergadering in raade van india overgeleverd den 24:en augustus anno passato werden behelsende 3643 behelsende de redenen zoo wel van, des suplliants detentie, als zijne daer op gevolgde ontslaking, en ten derden dat den advocaet fiscael Mr Adrianus Bergsma mogt werden geinjungeerd om in Judicio over te leggen sodanige Ceijlonse En„ „questen, en verdere stucken aldaer ten papiere gebragt, als op de nevens gaande notitie gespecificeert stonden, en waermede zijn E: desselvs register bij Eijsch souden gelieven te amplieeren, waer op den advocaet fiscael almede gehoort, Ende door zijn E: verklaert zijnde sigh geen parthij in dezen te stellen, en alle papieren die deze zaek concerneer„ „den voor zoo verre onder zijn E berustende mogte zijn, alhier in Judicio gaarne te willen overgeven mits dat zijn E: desselvs register der stucken met dezelve niet zoude behoeven te ampliceren, als sustineerende daar toe ouge houden te wezen, zoo wierd op den 27. ' Meij hier boven „waerds gemelt, ook bij dezen raade verstaan het Eerste en laeste Lid van des suppliants verzoek te accordeeren, dienvolgende dat aan hem suppliant ter zijnen redelijke kosten zouden werden affgegeven Copijen van alle zodanige notulen, en dispositivel, zoo op des suppliants successive mondelinge, en schriftelijke versoeken pro dato van den Eijsch gedaeln, voor zoo verre die niet in copij E: onder 3644 sonder hem berustende waren, als van de declaratoiren, contra versoe„ „ahen en verdere geschriften van m„r Jacob: Lakeman met de dispositi„ „ven een notulen daer op gevallen, wijders zodanigen Extracten uijt de Crimineele rolle dezes raads als den suppliant concernerende, en tot instructie der proceduuren zoude konnen dienen, met ordre aan den advocaet fiscael, alhier in Judicio te Exhibeeren alle zodanige Ceijlonse Enquesten en verdere stucken aldaer ten papiere gebragt, als op de aan den requeste geannexeerde notitie bekend stonden, en voor zoo verre onder zijn E: mogten berus„ „tende zijn, mitsgaders daer mede zijn ingedient register der stucken be„ „hoorlijck te amplieeren, en na dat zulx zoude wezen volbragt, als dan aan den suppliant gepermitteerd daer van invoegen voormelt te mogen Ligten Copia authenticq dogh het verder versoek van hem Suppliant ten dezen gedaen, ontsegt, zoo als het selve lagh, en is vervolgens op den 10:e augustus dezes Jaers tusschen den advocaet fiscael ter eenre, en gemelte Stephanus Versluijs, en Joan de Mauregnault nevens Eenige der leeden, ter andere zijde zeecker ander different ontstaen, ter zoeke den advocaet fiscael haar lieden hadde doen dag vaerden om van antwoord te dienen, werdende zijn aan
English
at the appearance of the said defendants and requested parties, it was sustained, firstly, that the time granted to them by interlocutory decree of the Council on 2 March of this year to answer, taken strictly, had not yet fully expired; and secondly, that the time allowed to them to answer could not be considered to have commenced earlier than upon receipt of the last document, which was granted pursuant to the decree of 27 May, and with which the said Advocate Fiscal, according to the contents of that same decree, should have augmented his roll. This matter having been debated by the said Advocate Fiscal and that incident having been concluded by the parties, after the question was taken under advisement, it was ruled by this Council on 31 August last, by way of interpretation of the interlocutory decree dated 2 March of this year, that the three-month term then requested was understood to have commenced on the first day of the past month of July, when the amplification of the further exhibited documents was dated in the roll of claims and handed over to their first and last defendants; further permitting the defendant Willem Bernard Albinus to appear in court in person during the legal terms, and also to conduct his defense either jointly with one or more further defendants, or separately, as he should deem advisable. Whereupon, further answers in writing were served by the defendants Roeland Cauw on 24 August, and by Willem Bernard Albinus and Ioan Elias van Mijlendonk on 12 October, that of Cauw being accompanied by a roll of documents. Copies of all these were granted to the Honorable Officer Plaintiff to reply thereto after obtaining a copy of the answer of the last defendant. Furthermore, on the 19th thereafter, the defendant Stephanus Versluijs was granted one month to answer, Ioan de Mauregnault the time of three months, and to the further defendants Adriaan van Hek and Willem Schuee, at their request, the time of six weeks was granted to answer, but under default. Concerning the case of a certain Sampourna Manaradja, who was sent here from Padang on suspicion of arson at the Honorable Company's gold mines at Sillida, along with some documents charging him, we must with great respect bring to the attention of Your Honorable High Mightinesses how in this case, first on 16 August of this year, this Council requested in a written report to Their High Mightinesses to obtain some papers still lacking for this purpose, in order that this Council might not only be enabled to decide this case properly, but also to report to Their said High Mightinesses, pursuant to their honored order by Resolution dated the 5th prior, concerning the accusation against the commander Mr. Fredrik Hendrik Mumme and that of the junior merchant and head of Poulo Chinco, Hendrik Andrewes. Accordingly, these papers having been received except for two, this Council further judged, in a second written report dated the 23rd thereafter, that the first-mentioned Sampourna Manaradja, together with the detained Emperor of Indrapoura, Radja Passissir, should be heard concerning this matter. Consequently, the said Sampourna Manaradja, one day before his death, in the presence of this Council, not only completely retracted the confession made by him and taken from him before the Council of Justice at Sillida, and what had been stated therein to the charge of the frequently cited Mumme, but moreover also declared that he had implicated the aforementioned Mumme because he, Sampourna Manaradja, fearing punishment, thought he would thereby escape free; affirming that the aforesaid Mumme had not made him the slightest promise for carrying out the fire at the Sillida mines, and also that he knew of no promise whatever having been made to him by the aforesaid Mumme regarding the sending of a letter to the native chief named Dato Copia to keep him, Manaradja, hidden there. And further, that all that he had stated and brought against the said Mumme on the West Coast, together with the junior merchant Andrewes, was untrue, and that he had been forced thereto by the present commander Bruijning, in the presence of the Secretary and the Emperor of Indrapoura, Radja Passissir, as well as Radja Kitjil, when his hands were tied behind his back, pulled up with a rope, and he was thus beaten on the back with a rattan cane, under threats if he did not state the foregoing there to the charge of the aforesaid Mumme.
Dutch transcription
3645 aan de komt van de genoemde gedaeg„ „dens en gerequireerdens gesustineerd voor Eerst dat den tijd welke op den 2:' maart dezes jaers bij op„ „poinctement van den raad aan haar om te antwoorden, was vergunt, ten scherpsten genomen, nogh niet volkomen was verstreecken, en ten tweeden dat den tijd aan haar toegestaen omte antwoorden, niet Eerdere zijn aanvank konde gerekend werden genomen te hebben, dan maer het bekomen van het laaste het geene bij dispositieff van den 27=e Meij. daar aan was geaccor„ „deert, en waer mede gemelte advocaet kistael zijn register maar in houde van het selve dispositieff hadde moeten amplieeren, dan het geene doorgemelte advocaet fiscael zijnde gedebatteerd, en door partijen dat incident voldongen, zoo is nae dat die questie in advis was gehouden ge„ „worden, op den 31:en augustij jongstleden door dezen raade disponeerende, ver„ „staan bij wege van interpretatie van het appoinctement sub dato 2:en maert dezes Jaers, dat het doe„ maals verzogte drie maandig termijn, verstaan wierd aanvang genomen te hebben van dato primo der voorleden maand Julij, wanneer de ampliatie der nadere geexhibeerde stucken ten register van Eijsch gedateerd, en aen hun Eerste en laaste gedaagdens ter hande gesteld waaren, permitteerdende moeten wijders 3646 wijders den gedaagde Willem Bernard Albinus persoonlijk de termijnen van regten temogen waernemen, mitsgaders zijne desem „sie met Een â meerder verdere ge„ „daegdens, dan wel afsonderlijk te mogen doen, zoo als te raade werden zoude, wanneer al verder door de gedaegdens Roeland Cauw op den 24:e augustus, en door Willem Bernand Albinus, jtem Ioan Elias van Mijlendonk op den 12:e october is gedient van antwoord in script is, zijnde dat van Cauw verselt van Een register met stucken van welk Een en ander aen den rat: off: Eijss:r zijnde verleend copia, om daer tegens nae bekomene Copia vande laaste gedaegde zijn andwoord te repliceeren, mitsgaders op den 19:e daar aan de ged:e Stephanus versluijs om te antwoor„ „den een maend, Jtem aan Ioan de Mauregnault den tijd van drie maenden, mitsgaders aan de verdere gedaegdens Adriaan van Hek, en Willem Schuee, op hun versoek nogh verleend den tijd van ses wee„ „ken om te antwoorden, dogh op verstek; Concerneerende de zaeke vant van zeeckere Sampourna Mana„ „radja welke van padang herwaerts over suspicie van brandstigting aan des EComp:s goudmijnen op Sillida„ met Eenige stucken ten zijnen laste was overgezonden, moeten wij uw Edele hoog Agtb: met veel Eerbied ged:e voor 3647 voor oogen brengen, hoe dat in deze zaeke Eerstelijk op den 16:e augustus dezes jaers door dezen Raa de bij schriftelijk berigt aan haar hoog Edelens is verzogt tot Er„ „langing van Eenige daer toe nog manqueerende papieren, ten Eijnde dezen Raade niet alleen in staat konde gesteld werden, om deze zaeke nae behooren te decideeren, maer ook nopens de beschuldiging ten laste vanden gesaghebber M„r Fredrik Hendrik Mumme en die van den ondercoop„ man, en poulo Chincos opperhooft Hendrik Andrewes, aan welgem: haar Hoog Edelens ingevolge der zelver g'Eerd bevel bij Resolutie van dato 5:e bevoorens te dienen van berigt, in voegen dezelve papieren op twee nae, dan ook zijnde ontfangen, dezen raede al verders bij een tweede schriftelijk t berigt onder dato 23:' daer aan, quam te oordelen dat Eerst gemelte Sampourna Manaradja nevens den in arrest sittende keijser van Jndra poura Radja Passissir, hier over zoude dienen te werden gehoord, involgen meergezeijde Sampourna Manaradja ook een dag voor zijn overlijden ten overstaen van dezen raade zijne gedaene confessie die hem voor den raad van Justitie tot Sillida was afgenomen, en het geene daer bij ten laste van van meergecit:d 3648 meergeciteerd E: Mumme hadde op „gegeven niet alleen ten Eenemael gere „tracteerd maar daer en boven ook ver klaerd heeft gehad dat hij voormelde Mumme daer inne hadde betrocken om dat hij Sampourna manaradja vreesende voorstraffe, daer door vermee „de vrij te zullen geraeken, met betuij „ging dat voorsz: Mumme, hem geen de minste belofte ter uijtvoering van 8 brand aan de Sillidase mijnen gedae had gehad, mitsgaders ook niet te weten van Eenige deminste be„ „lofte aan hem door voorschreven Mumme gedaen te zijn, ter ver„ „sending van een briev nae het inlands opperhooft, genaemt Dato Copia om hem Mana=Radja aldaer schuijl te houden, en wij„ „ders dat al het geen hij tegens gem: Mumme op de west cust nevens den onder Coopman Andrewes hadde opgegeven, En ingebragt, onwaer was, en daer toe door de presente gesaghebber Bruijning, ten overstaen van den Secretaris En den keijser van indra poura Radja Passissir, mitsgaders Radja kitjil gedwongen te zijn, wanneer desselvs handen op zijn rugge ge„ „bonden, met Een touw op gehaelt, dusdanig met Een rotting op den rugge geslaegen geworden was, onder bedrijginge zoo hij het vooren„ „staande niet ten laste van voorschrevens Mumme quam aldaer op
English
to give up, as he would then have to die, which the aforesaid Sampourna Manaradja also confirmed with his death; when thereafter the likewise aforementioned Emperor Radja Passissir, having been similarly heard pursuant to a resolution of Their High Nobilities dated the 31st of August last, declared to know nothing concerning the arson, but unasked reported the cruel treatment committed not only by the ministers of the West Coast regarding the arrest of his person, but also testified not to believe that the former authority Mumme would be guilty of this, since the aforementioned Sampourna Manaradja had been a subject of such bad character that it cannot be presumed by him that an authority would engage with such a vile subject in such a manner for the execution of a matter which had to be undertaken with the utmost secrecy, the said Radja Passissir further declaring that the Malay note deposited in the trial records, and here translated into Dutch by the Company's translator pursuant to a resolution of this council dated the 28th of July of this year, as well as shown to him, had been brought to him by a certain Sinta Palawa at the time he, Radja Passissir, was sickly at a certain time, when it was also immediately sent by him to the present Commander of the West Coast Bruijning, without the said Radja Passissir nevertheless knowing how to say by whom the aforementioned note was written, or how the same had come into the world, other than solely that during the investigation and inquiry after Sampourna Manaradja, as well as after the one who had given orders to conceal him, the aforementioned note had then come to light; so that this case with respect to him, Sampourna Manaradja, could not be pursued further on account of his decease. However, by a report of this council on the 6th of September it was declared to Their High Nobilities that against the aforementioned former authority Mr. Fredrik Hendrik Mumme, as well as against the junior merchant and former chief of Poulo Chinko Hendrik Andrewes, from the improper procedures held as deduced herebefore, and the pieces of evidence obtained therein regarding an arson not by far proved in the beginning, no well-founded suspicions were to be found, nor did any foundation reside to let the fiscal institute any action against the said two persons, but on the contrary to leave the advocate fiscal free, upon further discovery, to perform his office and duty with all rigor, as a deterrent and example to others, against those who at Sillida might be found to have committed any treachery in this regard. And we are furthermore obliged to bring before the eyes of Your Noble High Mightinesses how the advocate fiscal on the 10th of August of this year caused our court messenger Barend Felist to be summoned in person before the roll of our council, regarding which we shall have the honor to give further information to Your Noble High Mightinesses in the continuation of this document, in order to see and hear a request made, when His Honor on the same day came to exhibit certain articles with the request that he, Felip, should be heard thereon; which, however, having been contradicted by him, Felip, and this council having been requested that His Honor might first be ordered to exhibit to this council such information as His Honor might have at hand to the incrimination of him, Felip, in order after the examination thereof to be disposed according to the exigency of matters; which request, having been contradicted by the said advocate fiscal, and that incident having been fully argued by the parties, it was subsequently, on the 11th thereafter, understood by minute of this council, before disposing in this matter, to order the advocate fiscal—who, according to the opinion of the council, under correction of better judgment, is not authorized to attack anyone with defaming procedures without prior knowledge of the judge—to exhibit to this council within the time of fourteen days all such information and evidence as His Honor might have at hand, or might have obtained, to the incrimination of him, Felix, so that after the receipt thereof it might then be disposed in this matter as should be found in good justice by this council to be proper; so that on the 24th thereafter a declaration was served by the advocate fiscal, and there was submitted alongside it two depositions which, under date of the 25th of August last, were first granted before the first and sworn clerk of this council by a certain Jacob van Hamelenberg and Jacob Voorburg with respect to the said court messenger Barend Tielist, as well as, attention having been paid to what was further set down therein, how the said advocate fiscal still required some time to conduct the further inquest, it was thereupon resolved by this council, since one found oneself
Dutch transcription
3649 op tegeven, als dan zoude moeten sterven, welk Een en ander hij Sampourna Manaradja ook met zijn dood heeft geconfir„ „meert, wanneer daer na al mede meer geciteerde keijzer Radja Passissir volgens besluijt van haar hoog Edelens den 31:e augustus laestleden, insgelijx zijnde ge„ „hoort verklaerde niets aangaende de brandstigtinge te weten, dogh onge„ „vergt op gaff de cruelle behandeling niet alleen van de ministers van de west cust omtrent het arresteeren van desselvs perzoon begaan, manerook betuijgde niet te gelooven, dat den gewesene gesaghebber Mumme hier aanschuldig zoude wezen, vermits. den opgemelte Sampourna Manaradja Een subject van zulke slegte alloij was geweest, dat bij hem niet kan werden ondersteld dat Een gesag„ „hebber zigh met zoo Een viel subject zodanig zoude inlaeten ter uijtvoeringe van Een zaek, welke met de uijtterste geheijmenisse moest werden aangevangen, verklarende hij Radja Passissir verder dat het maleijts briefje ten processe berustende, en alhier volgens besluijt van dezen raade van dato 28:en Julij dezes Jaars door Comp:s translateur in het nederduijts overgeset, mitsgaders hem verthoont geworden zijnde, door Eenen Sinta Palawa ten tijde hij Radja Pas„ sissir op zeeckere tijd ziekelijk den was 3650 was, bij hem was gebragt, wanneer ook ten Eersten het zelve door hem nae de presente Commandeur van de west Cust Bruijning was ge„ „zonden, sonder dat hij Radja Passis„ sir nogtans wist te zeggen door wie het gemelte briefje geschreven, off hoedanig het zelve in de wereld geko„ men was, dan alleen dat bij onder„ soeck en na vorssing na Sampour„ „na manaradja als mede nae die geene die ordre gegeven had, om denzelven te verbergen, het ge„ melte brievje als doen te voorschijn gekomen was, zoo dat deze zaeke ten opsigte van hem Sampourna Manaradja, vermits desselvs overlijden niet verder heeft konnen voort gezet worden, dogh is bij berigt van dezen raede op den 6:e september aan haar hoog Edelens gedeclareert dat tegens den voormelte gewesene gesaghebber m„r Fredrik Hendrik Mumme mitsgaders tegens den onder coopman, en gewese opperhooft van Poulo Chinko Hendrik Andrewes uijt de hier vooren gede„ duceerde onbehoorlijke gehoudene proceduures, ende daar bij omtrent Eere in den beginne op verre nae niet geprobeerde brandstigtinge in„ „gewonne bewijs stucken, geene gegronde suspicien waren te vinden, nog te Eenig fundament resideerde, omme den fiscaal tegens gemelte twee perzoonen. Eenige actie te laten voort institueeren . 3651 institueeren, maer ter contrarie den advocaet fiscaal bij nadere ontdeckinge vrij te laten omme tegens die geene die op Sillida hier omtrent Eenige trouwloosheijt mogten ondervonden werden be„ „gaan te hebben, zijn ampt en pligt : met alle rigeur tot afschrik, en Exem„ pel van andere waar tenemen Een zijn w ' verders verpligt Uw Edele Hoog Agtb: voor oogen te brengen „hoe dat den advocaet fiscael op den 10:e augustus dezes Jaers, ter rolle van onsen raade, heeft doen dag vaar„ „den inperzoon onseen deurwaerder Barend Felist waer omtrent wij de Eer sullen hebben in't vervolg deses aan uw Edele hoog agtb: nadere onderrigtinge te geven, ten Eijnde om versoek te zien, en hooren doen, als wanneer zijn E: ten zelven dage quam te Exhibeeren zekere articulen met versoek dat hij Felip daer op zoude werden gehoord, dogh het welk door hem Fllip zijnde tegen ge„ „sproken, en aan dezen raade verzogt dat zijn E: alvoorens mogte werden geordonneert aan dezen rade te Exhibeeren sodanige informatien, als zijn E: ter beswaernis van hem Felip mogte aan de hand hebben, ten Eijnde nadies resumptie nae Exigentie van zoeken te werden gedisponeert, dan welk verzoek door gem: advocaet fisc:l zijnde ge„ „contradiceert, en door partijen: dat insident voldorgen, is vervolgens op onderrigtinge den 3652. den 11:e daer aan bij notul van dezen raade verstaan, alvoorens in dezen te disponeeren, den advocaet fiscael welk volgens meeninge van den raad onder correctie van beter, niet bevoegt is jemand met infameerende proceduuren zonder voor kennisse des regters te attaqueeren, te ordonneeren binnen den tijd van veerthien dagen aan dezen raade te Exhibeeren, alle soodanige informatien, en bewijsen als zijn E: ter beswaarnis van hem Felix aan handen, dan wel ingewon„ „nen mogte hebben, omme nae dies bekoming als dan zodanig in dezen te konnen werden gedis„ „poneert, als bij dezen raade in goeder Justitie zoude werden bevonden te behooren, invoegen op den 24:e daar aan door den advocaet fiscael zijnde gedient van declaratoir, Ende daer benevens overgelegt twee attestatien die onder dato 25:e augustus laastleden Eerst zijn verleent voor den Eerste en gesworen clercq deses raads bij Eenen Iacob van Hamelenberg, en Jacob Voor„ „burg ten opsigte van gemelte deurwaerder Barend Tielist, mits„ „gaders op het verder daer bij ter neder gestelde geleth zijnde, hoe dat gemelde advocaet fiscael tot het doen van de verdere Enqueste. nogh Eenigen tijd hadde benodigt, zoo heeft men daer op bij dezen Raade beslooten, alzoo men sigh bevonden mondeling d ar 172
English
had verbally, at the time of the exhibition of the above-mentioned declaration of the advocate fiscal, conformed to the same, and agreed to stay this matter until the assistant Bolswaart, who had departed for China, should have returned here, to have the same recorded by way of a minute behind the aforementioned declaration. And subsequently, in like manner, without our prior knowledge or communication on the roll of this council, the junior merchant Francois De Koning was summoned in person by the said advocate fiscal, to the end of answering in continenti according to the truth, in the presence of commissioners from our Council, to certain articles which the said advocate fiscal came to exhibit to this council, without likewise submitting any evidence as a basis for such personal summons; wherefore his Honour was likewise ordered by this council, for the very same reasons as cited herebefore, on the 11th aforesaid, to furnish to this council within the time of fourteen days such information and evidence as his Honour ex officio might hold or have obtained to the incrimination of him, De Koning, in order, after the reading thereof, to dispose upon the request of him, the advocate fiscal, as should be found to belong in good justice; just as then, on the 24th following thereafter, there was exhibited to this council by the aforementioned advocate fiscal a register of all such documents, information, and evidence as his Honour had already obtained with regard to the said Francois De Koning; and furthermore his Honour declared in writing how, by reason of the disputes that had arisen between this council and him, the advocate fiscal, over the request for Veniam agendi against a Member of this Council (regarding which we have the honour to make a proper report to your Honourable High Mightinesses in the continuation hereof) and which only recently having been settled by their High Honours, the witnesses already summoned had for that reason still remained unexamined; wherefore nothing further has been resolved regarding this for the present other than merely to keep the matter in advisement until such time and while certain submitted interrogatories should have been answered by our fellow member Mr Jacob van den Bosch. The principal criminal cases which were ventilated before this council by the repeatedly mentioned advocate fiscal Mr Adrianus Bergsma having thus far been brought under the view of your Honourable High Mightinesses, we must further note herewith the seizures of private goods that have since been made here at the roadstead by the water fiscal Leonard Weijer, in respect of which it will appear to your Honourable High Mightinesses how, on the 20th of December of the recently passed year, over and above the previous attached goods noted with all respect to your Honourable High Mightinesses in our previous missive of the 22nd of November of that year, six rotted and nine unrotted canassers of tea were seized, confiscated, and properly inventoried by the servants of the said water fiscal outside this city's roadstead from the ship de Boot, in the presence of commissioners; which, according to the style of procedure, without anyone having appeared as owner upon the edictal citations, were confiscated by sentence of the 23rd of March of the current year, to be distributed according to custom. In like manner, on the 19th of February of this year, one hundred and forty-eight unmarked canassers of tea were seized from the return ship Coxhorn by the aforesaid water fiscal and, after prior proper procedures, confiscated by sentence of this council dated the 11th of May of this year, all of which were sold at public auction, and the net proceeds thereof distributed according to the contents of the aforesaid sentence. For the present, we find ourselves unable to dispose of the submitted inventory and account of the estate of the executed Mr Petrus Vuijst, for the reason that we are awaiting from their High Honours the specification both of what shall have been provided to various persons on Ceylon on the Company's behalf as a fair compensation for the restoration of suffered damage and dishonour, and for the erection and renewal of the demolished buildings; whereupon, after receiving the aforesaid specification, we shall not fail to settle this matter according to findings as soon as possible, and then to give your Honourable High Mightinesses the required communication thereof. Nor can we well exempt ourselves from bringing to the communication of your Honourable High Mightinesses that on the 27th of May of this year, pursuant to the orders of your Honourable High Mightinesses, our fellow member Mr Gualter Schutten was discharged from our council in an honourable manner, who found himself very honoured therewith, and requested of us to express to your Honourable High Mightinesses in this his respectful gratitude for that great favour which it has pleased your Honourable High Mightinesses to show so favourably toward his person and out of consideration for his service; which gives us hope that your Honourable High Mightinesses will increasingly brighten and champion the lustre of this council, so that we may and can peacefully maintain the administration of justice here in such a manner that we can in every way afford the required satisfaction to your Honourable High Mightinesses, to which end we promise to put into effect all our possible zeal, as we hope this has occurred thus far to the satisfaction of your Honourable High Mightinesses. And to that end we must let follow here that through the decease of our president Mr Cornelis Van Gaesbeecq Tot Thienhoven, and his having been elected successor
Dutch transcription
3653 mondeling ten tijde van de Exhi„ „bitie van het bovenstaende declaratoir van den advocaet fiscael, met het zelve hadde geconformeert, en verstaen met deze zaeke zoo lange te super„ „cedeeren, tot dat den adsistent Bolswaart die nae China vertrocken was, alhier zoude we„ „zen terug gekomen, het selve bij wege van Een notul agter voorm: declaratoir te laaten, hekend stellen En is vervolgens ingelijker voegen zonder onse voor kennisse off Com„ municatie ter rolle van dezen raade inperzoon door gemelte adro„ coet fiscael, gedagvaart geworden den onderCoopman Francois De Koning ten Eijnde om op Eenige articulen die gemelde advocaet fiscaal aan dezen raade quam te Exhibeeren ten overstaan van Commissarissen uijt onsen Raade in continenti nae waerheijt te antwoorden, zonder daer bij al mede Eenige bewijzen tot funda„ ment van zodanige dagvaarding in perzoon over te leggen, alwaer„ „omme dan ook zijn E: door dezen raede insgelijx om Even deselve redenen als hier vooren zijn aangehaeld op den 11:en voorschreven is geordonneert geworden binnen den tijd van veerthien dagen zodanige informatien, en bewijsen den aan . 3654. aan dezen raede te subministree„ „ren als zijn E: amptshalven ter beswaernis van hem D' Koning in handen, dan wel ingewonnen mogte hebben, omme na dies Leco „tura als dan op het verzoek van hem advocaet fiscael zodanig te werden gedisponeerd als in goeder Justitie zoude bevonden werden te behooren, gelijk dan op den 24:' daar aan volgende aan dezen raede bij voormelte advocaet fiscael zijnde geExhibeerd Een register van alle zoodanige stucken, informatien, en bewijsen als zijn E: ter reguarde van gemelde Francois De Koning bereeds hadde ingewonnen, en voorts hij zijn E: inscriptis gedeclareert hoe dat ter oorzaek de onstaene dispuijten tusschen dezen raade, en hem advocaet fiscael over het versoeken van Veniam agendi tegens Een Lid van dezen Raade (waar omtrent wij in't vervolg dezes de Eer hebben uw Edele Hoog agtb: Een behoorlijk verslagh te doen) en het welk nu onlangs Eerst bij haar hoog Edelens afgedaen zijnde, de bereets gedagvaarde getuijgen nogh om die reden onverhoort waren gebleven, alwaeromme men dien aangaende al mede niet verder voor als nogh heeft be„ sloten als alleen om de zaeke in advijs te houden, tot tijd En zijn wijlen 3655 wijlen zekere overgelegde interro„ gatorien door ons mede Lid m„r Jacob van den Bosch, zouden zijn beantwoord, dus verre dan door ons onder het oog van uw Edele hoog agtb: gebragt zijnde de voornaemste Crimineele zaeken welke door den meermelte advocaet fiscael mr Adrianus Bergsma. voor dezen raade zijn geventileerd, zoo moeten wij ver„ „ders bij dezen noteeren, de aanhaa„ „linge der particuliere goederen welke door den water fiscael Leonard Weijer 't zedert alhier ter rheede zijn gedaen, ten welkers opsigte aan uw Edele hoog agtb: zal voorkomen, hoe dat op den 20:' december des Jongst gepasseerde Jaers, boven en behalven de in onse voorige missive van den 22:e No„ „vember van dat Jaar aan uw Edele hoog Agtb: met alle Eerbied genoteerde voorige aangeslagene goederen, door de bediendens van gemelte water fiscael buijten dezer stads rheede uijt het schip de Boot, ten overstaan van Commissarissen aangehaald, in beslag genomen, en behoorlijk geinventariseert zijnde geworden ses berottingde, en negen onberotting de Canassers thee, welke naer stijl van procedeeren, zonder dat zig op de Edictale citatien iemand als Eijgenaer heeft komen op te doen, bij sententie 20:en van van den 23:' maart anno stantij zijn geconfisqueert, omme â uso verdeelt te worden ti Ingelijker voegen zijn op den 19:e februarij dezes jaers door voorsz: water fiscael uijt het retour schip Coxhorn agterhaalt, en nae voor„ „gaende behoorlijke proceduuren bij sententie van dezen raade in dato 11:en maij dezes jaers gecon„ „fisqueert geworden Een Hondert agt en veertig ongemerkte Canae„ sers met thee, die alle bij publicque vendutie zijn verkogt, en dies suij„ ver procedido nae den inhoude van voorschreven sententie is verdeelt Voor als nogh vinden wij ons buijten staat te kunnen disponeeren over de ingediende staat reecquening des boedels van den geExecuteerden M„r Petrus Vuijst om redenen wij van haar hoog Edelens zijn afwag„ „tende de specificatie zoo van het geene aan dezen en geene op Ceijlon tot een billijke vergoedinge ter her„ „stellinge van geledene schaede, en schande, als tot het opregten, en vernieuwe van de gedemolieerde gebouwen Comp:s wegen zal wesen verstrekt als wanneer wij, nae bekoming van voorschreven speci„ „ficatie, niet zullen nalaten ten spoedigste deze zaek nae bevinding aff te doen, en daer van als dan Uw Edele hoog agtb: de verEijschte en Communicatie te geven lig in ook — of E 363 36 3657 Ook kunnen wij bij dezen ons niet wel dispenseeren om uw Edele hoog Agtb: ter Communicatie te brengen, dat op den 27:'n meij dezes Jaers, ingevolge uw Edele hoog Agtb: beveelen, uijt onse raade op Een honorable wijze is ontslagen ons mede Lid: m„r Gualter Schutten die met het zelve sig seer verEerd gevonden, en ons verzogt heeft gehad aan Uw Edele hoog agtb: in dezen te betuijgen zijn Eerbiedige dankbaerheijt voor die groote gunst die het uw Ed: ho: agtb: heeft behaagt gehad omtrend zijn perzoon, en uijt consideratie van zijnen dienst zoo gunstiglijk te bewijzen, het geen ons hoope geeft dat uw Edele hoog Agtb: den Luijster van dezen raade meer, en meer zullen op helderen, en voor„ „staan, op dat wij alhier met rust de administratie van Justitie zooda„ nig zullen konnen en mogen hand„ havenen, dat wij daer in allesints Uw Edele Hoog agtb: het vereijste genoegen zullen konnen toebrengen, waer toe wij alle onse mogelijke iever belooven te zullen werkstellig maeken, gelijk wij verhoopen zulx tot nogh toe nae genoegen van uw Edele hoog Agtb: te zijn geschiet; En moeten ten dien Eijnde alhier laaten volgen dat door het overlijden van onsen president m:r Cornelis Van Gaesbeecq Tot Thienhoven, en desselvs geEligeerd geweest zijnde Luijster successeur
English
Successor Mr. Jan Blaaukamer anno passato notified to Your Right Honorable, the four members who to the perfecting of the ordained instruction which Your Right Honorable has pleased to recommend, were appointed, having been reduced down to two, and furthermore by this Council maturely considered and noted that Mr. Gualter Schutten due to extraordinary bodily weakness could no longer well and suitably attend to it, we deemed it our utmost duty to bring the same to the notice of Their High Noblenesses, in order the progress of that necessary work to facilitate as much as possible, in which manner then also on behalf of the Council by minute of the 2nd of February of this year Their High Noblenesses were requested that out of the four permanent members of this Council, two of the same as a supplement to the four members which Your Right Honorable had pleased thereunto to designate, might be authorized alongside Messrs. Schutten and Lakeman, who still only remained available for it, in order to supply the missing parts of said instruction, as then also Their High Noblenesses on the 25th following thereunto pleased to choose the members of this Council Mr. Gerardus Gerlag and Mr. Jacob van den Bosch, whereupon further, upon the further representation of this Council, by Their High Noblenesses were also appointed thereunto our fellow members Mr. Bernard Jacob Dellafaille and Mr. Willem Vincent Helvetius, whereupon was opened that which already here in the time of the Lord President Mr. Cornelis van Gaesbeeck Dochtienshoven was drafted in concept, and to us sealed by order of Their High Noblenesses delivered, so that presently we are actually engaged with it towards a completion, we then also hope that Your Right Honorable by the next shall be able thereof to receive the proofs, provided only no other matter of precedence happens further to prevent us, and we by the good care of Your Right Honorable shortly may see ourselves reinforced with a sufficient number of permanent members to our support in the dispatching of the daily arising judicial work; wherein we by the High Indian Government were indeed constantly assisted with co-opted members, but whose capacities, being several times required elsewhere in the Company's service, a continuous permutation of Council members this year in our College has produced, there having been on the 18th of March last by Their High Noblenesses discharged from the same the chief builder George Fredrik Haverman, in whose place to us was added the senior merchant and former authority of Padang Mr. Fredrik Hendrik Mumme, also upon his special request on the 29th of that same month was likewise discharged the merchant Jacob Wognum, and in his place subrogated the former Japan head the senior merchant Rogier De Laver; afterwards on the 17th of May, upon special request of the former Ceylon Governor Stephanus Versluijs, and a report thereon required of us by the High Indian Government, our Judicial College was reinforced with two members, being the senior merchant Leendert De Cleen and the military Captain Gerrit Iohan Rengers, as also on the 29th of July of this year, by Their High Noblenesses to us was added the former Commander of the Malabar Adriaan Maten, yet after that date, by the demise of said senior merchant De Cleen and the obtained discharge of the aforesaid senior merchant Mumme, this College finding itself incapable of taking any disposition in the Ceylon matter currently pending in litigation before us, wherein the aforesaid senior merchant Adriaan Maten, because of the affinity with the merchant Willem Bernard Albinus, who is his son-in-law, could not give advice, we were yet again compelled to trouble Their High Noblenesses on the . . . . . . . . with a respectful representation for obtaining yet two co-opted members, whereupon then on the 16th of August last was also by the High mentioned Government approved, firstly the co-opted member the merchant Andreas Francois Reets to discharge from our Council for reasons, and subsequently upon our request resolved, to reinforce the Council, instead of with two, with three co-opted members, nominating thereunto the senior merchant Pieter Du Quesne, the former senior merchant Willem Jimmers, and the military Captain Adriaan Hendrik Smout, so that the Council continuously this year with new members by changes has been permuted, wherefore we hope that Your Right Honorable therein as much as possible will please so to provide, that we with an ample number of permanent members shortly may see ourselves reinforced, for to our regret we shall still have to remain deprived thereof for some time, both by the unhappy and in every way lamented fatality that the Councillor of Justice appointed by Your Right Honorable, Mr. Joan Douw, had met with, since the vessel, according to what by Your Right Honorable has been communicated, had been wrecked, as also by the unhappy and to us disagreeable loss of the chosen member of this Council Mr. Gualterus Westreenen, as it has come to our knowledge that His Honor fell into the sea, and thus perished; we nevertheless look forward here with much longing to the members of our Council appointed by Your Right Honorable, Mr. Cornelis van der Duijn, Mr. Theodorus Reverhorst, and Mr. . . . . . . . Dankerts, and hope that Their Honors speedily to the reinforcement of our Council may arrive in complete health; further is to Your Right Honorable
Dutch transcription
3658 Successeur m„r Jan Blaaukamer anno passato aan uw Edele hoog Agtb: bedeelt, de vier Leeden die tot het perfectioneeren der geordon„ „neerde instructie welke Uw Edele Hoog agtb: hebben gelieven aan te beveelen, waaren benoemt, vermindert geraekt zijnde tot op twee, en daer en boven bij dezen raade rijpelijk overwogen, en geleth dat m„r Gualter Schutten door Extra ordinaire Lighaams swakheijt niet wel gevoeglijk daer toe langer zoude kunnen vaceeren, wij van onse uijterste pligt hebben geoordeelt het zelve ter kennisse van haar hoog Edelens temoeten brengen, om den voortgang van dat nodige werck zooveel mogelijk te faciliteeren, in voegen dan ook wegens den raad bij notul van den 2=en februarij dezes Jaers van haar hoog Edelens is verzogt geworden, dat uijt de vier permanente Leeden dezes raads, twee der zelver tot supplement van de vier Leeden welk uw Edele Hoog Agtb: daer toe hadden ge„ „lieven te despeciteren, mogte wer„ „den geauthoriseerd bij de heeren Schutten, en Lakeman, die nog maer alleen daer toe overig wier„ „den bevonden, om het mancqueeren„ „de van gemelte instructie te suppleeren, gelijk dan ook haar hoog Edelens op den 25:' daer aan daer toe hebben gelieven te verkiesen zoo de 3659 de Leeden dezes raads m=r Gerardus Gerlag, en m:r Jacob van den Bosch wanneer al verder op het nadere voordra„ „gen van dezen Raade door haar hoog Edelens daer toe ook zijn benoemt onse mede Leeden m„r Bernard Jacob Dellafaille, en m„r Willem Vincent Helvetius, zijnde daar op geopend geworden het geene bereets hier van ten tijde van den heer president m=r Cornelis van Gaesbeecq dotszien hoven was in concept gebragt, en aan ons versegeld ter ordre van haar hoog Edelens ter handen gesteld, over zulx althans daer mede tot Een vol„ „tooijing werkelijk bezig zijnde, wij dan ook verhoope dat uw Edele hoog Agtb: ten naesten daer van de blijken zullen mogen Erlangen, in dien maer geen andere zaeke van pressance ons verder komen te verhinderen, en wij ons door de goede voorzorge van uw Edele hoog Agtb: haastelijk mogen zien ver„ „sterkt met Een genoegsaem getal permanen te leeden tot onse onder„ „steuning in het Expedieeren van het dagelijks sigh op doende justi„ „tieele werk; waar omtrent wij ons door de hoog Jndiasche Regee„ „ring wel geduurig hebben geadsis„ „teert gevonden niet geassumeerde Leeden, dan welkers verscheijde maalen Elders gerequireerd werdende wij Capaciteijten 3660 Capaciteijten omtrent Comp:s dienst Eene Continueele permu„ tatie van raads Leeden, dit jaar in ons Collegie heeft uijt gele„ vert, zijnde op den 18:en maert Jongstleden door haar hoog Edelens uijt het zelve ontslaegen den fabrica George Fredrik Haverman in wiens plaats ons is toegevoegt den oppercoop„ man en gewese gesaghebber van padang m„r Fredrik Hendrik Mumme, ook is op desselvs spe„ „ciael versoek op den 29:' dier selve maend mede ontslagen den Coopman Jacob Wognum, en in zijn plaats gesubrogeerd het gewese Japans opperhooft den oppercoopman Rogier De Laver; naderhand is op den 17:' maij op speciaal versoek van den gewesen Ceijlonsen gouverneur Stephanus Versluijs, en Een daar op van ons door de hoog„ Jndiasche regeering afgevordert berigt, ons Justitieele Collegie versterkt geworden met twee Leeden, zijnde den oppercoopman Leendert De Cleen, en den Capitijn militair Gerrit Iohan Rengers, als mede op den 29:e Julij dezes jaers, door haar hoog Edelens ons is toegevoegd den gewesen Commandeur van de mallabaer Adriaan maten, dogh nae dato door het overlijden oppercoopm: van 3661 van gemelte opper Coopman De Cleen„ en het bekome ontslag van den voorschreven opper coopman Mumme dit Collegie sigh buijten staat bevindende om Eenig dispositieff te nemen, in de thans bij ons Litispendent hangende Ceijlonse zaeke, waer in den voornoemde opper coopman Adriaan Maten vermits de affinitijd met den koop„ „man Willem Bernard Albinus die desselvs schoonzoon is niet, en konde adviseeren, zijn wij al wederom genootzaekt geweest haar hoog Edelens op den.. .. . . . . . bij Een Eerbiedig vertoog lastig te vallen tot obtenue van nogh twee geassumeerde heeden, waer op als doen op den 16:e augustus va dan ook door hoog gemelte regeeringe is goedgevonden, Eerstelijk het geassumeerd Lid den Coopman Andreas Francois Reets uijt onsen raade te ontslaan om redenen, En vervolgens op ons versoek geresolveert, om in plaats van met twee, den Raad met drie geassumeerde Leeden te versterc„ „ken, daer toe nomineerende den opper coopman Pieter Du quesne, den oud oppercoopman Willem Jimmers, en den Capitain militair Adriaan Hendrik Smout, zulx den Raad telkens dit Jaar met nieuwe leeden bij vewisselingen is gepermuteerd geworden, alwaer„ doen omme 3662 omme wij hoopen dat uw Edele Hoog Agtb: daar in zoo veel mogelijk zoodanig sullen gelieven te voorsien, dat wij met Een ruijm getal vermanente Leeden ons binnen korten, zullen mogen ver„ „sterkt sien, want wij tot ons Leetwesen daer van Eenige tijd nogh zullen moeten blijven gefrusteert, zoo door het ongeluckig en allesints beklaagden nood tot dat de bij uw Edele hoog agtb: aangestelde raad van Justitie m„r Joan Douw was overge„ „komen, dewijl met den bodem nae het geene door uw Edele Hoog Agtb: is bedeelt, was komen te verongelucken, als wel ook door het ongeluckig en voor ons onaen„ „genaem verlies van het verkooren Lid dezes raads m„r Gualterus westreenen zoo als ons is ter kennisse gekomen dat zijn E: in zee gevallen, en dus veronge„ kinkt was, wij zien niet te min met veel verlangen alhier te gemoet de bij uw Edele hoog agtb: benoemde leeden onses raads M:r Cornelis van der Duijn, m„r Theodorus Reverhorst, en M„r. . . . . . . . Dankerts, en verhoope dat haar E. s spoedig ter versterking van onse raade zullen mogen overkomen in Een Compleete gesontheijt wijders werd aan uw Edele hoog het agtb:
English
Honorable sirs, it is hereby brought to your knowledge that the secretary of our Council, Bernardus Coop à Groen, was appointed by Their High Excellencies on the first of April of this year as Chief of the Company's important trade in Japan, and that on the same day in his place was chosen our sworn clerk Gijsbertus Schuijlenburg, who had held the office of sworn clerk since the year 1723. In his place, Their High Excellencies also chose Mr. Nicolaas Jongsma, who arrived in this country anno passato and was at that time appointed attorney. We do not doubt that these persons will bring the required satisfaction to our Council. Furthermore, our adjunct sworn clerk Daniel Wannemaker has been employed as secretary to the Commissioners of Petty Judicial and Matrimonial Affairs of this city, whereby that office became vacant. A request was therefore made to the Council by two of its subordinate officials, but this was refused, and the petitioners, being the bailiff Barent Felix and the clerk of our secretariat Pieter Haksteen, were referred by us with their requests by apostille to the Honorable High Government of these lands. The aforesaid petitioners subsequently addressed themselves to the High Noble Lord Governor General Abraham Patras, from whom they then received the answer that no one would be appointed thereto except the one who should be deemed capable and nominated by this Council. On the basis of this answer obtained, the aforesaid petitioners again addressed themselves to this Council and requested that they might be nominated thereto. However, out of mere caution not to offend Their High Excellencies, knowing full well that this was not of our department, we did not wish to proceed to a nomination of the most capable of those two applicants before our presiding member, Mr. Gerardus Gerlag, on a special commission from the Council, had communicated the said requests in the name of the Council to His High Excellency the Right Honorable and Most Respected Lord Governor General, and respectfully inquired whether the assertions of the aforesaid petitioners were the truth or not. This having been carried out by the said presiding member, he reported to this Council on the 29th of June that His High Excellency had answered his Honor in the affirmative, adding that His Excellency left the choice thereof to this Council, subject to the further approval of the Honorable High Government of these lands. After this report was received, the members of this Council then immediately proceeded without further hesitation to nominate a person for the said employment, subject to the approval of Their High Excellencies, as appears from the minutes kept in the Council of Justice on the 29th of June last, firmly believing ourselves to be fully qualified to do so by what has been related above; all the more because, through the favor of Their High Excellencies, the choice of the recently departed adjunct sworn clerk Daniel Wannemaker had likewise been deferred to the Council at the time of his appointment. Yet, notwithstanding all of our aforesaid circumspect actions, we must here, to our utmost regret, communicate to Your High Noble Honors according to what is noted above, that our choice, having fallen in the aforesaid manner upon the bailiff of this Council, Barent Felix, we presented him on the 12th of July of the current year in a respectful report to the said High Indian Government, in expectation of a favorable and already promised approval. To the contrary, however, far from that, this Judicial Body, to our utmost surprise, received an undeserved reproach contained in an extract resolution taken on the aforesaid date, whereby it was decided to return our respectful report and to reject our nomination for two reasons: firstly, because we were said to have exceeded the qualification of the High Noble Lord Governor General, since we had allowed the word "choose" to slip into our mentioned address, though it is remarkable in that regard that the same is found therein only once, and that at the end; secondly, because we had nominated for the said post the person of our bailiff Barent Felix, who according to the said resolution was allegedly known as the disseminator of a certain ugly lampoon divulged here under the title of Batavia's News. Furthermore, by that resolution, Their High Excellencies ordered us to propose another of the applicants to Their High Excellencies for election. However, it was unanimously approved by the Council, instead of making a further nomination, to submit with all submission to the said High Government a defense concerning our aforementioned nomination, whereby it was demonstrated to it on the 29th of July that, far from exceeding the qualification so kindly granted to us by His High Excellency the Lord Governor General Abraham Patras, or having arrogated to ourselves any right of election, we had behaved prudently in every way as detailed above; that with that word "choose" we could not possibly have meant anything other than a nomination for the approval of Their High Excellencies, since Their High Excellencies' approval was repeatedly requested upon the proposal made by the Council in that questionable address, and even in that very sentence where that word "election" was found; and also that Their High Excellencies themselves had used that word several times in similar qualifications.
Dutch transcription
63 3663 agtb: bij dezen ter kennisse gebragt hoe dat den secretaris van onsen raade Bernardus Coop â Groen, door haar hoog Edelens op den E: april dezes Jaars aangesteld is geworden tot opperhooft van Comp:s importanten handel in Japan, en dat weder ten zelven daege in desselvs plaats is verkooren onsen geswooren clerca Gijsbertus Schuijlenburg die 't sedert het Jaar 1723. het ampt van gesworen Clercq hadde bekleed, zijnde in desselvs plaats ook bij haar hoog Edelens verkooren den in anno pass:o alhier te lande gekomen, mitsgaders doenmaels aangestelden procureur m„r Nicolaas Jongsma, wij twijfele niet off deze perzoonen sullen onsen Raade het vereijschte genoegen toebrengen, en is alverder onsen adjunct gesworen clercq Daniel Wannemaker g'Emploij„ „eerd tot secretaris van Commissa„ „rissen van kleene gerigts en huwe, „lijkse zaeken dezer stede, waer door die bediening vacant geraekt zijnde, aan den Raad daerom door twee van desselvs suppoosten wierde verzoek gedaen, dan zulx van de hand gewesen, en de supplianten zijnde den deurwaerder Barent Felix nevens den Clercq onser secretarije Pieter Haksteen met haar reques„ „ten bij appostil nae de Edele hooge regeeringe dezer landen door ons gerenvoijeerd zijnde, zoo hebben sullen wijders 3664 wijders voorschreven Supplianten hun dien volgende geaddresseert aan den hoog Edelen Heere Gouver„ neur Generaal Abraham Patras, van wien zij als doen tot antwoord hebben gekregen dat niemand daer toe zoude wer„ „den aengesteld, dan die bij dezen Raade zoude werden bequaem geoor„ „deelt, en genomineert, op fundament van welk verkrege antwoord voor„ schreven Supplianten aan dezen raede hun weder hebben geaddres„ „seert en verzogt gehad, dat zij daer toe mogten werden benoemd, waerop wij Egter uijt Eene en„ „kele precautie om tegens haar hoog Edelens niet te misdoen, als wel wetende dat zulx van ons departement niet en was; tot Een benoeming van de bequaemste uijt die twee solicitanten niet hebben willen treden, voor en al Der ons voorsittend Lid M=r Gerardus Gerlag op speciale commissie van den Raad, aen zijn hoog Edelheijt den wel Edele groot agtb: heere gouverneur generael uijt naeme van den raad gemelte versoeken hadde gecommuniceerd, en met Eerbied affgevraagd, off voorschreven der requestranten voorgeven, de waerheijd quam te behelsen, dan niet, het geene ook door het gemelde voor sittend zid zijnde nagekomen heeft denselven wel daer 3665 daer omtrent aan de zen raade op den 29:e Junij gerapporteert, dat zijn hoog Edelheijt zijn E: tot antwoord hadde gedient van Jae, mitsgaders dat zijn Edelheijt de verkiesinge daer van onder nader approbatie der Edele hooge regee„ ringe dezer landen aen dezen raade quam over telaten, nae welk ont„ „fonge rapport de leeden de zes raads dan ook zonder verdere hasitatie inmediaet zijn getreden tot het benoemen van een perzoon tot gemelte Emploij op approbatie van haar hoog Edelens, gelijk cons„ „teert uijt de notule gehouden in raade van Justitie op den 29:' Junij laastleden, vast stellende daertoe door het vooren verhaalde ten vollen te zijn gequalificeert, te meer wijl door haar hoog Edelens goet gunstigheijt de verkiesinge van den onlangs affgegaane adjunt gesworen clercq Daniel Wanne„ „maker insgelijx aan den raad ten tijde zijner aenstellinge was gedefereert, dogh niet tegenstaende alle de onse voormelte gededuceer„ „de circumspecte behandelingen, moeten wij alhier tot ons uijterste Leedwezen aan Uw Hoog Edele agtb: volgens het hier vooren genoteerde communiceeren, dat onse keuse invoegen voorsz: zijnde gevallen op den deurwaerder de zes - raads Barent Felix wij op den daer 12:' julij 3666 12:en Julij anno stanti den selven bij Een Eerbiedig berigt aan wel„ gemelde Hoog Indiasche Re„ geering hebben voorgedragen, in verwagtinge van Eene gunstige en reeds beloofde approbatie maar ter contrarie verre daer van daan heeft dit Justitieele Collegie tot onse uijterste sur„ „prise geobtineerd Eene onver„ diende reproche vervat bij Ex„ „tract Resolutie genomen op voorschreven datum, waer bij mas besloten ons Eerbiedig berigt te rugh te geven, en onse nominatie om twee redenen te reprobeeren, en wel voor Eerst om dat wij de qualificatie van den hoog Edelen heer gouverneur generaal zouden hebben te buijten gegaen, na dien wij het woord verkiesen in het gementioneerde ons addres hadden laaten invloeijen, daer Egter om„ „trent remarcabel is, dat het selve daer in maer Eens, en zulx aen het Eijnde werd gevonden, ten tweeden om dat wij tot gemelde bediening hadden genomineerd den perzoon van onsen deurwaerder Barent Felix die volgens ge„ „melte resolutie bekend zoude staan voor den disseminateur van zeecker alhier onder den titul van Bataviaas Nieuws gedi„ „vul geerd lelijk pasquil, zijnde verders bij die resolutie van heer haar 3667 haar hoog Edelens aan ons gelast Een ander uijt de sollicitan„ „ten ter verkiesinge aan haar hoog Edelens voor te dragen, dogh hier op is bij den raad Een parig goed„ „gevonden omme in plaats van Eene nadere nominatie, Eene defer sie nopens onse vooren geciteerde benoeminge aan welgemelte hooge Regeeringe met alle submissie over tegeven, waer bij op den 29=en Iulij daer aen zijnde gedemon„ „streert dat wij verre van de aan ons zoo goed gunstiglijk door zijn hoog Edelheijt den heere Gouverneur Generaal Abraham Patras gegevene qualificatie te buijten gegaen, ofte ons Eenig regt van verkiesinge aangematigd te hebben, ons allensins in diervoegen als hier vooren is gededuceerd, voorsigtelijk hadden gedragen, met dat woord verkiesen niet anders bij mogelijkheijt kunnen verstaen als Eene nominatie ter goed keuringe van haar hoog Edelens, wijl haar hoog Edelens approbatie bij dat questieuse addres iterative maelen, en selver in die periode alwaer dat woord verkiesinge wierd gevonden, op de gedane voordraginge van den raad was verzogt geworden, als mede dat haar hoog Edelens dat woord selver bij diergelijke qualificatie ver„ „scheijde reijsen hadden gebruijkt, Regt in
English
with equal and the same force, and to an equal extent, as when the election of this or that of our servants had been demanded of us in former times subject to the approval of the government; and, secondly, having alleged in defense of our appointment of the aforementioned rejected Barend Felip that at the time of our nomination we had known nothing criminal, and even less that he was the disseminator of the aforementioned lampoon, to the charge of that person, and that merely upon a single oral assertion of the advocate fiscal—with the avowal, however, of having as yet no proof for his accusation—that his Honour had been separately ordered by the Noble High Government to prosecute the named Felix, who was known as the aforementioned disseminator, which assertion, however, upon examination of his Honour's obtained written order, was also found not to be true; by no means in accordance with our office, but only most unlawfully to the extreme prejudice and detriment of the said Felix, could we have resiled from our accomplished choice, since we had to declare having no more qualified subject at hand. However, at the end of that defense, the Council has for the present with all respect excused itself from nominating another person besides Felix, who was at that time still completely innocent, for the adjunct sworn clerkship, adding an earnest and humble request that their High Nobles would please supply us with such proofs and evidence against the said Felix as their High Nobles might possess, and why he, Felix, had been designated as the disseminator of the more mentioned lampoon by the oft-cited decision of their High Nobles dated July 12, so that we might be put in a position to execute justice regarding this matter against that same Felix, as well as that, in case no notorious proofs militated against him, their High Nobles would please approve our choice made on that person solely for the benefit of justice by virtue of his High Nobleness's qualification granted to us, for the maintenance of our honor, at least pending the inquiries after the disseminator of that lampoon; all corroborated with such proofs and further well-founded arguments as Your Noble High Mightinesses will, if it pleases you, find in our said defense and its annexes accompanying this under Nos. 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, and 14, to which we otherwise refer, no further continuation having followed upon this to this day, except only the personal citation narrated here before and the proceedings initiated in connection therewith by the advocate fiscal against the said Barend Felip as the disseminator of the oft-cited famous libel, whereby this Council has since that time remained deprived of an adjunct sworn clerk, to the great detriment of secretarial affairs. Hereupon we must furthermore, though very reluctantly, let follow a recital of a certain hateful dispute between our College and the advocate fiscal Mr. Adrianus Bergsma, which arose with great vehemence because on January 5, in corroboration of his Honour's ventilated action against the junior merchant in the service of the Honorable Company Francois De Coning—concerning which we have already had the honor herewith to narrate the proceedings in advance—he had, among other persons on the public roll of this Council, caused to be summoned to give witness to the truth our fellow member Mr. Jacob van den Bosch; and by our said fellow member on the serving day, it being given to us in consideration whether the said advocate fiscal was not absolutely obliged, before having his Honour summoned, first to request veniam agendi from this Council for that purpose, according to what was very explicitly enacted in the Statutes of Batavia under the title of the manner of proceeding, article 2; and this being debated by the advocate fiscal, as well as being disputed pro and con by very heated arguments from both sides, to such an extent that our presiding member, to bring an end to matters, had to request both of them to step outside; whereupon, after consideration of what was necessary, it was unanimously decided by us, with the sole exception of our ordinary fellow member Mr. Jacob Lakeman, to rule against the advocate fiscal; which decision having been communicated to the litigants, the said advocate fiscal, being extremely offended, then on the public roll protested nullity and harmlessness against the aforementioned disposition, and declared his intention to seek revision of it; which protest and the request made were rejected by this Council in a second interlocutory order, as such a protest on the public roll was unheard of and unusual, and the requested revision in a matter that was dealt with summarily was unfounded, all the more since we deemed that the Council was competent to maintain a privilege concerning the entire College without further proceedings. The oft-mentioned advocate fiscal saw fit, some time thereafter, to bring this matter before the eyes of their High Nobles by way of a wholly offensive complaint, concerning which we shall not express ourselves further here regarding its merits, but leave its value and propriety completely and entirely deferred, under a favorable interpretation, to the impartial and highly wise judgment of Your Noble High Mightinesses, and in that regard subsequently note only that at the end thereof it was requested by his Honour that their High Nobles, by virtue of their sovereign power, would declare the aforementioned interlocutory orders
Dutch transcription
3668 in Even En de zelve kragt, en in Eene gelijke Extensie, wanneer aan ons het verkiesen van deze en geene onzer bediendens op approbatie der regeeringe in voo„ „rige tijden hadden gedemandeerd, en ten anderen tot verdediginge onser aenstellingen van dezen voor schreven gereprobeerden Barend Felip hebbende geallegeerd, dat wij ten tijde onser nominatie niets Crimineels, en nogh veel min dat hij den disseminateur van het voorschreven pasquil zoude zijn, ten laste van dien perzoon had„ „den geweten, en op Een Enkel mondeling voorgeven van den advocaet fiscael, met betuijginge Egter geen bewijs voor als nog tot zijner beschuldiging te hebben, dat zijn E: door de Edele hooge regee„ ringe separatelijk zoude zijn bevoolen, om den benoemden Felix als voorschreven disseminateur be„ „kend staande, te actioneeren, welk voorgeven Egter bij Examinatie van zijn E: bekomene schriftelijke ordere ook niet bewaerheijt is gevonden, geensins ingevolge van ons ampt, dan alleen, zeer onregt„ „matigh tot gemelte Felict zijne uijtterste praejudicie, en na deel hadden kunnen resilieeren van onse volbragte keuse, daer wij geen bequaemer subject moesten verklaaren voorhanden te hebben, Egter. zoo 3669 zoo heeft sig den raad op het Eijnde van die verdedinge voor als nog met alle Eerbied geExcuseerd om Een ander perzoon buijten den als doen nogh geheel en al onschuldigh staenden Felix tot het adjunct gesworen Clercq „schap voor te dragen, met bij voeging van Een Ernstig, en onderdanig versoek dat haar hoog Edelens ons geliefden te suppediteeren zoodanige bewijzen en preuves tegens dien gesegden Felist, als haar hoog Edelens mogten magtig wesen, en waeromme hij Feliot bij het meer„ „geciteerde besluijt van haar hoog Edelens de dato 12:en Julij was bekend gesteld voor den uijt strooijer van het meer gementioneerde pasquil, op dat wij in staat mogten werden gesteld daer omtrent het regt tegens dienzelve Felist te doen Exdecuteeren, mitsgaders dat, in„ „gevalle geene notoire bewijsen tegens hem militeerden, haer hoog Edelens onse reeds alleen ten nutte der Justitie uijt kragte van zijn hoog Edelheijds aan ons gegevene qua„ „lificatie op dien perzoon gevalle keuse, tot mainctien van ons fat„ „soen, ten minsten hangende de En„ „questen, naar den uijt stroijer van dat schimpschrift geliefden vaggreeeren, alles gecorroboreert met zodanige bewijzen, En verdere gefindeerde redeneringen van als 3670 als uw Edele hoog Agtb: des be„ hagende zullen vinden ingesegde onse de beneficie en dies bij„ „Lagen onder N:o 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13 en 14. dezen verzellende, waar aan wij ons voor 't overige refereren, zijnde daer op tot heeden toe geen verder vervolgh geko„ „men, als alleen de hier voorn: genarreerde perzoonele citatie, en dies proceduren door den ad„ vocaet fijscael tegens gem: Barend Felip als den disseminateur van meer geciteerde fameus Libel geEnthameert, waer door dezen raade 'tsedert dien tijd is gepri„ „veerd gebleeven van Een adjunct geswoore clercq tot groot na deel van de secretarieele zaeken hier op moeten wij verders hoe wel zeer ongaarne nogh laten volgen Een recit van zeker haatelijk dispunt tusschen ons Collegie, en den advocaat fis„ caal m„r Adrianus Berg sma met zeer veel heevigheijt ont„ „staan, ter zake op den 5:e Januarij tot Corroboreeringe van zijn E: geventileerde actie tegens den onder Coopman in dienst der E: Comp: Francois De Coning, waer ontrent wij reets bij deesen der Eer hebben gehad de proce„ dures voor afte nareeren, onder meer ander perzoonen ter publi„ „que rolle van dezen Raede van tot 3671 tot het geven van getuijgenisse der waerheijt hadde doen dag„ „vaerden ons mede Lid M„r Jacob van den Bosch, en door gemelde ons mede Lid ten dage dienende, aen ons in consideratie werdende gegeven of den gemelde advocaet fiscael niet absoluut verpligt was, alvoorens zijn E Ed: te laaten dagvaerden, Eerst daer toe van dezen raade Veniam agendi te verzoeken, na volgens het geene in de Statuten van Batavia onder den titul van de manier van procedeeren art: 2. seer uijtdruckelijk was gestatueerd, en zulx door den advocaet fiscael zijnde gedebatteerd, mitsgaders door zeer driftige hacquetten van weerens kanten pro en contra werdende bedis„ „puteerd, tot zoo verre dat ons voor sittend Lid om Een Eijnde van zaken te Erlangen, haar beijde moest versoeken buijten te staan, wanneer daer op door ons, naar overweginge van het nodige Eenpariglijk, Excepto alleen ons ordinaris mede Lid m„r Jacob Lakeman, wierd goed gevonden, den advocaet fiscael in't ongelijk te stellen, welke decisie aan de Litiganten zijnde gecommuniceert heeft als doegemelde advocaet fiscael ten uijtterste geforma„ „liseerd wesende, op de publicque mitsg:s Rolle 3672 Rollege protesteerd van milliteijt, en onschadelijkheid tegens het voor„ schreven dispositijff, en verklaart daervan te willen komen in revisie, welk protest, en het gedane verzoek, door dezen rade bij Een tweede appoinctement zijnde gerejecteerd, naer dien zodanig een protest ter publicque rolle was ongehoord, en ongebruijkelijk, mitsgaders de verzogte revisie in Een zaek die de plano was behan„ vdelt, ongefundeert, te meer daer wij vermeerden dat den Raad bevoegt was Een privilegie rakende het geheele Collegie zonder verdere proceduren te mogen mainctineeren; zoo heeft den meergemelde advocaat fiscael deze zaake Eenigen tijd daer na kunnen goedvinden te brengen onder het oog van haar hoog Edelens bij wege van Een gansch aanstotelijk klagschrift, waar omtrent wij ons bij dezen niet verder namerites zullen uijten, maar dies valeur en betamelijkheid aan het on„ „partij dig en hoog wijs oordeel van uw Edele hoog Agtb: onder wel„ „duijdinge geheelen al gedefereert laten, en ten dien opsigte vervolgens maer alleen noteeren, dat in het Eijnde van dien, door zijn E was verzogt, dat haar hoog Edelens voorsz: appoinctementen, uijt hoofde van hunne souveraire magt, zouden, meergem: verklaaren
English
To declare null, void, and of no value, as being contrary to the laws and Batavian statutes, with the further request that this council might be ordered not to cause the advocate fiscal the slightest hindrance in the exercise of his office, but on the contrary, according to their oath, office, and duty, to assist him in everything that might be equitable, or otherwise to take such measures as Their High Nobles, according to their highly wise judgment, should consider appropriate for the preservation of justice and the maintenance of the officers. Which speculative request, along with its annexes, having been forwarded to us by resolution of Their High Nobles dated 14 January of the current year, in order to supply the reasons that had prompted us to refuse and reject the aforementioned request of the advocate fiscal, our defense by way of a report was drafted in response and delivered on 6 May following, together with some annexes, into the assembly of Their High Nobles. From which Your Right Worships, if it pleases you, will be able to see that, apart from several refutations of the misapplied and merely scraped-together arguments of the advocate fiscal, we have clearly demonstrated that his honor had not the least right or grounded reasons to complain against his judges in so scandalous a manner, but on the contrary that the members of this council, who wished to compel his honor to first request veniam agendi before issuing a summons against a member of the judiciary, had done so solely pursuant to the clear and distinct words of the local law specially introduced here and approved by Your Right Worships, to be found in the statutes of Batavia, Chapter on the manner of proceeding, Article 2, and dictating in terminis: "The authorities of the land, those of the Council of Justice, and the Court, as well as the respective officers, and no one shall bring anyone to justice except with special consent; likewise no one shall bring their parents nor their former lord or lady, on pain of forfeiting 25 realen of eight," pursuant to which law we had strictly behaved, except only that we excused the aforementioned officer from the penalty of 25 realen mentioned therein, for the reason that we imagined this order had been transgressed by his honor merely out of ignorance, as he had newly arrived here in Batavia, and not out of malice, and his honor, merely out of embarrassment at the time of the dispute that arose, had pretexted an exception of his person, or rather of his capacity, which cannot be derived from any laws, ordinances, or customs, against a generally and unrestrictedly speaking law; whereas, however, according to the fundamental rules of law, it stands as notorious and incontestable that no officer or fiscal is exempted from any law, or can or may enjoy any privilege, unless such has been clearly and specifically granted to him and permitted by the lawmaker. Upon which and other grounds deduced more broadly in our report, we then also requested at the end thereof that Their High Nobles would not be pleased to tolerate that the privileges of our college—against which no one had yet opposed themselves, and which in such general terms had been granted to Their High Nobles together with this council conjunctim, even against the customs of the Fatherland, solely for the greater respect of the inhabitants of this colony for the benefited persons—should be infringed upon or diminished in the slightest part. Notwithstanding this, our defense, which we imagined to be unshakeable, we obtained on 2 August of this year—after having once again provided a report on a certain further writing from the advocate fiscal presented to the High Indian Government concerning this question—a decision from the High Indian Government in this matter that was entirely disadvantageous to the council, inasmuch as by Their High Nobles' aforementioned resolutions passed on the aforementioned date, it was provisionally decreed that the advocate fiscal, acting ex officio against any of the members of our college, shall not need to request venia agendi; although, however, in the aforementioned resolution it had already been approved beforehand to request and await the interpretation of the questionable article from the Batavian statutes from Your Right Worships, whereas we had nonetheless hoped that Their High Nobles, with reverence, in this matter held to be so dubious by Their High Nobles themselves, had rather taken no provisional decision, but had left the matter in statu, so as to prejudice neither of the two parties in their assertions ad interim, or, if a provisional decision was deemed necessary, had at least in that case been pleased provisionally to leave a supreme court of justice in its possessory state.
Dutch transcription
3673 Verklaaren nul, kragte loos, en van geender waarde, als strijdig met de wetten en Bataviasche statuten, met verder verzoek dat dezen raade mogte werden geordonneert, omme hem advocaet fiscael in de Exercitie van zijn ampt geene de minsten verhinderinge toe te bren„ „gen, dan in tegendeel volgens haar Eed, ampt er pligt, in alle het geen billijk zoude zijn, te adsis„ „teeren, ofte andersints zoodanige maak Begulen te neemen, als haar hoog Edelens naa haar hoog wijs oordeel tot Conservatie van de Justitie, en mainctien van de officieren zoude verstaen te behooren Welk speculatieff request nevens der zelver bij lagen bij resolutie van haar hoog Edelens de dato 14„en Januarij anno stantij, aen ons zijnde geintrageert, om te suppediteeren de redenen, welke ons hadden ge„ „permoveert het meergeciteerde verzoek van hem advacaet fiscael te ontseggen, en van de hand te wijsen, zoo is daer tegens door ons antwor„ „pen, en op den 6:en meij daar aan vol„ „gende nevens Eenige by Lagen in Vergaderinge van haar hoog Edelens overgebragt onze defensie, hij wege van berigt Waeruijt Uw Hoog Achtb: des behaagende zullen konnen sien, dat wij buijten en behalven verscheijde refutatien der qualijk geappliceerde, der en —. 3674 en alleen opgeraapte argumentatie van den advocaat fiscael klaar heb„ „ben aangetoont, dat zijn E gen't minste regt ofte gefundeerde, redenen heeft gehad om zig op zoo Eer E clatante wijze tegens zijn regters te beklagen, maer ter Contrarie dat de Leeden dezes raads die zijn E: hebben wil„ „len necessiteeren om tegens Een Lid van de Justitie alvoorens dag„ vaardinge te doen, Eerst veniam agendi te versoeken, het zelve allenigh hadden gedaen, ingevolge der klaar en duijdelijk sprekende woorden van de alhier specialiter ingevoerde, en door uw Edele hoog Agtb: geaggreerde Locate wel„n tevinden in de statuten van Batavia Cap: van de manier van pro„ „cederen articul 2. , en in terminis Dicteerende, de lands over heijt, die van den Raade van Justitie, Ende den Geregte mitsgaders ook de respec„ „tiven officieren, en zal niemand voor regt betrekken ten zij met speciael Consent, Gelijk ook niemant sijne ouders nog te sijnen Gewesen Lijfheer, ofte vrouwe, op verbeurte van 25. realen van agten, ingevolge van welke wet wij ons stiptelijk hadden gedragen, Excepto alleen dat wij den meergemelte officier hebben geExcuseerd van de straffe van 25. realen daerbij vermelt, om reden wij ons verbeelden, dat deze ordere door zijn E: als nieuwelijks hier Batavia aangekomen 3675 aangekomen zijnde, alleen uijt Eene onkunde, en niet uijt malitie was getransgredieerd, en zijn E: alleen uijt Eene verlegentheijt ten tijde van het geExteerde dispunt/ hadde voorgewend Eene nergens uijt Eenige Regten, ordonnantien, ofte costumen, te Eli„ „cieren Exceptie sijns perzoons, of Liever qualiteijts van Een generali„ „ter, en ongelimiteert spreekende wet daer Egter volgens de grond regulier des regts notoir, en in contes„ „tabel, vaststaat, dat geen officier ofte fiscaal van Eenige wet is geExipieert, ofte Eenig voor regt kan nog mag genieten, ten zij zulx duijdelijk, en speciaal aan hem is vergunt, en door de wet gever toegestaan geworden, op welke En andere fundamenten breeder in ons berigt gede„ „duceert, wij dan ook in het Eijnde van dien, hebben verzogt, dat haar hoog Edelens niet geliefden te gedagen dat de privi„ „legien van onse Collegie, waer tegens sig nog niemand hadde aangekant, en die in zulke generale termen aan Haar hoog Edelens nevens dezen raade conjunctim zelvs tegens de Vaderlandsche gewoontens alleenig tot meerder agtinge der inwoonders dezer colonie voor de gebenefi„ „ceerde persoonen waren geaccor„ „deert, zouden werden geinfringeert, ofte in 't geringste deel vermindert, Niet tegenstaende deze ons zoo wij ons verbeelden onwrik bare defensie, toegestaen hebben 3676 hebben wij op den 2:' augustus de zes Jaers, naa alvoorens op zeker nader geschrifje van den advocaet fiscael over dezen questie aan de Hoog Jn„ „diaasche Regeringe gepraesenteert, nog „maals van berigt te hebben ge„ „dient, eene voor den raad averleensins nadelige decisie van de hoog in dian„ „sche Regeringe hier omtrent geob„ „tineerd, nademael bij haar hoog gemelte Resolutien op voors datum gevallen, bij provisie is ge„ „statueerd, dat den advocaet fiscael Exofficio ageerende tegens jemand van de leeden uijt ons Collegie, geen venia agendi zal behoeven te verzoeken/ daar Egter in voorsz: Resolutie bevorens reeds was goed=gevonden de inter„ „pretatie van het questieuse arti„ „cul uijt de Bataviasche statuten van Uw Edele Groot Achtbaare te versoeken, en afte wagten, daer wij Egter wel verhoopt hadden dat haar hoog Edelens onder reve„ P s „rentie in dezen bij haar Hoog Ed:s zelver zoo dubieus gehouden wer„ „dende quaestie, Liever geene provisioneele dicisie hadden genomen, maar de zaake instatu hadden gelaten, om geen van bijde de partije adinterim in haare Sustenue te verkorten, dan wel in dien er Eere provisioneele decisie nodig was geagt, ten minsten in dien gevallen Een opporste gerigts„ „hoff hadden gelieven bij provisie te reeds laten
English
to let prevail over their subordinate officer regarding the question of their privilege, against which no contrary precedents could be found, but to the contrary it can well be shown that previous officers, having greater respect for their judges, never proceeded to such inquiries without a preliminary request. Just as in such manner in the year 1671, the Advocate Fiscal of India Cornelis Snoek, in his initiated action against Mr. Daniel Wichelhuisen, Member of the Council of Justice, needing for the proof of his Honour's contention the statements of the Messrs. Willem van Outshoorn, Jacob van Dam, and Aarnout van Overbeke, fellow members of the said Council, first and beforehand requested them that it might please them to give truthful testimony of all that had appeared and was known to them regarding the aforesaid matter, and further that the remaining members of the Council would be pleased, as far as might be necessary, to order the said Messrs. Outshoorn, van Dam, and Overbeke thereto, as your Right Honourable Honours (if it pleases you) will evidently see from the accompanying and annexed minute of request dated 14 January 1671, to which we refer with all respect, and which provides a clear proof that the officer of that time by no means undertook to summon publicly to the roll any members from the said body to give testimony of the truth, but on the contrary sought first to dispose them in a much more civil and respectful manner by a private oral request in Council without citation, and upon refusal thereof obtained an order against them from the other members with all reverence. Moreover, the said privilege was established solely for the greater lustre and respect of the same, without exception, generally in relation to everyone, whereby our officer meanwhile would have lost nothing, except only, should your Right Honourable Honours be pleased to find against us—which we do not hope—that he would then have shown his judges more reverence and respect while awaiting your Right Honourable Honours' final decision than was truly maintained by his Honour to belong to them. For all which reasons we also, at the time of receiving this resolution, resolved likewise to present this matter to your Right Honourable Honours, all the documents belonging thereto being annexed hereto under numbers 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, and 31, in the hope of a favourable and speedy final decision, which we, subject however to correction by wiser judgment, anticipate to the benefit of this distinguished supreme court of justice. Lastly, there must also be brought to the consideration of your Right Honourable Honours, as communication thereof has apparently also been made to your Right Honourable Honours by their High Excellencies, a certain question arising from the aforementioned dispute, which was raised by the fellow member in this Council, Mr. Jacob Lakeman, for the reason that his Honour, regarding the review and submission of the second report of the Council just cited in passing concerning the dispute with the Advocate Fiscal, was not also convened by the presiding member of this Council, Mr. Gerardus Gerlag, and no communication thereof had been given to his Honour. For the said Mr. Jacob Lakeman, very dissatisfied thereat, having thought fit tacitly to address himself in that respect by petition to their Excellencies, to the end that the said Mr. Gerardus Gerlag as presiding member should be ordered henceforth to give him, the aforesaid Mr. Jacob Lakeman, communication, disclosure, and reading of all papers that concerned him as a member of the Council, and to have meetings called without distinction according to the old custom and practice (as his Honour alleged), as well as to prohibit the secretary from signing and delivering any papers in the name of the Council except those that had been approved in a properly summoned meeting. Thus the said petition, upon the special request of our aforementioned presiding member, was granted in copy to his Honour by their High Excellencies by minute resolution dated 20 May of this year, in order to communicate the same to the Council for a declaration on its contents for the information of the High Government; and after his Honour had given communication thereof to the Council, the accused members and the secretary submitted their defence against it on the table of their High Excellencies on 15 July 1735, consisting in summary and principally of this: that such calling of the meeting without also convening the said Mr. Jacob Lakeman had never been undertaken
Dutch transcription
3677 laten praevaleeren boven hunnen onderhoorigen officier, omtrend de quastie over der selver privilegie, waer tegens geene strijdige Exempelien hebben kunnen werden opgespeurt, maar kan ter contrarie wel aange„ „toont werden, dat voorige officieren meerder agtinge voor hunne regters hebbende, nooit tot diergelijcke en„ „questen sonder preallabelversoek getreden zijn, gelijk ook in dier voegen a:o 1671. den advocaet fiscael van Jndia Cornelis Snoek in zijne ge Enthameerde actie tegens M„r Daniel Wichelhuisen Lid in den raad van Justitie, tot bewijs van zijn Ed:s gesustineerde van noden hebbende gehadt de verklaringen van de heeren en m:rs Willem van outshoorn, Iacob van Dam, en Aarnout van overbeke, mede Leden in den zelven raad, deselve Eerst en van te voren verzogt heeft dat het haar gelieven zoude opregte getuijgenisse te geven van alle het geene haar van voorsz: zaak gebleken, Ende kennelijck was, Ende verders dat de overige leden van den raad gem: heeren Outshoorn, van Damjen overbeke voor zoo veel het nodig mogte wezen, daer toe souden gelieven te condemneren, gelijk aan uw Edele hoog agtb: (des 1 gelievende:) Evidentlijk zal blijken uijt de hier bij overgaande en geannex„ „eerde notul van versoek in dato den 14:en Januarij 1671. waar aan wij ons met van alle 3678 alle Eerbiedt Refereren, Ende de„ „welke Een duijdelijke preuve komt uijtte leveren dat den doenmaligen officier geensints heeft ondernomen Eenige Leden uijt gemelde collegie tot het geven van getuijgenisse der waerheijt publicq ter rolle te dag„ „vaarden, maer ter contrarie op vrij civielder, en Eerbiediger wijze haar door Een particulier mondeling versoek in raade zonder Citatie Eerst heeft tragten te disponeeren, en bij weijgering van dien/ van de andere Leden met alle reverentie Condemnatie tegens haar heeft geimpetreert, zijnde daer en boven gemelde priviligie alleen tot meerder Linster en agting van het selve, zonder uijtsluitinge, Generaliter met relatie tot Een iegelijk, gestatueert, daar onsen officier in tusschen niets zoude hebben bij verlooren gehad, als alleenig, in dien uw Edele hoog agtb: ons in't ongelijk dat wij niet ver„ „hoopen, zullen gelieven te stellen, dat den zelven als dan zijne regters meer reverentie / en agting onder het afwagten van Uw Edele hoog agtb: finale decisie zoude hebben betoond, als waarlijk aan de selve door zijn E: gesustineerd werd te Competeeren Om alle welke reden wij dan. ook ten tijde van het ontfangen van dit besluijt hebben geresol„ „veerd deze zaake insgelijx aan uijtsluitinge uw 6 3679 Uw Edele hoog Agtb: voor te dragen gaande alle de documenten daer toe behoorende ten dezen annex, onder N=os 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. en 31. in hoope van Een favorabele en spoedige finale decisie welke wij /:onder correctie Egter van wijzer sentiment:/ ten voor deele van dit aansienelijk opper„ „ste gerigts hoff zijn voor uijt siende. Laastelijk moet bij dezen nog aan uw Edele hoog agtb: in aanmerkinge werden gebragt, wijl apparentlijk door haar hoog Edelens daer van mede aan uw Edele hoog agtb: Communicatie zal zijn gedaen, zeekere uijt het voornoemde ver„ „haalde dispunt, geresene qulestie, welke door het mede zid in dezen raade M„r Iacob Lakeman is geoppert om redenen zijn Ed: over het resumee„ „ren, en indienen van het Even intransi„ „tu aangehaalde tweden berigt van den Raad, aangaande het differend met den advocaet fiscael, door het voor sittend Lid dezes Raads m„r Gerardus Gerlag niet mede gecon„ „voceert, en aan zijn Ed: daer van geene Communicatie was gegeven, want gemelde m„r Iacob Lakeman daar over zeer t' ont„ „vreeden, hebbende kunnen goedvin„ „den sig stil swijgende ten dien respecte bij request aan haar Edelens te addresseren, ten fine gemelte m„r Gerardus Gerlag als voor welke sittend 3680 sitterd Lid zoude werden geordonnid om hem voorsz: m„r Iacob Lake„ man voortaan Communicatie openinge, en Lecture tegeven van alle papieren welke hem als Lid van den raad Concernerende waren, Ende vergaderinge zonder onderscheijd volgens het oude ge„ bruijken Costime (zoo als zijn Ed: voorgaf:) te laten aan zeggen, mitsga„ „ders den secretaris te interdiceeren Eenige papieren op naem van den Raad te onderteijkenen, en afte„ „geven, als die in Eene ordentelijke aangesegde vergaderinge zouden zijn geapprebeert geworden; zoo is het gemelde request op speciael verzoek van meer genoemde ons voor sittend Lid door haar Hoog Edelens bij notulair besluijt de dato 20:en meij dezes Jaers in Copie aan zijn E: toegestaan, om het zelve aan den raad te Communiceeren ter verklaringe over dies inhoud tot narigt der Hooge Regeeringe, en na dat zijn E daer omtrent den raad Communicatie hadde gegeven, hebben de beklaagde Leeden, en den secretaris daer tegens op den 15:n Julij 1735. hunne defensie ter taffel van haar hoog Edelens ingedient, bestaande Summarie, en voornament„ „lijk daarin; dat dusdanig beleggen der vergaderinge zonder mede con„ vocatie van gemelde m„r Jacob Lakeman nimmermeer was Voor ondernomen 1