VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 2710

Persia · 1,362 pages · 271 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_2710_0001 view scan ↗

English

30 April 1749 2602 2 310 Register of Letters and Papers from Batavia arrived Anno 1749 Third Volume Per the ship 't Slot van Cappelle Folio 978 to 979 Register of Papers 980 to 981 Original Missive from the Governor General and Council addressed to the Chamber of Amsterdam; dated 18 March 1749 982 to 989 Duplicate Register and 990 to 991 Ditto Private Missive, by and to the same as above, dispatched on 31 January 1749 per the ship Amsterdam 992 List of the officers, passengers, and condemned persons sailing over with the ship 't Slot van Cappelle 993 Declaration of Captain-Lieutenant Jacob Buijs that what is mentioned in the inventory has been properly provided 994 Report of First Mate Marten Heyderman concerning the hold of that vessel 995 to 1012 Six copy sentences against J: van Thiel, J: de Leeuw, F: Koek, P: J: Berghoff, D: van Laten, and J: de l'Eglise, currently sailing over 1013 Original missive from Governor-General van Imhoff to the Chambers of Amsterdam and Zeeland, dated 16 March 1749 Third Batavia 30 April 1749 fol. 1014 to 1016 Register of Papers Per the ships Bredenhoff and Standvastigheijt 1017 to 1077 Original General Missive written by the Governor-General and Council of the Indies at Batavia to the Assembly of the Seventeen, dated 30 April 1749 1078 to 1079 Ditto Private Ditto to the Chamber of Amsterdam, dated 25 April 1749 1080 Duplicate Register and 1081 to 1082 List of the officers, passengers, and condemned persons repatriating per the ships Leekerland and Bredenhof 1083 to 1120 Copy of the Memorandum left by the departed Malabar Commander R:s Siersma to his successor C: Stevens, dated the last of February 1748 1121 to 1166 Ditto Private Missive from and to the same as above, the original having been sent per the ship Leekerland and dated the 5th of the aforementioned month of April 1167 to 1168 Ditto representation of M. W. Tempenzel, Supercargo and Captain of the private ship Johanna Elisabeth, against the supercargoes van Nimwegen and Jongstal, who recently returned from Mocha with the ship Beukestein, including some appendices 1169 to 1175 Ditto reports regarding the small arms, firearms, and ammunition of war on the return ships 't Slot van Cappelle, Leckerland, and Bredenhoff fol. 1176 to 1180 Copy letters from and to the ministry on behalf of the English East India Company at Bencoolen, dated 30 January and 15 March 1749 1181 to 1195 Formal statement of account drawn from the General Indian Trade Books Anno 1746/7 1196 to 1204 Ditto Ditto and balance on the Batavia Trade Books Anno 1747/8 1205 to 1207 Complete liquidation regarding returns from the Indies for the year 1749 1208 to 1263 Returns of sold merchandise at the outer offices Anno 1746/7 and 1747/8 1264 to 1284 Seven consumption accounts of as many ships arrived at Batavia from the Netherlands, including the resolutions taken thereon by the Governor General and Council, and lists of the remaining provisions 1285 to 1291 Secret resolutions taken in the Council of the Indies from the first of January to the last of March 1749 1292 Copy short indication of the loss on the cargo of the ships de Herstelder and de Hervatting to the lands east of Japan, dated the last of August 1748 1293 Copy report regarding the findings of white peas from an English ship, dated 29 April 1749 Third Batavia 30 April 1749 fol. 1294 Copy report of the Secretary of the Court of Justice at Batavia, containing an elucidation regarding the estate moneys of Mr. Petrus Vuyst requested by Mr. Jan Willem Camerling, under date of 2 May 1749 1295 to 1297 Ditto Ditto from the Secretary of the Orphan Masters at Batavia touching the moneys of Mr. Gualter Roeloff Carper still outstanding in Banda, dated as above, including an extract from a letter from the Orphan Masters in Banda to the Orphan Masters in Batavia dated the last of August 1745 Per the ship de Standvastigheyt 1298 Register of Papers 1299 to 1300 Original Missive from the Governor General and Council to the Chamber of Amsterdam, of 13 May 1749 1301 List of the officers repatriating on the said vessel 1302 to 1311 Original missive and appendix from the Reverend Church Council at Batavia addressed to the Assembly of the Seventeen, dated 6 May 1749 Papers received via Ceylon from Persia 1312 Register of Papers 1313 to 1324 Original letter from the Temporary Director J:s van Schoonderwoert and council to the Assembly of the Seventeen, dated 10 October 1748 fol. 1325 to 1470 Four copy letters from the same as above, written to the Governor-General and Council of the Indies at Batavia, dated 28 February, 22 December 1747, 25 March, and 20 October 1748 1471 to 1479 Considerations regarding free trade, drafted by the said Director van Schoonderwoert and submitted in the Council of Policy at Gamron on 15 June 1748, including some appendices 1480 to 1490 Two translations regarding the renewal by the new ruler Adil Shah of the prerogatives granted by former kings, dated the last of January and the first of February 1748 Ordinary Papers of the Court of Justice 1491 to 1494 Register of Papers 1495 Original Missive from the President and Council of Justice at Batavia to the Assembly of the Seventeen, dated 20 December 1748 1496 to 1504 Copy sentence of the said Council, dated 26 March 1748, against Mr. Jacob Pompe van Meerdervoort 1505 to 1506 Ditto Ditto under date of 20 May 1748 in case of revision occurred in the aforesaid matters 1507 to 1508 Ditto Ditto of date 9 July 1748 in the case of Captain-Lieutenant at sea Jan Reyndarts Third Batavia 30 April 1749

Dutch transcription

30 April 1749 2602 „ 2 310 Register der Brieven en Papiene van Batavia overgekomen Ao 1749 Derde Deel Per t schip t Slot van Cappelle Foli 978 tot 949 Register der Papieren 980 „ 931 Origineele Missive van gen:t en raden aan de kamer Amsterdam gerigt; gedateert 18 Maart 1749 982 „ 989 Duplicaat Register en 990. 991 Dte. Particuliere Missive, door en aan als vooren 33 onder den 31 Jan: 1749 versonden der t schip Amstr Notitie van de officiers, Passagiers en gecondemneerdens met t schip t Slot van Cappelle overvarende verklaring van den Captain Luijtenand Jacob Buijs dat van het vermelde bij den Inventaris behoorlijk is voorsien Pt. van den opperstuurman Marten heyderman conser nerende 't ruijm van dien bodem 992. „ 1012 ses Copia sententien, ten Lasten van J: van Thiel J: de Leeuw F: Koek, P: J: Berghoff: D van Laten en I: de O: Eglise, thans overvanende Originele missive van den Gouvern: Generael van Imhoff aan de Kameren amsteldam en Zeeland, in dato 16 maart 1749 103„ 994 992. 3:e Batavia 30 April 1749. 993. 1079 1076„ 1080 1081 „ 1032 Notitie der officieren Passagiers en Gecondemneerdens per de schepen Leekerland en Bredenhof repatreerede 1083„ 1120 Copia Memorie van den afgegane Mallabaars Commander R:s Siersma aan deszelfs vervanger C: stevens naar gelaten, in dato ultimo Feb: 1748 1024 „ 1166 17=t Dto vertoog van M. W. Tempezel, Carga en Schipper van t Particulier Schip de Johanna elisabeth ten Laste van de Jongst met t schip Beukestain van Mocha gereverteerde super Cargas van Nemweg en Iongstal annex Eenige bylagen 1169 „ 1175 D=o berigten nopens het hand en schiet geweir en Ammunitie van oorlog op de rethourschepen 't slot van Capoe Leckerland en bredenhoff Per de schopen Bredenhoff en de Standvaste„ „heijt 1017 „ 1077 Originele generale Missive door den Gouv:r generaal _o ende raden van Indien te Batavia aan de vergad:s van 17=en gesz indato 30 April 1749 Dt. Particuliere Dt. aan de kamer Amsterdam ge¬ dateert 25 April 1749 Duplicaat Register en St Particuliere Missive van en aan als Even zijnde Per t Schep Leckerland origineel versonden en gedateert den 5de der meergem: maand April „ fol. 1014 tot 1016 Register der Papieren ƒ : fol. 1176 tot 1180. 1285. „ 1291 Copia brieven van en aan t ministerium wegens de Engelse Oost Indische Comp: te Bancahoeloo, de datis 30 Jan: en 15 Maart 1749 1181. 1195 Formele staat reek: getrocken op de generale Indische Negotie boeken Ao 1746/7 9to Dto. en balance op de Bataviase Negotie boeken Ao 174 7/8 1205. 1207 C=to Liquidatie op t stuk van rethouren reyt Indien 1oor den Jaare 1749 1208 „ 1263 Rendementen van verkogte koopmansz op de buyten Comptoiren Ao 174 6/7 en 174 7/8. seven stuks Consumptie Rekeningen, van zo veel weyt Nederland op Batavia gearriveerde scheppen, annex„ de daar op genomen besluijten van G: en R en Notitien der overige Provisien 1196 „ 1204 1264. 1284 secrete resolutien in rade van Indien genomen zedert Primo Jan: tot ultimo maart 1749 Copia korte aanwysing van 't verlorene op 't Carqua „soen van de schepen de Herstelder en de hervat s ting naar de lande beoosten Iapan, gedat: ultimo aug:s 1748 Copia berigt nopens de bevinding van witte Erweten Uyt een Engels schip in dato 29 April 1749 3:e Batavia 30 April 1749. o atrieerede per 1292 „ „en fol. 1294 1295 tot 1297. 1298. 1312 Copia berigt van den Secret: van den Raad van Jastel te batavia, houdende elucidatie nopens de door Mr Jan willem Camerling versogt boedel Penn: van Mr Petrus Vuijst, Sub dato 2 Maij 1749. Gte Sto van den Secrets: van Weesmeesteren te batavia toucherende de inbanda nog uytstaande Penn: van mr. Gualter Roeloff Carper, in dato als voren, anne een Extract uyt een brief van weesmeesteren in banda aan weesmeesteren te batavia onder ultimo Augustus 1745 Per 't schip de Slandvastigheyt Register der Papieren Originele Missive van Gen: en Rade aan de kamer Amsterdam van 13 Maij 1749 Notitie van de officiers, repatreerende op gemelde bodem 14 Originele missive en bylaag van den eerwaarde 1302. 1341 e kerkenraad te Batavia aan de vergad van 17=n gerigt gedateert 6 Maij 1749 Papieren over Ceelon uit Persien ontfangen Register der Papieren Originele brief door den Temporeel Gezaghebber J„s van schoonderwoert en raad aan de vergads van 1313. 1324 de datis 10 Octob:r 1748 1299 „ 1300 1301. 1480 „ 1490. fol. 1325 tot 1470 Vier Coppia brief van als Even, aan den Gouverneur generaal ende Raden van Indien te Batavia gesz de datis 28 Feb: 22 xeber 1747, 25 Maart en 20 October 1748 Consideratien belangende de vrije vaart, bij den Gem: Gezaghebber van Schoonderwoert ontworpen en gedient inrade van Politie te Gamron den 15 Junij 1748 Annex enige bylagen Twee Translaten, nopens het door den Nieuwe vorst Addil Sia hrenoveren der bij vorige Koningen verleende prerogativen, de datis ult„o Jan en Primo feb 1748 Ordinaris Papieren van den Raad van Iustitie Register der Papieren Originele Missive door den praesident ende Raden van 1504 v Iustitie te Batavia aan de vergad:s van 17=e in dato 20 December 1748 1505 „ 1506 Copia Pententie van welgem: Rade in dato 26 Maart 1748 ten Laste van Mr. Jacob Pompe van Meerdervoort Dto Pto Sub dato 20 Maij 1748 in Cas van revisie in voorsz zaken gevallen 1509 „ 1510. D=o D:to van dato 9 Iulij 1748 in der zaken van den Captain Luytenand ter zee Jan Reyndarts 1507 „ 1508 1491. 1494. 3:e Batavia 30 April 1749. 1495. n 1496 „

NL-HaNA_1.04.02_2710_0010 view scan ↗

English

1555 No. 1511 to 1512 Copy of Sentence dated 3 September 1748 against folio the citizen Jan Cassier 1516 Ditto Ditto dated 24 September 1748 in the case of Berna 1513. Macoffrij and Gregoire Thousselier Ditto Ditto under date 27 August 1748 in the case of Monie 1517. to 1542. Anthonijsz versus Jan van Oort in his capacity 1 Minute of 2 July 1748 relating to the aforesaid cases Copy Extract Resolution taken in the Council of India 1519 to 1537 on 17 September 1748 whereby the granting of a certain penal interdict, by the Council of Justice against the Bailiff Mr. Nicolaas Jongsma, was disapproved by the Governor-General and Council, etc. 1538. 1548 Specification of the completed and still pending lawsuits from 1 September 1747 to the end of August 1748. Extraordinary Papers of the Council of Justice 1550 Register of Papers Original Letter from the Council of Justice to the Meeting 1554 of the Seventeen dated 10 December 1748. Extract from the Criminal Minutes dated 30 April 1748 1556 containing the recusal of the Pro Interim Advocate Fiscal Mr. Albertus Waals by the detainee, the former Governor-General Adriaan Valckenier 101 108 108 107 1518. folio 108 1549 1551 1 1565 1559 1560 to 1561 folio 1557 to 1558 Copy of Sentence dated 23 July 1748 whereby the aforesaid exception of recusal was admitted Ditto Minute dated 28 July 1748 whereby the case of the said Valckenier was assigned to the Water Fiscal Van Suchtelen in order to officiate therein henceforth Extract from the Criminal Minutes dated 24 September 1748 whereby the aforesaid case was stated Ditto Extract as above dated 30 April 1748 whereby it is established that in the case of Mr. W. v. Helvetius the 91 parties requested the opening of the inquest, as well as a fourteen-day period for exceptions 1563 to 1564. Ditto Extract as before dated 9 July 1748 whereby it appears that the parties have invoked general exceptions and reservations of rights, as well as requested a day to serve an inventory of the documents 1565, 1566 Extract from the Criminal Minutes of 25 July 1748 whereby it is established that the parties on both sides have served an inventory of the documents and requested judgment Copy of Minute dated 30 July 1748 whereby it was resolved to have the hostage Mr. W. v. Helvetius asked whether he desires that authenticated extracts as well as copies of and from the writings and papers to which he refers in his submitted inventory 3rd Batavia 30 April 1749. 1562 1567. 9 1577 shall be prepared, etc. folio 1568 to 1573 Copy of Declaratory Act under date 17 September 1748 concerning the aforesaid Minute with the ruling given thereon Ditto rejoinder dated 24 September 1748 submitted by the Pro 1574 to 1576 Interim Advocate Fiscal Mr. A. Waals against the aforesaid declaratory act Ordinary Papers of the Council of Justice Original dispatch written by the said Council to the Amsterdam Chamber, dated 31 December 1748. List of such deceased insolvent Company servants as sailed out for the Amsterdam Chamber 107 108 1578 102 3rd Batavia 30 April 1749. to aforesaid 29 Amsterdam Year 1749 Register of Papers being sent per the return ship 't Slot van Capelle for the Amsterdam Chamber, consigned to the Noble Honorable Lords Directors of the General Dutch East India Company there, to wit: No. 1. Original dispatch from Their Excellencies the Governor-General and the Councillors of India to the Noble Honorable Lords Directors at the Chamber in Amsterdam, dated today 2. Register, and 3. Duplicate private dispatch from and to as before, sent on 31 January of the current year per the ship Amstelveen 4. List of the officers and passengers sailing on the bearer hereof 5. Declaration of Captain-Lieutenant Buijs regarding the receipt of all necessities for the home voyage, and that the vessel 't Slot van Capelle under his command is truly provided with what is listed in the inventory 6. Declaration of the chief mate concerning the hold of that vessel No. 7. No. 118 278. delivered of the same to let sailing zp Chart Room No. 7. List of the issued charts and navigational instruments Pay Office 8. Bill of lading of the issued clothing and cash for the home voyage, to be distributed among the crew Pharmacy 9. Catalogue of the issued medicines 10. Six copy sentences passed by the Honorable Council of Justice here against the said Captain at Sea Jan van Thiel, the ship's blockmaker Jan de Leuw, dragoon Jan Koek, drummer Pieter Jansz. Berghoff, quartermaster Boris van Laten, and gunner Joseph de l' Eglise Separate 11. List of the chests and baggage of the repatriating crew on 't Slot van Capelle 12. List of the consignment boxes also going over therein Separate Separate 13. Duplicate list of the chests and baggage of the crew on Amstelveen Separate 14. Duplicate list of the consignment boxes sent therewith Warehouse 15. Addition or further requisition for India in the year 1750. 16. Notes on the same requisition Warehouse Warehouse 17. Pattern of cloth for Japan 18. Short invoice — of the cargo in the bearer hereof Amsterdam 19. Long invoice — 20. Bill of lading. No. 21 979 No. 21. Inventory — Shipyard of what was issued thereto 22. Account of expenses Pay Office which 23. Note indicating how the goods therein were stowed 24. Two packets from the Manila Company and shortly written to Puerto de Santa Maria Batavia, in the Castle, 18 March in the year 1749. Jongsma, Secretary the crew let of the same delivered No. 158 examined Mouman E 980 Per 't Slot van Capelle Amsterdam To the Noble Honorable Lords Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Chamber there Noble, Honorable, Wise, Foresighted, and Very Generous Lords The vessel named in the margin of this letter turning its prow toward your Noble, Great, and Honorable Lordships on this date, we have the honor to inform that its cargo amounts to No. 118 departed of the same to let

Dutch transcription

1555 N:o 1511 tot 1512 Copia Vententie ged:t 3 September 1748 ten Laste van fol den Burger Jan Cassier 1516 Dto D=to in dato 24 Sept 1748 in der zaken van Berna 1513. Macoffrij en Gregoire Thousselier Pto D„lo sub dato 27 Aug:s 1748 in der zake van Monie 1517. „ k542: Anthonijsz Contra Jan van Oort qq 1 Notul van den 2=e Julij 1748 tot voorsz zaken relatieff Copia Extract Resolutie genomen in rade van India 1519„ 1537 den 17e. Septembr 1748 waar bij 't verlenen van zeker penael interdict, door den raad van Justitie tegens den Bailleew Mr Nicolaas Jongsma„ .. bij G' en R werd geimprobeert en'z 1538. 1548 Specificatie der afgedane en nog Lites pendente Proce„ „sen zedert P=mo Pept 1747 tot Ultemo Aug: 1748. Extraordinaris Papieren van den raad van Iustitie 1550 Register der Papieren Originele Brief van den raad van Justitie aan de vergu 1554 van 17=ne gedateert 10 xber 1748. Extract uit de Creminele Notulen van dato 30 April 174 1556 Continerende de Recusatie van den Prointerim Adv. Fiscaal Mr Albertus Waals door den gedeteneerde gew: Gouv:r Gen„l Ad„m valckenier 101 108 108 107 1518. fol. 108 1549 1551 1 1565 1559 1560 „ 1561 fol. 1557 tot 1558 Copia Pententie in dato 23 Iulij 1748 waar bij voorsz exceptie van recusatie werd geadmitteert Dto Notul de dato 28 Julij 1748 waar bij de zaak van gemelde valckenier werd opgedragen aan den water¬ „fiscaal van suchtelen omme voorthaan daar inne te officieren Extract uyt de Criminele Notulen gedateert 24 Sept. 1748 waar bij voorm: zaak werd geslateert D=te uit als boven van dato 30 April 1748 waar bij Con„ „steert dat in de zaak van mr W: v: helretus door 91 Parthijen opening van en queste is versogt, mitsgad„s dag ten veertienen tot reprochen 1563 „ 1564. D=to uit als voren in dato 9 Iulij 1748 waar bij blykt dat Parthijen hebben geimploreert generale re¬ prochen en salvatien van regten, mitsgaders dag versogt om te dienen van Inventaris der stukken 1565, 1566 Extract uit de criminele Notulen van den 25 Julij 1748 waar bij comsteert dat Parthijen hincinde van Inventaris der stukken hebben gedient en regt versogt Copia Notal van dato 30' Julij 1748 waar bij verstaan is den gegyselde Mr W: v: helvetius te laten afvragen of hij begeert, dat 'er geauthentiseerde zo Extracten als copien uyt en van de schrifturen en papieren waar toe hij zig bij zyne ingediende Inventaris 3:e Batavia 30 April 1749. 1562 1567. 9 1577 is refererende, zullen vervaardigt werden etc fol. 1568 tot 1573 Copia Declaratoir sub dato 17 Sept. 1748 specterende op voorsz Notul met het dispositie daar op gevalle Dto recreptie in dato 24 Sept: 1748 door den prointe 1574 „ 1576 „rim Adv:t Fiscaal M:r A waals tegens voorsz declaratoir ingedient Ordinaris Papieren van den Raad van Iustitie Originele missive door gem: raad aan de kamer Amsterdam gesz gedateert 31 xber 1748. Lijste van zodanige Insolvent overledens Comp:s dienas als voor de kamer Amsterdam uytgevaren zijn 107 108 1578 102 3:e Batavia 30 April 1749. te orsz 29 Amsterdam A„o 1749 Register der Papieren werdende versonden p„r tretourschip 'tslot van Capelle voor de kamer Amsterdam geconsigneert aan de Edele Agtbare heeren Bewinthebberen van de Generale Nederlandse oost Jndishe Comp„e aldaar, te weeten: N:o 1. origineele missive van haar Ed„s den Gouverneur Generaal en de Raden dan Jndia aan de Edele agtbare heeren Bewindhebberen ter kamer tot Amsterdam, gedateerd op heden „ 2. Register en „ 3. Duplicaat particuliere missive dan en aan als voren onder den 31„' Ianua: J:o C: versonden p„r'thip Amstdleen „ 4. Notitie van de officiers en passagiers met brenger dezes over„ Cp„r lieutenand Buijs wegens 't genot „ 5. Verklaring van den van al 't benodigde voor de thuijs reijse, en dat zijn onderhebbenden bodem 't lot van Cpelle van 't verm„, bij den inventaris waarlijk is voorzien „ 6. verklaring van den opperstuurman Concerneerende 'truijm van dien bodem N„o 7. No. 118 278. afgegave desselfs telaten „varende zp Kaartek: N„o 7. Lijft van de verstrekte kaarden en stuurmans gereedsz: soldyl „ 8. Cognoisement van de verstrekte kleden en Consanten door de thuijsreijse, om onder 'tvolk teworden uijtgedeelt Apotheecq. „ 9. Cathalogus van de verstrekte medicamenten „ 10. ses Copia sententien bij den agtb: raad van Justitie alhier geslagen ten laste van den ged„ Cap:n ter Lee„ Jan van Thiel, daars blokmaken Jan de leud dragender Jan Koek, tamboer Pieter Jansz: Berghoff, quaatiermaester Borie van Laten en Canonier Joseph de O Eglise Apart „ 11: Lisse van de kisten en bagagie der repatrieerende manschap op 'tslot van Capelle „ 12. Lijste van de daar meede overgaande bestelkasjes Apart Apart „ 13. dubbelde Lijst van de kisten en bagagie der manslap op Amstelveen Apart „ 14. dubbelde Lijst van de daar meede versonde bestelkasjes pakhuyjs „ 15. Ampliatie of nader Eijsch voor Jndien en A„o 1750. „ 16. Aanmerking op deselve eijsch pakhuis pakhuy „ 17. Monster van stoff voor Japdan „ 18. korte factuur — van 't geladene in brenger deezes dam „ 19. lange factuur- „ 20. Cognossement. n„o„ 21 979 N„o 21. Jnventaris— werf van 't versrekte daar aan „ 22. onkostreecde Soldy welk „ 23. Notitie aaneijende hoe de goederen daar in zijn wergesuut ge stalen 24. Twe pabqruten uijt de manilhas omp: en in't srags beschaaven na P=lo de Sanca maria Batavia in 't Casteel den 18„e Maart A„o 1749. Jongsmacor„ de shap elaten desselfs afgegave No. 158 nagesien Mouman E 980 Ter't slot van Cappelle Amsterdam Aan de Edele agtbare heeren Bewinthebberen der Generale nederlandsche g'octroijeerde oost jndische maetschappij ter kamer aldaar Edele Agtbare wijze voorzienige en zeer Gene„ reuse heeren Den in margine deeses genoemden bodem tot uw wel Edele groot agtbaarens op dato sijnen steeven wendende, hebben wij de Eerte bedeelen, dat sijne lading groot No. 118 afgegane desselfs etaten

NL-HaNA_1.04.02_2710_0022 view scan ↗

English

amounts to ƒ 506797: 98, consisting of jewels, cloves, Mocha and Javanese coffee, linens, silk fabrics, silk, pepper, coffee, cotton yarn, and tea on freight, which cargo we wish that by God's blessing may arrive safely in the beloved fatherland and be delivered in good condition into your Right Honorable worships' hands. While further for the information of your Right Honorable worships it serves to note that the officers of the ships Leckerland and Huijgewaard have properly accounted for their consumption accounts and disbursed cash at our session of February 21 last past, to whom has been granted ƒ 300 each as a premium for a speedy voyage. Also, in our meeting of the 25th of the same month, the cargo of the ship Leckerland was duly passed by its officers, the deficits allowed to be written off, and also allowed to be entered into the trade books 36 barrels of Mum and 5 barrels of fine beer, alongside 88 leaguer staves shipped over from Lisbon into this vessel and brought here outside the invoice; as soon as Huijgewaard is unloaded and one is able to review its cargo, we shall report to your Right Honorable worships on its condition. As appears from the attached receipt, there has been paid into the Company's treasury from the fund of the library mentioned in the resolution of 18 October 1746, at the disposal of the advocate Master Nicolaas Hartman for the purchase of books, the sum of 200 rijksdaalders at 48 stuivers each, which we request may be paid out to the said gentleman should it be needed. Meanwhile referring ourselves to the secretarial and trade papers sent alongside this, we commend your Right Honorable worships and the Company's momentous interests to the merciful protection of God Almighty, remaining, No. 18 Dispatched its lists Batavia in the Castle the 18th March Anno 1749 remaining further with deep and bounden respect, Noble, Honorable, Wise, Prudent, and very Generous Sirs, Your Right Honorable worships' humble and obedient servants, O. D. Waeijeng, Art. Babeel, Prodsepgarde, M. Luijsenaer, Jacob vanden Bosch, W. Verijsel. No. 58 Dispatched its lists No. 58 Dispatched its lists H. vander Voort Examined No. 1. Amsterdam Anno 1749 Letters, books, and papers which are now sent by the return ship Amstelveen to the presiding Chamber at Amsterdam, consigned to the Noble Honorable Lords Directors of the General Dutch Chartered East India Company there, namely: General Register of the lists No. 1. Original general missive from their Excellencies the Governor-General and the Council of the Indies to their Right Honorable worships, the delegated Lords Directors at the assembly of the Seventeen, dated 31 December 1748. 2. Duplicate general missive from and to the same as above, dated 31 October and sent by the ship Tolsduijn. No. 3. No. 158 982 Dispatched its No. 3. Original private missive from the aforementioned High Indian Government to the Noble Honorable Lords Directors at the Amsterdam Chamber, dated 31 January 1749. 4. Duplicate Register and 5. Duplicate missive from and as above, dated 7 December 1748 and sent by the ship Sloterdijk. 6. Duplicate missive from and to as above, dated 31 December 1748 and sent by the ship Osdorp. 7. List of the officers, passengers, as well as the discharged military, craftsmen, and invalids on the ships De Bevalligheijd, Sloterdijk, Vosmaar, Osdorp, and Amstelveen sailing home. 8. Declaration of the Commander Boudewijn Moole regarding the allowance for the home voyage and that his vessel is truly provided with what is stated in the inventory. No. 9. 983 No. 9. Declaration of the Lieutenant of that vessel concerning the hold. 10. List of the issued charts and navigational tools. 11. Bill of lading for the clothing and cash provided for the home voyage, to be distributed among the crew. 12. Catalogue of the issued medicines. 13. Detailed invoice of the cargo in the ship Amstelveen. 14. Short ditto. 15. Bill of lading. 16. Inventory and expense account of what was furnished to it. 17. Expense account. 18. List of the chests and further baggage of the repatriating personnel on Amstelveen. 19. List of the forwarding parcels being sent along. Note: The following papers are going in a box addressed to the Noble Honorable Lords Directors at the presiding Chamber at Amsterdam. No. 20. No. 158 Dispatched its lists No. 20. This Register. 21. Authentic copy of general resolutions of Batavia Castle taken in the Council of the Indies from 1 April to the last of December 1748. 22. Authentic copy of secret resolutions of Batavia Castle during the aforesaid time. 23. Authentic copy of proceedings concerning the respective outer offices of the year 1748. 24. Ditto outgoing Indian letterbook, containing all letters, commissions, memoranda, instructions, etc., which were sent from this government to the respective quarters of the Indies during the year 1748. 25. Ditto outgoing secret letters of the year 1748. 26. Ditto incoming Indian letterbook, containing the letters and resolutions of the year 1748 successively received here from the respective quarters of the Indies, namely Amboina, Banda, Ternate, Makassar, Banjarmasin, Timor, Palembang, Jambi, Siam.

Dutch transcription

Groot is ƒ 506797: 98. In bestaande in juweelen, nagulem, mochase en Javase Coffij, lijwaten, zijde stoffen, zijde, peper„ Coff Cattoene garen, enthee op vragt welk Carguasoen wij wenschen dat door godes zeegen, behouden in het lieve vader„ land, aenlanden, en uw wel Ed:e agtb: wel geconditioneerd ter handen gesteld werden zal. Terwijl al verder tot narigt van uwel Ed: groot agtb: dient dat de overheeden derscheepen leckerland en huijgewaard hunne Consumptie reek:, en uijtgegevene Contanten ter onse sitting van den 21„' feb: jongst verweeken behoorlijk verant„ woord hebben, aen hem lieden is toegelegt ijder ƒ 300- tot een premie van spoedige reijse Ook is in onse vergadering van den 25:' der„ „selver maand, de lading van't schip lecker„ land, door dies overheeden na behooren gepas„ „seerd, de minderheeden ter afschrijving toe gestaen 981 toegestaan, En ook ter inneeming bij de negotie boeken, 36: vaten lams, en 5. kinee bier, nevens 88. legger schoven uijt lis in desen bodem overgescheept en alhier buij„ ten factuur aangebragt, so dra huijgewaard men gelost en den instaat sal zijn, sijne Carga te resumeeren, sullen wij uwel Ed: groot agtb: van dies: gesteldheijd verslag doen blijkens de nevens leggende quitantie is alhier in Comp: Casse geteld uijt het fonds der biblietheeca vermelt bij resol: van 18:' 8ber: 1746:; ten dispositie van den heer advocaat M:r Nicolaas hartman tot jnkoop van boeken de somma van 200. rd:s â 48. stver:s ider, de welke wij versoeken dat aan welm: zijn Ed:s des benodigt zijnde, mag werden uijtgekeert Jntusschen ons refereerende aen de bezijden deses overgaande secretarij, en negotie papieren, soo beveele uwel Ed:e groot agtb: En sComp: swaarwigtige belangen in de genadige hoede van god almagtig blijvende No. 18 afgegane desselfs etaten Batavia in't Casteel den 18:' maart Ao 1749 blijvende voorts met diep schuldig respect. Edele Agtbare wijze, voorsienige en zeer Gene„ „reuse heeren VW: Wel Ed: agtb: onder danige en Gehoorzame dienaar O :D: Waeijeng Art: Babeel b: Prodsepgarde Mluijsenaer; Iacob vanden Bosch: WVerisel 5 No 58 afgegane „desselfs telaten No 58 afgegane „ desselfs gelaten H vander voort nagesien No 1. Amsterdam A=o 1749 Brieven boeken en Papieren, die thans verzonden worden, Pr 't Retourschip Amstel¬ „veen aan de Praesidiale kamer tot Amsterdam, geconsigneert aan d' Edele Agtb: Heeren Bewind¬ hebberen van de generale Nederlandsche g'octro„ Geerde oostIndische Comp=e aldaar, te weeten Generaal Register der elaten No 1. Origineele generale missive van haar Ed=s den Gouverneur Generaal en de Raden van Jndia aan haar Ed: hoog agtb: de gecommitteerde Heeren Bewindhebberen ter „vergadering van de seventhienen gedateert den 31:' Decemb=r 1748. „2: duplicaat generale missive van en aan als vooren gedateerd den 31=e octob=r en versonden p=r 't schip tolsduijn, No. 3. No. 158 982 afgegane desselfs No. 3. Origineele particuliere missive van Wel¬ #an als vooren hooge Jndiasche Regering aan de Ed: agtb: Heeren Bewindhebberen ter kamer amsterdam, gedatt den 31=e Jann: 1749. „ 4. duplicaat Register en „ 5. duplicaat missive van en als vooren ge„ dateerd den 7=e Decemb=r 1748. en versonden p=r 't schip Sloterdijk „ 6. duplicaat missive van en aan als boven. gedateert den 31=e decemb=r 1748. en versonden p=r 't schip osdorp „ 7: notitie van de officiers, passagiers item van de verloste militaire Ambagts gasten en Jmpotenten op de scheepen de Bevalligheijd Sloterdijk, Vosmaar, osdorp. ten amstelveen te huijs varende „ 8 verklaring van den Commandeur Boudewijn Moole wegens 't genot voor de thuijsreijse en dat zijn onder hebbende Bodem van 't vermelde bij den Inventaris waarlijk is voorsien No o9. 983 No. 9. Verklaring van den Lieut=t van dien bodem Concernerende 't Ruijm „ 10. Leijste van de verstrekte kaarten en stuurm=s gereedschappen. — „ 13. Cognoscement van de kleden en Contanten voor de thuijsreijse mede gegeven, omme onder 't volk te worden uijtgedeelt „ 12. Cattalogus der verstrekte medicamenten „ 13. Lange factuur van't geladene in 't schip Am„ „ 14. korte d=o „stelveen „ 15. Cognoscement „ 16. Inventaris, en van 't verstrekte daar aan. „ 17. onkostreecq „ 18. Lijste der kisten en verdere Bagagie der repatrieerende manschappen op amstelveen „ 19. Lijste der daar mede overgaande Bestel kasjes Nota De volgende Papieren gaan in een kas, beschreeven aan de Edele Agtb: Heeren Bewind¬ hebberen ter Praesidiale kamer tot Amsterdam No. 20. No. 158 afgegane „ desselfs gelaten No. 20. dit Register „ 24. Copia authenticque generale Resolutien des Casteels Batavia genomen in rade van Jndia sedert Pmo april tot ult=o Decembr. 1748. „ 22 Copia authenticque secrete Resolutien, des Casteels Batavia gedurende voorsz: tijd „ 23. Copia authenticque Besoignes over de Respective buijten Compt=re de A=o 1748. d=o afgaande Jndias briefboek, ver d „vattende alle Brieven Commissien Memorien, Jnstructien, &=a de¬ „welke van dese Regering naar de resp: quartieren van Jndien ver„ sonden zijn, geduurende 't Jaar 1748. „ 24. „25. „: afgaand secreete brieven van A=o 1748. „ 26. „ aankomend Jndias Briefboek, vervattend de Brieven en Resolutien van 't Jaar 1748. Successievelijk alhier ontfangen uijt de resp=ne quar„ „tieren van Jndia, namentlijk Amboina, Banda, ternaten Maccassar, Banjermalsing Limor, Palembang, Jambij, Siam

NL-HaNA_1.04.02_2710_0033 view scan ↗

English

984 Siam, China, Malacca, Sumatra's West Coast, Bengal, Coromandel, Ceylon, Malabar, Surat, Persia, Cape of Good Hope, Java, Cheribon, and Bantam 27. Copy of secret incoming Indies letterbook of Anno 1748. 28. A bundle containing the recently received letter, the report, and daily register of Japan 29. List of promoted and transferred Company servants in Anno 1748. 30. List of servants granted freedom in the aforesaid year. 31. Memorandum book of all arrived and departed ships and vessels to and from Batavia, from and to all quarters of the Indies and the fatherland, indicating which of the same were found on the Batavia roadstead as of the ultimate of each month throughout the entire year 1748. 32. List of arrived and departed foreign ships in Anno 1748. 33. List of the arrived Chinese junks No. 34. No. 158 F delivered of the same B: No. 35. General list of all peoples and residents outside the city and the environs of Batavia, also as of the ultimate of December 1748. No. 34. General list of all inhabitants of the city of Batavia as of the ultimate of December 1748. 36. List of deceased persons in the hospital here from primo January to the ultimate of December 1748. 37. Copy of the reports of the master shipwrights and journeymen, together with the sea officers commissioned thereto, regarding their findings on all ships that departed from this roadstead during the year 1748, both for the fatherland and the quarters of the Indies 38. Copy of reports regarding the side arms, firearms, and war ammunition on the previously departed and currently departing return ships 39. Naval force of all Company ships and vessels found to be in existence as of the ultimate of December 1748 No. 40. 985. No. 40. Copy of treaty of peace between the courts of Ternate and Tidore 41. Summary of goods imported and exported from and to Java's East Coast, Cheribon, and Bantam 42. Copy. Patent granted to the Queen of Bantam as regent of the realm 43. Copy of petition from the collective attorneys here in the city, containing a request that their bills for earned salary may be given preference in concursus creditorum, just like legal costs 44. Two copy reports, containing the advice of the Council of Justice and the Board of Aldermen, submitted at the requisition of this government concerning the aforesaid petition 45. Regulations on military honors 46. Copy of defense of the fugitive skipper Godschalk regarding the thefts committed on the vessel under his command, the Hervatting, see resolution of 30 April 1748. No. 47. No. 118 departed and of the same left No. 47. A bundle of papers concerning the concluded case of the dismissed Java Commander Sterrenberg 48. Copy of report from the master of works and bookkeeper of the artisan quarter, indicating the buildings that are finished or still unfinished 49. Copy of report from the commissioner for native affairs, Pieter van de Velde, concerning the collected produce in the Jacatra uplands 50. Two copy petitions from Ensign Joan Ernst Schrader and Gravedigger Joost Anker tending toward a recommendation from this government so that they can have their wives and children come out 51. Summary of the rice sold on the bazaar here in Anno 1748 52. Original letter from the Water Fiscal Hendrik Jacobus van Suchtelen addressed to the Right Honorable Gentlemen Seventeen, annexing some lists of permitted baggage on the outbound ships No. 53. 986 No. 53. Various books of the respective administrations here, namely: 1 journal and 1 ledger of the provisions warehouse 1 journal and 1 ledger of the equipment shipyard 1 journal and 1 ledger of the iron warehouse 1 journal and 1 ledger of the artillery 4 journals and 1 ledger of the main store 1 journal and 1 ledger of the grain warehouse 1 incoming and 4 outgoing Batavia license books 1 cash book of general receipts. 54. A bundle containing 27 pieces of findings with marginal notes on these trade books, namely: 3 on the trade books of Japan from Anno 1742/3 to 1747/8 1 on China from Anno 1745/6 to 1747/8 6 on Mocha from Anno 1741/6 5 on Siam from Anno 1741/2 to 1745/6 2 on Palembang from Anno 1741/2 to 1745/6 1 on Cheribon from Anno 1742/3 to 1747/8 1 on Jambi from Anno 1741/2 to 1742/3 1 on Makassar from Anno 1741/2 7 on Malabar from Anno 1741/2 annex No. 158 delivered of the same left annex various notices and reports concerning the Indies trade books No. 55. Fourteen consumption accounts of the ships Cleverskerk, 't Fortuijn, Tolsduijn, and Eindhoef for the Amsterdam Chamber; Schellag, Saamslag, and Vosmaar for the Zeeland Chamber; the Naarstigheid for the Delft Chamber; Schakenbosch and the Bevalligheid for the Rotterdam Chamber; the Jager and Brouwer for Hoorn; item Thuis te Persijn and Immagonda for Enkhuizen; after which are to be found the resolutions of the government passed thereon, together with the memorandum of the remaining provisions 56. Nineteen findings on the delivered cargoes of the ships 't Kasteel van Tilburg, Cleverskerk, Tolsduijn, Eindhoef, Amstelveen, Sloten, 't Slot van Kapelle, Sloterdijk, and Osdorp for the Amsterdam Chamber; Schellag

Dutch transcription

984 siam, China, Malacca, Suma„ „tras W=t Cust, Bengale, Corman gelaten „del, Ceijlon, Mallabaar, sou„ „ratta, Piersien, Cabo de goe„ de Hoop, Java Cheribon en Bantam 27. Copia secreet aan komend Jndias briefboek van A:o 1748. 28. Een bondel, houdende de jongst ontfange brief, het Rapport en dagregister van Japan „ 29. Leijst der verbeterde en gechangeerde 's Comp=s dienaren in A=o 1748. „ 30. Leijste der in vrijdom gestelde dienaaren in't voorm: Jaar. „ 31. Notitie Boekje van alle aangekomene en vertrockene Scheepen en vaar¬ tuijgen tot en van Batavia, van en na alle quartieren van Jndia en't vaderland, onder aanwij„ „sing welke van deselve stan onder ult=o van ieder maand op de Bataviase rheede zijn bevonden, geduurende 'Z gantsche Jaar 1748. „ 32. Lijste van de aangekoomen vertrocken vreemde scheepen in A=o 1748. „ 33 Leijste van de aangewensene Chineese Jonken No. 34. No. 158 F in afgegave an desselfs B: N 1/35. Generale Lijst van alle volkeren en ingeseten buijten de stad en de ommeland van Batavia, almede onder ult=o Decemb=r 1748. 4: „ 34: Generale Lijst van alle inwoonders der stad Batavia onder ult=o decembr. 1748. „ 36. Lijst der overl: persoonen in 't hospitaal alhier sedert p=mo Janu: tot ult=o xber: 1748. „ 37. Copia van de Berigten der Basen en meeste knegts van de scheepstimmer „lieden nevens de daartoe ge committeerde Zee officier nopens derselver bevinding van alle gedurende 't Jaar 174 uijt dese rheede vertrocke scheepen, so na Patria als de quartiere van Jndia „ 38. Copia Berigten nopens het hand en schil geweir, en de ammunitie van oorlog op de vooraf vertroc„ ^en thans vertreckend „kene ^ Retour scheepen „ 39. Novale magt van alle 's Comp=s scheepen en vaartuijgen die onder ult=o decem 1748. in wesen zijn bevonden No. 40. 985. N=o 40. Copia Contract van weede tusfchen de Hove van ternaten en tidor„ „ 41. samentrecking van het aangebragte en versondene van en na Javas oost Cust, Cheribon en Bantam „ 42. Copia. patent verleend aan de koninginne van Bantam, als regentesse van 't rijk „ 43. Copia Request van de gesamentlijke procu„ „reurs hier tersteede, houdende versoek dat haare declaratien van verdiend salaris in Con„ cursie Creditorum even als de geregtelijke kosten in prefe¬ „rentie mogen koomen „ 44. twee Copia Berigten, houdende 't advijs van den raad van Justitie en 't Collegie van scheepenen, ter Requisitie van dese regering, over 't voorsz: request ingekoomen „ 45. Reglement van de militaire Honneurs „ 46. Copia verantwoording van den fugatieve schipper Godschalk nopens de gepleegde dieverijen aan zijn onderhebbende bodem de Hter„ „vatting, vide resol: van 30. april 1748. No. 47. No. 118 i afgegane en desselfs gelaten N=o 47. Een bondel papieren, Concernerende de afge„ „dane zaak van den gedemoveerde Javas Command=r Sterrenberg „ 48. Copia berigt van den fabrijcq en boekhouder ten„ van 't ambagtsquartier ^ aan„ „wijsing van de gebouwen die voltooijt of nog onvoltooijt zijn „ 49. Copia berigt van den gecommitteerde tot en over de saken van den Jnlander Pieter van de velde, Concerneren„ „de de ingesamelde producten in de Jaccatrase bovenlanden „ 50. twee Copia Requessen van den venderig Joan Ernst Schrader en Doodgraver Joost Anker tendeerende voor schriven van dese regering, om haare vrouwen en kinderen te konnen laten uijtkomen „ 51. samentrecking van de in A=o 1748. op de Bezaar alhier vercogte rijst „ 52 orig=e briefje van de waterfiscaal hendrik Jacobus van suchtelen aan de hoog Edele Heeren 17=e g'addres¬ „seert, annex eenige Leijste van gepermitteerde bagagie de uijt komende scheepen No. 53. - — 986 No 53. diverse Boeken van de resp: administratie alhier, als. 1. Journaal. van 't provisie magualijn 1. grootboek } 1. Journaalen, van de Equipagie werff 1. grootboek 1: Journaal van 't ijser magnazijn 1. grootboek 1. Journaal en 1. grootboek) van de arthillerij 4. Journaalen / van de groote winkel 1. grootboek 1. Journaal en van 't graan maguazijn 1. grootboek 1. Jnkomend en Batavias Licentboek 4. uijtgaand 1. Cassa boek van den generale ontfangst. „54. Een bondel houdende 27=e stux Bevindinge met de marginale aanteke„ „ningen op diese negotie Boeken, als „ 3. op de negotie Boeken van Japan van A=o 174 2/5. tot 174 8/3 „China „ „ 174 5/6 „ 174 3/8 „ „ Mocha „ „ 174 1/6. „ 1. „ „ „ „ „ Siam „ „ 174½ „ 174 5/16 6„ „ „ „palembang „ „ 174½ „ 174 5/6. 5 „ „ „ Cheribon„ „ 174 2/3. „ 174 5/3. 2. „ „ „ „ „ Jambij „ „ 174½. „ 174 2/3 1 „ „ „ „ „ Maccassar „ „ 174½ „ 7 „ „ Mallabaar „ „ 174½. 5„ „ 3 „ „ „ „ annex No. 158 in afgegave an desselfs agelaten „ „ 1„ annex diverse berigten en rappor¬ „ten rakende de Jndische Negotie boeken N=o 55. Veertien stux Consumptie reecq= van de scheepen Cleverskerk, ' fortuijn, Zolsduijn en Eijnd¬ hoeft van de kamer Amster¬ „dam; schellag, saamslag en Vosmar. van de kamer Zeeland, de Naarstigheijd van de kamer Delft; Scha¬ kenbosch en de Bevalligheijt voor de kamer Rotterdam de Jager en Brouwer van Hoorn: item thuijs te Perzijn en Immagonda voor Enkhuijsen zynde daar agter te vinden de Besluijten van de Regering daar op gevallen, nevens de notitie van de overgebleve provisi „ 56. Negentien stux bevindingen op de uijtge„ „leverde Ladingen der scheepen 't Casteel van Zilburg, Clevers, „kerk, tolsduijn, Eijndhoef amstelveen, sloten, 't slot van Cappelle, Sloterdijk, en Osdorp. voor de kamer Amsterdam Schellag

NL-HaNA_1.04.02_2710_0039 view scan ↗

English

987 Schellag, Saamslag, and Vosmaar for the Chamber of Zeeland; the Naarstigheijd for the Chamber of Delft; Schakenbosch and the Bevalligheijd for the Chamber of Rotterdam; the Brouwer and the Jager for Hoorn; item 't Huijs te Persijn and Immegonda for the Chamber of Enkhuijsen, insofar as they differ from the presented invoices and bills of lading, according to the reports and declarations attached thereto. No. 57. Twenty specifications of what was taken from the stores and equipment of the ships Hagedis, Rooswijk, Domburg, Weltevreden, Oudberkenroode, Duijnhoff, 't Casteel van Tilburg, Cleverskerk, and 't Fortuijn for Amsterdam; Baarsande, Saamslag, and Schellag for Zeeland; 't Huijs ten Duijnen and the Naarstigheijd for Delft; the Voorsigtigheijd and Schakenbosch for the Chamber of Rotterdam; the Jager and Brouwer for Hoorn; item 't Huijs te Persijn and Immegonda for Enkhuijsen. No. 58. Price current of merchandise sold at various offices of India in the year 1746/8. No. 59. Yield of the beverages sold in the provisions warehouse in the year 1743/8. No. 60. Specification of the beverages remaining in the balance in the said provisions warehouse as of the last of October 1748. No. 61. Register of the transferred pay documents and rolls for the Chamber of Amsterdam. No. 62. Provisional liquidation regarding the return cargo from the Indies for the year 1749. No. 63. A sealed packet from Coromandel to His Highness the Lord Prince Hereditary Stadtholder of the Seven United Provinces. No. 64. A sealed packet from Malacca to His Highness the Lord Prince Hereditary Stadtholder of the Seven United Provinces. No. 65. 988 No. 65. A sealed packet from Coromandel to the Honorable, the Lord Advocates of the Dutch Company. No. 66. A sealed packet from Malacca to the Honorable, the Lord Advocates of the Dutch Company. No. 67. Two packets and No. 68. A box from the Honorable Court of Justice here, addressed to the Honorable, Highly Esteemed Gentlemen Directors at Amsterdam. No. 69. A set of Orphan Chamber books, consisting of a journal and ledger. No. 70. A sealed packet from the Orphan Chamber here to the Orphan Masters at Amsterdam. No. 71. Five sealed packets as above to the Orphan Masters at Utrecht, Haarlem, The Hague, Leiden, and Dordrecht. No. 72. A packet under flying seal from the Honorable Court of Justice here to the Honorable, Highly Esteemed Gentlemen Directors at Amsterdam. No. 73. Two duplicate lists of the chests and further baggage of the repatriated crew on Tolsduijn and Sloterdijk. No. 74. Two duplicate lists of the dispatch chests sent therewith. No. 75. Nine long invoices and No. 76. Six short invoices of the cargo loaded in the previously departed ships Tolsduijn, the Bevalligheijd, Sloterdijk, Vosmaer, and Osdorp for their respective chambers. No. 77. Two duplicate bills of lading of the cargoes sent with Sloterdijk and Zoelduijn. No. 78. Summary of the cargo loaded in all of these return ships. No. 79. Memorandum showing how the goods are stowed in the bearer of this. No. 80. A box containing the journals of the deceased from the outward-bound ships Huijgewaard, Zeekerland, Eindhove, Sloten, Vosmaar, Osdorp, the Bevalligheijd, Sloterdijk, Amstelveen, Beukesteijn, and Tolsduijn. No. 81. The continuation of the Malay Bible currently under the printing press, four copies, beginning with letter N. 20 in Leviticus to the end of the five books of Moses or letter fff. No. 82. The continuation of the Portuguese Bible currently in progress, 989 Bible, four copies, beginning with the First Book of Kings up to and including Esther. No. 83. Two copies of the sentences against the gunner's mate Van der Putte et al., crossing over with the ship Sloterdijk, annexed with an extract of the minutes. Now follow a portion of the papers that were requested by the general letter to the Indies dated 14 March 1747, namely: No. 84. A bundle containing the criminal rolls of the aldermen of this city from the years 1686, 1690, and 1691. No. 85. The Batavia Orphan Chamber books, consisting of ledger and journal, closed as of the last of August 1733 and 1743. No. 86. The journals and ledgers closed as of the last of August 1728 and 1733 of the following administrations, namely: of the provisions warehouse, of the armory, of the equipment wharf, of the artisans' quarter, of the iron warehouse, of the artillery, of the small shop, of the grand shop, and the cash books. Batavia, in the Castle, 31 January 1749. D. Jongsma 295 Amsterdam Amstelveen To the Honorable, Highly Esteemed Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Chamber there. Honorable, Highly Esteemed, Wise, Prudent, and Very Generous Gentlemen: Since the general response, in which the state of the entire Indies is set forth in detail, is now departing, we shall for the sake of brevity respectfully refer to it, and allow this solely to serve to accompany the vessel named in the margin of this letter, which under the Lord's safe keeping turns its bow from here toward Your Honorable, Highly Esteemed Lordships, laden with linens, silk, pepper, powdered sugar, silk fabrics, cloves, cotton yarn, etc., amounting all together according to invoice to a sum of ƒ569,111:18:8, which cargo we sincerely hope will be brought safely into the ports of the beloved Fatherland and delivered to Your Honorable, Highly Esteemed Lordships in proper condition. While we have the honor to inform Your Honorable, Highly Esteemed Lordships that the officers of the ships Sloten and 't Slot van Cappelle have duly accounted for their consumption accounts, it having been approved by us that the first-named

Dutch transcription

987 schellag, saamslag en vosmar voor de kamer Zeeland; de Naarstigheijd voor de kamer Delft, schakenbosch ende Bevalligheijd voor de kamer Rotterdam; de Brouwer en de Jager voorHtoorn, item 'T huijs te Perzijn en Imma¬ „gonda voor de kamer Enk„ huijsen, voorsoverre deselve discordeeren met de aange„ bragte factuuren en Cognoiscementen, volgens de daarbij gevoegde Rapporten en verklarings- N=o 57. twintig specificatien van 't geligte uijt den voorraad en mon„ tuure van de scheepen, Hagedis¬ Rooswijk, Domburg, welte, „vreden, oudberkenroode, Duijnhoff, 't Casteel van zil¬ „burg, Cleverskerk en 't fortuijn voor Amsterdam;; Baarsande saamslag en schellag van Zeeland; 't huijs ten Duijnen en de Naarstigheijd van Delft, de voorsigtigheijd No. 158 in afgegane an desselfs agelaten - en en schakenbosch, voor de kamer Rotterdam; de Jager en Brouwer van Hoorn, item 't huijs te Persijn en Im¬ „megonda van Enkhuijsen N=o 58. prijs Courant van verkogte Coopmansz: op diverse Compt=ren van Jndia in A=o 174 6/8. „ 59. rendement der verkogte dranken in't provisie maguazijn A=o 174 3/8 „ 60. specificatie van de p=r Restant verblev Dranken in 't gem: provisie maguasijn onder ult=o 8ber: 1748. „ 61. Register van de overgaande soldij papieren en quohieren voor de kamer Amsterdam 62: p=le Liquidatie op 't stuk van retour uijt Jndien voor A=o 1749. „ 63. Een geslote pacquet van Cormandel)/ aan zijn 5„ „ Malacca. hoogheijd „ 64. Een den Heere Prince Erfstadhoud van de seven g'unieerde pro„ „vintien No. 65. 988 No 65. Een geslote pacquet van Cormandel (aan de wel Edele de „ 66. „ — „o „ malacca) gestrenge steeren„ advocaten van de Nederlandse Compe „ 67. twee pacquetten en „ 68. Een has van den agtb: Raad van Justitie alhier gesuperscripeert aan d Ed: hoog agtb: heeren Bewindhebberen te Amsterd=m „ 69. Een stel weeskamersboeke bestaande in een Jour„ „naal en grootboek. „ 70. Een gesloote pacquet van de weeskamer alhier aan heeren weesmeesteren te Amsterdam „ 71. Eeff geslote paquetten van als vooren aan Heeren weesmeesteren te Utrecht Haarlem, 's hage Leyden en dord„ hecht „ 72. Een pacquet onder Cachet volant van den agtb: raad van Justitie alhier d' Edele agtb: heeren Bewindhebberen te amsterdam. „ 73. twee duplicaat Leysten der kisten en verdere Bagagie van de gerepatrieerde manschap op Zolsduijn en Hoterdijk. „ 74. twee duplicaat Lijsten van de daarmede versondene bestel kasjes No. 75. No 118 nn afgegane an desselfs agelaten - ie 8ber: No. 75. Negen lange en van 't geladene in de voor af„ „ 76. ses korten factuuren vertrockene scheepen tols „duijn, de Bevalligheijd, sloter dijk, vosmaer en osdorp voor deses resp: kamers. §77. twee duplicaat Cognoscement van de ver„ „sondene Cargasoene met slote „dijk en Zoelduijn 178. Sumarium van 't geladene in alle deses Retour scheepen „ 79. Notitie aanwijsende hoe de goederen in Brenger deses zijn wegge¬ stuwt „ 80. Een kasje met de Journaals der overleden van de uijtgekomene scheepen huij„ gewaard Zeckerland, Eijndhoe Sloten, vosmaar, osdorp, de Bevalligheijd, sloterdijk Amstelveen, Beukesteijn en tolsduijn „ 81. 't vervolg van de onder de drukpers zijnde maleijdse, bijbel, vier Exempli ren, beginnende met Lna. N: 20 in Liviticus tot het eijnde van de vijf boeken moses of L=a f: f: f: „ 82. 't vervolg van de onderhande zijnde portugasche Byjbel 989 Bijbel vier Exemplaren beginnende met het Eerste boek der koningen tot Ester inclusive No 83. twee Copia sententien ten Laste van de Constabels„ maat van der Putte C:s: met 't schip sloterdijk overvarende annex een Extract notul. volgen nu een gedeelte der Papieren die bij generale schrijvens naar Jndia van den 14. Maart 1747. zijn opgeEijscht, als „ 84. Een bondel houdende de Criminele rollen van scheepenen deser stede van de Jare 1686: 1690. en 1691. „ 85, de Bataviase weeskamers boeken, bestaande in grootboek en Journaal ge¬ „sloten onder ult=o Aug=s 1743. 1733. - — .. „ 86. de Journaals en grootboeken geslooten onder ult=o aug=o 1728 en 1733. van de volgende administratien, als van 't provisie maguasijn van de wapenhamer „ „ Equipagie werff „ 't ambagts quartier „ „ ijser maguazijn vte No. 158 in afgegave an desselfs agelaten van de Arthillarije „ „ klene winkel „ groote winkel, en de Cassaboeken Batavia Jn't Casteel den 61:' Janay 1749 D Jongsma 63 No 58 in afgegave an desselfs agelaten No 18. en afgegane an desselfs agelaten Aangevelt bijde nagesien d No. 2 295 Amsterdam Eeed Amstelveen Aan de Edele Agtb: Heeren Bewinthebberen der Generale Nederlandsche Goc„ troijeerde Oost Indische Maatschappij ter Kamer aldaar Edele Agtb: wijze. voorzienige en zeer Genereuse Heeren „ Generale Inhe rescriptie waar bij den staad van gantsch India breedvoerig is ter neder gesteld thans afgaande, zo zullen wij No. 158 en afgegane an desselfs agelaten wij ons kortsheijdshalven daar aan reverentelijk gedragen; en deeze eenelijk laaten dienen ter verzelling van den in margine dezes genoemden bodem denwelken /:onder des Heeren veilige hoede :/ van hier tot uwel Edele Agtb: den steeven wend; beladen zijnde met Lijwaaten zijde, Peeper, Poederzuijker, zijde stoffen, Garioffel Nagulen, Catoene garen & 6 bedragende met elkanderen volgens factuur eene somma groot ƒ569111:18: 8. welke Carga wij van herten wenschen dat behouden in de havenen van het lieve Vaderland zal aangebragt en Uwel Edele Agtbare behoorlijk ge„ Conditioneerd overhandigt werden: Terwijl de Eer hebben uwel Ed: Agtb: ter kennis te brengen dat de overheden der scheepen slooten, en 't slot van Cappelle hunne Compsumtie reekening na behooren hebben ver„ antwoord zijnde door ons goedgevonden de Eerstgem.

NL-HaNA_1.04.02_2710_0051 view scan ↗

English

To grant the first-mentioned 600 florins as a premium for a speedy voyage, and to have reimbursed to the latter out of the Company's treasury 55 Spanish reals, spent by them for the purchase of necessary refreshments in excess of what was received. In the same manner, the cargoes of the ships Slooterdijk, Osdorp, and 't Slot van Cappelle were passed at our meeting of the 17th of December last; the deficits occurring therein, not being excessive, we have allowed to be written off. Having no further matters at hand on which we might entertain Your Right Honourables, we shall further refer to the secretariat and trade papers accompanying this. Wherewith recommending Your Right Honourables' illustrious persons, together with the weighty interests of the Honourable Company, to the merciful protection of God Almighty. Batavia, In the Castle, 31 January Anno 1749. While further we have the honour to call ourselves with profound respect, Your Right Honourables' humble and obedient servants, D. W. Van H. Seater, M. Muijsenaer, J. Mersen, Jacob vanden Bosch, I. Verijsel, Pr. D. Waeijen, P. le vE Carra, A. V. Broijel. Right Honourable, Wise, Prudent, and very Generous Sirs. For all their lives banished from all countries, cities, forts, and districts. With the return ship 't Slot van Capelle there depart for the Netherlands the following officers and passengers: Jan Adam Gees, military clerk Jacob Buijs, captain-lieutenant Jan van Thiel, former captain at sea Pieter Jongendijk, lieutenant Jan de Leeuw, master blockmaker Douwe Hoexema, comforter of the sick Marten Heijdeman, chief mate Michiel Frans, burgher Hendrik de Vries, head surgeon Engeltje Willems, widow of Jan Gerrits van der Steen, with her little daughter Huijbertje Jan Koek, dragoon, for 10 years Pieter Jansz. Berghoff, drummer Doris van Laten, quartermaster Joseph D'Leglise, gunner I, the undersigned Jacob Buijs, Captain-Lieutenant on the ship 't Slot van Capellen, currently lying ready to sail from here, under God's blessing, for the Amsterdam Chamber to navigate to the fatherland, acknowledge to be supplied to my satisfaction with all ship's necessities, together with provisions for 100 heads for 9 months, except 5 leagers and 101 jugs of Cape wine for 3 ditto, as well as with powder and shot, as the inventory made thereof demonstrates; further, that what was necessary has been repaired and timbered on that vessel, so that I have no further requirements. Batavia, March Anno 1749. Jacob Buijs. I, the undersigned Marten Heijdeman, Chief Mate in the service of the Honourable Company, appointed to the ship 't Slot van Cappelle, currently lying ready to sail from here with that vessel to repatriate for the Amsterdam Chamber, acknowledge hereby to be true and truthful that in the beginning when the said vessel was laden for the fatherland, in the presence of the under-equipagemaster Jan van Biesen, nothing else was stowed into the hold of the said vessel than solely the Company's merchandise according to a stowage list drawn up thereof, signed by the said Under-Equipagemaster Van Biesen, which goods, along with the receipts from the respective administrators taken from the project of the Honourable Senior Merchants of the Castle of Batavia, were sent to me from shore successively and stored in the hold of the said vessel; which I am ready at all times, if required, to confirm by solemn oath. Batavia, 17 March Anno 1749. Marten Heijdeman. Tuesday, 28 January 1749. Present all, with the exception of the gentlemen Verklocke and Schevenhuijsen. The sworn clerk of this council, Pieter Brandenburg, petitioner. Mr. Albertus Waals, extraordinary member of the honourable Council of Justice of this Castle and pro tempore advocate-fiscal of the Indies, in his official capacity, plaintiff on the one side; Jan van Thiel, Captain at Sea in the service of the Honourable Company, defendant in person on the other side. Both cited here to hear sentence regarding the written criminal claim and conclusion submitted and made by the plaintiff ex officio under date of 10 September 1748 against the defendant. The Council, having carefully reviewed all documents of the lawsuit submitted by both parties and duly considered everything that was to be considered in this matter, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States-General of the United Netherlands, dismisses the defendant from office, rank, and wages, declares him disqualified ever to serve the Honourable Company again, consequently understands that the defendant as an unfit subject shall be sent to the Netherlands on the first occasion, furthermore confiscates his seized and sequestered property to the profit of the Honourable Company, with condemnation also in the costs of the lawsuit, but dismissing the remainder or otherwise demanded. Thus arrested and sentenced on Saturday, 25 January 1749, by the Honourable Mr. Reijnier Stapel, President; item the gentlemen Mr. Theodorus van Reverhorst, Jacob Pompe van Meerderpoort, Jan Steven Ode, Johannes Amijs, Jacob Willem Bake, and Nicolaas van Landschot, Councillors of Justice; and pronounced on the day and in the presence as in the heading hereof. Underneath stood: In my knowledge, was signed: P. Brandenburg, sworn clerk. Underneath stood: Extracted from the criminal roll of the honourable Council of Justice of this Castle, and agrees. Batavia, date as above, was signed: P. Brandenburg, sworn clerk. D. Jongsma. Agrees. Checked by: P. Riemsnijder.

Dutch transcription

991 Eerstgemelde toe te leggen ƒ. 600:-. tot een pre„ mie van spoedige voijagie; en aan de laaste te laaten rembourseeren uijt 's Comps Cassa 55 spaanse reaalen door haar lieden tot den inkoop van nodige verversing meerder uijtgegeven dan ontfangen. Inzelvervoegen zijn ter onzer vergadering van den 17 decemb=r jongst verweeken gepasseert de ladingen der scheepen slooterdijk Osdorp en 't slot van Cappelle, de minderheeden daar op ge„ vallen hebben wij als niet excessief zijnde laten afsz: Geene verdere zaken voor handen hebben„ de, waar over uwel Ed: Agtb: zouden kunnen onderhouden, zo zullen wij ons ver¬ ders refereeren aan de bezijden dezes overgaande secretarije en negotie papieren Waarmeede uwel Ed: Agtb: illustre perzoonen nevens de zwaarwigtige be„ langen der E: Comp=en aanbeveelen E in de genade bescherming 2 van god Almagtig terwijl No. 158. in afgegave an desselfs agelaten Batavia In 't Casteel Jann: den 31 d#i A„o 1749 Terwijl verders de Eer hebben ons met diepschuldig respect te noemen. Uwel Ed: Agtb: onderda„ c nige en gehoorzame dienaaren D: W: Van H. Seater MMuijsenaer J=s Mersen: Jacob vanden Bosch: IVerijsel f Pr D: Waeijen P: le vE Carra A: V: Broijel Edele Agtb: wijze voorzienige en zeer Genereuse Heeren ge No„ 18. n afgegane an desselfs agelaten No. 18 in afgegave an desselfs agelaten No. 3. Forman voor t nasijn 992 voor al haar leven uijt alle landen steeden borten en gebannen Met het Ritour schip 't slot van Capelle vertrecken Naar nederland de onder volgende officiers en passagiers als Lang voeten over steeven Den Milit:s schrijver Jan Adam Gees Cap:n Luijt: Jacob Buijs „ gew: Cap:n ter Zee Jan van Thiel Luijt: Pieter Jongendijk „ „ baas blokmaker Jan de Leeuw Ziekentrooster Douwe hoexema opperstuurm: Marten Heijdeman „ burger Michiel Frans Engeltje Willems wed:e van Jan Gerrits opperm:r Hendrik de vries van der steen met haar dogtertje Huijbertje Den dragonder Jan Koek voor 10. Jaren „ Tamboer Pieter Jansz: Berghoff quartierm:r Doris van Laten Cannonier Joseph D' Leglise No. 158. n afgegane an desselfs agelaten No. 58 en afgegave an desselfs agelaten No. 4. Ik Ondergesz Iacob Buijs Capitain Luijtenant op 't schip 't slot van Capellen thans zeijlreed leggende om met dien bodem van Hier. onder Godes:/ Zeegen /: voor de Camer amsterdam naar 't patria te naviegeeren bekennen van alle scheeps behoeftens benevens de Prov„s voor 100: Coppen in 9:' maanden Exsepto 5:' leggers 101: Canne Caapse wijn voor 3:' d„o ten ads Genoegen voorzien te zijn als meede van kruijt en scherp gelijk den Inventaris daar van gemaakt koomt aan te thoonen weijders dat aan dien bodem 't nodige gerepareert en vertimmert is over zulx niet meer benodigt ben. Cuijs Batavia Den Maart A„o 1749: No. 158 993 en afgegave an desselfs agelaten No. 5. Ik Ondergesz: Martien Heijdeman Opperstuurman in dienst der E Comp„e bescheijden opt schip t slot v: lappelle thans zijlreed leggende om met dien bodem van hier voor de Camer amsterdam te repatrieeren bekennen wen bij deesen waar en waragtig te zijn hoe ik in den beginne dat Gem: bodem voor 't patria is, beladen geworden ten overstaan van de onder Equipagie M„r DE Jan van Biesen in 'Truijm van Meer Gem: bodem niet anders dan alleen 'S Comp„s Coopmansschappen volgens een daar ods van opgemaakte Stuagie Leijst door den Gem: onder Equip Meester DE Van Biesen onderteekend, welk goederen nevens de gelij Briefjes, van de respective administrat„s G: trocken uijt 'T project van de Heere op„r Cooplieden des Casteels Batavia mij van de wal Secsuvelijk toe gezonden en in 'T Ruijm gtb: van Meer Gem: bodem geborgen zijn 't geenen ls ten alle tijden, des Gerequieert Werdende met Solome¬ „neele Eeden presteeren te Bevestigen: — _o Batavia Den 17. ' Maart A:o 1749: Marten heijdeman No. 158. 984 95 en afgegave an desselfs agelaten No. O. 183 Dingsdag den 28: Januarij 1749. Presentibus omnibus demptis de heeren verklocke en schevenhuijsen. Den geswoore Clercq deses raads Pieter Brandenburg req:t De heer m:r Albertus waals Extra ord:r lid in den agtb: raad van Justitie deses Casteels en prointerin advocaat fisc:l van Jndia rot: off: Eijss:r ter Eenre Jan van Thiel Cap:n ter Zee in dienst der E: Comp: ged:e in persoon ter andere zijde, e Ten desen beijde gereg: omme nopens den schrif, telijken Comineelen Eijsch ende Conclusie door den heer rat: off: Eijss:r sub dato 10: september 1748. E op ende Jegens den ged:te gedaan No. 158. en afgegane an desselfs agelaten 1ra Ende Den Raad alle stucken van den pro„ cesse, door parthijen wederzijds ingediend met aandagt geresumeerd en palles wel gelet heb„ bende waar op indesen te letten stond, doen„ de regt uijt naam ende van wegens de hoog mogende heeren staaten generaal der ver Eenigde nederlanden deporteerd den ged: van ampt qualiteijt en gagie verklaard hem in habiel d' E Comp: ooijt wederom te dienen, verstaat mitsdien den ged:e d:o sodanig als een onbequaam subject bij de Eerste gelegentheijt naar nederland versonden te werden, Confisqueerd wijders desselfs ag„ terhaalde en gesequestreerde goederen ten profijte van d' E Comp: met Condemnatie mede inde kosten van den processe, dog ontsegginge van het verdere of anders geeijschte. — Aldus gearresteerd ende gesenten„ tieerd op saturdag den 25: Janu: 1749. bij den Edelen heer m:r Reijnier Stapel gedaan en genomen, senten¬ tie te aanhooren verte 175 390 president, item de heeren m:r Theodorus van Reverhorst, Jacob Pompe van Meerderpoort, Jan steven ode, Johan„ nes Amijs, Jacob Willem Bake en Nicolaas van Landschot raden van Justitie mitsg:s gepronuntieerd ten dage en ter presentie als inden hoofde deses (:onderstond:) Inkennisse van mij (:was getekend:) P:r Brandenburg gesw: Clercq: (onderst:d) g'Extraheert uijt de Crimineele rolle van den agtb: raad van Justitie deses Casteels en accordeert Batavia datum ut supra (:was getek:t) P: Brandenburg gesw: Clercq. — DJongsma Accordeert No. 118. en afgegave an desselfs gelaten voor't nasien P„r Riemsmijdeng

NL-HaNA_1.04.02_2710_0069 view scan ↗

English

Tuesday the 1st of October 1748. All being present, except the Noble Lord President, and the lord Pompe, the adjunct sworn clerk of this council Pieter Brandenburgh requesting. Mr. Albertus Waals, Extraordinary Member of the honorable Council of Justice of this Castle and also pro interim Advocate Fiscal of India by virtue of his office, Plaintiff on the one side. Jan De Leeuw, former master blockmaker in the service of the Honorable Company, Defendant on the other side. Both present in court to hear sentence regarding the written claim and conclusion dated the 9th of April of this year, made and taken by the lord Plaintiff by virtue of his office against the defendant, And The No. 158. 397 [illegible] The Council, having attentively reviewed all the documents of the trial, and having paid close attention to everything that was to be considered in this matter, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, awards to the lord Plaintiff by virtue of his office his claim and conclusion taken; accordingly dismisses the defendant from his office, capacity, and pay, declares him unfit ever to serve the Honorable Company again, further condemns him to a fine of two hundred rixdollars, half for the deaconry poor here, and the other half for the lord Plaintiff by virtue of his office, as well as in the costs of the trial. Thus decreed and sentenced on Wednesday the 25th of September 1748 by the Noble Lord Mr. Reijnier Stapel, President, likewise the lords Mr. Theodorus van Reverhorst, Jan Steven van [illegible], Johannes Amijs, Nicolaas Landschot, Johannes Verklocken, and Johannes Schevenhuijsen, Councillors of Justice, and pronounced on the day and in the presence as stated in the header hereof, below: In the presence of me, signed: Pieter Brandenburg, adjunct sworn clerk, lower: Extracted from the criminal roll of the honorable Council of Justice of this Castle and agrees Batavia Date as above, signed: Pieter Brandenburg, adjunct sworn clerk. Agrees. No. 108 [illegible] Saturday the 20th of December 1748. All being present. The Plaintiff by virtue of his office presents the prisoner mentioned alongside this, exhibits a register with several documents, and under number 1 the confirmed deposition of the two injured persons Anthonij van der Steen and Bartholomeus Claasz, of whom the first states that finding himself at the square near the Lepelstraat around the clock of eight o'clock in the evening, he met two of his confreres there who were also assigned to the wharf, who were in conversation with two soldiers, they being advised and requested by him, deponent, since it was time, to go to their assigned place and come with him, but to which the said soldiers objected, and on that account got into a quarrel and verbal dispute with him, deponent, when at the same time a cavalryman joined him, who without a word or reply dealt him, deponent, with a drawn broadsword a cut to the head and a small injury to the left hand; Mr. Albertus Waals, Extraordinary Member of the honorable Council of Justice of this Castle and pro interim Advocate Fiscal of India by virtue of his office, Plaintiff, Against Jan Koek from Kaernten, dragoon in the company of the Major Assenbergsheeren, prisoner, Concerning the wounding of a ship's blacksmith and a sailor. No. 118 299 [illegible] the second declaring that on that same evening on the bridge at the end of the Zandzee, intending to go to the wharf, when a certain cavalryman who with a drawn cutlass in his hand was retreating backward out of a crowd of people, the same turning around chopped off his thumb and a part of his left hand, without him, deponent, declaring ever to have seen this cavalryman before or to have had any exchange of words, much less a quarrel with him; added to this under number 2: the deposition of Johannes Gunts, who appears to have stated the case in question truthfully as it occurred, frankly declaring that in the evening until about the clock of seven o'clock he was in the company of the prisoner, a ship's corporal being the first injured person, and two soldiers entertaining themselves in a certain tavern near the Lepelstraat called the Chinese church, and having drunk a punch together, he, deponent, had departed from there in company with those people, and that on the bridge at the end of the Zandzee some exchange of words occurred between the aforementioned soldiers and the ship's corporal, on which occasion the said corporal used a mocking expression with respect to the militia, over which the said cavalryman Kok became so indignant, and especially because the said ship's corporal also tried to involve him, deponent, in a quarrel, and even without any reason gave him a blow in the face, that he, Kok, for those reasons had drawn his cutlass, and while skirmishing about with it on that occasion had dealt a cut to the hand of a certain European who had approached because of this street noise that had been raised; the deponent having subsequently left the crowd and gone home; since this deponent Johannes Gunts has now used no concealment in identifying the prisoner as the one who had gotten into a quarrel with the ship's corporal, as well as confessing that he, the prisoner, drew his cutlass and, skirmishing about with it on that occasion, dealt a cut to the hand of a certain European, being the sailor Bartholomeus Claasz whose thumb and palm were chopped off, who had approached because of this street noise that had been raised. No. 158 [illegible]

Dutch transcription

Dingsdag Den 1: October 1748. Presentibus omnibus, demptis den Edele Heer President, en de heer Pompe, den adjunct gesw: clercq deses raads Pieter Brandenburgh requirant d'heer m„r Albertus Waals Extraordinair lid in den agtb: raad van Justitie deses Casteels en teffens prointerim advocaet fiscaal van Jndia rat: off: Eijsscher ter Eenre. Jan De Leeuw geweesen baas blockemaker in dienst der E: Comp: gedaagde ter andere zijde Ten desen beijde gereg:s omme noopens den schriftelijken eijsch ende conclusie sub dato 9=en april deses Jaars, door den heer rat: off: Eijsscher op ende Jegens den ged: gedaan en genoomen, sententie te aan„ „hooren, Ende Den No. 158. 397 en afgegave an desselfs agelaten pra Den Raad alle de stucken van den processe met aandagt geresumeert, en op alles wel gelet hebbende waer op in desen te letten stond, doende recht uijt naam ende van weegens de hoog mogende heeren staten generaal der verEenigde neder„ „landen, adjudiceert den heer rat: off: eijsscher zijnen Eijsch ende genomene conclusie, deporteert den gedaagde mits dien van ampt, qualiteijt, en gagie verclaard hem inhabiel om d' E: Comp: oij't weederom te dienen, condemneerd den„ „selven wijders in een boete van Twee hondert rd„s, de helfte voor de diaconije armen alhier, en den weder helfte voor den heer rat: off: Eijsscher als mede in de casten van den processe, Aldus Gearresteerd ende Gesenti¬ eerd op woensdag den 25: september 1748 bij den Edelen heere mr Reijnier Stapel president Item d'heeren mr. Theodorus van Reverhorst, Jan Steven de ^van Iohannes Amijs, Nicolaas Landschot, Iohannes verklocken, en Iohannes Schevenhuijsen e -. scheevenhuijsen raden van Iustitie, mitsg„s gepronuntieerd ten dage enter presentie als in den hoofde deses, /onderstont:/ In kennisse van mij /getekend:/ P„r Brandenburg adj: gesw: clercq, — /:lager:/ G' Extraheert uijt de Crimineele rolle van den agtb: raad van Justitie deses Casteels en accordeert Batavia Datum utsupra /:getekent:/ P„r Brandenburg, adj: gesw: Clercq JJongsmage Accordeert. No. 108 en afgegane an desselfs agelaten J: Vrouwen nagezien den stuck zig ter „ dewel hij meed heeft a A B om agt Saturdag den 20=en December 1748 Praesentibus omnibus. den rat: off: Eyjsscher sisteert D' Heer M„r Albertus Waals den gev: bezijden deeses gemeld, Ede„ Extra ordinair Lid in den agtb raad van „hibeert een register met verscheijde Justitie deses Casteels en prointerim stucken en onder n„o 1 d' gerecolleerde advocaat fiscaal van Jndia rat: attestatie van de twee gequetsten off: Eyjsscher Anthonij van der steen, en Contra Bartholomeus Claasz, onder Jan Koek uijt kaern= ten dragon„ dewelke den eersten opgeeft dat „der onder de Comp„e van den majoor hij zig bevindende aan 't vierkant assenberg sheeren gevangen omtrent d' Lepelstraat, d'klocke over het quetsen van een agt uuren 's avonds aldaar ontmoet scheeps smit en een mattroos heeft twee van zyne Confraters meede op d' werf bescheijden, dewelke met twee zoldaaten in gesprek waaren zynde deselve door hem attestant aangeraaden en versogt vermits 't tijd was zig na hun bescheijden plaats te begeven en met hem meede te gaan, dog waar tegens zig gem zoldaten apposeerden, en dierwegens met hem attestant in rusie en woorden strijd geraakten, wanneer zig teffens een ruijter bij hem vervoegde, den welke sonder een woord of wederwoord hem attestant met een ontbloot houwdeegen een kap in 't hoofd en ene kleijne quetseur aan de Linkerhand hadde toegebragt verklarende No. 118 299 en afgegave Aan desselfs agelaten verklarende den tweeden dat hem dien zelven avond op de brug op t Eynde van de zandze, van Jntentie zynde zig na de werff te begeeven, door zeekeren ruijter welke met een bloote houwer in de hand van uyt een hoop volk agter uijt retireerde, denselve zig omkerende de duijm, en een gedeelte van zijn lin„ „herhand is afgekapt, zonder dat hij attestant verklaart deesen ruijter bevoorens ooijt gezien off Enige woorden wisseling, veel min rusie met hem gehad te hebben, deesen bij komende onder n„o 2: d' attestatie van Johannes Juts, den welken t geval in quertie zoo als 't zelve in gepasseert, na waarheijd scheynd opgegeven te hebben, wanneer den rondborstig verklaart „tot dat hi zig 's avonds „ omtrent d' klocke seven uur in geselschap van den gev:, een scheeps Corporaal zynde den Eerste gequetste, en twee zoldaaten in zeeker herberg omtrent de Lepelstraat gen de chineese kerk hebbende gediverteert, en m Elkanderen een ponsje gedronken hij attesta in geselschap van hun lieden zig van daar had be„ „geven, en dat op de brug aan 't Eijnde van de zand zee tusschen voorm: zoldaaten en den scheeps corp Enige woorde wisselingen was voorgevallen by welke geleegent 1000 Gelegentheijdt gedagten Corporaal zig van eene bespottelijke Expressien ten opzigte van d' militie bediende waar over gedagten ruijter Kok zig zodanig wel belgde en voor namentlijk om dat gedagte scheeps Corporaal zig ook met hem attestant in rusie zogt in te wikhelen, en zelfs hem zonder Enige reeden een slag in 't aangesigt gaff, dat hij hol om die reedenen zyn houwer hadde uijtgetrokken en daar meede her on schermutselende bij die gelegentheydt zeekeren Europees, dewelke op dit gemaakt straat gerugt was toe gekoomen, een houw in d' hand hadde toegebragt hebbende zig den attestant vervolgens uijt 't gedrang, en naarhuijs begeeven, vermits deesen attestant Johannes Gunts nu geen agter houdendheijd heeft gebruykt omme den gev: voor den geene op te geeven, die met den scheeps Corp=l in rusie was geraakt, mitsgaders te bekennen dat hij gev: zijn houwer heeft uijtgetrocken en daar meede herom schermutselende bij die gelegent„ „heijd zeekeren Europees /:zijnde den zijnen duijm en muijs afgekapten mattroos Bartho„ „omeus Claasz den welken op dit gemaakt straat gerust was toegekomen een houw in de No. 158 en afgegave Aan desselfs agelaten

NL-HaNA_1.04.02_2710_0076 view scan ↗

English

had inflicted with his hand, for although this witness Johannes Guts does not state in favor of the prisoner that he also inflicted a wound or two upon the ship's corporal with whom he had gotten into a quarrel, this is nevertheless as clear as day, both with regard to the first and the second wounded person, from the declarations of the head surgeon of the Dierkant, Besemaker, quoted in the register under numbers 3 and 4; the same declaring under number 3 to have examined on 6 October current the first wounded person, Anthonij Van der Steen, and found him to have been struck with a cut wound on the left side of the forehead, about four fingers wide and long down to his bone, and another small wound on the outer hand of the left hand; and under number 4 under the same date, the second wounded person, Bartholomeus Claasz, to have had a wound on the left hand inflicted upon him by the chopping off of his thumb and the ball of the thumb, and a severe injury to the forefinger, so that he runs the risk of still having to lose it, though through good healing it was not lost but remained paralyzed. On the other hand, the prisoner confesses in his examination in the register under number 5, only, without naming any others, to have drunk a punch or two on a certain evening in a tavern called the Chinese Church with the witness so favorable to him, Johannes Guts (who in his examination was erroneously named Keets); and thereafter wanting to cross the bridge at the end of the Zandzee in order subsequently to proceed to the horsemen's loft, his assigned post, he was there attacked by a party of seafaring folk, in his estimation nine to ten in number, with knives and the throwing of stones, whereby he found himself compelled in self-defense to draw his cutlass, as he then also made ample room and an open path for himself with the same and thus proceeded to his assigned post, without knowing whether he injured any of these persons or not. Thus the prisoner denies having previously been in a dispute of words or quarrel with anyone, but that he was attacked by a party of seafaring folk with knives and through the throwing of stones; this allegation of his is wholly inadmissible, since in all the inquests nothing of this appears anywhere, and it is no less than a presumption that anyone passing along the street would be attacked unless he had beforehand given cause for it; so that in this matter it may well be assumed for certain that the prisoner, coming out of the tavern with the ship's corporal and the latter having addressed some harsh words to him, drew his sidearm and inflicted upon him such wounds as are known from the declaration of the surgeons, and in a mad and raging fury also chopped away the thumb and the ball of the thumb of the sailor who arrived upon the scene, and thus made this man, who had done him no harm in the world, unhappy for the rest of his life. These are acts of violence that ought to be punished according to the utmost rigor of the law, wherefore the Officer Demandant deems it necessary to conclude: Concluding that the prisoner, by sentence of your Honorable and Worshipful Court, shall be condemned to be brought to the place where the criminal sentences of this worshipful court are executed, and there, being delivered to the executioner, to be severely flogged with rods; furthermore, to be banished for the term of his life from all lands, forts, and places belonging under the jurisdiction of the Honorable Company, never to return to the same on pain of heavier punishment, with the costs and expenses of justice. (Was signed:) A: Waals. In the margin was written: Exhibited in court on 26 November Anno 1748. The prisoner requests a merciful punishment. The court, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the prisoner to be brought to the place where criminal sentences are customarily executed, and there, being delivered to the executioner, to be bound by the same to a post and severely flogged with rods on the bare back; further banishes the prisoner for the term of the next ten consecutive years from all lands, cities, forts, and places belonging under the jurisdiction of the Honorable Company, without being permitted to return within the aforesaid time on pain of heavier punishment; and further condemns him, the prisoner, in the costs and expenses of justice, dismissing the remainder or otherwise demanded. Thus decided and sentenced on Wednesday, 27 November Anno 1748, by the Honorable Master Reijnier Stapel, President, as well as the Lords and Masters Theodorus Van Reverhorst, Jacob Pompe van Meerdersoort, Jan Steven Ode, Johannes Amijs, Nicolaas van Landschot, Johannes Verklocke, and Johannes Schevenhuijsen, Councillors of Justice; as well as pronounced and put into execution on the day and in the presence as mentioned in the heading of this document. Below was written: To my knowledge, (signed) I: v: d: Sleijden, Secretary. Lower: Extracted from the criminal roll of the Worshipful Council of Justice of this castle and agrees, Batavia, date as above. (Was signed:) P:r Brandenburg, Sworn Clerk. Agrees, D. Jongsma.

Dutch transcription

de hand hadd toe gebragt, want al schoon deesen attestant Johannes Guts ten faveure van den gev: niet doet verklaaren dat hij den scheeps Corp=l met den welken hij in rusie was geraakt, ook een Womd of twee heeft toegebragt, zoo Consteerd sulx egter middag klaar, zoo wel ten aanzien van den Eersten als tweeden geblesseerden, uijt de vercla„ „ringen van den opperchirurgijn van 't Dierkant Besemaker ten register onder n„o 3: en 4 ge„ „quoteert, verklaarende den selven onder n=o 3 den eerst geblesseerden Anthonij Van der Steen op den 6: 8ber: C: gevisiteert en bevonden te hebben den selve met een gekapte wonde aan de binker zyde van 't voorhoofd omtrent Vier Vingeren breet lang tot op t been desselfs, en nog een klijne wonde aan de buyten hand van de Linkerhand ge„ „hapt te zin, mitsg„s onder n„o 4: sub lodem dato den tweeden geblesseerden Bartholomeus Claasz een wonde gehad te hebben, aan de linker hand hem toegebragt door 't afkappen van desselfs duijm en muijs, een groote quetsing des voorsten vingers, zoo dat gevaar loopt den selven nog te zullen moeten missen, dog door goeds genesing niet gemist maar Lam gebleeven, daar en tegen Confesseert 1001 Confersant den gev: bij zijn Examinatie ten regis„ „ter onder n„o 5: Enelijk zonder meerdere te noemen, met den zoo favorabel voor hem getuijgen den Johannes Guts: die bij zijn Examina tie abusive werd genaamt keets:/ met den selven op zeekeren avond een pons of twee in een taphuijs genaamt d Chineese kerk te hebben gedronken, en nadies de brug aant Eynde van d' Zand zee Willende passeeren, omme vervolgens zig na d' ruijters zolder zijn bescheijden plaats willende begeven, aldaar door een Parthij zeevarend volk na zyn gissing negen â thiën in 't getal met messen en 't goijen van „ steenen was geattacqueert geworden, waar door hij sig genoodsaakt had gevonden ter defensie zyn houwer te trecken gelijk hij dan ook zig met den selven ruijm baan en een open pat gemaakt en hem dus na zijn bescheijden post begeven hadt zonder te weeten of hij YJmandt van deese perzonen, heeft gequest gehad of niet dus dan gen gev: ontkennende met iemand bevoorens in woorden stryd of rusie geweest te zyn, maar dat hij van een parthij zevarend volk met messen 11 No. 158 en afgegane an desselfs agelaten messen en door t Goyen van Steenen was g'attacqueert geworden, zoo is dit zijn voor„ „geven gansch onaannemelijk, vermits bij alle dinger onne inquesten nergens daar van ietst Consteert en ook niet minder als praesumtie is dat iemand langs d' straad passeerende zoud worden aangerandt indien hij niet voor af daar toe reeden heeft gegeven zoo dat in deesen wel voor zeeker mag worden verondersteldt, dat den gev: met den scheeps Corporaal uijt 't taphuijs komende en deese hem enige harde woorden toe gevoegt hebbende hij zijn zyd gewel heeft getrocken en denselven zodanige gewonden als bij de verklaringe der chirurgijns bekent staan heeft g'insligeert en den daar op toe„ „komende mattroos in een dolle, en rasende fucie almeede zyn muys en duijm heeft weg gekapt en dus deesen man die hem geen quaad ter wereld had gedaan voor al zijn Levens tyd ongelukkig gemaakt fijtelikheeden die na de uitterste ri„ „geur van regten dienden gestraft te werden weshalven den Rat: off: Eijsscher vermeijnt temoeten Concludeeren Concludeeren dat den gev: bij sententie van UE en agtb zal werden gecon¬ „demneert, gebragt, te Wer„ „den ter plaatse daar men d' Crimineele Sententies van deesen agtb raade g'Execu¬ „teerd, en aldaar aan den scherpregter overgelevert zynde strengelijk met hoeden zal werden gegee¬ selt, voorts voor den tijd Zijns Levens gebannen te werden uijt, alle land en Forten, en plaatsen, onder d' Jurisdictie van d' E Comp=e gehoorende omme nooijt in deselve weder te komen op pane van Swaarder straffe met d' kosten, en wisen van Justitie (was geteeckent:/ A: Waals ter zyde stond Exhibitum in Judicio den 26: 9ber A=o 1748 den No. 108. 1802 en afgegane an desselfs agelaten h den gevangen verzoekt om eene genadig straffe. Den raad doende regt uijt naam ende van wegens d' hoog mogende heeren staten generaal der verEnigde Nederlanden Condem„ „neert den gev: omme ter plaatse daar men gewoon is Crimineele Sententien te Executeeren gebragt, en aldaar den scherpreg „ter overgelevert zijnde, door den selven aan een paal gebonden, met roeden op den blooten rugge strengelijk gegeeselt te Werden band voorts den gev: voor den tijd van thien eerst komende en agter een Volgende Jaaren uit alle Landen, steden, Borten „ende plaatsen onder 't resort van d' E Comp„e Gehoorende zonder binnen den voorsz tyd daar weder inne te mogen komen op pene van swaarder straffe en Condemneerd hem 33 E hem gev: wijders meede in de Costen en misen van d' Justutie, met ont„ „segging van 't verder of anders g'Eijschte Aldus g'arresteert en de gesententieerd op woensdag den 27. e 9ber: A„o 1748 bij den Edelen heer M„r Reijnier Stapel praesident, item d' heeren en meesters Theodorus Van Reverhorst, Jacob Pompe van meerdersoort Jan Steven ode Johannes Amijs, Nicolaas van Landschot, Johannes Verklocke, en Johannes Schevenhuijsen raaden van Justitie, mitsg„s gepronuncieert ende ter Executie gesteld, ten dage ende ter praesentie als in den hoofde deeses gem: /onderstond:/ in kennisse van mij /geteeckent/ I: v: d: sleijden secret=s /Lager / g'Extraheert uyt d' Crimineele rolle van den agtb raad van Jutitie deeses casteels en accordeert Batavia datum ut Supra /was geteeckent:/ P„r Brandenburg Gesw: Clercq: Accordeert D Jongsmar No. 18 1003 en afgegave Aan desselfs agelaten No. 58. en afgegave Aan desselfs agelaten voor 't na zie. Po van taad z te heijt nam van den door sch

NL-HaNA_1.04.02_2710_0085 view scan ↗

English

1004. Saturday the 28th of December 1748. Presentibus omnibus. The prosecutor ex officio appears before your Honors and presents the defendant mentioned here, exhibiting a collated declaration and attestation, likewise the prisoner's examination, from the first of which your Honors will see, confirmed with many circumstances to be found therein, that on a certain afternoon the prisoner came into the shop of the watchmaker Tompson, while the latter was lying there asleep, and having awakened by the sliding open and shut of a writing drawer, the prisoner then attempted to escape, but the door was locked by the deponents and some slaves, and he was thus prevented from doing so, whereupon being asked what he had to do here, during this questioning the prisoner had taken a gold watch wrapped in a cloth out of his pocket and quietly tried to place it down on a bench standing nearby, which watch Thompsen had recognized as his own, and thus as having been stolen from his shop. Against this, the prisoner asserts in his examination that in the morning he had been at the house of a certain silversmith in order to sell a silver button, a ditto plate, and a Dutch stooter, but not being able to agree on the price, wishing to return to this silversmith in the afternoon, he entered a wrong house due to drunkenness; and remaining standing there at the door at the end of the hallway, he found someone sleeping in the front room who, having awakened at some noise made by him at the room door, had accused him or held him suspected of having taken a gold watch from in front of the window. Now, if one would consider the singular deposition of this Thompsen regarding the theft of the watch as not sufficiently provable, since the other deponents declare that they indeed did not see the prisoner take the said watch out of his pocket, but heard him disputing about it with Thompsen, they nevertheless declare therewith that they did not hear the prisoner offer the slightest plausible excuse against this accusation of theft, and further that upon Thompsen's shouting they arrived just as the prisoner wanted to escape from the room, all of which delivers sufficient proof of the prisoner's theft, against which the prisoner's pretext that, being drunk, 1005 he had entered a wrong house can have no effect; for even if this were true, what did he have to do in the room, for he says himself that he immediately noticed this, and if he did, why did he not also immediately turn back, and why, according to his own deposition, seeing someone lying in the front room, did he make a noise at the door when he already knew beforehand that he was in a wrong house, so that from all this it is more than manifest that the prisoner secretly entered this house, and seeing the watchmaker Thompsen lying asleep on the bench inside the front room, this opportunity seemed all too convenient to him not to profit from it, and not being content with stealing the watch, he also pulled open a drawer to see whether anything might be hidden inside it, whereat Thompson awakened, and he was thus caught in flagrante delicto, and consequently unable to escape the well-deserved punishment, so it is that the prosecutor ex officio concludes that the prisoner shall be condemned by your Honors to be brought to the place where criminal sentences are executed, and being delivered over there to the executioner, to be severely scourged with rods on the bare back, further to be banished for the term of five years to Rosengijn in Banda or else to such place as it shall please the Noble High Government of these lands, with the costs and charges of justice. Was signed: A Waals. In the margin stood: Exhibited in the Court of Justice, Batavia the 29th of October 1748. The foregoing conclusion having been read to the prisoner and he having been heard thereon, says he is not guilty. The Court, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the prisoner to be brought to the place where criminal sentences are customary to be executed, and being delivered over there to the executioner, to be tied by him to a post and severely scourged with rods on the bare back, banishing the prisoner further for all his life from all lands, cities, forts, and places belonging to the jurisdiction of the Company, without

Dutch transcription

1004. Saturdag den 28=' xber: 1748: Present ibus omnibus„ den rato off ryss:s sisteerd voor uw Ed: en De heer m=r Albertus Waals Extrord. agtb den ged: hier nevens gem: exhibeert lid in den agtbaeren raad van Justitiedeses een gencolleerde declaratie en attesta, Casteels en prointerim adv=t fiscaal van „tie, item des gev=s examinatie, uijt deerste India, rat: off: eyjscher: zullen uwEd: en agtb: met veele by deselve Contra te vindene omstandigheeden, bewaar„ Pieter Jansz: Berghoff heijt zien dat den gevangen op zekere tamboer in dienst der E Comp: namiddag is gekoomen in de winkel 'sheeren gev: over het steelen van van den horologiemaker Tompson, doer een goud horlogie uijt de kamer den selven aldaar te slaapen leij, en van een horolagie maker. door het open en toeschuijven van een schrijff laa wacker geworden zijnde, dat als toen den gev: hadde soeken te ont„ „vlugten dog door de attestanten en eenige slaven de deur toegeslooten, en dus hy daar in belet geworden, mits dien gevraagt sijnde, wat hij hier te doen hadde, dat den gev: onder dit afvraagen een goud horologie met een doek om„ wonden uyt syn sak hadde gehaalt en het selve stillet„ „zes op een aldaar omtrent staande bank soeken neer te leggen welke horologie Thempsen voor de syne had erkend, en dus uijt sijnen winkel gestoolen te zijn. — Den gev: geeft daaren teegen by zijn examinatie voor 's morgens aan het huijs van seekeren zilversmit geweest te No. 158 en afgegave Aan desselfs agelaten N. te sijn, ter eijnde een silvere knoopje een dito plaatje, en een vaderlandse stooter te verkoopen, ed og over de prijs niet konnende eens worden, dat hyj sig 's namitdags weederom na deser silversmit willende begeeven, door dronkenschap in een verheerd huijsgelropen; en aldaar aan de deur aan het eijnde van den gang blijven de staan, hadde hij iemen in de voorkamer vinden slaapen, den welken op eenig door hem aan de kamer deur gemaakt gerugt ontwaakt sijn der hem hadde beschuldigt of verdagt gehouden, een goud horologie van voorde vengster genoomen te hebben als men nu de singuliere depositie van desen Thempsen nopens het steelen van de horologie voor niet genoeg de wysbaar wilde houden, vermits de overige attestanten verklaaren, het gem herologie den gev: wel niet uijt syn sak hebben sien halen maar hem met Thompsen daar overhebben hooren disputeeren, zoo verklaard deselve egter daar bij dat sy den gev: tegens dese betigting van diverij geen de minste waarschynlijk veronschuldiging hadden hooren by brengen, en dan wyders dat sij opt geroep van thempsen daar op toe sijn gekoomen toen den gev: uyt de kamer wilde ontvlugten, welke alles een genoegsaam bewijs uijtlevert van des gev: diefstal, hunnen de daar tegen niets opereeten des gev: voorgeven, als of hij bedronken synde d 1005 sijnde, in een verkeerd huijs was gekoomen, want dit al eens waar synde, wat had hy dan in de kamer te doen want hij segt selfs, dat hij sulks aanstonds hadde ontwaard, heeft hij dit gedaan, waarom is hij dan ook op niet opstonds weer te rug gegaan, en waarom heeft ^ vol gens syn eijgen de positie iemand in de voorkamer sien de leggen een gerugt aan de deur gemaakt, daar hij al voorslags wiste in een verheerd huijs te sijn, sulks dat uijt allen deesen meer als te manifest is, dat den gev: zigheij„ melijk in dit huijs heeft begeefen, en siende den horologie maker Thampsen binnen de voorkaamer op de bank te slaapen leggen, dese gelegendheijt hem al te Cavembel heeft gescheenen, om niet daarvan te profiteeren en met het steelen van de horologie niet te vreden zynde, ook een laadje heeft uytgetrokken, om te sien of binnen deselve ook iets mogte schuijlen, waar over Thompson ontwaakt, en hy dus in slagratatie de lieto geattrapeert geworden, en dien volgens de wel verdiende straffe niet kunnende ontgaan soo is het, dat den rati off: eyscher. — Concludeert dat den gev: door uw Ed: en agtb: sal worden gecondemneert gebragt te werden ter plaatse daar men de crimineele sententies. No. 108 n afgegave Aan desselfs agelaten Ex: Executeerd, en aldaar aan den scherp regter overgeleverd synde met roeden strengelijk op de bloote ng sal werden gegeeselt voorts voor den tyd van Vijf Jaaren na Rosegijn in Banda dan wel ter plaatse daar het de Edele hooge regeringe deser landen sal behaagen, gebannen te werden met de Costen en missen van de Iustitie /was geteekend/ A Waals ( ter syde stond) Exhibitiem in Indieio batavia den 29: octob: 1748. — Den gev: de voorenstaande Conclusie voorgehouden, en daar op gehoord sijnde zegt geen schult te hebben. Den Raad doende Regt uijt name ende van wegens de hoogmoogende heeren staaten generaal der vereenigde nederlanden Condemneerd den gev: omme ter plaatse daar men gewoon is Crimenele sententie „en, te executeeren gebragt, en aldaar den scherpreg ter overgelevert sijnde, door denselven aan een paal ge bonden met roeden op den blooten rug gestrengelijk gegeeselt te worden, banden gevangen wyders voor als sijn leeven uyt alle landen, steeden, forten ende plaatsen onder het ressort: van D Comp: gehoorende sonder

NL-HaNA_1.04.02_2710_0089 view scan ↗

English

1006 without ever being allowed to return therein, upon pain of heavier punishment, and likewise condemns the prisoner to the costs and expenses of justice, rejecting what was further or otherwise claimed. Thus arrested and sentenced on Friday the 15th of November 1748 by the Noble Mister Rijnier Stapel, President, item Messieurs Theodorus van Reverhorst, Jacob Pompe van Meerdervoort, Jan Steven Ode, Johannes Amijt, Jacob Willem Baake, Nicolaas van Landschot, Johannes Verkolcke, and Johannes Schevenhuijsen, Councillors of Justice, furthermore pronounced and executed on the day and in the presence as stated in the heading hereof. Below stood: In my presence. It was signed: J. V. D. Sleijden, Secretary. Lower: Extracted from the Criminal Roll of the Honorable Council of Justice of this Castle, and agrees. Batavia, date as above. It was signed: J. Brandenburg, Sworn Clerk. D. Jongsmacer. Agrees. No. 18. and issued to his surviving No. 158. and issued to his surviving careful J. van Haardz Saturday, the 28th of December, 1748. All present. The Prosecutor by virtue of his office brings before Your Honors the prisoner named alongside here, exhibits a register with documents, among which under No. 1 the verified declaration and attestation of the wounded boatswain Willem Jacobsz., which declares that on a Sunday evening at around nine o'clock he found himself at the square in Lepelstraat, talking with the attestant Thomas Zijbrands about one thing and another, that he had been addressed there by the prisoner, who had asked him in an impertinent and insolent manner what reason motivated him continually to commandeer his boat, threatening to speak with him further about it; that furthermore the prisoner, making a move as if he wished to attack him and fall upon him, he had been moved thereby to push this insolent fellow away from him, saying that when he was requisitioned in the Company's service he was obliged to obey orders, and thus walking on a little further beside the attestant, that he then had felt a stab inflicted in his back, whereupon turning around to see by whom this was done, he had recognized the prisoner as the perpetrator, who further had not hesitated, with Mister Albertus Waals, Extraordinary Member of the Honorable Council of Justice of this Castle and Provisional Advocate Fiscal of the Indies, Prosecutor by virtue of his office, against Doris van Latem, quartermaster in the service of the Honorable Company, prisoner, concerning the treacherous infliction of two wounds on a boatswain. No. 108. 1007 and issued to his surviving M the same knife with which he had inflicted the first wound in his back, to inflict on him a second wound from the front in the left side, whereby he was forced, with the help and assistance of the attestant, to flee into his dwelling; of all of which the attestant testifies to having been an eyewitness, with which also agrees the statement of the assistant surgeon De Vinne in the register under No. 2, that he found two wounds on this boatswain, the one on the right side of the back two fingers wide, penetrating into the muscles, the other on the left side of the chest one finger wide, penetrating between the fourth and fifth ribs into the cavity. The prisoner, at his examination under No. 3, plays the ignorant, and says he remembers being entirely drunk on a certain day, indeed even so much so that he testifies to knowing neither of the one nor the other of what might have been done by him at that time, and thus is entirely unaware and ignorant of what has been charged against him regarding the wounding of the boatswain Willem Jacobsz. But even if one wished to give any credence to this pretext of complete drunkenness, it will nevertheless not avail the prisoner at all, since according to the well-known Dutch laws, crimes committed in drunkenness do not exempt from the ordinary punishment; and whereas by the placard of the year 1682, article 7, it is found enacted that when someone treach- erously M 1008 treacherously, as the prisoner in this case has attacked the boatswain from behind, or without any preceding brawl or quarrel, happens to wound, that such malicious assailant, being convicted thereof, shall without formal process be punished with death by the rope, or, according to the state of affairs, be sentenced to severe corporal punishment and eternal chains; the Prosecutor by virtue of his office will nonetheless choose the latter, and therefore concludes that the prisoner Doris van Latem, by sentence of Your Honors, shall be condemned to be brought to the place where criminal sentences are customary to be executed, and there, being delivered to the executioner, shall be severely whipped with rods, branded, further, being riveted in chains, to labor in the same for all his life on public works without wages, with the costs and expenses of justice. Signed: A. Waals. In the margin: Exhibited in the Council, 26 November 1748. The prisoner requests a merciful punishment. The Council, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the prisoner to be brought to the place where criminal sentences are customary to be executed, No. 118 and issued to his surviving

Dutch transcription

1006 sonder ooyt weeder daarinne te moogen koomen, op poere„ van swaander straffe en Condemneerd den gev: teffens mede incosten en missen van de Iustitie met ontsegging van het verdere ofte anders geeyschte. Aldus geurresteerd ende gesententieerd, op Vrijdag den 15 9ber 1748 by den Edelen heer Mr Rijnier Stapel president Item heeren meesters Theodorus van Reverhorst, Jacob Pompe van meeddervoort, Jan Steven ode, Johannes Amijt Iacob Willem baake, Nicolaas van landschet Iohannes Verklokke en Johannes Schevenhuijse RRaden van Justi¬ tie mitsg=s geprounteerd en ter excutie gestelt ten dagen en ter presentie als in den hoofde deses /onderstend / in kennis„ se van mij /was getekend/ I: V D: Sleijden secret=s /lager/ Gexetraheert uyt de Cremenele Rolle van den agtb: raad van Iustitie deses Casteels, en accordeert. Batavia datum Utsupra /was geteekend/ J=br Brandenburg gesw Clercq. D Jongsmacer Accordeert 1 No 18. en afgegane Aan desselfs agelaten - No. 158. in afgegave an desselfs agelaten voortnazig J„ van Haardz Saturdag den 28. December, 1748. Presentibus Omnibus, Den ratione officie Eijss=r sisteerd De Heer M=r Albertus Waals voor uw Ed: en agtb: den gevangen Extraord„ lid in den agtb Raad van hier nevens gemeld exhibeert een rigis Iustitie deses Casteels en prointenin „ter met stukken waar onder sub no 1. advocaat fiscaal van Indien ratt: de gerecolleerde declaratie en attesta„ off: Eijs=r Contra tie van den gequesten bootsman Willem Iacobsz: b: S: de welken declareerd Dooris van Latem op een sondags a onds ontrent negen uuren quaartiermeester in dienst der E „zig bevonden te hebben aan 't vierkant Compagnie 's heeren gevangen over het in de lepelstraat, met den attestant Tko„ veraderlijk toebrengen van twee wonden mas zijbrands het een en ander discoure„ aan een bootsman. —. —. rende, dat hy aldaar waes aangesprooken geworden, door den gev:, dewelke hem „assurante wijse hadde afgevraagt op een in pertinente en wat reeden hem moveerde, om bij Continuatie zijn schuijt te pressen, met de bedryginge hem daar over nader te sullen spreeken dat wyders den gev: de mine maakende, als of hij hem wilde attacqueeren en op het lijfvallen, hij daar door bewoogen was geworden desen brutalen karel onder het seggen: dat wanneer hy in 'sComp. dienst gepnst wierd, dan verpligt was ordres te pareeren van sig aftestooten en dus nevens den attestant een wynig voorts gaande dat hij doen hadde gevoelt hem een steek in de rug wierd toe gebragt, waar op hij sig omkeerende, om te ontwaaren door wie sulks gedaan wierd, had hij den gevangen voor den dader erkent, den welken zig wijders niet hadde ontsien met het No. 108. 1007 in afgegave an desselfs agelaten M het selve mes waarmeede hy hem de eerste wonde vio den rug hadde toegebragt hem nog een tweede wonde van voorn in de linker syde te inflegeeren, waar door hij genoodsaakt was geworden met behulp nen assistentie van den attestu in desselfs wooning te vlugten, van al het welke den attestan getuijgt vor en oog getuijge te zijn geweest, waar meede ook over een komt de verklaaringe van den ondermeester De Vinne ter register onder N=o 2. dat hij aan desen bootsman heeft gevonden twee wonden de eene op de regter zijde van de rug groot twee vinger breed penetreerende in des piern de andere op de linker zijde van de borst groot een vinger breed, penitieerende tusschen de vierde en vyfde nb= tot in de holligheijt. Den gevangen speelt by sijn er aminatie onder no 3 den ignorant, en segt hem wel voorte staan op zekeren dag ten eenenmaal beschonken te sijn geweest, Ia zelff zodanig, dat betuijgt niet te weeten soo min van het een als het ander, wat dies tijd voor hem verrigt mogte zijn en dus ten eenemaal enkundig en zijnd rant te zijn van het geene hem nopens het questen van den bootsman Willem Iacobsz: is ten lasten gelegt, maar als men ook aan dit voorgeven van en onne dronkenschap eenig geloof wilde slaan, zoo zal den gev: dog sulks gants niet kunnen baaten, vermits na de bekende nederlandsche wetten, misdaden in dronkenschap be„ gaan van de ordinare straffe met libereeren, en na demaal by het placaat van den Iere 1682. art '7 gesta tueerd werd gevonden dat wanneer ieman d eenen ander„ Verndeling M 1608 verradelings /: gelijk den gevangen in deesen den borts„ man van agteren heeft geattacqueerd :/ of zonder eenig voorgegane krakeel of questie komt te questen, dat zoodanige moedwilligen aanvegter daar van overtuijgt werdende sonder figuuren van proces met de koorde ter doodgestraft, of na bevindinge van zaaken, swaarlijk aan den lijve en eeuwige ketting banden gedoemt wen„ den; zoo zal den ratt off eyscher egter het laaste huesen, mits dien. Concludeert, dat den gev: Doris van laaten by sententie van UE W Edeleen agtb: sal werden gecondemneert gebragt te werden ter plaatse daar men merom de Cremenele sententies doet executeeren en aldaar aan den scherpregter overgeleverd synde met roede strengelijk sal worden gegedsselt, gebrandmerkt, voorts in de ketting geklonken zijnde, voor al zijn leevenstijds in deselve adopus publicum sonder loon te arbyden met de Costen en missen van de Iustitie /getekend/ A Waals /ter zijde,/ Exctibitum in Indizo den 26 november 1748. Der gevangen versoekt om eene genadige straffe. — Den Raad doende Regt, uyt name ende van wegens de hoogmogende heeren staaten generaal der verenigde nederlanden, Condemneerd den gevangen omme ter plaatse daar men gewoon is Cremenele sententien te executeeren gebragt den 1 No. 118 en afgegave an desselfs agelaten 2 N na e 7 gasta ander ling be¬ sch

NL-HaNA_1.04.02_2710_0096 view scan ↗

English

brought and there handed over to the executioner, to be bound by him to a post, severely flogged with rods on his bare back, and branded, furthermore banishing the prisoner for all his life from all lands, towns, forts, and places belonging to the jurisdiction of the Honourable Company, never to return therein, on pain of heavier punishment, and further condemns him the prisoner in the costs and expenses of Justice, dismissing what is further or otherwise demanded. Thus done, decreed, and sentenced on Wednesday the 27th of November 1748, by the Noble Lord Mr. Rynier Stapel, President, likewise the Lords and Mr. Theodorus van Reverhorst, Jacob Pompe van Meerdewoort, Jan Steven Ode, Johannes Amijs, Nicolaas van Landschot, Johannes Verklokken, and Johannes Scheevenhuijse, Councillors of Justice, and also pronounced and executed on the day and in the presence as in the heading hereof. Below stood: To my knowledge, signed: I. V. D. Sleyden, Secretary. Lower: Extracted from the criminal roll of the Honourable Council of Justice of this Castle, and agrees, Batavia date as above. Was signed: P:r Brandenburg, Sworn Clerk. Agrees: Jongsma No. 58 and delivered to his left day No. 18 and delivered of his left for inspection E. F. van Waardz Tuesday the 27th of November Anno 1748. Present all except Lord Bake. The Officer Plaintiff presents the prisoner named here opposite before Your Noble and Honourable Worships. Exhibits two re-examined depositions as also the prisoner's re-examined examination, all in the Register under No. 1, 2, and 3. From the first it is manifest, and the prisoner himself does not deny, having been posted as Gunner on the post the Vijfhoek, and that on this post sixteen cartridges out of fifty were found filled with earth, rubble, and small stones instead of powder; to this is added the deposition of the two last deponents that Lord Mr. Albertus Waals, Extraordinary Member of the Honourable Council of Justice of this Castle and Advocate Fiscal of India pro interim, Officer Plaintiff, against Joseph de Legliese of Savoy, Gunner in the Honourable Company's service and lastly posted on the post the Vyfhoek, the Lord's prisoner. Concerning the stealing of powder and the filling of the cartridges with sand, small stones, and rubble, as well as the loading of the cannon with that filth. No. 118 1009 and delivered to his left the prisoner, shortly before the painting of Batavia, had asked each of them separately whether they had any opportunity to sell some powder, which he gladly wanted to dispose of, but that they, the deponents, had answered having no opportunity for it; on the other hand, the prisoner seeks to spin this metamorphosis of the powder into rubble, sand, and small stones as if it must have happened in his absence, namely when he on the 23rd or 24th of September was taken under arrest by the Commander of the post Anke because he had assisted at a certain commotion that arose there in a Chinese house, and subsequently after the expiration of fifteen days was transferred from the provost, where he had later been moved, into the Honourable Company's irons, regarding which time of his arrest he changes upon re-examination, reducing it to having sat nine days with the provost and three days under arrest; but all this will be able to help the prisoner little, since the deponent Johan van Eck and associates in the register under No. 3 declare to have been sent by the Major of Artillery to the post Vijfhoek to inspect whether everything was in good order there, and that they on that occasion had opened the powder chest in which the filled cartridges were kept, and having inspected them had discovered that out of the forty-five pieces, thirty-four of them were filled only with a little powder and for the most part with sand, small stones, and rubble; with the addition by the first two deponents that they also had simultaneously inspected the cannon situated on the said post, and found that three of them, instead of being properly loaded, were found charged only with a piece of a cartridge the length of a finger, likewise filled with earth and filth mixed with some powder, while for the fourth piece no powder at all had been used, but the same had only been loaded with a cannonball and two wads, and the fifth in such a manner that through the inability to draw out the cannonball, the same was rendered entirely unfit for further use; thus charging to the prisoner's account, firstly the stealing of the powder from the cartridges, secondly the loading of the cannon, instead of powder, with cartridges filled with sand, rubble, and small stones, as well as the spiking of a piece of cannon. No. 158 1010 and delivered to his left When consideration is now given to the dire circumstances of the times in which one currently lives, and the apprehension that the fire of war ignited in Europe might also come to spread to these regions, one must hold the prisoner's aforementioned thefts so much more punishable, especially since the post the Vijfhoek and the supervision over the powder, cannon, balls, and lead had been entrusted and commended to him; for if an indigenous or other enemy had unexpectedly attacked this post, both the cannon and the cartridges would indeed have been unusable and without effect, and thus the enemy, as one says, could have entered and captured this post with shoes and stockings on; it being furthermore very suspicious that for some time all kinds of ammunition in great quantities have successively been stolen and gone missing, from which one could indeed conceive some suspicion as to whether such a thievish plot had banded together, whether in an upcoming war to hand victory to the enemy

Dutch transcription

gebrugt en aldaar den scherprigter overgelevert zynder door denselven aan een paal gebonden, met roeden op den block rugge strengelijk gegeeselt en gebrandmerkt te werden, ban den gevangen wyders voor al sijn leeven uijt alle landen steed sorten ende plaatsen onder het resfort van D E Comp: gehoor„ de, sonder ooijt weeder daarinne te moogen koomen, op poer van swaarder straffe, en Condemneerd hem gevangen voort meede in de kosten en missen van de Iustitie, met ont„ segging van het verder ofte anders geeijschte. Aldus Gedaan Gearresteerd ende gesententieerd op Woensdag den 27 novemb:r 1748. bij den Edelen Heere m=r Rynier Stapel president, Item de heeren en mr. Theodorus van Reverhorst Jacob Pompe van Meerdewoort, Jan Steven ode, Iohannes Amijs, nicolaas van landschot, Iohannes Verklokken en Johannes Scheevenhuijse, Raden van Justitie mitsgs gepr nnteert en ter Executie gestelt ten dage en ter presentie als in den hoofde deses /:onderstond/ Inkennise van mij /geteekend/ I V D Sleijden Secretaris. /: Lager /: Gextra heert uijt de Cremenele rolle van den agtb: raad van Iustitie deses Casteels en accordeert Batavia datum ut supra /was geteekend/ P=r Brandenburg, gesw: Clercq: Accordeert JongsmaCe„ No. 58 n afgegave Aan desselfs agelaten t„ dag el No. 18 en afgegave Van desselfs agelaten voor'tnazien E f an Waardz Dingsdag den 27=e 9ber A„o 1748— Praesentibus omnibus dempto d'heer Bake den rat: off: Eijsscher sisteert D' Heer M„r Albertus voor uw Ed: en agtb: den gev Waals Extra ordinair Led in hier nevens genoemt Exhi„ den agtb raad van Iustitie deses „beert twee gerecolleerde attes„ Casteels en prointerim advocaat „taties als ook des gev: gere Fiscaal van Jndia Rat: off: Eijsscher „colleerde Examinatie Contra alle ten Register sub Joseph de Legliese van N„o 1: 2: en 3: uijt d' Eerste Savoijen Canonier in scomp=s is manifest en den gev: dienst en Laast be„ ontkent selfs niet als „scheijden geweest op de Constabel bescheijden post de Vyfhoek 's heeren geweest te zijn op de gevangen post d' vijfhoeh en, dat op deeze pa# sesthien stux Cardoesen onder de: Vijftig met Land puijn en steentjes in plaats van Kruijd zijn op gevult gevonden deesen bij komende der twee Laaste attes„ „tanten ten dispositie dat Den over het steelen Van Kruijt, en het Vullen der Cardoesen met sand steentjes, en puijn mitsgaders met die vuijligheijd het Canon gelaaden No. 118 1009 en afgegane an desselfs agelaten —. den Gev: Kort voor de ververing van Batavia een ieder van hun afsonderlijk hadde gevraagt, off zij lieden geen occagie hadden eenig Kruyd te verkoopen, dat hij gaarne van d' hand wilde setten, dog dat zij attes tanten hadden g'antwoord daar toe geen gelegent heijd te hebben, daar en tegen soekt den gev deese metainorphosis van 't kruijd in puijn sand en steentjes daar heen te draijen, als of sulx in zijn absentie moeste zijn geschiet, te weeten doen hij op den 23:' off 24: september door den Commandant van de post anke om reeden hij in een Chinees huijs bij Enige aldaar ontstaane ruijse hadde g'adsisteert was in arrest genomen en vervolgens na verloop van vijfthien daagen uijt de provoost, alwaar hij naderhand was verplaatst geworden in 's E comp„s boeijen overge bragt geworden nopens welken tijd sijner arrester hij bij recollement altereert ten deselve diminueert op negen daagen bij den provoost en drie dagen in arrest geseten te heb¬ „ben dog dit alles zal den gev: weynig konnen helpen vermits den attestant Johan van Eck C: S: ten register onder n„o 3: verklaaren door den majoor der arthillerije na de post vijfhoek gesonden te zijn, ter visitatie of zig daar alles in goede orders order bevond, en dat zij bij die gelegentheydt de kruijt kist, alwaar d' gevulde Cardoesen in wierden geborgen g'opent en deselve nagezien hebbende hadde ontwaart dat onder de vijf en veertig stuks vier en dertig van deselve eenelijk met een weynig kruijt en ten merendeel met zant steentjes en puijn waaren opgevult, met bijvoeging van de twee eerste altestan„ „ten dat zij ook teffens 't kanon dat op gedagte post legt almeede hadden gevisiteerd, en bevonden dat drie van deselve in plaats van behoorlijk gelaa„ „den te zijn, daar Enelijk een stukje van een Cardoes ter Lengte van een vinger almeede met Landt en Vuylnis vermengt met enig kruijt opgevalt hadden opgezet gevonden zynde tot 't vierde stuk in 't geheel geen kruijt g'emploi¬ „eert, maar 't selve enelijk gelaaden geweest met een kogel en twee proppen en 't vijfde soodanig dat door het niet konnen afhaalen van de kogel, 't selve ten Enemaal tot verder gebruijk onbequaam was gemaakt leggende dus tot des gev: Lasten, Eerstelijk het steelen van 't kruyd uijt de Kardousen, ten anderen 't laden van 't Canon inplaats van kruijd met sand puijn en stantjes aangevulde Cardoesen, als meede ook 't vernagulen van een stuk Canon als No. 158 1010 en afgegane Aan desselfs agelaten als nu in aanmerking werd Genomen de naare tyds omstandigheeden waar in men thans leeft en de bedugtinge dat het oorlogs Duur in Europa ontstoken, zig ook tot deese gewesten mogte komen uijt te breijden, zoo zal men des gev: boven gem diefstukken zoo veel te straf waardiger moeten houden voornamentlijk daar hem de post d' Dijfhoek en de opsigt over 't kruijd, Canon, Kogels en lood is toe vertrouwt en aanbevoolen geweest want bij aldien eens een inlandse, of ander vijand onverwagt deese post hadde besprongen, zoo zoude immers zoo wel 't canon als d' Cardoe„ „sen onbruijkbaar, en zonder Effect zijn geweest, en dus den vijand gelijk men segt met kousen en schoenen deese post kunnen intreden en bemagtigen, zijnde wijders zeer speculatief dat 't sedert Enigen tijd alderhande ammunitie in menigte successive zyn gestoolen en weg geraakt, Waar uijt men wel Enige vermoedinge zoude Konnen op Vatten, als of zoo een dieve Complot zig t' samen hadde gerot 't zij bij een opkomende oorlog den vijand d' overwinning Te ƒ

NL-HaNA_1.04.02_2710_0105 view scan ↗

English

to facilitate, or rather to sell these stolen munitions of war for their own profit to Chinese or other nations; but be that as it may, the prisoner has at least made himself guilty of stealing the Company's powder entrusted to him at his post, which is also fully confirmed by the testimony of Jan Hibeenk and Jacobus meijlaard, he having asked them whether they had an opportunity to sell some powder, as he would gladly dispose of a little; and since the prisoner, moreover, has committed the gross villainy of loading the cannon on the aforementioned post Vijfhoek, instead of with powder, with cartridges filled with rubble, sand, and small stones, as well as even spiking a cannon and making it unserviceable, it is notorious that all this taken together aggravates his committed offense to the uttermost; and that on that account, the prisoner, in these dangerous and worrisome times according to the circumstances of which offenses are to be punished more heavily No. 118 1041 and delivered to his surviving [illegible] is [illegible] or more lightly, could well be punished with death; yet the prosecutor hesitates to proceed to such a conclusion, and believes, subject to correction, not to injure Justice when he hereby concludes that the prisoner Iosep de Leglise, by sentence of your Honors, shall be condemned to be brought to the place where criminal sentences of this honorable Court are customary to be executed, and being there delivered to the executioner, first to be exposed to public shame with a board around his neck on which is written in large letters Powder Thief, subsequently to be severely whipped on the bare back and branded, and then furthermore for the term of fifty years to be banished to roosegijn in Banda or to such place as the Honorable High Government of these lands shall see fit, with the costs and expenses of Justice. Signed: A Daals. In the margin stood: Exhibited in Court the 26th of November Anno 1748. The prisoner, having the aforementioned conclusion put to him and having been heard thereon, says he is innocent and therefore has not deserved the demanded punishment. The Court, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, banishes the prisoner for the rest of his life from all lands, forts, cities, and places belonging under the jurisdiction of the Company, without ever being permitted to return therein on pain of heavier punishment and condemns No 158 1612 and delivered to his surviving condemns the prisoner further in the costs of the trial. Below stood: In my presence, was signed: I: v: d: Sleijden, secretary. Lower: Extracted from the criminal roll of the honorable Court of Justice of this Castle and agrees, Batavia, date as above. Signed: P:r Brandenburg, sworn clerk. Agrees, Jongsmars 1013 per the ships 'tslot van Cappelle and lekkerland Amsterdam and Middelburg To the Honorable, Most Worshipful Directors of the General Chartered East India Company at the Chamber there. Honorable, Most Worshipful Gentlemen! I have requested and obtained permission from the High Indian Government to send over, with each of the ships 'tslot van Coppelle and lekkerland, consigned to your Honors' Chambers, sixteen small crates with some pieces of Japanese lacquerware for Her Royal No. 108 and delivered to his surviving [illegible] Highness Madam the Princess of Orange, and thus take the liberty to address myself further to your Honors, with a very humble request that it may please the same to allow the necessary address to be given to the aforementioned sixteen small crates of each of the aforementioned two ships, upon their arrival, by the person to whom I have entrusted the collection and delivery of the same, in order not to burden your Honors with that trouble, whereby your Honors will once again greatly oblige him who has the honor to be, with complete devotion to your interests, Honorable, Most Worshipful Gentlemen, Your Honors' humble and obedient servant, D: W: Van Batavia, the 16th of March 1749. 2 2 No. 18. and delivered to his surviving [illegible] No 188. and delivered to his surviving No. 158. and delivered to his surviving [illegible] 1014 Amsterdam Anno 1749 3. Duplicate register and Register of the Papers per the return ship Bredenhoff being sent to the Honorable Worshipful Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber in Amsterdam, namely: No. 1. Original general missive from their Excellencies the Governor-General and the Council of India, to their Excellencies the committee of Directors at the Assembly of the Seventeen, dated this 30th of April 1749. 2. Original private missive from the Honorable High Indian Government, to the Honorable Worshipful Directors at the Chamber of Amsterdam, dated the 25th of April 1749. 3. Private missive from and to the same as above, being originally sent per the ship Leckerland, and dated the 5th of the aforementioned month of April. 5. List of the officers and passengers repatriating per the ships Leckerland and Bredenhoff. No. 6. No. 118 and delivered to his surviving 4.

Dutch transcription

te Faliciteeren dan wel deese gestoole krigs be„ „hoeftens ten hunnen Eijgen voordeele aan Chineesen, of andere natjes te verkoopen dog hier van zij waet er wil ten minsten heeft den gev: zig schuldig gemaakt aan 't steelen van 's Comp„s hem op zijn „post toebetrouwd kruijd 't welke ook door 't getuijgenis van Jan Hibeenk en Ja„ „cobus meijlaard ten vollen werd bevestigt, als hebbende hij deselve gevraagt of zij geene occasie hadden, Enig kruijdt te verkoopen vermits hij gaarne een weijnig van de hand wilde setten en vermits den gev: nog boven dien 't groove Schelmstuk heeft begaan van 't Canon op de meerm past d' Vijfhdek in plaats van kruijdt, te laaden met Car„ „doesen aangevult met puijn sand en steentjes mitsgaders selfs een Canon te vernagulen en onbruykbaar te maaken soo is notoir dat dit alles by den anderen genomen zyn, begaan delict ten uyttersten aggraveert, en dat om dies wille den get by deese gevaar en sorgelyke tijden na gelee„ „gentheijd van welke de delicten swaarder No. 118 1041 en afgegave Aan desselfs agelaten inr Is ng off Ligter te straffen zijn wel met d' dood zoude kunnen werden gestraft, soo schroond egter den Eijss=r tot dusdanige Conclusie te treeden, en vermeijnt onder Correctie d' Justi tie niet te ledeeren wanneer hij bij deesen Concludeert, dat den gev: Iosep de Leglise bij sententie van uw Ed: en Agtb: sal wer¬ „den gecondemneert omme gebragt te werden ten plaatse daar men gewoon is d' Crem neele Sententies van deesen agtb Raade te Executeeren en aldaar aan den Scherpregter overgelevert zijnde, Eerst met een bord om den hals waar op met groote Letters geschreeven staad krugd dieff ten pronk zal werden gesteld, vervolgens strengelijk op den blooten rug gegeesselt en Gebrandmerkt en dan wijders voor den tijd van Vijftig Jaaren gebannen te te werden, na roosegijn in Banda dan wel ter plaatse daar het d' Edele hooge re„ „geeringe deeser Landen zal goed vinden met d' Costen en misen van d' Justitie /:was geteeckent/ A Daals / ter zeijde stond Exhibitum in Judicio den 26: november A„o 1748 „den gev: d' voorenstaande Conclusie voorgehouden, en daar op gehoord zynde zegt onschuldig te Weezen en dierhalven d' g' Eijste straffe niet verdient te hebben. — Den Raad doende regt uijt naame ende van wegens d' hoog mogende Heeren Staaten generaal der vto „de Nederlanden band den gev Door al zyn Leven uijt alle Landen, Forten, steeden, en de plaat¬ „sen onder 't resort van d' Comp=e gehoorende zonder ooijt weder daar inne te mogen komen op pene van Swaarder Straffe en Condemnt. No 158 1612 en afgegave aan desselfs agelaten Condemneert den ger wijders in d kosten van den processe /:onderstond:/ in kennisse van mij was geteeckent/ I: v: d: Sleijden secretari /Lager / G'Exthraheert uijt de Criminele Rolle van den agtb: raad van Justitie deeses Casteels en accordeert, Batavia Datum ut Supra /was geteeckent:/ P=r Brandenburg. gesw: Clerca. Accordeert Jongsmars 1013 per deschepen 'tslot van Cappelle en lekkerland Amsterdam en Middeburg Aan de wel Edele groot Agtbare Heeren Bewindhebberen van de generale g'octroijeerde oost Jndische Compagnie Ter Kamer aldaer Wel Edele Groot Aghbare Heeren! Ik hebbe, van de hoge jndiase regeering permissie versogt en bekomen, om met ieder der schepen 'tslot van Coppelle en lekkerland, aan uw Ed: agtb: kamders geconsigneerd, temogen oversenden sestien kasjes met Eenigestukken, Japans lak-werk voor haar koningl: No. 108 en afgegave Aan desselfs agelaten Hoor „ Hoogh:t mevrouwe de princesse van Orange, en neme dus de vrijheijt mij bij desen nader te adresseeren bij uwel Ed: groot agtb:, met seer gedienstig versoek dat het deselve behagen mag aan voorsz: sestien kasjes van ieder der voorsz: twee schepen, op derselver binnen komste, te laten geven de nodige adresse, door den geenen dien ik den af„ haal en besorging van deselve hebbe opgedragen, om uwel Ed: groot agtb: niet te beladen met die moeijte, waer door uwel Ed: groot agt:, wederom grotelijks sullen verpligten den geenen die de Eere heeft met volkomene aankleeving aan hare belangen steeds te zijn. Wel Edele groot Agtbare Heeren uwel Ed: Groot Agtb:r onderdanige en gehoorsame Jn Batavia den 16. maart 1749. Dienaer D: W: Van 2 2 No. 18. n afgegave Aan desselfs agelaten ne No 188. n afgegave Aan desselfs agelaten No. 158. n afgegave Aan desselfs agelaten voor 't na zig Pijs van Kiaadz 1014 Amsterdam A„o 1749 „ 3. Duplicaat register en Register Der Papieren P:r 'T Retour schip Bredenhoff werdende versonden aan de Edele agtbare Heeren Bewindhebberen van de generale nederlandsche g'octroijeerde oost Jndische Comp: ter praesidiale kamer tot Amsterdam, als. , N:o 1. Origineele generale missive van haar Eds den gouverneur Generaal, en de raden van Jndia, aan haar Ed:e hoog agtb: de gecommitteerde heeren bewindhebberen ter vergadering van de seventienen, gedateert desen 30:' april 1749. — „ 2. Origineele particuliere missive van de Edele hoge jndiase regering, aan de Edele agtb: heeren Bewindhebberen ter kamer Amsterdam gedateerd den 25:' april 1749. _. o particculiere missive van en aan als voren, zijnde p:r 'tschip Leckerland origineel versonden, en gedateerd den 5: der meergem: maand April— „ 5. Notitie van de officiers en passagiers per de schepen Leckerland en Breden„ „hoff repatrieerende No. 6. No. 118 nafgegane Aan desselfs agelaten 4.

NL-HaNA_1.04.02_2710_0118 view scan ↗

English

Separate separate books under No. 2. as above under the Incoming books No. 6. Authentic copy of general resolutions of Batavia Castle taken in the Council of India from the first of January to the last of March of this year 1749. 7. Copy of the Daily Register of Batavia Castle of the Year 1748. 8. Copy of the memorandum left by the former Malabar Commander Siersma to his successor Corijn Stevens 9. A bundle of Malabar papers, containing the copies of letters and the resolutions pertaining thereto received from there under the 23rd of April 1748, and still belonging to the incoming Indian letterbook of the year 1748, which was dispatched per the ship Amstelveen on the 31st of January last. 10. Copy of letters and resolutions received from Mocha in the preceding year 1748, and also still belonging to the aforementioned incoming Indian letterbook 11. Copy of the representation of Marten Wouter Tempezel, supercargo and skipper of the private ship the Johanna Elisabeth, against the supercargoes who recently returned from Mocha with the ship Beukesteijn, Captain-Lieutenant at sea Van Nimwegen and Junior Merchant Jongstal separate with the Incoming Jongstal 1 1015 Pay: in the chest No. 2. Jongstal, of which mention was made in the general missive of the last of December 1748 under the matter of Mocha No. 12. Copy of the register of the transferred pay books per the return ship Bredenhoff for the presiding chamber Amsterdam. 13. Duplicate receipt for such 200 rixdollars as have been counted into the Company's treasury here at the disposal of the Honorable Mr. Nicolaas Hartman, First Advocate of the Dutch East India Company, for the benefit of the library at this Castle, of which mention was made in the chamber letter of the 18th of March last. 14. Copy of reports concerning the small arms and firearms and munitions of war on the return ships 't Slot van Capelle, Leckerland, and Bredenhoff. 15. Copy of letters from and to the ministry on behalf of the English East India Company at Bengkulu, dated the 30th of January and the 15th of March last. 16. A set of general Indian trade books closed under the last of August 1747, consisting of a journal and ledger 17. Formal balance sheet drawn on the aforementioned trade books separate To Mr. Hartman No. 18. No. 118 and dispatched to his left in the chest No. 2. separate separate No. 18. A set of Batavia trade books closed under the last of August 1748, consisting of a journal and ledger 19. Formal balance sheet and balance drawn on the aforementioned trade books 20. Formal liquidation on the subject of returns from India for the year 1749. 21. Yields of merchandise sold at the outer stations in the years 1746/7 and 1747/8. 22. Diverse books of the following respective administrations here, as: 1 journal and 1 ledger of the year 1747/8 of the artisans' quarter 1 journal and 1 ledger of the year 1747/8 of the armory 1 journal and 1 ledger of the same year of the small shop 1 journal of the same year of the medicinal dispensary 1 Batavia general cash book of the year 1747/8. 23. Seven consumption accounts of the ships Sloterdijk, Osdorp, Amstelveen, Sloten, 't Slot van Capelle, Huijgewaard, and Leckerland, all for the chamber Amsterdam, followed by the decisions of the High Government taken thereon, and a note of the remaining provisions. No. 24. 1616 No. 24. A set of Orphan Chamber books of 1747/8, consisting of a journal and ledger separate 25. Three sealed packets from the Orphan Chamber here to the Orphan Masters at Amsterdam, Haarlem, and Leiden. 26. A sealed packet, as above, to the Chamber of Insolvent Estates at Amsterdam 27. Seven long invoices of what was loaded into the ships 't Slot van Capelle, Leckerland, and Bredenhoff for the respective chambers. Warehouse / 28. Three short ditto as above / 29. Duplicate bill of lading of what was loaded into the ship 't Slot van Capelle 30. Authentic copy of secret resolutions of Batavia Castle taken in the Council of India from the first of January to the last of March 1749. 31. Copy of a brief specification of what was lost on the cargo of the ships the Hersteller and the Hervatting to the lands east of Japan 32. Copy of a report regarding the findings of white [illegible] from an English ship 33. Copy of a report from the secretary of the Honorable Court of Justice of this Castle, containing elucidation regarding the estate funds of Mr. Petrus Vuijst requested by Mr. Jan Willem Camerling in the chest No. 2. delivered No. 34 No. 108. and dispatched to his left in the chest Warehouse No. 34. Copy of a report from the secretary of the Orphan Masters here, concerning the monies of Mr. Gualter Roeloff Carper still outstanding in Banda 35. Formal answered requisition of returns from India for the year 1749 36. Copy of incoming and 37. Copy of outgoing requisitions from and to the respective outer stations of India with the fulfillments thereof, both from there and from here, for the year 1748. 38. Summary of what was loaded into the 10 return ships departed from here. Batavia, in the Castle, the 30th of April 1749. No. 2. Jongsmase No. 18 and dispatched from his left DBlom examined O Original. General Missive Written by Their Honors the Governor-General and the Council of India at Batavia To the Honorable, Highly Esteemed Lords Seventeen in the Patria Dated the 30th of April 1749 To his left No. 1. and dispatched No. 18. E 1617 Patria Per the two last return ships Bredenhoff and d' Standvastigheijd postscript To the Honorable, Highly Esteemed Lords Directors Commissioned to the Assembly of Seventeen, representing the General Dutch East India Company at the Presiding Chamber Amsterdam Right Honorable, Highly Esteemed, Wise, Prudent, and Very Generous Lords Introduction to this postscript: in this postscript will briefly be treated that which here in the No. 118 and dispatched to his left in

Dutch transcription

Apart apart boeken onder No: 2. als boven onder de Inkomende boeken N:o 6. Copia authenticque generale resolutien des Casteels Batavia genomen in rade van jndia„ sedert primo Januarij tot ultimo Maart deses Jaars 1749. — „ 7. Copia Dag register des Casteels Batavia van Anno 1748. „ 8. Copia memorie van den gewesen Mallabaars Com„ „mandeur Siersma aan desselfs. vervanger. Corijn stevens naargelaten „ 9. Een bondel mallabaarse papieren, houdende de copij Brieven en daar toe behorende resolu„ „tien onder den 23:' april 1748 van daa ontfangen en nog behorende tot het aankomend jndias briefboek van a:o 1748. 'Twelk p:r 'tschip Amstelvee den 31: janu: passato is versonden. „ 10: Copia Brieven en Resolutien in den voorl: Jare 1748. van Mocha ontfangen, en almede nog behorende tot het voorsz aankomend jndias briefboek E „ 11: Copia vertoogh van Marten Wouter Tempezel, Carga en schipper van't particu„ lier schip de Johanna Elisabeth ten Laste van de jongst met 'tschip Beukesteijn van Mocha„ gereverteerde supercargas den Capitains Lieutenant ter zee van Nimwegen en onderkoopm: apart bij de Inkomende Iongstal 1 1015 Sollijl: in de kas N=o 2. Jongstal, waar van gesproken werd bij de generale missive van ult:o decemb:r 1748. onder de materie van Mocha N:o 12. Copia register der overgaande soldij boeken per 't Retour schip Bredenhoff voor de praesidiale kamer Amsterdam. — „ 13: Duplicaat quitantie van sodanige 200. rd:s als ter dispositie van den Ed: heer M:r Nicolaas Hartman eerste advocaat van de nederl: oost Jndische Comp:e ten behoeve der Bibliotheecq ten desen Casteele in 'sComp: Cassa alhier geteld zijn, waar van gemelt is bij de kamerbrief van 18: Maart passato. „ 14. Copia Berigten nopens het hand en schiet gewier - ende Ammunitie van oorlog op te Relour schepen 'tslot van Capelle Leckerland en Bredenhoff. „ 15. Copia Brieven van en aan 't ministerum wegens de Engelsche oost jndische Comp: te Bancahoeloo, gedateert 30: Janu: en 15:' Maart passato. „ 16 Eerstel generale jndische negotie boeken gesloten onder ultimo augustus 1747. bestaan de in een journaal en grootboek „ 17. Formeele staat rekening getrocken op voorsz: negotie boeken apart Aan de Hr: Hartman No. 18. No. 118 en afgegave an desselfs agelaten a tal in de kas t:t 2. apart apart N:o 18. Eenstel Bataviase negotie boeken gesloten onder ult:o in dek aug:s 1748. bestaande in een Journaal en groot boek „ 19. formeele staat Rekening en Balance getrocken op voorsz: negotie boeken „ 20. Formeele Liquidatie op 't stuk van retouren uijt Jndien voor A:o 1749. „ 21. Rendementen van verkogte koopmansz: op de buijten Comptoiren anno 174/7 en 174 7/8. „ 22. Diverse Boeken van de volgende resp: administra„ „tien alhier als. 1. Journaal en 1. grootboek de anno 174 7/8 van 't ambagts quartier 1. Journaal en t grootboek de anno 174 7/8. „ de wapenkamer 1. Journaal en 1. grootboek „ „ d:o „ Kleene Winkel 1. Journaal „ „ _:o „ van de Medicinale Winkel 1. Batavias groot Cassaboek de anno 174 7/8. „ 23: seven stux Consumtie rekenings van de schepen Sloterdijk osdorp, Amstelveen, Sloten, 'tslot van Caplle, Huijgewaard en Leckerland, alle voor de kamer Amsterdam, waar agter de besluij„ „ten van de hoge regering daar op gevallen, en een notitie van de overige provisie. No. 24. 1616 N:o 24. Eenstel weeskamers boeken van 172 7/8. bestaande in een journaal en groot boek apart „ 25. Drie geslotene pacquetten van de weeskamer alhier aan heeren Weestmeesteren te amster„ dam, Haarlem en Leijden. „ 26. een gesloten paquet van als voren aan de desolate Boedelkamer tot Amsterdam §„ 27: Seven lange facturen van 't geladene in de schepen 'tslot van capelle, Leckerland en Breden„ Pakhuis („ 28. drie korte _:o roff voor de resp: kamers. al boven / 29 Duplicaat Copioseement van 't geladene in't schip 'T slot van Capelle „ 30. Copia authenticque secrete resolutien des Casteels ba„ „tavia genomen in rade van Jndia sedert primo Janu: tot ultumo maart 1749. „ 31. Copia korte aanwijsing van 't verlore op 't Carga „zoen van de schepen de Hersteller en de hervatting naar de landen b'oosten Japan „ 32. Copia berigt nopens de bevinding van witte Ea „weten uijt een Engelsch schip „ 33 Copia Berigt van den secretaris van den agtb: raad van Justitie deses Casteels houdende Elucidatie nopens de door Mr. Jan Willem Camerling versogte boedel penn: van M:r petrus vuijst in beks :o 2. bestelt No. 34 No. 108. en afgegane an desselfs agelaten in de kas Pakhuis N:o 34. Copia berigt van den secretaris van weesmeesteren alhier, toucheerende de in Banda nog uijtstaande penn: van M:r Gualter Roeloff Carper „ 35. Formeelen beantwoorden Eijsch van Retouren uijt jndien voor A:o 1749 „ 36 Copia aankomende en „ 37 Copia afgaande Eijsschen van en na de resp: buijten Comptoiren van Jndia met derselven voldoeningen, so van daar, als van hier voor a:o 1748. „ 38 sommarium van't geladene inde van hier ver„ trockene 10: retour scheepen. Batavia in't Casteel den 30: april 1749. No. 2. Jongsmase„ No 18 en afgegave van desselfs agelaten DBlom nagesien O Originele. Generale Missive Geschrene door haar Edelens den Gouverneur Generaal En de Rade Van Jndia Tot Batavia Aan de Edele Hoog Agtbare Heeren Seventhienen in't ƒ Patria eGedateert den 30e: April 1749 Aan desselfs agelaten N„o„ 1. en afgegave No. 18. E 1617 Patria P„r de twee Laaste Retourscheepen Bredenhoff en d' standvastigheijd briefje Aan De Edele Hoog Agtbare Heeren Bewindhebberen Ter vergadering van seventienen g'Committeert, de generale Nederlandsche, OostIndische Comp: Reprasenterende Ter Praesidiale Kamer Amsterdam Wel Edele groot Agtb:re wijse voorsienige, en seer Genereuse Heeren Inleijding tot dit na: dit nabriefje kortelijk sullende verhandelt werden het geene alhier in den No. 118 n afgegave an desselfs rgelaten in

NL-HaNA_1.04.02_2710_0128 view scan ↗

English

ships and two vessels sent. what has occurred in the service of Your Right Honourables since the dispatch of our general advices of the 31st of December 1748, in so far as it is necessary for the fulfillment thereof or otherwise noteworthy and of so much importance that it may be deemed worthy of Your Right Honourables' attention, for that purpose the subordinate offices will likewise be reviewed again, and consequently of Amboina it will be said that, pursuant to what was written in the aforesaid general missive, the ship Eijndhoeff laden at Sourabaija with 150 lasts of rice for that government, continued its voyage thither from there on the 15th of December, followed on the 14th and 25th of January by the brigantine De Ongehoorsaamheijd and the pantjallang De Buijtel to do service in the permanent governments, and by the ship De Waaksaamheijd with a cargo in money amounting to ƒ216244:19:8 consisting of cash, provisions, and merchandise, besides the ƒ37954:15:8 already sent with the first-mentioned vessel Eijndhoeff. Banda has likewise received, with the ship Ida sent thither via Macassar, a cargo of ƒ53860:4, and on the 5th of January with the Huijs te Foreest a further ƒ27368:6:8, besides 250 lasts of rice and some timber which the last-mentioned vessel took in on Java, and 200 lasts of rice which the first-mentioned will take in at Macassar for that province; the ship De Jager having been employed instead of the ship Horssen, which had been designated for that place and found unseaworthy, and according to our resolutions of the third of January was first intended for the Cape, but on the 14th of that month, upon the leakage that arose in Horssen, was projected for this use, as well as dispatched thither on the 28th of that month with a cargo of ƒ115653:—:8; and the elected governor Reijnier de Clercq, formerly chief of that place, also departed thither directly from Soerabaija with the Huijs te Foreest. Ternate received the ship Schakenbosch with ƒ295883:10:8 in merchandise, cash, and necessities, and on the 4th of March there followed thither the bomb-ketch Vesuvius with a small cargo amounting to ƒ27605:14:-; also the Galathea will be sent thither from Timor after the settlement of affairs, both of the last-mentioned to do service in this government, and to the same end the vessels belonging there, which had come up in the latest preceding autumn to bring hither the castaways of the three wrecked ships of which mention was made in our previous letter, have successively been sent back to Macassar again; also the ship Ida mentioned above, having taken in here for this government a cargo amounting to ƒ87684:13:8, was followed on the 13th of March past by the yacht De Geertruijda with a cargo of ƒ26623:6:—, to return via Bima with sappanwood. For the rest, these four eastern provinces, through our own shortage, have this year not been able to obtain recruits properly, only 40 having been sent to Ternate, 25 each to Banda and Macassar, and to Amboina only twelve soldiers, instead of one hundred men on average that each quarter had requested if the same had had to be recruited in any way properly. Banjermassing seems likely to become a bone of contention between us and the English; for after the barque De Spion had departed thither on the 7th of January with a cargo of ƒ10561:14:— and was followed on the 21st of March by the ship Zijbecaspel with our letter of that date and a cargo of ƒ100866:12:8, including 30000 Mexicans for the purchase of pepper, it was very unexpectedly learned that the English Company's ship Delaware, having arrived here a few days before from Tellicherry on the Malabar Coast and destined for China, having also requested access to this port under that pretext, was of the intention to depart for Canton via Banjermassing, as

Dutch transcription

scheepen en twee vaartuijgen gesonden. den dienst van uEd:e hoog agtb:e voor„ „gevallen is, 't sedert de depeche onser generale advisen van den 31: decemb=r 1748:, voor so verre dat tot accomplisse„ „ment van deselve nodig off buijten des van remarque en so veel impor„ „tante is dat het kan werden waardig re g'oordeelt uEd: hoog agtb:rs attentie, zo sal men ook ten dien eijnde Comptoiren weder de onderharige overlopen, en dienvolgende van. naar amboina dijen t Amboina seggen dat Jngevol„ „ge het geschrevene bij voorsz: generale missive, het schip Eijndhoeff op Sourabaija 150 lasten rijs voor dat 1018 scheepen. dat Gouvernement geladen en den 15:' decem„ „ber de reijse derwaarts van daar voortge„ „set heeft, gevolgt op den 14:' en 25:' Januarij van de briganteijn de ongehoorsaamheijd ende pantjallang de Buijtel om ten paarm: gouvernementen dienst te doen, en van het schip de waaksaamheijd met een lading in gelde bedragende ƒ216244:19: 8: bestaande in contanten provisien en Coopmanschappen buijten de reets ver„ sondene ƒ37954: 15: 8: met eerstgem: bodem Eijndhoeff. When naar bande di Banda heeft in selvervoegen; met het over macassar derwaarts ge sondene schip Jda een Carguasaen van No. 158. n afgegave an desselfs rgelaten vol„ le van ƒ53860: 4: en op den 5: Januarij met het Huijs te foreest nog ƒ27368: 6: 8: gekregen buijten 250: lasten rijs en Eenige houtwerken die laastgem: bodem op Iava ingenomen heeft en 200: Lasten rijs die de Eerstgem: op macassar innemen sal voor die jaro„ „vintie, zijnde in steede van het derwaets aangelegde en onbequaam bevondene schip Horssen het schip de Jager g'emploijeert en volgens onse resolutien van den derden Ianuarij Eerst voor de Caab, dog op den 14:' dier maand bij de opgekomene leccasie van Horssen tot dit gebruijk geprojecteerd mitsgad:s den 28:' dier maand nog derwaarts gedepchieert „vaart gekregen gedepecheert met een Carguasoen van ƒ115653:— 8: en is ook met het Huijs te foreest derwaarts direct van soerabaija vertrocken den g'Eligeert gouverneur Reijnier de Clercq voormaals opper„ „hooft dier plaatse „ hest: Een den Ternate herft=e het schip schaken„ bosch gekregen met ƒ295883: 10:8: aan koopmanschappen Contanten en benodigtheden en op den 4:' maart is der„ „waards gevolgt de bamb: kits vesuvius met een ladingje groot ƒ27605: 14:- ook sal de galathea na verrigting van saken van Timor derwaards gesonden werden, beijde de laastgem: om in dit gouvernem:t No. 158. n afgegave an desselfs rgelaten van ƒ53860: 4: en op den 5: Janu met het Huijs te foreest nog ƒ27 6: 8: gekregen buijten 250: lasten een Eenige houtwerken die laastg bodem op Iava ingenomen heeft 200: Lasten rijs die de Eerstgem: macassar innemen sal vaar die „vintie, zijnde in steede van het der aangelegde en onbequaam bevonden schip Horssen het schip de Jag g'emploijeert en volgens onse resol van den derden Ianuarij Eerstp de Caab, dog op den 14:' dier mad bij de opgekomene leccasie van H tot dit gebruijk geprojecteerd miet den 28:' dier maand nog derwa gedepecheerd en Een paart: gekregen gedepecheert met een Carguasoen van ƒ115653:— 8: en is ook met het Huijs te foreest derwaarts direct van soerabaija vertrocken den g' Eligeert gouverneur Reijnier de Clercq voormaals opper„ „hooft dier plaatse. van det hust: Een en ernatl herst:e het schip schaken„ bosch gekregen met ƒ295883: 10:8: aan koopmanschappen Contanten en benodigtheden en op den 4:' maart is der„ „waards gevolgt de bamb= kits vesurius met een ladingje groot ƒ 27605: 14:- ook sal de galathea na verrigting van saken van Timor derwaards gesonden werden, beijde de laastgem: om in dit gouvernem:t No. 118 n afgegave an desselfs rgelaten de ma cspaere paart: zijn weder te ruggekeert geertruijda gouvernement dienst te doen, en ten selve eijnde zijn successive ook weder na. Macasser te rug gesonden de paar „tuijgen aldaar thuijs gehorende en in het Jongst voorgaande na- Iaar van dat opgekomen om de schip breukelingen der drie verongelukte schepen hierwaard te brengen, waar van in onse voorgaan„ „de gesproken is; ook is het schip de Ida„ voorwaards vermeld, en alhier voor dit gouvernement ingenomen hebbende een carguasaen groot ƒ87684:13:8:, op den 13:en maart passato gevolgt door te met de spoel en gevolg doo het Jait het Jagt de Geertruijda met een carga van ƒ26623. 6. , om over Bima 1020 met de Engelschen een spel krijgen Bima met Sappanhout te rug te karen: voor het overige hebben dese vier ooster„ „sche provintien, door ons eijgen gebrek dit Jaar geen recruten kunnen bekomen na behoren, zijnde alleen na Ternate 40: dag na Banda en Macasser ider 25: en na Amboina maar twaalf militairen gesonden in stede van honderd koppen door den anderen die ieder quar„ „tier hadde gerequireerd so men deselve eenigsints na behoren hadde moeten recruteeren. door te bonjnmesig zal men Banjermassing, schijnt een twist appel te zullen werden tussen ons en de Engelschen; want „na No. 118. en afgegave Aan desselfs agelaten 8:, een privativen handel aldaar Ee na dat op den 7:' Ianuarij de barcq de spion met een carga van ƒ10561:14 derwaarts vertrokken en op den 21:' maart gevolgt was van het schip Zijbecaspel met onsen brief van dien datum en een Carguasaen van ƒ100866: 12:8. waar onder 30000: mepicanen ten inkoop van peper, ver„'t „leggen sal „nam men seer onverwagt dat het Engelsche Comp:s schip De laware, eeni ter sake van 's Comp:s dagen bevarens van Tallieherij op de mallabaarse Custe alhier g'arriveert en de wil na China, ook onder dat voorgeven acces tot desen haven versogt hebbende, van intentie was, over Banjer „massing na Canton te vertrekken, gelijk

NL-HaNA_1.04.02_2710_0137 view scan ↗

English

further appear from the enclosed papers, as also happened on the 28th of March last, notwithstanding the protest that was sent to him in accordance with our resolution of the 25th preceding, and to which he replied by a note from on board of the 28th just mentioned, both accompanying this in copy; the resident Van Suchtelen, having been immediately warned of this design by expresses when this was perceived, was ordered to ensure as much as he could that the Dutch Company suffers no disadvantage in its well-acquired privileges through such underselling, the outcome of which must now be awaited. Timor: Mentioned under Ternate, also the hooker De Geertruijda from Macassar, according to our orders directed thither, in order to fetch the products of gold, wax, katjang, and slaves from there and on the way back still to take in sappanwood at Bima; for our shortage of ships and men has this time been so great that one has had to take recourse to all kinds of extraordinary voyages as so many expedients, and one may hope that they will turn out well so as not to fall into further inconvenience. Palembang has, with the return of Hartenlust, which departs thither again as of this date with 60000 Spanish reals and a letter to the king, delivered a fine quantity of 4656 picols of Bangka tin, but no more than 1170 picols of pepper, among which still 393 picols of Jambi pepper; the former to take away his wrath and suspicion over the fact that the Company, through our lack of cash, recently remained indebted to him between twelve and thirteen thousand Mexican dollars, and to have funds at hand there to pursue the purchase of pepper and tin; and the letter to the king serves to address that monarch in somewhat serious terms concerning the decline of the pepper deliveries to the Company from that realm, from where, at the time of this writing, not a single pepper vessel has yet appeared, contrary to the custom of ancient times, which since these latter days has fallen entirely into disuse, but which one shall seek to restore as much as possible. Jambi has, besides the aforesaid pepper, also delivered 235 5/6 taels of gold, and an embassy has also recently arrived from there, which in due time, as also this residency with respect to a new chief, shall receive the requisite settlement. Siam was visited during the past year, as noted in our general rescription, by the ship Ouwerkerk; so that vessel, on the 14th of February of this year upon its return from there, brought back 695000 lb of sappanwood, and 35101 lb of tin, besides the ginger and other trifles; which, because that vessel is only 130 feet long and one had neither a larger nor a second of this sort to use for that purpose, would certainly put us in an awkward position for the trade to Japan, whither already on the 18th of this month the ship Geldermalsen has been designated, had one not found opportunity to enlarge our stock of that wood, which is absolutely indispensable in the trade with this realm, somewhat further through a purchase, over circa two years, of 400 to 12000 lb from private individuals at two and a half rixdollars the picol, who also fetch the same from Siam, and otherwise seek various outlets for it unfavorable to the Company. China has again been late in completing the dispatch of the return ships Leijden and Zaamslag, which conveyed an important cargo of 1327820 guilders, 17 stuivers, 8 pennies from there, but did not pass the Sunda Strait and reach the open sea before the beginning of March, as your High Mightinesses have been directly informed from there by the supercargoes in their letters; and it cannot well be otherwise, for the reasons given for this; for if one must first await and take the ships that must be dispatched from here in the months of May, June, July, and August from those of the new equipment fitted out in the Netherlands in the autumn and early winter of the year before, then the Indian voyages can never take place at their proper time from these places, and the one inconvenience engenders the other; and that has still been our fate in all these years, and in the past year worse than ever through the combination with the English fleet and the calling at Mauritius, which deprived us, even until September, of most of those ships as well as of the early arrival in all other respects; for, as far as China is concerned, it is universally known that for conducting trade there on account of the silk and silk fabrics one must count on at least four months, and consequently, if the ships are to depart in December, the supercargoes ought to be at hand in Canton at the time that they are usually only first dispatched from here, because one does not have ships at hand early enough for that dispatch.

Dutch transcription

1021 „leggende papieren, nader sal blijken „gelijk ook op den 28:' maart Jangstleden is geschied, onaangesien het protest dat men hem toegesonden heeft volgens onse resolutie van den 25=en bevarens, en waar op hij heeft g'antwoord bij een briefje van boord van den 28=ten even gem:, beijde desen in Copia versel„ 't geen bij de meens„lende, zijnde den resident van sugte„ „len aanstonds wanneer, men dit pernam door Expressen gewaarschout van dit desseijn en gelast te besorgen zo veel hij kon, dat de Nederlandsche Compagnie in haare wel verkregene voorregten doar diergelijke onder kruij „jingen geen nadeel komen te leijden, ve waar van men het gevolg nu moet affwagten. Timor en afgegave Aan desselfs agelaten No. 18. E tuijgen gekreegen „rantie geweest onder Ternate vermeld, ook nog het Jagt de Geertruijda van macassar, volgens onse derwaarts gestelde ordre, om de producten, van goud, wax Cad„ „jang en slaven van daar afte halen en vaarts nog op Bima Sappanhout in „te nemen want onse bekrompent„ „heijd aan schepen en volk is, ditmaal so groot geweest dat men tot allerlij buijten gewone reijse als so veel Expe „dienten recours heeft moeten nemen en men mag hopen dat die wel uijtvallen zullen om in geen per„ „dere ongelegentheijd te geraken. Palembang heeft op den timor heeft twee paer MNs krijgt, buijten de galathea de pal 24 eest 1622 rantie is dat dJaar slegt geweest. ernstig onderhouden is, de palomona pepe ede 2 2: maart nael Een fraije quantiteijt van 4656. picols bancas thin, maar niet meer dan 1170 picols daar onder nog 393 Jambijse peper uijtgelevert met het retour van Harten lust, dat dato deses derwaards weder vertrekt met 60000 spaanse realen en een brief aan den koning; het Eerste om zijne gramstarigheijt en wantrouwen over dat de Comp: door ons gebrek aan contanten hem Jongst tussen twaalf en dertien duijsend mexicanen schuldig gebleven is weg te nemen, en fondsen al„ „daar aan de hand te hebben om den in„ „koop van peper en thin door te setten, en waar over den koning de brief gaat om dien vorst eens in wat ernstige termen te onderhouden over het verval Mamaria No. 18 en afgegave an desselfs agelaten gezandschap gekoomen. „verval der peper leverantien aan de Comp: Comp: uijt dat rijk, van waar men op het schrijven deses nog geen een peper vaar„ „tuijg liet opdagen, Contrarie de gewoonte van den ouden tijdt, die 't sedert dese latene gants in onbruijk is geraakt, dog die men sal saeken te herstellen so veel mogelijk: van denbij is an Dambij, heeft buijten voorsz: peper nog 235 5/6 thaijlen goud uijtgelevert en is ook onlangs van daar een gesandschap afgekomen, het welke op zijn tijdt gelijk dese residentie ook ten opsigte van een nieuw hooft het verEijschte beslag sal erlangen. Siam in den voorleden Jare, na heb genoteerde hoe thin veel gelden Japan 1023 thin Siam heeft gelevert Japan aangetegt hoe veel sappanhand in genoteerde bij onse generale rescriptie door het schip Ouwerkerk besogt; so heeft dien 9 bodem op den 14:' februarij deses Jaars bij zijn retour van daar weder aangebragt 695000 lb sappanhout, en 35101: lb: thin buijten de gember en andere kleinighe„ „den, het, welke om dat dien bodem maer 130: poeten lang is en men, nog een nog groter; nog ook een tweede hadde van dese zoort om daar toe te gebruijken, ons gewisselijk verlegen soude maken voor den handel op onedinmnarden w atar J Apan, werwaards reds op den 18:' deser het schip geldermalsen is aangelegt, so men niet nog gelegentheijd gevonden m No. 158 en afgegane Aan desselfs agelaten het congasoen der Chimsphe retouren is consideradel. gevanden hadde onsen voorraad van dat hout, dat absolunt niet te ontbeenen is in de negotie op dit rijk, nog wat te ver„ „groten door een inkoop in circa twee 400 Jaren, van 12/m lb: van particulieren tegen, mede twee en Een halve rd„s het picol, die het selve almede van Siam halen, en anders dese en geene, de Comp: niet gelij „kende uijtwegen daar mede soeken. des hina is weder laat klaar ge„ „raakt met de versending der retourscha „pen Leijden en Zaamslag, die een important Carguasoen van ƒ1327820 17: 8: van daar hebben vervoert dog niet voor het begin van maart sunda 'sengte gepasseert 1024 depeche uijt dat rijk gepasseert, en in zee geraakt zijn, zo als uEd: hoog agtb:re van daar direct is gerapporteert door de Cargas bij hare brieven, en het kan ook niet wel anders zijn, om de daar van redenen van dies late gegevene reedenen; want als men de schepen die in de maande meij, Iunij, Iulij, en Augustus van hier gedepecheert moe„ „ten werden, Eerst verwagten en neme moet uijt die van de nieuwe Equipagie in den hierfst en voorwinter 's Iaars be„ „voorens in Nederland gedaan werden„ „de, dan kunnen de Indiase reijse nooijt op haar behoorlijke tijd geschieden van dese plaatsen, en het eene in Conveniment verwekt het andere, en dat is nog thans ons lat geweest in alle dese Jaare, en anno pass=o arie No. 118. en afgegave Aan desselfs agelaten olia is den handel paar„ deelig pass:o erger dan ooijt door de combinatie m de Engelschen vloat en het aandaen van somatta mauritius dat ons selfs tot in september van de meeste dierscheepen, zo wel als van de vroege kamst in alle overige verstooken heeft, want het is, wat China belangt, alomme bekent, dat men voor het drijven van den handel aldaar ter sake van de zeijde en zijde stoffen ten minsten vier maanden rekenen moet, en gevolgelijk so de schepen in december vertrecken sullen, diemen de supercargas wel op canton aan de hand te weesen op den tijd dat zij daorgaans hier eerst gedepecheterd werden, door dien men geen scheepen vroeggenoeg tot die versending aan de hand de Cana bantan heeft

NL-HaNA_1.04.02_2710_0145 view scan ↗

English

1625 sailed from Surat to Bantam has; for the rest we wish to hope the Sara Jacoba is that the dispatched cargoes may be well received and yield a good return, as well as the second voyage from there to Surat and back undertaken by Commander Nimwegen and Merchant De Wend with the ship the Sara Jacoba, which was undertaken from there on the 30th of November with a cargo amounting to f202964:6: for that place, besides some other goods to be delivered in passing at Malacca, Ceylon, and Malabar, wishing to report here only for Your Honors' high and esteemed consideration regarding the first voyage made from Surat thither with Leijden, that the same, although the prices of goods this year in China have been weak, from Surat to China succeeded well, ships will be large there this year and the voyage of Leijden at least in the principal articles has still yielded a profit of f81374:16:8:, which in these times is not to be disdained; their daily cargo is expected from there with the ship Padmos, and in that place the English trade in this year 1749 the number of foreign: with no fewer than twelve ships, which, if it proceeds as it is reported, together with Danes, Swedes, likely also French and our ships, will amount to no less than twenty to twenty-four ships for the transport of tea to Europe, according to which we shall also take the necessary measures here: Malacca 1026 have passed The ships the Hagadis and 't Huijs te Speijk, destined for Bengal, have departed on time in the month of December under convoy of the ship the Hersteller, and there have also passed the ships Schellag from Japan to Coromandel, and the aforementioned vessel Sara Jacoba destined from China to Surat, all of which have taken on board in passing at the aforementioned government the tin and other goods ordered thither, as one will wish to have done there above all in the future on the voyages to and fro, since that is of great convenience, especially until some progress is made in the tin trade, considerably to that end. sent thither the tin trade, whereof the ministers, beyond such consignments, also believe they will be able annually to meet the requisition of 200000 lb: for the Netherlands and this head office; the hooker Carolina having already been dispatched on the 28th of March last to that office, some smaller vessel with money and goods to the amount of f92362:15:8: for the trade there, and followed on the 9th of this month by the bomb ketch the Kaaskoper with a cargo of f38505:12:, with the yacht the Dubbelde Arent also to depart thither shortly with the remainder of the specie and goods, if only ships can arrive that bring enough crew so that that vessel can be manned. The West 1027 The West Coast of Sumatra has become a second apple of discord with the English at Bengkulu; for although this establishment of theirs is itself disputable, as it lies, so the kingdom of Bantam maintains, on its soil, without lawful title of possession, and they have also always kept quiet in that corner, contenting themselves with modest plantations and the gathering of pepper, and furthermore carried on cruising along the coast to the north with intrigues and covert methods there. Profiting from the inattention of our people and the leniency to overlook it, or to let themselves be satisfied upon discovery, it now appears not to be enough, and they presently pretend openly to access along all the places of that coast where we have no residencies, considering them as neutral ports into which anyone may enter; and seeking to introduce into these regions a position as untenable as it is dangerous: that one cannot extend one's right or sovereignty to or over a land further than insofar as one inhabits and uses the same, which, once conceded, would turn many lands, even in other parts of the world, and especially in this one, into free places, or consider them there as a res nullius, which to the first occupant 1028 which one shall oppose. The English fleet has passes over; but we shall have to come into considerable opposition against that, since the Company has exclusive contracts with the coastal peoples and their authorities along the entire coast from Indrapura up to the northern end of Baros, which are not ambiguous or newly arisen, but of as old a date as the dwelling of the English itself on the south end the presence of of the same; but since that nation, since made them bolder the news of the cessation of arms and the prospects of peace, relying on the great support they have through the presence of so formidable a naval force of their Crown as is still found in these quarters

Dutch transcription

1625 souratta gezeijlt van banton heeft; voor het overige willen wij hoope de sara Jacoba is maer dat de gesondene Carguasoenen wel bevallen en wel rendeeren mogen gelijk ook de tweede reijse van daar na Souratta, en te rug door den Commandeur Nimwegen en coopman de wend met het schip de Sara Iacoba gedaan werdende die op den 30:en november van daar ondernamen is met een Carguasoen groot ƒ202964:6: voor die plaats, buijten nog Eenige andere goederen om en passant op malacca Ceijlon en mallabaar afte geven, sullende pan de Eerste reijse met Leijden van souratta derwaarts gedaan alhier maar tot uEd:e ne hoog agtb:re speculatie melden, dat deselve, hoe wel de prijsen der goederen dit Jaar raria No. 158 en afgegave Aan desselfs agelaten in uijt souratte naar china wel geslaagt scheepen zal dit Jaar ginter groot zijn in China slap zijn geweest mnterst in alle welk gegasft. En de rieyse van leijden ten minsten in de voornaamste articulier nog een winst van ƒ 81374: 16:8: afge „warpen, heeft die in deese tijde niet te verscaden is, werdende hun dagelijks de cargas van daar verwagt met het schip Padmos, en daar ter plaatse de Engelsen ten handel in dit Jaar 1749 het getal der vareemnde: met niet minder dan twaalff schepen het welke, in dien 't zo volgt als het opgegeven werd, met deenen, Sweeders ligtelijk ook france en onse schepen, met minder als van twintig tot vier een„ „ twintig schepen sal uijtmaken tot het over „vaeren van de thee in Eurapa, waar na wer ook hier de nodige mesures nemen sal: malaccas 1026 ale me sendegen mekent Alacoas Engts hebben de sche„ gepass: zijn „pen de Hagadis en 't Huijs te speijk na Bengale gedestineert op zijn tijd in de maand december verlaten, onder can„„ paij van het schip de Hersteller en zijn ook daar gepasseert de scheepen schellag uijt Japan na Chormandel, en den voorvermelden badem Sara Jacoba„ na souratte uijt China gedestineert, dewelke alle en passant ten voorm: gouver„ nemente hebben ingenomen de thin en andere goederen derwaarts g'ardonnetert gelijk men in 't vervolg heen en wedergaande wens voor al aldaar sal laten doen, dewijl dat van grote convenientie is, in sonder„ „heijd, uur men wat voordert in den thin handel maria No 158 en afgegave an desselfs agelaten d e daar iansiderabel toe. zijn derwaarts gezonden den thin handel meendehandel, waar off de ministers buijten alsulke partijen ook Jaarlijx nog den Eijsch van 200000 lb: vaar nederland en dit hooft comptair memen te sulle kunnen, woleden zijnde de hoeker Carolina op den 28: maart pass:o reeds na dat Comptoir gedepechieert Eenige mindere vaart met geld en goederen ten bedragen van ƒ92362: 15: 8: voor den handel aldaar en gevolgt op den 9: deser door het bambar„ „deer galjoot de kaaskoper met een lading van ƒ38505: 12: staande het Jagt den dub„ belde arent almede Eerstdaags derwaarts te vertrekken met de Rest der Contante en goederen so 'er maar schepen konnen opdagen die so veel volk aanbrengen, dat men dien bodein bemant krijgen kan. de west 1027 sulke waden enwe ope de West Cust van Sumatra, matras westCust Engelschen mede vrs„ „jout gekreegen: is een tweede twist appel geworden met de Engelsen tot Bancahoelo; want al hoe wel dit haar Establissement selfs disputa„ „bel is, als leggende, so het rijk van Bantam sustineert, op desselfs bodem, sonder wet„ „tigen titul van possessie, en zij ook altoos sig in dien hoek stil gehouden, met matigen. plantagien en insamen van peper zig vergenoegt, en paarts het Larrendraijen langs de Custe om de noord met practijc„ „gouen, en daar bedekte wegen gedaan hebben. heeft men met de profiteerende van der onsen anoplettentheijd, en gemakkelijkheijd om het door de vingers te sien, off sig bij ontdekking te vreeden te laten stellen, so scheijkt dat nu nog niet genoeg e O maria No. 158 en afgegave an desselfs agelaten anten: ongehaard tregt zoekt aan te matigen genoeg to sijn en zij pratendeenen thans op „lijk de paart langs alle de plaatsen dier Erste daar wij geen residentien hebben die aanmerkende als neutrale havens, waar in een ieder komen kan; en saek welke natie zig een de also in dese gewesten te intraduceeren eene also onbestaanbare als gevaarlijke „stellinge; dat men zijn regt of henerschapjo tot, of over een land, niet verder uijtstrek ken kan dan voor so verre men het selve bewaant en gebruijkt, het welke het eenmaal g'avaueert werdende veele landen selfs in andere waereldsdeeken, en in dit vaarnamentlijk souden maken tot vrije plaatsen, of als een Res nullius daer aan merken, dewelke aan den Eersten besit: „nemer „ 1028 met den Amst: zal opporseeren. Engelsche vloot heeft waartegen men zig menner overgaat; dog wij sullen daar tegen merkelijk in oppositie moeten komen, dewijl de Comp: exclusive contracten heeft met de strand volkeren en haar„ lieder overheeden de geheele cust langs van N aandrapoera af, tot het noorder Eijnde van Baros toe, die niet Equivagie, of „nieuwelijks opgekomen, maar van so ouden datum zijn als der Engelschen inwoninge selfs is op het zuijd-Eijnde het aanwesen der van deselve; dan nademalen die natie, 'tsedert hun stouter gemaakt de tijding van den stilstand der wasoenen en der apparentien van vreede, steunende op het grote suppaart dat zij hebben door het aanwesen eener so formidablen zeemagt 6 harer kroon, als sig nog in dese quartieren bevind open saeken an No 18 en afgegave an desselfs agelaten

NL-HaNA_1.04.02_2710_0152 view scan ↗

English

will clear up that dispute, to make representations, is found to have changed quite considerably since then, and is even beginning to mix threats among their previously much more civilized and moderate representations, as Your Right Honourable Worships will see from the attached documents with the copies of the letters recently exchanged with those of Bencoolen regarding the rejection of a brigantine of that nation at Priaman and the taking and bringing in of two of their proas at Singkel, of which latter the crew was killed. Thus we hope, on the other hand, that Your Right Honourable Worships will protect us from further estrangement from the same by making the necessary representations there and as is proper, since they now pretend to have received orders to yield to no one in the inland trade of these regions, but to expand that of their nation as far as they can, and to maintain themselves by force everywhere other Europeans are not settled, which could give rise to inconvenience and result in worse consequences than would be desirable for the interest of both sovereigns. On our part, we shall use as much forbearance and gentleness as can in any way happen or be required, and take good care that we do not arrogate more to ourselves than is our due, but on the other hand also uphold our good right as much as is in our power, so that we do not neglect the interests entrusted to us, at least in so far as Your Right Honourable Worships will enable us to be able to maintain the prerogatives of the Dutch Company and its luster and prestige among the oriental peoples, acquired through a very arduous acquisition and preserved until now. Meanwhile, only half of the necessary report concerning the aforesaid incidents and grievances of the English could be obtained from the minister at Padang, and the further investigation that was to be conducted into the massacre that occurred of the crew of the two proas is awaited, to be learned in more detail with their latest advices, which have not yet arrived. Thus one will only be able to inform Your Right Honourable Worships of our findings and the order issued in that regard with the next return fleet. Meanwhile, with respect to the factory of the Company on this Coast, it should further be mentioned that with the return of the ship Schoonauwen on 25 March last from Padang and Pulau Cingkuk there were also brought 1131 1/4 taels of gold, 2500 lbs of pepper, and the customary parcels of benzoin and camphor to the amount of 79061:10:— guilders, and that the ship Zuiderwaard is currently busy taking in a cargo of salt, rice, and timber on Java for this coast, in order to sail from there further to Bengal. Furthermore, according to the Padang advices of 31 January last, trade was still sluggish and the supply of gold was low, and finally that the sloop Gustavus, sailing from Tuticorin to Colombo, missed the entire island of Ceylon and subsequently, after some ignorant and desperate wanderings along the northern part of the outer coast of Sumatra, ran ashore and was burned on the island of Nias with a cargo of sixty bales of linen, 6 European crew members, various passengers, and among these latter a Christian woman, whom the ministers were to demand back from those islanders through an indigenous negotiation arranged for that purpose in the gentlest manner, in order first to secure the release of that woman and those who remained further from the predatory and murderous hands of those scoundrels, upon which further word is likewise awaited. This accident is meanwhile a new proof of the soundness of our so frequently repeated instances that the ships of the Company may indeed be better provided with officers, so that one might take some from them here, and at least be able to provide the sloops and vessels, which must now be entrusted to mere sailors or petty officers who are no better or more knowledgeable than they, with such people who know the chart and the most elementary principles of navigation. For if there had been only one person of such competence on this vessel, this almost new sloop, with a considerable cargo, as is said, and so many passengers in addition, would not have been able to meet such an unfortunate fate, since this incident occurred during the time that the breaking through of the westerly winds made it just as easy to sail for the Sunda Strait as the northernmost part of the West Coast, to sail through the Strait of Aceh to Malacca.

Dutch transcription

zullen dat geschil op hel„ denen. representatien te doen, bevind, al vrij wat van toen verandert is, en selfs al dreijgementen begint te ver„ „mengen onder hare voor desen vrij wat beschaafker en moderater vertogen, gelijk de bijgevoegde beschuijden u Ed:le hoog agtb:re sullen sien bij de Copias der onlangs met die van Bancoele ge„ „wisselde brieven over het afwijsen eener brigantijn dier natie op priaman en het nemen en opbrengen van twee harer prauwen op Sincol, van welke laaste het valk gesneuveld is; so verhopen wij versek omdaar tegens dat uEd:e hoog agtb:re ons sullen bevrijden van verdere verwijderinge met deselve door de nodige representatien daar en so het behoort, dewijl zij nu voorgeven ordre gekregen te hebben om voor niemand me te tot vaarkoming van ongelegentheneden moderatie werden g'agerd. te wijken in den binnenlandsen handel deser gewesten, maar die van hare natie so verre uuijt te breijden als zij maar kunnen, en overal daar andere Europeesen niet geseten„ zijn met magt sig daar bij te mainteneeren het welke ongelegentheijt soude kunnen verwekken en van erger gevolgen werden als voor het interest der wederzijdsche van one zijde zal met souvereijmen zoude wesen te wenschen, sullende wij aen onse zijde so veel verdraagsaamheijt en sagtsinnigheijt ge„ bruijken als eenigsints geschieden of ge„ vergt werden kan, en nel sorge dragen dat wij ons niet meer arrogeeren als ons toekomt, maar ook ons goed regt aan de andere kant handhavenen so reel maria No. 158 en afgegane an desselfs agelaten te wij janerogatwaien handhavenen „veel in ons vermogen is, op dat wij met verwaarlosen de belangen die ons zijn toebetrouwt, ten minsten voor so verre ore maar men sal ook de uEd:e hoog agtb=re ons in staat sullen stellen om te kunnen souteneeren de prarogativen der nederlandschen maa schappije en haren door eene seer onerens acquisitie verkregenen en tot hier toe nog geconserveerden luijster en aansien ondee text de aostersche volkeren. ondertussen heeft men van de minister op Padang na maar ten halven het nodige berigt ae„ konnen over de voorsz gevallen en dole „antien der Engelschen, en men verwag het nadere andersoek, dat gedaen stond te werden na de paargevallene massacre van 1038 vervolg nader opening werden gegeven— schanauwen is in den text genoteert. van het volk der twee prauwen, nader te over de zak zal in't vernemen met hare laaste advisen, die nog niet ingekomen zijn, en dus sal ren men uEd: hoog agtb: onse bevinding en gestelde ordre daar omtrent eerst kunnen berigten met het volgende retour, terwijl ten opsigte van 't Comptoir der maatschappije te deser Custe nog te onder delading van 't sohip melden valt dat met het retour van 't schip Schoonauwen op den 25:en maart pass:o van Padang en Poelo - Chinco ook aangebragt zijn 1131¼ hailen goud 2500: lb peper en de gewane partijen benzuin en Camphier ten bedrage van ƒ79061:10:—, en dat het schip huijgerwaard thans besig is om op Java een lading zout, rijs met maria No. 118 en afgegave an desselfs agelaten heef na padang naar bengale te gaan het droevighot der chaloup gustavus werd beschreven. suijgewaard staat over reijs en houtwerken voor dese custe in te „nemen, om pan daar verder na Bengale te stevenen, vaarts dat na luijd der Padangse advisen van den 31:' Januarij passato, den handel nog maar slap en den afbreng van goud gering was, en eijndelijk dat de chaloup Gustavus van Tutucorijn na colombo stevenende, het geheele Eijland nad om Ceijlon misgeraakt was en vervolgensoff na eenige onkundige en wanhopige omswervingen op het noorder deel der Sumatrasen buijten Custe, ten Eijlande Nias afgelopen en verbrand was met een lading van sestig pakken lijmaten, 6 Europeesche schepelingen, diverse passa„ giers en onder dese laaste een christen vrouw 1031 om bekwoome zele officiers vrouw, die de ministers van die Eijlanders stonden te reclameeren, daor eene daar toe aangelegde inlandse anderhandeling op de sagtste wijse, om die vrouw en de geene die verder nog uijt de roofsieke en moord-dadige handen dier baaswigten overgebleven waren eerst weder las te nadere urgeance krijgen, waar op men almede nader bescheijd afwagt zijnde dit ongeval intussen weder een nieuw bewijs van de gegrond„ „heijt onser so veel vuldig herhaalde instan„ „tien dat dag de schepen van de Comp: beter van officciers mogen werden voorsien, /op dat men hier van deselve eenige ligten, en de Chalaupen en vaartuijgen, die men nu betrouwen moet aan enkelde mattrosen of ario No. 158 den afgegane an desselfs agelaten gale gen „lijkheijd werd aange„ taand. „tie tot voorsz Chialoup:; of onder officiers, die niet beter of kundiger zijn dan zij, ten minsten van sulke men „schen voorsien kan die de kaart kennen„ en de aller eenvaudigste principes van de die „kunde genaar „waar vande naadzake navigatie; want so 'er maar een van so veel bequaamheijt, op dit vaartuijg was geweest, soude wien bij na nieuwe chaloup met een naamwaardige lading, so men segt, en so veel passagiers daar en boven„ so ongelukkigen lot niet hebben kunnen aantreffen, dewijl dit geval is gebeurt in den tijdt dat het door komen der weste winden het also gemakkelijk maakte sundas Engte te bestevenen als het insenderteijt met wolx naardelijkste van de west Cust, om door de straat Atchin na Malacca te

NL-HaNA_1.04.02_2710_0159 view scan ↗

English

skill was chosen. to run, or, on the West Coast itself, to Benkoelen or Poelo Chinco, instead of surrendering oneself into the hands of almost savage peoples due to ignorance of the world, which is well known for that very reason, and despair over a case that may well happen again, since little reliance can be placed on the currents running along Ceylon and their rapidity is very great and also very unsteady, and thus losing life and property, wherefore we hope that Your Right Honorable Excellencies will take this, and so many other articles as are still lacking for the improvement of the crews from the Netherlands, if the same has not already been done, into favorable consideration, and no longer leave your precious pledges at sea exposed to one or two merely passable subjects, who at best are found on all the outbound ships, to entrust anything to them, let alone such major commands, and who, should they happen to die on the prolonged voyages, which happens only too often, subsequently leave the ship in danger of never arriving at its destination, as in all likelihood happened recently again with the ship 't Huijs te Perzijn in the Japanese and Diemer Meer in the Cape waters, of which the skippers had died early on, and as will have happened to so many others of which no word or sign has been seen or heard, not to mention of what caliber many of those commanding officers themselves are, with which sort one will continue to be saddled to a marked increase of the hazard at sea, if this is not remedied once and for all. Bengal, in its direct letters with the return ships Cleverskerk and Brouwer, which have taken in a heavily mounting cargo of f 2250505:3:- for Europe, has already made Your Right Honorable Excellencies privy to their customary difficulties and complaints about the bad times, but up to now they could not tell us whether opium will come and how much or at what price, however much such an important matter would at least have required more attention from the Patna servants, and yet no less than ninety tons in specie having been demanded from there for the payment of debts and continuation of trade, so one will soon have to see in the deliberations what the true requirements and our ability to satisfy them are, which for the present can bear nothing, but will become greater, as we trust, through a speedy arrival of what has been requisitioned from the Netherlands. It also appears from the dispatch of only two ships to the Netherlands that they did not so urgently need the return vessel de Naarstigheijt there, which in our general dispatch of the last of December 1748 was considered lost, but ultimately arrived safely at Ceylon and was used there for that same purpose, and as little the ship 't Huijs ten Donk, which they had otherwise projected for that purpose instead of the Naarstigheijt, for the last-mentioned vessel was to be sent to the Ceylon ministers alongside 't Hoff van Delft, and Nieuwstad is expected back from there via northern Coromandel to this capital according to the advices from that directorate of the 25th of January past; so that, apart from the ship Zijbecaspel which arrived here on the 6th of February with the Hugli advices of the 11th of December 1748 and a cargo to the amount of f 392340:-:9, no other ships are to be expected directly from there, and from the Hagedis and 't Huijs te Spijk, which went via Malacca, and which from there must have had by no means a short voyage, since nothing had yet been heard of their arrival in the Ganges by that letter of the 25th of January, or upon the departure of the return ships and 't Hoff van Delft; for the employment of Oost-Cappel is not known to date, and Langewijk, already previously sent to Ceylon, found employment there for the Netherlands. Coromandel, in its advices of the 23rd of November 1748 received via Ceylon on the 13th of March past, furnishes nothing that is necessary to mention here, and the further ones of the month of February or March of this year, which, according to the duplicate writing from Colombo under date of the 31st of March past that was received these days with the yacht De Leijdsaamheijt, were likewise to be expected with 't Hoff van Delft via that route, have not yet been received to give Your Right Honorable Excellencies accurate information concerning the capture of the Company's richly laden vessel Schellag, sailing from Japan via Malacca to Nagapatnam in sight, so it is said, of Paliacatta by a squadron of French warships in the latter part of January or beginning of February 1749, and which will apparently first reveal to us the true state of that affair, since up to now nothing has been heard of the Company's affairs except from private letters, so that one may hope that the aforesaid advices may still arrive before the dispatch of the bearer of this, in order to be able to bring a case of so much consequence as this to Your Right Honorable Excellencies' notice, even if it were at the end of this letter.

Dutch transcription

1632 „kunde is verkooren gewaarden. te lopen, of, op de west Cust selfs, naar Bancoelo of Poelo Chinco, in stede van sig, daar onkunde van 's waereld, die alleren daram, so bekende airden, en radeloosheijt over een geval dat wel meder gebeuren kan, dewijl op de stronnen langs Ceijlon lapende weij nig staat te maken en derselver rapiditeijt e, „. „seer groot en ook seer ongestadig is, sig in handen van bij na waeste volkeren te geven en dus lijf en goed te verliesen, waer omme wij willen hopen dat uEd:le hoog ne agtb:r dit, en so veel andere articulen als nog aan de verbetering der Equipagien uijt Nederland ontbreken, in dien het selve niet reeds is geschied, als nog im gunstige refhexie sullen nemen en hare te dierbare diger de so was emarie No 158 den afgegave an desselfs agelaten x„ die zelfde meeden steld bij na alle scheepen inge„ „vaar te Persijn en Diemermaer„ gebleeken is dierbare panden op zee dag niet langer bloot gestelt laten aan een of twee enkel„ „de passable subjecten, die ten besten geno„ „men op alle de uijtkomende schepen gevonden werden, om daar aan iets, geswijge nog sulke Capitale Commandos toe te vertrouwen, en die op de langwijlig uijtreijsen eens komende te sterven, dat maar te dikwijls gebeurdt, het schip vervolgens in gevaar laten van nooijt te regt te komen, so als volgens alle gelyk omtren 't huijs waarschijn lijkheijt onlangs weder gebeurt is met het schip 'T huijs te Perzijn op het Iapanse en Diemermeer in het Caabse vaarwater; waar van de schipper al vroeg overleden waren, en aan sopeele andere 1033 is Cansiderakel andere wel sal wesen overgekomen waar van men taal nog teken gesien af gehoort heeft, om niet te seggen van wat allaij dan nog veele dier opperhoofden selfs zijn, met welk zoort, men nog langs opge„ „scheept sal zijn tot een merkelijke ver„ meerdering van het hazart bij der zee, so daar in niet eenmaal werd voorsien. her bengase ntaur Bengale heeft bij desselfs directe brieven met de Retourschepen C:levers„ „kerk en Brouwer, die een hoog op stok 2128763„ 2. lopende lading van ƒ 2250 505: 3:— voor Eurapa hebben ingenamen, uEd:s hoog agtb:re reeds deelgenoten gemaakt hunner gewone beswaarnissen en klagten over den maria J No. 158 en afgegave an desselfs agelaten „men walet nog niet of en hol vordel amphiaen erkomen zal „den slegten tijdt, dag ons tot hier toe nog met kunnen seggen of er amphioen komen sal en hoe veel of voor wat prijs, hoe seer ook sulk een importan „te materie meerder attentie ten het is op minsten van de Patnase bedienden hadde verEijscht, en egter niet minde van daar g'Eijscht zijnde dan negentig tonnen aan contanten tot betaling der schulden en voortsetting van den hande so sal men binnen korten in de besoign eens moeten sien, wat het ware be„ „nodigde en ons vermogen tot dies voldoening is, dat vaor Eerst niets lijden kan, dog groter werden sal, so wij vertrouwen, door eene spoedige geraa over 1634 is op Ceijlon ter houw geraakt overkomste van 't g'Eijschte uijt Nederland. Het blijkt ook uijt de versending van maer twee schepen na Nederland dat zij al„ „ daar so seer niet nodig hebben gehad den „het schip de Nanstijseij der den retaur badem de Naarstigheijt., die men bij onse generale missive van ultimo december 1748 voor verloren rekenen dog Eijndelijk nog op Ceijlon ter houw gekomen en daar ten selven fine gebruijkt is, en also min het schip Thuijs ten donk, dat zij anders in stede van de Naarstigheijt daar toe geprojec„ „teert hadden, want laast gen: bodem stond de Ceijlonse minister toe gesonden te werden nevens 'T hoff van Delft, en Nieuwstad, komt over noorder Charmandel maria No. 158 den afgegave an desselfs agelaten „ ndenge tan van daar verwagt Chormandel na dese hooft plaatse te rug volgens de advisen uijt dese directie van den 25:' Janu„ „arij pass:o so dat men, buijten het schip Zijbecaspel den 6=en februarij alhier g'arriveert, met de Houglijse advisen van den 11: december 1748: en een la„ ding ten bedrage van ƒ392340:- 9: geen andere schepen direct van daar te wagten heeft van en wie men direct de Hagedis en 'T huijs te van spijk, die over Malacca zijn gegaan, en die van daar alweder geen korte reijse moe„ „ten hebben gehad, dewijl van haar niet net 1035 van Cormandel vald niets bijsonder te noteeren haar arrivement bij dien brief van 25:' Ianuarij, of op het vertrek der Retourschepen en 'T hoff van Delft nog niets was vernomen in de ganges, want van oost „Cappel naeet men tot nog toe het emploij niet en Langewijk reeds bevorens na Ceijlon ver„ sonden, heeft aldaar emploij ge„ lb d „vanden voor Nederland. te Chormandel levert bij desselfs op den 13: maart passato over Ceijlon ontfangene advisen van den 23: november 1748: niets uijt, dat in desen nodig is aan te maria No. 188 den afgegave Aan desselfs agelaten schellag daar de franse vlaat te vaeren, en de nadere van februarij of maart de maand deses Iaars, die men, volgens schrijvens van het duplicaat Colombo sub dato 31:' maert passato dat deser dagen met Iagt de Leijdsaam heijt de ontfangen is, met het hoff Delft over dien van weg almede te wagten nog niet ontfan„ hadde „wegens het genomene schipj gen zijn, om uEE:s hoog me het regte bescheijt te agtb:re geven wegens het nemen pan sConp rijk 1036 wegen nog geen adver„ tentie rijk geladenen bodem schellag, uijt Sapan over malacca na Nagapatnam steve„ nende in het gesigt, so men segt, van Palliacatta door een Esquader fransche oorlog: schepen in het laaste van Januarij of begin van februarij 1749, en die ons appa„ rent den toedragt dier sake eerst zullen ontdekken, dewijl men tot nog toe daer 3 3 heeft men 'sComp:s van niets als uijt particuliere brieven heeft gehoort so dat men hopen mag dat de voorsz: advisen nog voor de depeche van brenger deses mogen inkomen, om 8 ne uEd:e hoog agtb:r een geval van so veel opmerkelijkheijt als dit ter kennisse te kunnen brengen al was het ook aan het eijnde van desen. Ceijlon maria No. 108 en afgegave an desselfs agelaten

NL-HaNA_1.04.02_2710_0168 view scan ↗

English

From Ceylon a notable return cargo has also been dispatched; two vessels have arrived from there. Ceylon has already communicated what is necessary to Your Right Honourables by its direct dispatches sent with the return ships Immagonda, the Naarstigheijt, and 't Fortuijn on the 5th, and Langewijk on the 22nd of February dispatched from Galle Bay, with a notable cargo amounting to ƒ98458: 3: 8; and has informed us of what occurred there since by its further dispatches of the 26th of February and the end of March last, with the ships Goodschalkoort and the bark de Valk alongside the aforementioned yacht the Lijdsaamheijt. The principal matter therein is the fourth farming-out of the Aripo pearl fishery for an important sum of Rds 341875:-, though according to the latest dispatches it seemed not to turn out so favorably as the previous one, because the divers of the leased fishery had not been able to find one of the banks, named the Modregamse; and from the farmed-out Madurese pearl fishery, leased for Rds 26500:-, nothing at all would accrue to the contractors, because the second inspection thereof—at the completion of which, at his own peril and without prejudice to the agreement made, the lessee had undertaken it—was found to be just as poor as the first. Otherwise, everything there in the country with the court and the subjects, as well as on the opposite shore with the Madurese and Theuver, was reasonably well, except that the cinnamon peelers had again quit their work entirely after their own fashion, and a portion had absented themselves to the King's territory, from where there was hope, however, of recovering them along with their peeled cinnamon. Furthermore, the ships den Eendragt and Zeelandia had arrived there from the Netherlands, but the latter with the loss of half of its transported crew under that same skipper Otto van Dam, who on the immediately preceding voyage with the ship Hogersmilde, likewise intending to sail to Ceylon, ran aground on the outer or west coast of Siam and also cast his half crew more or less overboard, so that the Company does not seem to have cause to regret very much that this second time he was himself counted among the dead, just as it well may grieve in these regions concerning the loss of so many people on the outbound voyages, which ruins both the Netherlands and the Indies. To conclude the Ceylon news, it may also serve that the ship Sara Jacoba, dispatched from China to Surat, arrived at Colombo on the 7th of February and departed from there again on the 15th in a reasonable condition. Malabar, since its latest dispatches to Your Right Honourables of the autumn of 1748—of which the copy, alongside that of the ministers of the 12th of November, reached us on the 13th of March last—does not bring much news in the further report of the 31st of January with a P.S. of the 22nd of February, received these days by the Lijdsaamheijt via Ceylon, except that for the peace of mind of Your Right Honourables it can be said that on the coast under the present Commander Stevensz things seem to be turning considerably for the better, and that the ships the Hervatting and Knappenhoff arrived at Cochin, and those for Surat, West Cappel and Hogersmilde, had been sent to that directorship, followed by the said ship the Hervatting with sandalwood, areca, and other goods for the trade to China, as well as that Knappenhoff is to be expected shortly via Ceylon; and this is at the same time all that is known to be said of Surat, because from there since our general dispatches of the end of December 1748 no further news has come in. Gamron, or our factory at Gamron, has, to the accumulation of the usual confusions, recently had another new disorder in its household, due to the bad conduct of the governor there, Abraham van de Stelle, whose negligences of the service and other irregularities went so far, according to the dispatches received from there under date of the 10th of October 1748, that the council deemed it responsible and necessary to remove him from authority and to transfer the management thereof to the second, Jacob van Schoonderwoert, which matter will be examined more closely at the time of the ordinary transactions concerning this factory. Meanwhile, that ministry has been instructed by our letter of the 21st of March last to appoint another in place of the deceased Kirman factor and to endeavor in the best practicable manner to satisfy Your Right Honourables' demand for Kirman wool. To Basra, or the trade in the Turkish territory, it having been impossible in the year 1748 to assist it with a cargo of merchandise due to a shortage of men and ships, this is to take place this year if we are provided thereof early enough by Your Right Honourables, in order not to miss the opportunity in the favorable condition of trade there, whereof the necessary [illegible]

Dutch transcription

van Ceijlon is mede een notabel retour verzonden. twee vaartuijgen van daer g'arriveert. Ceijlon heeft uEd:e hoog agtb: reeds het nodige bedeelt bij hare directe advisen met de Retourschepen Imma gonda, de Naarstigheijt en '5 fortuijn op den 5:' en Langewijk op den 22:' februarij uijt gales baaij gedepecheert, met een notable carga groot ƒ98458: 3: 8: en ons het 't sedert aldaar g'accurreer „de bij hare nadere van den 26:' februar en ult:o maart pass:o met den schepen En hier in anstrigmet Goodschalkoort en de Chataup de valk nevens het voorverm: Jagt de lijdsaam de „heijt, waar van het voornaamste is de vierde verpagting der aripose paerl rheven voor een importante somma d van Rd„s 341875:-. - dog die volgens de Jncces van de paar „aien gemaak 1037 van de aripose en tucarijnse parel reden dien naeder historien gemaakt de laaste advisen so favarabel niet scheen uijt te vallen als de varige, overmits de snccos der perpagting duijsters eene der banken, de modregamse genaamt, niet hadden, kunnen aantreffen, en van de madureeschen verpagte paarl= s „rheven, voor rd„s 26500:— verpagt, soude in 't geheel niets komen voor den aanne„ „mers, dewijl de tweede visitatie derselve, op welkers volbrenginge ten zijmen pericule en onvermindert het gemaakte beding den pagter die hadde aangevaart, 8 also slegt bevonden was als de Eerste; de Conneel schillers heb anders was alles daar te lande met het hoff en de onderdanen, ook op de overwal met den madurees en Theuver redelyjk wel, dan dat de Canneel schillers weder lauter Merraria No. 108 en afgegane Aan desselfs agelaten de dia zijn ginterg'arriveert van veel volk lonter de pijpen hadden gestelt na hare wijse en partije sig absent hadden ge„ „maakt na 'skonings land, waar van daan men hope hadde deselve egter met haren geschilden canneel te rug te bekomen, en waren voorts aldaer g'arriveert de scheepen den Eendragt de bendragt en zeelan„ en Zeelandia uijt Nederland„ dog de laaste met verlies van de helfte zijner aangebragte manschap, onder dien selfden schipper otto van dam„ het laaste met verlies die de Jongst voorgaande reijse, met het schip Hogersmilde almede Ceijlon sullen „de bezeijlen, op de buijten of westcust van Siam ter houw gekomen en alme malla thansp zijne halve Equipage plus minus over ook was boort shug de gepasst: 1038. schip de sara Jacoba daar gepasst: thans op te luijken boort geset hadde, so dat de Comp: niet seer scheijnt te moeten regretteeren dat hij de tweede maal selfs onder de doden getelt werd, gelijk zij in dese gewesten wel mag doen omtrent het verlies van so ook was het souratse veel valk op de uijtreijsen dat Nederland en Indien beijde abijmeert, tot slot der Ceijlonse nouvelles kan ook dienen dat het schip Sara Iacoba, uijt China naar souratte gedepecheert op den 7:' februarij op Colombo g'arriveert en den 15: van daar weder vertrokken was in eene redelijke gesteldheijdt. maladaar den m Mallabaar Zevert 't sedert hare ne Jongste advisen aan uEd:e hoog agtb=re van No. 158 en afgegane van desselfs agelaten van het naJaar 1748:, waar van ons de Copia nevens die der ministers van den 12:' november, op den 13: maert Jongstleden toegekomen is, ook met veel nieuws uijt bij de nadere berigte van den 31:' Januarij met een P: S: van 22:' februarij. deser dagen met de Leijdsaamheijt over Ceijlon ontfangen van dan dat men tot gerustheijt van uEd:e hoog agtb:re kan seggen dat het daar ter Custe onder den presenten com„ „mondeur Stevensz: sig vrij wat tot beterschap schijnt te schikken, en dat de den gam scheepen de Hervatting en knappente ker is geden op Cochim g'arriveert, en die voor Souratte, west Cappel en Hogersmilde na g'a iraal ie niets 1039 g' arrivaeerde scheepen niets te seggen O „ber is door den raad gedemweart. notitie wegens de daar na die directie versonden waren, gevolgt van het gem: schip de Hervatting met sandelhout, arreek, en andere goederen voor den handel op China mitsgaders dat knappenhoffle binnen karten over Ceijlon dit aan te wagten is, en dit is teffens ook alles, wat men van van sourate, maet ouratta te seggen weet, de„ wijl van daar 't sedert onse generale advisen van ult:o december 1748: geen nader bescheijd is ingelopen. den gamronsen gezageb„ N Hen, of ons Comptoir tot gamron, heeft, tot ophoping van gewaonlijke verwarringen, onlangs waeden maria No. 58 en afgegave an desselfs agelaten „ staat te waerden. weder eene nieuwe in de huijshouding gehad, door de slegte conduites van de gesaghebber aldaer Abraham van de stelle, wiens vierwaarlosingen va# den dienst, en andere ongeregeltheeden„ zo verre zijn gegaan, volgens de van dat ontfangene advisen sub dato 10:' october na 1748 dat den raad heeft verantwoorde „lijk en nodig g'oordeelt hem uijt het gesag te stellen en dies waarneminge aan den secunde Jacob van Schoon„ welke zaak onderzoop derwoert op te dragen, het welke nade sal werden g'Examineert ten tijden me der ord:re besaignes over dit Comptair; ondertussen heeft men dat ministeri bij ons briefje van den 21:' maart bassa Iongstl: dit Jaar 1040 dit Jaar den schip zenden Jongstleden aangeschreven in stede van den overledenen kirmansen factoor weder een ander aan te stellen en op de best doenlijkste wijse te betragten om uEd:e hoog agtb:re Eijsch van kirmanse wal te voldoen. na basour zal men assoura, of den handel in het turkse gebied, anno 1748 niet heb„ ed „bende kunnen g'assisteert werden met een lading koopmanschappen, daar ge„ „brek aan volk en schepen, so staat sulks dit Jaar te geschieden, so wij door re uEd:e hoog agtb:re daar van vroeg genoeg voorsien werden, om niet agter 't net te vischen in de favorable gesteldheijt van de negotie aldaar, waar af het nodige Merrarie No 158 en afgegane Van desselfs agelaten ober

NL-HaNA_1.04.02_2710_0176 view scan ↗

English

Mocha also a necessary word has been said in our preceding general missive, and what has happened there. Mocha, or the trade in the Red Sea, even as far as Jedda, is to be visited further this year, according to the proposal made in the report of the supercargoes of the first-mentioned place who returned with Beukesteijn in the last autumn, as was already mentioned in our previous general missive, and which on the 2nd of this month in an early morning meeting was found to be practicable and not to be rejected for the Company, if it is well managed, for which the best measures will be taken from here that one can devise, in the hope that here too the lack of men and ships will not hinder us. Yearly two separate ships to be sent to the Cape. Touching the Cape of Good Hope, since our latest advices from there are of the 4th of January per Geldermalsen, and the following may also arrive at a time when the ministers, with the frequent dispatches to Europe from that corner, will themselves give Your Right Worshipfuls the necessary reports of what occurs there, we shall not detain ourselves in this matter with that government, except to bring once more to the attention of Your Right Worshipfuls the proposal that was on the table more than once, to provide that government yearly with one or two separate ships, outside the ordinary equipment for the Indies, in order to encumber the outgoing ships for these regions all the less with goods, which often, through improper stowage, cause the whole hold to be turned upside down at the roadstead there, and at all events diminish the hold space so needed for the Indies by about a couple of shiploads, and cause non-fulfillment of our requisitions through lack of space for their transport, especially with such small equipments as those of some years past; and can also hold up those ships, now and then, more than would otherwise be necessary, since those two ships, above the equipment, could always be sent on from the aforesaid corner to the Indies with grains and wines, of which more than two shiploads are needed yearly, and the rest could then be brought over with the so-called provision ship from here. For since the Cape government makes direct requisitions from the Netherlands, which are not included or counted with ours, and the transport thereof nevertheless runs at the expense of the equipment to the Indies, and the hold space destined for the fulfillment of our requisitions must be lost—which, with three ships for Ceylon, in the projection of twenty-eight ships effectively leaves only twenty-three for Batavia and the rest of the Indies—there must also arise from this an embarrassment in the Netherlands to find the space for the dispatch of goods, and here through the non-fulfillment of the same, of which in these recent years we have felt the effect only too keenly. Furthermore, there is always at the Cape an insatiable shortage of smiths' coal, and here one can also hardly make do with what is sent; yet generally some is taken from every ship at that corner, which, besides the trouble of fetching it up, also causes embarrassment for the factories of the Indies and the stores here; and of timber works one cannot send too much from the Netherlands for that government either, so that such two ships would indeed find their cargo. The island of Java in a peaceful state, and its expenses considerably diminished. Batavia and its neighboring districts of Java, Cheribon, and Bantam currently enjoy, by God's blessing, a desired tranquility, and there is also nothing to report of the last-mentioned since our previous general description, except that the closing of the books as of the ultimate of August 1747 having now been received, it appears that Java in that closed book-year has fallen behind only by a tolerable sum of ƒ207594: 6:8, which is less than the previous year by ƒ428790: 11:-, since the deficit then was ƒ636384:17:-. For the state of this factory was at that time, through profits, already improved to ƒ439980: 1:-, by ƒ309600: 13:-, since the previous ones amounted to only ƒ130379: 8:-, and through successive reductions of the garrisons, the expenses of the previous year, which were ƒ766764:5:8, were also already reduced by ƒ119189: 18:-, consequently as of the ultimate of August 1747 being only ƒ647574:7:8, and the profits and revenues on the other hand ƒ439980: 1:-. And so there is hope that the deficit of ƒ207594:6:8 will diminish still further in the closing of the books as of the ultimate of August 1748, now being expected, and that this government, having internal tranquility for once, and being able to suffice with an ordinary garrison of Europeans without that significant increase of expenses by native troops, will balance its account for the enjoyment of the possessions, privileges, products, and other advantages that the aforesaid lands yield.

Dutch transcription

maoka mede Een. ren nodige gesegt is bij onse voorgaande generale missive en watsgedens daar Hocha, of den handel in het rade meer, selfs ook op sedda staat alm dit Jaar nader besogt te werden, vor twe „lijx „gens den voorstel daar toe gedaan bij he per senden rapart der Cargas van eerst gem: plaat met Beukesteijn in het Jongstv gaande na Jaar gereverteert, so als me reeds vermeld is bij onse varige gemere missive, en het welke men op den 2 deser in eene vraege besaigne heeft bevonden uijtvoerlijk en voorde Comp niet te verwerpen, so het wel werd aangelegt, waer toe men van hier s de 1its „lijx twee aparte schile bij het pren naar de Caab te senden. - de beste maatregulen stellen sal, die men te denken kan, in hope dat ook hier omtrent het gebrek aan volk en schepen ons niet hinderlijk zijn sal. meigstie aen Jan. Abo de Goede Hoop nademalen onse Jongste advisen van daar van den 4: Januarij zijn per geldermalsem, en de volgende ook buijten des konnen te vallen in een tijdt dat de ministers met de geduurige besendingen na Euro„ „pa van dien uijthoek, uEd: hoog agtb:r selfs de nodige berigten geven van het aldaar voorvallende so sullen wij ons ook in desen met dat gouvernement niet ophouden, dan om uEd: hoog agtb: nogmaals maria d agelaten an desselfs en afgegave No. 158. Comp mend „heijd van dat parojeot./ aan. nogmaals ingedagten te brengen de me dan eens in til geweest zijnde proposa den text toondde nuttig om dat gouvernement Jaarlijks met een . of twee aparte schepen, buijten de ordin „„re Equipage voor Indien te voorsie ten eijnde de uijtkomende voor dese gewesten te minder te belemmeren met goederen, die veeltijdts door ongeschikte stuwagie verwekken dat het geheele ruijm daar ter rheede overhoop moet werden gehaald, en al„ „taas de scheeps ruijmte voor Jndien so benodigt, een paar scheeps ladingen circa verminderen, en onvoldoeningen onser Eijschen door gebrek aan plaats tot dies transport, voor al bij sulke kleine 1042 kleine Equipages als die van eenige Jaren herwaards, veroorsaken; ook die schepen, nu en dan al eens, meer dan anders nodig soude zijn, konnen op te houden, kunnende die twee schepen boven de Equipage, van voorsz: uijthoek altoos met granen en wijnen naar Indien werden poortgesonden, waar van men meer dan twee scheepsladingen Jaarlijks nodig heeft en de rest dan soude kunnen werden overgebragt met het S sogen: provisie schip van hier; want dewijl het Caabsche gouvernement directe Eijschen doed uijt Nederland, die bij de onse niet ingetrakken af geteld werden en het maria No. 158 en afgegave an desselfs agelaten napens dien vaorstel. het transport der selve egter loopt vaar vervolg der mativen rekening der Equipagie na Indien, en van de scheeps ruijmte tot voldoening onser Eijschen gedestineert, moet gemisst werden, het welke, met drie schepen vaor Ceijlon, bij het projecteeren van agt en twintig schepen effective maer - drie en twintig overlaat vaor Batavia en het overige gedeelte van Jndien, so moet daar uijt ook ontstaan ver„ legentheijt, in Nederland om de plaats uijt te vinden tot versending der goederen, en hier bij nanvoldoening van deselve waar af men in dese laast Jamen maar al te seer het gevael hee gehad daar en boven is er altoos aan de 1043 de Caab een onverzadelijk gebrek aan smeekolen, en hier kan men ook „nauwelijks toerijken met het geene gesonden werd, nogtans werd door„ gaans uijt ieder schip wat geligt aan dien uijthoek, 't geen buijten de moeijte om deselve op te halen ook verlegentheijt verwekt voor de Comptoiren van Indien en de winkels alhier en hout„ werken kan men ook niet te veel senden uijt Nederland voor dat Gouvernement so /dat alsulke twee schepen hare lading wel souden vinden. Batavia maria No 58 en afgegave Aan desselfs agelaten het Eijland Jar k in Batavia en desselfs na bunni aen vredigen staat merkelijk vermindert districten Java, Cheribon, en Bantan genieten door godes zegen thans eene gewenschte ruste en is ook van de laast geno: 't sedert onse varige generale beschri vinge niets te melden, dan dat het slot der boeken onder ult:o aug:so 1747 als nu ontfangen zijnde komt te blijken e dezelve dat Iava in dat afgeslotene boekjaer nog maar veragtert is een draaglijk Somma van - - - - - - - - - ƒ207594: 6:8 dat minder is dan 't Jaar bevarens „ 428790: 11: dewijl de veragtering doen was ƒ 636384:17: Javas lasten zijn in 174 /: wont den staat van dit Comptoir was op die tijdt door winsten tot - ƒ 439980: 1: reeds verbetert met. . . . . . . . „ 309600: 13:— i dewaijl de varige maer bedraegen ƒ 130379: 8:— en. 1044 dezelve nog meen gediminu„ and zijn en daar successive reductien der guarnisoen waren de lasten van 's Jaars bevarens groot ƒ766764:5:8: ook reeds vermindert met. . . . . . „ 119189: 18:— gevolglijk onder ult:o aug=o 1747: nog maer ƒ647574:7:8: en de winsten en inkomsten daer en tegen „ 439980: 1:— En so is er hope dat de veragteringe van ƒ207594:6:8. nog al verminderen sal bij het nu verwagt en ult:o aug:s 1740 zullen werdende slot der boeken onder ult:o aug=o 1748. , en dat dit gouvernement eens ruste heb„ „bende van binnen, en met een ordinair guarnisoen van Europeesen sonder die mer„ kelijk verswaring der lasten door inland„ „sche troupes kunnende volstaan zijne reke„ „ninge wel Effen sal maken om het genot der besittingen, voor regten, producten en andere avantages die voorsz: landen uijtleve„ ren maria No. 18. en afgegave van desselfs agelaten Jaer

next →