Inventory 2710
Persia · 1,362 pages · 271 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
without any significant burden, so that there is great satisfaction in having accomplished all those arduous tasks undertaken here in this period, of which one could never before boast in former times, indeed, one might well add, for as long as we have been established there on the Coast, if the accounting were made properly; toward which, however, there is now sufficient hope through such a great increase of revenues, if through heaven's favor we may restore and preserve peace within the country. Under the Government of the Indies, there has been no change since our previous communication; the Extraordinary Councilor van der Spar is still expected with the ship Den Eendragt from Ceylon, and the Ordinary Councilor van Gollenesse has requested us by missive of 31 March past to obtain his discharge from the Ceylon government, but has at the same time also insisted, as an alternative, on our recommendation in that regard to Your Right Worshipfuls, should we not make any disposition concerning it here, which perhaps will also best correspond with Your Right Worshipfuls' intention in this case, since Your Right Worshipfuls continued him in that administration upon his promotion to Ordinary Councilor by the general missive of 4 November 1746 until your further orders, which we thus appear reasonably able to await. In the Council of Justice, nothing of note has occurred since our last preceding communication other than the conclusion of the proceedings concerning the loss of Oud-Berkenrode, mentioned in our resolution of 28 January, comprising deportation, incompetence, confiscation of recovered goods, etc., and the deportation to the Netherlands of former Captain Jan van Thienen and Lieutenant Hendrik Vincent Brouwer, who have already departed from here with the ships 't Slot van Capelle and Leckerland, according to our further resolution of 18 February. Regarding the further occurrences before that highest court of justice in this country, the two postscripts demonstrate what has been presented by their honors for resumption and dispatch since our previous communication, containing nothing of remark except a superfluous post-judicial communication of our mere political disposition concerning the persons of Rogier de Laver and Jan de Roth, former Governor and Fiscal of Malacca, of whom mention shall be made hereafter among the servants, and which their honors took the trouble to make concerning a matter in which they had long ceased to be what they ought to be in order to write to Your Right Worshipfuls about such subjects, but which we leave aside without further remarks, only citing further in a word that this disposition has once again provoked a protest from the president of the said Council, Master Reijnier Stapel, which is recorded in our resolution of 10 and 21 January; and that Master Johannes Schevenhuijsen joined this body as an ordinary member according to the resolution of 4 March, in place of Master Jan Amijs, who had passed away earlier on 28 February. In the other Colleges, nothing of remark has occurred, except that the aldermen, on the 9th instant at the request of the landdrost, granted criminal detention of the person of Elso Sterrenberg, who according to our resolution of 24 December 1748 and following what is reported thereof in our general advices of the ultimate day of that month, and further by our decision of 21 January of the current year, would otherwise have had to be sent from here with these ships, but who is now detained on that account because, upon the information received regarding the reasons for that detention and its aggravating circumstances, consisting briefly in that the said Sterrenberg, besides various defamatory calumnies mixed with falsehoods or strong suspicion thereof against the person and office of the Governor-General, had also not been ashamed to call this government and its resolutions into question by public writings and to slander and vilify them through various suggestions; it was approved by resolution of the 18th of this month to recommend and instruct both the aforementioned aldermen and the officer to proceed in this case with the utmost rigor of the law, in order, so far as may be done in good justice, to set an example to prevent such and other licentious practices, which were otherwise beginning to become somewhat too common here, and so as not to see vilified the highly recommended subordination and the so necessary luster and prestige of the supreme authority if such extravagances remained unpunished, especially when perpetrated in the face of the judges, whom we ourselves gladly lend a hand to support their authority when the litigants arrogate improprieties that they must resent, and
Dutch transcription
„ren sonder eenige merkelijke beswaer, sa heer niet „nisse te hebben, dat het grote dael naet is van alle die moeijlijke besigheden die men sig hier over in desen tijdt gegeven heeft, en waar van men sig nog nimmer heeft kunnen beroemen in den varigen tijdt, Ja selfs niet, mag me wel daar bij voegen so lange men daar ter Custe g'etablisseert is geweest, als de rekening regt soude werden opgemaakt,; de heer heeft dog waer toe thans, door so groten ver„ meerdering der inkomsten genoegsame „hope is, indien men door 's hemels begunstiging den vriede mag kunnen her „stellen en bewaren binnen 's lands. Onder „zogt 1045 niet gearriveerd en heeft zijn ontslag ver „zogt en op wat woet ade vander spars a: nder de Regeering van Indien is 't sedert onse voorgaande geen verandering; werden de den raad Extraardinair van der spar met het schip den Eendragt van - Ceijlon nog verwagt, en door den heer raad ordinaris van Gollonesse wel om zijn ontslag te mogen erlangen S uijt het Ceijlonse gouvernement aan ons versoek gedaan bij missive van 31:' maert pass=o kt:/ de heer van gollanesse dog teffens ook alternative g' insteert om ons voorschrijvens diendwegen aan uEd:e gen hoog agtb:, indien wij hier daar over geen dispositie mogten komen te nemen, het welke mischien ook het meeste sal over een komen met uEd:e hoog agtb:re intentie in dit geval, dewijl deselve zijn Ede maria No. 158 den afgegave van desselfs agelaten aer„ „rade zijn gezententierd Ed:e hebben gecontinueert in dat bestier ter accasie van desselfs promotie tot ordinaris raad, bij generale missive van den 4:' november 1746. tot hare nadere ordre, en wij die also gevoeglik te schijnen te mogen inwagten. devorheden van andere Jn Rade van Justitie is niets merk waardigs 't sedert onse laast voorgaande g'accurreert als het afdaen der procedur over het blijven van oud=Berkenrode bij onse Resolutie van den 28:' Janu: arij veermelt, behelsende, de partement, to in habiliteijt, confiscatie der agterhaalde goederen &:a en versending na Nederland van den gewesenen Capiteijn Jan van Thi en en ver 1046 en na Nederland versonden van den Raad En lieutenant Hendrik Vincent Brou¬ „wer, die ook reeds met de schepen '5 slot van Capelle en Leckerland van hier ver„ „trokken zijn, volgens onse nadere resol: van den 18:' februarij het verder vaorge„ vallene vaar dat hoogste ressart van Justitie hier te lande tomen de twee na briefjes aan, die 't sedert onse voor„ „gaande van haar agtb: ter resumptie en versending gepresenteert zijn, en niets van remarque behelsen dan eene 9 superflue past: Iustitieele communica„ temeur van twa linsjestie onser mere palitiquien dispositie over de personen van Rogier de Laver en Jan de Roth, gewesene Gouverneur en fiscaal op Malacca waar van hier Memariel No. 158 en afgegane van desselfs agelaten bestuer raad heerst al weder geprotesteert. hier na onder de dienaren gesproken sal werden, en die haar agtb:r sig de moeijte gegeven hebben te doen over eene saak, in welke zij al lange hadden opgehou„ den te zijn, wat zij zijn moeten om over sulke materien aan uEd: hoog one agtb:r te schrijven, dog die wij voorts daar laten sonder verdere remarques„ „den paresident van den met een woord nog maar aanhalende dat dese dispositie alweder een protest heef tennen daer schi verwekt van den president in gem: rade den E: m:r Reijnier Stapel, dat bij onse Resol van den 10: en 21:' Januarij aangetekend staat; en dat in dit Collegie tot ordinaris lid is opgetreden mr Johanne schevenhuijsen volgens resolutie van lid gen van den m:r scheven 1047 lid geworden in stede van amijs. daer scheepenen gegijzeld mn: schevenhuijsen is and:e den 4:' maart, in stede van m„r Ian Amijs, die op den 28:' februarij bevorens overleden was. En de verdere Collegien is niets voorge„ „pallen van remarque, als dat schepenen op den 9: huijus ten versoeke van den land-drast verleend hebbende Crimineele gijzeling op de persoon van Elso stermen„ heef plerrenberg is Criminee berg, dewelke volgens onse resol: van den 24: december 1748 en na het geene daar van vermeld staat bij onse generale advisen van ult=o dier maand, ook nog nader bij ons besluijt van den 21:' Janu„ „arij C: a: anders met dese schepen van hier soude moeten versonden werden dog Memaria No 158 en afgegane van desselfs agelaten rade te procedure zijn schreven. welke de redenen dezen te dier sake thans werd aangehouden, om dat men, op de bekomene informatie van de redenen dier gijzelinge, en der aggte veerende omstandigheden van deselve, bestaande kortelijk daar in dat gen: Sterrenberg, buijten diverse diffamaton calummen, met falsiteijten of grote suspaitie van dien vermengt tegens de seaar „persoon en het ampt van den gouverneu generaal sig ook niet geschaamt hadde bij publique geschriften dese regeering O en hare besluijten op schroeven te stellen weerd in den text bif., en doar diverse suggietatien te traducare en te vilipendeeren; bij resolutie van den 18:' deser maand goedgevonden heeft schepen „men voorm: so nael als den officier te recommandeeren deu neer 1048 de subandicatie gnainiti„ recommandeeren en te gelasten in desen gevalle te procedeeren na uijterste scherp„ „heijt van regten, om, so veel in goede Justitie geschilden kan, eens een Exempl te stellen tot preventie van sulke en andere licentieuse gedoentens, die hier anders wat te gemeen begonnen te wer„ de sdaar zijn deenspal sal den ten de so hoog aanbevolene subardina. neerd waerden „ tie en so nodige luijster en aansien van het hoge gezag niet te sien vili„ „pendeeren, als sulke Extravagances ongestraften bleeven, vaar al in het aangesigte van de regters geperpoetreeert werdende, die wij selfs gaarne dehand bieden om haar gesag te souteneeren als delitiganten sig onbehoor„ lijkheden aanmatig en die zij ressenteeren moeten, Merariak No. 158 en afgegane an desselfs agelaten 9 en
English
lend a helping hand to the judge. One will also have to uphold the authority of, just as recently regarding the Council of Justice of this Castle was to be seen in the rejection of a request against Their Honors submitted about this to us, and mentioned in our resolution of the 25th of March, and consequently one may also justly expect that they will pay no less attention regarding the dignity of the supreme authority, according to the laws and placards, which prescribe this to them as a duty, than is necessary to maintain peace and good order. Regarding commercial matters, there is at present not much to report for the ordinary interest of Your Right Honorable service, because the trading season here likewise only begins in the sailing season, or after the end of the rainy season. Meanwhile, it is pleasant and came to us more than ever in good stead that with the snow the Dubbelde Arend, mentioned in our General Missive of the 31st of December past, on the 8th of February following brought here from Manila the amount of the goods credited in the year 1748 to the merchants of that place, in about two hundred thousand Mexicans, or to an amount of Rds 256955¾, and thus only a trifle of Rds 1317: 5/8 is lacking from the complete payment in Mexicans, which, however, we think will also come in, which cash, amounting to a fine capital, has freed us from many embarrassments regarding the pepper trade at Bantam, Banjarmasin, and Palembang, as Your Right Honors can deduce from this, that at the aforementioned three places, at the writing of this, notwithstanding this relief, one is still about forty thousand pesos in arrears, whereas the remainder in the treasury at the date of this amounts only, after deducting what must be sent to Malacca, to about one hundred and fifty thousand pesos, and consequently, without that succor, one would now already be about 200,000 Mexicans in arrears to the indigenous kings, so that one indeed cannot exert oneself too much to keep the trade at that place alive, in order to profit from that only silver source in the entire eastern part of the Indies, which, besides the recovery of about another fifty thousand pesos, which one hopes will flow from the remaining goods lying unsold there from the known cargoes formerly destined for the lands east of Japan, and the likelihood that this year a new governor on behalf of the Catholic King will arrive at that place, whose good disposition one must try to attract, and to prevent our competitors from making themselves masters of the same, to restore and resume this trade, a ship will again go thither to secure the advantage of this, which made us decide on the 29th of this month to send a ship thither again this year, the more so because one can do that without the Company's loss, and thereby the communication remains open at such times when those islanders, through the absence or return of a galleon, are not able to come here themselves, to which one otherwise, according to Your Right Honors' intention, always gives the preference and which is certainly also the best, while according to an annexed short account of the justification of the just-cited cargoes to the lands east of Japan, drawn up pursuant to our resolution of the 14th of June of the past year, it appears that, after reclaiming the five percent borne by the private individuals, and of the purchase prices of the spices, as they had been set in the invoices, likewise what was sent again to other places for sale, and what has been disposed of here both privately and by public auction, likewise what has been delivered to diverse administrations for use and accountability in the service, out of the total amount of f 2586485: 18: 8, was written off at the general office, according to which the loss amounts to over 3 tons, namely f 322717: 5: 8 on account of stolen, missing, and spoiled goods, and incurred losses, so that this item, under the ultimate of August 1748, has obtained its settlement in the books, and now only remains the income of the unsold goods in Manila, on which likely a profit rather than a loss will fall, but which have been liquidated in the books at purchase price and are now still running in the name of the merchants there who hold the commission, according to our resolution of the 14th of February, which will also come in upon the return of the vessel whose dispatch was spoken of earlier. Batavia's state is also, to our regret, as little of a favorable aspect under the ultimate of August 1748 as that of the Indies, for the first shows a deterioration of f 436942: 4: 8, or more than the ultimate of August 1747 by f 38569: 1: 8, because it was then f 98373: 3: —, because in this last financial year one indeed had almost the same profits and revenues, or an amount of about thirty-three tons in items to the good, but on the other hand fully over three tons in more expenses, losses, and write-offs, among which last-mentioned the equipage of ships was indeed reduced by half a ton, but the wages of the ships on the contrary amounted to fully as much and indeed f 58138: 7: 4 more, mostly caused by the employment of more
Dutch transcription
den regter de hand bieden ook zal men 't gezag van moeten, so als nog onlangs omtrent der raad van Justitie deses Casteels is te sien in het afwijsen van een versaek tegen haar agtb:rs daar over aan ons gedaan, e vermeld bij onse resolutie van den 25 „maart en gevolgelijk ook met regt mogen verwagten; dat zij geen mindere attentie sullen besteeden omtrent de waa „digheijt van het oppergesag, volgens de wetten en placcaten, die sulks haar als een pligt voorschrijven, dan nodig is om de kust en goede ordre te main neeren. Negotie saken zijn 'er thans ins veel te bedeelen in het ordinaire bela van liet 1849 arrent is uijt de manilka gereverteerd. van uEd: hoog agtb: dienst, dewijl den handel tijdt hier almede eerst begint in het vaarJaar, of na het aflopen het Jagt den dubbelden van 't Regen Saisoen. ondertussen is het aangenaam en ons nmeeer dan aaijt wel te stade gekomen dat met het Jagt den dubbelden Amend vermeld bij onse Generale missive van den 31:' december passato„ op den 8:' februarij daar aan volgende van manilha alhier aangebragt is het bedragen der goederen a:o 1748 aan de kooplieden van die plaats gecrediteert, in circa twee maal„ „hondert duijsend mexicamen, ofte tot S een montant van rd„s 256955¾, en dus nog maar aan de Campleete voldoening emaria No. 158 den afgegane an desselfs agelaten 1 ant aan mapricamen voldoening manquileert, het geene egter na gedagten ook inkomen sal een kleinigheijt van rd„s 1317: 5/8 welke contanten ons heb met een schaan capitaal ben. bevrijd van veele verlegentheden om„ „trent den peperhandel op Bantam, Banjer„ massing en Palembang, so als uEd: hoog agtb:re hier aan kunnen afnemen dat men op voorsz: drie plaatsen op het schrijven deses nog, onaangesien dit ontset„ circa veertig duijsend pesas ten agteren is, daar het restant in de geld kamer dato deses maar beloopt na aftrek, van het gene na malacca versonden moet die dar te pas zin gekomen naer deen circa hondert vijftig duijsend peso en men gevolgelijk sonder dat secours thans 100 al circa 2/m mexicanen aan de inlandse koningen 1050. koningen ten agteren zijn soude dus men in derdaad sig niet te veel beweging ge„ „ven kan om den handel op die plaats leven„ dig te houden om van die eenige silver= source in het gantsche oosterdeel van Jndien te profiteeren, het welke, nevens de invorderinge van nog circa vijftig duijsend pesos, die men hoopt dat sul len proflueeren van de aldaar nog onver„ „kogt leggende restant goederen uijt de beken„ „de ladingen eer tijdts na de landen boosten Iapan gedestimeert, en de apparentie dat er dit Jaar een nieuwe gouverneur van wegens den Catholique koning te dier plaatse aankomen sal, wiens goede dispositien men moet saeken tot sig te trekken een onse Mamariak c. nagelaten aan desselfs den afgegane No. 158 „ handel zal weder een schip derwaards gaan de herstellen en hervatting legd hier nevens onse competiteuren sig van deselve mees„ om het voordeel van dezen ter makien, ons op den 29: hujus heeft doen besluijten om dit Jaar weder een schip derwaards te senden, te meer dewijl men dat sonder 'sComp:s schade kom daer en daar door de communicatie open blijft op sulke tijden, als die Eijlander, daar het uijtblijven of te rug keren van een galliaen, niet in staat zijn selfs hier te komen, het welke men anders, na uEE: hoog agtb:r intentie„ altaos de proferentie geeft en sekerlijk ook het beste is, terwijl volgens eene de reek: van delading van nevens leggende korte aanwijsing van de verantwaording der evengeciteerde ladingen na de landen b'oosten Japan, ingevolge volgens onse op „teeerd No. op ruijm 3 thonnen mon„ „teerd, onse Resolutie van den 14.: Iunij des ge penen Jaars opgemaakt, komt te blijken; dat, na het weder innemen van de door de particuliere gedragene vijf ten hondert, en der uijtkoops prijsen van de specerijn, so als die bij defacturen gestelt waren geweest, item het weder versandene na andere plaatsen ten verkoop, en het geene alhier so uijt dehand als bij venditie is gedemanueert, item van diverse admini„ „stratien ten gebruijke en verantwoording in den dienst is afgegeven, van het geheele montant groot ƒ 2586485: 18: 8, op het Comptoir generaal afgebaekt is geworden. volgens welke het verlies ƒ 322717. 5: 8: wegens gestalene, vermiste en bedurvene goederen, en gevallene verliesen, So Marariak No. 158 den afgegave aan desselfs agelaten 1 de gen rug gekueerd so dat dese past onder ult:o aug:s 1748 hare ver Effening heeft erlangt bij de boeken, en nu nog maar resteert het inkomen der onverkogte goederen in manilha, waer op apparent nog eer winst als verlies sal vallen, dog die ten inkoops jarijse raed bij de boeken geliquideert zijn en nu nog lopen op de naam der kooplieden aldaar die de Commissie hebben, volgens onse resolutie van den 14: februarij sullende bij de te rugkomste van den bodem van welkers afsending voorwaards gesproken is, al mede wel inkomen. batavia is in 174 / Batavia 's staat is ook tot ons leet„ „wesen so min als die van Jndien van favarablen aanschouw onder ult:o aug:o 1748 1552 1748. want de Eerste toont aan eene ver„ „ agtering van. . . . . . . . . . ƒ436942. 4: 8: ofte meer dan ult:o aug=o 1747: -. „ 38569:1: 8. dewijl die daenmaals groot was. . ƒ 98373: 3:— door dien men in dit laaste boekjaar nog wel bij na deselfde winsten en Jnkomsten, of een montant van circa drie en dertig ton aen posten ten voordeele heeft gehad, maar daar en tegen wel drie tan ruijm aan meerdere lasten, verliesen en afschrijvingen, onder welke laastgem: de Equipagie van schepen wel een halve ton besnoeijt is, maar de zoldijn van de schepen in tegendeel ruijm so veel en wel ƒ58138: 7:4: meer bedragen, wel meest veroorsaakt door het Emploij van maren Memoria No. 188 den afgegave kan desselfs agelaten
English
thereof due to the lack of European seafaring personnel declining with time as the causes. Furthermore, through various write-offs in this financial year, the account of the fortifications, and through the completion of one of the two stone piers along the great river, the ordinary account thereof has risen noticeably to about two ton above the year before. And that of the profits, on the other hand, although the Company has profited on the sold opium fully two ton more than the year before and now ƒ1000452: 1:- on that item alone, has been kept down very much by more than five ton less profit on the gold and silver, through less circulation and scarcity of cash, so that now this head office has for two consecutive years 1053 again been a burden to the Company, although not in comparison with the previous time, if one considers that Batavia in the first thirty years of this century, except for a single year, was always accustomed to suffer deficits, and that those deficits on average amounted to well over eight ton of heavy money per year, and in the last thirteen years before this administration well over ten ton of heavy money. And since there are several among the increased expense items that must be considered accidental and do not belong to the ordinary expenses, and the reduction of the profits both in trade and in the housekeeping also arises from the adverse circumstances of the times of unrest in Europe and the lack here to keep the trade going, we trust that, with an improvement in the latter and the former ceasing of its own accord in due time, this place will indeed overcome its burdens again through improvement in trade and revenues, and not through the profits on gold and silver alone, as has been stated, to the disparagement of the improvements made here, yet quite ignorantly; since the profit on gold and silver is no novelty in Batavia's books, because in former times, and when cash still flowed in abundance from the Netherlands, 1054 it was always customary to hand over the incoming ducatoons to the cashier, upon which the difference between the charged rate and the expenditure provided that same profit, and upon which sometimes, when the treasury with its remainders, which in that opulent time could easily reach one million, whereas it now generally cannot be kept balanced, a shipment of ducatoons to Bengal yielding a loss was accepted on that footing and sometimes moreover turned out to be underweight, as cannot escape your High Esteemed penetration, nor your memory, since over that shipment of silver they were kept for so many years in continuous fluctuations, until a final decision was made thereon six years ago, so that now only the exception can apply regarding the silver and the gold that was shipped. And that profit on the shipped metal, after deduction of those previous and non-excepted profit items, comes far short of matching what this place has improved in profits and revenues and could still be, if the fatalities of the last two years and the lack of sufficient means and support, even in the former years, had not set the work so severely backward that not only Batavia, but all the offices of the Indies feel the effects thereof. 1056 For the statement of account, drawn up at the closing of the general books as of ultimo August 1747, in which the offices of Samarang, Ternate, and Souratte have indeed not been incorporated, but from which the actual outcome of that financial year can nevertheless be apparent, because the surplus profits of the last-mentioned office will almost balance, if not exceed, the burdens of the first two mentioned, and thus those three parts will cause no change, shows only too clearly that through the ordinary course of trade (the revenues added to the profits), the burdens borne everywhere have exceeded the gains by well over six ton, since almost all offices, except Chormandel, China, and Cheribon, not to mention Japan and Timor, whose surplus profits are not worth mentioning, have fallen richly into deficit. And if the China trade, amounting to more than twice as much as what was gained on Chormandel, had not moderated those heavy burdens, amounting to well over fourteen ton, with five and a half ton of surplus profit, it would have been even worse for the Company in these lean times; for in addition to the aforementioned unaccepted accounts of the subordinate offices, there have also in those general books 1657 had to be liquidated so many more items to the disadvantage than to the advantage, that the state of the Company has thereby also lost nearly seven ton in the Indies in that year, and thus has fallen behind in total by ƒ1340377: 2: 8 9/10, the latter primarily caused by the incorporation of the Samarang books, which were closed as of ultimo August 1746 with a deficit of more than six ton, and this year, as we hope, will both balance out and also present a different appearance, so that these bad days, abundantly predicted in our manifold repeated complaints, press not a little upon the Company.
Dutch transcription
daar van aan moren bij gebrek aan Europeesche zee„ den teijt taant de oorzaken varende, voorts is door diverse afschrijvingen in dit boekjaar de rekening der fartifica„ „tie, en door het absolveeren van een der twee steenen hoofden langs de grote revier„ dies ordinaire rekening merkelijk gere„ „sen tot circa twee tor laven het Jaar bevorens en die van de winsten daar en tegen, of schoon de Comp: op den verkogten amphiaen wel twee ton mener dan 's Jaars bevorens en nu ƒ1000452: 1:- op dat articul alleeren geprofiteerd heeft, door meer dan vijf ton minder winst op het goud en silver, daar minder raullement en schaarsheijt van contanten, seer veel ondergehouden, so dat nu dit hoof Comptoir men twee Jaren na den anderen 1053 waren paar desen graaten anderen weder een last- Joost voor de Comp: batavias veragteringen is geweest, egter niet in vergelijking van den varigen tijdt, als men aanmerkt dat Batavia in de eerste dertig Jaren van dese Eenw, op een Enkeld Jaar na, altoos gewent was te veragteren, en dat die veragteringen door den anderen bedroegen ruijm agt ton swaar geld 's Jaars, en in de laaste dertien Jaren voor dit bestier ruijm tien ton swaar geld; en dewijl 'er verscheijde onder de vermeerderde last „posten zijn, die toevallig moeten gerekent werden en niet tot ordinaire lasten der gehoren, en de vermindering daar win„ „sten so wel in den handel als in de huijshouding ook ontstaat uijt de tegen„ spoedige mario den afgegave aan desselfs agelaten No. 118 tijd een verandering tenr goede. spoedige tijdts omstandigheden van beraer„ „ten in Europa en gebrek alhier om den handel rand te laten staan, so hebben wij 't vertrouwen dat bij beterschap van men belooft zig van den het laeste en het eerste van selfs op zijn tijdt cesseerende dese plaatse wel weder hare lasten te boven komen sal, door beterschap in den handel en inkomsten en niet daar de winsten op het gand en silver alleen so als dat, tot de Cline der alhier gedane verbeteringen, dog gants onkundiglijk is opgegeven, dewijl de winst op goud en silver geen nieuwig heijt is bij Batavias boeken, door dien men in vorige tijden, en wannee de contanten nog in abandantie uijt nederland bij de ward 1054 dat de nainst op het gou„ „den zilver ward ingenomen. het is geen nieuwigheijd Nederland toevloeijden, altoas gewent was de uijtkomende ducatons aan den Cassier of te geven waar op het verschil der aan„ rekening en uijtgave die selfde winst verschafte, een waer op wel eens, als de Cassa met hare Restanten die in dien oxulenten tijdt wel een millioen konden halen, daar die nu daargaans niet effen te houden is, eene in Bengale verlies gevende versending van ducatons, op bij de batariase beeknen. dien voet g'accepteert en somtijdts nog daar en boven onwigtig quam te volgen, so als uEd: hoog agtb: penetratie, niet echappeeren kan, nog haar geheugen, dewijl zij over dat versenden, van silver so veel Jaren zijn gehouden, in geduurige No 158 ar11 den afgegave aan desselfs Lagelaten werkende metarl is van geren groot belang. geduurige fluctueeringen tot dat nu ses Jaren geleden daar op een finale decisie is gevallen, so dat thans maar de exceptie kan plaats grijpen omtrent het silver en 't goud dat versonden werd, en dat kom, na aftrek van die varige en ong'Excipieerde winst posten op verre „de winst opher versonden na dat niet haken, wat dese plaatse aan winsten en inkomsten verbetert is en nog soude kunnen zijn, so de fataliteijten der laaste twee Jaren, en gebrek aan genoem „same middelen en ondersteuninge selfs ook in de varige, het werk niet so saler hadden agter uijtgeset, dat, niet Batavia alleen maar alle de Comptoiren van Indien daar van het gevael hebben. „want aghet staat 1056 staat reek: onder Cult:o augustus 1747 dal het sonmenen een Want de staat reekening, bij het slot der generale boeken onder ult:o augustus 1747 geformeeert, en waar bij wel de Comptoi„ „ren Samarang, Ternate en souratte niet ingetrocken zijn, dog daar om egter den wesentlijken uijtslag van dat boek„ „jaar wel blijken kan, om dat de over„ winsten van het laastgem: Comptoir seer na sullen balanceeren, so niet over„ „trefsen, de lasten van de twee eerstgem:, en dus die drie partijen geen verandering sullen geven, komt maar te duijdelijk aan te wijsen, dat door het ordinaire be„ „loop van den handel /:de inkomsten ge„ „voegt bij de winsten:/, de Lasten over al gedragen de voordeelen, gesurpasseert hebben mario No. 158 en afgegave aan desselfs agelaten „hebben wel ses ton ruijm, dewijl meest alle Comptoiren, Excepto Chormandel, China, en Cheribon, om niet te spreken van Iapan en Timor, welkers overwinsten niet naemens waer cin „dig zijn, rijkelijk agter uijt zijn geraakt en so den Chinasen handel bedragende meer dan eens so veel als het op Chormandel gewonnene, die overlasten groot wel veertien than, niet met vijf en een halve than overwinst, wat hadde gematigt, soude het nog al erger zijn geweest voor de Comp: in dese schra„ „len tijdt; want boven de voorsz: onaange„ „nome vertaningen der onderharige Camp„ toiren hebben bij die generale boeken ook 1657 circa 13/½ thongouds per„ agterd ook nog moeten geliquideert werden so veel meer pasten ten nadeele, dan ten voordeele, dat den staat der maatschap„ pije daar bij almede bij na seven ton waen is Indien in dat Jaar ingeschoten heeft, en dus in 't geheel ƒ1340377:2: 8 9/10 veragterd is, het laaste voornamentlijk veroorsaekt door de intrekkinge van de Samarangse boeken, die onder ult:o augustus 1746. met eene veragtering van meer dan ses ton gesloten waren, en dit Jaar so wij hapen beijde effen komen, en ook een andere vertoning geven sullen, so dat dese quade dagen, in onse veelvuldige herhaalde klagten ten overvloede voor„ „spelt, de Comp: niet weinig drukken en No. 158 ar1o den afgegave aan desselfs hagelaten
English
There is then in the former, and from the improvements made, nothing left but this consolation: that if these improvements had not taken place, the Company would now perhaps already be in an irreparable condition, whereas one now still halts it with a moderate, though much, yet less damage, in comparison with twenty and more tons of gold that the Company, before the year 1743, was accustomed to lose in its trade and establishments here, while the recovery is looked forward to with an impatient longing, so far as it depends on human means, among other things also through the better establishing of commerce, following the pushing through of the advice concerning the returns, upon which an answer is now daily expected. For it is very easy to comprehend that, someone once being obliged to maintain a large expenditure, he can do no better than, in proportion to it, also undertake large affairs, in order, with a small profit falling upon them here and there, without his expenditure costing him anything more for it, to make good his heavy expenses. For indeed, the feasibility of increasing the returns, even in these lean times, has already been demonstrated in these last three, which together amount to eighty tons of hard money, without seeing oneself yet excessively assisted therein from Bengal, although such a prominent trading place as this, after the example of the English, ought annually to deliver thirty tons and more for Europe, just as Batavia, with the incoming Coromandel and Surat returns, can amply make good its third part in a return of ninety and one hundred tons. And the rest must then be found from China and from Ceylon, while the Madurese linens could also be added thereto in more generous measure. And had the Company then but better people to convey those returns and consequently, to all appearances, also less loss at sea in their transport to the Netherlands, so the funds over there, in our opinion, would soon increase and conceivably also the possibility would soon appear of providing the Indies, through a continuous circulation, again with as much in cash as the returns cost to purchase, without falling behind in the Netherlands. As for what concerns this return shipment now drawing to a close, we have to report here that after the date of our general missive of the ultimate of December 1748, sent with Amstelveen and Leckerland, besides these just-mentioned ships and the five that departed beforehand, the forerunner Tolsduijn for the presiding chamber Amsterdam, and Sloterdijk alongside Vosmar, de Bevalligheid, and Osdorp, the ship 't Stad van Capelle also got out from this roadstead and to sea; however, all very late and being very deficient with respect to the crew, through the long absence and poor arrival of all the ships of the latest fleet. From which now, besides the three ships for Ceylon, which needed the crew of an entire ship from the others in order to be completed again at the Cape, through the arrival of Bredenhoff on the 24th of February, de Standvastigheid on the 28th of March, Geldermalsen on the 31st of that month, Duijnenberg on the 6th, and Lis on the 14th of this month, in all fifteen ships have arrived, and thus ten are still missing from the fleet determined in the autumn of 1747, to wit, 't Huijs te Rijnsburg and Diemermeer for the presiding chamber, Scheijbeek, de Getrouwigheid, and de Vreede of Zeeland, Rust en Werk of Delft alongside the second ship of that chamber, 't Hof d'Uno of Hoorn, and both the ships of Enkhuizen. Of these ships, some have indeed already arrived at the Cape four months ago, yet they still remain behind, so that on all of them, with respect to the needed relief of people, little can be counted upon. And our outlook must now already again be fixed upon the new fleet of the autumn of 1748, whether it might please heaven that it fares better than this one, which has left us in one embarrassment after another, and whether it might also happen that your Right Worships might find yourselves enabled through the peace to equip the express ships, already promised five years ago, for conveying people to the Indies, to the number of six of the large sort, and not, properly speaking, as happened with the first trial with an unweatherly ship of the old charter, and to equip them without the ordinary manner of encumbrance with the sea-chests between decks, and that they would then have the good fortune to come over rather quickly. For that such can indeed happen, although one has many people aboard, was recently demonstrated again by the English admiral's ship the Namur under the command of the gentleman Rear Admiral Boscawen, which, according to credible reports received thereof, having sailed out with seven hundred and fifteen souls, brought seven hundred and thirteen of them in good condition.
Dutch transcription
„ der is dan in den voorigen en van de gedane verbeteringen niets overlaten als desen traast, dat so die ver„ beteringen niet waren geschied de Comp: nu misschien al van eene onherstel„ „bare conditie zoude zijn, daer men het nu nog stopt met een matige dat wel veel, dog min: schade, in vergelijking van twintig en meer tonnen die de maatschappije voor het Jaar 1743. gewent was bij haren handel en etablissementen al„ „hier in te brockelen, terwijl de beterschap met een ongeduldig verlangen, voor so verre van menschelijke midde„ de mog „len dependeert, te gemoet werd gesien, 't reto onder anderen ook door het betere daar „setten van de Commercie, na het advis tijd 1056 „handel kan alleen beter. schap waer oanzaken 't viergrooten der retouren is ongebleken , het doorsetten van den advis over de retouren, waar op men thans dagelijx antwoord verwagt, dewijl het van seer ligte camprehensie is, dat, iemand eenmaal genoodsaekt zijnde een grooten amslag te hebben, niet beter kan doen als na proportie van deselve ook groote affaires onderhan„ „den te nemen, om met een klein paar„ „deeltje, hier en daar daer op vallende, sonder dat hem sijn omslag daar om iets meer kost, zijne sware vertee„ ringen goed te maken. de mogelijkheijt van Jmmers is de uijtvoerlijkheit van het vergroten der rethouren selfs in desen schralen tijdt reeds gebleeken aan No 158 Marii den afgegave aan desselfs nagelaten te aan deese drie laaste die daar den andere op tachentig tonnen swaar geld lopen, sonder dat men sig uijt Bengale nog bovenmatig daar in g'assisteert heeft gesien, schaan soo voornamen handel plaats als dese, na het Exempel der Engelschen Jaarlijx dertig than en mener vaor Europa behaorde uijt te heer „ren, gelijk Batavia met de daar bij inkomende Charmandelse en soural retauren rijkelijk desselfs derde gedeelte in een retour van negentig en honder ton kan goedmaken, En de rest moet dan gevonden werden uijt China en van Ceijlon, de madureesche lijwaten ook in ruijmer mate daar bij konnen en 1059 mogelyk kunnen werden gaande op handen te veragteren derenjn't zoude op dien paet en hadde de Compagnie dan eens betere luijden om die retouren over te brengen C. gevolgelijk, na allen schijn ook minder perlies bij der zee in derselver transport na Nederland, so souden, na gedagten, de fandsen ginter wel haast vermeerderen en denkelijk ook de mogelijkheit haast te her zonder nederland blijken, om Jndien bij eene geduurige circulatie weder van so veel contanten te voorsien als de retouren inkoops kos„ „ten sonder in Nederland te veragteren. Wat dan dese thans aflopende retour„ „besending betreft, hebben wij alhier te melden dat na de dagtekening onser generale missive van ult:o decemb:r 1748 met pen al Mario den afgegave van desselfs agelaten No. 108 zijn laat vertrokken het volk gebrekkig de laats te netourschepen, met Amstelveen en Leckerland versonden, buijten dese even gem: scheepen ende vaar af vertrokkene vijf, den voorzeijlder Tolsduijn vaar de Joresidaal kaner Amsterdam en Sloterdijk nevens Vosmar, de Bevalligheijt en Osdorp, ook nog uijt dese rheede en na zeegeraakt is 't schip 'T stat van Cappelle, dog alle seer laat en zijnde ten opzigt van ten opsigte van het volk seer gebrek„ „kelijk, doar het lange uijtblijven en slegte aanlanden van alle de scheepen der Jongsten Equipage, waar af nu, buijten de drie scheepen vaar Ceijlon, die de bemanning van een geheel schip hebben nodig gehad van de andere om aan vijft „vaer en nog in 1666 schepen zijn hier gearri„ „veerd scheepen vij nog van de Equipagie in 1747 gearresteerd aan de Caab weder g'accompleteert te wer„ vijftien uijtkomende den, door de komste van Bredenhoff op den C. 24:' februarij, de standvastigheit op den 28:' maart, geldermalsem op den 31:' dier maand, Duijnenberg op den 6: en Lis op den 14:' hujus, in 't geheel vijfftien scherepen aangeland zijn en dus nog tien manqueeren aan de g'arresteerde Equipage en tien manqueeren in het naJaar 1747, te weten 'T huijs te Rijnsburg en Diemermeer voor de praesidiale kamer, Scheijbeek, de getrouwig„ „heit en des vreede van Zeeland, Rust en werk van Delft nevens het tweede schip van die kamer, 'T hof d'uno van hoorn en de beijde scheepen van Enkhuijsen, waer van eenige scheepen wel reeds vier mario No 158 den afgegave aan desselfs hagelaten al Caab hebben bezeeld, dog hier nog niet opdagen na antzet van palk waar van pier de vier maanden geleden aan de Caab zijn gekomen, dog egter nog agter blijven, so dat op alle deselve ten opsigte van 't den „digde ontset van volk weinig te tellen iis, en onse uijtsigt nu al weder moe zijn op de nieuwe Equipagie van het najaar 1748, of het den hemel de behogen mogte dat die beter overguw als dese, die ons van de eene verlegent„ „heit in de andere gelaten heeft en of het ook eens gebeuren mogte dat rie „men perlangd zeer uEE: hoog agtb:re sig door de vreede in staat gesteld mogten vinden om de over vijf Jaren reeds toegesegde Exp „se scheepen tot het overbrengen van valk na Jndien, ten getalle van ses van 1061- schepen val volk over te brengen werd in den tex aangetaand van de grote zaart, en niet, onder welduij„ „ding, gelijk de eerste proefneming met een onbezeijld schip van de oude Charter is geschied, en na de ordinaire manier der belemmering met de kisten tusschen deks te Equipeeren, en dat die dan het geluk de possibiliteit om groote hadden wat spoedig over te komen; want dat sulks dog geschieden kan, schaan men veel volks opheeft, is on„ langs aan het Engelsche admiraals schip de Namur onder Commando van den heer schout bij nagt Boscave weder geblekeen, dewelke, volgens gehoofwaardige rapporten daer af ingekomen met seven„ „hondert vijftien Coppen uijtgezeijld zijnde, seven hondert dertien daar van in goede mario c. nagelaten kan desselfs den afgegane No. 18 mel qua er ent
English
the great mortality on our ships, crew members receiving good constitution has been brought over to the Coast of Coromandel, so that a precise investigation into the cause, regarding ours, must show that there is a deficiency either in the food, or in the accommodation, or in the treatment, or in the surgeons and medicines upon emerging illnesses, or in all those items combined, and the latter is indeed the most apparent. For merely to prove the item of food with a single word: firstly, the provision on an English ship is larger than with us, since they, according to their ration lists, receive stockfish three times a week and meat and bacon four times, each time one pound, and generally of better quality than ours, besides the provisions of flour, salted suet, and other treats, also peas and groats just as with us, and these or the peas, with sufficient water to make them into a soft spoonful of food throughout the entire voyage, whereas our ships often have hardly been three months at sea before the crew must eat nothing but groats, through an ingrained prejudice, to excuse negligence and carelessness, that the peas cannot be preserved so long. This has had to be refuted by the accompanying declaration regarding peas from an English ship here at the roadstead, as proof that the peas only need to be aired from time to time to remain good for more than a year. And so it is in proportion with the rest, it also not being amiss that the stockfish, which can be cooked with sea water and thus does not need to consume fresh water, be reintroduced three times a week, since the abolition of the same occurred only at the time of the presence of the first-signed Governor-General because of that prejudice that the same had to be cooked with salt water, and the allowance Your Right Excellencies have granted in its stead is by far not sufficient to make good again so large a portion of food as is missed here. Yet to return again to this return shipment, we state further that instead of the Huijgerwaard, which was appointed on 30 December 1748 to transport the goods of the laid-up ships Weltevreeden and Duijnhoff from the Cape to the Netherlands, but regarding which, because that vessel—as is currently the case with most all ships—was in such poor condition with its rigging and needed still other repairs, this was abandoned upon the arrival of the ship from Japan, since De Jager could be prepared more quickly; this last-mentioned vessel would have been employed had it not also had to be taken to replace the ship Horssen found unserviceable for Banda, so that the Cape ministers had to be written to in order to make use, for the transport of the aforementioned goods, of one of the outward-bound ships, unless they had already made use of the Casteel van Tilburg, as has subsequently been learned would happen, or upon receipt of their advices of 10 December last. And since also on the first of this month, besides the already planned return ship Bredenhoff, the ship De Standvastigheid was appointed as a second late ship and the conclusion of this return shipment, being consigned to the chamber at Rotterdam, Your Right Excellencies—if no third ship departed from the Ganges in the month of March, which cannot yet be stated with certainty—have in total 18 ships to expect with the aforementioned ship from the Cape, namely: 10 from Batavia, being: Tolsduijn for Amsterdam Sloterdijk for Amsterdam Amstelveen for Amsterdam 'T Slot van Cappelle for Zeeland Leckerland for Zeeland Vosmaar for Zeeland De Bevalligheid for Delft Standvastigheid for Rotterdam Osdorp for Enkhuizen Bredenhoff for Enkhuizen Which ten ships transport a considerable capital of ƒ 3212956. 12. 8., among which nevertheless ƒ 844682. 14. 8. in tea transported on freight, and thus ƒ 2368273. 18. in the Company's own returns. 2 ships from China, which have taken in a cargo amounting in money to ƒ 1327820. 17. 8., all in own returns, namely: Leijden for Amsterdam Zaamslag for Zeeland 2 from Bengal: Cleverskerk for Amsterdam Brouwer for Hoorn With which a considerable capital of ƒ 2128763. 2. was sent from the Ganges. 4 ships from Ceylon, namely: Immagonda De Naarstigheid Langewijk 'T Fortuijn With a return amounting to ƒ 934582. 3. 8. So that the aforementioned ships, eighteen in number, from Batavia—excluding that of the Cape—can convey a fine purchase capital of ƒ 7654122. 15. 8. to Europe.
Dutch transcription
„mien der groote sterfte op „onze scheepen schepelingen krijgen goede constitutie heeft overgebragt op de Custe Chormandel so dat het sehierlijk omtrent de onse, of aan het voedsel, of onderzoek na de oorza, aen het logement, of aan de behandelinge of aan de chirurgijns en medicamenten bij opkomende siektens, of aan alle die posten te samen manqueere moet, en het laatste is wel het asparenste; want om maar het articul van 't pa „sel alleen met een woord te bewijse en so is voor eerst de verstrekking grote op een Engels schip als bij ons, dewijl die, volgens hare randsoen= lijsten, drie mat paesel de Engelshe„ maal ter weke stokvisch, en vier maa vleesch en spek, telkens een pond, en doorgaans beter als het onse krijgen, waaerd buijten 1062 wierd gegevene buijten de verstrekkingen van meel, gezouten wet en andere versnaperingen, c„ ook erweten, en gort so wel als bij ons, en dese of de Erweten, met genoeg „saam water om deselve tot een sagte lepelkost te maken, de geheele reijse door, daar onse scheepen veeltijds pas drie maenden in zee zijn geweest of het valk moet al niet als gart heten, door een ingekroopen voor oordeel, ter verschoo„ en wat kost de onzening van onagtsaamheeden, en verwaer„ lasingen, dat de Erweten so lange niet geconserveert kunnen werden, het welke bij de nevensgaande verklaring van Erweten uijt en Engelsch schip hier ter rheede eens heeft moeten weder op de groten Mar1o den afgegane aan desselfs nagelaten No. 58 stakris aan 't valk te verstre konen wierden gekaakt wederlegt werden, ten bewijse dat de Erweten maar van tijdt tot tijdt ge„ lugt moeten werden om meer dan een Jaar goed te blijven, en so is het rampositie om waeder na proportie met de rest, zullende ook niet quaad zijn dat de stokvisch die met zeewater gekookt werden kan en dus geen versch water behoeft te verslinden, wederom driemaal ter weke werde ingevoert, dewijl het afschaffen der selve, ook maar, ten tijde van des Eerstgetekenden Gouverneur generaal aanweesen is geschied om de die in zautwater kan wille van dat voor oordeel, dat deselve „met zalt water gekaakt moest waerde en het geven uEd: hoog agtb:re in die uij 1063 in 't naette vrelden en duijnhoff dies plaatse hebben toegelegt op verre na niet kan toerijken, om een so groot gedeelte van spijs als hier aange„ „mist werd weder goed te maken tot transpart den gelen Dog om weder te kneeren tot dese retour besending seggen wij alverder; dat in steede van huijgerwaard, het welke op den 30: december 1748 was aangelegt om de goederen van de afgelegde scheepen wel te vreeden en Duijnhoff van de Caab na nederland/ over te brengen, dog waar van, om dat dien bodem, gelijk meest alle de scheepen thans overkomt, so slegt met zijn tuijg gesteld was en nog andere reporatien No. 158 Nr 10 den afgegane aan desselfs nagelaten 24 aeft sch twee scherepen aangelegt gehad een ander Expldient recamrs genomen. heeft men na den anderen reparatien nodig hadde, op de komste van 't schip uijt Japan neder is afge„ sien, dewaijl de Jager spoediger gemeed konde zijn, desen laast gem: hadem soude zijn g'emploijeert, so deese ook niet hadde de moeten dnemen tot remplacement van het onbequaam bevondene schip hors„ sen voor Banda, invoegen de Caabse ministers heeft moeten werden aangesz: om sig tot het transport der voorsz: goederen te bedienen, van een „maar ondelijk nog tot der uijtkonnende scheepen, indinen zij mietrumer„ tetari beziend reeds gebruijk hadden gemaakt van 't Casteel van Tilburg gelijk men na dato, of bij de ontfangst harer advisen van den 10:en december pass=o vernomen heeft dat geschieden zoude slot 1064 slot der retaur bezending aangelegd. retaurschepen dezer bezending zoude en dewijl ook op den Eersten deeser maand, buijten het reeds geprojecteerde retaur schip Bredenhoff tot een tweede na=scheepen en 't slot deser retour besen„ de standvastigheid is tot ding is aangelegt het schip de stand: vastigheijd, dat gecansigneerd naerd aen de kamer tot Rotterdam, so hebben uEd: hoog agtb:e, so er geen derde schip uijt de ganges is gegaan in de maand maart, dat men nog niet kan seggen met sekerheit, met het vaorsz: schip niet enumeratie der agtien van de Caab in 't geheel te wagten. 18. scheepen te weeten 10: van Batavia als „ 145 Tolsduijn voor Amsterdam 150: stoterdijk „ Amstelveen M maria No. 158. en afgegane aan desselfs nagelaten _o d Casteel 150 Amstelveen voor Amsterdam _ o 'T stot van Cappelle„ „Zeeland -. Leckerland _. o 136 Vosmaar „ — d' Bevalligheit „ Delft „ standvastigheit„ Rotterdam „ Enkhuijsen Osdorp „ _. o welke Bredenhoff tien scheepen vervoeren een aansien„ „lijk Capitaal van ƒ 3212956. 12. 8. 844682. 14. 8. daer onder nogtans aen thee„ die op vragt overvaart en dus ƒ 2368273 18. aan 's Comp:s eijge retouren 2: scheepen uijt China die ingenamen hebben een lading groot in gelde ƒ 1327820. 17. 8. die alles aan eijgen retouren te weeten 10 leijden 1065 na Eurapa vervaer 150: Leijden voor Amsterdam 145 zaamslag „ Zeeland 2: uijt Bengale 136. Cleverskerk voor Amsterdam Brouwer „ Hoorn, met dewelke uijt de ganges versonden is een aansienlijk capitaal van ƒ 2128763. 2. 4 scheepen van Ceijlon, te weten 136: Immagonda —de Naarstigheit Langewijk 125 'T Fortuijn met een retour groot ƒ934582. 3. 8. so dat de voorsz: scheepen ten getalle van agtien, van Batavia die Cirra 8 milliaen buijten dat van de Caab een fraaij inkoops capitaal van ƒ7654122. 15. . 8. konnen te M. maria No. 158 en afgegane aan desselfs nagelaten — am 3½
English
included parcel of cinnamon, which may Heaven grant arrive safely and well-conditioned into Your High Honours' hands. Among this, not only according to the promise in our previous letter of the last day of December and the resolution taken on the 21st of January following, five hundred bales of cinnamon have been added to reinforce Your High Honours' stock from ours, but also, as a second and further trial, 62,500 lb of Japanese teas are being sent over, awaiting the findings on the first. On the one hand, Your High Honours' demands for most items of the return cargo have been reasonably satisfied according to the contents of the answered demand accompanying this, along with the formal liquidation and the further papers of trade and the secretariat, to which we take the liberty to refer ourselves. We likewise refer to the enclosed reports from the secretaries of the Council of Justice and the Orphan Masters regarding the requests of Mr. Jan Daniel Camerling and Mr. Walter Roelof Carper, in accordance with Your High Honours' general missive of the 4th of April 1748 addressed to them, showing that of the estate of the late Mr. Petrus Vuyst there remains here only a small amount of Rds 1757:5:—, which will be remitted to the Netherlands by the next opportunity. Furthermore, the outstanding money of the last-named Carper in Banda will not be easy, or at least not quick, to recover, although the Orphan Masters here, as well as the ministers in Banda, will be instructed to do their utmost in that respect according to their ability. And in response to the memorial presented to Their High Mightinesses by the Count of Sandwich, which, together with their resolution of the 17th of January 1748 and Your High Honours' provisional report to the Sovereign dated the 4th of April following, has only recently come into our hands, we hope the following points of elucidation will be found satisfactory: 1. Firstly, that the smuggling and illicit interloping in the seas where we with great right may claim exclusive navigation, or in and around those places where it absolutely belongs to us to maintain ourselves, had become so frequent—owing to excessive concessions and complaisances, not to mention other reasons—that one was finally obliged to resort to earnest and effective measures. For it was a cancer that threatened to consume our Company, and against which all lesser remedies had long since proved fruitless, as Your High Honours have also already cited, and with which we entirely agree. 2. Secondly, that as such privileged seas and places for us must and may be considered those prohibited by our resolution of the 16th of September 1745, regarding which the point of grievance is raised; because we have had exclusive contracts from of old with the Kingdom of Johor, to which both coasts of the Strait of Malacca belong. In this strait, even to this day, anchorage money is still collected from passing Portuguese ships, even if they do not call at Malacca roadstead, just as they collected from us at the time they were masters of that fortress; which, though it is not paid by or demanded from other nations, is nevertheless sufficient proof of dominion over that sea. Likewise, because we have similar contracts with the princes of the principal islands that make up this archipelago, from the length of Sunda up to Nova Guinea; there being in that entire tract closing off the southern part no one settled besides ourselves except the Portuguese on Timor. In like manner it stands with the boundary thereof in the west, our exclusive contracts comprising the greatest parts; and to these belong all the other islands within this sea, such as Celebes, Borneo, Bangka, Belitung (the last two belonging to the Kingdom of Palembang), with the remaining small islands thereabout; the first two being separate kingdoms, all bound to the Dutch Company by exclusive contracts, some for more than a century. 3. Thirdly, that our prohibitive order is therefore no legitimate subject of complaint, because it is neither absolute, nor anything new, nor prejudicial to any of our allies, and above all does not concern the English Company. For regarding the one aspect, navigation itself was not forbidden, but only navigating with passes other than our own: a precaution that is unavoidable to prevent the great abuses caused by the licentious granting of passes, without the knowledge of the respective Companies trading alongside us in the Indies, and even contrary to their own orders and regulations. In respect of the second, one has always disregarded and held of no value all passes issued by the subaltern ministers of other nations in this country under general designations "to the East" or "to the coasts or islands to the East." And directly to the places where we hold the exclusive trade, no one can or will with any right grant passes, or oblige us on that account to admit the traders, any less than we would presume to issue passes for Bombay, Madras, Fort St. David, or other well-known possessions of their own.
Dutch transcription
begrepen parthije Caneel te vervaeren dieeden Hemel geve, dat uEd:e hoog agtb:re voorspoedig en wel geconditif „ameert aan handen mogen komen, en waar onder niet alleen volgens het toegesegde bij onse voorgaande van ult:o december en het geresolveerde Januarij daar aan volgende op den 21:' „hondert vijf, balen Canneel tot versterking onder dat cargasaen is van uEd: hoog agtb:re voorraad uijt en Japanse thee de onse, maar ook tot een tweede en andere preuve 62500: - lb Japanse thies overgaan, in afwagtinge der bevinding op de eerste, ene paarts zijn uEd: hoog agtb:re eijsschen van de meeste articulen ntwoor van 't retour na genoeg voldaan na luijd der b'andwaardinge desen volgens gewaarte de van 1066. „mele liquidatie en z: gaan over van Camnerling en Carpoer gewaarte versellende nevens de formeele de berantwaarde Eijsch sar, liquidatie op het retour en de verdere papieren van de negotie en secretarije, waar toe de vrijheit nemen ons te gedragen, gelijk mede tot de nevens leg„ „gende berigten van desecretarissen van den raad van Justitie en naelesmeesteren nopens de versoeken van m„r Ian Daniel Camerling, en m„r qualter Roelof Carper, volgens uEd: hoog C gre agtb: generale missive van den 4:' april 1748 aan deselve gedaan, ten blijke dat van den boedel van H„r Petrus Vuijst antwoord op de verzoeken alhier nog maar resteert een klein montant van rd„s 1757: 5:— die bij eerst aanvolgende gelegentheit na Nederland sullen M. maria No. 158 den afgegane aan desselfs nagelaten iculen van den grave van sandwich sullen werden overgemaakt en dat het uijtstaande g'eld van den laastgen: Carper in Banda niet ligt, ten minsten niet schielijk te repeteeren sal zijn, hoe wel weesmeesteren alhier en ook de ministers in Banda sal werden aanbevalen daar omtrent na vermogen haar best te doen, en tot b'andwoordingen der memorie midsgaders op de memorie van den heere Grave van Sandwick aan haar hoog mogende gepresenteert, en nevens der selver resol: van den me 17:' Januarij 1748 en uEd:e hoog agtb: „ provisioneel berigt aen den Souverain sub dato 4:' april daar aanvolgende, ons onlangs eerst aenhanden gekomen willen 1067 vervalg daar van willen wij hopen dat voldoenend sullen bevonden werden de volgende paincten tot elucidatie. 1: Eerstelijk dat het smakkelen en lorren„ „draijen in de zeen, waar in wij met groot regt ons de privatiae vaart mogen toe eijgenen, of wel in en omtrent die plaatsen daar het ons absolunt toekomt ons daar bij te maincteneeren, daar te grote toegeventheeden en complaisances, t om andere redenen niet aan te halen so frequent geworden waren, dat men ten laasten heeft moeten treeden tot middelen van Ernst en Efficatie, dewijl het een kanker was, die onse Compagnie dreijgde te verteeren, en waer M: maria No. 158 den afgegane aan desselfs nagelaten waer tegens alle mindere remedien, reeds overlange vrugtelaas geworden me waren, gelijk uEd: hoog agtb:r ook reeds hebben aangehaalt, en waer meede wij ons gantschelijk confor„ „meeren. 2:e dat als sulke voor ons geprivilegeerde zeien en plaatsen moeten en mogen aangemerkt wierden de geparohibeerde bij onse resol: van den 16: 7ber: 1745 waar over het pannct van doleantie verceheert, om dat wij exclusive Can„ „tracten hebben van overlange; met het rijk van Iohoor, waer onder de wederzijdse Custen van de straat malacca gehoren, in dewelke selfs ten „vender vervolg ten huijdigen dage nog van de passeerende portugeesche scheepen, schoon ook malac„ „cas rheede niet aandoen, ankeragie geld geheven werd, gelijk zij van ons hebbenen gedaan ten tijde zij van die vesting meester waren, en het welke, schoon het van andere natien niet betaald of g' eijscht werd, egter een genoegsaam bewijs is van heerschappije over die zee; als mede om dat wij gelijke contrac„ „ten hebben met de vorsten van de paar„ „naamste der Eijlanden die desen archipel uijtmaken van sunda's lngte af tot nova guinea toe, zijnde in die gantsche strook die het zuijderdeel afsluijt nie„ mand buijten ons gezeten dan de partugee„ zen M maria 1568. „den afgegane aan desselfs nagelaten No. 118 „sen op Timor, en inselvervaegen is het gelegen met de beperking van deselve in het westen beslaande onse Exclusive contracten de graafste, en ander die gehooren alle de andere Eijlanden ainnen dese zee, gelijk Celebes, Borreo„ Banca, Bliton de twee laaste aan het rijk van Palembang gehorende met de overige kleine Eij„ landen daar om hier, ende twee Eerste aparte rijken zijnde, alle door Exclusive contracten sommige van meer dan over een heuw, aan de Nederlandsche Compagnie verbon, nog „den; 3 dat onse prohibitive ordre dierhalven geeven geen wettig subject van klagte is, om dat die nog absoluut, nog ook iets nieuws, nog ook iemand onser g'allieerdens benadeelende en voor al de Engelsche Comp: niet concer„ „neerende is, dewijl men belangende het eene met verboden heeft het varen, maer alleen het varen met andere dan onse passen, eene parecautie die onvermijdelijk is tot voorkoming van de grote misbruijken die het licen„ „tieuse verleenen van pascen, buijten voorweten van de resp:e Compagnien, bon nog verder vervolg nevens ons in Indien trafiqueerende, en selfs tegens hare ordres en regle„ menten hebben veroorsaekt; in opsigte van Mmarick No. 158 den afgegave aan desselfs nagelaten usive halven van het tweede heeft men altaas ange„ „respecteerd en nullius valeris gehou„ „den alle pascen die op de generale benaamingen om de oost of na de Custen of Eijlanden om de oost door de subalterne ministers der andere natien hier te lande wierden g'Expedieert, en direct op de plaatsen daar wij den porivativen handel hebben, sal niemand met eenig regt pascen kunnen of willen verleenen, of ons noodsakren uijt dien hoofde de handelaers waars te moeten admitteeren, so min als wij ons souden willen aanmatigen pascente geven op Bombhaij, madras fort C„s Davids of andere bekende Eijgen dammen
English
1669 further continuation and the property of our allies, and those who sought to make shift with it have always been regarded and treated as smugglers, as many examples from the past and present time can prove. And as for the third point, we are well assured that the English Honorable Company, whose legitimate trade we are far from undermining or prejudicing in its legal privileges—as is abundantly known from the good reception that its ships come to enjoy in our harbors with as much freedom as in their own—loses nothing by this order of ours, since nothing is included therein other than a branch of our own derivative trade, in which it has not shared with us for a much longer time than our and its establishments are old, and of which its constitution allows it to make use just as little as it would find any profit therein. Thus, here merely the name of the aforesaid Honorable Company is lent to certain undertakers and adventurers of all kinds of nations, who, under the protection of the British name and flag, through their pernicious encroachments, 1078 further continuation seek to ruin the legitimate trade of our Company, and would abstract from their own Company as much as they could through these and other underhand dealings, as will apparently have been experienced by the aforesaid Honorable English Company, and consequently they merit no protection from the same, since it is the mutual interest of the reciprocal Companies to prevent the smuggling of their private individuals as much as possible. Finally, we believe that just as an abrupt announcement of our intention in these and other places, disavowed by ourselves, may perhaps have stirred up some acrimony against the matter itself, although the manner is to be blamed neither on us nor on our order, so too much clarification will have been brought to that interdict by our recently drafted further order to Malacca, concerning the determination of the limits within which we consider the opium being sold to be confiscable and how far we deem its bringers punishable according to our resolution of the 18th of this month; which we shall have the honor to convey to Your Highly Esteemed and Honorable in the near future, so that we trust to have given sufficient clarification regarding this for the justification of our conduct. Wishing heartily that no further 1071 one hopes that a desired pacification preliminaries our further estrangement may arise here in this country between the trading nations, and that the news sent to us by the presiding chamber at Amsterdam according to their Highly Esteemed Honors' letter of June 1, 1748, recently received with the Duynenburg on the 6th of this month of April, regarding the entering into a peace negotiation and the cessation of hostilities—of which we, now that the navigation to the northern and western parts of the Indies is opening again, shall give notice to our subordinates at the first opportunity—may soon be followed by the agreeable news of a general pacification, which will then also at the same time take away, as we hope, all difficulties that might otherwise still arise, since our ministers to the west, just as we ourselves at this place, were informed only very late of the signing of the preliminary points and thus have had no orders to enter into any convention on that matter with those of the French nation, or to issue orders on their side to cause hostilities to cease; since we surmise that, even if the counterparts of the packets sent to us with the Duynenburg have already been dispatched to Ceylon with the ship De Hercules of Amsterdam or Zeelandia of Zeeland, they nevertheless cannot have received them before the beginning of this month 1072 to make to the west proposition to send such important news with better sailing vessels month or even later, and if they must wait for those that have reached us at a time when navigation was not yet open to those quarters, it will take even longer before the necessary arrangements are made in this regard, because the ships that departed from the Netherlands in that season generally have long voyages and these have had them preeminently. So that it is exceedingly required in the future to send news of so much importance to these regions with better sailing express vessels, so that it may be known by us as early as by other nations, and one can captured ship Schellag take proper measures accordingly. For although regarding the actual state of affairs of the capture of the ship Schellag by the French, according to what we had previously hoped, no further report on behalf of the Company has yet arrived, one has nevertheless gathered so much about it from trustworthy private reports received these days from there with the burgher sloop Anna Maria that it is certain the French have sent that vessel to the Islands, from where it will remain to be seen how one will get that valuable ship back, since our people there
Dutch transcription
1669 nog nader vervolg dommen onser g'allieerdens, en men de geene heeeft altoas die sig daar mede sogten te behelpen als larrendraijers aangemerkt en behandelt, gelijk veele Exempelen van den varige en presenten tijdt be„ wijsen kunnen. — En wat het derde aanbelangt zijn wij wel versekert, dat de Engelsche hanorable Compagnie, welkers wettigen handel wij verre zijn van te contra„ „mineeren. „ of prajuditie in haar wettige voorregten toe te brengen, so als uijt het goed anthaal dat hare scheepen in onse havens met so veel vrijheit als in hare eijgene komen te genieten, ten over M:maria No. 58 den afgegave aan desselfs nagelaten ten alterne and m nte overvlaede bekent is, bij dese onse gege„ „vene ordre niets verliest, dewijl daer onder niets begrepen is als een tak van onsen eijgene jarivativen handel, veel waar in zij, nu een ^ langer tijdt dan onse en hare Establissementen oud zijn met ons niet heeft, gedeeld, en waer van ook hare constitutie so min toe„ laat gebruijk te maken, als sij daer bij eenige rekening soude vinden, zijnde dus hier enkeld de naam van de voorsz: honarable Compagnie gelieend aan parthij entresseneurs en waagh als en van allerlije natien, die onder de protectie van der brittischen naam en plagge, door haare permitieuse ander„ kruijpingen 1078 nog nader vervalg kruijpingen den wettigen handel onser maatschappije soeken te bederven, en haare eijgene maatschappije so veel door dese en andere monsserijen souden ontvreemden als zij maar konden, gelijk asparent wel bij voorn: kanarable Engel„ „sche Compagnie ondervanden zal zijn, en gevolgelijk geen protectie van deselve meriteeren, dewijl het der wederzijdsche Compagnien mutueel interest is het sluijken harer particulieren so veel mogelijk te beletten Eijndelijk gelaven wij, dat gelijk eene daar ons selver gedesavaueerde brusque bekentma„ „king onser intentie op dese en geene plaatsen, misschien wel Eenig aigreur kan hebben verwekt maria No. 58 „den afgegane aan desselfs nagelaten geg toe. en der„ verwekt tegens de zaak selfs, schaan de madus nog ons nog onse ordre te wijten is, alsoo ook veel opheldering aan dat interdict sal wesen toegebragt daar onse Jongst gestelde nadere ordre na mallacca, omtrent de bepaling van de limiten waer binne wij den gedebiteerd werdende amphioe„ can fiscabel en hoe verre wij dies aan„ „brengers strafbaar rekemen volgens onse resolutie van den 18 Deser.; die nij de here sullen hebben uEd:e hoog agtb: ten naasten te laten toekannen, so dat wij vertrouwen hier omtrend te hebben gegeven genoegsame ophieldering tot verand„ „waarding van ons gedaente Willende hartelijk wenschen dat geen verdere 1071 men hoogt dat een gewenschte pacificatie madus preliminairen onse verdere verwijdering mag ontstaan hier te lande tusschen de handel drijvende na„ tien, en dat de Jongst met Duijnenburg, „ ontfangen en of op den 6:' deser maendapril, daar de praesidiale kanner tot Amsterdam volgens haar Ed:e agtb:re schrijvens van den 1=en Iunij 1748. ons toegesondene tijding van het aangaan eener vredes negotiatie en het cesseeren gevolgd zal wezen op der hastiliteiten waar af wij, nu de vaart na de noord en het westerdeel van Jndien weder opengaat ter Eerster gelegent„ heit kennisse geven sullen aan onse su„ „balternen, sal mogen gevolgt werden bin„ „men karten van het aangename nieuws eener gemeralen pacificatie, het welke dan ook teffens sal wegnemen so wij hopen alle maria No 158 den afgegane aan desselfs nagelaten hioen J. „fangen heeft alle swarigheeden die anders nog konden ontstaan daar dien onse ministers om de west, gelijk wij sells ook te deser plaatse die men hier zeer orso laat eerst g'informeert zijn geworden van het teijkemen der praeliminaire paincten en dus geen ordre hebben gehad sig over dat stuk te begeeven in eenige conventie met die van de fransche natie, of ordres te stellen aan hare zijde om de hostiliteij „ten te doen ophouden, dewijl wij gissen, dat so de wedergade van de pacquetten ons met Duijnenburg toegesonden met het schip De Hercules van Amsterdam of Zeelandia van Zeeland al afgesonden zijn na Ceijlon, dat zij die egter niet voor het begin van dese maand 1072 om de west te maken prapositie om zulke ven„ partante tijdingen met „gen te zenden maand of wel later kunnen gekreegen om de nodige schikkingen hebben, en so zij na de geene wagten moeten die ons toegekomen zijn in een tijdt dat de vaart nog niet open was na die quartieren, sal het nog langer aanlopen eer hier omtrent de nodige schikkingen zijn gemaakt, dewijl de scheipjen in dat saisoen uijt Nederland vertrocken doorgaans lange reijsen hebben en dese bij uijtstek gehad hebben, beter bezende vaantuij: so dat ten hoogsten werd verEijscht in het vervolg tijding van so veel impor„ tantie met beter bezeijlde Exjaresse vaartuijgen na dese gewesten te senden op dat die bij ons so vroeg als bij andere natien mogen geweten werden en men daar Mmarie No 158 „den afgegave aan desselfs nagelaten n de tse n eij n, en genomen schip schellag daar na behoorlijke mesures nemen kan. Want alschaan van den eijgentlijken tal„ dragt der veravering van het schip schellag bij de franschen, na het geene wij voor„ waards gehaagt hadden 'sComp„s wegen nader berigt wegens het nag geen tijding ingekomen is, so heeft men egter uijt gelaafwaardige particuliere berigten deser dagen met de burger chaloup Anna Maria van daar ontfangen so veel daar af ver„ nomen dat het seker is de franschen dien bodem na de Eijlanden hebben hebeft versonden, van waar het te besien sal staan hae men dat kastelijke schip te rug sal krijgen, dewijl ons volk daar
English
has been sent, no certain news has yet been received, taken off there and handed over at Pondicherry, that it has departed for the Mascarenes, and only a few officers have been left on it, so that even if it were to be returned, it will nevertheless cost the Company a great hindrance and delay in its trade, due to the loss of the gold and bar-copper along with the other goods intended to reinforce the Company's treasury, which is everywhere suffering shortages on those coasts, for the promotion of the collection of the cloths destined thither with that vessel; and whether one shall have with this single incident regarding the state of Europe what must turn the tide of time, if otherwise, which is not to be wished, hostilities might have broken out again, since we here are already so late in the year and have up to now not the least news from the preceding autumn, and thus could easily be outstripped ourselves by later-instructed opposing parties when such cases occur. Meanwhile, according to our resolution of March 4 of this year, the crew of the French brigantine stranded outside the Hook of Bantam on December 24 last, who by resolution of January 10—because we had as yet no orders to the contrary—were declared prisoners of war, have on their parole of honor been permitted to go their way; and upon the further news received since, also relieved thereof, news mentioned forward concerning the cessation of hostilities and the term of six months after the signing of the preliminaries established for India, by resolution of April 6 discharged from that, and at the same time understood to cancel the bills of exchange which the captain of the said vessel had granted concerning the provisions made to them here out of the proceeds of the salvaged goods for the aforesaid brigantine, of which the necessary vouchers have been sent to Mr. Dupleix, head of the French nation at Pondicherry, and which according to what was noted in our resolution of January 21 amounted to f 4781.1. The aforesaid crew members were further given the necessary maintenance here during their stay, and the common sailors from among them were placed on one of the ships in the roadstead, where they enjoyed a decent wage for their work on the footing of hired native sailors; yet it may well give reason for complaints again that these people were not immediately granted everything they came to demand in very indiscreet terms, as is further stated in our aforementioned resolution of January 10 following our earlier decision of the 7th prior, to which we take the liberty to refer. Among the Company's servants here in this country, no change has occurred since our general rescription. By resolution of January 10 and 21, the persons of Rogier de Laver and Jan de Roth were re-engaged into the service of the Company in their former capacities; and by that of March 25, Major Meijnertshagen was advanced to Lieutenant Colonel, because those qualities are by promotion granted here in this country to commanders of battalions, upon advancement after having served a certain number of years as major; and it is therefore also hoped that this, without prejudice to his stay at the Cape whither he will return within a couple of months, will not be taken amiss by your Right Nobly Honorable Worships, for reasons which the text indicates, since he otherwise, having always remained the same, would have been superseded by young officers who find their advancement here, and of his conduct and good appearances of competence in the work of his service, nothing but favorable testimonies were given to the Governor-General by the English Admiral Boscawen in the letters from the recent expedition to Mauritius. Lastly, in the resolution of February 5 can be found the interpretation made here regarding the baggage of repatriating lieutenants at sea, namely to equate them with a lieutenant on land, since that case was not expressed in your Right Nobly Honorable Worships' regulation of the year 1746; and we deemed that this was consistent with equity regarding officers of equal, if not higher, rank, inasmuch as they contribute more to the passage of the ships than mere passengers. Wherewith, Right Noble, Highly Respected, Wise, Prudent, and Very Generous Sirs, we conclude for the present, with our respectful greetings and assurance that we are, Right Noble, Highly Respected Sirs, Your Right Nobly Honorable Worships' humble and faithful servants, Batavia, in the Castle, April 30, 1749. An incoming missive from the Church Council here, dedicated to your Right Nobly Honorable Worships, but in terms that appeared improper to us, their Reverences were ordered by resolution of the 11th past to write a more decent letter; and this having only just come in, it is also addressed with the bearers of this, though we must leave the contents for what they shall be found to be, as time does not permit making remarks upon it. W. van Muijsenaer Jacob van den Bosch C. van der Waeijen Folied Clearrald J. V. Verijsel Notsen W. C. Wreijel Js. Mersen
Dutch transcription
1073 gezonden is, heeft men nog geeen nakene tijding daar afgenomen en op pondechierij overgegeven dat ma de mascarim has is, en alleen eenige weijnigt officier daar op gelaten zijn, so dat het al eens gerestitueert werdende egter de Comp: sal kosten een grote belemmering en retarde„ „ment in haren handel, door het missen van 't goud en staaf-koper met de verdere goederen tot versterking van sComp: alom„ „me gebrek lijdende Cassa te dier Custen ter promotie van den insaam der doeken „met dien badem derwaards gedestimeert en of men met dit eene incident sal hebben /: nopens den stat van Europa waij zijn moet den tijdt keeren, so anders, dat niet te wenschen is, de hastiliteijten weder mogten zijn uijtgebroken, dewaijl 3 wij hier reeds so laat in het Jaar en hen n schip tot nagelaten „aan desselfs den afgegave No. 108 najada zijn op haar waard ontslagen tot nog toe geen de minste tijding hebben van het voorgaande na- Iaar, en also selver ligt gedevanceert kunnen waerden daar leter g'instruneerde tegen partijen, als sulke gevallen gebeuren. de schepelingen van Ondertussen heeft men, volgens onse resolutie van den 4:' maart deses Jaars de schepelingen van de op den 24: decemb: bevarens buijten de haek van Bantam gestrande fransche brigantijn, die bij resal van den 10:' Januarij, ter sake bij ons nog geene ordres ter contrarie waren, paar krijgsgevangenen wierden verklaert op haar waard van het laten gaan haers l weegs, en op de nader ontfangene tijding 1074 en zedert ook daar van antheft tijding vaarwaards vermeld napens de cessatie der hostiliteijten en het termijn van ses maanden na het teijknemen der jaraliminaria vaar indien vastgesteld bij resol: van den 6: april daar van weder gedechargeerd, en teffens verstaan de wessels in te trekken die den Capiteijn van 't gem: vaartuijg hadde verheent na„ „pens de hier aan haar gedane verstrek„ „kingen uijt het bedragen der gesalveerde goederen voor voorsz: brigantijn, waar van men den heer Dupleix hooft der franschen natie tot pandeCherij de nodige bescheijden toegesamken heeft, en die na het genoteerde bij onse resol: van den 21:' Ianuarij hebben dragen ƒ4781. 1. zijnde No. 158 den afgegave „aan desselfs nagelaten uit dat knieltje bedragen hebben. „lingen behandelde zijn hoe veel de gesalveerde goederen zijnde de voorsz schepelingen hier voorts het nodige onderhaud gegeven geduurende haar verblijf, en de gemeene uijt deselve op een der schiepen geplaatst ter rheede, daar zij op den vaet van gehuurde inlandse zeevarende voor haar werk een behaar„ „lijk laon hebben genaten, egter kan het en op wat reaijse deschpe, wel weder reden tot klagten geven dat men die menschen met aan„ stonds heeft ingewilligt alles wat zij in seer indiscreete termen quamen te Eijschen en nader vermeld staat bij evengem: onse resolutie van den E ed 10:' Ianuarij op ons vroeger besluijt van den 7:n bevarrens, waar toe wij de vrijheijt nemen ons te gedragen. onder weder in dienst genamen on. meijnartshagen tot den lieut: vallenel geadvanceerd de laurende Rrock zijn Onder De Dienaren van de Comp hier te lande is 't sedert onse generale rescriptie geen verandering voor gevallen, men heeft bij resolutie van den 10:' en 21:' Ianuarij de persoonen van Rogier de Laver en Jan de Roth weder in den dienst van de Compagnie aengenomen voor het geene zij bevorens geweest waren; en bij die van den 25:' maart is majaar Meijnertshagen opge„ „treden tot lieutenant Collonel ter sake die qualiteijten promissure hier te „lande werden verleent aan de commandanten van battaillons, bij avancement na een seker getal van zamen rts ande t namen 1675 den afgegave „aan desselfs nagelaten No 158. aanwrijst Iaren dienst te hebben gedaan als mapon„ en men dus ook hoopt dat sulks onver„ mindert zijn verblijft aan de Caab„ werwaards binnen een paar maen„ e den te rug keeren sal, bij uEd: om redenen die den tegxt hoog agtbaare niet qualijk genomen sal werden, dewijl hij andersints altaos het selfde gebleven zijnde gepast. paneert soude zijn geraakt aan Jongs officiers die hier haar avoncement vin„ den, en van zijn gedrag en goede apparen„ „tien van bequaamheijt in het werk van zijnen dienst, door den Engelschen admi raal Boscawe aan den Gouverneur generaal niet anders dan favorable getuij genissen gegeven zijn bij de brieven uijt de Jongste dispositie over de bagage der lieut=s ter Jongste Expeditie na Mauri„ „tius Laastelijk is bij resolutie van den 5:' 8 februarij te vinden de hier gemaakte in terpretatie nopens de bagagie der repa„ „trieerende lieutenants ter zee, nament„ lijk om deselve gelijk te stellen met een lieutenant tee lande, dewijl dat geval niet was uijtgedrukt in uEd:e awe hoog agtb=r reglement van het Jaar 1746: en wij vermeenden dat sulks omtrent gelijk standige, so niet hoge gequalificeerde of officierien, vaon sopeel zij meer tot het overbrengen der scheepen doen als blote passagiers, met de billijkheijt over Eenquam. waer mapaer Caab, maen„ zee. — van 1076 p den afgegave „aan desselfs nagelaten No. 158 Waar meede Wel Edele, Hoog Agtb:r wijze, voorsienige en seer genereuse Heeren Desen vaor tegenwoordig besluijten met onse Eerbiedige groete en 1077 Batavia n 't Casteel van Vwel Edele hoog agtb: den 30e April 1749 en betuijging dat wij zijn Wel Edele hoog Agtb: Heeren uwel Ed: hoog agtb: onder„ „danige en getrouwe Die„ „naren: W:Var G: ne ingekomen missive van erkenraad alhier aan VwEd: „tb: gedediceert, dog in termen at die ons onbetamelijk voor„ men haar eerw: bij resol van den nu„ pass„o het schrijven van een v aber de decenter brieff gelast en desel„ „eerst ingekomen zijnde krijgt ook nog addresse met de brengers dese, schoon wij den inhoud moeten laten Muijsenaer het geene deselve bevonden sal werden d' tijd niet permitteert daar over Iacob van den Bosch: erkingen te maken. C Jn D Waeijen Frlied Clearrald 7 J:V JVerijsel Notsen W: CWroijel J=s Mersen: No. 108 p den afgegave aan desselfs nagelaten S: ter
English
Wherewith, Right Honorable, Highly Esteemed, Wise, Prudent, and Generous Lords, we conclude this present letter with our respectful greetings 1077 Batavia in the Castle of Your Right Honorable the 30th of April 1749 and the declaration that we are, Right Honorable Highly Esteemed Lords, Your Right Honorable's humble and faithful servants: J: W: v. R. Upon an incoming missive from the church council here, dedicated to Your Honors, yet contained in terms that appeared improper to us, their Reverences were ordered by resolution of the 21st of January last to write a J: d: Gaber different, more decent letter, and this having only now arrived, it is also being addressed with the bearers of this, although we must leave the contents Muijsenaer for whatever they may be found to be, since time does not permit Jacob van den Bosch: making remarks upon it. n S D Waeijen Fl. v. d. Parra Aashr J. Verijssel de A: C: Broijel J. Mersen: No. 108 1/2 the delivery to his surviving P:S: No. 158 2 the departed to his surviving to his surviving No. 158 2 the departed 1078 To the Right Honorable, Highly Esteemed Lords Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Chamber there; Amsterdam The ship Bredehoff, projected for the Chamber Enkhuijsen, today turning its prow toward the Homeland under the Lord's safe protection, among other things is laden for Your Right Honorable's account with 5000 pounds of Cotton Yarn, Javanese, amounting in money to ƒ1128. 11. 8., which we wish, after the safe voyage of that vessel (God willing), may be delivered properly and to the satisfaction of Your Right Honorable; While in that expectation we commend Your Right Honorable's precious persons, alongside the momentous interests of the Honorable Company, to the merciful protection of the Right Honorable, Highly Esteemed, Wise, Prudent, and very Generous Lords; All- No. 158 2 the delivery to his surviving No. 12. checked G. Groenendijk f 1079 Anno 1749 2 Duplicate Register and original bound. Handed over to Mr. Hartman Amsterdam No. 1 Original private Missive from their Honors the Governor-General and Council of the Indies, to the Honorable Esteemed Lords Directors of the Chamber at Amsterdam, dated today 3 Duplicate missive from and to as above, original sent per 't Slot van Cappelle and dated the 18th of March last 4 Receipt for such 200 rixdollars as were counted out from our Company cash office here, at the disposal of the Honorable Mr. Nicolaas Hartman, First Advocate of the Dutch East India Company, for the benefit of the Library in this Castle, belonging to the aforesaid letter of the 18th of March last 5 Two Petitions from the Esteemed Council of Justice addressed to their Highly Esteemed Lordships the Delegated Lords Directors to the Assembly of the Seventeen Register of the Papers being sent per the return ship Leckerland to the Honorable Esteemed Lords Directors of the Chamber at Amsterdam, namely: No. 118 the departed to his surviving 7 Long invoice 8 Short ditto of what was loaded into the ship Amstelveen warehouse 9 Bill of Lading 10 Double List of the chests and further baggage of the repatriated crew on 't Slot van Cappelle 11 List of the consignment boxes sent therewith Batavia, In the Castle, the 5th of April 1742 No. 6 A packet under open seal from the said Council of Justice to the Honorable Esteemed Lords Directors at Amsterdam Jongsma, A Esteemed telveen Ams of crew Ship boxes April 1749 surviving to his the delivery No. 108 Checked Houman. No. 3. 1083 Amsterdam The Honorable Esteemed Lords Directors of the General Dutch East India Company at the Chamber there, Honorable, Esteemed, Wise, Prudent, and very With the now departing return ship Leckerland for the Chamber Zeeland, we have the honor to offer Your Honors herewith such Papers as the accompanying Register specifically indicates, While No. 108 2 the delivery to his surviving Generous Lords, Batavia In the Castle While we remain with respect, Honorable, Esteemed, Wise, Prudent, and very Generous Lords, Your Honors' Humble and Obedient Servants, W. Verijsel n D: Waeijen Muijsenaer the 5th of April D: V: Var H F Gevers A. v. d. Parra 1749. - - No. 188 the delivery to his surviving P. Zwaarde Checked No. 4 With the return ship Leckerland, belonging to the consignment of this season, there depart with that vessel for the Netherlands the following officers and passengers, and condemned persons, namely: Length 145 feet from stem to stern Skipper Pieter Schooneman The Military Ensign Lucas Brinkman Chief Mate, Dirk Steijne Chief Surgeon, Frederik Hendk. Rottenbuller Dommijer Bookkeeper Christiaan Schuijl Former Navy Lieutenant Hendrik Vincent Brouwer Citizen Michiel Frans The Sergeant Ian Nolde These are condemned The Corporal Casper Jansz van der Steen, expelled from the The Drummer, Francois Tersink jurisdiction, belonging to the ban- Mattys Huijbert Burger ished 1081 the delivery to his surviving No. 108 With the return ship Bredenhoff, belonging to the consignment of this season, there depart with that vessel for the Netherlands the following officers and passengers; namely: Length 156 feet from stem to stern Captain Lieutenant Fredrik Jansz van Aineson Christiaan Rem. The citizen Jan Caries, alongside Lieutenant his wife Chief Surgeon Abraham Jacobs: Batavia, in the Castle, the 18th of April 1749: to his maria 1582 the departed surviving No. 158 maria on the delivery to his has been left No. 158 Vn Successor Corijn Stevens, surviving Memorandum by the departed Commander Siersma, to his No. 18
Dutch transcription
Waar meede Wel Edele, Hoog Agtb wijze, voorsienige en genereuse Heeren Desen vaor tegenwoordig besluijte met onse Eerbiedige groete E 1077 Batavia in't Casteel van Vwel Edele hoog agtb: den 30„e April 1749 en betuijging dat wij zijn Wel Edele hoog Agtb: Heeren uwel Ed: hoog agtb: onder„ „danige en getrouwe Die„ „naren: J:W:Va op Eene ingekomen missive van den kerkenraad alhier aan VwEd: hoog agtb: gedediceert, dog in termen vervat die ons onbetamelijk voor„ „quaamen haar eerw: bij resol van den 21:e Janu„o pass„o het schrijven van een J:d: Gaber andere decenter brieff gelast en desel„ „ve nu eerst ingekomen zijnde krijgt die nu ook nog addresse met de brengers van dese, schoon wij den inhoud moeten laten Muijsenaer voor het geene deselve bevonden sal werden dewijl d' tijd niet permitteert daar over Iacob van den Bosch: aanmerkingen te maken. n S D Waeijen Flivd Parra Aashr JVerijssel de A: C: Broijel J. Mersen: No. 108 ½ den afgegave aan desselfs nagelaten P:S: No. 158 2 den afgegane „aan desselfs nagelaten „aan desselfs nagelaten No. 158 2 den afgegane 1078 Aan de Wel Edele Groot agtbare Heeren Bewinthebberen der Generale Nederlandsche Goc„ „troijeerde Oost Jndische Compagnie ter kamer aldaar; Amsterdam D' schip Bredehoff geprojecteerd voor de kamer Enkhuijsen Op heeden /:onder des heeren Veijlige hoede:/ den steeven Patria Waarts Wendende, is onder meerder Voor uwel Edele Groot Agtb„s rekening beladen met 5000. ponden Cattoene Garen Javees bedragende in gelde ƒ1128. 11. 8. 'tgunt wij wenschen na behouden vaeren van dien bodem. /:dat Goa Geena :/ behoorlijk en ten genoe„ „gen van uwel Ed„ Groot agtb: mag uijtgeleverd worden; Terwijl in die verwagting uwel Ed„ Groot agtb: dierbaere personen, neevens de swaarwigtige belangen der E„ maetschappij aenbeveelen in de Genadige hoede des Wel Edele Groot agtbare Wijse voorzienige, en zeer Genereuse Heeren; Aller No. 158 2 den afgegave „aan desselfs nagelaten No „12. fagesien G Groenendijk f 1079 A„o 1749 2 Duplicaat Register en origineel ingebonden. Aan den Here Hartman overhandigt Amsterdam N„o 1 Originele particuliere Missive van haar Ed:s den Gouverneur generaal ende raden van India, aan de Edele Agtbare Heeren Bewindhebberen Ter kamer tot Amsterdam gedateert op heden 3 Duplicaat missive van en aan als Even Origineel p„r 't slot van Cappelle versonden en gedateert den 18 maart pass=o 4 quitantie dan sodanige 200: rd:s als ter dispositie van den Ed: Heer M„r Nicolaas Hartman Eerste advocaat van de nederl: oostindische Compp: ten behoeve der Bibliotreecq: ten desen Casteele ons Comp:s Cassa alhier geteld zijn, behorende tot de voorsz: brieff van 18 maart passato „ 5 Twee Requetten vanden Agtb=r Raad van Justitie aan haer Ed„ hoog Agtb=r de gecomm „teerde Heeren Bewindhebberen tot de vergadering van de seven„ „thienen gesuperscribeert Register der Papieren P„r st Retourschip Leckerland werdende versonden, Aan de Edele Agtbare Heeren Bewindhebberen Ter Camer tot Amsterdam, te weten No. 118 den afgegane „aan desselfs nagelaten 7 Lange factuur „ „ 8 korte _„o dan 't geladene Jn't schip Amsteldea pakh=s „ 9 Cognoscement „ 10 dubbelde Leijst der kisten en verdere bagagie, dan de Gerepatrieerde manschap op t slot van Caspelle 11. Lijste vande daar mede versondene bestel kasjes Batavia In 't Casteel den 5 april 1742 N„o 6 Een pacquet onder Cachet volant van gem: ran van Justitie aan de Edele Agtb: Heeren Bewindhebberen te Amsterdam Jongsmass, A Agtb: teldeer Ams dan chap Sch kasjes April 1749 nagelaten aan desselfs den afgegave No. 108 na Gesien Houman. No 3. 1083 Amsterdam De Edele Agtb: Heeren Bewindhebberen Van De Generale Nederlandse Oost Jndische Comp: ter kamer aldaar, Edele Agtbare Wijse Voorsienige en seer Met het thans vertreckene Retour schip Leckerland voor de Kamer Zeeland, hebben wij de Eere uEdele Agtb: hier nevens aan te bieden sodanige Papieren als bij gaande Register specifice aanwijst, Terwijl No. 108 2 den afgegave aan desselfs nagelaten Genereuse Heeren, Batavia In't Casteel Terwijl met Eerbied blijven Edele Agtb: Wijse Voorsie, „nige en seer Genereuse Heeren uEdele Agtbaere Onderdanige en Gehoor„ „same Dienaren, WVerijsel n D: Waeijen Muijsenaer den P„en April D: V: Var H F Geevrt Aard Barraz 1749. - - No. 188 den afgegave aan desselfs nagelaten Pzwaarde Nagezien No 4 Met het Rethour Schip Leckerland gehoorende onder de Besending deses Saijsoens Vertrekken met dien Bodem naar Nederland de ondervolgende officiers en Passagiers en gecondemneeer„ dens Namentlijk Lang 145 voeten Oversteven schipper Pieter Schooneman de Vendrig militair Lucas Brinkman opperstuurman, Dirk Steijne oppermeester, frederik Hendk. Rottenbuller „. - - - - Dommijer „ „ Boekhouder Christiaan Schuijl „ gjen luijt„ ter zee, hend=k Vincent brouwer „ burger Michiel frans den zerg:t Ian Nolde dese zijn gecon . donneerd reor „ Corp:l Casper Jansz van der steen, uijtrlltaon da „ Tamboer, francois Tersink de Jurisdictie hoorende gebanden „ Matt=s Huijbert Burger marii 1081 den afgegave aan desselfs nagelaten „ No. 108 Met het Rethour schip Bredenhoff Gehoorende onder de Besending deses Caijsoens vertrecken met dien Bodem naar nederland de ondervolgende officiers en Passagiers; te weten; Lang 156: Voeten &versteven Capn Lieutenand Fredrik Jans: van Aineson Christiaan Rem. der burger TanCaries, nevens Lieutenand oppermeester abraham Jacobs: zijn vrouw Batavia in 't Casteel den 18:' april 1749: aan desselfs maria 1582 den afgegane nagelaten No. 158 maria op den afgegave „aan desselfs is nagelaten No. 158 Vn Vervanger Corijn stevens nagelaten Memorie door den afgegave Commandeur Siersma, aan desselfs No. 18
English
1085 From Malabar, 1 March 1748. Memoir for instruction and, where necessary, also for compliance, for the incoming Commander of the Coast of Malabar, Canara, and Vengurla, the Honorable Mr. Corijn Stevens, by his predecessor and departing Commander Franciscus Siersma. Drawn up to serve as a guide until Their Excellencies, the Supreme Government of India, shall be pleased to order something different in this regard. I have long hesitated whether, upon my departure from here, I should leave behind a written memoir or not. Firstly, because this year I have received no explicit order to that effect from the head of these, namely Their Excellencies; secondly, it also seems not to be necessary, since Your Honor, during From Malabar, 17 March 1748 during my five-year administration, has attended virtually all affairs and helped manage them; and thirdly, knowing my weakness, I would not by any means have dared to undertake a description of this dreadful and troublesome command. However, I have finally had to resolve to do so, considering that the Noble, Highly Respected Gentlemen Majores in the fatherland, as well as Their Excellencies at Batavia, in several esteemed letters in former days, have very wisely been pleased to order such to all departing commanders in these regions, because experience daily teaches how easily someone who is placed in a command without having been previously instructed in any way can err. How much more so in Malabar, which now for several consecutive years has been more disturbed and confused than ever, and still is, and will perhaps require much time before it is brought back into proper order. A country, my Lord, as is known to Your Honor, where deceitfulness, self-interest, and the practice of all kinds of villainies among its inhabitants have gained the upper hand and climbed to the summit, as Your Honor will also be able to observe from the memoirs by prominent men who have penetrated Malabar to the bottom, which will further shed much light on Your Honor in Your Honor's new administration concerning the service of the Honorable Company, freely confessing that my knowledge and experience are too slight to improve upon those thorough works. And therefore I highly recommend them to Your Honor in general, and very especially the Instructions of 1084 From Malabar, 1 March 1748 of Van Rheede van Mydrecht, as well as another by the late Mr. Jacobus Cocs, containing in detail everything that is to be done and observed in Malabar regarding the native princes. To this I add the memorable memoir left by His Excellency the Governor-General Hendrik Zwaardecroon, of blessed memory, in the year 1698, at that time Commissary of Malabar, for the succeeding Commander, which is likewise greatly capable of enlightening Your Honor on a path that is overgrown with very many thorns and thistles. Also, the memoir with its annexes left by the Right Honorable Ordinary Councillor of the Netherlands Indies and Governor of Ceylon, Julius Valentijn Stein van Gollenesse, my much esteemed predecessor, and crowned with the desired approval of Their Excellencies, will be of great use to Your Honor. Your Honor is also requested to examine the letters that were successively sent from here on the coast during His Honor's administration, both to the fatherland and to Batavia, from which Your Honor will be able to learn what has happened here for a few years past. It will also be very good for Your Honor to pay regard to the contracts made with the kings, princes, and lesser landed lords, in order to discover therefrom who observe their duty or come to fail therein, of which latter there are indeed the most, and who excel so much therein that it Malabar, 17 March 1748 Jan shames itself; and whether one admonishes them to follow their promises, or protests against their actions, it has been for very many years without fruit, yea, nothing can move their stubborn minds to abandon their extravagances, as will become more fully apparent in the continuation of this. But before I proceed further, I must above all recommend to Your Honor the excellent and most wise orders that have successively been sent hither out of Europe and from Batavia by our lords and masters, and are kept here at the secretariat. All the writings that I have touched upon above in passing will be able to serve a Commander fully as a guiding rule and restraint against errors, if the said papers are only read diligently and observed with prudence. Yet, although nothing new happens under the sun, experience nevertheless teaches that all-devouring time brings along many and very great changes in the world; consequently, this region can by no means be excluded therefrom. Thus necessity will require that Your Honor also regulates yourself somewhat according to the circumstances of times and affairs, and where it is fitting for the benefit of the Honorable Company; and that I, as far as in me lies, also give Your Honor a sketch concerning the present state of the Company's affairs and interests here on the coast. Although the same has not been committed to paper by me in all parts as it ought to be and as the service of the Honorable Company indeed requires, yet I will hope that Their Excellencies, whose great benevolence radiates throughout the entire world, will not take this amiss, but will be pleased favorably to pardon me.
Dutch transcription
1085 Van Mallabaar den 1„e Maart 1748. Memorie tot Narigt en daar het noodig„ is ook tot op volginge voor den Commandeur aankomende der Custen Mallabaar Canara en Wingurla den te E. Heer Corijn Stevens door zijnen predecesseur en affgaande Commandeur Siersma. Franccus stand te guijpen Ingesteld om dit dat het daar Edelheedens de Hooge Regeering van India behagen zal daar ootrend Iets anders te ordonneeren, Ik hebbe lang in beraad gestaan off Jk op mijn vertrek van hier een schriftelijke memorie mnoeste nalaten of met eerstelijk om dat Jk desen Jaere geen uijtdruckelijk bevel daer toe van enden hoofde deeses wel gem: haer hoog Edelheedens ontfangen heb 't weders schijnt zulx ook niet noodzaekelijk te weesen, dewijl VE. geduurende Van Mallabaar den 17„e maart 77 geduurende mijn vijf Jarig bestien genoegsaam alle zaeken bij gewoont, en heeft helpen manieren, enten derden kennende mijn swakheijd mij geentsints zoude hebben derven ander„ winden een beschrijving tedoen van dit akelig en Embrachieus commandement Egter heb Jk eijndelijk hier toe moeten besluijten gemerkt de Edele hoog agtb: heeren majores in't vaderland mitsg:s haer hoog Edelh:s tot batavia bij verscheijdene g'eerde brieven voorige daegen zulx heel wijselijk aan alle afgaande gebiedens en deele gewesten hebben gelieven te ordonneeren, dewijl de ondervinding dae gelijx leert hoe ligtelijk imand die in een gebied gesteld werd en alvorens met eenig sints g'instrueert zijnde kan enetasten hoe wel te meen dan op de mallabaar dat nu eenige Jaaren agter elk anderen meer als ooijt ontroert en verwart geweest, ook nog is en misschien veel tijds zal verijschen en't selve wederom in een regte plooij gebragt werd een land mijn heer gelijk VE. bekent Js daar de bedrieglijkheijd, eijgenbaat, en omkart te gaan allerleij schelmerijen ander desselfs in woonderen de overhand hebben genoomen enten top geklommen zijn, gelijk VE: uijt de gedenk schriften door voornaeme mannen die mallabaer in de grond hebben gepenetreert mede zal konnen beoogen, dewelke VE. verder veel ligt zullen toebrengen in VE. nieuw bestier betreffende e den dienst der E: Comp:e bekennende seer gaaren dat mijne kennis en errarentheijd te gering is om die door wragte wer„ ken te verbeeteren en daar om prijse ik VE. deselve in't ge„ neraal ten hoogsten aan, en wel speciaal de Jnstructien van 1084 Van Mallabaar den 1„e maart 1748 van van heene van mijndregt als ook een ander van de heer Jacobus kustaard zal:r vervattende omstandig al het geen wat op de mallabaer tedoen, en observeeren valt, omtrent de inlandsche vonsten hier bij voege ik de wijsens waardige memorie door zijn hoog Edelheijd den heere gouverneur Generael Hendrik Zwaar deCroon Z M. inden Jaere 1698. te dien tijd commissaris van mallabaar voor de volgende Commandeur nagelaten dewelke almeede grootelijks instaat zij VE: te ligten op een pad dat met seer veele doornen andistelen begroeijt is ook zal VE. tot veel nit vertrecken de memorie met dies bijlagen die door den wel Edelen heere Raad ordinair van nederlands india mitsgaders gouverneur van Ceijlon Iulius Valenthijn Stein van gollenesse mijnen veel g'eerden antecesseur nage„ laten, en met de gewenschte approbatie van haer hoog Edelheedens bekroont is, de brieven die geduurende zijn wel Edelens bestier hier ter custe zoo wel na 't vaderland als batavia successivelijk versonden zijn gelieve VE. almeede nate gaan waer bij VE. zal konnen gewaer werden wat zedert eenige weijnige Jaeren wat zedert eenige weijnige Jaeren hier gebeurd Is ook zal het heel goed weesen dat VE. requard kamt teslaen op de contracten met de konningen vorsten en mindere landheeren gemaekt, ten eijnde daer uijt te ontdecken wie haare pligt in agt neemen, off daar inkomen te mancqueeren van welke laaste wel de meeste zijn, en daer in zoo seer uijt munt en dat het zig selve Mallabaar den 17. ' maart 174 Jan e selve chaamt, en off men haar vermaand de beloften te agter volgen dan dat men tegens haer men bedrijven protesteerd, het is al overveele Jaaren, sonder vrugt geweest Ja niets kan hare weerbarstige gemoederen beweegen om hare buijten spoorigheiden natelaeten gelijk in't vervolg deeses nog nader zal komene te blijken, dog eer ik verder gaan moet ik VE. boven al aanprijsen de voortreffelijke en hoog wijse ordres, die successivelijk. uijt Europa, en van batavia door onse heeren en meesters herwaards gesonden, en hier ter secretarije berustende zijn, alle de geschriften die ik hun boven als uijt voor bij gaan aangeroert hebbe sullen een Commandeur volkoomen tot een rig 't snoer en weder„ houding vandwallingen kunnen verstrecken als gem: papie, ren maar ijferig geleesen en met voorsigtigheijd geobserveert werden, dog al schoon dat er niets nieuws onder sanne geschiet sooleert egter de andervinding den al verslindende tijd veele en seer groote verandering in de wereld meede brengt, bij gevolge mag landstreeke gemsints daer van uijtgesloten werden sosal het dan de noodsaekelijkheijd vereijschen dat VE. zig ook na de amstandigheeden van tijden en saeken eeniger maeten en daer het ten nuste van d'E: Comp: tepas komt, dient te reguleeren en ik VE. soo veel in mij is ook een schets gewe wegens den presenten staat van 's Comp:s zaeken en belangens hier ter custe, schoon het selve door mijn niet in allendeele ten papieren gebragt zijn, gelijk behoorde, enden dienst den E: Comp: wel vereijscht zoo wil ik egter hopen dat haer hoog Edelheedens wiens groote goedertierent„ door braet, zulx niet qualijk duij„ heijd de geheele vereld „den maer gunstiglijk mijn sullen gelieven te pardonneeren v.
English
From Malabar, the 1st of March 1748 also expecting from your discretion that you will in time moderately correct the errors that have crept in here, relying upon this I shall further conduct myself dutifully toward the much respected order of the Right Honorable and Highly Esteemed gentlemen, our superiors in the Fatherland, under the Malacca dispatch written to their High Excellencies at Batavia on the 10th of September 1746, and its honored extract received here on the 3rd of July of the past year, having deemed it proper to insert it here word for word, namely: Your Honors shall therefore instruct the governor, commanders, etc., upon retirement from their administration, that in the memorandum to be left to their successors, they keep themselves limited within the bounds of an instructional memorandum, and consequently set down briefly yet succinctly therein the condition of their government, command, etc., in general, and specifically the points of trade with all that pertains thereto, both regarding purchase and sale, as well as where appropriate, what the nature and character of the indigenous rulers are, and how they should be treated, etc. Yet before I proceed to these matters, I could not omit in all sincerity to congratulate Your Honor upon your acquired administration, and to wish from the bottom of my heart that God the Lord, the Ruler of heaven and earth, will grant Your Honor the strength to bear easily that anxious burden that Your Honor is about to take over—the great weight of which will only become known to Your Honor through experience— From Malabar, the 1st of March 1748. and further bless Your Honor's measures, and cause them to prosper for the best of the Dutch Company. In this hope I shall proceed, and state that one needs a very long time here merely to acquire a thorough knowledge of the manifold kings, princes, and lesser landholders, not to mention learning to know their laws, members, interests, and conditions, which a ruler must nevertheless know at least in part, if he is to properly observe the Company's interest on this coast. And as for the religion of the Malabars, I shall mention only briefly that this ungodly race are great and abominable idol worshipers, and under various monstrous forms and ceremonies honor the devil, instead of worshiping the true and triune God, Creator and Preserver of the universe, which ought indeed to be done by all creatures; for He alone is the One who can save and destroy, and to whom all men must have recourse if they wish to be delivered from the burden of their sins and be eternally happy. Yet if Your Honor is desirous to know more of these bewildered and blind practices, Your Honor may please consult the book that was very accurately written and brought to light by the Reverend Philippus Baldaeus, which will be able to satisfy Your Honor's curiosity not only in this regard, but also concerning other matters. Having then stated this beforehand regarding the affairs of the land, I proceed to give a description of the Malabar kings and princes, each in particular, From Malabar, the 1st of March 1748. and make a beginning with the haughty King of Travancore, who has indeed for many years played not only the largest and most disadvantageous role here on the coast to the Honorable Company, but also stubbornly continues to do so up to the present, having regard for no one, relying on his power which he has successively acquired. For this realm was formerly divided into five lineages, namely Travancore, Attingal, Elleda Suroowan, Peritally, and Signatty; but afterwards the three first-named realms were united, whereby the aforesaid became very powerful, and to this also contributed greatly the extreme cruelty which the said prince committed upon his accession to the throne against his principal grandees, robbing almost all of them, with the help of the English, of their lives and property. And after he had perpetrated this abominable deed, ambition crept further into his mind, not being satisfied with the aforesaid realms and treasures; but in the month of March in the year 1732 he came in person with a large force consisting of over 10,000 men to Quilon de Sima into the Lines, pretending that this was done for no other purpose than to settle some disputes between himself and the King of Signatty, as well as that of Calicoilan; but in truth it was to make himself master of the Signatty and Calicoilan lands, as became fully evident afterwards, yet through earnest and friendly admonitions of
Dutch transcription
1085 Van Mallabaar den 1„e maart 174 verwagtende meede van VE. bescheijdentheijd de hier in geslopene feijlen, met moderatie in der tijd te verbeeteren, hier op gerustende sal Jk mijn verder schuldpligtig gedragen aan de veel gerespecteerde ordre van de hoog Edele groot agtb: heeren onse supperionen in 't Patric onder de post van malacca aen haar hoog Edelheedens tot batavia gesch: den 10:' 7ber: 1746 en dies g'eert Extract alhier ontfangen den 3. Julij anno pass:o e hebbende goe gevanden het selve hier en waerdelijk tesnsueeren namentlijk; VE Zullen dierhalven de gouverneur commandeurs &. a bij af treeding uijt hun bewind gelasten dat zij zig bij de memorie aan hunner vervangen na telaeten, blij„ ven borneeren binnen depaelen van een memorie, die Jnstructie het en gevolglijk daer bij kort dog succint ter neder stellen h. a de toestand van zijn gouvernement com„ mandement h. a in't generaal en speciaal de poincten van negotie met het geen daar toe betreffelijk is so omtrend den incoop als vercoop, gelijk meede daer het tepasse komt, hoe den aard en naturellen der Jnlandsche varsten zijn, en hoe men die moet behandelen &:a Dog een ik tot deese verhandelingen treed zoo heb ik niet mogen naelaeten in alle opregtigheijd VE: met zijn verkregene bewind te vergelucken, en tot te boeseenen dat god de Heere den bestierder van hemel en aarde VE: zal verstrecken om dat zorgelijk pak dat VE. staet over te meemen wiens groote gewig te VE. eerst door de amder vinding zal bekent werden gemaekelijk te kunnen tot —. en Van Mallabaar den 11' maart 1748. torsen, en wijders VE. maatregulen zegenen, mitsgaders dom„ gedeijen tot beste van nederlands maatschappije, in deese hope zal jk voorts gaan, en seggen, dat men hier een seer langen tijd van nooden heeft eenelijk enaar om een grandige kennis te krijgen van de menigvuldige Coningen vorsten, en mindere Landheeren Jk geswijge derselver wetten; Leeden, belangens en geleegentheijden teleeren kennen 't geen egter een gebieder noodsaekelijk voort minste ten deele diend te weeten, sComp: intrest ter deeser custe na behooren waar„ zal hij neemen, en wat de religie van de mallabaaren betreft zal ik maar kortelijk aan haelen, dat dit heijlloos geslagt groote ongruwelijke afgaden dienaars zijn, en onder verscheijdene manschikkelijke gedaantens en Ceremonien den duijvel Eeren, in plaatse vanden waeren en drie eenigen god schepper in onderhouden van het geheel al te aanbid„ den 't geen Jmmers van alle schepselen behoorde gedaan te werden want hij Js het alleen die behouden, en verderven kan en tot wien alle menschen haere toevlugt moeten neemen willense van het pak haren sanden verlost en Euwig geluckig weesen, dag indien VE. begeenig Js: van deese verbijsterde en blinde reijdenen meerder te weeten; zoo gelieve VE. het boek dat door den Eerw: Philippus Baldeus heel nauwkeurig besch: en in't ligt gebragt is; Jntesien het welke VE. weet gierigheijd, niet alleen daar omtrend, maer ook en andere dingen meer zal kunnen voldoen dit dan van de landsaekeen voor aff gesegt hebbende gaan ik over om van de malla„ baarse koningen, en vorsten Jder in't bijsonder een beschrijving 1086 Van Mallabaar den 1„e Maart 1748. beschrijving te doen, en maeke een begin met den hoog„ moedigen koning van. Prevancoor die wel de grootste en woord E. Comp: nadeeligste rol hier ter custe al over veele Jaeren niet alleen gespeelt heeft maer ook tot nog toe daer bij hartneckig continueert, zonder jmand te antsien steunen„ de op zijn magt die hij successivelijk verkregen heeft want dit lijk is eertijds verdeelt geweest en 5. Stam huijsen namentlijk trevancoor atinga Ellidasoerawam perritallij en signattij dog naderhand zijnde drie eerst„ genoemde rijken vereenigt, waar door voorsch: heel magtig is gewoorden en daartoe ook veel gecontribueert heeft de groote wreetheijd die gem: vorst met zijn komste tot den troon aan zijne voornaamste grooten gepleegt, en met de hulpe der engelsen alle voor't grooste gedeelte van haer leeven, en goederen berooft, en nadat hij dit verfoelijke gedomte hadde uijtgewrogte zoo heeft de heer sugt verder zijn gemoet bekropen niet te vreeden zijnde met voorsch: rijken en schatten maar Js in de maand maert ao 1732. in perzoon met een groote magt bestaande in ruijmn 10000. koppen na Coilan de Sima in de Linie gekomen voor gevende dat zulx ten geen ander fine geschied was, als eenige verschillen tussen hem, en den koning signattij mitsg:s die van calicoilante vereffenen, dog het was waarlijk wel om zig van de signagtijse en calicailanse landen meesten temaeken, gelijk zulx naderhand volkomen gebleeken, dog door ernstige en vriendelijk vermaningen van 6d
English
From Malabar the 11th of March 1742. by the Company's commissioners sent by the Right Honorable Wouter Hendriksz, at that time Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as elected Governor of the island of Ceylon and Commissioner of these coasts, he departed southwards again on the 25th of April following, but being unable to sit still and puffed up by the success that had accompanied his designs until that time, he arrived once again in the month of October following with a large army at Cailandje Sima in order to break the association made with the Signatty ruler and to become absolute master of that and the district of Calicoilan, but through the dispatch from here of the Company's commissioners with a detachment of soldiers he was once again induced to depart from there on the 17th of December of that same year, having at that time, as it seemed, still some fear of the Honorable Company. However, his lust for war was in no way restrained by this, but after he had thoroughly provided himself with everything belonging to war, to which the English at Anjengo did everything they could, he made himself master of the aforementioned Peritally kingdom in the year 1734 and easily carried off its king along with His Highness's family, which unfortunate ruler died there now more than 7 years ago, but the remaining princes and princesses remain prisoners, with the exception of one princess who had the good fortune to escape the danger, who still stays in the Cochin 1687 From Malabar the 11th of March 1748. kingdom as an exile, receiving daily by order of Their High Mightinesses from the Honorable Company for her maintenance 3 guilders and 7 and a half stivers. Having also swallowed up this fine pepper country, the kingdom of the Marta and several other small realms, he marched because of his success to the kingdom of Calicoilan, whose ruler, wishing to defend his country and to that end marching in person into the field against Travancore, unfortunately perished there on the 1st of June of the just-mentioned year. This having happened, Travancore marched back and departed into his own country, and remained there for some time, but by no means sitting idle; instead, wishing to establish himself still more firmly upon his throne, he once again used his customary cruelty and got rid of everything and everyone whom he thought might bring about any change in it, and enriched himself with the treasures of those unfortunates. Indeed, even prominent merchants were not left unharmed by him, but had likewise to sacrifice their property to this tyrant if they wished to preserve their lives. Seeing himself now a king of many realms and seeing his treasuries well filled, he became so proud and arrogant that he forged no lesser thoughts than in due time to become master of the whole of Malabar. But to execute this, the kingdoms of Signatty and Calicoilan were two great stumbling blocks that had to be cleared out of the way first, firmly imagining that then the remaining Malabar rulers and territories would also follow in time and by virtue of From Malabar the 11th of March 1748. his great power be compelled all to submit to him. With this intention he arrived again on the 1st of September 1739 with a considerable force at Cailom de Sima, and subsequently that same night captured the lines of Signatty. However, since at that time, as well as in the previous years, there was just reason to be apprehensive here about the cunning moves of Travancore and that he would easily not hesitate to establish himself firmly there and to construct batteries under the gunfire of the Company's fortress of Quilon, which lies within the aforementioned lines of Signatty; moreover, the Honorable Company could not look on and tolerate that their honorable, old and faithful allies should be treated so tyrannically and that their countries and realms should fall under this usurper; and therefore some soldiers were then sent from here to the aforementioned Company's fortress of Quilon in order to check his progress and to dislodge him from the aforesaid lines, which also followed shortly thereafter. And this was the beginning of that war between the Honorable Company and that despot, having no doubt that Your Honor will have heard mention of this and of what occurred in that war; however, Your Honor will be able to inspect everything more broadly and clearly in that regard from the Company's papers, as well as that after much skirmishing, a treaty of peace was concluded by me on the 22nd of May in the year 1743 in the presence of the Kings of Cochin and Porca on behalf of the illustrious Dutch East India Company with that ruler, subject to the approval of Their High Mightinesses, the articles of which, as Your Honor has been able to negotiate them, in the
Dutch transcription
Van Mallabaar den 11. ' maart 1742. van 'sComp:s gecommitteerdens afgesonden door den wel Edelen gestrengen heer Wouter Hendriksz: te dier tijd raad Extraordinairis van Nederlands Jndia, mitsgaders g'Eligeert gouvernuur van het eijland Ceijlon en commissaris deser custen is hij den 25. april daar aan wederom zuijdwaards vertrocken, dog niet kunnende stil zitten en op geblaasen door het geluk dat hem in zijne desseijnen tot die tijd toe hadde vergeselschapt, Js in de maand 8er: daer aen al wederom met een groot Leger op Cailandje Sima g'arriveert, ten eijnde de gemakte assopiatie met den sig„ nagtijsen vorst te breeken, en volslagen meester te worden, van dat, en het wijk van calicoilan dog door een versending van hier van 's Comp:s gecommitteerdens met een troup militairen Js hij al wederom bewagt gewoerden vandaer den 17. xber: desselvigen Jaers te vrtrecken hebbende te dier tijd zoo het scheen nog eenige vrees voor d'E. Comp: egter is hier door zijn oorlog sugt in geenen deele gestremt maer nadat hij zig van alles dat tot den oorlog behoort wel voorsien had, waer toe de engelsen tot ansjenga alles gedaan hebben wat zij konden, heeft hij zig inden Jare: 1734. meester gemaekt van't bovengenoemde peritalise rijk en dies koning met zijn hoogheijds famielie geraakelijk weggevoert welkers ongeluckigen vorst aldaer nu over 7. Jaeren geleden gestorven is, dog de overigige princen, en princessen blijven wi gerangen uijt gesondert een vorsten die het geluk hadde den dans te ontspringen, dewelke als nog in het Cochimse 1687 Van Mallabaar den 11„e maart 1748. Cochimse rijk als een balling zig op houden op haer Hoog Edelheedens ordre van d E. Comp: dagelijxs tot 'slwvans onderhoud geniet ƒ. 3. 7½2. dit schoone peper land het rijk van de marta en andere kleene Rijkjes meer al meede Jngeslokt hebbende Js hij voor't genukt na het rijk van Calicoilan welkers vorst zijn land willende ver„ diedigen, enten dien eijnde tegens trevancoor in persoon te velde trok quam daer den 1 Junij van so even gem: Jaar ongeluckiglijk te sneurelen, dit geschied zijnde is trevancoor weder afgemarchieert en in zijn land vertrocken en daer en geenen tijd gebleeven dog gantsch met stil geseeten maer zig op zijnen troon nog meer willende bevestigen gebruijkte al wederom zijn gewoone vreestheijd en maekte virder alles aan kant die hij dag te dat door in eenige verhanderinge konde aanbrengen en verrijkten zig met de schatten van die angeluckige, Ja selfs voorname Cooplieden bleven door hun met ongequest, maer moesten, meede het haere aan deesen gewelden aer op offeren, wildense haer leven behouden, zig nu siende een koning van veele roijken en die zijne schatkisten wel gerult zag is zoo trots en verwaart gewaaden dat hij geen mindere gedagten smeede; als omminder tijd eens meester van de geheele mallabaar te worden dog om dit uijt tevoeren so waren de Reijken van Lignattij en calicailan twee groote steenen des aanstonds, die van eerst uijt dewe„ geruijmt moesten werden zig vastelijk verbeeldende dat als dande overrige mallabaarse varsten inlandschappen in dertijd meede wel zullen volgen en uijt hoofde van Van Mallabaar den 11„e maart 1748 van zijn groote magt genoodsaekt werden, haer alle aan hem te onderwerpen, met dit voorneemen is hij den 1. e 7ber: 1739. met een consederable magt wederom tot cailom de Sima g'arriveert, en heeft vervolgens dien selfden nogt de lienie van Signattij ingenomen dog nademael men te dier tijd zoo wel als inde voorige Jaaren hier ten regten bedugt was, voorde listige trecken van trevancoor en dat hij ligtelijk zig niet antsien zoude hem aldaar vast temaeken en battarijen onder't geschut van 'sComp: fortresse Cailan dat binnen gem: lienie van Lignattin legt te extruee„ ren boven dien koste d' E Comp: mit zien en verdrage dat hair Edele oude en trouwe bandgenooten so tirarijck werden behandelt, en hare landen en rijken onder deesen usurpateur zoude komen, en daer om Js: toen van hier S sComp: fortres Cailan gesonden Eenige militairen na gem: om den selven in zijnen vaart tesluijten en hem uijt voorsch: lieie te doen logeeren 't geen kart daer op ook gevolgnam en dit is het begin geweest van dien oorlog tussen d'E Comp: en dien dwingeland niet twijffelende off VE. zal daervan, en wat indien kruijg voorgevallen is, wel hebbende horen spreeken egter zal VE. dien aangaande alles breder en klaarder uijt 'sComp: papieren kannen beschauwen, als meede dat na veel schermutseling door mij in presentie van de koningen Cochimsen porca uijt name van de doorlugtige wederlandse oostindiche Coep: met dien vorst op aprobatie van haar hoog Edelheedens den 22 maij ao 1743. een verbond van vreede gemaekt is welkers artijkelen zoo als JE deselve hebbe konnen bedingen in't &
English
From Mallabaar the 1st of March 1748 can be found in the contract book, yet Your Honour is requested, without neglecting the much respected order that the said Their High Excellencies were pleased to send here on the matter, to inspect it accurately and with attention, to the end that Your Honour does not err in this weighty point. Furthermore, at the first onset Travancore fulfilled some points of the said contract, and released our people who were held by him as prisoners of war, partially returned our deserters, and delivered a quantity of 259,890 lb. of pepper to the Honourable Company, and also made some payment on the cannon that he obtained from the Honourable Company in the said war, and Your Honour must, according to the much honoured order of Their High Excellencies, make your utmost effort that the remainder also be paid by him. Having now arrived thus far in speaking of Travancore, I shall next proceed to show Your Honour what he has further done and executed during my five-year administration here on the coast. After the just-mentioned points were fulfilled, it was hoped that the remainder would also be followed up over time and that Travancore's passion for waging war would have subsided; but to my regret the contrary of this has become evident, for after he had betaken himself with his troops to his country and residence Cacolam, the same remained there once more and, according to custom, provided himself with everything for the execution of his ambitious designs, and with his violent oppressions towards the native princes and other people began the following in the year 1744. Mallabaar the 1st of March 1748. Made a beginning by attacking the four kowils or princes of the lands in the Berkencoerse territory, who, being too weak to resist that powerful king, those unfortunate little princes, in order not to fall into the bloodthirsty hands of the said monarch, saved themselves by flight, and thus had to abandon their fair hereditary lands as a prey to their enemies; and although at that time people here were already early in the field to protest against all these misdeeds, this nevertheless had no effect on the proud mind of Travancore; but the same afterwards did not shrink, with the help of the king of Porca, whom he had already during the last said war won over to him in a cunning manner with great promises, from drawing to himself the fair land of Berkencoer, which was conquered by the Honourable Company with great effort; at least, the third prince whom Her Honour installed there as ruler, and who passed away on 5 December last, out of pure cowardice, without striking a blow, surrendered his aforementioned land and realm to Travancore and a piece thereof to Porca, and bound himself in writing that he would not involve himself with the enemies of Travancore, but would adapt himself to his pleasure. From the king of Teekencoer, it is said, a large piece of land was also extorted, from which it may easily be inferred that Porca was not the last who also entered into and concluded this alliance, which is very detrimental to the Honourable Company. From From Mallabaar the 1st of March 1748 From all the foregoing it clearly appears how defectively faithless and ungrateful the Malabar race is, and that they keep their word and remain faithful no longer than it agrees with their interest. Thereupon this usurper took a resolution to seize the small territories of Signagtij and Calicoilan at whatever cost, for which he then also had everything prepared that was in any way possible for him, and subsequently, on 7 April 1746, penetrated into the country of Calicoilan with many thousands of armed men, and having murdered and burned there in a merciless manner, took possession of the said small territory of Calicoilan; and after having garrisoned the same well, appeared again before the Signagtij lines on 1 April of the past year, with an intention not to depart from there before and until he had brought them into his power, and also finally, after a siege of 7 months, conquered the said lines and the long-plagued small territory of Signagtij; which certainly would have happened rather earlier if we had not, on the Company's behalf, assisted the unfortunate Signagtij monarch with money, munitions of war, and paddy, for that monarch was already plunged into the uttermost poverty by the continual assaults. The Signagtij general Achouda Barier must also be mentioned here, because he also contributed much through his extraordinary bravery so that the said From Mallabaar the 1st of March 1748. said country was not brought down sooner; but whose equal is not to be found on the Malabar coast, when he happened to fall, everything was also finished, and that hereditary prince and his heirs each sought a safe refuge, whereby Travancore finally attained his long-desired objective, and subsequently had the king's palace and all the other houses set on fire. This having been done, that usurper departed again on 23 October last to his place of residence, Cacolam, where the same still resides to this day, and from there stirs up many dissensions among the Malabar princes and rulers; moreover, he forges plans to place all the Malabars under four principal kings, namely Collastrij, Cochin, Zamorin, and Travancore, and against those who oppose him in this, he will wage war; but what the outcome of that will be, time must reveal. At least we have judged it our duty, as is known to Your Honour, humbly to inform Their High Excellencies of everything and to request four hundred military men from the Ceylon administration, because we are by no means assured that the said ambitious monarch will ever leave the Honourable Company in peace and will not come to attack Her Honour's precious fortresses. Thus, as described here, matters stand regarding the powerful king of Travancore, feared throughout the whole of Malabar; and although this detailed narrative is known to Your Honour,
Dutch transcription
1088 Van Mallabaar den 1„e maart 174 in't contract boek te vinden zyn dog VE. gelieve met naeklaaten de veel gerespecteerde ordre die gem: haer hoog Edelheedens daar op hebben gelieven herwaards te senden nieuw keurig en met attentie natesien ten eijnde VE. in dit gewigtig poinct niet te dwaalen wijders heeft trevancoor en den eersten op slag eenige poincten van gem: contract voldaen, en onse volkeren die bij hem krijgsgevangenen waren gelangeert onse deserteurs ten deele gerestitueerd en een quantiteijd van 259890. lb. poper aan d'E Comp: gelevert e ook eenige afbetaling betaling gedaen op 't canon dat hij in geme: oorlog van dE. Comp: magtig is geworden en VE. d moet volgens de veel g'eerde ordre van haer hoog Edel„ heedens zijn uijt terste bestaanwende dat het overige ook door hem betaalt werd, tot hier toe nu genadert zijnde van thevancoor te gewagen zal ik vervolgens VE. gaan vertoonen wat hij in mijn vijffjarige bestier hier ter custe verder gedaan, en uijtgevoert heeft na dat zoo even gerepte poincten voldaan waren hoopte men dat het overige meede door den tijd agtervolgt ende zugt tot oorlogen van trevancoor zoude geweeken zijn maer het contrarie daer van is tot mijn leedweesen . gebleeken, want nadat hij zig met zijne troupen na zijn land en residentie Cacolam hadde be„ geeden, zoo heeft den selven aldaer wederom vertoeft en volgens gewoonte zig van alles voorsien tot uijt voering van zijnen heersugtige in sigten, en met zijne gewelde narijen onttrend de inlandse vorsten en andere menschen meer inden Jaare 1744. de navo een Mallabaar den 1„e maart 1748. Een begingemaekt, attacqueerende de vier kawils of princen van de landen in't Pelkencoerse dewelke te swak wesende om dien magtigen koning te weder staan zoo hebben die angeluckige prinsjes om met in de bloed dorstig handen van gedagten vorst te geraeken haer met de vlugt gesalveert en alsoo haare schoone erflanden ten prooije aan haare vijanden moeten overlaten en alschoon men te dier tijd hier alvroeg in de meer was omtegens alle deese man bedrijven te protesteeren zoo heeft zulx egter op het trots gemoed van tre van coor niet uijtgewaagt maar denselven heeft zig naderhaad, net ontsien met behulp vanden koning van parca die hij alin den laaste gem: oorlog met groote beloften op een listige wijse tot hem, hadde over behaalt het schoone land van berkencoer dat door dE: Comp: met veel moeijte geconquesteerd is, tot zig tetrecken ten minsten heeft denderden prins die haar Edele als heerschen daer ingesteld heeft enden 5. xber: pass:o overleeden is uijt puure laciteijt zonder slag of stoot voorsch: zijn land en rijk aan trevancoor in een stuk daervan aan porca overgegeven en zig schriftelijk verbonden dat hij hem met de vijanden van trevancoor niet zal in wickelen maer hem na zijn genoegen zoude schikken den koning van teekencoer segt men Js meede een groote brokland afgeprest waer uijtligtelijk dan te bevroeden, zij dat parca de laaste niet is geweest die dit voor d'E: Comp: seer schadelijk verbond meede aangegaen en gesloten heeft uijt 1089 Van Mallabaar Den 1„e maart 174 uyt alle 't vorenstaande komt duijdelijk te blijken hoe mankelbaar trouwloos en ondankbaer het mallabaer„ geslagt is endat zij niet langer haer woord houden en getrouw zijn als zulx met haer intrest over Een komt, hier op heeft deesen usurpateur een besluijt genome, om het kost wat wilde delandschap jes zignagtij en Calicailan te bemagtigen maer toehij dan ook alles in gereedheijd heeft laten brengen wat hem eenigsints mogelijk is geweest en vervolgens den 7. april 1746. met veele duijsende gewapende mannen in 't land van calicoilan gedrongen en aldaer op een onbarnhertige wijse gemoord en gebrand hebbende heeft darbare genoemde landschapje inbesitting genoomen en na het selve wel beset te hebben; den 1. april a pass.:o weder voor de signagtijse lieuie gekoomen, met een voorneemen om vandaer niet te vertrecken voor en al eer hij die in zijn geweld hadde gebragt en heeft ook eijndelijk naer een belegeringe van 7. maenden gem: lienie en het lang geplaagt landschap je signagtij # zoude over wannen 't geen seekerlijk al vrij vroeger geschiet zijn indien wij den ongeluckigen signatijsen vorst 'sComp: wegen niet met geld ammunitie van oorlog en nelij hadden geassisteert, want dien vorst was door de Continueele bespringingen toen al inde uijtterste armoede gedompelt den signagtijsen d veldheer achocda barier dient hier ook aengeroert te werden, omdat hij ook veel gecontribueert heeft door zijnen buijten gemeene dapperheijd dat gem: Van Mallabaar den 1. maart 1748. gem: land niet eerder is 't ondergebragt maer wiens gelijken op de mallabaer niet te vinden is, quaem tesneuwelen zoo was ook alles gedaen, en dien erfprins en zijne nagrossen sogten ider een goed heemn koomen waer door trevancoor zyn lang gewenscht oog merk eijndelijk bereijkte vervolgens 's konings paleijs en alle de andere huijsen in brand heeft laten steecken, dit gedaan zijnde is dien usurpateur den 23. 8ber: passo wederom nae zijn residentie plaats Cacolaen vertrocken alwaer den selven zig tot nog lae bevind, en van daer veele on eenig heeden onder de mallabaarse vorsten en regenten berockent, boven dien concepten smeed om alle de mallabaaren ander vier hoofd ko„ ningen te stellen, namentlijk collastrij Cochim sammorijn en trevancoor en die hem daer in tegens zijn wil hij den oorlog aandoen dog wat daer den uijtslag van zal weesen moet de tijd antdeeken ten winsten wij hebben het van onsen pligt geoordeelt gelijk VE. bekent is haer hoog Edelhedens van alles met ootmoed kennisse tegeven en van het ceilanse ministermmn vier hondert militairen te versoeken, door dien wij geensints versekert zijn dat ikmaal gen: heer sugtigen vorst d'E Comp: met ruste laeten en haar Edele dierbaare festingen niet zal komen te attacqueeren, dusdanig als hier besch: is zijn de„ zaeken omtrend den magtigen en over de geheele mallabaar gevreesde trevancoorse koning gelegen„ en alhoewel dit omstandig, verhaal VE. bekent, 29
English
1090 From Mallabaar, the 1st of March 1748. And can be found in the letters, yet I have deemed it necessary to set it down here, as this may perhaps come in handy for Your Honour's successors in due time, so that they might obtain at a single glance an idea of his passions, power, and violence, in order that they may all the better guard against that dangerous ruler and his numerous intrigues, so that the Honourable Company may suffer no damage or disadvantage, or at least as little as is humanly possible from them. And therefore Your Honour, in accordance with the much-honoured order of their High Excellencies, sent here most recently in the honoured missive of 26 September of last year, shall have to deal very prudently, and above all courteously and discreetly with that ruler, since he well knows what he is doing and with whom he has to deal. Also, their said High Excellencies were pleased to say in the aforementioned much-respected letters that it were well to be wished for the interest of the company in Mallabaar that all the rulers might finally take a resolute decision to resist this turbulent prince manfully with united hands. And although I have in no way failed to admonish the powers of this coast to this effect several times and have held before their eyes everything that is relevant thereto, yet this, as appears from the outcome, From Mallabaar, the 1st of March 1748. has until now been able to effect nothing with all of them. This, however, must in no way discourage Your Honour from continually employing all possible means to achieve that desirable objective, for a Mallabaar king without the help of others is, in my humble opinion, incapable of withstanding that mighty prince. Indeed, even with the King of Cochim, who is the noblest among the Mallabaars, having 4 fiefdoms, namely Porca, Berkencoer, Mangattij, and Parae; but because in the first-mentioned kingdom one has seldom seen a ruler on the throne who governed his land and subjects wisely, this widely extended territory has consequently fallen greatly into decay, and the lustre with which the aforementioned kings formerly shone has become entirely dimmed. Indeed, had not the Honourable Company protected it for a long time and whenever it was necessary, it would surely have perished long ago. And it is to be feared that Trevancoor will place it under contribution within a few years, though God forbid it, and make everything dance to his tune. But one need not be surprised at this at all, and especially if one carefully considers the great power of the said Trevancoor, which has been described in detail herebefore, and the present weakness of the Cochim kingdom. To which is added the uncommon apathy of the king, who does not even care what role the Trevancorean comes to play. Hence it happens From Mallabaar, the 1st of March 1748. that everyone boldly does whatever pleases them, both from within and without, from which absolutely nothing else can arise than great discord and confusion. The king is very bitter against his heir apparent; the prince against his legitimate ruler; one Rajadore, being ministers of the court, is opposed to the other; and all are equally greedy. Which unhappy times the Trevancorean knows wonderfully well how to turn to his advantage, as experience has only too clearly confirmed. Against this no other counsel can at present be given than that Your Honour, according to the honoured recommendation of their High Excellencies, must seek through continual persuasion and exhortation to guide His Cochim Highness onto a better path as much as possible, and leave nothing undone to cause this prince to change his sentiment and conduct, even if it were by now and then using some small accommodations in his regard that are not detrimental to the Honourable Company and are of service to him. It would also be a good thing if Your Honour could dissuade the second prince or heir apparent of the kingdom, aged 23 years, who walks very perverse paths, indeed often opposes his legitimate king and thwarts him in every way, moreover disturbs the country and ousts the inhabitants from their possessions and daily commits other mischievous acts, from his malicious conduct. 1091 From Mallabaar, the 1st of March 1748. For if unity in this kingdom was ever necessary, it is at this juncture, not doubting that the said king and prince might then also be reconciled, and that a much better harmony might also be maintained among the other court dignitaries. And although I have done my utmost for both matters, all efforts applied until now have nevertheless been fruitless, at which one need not precisely wonder, because the said prince was already recognized, at the time when the Right Honourable and Respected Mr. van Gollenesse held command here, as a very dissolute and country-disturbing youth, as can be seen from the left-behind memoir of the said Right Honourable gentleman. But worldly affairs sometimes take a sudden turn, and therefore it might well happen that in time he abandons his extravagances and calms down; at least, together with the repeatedly cited Right Honourable and Respected Mr. van Gollenesse, I wish to hope so. The present Paliath Achan is the most distinguished Rajadore, and at the same time hereditary commander-in-chief of the Cochim kingdom, also free lord of the island of Baijpin, moreover a sovereign ruler of the territory of Manacotta or Moeloercare, which his ancestors obtained through adoption; he also has a right to the old kingdom of Villiarvattatta. Notwithstanding this, he is very little respected at court because he is by far not the cleverest and is sometimes too afraid of the truth, but blabs out whatever comes to his mouth.
Dutch transcription
1090 Van Mallabaar den 1„e Maart 1748. En bij de brieven te vinden is, so heb ik egter ge„ oordeeld het selve hier ten neder temoeten stellen doordien zulx misschien in der tijd bij VE: successeurs sal tepasse komen, en deselve als met een oog opslag d # daer ii't een denkbeeld souden kunnen krijgen - van zijn gemoedsdriften, magt, en geweld, ten einde haar voordien gevaarlijken vorst en zijn meenig„ vuldige practijken des tebeter sullen kunnen dE Comp: van hun geen schade wagten, op dat of niadeel ten minsten zo weinig als immers mogelijk is kome teleijden, en daar om zal VE. volgens de veel g'eerde ordre van haer hoog Edelhedens nu Jongst bij g'eerde missive van den 26. 7ber: des voorleden Jaars herwaards gesonden seer voor„ sigtig, en voor al hoffelijk en bescheijden met dien vorst dienen omtegaan, dewijl denselven wel meet wat hij doet, en met wien hij tedoen heeft, ook gelieven hoog gem: haer Edelhedens bij even ge„ citeerde veel gerestpecteerde letteren teseggen dat wel te wenschen waere voor het belang der maatschappije op mallabaers dat de gesamentlijk vorsten eijndelijk eens een cardaete resolutie neemen mogten om desen tien bulenten prins gesamenden hand manmoedig te keer tegaan en alhoewel Jk geentsints gemanqueert heb demogentheeden van dese custe hier toe verscheijde malen aan te manen en haar alles wat daer bij passe voor oogengesteld hebbe zoo heeft sulx gelijk bij de uijthaarste blijkt. Van Mallabaar den 1:e maart 1748. blijkt tot nog toe op haer allen niets kannen uijtwerken het welk VE. egter geensints moet afschrikken, om steeds alle mogelijke middelen in't werk te stellen, om dat wen„ schelijk oogmerk te bereijken want een mallabaers koning zonder hulpe van andere is mijn gering eragtens buijten staat dien magtigen prins tegen testaan Ja selfs met den Coning van Cochim die den edelsten onder de mallabaaren is heeft 4. lijxstenden namentlijk porca berkencoer mangattij en parae; dog door dien men in eerst gem: rijk zelden een voorst op den troon gesien heeft die zijn land en anderdaenen wijselijk regeerde zoo is dit wijd uijt gestrekt gebied daardoor successivelijk grootelijks in verval geraekt gevolgelijk den luijsten waer meede voorsch: koningen eertijds pronkten, ten eenemaal verdooft geworden Jabij aldien d'E Comp: denselven met veel tijds, en als 't nodig pt Js geweest hadde geprotegeert, zoude het zeekerlijk de overlang te grond zijn gegaan en het staat te dugten, dat trevancoor het selve binnen weijnige Jaeren, dog god verhoede (het selve /onder contrilutie stellen en alles zijn pijpe sal doen dansen, maer over men zig gemtsints behoeft te verwanderen en wel bij sander als men de groote magt van gem: trevancoor die hier voren breetvoerig beschreeven is eens met attentie enden presenten onmagt van het Cochimse rijk komt aan te„ merken waerbij nog komt de ongemeene laciteijt van den koning die zig niet ens bekreunt wat rol den trevancoorder komt tespeelen hier komt vandoen J Van Mallabaar den 1„e maart 1748. dat jeder onbeschroomt doet wat hun behergt zoo wel van binnen als bueijten waer uijt volstrekt niet anders kan gebooren werden als een groote menigheijd, en ver„ waaringen, den koning is seer verbittert op zijnen erfwagter, den prins tegens zijnen wettigen vorst de Eene Ragiadoor zijnde menisters van het hoff is tegens den anderen gekant, en alle zijn zij even heb E. Lugtig welke ongelukkige tijden den krevancoorder wonderlijk wel weet in agt te neemen gelijk d'ander„ vinding zulx maer al te klaer hebben bewaerheijt waar tegens thans geen anderen raad te schasfen is, als VE. volgens de g'eerde recoumandatie van haer hoog Edelheedens door geduurige persuasien en adhortatien zijn Cochimse hoogheijt zoo veel mogelijk zig op eene beteren weg moet soeken te leijden, en met onbesigt laaten, om deeser prins van sentiment en conduite te doen veranderen, al was het ook niet nu en dan eenige kleijne menagementen ten zijnen op zigte te gebruijken die d'E Comp: met nadeelig, en hem van dienst zijn ook zoude teen goede zoek weesen als VE. den tweeden prins off Erfwagten van het rijk oud 23. Jaars dewelke seer verkeerde weegen bewandelt Jaselfs tegens zijnen wettigen koning zig dikmaals oppoteert, en op allerlij wijse dwarsboomt, boven dien het land ontrust en te inwoonderen uijt hare besigttinge stoot en andere baldaerdigheeden meer dagelijks bedrijft van zijn vreevelig gedrag kande af 1091 Van Mallabaar den 1„e maart 1748 aftrecken want is de Eenigheijd in dit rijk ooijt is noodsaekelijk gemaekt zoo is 't in dit tijds gewrigt, met twijffelende off dan zoude gem: koning en prins tesamen ook wel versoent, naeken, en onder de verdere hofsgrooten meede veel beeter harmanie onderhouden werden en als schoon Jk tot een en ander mijn goede best gedaen heb, zoo is egter alle aangewende devoiren tot hier toe vrugteloos geweest, waar over men zig Juijst niet behoeft te verwanderen door dien gem: prins ten teijde toen den wel Edelen groot agtb: heeer van gollonesse hier het gebied voerde al erkent Js voor een seer los angebonden en londantrustende Jangeling gelijk bij de nagelatene memorie van wel gem: Edelen heer kan gesien werden, dog de wereldse dingen neemen somtijds een schielijke hier en dierhalven, zoude het ook wel konnen gebeuren dat hij in der tijd zijn buijten spoonighee„ den nalit en tot bedaar en quam, ten minsten wil Jk. nevens meermalen geciteerde wel Edelen groot agtb: heere van Gollenesse zulx hoopen Den presenten paljetter in de aansienlijkste ragia„ p: door, ente gelijk erfveld heer van het cachimse rijk, ook vrij heen van het eijland baijpin, boven dien een souveraine vorst van het land manacotta off moeloer Care dat zijnen voorsaat en door adoptie verkreegen hebben, ook heeft hij regt op het ouderijk williarwattatta, des niet tegenstaende is hij tehoore heel weijnig gesien door dien hij deschran„ derste in werre na niet is in Comtijds de waerheijd te veel sigten maer alles uijtlapt wat hun ende mond komt —.
English
From Malabar, the 1st of March 1748. occurs, without first thoroughly considering the matters, yet he seems tolerably well-disposed toward the Honourable Company, and I know among all the remaining regidores only one named Ittijkella Menon, who is faithful to the King and very well-inclined toward the Honourable Company. This man has frequently demonstrated his good character—at least as much as one can expect from a Malabarese—in former days under the late deceased King, but fell into disgrace with the present King; yet now, for some short time through my efforts, he has been received back into favour, though he still has little to say. And if Your Honour could in time arrange for this minister to win the full favour of his King and thereby obtain the authority next to His Highness, I think matters would—though perhaps not entirely according to wish—nevertheless proceed considerably better than has been the case for some time; at least Your Honour, if it pleases you, might attempt such a thing. And as in the continuation of this document I intend to observe brevity as much as possible, I judge that what has been noted concerning the Cochin King and His Highness’s court will be sufficient; for concerning his lands and domains, abundant writings have been produced in former times regarding what must be shown in that respect, and everything is clearly expressed in the just-mentioned memoir, with its additions and others. In addition, Your Honour will also be able to examine the strength or number of the Nayars of all the princes or regents here on the Coast. From Malabar, the 1st of March turned to Cochin and made a request for a place of residence and some maintenance for himself and His Highness’s family, which was then also granted out of compassion. Yet that grant is so small that this prince has complained to me about it several times, with the request that the Honourable Company might come to his aid in this distress, and that he might enjoy the same favour which the Princess of Peritallij enjoys, which we have provisionally, and subject to the esteemed approval of Their High Excellencies, granted, amounting to f3. 15. —, notwithstanding that this prince owes the Honourable Company a sum of f73332. 1. 8. There is being kept in the Company’s warehouse on behalf of His Highness a gold waist-chain set full of diamonds and other precious stones, and besides that yet another piece of goldwork estimated to be worth f24000. –. —, so that one can calculate that Their Honours still have to claim from that unfortunate King f49332. 18 —, for which the entire Cailause kingdom, before it was lost, was mortgaged; and I hope that a time will come when the Honourable Company may recover this provisional loss a hundredfold. And the King of Seeken Coer, notwithstanding that he possesses a large, distinguished realm, His Highness has nevertheless, without patience, had to endure that Trevancoor some time ago took from him a piece of land three hours long and one broad and gave it to the petty potentate of Poorca; besides this, it is the From Malabar, the 1st of March 1748 desire of Trevancoor to establish the law there in all respects and to rule with full power; indeed, he even wants the said prince to take up his weapons together with those of Trevancoor against the Cochin King and to act hostilely against his realm; yet what will come of that, time must tell. The petty King of Porca, being one of the four estates of the Cochin realm, has for a very long time displayed a great affection for the Prince of Trevancoor, and to please him has done the Honourable Company much scorn and insult, as is clearly and plainly evident from the surviving memoir of the Honourable Highly Esteemed Mr. van Gollenesse and the reasons why this petty prince was wrongfully puffed up for so long. And although shortly after my arrival on this coast he begged pardon at a meeting on account of his misdeed, and promised henceforth to behave better toward the Honourable Company, time has nevertheless shown that the contrary is true; for I certainly do not need to mention what services he has rendered to Trevancoor for the Signatty’s affair, since this is as well known to Your Honour as to myself. Your Honour also knows what efforts were made to remove that still festering dispute in a convenient manner, if possible, and to conclude a contract for pepper with that puffed-up petty King or his merchants, The 1st of March 1748 From Malabar which finally took effect on the 1st of this month, yet contrary to expectation, because he dares not stir nor move out of fear of his great friend; and one may now rightly say that not he, but the Trevancoor King is the ruler of this realm. And thus matters also appear to stand with the Realm of Berkencoer, which is an excellent land and yields a considerable quantity of pepper, whose third prince—after he was installed as ruler in this realm in place of his uncle who rebelled against the Honourable Company—in order to show his satisfaction and gratitude for this, entered into an alliance with the Honourable Highly Esteemed Mr. van Gollenesse to deliver annually to the Honourable Company 1000000 lb. of pepper. But instead of fulfilling this, that prince later, out of fear of Trevancoor, subjected himself and his beautiful pepper land to that usurper; yet such shameful deeds are common among the Malabarese if they are not deterred from them by force. The said prince passed away on the 5th of December last, and the prince who is now called the third has already assumed the government there with the consent, as it is said, of most of the subjects; but whether he will continue in it, or whether the banished rebel prince will oppose it, time must reveal. Yet however it may go with this as well, Your Honour will please use your utmost capability in
Dutch transcription
1092 Van Mallabaar den 1: e maart 1748. „komt, sonder desaeken alvorens lijpelijk te overweegen, dog hij schijnt d'EComp: taamelijk wel toegedaan tewesen, enjk ken onder alle de overrige ragiadoors nog maer een met ƒ naame Ittijkella menon, die den koning getrouw end E: Comp: td heel geneegen Is deesen manheeft zyn goeden Jmbarst ten minsten zoo veel als men van een mallabaer verwagten kan in voorige dagen bij den laast overleedenen koning dikmaels getoont, maer is bij den presenten vanst in dis gratie geraekt dog nu een weijnig tijds door mijne pooginge wederom in genade aangenoomen, maer heeft egter nog net veel teseggen, en konde VE. met er tijd bewerken dat deesen minister de wolle genste van zijnen honing gewon en daer door het gesag taast zijn hoogheijd in handen kreeg soodenk ik souden desaeken hoewel als Juijst met nawensch Egter vrij beeter gaan, als nu eenige tijd geschied is 7 ten minsten soude VE. des believende zulx kunnen probeeren En dewijl ik in 't vervolg deeses de kortheijd zoo veel mogelijk is den ke te betragten, zoo oordeele dat dit genoteerde van den Cochimsen Koning en zijn hoogheijds hoff genoeg zal zijn want van desselfs Landen, en heerlijkheeden is overvloedig in voorige tijden gesch: wat tendien op zigte moet geweesen werden en alles staat bij zoo even gerepte memorie met dies bij voegsehen en andere meer duijdelijk uijt gedrukt daer bij zal VE. meede kunnen b'oogen de magt off getal der nairos van alle de vorsten of regenten hier ter Custe Van Mallabaar den 1„e maart 77 van Cochim gewent en versoek gedaan om een verblijff plaats en eenig onderhoud voor hem en zijn hoogheijds famielje 't geen dan ook uijt medelijden gevolg genomen heeft dog die gifte is zoo, weijnig dat dien vorst daer over verscheijde malen aan mijn geklaagt heeft met versaek dat d'E Comp: hem in deese nood mogte te hulpe komen en dhij deselve gunste mag genieten die de princesse van peritallij geniet 't geen wij bij provisie en op de g'eerde approbatie van haer hoog Edelheedens geaccor„ deert hebben bedragende ƒ3. 15. —. niet tegenstaen de dien vorst aan d'E Comp: schuldig is een zomma van ƒ73332. 1. 8. werdende in 'sComp: pakhuijs van ƒ zijn hoogh:t bewaard een gouden middel /lang vol met diamanten en andere fijne gestientens beset en boven dien nog eene andere goud werken na gissing waerdig ƒ24000. –. —. zo dat men kan rekenen haer Edele nog van dien angeluckigen koning moet hebben ƒ49332. 18 —. waer voor, het geheele cailause rijk eer dat het selve verloren gegaan, verpand is en ik wil kopen dat er een tijd zal komen d'E Comp: dit provisioneel verlies hondert faut wederom mag krijgen, en den Coning van Seeken Coer niet tegen staande : deselve een grooten aansienelijk rijk besit, zoo - heeft zijn hoogheijd egter niet gedult moeten verdraegen dat trevancoor over eenige tijd hem een brokland van drie uuren langen een breed afgenomen en aen het potentaatje van poorca gegeven heeft, boven dien is de 1094. Van Mallabaar den 17:e maart 174 de begeerte van trevancoor de met aldaer in allen opsigten testellen en met volle magt te regeeren, Ja wil selfs dat gem: vorst zijne wapenen met die van trevancoor tegens den cochimsen koning op vatten en vijandelijk en desselfs rijk zal ageeren, dog wat daar sal komen moet de tijd leeren Het Coningje van parca zijnde een vande 4: stenden van 't cochimserijk heeft al overlang een groote genegentheijd voorden vorst van trevancoor laeten blijken, ende EComp: ten zijnen gevallen veel R hoon en smaad aangedaen gelijk uijt de nagelaetene memorie vanden met Edelen groot agtb: hem van gollenesse, ende reedenen waarom dit prinsje zo lang ten onregten gepruijet heeft duijdelijk en d klaar komt te blijken en schoon hij kort na mijn komst te deeser custe bij een ontmoeting wegens zijn, misdrijff pardon versogt, en belooft heeft zig voor„ taan omtrend d'E Comp:e beeter tesullen gedraegen zoo heeft de toijd egter doen zien dat het contrarie waer is; want jk behoef Jmmers niet temelden wat diensten hij trevancoor voor de signagtijse zienie heeft toegebragt, dewijl VE. het selve zoo wel als mijn bekent is, ook meet VE: wat moijte men gedaan heeft om was het mogelijk dat nog sweerende dispuct op een gevoegelijke wijse uijt de wegte ruijmen en een contract van peper met dat quastig koningje danwel zijne kooplieden te odo Den 1„e maart 1748 Van Mallabaar sluijten 't geen dan eijndelijk ook den 1. deeser gevolg genomen heeft, dog buijten verwagting door dien hij zig niet roeren nog beweegen derff uijt vreese van zijn grooten vrund enmen mag thans met regt zeggen dat met hij maer den trevancoorder koning van dit rijk is en zoo schijnt het ook geleegen teweesen met Rijk van Berkencoer dat een voortreffelijk land en een considerable quantiteijt peper uijt leverd welkers denden prins nadat hij als heerscher en „plaatse van zijn oom die tegens dE. Comp:e rebelleerde in dit wijk gesteld was, heeft om zijn genoeg„ gen en dankbaarheijd daer over te betoonen een verbond met den wel Edelen groot agtb: heer van Gollonesse aange gaan, om Jaarlijx aand E Comp: tesullen leeveren 1000000. lb. peper maer in plaatse van zulx natekomen C zoo heeft dien prins naderhand uijt vreese voor treveencoor, hem en zijn schoonder peper land aandien u surpateur anderworpen dog diergelijke schindaden zijn bij de mallabaaren gemeen, indien zij door magt daer van niet werden afgeschrikt gem: prins is den 5. xber: pass. o overleeden, enden prins die thans den derden genaamt werd, heeft reeds de regeering daar al overgenoemen raet toestemminge zo men segt van de meeste onderdanen maer off hij daer in zal continueeren dan den verjaagde prin rebel zig daer zal tegen stellen, moet de tijd ontdecken dog hae het ook hier meede gaat VE. gelieve zijn uijtterste vermogen in't - E
English
1095. From Malabar, the 1st of March 1748. to make every effort that the monies which this realm owes to the Honourable Company are paid, which funds at my arrival here on the coast amounted to a sum of ƒ18243. 17. 8., on which ƒ3270. --. has successively been paid. Consequently, ƒ14973. 17. 8. must still be settled. The prince who remains master also serves to renew the aforesaid contract, and if Your Honour can stipulate anything in addition to that for the Honourable Company, such will be all the more agreeable to our lords and masters. It pleased Their High Excellencies, by esteemed missive of the 5th of November 1743, to order me to consult with the Right Honourable and Right Respected Lord of Gollonesse concerning this realm, and to request His Right Honour's considerations, which I have done according to my dutiful obligation; of which the exchanged letters are to be found in the separate bundle. Nor have I failed to report by letter the death of the aforementioned, and with the required respect made a request to be honoured once again with His Right Honour's counsel regarding that matter, and in my humble opinion it will be a good thing and useful for the Company that Your Honour in due course also corresponds with the aforementioned Right Honourable and Right Respected Lord and requests His Honour's advice, not only regarding what concerns the aforementioned land and its princes, but also in all other precarious and important matters that might happen to arise. Mangattij The 1st of March 1748. From Malabar. to close, which then finally also took effect on the 1st of this month, yet unexpectedly, because he dares not move nor stir out of fear of his great friend, and one may now rightly say that not he, but the Travancore king is the king of this realm, and thus matters also appear to stand with The realm of Berkencoer, which is an excellent land and produces a considerable quantity of pepper, whose third prince, after he had been installed in this realm as ruler in place of his uncle who rebelled against the Honourable Company, entered into an alliance with the Right Honourable and Right Respected Lord of Gollonesse to show his satisfaction and gratitude for that, to deliver annually to the Honourable Company 1000000. lb. of pepper; but instead of fulfilling such, that prince afterwards, out of fear of Travancore, subjected himself and his fine pepper land to that usurper. Yet such disgraceful deeds are common among the Malabars, unless they are deterred from it by force. The aforementioned prince passed away on the 5th of December last, and the prince who is now called the third has already taken over the government there, with the consent, as they say, of most of the subjects; but whether he will continue in this, or whether the banished rebel prince will oppose it, time must reveal. But however matters go with this as well, Your Honour please exert his utmost power 1095. From Malabar, the 1st of March 1748. to make every effort that the monies which this realm owes to the Honourable Company are paid, which funds at my arrival here on the coast amounted to a sum of ƒ18243. 17. 8., on which ƒ3270. --. has successively been paid. Consequently, ƒ14973. 17. 8. must still be settled. The prince who remains master also serves to renew the aforesaid contract, and if Your Honour can stipulate anything in addition to that for the Honourable Company, such will be all the more agreeable to our lords and masters. It pleased Their High Excellencies, by esteemed missive of the 5th of November 1743, to order me to consult with the Right Honourable and Right Respected Lord of Gollonesse concerning this realm, and to request His Right Honour's considerations, which I have done according to my dutiful obligation, of which the exchanged letters are to be found in the separate bundle. Nor have I failed to report by letter the death of the aforementioned, and with the required respect made a request to be honoured once again with His Right Honour's counsel regarding that matter, and in my humble opinion it will be a good thing and useful for the Company that Your Honour in due course also corresponds with the aforementioned Right Honourable and Right Respected Lord and requests His Honour's advice, not only regarding what concerns the aforementioned land and its princes, but also in all other precarious and important matters that might happen to arise. Mangattij From Malabar, the 1st of March 1748. Mangattij is now a fairly large realm, the two little realms Carta and Beltadawil having been added to it by succession, whose king is still young and somewhat wanton, whose predecessor and family was adopted by the Honourable Company in this land. However, this prince does not comply with the recently concluded contract to deliver annually to the Honourable Company 2000. candies of pepper, to which he must constantly be urged; but besides this, that prince behaves tolerably well toward Their Honours, and therefore Your Honour should, according to the orders of Their High Excellencies, also secretly assist the same with gunpowder and lead for money, if he should again be attacked, as has happened several times before by The King of Paroe; but this petty potentate seems to have already played his greatest role in the world, because he is afflicted with the distressing Asiatic disease. And what Moerianattij Nambiaar is for a person is known to Your Honour, and he constantly agitates to regain the island that lies opposite the conquered Paponettij, which he, though falsely, pretends the Honourable Company took from him; but one must not always pay heed to the complaints of the Malabars, and especially when one is convinced that they have no lawful reasons for it. The Caimalin of Carrettij has also made some trouble during my administration and wanted to have her two nieces adopted into the above-mentioned realm of Mangattij, which
Dutch transcription
1095. Van Mallabaar den 1' maart 174 in't werk te stellen dat de penn: die dit rijd aan d'E: Comp: schuldig is betaald werden welke gelderen met mijn arrive hier ter custe bedragen heeft een zomma van ƒ18243. 17. 8. waer op suc„ cessivelijk betaald is ƒ3270. ——. gevolglijk moeten nog ƒ14973. 17. 8. voldaen werden ook diend den - E vorst die meester blijft voorsch: contract te vernieuwen en kan VE. nog iets: baven dien voor d'E Comp: bedingen, zoo sal zulx onse 6 heeren enmeesters des te aangenaamen zijn het heeft haer hoog Edelheedens behaagt bij g'eerde missive van den 5. 9ber: 1743. mijn te ordonneeren om met den wel Edelen groot agtb: heer van gollociesse wegens dit rijk, raadpleegen, en zijn wel Edele consideratien te versoeken 't geen ik na mijne schuldige gehoudenisse gedaan heb; waer van de gewisselde brieven bij de parte bondel te vinden zijn ook heb jk niet gemanqueert de dood van gem: over te brieven, en met het vereijschte respect versoek gedaan om al weder om met zijn wel Edelens Raad dien aangaende vereerd temogen werden, en het zal wijn gering eragtens een goede zaek en nuttig voorde maatschappije wesen dat VE. indertijd met wel gem: Edelen groot agtb: heer meede Correspondeert en zijn Edeles advijs versoekt bij aldien wat gem: land en dies princen betreft maer ook in alle andere haggelijke en Jmpar„ tante zaeken meer die er mogten komen voor tevallen. mangattij - Den 1„e maart 1748 Van Mallabaar sluijten 't geen dan eijndelijk ook den 1. deeser gevolg genomen heeft, dog buijten verwagting door dien hij zig niet roeren nog beweegen derff uijt vreese van zijn grooten vrund enmen mag thans met regt zeggen dat met hij maer den trevancoorder koning van dit rijk is en zoo schijnt het ook geleegen teweesen met 't Rijk van Berkencoer dat een voortreffelijk land en een considerable quantiteijt peper uijt leverd welkers denden prins nadat hij als heerscher en „plaatse van zijn oom die tegens dE: Comp:e rebelleerde in dit wijk gesteld was, heeft om zijn genoeg„ gen en dankbaarheijd daer over te betoonen een verbond met den wel Edelen groot agtb: heer van Gollonesse aange gaan, om Jaarlijx aand' E Comp: tesutlen leeveren 1000000. lb. peper maer in plaatse van zulx natekomen ƒ zoo heeft dien prins naderhand uijt vreese voor trevensoor, hem en zijn schoonder peper land aandien u surpateur anderworpen dog diergelijke schindaden zijn bij de mallabaaren gemeen, indien zij door magt daer van niet werden afgeschrikt gem: prins is den 5. xber: pass:o overleeden, enden prins die thans den derden genaamt werd, heeft reeds de regeering daar al overgenoemen raet toestemminge zo men segt van de meeste onderdanen maer off hij daer in zal continueeren dan den verjaagde prin rebel zig daer zal tegen stellen, moet de tijd ontdecken dog hae het ook hier meede gaat VE. gelieve zijn uijtterste vermogen ui't - 1095 Van Mallabaar den 1' maart 1748. in 't werk te stellen dat de penn: die dit rijk aan d' E: Comp: schuldig is betaald werden welke geldenen met mijn arrive hier ter custe bedragen heeft een zomma van ƒ18243. 17. 8. waer op suc„ cessivelijk betaald is ƒ3270. ——. gevolglijk moeten nog ƒ14973. 17. 8. voldaen werden ook diend den vorst die meester blijft voorsch: contract te vernieuwen en kan VE. nog iets: baven dien di voor d'E Comp: bedingen, zoo sal zulx onse G heeren enmeesters des te aangenaamen zijn het heeft haer hoog Edelheedens behaagt bij g'eerde missive van den 5. 9ber: 1743. mijn te ordonneeren om met den wel Edelen groot agtb: heer van gollonesse wegens dit rijk, raadpleegen, en zijn wel Edele consideratien te versoeken 't geen ik na mijne schuldige gehoudenisse gedaan heb, waer van de gewisselde brieven bij de parte bondel te vinden zijn ook heb jk niet gemanqueert de dood van gem: over te brieven, en met het vereijschte respect versoek gedaan om al weder om met zijn wel Edelens Raad dien aangaende vereerd temogen werden, en het zal mijn gering eragtens een goede zaek en nuttig voorde maatschappije wesen dat VE: indertijd niet wel gem: Edelen groot agtb: heer meede Correspondeert en zijn Edeles advijs versoekt bij aldien wat gem: land en dies princen betreft maer ook in alle andere haggelijke en Jmpar„ tante zaeken meer die er mogten komen voor tevallen. mangattij Van Mallabaar den 1. maart 174 48. Mangattij Is thans een tamelijk groot rijk inde beijde rijkjes Carta en beltadawil door versterf daer bij gekoomen, welkers koning nog Jongen eenigsints wulps is, wiens voorsaet en famielje daar d E Comp: in dit land geadopteerd is, Egter voldoet deesen vorst niet aan het Jongst gemaekte contract om Jaarlijks aan d'E Comp teleeveren 2000. candijlen peper, daar hij steeds toe moet aangeset werden, dog buijten des gedragt dien vorst zig omtrend haer Edele tamelijk, en daer om dient VE. volgens het geordonneerde van haar hoog Edelh: onder de hand den selven ook niet kruijd en lood voor geld te assisteeren, als hij wederom mogte werden besprongen gelijk voordeesen verscheijde maalen gebeurt is van Den Coning van Paroe dog dit potentaatje te scheijnt zijn grootste rol al inde wereld gespeeld hebben door dien hij niet de bedroefde afiatische ziehte is, en wat Moerianattij Nambiaar voor een persoon zij is VE. bekent, en woelt gesadig om het eijland dat over het conquest paponettij legt, en zoo hij dogten onregts voor geeft dE Comp: hem afgenoomen heeft wederom te krijgen, dog men moet zig niet altijd aan de klagten der mallabaaren stooren en bij sonder als men overtuijgt is dat zij daer toe geen wettige reedenen hebben. de Caimoelinne van Carrettij heeft en mijn bestier ook al eenig spuls gemaekt en wilde haer twee nigten in boven gem: mangattijse rijk doen adjteeren 5 't geen. F
English
From Malabar, the 1st of March which the Honourable Company, for reasons known to Your Honour, cannot tolerate, and for that reason we also checked that woman in her course; yet it seems to me that she nevertheless will not deviate from her intention in that regard, but will await a better time. And what unheard-of proceedings the king, or rather let me say the princes of Airoor, begin to put into effect, the letters from the overseer of the conquest of Papenetty clearly show. And were this a time like former days, one would swiftly cure them of such things and make them change their tune. But now my humble advice, since the times are very dangerous and it is highly presumptive that Travancore, is to take prudence as a guide and not to be too premature; nevertheless preserving the Honourable Company's reputation as long as is humanly possible, and in no way letting slip what lawfully belongs to their Honours. And concerning the conquest of Papenetty, I refer myself to what the Right Honourable and Highly Esteemed Lord of Gollenesse recorded in his Honour's memoir upon departing from this coast, only adding here that since my administration, from the concealed salt gardens and rights, there have been discovered 2 gardens and one island, besides some uncultivated lands that were granted for the benefit of From Malabar, the 1st of March 1748. and the overseer of that district, Arnoldus Leenen, who has served me to reasonable satisfaction in the service of the Honourable Company. Whether Your Honour continues this or not may, according to the honoured order of their High Excellencies, not be permitted and is also unnecessary; but should it please Your Honour to let them investigate a little further into that conquest, it could easily happen that in time somewhat more might be discovered that lawfully belongs to the Honourable Company and would yield profit. And with respect to Belosta Nambiar, lord of Maprana, I also refer Your Honour to the aforementioned memoir, wherein everything regarding this ruler is recorded that is useful for Your Honour to know. And the same applies to Changara Kanda Kaimal and Chittoor Namboodiri. Nor can I report anything other of Payyenchery Nair than what the aforementioned gentleman has just done concerning this prominent landlord with his very large family, because the disagreements among the numerous heirs fluctuate until now as before, without this being able to be removed on account of the extraordinary greed that resides in each of them. And therefore a Commander would indeed have a daily task if he wished to trouble and meddle with all their disputes, which are often merely trifles. 1097 From Malabar, the 1st of March 1748. are trifles. But if it nevertheless runs too high, the best means is to settle those and all other indigenous matters more according to their own custom, and that each of the litigating parties brings along 2 persons whom they here call good men to examine and settle the dispute, with which I have also always found myself well served. But because it often happens that the succumbing party is not content with the verdict of their own chosen arbitrators, the aforementioned peoples run to the Zamorin, who then sometimes, although unjustly, also enters into the game, as experience teaches and Your Honour is aware. Concerning the Nambedis of Aynikutty, Punathur, and Manakulam, may it please Your Honour to consult the aforementioned memoir, since the conduct of those petty rulers is still the same as before. And concerning the Zamorin, it is also not necessary that a lengthy description be given, and therefore I will only say in that regard that regarding that prince, notwithstanding that while still crown prince he boasted that he wished to live and die an enemy of the Honourable Company, since the 12th of February 1746, when he came to the throne, there has been nothing to complain of, except only that this prince now and then interferes too much with the subjects of Payyenchery Nair, as has already been said, which must always be cleared away by the Honourable Company in the most cautious and amicable manner, From Malabar, the 1st of March 1748. to prevent rupture, which during my administration has gone quite smoothly. But whether this prince has laid aside his old hatred against the Company, or is so manageable because he has more to do with his rebellious Moors than he can handle, time will reveal. But it is certain that the Moorish inhabitants of the northernmost part of this kingdom, named Cattaca, are, although not openly, authorized by the said Zamorin to go out on plunder, and from that wicked profit he draws his income. The lands of Bettete, or otherwise named Tanur, Parappur Kovil, Reppoe Kovil, Mysore, and Palakkad, bordering on those of the Zamorin, I can very conveniently pass over because the Honourable Company has nothing of consequence pending with them. Nevertheless, according to the honoured recommendation of their High Excellencies by missive of the 22nd of September 1705, Your Honour ought to live in a good understanding with the two last-named in order to make use of them against the Zamorin when occasion arises. The princes of Kolathunad have already for many years been divided amongst themselves, whereby they have greatly harmed and ruined this kingdom; and the reigning prince, Cherakkal Palikolotto Domnitrij, died in the month of June 1746, who in the year 1736 made a treaty to deliver 5000000 lb. of pepper yearly to the Honourable Company, when he, through their
Dutch transcription
Van Mallabaar den 1„e maart ƒ 'tgeen d'E Comp: om reedenen die VE. bekent zijn niet kan tollereeren, en daer om hebben wij dat wijff in haren vaart ook gestuijt dog het schijnt mijn tal: dat zij egter van haar voorneemen daer omtrend niet afwijken 9 maar een beter tijd zaal waarneemen, en wat ongehoord gedoente, den Coning off kaat ik liever zeggen de princen van aijroer beginnen in't werk te stellen wijsen de brieven van den op siender van't canginst paponettij wel uijt, en was thans een tijd als in voorige dagen zoo zoude men haer zulx knaphandig verleeren, en een ander toon doen op deuren, maer nu is mijn geringe raed vermits de tijden seer dan girus zijn en seer presumitieff is dat trevancoor de voorsigtigheijd tot een leijdsaam te neemen en niet al te prematuur teweesen, egter 1 sComp: fatsoen soo lang bewaaren als Jammers moge„ EE lijk is en het geene haer Edele wettig toekomt in geenen deele laten slippen en wegens het Canquest paponettij gedrage ik mijn aan het geene den wel Edelen groot agtb: heer van golconesse bij vertrek vandeese Cust in zijn wel Edelens memorie geboekt heeft eenelijk hier, waer bij voegende dat zedert mijn bestier van de verduijstende zouden thuijnen en geregtigheden Exd ontdekt zijn 2. thuijnen en een eijland behalven nog eenige onbebouwde landen die ter beneficie af: Mallabaar den 1. ' maart 1748. Van afgegeven werden, enden op ziender van die landstreeke Arnoldus Leenen dewelke mij tamelijke vergenoeginge in den dienst van dE. Comp: heeft toegebragt wat VE. de continueerd nog en meer mogen daer volgens veel g'Eerde ordre van haer hoog. Edelheedens niet weesen en is ook onnodig maer indien het VE. gelieft indat conquest nog wat telaten snufselen zo zoude het ligtelijk kunnen gebeuren dat daer in der tijd nog al wat wierde op gedaan dat dE. Comp: wettig toe komt en voordeel zoude aanbrengen en ter opsigte van Belosta Hambiaar heer van maprana wijse ik VE. almede over tot soeven gem: memorie waer in alles van deser regent bekent staat wat dienstig is voor VE. teweten en so is 't ook gelegen met. Changara Canda Caimaal, in Chittoen Hamborie ook kan ik niets anders melden van Paijencherij Nairo als zo even gel gem: heer gedaen heeft rakende desen aansienelijken land heer met zijn heel groote familje door dien de oneenig„ heden onder de menigvuldige Erfgenamen tot nog toe vluctueeren gelijk bevorens sander dat zulx kan weggenamen werden om de ongemeene heb JZ Lugt die bij een ider van haar resideren en daarom pds zoude een commandeur wel dag werk hebben zig aan alle hare disputen die veel tijds maer beuselingen. ddodt —. 1097 Van Mallabaar den 1„e maart 174 beuselingen zijn wilde storen en meede mesleeren, maer als 't egter te hoog loopt zo is het beste middel om die en alle andere inlandse zaken meer op hare wijse teslissen, en dat ider der litigeerende partijen 2. personen die men hier goede mannen noemt mede brengen om de questie te ondersoeken en aftedoen waer bij ik mijn ook altijd wel bevonden heb, maer om dat het veel tijds gebeurd den succam band met de uijtspaake van haar eijgen verkoren scheijds mannen niet tevreede d zijn so lopen voorsz: volkeren naden sammorijn die dan samtijds hoewel ten onregte mede in het spel komt, gelijk de andervindinge leert en VE. bewust is betreffende. de Nambedeijs Aijnicoettij Poenatoer en Manna„ colam gelieve VE. voorsch: memorie natesien, dewijl het gedrag van die rijxvorsten nog al het selve is gelijk bevorens, en van Den Sammarijn is het ook niet noodsakelijk dat een breede om schrijvinge gedaen werd, en daerom zal Jk maer diemn aangaende zeggen dat over dien vorst niet tegenstaande denselven nog croonprins E zijnde sig beroumt heeft een vijand vand E. Comp: te willen leven en sterven sedert den 12. feb: 1746. dat hij op den throon gekomen is met te klagen valt als eenelijk dat dien vorst zig nu en dan teveel bemoeijt met de onderdanen van Paijencherij Nairo ge„ lijk bereeds als gesegt is 't geen altijd op de voor„ sigtigste en minnelijkste wijse door dE Comp: moet 8 d: ja Van Mallabaar Den 1. ' maart 1748: weggenomen werden tot voorkominge van rapture, dat in mijn regeering nog al heel gemackelijk gegaan is dog of desen vorst zijn ouden haat tegens demaatschap„ pije heeft afgelegt, dan zo handelbaer is omdat hij met zijne rebellige mooren meer tedoen heeft als hij afkan sal den tijd opanbaaren; maer 't is seeker dat de moorse Jnwoonderen van het noordelijkste gedeelte in dit rijk Cattaca genaamt door gem: Sammorijn hoewel met e E opentlijk gequalificeert werden om ten roof te„ varen en uijt dat boes gewin zijn inkomen trekt; 8 de Landen van Betette of anders genaamt Tanoor Parapoer Cowil, reppoe Cowil maisoer en Pallicatcherij, grensende aan die vanden sammorijn kan ik heel gevoeglijk overslaan om dat dE. Comp: daarmede niets van belang uijtstaan heeft egter dientvE. volgens g'eerde recommandatie van haar hoog Edelheedens bij missive vanden 22 7ber: 1705. met de twee last gen:t in een goed verstand televen om zig daer van bij gelegent„ heijd tegens den sammorijn te kunnen bedienen De princen van Colastrij zijn al over veele Jaren onder malkanderen verdeelt geweest waermeede zij dit rijk seer benadeelt en geruineert hebben en den regeerende prins Cherekel palicolotto domnitrij is ƒ in de maand Junij 1746. overleden den welken in anno 1736. een verbond gemaekt heeft om Jaarlijx aan d E Comp: 5000000. —. lb. peper televeren toen denselven door haer .
English
From Malabar, the 17th of March 1748 Their Honors' arms were delivered from the yoke of the Canarese, but this has never been complied with, and much less by the prince Cherekel Palicolottoe Rhamare who has come to rule in his place; but on top of that, the same has also sought, under frivolous pretexts, to draw back to himself Mount Carla, which lies across from the Company's fortress of Cannanoor and was likewise won by the Company's arms in the aforesaid year 1736; which, subject to the wiser sentiment of Their High Nobilities' judgment, must at all times and for many weighty reasons, which are not unknown to Your Honor and are also to be found in the resolutions and letters, be opposed in the most effective manner. Your Honor must also continually dissuade this prince from allowing the Angrian pirates to nest at Cape Montadellij, for otherwise much detriment will in time result from this for all kinds of merchants; and regarding Goenje Nairo, a vassal of this realm, Your Honor may please consult the frequently mentioned memoir, since there is at present nothing else to report of that, but indeed of the bazaar of the Moors, whose chief is Adiragia, which lies directly across the bay of the fortress named above, and no one can or may From Malabar, the 1st of March 1748 go in or out there against the pleasure of the Cannanoor servants; which right the Portuguese formerly held, and consequently this prerogative has undisputedly passed to the Honorable Company. Furthermore, there would be much to write about the aforesaid Moorish regent, but Your Honor is sufficiently aware that he is a loose and unbridled youth, and it matters not to him what he does or leaves undone, even colluding with the Angrian and other pirates. Nevertheless, he must be prevented from doing so as much as is humanly possible and as the times permit, and at least care must be taken regarding the aforesaid pirate vessels. For that reason, it will be necessary that whoever resides in the aforesaid fortress constantly demonstrates in their conduct an honest and sensible treatment regarding the service of the Honorable Company, for that can certainly do much to effect good results, and Your Honor is requested to keep an eye on this. For the rest, I will say of this Moor that the Lekher Divase islands also belong to him, which formerly yielded quite a lot, though it is no longer so considerable now. The King of Pottatte is a mighty vassal of the aforementioned Collastrise realm, and it were to be wished that this prince had as much affection for the Honorable Company as he has indeed shown to the English at Tellicherry and the French at Mahe, who have long From Malabar, the 1st of March 1748 been established in this country and enjoy all the produce thereof, to the great detriment of the Honorable Company. Canara borders Colastrij to the south and is separated from the Malabar coast by a river, the Niliseram, being a glorious and powerful realm, provided in abundance with everything, primarily rice, wherewith it feeds many nations in these regions, whose ports are known from the frequently cited memoir, among others also the one named Barcelor or Condapore, where the Honorable Company has a lodge, though no other servants than a Topass interpreter; for through the bad conduct of that native population, the residents were summoned away from there by order of Their High Nobilities, so that the aforesaid lodge has in the meantime fallen into great disrepair, and whose defects we have made known to Their said Nobilities with the requisite respect, in order to receive orders in due time as to how it shall be dealt with. The contract that was made in the year... with the king, he refuses to sign as his predecessor did; nevertheless, such might still happen in time, to which end the said interpreter must constantly be urged, as well as, according to the desire of Their High Nobilities, to exhort the merchants to come hither with their vessels and to Ceylon for trade, whereof I From Malabar, the 11th of March 1748 hope that the first trial will be seen this year; these traders must, upon their arrival here, be treated in the most amiable and friendly manner, in order thereby to encourage them to make this voyage palatable to them in the future. The power of The Angrian pirates is known not only to Your Honor but also to everyone throughout these regions, and many honest people from one year to the next must endure desperate and lamentable experiences thereof. Furthermore, it is to be feared that these bloodhounds will multiply from time to time and make the sea unsafe from Surat to Cape Comorin, unless they are effectively opposed by a powerful arm, for they are already so bold that one of their vessels dared to attack a Company ship, as happened recently with the Goidschalksoord. Your Honor also knows that we have had to supply the fortress of Cannanoor with men, on account of rumors that these dishonorable scoundrels might perhaps come to assault the said stronghold; and although it has not yet come to that, I am nevertheless of the opinion, subject to correction by wiser judgment, that this matter must by no means be disregarded, and all the more because that location would be an ideal haunt for them, and moreover the aforementioned Moorish chief is not above assisting those rogues
Dutch transcription
Van Mallabaar den 17„e Maart 174 haar Edeles wapenen van het Jok den Cannareesen verlost was dog heeft nooit nagekomen, en veel eminder den prins Cherekel palicolottoe rhamare die in zijn plaatse als heerscher gekomen, maer boven dien heeft den selven nog getragt ander vrivole pretexten den berg Carla die over het 'sComp: fortres Cannanoor legt en almeede door 's Camp: wapenen in voorsch: Jare 1736. gewonnen is wederom tot zig tetrecken 't geen ik onder wijser gevoelen van haer hoog Edelhedens oordeel dat ten allen tijden op de kragtdoedigste wijse om veele en gewigtige redenen die VE. niet onbekent ook bij de resolutie en brieven tevinden zijn moet tegen gegaan werden, ook dient VE: desen vorst steeds afteraden dat hij de angrease zee ravers niet aan de Caab Montadellij laat nestelen want anders staat daer uijt in der tijd voor alderhande negotianten veel nadeel tere sul„ teeren; en betreffende. Goenje Nairo een vacaal van dit rijk gelieve VE. de dikmaals genoemde memorie natesien door dien daar van indit tijds gewrngt niets anders temelden valt maer wel vande basaer dermooren welkers hoofd. Adiragia is, en regt over de bhaaij van Coeven genoemde festing legt en nieemand kan of mag. daar Mallabaar den 1„e maart 1748. an daar in nog uijt komen tegens het welbehagen van de Canna„ noorse bediendens; welke regt de portugeesen eertijds hebben gehad, gevolglijk dit prerogatie fan betwistbaar p aan dE Comp: overgegaan, verders zoude nog al wel P. ƒ van voorsch: mankvoogt te schrijven vallen maer VE. is genoegsaam bekent, dat hij een los en ongebanden Jonge„ ling is, en 't hun niet kan scheilen wat hij doet, of laat doen, Ja zelfs heult met de angrease en andere zee„ schuijmers dat hem egter zoveel als immers mogelijk d zij, en na 't de tijden toelaat belet, ten minsten Corg 5 moet gedragen werden dat de roofvaartuigen voorm: Juham daar om sal het noodsakelijk wesen dat den geenen die in voorm: fortresse resideert steeds in haer gedoentens een eerlijke enverstandige behandeling doen„ blijken omtrend den dienst van d E. Comp: want dat kan sekerlijk veel doen om het goede te bewerken, en VE. gelieve daer op het ooge te houden voor 't overige zal ik nog van desen moorman seggen dat de Lek„ her divase eijlanden hem ook toe behoren dewelke eertijds nog al vrij wat op gewarpen hebben dog nu zo breet niet meer is; Den Coning van Pottatte is een magtig passaal N P ƒ van het voornoemde Collastrise rijk en het was tewenschen dat dien vorst so veel genegentheid voor d'E Comp: hadde als hij met er daad betoond aan d' En„ gelsen tot Tallicherij ende francentot Mahe die in dit d 1099 Van Mallabaar den 1„e Maart 1748. dit land al over lang g'Etableert zijn en alle de pro„ ducten daer van genieten, tot groot nadeel vand' E Comp: Cannara grenst in 't Zuijden aan Colastrij en word door een Revier Niliseram vande mallabaerse cust gescheiden zijnde een heerlijk eenmagtig rijk van alles voornamentlijk rijst in overvloed voorsien spijsende daar mede veele natien in dese gewesten, welkers havenen bij veelmalen geciteerden memorie bekent staan onder anderen ook barssaloor of Condapoer genaamt alwaer d'E Comp: een logie dog geen andere bedien„ dens heeft als een toepasse tolk want door het slegt gedrag dier landaard zijn de residenten uijt ordre van haer hoog Edelhedens vandaer ontboden zo dat voorsch: logie; intusschen seer vervallen is en welkers gebreeken wij wel gem: haer Edelhedens met het vereijschte respect bekent gemaekt hebben om in der tijd ordre te ontvangen hoe daermede sal gehandelt werden.. het Contract dat in den Jaere. . . . . . met den koning gemaekt is, wil het selve also men teekenen als zijn voor laat, egter zoude zulx in der tijd nog wel konnen gebeuren waer toe gem: taalman steeds dient aangeset tewerden, als meede na de begeerte van haer hoog Edelhedens de Cooplieden aan manen dat zij met hare vaartuijgen herwaards, en na Ceilon komen ter negotie waer van ik hoop Mallabaar den 11„' maart: 1748. Van hoop dat men desen Jare de Erste proef zal sien, moetende die handelaars met haare komst alhier op de alder„ minnelijkste en vrundelijkste wijse behandelt werden om haar daar door te annimeeren om in't toekomende dese vaart voor haer smakelijk temaken. het is, niet alleen VE. maar ook over al in dese gewesten een ider bekent de magt van. De Angrease Zeeschuijmers, en dat weele ar„ lijke menschen van het eene Jaer tot het ander desmente en Jammerlijke ondervinding daar van moeten ander„ gaan, bovendien is het tedugten dat die bloedhouden van toijd tot tijd nog vermenigvuldigen en de zee van souratta tot de Caab Commorijn zullen onveijlig maken indien zij, met door een magtigen arm kragtdadig werden tegen gegaan want zij zijn nu al bereeds. so stout dat een harer vaartuijgen een Comp: schip derst attacqueeren gelijk nu J. o met gooid schalksoord geschied is; ook weet VE. dat wij de fortresse cannanoor van man„ schappen hebben moeten voorsien, om de gerugten dat dit Eerloos geboefte misschien gem: sterkte souden komen bespringen en schoon het daar toe nog niet gekomen— so ben ik correctie van wijser gevoelen egter van is meening dat dese saek geensints in dewind geslagen moet werden, en wel temeer om dat die standplaatse een holfje na haer hand soude wesen en boven gem: moorsen hoofdman is niet te goed om die schelmen
English
1100 From Malabar, the 1st of March 1748. to give occasion thereto, but be that as it may, it will be utterly necessary that our people there be on their guard, in order not to be suddenly surprised by this vile rabble, and the more so because the said pirates can very easily set off at night from Cape Mount Delly with their vessels, which are estimated at up to 50 to 60 pieces, and appear before the said fortress in the morning at the break of dawn without this being able to be known beforehand. Besides the kings and princes cited above, there are also a multitude of other magnates to be found, such as Caimals, Elledams, and worldly Namburis, who inhabit the upper lands near and in the Malabar mountains, some standing on their own and others who are dependent on this or that sovereign lord, with whom the Honourable Company, due to their remoteness, has little or nothing to do. This is what I have to tell Your Honour regarding the native rulers, though one could write a great deal more about it; but since by the Right Honourable, Most Venerable Lord Commissioner Marten Huijsman, of blessed memory, in His Honour's memorandum of the 11th of April 1684, it was rightly From Malabar, the 1st of March 1748: rightly noted that more than too much had already been written about Malabar affairs back then, I shall therefore leave it at that, and kindly request Your Honour not to consider this writing of mine as a rule to be followed, for that is to be found in the much-esteemed orders that I have mentioned above with high respect; but if it pleases Your Honour, and serves the service of the Company, use it then as a guide to walk the slippery paths of confused Malabar, until such time as Their High Mightinesses may be pleased to establish order therein. It is known to all the world, and fully known to Your Honour, what The Roman Catholic Clergy in these lands are accustomed to doing, and therefore I shall regarding this only say that a commander must take measures against their continuous intrigues, which are always accompanied by sinister practices and spending of money at the courts of the greedy princes, and especially prevent that they bring no harm to the Syrian Christians, who have been miserably corrupted by the false teachers of the Roman church, and completely degenerated from their nearly sound doctrine; but since From Malabar, the 1st of March 1748. since a bishop named Ioanni has now arrived here from Antioch, I hope that all those poor and erring people may and shall be brought back to the right path by that supreme priest, under the co-operation of the Holy Spirit; I also wish with all my heart that Your Honour may soon remove the disputes that have sprung up between the said chief priest and the previous Mar Thoma, for which time was too short for me, and that the Roman scribblers, who have undoubtedly stirred up this business through their instigators, may retreat with shame on their faces, and find that doing evil is often the reward of its own master; for the rest, there is nothing else to be said regarding this, except that the first-mentioned bishop, since he has already reached many years, has requested from us some spiritual persons from Antioch, and that these reverend men may be granted transport hither on a Company ship, and upon their arrival at Basra two thousand rupees, which, as Your Honour knows, we have also granted to this reverend gentleman, From Malabar, the 1st of March 1748. who has promised in writing that after enjoying those funds, he will return the same sum to the Honourable Company. Our Competitors, the English at Tellicherry and Anjengo, and also the French at Mahe, Your Honour likewise knows that they must be handled cautiously by us to avoid all difficulties in Europe that the aforesaid nations otherwise come to raise there; for if they bring forth their complaints without any reason being given thereto by us, as has recently happened according to the memorandum presented by the Comptroller of France to Their High Mightinesses, what an uproar would they not make if any semblance of prejudice were inflicted upon that nation; however, one must by no means neglect the Master's dignity and interest, but attend to them as much as equity allows and the highly wise orders of our Illustrious and Praiseworthy Masters in the Fatherland and Their High Mightinesses at Batavia entail; but it has become time that I turn to the Company's From Malabar, the 1st of March 1748: the Company's Household, or the management of matters concerning the daily service and accounting of Their Honours' effects within this city, namely warehouses, trade books, cash, shop, armoury, and equipage, etc., of which Your Honour should not, however, expect an ample description here, for the reason that the aforementioned His High Mightiness, the Lord Governor-General Hendrik Zwaardecroon, of glorious memory, left a clear and distinct instruction in the year 1697, at that time Commissioner of Malabar, according to the tenor of which I also directed the Company's household here on the coast during my administration, as is known to Your Honour, and therefore Your Honour will, in my opinion, also do well to follow in these footsteps, because that excellent work has been approved by our superiors and recommended for emulation; Here would be the place to describe the advantages that the Honourable Company enjoys here on the coast through the sale of Their Honours' merchandise and the duties from the gardens and lands, together with the collection of sought-after trade goods, but
Dutch transcription
1100 Van Mallabaar den 1„e maart 1748. schilram daar toe aanlijding, te geven, dog het zij hier„ meede so het wil het zal ten uijttersten nood saekelijk wesen dat oeise volkeren aldaar op hare hoede zijn, om met van dit snood gebroedsel schielijk verrost tewerden enwel temeer dewijl gem: rovers zeer ge„ mackelijk des nagts van de Caab mantedellij met hare vaartuijgen die tot 50. @ 60. stx: begroot wer„ den afteekende des morgens met het aanbreeken vanden dageraat voor gem: festing kannen wesen sander dat zulx bevorens kan geweeten werden Behalven devoren geciteerde koningen en vorsten zijn 'er nog een menigte andere land groten gelijk als Caijmaels Elledams en wereldlijke namboeris te„ vinden, die de boven landen nae en in het mallabaars gebergte bewoonen zommige bestaande op hun selven en andere die afhanckelijk zijn van dees en gine opperheeren, waarmeede d' EComp: aen hare af„ gelegentheijd wening of niet te doen hebben dit is het geene mijn heer dat Jk VE: wegens de Jnlandse regenten te zeggen heb, dog men zoude daer van al vrij meerder te boek kunnen stellen, maer nademaal door den wel Edelen groot agtb: heer Commissaris Marten Huijsman zal. r bij zijn Edeles memorie van den 11. april 1684 ten regten Van Mallabaar den 1 maart 1748: regten aangemerkt is dat 'er van de mallabaerse zaken toen al meer als teveel geschreven was, so sal Jk het dierhalven hier bij ook laten, en VE. minlijk versaeken dit mijn schrijvens met gelieve aan temerken als een regel ter navolginge want dat is tevinden in de veel g'eerde ordres die Jk hier vorens met een hogen eerbied gemelt heb, maar als het VE. behaagt, en in den dienst van de maatschappij tepasse komt gebruijkt dan het selve als een weg-wijser om de ahelige paden van het „warrig mallabaer te bewandelen tot tijd en wijlen g8 E haer hoog Edelhedens daer op ordre gelieven testellen. het is al tewereld kundig, en VE. ten vollen be„ kent wat De Roomse Geestelijkheijt in dese landen al komen te bedrijven, en daerom sal Jk dien aangaande maar eenelijk seggen dat een gebieder tegens haare con„ tinueele woelingen, die altijd met sinistre practij„ - quen en geldspendatien aan de hoven der hebsugtige varsten: vergeselschap zijn, dient temaken en voorna mentlijk beletten dat zij De siriaanse Christenen geen nadeel toebrengen dewelke door de valsche leenaars van de roomse kerk Jammerlijk bedurven, en van hare ten naasten bij gesonde leere ten Eenemaal verbasterd zijn dog nademaal Van Mallabaar den 1: maart 1748. nademaal hier nu een bisschop met name Ioanni uijt antiochien g'arriveerd, wil ik hopen dat alle die arme endwalende menschen, door dien opperpriesten onder mede werking vanden Heijligen geest wederom teregte zullen en mogen gebragt werden ook wensch jk van herten dat VE. de dispouten die tussen gem: hoofdpriester, en de voorige Martoma is komen op borrelen in't korte wegnemen kan, waartoe de tijd voor mijn te kant geweest en dat het rooms geschrijvel die door haar stooke„ branders dit spul ongetwijffelt berackent hebben met beschaamtheijd harer aangezigten terugge wijken, en andervinden mogen dat quaad doen veel tijd een belonen is van zijn Eijgen meester voor het overige valt desen aan„ gaande niets anders te zeggen, als dat Eerst gem: bisschop dewijl hij al veele Jaren bereijkt heeft eenige geestelijke persanen uijt antiochien en ons versogt heeft dat die Eerw: mannen met een sComp:s schip transport na herwaards en met haer komst tot duijsent ropias mogen ver„ Bassura towee leend werden 't geen gelijk VE. bekent - is wij ook desen eerwaarden hier g'accordeert hebben Van Mallabaar den 1„e maart 1748. hebben die schriftelijk beloofd heeft na de ge„ nietinge dien penningen deselve zomma wederom aan d'E Comp: tesullen restitueeren Onse Competiteuren de Engelsen tot Salicherij en Ansjenga ook De francen tot Mahe weet VE. almeede dat door ons voorsigtig moeten behandelt werden om alle moeijelijkheeden in Europa temijden die anders voorm: natien daen komen teverwekken want den„ ven zij haer klagten voortbrengen sonder dat daer toe door ons eenige reedenen werde gegeven nu Jongst geschied is blijkens de memorie doorden contrarolleur van Vrankrijk aan haer hoog mogende overgegeven wat zouden zij niet al een op het maken bij aldien 'er eenige scheijn van nadeel aandie natie wierde toegebragt egter dient men ook 's meesters vatsom en Jntrest geensints teverwaarlosen maer zo veel tebehertigen als de billijkheijd toelaat en de hoog wijse ordres van onse Jllustre en loffelijke betaals heeren in't vaderland en haer hoog Edelhedens tot batavia mede brengen, dog het werd tijd dat ik mijn wende tot SComp: V Van Mallabaar den 1„e maart 1748: SComp:s Huijshoudinge of het manie„ ment van saeken die den dagelijksen dienst en ver„ antwoording van haer Edeles Effecten binnen dese stad betreffende zijn namentlijk pakhuijsen, negotieboeken, Cassa, winkel wapenkamer en Equipagie &. a waar van VE. egter hier geen ampele beschrijvinge gelieve te verwagten om reeden dat de hier varen wel gemelte zijn hoog Edelheijd Hendrik den heere gouverneur generaal Zwaarde Croon glorieuser gedagtenisse in den Jare 1697. te dien tijd Commissaris van mallabamr een klaar en distincte Jnstructie nagelaten & heeft, naer welkersteneur Jk geduurende mijn bestier hier ter custe 'sComp:s huijshoudinge ook gedirigeert heb, gelijk VE. bekent is, en daar om zal VE. mijn eragtens ook wel doen dit voetspoer tevolgen door dien dat voortreffelijk werk van onse gebieders goed d E gekeurd en tot navolginge aan gerecommandeert is; Eru soude hier de plaatse wesen te beschrijven de voordeelen die d' E Comp: hier ter custe door het vertier van haer Edele Coopmansz: en geregtigheden uijt de thuijnen en landen geniet mitsgaders den insaam van gewilde handelwharen maar
English
From Malabar the 1st of March 1748: but because such can be found in various papers kept here at the secretariat, and is also to be seen among others very clearly in the frequently cited memoir of the often mentioned Right Honourable and Most Respected Lord of Gollenesse, and along with Your Honour's acquired experience in that regard, it would only be superfluous for me to make further mention of it; wherefore I merely add here my humble opinion that if Their High Excellencies would be pleased to fulfill every year Your Honour's demands for sought-after merchandise, primarily Japanese bar copper, spices, saltpetre, Malacca tin, armozeen, domestic harpuis, iron, silk fabrics, and several others known to Your Honour, that then within a short time the heavy burdens which this command has had to bear for a series of years will rise no higher than the profits. To this will contribute greatly the reduction of the servants here in this land which Their High Excellencies have been pleased to order, and the tolls or duties on private shipping. To this is also added what was not practiced before, that a ship is now to arrive here annually from Surat with whatever Your Honour From Malabar the 1st of March 1748: requests from there in good time and, according to the circumstances of the times, judges to yield the most for the Honourable Company, just as Your Honour knows we did last year; and had our letter sent on 29 July last to that directorate not gone astray, as we must assume, and our request for a shipload of cotton been fulfilled, then the voyage of the ship Oostcapelle, which departed from here in the past month of January, would alone, according to our rough calculation, have brought this command a profit of ƒ30,000. But because I would not gladly insert anything improper in this writing of mine, nor present great matters where the likelihood thereof is very small, I must add here that time will fully substantiate this once the King of Travancore comes to put aside his lust for war and does not absolutely force the Honourable Company to take up armor. The revenues from the Company's tolls, leases of gardens, lands, and duties amounted upon my arrival here on Malabar to a sum of ƒ43,484.5 and now amount to ƒ58,734.11; From Malabar the 1st of March 1748: wishing from the heart that the same will richly increase under Your Honour's administration. And as far as the collection of sought-after trade wares is concerned, everyone in these regions knows that pepper is the main objective; consequently, everything that is in any way possible must be employed by a commander to obtain it. But the reason that not as much of it is currently gathered annually as previously has already been stated above under the heading of Kings, and the letters also clearly point this out. Yet I believe that its delivery will go better from time to time, since Their High Excellencies have been pleased to raise the price of that aromatic, for it is already noticed in every respect that the Malabars find quite a lot of liking in that. This has undoubtedly also induced the petty potentate of Porca or his merchants to enter anew into a pepper contract with the Honourable Company, and I want to hope that the other princes and native rulers will follow this example. With this I shall proceed to the collection of piece-goods, which together with the pepper would constitute two principal branches of trade here, if the Travancore From Malabar the 1st of March 1748: prince were to come to reason; but as long as that does not change, not much good is to be hoped for in that regard, for Your Honour surely knows, and our letters show, what we have already done, if it were possible, to open that trade and make it flourish as in former days. But all efforts made have been fruitless until now; yet I am of the opinion that around this weighty point one must not despair, but continue with the means that are judged fit and necessary according to time and circumstance for a desired collection of those cloths. And since Your Honour is as well acquainted with them as I am, I can conveniently pass over the further description of that precious trade and refer Your Honour further to the much-honoured orders of Their High Excellencies which are to be found in the successive respected letters, as well as among others in the secret missive of 4 July 1740 and a copy of a separate letter from the present Right Honourable, Most Respected and Illustrious Lord Governor-General Gustaaf Willem Baron van Imhoff, which will fully enable Your Honour as to that which, in fulfillment of Their High From Malabar the 1st of March 1748: Excellencies' wise objective, must be put into execution in that regard to the greatest benefit of the Company. Cardamom of the Cabessa sort could formerly be obtained for a moderate price from the country of Colastry Cottatte, but the English at Tellicherry and the French in Mahe now run off with it, though they must also pay dearly enough for it, and therefore we can hardly obtain as much of that spice as is needed to fulfill the annual homeland demand; nor are we in a position to acquire any of it elsewhere, whatever efforts are employed by us for that purpose, as is fully known to Your Honour, unless one comes to agree to the shameless demands of the merchants to the north, which does not accord at all with the interest of the Honourable Company; for, as the proverb says, one can indeed buy gold too dearly. And as regards the Surat cotton, we requested a whole shipload last year from that directorate, as has already been mentioned above, on the assumption that a sweet little profit would be gained thereon; yet we received only 300 bales, and before we received Their High Excellencies' honoured demand, sold them, whereupon
Dutch transcription
Van Mallabaar den 1:e maart 1748: maar door dien zulx bij verscheijdene papieren hier # ter secretarije berustende tevinden ook onder anderen heel duijdelijk tesien is bij dikmaals geciteerde bij de ƒ memorie van veel malen gem: wel Edelen groot agtb: heer van gollenesse en daar bij VE. verkregene 2 Ervarentheid dien aangaande, zo zoude het maer ten overvloede wesen dat ik daar van meerder gewag quam temaken, weshalven hier maar eenelijk bijvoege t S mijn gering gevoelen dat bij aldien haar hoog Edelhed:s r alle Jaren VE. Eijsschen van gewilde coopmansz: Jappans staaf koper, specerijen, voornamentlijk salpeter, mallax thin, armozijnen, Jnlands, harpuijs ijser, sijde stoffen, en meer andere die VE. bekent zijn gelieven tevoldoen, dat als dan binnen weinig tijds de siware lasten die dit commandeent een reex van Jaren heeft moeten dragen niet v hoger zullen steijgeren als dewinsten, hier toe zal veel contribueeren de vermindering der dienaaren hier telande die haer hoog Edelhed:s hebben gelieven te ordonneeren ende thollen of geregtigheden van de particuliere vaart, hier komt nog bij 't geen voor desen niet gepractiseert is dat hier nu Jaarlijx van Souratta een C schip staat tekomen met het gene dat VE. van daer. : Van Mallabaar den 1:' maart 1748. daar vroeg tijdig versoekt en na de omstandigheden van tijden oordeelt: het meeste voor d'E Comp: op tewerpen, gelijk VE. bekent is dat wij anno pass:o gedaan hebben, en hadde onse brief den 29 Julij pass. o na die directie gesonden niet tesoek geraekt gelijk wij moeten onderstellen en ons versoek van een scheepslading catoen voldaan was so zoude het togje van het schip oostCapelle dat, in den voorleden maand Januarij van hier vertrocken is dit commandement alleen nae onse ruwe calculatie een voordeel toegebragt hebben van ƒ30000. - r„m maar om dat Jk niet gaarn hier in dit mijn geschrift iets soude willen Jnvlansen dat onbetamelijk is, en groote saeken op geven daar de apparantie seer klijn toe zij, so moet ejk hier bij voegen dat de tijd zulx ten vollen sal bewaarheden, als den koning van trevancoor zijn oorlog zugt komt afteleggen, en d'E Comp: absoluijt niet noodsaekt het harnas aante doen. De Jnkomsten van 's Comp: tollen pagten van thuijnen Landen en geregtigheden, hebben met mijn komst hier op mallaban bedragen een Zorma van ƒ43484. 5. en belopen nu ƒ58734. 11-. wenschende Van Mallabaar den 1. maart 1748: wenschende van herten dat het selve ander VE. regeering rijkelijk zal vermeerderen en wat den Jnsaam van gewilde handelwharen aangaat, weet een ider van dese gewesten dat Peper deboodschap is gevolglijk moet tot dies verkrijging door een hoofd gebieder alles 98 „ eenigsints. mogelijk is maar. aangewend werden wat, maar „ de reeden dat 'er thans Jaarlijx niet so veel vandien carl Jngepalmnt werd als 1 wel bevorens, is hier baven onder de post van Coningen al gesegt, en zulx wijsen de brieven ook duijdeljk aan egter meen Jk dat dies leverantie, van tijd tot tijd beter zal gaan dengijl haar hoog Edelhed:s de prijs van dat aramatijk hebben gelieven teverhogen want men bespeurt in allen deelen nu al dat de mallabaren daer in al vrij veel smaek vinden, dit heeft het potentaatje van parca of zijn kooplieden ongetwijffeld ook aangeset om een contract van peper met d' E Comp: op nieuw aan te gaan, en Jk wil hopen dat de andere princen en land regenten dit voorbeeld sullen vol„ gen, hiermede sal ik overgaan tot Den Jnsaam van Lijwaten dat met de peper twee voornaemste tacken van den handel hier zouden uijtmaken bij aldien den - trevancoorsen H Van Mallabaar den 1„e maart 1748 Trevancoorsen, varst enis tot bevaren quam maer 6 solang als die niet verandert is 'er dien aan„ gaande niet veel goeds tehopen want VE. weet Jmmers, en onse brieven wijsen fhet uijt wat wij al gedaan hebben om was het mogelijk dien handel topenen en doen floreeren gelijk in voorige dagen, maar alle aangewende devoiren is. tot nog toe vrugteloos gewerst egter ben ik van gevoelen dat men omtrend dit gewigtig poinct niet moet wan hoopen maar te continueeren bij de middelen die tot een gewenschten in saam van die doeken natijd en gelegentheijd mid en noodsakelijk g'oordeelt werden, Een dewijl VE. deselve also wel bekent zijn als mijn, so kan ik gevoeglijk de verdere beschrijvinge van die dierbare negotie voor bij gaan en wijse VE. wijders over tot de veel g'eerde ordres van haer hoog Edelhedens die bij desuccessive g'agte brie„ ven tevinden zijn, als meede onder anderen bij secreete missive van den 4. Julij 1740. en een Copia aparten brief van den presenten hoog Edele groot agtb: en Jllusteren heere Gouverneur generaal Gustaaf Willem Baron van Jmtoff denwel ken VE. volkomen instaat sal kunren stellen tot het geene involdoeninge van haar hoog Edelhed:s p Mallabaar den 1: ' maart 1748 Van Edelhedens wijse oogmerk ten meeste nitte van de „maatschappij daar omtrent ter Executie moet gesteld werden Cardamon Cobessa soort heeft men eertijds voor een matigen prijs kunnen krijgen uijt het land van Colastrij Cottatte maar de Engelsen tot tallicherij en de francen in mahe gaan daer meede nu strijken dog moeten het selve ook duur genoeg betalen, en daar om kunnen wij vandie spe„ cerijen nauwelijks zo veel in krijgen als nodig is tot voldoening vanden Jaarloijxe vaderlandse eijsch ook zijn wij buijten staat Elders iets daer van op tedoen, wat devairen daar toe door ons aangewand werden gelijk VE: ten vollen bekent is ten zij men de Cooplieden om de noord haare onbeschaam„ de Eijsschen komt Jn tewilligen dat gants niet met de Jntrest van d' E Comp: over een kamt, want d men kan so als het spreekwaard segt wal gaud teduur kopen, en wat aan belangt het Sourats Cattoen hebben wij voorleden Jaer van die directie een geheele scheeps lading versogt gelijk boven al gem: is op onderstelling dat daer op een soet winstje zoude behaald werden dog hebben maer 300 balen ontfangen en Eer wij haar hoog Edelhe:s g'eerde Eijsch ontfingen verkogt waer op