Inventory 2710
Persia · 1,362 pages · 271 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
1105. From Malabar, the 1st of March 1748. has risen to 40 percent; however, in the future Your Honour will please ensure that the demands of Their High Excellencies aforementioned are fulfilled in pressed bales, and to send as much to Batavia as the ships can load, and subsequently to act therewith as Their High Excellencies have pleased to ordain regarding the Cathay spun yarn in the secret missive of the 4th of July 1740 mentioned hereinabove. Malabar or Mangalore areca Their High Excellencies have demanded one hundred thousand pounds from here this year, but as yet we have not been able to supply more thereof than 50000 lb., which is now sent to Batavia with the ship Padenos. Moreover, Their High Excellencies aforementioned have pleased to order the Surat ministers that they should send the ship Leyden hither to fetch from here 100000 lb. of those nuts for China, which to that end has also been brought in readiness; and without doubt more thereof will likely be ordered in the future, according to which Your Honour may please take your measures, and the merchants From Malabar, the 1st of March 1748. merchants may be conferred with about this, for the aforementioned traders can always readily obtain the same, as experience has taught us. Sandalwood is commonly purchased in the kingdom of Canara, and therefore it were to be wished that the merchants there, according to the wise desire of Their High Excellencies, would bring this fragrant wood for a reasonable price, as well as the rice, with their own vessels and on their own account hither, to which we have sought to move them; but until now not one merchant has been found who has let himself be encouraged thereto. And because the Angrian sea rovers make the navigation from the north to this city very unsafe, we have not been able to send any ships thither; but principally this has been omitted because of the dearness, as well as that those traders desire to be paid in Ikkeri pagodas and want few trade goods. These are the material reasons why we have until now not been able to fulfill Their High Excellencies' demand of 100000 lb., as is known to Your Honour; nevertheless Your Honour will please do your utmost best so that the Honourable Company in one or another convenient 1106. From Malabar, the 1st of March 1748. convenient manner obtains the same, as well as 100000 lb. that according to the much esteemed order of Their High Excellencies aforementioned must be shipped in the aforementioned ship Leyden for China. Concerning the purchase of Cowries, the Sind chanks and Turmeric, Your Honour will please inspect the memoir of the Right Honourable, highly esteemed Mr. van Gollenesse, to which I refer myself with respect to the said trade wares, and I proceed herewith to the Indigo and the Chay crop, which until now has proceeded very hesitantly here in this country, although I have applied everything that was possible for the cultivation of those dye materials. However, everyone has assured me that in the Company's conquest the indigo, and around the fortress Chettua the chay roots, will grow admirably, and I hope that we will finally have found the right place for it. As regards The Slaves, Your Honour will please have as many purchased as are to be had, because Their High Excellencies desire such, and the ministers in Ceylon would also From Malabar, the 1st of March 1748. also gladly want to have some thereof; and whereas experience has taught me that in obtaining the same, people sometimes act not too honestly, this point also deserves Your Honour's attention in order to prevent that evil as much as is practicable; for in my view it cries to heaven to bring a free person into perpetual slavery in an unlawful manner for the sake of wicked gain. It would be superfluous to describe here where the Timbers for shipbuilding are purchased, and to speak of their prices, as well as how and in what manner one obtains the Lime and stone for the necessary repairs, since Your Honour is fully aware of the same, and everything stands clearly cited in the repeatedly quoted memoir of the Right Honourable, highly esteemed Mr. van Gollenesse. Rice having already been mentioned heretofore, the remainder thereof is 11 lasts and 33 paras, and of paddy 322 lasts, which I gladly admit is rather little, and we undoubtedly would have provided better of that highly necessary sustenance if such had been possible for us; From Malabar, the 1st of March 1748. however, if we receive the two hundred lasts from Canara, as is very apparent, then Your Honour will be able to manage completely with it for a year, seeing that the conquest of Papinivattam annually yields a fine quantity of paddy for the Honourable Company; and even if it were that the aforementioned two hundred lasts were not brought here and the Papinivattam Company's paddy did not suffice, there is always a chance in this country to purchase a plentiful supply thereof for a moderate price, which has sometimes suited us remarkably well; also, private ships often bring rice from Bengal, which Your Honour will also be able to make use of if necessary. Coir for making anchor- and other ropes is brought by the merchants from the lands of Parur and brought here, yet rather less than we are currently in need of, because Their High Excellencies have demanded as much thereof as our ropewalk can deliver; also, the directorship of Surat was provided therewith this year by us at the request of those ministers, and perhaps in the future we shall again enjoy their favour in that regard. Moreover, many of the Company's
Dutch transcription
1105. Van Mallabaar den 1:' maart 1748. op 40. p:r C:to gewormen is, dog in den aanstaande sal VE. gelieven te besorgen dat de Eijsschen van wel gem: haar hoog Edelhedens voldaan werden in geperste balen, en zo veel na batavia senden als. de scheepen kueenen laden, en vervolgens daer„— meede handelen so als haar hoog Edelheedens omtrend m't cathaijs gespin bij de hier boven aangeroerde secreete missive van den 4. Iulij 1740. hebben gelieven te ouvonneeren. Mallabaarse, of Mangaloorse areck hebben haer hoog Edelhedens desen Jare van hier g'Eijscht hondert duijsent panden maer wij heb„ ben daer van voor als nog niet meer kunnen voldaan als 50000. lb. 't geen nu met het schip Padenos na batavia versonden werd, boven dien hebben welgem: haar hoog Edelheedens aen de Souratse ministers gelieven te ordonneeren dat zij het schip zeijden herwaards souden senden om 100000. lb. van die naten, voor China van hier aftehaelen 't welk tendien einde ook ingereedheijd gebragt is, en zonder twijffel sal daar van in den aanstaende wel meer ontboden werden, waer na VE. des gelievende zijn mesures nemen, en de koop lieden Van Mallabaar den 1„e maart 1748. lieden daar over kan onderhouden want gem: mar„ chiandeurs kunnen hetselve altijd net bemag„ tigen gelijk de ondervindinge ons geleent heeft: Sandelhout werd gemeenlijk in het rijk van Cannara gekogt, en daer om ware het tewenschen dat de kooplieden aldaer volgens dewijse begeerte. van haar hoog Edelh: dit reukenthoud voor een tamelijke prijs, zo wel als de rijst met hare Eijgen vaartuijgen en voor haar reek: herwaards wilden brengen, en waer toe wij haar hebben sae„ kan te bewegen, maer men heeft tot nog toe geen een koopman kunnen vinden die zig daer toe heeft laten amimeeren; en om dat de angrease zee schuijmers de vaart van de noord, tot dese stad seer onveilig maken so hebben wij geen schepen derwaards kunnen senden maer voornamentlijk is zulx nagelaten om de duurte als meede dat die haandelaers met pagoden Jkeris begeeren betaald te sijn en weinig negotie goederen willen hebben dit zijn dewesentlijke reedenen, waerom wij tot nog toe haer hoog Edelhedens Eijsch van 100000 lb. niet hebben kunnen voldoen gelijk VE. bekend is egter sal VE. zijn uijterste best gelie„ E Comp: op de eene of andere ven te doen dat d' gevoegelijke 1166. ete Van Mallabaar den 1' maart 1748. gevoegelijke wijse het selve magtig werd, als meede 100000. lb. dat volgens veel g'eerde ordre van welgem: haer hoog Edelhedens inhet bovengem: schip leijden moet afgescheept werden voor China. betreffende den Jncoop van Cauris, de sindise Chancossen en Curcuma gelieven VE: de memorie van den wel Edelen groot agtb: heer van gollenesse natasim waer aan ik mijn ten op zigte van genoemde handel w haren gedrage, en gaan hier meede over tot d' Indigo en 't Saaije gewas dat tot nog toe hier telande seer schoovoetende is voort„ gegaan of schoon ik tot voortqueeking van die verffstoffe alles aangewend heb wat mogelijk is geweest, dog een ider heeft mijn versekerd dat ƒ of in 'sComp: conquest de Jndigo en omtrend het fortresse Chettua de saaija wartelen ad„ mirabel willen groeijen en ik hoop dat wij Eijndelijk de regte plaats daer toe zullen gevonden hebben wat De Lijfeijgenen aan belangt gelieve VE. zo veel in telaten kopen als er te krijgen zyn door dien haer hoog Edelhedens sulx begeeren en de ministers in ceilon soude ook Van Mallabaar den 1 maart 1748. ook wel gaarn daar van wel eenige willen heb„ ben; en nademaal de andervinding mijn geleert heeft dat tot verkrijging van deselve samtijds niet al te eerlijk gehandelt werd, so verdint dit poinct almeede VE. attentie omdat quaad te weeren so veel als doenlijk is want het schreijt mijn Eragtens ten hemel een vrijmensch omboos gewins wille op een anwettige wijse in een Eeuwige slaverne tebrengen; het zoude overboodig wesen hier te beschrijven waar dat de Houtwerken tot den scheepsbouw ingekogt werden, en van dies prijsen tespreken, als meede hoe en op wat wijse men aan. Kalk en steen komt tot de nadige re„ paratien daar dien VE. 'tselve ten vollen bewust is, en bij meermalen geciteerde memorie van den wel Edelen groot agtb: heer van gollenesse ook alles duijdelijk aangehaald staet Rijst is hier varen al gemelt zijnde, het restand van dien Corl 11. lasten en 33. parras, en aen nelij 322. lasten 't geen ik gaarn bekenne dat vrij weinig is en wij souden ongetwijffeltans 8 van die hoognodige spijse beter voorsien hebben indien zulx voor ons mogelijk was geweest Van Mallabaar den 1. ' maart 1748. geweest dog als wij de tweehondert lasten uijt Camnara krijgen gelijk heel apparent is, zo zal VE: het daar meede voor een Jaer vol„ komen kannen stellen, gemerkt het canquest Paponettij een schoon quantiteijt nelij Jaerlijks voor d'E Comp: int levert en of het waere dat gem. twee hondert lasten hier al niet aangebragt wierde ende poponettijse Comp: nebij niet toerijkte so is in dit land altijd khans om daer van rijkelijk voor een matige prijs op te doen 't geen ons Comtijds wanderlijk wel te passe gekomen is, ook brengen de particuliere scheepen wel rijst uijt bengalen waer van VE: zig almeede des noods sijnde zult kunnen bedienen. Caijer tot het maken van anker en andere touwen, werd door de Cooplieden uijt delanden van paroe gehaald, en hier gebragt dog vrij minder als wij tegenswoordig wel benodigt door dien haar hoog Edelheedens daervan so veel g'Eijscht hebben als onse lijnbaan kan uijt leveren ook is de directie van Souratta deser Jare op het versoek van die ministers door ars daermede voorsien geworden enmisschien dat wij in den aanstaande daer omtrend wederom haar gunste zullen genieten boven dien komen hier veele 'sComp:s
English
From Mallabaar, the 1st of March 1748. the Company's ships, of which one or the other also still needs an anchor cable, which is the reason why our Equipage Master for this time has not been able to prepare more than 6 pieces for Batavia; and from the Maldivian Islands coir is also brought hither, but it is much more expensive than the aforesaid, though also considerably better; and the aforesaid Surat ministers have requested a large quantity thereof from us, which is now to happen every year, of which the merchants may also be informed in order to be able to regulate their business accordingly in time. The sundries for Ceylon, coconut oil, timber, charcoal, and the firewood, I refer again to the frequently mentioned memorandum, as no change has occurred concerning that since, except that we, by council resolution of the 23rd of November 1746, have seen fit to sell the last-mentioned fuel for the convenience of the inhabitants of this city and those who desire it, each stack for ƒ 12. 13. —, costing the Honorable Company at Cranganore about ƒ 7. 4 —, and Your Honor can always keep, even were it 60 or 70 ditto in stock, as such will be a very good thing, From Mallabaar, the 1st of March 1747 [sic] because one cannot know what tomorrow will bring. Passing then on to the Company's household, wherein first comes: The true religion, concerning which I find myself pressed in conscience to set down concisely in this my memoir that the lack of zeal to serve God in public and the conduct of many who call themselves Reformed Christians and are members of this congregation is in the highest degree to be lamented. Yea, all true lovers of Zion may well weep over its miserable condition, because carelessness and ignorance, not to say more, have completely gained the upper hand among most. Ah, that they in this hour while I write this, might yet consider what serves their peace, and that it might please the Almighty to preserve God's church here and everywhere from heavier disaster and decay, as well as to awaken men to make, were it possible, all its members into blessed instruments to the honor and glory of Him Who created everything, and to the attainment of their eternal salvation and bliss. This is the heartfelt wish and soul's From Mallabaar, the 1st of March 1748. soul's desire of mine, who since more than 22 years ago set foot on land here for the first time, consequently having had time enough, though not without discovering how the people in this country are accustomed to live; having also seen in abundance that the Roman priests draw many away from the orthodox doctrine and bring them over to their false teachings; for this that popish brood lacks no means, but are busy day and night to seduce everyone if it were possible; and therefore may it please Your Honor to read through the article that the Right Honorable and Highly Esteemed Lord van Gollenesse drew up concerning religion in His Honor's posthumous memorandum, and to observe the same to stem the further intrusion of the aforesaid evil. The Judiciary, of which Your Honor has been president during my administration, consequently it will be unnecessary that I put anything thereof on paper; I only have to say regarding that that it is the duty of a chief commander to let his eye watch over everything and he must take care that the divine and worldly laws are properly executed with moderation and according to the circumstances of the time and the matters; and if it should happen that some members From Mallabaar, the 1st of March 1748 [sic] have a wrong understanding of these or those commands, or else through a misguided mercy might bring about in that Council that the sentence was not passed according to law and equity, from which nothing else than great mischiefs could spring, then it is for Your Honor, as Commander, to suspend such a sentence and to give their High Excellencies notice thereof in the clearest manner, so that no harm may be done to the innocent, and the evildoers may receive reward according to their works. This is all that I have to say regarding the Judiciary, and to Your Honor it is known who and what persons. The Council of Policy, according to the order, constitutes this here and the Commander is the head thereof and together they are entrusted, and are reinforced with the power, to administer everything here in the country which is judged useful and necessary in the service of the Company and for the coexistence and convenience of the people according to the occasion of the times; and I have taken as a lesson, and have always found myself well served by the highly wise sentiment that the present His Excellency the Right Honorable and Highly Esteemed Lord Gustaaf Willem Baron van Imhoff has set down among other things in His Honor's posthumous memorandum at Ceylon, namely: that From Mallabaar, the 1st of March 1748. that the general rules of prudence teach every sensible chief commander to take as little as possible solely on his own account, and if he is a wise man he knows moreover that one must also otherwise trust oneself as little as possible, and not reject even the least counsel, let alone that one should pass by those who are appointed thereto, and not be willing to take their advice when one can have it. And concerning: The Orphan Chamber, nothing else is to be said than that the merchant and fiscal Nicolaas Bowijn presides therein, because Major Christiaan Baldewijn Fredrik van Wrisberg has requested to be excused therefrom, and Your Honor can also rest assured that that person will properly look after and take care of the provision for the poor orphans and their funds. The Commissioners of Small and Matrimonial Affairs, nothing also needs to be mentioned of this, except that the junior merchant Gijsbert Jan Feith is president thereof. The fiscal is always president of the fire and ward masters.
Dutch transcription
ee Van Mallabaar den 1' maart 1748. sComp:s scheepen waar vanden een of den ander 6 ook nog wel een anker touw nodig heeft, het welke dereeden is dat onesen Equipagiemeester s voor dit maal niet meer als 6. — – p:s voor Batavia in gereedheijd heeft kannen brengen, en van de maldivose Eijlanden werd almeede herwaards Caijer gevoerd, dog is veel duurden als bovengen: maar ook vrij beter en voors: souratse ministers hebben daer van een groote quantiteijt van ans versogt dat nu alle Jaren staat te geschieden, daer de kooplieden ook wel kennisse van mogen hebben om haar doen nae in der tijd te kunnen reguleeren; de zond huijden voor Ceilon Clappus olij, Hout Houtskolen en het brandhout, ge„ drage mijn alwederom aan dikmaals gen: memorie also daer omtrend geen veranderinge zedert gekomen is, als dat wij bij raadslot van den 23. 9ber: 1746. goedgevonden hebben de laatst gem: brandstoffe tot gerief der Jnwoonderen van dese stad en die het begeeren tevercopen, ider stapel tegens ƒ 12. 13. —. kostende dE. Comp: tot Cranganoor inden ƒ7. 4–. en kan VE. altijd al was het 60 of 70 d. o in voorraad houden, so zal zulx een heel goede saek wesen door . . 1108 Van Mallabaar den 1„e maart 1747 7 door die men niet kan weten wat den morgen baren ende zal, vervolgens overgaande tot 's Comp: Huijshoudinge; waer in eerstelijk voor komt. Den waren Godsdienst waar van Jk mijn gemoetshalven geprest vind in dit mijn gedenk, schrift kantelijk ter neder te stellen dat de Jver„ loosheijd om god in't openbaar te dienen en het ge„ drag van veele die zig gereformeerde christenen noemen, en ledematen deser gemeente zijn, ten hoogsten te beklagen is, Ja alle op regte liefhebbers van zion mogen wel beweenen desselfs Ellen„ digen toestand door dien desorgeloosheijd, en on„ wetendheijd om niet meer teseggen bij de meeste 18 ten vollen de overhand genomen heeft, ag dat zij in dese uure terwijl ik dit schrijve, nog be„ dagten wat, tot hare vreede dient, en het den Allemagtigen mogte behagen gods-kerk, hier en over al voor swaarder anheijl enverval te bewaren mitsgaders mannen geliefde te verwekken, om waar het mogelijk alle dies lidmaten tot gesegende werk tingen temaken ter eere en heerlijkheijd van den geenen die alles geschapen heeft en tot verkrijginge van haar Eeuwig heil en zaligheijd, dit is de hertgrondigen wensch en ziels Van Mallabaar den 1 maart 1748. ziels begert van mijn die sedert ruijm 22 Jaren de Eerstemaal hier voet aanland setede, gevolg„ lijk tijd genoeg gehad dog niet sonder tontdecken hoe de menschen in dit land gewend zijn te teven ook ten overvloede gesien dat de roomse priesters veele van de regtsinnige leere aftrecken en tot haar dwaal leere overkomen tehalm, hier tot ontbreekt dat papen gebroed geen middelen, maar zijn dag en nagt besig om een ider was het mogelijk te„ verleijden en daer om laat het VE. gevallen de post die den wel Edelen groot agtb: heer van gollenesse in zijn wel Edeles nagelatene memorie aangaande den gods dienst opgesteld heeft natelesen en'tselve tot steuting wegens den verderen indrang van voorsch: quaad te observeeren. De Iustitie waar van VE. geduurende mijn bestier president bent geweest gevolglijk sal het noodsakelijk zijn dat Jk daar van iets ten papiere koome tebrengen, eenelijk moet ik dier aangaande maar seggen dat het depligt is van een hoofd gebieder over alles zijn oog telaten gaan en zorge dragen moet dat de goddelijke en wereldlijke wetten nabehoren met moderatie en natijds omstandigheijd en zaaken uijtgevoerd werden en als het mogte gebeuren dat sommige leden Van Mallabaar den 1:' maart 1743 heden een quaad begrip van dese of geene gebaden hebben, dan wel door een rverkeerde barmher„ tigheijd indien Raad teweege bragten dat het vannis E niet na regt ende billijkheijd geveld wierd, waer uijt niet anders, als grote on heijlen soude kunnen voortspuijten, zo staat het VE: als commandeur vaij diergelijk een vonnis te Curcheeren en haar hoog Edelheedens daar van op de duijdelijkste wijse kennisse tegeven op dat den onschuldiger geen leet geschiede, en de boosdoenders loon na hare werken mogen antfan„ gen dit is alles wat ik van het Justitieele verseggen heb, en VE. is bekent wie en wat personen. . Den Raad van Politie na de ordre hier uijtmaken en dat den commandeur daer van het hoofd en tesamen aanbetrouwt is, en met de magt gesterkt zijn, alles hier telande te bestie„ ren wat in den dienst dermaatschappij en tot samen levering, en gemak der menschen natijden gelegentheijd nit en nodig g'oordeelt werd, en Jk hebbe tot een lesse genomen, en mijn altijd wel bevonden bij het hoog wijs zentiment dat den presenten zijn Edelheijd den hoog Edelen groot agtb: heere Gustaaf Willem Baron van Imhoff in zijn Edelheijds nagelate memorie tot Ceijlon ander andere gesteld heeft Namentlijk dat Van Mallabaar den 1 maart 1748. Dat het de algemene Regulen der voorsigtigheijd leeren een Igelijk verstandig hoofd gebieder soo min als mogelijk voor Eijgen reekening alleen tenemen, en zoo hij een wijsemnan is weet hij daar en boven dat men sig selfs ook buijten des soo min mogelijk vertrouwen, en selfs ook de minste raad verwerpen moet geswijge dan dat men de geene die daar toe gesteld zijn soude voor bij gaan, en haren raad niet willen in neemen als men die hebben kan En wegens. Het Collegie van de weescamer valt niet anders te seggen als dat den Coopman en fiscaal Nicolaas Bowijn daar in presideert door dien den heer majoor Christiaan Baldewijn fredrik van Wrisberg versogt heeft daar van g'Ex cuseert temogen wesen, en VE. kan zig ook wel gerust stellen dat die persoon de besorginge der arme wesen, en hare geldertjes wel behertigen endaar voor sorge dragen zal. —. De Commissarissen der kleene en Huwelijkse Zaeken behoeft almede niets van gereept tewer„ den als dat den ondercoopman Gijsbert Jan feith daer van president is Den fiscaal is altijd president van branden wijkmeesteren. den
English
From Malabar, 1 March 1748. The Church Council currently consists, owing to the death of the minister Johannes Scherius, of only two elders and four deacons. These meet in the presence of a Political Commissioner, who is always the Senior Merchant here if he is a member of the Reformed Church; otherwise, another political official must be employed for this purpose, who must report to Your Honour on everything decided in that assembly insofar as it concerns civil administration. However, the said Commissioner may not attend any ecclesiastical meeting in which the censure of morals over the members of the congregation is conducted. The School Commissioners here are ordinarily two, but for lack of a minister there is now only the Junior Merchant Martinus van Groenenberg alone. As to their duty regarding the school children and those living in the Reformed orphanage, as well as what orders have been issued by this government for the education of that youth, please consult the frequently cited memorandum. Therein Your Honour will also be able to observe who the current Outside Directresses of the aforementioned orphanage are. And since my wife has had the honour of being one of them for 5 years, Your Honour will in... From Malabar, 1 March 1748. ...and one must also ensure that nothing is lacking for trade and necessities, as well as defense; and for that reason I shall briefly touch upon these matters and place them first. The garrison of this Commandery, which Their High Mightinesses were pleased to determine by honoured letter of 10 August 1745, except for Cochin, regarding how many military personnel must be stationed in each fortress, which will indeed suffice in peaceful times; however, in case of arising difficulties, the said Their High Mightinesses desire that one must arrange this according to time and circumstance, which also applies to all fortresses. But subsequently Their High Mightinesses have been pleased to divide all the military personnel present on this coast into companies, and to place them under three distinct commanders, as has also been done, of whom Major Christiaan Baldewijn Fredrik van Wrisberg is not only one, but he also commands the entire troop, which one may conveniently call half a battalion, and consists primarily of 683 heads, among whom are 534 Europeans... From Malabar, 1 March 1748. ...and 849 natives. And everything that occurs in this regard, that commanding officer must have reported to Your Honour, or personally give notice thereof, according as the matters are and require, pursuant to the instructions to be found here at the Secretariat, which Your Honour may read through if you deem it necessary, and therefrom further carry out the highly respected orders of the aforementioned Their High Mightinesses concerning the military service. I will not presume to say whether the aforementioned number is sufficient or not in these dangerous times for the defense of the Company's valuable and numerous fortresses, since I have already given my opinion thereon in the Company's dispatches together with my accompanying council members according to conscience and duty. But it is a fortunate circumstance, if Malabar should fall into distress, that its ministers can have recourse to Ceylon during the favorable monsoon, as has happened repeatedly and most recently again; and the Right Honourable and Highly Esteemed Lord van Gollenesse was also so good as to send us 107 soldiers, though only in exchange, because the said Noble Lord and the Council of Colombo judged that Ceylon had greater need of those troops than Malabar. And although we... From Malabar, 1 March 1748. ...would gladly have seen it otherwise, we did not dare take an opposing decision against the powerful urging arguments of the aforesaid ministers, in the hope that Travancore will calm down, which God grant for the best of the Company. The fortifications here are all in good condition, except that at Quilon the moat wall of the counterscarp has collapsed over a length of 76 feet, which nevertheless causes no hindrance to the defense of the fortress; consequently there is time enough to inform Their High Mightinesses thereof, as has also been done with the required respect. Yet a much greater evil threatens this stronghold, and if Your Honour will please read through the memorandum of the frequently mentioned Right Honourable and Highly Esteemed Lord Governor of Ceylon van Gollenesse, Your Honour will find recorded therein that the sea had already caused much damage there, and the present Supreme and Highly Esteemed Lord Gustaaf Willem Baron van Imhoff, for that reason, judged that a revetment of palisades ought to be constructed on the seaward side. And since... From Malabar, 1 March 1748. ...the foreshore has since been very much reduced and washed away by the heavy and violent surf, one can also easily understand that its repair is now all the more necessary. I would have made a start with it already, but we lacked beams; however, it is very likely that those timbers will be easier to obtain in time, because I hope that Travancore will not be in such need of them as before. Until this work begins, it seems to me that Your Honour will do well to first await Their High Mightinesses' further orders in that regard. Your Honour knows that the powder magazine in the said fortress is completed, and no repairs need to be made to the fortifications of Cochin, because they are complete; but Their High Mightinesses have ordered that a powder-stamping mill must be built within these walls as quickly and economically as possible. At Cranganore everything is likewise in good order, except the large gate of the outer works, which has sagged somewhat, but in time can easily...
Dutch transcription
Van Mallabaar den 1e' maart 1748 Den Kerken Raad bestaad tegens woardig door versterf van den predikant Iohannes Scherius maar uijt twee ouderlingen en vier diacanen de welke ten overstaan van een Commissaris politicus zijnde altijd hier den oppercoopman als hij een lid„ maat van de gereformeerde kerk is, en anders dient daer toe een ander politicq lid g'Emplaijeert te werden dewelke aan VE. rapport moet doen van al het geene in die vergadering besloten is voor Co verre het selve depolitie raakt dog gem: Commissaris mag geen kerkelijk vergaderinge bij wonen waar inne de sensecra morum over de leede„ maten der gemeente gehouden werd. De Scholarchen zijn hier ordinair twee, dog bij gebrek van een leerar is nu maar den ondercoopman Martinus van groenenberg t alleen, enwat hare pligt is omtrend deschool kinderen en die in't gereformeerde washuijs woonen als meede wat ordres door dese regeering tot leering van die Jeugt gesteld is gelieve E. dikmaals geciteerde memorie natelesen daar Te bij zal VE. ook kunnen b'oogen wie thans DE Buijten Regentessen van voorm: weeshuijs zijn en dewijl mijn huijsvrouw in 5 Jaren d' Eere gehad heeft een daar van tewesen, so zal VE: in Van Mallabaar den 1„e maart 1748. en een dient ook goede teslaan dat 'er tot den handel, en behoeften mitsg:s defensie niets ontbreekt en daar om sal ik het een en ander nog kartelijk aanhalen en in de eerste plaatse stellen. Het Guarnisoen van dit Commandement dat haar hoog Edelhedens bij g'Eerde brief van den 10. aug:s 1745. hebben gelieven te bepalen Excepto van Cochim hoeveel militairen in Jder festing zullen moeten leggen waarmede het bij vreedige tijden ook wel sal testellen zijn, dog bij op kd„ E mende swarigheijd begeeren wel gem: haar hoog Edelhedens dat men zulx natijd en gelegentheijd E schicken moet 't geen ook plaats heeft omtrend alle fortressen, dog nader hand hast het haar hoog Edelheedens gelieft alle demi„ litairen die haar ter deser custe bevinden in compagnien teverdeelen, en ander drie bijsondere hoofd mannen testellen gelijk ook geschied is waar van den heer majoor Christiaan Baldewijn fredrik van Wrisberg niet alleen een is, maar commandeert ook de geheele trop, dat men gevoeglijk een half battaljoen kan noemen, en bestaat primo plaan in 683. Coppen, waer onder 534. Europeesen van Van Mallabaar den 1:' maart 174 en 849. Jnlanders zijn, en alles wat daar bij voor„ valt moet dien hoofdofficier VE. laten rapporteeren of selfs kennisse geven nadat desaken zijn en verisschen volgens de Jnstructie die hier op de secretarije tevinden is, en als VE. het nodig vind kan naleesen, en daar uit verder de veel g'eerde ordre van meer„ melte haar hoog Edelhedens aangaande demili„ teuren dienst antwaren, Jk zal mijn niet ander„ winden teseggen of 't voornoemde getal in dese dan gerense tijden genoeg is, of niet tot ver„ deediging van 'sComp: dierbare en menigvuldige fortressen door dien ik mijn gevoelen daar over bij 'sComp: missiven nevens mijn bij gevoegde raads„ leden nagemoede en gehoudenisse al g'unt heb„ maar het is een goede saeke als mallabaar in verlegentheijd mogte raken dat desselfs ministers in de goede mousson haar recoers tot Ceijlon kunnen nemen, gelijk meermalen en nu Jongst nog geschied is, en den wel Edelen groot agtb: heer van gollenesse heeft ook de goedheijd gehad ons 107. - - militairen toe te senden dog maar in ruijling doordien welgem: Edelen heer met den Raad van Colombo oordeelden dat ceilon die volkeren nodiger waren als op mallabaer en alhoewel wij het wel Van Mallabaar den 1. maart 1748. wel anders gaarn gesien hadden so hebben wij om de kragtige drang redenen van voorsch: ministers daar tegens geen contrarie besluijt derven nemen in hope trevancoor tot bedaren sal komen dat god geeve tot beste van de maatschappij. De fortificatien zijn hier alle in een goede staad behalven dat tot Coilande gragt muur vande contrescherp Jngevallen is, ter leagte van 76. voeten het geen egter geen verhindering tot defentie van fetting aan brengt gevolglijk is 'er tijds gem: genoeg om haar hoog Edelhedens daar van te verwittigen gelijk ook met het vereijschte respect geschiet is, en aan een veel groten quaad dreijgt dese sterkte, en als VE: de memorie van veelmalen wel Edelen groot Agtb: heer Ceilons gouverneur van gollenesse eens gelieft te door lesen, zo zal VE. daar in geboekt vinden, dat de Zee tom al veel nadeel daer teweege bragte enden presenten hoog Edelen groot 10 agtb: heere Gustaaf Willem Baron van Jmhoff, om die reeden g'oordeelt heeft dat aan de zeekant een beschoeijing met paal Van Mallabaar den 1„' maart 1748 paal werk diende gemaekt te werden, en nade„ maal sedert het voorland door desware en ge„ weldige branding seer veel vermindert en weg„ gespoeld zo kan men ook gemakdelijk bevroeden dat dies Reparatie nu nog des te noodsakelij„ ker is, en Jk zoude daarmeede ook al een begin hebben gemaekt maar het heeft ons aan balkan gemanqueert egter is zeer apparent dat die houten in der tijd beter te krijgen sullen zijn, door dien Jk hoope dat trevancoor so veel als wel bevorens met benodigt zal wesen; Jntusschen dat dit werk begint dunkt mijn sal VE: wel doen als VE. haer hoog Edelhedens nadere ordre dien aangaande eerst komt aftewagten; het kruijthuijs in gem: f festing weet VE. dat voltooijt is, en aan de fortificatie werken van Cochim behoeft geen repuratie te geschieden door dien deselve compleet zijn, maar haer hoog Edelheedens hebben g'ordonneert dat op 't spoedigste en mena gieuste binnen dese muuren een kruijtsampmolen moet gebouwt werden. Cranganoor is meede alles wel behalven de groote poort van de buijten werken d die al wij wat gesaekt, min der tejd Ligtelijk
English
From Mallabaar the 1st of March 1748. May easily fall down entirely, yet little depends on that since the same is of not the least use and service. Also, many years ago, some subsidences were already found in the wall of the counterscarp, by which, however, not much is lost either, as it causes not the least hindrance to the defence of the said fortress. The fortress Chettua is without defects, likewise Cannacoor. And as regards the residences on this coast, those at Sengapatnam and Calicoilan, as well as Pannanij, are made of olas, and require new repairs every year. But at Pesa stands a fine stone warehouse to be able to store pepper and other goods therein, and lacks nothing. At Porca there are some defects in the warehouse and dwellings, which we have had carefully inspected, and have had the building materials for improvement surveyed, which we have sent to Their High Excellencies with a rough calculation of the costs in all deference, which Your Honour, From Mallabaar the 1st of March 1748. Your Honour please also observe each time when there is any repair of importance to the Company's fortifications that can be postponed, since Their High Excellencies have so ordered. Regarding the defects in the Company's lodge at Barssaloor or Condapoer, I have already written previously, so that I hereby proceed to the Company's other buildings. It is known to everyone that a chief commander with his council at the subordinate offices may not erect any new buildings, but that permission must first be requested from Their High Excellencies for that purpose. And as regards the defects of the Company's houses that stand in this city, Their said High Excellencies have favourably authorized us to have them repaired in the most economical manner, as we respectfully proposed in our humble letter dated the 31st of December 1746, and to sell the superstructure of the old and defective Portuguese monastery for demolition. Concerning the sloops and vessels, the number of which is known to Your Honour, there is presently nothing else to say except that matters must be maintained as they are, the yacht Anna Catharina, which was still on the stocks, having been sold according to the much-esteemed order of Their High Excellencies, which will also bring some small reduction in the heavy pressing burdens of this command, for it is certain that, besides its outfit, fewer seafarers will be needed, who, as well as the gunners, artillerymen, and other servants, are fixed by Their High Excellencies, as can be seen from the aforementioned highly esteemed letter of the 10th of August anno 1745, whereby Your Honour will also be able to discover the further order regarding this from Their said High Excellencies, the number of seafarers consisting of 45 heads, of whom 15 are on the sloop Maria Lourentia, [illegible] the two boats. The wise orders which Their High Excellencies have issued concerning the requisitions, I rest assured, are known to Your Honour, as well as that here at present with more cash, From Mallabaar the 1st of March 1748. Cash in the Company's treasury of this city and subordinate offices, under date of the last of December, was in actual fact found to be f65213. 1. 8. Also that we, since rupees have not been brought here in abundance as previously, have become very hindered and embarrassed, which has also been the principal reason why we took our recourse to Ceilon, Cormandel and Souratta. But owing to a lack, according to the letters from those ministers, they have not been able to accommodate us therewith, but from Colombo a quantity of 34000 lb. of gunpowder was sent to us in deduction of our requisition of 75000 lb., so that we now have in total remaining of it 146061 ¾ lb., and I do not doubt in the least that this command will this monsoon, through the goodness of the Right Honourable Lord van Gollenesse, be provided with even more, for this city alone ought to have 100000 lb., and the remaining fortresses each in proportion. Therefore it will be a desirable thing when the stamp-mill here is ready and in operation, for then Mallabaar will no longer need to be troublesome to Ceilon, and the ships will also remain freed from transporting that dangerous powder. Gifts, From Mallabaar the 1st of March 1748. Gifts may not be given on the Company's behalf until this has been deemed necessary in the Council of Mallabaar. Moreover, Their High Excellencies must afterwards be given notice thereof and their esteemed approval requested thereon. Regarding the Panum mint, I do not need to report much, since almost no other coin is seen here, and it is in abundance, and is current among the common people. But Your Honour knows that the King of Cochin has requested us that all the Boescrocken that are in circulation might be melted down for the benefit of the poor people, because there are false ones among them, and we agreed to this by resolution of the Council on the 14th of this month, since the Honourable Company needs to suffer no loss thereby. It will also, in my opinion, yet subject to the wiser judgment of Their High Excellencies, not be bad if the coins come to circulate here as in Ceilon, whereupon the Honourable Company will be able to enjoy a sweet profit, to which end we, as is known to Your Honour, respectfully from Batavia
Dutch transcription
Van Mallabaar den 1:' maart 1748: Ligtelijk ten eenemaal am versal vallen, dog daar aan legt weinig gelegen dewijl deselve van geen de minste nut en gebruijk is, ook heeft men over veele Jaren al eenige sackingen daar in de muur van het canterscherp ge„ vonden waar aan egter almeede niet veel verbeurt is, also het selve gem: sterkte ter veroediging geen de minste hinderinge aanbrengt. Jag E De fortresse Chettua is zonder gebreken, someede. — Cannacoor, en wat de Residenten te deser custe aangaat, Co sijn die tot Sengapatnam, en E. Calicoilan, als mede Pannanij van olas gemaekt, en vereijscht alle Jaren nieuwe reparatie, maer tot Pesa staat een schoon der stemen pakhuijs om peper, en andere goederen daarin te kunnen bergen enmanqueert niets. — Porca zijn eenige gebreken aan het pakh: ende wooningen dat wij nauw keurig hebben laten visiteeren en de bauwstoffen tot verbetering laeten opneemen 't geen wij haar hoog Edelh:s met een ruwe calculatie van het kossende in alle Eerbied toegesonden hebben, 't welk VE. Van Mallabaar den 1:' maart 1748. VE. ook telkens als 'er eenige reparatie van belang aan 'sComp: festingen en dat uijt gesteld kan E werden, gelief in agt tenemen door dien haar hoog Edelhedens zulx geordonneert hebben van _ _ de gebrekens aan 'sComp: logie tot O Barssaloor of Condapoer heb ik bevorens al gesch: so dat ik hier meede over„ gaan tot 'sComp: andere gebouwen het is een ider bekent dat een hoofd gebieder met zijn raad op de subalterne Comtoiren geen nieuwe gebouwen mogen stigten, maar dat haar hoog Edelhedens daar toe eerost permissie moet versogt werden, en wat aangaat de gebreeken van 'sComp:s huijsen K die in dese stad staan hebben gem: haar hoog Edelens ons gunstiglijk gequalificeert temogen laten verbeteren op de menagienste wijse gelijk wij bij onse geringe letteren gedagtekend den 31. xber: 1746. met eerbied gepropaneert hebben en den op stal van het oude en defecte par„ „tugeese clooster, voor een afbreuk te vercopden. De Chialoup en Vaartuijgen waar van het getal VE. bekent is valt tegenswoor„ E dig niet anders teseggen als dat de hand daer Van Mallabaar den 1. maart daar aan moet gehouden werden, zijnde het Jagt anna Catharina dat nog op stapel stond volgens veel g'eerde ordre van haar hoog Edelheedens verkogt, dat ook nog al een weijnig vermindering in de swaar druckende lasten van dit comman„ dement zal toebrengen, want het is zeker dat buijten desselfs Equipagie ook minder Zeevaerende zal benodigt wesen die door haar hoog Edelhedens so wel als de constabels, bosschieters ende overige dienaren bepaalt zijn, gelijk uijt voren gerepte hoog g'eerde brief van den 10. aug: a:o 1745. tesien is, waar bij VE. de verdere ordre dienaangaande van wel gemelte haar hoog Edelhedens ook zal konnen antdecken, bestaande het getal der zeevarende in 45. Coppen waar van 15. op de chialoup Maria Courentia, eepickin he twee boods. dewijse ordres die haar hoog Edelhedens omtrend De Eijsschen gesteld hebben houde ik mijn versekert dat VE. bekent zijn als meede dat hier tegenswoordig met meen Contanlen E en Van Mallabaar den 1:' maart 1748. Contanten in 's Comp:s Cassa te deser steede onder„ hoorige comtoirmn onder dato ult:o xber: in waere wesen bevonden zijn als ƒ65213. 1. 8. ook dat wij sedert de ropijen hier niet in meenigte gelijk wil bevorens aangebragt seer belemmert, en verlegen zijn geraekt, het welk ook voornamentlijk de reeden is geweest waarom wij onse toevlugt ge„ nomen hebben tot Ceilon, Cormandel en souratta dog door gebrek volgens het schrijven van die ministers hebben zij ons daer meede niet kunnen gerieven maar van Colombo is ons toegesonden een quantiteijt van 34000. lb. Buskruijt in mindering van onsen gedaenen eijsch van 75000. lb. so dat wij thans in't geheel daer van per Restand hebben 146061 ¾. lb. en ik twijffele geensints of dit commandement zal dese moussou door de goetheijd vanden wel Edelen groot agtb: heer van Gollenesse met nog meerder voor„ sien werden, want dese stad dient alleen 100000. lb. te hebben, en de overige sterktens ider nae raeto, daar om zal het een gewenschte zaeke wesen als de stampmoolen hier klaar en aan de gang is, want dan zal mallabaar, ceilon niet meer lastig behoeven tevallen, en de scheepen ook bevrijd blijven om dat gevaarlijke poeder overte voeren. geschenken Van Mallabaar den 1 maart 1748. Geschenken, mogen 'sComp:s wegen met gegeven werden dan nadat zulx, in rade van Mallabaar E nodig is geoordeelt, boven dien moet haer hoog Edelhedens naderhand daar van kennisse gegeven ende g'aerde approbatie daar op versogt werden van De Panum Munterij heb jk niet nodig veel temilden, door dien hier bij na geen andere munt gesien werd, en in overvloed is, en onder het gemeen inswang gaat, maar VE. weet dat den Cochimsen koning ons versogt heeft om alle De Boescrocken die in dewandeling zijn, mogten gesmolten werden, ten beste van de anme menschen, om dat 'er valsche onder zijn en wij zulx bij raadslot van den 14. deser geaccordeert hebben voor dien d'E Comp: daar aan gemn schade behoeft teleijden, het zal ook mijns er agters dog onder wijser gevoelen van haar hoog Edelheedens niet quaad zijn dat de buijten gelijk tot ceilon hier komen trouilleeren, waer op d'E Comp: nog al een soet winsten sal kunnen genieten ten welken eijnde wij gelijk VE. bekent is van batavia Eerbiedig
English
From Malabar, the 1st of March 1748. Respectfully requested f. 12000.--, for one must leave nothing unattempted that can bring an equitable and moderate advantage to the Company. Concerning the Provisions, I have already stated that they come chiefly from the country of Angecaienaal; Repolim and Paroe also supply much of it for the inhabitants of this city, but because the greed of the Malabars rises higher from day to day, the foodstuffs now cost easily twice as much as 10 to 20 years ago, and it is to be feared that for the present no change for the better will come about in this matter, for all my efforts which I have made to achieve that desirable purpose for the benefit of the common people have been entirely fruitless, as experience has taught; and that The Drinking Water is fetched from Feradalna, and in what manner, is known to Your Honour. But because this place lies 6 hours from the city of Cochin, it formerly indeed occurred that the European who was placed on each boat had little inclination for it, and therefore cared little where the water From Malabar, the 1st of March 1748. came from, and the coolies, noticing this, filled the casks halfway, through which irresponsible conduct the garrison, and other people besides, frequently had to drink brackish water, from which nothing other than illness could arise. But in order to remove this evil, for with unwilling hounds, as the proverb says, it is not good to catch hares, I took a soldier and a sailor from the entire group, who voluntarily offered their services upon the proposal and condition that was put before them, namely, that if they sailed on the boats for a whole year and during that time consistently delivered good and pure water that is not foul, the first-mentioned would then be made a corporal, and the second a quartermaster, but in the contrary case both would be punished according to their deserts. This has had such an effect that since then no salt or bad water has been perceived here. However, if it should happen, which God forbid, that this navigation were hindered by one or another inconvenience From Malabar, the 1st of March 1748. and no water could be fetched from so far, one could still, if necessary, make shift for some time with the water from several wells that are in this city, and therefore I have always had 6 to 7 that yield the best water kept clean, upon which covers can be made if such is deemed necessary. Meat and Bacon are preserved here in the city as well as in the other strongholds, in order to make use thereof in times of need, but care must be taken that the same does not spoil, and it must be inspected every three months by knowledgeable commissioners, and if necessary provided with new pickle, and what further ought to be done regarding this, and has been done in our time, Your Honour knows as well as I. And whereas the time appointed by me for my departure from this coast begins to draw near through God's goodness and blessing, I shall pass on to The Servants who are appointed under the jurisdiction of this commandement, but I nevertheless do not find it advisable to write about each of their conduct in particular, From Malabar, the 8th of March 1748. because some might perhaps imagine that some passion resided in me concerning many, and that I elevated others without reason. Secondly, their conduct is known to Your Honour, and if anything should still be wanting therein, I doubt not in the least that the good along with the bad will, now that Your Honour obtains the supreme command here in hand, reveal themselves fully to Your Honour within a few days, and especially the last-mentioned; for it is impossible that a Moor can change his black skin, or a leopard its spots, just as little can people do good who are accustomed to practicing evil. But this is, God help us, an old sore, not only here in particular but everywhere in these regions, against which there is nothing else to be done than to practice patience, and to make an example for others now and then, though as rarely as is ever possible, of those who make it all too gross, and to favour the first-mentioned persons each according to merit and opportunity, as well as to request Their High Excellencies' precious favour for them. Furthermore, may Your Honour please to observe strictly the much-respected orders of the aforementioned Their Excellencies which are to be found in the letter of the 10th of August 1745, concerning the number of servants who ought to be here From Malabar, the 1st of March 1748. in the country and in each place or fortress, and in case necessity might require that the said sum cannot suffice, Their High Excellencies desire that the reasons thereof shall be made known by letters. The remaining orders concerning the servants here on the coast Your Honour may also inspect in the recently arrived letters, if it pleases you; therefore, subject to the wiser opinion of Their High Excellencies, I think that I can very conveniently suffice with this short description of the servants, and that it will not be taken amiss of me that I come to touch upon, as if in passing, an evil that has already been in use here on the coast for many years, and would to God that the same were not all too prevalent in this city, namely the mistreatment of the slaves, which the vicious Topass women and certain female persons of the Company's servants do not shrink from committing, and when one asks or has them asked why they treat their male or female slaves so unmercifully, those vixens even dare to give as an answer that they are the mistresses of their male and female slaves, consequently
Dutch transcription
1116 Van Mallabaar den 1' maart 1748. Eerbiedig ƒ. 12000-–. versogt hebben, want men moet niets onbesogt laten dat een billijk en slegtmaetig voordeel aan de maatschappije kan toebrengen De Levensmiddelen heb ijk bereed al gesegt dat voornamentlijk uit het land van angecaienaal komen, repolim en paroe levent daar van ook veel voor dese stads jnwoonderen dog door dien de geldgierigheijd der mallabaren van dag tot dag hoger steijgent, zo kosten de Eetbaare wharen nu wel eens so veel als over 10 @ 20. Jaren en het staat te dugten dat daar in voor eerst geen veranderinge ten goede sal komen, want alle mijne pogingen die ik gedaan heb om dat wenschelijk oogmerk tebereijken ten beste van het gemeen zijn ten eenemaal vrugteloos geweest, gelijk de ondervinding geleent heeft; en dat Het Drinkwater van Feradalna gehaald werd, en op wat wijse is VE. bekent maar omdat dese plaats 6. uuren van de stad Cachim legt, so is 't eertijds wel gebeurte dat de Europees die ider gamel gesteld was daar toe niet veel sin hadde, en daar om zig weijnig bekommerde waar dat het water van Van Mallabaar den 1:' maart 1748. van daar quam, en de koelijs zulx merkende devaeten halven wegen vulde, door welk onverandwoordelijk gedoente het guarnisoen, en andere menschen meer, om een dan wel brak water moesten drinken, waaruijt niet anders als ongesontheijd konde voort„ spruijten maar om dit quaad wegtenemen, want met onwillige houden segt het spreek„ woerd is niet goed haesen tevangen, so heb ik een soldaat en een mattroos uijt den geheelen hoop genomen die hare dincst vrijwillig aan bodem op de presentatie en conditie die haar voorgesteld wierde, namentlijk, als zij een Jaar lang op de gamellen voeren, en geduurende die tijd tel„ kens goed en zuijver water dat niet sietig is komen aantebrengen, men als danden eerstgem: corporaal, enden tweeden quartier„ meester zal maeken dog in contrarie geval haar beijde soude straffen, na verdienste, 't geen ook van die uijtwerkinge is geweest dat zedert geen sout of legt water hier vernomen is, dog als het gebeurde dat God verhoede dese vaart door 't eene of 't ander Jnconvenient belemmert wierde E Van Mallabaar den 1 maart 1748. wierde en so ver geen water konde gehaald werden so soude men zig nog wel des noods zynde voor eenige tijd met het water uijt eenige putten die in dese stad zijn konnen behelpen en daar om heb ik 6. @ 7. die het beste water geeft altijd laten schoon houden waar op deksels sal kunnen gemaekt werden, No als zulx nodig werd geoordeelt Vlees en Speck werd so wel hier ten steede, als in de overige sterktens bewaart om zig daar van in nood te kunnen bedienen maar men moet sorg dragen dat het „selve niet komt te bederven, en alle drie maanden door kundige gecommitteerdens laten visiteeren, en des nodig zijnde van nieuwe piekel doen versien, en, wat verder hier omtrend diend tegeschieden, en in onse tijd gedaan is, weet VE. also wel als JE, en nademaal de bij mij vastgestelde tijd van „mijn vertrek van dese custe door gades goed„ heijd en zegen begint te naederen, so sal ik ave gaen tot De Dienaren die onder het ressort van dit commandement bescheiden sijn, maer ik vinde egter met raadsaam van derselver conduite ider in't bijsonden teschrijven door Van Mallabaar den 8„e maart 1748. door dien sommige zig misschiene souden verbeelden dat bij mijn omtrent veele eenige passie resideerde, en andere sonder redenen op veisselde ten tweeden is het gedrag van haar VE. bekend, en of daar aan nog iets mogte manqueeren, so twijffele ik geensints of de goede met de quaade sullen haar nu VE. het oppergebied hier in handen krijgt, binnen „weijnige dagen ten vollen aan VE. antdecken en wel bijsonder de laast gem: want het is onmogelijk dat een moorman sijn zwarten huijd kan veranderen, nog een luijpaart zijne plecken, also min kunnen de menschen goed doen die gewend zijn het quaade te betragten dog dit is/ god betert / een oud seer, niet alleen hier bij uijtsteck maar over al in dese ge„ westen, waar tegens niet anders te doen valt als patientie te ceffenen, en aan de geene die leet al te grofsmaeken nu en dan, dog so weinig als Jmmers mogelijk is, een Exempel voor andere testatueeren en de eerst gem: personen ider na verdienste en gelegentheijd te favoriseeren, mitsgaders haar hoog Edelhedens dier baere gunste voor haar teversoeken, wijders gelieve VE. stiptelijk de veel gerespecteerde ordres van hoog gem: haar Edelhedens te opserveeren die bij de brief van den 10. aug:s 1745. tevinden zijn; betreffende het getal der dienaren die hier telande Van Mallabaar den 1:' maart 1748. telande en in Jder plaats of festing maar moeten wesen, en bij aldien het de noodsaekelijkheijd mogte vereijsschen dat genoemde zomma niet kande toereijken, zo gelieven haer hoog Edelhedens dat de redenen daar van bij brieven zullen bekent gesteld werden, de overige ordres aangaende de dienaeren hier ter custe zal VE: des behagende meede bij de Jongst aangekomene brieven kunnen nasien; dierhalven denk Jk ander wijser gevoelen van haar hoog Edelhedens dat JE heel gevoeglijk met dese karte beschrijvinge der dienaren zal konnen bestaan, en mijn niet qualijk sal geduid werden dat jE als in't E 6 voor bij gaan kome aanteroeren een quaad die hier ter custe al over veele Jaren in gebruijk is geweest en gerive god dat 'tselve in dese stad niet al teveel in swang ging, namentlijk de mishandelinge der leijfgenen die de quaad„ aardige toepasse wijven en zommige vrouws personen van 'sComp:s dienaren haer niet ant„ sien tepleegen, en als men vraagt oflaat vraegen, waar om zij hare slaven of slavinnen zo onbarmhertig tracteeren derven die feepen nog wel ten antwoord geven dat zij meeste rissen van haere slaven en sollevinnen zijn, gevolglijk
English
Jacc Mallabaar the 1st of March 1748. consequently may also punish them when they deserve it, which saying is in itself true enough; yet I am nevertheless of the opinion that this must, by all, and especially among Christians, be tempered with benevolence in accordance with equity, and by no means in a tyrannical manner as many are accustomed to do, which is to be deplored; for if one must even practice mercy toward animals, as Solomon says, Proverbs 12, number 10, how much more toward fellow human beings, who share the same nature with us and are created in the image of God just as we are; but this is disregarded by many, to the great and painful grief of those miserable people, which nevertheless often remains hidden from other people, or at least does not come to light clearly and plainly enough for the courts, and as the saying goes, no rooster crows for it; which is the reason why we, as is known to Your Honour, thought fit at the session of the 27th of September past to order the fiscal to pay very close attention to this matter in order to prevent such unjust and cruel treatment, or at least to cause it to cease as much as is ever possible. 1189 From Mallabaar the 1st of March 1748. possible, and if Your Honour would also be pleased to keep an eye on this, it will be all the better for those unfortunate beings, and bring some solace to their slavery. Deserters have at all times been abundant here, but never so much as within a few months; we have by no means failed to investigate the true reasons that move the men to such frequent running away, and found that the King of Travancore at Coilan is the principal cause of it, as is clearly evident from the letters of those servants; and as concerns the other places and the garrison of this city, the major and head of the militia here reported in our meeting of the 13th of December past that some soldiers who have been here a long time brought forward that they could not get relieved from here and that there was no advancement for them to hope for on the Malabar, and therefore requested to be relieved from here; furthermore, the so-called recruits complained that they had been sent hither without final settlement of accounts and now had to run on debt accounts, and therefore only received one month's wages every four months, with which they claimed not to be in a position to provide themselves with stockings and shoes, much less a shirt and uniform alongside other necessities; yet
Dutch transcription
Jacc Mallabaar den 1„e maart 1748. gevolglijk deselve ook mogen straffen, als zij het verdienen, welk seggen in zig selven wel waar is, dog Jk ben egter van gevoelen dat zulx bij allen, en insonderheid bij de christenen met goedertierentheijd na de billijkheid moet gemaetigt werden maar geensints op een tiranmque wijse gelijk veele de gewoonte hebben, dat te beklagen is, want indien min selfs over de beesten barm„ hertigheijd moet oeffmen, gelijk Salomon segt prov: 12. N:o 10. hoeveel temeer overmenschen, die deselfde nature met ons hebben, en so wel als wij na Gods beeld geschapen zijn, dog - dit werd van veele in de wind geslagen tot graot insmertelijk verdriet van die ellendige dat egter veel tijds voor andere menschen verburgen blijft ten minsten met duijdelijk en klaar den regten genoeg zijnde, komt teblijken, en so men segt geen haar nae kraaijt, 't welk de reeden is waarom wij gelijk VE. bekent is, bij zitting vanden 27. 7ber: pass.o goedgevonden hebben den fiscaal te ordonneeren heel nauw agt op dese zaek te geven tot voor„ koming van dier gelijke onregtveerdige en wreede behandelinge, ten minsten tedom cesseeren, zo veel als Jmmers mogelijk. 1189 Van Mallabaar den 1e maart 1748. mogelijk is, en als VE. daar omtrend meede een oog en't zeijl gelieft tehouden, sal het des te beter voor die ange„ luckige weesen, en eenig soulaas in hare sla„ vernije toebrengen. Deserteurs zijn hier ten allen tijden over„ vloedig geweest maar naijt zo veel als binnen eenige weijnige maanden, wij hebben geen„ sants gemanqueert om ondersaek tedoen naede waere redenen die het volk tot so menig vuldig weglopen beweegt, en bevonden dat den koning van Tevancoor tot Coilan daer van de voornaamste oorsaek is gelijk duijdelijk uijt de brieven van die bediendens komt te blijken en wat aanbelangt, de overige plaatsen en het guarnisom van dese stad, heeft den heer majoor en hoofd der militie alhier in onse vergadering den 13. xber: a pass. o rapport gedaan dat zommige militairen die hier lang geweest zijn quamen voortewinden zij van hier niet konden verlost haken en voor haer geen advancement op de mallabaar tehopen was, en dier halven ver„ sogten van hier verlost tewesen, wijders de so genoemde baeren klaagden dat zij sander af„ reekening herwaards gesonden waren en thans op schuld reekening moesten lopen, en daer om alle vier maanden maar een maand gagie kregenwaer meede zij voorgaven, niet in staat tesijn hun met houssen en shoenen, veel min een hemd en monteering nevens andere benodigtheden te kunnen voorsien dog Jac Mallabaar den 1„en maart 1748. gevolglijk deselve ook mogen straffen, als zij het verdienen, welk seggen in zig selven wel waar is, dog Jk ben egter van gevoelen dat zulx bij s #t allen, en insonderheid bij de Christenen met goedertierentheijd nade billijkheid moet gemaetigt werden maar geensints op een tiranmque wijse gelijk veele de gewoonte hebben, dat te beklagen is, want indien min selfs over de beesten barm„ hertigheijd moet oeffmen, gelijk Salomon segt prov: 12. N:o 10. hoeveel temeer overmenschen, die deselfde nature met ons hebben, en so wel als wij na Gods beeld geschapen zijn, dog dit werd van veele in dewind geslagen tot groot insmentelijk verdrict van die ellendige dat egter veel tijds voor andere menschen verburgen blijft ten minsten net duijdelijk en klaar den regten genoeg zijnde, komt 8 8. teblijken, en so men segt geen haar nae kraaijt, 't welk de reeden is waarom mij gelijk VE. bekent is, bij zitting vanden 27. 7ber: pass. o goedgevonden hebben den fiscaal te ordonneeren heel nauw agt op dese zaek te geven tot voor„ koming van dier gelijke onregtveerdige en wreede behandelinge, ten minsten tedomn cesseeren, zo veel als Jmmers mogelijk. Van Mallabaar den 1:' maart 1748. mogelijk is, en als VE. daar omtrend meede een oog in't zeijl gelieft tehouden, sal het des te beter voor die ange„ luckige weesen, en eenig soulaas in hare sla„ vernije toebrengen Deserteurs zijn hier ten allen tijden over„ vloedig geweest maar noijt zo veel als binnen eenige weijnige maanden, wij hebben geen„ sints gemanqueert om andersaek tedoen naede waere redenen die het volk tot so menig „vuldig weglopen beweegt, en bevonden dat den koning van Tevancoor tot Coilon daer van de voornaamste oorsaek is gelijk duijdelijk uijt de brieven van die bediendens komt te blijken en wat aanbelangt, de overige plaatsen en het guarnisom van dese stad, heeft den heer majoor in hoofd der militie alhier in onse vergadering den 13. xber: a pass. o rapport gedaan dat zommige militairen die hier lang geweest zijn quamen voortewinden zij van hier niet konden verlost raken en voor haer gemn advancement op de mallabaar tehopen was, en dier halven ver„ sogten van hier verlost tewesen, wijders de so genoemde baeren klaagden dat zij sonder af„ reekening herwaards gesonden waren en thans op schuld reekening moesten lopen, en daer om alle vier maanden maar een maand gagie kregenwaer meede zij voorgaven, niet in staat te sijn hun niet houssen en shoenen, veel min een hemd enmonteering nevens andere benodigtheden te kunnen voorsien dog
English
From Malabar, 1 March 1748. Yet, in order to accommodate these people as much as lay in our power, we requested personnel from Ceylon and sent an equal number of those disgruntled persons in their place; some of them have also been placed upon the ships, in exchange for whom novices have been brought here. And with regard to the personnel who arrived here without accounts, we have, in the aforementioned meeting, subject to the esteemed approval of Their High Noble Excellencies, seen fit to allow the very same provisions to be issued to them as if they had brought their accounts with them, with the understanding that if too much has been disbursed it must be refunded, for which the Batavia pay-office clerks are the most directly responsible. And in order to accommodate the personnel even further, toward the prevention of the aforementioned frequent mischief, the Lord Major has announced to those men that no fixed time was set for them to obtain their uniforms, but that they could have them prepared piece by piece, so that, for your ease of mind, all those pretexts have been cleared out of the way; and therefore it is to be expected that the excessive desertion will now also cease, unless there should still be something hidden behind it of which one has had no knowledge hitherto, which will perhaps be discovered in time. At least it is certain that the French and English entice the people from here and carry them off, on which account Their High Noble Excellencies have also most recently, by an esteemed missive of 26 September of last year, been pleased to order that recourse be had to reprisals, in order to attempt by that course, as much as possible, to repay their uncivil conduct by debauching just From Malabar, 1 March 1748. as many of their personnel in return as they seduce away from us. And this law of retaliation is among the nations of greater efficacy than any other measures, and is generally applied when one sees that justice is otherwise not to be obtained. And should it please the aforementioned Their High Noble Excellencies that a general pardon for all the deserters for one year might again be published here, I do not doubt in the least that many of those rascals would betake themselves hither, because they have it among the said nations, and still much worse in the Travancore country, than with the Honourable Company; and although Their Honours would not enjoy much service from them here, they could be sent elsewhere, and the British along with the French would perhaps desist from enticing away our personnel any further in the future. It will not be advisable that I make any mention of the Honourable Company's servants and subjects, namely Topasses and Lascars, other than that Their High Noble Excellencies have fixed the number of them that may be in the Honourable Company's service here in this country; and should matters arise that require more, please adapt yourself to the times, provided nonetheless that Their High Noble Excellencies be given proper notice thereof, just as we have also done with all respect according to our duty regarding the outstanding debts in our humble letters recently dispatched on the last of January of this year, both regarding the King of the lost Signatty kingdom and Berkencoer, and regarding the Honourable Company's merchant Zechiel Rabbij, where the accounts stand recorded; and you must await Their High Noble Excellencies' highly esteemed orders concerning this. For the rest, I shall briefly say that you ought in all respects to observe economy in the service of the Honourable Company, and to take care that those who are placed under you also do not fail in this regard, although one might think, now that the oath of clearance must be taken annually according to the much-esteemed order of Their High Noble Excellencies, that close supervision would not seem so urgently necessary. But, my friend, God knows the world is wicked, and it would not be the first time that some of the inhabitants of Malabar took a false oath for the sake of filthy lucre; yet I will not enlarge further upon this, but conclude herewith, after having first kindly requested you that whatever might be omitted in this writing of mine that is nevertheless useful and necessary for you to know in the service of the Honourable Company here in this country, you take in its place for your instruction and relief all the very wise orders that have descended from the High Council of the Dutch Indies and been sent hither since the year 1743, which I consider as inserted here; and I do not doubt that the one together with the other will enable you to manage the affairs and interests to the greatest advantage of the Company; for which I wish from my heart that God the Lord may be pleased to grant His blessing, and moreover grace you with an abundant measure of His inexhaustible blessings in soul and body. For the rest, I remain, underneath was written, Sir, your willing servant and friend, was signed, R. Siersena; in the margin, Cochin, the last of February, Anno 1748; underneath, agrees, was signed, J. D. Krouse, First Clerk. at this main office of Batavia, as the same has turned out upon the closing of the Trade Books under the last of August, Anno 1748, namely: The general charges in the past 12 months, calculated from the 1st of September 1747 to the last of August, Anno 1748, amount to a considerable sum of f 3,730,698: 7: 12, which amount has been written off to the debit of the following accounts, as Short Demonstration of the state of the Honourable Company No. 11. years 1196 1: 12.
Dutch transcription
Van Mallabaar den 1. ' maart 1748. dog en dese menschen so veel in ons vermogen was tegemoet p te komen, zo hebben wij volk van Ceijlon versogten een selfde getal van die misnoegde in plaatse gesonden ook sijn„ der eenige daar van op de scheepen geset, waer voor nieuwe„ lingen hier aangebragt zijn; en wat aan belangt de„ volkeren die hier sander reek: gekomen zijn, hebben wij in so evengem: vergadering op de g'eerde approbatie van haar hoog Edelhedens goedgevonden aan deselve de eijgenste verstreckinge telaten doen, als of zij haere reekenings hadden meede gebragt, in bequip Cohet teveel verstrekte, moet gerestitueert werden, dat de Bataviase zoldij bediendens daer toe de naaste zijn, en om de volkeren nog al meersten gevalle tedoen, tot voorkoming van voorsch: frequente quaad, so heeft den heer majoor die menschen aange„ kondigt dat haar geen tijd bepaalt was, om de monteering te beschicken, maar stuks gewijse konden laeten in gereedheijd brengen, so dat tot VE. gerustheijt alle die voorwendselen uijt deweg geruijmt zijn, en daarom is het te denken dat de overmaetige desertie nu ook zal ophouden, ten waere dat 'er nog iets uit verbargen schuijlde daar men tot nog toe geen kennis van heeft 't geen misschien door den tijd wel zal ontdekt werden, ten minsten is het zeker dat de france en Engelsen de volkeren van hier locken, en wegvoeren, waarom haar hoog Edelhedens ook nu Jongst bij g'eerde missive vanden 26. 7ber: des voorleden Jaars hebben gelieven te ordonneeren om recours tenemen tot repre sailles, om die boeg te tragten so veel doenlijk haar onheusch gedrag betaald tesetten, met Ruijm zo Van Mallabaar den 1„e maart 1748. zo veel volk weder van haar te beboucheeren, als sij ons antro„ ven, en dese wet der vergeldinge is onder de natien van meerder Efficatie, dan eenige andere middelen en heeft in genere plaats, als men siet dat anders geen regt te bekomen is, en behaagden het welgem: haar hoog Edelh: dat hier wederom Een generale pardon voor alle de deserteurs voor een Jaar mogte werden gep„rbliceert, so twijffele ik geensints of veele van die fielten souden herwaards haer begeven omdat zij het bij genoemde natien en nog vrij slimmer int't revan„ coorse land hebben, als bij dE: Comp: en alhoewel haar Edele hier niet veel dienst van haar sanden genieten so soudense elders kunnen versonden werden, ende britten benevens de france souden misschien afsien, om onse volkeren in den aanstaande meer ter onselen, het sal niet raad zae„ kelijk wesen, dat ik eenig gewag kome temaken, van 's Comp:s dienaeren en onderdanen, namentlijk. Toepassen en Lascorijns als dat haar hoog Edelhedens het getal die daar van in 'sComp: dienst hier te lande mogen sijn, bepaalt hebben, en als er saeken mogten komen op borrelen dat ermeerder vereijscht wierde, so gelieve VE: Zig dan almeede nade tijd te schic„ ken, onder dese mits nogthans dat haar hoog Edelhedens daar van behoorlijke kennisse werd gegeven, gelijk wij ook met alle eerbied nae onse gehoudenisse gedaan hebben van De uijtstaande schulden bij onse Jongst afgaande nedrige letteren van den laatsten Januarij deses Jaars so wel van den koming van het verlorme signattijse rijk, en berkencoer als van'sCamp: Coopman Zechiel rabbij, alwaar de Commen bekent staan en VE. moet haer hoog Edelheedens hoog g'eerde ordres dien aangaande afwagten. voor 't overige zal ik nog kantelijk seggen dat VE. De Menagie inden dienst den E: Comp: in allen deelen diend 1120 Van Mallabaar den 1. ' maart 1748 diend te betragten, en tewaeken, dat de geene die ander VE gesteld zijn daar omtrend ook in geen gebreeke blijven, alhoewel men soude dinken nu den eed van purge Jaarlijx nade veel g'eerde ordre van haar hoog Edel hed:s geschieden moet dat een nauwe toesigt so hoognodig, met schijnt tewesen, mnaar mijn vrund de weereld is god betent boos inhet soude de eerstemaal niet wesen dat sommige der inwoonderen van mallabaar aen valschen eed deeden aen vuijl gewins wille; dog ik zal mijn daar over niet verder uijtlaten maar hiermeede besluijten nae VE. alvorens vrundelijk versogt te hebben, het geene in dit mijn geschrift mogte geommitteert wesen, dat egter uit en nodig is voor VE. inden dienst van dE: Comp: hier telande teweten indies plaatse tot VE. narigt en verligtinge tenemen alle de heel wijse ordres die zeedert den Jaere 1743. vande hooge tafel van neerlands Jndia afgedaalt en herwaards gesonden sijn 't welk ik hier voor g'insereert houde, en niet twijffele of het eene met het ander zullen VE. in staat stellen omde saeken en belan„ gen ten meesten voordeele van de maatschappije te bestieren; waar toe ik van herten wensche dat god de Heere zijnen zeegen gelieve te verleenen, boven dien VE. begenadigen met een volle moete zijner onuijtputtelijke zeegeningen na zielen lighaam, voor het overige blijve ik /onderstond/ Mijn heer, VE. Bereijd willige dienaar, en Vrund /was gets: R„ Cop Siersena, in margine/ Cochim den laatsten feb: Ao 1748. /onderstond / accordeert /was getekent J:. D: Krouse. Eclercq. — —. ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk. de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/ maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698: 7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie N„o 11. jaaren 1196 1:12.
English
1121 at this head office Batavia, as the same turned out upon the closing of the trade books under ultimo August Anno 1748, namely: the general charges in the past 12 months, calculated from primo September 1747 to ultimo August Anno 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698:7:12, which amount has been written off to the debit of the following accounts, as Brief presentation of the state of the Honorable Company To His High Excellency, the High Noble, Well-Born Lord Gustaaff Willem Baron van Imhoff, Governor-General of the Netherlands Indies, etc., etc., etc., together with the Honorable Lords Councilors of the Netherlands Indies. High Noble, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Honorable Lords; The supercargo and commander of the private vessel De Johanna Elisabeth, Marten Wouter Tempesel, Your High Excellency's most humble and obedient servant, takes in all respect the liberty to represent to Your High Excellency how, having arrived with the said vessel in Mocha in the past year, eight days after his arrival, or on the 30th of December, there also appeared the Company's ship Beukesteijn, a ghurab of the Lord Director of Surat having also arrived there some days prior, which was loaded at Mahe for the account of the French Governor of that place; that after a good living together for three days with the supercargoes of the Company's ship Beukesteijn, the second; years 1196 11:12. second supercargo Jongstal expressed himself in a villainous manner, that they were suffering great damage due to our arrival, looking at the ghurab of Mahe and my vessel; saying further: you people buy whatever you wish, but when I arrive in Batavia, I shall open a book about that trade; yet through daily intercourse with one another, this being forgotten again when one began to think of purchasing the coffee, and that I would also secure a parcel of it for the account of my shipowners, and in the case of too high a price for the account of the Lord General Dupleix at Pondicherry; so we made an agreement with one another to undertake the expedition to Beit al-Faqih jointly as one body; and, both maintaining one price, to thus go in company; and after all was done and the purchases were brought down, to share together with one another. This then being settled, and the expedition to be undertaken in the latter part of March or in the beginning of April, I continued my journey to Jeddah, and left Duboccage and my clerk Boelaert there to convert the shipped commission goods of Governor Louet and Dupleix that were still unsold, and after the work was done, to undertake the expedition for the coffee with the gentlemen of the Honorable Company. But alas, what could my concluded contract and given 1122 Brief presentation of the state of the Honorable Company at this head office Batavia, as the same turned out upon the closing of the trade books under ultimo August Anno 1748, namely: the general charges in the past 12 months, calculated from primo September 1747 to ultimo August Anno 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698:7:12, which amount has been written off to the debit of the following accounts, as and given orders possibly help, for I had barely lifted my anchor or a great commotion arose here among the gentlemen of the Honorable Company, through the doing of Boelaert; Duboccage, seeing himself entangled among the wolves, got into a dispute with Boelaert concerning the expedition, even to the point of fighting; whereupon Jongstal summoned Duboccage to the cellar in our residence with his cane, giving as the only aforesaid reason for it that Duboccage had mistreated Boelaert; whether this now is the right path taken, to undertake jointly as one body a trade of upwards of 300,000 rixdollars, wherein not only our lords and masters were to find their prosperity, but also the great expenses that have to be incurred would thereby be reimbursed; I very gladly leave, with the utmost submission, deferred to the prudent judgment of Your High Excellency. Upon my return to the roadstead of Mocha on the 17th of May of this year, I was welcomed by the first supercargo and captain Van Nimweegen, who was on board his ship, and we spent that day, as well as the following, ashore with great joy because of the received news of the election of His Serene Highness the Lord Prince of Orange to Stadtholder, etc., etc.; the next day, or the 19th, being in my residence or the French lodge, there came Mr. Jongstal years 1196 10: 8: 11:12. to
Dutch transcription
1121 ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk. de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/ maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie Aan sijn Hoog Edelheijd den Hoog Edelen wel geboren Heere Gustaaff Willem Baron van Jmhoff Gouverneur Generaal van nederlands India etc:a etc:a etc:a, benevens de Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Hoog Agtb: wijd gebiedenden Heer, Wel Edele Heeren; Den Carga en gezaghebber van het particulier scheepje De Johanna Elisabeth, Marten Wouter Tempesel, uw: hoog Edelheijds gantsch onderdanigen en gehoorsamen dienaar, neemt in alle Eerbied de vrijheijd uw: hoog Edelheijd te verthoonen, hoe dat hij met gemelden bodempje inden voorleeden jaare, in Mocha g'arriveert zijnde, agt wagen naer zijn komst, of op den 30: decemb:r aldaer mede verscheenen is, 'sComp: schip Beukestijn wezende voor Eenige dagen bevorens aldaer ook aangeland een goerab vande heer Sourats directeur, dewelke op Mahe voor Reecq: van den fransen gouverneur dier plaatze geladen was: dat na een goede te samen Leving geduurende drie dagen met d' Cargas van 's Comp: schip Blukesteijn, den tweede; aaren 1196 11:12. tweede carga Iongstal op eene vileijne sig uijtte; dat Zij lieden groote schade quamen te lijden door onze kompte, siende op de goerab van Mahe en mijn vaarthuijg; zeggende wijders: gijlieden laaten koopt; wat gij wilte dog als ik te batavia kome, zoo sal ik van dat waaren een boekje opendoen, dog door den dagelijxen ommegang met den anderen, sulx weder vergeeten zijnde, wanneer men begon te denken aan den inkoop der Cofsij, en dat ik mede een parthij daer van soude aanslaan, voor Reecq: van mijn rheeders, en bij al te hoogen prijs voor reecq: van de heer generaal Duplex op Londicherij; zoo maekten wij met Elkanderen een accoord; om gesamentlijk als een lighaam den optogt naer Betelfacque te onderneemen; en met ons beijden een prijs houdende, dus incomp:s souden gaan; en naer dat alles gedaen en het ingekogte afgebragt was, met Elkanderen te samen deelen dit dan vast gesteld, en den optogt in het laaste van maart; of in't begin van april te onderneemen staande hebbe ik mijn reijs voortgezet naer Iudda, en liet Duboc„ „lage en mijn schrijver Boelaert aldaer, om de ingescheepte Commissie goederen vanden gouverneur Loit en Duplex welke nog onverkogt waren, om te setten en naer gedaan werk, met de heeren van dEComp: de Expeditie op d' Cofsij te onderneemen maar Zelaas, wat heeft mijn gemaekt Contract en gegevene 1122 Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk. de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/7 maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698: 7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als en gegevene ordre al konnen helpen, wante nauwlijx had ik mijn anker geligt off hier geraakte een Groote opschudding tusschen de heeren van dEComp:, door toedoen van Boe„ „laert; Duboccage zig onder dewolven verwart ziende, geraakte met Boelaart in dispunt, omtrent den optogt tot vegtens toe; waerop Iongstal, Duboccage kelder 't met zijn rotting in ons woonhuijs voorhaalde, eenelijk daer van voors reeden gevende, dat Bobbage, Boelaert mishandeld hadde; off dit nu deregte weg ingeslagen is; 't om gesamentlijk als lighaam een negotie te onderneemen i„ van ruijm 300'000: rd:s waer bij niet alleen onse heeren en meesters haer wel zijn tevinden was; maer ook de groote ongelden, die gedaan moeten werden, daer door vergoed sou„ „den werden; laate seer gaarne met de uijtterste onderwer„ „ping aan het prudent oordeelt van uw: hoog Edelheijd gede„ „fereert. bij mijn retournement ter rheede van mocha op den 17: maij deses jaars; wierd ik door den eerste Carga en Capitain d„ Van Nimweegen, welke op zijn schip aan boord was, verwelle komt en bragten dien dag, gelijk ook den ij volgende dito aande wal, met veel vreugde door wegens j=o de bekomene tijding vande verkiesinge van zijn door q: „lugtige Hoogheijd den heere Prince van orangie dien„ tot Stadhouder etc:a etc:a; des anderen dags off den 19: in van mijn woonhuijs off de france logie zijnde, quam de heer; Jongstal aaren 1196 10: 8: 11:12. at
English
Jongstal complained to me that my supercargo and French broker had broken the aforementioned contract and driven up the price of coffee, both to the great detriment of myself and my redress, as well as to the Honorable Company, even far above the price set by Their High Excellencies. At the same time, he produced a daybook kept by the bookkeeper Oostendorp and continued by himself, Jongstal, with these words: look at what those scoundrels did in Your Honor's absence; what will Their High Excellencies say, when we submit that document, about Your Honor and the conduct of the servants in Bengal, and what great damage has not been inflicted on the Honorable Company, etc. To which I answered him: Sir, Your Honor is aware of what orders I left here as co-owner. If they were violated, such was not caused by my fault, yet here there is time enough to remedy the same, since up to this day we have no competitors in the purchase who will upset our affairs. I will have my servants come down from upcountry, and de facto prohibit the purchasing, which had only just begun then, and had advanced no further than over 200 bahars. Likewise, an express messenger was immediately dispatched for that purpose, and pursuant to these orders my brokers and writer, and subsequently my supercargo Duboccage, immediately came down; the average prices at that time having been from 118½ to 122½ per bahar of 1123. at this main office of Batavia, as the same turned out upon the closing of the trade books on ultimo August Anno 1748, namely: The general charges in the last elapsed 12 months, calculated from primo September 1747 to ultimo August Anno 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698:7:12, which amount has been written off to the debit of the following accounts, as Brief demonstration of the state of the Honorable Company of 740 lb of the best sorts. These obstacles caused notorious disorder among the Arab merchants, but these being by no means foolish, stuck to their set prices, the more so because the contract made by us had become public through the quarrel between Jongstal and Boccage, which continued even up to Betelfaguy. Yet in the middle of June, when the time had expired, it was resolved to make a beginning with our work again, since prices had fallen somewhat. To which end the assistant Zeeman and my writer Boelaert were sent upcountry, though under the pretext of fetching our left-behind baggage and liquidating and settling the already purchased coffee accounts; although they had also been instructed to proceed slowly with everything and to see whether the coffee might not drop further, which indeed took effect on 21 June, when the first purchase took place again, through my writer Boelaert, in the presence of Zeeman, namely the first sort or Odeenze coffee at 113½, which began to decrease reasonably, and subsequently fell further to 109. However, according to Jongstal's calculation, this coffee was too expensive for the Honorable Company, especially considering that the time had expired; furthermore, his clerk Zeeman was ordered to break off by the 2nd or 3rd of that month, because bahars 1196 16 2 10 11:12 Jongstal complained to me that my supercargo and French broker had broken the aforementioned contract and driven up the price of coffee, both to the great detriment of myself and my redress, as well as to the Honorable Company, even far above the price set by Their High Excellencies. At the same time, he produced a daybook kept by the bookkeeper Oostendorp and continued by himself, Jongstal, with these words: look at what those scoundrels did in Your Honor's absence; what will Their High Excellencies say, when we submit that document, about Your Honor and the conduct of the servants in Bengal, and what great damage has not been inflicted on the Honorable Company, etc. To which I answered him: Sir, Your Honor is aware of what orders I left here as co-owner. If they were violated, such was not caused by my fault, yet here there is time enough to remedy the same, since up to this day we have no competitors in the purchase who will upset our affairs. I will have my servants come down from upcountry, and de facto prohibit the purchasing, which had only just begun then, and had advanced no further than over 200 bahars. Likewise, an express messenger was immediately dispatched for that purpose, and pursuant to these orders my brokers and writer, and subsequently my supercargo Duboccage, immediately came down; the average prices at that time having been from 118½ to 122½ per bahar of
Dutch transcription
Jongstal mijn klagen, dat mijn Carga en France makelaer het voorm: Contract verbroocken en d' Cossij opgejaagt hadden soo wel tot groot nadeel van mijn en mijn redres als d'EComp:, Jaselfs verre boven de prijs van haer hoog Edelh:s gestelt; met eene een dog Register, doorden boekhouder Oostendorp gehouden, en vervolgt door hem Iongstal voorden dag halende, onder deze uijtting: ziet eens wat die schel men in VE: absentie gedaan hebben; wat sullen haer hoog Edelhedens, wanneer wij dat geschrift overgeven, niet seggen, van VE: en de gedoentens een bediendens in bengale wat schade word d'Ecomp: niet al toegebragt ensz: waerop ik haer antwoorde, mijn heer VE: is bekent wat ordre ik als meede Rheeder hier gelaten heb, zijn die over„ „treeden zulx is door mijn schuld niet veroorzaekt, dog hier is tijd genoeg om het selve weder te herstellen, alzo wij tot den inkoop tot heeden geen mede dingers hebben, die onze affaires onder de voet sullen stoten; ik sal mijn bediendens van boven doen opkeomen; en den inkoop (:die toen nog maer een begin genomen had, en waer mede niet verder g'avanceerd was als tot ruijm 200 blaren:) de facto verbieden; gelijk ook opstonds een Expresse ten dien eijn„ „de afgevairdige; en ingevolge van welke ordre ook aanstonds mijn makelaers en schrijver, en vervolgens mijn Carga Duboccage afquamen; zijnde de prijsen doen door den anderen geweest van 118½ tot 122½ s baer van 1123. ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk. de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/ maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie van 740. lb: debeste zoorten: deze abstaculen gaven notoir disordre onder de arabize Cooplieden maer deze gants niet harsenloos zijnde, bleeven bij haer gestelde prijsen, temeer het door ons gemaekte Contract rugtbaar geworden was, door de stribbeling van Iongstal met Boccage en het welke Continueerde, tot selfs op Betelbocque toe; dog in het midden van Iunij, toen de tijd verloopen was, wierd men te raade weder een begin temaeken met ons werk, alzo de prijsen eenigsints gedaald waren; ten wel„ „ken eijnde den adsistent Zeeman en mijn schrijver Boelaert naer boven wierden gesonden, dog onder„ voorgeving van ons agtergelatene bagagie aftehalen en de bereets ingekogte Cofsij reecq: te Liquideeren en vereffenen; hoe wel haer teffens gekost hadden, met alles wat langsaam voorttegaan, en tesien off de Coffij niet verder dalen soude, gelijk sulx ook effect zorteerde op den 21. Iunij, als wanneer de eerste koop weder ge„ schiede, door mijn schrijver Boelaert, ten overstaan van Zeeman, teweeten de Eerste soort off o deenze Coffij tegens 113½, dat redelijk begon te diminueeren, en vervolg=s nog gedaald is tot 109:, egter was deze kossij volgens reecq: van Iongstal, teduur voor d EComp: met eens aansien„ „de dat de tijd verlopen was; voorts zijn penniste Zeeman ordonneerde om tegens den 2: of 3: van doer ontebreeken; alsoo aaren 1196 16 2 10 11:12 Jongstal mijn klagen, dat mijn Carga en france ma het voorm: Contract verbroocken en d' kossij opgejaagte ha soo wel tot groot nadeel van mijn en mijn redres o d'EComp:, Jaselfs verre boven de prijs van haer hoog gestelt; met eene een dog Register, door den boekhoi Oostendorp gehouden, en vervolgt voor hem Iongst voorden dag halende, onder deze uijtting: ziet eens w die schelmen in VE: absentie gedaan hebben; wat sullen hoog Edelhedens, wanneer wij dat geschrikt overgeven seggen van VE: en de gedoentens een bediendens in E wat schade word d'Ecomp: niet al toegebragt waeron ik haer antwoorde, mijn heer VE: is bekent ordre ik als meede Rheeder hier gelaten heb, zijn „treeden sulx is door mijn schuld niet veroorzaekt, is tijd genoeg om het selve weder te herstellen, alzo den inkoop tot heeden geen mede dingers hebben, die affaires onder de voet sullen stoten; ik sal mijn Ee van boven doen opkevmen; en den inkoop (: die to maer een begin genomen had, en waer mede niet v g'avanceerd was als tot ruijm 2oo bharen:) de fo verbieden; gelijk ook opstonds een Expresse ten die „de afgevairdige; en ingevolge van welke ordre aanstonds mijn makelaers en schrijver, en vervo mijn Carga Duboccage afquamen; zijnde de prij doen door den anderen geweeste van 118½ tot 122½ 5b van
English
1123. Brief Statement of the state of the Honorable Company at this main office of Batavia, as the same turned out with the closing of the Trade Books on the last day of August in the year 1748, namely: The General Expenses in the past 12 months, calculated from the 1st of September 1747 to the last day of August in the year 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698: 7: 12, which total amount has been written off to the debit of the following accounts, namely: of 740 lb of the best sorts: These obstacles caused notorious disorder among the Arab merchants, but they, being by no means brainless, stuck to their set prices, the more so because the contract made by us had become public through the squabble of Iongstal with Boccage, which continued even up to Betelbacque. But in the middle of June, when the time had expired, it was deemed advisable to make a start again with our work, as the prices had somewhat decreased; for which purpose the assistant Zeeman and my clerk Boelaert were sent upcountry, though under the pretext of fetching our left-behind baggage and of liquidating and settling the account of the coffee already purchased; although they had also been instructed to proceed somewhat slowly with everything, and to see whether the coffee would not drop further, which indeed took effect on the 21st of June, when the first purchase took place again, by my clerk Boelaert, in the presence of Zeeman, namely the first sort or Odeenze coffee at 113½, which began to decrease reasonably, and subsequently dropped further to 109. However, according to Iongstal's calculation, this coffee was too expensive for the Honorable Company, even considering that the time had expired; furthermore, he ordered his clerk Zeeman to depart from there around the 2nd or 3rd; because [illegible] 9 1196 10: 11: 12 because the Honorable Company could not purchase any coffee that year due to the heavy price, which had been caused by us, in this matter following the prescriptions of other supercargoes who had previously resided here, and their made-up expense accounts, without even investigating how much had been stolen from them by their servants, whilst he had meanwhile gathered from those writings that the charges amounted to a good 30 percent, and which by my calculation could not be calculated at anywhere near 12 percent. So, as I let the purchasing proceed, which was brought by Boelaert up to a good 650 bahars, counting the previous purchases among it, I had daily complaints from Iongstal: What will their High Excellencies say about this work, you people are buying for a foreign nation and ruining the prices for us, although I often showed him that the coffee was not too expensive for that price, but it was of no use, he stuck to his notion. Meanwhile, until my clerk Boelaert came down from upcountry, I had noticed Iongstal's dangerousness regarding two points: First, the dispute which he had with his partner van Nimweegen, concerning a trifle of board money for a boy of Bockage whom they feared, after my departure, would run away; 1124. at this main office of Batavia, as the same turned out with the closing of the Trade Books on the last day of August in the year 1748, namely: The General Expenses in the past 12 months, calculated from the 1st of September 1747 to the last day of August in the year 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698: 7: 12, which total amount has been written off to the debit of the following accounts, namely: Brief Statement of the state of the Honorable Company would run away, and therefore placed him on his ship for the time that I was to Jeeda; for which, as a joke, they made up an account of 7¼ stivers per day, which amounted to 20 Spanish rixdollars, and they sent that account as such to Boccage, which was immediately paid by Boccage. Having learned of this, I went to their residence to talk to them about that unreasonableness; but van Nimweegen replied to me thereupon: It is only a joke, I shall give it back to him; but Iongstal expressed himself in these terms: He has eaten the Company's food, it is money for the Honorable Company, our expenses run high enough anyway, just put that money into the Company's pocket; whereupon Mr. van Nimweegen said: That shall not happen, then I shall give it to the crew, I do not want any of it; upon this Iongstal lashed out: You scoundrel, do you want to give that to the crew, you have not had a single doit; recently, with your pardon, you also gave 8 Spanish rixdollars to the crew in your drunken state, pay those back first, that is stolen from the Company because you hold no other money than the Company's. Thereupon van Nimweegen answered: And nothing else, my lord; all that I receive from our shroff, for that I shall render account, and as for the [illegible] 1196 11: 12.
Dutch transcription
1123. Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„os A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk. de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/7 maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698: 7: 12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als van 740. lb: debeste zoorten: deze obstaculen gaven notoir disordre onder de arabize Cooplieden maer deze gants niet harsenloos zijnde, bleeven bij haer gestelde prijsen, temeer het door ons gemaekte Contract rugtbaar geworden was, door de stribbeling van Iongstal met Boccage en het welke Continueerde, tot selfs op Betelbacque toe; dog in het midden van Iunij, toen de tijd verloopen was, wierd men te raade weder een begin temaeken met ons werk, alzo de prijsen eenigsints gedaald waren; ten wel„ „ken eijnde den adsistent Zeeman en mijn schrijver Boelaert naer boven wierden gesonden, dog onder„ voorgeving van ons agtergelatene bagagie aftehalen en de bereets ingekogte Coffij reecq: te Liquideeren en vereffenen; hoe wel haer teffens gekost hadden, met alles wat langsaam voorttegaan, en tesien off de Coffij niet verder dalen soude, gelijk sulx ook effect zorteerde op den 21. Iunij, als wanneer de eerste koop weder ge„ schiede, door mijn schrijver Boelaert, ten overstaan van Zeeman, teweeten de Eerste soort off odeenze Coffij tegens 113½, dat redelijk begon te diminueeren, en vervolg=s nog gedaold is tot 109:, egter was deze kossij volgens reecq: van Iongstal, te duur voor d' EComp: met eens aansien„ de dat de tijd verlopen was; voorts zijn pennist Zeeman ordonneerde om tegens den 2: of 3: vandaer op tebreeken; alsoo aaren 9 1196 10: 11:12 alzoo dEComp: dat Jaar geen Coffij konde in kopen, door de sware prijs, welke door ons veroorzaekt was, hier in navolgende de voorschriften van andere hier bewo„ „rens geweest zijnde Cargas, en haer gemaekte onkost reecq: sonder eens te ondersoeken, hoe veel die door haer bediendens ontstalen waren, terwijl hij ondertus„ schen uijt die geschriften ontwaard hadde, dat de ongel„ „den ruijm tot 30: percento beliepen, en die door mijn in verre na op geen 12. percento konde bereekend werden des ik latende voortgaan met den inkoop, die door Boelaert gebragt wierd tot op ruijm 650. bliaren de voorige inkooper onder gerekend; had ik dagelijx de klagten van Iongstal: wat sullen haar hoog Edelheedens seggen van dit werk, gij lieden koopt voor vreemde natie en bederfft de prijsen voor ons, schoon ik hem meenigmaal voor oogen stelde dat de Cofsij voor die prijs niet te duur was, dog het kon niet helpen hij bleeff bij zijn consept; ondertusschen had ik tot dat mijn schrijven Boelaart van boven quam, de gevaorlijkheijd van Iongstal over twee poincten aangemerkt als eerstelijk het dispuijt welke denselven met zijn mede maat van Nimweegen had, weegens een bogatel van Cost penn: voor een Jonge van Bockage die men bevreest was, dat naer mijn vertrek weg zoude; 1124. ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/7 maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie zoude loopen, en daarom voor die tijd dat ik naar Jeeda was op zijn schip plaatste; waar voor zij speelende een reecq: van 7¼ stv:s dogs opmaakte het welke 20: spaanze rd:s bedroeg, en die reecq: ook zodanig aan Boccage zouden, dewelke aanstonds door boccage voldaan wierd; dit bij mijn verstaan wesende, ging ik na haarlieden woonhuijs toe, om haer over die onreedelijkheid te onderhouden; dog door van Nimweegen wierd mij daar op g'antw:; het is maer speelen, ik zal het hem wederom geven maer Iongstal liet zig in deze termen hooren: hij herft Comp: kost gegeten, het is geld voor d'EComp: onse onkosten lopen evenwel hoog genoegt, gooijt dat geld maer inde zaek van d' Comp:, waerop de heer van Nimweegen zeijde: dat zal niet geschieden dan sal ik liet aan het volk geven, ik wil daer niets van hebben, hier op viel Iongstal uijt, Jouw Coelis, wilt gij dat aan't volk geven, gij hebt geen duijt gehad; laast hebt gij ook /:onder correctie:/ met u dronken gat 8: spaanse rd:s aan't volk gegeven betaald die eerste, dat is gestolen van de comp: want gij hebt anders geen geld onder u, als vande Comp:=g daar op van Nimweegen antwoorde, en anders ten niet mijn heer; al wat ik van onze serraff ont„ bang, daar sal ik reecq: van dien, en wat aangaat de naaren 1196 11: 12.
English
the 8 Spanish rijksdaalders that I gave away did not concern you. Do you not know that I sold empty bottles, and tea, and more than a hundred rijksdaalders in trifles? Yet Jongstal persisted in his former language, scolding and raging at Nimweegen, and finally: it is good money to reduce our general expenses; why should one give that to the people, it will serve our common cause better. The second matter concerning Jongstal and me was as follows: I had brought along some ducats from Judda, and Jongstal, having requested me to let him have 2000 pieces of them at market price, I did not wish to refuse him this, but delivered them to him on a certain day when we were together on board our ship, on the aforesaid condition. The price was then ashore at 2 Spanish rijksdaalders and 5½ cabier; but when he came ashore and made inquiries with his shroff, they were too expensive for him, and he would not accept them at higher than 2 rijksdaalders and 2 cabiers. However, thinking it was not merchant practice to take a loss on good coin, I nevertheless answered him: Sir, if Your Honour can obtain them for that money, then I would also like to have a good quantity. This did not pass without my having to hear all kinds of abusive words again about our arrival, and what 1125 Brief Demonstration of the state of the Honourable Company at this head office Batavia, as the same turned out at the closing of the Trade Books at the end of August of the Year 1748: Namely. The General Expenses in the past 12 months, calculated from the 1st of September 1747 to the end of August of the Year 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698:7:12: which amount has been written off to the debit of the following accounts, as what damage the Honourable Company had not suffered through this; yet this was not the root of it; he owed me some money for satin received, brought by me from Judda, and he would have liked to have that as a present, since I had presented the gentleman of Nimweegen with a watered Turkish grogram in recompense for some courtesies shown to me; whereupon he requested that I should give him an account of what he owed me; which was done shortly, but after the account was rendered, no money followed. Regarding the further difficulties stirred up by him, I respectfully request Your Right Honour, may it not weary Your Right Honour, that the same, together with the further occurrences, be demonstrated. Three days before the departure of Boelaart, who suited the humor of Jongstal very well, and played his part exceptionally well on his own, and had dipped deeply into the Spanish dollars; news was received that the ship Essex, Captain Deckson, had arrived before Bab-el-Mandeb from England; and while I was busy in the middle of my shipment for the Franks, which had become known through the frequent exchange of words between Jongstal and Boccage, and I was consequently afraid that some harassment might be caused to me by this English news-bringer, 100 [illegible] 1196 16 10:8 11:12 in order to prevent this, I consulted with the gentleman of Nimweegen to let them have the coffee on freight, or rather for 11¼ stuivers, being a quarter stuiver more than they were ordered by Your Right Honour; nevertheless on condition that if Your Right Honour should not happen to agree to this or if they were charged for it, I would then be obliged to reimburse them that ¼ stuiver, and with the further promise that, upon arriving on the Coast of Coromandel, I would purchase as many trade goods for that amount as it totaled, and to that end send them to my attorney Corp for my account; since I was well assured that Your Right Honour would take no exception regarding this difference of ¼ stuiver in order to achieve the intended purpose regarding the coffee, and which bore no comparison with the coffee purchased by Captain Blok and the Surat gentlemen, which cost 12 7/8 stuivers, and what is more, to get their vessel back full or empty to the extent of the invested capital, and also to be able to comply with the orders of our lords and masters in the Fatherland. This 11¼ stuivers was free on board with all charges that might have accrued thereon; yet all against the liking of Jongstal, who would even have wanted 5 percent commission on top of that for my trouble and labor.
Dutch transcription
de 8: spaanze rijd:s die ik weg gegeven heb, dat raakte u niet„ weet gij niet, dat ik leedige bottels verkogt hebbe, en thee en meer als voorhonderd rd:s aan kleenigheeden dog Jong stal bleef bij zijn voorige termen, scheldende en rasende op Nimweegen, en tot slop: het is goedgeld tot minder„ „heeden van onse tabel gastos, waerom zoude men dat aan het volk geven, het sal in onse gemeene zaek beeter tepas koomen; het tweede stuckje van Iongstal waar met mijn, in dezenr voegen; Ilx hadde eenige ducaten van Juoda mede gebragt, en Iongstal mijn verzogt hebbende hem daar van 2000, stux voor markts prijs tewillen over doen, wilde ik hem sulx niet weijgeren, maar gaff hem die op seekeren dag, als wij gesamentlijk bij ons aan boord waren op voorm: conditie over, de prijs was doen aan dewal op 2: spaanse rd:s en 5½ Cabier; maer hij aan dewal komende, en bij zijn serrat doer na vernomen heb„ „bende, waren hem die te duur en enen wilde die niet hoger aanneemen van tegen 2: rd: en 2: cabiers, dog ik den kende geen Coopmans stijl tewesen, op goede munt te verliesen, antwoorde hem nogthans: mijn heer, kan VE: voordat gele te regt raken, ean wil ik ook nog wel een goede parthij hebben; dit ging mede niet over of ak moeste weder aller„ „hande snadelijke woorden hooren over onze komste, en wat 1125 Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ulto Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk. de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/7 maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als wat schade d'EComp: daer door niet al had geleeden; dog dit was dewortel niet; hij was mijn eenig geld schuldig wegens genotene satijn door mijn uijt Jedea gebragt, en dat soude hij wel tot een geschenk gehad willen heb„ „ben, alsoo ik aan de heer van Nimweegen, in recompens van Eenige aan mijn beweesene beleefdheeden, een gewaterd turks greijn hadde verEert; waar op hij begeerde dat ik hem reeck: zoude geeven van het geene hij aan mijn schul„ „dig was; dat in 't kort geschied, maar naer gedaane reecq: volge geen geli. de verdere ontstand moeijelijkheeden door hem verwekt versoeke uw: hoog Edelheid eerbiedig, het zijn hoog Edelens niet verveele dat deselve met en benevens het verdere voorgevallene aanthoond drie dagen voor de afkomst van Boelaart, die met het humuer van Iongstal seer wel over een quam en zijn personagie boven alleen, wel gespeelden ruijm diep in de spaanse matten getast had; kreeg enen tijding dat het schip Essex Cap:n Deckson voor Babelmandel uijt Engeland g'arriveert was; en dewijl oen in het midden van mijn afscheep beesig waar voor de fran„ „ken, het welk door demeenigvuldige woordewisseling tusschen Iongstal en Boccage Rugtbaar geworden en ik mitsdien bevreeft was, dat mijn van dese Engelze nieuws brenger Eenige overlast mogt aangedaen werden 100 naaren 1196 16 10:8 11:12 werden; soo ben ik om sulx voor te komen met de heer van Nimweegen terade geworden; om haerlieden de koffij op vragt, dan wel voor 11:¼: stv: overtelaten zijnde een quart stv:s meer, als zij door uw: hoog Edelheijd gelast waren; nogtans onder conditie, dat zoo uw: hoog Edelheid zulx niet mogte komen te accordeeren off zijlieden daer voor belast werden; ik als dan verpligt soude weesen; leem die ¼ stv:s te rembourseren en verdere belofte van op de Cust Chormandel ko„ „mende; voor dat bedragen soo veel negotie goederen inte kopen, als dat bedraeg, en ten dien Eijnde aan mijn volmogt Corp voor mijn reecq: oversenden; terwijl ik wel versekerd was dat uw: hoog Edelheid om „trend dit different van ¼. stv: geen reklextie soude slaan om het bedoelde oogwit op de coffij te behalen, en het geen in geen comperatie quam met dinkogte Coffij, door Capitain Blok en de Souratze heeren; nie 12 7/0: stx: kosten, en nog meer haer bodem voor zoo verre het ingescheepte Capitaal beliep, vol off leeg terug krijgen en ook aan de ordres van onse heeren en meesters in het vaderland te kunnen voldoen deze 11¼ str: eu was vrij aanboord met alle ongelden die daer op geloopen zouden zijn dog alles tegens den sin van Iongstal die voor mijn moeyte en arbeijd nog wel 5: percento Commissie geld daer boven zoude hebben willen hebben;
English
1126 at this head office Batavia, as the same turned out with the closing of the Trade Books under ultimo August Anno 1748: Namely. The General Expenses in the recently passed 12 months, calculated from primo September 1747 to ultimo August Anno 1748, amount to a considerable sum of f3730698:7:12: which amount has been written off to the debit of the following accounts, as would have it; but Van Nimweegen convened a meeting; and having proposed this there, none of them all, as they were incited thereto by Jongstal, wished to have anything to do with it; since the same, so to speak, sought to move Heaven and earth, thinking that through these doings his credit with their High Nobilities would weaken, and in much loftier terms: to buy coffee from a freeman, since we have lain here for so long, that this must not be; nevertheless, the gentleman Van Nimweegen resolved to enter into this purchase for his own account, in defiance of them all; now I shall proceed to Boelaard and his actions, which were praised to the heavens by Jongstal, and whereby he was brought so far that he dared to risk the credit of himself and the Honorable Company on it, concerning a dispute that did not at all concern the Honorable Company, much less him. Boelaart having returned from Beit al-Faqih on the 18th of July and having been allowed two days time for his rest, I made a request to be permitted to know what those highly praised works were about which Jongstal made such a fuss, while he had drawn 50000 Spanish rixdollars in bills of exchange on me for his purchase; and I was also curious to know what the said Boelaart had bought there, the more so because I had sold the coffee, Brief Display of the state of the Honorable Company without 1196 10: 11:12. without knowing the real price for which it was bought, other than merely the written notification of 113½: 111½ to 109, without stating how many bahar of each price, and to see whether I, with the previous purchase, would recover my disbursed money, as the first purchase with its expenses came to stand over 14 stivers; but meanwhile it being reported to me by a person that Boelaart had brought down 2 large bags with money and had stored them in his room, this fueled my suspicions, as Boelaart, on the 15th of July, had drawn a bill of exchange amounting to 3800 Spanish rixdollars, and under that same bill, another one on the evening of his departure amounting to 143, upon settling the account with the sarraf of the Governor at Beit al-Faqih, on me; what thoughts must this not give me, since I was certain he had taken not a doit of his own up-country, but that I had had everything under me to Jeddah; having addressed Boelaart on this and having put everything before him, I received as an answer: if my service does not suit Your Honor, I bid Your Honor farewell, immediately leaving the house for the Dutch lodge without wishing to render an account, or anything that resembled it; however, just before noon, the gentleman Van Nimweegen arriving with Boelaart in a room of my interpreter upstairs in the lodge, I went there and demanded my papers from Boelaart, which until then had remained in his custody; 1127 at this head office Batavia, as the same turned out with the closing of the Trade Books under ultimo August Anno 1748: Namely. The General Expenses in the recently passed 12 months, calculated from primo September 1747 to ultimo August Anno 1748, amount to a considerable sum of f3730698:7:12: which amount has been written off to the debit of the following accounts, as Brief Display of the state of the Honorable Company been, and which he said he had in his desk, so that the three of us went to his room to receive them, I found there in a gunny sack the aforementioned 2 bags with money containing 1506 Spanish rixdollars; meanwhile, Boelaard having opened the desk and taken out some papers, wished to close the same again, but with his hand in mine I jerked it open again and thereby obtained my papers, along with 1000 Spanish rixdollars in gold and silver coin; upon this Boelaard ran out of the room and went back to the Dutch lodge, with wailing and screaming: violence is being done to me, my chests and boxes are being violated and broken open; gentlemen, I request protection; which was immediately granted to him, just as if we were not Dutchmen, because I had loaded French freight goods; what shall I now say of that money, while he, Boelaart, has a cash balance remaining of 1506 rixdollars per cash account, and besides that draws one bill of exchange after another; whether that is in good faith or not, if I say it is in good faith, then it is certain that he has treated me ill, because he has risked my money to robbers, who continually roam this road because of the movements of the new Imam, and one pays freight charges to the detriment of his master for another who would gladly have his money in Mocha; and if he has so much money under 1196 16 16 10: 8 11:12
Dutch transcription
1126 ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk. de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/7 maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als willen hebben; dog van Nimweegen dede vergadering be„ „leggen; en sulx daer aan voorgeslagen hebbende; wilde geen van haer alle, als door Iongstal daer toe aangezet „doen„ zijnde, daer mede te hebben; dewijle denselven, om soo te hen spreeken, Hemelen aerde zogte te beweegen, denkende door die gedoentens zijn Credit bij haer hoog Edelheedens soude verswacken, en vrij meer hoger termen: van een vrijman coffij te kopen, daer wij hier soo lang geleegen hebben, dat si:s moet niet zijn, egter resolveerde de heer van Nimweegen„ deze koop voor zijn reecq: aantegaan; in weer wil van haar alle; nu sal ik overgaan tot Boelaard en zijn verrig„ „tinge, die door Iongstal tot aan den hemel gepresen wier„ des „den, en waer door hij soo verre gebragt is, dat hij leets Credit are„ van hem en d' EComp: doer aan heeft durven wagen, wel„ t „gens een verschil, dat niet eens dEcomp: veel minder 't hem incumbeerde Boelaart van op den 18: Iulij van betel facque geretourneerd en twee dagen tijds tot zijn uijtrugting gelaten zijnde, deede ik aanzoek om te mogen weeten, wat die hoog gepresene werken waren, daar Iongstal soo een opheff van maekte, terwijl hij tot zijn inkoop 50000 spaanse rd:s aan wissels op mijn getrocken had; en ik ook nieuwsgierig was wat gemelde Boelaart vaer voor gekogt hadde, temeer alzoo ik de Cossij had verkogt, Korte Verthooning van den staat der E: compagnie Sonder lem „ van : 2 „ naaren 1196 10: 11:12. zonder de regte prijs teweeten, waar voor die gekogt wal als enkeld het aanschrijven van 113½: 111½. tot 109. sonder hoe veel bhaar van ieder prijs, en om tezien off ik met den voorige inkoop aan mijn uijtgeschoten geld soude raken, alzo de Eerste in koop met haer ongelden over de 14. stv: quam testaan, dog ondertusschen van een pron gerapporteerd werdende, dat Boelaart 2: groote saacken met gele afgebragt, en die in zijn kamer geborgen hadde, boorde sulx mijn quade gedagten alzoo Boelaant, op den 15: Iulij een wissel groot 3800. spaanze rijxd=s en onder die selve wissel, nog een op zijn vertrek avonds groot 143. bij hiet afreecq: met den serraff vanden gon„ „verneur tot betelfacque op mijn getrocken had, wate geda„ „ten moeste mijn dit nu niet geven, dewijl ik verzekert was hij van het zijne geen duijt mede naar boven geno„ „men, maer ik alles onder mijn naar Iedda gehad hadde hier op hem Boelaart aangesprooken, en hem alles voorgehouden hebbende; kreeg ik tot andwoord: stoat VE: mijn dienst niet aan, ik groet VE:, met een het huijs uijtgaande in de hollandse logie sonder Reecq:, off iets dat daar na geleekte willen doen, dog Even voor de middag, de heer van Nimweegen met Boelaart in een kamer van mijn tholk boven in de logie komende ging ik doer natoe, en Eijschte van Boelaert mijne pa„ „pieren aff, dewelke tot nog onder zijn berusting waren geweest; 1127 ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk. de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/ maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698: 7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie geweest, en die zijde in zijn lessenaer te hebben, des wij met ons drien naar zijn vertrek gaande om die te ont„ fangen, vond ik aldaar in een goenij saek, de voorm: 2: saacken met geld waer in 1506. spaanse rd:s, ondertusschen Boelaard delessenaer g'opend en Eenige papieren en uijtgehaald hebbende, wilde deselve weder toemaeken dog ik rukte met zijn hand in demijne die weder open s en bequam daer door mijne papieren, benevens 1000. rid:s sp:s aan gout en silver munt, hier op liep Boelaard de ka„ „mer uijt, en ging weder in de hollandse logie, onder een gehuijl en geschreeuw; Ik word geweld aangedaan, mijn kisten en kassen worden verkragte en openge„ „brooken: heeren ik verzoek protexie; dat hem aanstonds verleend wierd, Even als off wij geen Hollanders woren om dat ik france vrogt goederen geladen hadde; wat zal ik nu zeggen van dat geld terwijl hij Boelaart 1506. rd:s p:r C: Restant bij Cassa heeft, en buijten dat een wissel onder den anderen trekt; off dat ter goeder trou„ „we is, off niet zeg ik het is ter goeder trouwe zoo is het seeker dat hij mijn qualijk, gehandelt heeft om dat hij mijn geld gerificqueert heeft aan rovers, die geduurig op dezen weg, wegens de bevoertens vanden nieuwen Iman loopen, en men tot nadeel van zijn meester vragtloon betaald voor een ander die zijn geld gaarne op Mocha had; en heeft hij soo veel geld onder „ naaren 1196 16 16 10: 8 11:12
English
had in his possession, why that had not been turned over to me, or at least made known to me that he had brought along so many monies; added to this the 100 Spanish rixdollars that were presented to him by our broker at the initial purchase, merely so that this scoundrel would proceed with his little task, although Boccage had nothing to say at that time; but this took a turn due to my return from Seeda, and her sudden recall from above from that commission; but having interrogated the Banyan regarding this, he said that he had lent that money to Boelaart at his request, and Boelaart that it had been gifted to him by the Banyan, who thereupon went to the governor, complaining that Boelaart owed him 1000 Spanish rixdollars, and that I had that money in my custody; the governor thereupon sending a soldier to my residence to claim those monies from me, I could not refuse such, much less entangle myself in any dispute with the government there, for if it was borrowed then it had to be repaid, and if it was gifted then it had to be certain that Boelaart had made a bad contract to my detriment, since no Banyan will give away 1000 Spanish rixdollars without knowing why, and consequently likewise misappropriated; But 1128. at this main office Batavia, as the same has turned out with the closing of the trade books under ultimo August Year 1748: Namely. The General Charges in the past 17 months, calculated from 1 September 1747 to ultimo August Year 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698:7:12: which amount has been written off to the debit of the following accounts, as but this being over, I and the gentleman van Nimweegen continued to interact as before; and coming the following day to the Dutch lodge, as I had received a report that the last coffee had come down, in order to learn how much coffee Boelaart had purchased for his 50000 Spanish rixdollars, I entered into an exchange of words with Jongstal over that, to such an extent that he forbade me the lodge; to enter therein, under heavy threats that he would have my arm and leg broken; van Nimweegen, who also lodged there, kept himself hidden in his room and did not appear, whereupon I answered Jongstal: just pay me my money, I promise Your Honor never to come there again, but as long as Your Honor has my ducats and the money for the coffee, I shall not fail to come; and since I have nothing outstanding with Your Honor, and the coffee account concerns the gentleman van Nimweegen, to whom I also sold that coffee; so he must also forbid me such, and then I well know where I shall have to address myself, but this is my reward for my friendship shown to Your Honor, having sat idle with the purchasing for a whole month, to the damage of my masters, and finally, having achieved the objective of Your Honor's lords and masters through me, Brief Demonstration of the state of the Honorable Company now 1 to 1196 10: 11:12. that even if it were a Frenchman with an Englishman, who were presently at war with each other, he would nevertheless not tolerate that either of the two should be wronged, as long as they were in the city or in the roadstead; along with it being well known to him that it was French money, and not the Company's, to which Jongstal answered him in return: we are currently at war with the French, I shall not pay it, you can do what you wish; whereupon the Governor, seeing that in fairness nothing was to be gained with them, having presented everything to Jongstal in civility, asked him once more: what do you say, sir! will you pay the money or return the coffee, and such being answered by him with no a second time, he said to them: Just go, gentlemen, I will cause Your Honors to be given beans or money, and to me: go quietly to Your Honor's house, I shall ensure that you receive Your Honor's money. Hereupon followed de facto an arrest of all those of the ship who were on shore, who were all locked up in the lodge and guarded by a good watch, with orders to allow nothing to enter there that could serve for any subsistence of life, but this was nothing to them, as they had already endured the trial of that once before over the complaints made by the merchants that they had adulterated the Company's pepper and cloves;
Dutch transcription
onder sig gehad, waerom dat aan mij niet overg „ven, off ten minsten mij bekend gemaekt, soo veel penn: mede gebragt te hebben; hier bijgevoegd de 1o0 Sp:s rd:s, die aan hem van onse makelaar bij den Eerst in koop present gedaan waren, om dat dien scheln met zijn werkje maer voortgang zoude neemen, al„ Boccage in die tijd niets te seggen had; dog dit nau een keer door mijn terug komst van Seeda, en haer schielijk op ontbod van boven uijt die Commissie maar den benjaar dierweegen ondervraagd hebbende zeijde dat geld aan Boelaart te hebben geleend op zijn verzoek, en Boelaart dat sulx aan hem ge„ „schonken was, door den benjaan, die daerop na den gouverneur Ging, klagende dat Boelaart hem 1000 Sp:s rd:s schuldig was, en dat ik dat geld onder mij berusting had; den gouverneur daerop een zoldaat aan mijn woonhuijs zendende, om die penn: van mij of „tevorderen, konde ik zulx niet weijgeren, veel min mij met de regering aldaar in Eenig spel wickele want was het geleend zoo moest het weder betaal werden, en waar het geschonken soo moest het see „ker zijn, dat Boelaart een quoot contract hadde gemaekt, tot mijn nadeel, alsoo geen benjaa 1000: sp:s rd:s sal weg geven, zonden teweeten waarom en gevolgelijk mede ontvreemd; Dog 1128. ten dezen hoofd Comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„o A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk. de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/7 maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als dog dit over zijnde, ging iken de heer van Nim„ weegen nog over en weder als varen; en dags eder aan inde hollandse Logie komende, alsoo ik rapport hadde gekreegen dat de laaste cossij afgekomen was, ten eijnde te verneemen hoe veel koffij Boelaart voor zijn 50'000 sp:s rd:s groot ingekogt hadde geraak„ „te ik met Iongstal daer over in woorden wisse„ „ling, in zoo verre dat hij mij de logie verbood; omdaer= inne te komen, onder sware bedreijginge van mijn arm en been te sullen laten breeken; van Nim„ „weegen die daar mede logeerd, hielt sig in zijn ka„ „mer schuijl, en quam niet voorden dag, waerop ikn Iongstal antwoorde, betaalt mijn maer mijn geld, ik belove VE: van daar nooijt weder te sullen komen, maer zoo lange als VE: mijn ducaten en het geld van de Coffij heeft, zal ik niet nalaten van te komen; en dewijl met VE: niets uijtstaande heb sin en de Cofsij reecq: de heer van Nimweegen aan„p „gaat, aan wien ik die Coffij ook verkogt heb; soo moet die mij sulx ook verbieden, en dan weet ik wel waar mijn sal hebben te addresseeren, dog dit is mijn beloning voor mijn vriendsz: aan VE: bewe„ sen, met een geheele maand met den inkoopstil gesee„4„ „ten tehebben, tot mijn meesters schade, en eijndelijk „ door mijn VE: heeren en meesters oog wit bereijkt silende, Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie nu 1 naaren 1196 10: 11:12. dat al was het selfs een fransman met een Engels, „man, die tegenwoordig met elkanderen in oorlog waren, hij egter niet gedogen soude, dat een van beijde wierde verongelijkt; zoo lange zij in de stad off op de rheede waren; mitsg:s hem wel bekend te weesen, het frans gele was, maar geen Comp:, waar op Iongstal hen weder antwoord, wij hebben thans oorlog met de brancen, ik sal het niet betalen, gij kunt doen wat gij wilte; des den Gouverneur ziende, dat in billijkh:d met haer niets tevorderen was, als hebbende alles in Civiliteijt Iongstal voorgestelt, hem nog eensproeg wat segt gij mijn heer ! wilt gij het geld betalen off de Coffij terug geven, en sulx andermaal met neen van hem b'andwoord werdende, zeijde denselven tegens haar. Gaat maar heen heeren, ik sal VE: boonen off geld doen geven, en tegens mij, gaat gerust naar VE: huijs, ik zal maeken, dat gij VE: geld krijgt. hier op volgde de facto een arreste van alle de geene die van het schip aan dewal waren, dewelke alle inde logie opgesloten door een goede wagt bewaard wierden, met ordre van daar niets telaten binnen komen, dat tot Eenig levens onderhout konde strecken, dog dit was voorhaarl: niets, alzoo zij daar van nog eens de proeff hadden uijtgestaan over de gedaene klagten van de Coopluijden als date sij 'sComp: peper en nagulen vervalt hadden;
English
1131 at this head office Batavia, as the same has turned out with the closing of the Trade Books as of the last of Aug.s Anno 1748: Namely: the General Charges in the 12 months recently passed, calculated since the 1st of September 1747 until the last of August Anno 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698:7:12: which amount has been written off to the debit of the following accounts, namely had, until they had settled this with the said Merchants to satisfaction. Meanwhile, having been informed in the afternoon from on board that my boat had been searched by that of the Honorable Company with a lieutenant and armed men provided with pistols, I could not give full credence to this, but sent the same back on board the next morning to experience whether they would attempt the same again, as indeed happened close under my ship, my chief mate calling out to the lieutenant: "What are you doing, Mr. Nieuwpoort? Do you want to become pirates?" Whereupon he came alongside, and after exchanging some trivialities, he returned again to his ship. Shortly thereafter, a white flag was seen from the shore flying from the cross-masthead of the Company's ship, which was a sign that they had received the letter that had been written by Jongstal and thrown out of the window to be delivered on board by a servant of his, and that they would execute the order given therein. Whereupon they also began to warp the ship towards mine, but because of the north-west wind could not succeed so quickly, and evening approached, and the wind beginning to blow harder, they lost 2 of their best anchors in doing so, and could very easily have lost the entire ship, Brief Demonstration of the state of the Honorable Company 1196 ship, as they had come into 4½ fathoms of water close under the northern castle, or Babelmoedie; and in case they had lost the third, the ship would certainly have run aground before they could have let go the anchor. In the morning, the wind having shifted from the north-west to the west, they got under sail again, with the tompions out of the guns and the sails from the sail-room into the netting on board, just as if they were going to do battle against a well-armed ship; a bounty having been placed on whoever captured me alive, namely 1500 Spanish rixdollars to the chief lieutenant and 100 Spanish rixdollars to a common man, though I was in no difficulty of getting into that action, since I was ashore and not on board, and moreover knew nothing of all those orders at the time. The Governor, having seen the white flag the day before, and now the ship under sail, summoned the English Resident Stoms and sent him immediately to the Dutch lodge with this order: that if the ship should fire a shot, whether at the city or at my ship, he would immediately make a beginning with them and have everything from their soil that was ashore put to death, and that under heavy oaths. Homs having brought them that message, and having also assured them that the governor would carry this into execution, there was 1132 at this head office Batavia, as the same has turned out with the closing of the Trade Books as of the last of Aug.s Anno 1748: Namely: the General Charges in the 12 months recently passed, calculated since the 1st of September 1747 until the last of August Anno 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698:7:12: which amount has been written off to the debit of the following accounts, namely Brief Demonstration of the state of the Honorable Company a letter dispatched with counter-orders, while their ship was still tacking to get to windward of mine; and had the fishing boat arrived half an hour later with the letter, the business would have been done already, for as soon as it came alongside the Company's ship, the latter turned alongside my ship to board me, with their maintopsail and mizzen topsail braced aback, and then drifted thus between my buoy and the ship, without doing any molestation, and came to anchor close on our side with burning matches at the guns. Meanwhile the English laughed heartily up their sleeves that we had exposed ourselves so much here, and seek thereby to make their credit prevail all the more. As regards their pepper trade, mentioned hereinbefore, they had washed it with 40 leagers of water and sprinkled the hold with sand, as well as the agula wood, and as much weight as they had taken out of those chests, they had put so much filling and heavy weight back in its place therein. This would also not have come to light, had it not been that one of their sailors, having embraced the Mahometan faith at that time, related to the governor that more than 40 leagers of water had been poured into it, besides some boats with ballast; the merchants the Governor 1196
Dutch transcription
1131 ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk: de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/ maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo: Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als hadden, tot dat zij sulx met genoemde Coopluijden tot genoe„ „gen hadden afgemaekt. ondertusschen mij des agtermiddags van boord berigt werdende, dat mijn schuijt voor die van dEComp: met een luijtenant en gewapend volk met pis„ „tolen voorzien, gevisiteerd was geworden; konde ik daar aan geen volkomen gelooff de fereeren, maar soud deselve des anderen dags smorgens weder naar boord, om te Ervaren off zij het selve nogmaal soude onderneemen soo als ook geschieden, digt onder mijn schip, mijn opper„ „stuurman, den luijten:t daer op toeroepende, wat doet gij mijn heer Nieuwpoort, wilte gij zeerovers worden, soo leijde denselven aan boord en na Eenige beuselinge van 1/n prootjes guijt te hebben, keerde hij weder terug naar sijn schip, kort daar na sag men aan dewal, een witte vlag vande kruijssteng van 'sComp:s schip afwaijen het welk een teeken was, dat zijden brieff, die door t Jongstal gesz: en uijt het vengsten gegooijt was, om door een bediende van hem aan boord bestelt te werden ontfangen hadde, mitsg:s de daar bij gegevene ordre souden en uijtvoeren, waer op zij ook met het schip aan het werpen gingen naar het mijne toe maar door de n: W:t wind het selve ook zoo schielijk niet konnende gelucken, of den avond quam ophanden, en die nogte daar aanhelden beginnende te waijen, verloren sij daar bij 2: van haer beste ankers, en hadden ook seer gemackelijk het geheele Sijn schip Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie naaren d 1 11:12 was ijs, geld off tegens n 1196 schip kunnen verliesen, alzoo zij tot op 4½ vadem water digte onder het noorder kasteel, off Babelmoedie, wa geraekt; en ingevalle zij het derde verhoren haeden, so het schip seekerlijk vast geseten hebben, al eer liet „de anker hadden konnen vatten; des morgens dewind van't N:o W:t na het W: gekeerd zijne, gingen ze weder onderzeijl, met de proppen van de stucken en de zeijlen uijt de zeijlkooij in de vinkenetten op het boord, al even eens off zij slog souden leeveren tegens een wel g'ar meerd schip; zijnde een premie gesteld voor de geen dism levendig kreeg, als aan den opperluijten:t 1500: en aan een gemeen man 100: sp:s rd:s, daar ik gantsch geen swarig had om in die actie te geraaken, dewijl ik aandewal en niet aanboord was en te over tijd ook niets van „le die ordre wiste. den Gouverneur des dags tevoren de witte vlag ges hebbende, en nu het schip onder zeijl, liet den Engels „sident Stoms roepen, en sond die aanstonds na de hol „landse logie, met deze ordre, dat zoo het schip een schoot quam te doen, het sij op de stad off mijn schip hij als van aanstonds met haar een begin soude maeken; en alles om het leeven Laaten brengen wat van haren bodem aan dewal was, en dat onder sware Eeden, Homs ha lieden die boodschap gebragt, en tegelijk ook versakert hebbende, dat den gouverneur sulx ter uijtvoer soude breng wierd; 1132 ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/ maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie wierd een brieff met contra ordre afgesonden, alzoo haar schip nog Laveerde, om boven swinds van't mijne te komen, en hadde het vissers vaartuijgh een halff uur laten met de brieff gekomen, dan was de zoek al ver„ „rigt geweest, wante zoo als het selve aanboord bij'sComp: schip quam, draoijde het selve op zijde van mijn schip bij, om mijn aanboord teleggen, met haer groot mans zeijl en kruijszeijl tegen gebrast, en dreeven toen soo tusschen mijn boeij en het schip door, sonder Eenig enoleste te doen, en quamen kort op onze zijde ten anseer met brandende lonten bij de stucken, ondertusschen lagten de Engelsen wacker in hun vrijst, dat wij ons hier /in zodanig ten toon gestelt hebben, en soeken daer door haer Credit zoo veel temeer te doen Gelden wat aangaat haar peper negotie, daer hier voren van gerept is, die hadden zij met 40. leggers water gewas„ sen en kelder mete sant gesprengt, gelijk mede denagu, sijn „len en zoo veel gewigts als zij uijt die kistjes genomen 's hadde soo veel vullens en swaarte weder in diesplaats en daar ginne gedaan, dit soude mede niet aan het ligt gekomen zijn, ware het niet geweest, dat een van„ haar mattrosen indie tijd het mahomethaans ge„ „looff aangenomen hebbende, tegens den gouverneur pehaalde dat er meer als 40. leggers water ingestort waren benev: eenige boots met ballast; de cooplieden den d' gouverneur naaren 1196 vana gesi 11:12.
English
The Governor having also proposed such, he wanted you to receive the pepper just as it was; but afterwards going to inspect the same with his councilors, it was deemed proper to first lay the same in the sun for 2 days to draw out that sap again, but first 10 weighings were weighed and thus placed with the other in the sun, which after the completed drying and cleaning could reach no more than 6½; the cloves which they had taken out of the chests and put into the sailors' chests were brought ashore in such a manner, complaining also through the merchants, under the pretext that they had bought everything that had been in the ship; but these chests bore the name that belonged to another and the same was not Company's goods; having therefore also sat under arrest for some days on this account, they settled this matter under the Governor with the merchants to satisfaction, as best they could: but nevertheless the Honorable Company has lost the good credit which their Honors had had in the whole world with their spices through this adulteration, and principally gained a bad name among the inhabitants there, who also angrily said that they had bought the Company's spices for so long without having found any defect therein, indeed took them blindly into storage, but henceforth they might well look better with their own eyes when they came to buy them again; together with all of them sending a petition to your High Honor to learn whether in the future such troubles would happen to them again. And since by such vexations inflicted upon me as mentioned hereinbefore, I have been greatly delayed and hindered in my voyage to be made or passage from Mocha to Cormandel, so I very humbly beseech your High Honor to be allowed to obtain a fair satisfaction thereof. Underneath stood: Hoping which, etcetera. Was signed: M: W: Tempezel; Report 1133 Short Demonstration of the state of the Honorable Company at this main office Batavia, as the same has turned out with the closing of the Trade Books on the last day of August Anno 1748: Namely: the General Expenses in the past 12 months, calculated from the 1st of September 1747 to the last day of August Anno 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698:7:12: which amount has been written off to the debit of the following accounts, as Report made and delivered to the Honorable, Respectable Mr. Pieter van Con, senior merchant, second of this Coast and head administrator, as President together with the other Members of the Honorable, Respectable Court of Justice of this Castle, by Steven Vermont, fiscal of this principal place, concerning a certain dispute that arose in Mocha between the authorities of the Company's ship Beukensteijn and the burgher captain Marten Wouter Tenpesel, from which arise matters of great consequence, as will be further shown. Honorable and Respectable Sirs; According to the highly respected order of the Right Honorable, Highly Respectable Mr. Galenus Mersen, extraordinary councillor of the Dutch Indies, reigning Governor and Director of this Chormandel Coast, with its jurisdiction, I have examined the two depositions of the 29th of July of this year executed on the ship Beukesteijn and marked No 1 and 2, received by me from his Right Honorable, Highly Respectable, and found therein the complaints how the aforementioned Tenpesel was said to have abused and insulted the second supercargo in the Mocha trade, together with the two assistants Pieter Oostendorp and Gerrit Seeman there, with threats of striking, 1196 striking them, this arising over the refusal of payment for coffee delivered by the said Tenpesel to the Cargoes Van Nimweegen and Jongstal; the second deposition contains various foolish acts committed, if such be true, by the said Tenpesel on board the Company's vessel, principally that he supposedly wanted to transfer the Company's servants into his private service by means of money, saying that the officers were altogether thieves, according to the account of the Cargo Jongstal; but in order to condemn no one unheard, I have summoned the said Tenpesel, as he is present here, before the commissioned members from the Respectable Court of Justice as Commissioners, to answer for himself and to clear himself of what is charged against him; having appeared, he has confessed as his verified deposition under No 3 will show to your Honorable Respects, speaking of heavy illicit trade and deceit committed in Mocha by the Cargoes regarding both the pepper and spice trade, besides other matters of great importance and consequence, referring to various persons, and fully denying what was charged against him regarding wanting to crimp the crew of the Company's ship, showing that he had helped those authorities to 17 Malay sailors to serve for their food, who serve on the vessel Beukesteijn to this day; as a sign that he was in need of no crew; subsequently the chief mate Pieter Belleman, second mate
Dutch transcription
Gouverneur sulx mede voorgedragen hebbende, wilde hij datje d'ipepersouw ontfangen soo als die was; dog naderhand met zijn roodsluijden deselve gaand visiteeren; wierd goedgevonden, deselve alvorens 2: dagen in de sonteleggen om 'er dat sap weer te doen uijttrecken, dog Eerste wierden en 10. weegsels ge „zon„ wogen en soo weer bij liet anderes inde „ geset, die naer gedane droging en suijveringe niet meer als 6½. konde halen; d' nagulen welke zij uijt dek „ten genomenen in d' natroosen kisten gedaan haden, werden sodanig aan de wal gebragt, door de coopl: mede overdoleere, onder voorgeving zij alles gekogt hadden, wat'er in 't schip gewoest was; dog deze kisten hadden den aam eat een ander toebehoorde en het selve geen Comp:s goed was, hier op dan mede eenige dagen in arreste gesetenhebbende, maek te zijl: deze saak ter onder van den gouverneur met de Coopl: ten genoegen of, sodanig best konden: dog da niet te min heeft 'E Comp: het goed red t welke haarlEd: in d' geheele werde gehadeeft met haer specerijen, door deze vervalsing verloren, en principaal b d'ingesetenen aldaar een slegte naam gekreegen, dewelke ook vond boostie seijden, dat sij tot soo lange d'specerijen van d' Comp: gekagt haeden, sonder daar aan eenig gebrek tehebben bevonden, ja d'selve blindeling geborgen, dog voortaan wel bee „ter uijte haer ogensian mogten, wanneer sij dis weer quamen te kopen; mitsg: met haar alle een klagtschrift van uw hoog Edel: souden senven om te livaren of haar in den aanstaan „de werder sulke moeijlijkheeden souden over komen En d'wijl door sulke traversen als hier voren gem: mij aangedaan, in mijne te doene reijse offstrek van mocha naar Cormandel grotelijx ben opgehouden en benodel Ssoo smeeke seer onderdaniglijk uw: hoog Ed: om een billijke Catiofactie daer van te mogen enlangen /:onderstond:/ 'T welk verhoopende eoeterte /:was getekend:/ M: W: Tempezel; Berigt 1133 Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk: de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/ maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als Berigt gedaan maaken, en aan den E: E: Agtb: heer Pieter van Con oppercoopman, secunde deser Custe en hoofd„ „administrateur, als President nevens d' verdere Leeden van den E: agtb: Raad van Justitie deses Casteels overgegeven, door Steven vermont fiscaal deser hoofdplaatse, wegens seekere ontstaa„ „ne questie in Mocha tusschen d'overheeden van sComp: schip Beukensteijn en den vrijburger schipper Marten Wouter Tenpe„ sel waar uijt voortspruijten zaken van grooten na sleep, soo als nader sal werden aangetoond Heer en Agtb: Heeren; Volgens de hoog gerespecteerde ordre van den wel Edelen groot agtb: heer Galenus Mersen, raad Extraord: van nederlands India reegeerend gouverneur en directeur deser Chormandelse Custe, met dies resort hebbe de bij mij van zijn wel Edele groot agtb: ontfangene twee verklaringen van den 29: Iulij deses jaars in 't schip Beu„ „kesteijn gepasseert, en gemerkt n:o 1: en 2: nagegaan, daar bij bevonden de klagten, hoe voorm: Ten pesel den tweeden super„ „Carga in den mochasen handel, nevens de twee aesistenten Pieter Oostendorp en Gerrit Seeman, aldaar zoude gebrutaliseert en gescholden hebben; met bedreijging van te slaan „ „ naaren 1196 2 Ein 6 boosti daar wel bee aan aan alle aan staan en doen adal van eto lbij erel „11:12. slaan, ontstaande dit over de weijgering van betaling wee „gens geleverde Coffij door gesegde Een pesel aan de Cargas van Nimweegen en Iongstal, de tweede verclaring hou in diverse begaane sotterrijen, soo sulx waar is, door gem: Ten „pesel aan boort van 'sComp: bodem gepleegt, principaal dat sComp: dienaren door geld in zijn particuliere dienst soude hebben willen overbrengen, met het seggen dat de ofsiciers altem dieven waren, volgens 't verhaalde van den Carga Jongstal dog om niemand onverhoord te veroordeelen, soo hebbe gezegde Ten pesel, wijl hier present is, voor de gecommitt leeden uijt den agtb: Raad van Iustitie als Commissarissen ontboden, om zig te verantwoorden, en te suijveren van het hem ten laste gelegt werdende, verscheenen sijnde, heeft zodanig gecorfesseert, als zijn gerecolleerde verkelaring onder He 3: u: EE: agtb: sal aantoonen, spreekene van sware mors handel en bedriegerije soo omtrent de peper als specereij negotie te mocha doorde Chargas gepleegt, nevens nog anders soeken van veel aangelegentheiden groten na sleep, beroor „de zig op diverse persoonen, en ontkennende volmondig het hem te laste gelege om 't volk van 'sComp:s schip te willen rontselen aanthoonende hij die overheeden nog aan 17: ma „leijtse matroosen om voord' koste te dienen geholpen had, die tot heeden op den bodam Beukesteijn dienst doen; tot teeken hij geen volk benoodigt was; vervolgens den opperstuurm: Pieter Belleman onderstuurman
English
1134 at this main office in Batavia, as the same turned out at the closing of the trade books on the last day of August in the year 1748, namely: The general expenses in the last passed 12 months, calculated from the 1st of September 1747 to the last day of August in the year 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698:7:12: which amount has been written off to the debit of the following accounts, as a brief demonstration of the state of the Honorable Company. Second mate Christiaan Paulusz and surgeon Lucas Bergmeester having been heard, agreed for the most part with their skipper Tenpesel, as their re-examined and sworn deposition under number 4 shows. Afterwards the master carpenter of the ship Beukesteijn, Lourens Hooglander, having been heard, declared that by order of the captain in the Mocha roads he had opened all the spice chests on the half-deck, whereupon some spices were taken out of each chest and put into two to three mattress chests, the chests further nailed shut, and stored in the captain's cabin without water or anything else having been added to the spices in his, the deponent's, presence, though the pepper in the hold was mixed with water, to be seen further in his re-examined and sworn deposition number 5. Lastly the chief surgeon of the said vessel Beukesteijn, by name Hermanus Thuijnsaat, having been heard, declared to have been ill in Mocha for two months, indeed to have heard talk of some shortages, yet because of his illness paid no attention to it, nor knew anything of what happened in Mocha, declaring that he could not swear to his deposition for the reason that, owing to the illness he had suffered and the weakness arising from it, he could not recall and remember what had occurred, to be seen more extensively in his re-examined deposition number 6. From all the aforementioned documents your honors will be able to see at a glance the importance of the matters and what kind of aftermath they will have if further investigation were to be made in order to institute legal proceedings; because first of all supercargo Jongstal would have to be examined as to what reason he had called the officers thieves, whom he meant by that, and what proof he has thereof, and then subsequently what embezzlements were committed with the spices and pepper and for what reason this was done, and whether what was related in that regard by Tenpesel does not agree with the truth; which would require quite some time, for which the ship Beukesteijn cannot be detained, principally at this late time of the year and because the said vessel will be ready to depart within a few days; besides which supercargoes are required to account for their commission to their High Excellencies the High Indian Government in Batavia; which reasons and motives are those that move the undersigned fiscal very respectfully to submit to your honors whether it would not be best to refer all the documents, according to the annexed register, to the honorable court of justice at the Indian headquarters, to let them be examined by their honors as they shall see fit, yet I submit myself very humbly to the far wiser judgment of your honors. Was signed: S: Vermond. In the margin: Nagapatnam the 4th of October 1748. Claim 1135. at this main office in Batavia, as the same turned out at the closing of the trade books on the last day of August in the year 1748, namely: The general expenses in the last passed 12 months, calculated from the 1st of September 1747 to the last day of August in the year 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698:7:12: which amount has been written off to the debit of the following accounts, as a brief demonstration of the state of the Honorable Company. Claim and conclusion drawn up and submitted to the honorable Pieter van Con, senior merchant, second of this coast and chief administrator here, as president, together with the other members of the honorable court of justice of this government, by or on behalf of Steven Vermon, fiscal of this headquarters, in official capacity plaintiff, against Jan Christiaan Zeelig, from Berlin, steward; Ian Lanzaat, from Woerden, boatswain's mate; and Jan Walhoorn, from Aliloo, boatswain's mate; all having been stationed on the ship Beukesteijn lying here in the roads, presently the lord's prisoners and defendants, to hear the written claim. Honorable Sir and Honorable Gentlemen, In justification of this claim, the plaintiff in his aforesaid capacity says, and the truth is such, that
Dutch transcription
1134 ten dezen hoofd Comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk. de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 2/ maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie onderstuurman Christiaan Paulusz: en Chirurgijn Lucas Bergmeester gehoord zijnde, quamen voor't meeste gedeelte met haren schipper Tenpesel over een, soo als hare gerecolleerde en b'eedigde verklaring onder n:o 4: aan„ toont naderhand den oppertimmerman van't schip Beu„ „kesteijn, Lourens hooglander gehoord zijnde verklaar„ „den op ordre vanden Cap:n Ter Mochase rheede alle de specerij kisten op het halff dek hadde geopent, wanneer en uijt ieder kist eenige specerijen waren genomen en in twee â: drie matrese kisten gedaan, de kisten voorts toegespijkert, en in de Cap:ts kamer geborgen sonder dat in in zijn attestants presentie water off iets and:r onder de specerijen was gedaan, dog de peper in't ruijm met water was vermengt, nader te beogen bij zijn gerecolleerde te en b'eedigde verklaring H: 5: ten laatsten den opperchirur„ „gijn van gem: bodem Beukesteijn in name Har„ ijn „manus Thuijnsaat gehoort zijnde, verklaarde 's in mocha twee maanden ziek geweest te zijn, wel en te hebben hooren spreeken van Eenige minderheeden dog geen reflectie door zijn ziekte daar op geslagen nog niets van 't gepass:d in mocha teweeten, met betuij„ „ginge zijn verklaring niet te konnen b'eedigen om reeden— hem attestant mits zijne gehad hebbende ziekte en daer uijt ontstaane swakheijd niet voorstond et sig konde brunneeren be „ naaren 1196 22 11:12. brinneeren, wat er was voorgevallen wijtlopiger te bogen bij zijn gerecolleerde verklaring N:o 6: uijt alle vooren gen: dacumenten sullen uw: E: E: agtb: met den opslag konnen bogen, de aangeleegentheijt der zaken en van hoedanigen nasleep deselve sullen zijn, soo bij aldien men verder onderzoek soude doen, om proceste move „ren, wijl voor eerste bij den Carga Iongstal soude moeten werden ondersogte, om wat reeden hij de officieren voor dieven hadde uijtgemaekt, wie hij daer mede meende, en wat bewijs daervan is hebbende, en dan vervolgens wat morcerijen er met de specerijen en peper zijn gepleegt en om wat reeden sulx is geschiet en off het ten dien belange door Ten pesel verhaalde niet met de waarh over Een komt; waartoe al vrij wat tijt soude vereijsschen, door het schip Beukenstijn niet om kan werden opgehouden, principaal indesen laate tijd en 't Jaar door ged:te bodem binnen weijnige dagen klaar sal wesen om te vertrecken; buijten en behalven dies Cargas gehouden sijn, reekenschap van haere Commissie te doen aan haer hoog Edelh:s de hoog indiase regering te batavia, het welk vereeden en moti„ de „ven sijn die den ondergetz: fiscaal moveeren, u E: E: agtb: seer Eerbiedig voor te„ „drogen, off hiet niet best soud wesen, alle destucken, volg:s annex register aan den Ed: agtb: raad van Justitie ter indiase hoofdplaatze te renvoij „eer, om door haar Ed: agtb:s te laten ondersoeken, soo als sullen vinden te behooren, ein „ter onder werpe mij seer onderdanig het hoog wijser oordeel van uw: Ed: agtb: /:was getekend:/ S: vermond: /: in margine:/ Nagapat:n den 4: 8ber: 1748. Eijsch 1135. ten dezen hoofd Comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„os A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/ maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als Korte Verthooning van den staat der E: compagnie naaren Eijsch en Conclusie gedaan maeken en overgegeven aan den EE E: E: agtb: Heer Pieter van Con opper coopman, secunde deser Custe en hoofdadministrateur alhier, als Prae„ sident, benevens de verdere Leeden van den Agtb: Raad van Iustitie deses 2 gouvernements, bij ofte van weegen Steven Vermon, fiscaal deser hoofd Plaatse Nom: off: Eijsschen Contra Jan Chrisstiaan Zeelig, van berlijn bottelier, Ian lanzaat, van woerden bootsmanswaat en Jan walhoorn van aliloo schiemansmaat, alle bescheijden geweest zijnde op het hier Ter Rheede leggend schip Beukenstijn thans sheeren gevangene en gedogdens om schriftelijken Eijsch te aanhoren E: E: Heer en Agtb: Heeren tot justificatie van dezen eijsch; zegt den Eijsschen in zijn voorsz: qualiteijt, ende dewaarheid is sulx dat 1196 11:12. agtb: gapat:n
English
that the defendants, on the 22nd of the month of September at night after the watch was set, had dared, at the request of the steward, to drink until full and sated, and first to make a great ruckus between decks; that the said steward had subsequently come up on deck, raging, raving, and reviling the superior officers in an improper manner with scandalous words, calling them thieves, and threatening to strike them down one by one; and although the boatswain's mate tried to hold him back, and the superior officers sought to bring him to a halt, this was in vain, and pressing against them on the quarterdeck, while the lieutenants tried to hold him back with drawn cutlasses, he pressed upon them, saying "just thrust, I have a cutlass too," reaching at the same time for his cutlass, but the superior officers, to prevent accidents, retreated, and the boatswain being called at the same time, the steward was placed in irons; when the said boatswain came onto the quarterdeck, the boatswain's mate appeared there in his drunkenness with a knife in his waistband, cursing and swearing, immediately throwing the knife against the deck, seizing a chair standing there to throw it, but was prevented from doing so by the second mate, who with difficulty wrested the said chair from him; when the steward was placed in irons, the boatswain's mate also came to the rear, drunk, likewise with a knife in his waistband, making a great clamor with cursing and raging, imagining that he was wronged because, the boatswain being sick, he performed the duty and therefore also ought to have been called when there was something to be done, continuing to scold and rage without wanting to listen to order or command, whereupon the said boatswain's mate jumped to his side and, while uttering a curse, said to him: "Give me your hand, mate Jan, we are masters of the ship and are afraid of no one"; 436. at this main office of Batavia, as the same turned out with the closing of the Trade Books under the ultimo of August Anno 1748: Namely the General Expenses in the last passed 12 months, calculated from the 1st of September 1747 to the ultimo of August Anno 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698:7:12: which amount has been written off to the debit of the following accounts, as Short Exhibition of the state of the Honorable Company moreover, to the further aggravation of the offenses of the principal ringleader, the steward, come the complaints made of how the same, on the 24th of May last at the roadstead of Mocha, being at that time also intoxicated, uttered gross abusive words against the superior officers, and threatened the second lieutenant Pijpoort that he would yet wash his hands in his blood; afterwards went between decks and came back up onto the deck with a drawn knife in his hand, in the officers' opinion to strike down the second lieutenant or someone else; but after all the people fled at the stairs of the quarterdeck, he had fallen down, and had stabbed and cut into the deck there in such a way that the knife had become completely bent; then a plank was thrown upon the body of the steward, they then got possession of the knife, and subsequently put him in irons, but after the course of some days, upon great promises [illegible] and hope of betterment released again, to attend to his duty; to which is further added, that the imprisoned steward related on board to the second mate Jacob Schwarth that he dared not return to his country because he had struck down a person there; all of which can be inspected more closely and in more detail by Your Honorable Worships in the re-examined and sworn depositions of Christiaan Pren, first lieutenant, under Letter A; Willem Nijpoort, second lieutenant, Letter B; Jacob Swarth, second mate, Letter C; Thobias Mutsel, second mate, Letter D; Hermanus Marijnus, boatswain, Letter E; Jan Nicolaas Meijer, gunner, Letter F; Thomas Pietersz Brouwer, sailmaker, Letter G; in the re-examined confession of the steward Jan Christiaanzeelig, marked Letter K, the same seeks to excuse himself as much as possible by a matter unworthy of consideration, namely by his drunkenness, as if the grave facts committed in drunkenness were excusable; and secondly, because he was afflicted with the falling sickness, and in that state, when he was seized therewith, he was supposed to have committed the grave facts at the roadstead of Mocha; an unheard-of matter and unfounded excuse, since it is sufficiently known to the whole world that someone afflicted with that sad disease lies in an extraordinarily great anguish and pain, through the contraction of all sinews and tendons, consequently also outside
Dutch transcription
dat de gedagdens op den 22: der maand Septemb:r snagts na opgesette wagt, sig hebben durven onderstaan op 't verzoek van den battelier vol en sate te suijpen, en een groot ruma voor eerst tusschen dex temaeken dat gemelde bottelier vervolgens boven op dek gekomen was, raasende, tierende, en scheldende de opperofficieren op een onbehoorlijke wijze met schandeleuze woorden, haar uijt „makene voor dieven, met bedreijginge haar een voor een te„ sullen nederleggen En schoon de schiemanswaat hem heeft willen terug hou „den, en 'd'opperofficieren hem tot stilvstand soeken te brengen is sulx vergeefs geweest, en tegens haar aan op het halff de dringende, de luijtenants hem met bloote houwers willen terug houden, is op haar toegedrongen, met het seggen steek maar toe, ik heb ook een houwer, met eenen na sijn zoes tostend, dog de opperofficieren tot voorkoming van onge „lucken zijn geretiereerd, met eenen de schieman geroepen zijn „de, is den battelier in de boeijen gesloten. wanneer gemelde schieman op het halff dek quam, is schiemansmaat in zijn dronkenschap daarmede verschenen met een mes op de broeksband, vloekende en sweerende gooij „ene met een het mes teges het dik, Grijpende een daar staande stoel, om te gooijen, dog door den onderstuurman daar in verhinderd die hem met moeijte gemelde stoelho ontweldigd wanneer den bottel:s ind'oeijen gest was, is den borm:s at hier vovergen: ok o en9 436. ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/7 maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie en dranken agter op gekomen, mee met het mes op de „broeksband, makene met vloekende en rasen een groote geraas, verbeeldende hem, hij verongelijkt was, wijl den boots„ „man siek sijnde, hij den dienst waarnam en daarom ook diende geroepen te werden als er jets te doen was, blijvende schelden en raasen, sonder na ordre off Commando tewillen luijteren, waar op gedagte schiemansmaat hem bijsprong en onder het uijten van een vloek tegens hem zijde. d geeft mijn Iouwenes maat Ian, wij zijn baas in 't schip en zijn voor niemand bang; nog komt tot meerder verswaring der beijten van d'oor„ naamste belhamer den bottelier de gedaane klagten, hoe den„ selven op den 24. maij J:o leeden ter mochase rheede te dier tijd mede beschonken zijnde, grove scheldwoorden tegens de opperofficieren heeft g'uijt, en de tweede luijten:t Pijpoort gedreijgt, zijn handen nog in zijn bloed te sullen wasschen naderhand tusschen deks gegaan en met een bloot mes inde hand weer boven op het dek gekomen is, om na ge„ dagten der officieren den tweeden luijtenant of iemand anders neder leggen; dog na het vlugten van al het volk aande trop van't halffdek was neder gevallen, aldaar in het dek soda„ „nig gesteeken en gesneeden had, dat het mes heel krom was geworden; hem dottelier doen een plank op 't lijff is geworpen zij doen het mes magtig geworden, vervolgens in de boeijen Gezet, dog na verloop van Eenige dagen; op Groote beloften en hoop : „ „„ naaren 1196 2 na t verzo nagts na ge ren op een men hou de willen steek Zae se nge zijn el gooij een daar tuurman stoelhee gem: ook vo va segge 10: 11: 12. en hoop van beterschap weder ontsloten, om zijn dienst waar te neemen. waar bij nog komt, bij gevangene bottelier tegens den onder „stuurman Iacob schwarth aan boord heeft verhaalt, niet weder in zijn land te durven komen wijl hij daar een per zoon hadd ter neder gelegt; konnende alles nader en omstandiger door uw: E: E: agtb: werden beoogte; bij de g'recolleerde, en b'Eedigde verclaringen van Christiaan Pren opperluijtenant onder L: a:, Willem Nijpoort ondertuijten: L: E: Jacob Swarth onderstuurman L: C:a, Thobias Mutsel onderstu „man L:n D:, hermanus Marijnus schieman L:a E:, Jan nicolaas meijer Constabel L:r v: Thomas Pra Pietersz: Brouwer Zeijlmaker L:r G: bij de gerecolleerde confessie vanden bottelier Ian Chris„ „tiaanzeelig gem:t L:rn K:, soek derselven hem wel soo veel als doenelijk is te verschoonen, door geen reflectie waardigen saek als door zijn dronkenschap, Even off de swaare feijten in dronkenschap geschiet verschoonbaar waren, ten anderen door dien met de vallende siekte was gequelt, en in die stone, wanno daar mede behebt was, de sware feijten ter mochaze rheede soude hebben begaan; een nooijt gehoorde zaek en ongefundeerde verschooning, wijl het de geheele wereld genoeg bekent is, jemand met die bedroekde ziekte besogtaver „dende, in een extra groote benaautheijt en pijne legt, door het samen trecken van alle Senuan en peesen gevolgelijk ook buijten
English
1738. at this main office Batavia, as the same turned out with the closing of the Trade Books on the last of August Anno 1748, namely: The General Expenses in the last passed 12 months, calculated since 1 September 1747 until the last of August Anno 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698:7:12: which amount has been written off to the debit of the following accounts, namely: Short Demonstration of the state of the Honorable Company unable to run from one place to another, to wield a knife in such a malicious manner by cutting and stabbing, it being rather to be presumed, as will certainly also be true, that he, the steward, came up into the waist with an evil intent, and in that active malice was seized by the falling sickness, and prevented from carrying out his purpose, although he now denies this and declares that he has nothing against any of the officers that would give him reason for such a godless intent. Yet regarding the alleged manslaughter, it is so variable and happened so many years ago, that the prosecutor, with the indulgence of Your Honorable Worships, will not express himself on it, since the common man on board often speaks of matters that do not precisely square with the truth; And in the recollected confession of the boatswain's mate and quartermaster's mate, one finds nothing that can serve for their excuse, other than solely their prayer for pardon, because what happened occurred in their drunkenness, with promises to behave better; their confessions being marked L, I, and K. It being very true that if the ship's officers had punished him, the steward, for what occurred at Mocha, according to the findings of the case, as a deterrent to others, in all likelihood the disturbance here in the roadstead would not have occurred, since he, the steward, is the contriver of the last incident; [illegible] All of which are matters of very bad consequences, which in a place where law and justice are practiced, cannot and ought not to be tolerated, but should be punished as a deterrent to others; Therefore, the prosecutor shall proceed to demonstrate what punishment is established against such riotous persons by the placarts and laws. One finds established in the ordinance of Emperor Charles on Maritime Law: Article 2. Item, and whoever through any disobedience, recalcitrance, refusal, or by design, fails to do what he is found to have been commanded by his skipper, if such disobedience, recalcitrance, refusal, or failure results in no particular injury to anyone, and is not harmful to the skipper, the ship, the wares and goods being therein, or other crewmen or passengers, he shall thereby forfeit the penalty of six Carolus guilders, half to our profit and half to the profit of the shipmaster; Article 3. Item, but if such disobedience and recalcitrance tends to any injuries, whether in words or in deeds, in that case the same injuries, above the aforesaid fine, shall also be corrected with floggings or greater punishment, up to the forfeiture 1138. at this main office Batavia, as the same turned out with the closing of the Trade Books on the last of August Anno 1748, namely: The General Expenses in the last passed 12 months, calculated since 1 September 1747 until the last of August Anno 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698:7:12: which amount has been written off to the debit of the following accounts, namely: Short Demonstration of the state of the Honorable Company up to and including the forfeiture of life, according to the circumstances of the case. In the article letter established on 4 September 1742 it is clearly stated in Title 12, Article 41, Folio 36: Whoever pulls hair or strikes with fists shall be put in irons on water and bread for three days; and whoever draws any knife in anger to harm or injure someone shall have his hand nailed to the mast with a knife, and stand there until he pulls it through himself, and if he injures someone, he shall be keel-hauled and moreover forfeit six months' wages; Folio 37, Article 47: After the watch is set, no one shall be permitted to make any noise or tumult; but everyone must keep to such places as are assigned to him by his commanding officers, on pain of being punished for disobedience, corporally or otherwise; With all of which having been deduced, the prosecutor considers himself to have good right to Conclude that the defendants, by the sentence to be pronounced by Your Honorable Worships, may be condemned: the steward Ian Christiaan Seelig to be fastened with a knife through his hand to the mast on an Honorable Company ship lying here in the roadstead, [illegible] and left to stand in such a manner that he pulls it through himself; subsequently, together with the two others, the Boatswain's Mate Jan Landzaat and Quartermaster's Mate Jan Walhoorn, to be severely punished by being dropped three times from the main yardarm; and the steward to be degraded to sailor at 29 per month, and the two last-mentioned, in addition, to a fine of two months' wages for the poor. Honorable Worships /:was signed:/ Steven Vermond /:in the margin:/ delivered in the council of 4 October Anno 1748. Today, 25 September 1740; appeared before the undersigned delegated members from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Coromandel Government, Christiaan Pren of Aalburg, 36 years of age, First Lieutenant at Sea in the service of the Honorable Company and as such stationed on the ship Beukensteijn, currently lying in this roadstead, who, at the requisition of the Merchant and Chosen Upperhead of Paliacatta, the Honorable Steven Vermont, currently still performing the duties of fiscal here, declared it to be true and truthful: That on the 22nd of this month, during the night, the steward of the said ship
Dutch transcription
1738. ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk. de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/ maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo: Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie buijten staat is, om van d' eene plaats nad'andere te loopen een mes op soo een quaadaardige wijse met suijden en steeken te regee„ „ren, eerder te vooronderstellen sijnde, soo als ook seekerlijk waar sal wesen, hij bottelier met een quaat voorneemen in de spe„ „ratie is boven gekomen, en in die leevige quaatheijd door de vallende siekte is aangetast, en belet zijn opset tewerk te„ stellen, schoon sulx nu ontkent en verklaard tegens niemand derofficieren jets te hebben, dat hem reeden tot zoo Godde„ „loos opset soude Geven Dog aangaande de te laste geligde manslag, is soo varia„ „bel en lange jaaren geleeden, dat den Eijsschen sig daar over onder het wel neemen van V: EE: agtb: niete sal uijtlaten, vermits de gemeenen man veeltijds aan boord sakeen spreekt, dat juijst niet met dewaarheijd quadreert; En bij de gerecolleerde Conbessie van den bootsmansm=t en schiemansmaat vind men niets dat tot haar verschoning strecken kan, als eenelijk haar beede om pardon, wijl 't gepasseerde in haar dronkeschap was geschiet, met beloften van beeter op te sullen passen; sijnde hare konsessen gemerkt L: I: en K: wel waar sijnde soo bij aldien de scheeps opheeden hem botte„ „hier op 'te voorgevallene te mocha, na bevinding van saken ten afschrik van anderen hadde gestraft, na alle gedagten de opschulding hier ter rheede niet soude zijn voorgevallen wijl dheij bottel ier van 't laaste geval den overlegger. is; alle; waar nder weder hadr„ stun als saek in wanno ze eg er 10: „11: 12. 16: a4naaren 1196 22 Alle 't welke saeken sijn van zeer quad gevolgen, die o een plaats, alwaar regte en justitie goeffend, niet konnen vag behooren geleeden; maar ten abschrikt van anderen gestrat tewerden; derhalven den eijscher sal overgaan ter aanthooninge wate straffe tegens sodanige oproermakers bij de placcaten en wetten sijn gestatueerd men vind bij de ordonnantie van kaijser Carel op de Zee regten gestatueerd arto: 2. Item ende de geene die in eeniger ongehoorsaamheijd, weder „spannigheijd, weijgering, off door opset, ingebreeke blijft sulx te doen, soo als hem van sijnen schipper bevoolen sal zijn bevonden word, indien sulke ongehoorsaamheijd weder spannigheijt, weijgeringe off gebrek, tot niemands sonderlinge jnjurien en strekt ofsook den schipper den schee „pe waren en goederen daar in weesende, of andere bootsgesellen off passagiers niet schadelijk zij, sal daar bij verbuuren de pene van ses Carolus guldens, half tot onses ende halff tot des voorts meesters profijte; art: 3: Item, maar ofte sulke ongehoorsaamh: ende weder spanningh heur strekt tot Eenige jnjurien, 'te sij in woorden off inwerken in dien gevallen sullen deselve injurien boven voors: geld boek nog gecarrigeerd werden met geesselingen off meerder gunte tot ten verbeurte 1138. ten dezen hoofd comptoire Batavia, zoals het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk. de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/ maanden, gereekent 't zeedert p„mo September 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698: 7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie tot ter verbeurte vanden lijve toe incluijs, na geleegent„ „heijt van de zaeken — bij den artikul brieff den 4: 7ber: 1742 gestatueerd staat duijdelijk 12: titul ort: 41: folio 36: zoo wie plokhairt off met vuijsten slaat; sal drie da„ „gen tewater en te boort inde ijssers geslagen worden; en wie eenig mestrekt met thoorn om iemand leet tedoen, ofte quetsen; sal met een mes door sijn hand aan demast gena„ „gele werden, en aldaar soo lange staan, tot dat hij 'tselve door„ „trekt, en iamand quetzend, sal gekield worden, die daar en bovenses maanden Gagie verbeuren; fol:o 37: art: 47: na besette wagte sal niemand vermogen Eenig geraas offgitien temaken; maar sal een iegelijk moeten bewaren al sulke plaatsen, als hem van zijn Comman„ „derende officiers werd belast, op peene van daar over als ongehoorsame aan den lijve als anders tewerden gestraft; mits alle het welke gebeduceerde, soo vermeijnd den eijs„ „scher met goed regt temogen; Concludeeren, dat de gedaagdens door uw: E: E: agtb: wel te spreekene vonnisse mogen werden gecondemneerd, den bottelier Ian Christiaan Seelig om op een hier Ter Rheede Leggend'sComp: Schip met Een mes door de hand aan de mast; die o vog trat heijd schei sellen de halff uuren spannigh werken be 0 1 naaren 1196 22 mast vast gehegt, sodanig telaten staa dat het selve doorhaald, vervolg: nevens de twee andere den Bootsmansmaat Jan Landzaat en schiemansmaat Jan walhoorn driemaal van de gro „te Rhaa te doen Loopen strengelijk gelan mitsgaders een bottelier gedeporteerd Tot mattroos met 29: per maand, en de twee laast gem: boven dien in een boete van twee maanden Gagie Pro bisco E: E: /:was getekend:/ Steven vermond /:in margine:/ overgeleverd in rade ven 4: 8ber: a:o 1748; Op huijden Den 25: 7ber: 1740; Companeerd voor de ondergesz: gecommitteerde leeden uijt den E: agtb: raad van Justitie deses Chormandelsen gouvernements, Chris„ „tiaan pren van aalburg oud 36: jaren, opperluijten:t te Zee in dienst der EComp: en daar voor bescheijden op het thans te deser Rheede leggend schip Beukensteijn, dewelke ter requisitie van den Coopman en g'Eligeere Pallia Catsopperh:r dE: Steven Vermont thans nog Euingerende den dienst van fiscaal alhier verklaarde waar en waaragtig te weesen Dat op den 22:' dezer des nagts de bottelier van gen:d schip
English
1139 at this main office in Batavia, as the same turned out at the closing of the Trade Books on the last day of August Anno 1748: Namely. The General Expenses in the past 12 months, calculated from the first of September 1747 to the last day of August Anno 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698:7:12: which amount has been written off to the debit of the following accounts, namely Brief Representation of the state of the Honorable Company ship after having made a great noise between the decks, had come up onto the deck, and had there also made a noise and raged, and the boatswain's mate having come up and wishing to restrain the steward, the latter had made even more commotion and had collectively insulted the aft officers as motherfuckers and thieves and said he would lay them out one by one. That they, the officers, having tried to bring the said steward to a stop, but the same having on the contrary come onto the quarterdeck, and they thereupon wishing to keep him off from them with cutlasses, the same had thereupon said to them, just thrust, I also have a cutlass with me, at the same time feeling in his pocket, whereby they, to prevent accidents, were restrained; That subsequently the boatswain having been called to have the crew come up and to lock the steward in the irons, in the meantime the boatswain's mate had also come aft with the knife on his waistband, cursing and swearing and throwing the knife against the deck, had picked up a chair that stood on the quarterdeck and thrown it away; That furthermore, the steward having been put in the irons, the boatswain's mate had also come jumping aft with the knife on the waistband [illegible] and had made a noise as if the ship were lost; and as well as the aforementioned steward and boatswain's mate would not listen to any order, and that the said boatswain's mate amid continuous cursing had said why he was not called when there was something to command, and that the boatswain's mate thereupon had agreed with him and, while uttering a curse word, had said to the boatswain's mate: give me Gouwenesmaat Ian, we are master of the ship and are afraid of no one; That the said steward on the 24th of May last past in the roads of Mocha had uttered coarse insults and threats against the aft officers, and principally against the second lieutenant at sea Nijpoort, as among other things that he would yet wash his hands in Nijpoort's blood, continually calling them motherfuckers and spice thieves, and had gone between decks and come up again with a bare knife in his hands to strike down the said second lieutenant or another, but falling down the ladder of the quarterdeck, had there cut and stabbed into the deck until a grease board was thrown on his body and thus the knife, which had already become bent, was wrested from him, and he was subsequently locked in the irons, but upon promise of betterment a few days thereafter was by the captain of that 1140. Brief Representation of the state of the Honorable Company at this main office in Batavia, as the same turned out at the closing of the Trade Books on the last day of August Anno 1748: Namely. The General Expenses in the past 12 months, calculated from the first of September 1747 to the last day of August Anno 1748, amount to a considerable sum of ƒ3730698:7:12: which amount has been written off to the debit of the following accounts, namely vessel released again from there. That the said steward, as the deponent understood from the second mate of the said vessel Jacob Schwarth, had told him that he dared not return to his country because he had struck someone down there. That he, the deponent, had never ever before seen or heard of the aforementioned boatswain's mate that the same had used any insolence or had made any disturbance on board, except on the 22nd of this aforesaid month, and therefore it was to be presumed that he had been stirred up to it; Ending herewith, the deponent declared his deposition to be the pure truth, and was consequently prepared if necessary to confirm the same further under oath; Thus done and declared in the city hall at Nagapatnam on the date aforesaid, in the presence of the Honorable Carel Hendrik Simons and Willem Dirk Luijcx Massis, commissioned Judicial Council members, who signed the minute of this together with the deponent and me, the sworn clerk. Underneath was written: Which I attest. Was signed: J:s Haselkamp, sworn clerk. On Today, the 28th of September Anno 1748;— Appeared once again before the undersigned commissioned gentlemen from the Honorable [illegible]
Dutch transcription
1139 ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ulto Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk. de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/ maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo: Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie schip na dat tusschen, dek een groot geraas gemaakt hebben„ „de, boven op 't dek gekomen was, en aldaar mede geraast en getiert hadde, en den schiemansmaat boven, gekomen zijnde ende bottelier tegens willende houden denselven nog meerder biguuren hadde gemaekt en d'officieren van agter op gesamentlijk voor M: N: en dieven uijtgescholden en gesegt haarlieden een voor een te sullen neverleggen. dat sij officieren getragt hebbende gemelde bottelier tot stilstand te brengen dog denselven daar tegens aan op het halv oek gekomen was, en zijl: daar op hem met houwers van haar ofr willende houden denselven daar op tegens haar gezegt hadde, steek maar toe ik heb ook een houwer bij mijn, teffens naar zijn sak tastende waardoor zijl: tot voorkominge van ongelucken waren geretineert; Dat vervolgens d' schieman geroepen sijne om 't volk te laten boven komen en de bottelier inde boeijen te sluijten ondertusschen de schiemansmaat mede was agter op„ „gekomen met het mes op desselfs broeks bandvloe„ „kende en sweerende en het mes tegens het dek gooijende een stoel welke op het halve dek stond opgenoemen en weggesmeeten haede; Dat voorts de bottelier in de balijen geset zijnde, de bootsmans-maat mede met het mes op de broeks band agter gro gelaan eerd de boete rmond den ver Cmpareerde gtb: t„s Chris„ ten:t ten thans ten sopperh:d de agtig te„ den et raad angen:d 11:12. naaren 1196 22 agter op was komen springen en Een leven gemaekt h „de even of het schip over was; en soo wel als voormelde bottelier en schiemansmaat na geen ordre wilde luijtene mitsg:s dat genoemde bootsmansmoat onder een gedurij schelden gesegt hadde waarom hij niet geroepen wierd als er wat te ordonneeren was, en dat de schiemansmaat daar op hem bij gevallen was en onder het uijtten van een vloekwoord tegens de bootsmansmaat gesegt geeft mijn Gouwenesmaat Ian wij zijn baas in 't schip en zijn voor niemand bang; Dat gen:de bottelier op den 24: meij jongst leeden ter rheede van mocha grove scheldwoorden en dreijgemen „ten tegens de officiers van agten opgeuijt hadde en principaal tegensee tweede luinten: ter zee Nijpoort als onder anderen dat zijn handen nog in Nijpoort=s bloed soude wassen, Continueel haarlieden voor M: N: en specerij dieven uijtmakende mitsg:s tusschen deks gegaan en weder met een bloot mes in zijn handen boven komen „de om gen:de tweede luijten:t aff een ander neder te leggen dog de trag van het halff dek neder vallende, aldaer ge sneeden en gestooken hadde in't dek tot hem een smeer „plank op sijn lijff gegooijt en dus't mes 't welk bereets krom geraakt was, ontweldigd, en voorts in de boeijen geslooten was geworden, dog op belofte van beterschap Eenige dagen daar aan door den Cap: van dien 1140. Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk. de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 1/ maanden, gereekent 't zeedert p„mo September 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als dien bodem daar uijt weder ontsloten. Dat gen:de bottelier soo als bij attestant van den onderstuurman van gen:de bodem Iacob schwarth verstaan heeft tegens hem verhaalt hadde dat niet weder in sijn land dorste konnen dewijl aldaer iemand ten neer gelegd hadde Dat hij attestant van voorm: bootsmansmaat nooijt ocooijt bevorens gesien affgehoort haede dat denselven eenige brutaliteijten gebruijkt off eenig geraas aanboort hadde gemaekt als op den 22: deser voorm: en daarom te voor onderstellen denselven daertoe opgerokkert was; Eijndigende hier mede betuijgde den attestant zijn attestatie de suijvere waarheijd teweesen, en mits dien bereijd deselve des noods nader met Eede gestand te doen; Aldus gedaan en verklaard in't stadhuijs tot Nagapat„ „nam dato voorsz: ter presentie van d' E: Chrel Hendrik Simons en Willem Dirk Luijcx massis gecom„ „mitteerde Iustitieele raadsleden, die de minute deses nev:s den attestant en mij gesw: Clercq hebben onder te„ „kend /:onderstond:/ Quod attestor /:was getekend:/ J:s Haselkamp gesw: Clercq: Op Huijden Den 28: 7ber: A:o 1748;— Compareerde andermaal voor d'ondergesz: gecommitt:ds heeden uijt den E: naaren 1196 :11:12.
English
the Honorable Worshipful Council of Justice of this Coromandel government; the deponent mentioned in the preceding deposition; which having been clearly read aloud and explained to him in the presence of the aforementioned Honorable Fiscal, he fully persisted therein without desiring the slightest alteration, furthermore confirming his rendered declaration with solemn oath while raising the two front fingers of his right hand and uttering these words: So help me God Almighty. Thus done, reviewed and sworn in the city hall at Nagapatnam on the date aforesaid, in the presence of the Honorable Carel Hendrik Simons and Willem Dirk Luijx Massis, commissioned judicial councillors. Signed: Christiaan Pren. In the margin: In our presence, signed: C. H. Simons and W. D. Luijx Massis. Lower down: Known to me, signed: J. Haselkamp, sworn clerk. Today, the 25th of September 1748, appeared before us, the undersigned commissioned members from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Coromandel government: Willem Nijpoort of Craaijensteijn, aged 21 years, second lieutenant at sea, and as such assigned to the Company ship Beukesteijn, currently lying at this roadstead, who, Brief Demonstration of the state of the Honorable Company at this main office of Batavia, as the same has turned out at the closing of the Trade Books as of the last of August, the year 1748, namely: The General Charges in the last passed 17 months, calculated from the 1st of September 1747 to the last of August, the year 1748, amount to a considerable sum of ƒ3,730,698:7:12, which amount has been written off to the debit of the following accounts, namely: who, at the requisition of the merchant and chosen Chief of Palliacat, the Honorable Steven Vermont, currently still performing the duties of fiscal, attested to be true and truthful: That the deponent, having had the first watch on the night of the 21st of this month, at the fourth glass of said watch heard a noise between decks, and having thereupon gone to look over the bow, had seen that a light was burning near the steward's room; and the carpenter, who stood by the hatchway, come and say: it is not good here, I will leave from here. That shortly thereafter, the steward having come up from below, the deponent had the first lieutenant and the mates awakened, who with him had heard the steward cursing at the senior officers and uttering improper words; and wishing to come aft, had fallen down by the stairs of the hatchway, but standing up again and wishing to go up the stairs, it was said to him by the boatswain's mate that he wanted to stop him. That the deponent and the other officers had tried from aft to pacify the said steward, but the same, contrary to the warnings given to him, coming up the stairs; he, the deponent, and said other officers had then found themselves compelled to hold him back with cutlasses; but that the repeatedly mentioned steward had said to them: [illegible] having said, just strike, I too have a cutlass with me, and at the same time reaching into his pocket and pressing toward them, they, to prevent accidents, had retired. That meanwhile the aforementioned boatswain's mate, who had wanted to hold back the steward, had also come aft with the knife on his waistband, also cursing and raging; and after having thrown his knife against the deck, had gotten into a fight with the steward, and that they, the officers, had thereupon called the boatswain aft to assemble the crew and to lock the steward in irons; but the boatswain's mate had thereupon also come jumping up, and had expressed that he was boatswain of the ship, and he had to be called whenever anything was ordered; at the same time being asked for his knife by the boatswain's mate under these words: Mate Jan, give me your knife, but this was not done by him, but that the said boatswain's mate had picked up a chair that stood on the half-deck and thrown it at the officers, but by chance it was caught by a mate. That subsequently, the steward having been put in irons, the said boatswain's mate and boatswain's mate had gradually roamed from the half-deck into the waist, and subsequently into the forecastle, and then back onto the half-deck;
Dutch transcription
den E: agtb: raad van Justitie deses Cheor mandelsen gouver „ments; den attestant in vorenstaande attestatie vermeld; „welke hem ten overstaan van voorm: E: biscaal duij „lijk voorgelesen en te verstaan gegeven zijnde, bleef denselve daar bij ten vollen sonder deminste veranderinge te begere persisteren, bevestigende voorts desselvs verleende verk „ring met solemneele eede onder het opsteeken der twee voorste vingeren sijnes regterhands en het uijtten deser woorden Zoo waarlijk helpe mij God Almagtig Aldus gedaan, gerecolleerd en b'eedigd in 't stadhuijs Tot Nagapatnam dato voorsz: ter presentie van d' E Carel Hendrik Simons en Willem Dirk Luijx massis gecommitteerde Iustitieele raadsteede /:was getekend:/ Christiaan Pren /:in margine:/ ons Presend /:getekend:/ C:l h:r Simons en W:m d:t Luijx massis /:lager:/ In kennisse van mij/: getekend:/ J„b Haselkamp gesw: Clercq; Op huijden den 25: Septemb:r 1748: Compa reerde voor ons ondergesz: gecommitteerde leeden uijt den E: agtb: raad van Iustitie deses Cormandelsen gou„ „vernements; Willem Nijpoort van Craaijensteijn oud 21: jaren, twee luijten:t ter zee, en daar voor bescheijden op 't thans te deser rheede leggend 'sComp: shaps Beukesteijn dewelke Korte Verthooning van den staat der E: Compagnie ten dezen hoofd comptoire Batavia, zo als het selve met 't sluijten der Negotie Boeken onder ult„o Aug„s A„o 1748: is koomen uijttevallen Namentlijk. de Algemeene Lasten in de Jongst gepasseerde 17/ maanden, gereekent 't zeedert p„mo september 1747. tot ultimo Augustus Anno 1748. emporteeren eene aanzienelijke somma van ƒ3730698:7:12: welke montant ten Lasten, der volgende reekeningen afgeschreeven is, als dewelke ter requisitie vanden coopman en g'Eligeerd Pallig„ „cats opperhoofd DE: Steven vermont, thans nog bumgerende den dienst van fiscaal, attesteerde waar en waar„ „agtig teweezen. dat bij attestant op den 21: dezer des nagts de Eerste wagt gehad hebbende, met het vierde glas in gem: wagt, een geraas tusschen deks gehoord, en daarop over de boeg Gaan leggen wesende; gezien hadde, er ligt bij de bottelerije was brandende; en den timmerman die bij het luijk stond, koo„ hier „ven zeggen, het deugd hier niet, ik zal van daan Gaan: dat kort daar aan de bottelier van om laag van daan gekomen wesende, hij attestant de Eerste luijtenant, en de stuurlieden haede laten wakker maken die met hem gehoord hadden, den bottelier tegens de opper officieren scheldende, en onbetaamelijke woorden uijttende; en ag„ „ter op willende komen, bij de trap van't luijk was neder gevallen, dog weder opstaande, en de trap willende opgaan door den schiemansmaat tegens hem gesegt geworden dat hem wilde tegen houden. dat hij attestant, en de overige officieren, van agter op gen:de bottelier getragt hadde tevreeden te stellen, dog den„ selven tegens haare gedaane vermaninge, de trap op na bo„ „ven komende; hij attestant, en gen:e overige officieren, sig als toen genoodzaek haeden gevonden, hem met houwers tegens te houden; dog dat meerm: battelier tegens haer gesegt hebbende; sen t begeren verk twe dsen leede pa en „ in scheijden tresteijn selve duij ;i v 1141 naaren 1196 22 11:12. hebbende, steekt maar toe, ik heb mee een houwer bij mij en teffens naar zijn zak tastende, en op haar aandringend zijl: tot voorkoming van ongelukken, waren geretireerd dat intusschen voorn: schiemans-maat, welke de botte „hier hadde willen tegen houden, mede agter op gekomen„ met het mes op desselfs broeks-band; al mede vloekene en roosende; en na zijn mes tegens 't deke gegooijd teheben met den bottelier van't vegten was geraakt, en dat zij officieren daarop de schieman agter op geroepen hadden, om het volk bij den anderen tedoen komen; ende bottelier, in de boeijen te sluijten; dog de bootsmaans ma daar op mede boven komen springen; en sig g'uijt hadde dat hij bootsman van 't schip was, en hij geroepen moest werden, wanneer er iets wierd g'ordonneerd; teffens door den schiemans-maat, han zijn mes werdende afgevarderd, of „der deze bewoordinge, maat Ian geeft mijn uw: me dog sulx door hem niet gedaan was, maar dat gen=de schiemansmaat een stoel, welke op het halff de t stond opgenomen, en deselve na de officieren geworpen hadde, maar bij geval door een stuurman gegreepen was geworden. dat vervolgens de bottelier in de boeijen gebragd zijnde ge„ worden, gen:de schiemaans-maat, en boots-mans-maat„ sig allengskens van het halff dek, inde kuijl, en vervolg:s inde bak, en dan weder op het halff dek geswurven hadden;