VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 2843

Persia · 429 pages · 187 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_2843_0410 view scan ↗

English

63. From Bantam, the 25th of August 1754 From Bantam, the 16th of September 1754: transferred both on shore and onto the ship 't Huijs te Manpad, and into the hospital, and set sail from there to here manned by two hundred and fourteen heads on the 14th of June last, having lost since then another two men to death; sighted the island of Java on the 14th of August, arrived safely through God's blessing in the Sunda Strait on the 19th of the same, which we sailed into in hopes of giving Your Right Honorable Most Worshipful esteemed Lordships further oral report of our voyage, meanwhile commending our persons to Your Right Honorable Most Worshipful esteemed protection, and remain with all possible veneration and respect. Below stood: Right Honorable and Most Worshipful, very humble and obedient servant. Was signed: A. v. d. Boer. In the margin: on the Company's ship Nieuw Vijvervreugd, this 25th of August, anno 1754. Batavia To the same as mentioned before. Per Lieutenant-Engineer Berg, who has noted the defects of the buildings here and returns with this, we have the honor to present to Your Right Excellencies the general list of all remaining balances as of the end of August, found to agree with the books in actual substance, while after the arrival of the Lampong books we shall not fail to send the closed trade books shortly as well. And with this we further enclose the general annual requisition of necessities, whereto is annexed that of the medicines from the chief surgeon both for Bantam and Poelo Lagondi. Concerning all of which we respectfully take the liberty to request a speedy fulfillment, principally of the cash money, as only f 6236:- remains thereof in cash as of the end of August; item, the rice, of which there is only enough for one month on hand, and the rations for Poologondi, for which the Resident appears to be greatly at a loss, as well as the linens, because there is currently little stock of them here and for that reason it is expected that a parcel of them can be disposed of. Finally, in accordance with custom, we have the honor to accompany this for Your Right Excellencies' perusal with a list of the pepper shipped off Batavia-wards in the past fiscal year per various vessels to the amount of 7280 Bharen, among which were only 6 white, being thus precisely 500 Bharen more, 65. From Bantam, the 16th of September 1754 From Bantam, the 16th of September 1754 more than the year before, when the amount was 6780. At the same time, this list notes the quantity that each of the Lampong districts, item the highlands separately, has contributed thereto; however, according to the terms of Your Right Excellencies' latest order, we shall not fail to report more specifically in the last days of the month of December the quantity brought in and dispatched during this entire year. We have the honor to be with deep respect. Below stood: Right Honorable, Most Worshipful, far-ruling Lords and Well-born Lords. Lower down: Your Right Excellencies' most humble and most obedient servants. Was signed: J. v. Suchtelen, H. J. D. Heere, J. C. Fleischheld, L. Freijdag. In the margin: Bantam, the 16th of September 1754. Batavia To the same as mentioned before. Since the 4th of July, when I had the honor to inform Your Right Excellencies of what occurred at that time, nothing of great importance has happened here, except that concerning the vessels which I believe to have seen engaged in combat in this bay on the 27th of the said month, of which broader mention is made in the accompanying continuation of the daily register, nothing could be learned, neither through the crew who were sent out for that purpose with canoes, nor through the native people who arrived here after that date; it is presumed that with the favorable wind they then had, they got out through the eastern passage that same evening. Furthermore, everything here, as well as on the opposite shore, is still in good peace and quiet, and it continues to be maintained that the pepper cultivation there is being pursued with diligence, in which I do not neglect earnestly to admonish their chiefs each time upon their crossing over. Wherewith I remain with all deeply due respect. Below stood: Right Honorable, Most Worshipful, Strict, Most Wise, Prudent, Far-ruling, and Very Generous Lord and Lords. Lower down: Your Right Excellencies' very humble and obedient servant. Was signed: Krijn Laven. In the margin: Poulo Goedi, the 16th of September 1754. Batavia To the same as mentioned before. We have been apprehensive of troubling Your Right Excellencies with the trivial rumors that could have spread here for some time again regarding a new Tapa.

Dutch transcription

63. Van Bantam den 25 aug„s 1754 Van Bantam den 16. 7ber: 1754: verplaest so aen de wal als op 't schip 't huijs te manpad, en in 't hospitaal en syn van daer herw„ts onder zyel gegaen bemand met twee hondert en veertien Coppen den 14: Junij laestleeden, 't zeeder=t nog twee maan aen dooden verloren hebbenden: sagen 't Eijland Java den 14: aug„s quamen behouden door gods Ieegen in de straet sunda den 19: dito welke wy in zeijlden in hoopen van uw hoog Edele groot achtb: dierbaera zaegen mondeling verder berigt van onse reijse te doen, beveelende inmid„ dels onse personen in uw hoog Edele groot achtb: dierbaere bescherming, en verblijven met alle mogelijke venera= tie en Eerbied /:onderstond/ hoog Edele en groot achtb: seer onderdanige en gehoor„ same dienaer /was geteekent/ A: v: d: Boer /:in margine op 's Comp:s schip nieuw vijvervreugd desen 25: aug„s a„o 1754. Batavia aan als vooren gem: Per den luijs:t Jngenieur Berg die de defecten der gebouwen alhier genomen heeft en mits deesen retourneerd, hebben wij de Eere uwe hoog Edelheeden aen te bieden de generale Lijst van alle restanten onder ult„o aug„s met de boeken accordeerende in waeren weesen bevonden, ter wijl na het inkomen der Lampongse boekjes niet mancqueeren sullen de geslotene ne„ „gosie boeken ook al binnen korten na te zenden en deesen wijders neevens leggen de generalen jaarlixen Eijsch van Benodigtheeden, waar aan g'annexeerd die der medicamenten van den oppermeester zo voor Bantam als poelo Lagondi Omtrend al het welke eerbiedig de vrijheijd neemen een spoedige voldoening te versoeken principaal der Contanten also daer van onder ult„o aug„s eenlijk in Cassa res= teerende ƒ 6236:- item de rijst waer van nogh maer voor eene maand aen handen is en der randsoenen voor poologondi waerom de resident grootelijks verleegen schijnt gelijk meede der Lijwaten om dat daar van thans alhier weinige voorraad en ter dier oorsaeke goede gedagten is daer van een partij van de hand te zetten zal zijn Eyndelyk hebben wij de eere ingevolge de gebruijkelykheijd tot uwer hoog Edelheedens speculatie deese te doen versellen van een lijst der peeper in 't gepasseerde boekjaer per diverse bodems Batavia weerds affgescheept ten bedragen van 7280. Bharen waer onder eenlijk 6: witte zijnde dus eeven 500 Bharen accordeeren de meer, 65. Van Bantam den 16: Jber: 1754 Van Bantam den 16. Jber: 1754 meer als het jaar bevoorens toen het mon= tant 6780. was met eenen is bij deesen lijst genoteerd de quantiteijd die ieder der lam= pongse districten, item het gebergte apart daer toe heeft gecontribueerd echter zullen wij na luijd uwer hoog Edelheed„s Jongste ordre niet in gebreeke blijven om in de laste dagen der maand december nader op te gee= „ven de quantiteijd deesen gantschen jare aengebragt en versonden wij hebben de Eere met diep ontsag te sijn /:onderstond:/ hoog Edele, groot achtb: wijdgebie= dende heere en wel Edele heeren /:lager:) uwer hoog Edelheedens onderdanigste en gehoorsaemste dienaaren /:was geteekend:/ J: v: Suchtelen H: J: D: Heere J: C: Fleischheld, - - . . - - L:k Freijdag /:in margine:/ Bantam den 16: 7ber: 1754. Batavia aan als vooren gem:t zeedert den 4: Julij, wanneer de Eere gehad heb uw hoog Edelheedens 't gebeurde ter dier tijd te bedeelen is hier niets van groot be„ lang voorgevallen als hebbe van de vaar= tuijgen die ik meen op den 27: der gem: maand, in deese bogt slaags gesien te hebben waer van in 't neevens gaende vervolg van het dag register, breeder verm: staat niets Wij zyn bevreest geweest uwe hoog Edelhee„ dens met de beuzelachtige geruchten te ver= „veelen die zig alhier zeedert eenigen tijd weederom nopens eenen nieuwen Tapa hebben konnen te weeten krijgen, nog door de manschap die daer op met Canoas, uijtgesondert hebben nog, door den Jnlander, die hier na dato aen= gekoomen syn preesumeerde deselve met de goede wint die sy doen hadden, den selfden avond, nog 't oostergat uijtgeraakt sijn verders is 't hier, so wel als aen de over= wal nog alles in goede rust, en vreede, en men blyft persisteeren dat de peeper Cul„ ture aldaar met vlijt beijverd werd waer in niet nalaat, hunne hoofden, telkens bij desselfs overkomst ernstig te verma= nen waar meede met alle een diep schuldige Eerbied verblijve /:onderstond:/ hoog Edelen, groot achtb: gestrengen, wel wysen voorsienigen wydgebiedende, en seer genereuse heere en heeren /:lager:/ uw hoog Edelheedens seer onderdanige en gehoorsame dienaar /:was getekend:/ krijn Laven /:in margine / Poulo goedi den 16: ' 7ber: 1754 Batavia aan als vooren gem: konnen verspreik.

NL-HaNA_1.04.02_2843_0412 view scan ↗

English

From Bantam, the 21st of September 1754 had spread, and which made rather more commotion among the ignorant common people than the matter deserved. But now that the role of this tapa together with that of his followers seems to have been played out, we hope that your Excellencies will indulge a brief account of the entire occurrence. After it had been learned for some days from one person and another that a certain Tapa was staying in the mountains, there was shown on the 5th of this month on the Sultan's behalf, by the imperial administrator Pangerang Coesoema ningrat to the first signatory, a Javanese note written by this Tapa to Pangerang Mandura, containing a request to be permitted to live in the Sultan's land named Goenong Parong Koedjang, having, as he said, no other company than the Right Reverend Ratoe Bagoes Ramelan and Ratoe Bargoes Bedill, along with commoners. Furthermore, according to the translation by the Sultan's scribe—which however seems somewhat strained and distorted, as having no coherence with the rest of the letter—he is said to have expressed his inclination to invade the Tantjort district and help the Sultan to fight the infidels. Immediately thereupon, some men were dispatched by the Sultan, followed successively by others, to get hold of this little group, whether by gentleness or by force. One had higher hopes of gentleness, because the Sultan's people seemed fully assured of the said two Ratoe Bagoeses, one of whom, who had already submitted two years ago, having been sent expressly to the mountains some months ago to seek out one or two of his kinsmen who had stayed behind. Thus, a few days after the presentation of the letter, both of them came down, bringing word that the Tapa, with whom they had become acquainted and who let himself be called Tapa Kladi, would come of his own accord shortly, perhaps upon one or another good promise; and to which end these Ratoe Bagoeses were dispatched de novo. But when, before yesterday evening, the so-called Tapa had now arrived as far as Serang with his small company, whom they had still allowed to retain their weapons so as to give less suspicion, the Sultan's people claimed that it was now time to surrender them, taking away the Tapa's gun at the same time. Whereupon the 6 to 7 companions he had with him had the insolence to run amok, but, unable to withstand the great multitude, two were quickly struck down, the rest jumped wounded into the river, and thus the Tapa was brought away with two ordinary prisoners, while the heads of the two dead and of another two or three who have since been fished out of the river were hung from the large chain bridge on the alun-alun and were put on display the day before yesterday. The two ordinary prisoners are Bantam mountain Javanese, as the Sultan's emissaries claim, who brought them here to Speelwijk and presented them, but whom one has not been able to examine owing to ignorance of their language, and they were returned as the Sultan's subjects. But the Tapa, being a Wetanger—although he had previously pretended to be a Lamponger—and who speaks the Malay language better than almost any mountain Javanese can learn to do, has been kept in secure custody and examined in detail, of which prepared and recollected statement we take the liberty to enclose a copy for perusal. However much he tries to excuse himself, and true though it is that no hostilities were committed in the upper lands, he pretending to have come there for no other purpose than to carry on trade, it is nevertheless very suspicious that at this time he comes from Banjoemaes, lets himself be called Tapa, and that his subordinates would rather have let themselves be killed than surrender their weapons. We shall endeavor to learn further whether the Sultan, from among his subjects, has any further accusations to lay to his charge, and subsequently await the esteemed orders of your Excellencies as to what to do with this new disturber of the peace. Upon receiving word that a gonting without crew was found floating at sea and brought in by the fishermen of Tanara, the best possible inquiry was made thereupon by the fiscal's servants, accompanied by the King's people, without one being able to learn from where or to whom this prahu belongs; but as appears from the enclosed copy report of the fiscal, one sees various musket shots in the same.

Dutch transcription

67. Van Bantam den 21. 7ber: 1754 Van Bantam den 21 Jber: 1754 zulthan eenige manschappen affgevaar„ verspreit gehad, en die onder het domme gemeen digt, successive door andere gevolgt om vrij meer op schudding hebben gemaakt dan de zaak verdiende dog nu de rol van deesen dit hoopje 't zy met sachtheijd 't zy met tapa beneevens die van zijnen aenhang uijt„ geweld in handen te krijgen. men hadte gespeclt schijnt, hoopen wij dat uw hoog Edelheed„s beetere gedagten van de zachtheijd, om dat inschikken sullen een kort verhaal van 't ge= zulthans volk volkomen verzeekert scheen van de gesegde twee Ratoe Bageissen zijnde heele voorval Na dat eenige dagen van den een en ander de eene die zig al voor twee jaeren onder= vernomen was dat zich zeekeren Tapa worpen heeft voor eenige maanden in 't gebergte op hield wierd op 5„' deezer zul„ na 't gebergte Expresselijk afgesonden om noch thans weegen door den rijxbestierder Pange= een aff twee agter weegen gebleevene van rang Coesoema ningrat aen den Eerst ge= zyn maagschap Op te zoeken dus zijn dese teekende vertoont een Javaans briefje door beide weinige dagen na de vertoning des deesen Tapa aen pangerang mandura gesz: behelsende versoek om te mogen wonen in zul„ briefs affgekomen bericht brengende dat den thans land gem:t goenong parong koedjang Iapa daer zy kennis meede gemaakt hadden hebbende zo hij zeijde geen ander geselschap en zig Iapa kladi liet noemen van zelfs wel Eerw„s zoude koomen, mogelijk op den ratoe g Bagoes Ramelan en Ratoe Bargoes Bedill beneevens te gemeene, wijders zoude de eene off andere goede belofte en ten hij volgens de vertaling van zulthans scheij„ welken Eijnde deese Ratoe Bagussen de novo ver dog die wat hart en verdrait schijnt wierden aff gesonden maar wanneer voor als geen zamenhang hebbende met het Eergisteren avond de zogenaamde Tapa overige des briefs zijn genegentheijd hebben nu tot op serang gekomen, was met zijn te kennen gegeeven om in het Tantjortse kleijn geselschap, die men hunne wapenen te vallen en den sulthan te helpen om nog om te minder argwaen te geeven had laten de ongelovige te bevechten behouden, pretendeerde zulthans volk dat het aanstonds zijn hier op door den thans tijd was die aff te geeven, neemende zulthan met 69. Van Bantam den 21 7ber: 1754 Van Bantam den 21. 7ber: 1754 met eenen Iapa zijn geweer aff waer op sijn bij hebbende 6: a 7 makkers de stontheijd hadden amok te speelen dog teegen de groote menigte niet bestand, sijn spoedig twee ter neer ge= maekt, de overige gequest in de revier gespoon„ gen en dus de tapa met twee gemeene ge= vangenen affgebragt, terwijl van de twee dooden en van noch twee off drie andere die men zeedert uijt de revier op gevist heeft de hoofden aen de groote ketting brug op de passebaan opgehangen eergisteren zyn ten toon gesteld geweest De twee gemeene gevangenen zijn Bantamse berg Javanen gelijk zulthans zendelingen pretendeeren die hun hier in speelwijk gebragt en vertoont hebben dog die men uijt onkunde van haere Tael niet heeft kunnen Examineersen en als sulthans onderhorige te rug gegeven maer de Tapa als een wetanger, off schoon bevoorens voorgewend had een Lamponder te zijn en die de maleijtse taal beeter spreekt als bij na oijt een Berg Javaen leeren kan is in goede verseekering gehou„ den en omstandig ondervraagt waer van de opgemaakte en gerecolleerde verkla„ ring de vryheijd neemen tot speculatie in Copia deesen in te sluijten stoe zeer hij sig tragt te Excuseeren en waer is dat geene vijandelijkheeden in de boven lan„ den gepleegt zijn voorwendende ten geen andere eijnde als om negotie te drijven daer gekomen te weesen is echter seer suspect dat te deeser tyd uijt banjoemaes komt, zich Tapa laet noemen en dat zijn onderdanen zig liever wild hebben willen laeten dood slaen dan hun geweir overgeeven Wij sullen nader tragten te vernee„ men off de zulthan uijt zijne onder= horige eenige verdere beschuldiging ten zynen lasten heeft en vervolgens de g'eerde beveelen uwer hoog Edelheeden affwagten wat met deesen nieuwen rust verthoorden te doen Op ontfangen narigt dat een gou„ ting zonder volk an zee was drijvende gevonden en door de vissers van Tanara opgebragt, is daer op door des fiscaels bedienden verselt van 's Conings volk de mogelijke enqueste gedaen sonder dat men kan te weete nomen van waer off wie deese prauw toebehoren„ de is dog blijkens inleggende Copia berigt van den fiscaal, siet men in den selve dieverse musquet schooten Stoer dus

NL-HaNA_1.04.02_2843_0414 view scan ↗

English

69. From Bantam, 21 September 1754 From Bantam, 21 September 1754 with a Japa his weapon, whereupon his accompanying 6 to 7 comrades had the audacity to run amok; but unable to withstand the large crowd, two were quickly struck down, the others wounded and jumped into the river, and thus the tapa was brought in with two common prisoners, while the heads of the two dead and of another two or three who have since been fished out of the river were hung from the great chain bridge on the alun-alun the day before yesterday and put on display. The two common prisoners are Bantam highland Javanese, as the Sultan's emissaries claim, who brought them here to Speelwijk and presented them, but whom we have not been able to examine due to ignorance of their language, and they have been returned as subjects of the Sultan; but the Tapa, as an easterner, although he had previously pretended to be a Lampunger, and who speaks the Malay language better than almost any highland Javanese can ever learn, has been kept in secure custody and examined in detail, of which prepared and confirmed statement we take the liberty to enclose a copy for your inspection. However much he tries to excuse himself, and although it is true that no hostilities were committed in the highlands, he pretending to have come there for no other purpose than to trade, it is nonetheless very suspicious that he comes from Banyumas at this time, has himself called Tapa, and that his followers would rather have been killed than surrender their weapons. We shall endeavor to learn further whether the Sultan has any further accusations against him from his subjects, and subsequently await Your High Nobilities' honored orders as to what to do with this new disturber of the peace. Upon receiving report that a gouting had been found drifting at sea without crew and was brought in by the fishermen of Tanara, the utmost possible inquiry was made thereupon by the fiscal's servants accompanied by the King's people, without being able to learn from where or to whom this prahu belongs; however, as appears from the enclosed copy of the fiscal's report, several musket shots are seen in the same. Thus 71. From Bantam, 21 September 1754 From Bantam, 21 September 1754 thus presumably plundered by sea rovers and set adrift, wherefore we respectfully request Your High Nobilities what we shall do with the vessel presently lying in this river. Finally, the first signatory had the honor, via the arrival of the small vessel De Haas, which departed the day before yesterday for its ordered cruising station, to receive Your High Nobilities' dispatch of the 12th of this month, accompanied by a boat for this office, for the sending of which we humbly offer thanks, as well as such small gifts and letter as the Sultan on Ambon sent to his son, the Sultan here, and for the delivery of which we were invited to court by His Highness and very warmly received, he requesting that his expressions of gratitude be respectfully conveyed on this account to Your High Nobilities. Wherewith we remain with deep respect, underwritten: High Noble, highly esteemed, far-ruling Lord and Noble Lords, lower: Your High Nobilities' most humble and obedient servants, was signed: J. v. Suchtelen, H. J. d. Heere, J. C. Fleijschelt, J. Tinne, L.t Freijtag; in the margin: Bantam, 21 September 1754; and below it: P.S. After the closing of this letter, the landdrost returned from Lagundi, having conveyed some necessities thither, with the enclosed dispatch to Your High Nobilities. In the hope of Your High Nobilities' approval, we have, on account of expiration of term and a sickly condition, granted his requested discharge to Batavia to the former sworn clerk at Lampong Lagundi, Pieter Carel Muratel, who crosses over to Your High Nobilities under cover of this letter. underwritten: High Noble, highly esteemed, far-ruling and Noble Lords, lower: Your High Nobilities' most humble and most obedient servants, was signed: J. v. Suchtelen, H. J. d. Heere, L.t Freijtag; in the margin: Bantam, 24 September 1754. 73. From Bantam, 15 October 1754 From Bantam, 25 October 1754 Register of the papers which are sent and consigned by the Commander Jan van Suchtelen and Council here into the hands of the Senior Merchant and Director of Works Hartkop per the aforementioned yacht De Vliegende Vis to His Honor, the High Noble and highly esteemed Lord Jacob Mossel, Governor-General, together with the Noble Lords Councillors of the Dutch East Indies. No. 1. An original dispatch from and to the same as above, dated as of today. No. 2. A muster roll of 2 gunners, 1 house carpenter, and 3 common soldiers who, due to expiration of term, are relieved from here and cross over to Batavia per the said yacht and the country's barge, annexed to their closed pay accounts. No. 3. An original confirmed statement taken by commissioned members from the Court of Justice here from twelve persons, both men and women, against the impostor Javanese Witana or Tapa Kladi. No. 4. An expense account for the capture reward and custody costs of 3 captured bondservants, annexed to their given confessions. No. 5. A list of such unserviceable armory goods and craftsman's tools packed in three crates and some loose items, as are brought over by the country's boat. No. 6. A small chest containing the trade books of this office. underwritten: Bantam in Speelwijk, 15 October 1754, was signed: J. Bruijdegam, sworn clerk. The Director of Works Hartkop, who handed us Your High Nobilities' venerated letter of the 9th of this month, now returns again to Batavia. To His High Nobility, the High Noble, highly esteemed, far-ruling Lord Jacob Mossel, Governor-General, together with the Noble Lords Councillors of the Dutch East Indies. High Noble, highly esteemed, far-ruling Lord, and Noble Lords.

Dutch transcription

69. Van Bantam den 21 7ber: 1754 Van Bantam den 21. 7ber: 1754 met eenen Japa zijn geweer aff waer op sijn bij hebbende 6: a 7 makkers de stontheijd hadden amok te speelen dog teegen de groote menigte niet bestand, sijn spoedig twee ter neer ge= macht, de overige gequest in de revier gespoon= gen en dus de tapa met twee gemeene ge= vangenen affgebragt, terwijl van de twee dooden en van noch twee off drie andere die men zeedert uijt de revier opgevist heeft de hoofden aen de groote ketting brug op de passebaan opgehangen eergisteren zyn ten toon gesteld geweest De twee gemeene gevangenen zijn Bantamse berg Javanen gelijk zulthans zendelingen pretendeeren die hun hier in speelwijk gebragt en vertoont hebben dog die men uijt onkunde van haere Tael niet heeft kunnen Examineersen en als sulthans onderhorige te rug gegeven maer de Tapa als een wetanger, off schoon bevoorens voorgewend had een Lamponder te zijn en die de maleijtse taal beeter spreekt als bij na oijt een Berg Javaen leeren kan is in goede verseekering gehou„ den en omstandig ondervraagt waer van de opgemaakte en gerecolleerde verkla„ ring de vryheijd neemen tot speculatie in Copia deesen in te sluijten stoe zeer hij sig tragt te Excuseeren en waer is dat geene vijandelijkheeden in de boven lan„ den gepleegt zijn voorwendende ten geen andere eijnde als om negotie te drijven daer gekomen te weesen is echter seer supect dat te deeser tyd uijt banjoemaes komt, zich Tapa laet noemen en dat zijn onderdanen zig liever wild hebben willen laeten dood slaen dan hun geweir overgeeven Wij sullen nader tragten te vernee= men off de zulthan uijt zijne onder= horige eenige verdere beschuldiging ten zynen lasten heeft en vervolgens de g'eerde beveelen uwer hoog Edelheeden affwagten wat met deesen nieuwen rust verthoorden te doen Op ontfangen narigt dat een gou„ ting zonder volk an zee was drijvende gevonden en door de vissers van Tanara opgebragt, is daer op door des fiscaels bedienden verselt van 's Conings volk de mogelijke enqueste gedaen sonder dat men kan te weete nomen van waer off wie deese prauw toebehoren„ de is dog blijkens inleggende Copia berigt van den fiscaal, siet men in den selve dieverse musquet schooten Stoer dus 71. Van Bantam den 21: 7ber: 1754 Van Bantam den 21. 7ber: 1754 dus presumptive door zaa zeerovers geplundert en laten drijven, waerom Eerbiedig uwe hoog Edelheeden versoeken, wat met het vaartuijg thans in deese revier leggende zullen doen Eyndelyk heeft de Eerst geteekende de Eere gehad per de komst van het scheepje de staas 't welk eergisteren ter zijner g'ordonneerde bekruijsing is vertrokken te ontfangen uwer hoog Edelheeden mis„ sive van 12: deeses verzelt van een schuijt voor dit Comptoir voor welkers toe zen= ding ootmoedig dankzeggen mitsg:s Ed= danige kleinodien en brieff als den zul„ thans op ambomn aen zijnen zoon den zulthan alhier kwam te senden, en ten welker bestelling door zijn hoogheijd ten hove genodigt en zeer vriendelijk ont= fangen zijn, versoekende des weegens zijne dankbetuijging aan uwe hoog Edelheedens Eerbiedig aff te leggen. waermeede met diep ontzag verblijven /:onderstond:/ Hoog Edele, groot achtb: wijd„ gebiedende heer en wel Edele heeren /:lager:/ uwer hoog Edelheedens onderdanigste en gehoorsame dienaere /:was geteekend:/ J: V: Suchtelen, H: J: D: Heere, J: C: Fleijschelt Register der papieren dewelke in handen van den Oppercoopman en fabrijck Hartkop p:r 't aan als vooren gem:t Jnhoope uwer hoog Edelheeden wel duijding hebben wij mitstijds Expiratie en ziekelijke gesteltenis zijne gezochte verzochte verlossing naar Batavia g'accordeert aan den geweesen geswooren scriba op Lampong Lagondi Pieter Carel Muratel die onder geleide deses tot uwe hoog Edelheeden overvaart /:onderstond/ Hoog Edele, groot achtb: wydgebiedende en wel Edele heeren /lager/ uwer hoog Edelheeden onderdanigsten en oot= moedigste dienaaren /: was geteekend:/ J: v: Suchtelen, H: J: D: Heere, L:n Freijtag /:in margine:/ Bantam den 24: Jber: 1754 I„e Tinne, L:t Freijtag /:in margine:/ Bantam den 21: Jber: 1754 /:en daer onder:/ P: S: na 't sluijten deeses retourneert van La= goudi de Ladrost die derw„s eenige benodigt„ heeden had overgebragt met inleggende missive aan uwe hoog Edelheeden Batavia J: Tinne Jagt. L 73. Van Bantam den 15:' october 1754 Van Bantam den 25 october 1754 Jagt de vliegende vis door den Com„ mandanteur Jan van suchtelen en raad alhier verzonden en geconsigneert warden aen zijn Edelheijd, den hoog Edelen groot achtb: heer Jacob Mossel gouverneur generaal, benee= vens den wel Edele heeren raden van nederlands Jndia N„o 1. Een origineele missive van en aan als boven de dato hujus „ 2. Een p:s naamrolle van 2: Canoniers, 1. huijs timmerman en 3: gemeene militairen die mits tijds Expi= ratie van hier verlost en p=r gen: Jagt en de Landsdaak boot na Batavia overvaren, annex derselve geslotene zoldij reeken „ningen „ 3. Een p:r Origineele gerecolleerde verkla= ring door gecommitteerde Leeden uijt den raad van Justitie alhier affgenomen van twaalff zo mans als vrouwe persoonen ten laste van den apoosterse Javaan Wi„ tana off Tapa kladi De sabrijcq startkop die ons overhandigt heeft uwer hoog Edelheeden gevenereerde letteren van 9. e deeser rethourneert thans wederom na „ 6. Een kasje met de negotie boeken deeses Comptoirs /:onderstond:/ Bantam in speelwijk den 15:' of: 1754 /:was geteek:t/ J: Bruijdegam gesw: scriba. Batavia aan zijn Hoog Edelheijd, den hoog Edelen groot Achtb: wyd gebiedende Heer Jacob Mossel Gouverneur generaal beneevens de wel Edele heeren raden van nederlands Jndia Hoog Edele groot achtb: wijd gebiedende Heere, en wel Edele Heeren. „ 5. Een lijst van zodanige in drie kisten affge= pakte en eenige losse onbequame wapenkamers goederen en am= bagts gereedschappen, als door de Lands boot overgebragt werden. N„o 4 Een p„s onkost reek: weegens opbreng loon en boeij guastos van 3. opgebragte leijffeijgenen annex derselver Confessien N„o 4. . gedaene

NL-HaNA_1.04.02_2843_0417 view scan ↗

English

From Bantam the 15th of October 1754 From Bantam the 15th of October 1754 completed inspection of the carpentry and fortification works, and under his escort we take the liberty to forward also the trade ledgers and their associated annexes for the year 1753/4, from which and briefly from the presentation of the expenses and profits, it will, as we hope, not appear unpleasing to your High Noble Lordships that, notwithstanding some extraordinary charge items such as increased gifts and extraordinary expenditures on the occasion of the coronation of the present sultan, ship's wages, etc., and notwithstanding that the profits, because of the few linens on hand, were also ƒ3348 less than the previous year, the expenses this year have nevertheless decreased again by a sum of ƒ6212:10:8. The general expenses of the years 1752 and 1753 were ƒ112864:5:—. Of the current year are ƒ103302:14:8 Thus this year less expenses than the past year: ƒ9563:10:8. The general profits amounted in the past year to ƒ16234:15:—. Amount in the current year to ƒ12886:15:—. In this year less profits: ƒ3348:—:—. The lesser profits deducted from the lesser expenses leaves lesser expenses: ƒ6213:10:8. Otherwise: The general expenses of the past year: ƒ112864:5:—. Ditto profits ditto: ƒ16234:15:— leaving ƒ96629:10:—. General expenses of this year are: ƒ103302:14:8. Ditto profits of the ditto: ƒ12886:15:— leaving ƒ90475:19:8. It is thus again shown that the expenses of this accounting year, in contrast to those of the past year, have decreased, as above, by the sum of ƒ6213:10:8. Furthermore, on this occasion we have granted the requested discharge due to the expiration of their time to one carpenter, two gunners, and three common soldiers, whose muster roll and closed pay accounts are attached hereto. These soldiers are under the command of a corporal, whom we request on this occasion may be returned hither again, charged with guarding the vagrant or Japa demanded by your High Noble Lordships. Since our last letter, we have uncovered nothing further to his charge other than what has been recorded in the enclosed statement by his wife, mother, and concubine, together with various Javanese, regarding acts of violence committed. However, we cannot refrain from noting in that regard that this statement cannot be regarded as anything other than very defective, since all these complainants, reportedly unable to understand any language other than the Javanese mountain tongue, made their accusations known through the interpretation of the sultan's emissaries, regarding which not only the protests of the Japa, but also various other rumors From Bantam the 15th of October 1754 From Bantam the 15th of October 1754 maintain that much fabricated slander has been brought to his charge. Nevertheless, we thought it better to let this pass as is, rather than show that we mistrusted the sultan's mantris, since the Japa's conduct seems substantiated enough apart from all this, and, convinced of this, he violently attempted the day before yesterday to free himself from his irons and break out. There are also carried across three apprehended slaves, of whom the expense account for apprehension bounty and provisions amounting to ƒ93:–, along with their confessions, are enclosed herein; item 3 chests and some loose, unserviceable armory goods and craft tools, of which the list accompanies this, all per the country boat, requesting very humbly, since that vessel requires an entirely new flat bottom, along with a gaff, for which timber is not on hand here, that these repairs may be swiftly executed at Batavia by order of your High Noble Lordships, because here, being able to work on it with only one man, it will not be finished in months, and this boat can hardly be spared here. In conclusion, we have the honor to inform that Pangeran Radja Santika, the old sultan's brother, who was master of ceremonies or commander among the pangerans, passed away during the night between the 10th and 11th of this month, being solemnly interred the following day in the presence of both sultans, and is succeeded in his office by another brother formerly named Raden Kamit, who was recently promoted to pangeran under the name of Warga di Coesoema, as stated in our humble letter of the 25th of July past. For the rest, all is in desired tranquility at the court. We are with profound respect, below stood, High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord and Right Honorable Lords, lower, your High Noble Lordships' most obedient and humble servants, was signed, J. V. Suchtelen, H. D. Heere, J. C. Fleijschheld, J.s Tinne, L.d Freijtag, in the margin, Bantam the 15th of October 1754. Batavia. To the same as mentioned above. Yesterday evening a note was delivered here overland from Tjerita from the sergeant station-commander, reporting that on the 15th of this month two ships with white flags there

Dutch transcription

75. Van Bantam den 15 o ctober 1754 Van Bantam den 15 october 1754 gedaene visitatie der Timmeragie en fortifica„ „tie werken en wij gebruijken de vrijheijd onder zijn geleijde de negotie boeken en daar toe gehoorende bijlagen van l„o 175¾4 meede te der doen overgaan, zullende daar uijt en kortelijk uijt het vertoog der Lasten en winsten uw hoog Edelhee= den zo wij hoopen niet onangoenaam te vooren komen dat onangesien eenige Extraord:e lasposten als vermeerderde schenkagien en Extra ord:e ongelden ter occagie der kroning van den teegenwoordigen sulthan scheeps zoldijen &„a en onangezien de winsten door de weijnige aen handen geweest zijnde lijwaten ook noch ƒ3348. minder geweest zijn als't Jaar bevoorens al „echter de lasten en dit jaar weederom vermun= dert zijn een somma van ƒ6212:10:8. de generale lasten van A„o 1752 en 1753 waaren ƒ112864:5:—. _: „ „ stanti zijn - - - - -. . „ 103302:14:8 dus deesen jaere minder lasten dan a„o pass„o- -. . - . - - - .s:: 9563: 10: 8. de generale winsten bedroegen anno passato - - ƒ 16234: 15:—. bedragen - „ stanti - . „ 12886: 15: —. in dit jaar minder winsten – – – – – - - – – – „3348:—:—:— de mindere winsten van de mindere lasten affgetrokken blijff mindere lasten ƒ 6213: 10: 8 anders de generale lasten van a„o passato - - - - ƒ 122864:5:—. _o winsten _:o - „16234: 15:— ƒ96629: 10:— - „ - „generale lasten van dit jaar zijn - - - - - „ 103302:14: 8. „ _:o winsten „ „ _:o „ - - - - „ 12886:15:— ƒ90475: 19: 8 hunn m Blijkt dus weederom dat de Lasten deeses boek jaars in teegenstelling van die van a„o pass:o zijn ver= mindert als boven de somma van ƒ 6213:80:8. Wijders hebben we bij deese occagie hunne versochte verlossing mits tijds Expiratie g'accordeerd aen een timmerman, twee Canoniers en drie gemeene militairen, wel„ kers naamroll en geslotene zoldij reekenin„ „gen hier neevens gaan, en zijn deese militairen onder Commando van een Corporaal die wij bij occagie versoeken dat weederom herw:s retourneeren mag de wagt aan bevolen over den door uwe hoog Edelheeden opgeEijschten zwerver off Iapa hebbende zeedert onzen laatsten niets anders tot zijnen lasten opgedaan, als het geene bij ingeslotene verklaring door zijn vrouw„ moeder en bijzt beneffens diverse Ja„ vanen weegens gepleegde geweldenareijen is ter needer gesteld, Echter kunnen wij niet voor bij ten dien op zichte aan te mer= ken dat deese verklaring niet anders dan zeer gebrekkelyk kan werden aangemerkt dewijl alle deese klagers volgens voorgeeven geen andere taal als Javaanse berg taal kunnende verstaan hunne beschuldigingen door vertolking van zulthans zendelingen hebben te kennen gegeeven en waer omtrend niet alleen de protestatien van den Iapa maar zelfs ook diversse andere geruchten wijders. willen 77. Van Bantam den 15 october 1754 Van Bantam den 15:' october 1754 willen, dat er veel opgeraapt quaad tot zijnen lasten zoude gebragt zijn Echter hebben wij gemeent liever dit zo te moeten laten passeeren, als blijken te geeven dat wij zul„ thans mantries wantrouwden dewijle de Tapas gedrag buijten dit alles staaffbaar ge= noeg schijnt te weesen en hier van over= tuijgt voor Eergisteren met geweld getracht heeft zich van zijne boeijen te ontslaen en uyt te breeken Noch varen meede over drie opgebragte slaven /:waar van de onkost reek:n van op= „brengloon en guastos ten bedagen van ƒ 93:– beneevens hunne Confessien in deesen zijn ingesloten:/ item 3 p„s kisten en Eenige losse onbequame wapen kamers goederen en ambagts gereedschappen, waer van de Lijst deesen verzelt, alles p:r de Landsboot verzoekende zeer nedrig aengesien dat vaertuijg en gantsch nieuw vlak van on= deren benodigt, beneevens een giek tot welk een en ander alhier geen hout aen handen is dat die reparatie door uwe hoog Edelheedens ordre op Batavia spoedig mag verrigt worden, om dat alhier enre= „lijk met een man daar aen kunnende werken in maanden niet klaar komt en, deese boot alhier beswaarlijk kan gemist worden. Tot slot hebben de Eer te bedeelen dat pan„ gerang radja santika des ouden zulthans broeder die Ceremonie meester off gezagvoer= der onder de pangeniet was 's nagts tusschen den 10: en 11:' deeses overleeden is zijnde 's anderen daags plegtig bij geset in 't bijweesen van beyde de zulthans en word in zijn dienst vervangen door een ander broeder bevorens genaamt ge= weest Radeen kamit die jongst tot pange= rang onder den naam van warga die Coe= soema gevordert is als vermeld staat bij onse nedrige letteren van 25: Julij pass„o zijn de voor 't overige aen het hoff alles in ge= „wenschte rust wij zyn met dien ontsag /:onderstond:/ hoog Edele groot achtb:, wijd gebiedende heer en wel Edele heeren /lager/ uwer hoog Edelheeden onderdanigste en ootmoedigste dienaaren /: was geteekent:/: J: V: Suchtelen, H: /: D: Heere, J: C: Fleijsch„ held, J:s Tinne, L:d Freijtag /: in margine:/ Bantam den 15 october 1754 Batavia A Aan als vooren gem:t Gisteren avond is alhier over land van Tjerita aangebragt een briefje van den zerg:t posthouder meldende dat op den 15: deeser aldaar twee scheepen met witte en. vlaggen

NL-HaNA_1.04.02_2843_0419 view scan ↗

English

79 From Bantam, the 19th of October 1754 From Bantam, the 15th of November 1754 flags from the west had sailed past, but were not sighted here. Furthermore, there are currently on hand about 750 bahars of pepper, while there is nothing else of importance to report. Being with profound respect, was written below, Right Honorable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord and Well-born Gentlemen, lower, Your High Honors' most humble servant J. v. Suchtelen, in the margin, Bantam, the 19th of October 1754. Batavia To the same as mentioned above. Regarding the ship de Oranjezaal, news has just been brought that it departed from Coromandel on the 1st of this month and was currently behind Pulau Panjang, which I take the liberty to report at once. However, yesterday a ship passed here from the west without any news. I have the honor to be with profound respect, was written below, Right Honorable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord, lower, Your High Honors' most humble and obedient servant, was signed, J. v. Suchtelen, in the margin, Bantam, the 31st of October 1754. Batavia To the same as mentioned above. Just now a letter was brought from the elected water fiscal Teekman with enclosures to Your High Honors, reporting his arrival in the Sunda Strait with the ship de Gouverneur Generaal, which presumably is sailing in sight of this roadstead. With which I remain with profound respect, was written below, Right Honorable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord, Well-born Gentlemen, lower, Your High Honors' most humble and obedient servant, was signed, J. v. Suchtelen, in the margin, Bantam, the 15th of November 1754. Batavia To the same as mentioned above. The undersigned take the liberty in the most humble manner dutifully to bring to Your High Honors' knowledge that, having departed from Nagapattinam on the 16th of the past month with the vessel named at the end hereof, we have by the blessing of the Almighty arrived in good condition thus far. Having furthermore the high fortune most respectfully to communicate to Your High Honors that the ship dispatched by Your High Honors to Pulicat via the offices of Porto Novo and Sadraspatnam arrived on the 5th of September past at Jaggernaikpoeram, and having been provided there with water and firewood at that factory, turned its bow towards Pulicat on the 12th thereafter; but on the 5th of October, until which time the first undersigned waited at that office for the said vessel, it had not yet arrived there, for which reason the first undersigned, according to the honored order of the Honorable Esteemed Government of Coromandel, crossed over to Nagapattinam and from there with this vessel. During the voyage we met no ships, except one just outside Sunda's Light, which we could not recognize on account of the evening. Wherewith we have the high fortune and the honor to sign ourselves with profound respect, was written below, Right Honorable, Highly Esteemed and Far-ruling Lord and Noble Gentlemen, lower, Your High Honors' very humble and most obedient servants, was signed, W. Ts. Teekman, Lt. Ft. vn Hertog, in the margin, Aboard the ship den Gouverneur Generaal, sailing off and on the Bay of Anyer, the 14th of November 1754. 81. From Bantam, the 14th of November 1754. From Bantam, the 12th of November 1754. To the same as mentioned above. On the same day that I had the honor to receive Your High Honors' highly esteemed missive of the 9th of October, I still found an opportunity to have its enclosure reach its address via Samangka, having recommended its prompt delivery to the King's servant there, Karia Doetra di Mangala. The accompanying continuation of the daily register will respectfully show Your High Honors the daily occurrences during the past two months. However, it still serves as a separate report that for about one and a half months now, severe illnesses have again prevailed among the Dutch garrison, of which only two to three have been free; it now seems to cease and improve again, however, and is thought to have originated from the heavy winds and torrential rains that have raged very strongly here during that time. Wherewith I remain with profound dutiful respect, was written below, Right Honorable, Highly Esteemed, Strict, Right Wise, Prudent, Far-ruling and Very Generous Lord and Gentlemen, lower, Your High Honors' humble and obedient servant, was signed, Krijn Laven, in the margin, Pulau Gondi, the 12th of November 1754. Batavia To the same as mentioned above. Whereas it has pleased Jehovah Batavia H Batavia the

Dutch transcription

79 Van Bantam den 19 october 1754 Van Bantam den 15: 9ber: 1754 vlaggen uijt de west waeren voor bij ge= zeijlt doch zijn alhier niet ontwaerd, voorts zyn thans aen handen omtrend 750 Blaren peeper terwijle niets anders van belang te be= deelen zynde met diep ontzag ben /:onderstond:/ hoog Edele, groot achtb:, wijdgebiedende heer en wel Edele heeren /lager/ uwer hoog Edelheeden ootmoedigte dienaar J: v: suchtelen /:in mar= gine/ Bantam den 19 october 1754 Batavia aan als vooren gem:t van 't schip de Oranje zaal word zo eeven tijding aangebragt dat op den 1 deeser van Chormandel vertrokken en thans agter poelo panjang was, 't welk de vrijheijd gebruijk aanstonds te melden, maar gisteren is alhier uijt de west een schip gepasseert zonder eenige naricht Ik heb de heere met diep ontsag te zijn /:onderstond:/ hoog Edele groot achtb: wijd gebieden „de Heer /:lagert uw hoog Edelheedens onder= danigste en gehoorsaamste dienaar /:was geteekent:/ J: v: suchtelen /:in margine:/ Bantam den 31: october 1754. Batavia Aan als vooren gem: zo leven word aangebragt een briefje van den heer g'eligeerd water fiscaal Zeekma met ingeslootene aan uwe hoog Edelheeden meldende desselfs aankomst in straat sunde met het schip de gouverneur generaal 't welk presumtive in 't gezicht deeser rheede zeilt waar meede met diep ontzag verblyve /:onderstond:/ hoog Edele groot achtb: wijdge„ biedende heer, wel Edele heeren /:lager uwer hoog Edelheeden onderdanigste en ge= hoorsaamste dienaar /:was geteekend:/ J: V: suchtelen /in margine:/ Bantam den 15:' 9ber: 1754 Batavia aan als vooren gem:t De ondergeteekendens neemen op het Aller onderdanigste de vrijheijd uwe Hoog Edel„ heedens schuldpligtig ter kennisse te brengen dat met den in Fine deeses genoemden Bodem den 16: der vergangene maand van nagapat= „nam vertrokken door den zeegen des aller= hoogsten tot dus verre in een goeden staet g'arriveerd zijn hebbende wijders het hoge geluk uwe hoog Edelheedens op het Eerbie= digste te communiceeren dat het door uwe hooge Edelheedens over de Comptoiren Por= tonovo en sadraspatnam naer paliacatta affgesondene schip den 5: 7ber: pass„o tot Jag„ „gernaijkpoeram g'arriveerd en na te dier met factoreye 81. Van Bantam den 14: 9ber: 1754. Van Bantam den 12. 9ber: 1754 factoreije van water en Brandhoud voorsien geworden zijnde den 12: daar aan den steeven naar paliacatta gewend dog op den 5: octo= ber tot hoe lange den Eert ondergeteekende ten dien Comptoire op gem: kiel gewagt heeft aldaer nog niet g'arriveerd was om wel„ he reeden hij Eerst geteekende ter g'eerde ordre den Edele achtb: Cormandelse regeering naer nagapatnam en van daer met deesen Bodem overgekomen is zijnde ons geduu„ rende de reijse geene scheepen ontmoet als een eeven buijten sundas lugte 't welk over„ mits den avond niet hebben konnen ver= kennen. waermeede het hoge geluk en de Eere hebben ons te onderschrijven met diepe stomage /:onderstond:/ hoog Edele, hoog Achtb: en wijd gebiedende Heere en Edele heeren /:lager:/ uwe hoog Edelheedens zeer nedrige en aller onderdanigste dienaaren /:was geteekend:/ W: T„s Teekman L:t F:t v:n Her„ „tog /in margine:/ Jn 't schip den gouverneur ge= neraal zijlende aff en aan de Bogt van anjer den 14 november 1754 aen als vooren gem: Op den selfden dag dat de Eer had uw hoog Edelens hoog g'agte missive van den 9: october te ontfangen vond nog occagie dies inleggende over samanca zyn addres te doen Erlangen hebbende des konings dienaer aldaer kearia doetra die mangala dies spoediger besorginge aen bevoolen. Tneevens gaende vervolg van het dag re= gister zal uw hoog Edelheedens eerbiedig aentoonen de dagelijkse geschiedenissen in de voorleedene twee maenden egter diend nog tot apart berigt dat nu omtrend ander halff maend weeder sware siektens onder de hollandsche besettinge heeft geregeert waer van er maer 2: a 3. vrij van syn ge weest=dogh schijnd nu weeder te Cesseeren en te beeteren en is naer gedagten oorspronke„ lyk door de swaere winder en stort reegens die geduurende die tijd alhier zeer sterk hebben gewoed waer meede met diep schuldige eerbied verblijve /:onderstond/ hoog Edele groot achtb: gestr: wel wijse voorsienige wyd gebiedende en zeer generiuse heer en heeren. / lager/ uw hoog Edelens onderdanige en gehoorsame dienaer /:was geteekend:/ krijn Laven /in margine:/ poulo gondi den 12: 9ber: 1754. Batavia aan als vooren gem: Dewyl het jehovach behaagd heeft Batavia H Batavia den

NL-HaNA_1.04.02_2843_0421 view scan ↗

English

From Bantam, the 23rd of November 1754 From Bantam, the 25th of November 1754. 83. As the Lord Commander Jan van Suchtelen, after an illness of 8 days and over 3 months, was today taken from this temporal life into His eternity, we have deemed it our duty to inform Your High Nobilities thereof, just as we have also communicated this to His Majesty. We have also seen fit in our council to defer the command over the militia within Speelwijk, as well as the Company's further affairs, to the first-signed, and that of the fort Diamant over the military to the second-signed; yet in extraordinary matters to deliberate thereupon with all the members jointly, until such time as it shall please Your High Nobilities to provide us with further orders. We shall have the deceased body interred the day after tomorrow with the requisite ceremony. Wherewith we have the honor to call ourselves, with the deepest respect, High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, and Noble Lords, Your High Nobilities' most humble and obedient servants, was signed: H: J: d: Heere, J: C: Fleischheld, J: Ginne, Lodewijk freijtag. In the margin: Bantam, the 23rd of November 1754. Batavia. To the aforementioned as above. The small ship De Haas, having arrived from its cruise off Lampong and having just anchored here, now departs under cover of this to Your High Nobilities, while we are further busy loading the pepper on hand into the ship Arnesteijn, and that vessel shall depart therewith the day after tomorrow. Wherewith we have the honor to be, with deep reverence, High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, and Noble Lords, Your High Nobilities' most humble and respectful servants, was signed: G: J: d: Heeren, J: C: Fleijschheld, Johan Finne, L:r Freijtag. In the margin: Bantam, the 25th of November 1754. Register of the papers which are sent and consigned per the ship Arnesteijn by the Political Council here to His Nobility, the High Noble Lord Jacob Mossel, Governor-General, and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. From Bantam, the 27th of November 1754 From Bantam, the 27th of November 1754 No. 1. Original letter from and to the above-mentioned, dated as of today. 2. Bill of lading and invoice of the cargo in the ship Arnesteijn, annexed with the account of the king and the declaration of our and the king's commissioned pepper weighers, as also of the skipper Jan Graffe. 3. 6 expense accounts for as many ships that have passed and touched here. 4. 1 expense account for the reward for apprehending a slave named Sum Bauwa. 5. A requisition for 20,000 Spanish reals. 6. A further requisition of necessities for this office. 7. Original criminal trial papers concerning Corporal Joseph Muller of Naples, transferred into safe custody on account of an offense committed, consisting of: 8. A declaration re-examined before commissioners from the Court of Justice here by the soldier Philip Vermeeren. 9. A declaration re-examined before commissioners from the Court of Justice here by the commander gunner Matthijs Wagenaer, the gunners Jan Goedaardig and Anthonij Godfried, and the soldier Pieter Kot. 10. A re-examined and sworn declaration before commissioners from the Court of Justice here by the soldiers Jan Joost Meijer and Jan Godfried Smid. 12. A declaration of the chief surgeon here, Jan Godlob Flank. 13. A claim exhibited to the Court of Justice here by the junior merchant and fiscal here, Johan Tinne. 14. Criminal minutes signed by the said Court. 15. A chest with the pay books of this office. 31. A re-examined confession before commissioners by the prisoner Corporal Joseph Muller of Naples. 87. From Bantam, the 27th of November 1754 From Bantam, the 27th of November 1754 Bantam in Speelwijk, the 27th of November 1754. was signed: J: Bruijdegam. Batavia. To His High Nobility, the High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord Jacob Mossel, Governor-General, as well as the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, and Noble Lords, We have the honor to express our humble thanks to Your High Nobilities for sending the cash and necessities, properly conveyed and duly delivered per the ship Arnesteijn, which now returns laden with 393,000 lb, or 1,048 bahars of black, well-sifted pepper, weighed out to the satisfaction of the skipper Jan Gratse, as appears from the enclosed invoice and bill of lading, costing with the accrued charges ƒ 51,361. 13:—. The linens sent by Your High Nobilities for a trial, we shall exert our utmost endeavors, if in any way possible, to dispose of, and otherwise return them according to Your High Nobilities' orders. What was sent by Your High Nobilities for the King of Bantam from his father in Amboina has been duly delivered to that monarch, and he conveys his humble thanks to Your High Nobilities. It grieved us to the utmost to see from Your High Nobilities' venerated letter of the 22nd of September last Your High Nobilities' displeasure regarding the compensation for a slave and 17,000 pieces of masonry bricks in the year 1752 not being properly accounted for and reimbursed to the Company. But since the said errors were committed at the time by the former administrator Van Rijn, when handling the office of political and domestic affairs of this factory, we request, under favorable interpretation, that it may please Your High Nobilities to cancel the said entry in the amount of ƒ 315:9.—.

Dutch transcription

Van Bantam den 23: 9ber: 1754 Van Bantam den 25: November 1754. 83. den heer Commandeur Jan van Suchtelen naar een siekte van 8. daagen en ruijm 3. maanden heeden uijt dit tijdelijke in zyn Eeuwigheyd over te haelen zo hebben wy van onsen pligt g'acht, uwe hoog Edelheedens hier van kennis te geeven, gelijk wij aen zijn majesteijt daer van ook Com= municatie hebben gedaan wij hebben meede in onse vergadering goed gevonden het zag over de melitie bin„ nen speelwijk beneevens den verderen Comp:s omme slag aen den eerst geteekende te defereeren mitsg„s dat van 't fort den diamant over de militairen aen den tweede geteekende, Edog by Extra ord:e zaken met de gesament= „lijke Leeden daer over te beraadslagen tot tyd en wijlen het uwe hoog Edelheedens belagen zal ons met me nadere ordre te voorsien het doode Lichaam zullen wij „e de verEijschte statie op over morgen ter aerde doen bestellen waer meede wy de Eer hebben ons met het diepste repect te noemen. /:onderstond/ hoog Edele, groot achtb: wijd gebiedende heer en wel Edele heeren. /:lager:/ uwer hoog Edelheeden onderdanigste en gehoorsaemste dieneeren /:was geteekend/ H: J: d: Heere, J: C: Fleischheld J: Ginne, Lodewijk freijtag /in margine/ Bantam den 23: November 1754 Batavia aen als vooren gem:t scheepje de haas van zijn kruijstogt ve„ Lampong opgekomen zijnde en alhier eeven aengegiert vertrekt thans onder geleijde deeses tot uwe hoog Edelheedens over, zijnde men wijders besig om de aen handen zijnde peeper in 't schip ar„ „nesteijn aff te laden, en zullende dien boden daer meede op overmorgen vertrekken waer meede de Eer hebben met diep ontsag te zijn /onderstond/ hoog Edele, groot achtb: wijdgebiedende heer en wel Edele heeren /lager/ uwer hoog Edelheeden onderdanigste en ootmoedigste dienaeren /:was geteekend/ G: J: d: Heeren J: C: Fleijschheld, Johan Finne L:r Freijtag /in margine) Bantam den 25: November 1754. Register der papieren de welke per 't schip arnesteijn door den politicquen raed alhier versonden en ge Consigneerd werden aan zyn Edelheijd den hoog Edelen heer Jacob Mossel gouverneur generael Bantam en./. Van Bantam den 27: 9ber 1754 Van Bantam den 27. 9ber: 1754 en de wel Edele heeren raden van nederlands Jndia N 1. Origineele Missive van en aan als boven de dato dese „ 2. Cognossement en factuura van 't geladene in 't schip arnesteijn annex de reekening van den kooning en verklaering van onse en 's konings gecommitteerde peeper weegers als ook van den schipper Jan graffe 3: 6 p„h onkost reekeningen aan zo veel hier gepasseerde en aengeweest zijnde scheepen. „ 4. 1. „ onkost reek: van op brengloon van een slaaff genaamt sum bauwa „ 5. Een Eijsch om 20000 spaanse realen „ 6. Een nader Eysch van benodigtheeden voor dit Com„ toir „ 7. Origineele Crimineele proces papieren rakende den weegens begane faute in goede verseekering overgaende Corporaal Joseph Muller van Napels bestaende in „ 8. Eene voorgecommitteerds uyt den raad van Justitie alhier gerecolleerde declaratie door den „ 12. Een verklaring van den oppermeester alhier jan godlob Flank „ 13. Een Eijsch door den ondercoop:l en fiscael alhier Johan Tinne aen den raed van Justitie alhier g'exhi= beerd „ 14. Een Crimineele notul door gem: raed getek:t „ 15 Een kossen met de zoldij boeken deeses Comptoirs. „ 10. Een gerecolleerde en b'Eedigde verklaring voor gecommitteerdens uijt den raad van Justitie alhier door de soldaaten Jan Joost meijer en Jan godfried smid „ 31. Een gerecolleerde Comfessie voor gecom= mitteerdens door den gevangen Corporaal Joseph Muller van Napels soldaat Philip vermeeren N„o 9. Een voor gecommitt:s uijt den raad van Justitie alhier gerecolleerde ver= klaring door den Commandaur Canonier Matthijs wagenaer de bosschieters Jan goedaardig anthonij godfried en de soldaet Pieter Kot Soldatt. Bantam als. „ 87. Van Bantam den 27: 9ber 1754 Van Bantam den 27: 9ber: 1754 Bantam in Speelwijk den 27. 9ber: 1754 /was geteekend:/ J: Bruijdegam Batavia aan zyn hoog Edelheyd den hoog Edelen groot achtbaren wydgebiedende heer Jacob Mossel Gouverneur Generaal beneevens de wel Edele heeren raden van Nederlands Jndia Hoog Edele, groot achtb: wijd Gebiedende heer en wel Edele Heeren. Wij hebben de Eere uwe hoog Edelheeden onse nedrige dank te betuygen voor het toe senden der Contanten en benodigtheeden wel aangebragt en behoorlijk uijtgelee= verd p:r 't schip Arnesteijn 't welk thans weederom overgaat beladen met 393000. lb: off 1048. bharen swarte wel geharpte peeper den schipper Jan gratse blijkens overgaande factuur en Cognossement ten genoegen toegewogen kostende met de daar op gevallene ongelden ƒ 51361. 13:— De Lijwaten door uwe hoog Edelheed:s ter preuve toegesonden zullen wy ons uijt„ terste devoir aanwenden zo eenigsints mogelyk is van de hand te zetten en anders volgens uwer hoog Edelheedens ordre te rug senden. Het toegesondene door uwe hoog Edel= heedens voor den Bantams en koning van desselfs vader uijt amboina is aen dien vorst behoorlijk behandigt en laat zijn nee„ „drige dankseggen aen uw hoog Edelheeden over 'T heeft ons ten uijtersten leed gedaan uijt uwer hoog Edelheeden gevenereerde letteren van den 22:e sep:t J:o Leeden te moeten zien uwer hoog Edel„ „heeden ongenoegen aangaande het vergoe „den eenes slaaff en 17000. p„s messel steene Ao 1752. niet behoorlyk verantwoord en de Comp: vergoed dog dewijl gem: fauten als doen zijn begaan, door den geweesen administrateur van Rijn, als waerneemende het amp=t de poleticque en domesticque zaaken deeses Comptoirs versoeken wy onder gunstige welduij= ding het uwe hoog Edelheeden behagen mochte gem: post ten bedrage van ter ƒ 315:9.—

NL-HaNA_1.04.02_2843_0424 view scan ↗

English

From Bantam the 27: 9ber: 1754 From Bantam the 27. 9ber: 1754 ƒ315. 9. with the one-sixth part for the visitateur-generaal, to have the powers of attorney of the late administrator van Rijn reimbursed from his estate, taking good care in the future not to cause your High Noble Lordships any displeasure over similar matters. Going now also with this vessel are the pay ledger books of this office in the hands of the assistant administrator Storm van 's Gravesande, to whom we, in hopes of a favorable interpretation, have granted his release to the main settlement upon his departure and request, due to the expiration of his term. Just as we also take the liberty to send over with this vessel a certain former corporal Joseph Muller of Naples, who, on account of the faults committed by him, as shown by the documents enclosed herewith, was condemned here by the Council of Justice to receive a flogging and branding; and whereas the said execution cannot be carried out here for lack of an executioner, and there being none at all to be obtained, the sentence moreover not having been signed by the lord commander as he fell ill shortly thereafter, though it was nonetheless pronounced, we send him, in hope of favorable approval, to the main settlement in order to receive the punishment there at the pleasure of your High Noble Lordships. We furthermore take the liberty to accompany this with 7 expense accounts to the amount of ƒ629. 4. for provisions supplied to the ship De Voorzichtigheijd ƒ124. 16., the Oranje Zaal ƒ124:16:— the Gouverneur Generael ƒ124. 16. — the Haet ƒ.76: 16. Arnesteijn ƒ105:12. Rotterdam ƒ24. on account of supplied drinking water and ƒ.38:8. on account of the recovery fee for an escaped slave, now crossing over, named Parkat of Sumbauwa, of which expenditures and costs incurred we respectfully request to obtain write-off. Furthermore, we take the liberty to accompany this with a further requisition of the unfulfilled linens, cash, and From Bantam the 27. 9ber: 1754. From Bantam the 19: December 1754. — cash and other necessities, which we humbly request from your High Noble Lordships may be fulfilled, along with another requisition of 20,000 Spanish reals, as there is currently also some shortage thereof, there having been only 15,000 Spanish reals remaining, and the pepper shipped out in this vessel amounting to 15,720 reals. Finally, we have the honor to report to your High Noble Lordships that the letter sent by your High Noble Lordships of the 23rd of this month was well delivered here with the drawing of the buildings, and for which favorably adopted resolution we offer our humble expressions of thanks. Wherewith, with the deepest respect, we remain, below stood, High Noble, Grand Honorable, Far-Ruling Lord and Noble Lords, lower, Your High Noble Lordships' most humble and obedient servants, was signed, H: J: d: Heere, J: C: Fleijschhett, Johan Tinne, Lodewijk Freijtag. in the margin: Bantam the 27: 9ber: 1754. Batavia. To the same as mentioned before. Just at this moment, there was brought here by the launch of the ship Baerlande coming from China a small chest addressed to your High Noble Lordships, which I have the honor to send to your High Noble Lordships herewith, along with an original little daily journal from the skipper of that vessel Silo, sent to me. Wherewith I remain with high esteem, below stood, High Noble, Grand Honorable, Far-Ruling Lord and Noble Lords. lower, Your High Noble Lordships' most humble and obedient servant, was signed, H: J: d: Heere. in the margin: Bantam the 19: December 1754. Checked. [illegible] Batavia.

Dutch transcription

Van Bantam den 27: 9ber: 1754 Van Bantam den 27. 9ber: 1754 ƒ315. 9. mat het een zesde parten voor den viscta= teur generaal voor de volmagten van den gemeesen administrateur van Rijn uijt desselfs boedel te laten vergoeden, zullende en 't toe= komende wel zorg dragen, uwe hoog Edel= heeden over drier gelijke zaken geen ongenoe„ gen. te geeven. gaende thans meede met deesen bodem over de soldij reek: boeken deeses Comptoirs adsistend en handen van den adminniscatour storm van 's gravesande die wij in hoopen van gun stige welduijding op zijn vertrek f versoek mits Expiratie van tijd zijn verlossing na de hoofd plaatsse hebben verleent Gelijk wij meede de vrijheijd gebruijken met deesen bodem. over te zenden zeeker ge= weesen Corporaal Joseph Muller van neapels, die om desselfs gedaene souten, blij„ kens de documenten, hier meede in geslo= ten alhier door den raad van Justitie is gecondemneerd om een gezeling en brand„ merk te ontfangen en terwijl gem: Exe= „cutie alhier /: bij gebrek van een scheep regter en ook in 't geheel geen te bekomen zijnde daar by het vonnis door den heer Commandeur als kort daer op ziek gewor= den niet is geteekend dog echter meede geslagen geworden. / niet in 't werk kan gesteld werden, zenden wij in hoop van gun„ „stig welneemen, deselve na de hoofdplaets om aldaar met het believen van uwe hoog Edelheeden de straffe te ontfangen Wyneemen wijders de vrijheijd deese te doen verzellen van 7. p„s onkost reekz:n ten bedragen van ƒ 629. 4. als weegens ver= strekte vervarssing aan 't schip de voor= „zichtigheijd ƒ 124. 16. , de oranje zaal ƒ124:16:— de gouverneur generael ƒ 124. 16. — de haet ƒ.76: 16. arnesteijn ƒ 105:12. rotterdam ƒ24. weegens verstrekt drink water en ƒ. 38:8. weegens op brengloon van een g'aufugeerde en thans overgaande slaaff gen:t Parkat van sumbauwa van welke gedaan uijt= giften en kostende eerbiedig versoeken afschrijvinge te mogen erlangen— verders gebruyken wy de vrijheijd deesen te doen verzellen een nader Eijschje van de onvoldane Lywaten Contanten zijn.. en Van Bantam den 2„. 9ber: 1754. Van Bantam den 19: december 1754. — Contanten en andere benodigtheeden, die wij ootmoedig versoeken van uwe hoog Edel= heeden mogen werden voldaan beneevens noch een Eijsch van 20000 spaanse realen also daer van thans meede eenig gebrek is zijnde maar 15000 sp: r.:n per restand ge= weest, en bedragende de affgescheepte peper in deesen bodem rd:n 15720. Eyndelyk hebben wij de Eer uw hoog Edel„ heeden te berigten dat de door uwe hoog Edel heeden gesondene missive van den 23. deser al= hier is wel behandigt met de affteeken: van de gebouwen en voor welke gunstige ge= „nome resolexie onse nedrige dank betuij„ ging doen Waermeede met 't diepste ontsag verblijven /:onderstond/ hoog Edele, groot achtb: wijd= gebiedende heer en wel Edele heeren /:lager:/ uwer hoog Edelheeden onderda„ nigste en gehoorsaemste dienaeren /:was geteekend/ H: J: d: heere. J: C: Fleijschhett Johan Tinne, Lodewijk Freijtag /in margine:/ Bantam den 27: 9ber: 1754. Batavia aen als vooren gem: Zo op het moment werd alhier p:r de barkas van het uijt Chiwa komende schip Baerlande aangebragt een kasje aen uwe hoog Edelens g'addresseerd 't welk ik de Eer heb hier nee= vens uw hoog Edelheedens toe te zenden, be= neevens, een origineel dag registertje van den schipper dier bodem silo aen mij gesonden waermeede met hoog agting blijve /:onderstond:/ hoog Edele groot achtb: wijd ge„ biedende heer en wel Edele heeren. /. lager:/ uw hoog Edelens onderdanigste en ootmoedig= ste dienaer /:was geteekent:/ H: J: d: heere /. in margine:/ Bantam den 19: december 1754 Nagesien Samma on Batavia E E E

← previous