VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 2844

Surat · 241 pages · 109 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_2844_0213 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 1st November Anno 1754. draw into quarters, to which we will have to resolve earlier than in former times, on account of the rains falling heavily everywhere in the uplands, which during my presence at this place I have experienced almost every day, even so heavily in this season as if the globe had deviated from its axis and the monsoons there had altered, so as still to profit from the condition in which the aforementioned wanderer finds himself and to which he has been reduced by both those defeats; although according to outward appearances it will indeed be difficult and for us virtually impossible to get him into our hands, dead or alive, without the help of Mancoebaenie, since his peoples will certainly have to contribute the most to this. This Prince received with singular distinction, amid the sounding of trumpets and beating of drums at Grampol, the much-respected missive of His High Nobility, having it saluted by 3 volleys from his musketry and 21 shots, both from the cannon and the mortars, and after public reading assumed the name of Sultan, under which title, with the addition of Mattaram, I thereupon received a letter from His Highness in which he expresses his obligation; and yet nevertheless, although both through the Commissioners and Lieutenant Colonel van Ossenberch with the strongest representations and the mildest persuasions I have sought on several occasions to persuade him to content himself with the Eastern realm of Java and take his seat therein, he continues to urge, although indeed beforehand mentioning the western part alone and preferring that, upon his previous insistences that all places of Java, expressed by name, should be divided into two or the exact half; and since I am not authorized in this matter, I replied to His Highness, seeing clearly that he cannot be diverted from Mattaram, whatever effort has been expended to that end, and is unshakable in his intention to choose his residence there, that he should declare himself frankly and give report to Your High Nobilities point by point in a letter showing how he would wish Java, especially Mattaram, Caddoe, and Baggaleen, to be divided in order to equalize the Tjatjes, and where he would prefer to establish his seat, with the request, however, that Banjoemans, Roma, Pomardeen, Djaijloer, and adjoining districts might be left to the present Susuhunan at Solo, as appears from the annexed letters, resting assured that he will indeed relinquish the same if Your High Nobilities should please to condescend in the remainder with the approval of the aforementioned monarch, whom I, although according to testimony...

Dutch transcription

389 Van Java's oost Cust den 1:' November A:o 1754. Van Java's oost Cust den 1:' Novemb:r 1754. „tieren betrecke, waar toe vroeger als wel in voorgaande tijden besluijten sullen moeten, om de alom in de bovenlanden swaar vallende regens, die geduurende mijn presentie te deser plaatse ook bij na alle dagen al heb gehad, zelfs soo sterk in dit saiso als of den aardkloot uijt zijn aspunt geweeken ende moussons daer daar verandert waeren, om dus nog te profiteeren van de omstandigheijt, waar in gedagte swerver ver„ „seert, en gebragt is door beijde die nederlagen; al„ hoewel het dog na het uijtterlijk aan zien diffocil en voor ons als ondoenlijk zal wesen om hen dood of levendig in landen te krijgen buijten behulp van Mancoebaenie alsoo dus volkeren daar toe wel het meeste sullen moeten Contribueeren. Deesen Prins heeft met singuliere distinctie onder het stieken der trompetten en slaan van de Trom op Grampol recipierende de veel geres„ pecteerde missive van zijn hoog Edelheijd, deselve Laten soluieren door 3. Chaagies uijt zijne mus„ quetterij en 21: schooten, soo uijt het Canon als de mortiers, en na lectura in't openbaar aangenomen de naam van sulthan „ onder welke titul met bijvoeging van de Mattarm daar op een brief van zijn hoogheijd ontfangen heb, waarin zijn ver„ pligting te kennen geeft, en nog al niet tegen staande soo door de Commissianten als den Lieutenand Collonel van Ossenberch met de kragtigste vertoogen en de minlijkste persuasien hem tot diverse reijsen heb soeken over te haelen om zig met 't Javas oosterrijk te Contrenteeren &n in het zelve zijnen zeetel te neemen blijft urgeeren /: schoon wel voor of mentie maakt van het werterdeel alloen en dat verkiest :/ op zijne voorige instantien dat alle plaetsen van Iava, daar bij nominatien 76 uijtgedrukt in twee of de geregte helbt mogten werden verdeelt; en aangezien hier toe niet gequali„ faceert ben, heb ik zijn Hoogheijt daar op geant„ woord als wel ziende dat hij van de Mattarm wat moeijte ook daar toe is aangewent, niet te diverteeren onwrikbaar is van het voorneemen om daar zijn residentie te verkissen, om zig open„ laatig te willen declareeren en aan uw hoog Edelheedens berect bij een briefje poinct voor poinct opgeven hoe dan Iava, insonderheijt de Mattari, Caddoe & Baggaleen gaarne verdeelt zag, om de Tjatjes te doen egualiseeren; 't waar zijn zetel liebst vestigen wilde, met versoek nogthans, dat Banjoemans roma, pomardeen Djaijloer &n aanhoarige dis„ trictien aan den presenten soesoehoenang tot solo mogten gelaten worden, blijkens annex brieven, houdende mij versekert dat hij van deselve wel zal afsien in dien uw hoog Edelheedens in het overige gelief„ den te Condescendeeren met bewilliging van evengem: vorst, welken ik of schoon zig volgens getuij„ kragtigste genisse Van Java's oost Cust den 1:' November A:o 1754. Van Iava's oost Cust den 1:' Novemb:r 1754. „tieren betrecken waar toe vroeger als wel in voorgaande tijden besluijten sullen moeten, om de alom in de bovenlanden swaar vallende tegens, die geduurende mijne praesentie te deser plaatse ook bij na alle dagen al heb gehad, zelfs soo sterk in dit saiso als of den aandkloot uijt zijn aspunt geweeken ende moussons daer daar verandert waeren, om dus nog te profiteeren van de omstandigheijt, waar in gedagte swerver ver„ „seert, en gebragt is door beijde die nederlagen; al„ hoewel het dog na het uijtterlijk aan zien diffocil en voor ons als ondoenlijk zal wesen om hen dood of levendig in handen te krijgen buijten behulp van Mancoeboemie alsoo dies volkeren daar toe wel het meeste sullen moeten Contribueeren. Deesen Prins heebt met singuliere distinctie onder het steeken der trompetten en slaan van de Trom op Grompol recipierende de veel geres„ pecteerde missive van zijn hoog Edelheijd, deselve Laten solueeren door 3. Chaagies uijt zijne mus„ quetterij en 21: schooten, soo uijt het Canon als de moatiers, en na Cestura in't openbaar aangenomen de naam van sulthan onder welken titul met bijvoeging van de Mattaren daar op een brief van zijn hoogheijd ontfangen heb, waarin zijne ver„ pligting te kennen geeft en nog al niet tegen„ staande soo door de Commissianten als den Lieutenand Collonel van Ossenberch met der kragtigste vertoogen en de minlijkste persuasien hem tot diverse reijsen heb soeken over te haelen om zig met 't Javas oosterrijk te Contrenteeren &n in het zelve zijnen zeetel te neemen blijft urgeeren /: schoon wel voor of mentie maakt van het werterdeel alloen en dat verkiest :/ op zijne voorige instantien dat alle plaetsen van Iava, daar bij nominatien uijtgedrukt in twee of de geregte helbt mogten werden verdeelt; en aangezien hier toe niet gequali„ „ficeert ben, heb ik zijn Hoogheijt daar op geant„ woord als wel ziende dat hij van de Mattarm wat moeijte ook daar toe is aangewent, niet te diverteeren onwrrkbaar is van het voorneemen om daar zijn residentie te verkissen, om zig open„ „tartig te willen declareeren en aan uw hoog Edelheedens berect bij een briefje poinct voor poinct opgeven hoe dan Iava, insonderheijt de Mattarin, Caddoe & Baggaleen gaarne verdeelt zag, om de Tjatjes te doen egualiseeren; 't waar zijn zetel liefst vestigen wilde, met versoek nogthans, dat Banjoemaes Roma, pomardeen Djaijloer &n aanhoorige dis„ „tricten aan den presenten soesoehoenang tot solo mogten gelaten worden, blijkens annex brieven, houdende mij versekert dat hij van deselve wel zal afsie„ in dien uw hoog Edelheedens in het overige gelief„ den te Condescendeeren met bewilliging van evengem: vorst, welken ik of schoon zig volgens getuij„ kragtigste genisse

NL-HaNA_1.04.02_2844_0215 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 1st of November Anno 1754. From Java's East Coast the 2nd of November 1754. knowledge of the Commandant Abrahams, who having addressed me concerning the affairs of the court here, declared that after this renewal of friendship with Mancoeboemie, not a single man had submitted either to him or to Pringalaija, and that he had kept himself very retired for a long time and ignorant of all that transpired. I disclosed the step which had to be taken with the aforementioned prince—not out of little respect for His Highness, but because the same had submitted and surrendered himself to the Company—to honor him with the title of Sultan. Likewise, I submitted for consideration that, whereas at the expense of so much blood and millions of money one had sought for so many years consecutively to protect and maintain him against an enemy who with all violence sought to wrench the scepter of the realm from His Highness and to place himself upon the throne, and indeed hitherto has not ceased to rage with the sword of war everywhere in order to predominate over his dominion and thus subject all lands to himself, without an end yet being foreseeable; in what a lamentable condition Java continually fluctuates and finds itself; how the land mourns; the inhabitant sighs, indeed groans and lies bowed under the yoke of war, while there is no help for it, and the ruin of the realm seems near if it were not markedly provided against to establish this ruler in the peaceful administration of his government; further, how the courtiers have deserted and he finds himself so stripped of subjects that almost nothing is left to him other than the mere name of Soesoehoenang Pacoe Boeana; and where this ultimately would lead if one did not devise other, more effective means. Having taken all this into careful consideration, by these and other earnest representations concerning the welfare of his realm and subjects, to summon and persuade him, as it were, to the cession of half of Java to the aforementioned Sultan, without whose pacification it seems impossible to arrange the pleasant peace of the land or to subdue Soeria Coesoema; with the request that His Highness would furnish me his opinion regarding this in writing, sealed with his seal, so that I might govern myself accordingly in due time, being strengthened by Your Right Excellencies' esteemed orders, if—as I flatter myself and have already been privately informed—he is inclined thereto. For truly, Right Honorable and Most Respected Sirs, to bring the matter to a desired end, this partition will have to extend over the whole of Java, as experience has indeed taught us that Mancoeboemie, although it might be said he is now as if in our power and therefore not so much to be feared, does not like to be contradicted, all the more since it is but too well known to him and to every one of them how necessary he has become for us to round the corner; for without him we would never have advanced so far. Subject to the prudent judgment of Your Right Excellencies, if the Soesoehoenang agrees thereto, I pose no difficulty in anything, even though the Sultan, who possesses discernment, chooses his seat in the Mataram, which he will certainly not renounce. In addition to this, I also believe that one would not only be able to relieve us immediately of the maintenance of so many costly complements, but also that it would be a very salutary measure, in order all the better to secure the west and to maintain the balance between both rulers, that Banjoemaas were separated from their realms and placed under the Company's obedience. Thereby the west would be adequately covered, and the Company would have a sweet morsel; while the matters of having too much land on Java, after what was recently remarked by Your Right Excellencies, now upon the partition of the whole of Java, would in my view take on a completely more honorable appearance. The regent of that district, during his presence here, again made application to me and requested that, if that could not take place, he might nevertheless in the partition of the lands remain dependent upon the Soesoehoenang at Soeracarta; against which the Sultan has also already expressed himself in conversation with Merchant Breton as having no objection. However, I submit myself in this to the wiser judgment of Your Right Excellencies. And I have the honor further to report that, because affairs at present, thank God, are turning out reasonably well, and the Sultan seeks with all his might to bring about the downfall of Said, upon the departure of Merchant Breton, in whose place the honorable Van Ossenberch, together with Captain Dankel, whom he was reluctant to miss, has requested to remain with him, I have ordered Soerabaija to discharge all the native soldiery from the service, and likewise to Samarang to disband in the same manner the greatest part of those serving there, or all the native troops serving at Japara; which can also take place in the future with regard to the armies as soon as the contracts with that Sultan have been concluded. While, however, one will still have to keep some force in the field for the present or for a year to protect the prince, regarding which I have agreed with the colonel that, when operations can no longer be carried out and circumstances so require, an army of the Company will be made to enter into the Mataram.

Dutch transcription

391 Van Java's oost Cust den 1.:' Ner 1ber A:o 1754. Van Java's Oost Cust den 2:' Novemb:r 1731. „genisse van den Commandant Abrahams, die mij rstundement, met hem abrucheerende over de zaaken van het hoff alhier verklaart heeft dat na dese vriend„ schaps hetworming met Mancoeboemie so min aan den selven als aan pringalaija zig en eenig man is komen submitteeren, een tijd lang zeer geretireert en onkundig gehouden heeft van al wat er is om gegaen, heb g'openbaart de stap die men heeft moeten doen met meerm: prins, niet uijt kleen agting voor zijn hoogheijt, maar om dat denselven zig aan de Comp:e heeft gesubmitteert & ondermorpen, te vereeren met den titul van sulthan; item in Consideratie gegeeven, nadien men hem ten koste van soo veel bloet &n. millioenen gelds nu so veel Iaeren agter den anderen had soeken te beschermen & staande te houden tegens een vijand die met alle gemeld zijn hoogheijd den scepter des rijks tragt te ontweldigen v zig zelven op den ttroon te stellen, Ja tot nog toe niet ophoud met het zweert des oorlogs alomme te woezen, om over desselfs heerschappije te preedomineeren en zig zelven dus alle landen onderdanig te maken, sonder dat daar in nog een eijnde te voorsien is; hoe er in wat een naere gesteltenis Iana zig Jammerlijk bevinden steeds fluctueert; hoe - het land treurt; den inwoonder zugt Ja kermt en gebukt legt onder het zok der oorlags terwijl 'er geen helpen aan is, en des rijks ondergang na bij schijnt, zoo daar tegens niet markelijk wierde na voorsien om desen vorst in het weedig bestier zijner regeering te vestigen, voorts hoe de hovelingen zijn ver„ loopen en hij zig ontbloot ziet van onderdanen zelfs zoo dat hem zij na niets anders overgebleven is als de enkelde naam van soesoehoenang pacoe boeana en waar dat het eijndelijk heg wilde, indien men op geen andere effectieusere middelen biedagt was; om hem dit alles in aandagtige overweeging genomen hebbende, daar door en andere ernstige vertogen meer de welvaart van zijn rijk en onderdanen rakende, als 't waere te sommeeren en te persuadeeren tot den afstand van helt Java aen gem: sulthan buijten wiens bevreediging het land de aangenaam rust niet te beschikken nog. Soeria Coesoema ten onder te brengen schijnt, met versoek dat zijn hoogheijt mij daar omtrend zijn sentiment in geschrifte bezeguld met desselfs cothet wilde suppediteeren om mij daar na in der tijd met uw hoog Edelheedens g'eerde beveelen gesterkt wesende, indien daar toe soo mij blatteere en onder de hand al g'informeert be inclineert, te kunnen reguleeren; wat waerlijk, Hoog Edele Groot achtb:e leeren om de zaak tot een gewenscht eijnde te brengen sal dese verdeeling over geheel Java dienen te gaan alsoo de ondervinding ons jmmers heeft geleert dat Mancoeboemie of schaan gezegt mogt worden nu als in onse na magt 2 393. Van Java's oost Cust den 1:' November 1754. Van Iavas oost Cust den 1:' Novemb:r 1754. magt en daarom zoo zeer niet te vreesen te zijn, niet gaerne wil wesen tegen gesprooken, temeer hem en een jeder van haar maar al te wel bekent sij, hoe noodsakelijk voor ons geworden is, om de hoek te booven te koomen want souden buijten denselven nooijt soo veel geadvanceert zijn, stellende behoudens het prudentee oordel van uw hoog Edelens „ den soesoehoenangh daar in accordee„ „rende, in alles geen swarigheijd, alschoon den sulthan, die verstand bezit zij zetel verkiest in de Mattaram, waar van dog niet sal afzien; boven die vermeen ik ook dat men ons den niet alleen terstond ontlasten soude kunnen van het onderhout van soo veel kost„ baere Compementen, maar ook dat het een heijlboeme zaek soude wesen om zig des te beter terug te versekeren om de mest, en de belangs tusschen beijde de vorsten te houden, dat Ban joemaas van derselver rijken gesepareert. en gestelt wierde onder sComp:e gehoorsaamheijd; hiet door was de west te subfisaa„ ter gedekt; en had de Comp: een soet brokje aan, terwyl de zaaken van dat men te veel land op Java had na het onlangs door uw hoog Edelens geremac„ queerde nu bij de verdeeling van geheel zare mijns bedunkens van een gantsch banorabelder aan„ schouw geworden zijn; hebbende den regent van dat district bij zijn aanwesen alhier denoro ook weder bij mij aansoek gedaan den versogt, soo dat al niet geschieden konde dat hij den evenwil bij de verdeeling der landen mogt aflankelijk blijven van den soesoe„ hoenang tot soeracarta, waar tegens den sulthan zig ook alreede discoursive aan den koopman Breton uijtgelaten heeft, niets te hebben. egter onderwerpe mij in desen aan het wijzer gevaelen uwer hoog Edelheedens; en hebbe de Eere vaarts te melden dat ik om dat de zaken zig tegen waardig goede zij dank redelijk schikken &n den sulthan met alle kragt den ondergang van Laid soekt te weegte brengen, met het vertrek van den koopman Breton, in wiens plaats bij hem te blijven net sogt heeft den E: van ossenberch nevens den Capit:n Dankel, welken met den ongaarne missen wilde, na Sourabaija g'ordonneert heb alle de inlandsche soldatesque uijt de dienst te ontslaan, soo mede na Samarang om het grootste gedeelte der aldaar ^ pf allen de op Japara militeerende Jnlanders inselver voegen af te danken, het geen ook in't vervolg plaats sal kunnen vinden omtrent de legers soo dra de Contracten sullen wesen geslooten met dien sulthan; terwijl men egter nog voor eerst of een Jaar eenige magt in het veld sal moeten houden om de vost mede te decken alwaar omme met de overste over een gekomen 6 ben, als niet langer kan worden g'ageerd, en de omstandigheeden sulx verEijschen, on een Leeger het Comp:t: te laten betrekken in de Mattaram; geschieden een 8

NL-HaNA_1.04.02_2844_0217 view scan ↗

English

395 From Java's East Coast the 1st of November 1754. 1754. one in the land of Padjang at Calicoening, situated half an hour from Bridjo, and one at Taman near Oeter; whereas against the prince Mancoeboemie, he will occupy the fourth at Tjegandie, three to four hours from there, in order to contest all passages against Sorio Coesoema and to keep him as if enclosed in the mountains, should he not fly into the candle sooner, which otherwise may God grant to cause all rebellion to cease quickly and to bestow upon Java the long-desired peace. In the hope and trust that Your Right Honourables will honour the one and the other with your favourable approval, I pray regarding the proposition concerning the partition of the lands to be furnished with a categorical answer, to serve as a guideline for me, who subscribes with deep respect, beneath stood, Your Right Honourables' entirely obedient, humble, and bounden servant, was signed, N:s Hartingh. In margin: Salatiga the 1st of November Anno 1754. Coromandel With the arrival of the Company's vessel Den Gouverneur Generaal, we found ourselves highly honoured in receiving Your Right Honourables' very respected secret missive, dated the 4th of July of this year, upon which Right Honourable, Venerable, Far-Ruling Lord, and Noble Lords To the Right Honourable, Far-Ruling Lord Jacob Mossel, Governor-General, and Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies, Batavia. Coromandel the 14th of October submissively From Coromandel the 14th of October Anno 1754. From From Coromandel the 14th of October 1754. serving submissively in answer, it appeared to us therefrom the pleasure of the Lords Directors and of Your Right Honourables to re-establish the factory of Masulipatnam and to bring it into its former state and condition, to the end that the Company's trade, both purchase and sale, may take its course again; so we have, with all attentiveness, let our thoughts dwell on this important matter, and deliberated on everything maturely, principally which person one should choose who possesses the competence and can observe the service as secunde at Masulipatnam, and have, subject to the favourable approval of Your Right Honourables, appointed thereto the bookkeeper Fredrik Wilhelm Bloeme, who has performed his service for long years in Northern Coromandel, has gained experience there, is also of a sober and good conduct, and well knows the customs of the inland countries and inhabitants; an instruction having been sent to him, a copy of which is presented to Your Right Honourables alongside this humble and respectful letter, according to which Bloeme will have to conduct himself, trusting this will meet with Your Right Honourables' approval; and although to this date we have received no news regarding those affairs, nor upon our request made to the new government at Pondicherry, we nevertheless live in good hope that the matters concerning Masulipatnam will be brought to a good end, as the French are disposing themselves toward peace, just as the first undersigned received writings on the 4th of this month that the French and English have concluded a cessation of arms for three months, in order to work out a general peace on this Coast during that time, which it is to be hoped may be of good consequence, so that the lands may once again attain tranquility and a peaceful state, to the revival of the Company's much-decayed trade; we shall have the honour, via Ceylon, regarding the re-establishment of the factory of Masulipatnam, to report to Your Right Honourables lower down in respect, and only accompany this humble letter with Your Copies F E S 401. From Coromandel the 14th of October Anno 1754. From Java's East Coast the 12th of November 1754. Copies of a letter to the Palicol chiefs and to the newly appointed secunde at Masulipatnam, and one to the French ministry at Pondicherry, to whose contents, and to avoid double repetition, we respectfully refer ourselves. While praying for the safe keeping of the Almighty over Your Right Honourables' precious persons alongside the Company's weighty concerns, and in the deepest humility we subscribe ourselves, beneath stood, Right Honourable, Venerable, Far-Ruling Lord, and Noble Lords, lower, Your Right Honourables' humble and obedient servants, was signed, J:n Vermont, and J: v: Teijlingen. In margin: Nagapatnam in the Castle the 14th of October Anno 1754. Java's East Coast Referring to my respectful letter of the first of this month, since the dispatch of which I have received from both princes, the Soesoehoenang at Soerakarta and the Sultan Mancoeboemie, the letters requested of them, I have the honour, having had them translated while awaiting a favourable approval, to offer the same to Your Right Honourables herewith in original, as proof that the first not only cedes half of Java with complete satisfaction, but also maintains that outside of this the realm cannot be brought to rest, and that the latter, notwithstanding all protestations and amicable representations, which one has with the utmost industry, zeal, and diligence repeatedly and sufficiently Right Honourable, Highly Venerable, Severe, Far-Ruling Lord and Noble Lords. Batavia To the Right Honourable, Highly Venerable, Severe, and Far-Ruling Lord, His Right Honour Jacob Mossel, Governor-General, the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. without and

Dutch transcription

395 Van Java's oost Cust den 1:' November 1754. 1754. een in't Land van Padjang op Calicoening, gelegen een half uur van bridjo, en een op Taman bij oeter; sullende integen den vorst Mancoeboemie het vierde betrekken op Tjegandie, drie de vier uuren van daar om sorio Coesoema dus alle daartagten te betwisten, en op het gebergte als ingeslooten te houden, wanneer niet eerder in de kaars mogt vliegen, dat anders god geve om alle rebellie schielijk te doen Cesseeren en Iava te schenken de lang gewenschte vreede. Jn hopen en vertrouwen dat uw hoog Edelens het een en ander sullen vereeren met derselver gunstige goedkeuring bid ik omtrent de propositie aangaende de verdeeling der Landen gemunieert te mogen werden met een Cathagorisch antwoord en te dienen tot een rigt snoer, voor mij, die zig met diepe hoog achtingh onderschrijft /:onderstond:/ uw hoog Edel„ heedens gantsch gehoorsame, onderdanige en trouw schuldigen Dienaar /:was getek:d/ N:s Hartingh. sijn Margine:/ Salatiga den 1:' November A:o 1754. Cormandel Met het arrivement van 's Comp. s Bodem. Den Gouverneur Generaal, - vonden; ons hooglijk vereerd, in het ontfangen van uw hoog Edelens. seer gerespecteerde secreet missive, in dato 4:e Julij deses Jaars, waar op 2 Hoog Edele agtbaare wijd Gebiedende Heer, en wel Edele Heeren Aan den Hoog Edelen wij gebiedenden Heer Jacob Mossel gouverneur Generaal, ende Wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Batavia Cormandel den 14:' october submis Van Cormandel den 14: october A:o 1754. Van Van Cormandel den 14:' october 1754. submis. in andwoord dienen, ons daar bij gebleeken is het welbehagen Der heeren Majores en van uw Hoog Edelens, om het Comptoir Masulipatnam weeder te restabileeren en in voorigt stand en staat te brengen, ten eijnde 'sComp:s Negotie soo Jnsaam als vertier sijnen Cours weeder te konnen neemen; soo hebben over dese wigtige zaak, in alle oplettendh:d onse gedagten laten gaan, en alles rijpradig overlegt principaal wat persoon men verkiesen. soude, die de bequaamheijd hadde en als secunde den dienst te masulipatnam te konnen waarneemen en hebben op gunstige approbatie van uw hoog Edelens daar toe aangesteld den boekhouder Fredrik Wilhem. Bloeme wij lange Jaaren op Noorder Cormandel sijnen dienst heeft gedaan, daar daar ondervinding heeft verkreegen, ook van Een rugteren en goed gedrag is, die de Costumes der Naardse Landen, en Jiwaanderen wel weet, sijnde hem toegesonden een instructie welkers Copia uw hoog Edelens nevens deese onderdanige en Eerbied werd aangeboden waar na lij bloeme zig sal hebben te gedragen in vertrouwen sulx van uw hoog Edelens goedkeure sal sijn, en alschoon tot dato deeses, nog geene tijding aan„ gaande die afbaires, nog ook op ons gedaan versoek, bij de nieuwe regeering te pondicherij hebben, erlangd, soo leeven egter in goede hoope, de saaken, aakende Makulipatnam ten goeden eijnde sullen werden gebragt, wijl de brancen sig na vreede. schicken, soo als den eerst ondergeteekende schrijvens. heeft ontfangen den 4:' deser maand de brancen en Engelsen stilstand van waapenen voor drie maanden hebben getrofben, om in die tijd een generale mreede te deeser Custe te bewerken te hoopen sijnde van goed gevolg mag sijn, op dat de Landen eens weeder tot stilstond en in vreedigen staat geraaken, tot opluijking van 'sComp:s seer vervallene negotie; wij sullen de Eere. hebben over Ceijlon aangaande de weeder opregting van het Comptoir Masulipatnam uw hoog Edelens laago in eerbied verslag te doen, en deese nedrige nog alleen doen versellen uw Copias ƒ E S 401. Van Cormandel den 14:' october Ao 1754: Van Javas oost Cust den 12:' Novb:r 1754. Copias. van een brieff aan de palicolse opperhoofden en aan den nieuw aangestelden secunde te Masuli„ patnam en een aan het france ministerium te pon„ dicherij aan welkers inhoude en dubbelde lerhaling te vermijden ons respectieuselijk gedragen Terwijl uw hoog Edelens dierbaare persoonen nevens 'sComp: swaarwigtigen ommeslag in de veijlige hoede van den Almogende verbidden en in de diepste ootmoed ons onderschrijven /:onderstond:/ Hoog Edele agtb: wij gebiedende Heer, en wel Edele heeren /:lager:/ uw hoog Edelens onder„ danige en Gehoorsame Dienaren /:was getek:d/ J„n vermont, en J: v: Teijlingen /:in margine:/ Nagapatnam in't Casteel den 14:' october A:o 1754. Java's oost Cust Mij refereerende tot mijne eerbiedige letteren van primo lujus zeedert welker afzending van beijde de vorsten den soesoehoenang tot souracaata en den sulthan Mancoeboemie ontfangen leb, de van hen versogte brieven, heb ik de Eere, ze onder in„ wagting van een gunstige approbatie hebbende doen translateeren, uw hoog Edelheedens deselve hier bezijden in origineel te offereeren, ten blijke dat den Eersten niet alleen met volkomen genoegen afstaet half Zana, maar ook sustineert „dat buijten des het Rijk niet in rust sal konnen worden gebragt, en dat den laasten onaangezien alle protestatien & minlijke vertoogen, die men met de uijt„ terste industrie, ijver en vlijt bij reiteratie en genoegsaam Hoog. Edelen Hoog Achtbaeren Gestrengen wijd gebiedenden Heere en Wel Edele Heeren. Batavia Aan den Hoog Edelen. Hoog achtbaeren, gestrengen en wijdgebiedenden Heere zijn Hoog Edelheijt Jacob Mossel Gouverneur generaal, D' Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia P:a &:a &:a sonder en

NL-HaNA_1.04.02_2844_0220 view scan ↗

English

From Cormandel the 14th of October Ao 1754. From Java's East Coast the 12th of November 1754. Copies of a letter to the Palicol chiefs and to the newly appointed second-in-command at Masulipatnam, and one to the French ministry at Pondicherry, to whose contents, and to avoid double repetition, we respectfully refer. While commending Your Right Honorables' precious persons, together with the Company's weighty concerns, to the safe keeping of the Almighty, we subscribe ourselves in the deepest humility. Below stood: Right Honorable, highly esteemed, far-ruling Lord, and Right Honorable sirs. Lower: Your Right Honorables' humble and obedient servants. Was signed: J. Vermont and J. v. Teijlingen. In the margin: Nagapatnam in the Castle, the 14th of October Ao 1754. Java's East Coast Referring to my respectful letter of the first of this month, since the dispatch of which I have received from both rulers, the Susuhunan at Surakarta and the Sultan Mangkubumi, the letters requested from them, I have the honor, having had them translated while awaiting a favorable approval, to present them herewith in original to Your Right Excellencies, to serve as proof that the former not only cedes half of Java with complete satisfaction, but also maintains that otherwise the realm cannot be brought to peace; and that the latter, notwithstanding all protests and amicable representations, which were repeatedly and sufficiently made with the utmost industry, zeal, and diligence, without Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, Far-ruling Lord, and Right Honorable Sirs. Batavia To the Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, and Far-ruling Lord, His Right Excellency Jacob Mossel, Governor-General, and the Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc.

Dutch transcription

Van Cormandel den 14:' october Ao 1754: Van Java's oost Cust den 12:' Novb:r 1754. Copias. van een brieff aan de palicolse opperhoofden en aan den nieuw aangestelden secunde te Masuli„ patnam en een aan het france ministerium te pon„ dicherij aan welkers inhoude en dubbelde herhaling te vermijden ons respectieuselijk gedragen Terwijl uw hoog Edelens dierbaare persoonen nevens 'sComp: swaarwigtigen ommeslag in de veijlige hoede van den Almogende verbidden en in de diepste ootmoed ons onderschrijven /:onderstond:/ Hoog Edele agtb: wij gebiedende Heer, en wel Edele heeren /:lager:/ uw hoog Edelens onder„ danige en Gehoorsame Dienaren /:was getek:d/ J„r vermont, en J: v: Teijlingen /:in margine:/ Nagapatnam in't Casteel den 14:' october Ao 1754. Java's oost Cust Mij refereerende tot mijne eerbiedige letteren van primo lusjus zeedert welker afzending van beijde de vorsten den soesoehoenang tot souracaata en den sulthan Mancoeboemie ontfangen heb, de van hen versogte brieven, heb ik de Eere, ze onder in„ wagting van een gunstige approbatie hebbende doen translateeren, uw hoog Edelheedens deselve hier bezijden in origineel te offereeren, ten blijke dat den Eersten niet alleen met volkomen genoegen afstaet half Zana, maar ook sustineert „dat buijten des het Rijk niet in rust sal komen worden gebragt, en dat den laasten onaangezien alle protestatien & minlijke vertoogen, die men met de uijt„ terste industrie, ijver en vlijt bij reiteratie en genoegsaam Hoog Edelen Hoog Achtbaeren Gestrengen wijd gebiedenden Heere en Wel Edele Heeren. Aan den Hoog Edelen, Hoog achtbaeren, gestrengen en wijdgebiedenden Heere zijn Hoog Edelheijt Jacob Mossel Gouverneur generaal, D' Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia P:a &:a &a en Batavia sonder e 401. Van Cormandel den 14:' october A:o 1754: Van Javas oost Cust den 12:' Novb:r 1754. Copias. van een brieff aan de palicolse opperhoofden en aan den nieuw aangestelde secunde te Masuli„ patnam en een aan het france ministerium te pon„ dicherij aan welkers inhoude en dubbelde. herhaling te vermijden ons respectieuselijk gedragen Terwijl uw hoog Edelens dierbaare persoonen nevens 'sComp: swaarwigtigen ommeslag in de veijlige hoede van den Almogende verbidden en in de diepste ootmoed ons onderschrijven /:onderstond:/ Hoog Edele agtb: wij gebiedende Heer, en wel Edele heeren /:lager:/ uw hoog Edelens onder„ danige en Gehoorsame Dienaren /:was getek:d/ J„r vermont, en J: v: Teijlingen /:in margine:/ Nagapatnam in't Casteel den 14:' october A:o 1754. Java's oost Cust Mij refereerende tot mijne eerbiedige letteren van primo lujus zeedert welker afzending van beijde de vorsten den soesoehoenang tot souracarta en den sulthan Mancoeboemie ontfangen heb, de van hen versogte brieven, heb ik de Eere, ze onder in„ wagting van een gunstige approbatie hebbende doen translateeren, uw hoog Edelheedens deselve hier bezijden in origineel te offereeren, ten blijke dat den Eersten niet alleen met volkomen genoegen afstaet half Zara, maar ook sustineert dat buijten des het Rijk niet in rust sal konnen worden gebragt, en dat den laasten mnaangezien alle protestatien & minlijke vertoagen, die men met de uijt„ terste industrie, ijver en vlijt bij reiteratie en genoegsaam Hoog Edelen Hoog Achtbaeren Gestrengen wijd gebiedenden Heere en Wel Edele Heeren. Batavia Aan den Hoog Edelen, Hoog achtbaeren, gestrengen en wijdgebiedenden Heere zijn Hoog Edelheijt Jacob Mossel Gouverneur generaal, D' Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia P: &:a &:a sonder en „ 401. Van Cormandel den 14:' october: Ao 1758: Java's oost Cust den 12:' Novb:r 1754. Copias van een brieff aan de palicolse opperhoofden en aan den nieuw aangestelde secunde te Masuli„ patnam en een aan het brance ministerium te pon„ dicherij aan welkers inhoude en dubbelde. herhaling te vermijden ons respectieuselijk gedragen Terwijl uw hoog Edelens dierbaare persoonen nevens 'sComp: swaarwigtige ommeslag in de veijlige hoede van den Almogende verbidden en in de diepste ootmoed ons onderschrijven /:onderstond:/ Hoog Edele agtb: wij gebiedende Heer, en wel Edele heeren /:lager:/ uw hoog Edelens onder„ danige en Gehoorsame Dienaren /:was getek:d/ J„r vermont, en J: v: Teijlingen /:in margine:/ Nagapatnam in't Catteel den 14:' october A:o 1754. Java's oost Cust Mij refereerende tot mijne eerbiedige letteren van primo Cusjus zeedert welker afzending van beijde de vorsten den soesoehoenang tot souracaata en den sulthan Mancoeboemie ontfangen heb, de van hen versogte brieven, heb ik de Eere, ze onder in„ wagting van een gunstige approbatie hebbende doen translateeren, uw hoog Edelheedens deselve hier bezijden in origineel te offereeren, ten blijke dat den Eersten niet alleen met volkomen genoegen afstaet half Zana, maar ook sustineert dat buijten des het Rijk niet in rust sal komen worden gebragt, en dat den laasten mnaangezien alle protestatien & minlijke vertoogen, die men met de uijt„ „terste industrie, ijver en vlijt bij reiteratie en genoegsaam Hoog Edelen Hoog Achtbaeren Gestrengen wijd gebiedenden Heere en Wel Edele Heeren. Batavia Aan den Hoog Edelen, Hoog achtbaeren, gestrengen en wijdgebiedenden Heere zijn Hoog Edelheijt Jacob Mossel Gouverneur generaal, D' Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia P:a &:a &a en sonder Van

NL-HaNA_1.04.02_2844_0223 view scan ↗

English

403 From Java's East Coast, the 12th of November 1754. Java's East Coast, the 12th of November 1754. From has ceaselessly opposed and brought against it, remains immovable and unshakeable from his first demand, recently repeated, that Java, both in the east and the west, may be divided in half, and granted to him, once the enemy shall have been eradicated, to maintain his residence in the Mataram under the title and name, for which he expressly requests, of Sultan Hamengkubuwana Senapati Ingalaga Abdulrachman Sahidin Panatagama Kalifatullah, subjecting himself regarding Banyumas to the highly wise disposition of Your High Excellencies in case it might please the same to add something else to him in return, in order thus to equalize the cacahs, having even already indicated in clear terms that with regard to the succession, considerably more was already offered to his son-in-law Raden Said. But seeing that I, as I have had the honor to allege in the aforementioned letter, raise not the slightest difficulty in either one or the other, and this is after all the unique means to grant peace to the country, it would in my opinion, although otherwise not so favorable for the Company, in such a case also be fair and lawful that the regency be left to the Susuhunan so as not to disadvantage him in the division, although I leave such to the more prudent judgment of Your High Excellencies, with a humble request that I may be provided regarding this with their revered orders in order to obtain a speedy decision and settlement of affairs with the Sultan aforesaid, who indeed seems to long with pain for the inauguration, and is currently encamped at Tji Gandi, in itself very strong due to two rivers that surround it, having erected there a small court, though made of bamboo, and has already sent a strong detachment assisted by some dragoons to the mountains to seek out and destroy Said, whose people are deserting; likewise Captain Steenmulder to Lambajat with a detachment of dragoons to cause Pangeran Singasari, who was staying there, if possible, to fly into the candle, but it was of no effect, since the enemy took to flight and could not be brought to a stand, and the continual torrential rains prevent us from penetrating further into the mountains. Nevertheless, I hope that with the new moon the weather may be somewhat more favorable to us to be able to give those rebels another pinch, although in the last action where Captain Steenmulder was, they were so battered that for now their appetite will surely have been taken away to make a second attempt so desperately, at least their division into three parties From Java's East Coast, the 12th of November 1754. From Java's East Coast, the 12th of November 1754. parties, and the following which, according to reports from there, increases daily with the Sultan, makes me presume and firmly conclude that Said will have laid down his head, if God still somewhat blesses the weapons, his father-in-law at least seeming also to be in good spirits therein, since he has requested me not to be anxious about him. Colonel van Assenburg has given me renewed assurance to make another rupture into the mountains if at all possible, and I ordered the captain mentioned above to advance with the army to profit from the squalls and thoroughly dress the hide of Said's Adipati. Pangeran Singasari has, upon my frequent exhortations, finally also made an application for submission to the Surabaya Chief Rhever, provided that the governance over Kediri were assigned to him. But having considered that one could obtain many such submitters under such conditions, I notified that scoundrel, as not being to be feared, to submit to the Sultan or Susuhunan, and that I would then willingly serve as an intercessor for him to remain in the Kediri authority. Meanwhile, to Raden Adipati Pringgalaya, who was the deliverer of the Emperor's letters of abdication, both to me and to Your High Excellencies, and who upon his arrival was terribly dismayed, I have held up in very serious terms all his bad conduct, far-reaching intrigues, and neutral behavior in the management of the court's affairs for some time past, and thereby gave him to understand that his life and deeds were well-nigh in my hands, which had so much influence on him that he laid his kris down at my feet, and weeping, kissed them and begged for forgiveness, with the promise that he would reform and in the future attend to the welfare of the monarch and the realm with greater earnestness and candor, which in the present circumstances can easily be tried once more with that sly fox; for this, and for other reasons besides, too tedious to mention here.

Dutch transcription

403 Van Java's oost Cust den 12:' Novemb:r 1754. Java's oost Cust den 12:' Novb:r 1754. Van sonder ophouden daer tegens heeft gedaan en ingebragt onver„ zetlijk en onwrikbaer blijft, van zijn eerste instantie Jongst gerepeteert dat Java soo om de oost als west in de helft mag werden verdeelt &. hem g'accordeert Wanneer den vijand sal wesen uijtgeroeijt, in de Mattaran zijn residentie te houden onder den titul en naam /:daer hij wel expres om versoekt:/ van sult van Aaming= Coeboeana, senapattij Zagalaga abdul, Ragh„ „man, sahidin, panata Gama kalifatollach„ onderwerkende zig omtrend Banjoemaas de hoog wijse dispositie van uw hoog Edelheedens ingevalle het deselve behagen mogt hem daer vaor weder iets anders toe te voegen om dus de tjattjas te doen equaliseeren, hebbende zelfs al in verstaen baere termen te kennen gegeven, dat zijn schoonzoon kaas said met opzigt tot de successie bereets vrij meer aangeboaden is geweest; dan aangezien jk in het een nog ander, gelijk de Eer heb gehad bij boven gem: schrijvens te allegueeren, eenige de al„ derminste swaarigheijt stel, en dit dog het unique middel is om zare de vreede te schenken, soude het mijns bedunkens, schaon andersints nog zoo fanorabel voor de Comp:, in sulken Cas ook billijk en regtmatig zijn, dat e regentschap aan den soesoehoe„ nang, om hem in de verdeeling niet te benadeelen, gelaten wierde, hoewel sulx aan het praedenter oordeel van uw hoog Edelens overlate, met nederig versoek om daar omtrent gemunieert te mogen worden met derselver gevenereerd geweelen ten eijnde te erlangen een spoedige decisie en afdoe„ ning van saken met den sulthan voormeld, welke dog na de huldiging met smert schijnt te verlangen en tegenwoordig gecampeert legt op Tjigandie, in zig zelven zeer sterk door twee rivieren die het omringen hebbende alaaar een hofje schoon van Ramboesen opgeslagen en reets een sterk detachement g'adsisteert met Eenige dragend: na het gebergte gesonden on said wiers volk verloopt op te zaekn en te verdelgen soo mede den Capitain steen= mulder na Lambajat een detachement dragend:s om pangerang Sinar, die zig daar onthield, des mogelijk in de kaars te doen vliegen, dog is van geen effect geweest daar dien den vijand op de vlugt en tot geen stand te brengen is, en de Continueele slag regens ons beletten de gebergtens verder in te dringen, nogthans. loop ik dat met de nieuwe man het meer ons wat gunstiger wesen mag, om die rebellen nog een neep te kunnen geven, hoe wel zij in de laaste actie daar den Capitain steenmulder soodanig gehavent zijn, dat he de lust naar Eerst wel zal wesen benomen, om een. Tweede zentamen soo desperaat te mogen ten minsten haar lieder verdeeling in drie temogen parthyen de 6 6 Van Java's oostCust den 12:' Novemb:r 1754. Van Java's oost Cust den 12. ' Novbbr: 1754. parthijen en den aanhang die bij den sulthan volgens rapporten van daar dagelijk accresseert, daet mij sulx praesumeeren en vast stellen, dat said zijn l hooft zal hebben uijtgesteelt indien god de wapenen nog eenigsints zegent„ schijnende althans zijn Chaarvader daar in mede goede moed te hebben, vermits mij versogt heeft, over denselven niet ongerust te wesen; den overste van assen„ „berch heeft mij de novo. versekering gedaan van des eenigsints mogelijk nog een aupture in het gebergte te doen, en ik den Capitain hoven gem: gor„ „donneert met het leeger op te rukken om van de vlaagjes te profiteeren en den depepattij van said de pels uijt te wassen. Den pangerangh singosarie heeft op mijn dikmaelige adhortatier eijndelijk bij 't sourabaaijs opperhoofd Rhever mede aansoek tot onderwerping gedaan; mitshem het bestier over Cadierie opge„ „dragen wierde, dog geconsidereert hebbende dat men diergelijke onderwerpelingen op dusdanige voorwaerden veele soude kunnen krijgen, heb ik dien schooijer, als niet te vreesen zijnde aangesz: van zig Ondertussen heb ik den radeen adipattij pringa„ Laija, die bestellen is geweest van 's Keijzers afstand brieven, soo aan mij als vaor uw hoog Edelens, en bij zijn komst terribel ontstelt was, en zeer ernstige termen naorgehouden, alle zijne slegte behandelingen, verregaande intrigues en neutraele Condutie in het bestier der hoofdse zaken zeedert eenige tijd herwaarts, en daar bij te kennen gegeven dat zijn leven en daad ge„ noeg saam in mijne handen was, het geen so veel inbluentie op hem had, dat hij zijn kris voor mijn voeten nederlijde en alschreijende deselve kuste en excuus versogt, met belofte van zig te zullen beteren en in den aanstaande de welvaart van den vorst en het rijk met meerder ernst en Candeur behartigen, het geen in de praesente Circum„ stantie gemakkelijk nog eens niet dien slimmen vos te probeeren is, daarom, en om andere redenen meer, te langdradig om bij den sulthan of soesoehoenangh te onder werpen en dat ik hem dan wel tot een voorspraek wilde verstrekken om in het Cadirische te blijven ingezag bij hier 6

NL-HaNA_1.04.02_2844_0225 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 12th of Novb: 1754 From Java's East Coast, under date 12th of 9ber: 1754. To record here and thereby trouble Your Right Honourables, I have also, in order to avoid frequent back-and-forth correspondence, summoned Commandant Abraham from Souracarta and ordered him to maintain the regent in everything, and to protect him wherever necessary, so as to give him from our side no reason for offense and complaint; which I shall also request of the soesoehoenang and recommend to this minister, while expressing thanks for the above-mentioned ceding; it remaining to be seen whether he will succeed or whether he will obtain results in case of contrary treatment, or whether he will again adopt his old devious ways. Wherewith shortening this, I have the honour to subscribe myself with deep veneration, in all faithfulness and obedience, below stood: Your Right Honourables' entirely obedient, humble, and bounden faithful servant, Hartingh, was signed: N: in the margin: Samarang, the 12th of 9ber: A:o 1754. Furthermore, I make known to my grandfather, the lord Governor-General, that the governor and director Nicolaas Harting has written me a letter concerning the ceding of half of the Desas and Tjatjas, as well as half of Java, to the sulthan Mancoeboemie, with which I am also content and very pleased, and hope that this may contribute to the welfare of Java. After the usual compliments. Translation of a Javanese letter written by the soesoehoenangh pacoeboeana senapattij Jngalaga abdul Rachman sauiden panatagama, holding court at soeracarta adiningrat, to his grandfather, the Right Honourable, Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, Governor-General, along with the other Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies; brought to salatiga on the 4th of 9ber: A.o 1754. Please turn over. From Java's East Coast, under date 12th of Novemb:r 1754. From Java's East Coast, under date 12th of Novb:r 1754. Translation. Java; furthermore, whatever Your Right Honourables' pleasure may be, I shall observe at all times, and I very earnestly request that Your Right Honourables will never forget me. All that lies upon my heart is stated in this letter. Below stood: End, and written on Saturday the 16th of the light soera a:o 1680. Translated there, J:s Gordijn, Translator. Lower: Agrees, was signed: W:m Fockens, Secretary. Translation of a Javanese letter written by the Sulthan Sena Pattij Singalaga abdul Rachman Sahidin Panatagama Pallipattolach of Mattaram Hadiningrat to his grandfather, the Right Honourable, Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, Governor-General of the Netherlands Indies; brought to salatiga on the 4th of 9ber: 1754. After the usual compliments. Furthermore, I have duly received Your Right Honourability's letter, and understood from it that you have honoured me with my name, for which I express my humble thanks; but, grandfather Governor-General! As regards half of Java, I request that it may be as I requested at the time I was in conference with the governor, and if that cannot take place, then I request to divide into half the Java's East Coast, under date 12th of Novemb:r 1754. From Java's East Coast, under date 12th of Novb:r 1754. Translation. the Mattaram, Padjang, Caddoe, Bagaleen, and mantjanagara; if that also cannot take place, then I request Mattaram and Cadoe alone, and if in that case anything should still be lacking to the half of the Tjattjas, that Banjoemaas and mantjanagara may then be added thereto. Furthermore, I choose Mattaram for my court. Below stood: End, and translated by J:s Gordijn, Translator. Lower: Agrees, was signed: W:m Fockens, Secretary. Furthermore, I make known to my grandfather, the lord Governor-General, that I have agreed with the governor and director Nicolaas Hartingh on the half of Java, but it is not yet divided; as regards Banjoemaas, if I receive something else in place of it, I leave such to the pleasure of my grandfather. Translation of a Javanese letter written by the sulthan Haming Coeboeana senapattij ingalaga Abdul rachman Sahidin panata Gama, Kalibattolach, to the Right Honourable, Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, Governor-General of the Netherlands Indies, brought to Salatiga on the 6th of 9ber: A:o 1754. After the usual compliments. request

Dutch transcription

407 Van Java's oost Cust den 12:' Novb: 1754 Van Java's oost Cust onder dato 12:' 9ber: 1754. Hier te verbaliseeren en uw hoog Edelens daar mede te vermoeijlijken, heb ik ook den Comman„ dant Abraham ter vermijding van veelvuldig over en weder schrijvens van Souracarta ontbooden en gelast den rijksbestierder in alles te mainctineeren, en de hand boven het hoofd te houden daar het noodig is, om hem van onse zijde geen reeden tot offensie en klagte te geven, 't welk ook den soesoehoenang versoeken en desen minister aanrecommandeeren sal, onder doak zegging voor den afstand baven gem: stellende het dan wel lukken of hij Lag na werken erlangen sal in Cas van Contrarie behandeling, of dat den selven weder zyn oude slingse wegen inslaat maat mede desen bekortende d' Eere heb mij met diepe vereratie in alle trouw en onderdanigheijt te tekenen /:onderstond:/ uw hoog Edelheedens gantsch gehoorsamen n onderdanige en trouw schuldige Dienaar Hartingh /was getekend:/ N: /:in margine:/ Samarang den 12:' 9ber: A:o 1754. Wijders maak ik mijn groot vader den heere. Gouverneur generaal bekent, dat den gouverneur en directeur Nicolaas Harting mij een brief heeft gesz: aangaande de aftand van de helft der Desas en Tjatjas, soo wel als de helft van Iava aan den sulthan Mancoeboemie, ben ik meede Content en daar over seer verblijt, en zoope dat sulx tot de welstand Na Gewoone voor reeden. Translaat Javaanse brief gesz: door den soesoehoenangh pacoeboerna senapattij Jngalaga abdus Rachman sahiden panatagama, hof houdende tot Soeracarta adiingrat, aan zijn groot vader den hoog Edelen hoog agtbaere Heere Jacob Mossel. Gouverneur ^ Benevens D' Verdere Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia; op salatiga aangebragt Den 4:' 9ber: A. o 1754. verte van E 407 Van Java's oost Cust den 12:' Novb: 1754— Van Java's oost Cust onder dato 12:' 7ber: 1754. hier te verbaliseeren en uw hoog Edelens daar mede te vermoeijlijken, heb ik ook den Comman„ dant Abraham ter vermijding van veelvuldig over en weder schrijvens van Souracarta ontbooden en gelast den rijksbestierder in alles te mainctineeren, en de hand boven het hoofd te houden daar het noodig is, om hem van onse zijde geen reeden tot offensie en klagte te geven, 't welk ook den soesoechoenang versoeken en desen minister aanrecommandeeren sal, onder dank zegging voor den afstand baven gem: stellende het dan wel lukken of hij Loo na werken erlangen sal in Cas van Contrarie behandeling, of dat den selven weder zyn oude slingse wegen inslaat waat mede desen bekortende d' Eere heb mij met diepe vereratie in alle trouw en onderdanigheijt te tekenen /:onderstond:/ uw hoog Edelheedens gantsch gehoorsamen nm onderdanige en trauw schuldige Dienaar Hartingh /was getekend:/ N : Samarang den 12:' 9ber: /:in margine:/ A:o 1754. Wijders maak ik mijn groot vader den heere. Gouverneur generaal bekent, dat den gouverneur en directeur Nicolaas Harting mij een brief heeft gesz: aangaande de aftand van de helft der Desas en Tjatjas, soo wel als de helft van Iava aan den sulthan Mancoeboemie, ben ik meede Content en daar over seer verslijt, en zoope dat sulx tot de welstand Na Gewoone voor reeden. Translaat Javaanse brief gesz: door den soesoehoenangh pacoeboeana senapattij Jngalaga abdul Rachman sauiden panatagama, hof houdende tot soeracarta adiningrat, aan zijn graot vader den hoog Edelen hoog agtbaere Heere Jacob Mossel. Gouverneur Benevens D' Verdere Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia; op salatiga aangebragt Den 4:' 9ber: A. o 1754. verte van 409 Van Java's oost Cust onder dato 12:' Novemb:r 1754. Van Java's oost Cust onder dato 12:' Novb:r 1754. Translaat van Java mag verstrecken; voorts wat van uw Hoog Edelheedens behagen is zal ik ten allen tijden observeeren en versoeke seer grotelijx dat haar Hoog Edelens mijn nooijt sullen vergeeten al het geene wat op mijn herte legt staat in desen brief vermelt /:onderstond:/ Eijnde en geszz: op saturdag den 16:' van het ligt soera a:o 1680. Getranslateerd Gordijn Translateur daar f:s (:Lager:) accordeert (:was getekend:) W:m fackens secretaris Translaat Javaense Brieff gesz: door den Sulthan Sena Pattij Singalaga abdul Rachman Sahidin Panatagama Pallipattolach van Mattaam Hadiningrat aan zijn groot vader Den Hoog Edele Haag Achtbaere Heere Jacob Mossel gouverneur generaal van Nederlands Jndia; op salatiga aangebragt den 4:' 9ber: 1754. Na gewoone voor Reeden. Wijders heb ik de brief van uw hoog Edelheijts wel ontfangen en daar uijt verstaan mij vereert te hebben met mijne naam, waar voor mijne nedrige dank betuijge; maar groot vader gouverneur generaal! wat aangaet de helft van Jasa versoek ik soo te moogen wesen gelijk versogt heb ten tijde met den gouverneur ingesprek geweest ben en als sulx niet kan geschieden dan versoek ik om in de helfte te verdeelen de 411 Java's oost Cust onder dato 12:' Novemb:r 1754. C Van Java's oost Cust onderdato 12:' Novb:r 1754. Translaat de Mattaram padjang, Caddoe, Bagaleen en mantjanagara, soo sulx mede niet kan geschieden dan versoek om de Mattarin en Cradoe alleen en als er in dat Cas nog iets - aan de helft der Tjattjas mogt komen te manqueeren dat dan Banjoemaas en mantjanagara daar bij gevoegt mogen worden. voarts kiese ik tot mijn hof houding de Mattaram /:onderstond:/ eijnde en getrans„ „lateert door J:s Gordijn Translateur /:lager:/ Accordeert (was getekend:) W=m bockens secretaris. Wijders maak ik mijn graot vader den heere 9 gouverneur Generaal bekent, dat ik met den gouverneur en directeur Nicalaas Hartingh g'accordeert heb met de helft van Java, maar nog niet verdeelt wat aangaat Ban joemaas indien daar wat anders voor krijge, stel ik sulx aan 't believen van mijn groot vader Translaat Javaanse brief gesz: door den sulthan Haming - Coeboeana senapattij ingalaga Abdul rach„ man Sahidin panata Gamo. Kalibattolach, aan den hoog Edele hoog agtbaere Heere Jacob Mossel gouverneur Generaal van Nederlands Jndia, op Salatiga aangebragt Den 6:' 9ber: A:o 1754. Na gewoone voor reeden. versoeke

NL-HaNA_1.04.02_2844_0229 view scan ↗

English

413 From Java's East Coast under date 12th November 1754. From Java's East Coast the 27th November 1754. overleaf I request my grandfather, if it may happen, that my name may remain as Sultan Hamengkubuwana, Senapati Ingalaga, Abdul Rahman Sayidin Panatagama Khalifatullah. As regards the division of half of Java, I would be satisfied if it were divided in such a manner, to wit: half of the Mataram, Pajang, Kedu, Bagelen, Manca-negara, Kalang, and Gowong, furthermore all small places; I request not to divide them into two, so long as I can only obtain half of Java. /:below stood:/ End, and translated by J:s Gordijn, Translator. /:after collation it agrees /:signed:/ W:m Backens, Secretary. Still looking forward with longing to the reply to my humble letters of the 16th and 21st of the past month, and of the 1st and 12th of this month, in order to be able to make a beginning with the division of the lands as soon as possible, I have the honor dutifully to inform Your Right Honourables that the following of the Sultan increases daily, and that the court at Surakarta, where they also begin to put their hands to the plow, is likewise beginning to revive a little, Right Honourable, Highly Esteemed, Valiant, Widely-commanding Lord and Well-born Lords. Batavia To The Right Honourable, Highly Esteemed, Valiant and Widely-commanding Lord, His Right Honour Jacob Mossel, Governor-General, and the Well-born Lords Councillors of the Netherlands Indies. being 415 From Java's East Coast the 27th November 1754. From Java's East Coast the 27th November 1754. being sent thither by my order, and to show their submission to the prince: the Tumenggung Mangkunegara, Raden Sumodiridjo, Kertanadi, Wana Yuda, and Brayin, mantris; who successively came to submit themselves to Captain Steenmulder at Morban, where he is currently encamped, a place very solid, very well and conveniently situated in the heart of Laid his country; whose people already appear in large numbers with their firearms in their red and yellow dress and place themselves under their lawful chiefs; that officer having hope that the two brothers of the Mataram Tumenggung Radjaniti, by name Noyo Truno and Suramanggala, along with several others, will also follow that footstep, since the distress of famine drives them out of the mountains and forces them to leave the side of that rogue, which Djayaminata would also already have done if he were not kept under guard, as the rumors in that regard are confirmed. Pangeran Timor sought on the 20th of this month to make himself master of Tembayat, The force of Laid, with which it is believed that he should lie at Geneng south of the Mataram, is estimated in all at circa 600 men, and thereupon the repeatedly mentioned officer on the 24th ultimo sent out under Captain Kirchvogel a strong detachment of Dragoons, and from the other side of Madyo also caused Captain Kiedlet to advance, in order to attack that rabble on the flank from both sides, and from there to dislodge them again to the mountains, in order to keep them locked up therein as much as possible, since one can no longer act offensively because of the heavy rains, and the greatest damage will thereby be inflicted upon that rebel, because his people, for lack of provisions, as has been said above, Kacoran, etc.; but was prevented therein by a detachment of the said Steenmulder, which drove him to flight into the mountains to Kali-Kessing and also dislodged him from there, with the abandonment of some horses, etc., currently lying at Kabanaran, where the priestly pangerans Gunung and Alas have their residence. Kacoran will V ƒ 417 Java's East Coast the 27th November 1754. From From Java's East Coast the 27th November 1754. will have to desert; thus losing his following and firearms, not to mention that he is already unable to use the latter for lack of gunpowder. For the better protection of the Mataram and the lands of Pajang, I have authorized Colonel von Offenbergh, if he deemed it necessary, to summon thither the detachment from Bagelen, for which one presently has nothing to fear, as he has indeed already given orders to that end; and the Sultan's intention was communicated to us to change camp and take up his encampment at Nguter during the bad season, as being well-situated, lying on the Solo river and near the entrance to the mountains, that prince thinking that the peoples of Ponorogo, Madiun, and Jagaraga will sooner come to submit to him there; besides that too long a stay in one place often causes much illness among the troops, for which reason I have also the more approved such—since he maintains that he will better be able to sustain his army there—in so far as His Honour found it beneficial and least burdensome to transport thither the necessary provisions to our army there, with which however, if the present moonlight, which also looks rather watery, is not somewhat favorable to us to attempt anything further, as the said Colonel otherwise seems to intend, one will have to remain inactive as long as the rainy season lasts and prevents us from entering the mountains, according to the writing of that chief officer, whom I have also therefore, awaiting Your Right Honourables' favorable approval, permitted to come down here toward the middle of the coming month, and to bring along, to be discharged here, as many natives as can in any way be spared from the expenses there and at Surakarta; and meanwhile to transfer the authority over the army upon his departure to Captain van de Poll, in order thus to continue as Commander, and Captain Dankel as Commissioner with His Highness, who his court camp very

Dutch transcription

413 Van Java's oost Cust onder dato 12:' Novb:r 1754. Van Java's oost Cust den 27:' 9ber: 1754. verte versoeke mijn groot vader, indien het kan gebeuren dat mijne naam mag blijven als sulthan Homing Coeboeana, senapattij ingalaga, abdul rachman sahidin panata gama kalifattalagh, wat aangaat de verdeeling van half Jana soude ik mijn gerust stelle, indien het op soo een manier verdeelt wierd te weeten: de helbt van de Mattaram padjang, Cadoe Bagalen mantja„ na gara Calangh, en Gawong, vaarts alle kleene plaatsen, versoeke niet in twee te verdeelen als ik maar de helbt van Jana bekomen kan. /:onder stond:/ Eijnde en getranslateerd door J:s gordijn Translateur /:liger accordeert /:getekend:/ W1=m backens secretaris. tot verlangen als nog te gemoet zijnde het antwoord op mijne onderdanige letteren van den 16:' en 21:' der gepasseerde, en van den 1:' en 12: deser maand, om met de verdeeling der landen hoe eer hoe Leener en begin te kunnen maken, heb ik de Ee uw hoog Edelens schuldplig„ tig te bedeelen dat den aanhang van den sulthan dagelijks. accesceert, en dat het hoff tot soura„ carta alwaar ien ook hauden aan den ploeg. begint teslaan, mede en weijnig aan't opluijken raakt, Hoog Edelen, Hoog Agtbaren gestrengen wijd gebiedenden Heere en wel Edele Heeren Batavia Aan Den Hoog Edelen Hoog Agtb:e gestrenge en wijd gebiedende Heere zijn Hoog Edelheijt Jacob Mossel Gouverneur Generaal ende Wel Edele Heeren Raden van Noberlands Jndia zijnde 415 Van Java's oost Cust den 27:' 9ber: 1754. Van Javas oost Cust den 27.:' 9ber: 1754. zijnde derwaarts ter mijner ordre opgesonden en aan den vorst hunne onderdanigheijt te bewijsen den Tammongong Mangonagara radeen simodi„ „ridjo, Cartanadie, wono Judo en Braijin mantries; dewelke zig successive bij den Capitain Steenmulder sijn komen onderwerpen op Morban daar hij thans gecampeert legd, een plaats zeer vast, heel wel en bequaam geleegen in het hartje van Laid zijn Land; welkers. Capilles al in meenigte met hun geweeren in haar raad en geden. habit komen opdagen en zig begeven onder hunne wettige hoofden; hebbende dien officier, hoope dat de twee broeder van den Mathorins Tommangang Radjaniti in name Nojo Trans en soera„ mangala nevens meer andere dat voetspaar mede volgen zullen, daat dien de langers= nood Een uijt het gebergte drijft en naadsaakt de zyde van dien swerre te verlaten, 't geen Djajaminata mede al soude gedaan hebben in dien niet in verseekering gehouden wierd, zo als de gerugten daar omtrent worden geconfitmeert Den Pangerang Timor heeft den 20. lujus zig soeken meester temaken van Lambajat De magt van Laid waar mede men wel dat hij op Genettij besuijden de Matsaaria Leggen soude, word begroot in alles op Circa 600. man, en daar op heeft meermelde officier den 24:' Jongstleden, onder den Capitain kirchuet een sterk de tachement Dragendens uijtgesonden, en van de andere kant van Madjo. ook laten oprukken den Capitain kiedlet om dat gespuijs van weerskanten op de luijt te vallen, en van daar wede te doen vernestelen na het gebeagte, om het selve daar in so veel mogelijk opgesloten te houden, ter wijl men dog niet langer om de swaervallende regens offensief ageeren kan en dien rebel daer door de meeste afbreuk sal werden toe gebragt, om dat sijne volkeeren mits gebaak aan Levens middelen zo als boven is gezegt, Catjoran ensz: maar is daar in verhindert door een detacchement van gem: steenmulder 'twelk hem op de vlugt heeft gedreeven na't gebergte op Cali=kissing en van daar ook doen delogeeren met agter lating van eenige paarden &.:a, leggende tegenwoordig op Cabanarran, alwaar de priester= lijke pangerangs Goenong en allas hun wooning hebben Catjoram sullen V ƒ 417 Java's oost Cust den 27. ' 9ber: 1754. Van Van Java' oost Cust den 27:' 9ber: 1754. sullen moeten verlopen; rakende dus zijn aanhang en geweiren quijt, ongereekent dat hij alreede buijten vermogen is de Laeste te gebruijken mits gebrek aan kuijt Tot beter dekking van de Mattaam ende Landen van padjang heb ik den overste van offenbergh des noodig agterde gequalificeert, het de tachement uijt de baggaleen, waar voor men thans niets te vreesen heeft, derwaarts op te roepen, gelijk daar toe ook al ordre heeft gestelt, en wij gecommunicieert des sulthans voorneemen em van Leger=plaats te veranderen en zijn Com„ pement te betrekken op oeter Geduurende het quade saiso als wel gesitueerd leg„ gende aan de revier solo en nabij den ingang van het gebergte, denkende dien voast dat zig daar eerder de volkeren van Pranara„ „ga Madia en Jagarago aan leur sullen komen submitteeren; buijten dat ook een te Lang verblijf op en plaats dikwijls veel ingesondheijt onder het krijgs volk verwekt, en waarom ik sulx ook te meer„ om dat hij sustineerd doar beter zijn Leger te sullen konnen onderhouden g'approbeert heb voor so weare zijn E: dat leijlsaan, en minst beswaarlijk vonden derwaats te transpoteeren de noodwendige behoeftens naar ons leger aldaar, waar mede men dog, so niet eenigsints het tegenwaordig maarligt dat 'er ook al met wateragtig uijt ziet, ons fanorabel is om nog iets te tenteeren, so als gem: over sten anders van intentie schijnt te zijn, buijten activiteijt sal moeten blijven so lang de regen tijd duurt, en ons belet het gebeagte in te dingen volgens het gesz: van dien hoofd officier welken ik ook daerom onder inwogting van Uw Hoog Edelhns gunstige approbatie heb gepermitteert, tegens medio der aanstaande maand herwaarts aftekomen, en gelost mede te brengen, om hier afgedankt te worden, zo veel Inlanders als daar, en op soera Carta te kippen maar eenigsints uijt de kospen zullen zijn, mitsgaders het gesag over het Leger bij desselfs de part intussen op te daagen aan den Capitan, van de poll, om dus als Commandant en den Capit:n Dankel als Commissiant te blijven Continueeren bij zijn hoogheijt, welke sijne hofhouding leger seer

NL-HaNA_1.04.02_2844_0232 view scan ↗

English

419 Java's East Coast, the 27th of November 1754. From Java's East Coast, the 17th of December in the year 1754. made very brilliant, having magnificently outfitted and distinguished his warriors, dressing those under Pangeran Depati in blue cloth, and those under Pangeran Jagabaya in black cloth, the latter representing a sacred vestment in imitation of the priests. The Sultan has also recently outfitted a detachment of his people in new attire, so handsomely that it was a delight to see, and sent them out toward the borders of Kedu and Lowanu against the rabble lingering there, although without effect because the same immediately took flight, which brought about such bitterness in him that he in fact sacrificed a large stretch of the Kedu region to the flames. The Eastern Beach regents of Jepara and Demak, who marched out at the same time with the army from Tanjong, have also already returned, because his said Highness has finally taken upon himself the provisioning of our army with victuals, which are everywhere very scarce in those regions. I take the liberty henceforth to conclude this herewith and to profess that I remain with the deepest respect, Your Excellencies' entirely humble, very obedient, and faithfully devoted servant, was signed N.s Hartingh In the margin: Semarang, the 27th of November in the year 1754. Besides the brothers of the Mataram Tumenggung Rajaniti, of whom I had the honor to make mention in my humble letter of the 27th of November, named Raden Suramenggolo and Noyo Trono, the Ngabehis have since submitted to Captain Steenmulder, now Major and head of the militia on this Coast, who together with me most respectfully conveys his gratitude to Your Excellencies for his promotion to that post, the chief of the High Noble, Right Honorable, Rigorous, Widely Ruling Lords and Well Noble Lords Batavia To the High Noble, Right Honorable, Rigorous and Widely Ruling Lord, His Excellency Jacob Mossel, Governor General, and the Well Noble Lords Councilors of the Netherlands Indies. Java's southern 421 From Java's East Coast, the 17th of December 1754. From Java's East Coast, the 17th of December 1754. southern mountains, Raksa Jiwa of Blimbing, mantri, along with several other mantris of Pulowatu and Pajang, too many to be expressed here by name, and so many subjects of Said, even with several company banners, that this officer writes to me that he can form a whole company out of them, they being unable to recount sufficiently how dreadful and miserable conditions are with that rebel. Jayaminata has also left him, though without anyone knowing where, and he cannot capture his little sister, which is what he is after, almost his entire family having likewise come over to us. Likewise the two brothers of Martanagara of Adilangu, who say that he will also follow within a day or two, which, should it occur, leaves nothing to fear for the Bagelen, currently left occupied, at the request of Ario Binang, solely with 12 Europeans and 20 Natives, since he was always the principal raider there. Thus everything proceeds favorably in Mataram and the land of Pajang; great and small rejoice there and set their hands to the plow to cultivate again the precious lands of those regions. From Pangeran Timur's outposts, a Lurah has also joined our forces with a company banner and 3 muskets, and a Buginese Corporal taken prisoner of war by Said at Brijo has deserted back to the Company, confirming that the scarcity of provisions and the mortality of horses is very great with him, and his force is no larger than 600 horses, which on the 13th instant at Kartasura was again so severely mauled by Captain Kirchhoff in his expedition to the mountains that on the battlefield, not counting the wounded, alone about 20 dead remained and 2 company banners with 10 to 12 muskets were captured. From our side in that action, Sub-Lieutenant Hoffman was mortally wounded by a bullet, succumbed to his injury, and was buried with all honors as a brave soldier at Majo, the vanguard of our army at Morban in the Pajang region, for whose death the Cornet Pap Tanko made that rabble pay richly, with himself the

Dutch transcription

419 Java's oost Cust den 27:' 9ber: 1754. Van Java's oost Cust den 17:' xber: A:o 1754. Seer brillant maakt, hebbende zijne krijgs volkoren pragtig uijtgedost en gedistingueerd met die onder den pangerang de paltij in't blauw, en onder den pangerang zagabij in't swart Laken te kleeden verbeeldende het Laeste een heijlig gewaad in navolging der priesteren Ook heeft den sulthan kortelings van zijne volkeren in't nieuw uijtgedast so braeij dat het een lust was te zien een detache„ ment na de grensen van kattese Cadoean en. Laao. uijt gezonden, op het zig daar onthoudend gesprijs hoewel. zonder ebbect om dat het selve ten Eersten devlugt nan, het geen zulk een verbettering bij hem te weeg bragt dat hij de facto een groote streck van het Cadaeanse aan de ulamme liet opofferen De ooster strand regenten van ze paar en damak, welke met het leeger van tanjong tegelijk zijn opgerukt, zijn ook be„ reets weder gereverteerd, om dat ged:e zijn hoog „heijd eijndelijk op zig genomen heeft, de ander„ „houding van ons leeger met levens=middelen, welke in die Contreije alomme zeer schaars zijn Jk neem de vrijheijd desen voorts hier mede te be korten en te betuijgen, dat ik met de diepte hooffagting be /:onderstond:/ uw hoog Edelens gants onderdanigen zeer gehoorzamen en trauw schuldige Dienaar /:was getek:d/ N:s Hartingh /in margine:/ Samarang den 27:' 9ber: A:o 1754. duijten de broeders van den Mathaams Tommongang. Radjamitie, waar van de eer heb gehad mentie te maken bij mijn onderdanig schrijvens. van den 27. 9ber: in name Radeen Soeramongalo en Noja. Trono Jngabijs zijn zig zederd aan den Capitaan Steenmulder nu Majaar en hoofd van de militie te deeser Custe die met mij uw hoog Edelens voor sijne verhebbing tot die Charga op het eerbiedigste zijne dankbaarheijt aflegt, komen onderwerplrijff het hoofd uijt het Hoog Edele Hoog agtb=e Gestrengen wijd gebiedende Heere en wel Edele Heere Batavia Aan Den Hoog Edelen Hoog Achtbaren. gestr:e en wijd gebiedende. Heere zijn Hoog Edelheijd Jacob Mossel gouverneur Generaal ende Wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Javas zuijder 7 421. Van Iava's oost Cust den 17:' xber: 1754. Van Java's oost Cust den 17:' xber: 1754. Zuijder gebergte Racxa Djewa van Mlimburg mantrie met meer andere mantaies van poela-watte en padjang te veel om hier bij niet name te werden uijt gedrukt en so veel onderwerpelingen van said, selfs met verscheijde vendels, dat dien officier mij schrijk daar uijt een heeft everquadaa te kunnen formee„ ren, kunnende zij niet genoeg verhalen, hoe naar en elendig het bij dien rebel gesteld is; Djajaminata is ook al van hem, wel sonder dat men weet waar en kan sijn zoartje daarom het hem te doen is, niet magtig warden, zijnde genoegs aan desselfs geheele bamilie meede tot ons overgekomen so ook de twee broeders van Martana „gara van Adilangoe, welke zeggen: dat hij binnen een dag a twee mede volgen zal, het welk geschiedende, heeft men voor de Baggaleen tegenwoordig op arong Bi„ nangs versoek nog beset gelaten eenlijk met 12: Europeesen en. 20 Jnlanders, niets te vreesen also hij daar altoos de voornaamste stroopen is geweest, gaande het dus alles voordeelig in de mattarm, en het land van padjang; groot en kleen verheugt zig daar, en slaat de handen aan de ploeg, om de kostelijke landen dier Centrijn weder te bebouwen: van den pangerang. Timor zijne voorwagters heebt sog ook een Loera met het vendel en 3. suaphaans bij de onse vervoegt, en is van said weder tot de Comp: komen overloopen een door hem op Bridjo krijgs gevangen gemaakten boeginees Corporaal Confirmeerende, dat de schaarsheijd van levens middelen. sterbte van paarden 5: selt groot bij hem is, en sijn magt niet grooter als 600. paarden, welke den 13:' hujus op Cartasatje door den Capitain kirchuet in zijne Expeditie na het gebergte weder zo destig gehavent is dat op het slagveld on gereekent de gequesten alleen gebleeven zijn in de 20. daaden en 2. rendels met 10. â 12 snap„ haans verovert, zijnde van onse kant in die aitie den sous Lieut:t Hofbman met een koogels. doodlijk gequest aan zijne blessure overleeden en als een broof zoldaat op Madjo de voorhoede van ons. leegen op morban in het padjangse met alle hameur begroaven wiens dood den Cornet Pap Tanko dat ge„ spuijs rijkelijk heeft betaalt gezet, met zig den

NL-HaNA_1.04.02_2844_0234 view scan ↗

English

From Java's North-East Coast, 17 December 1754. From Java's North-East Coast, 17 February in the year 1754. to pursue the enemy deep into the mountains, to run him and his horses down, to kill and wound many, so that he gained very little thereby and will be afraid to appear on the plains again so easily. With the Sultan, who upon my considerations regarding the breaking of camp has remained encamped with his army past Ganti, matters are shaping up no less favorably. Jagaraga and Camagittan have submitted to him, where it is hoped that Madiun and the other mantjanagaras will also join in the near future; likewise Rariodiepoero with three court mantris of Said, and from Pranaraga Raden Martamangolo, eldest son of the slain Regent of Pranaraga Raden Adipati Soeradiningrat, whose former prime minister Margo Emo I assigned to him, and which Martamangolo it is believed brought the principal chief of that vagrant into subjection. In On the head of Said, who is currently sick or, as they say, scabious, I have placed a bounty of 1000 rixdollars for the encouragement of the soldiers, and half, or 500 rixdollars, for the other rebellious princes, in the hope that Your Right Noblenesses will be pleased to approve this, the more so because the Sultan seemed rather keen on it, the same having newly given me assurances that, upon capturing Bagus Buang, The river Lolo is open again and navigable as far as Awi. regard to the first, namely the submission of the Jagaraga people, His Highness personally gave me communication, and moreover, though not in a mocking manner, responded in a letter written in answer to my request that he exercise a little patience regarding the partition of the lands until I should be strengthened in that regard with the esteemed orders of Your Right Noblenesses, positing that Java's welfare, through him and through us under Heaven's favor, had to be advanced in that alone. regard to 425 From Java's North-East Coast, 17 December 1754. From Java's North-East Coast, 17 December 1754. he will surrender him to the Company, as well as his wives and little daughter, of whom His Highness is already master. While this was thus far brought in readiness, I had the honor to receive Your Right Noblenesses' much respected secret letter of the 5th ultimo, in accordance with whose esteemed tenor I shall strictly observe and ensure, during the division of the lands between the Sultan and Susuhunan, that in the districts and regencies falling to the share of the latter, no chiefs are placed who might embrace the party of the former and be too devoted to it. It will likely be late January before I can undertake the journey upcountry to pay homage to the Sultan: partly because one will need to adapt somewhat to the season and the circumstances of the times, and partly because the act of homage itself will have to take place in a pompous manner, as both princes are beginning to make a great show and outdo one another in the attire As regards the discharge of their subjects, and for this purpose some preparations will be necessary that require time and cannot be put in order so quickly. Nevertheless, for his peace of mind I shall have Your Right Noblenesses' letter delivered to him at once and, on that occasion, request the appointment of plenipotentiaries on both sides for the partition of the lands. Meanwhile, I cannot omit expressing to Your Right Noblenesses my dutiful gratitude for the favorable approval both in respect of the orders I issued concerning the moving into winter quarters of our armies, and regarding what was transacted with the Sultan and the Susuhunan for the ceding of half of Java to the former; which latter the Surakarta Commander Abrahams just this moment informs me is visited with fever and moreover covered in pimples, while his eye ailment has also increased again, though it is beginning to improve. their of the 427 From Java's North-East Coast, 17 December 1754. From Java's North-East Coast, 17 December 1754. of the native troops, of whom approximately 2500 men have been discharged from service during my administration here, most during the past four months, which alone will save the Company a considerable sum in its annual expenses. I propose that this cannot be done across the board before autumn and that provisionally things should be left as they are in order everywhere to conserve the Company's authority and not suddenly divest ourselves of everything, since experience has taught that such has often brought about bad consequences, and we will indeed require some troops in the present circumstances concerning the partition of the lands and the homage of the Sultan, as well as to pursue Soeriacoesoema, who must be attacked with force, in the mountains in the coming spring and eradicate the seed of all rebels. Now that peace is not only near at hand, but I even flatter myself that I shall soon be able to congratulate Your Right Noblenesses upon it and upon the restored tranquility, which has now been sought so long at the cost of manifold treasures and blood to bring an end to the troubles that have endured for so many years, because all peoples will gradually desert the said Said, and then nothing will be to be feared from him along the coastal regions, which are in profound tranquility, even though we will be able sufficiently to cover them with our garrison, especially when the small coastal regencies are subordinated to and as it were incorporated into the large ones according to the intention of Your Right Noblenesses; and I have the honor to report that on that basis I recently appointed Raden Tumenggung Raxanagara, First Regent of Tegal, as wedana over Pemalang and Brebes, as is also about to happen with the Semarang Adipati Soeradimangala over Demak, Kaliwungu, and Kendal, and of Concerning

Dutch transcription

423 Van Java's oostCust den 17:' xber: 1754. Van Iava's oost Cust den 17:' Feber: A:o 1754. den vijand diep in't gebergte te vervolgen hem en zijne paarden af te Jagen veele te dooden en te quetsen; so dat hij daar bij met veel zijde gesponnen heebt, en bevreest zal zijn weeder soo ligt op de vlakte te voorschijn te koomen. Bij den sulthan, welke op mijne Consi„ „deratien over de opbraake met zijn leegen na oeter op gantie is blijven. Campeeren, schikken sig de zaken niet minder fano„ „rabel, hebben de Jagaraga en Camagittan waar bij men hoope heeft dat Eerstdaags zig ook staan te voegen madian en de verdere mantjanagaras aan denselven sig onder„ worpen. so ook rariodiepoero met drie hoff= mantries van said, en uijt het pranaragase radee martamangolo, oudsten zoon van den afgemaakten regent van pranaraga radeen. Adipattij soeradiningrat, wiens geweese eerste minister Margo. Emo. denselven heb toegevoegt, en welke martamongolo men wel dat het voornaamste hoofd van dien swerver heeft 't ondergebragt; ten Op het hoofd van said die tegenwoor„ „woordig siek of / so men segd/ schurft is. heb ik tot encouragement der krijgsknegten een promie gesteld van 1000. rd:s en van de ande„ „re Rebelleerende princen de helft, ofte 500. a rd:s in hoop dat uw Hoog Edelens sulks sullen gelieven te approbeeren, te meet om dat den sulthan daar wel wat op gesteld scheen, hebbende den selven op nieuw mij verseekering gegeeven van Bachus Boeang in houden krijgende De rivier Lolo is weeder open en tot awie bevaarbaer opsigt van welk eerste of de onderwerping der Jageragers zijn hoogheijd mij selfs heeft Communicatie gegeeven, en extra, hoewel niet op een lachieuse wijse gecasubeert bij een brief in antwoord gerigt op mijn versoek dat hij nog wat patientie wilde oeffenen omtrent de verdeeling der landen tot dat des weegen met uw hoog Edelens. g'eerde beveelen zoude weesen gesterkt, als stellende dat Javas wel stand alleen daar hem en wij onder shemels begunstiging moest werden bevordert opsigt aan 425 Van Java's oost Cust den 17:' xber: 1754 Van Javas oost Cust den 17:' xber: 1754. aan de Comp: te zullen overleeveren. zo ook sijne vrouwen en dogtertje waar van. sijn Hoogheijd al meester is. — Terwijl deesen dus verre in gereetheijd was gebragt, had ik de eer te recipieeren uw hoog Edelens veel gerespecteerde secrete missive van den 5:' Jongstl:, Conborm welkers, g'eerden te neur ik stipt in observantie neemen en bij de verdeeling der landen tussen den sulthan en soesoehoenang bedagt wesen sal dat in de districten en regentschappen, Laast gemelde ten deele wordende geene hoofden werden gesteld, welke de parthij van den Eersten mogten om helsen en te zeer weesen toegedaan, sullende het nog wel ult:o Januarij worden eer ik de rheijse na boven zal kunnen onderneemen, om den sulthan te huldigen; eensdeels, om dat men sig wat sal dienen te schikken na het saisoen en de tijds omstandigheeden, en anderen deels om dat de luldiging selfs, vermits beijde de vorsten den een teegen den anderen zeer beginnen te brillieeren en uijt te munte in de kleeding Wat aanbelangt de afdanking harer ondersaten, op een pompeuse wijse zal moeten geschieden, en daar toe nog wel eenige preparatien zullen nodig zijn, die tijd vereijs„ „schen en so schielijk niet kunnen werden in ordre gebragt, nogthans. sal ik hem ter sijner geruststelling uw hoog Edelens missive ten Eersten doen bestellen en bij die geleegentheijd versoeken van weerskanten gevolmagtigdens. te benoemen tot de ver„ deeling der landen, terwijl in middens niet voorbij kan uw hoog Edelens mijn schuldige dankbaarheijd te betuijgen voor de gunstige goedkeuring so in opsigt van mijne gestelde ordres op de betrecking der winter quartieren van onse. Leegers, als het verhandelde met den sulthan en den soesoehoenang tot afstand der helft van Iava aan denselven, welk Laasten den Souracartas Commandant Abrahams mij zo momentlijk berigt, dat met de koorts besogt en daar bij met puijsjes bezet is, ook zijn ongemak aan het oog weeder toegenomen, dat egter be„ gint te Leeteren haaer der 427 Van Java's oost Cust den 17:' xber: 1754. Van Java'soost Cust den 17:' xber: 1754. der inlandse militairen waar van geduu„ rende mijne regeering alhier Circum Circa 2500. koppen uijt den dienst ontslagen sijn; de meeste in de Jongste vier maanden 't geen de Comp:s Jaarlijks in haar Lasten alleen een aansienlijke som zal besparen. stel ik dat die over alle voor herst niet ken gaan en bij provisie daar bij diende gelaten te worden om 's Comp: gesag alomme te Conser„ veeren, en sig niet eensklaps van alles te ent doen, dewijl de ondervinding geleert heeft dat sulks veeltijds sligte gevolgen heeft te weeg. gebragt, en men Lo. wel bij de presente omstandigheeden rakende de verdeeling der landen en. huldiging van den sulthan eenig volk sal beno„ digt hebben als. om. soeriacoesoema die met geweld moet aangegreepen worden, in het aanstaande voor Jaar in de gebergtens te agtervolgen en de mortel van alle rebelle uijt te roeijen, nu de vreede niet alleen na bij is maar jk mij selfs flatteeren uw hoog Edelheedens daar meede en met de herstelde rust, die nu so lang ten kosten van veel vuldige schatten en bloed is gesogt, om een eijnde te krijgen, van de nu so veel Jaaren getrakteert hebbende troubelen, binnen korten te sullen mogen belici„ „teeren, door dien alle volkeren allengs„ „kens van ged:e said zullen verloopen, en dan van. lem, aan de stranden die in een diepe rust zijn, niets te dugten weesen onaangezien wij deselve niet ons guarnisoen genoegsaam zullen kunnen Dekken voor al als de kleene strandregentschappen de groote onderschikt en als ingelijst zijn volgens de Jntentie uwer Hoog Edelheedens, die de eer heb te mel„ „den dat den Radeen Zommon„ „gang Raxanagara eerste regent van Tagal op dat fondament Iongst heb. aangesteld tot wedeu over pamalang en Brebes, gelijk ook staat te geschieden met den Samarangs Adipattij Soeradimangala over Damak Caliwoengo Candal en van Ter

← previous