Inventory 2844
Surat · 241 pages · 109 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Malabar the 27th July 1754. From Malabar the 27th July 1754. of the French from Pondicherry to the aid of the Maldive Sultan, with whom Ali Raja is at war, having appeared at those islands and on the 11th March last made chase on a sloop belonging to him, Ali Raja, but being unable to advance on account of a calm, had sent out the ship's boat and cutter, equipped with swivel guns and armed men, to overtake and board the said sloop of Ali Raja. To that end, both having approached the sloop very closely, they were, contrary to their expectation, hit so well by Ali Raja's men that both the boat and the cutter were sunk, whereafter the aforementioned sloop of Ali Raja, with the falling of the evening, slipped out of sight of the French and safely landed at one of the Laccadive Islands. And by letter of the 20th June last the servants continue the aforesaid passage in this manner, that at the summons of Ali Raja the most prominent Moors from Quilandy up to Mount Delly assembled at the Moorish bazaar there to consider and deliberate over the hostile enterprises of the French at the Maldive and Laccadive Islands, to the detriment of the said Ali Raja. In which gathering it was decided, before commencing the slightest hostilities against the French, to send an embassy of some distinguished persons to Pondicherry to divert the French gentlemen from their designs, if possible, by reasonable representations. And pursuant thereto, four principal Moors with an escort of 12 armed men were to have departed via Palghat through the mountains to the other coast. The well-known Moorish rover, Cotta Marakkar, also made his appearance at the aforementioned gathering, on which occasion the chief Weyerman had this Marakkar sounded out unnoticed, and discovering his inclination to live in peace with the Company, a meeting took place between Weyerman and the said Marakkar through the mediation of Ali Raja, in which Cotta Marakkar, in the presence of Ali Raja, promised henceforth all people From Malabar the 27th July Anno 1754. From Malabar the 27th July 1754. peoples and vessels that come and go, sailing under the Company's passes and flags, not only to allow to pass freely and unhindered, but even, if need be, to render them all possible help and assistance. Wishing to bind himself in writing to that end, and for greater confirmation thereof, to have his nephew and heir Cutti Hassan deliver several candys of cardamoms cabessa to the Company in the upcoming summer season. Which offer appeared to us too favorable not to accept, and therefore we shall give the chief Weyerman authorization to engage with the nephew and heir of Cotta Marakkar as a prominent cardamom supplier, and to accept the voluntarily offered written obligation of Cotta Marakkar himself, considering we are assured that Your High Excellencies will take all pleasure in the increase of the cardamom trade and the establishment of friendship and agreement with those who are otherwise capable of making the waters unsafe and dangerous for us and ours. In the month of October next we shall have the honor of making a further report to Your High Excellencies of affairs that may occur in the meantime, and in the meantime remain with all devotion and high esteem, was written below, High Honorable, stern, highly respected and widely commanding Lords, lower, Your High Excellencies' humble and obedient servants, was signed, Frederik Cunes and Nicolaas Bowijn, in the margin, Cochin the 27th July Anno 1754. We have forgotten to mention above that the King of Cochin at present maintains his residence at Tripunithura, and according to the general rumor has placed the helm of his kingdom into the hands of the King of Thekkumkur, to govern the same according to his discretion and pleasure. Translation
Dutch transcription
307 Van Mallabaar den 27:' Julij 1754. Van Mallabaar den 27:' Julij 1754. van de franschen uit pandacherij tot behulp van den maldivosen sultan, waar mede adij ragia in oorlog is, aan die eijlanden verscheenen waren en den 11:' maart pass:o Jagt gemaakt hadden op een Chialoup van hem odij ragia, dog dat wegens stilte niet kunnende advan„ ceeren. de scheeps=bood en schuid met bassen en gewapende manschappen voorsien uijt gesonden hadden om gewaagde Chialoup van Adij Ragia te agterhalen en enteren, ten dien einde, beide, de Chialoup zeer kort gena„ dert zijnde, wierden ze tegens hun ver„ wagting van adij Ragias volkeren zoo wel getrobben dat zoo wel de bood als de schuid gesanken zijn, zijnde vervolgens meerm: Chialoup van adij ragia met het vallen van den avond de Franschen uit 't gesigt geraakt en aan een der Lekkerdiverse Eijlanden behouden aangeland, en bij briev van den 20. ' Junij pass:o vervolgen de bediendens voortz: passagie in desen voegen dat op het ontbod van Adij ragia de meeste voorname mooren van Coilanddij af tot aen Caab Mantedellij toe, op de moorse bazaar aldaar vergadert zijn om te over„ wegen en raad te pleegen over de vijandelijke ondernemingen van de franschen aan de maldirose. en Lekker divose Eijlanden, ten nadeele van gem: Adij Ragia in welke bij een komst beslooten was, alvoorens de minste vijandelijk„ „leden, tegens de branschen aan te vangen, eenige int Een Lieden ingesantschap na pondicherij te senden om was het moogelijk de heeren branschen door billijke vertoogen van hunne desseinen afte Leiden, en ingevolge van dien zouden vier principaalen maaren met Een gevolg van 12. wapendragers over pali„ catcherij door het gebergte na de overkust vertrokken zijn l Den wel bekenden moars raver, Cotta Marcaar, heeft zich mede in voorm: bij een komst laten vinden bij welke gelegentheid het opperhoofd Weijerman desen karcaar eens ongemerkt heebt laten sonderen en ontdekkende, zijne inclinatie, om met de Comp: in vreede te leven; zoo is tusschen weijerman en gem: Marcaar daar tusschen komt van adij ragia een ontmoeting voorgevallen maar in Cotta Marcaar, ten bijwesen van Adij ragia beloofde na desen alle onderneemingen volkeren 309 Van Mallabaar den 27:' Julij A:o 1754: Van Mallabaar den 27:' Julij 1754 volkeren en vaartuijgen die met 'sComp:s passen en vlaggen over en weer gaan en varen, niet alleen vrij en onverhindert te sullen laten passeeren maar ook selfs desnioods aan deselve alle moogelijke hulpe en bij stand bewijsen willende ten dien bine zich schriftelijk verbinden, en tot meerder bevestiging van de= selve door zijn Neef en erfgenaam Cutta oessan in het naastkomende samer saijsoen ettelijke Candijlen Cardaman Cabessa aan de Comp: doen leveren, welke aanbieding ons alte fanorable is voorgekomen en het selve niet te accepteeren en daarom zullen wij het opperhoofd weijerman qualificatie geven am zich met den neef en erfgenaam van Cotta Marcaar, als een voornaam. Cardaman. leveran„ ciee te engageeren ende vrijwillig aangebadene schriftelijke verbintenisse van Cotta Maacaat selvs te accepteeren, aangesien mij versekert zijn dat uw Hoog Edelheedens allhaar behagen zullen scheppen in de vermeerdering van de Cordaman negotie en opregting van vriendschap en over een komst met de geenen die aandersints bekwaan zijn het vaarwater voor ons ende onzen onHeilig en gevaarlijk te maken.— In de maand october naast komen„ de zullen wij de eerhebben van een nader verslag van zaken die intusschen zullen komen voortevallen aan uw hoog Edel„ „ledens te doen en intusschen met alle arbeid en hoog agting verblijven /:onderstond/ Hoog Edele gestaenge groot agtb: en wijd gebiedende Heeren /:lager:/ uw hoog Edelhedens ootmoedige en gehoorsame dienaren /:was getekend:/ F:k Chunes en N:s Bowijn /:in margine /. Cochin den 27:' Julij a:o 1754. wij hebben vergeten hier vooren aante halen, dat den koning van Cochim thans op Tripon„ „tare zijn residentie hand, en volgens het algemeen gerugt het roet van zijn rijk zoude gestelt hebben inhanden van den koning van Tekkenkoer, om het selve te bestieren na zijn goedvinding en welbehagen.— zij Translaat
English
From Malabar, dated 27 July 1754. From Malabar, dated 27 July 1754. Translation of an ola by the king of Travancore to His High Nobility, the Right Honorable, Highborn Lord Jacob Mossel, Governor-General of the Netherlands Indies at Batavia. We have received and read the letter from Your High Nobility, and pursuant to its contents, which were agreeable for us to understand, we have made a contract of peace and friendship with the Commander of Cochin, from whose transmitted copies Your High Nobility will see everything contained, who delivered to us Your High Nobility's gift during the personal meeting at Mavelikkara, for which courteous transmission we thank Your High Nobility from the bottom of our heart. And so that the friendship between us and the Honorable Company of Holland shall be maintained firmly and forever, please write to those in Colombo as well as to the Honorable Commander at Cochin; we promise that we, according to the letter and contents of the concluded contract, shall properly fulfill and observe the Company's matters mentioned therein, expecting that the Company for its part will also accommodate us in what is necessary, because we have undertaken to deliver a large quantity of pepper to the Company of Holland, and to exert all effort to obtain it. The king of Cochin, as the prime mover, together with all his landholders, accompanied by the king of Barkenkore and Porca, whom we considered our faithful friends, have attacked us, but against whom we have also sent the necessary force and are busy resisting their violence; and we have advanced to Ambalappuzha, in the Porca and Barkenkore territory, in which lands we have positioned our force and also erected the necessary fortifications. And since the land of Barkenkore is a desolate wilderness where several also harbor themselves, we shall have a little delay in driving the enemies from there and bringing everything to rest; and we do not neglect to incur the necessary expenses in order to bring everything to a desired state, as well as to destroy all the smuggling routes through which the pepper is transported to the Pondicherry coast, with the intention of delivering all the pepper to Your Honors solely along this route; and we have also resolved to do what is necessary until we have accomplished this, which we hope Your High Nobility will please take to heart. In the year 929, the 5th of the month of Meenam, or in the year 1754, the 18th of March, this ola was written by Siroemogattoe Mahadewen Siwadhanawen and signed by His Highness; beneath stood a seal impressed in red sealing wax; below, for the translation, Cochin, the 23rd of March 1754; signed H. v. d. Linde, translator. We had hoped not to have had to trouble Your High Noble Great Worships this year other than with our general and separate submissive advices, but a certain occurrence compels us to add this hereto in haste, whereof the following is the reason: To the High Noble, Greatly Esteemed, Valiant, Most Wise, Prudent, Discreet, Very Generous Lord and Lords. Batavia. To His High Nobility, the High Noble, Greatly Esteemed Lord Jacob Mossel, Governor-General, together with the Honorable Lords Councilors of the Netherlands Indies. From Ternate, the 26th of June, anno 1754. From Ternate, the 26th of June, anno 1754. After we on the 23rd of April last, in our general consultation, had resolved upon the memorandum of His High Nobility the Lord Governor-General Jacob Mossel to have the board wages of the soldiers, craftsmen, and others provided as of the first of May according to its tenor; and on the aforementioned first of May, in conformity with our decree, the board wages were to be distributed to the garrison inside this castle, the receipt thereof was flatly refused by them all. This did not happen so quietly, but the tumult thereof soon reached the ears of the first signatory, who was having the midday meal with some officials; and His Honor was also simultaneously informed thereof, whereupon his Honor, rising up with the military captain Jean Baptiste de La Haute Maison, went to the gate of this castle to stifle in its birth the tumult, which had already arisen very fiercely, by His Honor's authority and character, causing the men from the bastions, who had also come thither, to return to their designated posts by good words and also blows, seeking then to gently induce those of the main guard to receive their board wages, calculated at one rupee per month, but in vain, as they shouted incessantly, We want to have our usual board wages of one rixdollar, for on one rupee we cannot live. And although the first signatory presented to them that the reduction of the board wages did not come from our side, but from Your High Nobilities, and they should therefore only receive it provisionally, under the promise of forcefully requesting from Your High Noble Great Worships that they might once again enjoy the former board wages of one rixdollar per month, not doubting that Your High Noble Great Worships would be pleased to grant the same, this was, as they say, oil on the fire for that raging mob; for they, instead of listening thereto, without respect or reverence, all taking up arms, seizing the muskets in their hands
Dutch transcription
311. Van Mallabaar onder dato 27:' Julij 1754. Van Mallabaar onder dato 27:' Julij 1754. Translaat ola door den koning van Trevancaar aan sijn hoog Edelheijt den hoog Edelen hoog geboren Heere Jacob Mossel gouverneur generaal van neder Lands Jndia tot Batavia De brief van u hoog Edelheijt hebben wij ont„ fangen gelesen en in gevolge van dies inhoud dat ons aangenaam is geweest te verstaan hebben wij een Contract van vaede en vriendschap gemaakt met den Commandeur van cochim uijt welkers geson„ dene Copijen uhoog Edelh:t alles vervat sal sien die ons bij de personele ontmoeting tot mawellij Corre het geschenk van u hoog Edelheijt ons heeft geintrageert, woor welke beleefde oversending wij uhoog Edelh:t uijt grond onses harten zijn bedenkende, en op dat de vrundschap tussen ons en d' E: Comp: van holland, bestendig en voor altijt sal werden onderhouden, gelieve aan die van Colombo als den Ed: agtb: heer Command:r tot Cochim te schrijven; wij beloven, dat wij volgens den letter en inhoud van het aangegane Contract 's Comp:s saeken daar in vermeld nabehoren te sullen naarkomen en observeren verwagtende dat de Comp: van zijnen kant ons mede in het nadige sal te gemoet komen om dat wij aangenomen hebben aan de maatschappij van holland een groot quantiteijt pper: te leveren, en ten dies bemagtiging alle moeijte aanwenden, heeft den kdinn van cochim als eerst van het spel tesame met alle zijne Land heeren verselt van den koning van berckencoer en porca die onse getrouwe vrinden wen laten bevozlogen, maar tegen wij ook de nodige mogt hebben gesonden en besig zijn haar gewelt tegen te gaan, en wij zijn geadvanceert tot Amballapose /:in het porcase en Berckencoerse:/ in welke Landen wij ons magt gesteld ende noodige stercktens ook gemaakt hebben; en aangesien het land van Berckencoet een moeste wildernis plaats is, waar in verschijde haar ook ophouden ze zullen wij een weinig tardance hebben om de vijanden van daar te doen verdrijven, en alles in rust te brengen en wij laten niet na om de nodige kosten te doen ten eijnde alles op een gewenschte voet te brengen mitsgaders alle sluijk wegen waar door de sper: naar het pondise vervaert werden te niet te maeken, met gedagten om langs dien weg alleen alle de peper aan haar Edele te leveren, en wij heb„ ben ook besloten, tot wij dit sullen volvoert hebben het nodige te doen 't gunt gemoet u hoog 313 Van Mallabaar onder dato 27:' Julij 1754. Van Ternaten Den 26:' Junij 1754. Vhoog Edelheijt dit ter herte gelieve te willen. Laten gaan Jn het Jaar 929. den 5:' van demaand Minam ofte anno 1754 den 18:' Maart is dese ola door siroemogattoe mahadewen siwadhanawen gesch: en bij zij zijn ho: getver: /:onderstond:/ een Casiet in raade Lacke gedrukt /:Laget :/ voor de translatie Cochim den 23:' maart 1754. /:getekend:/ H: v: d: Linde getraulateur Wij hadden gehoopt uw hoog Edele groot agtb: deesen Iaaren niet te zullen hebben moeten vermoeijelijken als met onse gemeene en aparte submissie adwijsen, maar een seeker voorwel naadsaekt ons deese daar nog in se cuctasse te moeten bijvoegen, waar van het Hoog Edele groot Agtbaeren Manhaften, wel wijsen voorsienigen, Discreten seer Genereusen Heere en Heeren Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen groot Agtb=re Heere Jacob Mossel gouverneur Generaal, Benevens D' Wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia volgende 315 Van Ternaten den 26:' Junij A:o 1754 Van Ternaten den 26:' Junij A:o 1754. volgende de reeden is. naar dat wij op den 23:' april J:o leeden ter onser gemeene besoigne op de memorie van zijn hoog Edel„ heijd den heere gouverneur generaal Jacob Mossel beslooten hadden, de Cost= gelden der militairen, ambagtslieden als anders, onder primo meij naar dies te= neur te laten verstrecken, en opgem: primco meij, Conform ons arrest de Cost gelden aan de militie binnen dit Casteel zullende werden uijt gegeven, wiert het ontfangen door haar alle rond uijt gewijgert het welke soo stel niet toeging of het ge„ raes daar van quam wel haast ter ooren van den Eerst geteekende, die met Eenige gequalificeerdens het middagmaal sat te houden, en wiert sijn E: daar van ook teffens kennisse gegeven die daar op (ian zaebel opstaende met den Capitain mili„ „tair Jean Bastist de La Haute maison, naar de paort deeses Casteels ging om het hunul=t 'twelke al seer hektig gereesen was, doar sijn E: gesagh en Caracter in dees geboorte te smooren, doende het volk van de punten die al meede derwaarts gekomen waeren, daar goede woorden, en ook slaegen te rug naar haere bescheijde posten keeren; soekende als doen die van de hoofdwagt met sag=t= „heid tot het ontfangen van haar Costgeld gereekent tegens een ropije in de maand te dis„ „poneeren, dog te vergeefs roepende en ophau„ „dentlyk wij willen ons gewoone Cost geld van Een rd:s hebben mant van een rapij kannen wij nit leeven en of schoon haar daar den Eerst geteekende te gemoet gevoert wiert, dat het verminderen van het Costgeld net en quam van den kant van ons, maar van uw hoog Edelheedens, en by over zulks het bij provisie maar ontfangen souden, onder belaste van bij uw hoog Edele groot agtb:e op eene kragtige wijse te zullen versoeken, dat sij het voorige Costgeld van een rd:s permaand wederom genooten, niet twijfbelende of uw hoog Edele Groot agtb:e souden het selve wel gelieven te accordeeren, soo was zulx bij die rasende gemeente soo men segt, olij in het vuur, alsoo sijlieden. in steede van daar naar te Luijs„ teren, sonder ontsag of Eerbied haar alle mopende neemende de snaphoenen in de waaren land e
English
317 From Ternate, the 26th of June Anno 1754. From Ternate, the 26th of June 1754. crying loudly we want to have our former board money, because otherwise we must die of hunger, indeed three to four of them were so insolent that they aimed the muzzles of their muskets, which were loaded with ball, at the bodies of the first undersigned and the Captain with the cock pulled back, and threatened to bash in the Captain's head with the butt, all of which caused a great uproar, through which the other council members, who were dining both with the first undersigned and with the second, all likewise went to the gate to quell the tumult if possible; where we, seeing our commander in such danger, were not a little afraid that this raging mob might do him some harm, bringing it further so far that they let down their weapons, but as soon as there was any mention of receiving the board money of one rupee, they flew again to their flintlocks, continuously shouting, hang and break us on the wheel sooner than let us perish of hunger, and other villainous words besides, of which the principal ringleaders were those who in the year 1752, because they laid down their arms at Batavia, were sent hither fifteen in number, and also those who arrived here in the past year, who at Cabo De goede hoop also opposed their major, but whose deserved correction could not be inflicted upon them there without greater risk; thus we, seeing then that neither promises, good words, threats, nor anything else could find the least purchase upon this unbridled mob; a political meeting was immediately convened by the first undersigned, wherein, having considered that the first undersigned in this perilous case had contributed everything that could be judged serviceable and practicable to the maintenance of your Right Honourable's most revered orders, without there being any further means to devise or put into effect to bring this raging multitude to obedience, or one would drive them to greater outrages, 319 From Ternate, the 26th of June Anno 1754. From Ternate, the 26th of June 1754. excesses and acts of violence: so we have on that day, after mature deliberation, unanimously judged it to be necessary and serviceable for the interest and the service of the Company, to grant the military the board money of One rixdollar per month each man previously enjoyed by them, and furthermore having reflected on that day that we ought not groundlessly and without reason to fear that the craftsmen and sailors stationed here, having already an example before them in case their board money were to be reduced according to the memorandum, would likewise oppose it in a rebellious manner, without one having any hope in such a case of any assistance from the military in that regard, for which reason we, on the aforementioned first of May, to prevent all further and greater rupture among the common people, resolved and decided to leave the board money of the craftsmen and sailors as the same was disbursed in the past year, fixed according to the received memorandum drawn up by the last-mentioned His Right Honour in the year 1747; to which we were the sooner inclined, because we all must testify that the goods at present in comparison with former times are not only scarce to obtain, but also quite half as expensive in price, hoping that your Right Honourable will trust that all this was done to prevent all further mutinies, not to help the many-headed mob to further rage, and to preserve peace and quiet; and consequently we are imploring your Right Honours' highly esteemed approbation in that regard, all the aforesaid having been handled in secrecy, in order not to make mention of it in the general dispatches, to the end of not giving the common people in the neighbouring governments (to whose ministers copies of the general dispatches are sent) any occasion for such bad examples to be followed. All the aforesaid must not groundlessly be determined to have taken its origin from the scandalous conduct of the military Lieutenant Johannes Gabriels, since the same, as soon as the rumour of the reduction of the board money spread among the common people, [illegible]
Dutch transcription
317 Van Ternaten den 26:' Junij A:o 1754. Van Ternaten den 26:' Junij 1754. land schreeuwende wij willen ons vaarige Cost geld hebben want wij anders van hanger moeten sterven, zol waeren er drie à vier soo vermeeten, dat sij de trompen van laere gemeiren die met scheeps gelaeden waeren, den Eerst geteekende en den Capitain met eenen overgehaelden haar, naar het Lijffchielden, en dreijgden den Capitain met de Colff de kap in te slaen al het welke een leet graot geraes te weegen bragt, door het welke de overige raeds lieden die soo bij den eerstgeteekende, als bij den tweeden ten Eeten waeren alle meede naer de paart gingen, om was het mogelijk het tumult te stillen daar wij onsen gebieden in dusdanig gevaar siende, niet weijnig bevreest waeren dat deesen moedende hoop hem eenig leet mogten toebrengen, brengende het voorts soo verre dat sij laat geweiken ophougen, maar soo drae sprak men niet van het ontfangen van het Cootgeld van een ropije, of sij vlaagen weder naar hunne snaphaanen roepende onophoudentlijk hangt, en roebraekt ons Ciener, eln dat mij van honget vergaan, en andere vilaine woorden meer van dewelke wel de voornaamste belhamels waaren, die geene dewelke in anao 1752. over dat sij haar geweer op batavia gestrekt hebben, met haar vijftien stux herwaarts gesonden sijn, en ook die in anno passato hier syn aangekoomen dewelke op Cabo De goede hoop haar tegens haeren majoor almede hebben g'appors„ „seert dog welkers gemeriteerde Correctie men haar aldaar sonder meerder resico niet heeft konnen toe voegen; dus wij als doen siende dat nog belofte, goeden woorden, bedreijgingen als andersints, op deese toomelaasen loop Eenige de minste ingressie konde vinden; wierd door den Eerst geteekende Jmmediaat politiec„ que vergadering belegt, alwaar wij over„ „maagen hebbende dat den Eerst geteekende in dit haggelijk genal alles gecontribueert heeft, wat tot standhouding van uw hoog Edele groot agtb:e hoogst gevenereerde ordres dienstigen practicabel kan g'oordeelt werden, sonder dat 'er eenig middel meer was uijt tevinden of in 't werk te stellen om deese woedende gemeente tot obedientie te brengen of men soude haar tot meerdere buijten hanger spaerigheeden 319 Van Ternaten den 26:' Junij Ao 1754. Van Ternaten den 26:' Junij 1754. spoorigheeden en geweld pleeging hebben komen te brengen : soo hebben wij ten dien dage naar rijse deliberatie eenpaerig g'oordeelt voor het belang en den dienst der maetschappij nood= soekelijk, en dienstig te weesen, omme de militairen het bij haar bevoorens genooten Costgeld van Een rd:s p:r maand ijder man te laten verstrecken, en voorts ten dien dage hebbende nagedagt, dat wij niet ongegrant en redelaas dienden bedugt te zijn, dat de ambagtslieden, en mattroosen alhier beschijden bereeds een Exempel voor haar hebbende ingevalle men haar Costgeld volgens de memorie quaemen te verminderen, almeede haar op eene rebellige wijse daar tegens soude hebben koome te opposeeren, sonder dat men in soodanigen Cas van de militie eenige adsistentie daar omtrend hadden te hoopen, uijt welken hoofde wij ten vooren gemelde eersten meij tot voorkoming van alle verdere en meerdere. rupture ander het gemeen g'arresteert ende beslooten hebben het Costgeld van de ambagtslieden en mattroosen, te laeten soodanig als het selve op de in den voorleeden Iaare Alle het voorsz: moet niet ongegrand vast gestelt werden sijn oorsprank te hebben genomen van het Ergerlijk gedaag. van den Luijten:t militair Johannes Gabriels, alsoo denselven soo drae het gerugt, van het verminderen van het Costgelt onder het geemeen verspreijt ontfangene memorie door laggst gedagte sijn hoog Edelheid in a:o 1747. ontworpen, is ongerigt, verstrekt geworden waar toe wij te eerder getreeden sijn, om dat wij alle moeten betuijgen, dat de het waeren tegenswaardig in veergelijking van vaorige tijden niet alleen schaael te bekoomen maar ook wel de helft duurder in prijs sijn hoopende, dat uw hoog Edele groot agtb: willen vertrouwen, dat dit alles is geschiet, om alle verdere muijterijen voor te komen, het veel hoofdige graauw niet verder aan het woeden te helpen, en de rust en vreede te bewaren; en dienvolgende sij wij uw hoog Edelheedens dientwegen haar veel g'eerde approbatie afsmeekende sijnde alle het voorsz: in secretesse behandelt, om daar van bij de gemeene advijsen geene mentie te moeten maeken, ten eijnde het gemeen op de na buurige gouvernementen /:welkers ministers Copia der gemeene advijsen werden toegesonden:/ geen occasie te geven, dat zulke quaede Exempelen. werde nagevolgt. ontfangene Waad l
English
From Ternate, the 26th of June 1754. From Ternate, the 26th of June Anno 1754. expressed himself on that account in a premature manner; for on the aforesaid first of May, he, Gabriel, having the main guard, and the garrison clerk bringing him his board money, which was a schelling less than it had been previously, he expressed himself in the presence of all the common men in an indiscreet manner and in terms unbefitting an officer, as follows: "What! Who has come to reduce my board money? I shall see who will come to do such a thing!" and several other expressions besides, whereupon in the afternoon the refusal of the board money by the common men followed, so that we judge such an officer (who ought to lead the common men with nothing but good examples) to be nothing other than dangerous. All of which having been considered by us in the secret session of the 15th of May last, we also noted at the same time that the behavior of the said Gabriel is objectionable in the extreme: on the one hand debauching himself excessively in drink, frequenting taverns and inns among the common men, where, unable to hold his tongue, he utters all sorts of impermissible language inciting the people to revolt; secondly, his conduct is altogether fraudulent, deceiving anyone he possibly can, just as he was placed under the provost by the first-signatory for deceit and fraud committed last year in the purchase of coconut oil from the poor Sangirese; and whereas the said Gabriel cannot be corrected according to his merits for his improper conduct without having to fear hostilities again from the common men, who would not leave their good leader in the lurch, we therefore, on the said 15th of May, partly because his term of service has well expired, and partly for the reasons stated above, thought it best to let the said Lieutenant Gabriel depart from here for Batavia, as he indeed now crosses over with this vessel, requesting Your Right Honourable Lordships to please accommodate this our decision, notwithstanding that the same is contrary to the order in the new Improvement Regulation received from Batavia this year, in which it is stipulated to send away no servants who earn more wages than f 24.- without Your Right Honourable Lordships' previously given qualification, since we found ourselves compelled thereto in order to prevent all further rupture among the common men, just as we have likewise the ringleaders of the tumult that occurred on the first of May.
Dutch transcription
321 Van Ternaten den 26. Junij 1754. Van Ternaten den 26. ' Junij A:o 1754. wiert, sig dient weegen op eene premature wijse heeft uijt gelaeten, want op den Eersten meij voorm: hij gabriel demagt hebbende, en den guarnisoen schrijver hem dies Costgeld 't welke een schelling minder als bevoorens geweest is was brengende, liet hij sig in presentie van al het volk op eene enbesonne, en voor een officier niet passende termen aldus uijt, wat wie heeft mijn Cost geld komen te verminderen, Jk sal sien we sulks sal komen te doen; en meer andere Expressien, meer, daar des middags door het gemeen ook de weijgering van het Costgeld op is gevolgt soo dat wij een soodanig offider /:die het gemeen niet als met goede. Exempelen behoorden voortegaen :/ niet dan gevaarlijk oordeelen al het welke bij ons ter secrete sitting van den 15:' meij J:o leeden nagedagt sijnde hebben wij ook t' effens aangemerkt dat het gedrag van gem: Gabriel ten uijtersten op spraeke„ „lijk is, aan de eend kant sig de bauscheerende boven maaten in den drank, loopende in kroegen en ruggen onder het gemeen, alwaar alsdan sijn mand niet snoeren kunnende, alle ongeper„ mitteerde, en het volk tot revolte verwerkende tael uijt slaet, ten tweeden, is sijn gedragten Eene maelen emont hadoe bedriegende ijder wie hij maar kan, gelijk hij nog. I:o overgepleegt be„ daag en fraude in het Coopen van olij van Clappus van de arme sangereesen doar den Eerst geteekende bij de provaast geplaest is, en terwijlen men den gem: Gabriel over sij wanschickelijk gedrag niet naer merite kan. Corrigeeren, sonder dat men weder van het gemeen hostiliteijten te dugten heeft, als zullende „haaren goeden voorganger niet in het net laeten, soo hebben wij ten gem: 15:' meij eensdeels dat sijn tijd ruijm g'Expireert is, en anderdeels om vaaren staende motiven best gedagt, den gem: Luijtenant Gabriel van hier naar batavia telaten vertrecken gelijk hij den ook met deesen haaden avervaart, biddende uw hoog Edele graot agtb:, dit ons besluijt te willen inschicken, inaangesien het selve is strijdende met de ordre bij het deesen Iaere van batavia ontfangen nieuwe Reglement van verbeete„ ring, waar bij bepaalt is Geene dienaren die meerder gagie als ƒ 24. - minnen sonder uw hoog Edele groot agtb: voor afgegeeven qualificatie te versenden, overmits wij ons: daar toe genaadsaakt gevonden hebben, ont alle verdere ruptute onder het gemeen voor te koomen, gelijk wij de belhamels van het op den eersten meij voorgevallene tumult almede H hij 321 Ternaten den 26: Junij 1754. — Van Van Ternaten den 26. ' Junij A:o 1754. wiert, sig dient weegen op eene premature wijse heeft uijt gelaeten, want op den Eersten meij voorm: hij gabriel demagt hebbende, en den guarnisoen schaijver hem dies Costgeld 't welke een schelling minder als bevoorens geweest is was brengende, liet lij sig in presentie van al het volk op eene enbesonne, en voor een officier niet passende termen aldus uijt, wat wie heebt mijn Cost geld komen te verminderen, Jk sal sien wee sulks sal komen te doen; en meer andere Expressien, meer, daar des middags door het gemeen ook de weijgering van het Castgeld op is gevolgt soo dat wij een soodanig ofhier /:die het gemeen niet als met goede. Exempelen behoorden voortegaen :/ niet dan gevaarlijk oordeelen al het welke bij ons ter secrete sitting van den 15:' meij J:o leeden nagedagt sijnde hebben wij ook t' effens aangemerkt dat het gedrag van gem: Gabriel ten uijtersten op spraeke„ „lijk is, aan de eend kant sig de bauscheerende boven maaten in den drank, Loopende in vraegen en kuggen onder het gemeen, alwaar alsdan sijn mand niet snoeren kunnende, alle ongeper„ mitteerde, en het volk tot revolte verweckende tael uijt slaet, ten tweeden, is sijn gedragten Eene maelen emert hadde bedriegende ijder wie hij maar kan, gelijk hij nog I:o overgepleegt be„ drag en fraude in het Coopen van olij van Clappus van de orme sangereesen door den Eerst geteekende bij de provoast geplaest is, en terwijlen men den gem: Gabriel over sijn wanschickelijk gedrag niet naer medite kan. Corrigeeren, sonder dat men weder van het gemeen lastiliteijten te dugten heeft, als zullende haaren goede voorgangen niet in het net laeten, soo hebben wij ten gem: 15:' meij eensdeels dat sijn tijd ruijm g'Expireert is, en anderdeels om vaaren staende motiven best gedagt, den gem: Luijtenant Gabriel van hier naar batavia telaten vertrecken, gelijk hij den ook met deesen booden avervaort, biddende uw hoog Edele groot agtb:e, dit ons besluijt te willen inschieken, onaangesien het selve is strijdende met de ordre bij het deesen Iaere van batavia ontfangen nieuwe Reglement van verbeete„ „ring, waar bij bepaalt is Geene dienaren die meerder gagie als ƒ 24. - winnen sonder uw hoog Edele groot agtb: voor afgegeeven qualificatie te versenden, overmits wij ons: daar toe genoadsaakt gevonden hebben, ont alle verdere ruptute onder het gemeen voor te koomen, gelijk wij de belhamels van het op den eersten maij voorgevallene bumult almede
English
323 From Ternate, 26 June Anno 1754. From Ternate, under date 26 June 1754. will also gradually distribute and send among the outer posts. Wherewith we commend Your Right Honorable Grand Worships to God's protection and remain in all submission, Lower down: Right Honorable, Grand Honorable, Valiant, Most Wise, Prudent, Discreet, Very Generous Lord and Lords. Lower: Your Right Honorable Grand Worships' humble and obedient servants. Was signed: J. E. van Mijlendonk, J. Tonneman, J. B. Delahaute Maison, T. Thornton, A. Wasbeek, W. G. A. Faber, J. Smit, R. A. Wijnen, J. van Nievelt. In the margin: Ternate, in Castle Orange, 26 June 1754. Wednesday, 1 May 1754. Afternoon secret meeting. Present: The Honorable, Right Honorable Lord Governor and Director of the Moluccas, Jan Elias van Mijlendonk, The Honorable Senior Merchant and Secunde, Jeronimus Tonneman, The Valiant Military Captain, Jean Baptiste de la Haute Maison, The Junior Merchant and Secretary, Thomas Thornton, The Junior Merchant and Garrison Bookkeeper, Adrianus Wasbeek, The Junior Merchant and Dispenser, Willem George Abraham Faber, The Junior Merchant and Cashier, Jan Smit, The Junior Merchant, Rudolph Anthonij Wijnen, Absent: The Merchant and Fiscal Jacob Fredrik Stegman and the Junior Merchant Johannes van Nievelt, both due to indisposition. Wednesday, 1 May 1754. Pursuant to the resolution of this Council taken on the memorandum of the Right Honorable Lord Governor-General Jacob Mossel on 23 April last, as the board money was now to be disbursed to the military within this castle, the same was refused by the entire garrison; whereupon a great commotion arose within it. The Lord Governor, who was sitting at table with some qualified persons to take the midday meal, being warned, His Honor rose from the table with the military Captain Jean Baptiste de la Haute Maison and went to the gate in order to smother this tumult in its birth through His Honor's authority and station, causing the men from the bastions who had likewise gone thither to return to their assigned posts through kindness, and they also turned back, seeking nonetheless to persuade those of the main guard with good words to receive their board money, but in vain, as they continually shouted, "We want to have our customary board money of one rixdollar, for on one rupee a month we cannot live!" And upon this, the Lord Governor having replied to them that the reduction of the board money took place on the order of Their Right Excellencies, and that they should receive it merely on a provisional basis, promising them that he would request for them from Their Right Excellencies in a forceful manner that they might once again enjoy the previous board money of one rixdollar per month, not doubting that Their Right Excellencies would indeed grant the same; but this was to that raging crowd like throwing oil on the fire, as instead of listening to it, they immediately all armed themselves, taking their muskets in hand, shouting, "We want our previous board money, for otherwise we must die of hunger!" Indeed, three or four were so bold that they held the muzzles of their muskets, which were loaded with ball, with the cocks pulled back, before the bodies of the Lord Governor and the Captain, and threatened to smash the Captain's head in with the butt; through which noise and uproar the remaining Council members who were at table with the Lord Governor, and subsequently the Senior Merchant with the Junior Merchants Wasbeek and Wijnen, also went to the gate to quell the tumult if possible. When they also saw the Governor in such danger, they were not a little afraid that His Honor might suffer harm from that raging mob. His Honor, however, managed to bring it so far that they lowered their weapons, but they refused to hear of receiving the board money at one rupee a month, calling out repeatedly, "Hang and break us on the wheel rather than that we should die of hunger!" and many other villainous words besides, reaching repeatedly for their weapons again, of whom the principal ringleaders were indeed those who in Anno 1752 were sent hither, fifteen in number, because they had laid down their arms at Batavia, and also those who arrived here in the past year, who had likewise opposed their Major at the Cape of Good Hope, to whom, however, their well-deserved punishment could not be administered without greater danger. Thus His Honor, seeing that neither promises, good words, nor threats could find any entrance with this unrestrained crowd, immediately departed with the members
Dutch transcription
323 Van Ternaten den 26:' Junij A:o 1754. Van Ternaten onder dato 26:' Junij 1754. almeede van Langsaemer hand onder de buijten posten zullen verdeelen en versenden Waar mede uw hoog Edele groot agtb: in godes bescherminge beveelen en in alle onderda„ „nigheijt blijven /:onderstond:/ hoog Edelen groot agtb:e manheften wel wijsen voorsienigen Discaeten seer Genereusen Heere en Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edele groot agtbaarens oat„ moedige en gehoorsaeme Dienaaren /was getekend:/ J: E: v: Mijlendonk, J=s Sonneman, J: B: Delahaute Mansan P„s Thoruton, A:s Wasbeek, W: G: A: Faber, J:n Smit, R: A: Wijnen, J: van Nievelt /:in margine:/ Ternaten In't Casteel orange Den 26:' 1754. ij Ingevolge besluijt deses raads op de memorie van den hoog Edelen heere gouverneur generaal Jacob Mossel den 23:' april J:o leeden genoomen thans de Cost gelden aan de militairen binnen dit Casteel zul„ lende werden uijt gegeven wierd, zulks door de gantsche militie geweijgert; waar over een groet geraes ontstaande in't selve den heer gouverneur /:die met Eenige gequalificeerdens over zafel sat om het middagmaal te nuttigen:/ sijnde ge„ waarschouwt, stond sijn E: van tabel op met den Capitain militair Jean Babtist de la„ houte Maison, en begaeff sig naar de poart om dit tumult door sijn E: gesag en Caracter. Den E: E: agtb: heer gouverneur en directeur der moluccos. Jan Elias van Mijlendonk, „ E: opperCoopm: en secunde Jeronimus Tonneman - „ „ manhaften Capt:n militair . . . -. Jean bastist de lahaute Maison „ onderCoopm: en secretaris. .Thomas Thornton _„o „ p:l guarnisoe, boekh: . . . . Adrianus Wasbeek . . . . . . Willem george abraham Caber _:o en dispencier Jan Smit Cassier - - - - Rudolph anthonij wijnen, Demptis 6 „ Coopman en biscaal Jacob fredrik Stegman en beijde door „ onder Coopman. - - - - - . . Johannes van Nievelt Indispositie Woensdag den 1:' Meij 1754. des middags secreete vergadering Present. Woensdag n Van Ternaten onder dato 26: Junij A:o 1754. Van Ternaten onder dato 26:' Junij A:o 1754. in dies geboorte te smooren, doende het volk van de punten het welke haar meede derwaards begeeven had door goedheid, en ook sloegen terug, naar haare bescheijdene plaetse keeren, soekende als dog die van de hoofdwagt met goede woorden te dispo„ 2 kostgeld „neeren haar ^ te ontfangen, dog te vergeefs, roe„ pende onophoudentlijk, wij willen ons gemoone Costgeld van Een ad:s hebben, want van een ropijen in een maand kunnen wij niet leeven en hier op door den heer gouverneur haar te gemoet ge„ „voert sijnde, dat het verminderen van het Cost„ geld op ordre van haar hoog Edelheedens geschie„ „de, en sij bij provisie het maar soude ontfangen, haar beloovende op eene kragtige wijse voor haar aan haar hoog Edelheedens souden versoeken, dat sij het voorige Costgeld van een rd:s perm: weder mogten genieten, niet swijffa„ „lende of haar hoog Edelheedens souden het selve wel accordeeren, maar dit was bij die rosende gemeente, soo als men legt olij in het vuur alsoo sij in plaets van daar naar te Luijste„ ren haar immediaat alle wapende, neemende den sua„ „phaan in de hand, schreeuwende : wij willen ons voorige Costgelt hebben; want wij anders van honger moeten sterven. Tae waaren 'er drie à vier soo vermeeten dat sij de trampen van haar snaphaenen die met scherp geladen waeren, met den overgehaelden haen den heer gouverneur en den Capitain voor het Lijff hielden en dreijgde de Capitain met de kolff de kop in te slaen; door welk Leven en geraes de overige raadsleeden die bij den heet gouverneur aan tafel waeren, en vervolgens den oppercoopm: met de ondercooplieden Wasbeek en wijnen haar meede naar de poort begaven, om was het moge„ „lijk tot tumult te stillen, als wanneer men den gouverneur in soodanig gevaet ook siende, daar over niet weijnig bevreest waeren, dat sijn E: een ongelijk van die weedende meenigte mogt Erlan„ „gen; hebbende sijn E: het egter weder soo verre ge„ bragt dat sij haar geweit ophougen, maar naar geen ontfangen van het Costgeld tegens een ropije in de maand wilde hooren, roepende telkens langd en rabroekt ons liever een wij van honget willen sterven; en meer andere vilaijne woorden meet, tastende t' telkens weder naer haar geweir van de welke wel de voornoemste belhamels waeren die geene dewelke in a:o 1752. over dat sij haar gewiet op batavia gestrekt hebben met haar vijftien stux herwaarts sijn gesonden en dan ook die in a:o pass. o hier sijn aangekomen, dewelke op de Cabo de goede hoop haat tegens haeren majoot almeede hebben g'oposeert, dog welkers gemeriteerde Correctie men haar sonder meerder gevaar niet konnen toevoegen; dus sijn E: siende dat nog belofte, goede woorden of bedrijgingen eenige ingresse op deese toomeloose meenigte konde vinden, begaff sig met de leeden Illico
English
327 From Ternate dated 26 June A:o 1754. From Ternate dated 26 June 1754. Immediately in this meeting hall, giving all the aforementioned to the members for consideration; who are all convinced that the Lord Governor in this precarious case has done everything that can be required of a good commander, indeed, has risked his person more than too much to uphold the Company's orders, without knowing any further means to employ in this regard lest one should encourage this furious crowd more and more to mutiny; therefore, after mature deliberation on everything, it is unanimously judged necessary and expedient for the interest and service of the Honorable Company, and consequently approved and resolved to let the military personnel be provided with their previously enjoyed board money of one rd:r a month, and the corporals as before; and further having maturely considered that one must fear, not without reason and grounds, that the craftsmen and sailors stationed here, already having an example before them, will likewise oppose in a rebellious manner if their board money is reduced according to the memorandum, without one being able to hope for any assistance from the military in such a case; so it is, from that consideration, in order to prevent any further rupture among the common people, decreed and resolved to likewise leave the board money of the craftsmen and sailors as it was arranged and provided according to the memorandum received in a:o pass:o designed by the highly esteemed His High Nobility Mossel in a:o 1747, and all this the more so because the members of this board must unanimously testify that foodstuffs at present, compared to former times, are more than half as expensive and almost nothing can be obtained for the common craftsmen, soldiers, and sailors; hoping that Their High Nobilities will favorably be pleased to trust that all this was done to preserve peace and safety, and, as the saying goes, not to encourage the many-headed rabble to mutiny, and will on that account also be pleased to honor the same with Their Nobilities' approval; it being furthermore decreed to handle this matter in secrecy, so as not to give occasion to the personnel in neighboring governments to whom copies of the general letters are sent to follow such bad examples. Below stood: Thus done and resolved at Ternate in Fort Orange, date as above. Was signed: Jan Elias van Mijlendonk, Jeronimus Tonneman, Jean Babtist De Lahaute Maison, Thomas Thornton, Adrianus Wasbeek, Willem George Abraham Faber, Jan Smit, and Rudolph Anthonij Wijnen. Wednesday 329 Ternate dated 26 June A:o 1754. From Ternate dated 26 June 1754. The Honorable, Right Respected Lord Governor and Director of the Moluccas, Jan Elias van Mijlendonk Merchant and Fiscal, Jeronimus Tonneman, Senior Merchant and Second The Honorable Valiant Captain-Military, Jean Babtist de Lahaute Maison Junior Merchant and Interim Fiscal, Thomas Thornton Junior Merchant and Garrison Bookkeeper, Adrianus Wasbeek Junior Merchant, Willem George Abraham Faber Junior Merchant and Purveyor, Jan Smit Junior Merchant and Small-Cashier, Rudolph Anthonij Wijnen, and Johannes van Nievelt, absent Jacob Fredrik Stegman due to indisposition. The Lord Governor submits to the consideration of the members whether it would not be advisable to grant release from here to the military Lieutenant Johannes Gabriel, who arrived here from Batavia in a:o 1749, and have him transported with the ship Eijndhoeff, partly on account of the expiration of his term of service, and partly because one must assume, not without cause, that his premature astonishment over the reduction of his board money served as an example to the garrison here, whereby they proceeded to that extremity which is detailed in the secret resolution of Wednesday 15 May A:o 1754 In the morning, secret meeting, present of this month, since the said lieutenant, when the garrison clerk brought him his board money on the morning of the first of this month when he had the guard, very rashly lashed out in the presence of all the men: "What? Who has reduced my board money? I shall see who will do such a thing," and more other expressions, following which the refusal by the common soldiers to accept the board money also ensued in the afternoon; so that such a military officer, who ought in all things to lead the common men by an obedient example, can be judged nothing other than dangerous; all of which having been taken into sincere consideration, and it being noted that the rest of the conduct of this Gabriel is reprehensible, debauching himself excessively in drink, frequenting taverns and brothels among the common crowd, where he cannot hold his tongue but utters all manner of impermissible language inciting the people to revolt; therefore, it was approved and resolved by unanimous vote to release the said Lieutenant Gabriel from here toward Batavia and to have him transported with the ship Eijndhoeff, but to keep this resolution secret until the departure of the said vessel, in order to give neither the cited lieutenant nor the common soldiers any inkling of this.
Dutch transcription
327 Van Ternaten onderdato 26:' Junij A:o 1754. Van Ternaten onder dato 26:' Junij 1754. Jllico in deese vergader zaal, geevende alle het vooren aangehaalde aan de Leeden in Consideratie; dewelke alle overtuijgt sijn, dat den heer gouverneur in dit laggelijk geval, alles heeft gedaan, wat van een goed gebieder kan gevordert werden Ja: sijn per„ soon meer als al te veel geresiqueert heeft, om 'sComp:s ordre te doen stand grijpen, sonder dat men eenig middel meer weet daar omtrent in het werk te stellen of men soude deese woedende hoop nog meer en meer aan het moeden helpen, oversulks dan naar rijpe deliberatie van het een en ander eens stemmende voor het belang en den dienst der E: maatschappij noodsaakelijk, en dienstig g'oordeelt is, en vervolgens goed gevonden ende geresolveert omme aan de militairen het bij haar bevoorens genooten Costgeld van een rd:r 'smaands en de Corporaals als vooren, te laten verstrecken; en voorts rijpelijk sijnde nagedagt dat men niet ongegrant en redeloos moet bedugt weesen dat de ambagtslieden en mattroosen alhier bescheijden bereeds een Exempel voor haar hebbende wanneer men haar het Costgeld volgens de memorie komt te verminderen, haat almeede op eene rebellige wijse daar tegens zullen aposeeren, sonder dat men in sooda„ „nige Cas, van de militairen eenige adsistentie daar omtrend kan hoopen; soo is uijt die aanmerking tot voorkoming van alle verdere rupture onder het gemeen g'arresteert en beslooten het Costgeld van de ambagts lieden en mattroosen al meede indiervoegen te laten als het selve op de in a:o pass:o ontfangene memorie door hoogst gedagte sijn hoog Edelheijd Mossel in a:o 1747. ontwaarpen, is ingerigt gn verstreckt, en dit alles te meer dat de leeden deeser taefel alle Eenmondig moeten betuijgen, dat de hetwaeren tegenswoordig in vergelijking van voorig tijde, meer als de helfte duurder sijn en 'er bij nae niets te krijgen is, voor de gemeene ambagtslieden soldaeten en mattroosen, hoopende dat haar hoog Edelheedens goed= gunstig zullen gelieven te vertrouwen dat dit alles is geschiet, om de rust en veijligheijd te bewaeren, en gelijk men segt het veel hoofdige graauw niet aan het muijten te helpen en het selve uijt dien hoofde ook met haar Edelheedens approbatie zullen gelieven te vereeren; sijnde voorts g'arresteert deese soeke in secretesse te behandelen om daar van bij de gezineen op de nabuurige gouvernementen /:welkers ministers Copia der gemeene brieven werden toegesonden:/ geen occasie te geeven dat zulke quaede Excempelen niet werde opgevolgt /:onderstond:/ Aldus gedaan ende Geresolveert tot Ternaten in 't Casteel orange dato voorsz: /:was geteekend: Jan Elias van Mijlendonk, Jeromius Tonneman, Jean Babtist De Lahaute Maison, Thomas Thornton, Adriaanus Wasbeek, Willem George abraham Caber, Jan Smit en Rudolph anthonij wijnen woensdag 329 Ternaten onder dato 26. ' Junij A:o 1754. Van Ternaten onder dato 26: Junij 1754. „ Coopian en fiscaal Den E: E: agtb: heer gouverneur en Jan Elias van Mijlendonk directeur der moluccos. - Jeronimus Tonneman is opperCoopm: en seccunde -. Jean Babtist de lahaute Maison „ E manhaften Capit:n enlitair „onderCoopm: en projnterim fiscaol. Thomas Thornton „ _:o „ guarnisoen boekh:. . . Adrianus Wasbeek Willem george abraham faber „ _:o Jan Smit „ _:o en dispencier . . . Rudolph anthonij Wijnen, en Johannes van Nievelt, dempto Jacob fredrik Stegman door Jndispositie „ _:o „ kl: Cassier Den heer gouverneur geeft aan de leeden in overweeging of het niet raedsaem soude weese om den in a:o 1749. van batavia alhier aangekomen Luijtenant militair Johannes Gabriel van hier sijne verlossing te verleenen en met het schip Eijndhoeff te laten overvoeren, Eensdeels uijt hoofde van tijds Expira„ „tie, en anderdeels om dat men niet ongegront moet vast stellen dat desselfs premature verwondering over het verminderen van desselfs Costgeld, de militie alhier tot Een Exampel heeft gestrekt, waar door sij overgegaan sijn, tot die Extremiteijt, die bij secrete resolutie van den t: Woensdag den 15:' Meij A:o 1754. Des voordemiddags secrete vergadering present deeser omstandig gevonden werd, alsoo den gemelden luijtenant wanneer den guarnisoen schrijven hem dies Costgeld des morgens als op den Eersten deeser de wagt had, bragt, seer onbesonnen in presentie van al het volk uijt„ „voer wat ' wie heeft mijn Costgelt komen te ver„ minderen ik sal komen te sien wie zulks sal komen te doen, en meer andere Expressie, daar des mid„ „dags, door het gemeen ook de weijgering van het Costgeld te willen ontfangen op is gevolgt soo dat een dus danig militair officier /: die in alles het gemeen met een obedient Exempel. behoorden voorte gaan :/ niet dan gevaarlijk kan geoordeelt werden, alle het welke in sinceere verweeging genoomen, en aangemerkt weesende, dat het overige gedrag van deesen gabriel leet opspraekelijk is, als de baucheerende sig boven maaten in den drank, loopende in kroegen en kuggen, onder het gemeen, alwaar sijn mond dan niet snoeren kan maer alle ongepermitteerde, en het volk tot revalte verweckende tael uijt slaet; oversulks met een sluijdende stemmen goedgevonden ende ge„ „resolveert is, gem: Luijtenant Gabriel van hier bataviawaarts te verloosen, en met het schip Eijndhoeff te laten overvaeren dog dese resolutie egter tot op het vertrek van den gem: boodem in secretesse te houden; ten Eijnde aangecitteerde Luijtenant, soo min als aan de gemeene militairen geen denkbeeld te deeser geeven Van . „ _:o„.. -
English
331 From Ternate, dated 26 June Anno 1754. From Java's North-East Coast, 12 October Anno 1754. giving the reasons why he was discharged, in the hope that Your Noble Excellencies will be pleased to look favorably upon this decision of ours, notwithstanding that the same is contrary to the order determined in the new regulation received this year from Batavia, namely: not to send away any servants who earn a higher wage than 24 florins without the prior authorization of Your Right Honorable Nobilities, seeing that this is done to prevent all further ruptures among the common people; the principal ringleaders of the riot that occurred on 1 May will likewise be sent away gradually. Below stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange, date as above. Was signed: Jan Elias van Mijlendonk, Jeronimus Tonneman, Jean Baptiste de Lahoute Maison, Thomas Thornton, Adrianus Wasbeek, Willem George, Jan Smit, Rudolph, Abraham Baber, Anthonij Wijnen, and Johannes van Nievelt. Lower: Agrees, signed: Wasbeek, provisional secretary. Although nothing of much note has occurred since the dispatch of my humble letter of the 5th of this month, I nevertheless consider it my duty to inform Your Noble Excellencies that Pangeran Mangkubumi, as further proof of his sincere goodwill, has not only sent to me as hostages Pangeran Pakuningrat and Surokarti, but also, in order to be better secured, has dispatched to Pati under an escort of twelve European militia his mother, wives, and children, who will all be treated according to their station, Noble, Right Honorable, Rigorous, Far-Ruling Lord and Noble Lords. Batavia. To the Noble, Right Honorable, Rigorous, and Far-Ruling Lord, His Noble Excellency Jacob Mossel, Governor-General, and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. Java. From Java's North-East Coast, 12 October Anno 1754. From Java's North-East Coast, 12 October 1754. will be entertained, to which end I have recommended to the Japara resident Meerman the necessary measures regarding the maintenance and treatment of those princesses, and have had the hostages take up their residence here on the alun-alun, while their master has now truly united with the Company's force and marched yesterday from Tjandje, a place situated about half an hour below Padagaman, to offer battle at Gedeos, situated south of Leselo, to Raden Mas Said, who had indicated to him by letter his dependence on the same; but received as an answer that he would have to submit at discretion, or otherwise see what fate had in store for him, his force being estimated at well over 6000 men, which I presume, if God is pleased to bless our arms as I pray, will have to succumb to ours, at least the bitterness and fury of Pangeran Mangkubumi, who met and welcomed our officers with exceptional civility upon their appearance, gives us very much hope for that. Captain Steenmulder has returned from his expedition to the lands of Laroh and Matesih, and has wrought total ruin in those parts by sacrificing everything to fire, such as among others a place which is said to have been intended as the ultimate refuge for Said's people when they could no longer withstand our force; the same was situated on a high plain, surrounded on all sides by heavy woods, having only one entrance from the front, provided with a strong wooden gate through which only one man could pass at a time, having been fortified with a triple wooden palisade, and adorned from within with very neat and substantial residences, which were surrounded by a magnificent watercourse, made so strong that it is impossible for us to dislodge the enemy from such a den of thieves and hiding place, compared to the cave in which Mangkubumi recently took retreat, without the assistance of the last-mentioned prince, to whom all those hiding places are known, so that Your Noble Excellencies can clearly see from this how beneficial and desirable it is that he has been persuaded to favor the Company's interests, and there is hope of being able to satisfy him on such conditions whereby Java will once be restored to its former tranquility. I express to Your Noble Excellencies my very humble thanks for the favorable approval of all my actions and dealings concerning the aforementioned pangeran, and for the honored qualification to contract with him regarding his claims, in the manner Your Noble Excellencies give me guidance to that effect in your revered missive to be.
Dutch transcription
331 Van Ternaten onder dato 26:' Junij A:o 1754. Van Java's oost Cust den 12:' october A:o 1754. geeven, van de reedenen waerom hij verlost werd, in hoope dat haar hoog Edelheedens dit ons besluijt gunstig zullen gelieven in te schicken, niet tegenstaende het selve is strijdende met de ordre, bij het deesen Jaere van batavia ontfangen nieuwe reglement, bepaalt, namentlijk: geene dienaaren die meerder gagie als ƒ 24:–. winnen, sonder voorgaande qualifica„ tie van haar Edele groot agtb: te mogen versenden, aangesien dit geschiet, om alle verdere rupture, onder het gemeen vaarte komen; zullende de principaalste belhaemels van het op den 1:' meij voorgevallene tumult almede van Langsaemer hand werden versonden /:onderstond:/ Aldus Gedaan ende Geresolveert tot Ternaten In't Casteel orange dato voorsz: /:was geteekend:/ Jan Elias van Mijlendonk Jeronimus Tonneman, Jean babtest de Lahoute Maison, Thomas Thornton, Adrianus Wasbeek, willem George Jan Smit, Rudolph Abraham baber, Anthonij wijnen en Johannes van Nievelt /:Lager:/ Accordeert /:getekend:/ Wasbeek p:l secretaris. Off schoon er wel niets van veel remarque zedert de depeche mijner onderdanige van den 5: deses is g'occuareert, agt ik het egter mijn pligt te zijn, uw hoog Edelens te moeten bedeelen, dat den pangerang Mancoeboemie tot meerder bewijs van zijne sinceere wel menentheijd, mij niet alleen tot gijselaars heeft toegeschikt den pangerang pacoediningrat en sjocro Carti maar ook om betet gesecureert tewesen, na patlij onder een escorte van Twaalf man Europische militie afgesonden zijn moeder vrouwen en kinderen, die alle na haar staat Hoog Edelen Hoog agtbaren, Gestrengen, wijd gebieden den heere en wel Edele. Heeren. Batavia Aan Den Hoog Edelen, Hoog agtbaren, gestrengen en Wijdgebiedenden Heere zijn Hoog Edelheijd Jacob Mossel gouverneur generaal ende Wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Java sullen e Van Java's oost Cust den 12:' october A:o 1754. Van Java's oost Cust den 12:' october 1754. — sullen werden geregaleert, hebbende ik ten dien Eijnde den Joanas resident Meerman het noodige omtrent het onderhout en bejegening dier princesse aanbevolen ende gijselaars hier op de Passebaan hun wooning doen neemen, terwijl haren meester nu wesentlijk met 'sComp:s magt is geconjungeert en gisteren van Tjandje /: een plaats gelegen. omtrent een half uur beneden padagaman:/ opgerukt, om Maas said die aan hem bij brieve zijne afhankelijkheijd van denselven te kennen gegeven; edog tot antwoord bekomen heeft dat hij zig op discretie soude hebben te onderwerpen off anders sien wat het noadlot over hen beschooren had, slag te gaan leveren op Gedeos gelegen besuijden. Leselo wordende zijn magt begroot op ruijm 6000. men, die ik stel Jndien Gad dewapenen, gelijk ik bid, gelieft te zee„ „genen, dat voor de onse zal moeten succumbeeren, althans de verbittering en burie van den pangerang Mancoeboemie, welke onse officieren net bij= sondere Civiliteijt bij derselver verscheijning heeft ontmoet en verwellekomt, geeft wij daar toe zeer veel loop. Den Capitain steenmulder is weder van zijn Expeditie na de Landen van Laro en Matesse gereserteerd, en heeft daar om streeks En totaele ruine aangeregt met alles aan 't uuur opte ofberen, gelijk onder anderen een plaats, die gesegt word het uijterste resugium vaar said gemeent te zijn, wanneer onse magt niet langer konde weder staan, deselve was gelegen op een hooge vlakte van rondsom met swaere beschagie om= geeven, hebbende maar een toegang van vooren; voorzien van een sterke houte paart, daar maar een man tegelijk door kon, zijnde verschanst geweest met een drie dubbelde houte palisadering, en van binnen verciert met heel propre en aansienlijke dalens. Die om„ „ringt wierden van een herlijke waterloop, pensin so sterk gemaekt dat het ons ommogelijk is de vij„ and uijt dusdanig een roof en schuijlnest, vergeleken tegens de spelank waer in hancoeboemie on„ langs de retraite nam op te slaan, buijten be„ hulp van Laast gem: prins, die al die schul„ hoeken bekent zijn, soo dat uw hoog Edelens liet uijt klaet konnen sin, hoe heijl saam en gewen„ „scht het is dat men hem in de belangen van de Comp: overgehaalt, en hoope heeft van denselven te sullen konnen bevreedigen op sulke Conditien waar door Java Eens werde hersteld in haar voorige rust. Ik betuijg uw hoog Edelens zeer nedrig dank, noor de gunstige goedkeuring van alle mijne verrigtingen en behandelingen omtrent den pange„ rang meerm:, en voor de g'eerde qualificatie om met den selven te Contracteeren over zijne prae„ „tensien, invoegen uw: hoog Edelens mij daar toe handleijding geven bij derselver gevenereerde te zijn missive n
English
335 From Java's East Coast, the 12th of October, Anno 1754. From Ternate, the 8th of September, Anno 1754. missive of the 26th of September last, and the draft of the contract itself attached to it, were received yesterday with the arrival of the ship Hercules. However, since that prince, upon my exhortations, has addressed your Right Excellencies directly, as I had the honor to set down in my respectful letter of the 28th of the past month, I hope your Right Excellencies will not take it amiss that I take the liberty to request and await your further and positive orders regarding this matter, the more so because the pangeran did not wish to be thwarted in his urge to attack Said. It being a gross and clumsy mistake of the translator that he, in the known translation of the letter consigned to me, made use of the word pangeran, whereas that is not to be found in the original, but rather I and me as the phrasing requires, and for which reason I have also severely reprimanded him about it in conformity with the intention of your Right Excellencies, to whom I have the honor to testify that I am with the utmost veneration. Was undersigned: Your Right Excellencies' very obedient, entirely humble, and faithful servant. Signed: N:s Hartingh. In the margin: Samarang, the 12th of October, Anno 1754. The sudden decease of His Highness the King of Ternate having caused us to take closer regard of your Right Noble Grand Venerable highly respected order, contained in the separate missive of the 31st of December of the past year, namely: to serve your Right Excellencies with our considerations regarding matters of some Right Noble, Grand Venerable, Valiant, Most Wise, Prudent, Discreet, Most Generous Lord and Lords. To His Right Excellency, The Right Noble Grand Venerable Lord Jacob Mossel, Governor-General, together with The Noble Lords Councillors of the Dutch Indies, at Batavia. Ternate. Speculation. 337 From Ternate, the 8th of September, Anno 1754. From Ternate, the 8th of September, 1754. speculation, in order to properly dispose thereupon, we have therefore judged in our secret session of the 30th of August that this order should now all the more take place, in order to lay open before your Right Noble Grand Venerables the qualities of the princes who might come into any consideration for the Ternatean crown. And this all the more because the examples of the years 1698 and 1714 show us that the ministers at that time each time proposed to your Right Excellencies a person whom they judged to be the nearest and most qualified for the crown, but which we have now extended to a general description of all the princes of the lineage of the kings, as your Right Noble Grand Venerables may please to view all this in detail in the copy attached hereto of our resolution taken at the aforesaid secret session on the 30th of August after serious deliberation. To this we request to be permitted to refer, since we do not know how to add anything more regarding the one, or take anything away regarding the other. Thus, the election of a new Ternatean King being left entirely to your Right Noble Grand Venerables' pleasure, we will only request that whoever your Right Excellencies shall come to appoint as King may be notified that he will have to take onto his account such sum of 9000 rixdollars and the interest accrued thereon as still remains unpaid of the 10000 rixdollars advanced by your Right Excellencies to the heirs of the late Senior Merchant Hazebroek, since that debt was not made by the deceased King himself, but he only undertook to pay it for his father, the late King Radja Lauwt, and thus must be counted as a debt of the crown. With all of which we live in hope that this our conduct, as well as all our further actions in this delicate Government, may carry away your Right Noble Grand Venerables' favorable approbation. We also accompany this with the duplicate of our secret missive of the 26th of June last, and concluding herewith, we pray God the Lord to preserve your Right Excellencies' highly respected persons, together with the interests of the Honorable
Dutch transcription
335 Van Javas oost Cust den 12:' october A:o 1754. Van Ternaten Den 8. ' Septb:r A:o 1754. missive van den 26: septb:r J:o leeden, en 't daar aan g'ac„ crocheert Concept van het Contract selve gisteren gerecipieert met de komst van 'tschip Her„ cules, dog dewijl dien prins zig op mijne adhortatien direct aan uw hoog Edelens heeft g'addresseert soo als de her heb gehad hij mijn Eerbiedig schrijvens van den 28:' gusden mensis„ ter neder te stellen; hoop ik niet dat uw Hoog Edelens mij 't ongunstig afneemen sullen dat ik de vrijheijd gebruijk derselver nadere en positive ordres hier omtrent te versoeken en af te wagten, temeer om dat den pangerang in sijne driften om said te attaqueeren niet gaarne stuijten wilde:, zijnde het een grof en lomp abuijs van den Translateur dat hij bij het bewuste Translaat der aan mij geconsigneerde brief zig heeft bedient van het woord pangerang also dat in't origineel niet te vinden is maar wel ik en mij na dat de Constructie verborum 't medebrengt, en waarom ik denselven ook daer over ernstig heb gereprimendeert Conform de jntentie uwer Hoog Edelhedens, aan wien de Eer heb te betuijgen, dat ik met de uijterste veneratie ben. /:onderstond:/ uw hoog Edelens seer gehoorsae„ „me gantsch onderdanig en trouw schuldige dienaar /:getekend:/ N:s Hartingh /:in margine:/ Samarang Den 12:' october A:o 1754. Det zubiet sterf geval van zijn hoogheijd den coning van Ternaten ons nader reguard hebbende doen slaan op uw hoog Edele groot agtb: hoog. gerespecteerde ordre, vervat bij aparte missive van den 31:' december anno pass:o namentlijk: om uw hoog Edelheedens omtrend zaaken van eenige Hoog Edelen Groot Agtbare„ Manhaften, wel wijsen voor„ sienigen Discreten, leer genereusen Heere en Heeren Aan zijn Hoog Edelheijd Den hoog Edelen groot Agtbaaren Heere Jacob Mossel gouverneur generaal, Benevens Dewel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia Batavia Ternaten Speculatie 337 Van Ternaten den 8:' September A:o 1754. Van Ternaten den 8:' Septb:r 1754. specuulatie, van onse Consideratien te moeten dienen ten eijnde daar op na behooren te komen disponeeren soo. hebben wij ter onset secreete besoigne van den 30:' aug:s geoordeelt, dese ordre thans te meerder plaats behoorde tevinden, omme vaor uw hoog Ed: groot agtb:r open te leggen de hoedaanigheden van de paincen die tot de ternaatse Craan, in eenige Consideratie konnen koomen, en wel temeer om dat ons de Exempelen van den Iaare 1698: en 1714. aanthoonen, de ministers als doen telkens een persoon die zij de naaste en bequaamste tot de Caaan oordeelen aan uw hoog Edelheedens hebben voorgedraagen, dog het geen wij thans hebben uijtgerekt, tot een generaale beschrijving van alle de princen van het geslagt der kooningen, soo als uw hoog Ed: groot agtb: dat alles omstandig gelieven te beoogen bij het hier nevens gevoegde afschrift van onse resolutie bij de voorsz: secreete beseigne op den 30: aug:s na eene serjeuse deliberatie genomen, waar aan wij versoeken ons te mogen gedraagen alsoo mij niet weten omtrend den een iets meerder bij, of omtrend den onder iets af te doen, oversulks de verkiesing van eenen nieuwen Ternaatsen Coning ten vollen aan uw hoog Edele groot agtb: goetvinden gelaaten wordende, soo zullen wij eenlijk versoeken dat den geene die uw hoog Edelheedens tot Co„ „ning zullen koomen aan te stellen mag aangesz: worden, hij voar zijn reeckening zal moeten neemen soodanige somma van 9000 : rd:s en den daar op verloopene Jntrest als nog onbetaald zijn van de 10'000: rd:s daar uw hoog. Edelheedens aan de Erfgenaamen van den geweesen oppercoopm: Hazebroek uijtgeschooten, overmits die schuld door den overleden Coning niet selvs gemaakt is, maar alleenig aangenoomen heeft, die voor zijn vader. /: den geweesen. Coning Radja Lauwt:/ te zullen betaalen, en dus als een schuld van de Craon moet gereekent worden, met alhet welke wij in hoope Leeven, soo wel dese onse behan„ deling, als alle onse verdere verrigtingen in dit netelige Gouvernement uw hoog Edele groot agtb: gunstige approbatie zullen moogen weg draagen, soo laten wij desen nog versellen van het duplicaat onser secreete missive van den 26:' Junij J:o Leden, en waar mede dese besluijtende, bidden wij god de heere uw hoog Edelhedens hoog gerespecteerde persoonen, nevens de belangens der E: # gelaaten verte
English
339 From Ternate, the 8th of September, Year 1754. From Ternate, under date 8th of September 1754. to be pleased to keep the Company in His divine protection, the Lord granting us to remain with the utmost respect, was underwritten, High Noble, Right Honourable, Valiant, Most Wise, Prudent, Discreet, Highly Generous Lords and Gentlemen, lower, Your High Noble and Right Honourable obedient and faithful servant, was signed, J: E: v: Mijlendonk, J:s Tonneman, J: B: Dela houte Maison, J: v: Nievelt, A:s Wasbeek, W: G: A: Faber, J: Smit, R: A: Wijnen, in the margin, Ternate, In Castle Orange, the 8th of September, Year 1754. General business having been concluded, the Governor reminded the members of their High Noble and Right Honourable highly revered order, communicated by separate dispatch of the 31st of December of the past year, namely: that they must give the aforementioned High Noble Lords the necessary elucidation by separate or secret letters concerning matters of some speculation, in order that dispositions may be made thereon as appropriate; which order, his Honour continued, ought now to be observed more than in other cases in view of the sudden and completely unexpected death of His Highness the King of Ternate Aijan Saha van Outshoorn. Friday, the 30th of August 1754. Secret meeting in the forenoon, present: The Honourable, Worshipful Governor and Director of these Moluccas, Jan Elias van Mijlendonk The Honourable Senior Merchant and Second, Jeronimus Tonneman The Honourable, Valiant Captain and Chief of the Militia, Jean Babtist de Lahaute Maison The Junior Merchant and Provisional Fiscal, Johannes van Nievelt The Secretary of Policy, Adrianus Wasbeek The Garrison Bookkeeper, Willem George Abraham Faber The Dispenser, Jan Smit, and The Provisional Shopkeeper, Rudolph Anthonij Wijnen. Friday 341 From Ternate, under date 8th of September, Year 1754. From Ternate, under date 8th of September 1754. Saha van Outshoorn, considering that, according to previous examples, both from the year 1690 upon the demise of King Amsterdam and from the year 1714 upon the death of King Perlucco, the obligation has thereby fallen upon this assembly to supply their aforementioned High Noble and Right Honourable Lords with our considerations regarding the persons and qualities of all the princes who are related to and descended from the Royal House, as well as who and which persons would indeed be the nearest and most qualified to succeed to the crown. Serious deliberations being about to begin on this matter, a paper on the royal lineage, as recorded by the interpreter and translator Matthijs Dames, is initially submitted by the Governor, reading as follows: Lineage of His Highness the King of Ternate, Paduka Siri Sulthan Bianajet Allahiel Malikie Mannani Alawaddin Mantsoersaha Kitchil Aijansaha van Outshoorn, deceased on the 24th of August 1754, as recorded by me, the undersigned interpreter and translator: His Highness is descended from the lineage of King Mandersaha, and is a legitimate grandson of King Perlucco, and eldest son of King Radja Lauwt, who died on the 8th of December 1751, who, besides the aforementioned His Highness van Outshoorn, also left behind two legitimate sons and one daughter who are still living and are thus brothers and sister of his deceased Highness, consisting of: Prince Sahamerdam, estimated age 40 to 45 years Prince Swaarde Croon, estimated age 30 to 35 years Princess Gorontale, who was married to Prince Ajang Aar, grandson of King Amsterdam, but they are now divorced; having one son named Bajana, aged circa 10 to 11 years. Furthermore, His Highness van Outshoorn has left behind an illegitimate son, whom they call Prince Meere, begotten with a concubine named Popa, aged 18 to 20 years. Further, two daughters, namely: Princess Mihiersan, begotten with the above-mentioned Popa, this being the princess whom the King of Batchian has requested in marriage. The other is still a child and her name is as yet unknown, begotten with an in-house slave woman. Further, His deceased Highness had a brother, Prince Xulla, former Captain Lauwt, who died in the past year. He left five sons, begotten in a legitimate marriage with Princess Boea, daughter of the deceased Prince Djoubiam, consisting of: Prince Djalila, aged 26 to 28 years Prince Radja Loen, aged 25 to 26 years Prince Sapsika, aged 21 to 22 years Prince Aboebakar, aged 19 to 20 years Prince Hassan, aged 14 to 15 years. Subsequently, the brother of King Radja Lauwt, Prince Djoubiam, has left behind:
Dutch transcription
339 Van Ternaten den 8:' September A:o 1754. Van Ternaten onder dato 8. ' Septb:r 1754. maatschappije te willen houden in zijne divinie bescherminge, ons de here gevende met het uijtterste respect te blijven /:onderstond:/ Hoog Edelen Groot Agtbaaren Manhaften wel wijsen voorsienigen. Discreten seer gerereusen Heere en Heeren /:lager:/ uw Hoog Edele Groot Agtb:e gehoorsame en Trouwschuldig Dienaar /:was getekend:/ J: E: v: Mijlen„ „donk, J:s Tonneman, J: B: Dela houte. Maison, J: v: Nievelt, A=s Wasbeek, W: G: A: Faber, J: Smit R: A: Wijnen /:in margine:/ Ternaten Jn't Casteel orange den 8:' Septemb:r A:o 1754. de gemeene zaaken afgeloopen zijnde, soo herin„ „neert den gouverneur aan de leeden haar hoog Edele groot agtb:e zeer gevenereerde ordre, verrat bij aparte missive van den 31:' decemb:r a:o passato, na„ „mentlijk: om hoogst gem: haar hoog Edelheedens omtrend zaaken van Eenige speculatie bij aparte of secreete brieven de noodige Elucidatie temoeten geven, ten eijnde daar op na behoren te konnen disponeeren; welke ordre zijn E: vervolgde thans meer dan in andere gevallen diende geab„ serveert te worden Jn op sigte van het zubiet en gansch onvermagt sterfgeval van zijn hoogheijd den Coning van Ternaten Aijan Vrijdag den 30:' Aug:s 1754. des voor demiddags secrete ver„ gadering present. Den E: E: agtb: heer gouverneur en diracteur Jan Elias van Mijlendonk deser moluccas. .... Jeronimus Tonneman „ E: oppercoopm: en secunde „ E: manh: Capt:n en hoofd der militie. . . Jean Babtist de Lahaute Maison Johannes van Nievelt „ onderCoopman en p:l fiscaal. „„ secretaris van politie Adrianus Wasbeek _:o „ _o _. o „ guarnison boekh:. . . Willem george abraham faber „ _:o „ dispencier. Jan Smit en „ _:o „ p:l winkelier. . . Rudolph Anthonij Wijnen. Saha Vrijdag 341 Van Ternaten onder dato 8: September A:o 1754. - Van Ternaten onder dato 8. ' September 1754. Jaha van outshoorn, aangesien daar door volgens de voorige Exempelen soo van het Jaar 1690. bij het afsterven van den Coning amsterdam als van den Jaare 1714. bij het overlijden van den koning Perlucco de verpligting op dese vergadering gekoomen is, om aan wel gem: haar hoog Ed: groot agtb: temoeten suppediteeren, onse Consideratien over de persoanen en qualiteijten van alle de princen, die aan het koning„ lijke huijs vermaagt schept ende afstammende zijn, mitsgaders wee, en welke persoonen wel het naaste en bequaamste zoude zijn, om tot de krog te succedeeren oversal het welke in ser„ „jeuse besoigne. zullende getreeden worden soo„ word aanvankelijk door den gouverneur overgelegt en papier van het koninglijke geslagt; sooda„ „nig het daar den Tolk en Translateur Matthijs Dames opgenomen is Luijdende als volgt Geslagt van zijn hoogheijd den Coning van Ternaten Paduka siri sulthan Bianajet allahiel Malikie man„ „nani alawaddin Mantsoersaha kitchil aijansaha van outshoorn overleden den 24:' aug:s 1754: soodanig als het daar mij ondergesz: talk en Translateur is op genoomen zijn hoogheijt is gesprooten uijt het geslagt van den coning Mandersaha, en een wettig kleijn loon van den Coning Perlucco en oudste zoon van den op den 8:' deceemb:r vervolgens heeft de broeder van den Coning Radja Lauwt, prins DJoubiam nagelaten 1751. overledene Coning Radja Lauwt die buijten gem: zijn hoogheijt van outshaaren nog heeft nage„ laten twee Egte zoonen en Een dogter die nog in leven en dus broeders en suster van zijn overledene hoogheijt zijn bestaande in Den prins sahamerdam end na gissing 40. a 45. Jaaren _. o swaarde Croon „ „ _:o 30. „ 35. _:o de princesse Gorontale die getrouwt is geweest net den prins ajang. Aar kleijn zoon van den Coning Amster„ „dom maar nu gescheijden zijn; hebbende Een zoon gen:t bajana oud Circa 10. â 11: Jaeren voorts heeft zijn hoogheijd van outshoorn nagela„ ten Een onlgte zoon die men prins Meere noemt geteeld bij een bij wijf popa genaamt oud 18: à 20. Jaren. Nog. Twee Dogters in naame princesse Mihiersan geteeld bij boven gem: popa zijnde het dese princesse die den Coning van batchia. ten houwelijk versogt heeft de andere „. is nog een kind en de naam nog onbekent geteeld bij Een slavin in huijs. Nog: heeft zijn overleedene hoogheijd Een Broeder gehadt Prins xulla, geweesen. Capit:n lauwt in a. o pass. o overleden, dese heeft vijf zoonen nagelaa„ in een wettig heuwelijk geteeld met de princesse Boea dogter van den overledene prins DJoebiam. bestaande in d' prins Djalila oudt 26. à 28. Jaaren „ _:o RadjaLoen „ 25. „ 26. _:o „ _:o sapsika „ 21. „ 22 — „ _:o aboebakar „ 19. „ 20. _. o _:o Hassan _:o 1751. „ 6 „ 14. „ 15. — _:o
English
343 From Ternate, under date 8 September 1754. From Ternate, under date 8 September 1754. One legitimate and nine illegitimate sons, of which the legitimate son is named Prince Hairioen, aged 30 years, and completely deformed, and one has not well been able to learn the names of the nine illegitimate princes. Furthermore, there are still alive from the lineage of King Amsterdam one illegitimate prince, Coborwamma, who is stone-old and also already senile. Likewise still from King Terlucco, one ditto named Jusoph, aged around 60 years, currently holding the office of high priest of the Mahometan law in Ternate, whose birth is called into question, with some maintaining he is legitimate, but others that he was begotten out of wedlock with a Chinese woman, about which the true information cannot well be fished out. —. Underneath stood: Ternate in Fort Orange, the 27 August 1754. Was signed: Matthijs Daames. 6 This paper having been read and the persons of the legitimate princes mentioned therein, along with their conduct, temperament, actions, and what more besides, having been discussed at length, it was unanimously agreed and decided to specify all of them individually with their manners and conduct in this document, such as they are in deed and truth, namely: Prince Sahamerdam is a person who is the most bitterly Mahometan, never drinks any strong spirits, neither wine nor beer, is by no means a friend of the Europeans, but shuns the same wherever he can or may, furthermore a crafty and cunning rogue who does virtually nothing unless his interest requires it, and during the last war between Ternate and Tidore was quite suspected of repeatedly fanning the fire among the murderous Alfoors, whereby the war would also have lasted so long, just as it is likewise not beyond suspicion that he had a hand in the murders that have been committed by the Ternatan Alfoors since the past year, as has been cited in our general advices of 26 June last. Prince Zwaardecroon has a completely different nature than the aforesaid his brother, drinks heavily, and is well pleased if he may just indulge freely, also by no means a friend of the Tidorese, having all too often mistreated the Tidorese envoys at public banquets and receptions, so much so that the governor had to make him hold his tongue. Prince Aijan Har is a person who has nothing about him that can in any way recommend him for the royal dignity, and who has made himself very much hated among all the Ternatans, both high and low, through the repudiation of Princess Gorontalo for the sake of a coarse Chinese person whom he has taken as a concubine. The five sons of Prince Xulla, namely Prince Djalila, ditto Radjaloen, ditto Sapsuka, ditto Aboebakar, ditto Hassan, are all of those qualities that one attributes to debauchees, reveling night and day in all manner of debauchery through the village, and none of them has the slightest thing about himself that can bring them into the least consideration in this matter. Thus the legitimate princes, both in their persons and qualities, having been recorded in writing and once again read aloud, it was unanimously resolved to leave the same as it stands and to bring it to the attention of Their Right Honourables, with the further declaration that in the event the illegitimate birth of Prince Miere, son of the late king, should not come to be an obstacle to him,
Dutch transcription
343 Van Ternaten onder dato 8:' September 1754. Van Ternaten onder dato 8: Septemb:r 1754. Een Egte en neegen on Egte zoonen waar van de Egte zoon genaamt is. Prins Hairioen oudt. 30. Jaeren, en geheel mismaakt en heeft men de naamen van de neegen en Egte princen niet wel te weten konnen koomen Nog zijn in levenden Lijve van het geslagt van den coning amsterdam Een en Egte prins Coborwamma die stok ouden ook al kinds is. Jnsgelijks nog van den Coning. Terlucco, Een d:o Jusoph gen:t oud na gissing. 60. Iaaren bekleedende thans het ampt van opperpriester van de maho„ metaanse wet in Ternaten, welkers geboorten twijfbelagtig word gesteld, willende den Eene„ lij Egt, maar andere hij in onEgt geteeld zoude zijn bij een chineese vrouw, waar van het regte bescheijd niet wel uijt te vasschen is. —. /:onderstond:/ Ternaten in't Casteel orange den 27: aug:s 1754. /:was geteekend:/ Matthijs Daames 6 Dit papier gelesen en over de persoonen van de daar bij vermelde Egte princen nevens haar gedaag, humeur, gedoentens; en wat dies meet is, in het breede gesprooken. zijnde; soo is een paarig goet„ „gevonden ende verstaan alle deselve hoofd voor hooft met haere manieren en gedrag. soodanig in desen te specificeeren als zij in der daad en waarheijd zijn, namentlijk: Den Prins sahamerdam is een persoon op het bitterste mahometaans drinkt nooijt geen sterke dranken nog wijn nog bier, u gansch geen vriend van de Europeesen, maar schuuwd deselver, waar hij maar kan of mog, voorts Een door trapte en slimme vas die genoegsaam niets doed, of Dus de Egte princen soo in haare persoonen als qualiteijten ten passiere gebragt, en nogmaals Eerleesen zijnde soo is een paarig verstaan het zelve soodanig ook te laaten staan en haar hoog Ed: groot agtb: onder het ooge te brengen met verdere verklaaringe dat soo wanneer de onEgte geboorte van den prins Miere soon van den overleden Coning hem niet koomt te zijn intrest moet het mede brengen, En is bij den laasten oorlogh tusschen ternaten en Tedot vrij suspect geweest, van bij de moordaadige, alphoeneesen het vuur telkens te hebben aangeblaaten. waar door den oorlogh dan ook soo lange zoude geduurt hebben, gelijk almede niet buijten suspicie is van de hand te hebben gehadt in de moorden die zedert anno pass:o door de ternaatse alschoereesen gepleegt zijn, soo als dat in onse gemeene advijsen van den 26:' Junij J:o leeden staat aangehaald. prins ZwaardeCroon heeft Een gansch ander naturee den voorsz: zijn broeder drinkt sterk, en is wel te vreeden als hij maat vulle wulle mag roepen, ook gansch geen vriend van de Tidoreesen, hebbende al te meermaalen de tido„ reese gesanten op publicque maaltijden van voorstellingen qualijk bejegent, sodaanig dat den gouverneur hem de mand heeft moeten doen. stilhouden prins aijan Har, is en persoon die niets aan zig heeft dat hem eenigsints tot de koninglijke waardigheijd receman„ dabel kan maaken, en die zig onder al de ternataanen soo hoog als laag zeer gehaalt heeft gemaakt, daar het verstooten van de princes gorontole, om de wille van een Chineese raauw mensch die hij tot een bij wijff genoomen heeft. De vijf zoonen van den prins xulla in naame den prins Djalila) zijn alle van die qualiteijten die men aan ligtmissen d:o Radjaloen. tot schrijft, swieren nagt en dag in alle d. o sapsuka. . ongebant heden door de Negorij en heeft d:o aboebakar. . niemand van haar niets het geringste over d. o Hassan. . . zig dat haat ten desen in eenige de minste Consideratie kan brengen zijn obsteren d
English
From Ternate, dated 8 September 1754. From Ternate, dated 8 September 1754. preclude him from attaining the crown, this council would certainly recommend no one other than him, as the first and closest prince to the royal dignity, to Their High Noble Excellencies, because he is a capable young man of very good conduct who is accustomed to associating with Europeans, having for the most part been brought into all company by his father, His Highness, and of whom one might have hope that he will follow in the footsteps of his praiseworthy father, who, in truth, may well be said to have been as well-intentioned toward the Company as any vassal over the kingdom of Ternate will ever be. Furthermore, concerning the aforesaid point of birth, it was also noted by this council that in the contract dated 7 July 1683, whereby the conquered kingdom of Ternate was again surrendered to King Amsterdam as a vassal, it is found at the end of the 4th article that Their High Noble Excellencies reserved the right, at their own discretion and pleasure, to choose in the future such King over the kingdom as shall please Their High Noble Excellencies, without mention being made therein of legitimate or illegitimate princes; on which grounds it was also approved and understood to incorporate the good qualities of the aforesaid Prince Miere in the aforesaid manner into this resolution, and to recommend his person to Their High Noble Great Reverences; but since he must remain excluded for the aforesaid reasons, this council testifies that among all the legitimate princes no one is closer to the succession than Prince Sahamerdam, of whom one will have to hope, when he shall be invested with the high dignity of King, that he will desist from his previous actions and become a better friend to the Honorable Company and the Europeans. All of which considerations this council hopes Their High Noble Excellencies will be pleased to accept as having flowed from a sort of zeal to comply with the revered orders, without the slightest intention of placing any limits upon the highly wise deliberations of Their High Noble Great Reverences, but entirely to the contrary, the filling of the Ternate kingdom with a new King is left with the utmost respect to the prudent and penetrating judgment of the highest mentioned Their High Noble Excellencies, in order to elect thereto whom they shall deem to be the most expedient. The Governor also gives notice that of the 10000 rixdollars which Their High Noble Excellencies paid to the heirs of the former Chief Merchant Hazebroek on account of the debt contracted by King Radja Lauat, no more than one thousand rixdollars with one year's interest has yet been paid, and that 347 From Ternate, dated 8 September 1754. From Bengal, 13 April 1754. Emden Company Opium this year no deduction from the recognition moneys can be made on it, since the late King has already enjoyed 4177 rixdollars thereof, and moreover 1500 have been advanced to defray the expenses of His Highness's funeral; followed by the proposition that, as this debt cannot be left to the account of the heirs of the deceased King, having not been contracted by their father but only taken over, and thus must be regarded as a debt of the Crown, one will therefore need to request Their High Noble Excellencies to write by letter to the person whom Their Noble Excellencies shall come to elect as King, stating that he must take the said debt, being currently still 9000 rixdollars with the accrued interest, for his account, and be obliged to let an article thereof be included in the new contract to be made, whereby such appointed King is bound to renew and swear to all previous contracts, both that of 7 July 1683 and all other successions made with his predecessors. Which proposition having been approved by all the members, it was understood to likewise let this be done by secret letter. Underneath stood: Thus done, resolved, and established at Ternate in Fort Orange, date aforesaid. Was signed: Jan Elias van Mijlendonk, Ieronimus Sanneman, Jean Babtist de la haute Maison, Johannes van Nievelt, Adrianus Wasbeek, Willem George Abraham Faber, Jan Smit, and Rudolph Anthonij Wijnen. Underneath stood: Agrees. Was signed: As Wasbeek, provisional Secretary. On 13 October and 23 March I had the good fortune to receive Your High Excellencies' most revered secret circular and separate letters of 18 July and 26 October last, together with the appended secret extracts from a letter from the homeland under date of 29 March of the year 1752, and the Batavia resolution of 23 July 1753; the first containing a notification regarding the newly established Asian Company in Emden and its navigation to the East Indies, and the latter Your High Excellencies' salutary aim to transfer the opium cultivation to Amboina; wherefore it pleases me herewith in humble reply thereto to report that I Most Honorable, Great, Venerable, Widely Ruling Gentlemen, and Sirs, Batavia To His High Nobility The Most Honorable, Great, and Venerable Sir Jacob Mossel Governor-General together with The Most Honorable Gentlemen, Councilors of the Dutch Indies Bengal
Dutch transcription
Van Ternaten onder dato 8:' September 1754. Van Ternaten onder dato 8:' Septb:r 1754. obsteren, om tot de kooo te konnen geraaken desen raade zeekerlijk niemand als hem, als de Eerste en naaste prins tot de koninglijke waardigheijd aan haar hoog Edelheedens zouden voordraagen, uijt hoofde den selven is Een geschikt Jongman van Een heel goed gedrag die gewent is met de Europeesen te verkeeren als zijnde meesten tijds door zijn nader. /: Z: M:/ in alle geselschappen gebragt en waar van men hoope zoude konnen hebben van de voetstappen van zijn Loflijken vader te zullen op volgen die men wel Conform de waarheijt mag zeggen van soo een goed g' intentioneerde voor de Comp: te zijn geweest als 'er ouijt Een Leenman over het rijk van Ternaten zal koomen, zijnde voorts omtrend het voorsz: poinct van de geboorte bij desen raade nog aangemerkt, dat bij het Contract dato 7:' Julij 1683. waar bij het overheerde rijk van Ternaten wederom aan den Coning amsterdam als Een Leenman overgegeven is, aan het Eijnde van het 4:' artl: word gevonden. haar hoog Edelh:s aan haar eijgen keur en. goet vinden hebben gehouden, om in 't ver„ volg soodanigen Coning over het rijk te verkiesen als haar hoog Edelh:s zal behaagen, zonder dat daar bij van Egte ofte onlgte prnnen gesprak word uijt welken. hoofde dan ook goet gevonden ende verstaan is, de goede hoedanigheden van den opgem: prins Miere in maniere voorsz: in dese resolutie te laaten invloeijen, en haar hoog Ed: groot agtb: zijn persoon waar„ draagen, dog denselven om reeden voortz: moetende uijt geslooten blijven, soo betuijgt desen raade onder alle de Egte princen niemand nader tot de successie te zijn als den prins sahamerdam die ine zal moeten hoopen /:wanneer met de hooge waardigheijd van Coning be„ kleed zal zijn :/ van zijn voorgaande handelingen zal of zien, en wat leeeter vriend van d' E Comp: ende Europeesen zal worden, alle welke Consideratien desen raade verhoopt haar hoog Edelh:s zullen gelieven op te neemen als voorts gevloeijt, uijt een zoort van ijver om aan de gevenereerde ordres te voldoen zonder het minste insigt om aan haar hoog Ed: groot agtb: hoog wijse deliberatie Eenige paalen tewillen stellen, maar word gantsch ter Contrarie het vervullen van het ternoetse rijk met Eenen nieuwen Coning, met de uijtterste Eer„ bied overgelaaten aan het prudent en doorbigtig oordeel van hoogst gem: haar hoog Edelheedens, omme daar toe te verkiesen die zij zullen ver„ meenen het oorbaaaste daar toe te wesen Nog geeft den gouverneur te kennen dat van de. 1'0'000: — wd:s die haar hoog Edelh:s betaald hebben aan de Erfgenaamen van den geweesen oppercoopman. Hazebroek wegens de gemaakte schuld van den Coning. Radja Lauat, nog niet meer betaald is, dan Een duijsent rd:s met Een Iaar Jntrest en dat Jnvloeijen desen d 347 Van Ternaten onder dato 8. ' Septb:r 1754. Van Bengalen den 13:' April 1754. Embdische Compagnie Amphioen desen Jaare daar op geen korting van de recognitie penn: zal konnen gedaan werden aangezien de overleden Coning daar van bereijts 4177:- rd:s heeft genooten en boven dien nog. 1500. – tot het bekostigen van zijn hoogheijds begraffenisse uijtgeschooten zijn; met gevolgde propo„ „sitie, dat, de wijl dese schuld niet voor reeck:s van de Erfgenaamen van den overledene Coning kan worden gelaaten, als niet door haar vader gemaakt maar alleenig overgenomen zijnde, en dus als een schuld van de Croon moet worden aangemerkt men dierhalven aan: haar hoog Edelh:s zal dienen te versoeken om den persoon die haar Edelh:s tot Coning zullen koomen te verkee„ sen bij missive aanteschrijven hij de gedagte schuld /:zijnde thans nog groot 9000:- rd:s met de verloopere Jn„ treft voor zijn reekening zal moeten neemen, en gehouden zijn daar van een articul te laten in„ vloeijen in het nieuw te maakene. Contract waar bij soodanigen aangestelden Coning verpligt is, alle voorige Contracten soo wel dat van den 7:' Julij 1683. als alle andere successiene met zijne voorsaaten gemaakt, te vernieu„ „wen ende te besweeren. welke propositie bij alle de leeden voor goed gekeurd zijnde, soo is ver„ staan, het selve almede bij secreete missive te laaten geschieden /:onderstond:/ Aldus gedaan beslooten en vastgesteld tot Ternaten in't Casteel orange dato voorsz: /:was getek:d/ Jan Elias van Mijlendonk, Ieron:s Sanneman, Jean Babtist de la haute Maison, Johannes van Nievelt, adrianus Wasbeek, willem george abraham faber, Jan Smit, en Rudolph anthonij Wijnen /:onderstond:/ accordeert /:was getekend:/ A:s Wasbeek, p:l secretaris. Op den 13:' 8ber: en 23:' maart heb ik 't geluk gehad te recificeeren u hoog Ed:s zeer gevenereerde secrete circulair en apparte missives van den 18:' Iulij en 26: october Jongstl: benevens de daar bij ogelegd geweest zijnde secrete Extracten uijt een patriase brief sub dato 29:' maart de anno 1752, en bataviase resolutie van den 23:' Julij 1753. behelsende het eerste eene notificatie nopens de te Einden nieuw opgeregte asiatische Comp: en derselver vaart op oost Jndien, en het laaste u hoog Ed:s salutair oogmerk, om de amfioen Culture naar ambonna over te brengen, zo gene mij bij desen d' eene in nedrig antwoord van dien te melden, dat ik Wel Edele groot Agtbare Wijdgebiedende Heeren, en Heeren Batavia Aan zijn Hoog Edelheijt Den Hoog Edele groot Achtbaren Heere Jacob Mossel Gouverneur Generaal mitsgaders De wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Bengalen het - e
English
From Bengal, 13 April Ao 1754. Bengal, 13 April A:o 1754. Aukema will carefully observe the orders of the gentlemen Majores and use the required precautions if any ship or ships of the aforementioned Company should appear in the Ganges, to hinder their trade as much as possible and prevent them from gaining a foothold; and regarding the latter, in dutiful compliance with your High Excellencies' honored orders, owing to the passage of time, I could not obtain more than 7 bottles of opium seeds from the past year, which have been sealed and marked in a small chest, handed to the commander of the chaloup Rebecca Jacoba, and are now being transferred to Batavia; as soon as the new seeds of this year have ripened, I shall not fail to provide a quantity of the best sort again and send them to the capital at the first opportunity. I commend your High Excellencies' illustrious persons to God's precious blessings and have the honor to remain with profound respect. Underneath: Right Honorable, highly esteemed, far-ruling Lord and Lords. Lower: your High Excellencies' obedient and humble servant. Was signed: J:n Kersseboom. In the margin: Hooghly in Fort Gustavus, 13 April A:o 1754. High Noble, far-ruling Lords Batavia To His Excellency, the High Noble, Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, Governor-General, as well as the Right Noble Lords Councilors of the Dutch Indies. Whereas notice was already given by our secret detailed letters of 28 March of the year 1752 that the affair of the senior merchant and chief at the Patna factory, the Honorable Bartholomeus Aukema, concerning his debts, was so far terminated that nothing remained except the settlement of that of the former vakil Mir Afzal; we therefore have the honor respectfully to inform your High Excellencies that said Mir Afzal was subsequently approached in the same manner as the other creditors, and for 58106:4 sicca rupees which said Honorable Aukema owed him, running on a mortgage bond in the name of Deeuwsing, he accepted half, or 29053:2 sicca rupees, and returned the aforementioned promissory note, with which this affair is now fully settled, as appears from our secret resolution of 2 July and 11 August past, accompanying this in copy, together with the letters exchanged to that end between us and the aforementioned chief, as well as some other relative papers, to which we take the liberty of respectfully referring. Underneath: High Noble, far-ruling Lords. Lower: your High Excellencies' most humble and very obedient servant. Was signed: J: Kersseboom, Joan Fredrich Paldamus, A: Tabuteau, G: v: d: Beets, M:s Bastiaansz:, J:n Ribaut, J:s A:d v:n Scheershaven. In the margin: Hooghly in Fort Gustavus, 13 April A:o 1754. Monday, 2 July A:o 1753, before noon. Extraordinary meeting, all present except the sea captain and master of equipage Lucas Zuijdland, due to indisposition. It having been observed with much pleasure from the secret letter received yesterday from the chief at Patna, the Honorable Bartholomeus Aukema, under date of the 17th of the past month, that he had finally disposed the Company's former vakil Mir Afzal to be satisfied, after the example of the other creditors, with half of the principal that his Honor still owed him, amounting in total to 58106:4 rupees, provided that he should receive the same at Patna, although the bond here was deposited under a nephew of the Moorish merchant Khwaja Wazid, in the name of Khwaja Ashraf; wherefore the Honorable Aukema comes to request authorization from this administration for the payment of the said Mir Afzal with a sum of 29053:2 rupees; it is, considering it is one and the same where this amount is paid out, and the conditions made between said Aukema and Mir Afzal, namely: that his Honor, after obtaining permission, would place the aforementioned cash into sequestration with one of the most substantial
Dutch transcription
349 Van Bengalen den 13:' april Ao 1754. Bengalen den 13:' april A:o 1754. Ankema het bevel der heeren Majores zorgvuldiglijk in agt neemen en de vereijschte precautie gebruijken zal in dien er eenig schip of scheepen van voorm: Comp„e in de ganges mogten verschijnen) deselve de negotie zo veel mogelijk, te verhindererijff„ en beletten, dat zij geen post komen te vatten, en belangende het Laaste heb ik in schuldige opvolging van uhoog Ed:s g'eerde ordre mits den verloop des tijds, niet amphioen zaatsmeet des 7. bottels met amfioen zaden, van den den voorleeden Jare kunnen bemagtigen die dan in een kasje versegeld en gemerkt den gezaghebber van de Chaloup Rebecca Jacoba ter hand gesteld thans naar Batavia overgaan; zo dra de nieuwe desen Iaarse zaden tot haare rijpte gekomen zullen zijn) zal ik niet manqueeren, van de beste soort weder een parthij daar van te besorgen en bij Eerste occogie naar de hoofdplaatse over„ Jk beveele u hoog Ed:s illustre persoonen in godes dierbare zegeninge en heb d' eere met een probuud respect te verblijven. /:onderstond:/ Wel Edele groot agtb: wijdgebiedende heere en Heeren /:Lager:/ u hoog Edelens gehoorsame en onderdanige Dienaar /:was getekend:/ J:n Kersseboom /:in margine:/ Houglij in't fort gustavus den 13:' april A:o 1754. — senden Bij onze secrete nadrige letteren van den 28. Maart de anno 1752. reets kennisse gegeven zijnde, dat de zaak van den opper„ koopman en opperhoofd ten Comptoire patra den E: Bartholomeus Aukema rakende desselfs schulden in zo verre getermineerd en 'er niets meer overig gebleven was als de afdoening van die van den geve „zene Wackiel Mier Afzel; zo hebben wij dien aangaande de eere uhoog Ed:s met respect te bedeelen dat ged=te Mier afzel naderhand indiervoegen als de andere Crediteuren mede aan de hand gekomen en voor seev: rop:s 58106:4: Hoog Edele wijd gebie„ „dende Heeren Batavia Aan zijne Edelheijd Den hoog Edelen Groot achtbaren Heere Jacob Mossel Gouverneur generaal Mitsg:s - De Wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia die O G 351 Van Bengalen den 13:' april A:o 1754. Bengalen onder dato 13:' April 1754. die hem gem: E: Aukema Debet was, en bij een verband=briefje op de naam van Deeuw„ sing voortgelopen hebbende, de helfte ofte sirr: ropias. 29053: 2. g'accepteerd en voorm: schuld brief terug gegeven heeft, waarmede dan „deze afaire thans ten vollen is afgedaan blijkens onze dezen in Capia verzellende secrete resolutie van den 2:' Julij en 11:' aug:s passato, mitsg:s de ten dien einde tusschen ons en voorsz: opperhoofd gewisselde brieven jtem eenige andere daar toe relative papie„ „ren, waar aan wij de vrijheid gebruiken ons met eerbied te rebereeren /:onderstond:/ Hoog Edele mijd gebiedende heeren /:lager:/ u hoog Ed:s gants onderdanige en zeer gehoorsame dienaar /:was getekend:/ J: Kersseboom, Joan fredrich paldamus„ . . . . . , A: Tabuteau, G: v: d: Beets, M:s Bastiaansz: J:n Ribaut, J:s A:d v:n scheershaven /: in margine:/ houglij in't bort gustavus den 13:' april A:o 1754. Maandag Bij het op gisteren ontfangen secreet schrijvens van het opperhoofd te patna, den E: Bartholomeus Aukema sub dato 17:' der voorledene maand tot veel genoegen gezien zijnde, dat den zelve einde„ „lijk 'sComp:s gewezen wackiel Mier Afzel gedisponeerd hadde om zig naar 't voorbeeld der andere Crediteuren, met de helft van het Capitaal dat gem: zij E: hem schuldig gebleven is, in't geheel rop:s 58106:4: bedragende, te vrede te houden mits hij het zelve te patna zoude ontfangen, schoon de obligatie alhier onder een Noef van den moorsch koopman Chaja wazid, in name Choja As„ seraf berustende was; waaromme den E: Au„ kema qualificatie van dit ministerie komt. te verzoeken tot d' afbetaling van ged:e Mier afzel met eene somma van rop:s 29053. 2: zo is, uijt aanmerking het een en 't zelve is waar dit bedragen afgelangd werd, ende tusschen ged:e Aukema en hier Afzel gemaakte voorwaarden, te weten: dat zijn E: na bekomen permissie de voorsz: Contanten geven zoude in sequestratie bij een der Maandag den 2:' Julij A:o 1753 voor de middag Extra ordinaire vergadering, alle present, behal„ „ven den Capitain ter zee en Equipagemeester Lucas Zuijdland, mits indispositie. vermogendste. Van e
English
353 From Bengal under date 13th April Anno 1754. From Bengal under date 13th April 1754. wealthiest money changers, under written obligation from the same not to deliver to Mier Afzel until it had appeared to his satisfaction that the bond had been delivered to this administration and Mier Afzel had furthermore issued him a receipt, whereby he declared to be fully satisfied of all claims which he had upon his aforementioned Honour, to be so cautious and solid that not the least difficulty seems to reside herein, it was approved and understood to grant permission to the Honourable Aukema for the delivery of the aforesaid moneys in the manner aforesaid, and to order him that, as soon as he has placed the same in sequestration, to give notice thereof to this Council, in order to claim the aforesaid original bond from the mentioned Chaja Asseraf here. Thus done and resolved at Houglij in Fort Gustavus on the day aforesaid, was signed, J:n Kersseboom, C:s Pijhl, A: Tabuteau, Maccafbrij, G: v: d: Beets, M:s Bastiaanse, and J: L: J: Scherpenhuijsen. Having resumed a secret letter received yesterday from the Chief at Patna, Senior Merchant Aukema, dated the first of this current month, wherein it was found stated that his Honour, in accordance with the authorization granted to him pursuant to what was noted in the secret resolution of the 2nd of the past month, for the settlement of his debt with the Company's former vakil Mier Afzel of half of what he owes him, or sicca rupees 29053:2:—, intending to deposit it with the gomastha of the prominent money changers Neuderporsaat and Seerekram, the latter had been disinclined to interfere with that affair; so that Mier Afzel, being no friend of the gomastha of Bettusjent's heirs, whom the Honourable Aukema had proposed to him in place of the former, had proposed to his Honour to keep the aforesaid moneys with him until he should have received word that the bond was delivered to the Director Kersseboom, Resolution taken in Council as above on Saturday the 11th of August 1753, all present except Colonel the Honourable Maccabrij and Captain-at-Sea and Master of Equipage Zuijdsand, due to indisposition. Resolution delivered, whereto he would immediately write what was necessary to Chajo Asserof, provided that for his security it should be acknowledged in a document to have received the said bond, but that the money not having been paid in loco, this was to happen through him Aukema in Patna, and he Meer Afzel would hand over that document upon the delivery of the mentioned moneys to his Honour as well as the general receipt; wherefore, this way appearing to the Honourable Aukema the easiest to make a speedy end to this affair, he comes to request permission for it; thus, after deliberation, it was approved and understood to request and authorize the Director to claim the said bond from Choja Asserof, while issuing a receipt on that account in the manner aforesaid; furthermore, as soon as this shall have been accomplished, to qualify the Honourable Aukema for the aforesaid payment of sicca rupees 29053:2:— to Mier Afzel after there shall have been delivered to him by the same a valid receipt, alongside the aforementioned written receipt of the bond, with orders, as soon as this affair is concluded, to send those papers immediately to this administration. Java Thus done and resolved at Houglij in Fort Gustavus on the day aforesaid, was signed, Kersseboom, C:l Pijhl, A: Labeteau, J: V: D: Beets, M:s Bastiaanse, J:s P:s v:n Scherpenhuijsen, underneath stood, Agrees, was signed, M:r Bastiaansz. Thus
Dutch transcription
353 Van Bengalen onder dato 13:' april A:o 1754. Van Bengalen onder dato 13:' April 1754. vermogendste wisselaars, onder schriftelijk ver„ band van dezelve aan Mier afzel niet ter hand„ bekomen, dat azij van neer genoegen oerbleke was bekomen d'obligatie aan dit ministerie was ter land gesteld en niet afzel hem wijders quitantie had gepasseerd, waar bij den zelven verklaard van alle preatentie die hij opgem: zijn E: gehad heeft volkomen voldaan tewezen, zo voorzigtig en bondig zijn dat hier inne geen de minste zwarigheid schijnt te resideeren goedgevonden en verstaan den E: Aukema tot de afgave der voorm: penn: invoegen voortz: permissie te verleenen, en tebben te gelasten om zo daa hij de zelve in sequestratie gesteld heeft, daar van aan dezen rade kennisse te geven, ten Eijnde alhier de voorsz: origineele schuldbrief van gemd: Chaja Asseraf af te vorderen. Aldus Gedaan en geresolveerd te houglij ii't bart Gustavus ten dage voorsz /:was getekend:/ J:n Kersseboom, C=s Pijhl, ., A: Tabuteau, Maccafbrij, . . . G: v: d: Beets, M=:s Bastiaanse, en J: L: J: Scherichaven Geresumeerd zijnde een opgisteren ontfangene secreete brief van het opperhoofd te patna den opperkoopm: Aukema gedoteerd p=mo Courant, waar bij bedeeld gevonden wierd, dat zijn E: ingevolge van de aan hem verleende qualificatie naar het genoteerde ter secreete resolutie van den 2:' der voorledene maand, ter verekfing van zijnen debet met 'sComp:s gewezen mackiel Mier afzel de helfte van 't geen hij hem schuldig is ofte sicc: rop:s 29053:2:—. bij den gomasta van den voorname wisselaars Neuderporsaat, seerekram, willende namptiseeren, den zelven ongenegen was geweest om zig met die afaire te bemoeijen; zulks Mier afzel, als geen vrind zijnde, van den gomasto van bettusjents Erfgenamen ginter wien den E: Aukema hem in plaats van den Eersten had voorgeslagen zijn E: hadde geproponeerd, om de voorm: pern: onder zig te houden tot zo lange hij berigt zoude hebben ontfangen dat de obligatie aan den heer Directeur Kersseboom was ter hand Resolutie genomen in Rade als even op: Zaturdag den 11. ' aug:s 1753. alle present behalven den Collonel D'E Maccabrij en den Capitain ter zee en Equi„ pagemeester Zuijdsand, mits indispositie Resolutie gesteld Van Bengalen onder dato 13:' April A:o 1754. Van Bengalen onder dato 13:' april 1754. gesteld waar toe lij ten eersten aan Chajo Asserof het nodige schrijven zoude, mits dat men ter zijner securiteit bij een papier zoude bekennen de gedagte schuldbrief ontfangen te hebben, dog dat het geld in loco niet voldaan wezende, zulks door hem aukema in patna stand te geschieden en hij Meer Afzel dat geschrift bij de afgave der gem: penn: zijn E: zo wel als de generale quitantie overgeven zoude; waaremme den E: Aukema als dezen weeg de gemackelijkste voorkomende, om spoedig een einde van dese ofaire te naken daar toe permissie komt te verzoeken; zo is na overweeging, goedgevonden en verstaan den heer Directeur te verzoeken en authorisee„ „nen de ged=te obligatie van Choja Asserof te vorderen, onder verleening van een recipisse deswegen invoegen voormeld, voorts zo dre - zulks zijn beslag zal hebben erlangd, den E: Aukema te qualificeeren tot de voorsz: afbetaling van Sicca rop:s 29053:2:- aan Mier Afzel nadat hem van den zelven zal terhand gesteld wezen Eene bondige quitantie, nevens het meerm: ontbang schrift der obligatie, met ordre om sodre deze ofaire getermineerd is, die papieren ten Eersten aan dit ministerie te zenden Java Aldus Gedaan en geresolveert te Houglij in't bort Gustavus ten dage voorschreeven /: was getekend:/ kersseboom, C:l Pijhl, .- , A: Labeteau, . .. J: V: D: Beets, M:s Bastiaanse J:s P:s v:n Scherichaven /:onderstond:/ Accordeert /:was getek:d/ M:r Bastiaansz Aldus
English
From Java's North-East Coast, dated 24 October 1754 From Java's North-East Coast, 24 October 1754. Batavia To the High Noble, Highly Esteemed, Severe, and Far-Commanding Lord, His High Nobility Jacob Mossel, Governor-General, and The Right Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies, etc., etc., etc. High Noble, Highly Esteemed, Severe, Far-Commanding Lord, and The Right Honorable Lords, Because the well-known marauder Singo Roeno, of whom I made mention in my latest dispatch, reporting that he had requested through Captain Voltz to submit, has surrendered at discretion with about a dozen outlaws, I have, while awaiting Your High Nobilities' approval, granted him a pardon and accepted his submission, all the more because the notorious robber's nest in the Gawang district will now thereby also have been brought to a standstill, which hitherto has caused us much trouble. Furthermore, I have the honor to congratulate Your High Nobilities on the victory achieved over the bold Said, who had the audacity to await Mancoeboemie, assisted by our force, at the river Somanko, after another party of his adherents, consisting of priests, at Goenong Goedeel, not far from Soeracarta, where they were gathering provisions for him, had previously been so severely handled by Second Lieutenant Calmond that the massacre, according to rumors, is estimated at well over two hundred heads; and there, joining battle on the 18th of this month, he withstood the fire of our infantry for three-quarters of an hour, until he finally had to take flight toward the south. Your High Nobilities may ascertain this from the letter of our commissioners, Merchant Bretan and Captain Donkel, of the 20th following, which was received en route hither together with a letter from Captain van de Poll of that same date, and which I have the good fortune to present to Your High Nobilities to show how cowardly Second Lieutenant Massé conducted himself in that action, thus rendering himself utterly unworthy of the character for which he was so favorably recommended recently in the joint dispatch of the 21st ultimo, or the day before my departure from Samarang, since the loss of a quartermaster and four dragoons along with a native sergeant is principally imputed to him; for which reason I have also ordered him to be placed under arrest at Soeracarta and sent to Samarang to be handed over to the fiscal as an example to others. This notwithstanding, our men have otherwise triumphed and captured a brass cannon, presumably taken by him as booty three years ago in the Bagelen, a standard, several pikes and muskets, and well over 20 caps of his followers, besides the dead who were found to have remained on the field immediately, amounting to 14 pieces, not counting those who may yet be discovered later, and it is maintained that these will still make up a large number. Our men would have immediately pursued this presumptuous enemy, who has now truly been struck in his main artery and dealt such a blow that he will not easily recover for the present, had they not been stripped of powder and ammunition, which was requested from Soeracarta; and on that occasion they also invited Lieutenant Colonel van Ossenberch to Grompol to confer and deliberate with his honor, who is arriving in the vicinity pursuant to my orders, on what might be judged most useful, serviceable, and beneficial for the speedy destruction and total downfall of the said rover, whom it is currently useful to pursue and search out in his hiding places in order to create a diversion and disperse his followers. To this end, that senior officer actually proceeded thither in company with the Soeracarta Commander Abrahams and the company of dragoons of Captain Kirchner, and has communicated this to me in the attached copy of a letter, as he would otherwise have awaited me here in accordance with what was respectfully reported to Your High Nobilities in the previously cited dispatch. And since this march has appeared to me to be of very great weight in order not to thwart the fury of His Highness Mancoeboemie, but to hasten the downfall of Said as much as possible, I gladly wished to confirm his actions and, being in the center and able to dispatch all necessary orders everywhere, rather remain for some time in this place, also to confer with Captain Abrahams regarding the present state of affairs which relate to the Susuhunan there, in order to have him execute a deed of cession in due time when it is intended to conclude the contract with Prince Mancoeboemie, who, as I have already had the honor to note in the daily journal, seems entirely unwilling to lend an ear to confining himself within the perimeter of Java's east
Dutch transcription
Van Java's oost Cust onder dato 24:' october 1754 Van Javas oost Cust den 24:' october 1754. Batavia Aan den Hoog Edelen Hoog achtbaeren gestr: en wijt gebiedenden Heere zijn Hoog Edelheijt Jacob Mossel gouverneur generaal en De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia & & & Hoog Edelen, Hoog Achtbaren gestrengen wijt gebiedenden Heere, en De Wel Edele Heeren Om dat den bekenden strooper singo roeno, waar van bij mijn Iongste mentie heb gemaakt, dat bij den Capitain voltz: aansoek tot onderwerping had laten doen, sig op discretie met een stuk â twaalf overwalders overgegeven heeft, heb ik hem onder inmagting van uw hoog Edelens approbatie pardon verleend, en in submissie laten aanneemen, te meer om dat het bekende roofuest in het gawangse nu daar door mede in stilstand sal wesen gebragt; dat ons tot nog toe veel spuls heeft veroorsaakt Voorts heb de eer uw hoog Edelens te feliciteeren met de benogtene victorie op den stoutmoedigen. Said, die de hardiesse heeft gehad, Mancoeboemie g'adsisteert met onse magt aan de rivier somanko af te wagten, na dat alvoorens een andere parthije van zijn aenhang uijt priesters bestaande, op Goenong Goedeel niet ver van Loeracarta, alwaar bezig waeren proviand voor den selven hij een te samelen, door den sous Lieutenant Calmond soedanig geteijstert was dat de massacre volgens gerugten wel begroot word op ruijm twee hondert koppen, en aldaar den 18:' hujus aan den dans rakende het vuur onser in„ fanterie drie quartier uur doar te staan, tot dat eijndelijk de vlugt neemen moest na het zuijden, invoegen uw hoog Edelens Consteeren kan bij het schrijven onser Commissianten den koopman Bretan en Capitain Donkel van den 20:' daar aan, 't welk onderweeg herwaarts in gezelschap eener brief van den Capitain van de poll van dien eijgen datum ontfangen en 't geluk heb uw hoog Edelens aan te mogen bieden, om deselve te doen zien, hoe Lachieus den souslieutenand Massé zig in die actie gedragen &, dus gantsch onwaardig gemaakt heeft het Caracter, waar toe korte„ „lings bij gemeene missive van den 21.:' Laestleeden ofte 'sdaags voor mijn vertrek van Samarang soo. favorabel voorgedragen is, also het verlies van een wagtmeester en vier dragonders met een Inlands zergeant hen principaal werd g'imputeerd, en waarom ook na souracarta g'ordonneert heb Laid denselven p 357 359 Van Java's oost Cust den 21:' october Ao 1754. Van Iava's oost Cust den 24:' october 1754. den selven in arrest te neemen en na samorang op te zenden om aldaar andere ten exempll aan den biscaal te werden overgegeven, niet tegenstaande men anders heebt getrumpheert en verovert een kopere troin, prasumptief doar hem voor drie Iaeren in de Baggaleen buijt gemaakt, een vendel, verscheijde pieken en geweiren, en ruijm 20. mutsen zijner Capilles, behalven de dooden, die ten eersten op het slag gebleven te wesen, gevonden zijn tot 14: stux ongereekend de geene welke naderhand nog mogten worden ontdekt en men sustineert een groot getal nog al te sullen uijtmaken De onse souden dien vermeeten vijand, die nu eerst regt in zijn hart ader is aangetast en een dusdanige neep gegeven dat hij voor eerst zig zoo ligt niet herstellen zal, al aanstonds hebben vervolgt zo zij niet van kruijt en ammunitie ent bloot waren geworden, het geen van Louracarta gewordert en bij die gelegentheijt ook op Grompol g'in„ „viteert hebben, den lieutenant Collonel van ossenberch om Conform mijne ordre in de nabijheijd komende met zijn E: te overleggen en te beraadslagen wat nutligst, dienstig en heijl saamst mogt g'oordeelt worden, tot een spoedige verdelging en totaele ondergang van gedagte swerver, welken tegenwoordig dienst nagezet en in zijne sichuijlhoeken opgezagt te worden om een diversie te maken en zijn aenhang te doen verstrooijen, waar op dien hooft officier zig de facto dan ook ten sulken eijnde ingezelschap van den souracarta 's Commandant Abrahams met de Compagnie draganders van den Capitain kirchuer derwaarts begeeven en mij daar van Communicatie gegeven heeft, bij het nevens gevoegd Copia briefje, vermits den selven mij andersints hier soude hebben opgewagt, navolgens het eerbie„ „dig aan uw hoog Edelens g'adverteerde bij vooren geci„ teerde missive; en dewijl mij dese optogt van zeer veel gewigt is voorgekomen om de furie van zijn hoogheijd Mancoeboenie niet tegen te gaan maar de ondergang van Laid soo veel mogelijk te ver„ haesten, heb mij met desselfs verrigtingh gaarne willen Confirmeeren en liever als in 't Centoum zijnde en over al de noodige ordres kunnende Expedieeren nog eenige tijd hier ter plaatse verblijf houden om ook met den Capitain abra„ „hams eens te aboucheeren over de praesente om„ „standigheeden van zaken, dewelke haar adspect hebben tot den soesoehoenang aldaar, om hem in der tijd een acte van afstand te laten passeeren als men het Contract meent te sluijten met den vorst Mancoeboemie die,„ soo als d'eer heb gehad reets bij het dagregister te remarqueeren, gansch niet schijnt te willen 't oor leenen om sig te bespoelen binnen den omtrek van Javas ooster te
English
From Java's East Coast, 24 October 1754. From Java's East Coast, 24 October 1754. eastern uplands, even though so earnestly requested to do so, since he has and keeps his eye on the Mataram, so that it will not easily be diverted from there; nevertheless, I shall do everything in my power to that end and have, on that account, newly instructed the aforementioned Commissioners to sound out His Highness thereon and to instill the necessary inclination toward a speedy decision in matters, so as to be able to inaugurate him over the eastern part of Java as Sultan or Susuhunan, in accordance with the much-venerated and beneficial intention of Your Noble Highnesses, whose missive I have solemnly dispatched to him today, expecting that he will declare himself thereon and embrace the offers made to him therein, while one of these days I shall likewise dispatch a brief letter to His Highness in answer to what was delivered to me concerning the aforementioned victory, which was received alongside the writing of our Commissioners and which I did not deem expedient to answer so hastily, because therein he makes yet another excessive demand for cloth, velvet, trimmings, linen, and among other things also for cash and 100 pieces of pistols; having, in order to delay fulfilling this a little, meanwhile had my apologies made to His Highness that, having received his writing while traveling hither, I could not presently append the reply. This being ready thus far, there was handed to me the original of the accompanying further copies of letters from Colonel Van Assenbergh and the several times mentioned Commissioners of yesterday, in which they report that from Said 27 men were killed in the latest action and 33 wounded, and among them several mantris of renown, and that today or tomorrow, with their force, which has now been further reinforced with 80 dragoons and 50 infantrymen, they intended to give battle again to that rebel under the command of the said chief officer, whose actions I have fully applauded and have instructed His Honour, as well as the merchant Bieton and Captain Donkel, to still make use of this time, which is presently becoming very costly due to the approaching bad season, since it is apparent that the frequently mentioned rover will greatly lose of his following, which has now been scattered and is giving way. His Highness Mangkubumi has not only ceded to the regents of Demak the upland districts of that region which fell under his rule during the troubles, but has also handed back to the Company the drummer Jansen, who was taken prisoner of war in the Bagelen; all of which I have deemed it my duty to impart to Your Noble Highnesses, professing with deep reverence to be Your Noble Highnesses' entirely obedient, humble, and faithful servant. Signed, N.s Harting. In the margin, Salatiga, 24 October Anno 1754. With the last writing dispatched to Your Noble Highnesses by the sloop De Proserpina, dated Simpang, 15 July of the current year, I had the honour most humbly to mention to Your Noble Highnesses how far we had advanced in the Jambi expedition, how many European and native soldiers we had left as a garrison at Simpang, what number the dead amounted to, and with how many troops the undersigned stood prepared by the bark Weltevreden and the pencalang De Verslagenheid to proceed from there to the ships in the roadstead towards the Jambi River, to undertake the voyage to Malacca; not doubting that the same will have safely reached Your Noble Highnesses' honoured hands. As the opportunity presents itself that the ship Waitkensdorp is departing from here for the Coast, this shall serve to most dutifully inform Your Noble Highnesses that on 18 July I arrived at the aforementioned roadstead, and after the proper transport of the troops and goods, departed from there on 23 of the same month with the ships 't Kasteel van Tilburg, Westhaven, De Dieshoek, and the aforementioned bark and pencalang, and subsequently arrived in the roadstead of Malacca on 5 August last. Having not failed immediately to inform the Honourable and Respected Governor Mr. Willem Decker of my arrival, having conferred with him, I let the European and native soldiers, both healthy and disabled, come ashore to refresh themselves. To the local government, and by the ships 't Kasteel van Tilburg and De Dieshoek, one hundred and ten Bugis and Balinese departed on 8 of the current month by order of the frequently mentioned Honourable and Respected Governor, so that presently there remain no more than eight Europeans and one hundred and eight native soldiers, namely: 1 lieutenant, 2 ensigns, 1 sergeant adjutant, 1 clerk, 1 bombardier, 2 assistant surgeons, 8 corporals, translators. Furthermore, on 16 of the past month, by order of the Honourable and Respected Governor aforementioned, I handed over eighty-two Europeans, namely: 1 captain, 5 sergeants, 11 corporals, 3 fifers and drummers, 55 privates, 1 bombardier, 1 gunner, 6 sailors. To His Noble Highness, the Noble, Highly Respected, Stern, Valiant, Right Wise, Prudent, and Most Generous Lord Jacob Mossel, Governor-General, together with the Right Noble Lords Councillors of the Dutch Indies, Batavia. From Jambi, 13 September Anno 1754. From Jambi, 23 September 1754. Europeans, of whom the lieutenant and one ensign, Pieters, are disabled.
Dutch transcription
361 Van Iava's oost Cust den 24:' october 1754. Van Iava's oost Cust den 24:' october 1754. ooster bovenlanden alschaon, nog zoo ernstig daar toe aangezogt, aangezien het oog heebt, blijft houden op de Matta„ ram, soo dat daar van niet ligt te diver„ teeren wesen zal, nogtans sal ik daer toe mijn vermogen in't werk stellen en heb uijt dien hoofde voorsz: Commis„ „sianten denovo gelast zijn hoogheijd daar over te lendeeren en het noodige te inspireeren tot een spoedige decisie van zaaken om denselven over Iava's aasterdeel te kunnen huldigen als sulthan of soesoehoenangh na de veel gevenereerde &. heijlzame intentie uwer hoog Edelens, wiens missive jk heeden aan denselven op een plegtige wijze heb afgezonden, in verwagting dat hij zig daar op sal declareeren en amplec„ teeren de aanbiedingen hem daar bij gedaen, terwijl eerstdaags aan zijn hoogheijd mede weder een briefje sal afvaerdigen in antwoord op het aan mij geconsigneerde over bozeen gem: victorie, 't welk bezijden het schrijvens onser Commissianten ontfangen en niets dienstig g'agt heb, soo schielijk te beantwaarden, om dat den selven daar bij alweder een excessive eijsch van Laaken fluweel, passementen lijwaat en onder anderen ook van Contanten en 100. p:s pistoolen komt te doen, hebbende om met dies voldoening een weijnig te trac„ neeren intussen bij zijn hoogheijd mijn excuus laten maken dat ik thans op desselfs schrijvens, als op reijs herwaarts ontfangen hebbende de rescriptie, niet deed voegen Dus verre dese in gereedheijd zijnde, word mij weder ter hand gesteld het origineel der bij gaende nadere Copie brieven van den overste van assenberch en de Commissianten meermeld van gisteren, waar bij melden dat van said in de Jongste actie souden gesneuveld wesen 27: man en 33. gequest en daar onder verscheijde p mantries van naam, en dat heeden of morgen met haere magt, die nu nog gerenforceert is met 80. draganders en 50. Jnfanteristen, dien rebel weder slag meenden te leveren onder het Commando van gedagten hoofd= officier, welkers verrigtingen ik ten vollen het g'applaudeert en zijn E: soo wel als den koopman Bieton en Capitain Donkel gelast, om van dese tijd, die thans mits 't op handen komend quaad saisoen. zeer kost„ „baer word, nog gebruijk te maaken, alsoo het apporent is dat meerm: swerver en grotelijks 8 363 Van Java's oost Cust den 24:' octob:r 1754. Van Jambij den 13: Septemb:r 1754. grotelijks van zijn aanhang, welke nu eens uijt elkanderen geslagen en aan 't wijken is, grotelijx sal verliesen. zijn hoogheid Mancoeboenie heebt niet alleen aan de regenten van Damak afgestaan de bavenlandsche districten dier landstreeke welke geduurende de troubelen onder zijne heer schappije hebben gesorteerd, maar ook weder overgegeven aan de Comp e den in de Baggaleen. krijgs gevangen gemaakte tambaer Iansen, 't geen ik van mijn pligt g'agt heb uw hoog Edelens alles te moeten bedeelen, onder betuijging dat met diepe reneratie ben /:onderstond:/ uw hoog Edelens gants gehoorsame onderdanige en trouw schuldige Dienaar /:was getekend:/ N:s Harting /:in margine:/ Salatiga den 24:' october A:o 1754. Met het laaste aan uw hoog. Edelens p:r de Chialoup de proserpina afgesondene schrijven de dato Simpang. den 15:' Julij A:o Cura:, hadden d' Eere uw hoog Edelens needrigst te vermelden hoe verre in de Jambijse Expeditie waeren gekomen, hoe veel Europeese en Jnlandse mn„ „litairen tot besetting aan de simpang. hadden gelaeten, hoe veel sig het Getal der Doaden erstreckde en met hoe veel manschappen den ondergeteekenden in procuncto stand p:r de Bariq wel te vreeden ende pantjallang de verslaagentheijt van daar nae de scheepen op de rheede naar 't Jambijse rivier te Hoog Edele groot agtbaere Gestrenge Erntfeste Manhafte wel wijse voorsienige seer gene„ reuse Heer en Heeren Batavia Aan zijn Hoog Edelheijt Den hoog Edelen groot agtb: gestengen Heer Jacob Mossel gouverneur generaal Benevens De wel Edele Heeren Raeden van Nederlands Jndia Jambij verstrecken 365 Van Jambij den 13:' September A:o 1754. Van Jambij den 23:' Septemb:r 1754. Europeesen waar van de lieut:t en Een. vandrig /: pieters:/. impotent verstrecken, omme den togt nae malacca te onderneemen twijffelende niet off sulx tot uw hoog Edelens g'eerde handen sal wel over gekoomen sijn Daer sig d' occasie presenteerd dat het schip Waitkensdorp van hier p:r Costij vertrekt sal deeses dienen uw hoog Edelens schuldigst te adverteeren dat op den 18: Julij ter rheede voorsz: aangekomen en nae wet transporteering der manschappen en goederen op den 23:' sudetti, met de scheepen 't Casteel van tilburg westhaven de Dieshoek de barcq en pantjallang voornoemd van daer vertrocken en vervolgens op den 5:' aug:s Jongstleeden ter rheede van Malacca g'arriveerd ben Hebbende opstonds niet gemanqueerd Den E: E: agtb:r heer Gouverneur M:r Willem Decker van mijn aenkomst te verwittigen met hem gediscoureerd hebben„ de, laete de Europeese en inlandse militairen /: soo gesonde als impotente:/ aan de wal komen omme sig te kunnen vervarschen. 5. Zergeants 11. Corporaals 3. pijpen en Lamboers 55. gemeene 1. bombardier 1. Canonier 6. Bosschieters aan 't liesige gouvernement en p:r de scheepen 't Costeel van tilburg ende Dieshoek sijn den 8:' Carr: Een handert en tien boucgunees en Baliers op ordre van den meergemelden E: E: agtbaeren. Heer Gouverneur vertrok „ken, soo dat tegenswoordig niet meer als Agt Europeesen en Een hondert en agt Jnlandse militairen, als. 1. lieutenant 2. hendrigs 1. Zerg:t adjud:t 1. schrijver 1. Bombardier 2. ondermeester 8. Copp: Transtorl: Voorts overgeeve op den 16:' passato doar ordre van Den E: E: agtbaeren heer Gouverneur wasz: twee en taggentig Europeesen Als naarts 1. Capitain E
English
367 Jambi, the 13th of September, in the year 1754. From Jambi, the 13th of September 1754. 1 Captain 2 Ensigns 3 Sergeants 7 Corporals 35 Privates 48 heads Buginese. 1 Captain 1 Lieutenant 1 Ensign 3 Sergeants 5 Corporals [illegible] Privates 60 heads Balinese 116 heads together to the account of the Expedition. The number of dead during the Expedition now amounts to seventy-four European and thirty-five Native military personnel, namely: 2 Ensigns (Wael and Vedder) 1 Head Surgeon (Jan Laas) 1 Corporal 1 Drummer 1 Gunner 68 Privates 20 Buginese 15 Balinese 109 heads in total. Meanwhile I have the honor to remain with deep respect, (below stood:) Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, Valiant, Most Wise, Prudent, Very Generous Lord and Lords, (lower:) Your Right Honors' humble, obedient servant, (was signed:) C:l Claasz: (in the margin:) Malacca, the 13th of September, in the year 1754. Makassar. Furthermore, I can present nothing to Your Right Honors' honored attention at present. And twenty Buginese and twenty Balinese are still disabled. Also, of the Europeans whom I have delivered to the local government, one Corporal and seven Privates have already died, and another twelve are in the hospital. From Makassar, the 10th of October 1754. From Makassar, the 10th of October 1754. Register of such papers as are now sent over to His Honor the Right Honorable, Severe, Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, Governor-General, together with the Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. No. 1. Duplicate separate letter from the Governor to their above-mentioned Right Honors, dated this day. No. 2. Sealed separate letter from the said Governor to their Highly Honored Right Honors. No. 3. Copy of the letter of investiture granted by their Right Honors to Radja Palacca, dated the 1st of March 1672. No. 4. Extract resolution of the 29th of July of this year concerning the small district [illegible]. No. 5. Report of the Commissioners regarding their mission to His Highness of Boni, dated the 3rd of August of this year, pursuant to the decision of the just-mentioned resolution. No. 6. Report of the Commissioners regarding the transactions of the above-mentioned Governor with the Datu Lamuru at Tanette, dated the 2nd of October of the current year. Makassar, in Fort Rotterdam, the 10th of October 1754. (signed:) A:s Burggraaff, Secretary. Right Honorable, Severe, Highly Esteemed, Valiant, Wise, Prudent, Generous, and Wide-Ruling Lord and Lords. Batavia. To His Honor the Right Honorable, Severe, Highly Esteemed, and Wide-Ruling Lord Jacob Mossel, Governor-General, together with the Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. The Court of Boni, of which I reported to Your Right Honors at the time that after the arrival of their envoys, which was the 14th of June, some displeasure was indeed anticipated, but little thought. Since sending my respectful reports on the 25th of May last, I will now again give Your Right Honors an account of the principal matters transacted among the Allies and lesser Natives, and I begin with Lamuru. 371 From Makassar, the 10th of October, in the year 1754. From Makassar, the 10th of October 1754. that His Highness, seeing his pretension to Bonthain and Ajeeng denied, would seek to achieve this by other means, namely: over his disputes with those of Wajo and Lamuru, as will appear in the sequel; for His Highness, having several times lodged complaints with me through commissioners that Wajo was committing many acts of violence in Boni, and that Lamuru, being a vassal of Boni, refused to obey any orders; so I have always assisted that Court with good counsel with appropriate reasons, just as Boni's King himself appeared before me in the Company's garden on the first of July, asking, since his envoys had now arrived from Batavia, whether I had not received orders from Your Right Honors to bring those of Wajo to reason by force of arms and to place Lamuru under his authority again. I replied that the Honorable Company had no disputes with Wajo, and that the parties had to submit their reciprocal complaints to the Honorable Company according to the 25th article of the Bongaise Contract, without being permitted to resort to arms; and concerning Lamuru, that as the same was a fief of Boni, it also had to be settled by Boni without the interference of the Honorable Company, unless Boni declared itself incapable of doing so, in which case the Honorable Company would then be the first in line to conquer that land, because Boni was not permitted to assign the same to any other without the knowledge of the Honorable Company, as evidenced by the open letter granted in this regard by Your Right Honors dated the 1st of March 1672, accompanying this among the annexes. His Highness in this conference, well noticing that I was disinclined to take his bad cause upon the shoulders of the Honorable Company, as had happened in the year 1740 against those of Wajo with so much damage and without reputation, declared that within a few days the Honorable Company not
Dutch transcription
367 Jambij den 13:' Septemb:r A:o 1754. an Van Jambij den 13:' Septemb:r 1754. 1. Capitain 2. vendrigs 3. zergeants 48. Coppen boucquineesen. 7 Corpenare 35 gemeene 1. Capitain 1. lieutenant 1. vaendrig 60. Coppen Baliers 3. Zergeants 5. Corporaals mene 116: Coppen te zamen tot reekening van den Trein Loopen Het getal der dooden geduurende den Trein beloopt sig thans op vier en seventig Europeese en vijff en Dertig Inlandse militairen naamentlijk: 2. vaendrigs /:wael en Vedder:/ 1. opperchirurgijn /: Jan Laas:/ 1. Corporaal 1. Lamboer 1. bosschieter 68. gemeene 20. bauguineesen 15. baliers 109: Coppen te zoemen onder wijlen d' Eere hebbe met diep resrect te sijn /:onderstond:/ Hoog Edele groot agtbaere Gestrenge Ernsfeste Manh=te wel wijse voor sie„ „nige seer genereuse Heer en Heeren /:lager:/ uw hoog Edelens. onderdaenige gehoorsame dienaar /: was getekend:/ C:l Claasz: /:in margine. /. Malacca den 13:' Septb:r A:o 1754. Maccassa verders kan ik tegens waardig tot uw hoog Edelens g'eerde aendragt niets bren„ En twintig Bougeneesen en Twintig baliers sijn nog impetent ook sijn van d' Europeesen dewelke aan 't hierige gouvernement hebbe overggeeven alreets Een Corporaal en seven gemeene overleeden en nog twaalff in't hospitael # gen; — Van Maccasser den 10:' october 1754. Van Maccasser den 10:' october 1754. Register van sodanige papieren als er Thans over gezonden werden aan zijn Edelheijd den hoog Edele gestrenge Groot agtbaaren Heere Jacob Mossel gouverneur generaal, benevens De wel Edele heeren raaden van nederlands Jndie. No 1. Duplicaat aparte brief van den gouverneur aan wel gem: haet hoog Edelheedens de dato deses voott „ 2. verzegelde aparte brief van gem: gouverneur aan hoog ged:t haar hoog Edelheedens „ 3. Copia brief vanagaeatie door haar hoog Edelhed:s verleend, aan radja palacca de dato 1:' maart 1672. 4. extract resolutie van den 29:' Julij deses Jaars betaeffende het landschappje „ 5. Rapport der gecommitt:s wegens hunne verwigtinge bij zijn hoogh:d van banij d' dato 3:' aug.:s deses Jaars ingevolge besluijt bij even gem: resolutie „ gecommitt:s wegens het verhandelde van opgem: gouvern:r met de Datoelammoerae tot Lanette d' dato 2:' octob: a:o slantij Maccasser in 't Casteel rotterdam, den 10:' octob:r 1754 /:getek:d/ A:s Burggraaff secretaris „ 6. _:o Het Hoff van Bom daar van u hoog Edelhed. s te dier tijd gemeld hebbe, dat nade komste haaren gesanten dat geweest is den 14: Junij wel eenig misnoegen te gemoet zag, maar wijnig gedagt zedert het afzende mijner Eerbiedige berigten op den 25: Meij Jongstleeden zal ik tans uhoog Edelens weder verslag doen van het voornaamste onder de Bandgenote en mindere Jnlandere verhandelt en begin make met Hoog. Edele gestr: groot agtb: Erntfeste Manhafte wijze voorzienige zalt genereuze en weijd gebiedende Heere en Heeren Batavia Aan zijn Edelheijt Den hoog Edelen gestren„ gen groot agtb: en wiij gebiedende Heere Jacob Mossel Gouverneur generaal benevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia verte dat laumoeroe 371 Van Maccassar den 10:' october A:o 1754. Van Maccasser den 10:' october 1754. dat zijn hoogheijd ziende zijne pretencie op Bonthain e. Ajeeng ontzigt, zulks door andere wegen soeken zoude, namentlijk: over zijne geschille met die van wadjo en Lamoeroe, gelijk in't vervolg blijken zal, want zijn hoogheijd mij verscheijde maale door gecommitteerdes. hebbende laten klagtig volle dat wadzo veele geweldenarije in boni pleegden, en Lamoeroe als een leen. heer van Bonn zijnde geene ordres wilde pareren; zo heb ik altoos met toe passelijke reeden dat Htoff met goeden raad geadsisteert, gelijk bonijs koning zelfs op den eersten Iulij bij mijn in Comp=s thuijn verscheen vragende ter wijle zijne gesanten nu van batavia waaren gearri„ veert, of ik geen ordres van u hoog Edelens had ontfangen om die van wadjo met kragt van wapenen tot reden te brengen, en Lamaeroe. weder onder zijn geweld te stellen Jk repliceerde dat de E: Comp:e geen geschillen met wadjo hadde, en dat partijen. haare klagten weder zeijdts aan zijn hoogheijd in deze Conferentie - wel merkende dat ik ongenegen was zijn quaade zaak op den hals van de E: Comp:e te neene, gelijk in der Iaaren 1740. tegen die van madjo met zoo veel schaade zonder reputatie geschied is, verklaarde dat binnen korte dagen de E: Comp:e volgens het 25:' art:l van 't bangarij„ se Contract, moesten inbrengen, zonder tot de wapenen te mogen komen, en ten belange van Lamoeroe dat het zelve een leg heet van boni zijnde en dat ook buijten bemoeijnisse van d' E: Comp: door bomi moeste beslegt werden ten mare benn weeste beslegt mende, ten ware bani zig daar door onvermogen toe betande, in welk gevol de E: Comp: dan de naaste zoude wesen dat land te Conqusteeren, want boni het zelve aan geen andere mogte. opdragen buijten meede weeten van de E: Comp:, blijkens den daar van verleende open brief door u hoog Edelhedens in dato den 1: maart 1672. desen onder de bijlagen ver„ sellende de E: Comp: niet
English
From Makassar, the 10th of October, Anno 1754. From Makassar, the 10th of October 1754. That His Highness, seeing his claim to Banthain and Ajeeng disregarded, would seek to achieve this by other means, namely through his disputes with those of Wadjo and Lamoeroe, as will appear in the sequel. For His Highness, having complained to me several times through commissioners that Wadjo was committing many acts of violence in Boni, and that Lamoeroe, being a vassal of Boni, refused to obey any orders, I have always assisted that Court with suitable arguments and good counsel. Thus, the King of Boni himself appeared before me on the first of July in the Company's garden, asking, since his envoys had now arrived from Batavia, whether I had received any orders from Your Excellencies to bring those of Wadjo to reason by force of arms and to place Lamoeroe under his power once again. I replied that the Honourable Company had no disputes with Wadjo, and that the parties had to present their mutual complaints to the Honourable Company according to the 25th article of the Bongaais Contract, without resorting to arms. And with regard to Lamoeroe, that being a vassal of Boni, it also had to be settled by Boni without the interference of the Honourable Company, unless Boni found itself incapable of doing so, in which case the Honourable Company would be the nearest party entitled to conquer that land, because Boni could not surrender it to any other party without the knowledge of the Honourable Company, as is evident from the letters patent granted in this regard by Your Excellencies under date of the 1st of March 1672, which accompany these documents among the enclosures. His Highness, well noticing in this conference that I was disinclined to take his bad cause upon the Honourable Company's shoulders, as happened in the year 1740 against those of Wadjo with so much damage and without reputation, declared that within a few days he would come with his entire Court into the Castle to deliberate further on this matter and to show Your Excellencies' letter. His Highness, appearing in the Castle on the 25th of July with all his court grandees and the King of Soping, and the King of Boni wearing the golden chain mentioned in the aforementioned letters patent—a mark of honour which the kings are never accustomed to wear except at public presentations, the reason for which I and the Council only later discovered—for this Court having taken their seats, His Highness, upon our request, gave us to read the letter received from Your Excellencies. Which communication having been acknowledged with thanks, he further stated that he had primarily come to maintain his indisputable right to the lands of Lamoeroe, producing thereupon the repeatedly mentioned letter of confirmation, requesting that the secretary might read it to the assembly. And this having been done, I thanked His Highness, adding that the Honourable Company had no intention of disputing his right to those lands, but that Boni, being in dispute with its vassal over this, could also settle that matter itself, and that Boni was not permitted to surrender this land to others without the knowledge of the Honourable Company, as rumours ran that it would be given to the King of Soping. In that case, the peoples of Lamoeroe would be driven into greater defection and go over to those of Wadjo, and in case His Highness was unable to bring these vassals to reason, it would be better that the Honourable Company took possession of these lands itself, because they had been forcefully subjugated by its arms in the year 1670, and that I would rather lose my life than the once-acquired property of my lords and masters. These and other well-grounded arguments, to which His Highness could not offer much objection despite having prepared himself well for it, brought that prince most unexpectedly into such a rage that he first took the vassal letter and then the golden chain from his neck and threw them down upon the table, saying: if the Honourable Company wants to take my land, then take this back as well. This action caused a general silence, and His Highness having calmed down somewhat, I pointed out to him laughingly while offering a pinch of snuff that the dispute was not between the Honourable Company and Boni, but with his own vassal, and that he could bring him to reason according to the custom of the land, and if he fell short therein, one would assist him according to equity. And as for what further concerned this matter, that we would deliberate upon it in our Council and inform His Highness of the decision, as was done by express commissioners with an extract from our resolution of the 29th of July, to which, and to the submitted report of the commissioners, I refer myself with all respect. Having subsequently agreed with His Highness to handle the affair of Wadjo in secret, to which end I sent the secretary to His Highness the following day, requesting him to be pleased to come to me in the Company's garden the next day, being the 27th of July, where His Highness appeared with the same retinue of the 25th preceding, except for the King of Soping. Coming into the house and having taken a seat, that prince was extremely upset and not able to speak a word in the space of a quarter of an hour, meanwhile continually clutching at his kris, surely reflecting upon what had passed two days before. And the tranquility of the treatment having finally calmed him down, after we had retired in private, he expressed his remorse regarding what had happened, stating that he had been brought to this passion by his brother, the King of Soping.
Dutch transcription
Van Maccassar den 10:' october A:o 1754. Van Maccasser den 10:' october 1754. dat zijn hoogheijd ziende zijne pretencie op Banthain en. Ajeeng ontzigt, zulks door andere wegen soeken zoude, namentlijk: over zijne geschille met die van wadjo en Lamoeroe, gelijk in't vervolg blijken zal, want zijn hoogheijd mij verscheijde maale door gecommitteerdes. hebbende laten klagtig volle dat madzo veele geweldenarije in boni pleegden, en Lamoeroe als een leen heer van Bonn zijnde geene ordres wilde pareren; zo heb ik altoos met toe passelijke reeden dat Hoff met goeden raad geadsisteert, gelijk banijs koning zelfs op den eersten Iulij bij mij in Comp=s thuijn verscheen vragende ter wijle zijne gesanten nu van batavia waaren gearri„ veert, of ik geen ordres van u hoog Edelens had ontfangen om die van wadjo met kragt van wapenen tot reden te brengen, en Lamoeroe weder onder zijn geweld te stellen Jk repliceerde dat de E: Comp:e geen geschillen met wadjo hadde, en dat partijen haare klagten weder zeijds aan zijn hoogheijd in deze Conferentie zijn wel merkende dat ik ongenegen was zijn quaade zaak op den hals van de E: Comp: te neeve, gelijk in der Iaaren 1740. tegen die van madjo met zoo veel schaade zonder reputatie geschied is, verklaarde dat binnen korte dagen de E: Comp:e volgens het 25:' art:l van 't bangaaij„ se Contract, moesten inbrengen, zonder tot de wapenen te mogen kome, en ten belange van Lamoeroe dat het zelve een leg heet van boni zijnde en dat ook buijten bemoeijnisse van d' E: Comp: door boni moeste beslegt werden te mare ben weeste beslegt mende, ten ware bani zig daar door onvermogen toe behonde, in welk geval de E: Comp: dan de naaste zoude wesen dat land te conquesteeren, want boni het zelve aan geen andere mogte opdragen buijten meede weeten van de E: Comp:, blijkens den daar van verleende open brief door u hoog Edelhedens in dato den 1: maart 1672. desen onder de bijlagen ver„ sellende de E: Comp: met 373 Van Maccassar en 10:' october 1754 Van Maccasser den 10:' october 1754. met zijn geheele hoff in het Casteel zoude komen om nader over dese zaake te raad plegen en uhoog Edelens brief te vertoonen zijn hoogheijd met alle desselfs hoff grote ende koning van loping den 25:' Julij in't Casteel verscheijnende en bonijs koning met de gouden ketting om hangen, die in Eeven gemelden operbrief vermeld is, welke eere=teeken de koninge nooijt gewoon zijn te dragen dan bij publique voorstellinge, daar van ik met den raad de reeden laast ontdeukte, want dit hoff zit plaats genomen hebbende, gaf zijn hoogh:t ons na onder gemaante ter lecture de van uhoog Edelens ontfange brief waar welke Communicatie bedankt zijnde, desen voost zijde voornamentlijk binne te zijn gekome, om zij onbetwist baar regt op de lande van Lamoeroe staande te houden, halende daar op te voorscheijn meer gemelde brief van agreatie, met verzoek, dat den secretaris den zelve de vergaderinge mogte voorlesen, en zulks geschied masende bedankte ik zijn hoogheijd, met bijvoeginge dat de E: Comp: niet van voornemen was zijn regt op die landen te bekwisten, maar dat boni met zijn leen heet daar over ingeschil wesende ook die zaak zelfs konde verevenen, en dat boen niet vermagt, dit land buijten kennisse van de E: Comp: aen andere opdragen, zo als de gerugte liepen dat aan de koning van soping soude geschieden, in welk geval de volkere van Lamoeroe tot groter afval zoude gebragt werden, en tot die van wadjo overgaan en dat in gevalle, zijn hoogheijd onvermogens. was dies basalen tot reden te brengen, het dan beter was, de E: Comp: deze Lande zelfs in pocessie nam om dat zij door dies mapenen in den Jaaren 1670. geweldig waren gesubjugeert en dat ik lieven mijn leven wilde verliessen dat het eens verkregen goed mijner heeren en Meesteren; deze en meer andere wel gegaande. reeden daar zijn hoogheijd niet veel tegen in kande brengen niet tegenstaande daar wel opgewapent hadde, bragten dien vorst op het aller onwerwagtste tot zo eene gramstorigheijd dat hij eerst den Leen brief en vervolgens de gouden hoogheijd keten 375 Van Maccasser den 10:' october 1754. Van Maccasser den 10:' october a:o 1754. keten van zijn hals nam, en op de tafel neder wierp met te zeggen wil de E: Comp mijn Land neeme neemt dit dan ook wederom Dit gevol veroorsaakte een generaale stieten en zijn hoogheijd, wat tot bedaren gekomen zijnde, vertoonde ik hem al laggende onder het presenteere van een snuijbje dat het geschiel niet tussen de E: Comp: en Boni maar met zijn Eijgen leen=heer was, en dat hij die tot reeden kande brenge na 'slands wijse, en daar in te kart schietende men hem zoude adsisteren na de billikheijd, en wat verder dese zaake aanbelangt, dat men daar over in onsen raaden zoude delibereeren en zijn laagheid van het besloten kennisse laten geven gelijk bij Extract uijt onse resolutie van den 29:' Julij daar Expresse gecommitteerde geschied is, aan welke, en het overgelevert Raport der gecommitteerdens, mijn in alle Eerbied ge drage Hebbende vervolgens met zijn Hoogheid goetgevonde de zaake van wad jo. in secretessen te verhandelen, ten welken Eijnde ik daags daar aan den secretaris na zijn hoogheid zond, met verzoek den volgenden dag zijnde den 27:' Julij bij mijn in Comp. s thuijn geliefden te koomen, alwaar zijn hoogheid verscheen met het zelve gevolg van den 25:' bevorens behalve de koning van. soping op het huijs komende en sit plaats genomen hebbende was dien vorst ten uijttersten ontsteld en niet in staat in den teijd van een quartier uurs een woord te kunnen spoeken, in middens geduurig na zijn kriest valende, sekerlijk uijt na gedagte van het gepasseer„ de twee dage bevorens, en de tranqui„ liteijd van behandelinge eijndelijk tot bedaren gekome wesende, betuijgde, na dat tusschen vier ragen gegaan waaren zijn bouten wegens het gepasseerde dat hij tot dese vervoeringe daar zijn broeder de koning van soping gebragt hebbende was
English
377. From Maccasser the 10th October 1754. From Maccasser the 10th October 1754. was, that I could be assured of his fidelity to the Honorable Company for life, and that he left the entire matter of Lamoeroe to my good arrangement, provided my departure to the northern province and Sanette took place, and that one should wait until my return regarding the Wadjorese troubles. Concerning Lamoeroe, I departed on the 23rd August to the northern province on the outermost borders of Lagerij, departing toward Tanette, and during the execution of the commission, by help of the Queen of Zanette, Datouma Lamoero came to me in submission on the 15th September, after he had previously promised Her Highness to do the same before Boni's King. Of this, upon my return, notice was given to His Highness by deputies, who expressed his satisfaction with that good outcome, as appears from the report of the deputies. The Court of Goha keeps itself particularly quiet, taking care not to commit excesses against the Honorable Company, the Regent of the realm, Caraleng Tello, being unable to achieve his objective of reconciling again with his separated wife, which being Boni's King, on the 15th August was again with me in the Company's garden, recounting that the King of Tello had supposedly written a letter to Wadjo that in case the Honorable Company wished to wage war on Wadjo, the Macassars would give us our hands full of work at the Castle; meanwhile, he keeps Concerning Wadjo, I shall always urge His Highness toward the gentlest way and, if I consider such necessary, have an embassy sent thither, and if His Highness is inclined to use arms against the same, assist him underhand with good advice and ammunition, which will be the safest way for the Honorable Company. Wadjo the From Maccasser the 10th October 1754 From Maccasser the 10th October 1754 Bantoemoering the foremost grandees of the realm still on her side, and he is thereby prevented from enlarging his power and malevolent designs. Tanette Gives reason, because of her compliance, to cultivate that friendship more and more, employing every effort thereto, in order, if possible, to derive some advantages from that realm, to which end I departed on the 5th September from the Company's province through Tanette toward the gold mines, and accurately investigated everything until the 10th of the same month; so I must report to Your Right Noblenesses that real gold was washed from earth in my presence there, of which I also forward to Your Right Noblenesses the samples dug to depths of 10 fathoms, in order to have them examined by people who understand such matters, as I do not have such at hand here. As concerns its location, the mines lie mostly eastward from Tanette, approximately 5 miles, and thus some 25. These mountains on both sides could well be leveled by European miners, but the difficulty of supplying materials thither makes that almost impossible, added to which is the piercing climate under which our nation succumbs, and all drawing high wages from the Honorable Company without accomplishing much, of which Your Right Noblenesses have an example in the gold mines at Bantjemoering, where so considerable a sum of money was wasted without any fruit, notwithstanding the favorable statement from this Castle, it being a terribly steep mountain, and climbing on top of it, one descends into the lowlands against which another steep mountain lies, between both of which a ditch has been formed by nature, where the Tanette Kings had gold dug in the dry season to depths of 20 fathoms, which pits were filled again by the rushing of water and stones in the rainy season, and thus that work was begun anew every year. from this from From Maccasser the 10th October 1754. From Maccasser the 10th October 1754. of the same, so that, subject to the wiser judgment of Your Right Noblenesses, I am of the opinion that it is not advisable to employ European miners there, but to make a trial for one good monsoon by digging with hired laborers, whom Her Highness is inclined to provide for two dubbeltjes for that purpose. This would be preferable because of the lesser costs, all of which Your Right Noblenesses will best be able to ascertain from the incoming earth samples, what value of gold the same yields; meanwhile, I had wished from my heart to be able to write more favorably of this for the interest of the Lords Masters, than has become known to me from my own experience. The Mandharese Kings are still doing their utmost to discover the murderers of the hijacked sloop the Jacomina. There have been received from there five pieces of cannon, some muskets, and other goods from the said sloop, brought in by Carre Gappa. Sumbawa's King is still staying near this Castle, under the pretext of being afraid, due to the stiff easterly winds, of not making the voyage. Following previous example, upon delivery Carre Gappa was brought in, and because one has hope of obtaining more, it was resolved on the 26th September to allow the said Carre Gappa to proceed thither again, because this takes place without expense to the Honorable Company; and those of Bouton have not fulfilled their promises according to the report of Captain Pelsolt concerning the delivery of another two hundred slaves with their own vessels, nor have they offered us the slightest excuse in that regard; therefore, with Your Right Noblenesses' approval, it will be necessary to constrain that realm thereto with rigor, because long delay is regarded by the native as a kind of pardon. Gappa from
Dutch transcription
377. Van Maccasser den 10:' october 1754. Van Maccasser den 10:' october 1754. was, dat ik van zijn getrouwheijd voor de E: Comp: levens. lang verzekert konde wesen, en dat hij de geheele zaak van Lamoeroe aan mijne goede schikking, mits mijn ver„ trek na de naarder provincie en sanette over liete, en dat men tot mijn retour wegens de wadjorese traubles wagter zouden. ten belange. van Lamoeroe, ben ik den 23:' augustus na de naarder provin„ „cie op de uijtterste grensen van Lagerij vertrekende tegen tanette vertrocke, en onder het verrigten der vertieninge door behulp van de Koninginne. van Zanette Datouma Lamoero, bij mijn den 15:' september in submissie gekome, na dat hij bevorens aan haar hoogheijd belooft hadde, zulks ook bij bonijs koning te zullen doen, hier van is bij mijn retour, door gecommit„ teerdes aan zijn hoogheijd kennisse gegeven die zijn genoegen over dien goeden uijtslagt betuijgd heeft, blijkens rapport der gecommitteerdens. Het Hoff van Goha zig bijsonder stul, wagtende zig tegens d E: Comp: te buijten te gaan, kunnende den rijks be„ stierder Caraleng Tello zijn oogmerk niet berijken, om weder met zijn gese„ pareerde. vrouw te reconculieeren, welke zijnde bonijs koning den 15: aug:s weder bij mijn in Comp=s tuijn geweest verhalende dat de koning van Lello een brief na wadjo zouden hebben geschreven dat ingevalle de E: Comp: wadjo den oorlog wilden aan doen, de maccassaren ons aan het Casteel de hande vol werk zoude geven; onder tusschen hout Wad jo belangende, zal ik zijn Hoogheid tot den zogsten weg altoos aanmanen en als zulks nodig agte een gesantschap na derwaarts laten doen en zijn hoog „leijd genegen. zijnde tegen deselve de wapens te gebruijke onder de hand met goede raad en amonitie adsis= teeren, het geene den sekersten weg voor de EComp: wesen zal Wadjs de Van Maccasser den 10:' october 1754 Van Maccasser den 10.:' october 1754 bent oumoring de voornaamste rijks groote nog op haar zijden haud, en hy daar door belet werd zijn magt en quaataardige desseijnen te vergooten. Tanette Geebt om haare beseijd willigheijd reden die vrindschap meer en meer te Culliveeren daar toe alles in het werk stelle, om is het mogelijk eenige voordeelen uijt dat rijk te trecken, ten welken Eijnde ik mij den 5: september uijt 's Comp.:s provincie door Tanette na de goud meijnen begeren hebben, en alles. tot den 10:' d. o Naukeurig ondersogt; zo moet ik uhoog Edelhd:s berigten dat aldaar wesentlijk gand in mijn presentie uijt Catse gewossen is daar van ik uhoog Edelhedens ook de monstert gegraven tot diepten van 10. vadem laat toekoomen omme door menschen des verstaande te laaten ondersoeken, wijle ik die hier niet aanhanden. hebbe Wat belangt dies gelegentheijt de meijne legge meest oost waarts van Tanette Sirka 5. meijlen. en dus wel 25. Dit weder zeijdts gebergte zoude door Europeze merk lieden wel kunnen. werden geslegt maar de maijlijkheijt van toe= voen tot materiale na derwaarts maken dat bij na onmogelijk, daar bij gevoegt het pentrant Climaat daar onse natie onder beswijkt, en alle looge besoldinge van de E: Comp: trecken zonder veel te verrigten, daar van u hoog Ed:s een exempel hebben aan de gout=Meijne op Bantjemoe„ „ring, maar aan. zo een Considerabele somma gelts verspelt is, zonder eenige vrugt niet tegenstaande de favorabele opgaaf van dit Casteel zijnde een verschrikkelijk steijl gebeagte en daar boven op zijn klimt men in de laagten waar tegen weder een steijlen berg legt, tussen welke bijde, het door de natuur als een gragt geformeert is, alwaar de Genetse koninge in de drooge teijde goud hebben laten grave ter diepten van. 20: vadem, welke kuijle door het afschieten van water en steenen in de regen tijd weder toe raakte en dus dat werk alle Jaaren weder van nieuw begonnen is. — van dit van Van Maccasser den 10:' october 1754. Van Maccasser den 10: octob:r 1754. van dat zelve, zo dat ik onder het wijser oordeel van uw hoog Edelens van gevoelen ben het niet te mogen is Europese berg= merkers daar aan te amplijeeren maar om eens een goede mouson een proef te neemen door graven met huurlinge, die haar hoogheijd voor twee dubbeltjes gene„ gen is daar toe te geven. zoude om de mindere kosten lieter te magen zijn alle het welke u hoog Edelh=s uijt de overkomende latse best zult kunnen nagaan wat waarde van gand dezelve uijtlevert, onder= tusschen had ik van herten gewenst hier van faverabelder te kunne schrijven voor het intrest der heer Martere, als mij daar Eijgen onder„ vinding is te vaare gekoome. de voir De Mandharese koninge doen nog haar divour, om de moordenaars van de afgelope. Chialoup de Jacomina te ontdekken, men heeft van daar ontbange vijf stukke kanon Eenige snaphanen en andere goederen uijt gemelde Chialoup door Carre Sum bouwas koning bevind zig nog onder dit Casteel onder voorgeven door de stijve ooste winden bevreest te zijn, de rijse niet te gewinnen, men heeft hem na voorige. Exempel op leverantie gappa aangebragt, en om dat men loop heeft nog meer magtig te werden, op den 26: september geresolveert, gem: Carre gappa weder na derwaarts te laten verstrekken, om dat zulks buijte schade der E: Comp:e geschied, en die van Bouton hebben aan haare beloften volgens rapport van den Capitain Pelsolt niet voldoen ter over brenge van nog twee hondert slaven met Eijgen vaartuijgen, nog aan ons de allerminste verschoninge der„ wegen ingebragt, derhalven zal het met u hoog Edelhedens aprobatie nodig zijn, dat rijk met regeur daar toe te Constringeren, om dat lang uijtstel bij den inlander als een soort van quaijtscheldinge werd aange„ merkt; gappa van
English
381½ 382 From Makassar, 10 October 1754. From Makassar, 10 October 1754. of Saparhout by our resolution of 18 July accommodated with 1500 rijksdaalders, he appearing not disinclined to the Honorable Company establishing a post there, but his only difficulty was that the garrison there would run great danger of being murdered by the multitude of strangers, which he feared would then be placed to his account. I have privately assisted the Bimarese with good counsel and written to the resident of those regions, whereupon their zeal against those of Floris seems to have been rekindled, and it has anew been resolved, with the help of their allies and the provision of ammunition on the Company's behalf, to attack those of Floris with force, which Your High Right Honourables will learn in more detail from the letter and considerations of the resident of Bima dated 4 September, whereto I refer myself in all deference. Those of Saleyer, being an effeminate nation, have again had some complaints and disputes among one another according to the writings of the resident, and they are to arrive this month to settle that. In the Northern and Southern provinces of Maros and Boelekomba the subjects remain at good peace with one another, only the chief of Poelenbanking having passed away, and in his place has been appointed the next in line for it, named 383 382½½ From Makassar, 10 October 1754. named Care Mandjarekie. Wherewith concluding this, after having assured Your High Noble Lordships of my continuous attention to the Company's interests, and that I shall always remain with the deepest deference, was written below: High Noble, Righteous, Highly Respected, Most Grave, Valiant, Wise, Provident, Most Generous and Far-Ruling Lord and Lords; lower: Your High Noble, Righteous, Highly Respected, Most Obedient and Faithful Servant; was signed: J. v. Clootwijk; in the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, 10 October Anno 1754. Makassar After preparing my separate respectful letter of the 10th of this month, now going over to Your High Noble Lordships with this, I had the honor on that same day to receive Your High Noble Lordships' most respected letter of 20 August past, whereto in reply shall serve that High Noble, Righteous, Highly Respected, Most Grave, Valiant, Wise, Provident, Most Generous and Far-Ruling Lord and Lords, To His Nobility the High Noble, Righteous, Highly Respected and Far-Ruling Lord Jacob Mossel, Governor-General, together with the Right Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies, Batavia. From Makassar, 12 October 1754. 385 From Makassar, 12 October 1754. From Java's East Coast, 1 November 1754. Batavia with the dispatch of our general letters and trade books within a few days, I shall forward all such documents and complaints to the charge of the former resident at Bonthain and Boelecomba, George Beens, against the Prince Tjalla Panikie, as shall be collected together here due to the shortness of time. Wherewith concluding this, after having wished God's merciful keeping unto Your High Noble Lordships and the Company's weighty interests, and I remain with all deference, was written below: High Noble, Righteous, Highly Respected, Most Grave, Valiant, Wise, Provident, Most Generous and Far-Ruling Lord and Lords; lower: Your High Noble, Righteous, Highly Respected, Most Obedient, Faithful Servant; was signed: J. v. Clootwijk; in the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, 12 October Anno 1754. That the defeat of Maas Said near Somonko must have been considerably greater than stands written in my respectful advices of the 21st past, is sufficiently to be deduced from the underhand tricks of that rebel, for instead of risking a second engagement, as the rumor had been, he has not only himself and through his brother the Pangerang Timor, Pangerang Rongo, the fugitive Tommangang of Mataram Djajawinata, but also through his wife, perhaps in that way to move the paternal heart the sooner and cause it to soften, by letter in copy here annexed, sought to detour his father-in-law Mancoeboemie from his union with the Company, High Noble, Highly Respected, Righteous, Far-Ruling Lord, and the Right Honorable Lords. To the High Noble, Highly Respected, Righteous and Far-Ruling Lord, His High Nobility Jacob Mossel, Governor-General, and the Right Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies, etc., etc., etc., Java.
Dutch transcription
381½ 382 Van Maccasser den 10:' october 1754. Van Maccassar den 10:' october 1754. van Saparhout bij onse resolutie van den 18:' Julij met 1500. rd:s geriekt, scheijnende hij niet ongenegen te zijn dat de E: Comp:e daar een post aanleijde, maar zijn zwarigheijt was. alleenig dat de besettelinge daar veel gevaar zoude Lope, van door de meenigte vreemdelinge. ver„ moord te werden, het geene hij bedugte op zijn reekeninge dan gesteld zoude werde De Bimanese heb jk onder de hand met goeden raad geadsisteert en aan den resi„ dent der wegen geschreven, daar op haaren Eijner tegen die van floris scheijnd verwakkert te zijn, en op Nieuw geresolveert met hulk haaren bondgenoten en het verstrekken van amonitie Comp:s wegen, die van floris met kragt aan te tasten, dat u hoog. Edellens uijt de brief en Conside„ ratie van bimas=resident in dato den 4:' septb:r te naare komen. zal daar aan mijn in alle eerbied gedrage die van Saleijer zijnde een verwijfde Natie, hebben weder eenige klagte en geschillen volgens schrijve van den resident onder den anderen gehad staande zij in dese maand op te kome om dat te verevenen blijvende in de Noorder en Zuijder provincie Maros en boelekomba. de onderdane met den anderen in goede rust, zijnde alleen het hoofd van poelenbanking overle„ den, en in dies plaats weder aangesteld de naaste daar toe zijnde in van naame 383 382½½ Van Macasser den 10:' octob:r 1754. naame Care mandjarekie Waar meede dese besluijte na v'hoog Edelhedens. versekert te hebben van mijne onophoudelijk attentie over 's Comp:s belange en dat altoos met de diepote Eerbiedigheijt zal blijven /onderstond:/ Hoog Edele gestrenge groot agtb: Erntbeste Manhafte wijse voorzienige zeer genereuse en meijd gebiedende Heere en Heeren /:lager:/ uhoog Edele. Gestr: groot agtb: zeer gehoorzamen en getrouwen dienaar /:was getekend:/ J: v: Clootwijk /:in margine/ Maccasser in't Casteel Rotterdam den 10:' october A:o 1754. Maccasser Na het in gereetheijt brengen mijner aparte Eerbiedige lettere van den 10:' deser met dese tans aan u hoog Edelhedens overgaande, hadde ik dien zelven dog de Eere te ontfangen uhoog Edelhedens zeer gerespecteerden van den 20:' aug:s # 26 verweken, daar op in antwoord zal dienen dat Hoog Edele gestrenge groot Agtb: Erntfeste Manhafte wijse voorzienige zeer genereuze en weijdgebiedende Heere en Heeren E Aan zijn Edelheijt Den hoog Edelen gestrengen groot agtb:e En wijd gebiedende. Heere Jacob Mossel gouverneur generaal Beneffens Wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Batavia Van Maccasser den 12:' october 1754. met - V 385 Van Maccasser den 12:' october 1754. Van Java's oost Cust den 1:' November 1754. Batavia met het afzenden onser gemeene brieve en negotie boeken binne weijnige dagen zal laten volgen alle zodanige stucken en klagten ten Lasten van den gewesen resident op Bonthain en Boelecomba George Beens. Contra den prins Tjalla panikie als daar kortheijd des teijds, hier bij den anderen zullen versamelt werden Waar mede dese besluijtende na uhoog Edelhedens en Comp: swaarwigtige belange gades genadige bewaringe toe gewenst te hebbe en met alle Eerbiedigheijd blijve /:onderstond:/ Hoog Edele gestrenge Groot agtb: Erntbeste Manhafte wijze voorzienige zeer genereuze en weijd gebiedende. Heere en heeren /:Lager:/ u hoog Edele gestr: groot agtb:e zeer Gehoorsaamen getrouwe dienaar /:was getekend:/ J: V: Clootwijk /:in margine:/ Maccasser in't Casteel rotter„ „dam Den 12:' october A:o 1754 Dat de nederlaag van Maas said bij Somonko vrij grooter moet geweest zijn als geschreven staat bij mijne eerbiedige advisen van den 21: passoto is genoeg„ saam te deduceeren uijt de sluikse streeken van dien rebel, mant in steede van een tweede treffen te waagen soo als het zegge is geweest, heeft hij niet alleen zelfs en door zijnen broeder den pangerang Timor, pangerang Rongo den uijt geweeken. Tommangang van de Mattarm Djajawinata, maar ook door zijn vrouw, om misschien daar doar het vaderlijk hert die te eerder te beweegen en doen veruurven bij brieve in Copia hier nevens zijnen schoon vader Mancoeboenie van desselfs vereeniging met de Comp: soeken te detour„ Hoog Edelen, Hoog achtbaeren gestrengen wijdgebiedenden Heere; en Dewel Edele Heeren. Aan den Hoog Edelen Hoog agtbaeren, gest: en wijt gebiedenden Heere; zijn Hoog Edelheijt Jacob Mossel gouverneur generaal ende Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Judia & & &. Java „neeren
English
385 From Makassar the 12th of October 1754. From Java's East Coast the 1st of November 1754. Batavia With the dispatch of our general letters and trade books within a few days will follow all such documents and complaints to the charge of the former resident at Bouthain and Boelecomba, George Beens, against the prince Tjallapanikie, as could here be collected together due to the shortness of time. Wherewith concluding this, having wished for your High Noblenesses and the Company's weighty interests God's merciful protection, I remain with all respect, was signed below: Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, Most Earnest, Manly, Wise, Prudent, Most Generous, and Far-Ruling Lord and Sirs; lower: Your High Noblenesses' Most Obedient and Faithful Servant, was signed: J. V. Clootwijk. In the margin: Makassar in the Castle Rotterdam the 12th of October Anno 1754. To the Right Honourable, Highly Esteemed, Valiant and Far-Ruling Lord, His High Nobleness Jacob Mossel, Governor-General, and the Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies etc. etc. etc. Java Right Honourable, Highly Esteemed, Valiant, Far-Ruling Lord, and Honourable Sirs. That the defeat of Raden Mas Said at Samonko must have been considerably greater than stands written in my respectful advices of the 24th past, is sufficiently to be deduced from the underhand tricks of that rebel; for instead of venturing a second engagement, as the rumour went, he has not only sought through himself and his brother the Pangerang Timor, Pangerang Rongo, the exiled Tumanggung of Mataram Djajawinata, but also through his wife, in order perhaps thereby to move the fatherly heart all the sooner and bring it to yield by letters, copy whereof is annexed hereto, to divert his father-in-law Mangkubumi from his union with the Company and if possible to persuade him to march with him and his; and having thereupon been informed of the arrival of Colonel Van Ossenberch in the camp of the aforementioned prince with a reinforcement of 80 dragoons and 50 infantrymen, because he dared not face that force, immediately pushed through with forced marches straight to Sidoarso to deliver battle to the camp of Captain Heer Mulder, in the assumption that it consisted solely of a gang of invalids and could thus easily be overcome by him. As he then also attempted on the 27th past, around twelve o'clock at noon, and stormed up to three times with great fury upon the camp, but nevertheless by God's blessing was each time very vigorously repulsed by our men and so bravely thrown back, that finally, with a loss of fully 50 dead and 100 wounded, he had to take flight head over heels towards the southern mountains of Pacitan, without a single man on our side being killed, notwithstanding the combat was still so stubborn and 3 mortars burst, only the Tumanggung of Kedu Mangkuyudo and three natives being lightly wounded, in such manner as may be seen more at large by the accompanying copy of the letter from Captain Steenmulder and the account given to the same by two natives who were taken prisoner in the battle at Bridjo and have now come over again to the Company, even reporting that the peoples from that region have collectively abandoned him and only fully 16 outlaws have remained with him, which latter requires confirmation, while the former is perceptible from the following that Mangkubumi receives and will receive by the proclamation made for a general pardon for all exiled and defected princes, regents and great mantris, especially now that Suria Kusumah has been so thoroughly de-fanged and his pride curbed, that he may well be said to have lost his sharpest teeth and to have parted with most of the shine of his authority; therefore, one will also no longer need to fear him so very much at present, now that terror has once seized him, notwithstanding which he will nevertheless have to be pursued and sought out in his hiding places to destroy him completely, whereto I have repeatedly exhorted Captain Steenmulder to leave nothing unexplored, and Colonel Van Ossenberch, on the occasion that I devised with his Honour the necessary measures here yesterday for that purpose, has promised me by handshake to apply his utmost ability to send out a few companies of dragoons, reinforced with another 1000 horses, before our troops have taken winter quarters.
Dutch transcription
385 Van Maccasser den 12:' october 1754. Van Java's oost Cust den 1:' November 1754. Batavia met het afzenden onser gemeene brieve en negotie boeken binne weijnige dagen zal laten volgen alle zodanige stucken en klagten ten Lasten van den gewesen resident op Bouthain en Boelecomba George Beens. Contra den prins Tjalla panikie als daar kortheijd des teijds, hier bij den anderen zullen versamelt werden Waar mede dese besluijtende na uhoog Edelhedens en Comp: swaarwigtige belange godes genadige bewaringe toe gewenst te hebbe en met alle Eerbiedigheijd blijve /:onderstond:/ Hoog. Edele gestrenge Groot agtb Erntbeste Manhafte wijze voorzienige zeer genereuze en weijd gebiedende. Heere en heeren /:Lager:/ u hoog Edele gestr: groot agtb:e zeer Gehoorsaamen getrouw dienaar /:was getekend:/ J: V: Clootwijk /:in margine:/ Maccasser in't Casteel rotter„ „dam Den 12:' october A:o 1754 Dat de nederlaag van Maas said bij somonko vrij grooter moet geweest zijn als geschreven staat bij mijne eerbiedige advisen van den 24: passato is genoeg„ saam te deduceeren uijt de sluikse streeken van dien rebel, want in steede van een tweede treffen te woagen soo als het zegge is geweest, heeft hij niet alleen zelfs en door zijnen broeder den pangerang Timor, pangerang Rongo den uijt geweeken. Tommangong van de Mattarm Djajawinata, maar ook door zijn vrouw, om misschien daar door het vaderlijk hert die te eerder te beweegen en doen veruurven bij bieve in Copia hier nevens zijnen schoon vader Mancoeboenie van desselfs vereeniging met de Comp: soeken te detour„ Hoog Edelen, Hoog achtbaeren gestrengen wijdgebiedenden Heere; en Dewel Edele Heeren. Aan den Hoog Edelen Hoog agtbaeren, gest: en wijt gebiedenden Heere; zijn Hoog Edelheijt Jacob Mossel gouverneur generaal ende Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Judia & & &. Java „neeren Van Java's oost den 1.:' November A:o 1754. Van Java's oost Cust den 1:' Novb:r 1754. Va neeren en des mogelijk te persuadeeren om met hem en zijn te trekken, en is daer op geinformeert wesende van de aankomst van den overste van ossenberch in het Leeger van opgem: vorst met een renfort van 80. dragonden en 50. Jnfanteristen opstonds, om dat die magt niet durfde staan, spoorstreeks met ge„ „borceerde marchen doot getrokken na Zedocerso om het Leeger van den Capitain Heer Mulder in ver - onderstelling dat 't zelve eenlijk bestond in een loop impotenten en dus gemakkelijk door hem overw„ nen konde worden, slag te leeveren, gelijk hij dan ook den 27:' Jongstleeden, des middags Circa twaalf uuren heeft getenteert, & tot drie maat met veel furie op het leeger getoomt, maar is nogthans door godes zeegen telkens zeet figoureus door d' onse afgeslagen en soo man moedig gerepousseert, dat eijndelijk met verlies van wel 50. rooden §. 100. ge„ „quetsten hals over kop de vlugt heeft moeten neemen na het zuijdergebergte van patjietan, sonder dat van onse kant, niet tegenstaande het geregt nog zoo hartnekkig geweest is, en 3. martiers gesprangen zijn, een eenig man is gesneuvelt zijde alleen den Tommangang van de Caddoe Mancoe„ „judo en drie inlanders ligt gequest in voegen breeder kan: worden beoogt sigst bij de nevensleg„ gende Copia brief van den Capitain Steenmulder 8. 't relaas aan den selven gegeven door Twee Jnlanders, de welke in deslag op Bridjo gevangen - genomen en nu weder tot de Comp: overgekomen zijn, meldende zelfs dat de volkeren uijt die Landstreeke hem gesamentlijk hebben verlaten en eenlijk bij gebleeven zijn ruijm 16: everwolders welk laaste Conbirimatie vereijscht, terwijl het eerste percepibel is uijt de aanhang die Mancoeboemie krijgt en krijgen zal door de gedane uijt schrijving voor een generaal pardan voor alle uijt= gn afgeweekene princen regenten en groot mantries voornamentlijk nu souria Coesoema zoo destigh geharent en zijne trotsheijd beteugeld is, dat hij wel mag gezegt worden de scherpste tanden verlooren te hebben ende meeste kleen van zijn gezag quijt te weesen derhalven. sal men hem ook thans soo seer niet meer behoeven te vreesen, nu de schrik denselven eenmaal bevangen heeft, wes niet tegenstaande egter sal moeten agtervolgt & opgezogt worden in zijne schuijl„ hoeken om hem ten eenemaal te verdelgen, waar toe den Capitain Steenmulder meerm: heb g'adhorteert. niets onbezogt te laten en den oversten van ossenberch ter gelegendheijt dat met zijn E: de nodige maat regulen gisteren alhier daar toe beraamde, mij bij landtastingh heeft belooft desselfs uijtterste vermogen te sullen adhibeeren met een paar. Compagnien. Dragonders gesterkt met nog een 1000. paerden daar op uijt te zenden voor dat onse troupes de winterquar„ genomen tieren