VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 2844

Surat · 241 pages · 109 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_2844_0127 view scan ↗

English

From Java's North-East Coast under date September 1754. From Java's North-East Coast under date September Anno 1754. The 6th of August The 12th of August Accepted, after the regents had previously provided two mantris as guides, and also had them ferried across the river of Joana to Tjencalsewoe with the necessary horses for the completion of their march, which for the time being had to be suspended until the 4th of September following. Because, after their arrival, having immediately dispatched a short letter to Raden Tumenggung Indranagara, who was unanimously said to form the vanguard of Pangeran Mangkubumi's army in the land of Grobogan, to give notice that they, being envoys of the Right Honorable Governor and Director of this Coast, had arrived there with credentials from His Honor, and requested that he would make this known to his master. Received an answer thereto, containing in brief that he, Raden Tumenggung, of their arrival to said Pangeran Mangkubumi, as the latter was not in the Seselo district but on the advance toward Djipang in order to pursue Pangeran Buminoto, would immediately give notice, and in the meantime requested that they would please wait for the present at Tjencalsewoe until he had received an answer or orders regarding their advance from his master, furthermore having a careful inquiry made whether there were also more Company personnel in their company, with the offer that they could meanwhile request all necessities from him. The 9th of August Two emissaries came down to them with a small present of two cows, two buffaloes, 20 cranjangs with rice, 20 chickens, also bringing a letter, but wherein he repeated his previous insistence to remain until the positive order of his master, of whose actual location he still had no certain news, while he also gave to understand that he had informed Pangeran Adipati, who lay encamped in Seselo, of our arrival, and that the latter requested us to still have patience with the advance until his father had ordered him somewhat further. A second letter was sent to that Raden Tumenggung, containing a request to allow them to come up to him from Tjincalsewoe, but it found no acceptance, as the time meanwhile passed with this until the 16th, and further the aforesaid Captain relates that because the time seemed too long to them, they resolved to go by water across the inland sea, which the aforementioned regents of Demak agreed with, to make it first to Tjincalsewoe, as they also had made. From Java's North-East Coast under date September 1754. From Java's North-East Coast under date September 1754. The 30th of August The 2nd of September When again two emissaries from the abovementioned Raden Tumenggung came to them, reporting that Pangeran Mangkubumi had returned to the Seselo district at the settlement Cassian, and Raden Tumenggung had departed to him to receive orders regarding this deputation; whereupon the just-mentioned Raden Tumenggung came in his own person with 200 horsemen and a letter from his master, who therein made a request to us to come up to him under that convoy, which could not be accomplished earlier, because they and the horses of the men were too exhausted, and the Pangeran had also appointed the arrival of the envoys before him for Wednesday, being the 5th of September in the forenoon at 11 o'clock. Having then been able to effect this and undertake the advance, arriving the following day at the settlement Cattagoean, where he then found himself, and were received in the following manner: Being awaited at two different places situated half an hour and an hour from the Pangeran's place of residence by two mantris, who, discovering the relater and companions, immediately went to give notice of their approach to His Honor, in whose name the last two messengers made request for their coming up. And having thus come into his encampment before the first gate of the dalem, they were received by Pangeran Natakusuma, former regent of Pekalongan, and his brother Pangeran Pakuningrat, along with six other tumenggungs; at the second gate by the two eldest sons of Pangeran Mangkubumi, named Pangeran Adipati and Pangeran Ngabehi, who escorted them under the sounding of trumpets and the beating of the drum to their father in the dalem, where he was seated on a large armchair, and rising therefrom, with a step or two forward, reached out his hand, and having inquired after their health, had them sit down on two chairs standing opposite him, while his sons along with the other so-called courtiers had to sit down on the ground at the side; further inquiring after the health of His High Nobility and the Governor of this Coast, and the passing of the latter's spouse, as well as their encounter during the stay.

Dutch transcription

22 Van Java's oost Cust onder dato. . September 1754. Van Iava's oost Cust onder dato septb:r A:o 1754. Den 6:' augustus Den 12:' augustus Aannaamen na dat de regenten alsvoorens len tot wegwijzers mede hadden gegeven, twee mantries, en ook over de rivier van Joeana doen overzetten op het Tjencalsewoesche de noodige paarden. tot volbrenging van hun marsih, die voor Eerst gestaakt moest blijven tot den 4:' Septb:r daer aen volgende, vermits zij na hun arrivement ten Eersten een briefje g'expedieert hebbende aan den Radeen Tommongong Jndanagara dewelke een parig gezegt wierde in het land van grobo„ „gang te formeeren de voorhoede van pangerang Mancoeboemies leeger, ter advertentie, dat zij, als afgezanten zijnde van den wel Edelen agtb=r Heere gouverneur en directeur deser Custe, met Creder„ tialen van zijn Edele aldaar aangekomen waeren en versogten dat hij sulx aan zijn meester wilde beekent Antwoord daar op ontbingen, behelsenden in't kort dat hij radeen Tommangon van hun komst gemelde pangerang Mancoeboemie, dewijl die niet in het seselosche maar in den opmaasch na Djiepang was, om den pangerang boe„ _:o 9:' augusto Tot hen abquamen twee sandelingen met een pering E presentje van twee koebeestjes twee buffeltjes, 20. Cranjangs met rijst 20. hoenders, ook mede brengende een brief maar bij den selven repeteerde zijne voorgaande instantie om te blijven tot de positieve ordre van zijne meester, van wiens wesentlijk verblijf hij nog geen zeeker narigt had terwijl ook hebbens te kennen gaf, van ons arrivement den pangerang de pattij, die in seselo gecampeert lag te hebben verstendigt, en dat die ons liet versoeken om met den opmaasch nog te willen patienteeren tot dat zijn varder hem wat te Een Tweede brief aan dien radeen Tammagong hebben afgesonden behelsende versoek om hen van Tjincalsemoe tot hem op te laten koomen dog voed geen ingang nademaal den minata te vervolgens, opstonds kennis geven soude, en intussen versogt dat zij voor eerst op Tjnicalsewoe toeven wilden, tot dat hij desen aangaande antwoord of ordre tot hen lieder opkomt van zijn meester ontfangen hadde, latende voorts naauwkeurig ondersoek doen of 'ir zig ook meer 'sComp:s volkeren in hun gezelschap bevonden onder aanbod, van alle het noodige middelerwijlen van hem te kunnen eijschen;. Wijders relateert voorm: Capitain dat zij om dat de tijd hen te lang viel neemen was, dewelke daar in met eerstgem: re„ „genten van Damak over een stemde om die Eerst na Tjincalsewoe te neemen, gelijk zij ook te waater over de binnen zee, den „nurata doen e 16: doen maaken 227 Van Iavasoost Cust onder dato Septb: 174. Van Iava's Oost Cust onder dato Septtb:r 1754 Den 30:' augustus 2:' Septb=r doen g'ordonneert had; zijnde onder tusschen de tijd daar mede verloopen tot den Wanneer weder twee zendelingen van den Radeen Tom„ mangang bovend: tot Een quamen baadschappende, dat den pangerang Mancoeboemie in het seselasche Cassian terug gekomen, en bij radien op de negerij Tommagang tot hem vertrocken was, om ordre te ontfangen aangaande dese deputatie komende daar op evengem: radie Lamma„ „gong in eijgener persoon Met 200. man te paard en een brief van zijnen meester die daar in aan ons verseek deed om onder dat Convooij tot hem te willen opkoomen, gelijk niet eerder, om dat zij en de paerden van de mansch te zeer gefatigueert waeren, en den pangerang ook de komst van hen afgesanten bij hem bestemd had, op Woensdag zijnde den 5:e September des voordemiddags te 11: uur dan Hebbende kunnen werkstellig maken en den opmaasch onderneemen 's anderen daags in de Negorij Cattagoean, doet hij zig toen bevond aangekoomen en gerecipieert zijn in volgenden maniere Wordende op Twee differente plaatsen geleegen een half en een uur van 's pangerangs verblijf plaats opgewagt door twee mantaies, die den relatant C: S: ontdekkende ten eersten van hun aannaadering kandschap gingen geeven aan zijn Ed: uijt wiens naam de twee laaste bodems versoek deden tot hun opkomst en dus dan in zijn Campement gekomen zijnde tot voor de eerste poorte van den dalm wierden zij ontfangen door den pangerang Natacosoema geweese regent van paccalangang, en desselfs broeder pangerang pacoeningrat beneffens nog ses andere Tommangongs: Bij de tweede poort door de twee oudste zoons van pange„ rangh Mancoeboemie genaamt pangerangh de pattij L: pangerang Jngabeij; die hen beglijden onder 't steeken der Tromppetten en 't slaan van den Tram tot bij hun vader en den Dalm alwaar gezeeten was op een groote leu„ „ning-stoel en daar van oprijsende met een stap à dan voor uijt he de hand toe rijkte, en na haar welstand gevraagt hebbende doet nederzitten op Twee stoelen, staande tegens hem over, terwijl desselfs soonen met de andere soo genaamde hof graaten ter zijden op de aerde moesten neder„ zetten, vraegende wijders na de welstand van zijn hoog Edelheijt en den heeren gouverneur deser Custe, en 't overlijden van des laasten gemolline mitsg:s hunne ontmoeting verblijf e

NL-HaNA_1.04.02_2844_0129 view scan ↗

English

229 From Java's East Coast under the date September 1754. From Java's East Coast under the date . . September Anno 1754 and reception during their march and stay en route, but meanwhile, after having presented these envoys with a betel nut and a cup of tea, his four sons and three adopted children were also presented, the latter being from the banished and deceased pangerangs Adinagara, Panoelar, and Ingabeij, having furthermore made it known that his mind was now put at rest through their dispatch and assured of the goodwill of the Company, to which he declared himself much obliged and also to blame for his own misfortune, for which he hoped that God and the Company would grant him forgiveness, since he never would have fallen away from the same if he had not been compelled thereto by the treatment of the late Emperor, who had always wronged him more than anyone who has brought matter to dust, reproaching him for aspiring to the throne after having defeated Maas Said several times, yet having frequently lodged his complaint with the then head of Souracaata, but never having received a hearing, he keeping well in mind the benefactions that the Company had always shown to the Mataram empire, even at the time when the pangerang's great-grandfather rebelled against them and his son took his refuge to Samarang, and that the Company then restored him, or the pangerang's grandfather, to the throne, whose footsteps he, pangerang Mancoeboemie, likewise followed in the Chinese revolt as soon as an opening arose by seeking his protection and patronage with the Company or the Lord Commissioner Verijzel who was present here, for whom he seemed still to have a special affection, and it also appeared from the idea given of it to him, since his chiefs who had been at Samarang informed the Governor from previous times that his Honour conversed much with the aforementioned Lord Commissioner. Breaking off the discourse with this, after sitting for half an hour he had the envoys escorted out in the same manner as upon their arrival, they having beforehand communicated that they had a gift through the pangerangs, which he however declined to accept earlier than the next day, when they would be given more of an audience, and he had four tommangangs point out the lodging that was pitched for them directly opposite the dalm, after which these chiefs went to report their entry into the same to their master, while half an hour ago there was delivered to them the midday meal consisting of all kinds of Javanese food served up in 40 dishes. 231 From Java's East Coast under the date . . . September 1754. From Java's East Coast under the date . . . September Anno 1754 The 6th of September And in the afternoon at five o'clock a visit was paid by the pangerang Nata Coesoema and his brother Pacoeningrat with the Tommangong Maat Rongo, inquiring after their wellbeing and the first-named, under veiled terms, also after their commission and interests, adding that he would gladly support them for the good with Pangerang Mancoeboemie, as he himself was weary of that protracted wandering, displaying two letters written by the pangerangs Rongo and Timor, as was presumed at the instigation of Maas Said, both of which contained a request for an association between Pangerang Mancoeboemie and the just-mentioned Said; and the first-mentioned prince had already given these informants to understand in today's audience that he had left them unanswered and de facto turned away their bearers, not wishing to have anything to do with their writings; whereupon they, under the assumption of being sent expressly by Mancoeboemie to investigate the first matter, having replied that they were sent to ask his master what his pretensions were so that matters might reach an end and the writing back and forth that wastes much time might cease, could notice from his discourse that this prince craved the title currently borne by him, namely: Susuhunan, having subsequently taken their leave and departed without further reasoning. At 7 o'clock in the evening they were again regaled as in the afternoon, and the next day. In the morning at eleven o'clock they were fetched by four Tommongongs, and also received in the dalem as upon their first arrival by the prince, to whom, having delivered the gift brought along, they gave disclosure of their commission to ask him point by point what he desired and how far his pretensions went, without him wishing to express himself further thereon than by way of request for half of Java without determination of the lands of which it should consist, declaring that he would consider the matter and have an answer given to these envoys regarding it in the afternoon at five o'clock through the often-mentioned Nata Coesoema, after which, having subsequently passed the time with some other indifferent discourses, they took the midday meal with the prince, sitting with him at a table, while on the other hand his sons with the other grandees of the court took their meal on the ground. After

Dutch transcription

229 Van Java's oost Cust onder dato Septb:r 1754. Van Java's oost Cust onder dato. . Septb:r A:o 1754 en onthaal geduurende haere opmaasch en verblijf onderweegs, maar op ondertusschen aan hen afgesanten een pinang en kopse thee gepreesenteert geworden zijnde, ook verthoon„ „den zijne vier zaans en drie aangenoeme kinderen, zijnde de laaste van den verbanne en met leedene pangerangs Adinagara panoelar, en Ingabeij, hebbende toen voorts te kennen gegeven dat zijn laat nu mits hare afsending gerust was en versee„ kert van de welmeenentheijt van de Comp:e aan welke betuijgde veel verobligeert en ook schuldig te weesen aan zij eijgen ongeval over het welk verhoopte dat god en de Comp:e hem vergiffenis geven soude, dewijl hij tot affwal van deselve nooijt soude gekoomen zijn, in dien daar toe niet gene„ cessiteert geworden was door de behandelingen van den overleeden Keijzer, die hem altoos schaan meer als jemand aan het stoff verrigt heeft gehad, verwijt dat van na de throon wanneer Maas said diverse reysen geslagen had te adspireeren, maar over meenigmaal zijn beklag had gedaan aan het toenmaaligen hoofd van Souracaata, egter nooijt gehaar gekregen, leggende hem wel in geheugen de weldaden, welke de Comp: altoos aan Hier mede het discours afbreekende liet hij na een half uur zittens hen gesanten, die alvoorens Com„ municatie hadden gegeven van door de pangerangs een geschenk te hebben, dog 't welke afsloeg eerder te accepteeren als 's anderen daags, wanneer hen lieden meer audientie soude gegeven worden, in zelven voegen als hij haar aankomst het uijtgeleij geven, en door vier tommangangs aanwijzen het Logement dat voor deselve regt tegens over het Mattaramse rijk bewesen heeft, zelfs ten tijde doen des pangerangs over groot vader tegens haar rebelleerde en desselfs zoon zijn refugium na Samarang van, dat de Comp:e hem of 's pangerangs groot vader toen weeder op den throen heeft gezet, wiens voet= stappen hij pangerang Mancoeboemie in de Chineese revolte so dra 'er opening kwam mede gevolgt is met zijne be„ scherming en protectie te soeken bij de Comp„s of den hier present geweest zijnde heer Com„ missaris verijzel, voor welken betaande nog een bijzondere zugt te hebben en ook scheen na het hem daar van gegeene Jdee daar zijne hoofden, die op samarang geweest waeren den heere gouverneur te kennen van voorgaande tijden dat zijn Ed: bij genoemde Heer Commis„ „saris veel heeft geconverseert het den 231 Van Java's Oost Cust onder dato . . . Septb:r 1754. Van Java's Oost Cust onder dato. . . Septb:r A:o 1754 Den 6:' September den dalm opgeslagen was, na het welk dien hoofden van den intrek in't selve aan haeren meester raport zijn gaan doen, terwijl een half uur geleeden aan haar bezorgt wierd het middag onthaal bestaande in aller„ „hande Javaanse spijze opgedist in 40. schootels en snademiddags te vijf uuren een visite afgelegt door den pangerang Nata Coesoema en zijnen broeder pacoeningrat met den Tommangong Maat Rongo vragende na haere welstand en den eerstgemelde onder bedekte termen ook na derselver Commissie en belangen met bijvoeging dat hij die gaerne bij den Pangerang Mancaboemie ten goede wilde onder schraagen, als zelfs wats zijnde dat lang deurig omswerven, onder vertooning van twee brieven gesz: door den pangerangs Rongo &: Timor, soo men preesumeerde op de instigatie van Maar Said, dewelke beijde hielden aansoek tot asso„ piatie tussen den pangerangh Mancoeboenie en even gem: Laid; en eerst gemelde prins in de audientie van heeden aan hen relatanten reeds had te verstaan gegeven, onbeantwoord gelaten en dies overbrengers de facto afgeweesen te hebben als niet willende met de schrijvens der selve te doen hebben; waar op zij in veronder stelling van expres tot ondersoek van het Eerste lid door Mancoeboemie gesonden te weesen, gerepliceert hebbende gezonden te weesen om sijnen meester of te vragen mat zijne praetensien waeren, op dat de zaaken een eijnde krijgen en het over en weder schrijven, dat veel tijd verspilt, Cesseeren mogten, bemerken konden uijt desselfs discours, dat dien prins haakte na de titul, tegenwoordig door hem gevoert, na„ mentlijk: soesoehoenang, zijnde vervolgens sondere verdere raisonnementen afscheijt neemen heen gegaan Ten 7: uur des avonds wierden zij weeder als des middags geregoleert en des andere daags. Des morgens te elf uur afgehaalt daar vier Tommongongs, ook gerecipieert in den dalen als bij de eerste aankomst bij den prins aan wien, overgegeven hebbende het meede gebragte ge„ schenk, opening geven van haere Commissie om hem articulatua afte vragen, wat begeerde en hoe verre zijn praetensien gingen sonder dat hij daar op verder heeft willen uijtkomen als versoekende wijze om de helfte van Jasa buijten bepaling van: Landen, waar in die souden bestaan, de Clareeren„ de zig daar over te zullen bedenken en aan hen af„ gezanten desweegen bescheijd doen geven des nademiddags te vijf uuren door meerm: NataCoesoema waar na met eenige andere indifberente discoursen vervolgens de tijd doorgebragt hebbende man bij den prins het middagmaal hield, en met hem aan een tafel aanzat, en zijne zoons daaren e tegen met de verdere hofgrooten op de aarde spijzigden zijne Na G e 6 2

NL-HaNA_1.04.02_2844_0131 view scan ↗

English

From Java's East Coast, dated September 1754. From Java's East Coast, dated September 1754. After the meal, under the favor of a cup of tea, the envoys again entered into conversation with the Pangerang Mancoeboemie, who asked them how long their stay there would still be, or when they intended to depart. To which they replied, as soon as the Pangerang had declared himself regarding his pretensions, adding that one of his sons might also go along to Samarang to demonstrate the Pangerang's respect for the Company and the Governor, offering that one of their own persons, in turn, remain with him as a hostage to remove all mistrust and unease. But the sons, who out of fear did not seem inclined to do so, requested with proper respect to be excused from that journey, with the offer that they would gladly go in the company of their father if he went, which was granted to them. And the envoys made another proposal, suggesting that Pangerang Natacoesoema or another prominent chief be sent along; but he, conscious of his own disloyalty to the Company, likewise requested to be excused, so that they finally had to be content with two Tommongongs who were designated and appointed for that purpose in their presence. At the same time, Pangerang Mancoeboemie urged that, since he had never been able to obtain envoys of renown such as these envoys now were, despite having requested it frequently heretofore, and as he consequently believed the time had now come to bind matters more closely and thereby bring them to a conclusion, merchant Breton might remain with him as security thereof, as he noticed that the Governor meant well by him and placed trust in him; and that, conversely, the deponent might depart to assure the well-named Governor of his remorse over what had passed and his sincerity toward the Company, undertaking to deliver everything from the lands that must be placed under his authority for their service, down to the smallest drop of water and grain of salt, if they should desire such. Upon this, the envoys proposed to the Pangerang that, in case he should be attacked by Maas Said, he unite himself with the Company's force and summon the army of Jan Jong for that purpose, which he embraced to that extent, namely, to be assisted by their force; but he requested that, when necessity required it, the Company's army might always remain a short distance separated from his own, but the outposts, on the other hand, should be so close to one another that they could continually correspond with each other, while the Pangerang, as a bodyguard, would keep only about 16 men with him. Thereafter, the Pangerang entered into conversation with his court dignitaries and deliberated over the place that would be most suitable for meeting the Governor, until finally Padaagang-ang, situated on the borders of Grobogang, was chosen for this, and Raden Tommangong Judanagara was ordered to make all preparations there, while his two eldest sons, the Pangerangs Depattij and Ingabeij, would be sent to meet the Governor two full hours from his camp toward the new moon, when His Honour would be pleased to attend, at the village of Godon, situated in the district of Damak. With this, the discourse was broken off and the envoys were escorted back by four Tommangongs to their lodgings, where in the afternoon, according to the agreement, they had expected Pangerang Nata Coesoema with his master's pretensions, but in vain, as they seemed not to have been able to agree on the matter. And the following day, that statesman came to them with an open letter for their reading, because they had requested it in case his desires had been made known therein, declaring at the same time in the name of his master that he could not make any demand for the time being unless he had first met the Governor, and that he requested the deponent to prepare for his departure and take leave of the Pangerang. Which he having done, he received from him the aforesaid letter sealed, and received the mandate to assure the Governor of his esteem and goodwill, and to request him to come to the aforementioned appointed place with as few people as possible, just as he had offered to do likewise. Whereupon taking his leave, the deponent, with the Tommangongs Alap Alap and Bradjo Moesti under an escort of one hundred men on foot and as many on horseback, undertook the journey to Samarang, and arrived there this evening to report on everything to the Governor. Thus done and related at the Government of Samarang, 8 September anno 1754. Was signed: Cs Donkel And beneath: In my presence, signed: Wm Fockens, Secretary Underneath: Agrees, signed: W: Fockens, Secretary

Dutch transcription

233 Van Java's Oost Cust onder dato Septb:r 1754. Van Iava'soost Cust onder dato Septb: 174. Na den eeten raakten zij afgezanten weder onder het faveur van een kopje thee in diescours met den pangerang Mancoeboemie die hen afvraeg. hoe Lang haar lieder verblijf daar nog wesen soude, of wanneer meenden te vertrekken, daar op gere„ pliceerd hebbende so dra den pangerang zig over zijne praetensien gedeclareert hadde, met bijvoeging dat een zijner zoons als den mede na samarang mogte gaan om des pangerangs Eerbied voor d' Comp: en den heere gouverneur te bewijsen, praesenteerende een van hen beijder persoonen in tegen weder aan „ als gijselaar bij hem te blijven tot wegneeming van alle wantrouwen en onge„ rustheijd; dog de zoons, die daar toe scheenen uijt vreese niet te inclineeren versogten met diese eerbied van die togt g'excuseert te mogen werden met ofberte dat zij gaerne wolden gaan in gezelschap van haar vader soo die ging het geen deselve g'accordeert wierde, en de afgesanten een andere propositie deed voorslaan om pangerang Natacoesoema of een ander aanzienlijk hoofd mede te zenden, maar dese bewust van zijn eijgen ontrouw aan de Comp:e versogt inselver voegen g'excuseert te blijven, soo dat zij len eijndelijk moetten te vreede houden met twee Tommongongs de daar toe gedesigneert en benoemt wierden in haere preesentie doende den pangerang Mancoeboemie te gelijk jnstantie dat, vermits hij tot dus verre schoon al dikmaals versogt, nooijt zendelingen van naam gelijk zij afgezanten nu waeren, had konnen erlangen en mitsdien vermeende thans de tijd gebaaren te weesen om de zaaken naauwer aantebinden en daar door ten eijnde te brengen den koopman Breton tot secuuriteijt van dien, dewijl bemerkte dat den heer gouverneur het opregt met hem voorhad en daar op vertrouwen stelde, bij hem blijven en daar en tegen vertrekken mogt den relatant om welgenoemde Heer gouverneur van zijne berouw over het gepasseerde en opregtheijd Jegens de Comp: te verseekeren aennemende alles uijt de landen, die onder zijn gezag moeten gesteld worden, ten haeren dienste te willen leveren tot de klijnste droppel water en Corl zout, indien deselve sulx mogt begeeren Hier op sloegen sij afgezanten den pangerang voor, om in Cas door Maas said wierde g'attacqueert zig met 'sComp:s magt te vereenigen en daar toe het Leeger van Ian Jong op te ontbieden, het geen den selven in zo verre wel amplecteerde, om met haere magt g'adsisteerd te werden dog versogt dat wanneer de naad sulx kwam te vereijschen dat 's Comp:s Leeger van het zijne altoos en nurtje gesepareerd mogt blijven, maar de veldwagten daer en tegen soo na bij den anderen zijn dat telkens met elkanderen konden Corres pon„ deeren, terwijl den pangerang tot Lijfwagt instantie dan —. 235 Van Javas oost Cust onder dato Septb:r 1754. Van Javas oost Cust onder dato Septb:r 1754. en 7: 7:' Septb:r dan een man of 16: bij zig soude houden Daar na begof den pangerang zig ingesprek met zijne hof-grooten en delibereerde over de plaats die tot ontmoeting van den Heere gouverneur het Condenabelst wesen soude, tot dat den eijndelijk daar toe verkoopen wierde padaagang=ang gelee„ „gen op de grenten van grobogang en den radeen. Tomman„ „gong Judanagara gelast daar alle praeparatien te maken, ter wijl zijne twee oudste zoans de pangerangs Depattij en Ingabeij den: heere gouverneur twee groote uuren van zijn leeger plaats tegens het nieuwe ligt, wanneer zijn Edele lubst wilde opwagten, te gemoed zoude zenden, op d' Negorij Godon, geleegen in de Landstreek van Damak: zijnde hier mede dat discours afge„ „broken en zij afgezanten weder te rug geconduiseert daar vier Tommangongs na hun logement al„ waar des nademiddags, ingevolge den afspraak verwagt hadden, den pangerang Nata Coesoema met zijn 'smeesters praetensien, dog te vergeefs, aangesien zij daer over niet eens schijnen te hebben kunnen worden en dien staatsman 's anderen daags. Bij hen kwam met een opene brief ter haren Lectura om dat zij zulx versogt hebben, in gevalle daar in zijne begeerte had bekent gesteld, ver„ klarende teffens uijt naam van zijn meester, dat hij voor als nog geen eijsch konde doen, ten zij den Heere gouverneur alvoorens had ontmoet, en dat versogt den relatant zig tot zijn vertrek gereet te willen maken en afscheijd gaan neemen bij den pangerang gelijk hij ook gedaan hebbende van denselven de voorsz: brief gecachetteerd ontfung en in mandatis kreeg van den heere gouverneur van zijn agting en welme„ „nendheijd te versekeren en te versoeken om tot hem te koomen op de vooren bepaalde plaats met soo weijnig volk als doenlijk zijn, gelijk hij inselvervoegen praesenteerden, waar op den afscheijd neemende den relatant met de Tommangongs Alap Alap &: Bradjo moesti onder een escorte van hondert man te voeten geven soo veel te paard de reijse na samarang aangenoomen heeft, en heeden avond aldaar gearriveerd is om aan den heere gouverneur van het een en ander verslag te doen; Aldus gedaan en gerelateerd ten gouverne„ mente Samarang den 8:' Septb:r a:o 1754. /was getekend:/ C=s Donkel /: en daar onder:/ In kennisse van mij /: getekend:/ W=m 1 Fockens Secretaris /:onderstonds:/ Accordeert /:getekent:/ W: bockens en Java 6 secretaris -

NL-HaNA_1.04.02_2844_0133 view scan ↗

English

237 From Java's East Coast under date 17 September 1754. From Java's East Coast the 17 September 1754. Batavia To the High Noble, Right Honorable, Severe, and Far-Commanding Lord; His High Nobility Jacob Mossel Governor-General, and Right Noble Lords Councilors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honorable, Severe, Far-Commanding Lord and Right Noble Lords. Since I had the honor to inform Your High Nobilities by our letters of the 3rd of this month of the march of Lieutenant Colonel van Ossenbergh to the Cadoe for reasons cited therein, this has resulted in the raiding party of Maas Said, which sought to penetrate Bagelen, not only being driven out from there and routed again in another place, with the loss of his second state minister Djanodipoero and foremost leaders, but that audacious enemy has also been driven from the borders of Mataram; notwithstanding which he is still so insolent that, according to the report given to me, he must absolutely be attacked in two parties by the Honorable van Ossenbergh from there and the side of Surakarta, which can be done with all the more confidence now that for the present one has nothing to fear from the side of Pangeran Mangkubumi, by whom my envoys, the Merchant Breton and Captain Donkel, were received with all distinction, so that Your High Nobilities, if it please you, may view this in the report of the latter annexed hereto, without him, however, having wished to express himself to them regarding the points of his pretension, except solely in general terms that he requested half of Java and was inclined on that condition to reconcile and unite himself again with the Company, and furthermore that he would declare himself more closely about this in case he might have the good fortune to meet me at the place chosen by him, Padagangan, situated in the inland districts between Grobogan and Demak; meanwhile the said Said, as a sign that he seeks to aggrandize himself, and what is more through underhand ways, sent a letter to Pangeran Mangkubumi with a request to reconcile with him, and that if he were inclined to do so, he would then cede half of the district to him and keep the other half for himself, and further try to keep the undersigned in a good humor by selling him false promises, in order meanwhile to pursue the war in earnest; by which that prince became so embittered that, stamping his feet, he expressed himself to the bearer in this manner: 239 From Java's East Coast the 17 September Anno 1754. From Java's East Coast the 28 September 1754. manner: "What comes over him, since he along with all the great mantris paid homage to me as Susuhunan, that he now wants to dominate over me? I shall put his head on display just as he sought to do with mine, once I shall be united with the Company and have concluded the contracts of peace and alliance," desiring solely to speak with me; wherefore, High Noble, Right Honorable Lords, thinking now to be the right time to grant once the desired peace—which has now been sought for so many years at the cost of so much blood and treasure—to the impoverished and exhausted Java by some giving and taking, for the revival of the state of the Company here on the Coast, I shall depart thither today for that purpose, assuring Your High Nobilities that, weighing matters of heart and conscience, I shall leave nothing undone to direct affairs with the frequently mentioned prince to the well-being of the Company; and in short, High Noble, Right Honorable Lords, since everything now seems to depend on this commission, upon which everyone has their eye, I wish that God will please to bless the work and crown it with a desired outcome, so that I may retain the happiness of always remaining, below stood, Your High Nobilities' completely obedient, very submissive, and faithful servant, was signed, N. Hartingh. In the margin: Samarang the 17 September Anno 1754. In order not to weary Your High Nobilities' highly honored attention with a double recitation of words or needless narration of my encounters in and during the march, which I undertook on the night of the 17th to Pangeran Mangkubumi in conformity with what was respectfully shared with Your High Nobilities by secret missive of that date, I shall, with your permission, both in that respect and concerning the conference held with him, refer to the journal kept of it, on which account I take the liberty to present to Your High Nobilities, with another letter received under flying seal for His Nobility, the points containing the pretensions that the said prince forms, and which I deemed necessary to have translated here; so that Your High Noble, Right Honorable [illegible] with so much more reassurance thereon a High Noble, Right Honorable, Severe, Far-Commanding Lord and Right Noble Lords, To the High Noble, Right Honorable, Severe, and Far-Commanding Lord, His High Nobility Jacob Mossel, Governor-General, and Right Noble Lords Councilors of the Netherlands Indies, Batavia. Java such to

Dutch transcription

237 Van Javas oost Cust onder dato 17. ' Septb: 1754. Van Java's oost Cust den 17:' Septb:r 1754. Batavia Aan den Hoog Edelen Hoog agtbaeren, gestrengen en wijd gebiedende Heere; zijn Hoog Edelheijd - Jacob Mossel Gouverneur generaal ende Wel Edelen Heeren Raaden van Nederlands Jndia. Hoog Edelen, Hoog agtbaaren gestrengen wijdgebiedende Heere ende wel Edele Heeren. zeedert dat ik de eer heb gehad uw hoog Edelens bij andersa„ nige letteren van den 3:' hujus te bedeelen den opmarsch van den Lieut: Collonel. van ossenbergh na de Cadoe om reden daar bij g'allegueert, heeft die ten gevolge gehad, dat de stropende parthij van Maas said, welke de baggaleen heeft zoeken in te dringen, de huur van daar niet alleen opgesegt en op een andere plaats weder over rompelt, met verlies van zijnen tweeden staats minister Djanodi„ poero, ende voornaemste voorregters, maar dien vermeeten vijand ook van de grensen der Mattaram verdreeven, wes niet tegenstaande nog zo patulant is dat na het mij dient weegen gegevene berigt daar den E: van ossenberch absolut van daar en de kant van souracarta in twee partijen sal dienen aangetast te worden, 't geen met so veel meer gerustheijd kan geschieden nu men voor eerst niets Te vreesen heeft van de zijde van den pangerang Man„ coeboenie, bij wien mijne afgesanten den koopman Breton en Capit:n Donkel met alle distinctie zijn gerecipieert, invoegen uw hoog Edelens des gelievende beschouwen kunnen bij het dese g'annexeerd relaas van Laastgem:, sonder dat hij zig egter tegens deselve heeft willen uijt laten over de poincten zijne prae„ „tensie als alleen in generale termen, dat half Java versogt en geneegen was zig op die Conditie weder met de Comp: te versoenen en te Conjungee„ „nen, en vaorts dat hij zig hier over nader soude de Cla„ „reeren, ingevalle tot geluk mogt hebben mij te ont„ moeten op de door hem besteede plaats padagan„ „gan gelegen in de bovenlandsche districten tussen Grobogang en Damak, hebbende intussen gemelde said ten teken dat zig zelfs zoekt groot te maken, en dat /wat meer is / door slingse wegen, een brief aan den pangerang Mancoeboemie ofgezonden, met verzoek om sig met hem te verzoenen, en dat soo daar toe inclineerde hij dan de helbt van het wijk aan den selven ofstaan ende wederhelft vaet sig houden soude, voorts den ondergeteekende in een goede luijm tragten te lauden met wat blaauw blommetje te verkopen, om adertussen den oorlog met Ernst vaarts te zetten, waar met dien pries zo verbittert is geworden dat hij alstamp voetende tegens den overbrenger zig uijt liet in dezer voegen. 239 Van Java's Oost Cust den 17:' Septemb:r A:o 1754. Van Iavasoost Cust den 28:' Septb:r 1754. voegen: wat komt hem over daar hij mij nebbens alle de groot mantries tot soesoehoenang gehuldigt heeft, dat nu boven mij praedomineeren wil, ik sal zijn kop so als hij de mijne heeft soeken te doen nog eens ten toen stellen, wanneer met de Comp: sal wesen vereenigt en de Contracten van vreede en bandgenooteschap bestooren, hebben, verlangende eenlijk mij te spreeken, al waarom ik hoog Edele groot achtb: heeren denkende, thans de regte tijd te sijn om door wat te geven en te nemen eens de gewenschte vreede die ten koste van so veel bloet en schatten nu so veel Jaeren gezagt is, aan 't veraamt, en zijne uijtge„ „putte Java te schenken, tot op luijking van den staat der Maatschappije alhier ter Custe, heden mij ten dien eijnde derw=ts begeven sal, versekerende uw hoog Edelheedens dat ik na gemoederen Conscientie wegen, niets sal an„ aangewent laten om de zaken met meermelde pange„ rang tot wel wesen van de Comp:e te dirigeeren, en om kort te gaan hoog Edele groot agtbare heeren; dewijl van dese Commissie nu alles schijnt afte hangen, waar op een ieder het oog heeft so wensch, dat god het werk sal gelieven te zegenen en met een gewenschte uijt„ slag bekromen, op dat het geluk sal mogen behouden van altoos te blijven /:onderstond:/ uw hoog Edelheedens gantsch gehoorsaeme zeer onderdanige en Trouw„ schuldigen dienaar /:was getek:d/ N: hartingh - /:in margine:/ Samarang den 17:' Septb:r A:o 1754 Om uw hoog Edelheedens: hoog g'eerde attentie niet met een dubbelt recit van woorden of noadeloose eaaratie mijner rencontres in en geduurende de optogt, welke den 17:' des nagts tot den pangerang Mancoeboemie in Conformite van het uw hoog Edelheedens eerbiedig bedeelde bij secreete missive van dien datum heb aange„ noomen te verveelen, sal ik mij met derselver per„ missie zoo ten dien opsigte als aangaande de Conferentie met hem gehouden, rebereeren tot het daar van gehouden dag register dat uijt dien hoofde de vrijheijd neem van uw Hoog Edelheedens te pre„ senteeren met een ander Cachet volant ontfan„ „gene brief vaor zijn Edelheijt wde poincten in zig bevattende de pretensien die gedagte prins formeert, en ik noodig g'agt hebbe alhier te doen vertolken; op dat uw hoog Edele groot achtbaere met dies te meerder gerustheijt daar op een Hoog Edelen, Hoog agtb=re gestrengen Wijdgebiedenden, Heere en Wel Edele Heere, ƒ Aan den Hoog Edelen. Hoog agtbaeren gestrengen en wijdgebiedende Heere zijn Hoog Edelheijt Jacob Mossel Generaal, ende gouverneur Wel Edele heeren raden van nederlands Jndia Batavia Java soodanige G te -

NL-HaNA_1.04.02_2844_0135 view scan ↗

English

Java's East Coast, the 28th of September 1754. From Java's East Coast, the 28th of September 1754. could make such disposition as they deem capable of winning him over forever to the interests of the Company, for the restoration of the long-desired peace, which otherwise, without the destruction of Mas Said, is still far to seek; the Colonel von Ossenberch stating that this latter, whom he informs me by a letter of the 24th ultimo, upon his approach leaving the encampment of Bridjo, has marched through with all his might to seek out Mancoeboemi and give battle; and on the other hand Captain Abrahamsz, by a brief letter of the same date, reports that in his retreat he wailed and marched toward Blora to submit himself absolutely to him, not to be caught in the trap before his father-in-law is indeed united with the Company and the rumor thereof spread among the Javanese, because they will then abandon him and adhere in multitude to the side of Mancoeboemi as being more beloved by them, so that thus assisted by our force, which otherwise the said Ossenberch states is only sufficient to preserve what one holds, to break the neck of Mas Said when they know that his head is at stake. Therefore, Right Honorable, Great and Respected Sir and Sirs, I pray, who gladly join in that sentiment, that it may please you to communicate your honored approval directly to the aforesaid Pangeran Mancoeboemi regarding his demand, while I rejoice to have brought matters so far for the present through an agreed armistice that one has no hostilities to fear from him, as he has already, upon the news of Said's approach, requested for his assistance the army of Tanjong, which for that reason I have ordered today to join with him, after first having reinforced it from here with what could be spared, positing that in due course he will also come closer to hand and declare himself further; to which end, in about 6 or 7 days, the Merchant Breton, who is very much beloved by him, will be dispatched again with the requested broadcloth and so forth; having yesterday earnestly commended to the Honorable Ossenberch and Abrahamsz to watch Said closely, and to profit indeed from this so long hoped-for conjunction, and to take good care that this clever bird does not mislead us through his swift marches and countermarches, tending as usual toward an unexpected invasion into one or another district, it not being unknown to them that from the crippled and blind garrison remaining here nothing more can be spared. I have the honor to conclude herewith and to declare that I remain with deep veneration, in all faithfulness and obedience, Was signed, Your Right Honorable's completely obedient, very humble, and faithfully indebted servant, Signed, N:s Hartingh In the margin: Samarang, the 28th of September 1754. Demand. Translation. Java's East Coast under date the 28th of September 1754. From Java's East Coast under date the 28th of September 1754. Wednesday, the 18th of September 1754. My request is, when Grandfather by God's blessing pleases to favor me with that which I have requested, that then likewise, when my child at Soeracarta comes to die, all Java may devolve upon me; but if in the meantime I should come to die, then I request that my son Adipati Anom may succeed to half of Java, and if he should also come to die, that it may then devolve upon my son Mas Soendara, and if he also should depart this life, that it finally fall to my son Ingabei; and when Grandfather shall have favored me with half of Java, and my son at Soeracarta and I come to die, then I request that all Java may devolve upon my Grandfather's grandchild, the Adipati. End. Below stood: Translated with the aid of the Javanese interpreter Bappa Bastam. Was signed: W:m Fockens, Secretary. Daily Register. The Lord Governor embarked after having yesterday entrusted the management of affairs during the time of his absence to the Chief Administrator Mr. Carel Godin, in so far as ordinary matters are concerned, with the provision that if they should be of importance he must first take His Honor's advice before proceeding to a decisive resolution, and dispatch separate letters directly to the said Lord Governor without opening them, since His Honor is not far from them but virtually in the vicinity and can therefore more easily dispatch the necessary orders to the encampments, setting out with Captain Dankel, Secretary Fockens, and Daily Register of the Honorable, Respected Nicolaas Hartingh, Governor and Director on and along Java's North-East Coast, concerning His Honor's expedition to the Pangeran Mancoeboemi, who, having been alienated from the Company since the year 1746, now seems inclined to unite with it again upon such conditions and terms as shall hereafter be described and recorded under the dates on which conferences were held with him. Translation of a Javanese letter written by the Pangeran Mancoeboemi to His Right Honorable, the Governor-General Jacob Mossel. Samarang's

Dutch transcription

241 Java's oost Cust den 28:' Septemb:r 1754. Van v Van Java's Oost Cust den 28: Jber: 1734. soodanige dispositie souden konnen neemen als deselve vermeenen Capabel te wesen om hem voor altoos in de belangen van de Comp: over te haelen ter herstelling van de lang- gewenschte rust, die buijten des en de ver„ „delging van Maar said nog ver te soeken is, stellende den werste van ossenberch dat desen laasten, welken hij mij berigt bij een brief van den 24:' laastleeden dat op zijne aennaedering het Campement bridjo verlatende met zijn gansche magt door getrokken is om Mancoeboenie op te soeken, en slag te leveren, en daar en tegen den Capitain Abrahamsz: bij een briefje van dien zelbden datum, dat bij zijn aftogt heeft gehuijlt en gemarcheert is na blora om zig aan hem absoluit te anderwerpen niet in de kuip te krijgen is, voor dat zijn schoonvader met de Compagnie en der daat is vereenigt en daar van het gerugt gespargeert onder de Javaenen, om dat die hem dan verlaten en de zijde van Mancoeboemie, als bij haar meer bemind zijnde, in meenigte aankleven sullen, om dus g'adsisteert met onse magt, die anders gedagte ossenberch steld eenelijk maar subficeerende te zij om daar mede te bewaeren wat men heeft kaas said de nek te breeken, als zij weeten dat het om zijn kop te doen is; daar oen Hoog Edele groot agtb:e heer en Heeren bid ik, die wij bij dat sentiment wel voegen wil, dat het deselve behagen mag direct aanmeerm: pangerang Mancoeboenie haar g'eerd goedvinden aangaande zijn Eijsch te bedeelen, terwijl ik mij verblijde het zo verre voor eerst door een bedonge stilstand van wapenen gebragt te hebben dat men van hem geene vijandlijkheeden te vreesen heeft alzoo hij reets op de tijding van saids aannadering tot zijne adsistentie versogt heeft het leger van Tanjong, dat om die reeden heeden g'or„ donneert heb met denselven te Conjungeeren na alvoorens van hier, niet, wat meer af te steeken is geweest, versterkt te hebben, stellende als dan gaande weg ook wel nader aan de hand zal koomen en verder zig declareeren, ten welken eijnde over een dog off 6. a 7. den koopm: Breton, die zeer bemind bij hem is, met het versogte laeken en z: weder zal depecheeren hebbende gisteren den E: ossenberch en Abrahamsz: ernstig aanbewaalen said dog te observeeren, en van deze zoo lang gehoopte Conjune„ tie dog te profiteeren en wel te zorgen dat dien slimme voogel door zijne gaauwe marschen en Contra marchen ons niet komt te misleijden en tendeert ouder gemoonte een onverwagte inva„ sie, in het een of ander district, als haar niet onbekent zijnde, dat men uijt het hier verble„ vene kreupele en blinde guarnisoen niets meer kan afsteeken Ik heb de eere desen hier mede te bekorten en te betuijgen dat ik met diepe veneratie in alle trouw en onderdanigheijt be„ onderstond:/ uw hoog Edelh:s gantsch gehoorsame zeer onder„ „danige en trouw schuldigen dienaar /was getek:d N:s Hartingh /:in margine:/ Samarang den 28:' 7ber: 1754. Eijsch Translaat v G ƒ Javas oost Cust onder dato 28:' September 1754. Van Javas oost Cust onder dato 28:' Septb: 1754. Woensdag Den 18:' Septb:r 1754. Van Mijn versoek is wanneer groot vader met gods zegen wij gelieft te vereeren, met het geene waarom versoek hebbe ge„ „doan, dat dan mede tebbens, wanneer mijn kind tot soeracarta komt te sterven geheel Java aan mij mog vervallen dog zoo ik intusschen mogt koomen te sterven, dan versoeke dat mijn zyon adipattij anom in de helbt van Java mag succedeeren, en na die almede kwam te mer„ „lijden, het dan mag devolveeren op mijn zoon Maas soendara en zoo die almede het tijdelijke kwam af te leggen, dat het eijndelijk op mijn zoa Jngabeij vervalle, en wanneer groot vader mij met de helfte van Java zal hebben begunstigt, en dat mijn zao tot soeracarta en ik komen te sterven dan versoeke dat geheel Java mag vervallen op mij groot vaders kinds kind, den adipattij. Eijnde /:onder stond:/ Getranslateerd met behulp van de Javaansen tolk Bappa Bastam /:was getekent:/ W=m Fockens secretaris Dag register. Embarqueerde den heere gouverneur na dat de maneance van saken gedurende den tijd zijner afwesentheijt aan den hoofd administrateur M:r Carel Godin gisteren had opgedragen vaor zoo verre de gemeene betreft als moetende indien van gewegt mogten zijn over deselve zijn Ed:e advis alvorens tot een decisoir besluijt te treeden inneemen, ende aparte brieven direct aan welmelde heer gouverneur Expediee„ „ren sonder deselve te openen, dewijl zijn Ed:s niet ver van hunne maar genoogsaam in de nabij „heijd is en oversulx facilder de nodige ordres na de Campementen depecheeren kan, zig met den Capitain Dankel secretaris fockens, en Dag-Register van den wel Edelen Agtb: Heer Nicolaas Hartingh gouverneur en derecteur op en Langs Javas Noard oost Cust, betreffende zijn Edeles optogt, na den pangerang Mancoeboemie, die sedert den Jaare 1746. van de Comp: verwijdert zijnde geweest genegen. scheijnt zig weder met deselve te willen vereenigen op zodanige Conditien en voorwaarden als hier na sullen beschreeven en gerecouseert worden onder de Datums, op welke men met hem in Conferentie geweest is. Translaat Javaanse Brief gesz: door den pangerang Mancoeboenie aan zijn hoog Edelheijt den heere gouver„ „neur generaal Jacob Mossel Samarangs L V :-

NL-HaNA_1.04.02_2844_0137 view scan ↗

English

From Java's East Coast under date 28 September 1754. From Java's East Coast under date 28 September 1754. Samarang, the head regent Adipattij Soera Di Mangale, along with his ordinary retinue of trumpeters, attendants, and domestics, boarded a prahu at two o'clock in the morning, and sailed forth with it to the river of Toedoenang, within which they passed the bandharij of Toedoenang at nine o'clock and the Wallahan at three o'clock in the afternoon. There, the Chinese bandhar, amid gamelan music, received us and treated us to a cup of tea and all kinds of sweetmeats, requesting that the governor also take his meal there. But since His Honour's intention was to spend the coming night with the Company's rice buyer of Japara, who had his residence not far from there, he thanked him for that offer and requested that the food be brought thither, as we immediately set off for the same. Meanwhile, a letter was received from the day before yesterday from the merchant Breton, who thereby made known the apprehension residing with the Pangerang Mancoeboemie regarding the governor's company. Although it would consist only of the aforesaid friends and upwards of 30 dragoons as His Honour's bodyguard, which marched yesterday morning under the command of Captain Sochu by the overland route to the main negorij of Damak, such that this officer came today to give notice of his arrival there with a request for orders on how further to advance the march, he maintained it was large enough if it consisted of 20 to 24 men. Likewise, that the said prince of Padagaan, a place situated on the borders of Grobogan, which translated into Dutch means as much as a market or trading place (where everything was being prepared for the reception of the governor), having been notified of his arrival at Tanjong, would send his second son, the Pangerang Ingabeij, due to the illness of the eldest, with Pacoeningrat and Tommongang Wieradicta, in company with our interpreter, the old Bappa Battam, as far as Godang to meet the governor. At almost the same time, a missive was also delivered to His Honour from the Soerakarta Commandant Abrahams, dated the 15th instant, containing communication that, upon what had been taken into consideration by the governor, since he had nothing to fear from behind from Mancoeboemie, he would today attempt to check the brutalities of Maas Said, alias Mancoenagara, with 550 heads from his garrison, both infantry and cavalry, counting the natives among them, such that he had also notified thereof the Lieutenant Colonel and Commandant in Chief over the Company's army in the Mataram, Willem Hendrik van Ossenberch there, who, according to his latest reports, was also due to march out as soon as possible and give battle to that bold rascal, whose headman, placed by him in the Pranaraga region, had been chased out of it by Raden Marta Moengso upon numerous exhortations, and has thus given us hope that through his taking possession, the peoples who willy-nilly had to choose the side of Maas Said will join this Raden again and abandon him, to the weakening of his supposed power. The 19th of September, Thursday, the journey by water was continued in the same manner at half past three in the morning (when word was received by private news that their High Mightinesses had on the 3rd instant confirmed the provisional resident of Qualladamak, Johannes de Prill, previously having been chosen as second warehouse master of Samarang, in his present office, and in his place was substituted the sabandhaer and receiver of Javanese domains, Bernardus Lehman, and that the latter would be replaced by the Junior Merchant Christiaan Pennink, who was currently without employment, as well as the Fiscal, Mr. Petrus Stellingwerff, who for reasons has been relieved to Batavia, the expected Junior Merchant De Man) to Tanjong, where, landing at about nine o'clock, they were received with the customary salute from the cannon and the musketry to the beating of the march, and everything was placed in good order and a reasonable state of defense. Also the aforementioned Resident De Prill, who had been ordered a few days before to have the necessary lodgings, etc., prepared under his supervision in the negorij Godang against our arrival there, along with the regents of Damak, Pattij, Coedus, Jepara, and Sjencalse Woe, with the eldest son of the deceased Pangerang Poeger, alias Marta Dipoera, named Raden Djaja Poespita. Meanwhile, a brief note was immediately dispatched to the cavalry captain John to march with his men from Damak so early that he could be at the aforementioned negorij Godang toward noon, to which place notice was also given to the merchant Breton that tomorrow or at the latest the day after tomorrow they would continue the journey, and that, in order to remove all suspicion and disquiet, he should in the meantime furnish the Pangerang Mancoeboemie with the exact number of the governor's company, which is fixed at the bodyguard, comprising in the first place: 30 Dragoons under the Cavalry Captain John The Captains Donkel and Van de Poll Secretary Fockens Resident of Qualladamak De Prill Surgeon Tieleman and The regents of Samarang, Damak, Pattij, Coedus, and Japara and if there should nevertheless remain with him any state of

Dutch transcription

245 Van Java's oost Cust onder dato 28:' Septb:r 1754. Van Iava'soost Cust onder dato 28: Septb:r 1754. Samarang hoofd regent adipattij soera Di mangale beneffens zijn ordinaire gevolg van Trompetters op„ passers en demisticquen des morgens te twee uuren in een prauw monting, en zeijlde daar mede voort na de revier van Toedoenang, binnen welke men te negen uur passeerde de bandharij van Toedoenang en te drie uur des namiddags de wallahan, aldaar de Chineese bandhar onder het gommespel ons recipieerde en regaleerde op een kopje thee en aller„ „hande Conbituuren versoekende den heer gouverneur ook daar te spijlijx maar dewijl zijn Ed:s voorneemens vras de aanstaande nagt te ver„ „toeven bij 'sComp:s rijstkoper van Iapara, die niet ver van daar zijn wooning had, bedankte denselven hem voor die offerte en versogt de spijs derwaarts te brengen also w' opstonds na den selven mer stoken Ondertussen ontfing men een brief van eergisteren van den koopman Breton, die daar bij te kennen gaf de vreesagtigheijd welke bij den pangerang Mancoeboemie resideerde, over het geselschap van den leere gouverneur, dat hij of schoon het maar soude bestaan uijt voorsz: vrinden en ruijm 30: dragenders tot zijn Ed:s lijf„ wagt gisteren morgen onder Commando van den Capitain sochu over den land weg na de hoofd negorij van Damak gemarcheert invoegen dien officier heeden van sijn aankomst aldaar kennis kwam te geven met versoek om ordre hoe voorts de matsch vervorderen soude sustineerde groot genoeg te wesen als het bestond in 20. â 24. man, jtem dat gedagte prins van padaga an een plaats gelegen op de grensen van grobogan welke in't nederduijts vertolkt werdende zo weel seggen wil als een markt of handel plaats /:alwaar tot de receptie van den heere gouverneur alles g'approprieert wierde:/ verwittigt zijnde van desselfs arrivement op Lanjong, tot op godang zijn tweede zoon den pangerang Jngabeij mits ziekte van den oudsten met pacoeningrat en Tommongang wieradicta in Comp:e van onsen tolk den ouden Bappa Battam absenden soude den heere gouverneur te gemoet Werdende bij na tet selver tijd ook aan zijn Ed:e besteld een missive van den soera cartas Commandant Abrahams van den 15:' hujus houdende Communi„ catie dat den selven op het in consideratie gegevene van den heer gouverneur mits van agteren. van kancoeboenie niets te vreesen had de brutaliteijten van Maas said /:alias:/ Mancoenagara op heden te keer soude saeken te gaan met 550. kappen uijt zijn guarnisoen. soo jnbanterie als Canallerie de Jnlanders daar onder gerekent, invoegen ook daar van verstendigt had den lient:t Cassonel „n Commandant en Chef over 's Comp:s liger in de Mattaren Willem Hendrik van ossenberch aldaar die L ƒ 6 247 Van Javas oost Cust onder dato 28.:' Septb:r 1754. Van Iava's oost Cust onder dato 28:' Septb:r 1754. die volgens desselfs Jongste berigten mede zo dra moge„ „lijk stond uijt te rukken en slag te leveren dien stout moedigen knaap, wiens hoofd, door hem in het prana„ ragasche gesteld, door radien Marta moengso op de menigvuldige adhortatien daar uijt gejaagt en ons dus hoope gegeven heeft dat door desselfs possessie neeming de volkeren die nolens volgens de zeijde van Maar said hebben kiesen moeten, dese radeen weder aankleeren en hem verlaten sullen tot ver„ swakking van zijn gewaande magt. Den 19:' Septber: Donderdag, vervorderde men inselver voegen. te water des morgens ten half vier uuren /:wanneer men bij particuliere Nouvelles tijding ontfing dat daar haer hoog Edelens den 3: deser den p:l resident van qualla„ damak Johannes de prill, bevorens g'eligeert geweest zijnde tot tweede pakhuijsmeester van Samarang, in zijne praesente bediening bevestigd en in desselfs plaats gesurrogeert, was den sabandhaer en ontfanger Iavase Domeijnen Bernardus Lehman, en dat desen vervangen soude den buijten actueel Een ploij zijnden onderkoopm: Christiaan pennink mitsg:s den fiscaal M:r Petrus stellingwerff. die om reeden na Batavia verlost is, den verwagt wordende onderkoopman De Man /: de reijs na Tanjong al„ maar Circo te negen uuren aanlandende met het gemoone solut uijt het Canon en den Musquetterij onder het slaan van de marsch gerecipieert wierden en alles in een goede ordre en Tammelijke staat van defensie gesteld worden, ook den opgem: resident De prill die eenige dagen bevorens geor„ „donneert geworden is om onder zijn opsigt denodige loge„ menten enz: te laten vervaerdigen op de negorij godang tegens onse aankomst aldaar, nevens de regenten van Damak pattij Coedus Zepara en sjencalse woe met den oudsten soon van den overleeden pangerang poeger /:alias:/ Marta Dipoera, genaamt: radeen Djaja poespita terwijl opstonds een briefje aan den intmeester John g'Expedieert wierde om met zijn volk ze vroeg van damak op te rukken dat tegens de middag wesen konde op de negorij Godang voorm: werwaarts men ook kennis gaf aan den koopman Bacton dat morgen of uijt erlijk overmorgen de togt vervorderen souden, en dat hij ter wegneeming van alle argmaan en ongerustheijd den pangerang kancoeboenie intussen suspedi„ teeren soude, het netto getal van 's gouverneurs geselschap, 't welk bepaalt is op de lijfwagt uijtmakende primo plan 30. Dragonders onder den ritmeester John D' Capitains Donkel en van de poll „ secretaris Fockens „ resident van qualladamak Deprill Chirurgij Tieleman en „ regenten van samarang, Damak pattij Coedus en Japara en so Evenwel bij hem mogt blijven resideeren staat Eenige -

NL-HaNA_1.04.02_2844_0139 view scan ↗

English

Java's East Coast under date 28 September Anno 1754. From Java's East Coast under date 28 September 1754. some fear to meet the Lord Governor in such a manner that they might assemble halfway between Godang and Padagangan with a smaller number, as each could return his own way after the interview had been held, since it is maintained that the same will not last long anyway and will end well in its entirety within the time of 2 to 3 days, as the Lord Governor on this occasion requested him not to delay him long in concluding matters, and gave instructions to repeat, under his friendly greetings and earnest exhortation, that he should declare his claims without the slightest hesitation in the interview to be held concerning this with the Pangeran, Captain Dankel, who The 20 September, Friday, in the morning at eight o'clock, with the Junior Merchant De Pril and Native Captain Tollong, after the Merchant Breton had informed the Lord Governor of his arrival at the designated conference place Padagangan on the 15th of the current month at three o'clock in the afternoon in the company of Pangeran Mangkubumi with his entire family, departed thither to assure him of His Honour's esteem and to advise that this coming night they would continue the journey to Godang in order to wait upon him as soon as possible, furthermore three notes were dispatched; namely one to the eastern salient to Major Rhener to send the bandhaars from there, Gresik and Tuban, towards the end of this and in the beginning of the next month, or with the new moon, and also the regents, to Samarang, in order to deliberate in the presence of the said Major, matters there permitting him to depart from there, about these and other affairs, and in the meantime to dispatch the ship De Erfprins as soon as possible, if it should not have departed yet, with a full cargo of rice to the capital of the Indies. One to Rembang to Resident Coertsz and to Juwana to Resident Meerman, in order that, over and above the timber which the ship Scheybeek must take in conformable to the order already dispatched from Samarang, all the rice in stock be also loaded into it, and towards the ultimate of this month, or else the 2nd to 3rd of the next coming month of October, to come up in person to Samarang to take the annual sworn oath of purge. Against which, around eleven o'clock here at Tanjong, a note of yesterday's date from Merchant Breton was brought in reply to what had been sent to him, containing communication of the Pangeran's still continuing faintheartedness about the company to be brought along, and at the same time that he seemed somewhat changed upon the most forceful protestations of the said Merchant and the offering of his head if any misfortune should befall him, so far that he finally consented to it as agreed, with the exclusion of the Samarang Adipati Suradimanggala, against whom he attested to have a singular aversion, followed by a second or further letter of today wherein the aforementioned was confirmed and cited, that for the greater security and peace of mind of the Lord Governor, Pangeran Mangkubumi had not only caused his prime minister, Pangeran Nata Kusuma alias Raden Adipati Jaya Diningrat, former regent of Pekalongan, to take the oath that no harm should befall His Honour, but also upon the proposal of Merchant Breton that sometimes the slaves with him who had been elevated to mantris, out of fear that should a desired accommodation be reached they would fall back into their former slavery, might undertake something whereby the matter could be ruined, had caused them all to be summoned inside the Dalem and sworn that they would be faithful to the Company, after the message delivered to him, the Commissioner, on that account, where the aforementioned Nata Kusuma, his brother Paku Diningrat, and Mas Rongo, in the name of their master, with the request that he might keep with him during the present war the mestizo drummer Jan Jansz, taken prisoner in the action near Jennar. And since the Lord Governor had resolved to advance the journey to Godang tomorrow, and did not know how long the present garrison of Tanjong would remain stationed there after the change of time and circumstances of matters, His Honour saw fit to notify the members of the Political Council of Samarang of this his intention by a note, as happened at eight o'clock in the evening, and to exhort them to distribute the so-called good months the sooner the better, and to that end to dispatch their rolls hither as soon as possible with the cash required for it, even if for this time only in silver coin, because copper is not in demand here, as the common people at the bazaar can buy more foodstuffs for a dubbeltje than for 15 duits, their Honours thereupon embarking with the accompanying company that stands nominated under the date of the 19th ultimo in the morning at half past two on the journey in very cramped vessels, with which they arrived at one o'clock in the afternoon at the village of Godang, where one not without Saturday the 21 September emotion

Dutch transcription

249 Java's oost Cust onder dato 28. ' Septb:r Ao 1754. Van Van Java's oost Cust onder dato 28:' Septb:r 1754. eenige vrees om den heere gouverneur indiervoegen te ontmoeten dat den halver megen tussen Godang en Padagang-an met een minder getal mogten te samen komen, als kunnende een ieder na het gehouden abouchement zijns weegs weder te rug gaan, dewijl men sustineert dat het selve dog niet lang duuren en in zijn geheel wel afloopen sal binnen den tijd van 2 à 3. dagen, so als den heer gouverneur bij dese gelegentheijd versogt om hem niet lang op te willen houden tot afdoening van zaken, en inmandatis gaf te repeteeren onder sijne vrindelijke groete en Ernstige aanmaninge van zig zonder de alderminste schroan aandhorstig te willen verklaeren, met zijne praetensien bij het daar over te houdene abauchement met den Pangerang den Capitain Dankel, dewelke Den 20:' Septb:r Vrijdag, Des morgens te agt uure met den onderkoopm: De pril en Jnlands Capitain Tollong, na dat den koopman Brelon den heere gouverneur had verwittigd van zijn aankomst op de bestemde Con„ „ferentie plaats padagang=an den 15:' Courant des namiddags te drie uuren ingeselschap van den pangerang Mancoeboemie met zijne geheele familie derwaarts vertrok om denselven van zijn Ed:s agting te versekeren en te adverteeren dat men dese aanstaande nagt de reijs na godang soude door setten om hem zo dra mogelijk te komen op wagten werdende voorts drie briefjes g'Expe„ „diecrt; namentlijk Een na den oostboek aan den majoor Rhener om de bandhaars van daar grifsie en Touban tegens het uijt eijnde van dese en in't begin van de aanstaande maand of met het nieuwe ligt, ook de regenten na samarang te senden ten eijnde in praesentie van gem: Majoor de saken ginter des toelatende zig van daar te begeven te delibereeren over dese en gene zaken, en intussen ten spoedigsten het schip De Erfprins, in dien nog niet vertrokken mogt zijn met een volle Lading rijst te depecheeren na Indias hoofd plaats. Een na Rembang aan den resident Coertsz: en na Joana aan den resident Meerman, om boven de houtwerken, die 'tschip scheijbeek Conbarm de reets van Samarang g'Expedieerde ordre Jnneemen moet, al de in voorraad hebbende rijst ook daar in af te steeken en tegens ult„o deser dan wel den 2. à 3. der naast komende maand 8ber: in persoon na samarang op te komen om den geswoonen Iaarlijxen Eed van purge te presteeren. Waar en tegen Circa te elf uur alhier op taaJong wierd aangebragt naa den koopman Breton een briekje van gisterige datum in antwoord op het aan hem afgesondene houdende Communicatie van spangerangs nog al te Continuee„ 251 Java'soost Cust onder dato 28:' 7ber: 1754. Van Java's oost Cust onder dato 28 Septb:r 1754. Continueerende klijnmoedigheijd over het mede te brengende geselschap, en teffens dat die eenig„ „sints op de kragt dadigste besweeringen van gem: koop„ man en het op offeren van sijn kop so hem eenig onheijl mogt verkomen; verset scheen in so verre dat hij eijndelijk bewilligt heeft in het selve so als bepaalt is met seclusie van den Samarangs adipattij soeradimangala tegen wien betuijd had een singuliere aversie te hebben, gevolgt van een tweede of nadere brief van heeden daar in het voorm: geconfirmeert en aangehaalt wierde dat tot meerder securi„ „teit en gerustheijd van den heere gouverneur den pangerang Mancoeboenie niet alleen door zijnen rijksbestierder den pangerang Natta Coesoema /:alias:/ radeen adipattij DJaja Diningrat, geweese regent van Paccalongang, den Eed, van dat zijn Edele geen Leet geschieden zoude, hadde doen afleggen maar ook op het voorstel van den koopman Breten dat bij wijlen de bij hem zijnde slaven tot mantries verheven, uijt vreese van so men tot een gewenscht accomadement mogte geraeken, weder tot hun noorige slaveruij te sullen vervallen iets mogten onderneemen waar door de zoek verbaad konde aaken, de= selve alle binnen den Dalm had laten raepen en sweeren dat de Comp: getrouw souden zijn na de hem Commissiant dient wegen gedaene boadschap daar voorm: Nata Coesoema desselfs broeder pacoe Diningrat en Maas Rongo, uijt naam van haar en meester met versoek dat hen en den mixties Tamboer Jan Iansz: in de actie bij Jennar gevangen genomen bij zig houden mogt geduurende den tegenwoordigen oorlog. En dewijl den heere gouverneur geresolveert was morgen de reijs na Gadang te vervorderen en niet wiest hoe lang de praesente besetting van Tanjong daar nog post soude komen blijven houden na de verandering van tijd en omstandigheden van saken vond zijn Ed:e goed de leeden van den politicquen raad van Samarang van dit sijn voorneemen bij een briefje, gelijk ten agt uuren des avonds geschiede kennis te geven en te adhorteeren om de so genaamde goede maanden hoe eer hoe Liever uijt te doen deelen en ten dien bine na herwaarts ten Eersten derselver rollen te Expedieeren met de Contanten daar toe benoodigt, al was het zelfs voor ditmaal alleen in silvere munt om dat de kopere hier niet getrokken is, als kunnende voor een dubbeltje meer als voor 15: duijten door de gemeente op de passer werden ingekogt aan eet„ baere in haar E: begevende zig vervolgens Met hij bij hebbend geselschap dat genomineert staat sub dato 19: pass:o in den morgen stand te half drie uuren op reijs in seer beknopte vaartuijgen met welke des middags te Een uur aankwam op de negorij Godang, alwaar men niet sonder Saturdag den 21:' Septemb:r na aandoening

NL-HaNA_1.04.02_2844_0141 view scan ↗

English

253 Java's East Coast, dated 28 September 1754 Java From Java's East Coast, dated 28 September 1754. was received with emotion by the pangerang Ingabey, pangerang Pocoedieningrat, and Tommanggong Wieradicta; along with the Ingabey Rana Dipoera, formerly head of Tjencalsemoe, who belonged not so much to the embassy itself as to the retinue, having arrived there an hour earlier under escort of fully 200 armed men provided with a yellow and a red banner, with the resident De Prill and the interpreter bappa Bastam, bringing along a letter of today from the merchant Breton and Captain Donkel, mostly directed for their guidance and to further strengthen the lord governor in his good opinion that no misfortune would befall him, in such manner as the aforementioned pangerang Ingabey had sworn in the name of his father Raden Nata Coesoema Pacoediningrat and his Raden, and that the pangerang Mancoeboemie could not be persuaded to go further to meet the lord governor than up to the river running past his Dalem; but that his eldest son pangerang adipattij, although sickly, would be sent halfway between this place and his encampment, even offering Pacoediningrat, in case on our side, notwithstanding all those assurances of friendship, any distrust regarding the pangerang might still remain, to be kept with the Tommegong Wieradicta as hostages, of which we also took advantage in order, under that pretense with more plausibility, to be able to leave behind the Samarang regent adipattij Soeradimangolo, and to entrust the same, especially on the verbal advice of Breton /: recalling just as well as the lord governor the fatal case of the year 1685 regarding the Right Honorable extraordinary councillor and commissioner Francois Tack, who upon his entry at the Cartasoera court was murdered with all his people on the passeban:/ to his supervision in the barren and desolate district of Godong: barren because the extensive rice fields in that region have not been planted in 4 to 5 years, and desolate because the villages are depopulated and entirely ruined, as only a single charred stake or some such remnant is still seen here and there. After the pangerang Ingabey and company had welcomed the lord governor amidst the sounding of trumpets and greeted him on behalf of the pangerang Mancoeboemie with the strongest assurances of his sincerity and inclination to reconcile himself with the Company, His Honor made them sit down and offered as refreshment a glass of wine, sack, Frontignac, and other morning drinks, for which they gave thanks, and in return 255 From Java's East Coast, dated 28 September 1754. From Java's East Coast, dated 28 September 1754. requested, which was surprising because never before, although offered by our envoys, had they been willing to drink anything, a small glass of beer, which for that reason, having to be considered as a token of affection, was poured for them, and at the same time a pinang was presented to them, while for that time they engaged no further in conversation because the pangerang Ingabey was very tired and also not inclined, although requested, to have the midday meal with the lord governor, since he excused himself from that and requested after sitting for nearly an hour to go to his lodgings, which had been pitched for him, whither he was escorted with the other chiefs by the secretary Fockens and junior merchant De Prill, who immediately returned and gave the lord governor assurances of his respect, after which the coastal regents were ordered to provide them with food; they coming again to pay their respects in the evening at half past six, on which occasion they requested the frequently mentioned lord governor, for a speedy meeting with the pangerang Mancoeboemie who very much longed for it, to advance his march, but to leave the regents of the coast at home, so that the pangerang might not be too greatly intimidated by their appearance, in regard to which last matter the lord governor made such serious protests and representations that they finally consented thereto, but in return, while pouring a glass of beer, left it to their choice when they preferred to depart; and they having requested in return to do so tomorrow as early as possible, took their leave shortly afterward at half past seven and went home well pleased, after the lord governor had offered the pangerang Ingabey a Chinese armchair for his father as a mark of somewhat greater distinction. Meanwhile, a Javanese letter from the pangerang Mancoenagara was also delivered there, who in the same offered to send his patih Coedongwersa to the lord governor, in accordance with His Honor's desire, as soon as the Company would cede to him the authority over all Java, which he said had previously been promised to him; further, everything was prepared for our departure, regarding horses as well as otherwise; and in particular the dragoons, who had arrived there the day before from Demak to serve as a bodyguard, except for the riding master Johan, who very unexpectedly having been seized by a violent, delirious fever accompanied by diarrhea, had to be taken away to Quala Demak, were ordered to conduct themselves restrained and free from all molestation or what might look like it, upon the arrival in the encampment of the pangerang Mancoeboemie at Padagangan, whither one finally in company of the

Dutch transcription

253 Java's oost Cust onder dato 28:' Septb:r 1754 Jan Van Java's oost Cust onder dato 28:' Septb:r 1754. aandoening gerecipieerd wierde door den pangerang Jngabij, pangerang Pocoedieningrat en Tomman„ „gong wieradicta; benevens den Ingabeij Rana Dipoera, voormaals hoofd van Tjencalsemoe, die so seer niet behoorde tot de ambassade selfs als wel tot de staet, zijnde een uur bevorens onder escorte van wel 200. gewapende mannen voorsien van een geel en een rood vaandel aldaar g'arriveert met de resident De prill en tolk bappa Bastam, mede brengende een brief van heeden van den koopman Breton en Capitain Donkel, meerendeels in gerigt ten haaren geleijde en om den heere gouverneur meer te sterken in zijn goede opinie dat hem geen onheijl wedervaeren soude, invoegen zulx evengem: pangerang Jngabeij uijt naam van zijnen vader Reven Nata Coesoema pacoediningaat en haas Rango beswooren hadde, en dat den pan„ „gerang Mancaboenie niet te persuadeeren was den heere gouverneur verdere te gemoed te gaan dat tot voor de rivier, loopende voor bij zijnen Dalen; maar dat desselfs oudsten soon pangerang adipattij schoon ziekelijk halven megen senden soude tussen dese plaats en zijn Compement, selfs onder praesentatie van pacoe diningrat, ingevalle ter aan onse zijde onaangesien alle die vriendschap verseeke„ „ringen even wel eenig wantrouwen omtrent den pangerang mogte blijven resideeren, met den Tomme„ „gong. Wieradicta als gijselaars aan te houden, waar van wy ook profiteerte om den samarangs regent adipattij soeradimangolo onder dien dekmantel met meerder schip van reeden agter te konnen laten, en deselve wel insonderheijt op de mondelijke aanraading van Breton /: herdenkende so wel als den heere gouverneur het batale geval van den Iaere 1685. omtrent den wel Edelen heere raad Extra ordinair en Commissaris brancois Tak, die bij sijn in„ treede aan het Cartasoerasche Hobf met al sijn volk op de passebaan is vermaart geworden:/ aan zyn opsigt toe te vertrouwen op het dor en naar gestelde district Godong: dat, om dat de uijtgestrekte rijstvelden in die Conterije in 4. â 5. Jaeren niet beplant sijn en naar gesteld om dat de negerijen ont valk en ten Eenemaal geruineert sijn als werdende hier en daar nog maar enkel Een verbaande staak of een dusdanig ever blijfsel gesien Na dat dan den pangerang zugabeij C:s: den heere gouverneur verwelkomt hadden, onder het trompetten geschal en begroet van wegen den pange„ „rang Mancoeboemie met de kragtigste versee„ keringen van desselfs opregtigheijd en inclinatie om hem met de Comp: te versoenen, deed zijn Ed:e deselve nedersitten en aanbieden tot refraichissement een glas wijn, zecq fronten Jacq en andere morgen dranken meer waar voor dank zeijden, en integen den versogten 255 Van Iava's oost Cust onder dato 28:' Septb:r 1754. Van Java's oost Cust onder dato 28.:' 7ber: 1754. versogten het geen te verwonderen was, om dat nooijt bevorens, schoon door onse afgesanten wel gepreesenteerd iets hebben willen drinken, een glaasje bier, dat oversulx als een blijk van affectie moetende werden geconti„ „dereert, aan hun geschonken en teffens gepraesen„ „teerd is Een pienang, ter wijl men zig voor die tijd niet verder in discours begaf, om dat den pangerang jngabeij seer vermoijt en ook niet genegen was, schoon versogt, het middagmaal bij den heere gouverneur te houden, dewijl zig daar van Excuseerde en versogt na bij na een uur zittens na zijn Logement, dat voor hem opgeslagen was te gaan, werwaarts denselven met de verdere hoofden begeleijt wierde daar den secretaris Fockens en onderkoopman De prill de welke ipso bacto te rug keerden en den heere gouvern:r van zijn agting versekering gaven, waar na de strande regent en gelast wierden deselve net kost te voorsien zijnde des avonds te half seven uuren weder hun opmagting komen maken, bij welke gelegentheijd meerm: heere gouverneur versogten tot een schielijke ontmoeting van den pangerang Man„ Coeboemie daar na zeer verlangde, zijn maasch te willen vervorderen dog thuijs laten de regenten van den strant, op dat den pangerang door derselver verscheijning niet te H zeer geintinudeert mogte worden, ten adspecte van welk laaste den heere gouverneur sulke ernstige protestatien en vertoagen deed, dat zij Eijndelijk daar in bewilligden, maar stelde daar en tegen het, onder het schenken van een glas bier aan haere keuse, wanneer liekst vertrecken wilden en zij daar en tegen versogt hebbende op morgen soo vroeg doenlijk naemen kort naderhand of te half agt afscheijt, en gingen wel vergenoegt na huijs na dat den heere gouverneur den pangerang Jngabeij een Chineese Leuning stoel voor zijn vader had g'offereert tot eenig meerder distinctie Onder tussen wierd aldaar ook aangebragt een Javaanse brief van den pangerang Mancoenagara, die in deselve prasenteerde zijne pepatiij Coedong„ wersa tot den heere gouverneur, ingevolge zijn Ed:s begeerte, af te zenden sodra de Comp: hem of wilde staan, het gezag over gantsch Iana„ dat hij de nowo zeijde hem beloofd tewesen; zijnde wijders alles tot ons vertrek gereed gemaakt zo van paarden als andersints; en in't bijsonder de dragonders, die aldaar 'sdaags bevorens om tot Lijfwagt te dienen waeren aangekomen van damak behalven den uitmeester Johan, die leer overwagt door een leete eijlende koorts gepaert met afgang aangetast geworden zijnde, na qualladamak heeft moeten werden afgebragt, gelast, hun ingetogen en buijten alle molest of dat daar na konde gelijken te houden, bij het arrivement in het Compe„ „ment van den pangerang Mancoeboemie op padagang an werwaerts men in Comp:e van eijndelijk den

NL-HaNA_1.04.02_2844_0143 view scan ↗

English

From Java's East Coast under date 28 September 1754. From Java's East Coast under date 28 September 1754. On 22 September, Sunday, in the morning at half past four already present with the lord governor, with the pangerang Pacoeningrat and Tommongong Wiera Dicta, at five o'clock after drinking a cup of coffee began the march, except for the latter two who, as said before, were held as hostages, and upon taking leave they repeatedly affirmed the good affection and intention of the soesoehoenang, requesting that the lord governor would not take heed of the ill-willed rabble, who even had the audacity to burn down once the boat bridge built across the river. Arriving at about ten o'clock after a very troublesome march across the aforementioned widely extended and entirely uneven rice fields, there came riding toward us, with Captain Donkel, the pangerang Adipattij and the Tommangongs Maas Rongo and Mondoroko, escorted also by over 200 men under a flag painted white with blue and red, and yellow with blue. At half past ten, approaching the encampment of the prince, one saw on this side of the river, over which a bridge was built, some pondoks surrounded by a bamboo fence to serve as lodgings for the lord governor and his suite, and the pangerang Ingabeij, while on the other side at the entrance of the Dalm were various houses, and on both sides arrayed under arms a double rank of troops, besides the Javanese, who alone made up a force of 3000 heads according to the outer extent of the camp, even 200 Balinese and Buginese. Arriving at the bridge, where the pangerang had intended to receive the lord governor, the pangerang Adipattij raised much difficulty about letting the coastal regents enter as well, which was not passed over in silence, and meanwhile rode across the river into the Dalm, with the trumpeters and orderlies of the lord governor leading the way, His Honour being surrounded by the coastal regents and bodyguards. Near the second gate, while the pangerang Adipattij and pangerang Ingabeij had already dismounted from their horses and the lord governor had remained seated, the pangerang Mancoeboemie, very anxious, together with the merchant Breta, who had urged and encouraged him thereto because out of fear he had not dared to carry out the first plan to go as far as the river, came toward the lord governor to meet him under the sound of the gamelan, the blare of the trumpets, and the beating of the dragoon march on the drums over and again, with the customary ceremonial procession of the emperors in former times ahead, except that this one consisted of natives and the other of Europeans, being dressed in a white linen jacket and a common painted Javanese garment, with two krises at his side, and on his head a priestly cap, wrapped with a fine linen kerchief sewn with a narrow gold lace, which could not precisely be regarded as an ill omen, since that dress had already been adopted by him for some time; the entire procession behind that side was likewise dressed in white jackets, and ditto kerchiefs around the head. The fear could already be read on his face from afar before the lord governor, who as aforesaid had remained seated on his horse up to about twelve paces from him, approached and embraced him with his two sons, the pangerang Adipattij and the pangerang Ingabeij, at his right and left hand, finding him very moved by this meeting, for which he had so long wished and striven; and after the rest of the company of officials had been welcomed with the offering of his right hand and the coastal regents had been permitted to show him the customary marks of honour, the lord governor took him by the right hand with his left and entered the Dalm beneath the audience hall standing there, being covered above with a white canopy, in which one saw at first glance a bench representing an imperial throne, covered with a fine mat and upon it a black velvet cushion with its betel box, made as it appeared of Ambonese wood and mounted with gold. Beside the same bench on the left side stood the chair of which mention was made above, with a ditto cushion, and upon which the pangerang Mancoeboemie, after mutual compliments that the chair had been expressly intended for him, the pangerang, made the lord governor sit down; occupying himself the aforementioned seat of the emperor, saying, when the governor declined it, that he would make use of it, while some three chairs and otherwise benches stood ready for the remaining company of Europeans, since the pangerangs Adipattij, Ingabeij, and Natta Coesoema, according to custom with the three adopted children of the both banished and deceased pangerangs Adinagara and Pancelat, sat down behind the prince, and in front the coastal regents sat down further, and on the right side in front, Maas Rongo, Raden Tommagong Judanagara, with the Tommangongs Mondoroko, Alap Alap, and Bradjo Musti, which two latter, having recently been on an embassy to Samarang, had arrived there among the aforementioned company, and the panakawans of the court, who in outward appearance, as well as the ladies of state carrying the imperial regalia, excelled greatly.

Dutch transcription

257 Van Java's oost Cust onder dato 28. ' Septb: 1754. Van Java's Oost Cust onder dato 28:' Septb: 1754 Den 22:' Septemb:r sondag, Des morgens te half vijf uw al bij den heer gouverneur met den pangerang pacoe„ „ningrat en Tommongong wiera Dicta liet vinden te vijf uur na het drinken van een kopje kofbij demaasch aannam, behalven de twee laeste die als gyjselaars gelijk voorsegt aangehouden wierden, en bij het afscheijt neemen de nove repe„ „teerden de goede genegentheijd en intentie van den soesoehoenang, met versoek dat den heer gouvern:r zig niet gelegen wilde Laten leggen, aan de quaad willige gemeente, die selfs de lardiesse had gehad van de schip brug geslagen over de revier al eens afte baanden. Komende Circa te tien uuren na een seer noeijlijke maasch over de voorsz: wijd uijt gestrekte en gants enegale rijstrelden, kman ons te gemoed reijden met den Capitain Donkel den pangerang adipattij ende Tommangongs Maas Rongo en Mondoroko, g'escorteerd mede daar ruijm 200. man onder een wit met blaauw en raad, en geel met blaauw geschildert vendelen te halfelf de Leger plaats van den vorst naderende zag men aan dese zijde van de revier, oer welke een brug geslagen was eenige pandokken met een bamboese leijning omringt om te dienen tot Logies voor den heere gouverneur en zijn gevolg, en den pangerang Jngabeij, die zig aan de andere zeijde ook wat den ingang van den Dalm diverse huijsen, en ter weder zijden onder de wapenen geschaart een dubbelt unquet van Craca, buijten de Janaeren, die alleen nog wel een maakt uijt maakten van 3000. koppen na de uijtterlijke Extensie van het Comp:t selbs 200. balies en boegineesen. Aan de brug, waar den pangerang voorneemens was geweest, den heere gouverneur te recipieeren komende, maakte den pangerang adipattij veel swaerigheijd om de strand regenten mede binnen te laten komen, het geen men niet stilswijgen passeerde, en ondertussen over de rivier den Dalm binnen reed, met de trompetters en oppassers van den leere Gouverneur vaat uijt, zijnde zij Ed: g'entoureert door de strand regenten ende Lijfmagte. Omtrent de tweede poort, ter wijl den pangerang adipattij en pangerang Jngabeij reets van het paart gesteegen waaren en den heere gouverneur nog was blijven zitten kinden den pangerang Maiacoeboemie Leer beangst met den koopman Breta, die hem daar toe nog had aangezet en g'animeert, dewijl uijt vreese het eerste Concept om tot de revier te gaan niet heebt durven volbrengen, onder het geklank van het gammessoel, het geschal der trompetten en 't slaan van de dragonder marsch op de trommen over en meer, den heere gouverneur te gemoet gaan, met de gewoone lofstoed der keijzeren in voorige tijden voor uijt, except dat dese in Inlanders ende andere in Europeesen bestand, zijnde gekleet aande Jn - - 259 Van Java's Oost Cust onder dato 28:' Septb:r Ao1 Van Javas Oost Cust onder dato 28:'Septb: 1754. in een wit linnen baijtje en een gemeen geschildert Javaanse kleetje, met twee kritsen op zij, en op het hoofd een priesterlijk mutsje, onwonden met een bijne lijwate neusdoek benaeijd met een smal goud kantje, tot Juijst niet konde werden aangemerkt voor een wreede teeken, aangesien die kleedij al voer eenigen tijd bij hem aangenomen geweest is; zijnde de gantsche lofstoed na die strand mede gekleed met witte baijtjes, en dito neusdoeken om het hoofd De schrik stond van verre al op zijn gesigt te Leesen eer heere gouverneur, die tot op een stop af twaalf na bij hem gelijk voorsegt op het paart was blijven zetten, denselven miet sijne twee soons den pangerang adipattij en den pangerang Ingabeij ter regter en Linker zijde bij de hand naderde en omhelsde bevinde hem zeer aangedaan over dese ontmoeting, waar na solang gewenscht en getragt hadde, en na dat 't verder geselschap der gequalificeerdens met het toereijken zijne regterhand verwelkomt en de strand-regenten toegelaten hadde hem de gemaane eerbewijsende te betoonen, naam den heere gouverneur met zijne Linken bij de regter land en van den Dalm ender het daar staande bittjaar=huijs, sijnde van bovsen bekleet met een witten hemel, waar in men in den Eersten opslag gesteld zag een bankse verbeeldende een keijzerlijke throon, overdekt met een bijn matje en daar op een swart fluweele kussen met desselfs pienang door, soo het scheen van ambonse hout gemaakt en beslagen met goud ter zijden van het selve bankje op de Linker land, de stoel, waar van boven is gewag gemaakt met een dito kussen, en op welke den pangerang Mancoeboemie na over en weder-zeijdse gemaakte Complimenten dat de stoel voor hem pangerang expres gebestineerd was geweest, den heere gouver„ „neur deed neder zitten; accupeerende selfs den evengem: zetel des keijzers zeggende bij het afweeren van den gouverneur daar van gebruijk te sullen maeken, terwijl een stoel of drie en voor het verdere banken gereet stonden voor het overige geselschap der Europeesen aangesien, den pangerangs adipatlij; Jngabeij en Natta Coesoema na den gebruijke met de drie aangenome kinderen van de soo verbanne als overleedene pange„ rangs Adinagara, en pancelat agter den vorst en van vooren de strand-regenten tet verden neder gingen zitten, en ter regter zijde voor uijt, Maas rongo radeen Tommagong Judanagara, met de Tommangongs mondoroko, Alap alap en Bradjo Musti, welke twee Laaste, Jongst geweest zijnde in ambassade na Samarang onder het geselschap meerm: daar waren aangekomen, en of Panakawangs van het hoff, die in het uijtterlijk aansien so wel als de Dames van staat, de rijksornamente dragende zeer Excelleeren en

NL-HaNA_1.04.02_2844_0145 view scan ↗

English

From Java's North-East Coast under date 21 September 1754. Java's North-East Coast under date 28 September 1754. In the middle of the audience house a table had been set, which was covered with white linen. It remained covered until the Lord Governor had presented not only a betel nut but also tea, which he poured himself from the small table standing between them, serving it from a silver tray and having it presented to the rest of the company from the small table standing on the other side of the main table. Thereupon the white linen cloth was removed, revealing the fruits and pastries, the former arranged in several silver goblets and the latter on porcelain platters, which were presented around, and after that also delivered to the standing regents together with a cup of tea. In the meantime, the timidity of the prince seemed somewhat eased by the representations made to him by the Lord Governor, namely that he had come to restore friendship with him, and hoped that the prince would rest assured in this and banish all fear from his mind, in order by that means to come to a desired agreement with one another regarding the claims he might make; but that he first had to know that the Lord Governor had no authority to make a final agreement on any of them, however large or small they might be, without the consent of Their Right Excellencies the Governor-General and the Council of the Indies, to whom he was merely a subordinate minister, just like a grand vizier at the court of the Emperor, and consequently obliged to submit these representations to them, promising, if they were not too unreasonable, to do so as favorably as possible according to his best ability. For this the prince expressed his gratitude, and having reciprocally made known his particular affection to reconcile himself again with the Company and His Honour, he requested, in order to speak about his demands, that they might retire privately into an apartment that had been arranged for that purpose on the right side of the audience house. To this request the Lord Governor immediately consented, after having first asked the prince whom he would like to have present on his side, choosing for this his two afore-mentioned sons, together with the so-called grand vizier Prince Nata Coesoema and the Tumanggung Mas Rango, whose sister he has in marriage; and on the other hand, the Lord Governor chose from his side the merchant Baeton, Captain Donkel, and Secretary Fockens, who then jointly arose and proceeded to the aforesaid conference room, while the prince in the meantime gave orders to transfer his seat, that of the Governor, and three other chairs thither. Having arrived there, he gave the Lord Governor the place at his right hand, to whose left side there sat down upon the earth From Java's North-East Coast under date 28 September Anno 1754. From Java's North-East Coast under date 28 September 1754. 9. earth both his children, Nata Coesoema and Mas Rongo, and directly in front of them our interpreter Bappa Bastam. Hereupon they proceeded to the negotiation of affairs, and the Lord Governor repeated what was said before concerning his limited authority, requesting that the prince, whom His Honour (so as not to make him too puffed up by his assumed title of Susuhunan) called brother, would candidly declare and specify what he meant by his former request made by letter for half of Java, or which lands he understood thereby, and—expecting that he would not make his claim regarding the same too large—under what title he sought to rule them. However, he did not seem to dare to speak out plainly about this owing to the timidity that still remained with him, merely saying by way of petition: a part according to the Company's pleasure; although it was easy to understand that he would not gladly abandon his present title. Coming to this subject with him, the Lord Governor gave him to understand that surely there could not be two suns nor two moons in the sky, and that consequently, since the Susuhunan Pakubuwana was still alive, no second one could very well be elected to exercise rule over the lands of Java, and that he should rather choose another title of the same meaning. But he, as well as the grand vizier Nata Coesoema, declared themselves on this matter, and having requested to be honored with the title of Sultan of Mataram, the Lord Governor countered him, stating that this was surely even greater, and therefore less conceded to him than the first; yet they knew how to parry this objection quickly with the example of Cirebon, where three sultans ruled, and that in former times Java was ruled by two sultans, one of whom held authority over Mataram, and the other over Pajang; also that in the Javanese language no other name of equal meaning than this was known. He further testified that, although he had often been wronged by the late Emperor, he had nothing against his son, the present Susuhunan Pakubuwana, to urge or proceed to his removal from the throne, even calling him his son, and was merely requesting half of Java. From this the conclusion was to be drawn that he nevertheless wished to retain that title upon the cession of this or that province upon which he might have his eye; and since he did not wish to act in this regard otherwise than as aforesaid

Dutch transcription

261 Van Javas oost Cust onder dato 21:' Septemb: 1754. Java's oost Cust onderdato 28:' Septb:r 1754. Jan Jn het midden van het bittjaer huijs was een tafel toegeset, die met wit Linnen overdekt. so lang ongedekt bleef, tot dat den heere gouverneur niet alleen een pienang maar ook thee van het tobeltje dat tussen beijden stand selfs inschen„ kende gepresenteerd had, van een silvere schenkbord, en Laten praesenteeren aan het verdere geselschap van het tafeltje, staande ten anderen zeijden van de tabel, manneer het wit Linne kleet daar afgenomen en ondekt wierden de fruijtagien en gebak, welke Eerste in verscheijde silvere bokers en het laaste in porcelijnen schotels opgedist zijnde, rond gepresenteerd en na sulks ook aan de staand-regenten afgegeven wierde met een kopje thee daar bij in welke tussen tijd de timiditeijd van den pangerang Eenigsints ver„ zel scheen op de vertoogen die den heere gouverneur hen deede, dat gekomen was om de vriendschap met den selven te hervormen, en verhoopte dan den pangerong sig daar in gerusten en alle vreesagtigen van hem verbannen wilde, om daar dat middel met Elkanderen tot een gewenscht accoord te komen over de praetentien die hij maaken mogte, dog dat hij alvorens weten moest dat den heere gouverneur geen gezag had om een derselve hoe groot of kleijn die ook wesen mogt ten finaele te accordeeren, buijten Consent van haar hoog Edelens den heere Gouverneur generaal en de raden van India, van wien maar een dependent minister even als een ryksbestierder aan het hoff van den keijser was, en gevol„ gelijk verpligt om die desselfs instantien voor te dragen gelijk aannam, in dien niet te qraat waren op het fawora„ betfte te doen na best vermogen, waar voor dien priens zijne dankbaarheijd betuijgde en reciproque zijn bijfondere affectie om zig met de Comp: en zijn Ed:e weder te versoenen te kennen gegeven hebbende, versogt ten eijnde over zijne Eijschen te spreeken, dat men apart mogt gaan in een apartement, dat daar toe ter regter zijde van het bittijaer huijs g'approprieert was, in welk versoek den heere gouverneur op stonds bewil„ ligde na den pangerang alvorens gevragt te hebben wie van zijne zijde daar bij gaerne praesent sag, verkiesende toe zijne twee zoons meerm: met de sogenaamde rijksbestierder den pangerang Nata Coesoema en den Tammangang Maas Rango, wiens suster in huwelijk heeft, en daar en tegen den heere gouverneur van zijn kant den koopman Baeton Capitain Donkel en secretaris fockens, die dan gesamentlijk opstonden en hen vervoegden na de Conferentie plaats voorsz: ter wijl den prins intussen ordre gaf om zijn zetel des gouverneurs en drie andere stoelen derwaarts over te brengen gevende den heere Gouverneur, daar gekomen zijnde, de regterhand van hem, aan welkers Linker zijde zig op de gouverneur aerde 263 Van Iava's oost Cust onder dato 28:' September A:o 1754. Van Iava's oost Cust onder dato 28:' Septemb„r 1754. 9. aerde neder zetteden beijde zijne kinderen Nata Coesoe„ ma en Maas Rongo, en regt voor den selven onser tolk Bappa Bastam Hier op gegaf men zig tot de verhandeling van zaken, en repeteerde den heere gouverneur het voren gezegde, omtrent zijn bepaalde magt met versoek dat den pangerang dien zijn Ed: /:om hem door de aangenomene Titul van soesoehoenang niet te opgeblossen te maken :/ noemde broeder zig randborstig te willen verklaaren en opgeven, wat bedoelde met zijne voormaals bij brieve gedaene instantie, om half Java, of welke Landen daar onder verstond, en - in verwagting dat hij zijn Eijsch omtrend de selve niet te groot maken soude, onder wat titul die den zogt te beheerschen, zonder dat hij egter daar mer om de hem nog al bij blijvende vreesagtigheijd uijtscheen te durien komen seggende alleen versoekender wijse een gedeelte na 'sComp:s welbehagen, hoe wel het handlaste„ „lijk was te begrijpen, dat hij niet gaerne van den praesenten titul desisteeren soude, op welk suject met hem komende gaf den heere gouverneur hem te kennen dat er Jmmers geen twee sonnen nog ook twee manen aan den hemel konden zijn, en dat gevolgelijk den soesoehoenang Pacoeboeana nog in wesen zijnde geen tweede wel konde g'eligeert worden om heerschappije over de landen van Iava tevoren; en dat liever een andere Titul vande selfde beteke„ „nis wilde verkiesen; maar hij zig desen aangaande soo wel als den rijksbestierder Nata Coesoema verklarende, en versogt hebbende dan verEerd te worden met den Titul van sulthan Mataram voder den heer gouverneur hem te gemoet, dat Jm„ „mers nog grooter en mits dien minder dan de Eerste konde aan hem geconcedeert worden, dog dese afjectie wisten zij schielijk op te Lassen met het Exempel van Charibon alwaar drie sulthans regeerden, en dat in voorgaand tijden Java was beheerst door twee sulthans, waer van den eenen over de Mattaram, en de andere over padjang had het gezagt gevoert; ook dat in de Javase Tale geen ander naen van gelijke beteeke„ nis dan dese bekent was, betuijgende voorts dat hij, of schaan door den overleeden keijzer dik„ „malen verangelijkt was tegens desselfs zaa den prasenten soesoehoenang Paccoboeana niets had, om te urgeeren of te procedeeren tot zijne dimotie van den throon noemende hem selfs zijnen taan waeren Eenlijk aak versogt om ½ Java Waar uijt dan desen Consequentie te trecken was dat hij dien Titul evenwel wilde behou„ „den bij den afstant van dese of geene provintien waar op het oog mogt hebben, en dewijl desen aangaande sig niet als invoegen voorm:t wilde

NL-HaNA_1.04.02_2844_0147 view scan ↗

English

265 Java's East Coast under date 28 September 1754. From Java's East Coast under date 28 September 1754. In order to advance the discourse further through that explanation, the Lord Governor proposed to him 2 to 3 provinces around the coast, to which he also would not agree, stating that never had an Emperor ruled or held his residence there; requesting further, for his peace of mind, because his heart was very distressed and fearful, to take an oath of loyalty and everlasting friendship between the Company and him to each other; of which already once and again a prelude had been made and the Lord Governor had nevertheless repeatedly passed it by unnoticed, but seeing that the fright and fear remained with him, finally condescended thereto nolens volens, leaving it to his choice in what manner he would prefer to give effect to this, regarding which they finally agreed that both would do so by pouring out a goglet of water into a silver beaker, while uttering the words that God would punish a family and posterity if they should break this alliance, the Pangeran Mangkubumi de facto giving orders to his grand vizier, and the latter to two panakawans or lesser servants, to go and fetch for each a goglet of water for the purpose aforesaid; which command having been complied with, the aforementioned oath was mutually performed, after which that prince, as if beside himself with joy, seemed to set all fear aside, as he requested that notice of this might be made to the leaders on both sides for the reassurance of both, as was also done on the part of the Lord Governor to the European officers and political officials, alongside the coastal regents, by Merchant Breten, Captain Donkel, and Secretary Fockens, assisted by the interpreter Bappa Bastam; and on the part of Pangeran Mangkubumi to his courtiers and panakawans by Pangeran Nata Kusuma and Tumenggung Mas Rango, who went outside for that purpose and made a proclamation of this renewal of friendship, under the sounding of the trumpets, while the Lord Governor in the meantime remained seated until this had occurred and a report thereof had been made, requesting him, the Pangeran, in the presence of his two sons, to please determine himself regarding these or those inland provinces, and to renounce the title of Susuhunan, in regard to the first of which he asked for a delay or time for deliberation, and regarding the latter, an excuse, because he had already for 5 years been acknowledged as Emperor and had since been recognized as such by his subjects, and therefore could not well make renunciation thereof without his own ruin, which he expressed while pressing hands with an embrace in very lamentable and distressed terms, and repeated upon the return of the aforementioned proclaimers, with the request of the articles 267 From Java's East Coast under date 28 September 1754. From Java's East Coast under date 28 September 1751. of his pretension in writing to be permitted to present to the Lord Governor tomorrow, which His Honour granted him, notwithstanding that he exerted all efforts to persuade that prince—to strike the iron while it was hot—through amicable representations to do so immediately, in order to profit from his good humor, considering that through a delay the party might meanwhile be given the opportunity, at the instigation of the court grandees, being destitute of lands, to make their demands greater, although in vain because he repeatedly requested a postponement until tomorrow; stating that matters would then arrange themselves well, and as the Lord Governor had already heard them speak in Javanese with Pangeran Nata Kusuma and the coastal regents, His Honour requested him not to make any mention thereof, as that would be in vain. Thereafter they proceeded outside again to the council house, and Pangeran Mangkubumi requested the Lord Governor to take the midday meal with him along with the rest of the company, which he resolved to do in order to strengthen the same further in his newly conceived confidence, while the panakawans were ordered to remove the dish of fruits and pastries standing there, and to fetch other food, as they then subsequently did, bringing onto the table the plates and napkins with silver spoons and forks, among the latter a golden one of each for Prince Mangkubumi; thereafter the food, which consisted of various dishes, from which first that prince and then the Lord Governor were served according to their pleasure, as was also the company present; the latter offering to the first-named during the meal a glass of wine or beer, of which the latter—although never before, according to our commissioners, had he been willing to drink anything—having chosen the latter, the Lord Governor had a glass of beer poured and presented it to him himself, proposing the toast of an everlasting friendship and good harmony, which was also drunk by His Honour and other friends with that, and followed by the following, namely: the prosperity of Java, the downfall of our enemies, and the good digestion of the meal, with red wine; except for Pangeran Mangkubumi, who continued with beer, although having little poured in, from which he received some cheer; whereupon, on his order, the table was cleared again and the bodyguard also being provided with food, another pipe was smoked, and because of the considerable heat, a small glass of

Dutch transcription

265 Java's oost Cust onder dato 28:' Septb:r 1754. — Van Iava's oost Cust onder dato 28: Septb: 1754. sloeg den Heer Gouverneur om door dat wilde Expliceeren discours verder te geraaken hem voor 2. â 3. provintien om de bast waar aan het ook niet wilde Leenen, leggende nooijd geen keijzer die geregeert, of daar in zijn residentie gehouden te hebben; versoekende voorts om ter zijner gerustheijd, wijl zijn hard zeer bedrukt en bevreest was, den hed van Trouwe en Eeuwigdurende vrindschap tussen de Comp:s en hem aan Eekeren afte leggen; waar van al een en andermaal een preludium gemaakt en den heer gouverneur sulx egter ongemerkt telkens gepass=d had, dog siende dat hem de schrik en vrees bij: bleef„ Condescendeerde eijndelijk nolens volens daar in„ „stellende het aan sijne keuse in wat voegen sulx liebst Ebbect wilde doen sorteeren, waar omtrent men dan Eijndelijk over een kwam om beijde dat te doen met het uijtstarten van een gorgelet water in een silvere boker, onder het uijten der woorden dat god Een familie, en nakroost wilde straffen so zij dese verbintenis mogten verbreeken, gevende den pangerang Mancoeboemie de facto aan zijnen rijk sbestierder en dese aan twee panakawangs of mindere bediendens last en voor ieder te gaan hoelen, een gorgelet water ten bine voorsz: aan welk bevel voldoen zijnde zo praesteerde men wederzeijds opgem: Eed, waar na dien prins als uijtgelaten van vreugde alle vrees aan een zijde scheen te stellen, dewijl versogt dat hier van bekentmaking mogte werden gedaan aan wederzeijdsche hoofden tot beijder gerust stelling gelijk ook geschiede van wegen den heere gouverneur aan de Europeese officieren en politicque bediendens nevens de strand-regenten door den Coopman Breten Capitan Donkel en secret:s fockens, g'adsisteerd men den tolk Bappa Bastam; en van wegens den pangerang Mancoeboenie aan zijne hofliodens en panakamangs door den pangerang Nata Coesoema en toumagong Maas Rango die „hen ten dien zijnde na buijten begaven, en van dese vrind, „schap herwooning proclamatie deeden, onder het geschal der Trampetten, dewijl den heere gouver neur in tussen zitten blijvende tot dat zulx geschiet en daar van rapport gedaan was, hem pange„ rang in praesentie zijner twee zoons versogt van zig tog te willen bepalen omtrent dese of geene boven landsche provintien, en afzeen van den Titul van soesoehoenang, ten reguarde van welk Eerste uijtstel of tijd van beraad en nopens het laeste Excus vraegde, om dat nu reets voor 5. Jaren als keijzer geschuldigt en daar voor sedert erkent geworden was bij zijne onderhoorige en mits dien daar van geen afstand wel doen konde buijten zijn eijge de Cline, het geen onder het drukken der handen met omhelsing in zeet Camentabel en bedrukte termen uijttede, en repeteerde bij te rugkomst van ged=te proclamateus, met versoek der aan articulen 267 Van Iava's oost Cust onder dato 28: Septb:r 1754. Van Java's oost Cust onder dato 28:' Septb: 1751. articulen zijner praetensie in geschrift morgen aan den heere gouverneur te mogen praesenteeren 't geen hem zijn Ed:s accordeerde niet tegenstaan„ de alle vermogens heeft in 't werk gesteld dien prins om het ijzer te smeeden, tet wijl het „heet was /:door minlijke vertoogen daer toe al aanstonds te persuadeeren, ten eijnde van zijn goede luijm te profiteeren, aangesien door Een dilaij de part hij maar samwijlen gelegentheijd gegeven worden om zijnen Eijsch op de instigatie der hofgrooten, mits ontblood zijn van Landen, grooten te maken, hoewel te vergeefs door dien telkens uijtsel versogt tot morgen; stellende dat de saken sig dan wel souden schik„ „ken en dewijl den heere gouverneur derselver al„ reets in 't Javaans met den pangerang Nata Coesoema met de stranden had haaren spreeken versogt zijn Ed:s hem van daar van dog geen gewag te willen maken alsoo, dat te vergeefs soude zijn Daar na begaf men zig weder nabuijten na het bittjaer huijs en versogt den pangerang Mancoeboemie den heere gouverneur om met het verder geselschap het middagmaal bij hem te houden, waar toe resolveerden om den zelven na zijn nu opgevat vertrouwen meer te stijven terwijl de panakawangs geordonneert wierden het daar staande geregt van bruijtagie en gebak of te neemen, ende andere spijs op te haelen gelijk zij dan ook vervolgens deeden met de pierings en servetten met silvere lepels en borken onder de Laeste een goude van ieder voor den prins Mancoeboenie op tafel te brengen; daer na de kost, die in verscheijde geregten bestond, waar van Eerst dien prins en toen den heere gouverneur wierden bediend na welgevallen so mede het praesente gesel„ schap; praesenteerende Laast aan Eerst genoemde onder het eaten Een glas mijn of bier, waar van het Laaste /:schoon nooijt bevorens na het seggen onser Commissianten iets had willen drinken /: ver„ kooren hebbende, liet den heere gouverneur Een glas bier inschenke, en praesenteerde het hem zelfs, in„ stellende de Conditie van een altoos duurende wind„ schap en goede harmanie, die mede door zijn Edele en verdere vrinden met dier gedronken en agtervolgt is van den volgende, te weten het welvaeren „ Iava, den ondergang onser vijanden en 'T wel bekomen van d' maaltijt met rode wijn; behalven den pangerang Mar„ coeboenie, welke bij bier, hoewel weijnig in latende schenken Continueerde, waar Eenigsints een verheu„ „ging van kreeg, werdende toen op desselfs onder de Tafel weder afgenomen ende lijf wagt ook van kost voorsien zijnde, nog een pijpje gerookt en om de Considerabele hitte een geregt glasje Hee

NL-HaNA_1.04.02_2844_0149 view scan ↗

English

From Java's East Coast under date 28 September 1754. From Java's East Coast under date 28 September 1754. glass of spring water, but beer to the prince, because he did not care to be served with the former, while he in the meantime presented to the Lord Governor his two younger sons, Raden Maas Soendoro and Raden Maas Timor, estimated to be three and 2 years old, after which taking leave in the same manner as at the arrival of the prince and his people, accompanied as far as the second gate of the Dalem, and were conducted to our lodging, which was not exactly too spacious, where the Pangerang Natta Koesoema and the Tommongong Maas Rongo, having drunk another glass, quickly took leave, after the Lord Governor had previously requested the first-named, who was just as fatigued as His Honour, to impress upon his master not to make his demands too large, since now the time for his good fortune seemed to have arrived, simultaneously making known to him that he had brought along a gift, with the request to know when it would be most convenient for the Pangerang Mancoeboemie to accept it, maintaining at five o'clock in the evening, whereupon the merchant Breton and Bappa Bastam were sent inside with it, by whom the same was accepted with thanks, having consisted of: For the Pangerang Mancoeboemie: in 2 pieces all-glass with broad gold and silver stripes, 2 pieces of fine linen, and 1 piece silver Surat tas. For the Pangerang Adipatti, his eldest son: 5 ells of heavy gold cloth for a jacket, and for the Pangerang Ingabeij, the second son, likewise 5 ells of the same cloth. On which occasion it was once again reminded in the name of the Lord Governor to draw up his demands fairly and reasonably, so that His Honour might not be delayed for long, which he promised with a smile to observe. Monday the 23 September. Early in the morning from Samarang, a letter was brought from the Senior Merchant and Chief Administrator, Mr. Carel Godin, dated the 21st of this month, serving both to communicate the dispatch of the yacht De Adriana on the 15th preceding with 120 lasts of rice from Tagal directly to India's capital and the sending of the earned monthly wages for the Company's servants to the encampments of Madjassen and Sitjang, as well as to accompany not only Their High Honours' highly revered general and separate missives of the 6th instant, in which first the toll-gates were abolished and in contrast the sea toll dues on many articles were increased, as well as such arrangement regarding the rice collection instead of the general purchase that had taken place hitherto since the year 1743, made as is shown therein at large, also ordered henceforth to send yearly 60,000 lb of paddy at 10 rixdollars per 6,000 lb from Tagal to Batavia for the stables; and in the last fully approved the proceedings of the Lord Governor both with regard to Maas Said and Mancoeboemie, the precautions taken against the former's hostile attempts, and especially the sending of the merchant Breton and Captain Donkel with companions on an embassy to the latter, the provisional appointment of Raden Djojo Poespita as Regent of Grobogan and of the Ingabeij Tjocro Diepo over Tjenkalse, as well as the disbanding of 200 native soldiers, etc.; but also of two letters from Lieutenant Colonel van Ossenberg dated the 17th and 18th of this month, communicating therein the intention to engage Maas Said—who first to Bridjo and from there, according to the writing of the Soeracarta Commander Abrahams, would wish to retire further to his old hiding place—together with the aforementioned commander on the 22nd, as a result of which one had been in conference with his father-in-law, to give battle and blow him to pieces, if, as it is said, he will await our force and dare to make a stand; for otherwise this chief officer posits that it is impossible for us, without the help of the Pangerang Mancoeboemie, to deliver him from his caves into the Company's hands, wishing therefore the Lord Governor much success in his undertakings, and that God may powerfully bless the work of the negotiations to that end and crown it with a desired outcome, so that we may at last rejoice over the peace and tranquility, otherwise still far to seek, for this land of our habitation. Shortly thereafter, the old Tommagong Japara also came to inform the Lord Governor that the Pangerang Nata Coesoema had come to inquire among the coastal inhabitants how many tjatjas each regency had; and while from this it was fully to be understood that his master, the Pangerang Mancoeboemie, with whom discussions were to be held again today, would also include the coast among the articles of his claims, His Honour sent word to him through the merchant Breton, who was summoned to him, to think nothing of that nor make mention of it, but to be somewhat tractable, for otherwise everything would come to naught.

Dutch transcription

269 Van Iavasoost Cust onder dato 28:' 7ber: 1754. Van Java's oost Cust onder dato 28:' Septb:r 1754. glasje bornwater dog aan de prins bier, om dat daer van niet geliefde gedient te zijn geschonken terwijl die intussen aan den heere gouverneur vertoonde zijnde twee Iongere zoons Maas soendord en Raden Maas Timor oud na gissing drie en 2. Iaeren waar na men afscheijd neemende inselvervoegen als bij de aankomst van den prins en sijne luite tot aan de Tweede poort van den Dalm het uijtgeleij kang, en geconduiseert wierd na ons Logement, dat Juijst niet te breed was, daar den pangerang Natta besoema en den Tommongong Maas Rongo, die nog een glasje gedronken hebbende schielijk ofscheijt namen, na dat den heere gouverneur den eerst gem: die so wel als zijn Ed:e ver„ „moeijt was, alvorens ook had versogt zijnen meester te willen inprenten van zijn Eijschen dog niet te groot te maken dewijl nu de tijd tot zijn geluk gebaren. scheen, gevende den selven teffens te kennen van een geschenk te hebben mede gebragt met versoek te mogen weten wanneer den pangerang Mancoebamie het best gelegen soude komen, dat te accepteeren, sustineerende te vijf uut des avonds wordende toen. daer mede na binnen gesonden den koopman Broton en Bappa Bastam, van welke het selve in dank is geaccepteerd hebbende bestaan Voor den pangerang Mancoeboenie jn. 2. p:s alle giassen met breede goud en silvere streepjes 2. stukken sijn Lijnwaat en 1. p:s silvere souratse Tas. Voor den pangerang adipattij desselfs oudste zoon. 5. Ell: swaer goud Laken tot een baijtje en Voor den pangerang Jngabeij de Tweede zoon mede 5. _:o van het zelve Laken Bij welke gelegentheijd ten nogmaals uijt naam 2 van den heere gouverneur herinnert werd van dag zijne Eijschen hillijk en redelijk in te stellen, op dat zijn Ed:e niet lang mogt werden opgehouden het geen met een grumlag heeft beloofd te sullen observeeren Maandag den 23:' Septemb:r Wierd van Samarang des morgens vroeg van den opperkoopman en hoofd administrateurs M:r Carel Godin een briefje aangebragt van den 21:' husus, dienende zo tot Communicatie van de de peche van 't Jagt De adriana, op den 15:' bero„ „rens. met 120. lasten rijst van Fagel direct na Jndias hoofdplaats en de avrsending der verdiende maand gelderen voor 's Comp:s dienaren na de Campement van Madjassen en Sitjang, als ten geleijde niet alleen van haar hoog Edelens heet gevenereerde gemeene en aparte missives Voor bij de - 271 Java's oost Cust onder dato 28. Septb:r 1754. Javas oost Cust onder dato 28:' Septemb: 1754. Jan a bij de van den 6:' Courant in welke eerste de tolpoorten werden afgeschaft en daar en tegen weder de geregtig„ heeden der zee Thol op veele articulen verhoogt, mitsg:s zodanige schikking omtrent de rijst insaam insteede van tot nu toe sedert den Jaere 1743. stand gegreepen hebbende generaelen opkoop, gemaakt, als daar bij in 't breede werd aangetoond; gemaakt als daar bij in 't breede werd aangetoond, ook gelast om voortaan Jaerlijx 6o000. lb: padij tegens 10. rd.:s de 6000. lb: van Tagal na Batavia of te doen senden voor de stal, en in de laeste ten vollen g'approbeert de behandelingen van den heere Gouverneur soo ten opsigte van Maas said als Mancaeboenie; de gebruijkte praecautie tegens des Eerstens vijandelijke tentominas, en wel in sonderheijt de absending van den koopman Bretan en Capitain Donkel C: S: in ambassade na den Laesten de p:l aanstelling van radeen. Djojo poespita tot regent van Grobogang en van den Ingabeij T Jocro. Diepo. over Tjenkalse woe de af„ danking 200. Jnlandse militairen E: maar ook van twee brieven van den Lieutenant Collonel van ossenberg van den 17:' en 18:' deser, bedeelende daar in vaarneemens te wesen om Maassaid, die eerst na bridjo en van daar volgens schrij„ „vens van den soeracartas Commandant Abrahams verder na zijn oude schulplaats waed zil zoude retireeren willen, te samen niet even gem: Commandant den 22:' gevollig dat men zijn schoon vader inconberentie is geweest; slag te leveren en in de kaars te doen vliegen, indien hijso het seggen is, onse magt wil afwagten en durbt staan, want buijten des steld dien hoofde officier dat het voor ons onmogelijk is om hem buijten behulp van den pangerang Mancoeboemie uijt zijne spelonken in 's Comp:s handen te leveren wen„ schende derhalven den heere gouverneur veel succes in zijn onderneemingen en dat god het werk der onderhandelingen ten dien Eijnde kragtdadig zegenen en met een gewenschten uijtslag bekroonen wil, op dat wij ons eens sullen verheugen over de andersints nog ver te soeken sijnde vreede en rust voor dit Land onser inwooninge ook kiom kort daar op den ouden Tommagong Japara den Heere gouverneur adverteeren, dat den pangerang Nata Coesoema bij de stranders was komen verneemen hoe wel Tjatjas ider regentschap had, en terwijl daar uijt ten vollen te penetreeren was, dat zijn meester den Pangerang Mancoeboemia, met wien heden weder ingesprek stande te komen onder de art=le zijner praetensie ook op soude geven de stranden, liet zijn Edele hem 6 door den Coopman Bretan, die bij den selven ontboden was, aanseggen dat daerom gants niet denken nog gewag van maken maar, wat handelbaer wesen moest, want dat anders alles te niet woed jie en

NL-HaNA_1.04.02_2844_0151 view scan ↗

English

From Java's North East Coast under date 28 September 1754. From Java's North East Coast under date 28 September 1754. and also fruitless was the expedition made, which had such an effect that he indeed promised, but as will be shown below did not comply with, to make no mention of it, requesting instead that half of the 20000 Spanish reals, which the Company pays annually to the monarch for the cession of his coasts, might be paid out to him, so that the aforesaid merchant came to report and request that the Lord Governor would please enter at eleven o'clock, when the articles of his demand would be put on paper, then sending the so-called court chamberlains Raden Tumenggung Yudanegara and Tumenggung Alapalap to fetch His Honour, who also de facto proceeded thither with the retinue of yesterday and his bodyguard, and was received by the Pangeran as before, except that the men were not lined up from the river, but from the first gate of the Dalam to the second, in a double rank, and he, along with his panakawans, was dressed without a jacket; which the prime ministers, following ancient custom at the court, had also observed, and the state pikes, as well as the others, were also not, as yesterday, uncovered from their sheaths. After they were seated as before in the meeting house, where the table with pastries and fruits was again set, the Pangeran immediately brought to the table that, in accordance with his promise, he had drawn up the points of his demand, and therefore requested to step aside, just as yesterday, for the review thereof, which was done, then having them handed over by his secretary, who carried them between a bamboo tube, to the Lord Governor, who having read them, while the Pangeran was busy pouring a cup of tea for His Honour and having it poured for Merchant Breton, Captain Dankel, and Junior Merchant Fockens, placed them down upon the stand located there with an irritated or displeased countenance, saying that his demands were far too grand and framed contrary to his promise, since he therein requested not only the Mataram, Kedu, Banyumas, Jipang with its subordinate regencies, the lands of Pajang east of the river Benawan, the lands east of Lampang-an with everything situated around it from the south of the river Lamin to the north of Lucumati; from the west of Jatman, likewise to the north of Lucumati, with Lampuran, Persons, and Roma not included therein, but also the eastern and western coasts, with the reason that he asked His Honour not to take it ill that he opposed him on this and made known his sentiment regarding it, namely: that Their Excellencies the High Indian Government would never proceed to consent to the latter, because the coasts had already been ceded to the Company during the lifetime of the previous Emperor, and accordingly all his successors, as a decided matter, have forfeited the right that they otherwise might have had to it, and that it would therefore be better, for the furtherance of his well-being, to renounce it entirely now that the time seemed born for his fortune, if, by remaining steadfast, he did not wish to neglect it himself and let the Lord Governor depart today without having accomplished anything; which saying Pangeran Mangkubumi perhaps had not expected, because he answered it with a smile and testified to have presented those articles so boldly because the Lord Governor had already told him to state his demands without the least reservation, in order to propose them in the most favorable manner to the aforementioned Their Excellencies /:as being unable to agree to a single one of them, which he would hardly believe, as he seemed to have expected an immediate decision upon them:/, to whom on that basis he then also subsequently requested that they be presented, submitting himself to their arrangement if he might only have half of Java under his dominion, and might even be honoured with the title of Sultan or Susuhunan after the example of former times, when two Emperors had ruled, the one over the Mataram and the other over Pajang; however, the Lord Governor, deeming that point of the coasts of too great weight, presented to him for the second time the impropriety of that request and the slight likelihood that Their High Excellencies would ever condescend to it, notwithstanding that the oath of fidelity and everlasting friendship sworn to each other yesterday remained standing, holding before him such serious terms that he, finally being made to understand that he had to choose or divide in order not to make this peace negotiation turn out fruitless, turned to another course and made a request that he might then enjoy half of the 20000 Spanish reals which were presently paid out annually to the Susuhunan; regarding which the Lord Governor declared only that if Java were divided into half, he would then naturally also participate in the benefits that the country produced, provided that in such a case, along with his son Pangeran Adipati Anom, he swore to the contracts successively between

Dutch transcription

273 Van Java's oost Cust onder dato 28:' Septb: 1754. Van Java's oost Cust onder dato 28. ' Septb:r 1754 en ook vrugtelaas was de gedaene optogt, het geen van soo veel uijtwerking is geweest dat wel beloofde, edog gelijk hier onder sal werden aangewesen niet nakwam van daar geen mentie van te sullen maken, met versoek in tegen dat dan aan hem de helfte van de 20'000 sp:s realen, die de Comp: Iaarlijx voor den afstant derselver stranden aan den vorst betaald, mogte werden uijtgekeert, invoegen voortz: Coopm: quam raporteeren en versoeken dat den heere Gouverneur te Elf uur wanneer de articulen sijner praetentie souden wesen ten papiere gebragt, binnen geliefde te komen, sendende toen de so genoemde hofladens radeen Lommagong Judanagara en. Tommagang Alapalap ten afhael van zijn Ed:e die ook de facto met het gevolg van gisteren en zijn lijkwagt zig derwaarts begaf, en als vooren door den pangerang gerecipieert wierde, behalven dat het volk niet van de revier maar van de Eerste poort van den Dalm tot aan de tweede geschaart stond, in een dubbelt rii„ „quet, en hij benevens zijne panakawangs gekleet sonder baaijtje; 't geen d' Eerste ministers na 't al oude gebruijk aan het hof mede hadden opgevolgt, zijnde ook de preken van staat, so wel als de andere, niet gelijk gisteren, van de doppen ontbloot, — Na dat men als vooren gezeten was in het bittjaer huijs, daer weder de tafel met gebak en vrugten toegeset was, bragt den pangerang ter stond ten tapijte, dat Conborm zijne belofte de poincten van zijn Eijsch had opgesteld, en derhalven versogt ter resumtie van deselve even als gisteren apart te gaan, gelijk geschieden, latende deselve toen doar zijnen secretaris, die ze tussen een bamboesje droeg, overgegeven aan den heere gouvern:r welke ze geleesen hebbende, terwijl den bangerang besig was voor zijn Ed:e Een kopje thee in te schenken, en telaten inschenken voor den koopm: Breton, Capitain Dankel en onderkoopm: fockens, met een vergrint of misnaegd gelaat, op de daer staende knaap nederleijde, zeggende, dat zijne praetensien veel te groot en Contrarie sijne belofte ingesteld waren, nadien daar bij niet alleen versoek deed om de Mattaram, Cadoe, Ban Joemaas, Djipang met zijn onder„ „hoorige regentschappen, de Landen van padjang b'oosten de remer Benawie de landen b'oosten Lampang=an met alles wat daar om het Legt van d' Zuijd van d' remer Lamin tot na de naard van Loecomatti; van de west van Jatman, mede tot na de naard van Loecomatti, zinker Lampoeran, Persons en Roma daer niet onder„ gereekent, maar ook om de oost en wester staanden, met reede dat hij het zijn Ed:e niet Na qualijk 275 Van Java's oost Cust onder dato 28:' Sept: 1754. Van Java's oost Cust onder dato 28. ' Septb:r 1754. qualijk wilde neemen dat hem daen en tegen gingh, en zijn gevoelen dientwegen tekennen gaf, namentlijk: dat haar Edelens de hooge Jndiase regeering tot bewilliging van het Laaste nooijt souden overgaan, ter versoeke de stranden al bij het Leven van den voorigen keijzer aan de Comp: sijn afgestaen, en over sulx alle zijne successeurs, als een gedecideerde saak sijnde, vervallen van het regt, dat zij andersints daar op zouden hebben kunnen hebben gehad, en dat het over zulx ter bevordering ^ daarvan ten eenemaal aftesien van zijn welwesen beter zoude wesen ^ nu de tijd tot zijn bortuijn geboren scheen, soo hij partitac blijvende, die selfs niet vermaerlosen en den heere gouverneur heden onverrigter zaak ver„ „trekken laten wilde, welk seggen den pangerang Mancoeboenie misschien niet verwagt had, om dat het selve met een grinalag beantwoorden en betuijgde die articulen zoo vrij postig g'appert te hebben, wijl den heere Gouverneur hen reets gesegt had van zijne Eijschen zonder de alder„ minste agter houdentheijd op te moeten gevoen, om deselve /:als buijten vermogen sijnde een Eenige daar van te kunnen accordeeren, dat qualijk geleeven wilde; also daar op aanstonds een decisie scheen verwagt te hebben :/ op het favorabelst voat te dragen aan welmelde haer Edel:s, aan wien op dat bondament dan ook vervolgens versogt ze te willen voordragen, als zig onderwerpende derselver schikking Jndien half Jare maer onder zijne heerschap„ „pije hebben, en selfs vereerd worden mogte met den Titul van sulthan of soesoehoenang na het Exempel van voorige tijden, dat 'er twee keijzeren hebben geregeert den Eenen over de Mattaram en den anderen over padjang; Edog den heere gouverneur dat poinct der staanden van te veel gewegt agtende, stelde hem ten tweedemaele de ongerijent„ „heijd van dat versoek en de geringe apparentie dat haar hoog Edelens daar in ooijt souden Condescen„ „deeren, niet tegenstaende den Eed van trouwe en altoos duurende vrindschap, gisteren aan Elkan„ „deren afgelegd, bleef stand grijpen, met sulke sereuse ter men vooroogen, dat hij eijndelijk overluijd wordende te moeten kiesen of deelen om dese vreede handeling niet vrugteloos te doen uijtvallen het over een andere boeg wende, en versoek deed dat dan de helfte der 20000 sp:es realen welke tegenwoordig aan den soesoehoenang Iaarlijx wierden uijtge„ keert; genieten mogt, waar omtrend den heere gouverneur zig Eenlijk verklaarde dat soo Java in de helbt verdeelt wierde hij dan 9 ook van zelfs participeerde in de voordeele die het Land op wierp, mits insulken geval nevens zijn zoon den pangerang adepattij Anom besweerende, de Contracten successive dan tussen

NL-HaNA_1.04.02_2844_0153 view scan ↗

English

From Java's East Coast under date 28 September 1754. From Java's East Coast under date 28 September 1754. concluded between his ancestors and the Company; to which he seemed inclined, but had to desist from the coastal districts, although His Honour would have rejected that request, as well as several others, with greater seriousness and urgency if one had been on one's own territory, and not situated in a circumstance that caused us to be mindful to exercise moderation of our passions, patience, and prudence, since one was by far not up to resisting the power of that prince, whom one saw extraordinarily entrenched, in case through this or that sharp expression it might perhaps have lapsed into violence; His Honour bringing to mind the common proverb that time gained is much gained, and the game being underway, he would certainly have to choose the lesser of two evils; nevertheless, through his strong insistence it finally came so far that Pangeran Mangkubumi, crossing his arms and putting his right hand to his kris while turning his eyes toward Pangeran Nata Kusuma as if he wished to say, what shall I do, at the Governor's command declared by handshake that he desisted from the coastal districts, requesting at the same time, after he had also expressed himself twice during the discourse—which was allowed to pass unnoticed—concerning the succession and survivorship to the throne and government over all Java in the event of the demise of the present monarch, that the remaining claims, although very great, supported by the advocacy of the Governor, might be brought before the High Government of India; and since an alteration had to be made in the same, now that the coastal districts remained excluded therefrom, the aforementioned Governor returned the first draft thereof to him, with the request to alter that document and also to state therein the additional demands concerning his family, and that the division of the lands and royal regalia, in order to prevent all disputes, might be carried out on his behalf by Pangeran Nata Kusuma and the merchant Breton, and on behalf of the Susuhunan Pakubuwana by his prime minister Raden Adipati Pringgalaya and the Surakarta Commandant Abrahams, before the oft-mentioned Governor at Semarang, if possible still today before His Honour's departure from there, or otherwise by tomorrow, so that the merchant Breton, who at his request had agreed with the interpreter Bapa Bastam to make a trip to Semarang, leaving Captain Donkel there in his place, might bring those altered preliminaries with him, to be addressed directly to Their High Excellencies stamped with the Pangeran's seal, together with a letter that he requested be added thereto to obtain a final disposition from Them all the sooner, to which the Governor agreed all the more readily out of consideration that this accords with what is stated in this regard in Their Excellencies' highly revered secret resolution of 15 March of this year, in order to either embrace those articles or reject them as they see fit, especially since His Honour himself is otherwise not qualified to make a final settlement of affairs; which latter matter, namely the dispatch on the morrow, he then undertook to do, while furthermore, without much bitterness, upon the proposal of the Governor, along with his two sons Pangeran Adipati Anom and Pangeran Ingabey, likewise his prime minister Pangeran Nata Kusuma and Tumenggung Manca Ranga, bound himself by oath to help ruin Said or Mangkunegara, called Surya Kusuma by him and his people out of contempt, and if taking him in person, to deliver him to the Company at its discretion, provided that upon getting him into its hands, it would never raise him to any state of honour; so that the Governor also had to swear this, and upon his reiterated inquiries whether some men would remain with him for his reassurance to be the more assured of the Company's help and assistance, surrendered for the present as a bodyguard 14 instead of the requested 20 dragoons, consisting of 1 sergeant, 1 corporal, and 12 privates; furthermore also promising that upon the first notification from Captain Donkel, who was remaining there, in case Said should come to attack him, the army of Tanjung would march to join with it, just as His Honour shortly thereafter ordered the commander of the post in the presence of the Pangeran to obey, because he seemed to have no great desire for the junction with the same immediately, although offered, before he had received an answer to his demand, as he indicated quite clearly. On this occasion, upon the offer of the Governor, to whom he had already made known his incapacity with an apology for having nothing he could present to His Honour, who replied thereto that he had not come for gold nor silver but to renew the friendship, and that if he should need anything he would ask it of him, the Pangeran made a request for money, weapons, some velvet, broadcloth, and passementerie, of which three

Dutch transcription

277 Van Java's oost Cust onder dato 28:' Septb: 1754. Van Java's oost Cust onder dato 28:' Septb:r 1754. tussen zijne voorvaderen en de Comp:e geslooten; waar toe genegen scheen, maar dat van te staanden afzien moest, hoewel zijn Ed:e dat versoek al„ mede. so wel als meer andere met meerder ernst en Empressement soude hebben gerejec„ „teerd, indien men op zijn Eijgen bodem had ge„ weest, en niet geverseert in een omstandigheijd die ons deed bedagt zijn, om moderatie onser driften patientie en voorsigtigheijd te gebruijken, nademaal men op verre na niet opgewassen was om de magt van dien prins, welke Extra ordinair verschankt sag, te wederstaan, in Cas door dese of geene scherpe uijt„ drukkinge somwijlen tot het pleegen van gemeld mogt wesen overgeslagen, brengende zijn Ed:, zig indagtigende het gemeene spreekwoord; dat tijd gewennen veel gewon„ „nen is, en het spelletje aan den gang zijnde hij wel eijren voor zijn geld sal moeten kiesen, het egter door zyn sterken aandrang eijndelijk soo verre dat den pangerang Mancoeboenie, de rrinen over Elkanderen ende regter hand aan zijn krits mitsgaders de oogen na de pangerang Nata Coesoema slaande, als of leggen wilde, wat sal ik doen, den heere Gouverneur op het last bij landtasting de Claceerde van de stranden abte zien,„ teffens versoekende na dat zig in discours, 't welk men ongemerkt passeerde ook al twee malen over de successie en survivance van den throon en regeering over gants Java bij ablijvigheijd van den praesenten vorst had uijtgelaten, dat de overige praetensien /: schoon wij groot:/ onderschraagt met de voorsprak van den heere gouverneur onder het oog der hoog Jndiase regeering mogten werden gebragt, en dewijl in deselve, nu daer uijt de stranden gesecludeert bleven, verandering moest warden gemaakt, gaf wel„ melde heer gouverneur den selven het Eerste Con„ „cept daar van te rug, met beeede van dat schriftuur te willen veranderen en daerin ook bekent stellen de nog bij gevoegde instantien om zijne familie, en dat de verdeeling der Landen en rijks ornamenten om alle geschillen vaar te koomen, geschieden mogt van wegens hem door den pangerang Natta Coesoema en den Coopman Breton, en van wegens den soesoehee„ „nang Pacoeboeana door desselfs rijksbestierder radeen adipattij pringalaija en den seera Cartas Commandant Abrahams, ten overstaan van dikgem: heere gouverneur te samarang, so mogelijk nog heeden voor zijn Ed:s de part van daar of anders tegens morgen, op dat den koopm: Breton, welke op zijn versoek met den Tolk Bafpa Bastam g'accordeerd had eens Een keer na Samarang te doen, mits aanhoudende in dies steede weder den Capitain Donkel die veranderde praliminaire soude komen mebrengen, zig om - Van Java's oost Cust onder dato 28:' Septemb:r 1754. Van Java's oost Cust onder dato 21: Sptb:r 1734. om bestempelt met des pangerangs zegul, daar den heere gouverneur direct aan haar Hoog Edelhedens te werden geaddresseert, benevens een brief die versogt ter spoediger Erlanging van een binale dispositie aan hoogst deselve daar bij te voegen, waar in den heere gouverneur dies te eerder bewilligde uijt Consideratie dat sulx over een stemt met het gene dientwegen vermelt staat bij welmelde haar Edelens hoog gevenereerde secreete resolutie van den 15:' maart deses Jaars, ten Eijnde die articulen o 't amplecteren of van de hand te wijsen na wel gevallen, te meer dewijl zijn Ed:e zelf buijten des niet gequalibiceert is tot een binale afdoening van zaken; welke Laeste of de afsending op morgen dan aannam te doen, terwijl wijders ook niet veel verbitlering op propositie van den heere gouverneur nevens zijne Twee zoons den pangerang adipattij anom en den pangerang Jngobeij, Jtem zijner rijksbestierder pan„ „perang. Nata Coesoeman en Tommangong Maar Rongo. zig bij eede verbond van kaas said of Mancoenagara, door hem en de zijne, uijt kleijnagting genoemd werdende soeria Coesoema, t' ander te sullen helpen brengen en versoonlijk magtig wordende, aan de Comp: overleveren, ter haerer discrete, mits dat die hem, in handen krijgende ook nooijd tot eenig taat van Eere soude verhefben; invoegen den heere gouverneur dat mede besweeren moest en len op zijne gereitireerde vragen of 'er met eenig- volk ter zijner gerustheijd om des te verzekerder te zijn van 's Comp:s hulpe en adsistentie bij hem blijven soude vaar Eerst tot Lijfwagt afgeven 14. in steede van de versogte 20. Dragenders bestaende in 1. wagtmeester 1. Corporaal en 12. Gemeene Voorts ook beloven dat op het Eerste aanschrij„ „ven van den daar blijven den Capitain Dankel ingevalle Laid denselven quam te attaqueeren, het leger van Tanjong om daar mede te Consun„ „geeren, marcheeren soude, gelijk zijn Edele kort na„ derhand den Commandant van de poll in praesentie van den pangerang g'ordonneert heeft te obedieeren, om dat in de Conjunctie met het selve ten Eersten, schoon aangepraesenteerd, geen het grootste zijn scheen te hebben, voor dat antwoord op zijn Eijsch bekomen had, gelijk niet duijster te kennen gaff. Te deser gelegentheijt deed den pangerang ook 1 op de aanbieding van den heere gouverneur, aan wien hij reets zijn onvermogen te kennen had gegeven, met Excuus te vragen, over dat niets had, 't geen zijn Ed:e konde prosenteeren, die daar op gerepliceert heeft om geen goud nog geld maer om de vriendschap te vernieuwen gekomen te wesen, dat so iets mogt noodig hebben 'tselve van hem vraegen soude, versoek om geld, wapenen, eenig fluweel, elaken en passementen van welke volk drie

NL-HaNA_1.04.02_2844_0155 view scan ↗

English

281 From Java's East Coast under date 28 September 1754. From Java's East Coast under date 2 September 1751. three last articles His Honour made him a promise to provide for upon the return of the merchant Breton, passing over the first with silence, while alleging regarding the second that if the Company assisted him with its auxiliary forces, it would then also provide the same with weapons. From which it is clearly to be gathered that the riches are not as great as some have maintained, and wherefore one might well assume that of many of his pretensions made hereinbefore, something might well be bargained down, and he will allow himself to be found somewhat more accommodating. Hereafter they proceeded again to the bithara house, where, being seated, the prince again had the table uncovered, and having presented around the fruits and pastries standing thereon, he gave orders to remove the same and to bring on the food for the midday meal at once, because the Lord Governor requested to depart again thereafter; in order to conduct whom, he then ordered his two eldest sons, the pangerang adipatti and the pangerang ingabeij, to hold themselves ready with their escort. Furthermore, the food having been brought on, the pangerang had the goodness to serve the Lord Governor therefrom, as yesterday, who had also had his food brought there with the same's permission, and also to have food provided again to the dragoons, while over table they drank in the same manner as before to the very same conditions, augmented with the health of His Honour the Governor-General and the Council of India; and upon the bringing on of the dessert, he gave the banquet, which consisted of ten kinds, to the pangerang for his mother and four wives, whom he, after the meal, had the courtesy to show to the Lord Governor, taking His Honour by the hand into the women's quarters, finding among the latter two who looked extra handsome and reached out their hands to him as well as the others, except the mother, who, weeping cheerily, embraced His Honour together with the pangerang, and thereby sufficiently showed that she, as much as was in her power, gives good counsel to her son, who at the same time offered thanks for the gift, and makes him adhere to the interests of the Company with all sincerity. This having been done, they took their leave, and the pangerang Mancoeboemie brought the Lord Governor, as before, amidst the sounding of trumpets and the beating of drums, to outside the second gate of the dalem, wishing His Honour a fortunate return journey, with a cordial request to remember him for good to their High Mightinesses. 283 From Java's East Coast under date 28 September A:o 1754. From Java's East Coast under date 28 September 1754. while his sons also went to our lodgings in order subsequently to escort us a part of the way, so that they, under an escort of nearly four hundred men provided with three standards, then commenced the march at three o'clock, which they did up to the same height where the pangerang adipatti had ridden to meet us, and they wished us a prosperous journey, which we continued with no more tranquility than the outward journey to Godong, arriving there at seven o'clock, whereupon, having been welcomed by the pangerang pacoeningrat and wieradicta, who had remained with the Samarang regent as hostages, and having drunk a glass of beer with them, ipso momento, via Tanjong to Samarang, a short letter was dispatched to the Lieutenant-Colonel van Ossenberch and the Soerakarta Commandant Abrahams, concerning the outcome of this commission, to inform them that they had first of all stipulated the armistice with the pangerang Mancoeboemie, and therefore had nothing to fear from his side, so that they, with all the more tranquility, might be able to bring their insolent neighbour to his duty by force of arms and clip his wings, as was expected from their bravery, paired with prudence and wise conduct, since they lacked no force for that purpose. Because they were too fatigued and exhausted from this march to cross over by water to Tanjong this night, the Lord Governor resolved to remain here, and Tuesday the 24th of September: In the morning at the break of day, embarked again in our previous cramped little vessels for Tanjong aforesaid, as was put into effect, and rowed on therewith, after having previously taken leave of the pangerang pacoeningrat and tommangong wieradicta, who returned to their master with the promised 14 dragoons primo plan, as they had escorted His Honour up to this point with the remainder of the lifeguard, which was also due to undertake the return march on horseback overland to Samarang today, where they then arrived at circa eleven o'clock, under the salute of 21 cannon shots from the battery on the benting; receiving in the evening, under covering letters from Samarang, a separate short letter from the resident of Tagal, Carel Gustaaf Falk, and a ditto from the Lieutenant-Colonel van Ossenberg from the Mataram, dated the 16th and 21st instant, the first serving to accompany the regents from there, Pamalang and Brebes, in order to be placed under oath and invested with their acts, and the last to inform the Lord Governor not only of the strength because

Dutch transcription

281 Van Java's oost Cust onderdato 28:' Septb:r 1754. Van Javas oost Cust onder dato 2:' Septb: 1751. drie laeste articulen zijn Ed: hem belofte deede te sullen voorsien bij de te rug komst van den koopman Breton, passeerende het Eerste met stilswijgen, onder alleguatie omtrent het tweese dat indien de Comp: hem met haere hulp-bende bij sprang, zij deselve dan ook van wapenen soude voorsien ƒ ƒ Waar uijt niet enduijdelijk afteneemen is, dat de rijk dommen so groot niet zijn als wel sommige hebben gewilt, en waerom men wel soude mogen veronderstellen, dat Op veele zijner hier vooren gemaakte praetensien wel iets af te dingen wesen, en hij zig wat ligter vinden laten zal Hier na begaf men zig weder na het bitt Jaer=huijs, alwaar geseten zijnde die priens weder de tafel liet ontdekken ende daar op staende vrugten en gebak rond gepraesenteerd hebbende gaf ordre deselve afteneemen en het Eeten voor het middagmaal ten Eersten op te brengen, dewijl den heere gouverneur versogt daer na weder te vertrekken, om welken te conduiseeren toen ordonneerde zijn twee oudste zoans den pangerang adipattij en den pangerang Ingabeij zig met haere escorte gereet te houden. voorts dan de spijs opgebragt zijnde had den pangerang de goetheijt daar van als gisteren den heere gouverneur, die ook zijn kost met desselfs permissie daer had laten brengen, naar te dienen, en ook weder aan de dragonders kost te laten besorgen, terwijl men over tafel inselver voegen als bevorens dronk de eijgenste Conditien vermeerdert met de gesondheijt van zijn Edelheijt den heere gouverneur generaal ende Raden van India, en bij het opbrengen van het desert het bancquet 't welk in tien derhande soorten bestand, aan den pangerang afgaf voor desselfs moeder en vier vrouwen, welke hy naden eeten de beleeftheyt had aan den heere gouverneur met zijn Ed:s bij de hand beinen het vrouwen getimmer te brengen, te vertoonen, vindende onder de laaste twee, die al Extra braaij er uijt zagen en denselven so wel als de andere de hand toerijkten, excepto de moeder die welmoedig schrijende, welm: zijn Ed:e tegelijk met den pangerang omhelfde, en daar mede genoegsaem betoonde dat zij zo veel in haar is, haar zoon, die ter selvertijd over het geschenk bedankte, ten goeden raad en hem de belangen van de Comp: met alle opregtigheijd te doen aankleven, dit dan geschiet zijnde nan men abscheijd en den pangerang Mancoeboemie bragt den heere gouverneur als voor heen onder het Trampetten geschal en 't slaan van de Trommen tot buijten de tweede paart van den Dalm, wenschende zijn Ed:e een gelukkige terug rijs met hartelijk versoek hem ten goede bij haar hoog Edelens desselfs 6 283 Van Java's oost Cust onder dato 28:' Septb:r A:o 1754. Van Java's oost Cust onder dato 28:' Septb: 1754. te willen gedenken, ter wijl desselfs zoonen mede na ons Logement gingen om ons vervolgens een endweegs het uijtgeleij te geven, invoegen zij onder escorte van bij na vier hondert man voorsien van drie rendels, toen te drie uuren demarsch aannamen, deeden tot op de zelfde hoogte, waar den pangerang adipattij ons te gemoet gereeden is geweest, en zij ons een voorspoedige reijs wenschten, welke niet meer gerustheijd dan de heen reijs na godong vaatsetteden) komende aldaar te aa 17 seven uuren aan, wanneer door den pangerang pacoe„ „ningaat en wieradicta, die bij den samarangs regent als Gijselaars gebleven waren verwelkomt zijnde en met deselve een glasbier gedronken hebbende ipso momento over Tanjong na Samarang aan den lieutenant Collonel van ossenberch en den Loeracartas Commandant Abrahams Een briefje wierd g'expedieert, nopens den uijtslag deser Commissia oen hem te bedeelen, dat men voor Eerst de stilstand van wapenen met den pangerang Mancobaenie bedongen, en derhalven van zijn zijde niets te vreesen hadde, op dat zij met dies te meerder gerust= heijd haere petulanten nabuur door de vorpenen tot sijn pligt souden konnen brengen en zijne klerken bescruijken, gelijk men van haere daperheijt, gepaert met voorsigtigheijt wijs beleijd, verwagtede aansien het eu len aan geen mogt daar toe ont„ „brak Vermits men van dese mansch te seer gefati„ „gueert en afgemat was, om desen nagt te water na Tanjang over te steeken, resolveerde den heere gouver„ „neur hier verblijf te houden, en led Dingsdag den 24: Septber: Des morgens met het aan breeken van den dag sig weder in onse voorige bekrompe vaartuijgjes ^ na Tangong voorz: gelijk werkstellig makte, te embarqueeren, en daar mede voart te roeijen, na dat alvorens afscheijd genomen hadden van den pangerang pacoesiningaat en Tommangong wiera dicta, welke tot haren meester te rug keerden met de toegesegde 14. Daaganders p=mo plan, wijl die zijn Ed:e met het restant der Lijfwagt, dat heeden mede stond na samarang overland de te rug marsch te paart aan te neemen, tot hier toe hadden g'escorteerd, alwaar dan arriveerden Circa te Eef uuren, onder het solueeren van 21. Canon. schooten van de batterij op de benting; ontfangende des avonds onder geleijde letteren van samarang een aparte brieefje van den resident van tagal Carel gustaaf falk en een dito van den Lieutenant Collenel van ossenberg uijt de matarm, gedateerd den 16:' en 21:' J:o leeden, houdende het Eerste ten geleijde van de regenten van daer pamalang en brebes, om onder Eede gesteld en met hunne actens begiftigt te worden, en 't Laeste om den heere gouverneur niet alleen te bedeelen der sterkte vermits. waar

NL-HaNA_1.04.02_2844_0157 view scan ↗

English

From Java's North-East Coast under date 28 September 1754. From Java's North-East Coast under date 28 September 1754. wherewith that chief officer would march out the next day to seek out Maas Said, and would also leave the Mataram occupied; but also that the Pangeran Rongo and Kyahi Dipura had been so battered on the borders of the Bagelen, that after the battle fully thirty wounded were beaten to death by village folk, and the former, with his disgraceful conduct toward his master, was condemned to suffer the punishment of losing his hair, if he comes forth from the mountains, but sits lurking, as it is said. Also arrived here at six o'clock the merchant Breton and Interpreter Bappa Bastam, bringing with them under cachet volant the points of Mangkubumi's pretension, contained in a letter addressed to His Right Honorable, the Lord Governor-General, requesting that whenever the same pleased to grant his demand, which, despite the promise not to mention it, nevertheless in addition to the above-mentioned articles contained the possession of the coastal regions, and his child at Surakarta, who is the present Emperor, should happen to die, the entire Java might then be placed under his authority; but if he, Pangeran Mangkubumi, should happen to pass away earlier, a letter having been sent to the said Prince and today being kept as a day of rest until Wednesday the 25th September, that then his son Adipati Anom might succeed in his place to the half of Java, and should he also die, his right devolve upon his son Maas Soendoro, and this one likewise passing away, finally upon the second son Ngabehi; likewise, the entire empire or the whole of Java should fall to the aforesaid Pangeran Adipati, whenever he, being favored with the half of Java, and the present Prince both should happen to depart this life. Yet, although this arrangement with relation to the coastal regions was not in conformity with the promise, the Lord Governor deemed it ill-advised to send those articles, on which there will surely be some bargaining, back precisely with a protest, but rather to request from him as hostages Pangeran Pakuningrat, with Maas Rongo or another chief whom he might please to add thereto, under the pretext as if one had forgotten it at the conference, although it had not happened intentionally, and for that reason also the first-named was sent back yesterday with the Tumenggung Wiradigda to strengthen him all the more in his good opinion and trust, to which end also in the evening From Java's North-East Coast under date 28 September 1754. From Java's North-East Coast under date 28 September 1754. Friday the 27th September The 26th September, Thursday. In the morning at about 10 o'clock arriving at the latitude of Kuala Demak, we were forced by contrary winds to call at that post and resolve to cast anchor here until the next day. Coming ashore, one was greeted with the customary salute, and upon inspecting the fortification work, which is almost completed according to project, found it to be highly necessary that in place of the old palisade a low stone wall be erected between the bastions, a guardhouse built for the men, or for that purpose the old warehouse, which is in danger of collapsing, be employed, and in its place a new one erected for the storage of the rice; all of which, according to the calculation made thereon, would cost the Company 4800 florins, and then it would be finished for good, which otherwise cannot be expected from the continuous repairs that must be made year after year to the bamboo buildings. The ramparts there are also in a desolate state and require renewal, which has been postponed in order to be put out to tender together with those of Jepara, if bidders present themselves there to undertake the same at a reasonable price. At night, having received a Javanese letter from the Pangeran Mangkubumi in reply to the one sent to him from Tanjong concerning the requested hostages, whom he thereby promised to send when the enemy Suryakusuma, alias Maas Said or Mangkunegara. In view of the receipt of Their Right Honors' copy of the dispatch of the 10th current to the Jepara Resident Kloekhoff to dispatch the ship Nieuw Nieuwerkerk, for whose escort the same was serving, back with a cargo of sugar at the latest by the 10th of the coming month of October, the Lord Governor sent a letter thither in order to comply with that esteemed order, directing that the Resident should immediately send to the sugar mills to collect as much sugar as is possible, since the Chinese Lim Liamko, being at Tanjong, has declared that he already has 2000 canassers ready for shipment; and to supply what is lacking for a full cargo with rice and other products, so that at the appointed time it will be able to undertake the voyage therewith; while orders were also dispatched to Pekalongan to the warehouse master Bregart, to report immediately what quantity he might also have ready from there by that time, to be taken on in passing by the aforesaid vessel, if it should be worth the trouble. On the other hand, in the evening at 11 o'clock, when the voyage by water to Semarang was undertaken, and since that

Dutch transcription

285 Van Java's oost Cust onder dato 28. ' Septb:r 1754. Van Iava's oost Cust= onderdato 28: Septb:r 1754 waar mede dien hoofd officier 's anderen daegs en Maas said op te soeken uijtrukken en ook de Mattaram nog beset laten soude maar ook dat den pangerang Rongo en djand Dipoera sodanig op de grensen van de Bagga „leen gehavent zijn, dit nade slag nog wel in de dertig gequeste door negoreijs volkeren doodgeslagen zijn en den Eersten met desselfs la„ chieus gedrag daar zijn meester verwesen stond te worden tot de straffe om het hair te missen, indien te voorschijn komt uijt 't geberg te, maar op te luijlen sit, zo het leggen is. —. Ook quamen te ses uuren alhier aan den koopman Breton en Tolk Bappa Bastam, mede brengende onder Cachet volant de poinct van Mancoeboemies praetensie met een brief aan zijn hoog Edelheijd den heere gouverneur generaal ingerigt, ten versoeke dat so wanneer denselven zijne eijsch, die niet tegenstaande de belofte van daar van niet te sullen reppen, herhalven de baven gemen„ tioneerd articulen evenwel in zigh bevat„ tede de possessie van de stranden geliefde te accordeeren en zijn kind tot soera Carta /:dat de tegenwoordige keijser is:/ kwam te sterven geheel Iasso dan ander zijn bevind mogt worden gesteld, dog Jndien hij pangerang Mancoeboenie eerder aflijvig mogte komen Een briefje aan meerm: prins afgesonden, en voor van dag rustdag gehouden wierde tot des Woensdag den 25:' September worden, dat dan zijn soon adipattij Anom in de helbt van Iava in zijn plaatse mogte succe„ deeren en die ook stervende, desselfs regt devolveeren op zijn Loon Maas Loendaro en dese almede ablijvig wordende eijndelijk op de tweede zoon Jngabeij, Jtem het gantse keijserrijk of geheel Jana vollen aan voorsz: pan„ „gerang Adipattij, wanneer lij met de helft van Java begunstigt zijnde, en den praesenten vorst beijde het tijdelijke somwijlen, kwamen af te leggen. Dan of schoon dese instelling met relatie tot de staande niet Conform de promesse was, agtede den heere gouverneur agter ongeraeden deselve articulen, maar op dog wel wat afte dingen wesen sal, daerom Juijst met protest te rug te senden, maer liever van hem te versoeken tot ostagiers pangerang pacoedeningrat niet Maas Ronge of een ander hoofd, die daar bij geliefde te voegen, onder praetext al of men sulx bij de Conferentie vergeten had, alhoewel niet opgezet geschiet zijnde, en ook daar om Eerstgem: met den Tommagong wieradicta gisteren te rug gesonden om hem daer daar in zijn goede opine en vertrouwen des te meer te sterken, ten welken eijnde dan ook te morden avands - 287 Van Java's oost Cust onder dato 28.:' Septb:r 1754. Van Java's oost Cust onder dato 28:' Septb:r 1754. Vrijdag Den 27:' septb:r Den 26:' Septber: Donderdag. Des morgens Circa te 18. uuren op de hoogte van qualladamak komende door tegen wind dat Comptoir moesten aanlopen en resolveeren het anker hier neder te werpen tot sanderen daegs, Men wierd aan de wal komende met het gewoone salut begraat en vand bij bezigtiging van het bij na volgens project voltooijde fortificatie wark daar aan hoog naadsoekelijk nog te wesen dat in steede van de oude pallisadering een muurtje van steen tussen de punten opgetrokken, een wagt voor het volk aangebouwt, of daar toe g'emploijeert wierde, het oude pakhuijs, dat gevoer loopt in te slorten en dan in dies steede weder een nieuwe g'ex„ „trueert tot berging van de rijst, welk een en onder de Comp: na de uijt reekening daar op gemaakt soude komen te kosten ƒ4800. –. — en dan was het ook, ziet 'er van af, het geen anders van de Continueele reparatien die aan de bamboese gebouwen zaar op Iaar moeten werden gedaan niet vermagten is. De Rampaerden zijn aldaar ook desolaat gesteld, en vereijschen vernieuwing, die uijtgesteld is om te gelijk met die van Iapara te doen aanbesteeden, zo sig daer lief hebbens toe op doen om deselve tegens een Civile prijs aanteneemen 5. Des nagts ontfangen hebbende een Javaanse brief van den pangerang Mancoeboemie in antwoord, op de aan hem van TanJong afgesondene, omtrent de verzogte gijzelaars, die den selven daar bij beloofd te sullen zenden als den vijand soeria Coesoema. /: alias :/ Maas said of Mancoenagara Mits den ontfangst van haar hoog Edelhedens Copia missive van den 10:' Courant aan den Japaras resident kloekhoff om het schip Nieuw Nieuwerkerk, tot welkers gelijde deselve was dienende uijterlijk den 10: der naest komende maand 8ber: met een lading zuijker te rug te depecheeren verstond den heere gouverneur derwaarts een briefje om aan dat g'eerd bevel te voldoen, dat den resident ten hersten na de suijkermolens zenden soude om soo veel suijker bij een te krijgen als mogelijk is, dewijl den Chinees Lim Liamko op Tanjang zijnde betuijgd heeft reets 2000. Cannassers tot den afsccheep gereet te hebben; om het mancqueerende aan de volle Ladingh de suppleeren met rijst en andere paoducten meer, op dat tet geprofigeerde tijd, daer mede de reijs zal konnen onderneemen, terwijl ook ordre afging na paccalongang aan den pakhuijsmeester bregart, om ten Eersten op te geven wat quantiteijt hij daar van ginter, tegens dien dog mede ingereetheijd soude konnen hebben, om end passant door voorsz: Bodem ingenomen te worden zo het de pijnewaard mogt zijn Daar en tegen. avonds te Elk uuren wanneer de reijs te water na Samarang ondernomen en Mits die -:

NL-HaNA_1.04.02_2844_0159 view scan ↗

English

From Java's East Coast, dated 28 September 1754. Batavia. Java's East Coast, the 5th of October 1754. who had advanced after him, was said to have withdrawn again; and transmits along with this, from the same Said, for the consideration of the Lord Governor, a letter in which he persuades his father-in-law, if he intends to do so, to submit quickly to the Company and the Governor in order to live with one another as friends, and not to be anxious about the title of prince, as that is God's will. At 5 o'clock at the break of day, they set out from there again under the firing of the artillery on shore, and on the ship Nieuwstad lying in the roads, toward Samarang. Approaching this principal place, the Chief Administrator Mr. Carel Godin, the First Warehouse Master Hendrik Duurveld, and the Shahbandar Bernardus Lehman came rowing out in the country vessel onto the roads to meet and welcome the Lord Governor; likewise the Pangeran of Madura with his son, and the regents of Batang, Tagal, Brebes, Pamalang, Toeban, and Sumanap, with their own craft; the first two stepping over into the boat with the Lord Governor, who, in passing the pantjalling of the said Pangeran, was saluted with fifteen shots, and arriving on shore at 10 o'clock, was received before the government house by the other members of the Council and a great concourse of people, under the firing of the artillery on the town walls. And herewith this commissioned expedition, which it is hoped will entail fortunate consequences, was brought to an end. Below stood: Agrees. Signed: Wm Fockens, Secretary. The day after sending my humble letter of the 29th past, Mancoeboemie, along with Captain Dankel, informed me of the sudden, indeed unexpected advance in force of Said, with approximately 2000 horses, through which they were forced to retreat to the Grobogan district, into a cave of Marta Dipoera, wherein the said Said can do him no harm at all, as it is naturally inaccessible, and thus, after a few minor skirmishes of some parties, retreated backward again. Right Honourable, Highly Respected, Valiant, Far-Ruling Lord, and Right Honourable Sirs. To the Right Honourable, Highly Respected, Valiant, and Far-Ruling Lord, His Right Honour Jacob Mossel, Governor-General, and the Right Honourable Lords Councilors of the Netherlands Indies. Batavia. From Java's East Coast, the 5th of October 1754. From Java's East Coast, the 5th of October Anno 1754. backward, having assumed he would still find me there and overturn the conference or union. But this having failed, my encampment had to satisfy his lust for revenge and was sacrificed to the flames, along with the Dalem. Through all of this, the hatred among the members is great, and to strike the iron while it is hot, I have brought matters so far that today he is joined with our army at Godang, four hours above Tanjang, under Van der Poll, whose force, including marching servants, amounts to a full 650 heads, which, under God's blessing, is sufficient to join with that of Mancoeboemie, who still counts some 3000 heads and will increase daily, to drive Said off and corner him; that prince having further assured me that he will not rest before he has subjugated Said, and that as proof of further fidelity he will send to me as hostages the Pangeran Pacoediningrat and Tjocro Carti. And so that the marches and everything may proceed quickly, I have again dispatched the merchant Breton, as he is well regarded by him, with pieces of velvet and passementerie according to request, to remain with that prince alongside Captain Donkel, and according to my instigation and agreement, to inspire and cause him to embrace to the best of his ability the best, most wholesome, and desired outcome for country and people. And as both armies will march approximately a long musket-shot from one another, I have ordered Van de Poll to act in communication with the said Commissioners, so that everything may be brought to a desired conclusion. Colonel Van Ossenberch having already, with my approval, detached the brave Quartermaster Steenmulder with two Company Dragoons and some natives on horseback into the lands of Laro and Matesse, everywhere, if possible, to overtake Said and ruin him, which I assume, with God leading, will go well; at least the advantage and hope of all on this Coast seem to be great in that regard. The Honourable Ossenberch will in the meantime cover the lands held in possession and observe his underhand invasions, which is necessary, for that he has had to move again out of the Padjang district is grievous to him. Having judged it proper to inform Your Right Honours of all this, I remain with deep, high esteem. Below stood: Your Right Honours' completely humble, very obedient, and faithful servant. Was signed: Ns Hartingh. In the margin: Samarang, the 5th of October Anno 1754. From Malabar, the 27th of July Anno 1754. Malabar. After the army of the King of Cochin, of which our aforementioned letter makes mention, had been thrown into disorder and put to flight through the unheard-of treachery of the Porca Raja, and the principal army chiefs were made prisoners of war by Trevancoor. By our separate letter of the 8th of March of this year, which it is hoped has already long been received, we gave Your Right Honours an accurate account of the state of native affairs with the closest relation to Trevancoor, Cochin, Tekkenkoer, and Berkenkoer, and we shall now continue with the utmost brevity regarding what has occurred and happened since that time. Right Honourable, Valiant, Highly Respected, and Far-Ruling Lords! To His Honour the Right Honourable, Valiant Lord Jacob Mossel, Governor-General, and the Honourable Lords Councilors of the Netherlands Indies. Batavia.

Dutch transcription

289 Van Java's oost Cust onderdato 28:' Septb: 1754. Batavia Javas oost Cust den 5:' october 1754. die na den selven in aanmaasch was weder afgetrokken soude wesen; en zend daar nevens van den selven said ter speculatie aan den heer gouverneur over, een brief, waar in zijnen schoon vader suadeert, wanneer sulx van sint is, zig schielijk aan de Comp: en gouverneur te onderwerpen, om met elkanderen als vrinden te leven, en niet ongerust te wesen over de naam van vorst, also. dat gods wil is, begaf men zig te 5. uur met het aan„ „breeken, van den dag weder van daer onder het Los branden van 't geschut aan de wal, en op 't ter rheede leggende schip Nieuwstad na Samarang, welke hoofd plaats nade„ rende zo quamen den hoofd administrateur M:r Carel godin den Eerst en pakhuijsmeester hendrik Duurveld en sabandhaer Bernardus Lehman den heere gouverneur met de landschuijt op de rheede te gemoed roeijen en ver„ „wellekomen; soo mede den pangerang van Madura met zijn soo, en de regenten van Batang, Tagal, brebes, pamalang, Toeban, en sumanap, met hun eijgenaertuij„ „gen; stappende de twee Eerste in de schuijt over bij de heere gouverneur, die in 't passeeren van de pantjalling van gem: pangerang met vijfthien schooten gesalu„ „eert en te 10. uuren aan de wal komende, door de verdere leeden van den Raad en een grooten toevlaet van menschen voor 't gouvernement gerecipieerd wierde, onder het lossen van 't geschut op de stads wallen, en hier mede was dese optogt in Commissie, die men wenscht gelukkige gevolge„ na zig te sullen sleepen, gebragt, ten Eijnde /:onderstond:/ Accordeert /:getekend:/ W=m fockens secretaars.: Saegs na de afsending mijner nedrige let„ „teren van den 29:' Jongstleeden, heeft mij Man„ coeboenie nevens Capitain Dankel laeten weten de schielijke, Ja onverwagte force aan„ maasch van said, met Circa 2000. paerden, waar doot genoodsaakt zijn geweest na het grobogangse te wijken, in een de spelanken van Marta Dipoera, waarinne hem C: S: geen wens. kan quaet doen, als uijt de natuur ingenaekbaer, en dus na weijnige schermut= selingetjes van eenige parthijen weder agter„ Hoog Edelen, Hoog agtb:r gestrenge, wijdgebiedenden Heere, en Wel Edele heeren Aan Den hoog Edelen Hoog Agtbaren gestrengen en wijdgebiedenden Heere zijn Hoog Edelheijt Jacob Mossel, 9 Gouverneur generaal, ende Wel Edelen Heeren Raden van Nederlands Jndia Java waerts. 291 Van Java's oost Custs den 5:' october 1754. Van Iava's oost Cust den 5: october Ao 1754. waarts gedeijnst, hebbende veronderstelt mij daar nog te vinden en den Conferentie of vereeniging 't onderste boven te gooijen, dog dit misluckt sijnde heeft mijn aan Campement sijn wraak lust moeten boeten en aan het vuur gelijk mede den Dalmn opgeoffert worden, door al het welk de haat leden groot is, en om het ijser te smeeden ter mijl het waren, is heb het so verre gebragt dat heden met ons leeger is geconjungeert, tot godang vier uuren boven - TanJang niet van de poll. wiensmagt laantrekkende dienaaen uijt maakt een groot 650. Coppen onder godes zeegen sufficieerende genoeg om met die van Mancoeboemie, die ook nog al Een 3000: Cappen uijtmaakt en dagelijks sal accresseeren said te ver„ Jaegen en in het nauw te brengen, hebbende dien priens mij nu verder laten verseekeren van niet te sullen rusten voor said te hebben ten ondergebragt, en dat tot blijk van verder trouw mij sal toe schikken, als gijselaars den pangerang pacoedi„ „ningrat en Tjocro. Carti. En om dat de maaschen en alles wat schielijk sal mogen gaan, heb Jk den koopman Breton, als bij hem gesien weder gedepecheert met zaeken fluweel en passement volgens versoek om nevens Capitain Donkel bij dien prins te blijven, en volgens instigatie en afspraak van mij na vermogen verder het goede heijl saemste en gemendschte voorland en volk te ins„ „spireeren en te doen amplecteeren: En alzo de beijde leegers, Circa een grote snaphaan schoot van den anderen sullen marcheeren heb van de poll gelast Communica„ „tief met gedagte Commissianten te gaan, om daar daar alles te doen neemen een gewenschten uijtslag. Hebbende reets de overste van ossenberch met mijn approbatie den dapperen untmeester steenmulder gedetacheert, met twee Comp:e Daagon„ „ders en Eenige Inlanders te paart, in de landen Laro en Matesse, al om is het mogelijk said te agter haalen, en te ruineeren, dat ik stel, met god de voor„ „ste wel sal gaan, ten minsten schijnt de avantagie en hoop van alle te deser Custe groot daar omtrent te wesen. — Den E: ossenberch sal intussen de in possessie hebbende landen dekken en zijn slinkse in vasien observeeren, dat noodsaekelijk is, want dat hij uijt het weder padjangse l 293 Van Java's oost Cust den 5:' october A:o 1754. Van Mallabaar den 27. ' Julij A:o 1754. Mallabaar Paijangse heef=t moeten verhuijsen is 'smer„ „telijk voor hem Dit een en ander billijk geoordeelt hebben„ de uw hoog Edelhedens te moeten bedeelen so blijve met diepe hoog agting /:onderstond:/ uw hoog Edelens. gants onderdanigen. zeer gehoorsamen en Trouw schuldige Dienaar /: was getekent N:s Hartingh /:in margine:/ Samarang Den 5:e octob:r A:o 1754. Na dat het Leger van den koning van Cochim, waar van onsen evengerepten briev mentie maakt, door de ongehoorde verraderije van den porcasen Ragia in wan ordre en op de vlugt gebragt was, ende voornaamste leger hoofden bij trevancoor krijpsgevangen Bij onsen aparte briev van den 8:' maart deses Iaars die verhopentlijk bereets lange zal ontfangen zijn, hebben wij uw hoog. Edelhedens van de gesteldheid der inlandsche offaires met de meest relatie tot Trevancoor, Cochim, Tek- en berkenkoer een nauwkeurig verslag gedaan, en zullen thans met de mogelijkste beknoptheid vervolgen, het geen zedert dien tijd is voorgevallen en gebeurt Hoog Edele gestrenge groot Agtb:e en wijd gebiedende Heeren! Aan zijn Edelheijd den hoog Edele gestr: Heere Jacob Mossel gouverneur generaal en d' Edele. Heeren Raaden van Nederlands Jndia Batavia. gemaakt

NL-HaNA_1.04.02_2844_0162 view scan ↗

English

295 From Mallabaar the 27th of July 1754. From Mallabaar the 27th of July In the year 1754 were made, one had no small reason at that time to think that the kings of Tek and Berkenkoer, greatly weakened by that pitched battle, would quickly be forced to retire and leave their gained advantages to Trevancaar, at which time the downfall of the Cochim Kingdom would likewise have drawn near; yet, beyond all expectation, these two monarchs have held their ground up to the present date and turned away the power of the Trevancoor arms, in a manner not unworthy of the highness of their persons. It would be too long and also too tedious to relate all the particular operations and proceedings of the warring parties and to detain Your High Noblenesses with their marches, countermarches, and skirmishes, and therefore we shall restrict ourselves merely to the most important matters and the state in which affairs find themselves for the present. The kings of Tek and Berkenkoer have, as just stated, through their wise and courageous conduct, supported by the loyal adherence of their subjects and by the assistance of some northern powers, maintained themselves up to the present date notwithstanding the defeat of the Cochim army, and have moreover gained several advantages over the Trevancoor Nayros who, misled by the numerous thickets and intricate paths in the Berkenkoer Kingdom, fell into the hands of their enemies and perished; whereby the Tek and Berkenkoer party obtained a great number of muskets, and which compelled Trevancoor, who is said to have lost his best Coenjecoetains, to put into effect other measures, of which mention will be made hereafter. This good and prosperous progress of Tek and Berkenkoer being noted and considered by the Cochim king, who sees that the welfare of these two powers is his own welfare, he assembled all the grandees of the land, such as: Aijnicoettij, Nambeddij, Coddacherij Caijmaal, Moerianattij Nambiaar, Changara Caddo Caijmaal, and Tottacherij Talchenoor at Irnollicoddij, a place to the north, and presented to them the situation of affairs with the dangers to be feared from the side of Trevancaar, whereupon they promised and swore to one another all loyalty and assistance, to stake life and property for the common cause, just as Tekkenkoer is now also seconded by them and principally by the Samorijn with money and men. 297 In the year 1754. From Mallabaar the 27th of July From Mallabaar the 27th of July In the year 1754. The force of Tek and Berkenkoer is estimated at ten thousand men, more or less, who lie posted at several places to hinder the further advances of Trevanhaar and to do him all possible damage, since they do not dare to venture an open attack upon him. The king of Tekkenkoer has also written an ola to us and therein requested the Company's help and powder and lead, with the promise that he would deliver the products of his country to the Company as of old, as Your High Noblenesses may please to see from the accompanying copy-translation of the ola of the 7th of June last, which we nevertheless have left unanswered. His Cochim Highness has not failed to bring the dangerous condition of the Cochim kingdom to our attention several times, and to add thereto his usual requests that we might employ the Company's power to check the Trevancaar; but we have shown him the impracticability thereof, and advised him to make the necessary use of the means he has at hand for his preservation, and not to continue resting upon the arm of another. The ola that His Highness wrote hither under date of the 10th of June last, requesting that the Company's commissioners be sent to attend the assembly of the grandees of the land, is enclosed herewith, together with the reply that we sent back on the 11th, which we hope will accord with Your High Noblenesses' intentions. Now to mention something of the king of Trevancoor and his actions regarding his enemies: Your High Noblenesses may please to know that His Highness has spared no trouble and expense to expel Tek and Berkenkoer and make himself master of those lands; yet all those undertakings have up to the present date met with poor success, and in the Berkenkoer territory alone so many Trevancoor Nayros have fallen and perished that His Highness found it advisable not to hazard his men any further. And in order to cut off his enemies entirely from supplies of men and provisions from the north, and to enclose them, His Highness has begun a work at which everyone must be astonished; for from Baijkan up to the mountains, which is a distance of six miles long, a line or vallado of earth is being thrown up to a thickness of 13 to 14 feet and of a considerable height, and at every distance of half a quarter-mile bulwarks are being constructed of various sizes, as where [illegible]

Dutch transcription

295 Van Mallabaar den 27: Julij 1754. Van Mallabaar den 27:' Julij Ao 1754 gemaakt waren, toen had men geen geringe reeden om te denken, dat de koningen van Tek en berken„ koer door die batale slag grootelijks verswakt, schielijk zouden genoodzaakt werden te reti„ reeren, en hunne behaalde voordeelen aan Trevan„ „baar overtelaten, wanneer dan ook teffens den ondergang van het Cachimse Rijk zoude zijn genadert geweest, dog buijten alle verwagting hebben dese twee vorsten zich tot dato de zes staande gehouden ende magt van de Trevancaarse wapenen afgekeert, op een wijze de hoogheid van hunne personen niet onwaardig. Het zoude te lang en ook te verdrietig vallen, om al de particuliere operatien en verrigtingen van d' oorlogende parthijen te verhalen en uw hoog Edelhedens met hunne marschen, Contramarschen en schermutselingen opter houden, en daar om zullen wij ons maar bepalen tot het gewigtigste ende gesteltenisse waar in de zaken zich voor tegenwoordig bevinden. —. De koningen van Tek= en Berkenkoet hebben. zoo als even gesegt is, door hun wijs en kloekmoedig beleid ondersteunt van de trouwe aankleving van hunne onderdanen en door bij stand van eenige „Noardsche mogent heden niet tegenstaande de nederlaag van het Cochimse leger zich tot dato weten te maintineren, en hebben daar en boven verscheide voordeelen behaalt op de Trevancoorse Nairos die door de meenigvuldige basschagien en intricate wegen in het Berkenkoerse Rijk verleid, in de handen van hunne vijanden gevallen, en omgekomen zijn, maar door de Tek= en Berkenkoerse parthij een groot getal snaphanen bekomen en Trevancoar welke gesegt werd zijn beste Coenjecoetains verloren te hebben genoodzaakt heeft, om andere middelen waar van hier na zal gesprooken werden, in het merk te stellen. Desen goeden en gelukkigen voortgang van Tek= en Berkenkoer bij den Cochimsen koning aange„ 1 merkt en betragt zijnde, dat het heil van dese twee mogent heden zijn eigen heil is; zoo heeft hij alle de Land grooten, als: Aijnicoettij, Nambeddij, Coddacherij, Caijmaal, moerianattij, Nambiaar; Changara, Caddo. Caijmaal en Tottacherij Talchenoor op Jrnol„ licoddij /: een plaats om de Noord:/ bij een geroepen en ha de situatie van zaken met de gevaren die van de zijde van Trevancaat te vreesen zijn voorge„ „houden, waar op zij malkanderen alle trauwe en bij stand beloofd en geswaaren hebben, goeden bloed voor de gemeene zaak op te setten, gelijk den Tekkenkoer nu ook door hen en voornamentlijk den sammorijn met geld en volk werd gesecundeert de De Hee 297 A:o 1754. Van Mallabaar den 27:' Julij Van Mallabaar den 27:' Julij A:o 1754. De magt van Tek= en berk en koerwerd begroot op sien duisent man min of meer, die op ver„ scheide plaatsen geposteerd leggen, om de verdere progressen van Trevanhaar te beletten, en hem alle mogelijke afbreuk te doen dewijl zij te het niet dernen wagen om hem opentlijk attacqueren. Den koning van Tekkenkoer heeft ook een ola aan ons geschreven en daar bij om 'sComp:s hulp en kruijd en lood versogt, met belofte, dat hij de producten van zijn land aan de Comp:e als van ouds bezorgen zoude, zoo als uw hoog Edelhedens gelieven tesien uijt de bijleg„ „gende Copia Translaat ola van den 7:' Iunij pass:o welke wij egter ons' antwoord gelaten hebben. zijn Cochimse hoogheid is in geen gebreeke gebleven van ons ieenigmaal de gevaarlijken toestand van het Cochimse rijk voor vogen te brengen en daar nevens te voegen zijn gewaand versoeken, dat wij 'sComp:s mogt wen emploijeeren om den Trevancaat te keet te gaan dog wij hebben hem d' ondoene„ „lijkheijd daar van aangetoont, en geraden om van de middelen die hij aanhanden heeft tot zijn behoud het nodig gebruik te maken, en zich niet te blijven berusten op den arm van een ander. d'ola, die zijn hoogheid sub dato 10: Junij pass:o herwaarts geschreeven heeft om 's Comp:s gecommit„ „teerdens te senden tot het bij maanen van de vergadering der Landgrooten is hier nevens gelegt met het antwoord, dat wij op den 11:' daar aan te rug gesonden hebben, en hoopen met uw hoog Edelh:s intentie te sullen accordeeren. om nu iets te melden van den koning van Trevancoor en zijne verrigtingen omtrend zijne vijanden; zoo gelieven uw hoog Edelhedens te weten dat zijn hoogheid veel moeijte en onkosten gedaan heeft om Tek= en Berkenkoet te verdrijven en zich van die Landen meesten te maken, dog alle die ondernemingen zijn tot dato van een slegt succes geweest, en in het Berkenkoerse alleen zijn zoo veel Trevancoorse Nairas gesneuvelt en omgekomen dat zijn hoogheid geraden vond om zijn volk niet verder te hazardeeren, en om zijne vijan„ „den alleen toevoer van volk en levens middelen van de naard of te te suijden, en hen inte sluijten zoo heebt zijn hoogheid een werk begonnen daar een ieder voor moet verbaast staan, want daar werd van Baijkan af tot het gebergte toe, dat een weg van zes mijlen Lang is, en Linie of vallodo van aarde opge„ morpen ter dikte van 13. â 14. voeten en van een zamelijke hoogte, en op iedere distantie van een halve kwaat wijl werden bolwerken ge„ maakt van verscheide groote, als waar niet herwaarts les e —

NL-HaNA_1.04.02_2844_0164 view scan ↗

English

Anno 1754. From Malabar, the 27th of July From Malabar, the 27th of July 1754. six and eight pieces of cannon, which work is already advanced quite far, the number of coolies working on it and having to bring the necessary tools along being almost unbelievable, for from the district of Calicoilan and Mavelikkara alone over eight thousand workmen have been pressed into service; so that it is evident this monarch is resolved, cost what it may, to make the kings of Thekkumkur and Vadakkumkur submit and to make himself master of those precious kingdoms, and it is also probable that they will not be able to keep it up for long once this prodigious work is completed, since they will then be unable to receive any relief of men and provisions, and must perish from hunger, as these lands of themselves do not yield enough food for the sustenance of so many people, for which reason those of Thekkumkur and Vadakkumkur also exert their utmost to prevent the progress of that fatal work, but in vain, as the Travancoreans complete their project under the protection of the heavy artillery. From which short account we believe that the present state of affairs between Vadakkumkur and Thekkumkur, as well as their common enemy, the King of Travancore, is clear enough to see, namely that the first two, through the goodwill of their subjects and a reasonable assistance from some northern powers, are still able to maintain some places in their realms, and that the latter, not being inclined to overpower them with the loss of his men, is currently busy compelling his enemies to a retreat or surrender by cutting off all passages. Apart from which considerable work, the King of Travancore is also having a type of vessels built capable of carrying heavy cannon and to be used in the rivers, and His Highness is also said to have already formed a plan for the construction of a fortress on the island just above Cheramangalam, commonly called by us the Thieves' Island, so that this shrewd prince not only strengthens himself for the subjugation of Thekkumkur and Vadakkumkur, but also seems to take all possible precautions to arm himself against the enterprises of his remaining enemies, who are not few in number. We shall not indulge in any remarks on this juncture of time and affairs, since the present preparations of Travancore serve as all too clear harbingers of the disasters and misfortunes that hang over the heads of Cochin, Mangatti, Paravur, and others, and 301 From Malabar, the 27th of July Anno 1754. From Malabar, the 27th of July 1754. and will not fail to come crashing down as soon as Thekkumkur and Vadakkumkur, who are still the sheet anchor of their neighbours, have succumbed under the superior power of Travancore, which usually comes slowly and surely. Now it remains for us to report of ourselves that, in accordance with the orders and intention of Your High Excellencies, we observe an exact neutrality, without leaning to one side or the other, and thus are merely spectators of all these actions, the further outcome of which must be revealed by time. The Travancore forces are divided among various places, namely in the Cochin, Vadakkumkur, Thekkumkur, and Purakkad areas, and in the month of May some Travancorean Nairs arrived at Cherrai, a place not far from Cheramangalam, and while plundering several houses they took down a Company flag, which had been given to the Canarins belonging to the pagoda Tirumala Devaswom, and tore it to pieces; regarding which wantonness and violation of the Company's respect we lodged strong complaints with His Highness and subsequently obtained complete satisfaction, for His Highness took this action very amiss, and had the Company's flag re-erected there by his own men, and had a large part of the rice and other goods that had been looted from the pagoda by his people restored. Strictly speaking, it would still be a question in the abstract whether the Canarins can be considered to fall under the protection and jurisdiction of the Company; we have meanwhile, in this revolution of affairs, assumed that prerogative, and Captain Mendes, on the occasion when he was at the Travancore court, gave His Highness to understand that the Portuguese, upon their first arrival in Malabar, brought the Canarins from Goa with them and always protected them as their vassals, and that this prerogative, with all the other prerogatives of that nation, has passed and devolved upon the Dutch Company, in which His Highness then seemed to acquiesce. The times and affairs are, in our humble opinion, currently so constituted, and the Company's present policy seems to entail, that although we have renounced all engagements with the Malabar princes and keep ourselves outside of all disputes, the Company's prerogatives and regalia must nevertheless be extended and maintained as far as is ever possible, and by that means to keep our establishment on this coast in reputation and of consequence; and therefore we also fish in these troubled waters and extend our limits and our authority over Canarins, Jews, and other lineages that are in any way tied to the Company's interests.

Dutch transcription

A:o 1754. Van Mallabaar den 27:' Julij Van Mallabaar den 27:' Julij 1754. ses en agten stucken Canon welk werk al een wijl verre g'advanceert is, zijnde het getal der koelijs, die daar aan arbeiden ende noodige gereetschappen moeten mede brengen, bij na ongelo„ „belijk, want alleen uit het district van Calie Coilan en Mamelicarre zijn over de agt duijsent werklieden geprest geworden; zoo dat het blijkt dat desen vorst geresolveert is om het koste dan wat het wil, de koningen van Tek: en berkenkoet te doen burgen en zich van die kostelijke koning rijken meester te maken en het is ook waarschijne„ „lijk, dat ze het niet Lang zullen kunnen gaande houden, wanneer dit prodigieus werk eenen zal voltooit zijn, vermits zij als dan geen Le cours van volk en levens middelen zullen bekomen kunnen, en van hanger moeten vergaan, vermits deze landen van hun zelvs geen genoegzaam voedzel uit le„ „veren tot onderhoud van zoo veel menschen, om welke reeden die van Tek en Berkenkoer ook hun uijterste aanwenden om den voortgang. van dat fataal werk te beletten, dog te vergeefs. nadien de Trevancoorse onder de protectie van het swaar geschut hun project valtooijen uijt welk kort verhaal wij meenen dat de presente gesteltenis van zaken tusschen berk= en Tekkenkoer, mitsgaders hunnen algemee„ „nen vijand, den Trevancaor klaar genoeg tesien is dat namentlijke de twee eerste door de goedewille van hunne onderdanen en een tamelijke onderstand van eenige noordsche mogent heden nog instaat zijn eenige plaatsen in hunne rijken te maintineeren en dat de laasten niet genegen zijnde met verlies van zijn volk deselve te overmeesteren, thans besig is niet daar het afsuijden van alle de passagies zijne vijanden tot een retracte of overgave te naadzaken, buiten en behalven welk Considerable werk den Koning van Toevancaar ook een soort van vaartuijgen Laat maken bekwaar om grov Canon te vaeren en in de revieren gebruikt te werden, en zijn hoogheid zoude ook reets een plan geformeert hebben tot den opbauw van een bortaes op het eiland even boven Cheremagalam, bij ons door de bank genaamt, het dieven land, zoo dat dese schranderen vorst zich niet alleen sterk maakt tot het onderbrengen van Tek en Berkenkoek, maar ook alle mogelijke voor zargen schijnt te gebruijken om zich te wapenen, tegens de onder„ nemingen van zijn overige vijanden, die niet weinig ingetalle zijn. Wij zullen ons in geen aanmerkingen over dese Conjuncture van tijd en zaken uit laten nademaal de presente toebereidzelen van Tre„ „vanCoor tot al de diidelijke voorbaden vet„ =strekken van de rampen en onheilen, die Cochim Mangattij paroe en andere baven het hoofd hangen, goede en 301 Van Mallabaar den 27:' Julij A:o 1754. Van Mallabaar den 27: Julij 1754. en niet zullen missen van neder te storten, zoo dra Tek= en Berkenkoer, die nog het plegt-anker zijn, van hunne buuren, onder de overmagt van spoed Trevancoot die gemeenlijk langzaam en zeker komt, zullen besweeken zijn Nu resteert van ons zelvs temelden dat wij volgens de ordre en intentie van uw Hoog Edelh:s een exacte neutualiteijt observeeren, zonder aan d' eene of andere zijde te inclineeren, en dus alleen aan schouwers zijn van alle dese actien waar van den verderen uitslag door den tijd zal moeten werden g'openbaart. Het Taevancaars volk is op verscheide plaat„ „sen verdeelt, als in het Cochimse Berken„ „koerse, Tekkenkoerse en porcase, en in de maand maij zijn eenige Trevancoarse Nairas op zorro een plaats niet verre van Cheremagalam gekomen, en hebben onder het plunderen van verscheide huisen een 'sComp:s vlagge, die aan de Canarijns gehorende tot de pagaad Tiroemalla dewara gegeven was afgenomen, en aanstukken gescheurt; over welke baldadigheid en schending van sComp:s respect wij kragtig bij zijn hoogheid gedoleert en vervolgens een volkomen satisbactie bekomen hebben, want zijn hoogheid heeft dit bedrijf zeer kwalijk genomen, en 'sComp:s vlagge daar zijn eigen volk weder laten op zetten en voor een groote gedeelte rostitueeren de rijst en andere goederen, die bij de zijnen uit den poagaad geroofd waren Het zoude in abstracto gesproken nog al de vraag zijn, of de Canarijns kunnen gerekent werden onder de protectie en leerschappije van de Comp:e te sorteren wij hebben in tusschen bij dese omwente„ „ling van zaken ons dat voor regt aangematigt, en Capitain Mendes heebt „ ter gelegentheid, dat hij aan het Trevancoorse hoff was, zijn hoogheid te ver„ staan gegeven; dat de partugeesen met hunne eerste komst op Mallabaar de Canarijns van goa mede gebragt en althoos als hunne nassalen geprotegeert hebben, en dat dit voarregt met alle d' andere pre„ „rogativen van dese natie tot de hollandsche maat= schappije is overgegagen en gedevolveert, waar in zijn hoogheid toen scheen te Condescenderen; de tijden en zaken zijn volgens onse geringe sustinue thans zodanig geconstitueert en 'sComp:s presente sijs= tema schijnt mede brengen, dat schoon wij van alle engagementen met de Mallabaarse vorsten hebben gerenuncieert, en ons buiten alle verschillen houden 'sComp:s voor regten en regalia egter zoo verre moeten werden g'Extendeert en ge„ handhaakt, als maar jmmers mogelijk is em langs dien weg ons 'etablissement ter aansien zijn te houden dese kuste in reputatie en van en daarom visschen wij mede in dit trouble mater en breiden onse Limiten en ons gezag over Canarijns Jaden en andere geslagten die eenigsints aan 'sComp:s zijnen belangen

NL-HaNA_1.04.02_2844_0166 view scan ↗

English

303 From Mallabaar the 27th of July Anno 1754. Mallabaar the 27th of July 1754. interests are attached, as far as can be done with good grace. Notwithstanding the binding contract that was recently concluded with this prince and our exactness in the observance of the same, it is nevertheless certain that the Trevancore court apprehends that the Company in this critical juncture might well take it into its head to join the side of its enemies; but meanwhile everything proceeds in complete friendship and harmony, without any reason for dissatisfaction being given on either side; his highness continually has the contracted pepper brought in, and we assist him with the promised ammunition, ordering our conduct for the rest in such a manner that his highness must be fully convinced of our good faith and inclination to fulfill the engagements made. The letter from his Trevancore highness addressed to your High Excellencies finally arrives on this occasion, but it does not contain the points that his highness said, at the recent meeting at Mamelicarre, he would write to your High Excellencies, and which we advanced in our letter of the 20th of September 1753; possibly his highness, seeing the little propriety of some of the proposals that he on that occasion pretended he would make, has changed his mind. In the general letter we have given your High Excellencies an ample report concerning the insufferable outrages of the Samorijn's people and the measures employed by us against them, and hope that we have given your High Excellencies no reason for displeasure therein. The Sammarijn has so much work yet with the rebelling Mangattij atja, who is supported by the King of Cadatenodo, that by all expectations he will have no desire to oppose our lawful undertakings; besides, he is under the impression that we are colluding or in concert with Trevancore to play him some unpleasant tricks; we have not deemed it necessary to disabuse his Samorijn highness of that idea, but at the same time we have taken our measures in such a way that he cannot in the least accuse us of doing him any injustice. It has appeared to us of great weight and necessity no longer to endure the far-reaching outrages and insolences of the Samorijn people, and to restore the Company's damaged privileges and reputation in the sandy land of Chettua, and the conquest of Paponettij, so that all Mallabaar may see that the Company, 305 From Mallabaar the 27th of July 1754. From Mallabaar the 27th of July 1754. the Company, regardless of the contract that your Excellencies have concluded with Trevancoor and which has been made public everywhere by his highness, far from wishing to tolerate any infringement, is more than ever inclined and resolved to maintain and preserve its rights and properties, just as it is also certain that the least carelessness in this matter would have detrimental consequences. The King of Signattij still maintains his residence in the land of Cotteatij, without it being heard that he concerns himself in any way with public affairs in the South. The Prince Regent of Colastrij has, in this monsoon, repeatedly urged the Cannanoor servants for two hundred flintlocks and several cannons with their appurtenances in return for payment in deduction against the pepper, which request the servants, following our orders, have politely postponed; but through the continual insistence of the said Prince, being unable to evade the delivery of a portion of those war supplies any longer, in order not to force the said ruler to seek his accommodation elsewhere with the danger of seeing the pepper fall into foreign hands, By letter of the 13th of April of this year, the servants of Cannanoor communicated to us that a small vessel from the Laccadive Islands had appeared there, with news for the Moor Regent Adij Ragia that three French vessels, namely a large ship, a two-masted chaloup, and a single-masted vessel, hands, they have delivered to his highness 50 pieces of grenadier and 50 pieces of fusilier flintlocks alongside 5 plain iron cannons, namely three 12-pounders and 2 six-pounders, which were of little use to the Company, likewise delivered one hundred pieces of fusilier firearms with 100 pieces of iron round shot of 3- and 4-pounders to the Moor Regent Adij Ragia, all against a capital advance, under the condition, however, that upon the non-approbation of your High Excellencies they shall pay the surplus or the second capital, and since it is certain that these northern rulers, if they are not helped by us, will seek their accommodation with another and consequently transport their pepper elsewhere, we very humbly request your High Excellencies that, for the reasons given, you may be pleased to approve this supply of ammunition.

Dutch transcription

303 Van Mallabaar den 27:' Julij A:o 1754. Mallabaar den 27: 1754. i belangen g'attacheert zijn zoo verre uit, als met goede gratie geschieden kan Niet tegenstaande het bondig Contract, dat Jongst met desen vorst geslooten is en onze praciesheid in d' onder houding van het selve; zo is het egter zeker dat het Trevancoorse hoff apprehendeert dat de Comp:e in dese Criticque Conjuncture wel eens zoude kunnen in den zin krijgen om zich te voegen aan de zijde van zijne vijanden; dog intusschen gaat alles in een volkomen vriendschap en harmonie, zonder dat er aan d'eene of andere kant eenige reden tot misnoe„ „gen gegeven werd; zijn hoogheid laat bij Continuatie de gecontracteerde peper aanbrengen en wij adsisteeren. hem met de beloofde ammonitie, schikkende voor het overige zodanig ons gedrag, dat zijn hoogheid ten vollen overtuigt moet zijn van onse goede trouwe en genegentheid om aan de gemaakte ver bintenissen te voldoen Den briev van zijn Toevancaarse hoogheid aan uw hoog Edelhedens gerigt komt eindelijk bij dese gelegentheid over, dog deselve behelscht de poinc„ „ten niet, die zijn hoogheid bij de Iongste ontmoe„ „ting op Mamelicarre gesegt heeft, aan uw Hoog Edelhedens te sullen schrijven, en wij bij onsen brief van den 20. ' September 1753. hebben g'avanceert mogelijk, dat zijn hoogheid de weinige welvoegelijkheid van zomiige der voor„ geslagen, die hij bij die gelegentheid woorgav te zullen doen, inziende van Concept verandert is. Bij de gemeene briev hebben wij uw Hoog Edel„ „ledens wegens de onverdragelijke geweldenarijen van het sammorijns volk ende middelen daar tegens daar ons in't werk gesteld en ample verslag gedaan, en hopen dat wij daar inne uw Hoog Edelhedens geen reeden tot ongenoegen zullen gegeven hebben. De Sammarijn, heeft nog zoo veel werks met den rebellerende Mangattij atja die door den koning van Cadatenodo ondersteune werd dat hij na alle gedagten geen cust zal hebben om zich tegens onse wettige onder nemingen aan te kanten behalven, dat hij in dit denkbeeld is, dat wij tesamen met Trevancoot Colluderen of de Condert gaan, om hem eenige onaangename parten te speelen; wij hebben niet nodig gedagt, om zijn Lammorijnsche hoog„ heid uit dat Concept te brengen, dog teffens onze mesures zodanig genomen dat dezelve ons in 't minst niet kan beschuldigen, dat wij hem eenig ongelijk aandoen. Het heeft ons van veel gewigt en nood zake„ „lijkheid toegescheenen, om de vergaande gewel de„ naren en insolentien van het sammorijnsch volk niet langer te verdragen en 's Comp:s benadeelde voat regten en reputatie in het zandig Land van Chettua, en het Conquest paponettij te her„ stellen, op dat geheel Mallabaar zie mag, dat de doen Comp:e e 305 Van Mallabaar den 27:' Julij 1754. Van Mallabaar den 27:' Julij 1754. Comp:s ong'ag=t h Contract, dat haar Edele met Trevancoar geslooten heeft en bij zijn hoogheid al omme publicq gemaakt verre van Eenige inbreuk te willen gedoogen, meer dan oait genegen en geresol„ „teet is haar regten en eijgendommen te handhaven en te praeserveeren gelijk het ook zeker is dat de minste zorgeloosheid op dit stuk van Nadeelige gevolgen zijn zoude; Den koning van signattij houd als nog zijn verblijf in het Land van Cotteatij„ zonder, dat men verneemt, dat hij zich eenig zints bemoeit met de publicque zaken om de Zuijd. Den prins Regent van Colastaij heeft in dit vaat: zaar meenigmaal bij de Canna noorse bediendens aangedrongen om twee hondert snaphanen en ettelijke Canons met dies toebe horen voor betaling in afkorting op de peper, welk versoek de bediendens na onze ordre helfkens hebben uit gesteld dog door het continueel aanhonden van gem: prins, de afgave van een gedeelte dier krijgs behoeftens niet langen kunnende ontwijken om gem: vorst niet te nood zaken elders zijn gerief te zaeken met gevaar van de peper in vreemde Bij briev van den 13:' april deses Jaars hebben de bediendens van Carmanoor ons ge„ Communiceert, dat aldaar een klein voor„ „tuig uijt de lekkerdinese Eijlanden was komen opdagen, met tijding aan den maars regent Adij Ragia, dat drie fransche bodems, te weten: een kloek schip, een Twee mastige Chialoup, en een eenmastig vaartuijg handen te zien geraken, zoo hebben zij 50. p:s grana„ diers en 50. p:s viseliers snaphanen nevens 5. slegt ijsere kanons, als drie 12: ponders en 2 ses ponders die van weinig nutte voor de Comp: waren, aan zijn hoogheid afgelangt, insgelijker voegen een hou„ dert p:s viseliers geweiren met 100: p:s ijsere rond„ scherp van 3: en 4. ponders aan den Moors regent Adij Ragia alle tegens een Capitaal advance, onder Conditie nogt hans, dat zij bij nan appoo„ batie van uw Hoog Edelhedens het surplus of het tweede Capitaal valdoen zullen, en dewijl het zeker is dat deze noordsche vorsten wanneer zij bij ons niet geholpen werden bij een ander hun gerief zoeken zullen enge volgelijk hun peper elders heenen voeren, zoo versoeken wij uw Hoog Edelhedens zeer Nedriglijk, dat deselve, om de gegeven reeden, dese verstrekking van ammonitie gelieven goed te keuren. handen van

← previousnext →