VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 2844

Surat · 241 pages · 109 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_2844_0085 view scan ↗

English

143. From Amboina, the 19th of May 1754. From Java's East Coast, the 12th of June 1754. more and possibly even the greatest part of the Amboinese will take to the use of it and make themselves much poorer, lazier, and more sluggish than they presently are, which could in time cause substantial harm to the clove cultivation through less observance, cleaning of the trees, and the plucking of the cloves in their due time, in order not to let them shoot into polings or mother-cloves; for which reason many of the native chiefs reject and even prohibit the smoking of madat in their settlements. If, in these few though slight remarks of mine, I should be of a wrong conception, and your Right Honourable Lordships should judge otherwise or consider it of no such consequence, a trial thereof could well be made, should it please your Right Honourable Lordships to see fit to send hither some opium seed together with 2 to 3 persons who understand its cultivation and gathering. I would hope that your Right Honourable Lordships will kindly accommodate my humble knowledge and consideration in this matter, whilst with the utmost veneration and high esteem I shall assume the honour to call myself, below: Right Honourable, Right Respected Sir and Sirs, lower: your Right Honourable Lordships' entirely humble and dutiful servant, was signed: G:s Cluijsenaer, in the margin: Amboina, the 19th of May 1754. A few days after the dispatch of my humble lines dated the 16th of May past, I had the honour to receive with the required respect your Right Honourable Lordships' ever honoured letter of the 3rd preceding, alongside a copy translation from Mancoeboemie, for which I express thanks, serving in dutiful obedience that he by Soeria Coessoema means Maas Said, dubbing him solely with that name out of slight; and concerning the lands they still possess, it is as yet not well possible to make a partition, because their peoples are acting against one another; they have, however, not yet engaged in a main clash, and their troops and parties lie dispersed throughout the entire Mantjanagaras. Right Honourable, Right Respected, Severe, Wide-Ruling Sir, and The Honourable Sirs! His Right Honour Jacob Mossel, Governor-General, and the Honourable Lords Council of the Dutch Indies, etc. etc. etc. To the Right Honourable, Right Respected, Severe, & Wide-Ruling Sir, Batavia Java Mantjanagaras From Java's East Coast, the 12th of June 1754. From Java's East Coast, the 12th of June 1754. lie dispersed throughout the Mantjanagaras, but as it is said, they are reportedly busy today gathering everything together to attack one another with force; nevertheless, Mancoeboemie's son is still staying in the Madion area, so his promised council meeting, which has already been painfully longed for, seems to be falling through. And regarding your Right Honours' further requisition, whether there is an appearance, with moderate assistance, of subduing Said and getting him into hands by means of Mancoeboemie, I shall, to the best of my knowledge, touch upon it subject to the far wiser judgment of your Right Honours; although little can be counted on the fortune of weapons, it would nevertheless appear probable to me that either one of the two indifferently, in case they were joined with the Company's forces currently at hand, would indeed be subduable; but to get the same into hands merits reflection, and ought to be left to chance, since they are not only acquainted with all corners, hiding places, and caverns, but also have it in their favor that no Javanese will lay a hand upon them, but rather conceal them clandestinely. Hoping hereby to have in some measure satisfied your Right Honours' desire, I respectfully present some letters exchanged back and forth with the rebels, from which your Right Honours will be able to observe all too clearly that they seek nothing other than to stall for time, Maas Said saying he considers the Europeans only as drummers, and asking for ammunition of war, and that he, once he has killed his father-in-law, will assist the Company, whom he, after his son shall have been married, will pursue, among other windy and ambiguous reasonings; and Mancoeboemie, that he is expecting the Sariff Beszaar back again, and gathers his people together, among other equivocal utterances, likewise concerning the Europeans etc.; yet he remains [committed] to the Honourable Company, without declaring anything further upon all my friendly and chosen representations; having for some days been somewhat engaged with one another with small detachments, of which, however, not much can yet be said, as long as they do not come to a main clash, toward which, according to credible reports, matters have already inclined twice now and then, yet they quickly parted from one another again; how I labour, God going before, to bring and encourage them to this, without sparing or begrudging anything, I hope that

Dutch transcription

143. Van Amboina den 19. meij 1754. Van Javas oost Cust den 12. Junij 1754. meerder en mogelijk wel het grootste ge„ deelte der amboineesen tot het gebruijk van dien sullen overgaan en haar nog veel armer, trager en loomer macken als sij thans sijn, het geene val nadeel in der tijd soude kunnen toebrengen aan de nagel culture door een minder observantie, schoonhouding der boomen, en het plucken der nagulen op sijn tijd, omse niet tot polings of moernagulen te doen schieten; waaromme veele der inlandse hoofden het rocken van madap in haare negorijen vracken, en selve interdiceeren. Wanneer ik in dese mijne weijnige dog gringe aanmerckinge van een verkeert begrip mogte wesen, en bij uwel Ed: groot agtbaarhedens anders, of wel van dat aanbelang niet g'oordeelt wer„ „dende, soude daar van wel een preuve kondren werden genoomen, wanneer het uwel Ed:e groot agtb: geliefden goed te vinden eenig amphioen zaat met 2. â 3. menschen dies culture en insaam sig verstaande herwaarts te senden. Ik wil verhoope dat uwel Ed: groot. agtb:s mijne geringe kennisse en consideratie in desen goedgunstelijk sullen gelieven in te schicken, terwijl ik met de uijterste veneratie en hoog agting mij de eere sal aanmatigen van te noemen /:onderstond:/ Hoog Edele Groot agtbaere Heere en Heeren /:lager :/ uwel: Edele groot Agtbaer hed:s gants onderdanigen en schuld„ pligtigen Dienaar /:was getekent:/ G:s Cluijsenaer, /:in margine:/ Amboina den 19: maij 1754. Eenige dagen na de depeche mijner nederige regelen sub dato 16. Maij passato, had ik de eer met het vereijscht respect te recipieeren uw Hoog Edele groot achtbaerheedens altoos gehou„ „noreerde van den 3. bevoorens annex Copia Translaat van Mancoeboemie, waar voor dankbetuijge, gelijk in schuldige obidientie dient, als dat hij met soeria coessoema meend Maas said, doopende hem eenelijk ^uijt kleeragting met dien naem, en omtrend de landen die zij nog bezitten, is als nog niet wel, ^ eene veideeling te maken, om dat den ander ageeren, „haar volkeren tegen zij egter nog tot geen hoofd treffen zijn geweest, partijen en haar troepen en pastijen de geheele Hoog Edelen, Hoog Achtbaeren, gestrengen, wijtgebiedenden Heere, en De Wel Edele Heeren! zijn Hoog Edelheijt Jacob Mossel Gouverneur generaal en de wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India &ca &ca &co„ Aan den Hoog Edelen, Hoog Achtbaeren, gestrengen, & wijt gebiedende Heere, Batavia Java Mantjanagaras Van Javas oost Cust den 12. Junij 1754. Van Javas oost Cust den 12. Junij 1754. Mantjanagaras door verdeelt leggen, dog zoo men wil, zouden zij heeden bezig weesen om alles bij den anderen te rukken, om elkaar met force aan te tasten, egter houd Mancoeboemie zijn zoon zig nog in het Madionsche op, dus zijn beloofde raads ver„ „gadering, waar al met smert na verlangd hebbe, schijnd in het ried te laeten loopen. En aangaande uw Hoog Edelheedens ver„ „der requisit, off 'er apparentie is, met matige bijstand, said, door Mancoeboemie ten onder te brengen en in handen te krij„ „gen, zal ik na mijn best geweeten, onder het vrij wijzer oordeel van u Hoog Edelheed:s aanroeren; schoon op het fortuijn van wapenen weijnig te cijfferen valt dat 't egter wel denkelijk bij mijn soude weezen, dat onderschillig een van haar beijde, ingevalle met de heeden aan handen hebbende comp:s magt, geconjungeert was, wel te onder te brengen zoude weezen, dog om dezelve inhanden te krijgen, meriteerd zijne beden„ king, en dient aan het geval overgelaten te werden, mits zij niet alleen in alle hoeken, schuijlplaatsen, en spelonken bekend zijn, maar hebben het regt ook voor haar dat geen Javaan de hand aan haar zal slaan, maar eer clandestin versteeken, hier mede hoopende eeniger maaten aan uw Hoog Edelheedens begeerte voldaan te hebben zoo presenteere eerbiedig eenige over en weeder gewisselde Brieven met de rebellen waar uijt uw Hoog Edelhedens maar al te klaar zullen kunnen beoogen, dat zij niet anders zoeken dan het liedje van verlangen, zeggende Maas said, de europeese eenelijk te houden tot Tamboers, en verzoekt om ammunitie van oorlog, en wie, als hij zijn schoon-vader om heeft gebragt de Comp:e zal helpen, welken hij, na dat zijn zoon zal weezen getrouwt, zal verdolgen, onder meer andere winderige en dubbelzinnige resonmementen; en Mancoeboemie, dat hij den Sariff beszaar weerom is verwagtende, en zijn volkeren bij den anderen versameld, onder meer andere equivocquese uijtingen, zoo mede over de europianen ensz:, egter is en blijft voor de EComp:, zonder op alle mijne vriendelijke en uijtgekipte voorhou„ „dingen iets verder te declareeren; zijnde over eenige dagen met klijne troepjes zoo wat aan de anderen geweest, waar egter nog niet veel van is te zeggen, zoo lang zij tot geen hoofd treffen koomen, waar toe het nu en dan al tweemaal volgens geloofwaar„ „dige rapporten toe over is geheld, egter weer schielijk uijt den anderen geweeken; hoedanig om ze hier toe te krijgen en te animee„ „ren met god de voorste arbeijde zonder iets te spaeren en te ontzien, hoop ik gewisselde dat

NL-HaNA_1.04.02_2844_0087 view scan ↗

English

147 From Java's East Coast, the 12th of June 1754. From Java's East Coast, the 12th of June 1754: that Your High Noble Grand Venerable sirs will please to be assured thereof, as can be seen from my correspondence, although their hesitant and obscure style of writing causes me to fear now and then that from time to time they might come to an agreement again, regarding which Commandant Abrahams places much faith in the premise that they were corresponding back and forth again; the certainty of which, however, will have to be awaited from time: which womb of all things will also dissect what they truly nurture in their bosom, no matter how much they still disguise the truth of what they mean in their hearts, they or their people committing, however, not the slightest hostilities, whereby the coasts etc. are in a deep peace and people everywhere are briskly sowing and mowing, as Colonel Ossenberg also writes to me concerning the Baggaleen and Caddoe, the former of which he found so favorable that that regent could pretty much subsist on his own, but the Mattaram somewhat more poorly, which he principally attributes to the poor management of Major Feber, and since this is common knowledge everywhere, I have relieved the said Feber from there in order to account for himself here, and placed there Captain Steenmulder, of whom I have great and different expectations, in the hope that this arrangement will be crowned with Your High Noblenesses' approval, in which manner I have also ordered the Madurese Prince to keep 2000 weapon-bearers, Sumanap 550, Pamacassan 325 in readiness, to march from that eastern corner at the first order, it seeming, however, to my bitter regret, that by sitting still the corner will not be rounded. The Court remains and is still in the same posture as stated in my last humble 149 From Java's East Coast, the 12th of June 1754. From Macasser, the 25th of May 1754. humble report, the submitted ones gaining more adherents daily, and Commandant Abrahams further has very good courage regarding it, although he notes that they are all equally averse to Pringalaija. Said is still encamped on the hillock Woedjil with circa 1500 heads, and Mancoeboemie at Calepang, situated half a day's journey from Serang. Wherewith I have the honor to testify that I am with deep veneration Your High Noblenesses' entirely obedient, humble, and bounden servant was signed N:s Hartingh in margin Samarang the 12th of June Anno 1754. With the arrival of the ships Arnesteijn and de Snoek on the 10th of January, I had the honor to receive Your High Noble's separate letters of the 20th of December prior, which I shall answer herewith with the utmost respect, with the addition of my transactions and the principal occurrences of the allies since the 10th of October last, and begin with The Court of Boni, whose envoys have not returned to date and thus that monarch is still unaware of Your High Noble's writing dated the 21st of December to him, after whose arrival indeed some displeasure High Noble, Severe, Grand Venerable, Valiant, Brave, Wise, Prudent, very Generous and Far-Ruling Lord and Well Noble Lords! To His Nobleness The High Noble, Severe, Grand Venerable and Far-Ruling Lord Jacob Mossel, Governor General, together with The Well Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies, Batavia. Macasser.

Dutch transcription

147 Van Javas oost Cust den 12. Junij 1754. — Van Javas oost Cust den 12. Junij 1754: dat uw Hoog Edele groot achtbaere van ^daar verzeekert zullen gelieven te weesen gelijk uijt mijn briefwisseling te zien is, schoon haar aerselend en duijstere schrijfaard, mij nu en dan alweer doet vreesen, dat zij bij wijlen het wel weer eens zouden worden, en waar omtrend den Commandant Abrahams veel geloof slaat op fonda„ „ment zij weeder over en weeder Corres„ „pondeerden; waar van het zeekere egter van den tijd zal dienen te werden afgewagt: welk baermoeder van alles ook wel zal ontleeden, wat zij wesentlijk in haar boesem voeden, schoon nog zoo ontveijnschen, het waare, wat zij in haer harte meenen, pleegende egter zij of haer volk geen de minste vijandlijkheeden, waar door de stranden ensz: in een diepe rust zijn en men wakker alomme aan het Saaijen en maaijen is, gelijk mij den overste ossenberg ook schrijft van de Bag„ „galeen en Caddoe, welk eerste zoo favorabel heeft gevonden, dat die regent genoegsaam op zijn zelfs zoude konnen bestaan, dog de Mattaram wat soberder, dat wel principaal toeschrijft aan de slegte huijshouding van den Majoor Feber, en nademaal dit alom„ „me commun is, zoo hebbe gedagten feber van daar verlost, ten fine hier zig te verantwoorden, en aldaar geplatst, den Capitain Steenmulder, waar ik groote en andere verwagting van hebbe, in hoope dat dese schikking bekroond zal werden van uw Hoog Edelheedens appro„ „batie, in welker voegen ook den Ma„ „durees Prins heb gelast 2000. wapen„ „torssers, Sumanap 550. , Pamacassan 325. in gereedheijt te houden, om op de eerste ordre uijt dien oosthoek te mar„ „cheeren, schijnende het dog wel tot mijn bittere leetwesen, dat met stil sitten den hoek niet zal werden bezeijld. Het Hoff blijft en is nog in het zelfde postuur, als bij mijn laaste fadorabel nederige e 149 Van Javas oost Cust den 12. Junij 1754. — Van Macasser den 25. maij 1754. nederige vermeld staat, krijgende de onderwor„ „pene dagelijx meer aanhang en den Comman„ „dant Abrahams heeft verder heel goede moed 'er op, hoewel de noteerd, dat zij alle even dvers zijn van Pringalaija. said legd op het bergje Woedjil nog ge„ „campeerdt met circa 1500. koppen, en Mancoeboemie op Calepang gelegen een halve dag reijsens van Serang. Waar mede d'eer heb te betuijgen dat met diepe veneratie ben /:onderstond:/ uw Hoog Edelheedens gantsch gehoorsaeme, onder„ „danige, en trouwschuldige Dienaar /:was getekent:) N„s Hartingh /:in margine:/ Samarang den 12. Junij A„o 1754. — Met de komst der scheepen Arnesteijn en de snoek op den 10. Januarij, had de Eere te ont„ „fangen u Hoog Edelens aparte brieve van den 20. december bevorens, dewelke bij deeze met het uijtterste ontzag zal beantwoorde, onder bijvoeginge mijner verhandelinge en de voornaamste voorgevallene zaaken der bondgenoten zedert den 10. october laast lede, en begin ma„ 'T Hof van Boni welkers gesanten tot heden niet zijn geretourneert en dus dien vorst nog onbewust van u Hoog Edelens schrijve in dato den 21. december aan hem, na welkers komste wel Eenig misnoegen „ke met Hoog Edele, gestr:, groot Agtb:, Erntfeste, Manhafte, wijze, voorzienige zeer genereuse en wijdgebiedende Heere en wel Edele Heeren! Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen gestrengen groot Agtb: en wijdgebiedende Heere Jacob Mossel Gouverneur Generaal beneffens De wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Batavia Macasser en 149 Van Javas oost Cust den 12. Junij 1754. — Van Macasser den 25. maij 1754. nederige vermeld staat, krijgende de onderwor„ „pene dagelijx meer aanhang en den Comman„ „dant Abrahams heeft verder heel goede moed 'er op, hoewel de noteerd, dat zij alle even avers zijn van Pringalaija. said legd op het bergje Woedjil nog ge„ „campeerdt met circa 1500. koppen, en Mancoeboemie op Calepang gelegen een halve dag reijsens van Serang. Waar mede d' eer heb te betuijgen dat met diepe veneratie ben /:onderstond:/ uw Hoog Edelheedens gantsch gehoorsaeme, onder„ „danige, en trouwschuldige Dienaar /:was geteken: N„s Hartingh /:in margine:/ Samarang den 12. Junij A„o 1754. — Met de komst der scheepen Arnesteijn en de snoek op den 10. Januarij, had de Eere te ont„ „fangen u Hoog Edelens aparte brieve van den 20. december bevorens, dewelke bij deeze met het uijtterste ontzag zal beantwoorde, onder bijvoeginge mijner verhandelinge en de voornaamste voorgevallene zaaken der bondgenoten zedert den 10. october laast lede, en begin ma„ 'T Hof van Boni welkers gesanten tot heden niet zijn geretourneert en dus dien vorst nog onbewust van u Hoog Edelens schrijve in dato den 21. december aan hem, na welkers komste wel Eenig misnoegen „ke met Hoog Edele, gestr:, groot Agtb:, Erntfeste, Manhafte, wijze, voorzienige zeer genereuse en wijdgebiedende Heere en wel Edele Heeren! Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen gestrengen groot Agtb: en wijdgebiedende Heere Jacob Mossel gouverneur Generaal beneffens De Wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Batavia Macasser en

NL-HaNA_1.04.02_2844_0090 view scan ↗

English

151 From Macasser, the 25th of May 1754. From Maccasser, the 25th of May 1754. and that I have to expect disputes over the refusal of the lands of Bonthain and Ajeeng from that monarch, yet I assure Your Right Honourables that I will leave nothing untried to make His Highness adhere to the interests of the Company, without, however, tolerating that this court or others take a foot of land from the Company, against which I have watched with all vigilance since my arrival. However, with respect to the subtithes of paddy that that Court or royal family annually takes for itself, this is a matter that was already so customary under Radja Palacca that it is not possible to introduce the levying of tithes without disadvantageous consequences for the Honourable Company, for once this small privilege is withdrawn from this crown, there could follow upon it the king's removal to Thinrana boni, ordering his subjects, who must obey blindly, to follow in order to cultivate the lands there, in which case more than three-quarters of the Honourable Company's sowing lands would remain uncultivated, and thus utterly ruin the country's revenues. Therefore, I humbly request Your Right Honourables to let this matter rest in its old customs, with the assurance that I will not tolerate this privilege being increased, but that annually, when collecting the tithes, I will introduce reductions therein, which would be the only and gentlest means to cause this so-called privilege to cease over time. The second Tomilalang, Aroe oedjong, who had fled to goah, I have not been able to move to submit to his king, despite all the effort expended, and since he is a Maccassarese on his mother's side, Boni's king has not been able to form any claim upon him, as is customary according to the custom of the country. Therefore, I had to take other paths to draw this minister away from the interests of the Maccassarese, which I also succeeded in doing by arranging a marriage between a son of the Queen of Tanette and a daughter of the aforementioned Aroe oedjong, which, having been concluded inside goah on the 9th of December, that statesman moved with his entire family in January from Goah to Tanette to reside there, and thus abandoned the party of the Maccassarese. With the matter and complaint against the Wadjorese, His Highness has made no further instance, certainly because he will now first await his envoy and the reply of Your Right Honourables to his letter that departed in October, after the return of which I will, in this dangerous matter, employ such measures as are consistent with the Honourable Company's greatest interest and high respect, and at the same time take care that the arms stay out of From Macasser, the 25th of May 1754. From Maccasser, the 25th of May 1754. the field, because I am certain that the balance would tilt toward Wadjo, and in such a case Boni would be very burdensome to the Honourable Company for assistance, from which nothing but damage could follow for the Honourable Company. The Court of Goah has given us no cause for complaint; the principal matter, and that of dangerous prospects, which is left to the wiser judgment of Your Right Honourables, is concerning the demise of that monarch on the 22nd of December, without him having had any illness or indisposition, from which it is generally assumed that he was poisoned; and if this be true, one would have to accuse none other than the father himself, being the King of Tello, for the reason that this young monarch had an upright heart, in so far as one can call a subservient Maccassarese that, for the Honourable Company, and that as long as I have been here in governance he has entirely submitted to my good advice, and never wished to detach himself from it, however much the father, as regent, opposed his flattering tongue against it. That very same day, the deceased's three-year-old son succeeded him, but the regent did not hesitate to already make a proposal to dethrone his grandson and to place his own brother, whose father was also King of Goah, on the throne. From this Your Right Honourables can gauge what love this Fox of Tello bears his own blood, and how presently the Court of Goah and whatever is Maccassarese must bow under his power as regent, of which one will now possibly see effects with the upcoming dry season, which makes me pray Your Right Honourables to recruit this Castle with at least the recently determined 400 common soldiers, as the entire garrison presently consists of no more than 194 heads according to this accompanying brief strength report, wherewith it is not possible for me to maintain everything in a state of defense and good standing and respect. Tanette remains unalterably devoted to the Company, its chief glory consisting in making the same respected and frustrating other ill-disposed persons in their measures, as shown by the marrying off of Her Highness's son to the daughter of the fled Tomilalang, mentioned herebefore, to attend which ceremony that entire court appeared at this Castle on the 18th of November, and on that occasion Her Highness told me

Dutch transcription

151 Van Macasser den 25. maij 1754. Van Maccasser den 25. maij 1754. en onderschilligheijd over het refues der landen Bonthain en Ajeeng van dien vorst te wagten ben, dog verzeeker u Hoog Edelens niets onbesogt te laaten, zijn Hoogheijd aan de be„ „lange van de Comp:e te doen aankleven, zonder egter ook te dulde dat de maatschappije door dat hof of andere een voet land na zig neeme daar tegen zedert mijn aanwesen met allen figeur gewaakt heb. Dog ten opzigten der ondertiende padij die dat Hoff of koninglijke familie Jaarlijks ondertiend na zig neemt, is een zaak bij Radja Palacca bereets zo in gebruijk geraakt en niet mogelijk, zonder nadeelige gevolgen voor de EComp: in te voeren het heffen van thiendes, want dit klijne voor regt deze kroon eens onttrokke werdende, zoude daar op kunne volgen konings verhuijsinge na Thinrana boni, zijne onderdanen /die blindelings moeten gehoorsame / ordonneren te volgen omme aldaar de landen te cultieeren in welk geval meer als drie quart van EComp:s zaaij lande onbearbeijd zouden blijve, en dus de slands inkomste ten uijterste ruweneeren, derhalve u Hoog Edelens neederig verzoeke deze zaak bij haar oude gewoontens te laten beruste met verzekering dat niet zal dulden om deze voorregte te vermeerderen maar Jarelijks bij het doen der vertieninge daar verminderinge inbrengen zal, het geene het eenigste en zagste middel zoude wesen omdat zo genaamde voorregt door den teijd te doen cesseeren. Den tweeden Tomilalang Aroe oedjong, die in goah gevlugt was heb na alle aange„ „wende moijte niet kunnen bewegen zig aan zijn koning te onderwerpe en hij van 's moeder zijde een maccassaar wesende, heeft Bonijs koning geene pretentie op den zelven kunne formeeren als na 'slands wijse gebruijkelijk is, derhalven heb ik andere wegen in moete slaan om desen minister van de belangen der maccasaren af te trekken, dat mij ook gelukt is door het bewerke van een huwelijk tussen een zoon van Tanets koninginne en dogter van gemelde Aroe oedjong, het geene op den 9:e december binne goah voltrokken zijnde, is dien staats„ „man met zijne geheele familie in Januarij uijt Goah na Tanette ter woon getrokken, en dus de partijde der maccassaren verlaten. Met de zaak en klagte tegen de wadjo„ „reesen heeft zijn Hoogheijd geen nadere instantie gedaan, zekerlijk om dat nu eerst af zal wagte zijn gesante en het antwoord van u Hoog Edelens, op deszelfs in october afgegaane brief, na welkers retour ik in deze dangereuse zaak zodanige middele zal in 't werk stelle als met EComp:s meeste intrest en hoog agtinge over een komt en te gelijk zorge drage dat de wapenen uijt Den het Van Macasser den 25. maij 1754. Van Macasser den 25. maij 1754. het veldt blijve om dat verzekert ben dat de balans tot wadjo zoude over slaan, en bonij de EComp:e in zulken geval zeer lastig vallen tot adsistentie daar uijt niet dan schaade voor d' E Comp: volgen zoude Het Goahs Hoff heeft ons geene reeden van klagten gegeven, het voornaamste en dat van gevarelijke uijtzigten en aan het wijser oor„ „deel van u Hoog Edelens overlaten is, wegens het afsterven van dien vorst op den 22. e december zonder dat denselve eenige siekten of onpasse„ „lijkheijd heeft gehad, daar uijt in 't algemeen gesteldt werd dat vergeven is, en dit waar wesende zoude men niemant als den vader zelfs, zijnde de koning van Tello moe„ „ten beschuldigen om reeden dat desen Jongen vorst een opregt hert (in zo verre men een ondermogent maccassaar dat kan noemen:/ voor de EComp: hadde, en dat zo lange ik hier in 't bestier geweest ben zig ten eenemale aan mijn goeden Raat heeft onderworpen, en zig daar van nooijt heeft willen detasteeren hoe zeer den vader als Rijksbestierder zijn vlijen de tong daar tegen gestelt heeft, nog dien zelven dag is des overleden zoontje drie Jaaren out gesuccedeert, maar den Rijksbestierder heeft zig niet ontsien bereets propositie te doen dies klijn zoon te detroseneeren en zijn eijgen broeder, wiens vader ook ko„ „ning van Goah geweest is, op den troon te zetten, hier uijt kunnen u Hoog Edelens nagaan wat liefden desen Tellosen Vos zijn eijgen bloet toedraagt, en hoedanig tans het Goahs Hoff en wat maccassaars is onder zijn magt als Rijksbestierder buij„ „gen moet, daar van men nu met de aanstaande droogte mogelijk uijtwerk„ „selen sien zal, het welke mij u Hoog Edelhedens doet bidden dit Casteel met de Jongst bepaalde 400. gemeene zoldaten ten minsten te recruteeren bestaande tans de geheele besettinge niet meer als in 194. Coppen volgens deze versellende korte sterkte, daar meede het mij niet mogelijk is, alles tot staat van defensie en goet aansien en ontsag te houden; Tanette blijft onderanderlijk de maatschap„ „pije toegedaan, bestaande dies voornaamste glorij om deselve ontzaggelijk te maken en andere quaat gesinde haar maatregelen de gedane uijthuwelijken ge te vereijdelen blijkense ^ van haar Hoogheijds zoon met de dogter van den gevlugten Tomilalang, hier voorgemeld, om welke plegtigheijd bij te woonen dat geheele hoff op den 18. November aan dit Casteel ver„ „scheen, en bij die ocagie haar hoogheijd te mij #

NL-HaNA_1.04.02_2844_0092 view scan ↗

English

From Macasser the 25th of May 1754. From Macasser the 25th of May 1754. gave me notice that she had concluded a defensive alliance with the Datouwa, ruler of Lamoere, against all those who might wish to harm her, but that the king of Boni had protested against the same, as Lamoere is a feudatory realm of his; which protest I not only acknowledged, but also demonstrated to Her Highness that Your Right Excellencies ceded that country to Radja Palacca in the year 1673 by public letters on account of his faithful service both on Celebes and the West Coast. And on the 20th of April, Her Highness requested a pass to Banjermassing to fetch some subjects who had served at Batavia in the year 1751 as auxiliary troops, and on their return had been driven off there; which request made was granted for that reason, but to prevent illicit trade, the Resident at Tatas was not only given notice by extract of our resolution, but was even ordered to observe these emissaries most closely. In the Mandhar everything is at peace, whereto, pursuant to the resolution of November, the Company's first emissary, together with another known there named Carre Gappa, was sent in order, if possible, to demand back the murderers who in September last captured our pantjallang the Jacomina, together with the looted goods of the aforementioned vessel, along with a small gift to the Maradia Thinrana to the value of circa ƒ 100 on account of the salvaging and transporting of the crew of that small vessel; but upon the return of the said emissaries no satisfaction was obtained, but report was received that the cannon, to the number of 8 pieces, along with 20 muskets, were in the hands of the king at Majeene, also belonging under the Mandhar; whereto on the 6th of this month I sent the said Carre Gappa, reinforced with a minor prince of Boni because Madjeene is an ally of that court, in order to reclaim the aforementioned goods. And from Boeton there returned on the 7th of March a certain Daeeng Masiekie, ordinary interpreter to that court, who had been sent out in the past year in the month of May to that realm and Cabijna to search for the accomplices of Frans Fransz, which had such effect that he managed to lure a total of 22 heads to Boeton, who there by the king were taken prisoner, and on the very same date arrived here with the ambassadors of that realm, and were delivered to Justice pursuant to the resolution of the 11th of March. With the arrival of the barks Carolina and Kaaskoper, alongside the yacht the Meermin and the pantjalling the Suijkermaalder, it was resolved on the 21st of February not only to reinforce this fleet with our vessels at hand, but at the same time Captain Benjamin Petzolt was commissioned to demand sufficient satisfaction at Boeton according to the intention of Your Right Excellencies, and also to seek out spice trees according to the instruction transmitted in copy among the general attachments, to which I refer with all respect; the said Captain having returned on the 14th of this month, rendering a written report from which it will appear to Your Right Excellencies that Boeton had agreed to deliver one hundred slaves, and Woena and Pangesane each an equal number, toward the reduction of the damages of the ship Rustenwerk; but our fleet running out of time, Boeton only fulfilled that promise with a number of 85 slaves and 15 taels of gold, with the assurance that they will send the remaining 200 with their own vessels, for the fulfillment of which and the remaining debt we will continuously press; to facilitate which I again request Your Right Excellencies to send the barks Carolina and Kaaskoper hither in February, which now under escort of this letter, with the said slaves and gold alongside some persons condemned by the Council of Justice from among the accomplices of Frans Fransz, pass to the disposal of Your Right Excellencies. On Sumbawa and those overseas petty realms everything is at peace, the king of the aforementioned place having arrived at this Castle on the 11th of this month without having held a conference with him yet, whereof I shall give further notice to Your Right Excellencies; his arrival with a number of 20 well-manned vessels being surprising because he is married to a sister of Tello's king, the more so as he has kept this in delay for more than ten years under all sorts of pretexts without conferring with him about it for a long time; and according to the writings of Bima's Resident by letter of the 4th of February, that king sent a total of 1,500 to 1,800 heads in the month of September to the land of Floris in order to subdue his subjects who had revolted according to my humble letter of the 10th of October, where they put the rebels to flight, and having captured three heads, have arrived back at Bima.

Dutch transcription

Van Macasser den 25. maij 1754. Van Macasser den 25. maij 1754. mij kennisse gaff dat met den Datouwa /vorst van Lamoere / een Defensieff verbond gesloten had, tegen alle de geene die haar zouden willen benadeelen dog dat Bonijs koning tegen het zelve had geprotesteert als Lamoere zijnde eene leen heerig rijk van den zelve, welk protest ik niet alleen heb geadvoueert maar ook haar Hoogheijd vertoond dat u Hoog Edelhedens dat Land in den Jaare 1673. aan Radja Palacca bij openbaare brieven hebt afgestaan wegens zijn getrouwe dienste zo op celebes als de Westcust. En op den 20. April liet haar Hoogheijd versoeke om een pas na Banjermassing ten afhaal van eenige onderdanen die in den Jaren 1751. te Batavia tot hulp troepen hadden gedient, en bij haar retour daar verdreven, welke gedane instantie men om die reeden heeft geaccordeert, maar tot voorkominge van morshandele ook den Resident tot Tatas niet alleen bij Extract van ons be„ „sluijt kennisse gegeven maar zelfs aange„ „schreden deze zendelinge ten nauwkeurigsten te observeeren, zijnde het op De Mandhar alles in rust, werwaarts men volgens Resolutie van den November Comp„s eerste zendeling neffens een ander daar bekent in naame Carre Gappa gesonden heeft om was het mogelijk de moordenaars welke in Septemb:r bevorens onse Pantjallang de Jacomina hebben afgelopen, neffens de geroofde goedere van gemelde vaartuijg onder een smal geschenk aan den Maradia Thin„ „rana, ter waarde van cirka ƒ 100. wegens het bergen en overbrengen der scheepelinge van dat kieltje, dog bij retour van gemelde sendelinge heeft men geene voldoeninge Er„ „langt, maar berigt gekregen dat het kanon ten getalle van 8 p:s met 20. snaphaanen in handen van den koning op Majeene meede onder de mandhar gehoorende was; werwaarts ik op den 6. deser gemelde Carre Gappa gesterk met een bonijs prinsje om dat Madjeene van dat hoff een bondgenoot is, gesonden heb om even genoemde goedere te reclamee„ „ren, en van Boeton is op den 7. ' maart geretourneert een Daeeng Masiekie ordinaare tolk aan dat hoff, in den voorleeden Jaare in de maand meij na dat rijk en Cabijna afgesonden, ter opsoekinge der Complice van Frans Fransz, het welk van dat Effect is ge„ „weest dat hij een getall van 22. Coppe na boeton heeft weten te lokken die aldaar Comp:s door Van Macasser den 25. maij 1754. Van Macassar den 25. maij 1754. door den koning gevangen genome en op even gemelde datum met de gesante van dat rijk alhier gearriveert, en aan de Justitie volgens resolutie van den 11. maart overgegeven zijn Met de komst der barke Carolina en kaaskoper neffens het Jagt de Meermin en Pantjalling de suijkermaalder heeft men op den 21. februarij geresolveert, niet alleen deze vloot met onse aanhanden zijnde vaartuijgen te versterken maar te gelijk gecommitteert den Capit:n Benjamin Petzolt om na de Jntentie van u Hoog Edelens voldoende satis„ factie op Boeton te Eijssen, maar ook om specerij boome op te soeke volgens deze in Copia onder de gemeene bijlaage overgaande Jnstructie aan welke mij in alle Eerbied ge„ „drage, zijnde gemelden Capitain den 14. e deser geretourneert doende schriftelijk Raport daar uijt u Hoog Edelheedens te voore komen zal dat Boeton aangenomen had te zullen lederen hondert slaven, en Woena met Pangesane ider een gelijk getal in minde„ „ringe der schaden van het schip Rustenwerk, dog onse vloot haar teijd verlopende heeft boeton alleen maar aan die beloften voldaan met een getal van 85. slaven en 15. teijle gout met verzekering de res„ „teerende 200. met Eijgen vaartuijgen te zulle zenden tot welkers voldoeninge en Restant schult men onophoudelijk aan „dringen zal, om het welke te faciliteere ik u Hoog Edelhedens weder versoeke, de barke Carolina en Kaaskoper in februarij na herwaarts te zenden, die tans onder ge„ „lijde deses met gemelde slaven en gout neffens eenige door den Raad van Justitie gecondemneerdens uijt de compliece van Frans Fransz: ter dispositie van u Hoog Edelens overgaan. op Sumbawa en die overwalsche Rijkjes is alles in Rust, zijnde de koning van opgemelde plaats den 11. deser aan dit Cas„ teel gekome zonder met hem nog confe„ „rentie gehoude te hebben daar van u Hoog Edelens nader advertentie doen zal, zijnde dies opkomst met een getall van 20. wel bemande vaartuijgen te verwonderen om dat met een suster van Telloos Koning is getroudt te meer vermidts hij sulks voor meer dan tien Jaaren onder allerlij uijtvlug„ „ten heeft tarderende gehouden zonder hem in langen teijd daar over te onderhouden, en volgens schrijvens van Bimas Resident bij brief van 4. februarij heeft dien koning een getall van 15. â 1800. Coppen in de maand September na het Land van Floris gesonde omme zijne onderdane volgens mijn onderdanig schrijven van 10:e october verweken te submiteere alwaar zij de Rebelle op de vlugt gedreven en drie koppen verovert hebbende, weder op Bima zijn aangekoome ik De

NL-HaNA_1.04.02_2844_0094 view scan ↗

English

From Macassar, 25 May 1754. From Macassar, 25 May 1754. Ende I shall always support the passion and zeal of these peoples against those of Ende, but to make the Bimarese master of that country again could not take place without our cruising fleet, in which case one would give the Kingdom of Portugal—as Your Right Excellencies please to observe—cause for complaints before our sovereigns; and if one wished to make use of native forces, it was to be expected that the Macassars would assist not only those natives, but also the Portuguese, for the reason that they also possess several coastal villages there, of which Rio and Rota are the principal ones; to which must be added that ten Macassars in boldness can weigh against a hundred Bimarese. Therefore, I take the liberty to submit for Your Right Excellencies' consideration whether it would not be best to establish a post on the west corner of that country, which is assigned to the Honorable Company according to the contracts, and, seeing advantages there, to pay Bima an annual recognition fee by way of a buyout, in which case one would imperceptibly become master and cause other nations to move away; at which time I leave to the wiser judgment of Your Right Excellencies whether this post could not be assigned with greater tranquility to the directorship of Timor. Meanwhile, among the judicial papers, several documents against the former fiscal Camerling and the citizen van Dorth are being transmitted again, from which it will be clearly established to Your Right Excellencies that they corresponded with Frans Fransz after the loss of the ship Rust en Werk, as well as having made themselves guilty of treason prior to that time, as evidenced by the impartial depositions. And with the exclusion of shipping of all nations under the jurisdiction of this government, not only to prevent smuggling in wax, slaves, wild cinnamon, and sandalwood, but also to cut off correspondence, regarding all of which I have most strictly ordered Bima's Resident to keep a watchful eye and ensure that the wild cinnamon falls into no other hands than those of the Honorable Company, and I shall watch here with all rigor against navigation thither. Everything being at Saleyer, Boelekomba, and Maros in good peace, without any remarkable changes having occurred in those places, except for some disputes between the Resident Libeher and Kraeng Bonthain, of which mention was made in the general letter and resolution of 11 October and 23 December, to which I conform in all deference. Confession 161. From Macassar, 25 May 1754. From Macassar, 25 May 1754. Confession, marked on the register with No. 9, 10, 11, 13, 14, 18, 19, 20, 24, 25, 27, 28, 29, 30, 31, 37, 38, 39, 44, 45, 59, 60, 61, all of which, according to the edicts and prominent jurists, deliver more than full proof, which I leave to the higher, wiser judgment of Your Right Excellencies, while the Council of Justice here will daily receive more evidence to the detriment of the aforementioned persons. The 50 European soldiers were dispatched to Banda on 10 February with the ship Arnesteijn. The last matter with which I shall detain Your Right Excellencies' attention is how, in the years 1752 and 1753, while performing the collection of the tithe at Maros, I found in the river some washed-up black stones, which I not only caused to be burned while being present myself, but also gave to the master blacksmith for a test, who testified that this was better coal than that which the Company receives from Europe, because the latter often has little strength due to age. Upon this, I employed all means, under promise of a reward, toward the discovery of its origin, which the Resident at Maros, Jan Hendrik Voll, had the good fortune to find, as appears from his letter of 6 May. For which reason I immediately commissioned Lieutenant Johan Everhard Steets with the master blacksmith Christoffel Casteleijn (men accustomed to working in the mountains in Europe and in these regions) thither, who upon their return on the 14th of this month served a report, as well as the just-mentioned letter accompanying this in original, from which it will appear to Your Right Excellencies that one can not only be supplied with coal for this government, but also with good rosin, and that the expectations thereof are more favorable than the current report. Four barrels of this combustible material are now being transmitted to Your Right Excellencies as samples. This having been discovered through the diligent search of Maros Resident Jan Hendrik Voll, causes me to take the liberty humbly to request Your Right Excellencies to remember him favorably upon the promotion of the servants in this government, in order to encourage others to matters of greater utility and advantage, such as the aforementioned coal brings to the Honorable Company. With these respectful reports on all the essentials concerning native affairs, both here

Dutch transcription

Van Macassar den 25. maij 1754. Van Macassar den 25. meij 1754. Ende De drift en Eijder deser volkere zal ik altoos ondersteunen tegen die van Enden, dog om den Bimanees weder meester van dat land) te maken zoude niet zonder onse kruijseloote kunnen geschieden en welk ge„ „val men het Rijk van Portugaal gelijk u Hoog Edelens gelieven aan te merken reeden van klagten bij onse souverainen geden zoude, en magt van Jnlanderen willen„ „de gebruijken was het te dagte dat de maccassaare niet alleen die landaart maar ook den Portugees zoude adsisteeren om Reeden zij aldaar ook eenige strand Negorijen besitte daar van Rio, Rota de voornaamste zijn, waar bij nog komt dat tien Maccassaare in stoudmoedigheijd tegen hondert Bimaneesen kunnen op weegen Derhalven neeme de vrijheijd aan u Hoog Edelens in consideratie te brengen op het niet best was op de west hoek van dat land=post te vatten daar de EComp: volgens de Contracten toebevoegt is, en daar voordeele siende aan Bima bij wege van uijtkoops een Jaarlijks re„ „cognietie penning geven, in welk geval men ongevoelig meester zoude werde en andere Natie doen verhuijsen als wanneer ik aan het wijser oordeel van u Hoog Edelens overlaate, of deze post niet met meerder gerustheijd aan Timors directie zoude kunne gegeven terwijle altans onder de Justitieele Papie„ „re weder overgaan Eenige stukke ten lasten van den geweesen fiscaal Camerling en burger van Dorth uijt welke u Hoog Edelhedens klaar konsteeren zal dat zij na het aflopen van't schip Rust en werk met frans fransz: hebben gecorrespon„ „deert, zo wel als dat voor die teijd zig aan Land verraat hebben schuldig gemaakt blijkens de onpartijdige attestatie, en werde met uijtsluijtinge der vaart van alle Natie onder dit gouvernement sor„ „teerende, niet alleen tot voorkominge van Morshandel in wax, slaven, wilde„ „kaneel en Sandelhout maar ook ter afsnijdinge van Corespondentie, op alle het welke ik Bimas Resident ten uijttersten heb aanbevoole een wakent dog te houde en te besorge dat de wilde Can„ neel in geen andere handen als die van de EComp: geraakt, en zal alhier met allen regeur waken tegen de vaart na derwaarts, zijnde op Salijer, Boelekomba en Maros alles in een goede Rust, zonder eenige merk„ „waardige veranderinge in die plaatse te zijn geschied, als Eenige geschille tussen den Resident Libeher en Caraleng Bonthain daar van bij de gemeene brief en Resolutie van 11:e october, en 23. december gewag is gemaakt aan welke mij in alle Eerbied gedragen. werde Confessie 161. Van Maccasser den 25. meij 1754. Van Macasser den 25. meij 1754. Confessie, op het Register gemerkt met N„o 9. 10. 11. 13. 14. 18. 19. 20. 24. 25. 27. 28. 29: 30. 31. 37. 38. 39. 44. 45. 59. 60. 61. alle dewelke volgens de placcaten en voornaame Regts geleerde meer dan volle preuven uijt leveren, dat aan het hoog wijser oordeel van u Hoog Ede„ „lens overlaate, inmiddens dat den Raad van Justitie alhier nog dagelijk bewijzen zullen aan handen koome ten laaste van gemelde persoonen. zijnde de 50. Euroopeese Militaire met het schip Arnesteijn op den 10. fe„ „bruarij na Banda verzonden Het Laas„ te daar meede ik u Hoog Edelheedens attentie zal ophouden is hoe ik in den Jaare 1752. en 1753. onder het doen der vertieninge op Maros in de Revier heb gevonden eenige afgespoelde swarte steenen die niet alleen zelfs Present zijnde heb doen verbrande maar ook aan den baas smit ter proef gegeven den welke betuijgden dit beetere steenkoole waar als die de Comp: uijt Europa krijgt, om dat die veelmaale door ouderdom weijnig kragte hebben, hier op heb ik alle mid„ „delen in 't werk gestelt onder belofte van een premie tot ontdekkinge van dies oorspronk welk den Resident tot Maros Jan Hendrik voll het geluk gehad Met deeze Eerbiedige berigten alle het wesentlijke tot de Jnlandze zaake zo ter Dit door de vlijtige na speuringe van Maros Resident Jan Hendrik Voll ontdekt zijnde, doet mijn de vrijheijd neemen uw Hoog Edelens ootmoedig te verzoeken den zelven bij verschansinge der dienaaren in dit gouvernement ten goeden te bedenken omme andere op te weken tot saaken van meerder nut en voordeele als gemelde koole de EComp: aanbrengen. heeft te vinde blijkens zijn brief van den 6. meij waar omme in mediaat den Luijten:t Johan Everhard steets met den baas smit Christoffel Casteleijn (lieden in Europa en deze geweste gewoon in de gebergtens te arbeijden) na derwaarts heb gecommitteert, die op den 14. deser bij Retour gedient hebben van Rapport, zo wel als even gemelde brief dezen in origineele versellende waar uijt uw Hoog Edelhedens te voore koome zal, dat men niet alleen gerieft kan werden met steenkool voor dit goudernement, maar ook van goede herpuijs, en dat de verwag„ „tinge daar favorabelder van zijn als de tans gedaane opgade gaande van deze brand stoff tans vier vaten tot Monsters aan u Hoog Edelhed:s over. heeft dezer

NL-HaNA_1.04.02_2844_0096 view scan ↗

English

163 From Macassar on 25 May 1754. From Java's East Coast the 24 June 1754. having laid open before Your High Nobilities the state of this coast as well as other places, I conclude this, while professing that I shall remain with the very highest esteem and faithfulness, undersigned, High Noble, Severe, Right Honorable, Resolute, Valiant, Wise, Prudent, Most Generous, and Far-Commanding Lord and Gentlemen, lower, Your High Nobilities' very humble, obedient servant, signed, Jan Dirk van Clootwijk, in the margin: Macassar in the Castle Rotterdam the 25 May 1754. Having received with the required respect Your High Noble Right Worships' honored missive of the last day of May last, annexed to a certain memorial, together with the held daily register of His High Nobility during his latest journey to this coast, also the disposition taken on those papers by Your High Nobilities, I first express my thanks and obligation for the polite delivery of the same, very particularly for the trust that Your High Noble Right Worships seem to place in my person with the requisition of my considerations, under which aspect I then, in satisfaction of that honored request, according to the ability and the best Java High Noble, Right Honorable, Severe, Far-Commanding Lord and Right Honorable Gentlemen! To the High Noble, Right Honorable, Severe, and Far-Commanding Lord, His High Nobility Jacob Mossel, Governor-General, and the Right Honorable Councilors of the Netherlands East Indies, Batavia. manner of my talents, after repeated deliberation, shall make a start and first touch upon the fact that the people of Binang in the Bagelen, already a very populous district, could fairly well stand on its own, seeming exceptionally inclined toward a small fort, and prepared to build it from their own purse, although they still have no materials on hand, there having now been two small encampments in that district for some time, of which the one has been broken up, and the other, or Oenarang, is only garrisoned with 80 Europeans and 258 Natives, the remaining militia having been sent to the Mataram and Kedu; this small place is very healthy, and though made of earth, already exceptionally strong, the two main rebels having already once bumped their heads against it, and it can with no little repair be kept in good condition for some years. Mataram still requires two posts, namely Prambanan and Madiasem, the first being an outpost approximately 5 hours from the other, and currently garrisoned with 75 Europeans and 451 Natives; and Madiasem, as the main encampment, has 225 Europeans and 354 Natives, who are still extremely necessary there, although, if one were to take action, it might well do with a single garrison. The regents there, who were not precisely against it, nevertheless gave it clearly to be understood that their districts were not yet normally populated, but that their inhabitants were scattered far and wide with their dwellings, and had enough to do to maintain our army, so everything would have to proceed very slowly; nevertheless, since the cavalry captain Steenmulder was stationed there, it has grown and increased exceptionally. In the Kedu, our troops are stationed at Setjang, consisting currently of 105 Europeans and 262 Natives, also in a good benting or earthwork, its regent likewise not being against a small fort, yet concerned about the materials. Behold then, High Noble Right Honorable Gentlemen, the distribution of our militia in those three provinces, which are amply and doubly sufficient to beat and repel the enemies, I having reinforced the Mataram and Kedu so much because they are large places, and can best bear it; also in order to have them at hand and to join them upon marching out, and then to leave in each place only, as in the Bagelen, a tolerable little garrison, on the one hand to reassure the peoples remaining there, and on the other hand to store some provisions for the armies in reserve; for to guard a district precisely through such a small fort, experience has taught us that nothing of their expanse

Dutch transcription

163 Van Macassar en 25. meij 1754. Van Javas oostCust den 24. Junij 1754. deser Custe als andere Plaatsen voor u Hoog Edelens open gelegt hebbende, deze besluij„ „tende, onder betuijginge dat met de aller meeste hoog agting en getrouwigheijd zal blijve /:onderstond:/ Hoog Edele gestr: Groot Agtb: Erntfeste, Manhafte wijze voorzie„ „nige zeer genereuze en wijd gebiedende Heere! en Heeren /:lager:/ u Hoog Edelhedens zeer onderdanige gehoorsame dienaar /:getekent:/ J:n D:k v:n Clootwijk /:in margine:/ Mac„ „cassar in't Casteel Rotterdam den 25:e meij 1754. Met het vereijschte respect gerecipieert hebbende uw Hoog Edele groot Agtbaarhedens g'eerde missive van den Laesten maij Jongstleeden, annex zekere memorie, nevens he gehoude dag register van zijn Hoog Edelheit geduurende zijn Jongste reijse ter deser Custe, jtem 't op die papieren gevallen dispositif van uw Hoog Edelhedens, zo betuijgh voor der„ „selver beleefde toeschikking alvorens mijn dank en verpligting wel inzonderheid voor't vertrouwen dat uw Hoog Edele groot agtb:r schij„ „nen in mijn persoon te stellen met de afeijsinge mijner Consideratien, ten welken adspecte als dan ter voldoening van dat g'eerde requisit, na vermogen en op de beste Java Hoog Edelen Hoog Agtbaren gestrengen wijdgebiedenden Heere en Wel Edele Heeren! Aan den hoog Edelen Hoog Agtbaren gestrengen en wijdgebiedenden Heere zijn hoog Edelheijd Jacob Mossel. gouverneur Generaal en de wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Batavia „wijse E 2 Ree P 165. Van Javas oost Cust den 24. Junij 1754. Van Javas oost Cust den 24. Junij 1754 wijse mijner-talenten, na dikmalige overweeginge een begin zal maken en Eerstelijk aanroeren dat orang binang in de Baggaleen, reeds een heel volkrijk district, genoegsaam op zig zelfs soude konnen bestaan, schijnende Extra genegen tot een fortje, en bereijd dat uijt eijgen beurse op te bouwen, hoewel egter nog geen materiaelen aan handen heeft, hebbende nu in dat district eenige tijd lang twee Campementjes geweest, waar van het eene is op gebrooken, en 't andere of oenarang eenelijk nog bezet met 80. Europeesen en 258. Jnlanders, zijnde de overige militie gezonden na de mattarin en Caddoe, dit plaatsje is heel gesond, en schoon van aerde ge„ maekt, al Extra sterk, hebbende de twee hoofd rebellen al eens haer hoofd daar voor gestoten, en kan niet weijnige reparatie eenige Jaeren in staat gehouden worden. Mattarm heeft als nog benoodigt twee pos„ „ten, gelijk Prambanang en Madjassem, zijnde 't eerste een voorpost Circa 5. uuren van den anderen, en heden bezet met 75. Europeesen en 451. Jnlanders; en Madjassem als het hoofd Campement heeft 225. Europeesen en 354. Jnlanders, die daar als nog ten uijttersten noodig zijn, schoon het, als men eens ageerde, met een Enkelde bezetting wel te stellen zoude wesen; De regenten van daer die 'er Sie daar dan hoog Edele groot Agtb: Heeren de verdeeling van onse militie in die drie provintien, welke ruijm en dubbelt sufficieerende zijn om de vijanden te slaan en afteweiren, hebbende ik de Mattarm en Caddoe soo ver„ „sterkt om dat het groote plaatsen zijn, en het best konnen veelen; Jtem om bij de hand te hebben en bij uijtrukking te Conjungeeren, en als dan in ijder plaats Eenlijk te laten gelijk in de Baggaleen een passabel be„ „settingtje, eensdeels om de daer blijvende volkeren te gerusten, en anderendeels om eenige vivres voor de Legers in voorraad te bergen, want om door zoo een fortje Juijst een district te bewaeren, heeft ons de ondervinding geleerd, dat niets haer uijt„ Juijst ook niet tegen hadden, gaven egter niet duijster te kennen, dat haere districten nog niet na ordinair bevolkt maar der„ „selder Jnwoonderen wijd en zijd met 'er woon verstrooijd waeren, en genoeg te doen hadden, om ons Leger te onderhouden, dus alles heel Langsaem in zijn werk zoude moeten gaan, egter is het, zedert dat den ritmeester steen„ mulder daar is geplaast, Extra aangegroeijd en toegenomen. In de Caddoe Legt ons volk geplaest op Sitjang, bestaende heeden in 105. Europeesen en 262. Jnlanders, ook in een goede benting of aerde werk, zijnde dies regent mede niet tegen een fortje, egter bekommerd voor de materialen; Juijst gestrektheijd ..

NL-HaNA_1.04.02_2844_0098 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 24th of June 1754. extent is hardly possible, unless the regent himself is so powerful that he can withstand the enemy; indeed, one has even seen this on Madura, when the regent fled into the fortress with wife and children, that his entire dalem, which lay just outside the range of the cannons, was reduced to ashes, and that our Soerabaijers and Grissenaars had to dislodge the enemy, so we would also be forced to keep a flying army continuously on foot besides this, and in further verification of this, Soeracarta—that costly horse for the Company—demonstrates to us that, notwithstanding it is now likewise surrounded by earthworks and garrisoned by 295 Europeans and 272 natives, which the Commander states to be unavoidably necessary, and I nevertheless think that this could be somewhat bargained down, one must still maintain an entire company of Dragoons to escort the coolie-loads and goods, and that between four fortresses, and situated so close to one another, I mean the Ontmoeting at Oenarang, the Hersteller at Salatiga, the Veldwagter at Boijalasie, and the Grootmoedigheijt at Soeracarta; how often has the enemy not raided back and forth in plain sight, yet just out of the reach of the barrels of the ordnance, indeed, what pitched battles have not occurred between those passages to clear the way, such as that renowned one at Banjoedana etcetera; besides and apart from the fact that it will also inspire in their minds the notion of our perpetual stay, whereas I hold it certain that if they could stand on their own feet in any way, they would gladly terminate our lease, it is true that the Commanders now and then go rather too far and give occasion to much evil, yet I hope and trust that such will surely cease nowadays, and therefore, respectfully speaking, I would be in favor of the current earthworks, all the more because they are currently firm and strong, situated in good locations, and can very easily be made as compact as desired, of which Colonel Ossenberch, by virtue of his recent inspection of those encampments, has assured me, whereas the erection of stone counterparts will cause a great deal of commotion and labor in those provinces, for lime, stone, etcetera must all still be made and procured, besides and apart from the fact that the native generally proposes and reasons something that is not precisely his true meaning, and therefore later comes limping behind with the lame horse; and finally, those places also lie very far from our main or coastal residencies, whereby they could thus be cut off daily. Mancoeboemie and Said are still not well-disposed toward one another, yet they also keep quiet without troubling one another any longer, wherefore in such a manner it may last long before they subdue each other; and as for the reunification, about which the reports somewhat differ, I assume it will never—even should it take place—be as cordial as before, having unmasked each other and looking after one and the same interest, namely, to see themselves elevated to the Mataram throne, which indeed makes up the sum total for both of them, however they may disguise, turn, and twist it; yet I hold it for certain, let the matter turn and run as it will, that we have already gained much over those parties, for operating on their own they will essentially, with a little fortune of arms, be overcome, and meanwhile Mancoeboemie can be conciliated, in whose honesty I place considerably more trust than in that cunning Said, yet I keep them both engaged in correspondence without, however, being able to touch the heart of the matter, no matter how I study it, and whatever means having also devised, having now de novo requested Mancoeboemie to send one of his children hither in order to present his interests or pretensions, or how he would like it, and—if he were fearful—offered him hostages at his discretion, Said likewise though not so cordially, yet all under a gift of broadcloth and passementerie, which after all, according to the nature of the country, closes the door. The plan of war, formed by Ossenberg and confirmed by me, is enclosed herewith, solely for the consideration of Your High Nobilities, wherein some free hand might well be left, since the same generally, through the course and the enemy's unfathomable movements and designs, changes the scene daily, as also [illegible] and for the effect of which I long. Meanwhile, the dry season is advancing rapidly, to confront them, or rather Said, with our available force, should it please Your High Nobilities, for which the Honorable Ossenberg along with other brave officers are full of courage and valor, and such, according to our understanding, under God's blessing, could take place very advantageously, while Mancoeboemie can be separated and encouraged to submit, who then likely would and must declare himself, for it is a fact that there is unrest among their troops and people, and they are not as powerful as before; I also state with certainty that our recently published edict concerning the firearms does them great injury, and at times, upon victory, under that pretext would provide a further diversion, as our subjects are increasing considerably, and yet one cannot contend too much for division, in order to overcome everything through that ancient maxim of state.

Dutch transcription

Van Javas oost Cust den 24. Junij 1754. Van Javas oost Cust den 24. Junij 1754. uijtgestrektheijd niet wel mogelijk is, ten zij den regent zelfs zo magtig is dat de vijand kan wederstaan; Ja selfs heeft men dat gesien aan Madura, wanneer den regent met wijden en kinderen in de vesting vlugtede, dat zijn geheele dalm, die even buijten het bereijk van de stukken lag, in de assche wierd gelegd, en dat door onse sou„ „rabaijers en grissenaars de vijand moesten werden vernestelt, dus souden w' ook genood„ „saekt wesen, altoos een vliegend Legertje buijten des op de been te houden, en tot verdere verificatie van dien toond Soeracarta dat kostbaere paerd voor de Comp:e onaan„ „gesien nu mede omringt van aerde werken, en met een guarnisoen bezet van 295. Euro„ peesen en 272. Jnlanders die den Commandant steld ondermijdelijk benoodigt te hebben, en ik egter dank dat daer van wel wat af te dingen sal wesen, ons aan, dat men evenwel een geheele Comp: Dragonders houden moet, om de picolansen en goederen te escorteeren, en dat tussen vier vestingen, en so na bij den anderen geleegen, ik meen de ontmoeting op Oenarang; de hersteller te salatiga, de veldwagter te Boijalasie, en de grootmoedig„ „heijt te soeracarta; hoe meenigwerff heeft de vijand, in 't gesigt, egter even buijten het bereijk van de trompen van het geschut, heen en weer niet gestroopt, Ja wat veldslagen zijn tussen die passagies om opening niet voorgevallen, gelijk die vermaerde tot Banjoedana ensz: buijten en behalven dat het de gemoederen ook een denkbeeld zal inspireeren van ons eeuwig verblijf, daer ik mij verseekert houde, dat ingevalle maer eenigsints op haer eijge beenen konden staen, gaerne ons de huur zouden opseggen, wel is waer, dat de Commandants het nu en van vrij wat gortig maken, en tot veel quaat aanleijding geven, dog hoope en vertrouw egter dat zulx heden wel zal Cesseeren, en daerom zoude dan onder reverentie gezegt voor de heeden zijnde aerde werken wesen, temeer om dat deselve tegen„ „woordig hegt en sterk zijn, op goede plaatsen gelegen en soo Compendieus heel Ligt kunnen gemaakt werden als men se begeert, waer van de overste ossenberch mits zijn Jongst genoome inspectie van die Campementen mij heeft verseekert, daer het opregten van steene ditos heel veel Commotien en werk zal geven in die provintien, want kalk, steen, ensz: moet nog alles gemaakt en gezogt werden, buijten en behalven dat den Jnlander doorgaans wel wat propo„ „neert en raisomeert, dat Juijst zijn waere meening niet is, en daerom nader„ „hand ook met het hinkent paart agteraan komt; en ten laesten zo leggen die plaetsen ook al heel verre van onse hoofd of strand residenties af, waar door se dus dagelijx konnen werden afgesneeden. Mancoeboemie en Laid meenen 't nog niet met Elkander, dog houden zig ook stil zonder tot malkander Van Javas oost Cust den 24. Junij 1754. Van Javas oostCust den 24. Junij 1754. malkander meer te ontrusten, al waeromme het op zo een wijs lang zal konnen duuren eer zij malkander t'onderbrengen; en wat de weder vereeniging aanbelangt, waer van de raporten zoo wat verschillende zijn, stel ik, zal Juijst noijt / algeschiede die ook /. zo hertelijk zijn als voor heen, als Elkander ont„ „deckt hebbende en een en 't selfde Jnterest be„ „hartigende; namentlijk; om zig op de Mattarm„ „se troon verheeven tesien, dat dog bij haer beijde wel het facit op desom maekt, hoe„ „danigheijt het ook verbloemen, avenden en keeren; dog dat stel ik zeker de zalk mag loopen en keeren zo zij wil, dat w' op die parthijen al veel gewonnen hebben, want zij op haer zelfs ageerende sullen wesentlijk bij een wijnig fortuijn van wapenen te vermeesteren wesen, en in wijlen Mancoeboemie konnen werden gecasuleerd, op wien nog al vrij meer vertrouwen stel van Eerlijkheijd, als op dien Loosen said, egter houde ik haar beijde aan in 't Correspondeeren zonder egter de ziel van de zaek te konnen raeken, hoe ik daar op studeer, en wat middelen ook beraamt hebbende nu de Novo Mancoeboemie versogt een zijner kinderen herwaarts af te senden ten fine zijn belangen of praetentien, of hoedanig het gaerne had, voortedragen en / zo bedugt was / hem gepresenteerd oestagiers na zijn discretie, said adjdem dog niet soo hartelijk, Edog alles onder een praesent van Laeken en passement, dat dog nader aard van het land de deur sluijt Het plan van oorlog, door ossenberg gefor„ „meerd, en bij mij geconfirmeerd, legt hier nevens, Eenelijk ter speculatie van uw Hoog Edelhedens, waerinne egter wel wat ruijme handen mogen werden gelaeten, vermits het selve doorgaans door de loop ^ soeken en der eijanden ondoorgrondelijke beweeging en desseijnen dagelijx het toneel doet veranderen, gelijk ook een en na welkers Effect verlang. Jntussen schiet sterk het drooge saisoen in, om, als het uw Hoog Edelhedens konde behaegen, haar eens dan wel said, met onse aanhanden hebbende magt onder de oogen te zien, waer toe den E: ossen„ „berg nevens andere brave officieren, vol van moed en Couragie zijn, en zulx na ons begrijp onder Gods zeegen heel avantagieus soude konnen geschieden, terwijl Mancoeboemie. kan werden gesondert, en tot onderwerping aangemoedigt, die als dan denkelijk zig soude declareeren, en moeten, want dat is wesentlijk dat 'er een beweeging is onder haere troepen en volk, en zij niet zoo magtig zijn als voorheen, ook stel ik met zederheijd dat ons Jongst gepubliceerd Placcaatje Concer„ „neerende de geweiren, haar veel afbreuk doet, en bij wijlen, bij victorie onder dat not een verdere diversie geven soude, gelijk onse onderwerpelingen tamelijk accresseeren, en dog om de verdeeltheijd niet te veel kan gecampt werden, om door die aloude staat maxime alles te boven te komen, — marsr

NL-HaNA_1.04.02_2844_0100 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 24th of June 1754. From Java's East Coast the 24th of June 1754. marching route also only by order or in case of an advance out of the eastern salient, in order to cleanse Cadirie, Pranaraga and Madion with some 60 to 70 Europeans, 200 Natives, 2000 Madurese, and 1000 Sourabaijers, Major Rhener seeming to raise no objection to this, and proposing for the execution of that expedition Ensign Phefferkorn, also known to me, as having given proof of knowing well how to manage the Madurese; and thus then, just as Japan and Wierasaba, Cadirie, with a regent attached or related to the Sourabaija lineage, would provide a sufficient ring wall, and cut off communication with the Malang rabble: and then of the Madurese, one of his sons, placed on Sidaijoe or Toeban in case of a vacancy, provided that he paid the contingent of such a district, and in particular promised to cover Djiepan C: L:, that peerless and formerly considerably rice-yielding principality, against all invasions, the eastern salient, which cannot be kept under watch enough, was humanly speaking secured: it is true! many will say that the Madurese are harmful on Java, but they have nevertheless often been of great service to us, indeed necessary, and Sourabaija with Sumanap, when kept in proper condition, which a good chief in the eastern salient can well ensure, serves sufficiently as a counterweight. Not, Right Honorable Grand Respected Sirs, that I am in favor of military action or war, far be it; for it is certain that one could easily let them proceed for a time, and indeed on very solid grounds; firstly because one generally sees that whenever a split occurs in a rebellion, it dissolves itself, as presently exists among them regarding mastery, and secondly because their own hesitation will also make the common man waver, from which surely decline or dispersal will result, and therefore as they say to wait and see how the cat jumps for a year or so, or as long as Your Right Honors might see fit, which shall also be and remain observed absolutely according to Your Right Honorable Grand Respected Sirs' order, in the hope that they may destroy one another and be inclined or brought to sound resolutions; assuming also that, if they do not unite, neither of them will dare attempt anything against the lands presently in our possession, although Said now and then makes himself heard and seen, and also spreads rumors; as Commandant Abrahamsz. communicated to me some four days ago by express messenger that he was on the move to take the Caddoe by surprise, yet he still keeps quiet on the small hill Woetjil and gathers men. The west is sufficiently covered, and Your Right Honors' wise measures concerning the appointment of the Banjoemaes regent as wedana or patron over the small districts of Pomardeen, Gowong, Ledocq and Roma etc. tie the knot all the tighter, and along the shores the same shall also be dutifully observed and ordered; behold then, Right Honorable Grand Respected Sirs, a modest detail of affairs conceived to the best of my ability and the best that I have been able to envisage in my thoughts and know how to devise regarding this odious matter in this clouded juncture of time, indeed that which I had to express according to duty in the hope that, having done my best, it may be crowned with the hand of love by Your Right Honors, and that I may thereupon be furnished with Your Right Honors' further wishes and orders, in conformity with which the company of Natives of Gandria belonging to Tagal, Japara of Grissee, Dain Manderika and of Intje Rama of Japara have already been discharged from service to make their living by fishing in their kampongs situated on the beach, and in like manner some old men and Javanese have been weeded out from those stationed here, which shall be observed progressively, but to fulfill Your Right Honors' order to send the same towards Batavia is not well possible, because they are not inclined thereto, although I asked them all and even encouraged them to it, being also about to discharge in the next few days a company of the Natives belonging here at home, and also somewhat reduce Captain Kesser who comes from Rembang with a company of 240 head, all taken into service here, he being a son of Captain Tollong who returned on the 19th of this month, of whom still around a good 300 head lie in the Mattaram, all likewise practically recruited along this coast, since of his 70 men brought along from Batavia, some are dead and the others are officers and non-commissioned officers under that company, saying that he cannot persuade those men to undertake the Batavian journey, although he quasi vero affirmed having an extraordinary inclination for it, wherefore nolens volens with that bold fellow, while keeping him under watch, some patience will have to be exercised, and to diminish him gradually on every occasion, as doing so all at once is not advisable, assuring Your Right Honors in the meantime that the payment shall take place according to your respected orders, and I shall conduct myself in this with all circumspection, and also by no means lose sight of Your Right Honors' revered commands to transport those troops to Batavia on every occasion and according to possibility; for to cut in with a broad axe would at times only give evil ideas to the rebels, and easily, upon noticing our disarmament, cause at least Said to undertake one thing or another.

Dutch transcription

Van Javas oost Cust den 24. Junij 1754. — Van Javas oostCust den 24. Junij 1754. — mars-route meede Eenelijk bij ordre of cas van agering uijt den oosthoek, om met een 60. â 70. Europeesen, 200. Jnlanders 2000. madureesen, en 1000. sourabaijers, Cadirie, Pranaraga en Madion te suijveren, schijnende den major Rhener geen swaerigheijt daar inne te stellen, en proponeerd daer toe bij uijtvoer van die Expeditie den bij mijn mede bekenden vaendrig Phefferkorn, als blijken hebbende gegeven van met de madureesen wel wetende om te gaan; en dus dan, gelijk Japan en wierasaba, Cadirie met een geattacheert of geparenteert regent aan de sourabaijsche gehegt, soude een sufficante ring„ „muur geven, en de Correspondentie met het malangs gespuijs afsneijden: en dan van den Madurees, een zijner zoonen, op Sidaijoe of Toe„ „ban geplaast bij vacatura, mits het Contingent van so een district opbragt. en wel in son„ „derheijt, beloofde om djiepan C: L:, dat weergaloose en voor heen Considerable rijst gevende vorstendom, voor alle invasien te dek„ „ken, was den oosthoek, die niet genoeg in het oog kan werden gehouden, na het mensdom ge„ „sprooken gesecureerd: wel is waar! veele sullen zeggen dat den madurees schadelijk op Java is, maer is ons egter al dikwijls van groote dienst geweest, Ja noodsaekelijk, en sou„ „rabaija met sumanap, wanneer in staat worden gehouden, waar een goed hoofd in den oosthoek wel voor kan sorgen, strekt genoeg tot een tegen wigt. Niet, hoog Edele groot agtbare, dat ik voor de ageering of oorlog ben, dat zij verre; want het is zeker dat men gemakkelijk haer eens zoude konnen laten begaan, en ook al op heel fondament; Eerstelijk om dat mens doorgaans ziet, wanneer in een rebellig scheuring komt, dat z' zig van selfs vermelt, gelijk heeden omtrend het meesterschap onder haer resideert, en ten anderen door dien zij selfs aerselende de gemeen man ook sullen aan 't waggelen brengen, waer uijt zekerlijk den verloop off verstroijjing sal voort komen, en mits dien /:so men zegt /: voor een Jaertje of soo lang als uw Hoog Edelhedens zouden konnen goed vinden, de kat eens uijt de boom kijken, dat ook absoluit tot uw Hoog Edele groot agtbaerhed:s ordre geobserveerd zal werden een blijven, in beede dat zij malkander sullen mogen verdelgen, en tot goede Concepten doen overhellen of te brengen wesen; stellende ook, dat, zo zij niet vereenigen, geen van haer beijde, iets op de heeden bij ons in besit zijnde Landen zal durven tenteeren- schoon said zig nu en dan soo eens laet hooren en vertoond, ook spargeerd; gelijk mij den Commandant Abrahamsz: over een dag of vier per Expresse Communiceerde dat hij in beweeging. was om den Caddoe te gaan over„ „crompelen, dog houd zig egter nog stil op het bergje Woetjil en versameld volk. De west is genoegsaem gedekt en uw hoog. Edelhedens wijse maet regulen omtrent Niet Beei Van Javas oost Cust den 24. Junij 1754. Van Javas oost Cust den 24. Junij 1754. de aanstelling van den Banjoemaes regent als wedond of schutsheer over de landstreekjes van Pomardeen, gowong, Ledocq en Roma &:r binden de knoop des te vaster en aan de stranden sal het selve mede schuldig werden geobserveerd, en geordonneerd; sie daer dan hoog Edele Groot agtb:„r een gering detail van saeken na mijn vermogen geconcipieerd en het beste dat ik na mijn gedagten heb konnen voordessen en op dese odieuse zaek weet uijt te denken in dit beneveld tijds gewrigt, Ja dat geen 't welk volgens pligt heb moeten uijtten in hoope dat als mijn best hebbende gedaen met de hand van Liefde door uw hoog Edelhedens sal mogen werden bekroond, en ik daar op gemunieerd met uw Hoog Edelhedens nader begeerte en ordre, Conform welke ook alreets de Compagnie Jnlanders van Gandria, tot Tagal gehoorende, Japara van grissee, Dain Mande„ „rika en van Jntje Rama van Japara uijt den dienst ontslagen zijn om zig met vissen in haer Campongs, die aan de strand gelegen leggen, te erneeren, en inselvervoegen uijt de hier aanhouden zijnde, eenige oude en Javae„ „nen uijtgeschooten, het geen gaande weg staat in agt genomen te werden, dog om aan uw Hoog Edelhedens ordre te voldoen, om dezelve Bataviawaarts te zenden, is niet wel mo„ „gelijk, dewijl zij daar toe niet genegen zijn, schoon 't hen alle heb afgevraagt en daar toe zelfs geanimeerd, zúllende ook eerstdaegs een Comp:e van de hier thuijs gehoorende Jnlanders ontslaan, en den van Rembang komende Capitain kesser met een Comp„e van 240. koppen, alle hier in dienst genomen, mede wat plucken, zijnde hij een zoon van den op den 19:e deser geretourneerden Ca„ „pitain Tollong, van wien nog Circa een groote 300. koppen in de mattari Leggen, alle mede genoegsaam ter deser Custe aan„ „genomen, vermits van zijn van Batavia mede gebragte manschappen, ten getalle van 70. eenige dood en de andere officieren en onder officieren onder die Comp:e zijn, zeggende die menschen niet te konnen overhaelen tot de Bataviasche reijs, schoon bij quasi vero betuijgde Extra sin er in te hebben, dierhalven zal nolens volens,, met die stoute knaap, mits hem in het oog hou„ „dende wel wat patientie moeten oeffenen, en bij alle occagie allengskens wat klijnder maken, dat eensklaps niet raadsaam is, verzekerende ondertussen uw hoog Edelens, dat de afbetaeling na derselver gerespecteerde ordre geschieden, en ik mij met alle omzigtigheijd hier in gedragen sal, en ook gantsch niet uijt het oog laten gaan uw Hoog Edelhedens gevenereerde beveelen, om bij alle occa„ „sien, en naar mogelijkheijd die troupen na Batavia te transporteeren; want om daar met de groffe bijl in te hacken, soude bij wijlen maar quade denkbeelden bij de rebellen geven, en Ligtelijk, onse disarmeering bemerkende, ten minsten Said, het een of andere, doen ondernemen. een 's Keijsers i

NL-HaNA_1.04.02_2844_0102 view scan ↗

English

175 From Java's east Coast the 24. June 1754. From Java's east Coast the 2. July 1754. — Batavia The Emperor's account is being drawn up further and will soon, together with that of the cacah moneys, be presented to Your High Noble Honours, provided that, as His Highness has already appealed twice, a modest payment in funds is added by me, who with all reverence profess to be, below stood, Your High Noble Honours' entirely humble, most obedient, dutiful servant, was signed, N:s Hartingh, in the margin, Samarang the 24. June 1754.. Batavia To the High Noble, Right Honourable, Rigorous and Far-commanding Lord; His High Nobility Jacob Mossel, Governor-General, and the Right Noble Lords Council of Netherlands India etc. etc. etc. High Noble, Right Honourable, Rigorous, Far-commanding Lord; and Right Noble Lords Referring to my most humble lines dated 24. June last, there now passes under cover of this to Your High Noble Great Right Honours the Moorish little vessel Mira Mathien magamadoe miradoe, which arrived here yesterday from Rembang where it was provided with a mast, from Nagapatnam, from where, according to its pass, it sailed on the 17. October of the past year for Batavia, and now twenty days ago, in a deplorable condition, made landfall through the Bali strait in the eastern corner, and, as stated, has been repaired and provided with provisions against payment, having however disembarked or sold nothing on this Coast. Furthermore, I cannot omit dutifully to impart to Your High Noble Honours 177 From Java's east Coast the 2. July 1754. From Ceylon the 18: April 1754. to impart, the death of the famous rebel Marta Dipoera, alias Raden Depati Poegar, which demise will certainly give some relief to Demak, Kudus, Pati, etc.; thus I regard it as a desirable matter, all the more so since his brother has been here with me in person in order to propose to me the eldest son in the father's place, whom he has gone to fetch today together with the Interpreter Bastam; upon his appearance, however subject to the approval of Your High Noble Great Right Honours, I shall appoint him as regent with a certificate, in order to bring those rice fields back to the Company; just as I, with all fidelity and profound respect, subscribe myself, below stood, Your High Noble Great Right Honours' entirely obedient, humble, and dutiful servant, was signed, N: Hartingh, in the margin, Samarang the 2. July Anno 1754. — Since it is not uncommon on this Island, upon the arrival of a new governor, to overwhelm him from all sides with all kinds of fine-seeming requests, of which one, because of the embarrassment of the many businesses flowing in on that occasion, is often unable to penetrate the actual ground and purpose, both for the reason just cited and the little experience in a place that is still unfamiliar: the undersigned, being placed in this case as much as anyone, has nevertheless made the utmost efforts to clear away everything High Noble, Rigorous, Far-commanding Lord! and Noble Lords Batavia To His Nobility the High Noble Rigorous Lord Jacob Mossel, Governor-General, and The Noble Lords Council of Netherlands India

Dutch transcription

175 Van Javas oost Cust den 24. Junij 1754. Van Javas oost Cust den 2. Julij 1754. — Batavia 's Keijsers reecq: word nader geformeerd en staat eerstdaegs nevens die van de Tjatjas gel„ „deren aan uw Hoog Edelens gepresenteert mitsg„s zijn hoogheijt mits al tweemaal heeft aangeklapt een matige verstrekking in gelden toegevoegt te worden door mij, die met alle rederentie be„ tuijge te zijn /:onderstond :/ uw Hoog Edelens gants onderdanige seer gehoorsaemen Trouw schuldige Dienaar /:was getekent:/ N:s Hartingh /:in margine:/ Samarang den 24. Junij 1754.. Batavia Aan den Hoog Edelen, Hoog Achtbaren, gestrengen en Wijtgebiedenden Heere; zijn Hoog Edelheijt Jacob Mossel gouverneur Generaal en de wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia etc:a etc:a etc:a Hoog Edelen, Hoog Achtbaren, Gestrengen, wijdgebiedenden Heere; en de wel Edele Heeren Het refert aan mijn gants submissie regelen sub dato 24. Junij Jongstleeden zoo gaat onder gelijde deses tot uw Hoog Edele groot Achtbaeren over het op gisteren alhier aangekoomen uijt Rembang /: alwaar voorsien is van een mast :/moors scheepje Mira Mathien magamadoe miradoe, van Nagapatnam, van waar volgens pas den 17. ' october anno passato na Batavia is gestevend, en nu twintig daegen geleeden, in een deplorabele staat, door de straat Balij in den oosthoek is aangeland, en gelijk gezegt gerepareert, en net mond„ „kost voor betaeling voorsien geworden, heb„ „bende egter ter deeser Custe, niets gedebarqueert of omgezet. Konnende voorts niet voorbij gaan, om uw Hoog Edelheedens schuldig te bedeelen Leey f 177 Van Javas oost Cust den 2. Julij 1754. Van Ceijlon den 18: April 1754. bedeelen, den dood van den befaemden rebel Marta Dipoera, alias, Radeen Depattij Poegar, welk sterfgeval wel wat lugt zal geeven aan Damak. , coedus, Pattij, enz: dus het aanmerk als een gewenste zaak, te meer desselfs broeder hier bij mij selfs is geweest, ten fine den oudsten zoon, aan mij voor te dragen, in 's vaders plaats wien hij heeden nedens den Tolk Bastam is gaan afhaalen, zullende dezelve bij verschijning, egter op approbatie van uw Hoog Edele groot achtbaeren, nedens een bewijs als regent aanstellen, ten fine die rijstlanden weeder aan de Comp:e te brengen; gelijk mij met alle trouw en diep ontzag onderschrijve /:onderstond:/ uw Hoog Edele Groot Achtb: gantsch gehoorsaeme, onderdanige, en trouw schuldige Dienaar /:was getekent:/ N: Hartingh /:in margine:/ Samarang den 2. Julij A„o 1754. — Dewijl het ten deezen Eilande niet zeldzaam is, bij aankomst eens nieuwen gouverneurs den selven van alle kanten t' obrueeren met allerlei schoon schijnende verzoeken, waar van men dikwijls door het embarras der bij die gelegenheijd menigvuldig„ „lijk toevloejende bezigheden de wezendlijke grond ent oogmerk niet bekwaam is, zo door even aangehaalde reden als de weinige ervaarenheid op een nog vreemde plaats, te penetreeren: zoo heeft d'ondergetekende mede zo zeer als ijmand in dit geval gesteld, nogtans d' uijterste devoiren geadhibeerd om alles uijt den weg te ruimen Hoog Edele, Gestrenge wijd„ „ gebiedende Heere ! en Edele Heeren Batavia Aan zijn Edelheijd den Hoog Edelen Gestrengen Heere Jacob Mossel Gouverneur generaal, en D' Edele Heeren Raaden van Nederlands India wat Reee

NL-HaNA_1.04.02_2844_0104 view scan ↗

English

From Ceijlon, 18 April 1754. From Ceijlon, 18 April 1754. what was in any way possible, in order carefully to avoid falling into the necessity of also becoming a burden to Your High Nobilities by presenting multiple difficulties (which, not being of much importance or urgency, are also always without necessity and annoying): In like manner it has also been my intention to deal with the request concerning the Dessave of the Three and Four Corles, tending in such a manner to transfer a part of the profits on the elephant trade to the Kandyan King, as will appear to Your High Nobilities in both the reports attached hereto, deferring respectfully to them so as not to trouble Your High Nobilities with superfluous prolixity, because upon the first objection made by the servants of the Gate according to the charge given to them by me, because I acknowledged myself incompetent to make any change in what had existed for so long to the King's satisfaction, for the benefit of the Honourable Company, which had always exerted itself and continued to give His Majesty proofs of faithful attachment and gratitude, and whatever else I thought applicable according to the circumstances of affairs and the custom of dealing with these people, as well as that I could not, therefore, release myself from my unavoidable duty to give notice to Your High Nobilities of what the Lord Dessave of the Three and Four Corles had demanded in the name of the Court: so I hoped herewith (as similar attempts are not unusually set on foot among these natives and, being put on the long finger, often also fall forever into oblivion) to be able to place this matter under this sort, and therefore, without further and more pressing necessity, I did not wish to trouble Your High Nobilities therewith; but the sequel not having answered my expectation, and further insistence regarding the unreasonable pretension in the elephant trade having taken place, in the manner set down in the accompanying second report, I again requested excuse and delay, since I had not yet (as I let those Kandyan Ministers know) received any orders in that regard from Your High Nobilities, whom I, being no longer able to avoid troubling with the considerations of this repeated demand from the Court, take the liberty to refer it to their most wise consideration and prudent arrangement, under respectful request to be strengthened, for my peace of mind, by Your High Nobilities' orders, so as to be able to answer this request (which nevertheless has some appearance of compulsion) according to Your High Nobilities' intention; if one were assured that such a concession would not be demanded to extend over other articles as well, I think this could still be passed over, yet not without inconveniences and loss of profit, but notwithstanding the promises made by the much-mentioned Dessave at the time of his request never to touch upon the rest, I am not without apprehension that one might indeed experience the contrary, and however great the harmony appears to continue undiminished and in a substantial manner to this day, I nevertheless clearly perceive self-interest (wholly unable to afford itself the patience to remain masked for long without interruption under such friendly circumstances) to be the principal object of the court magnates, and among them principally that of the Second Adigar of the realm, who is respected by no one except by the monarch alone, of whom he is the first favourite. Therefore, so that one does not experience that they would pass from such a concession (if this demand were once granted) to attempts to obtain that which could prove far more damaging to the Company, I hope Your High Nobilities will be pleased to have this pretension declined, which will possibly cause a year or two to be spent with some difficulties, but will apparently still be easier to overcome after they thus find their entry into the Honourable Company's commerce entirely prevented at the first approach, than that, having already given them a footing therein, one would have to contest further progress piecemeal, while throughout the entire sequel and at the least refusal they would also not lack means to throw all kinds of endless difficulties in the way of the advancement of the Company's interests, for which they could also find among ours enough instruments of harmful assistance offering themselves as if voluntarily, as I perceive only too well that it is not the treatment by the prince of the country or the intercourse and correspondence with the court magnates (at least up to the present day), but indeed the Company's own servants, who make it their principal pursuit to keep the administration on this island entangled in constant embarrassment. The above-mentioned point touching the elephant trade being the only one that remains outstanding with the Court for the present, concerning the settlement of which I find myself somewhat at a loss without being specially strengthened in that respect by Your High Nobilities' respected orders, I shall also, awaiting them in respect, not detain Your High Nobilities' attention for the rest, but, under humble communication of the receipt of Your High Nobilities' secret circular dated

Dutch transcription

Van Ceijlon den 18. April 1754. Van Ceijlon den 18. April 1754. wat maar eenigsints mogelijk was, ten einde zorgvuldiglijk t' eviteeren, om te vallen in de noodzakelijkheijd van ook aan uw Hoog Edelheedens met het voordraagen van veelvuldige zwaarigheden (die niet van veel belang of pressance weesende ook altijd zonder noodzakelijkheijd en nuant zijn) tot een Last te moeten worden: Indiervoegen is ook geweest mijne intentie om te handelen met het verzoek wegens den Des„ save der drie en vier Corles, tendeerende om op zodanige wijze, een gedeelte der voordeelen op den Eli„ „fants-Handel aan den kandischen koning over te brengen) als in de beide hier nevens gevoegde Relaasen, uw Hoog Edelhedens zal te vooren komen, „defereerende i' eerbiediglijk aan de zelve om uw Hoog Edelhedens ook met geene overtallige langwijligheid moeilijk te zijn, want op 't eerste door de Bediendens der Porte, volgens hun door mij gegeeven Last, geëxcipieerd zijnde wegens dat mij onbevoegd kende veranderinge te brengen in het geen zo lange met 's ko„ „nings genoegen had stand gegreepen, ter beguys„ „tiging van d' Ed: Comp:e welke zig altijd had bevlij„ „tigd, en continueerde om zijn Maj:t Bewijzen van getrouw atachement en erkentenisse te geeven, en wat ik meer dachte naar om„ „standigheijd van zaaken en de gewoonte om deeze Leiden te behandelen aplicabel te weezen, mitsg„s dat mij derhalven niet konde ontslaan van mijne ondermijdelijke pligt om aan uw Hoog Edehedens kennisse te geeven van het geen de Heer Dessave der drie en vier Corles uit naam van het Hof gerequireerd hadde: zo hoopte k hier mede (:gelijk diergelijke poogingen bij deezen Jnlander niet buijten gewoonte in het werk gesteld worden en dezelve op de lange bank wordende geschoven ook dikwijls voor altijd weder in het vergeet boek raaken:) deeze zaak onder deeze soort te zul„ „len kunnen gesteld worden, en daarom heb buiten meerdere en nadere dringende nood„ zaakelijkheid uw Hoog Edelheden daar mede niet willen vermoeilijken; dog het vervolg niet hebbende beantwoord aan mijne verwagtinge en omtrend d'onbillijke pretensie in d' Elifants Handel nader aandrang, invoegen bij 't hier nevens leg„ „gende tweede Relaas ter neder gesteld, geschied zijnde, heb weder verschooninge verzogt en uijtstel, alzo ik nog (gelijk ik aan dien kandischen Ministers liet weeten) geene ordres diend wegens had ontfangen van uw Hoog Edelhedens welke 'k nu niet langer kunnende ontwijken met d' overweegingen van dit door het Hof herhaalde requisit lastig te vallen, het zelve de vrijheijd neeme derzelver hoogwijze Conside„ „ratie en prudente schikkinge te defereeren onder eerbiedig verzoek van te mijner ge„ „ ruststellinge niet uw Hoog Edelhedens Bevelen gesterkt te worden om dit verzoek (het welk dog eenig gelaat van dwang heeft) naar uw hoog Edelhedens intentie te kunnen be„ „antwoorden; indien men verzekerd was diergelijke believinge niet zoude worden gevor„ „derd om ook over andere Articulen t' extendeeren uit meene Heee Heeel 181 Van Ceijlon den 18. April 1754. Van Ceijlon den 18. April 1754. — Ree meene ik dit nog wel, nogtans mede niet zonder inconvenienten en derdinge van voor„ „deel, te zullen kunnen worden overgestapt, maar niet tegenstaande de Beloften door den veelgem: Dessave bij zijn verzoek te gelijk gedaan van de overige nooit te zullen aan„ „roeren, zo ben niet zonder bedugtinge men wel eens het tegendeel zoude kunnen onder„ „vinden, en hoe groot de harmonie tot heden onderflaud en op een wezentlijk wijze blijkt te continueeren, worde ik dog duijdelijk gewaar d' eigenbaat (zig geheellijk niet gunnen„ „de 't geduld om overzulke vriendhoudende om„ „standigheden zonder interruptie lange gemas„ „kerd te kunnen blijven) de Hoofd betrachting te zijn, der hofsgroten en onder dezelve voor„ „namelijk die van den, bij niemant als bij den vorst alleen waar van hij d'eerste gunsteling is, gezien zijnde tweeden Rijks adigaar„ Derhalven op dat men niet ondervinde zij zouden overgaan van zodanige toegeevenheid, indien dit requisit eens geac„ „cordeerde wierde:) tot poogingen om te verkrijgen het geene aan de Maatschappij nog vrij schadelijker zoude kunnen vallen, hoope ik uw Hoog Edelhedens deeze preten„ „zie zullen gelieven te doen declineeren, het welk mogelijk een Jaar of twee met wat moeijlijkheden zal doen doorbrengen, dog aparent nog ligter te boven te komen zijn, na dat zij dus in 't eerste abord hunnen odergang in 's Ed: Comp„s Commercie geheelijk belet zien, als dat men dus haar daar in reeds voet gegeeven hebbende bij deelen den verderen voortgang zoude moeten be„ „twisten, terwijl dus in het geheele vervolg en bij de minste weigering 't ook haar niet zoude ontbreeken aan middelen om allerlij moeilijkheden zonder einde in het voortzetten van 'sComp„s Belangen in den weg te brengen, waar toe z' ook onder d' onze genoeg werktuigen van schadelijke behulpzaamheijd en zig als van zele daar toe aanbiedende, zouden kunnen vin„ „den, wijl ik te veel gewaar worde, dat het met de behandelinge van den vorst des lands of d'ommegang en Correspondentie met de Hofsgrooten (:immers tot heden toe) zijn, maar wel 'sComp„s eigene Dienaaren, die hunne voornaamste betrachtingen maaken om het bestier ten deezen Eilande in een overpoosd embarras ingewikkeld te houden. — Het bovengem: point, toucheerende den Elifants-Handel 't eenige zijnde dat met het Hof voor het tegenwoordige exteerd, om„ „trend welkers afdoeninge zonder door uw Hoog Edelhedens gerespecteerd Bevelen ten dien opzigte speciaal gesterkt in eenigsints ver„ „legen vinde, zal ook, dezelve in eerbied verwagtende, uw Hoog Edelhedens atentie voor't overige niet ophouden, maar, onder needrige communicatie van den ontfangst uwer Hoog Edelens secreete Circulaire de datos belet

NL-HaNA_1.04.02_2844_0106 view scan ↗

English

From Ceylon, the 18th of April 1754. From Ceylon, dated 18 April 1754. 6 July of last year regarding the Asiatic Emden Company, which shall serve for my dutiful observance, testifying that I indeed have the honor to be, and shall always remain, with deep high esteem. At the bottom stood: High Noble, severe, widely commanding Lord! and Noble Lords. Lower: Your High Noblenesses' very obedient, humble servant. Was signed: Joan Gideon Loten. In the margin: Colombo, the 18th of April 1754. That the Honorable Company in earlier days, whenever any elephants crossed over from the King's territory into the Company's territory, had them captured and subsequently sent to Jaffnapatnam to be traded there; and since the trade in these animals in the said Commandery is still going well, even if more elephants were sent; the question is therefore whether the Honorable Company would be willing to agree that, whenever some elephants are delivered here from the Court, which are to be sent to Jaffna together with the beasts captured here, the same be accepted, and that after deduction of the costs, there be paid for them to the King's pantry, either half or two-thirds of the profits that are gained from them. I replied to this that I could not serve any answer, but that I would present these matters to His Right Honorable, whereupon the Dissava answered that if the Honorable Company might be inclined to accept this request, it would then please them to notify the Dissava of the 3 and 4 Korales in writing. It was on the 3rd of this current month that I went to the recently arrived envoys from Kandy to inquire after their health; on which occasion, during other private conversation, the Dissava of the Three and Four Korales proposed the following to me, namely: Ceylon. 185. From Ceylon, dated 18 April 1754. From Ceylon, dated 18 April 1754. to notify or negotiate what price the Honorable Company would yield to the Court, and that the Dissava then also did not doubt that he could well put this into effect to achieve the same, and that thereby the impediment that is commonly undertaken on the side of Negombo during the transport of the elephants could also be cleared out of the way. Furthermore, that apart from the above, the Honorable Company can rest assured that with regard to the elephants captured by it, no changes will occur, but that it will remain as of old. I was requested to convey this matter in secrecy to His Honorable and to serve a report on it, which I have also complied with. At the bottom stood: Colombo, the 5th of November 1752. Was signed: P. Philipsz. Lower: Agrees. Was signed: J. R. Kriekenbeek, sworn clerk. Account given by the Maha Mudaliyar Philip Philipsz and Mahotiar Leander de Saram regarding what occurred between them and the Dissava of the Three and Four Korales who recently came down here. When on the 18th of this month we had gone to the Kandyan envoys who recently arrived here, to inquire after their Honors' health, and entered into conversation with the Dissava of the 3 and 4 Korales, His Honor said that when he had previously arrived here on an occasion, he had discussed some matters regarding the trade of elephants with the first undersigned, and that the first undersigned, having made the same known to Your Right Honorable and Severe Lordship, had reported to His Honor that Your Right Honorable and Severe Lordship would declare yourself further on the matter, but that His Honor had thus far heard nothing regarding it. Therefore His Honor said that he had now also received a high order to make known to us regarding the said elephants, so that without His Honor speaking about it to Your Right Honorable and Severe Lordship himself, we would bring it to the knowledge of Your Right Honorable and Severe Lordship, namely:

Dutch transcription

183 Van Ceijlon den 18. april 1754. — Van Ceijlon onderdato 18. April 1754. — 6:n Julij des voorleeden Jaars omtrent d' Asiati„ „sche Embder Compagnie te mijner schuldige ob„ „servantie zullende strekken, betuigen, gelijk metter daad d' Eer heb te zijn, altoos te zullen blijven met diepe hoog achtinge /:onderstond:/ Hoog Edele, gestrenge., wijdgebiedende Heere! en Edele Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelhedens zeer gehoorzaame, onderdaanige Dienaar /:was getek:t/ Joan Gideonloten /:in margine:/ Colombo den 18:e April 1754. — Dat d'EComp:e in vroegere dagen wanneer er eenige Eliphanten uijt 's konings in 'sComp„s gebied overkwamen dezelve liet opvangen, en ver„ volgens naar Jaffenapatnam zenden om aldaar vernegotieert te werden, en dewijl de ne„ „gotie dier ammalen ten gedagte Commandemente nog wel gaat, al wierden 'er meerder Eliphanten gezonden; zo is de vraag of d'E: Comp:e het zoude willen accordeeren, dat wanneer uijt het Hoff. eenige Eliphanten alhier wierden gelevert, die men tegelijk met de alhier gevangen werdende beesten naar Jaffena komt te verzenden, dezelve worden g'accepteert en naar aftrek van de kosten daar voor aan het konings dispens be„ „taalt, 't zij de helfte of twee derde van de voordeelen die men daar op komt te behalen. Ik repliceerde hier op; dat ik geen antwoord konde dienen, maar dat het een en ander aan zijn wel Edele zal voordragen, waar op den dessave antwoorde, dat bij aldien d' E: Comp:e mogt g'inclineert zijn tot acceptatie van dit verzoek, als dan dezelve bij geschrift aan den heer Dessave der 3. â 4. Corles zal gelieven Het was den 3. dezer lopende maand dat ik mij vervoegt hebbe bij de Jongst afgekome„ „ne gezanten uijt Candia, om naar haar welstant te vernemen; bij welke occasie, onder ander gesprek particulier den dessave der drie en vier Corles, mij voorslaeg het volgende, namentlijk: Ceijlon kennisse ƒ Reei 20 H ƒ F 185. Van Ceijlon onderdato 18 April 1754. — Van Ceijlon onderdato 18:' april 1754. — Laen kennisse te geven of te onderhouden wat prijs d' EComp: aan 't hoff zoude opbrengen, en dat den dessave dan ook niet twijffelt of hij zoude ter erlanging het zelve wel kunnen in het werk stellen, en dat daar door ook zoude konnen uijt den weg geruijmt worden, het impediment dat gemeenlijk bij den vervoer der Eliphanten aan de kant van Nigombo word ondernomen. Voorts dat buijten het voorenstaande d'E: Comp: zig daar op gerusten kan, dat omtrent de Eli„ „phanten die door haar gevangen worden geen veranderingen zal geschieden, maar, dat 't zal blijven als van ouds. Dit een en ander wierd mij verzogt in Secretesse aan zijn Edele te verstaan te geven, en daar op van berigt te dienen; het geen ik ook heb nagekomen /:onderstond:/ Colombo den 5. November 1752. /:was getekent:/ P: Philipsz /:lager:/ Accordeert /:was getekent:/ J: R: Krie„ „kenbeek E:g: Clercq. — doen wij ons den 18:' dezer hadden begeven bij de Jongst alhier aangekomene candiase gezanten, om na hun Ed:e welstand te vernevren, en met den Dessave der 3. en 4. Corles in gesprek traden, zijde zijn E:, dat bij ge„ „legentheijd denzelven bevorens ook alhier eens aanquam, met den Eerst ondergeteken„ „de eenige zakelijkheden nopens de Negotie der Eliphanten verhandelt hadde, en dat hij Eerst ondergetekende daar op dezelve aan uwel Edele gestrenge bekent gemaakt hebbende, aan zijn E: berigt hadde, dat uwel Edele gestrenge derwegens zig nader zoude de„ „clareeren, maar dat zijn E: dien aangaande tot nog niets vernomen heeft; Derhalven zijde zijn E: ook nu eene hoge ordre gekregen te hebben, om wegens gem: Eliphanten aan ons bekent te maken, ten eijnde zonder dat zijn E: zelfs uwel Edele gestrenge daar over zoude spreken, wij zulx aan uwel Edele gestrenge zoude ter kennisse brengen namentlijk: Relaas gedaan door den Mahamodliaar Philip Philipsz: en Mahotiaar Leander de Saram, wegens het voorgevallene tusschen hen en den Jongst alhier afgekomen Dessave der drie en vier Corles. om Heee E Relaas

NL-HaNA_1.04.02_2844_0108 view scan ↗

English

From Ceylon under date 18. April 1754. From Ceylon under date 18. April 1754. To annually have apparently no more than 50. beasts, but sometimes indeed fewer, such as 20: 25. 30. or however many can be obtained, transported from the Court to Trinconomale, or to deliver them to those who transport the Company's elephants via Putulang, or else to deliver the same here as best pleases your Right Honourable Sir, in order that those beasts may then be appraised, and that money being counted out, be turned into cash as the Honourable Company shall be pleased to see fit. Or else, the same being transported and sold for the account of the Honourable Company, deducting from this the costs that their Honours would have incurred thereby, the remainder to be delivered to the Court. His Honour also said to present this matter to your Right Honourable Sir and to communicate to His Honour the answer that your Right Honourable Sir would be pleased to provide thereto; after which, we having brought the same to the notice of your Right Honourable Sir, according to the order of your Right Honourable Sir informed His Honour that what was necessary regarding this had already been written to Batavia, but that up to the present no letters have been received, without it further being known why such has not yet taken place. Yet that presently one matter was to be considered; namely: that for some time past, those who used to arrive from the Coast for the purchase of elephants were no longer heard of as before, on account of the troubles and disturbances in that region; on which account much misfortune had befallen the Company's brokers who trade with the animals of the Honourable Company (inasmuch as they, being unable thereby to sell the same, had to keep them, and thus many of them having perished, they consequently could pay no money to the Honourable Company), which is well known at Batavia; and that because, as said before, nothing has yet been heard from Batavia, your Right Honourable Sir could also as yet answer nothing certain thereto. Whereupon His Honour asked us whether now, because the merchants for the purchase of the elephants as was said no longer arrive, the Honourable Company refrains from having more of those hollow-bellies caught! And whether also, if the ambassador might now go up, no permission will be requested for the transport of the elephants, and if these matters should be so, how one could then say that no more merchants arrive; We replied to this that those people did not stay away entirely without proceeding to Jaffena; but that the situation here is just as we have said here before. His Honour asked us again whether it would then be written from Batavia not to take over those beasts, or not to allow the same to be sold to others; to which we said we could not answer. The Honourable Dessave then gave as an answer that it was not so very necessary to write to Batavia about this matter, because the Honourable Company reserves for itself all merchandise that is of the greatest profit to their Honours, and renounces others that do not please their Honours; and since the Dutch gentlemen are very sensible gentlemen, and by their Honours law and justice are mostly practiced, just as they permit other nations who arrive here with ships and merchandise to hand over for payment that which the Honourable Company wishes to purchase of their brought goods, and to sell the rest to other people, it will thus not be right if one of the above-mentioned two means did not come to pass, or a definite answer were not obtained, notwithstanding that a good friendship and mutual assistance is maintained by His Imperial Majesty and the Company. His Honour further said that because the Honourable Governors trade with some merchandise that is to the benefit of the Honourable Company, and also hold some leases, His Honour therefore hoped that your Right Honourable Sir would be able to give a good answer to this. Instructing us at the same time to make such known to your Right Honourable Sir, and subsequently to bring to His Honour's knowledge on this very occasion whatever your Right Honourable Sir would be pleased to answer thereto, whether to take over the elephants here, or not, or else that the same may be sold to others. Furthermore the often-mentioned Dessave stated that not five elephants are to be hunted in the Company's district, but that of so many of those beasts as were annually caught in the Company's territory, most come down hither from Candia, without however any hindrance being caused thereto, but that until now sufficient opportunity is given for it, through which the Honourable Company causes so many of those hollow-bellies to be caught and sold to the benefit of their Honours. And that even if the aforementioned request were now complied with, nevertheless nothing would be hindered regarding this catch, with the further notification that for the peeling of the cinnamon

Dutch transcription

187 Van Ceijlon onderdato 18. April 1754. — Van Ceijlon onderdato 18. April 1754. — Om Jaarlijks apparentelijk niet meer als 50. Beesten, maar zomtijds wel min„ „der, gelijk 20: 25. 30. of zo veel te krijgen zal zijn van het Hoff naar Trinconomale telaten overbrengen, of aan de gene die 'sComp„s Eliphanten over Putulang vervoeren te Jntrageeren, dan wel deselve alhier zo als het uwel Edele gestrenge best behaagt te leveren, ten eijnde als dan die beesten op prijs gesteld, en dat geld toegetelt wor„ „dende, zodanig als d' EComp:e het zal gelieven goed te vinden ten gelde te worden gemaakt. Dan wel dezelve voor Reek: van d'EComp:e wordende vervoert en verkogt, de kosten die haar Ed: daar door zoude gedaan hebben, daar van afkortende, het resteerende aan 't Hoff te worden bezorgt. Ook zijde zijn E: om dese zake aan uwel Edele gestrenge voor te houden en het antwoord dat uwel Edele gestr: daar op zoude gelieven te dienen, aan zijn E: te Communiceeren; Waar na wij het zelde aan uwel Edele gestrenge ter kennisse gebragt hebbende, volgens ordre van uwel Edele gestr: zijn E: aankundigen dat derwegens reets het nodige naar Batavia was geschreven, maar tot als nog geen schrij „vens bekomen, zonder dat men verders weet, waaromme zulx tot nog niet is geschied. — Dog dat egter thans eene zake te bezinnen was; namentlijk: dat zedert eenigen tijd herwaarts, de gene die tot den Wij dienden hier op dat die men„ „schen niet ten eenemale wegblee„ „ven zonder zig naar Jaffena te WWaar op zijn E: ons afvroeg, of 'er nu, wijl de kooplieden tot den Jnkoop der Eliphanten gelijk is gezegt, niet meer aankomen, d'E: Comp: zig afhoud van die holbuijken meer te laten vangen! en of ook wanneer den ambassadeur nu mogte opgaan, geen permissie zal verzogt worden tot den vervoer der Eliphanten, en zo dese zaken zodanig mogten zijn, hoe of men dan konde zeggen, dat 'er geen koop„ „lieden meer aankomen; Inkoop van Eliphanten van de Cust aan„ „quamen, als nu wegens de troublen en onlusten aan dien oirt gelijk voor heenen niet meer wierden vernomen; weshalven aan 'sComp„s makelaars die met de amimalen van DE Comp: negotieeren /:ter zake zij dezelve daar door niet kun„ „nende, verkopen, moesten aanhouden, en dus menige van dien nedergezakt zijnde, zij daar voortgeen geld aan d'E: Comp:e konden betalen:/ veel quaads was wedervaren, het welk op Batavia wel bekent is; En dat wijl gelijk voren is gezegt, nog van Batavia niets vernomen als uwel Edele gestrenge ook daar op is, tot als nog niets zeker konde antwoorden. Jnkoop begeven; 6 Hee Van Ceijlon onderdato 18. April 1754. — Van Ceijlon onder dato 18. April 1754. begeven; maar dat hier mede zodanig, als wij eens hier voren gezegt hebben gelegen is. zijn E: vroeg ons weder af, of dan van Batavia zoud geschreven worden, om die beesten niet overtenemen, of niet toetestaan dat deselve aan andere worden verkogt; waar op wij zijden niet te kunnen antwoorden. Den E: Dessave gaf toen tot ant„ „woord niet zo zeer nodig te zijn, van dese zake naar Batavia te schrijven, wijl d'E: Comp:e van alle koopmanschappen die ten meesten voordeele van haar Ed: zijn, voor zig behoudende van andere die haar Ed: niet aanstaan afzien en vermits de heeren Hollanders zeer verstandige heeren zijn, ook door haar E:s meest Regt en geregtigheijd geoeffend word, gelijk deselve aan andere natien, die met scheepen en koopmanschappen alhier aankomen permitteeren, om van hunne aangebragte goederen, dat geen, dat d'EComp: inkopen wil, voor betaling overlatende, het andere aan andere menschen te verkopen, zo zal het niet regt zijn, indien van de boven gezegde twee middelen niet eene quam te geschieden, of een vast ant„ „woord te krijgen, niet Jegenstaande door zijne keijzerlijke Majesteijt en de Comp: een goede vrindschap en wederzijdse assistentie word onderhouden. — Nog zijde zijn E: dat wijl de Edele heeren gouverneurs met eenige koopman„ „schappen, die ten voordeele van d' EComp: zijn, handelen eenige verpagtingen ook houden, zijn E: derhalven verhoopte, dat uwel Edele gestr: hier op een goed antwoord zoude konnen geven. Ons teffens aanzeggende om zulx uwel Edele gestrenge bekent te maken en vervolgens het geen uwel Edele gestr: daar op zoude gelieven te antwoorden, 't zij om de Eliphanten alhier overtenemen, of niet, dan wel dat dezelve aan andere kunnen worden verkogt, bij dese occasie zelfs, zijn E: ter kennisse te brengen. Wijders diende meerm: dessave, dat in 'sComp„s district geen vijf Eliphanten te Jagen zijn, maar dat Jaarlijks zo veel van die beesten in 'sComp:s gebied gevangen wierden, de meeste van Candia herwaarts afkomen, zonder daar aan egter eenige hin„ „dernisse te worden toegebragt, maar tot nog genoegzame gelegentheid daar toe gegeven word, waar door d'E Comp:e zo veele dier holbuijken ten voordeele van haar Ed: laat van„ „gen en verkopen. En dat of schoon tans aan het voorsz: verzoek wierd voldaan, egter tot dezen vangst nietssoe verhindert worden, niet wijdere aanzegging dat tot het schillen van den Nog banneel

NL-HaNA_1.04.02_2844_0110 view scan ↗

English

From Ceijlon, dated 18 April 1754. From Ceijlon, dated 18 April 1754. Permission being granted for cinnamon in the territory of the Honourable Company, the Honourable Company also trades in that aromatic bark, besides the fact that the Honourable Company conducts so much other merchandise. But that which concerns the Court consists solely in the areca trade, which also does not amount to much; for the areca of the court dignitaries and inhabitants, which is taken over on account of the Honourable Company at an amanam of 38000 pieces, is composed as follows: that of the court dignitaries for 15 Lareijen and of the inhabitants for 12, in which manner, being bought up by their Honours, it is again sold to others, the amanam calculated at 24000 pieces, with great profit, and on which remaining areca and pennies the Honourable Company also has so much advantage; the inhabitants, who buy an amanam of areca for 10 Larijen and sell it again for 12 ditto, have only two larijnen profit. When His Honour presented this matter to us in this manner, we said that because Batavia has already been written to concerning the elephants and such is a new introduction, your Right Honourable cannot yet give a proper decision upon it, but that we nevertheless would inform your Right Honourable thereof, as we have also done; and according to the order of your Right Honourable, we have again stated the following to His Honour: that the Honourable Company was always ready to render faithful services to His Royal Majesty in all cases, and also, demonstrating sufficient proof thereof, had spared neither trouble nor expense for the conveyance of the Siamese Priests, as will also be well known to the Honourable dessave, and that therefore their High Honours will not fail to give the necessary answer regarding the request on the aforesaid trade, reflecting on the elephants, at which time such will also be communicated, but because Batavia has already been written to concerning it, one cannot answer it now. And when we announced to the dessave earlier that, since His Honour was in haste with it, Batavia will be written to once again concerning it, His Honour said to be well aware that the Honourable Company is always willing to render faithful services to His Royal Majesty, as has been sufficiently demonstrated regarding the trouble taken by their Honours for the conveyance of the Siamese Priests. That also if any advantage might accrue from the Honourable Company to the supreme Great Court, His Honour will greatly rejoice and also must apply His Honour's best efforts thereto, and that also whenever any advantage might be brought from His Royal Majesty to the Honourable Company, His Honour, rejoicing thereat, will also apply his best efforts thereto. From Ceijlon, dated 18 April 1754. From Ceijlon, dated 18 April 1754. Just as took place in that manner some time ago with the ship that was stranded on Talleweriemoendel, for the inhabitants of that place gave notice to the Court in writing that the same was not a Company's ship but a ship of others, its cargo also having been seized and one thing and another having been in dispute. But since it was learned in a letter that your Right Honourable had sent that the same had been a Company's ship, His Honour, opposing the other dignitaries of the court, had brought about that some messengers were sent to that place to inspect the stranded goods, which His Honour said, if they might belong to the Honourable Company, would be marked with their Honours' seal, just as His Honour's assertion was confirmed upon that, and the Company obtained those goods successively. Furthermore, His Honour said that while he was assured that the aforesaid matter concerning the elephants will still turn out well, His Honour will on this occasion also make it right at court, under the assurance that your Right Honourable will also put the necessary measures into effect thereto. Then we also said on behalf of your Right Honourable that, since a certain Chitty residing in Calpettij has promised to do his best to dive up some goods from the recently stranded Company's ship off Talleweriemoendel, it would therefore be very good if the assistance of His Honour and the inhabitants on that side might be available for that purpose, in case that man wished to keep his promise. Whereupon His Honour asked us whether a pearl fishery was also to be held at that place. We then testified to the contrary and assured His Honour that such will only happen for the diving up of the missing goods. His Honour said upon this not to fail, in case His Honour came to hear of such a matter, to put into effect everything that shall be in His Honour's power thereto. And that a certain person named Cicero, because a quarrel had arisen with a European in his tavern, having been placed in the Material Warehouse together with his two brothers-in-law, by name Cadiren and Manan, their wives and children, being assured that your Right Honourable and His Honour exist in great friendship, had requested that they might be released from their arrest; whereupon we said to know nothing of it, but that this is a matter that must be done by the Council of Justice. His Honour said further that some other persons had also requested His Honour to be helpful to them, but that His Honour had paid no reflection to that, but that in case the abovementioned persons were released from their arrest.

Dutch transcription

Van Ceijlon onderdato 18. april 1754.— Van Ceijlon onderdato 18. April 1754. — Heeel Canneel in 'sComp:s gebied verlof vergunt wordende, d' E: Comp:e met dien reukbast ook negotieerd, behalven dat d'E: Comp:e nog zo veele andere koopmanschappen drijft. Maar dat van wegen het Hoff is, be„ „staat eenlijk in den arreex handel, dewelke ook niet veel om het lijf heeft; want den arreek van de hofsgroten en Jngezetenen die voor reecq: van d' EComp, een ammonam tegens 38000: stux overgenomen word, bestaad zodanig, als: die der Hofsgroten voor 15. La„ „reijen en der Jngezetenen voor 12. , in welker„ „voegen door haar Ed: ingekogt wordende weder aan andere de ammanam tegens 24000. stux gerekent met grote advance ver„ „kogt word, en aan welke overige arreek en penn: d'E: Comp:e ook zo veel voordeel heeft, de ingezetenen die een ammonam arreek voor 10. Larijen inkopen en weder voor 12. d„os verkopen, hebben maar twee larijnen winst; toen zijn E: deze zake ons indiervoegen voorhielde, zijden wij; dat wijl wegens de Eliphanten reets na Batavia geschreden en zulx een nieuwe invoering is, uwel Edele gestr: daar op nog geen regt bescheid geven kan, maar dat wij egter uwel Edele gestren„ „ge daar van zouden bekentmaken, gelijk wij ook gedaan hebbende, volgens ordre van uwel Edele gestrenge zijn E: wederom het volgende aangezegt hebben: dat d'E: Comp: altoos bereijd was zijne k: M: in allen gevalle getrouwe diensten toetebrengen, en ook daar van genoegzame blijken bethonende, geen moeite en kosten ont„ zien had, tot de overbrenging der Siamse Priesters gelijk het den E: dessave ook wel bekent zal zijn, en dat overzulx ook haar hoog Edelhedens niet nalaten zullen om op het verzoek nopens de slaande, het nodige Eliphouten reftectie voorsz: Negotie ^ dientwegen te ant„ „woorden, als wanneer zulx ook zal gecom„ „municeert worden, maar wijl daar van reets na Batavia geschreven is, men nu daar op niet antwoorden kan. En toen wij den dessave aleerder aankundigden, dat vermits zijn E: daar mede haast maakte, nog eens daar van na Batavia zal geschieden worden, zijde zijn E: wel bekent te zijn, dat d'EComp:e altoos gewillig is zijne K: M: getrouwe diensten toetebrengen, gelijk genoeg gebleken is omtrent de door haar Ed: aangewende moeijte ter overbreng der Siamse Priesters. — Dat ook zo van d'E Comp:e aan het opperste grote Hoff eenig voordeel mogte geschieden, zijn E: grotelijks verheugen zal en daartoe ook zijn E:s best moeste aanwenden dat ook wanneer van zijne K: M: aan d' EComp: eenig voor„ deel mogte toegebragt worden, zijn E: zig daar over verblijdende, ook desselfs best daar toe aanwenden zal. altoos Gelijk Zeee Van Ceijlon onderdato 18. april 1754. — Van Ceijlon onder dato 18. April 1754. — Gelijk indiervoegen nu eenigen tijd bevorens met het schip dat op Tallewerie„ moendel gestrant was, toegegaan is, want de Jnwoonders van die plaatse gaven aan het Hoff bij schrijvens kennis, dat het zelve geen sComp„s maar een schip van anderen wat, zijnde ook dies inladinge gearresteert en het een en ander in den wat geweest. Maar 't zedert in't eenen brief, dien uwel Edele gestrenge gezonden had, vernomen zijnde het zelde een 'sComp„s schip te zijn geweest, dat zijn E: toen zig tegen d' andere groten des hofs stellende bewerkt had, dat 'er eenige bood„ „schaplopers naar die plaatse gezonden wierden, om de gestrande goederen die zijn E: zijnde, zo die van d'E Comp:e mogten zijn, met haar Ed: zegel gemerkt zouden zijn te bezigtigen, gelijk ook daar op zijn E:s voorgeven bewaarheid zijnde, de Comp:e die goederen successive gekregen heeft. Voorts zeijde zijn E: dat terwijl den zelven verzekert was de voorsz: zaak wegens de Eli„ phanten nog ten goeden te zullen uitvallen, zijn E: ditmaal ook ten hove, onder verzekering dat uwel Edele gestrenge daar toe ook het nodige zal in 't werk stellen, zal goedmaken. toen zijden wij nog uit name van uwel Edele gestrenge, dat van het onlangs gestrand 'sComp„s schip voor Talleweriemoendel eenige goederen vermits zijn in zekeren Chittij te Calpettij woonagtig belooft heb„ „bende zijn best te doen, ten einde dezelve op te duijken, het derhalven zeer goed zoude zijn; als wanneer de hulpe van zijn E: en de aan dien kant zijnde Jnwoonders daar toe mogte zijn bij gevalle dien man zijn belofte wilde nakomen. Waar op zijn E: dan ons afvroeg, of op die plaatse ook een Paarl=visserije te houden zal zijn, wij betuijgden toen het tegendeel en verzekerden zijn E: dat zulx eenlijk tot de beduijking der vermiste goederen maar zal geschieden. zijn E: zijde hier op niet te zullen nalaten ingevalle zijn E: zodanige zake quam te ver„ „nemen, alles wat in zijn E:s vermogen zal zijn daar toe in het werk te stellen. — En dat zeker perzoon cicero genaamd, om dat in zijn schaggerije met eenen Europees rusie ontstaan was, nevens zijne twee swagers, in name Cadiren en Manan in het Mate„ „riaalhuijs gesteld zijnde, hunne vrouuwen en kinderen als verzekert zijnde dat uwel Edele gestrenge en zijn E: in grote vrindschap bestaan, verzogt hadden, dat zij van hun arrest mogten ontslagen worden; waar op wij zijden daar van niets te weten, maar dat dit eene zake is, die door den Raad van Justitie moet gedaan worden. zijn E: zijde nog, dat eenige andere perzonen ook zijn E: hadden verzogt om hun behulpig te zijn, maar dat zijn E: daar aan geen reflectie geslagen had, dog dat in„ „gevalle de bovengem: perzonen van hunnen op te duijken arrest e

NL-HaNA_1.04.02_2844_0112 view scan ↗

English

From Ceylon dated 18 April 1754. From Java's East Coast the 12 July 1754. discharged from arrest will be an act of compassion. Two messengers, having arrived at our place in the name of the said Honourable Dissave and having said that the father and grandfather of a certain Moor at Gale, having performed the service of chief of that nation, came to pass away, of which the deeds still exist, and that because the said Moor was still young when his father died, another person obtained that service; they furthermore handed over to us the said deeds which his father and grandfather held, pointed him out, desiring that we, making this matter known to your Right Honourable, would bring it about that he comes to obtain that service, and which matter the Honourable Dissave also briefly submitted to us afterwards. Colombo the 18 December 1753 was signed P: Philipsz: and L: de Savam underneath stood Matches was signed J: R: Kriekenbeek First sworn Clerk Java's In accordance with promise, this dutifully accompanies the Emperor's account as accurately as I have been able to compile it, from which Your Right Honours, if it pleases you, can observe that after deduction of all improper charges his Highness would only still be indebted as of the ultimate June last past ƒ 4201: 5. — now only parting monthly according to custom or generosity, as being excused from everything according to the latest contract upon the cession of the tolls and beaches, four hundred measures of rice, cattle and other victuals, which on average in these times still amounts monthly to ƒ 2000. –. – which on such a Right Honourable, Highly Esteemed, Valiant, Wide-commanding Lord, and Well-born Lords Batavia To the Right Honourable, Highly Esteemed, Valiant and Wide-commanding Lord, His Right Honour Jacob Mossel Governor-General and The Well-born Lords Councillors of the Dutch Indies. foot F Hees 197 From Java's East Coast the 12 July 1754. From Java's East Coast the 12 July 1754. foot can also well be maintained, praying however in this matter to be strengthened with Your Right Honours' order, just as these accompany some correspondence letters back and forth between the undersigned, Mancoeboemie and Said, who still keep quite quiet, Said at Woedjil near Soeracarta; however, Mancoeboemie has marched off somewhat upon the death of Marta Poera towards the Seselo district, without however knowing or as yet being able to fathom to what end; Boeminata alias Bintoro has invaded the Grobogan district with his 250 men, and keeps the son of Marta Poera surrounded, lives there poorly however, and it is assumed he will soon be dislodged from there, provided the community both of Tjinkelsewoe and Grobogan and Waero are not well-disposed to him, while a small son with diverse petty chiefs and own brother of the deceased have also submitted at Tanjong and want to dislodge him from there, whereof time will bear the surest witness; Said having also sent me an original letter, this also annexed, whereby the often mentioned Marta Poera's son submits to him, requesting from me on this occasion once again a pocket watch, pistols etc.; Item sends a letter to his half-brother here Tirta Coesoema, to enquire after his well-being and that of his remaining brother. Just at this moment I receive per ferryman Your Right Honourable Great Esteemed always honoured letters both of the 30 June and the first of this month, the contents of which will be dutifully observed and obeyed as much as is possible, Item the Javanese letter, after the addition of a small present, delivered to Mancoeboemie by a good emissary. While in the meantime I have the honour to present to Your Right Honours alongside this a report of the Lieutenant Engineer Mandre concerning the lodges of Joana and Rembang, in the manner they were found by him and how the forts with the necessary outbuildings there ought to be constructed according to the plans, which he has deemed necessary to draw up thereof according to the constitution of the place and situation of the lodges, and I take the liberty to offer them to Your Right Honours with a respectful request to be strengthened in that regard with your honoured orders to be able to make a beginning with the construction the sooner the better, since the Resident Coertsz: has not only undertaken to construct the fort at his residency for the calculated price of 8730 rixdollars, but also to clear himself, after completion, of not having disadvantaged the Company therein; on that account, because of the importance, one might also well be able to step over the excess cost compared to what the latest project would yield, because in that case one was assured that the Company was faithfully and honestly served and also not driven into needless costs, not doubting which or y Rene 1

Dutch transcription

Van Ceijlon onderdato 18. April 1754. — Van Javas oost Cust den 12. Julij 1754. — arrest wierden ontslagen een daad van mede„ „dogentheid zal zijn. Twee boodschaplopers in 't naam van gem: E: dessave bij ons aangekomen en gezegt hebbende, dat de vader en grootvader van zeker moor te gale den dienst van hoofd dier natie waargenomen hebbende, zijn komen te overlijden, waar van de actens tot nog zijn, en dat wijl gem: moor nog Jong was, toen zijn vader stierf, dien dienst een ander perzoon verkreegen heeft, hebbende zij voorts gem: ac„ „tens die zijne vader en grootvader hadden, ons ter hand stellende, hem aangewesen, begeerende dat wij deze zake uwel Edele gestrenge te kennen gevende bewerken zoude, dat hij dien dienst komt te obtineeren, en welke zake ons dan na„ „derhand den E: dessave ook in't kort voor„ gehouden heeft. Colombo den 18. December 1753 /:was getekent:/ P: Philipsz: en L: de Savam /:onderstond:/ Accordeert /:was getekent:/ J: R: Krieken„ „beek E: g: Clercq Javas Na volgens promesse verzelt dese schuldig 's keij„ „sers reekening zoo accuraat als deselve bij malkander hebbe konnen brengen, waar uijt uw Hoog Edelhedens des behaegende, konnen beogen, dat na aftrek van al het oneijgen ten laste gebragt zijn hoogheijd Eenelijk nog schuldig soude wezen onder ult„o Junij Jongstle„ „den ƒ 4201: 5. — vertrekkende nu Eenelijk 's maandelijks nog na gebruijk of genereusiteijt, als zijnde volgens het Jongste Contract bij den afstand der tollen en stranden van alles g'excuseerd, vier Hondert maten Rijst, koe„ „beesten en andere mond benoodigtheeden, dat door den anderen bij dese tijden 's maendelijx nog al bedraegt ƒ2000. –. – 't geen op zo een Hoog Edelen, Hoog Agtbaeren, gestrenge, wijdgebiedenden Heere, en Wel Edele Heeren Batavia Aan den Hoog Edelen Hoog Agtbaren, ge„ „strengen en wijdgebiedenden Heere, zijn Hoog Edelheijt Jacob Hossel Gouverneur generaal en De wel Edele Heeren Raden van Nederlands India. voet F Hees 197 Van Javas oostCust den 12. Julij 1754. Van Javas oost Cust den 12. Julij 1754. — voet ook wel kan gaande houden, biddende egter in desen om met uw hoog Edelhedens ordre gesterkt te worden, gelijk deze vergesel„ schappen eenige Correspondentie briefjes over en weder tussen den ondergeteekende, Mancoeboemie en said, die zig nog al stil houden Laid tot Woedjil bij soeracarta, egter is Mancoeboe„ „mie Eenigsints afgemarcheert op de dood van Marta Poera na het seselosche, zonder egter teweten of als nog welke konnen penetreeren tot wat Eijnde; Boeminata alias bintoro is met zijn 250. man in 't grobogansche gevallen, en houd de zoon van Marta Poera ingesloten, leeft egter daar slegt, en stel schielijk daar van daen gedimoveerd te sullen werden, mits de gemeente so van Tjinkelsewoe als grobogan en waero hem niet genegen zijn, hebbende zig ook een kleijne zoon met diverse hoofdjes en eijgen broeder van den overleeden zig tot Tanjong onderworpen en willen hem van daer doen vernes„ telen, waer van de tijd het zekerste sal getuijgen; hebbende Said mijn ook een origineele Brief toegesonden, dese mede annex, waer bij dikgem: Marta Poera zijn soon zig aan hem submitteerd versoekende aan mij bij dese occasie alweder om een zak=oorlogie, pistoolen ensz: Jtem zend een brief aan zijn halve broeder alhier Tirta Coesoema, ter verneeming na zijn welstant en die van zijn overige broeder. — so momentelijk ontfang per veerman uw Hoog Edele groot Agtb=r altoos gehonnoreerde Letteren zo van den 30. Junij als Eerste deser, welkers inhoud schuldig, en zo veel het maar mogelijk is sal werden g'observeerd en g'obe„ „dieerd, Jtem de Javaansche brief na bijvoeging van een praesentje, met een goede zendeling Mancoeboemie ter hand gesteld. Terwijl in tussen de eer heb uw Hoog Edelens hier bezeijden te praesenteeren een Raport van den Lieutenant Jngenieur Mandre over de Logies van Joana en Rembang, invoe„ „gen die door hem bevonden zijn en de forten met de noodige bijgebouwen aldaar dienden g'extrueert te worden na de planen, dewelke denselven daar van na de constitutie der plaatse en situatie der Logies heeft noodig g'agt te formeeren en ik de vrijheijd neem uw Hoog Edelhedens aantebieden met Eerbie„ „dig versoek om dient wegen te mogen werden gesterkt met derselver g'eerde bedeelen om met d' Extructie hoe eer hoe Liever een begin te kunnen maken, nadien den Resident Coertsz: niet alleen aangenomen heeft het fort ter zijner Residentie voor de gecalculeerde prijs van 8730: rijxd„s te Extrueeren maar zig ook te purgeeren, na valtoijing van daar in de Comp„e niet te hebben benadeelt, uijt dien hoofde zoude men om de aangelegentheijt ook wel konnen over het meerder kostende, dan het Jongste project soude rendeeren, konnen hem stappen om dat men in dat cas verseekert was dat de Comp: trouw en Eerlijk bedient ook op geen nodeloose kosten gejaagt was, twijffelende niet welkers of y Rene 1

NL-HaNA_1.04.02_2844_0114 view scan ↗

English

199 From Java's Northeast Coast, the 12th of July 1754. From Java's Northeast Coast, the 16th of August 1754. or for the fort of Joana enthusiasts will likely also be found, if Your High Nobilities are pleased to approve the intended plans. Wherewith I have the honor to declare that I am, with deep reverence, underneath stood Your High Nobilities' entirely humble, most obedient, and faithful servant, signed N.s Hartingh. In the margin: Samarang, the 12th of July 1754. Since the departure of my latest respectful lines, all four sons of Marta Dipoera have submitted themselves here, having appointed the eldest, named Radeen Djoso Poespita, as seemingly the best, nearest, and most favored in the Grobogan district as provisional regent in the hope that it will earn Your High Nobilities' approval, in which manner I have also appointed over Tjinkelsewoe the Ngabehi Tjokro Diepo, born and respected there, being supported by the regents of Pattij and Joana, so I hope that this appointment, although a small troop of Mancoeboemie still lies on the borders, will be of the desired success, the shores being in a quiet rest. High Noble, Right Honorable, Rigorous, and Far-Ruling Lord, and the Honorable Lords! Batavia To the High Noble, Right Honorable, Rigorous, and Far-Ruling Lord, His High Nobility Jacob Mossel, Governor-General, and the Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. 201 From Java's Northeast Coast, the 16th of August 1754. From Java's Northeast Coast, the 16th of August 1754. and although, truly, the rain falling on this coast beyond all human memory is not favorable to the farmer, I nevertheless flatter myself with a tolerable harvest. Just as today I have the pleasure to present to Your High Noble and Great Honors some letters exchanged with the rebels, as well as to communicate my dispatch, after prior discussions and considerations, of Captain Tollong to Mancoeboemie, which outward appearance had so much effect that he brought back another letter to me in which the said prince expresses himself more openly than he ever did before, requesting half of Java, to speak with me, or otherwise envoys of distinction; and as in the said letter the address is framed much grander and more honorably, and likewise the seal as it ought to be is level with the first line and not a finger higher, as the previous ones were always sealed by him, I have, in order if possible to reach a desired settlement, sent thither ipso facto the merchant Breton and adjutant Donkel, Tollong, and the interpreter Bappa Bastam with the request to him to declare himself and submit His Nobility's requests, and then also to send me envoys of distinction, or else his son, and if he had objections regarding the latter, I offered him one of the two as hostages so as to wait upon each other in person, where through such guidance it shall be deemed best and most convenient for both of us. How I now long with pain for the outcome of this mission Your High Nobilities can easily perceive, especially as my envoys have already arrived in Tinkelsewol, and that Pangerang in the Blora district pursues Bintoro, alias Boeminata, with 700 men, and their envoys have not yet returned, as shown by two copies of letters from them and one from the Resident of Rembang, whereby I now live in fear and hope; if it does no good, it can also do no harm, and makes their minds still more confused, for Said, who does not know how or what, and yet hears almost everything, recently requested of me the whole of Java, and his pepatih Coedonowerso requested that our forces might withdraw from Bagelen, Kedu, and Mataram, whereupon his principal, being of the ancestors, would rule Java as Susuhunan; and in like manner a duplicate letter to Commander Steenmulder in Mataram, having only answered him on that matter that the affair was so vast and far beyond my reach, and what then would Mancoeboemie have, whom

Dutch transcription

199 Van Javas oostCust den 12. Julij 1754. — Van Javas oost Cust den 16. aug„s 1754. — of tot het fort van Joana zullen ook wel Liefhebbers te vinden zijn, indien uw Hoog Edelens gedagte planen sullen gelieven te approbeeren. Waar mede de eer heb te betuijgen dat met diepe reverentie ben: /:onderstond:/ uw Hoog Edelens gants onderdanige zeer gehoorsame en trouwschuldig Dienaar /:getekent/ N„s Hartingh /:in margine:/ Samarang den 12. e Julij 1754. — 'T zeedert het depart van mijn Jongste eerbiedige regulen hebben zig hier onderworpen alle de vier soonen van Marta Dipoera, heb„ „bende den oudsten in naame Radeen DJoso poes„ „pita als na oogenschijn de beste, naeste en be„ minste in 't grobogangse gesteld als provisioneel regent in hoope dat het verdienen zal uw Hoog Edelens approbatie, in welker voegen ook over Tjinkelsewoe heb aangesteld den Jngabeij Tjokro Diepo, van daar geboortig en gesien, werden„ „de gesouteneerd door de Regenten van Pattij en Joana, dus hoope dat dese aanstelling, schoon 'er een troepje van Mancoeboemie op de grensen nog legd, van gewenscht succes sal weesen, sijnde Sava Hoog Edelen, Hoog Agtbae„ „ren gestrengen, en wijtge„ „biedenden Heere en De Wel Edele Heeren! Batavia Aan den Hoog Edelen, Hoog Achtbaren, gestrengen en wijdgebiedenden Heere, zijn Hoog Edelheijt Jacob Mossel Gouverneur generaal, en de wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia de He e 201 Van Javas oost Cust den 16. aug„s 1754. — Van Javas oostCust den 16:' aug„s 1754. — de stranden in een stille rust. en schoon, waer„ en voor ons beijden het Convenabelste „lijk de tegen alle menschen geheugen aan val„ „lende regen op dese cust niet favorabel is voor sal werden geoordeelt Hoedanig ik nu den boer soo flatteer mij egter met een verlang met smert na het effect van tamelijke oegst dese Commissie kunnen uw Hoog Edelhee„ Gelijk heeden de vergenoeging heb uw hoog „dens ligt penetreeren, temeer mijne af„ Edele groot Agtb: te preesenteeren eenige over „gesondene reeds in Tinkelsewol zijn en weder gewisselde brieven met de rebellen, aangeland en hij pangerang in het Blorase Jtem te bedeelen mijne afsending na voor afge„ Bintoro /:alias:/ Boeminata, met 700. koppen „gane raisonnementen en overweeginge van den Capitain Tollong na Mancoeboemie het geen na agter nazit, en haere sendelingen nog niet het uijtterlijke van soo veel gevolg is geweest dat sijn gereverteerd, blijkens twee Copia briefjes hij weeder een briev aan mij heeft gebragt, waar van haar en Een dito van den Rembangs in gedagten prins meer uijtkomt als ooijt Resident, waar door nu leef in vrees en nog gedaan heeft, versoekende om half Java, mij, dan wel sendelingen van naamte spreeken, hoop, doet het al geen goed het kan ook en nadien in gedagte brief den titul vrij grooter geen quaad, en maakt de gemoederen nog al en honnetter is ingerigt, Jtem het zegul soo meer onthutst, want said, die niet weet het behoord met de eerste regul gelijk is; en hoe of wat, en egter bij na alles hoort, heeft net een vinger hroger zoo als de voorige altoos Jongst mij versogt om heel Java, en sijn door hem gechiapt zijn, heb ik, om was het moo„ pepattij Coedonowerso dat onse volkeren uijt „gelijk eens een gewenscht accomodement te treffen, de bagaleen, Caddoe, en Mattaram mogten ipso facto derwaarts afgesonden den Coopman trekken, wanneer zijn principaal, als zijnde Breton en adjudant Donkel, Tollong en den voorvaderen dog Java als soesoehoenang soude tolk Bappa Bastam met versoek aan regeeren; en in gelijker voegen een dito briefje haar zig te declareeren en zijn Ed„s versoeken aan de Commandant steenmulder in de voorte stellen, en mij als dan mede zendelingen van naam te senden, dan wel zijn soon en Mattaram, hebbende eenlijk hem daar op soo omtrend den laasten swaarigheijt maakte, g'antwoord die saak soo groot en ver heb hem een van beijde als geijzelaars aange buijten mijn bereijk was, en wat dog „praesenteerd om als dan malkander selfs op Mancoeboemie dan soude hebben, wien te wagten, waer het door soo een leijding best 6

NL-HaNA_1.04.02_2844_0116 view scan ↗

English

From Java's North-East Coast the 16th of August 1754. From Java's North-East Coast the 16th of August 1754. he indeed had not yet subdued; and requested that the aforementioned pepatih be sent hither in order to parley and contract about this and that, holding before him that he who wants to have the bottom out of the jug often gets the lid on his nose, and that it became more than time for him; and to Cadoenowerso I have given counsel whether it did not also become time for him, as an elderly man, to obtain rest and the lasting well-being of his children, since indeed he who prolongs the war brings nothing other upon himself than the punishment of God and Mahomet, and I hold myself assured that, if I were to speak to him once, we might eventually come to terms with one another, and that the Company will indeed never grant a settlement except on fair terms, as if that might help somewhat, and the more so because he has still been rather friendly towards my emissaries, all of which may be viewed in detail, if so desired, from the copies annexed hereto; however, Said took it into his head, indeed attempted several days ago, to let Djowinoto, former regent of the Mataram, assisted by Pangeran Rongo with 400 heads, penetrate between Magierie and Gading into that district, wherein he was anticipated by our men and retreated again into the mountains, leaving his people, according to the letter of Commander Abraham, to raid somewhat around Soerakarta as well, which I have held before him and requested him to cease such bold actions as being unfriendly and bearing no harmony. In name, I do not believe that he will undertake anything, firstly because sickness is raging forcefully in the uplands, and particularly among his people; secondly due to a lack of flints, muskets, etc.; and thirdly because he is not nearly as powerful as before, the minds are somewhat wavering, and he has practically lost the core of his rule; and on the contrary, all our camps today are in an exceptionally good posture of defense, having transported to Caddoe or Sittjang, well-situated and healthy, where a firm and strong benteng now lies, 2 iron cannons of 6 pounds. Furthermore, I have thus successively today discharged from service and paid off a good 1200 natives, in which I shall proceed or halt as the opportunity of the time allows. From Java's North-East Coast the 16th of August 1754. From Jambi the 8th of June 1754. Batavia allows. The enclosed note will show Your High Honorable Grand Worships that there remains in arrears only in tjattjas monies 3336 rix-dollars and 16 stuivers; and since they are poor regents and, according to a constant custom, having been in the field, have also practically already been excused from this by the Right Honorable Valiant Lord van Hohendorff, I humbly request authorization for the writing off of that small amount, whilst in the meantime I have the honor to subscribe myself with deep high esteem, was undersigned Your High Honors' completely submissive, very obedient and duty-bound servant, signed N. Hartingh, in the margin Samarang the 16th of August 1754. Since the dispatch of our humble letter of the 13th of the most recent month, of which the copy is enclosed herewith, we have the honor to inform by this meager writing that on the 3rd of this month we have arrived with the fleet at Simpang, the first place within this river situated [illegible] from the sea, not without much trouble on account of the low tide at the mouth of the river, the so-called Mosquito Gat being the best of four to enter, and the barques having eight feet of draft. High Honorable Grand Worships, Valiant, Most Firm, Gallant, Most Wise, Prudent, Most Generous Gentlemen. To His High Honor, the High Honorable, Grand Worshipful, Valiant Lord Jacob Mossel, Governor-General, along with the Honorable Lords Councilors of the Netherlands Indies. Going. J. Zeleel. Jambi.

Dutch transcription

203 Van Iavas oost Cust den 16:' aug„s 1754. — Van Javas oostCust den 16. Aug„s 1754. hij immers nog niet ten onderen hadde gebragt; en versogt herwaarts te senden gedagten pepattij ten fine eens over het een en ander te aboucheeren en te Contrac„ „teeren met voor oogen stelling dat die het onderste uijt de kan wie hebben dikwijls het lid op de nus krijgt en het meer als tijd voor hem wierd; en aan Cadoenower„ „so heb ik beraad gegeven of het voor hem mede geen tijd wierd als een bejaard man ter erlanging van rust en bestendig wel zijn van kinderen, daar immers die geene, die den oorlog verlengt, zig niet anders op den hals haald als de straaf van God en Mahomet, en ik mij verseekert houde dat, wanneer hem eens sprak, het bij wijlen met den anderen wel eens zouden raaken, en dat immers de Comp:e nooijt als op billijke voorwaarden het Compts zal geven, als of het wat helpen wil, en te meer om dat hij nog al vrindelijk tegens mijne sendelingen is geweest, alles omstandig des gelievende te beoogen uijt= Copias desen annex; egter heeft said het konnen gelusten, Ja getragt over eenige daagen DJowinoto, geweesen regent van de Mattaram, geadsisteerd met pangerang Rongo met 400. koppen tusschen Magierie en gading in dat district in te laten dringen, waarinne hij door de onse is voorgekoomen en in't gebergte wederom geretireert, latende zijn volk na volgens des Commandants Abra„ „nam schrijven rontom soeracarta ook soo wat stroopen, het geen hem vooroogen heb gehouden en versogt sulke stoutigheeden te laaten als niet vriendelijk en geen harmonie baerende. Van naam geloof ik niet dat iets zal onderneemen, eerstelijk om dat de siekte kragtig in de bovenlanden grasseert en wel insonderheijt onder de zijne, ten tweeden door gebrek van vuursteenen, geweeren enz:, en ten derden om dat gantsch soo magtig niet is als voorheen, de gemoederen soo wat aant waggelen zijn en hij de klein zijner regeering genoegsaam quijt is, en daar en tegen leggen alle onse campementen heeden in Extra goede postuur van defensie, hebbende na de Caddoe of sittjang, wel geleegen en gesond, waar nu een hegt en sterke benting legd, getransporteert 2. ijzere Canons van 6. pond. Wijders heb soo successivelijk heeden een groote 1200. Jnlanders uijt den dienst ontslagen en afbetaalt, waar in na tijds gele Rongo gentheijt 6 205 Van Javas oost Cust den 16. aug„s 1754. Van Jambij Den 8:' Junij 1754. Batavia gelegentheijt sal voortvaaren of halte houden Neevens leggende Notitie zal uw Hoog Edele groot Achtbaere aanwijsen dat er nog eenlijk aan Tjattjas gelderen ten agteren staan Rijxd„s 3336: 16. — en nademaal het arme regenten zijn, en navolgens een Constant gebruijk, als in't veld geweest sijnde, ook ge„ „ noegsaam door den wel Edelen gestr: Heer van Hohendorff daar van al geExcuseert zijn geworden, soo versoek nederig qualificatie tot afschrijving van dat Montantje, terwijl in„ „middens de eer heb mij met diepe hoog agting te onderschrijven /:onderstond:/ uw Hoog Edelheedens gantsch onderdanige seer gehoorsame en trouwschuldigen Dienaar /:getekent:/ N„s Hartingh /:in margine:/ Samarang den 16:' Aug„s 1754. — seedert de afsending van ons needrige van den 13: der Jongstl: maand waar van de Copeij hier nevens legd hebben wij d' eer door dese geringe te bedeelen dat wij op den 3:' deser tot aen de simpang, d' eerste plaets binnen dese revier en Leeren wijlen van de zee geleegen met d' armade sijn aangeland niet sonder veel suckelens, wegens het laege tij aen de mond der rivier, sijnde het soo genoemde mosquite gat het beste van vieren om in te komen, en hebben de Barcquen agt voeten dierp Hoog Edele groot Agtbare gestr: Erntfeste Manhafte wel wijse voorsienige seer genereuse, Heer e Heeren Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen. Groot Agtbaren gestrengen Heer Jacob Mossel Gouverneur generaal Benevens D' Wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia gaande J Zeleel Jambij

NL-HaNA_1.04.02_2844_0118 view scan ↗

English

From Jambij The 8th of June Anno 1754. Jambij The 8th of June Anno 1734. From having had to lie for twelve days before or until high spring tide, sitting on the west shoal in the Batoe Bara, and having spent twenty days until reaching here with that, warping and drifting. Yet here we first encounter the greatest and most hindrance, namely: the continuous strong downstream current of the river, which becomes steeper the higher up towards the place above our destination, being still thirty miles distant; a sloop in this season requiring at least twenty-six days and nights of labor to bring it that far; that is to say, in time of peace; being moreover less encumbered and provided with two reels for alternately carrying out the warps to the length of three to four hundred fathoms. Which causes us to have this difficulty regarding our march to war: for finding the worst in it is that on both sides the river is densely overgrown with wild forest extending over and into the water, so that those who carry out the warp are completely exposed to the secret enemy hiding in the brush with muskets, just as the enemy has already made known according to reports that he only needs to employ this to hinder us in our way. As well as letting drift bamboos and fire rafts towards the barks, which would thereby at best be thrown into confusion, letting slip the warp, hoping for danger of running aground on a mudbank protruding at the bends of the river, and owing to the sloping or incline of those places, to capsize with the falling of the water, where there is no saving them. We pass over in silence the making of bentings, which can be seen and captured, but which each and all require time. The aforesaid being rumors, and we may reasonably assume for certain that the defensive party will apply themselves to every means to prevent us from getting above with the barks: being very heavy vessels with regard to warping and full of men, without any view or path along the bank: for were there one of either, those carrying out the warp could be covered. On the other hand, the party can spy on and prevent our approach from bend to bend in the river by means of canoes without danger, only needing singly, dispersed at turns, to fire from behind a bush upon those coming ahead with the warp, effect the hit, and make off, as it is steep in many places, indeed sloping and therefore unapproachable for pursuit. As And 209 Jambij The 8th of June Anno 1754. From Jambij The 8th of June 1754. And also to let fire rafts drift down as many, whenever and to whatever place they wish, which requires no crew, they being able firmly to think: if the one does not succeed, the other will, and calmly await the outcome. Besides, whether it were possible to get above or not, the placing of the new garrison, which furthermore would not be good to undertake again above, is a principal point to provide the same with necessary storage and provisions from the ships before our departure, which must be maintained, where in the aforesaid manner we also foresee completely, besides the remaining disasters that are to be expected. And to rely on various actions that the blood relations against the King, who we are assured has retreated further inland, might undertake, or the highlanders, we find without basis, hearing nothing of it. Those who could and would do this would have to be the radens Buckam and Cobat, both brothers, and nephews of the King, and as is said the next heirs to the realm, thereto wronged principally in their father, the pangerang depattij, son of Sultan Ki Gede, and secretly put to death by order of this King; but these have remained in Castij, and of whose arrival we have not yet heard. To undertake a land expedition upriver, after having taken further into consideration, we know of no road or guide for it, and also believe there is none, owing to being encumbered by the swamp; furthermore, we estimate its distance at fourteen to fifteen miles in a straight line, and thus too far for carrying along provisions. The only and best means that we can think of to undertake the expedition would be a number of about fifty rowing vessels, like large fishing prahus, that can go wherever they wish, in order to surprise the enemy with them all at once. Taking all of which into consideration together, we have judged it better not to begin the further march rather than having to leave it half done, and have further resolved to take up post here at the Simpang, to fortify it with another earthwork of six feet high in a square, surrounded outside with palisades, this place being where the river first splits in two downstream, being situated better for the prevention of smuggling, as the dreaded place so deep inland, besides saving the expenses for the warping of vessels. It is true that it lies further away from the highlanders in time of trade, but are To the

Dutch transcription

207 Van Jambij Den 8:' Iunij A:o 1754. Jambij Den 8 Junij A:o 1734. Van gaande Twaalf daegen 'er voor of tot hoog spring tij moeten leggen in de Batoe Bara op de west plaet gezeeten, en daar meede en niet werpen en op drijven tot hier toe twintig dagen toegebragt Dog hier ontmoeten wij eerst de grootste en meeste hinder, namentlijk: het geduurig sterk afstroomen der rieviere dat hoe hooger hoe stellen word naa de plaetse boven onser destinatie sijnde nog dertig mijlen verheijd hebbende een Chialoup in dit Jaar getij ten minsten ses en Twintig Etmael werk om het tot daar toe te brengen; te weeten in tijd van vreede; sijnde daer en boven min belemmerd en met Twee rollen voorsien voor 't beurtelings uit brengen der wersen ter langte van drie â vier hondert vademen. 'T welk ons dese swaerigheijd doet hebben over onse optogt ten oorlog: want het ergste er in vindende is 't aan de zoonen beijde der revier digt begroeijd is, met weeste bosschagie reijkende tot over en in 't vater invoegen die 't werp uijtbrengen 't eenemaal bloot staen voor leijmelijke partij inde ruijgde schuijlende met hand geweer, gelijk de vijand sig reets heeft laeten verluijden volgens 't gerapporteerde hij sulx maar alleen behoeft in het werk te stellen my ans in de weg te Kinderen Als mede het laeten affdrijven van bamboes en brandvlotten de Barcquen te gemoed die daat door ten besten genoomen in confusie geraakt het werp laetende slippen gevaar hoopende op een Landplaet aan de uijthoeken der river uijtstee kende, vast te getaeken en mits de schuijnse off hellinheijd dier plaetsen, met 't vollen van het water om te vallen daar geen redden aan is. —. Wij verswijgen het moeken van Bentings die gesien en ingenoomen kunnen worden dog 't welke van ieder altemaal tijd vereijscht. Als voorsz: sijnde gerugten, en het goet seeker wij moogen stellen de defensive parthij haer op allen middel sal toe leggen, om ons boven van doen te keeren met de Barcquen: sijnde heel swaere gevoertens, ten aansien van 't opwerpen en voll volk sonder uijt sigt nog gang langs de wal: want was er een van beijde souden die 't werp uijtbrengen konnen gedakt worden Daer en tegen kan de partij van bogt tot begt in de rivier p:r Canoos ons naadering bespieden en beletten sonder gevoer, hoevende maar enkeld: verdeeld bij keeren, aan de kant van agter een struijk op de voar uijt aankomende met 't werp te vuuren t' saek en weg te maeken, als sijnde het op veel plaets en steijl, Ja verhellende en daerom ongenoeklaar voor vervolging. Als - En 209 Jambij Den 8=' Junij A:o 1754. Van Jambij Den 8 Junij 1754. En ook brand vlotten laeten afdrijven soo veel, wanneer en ter welk plaetse sij willen daet geen volk op behoeft, mogende sij vast denken sldegt het eene niet soo soegt het andere en de uijt komst meede gerust verwagten Daar toe het waere moogelijk om boven te kunnen komen als neen, soo is het leggen. der nieuwe besetting 't welk o boven weder te begrijpen niet goed soude sijn, een voornaem punt om 't selve van noodige opslag en provisie van de scheepen te versorgen voor onse afftrek dat moet werden behouden daar wij op voorsz: wijse almede volkommer intien buijten de overige rampen die staen te vermogten zn om op diverse aan te gaen die de bloed vrienden tegen den koning, die men ons verseekerd sig hooger naa boven begeeven heeft souden maeken off de boven landers wij sonder grond, hoorende daar van niets„ Die dit zouden kunnen en willen doen, zouden de raadens Buckam en Cobat moeten weesen beijde gebroeders, en neeven des Conings, en soo gesegt werd naeste Erven des rijx daar toe beleedigte principael in haar vader den pangerang depattij zoon van zulthan Ki Gede, en heijmelijk om 't leeven gebragt door laast deeses Conings maar dese sijn â Castij verbleere en van welkers overkomst wij nog niet verneemen Om een Landtogt naa booven te onder„ neemen na al verder in aanmerking genoomen hebben, soo meeten wij daar toe geen weg nog weg wijser en gelooven ook er geen is, weegens het moeras beswaert, in, voorts stellen wij dies distantie op veertien a vijftien mijlen lina distrantise diertien resta en dus te verre voor 't meede draagen van provisie. Het eenigste en beste middel dat wij kunnen bedenken om d' optogt te doen, soude sijn een aan„ tal van in de vijfftig roeij vaartuijgen als groote vissers pramajangs die kunnen komen, daar weesen willen, om daar meede de vijands eens klaps te overvallen. 'T welk te zaamen wij in overlegging neemende hebben wij g'oordeelt beeter te zijn de verder optogt niet te beginnen, als die ten halven te moeten laaten steeken, en voorts beslooten hier aan de simpang post te vatten, die te versterken door een ander wal van ses voeten haog in het vierkant met palli„ laeden buijten omset als sijnde deese plaets daer sig de rivier 't eerst in tween scheijd naa beneeden, wij geleegen der tot weering van sluijkerij, als de gevreesene soo diep in't Land buijten dat bespaerd werd de onkosten voor 't opwerpen van vaartuijgen. — Wel is waar dat verder affleijd van de booven landers in tijd van negotie maar sijn Om die -

NL-HaNA_1.04.02_2844_0120 view scan ↗

English

The 8th of June Anno 1754. From Jambij Jambij the 8th of June Anno 1754. From those who are on their way down, so they also easily come up to this point, where also much better relief of the necessary supplies can be obtained from Palembang. Here we can close the river as we shall do, so that no one passes up- or downwards, by which the enemy will certainly be worn down due to the lack of necessary maintenance, which we consider more profitable than having him tire us out without appearance of fruit and with loss of time, as was noted before. After the parapet and main housing have been completed, which is estimated to be in about a month, we shall see, upon the decrease of the downflow, the sea tide rising higher in its time, how far we can advance with it against the enemy, who is reported to be staying at the great Compe three miles upriver, in order to act offensively against him. After that, we shall leave in garrison here provisionally, alongside the resident Binnenhoffe, two hundred men, namely fifty European and one hundred and fifty native soldiers, together with two barques, provided with necessary provisions for three months, since we must also be wary of incoming enemies from outside; and having returned to the ships with the remaining men, send them, together with the barque Weltevreeden and the pantjallang De Verslaagentheijd, on to Malacca, as well as the small yacht De Proserpina, after this vessel has first made a voyage to Palembang to fetch provisions for this place, and with which we believe to have conducted our behavior to the greatest benefit and advantage of this expedition, as is feasible and best accountable for anyone. Meanwhile we request that the said barques may be replaced by others, as well as for a ship with building materials for erecting the necessary housing, together with six carpenters and two bricklayers. Twenty-seven European and fourteen native soldiers have died and thirty-five are ill, and the first undersigned finds himself in a miserable, weak condition, decreasing in strength more and more, because of exhaustion from having practically no rest day or night, which is taking a heavy toll on his physical capacity, as he did not dare neglect to accept this commission, however languishing and ailing he was. Meanwhile we hope Your Right Honourables will be pleased to accept our conduct favorably, but according to all appearances things will not recover here before the arrival of the above-mentioned councils. Furthermore, for our departure, we shall leave a memorandum for the Resident Binnenhoff for his information. Meanwhile, From Jambij the 8th of June Anno 1754. From Jambij the 15th of July 1754. Meanwhile, having the honor to remain with deep respect. Beneath stood: Right Honourable, highly esteemed, rigorous, steadfast, valiant, prudent, far-sighted, very generous Lord and Lords. Lower: Your Right Honourables' humble and obedient servants. Signed: J. A. vander Werp, C. Klaasz. In the margin: Jambij the 8th of June Anno 1754 at the Simpang. Batavia. According to what was communicated in our humble letter of the 8th ultimo to Your Right Honourables, we undertook the march upriver on the 25th following with the barques against the enemy, whom we finally encountered on the 3rd of this month below Moare Jambij, consisting of fourteen vessels, with which a skirmish was held and the same put to flight, while fire was also exchanged between the enemy and us from the woods; we sailed one day further upriver by warping, without perceiving the enemy, passing the bentings abandoned by them, and what happened on the way. Right Honourable, highly esteemed, rigorous, steadfast, valiant, prudent, far-sighted, very generous Lord and Lords. To His Right Honourability, the Right Honourable, highly esteemed, rigorous Lord Jacob Mossel, Governor-General, together with the Right Honourable Lords Councilors of the Netherlands East Indies, Batavia. State

Dutch transcription

Den 8:' Junij A:o 1754. Van Jambij Jambij den 8: Junij A:o 1754. Van die op weg naa beneeden soo komen sij ook ligtelijk tot hier toe, daer ook vrij beter ontset van't benoodigde van palembang kan werden bekomen Hier kunnen wij de rivier sluijten gelijk wij doen sullen, dat niemand op nog neederwaarts pass:d waar door de vijand voorseeker vermoeijd werd, weegens 't ontbeeren van benoodigd onderhoud, dat wij oorboet„ „der reekenen als dat hij ons moede maakt, sonder apparentie van vrugt en met verlies van tijd als vooren gedenoteerd is. Na de Borstweering en p:l huijsing gedaen sal sijn naa gissing over een maand, sullen wij sien bij mindering van affstraan, de vloed uijt zee hooger daar door op sijn tijd oploopende, hoe verre daar meede komen kunnen, bij den vijand, die men verspreijd, dat sig aan de groote Compe drie mijlen naa boven ophoud, om daar tegen offensief te ageeren, daar na meder alfsacken en twee hondert Coppen als vijfftig Europeesen en Een hondert vijftig Jnlandse militairen neevens twee Barcquen: wont w' ook op inkomende vijand van buijten moeten verdagt sijn bij provisie hier in besetting laeten neevens den resident Binnenhoffe voorsien van benoodigde voorraed voor drie maenden mitsg:s daar op met de overige Manschappen na de scheepen gekeerd sijnde, deselve neevens de barck wel te vreeden en de pantjallang de verslaagentheijd na Malacca voortsenden als meede 't Jagtje de proserpina, naa dat deese eerst een reijs naa palem„ „bang tot het haelen van mondkost vaor hier sal gedaen hebben en waar meede wij meenen onse gedrag soodanig te hebben aangeleegd, tot meeste nut en voordeel van dese Expeditie, als voor iemand immers doenlijk en best verandwoordelijk is Ondertusschen versoeken wij ged:e Barcquen door andere mogen werden vervangen als mede om een schip bouw materialen tot opregting der noodige huising mitsg:s om ses Timmerlieden en Twee metselaers. Daer sijn seven en Twintig Europeese en veer„ tien Jnlandse militairen overleeden en vijff en dertig sieken, en den eerst onderget: bevind sig in elendige swacke staet, neemende in kragten hoe langer hoe meer aff, door affmatting dat nagt nog dog genoegsae geen rust heeft gaende sijn doen baren het vermagen, als hebbende hoe quijnend ook en gebreckelijk niet durven naelaeten dese Commissie aen te neemen Ouder wijlen wij hoopen uw hoog Edelens onse verrigting voor aangenaam. sullen gelieven aan te neemen maar sal het naa alle appa„ „rentie hier niet eerder tot herstel geraeken voor 't aanweesen der boven ged:t raadens Voorts sullen wij voor ons verstrek een memorie aan den Resident Binnenhoff laeten tot sijn naerigt Immiddens Van Jambij den 8:' Junij A:o 1754. Van Jambij Den 15:' Julij 1754. Jmmiddens d' Eer hebben ons met diep respect te nemen. /:onderstond:/ Hoog Edele, Groot agtbaare, Gestrenge Erntfette Manhafte welwijse, voorsienige, seer Genereuse Heer, en: Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelens onderdanige en gehoorsame dienaaren /: getekend/ J: A: vander werp, C:l Klaasz: /in margine:/ Jambij „ Den 8. Junij A„o 1754. aan de Simpang Batavia volgens 't bedeelde bij ons geringe van den 8:' passato aen uw hoog Edelens hebben wij de optogt na boven onder„ „noomen op den 25:' daer aen, met de barcquen tegen den vijand, die wij ten laesten op den 3:' deser ontmoet hebben beneeden moare Jambij, bestaande in veertien vaartuijgen daer mede schut gevaekte gehouden en deselve op de vlugt gedreeven, terwijl uijt 't bos mede van den vijand, en van ons op deselve gevuurd wierd; wij sijn nog een dag hooget opgevaeren met werpen. zonder vijand te verneemen, de gepass de bentings van haar verlaten, en 't gebeurde onderweegen Hoog Edele Groot Agtbare gestrenge, Erntfeste Man„ „hafte welwijse voorsienige seer genereuse Heer en Heeren Aan sijn Hoog Edelheijd, Den hoog Edelen groot Agtbaren gestr: Heer Jacob Mossel gouverneur generaal, Benevens - D' Wel Edele Heeren Raeden van Nederlands Jndia Batavia staet

NL-HaNA_1.04.02_2844_0122 view scan ↗

English

214. From Jambi, the 15th of July, in the year 1754. Jambi, the 15th of July 1754. As is stated in the daily register, to which we respectfully refer. With a true declaration of our grievance consisting in this, that the enemy could not be pursued except by carrying out the kedge anchor, since they have oars to row, and when they round the bend of the river they are gone, and reappearing again just as quickly whenever they wish, carrying nevertheless three-pounder cannons. Yet principally the sandbanks, extending far into the river, between which and the shore the channel is very deep and forms a narrow passage for the barks, the Bato Bara having run aground at night after the attack, though not for long, owing to the rising water. And lastly, as the worst, the bamboo fire-rafts, of which we have repeatedly had news that they lie ready upstream to be sent down; these always choose the channel and consequently come closest to the barks, or, if the bark tries to avoid them, it runs aground with falling water: in such a case we may consider ourselves almost lost. Taking this into consideration, we maintain the impossibility of getting upstream, unless we wish to see ourselves brought into the utmost danger of disasters. We had hoped to meet with a diversion against the King by his brothers, but in vain; we even learn that they are kept on a very short leash, all weapons having been taken from them down to the last man, and furthermore that pangeran Depatti was found among the enemy we encountered. We sigh here repeatedly with grief, and good counsel is scarce. To push forward against manifest danger of shallows and fire-rafts (for when these come down, it is too late) we consider ill-advised; after due deliberation, as finally appears from the daily register, we have resolved to leave it at this and to return downriver to the place where the post was established, rather than suffer a disaster and then be forced to retreat, whereby the entire design would come to naught. The first undersigned is languishing with grief that it has thus gone against us, being moreover very feeble. We, as well as the resident Binnenhof, believe that the garrison here can hold out against the attack of the enemy. We happen to have stationed here two hundred and nineteen men, namely sixty-nine European and one hundred and fifty native soldiers, and two barks, provided with provisions for three months, three thousand Spanish reals in cash, and further ammunition according to the list. 217. From Jambi, the 15th of July, in the year 1754. Java's East Coast, the 3rd of September 1754. There are forty-eight European soldiers deceased and twenty-four native, and sixty-two European and fifty-one native soldiers disabled. The second undersigned and the remainder belonging to the train, being ninety-eight European and two hundred and fifteen native soldiers, are now dropping down to the ships to sail further to Malacca, alongside the bark Weltevreeden and the pantjallang De Verslagenheijd, carrying our letter to the government there, as well as eight hundred and sixty-four Spanish reals and sixty-two stuivers in train money. The first undersigned, however sick he may be, will await Your Excellencies' orders, while we request that Your Excellencies please send both radens, Buckam and Cobat, as well as a supply of one hundred European and three hundred native soldiers, and three small sloops drawing six feet when loaded, with trackers ahead, and ten native sailing-rowing vessels such as small pantjallangs, as well as five thousand Spanish reals in cash, and two bales of bleached and two bales of broad blue salempores for necessary expenditures, together with the requested building materials and craftsmen, mentioned in our previous humble writing. Meanwhile we have the honour to call ourselves, with deep respect, (was written underneath) High Honourable, Highly Esteemed, Severe, Steadfast, Valiant, Most Wise, Prudent, and Very Generous Lord and Lords, (lower) Your Excellencies' humble and obedient servants, (was signed) J. A. van der Werp, C. Klaatz, and C. Binnenhoff. (In the margin) Jambi at the Simpang, the 15th of July, in the year 1754. After I had represented to pangeran Mancoenagara and his pepatih Coedonowersa—in the manner I had the honour to inform Your Excellencies in submissive letters of the 16th of last month—the impossibility of having the whole of Java under his rule, there have again been delivered to me from him the papers annexed hereto, in which the former not only persists in his request, but even in no uncertain terms indicates that the lordship thereof was promised to him, and also for that reason... High Honourable, Highly Esteemed, Severe, Widely Ruling Lords, and Noble Lords, Lords Councillors of the Netherlands Indies. To the High Honourable, Highly Esteemed, Severe, and Widely Ruling Lord; His Excellency Jacob Mossel, Governor-General, Batavia.

Dutch transcription

214. Van Jambij den 15:' Julij A:o 1754. Ambij den 15:' Iulij 1754. Ean staet bij 't dag register vermeld, waer aen ons eerbiedig gedraegen Met waere betuijging van onse beswaernis hier in bestaende, den vijand niet was te volgen dan door 't uijtbrengen van't werp, hebbende sij riemen om te roeijen, en wanneer de hoek der rivier om sijn lij weg, en even so dra haer weder vertoonende, als maar willen, voerende nogtans drie ponder stucken Dog wel principael de sandplaeten, verre de rivier verstreckende, tusschen dewelke ende wal de trecking heel diep en moet passase is voor de barcquen, hebbende de Bato Bara na de attacque snaegts vast gezeeten dog niet lang, mits het wossend water. En Laestelijk als 't ergste de bamboese brand vlotten, maer van meermoelen tijding hebben, dat boven gereed leggen, om aff te senden; dese kisten altoos de trecking en bij gevolge de barcquen naest, off raekt de barcq om te ontwijcken met vollend water vast: mogende wij denken in sodanigen geval genoegsaem reddeloos— 'T welk voor oogen neemende stellen wij de ommogelijkheijd om boven te kannen komen willen wij ons niet in't uijtterste gevaer van rampen gebragt sien Wij hebben gehoopt op diversie te ontmoeten tegen den Coning door sijn broeders dog te vergeefs, selfs te verneemen wij die heel kort gehouden worden sijnde haer al 't geweet en tot een man toe onttrocken, mitsgaders dat pangerang De patti sig onder de bejegende vijand gevonden heeft. Wij versugten hier om te meermaelen van haeten, en goede raed is duur Om tegen baerblijckelijk gevoer in te dringen van droagters, en brandvlotten. /:want als dese affkomen is 't te laet:/ agter w' niet goed nae overweeging ten laesten blijckens dag register, hebben wij beslooten 't hier bij te laeten en weder na beneeden de post gevatte plaets te keeren, eerder als een ongeluk te krijgen, en dan te moeten affwijken waer door allen dessein soude te niet raeken. Den Eerst get:de versmelt van verdriet over 't dus tegen loopt, sijnde daer toe heel de bil: debil Wij meenen als mede den resident Binnenhof de besetting 't hier kan uijthouden tegen den aenval der vijand. Wij komen hier te leggen twee Hondert en Negentien man als negen en sestig Europeese en hondert en vijfftig Inlandse militairen en twee barcquen, voorsien van provisie voor drie maanden drie duijsend spaense realen Contant en verdere amimoentie volgen notitie vergeefs Daar 8 E E 217 Van Jambij den 15:' Julij A:o 1754. Java'soost Cust den 3.:' Septemb:r 1754. Daer sijn agt en veertig Europeese militairen overleeden en vier en Twintig Inlandse en Twee en sestig Europeese en een en vijftig Inlandse militairen jmpotent. De tweede get: ende overige tot den treijn, sijnde agt en negentig- Europease en Twee hondert vijfftien Inlandse militair laeken thans aff na de scheepen om verder na malacca te steevenen nevens de barcq wel te vreeden en de pantjallang de ver„ slagendheijd, mede neemende ons schrijvens aan de regeering aldaar mitsg:s agt hondert vier en sestig spaense realen en twee en sestig stuijvers treijns geld. Den Eerst get: sal hae seek ook is uw hoog Edelens ordre aff„ wagten terwijl wij versoeken uw hoog Edelens de beijde radeens Buckam en Cobat believen te senden, als mede om verstrecking van hondert Europeese en drie hondert Jnlandse militairen en drie kleijne Chaloupen gelaeden ses voeten diep goende, met Joegers voor uijt, en thien Jnlandse zeijl roeij vaertuijgen als troo pantjallangs als mede om vijff duijsend spaense realen Contant, en twee packen bleek en Twee packen b:r blauwe saleenpoeris tot nodige uijtgave, mitsg:s om de versogte bouw materialen e en ambagtslieden; bij ons voorige geringe gemeld. Onderwijlen d'eer hebben ons met diep respect te noemen /:onderstond:/ Hoog Edele groot agtb: gestr: Erntfeste Manhafte wel wijse voorsienige seer genereuse Heer en heere /:lager:/ uw hoog Edelens onderdoenige en gehoorsaeme Dienaeren /:wat getek:d / J: A: van derwerp, C:o klaatz: en C:s Binnenhoff /:in margine:/ Jambij aen de Julij A:o 1754. Simpaag den 15:' Na dat den pangerang Mancoenagara en sijnen pepattij Coedonowersa, invoegen de eer het gehad uw hoog Edelens bij submissie letteren van den 16: der voorleedene maand te bedeelen, de ommogelijkheijd om geheel Java onder sijn bewind te hebben, heb vaar„ gesteld gehad, zijn mij weder van hem geworden de desen g'annexeerde baieren, maar bij den eersten niet alleen persisteert bij sijn versoek moet selfs in geen duijstere termen te kennen geeft dat hem de heer schappije daar van is beloofd en zig ook Hoog Edelen, Hoog Agtbaeren Gestrenge Wijdgebiedenden Heere, en Wel Edele Heeren Heeren Raden Wel Edele van Nederlands Jndia Aan Den Hoog Edelen, Hoog Agtbaren Gestrengen en wijd gebiedenden Heere; zijn Hoog Edelheijd Jacob Mossel gouverneur Generaal Batavia daarom l Batavia en

NL-HaNA_1.04.02_2844_0124 view scan ↗

English

219 From Java's East Coast, 3 September 1754. From Java's East Coast, 3 September 1754. therefore separated from his father-in-law, which the latter avows and supports with many boasting and offensive expressions, requesting, according to the old fashion, trumpeters, powder and shot; indeed, with the threat that if nothing came of either, it would be better for his master to rejoin his father-in-law, from all of which, it seems, it may be sufficiently deduced that said will never come to terms. Having, after manifold attempts to penetrate into Mataram, finally pleased on the 20th past to approach the Company's army so closely that its commander Steenmulder was forced to resist his intolerable arrogance with some dragoons and natives and to offer him resistance, while he did not hesitate to inflict every damage upon ours, he was then given a severe blow; however, on our side 15 to 16 heads also perished, among them Captain Zelle, Lieutenant Luijder, and Cornet Brauche. Whereupon today I have ordered Lieutenant Colonel van Ossenberg to march with a modest army to Kedu, in order by that movement from afar to make him dislodge from the vicinity of Mataram and completely prevent the passage to Bagelen and Banyumas, since his plans are indeed directed thither, without however attacking him without necessity, although the rumors wish that peace were again concluded between him and his father-in-law, yet they are not acceptable to me, because the last-mentioned has already arrived on the borders of Leselo and is preparing for the reception of my envoys, Merchant Breton and associates, as Your Excellencies may please to observe from the brief letter which I received yesterday from them in that regard and have to attach alongside this; presuming that they may perhaps already have had the good fortune of meeting him and speaking about his affairs in order to strike a desired agreement with him, which God grant, so that having thus been won over to our side, Java may be relieved of the heavy, pressing yoke of war, upon which labor has now so long been spent in vain at the cost of property and blood. I have the honor to conclude this herewith and to profess that with deep reverence I am Your Excellencies' entirely humble, very obedient and duty-bound servant Signed N:s Hartingh In the margin: Samarang, 3 September 1754 rumors Java 221. From Java's East Coast, the ... September 1754 Right Honorable Sir, Generous Benefactor From Java's East Coast, the September 1754. This morning arrived back here from Mangkubumi, Captain Donkel and native ditto Zollang alongside a considerable embassy, and letter, whereby his honor anew insists on half Java, and especially to speak to me; for which end Breton and Bappa Bastam have remained there; but with a small company, which I intend to embrace shortly, it seeming to me from all circumstances that he means it purely and sincerely, having, according to the attached account, received and treated my envoys honorably, item among some friendly utterances and reasoning declared to want nothing to do with said, though he had already twice sent overtures, and once he had spoken with me, he wished to join with our forces and help destroy said. Thus I considered it my duty to bring this great matter speedily before Your Excellency, with humble prayer to be strengthened with some orders, for as it seems to me, with some giving and taking, with God it would be the right time to grant peace in an honorable and permissible manner to this country exhausted by war, and to spare the Company some millions in expenses, and thus this opportunity should by no means be allowed to pass by, intending meanwhile to take good care to stipulate the utmost, and to turn and manage it as favorably as it shall be feasible, according to oath and duty. The Madurese prince, whom I must say is grateful and as before is willing to stand up for it upon good treatment according to The From Java's East Coast, September 1754. From Java's East Coast, under date September 1754. Account 1 August The 30th of July of this year at least does everything possible for me, has high opinions of this negotiation, indeed all Java has its eye upon it; he absolutely wants to join in, but I first had the other sounded out whether that would be to his liking, so be it, Approved In hope of a speedy reply, I remain with deep respect Your Excellency's obedient, obliged, and until death faithful servant Was signed N:s Hartingh In the margin: Samarang, the September, Year 1754. Departed from here in the evening for Kualademak and having arrived there in the night, the next day they summoned the Tumenggungs to consult with them about the passage to the aforementioned Pangeran, who was at that time in the land of Seselo, who, because of the impassability of the roads, advised them rather to continue the journey by water via Tanjung to Cengkalsewu, as they indeed put into effect and betook themselves to Tanjung, where having arrived that same day, likewise the head of Cengkalsewu named Cokradipura, with the regents of Pati, how best to undertake the march to the Seselo territory In company of the merchant and second resident at the Court, Hendrik Breton Account of Captain Christiaan Donkel given and submitted to the Honorable Nicolaas Hartingh, Governor and Director on and along Java's Northeast Coast, regarding his experiences in person during the commission to Pangeran Mangkubumi, who declares that: take And

Dutch transcription

219 Van Iava's oost cust den 3:' Septemb:r 1754. Van Java's oost Cust den 3:' Septb:r 1754. daarom van sijn schoonvader heeft gesepareert, het geen den Laasten met veel windrige en aanstotelijke Expressien avoueert en onderschraagt, met versoek na den ouden vertrant om Trompetters kruijt en laad Ja onder bedrijging, indien van het een of ander niets wierde, dat het den beter was dat sijnen meester sig weder bij sijn schoonvader vervoegde, uijt al het welke vermeen genoegsaam afte leijden, te zijn, dat said nooijt aan de hand komen. sal hebbende het hen na veelvuldige tentaminas om in Mattaren in te dringen Eijndelijk gelust den 20: pass:o 'sComp:s leger so digt te naderen dat dies Commandant steen„ mulder genoodsaakt is geweest sijne ondraage„ „lijke trots met Eenige Draganders en Jnlanders te keer te gaan en hem resistentie te bieden, ter wijl hij zig niet ontzag d' onse alle afbreuk toe te brengen, sijnde denselven toen een gevoelige neep gegeven egter aan onse zeijde ook gesneuvelt 15. â 16. koppen daar onder den Capitain Zelle Lieut:t Luijder en Cornet Brauche, waar op heeden den lieutenant Collonel van ossenberg met een tamelijk legertje na de Cadoe heb laten maacheeren om door die beweeging van verre hem uijt Mattarins nabijheijd te doen delogeeren en de doortogt na de Baggaleen en Banjoemaas ten Eenemaal te beletten, dewijl sijne aanslagen daar dog heene strekken, sonder nogtans buijten noodsake den selven te attaqueeren, willende de spargementen wel dat de paijs weder geslotene soude wesen tussen hem en sijnen schoonvader, dog zijn bij mij niet acceptabel, om dat Laast gem: bereets op de grensen van Leselo is aange„ komen en klaarigheijt maekt tot de receptie mijnet afgesanten den koopm: Breton C: S:, gelijk uw hoog Edelheedens des gelievende beschouwen kunnen bij het briefje dat ik gisteren van deselve derwegens ontfangen ende het heb hier bezeijden te voegen; stellende dat zij misschien nu al het geluk sullen hebben gehad van hem te ontmoeten en over sijne zaak te spreeken om eens een gewenscht accoord met den selven te trefben dat god geere om dus tot onse sijde overgehaalt zijnde Java te ontlasten van het swaar drukkent Jak des oorlogs, waar aan nu solang ten koste van goed en bloed vrugteloos is gearbeyt. Jk heb de eere desen hier mede te bekorten en te betuijgen dat met diepe reverentie ben /:onderstond:/ uw Hoog Edelens gants onder„ danige heer gehoorsame en Trouwschuldige Dienaer /:getekent:/ N„s Hartingh /:in margine:/ Samarang den 3:' Septb:r 1754 spaagementen Java 221. Van Java's Oost Cust den . . . Septb:r 1754 Hoog Edele groot Agtb: heere Edelmoedig wel doender Van Java's Oost Cust Den Septb: 1754. Heeden morgen arriveerde alhier te rug van Mankeboemi, den Capitain Donkel, en inlands Dito Zollang nevens en aanzienelijk gezandschap, en brieff, waar bij zijn Edele de novo insteerd om halff Iara, en wel inzonderheijd om mijn te spreeke /:ten welke bine daar zijn verbleven britten en Bappa Bastam:/ Edog met een kleijn gezelschap, het geene gedenk eer daags te amplecteeren, schijnende het mijn toe uijt alle omstandigheeden zuijver en opregt meend, hebbende volgens nevens leggende relaes mijne zendelinge houet onthaelt en gerege„ leerd, jtem onder eenige vriendelijke uijtinge en resonmementen betuijgd met said niet te doen te willen hebben, schaon tweemael al aanzeek had laeten doen en als mijn gesprooken had, met de onse wilde Conjungeeren en said helpen verdelgen, zoo hebben pligtig g'agt deeze groote zaek Cito voor uw hoog Edelheijd te brengen, in ootmoedige beede, om met Eenige ordre gesterkt te worden, want zoo het mijn toe schijnd met wat te neemen en te geeven met God het va de regte tijd zoude weezen, om dit door de oorlog uijtgeputten land op een hannette en geper„ mitteerde wijze de vreede te schenken, ende Comp. van eenige millioenen ongelden nog te Excuseeren, en dus deese kans gants niet diende voor bij te laeten gaen, zullende intusschen wel in agt neemen om het uijt„ terste te bedingen, en het te draeijen en te werden, zoo favorabel als het doenelijk zal weezen, volgens hed en pligt Den Madurees prins die ik moet zeggen. Erkennelijk is en als voor heen nog wel voor in wil staen, bij goede tracteeringe volgens Ten Van Java's oost cust den Septb:r 1754. Van Java's oost Cust onder dato Septb:r 1754. Lelaas primo aug: _:o Den 30:' Julij deses Iaars ten minsten voor mijn doet alles wat moogelijk is heeft groote gedagten van deeze onderhandeling Ja heel Java heeft het rog 'er op, hij wil absoluit meede, dog heb alvorens den andere laeten sondeeren, off zulx wel van zijn smaek zoude weezen zoo za, Fiat Jn hoope van spoedig andwoord zoo blijve met diep ontzag /:onderstond:/ uw Hoog Edelheijds gehoorzaame verpligte en tot er door toe getrouwe Dienaar /:wat getek:d/ N„s Harlingh /:in margine:/ Samarang Den. September A:o 1754. Des avonds van hier na qualladamak vertrocken en aldaar des nagts aangekoomen zijnde, des anderen daags sij de Tommangongs hebben laten opkomen om met hun te Consuleeren over de passagie na opgem: pange„ „rang in het land van sesels zig doenmaals bevin„ „dende, dewelke he om de inpracticabeliteijt der weegen aan ried liever te maater de reijs over Ian Jong na Tjencalsewoe vaart te zetten, gelijk zij ook Werkstellig maakten en hen begaven na Tanjong, alwaar dien zelfden dog aangekoomen zijnde ingelij„ ket voegen wederom het hoofd van Tjencalsewoe genaamt Tjocradipoe met de regenten van patij hoe best de maasch na het seselosche aan te Bij ingeselschap van den koopman en Tweede resident aan 't Goff Hendrik Breton Relaas van den Capitain Christiaan Donkel aan den wel Edelen agtbaeren Heer, Nicolaas Hartingh gouverneur en directeur op en langs Javas noord oost Cust gedaan en overgegeven nopens zijn wedervaeren in pr=lo geduurende de Commissie na den pangerang Mancoeboemie welke verklaart; dat. neemen E

← previousnext →