Inventory 2885
Surat / Persia · 349 pages · 174 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
1 Arrakan Anno 1756 Arrakan December Anno 1756 Per original letter by the First Supercargo Willem de Baudoux addressed to their High Excellencies, dated Houglij 7 November 1755. Page 1. Copy of letter by the Supercargoes Willem de Baudoux and Alexander Jacob Ian, consigned to their High Excellencies dated Aracan in Bandel 28 April Anno 1755. Same letter by the First Supercargo Willem de Baudoux addressed to their High Excellencies dated Bandel primo August Anno 1755: Page 29. Original letter by and to the same as above dated 29 November 1755: Page 32. Same letter from and to as above dated primo January Anno 1755: Page 38. Arrakan Register of such letters as have successively been received here from Sourcatta. Page 1. From Arrakan the 7 November 1755. Batavia To His Excellency The High Noble and Right Honourable Lord Jacob Mossel General of the Infantry of the State of the United Netherlands, together with Governor-General, beside the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honourable Lord and Right Noble Lords, My last honored and respectful letter was primo August last per the Moorish Nakhuda Mahumet Camel, with which I had already written to Your High Excellencies on 28 April, but said Nakhuda was forced to winter here; going therefore Page 1. From Arrakan the 7 November 1755. Batavia To His Excellency The High Noble and Right Honourable Lord Jacob Mossel General of the Infantry of the State of the United Netherlands, together with Governor-General, beside the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honourable Lord and Right Noble Lords, My last honored and respectful letter was primo August last per the Moorish Nakhuda Mahumet Camel, with which I had already written to Your High Excellencies on 28 April, but said Nakhuda was forced to winter here; going therefore Page 1. From Arrakan the 7 November 1755. Batavia To His Excellency The High Noble and Right Honourable Lord Jacob Mossel General of the Infantry of the State of the United Netherlands, together with Governor-General, beside the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honourable Lord and Right Noble Lords, My last honored and respectful letter was primo August last per the Moorish Nakhuda Mahumet Camel, with which I had already written to Your High Excellencies on 28 April, but said Nakhuda was forced to winter here; going therefore From Arrakan the 7 November 1755. From Arrakan the 7 November 1755. therefore copies of mentioned letters herewith, item the daily journal kept by me together with dutiful report of how we were forced to take our recourse to the Bengal Directorate, as is shown in all submissiveness by the enclosed paper in copy. Further, we came out of the river of Arrakan to sea on 15 September and arrived on the 23rd ditto at the roads of Bellesoor, where we remained at anchor until the 24th ditto to await a pilot; and after said pilot had come aboard, we were piloted to our ordained place. I proceeded subsequently to the Honourable Company's Directorate at Houglij, addressing myself to the outgoing Lord Director Louis Taillefert, since the incoming Lord Director Adriaan Bisdom had not yet arrived there. I made known to said gentleman the reasons which had forced us to take recourse to this Directorate, whereupon His Right Honourable accepted to provide us with all necessities, so that we therefore count on being able to undertake the voyage to Pegu by the 20th of this month. We requested some Moorish crewmen here to replace the deceased, whereupon 30 Moors were granted to us, which can help little, since many of our best sailors are sent to the hospital due to sickness, and already 5 to 6 men have deserted with the ship's boat. The extraordinary activities of the ministry here, both due to the change in employments and the dispatching of ships to Europe and elsewhere, I fear will be cause for delay with regard to our departure. Meanwhile, French and English gentlemen have promised to give me accurate information concerning trade and conditions in Pegu, of which I shall have the honour to make further report by Captain Helmstroom, commanding the ship Vosmaar. Meanwhile, I send herewith with all high esteem per the ship Scholtenburg, Captain Hendrik Visser, some samples of Arrakanese products according to the enclosed small invoice, as well as two elephant tusks from the elephant received as a present, which died here in Bengal on the 17th October. Wherewith, with the utmost respect and high esteem, I have the honour to be, was signed, High Noble, Right Honourable Lord and Right Noble Lords, lower, Your Excellency's and Right Noble's submissive and obedient [illegible]
Dutch transcription
1 Arraham Anno 1756 Arrahan Dee A„o 1756 P„r frigineele Missive door den Eerste Carga Wil„ „lem de Baudoux aan haar Hoog Edelens gecarteert, gedagtekend Houglij 7 November 1755. - - - - - Pag: 1. Copia Missive door de Cargas Willem de Baudoux en Alexander Jacob Ian, geconsigneert aan haar Hoog Edelens ged„t Aracan in Bandel 28:' April A„o 1755 d:o Missive door den Eerste Carga Willem de Baudoux geaddresseert aan haar Hoog Edelens gedateert Bandel p:l Aug=s A„o 1755: - - - - - - „ 29 Origineele missive door en aan als even ged„t 29:e - „ 32 November 1755 — _ o Missive van en aan als voren ged„t p:r Januarij A„o 1755 - - - Arrahan Register van Zodanige Brieven als er Successive al¬ „hier ontfangen zijn van 1 - - — -- - —- „ 38. Sour Catta ta Pagina/. Srrahan den 7 9ber: 1755. Van Batavia Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen Groot Agtb: Heere Jacob Rossel Generaal over de Infanterie van den staat der verEenigde Nederlandin mitsgaders Gouverneur gene„ „raal nevens d' Edele Hee„ „ren Raaden van Ne„ „derlands India Hoog Edelen Groot agtb: Heere en Wel Edele Heeren Mijn Laast gereerd en eer, biedig schrijven is geweest p„o Aug=s Iongstl. per den moorse Nachoda Mahumet Camel, waar mede U Hoog Edelheedens reets den 28 April ge„ schreven hadde, maar is dien Nachoda genoot„ „zaakt geweest alhier te moeten overwinteren, gaande dierhalven Pagina Van Serrakan den 7 9ber: 1755. Batavia Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen Groot Agtb: Heere Jacob Rosses Generaal over de Infanterie van den staat der verEenigde Nederlandin mitsgaders Gouverneur gene„ „raal nevens d' Edele Hee„ „ren Raaden van Ne„ „derlands India Hoog Edelen Groot agtb Heere en Wel Edele Heeren Nijn Laast geveerd en eer„ biedig schrijven is geweest p„o Aug=s Iongstl. per den moorse Nachoda Mahumet Camel, waar mede U Hoog Edelheedens reets den 28 April ge„ schreven hadde, maar is dien Nachoda genoot„ „zaakt geweest alhier te moeten overwinteren, gaande dierhalven Pagina1. Van Serakan den 7 9ber: 1755: Batavia Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen Groot Agtb: Heere Jacob Rossel Generaal over de Infanterie van den staat der verEenigde Nederlandin mitsgaders Gouverneur gene„ „raal nevens d' Edele Hee„ „ren Raaden van Ne„ „derlands India Hoog Edelen Groot agtb: Heere en Wel Edele Heeren Aijn Laast gereerd en eer „biedig schrijven is geweest p„lo Aug=s Iongstl per den moorse Nachoda Mahumet Camel, waar mede U Hoog Edelheedens reets den 28 April ge„ schreven hadde, maar is dien Nachoda genoot„ „zaakt geweest alhier te moeten overwinteren, gaande dierhalven Van Brrahan den 7 9ber: 1755. Van Arrahan den 7 9ber 1755 dierhalven Copia van gementioneerde missives hier nevens over, item het door mijn gehouden dag register nevens schuldpligtig advis, hoedanig dat genoodzaat zijn geweest, onse toevlugt tot de Bengaalse directie te moeten neemen, gelijk in alle onderdanigheid door het hier nevens gaande papier in Copia werd aangetoond Wijders quamen 15 september buijten de rivier van Arrakan in zee en arriveerden den 23 d„o op de rheede van Bellesoor, alwaar tot den 24 d:o bleven geankert leggen om een loos af te wagten; en na dat dien Pieloot aan boort was gekomen, wierden sch op onse geordinneerde plaats geloost, begaf mij ver „volgens na 's E Comp. s directie te Houglij, addres„ „seerende mij aan den afgaande Heer Directeur Louis Taillefert; vermits den aankomende Heer Adriaan Directeur ^ Bisdom aldaar nog niet was geeer¬ „riveerd, gaf gemelde Heer te kennen de redenen de „welke ons genoodzaakt hadden toevlugt tot deese directie te neemen, waarop zijn Ed. agtbaare ac„ „cepteerden ons van alle benodigheeden te zullen voor zien, zo dat dierhalven staat maken om den 20:e dezer maand de rijse na Pegu te zullen kunnen onderneemen, wij hebben alhier om eenige moorse manschap verzogt tot surplus van de overledene, waar op ons 30 mooren zijn toegestaan 't geen weijnig kan helpen, vermits er veel van ons beste mattrosen door ziekte na 't hospitaal werden gezonden, en er reets 5a6 man met de scheeps schuijt zijn gedeser„ „teerd, d' extra ordinaire bezigheden van het ministerium alhier; zo door de verandering in d' Emploijen als het expedieeren der scheepen na Europa als elders, vreese oorsaak van retardement zal zijn, ten reguarde van ons vertrek, ondertus„ „schen is mij door fransche in Engelsche Heeren beloofd mij accuraat berigt te zullen geven, nopens de ne„ „gotie en toestant in Pegu, waar van de eer zal heb„ „ben nader berigt te doen met Capitain Helm stroom, voerende 't schip vosmaar Jntusschen zende met alle hoog agtinge hier nevens p:r 't schip Scholtenburg Capit Hendrik visser eenige monsters Airatanse producten volgens inclusa factuurtje zo wel als twee elophants tanden van den tot present ontfangene Elephant alhier op den 17 8ber: in Bengalen gestorven. Waar mede met de uijtterste eerbied en hoog agting de eere heb te zin /onderstond/ Hoog Edele groot agtb: Heere in wel Edele Heeren /lager/ uwer Excel„ „lenties en wel Edelens onderdanige en gehoorsame op
English
From Brrahan the 7th 9ber 1735. From Arrakan the 20th of April 1755 Servant /was signed/ W: de Baudoux /in the margin:/ Houglij the 7th 9ber 1755. Batavia With the utmost submission and high esteem the undersigned take the liberty of communicating and relating the following concerning Chormandel to Your High Noblenesses, on the occasion of a Moorish vessel departing from here for Porto novo. Initially we must note that on the 24th of 8ber of the past year we arrived at Malacca and having provided ourselves with water etc., departed from there on the 30th of the same month, setting our course for merguij in order to call at this place in passing and to learn whether currently or in the future any profitable contracts in trade could be made, but contrary to our expectation we only came to anchor on the last day of November, approximately 4 miles from that place, and not having properly scouted it, owing to the multitude of islands that had to be passed, the chief mate departed to seek out the roadstead of Merguij, To as previously mentioned who returned on the first of December and reported that the said place lay to the southeast of us behind the island of Madermachan, and that there in the roadstead or at the shore lay 3 English ships, one French of the same, 2 Moorish, and one Gentoo, all private and belonging to the coast of Cormandel. In the morning on the 2nd of xber the undersigned departed early from on board, proceeding toward Merquij, about 9 o'clock we made landfall, and found here a mestizo born in Siam /(who understood and spoke good Dutch/ on the beach, he being of European descent, his father formerly chief of Ligoor, named Schrijver, whom we sent to the Raija of Merguij, and had him request to compliment his Honor in the name of the Honorable Dutch East India Company; His Honor made known that he was directly expecting us, whereupon we went thither, and having made known our intention to trade, he replied that we were welcome here and as old friends of the Siamese court would benefit from all prerogatives, whereupon we gave his Honor a list of the cargoes we brought along, and after having discussed one thing and another for some time, we departed for our lodgings with On the said O From Arrahan the 28th of April 1745. From Brrakan the 28th of April 1735 the said Schrijver, who in conversation asked where our ship lay anchored, and his Honor learning that we were not safe there against the northeast winds, sent a pilot and interpreter to the ship to bring our vessel closer and into greater security, arriving the following day, the 3rd of xber, about 2 miles outside the roadstead, anchoring in 8½ fathoms of good holding ground. The ships present here were the English private ship commanded by Captain W:m Ponij, that vessel having been formerly or in the year 175¾4 refitted and altered at the island of Onrust, being commanded by Captain Parkenson, the second by Captain Makham, who lets his flag fly at Towaij, and the 3rd a brigantine commanded by an English mestizo named Anthonij, the 4th a French ship belonging to Mazulipatnam by Captain Anthoine L:ardeux, besides another 2 Moorish and 1 Gentoo. Today we presented ourselves once more to the oft-mentioned Raija of Merguij, who further communicated to us that the English nation must pay 5 percent and Moors, Malays, and others 8 percent in import duties, the French and Dutch have the same privileges and are exempt from toll, except for some trifling presents, of which we shall give a list hereafter, being daily so occupied with a heap of coarse and unreasonable people who still do not buy, that it is indescribable. The Raija of Merguij advised us, and said we had to present ourselves to the viceroy of Tanneesserij, named Piaa Tanauw, who is head and supreme ruler over this place and all the surrounding islands hereabout; His Excellency let us know that we should come tomorrow, being the 4th of xber, whereupon we went thither in the evening, around 5 o'clock, taking some trifling presents of which we shall give an account hereafter, which is always the custom here; we were received with dignity according to the manner of the country, and passed through a double rank of armed soldiers to the hearing of their music, and having sat down with our interpreter and waited a little, His Excellency appeared from behind a curtain, being handsomely dressed, and after some silence His Excellency had us asked after the health of the famous General of Jaccatra, whereupon replying we answered that at our departure from Batavia we had left the Lord Governor- General named Jacob Mossel in reasonably good health, to which he replied with a presumptuous Indian gravity that this was pleasing to him; His Excellency asked further what our desire was here, whereupon we replied that in passing we had taken the liberty to Raija
Dutch transcription
Van Brrahan den 7 9ber 1735. Van Arrakan den 20 April 1755 Dienaar /was getekend / W: de Baudoux /in margine:/ Houglij den 7 9ber 1755. Batavia Met de uijterste submissie en hoog agting neemen de ondergeteekendens de vryjheid Uw Hoog Edelens het volgende over Chormandel te Communi„ „ceeren en relateeren, ter occasie een moors scheepje van hier na Porto novo vertrekt. Aanvankelijk moeten noteeren wij 24. 8ber a. o pass„o te Malacca arriveerden en ons van water &:a voor zien hebbende, vertrokken den 30: d:o van daar de koers na merguij stallende om deze plaats in passant aan te doen en 'te ervaren of er huiden dan in het toekomende eenige voordeelige Contracten in de Negotie 6 maken zoude zijn maar tegen onse verwagting quamen eerst ult=o November ongevaar 4 mijlen van die plaats ten anker en niet regt verkend zijn, „de door de meenigte Eylanden die passeeren moesten vertrek den operstuurman om de rhede van Merguij Aan als vorengemeld op te zoeken, dewelke primo December reverteer „den en rapport bragt gem: plaats in't Z: O: van ons lag agter 't Eijland Madermachan, en dat aldaar ter rhede of de wal lagen 3 Engelse scheepen, Een frans d:o 2 moorse en Een Jentif, alle particuliere en op de kust Cormandel 't huijs hoorende. 's morgens den 2 xber vertrokken de onderget: vroeg van boord, na merquij meerm: zettende om„ „trent ten 9uuren, voelen aan land, vonden alhier een mistischin siam geboren /(goed Hol„ „lands verstaande en sprekende. / aan de strand zijnde zijn E van Europese afkomst, desselfs vader eertijds opperhoofd van Ligoor Schrijver genaamt dewelke na Raija van Merguij zonden, en lieten versoeken zijn Ed: uijt naam van d. Ed. Neder landsche oost Indische Comp: te complimenteeren zijn Ed. liet weten dat ons direct afwagtende was, waar op ons derwaarts begaven in onse intertie van te negotieeren bekend gemaakt hebbende antwoorden wij alhier welkom waren en als oude vrienden van 't Siamse hof van alle preao„ „gatives zoude profiteeren, waar op zijn. Ed: notitie gaven van ons meede gebragte Carguasoenen en vertrokken na eenigen tijd over 't eenen ander gerrisonneerd te hebben na ons logement by Op gem: O Van Arrahan den 28 april 1745. Van Brrakan den 28 april 1735 gem: schrijver die per discours vroeg waar ons schip geankert lag, en verstaande van zijn E wij voor de N:o O:t winden aldaar niet veijlig waren, zonder een loots en tolk na Boord, om onse bodem nader en secuurder te brengen, arriveerende 'sanderen daags den 3 xber omtrend 2 mijlen buijten de rrede op 8½ vadem goede stek grond ten anker De scheepen hier zijnde waren het Engels parti„ „culier schip gecommandeerd door Capit. W:m Ponij zijnde dien bodem eertijds of a„o 175¾4. ten Eijlande Onrust vertimmert en vermaakt, gevoerd wer„ „dende door Capit Parkenson, het tweede door Capit: Mak„ „harm, die zijn vlag op Towaij laat waijen en het 3 een Brigantijn door een Engels mustisch gevoerd An „thonij genaamd het 4 een frans schip te Mazulipat„ „nam gehorende door Capit: Anthoine L: ardeux nevens nog 2 moorse en 1 jentef Huijden vervoegden ons andermaal na dikgem: Raija van Merguij, dewelke ons verder Communi„ 1 moren„ maleijars en anderen 8 pC=to „ceerden de Engelse natie 5 p„r C„to ^ inkomende regten moeten betalen de francen en Hollanders hebben dezelve privilegien en zijn Tolvrij, excepto eenige ge „ringe presenties, waar van hier na Notitie zullen geven, zijnde dagelijx zodanig g'occupeerd met een hoop ruwe en onredelijke menschen die dog net kopen dat het onbeschrijvelijk is. Kaija van Merguij raden ons; en zeijde, wij ons moeste melden aan den vice roij van Fanneesserij genaamt Piaa Tanauw, dewelke hoofd en oppergebieder over deze plaats en alle de omleggende Eijlanden hier omtrend is, zijn Excellentie liet ons weten wij op mor„ „gen zijnde den 4 xber: zoude komen, wanneer wij ons derwaarts begaven, des avonds omtrend ten 5. uuren nemende eenige geringe presenties waar van hier na Positie zullen geven 't geen hier altoos in gebruijk is, wij wierden na 's lands wyse de ftig gereci„ „pieerd: en passeerden door een dubbeld rinquet ge„ „wapende soldaten onder 't gehoor van haar mussug en met onse tolk neder gezeten zijnde en wat gewagt hebbende, kwam zijn Excellentie te voorschijn van agter een gordijn, deftig gekleed zijnde, en na eenige Silentie liet ons zijn Excellentie vragen na de ge„ „zondheid van den beroemden Generaal van Tac„ „catra waar op repliceerden antwoorden bij ons vertrek van Batavia den Heer Gouverneur Generaal genaamd Jacob Mossel in redelijk gezondheid gelaten hadden, waarop met een verwaande Indiaanse graviteit repliceerde zulks hem aangenaam was, zijn Excellentie vroeg wijders wat onze begeerte hier was, waar op repli„ „ceerden wij in passant de vrijheid genomen hadden om Raija
English
Arrahan, the 28th of April 1755 From Arrahan, the 28th of April 1755 to call at Merguij and to inquire whether there might be any trade to be done in these lands for the account of the Company, either at present or in the future; and we communicated to His Excellency that we had already given notice to the Raija of Merguij as to what sorts of goods we brought with us, for which we would gladly barter for rice, tin, and other products of this country. His Excellency seemed very pleased with this proposal, and concealed himself again behind his curtain, while tea, water, sweetmeats, betel, etc. were served to us, and shortly thereafter we departed. Meanwhile, we understood that rice was exceedingly expensive here, as it was only the beginning of the harvest, and was sold at up to 20 Ficals for 2300 lb, tin at the bhaar of 360 lb for 60 Ficals, while elephants' teeth and tortoiseshell are contraband; so that there was nothing for us to do here, no more than for the ships lying here, all of which are freighted with elephants for the Coromandel Coast. Orders were given to provide us with water and firewood, and since this proceeded so slowly on the nearby Island of Padamaon, we resolved on the 6th of December to depart for the so-called King's Bay, where we supplied ourselves with these necessities, and departed from there directly for Aracan on the 10th of December. This was done for two principal reasons: firstly, that Pegu and Ava were engaged in a heavy war, according to reports, the particulars of which we shall have to relate upon our arrival at Batavia; and secondly, it was late in the season, as became apparent afterward. We also find it necessary to report that the English Company has taken possession of Negrais and has constructed a formidable fortress there called Bassin, from where they will not easily be driven away; and from what we have been able to discover from Captain Markham, the English side with the people of Ava against the Peguanese, for the reason that those of Tavoy departed for Pegu against the last-mentioned nation with about 70 vessels crowded with people, being piloted by two English mates. Furthermore, we wrote a short letter to Mr. Zeeman in case His Honour might arrive here, advising him how he might govern himself regarding the presents which they were obliged to give, which letter we delivered to the Raija of Merguij, to whom, as well as to the Governor of Tenasserim, we communicated that another Dutch ship would arrive in these lands of Tenasserim. Subsequently continuing our voyage to Aracan, we came to anchor only on the 26th of January of the current year under Modor Mohon at the mouth of that river, and were brought inside by a pilot who keeps watch there. Whereupon, on the 27th ditto, we sent a letter written in the Portuguese language to Aracan, as directed by the old instructions of the year 1677 given to Messrs. Jacob van der Planken and Balthazar Hinloopen (serving for our guidance). The said letter was carried to the Aracanese court by a sailor and one of our servants who understands the Portuguese language. On the 30th of January, the said emissaries returned and reported that the King was very pleased with our arrival, and that the Shahbandar would approach and welcome us on behalf of His Majesty. Meanwhile, there came aboard our vessel the Portuguese natives Bartholomei and Paulo his son, together with Lazarus van Mandha, who has resided here for upwards of 8 years and remained here from the private ship named Rotterdam coming from Bengal; later, the said vessel was abandoned by the crew, and because no owners appeared for it, it was burned about 4 years ago just above the Bandel by order of the King. Meanwhile, the Shahbandar had approached close to the ship, whom we requested to come aboard, which he promised to do as soon as it should be an auspicious day. In the meantime, we understood that all ships arriving here must surrender gunpowder, cannonballs, cannon, and other munitions of war, likewise the keys to the hold, chests, and cases, as well as private sea chests, etc., upon which a seal is placed by the Shahbandar; and whenever one wishes to open these, one must pay a certain fixed sum for each article. And since we are not a private vessel but a Dutch Company ship, having come expressly upon the petition of His Aracanese Majesty by letters written per the small ship De Haas to Director Kersseboom of the year 1751, received on the 18th of October, whereby His Aracanese Majesty requests the Honourable Company to send a ship with a cargo suitable for his lands, promising in the said missive all possible assistance in attending to the Honourable Company's interests, and that he would show himself reasonable regarding the toll; we were therefore excused from this. The said vessel was to come under the direction of a capable linguist, which took place today; and since Mr. Alexander Jacob Jan is master of the Bengali, Moorish, and Persian tongues, we had the said Shahbandar presented with our old privileges of the years 1643 and 1653; and since Lazarus van Mandha was [illegible] the French language, the said papers were [illegible] into French, whereupon the Shahbandar [illegible] us and said he did not doubt that we should enjoy the old privileges, or at least [illegible] promised [illegible] ships [illegible].
Dutch transcription
Arraham den 20 april 1735 Van Van Arrahan den 28 april 1755. om Marquij aan te doen en te vernemen of er huyden dan in het toekomende eenige Negotie in deze landen voor reek: van de Comp: te doen zoude zijn en Commu„ „niceerden zijn Excellentie wij reets notitie gegeven hadden aan Raija van Merguij wat zoorten van goederen mede bragten, waar voor gaarne rijst, then en verdere producten van dit land zoude willen trocqueeren, met welke propositie zijn Excellentie zeer content scheen, en zig wederom agten zijn gor„ „dijn verborg, werdende intusschen thee water confituure betel &:a ons voorgezet en vertrokken kort hier na Ondertusschen verstonden de rijst alhier excessief duur was, vermits maar eerst in het begin van de re„ „colte zijnde, en tot 20. Ficals de 2300 lb: verkogt wierd, het thin de bhaar van 360 lb voor 60 Ficals, Elephants tanden en Caret zijn contrabanden, zo dat 'er alhier voor ons niets te doen was, zo min als voor de alhier leg „gende scheepen dewelke alle met Elephanten voor de Cust Cormandel bevragt zijn. Men gaf ordre om ons van water en Brandhout te bezorgen, en vermits zulks op het alhier digt bij leg„ „gend Eijland Padamaon, zo traag voortging, resel „veerden den 6 xber: naar de zo genaamde Konings baaij te vertrekken, alwaar ons van deze benodigtheden verzorgden, en den 10 xber: van daar direct na Aracan vertrokken dit geschiede om 2 principale redenen ten eersten dat Pegu met Ava in een sware„ oorlog waren, volgens rapport waar van de particulari, „teijten op onse komsta Batavia deer zullen heb „ben te relateeren, en ten 2=e het laat in de tijd was gelijk naderhand gebleeken is Vinden nog noodzakelyk te moeten melden, de Engelse Comp: possessie genomen heeft van Naigras en aldaar een formidabel fortres g'extrueerd heb„ „ben, genaamd Bassin van waar niet ligt te ver jagen zijn, en na heb kunnen ontdekken van Capit: Makharm zijn de Engelse aan de kant van d'avanen tegen de Pequanen, om reden die van Towaaij na Pegu vertrokken zijn, tegen laast gem: natie met circa 70 vaarthuijgen opgepropt met volk; en door twee Engelse stuurlieden geloost werdende. Wijders schreven een briefje aan den Heer Zeeman ingeval alhier mogte komen zijn Ed: adverteerende hoedanig zig konde reguleeren, omtrend de presenten die genoodzaakt waren te doen, welke missive aan Raija van Merguij Intraqueerden, aan wien nevens aan den vice van Tannasserij zaade koren Communiceerden er nog een Hol- Lands schip in deese Landen van Tamasserij zoude komen, Vervolgens onze rijse na Aracan voort set„ „tende zijn maar eerst 26: Ianuarij A„o stantij onder modor mohon in de mond van die rivier ten redenen anker O Souratta Arrahan den 28 april 1738 Van Van Arrahan den 28 april 1755 anker gekomen, en door een loots dewelke aldaar de wagt heeft binnen gebragt, waarop den 27 d:o een brief in de Portegeese taal gesz: na Aracan zonden, ge „lijk de oude Instructie d' anno 1677: aan de Heren Jacob van der Planken en Balthazar Hin„ „loopen mede gegeven (tot ons narigt dienende:/ dicteerd, gem: brief wierd door een mattroos en een onser dienaren de portugeese taal verstaande na het araianse hof gebragt. Den 30:e Januarij reverteerden gem: zendelingen en rapporteerden den koning over onze komst zeer verheugd was, en dat den Heer Sabandhaar ons uyt naam van zijn Majesteit nader den en zoude ver welkommen, Inmiddens quamer bij ons aan boord de Portugeese in boorlingen Bartholomei en Paulo zijn zoon, mitsgaders Lazarus van mandha dewelke alhier ruijm 8 Jaren gewoond heeft en van 't particuliere schip genaamd Rotterdam van Bengalen komende alhier verbleven is, naderhand is gem: bodem door de Equipagie verlaten, en dewijl er zig geen Eijgenaars op de den voor omtrend 4 Iaren even boven de Bandel op ordre des konings verbrand intusschen was den Heer sabandhaar digt bij 't schip gekomen, dewelke lieten versoeken aan boord te komen 't geen beloofden, zo dra 't een goede dag zoude zijn, in „middens verstonden dat alle de alhier komende scheepen, kruijd, kogels, Canon, en verdere Ammu„ „nitie van oorlog moeten afgeven, item sleutels van ruijm, kisten en kassen, zo wel particuliere plunje kisten &„a waar op door den sabandhaare een sjapwerd gesteld en wanneer men dit alles wil openen, moet men voor ijder articul een zeker tantum betalen en dewijl wij geen particulier maar een Hollands Comp: schip zijnde oppres gekomen op de petitie van zyn Aracanse majesteid bij brieven p:r 't scheepje De Haas gesz: aan den heer Directeur Kersseboom d' a„, 1751: den 18: 8ber: ontfangen, waar bij sijn Aramnse majesteit d E Comp: versoekt een schip met lading dienstig voor zijne landen zoude zenden, belovende in gem: missive alle mogelyke bijstand ter behartiging van 's E. Comp: intrest, en zig omtrend de thol na redelykheid zoude laten vinden, zo werden hier van g' excuseerd gem: bodem zoude onder de directie van een bequaam taalkundig man moeten komen, 't geen huijden ge „schieden, en dat den Heer Alexander Jacob Ian de Bengaalse Moorse en Persiaanse tosen magtig al., lieten gem: heer sabandhaar onse oude pre „nug d„o l„o 1643: en 1653: voorhouden, en vermits „. Lazarus van Manicha de france taal was zo wierden gem: papieren in 't frans rteert, waarop den Heer sobandhaar ons en zeijde niet te twijffelen of wij zouden ude Privilegien profiteren, ten minsten Scheepen beloofden 11. Sou
English
From Srrakan the 28 April 1755 From Arrahan the 28 April 1755 came to anchor, and was brought inside by a pilot who keeps the watch there, whereupon on the 27th ditto we sent a letter written in the Portuguese language to Aracan, as the old instruction of the year 1677 given to the gentlemen Jacob van der Planken and Balthazar Hinloopen served for our information dictated, the said letter was brought to the Aracanese court by a sailor and one of our servants who understands the Portuguese language. The 30th of January the said emissaries returned and reported that the king was very pleased about our arrival, and that the Lord Shahbandar would approach and welcome us in the name of His Majesty. In the meantime there came aboard to us the Portuguese natives Bartholomei and Paulo his son, together with Lazarus van Mandha, who has lived here for over 8 years and, coming from Bengal on the private ship named Rotterdam, remained here. Afterwards the said vessel was abandoned by the crew, and because no owners appeared for it 4 years ago it was burned just above the Bandel by order. Meanwhile the Lord Shahbandar had come near the ship, who let us request to come aboard, which he promised to do as soon as it would be a good day. In the meantime we understood that all arriving ships must surrender powder, cannonballs, cannon, and further ammunition of war, likewise keys to the hold, chests, and wardrobes, as well as private clothing chests etc., upon which a chop is placed by the Shahbandar, and whenever one wishes to open all this, one must pay a certain fixed sum for each article. And because we are not a private vessel but a Dutch Company ship having come expressly upon the petition of His Aracanese Majesty, by letters written via the small ship De Haas to the Lord Director Kersseboom of the year 1751 received on the 18th of October, whereby His Aracanese Majesty requested the Honourable Company to send a ship with a cargo useful for his lands, promising in the said missive all possible assistance for the promotion of the Honourable Company's interest, and that regarding the customs duty he would show himself reasonable, we were therefore excused from this. The said vessel would have to come under the direction of a capable linguist, which took place today, and as the Lord Alexander Jacob Jan was master of the Bengali, Moorish, and Persian tongues, we had the said Lord Shahbandar presented with our old privileges of the years 1643 and 1653, and since the aforementioned Lazarus van Maneha was master of the French language, the said papers were translated into French, whereupon the Lord Shahbandar assured us and said he did not doubt that we would benefit from our old privileges, and promised at least From Srrakan the 28 April 1755 From Arraham the 28 April 1735 promised to contribute everything within his power to this end, upon which we could rely and be at ease, and that we should merely sail higher up. The ultimate of January the Lord Shahbandar had departed again for the court to give His Majesty an account of our old established firmans, but as the same, according to the words of the said Shahbandar, could not be found in the King's archives, he wished to treat us reasonably so that we should have no cause to complain, as had been written and promised to the Lord Kersseboom. It is not to be wondered at that these antique contracts cannot be found among a rough and uncivilized nation, since it is today 102 years ago that the same were made. We let the Shahbandar once again be politely requested to come aboard with us; he promised to do so the day after tomorrow, that being a good day. When His Honour came alongside on the starboard side, he dared not step across, because the rumor, as we understood afterwards, was among the common people that we came not on behalf of the Honourable Company but as pirates to spy out the situation of the land. Of this rumor we presume the cause to be one Jean Grandel, a private shipmaster residing at Masulipatnam, his partner being a Monsieur Pamon. An English private shipmaster named William Thomasz being here has given us a declaration thereof dated 9 March 1755, which we shall produce in due course. We have given notice of this to the aforementioned Grandel, who denies all this and protests against what was stated by the said Master Thomas, and says that he himself used malicious language to the detriment of the Dutch, as did also a Moor named Amoli living here and being 96 years old, who was formerly employed as an interpreter in the service of our nation, who supposedly gave the common people the impression that we were evil people and would at one time or another seize our chance, and just as the English did at Negrais, establish a stronghold here or elsewhere. What the truth of all these matters is, we cannot possibly penetrate. We nevertheless subsequently inquired about this point with the Lord Shahbandar, who told us there had been evil and detrimental rumors about us, and that he would send us those people, but that no credit had been given to it at court; however, nothing has come of that up to now. The Shahbandar let us know that the factory, formerly belonging to the Armenian merchant Tessalie, was being prepared for us, where the said French Captain Grandel resided, but on the 4th of February we received report that the said factory had burned down during the night, with several other houses standing near it here.
Dutch transcription
Van Srrakan den 28 april 1755 Van Arrahan den 28 april 1755 anker gekomen, en door een loots dewelke aldaar de wagt heeft binnen gebragt, waarop den 27 d:o een brieff in de Portugeese taal gesz: na Aracan zonden, ge„ „lijk de oude Instructie d' anno 1677: aan de Heren Jacob van der Planken en Balthazar Hin„ „loopen mede gegeven (tot ons narigt dienende:/ dicteerd, gem: brief wierd door een mattroos in een onser dienaren de portugeese taal verstaande na het araianse hof gebragt. Den 30:e Ianuarij reverteerden gem: zendelingen en rapporteerden den koning over onze komst zeer verheugd was, en dat den Heer Sabandhaar ons uyt naam van zijn Majesteit nader den en zoude ver welkommen, Inmiddens quamer bij ons aan boord de Portugeese in boorlingen Bartholomei en Paulo zijn zoon, mitsgaders Lazarus van mandha dewelke alhier ruijm 8 Jaren gewoond heeft en van 't particuliere schip genaamd Rotterdam van Bengalen komende alhier verbleven is, naderhand is gem: bodem door de Equipagie verlaten, en dewijl er zig geen Eijgenaars op deden voor de 4 Jaren even boven de Bandel op ordre sverbrand intusschen was den Heer saband bij 't schip gekomen, dewelke lieten versoeken d te komen 't geen beloofden, zo dra 't een goet de zijn, in „middens verstonden dat alle de komende scheepen, kruijd, kogels, Canon, en verdere Ammu„ „nitie van oorlog moeten afgeven, item sleutels van ruijm, kisten en kassen, zo wel particuliere plunje kisten &a waar op door den sabandhaare een sjapwerd gesteld en wanneer men dit alles wil openen, moet men voor ijder articul een zeker tantum betalen en dewijl wij geen particulier maar een Hollands Comp: schip zijnde appres gekomen op de petitie van zyn Aracanse majesteid bij brieven p:r 't scheepje De Haas gesz: aan den heer Directeur Kersseboom d' a„o 1751: den 18: 8ber: ontfangen, waar bij sijn Aramse majesteit d E Comp: versoekt een schip met lading dienstig voor zijne landen zoude zenden, belovende ingem: missive alle mogelyke bijstand ter behartiging van 's E. Comp: intrest, en zig omtrend de thol na redelykheid zoude laten vinden, zo wierden hier van g' excuseerd gem: bodem zoude onder de directie van een bequaam taalkundig man moeten komen, 't geen huijden ge „schieden, en dat den Heer Alexander Jacob Jan de Bengaalse Moorse en Persiaanse tozen magtig was, lieten gem: heer sabandhaar onse oude pre „vilegien d„o l„o 1643: en 1653: voorhouden, en vermits vorengem: Lazarus van Maneha de france taal magtig was zo wierden gem: papieren in 't frans getranslateert, waarop den Heer sabandhaar ons versekerde en zeijde niet te twijffelen of wij zouden van onse oude Privilegien profiteren, ten minsten #eepen beloofden 11. Van Srrakan den 28 april 1755 Van Arraham den 28 april 1735 beloofden hier toe alles te zullen Contribueeren wat in zijn vermogen was, waar op wij staat moesten maken en gerust konden zijn, en dat maar hoger op zoude zeijlen. Ult„o Ianuarij was den heer sabandhaar weder na 't hof vertrokken om zijn majesteid jnductie van onse oude gemaakte firmans te geven, maar deselve volgens 't zeggen van gem: sabandhaar bij 's konings archires niet te vinden zijnde, wilde ons redelyk be„ „handelen dat niet te klagen zoude hebben, gelijk aan den heer Kersseboom gesz: en beloofd had; het is niet te verwonderen deze antique Contracten, bij een ruwe en verwilderde natie niet te vinden zijn, dewijl het huijden 102: Jaren geleeden is deselve gemaakt zijn, lie=t en den sabandhaar nogmaals vriendelijk versoeken bij ons aan boord te komen beloofden zulx overmorgen te zullen doen, als dan een goeden dag zijnde wanneer zijn Ed: aan stuurboord op zeijde quam, maar dorst niet over stappen, vermit de mompeling /gelijk wij naderhand verstonden / onder 't gemeen was wij niet wegens de E Comp. maar als zeerovers quamen om de situatie van 't land te bespieden, van dit ge„ „rugt presumeeren, oorsaak te zijn eenen Iean Gran„ „del particulier schipper te Mazulipatnam thuijs horende, zijnde zijn wheder eenen monb:r Pamon een Engels particulier schipper genaamt William Thomasz. alhier zijnde heeft ons daar van verklaring gegeven de dato 9 maart 1755. dewelke op zijn tijd zullen produ„ „ceeren, hebben hier van aangem: Grandel kennis gegeven die dit alles negeerd en tegen 't geposeerde van gem. schipper Thomas protesteerd, en zegt hij zelfs quaad aandige taal ten nadeele van de hollanders gevoerd heeft, zo mede een moor genaamd Amoelij alhier woonagtig en 96 Iaren oud zijnde voor dezen tolk bij onse natie in dienst geweest, dewelke 't gemeen inductie zoude gegeven hebben, wij quaade lieden waren, en d, een of andere tijd onse slag zoude waarneemen; en gelijk de Engelse te naigras hier of elders een vastigheid maken, wat nu van alle deze zaken is, kunnen onmogelijk penetreeren, wij hebben ons egter naderhand nopens dit poinct bij den Heer Sabandhaar geinformeerd, die ons zeijde er quade en nadeelige gerugten van ons waren geweest, en dat ons die menschen zoude zenden, egter dat er ten hove geen geloof aangegeven was, maar daar is tot nog toe niets van gekomen. Den Sabandhaar Liet ons weten de factorie voor dezen den Armenisch koopman Tessalie toebehoord hebben„ „de voor ons klaar werd gemaakt daar gem. frans Capit: Grandel inwoonder, maar den 4 februarij be„ „komen berigt gem: factorie 'snagts was afgebrand met nog eenige huijsen daar omtrend staande alhier waar 55. 13.
English
15. From Arrakan the 28th of April 1735 From Arrakan the 28th of April 1755 whereby that man was pretty much ruined, yet I believe his few cash funds were saved, because everyone buries them under the ground, nobody dares to show they have anything, because it is taken away under one pretext or another. And here, for a capital loan, a capital interest of 12 percent per month was paid, and failing that, wife, children, etc. were sold. The lord Shahbandar departs because of the said fire for Bandel. Meanwhile, sailing and drifting higher up, we came to anchor in the evening of 5 February near the village of Rook, being about 3 miles from Bandel, unable to proceed any further due to the shallows. We lay here secure before two rivers in a triangle in case of trouble. During the night the Shahbandar had returned. We requested His Honour to come over to us once more; however, in vain, and he let it be known that this would cause jealousy among the grandees of the court, and put him in an awkward position. As a token of trust and friendship he sent his son aboard our ship, being about 14 years old, who out of curiosity rummaged through our entire ship, and was very amazed at such a heavy structure. Giving His Honour some small presents, he then departed again to his father. We saluted him with 3 cannon shots, at which the said lord Shahbandar was very pleased. On the morning of 6 February we went with the boat and the chief mate to sound the depths everywhere, and found we could proceed no further. On our return we were requested by the Shahbandar to come to him, which we did, and reported to His Honour that we could not bring our ship any further due to the shallows, whereupon His Honour replied that he left this to us, but that this evening as the flood tide came in we should sail with His Honour to Bandel, which was done with the ship's boat. We took the Honourable Company's letter along, but left the presents for the king on board until further orders. We subsequently arrived at Bandel, and took up our lodgings with the English Captain William Thomasz and the Armenian merchant Abraham, both being good and well-known friends of Mr. Alexander. The Shahbandar stayed that night in Bandel, when several war balangs returned from Negrais, which had been sent thither to the number of four hundred pieces, each mounted with 1 piece of cannon firing 3, 4 to 6 lb balls, and manned with 80 to 120 head, but they were unable to accomplish anything against the English. In the morning around 7 o'clock we went to pay a visit to the Shahbandar, and very urgently requested his In the morning powerful From Arrakan the 28th of April 1735 From Arrakan the 20th of April 1735 powerful intercession to deliver the Honourable Company's letter to the Arrakanese Majesty and to pay compliments in the name of the Lord Governor-General and the Council of the Indies. His Honour promised to ask this of the king this very evening, and said we should just rest easy, there was not the slightest difficulty. That same evening the Shahbandar let us know that he had not been able to speak to the king because of bad days, from which the first signatory conceived bad suspicions, whereby Mr. Alexander, being assured that everything would turn out well, allowed himself to be persuaded and comforted. On 8 February in the morning around 8 o'clock the said supercargo Alexander departed for the ship, in order to collect the Honourable Company's presents for the king by order of the Shahbandar, and had the supercargo Baudoux summoned to him with the Honourable Company's letter, which was opened by His Honour by order of the king, and read by the chief of the Moors named Casie and our interpreters Bartholomeus and Lazarus, who took principal note of the presents we brought along for the king. The Shahbandar takes the letter in the Portuguese language into his custody, and returns the one in Dutch, departs with it for the Court in order to request permission for the said letter to be translated. On 9 February a fire broke out in the morning and in the evening in Bandel, which was quickly extinguished. On this day we received the Company's letter back with orders to have the same translated. We gave the same to Lazarus and Bartholomeus in order to arrange it with the help of the aforementioned Casie. Meanwhile, the king had us assured of his affection, and gives permission to go and return wherever we want, which is granted to no one without first having been to Court. In the evening the Honourable Company's letter was translated. On the 10th of February fire broke out here again, which was likewise quickly extinguished. This was certainly done by arsonists in order to frighten us off and make us depart; in my view, this is a political trick. The king gives mock orders to discover these arsonists, yet fruitlessly. This day we requested two deputies from the Lord Shahbandar, who were granted to us, and arrived at the shore on 11 February with the Company's presents. Meanwhile, orders were given to prepare the burnt-down factory for us. This could have been done earlier; it did not please me, the first signatory, and I spoke my mind about this, but Mr. Alexander made not the slightest difficulty, so that I had to conform. All the particulars and fatal sorrow that occurred until 27 February are impossible for me to report entirely, this being The 9th then 17.
Dutch transcription
15. Van Brrahan den 28 april 1735 Van Arrakan den 28 April 1755 waar door die man genoegsaam is geruineerd geworden egter gelove zijn weijnige Contanten geborgen zijn, ver„ „mits een ijgelyk die onder de grond begraafd, niemand durft zig tonen iets te hebben, om dat 't zelve weg werd genomen onder 't een of ander pretext En wierd hier voor een Conto Capitaal in 12/m: een Capi„ „taal Intrest betaald, en bij foute van dien werd vrouw Kinderen &:a verkogt den Heer Sabandhaar vertrekt ter oorsake van gezegde brand na Bandel ondertus, „schen zeijlen en drijven wij hoger op, en quamen 's avonds den 5 februarij omtrend de negorij Rook, zijnde ongevaar 3 mijlen van Bandel ten anker kunnende door de ondieptens niet verder komen, lagen alhier secuur voor twee rivieren in een Triangel in geval van onraad 's nagts was den Sabandhaar gereverteerd verzogten zijn Ed: andermaal bij ons over te komen; dog te vergeefs en liet wetin dit Jalousie onder de groten van 't hof zoude geven, en hem in ongelegentheid brengen. zond ten teeken van vertrouwen en vriendschap zijn zoon bij ons aan boord, omtrend 14 Iaren oud zijnde dewelke uijt nieuwsgierigheid ons gantsche schip door snuffelde, en zeer was verwondert over zodanig swaar gebouw, gevende zijn Ed: eenige presentjes en vertrokk dus wederom na zijn vader salueerden hem met 3 Canon schoten, waar over gem: heer sabandhaar zeer verlerd was. 'S morgens den 6 februarij gingen met de schuijt en den opperstuurman over al de dieptens peijlen, en ondervonden niet verder te kunnen komen wierden in de terug komst door den sabandhaar ver zogt bij hem te komen, 't geen deeden en rapport eer¬ „den zijn Ed: ons schip door de ondeptens niet verder konde brengen, waarop zijn Ed: antwoorde dit aan ons liet, maar dat wij van dezen avond met zijn Ed: res de vloet aanquam na Bandel zoude varen 't geen met de scheeps schuijt geschieden, namen 's E Comp:s brief mede, maar lieten de presenten voor den koning tot nader ordre aan boord, arriveerden vervolgens a Bandel, en namen ons intrek bij den Engels Capit: William Thomasz en arminisch koop man Abraham zijnde beijde goede en bekende vrienden van den Heer Alexander Den Sabandhaar bleef dien nagt in Bandel wanneer deverse oorlogs Baalangs van Naigras te rug quamen, dewelke ten getalle van vier honderd stux derwaarts gesonden waren, ij der gemonteerd met 1 p. s Canon van 3, 4 a 6 lb: bals, en bemand met 80 lb 120 Coppen, maar hebben tegen de Engelsen niets kunnen uijtvoeren. S morgens omtrent ten 7 uuren gingen den sabandhaare visite geven, verzogten zeer instantig zijn Smorgens vermogende Van Terratan den 28 april 1735 Van Arrahan den 20 April 1735 vermogende Intercessie om d' Arianse majesteid 's E Comp:s missive over te leveren en te Complimen„ teeren uijt naam van den Heer Gouve„r Generaal en Raden van India, zijn Ed. beloofden der koning nog dezen avond zulx te zullen versoeken, en zeijde wij zouden maar gerust zijn, daar was geen de minste swarig „heid dien zelfden avond liet ons den Sabandhaar wetl den koning vermits quade dagen niet had kunnen spreken, waaruijt den eersten teekenaar quade sus „pitie opvatten, waar door den Heer Alexander verseekert zijnde alles wel zouden aflopen, liet zig gezeggen en troosten: den 8 februarij 's morgens omtrend ten 8 uuren vertrok gem: carqua Alexander na boord, om op ordre van den Sabandhaar 's E Comp:s presenten voor den koning af te halen, en liet den Carga Baudoux bij hem ontbieden met 's E Comp:s missive, dewelke door zijn Ed: op ordre des konings g'opend wierd,en door 't opperhoofd der mooren genaamd Casie en onze tolzen Bartholomei en Lazarus geleezen, die princi „paal notitie nemen van onse mede gebragte presenten voor den koning den sabandhaar neemt de brief in de portugeese taal in zijn bewaring, en geeft die in 't hollands te rug, vertrekt daar mede ten Hove om Permissie te versoeken gem: missive werd getranslateerd den 9 februarij ontstond er brand 's morgens en 's avonds in Bandel 't geen schielijk geblust is, kregen dezen dag 's Comp:s brief te rug met ordre dezelve teelaaten translateeren geven dezelve aan Lazarus en Bartholo, „waei om door behulp van bovengem: Casie te doen besorgen ondertussen liet ons den koning van zijne genegent, „heid versekeren en geeft permissie te gaan en te keren werwaarts wij willen, 't geen aan niemand vergunt werd, zonder eerst ten Hove te zijn geweest, 's avonds wat 's E Comp:s brief getranslateerd den 10:e februarij ontstond hier wederom brand, 't welk insgelijks subit geblust wierd, dit is zeker doorbrand stigters geschied, om ons af te schrikken en te doen ver „trekken na mijn gevoelen is, dit een politique streek„ den koning steld quasie ordre om deze brand stegters te ontdekken, dog vrugteloos dezen dag versogten twee gedeputeerdens van den Heer Sabandhaar, die ons toegestaan wierden en quamen 11 februarij met Comp:s presenteeren aan de wal Onderwijl wierd er ordre gegeven de afgebrande factorie voor ons te vervaardigen, dit konde al eerder ge „schied zijnde stond mij eerste teekenaar niet aan; en zeijde hier mijn sentiment over, maar den Heer Alexan„ „der maakten geen de minste swarigheid, zo dat mij moest Conformeeren alle particulariteijten en fatale Zorg, dewelke tot den 27 februarij voorvelen zijn voor mijn onmogelijk alle te kunnen melden wezende dit Den 9 dan 17.
English
Barchart the 21 April 1745 Jan From Arraham the 28 April 1755 than the day when the King would await us, our retinue consisting of 75 persons, besides our interpreters, who carried the presents, which we had augmented with other trifles, of which we shall provide a note, this having been done according to the discretion of Mr. Alexander, who is acquainted with the customs of this country. We furthermore take the liberty, with the utmost submission, to narrate some points experienced upon our approach to, and encounter at and from, the court of Aracan. In the morning of the 27 February aforementioned, around 5 o'clock, we departed with the Honorable Company's presents from Bandel to the Court, and at half past eight o'clock we were ordered to march inside. The concourse of people was great in number and by calculation there were at least 15000 heads on their feet, besides the servants and officers of the court. At the First gate we had to take off our shoes and kneel. Coming to a second Gate, there stood four Elephants, 3 of which made their compliment to us. The King's horse also stood here unsaddled. Subsequently, we were continually obliged to fall on our knees in an undignified manner amidst the shouting by the rabble of Toe, Toe, Toe. Approaching the palace, or rather resembling a Javanese pendopo, we were ordered to fall down on our knees with legs extended backwards, exposed to the heat of the sun without any shelter overhead, which was very painful to sit down thus for a duration of 1½ hours of audience, of which we had no expectation, since our old contract dictates that we should pay the compliment according to our custom in proper respectfulness. However, before our departure we were informed by the Lazarus that this would not pass, since this Magh nation, which in nature are not bad people, having been corrupted for some years by the Moors and Gentiles, little or no reliance can be placed on their promises and words. We thus having been seated down, the head bowed to the earth, the King had us asked what our desire was here, whereupon we had answered that the Lord Governor-General of Batavia had sent us hither on an embassy, and to see whether in the future any profitable trade could be carried on to the service of His Majesty's Countries, in view of the friendly invitation made to Mr. Kersseboom in the year 1751 via the small vessel de Haas to Bengal. Whereupon he had replied that this was very well, and that he had understood our old privileges from the Lord Shahbandar, promising that they would treat us well, just as he had written to the Lord Director Kersseboom, on which reliance could be placed, and that we might buy all products of the country, copper 19. Loura atta 21. From Barahar the 28 April 175 From Arrakan the 28 April 1755 buy, except gold, gemstones, and slaves. We also communicated to His Majesty that we had given a note to the Lord Shahbandar of our brought cargo, which he could dispose of. Meanwhile, the Honorable Company's presents in the name of the Lord Governor-General Jacob Mossel and the Council of the Dutch Indies were offered to His Majesty, which were gracefully accepted, assuring us further of his protection and affection. We received as a counter-present fifty ro/as in cash and an Elephant, for which His Aracanese Majesty was thanked in the name of His High Nobility and council; but since we cannot load the aforementioned Elephant, we must keep the same at the charge and expense of the Honorable Company. We shall endeavor to exchange the same for a smaller one, and convey it to Coromandel to be sold on account of the Honorable Company. Subsequently, being guided backwards by the shahbandar, facing towards the earth, kneeling all the way back, we departed; when coming to the front gate we put on our shoes again, which we had been obliged to take off, and sailed with our balang to Bandel. With the aforementioned promises under good-natured hope and expectation, we find ourselves until now faithlessly deceived. Mr. Alexander is nevertheless in firm confidence of good success, but since the time of 16 April to depart is too near, as according to the resolution dated 22 March, I find difficulty herein, there being to my knowledge not a single grain of rice loaded yet, and today being the ultimate of March 1755. We requested a chop on 15 March to be allowed to depart, in order to be beforehand in this matter, yet we have not obtained the same until now. The shahbandar asked us some time ago for ro/as 2000, upon which we would be free of all duties, though this occurred in a jesting manner, but later turned into earnest, since coming to the factory on 24 March, he told us we would have to pay the aforementioned sum of ro/as 2000. Against this we protested with great and manifold reasons and said we had approached thus far with our ship upon promises of our old contracts and privileges according to the King's and his honor's given word. Whereupon they replied that His Majesty, the two First ministers, and he were very well disposed towards us, but could not push our case through alone; that all the other grandees were against us regarding the aforementioned privileges, and that the same were privately fabricated and drafted by us, and not by the Government of Batavia. The shahbandar promised this sum to depart.
Dutch transcription
Barchart den 21 april 1745: Jan Van Arraham den 28 april 1755 dan den dag wanneer den koning ons zoude af„ „wagten, bestaande ons gevolg in 75 personen, behalven onse tolken, die de presenten droegen, dewelke wij ver„ „meerderd hadden met andere kleijnigheden, waar van Notitie zullen geven, zijnde dit na 't goed dunken van den Heer Alexander geschied die de Costumada deses lands bekend is Nemen al verder met d'uijtterste submissie de vrij¬ „heid eenige poincten te narreeren, dewelke op onze aannadering en ontmoeting na, en van 't hof van Aracan ondervonden. 'S morgens den 27. februarij voorm: omtrend 5 uuren vertrocken met 's Comp:s presenten van Bandel ten Hove en om half negen uuren wierd ons geordonneerd na binnen te marcheeren, den toeloop van menschen was groot in getal en calculatie waren er ten minsten 15000 Coppen op de been, buijten de bediendent en offi„ „cieren van 't hof Aan de Eerste poort moesten de schoenen uyttrekken en znielen. Aan een tweede Poort komende stonden er vier Ele„ phanten, waar van 3 haar Compliment voor ons maakte 's konings paard stond alhier insgelijks ongetaateld, ver„ „volgens moesten bij Continuatie op een indigne manier op de knien vallen onder 't geroep door 't gepeupel Toe Toe, Toe 't paleijs of maar een Iavaanse Pangong gelijkende :/ naderende wierd ons geordonneerd op de knien neder te vallen de benen agterwaarts g'exporseerd aan de hette die zon, zonder eenig beschut boven't hoofd 't geen zeer penibel was voor een tijd van 1½ uur au„ „dientie dus neder te zitten, waar van wij geen verwagting hadden, vermits ons oude Contract die „teerd het Compliment volgens onse gewoonte in be„ „hoorlyke Eerbiedigheid zoude doen, egter waren voor ons vertrek den Lazarus verwittigt dit niet door zoude gaan, vermits deze moogse natie /. dat in den aard geen quade lieten zijn, 't zedert eenige Iaren door de moren en Jentiven gecorrumpeerd is, er geen of weijnig staat op haar beloften en worden te maken is Wij dus dan neder gezeten zijnde, het hoofd ter aarde geboogen, liet ons den koning vragen wat onze begeerten hier was, waar op wij lieten antwoorden, den Heere Gouverneur generaal van Batavia ons alhier in ambassade gezonden had, en te zien of er in't vervolg eenige voordeelige negotie ten dienste van zijn Majesterts Landen te doen zoude zijn, vermits de vriendelijke nodiging aan den Heer Korsseboom in den Iare 1751 per 't scheepje de Haas na Bengale gedaan, waar op liet repliceeren dit zeer wel was, en dat van de Heer Sabandhaar onse oude privilegiese verstaan had, beloofden ons wel te zul„ „len handelen, gelijk aan den Heer Directeur kersseboom geschreven had, waarop staat konde maken, en dat wij alle producten deslands mogten karen Koper 19. Loura atta 21. Van Barahar den 28 april 175 Van Brrakan den 20: April 1735: kopen excepto goud gesteentens en slaven Nig Communiceerden zijn majesteid aan den Heer Salandhaar notitie hadden gegeven van ons me„ „de gebragte Carguasoen, waar over konde disponeeren Inmiddels werden 's E Comp:s presenten uijt naam van den Heer Gouverneur generaal Jacob Mossel en Raden van Nederlands India zijn majesteid g'offireert dewelke geregtig geaccepteerd werden, ver„ „sekerende ons verder van zijne protexie en genegent „heid ontfingen tot Contra present vyftig ro/as Contant en een Elephant, waar voor zijne Aracanse Majesteit uijt naam van wel m: zijn Hoog Edelheid en raden bedankt wierd, maar vermits gem: Elephant niet kunnen laden, moeten deselve tot last en on „kosten van de E Comp houden, wij zullen tragten dezelve voor een klijnder te verruijlen, en na Cor¬ „mandel over te voeren, om voor reek: van de E Comp verkogt te werden, vertrokken vervolgens door den sa„ „bandhaar geleijd werdende agterwaarts, het gezigt na de aarden al knielende te rug wanneer aan de voor poort komende onse schoenen die hadden moeten uijttrekken wederom aan togen en met onse Ba„ „lang na Bandel voeren. Met vorengem: beloften onder goedhartige hoop en verwagting, vinden ons tot nog toe trouweloos bedrogen den Heer Alexander is egter in vast vertrouwen van goed succes maar vermits den tijd van 16 april te vertrekken te na bij is, gelijk volgens resolutie de dato 22 maart, vinde hier swarigheid in, zijn „de er met mijn voorkennis nog geen korl rijst geladen en zijn huijden Ult„o maart 1755 Wij hebben den 15 maart sjap versogt te mogen vertrekken, om hier mede in de voorbaat te wezen egter hebben 't zelve tot nog toe niet erlangd Den saland haar vroeg ons voor eenigen tyd 2 /es 2000. — af, wanneer van alle lasten vrij zouden zijn, dog geschieden railleerender wijze maar is naderhand in ernst veranderd, vermits den 24 maart in de factorie komende, ons toevoegden wij gem: somme van ro/as 2000. zoude moeten betalen waar tegen wij met groote en menigvuldige redenen protesteerden en zeijde wij op beloften van onse oude Contracten en privilegien volgens 's konings en zijn Ed. s gegeven woord, dus verre met ons schip waren genaderd, waarop repliceerden zijn majesteit, de twee Eerste sicquijs en hij, ons zeer genegen waren maar onse zaak alleen niet doordringen konden, dat alle de verdere groten ons nopens gem: privilegien tegen waren, en dat dezelve door ons particulier gefinguieerd en op gesteld waren; en niet door de Regeering van Batavia, den sabandhaar beloofden deze somme vertrekken te
English
23. From Srrakan the 20 April 1755: From Arrahan the 28 April 1755 to attempt to reduce to 1500 Ro/as for each ship, both large and small, that should annually come to trade from the Honorable Company, so that it clearly appears from this that everything is deceit and falsehood, and that one cannot rely in the least on promises from these people, the more so because these two first sicquijs privately assured us of their respect and protection at the time some presents were brought to them. The son or Dauphin of the king, named Ingerman, has likewise made us all promises to help through his intercession with His Majesty, as much as should be in his power, and lent us 20 ro/as in cash. On 18 March the First sicquij of the king's right hand, named Laijamring, who had declared himself our patron and father, lent us 500 ro/as for our daily use and expenses. On the 22nd ditto the king sent us 500 ro Cas on account of delivered iron and steel. We had upon our arrival here found an English small vessel belonging home at Madras, commanded by Captain W:m Thomasz, who has already departed thither, and with whom an advice note was sent to the Lord Governor of Cormandel, Steven Vermond; a French ditto of Mazulipatnam, commanded by Jean Grandel, and a Moorish one belonging to Porto Novo, which have likewise dropped down to Modor Mohon in order to continue their voyage to the Coast of Cormandel in the next few days. And while coming up the river, there had passed us the vessels commanded by Captain Hart bound for Madras, and that of Captain Ducquie destined for Bengal; these are all of them that have departed from here this year. We were informed here that a Dutch vessel coming from Porto Novo was wrecked north of Naigras. The vent of goods is scarce and slight here, having sold out of all our brought cargo only a small parcel of iron, steel, and other trifles. The salt we have unloaded and stored on shore, being unmarketable at present; it will have to remain here to be disposed of subsequently in small parcels. Under whose management this salt shall remain, we will deliberate further; it would merely be ballast in the ship, and disadvantageous in loading rice. Pepper is abundant here, as well as cotton, so that we are compelled to carry these two articles along with other goods to the Coast of Cormandel. We insist daily with the two sieguijs Laijamring 25. From Srrahan the 28 April 1755. From Arrakan the 28 April 1755. and Laijoernring (who have the most credit and power at Court) to obtain our chap or passport to be permitted to depart, and to load rice at all places, but have not been able to obtain this until now, being 30 March. We received yesterday a report that the Shahbandar, having requested the said license letter from the king, His Majesty, letting that gentleman wait, retorted that we were already fully laden with rice; whereupon the Lord Shahbandar is said to have answered that he well knew we had loaded nothing yet, and that if any rice had been bought on board the ship, such was done for daily consumption, and even without the knowledge and order of the Supercargoes, who had strictly forbidden such purchases, and besides that, these were only false rumors spread by malicious people. The king replied that he well knew that we were buying rice, since he had sent his own spies to find out such. This being so, we protest that we have not the least knowledge of or part in this, and it is impossible for us to prevent it. This will have to be discovered upon unloading, when we will give the necessary notice of it on the spot. We are likewise warned by Resangring, secretary to the king, that we must take care ourselves not to buy any gold or any precious stones, and that we would be tested regarding this point; and this has already happened to us several times, but those sellers were turned away. The last of March we obtained the license chap to buy and load rice at all places; and having already provisionally sent some of the vessels in our service with cash into the country under the supervision of their heads, we accordingly began on the 1st of April to send rice for the loading of our ship, supported by firm confidence and hope in previous promises and assurances that we would be supplied with this grain by the king as well as by the other grandees; and until now nothing has come of it. We have further employed all means through the Talapoins or Priests of the king, and the queen herself, to whom Mr. Alexander has had the honor of paying a visit; both have promised us to dispose His Majesty in our favor. In short, until today, being the 24th of April, nothing has yet come of it; the two ships, which should have been at sea already 10 to 12 days ago, also being detained with continual delays, and are not yet certain when
Dutch transcription
23. Van Srrakan den 20 April 1755: Van Arrahan den 28 April 1755 te zullen tragten te verminderen op Ro/as 1500: voorijder schip zo groot als klijn dat Iaarlijks van d' E: Comp: zoude komen handelen zo dat hier uijt klaar blijkt alles bedrog en valscheid is, en dat men op beloften van deze lieden geen de minste staat maken kan, te meer dewijl deze twee eerste sicquijs ons particulier van haar respect en protesie versekert hebben, ten tijde haar eenige presenten bragten De zoon of Dauphin des konings genaamd Ingerman heeft ons insgelijks alle beloften gedaan om door zijn voorspraak bij zijn majesteid te zullen helpen, zo veel in zijn vermogen zoude zijn en ver Perden ons 20ro/as Contant. den 18 Maartleent ons den Eerste sicquij van 's konings regterhand genaamd Laijamring die zig als onse patroon en vader verklaard had ro/as 500: tot ons dagelijks gebruijk en guastos in den 22 d:o zond ons den koning ro Cas 500: op reek: van geleverd ijzer en staal Hadden op onse aankomst alhier gevonden en Engels scheepje te Madras t'huijs hoorende gevoerd werdende door Capit: W:m Thomasz die reets derw=s vertrokken is, en met wien een advis briefje aan den Heer Gouverneur van Cormandel Steven vermond hebben afgezonden, Een frans d:o te Mazulipatnam, gevoerd door Jean Gran„ „del, en Een moors te Porto novo moetende zijn, dewelke insgelijks na modor mohon afgezakt zijn, om eerst daags haar rijze na de Cust Cormandel voort te zetlen en waren ons in 't op komen van de rivier gepasseerd de scheepjes gevoerd door Capit, Hart na Madras, en dat van Capit Duc„ „quie na Bengale gedestineert, dit zijn ze alle dewelke dezen Jare van hier vertrokken zyn ons is alhier berigt een hollands scheepje van Porto Novo komende benoorden Naigras verongelukt is Den vertier van goederen is alhier schraal en gering, hebbende van al ons mede gebragte Carguasoen maar een parthijtje ijzer, staal, en andere klijnig „heeden verkogt, het zout hebben gelost en aan de wal opgeslagen zijnde invendibel tegenwoordig, zal hier moeten verblijven, om vervolgens met klijne partijtjes van de hand gezet te werden, onder wiens directie dit zilt zal blijven, zullen nader overleggen 't zoude maar ballast in 't schip zijn, en nadeelig in 't rijst laden, peper valt hier rijkelijk, zo mede Cattoen zo dat deze twee articulen nevens andere zaken gedwongen zijn, na de Cust Cormandel te voeren: Wij insteren dagelijks bij de twee sieguijs Laijam„ mazulipatnam „ring Sour 25. Van Srrahan den 28 april 1755. Van Arrakan den 28 April 1755. „ring en Laijoernring (:dewelke het meeste credit en pouvoir ten Hove hebben / ter obtenue van ons sjap of pas om te mogen vertrekken, en op alle plaatsen rijst te laden, maar hebben dit tot nog toe zijnde 30 maart niet kunnen obtineren, wij bequamen op gisteren berigt den sabandhaar gem: licentie brieff van den koning versoekende; zijn majesteid dien Heer al laetende toevegden, wij reets met rijst afgeladen waren, waar op den Heer Sabandhaar zoude geantwoord hebben wel te weten wij nog niets geladen hadden, en dat indien er al eenige ryst aan scheeps boord gekogt was, zulks voor dagelykse Consumptie geschieden, en zelfs buijten voor kennis en ordre van de Cargas was, dewelke diergelijken in= „koop ten uijttersz en verboden hadden, en behalven dat, dit maar valsche uijt strooijsels waren van quaad aardige lieden den koning repliceerd en wel te weten dat wij rijst kogten vermits om zulks te ee„ „varen zijn eijgen spions gezonden had, dit zo zijnde protesteeren wij hier geen de minste kennis of deel aan hebben, en voor ons onmogelyk te besetten dit zal zig bij het ontlossen moeten ontdekken. wan„ „neer ter plaatse hier de nodige kennis van zullen geven, wij zijn insgelijks gewaarschouwd door resangring secretaris des konings, wij zelfs zorg moeten dragen geen goud of eenige gesteeentens te moeten kopen en dat wij nopens dit princt zouden, beproeft wer„ „den, en is ons reets diverse keren gebeurd, maar zijn die verkopers van de hand gewesen. Ult=o Maart bekomen licentie sjap om op alle plaatsen rijst te koopen en te laden en bij provisie reets eenige onser in dienst hebbende vaarthuijgen onder opzigt van dies hoofden met Contanten in 't land gesonden hebbende, zo beginnen P„r april rijst ter aflading van ons schip te zenden; onder vast vertrouwen en hoop steunende op vorige beloften en versekeringen, wij 's konings wegen zo wel als van de andere groten van dit graan zoude voorsien werden en iser tot nog toe niets van gekomen Wij hebben verder alle middelen in het werk gesteld door de Talpoijs of Papen des konings, en de koninginne zelfs, dewelke den Heer Alexander D' Eer heeft gehad een visite te geven, den een en ander beloofd ons zijn majesteit te zullen dispo„ „neeren in ons faveur, en fin daar is tot huijs „den zijn de 24 April nog niets van geworden; wer „dende de twee scheepes, dewelke al voor 10: a 12 dagen na zee moesten zijn geweest, mede met gestadige dilaijen opgehouden en zijn nog niet zeker wan„ secretaris „neer
English
27. From Arrahan the 28th of April 1755 Arrahan the 28th of April 1755 when they will depart, the skippers even beginning to despair, if not dispatched immediately, of being able to sail to the Coromandel Coast, in which case they will / according to their Honors' opinion / have to head for Bengal; being unable at this time of year, as the south-west winds are breaking through and the current is running around the north-north-west, to sail to Negrais or Pegu. So that, our intention to depart on the 15th of April having been foiled, we shall be forced to remain lying in this river of Aracan, to the great detriment of the Honorable Company, being compelled to provide our crew with victuals and other necessities, since they are only provisioned for 8 months, and it is still better than risking ship and cargo at sea. Being able to go nowhere else except to Bengal / for reasons aforementioned /, which is contrary to the intention of the Honorable High Indian Government, and we must therefore of two evils choose one good, hoping in the meantime to obtain a cargo of rice. On the 8th of this month we proposed to and asked the ship's officers whether we could not depart against the will and opinion of the Aracanese / for reasons that we are continually duped by frivolous promises / at least to Orienton in order to be close to the sea, and moreover cattle and other necessities for the maintenance of our crew are very difficult to obtain here, and thus being far out of the way, not subject to so much danger of being progressively plucked under promises of intercession with the King, which we have already experienced to great prejudice; the said officers indicated that they were poorly provided with firearms, powder, and munitions of war, but in case they were attacked, they would put up all possible resistance, wishing together with us to depart from here in a friendly manner, which we shall have to await; we hope in the meantime to obtain our dispatches in the next few days, when they will be awaited at Orienton; we can then also, our vessel being secured, spend the bad monsoon here in Bandel. We understood some days ago that unrest had arisen in the upper country caused by the mountain and forest people, who refuse to pay tribute, whereas otherwise their chiefs must come to court at New Year, being the 11th of April; whereupon an armada of more than 300 balangs was prepared, to be commanded by Prince Langrassa, which gave rise to speculations whether it might with reason be aimed at us, for which reason the skipper and chief mate were summoned ashore to recommend to their Honors to be prepared in case of attack, with their few small arms, grenades, and otherwise. Finally, we must suppose that in a sinister political manner we are under civil arrest with ship and cargo, since we cannot sell any goods, nor obtain any cargo or license stamp for departure, and since, as aforementioned, the said officers do not find themselves in a position to depart at our pleasure, we take the liberty to submit for Your High Honors' consideration in what an anxious state we find ourselves; and from all circumstances alleged above, this delay is not caused by our doing, but by the hydra-headed government, and the king with his despotism, being an effeminate and cowardly prince. This is what, according to the circumstance of time, we are able and have the fortune to report to Your High Honor and the further Noble Councilors, hoping to provide further details of matters, and that everything will turn out for the best. Wherewith, with the utmost high esteem and submission, we take the liberty to subscribe ourselves / beneath stood / High Honorable, Highly Respected, Severe Lord and Noble Lords / lower / Your High Honors' humble and dutiful The 28th of April last, our much venerated letter was addressed to Your High Honors, to which I now respectfully refer, but the said missive being in the hands of the Moorish Nakhoda, Mhameth Cammel, and destined for Porto Novo, did not depart, because this small vessel, having been detained here too long, was forced to winter at Modor Mohon and is due to sail for Coromandel aforementioned in the next few days; thus I cannot omit to send Your High Honors the following in all respect and submission, being a copy of a missive written: To His High Honor Jacob Mossel Governor-General as well as the Noble Councilors of the Dutch Indies servants / was signed: / W.m De Baudoux and A:o Jacob Jan / in the margin / Aracan and Bandel 28 April 1755 / beneath stood / Agreed, W.m de Baudoux
Dutch transcription
27. Van Brrahan den 28 april 1755 Arraham den 28 April 1755 Dan „neer vertrekken zullen, beginnende de schippers zelfs te wanhopen, indien niet subit gedepecheert werden, de Cust Cormandel te kunnen bezijlen in welk geval zullen /volgens haar Ed: sustenue / na Bengale moeten stevenen; kunnende in dezen tijd van 't Iaar de Z:t W:t winden door komende en de stroom om de N: N: west lopende, Nargras of Pegu niet bezeijlen. Zo dat ons dessein van 15 april te vertrekken verijdelt zijnde zullen genoodzaakt wezen in deze rivier van Aracan te moeten overblijven leggen, tot groote schade van d' E Comp:, zijnde genood zaakt onze Equipagie van mondkost en andere noodwendigheden te voorzien, dewijl maar voor 8 maanden geproirandeert zijn, en is dan nog beter als schip en lading in zee te risiqueeren Nergens heenen kunnende als na Bengale /:om redenen voorm:/ 't geen tegen d, intentie van d' Ed: Hoge Indiasche Regeering is, en moeten dier„ „halven van twee quaden een goede kiesen, hopende in dien tusschen tijd een lading rijst te bekomen Wij hebben den 8 dezer aan de scheeps officieren voorgesteld en gevraagd, of tegen wil en dunk van de Aracanders niet konden vertrekken /:om redenen bij Continuatie door frivole beloften gedupeert werden :/ ten minsten na Orienton om digt bij zee, te zijn en boven dien de koebeesten en andere benodigt heden te onderhout van onze Equipagie alhier zeer difficiel te bekomen zijn, en dus verre van de hand zijnde, zo veel gevaar niet onderhavig om suc„ „cessive geplukt te werden, onder beloften van voorspraak bij den Koning, 't geen tot groote preju¬ „ditie reets hebben ondervonden, gem: officieren gaven te kennen dat slegt van geweir, kruijd en amonitie van oorlog voorzien waren, maar inge„ „val g'attacqueerd wierden, alle mogelijke tegen weer zoude doen, wenschende nevens ons om op een vriendelijke manier van hier te vertrekken 't geen zullen moeten verwagten, wij hopen dt onder, „tusschen eerst daags onze depeches te erlangen, wan„ „neer a orient en zullen afgewagt werden, wij kun„ „nen als dan ook onse bodem gesecureerd zijnde al„ „hier in Bandel de quade mousson verblijven. Wij hebben al voor eenige dagen verstaan dat er on „lusten in de bovenlanden ontstaan waren door de berg en bos lieden, dewelke contributie weijgeren te betalen, moetende anders dies hoofden op N. Iaar zijnde den 11 april ten hove komen, waar op dan een armade is klaar gemaakt van ruijm 300: Ba „langs zullende gecommandeerd werden, door den Prins Langrassa, 't geen speculatien gaf of 't met redenen wel our Van Srrahan den 28 april 1755 Van Arrahan den 20 April 1735. wel op ons gemunt zoude zijn, waarom den schipper en opperstuurman aan land ontbooden om haar Ed:s te recommandeeren in geval van attacque in gereedheid te zijn, met haar weijnig handgeweir granaten als andersints. Eijndelijk moeten supponeeren wij op een politicque sinistre manier in civiel arrest zijn met schip en lading, dewijl geen goederen kunnen verkopen, geen lading of licentie Tjap ter vertrek kunnen obti: „neeren, en dewijl gelijk voorm: d:o officieren zig met in staat bevinden na ons welgevallen te vertrekken „zo nemen de vrijheid UW Hoog Edelhedens in Conside„ „ratie te geven, in hoedanige zorgelyke toestand wij ons bevinden; en uijt alle omstandigheden voorw:s g' allegueerd, dit retardement niet door ons toe doen geschied, maar door de veelhoofdige Regeering, en den koning met dispotiegs, zijnde een verwvyfd en las „hartige vorst Dit is het geen Uw Hoog Edelheid en verdere Edele Heeren Raden na tijds gelegentheid in staat zyn en 't geluk hebben kunnen te melden, hovende nader de „tail van zaken te doen, en dat zig alles ten besten schik „ken zal. Waar mede met de uytterste hoog agting en sub missie de vrijheid nemen ons te tekenen /onderstond/ Hoog Edeles groot agtb: Gestr: Heere en wel Edele Heeren /lager/ uw Hoog Edelh:s onderdanige entrouw Den 28:e april Jongstleden, was aan uw Hoog Edelheedens ons zeer gevenereerde schrijven waar aan mij nu Eerbiedig refereere, maar gem: mis„ sive in handen van den moorsch Nachoda, Mha„ „meth Cammel zijnde, en na Porto novo gedestineerd is niet afgegaan, vermits dit scheepje alhier te lang opgehouden zijnde is genoodzaakt geweest a Modor Mohon te overwinteren en staat eerst daags na Cormandel voorm: te stevenen, zo kan niet afzijn uw Hoog Edelens het volgende in alle eerbied en Copia Eener Missive gesz: Aan zijn Hoog Edelheid Jacob Hossel Gouverneur Generaal mits gaders de wel Edele Heeren Raden van Nederlands India schuldige Dienaren /was getekend:/ W=m De Bau„ „doux en A:o Iacob Ian /ter zijde / Aracan en Bandel 28 April 1755 /onderstond/ Accordeert W=m de Baudoux schuldige submissie E
English
31. From Arrakan, 1 August 1735. From Arrakan, 1 August 1735. To communicate humbly the ill treatment is too extensive to be able to report, because at least 2 quires of paper would be needed, and I was only informed this morning that the said moor departs the day after tomorrow. First, I note with all high esteem that Mr. Jacob Jan passed away here on the first of June, mostly through sorrow and chagrin, which caused His Honour sleepless nights, from which fevers subsequently arose. I proposed to the ship's officers to set our course for Bengal on the 15th of this month, for the following reasons, to which all have consented, namely: Firstly, that we can get no more rice, and it has moreover risen 20 per cent. Secondly, to avoid being plucked daily any longer by the king and other grandees. Thirdly, the fear that our ship will be eaten through by worms, as the longboat and boat already are; the latter I have had repaired and replaced with parts from others. Fourthly, we are destitute of provisions to make the voyage to Pegu. Fifthly, the medicines have been consumed. Sixthly, we cannot reach Pegu against wind and current according to the orders. Seventhly, the 60 lasts in the hold that we have loaded will be eaten up by vermin, whereas we can somewhat accommodate the Directorate in Bengal with it, since according to reports there is a great scarcity of this grain. Eighthly, we can sell the elephant, which was presented to the Honourable Company by the King of Aracan, there for 3 to 4000 rupees, which will relieve the expenses incurred here. We already have 14 dead, among whom a mate and a carpenter, which has weakened our crew, and others must be had in their place. This serving for further respectful notice that, besides the extraordinary and exorbitant gifts given, we have been obliged to pay 1500 rupees for the king's dues, so that with the lower prices and his heavier weights at the king's pleasure, we have suffered a loss of more than 4000 rupees, which I shall have the honour to notify by accurate account from Bengal, also sending from there the copy journal kept by me, from which you will perceive everything; I have likewise inquired here regarding the trade in Pegu, and shall deliver the articles not current there to the Bengal Directorate, namely the pepper, Surat cotton, yellow and red copper, powder sugar, benzoin, black and white. We shall, under God's blessing, make as much haste as possible to Bengal and Pegu, in order with a cargo of rice From Arrakan, 1 August 1735. From Arrakan, 29 November 1735: to reach Ceylon via Coromandel with rice. Wherewith, commending you to Almighty God, I call myself with the utmost respect and high esteem, was undersigned, Right Honourable, highly esteemed, valiant Sir, and Honourable Sirs, lower, Your Right Honours' most humble servant, was signed, Willem de Baudoux, Bandel, 1 August 1735, was undersigned, Willem de Baudoux. Batavia. To His Excellency The Right Honourable and highly esteemed Lord, Jacob Mossel, General of the Infantry of the State of the United Netherlands, also Governor-General, together with the Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable, highly esteemed Lord and Honourable Sirs. On 7 November of this year, my humble and submissive letter was sent to Your Excellency and Honours via Captain Hendrik Visser, commanding the ship Scholtenburg, with respectful communication how we were only able to get out of the river of Aracan on 15 September last, and had to take our refuge to the Bengal Directorate, as appears from the reasons thereof sent over in writing, item my kept daily register and successively dispatched missives; from all of which papers it will amply be evident to Your Excellency and Honours how indignantly we have been treated by the Aracanese king and ministers, notwithstanding our successive protests, demonstrations, and extraordinary gifts both to the king and other grandees, as appears from the accompanying memorandum of these. Some samples of Aracanese products and a small invoice thereof for Your Honours' speculation were likewise sent Batavia-wards via the said Captain Visser, so that I therefore take the liberty to refer myself humbly hereto. Furthermore, it serves as a dutiful notice that I have inquired with various English as well as French merchants regarding the situation of Pegu, and heard different discourses and opinions, Of which the most credible are those of a Monsieur Vanier, residing at Chandernagore, who with much success for some consecutive years has [illegible] and this 33. [illegible]
Dutch transcription
31. Van Brrakan den 1 Aug„s 1755. Van Srrrkan den 1 Aug„s 1735 submissie te Communiceeren de slegte behandelingen is te wijd lopig te kunnen melden, dewijl ten minsten 2 boek papier zoude nodig hebben, en mij van de morgen eerst berigt is gem: moor overmorgen vertrekt. Voor eerst noteere met alle hoog agting dat den Heer A: Jacob Ian primo Junij alhier overleden is, meest door verdriet en Chagrijn, dat zijn Ed. slaapeloose nagten heeft gecauseerd, waar uijt naderhand de koortsen zijn voortgekomen. Ik heb de Scheeps overhieden geproponeerd om den 15: dezes onse Cours na Bengale te nemen, om de volgende redenen, waarinne alle gecondescendeert hebben te weten Ten 1. dat geen rijst meer kunnen krijgen en is 20 p„r C„to boven dien gemonteerd. Ten 2: om te ontwijken van dagelijks niet door den koning en andere grooten meer geplukt te werden Ten 3 de vrees ons schip door de wormen zal doorvreten werden, gelijk de Barcas en schuijt reets zijn, laatste hebbe doen repareeren en van anderen vernieuwen. Ten 4. zijn van victualij ontbloot om de ryjse na Pegu te doen. Ten 5. de medicijnen geconsumeerd Ten 6. kennen niet tegen winden stroom na Pegu komen volgens de ordres Ten 7. de 60 lasten ruijm die maar opladen hebben van het ongedierte opgevreten werden zal, daar Bengeele de directie eenigsints mede kunnen gerieven vermits volgens rapport er groot gebrek aan dit graan is Ten 8 kunnen de Elephant die de E Comp: door den Koning van Aracan present is gedaan, aldaar voor 3 a 4000 ro/as verkopen 't geen de onkosten alhier gedaan zal soulageeren Wij hebben reets 14 dooden, waar onder een stuur man en Timmerman, 't geen onse Equipagie verswakt heeft, en dienen anderen in plaats te hebben strekkende deze tot verder eerbiedig berigt wij boven de gedane extra ordinaire en exorbitante presenten, genoodzaakt zijn geweest ro/as 1500: voor 's konings geregtigheid te betalen, zo dat met de mindere prijsen en zijn swaarder gewigtena wel gevalle van den koning meer dan ro/as 4000: verlies gehad hebben 't geen de eer zal hebben bij accurate reek: uijt Bengale te notificeeren teffens van daar zendende het door mij gehouden Copia Journaal waar uijt alles ontwaren zullen, hebben mij alhier insgelijks na de Negotie in Pegu geinformeert, en zal de articulen daar niet courant zijnde ter Bengaalse directie afgegeven te wet en de Peper Cattoen sourats geel en rood kooper, poeder zuijker, Bensuin swarte en witte zullen onder Gods zegen a Bengale en Pegu zo veel spoed maken mogelyk, om met een lading de rijst Van Arrakan Prim aug:s 1735 Van Arrahan den 29 November 1733: rijst over Cormandel, Ceijlon te berijken Waar mede Gode den Almagtigen bevolen, mij met de uijtterste eerbied en hoogagting noeme /onderstond/ Hoog Edele groot agtb: gestr: Heere, en wel Edele Heeren /lager/ uw Hoog Edelh:s onderdanigste Dienaar /rasge „tekend:/ W=m De Baudone Bandel p. o aug=s 1735: /onderstond/ W=m de Baudoux Batavia Aan Zijn Excellentie Den Hoog Edelen groot agtb: Heere Jacob Mosses Generaal over de Infanterie van den staat der vereenigde Nederlanden mitsgh:s Gouver„ „neur generaal, nevens d' Edele Heeren Raden van Nederlands India Hoog Edele Groot Agtb Heere en wel Edele Heeren. Den 7 November huijus was aan un Exellentie E en Edelheedens per Capit: Hend„k visser, Comman„ „deerende het schip Scholtenburg mijn ootmoedig en onderdanig schrijven, met eerbiedige Communicatie hoedanig maar eerst 15 september I„o uijt de rivier van Aracan hebben kunnen geraken, en onse toe„ „vlugt tot de Bengaalse directie moeten neemen blijkens redenen daar van in scriptis overgesonden, item mijn gehoude dag register en successive afgezondene missives, uijt alle welke papieren uw Excellentie en Edelhedens ampel zal Consteeren hoe indignie door den Araccansen Koning en ministers getracteerd zijn, niet tegenstaande onse successive protestatien demonstratien en extra ord:e presenten zo aan den Koning als andere grooten blijkens de hier van nevens gaande memorie Eenige monsters Aracanse produten en factuurtje van dien tot uw Hoog Edelens speculatie zijn insgelijk per: gem: Capit: visser Batavia waarts gezonden, so dat dierhalven de vryheid neeme mij hier submis aan te refereere Wijders diend tot schuldpligtig advis ik mij bij diverse zo Engelse als franse Negotianten nopens den toestand van Pegu het g'informeerd, in differente discourssen en sentimenten gehoord, Waarvan de geloofwaardigste zijn, die van eenen mons:r vanier woonagtig te Sandernagor dewelke met veel succes eenige agter een volgende Jaren op en deze 33. Sou a tta
English
35. From Brrahat the 29th of November 1755: From Barahan the 29th of November 1755. who has traded at this place, his Honour seems to be a good and honest man, and is of great age, having given me a letter of introduction to the French Bishop residing there, Monseigneur de Noirne, wherein I was strongly and kindly recommended to that prelate; the aforementioned Monsieur Vanier daily awaits his brigantine from Pegu, which I had well wished had arrived so as to have reliable news from that place; it is not surprising that the English merchants have repeatedly attempted to give me a bad opinion of Pegu, seeing that they are established at Negrais, and very easily and lucratively with small vessels drag the products of that country towards themselves and principally send them to Coromandel, namely wax, rice, tin and what more; said English gentlemen maintain that Pegu is still at war with Ava, this being the case there is, as the saying goes, good fishing in troubled waters, provided, according to the advice given by the often-mentioned Mr Vanier, one gives credit to no one, and for cash one can always manage properly if there is anything for sale, so that for the amount of the sold goods at Hugli I take cash with me, as appears from the accompanying account amounting to 11306:8 rupees, which I would gladly have exchanged for Spanish reals, but I have not been able to obtain them; however, I have been informed that the rupees according to their value are as current as the ticals. I offered the said goods to the Bengal ministers at bazaar prices, but they stated they would not accept them otherwise than according to the Batavia invoice, so that I surrendered those goods under the first mentioned condition to the junior merchant Rebaut, Ordinary Service, and the Surat cotton at such price as it would also be sold for by the Honourable Company. Item, I surrendered 60 lasts of rice and 2212 lbs of elephant tusks to the Bengal ministers at cost price, and the rice was sent on the ship Visvliet to Surat, the Leiden to Ceylon and the other parcel, amounting to 3712:8 rupees current, so that in this manner I have provided myself with cash. On the 60 lasts of rice I levied the assessment of the 1500 rupees paid, as can be seen in more detail in the enclosed invoice, which was done to somewhat accommodate all the other goods at Arakan in the general profit account, which I humbly pray will be approved by Your Right Honours. I have furthermore provided myself here with muskets, Chinese velvet, etc., for making the customary presents in case I might at times be obliged to call at Mergui, this having been deducted from the aforementioned amount; item, my unavoidable expenses and money raised at interest for the service of the Honourable Company at 10 per cent, which I had to pay at Calcutta, so that the net capital currently remaining in my custody still amounts to 13500 rupees, and I shall wait with my commission and disbursed monies until such time as they can be better spared, seeing that I do not doubt that by the favour of Your Excellency and Honours I shall be reimbursed with a modest interest, so that I do not worry about this. The undersigned has also been informed on good authority that spices are in great demand in Pegu, principally cinnamon and cloves; the nutmegs are extraordinarily bad and worm-eaten; we shall sort and sift through them in the presence of two officers, otherwise they would be unsaleable; I had intended to do so at Hugli, but the far distance of that place from our vessel prevented me from doing this; besides, the servants were too heavily occupied; and the Moors or boatmen cannot be trusted with these spices. Furthermore, I observed from various conversations that one must seek a pilot at Negrais if one does not appear at sea, in which case I do not doubt that I shall obtain solid advice regarding how matters stand in Pegu, and if things there are not convenient, we can proceed directly to Mergui and Tavoy, where we are assured of being able to obtain rice, but the purchase price will differ considerably; moreover, we have Martaban, Selangor, and other places downwind from us; we could call at the Nicobar and Sombrero islands, but that would be a waste of time without utility, since according to the report of Mr Zuidland, master of the naval yard, no heavy mast timber is to be obtained there; for topmasts and yards it would still be quite difficult, the trees standing too far from the shore, and it is bad, sapwood and knotty timber, which experience and the reports of others have taught his Honour, so that regarding this matter I likewise hope to obtain approval. Meanwhile I beseech with all submission that if I should be mistaken in one thing or another or not grasp the matter well, I may kindly be pardoned, your Excellency and Honours being able to rest assured that I act as an honest and faithful servant, and shall always, to my humble ability, strive to do and give satisfaction; please in the meantime consider that being alone I can consult with no one; I requested the Bengal ministry for a capable person for my assistance, but persons who are capable are required everywhere, so that I was politely refused, thus having to comfort myself in the hope of remaining in good health so that the Honourable Company's interests regarding myself may not be neglected. Finally, as a dutiful notification, we today put out to sea in good condition alongside the ship Visvliet bound for Surat, having departed with 30 Moorish sailors, a mate, and a carpenter in place of the crew who died, absconded, and remained here in hospital. Wherewith I conclude this in the hope that all my actions will be favoured, provide satisfaction, and carry approval, to merit which more and more I shall neglect nothing; taking therefore 37. 8
Dutch transcription
35. Van Brrahat den 29 9ber 1755: Van Barahan den 29 9ber 1755. deze plaats genegotieerd heeft, zijn Ed: schynd een braaf eerlijk man te zijn, en is van hoge ouderdom, hebbende mij een brief mede gegeven, aan der aldaar zynde francen Bisschop monseign: de Noirne waar inne sterk en vriendelijk aan dien prelaat gerecom„ „mandeert wierde; gem: mons:r vanier verwagt dage, „lyx zijn Brigantyn van Pegu, dewelke wel gewenscht had g,arriveerd was geweest om secuur berigt van die plaats te hebben; het is niet te verwonderen de Engelse Negotianten getragt hebben my quade opinie van Pegu meerm: te geven, vermits te Naigras gevestigt zijn, en zeer facel Luccassive met kleyjne vaarthuijgen de producten van dat land na zig slepen en principaal na Cormandel zenden, te weten wax, Ryst thin en wes meer; gemelde Engelse Heeren souteneeren Pegu met Ava nog in oorlog is, dit al eens zo zijnde iser /:gelijk men zegt / in 't roubel water goed vissen, mits volgens de gegevene raad van meerm: Heer vanier niemand te crediteren, en voor Contaen„ „ten kan men altoos t regt raken als er wat te korp is, zo dat voor het montant der verkogte goederen a Houglij contanten mede neemen, blijkens nevens gaande reek: belopende ro/as 11306:8: dewelke gaarne voor spaanse realen had willen verwisselen maar hebbe dezelve niet kunnen bekomen, egter heeft men mij berigt de rop.:s na haar voleur zo Courant zijn als de ficals Gemelde goederen hebbe aan de Bengaalse mi„ „nisters Bazaars prijs groffereerd, maar melde deselve niet anders als volgens de Bataviase factura accepteeren zo dat die Coopmansz op eerst gem: conditie aan den onder koopman Rebaut O: S: hebbe afgestaan en de souratse Cattoen te zodanige prijs als mede ocre bij de E Comp: zoude verkogt worden Item 60 lasten rijst en lb 2212: Elephands tanden hebbe de Bengaalse ministers inkoops prijs afgestaan Leijden na Ceijlon en des andere p=l en is de rijst per 't schip ^ ViWVliet na Souratta gezonden bedragende ro/as 3712: 8: am: zo dat mij op dek manier van Contanten hebbe voorsien Op de 60 lasten rijst hebbe de belatting gedaan van de betaalde r/as 1500: breder bij Inclusa factura te zien dat geschied om alle de andere goederen te Araian in de gemeene wnst reek wat te gemoed te komen, 't welk ootmoedig bidde dat door UW Hoog Edelh.:s g'approbeerd zal werden In het my wijders alhier van snaphanen Chinas fluweel E=a voorzien tot het doen van de gewone presenten ingeval somtijds genoodzaakt was Merguij aan te doen, zijnde dit van het gem: montant afgenomen item mijn onvermijdelijke ons: en tot dienst van d'E Comp genegotieerde penn: a 10 p:r C=to dewelke a Caliacatte hebbe moeten be„ „talen, zo dat het zuijver Capitaal onder mijn berusting huijden nog o/as 13500: bedraagd, zullende met mijn provisie en verschotene penn: zo lang wagten tat tijd de en Sour Van Srrahan den 29 9ber 1755 Van Serrakan den 29' November 1735: en wijlen beter te missen zyn, vermits niet wijffel of zal mij door de gunst van Uw Exellentie en Edelhs met een modique intrest vergoed werden, zo dat mij hier niet over bekommer. Nog is den ondergeteekende van goeder hand berigt geworden de specerijen in Pegu zeer gewild zijn, prin„ „cipaal Canneel en garioffel Nagulen, de noten mits „schaten zijn buijten gemeen slegt en verwormd zullen dezelve in presentie van twee officieren gar„ „buleren of uijt zoeken, anders zouden dezelve in „vendibel zijn, ik had gedagt zulks a Houglij te doen maar de verre afstand van die plaats en onse bodem heeft my hier in belet, buijten dien waren de bediend.s te sterk g'occupeerd; en de mvooren of schuijtevoerders zijn bij dit kruijd niet te vertrouwen Verdersel door mij uijt diverse discourssen geobser„ neerd geworden men te Nacgras een loots moet zoeken in dien deselve in zee niet opdoed, in welk geval net twijffele of zal wel zolide advis bekomen hoedanig de „zaken in Pegu gesteld zijn, en zulks aldaar niet Con„ „venieerende kunnen ons diract na Merguij en Towaij begeven alwaar versekert zijn rijst te kunnen krijgen maar den Inkoops prijs zal Considerabel differeeren boven dien hebben Moetobaar Salangoor en andere plaatsen beneden wind van ons af wij zouden de Nicobaros en sombreros kunnen aandoen, maar zulx zoude tijd verseld zijn, zonder nuttigheid, vermits volgens narigt van den Heer Zuijdland Equipagiemeester aldaar geen sware makthouten te bekomen zijn voor stengen en Raas zoude het nog al difficiel zyn, staande de bomen te verre van de strand af en is slegt spintig en guastig hout, 't geen d, ondervinding en rapporten van anderen zijn Ed: geleerd heeft, zo dat nopens dit panct almede goed keuringe hoope te erlangen Ondertusschen Smeek met alle submissie indien mij in 't een of ander mogt vergissen of de zaak niet wel bevatten goed gunstig zal gepardonneerd werden, kunnende uw Excellentie en Edelh:s versekert zijn, jk als een Eerlijk en getrouw dienaar ageer; en altoos /.na mijn gering vermogen:/ zal tragten te doen en genoeg en geven gelieft inmiddens te considereeren alleenig zijnde met niemand te rade kan gaan, Ik heb het Bengaalse ministerium om een bequaam subject tot mijn adsistentie verzogt, maar lieden die Capabel zijn werden overal gerequireerd zo dat civiel van de hand gewesen ben, moetende my dus dan getroosten, in hope gezond te zullen blijven op dat s' E Comp:s belang ten mijnen opzigte niet veragtert worde Eijndelijk tot schuldpligtige notificatie wij huijden in een goeden staat nevens het schip visvliet na Souratta in zee steken, zijnde vertrekt met 30 moorse zeevarende Een stuurman en een Timmerman insteede van de overl geaufugeerde en alhier ten hospitalle verslevene manschappen. Waar mede dese besluijten in hope dat alle myne behandelingen begunstigd zullen werden, genoegen verschaffen, en goed keuring wegdragen om welk meer en meer te verdienen niets zal verzuijmen; neemende Sware dierhalven 37. 8
English
39. Arraham the 29th November 1755 From From Brrahan the 7th January 1756. therefore the liberty with all high esteem and respect to call myself below, Highly Honorable and most worshipful Lord and right Honorable Lords, lower, Your Excellencies' and Honors' very humble and faithful servant, was signed, Willem de Baudour, in the margin, On the ship Huijgewaard the 29th November 1755. Batavia To the same as mentioned above With the utmost submission, this serves first of all as a respectful communication that with the vessel Huijgewaard, without any remarkable encounter on the journey from Bengal, we arrived before the city of Seriam in the kingdom of Pegu on the 29th December of the past year, in order to fulfill the highly respected orders of the Indian Government at Batavia dated the 27th September of the year 1754, dictating that in case no cargo of rice could be obtained at Arrakan, one should seek the same at Negrais or Pegu; referring myself with all humility to the transmitted daily register by Captain Visser, commanding the ship Scholtenburg, by which it is amply evident how that commission turned out, and to which I refer myself. We found here before the city of Siriam several small vessels or brigantines, such as a brigantine from Madras destined for Bassein, which by a storm was forced to enter this river; a small Dutch vessel from Sadraspatnam whose skipper, named Grafton, deserted to the Burmans, enemies of Pegu; a Moorish vessel from Masulipatnam; a small three-masted vessel and a sloop belonging to the free merchant Wascuth, formerly resident on behalf of the English Company; these have already departed for the Nicobars to load coconuts, etc., which are in good demand here, and then subsequently to proceed from here with a cargo of rice to the Coromandel Coast; and from here had departed with little cargo the small vessels of Captain Douglas, Suin, Care, and Smitse, all to Bengal, having loaded nothing other than a little tin, wax, elephant tusks, and woodwork. These vessels have all been in the power of the Burmans, who have enclosed the river of Digon, whereby most of their cargo was lost instead of turning a profit. The King of Pegu is displeased regarding the conduct of the English nation, the reasons for which I cannot yet discover above all, since I am on board, while a dwelling is being prepared for me, adjoining which is a stone warehouse to store the goods. For 13 months there has been here the French Captain A. Bruno, commanding the ship Le Fleury, sent hither on behalf of the French Company of Pondicherry to 41. From Berahan the 7th January 1756. From Aarakan the 7th January 1756. to request from the Pegu King a piece of land or terrain to establish a factory and fortress here, which has been granted to his Honor on condition of first assisting the kingdom of Pegu against the rebellious Burmans, who have made themselves masters of the river Digon, close by here near Seriam, which his Honor accepted and gave notice thereof to his Honor's principals, the Governor and Council at Pondicherry, who approve of his conduct in this regard. On the 30th December I went to the shore of Siriam to Prince Ponjade, who in the absence of his brother exercises authority here. I was received by his Honor with the utmost civility and welcomed. I thanked his Honor for his kind present yesterday of some vegetables, refreshments, and a bovine beast. He further asked me whether I brought any letter to the King of Pegu, whereto I answered that, coming from Bengal, we touched at this place in passing to learn whether at present or in the future any trade might be conducted here for the Dutch Company, and that accordingly we came to take note of trade, what sorts of goods are in demand here, and what the products of this country are; subsequently that we brought along some merchandise, of which we gave a list. His Excellency informed me that the broadcloths, fabrics, and iron were in good demand, but in these troubled times no firm reliance could be made; however, that he did not doubt that matters would shortly take a different turn and the river of Digon be opened by force, whereby many goods were detained, both in sending and receiving, which caused the trade of that region virtually to stand still. He further had a letter dispatched by express to the Pegu Court to communicate that the Dutch had arrived here, in order to know whether the first minister, the Uparaja, brother of the King, to whom the affairs concerning foreign nations are referred, would come to Siriam. Whereupon in the evening of the last day of December I received news that the King was very pleased at the arrival of a Dutch Company ship, and being curious to see and speak to me himself, requested that I would come myself to the city of Pegu. Whereupon I proceeded thither on the first of January of this year, and arrived there on the morning of the 2nd of the same. Notice of my arrival was immediately given to the said minister, the Uparaja. I further went to the said minister, who received me with the utmost esteem and affection. I requested his Honor's assistance, and he promised to conduct me directly to the King. I gave a list of the goods brought along, his Excellency testifying that he was sorry that I would not find as much satisfaction in trade here as in times of peace; that there was little market for the goods, both in buying and selling, and such in selling differed as much as 25 to 30 percent. Whereupon I insisted on a cargo of rice for cash payment. His Excellency did not doubt that such would be granted by his Pegu Majesty, and that there was no lack of this grain, so that the price would be merely ordinary. He proposed whether the King would not be well inclined
Dutch transcription
39. Arraham den 29 9ber: 1755 Van Van Brrahan den 7 Ianuarij 1756. dierhalven de vrijheid mij met alle hoog agting en Eerbied te noemen /:onderstond/ Hoog Edele groot agtb. Heere en wel Edele Heeren /lager/ uwer Excellenties en Edelhedens seer onderdanige en getrouwe dienaar pras getekend / W=m de Baudour /in margine:/ In 't schip Huijgewaard den 29: November 1755. Batavia Aan als voren gemeld Met de uijtterste submissie zo diend deze¬ eerstelijk tot eerbiedige Communicatie, dat met den bodem Huijgewaard /:zonder eenige merkwaardige ontmoeting op de rijse van Bengale. / den 29 December A„o pass„o voor de stad Seriam, in 't koningrijk van Pegu gearriveerd zijn, ten fine aan de hoog gevenereerde ordres van de Indiase Regeering te Batavia de dato den 27 September A„o 1754. te voldoen, dicterende ingevalle men geen lading rijst atrrakan kombekomen dezelve a Naigras of Pegu te moeten zoeken; mij met alle onderdanigheid refereerende aan het gezondene dag register p:r Capit uis„ „ser Commandeerende het schip Scholtenburg waar bij ampel Consteerd hoedanig die Commissie is uijtgevallen en waaraan mij refereere. Wij hebben alhier voor de stad Siriam, dverse scheepjes of Brigantijns gevonden, als Een Brigantijn van Madras na Bassen gedasttineerd dewelke door storm ge„ noodzaakt is geweest in deze rivier binnen te lopen, Een Hollands scheepje van Sadraspatnam mens schipper ge „naamd grafton bij de Burmans, vijanden van Pegu is overgelopen Een moors scheepje van Mazulipatnam Een drie mast scheepje en Een Chialoup toebehorende den vrij Coopman wascuth, voor dezen resident wegens de Engelse Comp: deze zyn reets na de Nicobaros vertrokken om Cocos Noten &a/: dewelke alhier wel gewild zijn:/ te laden en dan vervolgens van hier met een lading rijst na de Cust Cormandel: en waren van heer met weijnig lading vertrokken de scheepjes van Capit: Douglas, Suin, Care en smitse alle na Bengalen die niet anders als een weijnig thin, wax, oliphantstanden en houtwerken geladen hebben deze scheepjes zijn alle in de magt van de Burmans geweest, dewelke de rivier van Digon inge slooten hebben, waar door haar meeste Carguasoenis te zoek geraakt in plaats van te rensseren, den koning van Pegu is nopens de Conduites van de Engelse natie mis„ „noegd, redenen waarom kan voor al als nog niet ontdek„ „ken, vermits mij aan boord bevinde, werdende er een woning voor mij in gereetheid gebragt, waar aan een steene pakhuijs om de goederen op te slaan T sedert 13 maanden bevind zig alhier den frans Capit A:. Bruno, Commandeerende het schip Le fleurij wegens de france Comp van Pondicherij herw:s gezonden om 41. Van Berahan den 7: Ianuarij o 76. Van Aarakan den 7 Januarij 1756. om van den Pegusen koning een stukk land of terrain te versoeken, om een factorie en vattigheid alhier te extrueeren 't geen zijn Ed: is toegestaan; onder Conditie om voor eerst het rijk van Pegu te adsitteeren tegen de rebellige Burmans die zig van de risier Digon /:digt alhier byj Seriam:/ hebben meester gemaakt, 't geen zijn Ed: g'accepteerd heeft en daar van kennis gegeven aan zijn Ed: principalen den Heer Gouverneur en Raad te Pondicherin dewelke hier ontrend zijne conduites approbeeren Den 30 December vervoegden mij na de wal van hriam bij den Prince Ponjade, dewelke in assentie van zijn broeder het gebied alhier voerd, ik wierd door zyn Edele met de uijt„ „terste civiliteijt ontfangen, en verwelle komd, ik bebankte zijn Ed: voor desselfs geneege present op gisteren van eenige groente, ververssing en Een koebeest Vroeg mij wijders off geen brief aan den koning van Pegu bragt, waarop antwoorde van Bengale komende deze plaats inpassant aandeeden om te ervaren er alhier present dan in het toekomende eenige Negotie voor de Hollandse Comp zoude te drijven zijn, en dat over zulx negotie notitie quamen nemen wat zoorten van goederen alhier gewild, en wat de producten dezeslands zijn, vervolgens dat eenige koopmansz: mede bragten waar van notitie gaven zijn Excallentie berigten mij de lakens stoffen en ijzer, wel gewild waren, maar in deze trouble tijden geen vaste staat te maken was, egter dat niet twijffelden of de zaken zouden in het korte een andere zeer nemen, en de rivier van Digon met magt geopend werden, waar door veel goederen opgehouden werden zo wel bij het versinden als ontfangen, 't geen de Negotie van die kont genoegsaam deed-stil staan. Liet verders een brief p:r expresse na 't Peguse Hof ver„ „vaardigen, ter Communicatie er Hollanders alhier gearri„ „veert waren, om te weten of den eersten minister ouperadja broeder des konings /:aan dewelke de zaken vremde Natien betreffende gedefereert zijn: / na Sixiam zoude komen waar op 's avonds ult„o December tijding bequam den koning over de komst van een Hollands Comp.:s schip zeer verheugd was, en curieur zijnde mij zelfs te zien en te spreken liet versoeken zelfs na de stad Pegu, wilde komen, waar op mij p:l Januarij dezzes Jaars derwaarts begaf, en den 2 d:o 'smorgens aldaar arriveerden, men gaf jllico aan gem: minister Oupe, „radja kennis van mijn komst, begaf mij wijders bij gem: minister, ontfangende mij met de uijtterste agtingen genegentheid, verzogt zijn wel Edele adjeede, beloofden mij direct bij den koning te zullen geleijden, gaf notitie van de mede gebragte goederen, zijn Excellentie betuijgdende het hem raed was, mij alhier zo veel genoegen in de Negotie niet zouden vinden dan wel in vredens tijd, dat er weijnig de biet in de goederen wat, zo inkoop als verkoop en zulks bij verkoop wel 25. a 30 pr C„to differeerden, waar op om een lading rijst voor Contante betaling inteerden, zijn Excellentie twijffelde niet of zulks zoude door zijn Peguse Majesteit g' accordeerd worden en dat geen gebrek aan dit graan was, over zulks de pris maar ordinair zoude zijn. Proponeerden of niet wel geneegen zoude weze / den zood koning
English
43. From Syriam the 7th of January 1756 From Syriam the 7th of January Anno 1756 to assist the King of Pegu together with the French Company against his enemies of Dagon, to which I replied that I had no other orders than to negotiate, and that only in case we were attacked might we defend ourselves, and besides this, that this matter rested with the Captain of the ship and the other officers; that I could order nothing in this regard, as only the trade concerned me, but nevertheless undertook to give them notice of this and speak with them. His Excellency assured me that such would be to our own advantage in trade, yet left this to our own pleasure and orders, and did not wish to persuade us. Then, departing from here, I was brought into the Royal Palace before His Majesty, where I was requested to sit down next to the Armenian merchant Nicous, who has traded here for more than 50 years and navigates back and forth from here to Madras. His Majesty had my interpreter ask the reason for my coming to his lands, to which I answered as before to the Uparaja: to see whether the Honorable Company could conduct any trade here. I was answered that we were very welcome, but to his regret, these lands being in troubles, the Honorable Company could not expect as much pleasure in trade as in peacetime, yet that he would privilege us in all respects. He proposed, as aforementioned, to help cover his armada at the seaside alongside the French Company's Captain Bruno, with a well-mounted brigantine and galley built and equipped here expressly for war by order of the King. I replied as I had already done to the minister Uparaja. He further made many friendly overtures, offering that we should pay no incoming or outgoing duties, and offered such terrain or piece of land as the Honorable Company should subsequently see fit to choose. All this occurred in the most polite and friendly terms, and stated that he did not wish to constrain us against our orders. Furthermore, I requested permission to buy or barter a cargo of rice in His Majesty's lands and to moderate the tolls, as all private individuals without distinction must pay 10 percent for the King and 2 percent for the servants of Syriam, which was now reduced by half, namely to 6 percent. Whereupon, according to custom, I presented the gifts brought along, as appears by the list; that the regent Uparaja was to come to Syriam, who would grant me a license pass and set orders; whereupon, after mutual expressions of friendship, I took my leave and betook myself the next day back to Syriam, where I arrived on the 4th of January, finding myself, through the fatigues of the journey, attacked by fever. Nevertheless, on the 5th I departed for on board, having lodged with the friendly Captain Bruno. I gave a report to the skipper and officers of my experiences and the proposals that had been presented to me; they declared their approval of the answers I had given. On the 6th of this month, the Regent Uparaja arrived here, who E From Syriam the 7th of January 1756 examined Jacob Verschuer who requested me to come ashore and provided me with the license pass to buy rice. I sold His Honor the iron at 25 tical per 100 viss of 300 lbs, namely each viss calculated at 3 Dutch lbs, this being the highest price paid this year for that material. I likewise had some samples of broadcloth etcetera brought ashore, concerning which he would decide further, as he had to depart again for Pegu. In the meantime, His Excellency also accepted the red and green figured velvet, for which articles he would have rice delivered to my satisfaction, or else cash. Having to wait with the receipt of that grain, however, since they are only just beginning to cut the paddy, and it must then still be pounded and cleaned. This is what I can for the present have the honor to note, wishing that everything will further turn out for the best, humbly praying Your High Right Noble Honors please to consider that not all beginnings turn out equally profitable; I shall further employ all means possible to me, so that by this means I may merit to call myself, was signed: High Noble, Grandly Venerable Sir and Right Noble Sirs, lower: Your Excellencies' and Honors' most humble and faithful servant, was signed: W. de Baudoux, in the margin: On the ship De Huijgewaard, 7 January 1756. Surat Anno 1756. O e Surat Dee Register of the letters from The 10th of February per the ship Marienbosch Register of the Papers received. Original letter addressed by the outgoing Director Johan der Roth to Their High Right Nobles, dated 24th of December Anno 1755 Surat - August 4 1st Part Surat the ship Marienbosch Register of the Papers received. Original letter addressed by the outgoing Director Johan der Roth to Their High Right Nobles, dated 24th of December Anno 1755 August Register of the Letters, as have been written and received herein from: Surat -- -- 4 1 -- Folio 1. From Surat the 25th of December Anno 1755 Register of such Papers as are on this day respectfully sent per the ship Marienbosch to His High Nobleness the High Noble, Grandly Venerable, Wide-Ruling Lord Jacob Mossel General of Infantry of the State of the United Netherlands and Governor General, together with the Right Noble Lords Councillors of the Dutch Indies. Per this Register Number 1. An original letter to Their High Right Noblenesses, dated 24th of December 1755. Number 2. A secret letter to the High Mentioned Their High Right Nobles, dated the 25th of December 1755. Number 3. An extract of the Resolution of the 30th of September 1755, regarding the request made by Captain Willem Marchies to be allowed to bring the ship Bloemendaal up the river. Number 4. An extract of the Resolution of the 3rd of October 1755, concerning the report of the inspection of the river and sea banks. Number 5. An extract of the Resolution of the 10th of October 1755, containing some measures
Dutch transcription
43. Van Brrahan den 7:' Januarij 156: Van Srrakan den 7 Januarij A„o 1736 koning van Pegu / nevens de frandeze Comp: tegen zijne vijanden van Digon te adsisteeren, waar op antw: geene andere ordres hadde als te negotieeren, en dat wij inge val geattacqueert wierden; ons eenelyk mogte deffen„ „deeren, en buyten dien deze zaak aan den Capit van 't schip en verdere officieren stond, hier omtrend niets konde ordonneeren, mij eenelijk de negotie aanging maar egter aannam haar lieden hier kennis van te sullen geven en spreeken. zijn Excellentie versekerde mij zulx tot ons eijgen voordeel in de Negotie zoude zijn, egter dit aan ons eijgen welgevallen en ordres liet, en ons niet wilde persuadeeren. Dan hier vertrekkende werd in het koninglijk Pa„ „lijs voor zijn majesteit gebragt, alwaar mij verzogt wierd neder te zitten, nevens den Armenisch koopman Nicous, die meer dan 50 Iaren alhier genegotieerd heeft, en over, en weder van hier na Madras navigeerd zijn majesteit liet door mijn tolk de reden van mijn komst in zijne landen vragen, antw: als voren aan ouperadja: te zien of d E Comp: alhier eenige Negotie zoude kunnen doen, werdende mij geantwoord wij zeer welkom waren, maar tot zijn leedwezen deze landen en troubelen zijnde, d'E Comp: zo veel genoegen in den handel niet te wagten had, dan wel in vreders tijd, egter dat ons in allen delen zoude privilegeren proponeerden gelijk voorm: zijne armade aan de zee„ „kant te helpen dekken nevens den frans Comp:s Cappit Bruno, Een wel gemonteerde Brigantijn en galeij alhier ten oorlog expres door ordre des konings gebouwd en g Equipeerd, repliceerden gelijk bereets aan den minister ouperadja gedaan had, deed verders veel vriendelyke Instantien, presenteerende geen jnkomende of uijtgaande regten zouden betalen, offereerden zodanig Terrain of stuk land als d'E Comp vervolgens zouden goedvinden te laten verkiesen, dit geschieden alles in de belefste en vriendelykste termen, en dat tegens de ordres ons niet wilde Constringeren: wijders verzogt een lading rijst in zijne Majesteits landen te mogen kopen of trocqwee„ „ren; en de tollen te modereeren, moetende alle parti„ „culieren zonder onderscheid 10 p„r C„to voor den koning en 2 p„r C„to voor de bediendens van Siriam betalen, 't geen nu op de helft te wet in 6 prC=to gesteld wierd, waar op a uso de mede gebragte presenten intrequeerden gelijk volgens Notitie blykt, dat den regent ouperadja na Siriam stond te komen; dewelke mij een licentie pas zoude verlenen; en ordres stellen, waar op na weder zijdse betuijgiing van vriendschap afscheijd nam„ en mij wederom 's anderen daags na Siriam begaf alwaar den 4 Januarij arriveerden. bevindende mij door fatiguls van de ryse door de koorts g'attacqueerd egter vertrok den 5 na Boord, zijnde bij den vriendelijken Capit: Bruno gelogeerd geweest. ik deed aan den schip „per en officieren verslag van mijn wedervaren en de propositien dewelke mij te voren gekomen waren zijlieden verklaarden mijn gegevene antwoorden te approbeeren. Den 6:e dezes arriveerden den Regent Ouperadja alhier dewelke E Van Arraean den 7 Januarij 1736 nagesien Jacob Verschuer dewelke mij aan de wal verzogt te komen, en ver„ „zorgde mij de leientie Pas om rijst te kopen, verkogt zijn Ed: het ijzer a 25: tieal de 100: biza van 300 lb te weten ijder bize gerekent op 3 lb hollands zijn de dit de hoogste prijs dewelke men dit Jaar voor dat bing stof betaald heeft. Liet insgelyks eenige monsters lakens & aan de wal komen, waar over nader zoude disponeeren, dat wederom na Pegu moest vertrekken. Ondertusschen accepteerde zijn Excellentie nog het roode; en groen geb„t fluweel voor welke ar„ „ticulen na mijn genoegen rijst zoude doen leveren dan wel Contanten. moetende met den ontfangst van dat graan nog wagten vermits maar eerst nelij beginnen te snijden, en dan nog moet gestampt en gezuijverd werden, dit is het gunt voor eerst d' eer kan hebben te noteeren, wenschende, wijders zig alles ten besten zal schikken, oot noordig biddende haar hoog Edelh:s gelieven te Considereeren alle beginsalen niet even voordeelig uijtvallen, zal wyders alle middelen aanwenden dewelke mij mogelik zijn op dat door dit middel meriteer mij te noemen /onderktond:/ Hoog Edele Groot agtb: Heer en wel Edele Heeren /lager/ uwer Excellenties en Edelh=s onder„ „danigste en getreouwe Dienaar /was getekend:/ W: de Baudoux /in margine:/ In't schip De Huij„ „gewaard7 Januarij 1756 Souratta A„o 1756. O e Souratta Dee Register der Brie van „Den 10„' Februarij her„ 't schip Marienbosch Register der Papieren -— ontfangen. Origineele Missive door den Heer afgaand Direc„ „tuer Johan der Roth aan Haar Hoog Edelens geadresseert in dato 24„' December Anno 1755 - - - - - Souratta - Aug: 4 1e: Deel Souratta 't sochip Marien bosch Register der Papieren - ontfangen. Origineele Missive door den Heer afgaand Direc„ „teur Johan der Roth aan Haar Hoog Edelens geadresseert in dato 24„e December Anno 1755 Aug: Register der Brieven, als 'er indesen geschreeven, en ontfan„ „gen sijn van: Souratta -- -- 4 1 -- F„o 1. Van Souratta Den 25„' December A„o 1755 Register van sodanige Papieren als er op heden ter't schip Manenbosch eertiediglijk versonden worden aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Grot Agtb: Wijdgebiedende Heere Jacob Mossel Generaal van de Jnfantenij van den staad der verenigde Nederlanden mitsg„ Gouverneur Generaal Benetens De wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia! P Dit Register N„o 1. Een origineele missive aan Haar Hoog Edelhedens ; dato 24:' December 1755. „ 2. „ —„o secrete missihe aan Horg gem: Haar hoog Et:s ged: den 25: xeber: 1755. „ 3. „ Extract Resotutie van den 30„e September 1755. aangaan, „de het vesoek door den Capitain W„mn mar„ „chies gedaan om het schip bloemen, „daal; de Rehier te mogen brengen. „ 4. „ _„o _„o Van den 3:' 8ber: 175. rakende het Rapport van 't visiteeren der Revierende zee banken. „ 5. „ _„o _„o Van den 10„e october: 1755. bekelsende eenige mesures
English
Folio 1. From Souratta, 25 December Anno 1755. Register of such papers as are on this day respectfully dispatched per the ship Manenbosch to His Excellency the High Noble, Greatly Esteemed, Wide-Ruling Lord Jacob Mossel, General of Infantry of the State of the United Netherlands, as well as Governor-General, together with the Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Per this register: No. 1. An original missive to Their Excellencies, dated 24 December 1755. No. 2. A secret missive to the aforesaid Their Excellencies, dated 25 December 1755. No. 3. Extract resolution of 30 September 1755, concerning the request made by Captain Willem Marchies to be allowed to bring the ship Bloemendaal up the river. No. 4. Ditto of 3 October 1755, concerning the report of inspecting the river and sandbanks. No. 5. Ditto of 10 October 1755, containing some measures taken regarding the wrecking of the vessel Bloemendaal. No. 6. An extract resolution of 4 October 1755, containing the report of the present ship officers and their ship carpenters regarding the condition of the aforesaid stranded vessel. No. 7. Ditto of 21 October 1755, concerning the same matter. No. 8. Ditto of 29 October 1755, containing the report of the ship officers regarding what further ought to be done concerning the wrecked vessel. No. 9. Ditto of 10 November 1755, containing some measures relative thereto. No. 10. Ditto of 12 November 1755, regarding the detention of the crew of the aforementioned vessel. No. 11. Ditto of 17 November 1755, containing the report of Captain Willem Marchies regarding the wrecking of the vessel Bloemendaal, and the referral of that matter to the fiscal. No. 12. Copy of the inventory of the salvaged goods from the ship Bloemendaal, dated 16 December 1755. No. 13. 8 pieces, copies of Mocha trade papers. No. 14. Copy of the report of the commissioners regarding rejected Ahmedabad piece goods, dated 8 November 1755. No. 15. An original first bill of exchange for 45,800 guilders for the benefit of the head of the General Pay Office, accountant Jean Francois de Ravallet. No. 16. Copy of the petition of Captains Cornelis de Neijs and Adriaan de Graaf, as well as the Captain-Lieutenant Tobias Zielkens, to obtain payment for their permitted tonnage. No. 17. 3 pieces of sworn declarations concerning the danger in which the Lord Director of Surat and Commissioner Kronenberg found themselves. No. 18. Translated extract from an English journal regarding a sandbank found at 6 degrees south latitude. No. 19. A large invoice of the cargo laden in the ship Manenbosch. No. 20. Bill of lading of the aforesaid cargo. No. 21. Memorandum of the weight of the packages. No. 22. Short invoice of the cargo laden in the ship Vaxemburg. No. 23. Two expense accounts regarding supplies provided to the ship Manenbosch. No. 24. Ditto to the ship Vaxemburg. No. 25. A sealed packet with pay papers. No. 26. One piece muster roll as of the last of August 1755 of the Company's native servants stationed here. Souratta, 25 December 1755. Was signed: O. H. Ruperti, Secretary. Batavia.
Dutch transcription
F„o 1. Van Souratta Den 25„' Decmber A„o 1755 Register van sodanige Papieren alser op heden ver't schip Manenbosch eerbiediglijk versonden worden aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Grot Agtb: Wijdgebiedende Heere Jacob Mossel general van de Jnfanterij van den staad der verenigde Nederlanden mitsg„ Gouverneur Generaal De wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia. Benetens Pr Dit Register N„o 1. Een originele missive aan Haar Hoog Edelhedens;n dato 24„' December 1755. „ 2. „ —„o secrete missike aan Hog gem: Haar hoog Edt„s ged:t den 25: xber: 1755. „ 3. „ Extract Resolutie van den 30„e September 1755. aangaan„ „de het versoek door den Capitain W„m mar„ „chies gedaan om het schip bloemen, „daal; de Rehier te mogen brengen. „ 4. „ _„o _„o Van den 3:' 8ber: 175. rakende het Rapport van 't visiteeren der Revierende zee banken. „ 5. „ _„o _„o Van den 10„ october: 1755. behelsende eenige mesures F„o 1. Van Souratta Den 25„' Deember A„o 1755 Register van sodanige Papieren alser op heden ver't schip Manenbosch eerbtediglijk versonden worden aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtb: Wijdgebiedende Heere Jacob Mossel general van de Jnfanterij van den staad der kenenigde Nederlanden mitsg„ Gouverneur Generaal Benetens De wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia! Pr Dit Register N„o 1. Een oigineele missive aan Haar Hoog Edelhedens; dato 24: December 1755. „ 2. „ _„o serete missive aan Horg gem: Haar hoog Eet:s ged: den 25: xber: 175. „ 3. „ Extract Rusotutie van den 30„e September 1755. aangaan, „de het veroek door den Capitain W„m mar„ „chies gedaan om het schip bloemen, „daal; de Resier te mogen brengen. „ 4. „ _„o _„o van den 3: 8ber: 175. rakende het Rapport Van 't visiteeren der Reveerende zee banken. „ 5. „ _o _„o Van den 10„' october: 1755. behelsende eenige mesures 1 No: 3. Van Souratta Den 25„' December A„o 1755 Van Souratta Den 25„' December A„o 1755 messives genomen wegens het verongelukken Van den brdem Bloemendaal. N„o 6: Een Extract Resoluti an den 4„ 8br: 175 elende het Rapport der aan weetende scheeps opperhoofden & hunne scheeps timmerlieden aangaande de trestand van gemt. gest vande Bordem. „ 7. „ _„o D„o van den 21, 8ber: 175. betreffende deselve mattene „ 8. „ _„o _„o van „ 29: _„o _„o bekelsende het Rrapport der scheeps opperhoofe, weegens het geen verder om„ „trent de vorgelakte Bodem dient gedaan te Worden. „ 9. „ _„o „ _„o van den 10: November 175. betellende eenige maatregulen daar toe relatief. „ 10. „ _„o „_o Van den12: 9br: 175. Wegens het aan houden der manschappen van meergem„t boodem „ 11. „ _„o _„o _„o 17:' Novemb: 175. bekelsende het rapport van den Cap„: Willem Marchis Vegent het vonge„ „lukten van den Bodem Bloemendaal, „ het demandeeren dier zaak aan den „ 12. Copia Jntentaris van de geborge Goederen van 't schip bloc„ „mendaal de dato 16: xber: 1755. „ 13. 8. p:s Cohia Mochase Negotie papieren „ 14 Copia Raspot van de gecommitteerd, weegens afgekeurte amed abadse Lijdat, gd„e 8: November 1755. — „ 18„ Translaat Extractuijt ier Engels Jurinaal wookens een gevonde Zantplaat op 6: grad: suider briete„ „ 19 Een grote factur van het geladen n t schip marenlate k „ 20. „ Cornissement van gem:t Lading „ 21. „ Memorie van 't gewigt der pakken „ 22. „ korte factuur van 't geladene in 't schip Suemburg „ 23. Twee onkostrek: wegens t verstrekte aan't schip Martenbosch „ 24. _„o _„o _„o „ _„o „ „ _„o Vaxemburg „ 25. Een verseguld pak met zoldij papieren „ 26. _„o p„s monster voll onder ult:o aug„s 1755. van 's Comp:s alhier bescheidene Jnlandsche Dinaren„ Souratta Den 25„e December 1755. /: was getekent:/ O„s H„k Ruperti, serrentaris. — „ 16. Copia Request den Capitains Cornelis de Neijsen adniaan de Graaf, mitsg„s de Captitai ento„ tobias zielkens om betaling van hunne gepermitteerde laste te wlangen „ 17: 3 p„s beedigde verklaringen betroffende het gevaar waar in den Heer Souralt Directeuren den Com„ „missant kronenberg hij in bevonden N„o 15: Een Onginele Eerste wisselbrif got ƒ 45800: te behoer van 't ofsehofd van 't Generale Zoldij Conp„ „tois - Cumntor adlites Jean Francois de Ravallet. N„o„ 15 Batavia fiscaal. hebben.
English
From Souratta, 24 December Anno 1755 To His Excellency, the High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord, Mr. Jacob Mossel, General of Infantry of the State of the United Netherlands and Governor-General, together with the Honorable Lords, Councillors of the Dutch East Indies at Batavia. High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lords, Honorable Lords! By the ships Marienbosch, Luxemburg, and Lapienenburg, we received Your Excellencies' most revered letters, accompanied by their annexes, to which we are dutifully bound to respond by the next opportunity. The promotion of His Excellency the Governor-General to General of Infantry of the State was particularly pleasing to us. We take the liberty to congratulate His Excellency on this high and illustrious dignity, with a sincere wish of the heart that God may grant His Excellency, our dear Governor-General, the enjoyment of his eminent charges for many years to come in good health and blessing. We also congratulate the Honorable, Right Honorable Lord Petrus Albertus van der Parra on His Honor's provisional appointment as Director-General, wishing that God the Lord may shower His Honor and this weighty office with His grace and blessing; likewise, we wish all precious blessings to the Honorable Lords Johan Gideon Looten and Mr. Libregt Hooreman on the occasion of their accession to Ordinary Councillors, as well as to the Honorable Lords Jan Schreuder and Reijnier de Klerk, on account of their promotion to Extraordinary Councillors of the Dutch East Indies. It grieved us not a little to perceive the disapproval of the first undersigned, as it is to be feared that this will have more than too much influence on the mind of the native, and especially in this conflict of time, when we are still laboring at a not yet confirmed trade in the Deccan. The esteem of Prince Nanna for the said first undersigned is of too great importance; this shines through on all sides in the letters of the Prince, which will provide complete proofs to Your Excellencies upon consultation. Our competitors, the English, had already spread these rumors two months prior, and know how to make very good use of them at the Court of Poona and elsewhere. God the Lord grant that their intrigues are thwarted, and that we may prevail over all their machinations, for Bassijn is a gold mine for the Honorable Company and the only resource of Bombaij since their establishment there. They also leave nothing undone to drive us away from there, and have openly declared that if Prince Nanna does not forbid us his land to trade therein, they would keep their naval force at home and not help to root out Angria from all his states, but on the contrary assist Angria with all their power by water and by land. The six warships that the English have received in the Indies make the Prince waver out of fear for Bassijn, for the English feel that our establishment there would be their ruin. The accompanying sworn depositions under No. 17 will demonstrate to Your Excellencies what evil practices have been set to work in Souratta against the first undersigned. Seven to eight hundred men, under pretext of being Grassias, gather every evening close to the village of Ommera, who, without exception, both on horse and on foot, were all equipped with firearms. However, their all too great preparations, and the constant inquiries being made, both regarding the men escorting the Director and the time when he was to spend the night there, soon revealed that others had a hand in this; and in order not to act rashly in this matter, the first undersigned refrained from staying the night in the garden house at Attuwa. Three times they have surrounded the garden house Corg-Vrij by night and asked if the Director was there, all in accordance with the daily reports of Ensign Hermen Amasteek and the Ensign of the Buginese. Every evening before sunset, women and children from the village of Ommera flee to the city.
Dutch transcription
H7 5 Van Souratta Den 24„' December A„o 1755 Van Souratta Den 24„' December A„o 17. India gefiliciteerd. mitsg:s de niuwe val Ed: Heeren Raalen otenaer heer ste ten ge haa ral Edt: met het generalaat over Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Groot Agtbaren wijdgebhedende Heere De Heer Jacob Mossel Generaal over de Jnfanteng van den staat der vereenigde Nederlanden en Gouverneur generaal Benevens De wel Edele Heeren Raden van Nederlands India! Hoog Edelegroot Agtbaar wijd gebiedende Helken Wel Edele Heeren! uijt et Hoog delheens Per de schepen Marienbosch, Zux¬ „emburger Lapienenburg ontfangn wij uw Hoog Edelh:, alters gevenereerte letteren, verselt met derselver bijlagen, wel„ staat jer maste geatvoor „kers beantworting wij bij naaste schuldklijtig staan te doen. ne nt e ieti De provotie van Zij Hoog Edelheid den Heere Gouverneur Generaal tot Generaal over de jafantenij van den staat Het heeft ons niet wijnig gesmert, te ontwaaren De disapportatie van den sonvats Directeur baan Smerte de disapprotatie van den Eerst ondergeteekende, Wijl het te dugten staat, dat sulx meer als te veel onfluentie sal hebben op het gemoet van den Jnlander en voornament„ oordeel oksien bij den in„ „lijk in dit Conflect van tijd, daar men als nog is laboreerende lander an de vaart. was ons in 't bijsonder aangenaam, wij neemen de Vrijheijt zijn Hoog Edelheit met dlie horge en Illuster Waardigheijt te Con„ „gratuleeren, onder een opregte herten Winsch, dat schod a mantij en de eaet God Dij Hoog Edelheit onsen dienlaaren Goeverneur ge„ „neraal nog een lengte van Jaaren wil doen Jauisseeren met gesontheijt en zegen van desselfs Eminente Charges, Wij feliciteeren=r mede den Wel Edelen Groot Agtb: Heer Petrus Albertus van der Parra met zij Wel Edele Groot Agtb:e Pronsioneele aanstelling als Direc„ „teur Generaal en wenschen dat God de Heere zijn wel Edele Groot Agtb:rn en dit hoogwigtig Ampt, met zijn genade en zegen mag overstronmen; gelijk wij mede alle diertaart zegeningen toewenschen aan de Wel Edele Heeren Johan Gedaen Looten en M„r Libregt Hoore, „man ter ocrasie van derselver oftreeding tot ordinaire„ mitsg:s aan de Wel Edele Heeren Jan Schreuder en Reijnier de Klerk, wegens derselver promotie d Atra o: van sederband als Extra orderndire Raden van Nederlands Jndia. — was aan Souratta Den 24:' December A„o 1755 Van December 1752 Van Souratta Den 24„' Zullende ook de Engelschen zig daar van weten te bedienen. om een setablissement te Bassij te beletten. Maakt den selven gistelijks verleegen. schadeloose Vreese daar ' Comsiu Thuijn Jog„ te prassen aan eene nog niet geaffirmeerde Negotie in het Deccan„ „sche De agting van den Vorst Nanna voor den d: Eerst ondergetekende, is van te veel belang; dit straalt aan alle kanten door in de Brieven van den vorst, de UW Hoog Edelhedens Contutterende, volko„ „men bewijsen zullen fourneeren. — Onse Comtietiteuren de Engelschen hadden bereets twee Maanden bevoorens deese genigten verspreijt en weten zegaan 't' Hof van Poena en elders daar zeer wel van te bedienen, God de Heere geeve, dat haare Fatriquis ver„ „eijdelt werden, en wij Dege pralinmogen over alle haare Menees, want Bassijn is een Goud-Mijn voor de E. Comp: en 't eenigste sritien van Bombaij 't zedert haar Exxa= e en atutie en assement aldaar; ook laaten sij niets ontesagt, om ons daar van daan te krijgen, en hebben opentlijk verklaart, dat bij aldien de vorst Nanna ons zijn Land niet verhied, om daar in te Alegotieeren, sij ook haare zeemagt souden't huijs houden, en den Angrla niet helpen ontrooten van alle zijne staaten, maar ter Contratie den Angrea assiteeren met alle haare magt te Water in te Land. De ses Oorlogs scheepen die de Engels „schen en Indie hebben gekregen doen den Vorst Wankelen, uijt weese voor Bassijn, Want de Engelschen ge„ Driemalen hebben sij de Thuijn Corg= Vrij bij nagt oncingelt, en gevraagt of den Directeur daar was, alles ingevolge de Dagelijkse Rapporten van den Vondrig Hermen Amasteek en den Vaandrig der Bougineesen: Alle avonden voor sons ondergang vlugten Vrouwen en kinderen van den de dapelngen teong 't Dorp ommera na de stadt; diverse waken De netensgaande Beiedigde verklaringen onder verbaring beteijnden N„o 17. sullen uw Hoog Edelheedens aantomen, wat voor quade Practijken men in souratta niet al heeft is 't werk gesteld tegens den Eerst ondergetekende. seeven â 8140: Man, onder Protext van Grassias, rottinalle de mile poetijken, avonden digt bij 't Dorp ommera te zaamen, die onder Exempel, so wel te Paard als te voet alle met schietgewees genakent waaren, dog haar lieden al te groote preparatien, en de geduurige informatie die om den Directeur men quam te neemen, so omtrent de manschappen die den Directeur terselden, als den tijd, wanneer hij aldaar stondt te vernagten, ontdekten wel haast, dat 'er andere de hand in hadden; en om in desen niet voekelors te handelen, minageerde den Eerst ondergetekende 's nagts in de Thuij„ op Attuwa te vertoeken. — „voelen dat ons rtablisement aldaar haare Bood Aperek „voelen heeft f is.
English
9 Souratta Den 24„' December A„o 1755. Van Souratta Den 24„e December A„o 1755. Van could not escape the author. Mortal danger in which the Commissiant Kroonenberg found himself at Poena. And at Bassijn. requesting the Director to be allowed to keep the jewel. And counter-gifts made to the ruler and his envoys. gifts sent by the Director. this lasted, yet the so-called Grassias molested nobody else, and they finally dispersed of their own accord; we indeed tried to discover who the authors of this conspiracy were, but all in vain, because the testimony of natives warrants no belief, as experience has taught that one can make them speak according to one's own inclination, and dictate to them just as passion pleases. From the accompanying extract missive under No. — Your High Noble Excellencies will also be able to see the danger in which our Commissiant Kroonenberg found himself at the court of Poena, and from which he was saved in a wonderful manner. The Governor of Bassijn, fully convinced of the foul intentions of his persecutors, never permitted that the said Commissiant, during his stay at Bassijn, received food or water from anyone except that which he himself sent to him daily by his own household servants, and the reason thereof being asked by Kroonenbergh, His Honour answered: they would poison you, for such is their intention, therefore I watch over you. As appears from sworn documents. This is further corroborated by the sworn attestation of the German nobleman Von Smidt, recently arrived here from Poena with an honourable discharge, Papers. We had the head-jewel appraised and the same is valued at 400 rupees or 1200 guilders. The first undersigned very humbly requests Your High Noble Excellencies to be allowed to keep the jewel of the appraised value as a keepsake, and is ready to pay the value thereof into the treasury. On the 20th of November we received a missive from the Prince Nanna, together with a robe of honour and a head-ornament set with precious stones for the Director, sent by two express couriers; the next day we accepted the said letter and gifts with the utmost ceremony according to the custom of the country, and subsequently sent the two couriers back with a letter and three fine horses as a gift. Furthermore, the couriers aforesaid were presented with robes of honour and silver bracelets, besides travel money, and thus sent back to Poena. who commanded the corps of Europeans in the service of Nanna as captain, which accompanies this under No. 17. All these matters combined together are evident proofs of the great danger in which the ministers find themselves. guard. here. 11 Souratta Den 24:' December A„o 1755 Van Van Souratta den 24„' December A„o 1755: Ship Bloemendaal from Mocha on account of heavy leakage had to run into the river. And wrecked, yet everything salvaged from it. subsequently dismantled and blown up. And by commissioners who also were sent to the stranded ship. Report given by them to this council about it. The brought sugar from Cochin China we have sold, the powdered sugar at 11 rupees per 100 lb or 16 guilders 10 stuivers, and the candy at 16 rixdollars or 24 guilders. The ship Bloemendaal, returned from Mocha, achieved a good profit on its voyage to the amount of 88888 guilders and 8 stuivers net gain, after deduction of all expenses, but to our grievous regret the said vessel, on account of heavy leakage, had to enter the river, as appears from our resolution dated 30th of September last, of which an extract is enclosed under No. 3, where it was brought upon a bank by the pilot, and the water falling with the ebb, the ship took in four feet of water due to heavy straining; subsequently the pilot brought it to the shore, but onto quicksand, by which it was broken. The said pilot took flight immediately, as appears from the report of Captain Willem Marchis, annexed to a declaration of the second mate Arij Fransz, to be found with the extract resolution under No. 11. We salvaged everything from and out of the ship that was possible, as appears from the accompanying inventory under No. 12, and subsequently had the same dismantled and blown up. We would, after everything was taken out of it, have sold the hull, but no buyers were to be found. The aforesaid accident obliged us to go collectively to Dommes to see if our presence could afford any assistance, but such being fruitless, the fiscal David Kellij remained there together with the equipage master Jan Warnar Falck; subsequently the junior merchants Johannes Sanderus and Daniel Burnat were commissioned there, and the valiant captains at sea Cornelis de Neijs and Adriaan De Graaff, together with the captain lieutenant Tobias Zielkens, were dispatched as commissioners to inspect and examine the said ship Bloemendael, whose report we also enclose with the extract resolutions of the 10th and 29th of October sub Nos. 5 and 8. Other nations daily bring their ships in with full cargo, and had Bloemendaal not been set upon quicksand, that keel could also have been repaired. It grieves us to our soul that we are so unfortunate in this, although no choice was left to us, and we, for reasons noted in the resolution, did not have the power to refuse the request made by Captain Marchis. The
Dutch transcription
9 Souratta Den 24„' December A„o 1755. Van Souratta Den 24„e December A„o 1755. Van de autheur niet konnen oontrekken. Letens gevaar waar in de issiant kroonenberg zij te Poena. .En te bassijn heeft be„ „oonden. versoekende de Directeur „de hrijs te mogen houden. En Contra geschenken aan den vorst en dieh afge„ „sondene gedaan geschenken door den Directeur gesondden heeft zulx gedurt, egter hebben de Aogenaamde Grassias niemand: anders gemolesteert, en deselve sijn op 't laast van zelfs velopen; wijhebben wel getragt na te verschen, wie de autheuren van dese Conspiratie Waaren, maar alles te vergeefs, wijl het getuijgenisse van Jnlanders geen geloot menteert, alsoo de ondervinding geleert heeft, dat men deselve maken kan na eijgen Linnelijkheijt, en wil sodanig alstde Passie bchaagt, te dicteeren. uijt de nevensgaande Extract Missive on„ „der N: — - zullen Uw Hoog Edelhedens al mede bogen het gevaar daar onsen Commissiant Kroonenberg sig aan't Ht of van Doena heeft in bevonden, en waar uijt hij op een Winderbra„ „re wijse gesalveert is, De Heer Gouverneur van Bassijn ten vollen overtuijgt van de Vuile intentien sijner vervolgers heeft nooijt gedoogt, dat gem: Commissiant ten tijde zijnsv verblijff of Bassijn, van iemand Eeten of Water ontfing als het geene hij zelve door sijne eijgene Huis bedientins hem dagelijks toezond, en de reeden van dien door kroo„ „nenbergh afgevraagt zijnde, diende zijn Edele: sij souden VE: begeven, wart sulx is haar toelig, daar om watt ok ulke Blijkens beëedigde Dit werd nader Gecomobored orde Bheedligke Attestatie van den onlangs van Goena met goed afscheid Popieren. Het Hoofd Iuweel hebben wij laten taxee„ „ren en het zelve is waardig geschat roa 000: of ƒ1200: Den Eerst ondergeteekende versoekt UW Hoog Edelheedens seerootm„ hit jateel von de getaxeer„ „dig het zelve te mogen behouden als een gedagtenis, en is bereijd de waarde daar van in Cassa te betalen. — Op den 20„e November onttingen Wij Een Missive van den Vorst Nanna, neevens een Eevenkleed en Een Hoofd. Cieraat met Edel gesteen„ „tens voor den Directeur, gesonden per twee Expresse Loopers; wij hebben des anderen daags gem: Brieff en ge„ „schenken met de uijterste staatje na 'slands wijze geacceh„ „teer, en verolgens de twee Lopers te rig gesonden met Een Brieff en drie fraaije Paarden tot geschenk, wijders zijn de Lo„ „pers voormelt met Eere kleeden en silvere Armbander, mits g„ Reijs Geld beschonken en dus na Poena te rug gesor„ hier geariveerde Duitsch Edelman van Smidt, die het Corps Eudropeers in dienst van Nanna als Capitain gecommandeerd heeft, dewelke deese is versel„ „lende onder N„o 17. Alle deese zaaken te samen gecom„ „bineen, sijn endente preuives van het groot gevaar daar in zig de Ministers bevinden. hoede. hier „den. „ 11 Souratta Den 24:' December A„o 1755 Van Van Souratta den 24„' December A„o 1755: mocha geandoel van sekkagie en de levier moeten loopen. En verongelukt dog alles daar uit geborgen. vervolgens gesloopt en gespangen. En door gecommitteer„ Die zi ook naar 't ge„ „strand schip hebben seedweeten van den dit gem raad over gte e onde Ccoi De aangehagte suijker van Cochim China hebben wij verkogt, de Boeder suijker tegens 11: vop: de 100: lb of ƒ 16: 10: en de Cardij tegens 16: rtk: of ƒ 24:—. — Het schip Bloemendaal van Mocha gereverteerd, heeft een goed advans op sijne rijse behaalt ten bedragen van ƒ 88888:- 8 suijvere Winst, na aftrek van alle ongelden, met maar tot ons smer„ heeft weegens de rtelijk leedweesen heeft gem: Bodem door sware Lekkagie in de Revier moeten komen, blijkens onse re„ „solutie de dato 30: 7ber: Jngstleden. waar van Extract hier nevens gaat onder N:o 3. daar het door de Zoott op een bank is gebragt, en met de Ebbe het water verlokende, heeft het schip door het sterk arbeiden vier toet water ingekregen, vervolgens bragt de Lorts het op de Wal, maar op een Well-Land, waar door het gebristen is; gem: Voots heeft zig aanstonds t' Doek gemaakt, blijkens berigt van den Capitain Willem Marchis annex Een verklaring van den onderstuurman Anij Fransz: te vinden bij Extract Resolutie onder N:o W1. Wij hebben alles uit en van het schip gebrgen dat maar mogelijk was, blijkens nevensgaande Jnventaris, onder N:o 12 en het selve vervolgens laaten sloopen en springen. Wij souden, na dat alles daar uijtgehaald was, de rmp wel verkogt hebben, maar daar waaren geen kopers te vinden. Het voorsz: ongeval verpligte ons gesamentlijk naar Demmes te gaan om te sien vermgt. of onse presentie eenige hulpe konde toebrengen, maar sulks vrugtelots zijnde, verbleef aldaar den fiscaal David Kellij benevens den Equipagiemeester Jan Warnar Falck; vervolgens wierden de onder„ „kooplieden Johannes Sanderus en Daniel Burnat daar hij gecommitteerd, en de Manhaften Capitains ter Zee Cornelis de vanden bengt laten geven Neijs en Adriaan De Graaff neevens den Capitain Lieutenant Tobias Zielkens als gecommitteerdens ter besugtiging en visitatie van gem: schip Bloemendael afgezonden, welker berigt wij al meede deeze doen verzellen bij Extract Resolutien van den 10„e en 29„' october sub N:o 5: en 8. Andere Natien brengen dagelijks haare scheepen met volle Lading binnen, en was Bloemen„ „daal op geen Wellzand geset, soude dien kiel ook wel gerapo„ Het doet ons leet in onse ziele Leet, dat wij soo onge„ „luktig zijn en dese, schoon aan ons geen keure wierd overgelaten, en wij, om redenen, als bij Resolutie ge„ „noteert, het vermogen niet hadden het gedaan vertoek van den Capitain Marchis te Weijgeren. Het „reert
English
From Surat, 24 December Anno 1755 From Surat, 24 December Anno 1755 Because heavy ships have arrived, it has been allowed, as has been maintained for many years, that the local pilot could, if necessary, bring them inside through our own crew, and without the least danger bring them back out, seeing that water is abundant at spring tide, as appears from the report of the inspection of the river's sandbanks; the ship has also entered the river very well. The ship the Fatte Salam, of 1200 tons, has been brought into the river several times and repaired there; and when one considers that the French ship from Mauritius, fully laden with a cargo of 500,000 lb of sugar and 500,000 lb of iron besides all other trade goods and cargo on board, was run high and dry onto the beach, and, having been very well repaired, returned to the roads, then one finds clear proof of the possibility. Everyone is also convinced that if the Bloemendaal had not been neglected by the pilot, the ship would have run just as little danger as the Frenchman; and seeing that the Gentlemen Directors, by an express order cited in the letter of Your Right Excellencies of 23 August Anno 1732, were pleased to order that ships be brought into this river to carry out the necessary work and maintenance, and that for some years past up to 23 feet of water is found in the channel at spring tide, we therefore believe we may propose to Your Right Excellencies with all deference that when ships arrive from Mocha or other places that are very leaky, they be allowed into the river and repaired there. It will cost the Honorable Company far less than at Bombay, besides the fact that it is better to have our ships under our own eyes than in foreign ports. If Your Right Excellencies would be pleased to approve this, we shall, for greater reassurance, employ our own mates stationed at this factory to pilot them inside, in which case there will not be the slightest difficulty, provided the channel continues to be as deep as it has been now for several consecutive years. In our session of 17 November we decided to order the fiscal of this directorship to investigate the matter of the Bloemendaal, and, having conducted an inquiry, to submit a report. And since necessity requires that men be at hand to crew the bark Jaccatra, it was approved to retain the officers and sailors of the aforementioned vessel in order to place them on the said bark, which we are still awaiting according to the repeated promises of Angria. From Surat, 24 December Anno 1743. From Surat, 24 December Anno 1755. This year very little rain has fallen, which has everywhere caused a dearness in grain, and in many places has caused very severe famine, which has completely halted the vent of sugar; for from the end of May until today one has not been able to vend even 1000 canassers, because of which our remaining stock is more than too large, and has obliged us upon the arrival of the ships to have a new warehouse constructed on the Honorable Company's wharf, which has also been placed where it can remain forever. However, the government has not yet been willing to permit a tiled roof to be laid on it, but that permission will be granted in due course. The importation of 500,000 lb of powder sugar by a certain Mr. Devigoreux from Mauritius also did much harm to the trade of that sweet; the said Frenchman sold his sugar at 6¼ rixdollars per 100 lb, which our merchants turn to their advantage, demanding that they must buy our sugar for the same price. But we laughed at their pretension, since nobody, according to our opinion, can set the sugar market as we can. They had also been brought to better sentiments, but the unexpected closing of the city by the Ganims, and the resolution taken by the ruler Nanna to come and formally besiege Surat, brought all trade to a sudden standstill. The eaglewood from Cochin was received in China, and through the arrival of four ships from Siam, which besides a large quantity of jaggery sugar brought much eaglewood along with the benzoin of Malacca. However, the first signatory has since received confirmed reports that the ruler Nanna will not besiege Surat this year, because the French at Aurangabad have reinforced the army of Salabat Jung with 1500 Europeans and were making a show of wanting to attack the ruler Nanna, which then gives us hope that the market for sugar will revive soon, unless the lack of provisions everywhere here prevents it and the blockade of the city ceases; otherwise there is no help for it, and it will have to remain lying until a further occasion. It is the hand of God that punishes Surat and almost the entire kingdom of Gujarat with famine through the lack of rain and the resulting shortage of grain, so that we must bear this with patience.
Dutch transcription
Van Souratta Den 24„' December A„o 1755 Van Souratta Den 24„e' December A„o 1755 Dewijl Mwaare Schee¬ „ken. Rester komt. toe leeten is als zedert lange Jaaren. aangehouden. ag de Jural Jodienan„ dezelve des noods, door eigen volk laaten binnen lost„ „ning van Haar Hoog Eed „reert hebben kunnen worden, en sonder het winste gevaar wee„ „derna buijten sijn gebragt, gemerkt es water overvloedig is bij spring tij, blijkens het Rapport der Visita„ „tie van de seevieren zee-banken; ook is het schif„ zeer wel binnen de Revier gekomen. Het schip de Fatte Salam groot 1200: Ton, is diverse maalen in de Revier gebragt, en aldaar vertimmeert, en als men Considireert, dat het Fransche schip van Mauritius met Een Lading zelfsgladen ij de van 500000 lb suijker en 500'000: lb ijzer behal„ „ven alle andere Negotie en inhebbende Maarte, hoog en droog op strand is gezet, en seer wel vetemmerd weder op de Rheede is gekomen, dan vind men een evidente preute wegens de mogelijkheijt. Ook is een ijder overtuijgt, dat bij aldien Bloemendaal niet door den Loott was verwaarloost, het schip al zoo weinig gevaar zou ge„ „loopen hebben als de Fransmans en gemerkt de Heeren Majoores bij eene Expresse ordre, geciteerd hij mis„ „siv van Uwe Hoog Edelheedens van den 23„ Aug„s A„o 1732: gelieven te gelasten van de scheepen binne deese Revier te brengen om het nodige daar en de gelegentheijt daar aan te doen, en 't seedert eenige Jaaren herwaarts in de kil bij spring. tij tot 23: Voeten waater word gevonden, soo vermeenen wij uwe Hoog Edelheedens met alle In onse sessie van den 17„' 9ber: hebben wij beslooten den fiscaal deser directie te gelas„ „ten de saak van Bloemendaal te ondersoe„ „ken, en nagedane Enqueste om te dienen van berigt. En vermits de noodsaakelijkheijt vereijst dat tot bemanning van de Barcq Jaccatra volk aan de hand sijn; so is goedgevonden de off:, van Telenemans he „sieren en Mattroosen van voortsz: bodem aante„ „houden. omse op gem: barcq te plaatsen, die wij als nog hij verwagtende, volgens de geretereerde beloften van den Angrea. — genittheijt te moogen voordragen, als 'er scheepen van Mocha of van andere plaatsen komen, die seer Lck zijn, dezelve in de Revier te laten komen, en aldaar te vertimmeren, het sal DE: Comp: wij minder kosten als op Bombaij, buijten en behalven dat het beter is onse scheepen ander eijgene oogen te hebben, als in de Mavens der vreemde. So uw Hoog Edelheed„s dit gelieven goet te keuren, sullen wij tot meerder gea„ „rustheijt, onse eijgene stuurlieden, op dit Comptoir k„ „scheijden, gebruijken om deselve bunnen te lootten als wanneer de minste swaanigheijt niet sal sijn, mits de kil Continueert, soo dick te weesen, gelijk nu Eenige Jaaren agter den anderin. geristheijt Desen 13. „zen Van Souratta Den 24:' Decembr A:o 1743. Van Souratta Den 24„' December A:o 1755. De duurte der granen het verthier van de „ties suijker van Mauri„ zoetigheijt gestan die stade bernning der egter iser nog hoof van beeterschap vaarlt den handel doen stil ttaar zuijker stremmerde, Desen Iaare is er Weijger wijnig reegen gevallen, waar door alomme de duurte in de graanen is gebragt, en op veele plaatsen veele seer swaare hongersnort heeft veroor„ „saakt, 't geen het verthiet van de zaijker ten Eenemaale Atrent, want zedert ult„o Maij tot heeden heeft men geen 1000: Cannassers kunnen omsetten, waar door inse restant meer als te groot As, en ons heeft verplogt bij aankomst der scheepen een Nieuwe Lattij op 's E: Comp:s Werff te laten aanmaken, die ook geplaats is, daarse voor alters kan blijven, egter heeft de regeering nog niet willen permitteeren dat Een Pannedak op soude werden gelegt, maar die permissie sal op sijn tijd wirden verlegt, verleent. — Den aanbreng van 500'000: lb Peder suijker door Een I„r de Vigo reux van Mauritius dat mede veel quaat omtrent de articul dier seetigheijt, gem: Fransman heeft sijne suijker verkogt tegens 6¼: rth:s off de 100: lb, 't geen onse Cooplieden in haare voordeel neemen, en pretendeeren, onse suijker voor disalve prijs te moeten korpen, dog men heeft gelagt om haare pratentie, wijl niemant, volgens onse sustinu, de markten de zuiker kan maken als Wij: Se waaren ook in betere sintimenten gebragt, maar het onterwagt en sluij„ „ten der stad door de Geniedems, en de resolutie don zen Het Agulhout van Cochim voteijen goden ijn ne China ontfangen, door de komst van Vier scheepen uijt Siam, behalven Een Grote Quantiteijt Iagers suijker veel Agulhout hebben aangebragt, nevens de Bensuim van Malacca, Vorst: Nanna genemen om Souratta formeel te komen beleegeren dat allen handel weder Eens klaps Helstaar= Egter heeft den Eersten onderge„ „tekende seedert verseekerde bengten gekreegen dat; de vorst Nanna desen Jaare Souratta niet sal belegeren, vermits de franschen op Au„ „veng Abahad, het Leger van Slabetjeng met 1500: Europeers versterk hebben, en mine maakten maaken den vorst Nanna te willen attac„ „queeren, 't geen ons dan doet hoopen dat den Debiet in de suijker weder sal oprakh„nen indien het manquement van leevensmiddelen hier al omme sulx belet en „haast de blocqueering der stad, ophout; anders is er geen raad voor, en sal deselve moeten blijven leggen tot nader occagie 't is de hand Gods die sou„ „ratta met het bijna gantsche koningrijk Gou souratta strafft met hengers noot„ door manquimint van Reegen en het daar uijt ontstaan gebrek van Graanen, so dat wij dit dnsmoeten getroosten. vorst blijft 15
English
From Souratta the 24th of December 1757. From Souratta the 24th of December Anno 1755. of unmentioned [illegible] Their High Excellencies' wise measures Yield Tin 1 glass Beads - Red Lead „ 4t d - — „ 258: 14. —. minus 1/5 b— „ 280 – — 1272 1½: — ƒ 500. - - „ 11252. — 530 1/8. — „ 98. —. — 188¾ — 24 ¾ — Rate of Surat Yield of the above 175 remains unsaleable on account of the dearness, because the poor quality and the expensive charging prevent the sale; the sticklac, the steel, the false and [illegible], likewise find no buyers; it is similarly situated with the cinnamon, which nobody desires because of the increased price. The black manufactured goods that were sent will also be difficult to dispose of; we shall nevertheless do our best, despite our envious, indeed watchful competitors, to cause them to change masters. Your High Excellencies' wise measures, by Resolution of the 19th of June 1750, are very salutary, especially at offices where a great trade is carried on, because experience has shown that various goods, unwanted in the beginning, start to rise in price the following year, and besides that it is very good that the Honorable Company's warehouses are continually stocked, especially with wares that are not subject to decay. We have been more fortunate with the following goods, which according to the opportunity of the time we have sold for acceptable prices, against the established prices; as follows: We take the liberty to send Your High Excellencies provisionally a new calculation regarding the trade goods sold in the past financial year, and to show the profit made thereon, which, however, according to the report of our Trade Bookkeeper, is to amount to something more in advance, namely: The powdered sugar, to wit the 6000 requested cannassers, would likewise have been disposed of, but the all too great quantity has frightened off the merchants, as they presume that nearly 3 more shiploads will arrive, both from Batavia and from Cochim China. Alum from Ketsmandtesre - — — - - „ 5: 9 — 39 ¾. — Elephants' Teeth — — — — – – „ 2115:8. Chinese White Silk - - - - - -„ -„ 163 1/7. 8. - - - - - — „ 24. 10. — Rattan Javanese Staves Against the established prices At Souratta on the 40. —. —. 14: —: — 40: 17:— 339: 1 1: 100:94: 9: pure prices 4 17 O From Souratta the 24th of December Anno 1755. From Souratta the 24th of December Anno 1755. Bassijn — Mocha - the rejected cloths. sent. since one has no better outstanding payments the burdens Purchase Sale Profit Per Cent At Souratta on Cochim Chinese merchandise — - - „ 181215: 48 „ 135957. 2. — „ 34741: 12. 8 „ 34 ¾: 1„ - — ƒ 429306:14. — ƒ 1623597. 17. ƒ 594211. 3. —. 130 3/4. percent — — — — — — – „ 132616. 4.:8 „ 357448: 3. – „ 224831:18:4: 169:½ percent Ketsmandui - - - - - - - - - - „ 4588. 0. – „ 37630. 14. „ 33042. 6. —. 220. ¼. „ - – – – – – – „ 24293. 13. 8 „ 80890. 2. 8 „ 56596. 14. —. 233. — percent Adds up to [illegible] Upon inspection of the Ahmedabad goods, we rejected 16 packs of Guinees and 8 ditto Salempoeris, intended for the Motherland, and found not to conform to the samples, as appears from the report of the commissioners, under No. 14, and in our session of the 24th of November resolved, subject to the favorable interpretation of Your High Excellencies, to send the same to Batavia for the account of the Honorable Huijsvoorn, as former Chief, and the Secunde Ellinkhuijsen, who traded and accepted the same. We have been unable to devise any other means, as no merchants are to be found here who trade in such assortments, and also because the Honorable Huijsvoorn is presently at Batavia; for to send them back to Ahmedabad there is no opportunity, and the expenses of the caravans are also far too exorbitant; thus we hope that this will be favorably accepted by Your High Excellencies' customary goodness. In our session of the first of this month it was resolved to send the collective Buginese military to Batavia, at the disposal of Their High Excellencies, as it has appeared to us, by missive addressed to the Malabar Ministers, that Your High Excellencies' intention is to discharge all native soldiers. We have been the more inclined to this resolution because the dearness of foodstuffs causes the board money of the common soldiers to be insufficient, and application has already been made to us several times for double board money, which we have nevertheless to date declined in the gentlest manner, but we fear that in time we shall finally have to yield to it, as the dearness of grain increases daily more and more. Captains de Neijs and de Graaff and Captain-Lieutenant Zielkens having requested their permitted freight allowances, these were refused them in money, because no price could yet be obtained for the Honorable Company's sugar, but were offered to them in kind, to sell them with the greatest advantage; against which they presented a petition, copy of which is annexed hereto under No. 16; and since the reasons alleged therein are not without foundation, and it had already been learned indirectly that difficulties might occur regarding the officers if they received no money to pay, we have therefore thought proper, Above all 19
Dutch transcription
Van Souratta Den 24„' December 1757. Van Souratta Den 24„' Decmber A„o 1755 of ongemilde Ccuteur Haar Hoog Edt:s weijse maat tegulen Rendement Thin 1 glase Corallen - Menij Rorde „4t d - — „ 258: 14. —. blies 1/5 b— „ 280 – — 1272 1½: — ƒ 500. - - „ 11252. — 530 1/8. — „ 98. —. — 188¾ — 24 ¾ — Ratr Leuvatse Rrendement van b„o 175 wegense duar aarnen blijft onderkoopbaar, wijl de slegtheijt en duure aanrekening den verthier belet; de Gomlacq op stokjes, het staal, de Vaarten valsche en, artal, vinden almeede geen Corplieden, Even Eens is het gesteld met de fanneel, die nemant begeert om de verhoogde verhoogde prijs. puijse De gesondene swarte Manufactuuren zullen mede beswaarlijk van de hand gaan; Wij sullen egter ons best doen, in weerwil van onse veijdige Ja Waakgierige Confetiteurs, die van meesters te doen veranderen. uwel HHoog Edelheedens van „lijk Wijse maatregulen, bij Jusolutie van den 19: Junij 1750. sijn „seer salutair, voornamentlijk Comptoiren daar een grooten Handel word gedreeven, wijl de ondervarding heeft geleest dat diverse goederen, inden beginne ongewilt 't naaste Jaar in prijs begennen te stijgen, en het buijten dien seer goed is, dat 's E: Comp:s Pakhuijsen steelts voorsien sijn, voornamentlijk van Waaren die geen bederf ondeworken sijn. — aangligt van seempe e ugst Geluckiger zijn wij geweest in de vol„ „egende goederen, die wij na teijts gelegentheijt voor aannemelijke Wij neemen de vrijheijt UW: Hoog Edelheedens Provisioneel een nuwe Calculatie tre te zenden weegens de verkogte Btandelwaaren in het gepasseerd Boekjaar, en het geprofiteerde daarop te vertomen, 't geen egter volgens Rapport van onsen Negotie - Boekhouder nog iets meerder ten voorbee„ „le staat te bedraagen, namentlijk. De suljker Boeder, te wieten de 6000: geeschte Ca„ =„nassers zouden insgelijks van de hand sijn gegaan, maarde al te groote quantiteijt heeft de kooplieden afgeschrikt, dewijl zij voorn„ „derstellen dat er bijna nog 3: scheeps Ladingen zullen komen, Dor van Batavia als van Cochim Chi„ „na.— - - - - - - -- Alluijn van Ketsmandtesre - — — - - „ 5: 9 — 39 ¾. — Meutants Tanden — — — — – – „ 2115:8. „ Situijn Chinesze Wette - - - - - -„ -„ 163 1/7. 8. - - - - - — „ 24. 10. — ——— Rotien Jasansen Staren Tegens de vastgestelde Grits de Sopuelen Prijsen krijsen hebben verkogt; als. prijsen De Souratta op de 1 „kinig. - - - - „ „ „ „ 40. —. —. 14: —: — 40: 17:— 339: 1 „ „ 1: 100:94: 9: ot oek. Jan allong: P Cte suijvere Rijsen - 4 17 O Van Souratta Den 24„' December A„o 1755. Van Souratta Den 24„' Decomber A„o 1755. „ Bassijn — „ „ Mocha - de afgekeure mned alhebke Lijwanten. „sonden. mianl men geen beeter Atande aanweesende betaallingen de lasten Inkoep verkoop Minstengelde „ P„r C„to Te Sourattaopst Cochim Chinase koopmansz: — - - „ 181215: 48 „ 135957. 2. — „ 34741: 12. 8„ 34 ¾: 1„ - — ƒ429306:14. — ƒ 1623597. 17. ƒ594211. 3. —. 130 3/4. p„s — — — — — — – „ 132616. 4.:8„ 357448: 3. –„ 224831:18:4: 169:½ r=m „ Ketsmandui _ - - - - - - - - - - „ 4588. 0. – „ 37630. 14. „ 33042. 6. —. 220. ¼. „ - – – – – – – „ 24293. 13. 8 „ 80890. 2. 8 „ 56596. 14. —. 233. — „s Addeert - :gto d d 1 Bij visitatie der amed-abaadse Goederen, heb„ „ben wij 16: Pakken Guinees en 8. d:o Salempoeris, geprojes„ „teen voor 't Vaderland, en bevonden niet Conform de Mon„ „ters, afgekeurt, blijkens Rapport der gecommitteerdens, sub N:o 14. en in onse sessie van den 24„' November goedgevonden, onder gunstige welduijding van uw Hoog Edelheedens, dezelve naar Ba„ en voe antestoe„ a 174 te zenden voor Reekening van den E: Huijs„ „voorn, als geweesen p„s Opperhoofd, en den secunde Ellinkhuijsen, die deselve genegotieert in geaccepteert hebben. Wij hebben geen ander mid„ „del kunnen uijtdenken, also hier geen kooplieden te vinden zijn die in sulke sortementen Negotieeren ook wijl der Ed Huijsvoorn sig thanscp Batavia om zijdan van te atoven bevinden want ze naar Amod-abaad te rug te senden is er geen occasie, ook sijn de onkosten der Caffilas al te Exortitant dus wij hoope dat zulks den UW Horg Edelheedens gewone goedtheijt guntstig zal werden ofgenoo„ „men. Di onse Cessie van den Eersten deeser maand is beslon„ ook gaan de Beuginee„ sen over. „ten de gezamentlijke Bougemeeser Militairen naar Batavia te senden, wijl ons gebleeken is, bij Missive aan de Malla„ ter dispotetie van Haar Hog Ellens. „baarsche Minsters gecarteert, dat UW Hoog Edel„ „heedens intentie is, alle Ialandsche Militairen aftedan„ „ken. Wij sijn des tegeerder tot deeze Resolutie getreken. aangesien de duurte der Leeven middelen veroorsaakt, dat de duurte der Levensmnk, het kostgeld van 't gemeen niet kan toereijken, en ons al diversche malen aansoeking is gedaan em dubbet kot se oande entatigtet kostgeld. geld, 't geen Wij egter tot heeden op de sagste wijse van de hand gewesen hebben, dog wij zijn bedugt; dat wij met 'er tijd Eindelijk moeten toestaan. daar toe wel zullen moeten treeden, aangesien de duurte in de graanen dagelijk's meeren meer toeneemt. E „delen. De Capitains de Neijs in de Graaff en de Capituin Luitenant zielkens om hunne gepermitter„ „de Lasten verzogt hebbende, zijn die hen ij gelde geweigend, om dat men voor 's E: Comp:s suiker nog geen Prijs heeft kunnen behaalen, maar hen in natura aangebooden, omze met het maeste voordeel te verkoopen: waartegen zij een Request gepresen„ „teend hebben, waar van Copij hier annex Lub N„o 16, en vermits de redenen daar in g'allegeerd niet zonder grond zijn, en men reeds van ter zijde had verstaan dat 'er moogelijkheeden zouden voorvallen omtrent de officiers, bij aldien zij geen geld kreegen om te betaalen, zoo hebben wij goedgevonden, Vooral - 19
English
21 Surat, the 24th of December, Anno 1755. From Surat, the 24th of December, Anno 1755. according to the latest sale price. The Gombroon bill of exchange paid. the 19th [illegible] as also still some [illegible] for the enclosed bill of exchange. especially in these times to prevent such things, and therefore the allowances were granted to the crew members according to the latest sale price. The affairs concerning the bill of exchange of Rupees 3000, as also un- [illegible] of Rupees 30000, which was sent to us by the Gombroon Resident Jacob van Schoonderwoert, still stand as we have had the honor to report, and no payment has yet been made on it, notwithstanding that we have made representations from time to time to the English Chief here for that purpose. By the vessel Adrienbosch we have granted passage to the wife and family of the first undersigned, since the waterway between Surat and the ship is currently very easy, whereas on the contrary strong and contrary winds almost always blow and a high sea runs in the month of April, when the first undersigned intends to go on board, provided that Mr. Taillefert arrives in time to be able to transfer this Directorate to him before the departure of the ships. By the same vessel there will cross over to Your High Excellencies all the remaining persons here who have been delivered from Angria's slavery, such as Skipper Simon Root, the Lieutenants Holm and Elias, together with a few more men. Your High Excellencies will also find under No. 162 a translated extract from the journal of the English Captain, [illegible] of the sea charts. for payment requested. We take the liberty of enclosing herewith under No. 15 a bill of exchange amounting to 45000 florins, the sum of which, together with the exchange loss at 4 percent, was paid into the treasury here in the amount of Rupees 31200 by the Merchant and Warehouse Master Jan Anthonij Sweers de Landas, with a humble request that Your High Excellencies will kindly deign to discharge the said bill of exchange to the Chief of the General Pay Office and Curator ad Lites, Jean Francois de Bavallet. The Council of Justice has by sentence deported the Bugis Sergeant named Abdul Cadeer from Batavia and banished him from this Directorate on account of fencing stolen goods, so that he will be sent to the disposal of Your High Excellencies, as he is also crossing over on the vessel Luxemburg.
Dutch transcription
21 Souratta Dden 24„' DcmbrA:o 173. Van Van Souratta Den 24„e December A„o 1755 volgens Jongste ver„ ahnts Brijs De Gamron de Wissel „taald. den 19 etuer Merla 7 gelijk ook nog eenige en aen taranast et det dergeht voor de nevensgaande 1ssel. voorl in deese tijden zulks te preveneeren, en dierhalven de Lasten aan de scheepelingen toegestaan na de Jongste ver„ „koops-prijs. Det vaaken omntrent de Wissel van Nek van Rop:s 3000: als aog onbe„ 30000, die door den Gamrons Resident Iacob v: „schoonderwoert aan ons is gezonden, staan nog eveneens als wij de eere hebben gehad te melden, en daar op is als nog geene betaaling gedaan, niet te„ „genstaande wij daar toe van tijt tot tijd bij 't On„ „gelsch Opperhoofd alhier devoiren hebben aangewend. — Aet den Bodem Adrien „bosch hebben wij Transport verleend aan de Huijs„ „vrouwe en Familie van den Eerst ondorget inderge„ „tekende, vermits het vaarwaater tusschen sou= „ratta en 't schike thans zeer gemakkelijk iss, daar integendeel meest altoos sterke en Contrarie Worden waaijen en een horge Zee staat in de maand van April, wanneer de Eerst ondergeteekende staat maakt aan bood te gaan, mits de Heer Taillefert tijdig genoeg komt om hem Transport te kunnen doen van deeze Directie voor het vertrek der scheepen. Per denzelve Bodem gaan verbste van den Angria. tot uwe Hoog Edelheedens over alle de hier nog resteerende verloste uit de Angriase slavernij, Ook zullen Uwe Hoog Edelheden F onder N„o 162. Vonden een Trans= „laat Extract uit 't Iournaal vand' Engelsch Capitain, „ring der Zeer Caarten. wor betaaling versogt. Wij neemen de vrijheijd onder N:o 15. hier bij te voegen, een Wissel grot ƒ 45000, waar van het mon„ „tant benevens het Wissel- verlies â 4. P„r C„to door den Coopman en Pakhuismeester Jan Anthonij Sweers de Landas, met Ro/a 31200: alhier in Cassa betaeldis, met otmoedig verzoek dat UWE Hoog Edelheedens gem: wissel aan 't opper„ „hoofd van 't Generaal Soldij Comptoiren Curator ad Lites Jean Francois de Bavallet goedgunstig gelieten te Valdoen. Den Raad van Iustitie heeft den Beu„ „ginees Sergeant in naame Abdul Cadeer van Batavia, wegens Heelerij van diefstal bij vonnisse gede„ „perteert en uijt deese Directie gebannen, om dus te wer„ „den gesonden ter dispositie van Uwe Hoog Edelhee„ „dens, gelijk dezelve okter den Bodem Suxemburg over„ „vaart. — als schiffer Simon Root, de Luitenants Fsolm en Elias, benevens nog eenige weinige Manschappen. als dier
English
23 From Souratta, the 24th of December, Anno 1755 Souratta, the 24th of December, A:o 1755. — Jan 2000: „ o 440: - „ 3230: „ _„o 3600 — „ — Niouattassen _„o — 600. -„ which recently sat stuck upon the so long-sought sandbank, situated at 6 degrees South Latitude, together with a drawing of the Island de Gracia situated not very far from there, which was delivered to us by Captain Marchis. — We here only submit, as usual, a note of the cargo loaded in the ships Marienbosch and Luxemburg. To wit: — In the ship Luxemburg For the Homeland upon the demand for the year 1754. From Souratta 10000 pieces of Chintzes Sourats in 14 packs - - - - ƒ18732. 10. — „ Cabontna 10„ „ 1000 „ Broules or Chiaddexboraals in 2 packs - - - - - - „ 1915. 10. —. 200 „ Berampaats white in 3 packs - - - - - - - -„ 2081. 5. —. 2100 „ Bajota according to sample No. 5 in 21 packs - - - - - - „ 16647: 15: —: 8 „ „ ditto „ 11. „ 2 ditto - - - - - - „ 185 10: — ditto - 11. „ „ ditto „ „ „ ditto „ —- - - „ 17766: 4: —: 4 „ Chelalas Pohlias in 4 packs - - - - - - - - - „ 3740: 5:— ƒ137647: 3: 8. from Amed-adaad 3500 - „ Doti ponne begeljes white bleached of 10 W: sa in 35 packs - - - ƒ58892. 15. 8. 200 —„ — ditto dorogeljis ditto ditto in 16 ditto „ ditto— -„ 11077. 7. —. - 1140 „ - ditto ditto ditto ditto in 8 ditto in 11 ditto - - -„ 6563. 4. 8. 720 — „ Salempoeris - - ditto „ „ - - - - in 9 ditto - - „ 3952. 5. —. 1360 — „ - Guinees - — 2 ditto „ - - - - in 17 ditto - - „ 9038. 13. — „ 89524. 5. - From Brootchia 26 lb: „ — Bhenns broad in 26 packs: — - - - - - ƒ16116. 5. 8. - 640 — „ - Bleached blue broad baftas in [illegible] packs - - - - „ 3939. 18. —. 6400 —„ - Corroots large and assorted - - - in 16 ditto — 8701: —: — „ - 11212 1/2 lb Cotton yarn assorted in 65 bales „ 18426: —: — „ 8426. 5. 8. „ 47768. 9. — ƒ274939. 17. 8 Upon the demand for Anno 1755 from Souratta 1000 pieces of Chintzes Sourats in 10 packs - - - - ƒ 7515. — Caloutria in 2 — 1000 — „ Broules or Chidderboraals in 21 ditto —- -- - - „ 1915. 10. —. 300 — „ Berampaats White - — in 3 ditto — - 2081: 5: —. „ Carried over ƒ14731. 10. —. And ƒ2749 17: 8. ditto - - - „ 3219. 15. —. „ „ following. Carried over and ƒ274934. 17. 8. 200 ditto Berampaats dark blue in 2 packs „ 1543: —: — 1000 „ Chelalas „ „ —„ „ 11: „ 3 —„ „ 73376: 11: 8. 1800: —„ 2500: —„ 16 3/0: —„ Nagenapaat according to sample No. 15 in 6 ditto „ 5251: 10: — 23460 lb Cotton yarn in sort in 136 bales „ 16993. 17. 8 ƒ10654. 19. 8. from Brootchia 3000 pcs Bhes broad in 30 packs: ƒ 19591: 8: 8. 180: narrow 188. 4. —. „ ——„ 100750 —„ Corroots [illegible] in sort in 27 —„ — - „ 15600. 4. —. 5326 — 8. 1500 —„ 1a „ „ large in 14 packs: —„ 6659. 15. 8. „ Long 9778. 8. -. „ 57654. -. 8 „ 168309. -. - „ from Ketsmandui to [illegible] 98: : : : 0 0 90. 14 - - „ 500 -„ ditto ditto in 12 100 -- ditto Roplia „ 20872 1/2 lb Cotton yarn in sort in 121 bales - - - from Mocha 1546 - „ Gum Myrrh in 2 chests - 1509: 12: 8 The cargo in the ship Luxemburg amounts to - - ƒ486779: 4: —: In the ship Marienbosch for Batavia upon the demand of 1754. from Souratta 1200 „ Sanjen or Palempores — in 4 —„ „ 3595. 10. — ƒ 6600: 18: —. Salempoeris white bleached in 82 packs „ 97/317: 13: 8 „ 16411: 16: 8 ƒ22712: 14: 8. 640 „ „ 446 — „ „ Silk Patolas in 2 packs - 16. — from Souratta 900 [illegible] „ 36750: 9. — 4631: —: 8. ƒ87466: 6: —. for Cape of Good Hope 320 „ Blankets cottonized From Brootchia ƒ2404. 6: 8. 240 — „ Nalinassen large in 2 packs 780. 16. 8 „ 3185. 3. -. 160 —„ Blankets cottonized in 4 packs - - „ 1202. 3. —. 800 pcs [illegible] ƒ2666: 9: —: ƒ664: 14 2/520 —„ [illegible] at 21. 6. 30132. 3. 8. 3800 724 713 [illegible] ship Marienbosch amounts to 61841. 16. —. .- Total- „214086: 14: — ƒ701465: 18.– Whereof „ Souratta, the 24th of December, A:o 1754. From considered Wherewith we, wishing these two valuable vessels a prosperous and disaster-free voyage, commend Your Right Honorable precious persons and the Master's interests to the protection of the Almighty, and have the honor to remain with the deepest respect, /:underneath was written:/ Highly Noble, Great Honorable, Far-Ruling Lord and Honorable Sirs, /:lower:/ Your High Nobilities' humble and faithful servants, /:was signed:/ I: de Roth, J:s Drabbe, I: A: Sweers de Randas, D:l Kellij, F: W:r Falck, J:b Canderius, O:l H:k Ruperti, and R:s Van Ebbenhorst /:in margin:/ Souratta, the 24th of December, Anno 1755. /and beneath it:/ P: S: The expense accounts are sent over unsigned, because the Captains have refused to put their names thereto, under the pretext that they had not received as much fresh meat as has been listed. — [illegible] 6 1 Souratta Ao: 1756. collated by the under-merchant de Schildman 8 ƒ Souratta 3rd Part 2nd Part Souratta Souratta 3rd Part
Dutch transcription
23 Van Souratta Den 24„' December A„o 1755 Souratta Den 24„e December A:o 1755. — Jan 2000: „ o 440: - „ 3230: „ _„o 3600 — „ — Niouattassen _„o — 600. -„ die onlangs op de zoo lang gezogte zandplaat, gelegen op 6: gr: Z: H„r heeft vast gezeeten, beneevens eene afteekening van het niet zeer verre daar van geleegen Eiland de Gracia, het welk ons door den Capitain Marchis is bezorgd. — Wij laaten hier nog alleenlijk na gewoonte Notitie van 't geladene in de scheepens Marien bosch en Luxemburg„ Te weeten. — In 't schip Pustemburg M: Patria op den Eijsch vanr Anno 1754. Van Souratta 10000: kas - Ritsen Souvats in 14: Pak: - - - - —— —— „ 18732„ 10„ — „ Cabontna 10„ „ 1000 „ Broules of Chiaddexboraals in 2: Sak: - - - - - - „ 1915. 10. —. 200 „ Berampaals witte en 3: Paken - - - - - - - -„ 2081. 5. —. 2100 „ Bajota na 't monster N„ 5„ en 21. Pak: - - - - - - „ 16647: 15: —: 8 „ „ _„o „ 11. „ 2„ _„o - - - - - - „ 185 10: — _„o - 11. „ „ _„o „ „ „ _„o„ —- - - „ 17766: 4: —: 4: „ Clkelassen Pohlias in 4. Rak: - - - - - - - - - „ 3740: 5:— ƒ137647:3: 8. van Amed-adaad 3500: - „ Dotij ponne begeljes witt gbl: van 10: W: sa in 35. Pak: - - - ƒ58892. 15. 8. 200: —„ — _„o dorogeljis _„o _„o „ 16e d„o „ _„o— -„ 11077. 7. —. - 1140. „ - d„o _„o d d„ „ 8. _„o „ 11„ _„- - -„ 6563. 4. 8. 720„ — „ Salempoeris - - _„o „ „ - - - - „ 9: _„o - - „ 3952. 5. —. 1360. — „ - Guinees - — 2„ d„o „ - - - - „ 17. _ - - „ 9038. 13. — „ 89524. 5. - Van Brootchia 26: lb: „ — Bhenns Vreede in 26. Pak: — - - - - - ƒ16116. 5. 8. - 640 — „ - Bleek blauwe breede baftas in P„ Pakken - - - - „ 3939. 18. —. 6400 —„ - Corroots gevote en zont - - - „ 16. _„o — 8701:—:— „ - 11212 /½ lb Cattoine garenen soort „ 65: balen „ 18426:—:— „ 8426. 5. 8. „ 47768. 9. — ƒ274939. 17. 8 Op den Eijsch voor, A„o 1755 van Souratta 1000 kees- Chitsen Lourats in 10: Pakken - - - - ƒ 7515. — Caloutria in 2. — 1000. — „ Broulel of Chidderboraals in 21 _„o —- -- - - „ 1915. 10. —. 300 — „ Berampaats Witte - —„ 3. _„o— - 2081:5:—. „ Transporteere ƒ14731. 10. —. En ƒ2749 17: 8. _„o - - - „ 3219. 15. —. „ „ volgen der. Transpor tarenia En ƒ274934. 17. 8. 200„ d„o Berampaats bhuij blauwen 2 suk: „ 1543:—„ — 1000: „ Chlassen „ „ —„ „ 11: „ 3. —„ „ 73376: 11: 8. 1800:—„ 2500: —„ 16 3/0: —„ Nagenapaat na 't minster N:o 15. „ 6. —d„ „ 5251:10: — 23460. b. Cattone garen n Loot in 136: kaalen „ 16993. 17. 8 ƒ10654„ 19. 8. van Brootchia 3000 p„s Bhes breede in 30. Pak: . ƒ 19591: 8: 8. 180: malle 188„4.—. „ ——„ 100750 —„ Corroits 9000m in soort en 27 —„ — - „ 15600„ 4„ —. 5326 — 8. 1500. —„ 1a „ „ groon „ 14: ak: —„ 6659. 15. 8. „ Lange 9778. 8. -. „ 57654. -. 8 „ 168309. -. - „ van Ketsmandui tr kreve 98: : : : 0 0 90. 14 - - „ 500. -„ _o _„o „ 12 100 -- _„o Roplia „ 20872 ½. lb Cattoene garen en soort en 121. balen - - - van Mocha 1546. - „ gume Mirra en 2: kisten - 1509:12:8 Het geladene in 't schip Luxemburg monteert - - ƒ486779: 4:—: In 't schip Marienbosch voor Batavia op den Eijsch van 1754. van Souratta 1200: „ Sanjen off Palemposen — „ 4. —„ „ 3595. 10. — ƒ 6600:18: —. Salimpoeris witte gel: in 82 Pakk: „ 97/317: 13: 8 „ 16411:16:8 ƒ22712:14:8. 640„ „ 446. — „ „ zijde Patholen en 2 Bakken- 16. — van Souratta 900 an an e a 00: „ 36750: 9. — 4631: —:8. ƒ87466: 6:—. voor Caap de goede Htock 320: „ Dekens gecattoeneerde Jan Brootchia ƒ2404. 6:8. 240: — „ Nalinassen grooten en 2: Bakken„ 780. 16. 8 „ 3185. 3. -. 160: —„ Dakens gecattoeneerde in 4. stakken - - „ 1202. 3. —. 800. p„s sieror salheribon ƒ2666:9:—: ƒ664:14 2/520: —„ ata d mteije at t 21. 6. 30132. 3. 8. 3800 724 713 en hi oeeram alip Marienbosch Monteerts. 61841. . 16. —. .- Somma- „214086:14: — ƒ701465: 18.– Waar „ Souratta Den 24„' December A:o 1754. Van agesien Waarmeede W4j deeze twe kostelijke Bodems eene gelukkige en Rhampvrije Reide toewenschende, Uwer Borg Ed:s dierbaare Persoonen en 's Meesters belange in de be„ „scherming des Almogenden beveelen en de Eere hebben met het diefste ontsag te blijven, /: onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtbaar wijdgebiedende Heer en wel Edele Heeren, /:Lager:/ uwer Hoog Edelheedens onderdaanige, en Triwschuldige Die„ „naaren, /:was getekent:/ I: de Roth, J:s Drabbe I: A: Wweers de Randas, D„l Kellij, F: W„r Falck, J„b Canderius, O„l H„k Ruperti en R„s Van Ebbenhorst /:in margine:/ Souratta Den 24„e December Anno 1755. /n daar onder:/ P: S: De onkost- Reekeningen gaan ongeteekend over, dewijl de Capitains geweigerd hebben hunne naamen daar onder te stellen, onder pretext dat zij soo veel versch vleesch niet hadden genooten als 'er opgebragt is. — ooannasson 6 1 Bouratta Ao: 1756. door den onderkoopman de Schildman gecollationeert 8 ƒ Pouratte 3e: Diel 2e: Deel Souratta Souratte 3e: Diel
English
Received Register of all such papers as are written in this and were successively received, from anno 1756. Souratta Received the 20th of April per the ship Visvliet: Register of the papers Letter from the Director Taillefert and Council to Their High Excellencies dated 2 March 1756, folio 4. Received the 14th of June per the ship Laplenenburg: Ditto from the Commissioner at Denda Raijapoer to as above dated 22 April 1756, folio 34½. Register of the papers, folio 35. Received the 3rd of July per the ship Middelburg: Letter from the Director and Council to Their High Excellencies dated 2 May 1756, folio 36. Ditto from and to as above dated 28 April 1756, folio 39. Ditto written by the deserted Sea Captain Willem Marchis to the Director Taillefert, folio 88½. Report concerning the expenses for the stone revetment with a distinct specification, folio 89. Ditto regarding the completion of the revetment and the necessities for the stone houses to be built on the Groote Beeren, folio 95. Note of the arrived foreign European ships and the merchandise brought by them, with indication of the prices for which they were traded, folio 96. Page 1. Souratta 3rd Part Volume 6 Folio 4 From Souratta, the 2nd of March anno 1756. And this register: Number 1. An original letter to Their High Excellencies, dated the 2nd of March 1756. Invoice, bill of lading, and memorandum regarding the cargo loaded into this bottom, together with two expense accounts of what was supplied to the same. Number 2. An original secret letter to the aforementioned Their High Excellencies under the aforementioned date, with various copies of appendices. Number 3. An extract from the resolutions of the 12th of November anno 1755 concerning the board money of the military, annexed: An extract from the minutes of what was negotiated and resolved on the 1st of February 1755 touching the allowances to the crew. Number 4. An extract from a letter written to the Director Johan de Roth by the Commissioner Hendrik Kranenberg, dated Bassein the 17th of December 1755, annexed: A translated protest by the Governor of Salsette Bamagie Madeeuw Tonta, found addressed to the Bassein Governor Sankraadje Pandet. Number 5. A copy of a report from the Second and Chief Administrator Ian Drabbe concerning the findings of the Visitor General on the Surat trade books of anno 1752/3 under the date of 8 February 1756. Number 6. Ditto petition from the Warehouse Master Johan Anthonij Sweers de Landas, to remain exempt from the reimbursement of 41 bales of cotton that went missing from the cargo of the ship De Liefde, dated the 14th of February anno 1756, annexed: Register of such papers as are respectfully dispatched per the ship Visvliet to His Excellency the High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord Jacob Mossel, General of the Infantry of the State of the United Netherlands and Governor-General, together with the Right Noble Lords Councilors of the Dutch Indies. Souratta 3rd Part 1756, annexed. Folio 4 From Souratta, the 2nd of March anno 1756. And this register: Number 1. An original letter to Their High Excellencies, dated the 2nd of March 1756. Invoice, bill of lading, and memorandum regarding the cargo loaded into this bottom, together with two expense accounts of what was supplied to the same. Number 2. An original secret letter to the aforementioned Their High Excellencies under the aforementioned date, with various copies of appendices. Number 3. An extract from the resolutions of the 12th of November anno 1755 concerning the board money of the military, annexed: An extract from the minutes of what was negotiated and resolved on the 1st of February 1755 touching the allowances to the crew. Number 4. An extract from a letter written to the Director Johan de Roth by the Commissioner Hendrik Kranenberg, dated Bassein the 17th of December 1755, annexed: A translated protest by the Governor of Salsette Bamagie Madeeuw Tonta, found addressed to the Bassein Governor Sankraadje Pandet. Number 5. A copy of a report from the Second and Chief Administrator Ian Drabbe concerning the findings of the Visitor General on the Surat trade books of anno 1752/3 under the date of 8 February 1756. Number 6. Ditto petition from the Warehouse Master Johan Anthonij Sweers de Landas, to remain exempt from the reimbursement of 41 bales of cotton that went missing from the cargo of the ship De Liefde, dated the 14th of February anno 1756, annexed: Register of such papers as are respectfully dispatched per the ship Visvliet to His Excellency the High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord Jacob Mossel, General of the Infantry of the State of the United Netherlands and Governor-General, together with the Right Noble Lords Councilors of the Dutch Indies. Souratta 3rd Part A 1756, annexed.
Dutch transcription
ontfangen Register van alle zodanige Papieren als in deesen geschreeven en successive ontfangen zijn. — van A:o 1756. Souratta den 20:e april per 't Register der Papieren - - - - - - - - - - - - - - - - „ schip visvliet ont„ fangen. Missive door den Directeur Taillefert en Raad aan haar Hoog Edelens gedateerd 2. Maart 1756. - - - - - - „ 4. den 14 Junij per 't _:o door den Commissiant te Denda Raijapoer aan schip Laplenenburg. als eeven gedateerd 22 april 1756. - – - - - - - – „ 34½. Register der Papieren - - - - - - - - - - - - - - - - „ 35. den 3:e Julij per 't schip Middelburg Missive door den Directeur en Raad aan Hoog Edelens in dato 2 Maij 1756- - - - - - - - - - - - - - „ 36. d:o van en aan als even gedateerd 28 april 1756. - - - . „ 39. d:o door den gedeserteerde Capitain ter Zee W:m Marchis aan den Directeur Taillefert geschreeven - - - - „ 88½. Rapport aangaande de onkosten aan de steene beschoeijing met een distincte specificatie. - - - - - - - - - - - - - „ 89. d:o weegens de voltooijing van de beschoeijing en het be„ „nodigde tot de temakene steene huijsen op de groote Beeren - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 95. Notitie van d'aangekomene vreemde Europeese scheepen en derselver aangebragte koopmanschappen met aanwijsing van de prijsen waar voor se zijn omgezet - - - . . „ 96. Pag: 1. Poúratte 3e: Diel Gar 6 F:o: 4 Van Souratta den 2:e Maart A:o 1756. En Dit Register N:o 1. EEen origineele brief aan haar hoog Ed:s, gedateerd den 2: Maart 1756. „ Factuur Cognossement en memorie weegens het afgeladene in deesen bodem neevens Twe onkostreek: van't verstrekte aan denzelve „ 2. Een origineele secreete missiven aan hoog gem:e haar hoog Ed:s onder voorm: datum met verscheide Copieele bijlaagen. 3. Een Extract uijt de repol: van den 12:e november A:o 1755, aan„ gaande het kostgeld der militairen, annex Een Extract uijt de Notulen van't gebesoigneerde en gere„ solveerde op den 1e febr: 1755. raakende de ver„ strekkingen aan de scheepelingen „ 4. Een Extract uijt een missive gesz: aan den Heer Direct:r Iohan de Roth, door den Commissiant Hendrik Kra„ nenberg gedateerd Bassijn den 17 decemb: 1755. annex Een Translaat Protest door den Gouvern:r van salset Bamagie Madeeuw Fonta, gevonden aan den Bassyns Gouvern:r sankraadje Pandet „ 5. Een Copia berigt van den secunde en hoofdadministrateur Ian Drabbe aangaande de bevinding van den visitateur Gener: op de souratse Negotien boeken van a:o 175 2/3 sub dato 8 febr: 1756. — „ 6. „ _d:o request van den pakhuijsmeester Johan Anthonij sweers de Landas, om bevrijd te blijven van de vergoeding van 41 balen Cattoen, die uijt de lading van het schip de liefde zijn vermelt gedateerd den 14=' Febr: a:o Register van zodanige Papieren als er op den per 't schip visvliet eerbiediglijk verson„ „den werden aan zyn Excellentie den Hoog Ed:e groot agtb: wydgebiedende Heere Jacob Mossel generaal over de Jnfanterij van den staat der verenigde Nederlanden en Gouvern:r Gener:l: Benevens De WelEdelen Heeren Raden van Neder„ ken lands India Souratte 3: Deel ten 1756, annex. F:o: 4 Van Souratta den 2:e Maart A:o 1756. En Dit Register N:o 1. Een origineele brief aan haar hoog Ed:s, gedateerd den 2:' Maart 1756. „ Factuur Cognossement en memorie weegens het afgeladene in deesen bodem neevens Twe onkostreek: van't verstrekte aan denzelve „ 2. Een origineele secreete missiven aan hoog gem:e haar hoog Ed:s onder voorm: datum met verscheide Copieele bijlaagen. 3. Een Extract uijt de resol: van den 12:e november A:o 1755, aan„ gaande het kostgeld der militairen, annex Een Extract uijt de Notulen van't gebesoigneerde en gere„ solveerde op den 1e: febr: 1755. raakende de ver„ strekkingen aan de scheepelingen „ 4. Een Extract uijt een missive gesz: aan den Heer Direct:r Iohan de Roth, door den Commissiant Hendrik Kra„ nenberg gedateerd Bassijn den 17 decemb: 1755. annex Een Translaat Protest door den Gouvern:r van salset Bamagie Madeeuw Tonta, gevonden aan den Bassyns Gouvern:r Sankraadje Pandet „ 5. Een Copia berigt van den secunde en hoofdadministrateur Ian Drabbe aangaande de bevinding van den visitateur Gener: op de souratse Negotien boeken van A:o 175 2/3 sub dato 8 febr: 1756. — d:o request van den pakhuijsmeester Johan Anthonij sweers de Landas, om bevrijd te blijven van de vergoeding van 41 balen Cattoen, die uijt de lading van het schip de liefde zijn vermelt gedateerd den 14=' Febr: a:o Register van zodanige Papieren als er op den per 't schip visvliet eerbiediglijk verson„ „den werden aan zyn Excellentie den Hoog Ed:e groot agtb: wydgebiedende Heere Jacob Mossel generaal over de Jnfanterij van den staat der verenigde Nederlanden en Gouvern:r Gener: Benevens De Wel Edelen Heeren Raden van Neder„ ken lands India Souratte 3: Deel Een 1756, annex. „ 6. „