Inventory 2887
Surat · 355 pages · 143 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Translation of a Malay letter written by Sultan Tamjidullah and Pangeran Nata Dilaga of Banjarmasin to Their High Excellencies, the Honorable High Indian Government at Batavia, received on the 7th of December in the year 1756. After the customary compliments, the content of this reads as follows: From Banjarmasin, under the date 8th of November 1756. My returned envoy, Kyai Ingabehi Tjitra Suta, was received very well, but to my regret, the great horse has not yet arrived at Banjarmasin. Furthermore, regarding the writing of my friends concerning the scarce delivery of pepper to the Honorable Company, and that they have not received their full demand, I have conferred with the Commissioner about this, as I have learned that a certain pangeran named Mira Nata has subordinate subjects who possess very fine and well-situated pepper gardens, from which the pangeran purchased the pepper. But because the defective payment was not settled in full, they became completely unwilling to keep their pepper gardens clean, which is the cause that the Honorable Company has not been properly served with that grain for four consecutive monsoons, which has also brought me no profit. Upon the presentation of this report made to me, I thereupon took all the subjects of the aforementioned pangeran Mira Nata with me and very earnestly commanded them once again to keep their pepper gardens clean and pure in the future. This matter caused the pangeran such a fright that he subsequently died of it. As for what further concerns the pepper cultivation, it is that I request my friends to send commissioners to Banjarmasin who are credible to Their High Excellencies and may be present when the junks depart, in order to observe accurately whether I attend to the interests of the Honorable Company faithfully or unfaithfully, which is best known to the Resident. I have even understood from my clerk over several seasons that the harvested pepper has by far not reached four thousand picols, which aforesaid quantity I promised to deliver in previous contracts, but that since that time the Honorable Company had received this fixed amount only for two years. Thus, to my great astonishment, I learned from the Commissioner that the Chinese junks supposedly transported more than 4000 picols. This is incomprehensible to me, because the aforementioned junks are moored in front of the lodge when the pepper is weighed, during which, moreover, two persons continually keep watch day and night. Furthermore, it is my intention to increase the Honorable Company's profits and trade in respect of these villages named Broe, Coele, Passier, Sangoe, Santang, and Lawe, where the subjects have become apostate since the death of my grandfather, on the condition that if the aforementioned villages are conquered by force of arms, I shall subsequently reimburse the Honorable Company from their revenues for the incurred war expenses, both on account of the soldiers' pay and gunpowder and shot, requesting to be permitted to suffice with paying out as much as was brought to my grandfather annually in tribute, namely: From the village Broe, to the east: 20 picols of bird's nests 20 ditto wax, of which each the rightful half. From the village Koelij: 20 picols of bird's nests 20 ditto wax, of which each the rightful half, as well as: From the village Passier: 40 tahils of gold 20 picols of bird's nests, of which each the rightful half. Furthermore, if these aforementioned villages are conquered, some of which may be made suitable for the planting of pepper gardens, and the grains being collected from them, the Company shall be pleased to pay five Spanish reals for each picol, and then one real more for the king or his children's children, all agreed in accordance with the most recent contracts entered into. Lastly, if I through the help and assistance of my good friends, the Governor-General and the Council of India, come to capture the aforementioned villages, I shall duly surrender half of my revenue to the Company. Below stood: For the translation: was signed: W. Goudom. Furthermore, I make known to my friends, the Governor-General and the Council of India, that I am sending Captain Besien with a ship to Batavia to escort the Company's plenipotentiary, who has done much good here at Banjarmasin, particularly to my children and all the peoples who earn their living with pepper plants, so that his arrival was as pleasant as sunshine after the rain, whereby trade now begins to blossom anew like a flower. The Commissioner has properly handed over Their High Excellencies' letters and presents. I had them received with such high esteem, splendor, and state as has never yet been seen on Banjarmasin. I also had Their High Excellencies' letter and presents properly delivered.
Dutch transcription
157. van Van jarmassing onder dato 8:' Nov: 1756 Van 't Dorp Broe, om de oost 20. picols vogelnesjes 20 _„o wax waar van jder de regte helbt van 'T Dorp Koelij 20. picols vogelnesjes 20 _:o wax waar van Jder de geregte hebbt mitsg:s van 't Derp. passier 40. thaijls goud 20. picols. vogelnesjes waar van jder de geregte helbt. Voorts in dien dese negorije vaoren gem: overwannen sijn waar van Eenige sullen konnen bequaam worden ge„ maakt tot het aanleggen van peper thuijnen en daar ven de korls. versamelt sijnde, sal d' Comp: gelieven te betalen vijf pp:s realen voor Jder picol en dan Een reaal meer voor den koning off sijn kinds kinderen, alles volgens de Jongste aangegaane Contracten geaccordeert Laastelijk zo ik door de hulpe en bijstand van mijnen goede vrinden den gouvern:r generaal en de raden van Jndia de gemelde negorije komen bemagtigen zo zal jk behoorlijk de helb=t van mijn revenue aan de Comp: afstaan /:onderstond:/ voor de oversetting /:was getek:d/ W: Goudom Wijders maak ik aan mijn vrienden den gouverneur gene„ „raal ende raden van Jndia bekent dat ik Cap:n besien met Een schip na batavia kome te senden ten geleijden van 'sComp:s gevolmagtigde die alhier op bandjaar veel goeds heeft gedaan, voornaementlijk aan mijne kin„ „deren en alle de volkeren die haar met peper plaaten erneeren so dat sijn aankomst soo aangenaam is geweest als de sonnescheijn nade regen waar door nu de handel meer op nieuw als een bloem komt te ontluijken. De Commissaris heeft haar hoog Ed. s missiven en geschencken behoor lijk overhandigt deselve heb ik met sodanige hoog agting pragt en statie laten in haalen als. nog nooijt op bandjar gesien is, ook heb ik laat hoog Ed:s missive en geschencken daar bestel van Translaat Malaijse brief gesz: door zulthaan samdje Dullah en pangeerang Nata Dilaga tot Bandjar aan haar hoog Edelens de Edele: hooge Jndiase regeering tot batavia ontfangen den 7: december a:o 1756. Na de usantieele. Complimenten luijd den Inhoud deses. aldus Van Banjermassing onder dato 8:' Aav: 1756. / verte mijn ƒ 559. Van Jermassing onder dato 8:' Nov: 1756 Van Van Ban Jermassing onder dato 8:' Nov: 1756. mijn gereverteerde sendeling kiaij Jngabehie sjie„ Tjietra soeta feet wel ontfangen dog is tot mijn leet„ meesen het groote paard op bandjai nog niet aangebragt verders wat aangaat het schrijven van mijne vrienden nopens de schaarse leverantie van peper aan d' E: Comp:, en dat deselve haar Eijsh ten volle niet bekoomen daar over heb ik den Commiss:s onderhouden sodanig als ik ter vaaren be gekoomen dat seeker pangeerang gen:t mira Nata zijn onderhorige volckeren seer kraije en wel geleegene peper thuijnen hebben, waar van den pangeerang de peper opgekogt heeft dog vermits d' gebrecklijke betaeling niet ten vollen voldaan wierd soo sijn zijlieden ten eene„ maal onwillig gewerden om haare peper thuijnen schoon te houden, dat de oorsaak is d'E: Comp: nu vier maussoenen agter een niet na behooren van dien Corl is gediend, 'twelk mij ook geen voordeel heeft toegebragt op het aandienen van dit rapport aan wij gedaan, hebben ik daar op alle de valckeren van den gemelde pangeerang mira Nata met gemelt na mijn genoomen en deselve weder op nieuws heel ernstig aanbewoalen haare peper thuijgnen in vervolg van tijd schoan en suijver te houden deese saak heeft den pangerang soo een schrik op 't lijf gejaagt, dat den selver daar op is gestorven; wat de peper Culture nog verder betrefben, is dat ik mijn vrienden versoek om g' Committeerd:s op bandjaar te senden, die bij haar hoog Ed:s geloofwaardig benne en present mogen zijn wanneer d'Joncken vertrecken, ten eijnde naumkeurig gade te slaan off ik het belangen van D'E Comp: getrouw dan onge„ trouw behertig het gunt den resident best bekent is Jk heb selfs op verscheijden saijsoene van mijn Clercq ver„ staan dat de versamelde peper op verre nageen vier Duij„ sent. pic:s hebben behaald welk voorsz: quantiteijd ik bij voorige Contracten beloofd heb. te leeveren, dog dat sedert dien tijd D'E: Comp: maar twee Jaaren dit bepaalde had ontfangen sodat jk tot groote verwondering van den Commissaris vernomen, heb, dat de Chineese Janken wel meer als. 4000. pic:s quamen te vervoeren. zulx is mijn onbegrijplijk wijl gem: Janken voor de logie werden gelegt als de peser gewogen word waar bij nogt „dag Continueel twee persoonen, den appas hebben voorts is mijn intentie en 'sE Comp: vaordeelen en negotie te vermeerderen weg:s deses dorpen genaamt broe, Coele, passier, sangoe, santang, en lawe alwaar de onder„ danen seedert de dood van mijn groot vader afvallig zijn geworden met Conditie als gem: dorpen door de wapens overwonnen worden, sal ik naderhand van de inkomste derselver D'E: Comp: de gedaane oorlogs on„ kosten soo van wegens de besolding der manschappen als Cnuijt en laat weder te goed doen, versoekende te mogen volstaan, met soo veel uijttekeeren, als mijn groot nader sJaarlijx aan. Contributie is opgebragt te weeten van de Negorij Ed:s Om 8
English
561. From Jermassing under date 8 November 1756 From Jermassing under date 8 November 1756. From to the east Broe 18 picols bird's nests 10 ditto wax from Coete 10 picols bird's nests 10 ditto wax from Passier 20 thails gold 10 picols bird's nests 10 ditto wax to the west from Sangoe 20 picols wax 20 thails gold from Santang 30 tails gold 20 picols wax from Lawe 100 thails gold Meanwhile I request of my friends the Governor-General and Council of India that the Honorable Company may be pleased to attack the village of Passier first from the seaward side, and I shall assault the same by land. Furthermore I request that it may please the same to send Captain Oesien back as soon as possible, and if he should unknowingly have transgressed in one thing or another, to be pleased graciously to pardon him. For the rest, I have nothing to accompany this as a token of homage, since my gift of pepper has already been dispatched with the vessel with which the Commissioner returned. Subscribed: Herewith ends my pen. Lower down: For the translation, was signed: Es Wm Gordon. Translation of a Malay letter written by Pangerang Ratoe Anoem at Bandjaar to their Right Excellencies the illustrious High Indian Government at Batavia, received the 3rd of December Anno 1756. Following the customary preamble, the contents thereof are as follows: Furthermore, Pangerang Ratoe Anoem, who is an oppressed and sorrowful prince, makes known hereby to his good friends the Governor-General and the Council of India that, their Excellencies' letter and gifts having been received with much pleasure from the hands of the Commissioner, Mr. Johan Andreas Paravicini, the Pangerang's heart was found to be rejoiced again by the noble and very prudent treatment, as well as the courtesies shown to me, which agreeable manner of conversation has gladdened the hearts of all the inhabitants. He has also examined the Sultan's heart and mine, and to him our mutual form of government is fully known, as to who of the two knows how to conduct the most advantageous manner of governing, and therefore I entirely submit myself to his report. Meanwhile, I shall by no means fail to contribute everything that may serve for the well-being of the Honorable Company. The Sultan has made and concluded a contract with the noble Commissioner, of whose contents nothing is known to me; and notwithstanding that I 563. From Jermassing under date 8 November 1756 From Java's North Coast the 9th of December 1756 am in debt to the Honorable Company, the same shall suffer no loss thereby, as I intend to place my person and my kingdom into the power of the Honorable Company, if only I obtain a reasonable income therefrom, seeing that my realm, with all that depends upon it, is ruled by one to whom in all fairness it does not belong; the Honorable Company being able, if it pleases, to make of this kingdom one of the principal trading cities outside Batavia, because various kinds of nations are very inclined to come here to trade in gold, diamonds, bird's nests, wax, dragon's blood, hand rattans, and binding rattans. However, everything must be begun with justice and a gentle rule, and always remain in peace. Thereby the Company can enjoy great advantage, as well as from the import and export duties, which I renounce on account of my sincere affection and love for the Company, considering that the Sultan does not govern the realm properly, which is also the reason that the Company not only suffers damage in its trade, but continually all the inhabitants at Bandjar suffer poverty. For the rest, I remain steadfast in all loyalty, which I now present to the Company from a pure heart. Written on Sunday at 12 o'clock, being the 30th of the month Safar 1170. Subscribed: For the translation, was signed: Et W Gordon. Upon the departure of the Governor of this Coast to make his short journey to your Right Excellencies according to the Political Council resolution here under date of 28 October last, the management of special affairs and that which concerned the said journey having been deferred during his Excellency's absence to the undersigned, in order to consult regarding military matters with the Major of the Militia, J. J. Steenmulder, the same has the honor to report with due respect what has occurred since then, and to inform your Right Excellencies: That the day after the departure of the aforementioned Governor, the said Major, together with Captain Donkel, who had conferred here with his Excellency, undertook their journey to their respective camps, having Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord and Honorable Sirs Batavia To the Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord, His Excellency Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, also on behalf of the same and the Chartered East India Company, Governor-General of the Netherlands Indies, Etc., Etc., Etc.
Dutch transcription
561. Van Jermassing onder dato 8:' Nov: 1756 e Van Jermassing onder dato 8: Nbv: 1756. Van om de oost Broe 18. picols. vagelnesjes 10. _ o wax van Coete 10. picols. vogelnesjes 10. _:o max van. passier 20. thails goud 10. piccols. vogelnesjes 10. _:o wax om de west van sangoe 20. picols wax 20. thails. goud van Santang 30. tails goud 20. picols wax van Lawe 100 thails goud Middelerwijl versoek ik aan mijne vrienden den gouveren generaal ende raden van Jndia dat het dorp pas„ sier. D'E: Comp: aan de zee kant het eerste gelieven te attaqueeren, en ik sal deselve te land aantasten Alverders versoeke dat deselve behagen mogen den Capit:n oesien ten spoedigsten te rug te senden en soo hij in 't een of 't ander onweetend iets magt hebben gepecheerd hem gratieubelijk gelieven te par donneeren. voor 't overige hebbe ik hier tot Ee teekend van leenen niets te doen versellen alsoo mijn schenkagie peper, bereets met den bodem doar den Commissaris mede te rug goot gedepecheerd /:onderstond:/ Eijnde hier meede mijn penne. /:lager:/ voor de oversetting was getekend. E:s W:m Goudon Translaat malaijse brief gesz: door pangerang ratoe Accum Tot bandjaar aan haar hoog Edele:s de Jllustre hoog Jndiase regeering tot batamia ontfangen Den 3:' Decemb:r A:o 1756. volgens gewoone voor reden behelst den Jnhoud deses als. volgt Wijders maakt pangerang ratoe. anoem die Een onder„ druckte en droofgeestige prins is aan der zelver goede vrinden den gouvern:r generaal en d' raden van Jndia bij desen bekent, dat met veel vergenoeging haar Ed:s missive en geschenken uijt handen van den heer Commiss:s Johan andreas. paraviciie, het ont„ fangen zijnde des pangeraags hert weder verheugt gemonden door de Edelmoedige en seer verstandige behandelingen mitsgaders de beleefdheeden aan mijn bewesen welke goede manier van Conversatie alle de gemoederen der Jngesetenen hebben vervralijkt hij heeft ook des zulthaan en mijn herte onderlast en ik onse weder zijdse forma van regeering ten vollen bekend wie van bij de de voardeligste wijs van reegering weet te voeren en dierhalven aan zijn relaas mij volkomen gedragen, ik zal in tusschen geensints nalaten om alles te contribueeren wat tot wel zijn van d'E: Comp:e kan strecken den zulthaan heeft En. Contract met den Edele heer Commissaris gemaakt en geslooten van welkers. Jnhoud mij niets bekent is en niet Jegenstaande ik verte in Van e ƒ 563. Van Van Jermassing onder dato 8:' Nov: 1756/ Van Iava's oost Cust den 9:' December 1756 in schulden ben bij dE: Comp:e daar aan zullen deselve geen schaden lijden alzo jk van voornemen. bi mij persoon en mijn koninkrijk Jn de magt te stellen van D'E: Comp:e als ik daar van maar. Een redelijke Jnkomst krijg vermits mijn rijk dog met al wat daar aan dependeerd door En. geregeerd werd die na de billikheijt het niet toekomt zullende d'E: Comp: des gelievende van dit rijk een van de voornaamste Coopsteeden buijten bat:a getekent. /. kunnen maeken om dat hier verscheijde zoorten van Natien seer genegen zijn te komen negotieeren zoo in goud diamant vogelnesjes wax drake bloed handrottings en bindrotting; Edog alles moet met geregtigheijd en Een. sogt sinnige regee ring begonne worden mitsg:s althoos n santie blijven. maar door d' Comp: groot voordeel. ken genieten als mede van de uijt en Jnkomende rechten daar Jk afstaand van doe uijt hoofden van mijn opregte genegentheijd en liefde voor de Comp: aangesien dog den zulthaan het rijk na niet behooren requreerd dat ook de motinen zijn d' Comp: in zijn negotie niet alleen schaden. komt te lijden maar tebkens alle de Jngesee tegoen. tot bandjar armoede ondergaan. voor het overige blijf ik standvastig in alle getrouwigheijt het gunt ik thans de Comp: uijt een suijver hert kome te presen„ „7 teeren. gesz: op sondag de Clocque 12: uuren zijnde den 30:' van d' maand Jabar 1170 /:onderstond:/ voor de over setting /:was getek:d/ E:t W: gordon Bij vertrek van den heere gouverneur deser Custe tot 't doen sijner springt togje na uw hoog Edelh:s volgens poli„ „tiecq raad besluijt alhier sub dato 28:' october J:o leeden de maniance der aparte saaken en het geene dereld togt aanging geduurende sijn Ed:s af sijn aan den onderget: gedefe„ „reert sijnde om nopens het militaire Communicatief te handelen met den majoor der militie J: J: steenmulder heeft den selven de eer van het zeedert voorvallene bij deese in schuldige Eerbied verlog. te doen en uw hoog Edelheedens te bedeelen Dat daegs na het afweezen van welmelte leer gouverneur genoemde majoor nevens Capitaij donkel die alhier met zijn Edele geaboucheert hadde haar reijse na hunne respective leegers ondernoemen Hoog Edele gestrenge groot agtb: Heere en Wel Edele Heeren Batavia Aan den hoog Edelen gestrengen groot agtb: Heere Excellentie Jacob. Mossel generaal over de infanterie ten dienste van staat der verEenigde Nederlanden Mittg:s wegens deselve ende geoctroijeerde oost Jndische Comp: gouverneur generaal van Nederlands. Jndia Etc:a Etc:a Etc:a Javas hebbende zijn
English
From Java's East Coast the 9th December 1756 having successively on the 6th and 7th November arrived, Captain Donkel advanced on his march to the sultan, who at that time, with the Madurese auxiliary troops in the southern mountains, was unsettling the adherents of Soeria Coesoema, while Lieutenant Colman, with a separate detachment belonging to Major Sait himself, who had been searched out toward the Kendeng mountains, retired southward again; whereupon the prince, upon the arrival of Commissioner Donkel, devised a plan to attack that rebel after he had camped south of the Matesih, and to that end to march in three columns, and especially before the end of the campaign to deliver a memorable reminder; but the setting in of the rainy monsoon and illness among the troops, which caused the Madurese chiefs to request that their auxiliary band might depart and be sent to their country, denied a complete success; it has appeared, however, that the repeatedly mentioned rebel has pushed deeper into the interior and currently holds out in an inaccessible cave himself, Java's East Coast the 9th December Anno 1756. being sick and in a bad state according to affirmative reports, with few of his people, and has caused his outposts under his army chief Donowerso to encamp in the Ongobojang area on the land of Aleen, a district situated on the south side of the river Walik, Major Steenmulder having thereupon arrived here, the encamping of the troops followed thereupon and was arranged in the following order: that Captain Biedler with a sufficient force holds his post on the borders of Pranaraga and Madiun, Ensign Grebel holds his at Panaraga, Captain-Lieutenant Bouman at Kalisojo in the Pajang area near Britjo, and Captain Hertogenraad at Kalimanis to the south, in order to keep a watchful eye on the aforementioned rebel, whereby the forward positions can be considered sufficiently covered, and at the same time, with intervals during the cessation of the rains, action may be taken according to the circumstances of affairs and the rebel unsettled; as on that account Captain Hertogenraad has been ordered not to remain still, but, being situated closest to the aforementioned chief Donowerso, to drive and dislodge him from there, and communication thereof has also been imparted to Commissioner Donkel to keep the prince informed to that end, as His Highness was also of the intention, after the celebration of his New Year having been on the 12th of the moon, Java's East Coast the 9th December Anno 1756. for the execution thereof to advance a corps of his band, from which it is hoped a desired outcome may be granted, by which further the gentleman has the honor to bring to the esteemed knowledge of Your Right Excellencies that, in continuation, various adherents of Soeria Coesoema submit themselves daily to both the emperor and the sultan, as with the last-mentioned prince the dalem mantris Jeijjo Swirno and Cartawie Jeijjo, being a sister's son of Donowerso married to the daughter of one Cartanagara, whereto there was hope the same would also follow, and on the 4th of this month to the Susuhunan two mantris named Jeijjo Losono and Jeijsoopepeedo, the first of these two being said to be the true head of Matesih, from which it is fully evident and confirmed to be true that a very great dissension reigns among his remaining people, as the reports impart, and well-founded hope can be entertained that in this manner his further adherents will abandon him; which among all is most fervently wished by him who, in all deep submissiveness and dutiful respectful high esteem, concludes himself, was written below, Right Honorable, Rigid, Highly Esteemed Gentlemen and Well-Born Gentlemen, lower, Your Right Excellencies' entirely obedient, very submissive and faithfully bound Servant, was signed, C.s Godin, in the margin, Samarang the 9th December Anno 1756. For verification Ad. Lugthart for reading aloud D. Vander Voorn signed Cleve examined Clercq
Dutch transcription
507: Van Java's oost Cust den 9: Decemb:r 1756 hebbende bij de zelve succassive op den 6' en 7: November arriveerden vervorderende Capit:n Donkel sijn optogt na den sulthan die ter die tijd net de madureese hulp troeken in't suijder gebergte den aanhang van soeria Coesoema ontruste ter wijle den L:t Colman met een of„ gesonderde Corps van den majoor sait selfs die na het kendangse gebergte afgesogt was weder suijdwaarts leendreest waar op den vorst bij aankomst van den Commissiant Donkel beraamde em dien rebel hij besuijden de matesse nedergeslagen hebbende te gaan aanvallen en tot dien Eijnde in drie Colomme op te marcheeren en veraid voor het eijnde der Comp: nog eene gedenkwaardige Errineering toe te brenge maar aan het jnvallende regen mousson ende siekte onder de troepe die de madureese hoofde deese versoeke dat haar hulp bende mogte na hun land vertrecken en gesonden worden eene volkome succes geweigert heeft maar egter g'apereert dat meermeld rebel dieper om de sind ingeruckt is en zig daar heeden spelank selfs in een ontoegankelijk Javas oostCust den 9:' Decemb: A:o 1756. / siek zijnde en in slegte loest and volgens affirmative tijdinge met weijnig der sijne schuijlhout en sijn voor posten onder zijne leeger hoofd donowers. heeft doen legere in het ongoboijangse op het land aleen een distrik aan de suid kant van d' rivier walie waali„ „kan leggende sijnde den majoor steenmulder daar op alhier g'arriveert d' Campering der troepe daar op gevolgt en in volgende schicking, gelegt dat den Capitain biedler met een gemoegsaame magt sijn Comp heeft op de limiten van pranaraga en nadion, den vaandrig grebel 't sijne op pannemanga houd den Capit:n lent:n Bouman op Calisojo in het padjangse bij britjo en den Cap:n Hert„ zogenraad op Caliemanis bezuijden gaande ten eijnde opgem: rebel en waaken oogte houden waar door de staan„ den voor leeden genoegsaam konnen werden gedekt geagt en tevens bij tusschen posing van de ophouden regens na gelegenth:t van saaken geageert en den rebel ontrust gelijk uijt dien hoofde aan den Cap:n Hert zogenraad die men g'ordonneerd heeft met stil te zijn maar als naast aan voorm: hoofd Cadonowerse leggende den selve van daar te verdrijven ende logeeren en daar van mede Communicatie bedeelt aan den Commissiant Donkel em den vorst ten dien eijnde te onderhouden alsoo zijn hoogheijd mede van intentie was na zijn ingevalle nieuw Jaar sijnde geweest op den 12:' van't maanligt Siek ter Jan P Java's oost Cust den 9:' Decemb:r A„o 1756 Van ter effectueering van dien een Corps sijner bende te doen aan rucken waar van loope dat een gewenschte uijslag zal bedeeld mogen worden door die wijders de heer heeft ten g'Eerde kennisse uwer hoog Edelheedens te brengen Dat bij Continuatie diverse van soeriacoesoema aan hang sig soo bij den keijser als sulthan dagelijx onder werpen gelyk bij den laaste gem: vorst den dalens mantries Jeijjo swirno en Cartawie JeijJo. zijnde een susters soon douowerso. getrouwt met de dogter van eene Cartanagara waar toe hoop was den selve mede soude volgen en op den 4: deser bij den soesoehoenang twee mantrie in naame Jeijjo losono en Jeijsoopepeedo de eerste van deese twee het regte hoofden matesse gesegt wordende waer uijt ten volle blijkbaar Consteerd almede waer te zijn dat een seer groete onEenigheijt onder des„ „selfs resteerende volkeren, gelijk de tijdinge bedeelen eerst en gegronde hoop kan opgevat worde dat in deese voege sijne verdere aan hang hem sal verlaate 'twelk onder alle het vierigste wenscht die in alle diepe onderdanigheijt en verschuldigde Eerbiedige hoog agting sig. besluigt /:onderstond:/ hoog Edelen gestrengen groot agtb: heere en wel Edele heeren /:Lager:/ uw hoog Ed:s gantsche gehoorsame zeer onderdanige en trouw schuldige Dienaat /:was geteekend:/ C„s Godin /:in margine:/ Samarang den 9:' December A„o 1756. Voor 't nasien Ad. Lugthart voort opleesen D:Vvander Voorn get Cleve genu Clergq