VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 2967

Surat · 1,246 pages · 329 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_2967_0070 view scan ↗

English

From Surat, 27 December 1758. for reasons in the text with cash. unserviceable goods with the amount allocated to him annually for that purpose he would be able to make ends meet, and in due time hand over a good tent to his successor, as he would certainly claim, but nevertheless could not refuse to bring this grievance of his to the knowledge of Your Right Excellencies. Having spoken during our session of the 13th of this month about the slight indications that a full shipload of return goods for the Indies will be obtained for a long time to come, and that if everything arrives complete and in time, which is currently extremely doubtful, two ships will be more than sufficient for the transport; now that the cotton is excused, let alone three, which we will have on hand upon a safe voyage of the ships still expected after the dispatch of the bearer of this, the Vrouwe Rebecca Jacoba; it was deemed irresponsible, beforehand and in view of Your Right Excellencies' reiterated orders and recommendations for a speedy dispatch of ships, to detain that vessel any longer and consequently decided to dispatch the same as quickly as possible; with ƒ225000: in 160000 good silver rupees, the head ornament sent to the director along with an honorary robe by the Sewaji prince Ballagie Ballarauw mentioned in our respectful letter of 22 February last, together with some unweighed copper corals, and [illegible] and cited in our reverent latest letter; three pieces of rigging of 8 inches, which became wet due to the inundation and, since there was no opportunity to send them immediately to the seaside, were dried again, which we fear, although subsequently hauled through seawater again, might spoil here due to long storage, and it was therefore decided at the 55. From Surat, 24 December 1750 to the quartermaster of the Vrouwe Rebecca Jacoba session of the 9th of the past month to send them to Batavia where they can promptly find use, 21 metal weights and some other unserviceable goods which according to order must be sent to the capital of the Indies, 300 teak planks and 4000 cobidos of double mats supplied to that vessel for dunnage, according to the Resolution of the 24th of the preceding month, or before it was known that the ship would have to depart in ballast, besides 1 heavy anchor and 1 cable for use in these roads, a winding rope of 19 inches instead of 1 from the fatherland which according to declaration became unserviceable, and was consequently consumed for ship's duties, and some other necessities of little importance to be seen in the petition of skipper Pieter de Bakker, which is incorporated into that resolution. To Dirk Neutelman, the quartermaster serving on that vessel, although his account is in debt, because before the departure of that vessel Your Right Excellencies had not yet disposed regarding his wages, we have, in hopes of your esteemed approval, provided four months' pay at 14: per month, for reasons cited in our resolution of the 19th instant, which we have the honor to present herewith to Your Right Excellencies in extract. On the delivered cargo of the Vrouwe Rebecca Jacoba aforesaid, no excessive deficiencies were found, except only on the sugar candy, the arrack api, the cochineal, the European quicksilver, the copper wire and Japanese sheet copper, and consequently the disposition, after hearing the defense of Surat, 27 December 1758. disposed as in the text From the aforesaid De Bakker regarding these items, which is noted in the accompanying extract of our Resolution of the 23rd instant, was made in conformity with the Regulation and the orders on that matter as follows. I To validate 16 lb cloves or ¼ per cent [illegible] provided these spices and the 50 lb nutmegs or 1¼ per cent remainder 36 lb Japanese copper in bars 16 5/8 lb or 1/6 per cent Japanese copper in sheets 3 3/8 lb or 1/8 per cent Japanese copper wire 35755 lb or 4 per cent powdered sugar 1086½ lb or 4 per cent sugar candy 4 lb or 2/3 quicksilver 1 lb or ¼ per cent ditto cochineal on the gross underweight, provided that the commissioners swear their report and amplify it with their oral report that the chest was made of thin pine wood and not fitted with iron bands, 240 lb or 8 per cent native rosin and 1440 cans or 13 1/3 per cent arrack api ditto net ditto above that 19 lb or 4 ¾ per cent — II To debit the buyout authorities with 9 7/8 lb Japanese copper in sheets or ¼ per cent 3157½ lb sugar candy or 6¾ per cent 6 lb Dutch quicksilver or ½ per cent remainder 4 1/8 lb Japanese copper wire or ¼ per cent ditto 274 cans arrack api or 2½ per cent remainder III On the other hand, to credit for: 9 7/8 lb Japanese copper in bars or 1/6 per cent 8 lb black winnowed Bantam pepper or 2 1/3 per cent 12¾ lb red minium or 2 1/3 per cent 1 bottle of Dutch distilled waters or 2 1/8 per cent turn over

Dutch transcription

Van Souratta den 27 December 1758. opmedenen in den text met Contanten. onbequame goederen met het hem daar voor Jaarlijx toegelegde bedragen zoude kunnen rondschieten, en aan zijn vervanger in der tijd een goede thent overgeven, zo als hij zeker„ „lyk pretendeeren zoude, dog egter niet kunnen refuseeren, deze zijne beswaarnisse ter kennis„ „se van uw Hoog Edelens te brengen E Per onser sessie van den 13 hujus gesproken zijnde over de geringe apparentien dat men nog inlange een geheele scheeps lading retouren voor India zal aan handen krijgen, en dat wanneer alles compleet en tijdig inkomt dat thans ten uiter „sten dubieus is, twee schepen tot den overvoer over „vloedig zullen sufficieeren; nu de Cattorn g'excu„ „seert is, men gesnijge drie, welke wij bij een behou„ „dene reijze van de nog verwagt werdende scheepen na de depeche van brenger dezes de vrouwe Rebec„ ca Iacoba zullen aan handen hebben, zo heeft e aisleer men ten aansien van uw Hoog Ed„s gereitereerde ordres en recommandatien tot een spoedige de „peche van scheepen g' oordeeld onverantwoordelijk te wezen, dien bodem langer aan te houden en overzulks besloten denzelven ten spoedigsten te depecheeren; met ƒ225000: aan 160000 goede zelvere Ropijen, het door den sewasen vorst Ballagie Ballarauw aan den directeur nevens een Eerekleed gezon dene Hoofd ceraad bij onse respectueuse van den 22 februarij laatstleden gementioneerd, nevins eenige ongewieden de kopere coralen, en daats en geciteerd bij onse reverente Iongste; drie stukken want van 8. duijm; die door de watervloed nat ge„ „worden en vermits er geene occasie was dezel„ „ve ten eersten naar de zeekant te zenden weder gedroogd zijn, dewelke wij vreesen dat schoon naderhand weder door het zeewater zijn gehaald:, alhier door lang leggen zou„ „den kunnen. bederven, en men dierhalven ter 55. Van Souratta den 24 December 1750 aan den quartiermeester van d, vrouwe Rebecca Jaco„ ter sessie van den 9 der gepasseerde maand besloten heeft naar Batavia te zenden alwaar ten eersten em„ „plooij kunnen vinden, 21 metale gewigten en eenige andere onbequame goederen, die volgens de ordre naar Indias hoofd plaatse moeten gezonden wer„ „den 300: jatij planken en 4000. Cobidos dubbelde mat ware vanstaan e „ten aan dien bodem tot garniering verstrekt, we „gens Resolutie van den 24: der voorledene maand ofte eer men nog wiste dat ballast scheeps zoude moeten vertrekken, buijten 1 swaar anker en om te dezer rhede te gebruijken wijgertouw van 19 duijm in plaats van 1 vader „lands dat volgens verklaring onbequaam ge worden, en overzulx tot scheeps diensten verbruykt en eenige andere benodigtheeden van wijnig belang te zien bij het request van den schipper Pieter de Bakker het welke dat besluit is ingelijft is 1 —: touw Aan den op dien bodem dienst doende quartier meester Dirk Neutelman hebben wij, schoon op schuld Dirk Neutelman reek loopt, door dat bij uw Hoog Ed„s voor het vertrek van dien bodem nog over zijne gagie niet was gedisponeerd, in hope van derzelver g'eerde goed keuring laten verstrekken vier maanden betolding af 14: ter maand, om redenen aangehaald bij onse resolutie van den 19 Courant, die wij de eere hebben u Hoog Ed:s in extract hier nevens te presen „teeren Op de uitgeleverde lading van de vrouwe o„ de uitgeleverde lading Rebecca Iacoba voormeld, zijn geene excessive min „ ba derheden bevonden, als alleen op de zuijker Candij; D, arak apij; de cochenille, het duikzilver Europisch het koper draat en plaatkoper Iapans, en is overzulx de dispositie na aanhooring der verandwoording van Souratta den 27 December 1758. gedisponeert als in den text Van van gem: de Bakker omtrend deze articuls, die bij onse Resolutie van den 23 courant in extract hier nevens gaande is aangetekend, in Conformite van het Reglement en de ordres op dat stuk al„ „dus gevallen. 1 te valideeren 16 lb: garioffel Nagulen of ¼ p„r C„tos sch„s mits resteeren de de led van verre deze speceryen en de 50 „ Noten muschaten „ 1¼ „ r=m 36 „ koper Japans in staven 16 5/8. „ of 1/6. p„r C„o koper Japans in platen 3 3/8 „ „ — 1/8 „ „ koper draat Iapans 35755 „ 4. „ „ suijker poeder. 1086½ „ 4 „ zuijker Candij 4 „ — 2/3 quikzilver 1 „ — ¼. „ s:o couchenille op het bruto minwigt mits dat de gecommitt„s hun rapport b;ee „digen, en amplieeren met hun mon„ „deling berigt dat de kas van dun vuren hout en zonder ijzere banden voor zien geweest is, 240 „ „ 8: Harpuijs inlands en 1440 kan:„ 13 1/3 „ arak apij _o „ „ netto _:o daar en boven 19 „ 4 ¾. „ — 11 De overheden uijtkoops te debiteeren met 9 /8 lb koper Japans in platen of /¼ p„r C„o s 3157½ „ zuijker candij „ 6¾. „ „ „ 6 „ quikzilver Hollands „ —½ „ r=m 4 1/8 „ koperdraat Iapans — ¼. „ s=o 274. kann: arag apij „ 2½ „ r=m II1 Daar en tegen te Crediteeren voor: 9 7/0 lb koper Iapans in staven of - 1/6 p.r Cos Js „ 8 „ peper swarte geharpte Bantamse of 2 1/3 p„r Co 12¾ „ Menij roode of —2 1/3 p„rC„o „fles gedistileerde wateren Hollands of 2 1/8 p„r C„o o ro verte

NL-HaNA_1.04.02_2967_0073 view scan ↗

English

Souratta, the 27th of December in the year 1758 From the city governor surrendered, the Marhattas Pandit recalled to the city. To be written off: 11 pieces of Red Birds of Paradise, completely moth-eaten and undeliverable. 1, that is to say one slate board, which was found broken to pieces. To be taken into inventory: 3 pieces of Birds of Paradise found surplus in number, and to be noted. A gross short-weight on the mace of 3½ pounds or ¾ per cent. Item, that 92 pieces of yellow Birds of Paradise are partially moth-eaten. Since our last letter, the Castle Governor Sidie Havis Ametchan has allowed himself to be persuaded to surrender the government to the new City Governor, provided security is given to him for the stipulated war expenses; and together they have recalled the departed collector of the stipulated share in the city revenues for the Marhattas, the Pandit Hasspagie Kissouw, and granted him a residence in the outer city to exercise his office peacefully as before; and he, together with another Pandit named Madderauw, who had been sent from Bassijn at the head of five hundred men to persuade the present City Governor Mier Moci Uddienchan to abandon his design, but has fruitlessly made all possible efforts to that end, as we already had the honor to report in our previous letter, visited him and the said Castle Governor to offer greetings, was received very amicably, and presented with pomeries or shawls, so that one seems to have little reason to fear any hostilities, much less a protracted blockade of the city by the Marhatta army, which, before the news of the outcome of... 57. Souratta, the 27th of December 1758. As far as these spices and the [illegible] of the said De Bakker concerning these articles, which is noted down in the extract annexed hereto from our Resolution of the 23rd instant, in conformity with the regulation and the orders issued on that matter. To be validated: 16 lb cloves or -¼ per cent. 50 lb nutmegs or 1¼ per cent. 36 lb Japanese copper in bars. 16 5/8 lb or 1/6 per cent Japanese copper in plates. 3 3/8 lb or - 1/8 per cent Japanese copper wire. 95755 lb or 4 per cent powdered sugar. 1086½ lb or 4 per cent sugar candy. 4 lb or - 2/3 per cent quicksilver. 1 lb or - ¼ per cent cochineal on the gross short-weight, provided that the commissioners swear to their report and amplify it with their oral report that the chest was made of thin fir wood and without iron bands. 240 lb or 8 per cent domestic rosin, and 1440 cans or 13 1/3 per cent arrack api. 19 lb or 4¾ per cent net ditto in addition. To debit the buyout authorities with: 9 3/8 lb Japanese copper in plates or 1/8 per cent. 3157½ lb sugar candy or 6¾ per cent. 6 lb Dutch quicksilver or -½ per cent. 4 1/8 lb Japanese copper wire or - ¼ per cent. 274 cans arrack api or 2¼ per cent. On the other hand, to credit for: 9 7/60 lb Japanese copper in bars or - 1/6 per cent. 8 lb black winnowed Bantam pepper or 2 1/3 per cent. 12¾ lb red minium or 22 1/3 per cent. 1 bottle of Dutch distilled waters or 2 7/8 per cent. Disposed of as in the text. Turn over. Souratta, the 27th of December in the year 1758 From the Marhattas Pandit recalled to the city. To be written off: 11 pieces of Red Birds of Paradise, completely moth-eaten and undeliverable. 1, that is to say one slate board, which was found broken to pieces. To be taken into inventory: 3 pieces of Birds of Paradise found surplus in number, and to be noted. A gross short-weight on the mace of 3½ pounds or ¾ per cent. Item, that 92 pieces of yellow Birds of Paradise are partially moth-eaten. Since our last letter, the Castle Governor Sidie Havis Ametchan has allowed himself to be persuaded to surrender the government to the new City Governor, provided security is given to him for the stipulated war expenses; and together they have recalled the departed collector of the stipulated share in the city revenues for the Marhattas, the Pandit Hasspagie Kissouw, and granted him a residence in the outer city to exercise his office peacefully as before; and he, together with another Pandit named Madderauw, who had been sent from Bassijn at the head of five hundred men to persuade the present City Governor Mier Moci Uddienchan to abandon his design, but has fruitlessly made all possible efforts to that end, as we already had the honor to report in our previous letter, visited him and the said Castle Governor to offer greetings, was received very amicably, and presented with pomeries or shawls, so that one seems to have little reason to fear any hostilities, much less a protracted blockade of the city by the Marhatta army, which, before the news of the outcome of... 57.

Dutch transcription

Souratta den 27 December A„o 1758 Van stads gouver„r ingeruimt „hettas Pandet weder in de VV: af te schrijven 11 stux Rode Paradijs rogels geheel van de mot doorvreeten en onleverbaar 1 zegge Een seijferleij die aan stukken bevinden is in te neemen 3 stux Paradijs vogels ingetal overbevonden, en VL: te noteeren Een bruto minugt op de foelij van 3½ pond of ¾ p„r C. o item dat 92: stux geele Paradijs vogels gedeeltelijk van de mot doorvreeten zijn:- sedert ons en Iongsten, heeft de Casteels Gouver, de er baar aanden main „neur Sidie Havis Ametchan zig laten persuadee „ren om het Gouvernement aan den nieuwen stads Gouverneur te laten inruijmen, mits hem securiteijt gevende voor de bedongene oorlogs ongelden, en hebben zij te samen den uit gewe„ kenen invorderaar van het bedongene aandeel in de stads revenuen door de Marhettas De Pandet Hasspagie kissouw weder ingeroepen, en en de geretireerde Mar„ woonplaets in de buijten stad vergunt, om stad geroepen zijn ampt als bevorens vredig t'exerceeren, en is hij nevens eenen anderen Pandet in name Madderauw, die aan het hoofd van vijf hondert man van Bassijn was gezonden om den presen „ten stads Gouverneur Mier Moci uddienchan te persuadeeren om zijn dessein te staaken, dog daar toe vrugteloos alle mogelijke devoiren heeft aangewend, zo als wij reets de eere gehad mete bij den stassen Casteelk hebben bij onse vorige te berigten, bij hem en gem: Casteels Gouverneur ter begroeting geweest zeer minnelijk ontfangen en met Pomeries of sjaals omhangen, zo dat men weijnig reden schijnt te hebben om te dugten voor eenige vijandelijkheeden, veel min een lang z duurige blocquade van de stad door de Marhetse armee welke voor dat de tyding van den uitslag van 57. Souratta den 27 December 1758. verre deze speceryen en de Van van gem: de Bakker omtrend deze articuls, die bij onse Resolutie van den 23 courant in extract hier nevens gaande is aangetekend, in conformite van het Reglement en de ordres op dat stuk al„ „dus gevallen. 1 te valideeren 16 lb: garioffel Nagulen of -¼: p„r C„o sch„s m t matteeren de 4e leb van 50 „ Noten muschaten „ 1¼ „ r=m 36 „ koper Japans in staven 16 5/8. „ of 1/6. p„r C„o koper Japans in platen. 3 3/8 „ „ — 1/8 „ „ koper draat Japans 95755 „ 4. „ „ suijker poeder. 1086½ „ 4 „ zuijker Candij 4 „ — 2/3 quikzilver 1 „ — ¼. „ P:o couchenille op het bruto minwigt mits dat de gecommitt„s hun rapport b,ee„ „digen, en amplieeren met hun mon„ „deling berigt dat de kas van dun vuren hout en zonder ijzere banden voor zien geweest is, 240 „ „ 8: Harpuijs inlands en 1440 kan: „ 13 1/3 „ arak apij 19 „ 4¾. „ _o „ „ netto _:o daar en boven 11 De overheden uijtkoops te debiteeren met 9 3/0 lb koper Japans inplaten of 1/8 p„r C„o ss 3157½ „ zuijker candij - „ 6¾. „ „ „ - 6 „ quikzilver Hollands „ —½ „ r=m 4 1/8 „ koperdraat Iapans — ¼. „ s=s 274. kann: arag apij „ 2¼ „ r=m 171 Daar en tegen te Crediteeren voor: 9 7/60 lb koper Iapans in staven of - 1/6 p:r Cos C SS 8 „ peper swarte geharpte Bantamse of 2 1/3 p„r C:o 12¾ „ Menij roode of 22 1/3 p„rC„o C „fles gedestileerde wateren Hollands of 2 7/0 p„r C„o gedisponeert als in den text verte Souratta den 27 December A„o 1758 Van „hettas Pandet weder in de 7 V: af te schrijven 11 stux Rode Paradijs rogels geheel van de mot doorvreeten en onleverbaar 1 zegge Een seijferleij die aan stukken bevinden is V in te neemen 3 stux Pazadijs vogels ingetal overbevonden, en VL: te noteeren Een bruto minuigt op de foelij van 3½ pond of ¾ pr C. o item dat 92: stux geele Paradijs vogels gedeeltelijk van de met doorvreeten zijn:— zedert onsen Iongsten, heeft de Casteels Gouvern en werv oorden garing „neur Sidie Havis Ametchan zig laten persuadee „ren om het Gouvernement aan den nieuwen stads Gouverneur te laten inruijmen, mits hem securiteijt gevende voor de bedongene oorlogs ongelden, en hebben zij te samen den uit gewe„ „kenen invorderaar van het bedongene aandeel in de stads revenuen door de Marhettas De Pandet Hasspagie kissouw weder ingeroepen, en en de geretireerde Mar„ woonplaets in de buijten stad vergunt, om stadgeroepen zijn ampt als bevorens vredig t'exerceeren, en is hij nevens eenen anderen Pandet in name Madderauw, die aan het hoofd van vijf hondert man van Bassijn was gezonden om den presen „ten stads Gouverneur Mier Moci uddienchan te persuadeeren om zijn dessein te staaken, dog daar toe vrugteloos alle mogelijke devoiren heeft aangewend, zo als wij reets de eere gehad mets„ hij den tals en Catraes hebben bij onse vorige te berigten, bij hem en gem: Casteels Gouverneur ter begroeting geweest zeer minnelijk ontfangen en met Pomeries of sjaals omhangen, zo dat men weijnig reden schijnt te hebben om te dugten voor eenige vijandelijkheeden, veel min een lang sij vert te zullen vervagren duurige blocquade van de stad door de Marhetse armee welke voor dat de tijding van den uitslag van 57.

NL-HaNA_1.04.02_2967_0076 view scan ↗

English

From Souratta, 27 December 1758. Although some troops were already on the march for that purpose, having defeated the Coolies, he sent an envoy with gifts to Poena. The Company's second broker, Mantchergie, being unable to get outside the city, has returned to his confinement, and a plot has been forged against him. What the effect of the troubles in Souratta may have been in Poena, whence this force was dispatched, estimated at twenty to twenty-five thousand men, of whom it is said that the cavalry, comprising about 10,000 horsemen, has approached close to Nassarij, situated two short days' journey from here; having in passing put to flight the Coolwansche Coolies, a sort of robbers who had risen against the Marhettas and thrown the entire northern part of Concan into turmoil; all the more since Meer Moei uadienchan has sent an envoy with gifts to the Court of Poena to reconcile himself with it. And it matters little to those people who is master in Souratta, provided they suffer no disadvantage from the change. Their fleet in the roads accomplishes nothing else than capturing all native vessels not belonging to Europeans and not provided with a Marhatta pass, whereby all export by sea is practically halted. The Company's second broker, Manchergie Gorseedje, seeing no opportunity to achieve his purpose on account of the strict orders given to observe closely who enters or leaves the city, so that he might find no occasion to escape, has returned unnoticed to his confinement without the governors having discovered that he had been out of the lodge. It is said that the Castle Governor, who still retains the reins of government, despairing of getting him into his hands by force, has agreed with his secret councillors to grant the requested letters of safeguard in order to lull us and him into sleep or bring us to carelessness, so as to seize his person unexpectedly afterwards, or otherwise to do away with him. How much reliance can be placed thereon we cannot decide, but even if it be not true, it is at least very probable, tomorrow already being appointed for delivering the aforementioned letter of security, properly sealed, into the hands of the Director. And Manchergie knows the Moors too well, as do we, to rely lightly on their word and seal and thereby let himself be lured into the net. Yet even if they were to achieve their aim in that manner, the Company, beyond the loss of a capable broker who, being disengaged from the Moors and by this favorable opportunity brought back within the bounds of a necessary subordination, will be a very useful instrument for promoting its interests, would otherwise suffer little damage; for the debit of the brokers amounts on balance to only f141790, for which they both must answer jointly and severally. The first broker, Roederam Ruidas, as far as we can judge, is solely sufficient for that amount for their arrears, and we shall not trust them any further until that sum is settled, and shall always be mindful of means to keep the Company, whichever turn that matter might take, free from danger of bankruptcy. Meanwhile, it is lamentable that sales are still entirely at a standstill, because the merchants dare not come to market for fear of being left with what they purchased through new troubles, or of their goods falling into the greedy clutches of the Marhettas upon dispatch. However, having taken courage, they have ventured to deliver the cloths that have been roughly inspected to the bleachers, dyers, and printers, which is all that can be required of them under the present circumstances. From Souratta, 27 December 1758: Due to the insecurity of the roads caused by the incursions of the Coolies, we have to this day not obtained the necessary report concerning the merchandise burned at Thanna or lost in the fire. But from the envoy in Poena, Kroonenberg, after minuting our respectful last letter, we received a letter dated 29 November last, stating that he had been able to obtain nothing else from that imperious Court than the release of the Rajapoer effects still in existence and compensation for the plundered goods taken from the warehouse; and that orders had already been given to prepare the necessary papers to that end, which, however, owing to the intervening death of the ruler's mother, had not yet taken effect. The cargo in the bearer of this consists, as has already been briefly stated hereinbefore, only of: Cargo of the bearer of this for Batavia: 156000 pieces of silver current Souratta rupees in 15 chests, amounting with all charges to: f225320: 18: 8 1 piece men's head ornament: f450: —: — 989 3/8 lb copper basins: f1343: 14: — 4 pieces steelyards or Roman scales with their iron weights: f43: 14: — 727 lb old metal in 21 pieces of pound weights: f308: 15: — 3 pieces rigging of 8 inches that had been wet and dried again: f849: —: — 300 Chinese or teak planks: f160: 1: 8 100 double mats: f419: 10: 8 Unserviceable goods: f188: 17: — Credited: f400: —: — Total: f29343: 5: 8

Dutch transcription

Van Souratta den 27 December 1758. schoon te dien eijnde reets eenige troupen in optogt waren. Coelies verslagen hebben hef berent met geschenken naar Poena gezonden. 's Comp:s tweede makelaar mantchergie buiten de stad kunnende geraken. arrest gekomen. tegens hem gesmeed. van de souratse troublen in Poena heeft kunnen weesen, van daar dit heen gezonden is, en op twin„ „tig a vijf en twintig Duijsend man begroot werd, waar van men zegt dat de ruijterij die omtrend 10000 koppen uijtmaekt tot digt aan Nassarij, twee kleijne dag reisens van hier gelegen, zoude genaderd weze„ die en passant de Coolmansche na enpassant de Coolwansche coelies een zoort van Rovers die tegens de Marhettas opgestaan waren en het gantsche Noorderdeel van Concan in rep en roer gebragt hadden, op de vlugt geslagen te hebben, te meer vermits Meer Moei uadienchan een gezant met geschenken naar het Poenase Hof gezonden heeft, om zig met het zelve te versoenen en het dat volk weijnig scheelen kan wie in soura „ta meester is, als zij bij de verandering maar geen nadeel lijden; regtende ook hunne vloot ter rhed niets anders uit als het neemen van alle Jn „landsche vaartuijgen d' Europeesen niet toe: horende, en met geen Marhetse pas voorsien zijnde, waar door alle uit voer ter zee genoegsaam ge „stopt is, SComp:s tweede Makelaar Manchergie Gorseedje mits de gestelde scherpe ordres om wel te observeeren wie in of uit de stad gaat, ten einde hij geen occa„ is ongemerkt weder in zijn sie mogte vinden 't ontsnappen, geen kans gezien hebbende zijn oogmerk te berijken, is in zijn arrest te rug gekomen, zonder dat de Regenten ontdekt dessein door den Casteels gouverhebben, dat hij uit de loge geweest is; Men zegt dat de Casteels Gouverneur, die als nog de klem der regeeringe blijft behouden, wanhopende hem door gewel d in handen te krijgen, met zijne geheijme Raadsleden is over eengekomen, de ver „sogte brieven van Sauvegande te verleenen, ten eijnde ons en hem in slaap te wiegen of tot zorge „loosheid te brengen, om zig naderhand op het on„ „verwagtste van zijn perzoon meester te kunnen maken, ofte hem niet anders kunnende van kant Souratta den 27 December 1750 Van daar Roederam Ruidas suffisant en zullende men hen vooreerst kant te doen, helpen. Hoe verre daar op staat te „maken zij kunnen wij niet decideeren, maar zo kan perekeren men egter mits het niet waar zij, is het ten minsten zeer waar schijnelyk, zijnde reets den dag van morgen bestemd om het gem: verzekerschrift behoorlijk verzeguld aan den Directeur te doen ter hand stellen, en Manchergie kent zo wel als wij de Moorente wel, om zig ligt op hun woord en zegel te gerusten, en daar door in het net te laten locken, dog al zoor een derwame dienaar konden zij op die wijse hun oogmerk berijken, zoud verliesen. de Maatschappij daar bij buijten het verlies van een bequaame makelaar, die van de Hooren gedegageert, en bij deze gunstige gelegentheid weder binnen de palen van een nood zakelijke sub ordinatie gebragt zijnde, een zeer nut werk tuijg ter bevordering van haare belangen zal maar anders wijnig slade wesen weijnig schade lijden; want den debet van de Makelaars bedraagt per zaldo maar ƒ141790: waar voor zij beide in solidum moeten instaan D' eerste makelaar Roederam Ruidas is, zo verre zijnde de eerste makelaar wij er van kunnen oordeelen, voor dat bedragen ver hunne agterstallen alleen suffisant genoeg, en wij zullen hen, voor dat die Som verrekent is, niet meer fieeren, en altoos verdagt wesen, op middelen om de Comp: wel„ „ken keer die zaak ook mogte neemen, buiten gevaar van bancqueranten te houden. Intusschen is het beklagelijk dat den verkoop met toenstaande de nog geheel stil staat, door dat de kooplieden niet ter markt durven komen, uit vreese van door nieuwe troubelen met het gekogte te blijven zitten; of hunne goederen bij verzending in de roof geerige klaauwen van de Marhettas t e e be dede ee van etouren weder aan de in't lijf gesprooken, dat zij gewaagt hebben de lijwaten die ruw nagezien zijn, aan de bleekers verwens en n waar 000 kleijne wezen 1 o ra ijde niet meer fieeren. 59. Van Souratta den 27 December 1758: dog van het Poenase Hlof g'obtineert effecten esraen genaaen e Mits de onveiligheid der wegen door de stropeijen der coelies, hebben wij tot heden niet bekomen het nodige berigt aangaande de te Thanna verbran„ „de of in den brand te zoek geraakte koopmansz. maar van den gezant te Poena Kroonenberg hebben wij, na het minuteeren van onse eerbie„ „dige laaste, een brief ontfangen ged„t den 29 November Jongstleden, en behelsende, dat hij van dat inspel„ deerijkuijn e engeroope teerige Hof niets anders had kunnen obtinee „ren, als de largatie der nog in wezen zijnde Rajapoerse effecten en vergoeding van de geroofde en uit het pakhuijs gehaalde goederen en dat er reets ordre was gesteld om te nodige papieren ten dien eijnde te vervaardigen, 't geen egter door het tusschen gekomen sterfgeval van 's vorst en Moeder nog geen gevolg genomen had Het geladene in brenger dezes bestaat, zo als hier lading van brenger dezes voren reets met een woord gezegt is, maar in voor Batavia 156000 stux zilvere gangbaere souratse ropijen in 15 kisten bedragende met alle ongelden - - ƒ225320: 18: 8 1 p:s mans hoofd cieraad — - — — - — „ 450: —: — 989 3/8 lb Coralen kopere — — — — ——„ 1343: 14 —. 4 p:s Daatsen of Romans met hun ijzere gewigten - „ 43: 14 — 727: lb. oud metaal aan 21 p„s pond gewigten - - „ 308: 15—. 3 p„s want van 8 d=m dat nat geweest en weder gedroogt is „ 849: —: — 300 „ Chineese of Jatij planken — — „ 160: 1: 8. 100 „ dubbelde matten onbequame goederen — In aanreekening „ 419: 10. 8. Ten goede brenging ƒ188:17:—: Somma - - ƒ29343:5:8 — - — „ —: —:— —— „ 400: —: — verwers en drukkers af te geven, 't geen alles is wat men hen in de presente omstandigheden vergen het O kan. — — - - -

NL-HaNA_1.04.02_2967_0079 view scan ↗

English

From Surat, 27 December 1758. which we hope may soon be delivered to Your High Excellencies through an accident-free voyage of that vessel, while we remain with the deepest respect, /below was written:/ High Noble Wide-Ruling Lords /lower:/ Your High Excellencies' humble and very obedient servants /was signed:/ L: Taillefert, J: Daabbe, I: A: L: d: Landas, D. Kellij, I: W: Falck, W. Blaaukamer, O: H. Ruperti, P: Wargaren. /in the margin:/ Surat, 27 December 1758. Examined, Johan Ver Leenk. 61. Second Volume Amsterdam. Surat. Anno 1759. Collated by the junior merchant Johannes Hollebeek. 14 March per Tulpenburg. 16th per Amerongen. 23 June per 23 June per Amelisweerd received. Surat. Register of such letters and papers as have been successively received in 1759 from Surat. Anno 1759. 4. Separate Resolutions since 16 March to 26 August, marked with the letter [illegible], taken there in the Council of Policy, page 1. Register of the Papers. Letter from the Director and Council at Surat written to Their High Excellencies dated 12 March 1759, page 70½. Register of the Papers. Letter from and to as above, dated 12 April 1759, page 71½. Resolutions since 18 September to 28 November 1758 taken there, marked separate letter A: Amstelren. A bundle of legal papers against the deserters, marked separate letter B:. List of the arrived and departed foreign ships, page 195. Letter from and to as above, dated 27 April 1759, page 201. Resolutions from the first of December 1758 to 24 January 1759, marked separate letter A:. Folio. From Surat, 16 March Anno 1759. Register of such papers as are respectfully sent this day per the ship Amerongen to His Excellency, the High Noble, Highly Esteemed, Wide-Ruling Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the General Chartered East India Company Governor General, together with the Honorable Lords, Councilors of the Netherlands Indies. This Register. No. 1. An original letter to Their High Excellencies, dated 12 March 1759. No. 2. Duplicate letter to the same, of 27 December Anno 1758. No. 3. Extract Resolution of 7 March Anno 1756, concerning the purchase of Putchuk and Catechu for Malacca and Japan. No. 4. A ditto of 24 January Anno 1759, containing the disposition on the discharged cargo of the ship Amerongen. No. 5. A ditto ditto of the same date, concerning the fixing of the emoluments of the Lord Director Louis Taillefert as Councilor Extraordinary of the Netherlands Indies. From Surat, 16 March 1759. No. 6. An Extract Resolution of 10 March Anno 1759, concerning what was supplied to the ship Amerongen, annexed: Note: is at No. A. A copy report of the findings of the discharged cargo of that vessel. No. 7. Original respectful answer to the findings on the Surat trade books of Anno 1755/6 and marginal notes of the High Indies Government on the same, annexed: A copy report of the Chief Administrator concerning the aforesaid findings; Extract Resolution of 12 May Anno 1757, to write off the Surat sample cloths from merchandise expenses and transfer them to unassessed goods; An Extract Resolution of 6 March Anno 1758, to reject the old and useless sample cloths in order to be sold; An Extract Resolution of 22 April Anno 1758, to postpone the sale of the rejected sample cloths until Their High Excellencies' order regarding this shall have been obtained. From Surat, 16 March 1759. No. 8. A copy report of the findings of the weights brought with Tulpenburg, De Vrouwe Rebecca Jacoba, and Amerongen. No. 9. Petition of the junior merchant Jan Oudenhoorn, to be confirmed in the service of Cashier. No. 10. Ditto of the steward's mate Regnerus Johannes Essing, drafted into clerical service, to be confirmed in clerical service and be granted the assistant board allowance. No. 11. Extract from the Surat Day Register from the first of February to 5 March Anno 1759, inclusive. No. 12. A bundle of papers, together with a list belonging thereto, to be printed at Batavia with Their High Excellencies' pleasure. No. 13. A packet containing: Copy invoice of what was loaded into the ship De Vrouwe Rebecca Jacoba. Original invoice of what was loaded into the ship Amerongen. Bill of lading of what was loaded into that vessel, in hands of the skipper. Memorandum of the packages etc. unloaded in the ship Amerongen. Expense account of what was supplied to that vessel. No. 14. Translation of the Karrarnama or contract of the Moorish seafarers going over with Amerongen. No. 15. A chest lined with lead inside with the secret papers, according to an annexed register, addressed to the Lords of the High Indies Government. No. 16. A small chest sewn in oilcloth with pay papers, according to the annexed list. Surat, 16 March 1759 /: signed :/ O: H: Ruberti, Secretary. From Surat, 12 March 1759. Per the ship Amerongen. Batavia. To His Excellency, the High Noble, Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, General of the Infantry of the state of the United Netherlands, as well as on behalf of the same in its General East India Company Governor General, together with the Honorable Lords, Councilors of the Netherlands Indies. High Noble Wide-Ruling Lords, We have the honor to offer Your High Excellencies herewith the duplicate of our respectful last letter of 27 December of the previous year, sent per the ship Vrouwe Rebecca Jacoba, which vessel left this roadstead on the last day of the same month; however, as we have understood from the English gentlemen, she was chased by the warships cruising before Bombay under French flags, and overtaken by one of them, but after examination of her sea pass was permitted to continue her destined voyage, which we hope she will have accomplished without being further detained or molested. The

Dutch transcription

Van Souratta den 27 December 1758. het welke wij hoopen - dat door een ramp vrije reijze van dien bodem spoedig bij u Hoog Ed„s mag wer„ „den overgebragt, terwijl wij met de diepste eerbied verblijven, /onderstond:/ Hoog Ed: wijd gebiedende Heeren /lager:/ uw Hoog Ed„s onderdanige en zeer ge„ hoorsame dienaren /was getekend:/ L: Taillefert J: Daabbe, I: A: L: d: landas, D. Kellij, I: W: falek W. Blaaukamer O: H. Ruperti, P: wargaren /:in margine/ Souratta den 27 December 1758. Nagesien Johan Ver Leenk 61. Tweede Deel Amst. Souratta A„o 1759 Door den onderkoopman Johannes Hollebeek gecollationeert. den 14 Maart p:r Tulpenburg den 16 p:r Ame „rongen. den 23 Iunij p. r den 23 Junij p:r Amelisiveerd ontfangen. Souratta Comden aparte Resolutien zedert den 16 Maart tot 26 aug. P:r de gemerkt aldaar in Rade van Politie genomen Pag: 1. Register der Papieren Missive van den Directeur en Raad te sou„ „ratta aan Haar Hoog Edelens in dato 12:e Maart 1759 geschreven Register der Papieren „ 70½ Missive van en aan als even van den 12 April 179. 71½ Resolutien zedert den 18 September tot den Cbij L: A: 28 November 1758 aldaar genomen Amstelren Een bondel proces papieren tegens de deser ^ apart gemerkt pL: B: „teurs Notitie van de aangekomene en vertrokkene vreemde scheepen - Pag: 195 Missive van en aan als boven ged„t 27 april - — „ 201 1759 Resolutien van den Eersten December 1758: ( bij E: A: tot den 24 Januarij 1759 oulatta Register van zodanige Brie ven en Papieren als er succes Seve en 1759 ontfangen zyn van A„o 1759 . „. 4. fol Van Souratta den 16 maart ao 1759 Register van zodanige Papie„ ren als er op heden P„r 't schip Amerongen eerbiediglijk ver„ sonden worden aen zijn Excellen „tie den Hoog Edele Groot Agtb: wydgebiedende Heere Jacob Mossel Generaal over de Jnfantorie ten dienste van den staat der vereenigde Nederlanden mits„ „gaders wegens deselve ende Gene„ „rale geoctroijeerde oost Jndische Comp: Gouvern„r Generaal Benevens De wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia 9 Dit Register N„o 1 Een origineele missive aan haar Hoog Ed„s gedat„t 12=e Merart 1759. „ 2 duplicaat missive aan Hoog deselve van den 27 xber A„o 1758. „ 3 Extract Resolutie van den 7 maart A„o 1756 rakende den inkoop van de Poetjoek en Caatjoe voor malacca en Japan _o van den 24=e Januarij Ao 1759 behelsende dispositie op de uijtgeleverde lading van 't schip Amerongen. „ 5 „ _o _o van denselven datum Conserneerende de vaststelling „ 4 Een _o der Van Souratta den 16 maart 1759 N„o 6 een Extract Resol: van den 10 maart A„o 1759 aangaande het verstrekte aan het schip Amerongen annex NB is bij. . Een Copia bevinding van de uijtge„ N„o A. leverde lading van dien bodem 7 Origineel eerbiedig antwoord op de bevinding den souratse negotie boeken van A„o 175 5/6 ende marginale aan. „teekeningen van de Hooge indi„ „asche Regeering op deselve anna Een Copia berigt van den Hoofd admini¬ strateur Conserneerende de voorsz bevindingen; Extract Resol: van den 12 meij ao 1757. om de souratse monster Kleeden op onkosten van Coopmanschappen af en op ongetaxeerde goederen overschrijven te laten Een Extract Resol: van den 6 maart A„o 1758 om de oude en onnutte monster kleeden uijt te schie„ ten om verkogt te worden Een Extract Resol: van den 22 April ao 1758 om den verkoop der uijt„ geschootene monster kleeden uijt te stellen tot men daar omtrent Haar Hoog Edeles ordre zal erlangd hebben. der Emolumenten van den Heer Directeur Louis Taillefert als raad Extraordinair van Nederlandt Jndia N„o 8. „ - Van Souratta den 16 maart 1754 in handen schipper N 8 Een Copia rapport van de bevinding der met Tulpenburg De vrou„ „we Rebecka Jacob en Amerou„ „gen aangebragte gewigten 9 „ Request van den ondercoopm: Jan Oudenhoorn om in den dienst van Cassier bevestigt te werden van de aan de Penne getrokkene botteliersmaat Regnerus Jo„ „ hannes Essing om aan de Penne Dienst bevestigt en met het adsistenten Kostgelt begin¬ stigt te mogen werden 11 Extract uijt het Souratse Dag register van Pm„o Feb„r tot den 5 maart A„o 1759 in Clusive. 12 Een bondel papieren nevens een daar bij geho„ rende lijst, om met believen van, haar Hoog Ed„s te Batavia gedrukt te werden. „ 13 Een pacquet waar in „ Copia factuur van 't geladene in't schip De vrouwe Rebecka Jacoba. „ Origineele factuur van 't geladene in 't schip Amerongen Cognossement van 't geladene in dien bodem van den „ memorie van de Packen etc: int schip amerongen afgeladen „ Onkost reecq: van 't verstrekte aan dien bodem N„o 14 Translaat Carnaar Nanna of Contract der moorsche zeevarende met amerongen overgaande „ 15 Een Kasse van binnen met lood bekleed met de secrete Papieren, volgens een daar bij ge„ voegd Register besz: aan d' Heeren der Hooge indiasche regeering „ 16 „ Kasje in wasdoek benaaijt met zoldij Papieren volgens daar bij gevoegde Lyst Souratta den 16 maart 1759 /: geteekent / O: H: Rubert se C„s te „ 10 „ — v Van Souratta Den 12 Maart 1759 P„r het schip Amenongen Jacoba door de Engelschen gejaagt Batavia Van zijn Excellentie Den Hoog Edele groot Agtb: Heeren Jacob Mossel. Generaal over de Infanterie van den staat der vereenigde Nederlanden mits„ „gaders wegens deselve in haare algemee„ „ne oost Jndische Comp: Gouverneur Gena„ benevens De WelEdele Heeren Raden van Nederlands India Hoog Edele Wijd Gebiedene Heeren Wij hebben de eere u Hoog Edelens hier nevens aan te bieden het duplicaat van onzen eerbiedigen laasten van den 27 xber des voorl: Jaars p„r het schip vrouwe Rebecca Jacoba afgegaan welken bodem ult„o van deselve maand dese Rheede ver„ De vrouwe Rebecca laten heeft, dog zo wij van de Heeren Engelschen ver„ staan hebben door de voor Bombaij Kruijsende oorlog scheepen onder fransche vlaggen Gejaagt en van een derselver ingehaald dog na Examinatie van zijn zee brief gepermitteert is desselfs gedes„ „tineerde reijse te vervolgen die wij hopen dat denselven zonder verder opgehouden of gemolles„ teert te zijn, zal volbragt Hebben Den

NL-HaNA_1.04.02_2967_0097 view scan ↗

English

From Souratta, the 12th of March 1759. Arrival of Amstelveen and Amelisweerd. The approval of the change regarding the booking of profits to be obtained regarding the 8 heads clause mentioned in the text. On the 13th of the following month, the ships Amsteldam and Amelisweerd safely arrived at this roadstead, with which we had the honor to receive Your Right Noblenesses formal rescript of 10 October of the preceding year. In respectful reply to this, the first undersigned initially humbly expresses his obligation to Your Right Noblenesses for the manner in which Your Noblenesses have been pleased to express yourselves regarding the rough draft composed by him of an instruction for the judicial councils of the outer counting houses. Consideration for the change made regarding the booking of profits, which one also hopes to obtain. It was extremely pleasant for us to see that our change made in the year 1757 regarding the booking of profits on merchandise, namely not to enter them as soon as the agreement regarding the prices is concluded, but only at the time of the actual delivery, has had the good fortune to carry Your Right Noblenesses approval. With which we also hope to be honored regarding our decision taken on 24 January last, during the deliberation over Your Right Noblenesses aforesaid letter, upon the proposal of the Director, henceforth, whenever the state of time and affairs permits, always to stipulate explicitly at the sale that the spices and the Japan copper, From Souratta, the 12th of March 1759. The poor success of the counting house of Denda Rajapoer is not due to the deception of the factors, but to the obstruction of the transit of merchandise to the Deccan. being articles of which we are the sole masters, and concerning which an extremely damaging monopoly for the sales might otherwise easily be introduced by the brokers, who are as yet the only buyers, must be collected and paid for completely before or shortly after the ultimate of August next following, and all other articles of trade completely within a full year after the sale; also obliging them thereto, if necessary putting into effect the only means of constraint that one has, namely, as long as this has not occurred, not to allow any other articles to follow which they would gladly have because of their high demand, and whereby their own interest will require them to comply with this, so as not to bear for long themselves the danger of spoilage, fire, together with spillage and warehouse rents, as can be seen, as well as some other accessory motives, in our resolution of the aforesaid date. That the counting house of Denda Rajapoer has become disadvantageous for the Company admits of no contradiction. But, Right Honorable Sirs, the liberty that Your Right Noblenesses have repeatedly declared to be willing to grant to the ministers who have the honor to represent you at the outer counting houses, and who, being on the spot, have the best opportunity to penetrate the true state of affairs and to pass judgment thereon with certainty in order to communicate their findings to Your Right Noblenesses, even though these might somewhat conflict with the notions that Your Right Noblenesses, viewing matters from afar, might have formed; and the duty which in our conception rests upon us to speak up for our subordinates with respectful candor for the defense of the truth, and so that they may not innocently fall into disfavor, obliges us to testify that, to our knowledge, no deception in that regard has taken place on the part of the factors or anyone else. Everything that has been said of that counting house amounts to this: that it is better situated than Bassein or others for the Deccan trade, and has an excellent harbor, considerably more serviceable for us than Bombay to let the ships winter; from which former circumstance, and the demonstrated inclination of the ruler to favor our trade, one necessarily had to conclude that considerable quantities of merchandise could be sold there at equal or higher prices than in Souratta, provided that the Sevaji prince Ballagie Ballarauw had permitted the free transit from there through his territories, which, according to the letters of the then factor, was promised by His Highness.

Dutch transcription

Van Souratta den 12:e Maart 1759 Arrivement de approbatie der king der winsten. te obtineeren nopens in den toxt gemelde 8 kopps Clausul Den 13=e van de volgende maand zijn be„ E houden te deser Rheede gearriveerd de scheepe van Amstelveen Amsteldam en Amelisweerd waar meede en Amelisweerd. wij de eere gehad hebben 't ontfangen uw Hoog Eds formeele Rescriptie van den 10 8ber des voort: Jaars ter eerbiedige b'antwoording van dewelke d' eerst ondergeteekende u Hoog Edelens aansankelijk ootmoedig zijne verpligting betuigd voor de wijze op dewelke hoog deselve zig heb„ „ben gelieven te verklaren, over de door hem te samen gestelde schots of ruw ontwerp van een Jnstructie voor de Justitieele raden van de buijten Comptoiren Het is ons ten uijttersten aangenaam Bedenking voor geweest te zien dat onze in a=o 1757 gemaakt gemaakte verandering verandering omtrent d'inboeking der winsten omtrent de inboe„ op de Coopmansz: te weten, om deselve niet zo dra het accoordeert nopens de Prijsen ge„ slooten is, maar eerst, ten tijde van de werke„ lijke leverantie, in te neemen het geluk heeft gehad uw Hoog Ed„s goed keure weg te dragen waar meede u' ook hopen vereerd te zullen die men ook verhoopt werden ons op den 24 Januarij Laast leden onder de besoigne over uw Hoog Ed„s voorsz: let„ „teren op de Propositie van den directeur ge„ nomen besluijt van voortaan wanneer den toestand van tijd en zaken zulx Permitteerd altoos bij de verkoping uijtdrukkelijk te bedin„ „gen dat de specerijen en het Iapans Koper Van Souratta den 12:e Maart 1759. Het slegte succes van het Comptoir als articuls zijnde daar wij Privative Meesters van zijn, en waar omtrent dierhalven ligtelijk anders eene voor den debiet ten uytterste: schade„ „lijk monopolie door de makelaars die als nog d' eenigste kopers zijn, kan werden inge„ „voerd, voor of kort na ult„o Aug„s naastvolgen„ de in 't geheel en alle andere Articuls van Negotie binnen een rond Jaar na den ver„ koop Compleet zullen moeten afgehaald en betaald werden „ hen daar toe dan ook te verzonden des noods in het werk stellende het eenige middel van Constraincte dat men heeft, namentlijk van zo lang zulx niet ge„ „schied zijn geene andere articuls die zij om hare gewildheijd gaarne hebben willen, te laten volgen, en waar door hun eigen belange zal ver„ „eijschen daar meede de hand te ligten om het gevaar van bederf roosen brand nevens de spillage en Pakhuijshuuren niet lang selfs te dragen gelijk zulx zo wel als eenige andere accessoir motiven, te zien is bij onse Resolutie van voorsz datum. Dat het Comptoir de Den da Rajapoer na„ Denda rajapoen, deelig voor de Comp: geworden is tijd geen tegen„ spraak maar Hoog Edele Heeren de vrijheijd die uw Hoog Edelens te meermalen betuijgt heb„ „ben gaarne te willen vergunnen aan de minist„rs die de eere hebben haar op de buijten Comptoiren Van Souratta den 12=e Maart 1759 misleiding der Factoors maar aan de be„ lemmering aan den opvoerder Coop„ het declance toe te te representeeren en die in Loco zijnde de beste occasie hebben van de ware gesteldheyt van zaken te Penetreeren en daar over met zekerheid oordeel te vellen om hunne bevinding aan uE Hoog Ed„s meede te deelen, schoon die eenigsints mogte stryden tegens de denkbeelden die u Hoog Edelens, die zaken van verre beschou„ wende mogten, hebben geformeerd en de pligt die naar ons begrip op ons legt om onze onder horige met een eerbiedige vrijmoedigheid voor te spreeken tot voorstand den waarheid en op dat zij niet onschuldig in ongenaden g Is niet aan de mogen geraken, verpligt ons te getuijgen dat onzes wetens daar omtrent geene misleij„ „ding van de zijde van de factoors nog van jmand anders heeft plaats gehad, komende alles wat van dat Comptoir gezegt is daar op, uijt dat beter als Bassijn of andere tot den deekansen handel geleegen is en een Kostelij„ ke haven heeft vrij dienstiger voor ons als Bom„ baij om de scheepen te laten overwinteren uijt welk eerste, ende betoonde genegentheijd van den vorst om onzen handel te begunstige men noodsakelijk moesten opmaaken dat aldaar aansienelijke quantiteijten Coopmansz: tegen Equale ofte hogere prijsen als in Souratta zoude kunnen werden gedebiteert, bij aldien den Zewasen Vorst Ballagie Ballarauw den a vrijen op voer van daar door sijne landermanschappen in hadde gepermitteerd 't welk door zijn Hoog „ schrijven. heijd volgens het schrijvens van den doenmaligen Factoor Van Souratta den 12:e Maart 1759. Het slegte succes van het Comptoir als articuls zijnde daar wij Privative Meesters van zijn, en waar omtrent dierhalven ligtelijk anders eene voor den debiet ten uytterste schad „lijk monopolie door de makelaars die als nog d' eenigste kopers zijn, kan werden in ge„ „voerd, voor of kort na ult„o Aug„s naastvolgen„ de in 't geheel en alle andere Articuls van Negotie binnen een rond Jaar na den ver„ koop Compleet zullen moeten afgehaald en en betaald werden „ hen daar toe dan ook te vezonden des noods in het werk stellende het eenige middel van Constraincte dat men heeft, namentlijk van zo lang zulx niet ge„ „schied zijn geene andere articuls die zij om hare gewildheijd gaarne hebben willen, te laten volgen, en waar door hun eigen belang zal ver „eijschen daar meede de hand te ligten om het gevaar van bederf roosen brand nevens de spillage en Pakhuijshuuren niet lang selfs te dragen gelijk zulx zo wel als eenige andere accessoir motiven, te zien is bij onse Resolutie van voorsz datum. Dat het Comptoir de Den da Rajapoer na Denda rajapoen, deelig voor de Comp: geworden is tijd geen tegen spraak maar Hoog Edele Heeren de vrijheijd die uw Hoog Edelens te meermalen betuijgt he „ben gaarne te willen vergunnen aan de minist die de eere hebben haar op de buijten Comptoiren

NL-HaNA_1.04.02_2967_0101 view scan ↗

English

From Surat, 12 March 1759 to represent, and who, being on the spot, have the best opportunity to penetrate the true state of affairs and to pass judgment upon them with certainty in order to communicate their findings to Your High Excellencies, even though these might somewhat conflict with the ideas that Your High Excellencies, observing these matters from afar, might have formed; and the duty that, according to our understanding, rests upon us to speak for our subordinates with respectful frankness in defense of the truth and so that they might not innocently fall into disgrace, obliges us to testify that, to our knowledge, no deception has taken place in this regard on the part of the factors or anyone else. Everything that has been said of that trading post amounts to this: that it is situated better than Bassein or others for the Deccan trade and has a splendid harbor, much more serviceable for us than Bombay for letting ships winter. From this former point, and the demonstrated inclination of the prince to favor our trade, one necessarily had to conclude that substantial quantities of merchandise could be sold there at equal or higher prices than in Surat, if the Sewajee prince Ballagie Ballarauw had permitted the free transit through his lands from there, which, according to the letter of the factor at that time, From Surat, 13 March 1759 Factor Kroonenberg of 17 July 1756, had been expressly promised by His Highness, or if he had merely connived at it and allowed the Deccan merchants to come trade at Danda Rajpore, as one, according to that very same letter, had great reason to flatter oneself; but of which, despite this, the contrary was experienced through the countermining and agitations of the English gentlemen, which consequently must also inevitably have dragged in its wake a small turnover and very mediocre sales, because in the district of the Rajpore prince there are only two wealthy merchants, who apparently will have known no other outlet for what was sold than to transport it covertly, mostly by water, to other neighboring places and there convert it as best as possible, since in the land of Rajpore there is no wear or consumption worth mentioning, not even excepting powdered sugar, which is still the principal commodity. So that, when one knows all this and reflects upon it impartially, it does not appear so incomprehensible or suspicious that the sales prices, or rather the profits and percentages, turned out somewhat to the disadvantage compared with those of Surat before the Surat and Rajpore charges, which we resolved at our session of 24 January last, in compliance with Your High Excellencies' respected order, From Surat, 12 March 1759 to demand an accounting in this regard from the former factors Kroonenbergh, Sanderus, and Van der Sleijden, and principally the first-mentioned, who can be regarded as the founder of that establishment, in order to dispose regarding the compensation for the lesser yield or otherwise according to the findings of the matter. But Kronenberg made the transfer to his temporary replacement Van der Sleijden before the end of December 1756, and the first sale in the year 1756/1757, as appears from Denda Rajpore's Trade Journal, did not take place before the end of October. The sale in that book-year amounted to ƒ 124494:13: 8, and the profits, after deduction of the losses, to the sum of ƒ 69688:19 cited by Your High Excellencies. Your High Excellencies' honored remark that the unqualified dispatch of the assistant Van Schuijt to the court at Poena, made by the two last-mentioned factors, ought in fairness to have remained for their account, we shall not fail dutifully to take as our guidance, should it contrary to expectation happen again that our subordinates should emancipate themselves so far; which we also recently would not have passed over so lightly, had we not judged that we had to give some consideration, on the one hand, to the good intention that the servants had with it, namely to take the opportunity of the most favorable disposition of the

Dutch transcription

Van Souratta den 12=e Maart 1759 misleiding der Factoors maar aan de be„ lemmering aan den opvoerder Coop„ het declance toe te te representeeren en die in Loco zijnde de beste occasie hebben van de ware gesteldheijt van zaken te Penetreeren en daar over met zekerheid oordeel te vellen om hunne bevinding aan uE Hoog Ed„s meede te deelen, schoon die eenigsints mogte stryden tegens de denkbeelden die u Hoog Edelens, die zaken van verre beschou„ „wende mogten, hebben geformeerd en de pligt die naar ons begrip op ons legt om onze onder „horige met een eerbiedige vrijmoedigheid voor te spreeken tot voorstand der waarheid en op dat zij niet onschuldig in ongenaden g, Is niet aan de mogen geraken, verpligt ons te getuijgen dat onzes weetens daar omtrent geene misleij„ „ding van de zijde van de factoors nog van imand anders heeft plaats gehad, komende alles wat van dat Comptoir gezegt is daar op, uijt dat beter als Bassijn of andere tot den deekansen handel geleegen is en een Kostelij„ ke haven heeft vrij dienstiger voor ons als Bom„ baij om de scheepen te laten overwinteren uijt welk eerste, ende betoonde genegentheijd van den vorst om onzen handel te begunstige men noodsakelijk moesten opmaaken dat aldaar aansienelijke quantiteijten Coopmansz: tegen Equale ofte hogere prijsen als in Souratta zoude kunnen werden gedebiteert, bij aldien den Zewasen Vorst Ballagie Ballarauw den a vrijen op voer van daar door sijne landermanschappen in hadde gepermitteerd 't welk door zijn Hoog „ schrijven. heijd volgens het schrijvens van den doenmaligen Factoor Van Souratta Den 13 maart 1759 Contraminatien der Engelschen. waar door het debit gering zijn uijtgevallen. de Commissianten daar omtrent ver„ „antwoording gevordent. Factoor Kroonenberg van den 17 Julij 1756 uijt drukkelijk beloofd was ofte hij deselve slegts hadde geconniveerd ende dekkeniesen Cooplieden toegelaten te Denda Rajapoer ten handel te komen, zo veroorsaakt door de als men blijkens die selve briefgroote reeden had„ den zig te flatteeren, dog waar van men des niet tegenstaande het Contrarie door de Contraminatie „heeren en woelingen van den „ Engelschen heeft g'Expari„ „menteert het welke dan ook onvermijdelijk heeft moeten na zig sleepen een geringen debiet en zeer mediocre Rijsen, dewijl in het district van den Rajapoersen vorst maar twee vermogende Cooplieden Zijn die apparent met het verkogte geen uijtweg zullen geweeten hebben, dan met het selve als ter sluijk meerendeels te water naar andere naburige Plaatsen te vervoeren en aldaar ten besten mogelijk om te zetten ver„ „mits in het Land van Rajapoer geen naamwaer„ dige sleet of Consumtie is zelfs niet uijtgezondert alle de Poeden zuijker dat nog bil het voornaemste articul is in voegen het wanneer men dit alles weet, en daar op Onzeijdig reflecteert zo onbe„ ende winsten slegts grijpelijk of suspect niet voorkomt, dat de ver„ „koops prijsen ofte eijgentlijk de winst en Procen„ „tos met die van Souratta voor de souratse „ te vereeren en Rajapoerse ongelden wat ten nadeele „ onver„ mindert het welke wij ter onzer sessie van den 24 Januarij J„o Leden beslooten hebben in Egter heeft men van voldoening aan uw Hoog Ed„s gerespecteert bevel van Van Souratta den 12 maart 1759 Haar Hoog Ed„s aanmenking om Commissianten naar Poena zal men zig ter ne rigt laten strekken. nevenstaande Redenen van de geweesene Factoors Kroonenbergh Sanderus en van der sleijden en Principaal den eerstgem: die als den Grondlegger van dat etablissement kan werden aangemerkt verantwoording desen aangaande te vorderen, ten einde nopens de vergoeding van het minder rendement ofte andersints naar bevinding van zaken te disponeeren; dog Kronenberg heeft als voor het uijteinde van Jber 1756 aan zijnen temporeele vervanger van der sleijden transport gedaan en d' eerste verkoop in A„o 175/7:„ „jaar is blykens Denda Rajapoers Negotie Jour„ „naal niet voor uld„o 8ber geschied den verkoop in dat boekjaar heeft bedragen ƒ124494:13: 8 ende winsten na aftrek der verliesen de door U Hoog Ed„s aangehaalde, somma van ƒ69688:19. Uw Hoog Edelens G'Eerde aanmerking dat de ongequalificeerde opsending van den adsisteteent de door de van schuit naar het hof te Poena Sjackela gedame bezending door de twee laastgem: factoors naar billikheijd voor reek: van deselve had moeten blyven, zullen, wij niet manqueeren ons schuldpligtig ter uE narigt te laten strekken, wanneer het tegens verwagting weder mogte gebeuren dat onze subalterne zig so verre quamen te Emancipee„ „ren, 't welk w' ook Jongst zo ligt niet zouden gepasseert hebben, ingevalle w' niet geoordeelt moeten hadde eenige reflexie te mgen slaan, eens, schoon men om de deels op de goede intentie die de bediendens daar meede hebben gehad, namentlyk om de geleegentheid van de favorabelste dispositie var den

NL-HaNA_1.04.02_2967_0104 view scan ↗

English

From Souratta the 12th of March 1759 this time has passed not to let the prince of the Marhettas slip, for the accomplishment of that which, according to our opinion as well as theirs, was capable of making Denda Rajapoer, in terms of sales, one of the most advantageous Residencies to the west of India, in which they also to all appearances would have succeeded, were it not that the English gentlemen, taking umbrage at that mission, had caused the displeasure that had at that time been conceived by the prince against them to cease through expenditures and great promises, and had made the balance swing back to their side; and secondly, that they had taken into consideration that the Marhetta merchants had promised, in case of good success, to help bear the costs, as is extensively cited in our formal descriptions of the 15th of April 1758, and that both the aforementioned Factors are men of very small means, whose pay accounts are also already burdened with some thousands of guilders, and consequently could not possibly have paid the expenses of the mission even if one had wished to proceed against them with rigor, not to mention that, had they not willingly submitted to the pleasure of the prince, his highness meanwhile would not have been too good to have had one of them seized and brought to him, From Souratta 12 March 1759 1013 partisans. The purchase beneath the sale, as also the loss set beneath such weapons which were sold at public auction; namely: past year with ammunition yielding profit as he had done to the first commissioner Sanderus, at a time when our envoy Kroonenbergh was actually traveling to Poena and there was consequently not the least necessity for it, as was already touched upon with a word in our reverent letter of the 12th of December of the preceding year. The unrequested firearms received in the spring of 1758 with the ship Amerongen were sold on the 29th, 30th, and 31st of January at public auction, and from that resulted the following: Purchase price burdened with the charges of cleaning and maintenance, sale proceeds in percentage of profit. ƒ 582. 12 — ƒ 510. 15. — ƒ 71. 17: 12 3/8 s 220 barrels and locks for Masquate ƒ 1973. 8 — ƒ 592. 2. 8 — ƒ 406. 19 — 50½ rm 377 common muskets ƒ 1973. 5 — ƒ 2919. 15 — ƒ 946. 10 — 48 s 246 bastard flintlocks ƒ 3683. 11 — ƒ 4857. 15 — ƒ 1174. 4 — 1. 1/8 2 m ƒ 394. 8. 8 — ƒ 280. 2. 8 — ƒ 113. 18 — 28 7/8 Added ƒ 780 10 — ƒ 160. 10 — ƒ 120 1 ƒ 914. and deducted therefrom with 1708. 10 — 9014. thus it appears that on the said weapons there would still have been profited ƒ 130: —: — ƒ 1330 — 17 s underneath stood: Souratta the 15th of February Anno 1759 was signed: Jan Drabbe. 590 powder horns. Which passable return they would not have given had we not, at our session of the 7th of June of the past year, thought fit to have them cleaned and kept clean, as they were for the most part so rusted From Souratta The 12th of March 1759 the weights sent in the past year are received the ordered ships could in the following manner that they were in danger, during the rainy season or before one could obtain news of what was to be done with them, of being utterly ruined; the expenses incurred for that purpose having been charged to the account of the same and consequently the aforementioned 17 percent pure profit after deduction of the losses. Concerning the weights sent from here to Batavia in the past year, as not really agreeing with the standard weights here, our warehouse master is prepared, if required, to confirm by solemn oath that they are genuinely the same ones that were brought with Rhoon in the year 1757. We shall not fail in the future to regulate ourselves strictly according to the orders that your High Excellencies have been pleased to establish in that regard, which, as far as concerns the examination thereof in the presence of the ship's officers concerning those received per Tulpenburg, Amerongen, and Vrouwe Rebecca Jacoba, could not take place because the chests in which they were contained had already been opened and the weights taken out before the ships Amstelveen and Amelisweerd, with which your High Excellencies' honored missive was received, had arrived here; wherefore the officers could not say with certainty that they are the same ones that they delivered, although there is not the least reason to doubt it, so that we could do no other than have the same verified against the standard weights by special commissioners from the Council of Justice in the presence of the Fiscal.

Dutch transcription

Van Souratta den 12=e Maart 1759 dese maal heeft gepasseert den vorst der Marhettas niet te laten slippen tot bewerking van het geene, zo wel naar onse als naar hare opinie in staat was om Denda Rajapoer ten opzigte van den verkoop een der voordeeligste Residentien om de west van Jndia te maken, waar in zij ook naar alle apparentie zouden geslaagt hebben, 't, en waare d' heeren Engelschen ombrage uit die bezending schep„ pende het misnoegen dat daermaals dat doen „maals door den vorst tegens hen was opge„ wat door spendatien. en groote beloften had„ den doen cesseeren, ende balance weder na hunne zijde doen overslaan; en ten anderen de bezending voor ook in Considiratien genomen hadden, dat de Marhetse Cooplieden belooft hadden, bij een goed succes, de kosten te helpen dragen, zo als bij onze formeelen beschrijvingen van den 15=e April 1758 omstandig is aangehaald, en dat beide voorsz: Factoors Lieden zijn van zeer klein vermogen, welkers zoldij reekeningen ook reets met eenige duijsent Guldens beswaart zijn, en dier gevolgelijk het kostende van de bezending onmogelijk zoude hebben kun„ „nen betalen al hadde men tegens hen naar rigeur willen Procedeeren, om niet te zeggen dat, bij aldien zij zig niet willig aan het goed„ vinden van den vorst hadden moet onder„ worpen zijne hoogheijd intusschen niet te goed zoude geweest zijn een van hen te laten vratfarrgen opvatten en bij hem brenger zo Van Souratta 12 Maart 1759 1013„s Partisaans. Den inkoop onder den verkoop zo meede het verlies onder „ gestelt zodanige wapen goederen opaeveij bij publicque rendutie kende verkogt zijn; namentlijk: ao Pass„o met Amo„ dier winstgeving zo als hij den eersten Commissiant sanderus heeft laten doen, in een tijd dat onzen gezant Kroonenbergh werkelijk op reijse naar Poena en daar in dienvolgende geen de minste noodzakelijk was, gelijk dat reeds met een woord is aangehaalt bij onze reve„ rente van den 12: xber des voorl: Jaars D'in het voorjaar 1758 met het schip verhoop der in Amerongen ongeEijscht ontfangene ron geweiren zijn, op den 29: 30 en 31 Janu: bij Pa„ blicque vendutie verkogt en daar van Jntfe„ komen het ondervolgende. ƒ Jnkoopl beswaart met d'ongelden van 't schoon maken onder„ houden, verkoops gelde in p:r Cto winst . . - ƒ 582. 12 — ƒ 510. 15. —. - . . . ƒ 71. 17: 12 3/8 s„s 220 p„s Lopen en sloten tot Masquate ƒ 197 3. 8 „ 592. 2. 8. . . . - . „ 406. 19- 50½. r–m 377 „ musquetten gemeene „ 1973. 5- ƒ2919. 15— ƒ 946. 10„. . . . . . - „ 48 — — s:s 246 „ snaphanen bastaande „ 368311:—„4857:15—„1174:4„ . . . . . . . 1. 1/8 2 =m . . „ 394. 8. 8 „ 280. 2. 8 „. . . . . „ „ 113. 18 — „ 28 7/8 „ „ Addeert ƒ 780 10 - ƒ 160. 10 - ƒ120 1 ƒ914. — en daar van afgetrokken met 1708. 10 - 9014. zo blijkt dat 'er nog op ged„te wapenen zoude geprofiteert zijn. . . . ƒ130: —: — ƒ 1330 —. . . . . . „ 17. . . s„s /:onderstond:/ Souratta den 15=e Februarij A:o 1759 /:was geteekent:/ J„n Drabbe. 590 „ kruijthoorns. . . . . . Welk Passabel Rendement deselve niet zoude Redenen van gegeven hebben indien wij niet ter onzer sessie van den 7=e Junij A„o Pass„o hadden goedgevon„ „den deselve te doen schoonmaken en schoonhou„ „den, also meerendeels zodanig verroet waren, verte Van Souratta Den 12=e Maart 1759 de in at passe„ zondene gewigten zijn aloon ontfangen geordonneerde heeft Genoemde scheepen „staande wijze kunnen dat gevaar liepen, geduurende den regen tijd of eer men tijding konde erlangen wat daar meede moeste gedaan worden, in de grond te bederven, zijnde de ten dien eijnde gedane ongelden ten Lasten van deselve gebragt en gevolgelijk de voorsz: 17. p„r C=to zuijvere winst na aftrek van de verliesen. Belangende de gewigten A„o Pass„o van hier ge„ naar Batavia gedzonden, als met de standvustigheijd gewigten hier wesentlijk met niet accordeerende, is onze Pakhuijsmeester be„ reide des gerequireerd werdende, met Solemneele Eede te bon gestand te doen, dat het weesentlijk deselve zijn die ao 1757 met Rhoon zijn aangebragt. wij zullen niet manqueeren om in den aam„ „ ons staande stiptelijk te reguleeren naar d' ordres die uw Hoog Ed„s dientweegen hebben gelieven te stellen, het welke, voor so verre aangaat d' Examinatie Het daar omtrent ter Presentie van de scheeps overheden omtrend omtrent in den text d' ontfangene per Tulpenburg, Amerongen en trouwe Rebecca Iacoba, niet heeft kun„ nen geschieden vermits de kistjes daar die in ^ reets geopend, en deselve daar uijt genomen geweest zijn geweest zijn ^ voor dat de scheepen Amstelveen en Amelisweerd, waar meede uw Hoog Ed„s g'Eerde missive is ontfangen alhier Gearri„ veert waren; weshalven de overheden niet met zekerheijd zouden kunnen zeggen, het deselve zijn die zij hebben uijtgelevert schoon 'er geen de minste reden is om daar aen te twijfelen, zo dat wij niet anders hebben kun„ nen doen als deselve door Expresse gecommit„ niet als op de neven„teerdens uijt den raad van Iustitie ten overstaan gff Executeert worden van den Fiscaal, tegens de stand gewigten te

NL-HaNA_1.04.02_2967_0107 view scan ↗

English

From Surat, the 12th of March 1759. Reasons why one can spare the Jonge Jacob here. to have compared, the report of which accompanies this, showing that only a single one brought by the first-mentioned vessel agrees with the standard weight; of the remaining 17, 16 pieces were found to be 1/2 to 3 1/2 loot too heavy, and the seventeenth 1/2 loot too light, all of which are forwarded wrapped in linen and sealed, with Amerongen. If the Jonge Jacob, which is actually a snow, although in our letters mostly called a hooker according to the first draft of its construction, and later also erroneously a brigantine, differed essentially in so little charter from the other vessels belonging here that it could be used in one and the same fairway or for one and the same purpose, it would certainly be poor judgment to build a smalschip and galbat and shortly afterwards to report that one judged the said vessel could well be spared; but Right Honourable Gentlemen, the Jonge Jacob is 93 feet long over the stems, the smalschip the Beschermer is 56 feet long in the keel, and the galbat the Zeeleeuw only 40 feet; the Jonge Jacob is 25 feet wide, the Beschermer 19, and the Zeeleeuw 13 1/2 feet; the first-mentioned draws, when ballasted, 10 feet, the Beschermer only 6, and the Zeeleeuw 6 1/2 feet; from which it is easy to see that the said snow is not nearly as suitable, indeed practically unsuitable, to serve in the Surat river, which becomes shallower almost from year to year, for which it was also not built or projected, From Surat, the 12th of March A.o 1759. Continuation. Kets. but rather to transport goods to the Coast, Danda Rajapore, Sindie, and similar places across the sea, as well as to convoy other vessels thither; and since the trading posts at Kets and Rajapore have been closed down and the navigation to Sindi suspended, it can be of little or no use in this directorate, since it can no longer be employed at all for convoying to the north or to Brootschia due to the shallowness of the fairway, besides which it is also not as suitable as the smalschepen and galbats for pursuing the pirates, who, when they are hard pressed, creep with their small galbats or other light vessels close inshore or into this or that small creek or inlet where no vessel with a deep draft can approach closely enough, and by that means usually escape; for all which reasons, and because the heavy costs of the crew and so forth of that vessel are by far not outweighed by the service one can have from it here in times of peace, we have judged it proper to propose to Your Right Honours to employ the same elsewhere, where it can be of more use than in this directorate; and for which reason we also, at our aforesaid session of the 24th of January last past, resolved to send the said snow, in compliance with Your Right Honours' intention, to Ceylon as soon as one should have obtained the necessary service from it From Surat, the 12th of March 1759. Touching the passing of a certain specification, one will govern oneself as in the text. also regarding the expenditure for repair for the ordered expedition to Kets, for which we had already made all the necessary arrangements by secret resolution of the same date, and fixed the sailing date of the vessels on the ultimate of February. But the new troubles, of which mention will be made in the continuation of this letter and in still more detail in the dispatched secret letter of the first two undersigned, have deranged this plan to such an extent that on the 6th of that month we were obliged to resolve to abandon it so far as this spring is concerned and, making a virtue of necessity, nevertheless not yet to carry out the dispatch of that war vessel to the said government for the time being, in order to have at hand during the unnavigable season the European crew assigned to it, and if the monsoon turns somewhat early and the circumstances of the times permit sending it away, still to achieve the proposed objective in the coming autumn, about which deliberations will be held in August. It has pained us greatly to see that our decision provisionally to validate the expenses incurred for the repair From Surat, the 12th of March 1759. and maintenance of the vessels in the year 1757 according to a specification from our Master of Equipage that appeared somewhat exorbitant to us, and to allow what was due to that official according to the same to be paid to him under caution de restituendo in case and in so far as the same might be found so upon examination by knowledgeable persons at Batavia, appeared to Your Right Honours not only improper, but even gave rise to speculations; and we shall dutifully take this reproving remark for our guidance, and therefore henceforth suspend the settlement of the entire amount of such accounts as cannot be passed with full confidence until the accuracy of the same is proven to our satisfaction, if the sum of what one judges to have notoriously had to be spent is not of so much importance that the accountant can remain so much in advance, and on the contrary provisionally withhold as much as one thinks exceeds the proper limit. At our Session of the 7th of June 1758, a specification having been submitted for the repair and renewal of the small outer lattij No. 3, amounting to

Dutch transcription

Van Souratta den 12 Maart 1759. hier kan missen te doen Confronteeren welkers rapport desen verseld, ten blijke dat 'er maar een enkelde per eerstgem: bodem aangebragt met het stand„ gewigt accordeert; van de overige 17: , 16 stux van ½ tot 3½ loot te swaar ende seventiende ½ Loot de Ligt is bevonden, dewelke alle in Lijwaten omslagen verseguld met Amerongen overgaan. Jndien de Jonge Iacob, die eijgentlijk een Redenen waar om snauw is schoon bij onse brieven meest men de Jonge Jacob naar het eerste concept zijner aanbouwing, een hoeker, en Naderhand ook wel eens abu„ „sive een Brigantijn genoemt is wesentlijk, met so veel Charter met d'andere alhier 't huijs horende vaartuijgen verscheelde dat wel„ ^ vaarwater of tot een en het selve op een en het selve ^ oogmerk konde gebruijkt werden, zoude het zekerlijk een slegt overleg weesen een Smalschip en Galbet te bouwen en kort naderhand selfs te melden, dat men oordeelde het gem: vaartuijg wel te kun„ „nen missen; maar Hoog Edele Heere de Jonge Jacob is lang oversteeven 93, het smal„ „schip de Beschermer is lang van kiel 56 en de Galbet de Zeeleeuw maar 40 voeten, de Jonge Iacob is wijd 25, de bescherming ig ende zee Leeuw 13½ voeten, d' eerstgem: gaat ^ ge„ „ballast zijnde, diep 10 de, beschermer maar 6 ende zee Leeuw 6½ voeten, waar uit ligt na te gaan is dat gem: Snauw in verre na zo bequaam niet, Ja genoegsaam onbequaam is om in de Souratse rivier, die bij na van Iaar tot Iaar ondieper word, te dienen waar toe ook niet is gebouwt ofte geprojecteert geweest naar 13 Van Souratta den 12 maart A„o 1759 vervolg vervolg kets maar wel om goederen naar Cust Denda Raja„ „poer, sindie en diergelijke over zeesche plaatsen te vervoeren, mitsg„s andere vaartuijgen derw=ts te Convoijeeren; en dat de Comptoiren te kets en Rajapoer op gebrooken ende vaart naar m mits Sindi gestaakt zijnde van weinig „ of dienst in dese directie zijn kan, dewijl tot Convoij om de noord of naar Brootschia in het geheel niet meer kan g'emploijeerd werden door, de ont„ diepte van het voorwater, buijten en behal„ ven dat ook zo bequaam niet is, als de smalscheepen en Galbets tot het vervolgen der rovers die als zij het de quaad krijgen met hunne kleine Galbets ofte andere ligte vaartuijgen, digt onder de wal dan wel„ in desen of geene kleine kreek of spruijt kruijpen daar geen diep gaande vaartuijg ken genoeg kan naderen, en het door dat middel gemeenlijk ontkomen, om alle welke redenen en dat de sware kosten van de Equipagie en wesmeer van dat vaartuijg uit hoofde voorsz in verre na niet word opgewogen door de dienst welke men van het selve in vredens tijdens alhier hebben, kan, wij g'oordeelt hebben U Hoog Edelen te proponeeren het selve elders te emploijee„ ren, daar van meer gebruijk kan weesen als in desen directie en waaromme wij ook ter onzer voorsz: sessie van den 24 Janua: Laast verweeken, hebben beslooten de Gem: Staauw Van Souratta Den 12=' Maart 1759. als nog aan te houden. opens het Passeeren „catie zal men zig ter van zeekere specifi„ snauw, in voldoening aan uw Hoog Ed„ intentie naar Ceilon te zenden, zo dra men daar van de nodige dienst zoude ge„ „hebben „had tot de Geordonneerde expeditie naar kets waar toe wij bij Secrete resolutie van denselven datum bereets alle de nodige arangementen hadden gemaakt, ende zeildag der vaartuijgen bepaald op ult„o feb„r dog de nieuwe trouble, waar van in het verdog men 's genood volg deses en nog nader bij d' aftegane secre zaakt dat vaartuijg te brief van de twee eerst ondergeteekendens zal gementioneerd werden hebben hebben dit plan tot zo verre gederang„t dat wij op den 6=den van die maand hebben moeten besluijten daar van voor so verre dit voorjaar betreft af te zien en van de nood een deugd maken, de egter de versending van dat oorlogs vaar„ tuijg naar het gem: gouvernement voor als nog niet te laten gevolg neemen, ten eijnde de Europeeschen manschap daar op bescheijden in het onvaarbaare Saijsoen aan handen te hebben en zo de mousson wat vroeg kentent ende tijds omstandigheden permitteeren het selve van de hand te senden nog in het aanstaande na Jaar het voorgesteld oogmerk te bereiken waar over men in Augustus zal delibereeren Het heeft ons zeer gesmnert te zien dat Het genoteerde no„ ons besluijt om het bekostigde tot reparatie 15 narigt laten strekken Van Souratta Den 12 maart 1759. trent handelen als in en Text. ook zal men aangaan de het bekostigde tot en onderhouden „e vaartuijgen in ao 175 /7 volgens een ons wat Exorbitant toegeschee„ „ne specificatie van onsen Equipagiemeester Provisioneel te valideeren en het geene dien bediende volgens deselve Competeerde aan hem te laten afgeven onder Cautie de restituendo bij aldien en voor zo verre deselve te Batavia bij Examinatie door„ lieden zig des verstaande zodanig bevon„ den mogte werden u Hoog Ed„s niet alleen „oneijgen, maar selfs speculaties „was te voren gekomen; en zullen on desen improbatoire aanmerking schuld„ En voortaan daar om pligtig ter narigt laten strekken, en over zulks in het toekomende met de voldoe¬ ning van het gantsche bedragen van diergelijke reekeningen die men met geen volle gerustheijd passeeren kan, superce deeren; tot dat ons de zuijverheijd van de„ selve ten genoegen zal blyken, als de som van het geene men oordeelt notoir te hebben moeten werden uijtgegeven, niet van zo veel importantie is, dat den rendant van reekening zo veel in het verschot kan blijven, en bij het tegendeel Provisioneel inhouden, zo veel men denkt dat deselve te hoog op stok loopt Ter onzer Sessie van den 7=e Junij 1758 reparatie van de ingedient zijnde een specificatie van de kleine buijten Lattij vernieuwing der kleine buijten Lattij N„o 3 bedragende De

NL-HaNA_1.04.02_2967_0111 view scan ↗

English

From Surat. The 12th of March 1759 which was passed here beside mentioned, amounting to ƒ 4097:19:—, we have on that day, after careful reconsideration of a report submitted on that account by the present overseers of the buildings, Kellij and Falek, which is incorporated into the resolution of that date, considering on the one hand that this amount, added to the ƒ 5996: 4 that was spent on the initial construction, amounts to the considerable sum of ƒ 10094:8:—, whereas that warehouse, pro rata with the others, ought to have cost only ƒ 6351:19:—, besides ƒ 238: 15— spent on covering the same with palm leaves before permission was had to place a tile roof upon it, or together ƒ 6590:14:—; and on the other hand that the necessity of the haste, both in the erection of the building and in the storing of the sugar in the same before it was entirely completed, certainly merited being taken somewhat into consideration; thought fit to credit the Modi, above the last-mentioned amount, with half of the wages for the rebuilding, amounting to ƒ 535:38, and thus ƒ 7125. 17:8 in total to validate in the account, besides still ƒ 1640: 16 which that servant, as appears from the said report, not without semblance of truth declares to have been extorted from him by the regents in order to obtain permission to proceed with the construction, which he was allowed to pay out under sufficient security for restitution in case Your High Excellencies might not approve the same, thus leaving the remaining ƒ 1327. 15: 8 for his account. In these terms that matter stood when we had the honor to receive Your High Excellencies' frequently cited formal rescript, whereby Your High Excellencies declare to desire that the rebuilding should be borne either by the administrators or by the contractor, as we should find proper; whereupon we decided to leave that matter, as settled in good conscience, in statu quo until further orders, solely with this distinction: that the paid sum of ƒ 1229: 13:8 to the Modi, over and above the cost of the first construction, shall again be withheld from his accounts to be submitted, both regarding repairs and otherwise, until news shall be had of Your High Excellencies' final disposition regarding this. With the necessary repairs of the defects at the lodge and the garden Sorg Vrij, we are, pursuant to Your High Excellencies' granted consent, according to our resolution of the 24th of January last, actively engaged, insofar as anything had not already had to be done because it could suffer absolutely no delay until Your High Excellencies' authorization could be obtained; but regarding the plot on the Meydan, upon which the remains of the former Verthol warehouse stood, this has, together with the same, for reasons treated at large in the resolution of that date, been sold at public auction to the highest bidder for ƒ 795—:, as appears from our resolutions of the 16th of February last. And for the making of the necessary outbuildings to the houses in the shipyard, having requested permission from the regents and received a promise that the same will be granted, we hope to make a start therewith in the coming days, the more so because the Director, according to our secret resolution of the 3rd of February, for reasons cited therein, having exchanged residences with the warehouse master, must manage there very narrowly and not without great discomfort. The request that the co-owners of the grab Charlotta took the liberty to make to Your High Excellencies in the past year regarding the funds belonging to the owners of the small English vessel Le Tarsis, which were in the hands of the Director, has, High Noble Lords, by no means had as its basis an assumption as if those people were at all to blame for the misfortunes caused by a third party, but only a conception that such, on account of their status as English subjects, could be done with just as much right and propriety by way of reprisal as an injured or damaged nation seizes the ships and properties of subjects of another that committed the injury and recovers its damage from them, even though the private owners thereof were no instruments therein. But since Your High Excellencies understood the matter otherwise, they must resign themselves to it, and we shall meanwhile not fail, on occasion, to recover from the dependencies of Cambait the amount of the looted cotton-laden shibar by the soldiers of the Governor of that city, pursuant to the authorization that Your High Excellencies were pleased to grant thereto. No horses worthy of being presented to a prince being obtainable in a country where people are very particular in that regard, except at unheard-of prices that we would not have dared to spend on them, we had to abandon our plan, approved by Your High Excellencies, to send two of those animals to the chief regent of the Marathas, and sent His Highness instead a present in goods, the amount of which has already been cited in our humble letter of the 12th of December last. To complete the number of 12 granted by Your High Excellencies, a steward's mate from Amstelveen has been removed from the rolls.

Dutch transcription

Van Souratta. Den 12=e Maart 1759 't welk men om hier nevens gem: den gepasseert. bedragende ƒ 4097:19:— zo hebben wij ten dien dage na aandagtige resumtie van een dient„ weegen ingedient berigt van de Presente opzigters over de gebouwen Kellij en Falek dat het besluijt van dien datum is ingelijft, Considireerende aan de eene zijde dat dit be„ dragen, gevoegt bij de ƒ5996: 4. die aan de eerste „gelegd opregting zijn ten kostgeld „ komt uijt te maken een aansienelijke Somma van ƒ10094:8. — daar dat pakhuijs prorato van de andere maar zoude hebben moeten te staan komen op ƒ6351:19. – buijten ƒ 238: 15— bekostigt tot het overdekken desselve met Terrij bladen voor dat men permissie hadde 'er een pannendak op te leggen- of te samen ƒ6590:14:— en aan d' andere kant dat de noodzakelijk geweest zijnde verhaasting, zo wel in het Redene opregten van het gebouw als in het bergen der zuijker in het selve, eer nog 't eenemaal voltoijt was wel miriteerde eenigermaten in aanmekking te komen, goed gevonden den moedie, boven het Laastgem: bedragen nog de helft der arbeijdsloonen van de ver„ „nieuwing uijtmakende ƒ 535:38 en dus ƒ 7125. 17:8 in het geheel in Reekening de valideeren behalven nog ƒ1640: 16 welke dien op ƒ 1327: 15:8 na had„ bediende blijkens het gem: rapport niet zon„ der schijn van waarheijd overgeeft hem door de regenten g'Extorqueerd te zijn ter erlanging Van 17 Van Souratta Den 12=e Maart 1759 de logie en zorg vrij werden gerepareerd van Permissie om met de Extructie voor te „hem gaan, die men „ heeft laten afgeven onder suf„ „ficante Cautie de Restituendo bij aldien u Hoog Ed:s het selve niet mogten approbeeren, bli „vende dus de overige ƒ 1327. 15: 8 voor zijn ree„ king. —. handelen na haa In dese termen verseerde die zaak toen wij Hoog Ed: intentie d' eere hadden t' ontfangen uw Hoog Ed„s meerge„ „citeerde formeele rescriptie waar bij u Hoog„ Edelens verklaren te begeeren dat de vernieu wing, of van de aanbestierders of van den aand„ „neemer moeste gedragen werden, na dat wij zouden zul zyn bevinden te behoren, wanneer wij besloten hebben die zaak als naar Gemoede afgedaan tot nader ordre in statie quo te laten allee met dit onderscheit, dat men de be„ taalde somma van ƒ 1229: 13:8 aan den moedi, boven het kostende van de eerste exstructie, weder van zijne in te diene reeken „ningen, zo wegens reparatie als andersints zal inhouden, tot dat men tijding zal hebben van uw Hoog Ed„s finale dispositie desen Met de noodzakelijke reparatie der ge„ breeken aan de logie en thuijn sorg vrij is men mits uw Hoog Edelens verleend, consent, vol„ „gens ons besluijt van den 24 Ianuarij J„o Leden werkelijk Bezig, voor so verre niets reets hadde moeten gedaan werden, om dat absolut geen uijtstel konde lijden tot dat men uw Hoog Ed„s qualificatie konde bekomen, maar het erf op de aneijdaan, waar op de overblijffels aangaande.. —. van Van Souratta Den 12:' Maart 1759 men verkogt. eerst daags een begin op de needers van de goerab Charlotta hun van het geweesen verthol pakhuijs stonden, maar het oude heeft men nevens deselve, om redenen bij resol: tot pakhuijs heeft van dien datum in het breede verhandelt bij Publ: vendutie aan de meest biedende verkogt voor ƒ795—: blijkens onze Resolutien van den 16 Feb„j J„o Leden En tot het maken van de nodige bij gebou„ met de bij gebouwen „wen aan de huijsen op de werf van de re op de werf zal men genten permissie versogt en toezegging ge„maken. kreegen hebbende dat deselve zal werden ver„ gunt, hopen wij daar meede eerst daags „kunnen een begin te sullen maken, te meer ver¬ mits den directeur volgens onze secrete re„ solutie van den 3 februarij om reedenen daar inne aangehaald, tegens den pakhuijsm„r van woning verwisseld hebbende, zig al„ daar zeer bekrompen, en niet zonder groot ongemak moet behelpen. Het versoek dat de meede Rheeders van rondament waar de Goerab Charlotta de vrijheijd gebruijkt heb versoek van grrest „ben u Hoog Edelens A„o Pass„o met oper zig te hebben gebouwd. tot de onder den directeur berust hebbende gelden van de Rhederij van het Engels scheepje Le Tarsis te doen, heeft Hoog Edelen heeren! geensinrs tot Bassis gehad eene Sustinue als of die lieden eenige schuld hadden aan het ongeluk ken door een derde aangedaan, maar alleen eene verbeelding dat zulx uijt hoofde van hunne qualiteyt van Engelsche onderdanen met eeven veel regt en ge voegelijkheijd, bij wege van represairle konde geschieden, als een verongelijkte of beschadigde natie 600 Van Souratta Den 12 ' maart 1759 volk van den Gouver„ geroofde cattoen zal men tragten zig te dedommageeren in steeden van paar den vorst der mar„ „schonken. de penne geligt natie de scheepen in eijgendommen van onder„ danen van een andere die de verongelijking gedaan heeft, in beslag neemt en daar aan hare schade verhaald, schoon de particuliere Eijge¬ naars derselve daar van geen werktuijgen geweest zijn, dog dewijl u Hoog Edelens de zaak anders begreepen hebben moeten zij zig zulx wegens het door het getroosten, en zullen wij intusschen met neur van hamboud manqueeren bij Occasie op de onderhorige van Cambait te verhalen, het bedragen van de geroofde Sorij met Cattoen door het krijgs„ volk van den Gouverneur dier stad ingevolge de qualificatie die u Hoog Edelens daar toe hebben gelieven te verleenen. Geene paarden, waardig een vorst aengeboo„ den heef men aan den te werden, in een Land alwaar men „lictras goederen ver, daar omtrent zeer Kiesch is, als tegens on„ gehoorde prijsen, die wij er niet voor zouden hebben durven besteeden, hebben wij van ons door u Hoog Ed„s geapprobeerd concept, om twee van die animalen aen den zewasen Hoofd, regent te zenden moeten afzien, en zijn hoogheijd in dier steede een geschenk in goe„ „deren laten toekomen, waar van het bedra„ „gen reets bij onze eerbiedige van den 12 xber J„o Leden; is aangehaald Een bottelliersmaat Ter accompleteering van het door van Amstelveen aan U Hoog Edelens toegestane getal van 12

NL-HaNA_1.04.02_2967_0115 view scan ↗

English

From Souratta, 12 March 1759 Number of clerks properly divided. Approves passage. Assistants and 2 newcomers, or together 14 clerks for this main office. In total, one had to take from the ship Amstelveen the steward's mate Regnerus Johannes Essing, who, as appears from his accompanying petition written in his own hand, is a fine writer, whom we therefore request to be allowed to enjoy the Assistant's board allowance; the granted and agreed number having been divided among the respective offices in the aforementioned session of 24 January last in proportion to the work to be done there, and consequently 7 clerks instead of 5 were assigned to the secretariat in order to be able to prepare the required sets of Resolutions and principal annexes for the fatherland from 1 January onward; for which purpose it would also indeed be required that the directorate, through Your Right Honourables' kindness, be provided with such printed papers as those of which we have the honour to present here alongside a list together with the written copies. The Englishman Thomas Wintle, since passage to Batavia was granted to him, having already been admitted under the Company's special protection and therefore to be considered as a Dutch citizen, has From Souratta, 12 March 1759 No more will be granted. Money for monthly wages. this gave us reason to think that the prohibition against granting passage to foreigners on the Company's ships, even at their own expense, was not applicable to him; but since it now appears to us from Your Right Honourables' formal reply that such persons have no advantage in that respect, we shall properly let this serve for our instruction in the future. The consigned servants and peons. For Your Right Honourables' favourable and equitable decision regarding the wages of the native servants who were in service in excess of the recently determined number, we express our humble thanks, and have ordered the amount thereof, up to f 16289:5:8, to be refunded to those who had deposited the same into the treasury; but since Your Right Honourables only speak of those that remained for the account of the Director, which amount to only f 11444:5:8, and it is consequently not evidently clear whether Your Right Honourables wish to have acted in the same manner with the remaining f 4845:—:—, although one flatters oneself therewith; since, as appears from our Resolution of the last of March 1756, good reasons also militated for their retention, we have not dared to give effect to this in so far as it concerns the latter amount, except under security de restituendo in case Restituted to the Director. From Souratta, 12 March 1759 Permitted again for the Director. Native servants engaged. And those of the Fiscal to be entered. we might have misjudged in that regard. And since it has favourably pleased Your Right Honourables also to permit the Director to conduct himself in this matter in proportion to the other foreign nations, it has been resolved to increase the number kept in service by 2 chobdars, 1 jemadar, and 6 ordinary peons, whereby the native soldiery remaining permanently in service will consist of 3 officers and 32 ordinary soldiers in total, both for the maintenance of state and for all other duties, as can be seen in more detail in our resolution of 25 January last together with the grounds thereof; likewise, having seen from the marginal annotations on the findings of the Surat trade books of the year 1755/6 that it pleased Your Right Honourables to credit the Fiscal once again for the earned wages of 4 native servants kept both to prevent desertion and otherwise, which previously were left for his account, we have resolved, upon the presentation made de novo by that officer of the necessity that resided therein, which was demonstrated in detail in the reply to the findings of the year 1752/3, to permit the same to be entered again henceforth. Provided

Dutch transcription

Van Souratta Den 12 Maart 1759 getal scribenten be„ hoorlijk verdeelt. approbeert transport „ Adsistenten en 2 aankomelingen ofte te samen 14 scribenten voor dit hoofd Comptoir in't geheel heeft men van het schip Amstel„ veen moeten ligten den Botteliersmaat Regnerus Johannes Essing die blykens desselfs desen versellende eijgenhandig re„ quest een fraaij schrijver is, die wij dier„ halven versoeken te mogen gesudeeren van het Adsistenten Costgeld zynde ter meerm: sessie van den 24=e Ianuarij Pass„o het toege en het geaccordeerde stane getal over de resp: Comptoiren naar rato van het werk dat aldaar te doen is ver„ „deelt, en over zulx de secretarij 7. in plaats van 5 pennisten toegelegt om de gerequi„ „reerde stellen Resolutien en principale bij„ sagen voor 't vaderland te kunnen versaar„ „digen van P=mo Januarij af; ten welken einde ook nog wel zoude verEijscht werden dat directie door uw Hoog Edelens goedheid wierd voorsien met zodanige gedrukte Pa„ pieren, als waar van wij d' eere hebben hoog deselve eene Lijste nevens de geschrevene Exem„ „plaren hier bezijden te Presenteeren De Engelsman Thomas Wintle voor mits hot getis„ dat hem Transport naar Batavia wierd van vreemdelingen verleend reets onder sComp:s peciale protexte geadmitteert en dierhalven als een neder„ „lands burger aan te merken geweest zijnde heeft Van Souratta den 12 maart 1759 meer verleenen. Penningen voor maandgelden heeft zulx ons aanleiding gegeven om te den„ ken dat het interdiet tegens het verleenen ver„ Transport aan vrandelingen met sComp:s schee zal menergan,„ pen schoon op eijgen kosten op hem niet ap„ plicabel was, dog dewijl ons nu uijt uw Hoog Edelens formeele rescriptie toescheijnt, dat de zulke ten dien opzigte niets voor uijt heb„ ben zullen w' ons het selve in den aan„ staande behoorlijk ter narigt laten strekken de genamptiseerde Voor uw Hoog Edelens Gunstige en Equi„ dienaars en prons table dispositie belangende de gages der bo„ 5 „ven het Jongst bepaalde getal in dienst geweest zijnde Jnlandsche dienaren betuygen wij nedrig dank, en hebben het bedragen derselve tot ƒ16289:5:8 laten restitueeren aan de geene die deselve in Cassa hadden genampticeert; dan dewijl u hoog„ Edelens alleen spreeken van de voor reekening aan den Heer di van den directeur gebleeven, die maar ƒ14445:8 recteur Gerestitu„ bedragen en het over zulx niet evident blijkt, of u Hoog Edelens met dt overige ƒ4845:—: — inselder, voegen gelieven gehandelt te hebben, schoon men zig daar meede flatteerd; vermits voor derselver aanhouding, uijtwijzens uijt onze Resolutie van den laasten maart 1756 meede goede redenen hebben gemili¬ teert, zo men zulx in so verre dese laaste betreft niet durven laten gevolgneewen als onder Cautie de restituendo bij aldien eert Van Souratta den 12:e Maart 1759 voor den heer directeur gepermitteert weder wij daar omtrent misgist mogte weesen En dewijl het u Hoog Edelens gunstiglijk behaagt heeft den directeur teffens te permit„ teeren, zig in dit stuk naar Proportie van d' andere vreemde Natien te mogen gedra„ gen heeft men besloten, het in dienst ge„ houden getal te vergrooten met 2 sjobdaars Jnlandsche dienaars, 1. Jammadaar en 6 gemeene Pions waar door aangenomen. dan de permanent in dienst blijvende in„ „landsche soldatesque zal bestaan in 3 hoofden en 32 gemeene in 't geheel zo tot Staathouderij als tot alle andere diensten invoegen zulx bij ons besluit van den 25 Januarij laastleden met de motiven van dien omstandiger te zien is, gelijk meede dat wij bij de marginale aanmer„ kingen op de bevinding der Souratse Negotie boeken van ao 175 5/6 gesien hebbende dat het u Hoog Edelens behaagt. heeft aan den fiscaal weder goed te doen de verdiende gages door 4 inlandsche Dienaars zo En die van den fiscral tot weiring van desertie als andersints op te brengen. aangehouden werdende die bevorens: voor zijne reekening waren gelaten op de door dien officier de novo gedane vertoning van de noodzakelykheyd welke daar inne resi„ „deerde en bij d' beantwoording der bevinding van a=o 1752/3 omstandig is betoogt hebben besloten te permitteeren deselve voortaan weder op te brengen Mits 23 zal men er gan„ meer verleenen! Penningen voor maandgelden 9 heeft zulx ons aanleiding gegeven om te den„ en dat het interdiet tegens het verleenen ver Transport aan vrandelingen met sComp:s schee pen schoon op eijgen kosten op hem niet ap„ plicabel was, dog dewijl ons nu uijt uw Hoog Edelens formeele rescriptie toescheijnt, dat de zulke ten dien opzigte niets voor uijt heb„ ben zullen w' ons het selve in den aan„ staande behoorlijk ter narigt laten strekken Van Souratta den 12 maart 1759 de genamptiseerde Voor uw Hoog Edelens Gunstige en Equi„ dienaars en pronstable dispositie belangende de gages der bo„ „ven het Jongst bepaalde getal in dienst geweest zijnde Jnlandsche dienaren betuygen wij nedrig dank, en hebben het bedragen derselve tot ƒ16289:5:8 laten restitueeren aan de geene die deselve in Cassa hadden genampticeert; dan dewijl u Hoog Edelens alleen spreeken kan de voor reekening aan den Heer di van den directeur gebleeven, die waar ƒ11444:5: recteur Gerestitu„ bedragen en het over zulx niet evident blijk of u Hoog Edelens met dt overige ƒ4845:—:— inselde voegen gelieven gehandelt te hebben, schoon men zig daar meede flatteerd; vermit„ voor derselver aanhouding, uijtwijzens uijt onze Resolutie van den laasten maart 1756 meede goedere redenen hebben gemili¬ teert, zo men zulx in so verre dese laaste betreft niet durven laten gevolggeewen als onder Cautie de restituende bij aldien - eert

NL-HaNA_1.04.02_2967_0119 view scan ↗

English

From Souratta the 12th March 1759 for the lord director permitted again we might be mistaken about that and whereas it has favorably pleased Your High Noblenesses to allow the director at the same time to comport himself in this matter in proportion to the other foreign nations, it has been decided to increase the number kept in service by 2 chobdars, Native servants, 1 jammadaar and 6 common peons, engaged. whereby the native soldiery remaining permanently in service shall consist of 3 chiefs and 32 commoners in total, both for state-holding and for all other duties, in such manner as may be seen more fully in our resolution of the 25th January last, along with the motives thereof, just as we, having seen in the marginal remarks on the findings of the Sourat trade books of the year 1755/6 that it pleased Your High Noblenesses to reimburse the fiscal for the earned wages of 4 native servants kept both to prevent desertion and otherwise, And those of the fiscal which were previously left to his account, on the demonstration made de novo by that officer of the necessity residing therein and argued at length in the reply to the findings for the year 1752/3, have decided to permit the same to be charged again henceforth. Provided 23 From Souratta the 12 March 1759 grant more. Monies for monthly wages this gave us cause to think that the interdict against granting transport to foreigners on the Company's ships, even at their own expense, was not applicable to him, but as it now appears to us from Your High Noblenesses' formal reply that such persons have no preference in that respect, we shall properly let the same serve for our guidance in the future. The deposited For Your High Noblenesses' favorable and equitable disposition concerning the wages of the native servants who were in service beyond the recently determined number, we express humble thanks, and we have caused the amount of the same, to ƒ16289:5:—, to be refunded to those who had deposited the same into the treasury; but whereas Your High Noblenesses only speak of those remaining for the account of the director, which amounted to ƒ11444:—:—, refunded to the Lord Director and it therefore does not clearly appear whether Your High Noblenesses are pleased to have acted in the same manner with the remaining ƒ4845:—:—, although one flatters oneself that this is so, since good reasons also militated for their retention, as shown by our resolution of the last of March 1756, we have not dared to carry this out, insofar as it concerns these latter, except under security to be returned in case —. From Souratta the 12th March 1759 for the lord director permitted again we might be mistaken about that And whereas it has favorably pleased Your High Noblenesses to allow the director at the same time to comport himself in this matter in proportion to the other foreign nations, it has been decided to increase the number kept in service by 2 chobdars, Native servants, 1 jammadaar and 6 common peons, engaged. whereby the native soldiery remaining permanently in service shall consist of 3 chiefs and 32 commoners in total, both for state-holding and for all other duties, in such manner as may be seen more fully in our resolution of the 25th January last, along with the motives thereof, just as we, having seen in the marginal remarks on the findings of the Sourat trade books of the year 1755/6 that it pleased Your High Noblenesses to reimburse the fiscal for the earned wages of 4 native servants kept both to prevent desertion and otherwise, And those of the fiscal which were previously left to his account, on the demonstration made de novo by that officer of the necessity residing therein and argued at length in the reply to the findings for the year 1752/3, have decided to permit the same to be charged again henceforth. 23 Provided From Souratta The 12 March 1759 ments determined for His Honor. A native cook provided for the shore is as in the hospital also the emoluConsidering Your High Noblenesses' further authorization to provide to the present director, as Extraordinary Councillor, all such emoluments as are assigned to the Governor of Ceylon by the regulations, and in order to bind ourselves strictly thereto, we were obliged to make some alteration in our aforementioned resolution of the 2nd November 1758, cited in our previous letter of the 12th December last, in such manner as can specifically be seen in our more cited resolution of the 24th January of this year, to which we take the liberty to refer. Seeing that a bobbertje, or native cookshop keeper falling under the Company's flag and living next to the wharf, though not without much difficulty, has been persuaded to board and lodge the sailors of the sloops and other crew members who come from the roadstead as commanders of the craft, for the same price that the Company pays to the cook of the hospital for the sick, where no persons of other nations frequent, and he has also undertaken not to let them step over his threshold, and as it is thus in every respect quite as good for the same

Dutch transcription

Van Souratta den 12:e Maart 1759 voor den heer directour gepermitteert weder wij daar omtrent misgist mogte weesen en dewijl het u Hoog Edelens gunstiglijk behaagt heeft den directeur teffens te permit„ teeren, zig in dit stuk naar Proportie van d' andere vreemde Natien te mogen gedra„ gen heeft men besloten, het in dienst ge„ houden getal te vergrooten met 2 sjobdaars Jnlandsche dienaars, 1. Jammadaar en 6 gemeene Pions waar door aangenomen. dan de permanent in dienst blijvende in„ „landsche soldatesque zal bestaan in 3 hoofden en 32 gemeene in 't geheel zo tot Staathouderij als tot alle andere diensten invoegen Zulx bij ons besluit van den 25 Januarij laastleden met de motiven van dien omstandiger te zien is, gelijk meede dat wij bij de marginale aanmer„ kingen op de bevinding der Souratse Negotie boeken van ao 175 5/6 gesien hebbende dat het u Hoog Edelens behaagt heeft aan den fiscaal weder goed te doen de verdiende gages door 4 inlandsche Dienaars zo En die van den fiscral tot weiring van desertie als andersints op te brengen. aangehouden werdende die bevorens: voor zijne reekening waren gelaten op de door dien officier de novo gedane vertoning van de noodzakelykheyd welke daar inne resi„ „deerde en bij d' beantwoording der bevinding rem a=o 1752/3 omstandig is betoogt, hebben besloten te permitteeren deselve voortaan weder op te brengen. Mits 23 Van Souratta den 12 maart 1759 meer verleenen. Penningen voor maandgelden heeft zulx ons aanleiding gegeven om te den„ en dat het interdict tegens het verleenen ver Transport aan vrandelingen met sComp:s schee zal menergen, pen schoon op eijgen kosten op hem niet ap„ plicabel was, dog dewijl ons nu uijt uw Hoog Edelens formeele rescriptie toescheijnt, dat de zulke ten dien opzigte niets voor uijt heb„ ben zullen w' ons het selve in den aan staande behoorlijk ter narigt laten strekken de genamptiseerde Voor uw Hoog Edelens Gunstige en Equi„ diewaars en pronstable dispositie belangende de gages der bo„ „ven het Jongst bepaalde getal in dienst geweest zijnde Jnlandsche dienaren betuygen wij nedrig dank, en hebben het bedragen derselve tot ƒ16289:5: laten restitueeren aan de geene die deselve in Cassa hadden genampticeert; dan dewijl u hoog Edelens alleen spreeken van de voor reekening aan den Heer di van den directeur gebleeven, die waar ƒ11444: recteur gerestitu„ bedragen en het over zulx niet evident blijv of u Hoog Edelens met dt overige ƒ4845:—:— inselv voegen gelieven gehandelt te hebben, schoon men zig daar meede flatteerd; vermit„ voor derselver aanhouding, uijtwijzens uijt onze Resolutie van den laasten maart 1756 meede goede redenen hebben gemili¬ teert, zo men zulx in so verre dese laaste betreft niet durven laten gevolggeeven als onder Cautie de restituende bij aldien -. eert Van Souratta den 12:e Maart 1759 voor den heer directour gepermitteert weder wij daar omtrent misgist mogte weesen En dewijl het u Hoog Edelens gunstiglijk behaagt heeft den directeur teffens te permit„ teeren, zig in dit stuk naar Proportie van d' andere vreemde Natien te mogen gedra„ gen heeft men besloten, het in dienst ge„ houden getal te vergrooten met 2 sjobdaars Jnlandsche dienaars 1. Jammadaar en 6 gemeene Pions waar door aangenomen. dan de permanent in dienst blijvende in„ „landsche soldatesque zal bestaan in 3 hoofden en 32 gemeene in 't geheel zo tot Staathouderij als tot alle andere diensten invoegen zulx bij ons besluit van den 25 Januarij laastleden met de motiven van dien omstandiger te zien is, gelijk meede dat wij bij de marginale aenmer„ kingen op de bevinding der Souratse Negotie boeken van ao 175 5/6 gesien hebbende dat het u Hoog Edelens behaagt heeft aan den fiscaal weder goed te doen de verdiende gages door 4 inlandsche Dienaars zo En die van den fiscaal tot weiring van desertie als andersints op te brengen. aangehouden werdende die bevorens: voor zijne reekening waren gelaten op de door dien officier de novo gedane vertoning van de noodzakelykheyd welke daar inne resi„ „deerde en bij d' beantwoording der bevinding rem a=o 1752/3 omstandig is betoogt, hebben besloten te permitteeren deselve voortaan weder op te brengen. 23 Mits Van Souratta Den 12 maart 1759 „ten voor zijn Ed: vast gestelt. Een inlandse schaf„ „baas voor de aen de wal„ bezorgt is als in 't Hospitaal ook de Emolumenbits u Hoog Edelens nadere qualificatie om aan den tegenwoordigen directeur als raad Extraordinair te verstrekken alle zodanige Emolumenten als den Gouvernr van Ceijlon bij het Reglement zijn toegelegt, en om ons daar aan stiptelijk te binden hebben w' in onze vorige bij brieve van den 12e xber J„o Leden aangehaalde Reso„ lutie van den 2 9ber 1758. eenige alteratie moeten maken in voegen specifiecq de zien is bij ons meer geciteerd besluijt van den 24 Januarij deses Iaars waar aan wij de vrijheijd gebruijken ons te refereeren Aangesien men een Bobbertje, of zijnde schepelingen Jnlandsche Gaarkeukenhouder onder sComp:s vlagge sorteerende en naast de wer woonende, hoewel niet als met veel moejte heeft kun„ nen disponeeren, de mattroosen van de schuiten ende verdere scheepelingen die als gezaghebbers van de vaartuijgen van de Rheede komen voor deselve prijs als de Comp: aan den Schafbaas van het Hospitaal voor de zieken betaalt kost en Logement te geven geene lie„ den van anderen natien aldaar verkeeren, en hij ook aangenomen heeft deselve zijne om dat zulx beter drempel niet te laten betreeden en het dus in allen opzigte ruijm zo goed is deselve

NL-HaNA_1.04.02_2967_0123 view scan ↗

English

25 From Surat, 12 March 1759 The order concerning the accounting of artillery goods, etc. is being executed on the trade books. To let them stay there as well as in the hospital, because they are close at hand there and better under supervision, besides the fact that going to and from the hospital offers too much opportunity to roam around the city and to be noticed on the way by the English crimps, we have, for those and other reasons cited in the resolution of that date, decided at our frequently mentioned session of 24 January to let the aforementioned crew members be provided with room and board in his house by him under the aforementioned conditions. The instructions ordered by extract from Your High Excellencies' honored resolution of 10 October of the past year concerning the accounting of the cannon and other artillery goods, etc., shall be promptly observed, as well as the further orders mentioned in Your High Excellencies' formal rescript which are not specially touched upon in this letter. Meanwhile, we have the honor to present to Your High Excellencies herewith the findings on the trade books of this Directorate for the year 1755/6, properly answered in the margin, annexed to several enclosures related thereto, and among them a report from the Secunde of this Directorate, From Surat, 12 March 1759 Catch and puchuk. However, for the reasons standing alongside, feels very aggrieved. Directorate, both regarding the matters mentioned therein and with relation to the notes on the most recently received invoices, after resumption of which we decided at our session of 25 January to follow the order to make compensation for the calculated loss of f5217:2:8 on 35 2/9 catty of catch for Japan and 6107 lb of puchuk for Malacca, purchased here according to our resolution of 7 March 1756, in dutiful submission to Your High Excellencies' honored pleasure, confirmed by an extract from the minutes of what was transacted and resolved in the Council of India on 10 August last, in equal portions by the present Director and the other members who constituted our meeting at the time of the purchase, as being certainly the nearest who can be found for that purpose. Whereby they, however, consider themselves through that decree, whereof the motives are not cited by Your Excellencies in the minutes, to be aggrieved to the utmost; on the one hand because puchuk is an article that decays from sitting in storage, so it would not be surprising at all that the same, having been sold after the lapse of more than 2 years in a place where it had not been demanded and where to our knowledge it is of no use other than for forwarding to other places, had yielded a loss, From Surat, 12 March 1759 even if it had been as fresh as in previous years; let alone that, as is evident from the communication in our respectful letter of 28 April 1756 and 14 March 1757, in order not to leave the demands unfulfilled at a time when no fresh stock was brought from Sindh or obtainable hereabouts, one had to make do with old stock, which, although fully deliverable at the time of delivery, cost 34 percent less to purchase than the year before. It was almost the same case with the catch, which, as shown by our first cited missive, also differed more or less, though very little, in quality from the batch provided just before, but no better was obtainable, although one had to pay nearly the previous price for it. Wherefore we, assuming that Your High Excellencies' well-known generous and equitable way of thinking by no means permits demanding more from faithful and honor-loving servants than to provide the demanded goods as sound and cheap as they can be obtained, since it is not for them to refuse the same, and especially those demanded for Japan, when they can obtain them in deliverable condition, as we can assure man for man on everything that is dear to us that both of those articles 27 From Surat, 12 March 1759 Request for samples of the catch desired in Japan. The compensation for the loss on the cow bezoar, the accounts here annexed. were of deliverable quality at the time of dispatch, take the liberty humbly to request Your High Excellencies that we may be favorably relieved from that compensation, and that the servants in Japan may be ordered in the future to send samples of the catch in such manner as it is desired by the particular Japanese, in order to procure that merchandise in such a manner and not otherwise, because there are two kinds here, namely in lumps and round balls, of which the one is preferred in this place and the other in that. The compensation for the loss incurred on the cow bezoar traded here for that empire in the year 1749 and sold in the year 1757, or after the lapse of eight years, would, pro rata of everyone's share in the subsistence that took place at that time, fall upon the following persons, namely: The Lord Councillor Extraordinary of India Schreuder, as the then Director, for - - - f 179. 15. 8 The Lady van den Heuvel, as widow and estate-holder of the then Secunde, afterwards also Councillor Extraordinary, for . . . . . . f 24. 18. The estate of the deceased then Fiscal De La Haije for . . . . . . f 41. 9. 8 The Junior Merchant Semlerus - - - - - - f 24. 18. The present First Senior Merchant of the Castle of Batavia, the Honorable Ch: Ludewig Senff, then also Junior Merchant: 24. 18. The estate of the deceased Junior Merchant Brandijn, 24. 18. Pecock for - - - - - - - - - f 69. 3. — f 365. 2.

Dutch transcription

25 Van Souratta Den 12=e maart 1759 de ordre wegens be„ reekening van Ant„ hillerij goederen en'z: staat G'Excuteert te ding op de Negotie boeken deselve aldaar als in het Hospitaal te bij Laten verblijven, dewijl zij daar digt aan de handen en beter onder het oog zijn, buij„ ten en behalven dat naar en van het hos„ pitaal gaande te veel occasie hebben om in de stad te swerven en door de Engel„ „sche rondselaars onderweegs waargeno„ men te werden, zo hebben wij ter onzer veelgem: sessie van den 24=e Ianuarij om die en meer andere redenen bij het be„ sluijt van dien datum aangehaald besloten de voorsz scheepelingen door hem onder de voorsz: Conditien kost en logies in sijn huijs te laten bezorgen. Het geordonneerde bij Extract uijt uw Hoog Edelens g'Eerde Resolutie van den 10=e 8ber der voorleeden Jaars aangaande word en de bereekening van het Canon en andere arthillerij goederen etc: zal prompt wer„ den geobserveert gelijk meede de verdere ordres bij u Hoog Ed„s formeele rescriptie vermeld welke en desen niet speciaal zijn aangeroerd Jntusschen hebben wij d' eere u Hoog Edelens overzending der hier nevens te presenteeren de bevinding der antwoorde bevin„ negotie boeken deser directie van ao 175 5/6 vam 1757/6 behoorlijk in margine/ beantwoord annex eenige bylagen daar toe relatief en daar onder een berigt van den secunde deser directie Van Souratta Den 12 Maart 1759 Cartjoe en poetjoek „men. egter om nevenstaande oordeelt. Directie zo omtrent de zaken daar bij ver„ „meld als met relatie tot de aanreekeningen bij de Jongst ontfangene facturen na re„ sumtie van dewelke wij ter onzer sessie van den 25 Januarij hebben besloten het aan„ de vergoeding van de gereekende verlies van ƒ5217:2:8 op 35 2/9 15 lb staat gevolg t nee„ caat Caatchoe voor Japan en 6107 lb Poet„ „Joek voor malacca volgens onse resolutie van den 7 maart 1756 alhier ingekogt in schuld„ pligtige onderwerping aan uw Hoog Edelens g'Eerd welbehagen Consteerede bij een Extract uijt de notulen van het gebecoigneer„ „en geresolveerde de „ in Rade van Jndia op den 10 Aug„so laast„ Leden in Equale Portien te doen vergoedinge „door den tegenwoordigen Directeur ende verdere Leden welke ten tijde van den Jnkoop onse vergadering heb„ als ben uijtgemaakt zal zekerlijk de naaste zijnde die daar toe gevonden kunnen werden, waar door men zig dog dewelke zig door dat decreet waar redenen zeer beswaard van de motiven van doo sE bij de notulen niet zijn aangehaald ten uijttersten be„ swaart oordeelen eensdeels mits de poetjoek eene ware is die door het leggen vermolmt zul het geensints te verwonderen zoude weesen dat deselve naa verloop van meer dan 2 Jaren verkogt zijnde op een plaats daar niet voor g'Eeijscht en daar onzes wetens ook van geen gebruijk is als der versending naar andere plaatsen verlies hedden 9 688 Van Souratta Den 12 maart 759 hadden afgeworpen al ware deselve zo versch geweest als in vorige Iaren, men geswijge nu dat men zig blijkens het bedeelde bij onse eerbiedige van den 28=e April 1756 en en 14 maart 1757 om de Eijsschen niet on„ „voldaan te laten in een tijd dat 'er geen versche van Sindi aangebragt of hier om„ „streeks te bekomen was met overjarige heeft moeten behelpen dewelke schoon ten tijde van de Leverantie ten vollen leverbaar, in koops 34 ten hondert minder als 's Jaars be„ „vorens gekost heeft, zijnde het ten naasten bij inzelver voegen geleegen met de Caatchoe die, blijkens ons eerst geciteerde missive ook wel min of meer dog zeer weinig met de — Laast bevorens bezorgde parthij in deugt heeft gedefereert, dog niet beter te bekomen is geweest schoon men daar voor ten naasten bij d' vorige prijs heeft moeten betalen, al waaromme wij als vaststellende dat uw Hoog Edelens bekende Edelmoedige en equitable wijze van denken, geensints permitteeren trouwe en eerlievende dienaren meer te vergen van om de wharen die g'Eischt werden zo deugdsaam en goed koop te bezorgen als te bekomen zijn dewijl het aem hen niet staat deselve en speciaal de g'Eeijste voor Japan t' Excuseeren wanneer zij die leverbaar kunnen bekomen, zo als wij hoofd voor hoofd op alles wat ons dierbaar is kunnen verseekeren, dat die beijde articuls ten 27 Van Souratta Den 12=' maart 1759 van d' in Japan gewilde Caatjoe de vergoeding van't verlies op de koe Bezoar de hier nevens ge„ rende. ten tijde van de versending geweest zijn de versoeke om monsters vrijheijd gebruijken u Hoog Ed„s ootmoedig te versoeken van die vergoeding gunstiglyk te mogen werden onthoft, en dat de bediendens in Iapan mag werden geordonneert voortaa monsters te zenden van de Caatchoe indier„ „voegen als die door den Kieschen Japander werd begeerd, om die whare zodanig, en met anders te bezorgen, dewijl hier twee soorten zijn, namentlijk in klompen en ronde bol„ letjes, waar van d' eene op dese en d' andere op geene plaats geprefereerd werden De vergoeding van het gevallen verlies op de hoekezaar ao 1749 alhier voor dat rijk genegotieerd en ao 1757 of na verloop van agt Jaren verkogt, zoude pro rato van een Eders aandeel in het dier tijd plaats gehad hebbende middel van bestaan, incumbeeren de volgen„ de persoonen, als Den Heer Read Extraord„re van Jndia schreu„ „noemde cucumbe, der als doenmaligen Directeur voor - - - ƒ 179. 158 Vrouwe van den uxwich als wede en boedel„ houdster van den heer doenmaligen secunde„ namaals meede raad Extraordinair Den boedel van den overl: doenmaligen Fiscaal: De La Haije voor. . . . . . . „ 41. 9:8 De ondercoopm: Semderus - - - - - - „ 24. 18. De tegenwoordigen eerste oppercoopm: van het Casteel Batavia Den E Ch: Lude„ „wiel serff doenmaals meede onderCoopm: 24. 18. De boedel van den overl: ondercoopm: Brandiju rijser, Pecock voor - - - - - - - - - „ 69. 3. — ƒ 365. 2. 24. 18. voor. . . . . . „ „

NL-HaNA_1.04.02_2967_0127 view scan ↗

English

From Surat, 12 March 1759 All of which persons have already departed from this Directorship or have died, except for Sanderus, whose share has been decided to be paid into the treasury by his attorneys, and the remaining ƒ 340: 4 to be recharged to India's headquarters, because no money or any effects belong anymore to those who departed and died, from which the Company could recover it. Likewise, one must in the same manner credit this Directorship with ƒ 188: 17 charged per invoice of the ship Amelisweerd on account of the muskets of 25 Bugis soldiers assigned to the ship Amerongen, who in the spring of 1758 were lent to the snow De Jonge Jacob for a voyage to Rajapur, but returned from there only after the departure of the aforementioned vessel, and which at that time were charged to India's headquarters because it was expected that they would return in time to sail back to India's headquarters with their assigned vessel, seeing that the muskets have already been credited to the General Office per invoice of the ship Vrouwe Rebekka Jacoba dated 27 October of last year. The lead that had been sent per the ship Kievitshoewel in 63 manufacturing cases in the quantity of 3365 lb is still remaining here in the trade warehouses, and thus the charging was done mistakenly, which was already discovered during the confrontation of the balances actually found on the last of August 1758 against the trade books, as shown by the findings submitted on 5 October following; we shall therefore also understand that the compensation for it ordered by Your High Excellencies' resolution of 5 December 1758 from the Warehouse Master Uijtkoops is to be regarded as lapsed, since it was surely based on a presumption that the aforementioned mineral was embezzled or purloined from the Company, or that such was the intention, of which the contrary is most clearly evident. The letter directed by Your High Excellencies to Jeddah, together with the translation already made into the Persian language, we shall dispatch at the first good opportunity. Captain-Lieutenant at Sea Jan Warner Falck expresses humble thanks to Your High Excellencies for obtaining his wage increase, as does the Junior Merchant Hendrik Kronenberg for his appointment as pay bookkeeper, along with Philip Wargaren, and also the bookkeeper Jan Pieter Ohdem and George Kien for obtaining their relief to India's headquarters, of whom the latter two are taking advantage of this occasion, while the other, who returned here only on the first of this month, will follow with the Amstelveen or Amelisweerd, with suspension of salary according to Your High Excellencies' honored disposition, which we had hoped would have turned out more favorable for a servant who requested his dismissal only for the preservation of his life, which seemed in the extreme to be in jeopardy through his illness at that time, and which he so recently before risked with much willingness for his masters in the Gevace Expedition, without being rewarded for it like the other commanding officers Falck and Fransz, although he gave no lesser signs that a courageous soul resides within him. For the rest, according to Your High Excellencies' honored authorization, Assistant Dirk Spierejee has been appointed by us as second warehouse master in place of Kien, and proper security has been posted by the aforementioned Wargaren in the sum of one thousand rixdollars, with which his predecessor Ohdem was also allowed to suffice, because he had no administration of Company money or goods, for which reason the surety of pay bookkeepers in this Directorship has never been taken higher upon their appointment. The measures taken by us in and with respect to the previous war between the then City Governor Ali Nawaaschan on the one hand, along with his predecessor and successor Mier Moeinddinchan supported by the Castle Governor Sedie Savis Emetchan on the other hand, which we have had neither time nor opportunity to treat in our previous dispatches, are, together with their aims and motives, described in detail in our general and secret resolutions of 7 and 20 October, the first, 2, 4, 5, 6, 7, 8, 9, and 13 December 1758, which it would take too long and be of little use to describe fully here, and of which we shall therefore only cite the principal points, namely: An authorization of the Director to act as necessity requires with respect to the hiring of natives, namely extraordinary Sepoys and seafarers to be used with the cannons and fire engines; pursuant to which on 19 and 24 October, 5 officers and 120 common extraordinary peons, along with 20 native seafarers, and on 8 November another 20 of the latter, were hired and kept in service until the end of January, when they were discharged again. To assemble all the Company's servants in the lodge outside

Dutch transcription

Van Souratta Den 12 maart 1759 word voort grootste gedeelte Battavia te „ omtrent een post geweiren Het loot van de ma„ per restant bij de pakhuijsen zijnde Alle welke persoonen reets uijt dese directie vertrokken of overleeden zijn alleen rug aangereekent uijtgesondert sanderus wiens aendeel man „heeft beslooten „ door zijn gemagtigdens in Cassa te doen te tellen mitsg„s de overige ƒ 340: 4 Jndias hoofdplaats te rug aan te reekenen, ver„ mits van de vertrokkene en gestorvene geene gelden meer alhier berustende zijn, nog eenige effecten, waar op de Comp: haar ver„ „haal zoude kunnen vinden Ook moet men in zelver voegen hem „ gelijk meede geschied „delen met ƒ 188: 17: dese directie p„r Factuur van aangereekende van het schip Amelisweerd aangereekent wegens de geweire van 25 op het schip Ame„ „rongen bescheiden geweest zijnde Bouginee„ „sen militairen dief in het voorjaar 1758 aan de snauw de Jonge Jacob tot een togt naar Rajapoer geleend, dog eerst na het vertreft van voorsz bodem van daar gereverteert zijn en dewelke te dier tijd Indias hoofd„ plaats zijn aengereekent, door dat men staat gemaakt heeft dat tijdig genoeg wederom zouden zijn om met hun bescheiden bodem naar Jndias hoofdplaats te rug te kooren, nademaal de geweiren reets bij Factuur van't schip vrouwe Rebekka Iacoba sub dato „ Comptoir 27 8ber J„o Leden het „ Generaal ten goede gebragt (zijn. Het loot dat in 63. Manufactuur nu facturar Kassen nog „hassen 29 : - Van Souratta den 12=e maart 1759 geen plaats. De brief naar Jedda staat bij eerst occagie versenden Dankzegging der verbeterde en ver„ „loste dienaren. kassen at Pass„o per het schip Kiviets houvel versonden geweest is ter quantiteijt, van 3365 lt: is alhier nog in de negotie Pakhuijsen berus„ „tende, en dus d' aanreekening abusive geschied„ het welk reets, bij Confrontatie van de res„ „tanten onder ult„o aug„s 1758 in wesen bevon„ „den tegens de negotie boeken ontdekt is uijtwijzens de op den 5=e 8oer daar aan inge„ heeft dies vergoedinge, diende bevinding zul men dan ook verstaan heeft de bij uw Hoog Edelens resolutie van den 5 xber 1758 gearresteerde vergoeding van dien door den pakhuijsm„r uijtkoops, als vervallen aan te merken, dewijl zekerlijk 7 zal gebouwt mijn weesen op eene verbeelding dat het gem: mineraal verduistert of de Comp: ontfiesselt was, of d' intentie daar hee„ ren zoude gestrekt hebben, waar van het tegendeel ten klaarsten Consteerd De brief door U Hoog Edelens naar Jeoda gerigt zullen wij nevens het daar van reets gemaakte Translaat in de Persiaansche Tale bij eerste goede gelegentheijd voortzenden De Capt„n Lieuten„ ter zee Jan warnar Falk betuigt u Hoog Edelens nedrig dank, voor sijne geobtineerde verhoging in gagie „ philip waggaren voor desselfs aanstelling tot ze lijboekhouder item de ondert„m als ook de ondercoopman ^ Hendrik Kronenberg nevens de boekhouder Jan Pieter oldem en Gedrge Kien voor hunne Geobtineerde verlossing naar Jndias Hoofdplaatse van dewelke Van Souratta Den 12 Maart 1759. omtrent Kronenberg verwagt aangestelt de afgaande en aan„ houders dewelke de twee Laastgem: bij dese occasie profi„ „teeren, zullende den anderen die eerst primo deser alhier is gereverteert, met Amstelveen of amelisweerd volgen, met stilstand van dog men hadden dage volgens u Hoog Edelens g'Eerde dispositie an gunstiger dispositie die wij gehoopt hadden dat favorabeler zoude gevallen zijn voor een dienaar, dewelke zijne demissie niet versogt heeft als tot behoud van zijn leven het welke door zijne doenmaligen ziekte ten uijttersten scheen te Periciteeren hij nog zo onlangs bevorens in de Gevace Ex„ „peditie met veel bereidwilligheijd voor zijne meesters heeft in de waagschaal gesteld zonder daar voor even als de andere Comman„ „deerende officieren Falck en Fransz beloond te weesen schoon geen mindere blyken gegeven heeft dat in hem een man„ „moedige ziel huijsvest zijnde voor het ove an tweede pakhuijsen„ „rige door ons, volgens U Hoog Edelens g'Eerde qualificatie tot tweede pakhuijsmeester in Plaats van Kien aengesteld den adsi„ „stent Dirk Spierejee, en door voorsz wargaren behoorlijk cautie gestelt ter Cautie gestelt door Somma van Duijsent R„ds waar meede komende zoldij boek„ men ook zijn predecesseur ohdem heeft laten volstaan, om dat geene administra„ „tie van Comp„t geld of goederen gehad heeft, waer ende borgtogt van de soldij boeko„ houders in dese directie bij hunne aenstel„ ling nooijt hoger genomen is. De 31 Van Souratta Den 12=e maart 1759 Korte schets der be„ „sluijten genomen ter gelegentheid van stads en Casteels Gou„ verneur. De maat regulen door ons in en met opzigt tot den vorigen oorlog tusschen den doenmaligen den oorlog tusschen den stads Gouverneur Ali Nawaaschan aan d' eene mitsg„s zijnen Predecesseur en op vol„ „ger mier moeinddinchan gesouteneerd door den Casteels Gouverneur Sedie Savis Emetchan aan d' andere zijde, die rij geen tijd nog geleegentheijd Gehad hebben, bij onze vorige advijsen te verhandelen zijn nevens de oogmerken en motive van deselve omstandig beschreven bij onze gemeene en secrete Resolutien van den 7:e en 20 8ber, P=mo 2:4, 5, 6, 7. 8. 9, en 13:' xber 1758 die het te lang zoude vallen, en van weinig nut weesen„ alle in desen te beschrijven, en waar van w' onder zulx maar de Principaalste zullen aan„ haalen, namentlijk: Eene qualificatie van den directeur om den opzigte van het aanneemen van Jnlanders, na„ „mentlijk Extraordinaire Sipaijs en Zeevarende om bij het Canon ende brandspuijten gebruijkt te werden naar bevinding van noodzake„ lykheijd te handelen Jngevolge van dewelke op den 19 en 24 8ber 5 hoofd en 120 Gemeene Extra pioris, nevens 20 Jnlandsche zeevarende en den 8. 9ber nog 20 van de laaste aangenomen en in„ dienst gehouden zijn tot het uiteijnde van Janu: wanneer weder zijn afgedankt. Alle 's Comp:s dienaren in de Logie te versamelen buijten -

NL-HaNA_1.04.02_2967_0131 view scan ↗

English

From Souratta, 12 March 1759 Except for the fiscal and equipage master, who were left at the wharf to maintain oversight of it and the cannon stationed there, and in the event of a fire to use the sailors of all the vessels, all of which were brought before the wharf, save for one galbat which remained cruising in the roads to secure the fairway between the same and the mouth of the river for our incoming and outgoing vessels. To halt the unloading of the ships and to send the shipmaster De Bakker, along with all the naval officers who were on shore, on board in order to remain there until further orders in view of the appearance of the numerous seaward armada, whose intention could not be ascertained, and to concert a signal book with the other ship commanders of the vessels present at the time. To give answer to the city governor Ali Nawaaschan, who secured a free passage for our servants during the fiercest part of the war through the gates and roads occupied by his troops, and who requested the director to assist him with some sailors and Marwaries or Coolies, that we had only as many sailors as we required for ourselves, and as for the Marwaries, that he could easily obtain them from the street in front of the lodge, without requiring us to violate neutrality by dispatching them to him, whereupon he had some of them pressed, which was overlooked. To give answer to the castle governor, upon his complaints that there were servants of the Company over whom the director had full command who provided ammunition to his enemy, and that he would catch them in the act and thus confirm his statement with proof, that far from permitting such things or having knowledge of them, the director had even very expressly forbidden them; and that if nevertheless someone among the Company's servants should have the audacity to do something of that kind without our knowledge, His Honour was very welcome to have such persons seized and deal with them as he saw fit, as we entirely withdrew our protection from them as wilful violators of the orders given. To summon to the meeting the Company's second broker, Mantchergie Gorseedje, who was suspected of having wished to prompt the Sidie, where upon being called and confronted with this, he absolutely denied knowing anything about it; notwithstanding which, he was strictly ordered not to meddle directly or indirectly with any matters concerning the government or regents; and in order to deprive him of the means to do so as much as possible, it was resolved to allow no others than his own known servants to come to him, and to permit him to speak with no one outside his household except in the presence of a European proficient in the Dutch language. To give answer to Mier Moeinddinchan, who had caused the so-called silversmiths' street, which corresponds to the Company's lodge, to be barricaded, and who was busy erecting a battery there to cut off the passage for the troops of Ali Nawaaschan, and who among other things informed the director that we should not be uneasy, that our people could pass and repass freely, but that we would do well to close off the road leading to the government past the hospital as well, so as to prevent his soldiers from approaching our lodge, that the public roads, or as they say here, the king's highways, were open to everyone and that we did not interfere in any party factions, but were content to protect our lodge and were in no way uneasy, provided also that His Honour could rest assured that we would treat his people just as he did ours. Mier Moeiuddienchan himself having sent to ask the director to congratulate him as governor, although he had not yet been proclaimed as such and matters were still so uncertain, while at the same time intimating, although in a disguised manner, that he wished His Honour would mediate matters and persuade Ali Nawaaschan to surrender the government to him by agreement; to reply to the first that we would not fail to have him greeted as governor as soon as he was publicly installed in the government, as was then done by the Company's brokers, but to give no sign of having understood the rest, as the historical records abundantly show that all our intercessions in former times were of no use either to the Company or to others. Ali Nawaaschan, after the public abdication of the government, passing the lodge with great pomp to proceed to his dwelling, after having first requested permission from the director to take that route, and at the same time giving it to be understood that he hoped matters would take a turn again and that he would have the occasion to meet with the director.

Dutch transcription

Van Souratta Den 12 maart 1759 buyten den fiscaal en Equipagie meester die op de werf wierden gelaten om opzigt over deselve en het aldaar geplaaste Canon te houden, en bij het ontstaan van brand tot het blussen van deselve te gebruijken de zee„ „varende van alle de vaartuijgen die men alle voor de werf liet komen, behalven een galbet die op de Rheede is komee blij„ „ven kruisen om het vaarwater tusschen deselve in de mand van de rivier voor onze af en aanvarende vaartuijgen te beveili„ „gen. — De ontlossing der scheepen te staken en den schipper De Bakker nevens alle d' aan de wal zynde zeer officieren naar boord te zenden om mits de verscheijning van de taliijke zeewase armade, welkers intentie men niet konde nagaem, aldaar tot nader ordre te blijven, en met d' andere scheeps overheeden van de doenmaals aan„ weesende scheepen een sein brief te Conserteeren De stads Gouverneur Ali Nawaaschan die onze dienaren en het felste van den oorlog een vrije Passage bezorgde voor de poorten en wegen die zijn volk beset hadde, en den den directeur liet versoeken hem met eenige mattroosen en malwaries of Coelies te willen assisteeren ten antwoord te laten geven dat men maar even zo veel mattroosen hadden als men zelfs be„ nodigt was, en wat de marwaries betrof 33 Van Souratta den 12=e Maart 1759 dat hij die immers als op straat voor de Logie zijnde wel krijgen konde, zonder ons te vergen tegens de neutraliteit te zondigen door hem die toe te schikken waar op hij daar van eenige liet Pressen en men zulx doo de Vingers zag. — De Casteels Gouverneur op zijne klagten dat 'er bediendens van de Comp: waren, over de„ „welke den directeur volkomen te gebieden hadden de ammunitie aan zynen vijand bezorgde en dat hij deselve op de heete daad zoude weeten te betrappen en dus zijn gezegde met de stukken te bevestigen ten antwoord te geven dat men wel verre van zulke dingen te Permitteeren of daar van te weeten die zelfs zeer wel uijtdrukke„ „lijk hadde verboden en dat 'er zo egter imand van sComps. dienaren buiten onze kennisse de stoutheijd mogte hebben iets diergelijks te doen, men zeer wel mogte lijden dat zyn Ed: de zodanige liet opvatten en daar meede handelen naar welgevallen, alsoo men van deselve als moetwillige overtreders der gegevene ordres volkomen de hand aftrok 'S Comp„s tweede makelaar mantchergie Gor„ seedje, die men vermoede dat de sidie had„ willen indiqueeren daar over in vergadering t' ontbieden alwaar hij geroepen, en hun zul voorgehouden zijnde volstrekt ontkende daar Van Souratta den 12 maart 1759 daar van iets te weeten onvermindert het welke hem ernstig wierd aen bevolen zig met geene zaken de Regeering of regenten betroffende, direct, of indirect te bemoeijen en om hem daar toe zo veel mogelijk het middel te beneemen beslooten, geene andere als zijne eigene bekende bediendens bij hem te laten komen, en hem met nie„„ „mand buiten zijn huijsgezin, te laten spreeken als in presentie van een Euro, „pees de Nederlandsche Tale magtig. Een daar nevens van mier moeinddinchan welke de zo gen: zilversmits straat die op sComp.:s Loge Correspondeert hebbenden laten barruadeeren, en bezig zijnde aldaar een battenij op te werpen om de Passage voor het volk van Ali Nawaaschan te Coupee„ „ren den directeur onder anderen liet weeten dat wij niet ongerust moeste weesen dat ons volk vrij konde passeeren en repasseeren maar dat wij wel zoude doen, de weg naar het gouvernement, voorbij het Hospitaal loo„ „pende meede af te sluijten, om desselfs krijgsvolk het naderen van onze Logie te beletten den antwoord te laten weeten, dat 's heeren, of zo men hier spreekt 's konings weegen, voor een ijder vrij waaren en wij ons met geen parthijschappen bemoeiden, maar vergenoegden 35 Van Souratta Den 12 maart 1759 vergenoegden onze logie te beschermen, en geen „sints ongerust waren mitsg„s dat zijn Edele gerust konde zijn, dat wij zijn volk zouden behandelen zo als hij d' onze deed mier moei uddienchan selfs die den directeur liet aansoo„ ken om hem als Gouvern„r te doen Complimen„ „teeren schoon hig daar nog niet voor uitgeroepen was en de zaken nog zo onzeker stonden, dat hij teffens hoewel op een bewimpelde wijze te verstaan liet geven, dat wel wenschte zijn Edele„ zaken wilde bemiddelen in en Ali na„ waaschan overhalen hem het Gouvernement bij accoord af te staan op het eerste te doen weeten dat men, niet zoude manqueeren hem als Gouverneur te laten begroeten zo dra hij in het Gouvernement opentlijk zoude Geinsta„ leert weesen, gelijk ook als doen voor sComp„s makelaars geschied is maar hem niet te laten blijken dat men de rest begreepen had„ „de als de retroacta overvloedig doet zien dat alle onze Intercessien in vorige tijden, nog voor de Comp: nog voor andere van eenig uut geweest zijn Ali Nawaaschan na d' afstand van het gouvernement Publicq met groote statie de Loge passeerende om zig naar zijn woning te begeven na alvorens den directeur Licentie te hebben laten versoeken, om dien weg de neemen, en teffens te kennen geven, dat siij soopte de zake wel eens weder een Keer hebben zoude neemen en hij Occasie „ den directeur 't oortmoeten -

NL-HaNA_1.04.02_2967_0135 view scan ↗

English

From Surat, 12 March 1759 to meet, and to show his goodwill according to former examples on that occasion to have presented as a sight gift 7 gold and 11 silver rupees; and to strictly order and command the commanders of all ships lying in these roads, as well as the skippers of the vessels, by an express ordinance, not to receive any visits from the Basseiners or other natives on board the vessels under their command, much less to pay them any return visits, or to hold any conversation, directly or indirectly, with those or other pirates, but to excuse themselves therefrom in a polite manner on the grounds of lack of qualification, under penalty of being prosecuted and fined before the Council of Justice as the merits and circumstances of the case require, since it appeared to us from the report of the roads that the commander of the Maratha warships lying there had sent to ask the skipper Christiaan Hansz for permission to pay him a visit on board that vessel, and the said Hansz had made no difficulty in accepting that visit, and as if it were a permissible matter to converse at one's own will and pleasure with such people, who are by no means to be trusted, not only professing publicly to be pirates, but also having repeatedly, and even in these roads, attacked our ships and vessels with hostile force most unexpectedly, notwithstanding all assurances given and binding obligations to leave them unmolested, and to receive them on board the Company's ships without asking anyone's permission, so that the said visit would certainly have taken place had the said commander not canceled it on the appointed day. Furthermore, upon receiving the first certain news that the English expedition, which had long been in the offing, would positively take place this spring, it was resolved in the session of 30 January, apart from what is treated in the secret letter currently being dispatched by the first two undersigned, to have the repaired inner warehouse, which had suffered so much in the previous war, emptied, and to store the merchandise kept therein near and around the lodge where best possible, and, having done so, to transfer the porcelain chests, which owing to their poor condition could not be transported far, from the nearby tent, which had necessarily to be removed so as not to be shot to pieces again, and where they were exposed to even greater danger, back into that warehouse, which could not be done without excessive expense, since all well-to-do residents were busy securing by relocation their merchandise and small furniture that they believed to be in danger, and the workmen demanded and managed to obtain double and triple wages. Likewise, on 3 February following, we considered it necessary to take 400 extra peons into service, and to leave 100 of them at the lodge alongside 30 of the 100 native seamen hired for two months for the ketch expedition, in order to be employed, in case of necessity, as well as the other 70 on the shipyard at the fire engines, of which latter, when things began to get somewhat hot and one of them was wounded, more than 60 took to their heels; however, the sepoys, whose number could not be completed beyond 362 heads of passable men, because the best had already taken service elsewhere, and who would think to lose their caste if they handled anything other than their weapons, have still held their ground and are to be discharged in the coming days, unless urgent reasons to the contrary arise. From Surat, 12 March 1759 In the month of November 1758, there arrived at Bombay from England four Company ships, escorted by two warships, all destined for Madraspatnam, and in December the highly present Vice-Admiral Pocock with seven warships and two frigates from Coromandel, mostly in a very dilapidated condition, so that they are still actually busy repairing some of them; however, in the same month there departed again the four Company ships for Madras, escorted by a frigate of the said squadron, a private ship bought at Bombay for the King's service and fitted out for war, alongside the Company's small warship The Revenge, carrying together, as the English assure, 800 artillerymen and soldiers destined to reinforce the garrison of that city, of whose safe arrival they say they have received news these days. Meanwhile, on the other hand, there arrived again in January at Bombay two Company ships from England destined thither, which had been at Colombo for some time, and in February two others that had sailed out later and which the French had already boasted of having captured. As English chief here, Mr. Ellis

Dutch transcription

Van Souratta Den 12 maart 1759 't ontmoeten, en blijken van zijne welmeenentheijd te geven naar vorige Exempeler bij die geleegent„ „heijd te laten Presenteeren, een zigt gifte van 7 Goude en 11 zilvere ropijen en D' Overheden van alle te dezer Rheede leggende scheepen en ook de gezaghebbers van de vaartuij„ gen bij een Expresse ordonnantie ernstiglijk te gelasten en aanbeveel en geene besoeken van de Bassijnders of andere inlanders aan boort van hunne onderhebbende bodems 't ontfan„ gen, veel min aan deselve eenige Contra visites te geven dan wel met die ofte andere Rovers direct of indirect eenige Conversatie te houden maar zig daar van op fundament van non qualificatie op een beloefde wijze 't Excu„ „seeren op Poena van Contrarie doende voor den raad van Iustitie g'actioneert en ge„ „mulacteert te werden na verEijsch en bevin„ ding van zaken, nademaal ons uijt het rapport van de Rheede was gebleeken dat den Commandeur van d' aldaar leggende marhetse oorlogs vaartuijgen bij den schipper Christiaan Hansz belet hebbende laten vragen om denselve een visite aan boord van dien bodem te komen geven gem: Iansz Geene zwarigheid gemaakt hadde, dent besoek te accepteeren, en als of het een geoorloofde zaak was met diergelijk volk dat geensints de betrouwen is als niet alleen Publicque Profersie van zee roverij doende, Maas Van Souratta Den 12 maart 1759 maar ook onze scheepen en vaartuijgen niet tegenstaande alle gegevene verseekerin„ gen en Pligtige verbintenissen van deselve ongemolesteert te laten te meermalen en dat zelfs de dezer Rheede op het onverwagste vijandelijk geattacqueerd hebbende naar eigen willekeur en welbehagen te Converseeren en deselve aan boord van sComp:s scheepen 't ontfan„ „gen zonder daar toe innemd Licentie de vra„ „gen, invoegen de gem: visite zekerlijk zoude hebben gevolg genomen, in dien gem: Comman„ deur het op den bestemrden dag niet had laten afweeten. Ook heeft men op de bekomene eerste zeeke„ „re tijding, dat de overlange in til geweest zijn„ de Engelsche Expeditie Positief in dit voorJaar zoude voortgank neemen, der sessie van den 30=e Januarij buijten het verhandelde bij de thans afgaande secreete brief van de twee Eerst ondergeteekendens nog beslooten dieven gere„ pareerde binnen lattij die in den vorigen oorlog zo veel geleeden had te laten ledig maken, ende daar in opgeslagene Coop„ manschappen bij en omtrent de Loge daar men best konde te laten bergen, en zul gedaan zijnde de Porcelain Rassen die men wegens derselver slegte gesteldheijd niet verre Transporteeren konde uijt de na bij staande Thant die noodzakelijk diende weggenomen te werden, om niet weder Aan 39 Van Souratta Den 12 Maart 1759 aan vlerden te werden geschooten, en daar nog meer gevaar liepen, weder in dat pakhuijs te laten overbrengen, welk een en ander niet zonder Excessive kosten heeft kunnen gedaan werden, alzo alle gegoede ingesetene bezig zijnde hunne Coopmanschappen en meubeltjes die zij meenden gevaar te lo„ pen door verplaatsing de secureeren,„ de werklieden twee en drie dubbeld Loon eischten en wisten te bedingen. gelijk w' ook op den 3 Feb„j daar aan volgen„ „de noodzakelijk oordeelden 400 Extra pions in dienst aan te neemen, en daar van 100 bij de loge te laten nevens 30 van de tot de ketsche Expeditie voor twee maanden aange„ „nomene 100 inlandsche zeevarende om in Cas van noodzakelykheijd zo wel als de 7l andere op de werf bij de brandspuiten gebruijkt be werden, van welke laaste toen het 'er wat heet begon te werden en een van deselve Gequest raakte over de 60 het Hazepad ge„ Roosen lebben, dog de Sipaijs waar van men het getal niet verder als tot 362 koppen aan Passabel volk heeft kunnen accompli„ „teeren, om dat de beste al by andere dienst genomen hadde; en die hunne Caste zoude denken te verliesen als zij iets anders als hun geweir behandelden hebben nog stand gehouden en staan eerst daags afgedankt te werden, bij aldien zig geen dringende redenen ter Contrarie op doen Van Souratta Den 12 Maart 1729 In de maand 9ber 1758 zijn uijt Engeland op Bombaij g'arriveerd vier Comp„s scheepen g'Excorteert van twee oorlogs scheepen alle naar madraspat=m gedestineerd en in xber: den Seer tegenwoordige vice Admiraal ^ met Pocock seeven oorlog schapen en twee Trequatten van Cormandel, in meerendeels in een zeer ge„ delabreerden toestand, zo dat men nog werke„ „lijk bezig is eenige van deselve te repareeren dog zijn in deselve maand weder vertrokken de vier Compagnies scheepen voor maddras g'Excorteert van deselve een Freguat van het gem: Esquader; een schip van Particulieren te Bombeij ten dienste van den Koning gekogt en den oorlog toegerust nevens het Compagnies oorlog scheepje The Revenge zo d' Engelsche verseekeren te samen op hebbende 800 Arthil„ „lersten en militairen gedestineert tot verster„ „king van het Guarnisoen van die stad, van welkers behouden overkomst zij zeggen deser dagen tijding bekomen te hebben. , Intusschen zyn daar en tegen, weder in Ianuarij te bombaij gearriveert twee Compagnies schee„ „pen uijt engeland derwaarts bestemt, die eenige tijd te Colombo zijn „ geweest en in „aan Februarij twee anderen die later uijtgezeijd zijn ende franschen zig reets geranteert hadden genomen te hebben.. Tot Engels opperhoofd alhier den Heer Ellis

NL-HaNA_1.04.02_2967_0139 view scan ↗

English

From Surat, the 12th of March 1759. Ellis, who it is said in England is very much considered to succeed the Noble Lord Bourchier in the government of Bombay, received his discharge thither at the end of last year and has been succeeded by the former chief at Anjengo, the gentleman J. Spencer, a man who generally has the reputation that his zeal for the glory and interests of his nation and Company is paired with an inclination to avoid, as much as possible, all disputes and difficulties with others and to cultivate friendship between the English and our lodge or factory as far as this can be done without acting contrary to the orders of his superiors or neglecting his duty. We also hope to find him to be such in the long run, although it would not be surprising if those good sentiments, of which we also pride ourselves, were to weaken somewhat mutually, on the one hand through an indiscreet exercise of the mastery of Surat, so long desired and finally obtained by force of arms as will be described below as required, and on the other hand through the aversion of the Dutch to conduct themselves as subordinates of the English and willingly allow a foot to be set upon their neck. From Surat, the 12th of March 1759. After having sent the most valuable effects of the English Company and its servants on board some vessels that had arrived from Bombay, His Honour, on the 2nd of February, left the city with all the servants of the English Company, except for one council member, an ensign, and thirty Topass soldiers, who, together with 250 to 300 native sepoys recruited here without any hindrance on the part of the regents, remained in the lodge to keep watch over the same and the furniture and merchandise stored there that were too voluminous to be shipped off. He proceeded to the roadstead with their former broker Jaggernath and a few other natives under their protection, surely under the impression that by a timely appearance of the expected ships and vessels from Bombay they would be able, with the advance or at the latest the following spring tide of the new moon, to approach close to the city in order to begin their military operations at a time when the castle governor, Sidi Pavis Emetchan, had not yet made the slightest preparations for resistance, and consequently they would have been able to do so without any hindrance and directly attack the castle; but it took until the 12th of March 1759. From Surat. 16th of February before their entire armada was complete at this roadstead, consisting of: 2 warships or King's ships named Sunderland of 60 and The Newcastle of 50 guns; 5 English Company ships, namely The Protector and The Guardian, alongside three others whose names are not known to us; 2 three-masted and 5 two-masted grab vessels of war; 1 bomb vessel and between 30 and 40 large and small war and other vessels such as gallivats, hovries, ketches, etc., for the transport of troops, a large quantity of bombs and howitzers and heavy artillery, alongside other war and food provisions, serving also some bales of cotton to be used as breastworks. The exact number of troops that arrived with this fleet is impossible to determine, but is estimated with great probability at over 1,600 whites and 4,000 blacks, both sea and land forces; however, the number of the militia used for the expedition, as far as we have been able to ascertain, consisted in all of scarcely 1,000 hat-wearers, namely 700 European and 300 Topass soldiers, the artillerymen included among the former, besides 1,500 to 2,000 native warriors trained for a large part in the handling of arms at Bombay. The number of European seafarers equipped on the vessels, as it seemed to us, was very small, the warships, which as well as the Company ships remained lying in the roadstead, as is recounted, to observe the Dutch and Marathas, having furnished no marines to the same. From Surat, the 12th of March 1759. With this formidable force, including the French private ship Le Louis Quinze, of which they had made themselves masters in passing in order to use it as a bulwark or breastwork against the cannon of the castle, Mr. Spencer—who held the command-in-chief over the expedition, and under whom Commodore Watson, who in this as well as in the previous English war has distinguished himself greatly, commanded as head of the navy and artillery, together with a senior King's military captain as commander of the troops—arrived on the 25th past the shallows of Umra, except for the largest grab, named Bombay, which was only able to pass them on the 27th, in sight of this place, just out of range of the enemy cannon that had in the meantime been placed both on several batteries and at the English garden to dispute their passage, and in order to avoid which the better, most of the vessels crept into the bend near the French garden. It was thought nothing other than that the English would with

Dutch transcription

41 Van Souratta Den 12 Maart 1759 Ellis die men zegt in Engeland zeer in aanmenking te komen om den Edelen Heer Bourchier in het gouvernement van Bom„ „baij de succedeeren heeft in het Laast van het gepasseerde Iaar zijne demissie der „waarts bekomen „ is opgevolgt door het voor„ maliger opperhoofd te Antjenga den heer I: Speneer, een man die in het algemeen de reputatie heeft dat desselfs ijver voor de Glorij en belangen van zijn Natie en Compagnie gepaart gaat met genegentheijd om zo veel mogelijk alle dispuiten en moejelijkheden met andere te vermijden ende vriendschap tusschen de Engelsche in onze Loge of factorij te Cultiveeren zo verre het geschieden kamn, J Lijner zonder tegens de beveelen zuijver superiore aan te gaan, of zynen pligt te verwaar„ loosen, dewelke wij dan ook hopen op den duur zodanig te zullen bevinden schoon het niet te verwonderen zoude weesen dat die goede sentimenten, waar van w' ons ook piequeeren wederzijds wat verflaauw„ den, door eene indiscreete oeffening van het zo lang gewenste en eindelijk zo als in het vervolg deses naar verEijsch zal beschreven werden, door de wapenen verkreegene meester, schap van Souratta, aan d' eene en d'afkeer der Nederlanders om zig als onderhorige der Engelschen te gedragen, en goedschiks de voet op den nek te laten zetten aen d' andere zijde Van Souratta Den 12 maart 1759 Na de kostbaarste Effecten van de Engelsche Comp: en haare dienaren na Boord van eenige van bom„ „berij gekomene vaartuijgen gezonden te hebben heeft zijn Ed: den 2=e Februarij met alle de die„ „naren van de Engelsche Comp: behalven een raadslid, een vendrig en dertig toepasse soldaten die nevens 250 â 300 inlandsche alhier zonder eenige verhindering van de zijde der regenten geworvene Sipaijs in de logie gebleeven zijn, om toezigt over deselve ende aldaar berustende meu„ „belen en Koopmanschappen die te volumineus waren om afgescheept te kunnen werden, de stad verlaten, zig met kunnen geweesen makelaar Jaggernaat en eenige weinige andere Jnlanders onder hunne Protectie staan„ „de, naar de Rheede begevende, zekelyk in de verbeelding dat zij door een tijdige opdaging der verwagt werdende scheepen en vaartuijgen van Bombaij in staat zoude weesen met het voor of uijtterlijk het naspring van de nieuwe maan tot digt bij de stad te naderen ten einde hunne krijgsoperatien als dan te beginnen, wanneer de Casteels gouverneur sidie Pavis Emetchan nog geen de minste toe bereidselen tot tegenstands gemaakt hadden en zij gevolgelijk zulx zonder eenige verhin„ „dering zouden hebben kunnen doen, en direct het Casteel Attacqueeren; dog het duurde tot den 4 43 Den 12=e maart 1759 Van Souratta ten oorlog den 16:e feb„j eer hunne Gantsche armade Compleet te dezer Rheede was, bestaande in 2 Oorlogs of konings scheepen genaamt Sunderland van 60 en The New Castle van 50 stukken 5 Engelsche Comp„s scheepen namentlijk The Protector en The Gardian, nevens drie anderen waar van ons de namen niet bekent zijn. - --- 2 drie maste en - - - - 5 Twee maste J Goerabs - - 1 Bombardier Kist en tusschen de 30 en 40 Groote kleene oorlogs en andere vaartuijgen als Galbets, Honrijs Kitsen &„a Transport van troupen, een groote Quantiteit bomben en Soubitsen en swaar Geschut, nevens andere Krijgs en mond be„ „hoeften, dienende als ook van eenige balen Cat„ toen om tot borstweeringe gebruijkt te werden Het nette getal der manschappen met dese vloot overgekomen is onmogelijk te bepalen, maar werd met veel waarscheijnelijkheijd op over de 1600 blanken en 4000. swarten zo zee als Land „volk begroot, dog het getal der militie tot Ex„ „peditie gebruijkt, heeft zo verre wij kunnen nagalen in het geheel bestaan in schaars 1000 hoedendragers namentlijk 700 Europeese en 300 toepasse militairen, d' Arthilleristen onder de eerste begreepen, buiten 1500 â 2000 voor een groot gedeelte te bombaij in den wapenhandel geoeffende inlandsche krijgsknegten, en het getal GEquipeerd der - Van Souratta Den 12=e maart 1759. der Europische Zeevarende op de vaartuijgen is, zo het ons toescheen, heel klein geweest, hebbende de oorlog scheepen die zo wel als de Comp:s scheepen op de Rheede zijn blijven leggen om zo „ ver„ haald werd de Hollanders en marhettaste Observeeren, geene marinen tot deselve gefour„ met dese formidable magt in het Fransche Particuliere schip Le Louis Quinze daar zij zig in Passant van meester Gemaakt hadden om het selve tot een bolwerk of borstweering tegens het Canon van het Casteel te gebruiken, Arriveerde d' Heer Spencer die het Comman„ „do en chef over d' Expeditie en onder wienden Commandeur watson die zig in desen zo wel als in den vorigen Engelschen oorlog zeer heeft gedistingueert als hoofd van de marine en Arthillerij mitsg„s een oudste Konings Capit=n militair als Commandant van de troupen„ Commandeerden den 25 voor bij de dvoogdens van Omra buiten de grootste Goerab Bombaij genaamt die deselve eerst den 27 konde Pas„ seeren, in het gezigt van dese plaats even bui„ „ten let bereik van het vijandelijk canon dat intusschen zo op verscheide battereijen als van de Engelsche thuin geplaast was, om hen de Passage te betwisten, en om het welk te beter te ontwijken des meeste vaartuijgen in de bogt bij de Fransche Thuin kroopen Men dagt niet anders als dat de Engelschen „neert. — met

NL-HaNA_1.04.02_2967_0143 view scan ↗

English

The 12th of March, Anno 1759. From Souratta. at the highest water, they would first attempt to capture the chain that the sidie had caused to be stretched across the river right in front of his shipyard, and to position themselves directly before it in order to cannonade the batteries standing there; but no, although this was proposed in their council of war, the majority of votes rejected it and deemed it proper, during the night between the 25th and the 26th, to make a landing in the garden of the French Company, situated right next to theirs, which, as mentioned, was occupied by the troops of the sidie. From there, they quickly dislodged some enemy sepoys posted there, subsequently throwing up a battery there to dislodge the enemy right out of their garden, which lies directly against the inner side of the city wall. But that did not go as easily as they had imagined; the enemy defended themselves as courageously as European regular militia could have done, notwithstanding that the English made things very hot for them both through continuous cannon fire and the throwing of bombs. Consequently, these enemies of theirs, although they had entrenched themselves, suffered several dead and wounded, and their battery on that side was so badly damaged that they were compelled to construct new breastworks with sandbags. On the 28th, a detachment of the English attempted to scale the city wall, but were forced, after the loss of some men, to retreat with bloody heads, leaving behind some dead and several firearms, on account of the bravery and great force of the enemy. 45 From Souratta. The 12th of March, 1759. bloody heads, and leaving behind some dead and several firearms, to retreat, on account of the bravery and great force of the enemy. Thereafter, the cannonading from both sides and the throwing of bombs by the English, both at the sidie's works and at the Castle, which had ceased for some time, continued again, albeit very faintly at intervals, until the early part of the night, when everything became quiet. But after half past two o'clock, the English vessels came drifting up with the flood tide, and about an hour later they had approached close up to the chain, whereupon they opened a heavy fire on the sidie's shipyard, both from cannon and musketry, partially ruining his batteries. However, they killed or wounded few men, because the enemy kept concealed behind their works, but now and then seconded the continuous firing that was directed from the Castle at the vessels, albeit with very little effect, with single but fairly well-aimed shots from the cannon and firelocks, while the mortars from the French Garden did not cease playing upon the enemy batteries until a quarter past nine o'clock, when the English, who had already managed to loosen the chain at daybreak, with eighteen small vessels packed with Europeans, Turks, Arabs, and other native 47 From Souratta, the 12th of March, 1759. and capture the enemy batteries, retreat into the city, place a battery behind the residence of the sidie by his native troops, all provided with firearms, under the cover of the cannon, stepped ashore in good order. But no sooner had this occurred than the firing proceeded so wildly and fiercely that they wounded some of their own men. Nevertheless, they captured the enemy batteries and forced the sidie's people, after a slight resistance, to retreat with all men to the city and from there into the Castle. There, this beginning of success—though it would have been entirely non-decisive if all the sidie's men had remained faithful to their master, not to mention the Moors to one another—caused a general despondency, so that the firing from that stronghold upon the vessels also ceased. This was reciprocated by the latter, just as if peace had already been concluded, except that now and then several bombs were still thrown by the English from three mortars planted right behind the residence of the Director, Mr. Director, onto one of the captured batteries in the Castle. Thus, not knowing better, one would have said that they wanted to test provoking the Moors to spare that building no longer. But the sidie's soldiers refused to enter the fray any further unless their arrears in pay were first paid off; and when he had done so as far as he was able, namely leaving a balance of well over one hundred thousand ropijen, they all deserted his service, except for four hundred men who still held out in the Castle. But From Souratta. The 12th of March, 1759. bloody heads, and leaving behind some dead and several firearms, to retreat, on account of the bravery and great force of the enemy. Thereafter, the cannonading from both sides and the throwing of bombs by the English, both at the sidie's works and at the Castle, which had ceased for some time, continued again, albeit very faintly at intervals, until the early part of the night, when everything became quiet. But after half past two o'clock, the English vessels came drifting up with the flood tide, and about an hour later they had approached close up to the chain, whereupon they opened a heavy fire on the sidie's shipyard, both from cannon and musketry, partially ruining his batteries. However, they killed or wounded few men, because the enemy kept concealed behind their works, but now and then seconded the continuous firing that was directed from the Castle at the vessels, albeit with very little effect, with single but fairly well-aimed shots from the cannon and firelocks, while the mortars from the French Garden did not cease playing upon the enemy batteries until a quarter past nine o'clock, when the English, who had already managed to loosen the chain at daybreak, with eighteen small vessels packed with Europeans, Turks, Arabs, and other native

Dutch transcription

Den 12 Maart A„o 1759. Van Souratta E met het hoogste water ten eersten de Ketting die sidie vlak voor zijn werf over de Rivier had laten spannen zouden tragten te vermees„ teren en vlak voor deselve gaan leggen, om d aldaar staande battarijen te Canoneeren; maar neen het selve wierd wel in hunnen krijgsraad geproponeert dog de meerderheijd van stemmen kaude liet af en vond goed des nagts tusschen den 25 en 26 een landing te doen in de thuin van de Fransche Comp: aller naast de hunne, die als gezegt door het krijgsvolk van de sidie geoccupeert was, geleegen, van waar zij eenige aldaar geposteerde vijandelijke Sipaijs met er haast deden delogeeren, doende vervolgens aldaar een Batterij opwerpen om den vijand vlak uijt hunne Tuin die volk aan de binnekant van de stads muur legt, te vernestelen; niet als zij zig dog dat vlotte zo gemakkelijk verbeeld hadden, den vijand desendeerde zig ^zo manmoedig als Europeesche gereguleerde militie zoude kunnen doen, niet tegenstaan„ de de Engelschen het hen zo door het Continueel Vuuren uit het Canon, als het werpen van bon„ „ben zeer heet maakten, zo dat dese hunne vijanden, hoewel zij zig verschanst hadde ver„ scheide dooden en gequesten kreegen, en hunne batterij aan die zijde zodanig was gehavent dat zij genoodzaakt waren nieuwe borstwee„ „ringe met zandzakken te maken, Den 28=en pro„ „beerde een detachement van de Engelschen om de stadsmuur t' escaladeeren, dog wierden genood„ zaakt, na het verlies van eenig volk, met bebloede 45 Van Souratta Den 12: Maart 1759 bebloede koppen, en agterlating van eenige doden en verscheide geweiren te retireeren, mits de dapperheijd en groote onvermagt der vijanden waar na het Cannoneeren van weerskanten en het werpen van bomben door den Engelschen zo op de Cidies werken als het Casteels daar eenige tijd meede opgehouden was weder hoe wel bij tusschen posingen heel flaauw voortgink tot in de voornagt, wanneer alles stil wierd dog na half drie uure quamen de Engelschene vaar„ „tuijgen met de vloed na boven drijven en omtrent een uur later waren deselve tot aan en digt bij de ketting genadert, wanneer zij een hevig vuur maakten op des sidies werf zo uijt het Canon als hand geweir en zijne batterijen ten deelen ruineerden, dog weinig menschen dooden of questen, door den vijand zig agter zijne werken schuil hield, maar nu en dan het Con„ „tinueel schieten dat uijt het Casteel op de vaar„ tuijgen, dog met zeer weinig Effect gedaan wierd wel met enkelde dog redelijk gemikte schooten uijt het Canon en de snaphanen secondeerende, terwijl de mortieren uijt de Fyransche Thuin niet ophielden op de vijandelijke batterijen te speelen„ tot een quartier over negen uuren, wanneer d' Engelschen die al met het aanbreeken van den dag de ketting Los hadden gekreegen met agtien Kleine vaartuigen opgepropt met Europeesen Turken, Atrabieren en andere Inlandsche 47 Van Souratta Den 12 maart 1759 En vermeesteren, de vyandelijke batte„ zig in de stad resireeren ken eene batterijen agter de woning van desidie door zyn laten Jnlandsche militairen alle niet schiet geweir voorsien onder het faveur van het Canon in goeder ordre aan Land traden, dog zo dra was zul niet geschied, of het schieten gong zo wild en woest te werk, dat zij eenige van haar eigen volk questen; Egter vermeesterden zij de rijen vyandelijke beetterijen en nootssaakten het volk van den sidie na een geringe wederstand met alle man te Restireeren, naar de stad en van daar in het Casteel, alwaar dit beginsel waar op d' sidaijs van succes schoon gants net decisoir zoude ge„ weest zyn, bij aldien, maar al des sidies volk hunnen meester, men geswijge de moren el„ kanderen trouw waren gebleven, een algemee„ ne neerstigheijd veroorsaakte, zul het schieten uit die sterkte op de vaartuigen meede cesseerde, 't geen van dese wierd nagevolgt, even als of de vreede al gesloten was, buijten dat nu en dan de Engelschen ma„ nog verscheide bomben door de Engelschen uit drie van mortiren wlerk vlak agter de woning van den directeur vaan den Heer directeur geplanten mortieren op een van de veroverde batterijen in het Casteel geworpen wierden, in„ voegen men, niet beter wetende, zoude gezegt hebben dat zij eens probeeren wilden, om de moo„ ren te provoceeren dat gebouw niet langer te ontzien dog het krijgsvolk van den sidie wilde meeste volk re„ niet meer aan den dans of eerst hunne Agterstallige bezolding afbetaalt hebben, en „hij konde toen hij zulx zo ver gedaan hadde als „ nament„ lijk op ruim hondert duisent ropijen na, verlieten zij allen zynen dienst buijten vier hon„ dert man, die nog in het Casteel stand hielden dog Van Souratta Den 12: Maart 1759 bebloede koppen, en agterlating van eenige doden en verscheide Geweiren te retireeren, mits de dapperheijd en groote onvermagt der vijanden waar na het Cannoneeren van weerskanten en het werpen van bomben door den Engelschen zo op de sidies werken als het Casteels daar eenige tijd meede opgehouden was weder hoe wel bij tusschen posingen heel flaauw voortgink tot in de voornagt, wanneer alles stil wierd dog na half drie uuren quamen de Engelschene vaar„ „tuijgen met de vloed na boven drijven en omtrent een uur later waren deselve tot aan en digt bij de ketting genadert, wanneer zij een hevig vuur maakten op des sidies werf zo uijt het Canon als hand geweir en zijne batterijen ten deelen ruineerden, dog weinig menschen „dat dooden of questen, door „ den vijand zig agter zijne werken schuil hield, maar nu en dan het Com„ „tinueel schieten dat uijt het Casteel op de vaar„ tuijgen, dog met zeer weinig Effect gedaan wierd 8 wel met enkelde dog redelijk gemikte schooten uijt het Canon en de snaphanen secondeerende, terwijl de mortieren uijt de Fyransche Thuin niet ophielden op de vijandelijke batterijen te speelen, tot een quartier over negen uuren; wanneer d' Engelschen die al met het aanbreeken van den dag de ketting Los hadden gekreegen met agtien Kleine vaartuigen opgepropt met Europeesen Turken, Atrabieren en andere Inlandsche

NL-HaNA_1.04.02_2967_0147 view scan ↗

English

From Surat, 12 March 1759 Native soldiers, all provided with firearms, stepped ashore in good order under cover of the cannon, but no sooner had this occurred than the firing proceeded so wildly and fiercely that they wounded some of their own people. Nevertheless, they captured the enemy batteries and forced the people of the Sidi, after a slight resistance, to retreat with all men to the city and from there into the Castle. There, this initial success, which would have been completely decisive had all the Sidi's people remained faithful to their master, not to mention the Moors to one another, caused a general dejection, so that the firing from that fortress upon the vessels likewise ceased. This was followed by the latter, just as if peace had already been concluded, except that now and then several bombs were still thrown by the English from three mortars, erected just behind the residence of the Director, at one of the captured batteries in the Castle, so that anyone not knowing better would have said they wished to try to provoke the Moors to spare that building no longer. But the troops of the Sidi refused to take part in the fight any longer unless their back pay was first paid off, and when he had done so as far as he could, namely to within just over one hundred thousand rupees, they all left his service, except for four hundred men who still held out in the Castle. However, they had little desire to fight any more, thus leaving him with the care to save himself and the city gates as best he could. Seeing the city gates abandoned by his people and already occupied by the enemy, and that the city Governor, whom he had kept in check for so long, had now become his own master and openly declared for the English, whom he had covertly favored as much as possible from the beginning, and that there was nowhere any further help or comfort to be found for him, he sought to obtain a capitulation, which was concluded on the evening of 4 March on the following onerous terms: I That he should at once evacuate the Castle for the English, who took possession of it that very same evening. II That he should at the same time surrender all the artillery and ammunition stored therein, and whatever else he held in his capacity as Governor on behalf of the Mogul, including his entire fleet, consisting of one three-masted grab, three smaller grabs, and 11 galivats. III But on the other hand, he should retain everything that belonged to him as personal property; that the garrison should also march out with their arms and baggage without taking anything else with them; that he should provide sureties to submit to the arbitration of good men such claims as might be brought against him by persons who maintained they had been wronged by him; that he should maintain himself quietly as a private individual in the suburb of Sagrampura without keeping more than one headman and 12 common peons in his service; and VI That the English should come to an agreement with his master, the Rajapuri prince, regarding what His Highness was entitled to from the city revenues as hereditary Admiral of the Mogul. The following day at sunrise, the Sidi's flag was struck from the Castle, and the English flag was raised amidst the discharge of cannon from the Castle and the vessels. They made no booty, except for what they found therein: a large quantity of cannon, estimated by the English themselves at as many as 200 pieces, more than half of which were mounted, although others say there were only 152 pieces in total in the Castle, along with some artillery and ammunition supplies. But before the departure from Bombay, it was solemnly promised on behalf of the English Company that one hundred thousand rupees would be distributed as prize money among the men, both King's and Company's, employed in this expedition. The number of their European dead consists of 27 men, and that of the severely wounded of 85, among whom are over thirty who have lost arms or legs, besides

Dutch transcription

47 Van Souratta Den 12 maart 1759 En vermeesteren, de vyandelijke batte„ zig in de stad resireeren ken eene batterijen agter de woning van desi die door zyn laten Jnlandsche militairen alle niet schiet geweir voorsien onder het faveur van het Canon in goeder ordre aan Land traden, dog zo dra was zulx niet geschied, of het schieten gong zo wild en woest te werk, dat zij eenige van haar eigen volk questen; Egter vermeesterden zij de rijen vyandelijke beetterijen en nootssaakten het volk van den sidie na een geringe wederstand met alle man te Resireeren, naar de stad en van daar in het Casteel, alwaar dit beginsel waar op d' sidaijs van succes schoon Gants met decisoir zoude ge„ „weest zyn, bij aldien, maar al des sidies volk hunnen meester, men geswijge de moren el„ kanderen trouw waren gebleven, een algemee„ ne neerstigheijd veroorsaakte, zul het schieten uit die sterkte op de vaartuigen meede cesseerde, 't geen van dese wierd nagevolgt, even als of de vreede al gesloten was, buijten dat nu en dan de Engelschen ma„ nog verscheide bomben door de Engelschen uit drie van mortiren werk vlak agter de woning van den directeur van den Heer directeur geplanten mortieren op een van de veroverde batterijen in het Casteel geworpen wierden, in„ voegen men, niet beter wetende, zoude gezegt hebben dat zij eens probeeren wilden, om de moo„ ren te provoceeren dat gebouw niet langer te ontzien dog het krijgsvolk van den sidie wilde meeste volk re„ niet meer aan den dans of eerst hunne Agterstallige bezolding afbetaalt hebben, en „hij konde toen hij zulx zo ver gedaen hadde als „ nament„ lijk op ruim hondert duisent ropijen na„ verlieten zij allen zynen dienst buijten vier hon„ dert man, die nog in het Casteel stand hielden dog Van Souratta Den 12 maart 1759 door d' Engelschen ge secupeert zijnde. verklaard de stads d' Engelschen weshalven de Cas„ teels gouverneur capituleert. Conditien dog weinig lust hadden om meer te dechten, laten„ „de hem dus de zorg bevolen om zig verder te redden, ende stads poorten zo goed hij konde, 't geen hij, ziende de stadspoor= ten door zijn volk verlaten en reets door de vijanden geoccupeert en dat den stads Gouvern„ Gouverneur zig van die hij zo lang in bedwang had gehouden, nu zyn eijgen meester geworden zijnde, zig voor de Engelschen welke hij van den beginne af onder 's hands zo veel mogelijk heeft begunstigt opentlijk verklaarde, en nergens meer eenig heul of troost voor hem te vinden was, zogt door eene Capitulatie die den 4=e maart des avonds getraffen wierd, op de onereuse voorwaarden op de nevenstaande 't Dat hij het Casteel ten eersten va aan d' En„ gelschen zoude laten inruimen die daar van nog denselven avond bezit namen II Dat hij teffens zoude overgeven alle d' Arthillerij en ammonitie goederen daar inwe berustende en wat hij verder qualiteit van Gouverneur 's Mogols wegen onder zig had, daar onder be „greepen zijne gantsche Armade, bestaande in een drie maste Goerab, drie kleindere Goerabs, en i1 Galbets III Dog daar en tegen zoude behouden alles het geen hem in eijgendom toebehoorde dat ook het guarnisoen zoude uijttrekken met hun Geweir en bagagie zonder iets anders meede te neemen dat hij borgen zoude stellen, om aan d' uijt spraak van goede mannen gedefereert de laten zodanige Presentien als tegens hem W mogten talel 49 Van Souratta Den 12 maart 1759 Possessie van't Casteel hebben gevonden. aan het volk tot dese Expeditie gemployeert mogten geformeerd werden, door persoonen die susti„ „neerden door hem verongelijkt te zijn. Dat hij zig stil als een particulier in de voor stad Sagrampoera zonder erneeren zonder meer als t. hoofd en 12 Gemeene Pions in dienst te souden, en Vo 1I Dat de Engelschen zig met zijne meester den Rajapoersen vorst verdragen zouden over het geene zijn Hoogheid als erf Admiraal van den Mogol uit de stads revenuen Competeerde. werdende 's anderen daags met zons opgang d' Engelsen noemen de Sidies vlag van het Casteel gestreeken, en de Engelsche onder het losbranden van het Canon van het Casteel ende vaartuijgen bij gemaakt Buijt hebben zij niet gemaakt behalven wat zij daar in een groote quantiteit Canon, die door de Engel„ „schen zelfs wel op 200 stukken en daar van ruim de helft gemonteert begroot werd, schoon andere zeggen dat 'er in't geheel maar 152 stukken in het Casteel zijn geweest, nevens eenige arthillerij en Ammoritie goederen, maar voor het vertrek van bombaij is van Premie beloofd wegens de Engelsche Comp: plegtig beloofd voor hondert Duijsent ropijen onder het volk zo konings als Comp:s in dese Expiditie gebruikt uit te deelen Het getal van hunne Europeesche dooden be hunne dooden en „staat in 27. koppen en dat van de swaar gegequesten „questen in 85 stuks, waar onder over de dertig die armen of beenen quijt zijn, buiten nog VI Een .:. . :

NL-HaNA_1.04.02_2967_0150 view scan ↗

English

From Souratta, 12 March 1759 a number of slightly wounded who are up and about, all of whom have been sent to Bombay for treatment, but how many natives they have lost cannot be stated precisely, because of the differing reports on that matter from the Siddis side; it is assumed that there will be no fewer, but nothing could be learned about that with certainty either. Regarding the further details of this war, we take the liberty of referring to the extract from our daily register accompanying this for your Excellencies perusal, running from primo February to the 5th of this month, such as it could be drafted in haste, from which your Excellencies will clearly see the tenor of our exchanged letters with the English gentlemen and the imminent danger that the Companys effects and servants on the wharf have run through the careless firing and throwing of bombs by their men, notwithstanding that we have not failed to request their Honors on occasion to give the necessary orders so that the Companys buildings and servants would suffer no damage or nuisance, which they assure us they have given and most earnestly renewed upon our complaints, accompanied by a warning that, to our regret, nothing seemed left for us but to escape the threatening danger by, if possible, dislodging those who caused it to us, and to use for that purpose the means that God and nature had provided us, being, not to speak of a bomb that fell inside the inner warehouse No. 1 onto the porcelain held back at the auction because of the low return and caused terrible havoc there, which, given the location of that warehouse so close to the castle, is not to be imputed to them or resented; solely near and around the powder house, some fourteen or fifteen bombs fell and exploded; a cannonball struck through the upper story of the same, and a second struck through the wooden dwelling of the fiscal, which partially carried away three wooden supports and smashed two planks of the partition etc. to pieces; another struck through the shed that formerly served as a church, into a woodshed next to the large outer warehouse No. 2, where it smashed several gun carriages to pieces; a piece struck out of the stone stairs next to the northeastern buttress of the wharf by a cannonball; a bomb exploded in the air right above the wharf, of which a piece smashed the door of one of the wooden outbuildings of the fiscals dwelling to pieces; a cannonball struck through the roof of the large wooden or former directors country house and through the roof of the said warehouse; a bomb fell right in the middle of the same house, which, exploding, smashed a door of the gallery and a window and a portion of the partitions to pieces, and set fire to the bedding of the Mennonites, which was soon extinguished again; a leaguer of arrack in the dispensary under that building smashed to staves by a piece of a bomb; a bomb fell right behind the aforesaid warehouse No. 2 and penetrated through a thick wall, by which four, among several peons or native soldiers stationed there, were slightly wounded, while a second piece of the same bomb struck through the partition of the aforesaid large dwelling into the room of the first clerk, without otherwise doing much damage; another bomb also struck through the roof of the same warehouse, by which the qanats or linen side-hangings of the tent stored there caught fire, but this was immediately noticed by our men and extinguished in time, as was also done with the fire caused by the explosion of a bomb near the blacksmiths shop, while shortly after, another flew into the sworn clerks room and, exploding, smashed everything around it to pieces; yet another cannonball flew along the rear side of the directors present dwelling, which wounded two of our natives so severely that they died that very day; a bomb struck right into the tent where the military were quartered, which, exploding, carried away one of the supports and

Dutch transcription

Van Souratta Den 12 maart 1759 cularitaiten zijn bij het overgaande dag„ kent blijken het gevaar waar in sComps dienaren en Effecten geweest zijn: een parthij ligt gequesten die gaande en staan„ de zijn, alle dewelke ter Cureering naar Bom„ „baij zijn gezonden, dog hoe veel Jnlanders zij verlooren hebben kan men niet net opge„ „ven, mits de differente berigten daar Om„ „trent van des sidies zijde stelt men vast dat 'er geen minder zullen weesen, maar men heeft daar omtrent ook niets met zekerheid kunnen verneemen. De verdere parts Belangende de verdere Particularieteijten van desen oorlog gebruiken wij de vrijheijd register aangetee„ ons te refereeren aan het desen tot uw Hoog Edelens speculatie versellende Extract uijt ons Dag register lopende van P=mo Feb„r tot den 5 deser zodanig als het selve in haast heeft kunnen ontworpen werden, waar bij u Hoog Edelens omstandig zal blijken den teneur van waar uijt ook zal onze gewisselde brieven met de heeren Engel„ schen en het Eminent gevaar, dat 's Comps: Effecten en dienaren op de werf door het onvoor„ sigtig schieten en werpen van bomben door de hunne gelopen hebben, onaangesien wij niet hebben gemanqueert haar Edelens bij Occasie te versoeken de nodige ordres te stellen, op dat sComp:s gebouwen en dienaren geen schade of overlast Leden, die 's ons verseekeren gege„ „ren en ten ernstigste gerenoveert te hebben op onze klagten gepaart van eene waarschou„ „wing dat 'er tot ons Leedweesen voor ons niets scheen over te blijven als het drijgende gevaar t' ontworstelen door des mogelyk de geene H Van Souratta den 12 maart 1759 optelling van eenige en gebouwen gesla„ en bomben en de schade geene te logeeren, die ons het selve toebragten en daar toe de gebruijken de middelen die God ende natuur ons aan de hand gegeven hadden, zijnde, om niet te spreeken van een bombe binnen sComp:s grond die in de binne Lattij N„o 1 op de bij vendutie gene Canon kogels om het lage rendement opgehoudene Porcelaine n aan door voorsaakt. gevallen is en daar in een schrikkelijke ravage gemaakt heeft, 't geen haar mits de de situatie van dat pakhuijs zo digt aan het Casteel niet t' imputeeren of qualijk te nee„ „men is:, alleen bij en omtrent het Kruijt„ huijs wel veertien of vijftien bomben neder„ gevallen en gesprongen; een Canon Kogel door de bevenste dieping van het selve, en een tweede door de houte woning van den fiscaal heen geslagen, die drie houte stutten gedeel„ „telijk meede namen twee Planken van't Schot &a aan stukken sloeg; een ander door de loots die voormaals tot een kerk gedient, heeft, in een hout hok naast aan de Groote buiten latty N„o 2 geslagen, daar verscheijde Rampaarden aan stukken rammeijde; een stuk uijt de steene trap naast de noord ooster beer van de werf door een Canons- Kogel geslagen, een bombe vlak boven de werf in de lugt gesprongen, waar van vervolg een stuk de deur van een van de houte bij ge„ bouwen van des Fiscaals woning aen stukken sloeg; een Canons Kogel door het dak van de groote houte of voormalige directeurs buijten woning en door het dak van gem: Lattij heen geslagen; een bombe vlak in het midden van het selve huis gevallen, die springende een deur van de Galderij en 51 Van Souratta Den 12 maart 1759 Nader vervolg een venster, en een gedeelte van 't schotten aan stukken sloeg, ende brand in het beddegoed van de fennisten bragt, die haast weder geblust was; een legger Arak in de dispens onder dat gebouw door een stuk van een bombe aan duijgen ge„ slagen; een bombe vlak agter de voorsz: Lattij N„o 2 nedergevallen, en door een dikke muur heen gedrongen, waar door vier, onder meerder aldaar geposteerde pions of Jnlandsche soldaten ligt gequest wierden, terwijl een tweede stuk van deselve bom door het schot van het voorsz: Groote woonhuijs in d' kamer van d' eerste Clercq sloeg, zonder anders veel schade te doen; een andere bombe is meede door het deck van deselve Lattij heen geslagen waar door d aldaar geborgene Cannaats of Linnen zykleeden van de Thent in ligter, brand geraakten, dog zulx wierd door d' onze ten eersten ontwaard en nog nader vervolg tijdig gebluscht gelijk ook gedaan is de brand door het springen van een bombe bij de smits„ winkel veroorsaakt, terwijl kort daar aan een andere in des gesworen Clercqs kamer vloog„ en springende alles wat 'er omtrent was aen stukken sloeg; nog een Canon Kogel langs de agter„ zijde van des directeurs tegenwoordigen woning Vloog, welke twee van onze Inlanders zodanig queste dat zij dien zelven dag quamen te sterven een bombe vlak in de Thent daar de militai„ „ren Logeerden ter houw gekomen, die sprin„ „gende een van de stutten meede nam en

NL-HaNA_1.04.02_2967_0153 view scan ↗

English

From Souratta, 12 March 1759 Continuation of the aforesaid and even set the tent on fire, which was immediately extinguished by pulling down the tent; an indigenous sailor, located somewhat further behind the boatswain's room, had the wrist of his right hand shot off above the joint by a cannonball; four muskets were smashed to small pieces out of the hands of our European soldiers posted with their front toward the Sidis' yard near the cannon standing there, who stood with grounded arms, though only one of them was lightly wounded in the foot by that incident; a twenty-four-pounder cannonball smashed through the lower residence of the fiscal and an outbuilding of the current secretary's residence into the tent; a bomb fell near the new galley under construction directly onto the grounded arms of the soldiers lying there, which again smashed four muskets to pieces; and a heavy end of the upright of the new galley number 4 under construction, of whose construction mention is made in a word in the currently departing separate letter from the Director and Chief Administrator, was smashed to pieces by a cannonball. In contrast, from the Castle only a single cannonball landed on the shipyard, which broke the crossbeam of the shamiana or sun tent in front of the current Director's residence and carried away a piece of the awning, not to speak of other cannonballs and bombs that did no harm, and the musket and musketry bullets that flew around our ears like hail and sand on the day of the landing. The English warships have both already left this roadstead again and undertaken the voyage to Bombay, in order to depart from there further to Madras to assist that place as soon as the other warships are entirely repaired and provided with necessities, before which it is said the French had lost many men, although they could not yet resolve to lift the siege entirely. But while drafting this, we receive news that the Newcastle has reportedly returned to the roadstead in company with another named Weymouth, without it being known to what end. The other or large warship, Sunderland, which it is said has continued its voyage to Bombay, sailing into this roadstead on 14 February, was welcomed with 15 guns according to orders by the ship Amstelveen, which flew the Admiral's flag according to the old custom. But they did not return the salute; instead, its captain, Mr. Grandie, who died a few days thereafter, sent a lieutenant to request that this might not be taken amiss, since he was dangerously ill, under the assurance that the salute would be returned as soon as his Honour should be better. The next morning, the aforementioned Newcastle likewise arrived at the roadstead with two Company ships and some vessels, whereof one ship and three grabs, having saluted with eleven guns, were thanked with an equal number of guns by the aforementioned vessel Amstelveen, as was the Danish ship Kongen af Danmark; the officers, as it seems, thinking that this would be regarded as a courtesy, since it was known that the Sunderland could not return the salute. But the contrary was soon experienced, for the captain of the Sunderland made known to Captain van der Nipoort through a lieutenant: That he did not understand that any salute should be taken by us that was made under an English flag, for we must not think that such happened in honour of our Company, but rather for the ship of His Majesty of Great Britain, and that all Dutch ships that might come here to the roadstead and salute would not be thanked by them. And as if they could not have been content to mock those polite Danish and Dutch captains over such an uncalled-for courtesy of returning a salute that was not intended for them, and to make this known if it ever came up in conversation, but rather as if the captain of a foreign warship was authorized to lay down any laws for us regarding returning salutes on a neutral roadstead; besides and apart from the fact that this polite compliment, so far as we know, was not at the same time addressed to

Dutch transcription

Van Souratta Den 12 maart 1759 voorsz vervolg en de Thent zelfs inde brand stak, dewelke aanstonds door het nederhalen van de Thent gedemct wierd; een inlandsche mattroos nog nader verwoeg agter de boosmans Kamer door een kogel„ de pijp van de regterhand boven het gewrigt afgeslagen; vier snaphaanen uijt de San„ den van onze met het frout naar de sidies werf bij het aldaar staande Canon geposteerde Europische militairen die met het geweir bij de voet stonden aan Kleine stukken geslagen, dog maar een van deselve door dat toeval aan de voet ligt gequest; een vier en twintig Ponder Kogel door de beneeden woning van den fiscaal en een bij gebouw van de tegenwoordige secre„ taris woning heen geslagen in de Thent, een bombe bij de nieuwe onder handen zijnde Cattij net op d' aldaar gestrekt leggende geweiren van de militairen gevallen die weder vier snaphaanen aan stukken sloeg en een sware Eeinde van het stander van d'onder handen zijnde nieuwe Lattij n„o 4 van welkers Extructie met een woord gesprooken werd bij de thans afgaande aparte brief van den directeur en hoofd Administrateur door een Canon Kogel aan stukken geslagen, zijnde daar en tegen van het Casteel maar een enkelde Kogel op de werf„ ter Bouw gekomen die de dwarsbalk van de Semiaan of zonnethent voor de tegenwoordi„ ge directeurs woning brak, en een stuk vani de Luijffel meede nam om niet te spreeken van andere Canons Kogels en bomben die geen quaad 53 Van Souratta Den 12 maart 1759 d' Engelsche oorlog scheepen Keeren weder na bombaij dog een van deselve weder ter Couratse rheede Engelschen over het salut- quaad gedaan hebben, en de snaphaan en musquet Kogels, die ons ten dage van de Landing als hagel en zand om d' orer vloogen d'Engelsche oorlog Scheepen hebben beide weder reets dese Rheede verlaten ende reijse naar Bombaij aangenomen om van daar zo dra d' andere scheepen van oorlog t' eenemaal gerepareert en van het nodige voorsien zullen weesen verder na madras te vertrekken ter adsistentie van die plaats, waar voor men zegt dat de Franschen veel volk verloren had„ den schoon zij nog niet konden resolveeren het geleg geheel op te breeken dog onder het komt met een ander minuteeren deses krijgen wij tijding dat thee NeW Castle weder in geselschap van een andere genaamt wijmouth op de Rheede zoude ge„ komen zijn, zonder dat men weet tot wat einde Het andere of groote oorlogs schip Sunderland verschil met de die men zegt zijne reise naar Bombaij vervoegt te hebben den 14 feb„y dese Rheede bestevende wierd door het schip Amstelveen dat naar d' oude Cos„ tume d' Admiraals vlag voerde, volgens de ordre verwelkomt met 15. schooten dog bedankten niet, maar dies Capitain den heer Grandie eenige dagen daar aan overleeden is, zoud een Luijtenand om te versoeken dat zulx niet qualijk mogte genomen werden, vermits hij zeer gevaarlyk krank was onder verseeke„ „ring dat het salut zoude beantwoord werden zo dra zijn E. beter zoude weesen; 's anderen daags 's morgens Quam Insgelijks op d' rheede The 55 Van Souratta Den 12 maart 1759 Thie New Castle voormeld met twee Comp„s scheepen en eenige vaartuigen, waar van een schip en drie Goerals gesalueerd hebbende met elfschooten door gem: Bodem Amstelveen zo wel het Deensche schip De Hongen Af Danmarck met gelijke schooten bedankt wierden, denkende d' overheden zo 't scheijnt dat zulx als een beleefdheijd, ter zake inen wist dat the Zunderland niet bedanken konde zoude aangemerkt werden; maar men ondervond wel haast het tegendeel want de Capit„n van Sunderland deed door een Lieutenand dera schipper van der Nipoort. te weten: Dat hij niet verstond dat door ons eenig salut „zoude opgevat werden dat onder een Engelsche „vlag gedaan wierd; want dat wij niet moesten „denken dat zulx ter eere van onze Comp geschiede maar wel voor het schip van zijne majesteijt „ven groot brittannien en dat alle Hollandsche „scheepen die hier ter Rheede mogte komen „en salueerden niet van haar zoude bedankt worden ven als of zij zig niet hadden kunnen verge„ noegen die beleefde Deensche en Hollandsche schip nader vervolg =pers, over zo een ongevergde beleefdheid van voor een salut te bedanken dat voor haar niet geschiet was, uit te Laeken en zulx als het eens in een discours te pas quam te ken„ nen te geven, maar de Capit„n van een vreemd oorlog schip bevoegt was ons op een neutrale Rheede omtrent het resalueeren eenige wetten te stellen, buiten en behalven dat dit Polite Compliment; zo verre wij weeten, niet teffens -. Aan

← previousnext →