Inventory 2969
Surat · 190 pages · 64 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Batavias Ressort, 3 April 1759. Batavias Ressort, 3 April 1759. Pieter De Roore, who, having commanded the bark de otto willem, stays at bancahoulou, on which we shall also rely. Regarding the complaints that Your Honours are generally pleased to make about the insolences that our shipmasters commit or are said to have committed against vessels sailing under Your Honours' flag and pass or protection, we can only answer that no evidence thereof has come before us thus far, whilst, in respect of the conclusion that Your Honours draw therefrom regarding the vessel formerly commanded by Matten Najamat, we believe we have very clearly brought to Your Honours' attention in our previous letter of 1 June 1758 how little semblance of truth the accusation against the master of our sloop de goudvink contains, the more so because that vessel, as Your Honours yourselves admit, sailed without a flag or pass; but now that Your Honours are pleased to provide all your vessels with passes, we hope we shall no longer encounter such complaints, since our cruisers have been ordered to respect them and shall not commit any outrages with impunity. To Mr. Herbert we have not only permitted to remain in batavia for some time longer and lent to his [illegible] 4000 Spanish reals, which Your Honours will please reimburse to our servants at padang, but also granted the Captain of Your Honours' sloop the Anna Catharina permission to purchase some necessities. Meanwhile, we have learned from the verdict against the natives held as hostages on suspicion of being accomplices to the murder of the mate of the aforementioned ship Lasgeld subremond, that, as no sufficient evidence and circumstances were found clear enough against them to convict them, they were accordingly discharged, with which we have therefore had to be satisfied. We are, /below was written/ Noble Sir and Sirs, /lower:/ Your very humble servants /signed/ J:b Mossel, P: A:s van der Parra, J:b van der Walije, J:n van den Spar, M: Librecht Hooreman, J: A v: Hohendorp, D: van Reeden, A: D' Nis, H: v: Bazel, J: v: Riemsdijk, R: D' Klerk, Jr B:s van Mailendork. In the margin: Batavia, In the Castle, 3 April Ao 1759. To the Right Honourable Jacob Mossel, Esquire, Governor General for the Dutch Company, etc. etc. etc. at Batavia. My Lord, By this opportunity I have sent back the crew of the sloop Edam, which I hope will arrive safely in batavia. As to being able to give Your Excellency a satisfactory account of the reasons for the stranding of the said vessel, or by whose fault it occurred, such is truly beyond my power; all that I have been able to learn thereof is that they were all drunk, and since they all seem to be a group of inexperienced men, they were unable to steer the vessel. When I learned of their stranding, I immediately sent some Bugis to see if it would be possible to salvage anything from the wreck and to bring the men every possible assistance, but the natives had forestalled me and had already plundered the wreck of everything that was of any value in it, although I cannot discover that its cargo consisted of anything other than some pipes of arrack. The account of their expenses amounts to 442. 2 1/6 Spanish reals. I have sent that account to Mr. Pieter Gardin with the request to present it to Your Excellency. I flatter myself that Your Excellency will be pleased to settle it, as I have requested him to purchase the prahu and some necessities with that sum. I hope that Your Excellency will have no objection to the expenses, everything being set down as it was delivered to the Company's servants here. Your Excellency will be pleased to note that the owners were content with 40 Spanish reals for the hire of their vessel to Your Honour's place; they were content with that small sum on condition that they should have the liberty to call at Bantam to purchase some necessities, which I hope will be granted, otherwise they will suffer a loss on that voyage. I would have been very glad if I could have sent the crew back earlier, but I assure Your Excellency that I have had no opportunity to do so until now. I am, /below was written/ Your Excellency's /lower/ very obedient and very humble servant, /signed/ Wm Norris. In the margin was written: Crole, 1 April 1759. /Below was written/ Translated by, was signed, S: Le Garrison. Your Right Honours will undoubtedly have been accurately informed of the great force which the French landed on this Coast in the past year under the command of General Lally, and of the various military operations conducted both on our side and on theirs up to the onset of the rainy monsoon; that season having forced the King's Squadron to leave this Coast, both to escape the dangers of the monsoon and to undergo repairs, our enemies took advantage of that opportunity to occupy this place on 12 December, whereto the... To His Excellency Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the States of the United Netherlands and Governor General of the Netherlands East Indies, etc., together with the Council at Batavia. May it please Your Excellency and Gentlemen
Dutch transcription
Batavias Ressort Den 3: April 1759. Batavias Ressort den 3: April 1759. Pieter De Roore die gevoerd hebbende de bank de otto willem, zig te bancahoulou ophoud, waer op wij ons ook zullen verlaten. op de klagten die uw Edelens in 't ge„ meen gelieven te doen over de Jnsolentien die onse scheeps hoofden pleegen of gepleegd zouden hebben aan vaertuijgen onder uw Edelens vlag en passe of der zelver protextie vaarende, buunnen wij niet anders antwoorden dan dat ons daer van geene blijken tot dus verre zijn voorgekomen, terwijl wij ten opsigte van het vervolg dat uw Edelens daer uijt trekken, ten reguarde van het vaertuijg ge„ voerd geweest zijnde door Matten Najamat uw Edelens bij onsen voorigen van den 1 Junij 1758„ zo wij meenen ten klaersten onder 't oog hebben gebragt hoe wijnig schijn van waer„ heijt de beschuldiging tegen den gezag hebber van onse Chialoup de goudvink behelst, te meer dat vaertuijg gelijk uw Edelens selfs be„ „kennen sonder vlag of pas gevaren heeft, dog nu uw Edelens alle haere vaertuijgen met passen gelieven te voorzien, zo verhopen wij diergelijke klagten ook niet meer te zullen Aan de Heer Herbert hebben wij niet alleen gepermitteerd nog eenigen tijd op batavia te blijven en aan zijn Bed geleend 4000 pp=le renlen, die uw Ed:s aan onse bediendens te padang gelieve te restitueeren, maer ook aan den Capitain van uw Edelens Chialoup de Anna Catharina toegestaan den inkoop van eenige benodigtheeden, ondertussen hebben wij uijt het vonnis tegens de op suspicie van handdadigers aan de moord van den stuur„ man van het voornoemde schip Lasgeld subremond, gegijselde Jnlanders ontwaerd, dat tegens dezelve geen sufficante bewijzen ende omstandigheden niet klaer genoeg gevonden zijnde om haer te overtuijgen, zij over zulx ontslagen waren, 't geen wij ons dier„ halven hebben moeten laten welgeval„ len, wij zijn /onderstond/ Edele heer en heeren /lager:/ uwe zeer nedrige ontmoeten, aangezien onse kruijsers ordre gegeven is om dezelve te respecteeren en geene buijtenspoorigheeden ongestraft zullen pleegen. ontmoeten Dienaren 5 Batavias Ressort den 3: April 1759. Batavias Ressort onder dato den 3 April 1759. Dienaaren /:was getekent:/ I:b Mossel P: A:s van der Parra, J:b van der Walijee„ J„n vn den Spar, M: Librecht Hoorlman J: A v: Hohendorb, D: v:n Reeden A: D' Nis, H: v: Bazel, J: V: Riemsdijk, R: D' Kleuk, Jr B=s van Mailendork (in margine/ Batavia Jn 't Casteel Den 3: April Ao 1759. Aan Den wel Edelen Jacob Mossel schildknaap Gouverneur Generaal voor de Neder„ „landsche Comp:e Ec Etc Etc Tot Batavia Mijn Seer Ik heb met dese -occagie te rug Gezonden het volk van de chaloup Edam, dewelke ik hoope behouden te batavia zal arriveeren; wat aen„ gaat uw Excellentie den voldoenend relaas te kunnen geven van de redenen van het stranden van het gemelde vaertuijg, of bij wiens toe doen 't zelve gekomen is, zulx is waerlijk buij „ten mijn magt, al wat ik daer van heb kunnen voornemen, is, dat zij alle dronken waren en vermits zij alle schijnen Een deel onervaren volk te wezen dat zij het vaertuijg niet hebben kunnen regeeren. Toen ik hunne stranding vernam zoud Jk Jmediaat eenige boegineezen om te zien of er mogelijkheijt zoude zijn, iets uijt het wrak te bergen En om het volk alle mogelijk hulpe toe te brengen, dog de Jnlanders hadden mij te vooren geweest en had„ den het wrak bereeds ontroofd van al het geen er nog van eenige waerdije in was,schoon Jk niet kan ontwaren dat dies lading in iets anders dan in eenige pijpen, aracq be„ staan heeft:— De Reeckening van hunne onkosten bedraagd 442. 2 1/6 spaense realen, Jk heb de heer Pieter Gardin die reekening toegezonden behouden met ataviaose Ressort onder dato den 3: April 1729 Bataviase Ressorit onder dato 3: April 1759. met verzoek om dezelve aan uw Excellentie te verthoonen, Jk vlije mij dat uw Excellentief het zal gelieven te voldoen, dewijl jk hem verzogt hebbe den praauw en eenige benodigt„ heeden met die som in te koopen, is hoop dat uw Excel„ sentie niets tegen de onkosten zal hebben al„ „les gesteld zijnde zo als het aansComp dienaaren alhier geleverd werd. — VW Excellentie zal gelieven aan te merken dat de Eijgenaars zig te vreeden gehouden hebben met 40 spaense realen voor de huure van han vaertuijg naer uw Edeles plaatse, zij waaren met die geringe som te vreeden op Conditie dat zij de vrijheijd zouden hebben Bantam aan te doen, om eenige benodigtheden in te kopen 't welke ik hoop zal werden toegestaan, anders zullen zij bij die reijse schaade lijden, Jk zoude zeer blijde geweest zijn indien ik het volk herder had kunnen te rug zenden, maer ik verzeker uw Excellentie dat ik daer toe, tot nog toe, geen occagie gehad heb Jk dr ben /:onderstond:/ uw Eocellenties /lager / zeer gehoorzame en zeer nedrige dienaer /was getekend/ w„m Norris /ter zijde stond/ Crole primo april 1759. /onderstond/ getranslateerd door was getekend S: Le Garrison VW Wel Ed:s zullen ongetwijfbeld Naauwkien„ riglijk onderregt geworden zijn, van de groote magt dewelke de franschen in ao pass:o op dese Cust aan wal gezet hebben onder het gezag van den gene„ „raal Lallij en van de verscheijdene militaire operatien zo aan onse als aan haer zijde ge „daan tot het door zetten van de reegen mouson toe; dat getij 'skonings Esquader verpligt hebbende dese crst te verlaten zo om de gewaren der mouson t ontgaan als om zig te doen repareeren, zo hebben onse vijanden die gelegentheijd waergenomen om dese plaets op den 12: december te bezetten, daer toe des d zijn Excellentie Aan Jacob Mossel den Generaal over het voet volk ten dienste van des staten der vereenigde nederlanden en Gouver„ neur Generaal van nederlands Jndia &: benekens Batavia den Raad tot Behaage het uw Excellentie E en Heeren te O
English
Batavia's Jurisdiction under date 3 April 1759. Batavia's Jurisdiction under date 3 April 1759 all the more encouraged because they were informed that the reinforcements we had expected, being unable to reach us, had steered for Bombay, their batteries began on 2 January to fire against our city and they brought their trenches up to our glacis, where they erected a battery and fired breach shots; yet, notwithstanding they applied every effort, we have the pleasure to inform Your Honours that, after suffering a great loss of men and wasting much ammunition, they were compelled to raise the siege on 17 February and to retreat with haste. We cannot omit to mention here that when the enemies arrived before this place, finding us in possession of a strong native fort named Chingleput near Sadras where we had left a good garrison, they very quickly perceived that this negligence exposed all their provisions and ammunition coming overland from Pondicherry to the danger of being intercepted and captured, and that to remedy this mistake they did not shrink from taking a step which we consider indefensible: they surprised Your Honours' fort Sadras, drove the guards out of it, placed their own therein, and by force held several of the inhabitants of that settlement, men, women as well as children, who had repaired thither under the protection of Your Honours' flag, as prisoners, sending the resident whom we had there with the permission of Your Honours' government, a prisoner to Pondicherry. Being in possession of that stronghold, they found no difficulty in receiving their provisions and ammunition, which enabled them to pursue the siege with the utmost vigour. We cannot refrain from complaining in the strongest terms about this atrocious breach committed against the law of nations, which we hope will awaken Your Honours' just indignation and prompt Your Honours to take measures whereby Your Honours and we may obtain ample satisfaction. The heavy bombardment which we have had to endure has, so to speak, reduced our city to a heap of ruins, and we have a great want of timber and planks for its speedy rebuilding. Under these circumstances, we do not doubt that Your Excellency and Your Honours will, upon the request which we hereby have the honour to make to Your Honours, grant not only permission for the purchase, but also Your Honours' friendly assistance towards the speedy procurement of a cargo of timber and planks for the ship Shaftesbury, which we are now dispatching to Your Honours' port under the command of Captain Cornelius Inglis, who has been empowered by us in that regard; and in case, contrary to our expectation, a full cargo of these goods should not be obtainable, we request Your Honours to be pleased to furnish his lading further with arrack and sugar for the use of our garrison, as our provisions are greatly expended owing to the long duration of the siege. That same ship arrived in our roads during the siege notwithstanding all the opposition of two of our enemy's warships which were then lying here, and subsequently, during several days, she sustained a heavy fire from their batteries while landing some needed provisions, whereby she suffered much damage, for whose speedy repair we hope and request Your Honours will be pleased to provide in the first instance, as much depends for us upon her speedy return. We have the honour to be, May it please Your Excellency and Your Honours, Your Honours' most obedient and most humble servants, was signed George Pigot, Wm Perceval, Jn Smith, John Pybus, Henry Vansittart, and Richd Fairfield. In the margin stood Fort George 4 March 1759. Underneath translated, translated by was signed S: L: Garrison. Batavia's Jurisdiction 1 June 1759. Batavia's Jurisdiction 1 June 1759. Madraspatnam To The Honourable Mr George Pigot, Resident and Governor on behalf of the honourable English East India Company on the Coast of Coromandel, and The Gentlemen of the Council in Fort St George. Honourable Sir and Gentlemen, With the arrival of the honourable English Company's ship Shaftesbury we found ourselves greatly honoured by Your Honours' agreeable letter of 4 March last, wherein we saw with the utmost pleasure that Your Honours, after having endured a severe and protracted siege, have had the fortune to compel your enemies to raise the siege and to betake themselves elsewhere; on which fortunate event, which greatly redounds to Your Honours' fame and honour, we heartily congratulate Your Honours. Regarding the assistance rendered by us, both toward the repair of the aforesaid vessel Shaftesbury and toward obtaining the further necessaries, we do not doubt that Your Honours will receive satisfactory accounts thereof through her captain, Mr Cornelius Inglis, as we have likewise contributed our part toward her speedy dispatch. We have also learned, not without the utmost wonder and astonishment, from the advices of our ministers at Negapatnam, of the outrageous steps which the French East India Company have taken to the prejudice of the Dutch nation, both by the capture of the ship Haarlem and the seizure of their fortress at Sadraspatnam, and that in a time of full peace; which being matters of the utmost consequence, we firmly trust that our high sovereigns, upon our representations already made, will well know how to obtain satisfaction on that account. We
Dutch transcription
Satavias Ressort onder dato 3 April 1759. Batavias Ressort onderdato den 3 April 1759 te meer aangemoedigt dewijl zij berigt waren dat de secoursen die wij verwagt hadden niet instaet zijnde ons te rijken naer bombaij gesterend waren, hunne batterijen begonden den 2. Januarij tegens onse stad te schieten en zij bragten hunne loopgraven tot aan ons glacis, alwaer zij een batterij op regteden, en breschoten, dog niet tegenstaende zij lieden alle moeijte aenge„ wend, hebben wij het plaizier uwel Ed s te berig„ „ten dat na een groot verlies van manschap gele„ den en veel ammonitie verspild te hebben, zij genoodzaakt geweest zijn het beleg op den 17. februarij op te breeken en zig met haeft te rete„ „reeren, wij kunnen niet af zijn alhier aan te haalen dat de vijanden toen zij voor dese plaats gekomen zijn ons in't beset van een sterk inlands fort genaamd Chingleput omtrend sadras al waer wij een goed quaris„ soen hadden gelaten, hebbende zeer gaauw bemerkt w dat die nalatig„ „heijt alle hunne provisien en ammonitie overland van pondicherij komende bloot stelden aan 't gevaer van aengehouden en weggenomen te werden en dat om die fout te verhelpen zij Wij Kunnen niet af zijn, op het sterkste belagtig te villen over dese aan de wet der volkeren gedane attroce Jnbreukie, de welke wij verhopen uw wel Edeles regtvaerdige Jndignatie zal verwrecken en uw wel Ed:s aanspooren, maak regulen te nemen waer door uw wel Eds en wij een ample satisfactie bekomen Jnpossessie van die sterkte zijnde, von den, zij gee„ moeijte om hunne provisien en ammonitien 't ont„ „fangen, 't weck hun in staat gesteld heeft om het beleg met de uijtterste kragt door te setven, de sware bombardiering dewelke wij hebben moe„ ten onder gaan, heeft onse stad zo te zeggen lieden zig niet ontzien hebben een stap te doen de welke wij onverantwoordelijk agten, zij over rompelden uw wel Edele fort Sadras, Joegen&ele wagten daer uijtstelden de haeren daer u, en hiel„ den met geweld verscheiden van de inwoonders van die bezitting z mans vrouw als Kinderen die zig derwaerts onder protextie van uw wel Ed:s vlag begeeren hadden, gevangen, sendende den resi„ „dent die wij aldaer met permissie uwer wel Ed:s gouvernement hadden, gevangen naar Pandicherij. lieden 1 tot d m 13 ataviase Ressort onderdato den 3 Ap:l 1759. essort onder dato 3 April 1759. BataviaseE tot een puijn hoop gebragt, en wij hebben groot gebrek aan hout en planken, voor dies spoedige herbouwing, Jn dese omstandigheden zo twijffelen wij niet of uw Eocellentie en uw Ed: zullen op het re„ quest dat wij bij desen de Eer hebben uw wel Edelens te doen niet alleen permissie tot den inkoop maer ook nog uw wel Edelens vriende„ lijke hulpe tot de spoedige besorging van een Carguazoen hout en planken voor het schip schafts „burij die wij thans Naer uwel Ed:s haven toezen„ „den, onder het gezag van Capitain Cornelis ons ten Jnglis, de welke door onst en dien opzigte gevol„ magtig is te verleenen, en ingevalle tegens onse verwagting geen volkomen Lading van die goederen te bekomen zoude zijn zo versoeken wij uw wel Ed:s hem zijn Lading verder te willen geven, met arak en suijker voor 't gebruijk van ons guarnisoen, also ons provisien zeer g'expendeert zijn voor de langduurigheijt van de belegering, dat zelfde schip quam op onse rheede geduu„ rende de belegering niet tegenstaende alle de oppositien van twee onser vijandt oorlogs schepen die toenmaals hier lagen en na dato heeft hij ge„ durende verscheijde dage, een heevig vuur van hunne batterijen terwijl hij eenige benodig de provisien aan de val uijtgestaan, waer door hij veel schade gele„ den heeft, tot welkers spoedige verhelping wij hoopen en versoeken uwel Ed:s gelieven ten eersten onder te stellen, dewijl aan zijne spoedige te rug komst ons veel gelegend Legd, wij hebben de eer te zijn /:onderstond:/ behage het uw Excellentie and uwel Ed: / Lager/ uw wel Ed:s zeer gehoorzame en zeer Nedrigen dienaren /was getekent/ George Pigot W:m Perceaal. . . I:n Smith. John Zijbus Henrij van schart en Rich:s Faiafeld /ter zijde stond/ Fort George den 4. maart 1759. daer onder getranslateerd/ getranslateerd door was getekent S: L: Garrison Madraspatnam hunne N F . /5 Batavias Ressort Primo Junij 1759. — Bataviase Ressort Primo Junij 1709: J Seeevne Madraspatnam Aan Den wel Edelen Heer E He Mr orge Pigot Resident en Gouverneur wegens de honorable Engelse oost Jndische Compe ter Custe Chormandel en De Heeren van den Raad in 't fort S:t Gorge. Wele Edele Heer en Heeren Wij hebben ons met de komst van het honoraba 6 Engelse Comp: schip schaftsburij seer vereert ge„ vonden met uwel Edelens agreabll Letteren van den 4: maart Jongstleden, waer bij wij met het ^zagen, dat uw Edelens na, een gestrenge uytterste genoegen ^ en langdurige belegering, uijt„ „gestaan te hebben, het geluk gehad hebben van hare vijanden te noodsaken, het beleg op te breeken, en zig elders te begeeven, met welk gelusbing Nopens de door ons bewesene adjude, zo ter verhelping van opgemelde bodem schaftsbuaij als ter erlanging van het verdere benodigde, tewij„ felen wij niet of uwel Edelens zullen daer van na genoegen, door dies Capitain den heer Cornelis Jnglis berigte erlangen, als hebbende tot desspoedige depeche het onse almede gecontribueert. Revenement, dat grotelijks tot uwelEdelens roem, en here streckende is, wij uwel Edelens van harten feliciteeren. wij hebben mede niet zonder de uijtterste verwondering en verbaastheijt uyt de advisen onser ministers te Nagapatnam vernomen de buij„ natie ten nadele van de nederlandse ten sporige passen welke de faansche ^ oost Jndische maatschappij hebben gedaan zo door het wegnemen van het schip haarlem als het verroveren van hare vesting te Sadraspatnam, ende dat in een tijd van volle vreede 't geen zaken zijnde van de uijterste gevolgen, zo vertrouwen w' vastelijk„ dat onse hooge souverainen, op onse reeds gedaane vertogen, dierwegens hen wel sullen weten te doen satis faceeren. toenement Wij
English
17 Batavian Jurisdiction 1 June 1759. 24 April Batavian Jurisdiction under date 2 June 1759. We have the honour to be, stood below, Honourable Sir and Gentlemen, lower, your Honours obedient servants, was signed, J: Mossel, P:s A:s v: der Parra, I:b van der Waeijen, J:n van der Jpar, Ld:t Hooreman, J:n A:s van Holleendorff, D:k v: Reeden, A:n De Rijs, H: van Bazel, R: De Klerk, in the margin, Batavia in the Castle, 2 June the Year 759. Since we had the honour to write to your Excellency etc. on 23 October past, we have received none of your Honours letters, and thus this will only serve to inform your Excellency etc. that we now send our Honourable Masters sloop Fort Marlbro to collect the timber which it has pleased your Honours to permit our agent to purchase on account of our masters, Honourable Sir and Honourable Gentlemen. To his Excellency the Honourable Jacob Mossel, Governor-General of the Netherlands Indies etc. etc., Residing at Batavia, and To the Honourable Gentlemen of the Council. To 19 24 April Batavian Jurisdiction under date 2 June 1747 Batavian Jurisdiction under date 2 June 9 May 1759 and to have some repairs done to that vessel, for which we hope that your Honours will grant permission. According to reports from the resident of Croee we learn that he, pursuant to our orders, has procured a vessel to bring the crew of the sloop Edam to Batavia, and we hope that they have by now arrived safely. Since for a long time no opportunity could occur to send to Padang one Jan Keijser, whom the gentlemen there have described to us as the murderer of the master of the sloop on which he sailed, and who at their request was put in irons, we send him with this vessel to your Excellency etc., both so that he may be sentenced, and to show how ready we are to surrender criminals of that nature. It will always be our study to take every opportunity to convince your Honours with how much esteem we are, stood below, Honourable Sir and Honourable Gentlemen, lower, your Honours most obedient and humble servant, was signed, Roger Carter, Rich:d Wyatt, Rich:d Preston, and Robert Hay, in the margin stood, Fort Marlbro, 24 April 1759, stood below, translated by, was signed, S: L: Garrison, Notary. We wrote to your Excellency and Honours on 24 past, of which we send your Honours the duplicate herewith; this will reach your Honours by our Honourable Masters ship Hertog, Captain Lounij, whom we send to our agent Mr Herbert, to obtain news of the state of affairs on that side of India; we do not doubt that if the Captain should need anything, your Excellency and Honours will grant him your assistance. We are with much respect, stood below, Honourable Sir and Honourable Gentlemen, lower, your most obedient servants, was signed, Roger Carter, Rich:d Wyatt, Joseph Darval, Rich:d Preston, Robert Hay, in the margin stood, Fort Marlbro, 9 May 1759, below that, translated by, was signed, S. L: Garrison, Notary. Honourable Sir and Honourable Gentlemen. To his Excellency the Honourable Sir Jacob Mossel, Squire, Governor etc. etc., To the Honourable Council of the Dutch East India Company. To will be To 21 Batavian Jurisdiction under date 2 June 1759. Batavian Jurisdiction under date 2 June 1759. To his Excellency the Honourable Sir Jacob Mossel, Squire, Governor-General of the Netherlands Indies etc. etc. etc., Residing at Batavia, and to the Honourable Gentlemen of the Council. Honourable Sir and Honourable Gentlemen, Since the closing of our letter to your Excellency etc. dated 9 May, we have been honoured with your letter of the third past in answer to ours of 23 and 23 October past. We have informed the various interested parties in the sloop Random that your Excellency etc. are inclined to enter into an agreement regarding her release, as also the owners of the prahus the Expeditie and the Sinkel, whose account we do not doubt your Honours will settle at the same time. The proper documents have been transmitted to Mr Herbert, our agent, and we cannot refrain from informing your Honours that we can accept nothing less than the entire restitution, as these matters have been brought before our Honourable Masters, who inform us that the same have been laid by them before his Britannic Majesty; it gives us much pleasure to see that your Excellency etc. is convinced of the justice of the representations which we have so often brought before your Honours in that regard, from which, and from the orders given to pay proper regard henceforth to the passes of our Honourable Masters, we hope it will follow that in the future we shall have no reasons for complaints, which it will always be disagreeable for us to have to make, having nothing more at heart than the maintenance of good harmony with your Excellency etc. With regard to the proposal made by your Excellency concerning the surrender of mutual deserters, that is a point for the decision of which we have no power; we shall write to our superiors at Madras concerning it, and as soon as we shall be honoured with their Honours answer, we shall have the honour to inform your Excellency etc. thereof the entire
Dutch transcription
17 Bataviase Ressort Primo Junij 1759. 24e. April Batavias Ressort onder dato 2na Junij 1759. Wij hebben de eere te zijn /onderstond/ wel Edele Heer en Heeren /Lager:/ uwel Edelens gehoorzame dienaaren /was /geteekent/ J: Mossel P:s A:s v: der Parra, I:b van der waeijen, J:n van der Jpar, Ld:t Hooreman . . . . . J:n A:s van Holeendorf D:k v: Reeden A:n De Rijs, H: van Bazel. . . . R: De Klerk (in mar„ gine/ Batavia Jnt Casteel Diino Junij Ao 759. sedert dat wij op den 23: october pass:o de eer gehad hebben aan uw Excellentie etc: te schrijven, hebben wij geene van uw wel Edeles missivens onk„ fangen en dus zal dese eenelijk dienen om uw Excellentie etc: te berigten, dat wij als nu onse Edele heeren m=r Chialoup Fork Marlbrou senden ter afhaalt van de houtwerken, dewelke het uwel Edeles behaagt hebben aan onse agent te permittee„ ren voor reecq: van onse heeren meesters in te kopen, Wel Edelen Heer en Edele Heeren Aan zijn Excellentie den wel Edelen Jacob Mossel Gouverneur Generaal van Nederlands Jndia Etc Etc: Resideerende Tot Batavia en Aan den wel Edelen Heere van den Raad. Aan N el L 19 24 April Bataviase Ressort onderdato 2:' Junij 1747 Bataviase Ressort onder dato 2=en Iurij 9 Maij 1759 en om eenige reparatien aen dat vaertuijg gedaan te hebben, waer toe wij verhopen dat uwel Ed:s permissie sullen wissen vergunnen. volgens berigten van den resident van Crole vernemen wij dat hij ingevolge onse ordres een vaertuijg bezorgd heeft om het volk van de Chialoup Edam na batavia te brengen en wij verhopen dat deselve als nu behouden gearriveerd vermits nog in lange geen occagie zoude kunnen voorvil„ len om naer padang te zenden een en Ian Keijser die de heeren aldaer ons beschreven hebben als moordenaer van de gezag hebber van de Chialoup waer op hij voer, en dewelke op haer verzoek in bouten geslagen is, z zenden wij hem met dit vaertuijg aan uw Excel„ „lentie k:, zo op dat hij gevonnisd moge werden als om te thoonen hoe klaer wij staan, misdadigers van die natuur over te geven. — Het zal altoos onse studie zijn alle occasien waer te nemen om uw wel Ed: te overtuijgen met hoe veel agting wij zijn, onderstond wel Edelen heer en Edele heeren / Lager uwel Ed: zeer gehoorzaame en Nedrige dienaar was getekent:/ Roger Carter RicE: wijats Pics Prestou en Robert Haij /in margine stond/ Fort Marlbro den 24 April 1759 /onderstond:/ getranslateerd door was getekent/ S: L: Garrison Notaris. wij hebben uw Excellentie en wel Edelens op den 24: Jongstleden gesz: waer van wij uw Ed: het duplicaat bij desen toezenden dese zal uw Ed:s toekomen met onse Ed: meesters schip Hertog Capitain Lounij, dewelke wij zenden naer onsen agent de heer Herbert, om tijding van de staat der zaken aan gene zijde van Jndia te bekomen; wij 'twijffelen niet of bij aldien den Capitain iets mogte benodigt wezen uw Excellentie en Ed:s hem hunne bijstand zullen vergunnen wij zijn met veel respect /:onderstond/ wel Ed: heer en Ed: heeren /:Lager:/ uw zeer gehoorzame dienaaren /was getekent/ Roger Carter Rich:s wijat, Joseph Darval Rich: Prestou Robert Haij in mar„ gine stond Fort Marloco den 9 maij 1759. daer onder getranslateerd door was getekent:/ S. L: Garrison Notaris —. Wel Edele heer en Edele Heeren Aan zijn Gxcellentie den wel Edelen Heere Jacob Mossel schildknaap Gouverneur &:a &=a Aan den Edelen Raad van de Nederlandse oost Jndische Comp:e Aau zal zijn — Aan 21 Bataviase Ressork onder dato 2:en Junij 1759. Bataviase Ressort onder dato 2:' Junij 1759. Aan zijn Excellentie den wel Edelen heere Jacob Mossel schild knaap Gouverneur generaal van Nederlands Jndia &:a &=a &a Resideerende Tot Batavia en aan de Edelen Heeren van den Raad. Wel Edele Heer en Edele Heeren 'Tsedert 't sluijten van onse missive aan uw Excellentie & in dato 9: maij zijn wij verherd geworden met uw brief van den derde Jongstleden tot antwoord op de onse van den 23: en 23. october Pass. o Wij hebben de verscheidene geinteresseerdens in de Chaloup Random verwittigd, dat nu Excellentie k genegen zijn wegens haer verlossing in accoord te vreeden, gelijk ook de Eijgenaers van de praauwen de Expeditie ende sinkel, welkers reekening wij niet twijffelen of uwelEdelens zullen ter zelver tijd vereffenen. De behoorlijke documenten zijn aande heer Herbert onzen agent overgezonden en wij kunnen niet af zijn uw wel Ed:s t' onderregt en dat wij niets minder dan de geheele restitutie kunnen aanneemen alzo deze zaken gebragt geworden zijn voor onse Edele heeren meesters dewelke ons berigten dat dezelve door hun aan zijn brittanische Majesteijd over gebragt is, het doet ons veel plaisier te zien dat uuw Exfellentie &: overtuijgd is van de billijkheijt der verthoogen de welke wij zo dikwils ten dien opzigte voor uw wel Ed:s gebragt hebben, waer uijt en uijt de gegevene ordres om voortaan behoorlijk regard teslaan op de passen van onse Edele Meesters, wij verhopen dat volgen zal dat wij in't vervolg van tijd geen redenen van klagten hebben sullen 't welke ons al„ thoos onaangenaam zal sijn te moeten doen, niets meer ter harten nemende dan het behoud van de goede harmonie met uw Excellentie &:a Ten opzigte van het door uw Iocellent iede gedane ontwerp, wegens de overgave der weder zijdse de zerteurs, dat is een poinct tot be„ slissing van het welke wij geen magt hebben, wij zullen onse overheeden te madras daer overschrijven en zo dra wij met hun Ed:ant woord verherd zullen weezen, zullen wij de Eer hebben uw Excellentie k: daer van de geheele Heee te
English
23 Batavia District under date 2nd June 1759 Batavia District the 21st August 1759. to report, wherefore we must this time excuse ourselves regarding the not sending over of Pieter Roode in compliance with your Honours' request, but we must mention with respect to his person that he did not leave the Otto Willem without consent of the supercargo. We are very much obliged to your Excellency for the permission granted to Mr. Herbert to remain residing at Batavia for some time yet, and also for the money lent to him on account of our lords masters, which we shall remit to Padang by the first opportunity pursuant to your Honours' bill of exchange. However, we must remark that paying the money at Padang is an inconvenience and expense wherewith we have never troubled your Honours whenever any money was advanced at this place on account of the Honourable Netherlands Company. We have further only to assure your Excellency that we shall embrace all occasions to show your Honours with how much respect we are /below was written/ Right Honourable Sir and Honourable Sirs /lower/ Your very obedient and humble servants /was signed/ Roger Carter, Rich: Wyatt, Joseph Darvall, Rich Preston, Rob: Hay /in the margin was written/ Fort Marlborough the 21 May 1759: /below was written/ translated by /was signed/ L Garrison notary. Our last to your Honours was of the 3rd April, since which there have come to our hands in due course your Honours' letters of the 24th April, 9th and 21st May 1759: by the first of which your Honours were pleased to inform us of having given orders to your resident at Croee for the procurement of a vessel to convey the crew of our wrecked sloop Edam hither, which obliges us to thank your Honours kindly for it, as we have also done to your Honours' aforementioned resident, who dispatched them to us; while we furthermore Honourable Sir and Sirs To the Honourable Mr. Roger Carter Governor together with the gentlemen of the Council, on behalf of the Honourable English East India Company in Fort Marlborough Bancahoulou Bancahoulou f 25 Batavia District the 21 August 1759. Batavia District the 21 August 1759. express our gratitude to your Honours for the sending over of the person of Jan Keijscher, who is undoubtedly the murderer of the commander of our sloop de Meeuw, Albertus Bosch, whereby we have been enabled to have his trial prepared and cause him to receive the reward of his deeds; we shall always show ourselves prepared to act in the same manner in such cases, which we however hope may not happen, in order to let your Honours also see on our part that no such villains can find a place of refuge with us. We have granted permission to the captain of your Honours' ship d' Hartog to purchase some necessities here, and to the captain of the sloop Marlborang to exchange that vessel. Your Honours are further pleased to inform us that some documents had been sent over to Mr. Herbert concerning the sloop Rondom and the proas the Expeditie and Sinckol, Regarding your Honours' remark concerning the 4000 Spanish reals which we have advanced to Mr. Herbert and requested to be refunded to our ministers at Padang, we shall only say that we will gladly leave it to your Honours where it pleases you to pay that money, here or at Padang, as it is indifferent to us. We are /below was written/ Right Honourable Sir and Sirs /lower/ Your very humble servants /was signed/ J: Mossel, P: A: v: der Parra, J: v der Waeijen, J: v: d: Spar, M L: Hooreman, I. A v: Hohendorff, D: v: Rheeden, A: D Nijs, H v: Bazel, J. v Riemsdijk, R D Klerk, J E v Meijlendonk /in the margin/ Batavia in the Castle the 21 August 1759. but since the same have not yet come before us, we shall postpone the answering of your Honours' letters upon this subject for so long, and in the meantime also continue to look forward to the promised answer to our aforementioned letter concerning the surrender of mutual deserters and then also at the same time the mate Pieter Roode. but examined Batavia District under date 21st August 1759. collated To Mr. Willem Norris Resident there Sir In answer to your Honour's missive of the 1st April of this year, I thank your Honour for the sending over of the crew of the wrecked sloop Edam, having well wished that some certain information regarding the cause thereof could also have been obtained; the account of their incurred expenses to the amount of 442. 2 76 Spanish reals has been paid here to the Honourable Pieter Garden, and the owners of the vessel wherewith they came over have been permitted to touch at Bantam and purchase some necessities there. Wherewith I remain /below was written/ Your Honour's ready servant /was signed/ J: Mossel, P: A: v: der Parra, J: van der Waeijen, J: v: der Spar, M: L: Hooreman, J: A v: Hohendorff, D: v: Rheeden, A D Nijs, H v: Bazel, J. v: Riemsdijk, R D Klerk, J: E v Meijlendonk /in the margin/ Batavia in the Castle the 21st August 1759.
Dutch transcription
23 Bataviase Ressort onder dato 2:' Junij 1759 Bataviase Ressort den 21: aug:s 1759. te berigten, alwaer omme wij ons dezenmaal moeten Excuseeren wegens het niet overzenden van Pieter Roode in voldoening aan uw Ed:s ver„ zoek, maer wij moeten aanhaalen ten opzigte van zijn perzoon dat hij de otto willem niet zonder consent van den super Carga aerlaten heeft —. wij zijn uw Excellentie de zeer verpligt voor de aan de heer Herbert vergunt de permissie om nog eenige tijd tot batavia te blijven resideeren en ook voor de aan hem voor reekening onser heeren meesters geleende penn, dewelke wij met de eerste gelegenth:d ingevolge uw Ed: wissel naer padang zullen overmaken, Egter moeten wij aanmerken dat het geld op padang te betalen en ongemak en onkosten is, waer mede wij uw Ed: noogs lastig gevallen, heebben wanneer Eenig geld voor reekening van de Ed: nederl: maatschappij te desen plaetse geschoten is wij hebben verder Eenelijk uw Excellentie te versekeren dat wij alle occagien zullen aenvaerden om uw Ed te toonen met hoe veel respect wij zijn /onderstond / wel Ed heer en Edele heeren Lager uw zeer gehoorzame en Nedrige dienaren was getekent/ Roger Carter Rich: wijat Joseph Darvale Rich Prestou Rob: Haij in margine stond/ Fort MarbPro den 21 maij 1759: onderstond getranslateerd door was getekent :/ L Garrison notaris onsen laatsten aan uw Edelens is geweest van den 3. april, zedert zijn ons op sijn tijd aan handen gekomen uw Edelens brieven van den 24: april 9 en 21: maij 1759: bij welke eerste uw Edelens onsgelieven te bedeelen, van haeren resident te Crole ordre gegeven te hebben, ter besorging van een vaertuijg om het volk van onse verongelukte Chialoup Edam na herwaerts over te brengen, 't geen ons verpligt uw Edelens daer voor vriendelijk te bedanken, gelijk wij ook gedaan hebben aengem: uw Edelens resident, die deselve aan ons toegeschikt heeft; Terwijl wij uw Edelens Edele heer en Heeren Aan den Edelen Heer Roger Carten Gouverneur nevens de heeren van den Raad, wegens de Hono„ rable Engelsche oost Jndische Comp: in 't fort Maalbordugh Bancahoulou Bancahoulou ƒ 25 Batavias Ressort den 21 aug:s 1759. Batavias Ressort den 21 aug:s 1759. al verder onse dankbaerheijt betuijgen voor de over„ sending van den perzoon van Jan Keijscher, die ongetwijffeld de moordenaerw is van den gesag hebben van onse Chialoup de Meeuw Albert:s Bosch. waer door wij in staat gesteld zijn desselfs proces te laten opmaken en hem loon na werken te doen erlangen, zullen de ons al„ toos bereijd toonen om indiergelijke gevallen die wij egter hoopen dat niet gebeuren mo„ gen in selver voegen te handelen, om uw Edelens ook van onse zijde te doen zien dat geene sodanige booswigten bij ons schuijlplaats kunnen vinden. Wij hebben aan den Capitain van uw Edelens schip d' Hartog permissie gegeven, om eenige beno„ „digtheeden alhier inte kopen en aan den Capitain van de Chialoup Marlborang om dat vaer„ „tuijg te trouqueeren. VEdelens gelieven ons verders te melden dat aan de heer Herbert eenige documenten waren overgezonden rakende de Chialoup rondom ende prauwen de Jxpeditie en sinckol, Belangende uw Edelens remarque over de 4000 sp:s realen die wij aan de heer Herbert hebben geschoten en versogt aan onse ministers te Padang te restitueeren, zullen wij de maer eenlijk zeggen dat wij 't gaerne aan uw Edelens willen over„ laten waer dat geld gelieve te betalen alhier of te padang, also het ons onverschillig is. wij zijn /onderstond/ wel Edele heer en heeren Lager uw zeer nedrige dienaaren /was getekent J: Mossel, P: A: V: Der Parra J: v der Waeijen, J: v: d: spar M L: Hooreman I. A v: Holeendorf D: v: Rheeden A: D Nijs H v: Bazel J. v Rieusdijk R D Klerk J E v Meijlendonk /in margine/ batavia Jn't Casteel den 21 augs 1759. dog vermits deselve ons nog niet voorgekomen zijn sullen wij de beantwoording van uw Edelens brieven over dit sujet so lange uijtstellen, en intusschen ook blijven te gemoed zien het beloofd antwoord op onse hier voren gemelde brief nopens de overgave van wederzijdse rezerteurs en dan ook teffens den stuur„ man Pieter Roode. dog nagesien Bataviase Ressort onder dato 21: aug 1759. Coll Aan de heer Willem Norris Resident aldaar Mijn Heer Jn antwoord van uw Edele missive van den 1 april deses Jaers, bedanke vk uw Edele voor de oversending van het volk van de verongelukte Chialout Edam, wel ge„ werscht hebbende dat wegens dies oorsaeke ook sekere informatie hadde kunnen bekomen, de reekening van hunne gemaakte onkosten ten bedrage van 442. 2 76. sp realen is alhier aan den E Pieter Garden voldaen ende Eijgenaers van het vaertuijg waer mede zij over„ gekomen zijn toegestaan om bantam aan te doen en aldaer eenige benodigtheeden in te kopen. waer mede blijve onderstond uw Edele volvaerdige dienaer was getekent J:s Mossel R: &: L: Den Beera J: van der Waeijede J: V: Men span M: 2. Hoorman J: A v Holmborf P: V: Reders A D Wijs H v: Bazel J X. RunRijk, &R Klerk, J. P & Meijlendork /in margine/ batavia Jnt Casteel den 21: augs 1759. — dr