Inventory 2969
Surat · 190 pages · 64 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
173 Souratta the 10th of March 1759 From Souratta the 10th of March 1759. This we believe, Right Honourable Sirs, subject to the correction of wiser judgment, to be a truth that admits of no doubt, much less contradiction, of which one already has partial experience, and which is fully applicable to Souratta and our circumstances there, with these aggravating circumstances: that the English, to all appearance, will never tolerate that we construct even the slightest fortification works at a place so close as Jeggie bander situated under the cannon of their castle, much less in the city, where the natives also would not like to see it. Thus the Company runs the risk, in the event of a war with the French or English, of losing its factory in Souratta with everything that is there before one on India's capital can have any tidings that the same is in danger. Such extreme evils require, Right Honourable Sirs, extreme remedies, and now that the entire system of the old Sourat statecraft has been completely overthrown and decayed by the aforesaid change of times, our brains have been racked in vain to devise a better one than this: That, leaving the works with the costly revetment as it is, consoling oneself with regarding the money that has been spent toward or with the aim of building a new lodge on the Company's grounds as lost without incurring any further expenses there for that purpose, about one mile from this city on the same side of the river below the shoals of Amsha—which place was rightly indicated by the late Right Honourable Lord Smaargeest (of high memory) in His Honour's memorandum as the best that could serve for that purpose—to construct, not a lodge, but a defensible fortress of such great extent that it can contain the Company's entire establishment, weapons in hand, without asking or awaiting anyone's license for it, and consequently also without distinction of anyone preventing it; whereby our condition could in time become as good as that of our competitors, who have not a shadow of right to prevent us from doing so, and therefore, as we trust, will not dare to make any overt moves to that end, or furnish any European manpower. It being very likely that our stronghold will not be completed so soon or the merchants will gradually come down to live under our protection. And even if such could be prevented by the English or others, the wharf and the garden Sorgevrij at Attuma situated between the two—where, according to the accompanying drawing, a very habitable house stands, on whose upper floor, if necessary, a few more rooms without walls, made only of planks, can be made at little expense—could serve in times of peace as marketplaces to buy and sell, and the fortress for the securing of the Company's merchandise and effects, and as a general safe retreat in the event of arising disturbances, without maintaining any building of whatever name inside the city. Yet to execute that project it would be absolutely necessary: A. That Your Right Honours in the spring, as early as the season will permit, would please send a ship or small vessel with a few spices and other merchandise so as not to arouse suspicion, but above all not heavily laden, in order to forewarn us by a secret letter that Your Right Honours incline to have such take effect. B. That as soon as we receive those tidings, we ship off the cannon standing on the wharf together with most of our artillery, ammunition, goods, and also, if possible, that part of it resting in the lodge inside the city, under various plausible pretexts which we will not lack, into the snow De Jonge Jacob, which we cannot spare in such an extraordinary circumstance, and the other Company vessels, in order to make use thereof in due time wherever it might be needed; to transfer the Company's cash, gold, and silver works to Sorgevrij, where the Director will go to lodge in August; and to make as many other preparatory arrangements as can be done without much éclat, for which at least two months will be required.
Dutch transcription
173 Souratta den 10 ' Maart 1759 ell Van Souratta den 10:' Maart 1759. Dit meenen mij hoog Edele leeren onder Correctie van wyset oordeel eene maarheijd te wesen die geen twijffel veel min tegens praak toetaal waar van men reets gedeeltelijk onderwinding heeft, in die op souratta en onse omstandigheden aldaar ten vollen toepasselijk is met deze aggraveerende om„ „standigheden dat d' Engelsche naar alle appo„ rentie ninmer zullen dulden dat wij op een plaats zo na als Jeggie bander onder het Canen van hun Casteel gelegen eenige de minste fortificatie werken aanleggen veel men in de stad daar het d' Jnlanders ook niet gaarne zien zouden zo dat de Comp: gevaar loopt bij en oorlog met de franschen of Engelschen haar Comptoir in souratta met alles wat - er is quijt te raken eer men op indias hoofd plaatse eenige tijding hebben kan dat het zelve in gevaar is. zulke extreme qualen nereisschen hoog Edele heeren extreme remedien en wy hebben nu het gantsche sijstema van d' oude souratse staat kunde door den voornal ende verandering van tijden geheel en al en ver geworpen en vervallen is onse bertsens vrugte loos gehijnigt em er een beter uijt te vinden als dit: Dat men de werk met de kostbake beschoijing latende zoals z' is„ zig getroos„ „tende het geld dat men tot of met het oogmerk van den aanbouw van een nieuwe logie op 's Comp:s terken verschild leekt als verloren aantemerken zouder aldaar eenige verdere kosten ten dien einde te doen omtrend een mijl van dese stad aan dezelve zijde van de reviet beneden de droogtens van amsha welke plaats door mijlen den hoog Edelen heere smaar de Crven / hoog L:a Ged: / bij zijn Edelheids memorie ten regte als de aste die daar toe dienen kande is aangewesen niet een loge maar een meerbare fortresse van enen zo grote extentie dat 'sComp.:s gantsche omslag benatten kan exstrueere met de wapenen in de hand zonder daar toe iemands lecentie te vragen, of af te magten gevolglijk ook zonder onderscheijd met gemeld te beletten manneer onse Conditie met de tijd meder zo goed zoude kunnen werden als die van onze Compatiteuren dewelke geene schadume van regt hebben om ons zulx te Ce beletten, en dierhalven zo mij vertrouwen daar toe geene opentlijke slappen zullen durnen doen hersens of e 175 Van Souratta den 10:' Maart 1759 Souratta Den 10:' Maart 1759. Van of eenige Europeesche manschap fourneeren zijnde het zeer maarschijnelijk dat onse sterkte zo ras niet zal voltooijt wesen of de kooplieden wel langsamer hand zullen komen afsacken om onder onse protectie te wonen en als zulx al door d' Engelschen ofte andere mogte kunnen belet werden kunnende werf en de luijn sorge„ vrij t'attuma tusschen beide gelegen alwaar blij„ „kens de nevensgaande aftekening een heel loger„ „bel huijs staat op welkers. bovenste verdieping des noods met weinig kosten nog eenige kamert„ Jes zonder muuren alleen van planken te maken zijn in vreden stijden tot marktsplaatsen om te kopen en verkopen dienen ende fortresse tot secu „reering van 'sComp:s koopmansz: en effecten, en een algemeene veilige retracte by opkomende onlusten zonder eenig gebouw hoe genaamd binnen de stad aan te houden Dog om dat project 't Executeeren zoude het absolut nodig wesen ADat u hoog Edelens in het voor jaar zo vroeg als het sausoen het maar immers permitteerd voor of herr=ts geliefden te zenden en schip of scheepje met eenige weijnige specerijen en andere Coopman schappen om geen nog te genen, dog voor al net gene volunineuse beladen, ten einde ons bij een secreete brief te preadverteeren dat u hoog Edelens in„ Clineeren zulx te laten gevolg nemen. B. Dat wij daa die tijding ontfangen het opde werf staande Canon nevens onse meeste artillerijen ammonutie goederen en zo ook des mogelijk 't geen daar van in de Logie binnen de stad berust onder diverse plausible pretexten die ons niet manqueeren zullen in de snauw de Jonge Jacob die mij in zo een extraordinaire gelegentheid niet missen kunnen en d' andere Comp: vaar„ tuijgen aftschepen om daar van ter zijner tijd daar het nodig mogte wesen dient te kunnen hebben 'sComp:s Contanten goud en silver werken naar sorgwry daar den directeur in aug:s zal gaan logeeren over te brengen en zo veel andere preparatoire arrangementen te kunnen maken als zonder voel eclat zullen kunnen geschieden waar toe ten minsten wel twee maanden zullen vereischt werden net
English
177 From Surat, 10 March 1759. From Surat, 10 March 1759 C. To have these forerunners followed so early by three or more other well-manned and equipped ships that it can definitely take place in the month of November. D. To load them with no merchandise so as not to encumber us, but only to load at Batavia and Cochin with Beams Heavy planks Mill planks Tingaan ditto, because all kinds of timber without distinction are always excessively expensive here. Rafters of various sorts and tiling laths. Masonry lime Roof tiles Clinkers, and other cut and baked stones, as the Surat baked stones are very bad and the cut stones frightfully expensive. Jacks Winches along with other necessary building materials and tools, of which we, as neither of us understands fortification engineering, cannot possibly determine the quantities. Pickaxes, both pointed and broad Shovels Spades Crowbars Wheelbarrows with a parcel of spare wheels and rollers, properly made for the same Some ready-made large and small canvas tents with their posts and poles Rice Kachang in good quantities so as not to see, in the absence of sufficient provisions, the men deserting in whole troops, as happened to the English. Meat Bacon Dried fish Arrack Oil and Vinegar Charcoal Some pulley blocks of various sorts Ropes and other cordage beyond the regular demand, as such an undertaking is not accounted for in it. Item, all kinds of engineer's instruments, carpenter's, blacksmith's, mason's, stonecutter's, and joiner's tools. Some ready-made iron chains of various sorts Palisades, Spanish or Frisian riders made of split bamboo, and other necessities in order to be able to entrench themselves immediately, so as to be covered against a surprise attack. Some a D 179 Surat, 10 March 1759 From From Surat, 10 March 1759 A parcel of ready-made gun carriages according to the caliber of our cannon, of which the list was sent over in the year 1757. Bombs of various sizes with the necessary mortars and howitzers, along with some pieces of 24-lb ball cannon with their carriages and not shipboard carriages, along with other artillery and ammunition goods of various sorts. Some padlocks, large and small. Empty coopers' casks or staves and iron hoops for making the same, and other necessities which in our haste might not have occurred to us. 1. That one proceeds cautiously with the shipment, so that the ship's officers can immediately get to the first necessities, namely for sustenance and entrenchment. 2. That Your Excellencies, in order that the enterprise does not leak out prematurely and thereby make our competitors alert and enable them to be in the field early to thwart us, cut off as far as possible the opportunity for guesswork concerning what is essentially underway, by letting the ships steer towards Bengal according to the paper destination and having a public resolution put on paper for sending thither everything that must necessarily come from Batavia and building a defensive fortress there, which has much semblance of truth so as not to be disbelieved. 3. That one sends after the ship's officers, only after their actual departure from the Batavia roadstead, a letter to be opened when getting outside Sunda Strait, in which they are ordered to head for Cochin without yet mentioning a word of Surat, which will be time enough when they have taken in what Malabar F E 181. From Surat, 10 March 1759 Malabar can furnish for the aforesaid purpose and are ready to sail again. 1st. For which purpose that letter should be accompanied by a secret missive for the Lord Commander of that coast, containing among other things that His Honour will order the captain or skipper by instruction: During the voyage to call at absolutely no places, to receive on board no foreign Europeans they might encounter, nor to go on board them if it can be avoided, and above all to make haste to pass Bombay quickly. If an encounter with warships or other accidents should be unavoidable, to use every possible precaution so that they obtain no knowledge of the cargo, and if they should be forced to show their bills of lading and should be asked where the same were destined, simply to answer that they do not know such things. What to do if they wanted to prevent the voyage to Surat or detain it. Not to let such an officer come ashore with the ship's boat, but to signal one of the vessels belonging to this directorship to send its boat alongside, and to let them step into it as soon as it arrives, without giving the boat's crew time or opportunity to speak with the sailors. Having arrived at the Surat roadstead, to permit no one to go ashore without an order from the Director or whoever might take his place in the event of his decease, except a single trusted officer with the papers, whom they must forbid on pain of deportation to mention a word about the cargo to anyone in the world, whoever it might be, III. simply 17. 11. V. IV. From Surat, 10 March 1759
Dutch transcription
177 an Souratta Den 10:' Maart 1759. Van Souratta den 10:' Maart 1759 de souratse gebackene steenen zeer slegt C. Dese voorlopen zo vroeg te laten volgen na drie of meer andere wel bemande en g'equipeerde scheepen dat in de maand novemb:r vast het kunnen wesen D. Deselve geene Coopmanschappen in te geven om ons niet 't embarasseeren maar alleen te batavia en Cochim te beladen met Balken.. swaepen Molenplanken dewije alle houtmerken zonder onder„ Tingaanse _:o scheid alhier altoos excessief duur zijn sparren in zoort en pannen latten. . Metselkalk dakpannen klinkers, en andere gehouwen en gebacken steenen zijnde en de gehouwene schrikkelijk duur Damme kragten wind-aazen nevens andere nodige bouwmateriaalen en gereedschappen waar van wij als geen van beide de vesting bouw kunde verstaande de quantiteiten onmogelijk bepalen kunnen. Hauweelen zo puntige als brede schoppen spaden. koevoeten kruijmagers met een partij lasse vielen en rollen te maarlo tot deselve eenige gemaakte grote en kleine zeildoekse tenten met hare palen en stokken Rijst. . . . Cadjang - in goede quantiteiten om niet bij vleesch- —. ont stentenis van genoegsame spek levensmiddelen het volk bij droage visschen gehoele troupen te zien deser teeren zo als d' Engelschen is overgekomen araak. olij en. Azijn. .. smeerkolen eenige blokken in zoort lijnen en andere touwerk boven den Eisch waar bij op zodanige onderwe „ming niet gerekent is item allerleij ingenieurs instrumenten Tim„ mermans, smits Metselaars steenhou„ „mers en schaijnwerkers gereedschappen Eenige gemaakte ijzere kettingen in soort pallisaden spaansche of vriesche ruijters van gebaande bamboesen gemaakt en andere benodigtheden om zig ten eersten te kunnen retrancheeren ten einde voor eene surprise gedekt te wesen Eenige een D 179 Souratta den 10: Maart 1759 Van Van Souratta den 10:' Maart 1759 Een partij gemaakten affuijten naar het Caliber van ons. Canon maar van de lijst in anno 1757. is over gezonden Bamben van diverse groote met de nodige mortieren en houmitsen nevens eenige stucken Canon van 24: lb: bals met hanne affuijten en geen rampaarden nevens andere arthillerij en amonitie goederen in zoort wat hangsloten grote en kleine ledig naat werk of duijgen en ijszere hoepels tot het maken van het selve en andere nooddwendigheden, die ons door de haast niet mogten te binnen gekomen wezen t: Dat men in den afscheep voorsigtig te merk gaat op dat de scheeps overheden ten Eersten bij het eerst benodigde namentlijk tot levens onderhoud en retrancheering komen kunnen T: Dat u hoog Edelens ten einde het mare naeme nen niet entijdig uijt lekke en daar door onse Competiteuren wacker gemaakt en in staat gesteld werden vroegtijdig in de meet te zijn, om ons te dwarskomen selfs zo veel mogelijk de pas tot gissui„ „gen omtrend het gene er mesentlijk in til is afsnijde, door de schepen bij de papieren quatie naar bengalen aan te leggen en een publicque resolutie ten papiere te laten brengen tot het zenden van alles dat naatsakelijk van batavia komen moet derwaarts en aldaar een de feusine fartresse te bouwen 't geen 't veel schijn van waarheijd leekt om niet geaccuediteerd te werden C: Dat nan de scheeps overheden eerst na hun merkelijk vertrek van de bataviase Rheede nazende een brief om buijten de straat sunda komende g'opend te werden maar bij hen gelast werd naar Cochin te stevenen zon„ der nog een waard van souratta te reppen dat tijds genoeg zal wesen als de zelve aldaar het geene Mallabaar ƒ E 181. Van Souratta den 10: Maart 1759 Mallabaar ten voorsz: einde fourneeren kan zullen ingenomen hebben en weder zeilvaardig zijn I't Ten welken einde die brief zoude dienen ver„ „seld te gaan van een secreete missive voor den heer Commandeur van die Custe onder anderen, behelsende dat zijn E: de Capit: of schepper bij instructie zal gelasten Gedurende de reise absolut geene plaatsen aan te doen, geene vreemde Europeesen die zij ont„ moeten mogten aanboord t' ontfangen of bij len aanboord te gaan als het zelve te ver„ mij den is en voor al laast te maken om bombaij spoedig te passeeren Als. het daar recontre van oorlogschepen, af te andere toewallen overmijdelijk mogte wesen alle mogelijke precautien te gebruijken dat zij geen kennisse krijgen van de lading en als zij gedmongen mogten werden hunne Cognossementen te vertaanen en hen gewraagt werden mogte maar toe deselve wat gedestineerd zodanigen officcier niet met de scheeps schuijt aan land te laten komen maar aan een van d' w' dese directie 't huijs horende vaartuijgen sein te doen om zijn schuijt aanbaand te zenden en hen zodra die gekomen zij daar in te laten overstappen, zonder het schuijtsvolk tyd of occosie te genen met de schepelingen te spreken Op de souratze Rhede gekomen. zijnde niemand te permitteeren zonder ordre van den directeur of die bij desselfs overlijden zijn plaats mogte bekleden aanland te gaan buijten een enkeld vertrouwt officier met de papieren van wien z opstraffe van de portement moeten verbieden van de lading een maand aan iemand ter wereld wie het ook zoude mogen te reppen III Wat te doen als zij haat de reise naar souratta wilde beletten ofte aanhouden eenvondiglijk t' andwoorden dat zij zulx niet weten Van Souratta den 10:' Maart 1759 eennaudiglijk 17: 11 V. IV.
English
183 From Surat, the 10th of March 1759 From Surat, 10th of March 1759 To allow no people from ashore, whether Persian servants who are very inquisitive and, as commonly goes together with that, also great blabbers, or other persons, be they black or white, to come on board, except the Master of the Equipage or someone else sent by the Director, until his counter-order; and To communicate these orders and the reason thereof to none of his officers. Also, there should come over with the ships from Batavia one or two capable engineers who themselves knew no better than that they were going to Bengal, a Lieutenant of the artillery, two or three capable fireworkers or bombardiers, and at least 7 to 800 European military men not born in Great Britain or ever having been in English service, commanded by capable officers, and 3 to 400 or more Eastern soldiers, whether Buginese or Balinese, under their officers, this number being in the highest degree necessary so as not to be put out of posture through sickness, desertion, or otherwise, in order to resist those who might wish to attack us. Item, from there or from Cochin as many European and native workmen as will be at all possible, especially carpenters, masons, blacksmiths, and stonecutters; for although it is true that here, as was said in the memorandum of the gentleman Zwaardecroon, Governor-General, one has no lack 185 From Surat, the 10th of March 1759 From Surat, the 10th of March 1759 lack of laborers, and that therefore, upon obtaining the consent of the regents, it would be enough to have a capable European master of each trade, yet one cannot obtain them, or only with great difficulty, to build something against the will and wish of the regents, who will certainly be stirred up by our rivals; or, to speak according to the present state of affairs, instructed not only to prevent any of them from leaving the city, but also to prevent us from obtaining any supply of provisions or other necessities of whatever kind, directly or indirectly; which constitutes the reason why one demands so many things that would otherwise easily be obtained or made here, although one flatters oneself more or less with the hope that once we are somewhat fortified in our camp with earth ramparts, there may well be means to get some workmen from the city or from elsewhere. That we be authorized to pay to the military men and sailors who let themselves be employed to work on the fortification works and buildings, over and above their wages and board money, still as much, or at least half as much, pay as a native who does the same work would enjoy here. We very readily acknowledge, Right Honorable Gentlemen, that this and that cannot be done without entirely sacrificing the profits of two to three years; namely, the first year, when trade will come almost completely to a standstill, and the second, if not also the third, when the expenses will wholly or virtually absorb the profits; that one will also be unable to take along the merchandise that will remain in the autumn as leftover or not yet collected, and other voluminous effects of the Company, but will have to leave them to the mercy or the direction of the English and Moors; that besides, sometimes, through changes of times and affairs in the execution of so weighty an enterprise, unforeseen difficulties and obstacles may arise which one cannot possibly foresee at present, and for which, in case the same could not be cleared out of the way after having used all possible prudence and deliberation, we would not gladly be held responsible; just as little as for the consequences if it should thereby come to a rupture with the English, as might easily happen if by that time or shortly thereafter they have or get sufficient forces at hand at Bombay to try their chances against us with a superior power; since thereby the Surat Castle would no longer be of any use to play the master over us. But, Right Honorable Gentlemen, when does one undertake something great that is not accompanied by any hazards and difficulties, and what mortal could guarantee the outcomes of the best counsels? Whomever of the council members we have spoken with in a conversational manner about that measure of redress, they unanimously judge the same to be the only one, and that it is high time to undertake something of importance, in order not to be forced within a short time to move out of Surat to the considerable detriment of the honor of the nation and the interest of the Company, which presently cannot dispense with this Directorship if it wishes to continue to profit from the returns that the country yields, which elsewhere would cost it so dearly that nowhere would any profit be gained from them; not to mention that it is not yet so certain as one might imagine that the Company, leaving Surat, would find again elsewhere through increased sales that which in peaceful times it could retain there above the expenses through that part of the trade; yet we shall not insist upon this, as having no reason to wish to force upon Your Right Honorables a design of which the execution would notoriously produce great worries, grief, and fatigues for us. Yet, since it might sometimes happen that, if we proceed to this, the regents and the English, seeing our earnestness and promptness, and the latter having no great power at hand here nor at Bombay, or fearing an enterprise by the French, would enter into negotiations and offer us permission to build the necessary dwellings and warehouses, to the exclusion of, and under sharp supervision against, anything that resembles fortifications
Dutch transcription
183 Van Souratta Den 10. ' Maart 1759 Van Souratta 10:' Maart 1759 Hee Om geen volk van land 't zij persische dienaars die zeer nieuwsgierig en gelijk dat gemeenlijk gepaart gaat, ook groote snappers zijn ofte andere nenschen zij smart of blank aan boord te 2 laten komen, buijten den Equipagemeester ofte iemand anders door den directeur gezonden werdende tot zijne Contra ordre en Dese ordres en het motif van dien aan niemand van zijne officieren te Com„ municeeren 't ook zouden met de schepen van batavia dienen over te komen een of twee bequame ingenieurs die selfs niet beter wisten als dat zij naar bengalen gingen, een Lieutenand van de arthillerij twee of drie bekwame vuurwerkers of VII VI Bombardiers niet ten minsten 7. à 800 Europische militairen net in Groot Brittannie geberen of ooijt in En„ gelsche dienst geweest zijnde door bequame offieiren gecommandeert en 3. a 400 ofte meer oastensche soldaten 't zij boegineesen of baliers onder hunne officieren zijnde dit getal ten hoogsten nodig en door ziekte de sertie ofte andersints niet buijten postuur te geraaken om de geene te keer te gaan die ons zoude willen attacqueeren K. Jtem van daar of van Cochim zo veel Europeesche en inlandsche werk„ lieden als maar immers mogelijk zal wezen speciaal timmer„ „lieden, metselaars, smits en steen„ houwers; want schoon het maar is dat men hier gelijk bij de memorie van de heer Zwaarde„ „ Croon /: G:r G: /gezegt werd geen bombardiers gebrek 6 185 Van Souratta den 10.:' Maart 1759 Van Souratta den 10:' Maart 1759 gebrek heeft aan arbeidslieden en het over zulx bij obtenue van Consent van de regenten genoeg. zoude wesen een bequame Europesche baas van ijder ambagt te hebben zo kan men die niet of zeer beswaarlijk bekomen om iets tegens wil en dank der regenten te maken die door onse bewijders zekerlijk zullen werden opgestrekt, of om naar den tegenwoordi„ „gen staat van zaken te spreeken aanbevolen niet alleen te beletten dat daar van een eenige uijt de stad vertrekke, maar ook dat mij geen toevoer van levensmiddelen of andere benodigtheden hoe genaamt direct of indirect bekomen, 't geen d' oorzoak uijtmaakt dat men zo veel dingen eischt die hier anders mel te bemagtigen of te maken zoude wesen, schaan men zig min of meer blatteerd met de hope dat wanneer wij maar eens in ons Compement wat met aarde mallen versterkt zijn er mogelijke wel middel zal wesen om eenige werklieden uijt de stad of van elders te krijgen 1 Dat wij gequalificeerd werden om aan de Militairen en zee„ vaerende die zig laten gebruijken om aan de fortificatie werken en gebouwen t' arbeiden boren hunne gagie en kostgelden nog zo veel of ten minsten de helft zo veel loon te betalen als en inlander die het selve werk doed alhier zoude gelieten Wij dekennen zeer gaarne hoog Edele heeren dat dit een en andere niet te doen is, zonder er de minsten van twee â drie Jaren geheel en al aan te saccifieeren namentlyk het eerste Jaar wanneer de negotie genoegs aan geheel zal stil staan en het tweede zo niet ook het derde wanneer de lasten de minsten geheel of genoegsaam zullen absorveeren, dat men ook de Coopman„ schappen die in het na Jaar per restant of nog an„ afgehaald zullen wesen en andere volunineuse Erfecten van de Comp: onmogelijk zal kunnen mede slepen maar in den loop ofte aan de diretie der Engelschen en Mooren zal moeten overlaten; dat zig daar en voren sommijlen doer verandering. van tijden en zaken in d' uijtvoering van zo een gewigtege en trepise onvermagte smarigheden en hinderpalen kunnen op doen die men thans onmogelijk kan merklieden voorzien H 187. Van Souratta den 10. ' Maart A:o 1759. Van Souratta den 10:' Maart 1759. voor zien, en maar naar mij ingevalle deselve na alle mogelijke voorzigtigheijd en verleg gebruijkt te hebben niet uijt den megte ruijmen waren niet gaarne resporsabel zouden willen gesteld zijn gelijk ook niet voor de gevolgen bij aldien het daar door met d' Engelschen tot eene aupture mogte komen zo als ligt gebeuren kan, als zij tegens die tijd of kort daar aan te bombaij genoegsaame forces aan handen hebben of krijgen om met een superieuren magt een kans tegens ons te vragen; Dewijl he daar door het souratse Casteel van geen nut meer zoude kunnen wesen om den baas oner ons te sheelen; Dog hoog Edele heeren wanneer vangt men iets groots aan dat met geene genoam en swarigheden verseld gaat en mat sterveling kon voor d' uijtkomsten der beste raadslagen instaan. wie wie van de raadsleeden mij ook discoureerender myse mer dat middel van rldres gesproken hebben oordeelen zij eenparig het zelve het eenigste te Weesen en dat het hoogtijd gevonden is, eens iets van belang t' ondernemen om niet genoodsaakt te werden binnen korten uijt souratta te verhuijsen tot merkelijk deelen van d' eere van de natie, en het interest van de Comp: die paesentlijk dese directie niet ontbeeren kan, zo zij van de retouren die het land geeft wil blijven profiteeren, dewelke haar elders zo duur zouden te staan komen dat er nergens eenige minst op te behalen zoude wesen, om niet te zeggen, dat het nog zo zeker niet is als men zig mogelijk verlieeld, dat de Comp: souratta verlatende, elders door een meerdere verkoop weder zoude vinden 't geen zij aldaar bij vreedsame tijden door dat deel van den handel boven de lasten overhouden kon maar op n' egter niet zullen insisteeren als geene reden hebbende u hoog Edelens als te willen opdringen een ontmerp, maar van d' Executie notoir grote zorgen verdriet en fatiques voor ons zoude uijt leveren Dan de wijl het somwijlen zoude kunnen gebeuren dat mij daar toe overgaande de regenten en d' Engelschen onse ernst en permiteit ziende en de laaste geene grote magt alhier nog te bombaij aan handen off voor een onderneming van de franschen te dugten hebbende, en onderhandeling quamen en ons offereerden permissie om de nodige maan en pakhuijsen met uijtsluijting van, en onder scherfe toe sigt tegens alles het geene naar fortificatien interest gelijkt E F
English
189 From Souratta the 10th of March Anno 1759 From Souratta under date 18th of March 1759 to make equal to the Company's territory, which is certainly the utmost to which they will come, we request, in case of the acceptance of our proposal, also to be informed how to conduct ourselves in that regard. We commend your Right Honourables' illustrious persons along with the Company's extremely precarious interests here, however one may turn or twist it, into the care of the Almighty, in whose mercy and protection we place our sole trust in proposing such a hazardous yet necessary and, as it appears, very feasible matter, and who we do not doubt will bless the purity and justice of our intentions, remaining otherwise with the deepest respect and a complete submission to your Right Honourables' pleasure. Underneath stood: Right Honourable commanding lords. Lower: Your Right Honourables' humble and very obedient servants. Was signed: Louis Taillebert and J:n Drabbe. In the margin: Souratta the 10th of March Anno 1759. Appeared before me, Paulus Jan Wenkink, First Sworn Clerk of Police of the Directorate of Souratta qualified for this purpose, present the after-mentioned witnesses, the Assistant Surgeon Hans Christiaan Martens, along with the Corporal Jan Andriesse, as well as the soldiers Jan de Vos, Lodewijk Paak, Jan David Koens, Eldert Habich, and Johan Christiaan Rigters, all arrived here lately with a galivat of Sidie Moriaan, being equivalent to the Master of Equipage of the Castellan or Castle Governor Sidie Havis Ehmetchan of Denda Rajapoer, all and each of whom, today the eighth of September Anno 1758, the Surgeon and European soldiers stationed at Denda Rajapoer and detained for a time in the Castle of Danda-Rajpuri having returned here with a vessel of the Sidie, at the requisition of the Lord Director, under presentation of oath, related as follows. Monday the 18th of September 1758 Afternoon, absent the Junior Merchant Hendrik Kroonenberg, being on a commission to Poena. Monday.
Dutch transcription
189 Van Souratta den 10:' Maart A:o 1759 Van Souratta onder dato 18:' Maart 1759 gelijkt op 's Comp:s territoir te maken dat zekerlijk het uijtterste is waar toe zy komen zullen versoeken wij ingevalle van d' amplecteering van onsen voorstel ook te mogen meten hoedanig ons daar omtrent te gedragen Wij bevielen uw hoog Edelens illustre per zoo„ nen nevens 's Comp:s alhier hoe men het ook kaarer keerd of wend, ten uijtersten perochiteerende belangen in de hoede des aller hoogsten op mius genade en be„ „scherming wij bij het voorslaan van zo een lachelij„ „ke dog noodsakelijke en zo 't zig laat aanzien zeer uijt voerlijke zaak alleen ons vertrouwen stellen, en die wij geensints twijffelen dat de zuijverheijd en regtmatigheijd onser oogmerken zegenen zal, verblijvende voor het overige met de diepste eerbied, en een volkomen onder„ „werping aan uw hoog Edelens welbehagen /:onderstond:/ Hoog Edele mijdgebiedende heeren /:Lager:/ uwe Hoog Edelens onderdanige en zeer gehoorzame dienaren /:was geteekend:/ Louis Taillebert, en J:n Drabbe /:in margine:/ Souratta den 10:' Maart A:o 1759 Compareerde voor mij Paulus Jan wenkink Eerste gesm: Clercq van politie der souratse directie 6 hier toegequalificeert present de natemelde„ ne getuijgen den onder Chirurgijn fans Christiaan Martens benevens den Corporaal Jan Andriesse mitsgad:s de militairen Ian de vos, Ladewijk paak, Jan David Koens, Eldert Habich en Johan Christiaan Rigters alle, met een Galbet van sidie Moriaan zijnde zo veel als Equipagie„ meester van den slot voogt of Casteels gouverneur Sidie Havis Ehmetchan van denda Rajapoer leeden alhier. G'arriveerd de welke alle en een ijder Heeden den Agtsten september A:o 1758. De te denda Rajapoer bescheijden en eene tijd lang in't Casteel sinsiera opgehoud geweest zijnde Chirurgijn en Europeesche militairen met een vaertuijg van den sidij alhier gereverteerd, ter requisitie van den heer directeur onder presentatie van eede gerelateerd hebbende als volgt. Maandag Den 18: Septemb:r 1758 NaMiddag absent de onderkoopman Hendrik Kroonenberg zijnde in Commissie naar poena Maandag uit D 189 Van Souratta den 10:' Maart A:o 1759 Van Souratta onder dato 10:' Maart 1759 gelijkt op 's Comp:s territoir te maken dat zekerlijk het uijtterste is waar toe zy komen zullen versoeken mij ingevalle van d'amplecteering van onsen voorstel ook te mogen meten hoedanig ons daar omtrent te gedragen Wij bevielen uw hoog Edelens illustre per zoo„ „nen nevens 's Comp:s alhier hoe ine het ook k keerd of wend, ten uijtersten perochiteerende belangen in de hoede des aller hoogsten op nieus genade en be„ „scherming wij bij het voorslaan van zo een lachelij„ „ke dog noodsakelijke en zo 't zigj laat aanzien zeer uijt voerlijke zaak alleen ons vertrouwen stellen, en die wij geensints twijffelen dat de zuijverheijd en regtmatigheijd onser oogmerken zegenen zal, verblijvende voor het overige met de diepste eerbied, en een volkomen onder„ „werping aan uw hoog Edelens welbehagen /:onderstond:/ Hoog Edele mijdgebiedende heeren /:Lager:/ uwe Hoog Edelens onderdanige en zeer gehoorzame dienaren /:was geteekend:/ Louis Taillebert, en J:n Drabbe /:in morgine:/ Souratta den 10:' Maart A:o 1759 Compareerde voor mij Paulus Jan wenkink Eerste gesm: Clercq van politie der souratse directie 6 hier toegequalificeert present de natemelde, ne getuijgen den onder Chirurgijn bans Christiaan Martens benevens den Corporaal Jan Andriesse mitsgad:s de militairen Ian de vos, Ladewijk paak, Jan David Koens, Eldert Habich en Johan Christiaan Rigters alle, met een Galbet van sidie Moriaan zijnde zo veel als Equipagie„ meester van den slot voogt of Casteels gouverneur sidie Havis Ehmetchan van denda Rajapoer leeden alhier. G'arriveerd de welke alle en een ijder Heeden den Agtsten september A:o 1758. De te denda Rajapoer bescheijden en eene tijd lang in't Casteel sinsiera opgehoud geweest zijnde Chirurgijn en Europeesche militairen met een vaertuijg van den sidij alhier gereverteerd, ter requisitie van den heer directeur onder presentatie van eede gerelateerd hebbende als volgt. Maandag Den 18:' Septemb:r 1758 NaMiddag absent de onderkoopman Hendrik Kroonenberg zijnde in Commissie naar poena Maandag uit
English
391 From Souratta, dated 10 March 1759. From Souratta, dated 10 March 1759. especially for the love of truth and the maintenance of justice, and this at the requisition of the Right Honorable Louis Taillebert, Extraordinary Councillor of India and Director, related and declared to be true and truthful that on 14 May last they had been placed by the Danda Rajapore factors Johannes Zanderus and Jacob van der Sleyde, Simonszoon, on a batilla belonging to the prince, in order to depart therewith toward Souratta, but that they had not set sail before the night of the 17th, in the company of a galivat of the aforesaid Sidie Moriaan and on which he was present in person. That the following day, having arrived off the English factory Bankot, they had seen from afar a multitude of vessels heading directly for Danda Rajapore, and shortly thereafter could hear firing and also saw heavy smoke rising at the said place, whereupon the natives on their vessel said, those are the Marathas who are seeking to overpower Rajapore, and that the deponents then immediately turned back to Rajapore with the galivat of Sidie Moriaan, where, seeing this confirmed, they ran immediately to the castle, which was busy cannonading the Marathas. That their vessel, as well as that of Sidie Moriaan, was heavily fired upon with small arms by the Marathas from the other side, while the appearers, just as well as the natives, also fired upon the enemy without receiving any dead or wounded, nor did they see that any damage was inflicted on the enemy thereby, as the same did not expose themselves but hid behind cover, but that one man among them, who was entirely exposed, was hit so well by a swivel gun from the vessel on which the appearers were situated—which had been aimed by one of the Frenchmen who came over to the Honorable Company at Danda Rajapore, but was fired by the first-named deponent—that he immediately tumbled to the ground, which made the others more cautious, as they hardly dared to show themselves anymore. That the appearers, having all arrived with their baggage in the castle, were received very kindly by the prince Sidie Jacoetchan, who immediately assigned them a good house for their stay and said that they must remain there until there was an opportunity to send them with Sidie Moriaan to Souratta, and that he in the meantime would provide them with provisions as well as possible, as they indeed always received rice, dhal or beans, together with ghee or clarified butter, likewise firewood and salt, without ever being required by the prince to perform any service, except only on the Moorish New Year and at the sighting of the new moon, when they were ordered by His Highness to fire with the remaining militia from small arms. 193 Souratta, dated 10 March 1759. From Souratta, dated 10 March 1759. That they at present found in the castle no more than roughly 200 able-bodied men, along with an estimated 700 other inhabitants. That the aforementioned prince Sidie Jacoetchan had been deposed, seeing that for more than 18 months he had not paid his men, notwithstanding that he was addressed about it daily, until they, having reached the end of their patience, threatened to desert to the enemy; but that through the intervention of others they were appeased, and one of the prince's brothers by the name of Sidie Manet was recognized by them, who undertook to pay them every two months and to provide their maintenance. That a sally against the Marathas had also once been made by the Sidie's men, but with little effect, since the same immediately retreated into their entrenchments, and they captured nothing other than a reasonably large galivat with ordnance, sail, and rigging. That the Marathas fired abundantly with heavy stones from mortars, of which at least two out of five fell into the castle and the others fell either before it or beside it; that these, moreover, did not do much harm, because falling on flat ground they drove about a foot deep into it without causing any damage, but landing on a house or other building they partly crushed it. That the cannon fire from their batteries or entrenchments had even far less effect, since all the balls hitting against the castle, which is built entirely of hard rock, glanced off and bounced back a great distance or shattered without making a breach or even the slightest chipping, whereas on the contrary those of the castle used their cannon with far more effect, according to the rumors of the Marathas already over 700 men having fallen, whereas in the castle at the departure of the appearers they had had no more than 6 in total killed and wounded. That the Sidie had thus suffered from a lack of powder, since the gunpowder that they make themselves cannot be used unless it is mixed with European powder, but that this deficiency was remedied by sending a vessel to Bombay, which had returned laden with powder and grain without the Marathas having prevented this through their naval force; and that because of this, if those in the castle were not to suffer any lack thereof in the future, there seems to be no likelihood of the enemy ever mastering the same. The appearers hereby conclude their given account, which they testified to contain the pure and upright truth, on which account they were at all times, if necessary and required, prepared to confirm this.
Dutch transcription
391 Van Souratta onder dato 10:' Maart 1759. Van Souratta onder dato 10:' Maart 1759. in't bijzonder in't liefde der maerheijd tot voerstand der geregtigheijd ende zulx ter requisitie van den wel Edele agtbaren heer Louis Taillebert raad Extra ord=re van Jndia en directeur relateerden en verklaarden, waar ende maatagtig te zijn dat zij op den 14:' meij J:t leeden door de denda na Japoerse factoors Johannes Zanderus en Jacob van der sleijde, simonszoen op een Battila van den vorst geplaats maren, om daar mede souratta waarts te vertrekken dog dat zij met voor den 17. snags waren onder zeijl gegaan, ingezelschap van een Galbert van voorsz sidie, koriaan en maar op hij zig in perzoon benand Dat zij sanderen daags op de hoogte van het Engel„ sche Comptoir Bank ook gekomen zijnde van verre den menigte van vaertuijgen hadden gezien die direct op denda rasjapoei aanliepen en kort nadato even konde hooren schieten en ook ter gem: plaatse sterke hook zagen op gaan waar op de Jnlanders op hun vaartuijg zeiden dat zijn de gemens die zoeke rajapoer te overmees„ teren en als toen de stenen ten Eersten met de Galbert van bidie Mdriaan weder te rug naar rajapoer nende alwaar zij zulx bewaarheijd ziende ten Eersten na het Casteel liepen dat bezig was op de mar„ hettas te Canonneeren Dat op hun vaartuijg als mede dat van sidie Moriaan door de Marhettas van de onerkant sterk uijthand gemeet geschoeten wierd ter wijl de Comparanten alle soveel als de Jnlanders mede op den vijond vuurden zonder dat zij een dode of gequeste gekregen hadden nog ook gezien hebben dat den vijand eenige schade daar hn is toegebragt vermits den zelven zig niet bloot gaf maar met al agter schuilde dog dat een man nan haar die ten eenemaal bloot stond door een draaijbaar van het vaartuijg waar op de Comparanten zig beronden en die door een der branschen welke te denda naja„ poer tot d'E: Comp: zijn overgekomen wat gesteld dog door den eerst gem: Comparant afgestooken wierd zo wel getrofben was dat hij terstond ter aarde tuij„ melde het gene de andere te noorsigtiger maakten vermits zij zig bij na niet meer dorsten vertoonen. Dat zij Comparanten alle met hunne bagagie en het casteel gekomen, zijnde door den vorst sidie Jacoet han zeer vrindelijk waaren ontfangen die hun ten Eersten een goed luijs tot hun verbijt hadde aangewesen en gezagt dat zij daar zo lange moeste blijven tot dat er occasie was om he met sidie moriaan naar souratta te zenden dat hij hen intusschen zo goed mogelijk de kost zoude bezorgen gelijk zij dan ook altoes rijst daar of Catjang nevens glie of net sche boter item brandhouden zout gekoegen hadde zouder dat hen door den vorst ooijt gevergt was dienst te doen als eenlik op 't moosch nieuwe Jaar en '½ zien der nieuwe man manneer zij door zijn hoogheijd geordon„ uijt neert d 193 Souratta onder dato 10:' Maart 1759 Van Souratta onder dato 10: ' Maart 1759. „neert maren om met de overige militie uijt het hand gewaer te vuuren Dat zij thans in het Casteel niet meer bevonden dan ruijm zoo meerbare mannen nevens nog na Een gissing 7ooa andere inmwoonders Dat meerm: vorst sidie Jacoetcha was afgezet gewouden aangezien hij in ruijn 18. maanden zijn volk niet tegenstaende hij er dagelijx om aangesproken wierd niet betaald hadde tot dat dezelve ter eijnde nan geduld geraakt zijnde drijgde om tot den vijand over te lopen dog dat zij door toedoen nan andere benredig wierden en een van 's vorsten broeders in name sidie Manet door ten wierd erkend die aannam haar en de twee maanden, te zullen betaalen en levens anderhoud te bezorgen. Dat door het nolk van den sidie ook eens een uijtval de Maahettas gedaan, was dog niet weinig vrugt vermits de zelve zig ten Eersten in hunne verschansingen retireerden en zij daar bij niets anders dan een redelijke groote galbert met geschut zeil en sreil buijt maakten Dat door de marhettas rijkelijk met sware steenen uijt morteeren geschoten wierd en waar nan op zijn leet twee van de vijf in het Casteel kwamen te vallen en de anderen 't zij er mer hen of bezijden neder wielen dat de zelve daar en bonen niet veel quaad deeden, wijl zij op de vlakke gaand valeende mel een met diep daar indrangen zonder eenige schade te veroorzaken maar op een huijs of ander gebouw weder komende zulx gedeeltelijk werpletterde Dat het schieten met Cano uijt hunne batterijen of verschan„ „singe nog van vrij minder Effect was, vermits alle de kogels tegens 't Casteels dat rand somme van klipsteenen is opgemet seld afstieten, en een groot en de meder te rug kaatsten ofte baasten sloegin zonder bris of zelfs de minste afschilbering te maken daar intengendeel die van 't Casteel niet wij meer effect hun Conen gebruijkten zijn de volgens de gerugten van de Marhettas bereeds ruij„ 700. Man gesneuvelt daar zij in het Casteel bij vertrek van de Comparanten aan dooden en gequetsten niet meer dan 6. in't geheel gehad hadden. Dat den sidie al dus gebrek aankruijd hadde geleden ver„ mits het buspoeder dat zij zelve maken niet kan gebruijkt werden ten mare het met Europas kruijd is gemesteerd dog dat dit gebrek geremidieert wierd door het zenden van een vaartuijg naar Bombaij die geladen met kruijt en graanen weder te rug was gekomen zonder dat de marhettas door hunne zeemogt hier inne hadden voor zien en er doar zulx zo zij in't Casteel in't vervolg daar aan geen gebrek quamen te lijden voor den vijand geen apparentie schijnt het selve ooijt meester te zullen worden Einsiljende de Comparanten hier mede hun gegeven relaas 't geen zij betuijgden de zuijvere en opregte maarheijd in zig te bevatten weshalven zij ten allen tijden des noods en gerequireerd werdende bereid maag het een Dat en ander
English
195. From Souratta, dated 10th March 1759. From Souratta, dated 10th March 1759. and to confirm the same by solemn oath. Below stood: Thus done and passed on the day, month, and year aforesaid, in the presence of Nicolaas Hermanus De wind and Josua hen: clerks of this secretariat, as witnesses. Lower: which I attest. Was signed: P:s Jt: Wenkink, sworn clerk. It was thus resolved to send an extract thereof to the Junior Merchant Kroonenberg, currently residing at Poena as envoy, in order to make such use thereof as prudence permits and he might deem advisable, to convince those concerned how well their neighbors mean with them; nevertheless with the instruction that he must be very careful not to let that evidence, or a copy thereof, out of his hands, in order to avoid open discord with people whom reason of state requires to be humored, however much they endeavor to thwart the Dutch everywhere in these parts and, if possible, to make them despised and odious to everyone. Below stood: Thus done and resolved in the Dutch office at Souratta, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: Louis Taillefert, J:n Drabbe, J:n A:n Smeers de Landas, D:d Kellij, J: W: Falk, m=m Blaaukamer, O:o Hend=k Ruperti, R: van Ebbenhorst. Lower: Agrees. Was signed: J: H:n Ruperti, Secretary. Monday, the 4th December 1758, in the evening. Absent: the Merchant and Fiscal David Kellij; the Captain Lieutenant and Master of the Equipage Jan Warner Folck, being at the wharf; the Junior Merchant and Cashier Rutgerus van Ebbenhorst, on account of indisposition; and the Junior Merchant Hendrik Kroonenberg, on a mission to Poena. The fire that for so long has been smoldering beneath the ashes having finally broken out into full flame this morning, as can be seen in detail in the daily register, and most of the city gates having been occupied by the Castle Governor, Sidij Havis Amnetchan, or by the troops of his ally Mia Atsjent (who was expelled from the city and the castle in the year 1752 by his father, Sidie Havis Massoetchan, and the recently deceased City Governor Safderchan); yet the City Governor, Ali Nawaaschan, still being master of the two situated nearest to the derbhaat, namely the so-called Woodcutter or market gate and the Masuur or small gate; and the last-mentioned having been requested by the Director through a verbal message to permit fresh bread from the Dutch bakery on the Company's wharf and other provisions to be brought inside through one of the aforesaid two gates, 197. Souratta, dated 10th March 1759. From Souratta, dated 10th March 1759. and that to that end, as well as to maintain the necessary communication between the lodge and the wharf, the native servants of the Dutch might be permitted to pass to and fro freely and unhindered; and both having been granted at once and without difficulty by the said ruler; furthermore, this evening a message having been sent on behalf of the City Governor to the Director that, since he had a great shortage of laborers, both for repairing the batteries and otherwise to perform the necessary service, His Honour would greatly oblige him by sending some native sailors and Marwaries, with the promise that he would send them back after the work was done and pay them well; the Director thereupon gave notice of all the above to the members present, asking at the same time what to do in this matter, since one cannot yet foresee what turn affairs are about to take; in case of an outright refusal, the resentment of that ruler, or at least the revocation of the granted permission, was to be feared; and that on the other hand, if consenting thereto, this would undoubtedly be known and interpreted by his adversaries as a violation of the embraced neutrality, whereby the Company's goods, insofar as they are within their reach, would be exposed to robbery and plunder, and one would put oneself in danger of having all kinds of affronts inflicted by the wanton soldiers. Whereupon, after mature deliberation, it was finally resolved, in order to give offense to neither of the two warring parties and to avoid all unneutrality, to let the City Governor know in answer that one has only just as many sailors as one needs oneself; and regarding the Marwaries (being a kind of coolies who let themselves be used for all sorts of labor), that he could certainly take those who are on the street before the lodge, as well as to connive and tolerate that they be pressed by his men. Below stood: Thus done and resolved in the Dutch office at Souratta, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: Louis Taillefert, Jan Drabbe, J:n A=t Smeers De Landas.
Dutch transcription
195. Van Souratta Onder dato 10:' Maart 1759 Van Souratta onder dato 10:' Maart 1759 en ander met solemneele Eede te bevestigen /:onderstond:/ Aldus gedaan en gepass:t ten dage maand en zaare voormeld ter presentie van Nicolaas Hermanus De wind en Josua hen. Clercquen te deser secretarij als getuijgen /lager :/ quad attestor / wat getekend:/ P:s Jt. Wenkink E: g: Clercq zo wierd goedgevonden daar van Extract zenden aan den thans te poena als gezont remoreerende onderCoopm: kroonenberg om daar van zodanig een gebruijk te malen als de voorsigtigh:t permitt:s en hij geraden mogte oordeelen om de geene die het aangaat te kunnen overtuijgen hoe wel hunne buuren het met Een meenen onder aansche rijving nogthans dat hij mel verdagt moet wezen dat bewijs, ofte Copia van dien niet uijt zijne handen te geren, om buijten openbare brouillerie te blijven met lieden die de reden van staat ver Eijscht temenageeren hoe zeer zij toe leggen om de Nederlanders indese gemesten de vaet eneral dwars te zetten en mane het mogelijk bij en iegelijk veragt en odieus te maken /:onderstond:/ Aldus gedaan en g'arresteert in't nederlands Comptoir souratta ten dage maand en Jaare voormeld /:was getekend Louis Taillebent, J:n Drabbe, J:n A:n Stneers de Landas, D:d Kellij, J: W: Falk m=m Blaaukamer, O:o Hend=k Ruperti, R: van Ebbenhorst en /: Lager:/ Accordeert /:was getekend:/ J: H:n Ruperti Secretaris Act vuur dat zedert zo langen tijd onder de assiche leeft leggen smeulen, eijndelijk dese morgen in volle vlam uijtgebroken zijnde gelijk omstandigen bij het dagregister te zien is ende meeste stads poorten door den Casteels gouverneur sidij Havis Amnetchan of door de troupen van zijnen bondgenoot den in a:o 1752. door zijnen vader sidie Havis Mas„ soetChan en den Jongs=t overledene stads gouvern:r salderchan uijt de stad en het Casteel verjaagde Mia Atsjent g'occupeerd dog de stads. gouvern:r Ali Nawaaschan nog meester zijnde van de twee die naast aan den der bhaat gelegen zijn, te weten de zogenoemde Houtkaps of merk poort en het masuur afklein doortje, ende laastgem:e door den heer directeur bij een mondelingen Ooetschap verzogt zijnde om door een der voorsz: twee Maendag Den 4:' december 1758 savonds, absent de koopm: en bisccaal David Kellij de Capitain luijtenant en Equipagiemeester Jan Warnar Folck zijnde op de werk de onderkoop„ „man en Caslier Rutgerus van Ebbenhoust wegens indispositie ende onderkoopm: Hendrik Kroonenberg in Commissie te Poeua Maandag poorten . 197 Souratta onder dato 10:' Maart 1759 Van Van Souratta onder dato 10:' Maart 1759. poorten versch brood uijt de nederlandsche batkerije op 'sComp: werf en andere mond behoeftens binnen te mogen laten komen en dat het ten die eijnde zo wel als om de nodige Communi„ „catie tusschen de logie ende merk open te houden aan de inlandsche dienaaren der Nederlanders mogte gepet„ mitteerd werden vrij en onbelemmerd leen en meeder te passeeren ook het een en onder doorgem: regent aanstonds en zonder zwarigheijt toegeft aan zijnde mitsgaders desen avond van wegens den stads. gouvern:r aan den her directeur gebood schap dat also lij groot gebrek aan merk volk hadde zo tot het repareeren der batterije als andersints om de nodige dienst te verrigten zijn E: hem door het toezenden van eenige Jnlandsche mattroosen en Marwaries ten hoogsten zoude ver„ pligten met belofte dat hij dezelve nagedaan merk zoude wederan zenden en wel betalen zo gaf den heer directeur van al het bovenstaande kennis aan de present leden teffens vragende wat in deze zaak te doen vermits men als nog niet kunnende voor zien met keer de zaken staen te neemen in Cas van eene volstrekte meigering het ressentiment van die regent ofte minsten de herroeping der verleende permissie te dugten was, en dat Waar op rijpelijk gedelibereerd zijnde wierd eindelijk besloten om geen van beide oorlogende parthijen ongenoegen te geven en alle onzijdigheijd te vermijden den stads gouvern:r in antwoord te laten weeten dat men maar enen zo veel mattroosen leeft als men zelfs behoeft en wat de mar„ waries /:zijnde een zoort van. Coelijs die zig tot allerleij werk laten gebruijken :/ betreft. dat hij die immers als op straet voor de logie zijnde welke krijgen mitsgaders bij oogluijking tegedoogen dat dezelve door zijn volk geprest worden /:onderstond:/ Aldus gedaan en gearresteerd in't Nederlands Comp„ toir souratta ten dage maand en Jaere voor„ meld /:was geteekend:/ Louis Taillebert, Jan drabbe, J:n A=t smeers De Landas:. men aen de andere kant daar en consenteerende, dit ongetwijfbeld door zijne tegen partijders zouden geweten en uijt gelegd werden als een schending der geamplecteerde neutraliteit waar doer men 'sComp„s goederen voor zoo verre die in hun bereik zijn aan roof en plondering zoude bloot en zig zelve ingevaar stellen van door de buldadige krijgslieden allerleij affranten aangedaan te werden. men. Wm G G .
English
199 From Souratta under date 10 March 1759. 6 From Souratta under date 10 March 1759. Willem Blaaukamer, Otto Hendrik Ruperti, Pieter Wargaren underneath stood: Agreed was signed: Otto Hendrik Ruperti secretary. Tuesday the 5th December Anno 1758 before noon, absent the merchant and fiscal David Kelij and the Captain lieutenant and Equipage master Jan Warnar Calck being in the work yard, the bookkeeper and Cashier Rutgerus van Ebbenhorst on account of indisposition, and the junior merchant Hendrik Croonenbergh on a commission to Poena. The Director communicated to the meeting that the Castle governor Sidi Havis Ehmet Chan had sent a message to His Honour this morning stating that he was informed that yesterday, during the re-mounting of some spiked pieces of cannon on the main battery of the darbar, some of our people had allowed themselves to be employed, as well as that gunpowder had been provided from our side to the City Governor; That His Honour, moved with indignation over these trumped-up lies, had replied thereto that those who had made such reports to the Sidi were godless scoundrels who sought nothing other than to cause discord, given that yesterday all the Company servants present in the city, except a few who were stationed at the wharf and the warehouse, had been inside the lodge the entire day, without anyone among them having set a foot on the street, much less having been to the darbar; that His Honour had also not supplied gunpowder or other ammunition of war to whomever it might be, nor would he supply any, as he wished to observe a strict neutrality in all respects and content himself with protecting what was his own; That the messenger from the Sidi, having departed with this answer, had returned shortly thereafter to say that his master was convinced that no one from our people had been on the battery of the darbar and also knew very well that His Honour had provided no ammunition to his enemy, but that there were Company servants under His Honour's authority and over whom he had full command who had done so and were still doing so, and further that the Sidi, to convince His Honour, would have the perpetrators caught in flagrante delicto in order thus to prove his words with the facts; That . . 201. From Souratta under date 10 March 1759. From Souratta under date 10 March 1759. That His Honour, being well assured that no European Company servant had been guilty thereof, had replied thereto that, far from permitting such things or having the slightest knowledge thereof, His Honour had even most expressly and strictly forbidden them, and that if nevertheless someone among the Company servants should presume to do so without his knowledge, he would not only very well tolerate, but even gladly see that the Sidi have such persons apprehended and deal with them as he saw fit, as they, being willful transgressors of the given orders, were entirely left to him; with which answers the members unanimously concurred. And as it appeared to the meeting that this last message pointed not obscurely to the Company's second broker, Mancherji Khurshedji, who had fled into the lodge, and his servants, given that his attachment to Ali Nawaschan was generally known, and therefore it was easily conceivable that he would attempt, so far as possible, to assist his friend with counsel and deed, and, being unable to do so himself, employ for that purpose other persons devoted to him or dependent upon him; the more so because it had been noticed that he received frequent messages that were constantly whispered into his ear, and seemed to give orders which one did not know what they contained, as he handled such matters with the utmost secrecy; it was approved to address him thereon in the council, where he was immediately summoned; and the above having been presented to him, he utterly denied having any knowledge thereof, wagering his head on it and applauding to the highest degree the last answer given by the Director; yet, as one could nevertheless not be persuaded that he was as innocent therein as he made it appear, he was, with common consultation, most seriously forbidden from meddling directly or indirectly with any darbar affairs, of whatever name or nature they might be, in order not to plunge himself into the utmost danger and the Company into great difficulties; likewise resolved, in order to deprive him as much as possible of the means thereto, to allow no other than his own known servants to come to him henceforth, and not to permit a stranger to speak with them or with him except in the presence of a European proficient in the native languages. underneath stood: Thus done and resolved in the Dutch Trading Post at Souratta, on the day, month and Year aforesaid. was signed: Louis Taillebert, H
Dutch transcription
199 Van Souratta onder dato 10: Maart 1759. 6 Van Souratta onder dato 10:' Maart 1759. W=m Blaaukamer, O=te H:k Rupenti, . . . . . . . p=s Wargaren /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ O„to H:k Ruperti secretaris. Dingsdag den 5:' Decemb:r A„o 1758 voor de middag, absent de koopman en fiscaal David Kelij en de Cap:n lieutenant E en Equipagie meester Jan Warnar Calck zijnde op de nerf de onderz: en Cassier Rutgerus van Ebbenhorst wegens indispositie en de onderkoopm: Hendrik Croonenbergh in Commissie te Poena De heer directeur Communiceerde aan de vergadering dat de Casteels gouverneur sidij Havis EhmetChan aan zijn Edele morgen hadde laaten boodschappen dat hij geinforeerd was dat er gisteren bij het weder instaat brengen van eenige verna gelde stukken Canon op de groote Batterij van den derbhaer zom„ „ningen van ons volk zig hadden laten gebruijken als mede dat er van onze kant buskruijt aan den stads. Gouverneur was bezorgd; Dat zijn Ed: met indignatie aangedaen over dese op geroepte leugers daar op hadde geantwoord, dat die aan den sidij diergelijke rapporten hadden gedaen eenloo„ ze booswigten maren die niet anders zogten als on„ eenigheijd te sligten aangezien gisteren alle zig in de stad bevindende Comp:s dienaaren behalven eenige weijnige die in de steut ende latt hij be„ „scheiden maren den geheelen dog binnen de logie waren geweest. zonder dat iemand van hen een net op straat hadde gezet veel minder naer den derb haer was geweest dat zijn Ed: ook geen buskruijt of andere Ammunitie van oorlog aen mie het ook wezen mogte hadde versterkt, nog ook zoude verstrekken, also in alle deelen eene stipte Neutra„ „liteijt wil de obserneeren en zig vergenoegen met het zijne te beschermen; Dat de afgezendene van den sidij met dit antwoord vertrocken zijnde kort daer na was wederom gekomen om te zeggen, dat zijn meester vertuijgd was dat er niemand van ons volk op de batterij van den Derbhaar was geweest en ook zeer mel mist dat zijn Ed: geene Ammunitie aan zijnen vijand hadde bezorgd maer dat er. Comp: dienaren waren onder zijn Ed: staende en over de welke volkomen hadde te gebieden die zulks gedaan hadden en nog deeden mitsgaders dat de sidij om zijn Ed: te overtuijgen de daaders in flagranti dilicto zoude laten opvatten om dus zijn gezegde met de stucken te bewijzen; die Dat . . 201. Van Sourtatta onder dato 10:' Maart 1759. Van Souratta onder dato 10. ' Maart 1759 Dat zijn Ed: wel verzekert zijnde dat geen Europeesche Comp: dienaer zig daar aen schuldig gemaakt hadde daar op hadde geantwoord dat wel verre van zulke dingen te permitteeren of het minste daar van te weeten zijn Ed. die zelfs zeer uijtdrinckelijk en scherp hadde verboden en dat zoet egter iemand van. S. Comp: Dienaeren buijten zijne kennis zig mogte ver„ „stouten zulks te doen niet alleen zeer weel mogte lijden, maar zelfs goerne zoude zien dat de sidij zodanige liet opvatten en daar mede handelde na goed vinden alzoo dezelve als moedwillige overtreedens det gegevene ordres volkomen aan hem wierden overgelaten met welke antwoerden de leden zig eenparig Con„ fermeerden En alzo het de vergadering toescheen dat deze laaste boodschap niet onduijdelijk deelde op 's Comt inde logie gevlugten tweede makelaar Mant„ „clergie Gorsedje en desselfs bediendens alzo zijn attechement voor Ali Nawaschan algemeen bekent en over zulks ligtelijk te denken was dat hij na mogelijkheijd zoude tragten zijnen vriend met raad en daad te adsisteeren en zulx zelve niet kunnende doen daar toe andere hem gedenoueerde of van hem afhangende persoonen gebruijken te meer dewijl men geremarcqueerd hadde dat bij frequente boodschappen ontbing die hem telkens in't oek wierden gelusterd en ordres scheen te genen die men niet mist mat behelsden alzo sulks met de uijt terste secretefje behandelde wierd goedgevonden; len daer met in rade aan te spreeken alwaer hij stante pede gereepen en hem het baverstaande voor gehouden zijnde ontkende hij volstrekt iets daar van te meeten zettende zijn hoofd daar voor te pande en applaudeerende ten hoogsten het laaste antwoord door den heer directeur gegeven, dog alzo men des niet te min zig niet konde persuadeeren dat hy daar aan zo onschuldig was als zijn leest deed te schijnen wierd hem met gemeen overleg op het aller ernstigste verbaden zig met eenige derbhaers zaken hoe genaemd of van mat natuur die mogten wezen direct of indirect te bemoeijen om niet zig zelve in het uijterste genaat ende Comp: in grote moeijelijkheeden te helpen mitsg.:s verstaan om: hem zo veel mogelijk het middel daar toe te be„ neemen voortaan geene andere als zijne eigene be„ kende bediendens bij hem te laten komen en niet te ge„ doogen dat een vreemde met deselven of met hem spreeke als in presentie van een Europees de Jnlandsche „taalen magtig /:onderstond:/ Aldus gedaan en gearrest:d in't Nederlands Comptoir souratta ten dage maand en Jaare voormeld /:was getekend :/ Louis Taillebert, gebruijken. Ja H
English
203 From Souratta, dated 10 March 1759. From Souratta, dated 18 March 1759. J. Drabbe, J. A. Smeers delandas, W. Haukamer, O. H. Ruperti, and Philip Wargaren. Lower: Agrees. Was signed: O. H. Ruperti, Secretary. Wednesday, 6 December 1758. In the evening, absent: the merchant and fiscal David Kellij, and Captain-Lieutenant and Equippagie-Master Falck being at the wharf, the junior merchant and cashier Rutgerus van Ebbenhorst on account of indisposition, and the junior merchant Hendrik Kroonenburg on a commission to Poena. This evening around 7 o'clock, it having been reported that some native soldiers had taken up post in the alley near the so-called parrot guard and thus not far from the lodge, and that their numbers were gradually increasing without it being known whose people they were or to what end they came there, the director made this known to the members present, adding that, since yesterday afternoon an emissary from Mia Alssent had come to his Honour's house to speak with the Company's second broker, Mantchergie Corsedje, and that the deed of safe conduct offered to him at that time, both on behalf of his master and in the name of the Sidi, had not yet been received, it could very well be that this had been a mere pretext to ensure that the said Mantchergie was indeed present there, and at the same time to spy out whether there might be an opportunity to abduct him in the night and at an unseasonable hour, or, should that not succeed, to massacre him. This seemed all the more likely when one considered the bitter and deadly hatred that the Sidi had conceived against the said broker, presumably on account of his attachment to Aoli Nawabhkhan. But since this bird had voluntarily and of his own accord flown into the trap, it was no more than fair to provide for his safety, partly because it would be an indelible shame for the Nation to let a current Company servant slip away who claimed its protection and took shelter under its wings, and secondly because he still owed a considerable sum to the Company for merchandise purchased and delivered to him and the old broker Roederam Ruidas shortly before the beginning of the war. Whereupon, after deliberation, the assembled members declared themselves entirely of the opinion of the director, and concurred that the Company's interests were extremely involved therein. 205 From Souratta, dated 10 March 1759. From Souratta, dated 10 March 1759. And since the place in his Honour's residence where the said broker currently stayed was not safe from a surprise attack, but the lodge was judged to be a much safer hiding place for him, it was resolved to transfer him to the lodge this very evening and prepare two rooms for him there. Furthermore, since the native populace is generally taken in by outward appearances, it was resolved to spread the word that the Company still has a claim on him for about 3 lac of rupees and to hold him quasi under arrest with a sentinel before his door, and to give this as an answer to the Sidi in case he should demand him, adding that they are obliged and firmly resolved to hold him until he has paid the Company the very last penny, which plausible pretext can be stretched as long as circumstances require. Pursuant to this resolution, Mantchergie was transferred to the lodge and, having appeared before the council, all the above was presented to him. He declared himself very well pleased with it and thanked the council for the favourable arrangement, willingly submitting to everything that had been decided regarding him, and repeatedly requesting permission to hand over several small chests with his most precious effects and papers, which were stored in a house directly opposite the lodge, into the custody of the director. This was granted to him all the more willingly because these effects provided a good security for what the Company still had to claim from him, although the first broker, Roederam, was jointly and severally bound with him for that debt and good for it, so that in any case the Company could suffer no loss thereby. However, since it might happen that this leads to a dispute with the Sidi and the lodge is surrounded by his troops, or force is used to compel this administration to surrender the said Mantchergie or to seize his person against their will, it was resolved immediately and without delay to have the dispenser deliver a sufficient provision of rice etc. for at least a few months into the lodge, in order to have the necessary supplies at hand in case of a blockade. Also, in case they are attacked with open force, to defend themselves to the utmost of their power, but if, on account of the cannon of the castle or otherwise, they can no longer hold out in the lodge, to make a general sally and force a passage to the wharf in order to join the Company's servants who are there.
Dutch transcription
203 Van Souratta onder dato 10:' Maart 1759. Van Souratta onder dato 18:' Maart 1759 J=n Drabbe J:n A:o Smeers delandas. . . . . . . . . , W=m Haukamer, O:s H:k Ruperti,. . . ,. en Philip Wargaren /:Lager:/ Accordeert was getekend: O=t H=k Ruperti Secretaris Woensdag Den 6:' December 1758. 'savonds absent de koopm: en fiscaal David Kellij, ende Capitain lieuten:t en Equipogier: Falck zijnde op de merf de onderkoopm: „ Cossiei Rutgerus van Ebbenhorst reg:s indispositien en den onderkoopm: Hendrik Kroonenburg in Commissie te Poena. Dezen avond omtrent 7: uuren gerapporteerd zynde dat Eenige inlandsche zoldaten in het straatje bij de zogenoem„ de papegaijen wagt en dus net verre van de logie post hadden gevat en dat hun getal algaende weg aangroeijde zonder dat men mist wiens volk zij waren of tot wat eijnde zij daar quamen zo gaf de heer directeur zulx aan de present zijnde leden te kennen niet bij voeging dat aangezien gisteren na middag een afzendeling van Mia Alssent met 's Comp:s tweede makelaar Mantchergie gorsedje ten huijse van zijn Edele was komen spreeken ende hem /o van wegens zijnen meester als uijt naem van den sidij als toen aangebodene acte van surete de Corps nog niet was ontfangen het zeer wel kande zijn dat dit maar een bloote prext was geweest om verzekerd te zijn dat gemelde Mant Chergie zig mezentlijk aldaar bevonden om teffens te besprieden, of er geen nogelijkheijt zoude wezen om hem bij nogt en ontijden te ligten dan wel zulx niet willende gelukken den zelven te massacreeren het welke nog maerschijnlijker zoude voorkomen als men kwam te letten op den bitteren en doodelijke haat dien de soldij tegens gem: Makelaar vermoedelijk wegens zijn at„ tachement voor Aoli Nawaakhan hadde oper gevat dog nademaal die vogel vrijwillig en van zelve was inde knip gekomen dat het niet meer als billijk was noer zijn behoud te sorgen eensdeels om dat het een uijt wisselijke schande voor de Natie zoude wezen een actueel Comp:s dien aan die halre protextie reclameert en onder haere vlugelen schuilt te laten slippen en ten tweeden om dat hij nog eene aan zienelijke som aan de Comp: schuldig is voorgekogte en kort voor 't begin van den oorlog aan lem en den ouden Makelaar roederam Ruidas geleverde koepmanschappen Waar op gedelibereerd zijnde betuijgde de geza„ „mentlijke leeden volkomen van het gevoelen van de heer directeur, mitsg:s 'sComp:s eens en dat zoe ten uijttersten kamen daar „ Hee 205 Van Souratta onder dato 10:' Maart 1759. Van Souratta onder dato 10:' Maart 1759. & daar bij geintresseerd te weezen en alzo de plaats in de woning van zijn Edele alwaar gem: makelaar thans zijn verblijf houd niet vrij van een. surprise maar de logie een veel zekerder schuilplaats van hem wierd g'oordeelt zo wierd beslooten hem nog dezen avond in de logie over te brengen en aldaar twee kamers in te ruimen, mitsgaders dewijl de Jnlander zig tog meest aan de uijterlijke schijn vergaapt uijt te stroijen dat de Comp: nog omtrent 3. lacq ropijen van hem moet hebben en hen quasi in arrest te houden met eene scheld„ „wagt voor zijne deur ook zulx aan den sidij in Cas van opeissching tot antwoord te geven, en daar bij te voegen dat men verpligt en vast geresolveerd is lem zo lang te houden tot dat hij den laasten penning met den Eersten aan de Comp:e zal betaald hebben welk plau„ sebel pretext men zo lang zal kunnen, rekken als de omstandigheden vereisschen. Jngevolge van dit besluijt Mantchergie in de logie overgegaan en in de vergadering verscheenen zijnde wierd hen al het bovenstaende voorgehouden, waer mede hij verclaerde zeer in zijn schik te wesen en bedankte den raad voor de gunstige dispositie zig gewillig aan alles ondermerpende, wat er ten zijnen op zigten mas besloten, en verzoekende telkens dat hem mogte gepermitt:d weezen Eenige kistjes met zijn kostelijkste effecten en papieren die in 6 een huijs regt over de logie staende geborgen waren aen den heer directeur in bewaaring te geenen 't welke hemdes te gewilliger wierd toe gestaan om dat die effecten hebbens een goede maarborg verstrekten voor 't gene de Comp: nog van hem te pretendeeren heeft schoon de Eerste Makelaar Roederam, met hem voor die schuld in solidum verbouden en goed daar voor is zulx de Comp: malle geval daar bij geen schade kan lijden Maar vermits het zoude kunnen gebeuren dat men daar enen met een sidij in verschiel geraakte ende logie door zijne troupen ingesloten dan mel gemeld gebruijkt wierd om dit ministerie tot de mer gane van gem: MantChergie te Constringeeren of om zig na zijn persoon tegens wil en dank meester te maken zo wierd geresolveerd illico en zonder uijtstel door den dispencier genoegsame provisie van reijst erz: ten minsten voor een paar maanden in de Logie te laten bezorgen om in Cas van blocquade het nodige by de hand te hebben als meed ingevalle men met openbaar gemeld word geattacqueerd zig na uijterste vermogen te ner „meeren dog van wegens 't Canon vant Casteel off anderzinst het niet langer in de logie kun„ „nende houden een generale int nal te doen ende passage na de merf te forieeren om zig sComp s aldaar zijnde dienaar te noegen bij een den R G el
English
207. From Souratta under date 10 March 1759 From Souratta under date 10 March 1759. taking the broker Mantchergie along and securing him as best one can so as not to fall into the hands of his mortal enemy. Below stood: Thus done and resolved in the Dutch Trading Post at Souratta on the day, month, and year aforesaid. Was signed: Louis Taillebert, Jan Daabbe, Jacobus Anthonius Smeers de Landes, Willem Blaaukamer, Otto Hendrik Ruperti. 3 pieces of coarse cotton yarn. Below stood: Agrees. Was signed: Otto Hendrik Ruperti, secretary. Friday the 8 December 1758, afternoon. Absent: the merchant and fiscal David Kellij, and Captain-Lieutenant and Equipment Master Jan Mannar, both being at the wharf; the junior merchant and cashier Rutgerus van Ebbenhorst due to indisposition; and the junior merchant Hendrik Kroonenberg on a commission in Paena. The Director communicated to the meeting that the broker Mantchergie had informed his Honour that the long delay of the safe conduct offered to him appeared very suspicious to him, and that the Sidie, seeing his arms victorious, might easily have changed his mind and possibly had never intended to bind himself by such a document; that even if he had granted and sworn to it, he, Mantchergie, would not consider himself any safer thereby, since that ruler, seeing his chance clear, would care little about it; that he acknowledged with all gratitude the protection enjoyed until now with the Company, but that he foresaw that we would get into severe disputes with the said ruler over this if he stayed with us any longer, and that it would be an immense grief to him if difficulties were to arise on his account or if a single drop of Dutch blood were shed; that after having maturely considered everything, he saw no better means to prevent this than to take himself elsewhere to safety, and that he would find a better opportunity to escape secretly from the city if they would be pleased to release him from his arrest; and that once being out of the reach of the Sidie, he would thereafter give him written notice, whereupon he trusted that we would henceforth remain unmolested on his account; that, moreover, remaining under arrest, he saw no chance 209. From Souratta under date 10 March 1759. From Souratta under date 10 March 1759. to satisfy his debt anytime soon, since he had outstanding sums here and there, for the collection of which he necessarily had to be at liberty; and that, for the greater security of the monies he still owed to the Company, he offered to leave his two brothers under arrest in his place until full payment was made. To which his Honour further added that he had not failed to point out to the said broker the great danger to which he would thus expose himself, since it was known that the Sidie kept a sharp watch everywhere, and especially on his posts, so that he would achieve his purpose only with great difficulty, and it would be a thousand to one if he could elude so many Argus eyes and not fall into the hands of an embittered and vindictive enemy, out of which it would then not be possible to rescue him, since in all likelihood he would be cut down before news of his apprehension would be received here; but that the said broker nevertheless had insisted once again on the proposal he had made, which his Honour had thought proper to present to the members in order to hear their advice on the matter and subsequently to take such resolution as should be found fitting. Whereupon, it having been considered that the Sidie had not yet demanded the said Mantchergie, and presuming that one had never expected him to desire the surrender of a prominent Company servant contrary to the clear contents of the royal Firmans; that in the case of the said broker one might also not be able to protect him for long, while nevertheless on the one hand one could not surrender him without offending the honour of the nation, nor suitably on the other hand place the Company's entire establishment here in jeopardy on his account; that Mantchergie is at the same time a resolute and astute man who will not easily undertake a matter of such consequence, and in which he himself has so great an interest, without seeing a way out; furthermore that the Company in any case can lose nothing thereby, since the Director has good securities for his debt in hand and his two brothers moreover surrender themselves into arrest for him; it also being very probable that once he has escaped and is at liberty, he will be better able to satisfy the Company than if locked up in the lodge, besides the fact that one then will presumably also have much less to fear from the violent undertakings of the Sidie, nor be obliged to be on guard against them day and night.
Dutch transcription
207. Van Souratta onder dato 10:' Maart 1759 Van Souratta onder dato 10:' Maart 1759. den Makelaar Mant Cchergie mede nemende en secu 6„ „reerende zo men best zal kunnen om niet ende handen van zijnen dood vijand te vervallen /:onder stond:/ Aldus gedaan en gearresteerd in't nederlands Comptoir souratta ten dage maand en Jaere voormeld /:was geteekend:/ Louis Taillebert, J:n Daabbe, J„b A„s Smeers de Landes, „ - - - - - . „ W:n Blaaukamer, otto Hendrik Ruperti, . . . . . . . . . .. 3. p„s Wargaren /:onderstond:/ Accordeert /.was. getekend:/ C=to H:n Ruperti secretaris Vrijdag Den 8:' December 1758 Namiddag, Absent den koopm: en fiscaol David Kellij ende Capitain lieutenant en Equipagiemeester Jan mannar balk zijnde op de weub de onderkoopen: en Coffier Rutgerus van Ebbenhorst wegens indispositie en den onderkoopman Hoen„ „drik Kroonenberg in Commissie te paena De Heer directeur Communiceerde aan de vergade„ „ring dat de makelaar mantchergie zijn Ed:e hadde te kennen gegeven dat het lang agter blijven van de hem aengebodene surete de Corps hem seer suspect voorkwam en dat de sidie zijne mopenen victorius ziende ligtelijk van gedagten konde verandert wezen en mogelijk nimmer vanzins geweest zijn, zig door zulk een geschrift te verbinden dat al hadde hij het zelve ook verleend en biswooren hij mantchergie zig daarom niet peiliger zoude acten, alzo die regent, zijne kans klaet ziende, zig daar aan weiing zoude zoude stooren dat hij de protexie tot nu toe bij d' Comp:s genoten met alle dank erkende maat dat hij voor zag dat wij daar over met gem: regent swaere verschillen zoude krijgen in dien hij langer bij ons vertoeken en dat het len meindig leed zoude wezen dat er om zijnent wille moeijelijkheden, zoude rijsen of een enkele droppels hollandsche bloed wierd verspied dat hij na alles rijpelijk over mogen te hebben geen beter middel zag en zulx voor te komen als zijn lijk elders te berge, en meerden gelegentheijd te zullen winden en leoielijk uijt de stad te entkomen in dien men hem uijt zijn arrest geliefde te ontslaan e dat eens buijten het bereik van den sidij zijnde daer na aen hem schriftelijk kennis zoude geven als wanneer hij vertrouwde dat wij zijnent negen voortaan omgemoeijd zoude blijven; dat hij daer en boven in arrest blijvende geene kans zag aengebodene aen .. . . . 209 Van Souratta onder dato 10:' Maart 1759. Van Souratta onder dato 10:' Maart 1759. om nog inlang zijnen debet te voldoen vermits hij hier en daet sommen hadde uijtstaan, tot welkers invordering hij noadzakelijk op vrije noeten moest weezen en dat hij tot meerdere securiteit van de penningen die hij aan de Comp: nog schuldig was aenbood zijne twee broeders, in zijn plaets en arrest te laten, tot de nolle betaling te maer bij zij Ed: nog voegde, dat niet gemancqueerd hadde gem: Makelaar naar te houden het groot gevaar maar aan hij zig dus doende zoude Expaneeren aangezien bekend mas dat de sidij alomme scherpe mogt liet houden en inzonder„ „leijt ook op hen possen zo dat hij zier beswaarlijk zijn oogmerk zoude kunnen bereiken en het duijzzend teg.„s een zoude weezen indien hij zo veel argus oogen konde ontdinken en niet in landen vallen van een verbitterde en waaakzugtige vijand uijt dewelke let als dan niet mogelijk zoude zijn hem te redden vermits hij nagedagten needergekapt zoude weesen eer men hier de tijding van zijne apprehensie zoude bekomen dog dat gem: makelaat dien onvermin„ dert nogmaals hadde geinsteerd op zijne gedaane propositie die zijn Ed: hadde gemeen aan de leeden te moeten voordragen ten einde hun advis daar over te verstaan en vervolgens zodanige resolutie te neemen als men zoude vinden te behooren. Waar op geconsidereerd zijnde dat de sidij gem: Mant chergie nog niet hebbende laten op eisschen en voormenden dat men noeijt hadde vermagt dat hij tegens den klaaen inhoud der koninglijke Firmans de uitleevering van een merklijk Comp:s dienaren zoude begeren dat men ook in Cas van gemeld gem makelaar mogelijk niet lange zoude kunnen beveiligen ter wijl men egter aande eene kant den zelven zonder krenking van de Eere van de natie niet konde metlereren nog gevoeglyk aan de andere sComp.:s geheelen omslag alhier om zijnent wille in de maag schaal stellen dat mant chergie teffens een wel geresolveerd en intriquant man is die niet ligt eene zaak van die aangelegentheijt en maar bij hij zelve zoo groot belang heeft sal bestaan zonder eene in't komst te zien mitsg:s dat de Comp: in alle geval daar bij niets kan nerciesen vermits de heer directeur goede panden voor zijn schuld in handen heebt en zijne beide broeders zig daar en bonen voor hen in arrest stellen zijnde het ook zeer waar schijnelijk dat hij eens ontsnapt en op vrie voeten zijnde beeter instaat zal wezen om„ de Comp: te voldoen als in de logie opgesloten zijnde behalven dat men als dan vermoedelijk ook van de violenti onderneemingen van den sidij zo veel niet meer zal te dugten hebben nog verpligt wezen dagende nagt daar tegens te maken zo gem: 1 wierd H
English
211. From Souratta under date 10 March 1759 From Souratta under date 10 March 1759 it was unanimously concluded that it will be best to grant the aforesaid request, yet under the explicit condition that this is done at his own risk and peril, leaving it otherwise to himself to use such precautions concerning it as he shall deem best, but to treat the matter on this side with the utmost circumspection and secrecy to prevent it becoming known before the said broker had the time to clear the city. Below stood: Thus done and resolved in the Netherlands lodge Souratta on the day, month, and year aforesaid. Was signed: L:s Taillebert, J:n Drabbe, J:n A:s Sweers De Landas, [illegible], =m Blaaukamer, d:o H:k Ruperti, [illegible], and P:s Wargaren. Below stood: Agrees. Was signed: C:te H:k Ruperti, secretary. It was communicated by the director to the meeting that the governor of the castle, Sidie Havis Emelchan, had sent word to His Honour to say that the broker Maatchergie, who was currently being held in the lodge on account of debts and under arrest, was a clever and cunning rogue, and that one must therefore watch him closely because he would otherwise easily find a means to escape, all the more because he still had outstanding matters with the government that were not reconciled; and that His Honour had answered him vaguely that it went without saying that having the law in hand, one would not let it slip and would above all try to indemnify the Company, putting on that occasion to the members for consideration if the Sidie, on Saturday the 9th of December Anno 1758 forenoon, absent the merchant and fiscal David Kellij and the captain-lieutenant and equipage master Jan Warnar Falk, being at the works the junior merchant and cashier Rutgerius van Ebbenhorst on account of indisposition, and the junior merchant Hendrik Kroonenberg on commission to Poena, Saturday, mere 213. From Souratta under date 10 March 1755 From Souratta under date 10 March 1759. mere suspicion of what occurred or otherwise, might send someone ostensibly to speak with the said broker and thus reassure himself that he is still in the lodge, or to formally demand him, which seemed to be the prejudice of the aforesaid message, whether one should conceal the matter under one or another pretext or rather speak candidly about it. Whereupon, after mature deliberation, it was approved in either case to declare resolutely that, in order to help the Company to its money, it was deemed necessary to release Mantchergie, since he declared that he cannot procure any cash as long as he sits under arrest, having first to collect it in person from those who owe him, but that his two brothers are kept under arrest as sureties, and moreover that he was already actually released and outside the lodge when the aforesaid message was delivered to the director. Below stood: Thus done and resolved in the Netherlands lodge Souratta on the day, month, and year To the Honourable Respected Sir Louis Taillebert Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as director and commander-in-chief of this directorate, together with the council. Honourable Respected Sir and Esteemed Councillors, Your Honourable Respected's humble and obedient servant Johann Gotthold van Schuidt. Having read a petition from the young assistant Johan Gotthold van Schuidt, reading as follows: Wednesday the 28th of March 1759. Afternoon, absent the merchant and warehouse master Johan Anthonij Sweers De Landas aforesaid. Was signed: Louis Taillebert, J:n Drabbe, J:n A: Sweers de Landas, [illegible], W=m Blaaukamer, P:t A:k Ruperti, [illegible], and Philip Wargaren. Lower: Agrees. Was signed: C:to H:k Ruperti, secretary. aforesaid of
Dutch transcription
211. Van Souratta onder dato 10:' Maart 1759 Souratta onder dato 10:' Maart 1759 Van wierd eenparig geconcludeert, dat het best zal wezen het voorsz: versoek toe te staan nogthans onder uijtdruckelijke beduiging dat zulx geschied ten zijnen resico en pericule, latende voor de restaan hem zelve over daar omtrend zodanige precau„ „tien te gebruijken als hy best zal oordeelen dog de zaek aan deze zijde met de uijterste om zigtig heijt en secretesse te behandelen om te beletten dat niet rugtbaar morde een gem: makelaar de tijd gehad hebbe om de stad te ruimen /:onderstond:/ Aldus gedaan en gearresteerd in't nederland Comptoir Souratta ten dage maand, en Jaere voormeld /:was geteekend:/ L:s Taillebert, J:n Daabbe, J:n A:s Sweers. D:' Caudas. . . . . . . . , . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . , =m Haaukamer, d„o H:k Rupeati,. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . en P:s Wargaren /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend: / C=te H:k Ruperti secretaris Wierd door den heer directeur aan de vergadering gecommuniceert dat de gouvern:r van het Casteel sidie Havis Emelchan bij zijn Edele hadde gezonden om te laaten zeggen dat de makelaar maatchergie die thans in de logie wegens schul„ „den en arrest gehouden wierd een slimme en doortrapte gaft was en dat men derhalven wel op hem moest laten passen dewijl hij anders ligt middel zoude vinden om te echappeeren te meer om dat hij met de regeering ook nog uitstaande zaaken hadde die niet verenend maren; en dat zijn Ed: daar op in vago hadde geantwoord dat het en zelve praak dat men het legt in de hand hebben„ de het zelve niet zoude laaten maaren en voor al tragten de Comp: schade loos te stellen genende te dier accasie de leden in bedenking, bij aldien de ziedij op Saturdag Den 9:' December A:o 1758 voormiddag absent de koopman en fiscaal David Kellij en de Capit:n lieuten:t en Exuipagiemeester Jan warnar Falk zijnde op dewerk de onderkoopman en Cassier Rutgerius van Ebbenhoust „wegen in dispositie en den onderkoofm: Hendrik Kroonenberg in Commissie te poena Saturdag bloote Hee 213. Van Souratta ander dato 10:' Maart 1755 Van Souratta onder dato 10:' Maart 1759. bloote suspecie van het gepasseerde of andersins iemand mogte zenden, om quasie met gemelde Makelaar te spreeken en zig dus te verseekeren dat hij nog in de logie is of om den zelven Cormeel op te eisschen, maar van de noersz: brodschap het pieludicur scheen te meezen of men de zaak onder het een of ander pretext zoude ontveinzen dan wel rond uit zeggen wat daar van is Waar op na rijpe over meeging goedgevonden wierd in het een en ander geval Cordaat te verklaren dat men om de Comp: aan haar geld te helpen heeft geoordeeld mantchergie in vrijheijd te moeten stellen alzoo bij gedeclareerd heeft geene Contanten zoo lang hij in arrest zit te kunnen bezorgen moetende hij die Eerst in persoan ophaalen van de zulken als by schuldig zijn dog dat men zijne twee broeders als maarborgen in arrest loud, mitsgaders dat hij reets merkelijk lofgelaaten en buijten de logie was wanneer de voorszz: boodschap aan den heer directeur wierd gedaan; /:onderstond:/ Aldus gedaan en gearresteerd in't nederlands Comptoir Souratta ten dage maand en Jare Aan den wel Edelen agtbaren heere Louis Taillebert Raad Extra. ordinair van nederlands Jndia, mitsgaders directeur en hoofd gebieder dezer directie benevens. den raad Wel Edele Agtbare heere en G'eerde Raden uw wel Edele agtb: onderdanige en gehoorsame dienaar Johann gotthold van schuidt Geleeven zijnde een Request van den Jong assistent Johan Gotthold van schuidt aldus luidende Woensdag Den 28:' Maart 1759. Namiddag, Absent de koopman en pakhuijsmeester Johan Anthonij sweers De Landas voormeld /:was geteekend:/ Louis Taillebert,/ Drabbe, J:n A: Smeers de Laudas, . . . , W=m Blaarkamer, P„t A:k Ruperti, „. . . . . . , e. philip wargaren /lager:/ Accordeert /:was geteekend:/ C=to H=k Ruperti, secretaris voormeld van
English
215 From Souratta, dated 10 March 1759 Souratta, dated 10 March 1759 From Van Petershagen takes the humble liberty most submissively to request your Right Honorable that your Right Honorable may be favorably pleased to grant him his release to Batavia, retaining rank and pay. The petitioner would not make so bold as to make this request, as his bond of service has not yet expired, but it is known to your Right Honorable that the petitioner had to leave Bombay in the year 1754 because of an encounter that occurred there, and is now not only being very strongly pressed by his acquaintances, the English gentlemen officers, to cross over to them again with the promise that he will be appointed to his former rank of lieutenant, but at the same time requested to persuade the deserters who have come over to the Honorable Company to return to their colors, to which end a general pardon from the English Chief Mr. Spencer was handed to him, with the promise of a captain lieutenant's post if he can bring this last matter about. Not adding thereto the threats that, if he does not return, he would run great danger if he were to fall into their hands, which might happen sooner or later, as they not only let it be known that in such a case he would not even be safe on the public street, but also that they expect orders from Bombay to bring back all their deserters by force. Thus the petitioner fears that he, strictly refusing them one thing and the other, might still have to endure the affront of being seized, and thereby cause difficulties for the Honorable Company. Thus, in consideration of the urgent reasons contained therein, of whose truth one has no reason to doubt, it was approved to grant the petitioner his request and to release him to the capital of the Indies, retaining rank and pay, notwithstanding that his multi-year bond of service only commenced on 27 January 1756, this being an extraordinary case that does not seem capable of being included under the ordinary rules; yet to keep this resolution secret in order to prevent the English from taking some violent resolution concerning his person. Below was written: The petitioner hopes that your Honor will be pleased to reflect favorably on this, so that, freed from dangerous consequences, he may enjoy the honor of further demonstrating his loyalty to the Honorable Company. Below was written: Which doing, etc. Thus done and resolved in the Dutch Office at Souratta, on the day, month, and year aforesaid. Signed: Louis Taillebert, Jn. Drabbe, Dn. Kellij, Jn. Warnar Falck, Wm. Blaaukamer, the same Hk. Ruperti, Ak. Kroonenbergh, and Philip Wargaren. Lower: Agrees. Signed: Cte. Hk. Ruperti, Secretary. Read out. Clerk. Copy C No. 30 Incoming Secret Letters from the Respective Offices from 15 October to the Last of December 1759. Second Part Original missive from the Extraordinary Councilor and Governor Director Nicolaas Hartingh, addressed to their High Mightinesses, dated 25 October 1759 - 1 Translation of a Javanese writing by the Sultan, to the same as above and received here on 5 November last - 7 The same by the Susuhunan, to the same as above, likewise received on the aforesaid date - 8 Original missive by the aforesaid Mr. Hartingh, to the same as above, dated 22 November of the current year - 33 Maccassar Register of papers and The same by Governor Blok, to the same as above, dated 20 October of this year - 3 The same by and to the same, of the 22nd following - 24 Java's Northeast Coast Register of copies of incoming letters from the outer offices, from mid-October to the end of December 1759. Page Malacca Original missive by Governor Boelen, addressed to their High Mightinesses, dated 19 October 1759 - 27 Ternate The same by Governor Schoonderwoerd, to the same as above, of 22 August of this year - 1 The same by and to the same, of the 27th of that month - 3 Page From Ternate, 22 August 1759. Batavia To His Excellency The High Noble, Valiant, and Right Honorable Gentleman Jacob Mossel General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, and on behalf of the same and the General United Dutch Chartered East India Company, Governor General, together with the Honorable Gentlemen Councilors of the Dutch Indies. High Noble, Valiant, Right Honorable, Brave, Most Wise, Prudent, Discreet, and Very Generous Gentlemen! We have the honor herewith to offer to your High Mightinesses the duplicate of our letter dispatched on 15 June per the ship Baarzande. Batavia To His Excellency The High Noble, Valiant, and Right Honorable Gentleman Jacob Mossel General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, and on behalf of the same and the General United Dutch Chartered East India Company, Governor General, together with the Honorable Gentlemen Councilors of the Dutch Indies. High Noble, Valiant, Right Honorable, Brave, Most Wise, Prudent, Discreet, and Very Generous Gentlemen! We have the honor herewith to offer to your High Mightinesses the duplicate of our letter dispatched on 15 June per the ship Baarzande. From Ternate, 22 August 1759.
Dutch transcription
215 Van Sourattan onderdato 10:' Maart 1759 Souratta onder dato 10:' Maart 1759 Van van petershagen neemt nedrigst de vrijheijd uw wel Edele agtbare op't ootmoedigste te verseeken dat uw wel Edele agtb: hem zijne verlossing na batavia behoudens qualiteijt en gagie goed gunstig lijk gelieft 't accordeeren, den suppl: zoude zig niet verstouten dit versoek te doen vermits zij verband nog niet g'expureert is maar uwel Edele agtb: bekent is dat hij suppliant in't Jaar 1754. wegens een op bern„ baij voor gevallene rencautrie van daar heeft moeten neg gaan en thans door de heeren Engelsche officieren van zijne kennis niet alleen zeer sterk aangezet werd om zelfs wederom bij haar over te komen met belofte van in zijne voorige qualiteijt van lieutenant te zullen geplaatst werden maar teffens versogt om de tot d'E: Comp: overgekomen deserteurs te persuadeeren om weder tot hunne vaandels te keeren zijnde hem tot dien eijnde een generaal Zo wierd in overweeging der prenante pardon van 't Engelsche opperhoofd M:r Spencer redenen daar in vernat aan welkens waarheijd men overhandigt onder belofte van een. Capitain lieuten geen reden heeft te twijfbelen goedgevonden den plaats in dien hij dit laaste kan bewerken niet bij suppoliant zijn versoek t' accordeeren en hem gevoegde drie gementen dat hij niet neder keerense oner sulx niet tegenstaande zijn uijtjarig groot genaar zoude lopen,„ indien hij in hunne verband eerst den 27:' Januarij 1756. is ingegaan handen kwam te vallen, 't welk vroeg of laat zoude kunnen geschieden alzo zij niet alleen zig laten verluijden dat hij in zodanig gevol zelfs op wrije straat niet zeker zoude wesen maar ook dat zij ordre na bomboij verwagten omme alle hunne deserteurs met gemeld wederom te halen zo vreest de suppliant dat hij het een en ander aan haar lieden noestrekt reigerende het afbront nog zoude moeten ondergaan nen opgevat te werden, en daar door d'E: Comp: moeijelijkheden veroorzaken Den suppliant verhoopt dat nw wel Edele hier op eene gunstige reflecxie zal ge„ lieren te slaan, op dat hij van genaarlijke gevolgen benaijd de Eere mag genieten zijne trouwe 6 voor d'E: Comp: verder te betonen /:onderstond:/ T welk Doende Etc=ra zoude behoudens Souratta onder dato 10:' Maart 1759. Van behoudens qualiteijt en gagie naar Jndia hoofd plaats te verlossen als zijnde dat en Extra ordinair gevol dat onder de gewoone regulen niet schijnt te kunnen begreepen werden dog dit besluijt te secreteeren om te prevenieeren dat de Engelschen omtrend zijn persoon niet somwijlen een molente resolutie komen te neemen. /:onderstond:/ Adus Gedaan en G'arresteert in't Nederlands Comptoir Souratta, ten dage maand, en Jare voorm: /:was geteekend:/ Louis Taillebert J:n Drabbe, . . . . „ D:n Kellij, J:n Warnar Falck, W=m Blaaukamer, d=to H:k Ruperti, A=k Kroonenbergh en Philip wargaren. /. lager:/ Accordeert /:was geteekend:/ C=te H:k Ruperti, Secretaris. MReijk Opgelesen Treckpe Clercq D d Gesv: Copia C No: 30 Aankoomende Secreete Brieven van de respective Comptoiren zeedert den 15e October tot den Laasten December 1759. Geede Deel Originele Missive door den Heer Raad extra Ord: en Gouverneur directeur Nicolaas Hartingh aan haar hoog Ed: gerigt gelat: 25 8ber 17591 - - - - - - - - - - -- Translaad Jahaanse gesz: door den sulthan aan als voren en alhier op den 5 9ber L: L: ontfangen – – - - - - - - 7 _:o d:o door den loesochoenang aan als wen almede op voor m: datum ontfangen – - - - - - - - Originele Missive door voorm: Heer Hartingh aan als boven 8 ged: 22 gleer A:o stanti - - - - - - - - - - - 33 Maccassar Register der papieren en _:o door den Gouverneur blok aan als voren 3 de dato 20 8ber deses Jaers. . . . . . . . . . . W _o door en aan als even van den 22 daar Javas Oost Cust Register der Copia Aange„ komene brieven van de buyten Zedert Medio October tot ult=o december 1759. - aan. . . . . . . . . . . . . . . . . 24 pag: Malacca Originele missive door den Gouverneur bolen aan haar hoog Edelens geregt gedateerd 19 8ber A=o 1759 - - - - - - - - 27 Ternaten _:o door den Gouverneur Schoonderwoerd aan als voren: van den 22 Aug: deses Jaars – – – – - – 1 _:o door en aan als boven van den 27e dier maand — — - _:o _:o - - — - — 3 pag. Van Ternaten Den 22:' aug:s 1759. Batavia Aan zijn Excellentie Den hoog Edelen Gestrengen groot Agtb: Heere Jacob Mossel de Generaal over d' Jnbanterie ten dienste van den staat den verEenigde Ne„ derlanden mitsgaders wegens deselve ende Generale Neder„ landsche Geoctroijeerde oost Jn„ dische Comp: Gouverneur Gene„ raal Benevens De wel„ Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Hoog Edele Gestrenge Groot Agtb: Manhafte wel wijze voorzienige Discreete seer Genereuse Heere en Heeren! Wij hebbe de Eere uw hoog Edelheedens hier nevens aen te bieden het duphum onser sub dato 5: Junij per 't schip Baarzande afgevaerdigde letteren vat Batavia Aan zijn Excellentie Den hoog Edelen Gestrengen groot Agtb: Heere Jacob Mossel den Generaal over d' Jnbanterie ten dienste van den staat den verEenigde Ne„ derlanden mitsgaders wegens deselve ende Generale Neder„ landsche Geoctroijeerde oost Jn„ dische Comp: Gouverneur Gene„ raal Benevens De wel„ Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia. Hoog Edele Gestrenge Groot Agtb: Manhafte wel wijze voorzienige Discrecte seer Genereuse Heere en Heeren! Wij hebbe de Eere uw hoog Edelheedens hier nevens aen te bieden het duphum onser sub dato 15: Junij per 't schip Baarzande afgevaerdigde Van Ternaten Den 22:' aug:s 1759. letteren van
English
From Ternaten, the 22: augs 1759. From Ternaten, the 27: Aug:s 1759. Batavia letters to whose contents we respectfully refer, with the obligatory communication that since their dispatch no more foreign ships have been heard of, and one expects to be further reassured regarding this in the near future by the return of the pantjiallang the Kakakoe, which is still cruising off the outer coast of Halmahera. However, the King of Tidor having sent to the first undersigned five knives, two copper rings, and a straw rice bag, of which mention was made in our previous letter, we therefore have the honor to present the same to Your High Noble Lands in a separate package, and in the meantime, after humble greeting, with the utmost respect submissively to remain /:was written underneath/ High Noble, Stern, Right Honorable, Valiant, Most Wise, Provident, Discreet, Very Generous Lord and Lords /lower/ Your High Noble Lands' very submissive and obedient servants /was signed:/ I:s v Schoonderwoert, I:b Pelters, M:s D:k v: Haak, I: G: V Raasveld, I. van Masson /in the margin/ Ternaten, in Castle Orange, the 22: augs: 1759. After the departure of my respectful letter of the 22nd of this month, a prahu from Mangindanauw having arrived here via the route of Manado, laden with some Chinese earthenware pots and a small number of common slaves for trade, together with an open letter from the Emperor, I therefore considered it necessary to give Your Excellency the dutiful notice thereof, while submitting a copy of that letter, as well as that the same had been approximately four months on the way and departed from there before the arrival of the Commissioners. High Noble, Right Honorable and Far-Ruling Lord To His Excellency The High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord Ma Jacob Mossel General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the General Netherlands Chartered East India Company, Governor General of Netherlands India Batavia From Ternaten, the 27: aug:s 1759. From Java's East Coast, the 25: October 1759. Batavia I shall not fail to show the nakhoda and the other crew members who arrived with it all courtesy and helpfulness in order thus to encourage them in every way so that through that route one may soon obtain their products of gold, wax, tortoiseshell, and cowries. I have the honor meanwhile, with the utmost high esteem, to be and remain /:was written underneath/ High Noble, Right Honorable, and Far-Ruling Lord /lower/ Your Excellency's very submissive and obedient servant /was signed/ J I Schoonderwoert /in the margin/ Ternaten in Castle Orange, the 27: aug:s 1759. /below that/ P: S: At the moment that I sign this, I receive from the King of Tidor the accompanying paper with the drawing of an English flag, which had been sent to His Highness from the Strait of Battanta in Papua, with further report that the English had asked for spice nuts but did not obtain them, and had subsequently directed their course toward the islands situated higher up. I shall write what is necessary to the King of Tidor regarding this and report thereon to Your Excellency on a further occasion, as time fails me at present and I cannot conveniently detain the messenger any longer. Enclosed in yellow silk sewn letters from the Javanese princes, I have the honor to present to Your High Noble, Right Honorable Lordships, wherein they humbly thank Your High Noble Lands for the elephants, but the Susuhunan would gladly have another, and then each of them would have two. The annexed copies of letters will, if it pleases Your High Noble, Right Honorable Lordships, allow you to gather further Prince Mangkunegara's contented state and adhering goodwill, thus with God flattering myself with a lasting peace and tranquility on this island. High Noble, Stern, Right Honorable, Far-Ruling Lord and Lords To the High Noble, Stern, Right Honorable Lord His Excellency Jacob Mossel General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the General East India Company, Governor General and the Lords Councillors of Netherlands India, etc., etc. Batavia The
Dutch transcription
Van Ternaten Den 22: augs 1759. Van Ternaten Den 27: Aug:s 1759. atavia letteren aan welkers inhoude ons eerbiediglijk gedragen onder verpligte communicatie dat men sedert het afgaan derzelver van geen vreemde schepen meer vernomen heeft en men verwagt daer omtrend eerst daegs nader gerust gesteld te zullen worden door de te rug komst van de pantjiallang de Kakakoe die nog aen de buijten Cust van Halmahera bruijs sende is. Dog den Koning van Tidor aen den eerst onder„ getekende toegesonden hebbende vijf messes twee kopere ringen en een stroo rijst sak waer van bij onse vorige gewag gemaakt is so hebben wij de Eere uw hoog Edelheedens dezelve in een apart pakje„ aan te presenteeren, En intusschen na nedrige salua„ tie met het uijtterste respect onderdaniglijk te verblijven /:onderstond / hoog Edele Gestrenge Groot Agtb: Manhafte wel wijse voorzienige Discreete seer genereuse Heere en Heeren /lager/ uw hoog Edelheedens zeer onderdanige en gehoorzame dienaaren /was getekent:/ I:s v Schoonderwoert I:b Pelters M:s D:k v: Haak I: G: V Raasveld,: I. van Masson /in margine Ternaten Jn't Casteel orange den 22: augs: 1759. Na 't afgaan mijner Eerbiedige van den 22 deser een prauw van mangindanauw over de route van manado alhier gearriveert zijnde, geladen met eenige Chineese aez de potten en een kleen getal gemeene slaven tot negotie, mitsgaders een opene brief van den keijser, so hebbe nodig geagt uw Eocellentie daer van onder aenbieding van een Copie dier brief nog de verpligte kennisse te geven, so mede dat dezelve circa vier maenden onder weg geweest en voor de aenkomst der Commissian„ ten van daer vertrocken is, Hoog Edelen Groot Agtb: en wijdgebied enden Heere Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen Groot agtb: wijdgebiedende Heere Ma Jacob Mosses Generaal over d' Jnbanterie ten dienste van den staat der ver Eenigde Nederlanden mitsgaders wegens de selve ende generale nederlandse Geoctroijeerde oost Jndische Comp:s Gouverneur Ge„ neraal van Nederlands India Batavia R O Dn 3 6G Van Ternaten Den 27: aug:s 1759: Jcanee Van Iavas oost Cust Den 25: october 1759. Batavia Ik Zal niet nalaten dedaer mede over gekomen machoda en verdere schepelingen alle beleefd en be hulpzaemheijt te bewijzen om haer dus op allerleij wijze te animeeren op dat men door die weg haere producten van goud, wax, Caret en Cauris eerlange magtig werd. Ik hebbe de Eere onder wijle met de uijterste hoogagting te zijn en verblijve /:onderstond/ Hoog Edelen groot agtb: en wijdgebiedende Heere Lager uw Excellenties zeer onderda inge en gehoorzamen Dienaar /was getekent) J I Schoonderwoert in margine Terna„ ten in't Casteel orange den 27: aug:s 1759. / daer onder P: S: op 't moment dat dese ondertekene, ontfange ik van den Koning van Tidor nevens gaende papier met de aftekening van een engelse vlag, 't welk zij hoogheijt uijt de straat battante in de papoe toegesonden was niet verder berigt dat de Engelsen na specerije noten gevraagt maer niet bekomen en voorstde steven na de Eijlanden die hoger opleggen gewend hadden, Jk zal den Koning van Tidor het nodige daer over aenschrijven en uw Excellentie bij nader occasie daer van verslag doen, de wijl de tijd mij thans ontbreekten ik den overbrenger niet gevoeglijk langer aanhouden kan Ingeslote in geele zijde benaide brieven van de Ja„ vasche vorsten, heb ik de eer uw hoog Edelen groot Agtbaaren te presenteeren waer bij uw hoog Edel„ hedens nedrig bedanken voor de Elephanten, dog den soesoehoenang had en gaarne nog een en dan hadden zij er ijder twee ' annexeerde Copia briefjes zullen uw hoog Edelen groot agtbaren des gelievende verder konnen uijt opmaken den Pangerang Man„ Coenagara zijn vergenoegde staat en aenkle„ vende wel meenentheijt, dus met god mij flattere op een bestendige vreede & ruest ten desen Eijlande. Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtb: Wijdgebiedende Heere & Heeren Aan den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaaren Heere Zijn Excellentie Iacob Mosses Generaal over d' Jnbanterie ten dienste van den staat der vereenigde Neder„ laeden mitsgaders van wegens dezelve ende generale oost Jndi„ sche Comp: Gouverneur Gener:l ende Heeren Raden van Nederlands Jndia &:a &:a Batavia Den
English
From Java's East Coast, 25 October 1759. From Java's East Coast under date of 25 October 1759. The Tommongong of Lamongang has died, and in his place I have reinstated the Jngabeij Wongso Ridjo, for whose confirmation I request a deed in debita forma as Tommangong over that district under the same name. The Madurese Prince made a request to me to place his third son there, but I judge that this man, being a worthy person and brother to the regent of Grissee, is better placed there, as it is not bad for maintaining the balance etc., that those in the other neighboring regencies are tied to one another, and therefore I proceeded so quickly to that promotion, trusting that it will earn the approval of Your High Noble Lordships. Wherewith I remain with deep respect, Below stood: Your High Noble Lordships' obedient and faithful servant. Was signed: N. Hartingh. In the margin: Samarang, 25 October 1759. Furthermore, the Sultan has received well from the hands of the Honorable Mr. Hartingh, according to His Highness's last request, Your High Noble Lordships' pleasant gift consisting of an elephant, whereabout His Highness is extremely delighted and at the same time cannot refrain from expressing his heartfelt gratitude for it, the more so because the first one was a female and the last one a male, and he therefore now has a pair. End. Written at Djokjocarta Hadiningraat on Sunday the 5th of the light half of the month Doelkaidagh in the year Jre 1684, which was according to the Dutch style 1 July 1759. Below stood: translated by, was signed: J.s Gordijn, Translator. After the customary preamble. Translation of the Javanese letter written by Sultan Hamengkoeboewana Senapattij Ingalaga Abdul Rachman Sajidin Panatagama Kalisattoelagh, to his grandfather the Honorable Governor General and the Lords Councillors of the Netherlands Indies. Brought here to Batavia on 5 November 1759. Translation. Translation. From Java's East Coast under date of 25 October 1759. Macassar, 20 October 1759. Translation of the Javanese letter written by the Soesoehoenang Pacoeboeana Senapattij Jngalaga Abdul Raghman Sajidin Panatagama, to his grandfather the Lord Governor General and the Lords Councillors of the Netherlands Indies. Brought here to Batavia on 5 November 1759. After the customary preamble. Furthermore, the Soesoehoenang makes known to his grandfather the Lord Governor General and Councillors of the Indies that His Highness has received well Your High Noble Lordships' pleasant gift consisting of an elephant, whereabout His Highness was very delighted, and at the same time cannot refrain from expressing his heartfelt gratitude for it. End. Written on Friday the 2nd of the light half of the month Besar in the year Jre 1684, which was according to the Dutch style 27 July 1759. Below stood: translated by, was signed: J.s Gordijn, Translator. 3. Translation of the letter from the King and Mantris of Bouton to the Governor and Council. 2. Separate daily register from 1 April to 1 October inclusive. No. 1. Original separate letter to the aforementioned High Noble Lordships, dated today. Register of the separate letter and its appendices addressed to Your High Noble Lordships, His Excellency the Lord Governor General, alongside the Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies, departing by sea. From Macassar. Register. Answer. From Macassar, 20 October 1759. No. 4. Answer of the Governor and Council to the same. Declaration of the bookkeeper Johannes van Essen concerning the daughter of the old King of Bouton. Below stood: Macassar, in Castle Rotterdam, 20 October 1759. Was signed: R. Blok. Batavia. With humble reference to my respectful letters of 10 May and 1 June last, as well as to my maintained separate daily register, of which the last 6 months accompany this enclosed, I now take the honor, in continuation of my dutiful reports concerning the present condition of the various courts of the allies and the most important matters, High Noble, Right Honorable, Ruling Lord and Right Honorable Lords, Alongside the Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. To His Excellency, the High Noble, Right Honorable Lord Jacob Mossel, General of Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the General Chartered East India Company, Governor General. Batavia. Macassar, 20 October 1759. as there. 11.
Dutch transcription
Van Iavas oost Cust Den 25 october 1759. Van Iavas oost Cust onder Dato den 25 october 1759. Den Tommongong van Lamongang is dood en in desselfs plaas hebben weder ingesteld den Jngabeij wongso Ridjo waer voor tot dessels bevestiging verzoeke acte in de bita forma als Tommangong over dat district onder de zelfde naam. Den Madunees Prins heeft mij om zijn derde zoon daer te plaetzen ver„ zoek gedaan, dog oordeele dat dese als een braafman zijnde en broeder van den grissees regent beeter daer is, als niet quaad tot de balans houding &:a dat die in de andere ge„ „legen regentschappen aan elkander verknogt zijn en der halven ook so schielijk maer tot die promotie getreeden. in vertrouwen de approbatie van uw hoog Edelhedens zal mogen wegdragen Waer mede met diep ontzag verblijve /:onderstond uw hoog Edelhedens gehoor„ zame en Trouwschuldigen Dienalr /was getekent:/ N: Hartingh /in margine Samarang den 25: october 1759. Wijders heeft den sulkhan uijt handen van de Edele heer Hartingh volgens zijn hoogheijds laastmaal ge„ „dane verzoek wel ontfangen haer hoog Edelheedens aengenaam geschenk bestaende in een olisant, wala„ over zijn hoogheijt ten uijtersten verblijd is en teffens niet kan af zijn, daer voor zijne hertgrondige dank„ baerheijt te betuijgen, te meer dewijl het eerste een wijsje is geweest en de laaste een mantje dierhalven nu een paer heeft; Eijnde. Gesz: te Djok Jo Carta hadiningaat op sondag den 5: van 't ligt in de maend Doelkaidagh in 't Jaer nere 1684. 't geen geweest volgens de hol„ landse stijl den 1. Julij 1759. onderstond „ ge„ translateerd /door was getekend:/ J=s Gor„ Sijn Translateur. Na Gewoone voorreeden Translaat Iavaense brief Gesz: door Sulthan Hamingcoeboeana Sena pattij Ingalaga Abdul Rachman Sajidin Panata„ gama Kalisat toelagh. Aan zijn Groot vader Den Eeere Gouverneur Generaal ende heeren Raden van Neder„ lands Jndia Alhier op Batavia aenge„ „bragt den 5: 9ber 1759. Translaat Translaat Van Javas oostCust onder Dato den 25:' 8ber: 1739: Cassen Den 20 october 1759. Translaat Javaense brief gesz: door den soesoehoenang Pacoeboeana Senapattij Jngalaga abdul Raghman Safidin Panatagana Aan zijn groot vadder den heere gouvern:r Generaal en de heeren raeden van Nederlands Jndia. Alhier aengebragt Batavia den 5: 9ber: 1759. Na Gewoone voorreeden Wijders maakt den soesoehoenang sijn groot vader den heere Gouverneur generaal ende raden van Jndia bekent, dat zij hoogheijt wel heeft ontfangen haer hoog Edelhedens aengenaam geschenk bestaende in een oliphant waer over zijn hoogheijt zeer verblijd is geweest en teffens niet kan af zijn daer voor zijne eertgrondige dankbalrheijt te betuijgen. Eijnde Gesz: op Vrijdag den 2 vant ligt in de maend bissar 't Jala nere 1684. 't geen ge„ weest i volgens de hollandse stijl den 27: Julij 1759 /onderstond getranslateerd door was getekent:/ Is Gordijn Translat: 3 Translaat brief van den Koning en mantries te bouton aan den Gou„ verneur en raad. 2 Aparte Dag register van Primo april tot Primo october inCl:s N:o 1. origineele aparte brief aan welmelten Haer hoog Edelens, heden gedateerd. Register van de Aparte Brief en dies Bijlagen gerigt aan Haer hoog Edelens zijn Excellenties Den Heere Gouverneur Generaal, Nevens De wel Edele Heeren Raden van Neder„ lands jndia: Zee„ den afgaande Van Ma RRegister Antwoord „ Van Ca E Van Maccasser Den 20 october 1709 N:o 4. Antwoord van den Gouver„ neur en raad op dezelve Verklaring van den bolkhouder Johannes van Essen betref„ fende de dogter van den ouden koning van boutou onderstond / Maccasser Jn't Casteel Rotterdam F den 20:' 8ber: 1759 was getekent/ R Blok. Batavia Met onderdanige renooij aan mijne eerbie„ dige van den 10 meij en Primo Junij Jongstl:aer weken als mede tot mijn gehouden apart dag registee waer van de Laaste 6. maenden deese in Closo versellen. Neeme Jk thans de eer uw hoog Edelens ten vervolge mijner pligtschuldige advijsen betreffende een tegenswoordigen toe„ stand van de verscheijden Hooren der bond, genoten ende voornaemste sakelijkheeden Hoog Edele Groot Agtb: uijdgebiedende Heere en Wel Edele Heeren. Nevens Wel Edele Heeren Raden Van Nederlands Jndia Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen Groot Agtb Heere Jacob Mossel Generaal over d' Jnbanterie ten dienste van den staat der verEenigde Nederlanden mitsgaders wegens deselve ende generale geoctroijeerde oostJndische Comp: Gou„ Verneur Generaal Batavia CCasser Den 20 october 1759. so aldaer 11
English
From Maccassar, 20 October 1759. From Maccassar, 20 October 1759. both there and in the Company's own lands among its subjects, most obediently to report, making a beginning according to custom with the praise of Boni, which, as well as the king himself, remains well-disposed toward the Company. However, His Highness is now sometimes beginning to be afflicted with the infirmities of old age, which rather extinguish the fire within him, and because of which he becomes very dejected at the slightest ill rumors, being unable then to take refuge with anyone other than the Governor, since the Regent, as well as the Tomarilalangs or secret councillors and all the other court grandees, do not possess what is necessary to support their king with counsel or deed. Meanwhile, His Highness still persists in his intention to recommend Aroe manipo to the Boniers as his successor. However, I can well perceive that this prince would be loath to do so sooner than when he notices that his end will be near. The Palembang Pangerang Poetar still stays at the court and in Maros, where I have assigned him a portion of paddy fields for planting in order to find his livelihood. The noteworthy matters concerning this court and king transacted since my last: Firstly, when the Bonian evildoers take flight to Wadjo, they are detained and protected there. Secondly, they keep correspondence with the lesser allies of Boni and stir them up against Boni in such a manner that they become stubborn and threaten to go to Wadjo. His Highness, according to ancient custom, has offered to me for perusal the letter which is now to reach Your High Nobilities through his envoys, and regarding which I find myself obliged respectfully to inform Your High Nobilities concerning their complaints about Wadjo: that the disputes mentioned therein, as they call them, comprise mere trifles, which the Boniers, in my humble opinion, could very easily settle without the intervention of the Company. Their principal complaints about Wadjo consist of the following: The Souassa gift to the value of ƒ129:1:8 was, after the end of the fasting period, presented by the ordinary deputies to the King at the court of Boni according to ancient custom, and which was accepted with affection and expressions of thanks. consists in the King's journey to the interior, prevented through my intercession, aiming for peace, in the Daily Register under 24 August and 19 September; as well as in the satisfaction obtained over the murder committed by the King's brother's son upon three subjects in Siang, likewise set down in detail in the Daily Register under 26 and 27 September, item 1 October, to which I respectfully refer. consists of 13 From Maccassar, 20 October 1759. From Maccassar, 20 October 1759. Thirdly, when buffaloes or horses of Boni are stolen and carried into Wadjo, the Boniers obtain no justice. Fourthly, they maintain friendship with the King of Tello, which makes the latter hard-hearted. Fifthly, they trade in forbidden places of the Company. Sixthly, they strengthen the Mandharese in their evil sentiments and actions, just as they Seventhly, also do with Aroe Pandjili, the deposed Datu of Soping; otherwise he would not have dared to venture into the interior without prior knowledge, as he did a few days ago. Regarding the request to be made by the envoys for some gunpowder, His Highness has requested of me favorable recommendations, so that if Your High Nobilities should most favorably be pleased to grant them this, only four picols may be issued to the country, and six ditto for His Highness. Lastly, His Highness has clearly made known to me that he would very gladly see a pair or four fine flintlocks among the expected counter-present. While I respectfully add hereto that, if it should please Your High Nobilities to give a recommendation either verbally to the envoys or in the forthcoming letter to the Boniers and Sopingers to hold their king in honor and by no means let him depart for the interior without extreme necessity, this would contribute much to foiling their designs in this matter. At the court of Gowa, matters are also well-conditioned so far as I can penetrate; the good party still remains the strongest, whereby friendship with this court and King is cultivated daily, while the ill-disposed Prince Karaeng Pankadjene and the King of Tello currently keep quiet, just as the journey of the latter mentioned to the interior has not proceeded. And although this court is certainly the most dreaded, because real political state ministers are actually found there who in their innermost hearts not only hope for a reversal of affairs, but who are also at the same time active in increasing their power through marriages, which is not easily prevented, or through secret assistance to dissatisfied princes, which can only sometimes be prevented; and also because all these island peoples, up to the present day, far prefer the Macassar 15
Dutch transcription
Van Maccassar Den 20 october 1759 Van Maccassar Den 20 october 1759. so aldaer als op s Comp: Eijgen Landen bij haare onderdanen voorgevallen: gehoor„ saemst te bedeelen. na gewoonte een begin makende met het loff van Boni, het welke so wel als den koning selve voor dE Comp: wel gesint blijft: Dog zijn hoogheijt begint al somtijds met de gebreeken des ouderdoms besogt te werden dewelke het vuur vrij wat in hem uijt doren, en waer door hij op de minste quaade gerugten seer verslagen word, sonder als dan bij imand anders als bij den gouverneur zijn toevlugt te kun„ nen neemen, nademaal den rijks bestierder so wel als de Tomarilalangs of geheijme raden en alle de overige hofgrooten niet van het nodige besitten, om hunnen koning met raad of Daad te ondersteunen. ondertusschen blijft zijn hoogheijt als nog bij desselfs voornemen volharden om Aroe manipo aan de boiiers tot zijne op volger aen te beveelen. Edog ik kan wel merken dat die vorst dit ongaerne eerder soude doen, als wanneer hij bemerkt, dat zij Eijnde na bij sal wezen. — Den Palemboangs Pangerang Poetar, houd sig als nog aen het hoff en te maros. op, alwaer ik hem een deel Padij velden ter beplantinge hebbe aengewesen om zijn bestaan te vinden Het merkwaerdige met dit hof en ko„ ning t zedert mijne laaste verhandelt Eerstelijk als de bomse quaeddoenders de vlugt naer wadjo neemen, werden sij daer aengehouden en geprotigeert. Sweders sij houden met de mindere bondgenoten zijn Hoogheijt heeft na de aloude usantie de brief dewelke thans door zijne gesanten uw hoog Edelens staat toe te komen; mij ter lec„ tuure laten aenbieden. en waer omtrend ik mij verpligt vinde uw Hoog Edelens betreffende hnne klagten over wadjo, eerbiedig te bedeelen; dat de daer bij vermelde Twistigheeden /:soo sij het noemen:/ Loutere beusselingen behelsen: de welke de boniers, mijns geringe bedunkens seer gemackelijk buijten bemoejenis van dE Comp: soude kunnen op ruijmen. bestaende hunne principaale klagt en over wadjs in 't volgende. Het Souassa: geschenk ter waerde van ƒ129:1:8: is na het Eijnde dier vasten door de ordinaire gecommitteerdens aen 't hoff van bom den koning na oude gebruijke geoffereert, en 't geen me=t genegentheijt onder dant betuijginge geac„ cepteert is. bestaat in de door mijne Jntersessie voor gekomene reijse des konings naer de binnen Landen; bij Dagregister onder 24: aug: en 19: 7ber in't vreede te beoogen: mitsgaders in de verkregene satisfactie over de moord door des konings broeder zoon aan drie onderdanen op siang gepleegt al mede bij Dagregister onder den 26 en 27: 7ber: Jtem Eerste 8ber: breedvoerig ter nedergesteld, waar aan mij Eerbiediglijk refeereere. bestaat van n 13 d Van Maccassar Den 20:' october 1759. Van Maccassar Den 20 october 1759. van bomi Correspondentie en stooken dese tegens boni op sodanig dat deselve koppig werden en vreij„ gen naer wadjo te sullen gaan. Derdens wanneer bueffels of Paerden van boui gestoolen en binnen wadso vervoert werden kreijgen de boniers geen regt. vierdens sij houden vrindschap met den ka„ ning van Tello 't geen den deese hardvogtig maakt Vijfdens sij negotieeren op verbooden plaet„ E sen van de Comp: Sesdens sij sterken de mandhareesen in haere quaade gevoelens en gedoentens gelijkse ten Sevende, Aroe Pandjili de afgesetten Datoua risoping al mede doen; andersinst soude den desen sig niet buijten voorkennis naer de binnen Landen derven begeeven, gelijk voor weijnige dagen gedaen heeft. Betrefdende der gesanten te doene versoek om eenig buskruijd heeft zijn hoogheijt mij versogt om gunstige voorschrijvens, ten eijnde wanneer uw hoog Edelens hun sulx hoog gunstiglijk gelieve toe te staan dat als dan maer vier picols aan het Land, en ses d:o voor zijn hoogheijt mogen werden afgegeven. Laastelijk heeft zijn hoogheijt mij niet on„ duijster te kennen gegeven dat hij seer gaerne onder het verwagt werdende Contra Present, een Paer of wel vier mooije snaphanen sien wilde Terwijl met Eerbiedigheijt hier nog bijvoege, dat wanneer het uw hoog Edelens welge„ vallig was om of mondeling aen de gesanten of wel bij aenstaende brief de boniers en sopingers eene recommandatie te geven, hunnen koning in waerden te houden en dog niet sonder hooge Noodzakelijkheijt naer de binnen Louden te laaten vertrekken; dat sulx veel tot het verijdelen hunner desseijnen in desen soude contribueeren; aan het hof van Goach is het almede, so verre ik kan pene„ treeren welgesteld: blijvende de goede parthij als nog de sterkste, waer door de vundschap met dit hof en Koning dagelijks gecultineerd werd. ter wijl den quaad gesinden Prins Caraleng Pankadjene en den Koning van Tello sig tans stille houden gelijk dan ook des laest genoemdens reijse nalr de binnen Landen geen voortgang genomen heeft. En hoe wel dit hofd sekerlijk het meest ge„ dugste is, om redene dat aldaer werkelijk po„ liticque staats ministers gevonden werden, die in hare binnenste niet alleen op eene ommekee„ ring van saken hoopen. mala die ook teffens werksaem sijn om door huwelijken /:2 geen niet Lichtelijk/ of door onderhandse hulpe aan misnoegde vorsten /:dat maer somtijds is voor te komen :/ haaren magt te vergroten. mitsgaders, om dat alle dese Eijlands volkeren tot op den huijdigen dog den maccassaar, verre - 15
English
17 From Maccasser, 28 October 1759. From Maccasser, 20 October 1759 6 esteem and fear far above all others. Yet I must testify that dealing with this one is quite as easy as with the Boniers or others, since they in truth respect the contracts more and observe them better than any of the other allies, and thus I trust that their modesty, whether arising from their present incapacity or not, also allows the Company to dwell in peace from this quarter, at least so long as the well-intentioned party continues to retain the upper hand, toward which I employ all possible means. The Zouassa gift to the value of ƒ104 has likewise been offered to this king by the ordinary commissioners at that court after the conclusion of that fast and gratefully accepted, regarding. Concerning Soping, I mentioned in my spring dispatch that everything was at peace there under the deputy rule of Aroe Patoodjo, in which state it also remained until the aforementioned Patoodjo, having come up hither due to illness, news was recently received from there that certain Soping princes, who at the last change had favored the deposed Datoua, had managed to strengthen their faction through the absence of the viceroy and lure him, Pantsilie, the former Datoua, to the interior, just as this man then also, without anyone's knowledge, set out on a journey to Soping with only forty persons, both men, women, and children, without anyone as yet being certain of his arrival there, just as there is also no certainty yet of the arrival of the viceroy, who, immediately upon the first rumor of the departure of Aroe Landjilie, was likewise sent to Soping; and furthermore orders went out to those of Lamoeroe and several other small Bonese allies to repair inside Soping for the service of Aroe Patoodjo. If now Aroe Lancke, the old restless Matoua of Wadjo, who bears an unwavering hatred toward the King of Boni, colludes with this deposed Datoua, as some suspect, then there is some fear of unrest in the interior; but if this suspicion is unfounded, as others maintain, then there is also no evil to be feared. In the meantime I have sent a trusted person to the interior to investigate the true state of affairs and report it to me, since neither the word of the Boniers nor the correspondence from Soping can be relied upon. And furthermore exhorted the King of Boni From Maccasser, 28 October 1759. From Maccasser, 20 October 1759 66 esteem and fear far above all others. Yet I must testify that dealing with this one is quite as easy as with the Boniers or others, since they in truth respect the contracts more and observe them better than any of the other allies, and thus I trust that their modesty, whether arising from their present incapacity or not, also allows the Company to dwell in peace from this quarter, at least so long as the well-intentioned party continues to retain the upper hand, toward which I employ all possible means. The Zouassa gift to the value of ƒ104 has likewise been offered to this King by the ordinary commissioners at that court after the conclusion of that fast and gratefully accepted, regarding. Concerning Soping, I mentioned in my spring dispatch that everything was at peace there under the deputy rule of Aroe Patoodjo, in which state it also remained until the aforementioned Patoodjo, having come up hither due to illness, news was recently received from there that certain Soping princes, who at the last change had favored the deposed Datoua, had managed to strengthen their faction through the absence of the viceroy and lure him, Pantsilie, the former Datoua, to the interior, just as this man then also, without anyone's knowledge, set out on a journey to Soping with only forty persons, both men, women, and children, without anyone as yet being certain of his arrival there, just as there is also no certainty yet of the arrival of the viceroy, who, immediately upon the first rumor of the departure of Aroe Landjilie, was likewise sent to Soping; and furthermore orders went out to those of Lamoeroe and several other small Bonese allies to repair inside Soping for the service of Aroe Patoodjo. If now Aroe Laneke, the old restless Matoua of Wadjo, who bears an unwavering hatred toward the King of Boni, colludes with this deposed Datoua, as some suspect, then there is some fear of unrest in the interior; but if this suspicion is unfounded, as others maintain, then there is also no evil to be feared. In the meantime I have sent a trusted person to the interior to investigate the true state of affairs and report it to me, since neither the word of the Boniers nor the correspondence from Soping can be relied upon. And furthermore exhorted the King of Boni
Dutch transcription
17 Van Maccasser Den 28:' october 1759. Van Maccasser Den 20:' 8ber 1759 6 verre boven alle andere agten en vreesen. so moet ik egter betuijgen dat met den desen ruijm so gemackelijk te handelen is als met de boniers of andere, also sij inwaerheijt de Contracten meerder Eerbieden en beter onder„ houden, als iemand van de andere bondge„ noten en dus vertrouwe ik dat hunne bescheijdentheijt 't zij die uijt haer tegenswoordig onvermogen voortvloeijt of niet de Comp: van dese zijde almede gerust doet woonen, ten minsten so lange de welmeenende Parthij de overmagt blijft behouden, waer toe ik alle mogelijke middelen aanwende. Het Zouassa geschenk ter waerde van ƒ104: is almede aan desen koning door de ordi„ naire gecommitteerdens bij dat hoff na het eyndigen dier vaste aengeboden en dank„ baerlijk geaccepteert, wegens. Soping hebbe ik bij mijne voorjarige gemeld dat onder het vice bestier van aroe Patoodjo daer alles in rust was: in welken staat het ook gebleven is, tot dat voor„ melde Latoodjo door indispositie na herwaerds opgekomen wesende! men nu Jongst van daer tijdinge heeft ontfangen dat eenige sopingse Princen die bij de laaste verandering voor den afgesetten Datoua geweest zijn hunne streng door het afwesen van den onderkoning hadden weten te verster„ ken en hem Pantsilie gewesene Datour naer de binnen Landen te lokken, gelijk den desen dan ook buijten weten van Jmand slegts met veertig Coppen so mannen, vrouwen als kinderen sig naer soping op reise begeven heeft sonder dat men tot nog toe van zijne aenkomst aldaer versekert is, gelijk ook nog niet van het ar„ rivement des vice konings dewelke, al ter„ stond op het eerste gerugte van 2 vertrek van aroe Landjilie al mede naer soping is gesonden: en voorts aan die van Lamoeroe en verscheijden andere bonische bontgenoot„ jes ordre afgegaan om haer binnen soping ten dienste van aroe Patoodjo te begeeven. So nu aroe Lancke den ouden onrustigen matoua van wadjo, dewelke den koning van bomi eene wieveligen haat toedraagt met dese afgesetten Datoua heult, gelijk som„ mige vermoeden, dan is er eenige vreese voor onlusten inde binnen Landen: dog soo dit vermoeden ongegrond is gelijk andere willen, so iser ook niets quaads te dugten, ondertusschen hebbe Jk een vertrouwd persoon naer binnen gesonden, om den waren staat der saken, te ondersoeken en mij die te bedeelen, nademaal op het seggen der boniers nog op het schrijven uijt soping geen staat is te maken. en voorts den koning van boni tien en aangemaent Van Maccasser Den 28:' october 1759. Van Maccasser Den 20:' 8ber 1759 66 verre boven alle andere agten en vreesen. so moet ik egter betuijgen dat met den desen ruijm so gemackelijk te handelen is als met de boniers of andere, also sij inwaerheijt de Contracten meerder Eerbieden en beter onder„ houden, als iemand van de andere bondge„ noten en dus vertrouwe ik dat hunne bescheijdentheijt 't zij die uijt haer tegenswoordig onvermogen voortvloeijt of niet de Comp: van dese zijde almede gerust doet woonen, ten minsten so lange de wel meenende Parthij de overmagt blijft behouden, waer toe ik alle mogelijke middelen aanwende. Het Zouassa geschenk ter waerde van ƒ104: is almede aan desen Koning door de ordi„ naire gecommitteerdens bij dat hoff na het eindigen dier vaste aengeboden en dank„ baerlijk geaccepteert, wegens. Soping hebbe ik bij mijne voorjarige gemeld dat onder het vice bestier van aroe Patoodjo daer alles in rust was: in welken staat het ook gebleven is, tot dat voor„ melde Latoodjo door indispositie na herwaerds opgekomen wesende! men nu Jongst van daer tijdinge heeft ontfangen dat eenige sopingse Princen die bij de laaste verandering voor den afgesetten Datoua geweest zijn hunne streng door het afwesen van den onderkoning hadden weten te verster„ ken en hem Pantsilie gewesene Datour naer de binnen Landen te lokken, gelijk den desen dan ook buijten weten van Jmand slegts met veertig Coppen so mannen, vrouwen als kinderen sig naer soping op reise begeven heeft sonder dat men tot nog toe van zijne aenkomst aldaer versekert is, gelijk ook nog niet van het ar„ rivement des vice konings dewelke, al ter„ stond op het eerste gerugte van 2 vertrek van aroe Landjilie al mede naer soping is gesonden: en voorts aan die van Lamoeroe en verscheijden andere bonische bontgenoot„ jes ordre afgegaan om haer binnen soping ten dienste van aroe Patoodjo te begeeven So nn aroe Laneke den ouden onrustigen matoua van wadjo, dewelke den koning van bomi eene wieveligen haat toedraagt met dese afgesetten Datoua heult, gelijk som„ mnige vermoeden, dan is er eenige vreese voor onlusten inde binnen Landen: dog soo dit vermoeden ongegrond is gelijk andere willen, so iser ook niets quaads te dugten, ondertusschen hebbe Jk een vertrouwd persoon naer binnen gesonden, om den waren staat der saken, te ondersoeken en mij die te bedeelen, nademaal op het seggen der boniers nog op het schrijven uijt soping geen staat is te maken en voorts den koning van boni ren aangemaent
English
From Makassar the 20th of October 1759 From Makassar the 20th of October 1759. exhorted, notwithstanding these rumors, to let his envoys depart to your Right Excellencies, which his highness has promised me provided only that the Soppeng delegates arrive in good time with their presents. Tanete or Eganonja is still governed in peace under the temporary authority of the Honorable Company and Boni by the Pabidjara or mouth of the land, which is also why I have already had the reinforcement sent to the post recalled, and alongside Boni have resolved the various complaints of the Taneterese regarding the robbing and stealing of their paduakan boats by having the stolen property restored and the fines established by the country's laws paid. In Luwu, the Queen of Tanete rules in peace from the outside, but according to her highness's letter, the internal unrest does not yet permit her to come hither. The Mandar people departed from here in the month of June, to all appearances well reconciled and pacified, but having arrived in their country that reconciliation once again did not hold, because many of the Balanipa people did not wish to return to their settlements; for which the Maraadia of Balanipa shifts the blame to Majene, and therefore Balanipa has refused to pay the tribute or what was due for the recovery of his settlements. From this it has furthermore arisen that hostilities have de novo been committed between these two peoples, and that they also probably cannot fulfill their promises regarding the sending of envoys to your Right Excellencies. Meanwhile, if the unrest should increase, I shall only watch as best I can that neither the one nor the other avails himself of the help of foreign princes, and as long as this does not happen, leave them to settle matters among themselves, since there is nothing to be done with these fickle peoples and nothing to be gained. From Buton, where according to fairly reliable news the king has died, I expect daily the ordinary envoys and our extirpators of the harmful spice trees. Meanwhile this king and mantris recently very willingly helped in everything the crew of the wrecked private sloop of our burgher lieutenant Bevens, and had them transported hither under the escort of their envoy together with a polite letter. In which missive the king requested me to make an inquiry as to where the daughter of the old king has gone, with the further petition to have her sent to them in Buton upon discovery. The former I have done, 21 From Makassar the 20th of October 1759. From Makassar the 20th of October 1759. and found that the said daughter was transported last year from Banda to India's capital by the widow of the Banda master of equipment Versteeg, as appears from the statement of the bookkeeper here, Johannes van Essen, who for some time carried out the duties of interpreter at Bantaeng in addition to the post of clerk; which testimony, together with the letter from the king of Buton and our answer, respectfully accompany this, so that your Right Excellencies, being advised of what is necessary regarding the investigation and dispatch of that daughter, might act according to your own high wisdom and prudence. In Bima the grandees of the realm are very displeased with the bad conduct of their king and are therefore quite inclined to dethrone him. But since the next most legitimate heir is a young son of the ill-disposed Makassarese Prince Karaeng Canjilo, I have ordered the resident to prevent the deposition of the present king if possible. The complaints of the realm's grandees and the instruction for the resident were set down at length in the joint resolution of the 29th of June, to which I humbly refer. I have also ordered Sumbawa, where the King Mappasusu died on the 21st of July last, to be kept under a watchful eye and care taken that nothing contrary to the contracts is undertaken or done there. Meanwhile I do not doubt in the least that they will indeed send their envoys hither after the election of a new king. In the other small realms of this island, such as Tambora, Sanggar, and Papekat, everything is in good condition. Likewise on the island of Selayar, from where the ordinary corvée laborers arrived at the beginning of this month to perform the necessary lord's service, of which coming I had excused the regents in the previous year; nevertheless, Radja Bonto Bangko came along hither in the company of the Resident Burggraaf, and they are all to return to their country at the end of this month, where according to report, following the complaint of the resident about the conduct of the King of Dompu, I, by letter of the 25th of September, earnestly ordered him to urge this prince by friendly ways and means to his obligation toward the Honorable Company and to the delivery of a greater quantity of sappanwood, as well as to admonish him to a more dignified way of life. Furthermore, to keep watch on that of
Dutch transcription
Van Maccasser Den 20:' 8ber 1759 Van Macasser Den 20 october 1759. aangemaant om niet tegenstaende dese gerugt en sijne gesanten tot uw hoog Edelens te laten afgaan het geene zijn hoogheijt mij beloofd heeft zo maer de sopingse sendelingen met haere presenten. tijdig opkomen. Taksete of Eganonja werd als nog onder het protempore gesagh van de E Comp:e en bomi door den Pabitjarah of mond van het Land, in vreede bestierd waarom ook reets de ver„ sterking aan de Post huuren gesonden wederom hebbe doen opkomen en nevens bomi de ver scheijden klagten der Taneters over het roven en steelen hunner Prinjes uijt den weg laten ruijmen door het geroofde te doen restitueeren, en de bij de Lands wetten gestelde boetens op te brengen. op Loewol Regeert Tanetes Koningen in vreede van buijten, dog volgens haer hoog heijds schrijven so permitteeren haer de binnen Landse onlusten als nog niet, om herwaerds op te komen De. Mandhareesen zijn in de maend Junij van hier na allen schijn wel versoeut en be„ vreedigt vertrokken dog op haer Land ge„ komen wesende heeft die versoening ander„ maal geen stand gehouden om dat veele der bellampers niet weder tot haere Negorijen hebben willen keeren; waer van Maradia bellamipa de schuld op madjene schuijft en daerom heeft bellanipa de Tjoeke of het verschuldigde voor de weder verkrij„ ginge zijner negorijen niet willen voldoen ook is hier uijt al verder ontstaan dat er tusschen dese twee volkeren de novo eenige hostiliteijten gepleegd werden en dat zij ook waerschijnelijk aan haere beloften omtrend het senden van ge„ santen tot uw hoog Edelens wederom niet voldoen kunnen ondertusschen sal ik so de on„ lusten mogten vergroten, alleenlijk na ver„ mogen waaken dat nog den een nog den ander, sig van de hulpe der vreemde vorsten bediend, en so lange dit niet geschiet haer onder elkander de saken selve beslissen laaten, nademaal er dog niet wel te doen, op deese wispeltuurige volkeren niets te winnen is, van Boutou daer volgens vrij valibele tijding de koning overleden is, verwagt ik dage„ lijks de ordinaire gesanten en onse Extia„ peerders der schadelijke specerije boomen onder tusschen heeft desen Koning en man„ tries nog Jongst de schepelinge van de veronge lukte Particuliere Chialoep van onsen burger Luijtenant bevens seer bereijdwillig in alles geholpen en hun onder geleijde van haaren gezand nevens een beleefde brief na herwaerds la„ ten transporteeren. bij welke missive den koning mij versogt heeft om en queste te doen waer de dogter van den ouden Koning vervaeren is, met verdere Jnstantie om bij ondekking, dezelve hun naer bouton te laten toekomen. het eerste hebbe ik gedaan schuijft 21 Van Maccasser Den 20 8ber 1759. Van Maccasser Den 20:' 8eer 1759. en bevonden dat die gerequireerde Dogter in het voorleden Jaer van banda naer Jndias hoofd plaetze vervoerd is door de wed:e van den bandas Equipagiemees„ „ters versteeg. blijkens verclaring van den boekhouder alhier Johannes van Essen, dewelke eenige tijd bij den dienst van schrijver ook die van Tolk te boelecomba heeft waergenomen en welk getuijgschrift nevens de brief van boutons konings en ons antwoord dese in eerbied versellen! ten eijnde uw hoog Edelens van het nodige geadviseert, omtrend het ondersoek en versending van die dogter nader zelven hooge wijsheijt en Pru„ „dentie soude kunnen handelen. op Bima zijn de rijksgrooten seer mis„ noegt over het slegte gedrag van haren ko„ ning en daer om wel geneegen denzelve te Detroneeren. Dog nademaal de naest gewettigste een zoontje van den quaed gezunden maccassaersen Prins Caraleng candjilo is, zo hebbe in den resident gelast des mogelijk de afsetting van den tegenswoordigen koning voor te komen. zijnde de klagten der rijksgroten en 't voorschrift voor den resident breed„ voerig bij gemeene resolutie van den 29: Junij ter nedergesteld waer aen mij onderdaniglijk refereere: ook hebbe Sumbauwa, daer den koning Mappa Soesoe op den 21: Julij Jongstleeden is overleden, een wakent ook te houden en te besorgen, dat aldaer niets tegens de Contract en strij„ dig ondernomen of gedaan werde. ondertusschen 't wij ffele ik geensins of dese zullen haere gesanten na de verkiesing van eenen nieuwen koning wel herwaers senden, op de overige rijkjes van dit Eijland als de Tambora, sangar en Papekat is alles in goeden toestand. gelijk ook op het Eijland Saleijer, van waer de ordinaire werk volkeren tot het doen vande nodige 's heeren Dienst in't begin van dese maend zijn opge„ komen, van welke opkomste is in a:o p:o de regenten gecocuseert hadde, egter is radja Bonto bango tot geselschap van den resident Burggraaf herwaerds mede gekomen, en staan dezelve alle in't laast van dese maend weder na haer Land te keeren, daer volgens berigt ik op de klagte van den resident over het ge„ drag van den Koning van Dompo hem bij brief van den 25. :ste 7ber: ernstig gelast, desen vorst door vriendelijke wegen en middelen tot zijn verpligting aen d EComp: en tot het leveren van een meerder quan„ titeijt sappanhout aen te setten mitsgaders tot eene deftiger levenswijze te verma„ nen. voorts om op die van van ik
English
From Makassar, 20 October 1759. Makassar, 20 October 1759. From Resident Burggraaf, the pepper plantation is not yet thriving much; nevertheless, the said resident has promised me to undertake and cause to be undertaken all possible means to bring that cultivation into effect. In Maros and the further North, everything is currently also in good peace and condition, these peoples, both the Bonians and the subjects, being very pleased with the banishment of the Bonian Prince Lanadjanna from these provinces. In the Southern Lands, the regents of Oedjong Lowo and of Bira passed away during March and May last; in the latter place, at the urgent request of the combined Ponggawas, by resolution of the 5th of this month, under the favorable approval of Your Right Honorables, one Dalang Mangassie, son-in-law of the deceased, whose own father had also formerly been regent of Bira, was appointed regent again. As we on the same day deemed it proper to place this regent under oath because this Bira is the most important regency of the South, under which several lesser regents are subordinate; which accordingly was duly performed on the 10th of this month. Those of Oedjong Poner have not yet addressed me, but I expect them here daily. The crop at Bonthain and Boelecomba, according to writings from Resident Meurs, is not favorable due to the persistent drought, but otherwise everything there is well ordered; as it also is in Galesong and at Polombangkeng, wherewith I finish this humbly, with reiterated supplication that it may highly favorably please Your Right Honorables to condescend to my urgent request in the aforesaid advices concerning my relief; declaring that I will always gratefully acknowledge that favor by showing in all my further conduct that I strive to remain with inviolable respect and faithful attachment. Underneath stood: Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord and Honorable Sirs. Lower: Your Right Honorables' most humble, obedient servant. Was signed: R. Blok. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, 20 October 1759. Batavia. From Makassar, 22 October 1759. From Makassar, 22 October 1759. Batavia. To His Excellency, the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as, on behalf of the same and the General Chartered East India Company, Governor-General, together with the Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord and Honorable Sirs. According to credible news from Soppeng, the Pabbicara or Vice-King has arrived there, and has found most of the court grandees faithful; however, Mario Riawa, a subordinate principality of Soppeng, refuses to appear at the summons of the Vice-King, because Aru Padjali is staying there with his wife, the regent of that little district. This stay of that Prince there, and that without the prior knowledge of the Company or Bone, now causes everyone to fear trouble; however, I think I shall manage to bring Aru Padjali hither by means of the Company's emissary, and thus restore everything to peace: the more so because he has sought assistance from Wajo in vain. From Bima it is reported by writings from Resident Tinne, dated the 14th of this month, that upon our advice Bumi Lolo and Bumi Rasanae have been banished from the court, and that the King behaves better. Furthermore, that one of the Bimarese chiefs or regents of Manggarai had arrived there with the King; and that the same, alongside two Bimarese court grandees, had informed the resident on behalf of the King and the entire country that one Daleng Mamaro, together with his sons Daleng Eva and Sassang, all Makassarese princes, had made themselves complete masters of the entire Manggarai and divided the land among themselves, oppressing the Bimarese still residing there in a cruel manner. From Makassar, 22 October 1759. From Malacca, 29 October 1759. For which reason they requested assistance from the Honorable Company to deliver them from the tyranny of the Makassarese, while they were prepared to reimburse all expenses incurred by the Company on their behalf with slaves or products of the country. Whereupon the resident directed them hither, while upon their arrival I can do no other in this matter than to lodge a protest regarding this at the Court of Gowa; and since the Bimarese were to hold a general assembly of the country before dispatching their envoys hither, I also do not find myself in a position as yet to impart the particulars and the necessary further details to Your Right Honorables. Meanwhile, I remain humbly with the greatest respect. Underneath stood: Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord and Honorable Sirs. Lower: Your Right Honorables' obedient and faithful servant. Was signed: R. Blok. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, 22 October 1759. That upon the passing of the Spanish ships through these straits immediately after the receipt of the above-cited respected letters. Having found myself honored on the 14th of June with the receipt of Your Right Honorables' secret missive dated the first of May prior, I shall now, in dutiful answer, have the honor to say: Right Honorable, Highly Esteemed Lord and Honorable Sirs! To His Excellency, the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as, on behalf of the same and the East India Company, Governor-General, together with the Honorable, Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies. Batavia. Batavia.
Dutch transcription
23. Van Maccasser Den 20: 8ber 1759. Maccassar den 20. 8ber 1759. Van van den resident Burggraaf de peper Plantagie tot nog toe niet veel opneemt, des niet te min, so heeft hij resident mij beloofd, van alle mogelijke middelen bij de hand te sullen neemen en doen neemen om die Cul„ tuure tot effect te brengen op Maros en de verdere Noord, is alles thans meede in goede rust en toestand. zijnde deze volkeren so wel boniers als onderda„ nen seer vergenoegt, over de verbanning van den boniers Prins LanadJoanna uijt deese Provincien. Jn De Zuijker Landschappen zijn in maart en maij Jongst verweken de regenten van oedjong Lowo en van bira overleden; in welke Lagstgenoemdens plaatze op het ai„ stantig verzoek der gesamentlijke Pau„ gerangs bij resolutie van den 5 deser, onder gunstige goedkeuringe van uw hoog Edelens weder tot regent is aengesteld, eenen Dalang mangassie schoon zoon van den overledene, en wiens eijgen vader voor desen almede regent van bira geweest is. Terwijl wij ten selven dage hebben goed ge„ vonden dese regent onder Eede te brengen omdat dit bira het importantje regent„ schapp van de zuijd is, waer onder verscheide minder regentjes sorteeren: het geene dan ook op den 10. deser, na behooren is geschiet. die van oldjong Poner hebben haer nog niet bij mij geaddresseert, dog ver„ wagt deselve dagelijks alhier. Het gewas te bonthain en boelecomba, staat volgens schrijvens van den resident Meurs met bavorabel door de aenhou dende deroogte, dog voor het overige is aldaer alles wel gesteld; gelijk ook op Galissong en te Poelembankeeng, waer mede dese onderdaniglijk fineere met Jterative smeekinge dat het uw hoog Edelens hoog gunstiglijk behaage, in mijn instantig versoek bij gem advijsen betreffende mijne verlossinge te Condes cendeeren: onder betuijginge van die wel„ daad steets dankbaerlijk te sullen erkennen door ial mijn verder doen en laten te betoonen dat met eenen onschenbalren Eerbied en eene getrouwe aanklevinge tragte te blijven. /onderstond/ hoog Edele Groot agtbare wijdgebiedenden Heere en wel Edele Heeren Lager uw hoog Edelens ootmoedigste onderdanigen Dienaar /was getekent/ R Blok /in margine/ Mascasser Jn't Casteel Rotterdam den 20: dber 1759. Batavia het 25 Van Maccasser Den 22:' 8ber 1759. Van Maccasser Den 22:' october 1759: Batavia Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen Groot Agtb Heere Jacob Mossel Generaal over d' Jnfan„ terie ten dienste van den staat der verlenigde Nederlanden mitsgad:s wegens dezelve ende Generaal Geoctroijeerde oost Jndische Comp:e Gouverneur Generaal Nevens. D Wel Edele Heeren Raden van Neder„ lands Jndia Hoog Edele Groot Agtbaare wijdge„ bieden den Heere en wel Edele Heeren Volgens valibele tijding uijt soping so is den Poeulipoe=E of onderkoning aldaer gearri„ veert, en heeft de meeste hofgrooten getrouw bevonden, dog mario riawa een onderhorig vorstend om van soping wil op het ontbod van den onderkoning niet opkomen, om dat Aroe Pandjilie sig aldaer ophoud bij zijn vrouw de regentesse van dat Landschapje. Dit verblijf van desen Prins aldaer, en dat sonder voorkennis van de Comp: of boni doet nu een ieder voor ongeval vreesen, dog ik denke Aroe Landjilie door 'sComp: sendeling wel herwaerds te sullen krijgen en dus alles weder in rust te brengen: te meer, om dat hij te vergeefs hulpe bij wadso versogt heeft, van bima heeft men bij schrijvens van den resident Tinne de dato 14: deeser dat op onsen raad boemi Lolma en boemi Rassenaij van het hof verbannen zijn en dat de koning sig beter Comporteert Voorts dat eene der bimaneese hoof„ den of regenten van de mangarij, aldaer bij den Koning was aengekomen; en dat de zelve, nevens twee bimase hof goote hem resident uijt naem van den ko„ ning en het geheele land hadde bekent gemaakt dat eenen Daleng mama„ rol benevens zijn soons Daleng Eva en schassing alle maccassaerse Prinjes lig volkomen meester van de geheele mangerij gemaakt hadden en het land onder hun verdeelt, verdrukkende de daer nog zijnde kimaneesen op eene Crueele wijze. arol waerden vrtee N 27 Van Maccasser Den 22:' 8ber 1759: Van Malacca den 29:e october 1759. „ Waerom sij hulpe versogten van d'EComp om hun van de dwingelandij der Maccasj„ saeren te verlossen, mitsgaders dat zij bereijd ware om alle ongelden die de Comp ten haaren behoeve deede, niet slaven of des lands produnten te vergoeden. waer op den residen=t hun herwaers gewesen heeft, terwijl ik bij hunne aenkomst in desen niet anders zan doen als dies wegen aan het Hoff van Goach pro„ testeeren, en nademaal de bimaneesen voor het afsenden haeren gesanten na her„ waerds eene algemeene Lands vergade„ ringe souden houden so bevinde ik mij ook niet instaat om als nog uw hoog Ede„ lens het Eijgentlijke de nodige verder te bedeelen onder tusschen dat met de meeste Eerbie„ digheijt onderdaniglijk blijve. /onderstond) Hoog Edele Groot Agtb: wijdgebiedenden Heere en wel Edele Heeren. /Lager /uw hoog Ed:s onderdanige en getrouwen Dienaar /was getekent/ J Blok /in margine / Maccasser in't Casteel Rotterdam den 22 8ber 1759. Dat op het passeeren der spaense scheepen door deese lugte dadelijk na de receptie van bovengeciteerde gerespecteerde Letteren Op den 14: Junij mij verhert gevonden hebbende met den ontfangst uwer Hoog Edelheedens secreete missive gedateerd P:d Meij bevoorens zo sal thans schuld pligtig antwoordende de Eere hebben Hoog Edele Groot Agtb: Heer E Wel Edele Heeren! Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen Groot Agtb: Heere Jacob Mossel Generaal over d' Jnfanterie ten dienste van den staat der vereenigde Nederlanden mitsgaders wegens dezelve ende oost Jndische Comp:e Gouverneur Generaal benevens D Wel Edele Gestrenge Heeren Raden van Ne„ derlands Jndia. Batavia Batavia zodanige M te zeggen —
English
From Malacca, 19 October 1759. From Malacca, 19 October 1759. have established such orders as I was able to devise to the best of my ability with the small number of vessels here that are barely still fit for use, and with which the garrisons of Pera, Poele Goutong, and Lingij must also be navigated, as is clearly evident from the enclosed copy of the instructions, it being reported that none of that nation have been discovered or passed here. As for the disputes between the kings of Queda and Perra, since the dispatch of our respectful letter of 12 March, no further news or representations from the latter prince have arrived here, although rumors have it that both those petty rulers are still not at all in agreement regarding the matter in question, so that this fire of discord might eventually still break out into an open war, in which case I will dutifully bind myself strictly to the aforementioned orders of Your High Nobilities and, with regard to the other native powers, conduct myself most obediently according to your highly venerated instructions. However, as regards that faithless and ungrateful Radja Mahometh, who was, as it were, cherished in the bosom of the Honorable Company and maintained and restored to his realm against his enemy Radja Alam, and who has until now been treated with all possible justice and friendship, and therefore has not the slightest reason or pretext to justify or call necessary his violent and, in this strait, hitherto unheard-of murderous piracies, as Your High Nobilities will observe to your dismay from the accompanying accounts of the wretched victims who, leaving behind their vessels and cargo, barely saved their lives and fortunately fled and escaped the danger of a dreadful death. For, supposing that by the establishment of the post at Poelo Goutong he might consider himself too closely hemmed in, so that on that side no one is permitted to trade in his river except those provided with a Malacca pass, pursuant to the orders of Your High Nobilities contained in your respected dispatch of 23 May of the past year—about which he ought then to have addressed the Honorable Company if he had conceived any displeasure about it, which was not done—this nevertheless in no way justifies his above-mentioned cruel actions, which, for lack of capable vessels belonging both to the Honorable Company and to the inhabitants, as shown by the accompanying reports, could not be checked from here, to my particular and heartfelt grief. To avoid prolixity and not detain the worthy attention of Your High Nobilities with a duplicate account, I will not elaborate further on this unpleasant subject, since everything concerning this matter has been set down in the greatest detail in our general letter currently being dispatched, with the addition of the means which we have presently secured for the protection both of the expected ship and of the vessels apparently arriving from the south according to yearly custom, together with our modest considerations on the detrimental and lamentable consequences likely to be expected from the aforementioned piracies. In this matter, I pray and hope that Your High Nobilities, according to your highly wise conduct and judgment, will promptly make such provisions as you find useful and necessary for the destruction of that rabble and the safeguarding of commerce in this strait. According to my humble understanding, subject to the prudent judgment of Your High Nobilities, I believe this can only consist of sending formidable cruising vessels, which could arrive by the month of May at a certain latitude in the Banka Strait, there to await and assemble all such vessels as, upon warning received from Batavia or Java, might be inclined to sail hither under their escort. Upon an early arrival towards the middle of May or the beginning of June, those convoys could then be used again here to escort the Siamese and Cambodian vessels that customarily depart at that time. For it is true that the people of Riouw, near whose settlement those navigators must pass, are likewise constant and violent pirates, and as rumors report, they are currently perhaps in league with the Siak rovers, which makes me contemplate means to cover and safeguard as much as possible the vessels expected from that quarter in the spring, the more so because rumors circulate that Radja Mahomet also has his eye on them. And thus, the ship that Your High Nobilities will be pleased to project for this government in the coming year, and which, to avoid heavier expenses, arrives timely enough at this factory in October or November, could also serve to conduct in safety those who might be inclined to depart with it or wait in the Banka Strait. And since the aforementioned cruising operations would entail a new expenditure, the vessels employed for that purpose could simultaneously be supplied with a substantial rice cargo of 2 to 3,000 lasts. Due to the disastrous loss of so many Javanese vessels that have fallen into the murderous hands of the rovers, this grain could be sold here with the utmost eagerness at a price that would be very bearable for the inhabitants while still yielding a neat profit to defray the aforementioned expenses, if it can be supplied at the average rate calculated over the last three years. Leaving this and everything else proposed to the wise and discerning judgment of Your High Nobilities, I will furthermore add here that that Radja
Dutch transcription
29 Van Malacca Den 19:' October 1759. Van Malacca Den 19 october 1759. zodanige ordre hebbe gesteld als na best vermogen met het kleen getal der alhier nauwlijks ten gebruijke nog bekwaam zijnde vaertuijgen en waer mede teffens de bezettinge van Pera, Poele Goutong en Lingij moet worden bevaren heb konnen uijt denken en bij de nevens gelegde Copia Jnstructie omstandig Consteert zijnde volgens aapport geene van die natie alhier ontdekt ofte gepasseert. Wat de verschillen tusschen de koningen van queda en perra betrefden, daer omtrend is ze dert de afzending onzer Eerbiedige van den 12 maert geene nadere tiding ofte instanties van den laatst genoemden vorst alhier ingelopen, al hoe wel de gerugten willen dat die beijde poten„ tatjes de zaak inquestie nog geheel niet eens zijn, dus dat vuiur van twee dragt mogelijk in der tijd nog wel in een open„ baren oorlog zoude konnen uijt Eersten wanneer mij stiftelijk aan de voorgesz: ordre van uw hoog Edelheedens schuldpligtig zal binden en ten opzigten van de overigen Jnlandsche mogendheden mij gehoorzaemst gedragen na hoogst der zelver gevenereerd aenschrijven, Dog wat betreft dien trouwlosen en on„ dankbaren Radja Mahometh. die als in den schoot der E Comp: gekoesterd en tegens sijnen vijand Radja alam in zijn rijk staende gehouden en hersteld, teffens tot nu toe met alle mo„ gelijke ragtheijt en vrindschap gelijd dus geene de geringste reeden of voortwend zel heeft om te konnen regtvaerdigen of nood zekalijk noemen zijne geweldadige en in desen straat zodanigen nooijt meer gehoorden moor„ dadige zeer overijen als uw hoog Edelheedens tot onstigtinge zullen Consteeren bij de over„ gaende relaazen der Elcendigen, welke met agterlating harer vaertuijgen en lading haer leren nog gesalveert en het gevaer van den ijsselijke omkominge gelukkiglijk ontvlugt en ontkomen zijn, want veronderstellende dat hij door de postvatting op poelo goutong zig mogte oordeelen te naau ingesloten te zijn, zodanig dat langs die zijde in zijn rivtier niemand ten handel word toegelaten dan de geenen welk met een malaxe pas voorzien zijn, na volgens de ordre van uw hoog Edelheedens vervat bij derzelven gerespecteerde missive van den 23: maij anno pass:o en walr over hij zig als dan bij dE Comp: had behoren te ad„ dresseeren, indien daer over eenig ongenoegen mogt hebben opgevat, dat niet geschied is, zo wettigt zulx egter geenzints sijne boven verhaelde Cruelle gedoentens en die men van hier door gebrek aan Capabele vaertuijgen zo van dE Comp: als die der ingesetenen blijkens over„ gaende rapporten tot mijn bij zonder en harte„ lijk verdriet niet heeft konnen te keer gaan. Jk zal mij over dit onaengenaem onderwerp om prolixiteijt te vermijden en uw hoog Edelhedens waerdige attentie met geen dubbel verhaal op te houden niet verder uytlaten, vermids bij ons thans afgaende algemeen schrijvens desen aengaende alles ten breed voerigste is ter nedergesteld Zakelijk met 31 Van Mallacca Den 19 october 1759 Van Malacca Den 19:' october 1759. met bijvoeging van de middelen, welke men thans nog magtig geworden is ter beveijliging zo van het verwagt wordend schip als de nog na Jaerlikse gewoonten apparent uijt de zuijd opkomende vaertuijgen nevens onse geringe Consideratien op de nadelige en beklagelijke gevolgen die uijt de voorverhaalde zeer ove„ rigen waerschijnelijk te verwagten zijn en waer in ik bidde en hoope dat uw hoog Edelheedens na derzelver hoog wijs belijd en oordeel spoedig zodanige voorzienige zullen doen als tot destructie van dat gespuijs en beveiliging van de Commercie in desen straet nuttig en noodzakelijk zullen bevinden, en die ik na mijn gering begrip niet onder wer ping aan uw hoog Edelheedens prudent oordeel vermeene alleen te konnen bestaan in de afzendinge van formidabele kruijs vaertuijgen die zig tegens meij maend zoude konnen vervoegen op een zekere hoogte in de straat bancka om aldaar afte wagten en bij een te zamelen alle zodanigen vaertuijgen als van Costij ofte Java opgedane waerschou„ wing genegen mogte zijn onder haer geleide herwaerds te stevenen, wanneer die convoiers bij een vroegen aenkomst tegens medio meij ofte begin van Junij alhier dan weder konde wor„ den gebruijkt tot uijtgeleijde der in die tijd na gewoonte vertreckende ziamse en Cam„ bodiase vaertuijgen, terwijle het waeragtig is dat de riouwers omtrend welke negorij die navigan ten passeeren moeten mede gestadige en geweldige zee schuijmers zijn en zo de gerig„ ten mede brengen leggen zij thans mogelijk met de siacse rovers wel onder eenen Deeken, het geen mij bedagt doet zijn opmiddelen om de van dien oord in't voorjal verwagt wordende vaertuij gen mede zo veel mogelijk te decken en sacveeren, te meer wijl de gerugten lopen dat radja Mahomet die mede in het oog heeft, en dus danig zoude het schip dat uw hoog Edelhedens voor dit gouver„ nement in anno aenstaende zal behagen te projecteeren en in october op november tot vermij„ ding van swaerder. Lasten aan dit Compt: tijdig ge„ noeg aenkomst:/ mede konnen strecken tot het in salvo gelijden van die gene welke genegen mogten zijn met hem teffens te vervrtrecken dan wel in straet bauka afte wagten en nadien voormelde bekruij„ singen weder een nieuwe last post de noteerd, zo soude de daer toe geEmploijeert wordende vaertuijgen toffens een aensienlijke rijst lading van 2 a 3000 lasten konnen ingegeven worden en welk graan door het rampspoedig om ko„ men van zo veele Javazen vaertuijgen als in de moordadige handen der Rovers zijn gevallen al„ hier met de uijtterste greatigheijt te sluijten zal sijn tegens een prijs welke zeer draagbala voor den ingezetenen hefdens nog een zoet voordeel tot goedmaking der voorsz lasten zal konnen afwerpen, wanneer dezelve tegens de aenree„ kening van de drie Jongste Jaren door den anderen geslagen zal konnen worden aenge„ voerd, Dit een en ander geposeerde overlatende aan het wijs en doorzuigtig oordeel van uw hoog Edelhedens zal ik overigen hier nog bijvoegen dat die Radja ƒ
English
From Malacca, 19 October 1759. From Java's North-East Coast, 22 November 1759 Radja Alam can be regarded as a necessary scourge for these native petty potentates, keeping them in a state of continual apprehension and restraint, whereby they keep the assistance of the Honorable Company in view as their only prospect in time of need, which binds them to a constant submission and diverts them from all such detrimental and ruinous designs as they would otherwise devise and attempt to execute in their carefree state, as experience now sufficiently demonstrates. For if Radja Alam were currently roaming about somewhat more, instead of having subjugated, alongside the reported pirate Sait Osman, a place named Dillij lying close to the northwest of Battou Bara, and where according to rumors he presently stays, Radja Mahometh would surely have taken care before making such an excursion, although many believe that those two brothers are reconciled, which however appears entirely unacceptable to me, principally on account of their mutually committed incestuous bloodshed in the previous disturbances that arose, which among this nation is also one of the highest and irremediable crimes. As soon as the opportunity presented itself through the departure of an Assahan vessel from here, I summoned him in writing in the name of your High Nobilities, but I am still awaiting his arrival or reply. The latter, or his written answer, may happen to be sent by him in time, but I do not expect his personal appearance or envoys for negotiation. I shall however on a further occasion attempt once more to lure him hither, and if this succeeds, bring about a reconciliation, if possible, with the King of Johor in such a manner whereby, without the consent of that prince and the Honorable Company, all prospect of the slightest influence on the Siak river is completely taken away from him. Wherewith I commend your High Nobilities' precious persons and the interests of the Honorable Company to the merciful protection of the Almighty, and remain with deep respect, below stood, High Noble and Most Honorable Lord, the Well Noble Lords, lower, your High Nobilities' humble and obedient servant, was signed, D. Boelen. In the margin, Malacca, 19 October 1759. The Madurese Prince, together with all the regents both of the east and west, having arrived here and having properly and sufficiently fulfilled their contingents as well as their yearly obligations, as have all the syahbandars likewise with their leases, Sidaijoe and Toeban excepted, which together fell short by approximately 80 koyangs of rice, and having excused them for this time because of the poor crop in those districts; having also announced to the said regents that once and for all the Company would henceforth pay 15 Dutch rixdollars per koyang of rice, wherewith they were all satisfied and content as a viable price, the more so as the coasts are reviving from year to year and they already taste the fruits thereof and observe that they will remain freed from the court retinue, of which they had been rather suspicious and scrupulous due to their distrustful nature. To the High Noble, Generous, and Most Honorable Far-Ruling Lord and Lords. Batavia To the High Noble, Generous, and Most Honorable Lord His Excellency Jacob Mossel General of Infantry in the service of the state of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the General East India Company Governor-General, and the Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc. 33 From Java's North-East Coast, 22 November 1759. Java's North-East Coast The Patih of Paccalongang, whom we have now observed for three years, makes matters worse and worse, and it seems indeed that through him that precious district will never flourish again, as he is hated there as well as his entire family. And since the common Javanese always has more esteem and affection for the descendants of their old regents, I propose to your High Nobilities and Most Honorable Lords a certain Raden Djojo Koesoemo, son of the Patih Djajadiningrat who ruled there with much praise before the Chinese war, but who, through the machinations of the administrator of the realm, Nata Coesoema, had to make way for his well-favored son, who afterwards delivered that district into enemy hands without striking a blow. It appears to me to be the only means to make that place flourish again and to revive it; I therefore request a commission as Adipati Djajadiningrat for him over that district, and that 1,000 cacahs of that district may be added to the regent of Wieradessa, who is a vigilant man and attentive to the service, as they border it and lie scattered, which will encourage him more and more and animate others. The princes both celebrated the Mawlid feast splendidly and all the inland regents have attended court, thus everything presents itself desirably. The younger or second regent of Sourabaija, who is very frail, has nevertheless appeared here and presented his son to me, aged 14 to 15 years, who looks well and outwardly shows some promise, so that if he should happen to die, he may succeed him; and although the old man, having a lingering illness, might still be able to keep going for some years, I promised him to write to the Sourabaija chief that if anything mortal should befall him, to confer the authority upon his son, subject to the approval of your High Nobilities, unless there should be lawful or weighty reasons to the contrary, in order everywhere to ensure constant tranquility for that large district, which is so advantageous to the Company yet easily prone to commotion and change, in the trust that all that is further set forth here may be crowned with your High Nobilities' and Most Honorable Lords' approval. From Malacca, 22 November 1759 35
Dutch transcription
Van Malacca Den 19:' october 1759. Van Iavas oost Cust den 22 9ber: 1759 Radja Alam als een noodzakelijke tugh roede deser inlandsche Potentatjes kan aengemerkt worden, haer houdende in een Continueele bedugting en bewin ge waer door sij de hulpe dev E Comp:e als haer eenigste uijt zigt in den nood in het oog houden dat haer verbind tot eengestadige onder werping in diverseerd van alle zodanige nade„ lige en verderfelijke desseinen als sij andersins in haren zorgelozen staat ontwerpen en ter uijt „voer tragten te brengen, gelik de ondervinding thans genoegsaam aentoond, want was radja alam tegens woordig wat meer omswervende in stede van dat hij zig nevens den berigten zee roover sait osman een plaats genaemt Dillij leggende naest aan benoord westen battou bara heeft on„ der worpen gemaakt en alwaer hij zig volgens gerugten thans ophoud, radja Mahometh zoude zijg welge„ wacht hebben zodanig een uytstap te doen, al hoe wel veele vermeenen dat die beide broeders verzoent zouden zijn dat mij egter geheel onaennemelijk te voren komt, princip: unt hoofden van hare weder zijdsche gepleegde bloedschande in de vorige ontstane onlusten het gene onder dese natie mede een der hoogste en onherstelbare misdaden is, Jk hebbe zo spoedig als de gelegenth:t door het vertrek van een assahans vaertuijg van hier gepresenteerd heeft, hem uijt de naem van uw hoog Edelhed: schriftelijk ontboden dog sijne aen„ komst ofte antwoord zie ik als nog te gemoed, het laatste ofte zijn rescriptie van gebeuren dat hij in den tijd afsend, maer sijne perzoonlijke verschijning ob sendelingen ter onderhandeling verwagte ik niet Jk sal egter bij nader ocasie hem nogmaals herwaerds tragten te locken en zulks reusseerende met den Johorsen kon.:e des mogel: doen verzoenen op een wijze waer door hem buijten toestem„ ming van dien vorst en dE Comp: alle apparentie in het minste aspect op de ziacse rivier geheel benomen word, waar mede uw hoog Edelhedens dierbare perzonen en belangen der E. maatsz: in de genadige bescherming des allerhoogsten beveele en met een diep respect verblijve onderstond/ hoog Ed: groot agtb: heer dwel Ed: heeren /lager:/ uw hoog Edelh: onderdanige & ootmoedigen dienaer was getek: d: Boeli in margine malaca den 19 october 1759. Den Madurees Prins nevens alle de regenten zo van de oost als west hier gearriveerd zijnde en haer Contingenten Jtem Jaerlijks verpligting behoorlijk genoegsaam hebben voldaan gelijk alle sabandhaers mede haer pagten Excepto sidaijoe & Toeban welke te samen circa 80 Coijangs rijst hebben gemanqueerd en mits het slegt gewas in die districten voor ditmaal ge„ Excuseert hebbende, gedagte regenten ook bekent gemaakt dat eens voor al de Comp: voor„ taan 15: rd:s holl: voor de Coijangs rijst zoude betalen waerinne zij alle vergenoegd en te vreede waren, als een prijs die bestaanbaer is, te meer destranden van Jaer tot Jaer opluijk er en zijde vrugten daer reeds van smacken en bemerken van de hof schepeling bevrijd te zullen blij„ Hoog Edelen Gestr: groot Agtb: Wijdgebiedende Heere, en Heeren. Batavia Aan den Hoog Edelen Gestr: Groot Agtb Heere Zijn Excellentie Jacob Mossel Generaal over d' Jnbanterie ten dienste van den staat den ver Eenigde Nederlanden mitsgad:s van wegens deselve ende Ge„ nerale oost Jndische Comp:e Gouverneur Generaal, ende Heeren Raden van Nederlands Jndia &: k. 33 Van Javas oost Cust: Den 22:' 9ber 1759. Javas Oost Cust ven waer zij lieden als wantrouwing in een aard nog al wat schrupellers voor zijn ge„ weest De Pattij van Paccalongang, waer het nu al drie Jaer mede ingezien hebben maakt het hoe langer hoe slegten en het scheijnt wel dat door hem dat kostelijk district nooijt weer in fleur zal geraeken als gehaat daer zijnde so wel als zijn geheele familie en aengezien de gemeene Javaan altoos dog meer agting en liefde heeft voor de afstammeling van haer oude regenten zo draeg ik aan uw hoog Edelheedens groot agtb: voor Eenen Radeen Djojo Koesoemo zoon van de voor den chineese oorlog met veel lof daer gere„ geerd hebbende Pattij Djajadiningra't die egter door de kuijperij van den rijk be„ stierder Nata Coesoema zijn wel besiende zoon die naderhand zonde slag of stoot dat district in vijands handen heeft gespeeld heeft moeten voor ruijmen scheijnende het mij toe het eenigste middel te wezen om die plaas weer te doen floreeren en op te ben„ ren, verzoeke derhalven acte als adepattij Dja Jadiningrat voor hem over dat district en dat aan den regent van wiera dessa dat een figilant man is ende dienst behartigt van dat district 1000 Tjaljas mag werden toegevoegd als aen de andere De vorsten hebben het Feest moelut beijde pragtig gevierd en alle de bovenland„ sche regenten zijn ten hoven dus alles wenschelijk zig vertoond, houdende Grensende en verspreijd leggende dat hem meer en meer zal en Courageeren en andere am„ Den Jongen of tweede regent van soura„ baija die zeer Caduc is egter hier verschenen heeft mij zijn zoon gepresenteerd oud 14 a 15. Jaeren die er wel uijtziet en op het oog wat goeds beloofd om zo hij quam te sterven hem te mogen succedeeren, en schoon den oude als een quijnende ziekte hebbende nog het wel eenige Jaeren zoude konnen gaende houden hem beloofd het sourabaijs opperhoofd aan te schrijven zo hem iets menschelijk overquam zijn zoon op approbatie van uw hoog Edelheedens het gezag op te dragen, ten zijner wettige of gewigtige redenen ter Contrarie doen voor waeren al om dat groot en voor de Compe zo voordelig uijtgestrekt egter ligt tot beweging en veranderlijk over„ hebbende district een bestendige rust te behor„ gen, in vertrouwen dat alle het hier nader gestelde bekroond zal mogen werden met uw hoog Edelens groot achtb. approbatie meeren. Van Malaca Den 22:' 9ber 1759 Greasende de : 35
English
37 From Java's East Coast, the 22nd of November 1759 the mortality in the western uplands also cleared up somewhat, through which however a stout number of people have descended into the grave. Wherewith, after having commended Your High Nobilities together with the Company's serviceable interests to God, I remain with deep respect. Was signed: Your High Nobilities' obedient and faithful servant, signed N. Hanting. In the margin: Samarang, the 22nd of November Anno 1759. E. Sheekpen, read out, J. Baderman, Bagesen. 59 27 77 Separate Incoming and Outgoing Reports, Foreign Europeans, from the spring of 1759 until the end of December thereafter. From and To No. 8. Copies of Letters Incoming Letters Missive by the Resident of Croe to His Excellency the Governor-General, dated 1 April of this year: 6. Ditto, the English Ministry of Madraspatnam, addressed to Their High Nobilities, dated 4 March recently past: 9. Ditto, those at Bancahoulou, addressed as above, dated 24 April 1759: 17. Ditto, and addressed as above, dated 9 May thereafter: 19. Ditto, the 21st of that month: 20. Outgoing Letters Missive written by Their High Nobilities to the Ministry at Bancahoulou, dated 3 April recently past: 1. Ditto, as above, to the Ministry at Madraspatnam, dated 1 June of this year: 14. Ditto, as above, to those at Bancahoula, dated 25 August recently past: 23. Ditto, by the Lord Governor-General to the Resident at Croe, dated as above: 26. Register of Letters from and to the foreign Europeans since the spring of 1759 until the end of December thereafter, received and dispatched as follows. Batavia's Jurisdiction, the 3rd of April 1759. Bancahoulou. To the Noble Lord Roger Carter, Deputy Governor, together with the Gentlemen of the Council, on behalf of the Honorable English East India Company in Fort Marlborough. Noble Lord and Gentlemen, Your Nobilities' letters of the 4th of September, the 13th and 23rd of October of last year having duly reached us in good time, we shall hereby reply to the same. The trust that we place in Your Nobilities' assurance of always having sought to render to our ships that have been compelled to call at Bancahoulou that assistance which Your Nobilities' means there permitted, and the hope that we therefore have that Your Nobilities will kindly continue to do so in the future, in order thereby, according to Your Nobilities' own declaration, to reciprocate the courtesies which the gentlemen of the English nation have received here and with which we shall gladly continue, has caused us to judge it unnecessary to make further mention of the exception which, on the occasion of our expression of thanks for the aid rendered to three of our ships, we cited in passing with regard to the ship Pasgeld in our previous letter of the 24th of May 1758. We pass on much rather to thank Your Nobilities further for the help rendered to the crew of our sloop Edam, which unfortunately ran aground near Your Nobilities' settlement of Croe, and we shall await from Mr. John Herbert the statement of the expenses incurred by Your Nobilities on their behalf in order to reimburse the same to his Honor, while we are ready, as soon as the said Mr. Herbert or anyone else is authorized on Your Nobilities' behalf, to treat with the same concerning what relates to the sloop Rondom. And since Your Nobilities, with regard to what was adduced by us in our aforementioned previous letter of the 24th of May of the past year concerning the granting of shelter to our deserters, declare that you do not wish to enter into any discussions regarding this, and only wish that some measures might be taken to prevent mutual desertion, we likewise find no reason to express ourselves further on the aforementioned issue, but assure Your Nobilities that we are fully prepared not to detain any of Your Nobilities' deserters, but to return them immediately, in the event that we may have and experience that same assurance from Your Nobilities, in which case we believe that the desired expedient will have been found; being unable in that case to doubt that Your Nobilities will indeed deliver into our hands the mate Pieter van d
Dutch transcription
37 Van Iavas oost Cust den 22 9ber 1759 de sterfte in de westerlijke bovenlan„ den mede wat op waer door egter een Kloek getal menschen ten graave Waar mede na uw hoog Edel„ heedens nevens Comp:s dienbalre belangen gode bevolen te hebben zo blijve met diep ontzag /:onderstond/ uw hoog Edelheedens Gehoor zame en Trouwschuldigen Die„ naar /was getekent/ N Hanting /in margine Samarang den 22: E: Sheekpen opgeleesen J: : Baderman zijn gedaalt November Ao 1759 Bagesen 59 27 77 Apart Inkomend en afgaane Brigt Vreemde Europesen zedert het voorjaar 1759 tot Ultimo van en Aan No: 8. Copia Brieven december daar aan Missive door Oet ten Resident van Crve aan zyn Excel„ lentie den Heere Gouverneur Generaal van den 1 April deses Jaars - - – – - - 6 het Engelse Ministerie de Madraspatna aan haar hoogEd: gerigt gedat: 4 Maart L: L: —. g _=o „ die te Bancahoulou aan als voren ged:t 24 April 1759 — 17. _:o, en aan als even van den 9 Maij daar aan -. 19. „ 21. dier maand 20 Afgaande Missive door haar hoog Edelens aan het ministerie te Bancahoulou geschreven in dato 3 April L: L: - - 1. _:o „ als even aan 't Ministerie te Madraspat„ nam van den 1 Junij deses Jaars — - – – 14 _:o „ als boven aan die te Bancahoula ged: 25: Aug: 2: 2: - - - - - - - - - 23 _:o door den Heere Gouverneur Generaal aan den resd: te Erve ged: als even. . . . . . 26 Aankomende Brieven Register der van en aan de vreemde Euro¬ peen zedert Het voorjaar 1759 tot ult:o december daar aan ontfangen en affgegaan als to „ „ „ „ Batavias Ressort den 3: April 1759. — Bancahoulou Aan den Edelen Heer Roger Carter voor Gouverneur nevens de Heeren van den Raad, wegens de Honorable Engelsche oost„ Jndische Comp:e in 't fort Marlborough. Edele Heer en Heeren VWEdelens brieven van den 4: september, 13: en 23: october des voorleden Jaers ons op zijn tijd wel geworden zijnde sullen wij bij dese op dezelve antwoorden Het vertrouwen dat wij stellen in uw Edelens verzekering van altoos getragt te hebben onse scheepen die genoodsaakt geweest zijn Bancahoulou aan te doen die 1 Batavias Ressort den 3: April 1759. — Bancahoulou Aan den Edelen heer Roger Carter voor Gouverneur nevens de Heeren van den Raad, wegens de Honorable Engelsche oost„ Jndische Comp:e in 't fort Marlborough. Edele Heer en Heeren VWEdelens brieven van den 4: september, 13: en 23: october des voorleden Jaers ons op zijn tijd wel geworden zijnde sullen wij bij dese op dezelve antwoorden Het vertrouwen dat wij stellen in uw Edelens verzekering van altoos getragt te hebben onse scheepen die genoodsaakt geweest zijn Bancahoulou aan te doen Batavias Ressort den 3: April 1759. — Bancahoulou Aan den Edelen heer Roger Carter voor Gouverneur nevens de Heeren van den Raad, wegens de Honorable Engelsche oost„ Jndische Comp:e in 't fort Marlborough. Edele Heer en Heeren VWEdelens brieven van den 4: september, 18: en 23: october des voorleden Jaers ons op zijn tijd wel geworden zijnde sullen wij bij dese op dezelve antwoorden Het vertrouwen dat wij stellen in uw Edelens verzekering van altoos getragt te hebben onse scheepen die genoodsaakt geweest zijn Bancahoulou aan te doen Batavias Ressort den 3: April 1759. — Bancahoulou Aan den Edelen Heer Roger Carter voor Gouverneur nevens de Heeren van den Raad, wegens de Honorable Engelsche oost„ Jndische Comp:e in 't fort Marlborough. Edele Heer en Heeren VWEdelens brieven van den 4: september, 18: en 23: october des voorleden Jaers ons op zijn tijd wel geworden zijnde sullen wij bij dese op dezelve antwoorden Het vertrouwen dat wij stellen in uw Edelens verzekering van altoos getragt te hebben onse scheepen die genoodsaakt geweest zijn Bancahoulou aan te doen Batavias Ressort den 3: April 1759. Batavias Ressort Den 3: April 1759. die assistentie te bewijsen welke uw Edelens vermogen aldaer heeft toegelaten, en de hoope die wij dierhal ven hebben dat uw Edeles sulx in 't vervolg zullen gelie„ ven te doen om daer door na uw Edelens eijgen betuij„ ging te vergelden de beleeftheeden die de heeren der Engelsche natie alhier erlangd hebben en waer mede wij gaerne zullen continueeren, heeft ons doen oordeelen, onnodig te zijn om verder melding te maken van de uijtzondering die wij ter oc„ cagie van onse dankbetuijging voor de be„ wesene hulpe aan drie onser scheeepen niet betrek„ bring tot het schip Pasgeld bij onsen voorgaende van den 24: maij 1758. als in't voorbij gaan wij gaan hebben aangehaald, wij gaen veel liever over om uw Edelens alverder te bedanken voor de hulpe aan de schepelingen van onse Chialoup Edam die ongeluckig omtrent uw Edelens bezetting Crole gestrand is bewezen, zul„ lende van den heer Iohn Herbert blijven afwagten de opgave van de onkosten wel„ ke door uw Edelens ten haare behoeven gedaan zijn om dezelve aan zijnE te resti„ tueeren, terwijl wij bereijd zijn om zo dra gemelde heer Herbert of iemand anders van uw Edelens wegen gemagtigd is met den selven te handelen, over het geene de Chialoup Rondom betreft en dewijl uw Edelens ten aansien van 't door ons bij gebragte in onsen evengemelde vorige van den 24: meij des gepasseerden Jaers, over 'tt vaerleenen van een schuijlplaats aan onse deser„ „teurs verklaren dier wegens in geene discussies te willen treden, en alleen te wenschen dat er eenige maatregulen mogte werden genomen om de weder zijdse de zertie voor te komen, zo vinden wij ook geen reeden ons over de voorsz: questie verder uijt te laten, maer betuijgen uw Edelens dat wij volkomen bereijd zijn geen van uw Edelens over lopers aan te houden, maer dezelve dadelijk te restitueeren ingevalle wij van uw Edelens over lopers aan te houden, maer dezelve dadelijk te restitueeren ingevalle wij van uw Edelens die zelve verzekering mogen hebben en ondervinden, wanneer wij vermeenen dat het begeerde expedient gevon„ „den zal wezen; kunnende in dien gevalle niet twijffelen of uw Edelens zullen ons wel in handen doen stellen den stuurman Pieter van d