VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 2969

Surat · 190 pages · 64 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_2969_0062 view scan ↗

English

At Surat the 26th April Anno 1759 From Surat the 26th April 1759 or whether the reflections and considerations to which this gives rise are not suitable to be dealt with in a public letter. A few days after our aforementioned latest letter had departed, we were again able to induce carpenters to work on the wooden boarding of the yard, and seeing that the work progressed without anyone opposing it, it was decided at the session of the 23rd March to let the newly constructed small warehouse serve for storing the woodwork, gun-carriages and pitch, as it was too cramped to lodge all the military men therein, and to have a military guardroom, kitchen, and privy constructed for the garrison nearby at a suitable place; the more so because the shed under which they had been quartered for so long had to be erected and used again at the usual place for the customs clearance of the return goods, which was then also accomplished without asking permission, while the enclosure of the yard, which has been made so substantial that, if necessary, by throwing up earth against it one could very quickly turn it into a good breastwork, likewise proceeded undisturbed up to the south-east gate, which on this occasion was deemed appropriate to be pulled down as completely dilapidated, and to erect a new substantial one in its place, as well as to close the open spaces on both sides, which were merely closed off with bamboos, with a solid wall about two and a half feet thick, measuring a length of 6 feet on one side and 23 feet on the other; however, we had barely progressed one or two feet above the ground with it, before the Lieutenant Governor Fanoschan had the workmen forbidden to proceed with it on pain of correction, whereupon those people could not be induced to set their hands to the work, out of fear that their houses would be plundered and that they would be severely punished in their persons. Herewith that gentleman thought he had won the game From Surat the 26. April 1759. From Surat the 26th April 1759. and had put a spoke in the wheel that we would not easily remove; but the necessity of being able to at least enclose our grounds, and the peace of mind we had in knowing that neither he nor the English, whom we already began to suspect of perhaps having a hand more or less in the work and of merely hiding behind his skirts, were not yet so firmly seated in power that they would dare to commit open acts of violence against us over such trifles, made us choose the course of having the started walls finished by a European mason who was in the garrison. This was done by him with the help of some other soldiers and some natives who brought the materials, which we might not have done had not some previously occurred cases made us despair of obtaining permission for it from the rulers, and of which we do not deem it unserviceable to render Your High Excellencies a detailed report. The first was that the master of equipment, while the director was occupied putting the final hand to the letter dispatched with the vessel, came to ask whether he should ship the money for that vessel, to which the first-named answered yes, not remembering due to distraction that first a licence had to be requested from the rulers for that purpose; whereupon that servant, as he says, under the impression that there was permission for it, proceeded with the shipment, although one of the Moorish guards opposed it, who having made a report thereof to the naib, he insulted us without any prior message by issuing orders that the last goods destined for that vessel should not be stamped or shipped, and by placing a guard of twelve peons before the north-east gate of the yard, which he nevertheless, after the lapse of two days, when the brokers had represented to him by order of the Director that the requesting of permission had not been neglected intentionally, and apologized on that account, withdrew again, at the same time revoking the orders given, in order, so it seems, for a better occasion.

Dutch transcription

an Souratta den 26:' April A:o 1759 Van Souratta den 26:' April 1759 ofte de reflectien en Consideratien maar toe het selve aanleijding geeft niet dienstig is bij een publicque brief te verhandelen Wijnig dagen nadat onze voorsz: Jongste was afgegaan, heeft men meder Timmerlieden kunnen bewegen om aan de planke beschulting van de merk 't arbeiden en ziende dat het merk vorderde, zonder dat jemand zig daar tegens opposeerde, tot sessie van den 23:' Maart besloten het nieuw aangemaakte pakhuijsje tot berging der houtwerken rampaarden en mesmeer te laten dienen, vermits te bekrompen was om alle de Militairen daar in te kunnen laten logeeren, en daar digt bij op een bequame plaats, een militaire magt, keuken en gemak„ huijsje voor het guarnisoen te laten aanmaken, te meer, vermits. de Heut maar onder zij dus lange gelogeerd hadden, weder ter gemone plaats tot de vertholling der retouren moeste opgenegt en gebruikt werden, 't geen dan ook zonder permissie te vragen is volbragt, terwijl men met d'encheining van de werk die zoo sufbisant gemaakt is dat men deselve des noods met het tegen aanwerpen van aarde heel schielijk in een goede Iorstmeering zoude kunnen veranderen, tebbens ongestoord norderde tot aan de zuijd oost poort dienen goedvond te desen occasie, als geheel bouw„ wallig om ver te halen en een nieuwe subbicante in dies plaatse op te regten, mitsg:s d' opene packen ter veeder zijden, die slegts met Oamboesen toegemaakt waren, te sluijten, met een stelve muurtje dik omtrend twee en een half voet mitsg:s aan d' eene zijde ter lengte van 6. en aan d' andere van 23:' voeten; dog men was. daar mede nauwelijks een voet of twee boven de grond gevorderd, of den Lieutenant gouver„ „neur Fanoschan, liet de werklieden ver„ „bieden, daar mede voort te gaan sus par van Correctie, waar op die menschen niet te bewegen maren handen aan het merk te slaan, uit vrese dat hunne huijsen ge„ plunderd, en zij strengelijke aan den lijne gestraft zoude werden. hier mede dagt dat heer schap nu het spel genonen die en. G ƒ Van Souratta den 26. april 1759. Van Souratta den 26:' April 1759. en een spaak in het mil gestoken te hebben, die mij er niet ligt zoude uijt krijgen, maar de nood„ sakelijkheijd en ten minsten ons erf te kunnen afsluijten en de gerustheijd maar in wij maren dat nog hij nog d' Engelschen, die wij al begon„ „den te vermoeden misschien min of meer de handen in het merk te hebben, en slegts agter zijn scheren te schuijlen nog zo vast niet ij de zetel maren, dat zij souden willen onderstaan over sulke kleenigheeden openbare feitelijkheeden tegens ons te plegen, deed ons de partij kiesen van de begonnen muurtjes door een Europeesch metzelaar, welke zig in het guarnisoen bevond, te doen voltoijen. zo als daar of door hen met behulp van eenige andere soldaten en eenige inlanders, die de materialen aan bragten geschieden, het geen men nog mogelijk niet zoude gedaan hebben, hadden niet eenige benorens. g'Exteerde gevallen ons doen wanhopen daar toe van de regenten permissie t' obtineeren, en waar van mij niet ondienstig vordeelen u hoog Edelens omstandig verslag te doen Het eerste was dat den Equipagiemeester den directeur zo als lij g'occupeerd was, aan de brief met Aen stelreen afgegaan, de Laaste hand te leggen, zijnde komen vragen of hij het geld voor dien baden maar zoude afscheepen, de eerst gem: daar op Ja antwoorde, zig door distractie niet lerinnerende dat daar toe eerste liventie van de regenten mieste versogt werden, waar op dien bediende, zo hij zegt in de verbeelding zijnde dat er permissie toe was, met den afscheep voortging, schoon een van de moorse wagters zig daar tegens opposeerde, die daar van aan den naib rapport gedaan hebbende, deed hij ons zonder eenige voor afgaande boodschap het affrout aan van ordres te stellen, dat de Laaste goederen, voor die boden gedesti„ „neerd niet zouden gesjapt of afgescheept mogen merde, en een wagt van twaalf pions voor de naard oost paart van de werf te plaatsen, die hij egter na verloope van twee dagen, wanneer hem de Makelaars ter ordre van den Directeur vertoond hadden, dat het versoeken van permissie niet â dessen versuijmt was, en dientwegen Excuis versogten, meder heeft weggenomen, teffens de gegevene ordres in treckende, om zoo 't schijnt een betere occasie ofte V E Het H

NL-HaNA_1.04.02_2969_0064 view scan ↗

English

77 Souratta the 26th April Anno 1759 From Souratta the 26th April 1759 to wait to show openly the good heart he bears toward us, which soon presented itself; for the Company's second broker, Manckchergie Corseetje, on the occasion of the death of his mother, having given a banquet according to the custom of the country to a large number of people of his nation, it happened that some sepoys or peons of the Naib, wishing to extort some vegetables from a vegetable vendor who had his stall in the neighborhood and who was said not yet to have brought any gift to their master on the occasion of his installation into the government according to the old custom, fell into harsh words together. Whereupon a brother of the broker named Rustumgie rushed over and gave the peons to understand that if they had any claim against that man, they could well choose another time and place for it. But with the result that, although he as well as his brother stood under the special protection of the Company, they even seized him and dragged him by force to the residence of Faroschan. He was immediately joined by Manckchergie, who made his complaint to the Naib and requested satisfaction for the violence done without hope to his brother, innocent before the eyes of the whole world, just as if he were one of the vilest inhabitants, but without wishing to grant him a hearing, he was placed under arrest by the Naib. As soon as the Director received news of this, he sent Gouwintram Roederam, son of the decrepit first broker Roederan Ruijdas, to the Naib to complain most seriously about the matter, and to inquire about the motive and purpose of these violent proceedings. The Turkish merchant Sale Tjilibi and other persons of distinction also betook themselves to his Honor to demonstrate to him the innocence of the arrested brothers and to request their free and harmless release, while at the same time the Governor Faroschan had his astonishment expressed thereat, and advised him to set them at liberty, to which in the beginning he seemed quite adverse, though admitting that there was no proof of guilt regarding what had occurred on that day to their charge, but at the same time indicating that he would catch the said broker in the trap one time or another, since he was said to have openly stated that he, Faroschan, would have to dance out of the city again, even if it were to cost him two hundred thousand rupees. To which Tjilibi answered that it did not befit a regent to give credence to such rumors without investigating the matter thoroughly, since it was certain that if Manckchergie had indeed uttered such words, there must be someone who had heard them from his mouth, and that consequently nothing was easier than to ascertain the truth of it, as each person naming his informant would ultimately reveal the truth of the matter, at the same time requesting him to begin that inquiry immediately, for which he seemed to have no inclination. Yet he finally resolved to inform the English Chief Mr. Spencer of the matter and to take his Honor's opinion, who let him know that he had done ill to treat the broker of a privileged Company in such a manner on such loose grounds, and would do best to release him again as soon as possible. Which then took place immediately thereafter, under an offer to drape him with a shawl or pamerij as reparation, for which Manckchergie gave thanks, saying that he could not accept it without the prior knowledge and consent of his master, the Director, whose honor was greatly interested in that matter. The first undersigned, having received a report of all this, resolved not to let the matter rest there, but on this occasion to present an arzie to the Governor, in which he at the same time complained that the so long requested and by his Honor promised permission for the construction of the necessary outbuildings to the houses on the wharf was likewise still kept dragging on, of which an authentic copy is appended hereto for your Right Honorables' esteemed speculation, after reading of it.

Dutch transcription

77 Souratta den 26:' April A:o 1759 Van Van Souratta den 26:' April 1759 afte magten van opentlijk te tonen het goed hant dat hij ons toedraagt, die zig wel haalst presen„ „tearde; mant 'sComp:s tweede Makelaar mantcler „gie gor seedje, ter gelegentheijd van het sterfgenal van zijne moeder, naar 's lands wijse en gastmaal aan een groot getal volk van zijne natie gegeven hebbende gebeurde het dat eenige sipaijs of Jiars van den Naib een groente boet die zijn kraamtje in de buurt hadde, en gezegt werd dat nog geene gifte aan hunnen meester ter occasie zijnde nistollatie in de regeering naar de oude gewoonte gebragt hadde, eenige groente willende afdwingen, dese te samen in loge woorden geraakten, maar op een broeder van den Makelaar in name Rustum„ „gie toeschoot; en de pions te verstaan gaf, dat zij iets ten lasten van dien man te pretendeeren hebbende, daar toe wel een andere tijd en plaatse konde waarneemen, dog met dat effect dat z' hem schoon zo wel als zijn broeder onder speciale protectie van de Comp: staande, slefs aanpakten en met gemeld naar de mooning van faroschan sleepten werdende ten eersten gevoegd van kan Chergie die zijn beklag aan den Zo dra den directeur hier van tijding kreeg zond hij gouwint am Roederam zoon van den Caducquen eersten makelaar Roederan Ruijdas bij den Naib, en over het een en ander ten ernstigsten te doleeren, en naar het motif en oogmerk van die geweldige proceduren t' informeeren; begaren zig ook den Turk koopman sale Tjilibi en andere lieden van aansien bij zijn Edele em hem d' onschuld van de g'arresteerde gebroeders te vertoonen en derselver kost en schadelose largatie te versoeken, ter mijl tebbens de gouverneur lens Faroschan zijne vermondering daar over deed betuijgen, en aan raden om deselve op vrije voeten te stellen daar hij in den beginne heel advers van scheen, wel advaueerende dat ergeen bewijs van schuld wegens het voorgevallene ten dien Naib deed en satisfactie versogt over het geweld onde hoop zijne broeder, even als of het een van de vielste inwoonders was, onschuldig voor het off van de geheele weereld aangedaan, dog door den Naib, zonder hem te woord te willen staan, in arrest wierd genomen naib dage 3 O - Van Souratta den 26:' April A:o 1759 Van Souratta den 26:' April A:o 1759. dage ten haren laste was, maar teffens te kennen gevende dat hij gem: makelaar d' een of andere tijd zoude zig in de knip te krijgen, vermits zig opentlijk zoude hebben uitgelaten dat hij Faroschan meder de stad zoude moeten uitdanssen, al zoude het hen twee hondert duisent ropijen kosten daar tjillibi op ant„ moorde dat het geen regent poste aen sulke uijtstroijzels geloof te slaen, zonder de zaak grondig t' ondersoeken, vermits het zeker was dat in dien man Cherigie dierge„ „lijke woorden wezentlijk hadde g-uit, er iemand moeste wezen die zulks uit zijne mand gehoord hadden en dat er bij genoeg niets gemak„ kelijker was als de waarheijd van dien na te gaan, also een ijder zijn segsman noemende, ten Laasten zoude moeten blijken wat van de zaak was, hem teffens versoekende die enqueste aanstonds te beginnen, daar hij geen zin toe scheen te hebben; dog wierd einde„ „lijk te rade het Engelsche opperhoofd De heer spencer van de zaak kennisse te geven, en zijn Edeles goedvinden inteneemen, die hem liet weten dat hij kwalijk gedaan hadde de Makelaar van een geprivelegeerde Comp: op zo een losse voet sodanig te handelen, en best zoude doen denselven ten spoedigsten weder te largeeren, zoo als daar op aanstonds geschiede, onder offente van hen tot reparatie van Een met een tjaal of pamerij t' om hangen, waar voor Mant Chergie bedankte, zeggende die buiten voor kennisse en toestemming van zij meester den directeur, wiens Eere in die zaak grotelijks was g' interesseerd niet te kunnen accepteeren D' Eerst ondergeteekende van dit alles rapport gekreegen hebbende wierd te rade die zaak daar bij niet te laten berusten, maar te de zer occasie een arbie aan den gouverneur te presenteeren, waar bij hij teffens doleerde dat de zo lang verzogte en bij zijn Edele toegezegde permissie tot Extructie van de nodige bij gebouwen aan de huijsen op de werf bi mede nog wierd slepende gehouden, waar van — Copia authenticq deze tot uw hoog Edelens g'eerde speculatie is bij gevoegt, na lecture van liet. het. G

NL-HaNA_1.04.02_2969_0066 view scan ↗

English

81 From Surat, 26 April 1759 From Surat, 26 April 1759 which that chief regent openly declared that Faroschan had acted wrongly and he would speak to him about it, but that it would be best to leave what had passed for what it was, and one could be assured that nothing of the sort would happen again, at the same time sending one of his assessors, whom he regarded as a spy of Faroschan, on an errand, and subsequently adding that the director well knew that he had no part in that incident; that everything the petition contained was the pure truth and that he had to blame the conduct of the naib towards us in the highest degree, that he would present that writing to them and subsequently have the brokers summoned to them again. In this state the matter rested when the prohibition of the progress of the masonry work on the new gate was given, or on the 19th of this month, the director having conferred with the members about the matters and having considered that the regents presently had too much regard for the English gentlemen to be able to think that Faroschan did this without their prior knowledge and consent; although Mr. Spencer had said twice in succession to the council members Ruperti and Kroonenbergh, who were at His Honour as deputies to deliver the letter concerning the obstruction of the construction of the new lattij, let Mr. Taillefert have everything made at the work in God's name as it pleases them, it was decided to inform His Honour through two deputed members, the merchant Sweers and junior merchant Ruperti, of the difficulties and insults that the said Naib continually inflicted upon us, with the declaration that we, running out of patience due to these accumulated provocations, would have to take measures to protect ourselves against this once and for all, but that we, knowing that Faroschan had been brought back into the city by the English Company and placed in the government, had not wished to do anything in that regard without having given His Honour prior notice thereof, 83 From Surat, 26 April 1759. From Surat, 26 April 1759 having given notice, so that whenever one might sooner or later have recourse to such means as the English Company had used to obtain satisfaction for the injurious treatments they had suffered from the Castle governor, it might appear the less strange to him, not doubting that such a message, if it did not cause some reflection that we, being vexed for too long, might sometimes take this or that desperate resolution, which could be of great consequence for them at a time when there were still so many discontented people in the city, could at least serve to discover what the English had up their sleeve, and what one had to expect from them upon taking lawful measures, in which latter we did not find ourselves deceived, as shows the report of the aforesaid deputies Sweers and Ruperti, which we have the honour to present herewith to Your High Honours in authentic copy, which having been done verbally in the same manner on the aforesaid day, we resolved to let the masonry work on the gate, which as said was continued by European military men, be completed by the same, and to have the same protected by a detachment of military men with loaded guns, as well as in case of violence, to repel the same with violence; but in order to prevent difficulties, insults and worse consequences, in a place where one is so separated from each other and burdened with so much merchandise, to await a more favourable time for the completion of the wooden enclosure, as the first took effect thereupon without anyone troubling us further about it, they contenting themselves only with having the poor coolies who had carried the building materials given a severe correction by the people of the naib, in the presence of a peon of the English, as it seems placed there expressly, so that it would appear that this scoundrel's deed had occurred with their Honours' prior knowledge and consent; and subsequently making them sign a note head by head that

Dutch transcription

81 an Souratta den 26: April A:o 1759 Van Souratta den 26:' April A:o 1759 het welke dien hoofd regent opentlijk verklaarde dat Faroscha qualijk gedaan hadde en hij hem daar oner spreeken zoude, dog dat het best zoude wezen het gepasseerde te laten voor het geene het mas, en men verzekerd konde zijn dat niets diergelijks weder zoude gebeu„ nen, teffens, een van zijne bijzitters die hij als een verspieder van FrarasChan aanmerkte om een boodschap. zendende, en er vervolgens bij voegende dat de directeur wel wist dat hij geen deel in dat voor val hadde; dat alles mat het verzoek schrift behelsde de suivere maarheijd was en dat hij het gedaag van den naib ten onse opsigte ten uijttersten blameeren moeste, dat hij hen dat schriftuur zoude voorhouden en vervolgens de makelaars weder bij hen doen ontbieden Jn dese staat verseerde de zaak toen het verbod van de noortgang van het metzelwerk aan de nieuwe poort gegenen, wiend, ofte den 19. ' deser mannen den directeur met de leden over de zaken g'aboucheert en geconsidereerd hebbende, dat de regentten de heeren Engelschen thans te zeer ontzagen, om te kunnen denken dat Taroschan zulks buijten hunne voor kennisse en toestemming deede; ofschoon de heer spercer aan de raads leden Ruperti en kroonen„ bergh die als gecommitteerdens bij zijn Edele geweest zijn, ter overgave van de brief wegens de verhindering van den opboum der nieuwe lattij, tot tweemalen na den anderen gezegt hadde last mijn heer Taillefert op de werk in gods naam alles laten maken nat hen behaagt, te rade wierd zijn Edele door twee gecommitteerde leden den koopman sweers en onderkoopman. Ruperti kennisse te doen genen van de moeijelijkheeden en affronten die gem: Naib ons telkens aandeed, onder verklaring dat mij door die op hoopte tergingen ten einde van geduld rakende mesures zouden moeten neemen om ons daar voor, eens voor al te decken, dog dat wij wetende dat Faroschan door D'Engel„ „sche Compagnie weder binnen de stad gebragt en in de regeering gesteld was, daar omtrend niets hadden willen doen zonder zijn Edele daar van benorens denken kennisse 0 ƒ 83 Van Souratta den 26:' April 1759. Van Souratta den 26:' April A„o 1759 kennisse te hebben gegeven, ten einde hem manneer men vroeg of laat eens recours mogte neemen tot diergelijke middelen als waar: van D'Engelsche Comp:e zig bediend hadde om satisfactie te er „langen, wegens d' inJuriense behandelingen die zij van den Casteels gouverneur geleeden hadde zulx te minder vreemd mogte voorkomen, niet twijfbelende dat zodanige boodschap bij aldien al niet eenige nagedagten voorsaak te, dat wij te lang gevexeert werdende sommwijlen deze of gene desperate resolutie mogten nee„ „men, die voor hen, in een tijd dat er nog zoveele misnoegden in de stad waren, van een grote na sleep zoude kunnen weesen, ten minsten zoude kunnen dienen om 't' ontdecken mat d' Engelschen in hem schild voerden, en men bij het neemen van het telijke mesures van hen te ver„ „wagten hadde, in welk laaste w' ons niet bedragen hebben gevonden, uit wijsens rapport van de voors: gecommitteerdens sweeks en Ruperti, dat mij d' Eere hebbe u Hoog Edelens hier nevens in Copia anthenticq. te presenteeren, het welke ten voorm: dage bij monde woordelijk inselvervoegen, gedaan zijnde besloten wij het met zil werk aan de paart dat als gezegt door Europeesche militairen vervolgt wierd, door deselve te laten voltoijen, en deselve door een Commando. militairen met geladen. geweir te doen decken, mitsgaders in Cas van gemeld, het selve met gemeld te keeren; dog om moeijelijkheeden, afbranten en ergere gevolgen, op een plaats daar men zo van den anderen gesepareerd, en met soo veele koopman„ „schappen belast is, vaor te komen, tot het voltoijen der houte om heining een gunstiger tijd afte magten, gelijk het eerste daar op gevolg nam zonder dat iemand ons daar over verder lastig viel, vergenoegende men zig alleen d'arme Coelijs die de bouwstoffen aangedragen hadden, door het volk van den naib een gevoelige Correctie te laten geven, ten overstaan van een pion van D' Engelschen, zoo 't schijnt Expres„ daar bij gesteld, op dat het blijken zoude dat dit kelderstuk met haar Ed:s voorkennisse „ toe stemming geschied was; en deselve vervol„ „gens hoofd voor hoofd een briefje te doen tekenen monde dat l

NL-HaNA_1.04.02_2969_0068 view scan ↗

English

From Surat, 26 April 1759. Oath From Surat, 26 April in the year 1759 that they should not let themselves be employed for any carpentry or masonry work for the Dutch, under penalty of a fine of fifty rupees and a severe correction besides; all of which the town governor, Mir Mueen-ud-din Khan, secretly requested of the Director through one of his confidants not to impute to him, since he had not been master of the situation to prevent it. The aforesaid report having meanwhile been drawn up in writing and reconsidered attentively point by point at our meeting of the 24th instant, we approved the conduct of the aforesaid commissioners, further unanimously judging: That the account of Mr. Spencer regarding the manner in which the incident with Mancherji is said to have occurred contains an undeniable mark of partiality; since the brother of that broker would not have been released without leaving a security, if it had only been that he had struck a peon of the Naib; That this gentleman, allowing himself to be preoccupied by tales of the natives, always to uphold the credit and interests of his nation, will take the side of the Regents against us, and thus encourage them in their vexations, so that little good is to be expected from that quarter; That from the shipment of cash mentioned by his Honor without having requested permission, it is to be gathered that he will not easily favor other Europeans against the natives, because they pay no toll, and the Regents are therefore not disadvantaged by it; That in these Moorish lands, having the helm of government in hand or sparing no money, one can obtain as many witnesses to someone's detriment as one pleases, and that it would therefore be as little surprising if one were to produce a crowd of witnesses against Mancherji, as the testimony of natives can serve as valid or sufficient proof; That the conduct of Mancherji in immediately going to speak for his brother, without first requesting and awaiting orders from the Director, in order to prevent him from perhaps being beaten with slippers or otherwise mistreated in the first fury of the Naib, who by no means conceals being a sworn enemy of him and his family, is very natural and the less to be blamed because his duty also entails speaking according to the rights of the nation even without special orders, the capacity of broker being inseparable from the person who holds that office, and therefore quite far-fetched the subtle distinction that this affront happened to him as Mancherji and not as broker of the Company; That one has all too clear indications that the governor did not oppose granting permission for the construction of the outbuildings; although it may well be true that he placed not the already granted permission slip, but, as Mr. Spencer assures, the petition into the hands of Pharaskhan, to serve with his considerations thereon, out of fear that the English gentlemen would have taken this amiss, in order to remain on good terms with all parties; That the authority which the Castle Governor in Surat had and exercised regarding the carpenter works and repairs in the town had no foundation; That the flying of the Moorish as well as the English flag from the Castle does not make those friends legitimate possessors of the Castle on behalf of the Mughal, however gladly they would wish to pass as such to everyone; and That the English gentlemen, having waged war not against the Mughal, but only against the Castle Governor Sidi Hafiz Ahmad Khan, cannot reasonably claim, through his defeat and the conquest of that fortress, to succeed to any other rights and prerogatives of the same than those that were his personal own. From Surat, 26 April 1759.

Dutch transcription

Van Souratta Den 26:' April 1759. — Eed Van Souratta Den 26.:' April A:o 1759 dat zij zig tot geen Timmer- of- Met zel werk waar de nederlanders zouden laten gebruiken op een boete van vijftig ropijen en een gevoelige Correctie daar en boven, al het welke den stads Gouverneur Meer=Main uddien Chan den Directeur door een zijner vertrouwelingen in secretesse heeft laten versoeken, dat hem niet mogte werden g'imputeerd, vermits hij geen meester was geweest om het te beletten. Het voorsz: Rapport intusschen ingeschrefte geredigeerd en ter onzer Cassie van den 24:' Courant van poinct tot poinct nader aan dagtelijk gepondereert zijnde, hebben wij het gedrag van de voorsz: gecommitteerdens g'approbeerd, voor het overige eenparig oordeelende. Dat het verhaal van den Heer spencer nopens de wijse op dewelke het geval met Mantchergie zig zoude hebben toegedragen, een onwedersprekelijk kenteken van partijdigh=d behelft; dewijl de broeder van dien makelaar niet zonder een weder te laten zoude gelargeerd zijn, indien het maar was dat hij een pion van den Naib hadde geslagen Dat dien heer zig door vertellingen van den inlander latende preoccupeeren altoos om het Crediet en de belangen van zijne Natie staande te houden de Regenten ten onsen opsigte zal gelijk geven, en dus in hunne vexatien stijven, zulx er wijnig goed van die kant te verwagten is. E Dat uit de door zijn Ed: opgehaalde afscheep van Contanten zonder permissie versogt te hebben af te neemen is, dat hij niet ligt andere Europen „sen tegens den inlander zal begunstigen, dewijl die geen thol betalen, ende Regenten oversulx daar doer niet benadeeld zijn. Dat men in deze moorsche Londen de klein der Regeering in handen hebbende of geen geld ontziende zoo veel getuigen ten iemands caste kan krijgen als men selfs wil, en dat het over zulx zoo min te verwonderen zoude wezen in dien men een turbe van getuijgen tegens Mant Cher„ „gie kwar te praduceeren, als het getuigenis van inlanders voor een valabel of suffisant bewijs kan verstrekken Dat het gedrag van Mant Chergie, in aanstonds voor zijn broeder te gaan Dat spreeken 6 d 87 Souratta den 26=' April 1759. spreeken, zonder alvorens. ordre van den directeur te versoeken en afte magten, om voor te komen dat hij niet somwijlen in de Eerste furie van den naib, die geensints ontverist een geslagen vijand van hen en de zijne te wezen, mogte gepappoest ofte op een andere wijse mishandeld werden, zeer natuurlijk en te minder te blameeren is, om dat zijn pligt mede brengt ook zonder speciale ordre, naor de regten van de natie te spreeken, zijnde de qualiteit van Makelaar van de persoon die dat ampt bekleed afscheide „lijk, en oversulx vrij verre gezogt de sustile distinctie, dat hem dat affront als man Clerque en niet als makelaar van de Comp: zoude overgekomen wezen Dat men al te klare blijken heeft dat de gouverneur zig tegens het verleenen van permissie tot d' Exstructie der bijgebouwen niet heeft g'opposeerd; schoon het egter daar omme wel maar kan zijn, dat hij niet het reeds verleende permissie briefje maar, zo als den heer spencer versekert, het versoek schrift in Dat d'authoriteijt die den Casteels gou„ verneur in souratta omtrend de timmeragien en Reparatien in de stad gehad, en g'oeffent heeft geen Dat het laten maijen van de moorsche zo wel wals D' Engelsche vlag van het Casteel die vrinden tot geen wettige bezitters van het Casteel 's Mogols weegen maakt hoegaarne zij daar naar ook zij een ijder zouden willen passeeren en Dat de heeren Engelschen niet tegens den Mogol, maar alleen tegens den Casteels gouverneur sidie Havis Ahmet-chan g'oerhoogd hebbende door zijne overwinning, ende vermeestering van die sterkte niet met reden kunnen pretendeeren in eenige andere regten en prerogativen, van den selve te treden als die hem particulier eigen maren. handen van Faroschan gesteld leek, om daar omtrent te dienen van zijne Consideratien, uijt vrese dat de leeren Engelschen hem zulx qualijk zouden genomen hebben „om aan alle kanten de goede man te blijven Van Souratta den 26: April 1759/ handen plaats elle H e ƒ

NL-HaNA_1.04.02_2969_0070 view scan ↗

English

From Souratta the 26th of April 1759. From Souratta the 26th of April Anno 1759 takes or take place, can apply with respect to someone who has dispossessed the governor of that fortress without His Majesty's prior knowledge or consent. All of which having been agreed to head for head by the Council members upon the representation of the first undersigned, he was of the opinion that one ought to answer the resolute language of Mr. Spencer in polite terms, yet equally resolute, and to protest in the best form against this wrongfully assumed authority concerning the Company's affairs; but since it is certain that one would thereby make little headway and at times fall into great estrangement, all the members were of the opinion that it would be better for now to let the matter rest, until a further opportunity might present itself, but then to show the English gentlemen in writing that one understands the matter quite differently than they would gladly force upon us. Meanwhile, we freely admit that this claim of that nation, now openly raised and pressed, of having succeeded also with respect to us in all the rights and prerogatives that pertained to the Sidie on the King's behalf as governor of the Castle, makes us not a little embarrassed; for by acknowledging such or silently consenting to it, we give them footing and occasion to treat us as inferiors at a thousand turns, and formally to set themselves up and behave as judges over our rights, prerogatives, and actions, whereby we shall fall entirely into contempt with the native; and if we refuse firmly and formally to do so, we fear that they, if not openly, then at least through the channel of the city regents, will continuously thwart us, both regarding trade and otherwise, and involve us in continual difficulties with the same, which could be of very detrimental consequence to the Company's interests. We request therefore to be furnished as soon as possible with orders as to how we should conduct ourselves in that respect, especially if they should succeed in purchasing a patent of confirmation in the government of the Castle on the King's behalf at the market of Dillij, in which case their pretension would have much more semblance of right, and they would certainly do their best to compel us, willy-nilly, to recognize and respect them as lawful regents of Souratta. From Mr. Spencer's statement that, by virtue of the contracts between his Company and the city regents, their interests had become intertwined and inseparable from one another, and that he was obliged in reason and equity to maintain them in their rights and authority, one can sufficiently infer that the English, contrary to our position, upon our embracing and putting into practice the proposition that we made as the only means to redress affairs in our respectful recent secret letter, will not be too good to oppose it openly; in which case the proposed number of troops will hardly suffice for it, as Your High Right Honourables can infer not only from the number that the Director Pecock, according to the secret letter of the 17th of April 1752, deemed necessary to wage war against the Sidie in combination with the city governor, but also from that which the English employed and needed for the recent expedition, although there were no Europeans who showed the Moors the least assistance; not to mention that, remaining so completely masters in Souratta, they could easily bring it about that trade there were entirely denied to us, without the regents, however clearly they might see the damage they stood to suffer thereby, daring to venture to refuse such. The stay of the Director at the wharf also does not seem to be to the liking of the English gentlemen, who in all likelihood would rather see him return to the city with the militia, whereby they would not only have much better opportunity.

Dutch transcription

89 Van Souratta den 26.:' April 1759. Van Souratta den 26.:' April A:o 1759 plaats heeft of hebben, kan ten opsigte van iemand die den gouverneur van die sterkte buiten zijn majes„ „terts voorkennis of toestemming gedepossedeerd leebt. Al het welke op de representatie van den eerst ondergeteekenden door de Raads leden hoofd voor hoofd toegestemd zijnde, was hij van opinie dat men de Cordate taal van de heer spen„ „cer in beleefde termen, dog enen Cordaat, behoorde te beantwoorden, en tegens deze ten onregte aangematig„ „de authoriteit omtrend 'sComp:s zaken in de beste forme te protesteeren; maar vermits het zeker is dat men daar mede dog weinig vorderen zoude en somwijlen in grote verwijdering geraken, waren alle de leden van gevoelen beter te zijn de zaak daar bij voor eerst te laten berusten, tot dat zig een nadere gelegentheijd mogte op doen, maar als dan de heeren Engelschen bij geschrifte te doen zien, dat men de zaak heel anders begrijpt, als zij ons die gaarne wilden opdringen. Jntusschen willen wij gaarne bekennen dat ons deze nu opentlijk gemoveerd, en gedreenen werdende pretentie van die natie, van in alle regten en prerogatiren, de sidie als gouverneur van 't Casteel 'skonings wegen gecompeteerd hebbende ook ten onse op sigte getreden te wesen niet wij„ nig verlegen maakt; want met zulx t' er„ kennen of stilswijgende toe testemmen geven mij hen voet en ons bij duijsent gelegenth=den als inferieuren te behandelen, en zig formeel als regters over onze regten, prerogativen, en handelingen op te werpen en te gedragen, maar doar mij bi den Jnlander geheel in verag„ „ting zullen geraken, en meigeren wij fort et forme om het te doen, vreesen wij dat z' ons zo al niet opentlijk ten minsten door het kannaal van de stads regenten, zo omtrend de negotie als andersints ok op houdelijk zullen dwarsbomen, en ons in Continueele moeijelijkheeden met deselve inwickelen, die van zeer nadelige gevolgen voor 's Comp:s belangen kunnen weesen, versoekende dierhal„ „ven ten spoedigste gemunieerd te mogen werden met ordre hoedanig ons ten dien opsigte te gedragen, speciaal wanneer zij in de koop van - een patent van bewestiging in het gouvernem:t 7 regten van. - 91 Van Souratta den 26:' April A:o 1759 Van Souratta den 26:' April 1759 van 't Casteel 's konings wegen op de markt van Dillij mogten slagen, wanneer hunne pretentie veel meer schijn zoude hebben, en zij zekerlijk hun best zouden doen ons te Constringeeren, Een willens of onwillens als wettige regenten van souratta t'erkennen en respecteeren. Uijt het zeggen van den Heer Spencer dat uit hoofde van de Contracten tusschen zijne Comp: ende stads regenten hunne belangen aan malkander verknogt en inseparabel geworden maren, en dat hij verpligt was hen in hunne regten en gezag naar reden en billijkheijd te maintineeren kan men genoegsaam ofneemen dat d' Engelschen Contrarie onse sustenue bij het amplecteeren en in het merk stellen van de propositie die wij als het eenigste middel tot redres van zaken bij onse eerbiedige Jongste secreete letteren gedaan hebben, niet te goed zullen wezen zig daar tegens opent„ „lijk t' opposeeren, wanneer het geproponeerde getal manschap daar toe beswaarlijk zal sub„ „ficieeren, zo als u hoog Edelens kunnen afneemen niet alleen uit het getal dat den heer derecteur Pecock blijkens secaete missive van den 17:' Het verblijf van den directeur op de merf schijnt ook van de smaak den heeren Engelschen niet te wesen, die na alle gedagten liever zien zonder dat hij zig weder met de militie in de stad begaf wanneer zij niet alleen veel beter gelegentheijd zouden April 1752, nodig g'oordeeld heeft om gecombineerd met den stads gouverneur de sidie te b'oorlogen maar ook uijt dat, het welke D' Engelschen tot de Jongste Expeditie gebruikt en nodig gehad hebben, schoon er geen Europeesen waren die de mooren de minste onder„ stand, bewesen, om niet te zeggen dat zij zo Compleet meester in sou„ ratta blijvende ligtelijk zoude kun„ nen bewerken dat ons de negotie al„ daar geheel ontzegt wierd zonder dat de. Regenten hoe klaar z' ook mogten zien het nadeel dat zij daar bij ston„ den te lijden, zouden durven onderstaan zulx te weigeren Blead hebben F le F

NL-HaNA_1.04.02_2969_0072 view scan ↗

English

From Souratta the 26th of April 1759 to recruit our men, to which they do their utmost best, yet hitherto with little success in comparison with the number of deserters that we recently obtained from them, but one would also have a better opportunity to blockade us if necessary and cut off the supply of provisions than at the wharf, where one always has the river open to move out of their reach if needed and to obtain relief from elsewhere. At least the Lord Governor Meir-Mainuddin Khan, who, although seeming not ill-intentioned toward us, is obliged to speak and act as it pleases the English gentlemen, having summoned the brokers to his presence to discuss the presented letter of complaint more closely with them, did not fail to say in the discourse that after all all previous directors had kept their permanent residence within the city, where one had all the requisite conveniences, and the lack thereof was consequently solely to be blamed on His Honour's removal to the wharf; however, he and the other city regents were prepared for their part to grant the requested license for the construction of the necessary outbuildings to the stone houses at the wharf, but that it was well known that this was a matter that did not depend on him alone, but to which the consent of the governor of the castle was also required, which we therefore had to request; at the same time repeating with respect to the case of Mantchergie that one had to regard this as a past matter that could not be altered, of which they undertook to make a report; but the director still keeps somewhat aloof from the latter to see if it might occasionally be brought so far that the Naib sends someone publicly on his behalf to express his regret over that incident, and has instructed the brokers, if it should be asked what he had said about the referral to the possessors of the castle, to answer that he had shaken his head without expressing himself about it. We have the honour to remain with the utmost veneration, Right Honourable, wide-ruling Lords, your Right Honours' humble and very obedient servants, was signed, Louis Taillefert and Jan Drabbe. In the margin: Souratta the 26th of April Anno 1759. The Mandhar differences having been cleared up again through the reconciliation of Balanipa with Majene in the presence of Boni's king, I take the honour dutifully to inform your Right Honours that the disputes between these princes, Right Honourable, highly respected, wide-ruling Lord, and Honourable Sirs, together with the Honourable Council of the Netherlands Indies, Batavia, To His Excellency the Right Honourable, highly respected Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, and on behalf of the same, as well as the General Chartered East India Company, Governor-General, From Maccassar the 1st of June 1759 had their origin in the harsh rule of Balanipa, who, after he had been recognized in Anno 1756 by the Honourable Company and Boni as the chief king of the Mandhar and as such had returned to his land, treated not only his subjects but also some of the worthy princes very haughtily. As his realm's grandees could not endure this, they recalled their previously deposed maraDia, who, approaching Balanipa, immediately joined the Regent of that district, who crossed over to him with five villages; but because the recalled prince did not find himself strong enough to maintain them as yet, he seems to have sent them to Majene; whose prince received these people, yet at the same time left it to Balanipa to make them return to him by friendly means; but as the refugees refused to listen to any kind words, the maraDia Balanipa, supported by the counsel of Boni's envoy, attacked these obstinate people inside Majene; but from the war, which was however not very heated, he was repulsed and, likely through the greed of several hungry Boni princes successively sent thither by Boni, it was continued until, through the arrival of the Company's forces, peace was brought about and confirmed by the disputing princes having arrived in the Company's garden on the 30th of April by touching the earth, with the stipulation that they should deliver their large cannon to the Company; that Balanipa should pay the Tjaeste or the right of restitution of the five departed villages to the Company and Boni to make good the expenses incurred; and that, though at the strong insistence of Boni's king, the maraDia of Majene should pay a fine of three catties at 80 rixdollars each, because he had acted offensively against Boni's envoy. This fine has already been paid and 11 pieces of cannon from five districts have been handed over to the Company. Which easily

Dutch transcription

Van Souratta den 26:' April 1759 Van Souratta den 26:' April 1759 hebben ons volk te ronselen, maar toe zij hem uitterste best doen, dog tot nog toe net wijnig succes in vergelijking van het getal overlopers dat wij Jongst van hen bekomen hebben, maar men ook beter gelegentheijd zoude hebben ons des noods te blocqueeren en den toevoer van levens middelen af te suijden als op de werf, daar men altoos de revier open heeft, om zig des noods buiten hun bereik te begeren, en van elders onzet te bekomen Althans den Heer Gouverneur Meir= Main. uddienchan die, schoon ten onsen op sigte niet qualijk g'intentioneerd schijnt„ verpligt is zodanig te spreeken en handelen als het de heeren Engelschen behaagt, de Makelaars bij zig ontboden hebbende, om hen nader met het gepresenteerde klagt schrift t' onderhouden en tanceerde het discours niet te zeggen, dat immers alle de vorige directeurs hun vaste domicilie binnen de stad hadde gehouden, daar men alle de vereischte Commoditeiten had, en het manquement van dien gevolglijk alleen te wijten was aan zijn Edeles verhuijzing naar de werf; egter hij, ende verdere stads regenten voor hun aandeel bereid waren de versogte „licentie tot d' extructie der nodige bij geboumen tot de steene huijszen op de werk te verleenen, maar dat men wel wist dat zulx een zaak was die van len alleen niet afhing, maar waar toe het consent van den gouverneur van het Casteel mede vereischt wierd, dat wij dierhalven moeste versoeken; teffens ten opzigte van het geval van mantchergie repeteerende, dat men sulx als een gepasseerde zaak die niet te bezdoen, was, moeste aanmerken waar van zij aannamen rapport te doen; dog de directeur houd zig nog wat afkeerig van het laaste om te zign of het somwijlen zo verre te brengen zal wezen, dat den Naib iemand publicq zijnent wegen zend, had om Ge E G d 95 Van Souratta den 26:' April 1759 Van Maccassar primo. Junij 1759. om over dat voor nal zijn leetwesen te betuij„ „gen, en heeft de Makelaars gelast als er gevraagd mogte werden, wat hij van de overwijsing naar de bezitters van het Casteel gezegt hadde, 't antwaarde; dat lij zijn hoofd hadde geschad sonder zig daar over uit te laten. Wij hebben d' Eere met d' uijtterste veneratie te blijven /:onderstond:/ Hoog Edele wijdgebiedende soeeren. /: Lager:/ uw hoog Edelens onderdanige en zeer gehoorsame Dienaren /:was getekend:/ Louis Taillefert en J:n Drabbe /:in margine:/ Souratta den 26. April A:o 17 175 Der mand har eesch ven schillen, door versoeninge van Bellouipa met madjene, ten bij weesen, van Bonis koning wederom opgeruijmt weesende: soo neeme V'Eer uw Hoog Ed:s pligt schuldig te bedeelen, dat de oneenigheeden tusschen deese vorsten Hoog Edele groot agtbare mijd gebiedende Heere, en wel Edele Heeren Nevens De wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Batavia Aan zijn Excellentie Den hoog Edelen: groot agtb: Heere Jacob Mossel generaal over d' Jnfanterie ten Dienste van den staat der verEenigde Nederlanden, en wegens Deselve mitsgaders De generale G'oc„ „troijeerde oostjndische. Comp:e gouverneur generaal Maccasser haare le 97. Van Maccassar den 1:' Junij 1759 Van Maccassar den 1:' Junij 1759 haare origine gehad heeft; uijt de straffe regering van bellanipa, die na dat hij in A.:o 1756. door d'E: Comp: en bomi als hoofdkoning. van de mandlaar erkend, en sodanig op zijn Land geretourneerd weesende, niet alleen sijne onderdaanen maar ook sommige der werdige versten seer supperbe behandelt heeft. 't geen zijne rijks grooten niet kunneende lijden, soo hebbense haaren benorens afgesette maradia neder ingeroepen Dewelke, bellamipa naderende, ter stond aan Lang. rond, bij den Rijksbestirder van dat landschap, die met vijl negorijen tot hem overquam; dog om dat den ingeroe„ „pene sig niet magtig vond hun als nog te mainteneeren, soo leekt hij deselve naar Madjene geweesen: welkers vorst, die volkeren aannan, dog teffens aan bellacipa overliet, om haarlieden door vrundelijke: weegen weder tot sig te doen keergn! maar de uijt geweekene na geene goede woorden willende hooren soo heeft den makadia bellanipa, ondersteurt door den raad van Bonis sendeling, deese stijf hoofdige binnen madjene g'attacqeert/ maar uijt den oorlog /: die egter niet seer heet gemeest is:/ is ontslaan en, naarschijnelijk door de schroapsugt van verscheijde langerige bomsche printjes /: door boen successive derwaars gesonden:/ gecontinueert: tot dat door de aankomst van 'sComp:s volkeren de vreede bewerkt, en door de opgekoomene verschil. reessi hebbende vorsten, in 's Comp:s thuijn op den 30:' april bij landtastinge bevestigt is met beding, dat sij haare groote Canen aan d' Comp: souden overleeveren: dat bellanipa de Tjaeste of 't regt van restitutie der vijf uijtgeweeken negorijen aan d' Comp: en boni soude uijt keeren, tot 0 goedmaking der gedaane ondelden; en dat /: dog op de sterke instantie van Bonis koning:/ maradia mad„ zene eene boete betaalen soude van drie Catjes â rd:s 80. jder, om dat hij tegen bonis sendeling defeurine g'aggeerd hadde. Deese boete is reets opgebragt en 11. p:s Canon van vijf landschappen aan d' Comp: over gegeven. 't geen ligt den 9

NL-HaNA_1.04.02_2969_0075 view scan ↗

English

From Maccassar, the 1st of June 1759. From Maccassar, the 1st of June 1759 is located, and is most incompetent; meanwhile Bellanipa has promised properly to hand over to the Company's emissaries the right for the recovery of his villages, and that they all together, this current year, will send their envoys, along with those of the king of Boni, as chosen Datoe rn soping, to your Right Honourables to request approval of the recently renewed contracts. I have not insisted strongly upon a larger surrender of heavy cannon, partly because the contracts with those peoples do not forbid the keeping of such ammunition, partly because they all laid down their arms immediately upon the arrival of the Company's forces, and principally because it seemed quite sufficient to me if I merely obligated their people to the Company so that their force might be used in case of need; which I hope will merit your Right Honourables' most favourable approval. Bima. From Bima, one learns through writings from the resident dated the 14th of May last that the king has divorced his wife, married in the year 1756, the daughter of a prominent Sumbawan court noble named Datoe Jerewa, and that he had sent her back to her father. Furthermore, to my sensitive regret, I must report that the Galissonger sent in February /:mentioned in my humble letter of the 21st of October of the past year:/ returned a few days ago without having accomplished the matter, having been unable to track down the smuggler Bodol; however, he has given me some hope of catching him on Galisson yet this year, because the said Bodol promised his family living there that he would arrive at their place in the month of July. I shall not fail to make every possible effort in order to master that evil and harmful smuggler. From Maccassar, the 1st of June 1759. From Ternaten, the 2nd of May in the year 1759. The journey of Caraeeng Tello to the interior for the celebration of his marriage does not seem fixed as yet; while, outside of or besides the machinations of this Celebese, everything here, through God's bountiful blessing, is of a good and peaceful aspect; the crop in the nearby provinces promising a fairly profitable harvest. Wherewith I take the honour humbly to subscribe myself /:underneath was written:/ Right Honourable, Highly Esteemed, Wide-Commanding Lord, and Honourable Lords /:lower:/ Your Right Honourables' most humble and faithful servant /:was signed:/ R. Blok /:in the margin:/ Maccassar in Castle Rotterdam, the first of June in the year 1759. Under offer of the duplicate of my previous letter dated the 6th of April of the current year, To His Excellency, The Right Honourable, Highly Esteemed, Wide-Commanding Lord, Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as, on behalf of the same and the General Dutch Chartered East India Company, Governor-General of the Netherlands Indies, at Batavia. Ternaten, the 2nd of May in the year 1759. From Ternaten, the 2nd of May 1759. I have the honour most humbly to inform your Excellency that today I received the following news from the sergeant of Tidor, namely: That according to writings from Pattanij by the former secretary of Tidor, Abdul Cader, in the beginning of the past month of April, a large three-masted ship with a two-masted brigantine and five paduakan praus had been at the Papuan island of Salawattij and had called the king on board, though in vain, as he had not wanted to come, but after they had also departed, setting course for the village of Vargijo or Maaijgeeuw, leaving behind on the beach two bags of white rice and 40 copper gilded rings, with another 40 knives, as well as a paper whereon a model of a castle was drawn, all of which the Hatibi of Pattanij, named Marecoe, is said to have seen himself, and who had also promised to make a report of it in person to the King of Tidor. And since it is now evident from this that those two English ships mentioned in my previous letter had a completely different design than had been their pretext, and in all likelihood will also have robbed the five paduakan praus with them, I have therefore caused the Prince of Tidor to be requested: First: for the reading of his Highness's received letter from Pattanij, and also to send hither the paper left behind on Salwattij whereon a fort is depicted. Secondly: to summon the Hatibi Marecoe and send him hither. And thirdly: that he please give orders to have the course and activities of those two ships tracked down and to report thereof faithfully to me, as well as to ensure that they nowhere come to establish a post on his subordinate lands. From Ternaten, the 2nd of May 1759. Having, on my part, meanwhile given secret notice thereof to the head of the Extirpators on Weda, the Ensign Enog Christiaan Wiggers, as appears from the accompanying missive, whilst for the rest I shall not fail to be attentive to those improper and at the same time far-reaching moves of those Englishmen, and to inform your Excellency thereof on all occasions. I have the honour to be with the highest respect /:underneath was written:/ Right Honourable, Highly Esteemed, and Wide-Commanding Lord /:lower:/ Your Excellency's very obedient and much obliged servant /:was signed:/ J. v. Schoonderwoert /:in the margin:/ Ternaten, in Castle Orange, the 2nd of May in the year 1759. From Ternaten, the 2nd of May 1759. Batavia.

Dutch transcription

Van Maccassar den 1:' Junij 1759. Van Maccassar den 1: Junij 1759 ligt, en meest ombequaam is; ondertusschen heeft Bellanipa beloofd om het regt voor de wederverkrijging sijner negorijen aan 'sComp=s en tronis sendelinge behoorlijk te sullen over handigen. en zij alle en nog deesen Iaare hunne gesanten te saamen, met die van den koning van. Boni, als verkooren. Datoua rn soping tot uw hoog Edelens te sullen laaten afgaan, om approbatie op de laast vernieu de Contracten. te versoeken. Jk hebbe of eene meerdere afgave grof Canon niet sterk gestaan, eens deels van om dat de Contracten met die volkeren het aanhouden van dusdanige ammonitie niet verbieden, ten anderen om dat sij alle ter„ „stond op de aankomst van 's Comps volkeren Wapenen de wapenen hebben neder gelegt, en ten prin„ . 1 „cipale, om dat het wij genoegsaem scheen mannee Jk haarlieden maar aan d' Comp:e verpligte de om des noods van hunne magt gedient te werden: 't geen ik hoope dat uw hoog Ed:s 7 hoog gunstige sopnobatie meriteeren sal. Bima Van Bina, heeft men door schrijvens van den resident de dato 14:' Maij J:o leeden dat de koning van sijne in Anno 1756 getroude vrouw, de dogter van een naarnaam sumbauareese hoff groot Voorts moet jk tot mijne sen Cibele sinca te melden, dat de in fexter: vermeeken afgesondene Galissonger /: bij mijne onderdaanige van den 21:' 8ber: anno pass:o vermeld:/ voor korte dagen met on„ verrig ter saaken is geatourneert; hebben„ de hij den sluijkhandelaar bodel niet kunnen opspeuren! egter heeft hij mij Eenige hoop gegeven em deselve nog deesen Iaare op Galisson te attra„ peeren, om dat hij Bodol aan sijne daar woonende familie beloofd heeft, in Julij maand bij hun te sullen aankoo„ jk sal niet in gebreeke blijven men 2 om alles aantewenden mat mogelijk 6 is, ten Eijnde dien quaaden en schade„ 0 „lijke sluijker, meester te werden: voorts Datoe ƒ O 2 6 7 101 Van Maccassar den 1:' Junij 1759 Van Ternaten Den 2:' Meij A:o 1759. datoe Jerewa, gescheijde, is: en dat derselve haar„ aan haaren vader weder hadde te rug gesonden. De reijs van Caraeeng Tello naar de Binnen landen, ter voltrekking van zijn huwelijk schijnt als nog niet vast gesteld; terwijl buijten, of behalven d' machinatien van deesen Zellanees hier alles door Godes milden zeegen, van een goede en vreedigen aanschouw is; beloovende het gewas in de naarder provincien een aedelijk voordeeligen oegst. Waar mede de Eer neeme, mij onderdaa„ „niglijk te onderschrijven /:onderstond:/ Hoog Edele Groot agtbaare wijd„ gebiedende Heere, en wel Edele heeren — /:Lager:/ uw Hoog Ed:s ootmoedigsten en getrouwen Dienaar /:was getekend:/ R=s Blok /:in margine:/ Maccassar in't Casteel Rotterdam den Eerste Junij A:o 1759 Onder aanbod van het deuplum mijner vorige van dagtekening 6:' april anno Hoog Edelen groot Agtbaren wijd gebiedende Heere Jacob Mossel Generaal over de Jnfanterij ten dienste van den staat den vereenigde Nederlanden Mitsg:s wegens deselve en de Generale Nederlandsche g'actarij„ eerde oost Jndische Comp Generaal van Gouverneur Nederlands Jndia Aan zijn Excellentie Den hoog Edelen groot Agtbaren wijd gebiedende Heere Batavia n Ternaten Courant ƒ Re 103 Ternaten den 2: Meij A:o 1759 3 Van Ternaten 2:' Meij 1759. Courant, heb ik d' Eere uw Excellentie onderdanigst te berigten dat op heden van den sergeant van Tidot de volgende tijding erlange. namentlijk Dat volgens schrijvens van pattanij van den gewesen secretaris van Tidot abdul Cader in't begin van de gepasseerde maand april, een groot drie mast schip met een twee maste brigantijn en vijf prauwen paduakan, op 't papoese Eiland sala„ - mattij geweest waeren en den koning aanboord 1 geroepen hadden, dog te vergeeft, alsoo die niet had willen komen, maar na zij mede om vertrocken maeren, laeren. Cours settende na de Negorij vargijo ofte maaijgeeuw, en aanstrand agterlatende twee sacken witte rijst en 40. kopere vergulde ringen met nog 40. messen, mitsgaders een papier daar een model van een Casteel E op geteekend stond al 't welk den 9 Eerstelijk: om lecture van En nademael hier uijt nu blijkbaar is, dat die Twee bij mijne vorige ge melde, Engels scheepen, een gehad geheel onder dessein hebben, als. haar voorgeve„ geweest is, en na alle apparen„ „tie ook de vijff bij haar zijnde paaumen Padua„ _ „ kan geroofd zullen hebben, — soo heb ik den vorst van Ti„ 2 dor laten verzoeken lativi van Pattanij Ma„ recoe genaamt, selfs soude Gesien hebben, en die ook beloofd had aan den Koning van Tidor in per zoon daar van verslag te zullen doen hatibi zijn Heel D lle .. - Van Ternaten den 2:' Meij 1759. Heel zijn hoogheids ontfangene briev 2 van Pattanij en ook om het op sal wattij agter gelaten pa pier, waar een sterkte uijt gebeeld is herwaards te ont„ bieden Tweedens. om den hatti„ Marecoe op te roepen „bij en herwaerds te senden en Derders. dat hij geliefde ordre te stellen om die twee scheepen laeren Cours en verrigtingen te Laten ops peuren en mij daer - van getrouwelijk berigt te - geven, mitsgaders ook te bezorgen dat zij ner„ gens op zijn onderhorige Landen post komen te natten Ik heb de Eere met het hoogste respect te zijn /:onderstond:/ Hoog Edelen groot agtb:r en mijd gebiedende Heere /:lager:/ uw Excellenties zeer gehoorzamen en veel verpligten dienaar /:was getek:d/ J:b v: schoonderwoert /:in margine:/ Ternaten Jn't Casteel orange den 2:' Meij A:o 1759. hebbende van mijn kant onder wijl het hoofd der Extirpateurs op weda, den naendrig Enog Christiaan wiggers daar van in secretesse kennisse gegeven, so als bij nevens leg„ „gende missive blijkt, terwijl voor 't overige niet manqueren zal attent te zijn op die verkeerde en teffens van veruijt zigt zijnde gangen dier Engelsen, mitsgaders uw Excellentie daar van bij alle gelegendheden te verwittigen Van Ternaten den 2:' Meij 1759 hebbende Batavia ƒ

NL-HaNA_1.04.02_2969_0079 view scan ↗

English

From Ternaten, the 15th of May Ao 1759 From Ternaten, the 15th of May 1759 To His Excellency Batavia The High Noble, Right Honorable, Far-commanding Lord Jacob Mossel General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as, on behalf of the same and the General Dutch Chartered East India Company, Governor- General of Netherlands India High Noble, Right Honorable and Far-commanding Lord, Since the dispatch of my previous letter of the 2nd of this month, I have furthermore been informed that the crew mentioned therein has been at the island of Gebe, lying close to Pattani, and has also left behind there some rings, knives, and a paper on which a design of a fortress was drawn, having first come ashore with the boat displaying a red flag, at which the natives, as they did not know it, were frightened and fled toward the woods; but after they hoisted a white flag, whereupon some natives approached and spoke with them from afar, they supposedly, as they claim, were able to understand each other, but had nevertheless learned that the proas accompanying them were paduakan Butonese, which now appears very likely to me. Furthermore, in the evening they went under sail again, but whither they turned the helm, they did not know. I most humbly request Your Excellency for orders as to how I should or may conduct myself in such occurrences, since it is to be feared that they are currently attempting to choose a place to establish a post there later. Meanwhile, with the utmost high esteem, I have the honor to be, High Noble, Right Honorable, and Far-commanding Lord, Your Excellency's very obedient and much obliged servant, J:b v:n Schoonderwoert Ternaten, in Castle Orange, the 15th of May 1759 Register of the separate letter and its accompanying annexes, addressed to Their High Nobles the Lord Governor-General and the Noble Lords Councilors of Netherlands India, departing today from Macassar No. 1. Original separate letter to the well-mentioned Honorable members, dated 2. Copy of resolution of the 1st of December 1758, inserting two conferences. 3. Copy translation of the testament of the King of Boni. 4. Extract separate daily register from the 12th of October 1758 until the ultimate of March of this year. 5. Copy of instruction for Captain Malay and Caraleng Poelembankeeng to Kandhaer. 6. Copy of instruction for the chief interpreter Evert Jansen Voll and assistant Lodewijk Fister, escorting the Queen of Tanette to Loewoe. 7. Ditto for Sergeant Witter, going for the extirpation of the harmful spice trees, to Bouton and subordinate islands. 8. Translation of Malay letter by the King of Bouton to the Governor and Council. 9. Copy of letter from the Governor and Council to the King and Mantris of Bouton, dated the 10th of January 1759. Macassar, in Castle Rotterdam, the 10th of May Ao 1759. J:b B: Bakker, sworn clerk. After the reading, His Right Honorable produced two conferences, one held on the 23rd of the past month between His Right Honorable and the Queen of Tanette, and one held on the 30th ditto between His Right Honorable, the King of Boni, and the Queen of Tanette, both annexed hereto. Friday, the 1st of December 1758, in the morning at 9 o'clock. All present. Conference held between the Noble Right Honorable Lord Roeloff Blok, Governor and Director of this Coast of Celebes, and the Queen of Tanette, on Thursday, the 23rd of November 1758. Present: The Junior Merchant and Pay Bookkeeper Jan Hendrik Voll and the Junior Merchant and Secretary of Policy and Cashier Johan Tinne. Upon access being granted, the Queen of Tanette appeared before His Right Honorable at the Company's garden, to whom, after offering the customary compliments, His Right Honorable gave to understand that he had expressly requested Her Highness there, in order to make known personally, as had already been done preliminarily through the Company's sondang Daeng Mangelai on the 18th of the past month of October, how the King of Boni on the 17th of the past month of October appeared before His Right Honorable in the Company's garden, bringing along a paliante or general of Loewoe, who in the name of his lord and master came to request Her Highness, with permission of the Honorable Company and Boni, to come to his country, in order to choose her, owing to the advanced years and frail physical condition of the present Datu, her uncle, to be Datu ri Loewoe. That Her Highness could easily perceive that His Right Honorable would gladly have wished to decline this request and keep Her Highness here, but that His Right Honorable, taking into consideration her present state and condition, likewise could not have seen fit to urge this through without Her Highness's complete satisfaction, His Right Honorable requesting that this princess now make known her true intention regarding the acceptance or rejection of the request of the Loewoenese. Whereupon Her Highness gave to understand that the King of Boni had sent for her at Bontualacq and had presented the above to her in the presence of the Baliante, adding that Her Highness was obliged to depart thither at this time, for otherwise she would sin against the land of Loewoe, as well as against the laws established among the peoples of these lands; and that she had answered nothing to this at the time; but having had the same presented to her a second time at Patengallang, she had

Dutch transcription

Van Ternaten den 15:' Meij Ao 1759 Van Ternaten den 15:' Meij 1759 Aan zijn Excellantie Botavia Den Hoog Edelen Groot agtbaren wijdgebiedende Heere Jacob Mossel Generaal over de Jnfanterij ten dienste van den staat der vereenigde Nederlanden, mitsgaders wegens dezelve ende Generale neder„ landsche G'octroijeerde oost Jn„ „dische Compagnie Gouverneur Generaal van Nederlands Jndia Hoog Edelen groot Agtbare en wijd gebiedende Heere sedert het ofsenden mijnen vorige van den 2:e deser, ben Voorts maaln zij des avonds weer ben ik onderregt dat de daar bij vermelde Equipagie op't Eiland Gebe, leggende digt bij pattanij aan geweest en aldaar mede agter gelaten heebt eenige ringen, missen en een papier daar een model van een sterkte op getekend stond, zijnde eerst met de schuijt aan de mal gekomen vertonende een roderlag, waar voor de Jnlanders als deselve niet kennen de schum waren en bosch waards invlugten, maar na zij een witte vlag op hesen als manneer eenige Jnlanders naderden en van verre met haar spraken, souden soo zij voorgeven elkander te hebben konnen, verstaen maar hadden egter vernomen dat de bij haar zijnde prauwen paduakan boeton„ ders maren, dat wij thans zeer maet„ schijnelijk voorkomt k onderzijl He 109 Van Ternaten den 15:' Meij 1759. Van Maccassar den 10:' Meij Ao 1759. onder zijl gegaen, maer verwaerds. te steren gewend hadden wisten zij niet Jk versoeke uw Excellentie zeer gedienstig om ordre, hoedanig my bij alsulke voorvallen te moeten „ te mogen gedragen, dewijl het te dugten is dat zij thans een plaats tragten uijt te kiesen om naderhand aldaar post te vatten. Jntusschen met de uijtterste hoog agting d' Eere heb te zijn /:onderstond:/ Hoog Edelen Groot Agtbaaren, en wijd Gebiedende Heere /:Lager:/ uw Exellenties zeer gehoorzamen ede en veel verpligten dienaar /:was J:b v:n Schoonderwoert getekend:/ - /:in margine:/ Ternaten in't Casteel orange den 15: Meij 17.59 5. Copia instructie voor den Capitain Maleijer en Caraleng Poelembankeeng naar kandhaer „ 2: Copia Resolutie van den 1:' December 1758 g'insereert twee Conferentien 3 Copie Translaat van het Testament van den koning van Bom: 4. Extract apart dag register van den 12:' october 17. 58. tot ult:o maart deeses Jaars. N=o 1. origineele Sparte Brief aan welmelten haar hoog Edelens leeden geda„ Register van de Aparte Brief en dies Bijlagen daar bij gehoorende, gerigt Aan haar Hoog Edelens Den Heere Gouverneur generaal nerens. De wel Edele heeren Raden van Nederlands Jndia heeden afgaande Maccasser No: 6. Heel „teert 6 111 Van Maccassar den 10:' Meij 1759 Van Maccassar onder dato 18. ' Mey 1759. N:o 6. Copia instauctie voor den oppertolk Evert Jansen vol en assistent Lade„ wijk fister, ten geleijde van de Sanetse Koningin naar loewoe „ 7. _. o _:o noor den sergeant witter gaande ter Extirpeeringe der schadelijke specerije boomen, naar Bouton en onderhoorige Eijlanden „ 8. Translaat maleijdse brief door den Koning van Banton aan den gouverneur g' Raad Copia brief van den gouverneur en raad aan den 9. koning en martries van bouten gedateert 10:e Januarij 1759 Macassar in't Casteel Rotterdam den 10:' Meij A:o 1759 /:was getekend:/ J:b B: Bakker E geCleren Na 't geled produceerde sijn E: agtb: twee Conferentie als een gehouden op den 23:' der voorleeden maand tusschen sijn E„ Agtb: en de koninginne van Lanette, en Een gehouden op den 30: _:o tusschen sijn E: agtbare den koning van banij en de konin„ ginne van Lanette, beijde deesen annex. Conferentie gehouden tusschen den wel Edele Agtbaaren Heere Roeloff Blok gouverneur en directeur deeser Custe Celebes en de Kenniginne van Zanette op. Donderdag den 23:' November 1758 Present; Den ondercoopm: en soldij Boekhouder Vrijdag den 1: december 1758 Des morgens ten 9: uure Alle Present 9 Vrijdag. Jan E F 113 Van Maccassar onder dato 10:' Meij 1759 Heel Van Maccassar onder dato 10:' Meij 1759 Op verleend acces verscheen in 's Comp: Huijn bij sijn E: agtbare de Coninginne van Sanetten, aan min na aflegginge der ordinaire Complimenten sijn E: agtb: te kennen gaf, daar haar hoogheijd Expres daar versogt hadde, om personelijk bekent te maaken, gelijk reeds prerlabel, door 't Comp:s soude „lang Danig Mangelai op den 18:' van de voorleede maand october hadde laten doen, hoe den koning van Bom, op den 17:' der verweeken maand october bij sijn E: agtb:e in 'sComp:s thuijn verscheenen is, mede brengende eene paliaante of velt heer van Loemoe, dewelke uijt Naam van sijnen heer en Meester haar hoogheijd /:met per„ missie van de E: Comp: en bonij :/ na sijne landen quam versoeken, ten eijnde deselve weegens de hooge Jaaren en zwakke lichaams gestellenis van den teegenwoordige Datoer haaren om, tot Datovr ri Loewoe te verkiesen. Jan Hendrik voll en den ondercoopman en secretaris van Politie en Cassier Johan Tinne Dat haar hoogheijd ligtelijk konde pene„ taeren, dat sijn E: agtb: dit versoek wel gaarne van de hand had willen wijsen en haar hoogheijd hier houden, dog dat sijn E: agtb: haar teegen woordige staat en toestand mermogen hebbende, ook niet hadde kunnen goed vinden, dit sonder haar hoogheijds volkomen genoegen door te dringen, versoekende sijn E: agtb=re dat die vorst in thans haar waare intentie omtrend de accep„ „latie of afwijsing van 't versoek der Loeweenes en wilde te kennen geenen. waar op Haar Hoogheijd te kennen gaf dat den koning van Bom; haar op bon„ tualacq hadde laten versoeken en het boven„ staande in't bijweesen van Balirante had voor gehouden met bijvoeging dat haar hoog„ heijd verpligt waar thans derwaards te ver„ „trekken; mant dat sij andersints teegens het Land van Loewoe sondigen soude, gelijk ook teegens de wetten onder deese lands volkeren vast gesteld, en dat sij thoen niets hier op geant„ woord hadde; dog ten tweede maal op paten„ galdang haar het selve voorgehouden sijnde Dat hadde

NL-HaNA_1.04.02_2969_0083 view scan ↗

English

From Maccassar under date 10 May 1759. From Maccassar under date 10 May 1759. had Her Highness given in answer to the king of Boni: since it has now been thus decided and approved by Your Highness, I shall nor can have anything against it, but my stay on Loewoe cannot be long, as I can impossibly remain separated from the Honorable Company and Boni, since all my hope and trust is, and shall remain, founded upon those two; requesting, as had already previously been done by the Honorable Voll, a chaloup and commissioners to convoy her to Loewoe and to recommend her person to the Loewoenese. Hereupon His Honorable Lordship replied that, subject to the high esteem that His Honorable Lordship bore toward the king of Boni, on this occasion he wished to remind Her Highness that Tanette was a free ally of the Honorable Company, having come over to the Company of its own accord in the time of Mr. Speelman and been accepted into the alliance; and that Her Highness was thus free to do or leave in this matter whatever pleased her, without taking any regard of the persuasion of the king of Boni in this; but since His Honorable Lordship could well perceive that her departure was decided upon by her, His Honorable Lordship requested further that Her Highness would please take care for the welfare of her country Tanette, and establish such order before her departure as she might find necessary for the well-being of the same and the Company. Whereupon that princess further gave to understand that she had already decided to leave her youngest son Mangoesila at the court of the king of Boni, to perform his court service there and with the Company; handing over her lands to His Honorable Lordship and the king of Boni, to do and leave everything thereupon that they should deem necessary for the well-being of the land and the alliance, leaving her Pabitsarah and Soelematang there; and when Her Highness should need it, that His Honorable Lordship would inform the Soelematang so that he might come with his people to fetch Her Highness from Loewoe. From Maccassar under date 10 May 1759 From Maccassar under date 10 May 1759 This arrangement was approved by His Honorable Lordship, with the request that Her Highness would please order or communicate the proposal to that Soelematang in the presence of the king of Boni, which Her Highness undertook to do. Furthermore, His Honorable Lordship provisionally granted Her Highness's request for a chaloup and commissioners to convoy her to Loewoe and to recommend Her Highness's person as a daughter of the Company to the Loewoenese. His Honorable Lordship further requested that when Her Highness should have arrived at Datouari Loewoe, she would not only give proper notice thereof to this Castle, but also send express envoys from there to Their High Mightinesses, so that the friendship and alliance between the Company and Loewoe, concluded in the past at the first arrival of Admiral Speelman, might be renewed and confirmed, for which Her Highness could now be a desired instrument; to which Her Highness answered that regarding her private person she was very much inclined thereto, but that she could not answer for the intentions of the Loewoenese. His Honorable Lordship replied that Her Highness could nevertheless contribute much to the cultivation of friendship, which His Honorable Lordship earnestly recommended to her. Lastly, His Honorable Lordship gave that princess to understand that His Honorable Lordship was apprehensive that in Her Highness's absence our garrison at Pantjana might not be treated altogether well, and that in such a case His Honorable Lordship would have that post evacuated, but that if this should occur Her Highness should not think that anything disadvantageous to her country would happen because of it, but would only be done to avoid all difficulties between her subjects and our boarders. Hereupon Her Highness said she would establish good order to prevent all difficulties; and it was finally agreed to reconsider this matter further in the presence of Boni's king, as well as whether anything else ought to be determined before her departure; whereupon that princess, after some indifferent conversation, took her leave and departed contented around half past eleven o'clock. Underneath stood: Maccassar in the Company's Garden, date as above. Lower stood: In my presence, was signed: Johann Sinne, secretary. At the request of His Honorable Lordship and agreement with the queen of Tanette on the 23rd of this month, there appeared today in the Company's Garden the king of Boni, together with some grandees of the realm, to whom His Honorable Lordship, after the exchange of mutual compliments, communicated what had been transacted with the Queen on that date. On Thursday the 30th of November in the year 1758. Present The Honorable Valiant Major Ian Caspar Reisweber, The Junior Merchant and Pay-bookkeeper Jan Hendrik Voll, and The Secretary of Police and Cashier Johann Sinne. Conference held between the Right Honorable Gentleman Roeloff Blok, Governor and Director of this Coast of Celebes, the King of Boni, and the Queen of Tanette.

Dutch transcription

115 ƒ Van Maccassar onder dato 10:' Meij 1759. Delia Van Maccassar onder dato 10:' Meij 1759. hadde. haar hoogheijd, den koning van Boui ten antwoord gegeenen: dewyl het thans bij uwr hoogheijd sodanig beslooten en goed gevonden is, soo sal nog kan ik daar niets teegen hebben, dog mijn verblijf kan op loewoe niet lange weesen, al soo onmooglijk van de E: Comp: en banij afgescheijden kan. blijven, dewijl al mij hoop en vertrouwen op die twee gevestigt is, en blijven. sal; versoekende gelijk reeds benorens door d'E: voll hadde laten doen om een Chialoup en gecommitteerdens, om haar naar loevroe te Convoijeren, en haar persoon de loemonesen aan te beveelen. Hier op repliceerde sijn E: agtb=re dat /:behoudens. de hoog agting die sijn E: agtb:e den koning van Boni teedroeg:/ bij deese geleegentheijd haar hoogheijd wilde indagtige dat Zanette eene vrije bont genoot van de E: Comp. was, uijt eijge beneeging ten tijde van de heer speelman bij de Comp: overgekomen, en in het bontgenoot Waarop die vorstin verder te kennen gaf, dat reeds beslooten hadde, haar Jongste Ioan mangoesila bij den koning van Boni aan het Hoff te laten, om daar en bij de Comp:s sijn hoft dienst te doen; geevende haare landen aan syn E: agtb: en den koning van Boni over, om daar op alles te doen en te laten mat tot mel zijn van het land en het Bontgenootschap nadig soude oordeelen, latende haar Pabitsarah tot „schap aangenomen; en dat het dus haar hoogheijd vrij stont, om in deesen te doen of te laten wat haar welgevalle, sonder op de persuatie van de koning van Bom in deesen, eenig reguard te nemen, dog nademaal sijn E: Agtb=re wel konde bemerken dat haar vertrek bij haar besloten waar, soo versogt sijn E: agtb=re al verder, dat haar hoogheijd sorge geliefde te dragen voor de melvaart van haar land Tunette, en voor haar vertrek sodanige ordre stellen, als sij tot mel zijn van deselve en de Comp: mogte nodig vinden. „schap Soelematang Jeec 117. Van Maccassar onder dato 10:' Meij 1759 Van Maccasser onder dato 10:' Meij 1759 soelematang aldaar en wanneer haar hoogheijd 't zoude benodigt zijn, dat sijn E: agtb: aan den soelematang deede meeten dat met desselfs volk haar hoogheijt van loemoe mogte komen afhaalen l Deese schikkinge wierd bij sijn E: agtb: goed gekeurt, met versoek dat haar hoogheijd die soelematang het voorgestelde in presentie van den koning van Bonij geliefde te ordonneeren; of aan te seggen, 't geen haar hoogheijd heeft aangenomen te doen Voorts heeft sijn E: agtb:e haar hoog„ heijds versoek om een Chialoup en gecommitteerd:s provisioneel toegestaan, om haar na Coewtoe te Convoijeeren, en haar hoogheijds persoon als een dogter van de Comp: de Loemoenesen aan te beveelen, wijders versogt sijn E: agtb: dat manneer hoogheijds tot Datouari Loemoe soude verkaren zijn, dat dezelve daar van niet alleen behoorlijk kennisse aan dit Casteel, maar ook daar Expresse Laatstelijk gaf sijn E: agtb:e die voorstin nog te verstaen, dat sijn E: agtb: bevreest maar dat bij haar hoogheijds of meesen onse besotting op pantjana niet al te wel soude behandelt werden, en dat in sulks een genal sijn E. agtb:e die post soude laten opbreeken, dog dat wanneer haar hoogheijds sulks ter voren quam dat sij niet obgesanten aan haar hoog Edelens soude geenen, ten eijnde de vriend en bontgenootschap tusschen de Comp. e en loewoe op bouten bij de Eerste net vering van den admiraal speelman gesloten, mogte nernieuwt en bevestigt werden, waar toe haar hoogheijd als nu een gewenscht merktuijg zijn konde, maar op haar hoogheijd antwoorde, dat betreffende haar prive persoon sig daar seer toe geneegen maar, dog dat se voor de Convepten der loewoenehen niet konde in staan: sijn Edele Agtbare repliceerde dat haar Hoogheijd tot Culti„ vering van de vrindschap egter veel konde Contribueeren, 't geen zijn E: agtb:e haar Ernstig aan benal. afgezanten moest - Van Maccassar onder dato 10:' Maij 1759 Van Maccassar onder dato 10:' Meij 1759. moest denken, dat daarom iets nadeeligs aan haar land geschieden soude, maar alleen gedaan soude werden, on alle moeyelijkheeden tusschen haare onderdaanen en onse kostelingen te vermijden: hier op seijde haar hoogheijd goede ordre te sullen stellen tot voorkominge van alle moeijelijkheeden; en zijn laatstelijk afgesprooken om dit verhandelde ten bijweesen. van bonijs koning nog eens nader te werwegen, mitsgaders. of er nog iets. behoorde vast gesteld te werden voor haar vertrek; waar op die verstin na't houden van Eenige onverschillige discoursen haar afscheijd versogt, en Circa half twalk uuren vergenoegd vertrek /:onderstond:/ Maccassar in 's Compagnies Thuijn dato als boven /:lager:/ Jn kennisse van mij /:was geteekend:/ Johann Sinne secretaris Op 't versoek van zijn E: agtb:e en af„ spraak met de koninginne van Sanette op den 23:' deeser, verscheen heeden in 't Comp:s Thuijn 6 den koning van Boni, nevens eenige rijks„ grooten aan wien zijn E: Agtbare na 't afloopen, nan weder zijdse Complimenten, het verhan„ „delde met de Koninginne op die datum op Donderdag den 30:' November a:o 1758. Present Den E: Manh: Majior Ian Caspar Reisweber „ onderCoopm: en soldij boekl:r Jan Hendrik voll; en _:o „ Eecret:s van politie en Cassier Iohann Sinne Confeerentie Gehouden tusschen den wel Edelen Achtbaren Heere Roeloff Blok Gouverneur en directeur deeser Custe Celebes, Den Koning van Boui en de koninginne van Tanette Conferentie Le H He v

NL-HaNA_1.04.02_2969_0086 view scan ↗

English

121. From Maccassar, dated 10 May 1759 From Maccassar, dated 10 May 1759 made known, who fully acknowledged and approved all of this, requesting that upon Her Highness's arrival it be further added that she or her retinue touch at no places under the territory of Aroe Boelobaelo and Sandjaij, and to tell the Loemoenese that Her Highness's journey to Loewoek was for their own good, and not to undergo anything detrimental, since any harm that might befall her would be considered done to the Company and Bonij. Furthermore, while they were waiting for the arrival of the Queen, the King of Bonij communicated to His Honourable Esteem what he had already caused to be done yesterday by the Honourable Voll: that the state of affairs in Mandhaar was not favourable, and that those peoples had again been in action against the rebels, the deposed Maradias of Ballanipa and Madjene, with little advantage for the well-meaning. His Highness further reported that within Soping, according to the latest tidings, everything was in good peace, and that the grandees of the realm had sent him from there two slaves as a token of recognition as their king; furthermore, that the rebels were already 6000 men strong and had declared that they intended to oppose the country as well as the Company and Bonij, because the ancestors of the first-named had ordered him to do so; furthermore, that His Highness's peoples who stayed there had requested him for powder, lead, and flints, as well as for a reinforcement of 1000 men; and that he thereupon, with his grandees of the realm, had deemed it well to send the Tomarilalang with all the peoples of Radja Tamparang thither to the assistance of Maradia Ballanipa, and to request the necessary ammunition from the Company, just as he was presently doing of His Honourable Esteem. From Maccassar, dated 10 May 1759 From Maccassar, dated 10 May 1759. Shortly after which the Queen of Tanette appeared at this gathering alongside her consort, to whom, after the exchange of compliments, His Honourable Esteem made known to Her Highness how the King of Bonij approved everything transacted with Her Highness on the 23rd of this month, and moreover requested that she touch neither to the left nor to the right on her journey to Loewoe, but go directly into the river of Cadjang and to the Company's sloop; which was also made known to the Coewaenese present, but the pabitjarah or soelewattang of Tanette did not appear; however, Her Highness once more testified unequivocally that she surrendered her entire country and people without any exception to the Company and Bonij, to act thereon and with her subjects as they should deem most appropriate for the best welfare thereof and of her person. His Honourable Esteem further requested that Her Highness, before her departure from here, would please pardon her sons Aroe Pantjana and Jallieng for the errors they had committed, to which the King of Bonij also agreed; which Her Highness, after much debate, finally accepted to do, as well as to comply with everything proposed by His Honourable Esteem and the King of Bonij concerning her journey to Loewoe. Whereupon the King of Bonij presented to His Honourable Esteem his youngest or recently circumcised son in Maros, adding that he had given him a certain negorij named Amaling together with the title of Aroe Amaling, which negorij had in earlier times been bestowed upon His Highness by Tomatiuroari Tipoeloe, requesting His Highness that a record of this might be kept in the Company's papers. 125 From Maccassar, dated 10 May 1759 From Maccassar, dated 10 May 1759. Which His Honourable Esteem granted, and thereupon His Highness took a satisfied leave, and, after being escorted out with the requisite honours, departed for Bantualacq; while the Queen communicated to His Honourable Esteem that those of Soping had demanded of her all the Sopingers residing within Tanette, and that this was directly contrary to the agreement made at the reconciliation between Bonij and Tanette effected by the Honourable Mr. Laten, wherein it was then concluded and established that all that was within Bonij should be and remain Bonij's, and all that was within Tanette should be and remain Tanette's; that the King had indeed forbidden her to communicate this to His Honourable Esteem, but that she nonetheless did this under secrecy, with the request not to mention anything of this to the King for the present; whereupon this lady also took her leave and departed with satisfaction. Below stood: Maccassar in the Company's Garden, dated as above. Lower stood: In the presence of me. Was signed: Johann Tinne. Whereupon, with regard to the second conference, a lengthy discussion was held; upon which first proposal of His Honourable Esteem it was resolved to get the Triton ready as soon as possible to serve as convoy for the Queen of Tanette to Loewoe, as well as to commission the Chief Interpreter E. J. Voll and Assistant Lodewijk Frister to recommend Her Highness in the strongest terms to the Datu of Loewoe and further grandees of the realm, in the name and on behalf of the Honourable Company.

Dutch transcription

121. Van Maccassar onderdato 10:' Meij 1759 Van Maccassar onder dato 10: Meij 1759 te kennen gaf, die sulks alles volkomen advoueerde en goed keurde, versoekende bij haar hoogheijds komste daar nog bij te voegen dat sij of haar gevolg op geene plaaten onder het gebied van Aroe boelobaelo en sandjaij aan doen, en aan de Loemoneesen te seggen dat haar loogheijds. Ter loek tot haar beste, en niet om iets nadeeligs te ondergaen alsoo het „ quaade dat haar mogt overkomen aan de Comp: en Bonij gedaan, zoude werden Voorts terwijl men op de aankomst van de Koninginne nogtede, Communiceerende den koning van Bom sijn E: agtb=re, 't geen op gisteren reeds door dE: voll hadde laaten doen; dat den staat der zaaken op Mandhaar niet voordeelig stonden en dat die volkeren teegens de rebellen de afgesette Maradias van Ballanipa en Madjene mederom in actie geweest hadden, met wijnig voordeel voor de welmeenende Wijders berigte sijn Hoogheijd dat binnen soping, volgens de Laatste tijdinge„ alles in goede rust maar, en dat de Rijksgrooten hem van daar twee slanen, tot Eene erkentenisse als haaren koning hadden toegesonden voorts dat de rebellen reets 6000. man sterk waren e geuijt hadden sig tegen 'tland soo wel als teegen de Comp en Bom te willen stellen, om dat den Eerst genoemdens voorouders hem sulks hadde aan benaalen voorts dat sijn hoog„ leijds volkeeren, die sig aldaar ophielden aan hen hadde laten versoeken om kruijt, lood en vuursteenen, mitsgaders om een ver„ sterking van 1000. man en dat hij daar op met sijn rijksgrooten goed gezonden hadde den Tomarilalang met alle de volkeren van Radja Tamparang derwaards. te senden tot hulpe van Maradia ballanipa g. van de Comp. de nodige arnonitie te versoe„ ken, gelijk hij thans aan sijn E: Agtb=re quaam te doen. voarts Even C - — Van Maccassar onder dato 10:' Meij 1759 Van Maccassar onder dato 10: Meij 1759. Oven na welke de koninginne van Tanette. neevens haar gemaal, in deese bij een komst verschen, aan welke na 't afleggen der Compli„ „menten sijn E agtb:e haar hoogheijd te kennen gaf hoe den koning van Bani al het ver„ handelde met haar hoogheijd op den 23:' deser goed keurde, en daar en boven versogt, dat zij links nog regts in haare reijse naar Loewoe aangierde, dog wel in de rivier van Cadjang en na de Comp:s Chialoup te mogten; het geen de presente Coewae„ „nesen ook wierd aangezegt, dog de pabit ja„ rah of soelewattang van Tanette maar niet verscheenen; egter betuijgde haare hoogheijd andermaal volmondig, dat sij haar geheele land en volk sonder Eenige uijtsondering de Comp: en Bonij overgaf, en daar op, en met haare onderdaanen te handelen soo als die tot meeste wel weesen van 't selve en haar persoon zoude vinden te behooren Wijders versogt zijn E: agtb„e dat Waarna den koning van Bonij ƒ aan zijn E: Agtb=re presenteerde desselfs Jongst of Maros besneeden zoon onder bijvoeging dat aan den selven geschonken hadde seekere Negorij met naame Amaling beneevens den titul van Aroe Amaling welke Ne gerij aan sijn hoogheijd in vroeger tijden doar Tomatiuroari tipoeloe is ver herd geworden, versoekende sijn Hoogheijd dat hier van bij Comp: haar hoogheijd voor haar vertrek van hier haare soonen Aroe PantJana en jallieng geliefde te pordonneeren met haare begaane fauten maar toe den koning van banij mede miteerde 't geen haar hoogheijd na veele reeden wisselin„ „ge eijndelijk aannaam te doen, als mede al het voorgehoudene door syn E: agtb: en den koning van Bonij, betreffende haare reijze naar Loemoe na te komen haar paperen e ƒ 125 Van Maccassar onder dato 10. meij 1759 Van Maccassar onder dato 10:' Meij 1759./ Papieren aanteekening mogte gehouden werden, 't geen sijn E: agtb:e accordeerde, en heeft sijn hoogheijds daar op vergenoeg afscheijd versogt, en is, met het vereijschte houneur uijt¬ geleijde gedaan zijnde, naar bantua lacq vertrokken; ter myl de koningin aan sijn E: agtb: Communiceerde dat die van soping van haar hadden opgeEijscht: alle sopingers die sig binnen Tanette op hiel„ „den, en dat dit regt streeks stuijdig maar met de over eenkomste bij de versoeninge tusschen bonij en tanette door den Edelen Heer Laten te wege gebregt, daar toen beslooten en vast gesteld is, dat alles mat binnen Bonij waar, bonijs; en wat binnen Lanuette mas, Tannettes soude zijn en blijven; dat de koning haar wel verboeden hadde om: sijn E: agtb: sulks te Communiceeren, dog dat sij dit egter onder se cre„ „tisse deede, met versoek daar Waarna ten opsigte van de tweede Conferentie mijdlopig Op welke Eerste op de propositie van sijn E: Agtbare geresolveert is, de Tritan soo dra mogelijk in gereed„ heijd te brengen, om te dienen tot Connoij van Iannettes Coninginne naar Loewoe, mitsgaders te Committeeeren E: J: voll en adsistend den oppertolk Lodewijk Frister, omme haare hoogheijd uijt naam en van wegen d'E Comp: den dateuari Loewoe en verdere rijksgrooten op het kragtig„ te aan te bezeelen van voor als nog niets e aan den koning te melden, waar meede deese almeede afscheijd versogt en met genoegen vertrok /:onderstond:/ Maccassar in 's Comp:s Thuijn dato als boven /: lager:/ in kennisse van mij /:was geteekent:/ Johann Tinne, van geraisonneert g -

NL-HaNA_1.04.02_2969_0089 view scan ↗

English

From Makassar under date 10 May 1759 From Makassar under date 20 May 1759 deliberation was held concerning the situation in Mandhar, it being furthermore taken into consideration that those peoples had already several times requested assistance from the Honourable Company, that the King of Boni now seemed earnestly willing to support them, and also that if the Company remained inactive in this matter, the affection of the Mandharese for the Honourable Company would later cool and that toward Boni would grow, and finally that those peoples came to the aid of the Honourable Company in the last war here, and also in former times; it was therefore unanimously resolved to send 150 to 200 native troops, well-armed and provided with ammunition, to the assistance of the MaraDia of Balanipa, under the authority of the Malay Captain Crain Boelembankeeng, to whom it was resolved to grant a modest monthly allowance, and to his men the ordinary ration of rice, salt, etcetera, and furthermore to dispatch thither alongside them a gunner's mate and an artilleryman with two hand mortars and some mortar shells, as well as to give to Boni's King, upon his urgent request, two hundred and fifty pounds of gunpowder, 150 flints, and, under payment with 75 percent advance, two hundred and fifty pounds of lead, to be employed in this expedition. Lastly, it was also resolved to give notice to the courts of Gowa and Tallo, as allies of the Honourable Company, through commissioners, that for the restoration of peace in the land of Mandhar, the government here was intended to send some troops thither, in order thereby to oblige these royal courts not to undertake any expedition in the future without the prior knowledge of this government, there being employed for this commission to Gowa the junior merchants, the secretary of police and cashier J: Linne and shopkeeper Hendrik Wolff, and to Tallo the junior merchants, the Resident of Maros C: Swellengrebel and W: F: H: van Blijdenberg. Below stood: Makassar, date as above. Was signed: C:s Luijkelaar, L: Blok, J: C: Reijnsber, R: v: Oosterhout, J: A: Voll, W:m Deefhout, Johann Linne, and Hendrik Wolff. Lower: Agrees, was signed: J: B: Bakker, sworn clerk. To His Excellency the Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and the General Netherlands Chartered East India Company, Governor-General, together with the Right Honourable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies at Batavia. Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, Respected, Very Wise, Provident, Discreet, Very Generous Lord and Lords. Ternate, 15 June 1759. The first undersigned, most humbly conforming to his previous reports concerning the English ships discovered in the outer waters of the Moluccas, we have the honour, in continuation thereof, to communicate to Your Right Honourables that their landing on the islands of Gebe and Salawati is no longer a secret here but known to everyone, though not whither they sailed from the last-named place or where they are presently staying, so that it being uncertain to trace them, it was therefore, as well as for several other reasons, resolved at the meeting of the 21st of this month to let the bearer of this continue his return journey to Banda, and merely to have the pantchiallang De Kaketoe readied in order to cruise for some time along the outer coast of Halmahera, and especially back and forth between Patani and Gebe, and thus to try whether one might still obtain more light on that matter, regarding which arrangement we hope to receive Your Right Honourables' approval. Concerning the court of Tidore, we also find ourselves obliged to report that it appears to us the same as before, because it is ruled by the secretary Abdul Rauff and the alim or high priest Bagoes Nassaroeding Abdul Rasidi, and the King, who otherwise in himself seems to be a very good man and a well-meaning friend of the Honourable Company, has little to say, and it is the fault of the first-mentioned that His Highness importunes Your Right Honourables again for a substantial increase in recognition monies, regarding which, although the first undersigned earnestly advised him against that request, we nevertheless think that some consideration may partially be given in order, by that means, to get the districts of Maba, Weda, Patani, Hotelsang, etcetera, thoroughly cleared once and for all, especially in these times when foreign vessels frequent the outer waters, as we furthermore are also of the opinion

Dutch transcription

127 Van Maccassar onder dato 10:' Meij 1759 Van Maccassar onder dato 20:' Meij 1759 gerribonneert wierd over den toestand op Mandhaar, vaorts in overmee „ging genomen dat die volkeren al verscheijde maaken onderstand van d'E: Comp: versogt hadden, dat den koning van Bomi thaas scheen haar met Ernst te willen ondersteunen, als mede bij aldien de Comp: in deesen stille bleef, nader„ hand de Mandlazesen haare genee„ gentheijd tot dE: Comp: verblaumen, en die tot Boni aanwasselen soude, en eijndelijk dat die volkoren in den Laatsten oorlog alhier, en ook voormaals, de E: Comp: tot hulpe sijn opgekomen; soo is Een„ „parig geresolveert 150. à 200. Jnland=s wel genapent en met amonitie voorsien, de Maradia van ballanipa tot hulpe toe te senden, onder het gesag van den Capitein Maleijer Crain boelembankeeng, aan welke geresolveert wierd, een Laastelijk wierd nog geresolveert, om aan de hoven van Goa„ sello; als Bontgenoten van d'E: Comp: door ge„ „committeerdens kennisse te geeven, dat tot herstellinge der ruste op 't land van Mandhaar de Regeering alhier Pe ven voorneemen was. Eenige volkeren maatig kostgeld, en hunne volkeren het ordinaire en ook randzoen van Rijst zout Et: toe te leggen, voorts nog nevens deselve derwaarts te laten afgaan, een Constapelsmaat en een Bosschieter met twee handmoatiertjes, en eenige mortier granaten, als mede om aan Bouis Coning op syn instantig versoek te geenen twee hondert vijftig aƒ e pond buskruijt, 150. uuur steenen En onder betaling met 75. percento adraace twee hondert vijftig ponden lood, omme bij deese Expe„ „ditie geEmploijeert te werden. maatig dermaands Heee 6 - 129 Van Maccassar onder dato 10:' Meij 1759 He Van Ternaten 15:' Junij 1759 derwaards te senden, ten eijnde deese keecq stoven daar door te verpligten in 't vervolg van tijd geene Expeditie te inderneeneen, sonder voorkennisse van deese regeering, sullende tot dese Commissie gebruijkt werden als na Goa de onder Cooplieden, den secretaris van politie en Cassier J: Linne en minkelier Hendrik wolff, en naar zello de ondercooplieden, den C swellingrebel Maros resident en W: F: h: van Blijdenberg /:onderstond:/ Maccassar dato voorsz: 6 t Rt /:was getekend:/ C=s Lui¬ L Blok kelaar, ƒ J: C: Reismeber, R: v: oosterhout, J: A: Voll, W=m Deef„ hout, Johann Linne, en Hendrik Wolff /:lager:/ Accordeert, J: B: Bakker /:was geteekend:/ C:gCle Den Eerst ondergeteekende zig aan zijne voor of gegane berigten nopens de in het molucse Hoog Edele gestrenge groot Agtbare Manhafte wel wijse voorsienige Discrete seer gereuse heere en Heeren Benerens Dewel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia Batavia Aan zij Excellentie den hoog Edelen gestr: groot agtbaren en wijd gebiedende heere Jacob Mossel generaal over de Jnfanterie ten dienste van den staat der verEenigde nederlanden mitsgaders. wegens deselve ende generale nederlandsche geoctroijeerde oost Jndische Comp: Gouverneur generaal Ternaten naarwater 6 ee - 131 Van Ternaten den 15:' Junij A:o 1759 Van Ternaten 15:' Junij 1759. naar water ontdekte Engelse scheepen onderdanigst gedragende, so hebben wij d' Eere uw hoog Edelhedens ten vervolge van dien te Communiceren, dat hare aanlanding op d' Eilanden Gebe en salmattij alhier geen geheim meer maar bij een ieder bekend is, dog niet mernaards deselve van laast genoemde plaets gestevend of haar thans ophoudende zijn, zoo dat het onzeker zijnde haar na te speuren, men daarom so wel als om meer andere redenen bij zameninge van den 21:' deser besloten heeft, brengen deses zijne terug -- reijse men Bina te laten vervolgen en - eenlijke de pantchiallang d' kakakoe ingereedheijd te laten brengen, ten einde langs de buijten Cust van Halma lera en wel voornamentlijk af en aan pattanijen. gebe eenige tijd te kruijssen en dus te betroeven of men nog 0 met meerder ligt van die zaak zal konnen krijgen, overwelke schicking wij hopen goed keure temogen vernemen. uw hoog Edelh: Nopens het hof van Tidor, vinden wij ons ook nog verpligt te melden, dat het selve ons soo gelijk te voren komt, de„ wyl het door den secretaris Abdul Rauff, en de alnm of opperpriester bagoes nassa„ roeding abdul Rasidi geregeerd moad, en de koning die anders op zig selfs een seer goed man en een melmenend vriend van d' Edele Comp:. schijnt tewesen weijnig te seggen heeft, en 't is eerst gem: haar schuld ook dat zijn hoogheijd uw hoog Edelhedens den ono lastig valt om een zinare vermeerdering van recognitie penningen, en waaromtrend G /:of schoon den Eerst ondergeteekende hem dat versoek Ernstig heeft afgeraden: mij egter denten dat wel gedeeltelijk eenige reflectie geslagen mag worden om door dat middel de districten van Maba, neda, pattanij, hoelesang &:a eens regt gezuijverd te krijgen, woor„ namentlijk in dese tijd, dat vreemde Equipanten het naerwater brequenteren gelijk wij alverders ook van gedagten Nopeur zijn

NL-HaNA_1.04.02_2969_0092 view scan ↗

English

133 From Ternate, the 15th of June 1759 From Ternate, under date 15th of June 1759 be that in the coming spring two small vessels equipped for war might be sent hither to keep the outer coast of Halmahera clear, as it could well happen that the English might then return, although we do not believe that they have obtained anything anywhere. Wherewith, having commended your High Noblenesses to God's merciful protection, we remain with the utmost veneration. below stood: High Noble, Valiant, Right Honorable, Manly, Wise, Prudent, Discreet, Most Generous Lords and Gentlemen, lower: your High Noblenesses' very humble servant, was signed: J:s v: Schoonderwoert, J:s Pelters, M:r D:k v: Haak, J:r J:s V: Raasvelt, J: J: v: Masson, and Z:s L:' Honore, in the margin: Ternate in Fort Orange the 15th of June A:o 1759. Monday the 21st of May A:o 1759, in the forenoon, around nine o'clock, meeting. Present: The Honorable Worshipful Lord Governor and Director of these Moluccas, Jacob van Schoonderwoert; The Honorable Senior Merchant and Secunde, Jacob Pelters; The Merchant and Fiscal, Matthias Diderik van Haak; The Junior Merchant and Shopkeeper, Jan Georg van Raasvelt; The Secretary, Jan Sebastiaan van Masson; and The Dispenser, Zacharias L' Honore. Absent: The Manly Military Captain Jean Baptist de Lahaute Maison, being on a commission to the northwest coast of Celebes. After the ordinary business had been concluded, the Lord Governor made known to the Council that it was already known not only among a few, but even among the entire community and inhabitants, that one or two foreign vessels had been in the Papuan region at the island of Salwatti. Wherefore His Worship could no longer conceal what he knew about it, giving thereupon a precise account both of the contents of the letters received in that regard from Batavia and Makassar, and of what His Honour had already successively communicated to His Excellency about this, doubting not that they were the same two English ships that had been hailed near the Makassarese outer islands of Saleyer, whose pretext of convoying their China ships home along this route matched their behavior quite closely, as it could not be thought otherwise than that this costly expedition was undertaken with the design to seek out a suitable place elsewhere, and later establish a post there, to very detrimental consequences for the Honorable Company's private and for so long unmolested spice trade. Wherefore His Honour could not omit to request the Council's advice on what was best to do in this case, also indicating that he had used all necessary precautions regarding the King of Tidore, requesting him: 1: To have the courses of those ships tracked; 2: To ensure that they gain no possession of his lands; 3: To summon and send hither a certain paper that they are said to have left behind on Salwatti, along with some rings and knives, and on which a fortification is said to be depicted. This being extensively discussed, it was taken into consideration that the ship Baarzande was still only barely unloaded and by far not yet ballasted to be able to put to sea, although it had otherwise in all respects already been prepared by order of the Lord Governor; besides that, even if it were ballasted and fully in a condition to put to sea, it would still not be able to stand against a ship equipped for war of 8 and one of 20 pieces of cannon, much less feed itself with hope of overcoming them, the more so because one could not assist it with any vessels, since one had here in the roadstead only the pantchiallang the Kakatoe, which returned from Banda a few days ago, which however is also of little defense and besides is not in a condition to put to sea again without first being repaired and also provided with a new mast. From which the inability to undertake anything of importance being apparent, it was furthermore noted how uncertain it still is where one will be able to find that expedition, as they have not stayed at any place longer than one to one and a half days. Wherefore the decision was finally made to let the Baarzande continue its voyage to Bima at the beginning of June, and in the meantime to get the Kakatoe ready as soon as possible and provide it with the most necessary supplies, and then to send it with

Dutch transcription

133 Van Ternaten den 15:' Junij 1759 Van Ternaten onder dato 15:' Junij 1759 zijn dat in 't aanstaende voorJaar wel twee klene ten oorlog toegeruste schepen mogten herwaards gesonden worden om de buijten Cupt van halmaheira schoen te houden dewyl het wel soude kunnen gebeuren dat de Engelschen dan wederom quamen schoon mij niet gelosen dat zij ergens wat opgedaan hebben Waarmede my na uw hoog Edelh=s in gods genodige hoede aanbevolen te hebben, met de uijtterste veneratie verblijven. /:onder stond:/ hoog Edelen gestr: groot agtb:e Manhafte, met wyse voorsienige discaste seer genereuse heere en heeren /:lager:/ uw hoog Edelh:s zeer onderdanige dienaar /:was getekend:/ J:s v: Schoonderwoert, J:s Pelters, M:r: D:k v: Haak, J:r J:s V: Raasvelt, J: J: v: Masson, en Z:s L:' Honore /: in margine:/ Ternaten Jn't Casteel orange den 15:' Junij A:o 1759 Na dat de ordinaire zaken afgelopen 7 waren gaf den heer gouverneur aan den raad te kennen hoe dat het niet alleen onder weijnige maar selfs onder de geheele gemeente en en Jnwoonderen reets bekent was dat er een â twee vreemde schepen in de papoe op't Eijland salmattij a geweest maren, DE Manz: Capit:n Milit:r Jean Baptist de La„ „haute Maison. sijnde in Commissie na de naard west Cust van Celebes; Present Den E E: agtb: Heer gouverneur en directeur deser Moluccos Jacob van Schoonderwoort„ Den E: oppercoopm: en secunde Jacob Pelters Den Coopm: en biscaal Matthias Diderik van Haak den onder Copen en winkelier Jan Georg van Raasvelt „ _:o „ secretaris Jan Sebastiaan van Masson en _o „ Dispencier Zacharias L' Honore Dempto Maandag den 21:' Maij A:o 1759. 's voor de middags, tegens negen uuren vergaderingh Maandag waarom H Ternaten onder dato 15:' Junij 1759 Hel Van Ternaten onder dato 15:' Junij 1759. waar om sijn E: agtb:e niet langer konde verswijgen het goen hij daar na wist, doende daer op een net verhaal so van den Jnhoud der dientwegen van Batavia en Macassar ontfangene brieven als van 't geen sijn Edele daar over bereets successive aan syn Excellentie bedeelt had, tesbens niet twuijfbelende, of het mare die twee selfde Engelsche scheepen die bij de Macassaersche voor Eijlanden D' salines gepraeijt waren welkew voor geven om haare Chinase schepen - over dese rante 't huijs te Convoijeeren tegens haer gedoente vergeleken gants net over een quam, als kunnende niet anders bevraed werden of die kostbane Eiquipagie was met dien toeleg ondernomen om elders een welgelegen plaats uijttesien, en daar naderhand post te vatten, tot seer nadelige gevolgen van 'sE: Comp: prinaten en so lange tijd ongemolesteert gedienen specerij handel Alwaar omme sijn Edele dan niet Waar over wijdlopig werdende gediscoureert so quam in aanmerking dat het schip Baarsande, nog maar ter naauwen naad omtlost en in lange na nog niet geballast was, om zee te kunnen kiesen 1: Decoursen dier schepen te laten op speuren 2: sorge te dragen dat sij op sijn landen geene possessie krijgen z: op te ontbieden en herwaarts te senden seker papier dat sij op salwatti met nog eenige ringen en messen souden agtergelaten hebben, en waar op eene sterkte soude afgebeeld sijn konde nalaten, den raad haar advijs te versoeken mat het beste was in dit geval te doen, tebfens te kennen gevende dat hij ontrend Tidors koning al de nodige precautie gebruijkt had, met den selven te versoeken koude schaar E 137 Ternaten onder dato 15:' Junij 1759 Ternaten onder dato 15:' Junij 1759 Van schaan het anders in allen opsigte albereets ter ordre van den heer Gouverneur klaar gemaakt was, behalven dat al was 't ook gebal„ „last en volkomen in staat om hij egter niet na zee te gaan, in staat soude sijn, tegens een ten oorlog toe gerust schip 8. en een van 20. stucken van Canan te staan, veel min sig met lope te roeden, van deselve te overmeesteren, te meer, dewijl men hem met geen vaartuijgen assisteeren konde, ver„ mits men hier ter rheede alleen maar had, de voor eenige dagen geleden van Banda te rug geko„ mene pant chiallang de Ka„ Kakoe, die egter ook van weijnig E te genweir en buijten des niet in staat is, weder zee te kunnen kiesen, sonder eerst gerepareert, en ook van een nieuwe mast voor„ „sien te zijn, waer uijt dan blijkende de onmagt, om iets van gewigt te kunnen ondernemen, sa quam daer en bovsen in opmerking, hoe onseker het nog is maar men Equipagie sal kunnen die aan treffen, also deselve haer op een Plaats niet langer als een â een en een halve Dagh opgehouden hebben en meshalven het besluijt dan eijndelijk Baar zande viel om de sijne reijse met het Junij te begin van Laten vervolgen na bi„ ma en intusschen woarme„ de kakakae so spoedig doenelijk gereet te maeken o en van't aldernadigste te voor sien, mitsgaders deselve als dan van een E E - —

NL-HaNA_1.04.02_2969_0095 view scan ↗

English

139 From Ternate under date 15 June 1759. From Souratta the 20 March Ao 1759 to have a cruise conducted along the outer coast of Halmaheira provided with 1 corporal and 6 common soldiers, together with equipped with a proper and to this case applicable instruction underneath stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange, date as above. was signed: J:s van Schoonderwaert, J:b Felters, M:s D:r van Haak, G:s van Raadveld, J:s J: van Masson, and Z: L: Honore lower: agrees was signed: Masson, secretary V: J C: No. 1: A duplicate letter to their High Noblenesses the gentlemen of the High Indian Government under date 10 March anno current 2. A copy secret resolution of 18 September 1758 regarding a declaration made by the military who have been stationed in the castle at Denda Rajapoer Register of such secret papers as are on this day per the ship Amstelreen respectfully forwarded to his Excellency the High Noble Great Honorable imperious Lord Jacob Mossel General of the infantry in the service of the State of the United Netherlands, together on behalf of the same and its General East India Company Governor General, as well as the Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies 8 This Register Souratta No. 3. v E 141 From Souratta the 20 March 1759 From Souratta the 10 March Ao 1759 between the town and castle governor, and the Company's second broker No. 3. A copy secret resolution of 4 December 1758 4. Ditto ditto ditto 5 ditto ditto with regard to the war 5. Ditto ditto ditto 6 ditto ditto 6. Ditto ditto ditto 16 ditto ditto Mancherjee Cursetjee 7. Ditto ditto ditto 9 ditto ditto 8. Ditto ditto ditto 28 March last concerning the released junior assistant Johan Gotthold van Schmidt Souratta the 12 April Anno 1759. was signed: J:n H:r Ruperti, secretary Batavia To his Excellency the High Noble Great Honorable severe Lord Jacob Mossel, General of the infantry in the service of the State of the United Netherlands, together on behalf of the same and its General East India Company Governor General, as well as The Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies High Noble imperious Lords In due time we have found ourselves honored with Your High Noblenesses' most respected secret letters of 10 October of the past year, directed in reply to our respectful separate advices sent off in anno 1757/8, excluding the last two of primo May and 24 June last, which were sent with the private Bengal ship De Jonge Walter and express couriers over the land route to Coromandel, which, as it seems, had not yet been received upon the departure of the last ships, yet we hope that since they will finally have arrived safely. It has been extremely agreeable to us to see that Your High Noblenesses have pleased to honor our arrangements made to place the Company's servants and effects in safety on the occasion of the disturbances that arose this year with their honored approbation, and at the same time to qualify us, upon renewed occurrence of necessity, to use the same means, which has served us very well in order to do again without hesitation for the same purpose what our duty seemed to require, and which by the blessing of the Lord has had such consequences that we, in the time when everything has concurred to cause us the grief of seeing the English by the way of arms fully achieve their proposed objectives, without 143 From Souratta the 10 March 1759 From Souratta the 10 March 1759. without, so to speak, being able to stir hand or finger in order to put a spoke in the wheel with the least hope of success, nevertheless have had this comfort of having been treated by the contending parties with much circumspection and discretion, apart from the mad shooting and throwing of bombs by the English, which, notwithstanding the reiterated orders of the Chief, the gentleman Spencer, and the commander of the navy, the Honorable Watson, to spare the Company's territory as much as possible, took place until the last of their military actions, and whereby the lives of all of us virtually hung by a silk thread, since only a single bomb had to land as well in as near the house where the gunpowder on the wharf, for want of a better storage place, had to be kept, in order to blow the same into the air. The Company's second broker Mancherjee Cursetjee and the first clerk Rooderam Ruijdas, together with his son, likewise named Rooderam, who in most matters are merely the echoes of him, still maintain that such a draft contract essentially existed between the English and the third governor Safdar Khan, to be found in the estate of the deceased broker Abeiram, of which we dutifully gave notice to Your High Noblenesses anno passato, and when they are asked the reason why they did not, according to the promise of Mancherjee, procure a copy thereof, they answer that they could not have done so without exposing themselves too much, and that they moreover did not make much work of it, because even the minute, written in Abeiram's own hand, yet signed or sealed by no one, could serve as no proof, let alone a copy thereof, which would not have the least marks of authenticity, which is indeed so, and for which reason we also judged it ill-advised to insist further upon its procurement, although their statement seems to be confirmed somewhat by the conspiracy of Safdar Khan with Sidi Hanis Ahmad Khan to overthrow the then Naib or lieutenant governor Ali Nawaz Khan, of which those servants knew neither directly nor indirectly, and of which we had the honor to inform Your High Noblenesses in detail by our respectful separate letters of 22 February 1758

Dutch transcription

139 Van Ternaten onder dato 15:' Junij 1759. Van Souratta den 20:' Maart Ao 1759 een kruijstogtje te laten doen langs de buijten Cust van Halmaheira verstrekt met 1. Corporaal en 6. gemeene krijgers, mitsgaders gemunieert met een behoorlijke en op dit geval toepasselijke Jnstructie /:onderstond:/ Aldus gedaan en gere„ solveert tot Ternaten in't Casteel orange, Dato voorschreven /:was getekend:/ J:s van schoonderwaert J=b felters, M:s D:r van haak G.:s van Raadveld, J:s J: van Masson en Z: L: honore /:Lager:/ accordeert /:was getekend:/ Masson, secretaris V: J C: N„o 1: Een Duplicaate brief aan haar hoog Edelens de heeren der Hoge Jndiase Regering in dato 10:' Maart anno stanti „ 2. Een Copia ecrete resolutie van den 18:' Septb:r 1758 rakende een verklaring gepasseert door de milita„ „iren die in het Casteel te Denda Rajapoer gezeten hebben Register van sodanige secrete papieren als er op heden per 't schip amstelree„ eerbiediglijk oer souden werden aan zijn Excellentie den Hoog Edelen groot Agtb: mijd gebiedende Heere Jacob Mossel generaal over d' Jnfanterij ten dienste van den staat der ner eenigde nederlaede, mitsg:s wegens deselve en hare algemene oost indische Comp:e gouvern=r generaal berarens De wel Edele Heeren Raden van Neder lands Jndia 8 Dit Register Souratta No. 3. v E 141 Van Souratta Den 20:' Maart 1759 Van Souratta den 10:' Maart Ao 1759 tusschen den stads en Casteels gouverneur, en 's Comp:s tweede makelaer N„o 3. EenCasia Sechetle resltutie van den 4:' december 1758 „ 4. „ _:o _:o _:o „ „ 5: _:o _„o met beteecking tot de oorlog „ 5„ _:o _:o _:o „ „ 6: _:o _„o „ 6. „ _. o _:o _:o „ „ lb _:o _„o mantse hergie get sedsie „ 7. „ _:o _:o _:o „ „ 9: _:o _:o „ 8. „ _:o _:o _:o „ „ 28: Maart Jongstleden aangaande den verlosten Iang adsistent Johan Gothold van schuidt Souratta den 12:' April Anno 1759. /was getekend:/ J:n H:r Ruperti secretaris Batavia Aan zijn Excellentie den hoog Edelen groot Agtb: gestrengen heere Jacob Mossel, generaal over de Jnfanterie ten dienste van den staat der vereenigde Nederlanden Mitsgaders wegens de zelve en hare algemeene oostjndische Comp:e gouverneur generaal, Benevens De wel Edele heeren Raden van Nederlands Jndia Hoog Edele mijdgebiedende Heeren Ter behoorlijke tijd hebben w'ons. vereert gevonden met uw hoog Edelens zeer gerespecteerde secreete letteren van den 10:' october des. voorleden Jaars gerigt tot andwoond op onze in anno 175 7/8 abgegane eerbiedige apparte advisen buijten de twee laaste van p=mo Maij en den 24:' Junij Jleeden die met het particuliere bengaalsche schip de Jonge Walter, en expresse lopers over den landweg naar Cormandel versonden. zijn dewelke zo het schijnt bij het vertrek van de laaste scheepen nog niet ontfangen waren dog wij hofe dat zedert eindelijk zullen net gekomen mezen Het is ons ten uittersten aangenaam geweest te zien dat uhoog Edelens onse gemaakte schikkinge om 'sComp:s dienaren en effeecten ter gelegentheijd van d' en het waar Jaar ontstane onlusten in veiligheijt te stellen hebben gelieven te vereeren met hare g'eerde approbatie en ons teffens te qualificeeren om bij andermaal voorvallende noodsakelijkheijd deselve middelen te gebruijken dewelke ons zeer is te stade ge„ komen om zonder schroon ten selven einde weder te dog het geene onsen pligt schin te vereisschen en het welk door den zegen des heeren van die gevolgen is geweest dat mij in den tijd dat alles heeft gecon„ curreerd om ons het verdriet te doen hebben van de Engelschen door den weg van mapenen hunne voorgestelde oogmerken volkomen te zien bereiken H op zonder H 143 Van Souratta den 10:' Maart 1759 Van Souratta den 10:' Maart 1759. zonder om zo te spreeken hand of vinger te kunnen verroeren om met de minste lope van succes een spaak in het mil te steken, nog deze troost gehad hebben van door de strijdende parthijen net veel omsigtigheijd en descrete behandeld te zijn, buijten het dol schieten en werpen van bomben, door d' Engel„ schen dat onaangesien de gereitereerde ordres van het opperhoofd den heer spencer en den Comman„ deur van de marine den E: Wat zon om 's Comp territoir zo veel mogelijk te menageeren tot op het laaste van hunne krijgs bedrijven heeft plaats gehad en waar door onser allet leven genoegsaam aan een zijde draad heeft gehangen dewijl er maar een enkelde bombe zo wel in als bij het huijs door het kruijt op de werf bij manquement van betere bergplaats moet geborgen werden had moeten komen om het zelve in de lugt te doen, spanigen 'S Comp:s twreede makelaar Mantchirgie gorseedje en den eersten ved Roederom ruijdas, nevens zijnen zoo gewenzam Roderam die in de meeste zaken slegts d' Eehoes van hem zijn, houden als nog staande dat er wesentlijk zodaingen project Contract tus„ seschend Eegelsh ende dede goureneur sad de haa in den boedel van den gestorven Duman Abeiaam zouden graande nasen als waar van mij u Hoog Edelens a:o passato schuldpligtig hebben kennisse gegeven en vraagd men hen naar de reden waar om zij niet volgens de belofte van Mantcheagie daar van den afschrift dezoagt hebben zo antwoorden zij zulx niet te hebben kunnen doen zonder zigte veel bloot te stellen en dat zij daar in boren daar van niet zeer hun werk gemaakt hebben, om dat selfs de minut door Abeiram eigenhandig geschreven dog daar niemand getekend of verzeguld tot geen bewijs konde dienen men geswoijge een afschrift van dien dat geen de minste ken„ „tekens na autherticiteit zoude hebben) het welke mezentlijk zo is en waar omme w' ook engeraden g'oordeeld hebben op dies bezorging nader aantedringen schoen hun zeggen eenigsints schijnd bewaarheijd te wesen door de samanspanning van sobderChan met sidie Hanis Achmetchan om den doen maligen Naib of lieutenant gouverneur Oli Na„ waschan te doen tunnelen waar van die bediendens nogt direct of indirect geweten en van dewelke mij d' Eere gehad hebben uhoog Edelens. bij onze eerbiedige aparte letteren van den 22: Februarij 1758 omstandig Hee

NL-HaNA_1.04.02_2969_0098 view scan ↗

English

145 Souratta the 18th of March 1759. From Souratta the 10th of March in the year 1759 to give a detailed report, since it shows sufficiently that the first-mentioned was capable of such steps, having become jealous and vexed because Ali Namaschan, against whom he already bore an old grudge aside from the repudiation of his wife who is a daughter of Safderchan and other occurrences of earlier days, which he had to conceal for reasons of state, had managed to hold practically the reins of government alone in his hands. However that matter may be, the necessity of obtaining proofs for the verification of the designs of the English has been completely canceled by what occurred in the past and present year, which has shown in a convincing manner that they have long been contemplating means to gain more of a footing here in order to ruin this city, which they regard as a second Carthage with respect to their Rome, namely Bombay, or to make it bow completely under the yoke of their obedience. In which latter design, having met with a courageous defense from the erected batteries in the English garden and on the wharf of the Sidie situated closest to ours, they have succeeded virtually without striking a blow and thus with much more facility than could ever have entered into the thoughts of any person who is not, like most Europeans, accustomed to holding the natives in too low esteem, or at least not of anyone who, knowing the populousness of Souratta and the defensibility of the Castle, necessarily had to listen with indignation to street gossip that was previously sometimes uttered by people who seemed credible, namely that this stronghold could be captured by a detachment of twenty-four grenadiers. Of this the English, notwithstanding their formidable military power, would have experienced the contrary in a palpable manner if the troops of the Sidie, after the capture of his batteries, with the exception of four hundred men, had not shamefully abandoned their master, whether because they, as often happens with the natives, suddenly lost heart, or because the commanders were bribed by the city governor 147 From Souratta the 10th of March in the year 1759 From Souratta the 10th of March in the year 1759 or other emissaries of the English, which was easy to do with respect to troops who were for the most part extremely dissatisfied over bad pay, and which may therefore well be considered the most probable cause. We can very well understand that this fatal news must deeply affect Your Excellencies and all those who have any insight and zeal for the welfare of the Company, since nothing but the most disadvantageous consequences for our interests are to be feared from it. We therefore consider it necessary to demonstrate further herewith that this blow, essentially as has been said here before in passing, could not have been prevented by us by any means. To which end we must initially remind Your Excellencies that the present city governor Meer Moe-uddienchan, formerly named Mia Aatsjent, is a creature of the English, whom they, as is evident from what was noted in our secret resolution of the 16th of March 1758, had long intended to force back into the government on occasion. He was not only utterly devoted to them, but also, although he did not show this very openly, highly malcontent because the Castle governor, taking advantage of his needy condition and other encumbering circumstances, had managed to compel him to fill most offices with his adherents, who did not respect the slightest order from the city governor to which he had not affixed his seal, thus leaving him only the name and shadow of authority. In addition to this, he still had his family at Bombay and thus the greatest reason in the world to be well on his guard not to countermine their designs against this apparent friend of his, who, by refusing justice concerning the murder of the two natives under English protection by one of his people, or as some say by his own brother who has always been known among his own friends as well as others as a thoughtless and malicious creature, gave them legitimate reason to take up arms against him, for which they otherwise would have had to make some trumped-up quarrel, which, given the uncertainty in which the Moors were situated

Dutch transcription

145 Souratta den 18. ' Maart 1759. Van Souratta den 10:' Maart A:o 1759 omstandig verslag te doen, dewyl die genoegsaam aantoond dat de eerstegem: tot diergelijke de marches. Capalel is geweest als ijver zugtig en verdrietig geworden zijnde over dat ali= Namaschan op mien hy buijten des wegens het repudiceren van zijne huijsvrouw die in een dogter van sasderchan is, en andere voorvallen van vroegere dagen een oude mrok hadde die hij om redenen van staat moeste entwenken genoegsaam alleen den kleene der regeeringe in handen had meten Dog hoe het met die zaak ook gelegen zij zo is de naadzakelijkheijd van het besorgen van bewijsen tot nerificatie van de desseing der Engelschen t' eenemaal gecasseerd door het noerge vallene in den voorleden en desen Jare, 't geen op een overtuijgende wijse heebt aangetoond dat zij voor lange verdagt geweest zijn op middelen am alhier meerder voet te krijgen ten einde deze stad die zij als een tweede Carthago ten opsigte van hun Ramen namentlijk bombaij aanmerk ten te grande te helpen of volkomen onder het Jok hunner gehoor„ saamheijd te doen buijgen, in welk laaste deselve na te krijgen een manmoedige defensie van de opgemortiene battarijen in de Engelsche thuijn en op des. sidieswerff aller naast d' onse gelege ontmoet te hebben genoegsaam zonder slag of stoot en dus met veel meer baciliteijt gereud ceert zijn als ooijt in de gedagten heeft kunnen komen van eenig mensch die zig niet gelijk de meeste En„ ropeesen heef=t aangewend d' inlanders al te klain 't agten ofte ten minsten niet van iemand die de volkrijkheijd van souratta ende meerbaarheijd van het Casteel kennende noot sakelijk niet verantwaarde„ „ging heeft moeten aanhooren, een straat praatje dat voor desen wel eens door lieden die geloofwaardig scheenen is gedebiteerd dat die sterkte door een Commando van vier en twintig granadiers te ver„ meesteren zoude wesen waar van d' Engelschen niet tegenstaande hunne formidable krijgs mogt het tegendeel op eene sentible wijse zoude hebben ondervonden in dien de benden van de sidie niet na het veroveren van zijne batterijen, op vierhondert man na hunne meester op eene schandelijke wijse hadden verlaten, 't zij dat dezelve, gelijk bij den inlander wel meer gebeurd, eensklaps de moed hebben laten sacken, dan mel de hoofden door den stads gouverneur een 147 Van Souratta Den 10:' Maart A:o 1759 Van Souratta den 10:' Maart A:o 1759 Heel of andere emissarissen van de Engelschen omgekogt zijn, 't geen ligt te doen was, in opsigte na troupen die meerendeels over slegte betaling ten uijterste misnoegt waren, en men dierhalven wel als het waar schijnelijkste mag aanmerken Wij kunnen zeer wel begrijpen dat deze - latale mare u hoog Edelens en alle degene welke eenige doorsigt en zugt voor het wel zijn van de Comp: hebben zeer moet ter herte gaan, dewijl daar uijt niet dan de nadeeligste gevolgen voor onse relange te dugten zijn, en agter dierhalven nodig bij deesen nader aan te toonen, dat dien slag. wesentlijk zo als hier voren en passant gezegt is, voor ons door geene middelen is te paseeren geweest, ten welken einde w' u hoog Edelens aanvankelijk herinne„ „ren moeten dat den presenten stads. Gouverneur Meer Moe-uddienchan voormaals genaamt Mia Aatsjent is een Creatuur van d' Engelschen die zij blijkens het genoteerde zij onse secreete resolutie van den 16:' maart 1758. voor lange voar„ nemens geweest zijn bij occasie weder in de rege„ „ring in te dringen, welke hen niet alleen ten uijterstan gederoueerd, maar ook schoon hij sulks uijterlijk niet zeer liet blijken ten hoogsten malcontent was om dat de Casteels gouverneur zig van zijne behoeftigen staat en verdere belemmerende omstandigheden bedienende, hem had meten te noadsaken de meeste ampten met zijne adherenten te vervullen die geen de minste ordre van den stad Gouverneur respecteerden daar hij niet zijn zegul aan gehegt hadde hem dus slegts de naam en schaduwe van het gezag over latende waar en boven hij nog zijne bamilie te bambaij en dus de grootste redene van de mereld hadde wel op hoede te wesen. van niet te Contramimeeren hunne desseinen tegens desen zijnen schijnvrind, die door het weigeren van Justitie over de moord van de twee Jnlan„ „ders onder d' Engelsche protexie staande, door een van zijn volk, of zo sommige zeggen door zijn eigen broeder die altoos voor een onbe„ somnen en quaadaardig schepsel, bij zijn eigene vainden zo wel als bij andere heeft te boek gestaan, deselve wettige reden gegeven heeft om de mapenen tegens hem op te vatten, waar toe z anders d' een of d'andere querelle d' allemand zouden hebben moeten maken, 'twelk by d' onsekerheijd waar in de mooren niet verseerden

NL-HaNA_1.04.02_2969_0100 view scan ↗

English

149: Souratta the 10th of March 1759 From Souratta the 10th of March in the year 1759. doubted whether the English were indeed intending to keep the Castle for themselves, and the hope they therefore harboured that they would only place a governor therein to their liking with a small European garrison and keep them to their devotion, has apparently contributed much to the fact that the Sidie sought in vain, by representing that the Castle of Souratta has always been regarded as the gate to the said holy grave and has even been named as such in open letters from the Mogul emperors, that no righteous Muslim could tolerate that the infidels should make themselves masters thereof, to persuade the Moorish clergy to stir up a general revolt; and everyone who was not a regent or warrior by profession remained as tranquil as if the matter did not concern them in the least. The English, having seized this opportunity, might otherwise have had to wait years in vain for such a fine occasion. In addition to this, the Sidie, having seemingly been piqued ever since our constant refusal to assist his master, the Prince of Dendarasapoer, against the Marhettas, has since that time always affected the utmost coolness toward us, and through the success of his arms, or rather of his treacherous intrigues against the retired city governor Ali Nawaschan, had become so proud and haughty that he did not even deign to grant the Director an audience or consult with him in the least when there was still time. Indeed, he did not even hesitate to disoblige us, when his enemies were already in sight of the Castle, by keeping the requested permission for constructing the necessary kitchens and further outbuildings to the houses at the wharf—on which no workmen could be employed without setting hands to it—in suspense, showing that he was foolish enough to suspect that we were acting in collusion with his enemies, or that we, as is most likely to be believed, counted for so little with him that he would not do us the least favour, although he was in the highest need of assistance, because his treasury was so poorly provided that he was unable to fully pay off the arrears of his troops' pay, let alone make good the expenses of war on his own for long; so that if we had allied ourselves with him in one way or another, we would notoriously have been obliged to advance several tons of gold, without any certainty that we would ever be repaid. Among the entire following of them both, there was no one in whom any trust could be placed or from whom good expectations could be had. Ali Nawaschan, who has the reputation of being a man of his word and has sufficiently shown the Director that he would have been very willing to play the part desired of him, even judged that the Company, in order to undertake anything fruitful, ought to have at least six times as many people in Souratta as we could scrape together. He was so closely observed by the regents, but especially by the Sidie and his faction, that he could as little find an opportunity to raise troops as finances to pay them; so that it would have been a Don Quixote-like enterprise to step onto the stage behind his screen to openly oppose, with circa 150 European heads, roundly counted, alongside three to four hundred hastily recruited sepoys or native soldiers on whom we could rely—since the stay of the Zeeuwse fleet at this roadstead and the heavy manning of the ships, but especially Amstelveen and Amelisweerd, did not permit taking any seamen or soldiers from them—a force of barely a thousand Christian soldiers, and among them, as they say, well seven hundred white heads, besides the marines, and fifteen hundred native mercenaries trained in the use of arms at Bombaij, where we in fact urgently needed our aforesaid 150 men, both administrative and seafaring as well as military personnel, solely to put the wharf, where it was clearly foreseen that not all the buildings standing there and the Company's effects would be in great danger, somewhat in a posture of defence; and not the least reliance can be placed on the extraordinary sepoys, who are only taken into service for as long as they are needed, since with regard to their courage it does not allow hiring so many that in case of treachery one would not be able to resist them. We very willingly agree, Right Honourable Sirs, that the English, as Your Right Honourables are pleased to note on this matter

Dutch transcription

149: Souratta den 10:' Maart 1759 Van Souratta den 10:' Maart A:o 1759. W verseerden of d' Engelschen wel voornemens waren het Casteel voor zig te Conserneeren ende hope die zij dierhalven voedden dat zij slegts daar in een gouverneur naar hunnen zin zouden stellen met een klein Europeeseh guarnisoen en hen tot hunne de votie te houden apparent veel zal hebben gecontribueerd dat de sidie vrugteloos getragt heeft door eene vertoning dat het Casteel van souratta al toos als de poorte van het zo gem: heilige grof aange„ merkt en selfs sodanige bij opene brieven van de magalsche keijsers genoemd is geen regtsschepen Muzelman konde dulden dat zig d'ongelonige daar van meester zouden maken de moorsche geestelijken over te halen een algemeene opstand te verwecken en alles nat geen regent of krijgsman van professie was. zig zo tranquel hield als of haar de zaak niet aangang innoegen „de Engelschen dese kans verkeken hebbende, Jaren lang vrugteloos naar zo een schoone gelegentheijt zouden hebben kunnen mogten. Daar en baven heeft de sidie zo 't schijnt ener onse Constante weege„ ring om zijnen meester de vorst van Dendarasa„ poer tegens de Marhettas bij te springen gepic„ „queerd zijnde zedert dien tijd altoos d' uijterste koelheijd ten onsen opsigte g'afbecteerd, en was door het succes zijner wapenen of liever van zijne verraderlijke intriques tegens den afge„ treden stads Gouverneur Ali Nawaschan zo lrots en hoogmoedig geworden dat zig niet eens verwaardigt heeft den directeur toen het nog tijd was in het minste de mond te gunnen of raad te plegen, Ja selfs zig niet ontzag ons, toen zijne vijanden al in't gesegt van het Casteel waren te desobli„ „geven, door de versogte permissie tot het maken van de nodige keukens en verdere bijgebouwen aan de huijsen op de werf, waar aan geene werklieden te disponeeren waren zonder dezelve de hand te slaan, slepende te houden, ten blijke dat hij dwaas genoeg was te vermoeden dat mij met zijne vijanden een lijn trocken, of wij zo als voor het naaste te gelooven is bij hem zo weinig in tel quamen, dat ons geen het minste plaisier wilde doen schoon, ten hoogsten assistentie nodig hadde, dewijl zijne schat kist zo slegt voorsien was, dat niet en staat was d'agterstallige soldijen zijner krijgsbenden geheel te kunnen afbetalen, men geswijge om de oorlogs ongelden lange alleen goed te maken, zulks wij eens op dese of geene wijze met „gueerd hem t 757 e Souratta den 10:' Maart A:o 1759. Van Souratta den 10:' Maart 1759 hem aangesspannen hebbende notoir zoude verpligt ge„ weest zijn, eenige tonnen schats in het verschot te wesen, zonder eenige zekerheijd dat men die weder betaald zoude krijgen. onder den gantschen aanhang van haar beide was niemand daar men eenig vertrouwen op stellen of goede verwagting van hebben konde. Ali Namaaschan die de repitatie heeft een man van zijn woord te wesen en tegens den directeur genoeg heeft laten blijken dat zeer bereid zoude geweest zijn den Rol die men wilde te speele, oordeelde selfs dat de Comp: om iets met vrugt t' ondernemen ten minste sesmaal zo veel volk en souratta behoorde te hebben als wij konde bij een schrafe; wierd van de Regenten dog noornamentlijk van den sidie en zijnen aanhang. zodanig van na bij g'observeert, dat zo min gelegentheid kan winden volk op de been te brengen als binantien om dezelve te betalen innoegen het een Don quichots onderneming zoude geweest zijn agter zijn scherm op het toneel te komen om zig met Circa 150. Europesche koppen prund plan nevens drie â vier hondert in haast gewornene sipaijs of inlandsche soldaten daar wij maar op rekenen konden, also het verblijf van de zemase vloot te deser Rheede en de swareke bemanning van de schepe, dog insonderheijd amstelmeen en amelismeerd niet permitteerde eenige zeevarende of militoiren van deselve te ligten opentlijk te willen apposeeren tegens een magt van schaars duijzent Christen soldaten en daar onder zo men zegt wel sene hondert blanke koppen, buijten de marinen en vijftien hondert te bombaij in den waperhandel goeffende inlandsche krijgsknegten daar e men onse voorsz: 150. man zo politiquen en zeenarende als militairen ten hoogsten nodig hadde alleen gm de werf die men klaar voorzag dat niet alle de daar staande gebouwen en effecten van de Comp:e groot genaat zoude lopen eenigsints en postuur van defensie te stellen en op d' Extraord=re sipaijs die men selegts voor zo lang men deselve nodig zal hebben in dienst neemt geen de minste staat te maken is zo met opzigt tot hunne dakkerheijd niet toelaat er zo veel aantenemen dat men len incas van verraad niet zoude mederst aan wij stemmen zeer gaarne toe hoog Edele leeren dat men d' Engelschen zo als u hoog Edelens te deser gelieven

NL-HaNA_1.04.02_2969_0102 view scan ↗

English

From Souratta the 10th of March Anno 1759 From Souratta the 10th of March Anno 1759 please to cite, has until now, even when they once already held the Castle, been able to frustrate them from achieving their purpose, and we are not in danger of believing that more was done to that end than has been written; much less that the English still openly let it be known that they have the advice of the Dutch, and the assistance rendered by the same to their enemies, to thank for their having had to retreat with disgrace at that time; but we nevertheless believe that fortune, as far as the ministry of that time is concerned, had more of a part in it than their deliberations, although we do not wish to dispute that they essentially did everything that the circumstances of the time and their own situation permitted. At least we have attentively searched the previous records for any traces of the means devised and put into effect to put a spoke in the wheel, but found none worthy of note, or in any way applicable to the present state of affairs, but rather that the foolish conduct of the English at that crucial juncture, the contradictory orders from Bombay, their mutual divisions, and the incompetence of their artillerymen and bombardiers were the principal causes that they then yielded; for, merely to allege one proof of the former: instead of immediately abandoning the lodge and marching to the Castle, which would have been easy to do, they kept their force divided, whereby their enemies found the opportunity so to corner the chief and the council, along with the other political servants and military men who were in the lodge, that for the preservation of their lives they were forced to have the Castle evacuated. So that we have reason to flatter ourselves that Your Right Honourables will draw no inferences for the present from what happened at that time, but will do us the justice of believing that we would very gladly have put our property and blood in the scale, if there had been the slightest prospect of making matters take another turn; and that it is to be attributed to no misplaced delicacy with respect to neutrality, nor to an infatuation with 155. Souratta the 10th of March 1759. From Souratta the 10th of March 1759 the literal sense of the public orders on that matter, or timidity in undertaking something with saber in hand, that we played no other role in the affair; much less to a lack of earnest reflection on everything serving the matter, of which we trust Your Right Honourables will find the contrary evidence in our successive Resolutions, and especially in the secret ones of the 10th of February of this year, to which we take the liberty to refer, as the circumstances of time and affairs still did not permit taking the slightest step toward achieving the intended objective. But had we, on the occasion of the war between Ali Nawab and the Sidi, cum suis, been so fortunate as to have on hand four to five hundred Europeans whom we could use on land, there might well have been a chance to do the very thing the English have now done, and to make Mia Atchem, as well as the Sidi, clear out of the city; but then, just as in this second English war, we hardly had as many men on hand as were needed to be able to maintain our neutrality. We allege this, Right Honourable Sirs, not because we are unaware of the great scarcity of men, about which complaints have with so much reason been recorded in the Company's papers for not only more than 15 years, but even, as the first undersigned recalls, some ten years earlier; nor to argue that sound statecraft would have permitted stripping other factories so far as might have been necessary to provide for this direction so amply; much less to contradict Your Right Honourables' remark that by doing so the profits could easily be consumed in wages, boarding allowances, and rations; but solely as proof that, restricting our considerations within the bounds of this direction, we could not omit to warn Your Right Honourables in time that the Company's interests here are in the utmost jeopardy if we continuously had to make do with so small a garrison, which the outcome, to our sorrow, has demonstrated only too clearly. Whether it was possible in these fatal circumstances to negotiate such prices for the sugar as were obtained for it in former times, and whether one does not have reason to be exceedingly content with those which we have negotiated for the parcels sold, we leave

Dutch transcription

H. an Souratta den 10:' Maart A:o 1759 Van Souratta den 10:' Maart A:o 1759 gelieven aante halen tot nog toe selfs toen zij al eens het Casteel in hebben gehad, van de bereiking van hun oogmerk heeft kunnen brustreeren en ingenvaar „ren niet dat er ten dien einde meer gedaan als gesz: is veel min dat d' Engelschen zig als nog opentlik laten verluijden dat zij aan de raadgeningen der Hollanders en d'assistentie door deselve aan hunne vijanden bewesen te danken hebben, dat zij te diet tijd met schande hebben moeten aftrecken, maar vermeenen des niet te min dat het geluk daar aan voor zo nerre het ministerie van dien tijd betreft meer deel als hare overleggingen gehad heeft alhoewel mij haar niet wullen betwisten d' eene dat mesentlijk alles gedaan hebben 't geen de tijds en hare eigen omstandigheden toelieten. Althans mij hebben met aandagt bij de retro„ acta gesogt naar eenige nestiges van de beraamde en in het werk gestelde middelen om een spaak in het wiel te steken, dog gene gevouden die aantekenings waardig of op de presente tijds gesteldheijd eenigsints toe passelijk maren maar mel dat de dwase Conduites van d' Engelschen in dat tijds gewrigt de Contradictoire ordres van Bombaij hunne onderlinge verdeeld leden en d' inhabiliteijt van hunne artilleristen en bombardiers de principaalsten oorsaken zijn geweest, dat zij toen het hoofd gesloten hebben, want om slegts een bewijs van 't eerste t' alle„ gueeren in plaats van aanstonds de logie te verla„ ten, en naar het Casteel te trecken dat legt te doen zoude geweest zijn gingen zij hunne mogt verdeeld houden, maar door hunne vijanden geleegentheijt nonden, het opperhoofd en den raad nevens de verdere politicque bediends en militai„ „ren die in de logie maren sodanig te benaumen dat zij tot behoud van hun lenen genootsaakt maren het Casteel te doen avacueeren Jnvoegen mij reden hebben ons te blatteeren dat u hoog Edelens uijt het geene te dier tijd gebeurd is geene Consequentien, voor het tegen woordige zullen trecken, maar ons de Justitie dogn te geloven dat w' ons goed en bloed zeer gaarne in de maagschaal zouden gesteld hebben, in dien er eenige de minste uijtzigt was geweest om de zaken een andere kiet te doen neemen, en dat het aan geene verkeerde delicatesse ten opsig„ „te van de neutraliteijt of eene vergaping hunne aan 155. Souratta den 10:' Maart 1759. Van Van Souratta den 10:' Maart 1759 aan den letterlijken zin der publicque ordres op dat stuk of beschroomdheijd en iets dat met siabreur was t' ondernemen, is t' attribueeren dat wij geen andere rol in de zaak gespeeld hebben, veel min aan gebreks van een ernstige overpeensing van alles het geene ter materie dienende was maar van wij ver„ trouwen dat u hoog Edelens. Contrarie blijken bij onse successive Resolutien zullen wenden en insonderheijd bij de secreete van den 10:' Februarij deses Jaars daar mij de vrijheijd gebruijken ons aan te rebereeren alsoo de omstandigheden van tijd en zaken tog niet hebben gepermitteerd de minste stapte doen om het voor „gestelde oogmerk te bereicken. Maar hadden mij ter occasie van den oorlog tusschen Ale Nawaaschen en den sidie C: S: zo geluckig geweest vier à vijf hondert Europeesen aan handen te hebben die wij aan land konde gebruijken zoude en wel kans. ge„ meest zijn het zelve te doen dat nu d' Engelschen gedaan hebben en Mic atssent zo wel als de sidie de stad te doen ruimen maar toen hadden mij zo wel als in deze twede Engelschen oorlog nauwlijks zo veel volk aan handen als nodig was en onze Neutraliteijt te kunnen eaintineeren Wij allegueeren dit met hoog Edele heeren om dat ons onbewust is, de grote schaarsheijd van volk maar over niet alleen ruim 15: Jaren maar selfs zo den eerst onder geteekenden voorstaat wel tien Iaren vroeger met zo veel reden bij 'sComp: papieren is gedoleerd, nog ook om te betogen dat de goede staat kunde zoude hebben gepermitteerd andere Comptoiren zo verre t' ontbloten als mogte nodig. geweest zij om dese directie zo ruijm te voorsien, veel min om tegen te spreken uw hoog Edelens remarque dat zo doende de winsten gemackelijk aan soldijen kostgelden en raadsoenen zouden kunnen verteerd werden, maar alleen ten blijke dat wij onse Consideratien binnen den omtrek van deze directie bepalende niet voor bij konden u hoog Edelens in tijds te waarschu„ men dat 's Comp:s belangen alhier ten uitersten perieliteeren bij aldien wij ons op den duur met zo een klein Guarni„ soen moesten behelpen, 't geen d' uijtkomst tot ons leedwesen maar al te klaar heeft aangetoond. of het in dese batale omstandigheden mogelijk geweest zij door de zuijker zodanige prijsen te bedingen als daar voor in norige tijden gemaakt zijn, en of men geen reden heeft ten uijtersten Content te wesen over die welke mij voor de verkogte partijen hebben bedangen mij laten

NL-HaNA_1.04.02_2969_0104 view scan ↗

English

From Souratta, the 10th of March A:o 1759 we very willingly leave to the wise and equitable decision of Your High Noblenesses, who, at the time when your esteemed latest separate missive departed, could not possibly have foreseen such disasters of scarcity and war as trade has had to struggle against in this unfortunate book-year. That which concerns the dissolved trading post at dende rajapour we shall, with Your High Noblenesses' permission, reserve for the general letter that is presently due to depart, or else until our formal description, which will follow with Amstelveen and amelisweerd in the month of April or thereabouts, if the circumstances of the time should not permit the director to deal with this matter on this occasion without detaining amerongen longer than until the middle of this month; giving place here now to our proceedings and devised measures during the recent war, in so far as these cannot conveniently be included in the public letter, and then following with the director's considerations regarding the means for the redress of the decayed affairs, or to bring to an end the progress of the English, the after-effects of which will apparently soon be felt, to which Your High Noblenesses were pleased to give him such a favorable opportunity in your honored latest separate missive. After the rumor that the English intended, in fulfillment of the explicit orders of their superiors, to seek to improve their condition in Souratta over the Moors, and to that end make themselves master of the Castle—of which we had the honor to pre-advise Your High Noblenesses by our respectful separate letters of the 22nd of February 1758—was to be put into execution in the next few days, had been heard so often and had grown so old that there seemed reason to doubt whether anything of it would happen in this season, certain news was received on the 20th of January that they had already actually shipped a large quantity of artillery, bombs, and other war munitions required for a siege by water and by land. Whereupon, in our sessions of the 20th of January and the 2nd of February, upon resumption of the measures devised by us on the 16th and 25th of March anno passato and approved by Your High Noblenesses for a similar case, both for the reasons cited therein and because it might occasionally happen that one of the contending parties might wish to secure the Company's cannon standing there out of mistrust or necessity, or else erect batteries on their yard—by the former of which one would notoriously be suspected of collusion and treated accordingly, just as the latter would justify those against whom such works were used not to spare the Company's territory in the least—it was resolved to tolerate neither the one nor the other in any manner, nor even the passage of any armed forces of either party through the Company's territory, but to oppose it with all our might. To which end, on the last-mentioned day, it was also unanimously resolved that the director, along with all the members of the council except the second undersigned, who was deemed necessary to remain in the lodge, should proceed to the wharf, taking with him the entire garrison and most of the Company's servants, which was immediately put into execution. However, as the last vessels from Bombay had arrived too late to be able to pass the shallows of Domus with the spring of the full moon, peace was maintained for a few days longer than had been thought. In the meantime, the broker Mancherjee received on the 13th of February from Bombay an unsigned letter from one of his correspondents who had access to the house of the former Naib Pharaskhan, mentioned in our cited secret letters of the 14th of April 1758, containing that he was understood to have heard there that, by one of the secret articles of the contract by which the local governor and council had bound themselves to bring him back into the city and give him a share in the government, it was stipulated that he, Pharaskhan, who from of old has been no friend of the Dutch, should ensure that of the revetment of Naarpoera, being the name of the quarter in the southern suburb wherein our second-mentioned wharf and the Company's little garden of old named Jeggie Bander is situated, not one stone should remain upon another; which letter he immediately showed to the director in the presence of Gowardhan Rudarram, saying at the same time that he could not vouch for the authenticity of that news, but could certainly assure him that if it were not true, his correspondent himself must have been misled by false reports, as he was a man who merited full credit, and that

Dutch transcription

Van Souratta Den 10:' Maart A:o 1759 laten wy zeer gaaren over aan de wyse en equitable decisie van uhoog Edelens die ten tijde dat hare geeerde Jongste aparte missive afgang onmogelijk hebben kunnen voorzien zulke rampen van matersnood en oorlog als maar tegens de negotie in dit ongeluckige boekJaar heeft moeten morstelen Het geene het opgebroken Comptoir te dende rajapour Concerneerd zullen mij met uw hoog Edelens believen reser„ „veeren tot de gemeene brief die thans staat afte gaan den wel tot onse foreneele beschrijving dewelke met Amstelneen en amelisweerd mne die april of daar omE:d zal volgen bij aldien de tijds omstandigheden den directeur niet mogten permitteeren zulx ditmaal te verhandelen, zonder amerongen langer als tot de helfte van dese maand op te houden zullende nu alhier plaats geven aan onse verrigtingen en beraamde maat regulen in den Jongsten oorlog zo verre die niet gevoeglijk bij de publique brief kunnen influeeren, en dan laten volgen des directeur Consideratien over de middelen tot redres van de vervallene zaken of om de nameen van d' Engelschen progrissen die men apparent wel haast zal gevoelen te dien Cesseeren maar toe u hoog Ed:s hem bij hare geveneerde Jongste aparte missive zo gunstige aanbeiding hebben gelieven te geven Na dat het gerugt dat d' Engelschen hun dessen om in voldoening aan d' uijtdruckelijke ordres hunnen sufeieren te tragten hunne Condita in soudatta over de maka nen te nerbeterlen en zig ten dien einde meester van het Casteel te maken, maar van my d'eere gehad hebbe u hoog Edelens bij ons eerbiedige aparte letteren van den 22: februarij 1758 te pradverteeren, eerst daags stonden ter Executie te stellen al zo dikwils vernomen, en zo oud gemorden was dat men reden scheen te hebben, van de twijffels of daar van in dit saisoen wel iets vallen zoude kreeg me„ op den 20:' Janu: zekere lijding dat zij reets en groote quantileit artillerij bamben en andere krijgs„ tuijg tot een beleg te water en te lande vereisch te wee„ dende werkelijk afgescheept hadden; maar op ten onser sessien van den 20:' Janu: en 2:' Februarij bij re„ fumtie van onse op den 16:' en 25: Maart anno passato beraamde, en door u hoog Edelens g'approbeerde maat„ regulen in een gelijk standig geval zo om de redenen daar by aangehaald als dat het somwijlen zoude kunnen gebeuren dat een van de strijdende partijen zig van 's Comp:s aldaar staande Canon uijt Van Souratta Den 10:' Maart A„o Jongste mantrouw en Heeel - - Heee Ao 1759 159 Heee Sauratta den 10. ' Maart 1759 Van Souratta den 10: Maart 1759 wantrouwen of nootsakelijkheijd wilde versekeren dan wel op haar erf batterijen opregten door welk eerste men notoir van Collusie verdagt en daar na behandelt: zoude werden gelijk het laaste de geene tegens wien zodanige merken gebruijkt wierden zoude wettigen om 's Comp: territoir in het minste net 't ontzien wierd besloten het een zo men als het andere in eeniger maniere te gedoogen nog ook de passage van eenige krijgsbeinden van d' een of de andere partij met 'sComp: territoir maar zig daar tegens met alle mogt te stellen, ten welken einde ten laastgen: dage ook eenparig wierd besloten dat den directeur eerens alle de raadsleden buijten den tweede ondergetekenden die men oordeelde in de logie te moeten verblijven maar de merf zoude trecken, mede nemende het gansch guarnisioen ende meeste 'sComp:s dienaren: het welk aanstonds van d' Executie ge„ volgt weerd. Dog de laaste vaartuijgen van bombaij te laat gekomen. zijnde om met het naspring van de volle maan de drooghte van omaha te kunnen passeren, hield men eenige daegen langer ruste als men gedagt hadde en intusschen ontfing de makelaar Mancheagie op den 13:' Februarij van bambaij en ongetekende brief van een zijner Correspondenten die acces hadde tot het huijs van den gew: Naib baroschan vermeld bij onse g rekente secrete letteren van den 14. ' april 1758 behelsende dat hij aldaar zoude verstaan hebben dat bij een der geheine articuls van het Contract maar bij den hier gouverneur en raad zig verbanden hadden. hem weder de stad in te voeren en deel en de regelring te geven zoude gestipuleerd zijn dat hij baroschan die al van ouds geen vaind van de nederlanden geweest is zoude besorgen dat van de beschoeijing van naarpoera zijnde de naam van de wijk in de zuijder voorstad, maar in onse 2/o gen: merk en Comp:s tuijntje van ouds zeggie bander genaamt gelegen is geen steen, op den anderen zoude blijven die hij ten eersten ter presentie van Gowerram roederan aan den directeur vertoonde tefbens zeggende dat hij voor d'egtheijd van dat nieuws niet konde instaan maar wel verse„ keren dat indien het selve negt mogte wesen zijne Correspondent dat selfs door volsche berigten misleid moeste zijn also hij een man was die volkomen geloof meriteerde, en nen dat ce

NL-HaNA_1.04.02_2969_0106 view scan ↗

English

From Surat, the 10th of March 1759. That he had therefore deemed it his duty to give notice thereof, which news appeared so important to us and the other council members that we thought it necessary to choose the safe side over the uncertain, so that, if at all possible, we should not be caught unawares by the blow, but make the necessary arrangements in time to be able to oppose them in a rigorous manner; for which purpose it was judged expedient and necessary to maintain a continual presence of the Director alongside the militia, with most of the council members and all other Company servants who could find lodging there at the wharf; wherefore the Director exchanged residence with the warehouse keeper, and likewise the secretary of police was swapped with the cashier, trade transfer clerk, and invoice keeper, the secretariat being moved to the old upper dwelling of the Director, and conversely the trade office was transferred from the same inward under the eye of the Honorable Secunde and the transfer clerk, and that building was also assigned as lodging to the First Clerk, the collective ministers of the secretariat, and some other servants; the pay-bookkeeper alongside the assigned clerks was placed in the Company's garden, Sorgvliet, from where one can always reach the wharf by boat, and the pay-office was moved thither, since there, under the circumstances of that time, a qualified person or two were also required to ensure that no damage was done to the buildings standing there by the unruly soldiery, and if necessary to protest properly against it; as well as to look after the deserters from the English, who in these troubles have come over to us to the number of 70 persons, among them 61 soldiers, all being brave fellows and among them no natural-born subjects of Great Britain, of whom some indeed presented themselves but were turned away according to our resolution of the 6th of February last, when we, in order to prevent great disputes with that irritable nation, and because the natural-born Britons nevertheless frequently quit the Company's service when they have the opportunity and take others along with them, resolved to give no service to the same, unless it should happen that natural-born subjects of the State deserted to them, and even then only in an equal number, and to keep such persons on the wharf so as to be able to exchange them for an equal number of Netherlanders if they should be claimed, of which however, according to all appearances, nothing will come; the English Chief having sent first the Commander of the marine, the Honorable Watson, and afterward his Secunde, the Honorable Holford, to the first undersigned to demonstrate to him that it was intolerable to them that we, under such circumstances, took on so many of their men, requesting that the same might be returned, provided they remained unpunished, as a pledge of mutual friendship and harmony, at the same time holding out hope that on that condition a cartel might perhaps be concluded, and warning that His Honor, if matters continued thus, would be forced to lure our men over with money, in which case he could obtain five to our one, and to post guards at all avenues of the Company's wharf, which His Honor had refrained from doing until now for fear that it would be taken as an affront and thus give cause for great alienations; to which those gentlemen were answered that we had never, directly or indirectly, debauched or persuaded a man of theirs to come over to us, but had merely followed Their Honors' example to the extent of turning away no one who requested service; and therefore had not expected that a gentleman as polite as His Honor, and so inclined to cultivate mutual good understanding, would speak of corrupting our men with money; that there was no remedy for what had passed; that they themselves had once taken on over eighty of our deserters in a single year; that however much it mattered to us to make the restored friendship and harmony between the two factories since His Honor's arrival endure, we could not sacrifice our duty to it; that it was no proposition to make to a free and independent nation to hand over the deserters of others without receiving their own back; but that

Dutch transcription

161 Van Souratta den 10:' Maart 1759. Van Souratta den 10:' Maart 1759 dat hij dierhalven van zijne gehoudenisse g'oordeelt hadde daar van kennisse te geven welke tijding ons en de verdere raadsleeden. zo important voorquam, dat wij vermeerden, het zekere voor het onzekere te moeten nemen om als het maar mogte zijn niet met de slag gewaarschuwt te werden maar in tijds de nodige aarangementen te moeten maten om ons daar tegens op een rngoureuse wijse te kunnen apposeeren, waar toe men eene Continueele tegenwoordigheijd van den directeur nevens de militie met de meeste raadsleden en alle verdere 'sComp. dienaaen die aldaar lijkberging konden vinden op de merf dienstig en noodsakelijk oordeelde; meshalven den directeur tegens den pakhuijsmeester van moning verwisselde gelijk ook den sectetaris van politie tegens den Cassier negotie oerdrager en factuurhouder de secretarij naar de oude laute moning van den directeur verplaats wierd, en daar en tegen het negotie Comptoir uijt het zelve naar binnen onder het oog van den E: secunde en den merdrager werdende en dat gebauw tebbens nog aan den Eersten Clercq de gesamentlijke ministen van de se cretarij en eenige andere dienaren logement aangewesen, den soldij boekhouder nevens de bij Een bescheiden pennist in 's Comp. tuijn sorgvaij, van maar men altoos met een schuijt op de wert kan komen geplaats en het soldi Comptoir dermaarts verkruijt, vermits aldaar log in de doenmalige tijdsomstandigheden ook wel en gequalificeerd persoon of twee vereischt wierd om te besorgen dat aan d' aldaar staande gebouwen door het ongebonden krijsvolk geene schade geschiede en des noods daar tegens en behoorlijke boame te pro„ festeren mitsgaders de deserteurs van de Engelschen die in desen trouble ten getalle van 70. kosken en daar onder 61. soldaten tot ons zijn wvergekomen maar te nemen zijnde alle brisihe keerels en daar onder geen gebo„ rene onderdanen van Groot brittannien waar van zig ook wel eenige aangebaden hebben dog afgewesen zijn volgens onse resolutie van den 6: Februarij Jongst leden, wanneer mij ter voorkoming van grote oneenigheden met die kregelige natie, en om dat de geborene britten tog veeltijds als zoccasie hebben 's Comp:s dienst meder quiteeren en andere mede neemen hebben besloten de zelve geen dienst d S pennisten te „ Heel 163 anSouratta den 10:' Maart 1759. Van Souratta den 10:' Maart 1759. te geven, dan manneer het quame te gebeuren dat gebo „nen onderdanen van den staat tot len overliepen en dan nog maar in een gelijk getal, mitsg.:s de zodanige aan de mat te houden, om dezelve gereclameerd werdende tegens en gelijk getal nederl anders mede te kunnen uijtwisselen, daar egter naar alle apparentie niet van vallen zal hebbende het Engelsch opperhoofd eerst den Commandeur van de marine den EWatson, en naderhand zijnen secumde de E: Holbort bij den eerst onderge„ te kenden gesonden om aan hem te vertonen dat het byj haar niet te souffreeren was dat wij in zulke tijds omstandigheden zo veel volk van hen aannamen onder een versoek dat deselve mits straf vrij blijvende tot onderhand van d' onderlinge vrindschap en harmanie mogten ner„ „den gerestitueerd, teffens hope gevende dat op die Conditie misschien wel een Cartel zoude te sluijten wesen, en waarschuwende dat zijn Edele zo doende genoodsaakt zoude wesen d' onse door geld tot zig met te lokken, wanneer veel vijf tegens ons een zoude kunnen bekomen en wagten aan alle avenues van 's Comp:s werf te stellen 't geen zijn Edele tot nog toe hadde gemenageerd, uijt vreese dat het selve voor een affront zoude genomen werden 9n dus occasie genen tot grote verijderingen, waar op men die heeren ten antmoord heeft gegeven dat men minner direct of indirect een man. van haar gedebaucheert of gepersuadeert hadde tot ons over te komen, maar slegts haar Edelens voorbeed in zo verre gevolgt, van niemand die dienst verzogt afte wijsen; en dierhalven niet vermagt hadde dat en heer zo poliet als zijn Ed: en zo genegen om d'onderlingen goede ver„ standhouding te Cultineeren zoude spreeken van ons volk met geld te Cornumpeeren dat aan het gepasseerde geen oldres was; dat zij wel eens in een enkeld Jaar over de tagtig van onse deserteurs hadden aangenomen; dat hoe seer ons ter Eerte ging de herstelde vrindschap en harmonie tusschen de beide factorijen zedert zijn Edeles komste van duur te doen zij wij daar aan onse pligt niet konden op offeren; dat het geene propositie was em aan een vrije en onfhankelijke natie te doen, van de deserteurs van andere over te genen, zonder de hare wederam te krijgen; dog dat zijn men. lll 6

NL-HaNA_1.04.02_2969_0108 view scan ↗

English

Surat, 10 March 1759 Surat, 10 March 1759 one foresaw, although it appeared that Their Honours would have been willing to return the deserters if they found it to their advantage, and otherwise were not willing to go so far as to enter into a cartel for the future for the mutual restitution of deserters provided they enjoyed impunity, and even then with respect to the King's ships, over which they have no authority, only to stipulate that Their Honours, if any of ours came over to the same, would use their good offices to have them returned, provided they were not subjects of Great Britain; that Their Honours had to consider that, as they would now certainly maintain a European garrison here, they might not fare so well with that reciprocating reception of each other's people, and that such would be a continuous source of displeasure on both sides, which could be stopped in no other way; that although unconstrained thereto, one had in these troubles refused service to all subjects of Great Britain, and that to show full goodwill to Their Honours, we were willing to promise that if His Honour would be pleased to enter immediately into negotiations for a convention, we would in the meantime detain those who came over to us, but would not grant them service if the matter proceeded; that His Honour had understood very well that placing forces on the edges of the Company's territory so close that they could be seen and hailed from there would be regarded by us as an insupportable affront, and that one therefore hoped that His Honour would not do so, with which the matter rested, a patrol indeed cruising now and then around our wharf, but without taking up a post there. In order at least to profit somewhat from the circumstances of the time, it was approved at the session of the 8th of last month to make use of the present troubles to have an earthen rampart provided with beams and palisades thrown up against the walls of the powder magazine on the wharf on the inside without asking anyone's permission, in order to make the same shot-proof at least from that side and as far as the lower floor is concerned; to convert the bamboo fencing of the wharf into a strong wooden revetment of beams and mill planks provided with embrasure openings; to pull down a bamboo shed with a thatched lean-to standing close to that building, serving for the storage of timber, in order to prevent fire, and in its place to erect a wooden warehouse with a tiled roof to serve in the rainy season for the accommodation of the soldiers who are now housed in the Company's tent which was brought thither; but owing to a shortage of carpenters one was only able to finish the first and a part of the second before the end of the war, when those whom one had, no matter how much one tried to encourage them, could not be persuaded to proceed with it without the permission of the regents, that is to say of the city governor and the English gentlemen, who pretend in that respect, as in all other regards, to succeed to the rights of the Castle governor, and consequently on the 9th of this month summoned all the workmen to them and forbade them under severe penalties to lay hand to any carpentry or other work for which, according to custom, the consent of the regents was required, without their prior knowledge and express permission. However, the Director having obtained permission from the regents just before this war to erect a third warehouse on the Company's wharf due to the lack of sufficient storage space for the imported merchandise, that work is still proceeding unhindered, and all possible haste is being made. In the meantime, on the morning of the 4th of this month, when there were no more than 400 men of the Sidie under the Lieutenant Governor Sidie Elaal left in the castle, who did not fire another shot at the English but completely gave up the courage to defend it, letting them proceed undisturbed with the making of batteries and other preparations for a formal siege, and letting them approach through the city gates, which were already abandoned, as far as they pleased, the Director received a short letter from that castle commander in which he requested that His Honour would be pleased to arrange that two members of our council or of the English gentlemen should come to him in order to negotiate with him.

Dutch transcription

165. Souratta den 10:' Maart 1759 Van & Van Souratta den 10:' Maart 1759 men ten voorsziende, of schoon, het bleek dat laar Edelens de desecteurs wel zouden willen wederam gegeven hebben als zij daar hij hunne reekening nouden en anders met wel zo verde wilde komen van voor het toekomende een Cartee aan te gaan tot wederzijd sche restitutie der overlopens mits impuniteit genietende en selfs daar bn„ ten opsigte van de konings schepen maar over zij geen authoriteit hebben alleen te stipuleeren dat haar Edelens, als eenige van d'ense op deselve onerquamen hunne goede officier zouden aanmenden om hem mits geen onderdanen van groot brittannien zijnde, wederom te doen genen; Dat haar Edelens moesten denken dat zij nu zekerlijk een Europees Guarnisoen alhier zullende houden misschien bij dat oner en meder aanneemen van elkanders volk zo wel niet meer varen en zulx van beide kan ten eene Continueele sourae van misnoegen zoude wesen, die op geen andere mijse konde werden gestopt; dat men schaan daar toe ongehouden in dese troublen alle ende danen van groot brittannie dienst ge„ meigert hadde, en dat mij om haar Edelens de moet vol te meeten wel wilden beloven, dat als zijn Edele ten Eersten oer een Connentie in onderhandeling geliefde te treden, w' in tusschen de geene die tot ons oner„ quamen wel aanhouden, dog geen dienst geven zouden als de zaak voortgank hadde; dat zijn Edele zeer wel lad begrepen dat het plaatsen van magten aan d'averinen van 's Comp: territoir zo digt dat dezelve van daar gezien en toe„ geroepen wrende konde werden bij ons voor een in susperitabel affrant zouden werden opgenomen en dat men dierhalven hoofe dat zijn Edele zulx niet doen zoude, waar bij het gebleven is, kruijssende wel nu en den een patrouille om„ trent onse werf, dog zonder aldaar post te vatten. Om ten minsten iets van de tijds gesteldheijt te probiteeren heeft men ter sessie van den 8: der voorledene maand goedge„ „nouden zig van de presente troublen te bedienen om zonder iemands permissie te vragen tegens de muuren van het kruijt huijs op de werf aan de binnen kant een aarde mal niet balken en smalpen voorsien te laten opwerpen, om het zelve ten minsten van die zijde, en voor zo verre d'onderste verdieping aangaat, schoot vrij te maken, de bamboese afschut„ ting van de merf in een sterke houte beschoijing van balken en molen planken met embrasuurgaten maat voorsien E E E 8 Heel 167 Van Souratta den 10:' Maart 1759: Van Souratta Den 10:' Maart 17 voorsien te Converteeren; een digt bij dat gebouw staande bamboese loots met een stroo afdak tot berging van houtmerken dienende ter voorkoming van brand om verre te halen en in dies stede te doen opregten een houte pakhuijs met een panniedak, om in de regentijd te dienen tot lijkberging der militairen die nu huijsvesten in 'sComp:s thent welke men aldaar heeft laten overbrengen; dog men heeft door manquement van Timmerlieden alleen het eerste, en een gedeelte van het andere kunnen g'absolveerd krijgen voor het eijndigen van den oorlog wanneer de geene die men hadde hoe zeer men hen ook moed in't lijf spraak, niet te disponeeren zijn geweest daar mede voort te gaan zonder permissie van de regenten dat is te zeggen van den stads gouverneur en De heeren Engelschen die pretendee„ „ren daar omtrent, gelijk in alle andere opsigten te treden in de regten van den Casteels gouverneur mitsg:s dierhalven den 9:' deser alle arbeidslieden bij zig ontboden en op sware straffen g'interdiceert hebben aan eenige timmeragien of andere merk maar toe volgens de Costumen het Consent der Regenten vereisch werd, buijten hunne voorkennisse en uijtdruckelijke permissie de hand te slaan dog den directeur even, voor desen oorlog van de regenten permissie vermorven hebbende om een derde Latthij op 's Comp:s werf op te regten mits man quement van een genoegsame bergplaats voor d' aangebragte Coopmansz: werd daar mede als nog onverhindert voortgegaan, en alle mogelijk haarst gemaakt. Jntusschen heeft den directeur den 4:' deser 'smorgens wanneer er niet bovende 400 man van den sidie onder den lieutenant Gouverneur sidie Elaal meer in't Casteel waren, die geen schoot meer op d' Engelschen deden maar de moed tot dies behaud geheel opgaven, laten de hen met het maken van batterijen en andere preparatien tot een formeel beeleg ongestoord begaan en door de stadspoorten die reeds verlaten waren zo ver naderen als zij zelfs gelievden ontfangen een briefje van dien sloot voogt maar bij hij versogt dat zijn Edele geliefde te besorgen dat twee leden van onsen raad dan wel van De heeren Engelschen bij hem quamen om met regenten hem H 9.

NL-HaNA_1.04.02_2969_0110 view scan ↗

English

169 From Surat, 10 March 1759 Surat, 10 March 1759. to confer, whereupon he immediately commissioned merchant Smars and junior merchant Kroonenbergh thither, whom Sidi Elaal showed around part of the castle, offering to surrender it to us to spite the English, if we wished to take possession thereof. Whereupon having immediately deliberated, it was, as appears from our secret resolution of that date, considered that it by no means appeared that he was authorized to make this proposal by his master; that the approaches to that fortress on the land or city side were already so occupied by the troops of the English that there no longer seemed to be any possibility of throwing men into it from that side or of transporting any ammunition thither, which was also not feasible from the waterside in full view of the English armada; and, what weighed heaviest of all, that the English, having already so distressed the castle that the dejected garrison in all likelihood would offer no further great resistance, would certainly claim that we were not permitted to filch it from them in that manner, at least not without paying the expenses incurred by them for the expedition according to their own appraisal; that in case of refusal they would not only continue with the siege, but might even consider themselves entitled to attack and seize the Company's invaluable property, which could not possibly be prevented with so large a force divided between the castle and the wharf; that it was therefore to be feared that, accepting the offer, we would be forced to evacuate that fortress again with shame, and possibly also not without great damage and a very great bloodshed; wherefore we had to decide, although not without great heartache, to let them know that it was too late, by a note drawn up in such a manner that if the English intercepted it, they could not possibly see what had been going on, which note as well as the one received is entered in the resolution. Thereupon in the evening the capitulation with the English was concluded, and the following day at sunrise the Sidi flag was seen to be struck and the English to enter under the firing of the cannon which still remained there. They intend to keep it for themselves and always to maintain therein a garrison of well over a hundred European military men, besides some artillery personnel and a party of native soldiers, who can always be reinforced from Bombay within a few days. 171 From Surat, 10 March 1759. Surat, 10 March 1759 In the garden of the French Company, where they first landed, they found a quantity of bales of cotton belonging to the temporary French chief and to a private French merchant, which they, as well as the materials they brought with them, used to cover their batteries and part of which were burned, and they also used the private French ship Le Louis Quinze as a breastwork against the castle, but they promised to pay for any damage that might be caused to either, and to restore the ship in as good a condition as they found it, as they did not intend to violate the neutrality of the Tapi River. Time will tell all this, and apparently much will depend on the orders they will receive from Bombay, where they may well understand that this demonstrated respect for the Surat river—at a time when there were only two empty French private ships in it and a French trading post without trade and without any other Company servants than the temporary chief—will not easily be taken by the French as a rule and guide for their actions if they should ever take a fancy to come and attack that English castle; especially since the British trampled on the neutrality of the Ganges without absolute necessity, to the great disadvantage and danger of all European commercial nations, which mutually could find a safe haven there against their enemies in times of war; whereas it is now to be feared that, entering into a war with a European power, one will remain free from attack nowhere, and especially not where the enemy can reach by water, and consequently will have to fortify oneself everywhere throughout the rest of India and maintain heavy garrisons, so as not to lose all at once everything one has there at the slightest misfortune.

Dutch transcription

169 Van Souratta den 10:' Maart 1759 Vllen Souratta den 10:' Maart 1759. Van len t' aboucheeren, waar op hij ten eersten dermaarts Com„ „mitteerde den koopman smars, en onderkoopman Kroonenbergh, mien sidie Elaal het Casteel voor een gedeelte rond bragt, aanbiedende het zelve, ten spijt van d' Engelschen, aan ons in te ruijmen, bij aldien wij daar van possessie wilden Waar mer onmiddelijk gedelibereerd zijnde zo wierd blijkens onse secreete resolutie van dien datum uijt Consideratie dat het geen„ siits bleek dat hij tot dese propositie door zijnen meester was g'authoriseerd; dat de toegan„ „gen van die sterkte aan de land of stadskant reeds zodanig door het volk der Engelschen beset was, dat er geene mogelijkheijd meer scheen te wesen om er van die zijde volk in te werpen nog eenige amonitie derm=tse te transporteeren 't geen van de waterkant in het gezigt van d' Engel„ sche arinade ook niet te mogen mas; en het geen wel het smaarste woog dat de Engelschen het Casteel reeds zodanig benauwt hebbende dat het neerslagtige guarnisoen naar alle apparentie geen grote tegens „staand meer bieden zoude zekerlijk zouden pretendeeren neemen. dat mij haar het zelve op die wijse niet mogten ontsutselen, ten minsten niet zonder te betalen d'ongelde, doar hen tot d'expesitie gedaan naar hunne afpe „tijd te begroten, dat zij in Cas van weijgering niet alleen met het beleg zouden voortgaan, maar sig selfs moge„ „lijk wel geregtigt agten om 's Comp:s onmeerbare ei„ „gendomme aan te tasten en in beslag te nemen, 't geen nen hen met zo een landse wol volks tusschen het Casteel en de weaf verdeelt onmogelijk beletten konde; dat het dierhalven te dugten was dat men de prosentatie accepterende wel hooft gedrongen zouden werden die sterkte weder met schande en mogelijk ook niet zonder groote schade en een heel ointte bloedstortinge t' ontruijmen alwaar omme men dan hoewel niet zonder grote Crercaeur, moest besluijten hun te laten meten dat het te laat was, by een briefje in diernoegen ingesteld dat d' Engelschen het selve onderscheppende onmogelijk daar uijt zien konde mat er gaande was geweest, het welke zo wel als het ontfangene de resolutie is ingelist zijnde daar op 's anonds de Capitulatie met de Engelschen gesloten en zag men 'sanderen daags met het opgaan der sonme de sidiese dat vlag 171 Van Souratta Den 10:' Maart 1759. Van Sauratta den 10:' Maart 1759 Heel vlag slrijken en d' Engelschen onder het losbanden van het Canan bijmaken die er nog van maeyt zijnde zij voorneemen het zelve voor zig en daar in altoos een guarnisoen van ruijn hondert Euuo pische militairen buijten eenige artillerij bediendens en een parthij inlandse soldaten te houden, die altoos in weijnig daegen van bombaij kunnen gesecoureerd werden. Jn de thuijn van de bransche Comp: daar zij het eerste geland zijn hebben zij een partij bal en Cattoen het temporeele baansche opperhoofd, en een particulier fransch koopman toebehorende gevonden die zij so wel als de mede gebragte tot decking hunner batterijen gebruijkt hebben en voor een gedeelte verband zijn mitsg:s het particuliere fransche schip Le Louis quinze tot een borstmeering teg: het Casteel gebruijkt, dog beloofd de schade die aan het een en ander mogte veroorsaakt werden te betalen en het schip in zo een goede staat als zij het gevonden hebben te restitueeren also niet voornemens maren de neutraliteijt van de renier zapi te schenden welk een en onder den tijd moet lieren en aparent veel zal afhangen van de ordres die zij van Bombaij zullen ontfangen alwaar men mogelijk wel begrijpen zal, dat die betoande eerbied voor de souratse rexica in een tijd dat er maar twee ledige franschen particuliere schepen in waren en een fransch Comptoir zoude negotie en zonder eenig ander Compagnies bediende als de temporeele Chef door de faanschen wanneer bey eens de lust zal bekruijpen dat Engelsche Casteel te komen bezoeken niet ligt tot een regul en rigt snoer hunner handelingen zal genomen werden daar de britten de neutraliteit van de ganges buijten absolute noodsakelijkheijd net voeten getreden hebben tot groot nadeel en genaar van alle Europeesche Commercieerende natien, welke wederzijds aldaar en oorlogs tijden een veijlige schuijlplaatse tegens hunne vijanden konden vinden daar het nu te vreesen is dat men met een Europische mogendheijd in oorlog nakende nergens en voor al niet daar de vijand te maten komen ken buijten aanstoot zal blijven en zig gevolglijk over al nu de rrest van Jndia moeten versterken en smare guarnisoenen houden om niet op het enner mogste eens klaps alles mat men er heeft te verliesen bombaij Dit H

← previousnext →