VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 2997

Surat · 364 pages · 173 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_2997_0045 view scan ↗

English

Wednesday the 12th of March 1768 to note down their accompanying opinions Thierens.— in the adjoining manner that it had been the duty of one of the gentlemen, if they thought they could have advised him anything in that regard, for a resolution to have been noted immediately with their opinions alongside it, that the vessel was not detained except pending further orders from the Commander, and that they knew no better than that all had equal credit, and that on that basis, while the vessel remained lying for so long at the place where formerly the sailors' quarters stood, the secretary, having hastily dressed, went upstairs to His Honour to inquire whether it was His Honour's order to the Corporal that the aforementioned vessel should proceed to the fort, and whether His Honour did not judge it better with the members that the aforesaid fugitives should rather immediately continue their journey to Bancahoulou in order to maintain strict neutrality; whereupon the aforesaid Secretary returned to them and said the Commander also approves of it and has already ordered the Corporal that they must leave the river immediately without delay, which having been noted down, His Honour had it added thereto that he had merely said to that report of the secretary, it is good. Thus done, resolved, and determined at the Dutch Main Office of Padang on Sumatra's West Coast on the date aforesaid, with the by Van Staveren and was signed: F.k Vandewall, I.k V.n Staveren, J.n A.n Thierens, R.d Palm, and J.n Boudewijnsz; Secretary. That upon the report received from the second mate Marinus Kosten, the 13 European English fugitives conveyed hither by him from Baros via the sloop De Meeuw fled from on board the very night that he entered the river with the sloop in the evening, namely on the 9th of this month, and will very apparently intend to go overland to Mocca-Moeca; whereof it was agreed to keep this record, so that in case the French nation, who have already with their two ships captured Natal and Tappianolij from the English, might come to demand the said fugitives, which is very likely to happen, this report may serve as a pretext in reply. Likewise, upon the communication from His Honour that according to the report received from the Corporal of the boom watch, the two French ships that arrived from the north some time ago, as recorded at the session of 14 February last, had come into sight of this Command this morning, it was brought before the meeting for deliberation that in case the French officers (of whom the chief seems to be a man of considerable character) might be inclined to come ashore, in what manner they should be received within the fort; wherefore, after this was deliberated upon and each of the members had expressed their sentiments, it was unanimously resolved to request and commission the two senior members of this meeting, the Honourable Messrs. Van Staveren and Thierens, for that purpose, to have them fetched with the shore boat, after it is known that they desire to come ashore, with the flag forward, and as soon as the chief of those officers has stepped into the boat, to have the pennant hoisted above the flag, as well as upon the firing of the salute when the aforesaid commissioners depart from the ship, to welcome him with 17 cannon shots, but not otherwise.

Dutch transcription

Woendag den 12 Maart 1768 hunne nevengem: advisen aantekenen Thierens.— op nevens staande wijse het de pligt van een van de heeren was geweest so sij meende hem iets dieswegens te hebben konnen adviseeren als dan aanstonds resolutie mogt werden aangetekent met hunne advisen daar nevens dat dat vaarthuijg niet was opgehouden als tot nader ordre van den Heer Commandeur en dat sij niet beter witten of hadde alle evenveel Crediet en dat op dien voet dewijl dat vaar „thuijg bleef leggen so lange aande plaats waar voor desen het mattroosen Tampat heeft gestaan uijt hun den secretaris gevlugt /:gekleet sijnde :/ na boven bij sijn E„ agtbare was gegaan om te verneemen of het sijn E„ agtbare ordre aan den Corporaal was dat meermelde vaarthuijg naar het fort toevoer en of sijn E„ agtbaare 't met de leden niet beter oordeelde dat de voornoemde vlugtelingen liever aanstonds hun rijse vervorder „de naar bancahoulou ten eijnde eene Stipte nutraliteijt te Confrante scheepen in't ligt gekomen serveeren waar op den voorsz: Secretaris weder tot hun is gek „men en gesegt den Heer Commandeur vind het ook so goed en heeft den Corporaal ook al geordonneert sij aanstonds son„ „der vertoeven de revier uijtmoeten welk voorsz: dan aan als mede dat ven sijn E„ agtbr: „ getekent sijnde sijn E„ agtbaare daar bij Liet voegen dat hij op dat rapport van den secretaris alleen maar gesegt had het is goed; — Aldus gedaan geresolveert en gearresteert ten nederlands HoofdComptoire padang op sumatras west Cust dato voorsz me den door van staverem en /:was getekent:/ F„k vandewall, Ik„ V„n Staveren, In A„ Thierens, R„d Palm en J„n Boudewijnsz:; Pide Seeret dat op bekomen rapport van den onderstuurman Marinus kosten de door hem p„r den Chialoup de meeuw van Baros herwaards overgevoert sijnde 13 Europeese Engelse vlugtelingen dienselven nagt dat hij met den Chialoup des avonds binnen de revier geko„ „menis ofte op den 9„de dezer van boord gevlugt zijn en zeer apparent„ en apparent na mollan moeca over Land na mocca=moeca begeren zullen hebben waarvan verstaan wierd dese annotatie te houden, omme bij aldien de franse natie, dewelke reets met hunne twee Scheepen van de Engelse natter en Tappianolij ingenomen hebben, gemelde vlugtelingen mogte komen te requireeren, het geen zeer apparent te geschieden zal, dit rappord tot een voorwendsel in andwoord te kunnen dienen. rapport ontfangen dat er twee Almeede wierd op Communicatie van zijn E„ agtbaare dat volgens de bekomen rapport van den Corporaal der boomwagt de voor eenige 6„ tijt na 't aangetekende ter cessie van 14 februarij J„o Leeden om den noord gearriveerde twee france Scheepen heeden morgen in 't sigt deses Commandements geraakt waaren aande vergadering in omvrage gebragt bij aldien de franse overheeden /:waar van 't hoofd dee een man scheijnt te weesen van een aanzienelijk Carracter:/ geinclineert mogte zijn aandewall te komen hoedanigen op wat ne wijse men deselve tot binnen 't fort Soude dienen te recipieeren zoo wierd nadat hier over gedilibireert en door een ijgelijk der lee„a „den hunne sentimenten gesegt sijnde unanime besloten de twee„ waar van 't hoofd afgehaalt sal voorsittende Leeden deser vergadering d' E„s van staveren en Thierens tot dat eijnde te versoeken ente Committeeren omme met de landschuijt na dat men geinformeert sal weesen dat Sinnigheijd hebben aan de wall te komen deselve als dan te laten afhalen met de vlag van vooren en sodra het hoofd dier overheeden in de schuijt gestapt sal weesen de wimpel boven de vlag op de laten heijzen mitsgaders bij 't doen van 't Salut als voornoemde gecommitteerdens van boord afgaan denselven te verwelkomen met 17 Canon schooten dog anders niet laten de leden van den raad boven bij hemte komen waar op den raad versogt het selve terder amgelsij3 oligtluge sijn Door den Heer Commandeur aan de vergadering gecommuniceert zijnde als voor den middag vergadering van politie Woensdag wijders

NL-HaNA_1.04.02_2997_0046 view scan ↗

English

73 Furthermore, it was communicated by the Lord Commander that he had today received a Malay letter from the Natar pretendant Bagindo Maharadja Lello, which, having been read by the Malay Secretary, only contained information that he had already departed for Natar several days ago, with an urgent request that, if he should occasionally need people, he might then be assisted in order to maintain possession of Natar. Regarding this, it was likewise agreed to keep these notes pro memoria. Thus done, resolved, and decreed at the Dutch Head Office in Padang on the West Coast of Sumatra, on the date aforesaid. Was signed: F. k. van de Wall, W. van Staveren, J. M. Thierens, R. Palm, and J. Boudewijnsz, Member and Secretary. Afternoon Council Meeting. Communicated by the Lord Commander to this assembly that the two known French ships, Conde and L'Expedition, under the supreme command of Charles Deo Date Comte Destaing, had arrived and anchored in the outer roadstead. There was also presented a letter delivered to His Honorable by two commissioners and officers, namely Jean Baptist Martin and Medor Joseph Carpentier, the contents of which, after prior communication of his conquest of Natar and Tappianoly, principally contained an assurance of wishing to make us masters of the entire Coast. As proof of this, he had already caused the Dutch flag to be recognized over the made conquests and, in the name of his king, ceded the same to the native regents Bagindo Maharadja Lello and Dato Bazaar, in order to hand them over, with artillery, buildings, etc., to Johan Abraham van Mosschelen, as he had effected before his departure and before it was on the point of the State declaring war on England, having drawn up deeds and proofs thereof. A verbal report of his further proceedings would be given by his officers Martin and Carpentier, whose promises made on his behalf he would strictly fulfill. With a request that the said Monsieur Martin be granted permission to remain here as commissioner, who in his name will also request that the sick may remain ashore under the supervision of their surgeon until his return from Bancahoulou, as well as the English officers as prisoners of war upon their word of honor. Furthermore, that by express order of his king he summoned and demanded all those who belonged under the crown and to whom a general pardon as deserters had been granted, wherefore he hoped no difficulties would be made in the handover. Martin would confer with us on the means to redress this loss. He also sends two of the intercepted English letters showing that nation's evil intentions toward us, one of which consists of a project or design against the Spice Islands, and requests refreshments and an anchor. Whereupon it was first resolved to seek the truth of the aforementioned war between the State and the Crown of England in the aforesaid two English letters, whose contents, being translated into Dutch, showed that one could by no means discern a publicly declared war therefrom, but indeed evil and far-reaching designs against the Company, as well as a supposition or assumption that the Dutch might have declared war because of such missions to the West Indies. Wherefore, after mature deliberation, it was resolved to observe neutrality, to maintain a strict neutrality in everything between those two powers, and for that reason to reply to the aforesaid letter in reciprocal polite terms, following prior compliments of thanksgiving and congratulations on his conquests: 1. That we had no orders to undertake anything against Natar or Tappianoly, as our proofs of ownership, contracts, and further documents pertaining thereto had already been sent to our lords and masters in the fatherland, and thus apparently in the hands of the commissioners of both powers, for whose result we long very much. However, if we have proof that Bagindo Maharadja Lello calls upon us or requests protection, we shall resolve to place a garrison there; otherwise, we are obliged to leave the same as it was abandoned, until we have positive news of a war, and so that this may be disposed of speedily. Friday the 14th of March 1760 [illegible] the second administrator Palm to the assembly in the [illegible] we

Dutch transcription

73 Wijders door den Heer Commandeur gecommuniceert Sijnde als na na kanre allo dan hij „tentie van volk. den inhoud vande brief antwoord op de brief dat op heeden eene maleijdse brief waare komen te ontfangen van der natterse pretendent Bagindo maharadja Lello dewelke door den maleijdse Secretaris geleesen Sijnde dies inhoud eenelijk Communicatie behelsende als dat denselven reets over eenige dagen na natter vertrokken was met instantie omme bij aldien En versoekt des noods om adlis „ hij Somwijlen volk mogte benodigt hebben hem als dan te advi „teeren ten Eijnde de possessie van natter te kunnen behouden van welx almede verstaan wierd promemoriam dese annotatien te houden Aldus Gedaan Geresolveert en gearresteert Ten nederland hoofd Comptoire padang op Sumatras west Cust dato voorsz /:was getekent:/ F k„ vandewall, W„ v„n Staveren, J„n M„ Thierens R„s Palm en J„n Boudewijnsz: Lid en secret„s. middag vergadering van Politie twee franse scheepen gariteert Door den Heer Commandeur aandeze vergadering gecommuniceert op de buijten rheede ten anker waren gekomen de twee bewuste franse Scheepen Conde en L' Expedition onder het opperbevel van Charles Deo Date Comte Destaing teffens geproduceert een brief door twee gecommitteerdens „pentier sijn E„ agtbaare overhandigt welkers inhoud naar vooraf gegevene Communicatie van sijn veroevering van natter en Iappian„ „olij principaal behelsten eene versekering van ons meester te wil„ len maken van de heele Cust ter welkers blijke hij reets de hol„ „landse vlag op de gemaakte Conquesten heeft doen Erkennen en uijt naam van sijn koning deselve afgestaan aande inlandse re„ „genten bagindo maharadja lello en dato bazaar omme deselve met arthillerij gebouwen &a over te geven aan Johan abraham van mosschelen gelijk sulx voor en al eer 't op 't poinct stond den Staat de oorlogh aan Engeland gedeclareert had nog voor sijn vertrek heeft doen Effectueeren en daar van actes en bewijsen gemaakt sullende van desselfs verdere verrigtinge mondesing verslag werden gedaan door sijne officiers martin en Carpen„ „tier welkers te doene belofte uijt Sijne naame hij Stiptelijk sal gecommitteerdens met een briefaan vall officiers met naame Jean Baptist Martin en Medor Joseph Car, de Mutraliteijt geobserveert doen om de west van Indien weshalven na rijpe diliberatie gere„ nakomen met versoek alhier als Commissaris mag verblijf vergunt worden aan gemelde monsieur martin die uijt sijn naam ook sal versoeken de sieken onder 't opsigt van haaren Chirurgijn aan wall mogen blijven tot sijn retour van bancahoulou als mede de Engel¬ „se officiers als krijgsgevangene op hun woord van eer; wij„ „ders dat hij op Expresse ordre van zijn koning sommeerde en op„ Eijschte alle de Zulke die onder de kroon behoorden en aan wien als deserteurs generaal pardon was gegeven weshalven hij hoopte men in de overlevering geen swaarigheijd soude maken sul„ „lende martin ons onderhouden over de middelen om dit ver„ „lies te redresseeren send ook twee der onderschepte brieven der En„ „gelse dicteerende die natie hunne quaade intentie met ons en bestaande den een in een project of desseijn tegen de specerij Eij„ „landen en versoekt om verversing en een p„s anker zoo wierd alvorens goedgevonden de waarheijd van de soeven gewaagden oorlogh tussen den Staat en kroon van Engeland te soeken in voorn: twee Engelse brieven welkers inhoud door nederduijts bedeelt werdende men geentsints daar uijt een pu¬ „blicq gedeclareerde oorlogh kon ontwaaren maar wel quaade en verregaande desseijnen tegen de Comp„nie ook wel een sup¬ „positie of veronderstelling, zouden de hollanders ook wel den oorlogh gedeclareert hebben om dat sulke besendinge „solveert wierd in alles een stipte onseijdigheijd tussen die twee mogentheeden te conserveeren en uijt dien hoofde in reciprocque beleefde termen in antwoord op voorsz: brief na voor afgegaanen Complimenten zo van danksegging als fulicitatien met sijne Conquasten te denen 1 Dat geen ordre hadden om tegens natter of Tappianolij iets te onder„ „neemen als waar van onse bewijsen van Eijgendom, Contracten en andere documenten meer daartoe Specteerende reets naar onse heeren en meesters in 't vaderland waren gesonden en dus in handen apparent van Commissarissen der beijde mogentheeden naar welkers resultaat wij seer verlangen, Edog so wij de blij„ „ken hebben dat bagindo maharadja lello ons inroept of pro„ „tecie versoekt sullen wij resolveren aldaar bezetting te leggen anders het selve so als het verlaten is genoodsaakt sijnde te sul„ „len moeten Laten tot dat positive tijding van een oorlogh hebben en ten eijnde op desen spoedig sal kunnen gedisponeerd werden Vrijdag den 14 Maart 1760 voor den quatindentien e nge den tweede administrateur palm aande vergadering in het nakomen wij

NL-HaNA_1.04.02_2997_0047 view scan ↗

English

75 Deputies sent on board. The deeds and proofs of the surrender made over to Batavia. The Roos van de Noord to be brought back. We shall request Monsieur Martin for the deeds, contracts, or other papers relating thereto that might have been drawn up there. Sick persons and English prisoners of war, as well as regarding the presence of a commissioner, all of whom were already ashore before anything could be protested against it, wherefore we can neither vouch for their conduct, guarding, nor any consequences resulting therefrom. 3. Likewise, that on account of the weakness of our garrison, also possessing no authorization thereto, we wished to be excused from handing over to Batavia the Frenchmen who might be among our military forces. 4. That he was requested to address himself directly to the High Government regarding his far-reaching yet accommodating designs. 5. That no anchor other than one of 800 lb is available; also that nothing was to be said concerning the circumstances of Bancahoulou, nor that two members of the council have kept silent in that regard. For the delivery of which letter in reply, the moment it shall have been made ready, the two senior members of this council, Hendrik van Staveren and Master Jan Anthonij Thierens, together with fellow member Roeland Palm as secretary, are appointed as deputies; since Secretary Boudewijnsz is not proficient in the French language, it was well to be expected that various matters would arise there which would then have to be debated with sound arguments, while at the same time avoiding as much as possible entering into any negotiations or anything of that nature. Thus done, resolved, and decreed at the Dutch head factory of Padang on the West Coast of Sumatra, on the date aforesaid. Signed: F.k van de Wall, H.k van Staveren, J.n A.n Thierens, R.s Palm, and J.n Boudewijnsz, member and secretary. Resumed. 2. Further, that we had wished to be excused from handing over all the French soldiers, as it was beyond our scope to enter into any negotiation. His Right Honourable communicated that these, numbering 9 individuals, had already been handed over, several of whom had already quietly gone missing, and it was approved to make proper note of this. Second mate Jan Fredrik Reijnke given to the second mate Jan Fredrik Reijnke, who for that purpose shall cross over with that Chinese. Saturday the 15th of March 1760, before noon, meeting of the Council of Policy. Report of the deputies. Upon the report made verbally yesterday evening to the Commander by the members of this council who had been deputed on board the ship Conde, now delivered in writing, that notwithstanding the protests made, the Count d'Estaing nevertheless most earnestly persisted in his demand for the Frenchmen who are among our garrison, and that by express order of his king, from which he would in no way deviate; A Chinese gonting impressed. While it was also resolved to send as soon as possible to Their Right Excellencies all such papers as relate to the actions of and with the French on this coast, and to that end to impress the private gonting of the Chinese Ihan-kia in order to be able to sail by Thursday the 20th of this month, and for the greater security of those papers to place the same in the hands of the second mate Jan Fredrik Reijnke, who for that purpose shall have to cross over with that Chinese. Furthermore, taking into consideration that the sloops the Meeuw and the Goudvinck, before being repaired, are not in a condition to make the voyage to Batavia so quickly, and yet, because of the far-reaching designs of the Count d'Estaing, it being far beyond the scope of this council to enter into them in any way, it being utterly necessary that Their Right Excellencies successively receive knowledge of his operations and intentions, it was further resolved to recall immediately by express the sloop the Roos van de Noord without loss of time and to lay her ready again, to depart de facto after her arrival and cruise off Bancahoulou for reconnaissance, so that, as the urgency of affairs there requires, she may proceed on her voyage to Batavia without delay with such a letter or papers to Their Right Excellencies from the Count d'Estaing as he has promised the deputies of this council to dispatch that sloop without delay. Furthermore, after resumption of the deeds, proofs, and inventory handed to the council by Monsieur Martin regarding the surrender and transfer of the forts, buildings, and ammunition at Natool and Tappianolij by the native regents Bagindo Maharadja Lello and Dato Bazaar in the presence of the aforesaid Martin as commissioner of the French, to the former resident of Nias, Johan Abraham van Mosschel, who on his voyage hither with the sloop the Goudvinck was detained by the French; considering that the Company is thus once again acknowledged by its old allies in its possessions belonging to it from time immemorial, it was thought proper. Summoned.

Dutch transcription

75 gecommitteerdens na boord te acten en bewijsen van aangelegt na batavia de roos van de noord te rug brengen wij monsieur martin Sullen versoeken om de actes, Contracten op andere papieren die daartoe specteerende aldaar mogte gemaakt Zijn sieken en Engelse krijgsgevangene ook van het aanweesen eene„ Commissaris welke alle reets aan wall waaren eer iets daar te gens kon geprotesteert werden weshalven voor hun gedrag nog waaring nog gevolgen daar uijt resulteerende konnen instaan 3 gelijk ook dat om de swakheijd van ons guarnisoen ook geen qualificatie daar toe hebbende ons wilde Excuseeren van 't over na batavia „veren der franse die sig onder onse militairen mogte bevinden 4 Dat men hem versogt direct Sig bij de hooge regeering te addresse desselfs verresiende dog gedienstige desseijnen. — 5Dat geen ander anker magtig sijn als van 800 lb: dat ook niets wa te seggen nopens de omstandigheeden van bancahoulou ook niet twee leden der vergadering als dieswegen versweegen hebben;—. Tot 't overbrengen van welke brief in antwoord op 't moment als deselve in gereetheijd sal gebragt sijn werden gecommitteert de beijde Eerste leeden van dese vergadering Hendrik van Staveren en Mr. Jan anthonij Thierens beneffens het mede lid roeland palm als secretaris door dien den secretaris boudewijnsz: de franse taale onmagtig sijnde het wel te denken was aldaar nog deese en geene saken soude voorkomen waar op als dan zoud moeten met bondige re den gedebatteert werden met so veel mogelijk teffens te ver „mijden Sig in geene onderhandelingen of iets diergelijx in te laten Aldus Gedaan geresolveert en gearresteert ten neder „lands hoofd Comptoire padang op Sumatras west Cust Dato voorsz: /:was getekent:/ F„k vandewall, H„k V„n Staveren J„n A„n„ Thierens, R„s Palm en J„n Boudewijnsz: lid Enseene akter geresumeert. — 2 voorts dat wel gewenkt hadden geexcuseert gebleven te zijn van alle de frante soldaten over„ Communiceert sijn E„ agtbaare deselve ten getallen van 9 koppen „ren also buijten ons bestek was in eenige handelinge te treeden, Sstur man Jan fret„r Rijnke, alen van den onderstuurman Jan fredrik Reijnke die ten dien eijnde gegeven Saturdag den 15„e maart 1760 voor den middag vergadering van politie rapport der gecommitteerdene Op het door de aanboord van het schip Conde geweest Sijnde ge„ committeerde leeden dezer vergadering op gistere avond aan den Heer Commandeur bij monde gedaane rapport thans in scriptis overgegeven dat onaangezien de gedaane protestaties egter den Graave d'estaing op 't Ernstigste bleef persisteeren bij Sijne sommatie der onder ons guarnisoen sig bevindende franse en wel uijt Expresse ordre van sijn koning waar van hij in geenendeele zoud afwijken; waar van reets verscheijden in stilten waaren absent geraakt bereets overgegeven te hebben en wierd goedgevonden hier van behoorlijke annotatie te houden;— Terwijl ook geresolveert wierd ten spoedigste aan haar hoog Edelens te senden alle Sodanige papieren als tot de verrigtinge Chineese gonting geprest. van en met de franse ter dezer Custe Specteerende Sijn en ten dien eijnde den particulieren Gonting van den Chinees Ihan=kia te pressen om tegens donderdag den 20 dezer te konnen zeijlen en ter meerdere securiteijt dier papieren deselve in handen te stel„ met die Chinees sal moeten overvaren wijders in Considiratie de Chialouppen de meeuw en de goudvinck al„ „voorens gerepareert te werden niet in staat te sijn so schielijk de rijse na batavia te konnen doen en egter het om de verresiende desseijnen vanden graave d' Estaing verre buijten het bestek van desen raad omme daar inne eenigermaten te konnen treeden ten uijterste nodig weesende haar hoog Edelens successive van desselfs verrigtinge en intenties kennisse krijgen wierd nog geresolveerd aanstonds p„r Expresse de Chialoup de roos van den noord sonder tijt versuijm terug te ontbieden en weder aante leggen om de facto na Sijn arrive te vertrekken en af¬ en aan bancahoulou te blijven op kondschap ten eijnde na Exigentie van Zaken aldaar Sijne rijse Sonder vertoeven naar batavia voort te setten met sodanig een brief of papieren aan haar hoog Edelens vanden graave d'estaing als waar mede denselven aangecommitteerdens van desen raad beloofd heeft sonder vertoeven die Chialoup te sullen depecheeren nog wierd na resumptie der actens bewijsen en Inventaris door monsieur martin de vergadering ter hand gestelt van de overgave en transport der forte, gebouwen, ammonitie dan, tot nat¬ „ter en Tappianolij door de Jnlandse regente bagindo maha„ „radja Lello en dato bazaar ten overstaan van voorsz: martin als Commissaris der fransen aan den geweesen resi„ „dent van nias Johan abraham van mosschel, die op sijne her¬ „waards rijse met den Chialoup de goudvinck door de franse is aangehouden, in aanmerking de Comp„tnie in diervoegen weder door haar oude bondgenooten, in haare van onheugelijke tijden af toebe¬ wel „hoord ontbooden

NL-HaNA_1.04.02_2997_0048 view scan ↗

English

Sunday the 16th of March 1760, before noon, Meeting of Policy. A letter from Bancahoulou was communicated to this meeting by the Lord Commander, addressed to the resident of Natter, Wyatt, and that of Tappianolij, Narring, which had just been brought in with a small fishing proa and delivered into his hands. And subsequently being put to deliberation what should be done with the same in the present circumstances, it was brought into consideration that one could not hand the same over to the prisoners of war without giving offense to the French, nor to the latter, because, serving a neutral power, we ought not to meddle in the affairs of either, especially on the delicate point of correspondence. The intercepted English letters indeed give us some ground to open the same to learn something further, though against this it would on the other hand cause a great accountability if they were not yet at war and the contents contained nothing; and to forward the same unopened for the disposal of Their High Nobles would likewise be amiss for that same reason. To which is further added the statement of His Honorable that while he received the same, Monsieur Martin was sitting with him, and therefore he doubted whether he had not seen the address; one could also not send the same back with that fishing proa, not knowing whether it might sometimes be demanded, in which case, not having it, one would bring upon oneself a displeasure of the French, which might sometimes have consequences. Wherefore, in consideration of all these pros and cons, it was unanimously resolved to let that letter be placed in the secret chest and to let the bearer of the same depart the river at once with his fishing proa. Having invoked the possessions that had been alienated from them by unlawful usurpations and having requested their protection, it was approved and resolved, the former faults of the said bazaar being pardoned as of this date, to pass over the former errors of the said bazaar, and until further disposition of Their High Nobles, to place a garrison of 10 men there, of whom 4 Europeans and 6 Bugis, which latter the commissioners on the chaloup De Roos must be instructed with the aforementioned express to drop off to go by land to Natter. At the same time, if Their High Nobles' venerated resolutions wish to maintain and maintain those two acquired places, most respectfully to nominate the bookkeeper and provisional resident lying at Natter, Johan Abraham van Mosschel, and also to let Tappianolij remain subordinate under Baros, in order to direct the incoming peoples with their gums thither. And finally to request authorization as to what they wish to have done regarding the ammunition left behind at Natter and surrendered to the frequently mentioned Van Mosschel. Lastly, upon the urgent request made to the Lord Commander on behalf of the Count d'Estaing by Messieurs Martin and Carpentier, and also on the reports that during the stay of the French at Aijerbangies he conducted himself well and prudently, the corporal and postholder there, Jans Pieter Goldensteede, was appointed sergeant to serve at Natter, and in his place Corporal Jurgen Scheen was reappointed as postholder at Aijerbangies. Furthermore, upon the report of the ensign and head of the militia, Jacob Fredriksz, standing inside to that end, that the entire force across the whole Coast consisted of 130 heads, of which, counting everything, 56 were at Padang, it was approved to bring this emphatically to the attention of Their High Nobles in the presently departing letter, with an urgent request, in view of the critical circumstances in which they may sometimes find themselves, to be pleased to provide therein, the more so as at Natter and Tappianolij one is in no safety from the Achinese, who are beginning to stir and take bad steps more than ever there, around, and at Baros, for which reason the resident, king, and regents of Baros have already requested us for relief of men and gunpowder, which, however, it has been impossible for us to satisfy. Thus done, resolved, and decreed at the Dutch main office Padang on Sumatra's West Coast, date as above. Signed: F. K. van de Wall, W. K. van Staveren, J. A. Thierens, R. Palm, and J. Boudewijnsz., Member and Secretary. Thus done, resolved, and decreed at the Dutch main office Padang on Sumatra's West Coast, date as above. Signed: F. van de Wall, H. van Staveren, J. A. Thierens, R. Palm, and J. Boudewijnsz., Member and Secretary. Sunday, Monday

Dutch transcription

77 Sondag den 16 maart 1760 voor den gelegt. „gen als resident sterkte van dese Cust aande krijgsgevangene „hoord hebbende possessies die door onwettige usurpaties haar ont„ „vreemt waaren ingeroepen en haar protexie versogt worde dato bazaar gepardonneert goedgevonden en geresolveert de voorige fouten van dato bazaar te passeeren en tot nader dispositie van haar hoog Edelens Een bezetting op Natter aldaar een bezetting te leggen van 10 man waar van 4 Europee„ „sen en 6 bougineesen welke laaste de gecommitteerdens op den Chialoup de Roos met de voorgemelde Expresse moet aangesz: werden af te setten om over land na natter te gaan; teffens haar hoog Edelens bij aldien derselver gevenereerde besluijten die twee verkreegene plaatse wilde aanhouden en gemameti„ „neert hebben Eerbiedigst voor te dragen den op natter leggende van mosschelen voorgedra„ boekhouder en p„l resident Johan abraham van mosschel tef„ „fens om Tappianolij gesubordineert te laten onder baros om de afkomende volkeren met hunne gommen derwaards te wijsen En eijndelijk qualificatie te versoeken wat omtrent het op natter agtergelatene en aan meermelde van mosschelen overgegevene ammonitie gelieven gedaan te hebben; Laastelijk wierd op de aanden Heer Commandeur uijt naame van den graave d'Estaing door monsrr. Martin en Carpentier gedaane instantie ook op de rapporten dat geduurende het verblijf der franse tot aijerbangies Sig wel en voorsigtig gedragen heeft tot Zergeant aangestelt den Corporaal en posthouder aldaar Jans Pieter= Goldensteede Sergeant & Goldensteede omme tot natter dienst te doen en in dies plaats als posthouder op aijerbangies weder aangestelt den Corp„l Jurgen scheen nog wierd op 't rappord van den vaandrig en hoofd van de militie Jacob fredriksz: ten dien eijnde binnen Staande dat de geheele sterkte over de gantsche Cust bestond in 130 koppen waar van met alles en alles daar onder gereekent 56 op padang goedgevonden dit is thans afgaande brief nadrukkelijk haar hoog Edelens ter ken„ „nisse te brengen met instantig versoek aangezien de creticque omstandigheeden waar in somtijts konnen geraaken daar inne te wil„ „len voorzien te meer men op natter en Tappianolij in geen zeker„ „heijd is voor de atchienders die daar en om en op baros meer als ooijt beginnen te woelen en quaade passen te doen waarom den resident koning en regenten van baros ons alreets om ontset van volk en kruijt versogt hebben dog waar aan te voldoen ons onmogelijk is geweest Aldus gedaan geresolveert en gearresteert ten nederlands hoofdcomptoire padang op Sumatras west cust dato voorsz: /was getekent:/ F k„ vandewall, W„k v„n Staveren, J„n A„n Thierens Liden secret„s„. R„s Palmen J„n Boudewijnsz: — Aldus Gedaan geresolveert en gearresteert Den nederlands hoofd Comptoire padang op Sumatras west cust dato voorschreven /:was getekent:/ F„k vandewall, H„k v„n Staveren J„n As„ Thierens, R=s Palm en J„n Boudewijnsz.: Lid en secret=s. — middag vergadering van Politie Een brief van bancahoulou Door den Heer Commandeur aan dese vergadering gecommuniceert een brief van bancahoulou geaddresseert aan den resident van notter wijath en die van Tappianolij narring dewelke soeven eerst met een vissers prauwtje aangebragt hem ter hand gestelt is geworden en vervolgens ter diliberatie gegeven sijnde wat men met deselve in de tegenswoordige omstandigheeden soude doen wierd in Considiratie gebragt men deselve niet kon overgeven aan de krijgsgevangene sonder offentie te geven aande franse ook niet Considiratie daar omtrent aande laaste om dat eene nutrale mogentheijd dienende met hun bijder zaken ons niet te bemoeijen hebben en dat wel in het teere poinct van Correspondentie de onderschepte Engelse brieven ons wel eenig fundament geven deselve te openen om iets naders te ver„ neemen dog waar tegens het weder een groote verantwoording zoud baaren zoo nog in geen oorlog waren en den inhoud niets be„ „helsde, en deselve ongeopent tot haar hoog Edelens dispositie over„ „te senden om die selfde reeden insgelijk misdaan zoud weesen waar bij nog komende het seggen van sijn E„ agtbaare: dat ter„ „wijl deselve ontfong monsieur martin bij hem zat en dierhal„ ven hij twijffelde of het addres niet gezien had men ook deselve met dat visschers prauwtje niet terug kan senden niet weeten„ „de of somtijts soud kunnen gerequireerd werden wanneer men deselve niet hebbende eene misnoegen der franse zoud op den hals haalen dat somtijts van gevolgen zoud kunnen zijn in de secreete Cas gelegt weshalven in aanmerking van allen desen voor en- tegenges¬ „steldens eenpaariglijk geresolveerd wierd die brief in de secreete Caste laten leggen en den brenger derselver met Sijn vissersprauwtje ten eersten de revier te laten uijtgaan Zondag maandag

NL-HaNA_1.04.02_2997_0049 view scan ↗

English

79 Monday the 17th of March 1760 Monsieur Martin demands the letter. The letter handed over; its contents. The French commissioner Monsieur Martin, having communicated through the Lord Commander, demanded and required the known English letter, having been informed that it was received by His Honourable; the members of the council requested that he might enter in order to present to this meeting his reasons for demanding this, so that it may be recorded in this resolution. Having then been requested to enter, upon his requisition in the name of the King and his statement that an article was made in the capitulation between the Count d'Estaing and the prisoners of war, whereby the former bound himself to maintain no correspondence whatsoever with the English and to read all letters received in the presence of him as commissioner or to deliver them directly to him, it was resolved to hand over the letter to him, requesting that if anything prejudicial to our nation were contained therein, he communicate the same. After the letter was handed to him, he opened it immediately, and its contents were found only to consist of a statement of the present strength of Bancahoulou, consisting of 2500 well-armed Malays and the beach provided with good batteries, thus well capable of withstanding the enemy even if it were twice as strong. Van Zeelst placed on the Roos. Subsequently, the same Martin having left the council chamber, it was approved to appoint as master on the sloop the Roos the second mate Clement van Zeelst, in place of Jan Fredrik Reijnke. A burgher guard formed. Furthermore, in consideration that it is not known whether the sick prisoners of war, being unguarded when recovered, might sometimes resolve upon something desperate, it was resolved to form a guard from the burghers and Chinese, in order to prevent unexpected mischief outside the fort at night or untimely hours. A battery on the beach before noon. And the Lord Commander proposed to the meeting of police to construct a battery on the beach for the security of the river and to prevent an unexpected landing by any unexpected European enemy, which proposal being embraced by the members of the council, His Honourable took it upon himself to have a plan drawn up for it, as well as to encourage the king and regents to supply stone and clay, while it was resolved to write to the commandant of Priamang to have the necessary lime burned for it. Thus done, resolved, and decreed at the Dutch main office Padang on Sumatra's West Coast, date as above. Signed: F.k Vandewall, H.k v.n Staveren, J.n A. Thierens, R.s Palmen, J.n Boudewijnsz, Member and Secretary. Agrees. J. Boudewijnsz, Member and Secretary. No. 17. 81 From Sumatra's West Coast, dated the 20th of March 1760. Sir, Translation of a French letter written by the Lord Estaing to the bookkeeper and Baros resident Anthonij Hendrik Siebens. Through the declaration of the English prisoners of war and that of the inhabitants, I have learned that the garrison of Tappianoulij had sent most of their goods to Baros; I find it difficult, however, to believe that Your Honour has received them. When our enemies made themselves masters of Chandernagor, they compelled you to surrender and drive away the French who were under your flag; I now demand the same of you. The law of nations, which has reciprocity in all its actions as a fundamental principle, would be all too greatly violated if you refused my request, and it would not be without great reluctance that I should see myself forced to go and fetch the English and everything belonging to them even within your walls. 83 From Sumatra's West Coast, dated the 20th of March 1760. I think I must not conceal from you that if your conduct and your reply are not as they should be, I would immediately have to use His Majesty's ships and troops to halt the partiality that would be offensive both to my King and to the States General. I am certain, Sir, that you and your council will be far too sensible to follow the example of some of your commanders here in the Indies, who, listening to nothing but their own inclination, have greatly departed from the principles of equity that inspire all the actions of your court in Europe. You are not unaware, Sir, that the union between France and the States General is being confirmed more and more, and that the injustice of the English is inflicting losses upon you that are as great as if they were waging an open war against you. It is unnecessary to point out to you that it is not to your advantage to tolerate such domineering neighbours on this Coast. I have the honour to notify you that my intention is not to retain the strongholds of the English of which we shall make ourselves masters in this part of the Indies in the King's name any longer than such time as will be necessary to ensure that our enemies cannot re-establish themselves. I fervently wish that your flag contributes its part thereto, and I request that you point out to me the peoples of these regions with whom you are allied and who are advantageous to your trade; I shall endeavour to have them recognized as chiefs of these places where we shall be the masters; I shall join with them, and if necessary, I shall provide them with weapons and ammunition, on the condition that they must be allied solely to you. I have learned from your people at Aijerbangis that a Malay chief who is devoted to you has for that reason had to leave Natal and has moved to Aijerbangis.

Dutch transcription

79 Maandag den 17 maart 1760 monsieur martin requireert de brief de brief overgegeven desselfs inhoud Door den Heer Commandeur gecommuniceert Sijnde den fransen Com¬ „missaris monsieur martin bewuste Engelse brief requireerden op Eijschte als verwittigt deselve bij sijn E„ agtbaare ontfangen was versogte de leeden van den raad denselven mogt binnen staan ten eijnde sijne reedene waar op sulx vergde aan dese vergade„ „ring te verthoonen om bij dese resolutie aangetekent te wer¬ den dewelke dan binnen versogt Sijnde op Sijn requisit uijt naam van den koning en Sijne gesegdens dat tussen den graave d' Estaing en de krijgsgevangene een articul bij de Capitulatie was gemaakt, waar bij de Eerstgemelde sig verbonden in 't ge„ „heel geen Correspondentie te houden mmet de Engelse en alle brieven die komen te ontfangen in tegenswoordigheijd van hem als Commissaris te leezen of wel direct aan hem over te geven geresolveerd wierd den brief aan hem te overhandigen onder versoek soo iets tot prejuditie van onse natie daar in stond sulx te Communiceeren na welk den brief aan hem over„ handigt Sijnde hij deselve aanstonds opende werdende desselfs inhoud bevonden eenelijk te bestaan in eene opgave der tegens„ „woordige sterkte van bancahoulou bestaande in 2500 wel„ „gewapende maleijers en't Strand voorsien van goede batte„ „rijen dus wel in staat den vijand als was nog eens soo sterk te van zeelk op de roos geplaast vervolgens denselve martin weder uijt de vergader zaal gegaan zijnde wierd goedgevonden als gesagvoerder op den Chialoup de roos te Stellen den onderstuurman Clement van Zeelst in plaats van Jan fredrik Reijnke een borgerwagt geformeert wijders wierd in aanmerking men niet weet de zieke krijgsge„ „vangene sonder bewaaring wanneer hersteld sijn somtijts wel iets disperaats soude kunnen resolveeren, geresolveert uijt de borgers en Chineezen een wagt te formeeren ter voorkoming van somtijts buijten het fort bij nagt of ontijden onver„ „wagte onheijlen; — En proponeerde den Heer Commandeur aen voor den middag vergadering van politie een basterij aan strand strand ter bevijliging der revier en beletting van eene onverwagten landing van eenig onverhoopte Europeese vijand een batterij te leggen welke propositie door de leeden van den raad geEm¬ „plecteerd zijnde zijn E„ agtbaare op zig nam een plan daar van te laten formeeren mitsgaders koning en regenten aan te spooren tot den aanvoer van klippen en kleij terwijl den Comman„ „dant van priamang geresolveert werd aan te schrijven de nodige kalk daar toe te Laten branden Aldus gedaan geresolveert en gearresteert ten neder¬ „lands hoofd Comptoire padang op sumatras westcust Dato voorsz: /:was getekent:/ F„k vandewall, H„k v„n Staveren J„n A„ Thierens, R„s Palmen J„n Boudewijnsz; Lid en secret„s. Accordeert. J Houdewijnsz Leden secrets Strand ontfangen N„o„ 17. 81 Van Sumatras West Cust onderdato den 20 M:o 1760. Door de verklaringe der Engelse krijgsgevan„ genen en die der ingezetenen heb ik verno„ men dat de bezetting van Iappianoulij hunne meeste goederen na baros hadde gezonden, ik heb egter werk om te geloven dat VE: dezelve hebt ontfangen; doe onze vijanden sig meester hadden gemaakt van chander„ nagoor hebben dezelve uw verpligt gehad van hun over tegeven en te verjagende france die zig onder uw vlag bevonden, ik verge het selfde thans van uw, 't regt der volkeren dat de evenredigheijt in alle haare handelingen tot een grondstelling heeft zouw al te zeer gequest indien gij mijn verzoek wijgerde en het zouw niet dan met een groote tegenzin zijn dat ik mij genoodzaakt zoude zien de Engelse en al het geen haer toebehoord selfs tot Mijn Heer Translaat franse brieff Geschreeven Door de Heer Estaing aan den boekhouder en barosse resident Anthonij Hendrik Siebens benelen e 83 W Van Sumatr: West Cust onder dato den 20 Maert 1760. an Sumatrs West Cust onder dato den 20:' A:t 1760. binnen uwe muuren te moeten gaan haalen, aleijtige na buuren op dese Cust te dulden ik denk uw niet te moeten ontveijnsen dat zo uw gedrag en uw antwoord niet Ik heb de Een uw te notificeeren dat mijn zijn so als ze moeten weezen ik aenstonds voorneemen is van de sterktens der Engelse de schepen en troupen sijnen majesteijt zoude waer van wij ons meesters sullen maken moeten gebruijken om de Eenzeijdig„ in dit gedeelte van Jndien niet Langer in 's heijt te stuijten die zo wel voor mijn konings naam te behouden als zo veel tijd Koning als de staten Generaal beledi„ als er nodig zal zijn om ons te verzekeren „gent zoude zijn; Ik ben verzekert dat onze vijanden sig niet weder kun„ mijn heer dat uw en uwe raad al te ver„ nen herstellen, Ik wensche vuuriglijk standig zult zij om 't voorbeeld van dat uwe vlag 't haare daer toe toebrengt en eenige uwer bevelhebber hier in indien na ik versoeke mij aan te wijzen de volkeren te volgen die niet Luijsterende dan na deser landstreeken niet wien gij in verbond„ na haer eijgen genegentheijt sig sterk ver„ staat en die aan uwe koophandel voordeelig weijdert hebben van de grond begingselen zijn, ik zal tragten haer te doen Erken„ van billijkheijt die in Europa alle de hande„ lingen van uw hof bezielen nen voor opperhoofden dezer plaatze, alwaer wij de meesten zullen zijn, ik Gij zijk niet onbewust mijn haer dat de ver zal mij bij hun voegen en ik zal indien het Eeniging tusschen vrankrijk ende staten nodig is haer met wapenen en ammonitie Generaal hoe langs hoe meerder bevestigt voorzien met dit voorbeding dat zij Eene„ en dat de onregtvaerdigheijt der Engelse lijk aan uw moeten zijn verbonden un, verliezen toebrengen die zo groot zijn als of zeg uw een openbaare oorlog aandeeden. 'T is onnodig uw te fruneeren dat het uw voordeel niet is sulke heer zugtige en Ik heb van uw volk op aijerbangis vernomen dat een maleijds opperhoofd die aan uw kin't is om die reden Natal heeft moeten verlaaten, en zig na aijerbangis deleijt ige toebegeven d d

NL-HaNA_1.04.02_2997_0052 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, dated the 20th of March 1760. From Sumatra's West Coast, dated the 20th of April 1760. Pursuant to my request made to your Resident of Baros, I do not doubt that he will have communicated to you the letter which I wrote to him after a detachment of His Majesty's troops had taken the English fort of Tappenoulij by storm. I have the honor of sending you a copy thereof and of assuring you that the desire to be of service to you, and to see you as the sole masters of the coast of Sumatra, would, if possible, only increase the desire we have to expel our enemies from there. Natal now belongs to you; your flag flies there and is recognized there. I have made the cession thereof in the King's name to the two Malay Rajas, Dato Bazaar and Regindo Maradij Pello, on the express condition of surrendering the fort, artillery, buildings, munitions, and weapons to Mr. Joh: Abrahm van Morschel, your Resident at Nias. We did not depart until we had seen that condition executed. Please note, Sir, that in the papers witnessing your taking possession, I have sought, through diverse acts and formalities, to secure for you the ownership of that place, even if—though impossible—the declaration of war which Their High Mightinesses were about to make against England had not yet been concluded. I have charged Mr. Martin, who is Commissioner on His Majesty's ships, and Mr. Carpentier, Captain of the Artillery, with the honor of making our operations known to you. I hope that you will regard these modest beginnings as a sample of what we hope to undertake in due course. I request you to allow Mr. Martin to remain with your Council as Resident; I shall strictly adhere to everything he may promise you. Aboard His Majesty's ship, the 12th of March 1760. To concede; I had him written to that he should return here, and I have left orders to provide him with everything necessary that he might request. The right that your nation has to Natal is not unknown in Europe, and this obliges me to inform you of the manner in which you would gladly have this place restored to you. I have resolved, if I receive no news from you within three days, to come to Baros in person. I hope your Honor will lend Mr. Cural a helping hand in purchasing the provisions we need. I have the honor to be entirely, below was written, your humble and obedient servant. I request that a copy of this be sent as quickly as possible to the Council at Padang. Was signed, d'Estaing. Lower down: translated by me, was signed, RE Palm. In the margin stood: agreed, signed, B:s F:s Forcade. The same may serve there as lasting proof of the conduct I intend to maintain during my expedition. I hope that, if it succeeds, it will be as advantageous to your people as to us, and this expectation can only redouble my zeal. It would be very desirable if your circumstances enabled you to send a vessel to Padang so that I might negotiate with the person to whom you give the commission. Mr. Curae, First Secretary of the King's ships, will make a part of my intentions known to your Honor; please be so good as to give credence to everything he will tell you.

Dutch transcription

85 Van Sumatras West Cust onderdato den 20 M:o 1760. Van Sumatras West Cust onder dato den 20:' A:t 1760: toebegeven, ik heb hem laten schrijven dat nemens bekent maken gij zulk zo goed zijn van geloof te slaan aan al 't geene hij hier wederom souw komen en ik heb ordre gelaten om hem van al 't nodige dat hij hij u zal zeggen verzoeken souw te voorzien, 't regt dat uwe natie op Natal heeft is in Europa niet onbekent en uwe sulk mij verpligter mij te melden de wijze op welke gij gaarnen zoud willen hebben dat uw deze plaats weder„ om wierd gegeven. — Ik heb beslooten zo in drie dagen geen tijding van uw krijg in perzoon na baros te komen, ik hoop uE de heer Cural de behulpzamen hand zult bieden in't hoopen der verversingen die ons nodig zijn; Ik hebde Eer van volmaaktelijk te zijn /onderstond/ uwe nedrige en gehoorzame dienaer Ik verzoeke van zo schielijke mogelijk een copia deses aan den raad tot Padang te zenden /was Getekent / Tstaing (Lager) door dezelve kan daer tot een duursaem bewijs mij getranslateerd (was getekent) RE blijven van 't gedrag dat ik geduurende mij Palm ter zijde stond:) gee Accor„ „ne Expeditie denk te houden, ik hope zo deert (getekent) B:s F:s Forcade dezelve slaagt dat se voor uw Lieden zo voordeelig zal zijn als voor ons en dese verwagting kan met als mijnen ijver verdubbelen 't zouw zeer te wenschen sijn da=t uwe onstandigheden uw instaet stelden van een vaertuijg na Padang te zenden en ik een onderhandeling konde hebben met die geene die gij de commissie gaaft; de Heer curae /:Eerste secretaris van 'skoning scheepen:/ sal uw Ed: een gedeelte mijner voor„ nemens e F - In 7 e Van Sumatras WestCust onderdato den 20 Mt 1760. Van Sumatras West Cust onderdato den 20 Maert 1760 en wapenen aan de heer Joh: Abrahm van Morschel, ur resident te Nias te zullen overgeven, wij zijn niet een vertrocken, als na dat wy die conditie g'executeerd gezien hebben uw Ed: gelieve te letten Mijn Heer, dat in de Papieren dewelke uw bezit neeming getuijgen Jk getragt heb door diverse ac„ tens, en formaliteijten, uw d' Eijgendom Ingevolge mijn verzoek aan uw resident van Baros, van die plaats te verzekeren, al was het ook. /. schoon onmogelijk dat de de Clara„ gedaan, zo twijffele niet of hij zal uE de brief die Jk hem geschreven heb, na dat een detachement tie van oorlog die haer hoog mogende aan van zijn majesteijts troupen, het Eeegels fort Engeland stonden te laten doen, nog sijn beslag niet erlang had. Tappenoulij Stormerhand verooerd had; gecommuniceerd hebben; Ik heb de Eere uE Ik heb aan de heer Martin, de welke als een copia van dezelve toete zenden en Commissaris op zijn majesteijts scheepen uE te verzekeren dat de zugt om uE is en de heer carpentier capitain van de van dienst te kunnen zijn, en uEd: alleen Meesters van de cust van Sumatra te zien de arthillerij Last gegeven d' Eer te hebben uE onse verrigtingen bekent te maken, begeerte die wij hebben onze vijanden van daer Ik hoope dat uw Ed: deeze geringe begin„ te verjagen desmogelijk zou vergroten; Natal selen zal aanmerken als een staaltje behoord uw Thans, uw olag waaijd aldaer, en van het geene wij verhopen in der tijd te zullen is aldaer Erkent; Jk heb er de cessie van onderneemen; Ik verzoek uw te gedogen Jn 's Konings Name gedaen aan de twee ma„ dat de heer kartin Bij uwen uwen raad leijdse rajas-- Dato Bazaar en Regindo als resident blijve, Jk zal Nauwkeurig„ Maradij Pello onder Expresse Conditie lijk Nakomen al wat hijuw zal komen te van het fort, geschut, gebouwen, Ammonitien, Bijn Meer teijt De soude en Den 12: Maart 1760. In 't schip van zijn Majes„ en N. beloven Ho E

NL-HaNA_1.04.02_2997_0054 view scan ↗

English

89 From Sumatra's West Coast dated the 20th of March 1760. From Sumatra's West Coast dated the 20th of March 1760. cannot be known because Your Honour does not surrender them to us until after the prior summons that I am authorized to make to Your Honour. Mr. Martin will explain to Your Honour the measures that could be taken for Your Honour's indemnification. He will also request Your Honour to please send us, with one of our sloops, an anchor and some refreshments. Mr. Carpentier will also request from Your Honour some elucidations, which will be very easy for you to give us. The same are necessary for us, wherefore I hope that Your Honour will not refuse them to us. I shall be very obliged to Your Honour to please answer me quickly; the monsoon must press upon me as strongly as it does to prevent me from going to speak with Your Honour myself. I have found among the intercepted letters from the English vessels manifold proofs of their evil intentions with regard to Your Honour. I shall content myself with sending Your Honour two of them. By the first, Your Honour will see the most improper manner in which the commanders of their garrisons express themselves even regarding so respectable a nation as yours. The second is more worthy of Your Honour's attention; it contains the discoveries of an English ship and the project to bypass your Spice Islands to the east with promise, and Your Honour can rely on what he will tell you. His first concern will be, sir, to ask Your Honour's permission to be allowed to bring ashore some sick whom he is taking with him. He will pay their expenses, and one of our surgeons will look after them. The greatest part are English wounded. Humanity does not allow us to keep them on our ships, and I do not doubt that this reason, and my request, will move Your Honour to grant them, and the officers of the English who have requested of me to be allowed to remain for some time at Padang as prisoners on their word of honour, a free place. It is well known to me, sir, that Your Honour has several French soldiers in your garrison. The King has been pleased to grant them full pardon for their committed faults, and my orders are to summon them. Allow me therefore to bring to Your Honour's attention that Your Honour should have all the less difficulty in sending them back to me, since they will work just as much for you as for ourselves, although I consider our force large enough to fight against enemies who are also yours. By that lawful succour Your Honour will strengthen our force, and it would by the English themselves 00 26 91 From Sumatra's West Coast dated the 20th of March 1760. From Sumatra's West Coast dated the 20th of August 1760. I have the honour to be very sincerely, underneath stood, sir, lower, Your Honour's very humble and very obedient servant, was signed, d'Estaing, in the margin stood, by translation was signed, S. L. Garrison. Sir, We have had the honour to have well received Your Honour's esteemed letter by Mr. Carpentier; answering to the contents of which, we take the liberty to report that we are very obliged to Your Honour for Your Honour's thoughtfulness and the obliging expressions with which Your Honour's letter is filled. As regards the possession of Natal and Tappanooly, on whose conquest we congratulate Your Honour, we have no express orders from our masters from Europe or from the gentlemen of the High Government at Batavia to undertake anything in the very least against those places, for the reason that this matter has been left to the English and Dutch Commissioners in Europe, and we await with impatience the conclusion of their conferences. We have already sent the papers and documents that confirm the lawfulness of our claims to that place. As soon as Bagindo Maharadja Lello and Dato Bazaar shall request our protection in writing, we shall make no difficulty in placing a small garrison there. Otherwise, we shall leave those places in the same state in which it has pleased you to leave them, in order to observe a strict neutrality between the two crowns, until we shall have received positive news of the declaration of war between the States and England, and by that conduct we hope to give satisfaction. We shall request Mr. Martin to give us copies of the acts and documents drawn up at Natal and Tappanooly, to send the same to the gentlemen of the High Government at Batavia in expectation of Their Honours' positive orders, as we have already said above. to yet

Dutch transcription

89 Van Sumatras Westcust onder dato den 20 M:r 1760 Van Sumatras West Cust onderdato den 20' Maart 1760. beloven, en uE kan staat maken op het geene niet kunnen geweeten werden also uE: z' hij uw zeggen zal; zijn; Eerste ng zoog sal zij mijn ons niet dan na de voorgaende op Eijssching die ik heer uE de permissie te vragen, om eenige zieken die bevoegd ben uE te doen, overgeeft; de heer Martin hij mede Neemt aen de wal te mogen doen komen, zal uE de maatregulen dewelke men tot uE: — hij zal hunne verteering voldoen en een onzer charua„ schadeloos stelling zoude kunnen nemen gijns zal halv op passen, het grootste gedeelte zijn En„ uijt leggen, hij zal uE alzo verzoeken ons met gelsche gequesten, de menschlievendheijt, laat ons eene onzer Chalouppen een anker en eenige verrersingen net toe dezelve op onse schepen te houden en Jk te willen zenden, de heer Carpentier zal uEd twijffele Niet of die reeden, en mijn verzoek, ook eenige Ilucidatie verzoeken, de welke uw zullen uEd:s bewegen hun ende officieren der zeer ligt zullen zijn ons te geven, dezelve zijn Engelschen dewelke mij versogt hebben eenige ons Noodzakelijk dierhalven hoop Jk dat uE zons tijd te padang als gevangenen op hun woord van niet zal weijgeren Eer te mogen verblijven, een vrij plaats te verleenen Jk zal uE zeer verpligt zijn mijn spoedigh te willen Het is mij wel bekent mijn heer da=t uE in antwoorden; de mousson moet so sterk op mij dringen uw guarnisoen, verscheijde fransche soldaten heeft, als ze doed om mij te beletten van zelfs met uE: te de koning heeft hun veel vergiffenis van hunne be„ gaan spieken gaene Touten willen verleenen en mijn ordres Jk heb onder de onderschepte brieven vande Engelsche Luijden om hun op T: Eijsschen; vergun mij dier„ vaerthuijgen varmenigvuldige preuves hunner quade Inten„ halven uE voorogen te brengen dat uE des te minder t zien ten opsigte uwer Ed: gevonden Jk zal mij te vrede hou„ zwaarigheden moet doen om mij dezelve te rug den niet uE twee daer van toe te zenden door de Eerste te zenden also sij lieden alzo veel voor uw zal uE zien de onbehoorlijkse wijze waerinne de opper„ als voor ons zelven, zullen werken /. Alhoensel hoofden hunner bezettingen zelfs zig ten opsigte Eener ik onse magt groot genoeg agte om tegens vijan„ zo agtingwaerdige Natie als d' uwe, uytdrucken, de twede is uE attentie beter waerdig, dezelve behelsd de den die de uwe also zijn, te strijden. /. door dat ontdeckingen van een Engels schip en den project om uw wettige secours zal uE onse magt versterken, specerije Eijlanden om den oost aante ronden en het zoude uE door de Engelschen zelfs met 00 26 91 Van Sumatras west Cust onderdato den 20 Maert 1760 Van Sumatras West Cust onderdato den 20 A:o 1760 Jk heb d' eere zeer opregt te zijn (onderstond/ mijn heer (Lager) uw Ed Zeer Nedrige en Zeer gehoorzame dienala /:was getekent) Ataing (ter zijde stond) door de Translatie (was getekent:) S: L: Garrison Mijn Heer wij hebben de here gehad uw wel Ed:s g'Eerde missive door de heer carpentier wel ontfangen; op welkers inhoude antwoorden ded wij de vrijheijt gebruijken te melden, dat wij uwEd: zeer verpligt zijn over uw Ed: aendenkende en de obligeante dxpressien waer mede uEd missive gevult is; wat aengaet de possessie van natal en Tappenallij / over wel„ kers verovering wij uEd: feliciteeren :/: zo hebben mij geene Expresse ordres van onse heeren meesters uijt Europa of van de heeren der hoge regeering tot batavia om iets het allerminste tegens die plaatzen Wij zullen de heer Martin verzoeken om ons van de tot Natal en Tappanoelij gemaakte actens en documenten, copias te geven) om dezelve aan de heeren van de hooge regering tot batavia te zenden in afwagting van hun Ed:s positive ordres, also gelijk op waerds bereeds gezegd hebben, t' ondernemen, om redenen dat die zaak aan de Engelsche en hollandsche Commissaris in Europa overgelaten is en wij verwagten met ongedeelt het besluijt hunner Conferentien; wij hebben bereeds de papieren en documenten de wel„ de de wettigheijt onzer pretentien op die plaets bevestigen verzonden; zo dra Bagindo maha„ radja Lello, en dato Bazaar schriftelijk onse protectie zullen verzoeken; zullen wij geen zwarigheijt maaken aldaer en kleen guarnisoen te leggen; Buijten dien, zullen wij die plaatzen laaten in de zelve staat waer inne het uw behaagd heeft dezelve te verlaten, om een naauw„ keurige Neutraliteijt tusschen de twee koo„ nen te observeeren, tot dat nog Positive tijdingen van de declaratie van oorlog tusschen de slaaten en Engeland zullen bekomen hebben en door dat gedrag verhopen wij genoegen te zullen geven; te nog

NL-HaNA_1.04.02_2997_0056 view scan ↗

English

93 From Sumatra's West Coast, dated the 20th of March 1760. From Sumatra's West Coast, dated the 20th of March 1760. having as yet no firm news of the declaration of war, we would have been very pleased if it had pleased Your Honour to excuse us from what was requested with respect to Mr. Martin, as the same does not suit us at all in our present circumstances, nor does the presence of the English prisoners of war and their sick, who have been ashore before we could have the honour of answering Your Honour's letter; we cannot be held accountable for their conduct as long as they shall be here; As our garrison is very weak, we request you, Sir, to excuse us from handing over to Your Honour the Frenchmen who are here, all the more because Your Honour is strong enough to undertake the expedition against Bencoolen, and their number is only 5 or 6, who are still sick, and whose absence would cause us more harm than it would bring Your Honour benefit. Your Honour will do us a great favour, Sir, by informing the High Government of Batavia of the outcome of your expedition, so that we may be provided as soon as possible with their orders. As regards an anchor, we have none except one of 800 lb. To the questions of Mr. Carpentier regarding the situation of the English, we have not been able to answer much, as we knew nothing about it; however, we have concealed nothing. We are very obliged to Your Honour, Sir, for the letters from the English; we shall forward the same to Batavia with the first opportunity, so that the High Government may perceive the enterprising manner in which that undaunted nation treats us. We have the honour to be, beneath stood, Sir, lower down, your very humble and very obedient servants, was signed: F. vande Wall, H. V. Flatteren, J. H. Thierens, R. Palm, I. Bouderijnsz. To the side stood: Padang, the 14th of March 1760. Further stood: Agrees with the original, was signed: R. Palm, and beneath that, for the translation, signed: S. L. Garrison. 95 From Sumatra's West Coast, dated the 20th of March 1760. From Sumatra's West Coast, dated the 20th of March 1760. With the utmost joy, I congratulate you on the brave defense of Fort St. George and the fortunate consequences which will likely result from it for the Company. Those who do not know Your Honour and the commanding officers were astonished by it, but Your Honour has taught them that nothing proves too difficult for the truly generous and courageous. I have the pleasure of informing Your Honour that we have succeeded in our passage to the east of China. Along with this, I have sent Your Honour a set of charts for the use of the Noble Company, among which are the eastern ones on which the sketch of our voyage is drawn, as well as some notes on the variations of the compass and memorandums of the wind and the sea, which I hope may be of use to future mariners. Were the Dutch to declare war against us, as they seem at Batavia, Sir, to wish and momentarily expect, Your Honour must be informed that there are commonly about twenty ships lying at Batavia; at present they are very short of Europeans; at least two thirds of all their ship's crews are Moors or Malays; they cannot come close enough under the shore to be protected by their forts, so that a greater force must destroy them all; the ships coming from Europe and other regions must without doubt fall into the hands of the cruisers, provided the same are well stationed. I ought to have mentioned that their ships lie entirely exposed in all their ports in the north of Java; the Javanese and other Malays under their dominion would be glad to find a good opportunity to throw off the yoke from their necks. Your Honour has heard of the troubles that are at Malacca; those people stand ready to avenge themselves; the ships in that roadstead are entirely exposed to a greater force. There are great reasons to believe that they in their Spice Islands are very weak.

Dutch transcription

93 Van Sumatras Westcust onderdato den 20' Maert 1760. Van Sumatras West Cust onderdato den 20 Maert 1760. nog geen vaste tijding van de declaratie van oorlog hebben wij zouden zeer blijd geweest zijn, dat het uEd: behaagd had ons excuseeren van het gevraegde ten opsigte van de heer Martin also 't zelve ons in onse tegenswoordige omstan„ digheeden geensints convenieerd, gelijk ook niet het bij weezen der Engelse Krijgsgevangenen, en hunne zieken. /. de welke aan de wal geweest zijn voor dat wij ons d' Eere hebben kunnen geven op uE: mis„ sive te antwoorden; wij kunnen niet verant„ woordelijk wezen van hun gedrag zo lange zij alhier zullen zijn; Alzo ons guarnizoen zeer swak is zo ver„ zoeken wij uw mijn heer ons t' Excuseeren van uEd: de franschen die alhier zijn aan uE: over te geven, temeer dewijl us sterk genoeg is om de Expeditie tegen bancoelen t' onderneemen en dat hun getal maer 5 of 6. is dewelke nog ziek zijn, en welkers ontbeering ons meer nadeel als dan uE voordeel zoude toebrengen uE: zal ons veel plaizier doen mijn heer de hooge regeering van batavia te verwittigen van den uijtslag uwer Expeditie op dat wij voor„ zien werden zo dra mogelijk met hunne be„ veelen, wat aangaat ten anker wij hebben er geen als van 800 lb. op de vragen van de heer Carpentier ten opsigte der situatie van de Engelschen hebben wij niet veel kunnen antwoorden, alzo wij daer van Niets wisten, egter hebben wij niets verhoolen gehouden wij zijn uEd zeer verpligt mijne heer voor de brieven van de Engelschen, wij zullen dezelve met den Eersten na batavia toeschicken op dat de hooge regeering ontwaare ondernemende op dat wijze die onverzaagde Natie ons tracteerd wij hebben de eer te zijn. /:onderstond:/ mijn heer Lager uw zeer Nedrige en zeer gehoorzame dienaren /.was getekent:/ F vande wall, H: V: flatteren J: H: Thierens, R: Palm. I: Bouderijnsz: ter zijde stond /. Padang den 14: Maart 1760. /. nog stond:/ Accordeert met de origineele /.was getekend:/ R Palen /:en daer onder / door de Trans„ latie /getekent:/ S: L: Garrison H als 95 Van Sumatras WestCust onderdato den 20 Maart 1760 Van Sumot West= Cust onderdato den 20:' Ab: 160 Met de uijtterste vreugde Feliciteere ik uw over de brave verdediging van 't Foot S:t George ende gelueckige gevolgen dewelke waerschijnelijk daer uijt voor de Comp: zullen resulteeren, De geene die uE ende Commanderende officieren niet kennen waren daer over verbaast maer uE heeft hun geleerd, dat niets te zwaer valt voor de derlijke Genereuse en courageuse Ik heb het genoegen uE mede te deelen dat wij ge„ lukt te hebben in onse doortogt ten oosten van China, Neevens deese heb Ik uE: gezonden een stel kaarten, tot gebruijk voor de Edele Maatschappij, waer onder d'oostelijke zijn waer op deschets onser reijse uijtgetekend is gelijk ook eenige annotatien van de mis„ wijsingen derselve en memorandums vande wind, en 't meer welke verhoope toekomende zeelieden van Nut mogen wezen, waarende hollanders den oorlog tegens ons te declareeren, zo als bij te batavia schijnen Mijn Heer te werschen en momentelijk te verwagten, moet uE: onderregt wezen, dat er Gemeenlijk omtrend twintig schepen te batavia leggen, thans zijn zij seer verlegen om Europeesen; ten minste twee derde van al haer scheeps volk zijn Rhooren of Maleijers, zij kunnen niet digt genoeg onder de wal komen, om door haere Fort q beschut te werden, zo dat een grooter magt haer alle moet vernielen; de schepen uijt Europa en andere Gewesten komende moeten ongetwijffelt in handen der Kruijssers vallen bij aldien dezelve wel Geposteerd zijn, Ik diende Gemeld te hebben, dat haer schepen leven blood leggen in alle haarens in 't Noorden van Java; de Java„ nen en andere malijers onder haer gebied, zouden blijd wezen, een goede geleegentheijt te vinden, om het Jok van den hals te gooijen, - uE heeft gehoord van de strukbelingen die er op Malacca zijn, dat volk staat klaer om zig te wreeken, de schepen zijn op die rheede geheel bloot voor een groten Daer zijn grote redenen om te geloven, dat zijten haeren specerij Eijlanden zeer magt te Bak 6

NL-HaNA_1.04.02_2997_0058 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast under date the 20th March 1760. From Sumatra's West Coast under date the 20th August 1760 are weak. It is 50 years ago since European ships have been in those seas, so that one would need to fear no danger thereabouts; and the natives are so greatly subdued, without hope of recovery, that I do not doubt but that they live in the utmost tranquility, with very weak garrisons. I am informed that their forts have neither ditch nor outworks, and there is a sufficient quantity of water for the ships to cannonade at Ambon and Banda, within Point Bland. At Boeton, where we lay to refresh ourselves, they let the Dutch flag fly, but after they were convinced that we were Englishmen, they expressed the utmost hatred against the Dutch, showed us great politeness, and seemed very eager for us to come and settle among them. Upon the earnest request of the king, I gave him an English flag, which he declared he would fly whenever English ships came that way. At Xulla, where the Dutch have a fort, they keep only one white man, who had gone to Ternate when we passed that island. This island is very fertile, and well situated in the midst of the Spice Islands, but has no harbour for ships. As for the eastern passage to China, we have not found it as inconvenient as I had expected. Nevertheless, I will give you a brief account thereof. We left Batavia on the 27th of December, had a moderate monsoon from the northwest, and generally clear weather, with some flying squalls of wind, which usually came up about noon and sometimes prevented us from taking bearings, which is very necessary in the navigation between Solambo and Celebes. The route which we have taken is set down on the chart alongside that which the Dutch always endeavour to follow. We found the currents in general to be with the monsoon, but when we came near Celebes they set strongly to the south; therefore it is very necessary to be cautious in sighting the island of Tanakike, at the south end of Celebes, otherwise one runs the danger of the Brill, which is a very dangerous shoal. The south end of Celebes, Tanakike to the Strait of Salijer, is marked as 120 miles, which however, according to our log both going and coming, seemed to be no more than 70 miles; as the distance is altogether too uncertain, and the currents are very strong, I would advise lying to at night. The Strait of Salijer is well and good, near the middle island. After we had sailed through it, the monsoon began to change and to resemble land and sea breezes. We arrived at Boeton on the 9th of January, where we found plenty of goats, fowls, and fruit, but no oxen nor buffaloes. To win the favour of those people, I sent some fine presents to the king and his grandees, for which they, in the best manner possible, gave us other presents, being very polite in everything. The king gave us a pilot to get through the strait, but as he was of very little use to us, the passage became very vexatious to us. The large chart which we have made of that strait, with our track and courses, will teach future mariners to be much more expeditious. The passage around the outside of Boeton is much shorter, but as there are shoals and no anchoring ground, I consider it dangerous. The Dutch, who used to sail through the Strait of Boeton, have followed this route for some years. Leaving the Strait of Boeton around the 27th of January, I held a consultation with my officers to determine the voyage. They were of the opinion to sail through the strait between the two northernmost Xullas, and between Celebes and Gilolo into the South Sea, and this being the majority, we set our course accordingly. Coming close to that strait, we had strong north winds, but keeping close in, I sent our boat to examine the strait. Returning, I learned that they had found no bottom until they had entered the strait, which they thought to be no wider than half a mile. At the second cast of the lead, it struck against the rocks, and the end of the line being fastened in the middle of the boat, the force of the currents would have overturned the boat had the line not broken.

Dutch transcription

97 de Van Sumatras West Cust onderdato den 20: M:t 1760. Van Sumatras West Cust onder dato den 20 A:t 1760 swak zijn, Het is 50 Iaaren Geleeden, dat geen Europeese schepen in die zeen geweest zijn so dat men daer omtrend geen gevaer zoude behoeve te vreesen; ende Inlanders zijn so seer t' ondergebragt, zonder hoop van her„ stelling dat ik twijffel niet, of zij leven in de uijtterste gerustheijd, met zeer swacke guarmizoen; Ik word berigt dat haere forten zonder Gragt nog buijten werken zijn, en een sufficante quantiteijt water voor de schepen om te Cannoneeren is er te ambon en banda, binnen point Bland. Te boeten alwaer wij gelegen hebben, om onse te verversen lieten zij de hollandse vlag walijen, mala na dat zij overtuijgd waeren, dat wij Engelschen waeren, betuijgden zijd' uijtterste haat tegens de hollanders, Toonden ons groote beloefdheijt en scheenen zeer begeerig te wezen, dat wij ons bij hun zouden komen Neerzitten; op het Ernstige verzoek vanden koning, gaf ik hem, Een Engelsche vlag, dewelke hij betuijg „de te willen laaten waaijen wanneer Engelsche schepen die weg heenen quamen, Tot So xulla alwaer de hollanders denfort hebben, houden zij maer Een blank man, dewelke toen wij dat Eijland Passeer„ den, naternaten gegaan was; dit Eijland is zeer vrugtbaer, en wel gelegen, in 't midden der specerij Eijlanden maer heeft geen haven voor de schepen wat aengaat de oostelijke Passagie na China, zo hebben wij het zelve zo ongemackelijk niet gevonden als Jk wel verwagt had; Egter zal ik uw een kort verhaal daer van doen; wij verlieten Batavia den 27: December, hadden eene moderate mousson uijt den NW, en door gaens Claer weer, met Eenige vliegende vlaagen winds; dewelke geemeenlijk omtrend de middag opquamen, en ons soue wijlen beletten pijling te kunnen neemen, het geene in de vaert tussen sol ambo ende Celebes zeer noodsa„ „kelijk is, eeweg dewelke wij Gedaan hebben, is in de kaart ter nedergesteld nevens die de welke de hollanders althoos tragten te vol„ gen, wij vonden de stromen in't generaal zo als de mousson, dog wanneer wij bij de Celebes quamen settede zij sterken om 't zuijden, dierhalven is het zeer nodig voor„ zigtigheigte wezen in 't op doen van 't Eijland Tanakike, aan 't Zwend van Celebes, man anders o 99 Van Sumatrs West Cust onderdato den 20:' Maert 1760— Van Sumatras West Cust onderdato den 20 X=rt 1760. feeebes anders loopt men gevaar, van de Brill, het welke een zeer gevaerlijke de coogte is; het zuijd Eijnde van de Celebes Tana Ribee na de straat Salijer; is Getekent 120. Mijlen, 't welke don volgens vEg:s ons log zo gaende als komende, Niet meer schijnde als 70 mijlen, alzo de distantie als te onzeken is, of de stroomen zeer sterk zijn zo zoude ik raade snagts Faubeeren; destraat zalijer is goed en wel, bij het middel Eijland; na dat wij leet door gezeijld waeren begonde mousson te veranderen, en Naland en zee winden te gelijken, wij kwamen te boeton den 9: Januarij alwaer wij een me„ nigte bokken, hoenders en vrugten vonden, maer geen ossen, Nog buffels; om de gunst dien volkeren te winnen zoud ik eenige mooije Presenten aen den koning en zijne Groten, voor dewelke zij lieden In de beste manier mogelijk ons andere presenten deeden, zijnde seer beleefd in alles, den koning gaf ons een Loots om door de straat te komen dog alzo hij ons van zeer wijnig nut was zo wierd de vaert ons zeer verdrietig De Groote kaart die wij van die straat hebben gemaekt, met onze weg en zeijling, zal toekomende zeeluijden Leeren veel Expe dit raer te zijn, de passagie buijten om boet on is, veel korten, dog alzo daer droogtens en geen anker grond is zo agte ik z' gevoer„ lijk, de hollanders die gewoon waeren door straat boeton te zeijlen, hebben deze weg 't zedert Eenige Jaeren gevolgd, gaende uijt straat Boeton omtrend den 27: Januarij, hadden een Consultatie met mijne officie„ ren, om de reijs te bepalen, zij waeren van gevoelen door destraat tusschen de twee Noordelijkste Hullas, en tusschen Celebes en Gicolo door in de zuijd zee te zeijlen en zijnde het grootste Gedeelte, zo stelden wij ons bestek dienvolgende, digt bij die straat komende kreegen wij sterke noorde winden, maer daer digt in houdende, zoud ik onze schuijt om de straat t' Examineeren te rug komende vernam ik dat zij geen grond gekreegen hadden tot dat zij de straat waeren binnen Gelopen, dewelke zijdagten Niet Reeder dan een halve wijl te wezen, in het tweede smijten van 't lood, raakten het teegens de klippen, en 't lijnd van de sijn, in 't midden van de schuijt vast zijnde, zoude de kragt der stromen de schuijt om vergeworpen heb„ „den bij aldien de zijn niet gebrooken was; ditiver vlrella

NL-HaNA_1.04.02_2997_0060 view scan ↗

English

101 From Sumatra's West Coast dated the 20: A:o 1760 1760 From Sumatra's West Coast dated the 20: [illegible] drifting further in, they got a strong current which, dragging a swell, had nearly filled the boat with water; upon that report and the continuance of the northerly winds, we gave up all thoughts of that passage and decided to sail eastward of S' Xulla up to the Strait of Pitts; we had light winds from N: to NW: and very fine weather; the land on both sides of Strait Pitts is very high and steep on the seaside, and no ground to be found in the middle of the channel, except in the eastern entrance where it is known to be; after we had sailed through the strait we were driven northward, where he found the soundings laid down in the large chart, and it is very good anchor ground on all sides; Iaksons Island S: 15 E: and the northernmost land of Prince of Whales Island WSW:; we were detained here for four days by the east winds and westerly currents, during which we tried several times to get through, but were each time forced to turn back for want of anchor ground; after we had got clear of the land, we had light winds, variable all around the compass, with much calm, until we reached the N. latitude of 3: 00 from where until we got the Bashees, we generally had light winds from the NE:, and with that a heavy swell; after we had passed the Bashees, we got a strong gale from the NNE: and dirty weather; as the weather in this season was unknown to me, I was afraid of the typhoon; but having investigated this after the date, I found that the same never occurs before May and seldom after June; we arrived at the coast of China and arriving at Macao on the 4: April, I immediately sent an express to the supercargoes at Canton; in four days I received orders to sail to Canton; and as the gentlemen resolved to dispatch us again, we settled our affairs and departed on the 16: June from the Lema Islands; on the 21: we reached the Bashees, having had the wind S: to SW: during our voyage through the Chinese seas; in the South Sea, where we thought to get the SW monsoon, we had the wind from the SE and at times veering to SW:, however without lasting long; which made our voyage very vexatious; from the N latitude of 6: 00 at the to - H 103 From Sumatra's West Coast dated the 20: March 1760. From Sumatra's West Coast dated the 20: March 1760. up to the Coast of New Guinea, we had more SW: winds, getting calms, we were forced to anchor in Strait Pitts; we sent our boat to the shore, to a small village situated on the SE shore, where we found an excellent fresh water rivulet; with great difficulty the natives were persuaded to come to our people; however, after having given them all gifts of rings and knives, which had been given to us along for that purpose, they became more familiar and 5 or 6 of them prepared to come aboard our ship with our boat, provided that our surgeon, who was also in the boat, remained there on shore until they returned; but the ship getting under sail, the surgeon thought it best to go aboard; upon report of the foregoing, I requested him to return to the shore with more gifts for the chiefs of the people, and to take with him the bunting of our red flag, which was flying at that time; when he arrived on shore and gave them the gifts, they seemed very astonished, thinking that the same would have to be paid for; and having nothing to give, they were in the utmost embarrassment; they were not reassured until the officer had stepped into the boat to leave, whereupon, understanding that those things were given to them as presents, they showed great gratitude in their manner; our people showed them some spices, at which they shook their heads, and seemed very uneasy; from this place to Boeton, we had light winds, mostly from the South; sailing around that island the wind was like sea and land breezes; we found a strong current running southward; and that SE island is very poorly laid down on the chart; the southernmost part of that island and the southernmost part of the island Boeton lying closest E: and W: of each other; I consider this place dangerous to sail through at night; from that place to Batavia we had a regular SE: monsoon, and very clear weather; please note, with respect to our course laid down on the chart, that from the island Tanakeke we set our course south of the five and six fathom shoals, which we found clear and open, as in my opinion it always will be 8

Dutch transcription

101 Van Sumatras WestCust onderdato den 20: A:o 1760 1760 Van Sumatras West Cust onderdato den 20: k:r verder in drijvende, kreegen zij, een sterke stroom die een holten sleepende, de schuijt na bij met water gevult had, op dat verhaal en de geduu„ ren der Noordelijkee winden, gaven wij alle Gedagten van die Passagie op en besloten om o:twaards van S' Xulla / op na de straat van Pitts te zeijlen, wij hadden zag te winden van N: tot Nw. en zeer mooij weer, het land aen weers zijden van straat Putts, is zeer hoog en stijl aen de zee kant, en geen grond te vinden, in't midden van ½ Canaal; Excepto in de oostelijkee ingang alwaer 't bekent staat; Na dat wij den straat door geheijlt waeren wierden wij Noor„ delijk op gedreeven, alwaer hij de Zeijlingen in de grote kaart bekent gesteld, vonden en het aan alle kanten zeer goede anker grond is; Iaksons Eijland s: 15 o:t en het noordelijkste land van Prince of whales Zijland wssw:, wij wierden alhier door de ooste winden en westelijke stroomen vier daagen opgehou„ den, geduurende dewelke, wij diverse keeren trachte„ den door te komen, maer moesten telkens te rug keeren, bij Gebrek aen anker grond; Nadat wij buijten het land geraekt waeren, kreegen wij slappe winden, veranderlijk 't heele Compas rond, met veel stilte, tot dat wij kwamen op de NBreete van 3: 0o van waer tot dat vrij de Baslees kreegen, wij slappe winden Gemeen„ lijk uijt den No: hadden, en daer bij Zwalre zeer Na dat wij de Baseees Gepasseerd waren, kreegen wij een sterke stooker uijt het Novo ., en morsig veer; zijnde mij het weer, in dit saisoen onbekent, was Ik bevreest, voor den Slijpon; maer na dato zulx onderzogt hebbende, bevond ik dat dezelve nooijt voor maij en zelden na Junij voorvallen; wij kwamen op d' N:s d' Cust van China en komende te Macao den 4: april zoud ik inmediaat Een Expresse na de Cargas te Canton; In vier dagen ontfing ik ordres, om naer Canton te zeijlen; en alzo de heeren resolveerden ons weder te depecheeren, verrigten wij onze zaken en vertrocken den 16: Junij van de Lema Eijlanden, den 21: kreegen wij de Bashees, heb„ bende de wind z: tot Zw:/ gedurende onze reijs door de Chinase zeen gehad, In de zuijd zeer al waer mij dagten de zw Mousson te krijgen, hadden wij de wind uijt de zo en bij wij„ len draajende tot aen 't Zw:, egter zonder lang te staan; het geen onze reijze zeer ver„ vrietig maakte; van de N Breete van 6: a0. op de tot - H 103 Paul Sumat:s Vest=s Cust onder dato den 20:' Maert 1760. Van Sumat West Cust onderdato den 20:' Maert 1760. tot aan de Cust van Nieuw Guine, hadden wij meer Zw:te winden stiltens krijgende, waren wij Genoodzaekt om in straat zitts t' andeeren; wij zouden onze schuijt na de wal, naer een kleijndorpje op de Zo wal Gelegen, al„ waer wij een Jncellent reasch water reviertje vonden; met veel moeijte wierden d' Jnlanders bewogen bij ons volk te komen, Egter na haer alle Geschenken van ringen en messen, dewelke ons ten dien eijnde mede Gegeven waren Ge„ daan te hebben, wierden zij famillaerder en 5 of 6. van hun voegden zig om aen„ boord van ons schip met onse schuijt te komen bij aldien onze Chirurgijn :/ dewelke mede in de schuijt was. /. aldaer aan de wall bleef tot dat zij lieden te rug keer den, dog het schip onderzeijl gaende, zo dogt den Chirurgijn best maer na boord te gaan; op verhaal van 't voorenstaende verzogt ik heem net meer Geschenken voor de groten van 't volk, te rug na de wal te keeren en met zig te Neemen, de Bent van onze roode vlag, dewelke doenmaals waaijde; toen hij aen de wal kwame, en hun de geschenken gaff scheenen zij seer verbaasd denkende dat dezelve betaald zouden moeten werden; en niets hebbende om te geven, walren zij in de uijtterste verlegentheijd, zij waeren nier eerder gerust, tot dat den officier in de schuijt Gestapt was om heen te gaan, wanneer zij begrijpende dat die dingen aan hun Geschonken wierden, groote dankbalaheijt op hunne wijze betuijgden. ons volk toonde hun eenige spenrijen, waer op zij het hoofd schulden, en scheenen zeer ongerust; van dese plaats naer boeton, hadden wij slappe winden, meest uijt den Z.den; dat Eijland rond zeijlende was dewind als zee en land winden; wij bevonden een sterke stroom zuijdelijk opgaende; En dat so Eijland is zeer slegt in de kaart nedergesteld; het zuijdelijkste Gedeelte van dat Eijland en het zuijdelijkse Gedeelte van t Eijland boeton, Leg„ gende het digste d' en w:t van Elkander; Ik agte dese plaats gevalrlijk om in de nagt door te zeijlen; van die plaats na batavia hadden wij eene reguliere so: mousson, en zeer blaer weer; uE gelieven te letten, ten opsigte van onse op de kaert ter nedergestelde Coers dat van het Eijland Tanarike wij onse Coersbee„ zuijden de vijf en ses vadem banken Gesteld hebben; dewelke wij schoon en hopen bevon„ len hebben; gelijk na mijn Gedagten althoos betaald 8 zal

NL-HaNA_1.04.02_2997_0062 view scan ↗

English

From Sumatra West Coast under date the 20 April 1760 From Sumatra West Coast under date the 20 March 1760 shall be, by ships proceeding northwards, being able to be sailed up without loss of time. As many places on this chart are set down very erroneously with respect to their bearings; so have I made known the true latitude of such places as we had occasion to take bearings of, by the combination of five observations made with quadrant instruments, the difference of the declination of the meridian from London, and our course taken with one of Dr. Knight's azimuth compasses, with the horizontal motion. I have likewise set down our meridian distance out and home, where I thought that such could give satisfaction to the seaman. the... at Great Solombo, latitude 5: 33: S. South hook of the island Tanakake... 5: 33: S. the middle island in the strait of Saleyer 5: 47: S. the S. part of the island Bouton... 5: 47: S. N. part of Boero - - - - - 3: 15: S. S. part of the island Gomeno... 1: 52: S. N. W. part of Mixoul... 1: 50: S. S.W. of Popa - - - - - 1 17 N.E. of the same... 1 11 Cape Raymond - - - - - 0 51. S. the entrance of the west end of Strait Pitt 0 55 S. Point Pigot... 1. 01 S. Cape Pigot Cape of Good Hope in New Guinea... 0: 20: S. The island Monmouth... 20: 28: N. The latitudes of the remaining places and their situation with respect to each other are found as the same are set down in the new chart; from there to Strait Pitt our meridian distance out and home being the following: from Solombo to the island Tanakake... 3: 57: E. from the island Tanakake to Solombo... 4: 42. W. from Cape Pigot to Monmouth Island 7: 07: W. from Monmouth Island to Cape Pigot 10: 00. ditto from Goat Island to the southermost of the Lema Islands 6: 07: W. from the southermost of the Lema Islands to Goat Island 6: 05. E. Upon our return to Batavia I learned from Mr. Herbert, our agent there, that the General had been very much surprised that we had sailed up to the east; he had given Mr. Herbert to understand that he hoped their two coast guard vessels at Borneo might meet us. If they had done us any harm, we were heartily prepared to avenge ourselves for it. Hearing later that we had been seen far to the east, the General said to Mr. Herbert From Sumatra West Coast under date the 20 April 1760 From Sumatra West Coast the 20 March 1760. that he knew our designs, that it was an affair which they had repeatedly undertaken, but that their people had always been poisoned; from which I believe that he thought we were going to establish a factory on New Guinea. If the passage should ever be undertaken again by us, there ought to be two ships at least, not only for defense, but also for fear of accident, for without help one would never hear word or sign of a single soul. The best project to make this passage of no difficulty would in my opinion be to have the ships pass the Strait of Bali or some strait to the eastward of the same between the first and fifteenth of November; I have drawn out the courses that appear most acceptable to me, and I do not doubt, if the winds should be found variable, but that the passage between Gilolo and Celebes, into the South Sea, could be made; and that the voyage to China could be completed in time enough to be back through the China Sea before the N.E. monsoon, which can be done if one leaves the Ladrones during the month of March, and it has even been done by ships that departed from there on the 10th of April. Were we to come to war with the Dutch, and one wished to make any attempt on Batavia through the Strait of Sunda, one should send some small vessels ahead in order to make themselves masters of the signals to the eastward of the Great Cookroom. Your Honor will oblige me by presenting my compliments to Colonel Draper, Major Brereton, and all the other friends at Fort St. George, and do not doubt that I am with much sincerity and due respect below stood Sir lower Your Honor's very humble and obedient servant was signed Wm. Wilson at the side stood Fort Marlbro., the 20 Septb. 1759, further stood P.S. I shall leave this place tomorrow to sail for England on the back stood To Mr. Pigot, Governor at Madras further stood and written in the Dutch language according to the statement of the French gentlemen Carpentier and Martin, the first Captain-Commandant and the second Commissary of the two warships of their King, and beneath it by the translation signed SL. Garrison.

Dutch transcription

105 Van Sumate West=t Cust onder dato den 20 Ari 1760 Van Sumate dest=s Cust onderdato den 20 Maert 1760 zal werden, door scheepen n: waerds opgaende, kunnende zonder verzuijmt van tijd opgezeijlt werden / al zoo veele Plaatsen in dese Caert zeer abusi„ ve ten opsigte hunner Peetens ter nedergesteld zijn; zo heb Jk bekeent Gesteld als onder de regte breete van zulke Plaatsen als mij occagie hadden te pijlen door de koppeling van vijf observatien, met stadhuijs quadranten gedaan, het onder„ schuijd van de declinatie van de middel lijn van London af en onze Caers met een van D: Kingts Az munts Compassen genomen, met de lorizontaale beweeging Jk heel alzo ten nedergesteld onze Meridi„ aane distantie uijt en te huijs alwaer ik dagte dat zulx den Zeeman genoegen kon geven de. „ op de groote solombo. breete 5: 33: 2. „ Zuijdboek van 't Eijland Tanaritie. . . . 5. 33: 2. het middelste Eijland in de straat salijer 5. 47: 2. de Z L van 't Eijland boeton. . . 547: 2. „ N 1 van Boero - - - - - 3: 15: 2. „ 2 — van 't Eijland Gomeno. . . . . . 1: 52: 2. „ N W: L van Mixoul. . . . . . 1: 50: 2. „ Zw: t van Popa - - - - - 1 17 No:t 1 van 't zelve. . . - 1 11 Caap raaijmond - - - - - - 0 51. 2: den ingang van 't west Eijnde van str:ts Pitts o 55 Z. Z. Lenot Pigou. . . . . . . . . 1. o1 Z. caap Pigot caap de goede hoop in Nieuw guine. . - 0: 20: 2. T Eijland Moumouth. . . . . . . . . 20: 28: N De vreetens van de overige Baslees en haere Ge„ legentheijt ten opsigte van malkanderen zijn bevonden zo als de zelve ende nieuwe zalat ter nedergesteld zijn; van daer tot straat zitts onze meridiaane distantie uijt en 't huijs wal„ „rende volgende. van Solombo tot het Eijland Tanakike. . . . 3: 57: 0. van 't Eijland Tanakake tot solombo. . . 4: 42. w:t 7:07: W van Caap Pigot ms Na Monmonts Eijland van monmonts zijl na Caap Zigot 10: 00. d:o van 't Bokken Eijland na de 'Z lijbeste van lema Eijl: 6: v7: w:t vand'zlijkste van Lema Eijl:n na t bokken Eijl:s 6:05. O: Bij onze te rug komst op batavia vernam Jk van de heer heerbert, onzen-agent aldaer, dat den Generaal zeer verwondert geweest was, dat wij o:t opgezeijlt waeren; bij had aen de heer herbert te verst aangegeeven, dat hij loopte dat haer twee Cust bewaerders op borneo ons ontmoeten mogten. /. hadden ze ons eenige loon aangedaan, wij naeren van herten gereed ons daer over te weeken. /. na dato hoorende dat men ons verom den O: gezien had, zeijde den Generaal tegens de heer heerbert - . . -- 0: 20: 2. Ca r dat E 107. Van Sumat=:s West Cust onderdato den 20 A=rt 1760 Van Sumatr:s West Cust Den 20:' Maert 1760. dat hij onze desseijnen wiste dat het een zaek was, die zij temeermalen hadden ondernomen, maer dat haer volk altoos was vergeven geworden; waer uijt ik Geloove, dat hij dagt, dat wij een Comptoir op Nieuw guine gingen aenleggen. Bij aldien de passage ooijt weder door ons ondernomen wierd, moesten er twee scheepen ten minsten zijn niet alleen tot verdediging maer ook uijt vreese van ongeluk, want zonder hulp zoude men nooijt taal of teeken van geen eene ziel hooren. het beste project om dese passagie van Niet te doen wezen zoude mijns dunkens sijn, de scheepen de straat balij of Eenige straat aan 't d:ren van dezelve tussen den Eerste en vijftiende november te doen passeeren; Ik heb de Coerssen die mij het aennemelijkste voorkomen, uijt getekent, en Jk twijf, fel niet of bij aldien de winden verander„ lijk mogten bevonden werden of de pas„ sagie tusschen Gilolo eende Celebes, in de zuijd zee, zoude gedaan kunnen werden; en dat de reijze na China tijds Genoeg zou kunnen werden volbragt om voor de N. d. mousson door de Chinase zien waren wij met de hollanders in oorlog te komen, en men wilde eenige onderneming op batavia door straat zunda maken zoude men eenige kleijne vaertuijgen voor uijt moeten zenden, om zig meester te maken, van de seijnen aan 't o=ten van de groote combuijs. uE zal mij verpligten, mijne dienst presenta„ tien te doen aen colonel Deaper, Majoor Breraton alle de overige vrienden tot bort S:t Gorge en niet te geloven dat ik met veel oprechtheijt en verschuldigde agting ben /onderstond/ mijn heer Lager) uE zeer nedrige en gehoorzame dienaer /:was Getekent:) W=m wilsoa /ter sijde stond:/ Fort Marhbro. , den 20 Septb: 1759, nog stond P S. Jk zal deze plaets morgen ver„ laten om naer Engeland te zeijlen /:op de rugge stond/ Aan de heer Picot gouverneur te madras /:nog stond/ ende hollandse taale Geschreven /: volgens opgave der fransche heeren carpentier en Martin d' Eerste Cap:n Com„ mandant: ende tweede Commissariss vande twee oorlog schepen van haere koning en daer onder door de translatie /Getekent:/ SL: Garrison. te rug te zijn, 't welk gedaen kan werden als men de ladiones gedurende de maend Malrt verlaet en zelfs is het gedaen geworden, door scheepen die daer van doen den 10 April waren vertrocken

NL-HaNA_1.04.02_2997_0064 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, dated the 20th of December 1765 From Sumatra's West Coast, dated the 20th of August 1760 My Dear Mac, Every opportunity presenting itself to inform you of my good health, I seize upon it, believing that you are not indifferent to it. It will always be a pleasure for me to hear that you are well and prosperous. I must request that you never fail to write to me. We are a little afraid that the Dutch, through the force they are sending from Batavia this year, will greatly molest you. They threaten to accomplish great things; however, I hope that you will break their butter boxes about their ears and send them back crying. Jack Ashburner is well and sends you his regards. I send you 400 pieces via Mr. George Hay, and I have requested Mr. Barton to pay you the balance of your account amounting to 340 pieces. I will remit that money to him in England. I am very busy with the dispatch of our ships to Europe, and will therefore conclude with wishing you health and prosperity, being, after having first presented my services to Miss Macquire, below: Honored Sir, lower: Your very humble servant, was signed: Roger Carter. In the margin stood: Fort Marlborough, the 8th of December 1759. Furthermore stood: duplicate; lower: to Mr. Macquire. The address read: To William Macquire, Esquire at Calcutta, and thereunder: through the translation signed: S. L. Garrison. We, Charles Deodate D'Estaing de Toulouse, Count of Estaing, Marquis of Saillans and Châteaurenault, Viscount of Artois and Ravel, Baron of Anthun, Brigadier of His Majesty's troops, Commander-in-Chief of the said troops and ships of the King presently on the Coast of Sumatra. It is ordered to Mr. Carpentier, Captain of the infantry on behalf of the King in the French Fort Natal, commanding the said fort, to hand over the said fort with its fortifications, buildings, artillery, and ammunition in such state as it presently is, to the two Malay Rajas, Dato Bazaar and Bagindo Maradja Pello, former owners and rulers of the country. The two Rajas have voluntarily bound themselves to join their right to that which the Dutch already possess over the place of Natal, and to transfer the said fort in its entirety, with all that is comprehended under it, to the States General on behalf of the King. From Sumatra's West Coast, dated the 20th of August 1760 From Sumatra's West Coast, dated the 20th of August 1765 Before making the surrender of the fort, Mr. Carpentier shall administer the oath to the Rajas Dato Bazaar and Bagindo Maradja Pello, or to their authorized representatives properly appointed and qualified. This oath shall be taken according to the custom and religion of the country upon the Quran, the name of Muhammad, and the smoke of incense, and shall contain an obligation to carry out the offer made by those Rajas to us to transfer all their right to the Dutch Company and to serve them as faithful subjects and allies, and to prevent, as far as shall be in their power, any Englishmen from ever settling in their country. Mr. Carpentier, after the act of cession of the said fort and the taking of the aforementioned oath, shall likewise be present at the second oath to be taken by the Rajas Dato Bazaar and Bagindo Maradja Pello or their authorized representatives, having become owners of the fort of Natal. The second oath shall be received on behalf of Their High Mightinesses and the Company of Holland by Mr. John Abraham van Morsceel. The same shall contain the voluntary, full, and entire cession of the said fort, all that is within it and depends upon it, by the Rajas to the Dutch Company, as well as the oath of loyalty. Mr. Carpentier shall likewise be a witness to the receiving of the oath and the taking into possession by Mr. John Abraham van Morsceel on behalf of the States General. He shall receive the duplicates of the acts signed by the Rajas and the Dutch. Subsequently he shall address himself to the Dutch Commandant to obtain written permission to fetch water. The declaration of the state of the fort and its contents shall be signed by the Dutch Commander and the two Rajas or their representatives in the presence of two witnesses, to serve where it ought. Done aboard the King's ship Le Condé, the fifth of March 1760. Was signed: d'Estaing. Furthermore stood: a seal with three lilies in it pressed in red sealing wax. Signed: Bonneau, and thereunder: through the translation: S. L. Garrison.

Dutch transcription

109 Van Sumatras West Cust onderdato den 20 X=r 166 ƒ Van Sumatras West Cust onderdato 20: :rt 1760 Mijn Lieve Mac. Alle zig op doende gelegentleeeden om uE van mijn welstand te Jnformeeren, grijp Jk aan den beende dat uE niet onverschillig daer omtrend zijt, het zal mij althoos aengenaem wezen te mogen ver„ staan dat uE welvaerende en voorspoedig is Jk moet verzoeken dat uE nooijt nalaet mij te schrijven. Wij zijn een weijnigje bevreesd dat de hollanders uE door de magt die zijlieden dit Jaer van batavia zenden zeer zullen molesteeren, zij dreijgen Groote dingen uijt tevoeren Egter hoop Jk dat gij haer booter dosen om haer ooren zal breeken en haer schreijende zult terug zenden Iack Ashuburner is wel en laat uE groeten; Jk zeud uE 400 stx door de heer George Haij en Jk heb. de heer Barton verzogt uE het slot uE reekening groot ps 340. te betalen, Jk zal hem dat geld in Engeland overmaken, Jk ben zeer bezig niet het verzenden onzerschepen naer Juropa, en zal dierhalven besluijten met uE: Gezondheijt en voorspoed toe te wenschen, zijnde maer alvoo„ rens mijne dienst aen me Juffrouw Mac„ quire gepresenteert te hebben /onderst:d/ waer de heer /. Lager uE zeer Nedrige dienaer /.was Getek:/ Roger Carter /:ter zijde stond:/ Fort Marlbro den 8: decber 1759. nog stond duplicaet /lager/ aan de heer Macquire Topschrift was Luijdende /Aan William Macquine, schild knaap tot Calcatta /en dalronder / door de thanslatie Getekent:/ S: L. Garrison Wij Charles Deodate D' Estaing de Thouloulse Grave van Estaing, Marquis van rerisse en Cratean„ renault ondergraaf van artois en Ravel, Baron van Anthun de brigadier van zijn majesteijts trouppes opperbevelhebber der Gemelde Troupper en schepen des konings thans op de Custe van Sumatra Het werd geordonneerd aen de heer Carpen„ tier capitain der voet knegten van wegens den koning in't fransche Fort Natal Commandeerende het gemelde fort niet dies fortificatien, gebouwen Geschut en ammunitie, in zodanige staat als het zelve thans is over televeren aen de twee maleijdse radjas Datos Bazaar en Regindo Maradja Pello oude Eijgenaeren en vorsten van het land, de Twee radjas hebben hun zelven vrijwillig verbonden hun regt bij het geene de hollanders bereeds over de Plaats van Natal heb„ ben, te voegen en het Gemelde bort in zijn Geheel met alles wat er onder begreepen is aende staaten Generaal Van wegens Den Koning over e H 111 Van Sumater West Cust onderdato den 20: A=rt 1760. Van Sumatr:s West Cust onder dato den 20:' St 1765 over te leveren, Alvoorens de overgare van het bort te doen, zo zal de heer Carpentier de rajas Dato Bazaar, en regindo marad„ Ja Zello of hunne magt hebbende behoor„ lijk aengesteld en gequalificeerd zijnde den Eed afteneemen, dien hed zal nader Gebruijken en religie van 't land op den Al„ corau de naem van Mahonet ende rook van 't wier ook afgelegd werden, en zal behelzen een verbintenis om ter uijt voer te brengen de Presentatie door die radjas aan ons Gedaan om al hun regt aen de hollandse Raadschappij over te doen en haer als getrouwe onderdanen en bondgenoten te dienen, en zo veel en haer vermogen zal wezen te hinderen dat nooyt Eenige Engelschen zig in hun land komen nederzetten D heer Carpentier Nade acte van cessie van 't Gemelde fort ende prestatie van de bovengemelde Eed zal jnsgelijx tegenswoordig weezen bij den tweden Eed door de rajas Dato bazaar en regindo maharad„ Ja Pello of hunne magthebbende, als bijge„ naers van het for=t van Natal Gewor„ den zijnde te doen. Den tweden Eed zal ontfangen werden uijt Name van haer hoog Mogende et de Compagnie van hol land voor de heer Iohn Abraham van Morsceel dezelve zal behelsende vrijwillige, volkomen, en geheele cessie van het Gemelde fort, al water in is en en van aflangt, door de rajas aen de hollandse Comp: als ook den Eed van getrouwheijt, de heer Corpentier, zal insgelijx getuijgen weezen van de aenneeming van den Eed en het in 't besit neemen door de heer Iohn abraham van morceel uyt Nalime der Saaten Generaal, Hij zal de duplicaten der actens door de rajas ende hollanders getekent ontfangen vervolgens zal hij zig aen den hollandsche Commandant addresseeren, om schriftelijke permissie, te erlangen om wat er te mogen haalen; de verklaring van de staat van 't fort en dies inhoude zal door den hollandsche overste ende twee cajas of hun„ ner representanten ten bij wezen van twee Getuijgen ondertekent werden, om te dienen daer 't behoord, Gedaan aenboord van 'skonings schip Leconde den vijfde Maert 1760. /. was Getekent Tstaing (:nogstond:/ Een zegul met drie Lelien daer in in rood Lak Gedruk=t. /. Geteken=t/ Bonneau /en daer onder /door de translatie / S: L: Garrison —.

NL-HaNA_1.04.02_2997_0066 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast dated 20 April 1760. From Sumatra's West Coast dated 20 April 1760. In the year seventeen hundred fifty-nine, the 6th of March, we, Medor Joseph Carpentier, Captain of infantry and commanding on behalf of His Majesty in Fort Natal, pursuant to the orders received from the Count Destaing, have ceded in the name of the King, as we do hereby cede and hand over, the ownership and possession of Fort Natal, conquered from His Majesty's enemies on the 7th of February 1760, to the Rajas Dato Bazala and Regindo Maradja Pello, ancient owners and princes of the land, in order to march their troops into it and to keep a watchful eye for the preservation of the fort, as they shall deem necessary. We have likewise handed over to them the keys, artillery, buildings, ammunition, provisions, and other goods, as has been ordered of us, and which will be specified in the declaration that shall be made thereof; and after having withdrawn His Majesty's troops from there, we have caused the various posts to be surrendered to the people of the Rajas, who have taken possession of the same, having nevertheless first received from those Rajas the oath whereby they bind themselves. We, Rato Bazaar, Raja Putti Kati, Sultan Piguendo Martia Lello, Sultans, Rajas of the land of Natal, have voluntarily received and accepted the fort of Natal. Transfer and acceptance made by Mr. Carpentier, Captain of the French nation, to the Penghulus from here, Dato Bazaar, Begindo Maradja Lello, of this place, Fort Natal, the 7th of March 1760. To surrender the fort and its dependencies to the States General of the United Netherlands, and as much as shall be possible for them, never to permit the English to settle in the places under their authority. Done in Fort Natal. In the presence of the gentlemen: was signed R: J: Carpentier. Lower: Lech: de Chanlaiy de Charlemont. Still lower: Some Arabic characters, and underneath signed by translation J: L: Garrison. With 115 From Sumatra's West Coast dated 20 April 1760. From Sumatra's West Coast dated 20 March 1760. with its guns and ammunition, from the hands of Medor Joseph Carpentier, Captain Commandant of the troops of the King of France under the orders of the Count D'Estaing, and that we have signed this to serve by way of declaration. Signed: Rato Bazaar, Radja Luttij Kattij, Sultan Lignendo Martia Lello. Below stood: by the translation signed: S: L: Garrison. Cession of the Rajas for the benefit of the Dutch. We, Rato Bazaer, Radja Putti Katij, Sulthan Lignendo Martia Lello, Sultans, Rajas of the land of Natal, declare that we have received from the hands of Mr. Medor Joseph Carpentier the fort of Natal, conquered by the French from the English, and that we, with unanimous willingness, place the very same fort of Natal into the hands of Mr. John Abraham van Morscheel, subject of the States General of the United Netherlands, so that the aforementioned Fort Natal shall belong in ownership to the Dutch Company. In witness whereof, we have signed this in our usual manner. Signed: Rato Bazaar, Radja Puttij Kattij, Sulthan Zignendo Martia Lello. Oath of fidelity taken by the Rajas for the benefit of the Dutch. We, Rato Bazala, Radja Puttij Katij, Sultan Lignendo Maatia Lello, Rajas of the land of Natal, declare under oath and swear by the Koran, by the smoke of the incense, and according to our customs, that we sincerely surrender Fort Natal into the hands of Mr. Morscheel, subject of Their High Mightinesses the States General of the United Netherlands; we likewise swear that we shall be faithful to them and shall fulfill everything we have promised them. In witness whereof, we all have signed with heart and hand. Signed: Rato Bazaer, Raja Putij Kati, Sultan Liguendo Martia Lello. Below stood: Natal, the 7th of March 1760, and underneath: For the translation, J: L: Garrison. General In the P 20

Dutch transcription

113 Van Sumatrs West Cust onderdato den 20 A:r 1760. Van Sumatr West Cust onderdato den 20: :r 1740. Den Jare seven tienhondert negen en vijftig den 6 Maert hebben wij Medor Ioseph Carpentier, Capitain over de voet knegt en Commandeerende van wegens zijne Majesteijts in het fort Natel, ingevolge de ontfangene ordrees van den heere Grave Destaing, uijt Name van den koning afgestaen, gelijk wij afstand doen overgeeven bij desen den Eijgendom, ende Possessie van 't fort Natal. over de vijanden van zijn majesteijt vervoerd den 7: februarij 1760. aen de rajas Dato bazala en Regindo Maradja pello, oude Eijgenaeren en vor„ sten van 't land omme dalr inne hunne trouppes te doen trecken, en tot het behoud van 't fort en wakend oog te houden, zo als zij zulx Noodsakelijk oordeelen zullen, wij hebben hun almede desleutels, arthillerij, Gebouwen, ammonitien, Leevensmiddelen, en andere goederen, zo als het ons Geordonneerd Geworden is, en in de verklaring die daer van gemaakt werden zal Gespecificeerd zil staan overggeven en na daer uijt getrocken te hebben, de trouppes van zijn majesteijt, hebben wij de verscheijdene posten aen't volk der rajas doen overge„ aen dewelke dezelve in bezitting hebben ge„ nomen hebbende Egter alvorens van die rajas ontfangen der Eed waer zij zijg zig verpligten wij rato bazaar raja Putti Kati sultan pi„ guendo martia Lello, sultans, rajas van 't land van Natal hebben vrijwillig ontfangen en aengenomen, het fort van Natal Transport en acceptatie Doorde H Carpentier naties Cap:n vande france Noti gedaen, aen De ponghoulous van hier Dato Bazaar tbegindo ma radja Lello van Deen plaatstfort Natter den 7: Maart 1760. het fort en dies dependentien te zullen overgeven aen de staaten Generaal der vereenigde Nederlanden, en zo veel hun mogelijk zal wezen nooijt Toetestaen dat de Engelsche zigh in de plaetzen onder hun Gezag staende komen neder te zetten gedaen in't fort Hatal Ten bij weezen vande heeren /:was Getekent R: J: Carpentier /Lager:/ Lech: de chanlaij de Charlemont /. nog lager. /. Eenige arabische Caracters en daer onder door de translatie Getekent J: L: Garrison. met 115 Van Sumatras West Cust onderdato den 20 A:t 17600. Van Sumatr:s Wes=t Cust onderdato den 20 Maart 166 met zijne stucken en ammointien, uijt han„ een van Medor Joseph Carpentier Cap Commandant der troupes van den koning van vrankrijk onder de ordres van de heer Graeff D' Ostaing en dat wij dese ondertekent hebben om bij weege van verklaring te dienen /: Getekent/ rato bazaar Radja Luttij, Kattij sultan Lignendo Martia Lello /.onderstond/ door de translatie (Getekent/ S: L: Garrison cessie der Rajas Ten behoe„ ve der Hollanders Wij rato bazaer, Radja Putti katij sulthan Lignendo Martia Lello. sulthans rajas van 't land van Natal verklaeren dat wij uijt handen van de heer Medor Joseph Carpentier ontfangen hebben het fort Natal door de franschen over de Engelschen veroverd en dat wij met eene Eenparige vrijwilligheijt het zelve fort Natal in handen van de heer John Abra ham van morscheel onderdaen der staten Generaal der verEenigde Nederlanden stellen op dat het Gemelde Fort Natal in Eijgen„ dom aen de hollandese maetschappij toe„ behoore t oorkonde van het welke deze op onze Gewoone wijze hebben onderteekent / Getekent Rato bazaar radja puttij Kattij sul„ than Zignendo martia Lello. Eed aan getrouwheijt door de rajas ten behoeve der hollanders Gedaan Wij rato bazala, radja Puttij Katij Sultace Lignendo maatia Lello rajas van 't land van Nazal verklaeren onder rede en zweeren bij de alcoran bijde rook van 't wierook en volgens onze Gebruijken dat wij het fort Natal oprechtelijk en handen van de heer horceel onderdaen van haer hoog mogende de staaten Generaal der verEenigde nederlanden overgeven, wij sweeren alzo, dat wij hun getrouw zullen zijn en al het gunt wij hun beloofd hebben zullen nakomen, t' oorconde van 't wel„ ke wij alle met hert en hand hebben onderte„ kent (Geteken=t/ rato bazaer rajaIutij Katij sultan Liguendo martia Tello onderstond/ natter den 7: maert 1760: /en daer onder Voor de translatie J: L: Garrison Generaal Int P 20

NL-HaNA_1.04.02_2997_0068 view scan ↗

English

115 H From Sumatra's West Coast, dated the 20 August 1760. From Sumatra's West Coast, dated the 20 March 1760 with its guns and ammunitions, out of the hands of Medor Joseph Carpentier, Captain Commandant of the troops of the King of France, under the orders of the Count D'Estaing, and that we have signed this to serve by way of declaration. Signed: Rato Bazaar, Radja Putti, Kattij Sultan Lignendo Martia Lello. Below stood: For the translation, Signed: S: L: Garrison. Cession of the Rajas for the benefit of the Dutch We, Rato Bazaar, Radja Putti, Katij Sulthan Lignendo Martia Lello, Sultans and Rajas of the country of Natal, declare that we have received out of the hands of Medor Joseph Carpentier the fort of Natal, conquered by the French from the English, and that we, with unanimous willingness, place the very same fort of Natal into the hands of John Abraham van Morschell, subject of the States General of the United Netherlands, so that the said Fort Natal may belong in ownership to the Dutch Company. In witness whereof we have signed this in our usual manner. Signed: Rato Bazaar, Radja Puttij, Kattij Sulthan Zignendo Martia Lello. Oath of fidelity taken by the Rajas for the benefit of the Dutch We, Rato Bazaar, Radja Putti, Katij Sultan Zignendo Maatia Lello, Rajas of the country of Natal, declare under oath and swear by the Quran, by the smoke of the incense, and according to our customs, that we sincerely deliver the fort of Natal into the hands of Morschell, subject of their High Mightinesses the States General of the United Netherlands. We likewise swear that we shall be faithful to them and will fulfill all that we have promised them. In witness whereof we all have signed with heart and hand. Signed: Rato Bazaar, Raja Putti, Katij Sultan Lignendo Martia Lello. Below stood: Natal, the 7 March 1760. And below that: For the translation, J: L: Garrison. General 6 Int 20 117 From Sumatra's West Coast, dated the 20 March 1760. From Sumatra's West Coast, dated the 20 March 1760. In the year 1760, the sixth of March, at eight o'clock in the morning. We, John Abraham van Moschel, Resident of Nias, and Jean Reneke, Captain of the Dutch vessel the Goudvink, declare in the name of our masters, their High Mightinesses the States General, through the intervention of the King of the French, who had surrendered it to them on that condition, to have received out of the hands of the Rajas Dato Bazaar and Regindo Maradja Pello, the fort of Natal, conquered by the French from the English on the 7 February 1760; and acknowledge that the said French, in accordance with the orders of the Count D'Estaing, have left that fort provided with various pieces of cannon and other ammunitions of war, as has been specified in the inventory of that place, for our defense, preservation, and use. In witness whereof, we have signed this certificate on the day and year as above, to serve wherever it ought. Done in the Dutch Fort Natal, on the day and year as above. Was signed: A: I: Carpentier. Lower stood: Minutes by way of inventory of the French fort of Natal, conquered by His Majesty's troops from the English on the 7 February 1760, of which fort the surrender was made by Carpentier, Captain of Infantry, commanding there, pursuant to the order received by him concerning it from the Count D'Estaing, to and in favor of the Rajas Dato Bazaar and Regundo Maradja Pollo, ancient owners and princes of the country, who, by an oath taken, consented to make the surrender, as they have in fact made it, of the said fort of Natal and all that is within it, as specified below, to their High Mightinesses the States General. Agreed: Moschel and J. F. Reijnke, Lele de Chanlaij de Charlemont. Signed to the side: W:t Ligoureux. Below stood: For the translation, Signed: S: L Garrison. Agreed the 3

Dutch transcription

115 H Van Sumatras West Cust onderdato den 20 A:t 1760. Van Sumatr:s Wes=t Cust onder dato den 20 Maart 176 met zijne stucken en ammonntien, uijt han„ een van Medor Joseph Carpentier Cap Commandant der troupes van den koning van vrankrijk onder de ordres van de heer Graeff D'Ostaing en dat wij dese ondertekent hebben om bij weege van verklaring te dienen /: Getekent/ rato bazaar Radja Luttij, Kattij sultan Lignendo Martia Lello /.onderstond/ door de translatie /Getekent/ S: L: Garrison. cessie der Rajas Ten behoe„ ve der Hollanders Wij rato bazaer, Radja Putti katij sulthan Lignendo Martia Lello sulthans rajas van 't land van Natal verklaeren dat wij uijt handen van de heer Medor Joseph Carpentier ontfangen hebben het fort Natal door de franschen over de Engelschen veroverd en dat wij met eene Eenparige vrijwilligheijt het zelve fort Natal in handen van de heer John Abra ham van morschel onderdaen der staten Generaal der verEenigde Nederlanden stellen op dat het Gemelde Fort Natal in Eijgen„ dom aen de hollandese maetschappij toe„ behoore t oorkonde van het welke deze op onze Gewoone wijze hebben onderteekent /Getekent Rato bazaar radja puttij Kattij sul„ than Zignendo martia Lello. hed aan getrouwheijt door de rajas ten behoeve der hollanders Gedaan Wij rato bazaer, radja Luttij Katij Sultan Zignendo maatia Lello rajas van 't land van Nazal verklaeren onder hede en zweeren bij de alcoran bijde rook van 't wierook en volgens onze Gebruijken dat wij het fort Natal oprechtelijk en handen van de heer horceel onderdaen van haer hoog mogende de staaten Generaal der verEenigde nederlanden overgeven, wij sweeren alzo, dat wij hun Getrouw zullen zijn en al het gunt wij hun beloofd hebben zullen nakomen, t'oorconde van 't wel„ se wij alle net hert en hand hebben onderte„ kent (Geteken=t/ rato bazaer rajaIutij Katij sultan Liguendo martia Tello /onderstond/ natter den 7: maert 1760: /en daer onder voor de translatie J: L: Garrison Generaal 6 Int 20 117 Van Sumatrs West Cust onder dato den 20 M' 1760 Van Sumatr: West Cust onderdato den 20 M=rt 1760. In 't Jaer 1760. den sesde maert des ogtends om agt uuren. verklaren wij, Iohn Abraham van Moschel, resident van Nias, en Jean Reneke, Capitain van 't hollandsche vaertuijg de goud vink uijt naeme onser meesteren haer hoog mogende de staaten Generaal door tusschen Koning der franschen, dewelke het hun op die conditie hadden overgegeven, uijt handen van de rajas Dato Bazaar, en regindo ma radja Pello, het fort van Natal doorde franschen op den 7: febr: 1760. over de Engelschen verooerd; en bekennen dat de Gemelde franschen, en gevolge de ordres van den Graaff De Testaing, dat fort Gelaten hebben, voorsien van verscheijde stucken Canon, en andere am„ monitien van oorlog:/: Gelijk zulx Gespecifi„ ceerd geworden is in den Jnventaris van die plaats:/ tot onze defensie behoud en Ge„ beuijkt Toirkonde van 't welke, wij dit Certificaet ten dageen' Jaere als boven ondertekend hebben om te dienen daer 't Gehoord. Gedaen ij 't hollandsche Fort Natal ten dage en Jaere als boven /:was Getekent A: I: Carpentier /Lagerstond /. voor verbaal Bij wege van Jnventaris van het fransche fort Natal op den 7: februarij 1760. door zijn majesteijt trouppes over d Engel„ schen veroverd, van welk fort de af„ stand door de heer Carpentier, capitain der voetknegten, aldaer Commanderende, ingevolge de ordre door hem daer van van den heer Grave D' Ostaing ontfangen gedaen is aen en ten faveure van de rajas Dato bazaar en regundo Maradja Pollo oude Eijgenaers en vorsten van 't land dewel„ ke door Eene afgelegden Eede toegestemd hebben de overgave te doen, Gelijk zij sulx wezentlijk Gedaan hebben, van het Gemelde fort Natal en al het geene er in is zo als hier onder Gespecificeerd staet aan haer hoog mogende de staaten Gener:l Accord:/ Moschel en J f:. Reijnk LelE: de chanlaij de Charlemont /: ter zijde Gete„ kent /. W:t Ligoureux /:onderstond:/ door de Translatie (:Getekent:) S: L Garrison Accord der 3

NL-HaNA_1.04.02_2997_0070 view scan ↗

English

119 West Coast of Sumatra under date of the 20th of March 1760. From Sumatra's West Coast under date of the 20th of May 1760. of the United Netherlands, and to the Dutch Company, which official report of the state of the place and inventory has been drawn up and prepared, as it should be, by us Jean Baptiste Martin, agent of the ships, acting in the capacity of Commissioner in the name of the French, and Johan Abraham van Morceel, resident of the Island of Nias on behalf of the States General and the Dutch Company, and by us rajas Dato Bazaar and Regindo Maradja Lello. A palisaded fort of 36 rods square, with two bastions opposite each other at the corners, one of which is mounted with 8 iron swivel guns of half-pound ball. A powder magazine, containing three small barrels of powder, one small barrel with cartridges and 400 cartridges. A separate bastion, made of earth and projecting forward, mounted with six pieces of cannon, 3 of 4 lb ball and 3 of 5 lb ball, four of which are on carriages; three swivel guns of 1 lb ball; five pieces of cannon of 2 lb ball, eighteen A smithy 15 feet long and 12 feet wide, situated outside the fort. A row of barracks made of timber planks built on both sides of the gate of the fort to the left and right, 28 rods long, 32 feet wide. A new magazine of planks 27 feet long, 19 feet wide. A building of 28 feet long comprising several small warehouses. A hospital of planks with its rooms and appurtenances, 29 feet long and 26 feet wide. A house of planks with 2 galleries, 36 feet long and 24 feet wide, in which are 5 beds, 2 chest of drawers tables, a bureau, and 3 chairs. A pigeon coop, a kitchen, and a magazine. A house with 2 galleries, of planks, 42 feet long, 30 feet wide, containing nine rooms, in which are 7 beds, 2 bureaus, a table, and six chairs, a kitchen, and one hundred pieces of round shot of 5 and 4 lb. A magazine with its dependencies situated outside the fort and palisaded, 36 feet long at a width of 19 feet. one hundred. 121 From Sumatra's West Coast under date of the 20th of March 1760. From Sumatra's West Coast under date of the 20th of March 1760. A warehouse, in which is one barrel of gambier, 100 porcelain bowls, and 150 ditto plates. The house of the Governor, of planks, with 2 galleries, 50 feet long and 36 wide, in which are 2 beds, 4 round tables, a large dining table, a sideboard, a kitchen, a pigeon coop, two warehouses, and further appurtenances. A garden with a small house, 15 feet long and twelve feet wide. One horse, 450 parangs, and 6000 lb rice. We, the Agent, declare that the above-mentioned goods have been delivered by Mr. Carpentier to the rajas Dato Bazaar and Regindo Maradja Lello pursuant to the orders of Count Charles D'Estaing. We, rajas, acknowledge having received the said fort and the above-mentioned goods in order to surrender the same to the Dutch, which we have done. And we, Johan Abraham van Morceel, resident of Nias, and Jean Reneke, captain of the boat the Goudvink belonging to the Dutch, declare to have taken possession of Fort Natal and the above-mentioned goods in the name of our Lords the States General and the Dutch Company. In witness whereof this report and inventory have been made mutually with common consent in the presence of: Below was written: as acceptors and transferors. Was signed with some Arabic characters. Signed lower: J. A. v. Moschel. Was signed: J. B. Martin, J. B. Ligoureux, Le Ch. de Clauplain, De Charlemont. And below that, for the translation, was signed: S. L. Garrison. 123 From Sumatra's West Coast, the 15th of March Anno 1760. From Sumatra's West Coast, the 15th of March 1760. To the Honorable, Worshipful Fredrik van der Wall, Commander of Sumatra's West Coast, together with the Council at Padang. Honorable, Worshipful Sir! and Pursuant to the commission entrusted to us yesterday, the 14th of March, in the assembly, we have delivered their letter to the Count Charles Deodate D'Estaing, Brigadier of the King's Army, Commandant and Chief of the King's troops and ships on this coast; who, after reading it in the presence of the officers who were with him, brought us into his private apartment and explained that, regardless of the Company's lawful claim to Natal and Tappianouly, he had, upon the express order of his king to show every favor to the Dutch wherever encountered, ceded those made conquests to the native regents Bagindo Maharadja Lello and Dato Bazaar, on condition that they recognize the Dutch East India Company as their protecting lord, transfer the fort, ammunition, etc., and at the same time take the oath according to their native custom upon the Quran, all of which was then performed in the presence of his Commissioner Jean Baptiste Martin to the former resident of Nias J. A. van Mossel, amid the hoisting and saluting of the Dutch flag. That, having now done everything in his power to the advantage of the Dutch, it was now also up to us to protect ourselves against shame and damage and to make use of the advantages which he is freely bringing and still intends to bring to the Company, as he intends to make himself master of the entire coast; wherefore he also did not doubt that we would provisionally place a garrison on Natal and Tappianouly; and, being well aware that the Dutch in the Indies are more powerful than any other nation, it would depend solely upon our prudence to provide for our weakness on this coast in these times, by informing our Gentlemen Generals of these matters in good time.

Dutch transcription

119 tCust onder dato den 20:' Maert 1760. Van Sumatrs Hest Van Sumats West Cust onderdato den 20 M„j 1760. der verEenigde Nederlanden, en aen de Neder„ lantsche maatschappij weck verbaal van de staat van de plaats en Jnventaris, Gemaekt en nevens ons Jean Baptiste martin agent der scheepen de dienst van Commissaris waerne„ mende uijt Name van de franschen en Johan abraham van Morceel resident van 't Eijland van Nias van wegen de staaten Generaal ende Nederlandse maatschappij en door ons rajas Dato ba zaer en Reginds maradja Pello, om te dienen daer 't behoord opgemaekt Geworden is. Een gepalissadeert fort van 36: roeden in't vierkant, met twee bolwerken tegen malkanderen over op de hoeken waer van een met 8 ijzere bassen, van een half pond bals Gemonteerd is, — Een kruijt beelder, waer in drie vaetjes kruijt, Een vaetje met patroonen en 400 Car„ „doesen. Een Separaat bolwerk, van aerde Gemaekt en voor uijtsteekende, Gemonteerd met seb. stucken Canon, 3. van 4 lb bals en 3 van 5 lb bals waer van vier op affuijten; drie bassen van 1. lb bals; vijf stucken Canon van 2 lb bals agtien Een smederij Lang 15 en breed 12 voeten, buijten het bort Gelegen, Een reij Cazeanes van balk Planken aen weerskanten van de poort van 't fort Lings en regts Gebouwt lang 28 roeden, breet 32: voeten Een nieuw maguazijn van Planken lang 27: voeten breed 19 voeten Een Gebouw van 28 voeten lang uijt makende verscheijde kleijne Pakhuijzen Een hospitaal van Planken met sijn kamers & toebehooren lang 29. en breed 26. voeten. Een huijs van Planken met 2 gaenderijen, Lang 36 voeten en breed 24: voeten, waer in 5 bedden 2 Laade tafels, den bireau„ en 3. stoelen. Een duijmhok den Combuijs, en een maguazijn, Een huijs met 2 gaenderijen, van Planken, lang 42. breed 30 voeten waer in negen kamers waer in 7 bedden, 2 bureaux een taffel en ses stoel en, Een Combuijs, en hondert stuks rond scheerp van 5 en 4 lb. Een maguazijn met dies dependentien gelegen buijten het fort en gepalissadeert, Lang 36 voeten op eene Reete van 19: voe„ ten — hondert. E en N - 121 Van Sumatras West Cust onderdato den 20 Maert 1760 Van Sumaties West Cust onderdato den 20 Maert 1760. Een Pakeuijs, waer in Een vat Gattegamber, 100 porcelijne Commen en 150. do borden het huijs van den Gouverneur van planken met 2 gaenderijen van 50 voet lang en 36. breed waer in 2 beddens 4 ronde tafels Een groote Eetens tafel een buffel een Com„ huijs een Duijverok twee pakhuijzen en aerdere toebeehoorigheeden Een thuijn met een huijsje Lang 15 en breed twaalf voeten. Een Paard 450 parrings en 6000 lb rijs. Wij Agent verklaeren dat de bovengem: goederen ingevolge de ordres vanden hecrel Geare D'Ostaing door de heer Carpentier aande aajas Dato bazaar en requido maradja Lello overgeven zijn wij najas bekennen het Gemelde fort ende op„ gemelde Goederen ontfangen te hebben om dezelve aende hollanders over tegeven, 't Geene wij gedaan An wij John abraham van morceel resident van Nias en Jean Reneke Capitain van de boot de goud vink, toebehoorende aen de hollanders, verklaeren possessie van het fort natal ende bovengemelde Goederen uijt name van onze hearen destaaten Generaal, ende hebben. Nederlandse Maatschappij Geno„ men te heebeben. Toirzonde van't welke over en weder met Gemeen Consent dit verbaal en inventaris hebben Ge maekt ten bij weezen van /onderstond:/ als acceptanten en transportanten /was Getekent met eenige arabische Characters /lager Getekent/ I A v moschel (was Getekent:/ I: B. Martin I: B: Ligoureux Le Cb: de Clauplain De Charlemont / en daer onder /voor de translatie /:was Getekent:/S L: Garrison Rapport Nederlandse . 123 Van Sumatrs West Cust Den 15:e Maart Ao 1760. Van Sumatr„s West Cust Den 15: Maert 1760. /. Aan den Wel Edele agtb: Heer Fredrik van d' Wall, Commandeur van Sumatras rest Cust, benevens Den Raad tot Padang. Wel Edele Agtb: Heer! en Mij hebben ingevolge de ons op gistre den 14:' maert in vergadering opgedragene Commissie der zelver briev overhandigt aen den Graav Charles Deo„ Date D' Aslaingh, Origadier van 's konings armee„ Commandant en Cheff van 'skonings strouppen en scheepen ter desen Custe; de welker naer lecture„ in tegenswoordigheijt van de bij zig hebbende officiers ons in desselfes apart vervrek Gebragt hebbende zig Expliceerden dat vernietigt van sComp regtmatige pretensie op natter en Tappianoulij hij op de Expressen ordre van zijn koning van de hollanders over al waer ontmoet alles Goed te bewijzen die Gemaek„ ten Conquesten aen de Jnlandse regenten bagindo maharadja Lello en Dato bazier had afgestaan, op voorwaerde de hollandse oost Jn„ dische Comp: als haeren bescheren heer te erkeennen, transport te doen van fort, ammunitie enz, teffens der eeld volgens haar landwijze op den alcoran af te leggen, welk alles dan ten overstaan van zijn Commissaris Jan baphist Martin ver„ rigt is aan den Geweelen resident van Nias A: van mosselen onder het opheijschen en salueeren van den hollandschen vlagt. dat hij nu alles in zijn vermogen verrigt hebbende ten voordeele van de hollanders, het ook nu aen ons stond ons zelver voor schanden en schaade te behoeden en Gebruijk te maken van de voordeelen, dien hij wij en franco de Comp: is toebrengende, en nog meend toe te brengen, als voornemens zijnde ons meester te maken van de Ge„ heele Cust, weshalven ook niet twijfgel„ den, of wij zouden provisioneel op Nat„ tel en tappianoulij een bezetting leggen en hem wel bewust de hollanders in Jndien magtiger als eenig andre natie was het ook van onzen voorzigtigheijt alleen zoude dependeeren te voorzien in onzen zwac„ keter ter dezer Cust in deezen tijden, door bij tijds van het een en ander onzen had ad ld Generaal Heeren.

NL-HaNA_1.04.02_2997_0073 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 15th of March 1760. From Sumatra's West Coast, the 15th of March 1760. To give prompt notice to the Governor-General and Council of the Indies, which was requested of us if it had not already happened, which we intended to effect at the earliest opportunity, and at the same time to communicate that his intention was, after the conquest of Bengkulu, to plant the Dutch flag there and to sell merchandise, pepper, or whatever else to the Company if desired, or, in the event of refusal of either, to leave a garrison there for the French crown and to request Their High Excellencies for the hire of one or two ships in order to transport the aforesaid goods to Mauritius; Whereupon we put forward that we had already informed Their High Excellencies of his arrival and the reasons thereof against the English, and that we had resolved to make a further express report within four days of what had happened since that time, as we found ourselves in no condition nor authorized to decide anything upon any of the propositions he had made or was yet to make, because those intercepted English letters did indeed dictate to us the evil intention of that nation against ours, but made no mention yet of a publicly declared war. Furthermore, the Count d'Estaing expressed that he had reason for displeasure with our conduct. Wherefore, if he retained those good sentiments for the Dutch, he might please, after the execution of his expedition, to make his propositions directly to the Governor-General and Council of the Indies; to which end, so that it might take place expeditiously, it was resolved in our meeting to let a sloop cruise back and forth off Bengkulu, which we request him to dispatch as promptly as possible after the execution of his design, or according to the outcome of affairs, with such a letter or papers as he should see fit to address to the General and Council at Batavia. While we were nevertheless also expressly commissioned to thank him for the generous and good intentions toward our Company, of which, however, with regard to Natal and Tapanuli, we could not have made use, unless the legitimate rulers of those lands had called upon the Company as their old protecting lord, and thus we believed we could do so with right and equity. Regarding From Sumatra's West Coast, the 15th of March 1760. From Sumatra's West Coast, the 15th of March 1760. Regarding the English refugees from Tapanuli, whom, as they said, we had not only assisted with provisions, but had even provided with a vessel in order to escape therewith to Bengkulu, whereas the Dutch, however, had had to surrender the French refugees of Chandernagore to the English; against which we adduced that such had now occurred in like manner through our resident at Barus, and that the refugees who had arrived from there with the sloop De Nieuw had not even set foot ashore here; but, as the mate of that vessel, Marinus Koster, had come to report to us in the meeting, that very night after having arrived the evening before, they had all absent-ed themselves from it and, without doubt, upon seeing the approach of the French ships, managed to get hold of a small vessel with which they escaped; wherefore, as a token that we could not accept this accusation, we would safely be willing to offer one of us all as a hostage, apart from and besides the fact that from us, serving as a neutral power, it could also not be demanded to expressly detain refugees of a power with whom the state, as far as we at least are not yet better informed, lives in peace, in order to surrender them into the hands of their enemy. Just as it was also without our prior knowledge, much less our approval, that the prisoners of war, both sick and healthy, were sent ashore before we could resolve anything against it or had the time to lodge a protest against it, as has now been done in the delivered letter, and we are expressly doing so, being in no way able to vouch for their conduct ashore during his absence, nor were we suited or capable of offering any assistance for their guarding, and therefore protested being unaccountable for the consequences that might at times result therefrom. To all of which protests made, solely replied

Dutch transcription

183 Van Sumatras dest Cust Den 15 Maert 1760. — G Van Sumatr„s West Cust Den 15:' Maert 1760 Generaal en Raden van Jndia prompten kennis tegeren, 't welk van ons verzogt, zo nog niet Geschiet was, wij met den Eersten wilden in't werk stellen, teffens te Communiceeren, zijn intentie was na de vermeestering van bangahoulou aldaer den hollandschen vlagt plan„ „ten, en negotie Goederen, peeper, of wat des meer is aen de Comp: des begeerende te verkoo„ pen, ofte bij wijgering van het een en ander, aldaer voor de frause kroon bezetting te laa„ ten en haer hoog Edelens te verzoeken, een â twee scheepen in huur om voorschr:n goederen naer mauritius te transporteeren; Waer op wij advanceerden berijds haer hoog Ed:s van zijn komst en reeden van dien tegens de Engelsen Geinformeert te hebben en dat wij het secdert die tijd Gepasseerden binnen vier dagen nader Geresolveert expresse hadden persoek te doen, alzo in geen staet, ook niet Geautoriseert vonden op een van desselfs gedaenen of nog te doenen propo„ sities iets te konnen besluijten, om dat die onderschepten Engelsen brieven ons wel dicteerden de quaade intentie dier natie tegens de onze, maer nog geen gewagh maakten van een publijcq gedeclareerden oorlog, Wijders betuijgden den Graav D' Ostaing reden van ongenoegen te hebben in onzen Conduites Weshalven, zo hij die goeden gevoelens voor de hollanders kleev behoudent, hij dan naer volvoering zijner Expeditie direct Generael en raden van Jndien zijne voorstellinge Gelievden te doen; ten eijnden zulx expedit geschiedde in onze vergadering besloten was een Chaloup af en aan Bangaholou te laten kruijzen, dien wij verzoeken naer verrigting van zijn desseijn ofte wel naer de uijtkomst van zaken spoedigte depecheeren met zodanig een briev of papieren, als zoude goedvinden aan Generaal en Raaden op batavia te addresseeren. Terwijl wij egter expeesselijk ook Gecommitteerd waren hem te bedanken voor de Genereuse en goeden intentie voor onze Comp:, waer van nogthans ten opsigte van Natter en tappia„ noulij geen gebruijk zouden hebben konnen maken, als net de wettige regenten van die landen de Comp: als hunner onden bescherm heer hadden ingeroepen, en dus wij vermeenden zulx met regt en billijkheijt te konnen doen - omtrend 127 Van Sumatrs West Cust Den 15:' Maert 1760. Van Sumatrs West Cust den 15:' Maert 1760 omtrend de Jngelsen vlugtelingen van tappianou„ hij dien wij zo als zij sijden niet alleen had„ den bijgestaan met levensmiddelen, maer zelfs een vaertuijg bezorgdt om daer mede naer banquohon te echappeeren, daar de hollanders egter de franse vlugte„ linge van Chandernagoor aan de Engelsen hadden moeten overgeven, waar tegens wij in bragt en zulx thans in zelver voegen geschied te zijn door onzen resident op baros en dat de vlugtelinge, die met de Chaloup de nieuw van daer waren aenge„ komen alhier niet eens voet aan wal gehad hebben; maer Gelijk ons den stuur„ man van dat vaertuijg, marinus koster, in vergadering was komen rapport brengen, die zelfde nagt, dat savonds te vooren gearriveert zijn, alle zig van dezelve hebben geabsenteert, en zonder twijf„ bel, op het zien nadeeren der fransen scheepen, een klijn vaertuijg weeten mag „tig te worden, waer mede Geclappeert zijn, derhalven ten teeken ons deeze beschuldiging niet konden toeEijgenen wij wel Gerust een van ons alle tot Gij„ zaar zouden willen stellen, buijten en behalven het van ons als een neutrale mogentheijt dienende ook niet zoud konnen gevergd worden, vlugtelinge van eenen mogend„ heijt met wien den staat, zo als wij ten minsten nog niet beeter onderrigt zijn in vreede leefdt, expresselijk aen te houden, om over tegeven in handen van hunnen vij„ ander. Gelijk ook met onze voorkennis, veel min Goed vinden is Geweest het aan wal zenden der krijgs gevangene zoo zieken als Gezonden, eer en alvoorens wij iets daer tegens konden resolveeren, op de tijd hadden een protest daer tegens in te brengen zo als thans Geschied is in de overhandigden briev en nog wel ex„ presselijk zijn doenden in Geenen deele kon„ nende instaan voor het Gedrag dezelve aanwal Gedurende zijne absentie, ook niet gevoegd of vermogen waeren tot hunner bewaring eenige adsistentie te bieden en derhalven protesteerden onver andwoordelijk te zijn voor de gevol„ gen, die daer uijt somtijds zouden kon„ nen resulteeren. op al welke Gedaene protestaties eenlijk en Gereblic 86 te

NL-HaNA_1.04.02_2997_0075 view scan ↗

English

129 From: Sumatra's West Coast, the 15th of March 1760. From Surat, the 16th of November 1759. It was replied that we were cautious, but that he could not sufficiently understand why the Dutch, particularly here, who suffered so much damage inflicted by the English and on the other hand received nothing but kindnesses from the French, nevertheless seemed more inclined towards that nation in everything than towards his own; but that he could not blame us for strictly following the orders of our sovereign, just as he for his part could not deviate from the orders of his king, pursuant to which he persisted in his made demand for all military personnel or others who are subjects of the crown. Against which it was brought forward by us that our garrison might thereby be significantly reduced, and also that some might perhaps be found who, out of fickleness or desire for change, might pretend to be such; he nevertheless insisted once again seriously upon having them, saying that one only needed to set a price upon them, or if one wished, he would allow an equal number of men from the prisoners of war, who were willing, to cross over into our service; but that he was already well informed who and how many French subjects were in our garrison, and that he was obliged to declare to us that he would not deviate from his orders in that respect, but absolutely demanded them in the name of his king, who had granted pardon to all deserters. Whereof we promised to make a report immediately, meanwhile requesting the restitution of all those from our garrison or servants who had come on board without prior knowledge; which having been promised to us, we took our leave in a polite manner, and departing from on board were saluted with 5 shots. Wherewith, hoping to have fulfilled the intention of our commission, I have the honor to be with due respect, undersigned: Right Honorable, Honorable Sir and Sirs, lower: Your Right Honorable's obedient, humble servants, was signed: H. v. Staveren, J. N. Flierens, and R. Palm, in the margin: Padang on Sumatra's West Coast, the 15th of March 1760. No. 1. An original secret missive to their High Nobles the Lords of the High Indies Government, dated 16 November 1759. No. 2. Copy of secret resolutions of the 16th of November 1759. No. 3. Copy of secret resolutions of the 11th of October 1759. No. 4. Copy of secret resolutions of the 16th of October 1759. No. 5. Copy of secret resolutions of the 26th of October 1759. No. 10. A duplicate missive from the Cassimbazar Chief to the Honorable Director here, written: from the Patna Chief to the aforementioned Lord Director. Underneath stood: Surat, the 17th of November 1759. Was signed: O. H. Ruperti, Secretary. No. 7. Copy of secret resolutions of the 23rd of October 1759. No. 4. Copy of secret resolutions of the 11th of August 1759. No. 9. Copy of secret resolutions of the 2nd of November 1759. No. 3. Copy of secret resolutions of the 24th... Register of such secret papers as are sent this day per the snow de Jonge Jacob via Ceylon with all respect to His Excellency, the Most Honorable and Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and its General Chartered East India Company, Governor-General, together with the Right Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies. 131 From Surat, the 16th of November 1759. From Surat, the 16th of November 1759. Batavia. To His Excellency, the Most Honorable and Highly Esteemed Lord Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of the State of the United Netherlands, as well as on behalf of the same and its General East India Company, Governor-General, together with the Right Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies. Most Honorable and Far-Ruling Lords! We have had the honor of receiving Your High Nobles' original and duplicate secret missive of the 10th of August with the annexes that accompanied the same, from the first of which we observed to our particular pleasure that Your High Nobles have deigned to honor with your esteemed approval our devised and executed measures to secure the Company's possessions, effects, privileges, and servants as much as possible, to remain outside difficulties wherein we could not have extricated ourselves with honor or without detriment, and in the meantime to derive some benefit from the troublesome circumstances; our duty shall be to let Your High Nobles' remarks regarding the enlistment of native soldiers serve as our guide for the future, only stating in explanation of our writing of last year concerning the same, which gave some cause thereto, that although essentially no reliance could be placed upon their bravery, and even less upon their loyalty if one were forced to take up arms against Europeans or Moors, yet in our view, in a time of domestic unrest, or especially when the city itself seems destined to become the theater of war, they are necessary to protect the Company's warehouses and further properties from looting and arson by a small roaming party or by the common people, and that their faintheartedness makes it necessary, if possible...

Dutch transcription

129 Van: Sumatrs West Cust Den 15:' Maert 1760. Van Souratta Den 16:' November 1759. Gerepliceerd wierd, wij voorzigtig waeren, maer dat hij zig niet genoeg kon begrijpen, de hollanders in 't hijzonder alhier die zo veel leeden schaaden door de Engelsen werden toegebragt, en aan de andre kant niet als weldaaden van de franschen ont„ fangen die natie in alles egter nog meer genegen scheenen als de haeren, dog dat hij ons met konqua„ lijk neemen wij stiptelijk de ordres van onzen souverain volgden, Gelijk hij van zijn kant ook niet kon afwijken van de ordres van zijn koning, ingevolgen van welken hij persisteerden bij zijn Gedaenen sommatie van alle militaire of anderen die onderdanen zijn van de kroon waer tegens door ons ingebragt, ons guarnizoen merklijk daer mede misscheien verminderen zoud, ook dat er misschien wel zouden gevonden werden die uijt wispelturigheijt of lust tot verandering zulx zou„ den konnen voorgeven; insteerden bij egter ander„ maele op sericuste om dezelve, zeggende men dezelve maer op prijst moest stellen of zo men wilden hij Gelijkee manschappij vande krijgsgevangene, die lust hadden, zoud langeren om in onzen dienst over te gaan; maer dat hij reeds wel onderrigt was wie en hoeveel franschen onderdaenen in ons guarnizoen waren en dat hij genoodzaekt was ons te declareeren niet van zijn orders ten dien opsigten te zul„ len afwijken, maer dezelve absolut requireerden uijt naem van zijn koning die alle deserteurs had pardon gegeven. waer van wij beloovden aenstonds te sullen verslag, doen inmiddels verzoekende, alle die van ons guarnisoen of dienderen zonder voorkennis aen boord quamen te restitueeren; 't welk aan ons be„ loovd zijnden wij op een beleevde wijze ons afsceijd kreegen en van boord vertreckende met 5 schoten gesallueert zijn. waer mede in hoope aende intentie van onze Commissie voldaen te hebben de eer hebbe met schuldigden Eerbied te zij /onderst:/ wel Ed: agtb heer en heeren /:Lager/ uw Ed: agtb: ouderd: dienstwillige Dienaer /:was Getekent:) H v Sta„ veren, J: N: Flierens en R Palm (:in margine/ Padang op Suma„ tras westcust den 15: maert 1760. No 1. Een origineele secreete missive aan halr hoog Edelens de heeren der Hooge Jndiasche regeering in dato 16 november 1759. — „ 2 Copia secreete resolutien van den 16 novemer 1759. __o _o „ _o „ „ 11: 8 ber „ _ _o „ _o „ „ 16: _o _o „ _o „ „ 26: _o _o „ 10 Een duplicaat missive van't assimbazalas opperhoofd aanden eeen directeur alhier Gesz: _o „ het Patnas opperhoofd van welm: heer directeur (onderstond) Souratta den 17 November 1759 (was Getekent) O: H: Ruperti secrets „ 7 _o „ _o „ „ 23: _o _o 4 _o „ do „ „ 11: aug„s _o „ 9. _ „ _o „ „ 2: 9ber: _o „ 3 _o „ d„o „ 24: — Register van sodanige secreete Papieren als en op heeden perdesnauw de Ionge Iacob overCeilon Eerbiediglijk ver zouden worden aen zijn Excellentie den Hoog Edelen Groot Agtb: Heere Jacob Mossel Generaal overd' Jnfanterie ten dienste van den staat der vereenigde Neder„ landen mitsgaders wegens dezelve en hare Generale Geoctroijeerde oost Jndische Comp: Gouverneur Gener:l Benevens D' wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia G Segu lea „ 5 „ 6. — „ 8 _o „ 11. „ _o H 131 Van Souratta Den 16: November 1759. Van Souratta den 16 November 1759. Batavia Aan zijn Excellentie Den Hoog Edelen Groot Agtb Heere Jacob Mossel, Generaal over de Jnfantenie, ten dienste vanden staat der verEenigde Nederlanden, mitsgaders wegens dezelve en haere algemeene oost„ Jndisch Comp: Gouverneur Generaal benevens D Wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia. Hoog Edele wijdgebiedende Heeren! Wij hebben de hore Gehad wel 't ontfangen uw hoog Edelens origineele, en Duplicaat Secreete missive van den 10: aug:s met de bijlagen welke dezelve hebben Geaccompagneerd, bij welke eerste wij tot ons sonderling ge„ noegen gezien hebben, dat uw hoog Edelens onze beraemde en in 't werk Gestel„ de maetsregulen om sComp: possessien, effecten privilegien, en dienaeren zo veel mogelijk te secureeren, buijten moeijelijkheeden te blijven, daer w' ons niet met eene of zonder nadeel in't zouden hebben kunnen redden, en in„ tusschen van de trouwle omstandigheden eenig nut te beecken, hebben gelieven te vereeren met haere G'eerde goedkeure, zullende ons uw hoog Edelens aenmerking ten reguarde van het aenneemen van inlands krijgs volk schuldpligtig ternarigt voorden aenstaende laten strecken, eenlijk tot Eoplicatie van ons voorjarig schrijvens aengaende het zelve welk daer toe eenigsints aenleiding gegeven heeft zeggende, dat of schoon me„ sentlijk op hunne dapperheijd, en nog minder op hunne trouwe te rekenen zoude wee„ zen, bij aldien men genoodsaekt ware tegens europeezen of Mooren de wapenen op te vatten, = egter onzes eragtens in een tijd van binnen landsche onlusten, of wel voor„ namentlijk als destads selfs het tonneel van den oorlog schijnt te zullen werden, noodsakelijk zijn om sComp Pakhuijzen en verdere eijgendommen voor roof en brand„ stigting van een kleine stroopende partij, of van het Gemeene volk te rekken ^ noodzakelyk en dat hunne ulemmoedigheijt ^ maekt, mogelijk 182 let 8

NL-HaNA_1.04.02_2997_0077 view scan ↗

English

From Souratta, the 16th of November 1759. From Souratta, the 16th of November 1759. to take a greater number to that end than would otherwise be necessary, apart from and besides the fact that, however determined one might be to maintain neutrality carefully, one cannot know through what incidents one might be entangled in the troubles against one's will and wishes, and that in the absence of better options one must manage with whatever one can obtain. At least these are our thoughts regarding this subject, which we very gladly submit to your High Honours' more mature judgment, and the only motives that induced us and the other Surat ministers to take these people into service. The English gentlemen not only remain the peaceful possessors of the Castle, but have even these days, as they say and as has also been confirmed to us by others, obtained the requested Patents from the Delhi Court, whereby the Government of the Castle and the Admiralty of the Empire are conferred upon the English Company, without having cost them more than 40 to 50,000 Rupees. We very readily agree, Right Honourable Sirs, that it would not well accord with the interest of the English, now that they participate in the tolls, to thwart us so far in a time when we are at peace with Great Britain that we should be compelled to abandon Souratta; but when we had the honour of addressing our respectful letter of the 10th of March of this year to your High Honours, it was still uncertain whether they had stipulated this from the city regents, or would be able to stipulate it, since Sidi Havis Masoetchan, father of the last Moorish Castle Governor Sidi Havis Ametchan, according to the posthumous memoir of the Councillor Extraordinary Johan Schreuder chapter 11, was the first and also the only one who had that, their predecessors in that office having had to content themselves with the revenues of the villages and lands belonging under the Castle, and the former commanders of the armada or representatives of the Prince of Japoer as Hereditary Admiral of the Hindustani Empire with a limited high sum from the city revenues, as Sidi Aemetchan likewise only enjoyed. Yet nevertheless, our thoughts were never that the English would in time of peace compel us by means of force and violence to quit Souratta, but rather through all kinds of hindrances in trade, which—unable to foresee that the regents would so suddenly grant them everything they desired—we seemed to be able reasonably to imagine; and we hope that the outcome may show that our reasonings about our fate in case it should come to a rupture with England, which as late as last May seemed inevitable according to private reports in the Netherlands, as dealt with in our accompanying secret resolution of the 23rd of October last, were also too gloomy, but that our earnest meditation on that momentous matter, causing us great concern, may nevertheless meet with your High Honours' approval. Meanwhile, in fulfillment of our obligation, we shall not fail to let your High Honours' orders concerning the possessors of the Castle serve as a rule and guide for our conduct; yet let us be permitted to remark in that regard that we cannot well conceive that the difference should consist solely in recognizing a European in matters where formerly permission from a Moor was required, but we have been of the opinion, and still are, that it also implies that whereas formerly we were subject to only one people, namely the Moors alone, we now have two masters, to wit, a Moor or original inhabitant of the country, and the English, who were formerly on an equal footing with us, but have now grown over our heads, and that the recognition of the latter as such by the natives, however slavish their own nature may be,

Dutch transcription

133 T Van Souratta Den 16: November 1759. Van Souratta Den 16: November 1759. het getal ten dien einde groter te nemen als weel anders nodig zoude wezen, buijten en be„ halven dat men, hoe zeer ook gedetermineerd de neutraliteijt sorgvuldig te bewaren niet weeten kan door welke toevallen men, tegens wil en dank in de onlusten kan ingewickeld werden, en dat men zig bij man„ quement van beter moet behelpen met het geene men krijgen kan Althans dit zijn onze gedagten ten opsigte van dit onderwerp, die wij zeer gaerne aen uw hoog Edelens rijper oordeel submitteeren, en de eenigste motiven welke ons de verdere souaatse ministers bewogen hebben dat volk in dienst te neemen. D' Heeren Engelschen blijven niet alleen viedige bezitters van het Casteel maer hebben zelfs dezer dagen, zo sij seggen en ons ook van anderen versekerd is, de versogte Patenten van het dillijse Hof bekomen, waer bij de Engelsche Comp het Gouvernement van het Casteel en admiraal schap van het Rijk werd opgedragen zonder dat het hen meer als 40 a 50'000 Ropijen gekogt heeft Wij stemmen zeer gaerne toe, Hoog Edele Heeren, dat het met het in„ trest der Engelschen, nu zij inde tollen participeeren niet wel zoude over een ko„ men ons in een tijd dat wij met Groot brittamnen in vreede zijn, zo verre te tra„ verseeren, dat wij Genoodsaekt wierden souratta te runnen, maer toen wij de Eere hadden aan uw hoog Edelens te rigten onze eerbiedige van den 10:' maert dezes Iaers was het nog onseker, of zij sulx vande stads regenten hadden bedongen, of zouden kunnen bedingen, vermits sidie Havis Masoet chan vader vanden laasten Moorschen Casteels Gouverneur Sidie Havis Annetchan blijkeens Nage„ latene memorie vanden heer raad Extraord:r Johan Schreuder cap: 11 d' eerste en ook d' eenigste is geweest, die zulx Ge„ had heeft, hebbende hunne predecesseurs in dat ampt zig moeten vergenoegen met de revenues der Dorpen en Lan„ derijen die onder het Casteel sorteeren ende voorige hoofden van de armase of representanten vanden vorst van Japoer als Erf=admiraal van het Aa G Hinderstansche rijk, met een gelimiteerde hoog Somma t 135 Van Souratta Den 16: Novemb„r 1759 Van Souratta Den 16: November 1759. somma uijt de stads inkomsten, zo als sidie Aemetchan ook maer heeft Genoten. Dog der niet te min zijn onze Gedagten noijt Geweest, dat d' Engelschen ons in reedenstijd door middelen van dwang en gemeld zouden noodzaken souratta te quiteeren, maer wel door allerhande hinderinsse in den handel 't welk wij niet kunnende (voorzien dat de too„ ren hen zo eens klaps alles wat zij begeerden, zouden inwilligen, ons met reeden scheenen te kunnen voorstellen en wij willen hopen dat bij d' uitkomst blijken mag, dat onze raisonnementen over ons noodlot in Cas het tot een cupture met Engeland mogte komen, dat nog in maij Jongstleeden, volgens particu„ liere berigten in't Nederland onvermij delijk scheen, zo als dezelve bij onse nevens gaende secreete resolutie van den 23: october Jongstleden verhandeld zijn mede te swaermoedig zijn geweest, maer onse ernstige meditatie over dat aenge„ leegen, en ons groote sorge barende onder„ Intusschen zullen wij in voldoening aen onze Gehoudenisse, niet in Gebreeken blijven, ons uwe Hoog Edelens beveelen met betrecking tot de bezitters van het Casteel, tot een regul en regtsnoer van ons Gedrag te laten steec„ ken; dog het zij ons Geoorlofd, daer omtrend aen te merken, dat wij niet wel kunnen bevatten, dat het different alleen daer inne zoude bestaan, dat men nu een Europees kent, in zaken waer toe voor maals permissie van een moor verEijscht wierd, maer in de verbeelding Geweest, en nog zijn, dat daer in ook opgesloten legt dat daer wij voor dezen maer onder een volk namentlijk de Mooren alleen, stonden, wij nu twee meesters hebben, te weeten, een Moor ofte origi„ gineele Jnwoonder des Lands, en D' En„ Gelschen, die voormaal op een eguale voet met ons waeren, dog ons nu boven het hoofd gewassen zijn en dat de erken„ tenis van de laaste voorde zodanige bijde inlanders, hoe slaafs hunne werp des niet te min van uw hoog Edelens approbatie mag weezen. wert eijgene N

NL-HaNA_1.04.02_2997_0079 view scan ↗

English

From Souratta, the 16th of November 1759. own submission to the English will also cause the esteem and respect for our nation to diminish noticeably. For this reason, in the hope of Your Right Nobilities' honored approval, we have not only resolved to keep Your Right Nobilities' orders in this regard strictly secret to the utmost, but also to temporize regarding their complete execution, as long as this can be done, as it has been thus far, without any prejudice to the Company's interests. This does not include, however, the asking of permission for the necessary carpentry work, which, given the situation of our territory under the cannon of the castle, can rightly be demanded of us and also does not imply absolute proof of subjection. We have therefore, in dutiful obedience to Your Right Nobilities' command, already begun to do so in such a manner and with such success as Your Right Nobilities, if pleased to do so, will be able to observe from the letters exchanged with those friends under the dates of the 3rd, 9th, and 14th of the current month, as well as the others accompanying this in authentic copies. We would not have dared to take it upon ourselves to temporize regarding matters for which such positive orders exist, such as to give the possessors of the castle what is due to them and what we have previously always been obliged to give, etc., much less to express our thoughts plainly in that regard as boldly as we have done above; had we not had the grief to see that, before the receipt of Your Right Nobilities' honored letters, amid the uncertainty of how Your Nobilities would view the matter, we took a contradictory course, although fortunately without finding ourselves the worse for it, or becoming subject to further indignities thereby. We acted in the belief of doing well, partly because we were of the understanding that the English, not yet being confirmed in the government of the castle on the part of the Mogol, were notoriously improperly and unjustly arrogating authority to themselves concerning our affairs. This is something which those friends even gave to understand, in our letter of the 9th of the current month, to have been somewhat their own opinion, and that acknowledging that authority without explicit orders from Your Right Nobilities was in any case beyond the scope of our authority. And secondly, because experience has shown time and again that too great a mildness and yielding is not the right path to get along with those friends, but that one must know how to give and take in due time; indeed, that without fear of bad consequences, one may show now and then that one is not disposed to let the rights and prerogatives of the Company and the nation be curtailed other than by irresistible force. The particularities of this conduct of ours, along with the motives and purposes of every single step we have taken, have been dealt with in detail in our ordinary and secret resolutions of the 27th of April, 5th and 29th of June, 1st and 28th of July, 21st of August, 4th of September, and 11th and 26th of October last, to which we request permission to refer this time; partly because the last two mentioned concern a matter of weight about which it is best not to waste much paper, and partly because this letter is also accompanied by the duplicates of the secret letters received on the 10th of this month from the chiefs at Cassembazaer and Patna, dated the 10th and 24th of September last, regarding the state of affairs in Bengale, which we considered ourselves obliged to send to Your Right Nobilities as speedily as possible. In compliance with Your Right Nobilities' honored requisition to provide Your Nobilities with information as to which place hereabouts would, in the Director's opinion, be best to establish oneself if one were forced to quit Souratta: it serves to inform you that, to his knowledge, there is no place hereabouts truly suitable for the proposed purpose except only Denda Rajapoer; yet the uncertainty whether the Marathas would not again, in time, take that trading post from us

Dutch transcription

137 2 Van Souratta Den 36: November 1759. e Van Souratta Den 16: November 1759. eigene onderwerping aen de Engelsen ook zijde agting en het ontzag voor onzen Laad=aart merkelijk zal doen afneemen, waeromme w' in hope van uw hoog Edelens G'eerde Goedkeuren, niet allen besloten hebben uw hoog Edelens ordree daer omtrend ten uijtterste te secreteeren maer ook met een volko„ mene Executie derzelve te tempori„ seeren, zo lange zulx, zo als „ nog toe buijten eenige prejudicie van sComp: belangen Geschieden kan; zonder egter daer ander te begrijpen, het vragen van permissie tot de nodige timmeragien, het welke mits de situatie van ons territoir onder het Canon van het Cas„ teel met regt van ons kan Gevordert werden en ook geen volstrekt benijs van onderhorigheid in Cludeerd, en wij dierhalven, in schuldige obedientie aen uw hoog Edelens bevel reeds begonnen hebben tedoen op zodanigen wijze en met zulx succes, als uw hoog Edelens des Gelievende, zullen kunnen beogen hij de gewisselde brieven met die vunden de datis 3. 9. ' en 14. ' Courant dezen, zo wel als de verdere in Copia au„ thenticq versellende. Wij zouden niet op ons hebben durven nemen te temporiseeren, omtrend dingen daer zulke positive beveelen toeleggen, als om de bezitters van het Casteel te geven wat een toekomt en wat wij bevorens altoos zijn verpligt geweest &:, veel min om onse gedagten ongerergt daer omtrend zo veij„ moedig t' uitten als wij voorwaerts gedaen hebben; indien wij niet de smerten hadde te zien, dat wij voor den ontfangst van uw hoog Edelens G'eerde Letteren; in de onzekerheijt, hoedanig hoog dezelve de zalk zouden begrijpen, een strijdige weg hebben ingeslagen, hoe wel ten allen Gelucken zonder er ons qualijk bij 'te bevinden, of daer door meerder prostituties onderherig te raken, en in de verbeelding van wel te doen eens deels vermits w' in het begurp waeren, Dat D' Engelschen nog in het Gouvernement van het Casteel Schogols wegen niet bevestigt zijnde, sig notoir qualijk en ten onregte au„ thoriteijt omtrend onze zaken aen desen matigden e 139 Van Souratta den 16: November 1709. Van Souratta Den 16:' November 1759. matigd en 't geen die vrinden bij onze missive van den 9 Courant zelfs tekennen geven eenigsints hun eigene opinie geweest te zijn, en dat die authoriteijt zonder uijtdrucke„ lijke last van uw hoog Edelens 't erkennen, in allen gevallen het bestek van ons ver mogen te buiten ging, en ten andere, om dat de onderbinding te meermalen heeft doen zien, dat een al te groote zagt, zinnig=en- toegeventheijt het regte spoort niet is, om met die vrinden over weg te komen, maer men op zijn tijd moet weten te geven, en te nemen, Ia dat men zonder vreese voor quade gevolgen wel nu en dan eens mag toonen, dat men niet Gehumeerd is om de regten, en peero„ gatiaen van de Comp:e ende Natie anders als door een onwederst aen haer geweld te laten bekniabel en De Particulariteijten van dit ons Gedrag, nevens de motiven en oog merken van ijder stap die wij Gedaen hebben in het byzonder, zijn omstan„ dig verhandeld bij onse Gemeene en secreete Resolutien van den 27: april 5:e en 29 Junij P=mo en 28: Iulij, 21: augustus 4: September, 11: en 26: october, Jongst vermeken, waer aen wij verzoeken ons ditmaal temogen refereeren, eensdeels, om dat de twee laest Gen:, een zaek van Gewigt beteeffen, waer over het best is, niet veel papier ruijl te maken, en ten anderen, vermits dezen ook verzellen de duplicaten der op den 10 hujus ontfangene secreete brieven, van de opperhoofden te Cassemba„ zaer en Patna vanden 10 en 24. Jmber: laastleden, ten opsigte van de Gesteldheid van zaken in bengale, die w' ons verpligt agter u hoog Edelens ter spoedigste toe te zenden Ter voldoening aan uw hoog Eddlens G'eerd requisit om hoog dezelve te dienen van berigt, op welke plaats hier omstreeks het, naer des directeurs Gevollen, beest zoude weezen sig 't ctablisseeren, indien men Genood„ saekt vierde souratta te quitteeren, dient dat zijnes weetens hier omstreeks geen plaets is, die tot het voorgestelde oogmerk regt bequaam zij als alleen Denda Raja poer dog de onsekerheijt of de Ma„ Fettas ons dat Comptoir niet weder, ten

NL-HaNA_1.04.02_2997_0081 view scan ↗

English

From Souratta The 16th of November Anno 1759. 141 From Souratta The 16th of November 1759. to the benefit of the English, not permitted to cast one's eye upon the same to render the trade useless; but that BrootChia, where we are already established, would be to be preferred over Bouwnager 1. because the collection of piece goods would nevertheless have to take place first at the aforementioned place; 2. because it is situated just as well, if not better, than Bouwnager for trade with Souratta, Amedabaad, Cambaat and other places, and it would certainly be possible to get those sales underway there; 3. because the trade from BrootChia to Bouwnager or the opposite shore could take place with small vessels without any inconveniences; 4. because the Governor of BrootChia is currently just as independent of those of Souratta and of the English as the Ragia of Bouwnager himself is; and 5. because the river of Bouwnager, as we are informed, is indeed deep enough to bring a small vessel in at spring tide, but, owing to the numerous shallows at sea, one can no more approach it with large ships than that of BrootChia, of which he will nevertheless be able to speak with greater certainty in the near future, as he has ordered the coastal skipper Matthijs Klinckkaart, commanding the vessels that are to fetch return goods to BrootChia, to survey the navigable waters and the nature of the bottoms from this main factory up to Bouwnager, and also to sound the river, as well as to deliver a written report of his findings upon his return. We would not have resolved so easily to have the masonry work on the new gate of the shipyard continued by a European, in defiance of the regents, if the then circumstances of affairs in Souratta had not given us ground to hope that neither the English nor the regents, seeing our seriousness and resolve, would venture to prevent it by force, although at that time we had no certainty; but in the future we will exercise the prudence to guard against such courses of action, which, as we now see in retrospect, are truly, as your Right Honourables are pleased to observe, only good if they turn out well. The reduction of the establishment of this directorship being a matter that does not depend on us, but on your Right Honourables, we shall await their further pleasure in that regard with dutiful submission; but to keep house on the shipyard with all the Company servants and goods currently present here is utterly impossible without building more dwellings, and at least a stone warehouse for the spices, especially during the rainy season, when one cannot manage in tents; but once the necessary outbuildings for the two houses on the shipyard are completed, we shall terminate the lease of the house across from the old lodge, where formerly the Seconds and recently the Directors have lived, as the only thing that could then still be spared. Time not permitting us on this occasion to cite what is necessary with respect to your Right Honourables' resolutions regarding the radical description of this directorship, we shall, with their permission, postpone this to a further opportunity, remaining meanwhile with deep respect underneath Right Honourable, far-ruling Sirs, lower your Right Honourables' humble and very obedient servants, was signed Louis Taillefert and J:n Drabbe, in the margin Souratta the 16th of November 1759. Since 1 May to the last of October Anno 1760. From the Respective Out-factories Secret Letters Arriving Second Volume Amboina Copy of Secret Letter from the Governor and Director Meijert Johan van Pasinga to their Right Honourables, dated 20 May 1760, folio 266. Resolution taken in the Council of Policy on 24 April 1760, folio 273. Banda Letter from the Governor and Director Iacques Bariel together with the Council to their Right Honourables, dated 22 June 1760, folio 306. Register of the Secret letters and papers from the respective out-factories since 1 May to the last of October Anno 1760.

Dutch transcription

141 Van Souratta Den 16: Van Souratta Den 16:' November A:o 759. Novemb„r 1759. ten gevalle van de Engelschen, voor de Ne„ onnut gotie om niet zouden maken niet permit„ teerd het oog op het zelve te laten vallen; dog dat BrootChia, daer wij reets gezaeten zijn, voor Bouwnager te prefereeren zoude wezen 1. om dat den inzaam van Lijwaten tog ter eerst gen: plaetze soude moeten Geschieden 12 om dat tot negotie op souratta Amed= abaad, Cambaat en andere plaatzen al zo wel zo niet beter als Bouwnager ge„ legen is, en dien verkoop aldaer wel in train te brengen zoude wezen II1. om dat den handel van Broot Chia naer Bouwnager ofte de overwal met kleine vaertuijgen zonder eenige incouvenienten, zoude kunnen Geschieden. W1. om dat de Gouverneur van Broot Chia thans zo inde pendent is van die van Souratta en vande Engelschen, als den Ragia van bouwnager selfs en. v. om dat de revier van bouwnager zo wij Gui„ formeert zijn, wel diep genoeg is om er een klein scheepje bij spring tij binnen te brengen, dog men, mits de menigvuldige droogtens in zee dezelve zo min als die van bloot Tot het besluijt om het met zelwerk aende nieuwe poort van de werf, in weer„ wil van de regenten door een Europees te la„ ten vervolgen, zouden wij niet zoligt getreeden weezen, indien de doenmalige om„ standigheden van zaken in souratta ons geen goond hadden Gegeven te hopen dat nog D' Engelschen, nog de regenten onse ernst en vermateijt ziende, zouden onderstaan om het zelve niet ge weld te beletten, schoon wij dalo van geene zekerheijt hadden, dog wij zullen in het vervolg de voorsigtigheijt Ehia met grote schepen naderen kan, waer van hij egter in staat zal wezen pernaesten met meerder zekeerheijd te spreeken, alzo bij den Smal schipper Matthijs Klinck kaart Commandeerende de vaertuijgen die ter afhaal van retouren naer brootchia moeten, gelast heeft, het vaerwater ende hoedanig„ hheijt der Gronden van dit hoofd Comptoir tot Bouwnagea toe op te nemen, en zo ook de revier te pijlen, mitsgaders bij desselfs te rug komst van zijne berinding in Ge„ schrifte Rapport tedoen. — Chia GeBrieven - 2 Deel Van Souratta Den 6: Novemb 1759 H: Breckpr nagesien Gebruijken ons te wagt en voor diergelijke demarches, die zo als wij nu van agteren zien, wezentlijk, gelijk u hoog Edelens gelieven aan te merken eenlik wel zijn, als zij wel uijtvallen D' verkleining van den omslag dezer directie een zalk zijnde, die niet van ons, maer van uw hoog Edelens dependeert zullen wij haer nader goedvinden dien aengaende met schuldige onderwerping afwagten, maer met alle de thans hier zijnde sComp:s Dienaeren en Offecten op de verf huijs te houden, is vofstrekt onmogelijk, zonder er meer woningen, en ten min„ sten een steene Pakhuijs voorde specerijen, te bouwen voor al indie regen tijd; wanneer men zig ingene 'tlenten koubehelpen, maer als de nodige bij gebouwen tot de twee huijzen op de werf eens voltoijt zijn zullen wij de huur van het huijs over de oude lo„ gie daer voormaals dese Cundens en laast de directeurs Gewoond hebben op zeggen, als het eenigste dat dan nog zal kunnen gemist worden. — De tijd ons niet permiteerende bij dese occasie het nodige aentehalen ten opsigte van uw hoog Edelens be„ sluiten over de radicale beschrijving de readi„ rectie zullen wij zulks, met hare permissie tot een nadere gelegentheijt uijtstellen, intusschen met diepe Eerbied verblijvende /:onderstond:/ Hoog Edele wijdgebiedende Heeren. (:Lager:) uw hoog Edelens onderdanige en zeer Gehoorzame Dienaeren (:was Ge„ tekent:/ Louis Taillefert, en J:n Drabbe /in margine/ Souratta den 16: 9ber: 1759. Sedert Primo Reij. Tot ultimo October Anno 1760. Van De Respective Buijten Comptoiren Seerite Bsribven osia Aankomende TTwee D Salutje E seer Inkomend - E Meo 4 Amboina Copia Secreete Missive door den Heer Gouverneur en Directeur Meijert Johan van Pasinga aan haer hoog Ed. s Gedateerd 20: Meij 1760.. f„ 266 - Resolutie Genomen in Rade van politie den 24:' april 1760. „ 273. Banda Missive door den Heer Gouverneur en directeur Iacques Bariel benevens den Raad aen Haer Hoog Edelens gedateert 22 Junij 1760. . . Regtster der Secreete brieven en Papieren van de respective buijten Comptoiren sedert pri„ „mo Meij tot ult=o 8ber: A„o 1760. „ - „ 306.

← previousnext →