VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3028

Surat · 640 pages · 154 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3028_0563 view scan ↗

English

179 From Ternate, 31 August 1761. To inform your Honors that he intended to send the gifts of his son, Prince Mossel, to the Right Honorable Lord Governor-General towards Batavia aboard the brigantine De Leervis, but will not send a letter with it, hoping that it will be made known through your Honors' letters. Wherewith I hope to have fulfilled the honored intention of your Honors, therefore presuming the honor to call myself with deep respect, stood below, Right Honorable commanding sirs, lower, your Honors' humble, obedient, and faithful servant, was signed, F. B. Hemmekam, in the margin, Ternate, August, anno 1761. From all of which it appeared that one cannot yet suspect the faithfulness of the King regarding foreign nations, although one has not yet had the least effect of his successively made promises concerning the pirates; and therefore it was judged best by this council that the bark Nassau, designated by today's mentioned resolution for a cruise around Halmahera, be sent to the aforementioned smuggling nest Salawati with a protest against those interlopers, and this indeed by two members from this assembly, whereto were commissioned the junior merchants, the secretary of this council Van Masson, and Gregorij, to carry this into effect, From Ternate, 31 August 1761. as well as to investigate exactly whether the aforementioned is indeed the case, as these reports contradict one another, as well as furthermore to request His Siderian Highness likewise to do so under convoy of some of his grandees of the realm, to the end of executing that commission with greater distinction, and thereby to obtain a true impression of the good intentions of that court; to which end two protests were prepared by the Governor here, namely one on behalf of this government, and the other in the Arabic language, to be signed by the King and likewise delivered by his commissioners. The commanders of the English or other foreign ship, ships, or other vessels, not belonging under the Dutch state, presently found within the limits of the Moluccas, under which all the Papuan islands and most notably those of Waigeo, Gam, and Salawati, with the adjacent land of New Guinea, also belong, stationed or sailing with the intention to frequent the waterways of the Honorable Company or its territories, and solely legal possessions and commerce, and to usurp the same, either by erecting a stronghold elsewhere or in any other manner, are hereby in the name and on behalf of 181 From Ternate, 31 August 1761. the General Dutch Chartered East India Company, by the Governor and Director Jacob van Schoonderwoert, together with the council over the widespread Ternate government with its jurisdiction, requested and warned, in respect of this, to depart beyond the Company's limits; as the Moluccan kings are the Company's vassals, and by exclusive contracts with the Dutch Company alone, are received into alliance, and bound to tolerate no foreigners, of whatever nation they might be, on or under their territories, and consequently no one else, besides the Dutch Company, is authorized or entitled to navigate them, much less to trade at will with their inhabitants, according to the tenor of the fifth article of the Munster Peace Treaty, and the Peace of Utrecht founded thereon; protesting therefore, in case the ship, ships, or lesser vessels, not belonging under the Dutch state, do not please to comply with this our friendly legal notice and order, that we shall be obliged to regard them as disturbers and usurpers of the Company's solely competent right and prerogatives in these regions, and must oppose them by force, as well as being innocent of the calamities that may result therefrom; so we further protest regarding all costs, damages, and interest that will be caused thereby, with all consequences and dependencies thereof, against such a captain or captains, senior officers, junior officers, or crew on such vessel, to other than

Dutch transcription

179 Van Ternate 31: Augustus 1761. uwE: agtb=re bekent te maaken, als dat van meening was met de briganteijn de Leervis de geschenken van desselvs zoon prins mossel aan den wel Edelen Agtb=te heer gouverneur generaal Batavia waards te zenden, dog egter daar meede geen brief zal laaten af= gaan, hoope dat het bij uEd: agtb=rs letteren zal bekend gesteld worden. waar mede verhoope dat de geëerde intentie van uW Ed: agtb=re te zullen hebben volbragt, dierhalven de eers aanmatige mij met diep ontsag te noemen /:onderstond:/ Wel Edele agtbare gebiedende heeren heeren /:laager:/ uwel Edele Agtbaarens onder= danige gehoorsaame en trouwschuldige Dienaar /:was geteekend:/ f: B: Hem= mekam /:in margine:/ Ternaten den. aug:s a:o 1761. Uijt alle het welke te blijken quam, dat hun tot nog de getrouwheijd van den koning, omtrent de vreemde natien, niet wel suspecteeren kan, of schoon men nog het minste effect zijner succes= sive gedaane beloften omtrend de roovers niet gehad heeft; en dierhalven wierd— bij deesen rade g'oordeelt 't bestet zijn, dat de bijgem:, resolutie van he= den tot een kruijstogt om halmaheira aangelegde barcq Nassauw na 't voorm: sluijknest salwattij gesonden wierd met een protest teegens die onder kruijpers, en zulxs wel door t weeleden uijt deese vergadering, waar toe gecom= mitteerd wierden de onder Cooplieden den secretaris deeses raads van masson, en gregorij, om zulx in 't werk te stellen „ Van Ternate den 31:' Aug„s 1761. stellen mitsgaders exact te ondersoeken of het voor aangehaalde zig inder daat zo verhand, ter zaake die berigten tegens malkanderen staij= dende zijn, gelijk ook daar en boven nog zijn siderse hoogheijd te versoeken, zulks des ge¬ lijken te doen onder Convoij van eenigen zij= ner rijksgrooten, ten fine die Commissie met meerder distinctie uijt te voeren; en hier door een waare denkbeeld van de wel g'inten= tioneerdheijd van dat hof te erlangen: ten wel= ken eijnde door den hier gouverneur twee protesten in gereedheyd bragte zijnde, als een van wegens deeze reegeering, en d'andere in de arrabische taal, om door den koning geteykendt en door desselvs gecommitteerdens mede overgegeven te werden. De opperhoofden van het Engelsche ofte ander vreemd schip, scheepen of andere vaartuigen, niet onder den nederlandsche staat sorteerende, tegenwoordig haar binnen de limiten der moluccos :/ waar onder alle de pa= poese Eylanden en wel voornamentlijk die van waaijgeeuw, gamen en salwattij met het daar aangrensende Land van mker nova quina mede behooren:/ ten gezet of wel zeijlende de wil hebbende om de vaarwaters van d' E: Comp=e of haare territoiren, en alleen Legate possessien en Commercien te frequen„ teeren, en de zelve, 't zij door elders een vastigheijd te extrueeren, dan wel op eenige andere wijse te usurperen, werden bij deesen uijt naam ende van wegen 181 Van Ternate den 31: aug:s 1761. wegen de generaale nederlandsche g'octooijeerde oost indische Comp:e door den Gouverneur en directeur Jacob van Schoonderwoert, nevens den raad over het wijd uijtgestrekte ternaats— gouvernement met den ressorte van dien, versogt ende gewaarschouwt, om opzigt deeses, buijten„ 's Comp=s liemten te vertrekken; alsoo de moluk= se koningen Comp:s passalen, en bij Exclusive contracten met de hollandsche Comp=e alleen, in bandgenoodschap gerecipieerd, en verbonden zijn, om geen vreemdelingen, van wat natie het ook zoude mogen wesen, op of onder haar territoiren te gedogen, en gevolgelijk nie= mand anders, buijten de hollandsche compagnie, bevoegd afgeregtigd is, die te bevaaren, veel min met derzelver inwoonderen, naar be= lieven te handelen, volgens den teneur van het vijfde articul van het munsterse vreedens tractaat, ende daar op gevestigd vreede tot utregt; protesteerende dier= halven, ingevalle het schip, scheepen, dan wel mindere vaartuigen, niet onder den nederlandsche staat sorteerende, deese onse vriendelijke Legale advertentie en ordre, geensints believen natekomen, dat wij zullen gehouden zijn, haar voor verstoorders en usurpateurs van 's Comp=s alleen Competeerende regt en praerogati= ven in deese gewesten, aante zien, en haar met geweld moeten tegen gaan, mits= gaders als onschuldig, aan d'onheijlen die daar uijt mogen resulteeren; zoo postee= protesteeren wij wijders omtrent alle kosten, schaden en Intressen, die daar doort veroor= saakt zullen worden, en dat met den ge= volge en aankleeven van dien teegen— sodanig een Capitain of Capitains, opper officieren ofte onder officiers ofte gemeen op sodanige bodem, aan andere als

NL-HaNA_1.04.02_3028_0566 view scan ↗

English

From Ternate, the 31st of August 1756 belonging to the Dutch nation, commissioned, as also against the outriggers and equippers thereof. Below stood: Given at Ternate in Fort Oranje, the [blank] of August, in the year 1761. Whereas we, Muhammad Kechil Mashud Jamaluddin Shah, King of Tidore, together with our collective grandees of the realm, have learned that for two years past certain foreign ships have been seen in the Papuan Islands, and thus within our limits (since all the radjas thereof are our vassals and bound to us to tolerate no foreign nation besides the Dutch Company, which alone is entitled thereto, according to the tenor of the contracts subsisting between us and the said Dutch Chartered East India Company); So it is that we wish to have warned the commanders of such foreign ship or ships, as we do warn and command the same by these presents, to leave our territory upon sight of these our letters, and never to return again; protesting, in the contrary case, against all mischiefs that might arise therefrom, as well as against all costs, damages, and interests with the consequences and attachments thereof, against such a captain or captains, superior or petty officers, and common crew on such a vessel or vessels, commissioned otherwise than belonging to the Dutch East India Company, as well as against the outriggers and equippers thereof. Below stood: 183 From Ternate, the 31st of August 1761. Below stood: Tidore, the [blank] of August 1761. Below stood: Thus done and resolved at Ternate, Oranje, date as above. Was signed: J: V: Schoonderwoert, P: J: Valckenier, J: C: van Ossenberg, M: D: van Haak, J: G: van Raesvelt, J: P: van Masson, J: Jonkers, and A: H: Gregorij. Saturday, the 15th of August 1761, in the morning at nine o'clock, meeting. Present: Jacobus van Schoonderwoert, the Honorable Right-respectable Governor and Director of this province. Paulus Jacobus Valckenaer, the Honorable Merchant, Secunde and Fiscal. Matthias Diderik van Haak, the Honorable Merchant and Storekeeper. Johan George van Raesvelt, the Honorable Junior Merchant and Provision Master. Jan Jonkers, the Honorable Captain of the Military. Absent: Jan Cornelis van Ossenberg, the Honorable Captain of the Military. Johan Sebastiaan van Masson, the Honorable Junior Merchant and Secretary. August Hendrik Gregorij, the Honorable Junior Merchant. This meeting being called by the Governor in order to deliberate upon a letter received yesterday evening from the Commissioners present at Tidore, the Junior Merchants Van Masson and Gregorij, From Ternate, of the last of August 1756. Received, wherein they initially reported that the King of Tidore had yesterday morning informed them through his secretary that the previous evening before the hour of eleven o'clock, there had arrived there in the roadstead the son of the sangaji of Patani, alongside the kimelaha Kipai and a son of a captain of His Highness, whom that Prince had summoned before him and asked why his envoys had remained away so long, to which he had received as answer that they had indeed gotten their vessels ready, but that by contrary winds, currents, as well as for want of water, they had been hindered in their undertaking until the 22nd of the past month of July; when the winds having become more favorable for their voyage, they had wished to undertake the same with the prisoners whom they held in their hands from the pirates; but just when they had intended to do so, they had sighted two kora-koras, and had therefore waited so long until these had landed near them, on which occasion they had understood that these were the pirates and those guilty of the latest misfortunes on Xulla and Boero, as well as the previous ones, whose captains had requested of the sangaji of Patani to be permitted to ransom their wives and children, whom the aforementioned envoys of His Highness had apprehended on Bessi, etc. 185 From Ternate, the last of August 1761. apprehended (in the meantime while they had been out on the raid), but that this was rightly refused by him; after which on the following day another three, and a few days thereafter another eight of those vessels had arrived there, which according to rumors were to be followed by sixty of the like; he had written with the utmost speed to the chiefs of Maba, Weda, and Gebe, with the request to help destroy those pirates jointly, which was also accepted by them, and many of them had already arrived at Patani. Upon these reports, His Highness had immediately caused certain letters to be prepared to the aforementioned chiefs of his fleet, with orders to have all the peoples of the aforementioned negorijs assemble together, to clear that riffraff out of the way jointly, should they offer resistance; however, if they could be subdued by gentle enticement and artifice, it would be much better, just as they would also not hesitate longer after that to come toward Tidore; wherefore His Highness had also found it good to have his Commissioners requested, through his secretary, to propose to this Council at the earliest opportunity to send over a legger of arrack with the bearer of this letter, in order to send it to Patani to his deputies, as His Highness maintained (as he had also received the reports) that this was the means.

Dutch transcription

Van Ternate den 31=' Aug=o 1756 als de nederlandsche natie toebehoorende, bescheij= den, gelijk ook meede tegen de uijtrusters en equi panten van dien /:onderstond:/ Gegeven tot Terna= te in het Casteel orange den. Augustus anno 1761. Nademaal wij Michamad ketjl — Mashoed djamuludin Sjah Koning van Tidoa met onse gesamentlijke rijxgrooten vernomen hebben dat nu zedert twee Jaaren herwaerds eenige vremde scheepen in de papoese Eilanden gesien zijn, en dus onder onse Limiten /:alzoo alle desselvs radjas onse vassalen en aan ons verbonden zijn, om geen vreemde natie te ge= dagen buijten de hollandsche Comp=e: die daar alleen toegeregtigt is, volgens den teneur der Contracten tusschen ons en genoemde nederlandse g'octrooijeerde oostindische Comp=e subsiesteerende:/ zoo is 't dat wij de opperhoofden van zoodanigen vreemd schip afscheepen willen gewaarschouwd hebben, gelijk wij dezelve waarschouwen en gelasten bij deesen, om op zigt van deeze onse letteren ons territoir te verlaten, en nooijt wederom te rug te komen; proteteerende bij 't Contratie tegen alle onheijlen die daar uijtstaan zoude mogen, mitsgaders ook tegen alle kasten scha= den en intressen met den gevolge in aankleven van dien, tegen zodanige een Capitain of Com pitains opper=of onder- officieren en gemeenen op zoodanig een bodem of scheepen, anders als de nederlandsche oostindische Comp=e toe behoorende bescheiden, gelijk meede tee= gen de uijtrusters en equipanten van dien. — /:onderstond:/ 183 Van Ternate den 31:' Augustus 1761. /:onderstond/ Tidor den aug„s 1761. /:onderstond:/ Aldus gedaan ende geresol= veerd tot ternaten orange dato voors: /:was geteekend:/ I: V: Schoonderwoert, P: I: Valckenier, I: C: van Ossenberg, M: D: van Haak, I: G:s van Raad= Veld, I: P: van Masson, I: Ionkers en A: H: gregorij. Zaturdag den 15 aug:s 1761, s voor de middags te negen uuren vergadering. Present Jacobus van Schoonderwoert den Wel Edele agtb=re heer gou= Verneur en directeur deezer provin„ tie Paulus Iacobus Valckenaar. . Den E: Coopman & secunda _:o & fiscaal Matthias Diderik van Haak. Iohan George van Raesvelt . . . . „ ondercoopmand winkelier „ _:o „ dispencier Jan Ionkers Demptis Ian Cornelis van Ossenberg. . . Den manh: Capit: militair Iohan Sebastiaan van Masson. . . „ ondercoopman & secretaris August hendrik Gregorij. . . . „ Deze bij eenkomste door den heer gou= Verneur g'apperrcteert zijnde omme te besoigneren over een brief gisteren avond van de te Tidor zijnde Commissianten de ondercoopliden van masson en Gregorij ontfangen ƒ : Van Ternate van ultimo Aug„s 1756. Ontfangen, waar bij dezelve aanvankelijk be„ deelden, dat den ker koning van Tidor haar giste ren morgen door desselfs secretaris hadde laaten weeten, hoe 's avonds bevoorens de klokke effuu= ren, aldaar in stelde waaren aangekomen de„ soon van den senghadje van Pattanij nevens den quimelana quipaij en een soon eenes Capitains van zijn hoogheijd, dewelke dien Vorst bij hem hadde laaten komen, ende gevraagt, waaromme zijne zendelingen soolange uijtbleeven, waarop tot antwoord erlangd had, deze hun vaartuijgen wel singereedheijdt gebragt hadde, maar dat door Contrarie winden stroomen als door gebrek aan water in haar voorneme ver= hindert waren geworden, tot den 22 der= gepasseerde maand Julij: Wanneer de win= den farobeler voor hunne rijsen geworden weesen, dezelve hadden willen ondernemen met de gevangenen die zij van de roovers in handen hadden; maar even toen zij zulxs van willens waaren geweest, hadden se twee Corra Correm in 't gesigt bekomen, en daarom zoo lang gewagt tot die bij haar aangeland waaren, bij welke occasie zij verstaan hadden, dat zulx de roovers en schuldige aande laaste ongevallen op xulla en Boera„ mitsgaders, de voorigez geweest waaren welkers Capitains aan den Sanghadje van Pattonij versogt hadden, haare vrouwen en kinderen, welke de voorschrevene sen= delingen van zijn hoogheijd op Befsij &=a geapprehendeert 185 Van Ternate Ultimo. Aug:s 1761. — g'apprehendeert /: in de tusschen tijt dat op de rooft uijtgeweest waaren :/ te mogen inlopen dag dat sulx ten regten door hem geweijgert was; waar na 's volgende daags weder drie en eenige dagen daar aan nog agt stux dier vaartui= gen aldaar aangekomen waaren, die volgens gerugten door sestigh gelijken stonden ge= volgt te werden, had hij ten spoedigsten geschreven aan de opperhoofden van maba, weda, en gebe„ met versoek die roovers Gesamenderhand te helpen verdestrueeren 't welk door dezelve ook aangenomen was, en van hun al reeds veele op Pattanij gearriveerd waaren. Op die berigten had zijn hoogheijd ipso facto eenige brieven in gereedheijd laaten Brengen, aangemelte hoofden zijner vloot, met last alle de voormelte negorijs volkemen bij el= kanderen te laaten koomen, omgesamender hand dat geboefte uijt den weg te ruijmen, bij aldien tegenstand mogten bieden; egter zoo dezelve met een soet Lijntje en List konde magtig werden; was het vrijbeeter niet gelijkse ook daar na langer sanderen soude om Tidor waarts te koomen, weshal= ve zijn hoogheijd ook goed gevonden hadde hun Commissianten door desselfs secretaris te laaten versoeken, aan deeze Raaden, ten aller Eersten voor te draagen, om een enger Legger arracq met den dezes brief over te zenden ten eijnde diena Pattanij aan zijn gecommitteerdens te zenden alzoo. zijn hoogheijd sustineerden (:zoo als ook de berigten had erlangt :/ zulx het middel.

NL-HaNA_1.04.02_3028_0570 view scan ↗

English

From Ternate, the 31st of August 1761. to be a means to catch alive the rebels, who were weak and dispirited and unaccustomed to strong liquor, with the aid of tobacco and other noxious roots; his highness intending to have it filled beforehand into bamboos at Tidore, and, thus mixed, having it transported sealed to the aforementioned place, so that his own people might not thereby be deceived themselves. Furthermore, the said prince had also caused the first commissioner to be requested to submit his urgent request to this council for a corge of coarse and thick Guineas. After all this had been attentively deliberated upon, it was resolved to answer the said commissioners at once that, firstly, the accidental meeting at Pattani of some of their kora-koras returning from committed robberies was deemed by this council to be somewhat suspicious, if not entirely fabricated to lead us on by the garden path even longer; besides also that his highness’s intention to overpower the robbers by means of liquor mixed with poisonous herbs or roots is, in our opinion, merely sought to get hold of that liquid in a decent manner; that it has nevertheless been thought fit to send the same over, even though his highness is still in arrears for a full year of recognitie on his account, but that the requested corge of Guineas could not be supplied, under the pretext that there was no more stock of it left at the warehouse. Furthermore. 187 From Ternate, the 31st of August 1761. Furthermore, to recommend them to ascertain in a covert manner what the name is of the son of the sangaji at Pantang who arrived there, and if such should happen to be Deramen or Hamdja, of which there is no doubt whatsoever, to request his highness to apprehend the same and hand him over for punishment, since he is guilty of the robberies committed over three years ago on Xulla Taliabo; under the assurance nevertheless, as on their part, that they will certainly manage it so that not much harm will befall him, if only he asks his highness of Ternate for forgiveness under the requisite marks of honor, which is all that prince is bent upon. Further, the said commissioners communicated that, in their opinion, their assigned commission was turning out reasonably well, because the king not only admitted all the points put to him with great emphasis, but also with regard to the protest, the counterpart of which is inserted in the resolution of the 7th of this month, had promised to validate the same with his own seal and signature, and to have it cosigned by the foremost of his grandees; also that he would send along with the commissioners some deputies, in order to protect the vessel and people as much as possible from the robbers, who otherwise, if their people brought his highness’s protest alone, might at times pay little or no regard to it; from all of which good promises a desired success was to be expected, considering, however, alongside this, that the said prince always immediately admits everything, and repeatedly makes good promises, even though they are nevertheless seldom fulfilled. Lastly, the aforementioned commissioners communicated that the king had also undertaken to make preparations for the extirpation on Poelo Pisang, but when they had requested this once again with emphasis, that prince had made known that, while that island along with the others indeed fell under his jurisdiction, the king of Waigama was actually placed over it, by whose subjects that small island must also be cleared; with the further request that that king, along with those village chiefs, might enjoy a douceur of two hundred rixdollars, in the manner the king of Ternate obtained for the villages of Galela and Tobelo, as had already been promised them in the time of Mr. Abeleeven, to write to their High Noble Excellencies about it, to which, however, no reply had been received; which point having also been deliberated upon and the necessary papers examined, it was noticed from their High Noble Excellencies’ secret letter of the year 1757 that their said High Excellencies gave this government permission to meet his highness upon further insistence with 100 to 150 rixdollars for it; wherefore it was resolved to instruct the commissioners to make this known to that prince, namely regarding the last-mentioned sum, on the condition, however, 189 From Ternate, the 31st of August 1761. however, each time when the extirpation shall be carried out on that island, and not otherwise; with the further reminder that, if that work should be delayed too long after the arrival of the Waigama people, then to have that island cleared by the Pattani people; together with sending them an extract from the aforementioned contract for greater elucidation. Thus underneath stood done and resolved at Ternate in Orange, on the date aforementioned. was signed J: v: Schoonderwoert, P: I: Valckenaar, M: D: van Haak, J: G: Raesvelt, and Jan Jonkers. Wednesday the 19th of August 1761, in the forenoon, towards 10 o'clock, meeting. Present The Right Honorable Lord Governor and Director of these Moluccas, Jacobus van Schoonderwoert. Paulus Jacobus Valckenier, the Honorable Merchant and Second. The Honorable Valiant Captain of the Military, Jan Cornelis van Ossenbergh. Matthias Diderik van Haak, Merchant and Fiscal. Jan

Dutch transcription

Van Ternate den 31: Aug„s 1761. middel te zijn, om de rebellen dewelken mat en moed, en geen sterke drank Gewend waeren, met behulp van Tobak en andere quaad worte= len, aldus levendig te vangen zullende die zijn hoogheijd voor aff te Tidor in bamboes= laaten vullen, en dus danige vermengt zijnde versegult na de vooren geciteerde plaats laaten vervoeren, op dat zijn Eijgen volk daar door selfs niet mogte bedrogen werden. Voorts hadde gemelde vorst, den eersten Commissiant ook laaten versoeken, desselfs instantie aan deze raden te willen voordragen om een Corsie Grove en dikke Guinees. Over welk een en ander aandagtig gedeli= bereert zijnde, zoo wierd verstaan gemelte Commissianten ten eersten in antwoordte dienen, dat eerstelijk de toevallige ontmoeting te Pat= tanij eeniger van hunne Gepleegde Roo= verijen, te rug keerende korra korre bij dezen rade een weinig na denkelijk gevonden, so niet ten eenemaalen gefingeert om ons nog langer om den thuijn te Leiden, behalven ook dat zijn hoogheijds voornemen om de rovers door den drank met vergiftigen kruijden of worte= len gemengt, meester te worden, na ons be= grip maar alleen gesogt is, om die vogt met goed fassoen magtig te worden, dat men nogtans goed gebonden heeft dezelve over te zenden, schoon zijn hoogheijd nog een vol Jaar recognitie op zijn re#### op zijne reekening te quaat staat, maar dat het g'eijste korgie Guinees niet konde voldaan werden, /:onder pretext:/ dat daar van Geen restant meer bij het Pakhuijs. — Voorts. 187 Van Ternate den 31:' Aug„s 1761. — Voorts dezelve te recomendeeren, op eene bedekte wijse te vernemen, hoe den aldaar aangekomen soon van den senghadje aan pantang genaamt is! en zoo zulx deramen of hamdja mogt weezen, /:daar aan men geensints twyffelt:/ zijn hoogheijd te versoeken dezelve op te vatten en ter straffe over te geven, nadien hij schuld heeft aan de over drie Jaaren gepleeg= de roverijen op xulla Teljabo, onder verse= kering nogtans /:als van haren 't wegen:/ wel te zullen bewerken, dat hem niet veel leed geschied, als hij zijn hoogheijd van Ternaten maar onder de nodige Eerbewijsinge om vergiffenissen vraegd, waar op die vorst alleen maar gesteld is. — Wijders bedeelden gemelte Commissianten dat na hunne meening hare aanbevolen Commissie redelijk wel uijtviel, om reeden den koning niet alleen alle de hem met veel nadruk voorgehoudene poincten g'advoneert, maar ook ten aansien van het protest, waar van de weder gade ter reso= lutie van den 7:' deezer g'insereert is, be= looft hadde, het zelve met zijn eijgen zegul en handteekening te bekragtingen, en door de voornaamste zijner rijxgrooten mede te laaten onderteijkenen; zullende ook met hem Commissianten gecommitteerdens mede geven, ten eynde vaartuijg en volk zoo veel mogelijk was, voor de roovers te bevrijden, die anders als zij lieden zijn hoog= heijds protest alleene bragten, somwij= len weijnig of geen reguard, daar op zoude slaan, van alle welke goede beloften wierd Van Ternate den 31:' Aug:s 1761. wierd een gewenscht succes afte wagten, reflectie„ Fok rende egter „ daar nevens, dat gemelten vorst althoos alles ten eersten advoueert, en telkens ook goede beloften doet, alschoon daar aan egter selden voldaan word.— Laastelik Communiceerden de voorn:e Commissianten, dat den koning ook aangenomen had, tot de extir patie op Poels Pisang klarigheijd te maken, maar ter gelegentheyd se sulx nog eens met nadruk versogt hadden, had dien vorst te kennen gegeven, hoe dat eijland nevens de andere wel onder hem sorteerenden, maar dat den koning van waijgamman eijgentlijk daar overgesteld was, door welkers onderdanen dat Eylandtje ook moet afgewerkt werden, onder verder versoekt, dat dien koning nevens die Negorijs hoofden mogten gaudeeren van een docceur van twee hondert Rijxdaalders, in voegen den koning van Ternaten erlangde voor de negorijen gallela en Tobella, gelijk hun reets ten tijde van den heer abeleven beloofd was, daar over aan haar hoog Edelheedens te zullen schrijven, waar op nogtans geen antwoord had erlangd; over welk poinct almeede gede„ libereert en de nodige Papieren nagesien wesende, ontwaerde men bij haar hoog Edel= hedens secreete missive van den Jaare 1757, dat hoogst dezelve deeze reegering permis= sie gegeven hebben, zijn hoogheijd bij nader instantie met 100 a 150 rd:s daar voor te gemoet te mogen komen; weshalven besloten wierd de Commissianten te gelasten, zulx dien vorst bekent te maken, te weeten van de laast gem: somma, onder Conditie nogtans 189 Van Ternate den 31. Aug„s 1761. nogtans, 'telkens wanneer d'Extirpatie op dat eijland gedaan zal worden, en anders niet; met verder indagtiging dat wanneer dat werk wat te lang mogt opgehouden worden naa de komst van de waijgammers, als dan dat eijland door de Pattarijers te wil= len laaten suijveren; mitsgaders, tot meerder Elucidatie Extract uijt evengemelte Contract haar lieden toe te zenden Aldus /:onderstond:/ gedaan en geresolveert Tot Terna= ten orange di te voorschreeve /:was geteekend/ J: v: Schoon derwoert, P: I: Valckenaar, M: D: van Haak, J: G G. Raesvelt, en Jan Jonkers. Woensdag den 19 aug:s 1761, s' voorde middags, tegens 10:' uuren vergadering Present den wel Edele agtb: heer gou= Verneur & directeur deser molucc: Iacobus van schoonderwoert. Paulus Iacobus valckenier Den E: Coopman & secunde „ E manh: Capit: milit: Jan Cornelis van Ossenbergh. „ Matthias Diderik van Haak. . „ Coopman en fischaal Jan

NL-HaNA_1.04.02_3028_0574 view scan ↗

English

The Junior Merchant and Shopkeeper Jan George van Raesveldt The Junior Merchant and Secretary Johan Sebastiaan van Masson The Junior Merchant and Provision Master Jan Jonkers and The Junior Merchant August Hendrik Gregorij. This meeting having been expressly convened to deliberate on the submitted report by the Commissioners, the Junior Merchants, the Secretary of this assembly van Masson and Gregorij, concerning their proceedings at the court of Tidor, the same was found to be of the following content: To the Right Honorable Sir Jacob van Thoonderwoort Governor and Director of the Moluccos Right Honorable Ruling Sir, In accordance with the tenor of our instructions, having proceeded to the court of the King of Tidor, after the customary mutual compliments we made known to His Highness the points contained therein, as follows in succession: Firstly, that we had been sent by Your Right Honorable as commissioners to inform His Highness that Your Honor had seen fit to send us to the Papuan Islands in order to From Ternate, the 19th of August 1761. From Ternate, the 31st of August 1761. learn there what the activities of the foreign vessels were, and whether the rumors that they intended to establish a fortification there or on the island of Salwattij were true; to which end Your Right Honorable wished to furnish us with a protest against those interlopers, sounding out on that occasion whether that prince would be inclined to protest together with the Honorable Company, which would greatly serve to enhance his glory. To which he replied, expressing his utmost gratitude for Your Right Honorable's great attention to his person and lands, fully approving the measures taken by the Honorable Company in that regard to induce those uninvited traders to leave these regions by gentle means if possible, giving further assurance that he was willing to sign and seal the protest with the greatest pleasure; nevertheless, he considered it very necessary that his commissioners should depart together with us, not so much because of the foreign nations, but rather because of the Papuans, who, incited by the former, might sometimes not respect his protest and would not hesitate to cause harm both to our persons and to the Company's vessels; whereupon we presented that document to His Highness, to which he further gave such an answer as we took the liberty to cite in our secret letter dated the 14th of August last to Your Right Honorable, but to which we most humbly request leave to refer. Secondly, that prince was very pleased with Your From Ternate, the 31st of August 1760. Right Honorable's adopted disposition to assign, at his request, two Europeans to accompany his commissioners who are about to depart against the rebels. Thirdly, he declared that he was heartily sorry that his emissaries had not yet returned, not knowing to what they should attribute this, but two days thereafter His Highness had his secretary give us such information regarding this matter as was also described in detail in our respectful letter to Your Right Honorable. Fourthly, hoping by God's help that those Papuan pirates, who had committed the earlier as well as the most recent robberies on Xulla and Boero, may finally receive their well-deserved punishment. Fifthly, we requested him to issue orders to Ceram that those people from the villages which the Honorable Company has granted to His Highness in fief, who wish to come hither, might obtain their passes from the postholder of Sawaij, in order thereby to be safe from the cruisers. In which regard, likewise expressing his thanks, he made known that it had been his duty even to request Your Right Honorable for this himself, as it tended to the benefit of his subjects, but suggested for our consideration where the people of the From Ternate, the 31st of August 1761. villages of Waro, Caileloe, and Fattoe, which His Highness likewise held in fief from the Honorable Company on Ceram and were situated a full two days' journey from Sawaij, might obtain their passes in order to be safe from the Amboinese cruising vessels; whereupon the first signatory promised His Highness to communicate this to Your Right Honorable in order to decide what is necessary regarding this, noting with hearty thanks as communicated that Your Right Honorable would have the goodness to present the modest gift of Prince Mossel to their High Excellencies by the brigantine De Leervis. And seventhly, with regard to the extirpation on Poelo Pisang, we also take the liberty to refer to our respectful letter. Whereafter, having been honored yesterday with Your Right Honorable's respected missive dated the 15th of this month, we did not fail, yesterday towards evening when we obtained our farewell audience, pursuant to Your Honor's honored orders contained therein, to deliver to His Highness the three beer pipes with arrack sent over, with the wish that they may soon have the effect whereof he has given us assurance, so that true proof may at last be seen of His Highness's promises with regard to those guilty of both the earlier and the later robberies and murders committed; whereupon he indicated that he had no doubt that this would have the desired success. Subsequently

Dutch transcription

den Ondercoopman & winkte Jan George van Raesveldt „ _:o en secretaris Johan Sebastiaan van Masson „ _:o & p„l dispenc: Jan Jonkers en „ _:o „ „. . . . . . August Hendrik Gregorij. Dese bij eenkomst exprest belegt zijnde, om te besoigneeren over het ingedierde rapport door de Commissianten de onder Cooplieden den secretaris dezer vergadering van masson Gregorij, nopens hunnen verrigtingen aan Tidors hof, zowierd 't zelve bevonden. van inhoud als volgd. — Aan den wel Edele agtb=re heer Jacob van Thoonderwoorl Gouverneur en directeur der Moluccos Wel Edele-Agtb: gebiedende heer. In gevolge den teneur onser Instructie ons na het hof van den koning van Tidor begeeven hebben= de, soo hebben wij zijn hoogheijd nae wederzeyds gewoone Complimenten te kennen gegeven, de po= incten daar bij vervat, zoo als na elkanderen— volgen. Eerstelijk dat wij door uwEl Edele agtb=re als gecommitteerdens gesonden waaren, ten eijnde zijn hoogheyd te kennen te geven, hoe hoog de= zelve hadden gelieve goed te vinden, ons na de papoese Eijlanden ter zenden, ten einde Van Ternate den 19:' Aug:s 1761. aldaar 31 ƒ 191 Van Ternate den 31:' Aug„s 1761. aldaar te vernemen, wat de verrigtingen der vreem= de equipanten, en of de gerugten, dat aldaar dan wel op het eijland sal wattij eene vastingheijd op= regten zoude, waar zij; ten welke eynde Uwel= Edele agtb=r ons municeren wilde van een protest tegens die onderkruijpers, sonderende bij die ge= legentheijd, dien vorst, of wel genegen zoude zijn, met de E Comp=e te samen te protesteren, 't welk grootelijksstrekken zoude tot vermeedering van zijn glorij. waar op denselven repliceerde, dat zijn uijtter= ste dank betuijgde voor uwel Edele agtb=re groote attentie voor desselvs persoon en lan= „den, volkoomen approbeerde, de genomene maat= regulen der E Comp=e daar omtrent, om was het mogelijk die onversogte handelaars met een soete lijntje uijt deeze gewesten te doen verhuijsen, ander versekering teffens met het uijtterste genoegen het protest te willen teij= kenen en versegulen; egter dat zeer nodig agt, dat zijn gecommitteerdens met ons te ge= lijk vertrokken, zoo wel om reeden, niet ten op zigte der vreemde natien; maar welder papoesen, welke door deselve opgestookt som= wijlen zijn protest niet zoude respecteeren, en hun niet ontsien, zoo aan onse persoonen ook als Comps: vaartuijgen quaad toe te voegen; waar op wij dat geschrift aan zijn hoogheijd presenteerden, zoo gaf hij daar op zodanig antwoord verders, als bij secrete brief ged:t 14:' aug:s I: L: aan uwel Edele agtb=re: de vrijheijd gebruykt hebben, aante haalen, maar aan nedrigst versoeken ons te mogen refe= keren. Ten Tweeden was dien vorst zeer verblijd over uwel Van Ternate den 31:' Augustus 1760. Uwel Edele Agtb=re genomene dispositie om op zijn versoek, met zijne teegens de rebellen te vertrekken staande gecommitteerdens, twee Europeesen mede te geven. — Ten derden declareerde hij dat hem hertelijk leed was, dat zijne zendelingen nog niet gere= toureert waaren, niet wetende, waar aan zij zulks attribueeren zoude, maar na 2. daags daar aan zijn hoogheijd ons dien aangaande zodanigt berigt heeft laaten geven door zijn secretaris, als mede bij ons eerbiedig schrijvens aan u wel Edele agtb: omstandig beschreven is. hoopende ten vierden door gades hulpe, dat die„ papoese rovers, welke de vroegere als Jongste roverijen op xulla en boero bedreven hadden, eijndelijk hunne wel verdiende straffe er= langen mogen. Ten vijfden versogten wij hem ordere na Ceram te willen stellen, dat die gene van de negorij= en, dewelke d' E: Comp=e aan zijn hoogheijd een ter ^ afgestaan heeft, de wil herwaards hebben= de, hunne passe kunnen nemen van de post- houder van Pavaij, om daar door bevijligt te zijn voor de kruijsers.— Tan welke aansien hij almeede dank= seggende teffens te kennen gaf, zijn pligt geweest te zijn Uwel Edele agtb=re daarom zelfs te versoeken, alsoo het tot voordeel zijner onderdanen was strekkende, egter aan ons in bedenking gaf waar de volkeren. der 193 Van Ternate den 31:' Aug:s 1761. der negorijen, waro caileloe en fattoe, welke zijn hoogheijd mede van de E Comp=e op Ceram ter leen had en wel twee dagrijsen van sawaij afgelegen waaren, hunne passer zoude erlangen kunnen, om vijlig te weesen voor de ambouse kruijs vaartuijgen, waarop den eersten teeke= naar zijn hoogheijd beloofd, zulx aan welede= le agtb=re te bedeelen, om het nodige dien aan= gaande, te besluyten, houdende onder herte= lijk danksegginge voor gecommuniceert, dat Uwel Edele agtb=re de goedheijd soude heb= ben, 't gering present van Prins Mossel aan haar hoog Edelheedens per de baiquantijn de Leervis aan te bieden. En ten sevenden, of nopens de Extirpatie op poelo pisang, gebruiken wij de vrijheijd ons aan almeede te gedragen, van ons eerbiedig schrij= vens. Waar na ons op gisteren vereert gevonden hebbende met uwel Edele agtb: gerespecteerde missive ged:t 15. deezer, zijn wij niet in gebreeken geble= ven, om gisteren tegens den avond, als wanneer Wij ons afscheijds audientie erlangden, inge= volge hoog derselver daar bij vervatte gehono= reerde beveelen, zijn hoogheijd ter handen te stellen, de overgesonden drie bierpijpen met arracq onder toewenschinge, dat die dat effect spoedig mogen hebben, waar van hij ons verse= kering gedaan heeft, op dat eens van zijn hoog= heijds beloften veritable blijken mogen ko= men, ten aansien der schuldige zoo aan de vroegere als latere gepleegde roverijen, en moorden; waar op zulx hij te kennen gaf dat niet twyffelde, of zulx zoude van het gewenschte succes wesen. Vervolgens 7

NL-HaNA_1.04.02_3028_0578 view scan ↗

English

From Ternate the 31st of August 1761 Having subsequently inquired covertly after the name of the son of the sengadji of Pattani Maneuve, we have understood that he was named Oemar, being a hatij, but that also the quimelaha quipaij named Daraman was here as well. In regard to which we quietly reminded His Highness that the last-named had been guilty of the robberies committed over three years ago on Xulla Taliabo, on which account Your Honorable Worships had also summoned him alongside other accomplices in order to receive his deserved punishment, yet that we would endeavor to arrange with Your Honorable Worships that no harm should come to him if His Highness of Ternate would merely, with the necessary demonstrations of honor, ask for forgiveness, which this king was most intent upon. In regard to which he served as an answer that this was well known to him and that the same were also properly noted in his memorandum book alongside the remaining culprits, but since the aforementioned person had now come here for the first time, as it were an envoy, to make known the arrival of the Papuans on Pattani, and by proper means to remove them from the way, or to capture them and bring them hither, he therefore deemed it better, with Your Honorable Worships' favorable indulgence, that this matter should be deferred a little longer, whether it might turn out for good or ill for him, until the intended project had been executed, so that the others, if they were to flee upon hearing how their companions had fared, would not be frightened away and their delay might serve more for ill than for good; that once everything had been concluded and the robbers had been apprehended, he would hand over the one with the other to the Honorable Company to receive their punishment, unless his brother the King of Ternate should be pleased to pardon any of them. Regarding the extirpation on Poelo Pisang, we told His Highness that Your Honorable Worships had written to us that Your Honors, by missive of the year 1757, had obtained permission from Their High Mightinesses per missive to give to His Highness, every time the extirpation on the said island was performed, a gift of one hundred and fifty rixdollars for it, but otherwise nothing, with the further reminder that if that work should have to wait too long after the arrival of the Waijgammers, to then have that island cleared by the Pataniers; for which that prince expressed his gratitude, and accepted to first have the forest dwellings there put in readiness. Whereupon His Highness, at our request, handed over the protest, sealed with his royal chop and signed by him and the foremost of his grandees, which we hereby have the honor to present to Your Honorable Worships. Lastly, we discussed whom he had been pleased to choose from among his grandees to protest together with us in his name, for which he declared to have chosen Major Prince Rottoe, because he belongs on his father's side to the royal family of Ternate, and on his mother's side to that of Tidore, and is therefore accustomed to European discourse and ways of life, judging him thus, as an experienced soldier whose integrity is known, to be the most capable for this purpose, but as the same presented his person, he could not well depart without enjoying some maintenance, on which account he had convened the chiefs to make a decision on the matter, who had nevertheless expressed that such was a thing that had never yet happened, and that they were properly obliged to do so on behalf of the country, in which respect he could not really consider them to be greatly in the wrong; adding to this that the same ought to be regarded as a child of whom the Honorable Company was the father and he the mother, and therefore, in order to encourage him more and more, requested us to propose to Your Honorable Worships whether it might not be well that a small gift be granted to him from both sides, according to the pleasure of the Honorable Company, as otherwise it would be too heavy for him alone to bear, which we have sought gently to decline; however, as he did not fail to repeat this several times today, we finally promised to propose the same to Your Honorable Worships. Wherewith, hoping that our conduct may be pleasing to Your

Dutch transcription

Van Ternate den 31=en Aug„s 1761 vervolgens bedektelijk vernomen hebbende na= de naam van de soon aan den senhadje van Pattanij maneuve, zoo hebben wij verstaan, dat die genoemt was, oemar, zeijnde een Hatij bij„ dog dat teffens den quimelaha quipaij genaamt daraman mede hier was, ten wetken op sigte, wij zijn hoogheijd in stilte in geheugenisse brag= ten, dat de laastgem: de schuld gehad, had, aan de over drie Jaaren gepleegde roverijen op xulla Taliabo, weshalven uwel Edele agtb: denselven ook nevens andere mede daar aan dadige op ontboden hadden, ter erlanging zijner ver= dienden straffe, egter dat wij zouden tragten, bij U Wel Edele Agtb: te bewerken, dat hem geen leid geschied, als zijn hoogheijd van Ter= naten, maar onder de nodige eer bewijsinge, om vergiffen is vraagt, waar op dien koning het meest geteld was. Ten welken aansien hij tot antwoord diende dat zulx hem wel bekent, was en deselve ook in— zijn memorie boekie nevens de overige schul= dige wel aangeteekend waaren, maar ter wijl voorn: persoon nu voor de eerste rijse alhier gekomen was, gelijksaam als een sendeling, om de aankomste der papoesen op pattanij bekent te maaken, en door goedmiddelen die uijt den weg te ruijmen, of gevangen te nemen, en herwaards te brengen, zoo gagt hem 't beter te zijn, onder uwel Edele agtb: gunstige welduiding, dat daar mede nog een weinig zoude gewaagt werden, 't zij ter goed of quaad voor hem wesen magt, tot dat het voorgenome project tot uijt= voer gebragt was, op dat men door de andere als 193 Van Ternate den 31=en Augustus 1761 fugatief stellen als ze hoorden, hoe derselver gevaeren, was, niet afgeschricht werden en hun wijlen meer tot quaad mogten 't welk zom„ als goeden zoude verstrekken; dat alles zijn be= slag erlangd had, en de rovers opgevat waaren, zoude ^ de een met de andere aan d' E Comp=e overgeven ter erlanging van haere Castigatie 't en zij zijn broeder den koning van Ternaten eenige van dezelve geliefde te pardonneeren. Belangende d' Extirpatie op poelo pisang hebben wij aan zijn hoogheijd gesegt, dat U Wel Edele agtb=re ons aangeschreven hadden dat hoog dezelve bij missive van den Jaare 1757. van haar hoog Edelhedens per missiv erlang hadden, om aan zijn hoogheijd 't elkens Wanneer d' extirpatie op gemelte Eijland ge= daan wierd een geschenk van een hondert en vijftig rd:s daar voor te moogen afgeven dog anders niet, met verdere indagtiging dat Wanneer dat werk te lang mogt wagten na de komst der waijgammers als dan dat Eijland door de patanijers te willen laaten zuijveren; voor het welke dien vorst zijne aannam dankbaarheyd betuijgde, en aan manten eerste de boschhuijsen aldaar in gereedheijd te zullen laten brengen. Waarna zijn hoogheijd op ons versoek ovterhandigde 't protest, met zijn koning # lijk Chiap verseguld, en door hem ende Voornaamste zijner rijksgrooten onderteijkend 't welk wij bij deezen d'eer hebben, U wel— Edele agtb=re aan te bieden. hebben Laastelijk ^ wijgesprooken, wier hij uijt zijne rijxgrooten had gelieven te verkiesen, om met ons uijt zijnen naam te gelijk te protesteren, Van Ternaten 31. Augustus 1761 protesteren, waar toe hij declareerde den majoor Prins Rottoe g'eligeert te hebben, om dat van vaders kant van de koningklijke famielje van Ternaten, en van moeders zeijden van die van Tidor, en over zulks den selven de Euroo= peesen reeden en leevenswijse gewent was, om dus oordeelende, als een ervaaren krijgsman, wies probiteit bekent, daar toe de Capabelste te zijn, dog ter zaake den zelven zijne per= soon presenteerden, niet wel konde vertrekken, zonder eenig onderhoud te genieten, dierhalven hij de opperhoofden had laaten Convoceeren om daar over een besluijt te neemen, dewelke egter sig uijtgelaaten hadden, zulx een zaak was die nog nooijt geschiet was, en dat zij eij= gentlijk van 's lands wegen daar toe verpligt, waaren, ten welken aansien hij aan hun Juijst geen groote ongelijk geven kon; daar bij te kennen gevende, dat den zelven aangesien diende te werden als een kind waar over d' E: Comp„e de vaeder en hij de moeder was, en dier halven om den zelven meer en meer aan te moedigen, ons versogt, uwel Edele agtb=re voor te stellen of niet goed was, dat van bijde kanten een kleën geschenk hem toegevoegd werd, na het wel behagen van d' E Comp=e: anders voor hem alleen te drae= gen zulks te swaar soude vallen, 't welk Wij Jagtjes hebben soeken van de hand te wij= sen, egter om heden hij niet na liet, om zulx verscheijde keeren te repeteren, zoo hebben wij eijndelijk beloofd het zelve uwel Edele agt:b: te proponeeren. Waar meede wij verhoopende, onse behandelingen UWe

NL-HaNA_1.04.02_3028_0581 view scan ↗

English

197 From Ternate, the 31st August 1761. Must merit your Right Honourable approval, so with that pledge we take the liberty to subscribe ourselves, underneath stood, Right Honourable commanding Lord, lower, Your Right Honourable humble and faithful servants, was signed, J. S. van Masson and A. H. Gregorij, in margin, Ternate, Orange, the 17th August 1761. After the reading of which, taking into consideration His Highness's question where the villages Waro, Caiheloe, and Tattoe, ceded to him on loan and situated two days' travel from the post of Sawai, might obtain their passes in order to be protected against the cruisers, it was in this respect approved to let that prince know that his subjects in the said places will have to take care to find means to obtain a pass from the said postholder before departing from there, to the end of remaining preserved from all troubles. The King furthermore expecting back the protest which he had handed over sealed and signed, the Lord Governor submitted for consideration in this regard whether it were not better to keep the same here and hand it over to the Commissioners, in order not to deliver it to Major Panis Kattoe, whom His Highness had appointed to protest together with us on behalf of his person, until such shall be opportune; if not, to keep the same and at their return to deliver it back into our hands until From Ternate, the August 1761 until a further opportunity, that the required use may be made thereof; which having been discussed, it was understood to accept His Honour's proposal and to give notice thereof to the King. However, it is regarded as a very good thing that, upon the Commissioners' proposal, the King showed himself so inclined to seal and subscribe the said protest, together with the principal of his grandees of the realm, which provides no small proof of his innocence concerning the intrusion of foreign nations into these regions. But it seemed a little strange to this council that the King had proposed, since the aforesaid Major represented his person on that occasion, that he could not well depart without enjoying some allowance; wherefore he had convened the chiefs to decide on this, but because they had politely declined this as a matter that had never happened before, whereto they were obliged on the part of the realm, he could not entirely blame them in that regard, therefore requesting to propose to us that it would be good to grant him a small gift from both sides, according to the pleasure of the Honourable Company, since otherwise bearing it for him alone would fall too heavy, which the Commissioners had rightly declined; however, because His Highness had not failed to repeat that tune several 199 From Ternate, the 31st August 1761. several times, they had been obliged to promise to mention it in their report to us. Having deliberated upon this, it was resolved after mature consideration to grant the Major a small gratuity according to merit when the commission is completed, even though such is a new custom, but to let the King perceive nothing thereof unless he should bring it up himself; and meanwhile to recommend that chief officer to come here as soon as possible, and to prepare everything for the impending departure. Furthermore, in respect of the Kimelaha Daraman, of whom mention was last made in the secret resolution of the 15th of this month, who had arrived on Tidore among those sent up by the Sangaji of Patani, it was approved to inform the King in secrecy to detain him there, though at liberty, without giving him any suspicion of harm, if he might not yet have departed, as the Commissioners presuppose, although His Highness thinks such was not yet expedient, as appears from what was noted down in the Commissioners' report. Underneath stood: Thus done and resolved at Ternate, Orange, date as above. Was signed: J. van Schoonderwoert, P. J. Valckenaer, J. C. van Ossenbergh, From Ternate, the 31st August 1761 M. D. van Haak, J. G. van Raesveld, J. S. van Masson, J. Jonkers, and A. H. Gregorij. Wednesday the 19th August 1761, in the afternoon around four o'clock, combined meeting with the Grandees of the realm of Ternate. Present: The Right Honourable Lord Governor and Director of the Moluccas Jacob van Schoonderwoert, the Honourable Merchant and Second Paulus Jacobus Valckenaer, the valiant Captain of the military Jan Cornelis van Ossenbergh, Merchant and Fiscal Matthias Diderik van Haak, the Junior Merchant and shopkeeper Jan George van Raasveldt, the Junior Merchant and Secretary Johan Sebastiaan van Masson, the provisional Dispenser Jan Jonkers, and August Hendrik Gregorij, together with the Jogugu Hairoen, the Secretary Iman Bajano, the Kimelaha Patti Lattoe, Sangaji of Tomadjik Catti Baba, the Ngofamanyira of ditto Mohibat, and the Sangaji of Toboleu Salama. The King of Ternate, his chiefs

Dutch transcription

197 Van Ternaten den 3:1:' Aug:s 1761. UWE. Wel Edele agtb:re goet geuringe moet me= riteren, zoo nemen wij met die pantsag de vrijheijd ons te onderschrijven /:onderstond:/ wel Edele agtb=re gebiedende heer /:laager:/ uw: wel Edele agtb=re nederige en trouwschuldige Die= naaren /:was geteekend:/ I: S: Van Masson & A: H: gregorij /:in margine:/ Ternaten arange den 17:' aug:s 1761. — Na welkers resumtie in aanmerkingk komende zijn hoogheijds vrage, waerde aan hem mude ter leen afgestaane negorij= en waro Caiheloe en Tattoe twee dag reijsens van de pastsawaij afgelegen, hunne passen zoude kunnen erlangen, ombeveijligt te zijn voor de kruissers, zoo wierd ten deesen opzigte goedgevonden dien voorst te laaten weten, dat zijne onderdanen ter gem: plaetsen zullen moeten zorg dragen, middel aan de hand te bekomen, om voor afze van daar vertrecken een pas van gem: posthouder te erlangen, ten fine bevrijd te blijven voor alle ongemacken. Den koning voorts te rug verwagtende 't protest 't welk hij versegult en onderteij= kent overhandigt had, gaf den heer gouver= neur ten deesen aspecte in overweging, oft niet beter was 't zelve alhier aan tehouden, en de Commissianten over te geven, om niet eer aan den majoor panis kattoe, welken zijn hoogheijd benoemt had, wegens zijn persoon met ons te gelijk te protesteeren, te indra= geeren, tot dat zulx zal te paskomen zoo niet 't zelver te bewaaren, en bij hun retour aan ons weder ter handen te stellen tot gen Van Ternate den Aug„s 1761 tot eene nadere gelegentheyd, dat daar van het vereischte gebruijk zal kunnen gemaakt werden; waar over gediscoureert wierd verstaan, zijn Ed:s propositie te amplecteeren en hier van den koning advertentie te geven. Egter is als een zeer goede zaak aangesien„ dat den koning op der Commissianten voorstel= zig zoo genegen getoont heeft 't gem: protest te zegulen en te subsigueeren, nevens de voor= naamste zijner rijxgrooten, 't welk geene geringe blijk uijtlevent van zijne onschuld nopen den Jnderang der vreemde natien in= dezer gewesten. — Maar een weinig wonderlijk quam desen rade te vooren, dat den koning had gepropo= neert, terwijl voorn majoor zijn persoon bij die gelegentheijd representeerde, denzelven niet wel vertrekken kan, zonder eenig onderhoud te genieten; weshalven hij de op= perhoofden had laaten bij een komen, om hier over te besluijten, dog uijt hoofde dezelve zulx beleeft van de hand gewesen hadden, als een zaak, die nog nooijt geschiet was, waar toe ze van 's lands wegen verpligt waaren; kon hij hun daar omtrend Juijst geen groot ongelijk geven, dierhalven ver= soekende, om ons voor te stellen, dat het zoude goet weesen, den zelven van beide kanten een gering geschenk toe te voegen na het wel= behagen der E: Comp=e: anders voor hem alleen te dragen, zulx te swaar zoude vallen, 't welk de Commissianten ter regte van de hand geweesen hadden, egter door dien zijn hoog= heyd niet na gelaten had, dat deuntje verscheijde 199 Van Ternaten den 31:e Aug„s 1761. verscheydene keeren te repeteeren, waaren zij genoodzaakt geweest te beloven, daar van bij berigt aan ons gwagt te maken. hier over gedelibereert, wierd na rijpe over weginge g'arresteert, den majoor een ge= ning douceur na meriten toe te voegen, als de Commissie volbragt is, alschoon zulx eene nieuwe gewoonte is, dog den koning daar van niets te laaten blijken, 't en zij, daar van zelfs ophalen mogt; en intusschen dien hoofd officier te recommandeeren, hoe eer hoe liever hier te komen, en alles tot het na bij zijnde vertreck gereet te maaken. Nog is ten opsigte quimihaha Daraman, waar van het laaste mentie gemaakt is bij secreet besluijt van den 15: dezer, dewelke onder de op gesondene van den senghadjie van Pattanij op tidor aangekomen was, goed gevonden, den koning in secretesse te verwitti= gen, denselven aldaar aan te houden, op vrije voeten egter, zonder hee eenig agter denken van quaad te geven, bij aldien nog niet, gelijk de Commissianten praesupponeeren, vertrok= ken mogt zijn, alschoon zijn hoogheijd vermeent zulx nog niet dienstig was, blij= kens 't aangeteekende bij der Commissianten Rapports /:onderstond:/ Aldus gedaan en geresolmt veert tot ternaten orange dato voorsz: /:was geteekend:/ I: van Schoonderwoert, J: Valckenaar, J: C: van ossenberch, P: B: d: Van Ternate den 31. Aug„s 1761 M: D: van Haak„ I: G: van Raesveld, I: P: van Masson, I: Ionkers en A: H: Gregorij. Woensdag den 19:' aug:s 1761, 's namiddags tegens vier uuren gecombi= neerde vergadering met de Rijxgrooten van Terna= Present ten. gouvern en direct: der moluc Jacob van Schoonderwoert den E: Coopm: & secunde Paulus Iacobus valckenaer „ manh: Capt: milit: Jan Cornelis van Ossenbergh Coopman & fiscaal Matthias Diderik van Haak „ ondercoopm: & winkelier Jan George van Raasveldt. Johan Sebastiaan van masson _:o „ secretaris „ p„l dispencier Jan Jonkers en August Hendrik Gregorij wet en benevens den wel edele agtb: heer den Goegoe Hairoen „ Secretaris Iman Bajano. „kimelaha Patti lattoe senghaedje tomadjik Catti baba „ngossa man Jira d:o Mohibat en „ sing hoedje toboleuw - - - Salama Den koning van Ternaten zijne in den hoefden _:o - „o. . . .

NL-HaNA_1.04.02_3028_0585 view scan ↗

English

201 From Ternate, the 31st of August 1761. having sent the aforementioned grandees of the realm to speak with us about some matters of business, they were introduced into this meeting place by two members, where, having taken their seats, after the usual compliments, they stated how His Highness, pursuant to the report brought by our commissioners, had expected that the envoys of His Highness the King of Tidore, together with those guilty of the successive robberies committed, would return from Weda and Patani, where they had still been at that time, to Tidore as soon as possible, yet to his and his bobatos' profound regret, nothing had come of it as yet. Whereupon the Governor replied that His Honour had caused the aforementioned court to be addressed de novo about this, yet the commissioners, upon their return, had not been able to express sufficiently how embarrassed His Highness of Tidore had been in this regard, as had all his grandees, and was at the same time very willing to procure complete satisfaction for their master, with the further report that many of these evildoers had already been captured, but just when his envoys From Ternate, the 31st of August 1761. envoys had intended to undertake the return journey, the King of Salawati, with a large number of kora-koras manned by Papuans, arrived at Patani to take them away from them, and would further also go to Weda for this purpose; yet that Tidore's court hoped and expected shortly that these rebellious subjects of his, who respect neither the Honourable Company, his brother the King of Ternate, nor himself, may be apprehended and the guilty punished arbitrarily; to which end he would contribute everything that was at all possible for the maintenance of the so much desired concord among the Moluccan courts, His Honour declaring further in this regard likewise to do his best, requesting, however, that patience still be exercised, while it clearly appears that the King of Tidore does not yet find himself in a position to accomplish this, as he did not yet have those accomplices in hand. With which they were satisfied to that extent, and after taking a proper leave returned again to the dalem of their king. After which, at the adjournment of the meeting, His Honour submitted for the consideration of the members whether it would not be good that the King of Ternate, as an ally, be informed of our intention to send a mission to the 203 From Ternate, the 31st of August 1761. the Papuan Islands, and there to inquire into the truth of the rumours concerning foreign vessels, as well as whether they have already erected a fort on the large island of Salawati, or are yet to begin therewith, as well as that we intended to protest against it together with the King of Tidore, under whom those lands are properly subordinated; which having been discussed, it was after mature deliberation approved to accept His Honour's proposal, and to that end to nominate the junior merchants, the secretary of this council Van Masson and Gregorij. /:below was written:/ Thus done and resolved at Fort Oranje, Ternate, on the date aforesaid. /:was signed:/ I: van Schoonderwoert, P: I: Valckenier, I: C: van Ossenberch, M: D: van Haak, I: G: van Raesveld, I: S: van Masson, I: Jonkers, and A: A Gregorij. /:lower:/ Agrees: /:was signed:/ J: S Masson, Secretary. 5 From Ternate, the 31st of August 1761. to style with all high esteem. /:below was written:/ Right Honourable, Worshipful, Ruling Lord, /:lower:/ Your Right Honourable Worship's most humble and dutiful servants, /:was signed:/ J: S: van Masson and A: H:k Gregorij. /in the margin:/ Fort Oranje, Ternate, the of August 1761. /:lower:/ Agrees: /:was signed:/ J. S. van Masson, Secretary. 207 From Java's North-East Coast, the 31st of October 1761. Batavia. To His Right Honour, the Right Honourable, Valiant, Most Worshipful and Far-Ruling Lord, Petrus Albertus van der Parra, Governor General, and the Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc. Right Honourable, Valiant, Most Worshipful and Far-Ruling Lord and Lords. Since the dispatch of the latest separate letters, we have heard almost nothing of the fugitive Wira Amidja, except only that he keeps himself hidden and, as it is believed, has retreated with 8 to 9 men towards the Malang district, being however still observed and pursued as well by the Susuhunan's as by the Sultan's forces, so that according to all presumptions one need not be apprehensive of evil consequences, the more so as the princes appear to be in earnest, since the Susuhunan has had the Regent of Jagaraga, Djonopoere, beheaded and displayed on a stake on the alun-alun, From Java's North-East Coast, the 31st of October 1761. displayed, and Pangeran Pamot, the Sultan's general, has, on behalf of his master, caused the village head of Seselo, named Solonogoro, to be kris-stabbed, merely because they appeared to be colluding with Wira Amidja. According to order and duty, we would offer Your Right Honours alongside this the mutual farewell letters, both written by the first signatory to the princes and Pangeran Mangkunegara, and by them to the first signatory, the more so as they are of particular interest and contain honest expressions of tender-heartedness and continual affection, but since they are attached behind the memorial that we offer to Your Right Honours today alongside our general letters, we take the liberty merely to enclose herewith a copy extract of the letter from the Yogyakarta Resident Van der Sluijs, to which, to avoid double work, we also refer; and to inform Your Right Honours that, subject to the approval of Your Right Honours, we have appointed in place of the deceased Regent of Tjinkelsewoe as Regent again his eldest son, named Sumodjojo, for whom we

Dutch transcription

201 Van Ternale den 31 Aug„s 1761. hoofde deeses gemelde Rijxgrooten gesonden heb= bende, om met ons over eenige zaakelijk= heeden te spreeken, zoo wierden dezelve door twee Leeden te deezer vergader plaats gei= troduceert, alwaar zilplaat ge= nomen, na de gewoone Complimenten, voor= bragten hoe zijn hoogheijd, ingevolge de meede gebragte narigt onser Commissianten verwagt had, dat de sendelingen van zijn hoogheijd den koning van Tidor met de schuldige aan de successive gepleegde ro= verijen ten spoedigsten van Weda en Pat= tanij, alwaar dezelve toenmaals nog waaren geweest, op Tidor zouden rever= teeren, egter tot zijn in zijner bobatos L mertelijk leetweesen, daar van nog niets van gekomen was Waar op den heer gouverneur repli= ceerde, dat zijn Edele voorschreve hof de novo daar over had laaten onderhouden, tog de Commissianten bij hun te rugkomst niet genoeg hadden kunnen betuijgen hoe verleegen zijn hoogheid van Tidor ten desen assecte was gewegst, gelyk mede alle zijne rijxgrooten, en teffens zeer gewil= lig was, hunne meester volkomene satisfactie te procureren, met verder berigt, dat al reets veelen van deese quaad„ doenders gevangen maar even toen zijne zendelingen Van Ternaten 31:e Augustus 1761. zendelingen van zints geweest waaren de te rug reijse te ondernemen was den koning van Salwattij met een groot getal Corre. Cerres bemand met papoesen op pattanij- g'arriveerdt, om haar die aftenemen, en Verders ook na weda ten deezer oorsaak halve zoude gaan, Egter dat Tidors hof verhoopte en in korten verwagte, deze zijne rebellige onderdanen, welke d' E: Comp=e zijn Broeder den koning van Ternaten nog him zelfs ontsien mogen geapprehen= deert, ende schuldige arbitralijk gecorri= geert werden; ten welken eijnde hij alles, wat immers mogelijk was, zoude bydragen, ter onderhoud der zoo zeer gewenschte Een dragt onder de moluxe hoven, de Clare= kende zijn Ed: verders dien aangaande dat gelijks zijn best te doen onder versoek egter nog patientie te oeffenen, terwijl klaar blijkt dat den koning van Tidor zig nog niet instaat bevind, om zulks te darigen, terwijl hij die Complicen nog niet in han= den had. waar mede zij hun in zoo verre te man p Vreede hielden, en na genoee afscheid weder na den dalm van haaren koning retourneerden. Waarna bij het scheiden der vergadering zijn Edele van de leeden in bedenking gaf, of het niet goed zoude zijn, dat den koning van Ternaten als een bondginote verwittigt wird van ons voornemen, om een besending na de 203 Van Ternaten 31: Augustus 1761 de papoese Eijlanden te laaten doen, en aldaar te vernemen water van de gerugten der vreem= de Equipanten zij, mitsgaders of dezelve alreets een fort op het groot eijland salwattij g'extrueert hebben, of daar mede eerst begin= nen zullen, mitsgaders dat wij daer tegen protesteren wilden nevens den koning van Tidor, onder wien die landen eijgentlijk ge= sub Ordoneert zijn; waar over gesprooken zijnde wierd na rijpe overweging goedgevon= den zijn Ed:s voorstel te amplicteren, ten dien fine te nomineeren de onder cooplieden den se= cretaris deeses raads van masson en gregorij. /:onderstond:/ Aldus gedaan ende geresol= veerdt tot ternaten orange dato voorsz: /:was geteekend:/ I: van schoonderwoert, P: I: Valckenier, I: C: van Ossenberch, M: D: van Haak, I: g: van Raes= Veld; I: S: van Masson, I: Jonkers en A: A gregorij. /:lager:/ Accordeert:/ /:was geteekend:/ J: Smasson Secrs 5 Van Ternaten 31=e Augustus 1761. alle hoog Agtinge te noemen. /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare gebiedende heer /:Laager:/ uwel Edele agtb=re ganst onderdanige en trouwschuldige dienaar /:was geteekent:/ J: S: van masson en A: H:k Gregorij, /in margine:/ Terna= ten orange den aug:s 1761. /:laager:/ Accordeert /:was geteekent:/ Js van mapsm Secretaris 207 Van Javas Oostcust Den 31 october 1761 Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den hoog Edelen Gestr: Groot Agtb: en wijdgebiedende Heere ƒ Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal ende Heeren Raaden van Nederlands Jndia &=a Hoog Edelen Gestrenge Groot Agtbaaren en wijdgebiedende Heere en Heeren sedert de peche der Jongste aparte letteren hebben bij wij na niets van den voor'tvlugtende wier amiedja venoomen als eenelijk, dat bij sig schuijlfhoud en met 8 â 9 man zoo men wil naar het Malangsche geretipeerde is, werdende echter nog zoo wel door soesoehoenangs als sulthans volkeren geobserveerd en nagegaan zoo dat men volgens alle presumtien weegens kwaade gevolgen niet behoeft bedugt te zijn, te meer het met de vorsten Ernst schijnt, na dien den soesoehoenang den Regent van Jagaraga djonopoere het hoofd heeft laaten afkoppen, en op de Passerbaan op Een staak ten toon stellen de Van Iava's Oostcust den 31 october 1761 stellen en de Pangerang Pamot sulthans vel d' heer uijt stast van zijn meester het hoofd van seselo in name solonogoro heeft doen krissen alleen om dat zij maar met wieramidjo scheenen te heailen. wij zouden volgens ordre en Pligt bezijden dezes uw hoog Edelhedens wel aan bieden de weder zijdsche afschijd biiven, zoo door den Eerstgeteekende aan de vor„ sten en Pangerang Mancoenagara, als door de zelven rouden Eerst Geteekende geschreevene, te meer dezelve van specu„ latie zijn en Eertelijkke Expressien van teder hartigheijd en aenhoudende genegenhijd behelzen, E doch dewijl de„ zelve achter de kemorie, die wij bezijden onze gemeene letteren aan heeden uw hoog Edelheedens aan bieden, ge„ acrocheerd zijn, zoo neemen wij de vrijheijd, om een„ „lijk hier bij te voegen, copia Extract misive van den djok jocarta's Resident van der sluijs, waar aan ter vermijding van dubbeld werk ons meede re„ fereeren: En uw hoog Edelheed=s te Communiceeren dat wij in plaats van den overleeden Regent van Tjin„ kelsewoe op approbatie van uw hoog -Edelheed=s weder tot Regent hebben, aan gesteld, des zelfs oudsten zoon in Naame Soemodjojo, voor wien wij

NL-HaNA_1.04.02_3028_0591 view scan ↗

English

209 From Java's North-East Coast, 31 October 1761 we request an act and for him the title of Ingebeij Tjoerodipo, as was borne by his father. The Ingebeij of Rembang, Ongodjojo, has submitted a request to be dismissed from his Regency on account of his advanced age, and that his son Dirmodjojo may succeed him with the same name and title of Ingebeij Dirmodjojo; but since he, as well as all the other Regents, is departing today for Batavia alongside the first signatory, we have referred him to Your High Excellencies to present his request there. Likewise, the Pangerang of Madura, who insists on being honored with the title of Panembahan and remaining exempted from his tribute, amounting to Rds. 10,000 per year, from which he was relieved for a period of ten years on account of his services rendered to the Company, which period is now nearly expired; yet we find ourselves obliged to bring to Your High Excellencies' knowledge that the First Regent of Sourabaija, the Tommangong Tjandra From Java's North-East Coast, 31 October 1761 Tjandra Nagara, has for some time harbored an irreconcilable grudge, from which he cannot be dissuaded, against the Administrator Martheze, declaring and demonstrating frankly to have an aversion to him for various reasons, which he has declared he will personally bring before Your High Excellencies, and has already disclosed to us in public. Wherewith we remain with the deepest respect, Your High Excellencies' very obedient and bounden servants, N. Hartingh and Wm. Hendk. van Ossenberch. In margin: Samarang, 31 October 1761. Extract of a letter written by the Merchant Mr. Dirk van der Sluijs, First Resident at the court of the Sultan at Djokjacarta, to the Right Honourable Nicholas Hartingh, Councillor 211 From Java's North-East Coast, 31 October 1761 Extraordinary of the Council of the Dutch Indies, and Governor and Director on and along Java's North-East Coast, dated 26 October 1761. Having had an audience yesterday evening, His Highness instructed me to request Your Right Honourable very respectfully that, although you were now about to depart for Batavia, he, the Sultan, might nevertheless, in the unhoped-for event of any incident, use the liberty to write to Your Right Honourable; which, notwithstanding my assuring His Highness thereof, I nevertheless had to promise to do forthwith. Certified, signed H. Munnik, Secretary. Batavia From Java's North-East Coast, 13 November 1761. Batavia To the Right Honourable, Most Respected and Far-Ruling Lord, His High Excellency Petrus Albertus van Der Parra, Governor-General, and the Gentlemen Councillors of the Dutch Indies, etc. etc. Right Honourable, Most Respected, Far-Ruling Lord and Gentlemen, Following the dispatch of the last separate letter of the 31st past, I have received further intelligence concerning Wieramidjo, namely that he, being pursued by the Sovereign's people, has separated from his chiefs and, accompanied by six persons, went to the village of Tempel, situated in the Sourabaija district, from where, upon the approach of the Sovereign's forces, he fled again to the village of Cananga, situated in the Regency of Cartasana, leaving behind 1 bow and 2 quivers with 213 From Java's North-East Coast, 13 November 1761 with arrows and 3 horses. Djajing and Wiel Adikta, two prominent followers of Wieramidjo, having separated themselves from their leader, are said to be still staying around the village of Mous in the district of Toeban, so it is said, and, assisted by the villagers, to have engaged in a fight against the Sultan's people, with the loss, however, of 3 men on their side. I have issued the necessary orders, while Wieramidjo is still being pursued, to capture these two and others of his following, wherever they may be caught in the coastal lands, dead or alive. Furthermore, I have the honor to present respectfully to Your High Excellencies the letters from the Soesoehoenang and the Sultan, alongside which are enclosed for complete inspection the copies and translations of the letters written by me to the Sovereigns, and their answers. Wherewith I remain with all respect, Your High Excellencies' very obedient and bounden servant, W. H. van Ossenberch. In margin: Samarang, 13 November 1761. Batavia From Sumatra's West Coast, 31 October 1761. To His High Excellency, the Right Honourable, Most Respected Lord Petrus Albertus van Der Parra, Governor-General, and the Right Honourable Gentlemen Councillors of the Dutch Indies. Right Honourable, Most Respected, Far-Ruling Lord, and Right Honourable Gentlemen, By the ship Hercules, I had the fortune to receive duly Your High Excellencies' esteemed separate letter of 31 July of this year, and just as it serves me to great honor that Your High Excellencies were pleased not to disapprove of my proceedings with respect to the French under the Count d'Estaing, so I also request Your High Excellencies to be assured of me that I, regarding the English in matters of importance, will conduct myself as a faithful servant of the Honourable Company, yet without necessity not meddle with them at all, and otherwise treat them outwardly as friendly and politely as is ever possible. Batavia Please turn over

Dutch transcription

209 Van Iava's Oostcust den 31 8ber 1761 wij verzoeken een acte en den zelve Een titul van Jngebeij Tjoerodipo als zijn vader gevoert heeft D' Ingebeij van Rembang ongodjojo heeft versoek gedaan, om uijt hoofde van zijne hooge Jaaren van zijn Regentschap ontslagen, en dat zijn zoon dirmodjojo hem mogt succedeeren, met den zelven naam en titul van Jngebeij Der modjojo, maar nadien hij zoo wel alle de an„ dere Regenten heeden nevens den Eerstgeteekende naer batavia vertrekt, hebben wij hem naer uw hoog Edelheedens gerenvoijeerd, om aldaar zijn ver= sonk voor te draagen, Gelijk meede den Pangerang van Madura, insteerenede om met den Titul van Pannenbahan vereerd te werden, en G'excu„ seerd te blijven van zijn tribuit, groot Rd„s 10'000 — 's Jaars, waar van hij om zijne diensten aan de Maatschappij bewezen ontheft is voor den tijd van tien Jaaren, die thans bij na verstreken is, he doch wij vinden ons verpligt uw hoog Edelheedens ter kennisse te moeten brengen, dat den Eersten Begent van Sourabaija den Tommangong Tjandra . Van Iava's oost cust den 31 8ber 1761 Tjandra Nagara reedes sedert Eenige tijd Een onverzetbaare wrok opgenoomen heeft waar van hij niet te diaarteeren is tegens den admi„ nistrateur Martheze betuijgende Enbetoonde rondborstig, Een adversie van hem te hebben, om diverse redenen, die hij verklaart heeft zelfs onder het oog van uw hoog Edelheedens te zullen brengen, en aen ons in het Publicq reeds heeft Geopenbaard. — Waar meede wij met dediepste Eerbied verblijven (:onderstond.) uw hoog Edelheedens zeer Gehoor„ e „zaamen en Trouwschuldige dienaaren (:was geteekend/ N: Harting en W:m Hend=k van Ossenberch in Margine / Samarang den 31 october 1761 Extract Missive gesz: door den koopm: M:r Dirk van der Sluijs Eerste Resident aan het hoff van den sulthan te djokja carta aan den wel Edelen Gestrenge Groot achtb: Heere Nicolas Hartingh Raad 211 Van Iava's Oostcust Den 31 8ber 1761. — Raad Extra ordinair van Nider „lands India, mitsgaders Gou„ verneur en Directeur op en langs Java's woord bostcust in dato 26. october 1761. — Gister avond binnen Geweest zijnde, heeft zijn hoog= heijt mij gelast uwel wel Edelen gestrenge Groot achtb:r zeer Eerbiedig te versoeken, van schoon nu naer batavia stond te vertrekken, hij sulthan achter /. bij onverhoopt ongeval van't een of andere:/ de vrijhoijt zoude moogen gebruijken, uwel Edelen gestr: Groot achtb: te zullen moogen schrijven 't geen des niet tegenstaande ik zijn hoogheijt zulks versekeerde echter beloven moest van ilico te zullen doen: Accordeert was geteekend H Munnik secret„s— Batavia van Iavâ's oostcust Den 13 9ber: 1761. Batavia Aan Den Hoog Edelen Gestr: Groot agtbaren &: wijd ge„ biedende Heere; zijn Hoog delheijt Petrus Albertus van Der Parra Gouverneur Generaal ende Heeren Raden van Nederlands India &=a &a Hoog EEdelen Gestrengen Groot achtbare wijdgebiedende Heere en Heeren Na de depeche der laatste aparte missive van den 31 Passato, heb ik van wieramidjo nader berigt er„ „tangt, dat hij namelijk door 's vorsten volk nage„ zetn zijnde, zich van zijne hoofden ontdaan en verseld van zes Perzoonen, zig begeven heeft naar de Negorij Tempel, Gelegen in het sourabaijs district, van waar hij op het aan naderen van svorsten volkeren wederom Gevlugt naer de Negorij Cananga, in het regentschap carta sana, gelegen, agterlatende 1: boog en 2 kokers met 213 Van Iava's Oost Cust Den 13 9ber 1761— met Pijlen en 3 Paerden Djajing en wiel adikta, twee voorname aan hangelingen van wieranndja, zich van hun hoofd afgezondert hebbende, zouden zich omtrent de Dessa Mous in het district van Toeban, zo men wil, nog ophouder en indoor de Negorijs volkeren geadsisteert, tegen het volk van den sul„ than, met verlies aan hunne zijde echter van 3 man, geslagen hebben, Jk heb denodige order gesteld, terwijl wier aundjo nog werd nagezet, om deze twee en anderen van zijn aanhaag, die maar in de strandlanden geatrrappeerd werden, levendig of dood magtig te worden wijders het ik de eer uw hoog Edelhedens eer„ biedig aan te bieden de brieven van den soesoehoe„ „nang en sulthan, waar nevens leggen ter geherde speculatie de copias en translaaten van de briven door mij aan de vorsten Geschreven, en hun antwoord — waar mede ik uijt alle Eerbied verblijve (:onderstond:/ uw hoog Eedelheedens zeer Ge„ hoorsame en Trouwschuldigen Dienaarn / was geteekent. J. W: H van Ossenberch (:in margine) Samarang den 13 9ber 1761 Batavia Van Sumatras Westcust Den 31 8ber 1761. Aan zijn Hoog Edelheijt Den Hoog Edelen Groot Agtb: Heere Petrus Albortus van Der Parra Gouverneur Generaal Benevens De WelEdele Heeren Raden van Nederlands India Hoog Edele Groot Agtbare wijd= gebiedende Heere, en wel Edele Heeren Het het schip d' Hercules heb ik het geluk gehad, uw Hoog Edelens geagte aparte letteren van den 31 Julij deses Jaars wel te ontfangen, Engelijk het mij tot veel Eere strakt, dat uw hoog Edelens mijne verrigtingen ten op zigte van de france onder den Grane d' Estaing niet hebben geliven afte keure, zoo verzoeke ik uw hoog Edelens ook aan mij verseekert te willen, zijn dat ik mij omtrend d' Engelschen in zaaken van Belang wel als Een getrouw dienaare van d'E Comp: gedra„ gen, dog zonder nood mij geenzints met haar be„ moeijen, en haar wijders voor 't uijterlijke zoo vrien„ delijk en beleeft handelen zal, als maar immers mo„ gelijk is Batavia verte

NL-HaNA_1.04.02_3028_0597 view scan ↗

English

215 From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1761 In the meantime, I have already engaged with her. The skipper of the Hercules has brought me a letter, signed by one Frederik Vincent, which he said he received from an express vessel while sailing past Bancahoulou. I have answered the same to the best of my knowledge, and sent this answer in duplicate overland to Bancahoulou, so that the Honourable Company's servants might not at times be exposed to any difficulties or obstacles in the delivery of the message. And due to the shortness of time, having to refer to the copy thereof attached to the accompanying secret Resolution, I hope that its contents, as well as the orders given in advance to the Resident of Natter, will obtain Your Right Honourable's favourable approval. For to offer immediate resistance, should they truly attempt anything at that place, I have no forces at hand, and such might perhaps also initially conflict with Your Right Honourable's intentions. But this is nevertheless my intention: that if the Resident of Natter must yield, I shall then immediately send one of the most capable servants I have at hand to Aijerbangis, with a good quantity of the most sought-after goods and the necessary instructions to see whether it is possible to lure the mountain people and the trade thither, and thus make Natter for the From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1761 for the English, if not useless, then at least unprofitable. And whether Your Right Honourable pleases to approve or disapprove of this modest plan, I request regarding this matter to be strengthened as soon as possible with your wise pleasure and further orders, as I will then be able to proceed with greater courage and peace of mind in my undertakings. What trouble and policy I have employed, and still daily employ, to win over the natives in general, but especially the princes and regents, together with the mountain peoples, to the Company's interests, Your Right Honourable will find abundant evidence thereof in the general resolution now being sent over. And it seems that the Almighty is pleased to bless my efforts in such a manner that I can now already with great joy notify Your Right Honourable of the good success: for from the foremost princes in particular, those of the house of Maningcabo, I receive friendly letters, with promises that they will close the roads from the opposite side and send their merchants hither for trade. The merchants themselves are already coming down from the mountains in a considerable crowd; they depart again highly satisfied with the treatment and the entertainment received, and in short, everything promises to be a wished-for beginning to an advantageous trade, which I 217 From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1761 hope will shortly be restored to its former flourishing state. The engineer sent by Your Right Honourable is indeed capable enough for the work for which I requested him, but on account of continuous illnesses he can only perform some work on a few days. Nevertheless, I shall do my best by the next opportunity to present to Your Right Honourable my modest project on how Padang can be made formidable to both European and native enemies with little expense. However dangerous the present gunpowder magazine is situated, there is nevertheless in the entire fort no more suitable place to be found for it; and for that reason I have only had the old one improved to such an extent that the gunpowder in it cannot spoil from dampness. I have read through the fundamental description of this West Coast with the utmost attention, and found much in the historical parts that one can no longer trace in the papers of this office. And I shall also by no means fail to let Your Right Honourable's decisions taken thereon of the 13th of April of this year From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1761 serve for my guidance and observation. But concerning the camphor and benzoin, I cannot, however, refrain, in hope of a favourable interpretation, from remarking provisionally that the Company has hitherto been greatly disadvantaged in those two articles, both by the private and foreign traders, who must have driven up the prices thereof beyond measure, as well as by its own unfaithful servants, who were not afraid to charge earth and dirt for good gum at excessive sums into the accounts. And that consequently these obstacles must necessarily first be cleared out of the way before one can pass an assured judgment regarding the advantage or disadvantage of that trade. Now the first has already been done by Your Right Honourable through the revoking of the previously permitted free navigation and trade, and as to the latter, even before the receipt of Your Right Honourable's esteemed separate missive, I had already laid the foundation by the general Resolution of the 18th of May last, for thereby, after prior advice from knowledgeable persons, not only the prices but also the sorts for the Residents of Baros and Natter were established on a firm footing. The native traders, whom one [illegible] navigation along this

Dutch transcription

215 Van Sumatras westcust Den 31 8ber 1761 ondertusschen hebben ik bereeds met haar aen de ganggeraakt. D' schipper van d' Hercules heeft mij een Briefje gebragt, daar Eenen Fred„k vincent ondertekent, het welk hij zeijde in't voorbij zijlen van Ban„ cahoulou per een Expres vaertuijg ontfangen te hebben; ik heb het zelve na mijne beste kennisse beantwoord, en dit antwoord dubbeld over den landweg noer bancahoulou versonden, ten Eijnde 'sE Comp: kjelen bij bestelling zomtijds niet aan eenige moeijlijkheeden of beletselen in de zijse te Exponeeren, En mij om de kortheijd des tijds aan het af„ F schrift daar van bij nevens leggende, secrete Resolutie moeten de gedragen, zoo hoop ik dat dies inhouden zo wel uw hoog Edelens gunstige approbatie zal verwerven als de in voorraad gegevene ordres aan den Resident van Nat„ „ter, want om dadelijk tegenstand te bieden, indien zij waer„ „lijk iets op dieplaats onderneemen mogten, daar toe heb ik geene mogt aan handen, en zoude zulx ook moge„ lijk voor eerst nog tegens uw hoog Edelens intentie strijden, medr dit is Egter mijn voorneemen, dat als de resident van Natter wijken moeten, ik dan ten Eersten Een van de bequaamste bediendens, die ik aan hangen heb naer„ „de Aijerbangis zeiden zal, met eene goede quan„ titeijt van de gewildste goederen en en de nodige Justiuc„ tie om te zien of het mogelijk is, de berglieden en den handel daar na toe te lokken en dus natter voorde Van Sumatras westcust Den 31 october 1761 — voor de Engelschen zoo niet onnut te min„ „sten onpeofijtig te maken, En het zij, dat uw hoog Edelens dit gering Concept geliven goed- of aftekeuren, ik versoek dien aangaande ten allerspoedigsten met der„ zelver wijzer goedvinden en nadere ordres Gesterkt te mogen werden, alsoo ik dan met deese te meerder moed en gerustheijd in mijn ondernemingen zal voortgaan kunnen — wat moeijte en olijtik in 't werk gesteld hebb, en nog dagelijk in't werkstellen, om de Jnlanderse in't generaal„ dog voornamentlijk de vorsten en Regent en met de berg volkeren, in sComp: belangen overte haalen daar van— zullen uw hoog Edelens bij de thans overgaende Gemeene re„ solutie over vervloedige blijken vinden; En het scheijnd dat de Almogende mijne Pogingen zodanige gelieft te zegenen, dat ik nu al met veel blijdschap uw hoog Edelens van het goedsucces kennis geven kan: want van de voornaamste vorsten in't besonder, die van het huijs van Maningcabo, ontfang ik vrindelijke briven, met belaften, dat zij de weegen van de overkont sluijten en haere kooplieden hier natoe ten handel zenden zullen: De kooplieden zelfs komen al in Eene tamelijke menigte uijt het gebergte af zij vertrekken wedersten hoogsten voldaan over de behandeling en het genooten onthaald, Een in't korte alles verstuickt houden zig tot een geweeschte begin aan Een voordeelige die ik koop 217 Van Sumatras Westcust Den 31:' october 1761 — hoop dat binnen korten tot zijnen voorigen florisanten staat Eersteld zal raaken De door uw hoog Edelens gezondene Jnge„ nieurs is in zo verre wel bequaam genog tot het werk waar toe ik hem verzogt heb, maar wegens Contineueele ziektens kan hij niet als Een kelddagen Eenige werk verrigten; Egter zal ik mijn best doen, per naesten uw' hoog- Edel„s mijn geringe praject aan te bieden, op wat wijse Padang bijde voor een Europiese en Im„ lands vijanden met wijnige ongelden formidabelge„ maakt kan werden — Hoe gijvallijk de tegenwoordige kruijdkelder ook legt, is Eijter gie't Gantsche fort daar toe geen be„ quaamer plaatse te vinden; En daer om heb ik de oude eenlijk in zo verre verbiteren laaten, dat het kruijd daer in door vogtigheijt niet bederven De Radicale beschrijving van desen west Cust heb ik met de uijtterste op lettenheijd door„ geleesen, en bij 't historisch deelen veel Gevonden, dat men thans bij de papieren van dit Comptoire met meer nagaen kan: En ik zal ook Geensints ingebreeken blijven uw hoog Edelens daar op genoomen besluijten van den 13. april deeses Jaars kan — mij Van Sumatra's Westcust Den 31 October 1761 — wij ter narigt en observantie te laaten strecken, maar omtrendt de Camphuren Benzuim, kan ik egter, niet om heer, in hoope van Gunstige velduijding, bij provisie in die aan te merken. Dat d' Comp: tot nog twee in ar„ ticulen Grootelijx benadielt is zoo door de particu„ liere en vreemde Handelaars, die de prijsen daer van boven moeten opgejaagt hebben, alf door haar ontrouwe bediendens zelfs, die niet bevreeft geweest zijn„ aende en vuijligheijt voor Goede Gom tegen 's Ex„ cesive somman in Reekening te brengen, En dat bij gevolg deze hinderpaalen noodwendig Eerst uijt de weg Geruijmt dienen te werden, Eer men wegens het voor=of nadeel van dien handel een het verseekert oordeel kan vellen, nu is Eerste be„ reedess door uw hoog Edelens geschied door het in trekken van de bevoorens Ge permitteerde vrije vaart En handel, En tot Laetste het ik ook al voor den ontfangst van uw hoog Edelens G' Eerde apparte missive het fondament Gelegt ge„ had, bij gemeene Resolutie van den 18 ' meij Jongstleeden, want daar bij zijn na vooringe nomene advijs van kundige meschen niet alleen de prijsen maar ook de soorten voor de Residenten van Baros en wat „ten op een vaste vaet gesteld. De Jnlandsche handelaars, die men de vaart langs dese oi

NL-HaNA_1.04.02_3028_0601 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1761 cannot well forbid this coast, must according to that stipulation likewise surrender to the Honorable Company whatever of those goods they might at times receive in exchange to the north. These, as well as the Residents, also testify that they too can manage, provided that the market is not overly spoiled by foreign and private traders. And thus being able to flatter myself with the hope of being able to supply the Honorable Company with sound gums free of internal costs at civil prices, this is only my sole request: that it may please Your Right Excellencies to exercise a little more patience, and to postpone your final decision regarding those two articles until I have the honor of reporting further on the effect of my efforts. I shall meanwhile proceed to exert my utmost powers to improve the Company's interests on this Coast more and more under God's blessing, and, so far as human capability permits, to bring them to a desired state of security and advantage. And being convinced by experience From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1761 that Your Right Excellencies by no means leave faithful services unrewarded, I most humbly recommend my person and the advancement of my further fortune to Your Right Excellencies' high and mighty favor, and remain with the utmost respect. Underneath stood: High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord and Honorable Sirs. Lower down: Your Right Excellencies' most humble and obedient servant. Was signed: L. Senff. In the margin: Padang, the 31st of October 1761. Wednesday From Sumatra's West Coast under date the 31st of October 1761. Wednesday the 30th of September 1761. All present. The master of the ship De Hercules, upon his arrival at this roadstead on the 27th instant, having handed over among other things to the Lord Commander a letter sealed with a private signet and addressed on the outside in English to the Chief of Affairs of the Netherlanders at Padang on the West Coast of Sumatra, which according to his report had been sent to him by an express vessel while sailing past the roadstead of Bencoolen, without knowing by whom since he had not been able to understand the bearer, an Englishman; His Honor produced a translation thereof today, being of the following content: Translation of an English letter sealed with a private signet and addressed on the outside: To the Chief of Affairs From Sumatra's West Coast, the 21st of September 1761 I have been told that when the French came to this coast and drove the English from Natal, the Netherlanders immediately hoisted their flag there and have held possession of the same ever since. This is so contrary to the treaties and the friendship that presently subsists between the States and Great Britain that I can hardly believe it. Nevertheless, since I expect that Your Honor will answer me immediately whether it is so, and on what foundation Your Honor presumes to be allowed to hold that, I shall suspend my final decision for so long. But be assured of this: that if it be confirmed, I shall go thither at once and treat as enemies of Great Britain those who wish to dispute the English possession. A step for which Your Honor will have to answer, and not. Underneath stood: Sir. Lower down: Your Honor's very obedient servant. Was signed: Fred.k Vincent. Still lower: Translated by me. Was signed: J. W. Coln. In the margin: Osterley at the roadstead of Bencoolen, the 3rd of September 1761. At the same time His Honor also displayed the draft of what he deemed he could and should answer thereto in these words: Padang on the West Coast of Sumatra, received per the ship De Hercules the 27th of September Anno 1761. To the Chief of Affairs of the English at Bencoolen on the West Coast of Sumatra. Right Honorable Sir! A few days ago, a small letter was brought to me by the captain of one of our ships, which he stated he had received via an express vessel while sailing past Bencoolen, without however knowing from whom, as he had not been able to understand the bearer. The same is written in English, addressed to the Chief of Affairs of the Netherlanders at Padang on the West Coast of Sumatra, sealed with a private signet, dated at the roadstead of Bencoolen the 3rd of September 1761, and signed: Fred.k Vincent. And its contents chiefly comprise that the writer testifies to having heard that the Netherlanders, immediately after the departure of the English from Natal, hoisted their flag there and had held possession of the same ever since; that this was so contrary to the treaties and the friendship that presently exists between the States and Great Britain

Dutch transcription

219 Van Sumatras West Cust Den 31. 8ber 1761 dese Cust niet wel verbieden kan, moeten volgens die bepaaling insgelijks aan d' E Comp: over„ geeven, het geen zijn van die goederen, zom tijds om de noord in ruijling ontfangen mogten, deeze zoo wel als de Residenten betuijgen ook dat zij en meede uijtkunnen, indien de markt maar niet door vreemde en Particuliere negotiaenten te veel bedurven werd, En mij zelven dus met de koop mogende vlijen, van Binnen kosten deugtsaanje Gommen tegens Civiele Prijsen aan DE: Comp: te zullen kunnen leveren, zo is ook dit maar alleen mijn Eenigste versoek, dat het uw hoog Edelens behoogen mag, nog Een wijnig gedult, te oeppenen, en derzelver uijt eijndig Besluijt ten opsigte van die twee ar„ tioulen zoo lange uijt te stellen, tot ik de Eere van hebben, van het Effect mijner pogingen na der verslag te doen Ik sal inmiddens voortvaren, mijne uijterste kragten inte spannen, om sComp: belangen te de„ ser Custe onder Godes zeegen nog al meer en meer te verbeeteren, en zoo veel Een metschelijk vermogen toelaat tot Een gewenschte staat van zeekerheijd en voordeel te brengen, En uijt de ondervinding over„ „tuijgt Van Sumatra's West Cust Den 31 8ber: 1761 „tuijgt zijnde dat uw hoog Edelens getrouwde diensten geensints onbeloond laaten; zoo recom= mendeer ik mijne Persoon de bevordering van mijn verder fortuijn, op het hunbelfte in uw hoog Edele=s Groot vermoogende gunste en blijve met de uijterste Eerbied /:onderstond /. Hoog Edele Groot agtbaare wijdgebiedende Heere en welEdele Heeren (Lager) uw hoog Edelens onderdanigste en Gehoor= zaamste Dienaaren (:was geteekendt. ). m Pk L=r Senff (:in margine:). Padang C: L den 31. 8ber 1761.— Woensdag en 221 Van Sumatras West cust onder dato den 31 8ber 1761.— Woensdag den 30 Septb„r 1768. Alle Present De schipper van 't Schip D' Hercules bij zijn aankomst te dezer Rheede op den 27 Courant onder meer andere aan den heer Commandeur overhandigt hebbende Een brief met Een Par„ ticuliere singnet verzegult en van buijten op in 't Engelsbesz: aan het opphoofd der zaken van de Nederlanders te Padang op de westcust van Sumatra dewelke volgens zijn Rapport in het voor bij zeijlen van de Rheede van Banchoulou hem met Een Expres vaarthuijg toegesonden was, sonder te weeten door wie alzoo hij den brenger Een Engels„ man niet had verstaan kunnen, zoo Pro„ duceerde zijn Edele daar van op heeden Een over setting, zijnde van den volgenden Inhoudt— Translaat Engelse Brief met een Particulier sing„ „net ver zegult en van buijten be„ schreven Aan Het opperhoofd der zaken Van Sumatras westcust Den 21 7ber 1761 Men heeft mij gesegt dat wanneer de franse op deeze cust quaamen ende Engelsen van natter dreven, de nedor„ landers daar terstond haare vlagge opgeheijst en het selve 't zedert in bezit gehouden hebben. Dit is zoo strijdig tegens de tractaaten en de vrindschap, die thans tusschen de staaten en Groot-Brittannien stand grijpt, dat ik het nauwelijks geloven kan. Nogthan dewijl ik verwagte dat uEd: mij terstond antwoorden zal, of het zoo is. En op wat fundament uE: vermeekt dat te mogen houden! zoo zal ees ik mij uijteijndig besluijt so lange opschorten: maar zijt hier van versekert, dat als het bevestigt werd, ik ten Eersten derwaarts gaan, en als vijanden van Groot =Brittannien handelen zal de zulke, die de Engelse Possessie betwiften willen. Een stap die uEd: zal moeten ver„ antwoorden en niet /:onderstond: /: mijn Heer /. Lager. /. /uwE: zeer gehoorsamen Dinaar /was geteekent/ Fred=k vin= „rent. /. nog lager:/ door mij getranslateert /:was geteekent/ J=n W=m Coln /in margine / osterlij op de breede van Bancahoulou den 3„e 7ber 1761: — Teffens verthoonde zijn Ed: ook het concept van het geen hij vermeende daar op te kunnen en te moeten antwoorden in dese Bewoordinge; Padang op de west Cust van Sumatra Per het schip d' Her„ cules ontfangen den 27„e 7ber A„o 1761 — zaken van De Nederlanderste Aan. 223 Van Sumatras west cust Den 27 7ber: 1761 Aan 3 opperhoofd der zaken aan de Engelse te Banca= houlou op de westcust van Sumatra Wel Edele Heer! — voor Eenige dagen wierd mij door den Capitain van Een onser scheepen een briefje gebragt, het geen hij ver„ klaarde in het voor bij zijlen van Bancahoulou p„r een Expres vaarthuijg ontfangen te hebben; zonder nogthans te weeten van wie, also hij den brenger met hadde verstaan kunnen. Het zelve is geschreven in 't Engelsch, gaddresseert Aan het hoofd der zaken van de Nederlanders te Padang, op de westcust van Sumatra, verzegult met Een particulier signet, gedateert op de Rheede van Bancahoulou den 3 7ber: 1767:, en onderteekent: P=r vincent En dies Jnhoud behelft voornamentlijk, dat de schrij„ ger betuijgt, gehoort te hebben, dat de Nederlanders ter„ „stand naar het vertrek der Engelsen van Pattar, daar haare vlag op geteijst en het selve't zeedert in basit ge„ hoeeden hadden dat dit soo strijdig was tegens de tractaaten en de vrindschap die thans tusschen de staaten en Groot„ „ B Brittannien

NL-HaNA_1.04.02_3028_0606 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, 27 7ber 1761 Britain stood ready, which he could hardly believe; and that he therefore also, in expectation of receiving my prompt reply as to whether this was so, and on what foundation I presumed to be permitted to hold that place, was willing to suspend his final decision for so long. But that I could be assured, if it were confirmed, that he would immediately march thither and act as enemies of Great Britain toward those who wished to dispute the English possession, a step for which I would have to answer, and not he. I do not know whether this gentleman is qualified to ask such questions, since he made his character known as little as he used a distinguished signet; much less can I believe that it is in his power to declare war so abruptly, since this is a matter that our mutual High Sovereigns have explicitly forbidden to all their subjects, by as many solemn treaties as still exist to this day between the State of the United Netherlands and the Kingdom of Great Britain. Consequently, I could also rightfully decline to give any answer to this. But 225 From Sumatra's West Coast, 27 7ber 1761 But since the uncertainty places me in doubt, and I am in no way inclined to give cause for any reproaches that an untimely silence might sometimes bring upon my head, I thought it best to address Your Honour directly. And for that reason, I do not only provide Your Honour herewith with the required knowledge of the foregoing, but I shall also attempt to answer the question posed as briefly and concisely as is ever possible. Your Honour may then be pleased to know that it is indeed true that the Honourable Company sent some servants to Natter again in the past year, with orders to take up residence there and to let the Netherlands flag fly. But that they would have taken that place into possession for the very first time thereby is so entirely contrary to the truth that no one who has even the slightest knowledge of the state of these lands and shores will be able to believe it. For first, everyone knows that the Emperor of Minangkabau has from ancient times been, and is still today honoured and regarded by almost all princes as, the supreme ruler of virtually the whole of Sumatra; and it is no less known that as early as the year 1666 he surrendered his rights to the shores of this West Coast, principally from Chinool to Indrapoure, From Sumatra's West Coast, 27 7ber 1761 of which Natter is virtually the center, to the Dutch Company to the exclusion of all other powers, and even appointed its chiefs at Padang as his perpetual lieutenants. Secondly, in earlier years Natter specifically fell under Baros, and is for that reason also included under the conditions and the lawful treaties that were concluded with the King of Baros in the years 1668 and 1669 and afterwards renewed so many times, whereby he commits himself and his lands to the protection of the Honourable Company, and grants trade to it alone, to the exclusion of all others, with full freedom to build forts and to maintain garrisons wherever and in whatever place it might please them. And thirdly, the Honourable Company also concluded an exclusive contract with the regents of Natter themselves in the year 1693, which was not only further confirmed in the year 1756, but also entirely renewed again in the year 1761 at their special request. Consequently, it is clear from this that the Dutch Company did not in any way first take possession of Natter in the past year; it has held it for nearly 100 years, and has also actively carried on its trade 227 From Sumatra's West Coast, 27 7ber 1761 there; no one has ever been able to dispute this with reason, and its right thereto is so old, so lawful, and so well-founded that the same can with no equity, and even less with any semblance of justice, be called into question. It is true that in the late part of the year 1750 some English merchants, against the will and wish of the Dutch Company, settled here at Natter. And as the Honourable Company did not wish to use overt force, because at that time Natter was not of so much importance to it, they remained there until the past year. And it is possible that Mr. Vincent bases his English possession on this. However, leaving aside the fact that complaints about the illegality thereof were continuously made, and the strongest protests were lodged against it, such an act of force can surely give no right of possession. If that were admitted, no person could be assured of the ownership of his own house whenever he merely allowed a stranger to sleep therein for one night. And in that manner, Mr. Vincent might well make claims on behalf of Great Britain to

Dutch transcription

Van Sumatras westcust Den 27 7ber 1761 Brittannien stand gerep, dat hij het nauwelijks geloven „konde; Ee dat hij daar om ook, in verwagting van mijken spoedig antwoord te zullen Erlangen, of het zoo zij! en op wat fundament ik vermeende, die plaats te mogen houden? zijn uijteijndig besluijt wel zoo lange soude willen op schorten. Dog dat ik verzeekert konde zijn, als het bevestigt wierde dat hij dan ten Eersten der„ waards gaan, en als vijanden van Groot=Brittannien handelen soude, de sulke die de Engelse Possessie betwis„ „ten wilde, Een stap die ik soude verantwoorden moeten en niet hij Ik weet niet, of desen heer gequalificeerd is dier„ „gelijke vtaagen te doen, om dat hij so min zijn Carracter te kennen gaft, als een gedanstinqueert singnet gebruijkt, veel minder kan ik gelooven, dat het in zijn mogt staat, zoo maar ten Eersten den oorloog te declareeren, de„ „wijl dit een zaak is, die onse wederzeijdse Hooge souvereijnen aan alle haare onderdaan en wel uijt druk„ kelijk verbooden hebben; bij so veel Plegtige Tractaaten, als er tot heeden nog tussen den staat der verEenigde nederlanden en het Rijk van Groot=Brittannien staord grijpen . Bijgevolg soude ik ook met regt nalaten kunnen daar op Eenige antwoord te Passen — Maar 225 Van Sumatras West Cust Den 27 7ber 1761— Maar aangezien de onzeekerheijd mij in twijffel stelt, en ik geentsints genegen ben tot eenige verwijten aan leij„ „ding te geven, die een ontijdig stils wijgen mij somtijts op den hals soude schuijven kunnen; zoo heb ijk best gedagt, mij direct aan uwel Edele te Addresseeren; En ik geeft uijt dien hoofde uwel Edele bij deesen niet alleen van 't voorenstaan„ „de de verEijschte kennis: maar ik zal ook tragten de voorgestelde vroage, zoo kort en benodigte beantwoorden als immers mogelijk is— uwel Edele gelive dan te weeten, dat het zeekerlijk in waarheijd bestaat, dat D' E: Comp=nie in het vergangen Jaar weder eenige bediendens naar natter gezonden heeft, metordren om daar hun verblijf te houden, en de onderlandse wagte laaten waaijen; Maar dat sij daar door die plaatse toer tertijt eerst in possessie genomen soude hebben, is, zoo zeer buijten de waar„ heijd, dat niemant het selve sal geloven kunnen, die van den staat deezer landen en stranden, maar Eenige deperingste kennis heeft. want voor eerst, so wat een ider, dat de keijzer van minangcabouw van oude tijden afgeweest is, en nog heeden door nog meest alle voorste G'Eert en aange= merkt werd, als de opperheerscher van genoegsaam gantsch sumatra, en het is niet minder bekent, dat deese al in a„o 1666: zijn regte op de stranden van deese west Cust, voornamentlijk van Chinool af tot Jndrapoure Toe, . .. Van Sumatras westcust Den 27 7ber 1761— toe waar van natter genoegsaam het middelpunt is, aan de nederlandse Comp:, wiet uijt sluijting van alle andere mogentheeden overgegeven, en selfs haare opper„ hoofden te padang tot sijne althoos duurende steedehouder aangestelt heeft — Ten tweede heeft natter in vroegere Jaaren, in het bijzonder onder baros gestaan, en is uijt dien hoofde meede begreepen onder de voorwaarden en de wettige tractaten, die in a„o 1668: en 1669 met de koning van baros geslooten en naderhand zoo menigmaal vernieuwt zijn, en waar„ bij hij sig selfs en zijne landen, onder de boscherming van dE: Comp: begeeft, en aan haar alleen, den handel toe staat, met uijtsluijting van alle andere, en met vol„ „komen vrijheijd om forten te bouwen, en besettingen te lijgen, waar en op wat plaatse het haar behoogen mogte. — En ten Derde zoo heeft D'E: Comp: ook met de regenten van natter selfs in a„o 1693: een Exclusive Contract geslooten, het welk niet alleen in a„o 1756 na„ der bevestigt, maar ook in a„o 1761. op speciaal ver„ soek van haar weder in 't geheel vernieuwt is Bijgevolg blijkt hier uijt klaar, dat de Nederlandse Comp: Gerritzints in het J„o gepasseerde jaar, Eerst van natter passessie heeft genoomen, zij heeft die albij de 100. jaren lang gehad. En ook weesentlijk daar haaren handel 227 Van Sumatras west cust Den 27 7ber 1761 handel gedraven; niemant die haar zulxooijt met kreedent t i reeden heeft bewisten kunnen, En haar regt daar toe is ook so oud, zoo wettig en soo wel gefundeert, dat het selve met geen billijkheijd en nog minder schijn met Eenige schrijver aan regtvaardigheijd in twijffel ge„ trekken werden van — 'T is waar, in 't laast van a„o 1750: hebben sig hier eenige Engelse negotianten, tegens wil en dank van de neder= landse Comp:s, op natter ter neder geset. En DE: Comp:e goen openbaar geweld willende plegen, om dat haar aan natter toen ter tijt soo veel niet geleegen lag, zijn deese door ook tot in't vergangen Jaar overbleeven. En: mogelijk dat d' heer vincent: hier op zijn Engelse possessie grondt maar ongereekent, dat bij continuatie over de onwettigheijd van dien geklaagt, en op 't kragtigste daar en tegen geprotesteert is; soo kan immers diergelijke geweld pleeging geen Begt van Possessie geven. Bij aldien dat doorging, soude geen mensch van de Eijgendom van zijn Eijgen huijs versekert kunnen weesen. zoo wanneer hij maar Eens aan Een vreem„ deling toe stond een nagt daar in te mogen sloopen. En d' Heer Vincent soude op die wijse van wegens Groot= Brittannien wel pretensien kunnen maken op andse

NL-HaNA_1.04.02_3028_0610 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, 27 September 1761 to all lands and places of the Dutch Company where any Englishman had ever resided. Thus I hope that these few lines will have the power to persuade Mr. Vincent to adopt another concept regarding Natter. And I flattered myself that His Honour will be able to conclude from this that he has declared entirely improperly that he would immediately act as enemies of Great Britain against those who might undertake to dispute the English possession of Natter. At least this is my entire purpose and the only reason why I presently send this letter. However, in case His Honour, notwithstanding this, adheres to his concept and should truly commit any violence, the few servants who are presently at Natter may possibly indeed be forced at first to yield to superior force; but His Honour should nevertheless take into consideration that matters of that nature have a long aftermath, and that a good end requires more than a bad beginning. And that if His Honour does anything against equity, he himself will have to answer for that step, and not I. Indeed, it is certain that the undisputed right to Natter lies solely on the side of my high superiors; and being able to rest fully assured thereupon, I therefore protest, on that ground, not only in advance most strongly against everything that His Honour might undertake to the detriment of our lawful possession, but I also leave entirely to His Honour's account all consequences that might arise from that inequitable conduct, both now and in the future. Should I be in a position to give Your Honour any satisfaction in other matters, it would afford me much pleasure; while I assure you that I am with the highest esteem, underneath stood, Honourable Sir, lower, Your Honour's humble servant, was signed C. L. Senff, in the margin, Padang, 30 September 1761. And whereas the joint members, after its resumption, are of the opinion that the same is framed to the utmost perfection and contains everything that one could say in a brief compass, both to convince the English gentlemen of the lawfulness of the Honourable Company's possession of Natter and to bring them to another opinion regarding the threatened act of violence, it was approved and agreed by unanimous vote to send the answer in that manner, though not with the ship or the chaloup of the Honourable Company, in order to avoid any opportunity for difficulties, but by two expresses overland, who, it is said, can make the journey from Adjarhadja in 8 to 10 days. Furthermore, the Lord Commander having put to the question what orders one ought to give to the resident of Natter, so that he may regulate himself accordingly in case the English should essentially retake possession of that place and wish to expel him from there, the matter was amply discussed, and among other things it was stated by some members that the English prisoners of war during their presence here showed themselves generally to be extremely embittered against the resident Mossel, and had stated quite openly that what he had done had certainly occurred without orders from Padang, and that he could not make it good with his life and blood; without them having wished to declare more precisely in what the same actually consisted. And whereas this bodes no good outcome at all, since one knows from experience that the English in prosperity or when possessing superior force are so puffed up that, without regarding right and reason, they commit the greatest violent outrages and injustices, and on that account it could very easily happen that in his person a great affront would be done to the Honourable Company, the Lord Commander considered it best to remove that stumbling block out of the way in time. And the joint members having fully assented to that sentiment, it was approved and resolved by unanimous vote to have the said resident Mossel replaced by another capable person as speedily as possible and as soon as the opportunity merely permits, and to give him notice of this now already, in order that he may prepare himself in advance to make a clear transfer; yet to write to him simultaneously in a separate note that if the

Dutch transcription

Van Sumatras west Cust Den 27 7ber: 1761 op alle landen en Plaatsen van de nederlandse Comp:e: waar maar ooit Eenige Engelsman zijn verblijf gehouden hadt Dus hoop ik, dat wijnige vermogend zijn zal, den Heer vincent te perzuadeeren, ten opzigte van matter in Een ander concept te treeden. En ik flatteerde, ishij selve„ dat zijn Edele hier uijt sal opmaaken kunnen, dat hij gantsch onbetaoenlijk verklaart heeft, terstond als vijanden van groot brritannien te zullen handelen, de zulke die onderneemen mogten, de Engelse Possessie op natter te betwisten. Ten minste is dit mijn gantsch oogmerkende Eenigste reeden waarom ik thans deese brief afsenden — Dog ingevalle zijn Edele dese niet tegenstaande, bij sijn Concept blijve, en waarlijk Eenig gewelt pleegen mogte, zullende wijnige bediendens, die zig thans op natter bevinden, mogelijk wel genoodsaakt zijn, in 't Eerst voor de overmagt te wijken: maar zijn Edele dienst Egter in aanmerking te neemen, dat zaaken van die natuur van Een lange nacleep zijn, en dat tot Een goede„ „Eijnde meer als Een slogt begin behoord. En dat zoo zijn Edele iets tegende billijkheyd daet, hij selfs dien stap sal ver antwoorden moeten en met ik. jmmers 229 Van Sumatras west cust Den 27 7ber: 1768 Iimmers is het zeeker dat het onbetwist bar„ „fte regt op natter alleen aande kant van mijne hooge sopperieeren legt: Een mij daarop volkoomen kunnende ge= „qusten, zoo protesteere ik, uijt dien hoofde, niet alleen in voorraat, op 't kragtigste tegens alles wat zijn Edele in nadeele van onse wettige passessie in 't werk mogte stellen, maak ik laate ook ten Eenemaale voor zijn Edeles Reekening, alle gevolgen die uijt dat onbillijk gedoent, so nu alsin der tijt, souder voort komen kunnen mogte ik in staat zijn uwel Edele in andere ge„ valle eenige genoegen te geven, het soude mij tot veel placcier strekken: terwijl ik verseekeren aan dat jk met de meeste hoog agting ben — /:onderstond. /. wel Edelen Heer. /. laager /. uwel Edele:s R oodmoedigen, Dinaaren /was geteekent C„s L=k sens /in margine. /. Padang den 30„e septemb„r A„o 1161: — En dewijl de gezamentlijke Leeden na dies resump„ „tie van gevollen sijn, dat het zelve ten uijterste wil ingerigt is, en alles bevat wat men in Een kort bestek soude seggen kunnen, om so wel de heeren En„ gelsen van de wettigheijd van sEComp:s possessie op natter te overtuijgen, als haar ten opzigte van de gedrijgde Van Sumatras westcust Den 27 7ber: 1761 gedrijgde geweldpleeging in Een ander gevoelen te brengen: zoo werd met Een paarige stemmen goedgevonden en verstaan, het antwoord in dier„ voegen afte zenden dog niet met het schip of de chialoup van DE Comp:, toen Eijnde alle gelegent„ heijd tot moeijlijkheijden te vermijden maar per twee Expressen overland, die men zegt, dat de Rijse van adjarhadja af, in 8 â 10 daagen doen kunnen — voorts ook door den Heer Commandeur in omvraagt gelegt zijnde wat ordres men den re„ sident van natter soude dienen te geven, om sig daar na te kunnen reguleeren, in gevalle de Engelsse van die plaatse weesentlijk weeder possessie nemen, en hem van daar ver drijven wilde; soo wield daar over bereetwerig gesprooken, en onder andere door Eenige leeden te kennen gegeven, dat de Engelse krijgtgevangenen bij hun aan„ weesen hier, sig in het generaal tegens den resi„ dent van Mossel ten uijterste verbittert ge„ toont, en genoegsaam volmondig uijt gesegt nat. hadden, dat, hef geen hij gedaan hadde, seekerlijk sonder ordre van Padang geschiet was En 231 Van Sumatras West cust Den 27 7ber 1761. — En hij het zelve met zijn Goeder Bloet niet goed„ maaken konde; zonder dat zij sig nogthans nader hadden willen verklaaren, waar in het zelve Eijgent„ lijk bestond. En deweljk dit gantsch geen goed gevolg voor spelt, alsoo men uijt de ondervinding weet, dat de Engelsen in voorspoet of bij overmagt soo op „geblaasen sijn, dat sij, sonder na regt en Reeden e te sien, de grootste gewelde denarijen en onregtvaardig„ heeden pleegen, En het diertalven zeer gemakke„ lijk konde gebeuren, dat in zijn Per zoon D' E: Comp: Een Groot affront aangedaan wierde zoo ver„ nrende de Heer Commandeur best te weesen, dien steen des aanstoods— Bij tijts uijt den weg te ruijmen, En de gesamentlijke leeden dat gevoelen volkoomen toegestaat hebbende, zoo wierd met Een Paarige stemmen goedgevonden en beslooten, ge„ dagte resident Wossel ten aller spoedigsten, en odra de gelegentheijd sulx maar toelaat, door Een an„ „der bequaam persoon te laaten vervangen, en hem hier van uu al kenniste geven, ten eijnde sig in voorraad tot het doen van Een liquide Transport te kunnen gereet maaken: dog hem teffens bij Een appart briefje aan te schrijven. Dat zoo De 76 ie ik Van Sumatras wastcust den 21 7ber 1761 gedrijgde geweldpleeging in Een ander gevoelen brengen: zoo werd met Een paarige stemmer goedgevonden en verstaan, het antwoord in de voegen afte zenden dog niet met het schip d chialoup van DE Comp:, ten Eijnde alle gelug heijd tot moeijlijkheijden te vermijden maar twee Expressen overland, die men zegt, dat de Rijse van adjarhadja af, in 8 â 10 daagen doen kunnen — voorts ook door den Heer Commandeur in omvraagt gelegt zijnde wat ordres men den sident van natter soude dienen te geven, om sig de na te kunnen reguleeren, in gevalle de Engelsse van die plaatse weesentlijk weeder posser nemen, en hem van daar ver drijven wilde; wierd daar over bereetwerig gesprooken, en andere door Eenige leeden te kennen gegeven dat de Engelse krijgtgevangenen bij hun aan weesen hier, sig in het generaal tegens den res„ dert van Mossel ten uijterste verbittert ge toont, en genoegsaam volmondig uijt gesegt het. hadden, dat, hlf geen hij gedaan hadde, seeker sonder ordre van Padang geschiet was En

NL-HaNA_1.04.02_3028_0615 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 27th of September 1761. And that he could not make amends for the same even with his own life, without their having been willing to explain further what it actually consisted of. And as this bodes no good outcome whatsoever, since it is known from experience that the English in times of prosperity or superior power are so conceited that, without regard for law and reason, they commit the greatest acts of violence and injustices, and that it could therefore very easily happen that a great affront might be inflicted upon the Honorable Company in his person, the Lord Commander deemed it best to remove this stumbling block in good time. And the assembled members having fully endorsed that opinion, it was approved and resolved unanimously to have the said Resident Wossel replaced by another qualified person as speedily as possible and as soon as the opportunity allows, and to give him notice of this already now, in order that he may prepare himself in advance for making a settled transfer; yet at the same time to write to him in a separate letter that if the English should happen to arrive there in the meantime to take possession, he must indeed oppose this through representations and prevent it to the utmost of his ability. And if these should fail to help, that he must at least endeavor to remain there together with and alongside them until further notice, but in case they should not be willing to allow that either and should force him by violence to vacate the place entirely, that he shall then solely protest against that act of violence and make his retreat to Ayer Bangis with the best goods of the Honorable Company, as well as keep his residence there so long until he has given notice of what transpired by express messenger over land or by sea to this assembly and has obtained a further answer. It was also furthermore approved to send him a copy of the aforesaid answer to the English letter, in order that he may regulate himself accordingly in his representations, but at the same time to order him not only to keep the same, as well as what is now written to him, strictly secret to the utmost, but also to throw both into the fire if necessary, so that it may at no time fall into foreign hands. Thus done, resolved, and decreed at the Dutch main office at Padang on Sumatra's West Coast, on the date aforesaid. Signed: C. L. Sen., H. van Staveren, J. F. Thierens, R. Palm, Jan Boudewijns, and J. Fredriksz. Lower down: Agrees. Signed: J. Boudewijnsz, Secretary. From Cape of Good Hope, the 14th of September 1761. Batavia. To His Excellency, the High Noble, Right Honorable, Highborn Lord, Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of Their High Mightinesses, the Lords States General of the United Netherlands, as well as on their behalf Governor General in the East India Company, and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honorable, Highborn Lord and Noble Lords, In the respectful letter which, together with the rest of the Government of this place, I have the honor to consign to Your Right Honorable on today's date, mention having been made, among other things, of the English royal ship the Terpsichore that has called here in passing, I find myself obliged to further advise Your Right Honorable concerning this matter that the captain commanding thereon, having been in person on board this our currently departing ship, on that occasion related to the skipper Arent van der Deuren that his vessel was destined for Madagascar in the expectation of finding there a squadron or at least a ship from the fleet of Admiral Stevens, and that he, the captain, maintained that his dispatches for the said Admiral mainly consisted of an order not to commit any further hostilities against the French or their establishments in India, which report seemed to me all the more credible, since it is sufficiently in conformity with what is quoted regarding the dispatch of the aforesaid ship the Terpsichore in the Leydse Courant of the 18th of May, under the news from Great Britain, of which newspaper I have the honor to send herewith to Your Right Honorable an extract concerning the repeatedly mentioned report, to which referring, I shall for the rest not fail properly to impart also to Your Right Honorable whatever further I might come to learn regarding this; while I have the honor to remain, with due respect, Underneath was written: High Noble, Right Honorable, Highborn Lord and Noble Lords. Lower down: Your Right Honorable's very humble and obedient servant. Signed: R. Tulbagh. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 14th of September 1761. Batavia. To His Excellency, the High Noble, Right Honorable, Highborn Lord, Jacob Mossel, General of the Infantry in the service of Their High Mightinesses, the Lords States General of the United Netherlands, as well as on their behalf

Dutch transcription

231 Van Sumatras West cust Den 27 7ber 1761— En hij het zelve met zijn Goeder Bloet niet goed„ maaken konde; zonder dat zij sig nogthans nader hadden willen verklaaren, waar in het zelve Eijgent„ lijk bestond. En deweijk dit gantsch geen goed gevolg voor spelt, alsoo men uijt de onder vinding weet, dat de Engelsen in voorspoet of bij overmagt soo op „geblaasen sijn, dat sij, sonder na regt en Reeden te sien, de grootste gewelde denarijen en onregtvaardig„ heeden pleegen, En het dierhalven zeer gemakke„ lijk konde gebeuren, dat in zijn Per zoon D' E: Comp:e Een Groot affront aangedaan wierde zoo ver„ nrende de Heer Commandeur best te wesen, dien steen des aanstoods— Bij tijts uijt den weg te ruijmen, En de gesamentlijke leeden dat gevoelen volkoomen toe gestavt hebbende, zoo wierd met Een Paarige stemmen goedgevonden en beslooten, ge„ dagte resident Wossel ten alter spoedigsten, en sodra de gelegentheijd sulx maar toelaat, door Een aver„ „der bequaam persoon te laaten vervangen, en hem hier van uu al kenniste geven, ten eijnde sig in voorraad tot het doen van Een liquide Transpoort te kunnen gereet maaken: dog hem teffens bij Een appart briefje aan te schrijven. Dat zoo De Van Sumatras west cust den 27 7ber 1761 de Engelse in tussen daar aan koomen mogte, om om possessie te nemen, hij sulx wel door vertoogen zal tegen gaan en na uijterste vermoogen beletten moeten. En als die niet helpen willen, dat hij dien ten minste stat sal tragten moeten, met en benevens haar tot natter te verblijven, maar ingevalle sij ook dat niet moogten toestaan willen, en hem met geweld dutingen, in 't geheel van daar te verhuijsen, dat hij dan Eenelijk te„ gens die geweldpleging sal protesteeren, en met de beste goederen van D'E: Comp: zijn retraitie na de aijerbangies neemen, mitsgaders daar soo laege zijn residentie houden moeten, tot hij von 't voorgevallene p„r Expresse voer land ofter zee aan deese vergadering kennis gegeeven en nader„ werd antwoord Erlangt heeft. ook weder nog goedgevonden, van het voormelde antwoord op de Engelse brief Een afschrifte aan hem toe te zenden, ten Eijnde sig in zijne vertoogen daar na te gelosten kunnen reguleeren, dog hem teffens te gehhelften, het selve soo wel als het geen hem thonff aan geschreeven werd, niet alleen ten uijterste te secre„ teeren, maar ook het Een En andere des noods in 233 Van Sumatras west Cust Den 24 7ber 1761 in het vuur te werpen op dat het sonp tydt Niet in neemde handen kome te vervallen; Aldus gedaan geresolveert en gearresteert ten Nederlands hoofdComptoier Padang op Sumatras west Cust dato voorsz: /was geteekent C=ls L„k Sen„, H„k van Staveren I=n F=n Thie rens R„s Palm Jan boudewijns en J„s fredriksz: Lager accordeert /geteekent I„n Boudewijnsz secret:s— Van Cabo D Goed hoop den 14 september 1761. Batavia Aan zijn Exellentie den hoog Edelen Groot Agtbare welgebooren Heere, Jacob Mossel; generaal over d' Infanterije ten dienste van haar hoog moogende de heeren staaten Ge„ neraal der verEenigde Nederlanden mitsgaders wegens derselve in de oost jndische Comp: gouverneur generaal, ende Edele Heeren Raaden van Nee„ ederlands India Hoog Edelen, Groot Agtb= wel„ Gebooren Heere En Edele Heeren, Bij het Eerbiedig schrijvens 't welk nevens de verdere Regeering deeser plaatse D' Eere hebbe onder huijdi„ gen datum aan uwe welEdele Groot Agtb: te Consig„ neeren, onder anderen mentie gemaakt sijnde, van wet door brengen deeser bejeegende Engels= Konings=schip 235 Van Cabo D' Goede Hoop Den 14 September A„o 1761 koningsschip the Terpsichore, vinde ik mij verpligt uwe wel Edele groot Agtb: ten deesen be„ langen Nog 't adviseeren, dat den daar op comman„ deerenden Capit: in Persoon aan boord van dit ons thans vertreckende schip geweest zijnde, bij die geleegentheijd aanden schipper Arent van der Deuren heeft verhaald, dat desselfs onderheb„ benden boodem was gedestineerd naar Mada- gascar in verwagting aldaar een Esquader, dan wel ten minsten Een schip uijt d' vloot van den Admiraal Stevens te sullen aan treffen, en dat hij capitain sustineerde, dat desselfs depeches voor gem: Admiraal hoofdsakelijk quaamen te bestaan in Een ordre om geene verdere vijande„ lijk heeden teegens de franssen, ofte haare Etablis„ sementen in Jndia te Pleegen, welk berigt mij zoo veel te aanemelijker is voorgekoomen, nadien hetselve genoegsaam conform is, met het geene aangaande de depeche van 't voorseijde schip the Terpsichore, in de Leijdse Courant van den 18 Maij, onder de Nouvelles van Groot brit„ tannien staat aangehaald, van welke Courant ik d' Eere hebbe uwe wel Edele Groot Agtb: hier hip Van Cabo D' Goede hoop Den 14 September 1761 — hier neevens Een Extract 't meergem: berigt betreffen„ „de, te laaten toekoomen, waar aan mij refereerende, zal ik voor 't overige niet afzijn, om het geene hier omtrent nadere mogte koomen te Ervaaren, uwe wel Edele Groot Agtb: meede behoorlijk te bedeelen) middelerwijl dat ik wij d' Eere Gerte, met verschuldigt respect te blijven— /:onderstond/ Hoog Edelen Groot Agtb: wel- gebooren heere en Edele Heeren /:lager / uwe wel Edele Groot Agtb: seer onderdanigen en gehoor= samen Dienaar /was geteekend/ R„s Tulbagh; — /in Margine / In't Casteel d' Goede hoog Den 14 september 1761 — Batavia Aan zijn Exceltentie, den hoog Edele Groot Achtb: welgebooren Heere; Iacob Mossel Generaal over de Jn„ fonterije ten dienste van Haarhoog Moo„ gende de Heeren Staaten Generaal der verherigde Nederlanden mitsg„s wegens

NL-HaNA_1.04.02_3028_0621 view scan ↗

English

237 From Cape of Good Hope, the 3rd of October 1761 on behalf of the same and the East India Company: Governor-General and the Right Honourable Councillors of Netherlands India Right Honourable, Well-Born Lord and Honourable Lords After Captain Harrold, commanding the English snow vessel The Mercurij, took his leave of me today, I was first informed from a reliable source that the Governor at St. Helena had received word from England that in the beginning of this month of October five ships of the line were to arrive at that island, which would cruise here at the latitude of the Cape, to watch out for the French ships, and thus cut off or intercept the provisions which they might obtain from here for the benefit of their squadron stationed there; while the said Captain Harrold with his above-mentioned vessel intends to be here again in the ensuing month of November, as he intends 1 From Cape of Good Hope, the 3rd of October 1761. to come and collect some provisions once more. And since the bearer of this, as well as the ship Langewijk, are for the present still detained here in the roadstead by the persistent contrary winds, I have therefore not been able to refrain from informing Your Right Honourable Lordships of the aforementioned received report by this letter. Meanwhile, after having commended Your Right Honourable Lordships as well as the Company's weighty interests to the protection of the Almighty, I have the honour to remain with due respect. Below stood: Right Honourable, Well-Born Lord and Honourable Lords. Lower: Your Right Honourable Lordships' very humble and obedient servant, was signed: Rt. Tulbagh. In the margin: In the Castle of Cape of Good Hope, the 3rd of October 1761. Batavia. 239 From Samarang, the 22nd of December Anno 1761. Batavia. To the Right Honourable, Highly Esteemed, Strict and Far-Commanding Lord, His High Honour, Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, and the Lords Councillors of Netherlands India. Right Honourable, Highly Esteemed, Strict and Far-Commanding Lord, and Lords. According to the tenor of Your High Honours' orders, contained in a separate missive of the 19th of the past month, I shall not fail to make timely arrangements that according to the plan proposed by Mr. Hartingh, the cruising expeditions for the extermination, if possible, of the harmful rabble of pirates; intending, as soon as I have made a further arrangement regarding this, to take the liberty to report this respectfully to Your High Honours. Concerning From Samarang, the 22nd of December Anno 1761. Concerning the recall of Pangerang Pourbaija, formerly banished to Ceylon, and his residence at Bantam, I have informed the rulers, while I shall observe Your High Honours' orders regarding the permitted correspondence, in unexpected cases, between the Sultan and Mr. Hartingh. Wiera Miedja continues to keep quiet until now in the Malang mountains, and is clipped of his wings to such an extent that one need not, at least for the present, fear any unrest from his side. The Pangerangs Rongo and Seran with their followers, since they were defeated by the Sultan's forces, as I had the honour to report to Your High Honours in my last of the 1st of this month, are so terrified and scattered that they (although only 26 men fell, but also, as I have been informed after this report, one of the chiefs perished and Soemawiedjaja, brother-in-law of Rongo, was wounded by a bullet) no longer dare to unite with one another, but roam here and there in small groups in the Grobogan area and the mountains of Prowoto, being entirely dislodged from the Company's lands, 241 From Samarang, the 22nd of December Anno 1761. so that I do not doubt that they will soon be entirely and utterly destroyed by the forces of the rulers who are still searching for them. Those marauders did indeed penetrate as far as the village of Pattij, but nevertheless did as little damage of any importance there as in Tjinkalsewoe, only one house having been burned in the last-mentioned district; so that it is far from true that they had reduced the village of Pattij itself partly to ashes, as I found myself obliged to communicate to Your High Honours according to the reports of the Resident of Joana, who, believing idle rumours somewhat too hastily, reported this to us as the truth and as an eyewitness; for, on the contrary, the marauders had no time to accomplish anything, and even fled from there again in headlong haste. Presently the people of Pattij, Coeduus, Joana, and Japara have all returned home again, as well as the respective Regents, and everything is settling, God be praised, back into peace and agriculture. Captain Fiedler has also, as he could accomplish From Samarang, the 22nd of December Anno 1761. Examined: J. Bleek. nothing more, returned here with his men; furthermore, it being my intention to make the journey up to the courts of Souracarta and Djokdjocarta in the month of April, according to custom, with a small company, and subsequently towards the autumn to the eastern corner, in order to inspect closely those and other trading posts in the east; I thus take the liberty to request Your High Honours herewith for permission and qualification to do so. In the meantime having the honour to present to Your High Honours an enclosed missive from the Sultan, together with a copy of a letter written by the ruler to me for Your High Honours' honoured consideration. With which concluding this, I commend Your High Honours' eminent persons and the Company's affairs and interests to the safe keeping of God, and remain with respect. Below stood: Your High Honours' very obedient and dutiful servant, was signed: Wm. Hendk. van Ossenberch. In the margin: Samarang, the 22nd of December Anno 1761. 5

Dutch transcription

237 Van Cabo D' Goede hoop Den 3=e october 1761 wegens deselve en d' oost Jndische Comp: Gouverneur Gineraal en de d'Edele Heeren Raaden van Peder lands India Hoog Edelen, wel gebooren Heere en Edele Heeren Na dat den Capitain Harrold, voerende het En„ „gelj snaauw scheepje The Mercurij, op heeden des„ selfs afscheijd van mij hadde genoomen, ben ik Eerst van goeder hand geinformeerd geworden, dat den Gou„ verneur aan S„t Helena berigt uijt Engeland ontfangen had, dat in 't begin deeser Maand October vijf scheepen van Linie op dat Eijland stonden aan te koomen, die hier op d' hoogte van d' Caab souden kruijssen, om op de fransse scheepen te passen, en haar dues de Levensmiddelen die zij ten behoeven van hun daar leggend Esquadre van hier souden kunnen haalen, ofte snijden; Ter„ „wijl gem: Capit: sch arrold met zijn hier boven gem: in vaartuijgen be doorstaande maand November wederom gedenkt hier te zijn, om zoo hij voor heeft 1 Van Cabo D' Goede hoop Den 3 october. 1761. /. „heeft nogmaals Enige Provisien te koomen afhaalen En nadien brenger deeser so wel als het schip Lan„ „gewijk, door d' aanhoudende Contrarie windens voor als nog hier ter Rheede werden op gehouden, heb ik dierhalven niet mogen afzijn uwel Edele groot Agtb: van 't voorsz: bekomen berigt nog bij deesen ken„ niste te geeven. Middelerwijl dat ik na uw wel Edele groot agtb: nevens 's Comp:s gewigtige belangen in de Proectie des Alderhoogsten te hebben bevoolen d' Eere hebbe met verschuldigt respect te blijven. — /.onderstond/ Hoog Edelen, welgebooren Heere en Edele Heeren. /:Lager/ uw wel Edele Groot agtb: zeer onderdanigen en gehoorsaamen Dinaar /was geteekend B„t Tulbagh. /ter zijde / In 't Casteel Cabo d' Goede hoop den 3 october 1761 Batavia 239 Van Samarang Den 22„' December A„o 1761 — Batavia Aan Den Hoog Edelen, Groot Achtbaren Gestr: e wijtgebid, Here zijn Hoog Edelheit, Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal en de Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edelen Groot Achtbaren Ge= strengen en wytgebiedenden Heere, en Heeren Naar den teneur van uw hoog Edelhedens bevelen, ver„ „vat bij aparte missive van den 19=e der gepasseerde maand, zal ik niet manqueeren, tijdig ordre te stellen dat naar het Plan door den Heer Hartingh voorgesteld, de kruistootjes ter verdelging, des mogelijk, van het nadelig gespuis van zeeroovers; zullende, zoo ras ik daar omtrent Een nadere schikking gemaakt heb, devrijheijt neemen uw Hoog Edelens zulks Eerbiedig te bedeelen. — wegens Van Samarang Den 22 December A„o 1761 wegens de terugroeping van den voormaals naar ceilon verbannen Pangerang Pourbaija, en deszelfs verblijf ^tot Bantam heb ik de vorsten verstendigt, terwijl ik nopens de gepermitteerde Correspondentie, bij on„ verhoopte gevallen van den sulthan met den Heer Hartingh uw Hoog Edelhedens beveelen zal observeren zich wiera Miedja blijft tot nog toe stil houden, in het Malans gebergte, en is zodanig gekortwickt, dat men, ten minsten voor eerst nog niet voor eenige onrust van zijne kant behoeft te dugten. De Pangerangs Rongo en Seran met hun aan= hang zijn, seedert zij door sulthans volkeren geslagen zijn, gelijk ik de Eere had uw Hoog Edelens bij mijne laaste van den 1:e Dezer te melden, zodanig verschrikt en verstrooit, dat zij /:schoon maar 26 mon„ „nen gesneuveld zijn, doch ook, soo als ik na dit berigt ben, een der hoofden om gekoomen en soemawiedjaja zwager van Rongo, met Een kogel gekwetst is;/ zich niet meer verstouten durven met Elkanderen te Conjungeeren, maar zwerven hier en daar bij kleine hoopjes in het Grobogangsche en 't gebergte van Prowoto, zijnde geheel uit sComp:s landen vermesteld 241 Van Samarang Den 22 December A„o 1761 vernesteld, zoo dat ik niet twijffele, of zullen door de volkeren der vorsten die hen nog opzoeken, spoedig geheel en al vernietigt werden — Die stroopers zijn wel tot de Negorij van Pattij door gedrongen geweest maar hebben Echter daar soo min als in Tjinkalzewoe, Eenige kwaad van aan„ belang gedaan, zijnde in het laatstgem: district Eenlijk Een huis verbrand; zo dat verre van daar zij; dat zij de Negorij van Pattij zelfs in de asch voor Een gedeelte zoude gelegt hebben gelijk jk mij verpligt vond uw hoog Edelhedens te communiceeren volgens de ad„ „visen van den Resident van Ioana, die wat te voor„ barig aan losse gerugten geloof gevende, wij voor waarheit en als een oog: getuige zulks berigte; „want in tegendeel hebben de stropers geen tijd gehad om iets iit te rigten, en zijn selfs spoorslags weder van daar gevlugt. — Thans zijn de volkeren van Pattij, Coeduus, Joana en Japara alle weder naar huis vertrokken, zoo wel als de Respective Regenten en alles schikt zich./. Gode zij dank :/ weder tot rust en den land bouw. ook is capitain Fiedler, als niets meer kun„ „nende Van Samarang Den 22„e December A„o 1761 Nagezien JBleek „nende uitrigten, met zijn volk alhier gereturneerd; wijders van voorneemen zijnde, om in de maand April, naar uzantie, met Een kleene Gesel= schap de opreize naar de hoopen van Souracarta en Djokdjocarta te doen, en vervolgens tegen het najaar naar den oosthoek, om die en andere comptoiren om de oost, van nabij op te neemen; zo neem ik de vrijheijt uw hoog Edelens daar toe bij deze permissie en qualificatie te verzoeken; — Inmiddels de eer hebbende uw Hoog Edelhedens in closa missive van den sulthan aan te bieden, benevens een Copia brief van den vorst aan mij geschreven tot uw hoog Edelens g'Eerde speculatie. waar mede deese fineerende, bevele ik uw hoog Edelhedens emmentie persoonen en 'sComp: zaeken en belangen in de veilige hoede Godes en blijve met Eerbied. /:onderstond/ uw Hoog Edelheedens zeer gehoorsaamen en trouwschul„ digen Dienaar /:was geteekend/ W=m Hend„k van ossenberch, /:ter zeijde / Samarang den 22„e December A„o 1761 — P - 5

← previous