Inventory 3094
Surat · 594 pages · 114 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Java's East Coast, dated 1 August 1742. and thus to consider it as if it were your father the Noble Lord himself; you must also follow that advice. To which the Ratu replied that she expressed her highest thanks to her father, the Noble Lord, that His Right Honorable had been pleased to instruct her, but that she did not wish to leave the Sultan, her father. All this having been conveyed to the undersigned by Danureja, he asked to be allowed to address the Ratu directly. This being granted by the prince with a friendly bow, the undersigned gave Her Highness in substance to understand that, having indeed arrived at years of discretion, she knew very well that it did not befit the status of a princess to secretly abandon and repudiate her husband, whereas if she had weighty reasons for displeasure, she could have herself divorced before the priests according to the laws; and that [illegible] nothing could then be said against her conduct, whether going to Kartasura or Semarang. That if she persisted in her harmful opinion, she would indeed be safe for a time under the protection of her father the Sultan as long as His Highness lived; but if, according to the known course of worldly affairs, it should please God to snatch the Sultan from this world, and the fire of war were kindled by her conduct, the entire world and even her brother, regarding her as the cause of these disasters, would abandon her, leaving her to lamentations that would come too late; yea, that even her memory would be without honor; that Her Highness needed to have no fear or shame before her husband, the Pangeran Adipati Mangkunegara, because the undersigned dared to guarantee that she would be received as before with love and esteem. Yea, even should Her Highness be pleased to follow this salutary advice, the undersigned would escort her to Surakarta with the permission of the Noble Lord Governor, either to move back in with her husband, which in all respects was by far the most wholesome course, or to negotiate regarding the divorce there or elsewhere wherever it might please Her Highness; that the undersigned would even be responsible, in case of a divorce, for handing Her Highness back to the Sultan once matters were concluded. All this having been conveyed to Her Highness again through the Prime Minister, the Sultan asked her what she answered, which then consisted of few words, namely that the Sultan should first please have her head struck off and thrown outside the Dalem, because she was not minded, as long as she lived, to return again to Surakarta or to depart elsewhere, nor to leave her father the Sultan. "Sir," resumed the Sultan, "you have heard it yourself and can communicate it to my brother, the Noble Lord, and that I have nothing more to add or take away from it." Whereupon the undersigned insisted once more and requested with emphasis that His Highness might please consider this matter further, as being of the greatest weight for the well-being of country and people, and be mindful of such means as could avert the impending misfortune and threatening danger; and that for this reason, with His Highness's permission, the undersigned would remain a few days longer to await whether the Ratu Bendoro might yet come to her senses, because he was assured that Their High Excellencies and the Lord Governor longed for a happy outcome, and would learn of the contrary with very great displeasure. With this, the prince stood up without giving an answer, and went back to his former seat, whereupon the undersigned asked His Highness whether it would please him to see the horses sent by the Lord Governor. This being granted, they were brought before the prince, who, taking very great pleasure therein, asked whether they were all for him, or whether one or two were among them for the Crown Prince. Whereupon the undersigned answered that they were all intended for His Highness, but that two fine Bimani horses were expected shortly to arrive for the Pangeran Adipati. Which being to His Highness's satisfaction, he declared that it was truly too much and that he was ashamed by it. Whereupon the undersigned replied that there was nothing within the Lord Governor's power that His Right Honorable would not gladly offer to His Highness as a token of friendship and affection, since nothing lay closer to His Right Honorable's heart than fostering the friendship of the princes, in order thereby to cultivate peace, tranquility, and good harmony on Java. After having spent a little more time in indifferent discourse, His Highness asked the Lieutenant, Trapanegara, about the circumstances of the defeat of the rebels in Kaliwungu, whereupon the details of the times with
Dutch transcription
Van Javas oost Cust onder dato 1 Aug=s 1742. en dus aantemerken, als of 't uw vader de Edele Heer zelfs was, uE: moet den raad ook opvolgen, waar op die Ratoe ten antwoord gaf dat zij haaren vader de Edele Heer ten hoogsten liet bedanken, dat zijn wel Ed: groot Achtb: haar had gelieven te ben leeren maar dat zij niet van den sulthan haaren vader wilde afgaan, het een en ander door Danoeridja den ondergeteeken zynde te verstaan gegeven, vroeg hij om de Ratoe zelfs te mogen aanspreeken 't geen door den vorst met een vande lij„ ke buiging toegestaan zynde soo gaf de ondergeteekende haar Hoogheid in sub stantie te kennen, dat sij immers tot Jaaren van onderscheid gekoomen zynde, zeer wel wist dat het met de hoida„ nigheid van een Prinses niet overeekwam, haa ren man in stilte te verlaten en 't repediee„ ren, nadien zij gewigtige redenen van mis„ noegen hebbende, zich voor de paisters vol„ gens 241 Van Javas Oost Cust onder dato 2 Aug:s 1768 gens de wetten konde laten scheiden, en dat er geen zij nog hende doen teyk sor mits zigna soura op haar gedointe dan nietste zeggen was 't'e Carta of Samarang begeevende Dat zij in haar schadelijk sentement blij vende volhaarden, wel voor een tyd vylig was onder de bescherming van haaren vader den sulthan soo lang zijn Hoogheid leefde, maar als nade bekende loop der wereld sche zaaken het gode eensbehagen mogt den sulthan uijtderwereld te rukken, en door haare behandeling het oorlogs vuur ontstoken was, dat de geheele werrelden haare broeder zelfs haar als de oorzake van deeze onzylen aanmerkende zoude verlaten, in haar overla„ ten aan klagten die te laat koomen zouden, Ja dat zelfs haare ngedagtenis tot geen eer zoude zyn, dat haar Hoogheid geen vreese of schaamte voor haaren man den Pangerang Dipattij Mangoenaga Ra behoofde te hebben, dewyl de ongeteekende g=s 1762 leeren Van Javas oost cust onder dato 1 Augus 17 zich dorst borge stellen, dat zij als vooren met liefde en agting zoude werden aangenoomen, Ja zelfs wanneer haar Hoogheid deze heil zaame raad geliefde op te volgen, dat de onder geteekende haar naar Souracarta volgens permissie van den Edelen Heer gouverneur zoude gelieden, het om weder bij haaren man en te trekken, 't welk in alle opzigten verre het hielzaamste was, het zij om over de Echtscheyding aldaar of elder swaar het haar Hoogheid behagen mogte te handelen, dat de ondergettekende zelfs in stont om in Cas van Echtschyding haar Hoog heijd na gedaane zaaken weder aan den slul„ thand overtegeven, dit alles haar Hoogheid weder door den Ryksbestierder te verstaan zynde gegeven, zoo vroeg d sulthan haar wat zij antwoorde t welk dan bestond in wering woorden, namelyk dat de sul„ than haar eerst het hoofd geliefd te laa„ ten afslaan, en buiten den Dalm werpen want 243 Van Javas oost Cust onder dato 1 Aug:s 1763 want dat zij niet gesint was zoo lang zij liefde weeder naar Souracarta te keeren of naar elders te vertrekken, dan wel van haaren vader den sulthan aftegaan. Heer na hernam de sulthan gij hebt mit 't zelfs gehoort en kent 't myn broeder de Edele Heer Commeniceeren, en dat ik er niets meer toe of aftedoen heb, waar op de ondergeteekende nogmaals insteerde en niet nadruk versogt dat zyn Hoogheid weegens deze zaak als van het grootste gewigt voor 't wel zyn van land in volk zijnde, zyne gedagten nader geliefde te laaten gaan, en op zulke middelen bedagt te zyn, die het nakend ongeluk en dri„ gerid gevaar konde afvenden, dat de onder geteekende daarom met permisse van zyn Hoogheed nog eenige dagen zou de blyven om aftewagten ofde Batoe Bendoro nog mogt tot inkeer koomen dewyl Augus 44 : Van Javas oost Cust onder dato 1 Aug:s 174 dewyl verzeekerde was dat haar Hoog 409 Edelheedens en den Heere gouverneur, naar een gelukkige uytkomst verlan„ den a het teegendeel, naet zeer groot onge„ noegen zouden verneemen Hier mede stont de vorst op zonder antwoord te geeven, en bgaf zig weder naar de voorige zilplaats waneer de onderge „teekende zyn Hoogheid versogt of het hem behagen zoude, paarden van den heere gouverneur gezonden te zien, 't gunt g'accordeert zynde zoo wierden de„ zelve voor den vorst gebragt, dewelke daar in zeer groot genoegen scheppende, vroeg of dezelve alle voor hem dan of er ook een of twee voor den kroonprins bywaaren, waar op den ondergeteekende antwoordde dat dezelve alle voor zyn Hoogheid geschikte waaren, maar dat er twee braaye bimaneelen eer stdagt stonden Ang Van Javas oost Cust onder dato 1 Augs 1763 stonden aantekoomend voor den Pangerang Di„ pattij, 't welk na zijn Hoogheid genoegen zijnde, zoo betuygde hij dat het waarlyk te veel en hij er over beschaamd was, waar op den ondergeteekende repliceerde dat er met was t geen de Heere Gouverneur zyn vermoo„ gen had, of zijn welEd: groot Achtb: zoude gaarne zulx zyn Hoogheid aanbieden, tot een teeken van vrindschap en genegen heid, dewil zijn wel Ed: groot Achtb: niets meerder om 't hert speelde, dan be„ herteging der vrindschap der vorsten om daar door de rust vrede en goede harmoene op Iava te Cultiveeren Vervolgens nog een wynig tyds met onver„ schillege discoursen hebbende door gebragt vroeg zijn Hoogheid den Luytenant, Traponegro over de omstandigheden van 't verslaan der Cramans in Caliewongo waar op d'na tyds omstandigheiden met 245 ,
English
From Java's East Coast, dated 1 Aug: 1763 Having replied with caution, the prince complained somewhat of his ignorance of the Malay language, and after friendly leave had been taken, that conference, however friendly, contrary to the prince's custom, gave Resident van der Sluys as well as the undersigned little hope of success in this commission. However, in order not to remain idle or leave the matter at that, the undersigned consulted with Resident van der Sluys on how best to discover how matters stood in the kraton regarding this affair, for which the said Resident suggested a means that proved so successful that, before the evening, it was discovered that the wedonos, the pangulu or high priest, and other priests had gathered in the mosque up to two times on the sultan's orders to deliberate on this subject. Whereupon the following day, being Sunday From Java's East Coast, dated 1 Aug: 1763 Sunday the 17th of the same month, it was resolved between the undersigned and the Resident, in order if possible to bring the matter to a good conclusion, to persuade the pangulu through mercantile means by a trusted person from afar to render a favorable judgment. This, however, did not succeed, for in the afternoon the undersigned was informed that the matter had remained unresolved, because such a case between husband and wife was indeed known in their law book with regard to common people, but not concerning princely persons, and therefore that the matter in question could not be decided thereby. Today His Highness celebrated the anniversary of his appointment as sultan, which had occurred in this month. 1762 247 From Java's East Coast, dated 1 Aug: 1762 At His Highness's request, some mortar shots were fired, after which some gifts of food, fruit, and pastry were sent in the name of the prince to both the Resident and the undersigned. Whereupon they sent their thanks and compliments to the prince, while also letting His Highness know that the Yogyakarta friends would also be merry in the afternoon and drink a glass to the long reign of the prince, which was done accompanied by the firing of some shots from the small mortars. In the evening, the undersigned, along with the First Resident and other friends, paid a return visit to Raden Adipati Danureja, on which occasion the undersigned entertained that minister of state privately for a little while, once again most earnestly urging and requesting his honor to exert all his efforts to reach a favorable conclusion and to persuade the prince to a salutary decision. Whereupon that minister gave reciprocal assurances that he had left nothing untried to achieve this useful purpose, but in vain, and that his honor neither dared nor could do anything more in this matter. After which the undersigned then requested to know how the matter stood and what the prince had decided at the instance of the Right Honorable Governor, which Danureja declared he could not say, but that the undersigned would be called inside on the coming day and would hear the decision from the very mouth of His Highness. Taking his leave with this, that servant of state came on Monday the 18th of the same month, at eight o'clock in the morning, into the lodge, notifying the undersigned in the name of the prince that he would immediately be requested to come inside the kraton to receive the answer to the letter of the Right Honorable Governor and to the arguments and instances added thereto by the undersigned. Whereupon the undersigned once again repeated the request made yesterday to the minister and received the same response. Shortly thereafter, the First Resident and the undersigned were called for as before and conducted to the sultan, who, after some indifferent discourse, made known the decision taken regarding the request of the Governor concerning Ratu Bendoro, consisting in substance of the following: That His Highness, having carefully considered the letter of the Right Honorable Governor and the arguments presented therewith by the undersigned, had once again encouraged his daughter to follow that salutary advice in order to avoid embroilments, having hoped that she would change her mind within the space of a day and a night, and that His Highness had spared no teachings or warnings to that end, but that all had been 251 From Java's East Coast, dated 1 Aug: 1743 without the least effect, since that princess remained steadfastly persisting in her decision without any change; that His Highness, therefore having given up all hope of diverting the Ratu from her decision, now surrendered the matter entirely to Providence and would no longer meddle in it, but would await whatever consequences might come of it. That His Highness thanked the Governor most heartily for his well-meaning and good advice, which was in all respects proper and reasonable, and that His Highness himself regretted that it could not be complied with. That it was therefore a settled matter and he wished to hear nothing more of it. Saying this with a countenance from which it was very easy to perceive that his frame of mind would not tolerate many words, the undersigned nevertheless replied that it pained him exceedingly on account of the Ratu's unwillingness to follow the reasonable and salutary advice of both the Honorable Company and her
Dutch transcription
Van Javas oost Cust onder dato 1 Aug: 763 met voor zigheid g'antwoord zynde, beklaagde zig de vorst eenigermate wegens onkunde„ in de Maleedsche taal, en wrind hier na vaendelyk afscheijd genoomen, gewende die conferentie hoe vrindelijk ook teegens s: vorsten gewoonte, den Resident van der Sluys zoo wel als den ondergeteekende woij nig hoop, van succes in deeze Commissie, om egter niet stil te zetten of het daar bij te laaten berusten, raadpleegde den ondergeteekende met den Resident van der zoude water in den dalm omtrend deeze raak Sluijs hoe men best ontwaaren ^ omging waar toe gem: Resident een middel aan hand t welk ook van dat succes bevonden wierd, dat men nog voor den avond ontwaar de dat de wedonos in den Pangoeloe of hooge Priester en andere priesteren in den tempel tot twee maal toe op des sul ^ vergadert om over dit sujet te Consuleeren waar thans bevelren waar^ op des anderen Daags zynde Zondag Van Javas oost Cust onder dato 1 Aug„s 1763 Zondag den 17 dito onder den ondergeteekende en den Resident goedgevonden werd, om was mogelyk die zaak tot een goed einde te brengen, door een vertrouwd perzoon van verre, den Tangoeloe door meerCantile middelen tot het doen van een gewenschte uytspraak te persaudeeren, 't geen egter niet gereusseerd is, want 's nade middags wierd den ondergeteekende bericht dat de zaak in Hatuqua gebleven was, alzoo dier gelijk geval tusschen man en vrouw wel met betrekking tot gemeene liedene maar niet aangaande vorstelyke perzoonen in hun wetboek bekend stond„ en dat dus die zaak in quastie door niet konde werden gedecideert Heeden Celibaeerde zijn Hoogheid de verjaaring van zyne aanstelling tot sulthan, 't geen in deeze maans geschied was g 1762 247 den Van Javas oost Cust onder dato 1 Aug:s 1762 was, wradende op zyn Hoog heeds versoek eenige schooten uit de mortieren gedaan waar na soo aan den Resident als aan den ondergeteekende eenige geschenken van Spyze fruitagie en gebak uit naam van den vorst wierden toegesonden, waar op zij den vorst lieter bedanken en Complimenteeren, latende teffens zijn Hoogheid weten dat de Djokjocar tasche vrinden 's middags ook vrolyk zouden zijn, en een glaasje op de lang duurege Regeering van den vorst drinken, t geen geschiede onder het doen van eenige Schooten uit de mortiertjes Des avonds gaf de ondergeteekende met den Eersten Resident en andere vrinden een Contra visite aan den Ra„ deen de pattij Danoeridja bij welke gelegenheid den ondergeteekende dien staat minister een weinig tijds apart onderheeld, zijn E nogmaals op het ernstigste voorzon„ dinde 249 Van Javas oost Cust onder dato 1 Aug„s 1763 dende en versoekende alle sijne kragten te willen inspoenen om tot een gewensch eende te konnen, en den vorst te overreeden tot een heidzaam besluyt, waar op dien minister reciproque verzeekering daet dat hij niets onbezogt had gelaten ter bereikendse van dit nntteg oogmerk, maar te vergeefs, en dat zijn E in deeze zaak niet meer doen duafde of konde, waar na de ondergeteekende dan versogt om te mogen weeten hoe het met de zaak stont en wat den vorst op des Wel Ed:s Heere gouverneurs instantie be sloten, had, 't geen danoeridja verklaar de niet te kunnen zeggen, maar dat den ondergeteekende den aanstaande dog zoude werden binnen geroepen, en zelvs uyt de mond van zin Hoogheid het besluijt verneemen, Hiermede afscheid neemende kwam die Staats Dienaar Maandag den 18 dito smorgens ten agt uuren binnend' Logie den ondergeteekende uit naam van den vorst verwettigende aan stonts soek aan van hon„ Van Javas oostcCust onder dato 1 Aug:s 176. aanstont te zullen werden binnen den dalm versogt, om het antwoord op de missive van den wel Ed: Groot Achtb: Heer gouverneur en dat de daar bij gevoegde redeneeringen en instantien van den ondergeteekende te erlangen, waar op den ondergeteekende nogmaals repeteerde het versoek van gisteren aan den minister ge gedaan, en ook het zelfde apostil ontfing wijnig tyds daar na wirden den eersten Re„ sidente enden ondergeteekende als vooren afge„ haald; gecondiciseerd naar den sulthan, die na eenige onverschillege Discoursen, te kennen gaf het genome besluyt weegens het versoek van den Heere gouverneur omtrent de Ra„ toe Bindoro, bestaande in substantie dat zyn Hoogheid de missive van den wel Ed: groot Achtb: Heere gouverneur ende daar bij geo vertogen van den ondergeteekende met aan„ dag overwoogen hebbende, zyne dogter nog„ maals tot de opvolging van die hielzaame raad ter vermijding van Broullerien had aangemoedigd, gehoopt hebbende dat zij binnen den tyd van een dag en een nagt nog van sentement zoude verande ren den tdat zyn Hoogheid ten dien einde geen leeringen of verwaningen gespaart had, maar dat alles zonder 251 Van Javas oost Cust onder dato 1 Aug:s 1743 zonder de minste uitwerking geweest was nadien die princessee bij haar besluit on„ wackbaar bleef persisteeren, zonder eenige verandering, dat zyn Hoogheed deerhal vin alle hoop van de Ratoe van haar be sluyt te deverteeren hebbende opgegeeven, die zaak nu geheel aan de voorsienigheid over gaf en zig daar omtrent niet verder wilde bemoeyen, maar zoude afwagten de gevolgen die daar van ook mogten koomen d Dat zyn Hoogheid den Heere Gouverneur op het hertelijkste leet danken, voor wel meenendheit en goede raad, die in alle op zigten en billyk was, betaamelijk ^ en dat het zyn Hoogheid zelfs speet, dat daaran niet voldaan konde werden Dat het dus een gedaane zaak was en er niets meer van hooren wilde Dit zeggende met een gelaat waar uyt zeer gemakkelyk te bemerken was dat zyn gemoeds gesteltenisse niet voele woorden dul„ den zoude, repliceerde egter de ondergeteekende dat hem ten hoogsten smerte weegens de owilligheid van de Ratoe om na de billij ki in hielzaame raad zoo van d E Comp„e als haaren nen ot voeg
English
From Java's East Coast under date 1 Aug.s 1763 to listen to her father the sultan, and that the undersigned did not without reason fear that the consequences and calamities resulting from this decision would be lamentable for the country and its people, and that the whole world would with reason consider the Ratoe as the moving cause of those calamities, yes, even that their High Mightinesses would learn with displeasure that His Highness had not been able to achieve anything with his daughter for the benefit of the common welfare of the country, and finally that the stationing of the sultan's people at Caliebening and elsewhere was already making the heart of the community despondent, they maintaining that the sultan had war on his mind, adding to this that the Pangerang Adipattij Mancoenagara in these circumstances, which were truly hard for him, nevertheless kept still and would undertake nothing as long as he had hope of regaining his beloved consort. Upon this the prince replied nothing, but immediately ordered the Radeen Dipattij Danoeridja that the deployed people should withdraw, which 253 From Java's East Coast under date 1 Aug:s 1763 indeed also happened this very same day. Now His Highness stood up, saying that he would expect the undersigned together with the First Resident van der Sluijs this afternoon at the umbul, with the company brought along from Samarang, to show the buildings and other curiosities, whereupon we took our leave, and subsequently around five o'clock in the afternoon we went to the said pleasure resort on horseback, where we were awaited at the entrance by the Prime Minister, the Pangerang Ingabeij, and other realm and court dignitaries, who guided us inside to the prince, who, after a polite reception, guided us around and let us view all the buildings, plantations, ponds, horse stables, and other curiosities, skillfully executed according to the Javanese taste, and subsequently had Raden Depattij show the undersigned the batteries erected at the entrances of that pleasure resort against an attack by Mancoenagara, From Java's East Coast under date 1 Aug.s 1768 Mancoenagara if he should attempt anything, as well as the guard post for 24 Dragoons, in order to be able to give a report thereof to the Lord Governor, which the undersigned accepted, but at the same time added in a friendly manner that His Highness and his women were indeed well secured by this, although those batteries heaped up of sand had little significance, but that the sultan's subjects living outside remained exposed to all danger. Passing this over in silence, and having walked around a little more, while His Highness seemed in an extremely good humor and even made jokes, such as bringing the Resident, Prime Minister, and the undersigned up a very narrow staircase into the upper apartment of his house, and after that locking them in his private retreat, where his children or first state servants had never been, much less Europeans, His Highness subsequently gave orders to the Pangerang Ingabeij to go upstairs with the rest of the company, and to the three last-mentioned to sit down beside and opposite him on the bench of His Highness's resting place near the ponds, which upon 255 From Java's East Coast under date 1 Aug:s 1763 His Highness's friendly request having been done, the prince testified that, having been informed by the Resident van der Sluijs of the impending arrival of the undersigned, he was extremely astonished, not being able to understand what this could mean, since His Highness had already made known his sentiment regarding the Ratoe Bendoro to the Lord Governor, and he could not believe that the Honorable Company would wish to concern itself further with a matter between husband and wife, but that His Highness, having subsequently perceived both from the letter of the Lord Governor and the reasoning of the undersigned that this proceeded from a sincere heart and in order to preserve peace and tranquility on Java, now also wished to reveal his innermost heart to the undersigned, whom he trusted fully and regarded as if he were speaking to his father the Lord Governor, who had sent the undersigned, and in consequence thereof His Highness said that, having now attempted everything in vain that had indeed been possible From Java's East Coast under date 1 Augus 1768 to dissuade the Ratoe from her notion, he had to leave it to God's providence, since she was no longer a child to be forced by violence or punished; that His Highness nevertheless, to show the whole world that he pursued fairness and did not approve of the conduct of his daughter, would surrender her and her interests to the decision of impartial Priests, as competent judges over this matter, that it was all the same to His Highness who was chosen for that, since he wished to submit himself to the dictates of the laws; that in case his daughter were judged to have deserved death, he would take her life himself, or if her misdeed could be atoned for with a fine of money, he would pay the fine for her. Upon this the undersigned submitted that if the Princess then absolutely continued to refuse to live again with her husband as before, which was by far the best and most salutary for the public interest, which His Highness also advocated, but wished to separate from him, she should then at least depart for Soura Carta or Samarang under
Dutch transcription
Van Javas oost Cust onder dato 1 Aug.s 1763 haaren vader den sulthan te luisteren, en dat hij onder geteekende niet grond vreesde dat d' sequelen en onheilen uit dit besluit zullende de riveeren voor land en volk beklaagchelijk zou de zyn, en dat de gansche wereEd: de Ratoe als de beweegende oorzaak van die onheelen met ree„ den zoude aanmerken, Ja zelfs dat haar Hoog Ed„s met ongenoegen zouden verneemen dat zyn Hoog heed ten nutte van 't gemeene lands wel zijn niets op zyn dogter had kunnen te weegebrengen en eindelyk dat het posteeren van sulthan volk op Caliebening, en elders het het haat der gemeente reeds zaarmoedig maakte, de sustineerde dat de sielthan den oorlog in 't hoofd had, hier bij voegende dat den Pangerang Adipattij Man„ Coenagara in deeze waarlyk voor hem harde omstandigheeden zig immers stelhield en niets zoude beginnen zoo lang hij hoop had om zyne geliefde gemalinne weder te zullen verkrijgen, Hier op replaceerde de vorst niets, maar beval aanstonds aan den Radeen Dipattij Danoeridja dat het uyjtgezette volk zoude te rug trekken. 't geen 253 Van Javas oost Cust onder dato 1 Aug:s 1763 geen ook nog dezen zelven dag geschiedis Thans stond zijn Hoogheid op zeggende dat hij den ondergeteekende nevens den Eersten Resident van der sluijs van dezen namid dag in den oembel, met het samarang me„ de gebragte geselschap zoude verwagten, om de gebouwen en andere fraayheden te vertoonen waar ma wij afschied namen, en vervolgens des namiddags omtrent vyf uuren ons begaa ven naar gem: lust plaats te paard, alwaar wij in den ingang opgewagt wierden door den Ryksbesteerder, den pangerang Ingabeij en ande Ryks en hof grooten die ons ben„ nen geliedde bij den voorst, de welke na een beleefde receptie ons rondom geliedde en al„ le de gebouwen plantagien vijvers prav de stallen en andere fraayheden, na de Javasche smaak kunstig uitgevoerd, liet beschouwen, en vervolgens den ondergetee kende door Rademn depattij aan wyzien de batterijen aan de ingangen van die lust plaats op: gerigt, teegens den aanval van Mancoenagarg Van Javas oost Cust onder dato 1 Aug„s 1768 Mancoenagara zoo hij iets mogt beginnen als mede de wagt plaats voor 24 Dragoudius om daar van den Heere gouverneur te kunnen beright geven, 't welk den ondergeteekende aannam maar daar teffens in 't vrindelyk bijvoegde dat zyne Hoog reed in zyne vrouwen hier door wel gesecureerd waa„ ren, schoon, die Batterijen van sandige aan de op gehoopt weenig te bedenden hadden, maar dat sul„ thans onderdaanen daar buiten woonende aan alle gevaar ge-exponeerd bleven Dit met stelzuijgen passeerende, en nog een weenig rondom gewandelt hebbende, terwyl zijn Hoogheid ten uiterste wel gehumeurd scheen en zelfs korstwyl aanregte als den Resident Ryksbestierder en den ondrgteekend door een zeer onge opgang in het boven vertrek van zijn huys brengende, en daar na in zyne Eidplaats alwaar nimmer zyne kinderen of eerste staats bedienden veel min Europees gewiest was, op„ sluitende zoo gaf zijn Hoogheed vervolgens bevel aan den Pangerang Ingabeij om met het overige geselschap naar boven te gaan, ende drie laastgem, om naast en over hem op den daempel van zyn Hoogheeds rust plaats aan de vyvers neder te zitten, t welk op zyn 255 Van Javas oost Cust onder dat 1 Aug:s 1763. zijn Hoogheid vrundelyk versoek gedaan zynde zoo betuigde de vorst dat hij dwr den Res: dent van der Sluijs, van de aanstaande aan„ komst des ondergeteekend verwittig zynde ten uitersten verwondert was, niet kunnend begrij pen wat zulks bedienden wlde, nadien zijn 9 Hoogheid reeds zijn sentement omtrent de Ratoe Bendoro aan den Heere Gouverneur had te kennen gegeeven, en hij niet konde geloven dat de E: Comp„e zig verder zoude wel„ len bemoeyen met een zaak tusschen man en vrouw, maar dat zijn Hoogheid naderhand ontwaard hebbende zoo uit de messive van den tiere gouverneur als d Redineeringen van de ondergeteekende, dat zulx voorkwamentee„ opregt gemoed, en om de vrede in rust van Java te conserveeren, thans ook zyn haartgrondig wilde operbaaren aan, din ondergeteekende ten dien hij „ vollen vertrouwde en aanmerkte als of hij teegen zijn vader den Heere Gou„ verneur, dit den ondergeteekende gesonder ƒ had sprak, en ingevolgen van dien zoo zeide zyn Hoogheid dat hij nu alles te vergeefs aangewend hebbende, wat immers doenelyk geweest g„7 1763 nen 21 oog : . Van Javas oost Cust onder dato 1 Augus 1768 geweest omn de Ratoe van haar Concept afte„ brengen het aan gods bestier moest overlaten, nadien zij niet meer als een kind hoor geweld te dwingen ofte straffen was, dat zijn Hoogheid aande noghans om da gansche werreld te verloonen dat hij de billykheid betragtte in het gedrag van zine dogter niet approbeerde, haar en haare belangens zoude overgegeeven aan de decifie van onpartijdige Priesters, als Competente regters over deeze zaak, dat het zyn Hoogheid om het Even was welke daar toe verkooren wier den de wyl hij zig onderwerpen wilde aan het dicta men der wetten, dat ingevalle zyne dogter g'oordeel wierd de dood verdiend te hebbende haar zelfs zoude het leven beneemen of z haare misdaad met geld straffe konde werden geboet, hij voor haar de boete zoude voldoen. Hier op diende den ondergeteekende dat als de Princesse dan absoluit 'bleef wygeren weder met haaren gemaal als vooren te leeven, 't welk verre het beste in heelzaamste voor 't algemeen was het geen zyn Hoogheid ook advoxeerde, maar zig van hem welde scheiden, zij dan ten minste naar Soura Carta of samarang zoude vertrekken onder
English
From Java's East Coast, dated 1 August 1763 under the escort of the undersigned, who vouchsafed for her return and good treatment, but His Highness, interrupting the undersigned, said that he had indeed heard himself that the Ratoe could not be moved to leave him, the Sultan, and would therefore send a proxy on her behalf. Subsequently asking the undersigned whether the competent judges, namely the priests, should be from Djocjocarta, from Souracarta, or from Samarang, to which the undersigned replied that he could not nor was permitted to declare himself on this matter, since he was not authorized to do so and had first to await orders from the Lord Governor. However, being pressed repeatedly to give his sentiment, the undersigned made known, yet under protest that His Highness would please not proceed to any decision on account of this, that he maintained that such a matter of the greatest importance ought to be submitted for investigation to priests from Samarang and Djokjo, as well as Souracarta, in order to show that His Highness left it to impartial judges, although most people would nonetheless judge that His Highness, through his elevated status and character of prince, would retain all too much influence over the minds of those judges for them not to judge according to his wish and desire. Becoming somewhat passionate upon this, His Highness offered his hand to the undersigned, saying that o1763 257 From Java's East Coast, dated 4 August 1763 he was willing to take the heaviest oath to demonstrate that he would not interfere therein, but would await and execute the verdict with indifference. And subsequently having the letters written by the Lord Governor and the Soesoehoenang to him shown to the undersigned by the Prime Minister, His Highness added to this that he had been very troubled on that account, as having to assume that too much weight was being given to Mancoenagara and more credit was being attached to his words; thereupon turning to Resident van der Sluijs, to whom His Highness had not spoken a word until now, asking him whether it was not true, tapping him gently on the knee. Whereupon van der Sluijs gave as answer that he remembered such very well and would never forget it, but that it was unknown to him that he had committed any other wrong or acted otherwise than the orders of the Honourable Company dictated, which His Highness agreed with. And turning again to the undersigned, it was argued by the same that what was done, both by the Lord Governor and the Soesoehoenang, had happened not so much for the sake of the Pangeran, but rather to conserve the peace and tranquility in which Java currently found itself. Otherwise, His Highness replied, I was resolved to march to the mountains, and then the Honourable Company can install Mancoenagara in the Mataram Kingdom as Sultan. Upon this the undersigned said that the Honourable Company had indeed in every respect given too many proofs of its benevolence toward His Highness for 259 From Java's East Coast, 1 August 1768 that to be doubted. I see this now as well, the prince replied, and therefore I am prepared to immediately renew the oath into your hands that I will never fall away from the alliance entered into with the Honourable Company, as long as the Honourable Company so desires; and that I will firmly and effectively urge my son, the Crown Prince, to this by word of mouth and in writing, with the threat that if he or his children do not abide by this, God would pursue him and his lineage. To these arguments the undersigned replied that an oath once sincerely taken required no renewal, and was also held sacred by the Honourable Company, saying moreover that he was by no means qualified to receive that oath. His Highness, appearing entirely pleased with this, then proceeded to another proposal, namely, that his son, the Crown Prince, now being betrothed to the daughter of the Soesoehoenang, that prince might postpone the progress of this marriage for some time yet, possibly on account of the young age of the bride, which His Highness ordered to inform the Lord Governor of, with the request to effectuate through his Right Honourable most powerful intercession that the marriage would soon reach its full completion, so that His Highness, thus united with the Soesoehoenang, would be capable of resisting all attackers who might undertake anything against the Honourable Company or the tranquility of Java; adding to this that he would present this request further in an express letter to the Lord Governor; whereof
Dutch transcription
Van Java's Oost Cust onder dato 1. Aug:s 1763 onder 't geleede van den ondergeteekende, die voor haar te rugkomst en goede behandeling instont, dog zyn Hoogheijd den ondergetekende interrumpeerende zeide, immers zelfs gehoort te hebben, dat de Ratoe tot het verlaten van hen, sulthan, niet te beweegen was, en daarom harent weegen een gemagtigde zoude zenden, vervolgens den ondergeteekende afvragende, of de Competente regters, te weeten de Priesters, van DJok jocarta, van souracarta, dan wel van samarang moesten zijn, waarop den on„ „dergetekende antwoorde, zig des weg, s niet te kun„ „nen ofte mogen declareeren, dewijl hij daar toe niet ge„ „magtigd was, en eerst beveelen van den Heere Gouvern:r moest afwagten; Edog bij recteratie geporst werdende om zijn zentiment te zeggen, zo gaf den ondergeteekende te konnen, agter onder protest, dat zijn Hoogheyt daarom tot geen besluijt geliefde overte gaan, dat hy sustineerde, zulx als een zaak van de grootste aangelegentheijd diende overgegeven te worden ter onderzoek aan Priesters zoo wel van Samarang, en Djokjo, als souracarta, om te toonen, dat zijn Hoogheijd het aan onpartijdige regters overliet, alhoe wel de meeste menschen tog zouden oordeelen, dat zyn Hoogheijd door zyne verhevenheijd en Characer van vorst, al te veel in vloed op het gemoed dier regters zoude blijven behouden, om niet na sijn wensch en verlangen te Jugeeren Hier op eenigermate driftig werdende, stak zijn Hoogheijd den ondergetekende de hand toe, zeggende de o1763 257 Van Java's Oost Cust onder dato 4 Aug:s 1763 de zwaarste Eed te willen doen ter betoning dat zij zig daar meede niet zoude bemoeijen, maar met onverschilligheijt, het vonnis af„ „wagten en volvoeren. & vervolgens aan den ondergeteekende door den Rijxbestierder latende vertoonen de brieven door den Heere Gouverneur den oesoehoe„ „nang aan hem geschreeven, voegde zijn Hoogheijd hier bij, dat hij deswagen zeer moeijelijk was geweest, als moetende onderstellen, dat men te veel voor Mancoenagara g'importeert, en aan zyne woorden meer geloof was slaande, werdende zig daar op naar den Resident van der sluijs, den welken zyn Hoogheijd tot nog toe geen woord had toegesprooken, den zelven afvra„ „gende, of het niet waar was, hem sagjes op de knie. kloppende, waarop van der sluijs ten antwoord gaf, dat hem zulx zeer wel voorstont en nimmermeer ver„ „goeten zoude, dog dat hem onbekent was iets anders misdaan ofte anders gehandelt te hebben dan de beveelen van de 8. Comp: dicteerden, 't welk zijn Hoogheijd toe „stemde, en zig weder naden ondergetekende keerende door den zelven betoogd wierd, dat, het geen zoo door den Heere gouverneur als soesoehoenang gedaan wierd, niet zoo zeer geschied was om de wille van den Pangerang, als wel om de vreede en rust, daar Java thans in verseerde„ te Cancerveeren, anderzints repliceerde zijn Hoogheijd„ was ik geresolveert naar het gebergte te trekken, en dan kan de E. Comp: Mancoenagara in het Mattarinsche Rijk als sulthan stellen. Heer op zeijde de ondergetekende, dat de E. Comp: immers in allen opzigte te veel blijken had gegeven van haare welmenendheijt voor zijn Hoogheijd, dan dat 259 Van Java's oost Cust den 1. aug:s 1768 dat daaraan te twijffelen was: Dit zie jk nu ook, hernam de vorst, en daarom, ben ik bereid om aanstonds den Eed aan UWE. handen te vernieuwen, dat jk nooijt van het verbond met de E. Comp: aangegaan, zal afvallen, zo lang de E: Comp: zulx begeerde; en dat jk daar toe wijnen zoon den kroonprins met kragt en worst bij monde ongeschrift zal aanmanen, met bedrijginge, dat zo hij of zijne kinderen zulx niet naarquamen, God haar on haar ge„ „slagt zoude veldolgen op deeze reedenen repliceerde den ondergeteekende, dat Een Eed eens opregt gedaan, geen vernieuwing vereischte, en ook bij de E. Comp: heilig onderhouden wierd, zeggende daar en boven geensents gequalificeerd te zijn tot het ontfangen van dien Eed. Hier meede zijn Hoogheyd geheel in zijn schik schynende trat toen overtat een ander voorstel, na„ „melijk, dat zijn zoon, den kroonprins nu ondertrouwd zynde met de dogter van den soesoehoenang, die voorst mogelijk om de Jonge Jaaren van de bruijd, de voort„ „gang van dit huwelijk nog eenigen tijd zoude verschrijven, 't welk zijn Hoogheijd gelaste om van den heere Gou„ „verneur te berigten, met verzoek, om door zijn wel Ed: Groot agtb: veel vermogende intercessie te effectueeren, dat het huwelijk spoedig zijn volbeslag erlangde, op dat dus zijn Hoogheijd met den soesoehoenang verEenigd be„ „strant was teegen alle aanvallers, die iets teegen de E. Comp: of de rust van Java mogten onderneemen; hier bij volgende, dit verzoek nog nader bij een Expres missive aanden Heere gouverneur te zullen voordragen; waar af„ „ che van
English
From Java's East Coast under date 1 August 1763 To which the undersigned replied that he would inform his master of this. Subsequently, giving the undersigned no further time to speak, His Highness, after having spent well over an hour and a half thus, stood up and joined the rest of the company, in whose presence the prince declared he was embarrassed by the goodness that the governor showed him, and that the present of horses was too great to be repaid at present. After this, having invited Resident van der Sluys and the undersigned along with his company and the officers assigned there to a meal for the following day, leave was taken. Tuesday the 19th ditto, the Resident and the undersigned along with other friends were entertained at dinner by the Sultan, and Wednesday the 20th ditto by the Pangeran Depati. In the meantime, the undersigned, in fulfillment of his duty and the orders given to him by the Governor, judged himself bound to hand over the missive from Their High Mightinesses to His Highness, since he found, having arrived at this point in time, that the undersigned's commission being fruitless, the utmost urgency required handing it over, and thus still obtaining a desired outcome, which was then, with the counsel of First Resident van der Sluys, scheduled for tomorrow, being Thursday the 21st ditto, when Raden Depati Danuredjo entered early, communicating to the undersigned that he would obtain his audience of leave from the prince this afternoon, and also that the Bimanese horses From Java's East Coast under date 1 August 1763 horses sent to Pangeran Depati by the Governor had to be offered to that Prince himself by Resident van der Sluys and the undersigned. This being accepted, the undersigned conducted that statesman into his apartment, and gave His Honor to understand, with expressions of the Governor's cordial affection for him and his interests, that he in this precarious circumstance did not wish to withhold his assistance and sincere advice now, because the undersigned had experienced that, contrary to the expectation of the Governor, his commission had been of not the slightest effect, to which the said minister, with the strongest protestations of sincerity and goodwill, assured the undersigned of his loyalty, help, and advice, very well understood and fully approved the intention of the Governor, also applauded the undersigned's efforts, and would give a sufficient testimony thereof to the Governor, whereupon the undersigned then further said that he had received from the Governor a missive from Their High Mightinesses for the prince, with orders to hand it over to His Highness, of which he gave His Honor notice, so that it might be brought inside with the customary ceremonial. Whereupon the prime minister, with serious and cordial expressions full of emotion, replied to the undersigned that the decision now taken by the Sultan was unshakeable, and that neither Their High Mightinesses' missive, nor From Java's East Coast under date 1 August 1763 nor even the person of the Governor himself would be able to effect anything more; on the contrary, in his opinion, it would worsen the matter, urgently requesting, in order to keep the Sultan in the good humor in which he had been since the undersigned's arrival to the astonishment of all, not to make any further move, since everything would after all be fruitless, as he knew the prince well, and that if Their High Mightinesses' urgings for the restitution of Ratu Bendoro were brushed aside in that manner, it would make him, the prime minister, even more embarrassed; or in case the Sultan were stirred by it and the fire was laid so close to his shins that he would have to make a hard choice, then I fear, continued the prime minister, even worse disasters, because he might then resort to something that would be lamentable on account of the consequences, for then, possibly giving free rein to his passion, he might say, barang kali lupa-lupa, very well, if the Honorable Company urges and forces me to let my daughter go contrary to reason and equity—for His Highness is firmly convinced, or at least appears to be, that he is now treating the matter with equity and that nothing more can be said against it—or to send her back to Mangkunegara, I shall follow the Honorable Company's orders and give her back, but not before she has first lost her life, and then God help us; these are the very words of Danuredjo, I shall then take my retreat to the shores. By these remonstrances, made with deep emotion by Danuredjo, the undersigned, fluctuating in uncertainty about what stood to be done in this delicate circumstance, could not well decide to withhold Their High Mightinesses' missive contrary to the orders of the Right Honorable Governor, but
Dutch transcription
Van Java's Oost Cust onder dato 1. aug.:s 1763 waar op den ondergetekende ten antwoord: gaf, hier van zynen gebieder te zullen kennis geeven. Vervolgens den ondergetekende geen verder tyd van spreeken gevende, stant zijn Hoogheijd, na ruijm een en een half uur dus doorgebragt te hebben op, en vervoegde zig tot het overige gezelschap, in welkers tegenwoordigheyt de vorst betuijgde beschaamd te zijn over de goedheyt, die den heere gouverneur hem bewees, en dat het present van paarden te groot was, om het thans te vergelden Hier na den Resident van der sluys en den onderge„ „tekende nevens zyn gezelschap en de officiere, aldaar bescheijden, teegen den aanstaanden dag ter maaltyd genodigd hebbende, wierd afscheyd genoomen Dingsdag den 19 deo: wierden den Resident den onderge¬ „tekende nevens andere vrienden ter meddagmaal onthaald bij den sulthan, en Woensdag den 20: d:o bij den Pangerang Depatty. Jntussen oordeelde de ondergetekende in voldoening van zyn plegt, ende beveelen van den Heere Gouverneur hem gegeven, gehouden te zyn, de missive van Haar Hoog Edelh:s, aan zyn Hoogheijd overte geeven, nadien hij onder„ „vond tot dit tyt stip gekoomen tezijn, dat des onderge„ „teekendes Commissie zonder vrugt zijnde, de eerste niterse aangelegentheyd vereyschte om dezelve te overhandigen, en dus nog een gewenschten uytslag te erlangen, 't geen dan met overleg van den eersten Resident van der Sluys wierd vastgesteld, tegens morgen, zijnde Donderdag den 21„e d:o wanneer Radcen Depattij Danoerid Jo vroegtijdig binnen quam, den ondergetekende Commu„ „niceerende, heeden middag zijn afscheid van den vorst te zullen erlangen, en teffens, dat de Bimaneesche paarden 261 Van Javas oost Cust onder dato 1. aug:s 1763 paarden woorden Pangerang Deppatty van den Heere gouverneur gezonden, door den Resident van der sluijs en den ondergeteekende, aan dien Prins zelfs moeten werden aange„ „boden: Dit aangenomen zijnde, geleide den ondergetee„ kende dien staats dienaar in zijn apartement, en gaf zijn E: te kennen onder betuijging van des Heeren Gouver„ „neurs hertelijke genegenheyd voor hemen zijne belan„ „gens; dat 8. in deze netelige omstandigheijd, hem thans zyne hulpe enangevijns de raad niet wilde onttrekken, dewijl de ondergetekende ondervonden had, dat tegen de verwagting van den Heere gouverneur zijne Commissie van geen de minste Effect geweest was, waarop gem: minister den ondergetekende met de sterkste betuijginge van opregtheijd en welmenend„ „heijd verzekerde van zijne trouwe, hulpen raad, de intentie van den Heere gouverneur zeer wel begreep en ten vollen approbeerde, ook des ondergeteekendens pogingen applaudeerde, en daar van aan den Heere Gouverneur een genoegzame attestatie zoude geeven, waarop den ondergetekende dan verder zeide van den Heere Gouverneur een missive voorden vorst ontfan„ „gen te hebben van haar hoog Edelheedens, met ordre, om die zijn Hoogheijd te overhandigen, waar van hij zijn E. kennisse gaf, op dat dezelve met het gewoo„ „ne Ceremonieel kande werden binnen gebragt. Waarop de Rijks bestierder den ondergetekende niet sericuse en hertelijke uijtdrukkingen vol van gemoeds bewe„ „ging toevoegde, dat het besluijt thans bij den sulthan genoomen, enwrikbaar was, en dat nog haar Hoog Ed:s Missive, nog Van Javas Oost Cust onder dato 1. aug:s 1763 nog zelfs de perzoon van den Heere gouverneur iets meerder zoude kunnen uytwerken, zelfs ter Contrarie na zijne sustenue de zaak verergeren, instandig verzoekende, om den sulthan in de goede luim, waar in hij zedert des onder geteekende, aankomst tot verwondering van allen geweest was, te houden geen beweeging meer te maken, dewijl alles dog vrugteloos zijn zoude, alzo hij den vorst welkende en dat in diervoegen haar hoog Edelh:s aansporingen tot de restitutie van Ratoe Bendoro inde wind geslagen werdende, hem Rijksbestierder, nog meerder zoude beschaamt maaken, of ingevallen de sul„ „than daar door eens bewoogen, en hem tot vuur zoo na aan de scheenen gelegd wierd, dat hij zoude moeten kiesen of dee„ „len, dan vreese jk vervolgde de Rijksbestierder nog voor erger onheilen, om dat zy dan tot iets zoude kunnen overgaan, 't geen weegens d' gevolgen te beklagen zoude zijn, want dan mogeijk zijn drift den lossen teugel vierende, barang ka„ „tie loepa loepa, zoude zeggen, goed,tringt, en dwingt de E. Comp: mij, om mijne dogter teegens de rede„ „lykheijd en billigheijt aan /want zijn Hoogheyt is in vaste verbeelding of schynt het ten minsten te zijn, dat hij de zaak nu in billijkheyt tracteert, en dat er niets meer kan teegen gezegd worden, /van wij te laaten afgaan, of haar aan Mancoenagara te rug te zenden, ik zal den 's E. Comp:s ordres opvolgen en haar te rug geeven, dog niet voor dat zij eerst is om 't leven gekomen, en daen komt ons God te hulp, dit zijn de eige woorden van Da„ „hoedidja, jk neem dan mijn retraite naar de stranden Door deeze vertoogen, met aandoening des herten door Danoevidja gedaan, konde den ondergetekende, dls fluctueerende in onzekerheijd, wat indeze neetelige omstandigheijd te doen stont, niet wel besluijten, tegen de beveelen van den Wel Ed: Heere gouverneur aan, haar hoog Edelhedens missive agter te houden, maar
English
From Java's East Coast under date 1 August 1763 but also for the alleged reasons did not proceed to hand it over; therefore the undersigned decided to notify the Right Honorable Lord Governor de facto of what had occurred, and to request further orders, as has been done, the undersigned being moved to take this step all the more because that missive could always be delivered even by Resident van der Sluijs as well as by the undersigned if the Right Honorable Lord Governor deemed it advisable and further recommended it, since the handover, once done fruitlessly or having turned out contrary to expectations, could not be revoked, being able moreover to await further orders from here before the departure of the undersigned. However, besides Resident van der Sluijs having offered the Bimanese horses on behalf of the Right Honorable Lord Governor to the Pangeran Depati, who heartily thanked the said Lord Governor for them and requested the undersigned to salute His Honor and Madam his Right Honorable spouse, His Highness, as the Resident and the undersigned had just returned inside the loge from the dalem of the Crown Prince, had them summoned in order to take his leave of the undersigned, at the same time to their surprise ordering that they should come into that of the Sultan through the dalem of the Pangeran Depati, which having been complied with, the doors behind them were locked everywhere they passed, and finally coming to His Highness, they found no one there except the Regent of the realm and the dalem's Tumenggung Rawang. Having sat down, His Highness first of all thanked the Right Honorable Lord Governor once again for his advice, as well as for the horses sent to him, also making a request that when a gift was offered to His Highness the Sultan, the Crown Prince might also receive one thing or another, as he was now grown up and lived on his own. 263 From Java's East Coast under date 1 August 1763 Here, after once again repeating the request that the Crown Prince might soon marry Susuhunan's daughter, His Highness stood up, saying, it is done, greet the Lord Governor and Madam on behalf of me, my wives, the Crown Prince, and Ratu Bendara, whereupon, taking leave, the Resident and the undersigned again perceived some sullenness in the prince, and that the front gates of the dalem were also locked, which were opened at their exit. Friday the 22nd ditto the undersigned received the Sultan's missive as well as that of Raden Depati Danureja, addressed to the Right Honorable Lord Governor, and the minister came in the evening, appearing not at all well-disposed, to say farewell to the undersigned, embracing him not without cordiality. Saturday the 23rd ditto, having been escorted by delegates as upon arrival, they arrived in the afternoon at Boyolali, after having traveled a distance of over 14 miles via Prambanan and other detours, the main road from Djokjo to Boyolali being obstructed by felled trees. Sunday the 24th ditto the journey to Salatiga was continued, and Monday the 25th ditto from there to Samarang, in order to dutifully deliver a proper report of his activities, respectfully requesting that these, having been carried out according to conscience and best knowledge, may be crowned with the approval of Your Right Honorable, professing to remain always with submission, /beneath was written/ Your Right Honorable's very obedient and dutiful servant /was signed/ H:s Munnik /to the side was written/ Samarang date as above /lower/ Agrees /signed:/ Willem Hendrik van Ossenberch. 265 From Java's East Coast under date 1 August 1763 Daily Register of the Right Honorable Willem Hendrik van Ossenberch, Extraordinary Councilor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of and along Java's Northeast Coast, regarding his journey to the eastern corner of Java in the year 1763. Wednesday the 1st of June, around 5 o'clock in the morning, the members of the council and other qualified persons, both Company servants and citizens, appeared with the native chiefs within the garden house The Freedom of the Right Honorable Lord Governor, and escorted His Honor around six o'clock, under the customary salute, on board the ship The Vrouwe Rebecca Jacoba lying here in the roads, with which, His Honor having taken leave of everyone, together with Secretary Boorn and the Petty Cashier van Nieuwenheym, both as members of the Political Council, Chief Surgeon Helmer and Sub-Major Blanke, the Judicial Secretary Helmke, besides the usual retinue of domestics and his bodyguard consisting of a detachment of 24 Dragoons with their commanding officer Lieutenant Casper Lodewijk Tropponegro, set sail at half past eight with a south-easterly wind and a moderate topgallant breeze, but due to calm and headwinds had to anchor before the kedge anchor at one o'clock in the afternoon off Qualladamak, remaining there until around 4 o'clock, when the kedge anchor was laid to get close inshore, yet due to the wind shifting toward the east, had to drop anchor once again immediately, where they also remained lying until Thursday the 2nd ditto, when at four o'clock in the morning with an east-southeast wind they set sail again, keeping course as much as was possible directly toward the roads of Japara, and where, due to the wind veering, they arrived around 10 o'clock. Half an hour earlier Resident Merchant Groen came on board to compliment the Lord Governor.
Dutch transcription
Van Javas oost Cust onder dato 1. aug:s 1763 maar ook om de geallegueerde reedenen niet overgaan, om dezelve overte geeven, dierhalven besloot den ondergetekende, het voorgevallene den Wel Edele groot agtb: Heere gouverneur de facto te bedeelen, en nader ordre afte vragen, gelijk geschied is, zijnde den ondergeteekende tot het doen van deze stap meer bewoogen, om dat die missive altoos zelfs door den Resident vandersluijs zo wel als door den ondergetekende konde werden overhandigd, als het den Wel Ed: Heere Gouverneur raadzaam oordeelde, en nader aanbeval, daar de overgave eens vrugte„ „loos geschied of tegens verwagting uijtviel, niet weder te herroepen was, kunnen, de daar en boven voor het depart des ondergeteekendens van hier nog nader beveelen afwagten: Edog benevens den Resident van der sluijs de Bimaneese paarden uyt naame van den wel Ed: Hee„ „re Gouverneur den Pangerang De pattij aangeboden hebbende, die gem: Heere gouverneur hertelijk daar voorbedankte, en den ondergetekende verzogt zijn Wel Edele en Mevrouw zijn wel Ed: groot agtb: gema„ „linne te salueeren, liet zijn hoogheijd den Resident in den onderget: zoo even van den Dalm van den kroon prins binnen de lagie te rug gekoomen zijnde, roepen, ten eijnde, aan den ondergetekende zijn afscheijd te geeven, teffens tot verwondering gelastende, dat zij door den Dalm van den Pangerang De pattij, in die van den sulthan zouden komen, 't geen dan nagekomen zijnde, zo wierden alomme waar zy passeerden, de deuren agter heben toegeslooten, en eijndelijk bij zijn Hoogheijd koomende, vonden zij daar niemand dat den Rijks bestierder en den Dalms Tommogong Rawang, Neder gezeten zijnde zoo liet zijn Hoogheijd voor af den wel Ed: Heere gouverneur nogmaals voor zijne raad bedanko, als mede voor de toegezonde paarden, ook verzoek doende, dat de kroon prins als zijn Hoogheijd den sulthan een geschenk wierd aangeboon, teffens het een of 't ander mogt ontfangen, alzo hij nu groot was en op zig zelven leefde. Hier 263 Van Javas oost Cust onder dato 1. aug: 1763 Hier nna nogmaals repeteerende het verzoek teneijn de de kvoon prins spoedig mogt trouwen met soesoe hoenongs dogter, stond zijn Hoogheijd op, zeggende, 't is gedaan, groet den Heere gouverneur en Mevrouw uijt naam van mij mijne vrouwen, den kroon prins en Ratoe Bendoro, waarna afscheijd neemende bespeurde de Resident en den onderge„ „tekende weder eenige gemelijkheijd bij den vorst, en dat de voor„ „poorten van den Dalm mede geslooten waaren, die bij hunne uijtgang geopend wierden. Vrydag den 22: dito ontfang den ondergetekende sulthans mis„ sive als meede van Radeen Depatty Danoerid Ja, geaddres„ „seerd aan den wel Ed: Heere Gouverneur, en quam de minister 's avonds schijnende gansch niet wel gesteld te zijn, den ondergeteekenden waar wel zeggen, hem niet te derher„ „tigheijd mmbrasseerende Saturdag den 23:' dito als bij aankomst door gecommitteerde uijtgeleide zijnde gedaan, quam inen des nademiddags te Boeyolalie, na een weg van ruijm 14. mijlen te hebben afgelegd over Brambana en andere omweegen, zijnde de groote weg van D Jokjo naar Boeijolatie toegekapt. Zondag den 24: dito wierd de reijze naar salatiga voortgezet, en Maandag den 25: dito van daar naar Samarang, om van zijne ver„ „rigtingen schuldip ligtig Rapport te doen, eerbiedig verzoe„ de, dat dezelve naar gemoede en beste kennisse verrigt zijnde, mogen werden bekroont met goedkeuringe van uwel Ed:e Groot agtb:, betuijgende altoos met onderdanigheijd te zullen blijven /onderstond/ Uwel Ed:e groot agtb: zeer gehoorla„ „me en schuldpligtige Dienaar /:was getekend/ H:s Munnik /ter zyde stond/ Samarang dato voors: /lager/ Accordeert /getekend:/ Willem Hendrik van Olsenberch. 265 Van Iavas Oost Cust onder dato 1 aug:s 1763 ag Register van den wel Edelen Groot Agtb: Heer NB: gestierd op f: 149 Willem Hendrik van Ossenber cE. Raed Extraord van Nederlands India, mitsgaders Gouver neur en Directeur of en Langs Iavas Noord oost Cuest Nopens zijne Reij se naden oostholk van Java inden Jaere 1763. Woensdag den 1: Iunij verschenen 'smorgers omtrend 5. uuren de laeden vanden raed ende ver dere Gequalificeerdens zo sComp: Diienaeren als burgers met de jelandse hoofden binnen het thuyn huijs de vrijheijd van den wel Edelen Heer Gouverneur en Conduisseerde zijn e wel Edele tegens ses uuren onder het ord sal iit naboort van het alhier ter rheede leggende schip de Rouwe Riebecca Jacoba waer mede zij wel Edele van Een lieden afscheijd genomen hebbende met den secretaris Boorn en den Kleen Cassier van Nieuwenheijm beijde als leeden van den Politicquen raed opperChirurgijn Helmer en den onder majoor Blanke, den Jus titieele secretaris Helmke, buijt en het ter, E - Van Iavas oost Cust onder dato 1 aug„o 1763. het gewoone gevolg van Domesteken en van desselfs lijfwagt best aende in een deta„ chement van 24: Drag ouders met den selver Commandeerende officier den Luijtenand Casper Lodewijk Troppone„ gro. ten half negen uuren met een zuijd ooste wind en een zabber gemeene bram„ zeijls koel te onderzeijl is gegaen dog moeste door stilte en tegen winden 's middags om een uuren voor het werp op de hoogte van Qualladamak meer ten anker komen bleven aldaer leggen tot omtrend 4 muan wanneer het werp wierd Gelegt om onder de wal te geraken Egter moesten door het secralen van de wind na het oosten andermaal ten Eersten ten anker gaen al waer ook bleven leggen tot. Donderdag den 2 d: wanneer Smorgens te vier uuren met een oost zuijd ooste wind weder om onderzeijlgingen Cours houdende zo veel als dat maer mogelijk was di„ rect na de rheede van Japara, en alwaer door het ruijmen van de wind tegens 10 uuren arriveerde Een half uuren bevorens quam den resident Coop @ Groen aan boort om den heer Gouverneur te Com„ vlieventeeren
English
267 From Java's East Coast, dated 1 August 1763. complimented, his ignorance was pointed out to him as to why, upon the flag and arrival of the aforementioned His Honorable, he had not greeted him at the roads with the usual salutes. He excused himself on the grounds of ignorance and immediately sent ashore in person to settle that in fulfillment of his duty. Thus, they were saluted there from the fortress with 21 cannon shots and thanked by the Rebeca Iacoba with 15 such shots. Around 11 o'clock His Honorable, accompanied by his retinue, went ashore from on board amidst the firing of 19 honor shots, where His Honorable arrived after a half hour, and was duly received with all marks of honor. Found there the chief regent of Samarang, Souradimangala, with the fiscal of the Landraad, Soetadicwirja, alongside the regents of Japara, Damak, Coedus, Pattij, Ioanna, and Tjincelsewo, of whom the first two mentioned were to accompany His Honorable during the entire journey, and the others for a part of it. Friday the 3rd of the same month, early this morning, His Right Honorable performs a visual inspection of the fortress, the warehouses, and further dwellings, all of which he From Java's East Coast, dated 1 August 1763. finds in good condition, except for the stone shed covered with tiles standing below along the river, serving as a guardhouse for the warehouse keepers and as a blacksmith's shop, which threatened to crack due to the riverbank and collapse into the river. However, to avoid costs for the Honorable Company, His Honorable charged the resident, Merchant Groen—as it could well be spared from the service—to shorten and repair it. After this, the aforementioned His Honorable, desiring a conversation with the regents of this place, being the Tumenggungs Tjitra Soema and Raxa Pradjo, and learning to his satisfaction from them of the blessed condition of this region, encouraged them with all amicable words to increase the Honorable Company's produce of cotton yarn, of which—besides the 12 picols they have been accustomed to supply to the resident until now—they are henceforth to deliver 20 picols per year, and instead of 7 to 8 picols, 18 to 20 picols of indigo, both of the finest sort, which they all promised to observe strictly, but of which, as proof thereof, they bound themselves in writing, if possible, to let those highly desired products increase yearly. Also, this afternoon the Lord Governor went to From Java's East Coast, dated 1 August 1768 pay a visit to those regents, and on that occasion found their dalems in good condition. Saturday the 4th of the same month, early this morning before 6 o'clock, the Lord Governor made a tour on horseback around Japara to view the planted lands, which His Honorable found very flourishing, mostly provided with a fruitful paddy crop. Having returned home, His Honorable dispatched from Samarang the pantjalang Desa Coba to take in the requisition for Rembang there and bring it to that station, sending at the same time to that residency the rowing galley De Oliphant, which had also arrived here from Samarang, with orders to the resident Van Niuwegen to send along with it under his convoy to this place all such vessels as were built there and lay ready with him for the further dispatch from this place with the ship De Vrouwe Rebecca Jacoba, which vessel the Resident, Merchant Groen, was ordered to provide with a full cargo of sugar and to dispatch the same at once to the main station with the aforementioned vessels. After this, His Honorable presented each of the regents with a handsome gift and subsequently arranged his journey to Coedus, which also Sunday the 5th of the same month, in the morning at half past three o'clock, proceeded by the land route and From Java's East Coast, dated 1 August 1763. arrived there towards eleven o'clock. On the way, one found everywhere the paddy, alongside the sugar and some indigo fields, exceptionally well provided with a formidable crop standing. Monday the 6th of the same month, this morning at a gathering, the aforementioned Lord Governor recommended the Ngabehis Raden Tjendra Roena and Soera Diridja, regents of this district, to apply all means so that their delivery of indigo would increase yearly, which they promised to comply with, and bound themselves under a sealed writing that henceforth, instead of 30 picols of indigo which they were obliged to deliver to the Honorable Company according to the previous oral contract made, they shall increase it to 45 picols in the coming year, and seek to have it increase from year to year to 50 and more picols. Further, a visit having been paid to those regents and having presented them with a gift, they set out. Tuesday the 7th of the same month, in the morning at half past five o'clock on horseback on the journey, and passing many fine paddy and sugar fields, arrived at 7 o'clock at Pattij, being the boundary line between Coedus and Pattij. Here, a breakfast was served to the Lord Governor by the resident of Japara, and thereupon, after it had been enjoyed, took his leave and returned to his Residency. Then we continued our journey, met the Joana resident Jan Pieter Bredius, and arrived at the stroke of 10 o'clock at Pattij.
Dutch transcription
267 Van Iavas oost Cust onderdato 1 augs 1763. plimenteeren, zijn onwetenheijd hem voorge houden waer om bij de vlag ende komste van welgem: zijn wel Edele ter rheede niet met de gewone verschoten quam te begroeten, Ex„ cuseerde sig van onkundigheijd en opstonds, selfs nade wal gezonden om die onder te stellen ter volbrengen van zijnen pligt, zoo wierden aldaer van het fortres met 21 Canon schoten Gesalueert en door de Rebeca Iacoba met 15 dito schooten bedankt omtrend 11 uuren begaf zig zijn wel Edele met zijn Gevolg onder het lossen van 19. Eerschoten van boort nade wal wer„ waerds zijn wel Edele na verloop van een half uur aenquam, en na behooren wierd met alle de tekenen van honneur Gerecipi„ eerd vonden aldaer den hoofd regent van Samarang souradimangala met den fiscaal vanden Land raad Soeta dicwirja nevens de regenten van Japara Damak Coedus Pattij Ioanna en Tjincelsewo, welke beijde Eerst gemelde zijn wel Edele Gedurende de heele reijze ende overige voor een Gedeelte stonden te verzellen Vrijdag den 3 dito vandezen vroegen mor„ gen neemt zijn wel Edele Groot achtb. occulaire Jnspectie van het fortres de pak huijzen en verder woningen die hij alle in een an Van Javas oost Cust onder dato 1 aug:s 1763. in een goede staat komt te venden behal„ ven desteene zedak met Pannen Gedekt staende beneden langs de revier dienende tot een wagt voor de pakhuijs bewaer„ ders, en tot een Smits winkel dat dreijg de door de Geborg te scheuren inde revier te storten, Edog het geene zijn wel Edele ter vermijding van kosten voor dE Comp den resident Coop â Groen als kon nende vande bediening wel overschie„ ten, opgedragen heeft te verkorten en te verbeteren. Hier na welm: zijn wel Ed: met de regen„ ten van deze plaets zijnde de Tommogongs Tjitra Soema en Raxa Pradjo in Een Gesprek begeerende en van haer tot zijn genoegen vernemende de Gezegende Gesteldheijd vandit Landschap wierde dezelve met alle minnelijke bewoording aen„ gemoedigt om sComp producten het Cattoene gaeren te vermeerderen waer van zij buijten„ „de 12 picols door den resident tot nog toe ongewoon zijn Gebeeven voort aan 'sjaers 20 picols en instede van 7 @ 8 picols 18. @ 20 picols indigo te leveren beijde vande leeste soort dat zij met allen beloofde in een stipte ob„ servantie te nemen, maer waer van zij ten blijke van die haer bij een handschrift verbonden om sulks doenlijk zynde die zoo Ge wilde Produc ten sjaerlijks te laten toeneemen ook ging den heer Gouverneur desen agtermiddag een Van Iavas oost Cust onder dato 1 aug„s 1768 een besoek bij die regenten afleggen, en leevond by die gelegentheijd der selver dalns in een goe de Gesteldheijd Saturdag den 4 dito Deeze vroegen morgen voor 6 uuren deed den heer Gouverneur Randssomme Japarra een tour te paerd omde aengeplan te Landen te beschouwen die zijn wel Ed. heel florisant meest voorzien met een vrugtbaer Padie gewas vond staan wederom na huis Gekeerd depecheerde zijn wel Edele van samarang de Partjalling desa coba om aldaer den Eijsch voor Rembang in te nemen en nadat Comptoir te brengen zendende te Gelijk na die residentie de van Samarang alhier mede aengekomen Roeij Galeij de oliphant met or„ der aen den resident van Niuwegen om dezelve onder zijn Convoij na herwaerds mede te geven alle zodanige vaertuigen als aldaer aengetim„ werd en bij hem klaer laagen ter aerder verzending van deze plaets met het schip de vrouwe Relecca Jacoba welken bodem den Reesident Coopl: Groen werd Gelast een volle lading zuijker integeven enden selven ten Eersten nade hoofdplaetese met die Gem: vaertuigen tedepecheeren Na Sulks beschonk zijn wel Ed. de regenten ieder met een aenzierlijk praesent en reguleerde vervolgens zijn reijze na Coedus die ook. Sondag den 5 d:o Smorgens omhalf vier uuren over den landweg zijn voortgank had en Javas oost Cast onderdato 1 aug„s 1763. Van en derwaerds tegens Elf uuren arriveerde onderwegen vand men over al de Padie nevens de zuijker en som„ enige Jndigo velden, Extra voorzien van een formida bel gewas st aan . Maendag den 6 d:o van desen morgen e een bij eenkomst recommandeerde den welgemelde Heer Gouverneur de Iugabeijs Radea Tjendra Roena en soera diridja regenten van dit district om alle middelen aente wenden dat hare leverantie van Jndigo Jaerlijks quam te agresseeren het geene de zelde beloofde na te komen, en bij een Gezegeld handschrift verbonden om voortaen instede van 30. picols Jndigo die zij volgens voorige Gemaekte Mondeling Con„ tract verpligt waren aan de E Comp: te Leveren die aenstaende Jaer tot 15 picols te zullen ver meerderen en van Jaer tot Jaer dezelve zoeken dat 't komt aente nemen tot 20 en meer pi„ als voorts bij die regenten zijnde een besoek afgelegt en haer met een Geschenk begiftigt zo begaf men zig. d. Zingsdag den 7. d' Smorgens om half ses uuren te paerd op de reijze en quamen langs veele fraaije Ladie en zuijker velden ten 7 uuren op Jattij aen zijnde de Grensscheiding tusschen Coedus en Pattij alhier doorden resident van Japara aen den heer Gouverneur Een ontblijt opgedist en daerop nadat 't zelve genuttigt was zijn afscheijd genomen, na desselfs Residentie weder Gekeert, vervolgde vervolgens onze reijse ont moeten den Joanase resident Jan Pieter Bredius en arriveerde de Klocke 10: uuren op Lattij
English
From Java's North East Coast, dated 1 August 1763. Patti, where His Honour was awaited by the regents of this place, the Tumenggungs Tjitra Di Wiria and Raden Aria Magatsari, together with the regent of Tjengkal Sewu, the Ngabehi Tjuro Dipo, at the first-mentioned of whom headquarters were established. Wednesday the 8th ditto. This morning His Honour held a kind of conference with the aforementioned regents, pointing out to them the good condition of their land and that they were consequently also obliged to increase the delivery of the products, namely indigo, which they agreed to by written contract in order to bring the same from seven piculs in the coming year to 15 piculs, and to let this increase to 20 and more piculs. On that occasion these regents requested that they might be released from a part of their mandatory timber delivery consisting of 1700 pieces of beams, by at least 300 to 400 beams, as it was practically impossible for them to deliver the aforementioned quantity in full each year; that they would, on the contrary, deliver a certain number of koyangs of rice to the Honourable Company for nothing. Whereupon the Lord Governor replied to those regents that he could not very well condescend to their aforementioned request, as the Honourable Company obtained an abundant supply of rice from the coastal lands, but sometimes suffered from a shortage of timber; yet that His Honour was willing to try it once, and upon his return to Samarang would present their request in the most favourable terms to Their Right Excellencies. The said regents also complained about the head of the Kalangs, the Ngabehi Setro Judo, stating that he drew many of their subjects to himself and also tolerated that they intermingled with the Kalang women, whereby their population was drastically decreasing from time to time, urgently entreating the Lord Governor to provide for this matter. Whereupon His Honour, considering that request to be fair, reproached the aforementioned head for this improper conduct and at the same time ordered him to restore immediately to the said regents all the orang tanis, or Javanese inhabitants of this district, who had been drawn away, and henceforth to ensure that such things should happen no more in the future, with instructions to the Joana resident to keep an eye on the matter so that this restitution would be properly carried out. After which the Lord Governor, while taking a walk, went to inspect the dalem of the second regent Magatsari; and having returned home, honoured each of them, as well as the regent of Tjengkal Sewu and the one over the Kalangs, with a present of a velvet jacket with some galoon. Thursday the 9th ditto. In the morning at half past five, departed on horseback for Joana; passed again many fields planted with padi and some with sugar cane, of which the first mentioned had already been partly harvested; met the regents of this district, the Ngabehis Seba Djaja and Sura De Wicrama, who conducted the Lord Governor, and arrived before half past eight at Joana, where His Honour was received with the proper military ceremonial from the fortress by the said resident Bredius and the other officials. Thereupon there also arrived here the residents of Grissee and Rembang, having in their company the regents of Tuban, Lasem, Rembang, Padjankoengan, and Palo, to pay their compliments to His Honourable Right Grandeur; and which three last-mentioned regents, together with their resident Van Nimwegen, returned home again after the midday meal to put everything in proper order there. After this, the Lord Governor took a walk around and inside the fortress, finding the same to his satisfaction, except for the stone Company's warehouse inside it, whose walls on one side had deviated to such an extent that one had to fear it might one day collapse; which matter, however, Resident Bredius undertook to repair at his own expense as a slight repair by placing three or four stone buttresses against it. In the said warehouse His Honour also found a remainder of 140 lasts of rice from the old harvest, for the transport of which to Batavia the Lord Governor promised the resident to provide a ship from the East Hook, the same being subsequently taken on board by the Zuydenburg. Friday the 10th ditto. This morning the regents here, encouraged by the Lord Governor since no indigo grows in their district, followed the previous example and bound themselves by a written contract to deliver henceforth also 4 piculs of cotton yarn of the best sorts, namely A and B, annually to the Honourable Company, and to ensure that this would increase with the passing of years to 20 and more piculs. Towards the evening, the Lord Governor made a carriage tour to the garden and in passing paid a visit to the residence of the regents, after which they were each favoured again with a present. Saturday the 11th ditto. In the morning at the usual time, the Lord Governor departed at half past six, taking in company with him the residents of Joana and Rembang; coming halfway to the Lok, they found there the resident of Nimwegen and the bookkeeper De Blij with a
Dutch transcription
269 Van Java soost Cust den 1: aug„s 1763. Pattij alwaer zijn wel Edelle wierd opge„ wagt door de regenten deser plaetze de Tommogongs Tjitra Di wiria en Radeen Aria Magassarie nevens die van Tjenkel Sewoe de Jugabeij Tjoero Diepo, bij welke eerst gemelde men het hoofd quartier mam. Woensdag den 8: dito vandezen morgen hield C zijn wel Edelle niet voorschreven Regenten een soort van Cauferen tie Gevende haer te kennen de goede Gesteldheijd van haer land en zij daer door ook verpligt waerende Levetantie vande Produc„ ten de jndigo te vermeerderen het geene zij bij eenschriftelijk accoord aannamen om de zel ve van Seven picols aenst aende Jala tot 15 p:ls te brengen en dit tot 20 en meer picols te doen. aggresceeren By die Gelegentheijd versogten deeze regenten dat zij van een Gedeelte van haere verpligt houd leverantie bestaende in 1700 ps balken ten minsten van 3 a 400 balken mogten werden Gelike reert alzo het haer genoegzaem ondoenlijk was het voorsz: getal sjaerlijks ten vollen te leveren dat zy integendeel voor niet een sekrer getal Coijangs rijst aend E Comp. zoude le„ veren waer op den heer Gouverneur aen die regenten Repliceerde dat hij in het voorsz: verzoek van haer niet wel konde Condescendeeren terwijl de E Comp: vande strand landen een overvloedige Jnzaem van rijst bequam als malen Javas oost Cust onder dato 1 aug„s 1763. Van maer aan hout Gebrek somtijds hadedog, dat zij wel Edele het wel wilde eens Probeeren, een bij zijn retour op Samarang, haer verzoek op het favorabelste aen haer hoog Edelheedens voorderagen Ook klaagden Gem: regenten over het hoofd den Calangers den Jngabeij Sitjo Joedo, dat dezelve veele van haer onderhorige na sig trok en teffens gedoogde dat dezelve haer vermengde met de Calangse vrouwen, waer door haer volk van tijd tot tijd kragtig quam te verminderen met instandige Reede aen den heer Gouverneur daer ingeliefde te voorzien; Waerop zijn wel Edele die dat verzoek voor billijk aenmerkende voorsz: hoofd over dit strijdig gedaan te reprocheerde en teffens ordon neerde om alle de na zig getrocken orang Tan„ nis of Javaense Jnwoonders van dit district ten Eersten aengemelde regenten te restitueeren en voort aan sorge te dragen dat zulks in het toekomende niet meer quam tege keuren met recommandatie aanden Joanase resi dent om een oog daer over te houden op dat die overlevering nabehooren ter uijt voer wierd Gebragt waer na den heer Gouverneur al wandelende den Dalm van den tweede regent Magatsarie eens ging bezien. en mahuijs Gekeert zijnde dezelve ieder als mede die van Tjnkelsewae en die over de Calangers een present van een fluweele baatje met wat Gallou verEerde. Donderdag den 9:' d:o Ging men 's morgens 271 Van Javas oost Cust onder dato 8: aug„s 1763 tenhalf Ses op Skarsch na Joana Passeerde wederom veel velden met za die en Eenige met zuijker riet beplant van welke eerst genaemde reets eenige in geoest waeren, ont moeten de regenten van dit district de Jngabeijs Seba Djaja en Soera De wicrama die den heer Gouverneur sonduiseeren, en arriveere voor half negen op Joana alwaer zijn wel Edele onder het be hoorlijke Ceremonieel vande Militie en van het fortres werd Gerecipierd door gem resident Bredius ende verder bediendens. de komen dort daer op mede alhier aende resi„ denten van Grissee en Rembang in Geselschap bij haer hebbende de regenten van Toeban Lassum Rembang, Padjancoengang en Palo om zijn wel Edele Groot Achtb: te Complimenteeren en welke drie laast gemelde regenten nevens hare resident van Numwegen na de Middag Maal tijd ook wederom 't huijswaerds keeren om aldaer alles in een behoorlijke order te brengen Na zulks doet den heer Gouverneur een wan deling om en in het fortres bevond het zelve na zijn genoegen uijt gezondert het van steene 'sComp: Pakhuijs daer binnen welkers muuren aende eene zijde zodanig waren afgeweeken men bevreest moest zijn 't zelve inder tijd nog eens zoude instorten, Edog het geene den resident Bredius als een ligte reparatie Van Iavas Oost Cust onderdato 1. aug: 1763 reparatie door het setten van drie @ vier steene haren afpilaeren daer tegen aengeno„ men heeft voor digen reekening te verbe„ teren Jngem Pakhuijs voogd zijn wel Edele nog een restant van 140 Lasten rijst van het ou de gewas, tot welkers ver voer na Batavia der heer Gouverneur aenden resident een schip uijt den oosthoek beloofde te besorgen zijnde 't selve ook naderhand door Zuydenburg ingenomen Vrijdag den 10 dito dese morgen hebben de re„ genten alhier op de aenmoediging vanden heer Gouverneur willende geen indigo in haer district opwassen haer na het vorige voorbeeld bij een schriftelijk accoord verbonden, om voortaen meede Jaers 4 picols Cattoene gaanen vande beste soort L: A: en B. aendE Comp: te leveren en te sorgen dat zulks quam bij vermeerdering van Jaeren tot 20 en meer picols toe te neemen Tegenden avond doet den heer Gouverneur met de wagen een Toertje nadethuijn en in passant een besoek aen het woonhuijs vande regenten, na wel kers verrigting zy ieder met een presentie weer dan begunstigt. Saturdag den 11 dito 'Smorgens op de gewoone hier vertrok den heer Gouverneur in geselschap met hem nemende de resident van Joana en Rem bang om half seven halven wegen komende op de Lok vonden aldaer den resident van Nim weegen enden boekhouder de Blij met een -
English
From Java's East Coast under date 1 August 1763. morning breakfast was in readiness to entertain His Honor therewith, but having politely declined this, preferring to have that sent upon his arrival at Rembang, they continued that journey on horseback and arrived there under the firing of the cannon alongside the further ceremonial at half past eight o'clock. In the afternoon the Lord Governor took an inspection of the Company's fortress, along with the further buildings, and found the same entirely to his satisfaction, except for the sea point on the northwest side, where the ground was washing away due to the pounding of the sea beating against it and ran a risk of rolling into it after the lapse of a year. But the Right Honorable Lord Governor having spoken to the regents of that district thereanent, who happened to be present right there, they undertook of their own accord and promised that as soon as their paddy was gathered in, they would assist the resident with the necessary working people, and would themselves see to it with an adequate timber and rock-stone revetment that the sea-wall was repaired and remained in good order for many years. From thence the Lord Governor continued his walk to the Company's timber wharf and found there on the stocks: 1 brigantine of 85 feet. 4 pantjallings. — From Java's East Coast, the 1st of August 1763. 1 boat with hatches 2 champangs and in the roadstead 8 pantjallings with Dutch rudders lying in complete readiness for Ceylon, with 1 boat 1 scow 1 small scow, to be transported the following evening to Japara under the convoy of the rowing galley de Oliphant, destined for that purpose. On that occasion the Lord Governor inspected the flagstaff without topmast standing here near the wharf, which the resident declared could no longer be used due to being gnawed through by white ants. Such having been found true upon examination, and a good flagstaff being necessary here at this place, the Lord Governor thus assented to the said Resident's request to erect a new flagstaff, with the recommendation to act therein in the most economical manner and to make the same properly solid and strong through good precautions of lime etc. for the driving away of that vermin, so that it might remain in good order for many years. — Sunday the 12th ditto in the forenoon, the Lord Governor conferred with the regents of the districts, Derma Djojo of Rembang, Wira Mangolo of Padjancoengang, and Sitjo Sitjo Pattij Rongo of Palo, whether they, beyond the four picols of cotton yarn that the resident must annually deliver to the Company, could not each supply something in addition; and they pledged themselves with willingness by a written agreement that those of Rembang two, those of Padjancoengang two, and Rongo of Palo one, or collectively five picols of fine cotton yarn per year, and would seek to increase this gradually. In the afternoon the Lord Governor visited the dried-out paddy fields and found, with only a moderate growth of the crops, that most had already been harvested. Monday the 13th ditto, the Lord Governor received this early morning a letter from the Samarang Political Council, whereby they gave notice that on the evening of 6 June, there had managed to escape from the Company's jail the Chinese named Tan Lauko and the Carnatic Moor Abdulla, prisoners for committed violence and burglary; that they had everywhere issued the necessary orders to recapture those evildoers; as also that the clerk Herman Breuken had been placed under arrest for this negligence of his and continual drunkenness, and another provisionally appointed in his place. Also sent by the said council to His Honor for perusal was a copy of Their High Noble Lordships' dispatch dated 24 May past, containing the reply to the letters of 24 March, 9 and 25 April of this year sent to Their High Noble Lordships by the said His Honor and the aforementioned council. Toward eleven o'clock all the regents appeared, who were treated this afternoon by the Lord Governor to a friendly meal, which merriment lasted until 7 o'clock in the evening with Tandak and Ronggeng dances; and thereupon His Honor granted to the regents of Japara, Coedus, and Pattij their leave to return back to their lands the following morning, together with permission to the merchant Hartingh to return to his residency at his request. After this the Right Honorable Lord Governor gave the three regents of these districts each a present, and fixed his further journey to depart by carriage for Lasem tomorrow early, around 6 o'clock. As happened, and they arrived Tuesday the 14th ditto around half past seven o'clock there, under the customary Javanese ceremonial and reception by the regent, the Tumenggung Soera Dipoera, having in company the Resident of Rembang to also make the journey into the Eastern Salient.
Dutch transcription
273 Van Iavas Oost Cust onder dato 1 augs 1763. morgen ontblijt in gereedheijt staan om zijn wel deele daerop te onthalen maer zulks beleefdelijk hebbende van dehand gewezen dat lie versonden doen bij zijn aenkomst op Rembang, vervolg de men tepaerd die reijze en quamen aldaer onder 't losbranden van het Canon nevens het verdere Cilremonieel om half negen uuren aan 's namiddags neemt den heer Gouverneur een opneem van 's Comp: fortres, met de ver„ dere gebouwen, en bevond dezelve volkomen na zijn genoegen Excepto de zeepunt aende Noord westkant, welkers als de grond door de kan „ding vande zee die daar tegen sloeg weg speelde en een Gevaerliep om na verloop van een Jaer daer in te rollen maer door den wel Edelen heer Heer Gouverneur de regenten vandat district, die Juijst daer bij Present waren daer over aengesproken, hebben sij uijt eijgen Motief aengenomen en beloobd zo ras haer Padie inge was dat zij den resident met de nodige werk volkeren zoude adsisteeren, en zelvers zouden sorgen met een suffucante houte en klipsteene beschoeijing dat het meer Gemaekt en voor lange Jaeren goed bleef, van der waerds ver„ volgde den heer Gouverneur zijn wandeling na 'sComp: zummer werf en bevond aldaer opstapelstaan. 1 brigantijn van 85 voet. 4 Pantjallings. — Van Iavas Oost Cust den 1: aug„s 1763. 1 boot met Luijken 2 Champangs en op de Rheede 8 Pantjalling met holland se roers in volkomen gereedheijd leggen voor Ceijlon met 1 schuijt 1 schouwen 1 Dontje schouw om onder het Convoij vande daer toe Gedestineerde Roeij Galeij de oliphant, den volgenden avond na Japara vervoert te werden by die occasie besigtigde den heer Gouvern:r de hier omtrend de werff staende vlagge stok souder steng en die den resident verklaerde door dedoorknaging van de witte mieren niet meer konde Gebruijken, zulks na Examinatie waerheijd bevonden zijnde en alhier ter plaetse een goede vlagge stok van nooden zijnde zoo Consenteerd den heer Gouverneur aengemelde Resident in zijn verzoek om een nieu we vlagge stok op te regten met recomman„ datie om op de suijnigste wijze daer in te handelen ende zelve zodanig door een goede voor zorge van Kalk etc: ter verdrijning vandat ongedierte goed hegt en sterk temaaken dat dezelve lange Jaeren konde goed blijven. — Zondag den 12: d'o 'S voordemiddags Probecat den heer Gouverneur met de regenten vande districten Derma DJojo van Rembang wira Mangolo van Padjancoengang en Sitjo 275 Van Iavas Oost Cust onder dato 1: augs 1763. Sitjo Pattij Rongo van Palo, ofte zij buijten de vier Licals Cattoene gaaren die den resident s Jaerlijks aen dE Comp:e moet opbrengen niet nog wat ieder daer bij zoude konnen leveren en verbinden haer met berlijdheijt bij een schriftelijk accoord dat die van Rembang twee die van Padjan coengang twee ende Rongo van Palo Een ofte Gezamentlijk vijf picols fijne Cattoene gaeren 'sjaers en soeken van langsamerhand bij vermeerdering tegeven 'sna middags besogt den heer Gou verneur de verdroogde Padie velden en be vond bij een maer matig gewas derzelver vrugten 't meeste reets waeren Jngesamelt Maendag dan 13: dito recipieerde den heer Gouverneur desen vroegen morgen Een brief van den samarangse Politecque raed waer bij dezelve komen kennis te geven dat op den 6 Junij 's avonds aldaer uijt sComp: bolijen sig hadden wet een soek temaken den Chinees genaemt Ian Lauko en den Larnakan Moor Abdulla sheeren Gevangenen over Ge plagde Geweld en huijsbraek. Datse al omme de nodige ordere hadden Gesteld om die boosdoenders wederom te agterhalen So mede den Copier Herman Breuken over deze zijne onagtzaemheijd en geduurige dronkenschap in arrest Geset en een andere bij Van Iavas Oost Cust onder dato 8 aug„s 1763. bij provisie indesselfs plaets Gesteld. ook is doorgemelde raed aen zijn wel Edele ter lectuere Gezonden Copia van haer hoog Edel heedens Missive dato 24. meij pass:o behel, sende tot rescriptie op de brieven vanden 24: Maert 9 en 25 april deses Jaars door wel melde zijn Edele en voorschreven raed aen haer hoog Edelheedens afgezonden Teegen Elf uuren verscheenen alle de regenten die desen middag door den Heer Gouverneur op een vriendelijk Maal tijd wierden Ge tracteerd welke vrolijkheijd met Tandak en Rouging speelen tot savonds 7 uuren heeft Geduurt en daer op verleende zijn wel Ed: aende regenten van Japara Coedus en Pattij haer afscheijd, om 's anderen daegdes smor gens te rug waerds na haer landschappen te retourneeren nevens de permissie aanden koopman Hartingh om op zijn verzoek na zijn residentie weder te keeren Na zulks Gaff den wel Edele Heer Gouverneur dedrie regenten vandeze districten ieder een present en stelde zijne verdere reijze vast om op morgen vroeg tegen 6 uuren met de waagen na Lascum te vertrecken, Gelijk Geschieden, en quamen. Dingsdag den 84: dito omtrend half ag=t uuren aldaer aen onder een gewoone Javaense Ceremonieel en receptie vanden regent den Tommogong Soera Dipoera in geselschap hebbende den Resident van Rembang om mede de reijze inden oost hoek tedoen
English
From Java's East Coast, dated 1 August 1763. Upon arrival, the Governor received a letter from Grissee dated the 12th of this month, in which the Commander Breeton gave notice of the arrival there of the ship De Jager from Maccassar in order to take in a cargo of rice for the Honorable Company's main settlement in the Indies, in accordance with the advices from that Administration of 30 May last. From the aforesaid advices and from a private letter from Governor Sinkelaar, it appeared to the Governor with great regret that the ships the Batavier and the Hercules were wrecked on their voyage to Banda and Timor, namely the first-mentioned on the island the Hen with its chickens, and the latter in the Strait of Pappie, without anything of the cargo having been salvaged except the chests with money and the crew, who were all placed on this ship the De Jager by that Minister. Immediately, His Honour sent a letter to the Political Council at Samarang to accompany the Maccassar papers in order to forward them expeditiously to Their High Honours, and approved the measures taken regarding the tracking down of the fugitives from the Company's prisons, as well as the provisional appointment of another jailer until his return. This afternoon, the Governor took a walk around this settlement and noticed that due to a fair crop, most of the paddy had been gathered, and that the inhabitants of this place were increasing, notwithstanding the regent declared that for some time, due to a certain prevailing illness, 1400 of the residents, men as well as women and children, had died. Wednesday the 15th of the same month, the Governor came to an agreement with that regent, who bound himself by a written deed to also gradually deliver, upon annual increase, six picols of fine cotton yarn to the Honorable Company, and on that occasion bestowed upon him the usual present. Thursday the 16th of the same month, in the morning just after four o'clock, after the Javanese resident had taken his leave, the Governor continued the journey to Jamplong to stay there for a night's rest, and arrived there at 9 o'clock. Friday the 17th of the same month, they set out again in the morning at about 5 o'clock, arriving at 7 o'clock at Banjer and at 9 o'clock at Carrang Dowo, which was also chosen for a night's rest. In the evening, the Governor went to inspect the countryside here and found, alongside a moderate paddy crop, two fertile fields planted with small cotton trees. Here the Governor met once again the regent of Toeban, Rapanagara, and after having departed, Saturday the 18th of the same month, in the morning at 5 o'clock, appeared at 8 o'clock at Toeban, where a Raden Tommogong Souradiningrat had just arrived, who came to inform the Governor that his father, the Panambahan of Madura, had already arrived in his regency and at the principal settlement of Sidaijoe, in order to greet His Honour upon his arrival there. Sunday the 19th of the same month, this morning the aforesaid Raden Tommogong departed beforehand to get everything ready at the settlement Blimbing, belonging under his regency, where they were to hold a night's rest. At seven o'clock, a postillion arrived from Samarang with a letter from the Sultan and one from the Prime Minister Danoeredja, the same being forwarded to the Governor under cover of a separate letter by the Senior Merchant and Chief Administrator Hermannus Kunnik, concerning the estrangement between the Ratoe Bandoro and her husband Prince Mancoenagara, to whom that Princess did not wish to return. After the lapse of a couple of hours, the reply from the Governor was sent back, in order, if possible, through his amicable writing, to bring about a reconciliation and to make an end to those difficulties for the preservation of the peace of Java. Towards evening, the Governor took a walk to the beach to view the renowned spring, over which the high sea washed, but which at low water yielded such clear and sweet water that most inhabitants went thither to fetch drinking water from it and to maintain their health thereby. Upon his return, having seen in passing some fertile paddy fields, the fruits of which had mostly been gathered, and also noticing that indigo and coconut palms would grow well in this landscape, the Governor sought, while offering a present, to induce the regent Raxanagara to also increase his produce, so as to deliver from now on, above his contingent, some picols of cotton and indigo to the Honorable Company; however, he could not be brought to this, pretending that he first had to consult with his patih and mantris whether such could be done; thereupon advanced. Monday the 20th of the same month, in the morning at 5 o'clock, the planned journey to the aforesaid principal place Blimbing, outside which settlement the Regent of Sidaijoe received the Governor, and arrived there at 9 o'clock, whither shortly after our arrival
Dutch transcription
277 Van Javas Oost Cust den 1: aug„s 1763. Bij arrive ontefing den heer Gouverneur een missive van Grissee Gedateerd vanden 12. deser, waer bij den Gezaghebber Breet on komt kennis tegeven de aenkomst aldaer van het schip De Jager van Maccassar om volgens de advresen vandat Ministerium van den 30: meij pass:o ten Gem Comp: voor Indiaense hoofdplaetze inte nemen een Lading rijst Bij voorsz advijsen en bij een Particulier brief vanden Gouverneur Sinkelaar den heer Gouvern:r met groot leedwezen zijnde Gebleken dat de schepen de Batavier ende Her Cules op haere reijze na Banda en Timor zijn komen te verongeluken, te weten het eerste genoemde op het Jiland de Hen met zijn krijkens enden laetsten indestraat Pappie zonda datter iets vande lading heeft kon nen geborgen werden dande kisten met geld ende Manschappen, die door die Minister op dit schip de Jager alle zijn Geplaetst Opstand zend zijn wel ddele of een Rief aen den Politicquen raed te samarang tot Geleijde vande Moccassaerse Papieren om die voor spoedig verder soort na haer Hoog Edelheedens te besorgen en approbert de genomen Maak regulen omtrend het agterhalen der vrugtelingen uijt sComp: boeijens nedens de provisioneele aenstelling van een an„ der Cipier tot desselfs te rug komst. - Desen agt er middags doet den heer Gouverneur Van Iavas oost Cust onder dato 1 aug„s 1763. een wandeling rontsom dese Negorije en ont„ waerde dat vel door een tamelijk gewas de meeste Padie was ingesameld als dat die plaats aan Jnwoonders quam toe te neemen niet tegenstaende den regent verklaerde dat en se dert eenige tijd aan een sekere grasseerende ziekte 1400 van de Jngesetenen soo mans als vrouwen en kinderen weggestouven waren. woensdag den 15 dito quam den heer Gouvern met dien regent dens, en die zig bij een schriftelijk acte verbond om meede, 's Jaers bij vermeerdering van Langsamer hand ses picols fijn Cattaene gaenen aand E Comp: te leveren en beschonk deesel cen by die Gelegentheijd met het gewoone present Donderdag den 16. E:o Smorgenseren na vier uuren na alvorens dat den Joanase resident afscheijd genomen had vervolgde den heer Gouverneur de reijze na Jamplong om aldaer een nagt rust te verblijven en werwaerds om 9 uuren aenquam Vrydag den 17: dito braken smorgens tegen 5 uuren wederom opkomende ten 7 uuren op banjer en om 9 uuren op Carrang dowo, dat mede tot het ver beijf van een nagt reest verkoren was 's avonds ging den heer Gouverneur de Landsdouw hier op eens bezien en vond nevens een matig Padie gewas twee vrugtbaere velden met Cappas boomtjes beplaant staen alhier ontmoet den heer gouverneur andermaal den regent van Toeban 279 Van Iavas Ooost Cust onder dato 1 aug„s 1763 Toeban Rapanagara en na trocken Saturdag den 18 d:o Smorgens om 5: uuren ver scheenen om 8 uuren te Toeban alwaer even aenge komen was een Raden Tommogong Soura di„ ningrat dire den heer Gouverneur komt kenniste geven dat desselfs raden den Panambahan van Madeura leereets in zijn regentschap en op de hoofd negorije sidaijoe aengekomen was, om sijn wel Edele met desselfs arrive aldaer te be„ guoeten — Sondag den 19 dito van deze morgen vertrok voor af voorsz: Rad een Tommogong om op de Negorije Olimbing gehorende onder zij regent„ schap en alwaer men een Nagt rut zoude hou den het nodige ingereedheijd te brengen Ten seeven uuren arriveerde een Lostillion van Samarang met een brief vanden zulkhan en een van den Rijkbestierder Danoeredja werdende de zelve onder geleijde van een aparte door den opperkoopman en hoofd adminis trateur Hermannus Kunnik aen den heer Gouverneur toegzonden, behelsende de derwijdering tusschen de Bato Bandoro en haer Gemaalde Prins Mancoenagara tot wien die Phincesse niet wilde weder hee„ ren Na verloop van een paar uuren gaat het ant„ woord vanden her Gouverneur daerop terug om is mogelijk door zijn minsaem schrijvens tot afsopia tie Van Javas Wost Cust onder dato 1 aug„s 1763 assopiatie te komen en een Eijnde van die Moeije lijkheeden te maken ten behoud der ruste van Iava. Tegen den avond deed den heer Gouverneur een wan deling na destrand ter beschouwing vande ver„ waerde Bron over de welke de hooge zee over spoelde en bijlaag water zodanig eenklaer en soet water kwam te geven, dat de meeste jnwoonders haer daer toe vervoegde om drink water daer van te halen en haer Gesondheijd door te behouden; Bij dies retour door zijn wel Ed: inpassant gezien zijnde eenige vrugtbaere Ladie velden waer van dies vrugten meet waeren Ingesamelt als mede bemerkende dat den Jndigo en klappers in dit Landschap wel wilde opwassen zogt den heer Gouverneur onder de aenbieding van een present den regent Raxa nagara daer toe te leijden dat hij mede zijn pro„ duiten quam te vermeerderen om voort aen boven zijn Contingent ook eenige Picols Cattoene en Jndigo aen d E Comp. te leveren, Edog waer toe hij niet was te brengen, voorgevende Eerst met zijn Lepattij en Mantries daer overte moeten raeds plegen of sulks zonde Geschieden, vervorderde daer op. Maendag den 20 dito Smorgens ten 5 uuren de voorgenome reijze na voorsz: haald plaetze Blin„ bing voor welke negorij den Sidaijoese regent den Heer Gouverneur recipieerde en arriveerde aldaer te 9: uuren weerwaerds kort na onze aenkomst aen
English
From Java's East Coast under date 1 August 1763 arrived the Raden Tumenggung Nata Diningrat second son of the Panembahan of Madura to compliment the Lord Governor on behalf of his father at the same time appeared also both the Tumenggungs Tirta Diredja and Astra Nagara regents of Grissee and Wongso Diredja regent of Lamongan besides the Sub Lieutenant of Poluitz who had been sent ahead to Surabaya to ensure that the lodgings for the Lord Governor and his company were brought into proper readiness with the necessary stables horses and porters. Tuesday the 21st ditto in the morning at 5 o'clock they continued the march to Bander Hujer and arrived there at the stroke of 7 o'clock having previously encouraged the Regent of Tuban once more to likewise increase his products according to the previous examples which succeeded well with the cotton yarn to the extent that henceforth he undertook in writing to deliver six picols yearly but to the indigo he could not resolve, the Lord Governor being aware of his faithfulness and loyalty let the matter rest for this time. Wednesday the 22nd ditto in the morning at 5 o'clock the Lord Governor undertook the journey to Sidayu, meeting a good hour From Java's East Coast under date 1 August 1763 hour before that negorij the Commander Breton with the scribe Lapro besides the Surabaya regents the Tumenggungs Tjandra Nagara and Djaja Dikara to greet His Honour on his arrival in the eastern corner of Java, immediately they continued the march and arrived thither around 10 o'clock where they found standing awaiting before the Dalam on the paseban the Panembahan of Madura with the pay bookkeeper of Surabaya Eckandt to likewise compliment the Lord Governor on his good arrival here Scarcely had the Lord Governor approached with that company through a double rank when he dismounted from his horse and after embracing the Panembahan of Madura with the paying of mutual compliments to all the friends who were present there they walked inside the residence the Dalam to take his ease and to end that day with a cheerful meal. In the evening at 10 o'clock the Panembahan of Madura returned homewards, from which he was not to be restrained, in order to put everything in readiness himself for the reception of the Lord Governor since His Honour had declared to him that he would first go to Madura and then for certain reasons no further into the eastern corner From Java's East Coast under date 8 August 1763 corner than to Surabaya. Thursday the 23rd ditto this day was spent with all kinds of amusements in the Javanese manner and in the evening the regents of Tuban Rembang, Palo and those of Joana received their dismissal to return, and the Lord Governor resolved not to negotiate further with the regents individually concerning the increase of products but to postpone this until his arrival at Surabaya and there to regulate matters all at once concerning the entire eastern corner in the presence of the Commander and of the Panembahan, furthermore a handsome present having been distributed to this regent the Lord Governor departed Friday the 24th ditto early in the morning at 5 o'clock across the fairway to Madura and arrived there with a large rowed and sailed boat around 9 o'clock on the north side not far from the fortress, where they found the Prince with his sister the Ratu Mas the repudiated Empress standing on the shore with a handsome carriage drawn by six and two ditto drawn by 4 horses, to welcome the Lord Governor and to escort him on horseback to Bangkalan under the escort of his own bodyguard. After paying the mutual compliments and embracing with the greatest tenderness From Java's East Coast under date 8 August 1763 and discretion under the firing of the artillery from the fortress having taken seats in the carriages they continued the march to the said principal negorij between a double rank of well-dressed armed men which His Highness later stated to consist of a number of 5000 sturdy Madurese many with muskets but mostly with pikes Having approached across the paseban close to the Dalam under a continuous sounding of trumpets hunting horns and various native musical instruments one saw just in front inside the Dalam standing dressed in the most exquisite manner a company of Foot Body Grenadiers 100 men strong all dressed in white having in front the son of His Highness named Nata Diningrat under the title of major Next to them a corps of Foot Hussars 80 men strong all dressed in green, with boots on their feet being commanded by a younger son of the Panembahan by the name of Tjakranagara, with the added title of captain and lastly at the last entrance of the Dalam or as far as one would come with the carriages paraded His Highness's judges
Dutch transcription
281 Van Javas Oost Cust onder dato den 1. augs 1763 aenquamen den Radeen Tommogong Nata di„ e ningrat zweede zoon vanden Panambahan van Madura om den heer Gouverneur uijt de naem van zijn vader te Complimenteeren ten zelver tijd aescheenen ook de beijde Tommogongs Tirta diredja en Astra Nagara regenten van Grissee en wongso dicredja regent van Lamongang Nevens den sous Luijtenant van Poluitz. die voor af na Sourabaija was Gezonden om te zorgen dat de Logementen voorden heer Gouvern:r en zijn Geselschap met de nodige stallinge paerden end raag volkeren en behoorlijke Gereedheijd waeren Gebragt. Dingsdag den 21: Do Smorgens ten 5 M. uuren vervolgde men de Mansch na bander Hu„ jer en kwamen aldaer de klocke 7 uuren na alvoorens den Regent van Toeban nogmaels te hebben aengemoedigt om nade voorige voor heel den zijn producten Jnsgelijx te vermeerde rendat met het Cattoene gaeren wel Ge„ lukte om voort aen hij een schriftelijk afboord 'sjaerlijks ses picols te leveren maer tot den Jndigo kon hij met resolveeren, den heene Gouverneur zijn Getrouwigheijd en vaerbe went zijnde Liet het voor dit maal daer bij berusten. Woensdag den 22 d:o Smorgens om 5 uuren nam den heer Gouverneur de reijze na Sid aijoe aan, ont moetende een groot E uur Javas oost Cust onderdato den 1 aug:s 1763. Van uur voor die Negorije den Gezaghebber Breton met den schriba Lapro nevens de sourabaijase regente de Tommaagongs Tjandra Nagara en Djaja Dikana om zijn wel Ed: met desselfs aenkomst in den oosthoek van Java te begroeten, opstonds vervolgde men den Marsch en quamen der waerds omtrend 10 uuren alwaer men voor den Dalm op de passe ban al aenwagtende vondstaan den Panambahan van Madura met den soldij boekhouder van Sourabaija Eckandt om insgelijks de eer heer Gouverneur te Complimenteeren over denzelven goede aenkomst alhier So kas was den heer Gouverneur door een statuus dubbelt hankel met dat Ge selschap Genadert of steek van zijn paert en na omhelsing vanden Panambahan van Ma dura met het afleggen van wederzijdze Complimenten aen alle de vrienden die daer bij present waren wandelende men binnen de verblijv plaets den Dalm om zijn Gemak te nemen en dien dag door een vrelijke Maal tijd ten eijnde te brengen. 'S avonds om 10 uuren keerde 't huijswaerds en waer van hij niet te wederhouden was den Panambahan van Madura om alles selven ingereedheijt te brengen tot de reseptie vanden heer Gouverneur terwijl zijn wel Edele hem ge declareerd had van Eerst op Madura en dan om redenen niet verder inden oost hoek 283 Van Javas Oost Cust onderdato 8 aug„s 1763. hoek als tot sourabaija zoude Gaan. Donderdag den 23. dito desen dag werd met alderhanden vermaakelijkheeden op de Javaense wyze door Gebrek en s avonds krijgen de regenten van Toeban Rembang, Palo en die van Joanahaer afscheijd om te retoir neeren, enden heer Gouverneur Rezolveed om over de vermeerdering vande Producten niet verder alleen met de regenten te handelen maer om zulks tot desselfs komst op sourabaija uyt te stellen en aldaer omtrend den heelen oosthoek ter presentie vanden Gezaghebber en vanden La nambahan in Eenemaal te reguleeren, voorts en aenzienlijk present desen regent zijnde toegedeelt zo vertrek den heer Gouverneur Vrijdag den 24. dito smorgens vroeg om 5 uuren over het vaerwater na Madura en komt aldaer met een groot Rolij en zeijl schuijt omtrend 9 uuren aende noord zijde niet verre van het fortres, alwaer menden Prins met desselfs suster d Ratoe Maas venstotene Keizerin aan den oever vande wal vond staan met een propere wagen van ses ent wee dito met 4 paerden bespan„ nen, om den heer Gouverneur te verwellekom„ men en onder de Excorte van zijn Eijgen lijfwagt tepaerd na Bancallang te verzellen. Nade aflegginge van de nederzijdse Com„ plimenten en omhelsing met de meeste teder heijd Van Javas oost Cust onderdato 8 aug:s 1763. leijd en discrictie onder het losbranden van het Geschut van het fortres sit plaets inde Reijtuijgen genomen zijnde vervolgde menden Marsch nade gem hoofd Negorij tus schen een dubbeld ranket wel uijtgedoste wapendragers die zijn hoogheijd nader hand opgaff in een aantal van 5000 klocke Ma durese te bestaan veele met snaphanen dog meest met pieken over de Lassebaan Bort na bij den Dalm Ge nadert sijnde onder een Geduurig Geschel van Trompetten walthoorens en diverse Jnlandse speel werken sag men Even voor aen binnen den Dalm nog op het aldersinnelijkste uijtgedorst staan Een Comp: Lijf Granadiers te voet sterk 100 koppen alle inhet weerd Ge kleed voor het fort hebbende de zoon van zijn hoogheijd genaemt Natta dininquat onder den Titul van majoor Daar naest een Corps Huzaen en te voet sterk 80 Coppen alle in het quaen gekleed, met sterveletten om haere voeten werdende door een onder zoon vanden Panambahan in name van Tjacranagara, met de bijgevoegde titul van Capitain daer over gecommandeert en Laas„ telijk aan den Laasten Jngang van den Dalm ofte zo verre men met de Reijtuijgen zoude komen Paradeerde zijn hoogheijds voor regters
English
285 From Java's East Coast, dated 1 aug.s 1763 fighters or bodyguards, all dressed in red with gold lace and uncovered heads, having hanging, curled, pitch-black hair, armed in the right hand with a sharp klewang and in the left with a shield. Having stepped out of the carriages here and entirely entered the Dalam, received once again by Their Highnesses in an exceptionally amiable manner, the Governor could not sufficiently express his admiration for the extraordinary elegance and ornamentation, first of the pendopo and then of the stone house built in the Dutch style, draped with costly fabrics, so that one might well call it a palace. Furthermore, after the ceremonies were concluded by the threefold discharge of small arms, joined by 21 shots from small cannon that stood positioned over there, a fine meal was held at noon, and after the conclusion thereof, the Commander Bieton departed with the clerk Lapro across the strait to Sourabaija in order to bring everything there into proper order for the reception as well; thus the rest of this day was spent with these and entirely pleasant amusements. Saturday the 25th ditto: Today nothing special occurred, except that the Lord Governor, taking into consideration the urgent request of From Java's East Coast, dated 1 aug.s 1763. the Panambahan, appointed the sailor Andries Christiaansz as quartermaster and the soldier Joseph de Baas as corporal, designated to remain stationed over there, and that toward evening an excursion was taken by carriage back and forth to Bacoerang, situated in a pleasant countryside. Sunday the 26th ditto: This evening His Highness entertained the Lord Governor and the rest of the company present, along with the foremost Madurese chiefs, with a bedhaya and several other games, which lasted until the following morning, Monday the 27th ditto, around 7 o'clock. Toward evening, the Lord Governor went for a walk and inspected the fortress, and found it to be in such neatness and strength that one had to take complete satisfaction in it. Tuesday the 28th ditto: The Lord Governor dispatched a note to Joana with orders to the resident Biedins that all the Company vessels under construction that lay in complete readiness at Rembang should be sent along to the principal place, on tow or otherwise, upon the opportunity of the ship Zuijderburg; in the afternoon a small excursion by carriage was made along the beach to Serpan, and in the evening a cheerful farewell meal was held. Wednesday 287 From Java's East Coast, dated 1. aug.s 1763. Wednesday the 29th ditto: In the morning at 7 o'clock, the Lord Governor departed by carriage in the company of the Panambahan of Madura and the rest of his retinue, under the escort and ceremony as upon his arrival, to the strait, in order to board His Highness's boat after having taken a morning breakfast, and to cross over to Sourabaija. Rowing from here at half past eight and having arrived at the height of Grisse, the Lord Governor was saluted with cannon fire from that fortress as well as from the ship De Jager, which lay at the roadstead there; and at 10 o'clock, having approached close to Sourabaija, the Commander Bieton, under the salute from the shore, came aboard with the members of the Political Council in the roadstead to welcome His Honour and to accompany him to the shore, where a double cordon of 4000 heads of Sourabaijans stood arrayed along the river. Around half past eleven o'clock he arrived, and the Lord Governor was received with the utmost ceremony, while immediately thereafter a magnificent meal was held for the joyous arrival. Thursday, the ultimate of June: After the general muster of the Company servants, a report of the peaceful state was made by the Commander Bieton to the Lord Governor. From Java's East Coast, dated 1 aug.s 1763. the Panambahan, appointed the sailor Andrees Christiaansz as quartermaster and the soldier Joseph de Baas as corporal, designated to remain stationed over there, and that toward evening an excursion was taken by carriage back and forth to Bacoerang, situated in a pleasant countryside. Sunday the 26th ditto: This evening His Highness entertained the Lord Governor and the rest of the company present, along with the foremost Madurese chiefs, with a bedhaya and several other games, which lasted until the following morning, Monday the 27th ditto, around 7 o'clock. Toward evening, the Lord Governor went for a walk and inspected the fortress, and found it to be in such neatness and strength that one had to take complete satisfaction in it. Tuesday the 28th ditto: The Lord Governor dispatched a note to Joana with orders to the resident Biedins that all the Company vessels under construction that lay in complete readiness at Rembang should be sent along to the principal place, on tow or otherwise, upon the opportunity of the ship Zuijderburg; in the afternoon a small excursion by carriage was made along the beach to Serpan, and in the evening a cheerful farewell meal was held. Wednesday
Dutch transcription
285 Van Javas oost Cust onderdato 1 aug„s 1763 vegters of lijf tra want en alle gekleed in het rood met goude tressen en niet ontbloote hoobden hebbende nederhangende gekruld pikzward hair Gewapend in de regterhand met sexfi„ caute Clewang en inde Linkere een schild. Alhier uyt de wagens Getreeden en ten Eene maal binnen den Dali Gekomen door haer hoog heeden nogmaal op een Extra Minsame wijze Gerecipieerd zouden Geen Gouverneur met genoeg zijn verwondering uijtdrucken over de ongemeene sniedelijkheijd en Cieraed eerst vande Pangong endan van het steene huijs op zijn hollands Gebouwd, behangen met kost„ baere steukelen, dat men 't selve wel voor een Palleijs mag genoemen. wijders nadat de plegtigheeden afgeloopen waren door het driemaal Lossen van hand Gemeen gevoegd werden met 21 schooten uyt kleen Canon dat derwaerds gerangeerd stond 'S middags een proper Maal tijd gehouden en na het eijndigen vanden zelven den gezagheb„ ken Bieton met den scriba Lapro over het sootje na sourabaija vertreck ende om aldala mede tot de receptie alles in een behoorlijke order te brengen so is verder deezen dag met deeze en geciel aengenaeme anusimenten doorgebragt Saturdag den 25 dito heeden niets hij zouden voorgevallen als dat den heer Gouverneur in aenmerking het instandig verzoek van de Van Javas Oost Cust onder dato 1 aug„s 1763. den Panambahan aen Mattroos An dries Christiaansz tot quartier meester en den soldaat Joseph de Baas tot Corporaal aengesteld heeft aender waerds bescheijden te blijven leggen en dat tegen den avond met de wagen een uytvlugte Een en meer genomen na Bacoe rang gelegen in een aengename Landsdouwe. Sondag den 26 dito Deesen avond onthaald sijn hoogheijd den heer Gouverneur en het verdere aenwezende Geselschap met de voornoemste Madureeze hoofden op een Badaije en meer an„ dere speelen, het geene tot den volgende Morgen zijnde. Maendag den 27: dito omtrend 7 uuren heeft Geduurt tegen den avond wandel en de besag den heer Gouverneur het fortres en be„ vond het het zelve in zijne Nethijd en sterkte dus gesteld dat men volkomen Ge noegen daar in moest neemen. Dingsdag den 28 dito Depecheerde den heer Gouverneur een briefje na Joana met last aanden resident biedins om alle de aenge timmeerde Comp: vaertuigen die op Rem„ bang in volkomen Gereedheijd lagen dezelve op sleeptouw als andersints bij de Gee„ gentheijd van het schip Zuijderburg na de hoofd plaetze mede te geven sag termiddags wierd een KEein toertje met de wagen langs staand tot serpan gedaen en 's avonds een vro„ lijk afscheijd maal gehouden Woensdag 287 Van Oost Cust onder dato 1. aug„s 1763. Javas Woensdag den 29: dito Smorgens om 7: uuren vertrek den heer Gouverneur met de wagen ingeselschap vanden Panambahan van Ma„ dura en zijn verder gevolg onder Geleijde Ceremoneel als bij zijn aenkomst na het zoot ze om vanderwaerds na het Nuttigen van een morgen ontbijt in zijn hoogheijds schuit tegaan zitten en na sourabaija over te steeken. om halff neegen van hier roeijende en tot op de hoogte van Grisse gekomen zynde zo wierd den heer Gouverneur zo wel vandat fortres als van het schip de Jager dat aldaer ter rheede lag met het Canon Gecalueerd en om 10 uuren hot voor soura baijase wier Gedradert quam onder het saluit vande wal de Gesag met d leden hebben 'TPretau vanden Polituquen raad aanboord op de rheede om zijn wel Edele te verwel tekomen en nade wal te begeleijden wer„ waerds een dubbeld Rerket van 4000 Koppen Sourabaijers die langs de revier Geschaerd stonden omtrend half twaalf uuren, aanquam en den heer Gouverneur net het uijtterste Ceremoneel wierd gerecipieerd teffens daer op een Pragtig Maaltijd Gehouden over de blijde Romste. Donderdag ult:o Junij wierd nade Generaale Monsteering over 's Comp: Dienaeren door den Gezaghebber Bieton aen den heer Gouverneur verslag Gedaen vanden Gerusten staet . Van Javas Oost Cust onder dato 1 aug„s 1763. V den Panambahan aen Mattroos An drees Christiaansz tot quantiermeester en den soldaat Joseph de Baas tot Corporaal aengesteld heeft aenden waerds bescheijden te blijven leggen endat tegen den avond met de wagen een uyt vlugte hen en meer genomen na Bacoe rang gelegen in een aengename Lands douwe. Sondag den 26 dito Deesen avond onthaald sijn hoogheijd den heer Gouverneur en het verdere aenwezende Geselschap met de voornoemste Madureeze hoofden op een Badaije en meer an„ dere speelen, het geene tot den volgende Morgen zijnde Maendag den 27: dito omtrend 7 uuren heeft Geduurt tegen den avond wandel en de besag den heer Gouverneur het fortres en be„ vond het het zelve in zijne Nethijd en sterkte dus gesteld dat men volkomen Ge noegen daar in moest neemen Dingsdag den 28 dito Depecheerde den heer Gouverneur een briefje na Joana met last aanden resident biedins om alle de aenge timmerde Comp: vaertuigen die op Rem„ bang in volkomen Gereedheijd lagen dezelve op sleeptouw als andersints bij de Gee„ gentheijd van het schip Zuijderburg na de hoofd plaetze mede te geven sag termiddags wierd een klein toertje niet de wagen langs strand tot serpan gedaen en 's avonds een vro„ lijk afscheijd maal gehouden Woensdag
English
From Java's East Coast under date 1 August 1763. Wednesday the 29th ditto in the morning at 7 o'clock the Lord Governor departed by carriage in the company of the Panambahan of Madura and his further retinue under ceremonial escort as upon his arrival to the sea, in order from there, after taking a morning breakfast, to sit in His Highness's boat and cross over to Sourabaija. Rowing from here at half past eight and having arrived off Grisse, the Lord Governor was saluted with cannon fire both from that fortress and from the ship de Jager which lay there in the roads, and at 10 o'clock having approached the front of the Sourabaija river, the Commander with the members of the Political Council came on board in the roads under salute from the shore to welcome His Honour and escort him to the shore, whither a double picket of 4000 heads of Sourabaijans who stood drawn up along the river arrived at about half past eleven o'clock, and the Lord Governor was received with the utmost ceremony, whereupon a splendid meal was also held on account of the joyous arrival. Thursday ultimo June, after the general muster of the Company's servants, Commander Breton reported to the Lord Governor on the tranquil state From Java's East Coast under date 1 August 1763. state of the whole eastern salient and that the field crops had succeeded reasonably well, except in the district of Passourouang where vermin, namely mice, had ruined several fields, but that he hoped the regents would be capable of delivering their full contingent, and to which end he would employ everything possible; furthermore presenting His Honour to the Lord Governor the dispatches of the ship de Jager from Grisse to Batavia and also the report with the description of the island of Cangiang situated east of Sumanap, of which, according to Their High Honours' orders by secret resolution of 11 March of the past year, the survey had been made by the Sourabaija commissioners, the administrator Dumas and the clerk Lapro. In the afternoon His Honour took visual inspection of the fortifications and the so-called fort Providentia at this place, finding everything tidy and in an orderly good state, except for the lodging therein, whose woodwork, doors, and windows were entirely decayed and gnawed through by white ants, necessarily requiring a repair. His Honour also further inspected the Company's buildings with the offices and warehouses, finding them such that with a slight alteration and improvement they will serve for a long time in good use, From Java's East Coast under date 1 August 1763. except for the Company's residential house of the Commander and of the hospital, with the so-called unnecessary jails; the former of which being a very old and patched-up building with a worn-out roof, so that one must fear it will collapse entirely during a heavy rain, and therefore it will cost much if the same building is to be properly repaired; both of the latter being of no use and no longer worthy of improvement, so that to prevent further damage, to the greatest advantage of the Honourable Company, they ought to be sold at public auction. Friday primo July this early morning the Lord Governor received a letter from the military Captain Hagemitz, Commandant of Passourouang, dated 27 June, whereby the same makes known that after his retreat into the Ontang region, the rebellious Pangeran Praboe Djoko, his son, being 100 heads strong, had suffered a total defeat from the Emperor's people, and that thereupon that Prince, as though virtually stripped of his whole following, except for some 40 to 50 heads, had gone further up toward the mountains of Oelodojo. At eight o'clock the Lord Governor holds a conference with the Panambahan of Madura and From Java's East Coast under date 1 August 1763. the foremost regents from the eastern salient, where Commander Breton was present, in order to encourage them by a profitable incitement to increase their products and to deliver them into the hands of the Honourable Company; which also had the effect that His Highness, besides the promised gradual increase of his long pepper, which recently had consisted of 2½ coyangs and his cotton yarn of 20 picols, henceforth undertook under a written agreement to deliver still further with the aforesaid regents of the following districts: Passourouang 7 Sourabaija 6 Sidaijoe 6 Grissee 6 Lamongan 3 Sumanap 10 Pamecassang 2 Madura 10 picols cotton yarn. On that occasion the Lord Governor tries, during pleasant discourse with the Panambahan, whether there might be any possibility, by abolishing the pitjes, to bring the copper doits and pennies into circulation in the eastern salient and on Madura, just as happens everywhere along the coasts and currently also in the uplands; but learning that such could not take place without unrest,
Dutch transcription
287 O Van Javas Oos=t Cust onder dato 1. aug„s 1763. Woensdag den 29: dito Smorgens om 7: uuren vertrek den heer Gouverneur met de wagen ingeselschap vanden Panambahan van Ma„ dura en zijn verder gevolg onder Geleijde Ceremonieel als bij zijn aenkomst na het zoot ze om vanderwaerds na het Nuttigen van een morgen ontbijt in zijn hoogheijds schuit tegaan zitten en na sourabaija over te steeken. om halff neegen van hier roeijende en tot op de hoogte van Grisse gekomen zynde zo wierd den heer Gouverneur zo wel vandat fortres als van het schip de Jager dat aldaer ter rheede lag met het Canon Gecalueerd en om 10 uuren hot voor soura baijase rihier Gedradert quam onder het saluit vande wal de Gesag met d' leden hebben 'Tretau vanden Politucuen raad aanboord op de rheede on zijn wel Edele te verwel tekomen en nade wal te begeleijden wer„ waerds een dubbeld Rerket van 4000 koppen Sourabaijers die langs de revier Geschaerd stonden omtrend half twaalf uuren, aanquam en den heer Gouverneur net het uijtterste t Ceremoneel wierd gerecipieerd teffens daer op een Pragtig Maaltijd Gehouden over de blijde Romste. Donderdag ult:o Junij wierd nade Generaale Monsteering over 's Comp: Dienaeren door den Gezaghebber Bieton aen den heer Gouverneur verslag Gedaen vanden Gerusten staet Van Javas oost Cust onder dato 1 aug:s 1763. staat vanden heelen oosthoek en dat het be veld ge was tawelijk wel geslaegt was dan handelen behalven in't district van Passounouang daer het ongediente de thuij sen verscheijden velden vermeeld had Edog dat hij hoopte de regenten vermogende zoude zijn om haer volle Contingen 't te leveren en waer toe hij alles wat doenlijk zoude aen nenden voor ts presenteerende zijn E aen den heer Gouvern:r die depeches van het schip de Jager van Grisse na Batavia en ook het rapport met de be„ schrijving van het Eland Cangiang beoosten Sumanap gelegen en waer van volgens haer hoog Edelens lecveelen bij secreete resolutien den 11 maert Ao pass:o door de sourabaise Gecommitteerdens den administrateur Counas enden scriba La pro den opneem was Gedaen Snamiddags nam zijn wel Edeele occulaire inspectie vande vesting werken, en het zo ge„ naamde fort Provedentia ter dezen plaetze alvond alles zindelijk en in een ordentelijke goede staet uijt gezondert het logement daer binnen welkers hout werden deuren en vensters, ten Eenemaal vermilst en door de witte meeren doorknaagt waeren Nood zakelyk een reparatie van nooden hebbende ook bezag zijn wel Edele verder sComp:s Ge bouwen met de Comptoiren, ende pakhuijzen dus„ danig dezelve bevinde dat zee met een kleene verandering en verbietering voor een lang weijlige tijd tot een goed Gebruijk zullen komen zijn uijtgenomen 289 Van Javas Oostcust onder dato 1 aug:s 1763. uijtgenomen het Comp woorhuis vanden Gesag hebber en vanden hospital ien met de zogenaemde onnodige boeijen welk eerste zijnde een heel oud en aen een Gelapt Gebouw met een ver„ sleeten dak 't geen men bevreest moet zij bij een stort reegen ten eenemaal inte vallen, end ierhalven veel zal komen te kosten een het selve gebouw na behooren van ren„ betert werden zinde beijde laetste als van geen Gebruijk en geen verbetering meer waerdig dus ter voorkoming van meerder schaade ten meesten voordeelen van d E Comp: bij Publicque verdutie dient verkogt te wer„ Vrijdag Primo Julij deser vroegen Morgen verkrijgt den heer Gouverneur een brief van der Militairen Capitain Hoge mitz Com„ mandant van Passourouang dato den 27. Junij waer bij den zelven komt kennis te geven dat den rebellige Pangerang Praboed joko na zijne retirade in het ontangse gewekten zijnde desselfs zoon met 100 koppen sterk een tot ale meer lag van 's Keijservolk had Geleden en dat daerop dien Prins als van zijnen heelen aenhang genoegzaem beroofd, behalven Een 40 @ 50 koppen verder op na het Gebergte van oelodoije zoude zijn Gewesen om agt uuren houd den her Gouverneur Cor ferentie met den Panambahan van Ma dura den Van Javas Oost Cust onder dato 1 aug„s 1768 „dura ende voornaemste regenten uyt den oost„ hoek waer bij present dengezaghebber Bre ton om haerdoor een Riiizame aenmoedi„ ging op te beuren tot de vermoerdering van derzelven Producten, en die in handen van d E E Comp: te leveren het geene ook vande uijt werking is geweest, dat zijn hoogheijd behalven de beloofde Langzaeme ver neerdering van zijne Lange Peper die Jongste in 2½ Coijangs, en desselfs Cattoe negaeren in 20 picols had bestaen, voort aen onder een schriftelijk verband aennam om met de voorsz: regenten vande volgende dis„ tricten nog te leveren. Passourouaug - . 7 — by die Gelegentheijd Probeerd den Heer Gou„ verneur onder den railliant discours met den Panambahan, ofte er geen mogelijkheijd zoude zijn, door het afschoffen van dexcs Zittjes, de kopere duijten en penningen : in den oosthoek en op Madura Gelijk wijs al lomme aande stranden en thans ook in de bovenlanden Geschiede Gangbaar te krijgen, maer vernemende dat sulks niet soude konnen doorgaen zonder Sourabaija - - - - - 6 _o _o Sidaijoe. . . . . 6 —. _o — Gussee - - - - - - 6 — _o — Lomongang - - - - 3. — _o — Sumanap - - - - 10 — — — Pamacassang - - 2 _o _ _o Madure - - - - - 10. picols Cattoene gaaren onlusten ƒ
English
From Java's East Coast under date 8 August 1768 to cause unrest in these regions, and that it was therefore not advisable to proceed therewith, the more so because in earlier years it had already been attempted several times, which Commander Briton affirmed, his Honour has completely and entirely abandoned it, and. In the evening, after the setting off of some fireworks on and over the water of the river, the Commander entertained the Governor together with his entire company and that of Sourabaija, as well as all the regents, at a cheerful meal that lasted until late into the night. Saturday the 2nd ditto in the morning toward 8 o'clock, the Governor holds a political meeting to regulate the affairs of this remote corner, and in which such decisions were taken as are made known by the resolution of that date. Toward evening, his Honour takes a tour with the carriage through the rice fields, and on that occasion paid a visit to the dalems of the regents. Sunday the 3rd ditto in the morning between 6 and 7 o'clock, after first having distributed some presents to the regents, the Governor, accompanied by the Panambahan of Madura and by the Commander From Java's East Coast under date 1 August 1763. Commander Breton with his retinue, boarded the boat and, under the usual ceremonial as upon arrival, commenced the journey to Grissee, where they arrived around 11 o'clock and were duly received by Resident Harting together with the regents, being the Tommogongs Tirta Diredja and Astra Nagara. Monday the 4th ditto this early morning, the Governor inspects the fortress and the Honourable Company's warehouses, the former of which his Honour found to be very good and to his satisfaction, and the latter in poor condition with deviated and ruptured walls, which, however, the said Resident, without waiting for any encouragement, immediately undertook to improve by placing several stone buttresses against them. At 10 o'clock a walk was taken to view the poor dalems of the regents, and in the evening, after distributing a present to them as well as to those of Lamongang, the Governor made a division across the pantjallings the Sara Maria, Jacoba, Sara Jacoba, and Uijtkik, in order to undertake the return journey to Samarang with them the following morning. Tuesday From Java's East Coast under date 1 August 1768 Tuesday the 5th ditto in the morning, at 7 o'clock. The Governor embarked, accompanied by the Panambahan of Madura and Commander Breton, together with some members of the Sourabaija Council, to see his Honour off, in the Sara Maria belonging to the said Commander, and the rest of his company with the domestic servants and the detachment of dragoons in the remaining pantjallings, immediately set sail under the salute of the fortress with 21 shots, which was returned with 13 ditto. At two o'clock, after first having held a cheerful farewell meal and having advanced approximately to the latitude of Oedjong Lang-ka, Commander Breton and the Sourabaija friends returned to the shore with the boat and a salute of 15 shots; in the afternoon and at night the journey was continued, as well as Wednesday the 6th ditto the entire day until 4 o'clock in the afternoon, when they had arrived at the latitude of Lassum, the Panambahan of Madura, taking a fond farewell of the Governor and under a salute of From Java's East Coast under date 1 August 1763. 17 shots of honour, departed from on board for the nearest shore with the Resident of Rembang. Thursday the 7th ditto in the afternoon, the Governor passed the latitude of Japara, out of sight of the fortress, and in the evening at 10 o'clock came to anchor due to contrary winds about three miles from Qualladamak, where they had to remain lying until. Friday the 8th ditto at 12 o'clock noon, when, favoured by the sea breeze from the northeast and thereafter from the northwest, they weighed anchor, set sail, and in the evening toward sunset arrived at the Samarang roadstead, whereto immediately the entire Council came on board to welcome the Governor, just as this was also done by several other qualified servants and citizens upon stepping ashore at 7 o'clock; and herewith the journey to the eastern corner, which for this time could not have taken place any further than to Sourabaija, came to an end. (at the bottom stood) Samarang the 16th July Anno 1763. (was signed) W: H: v: Ossenberch. For collation. A Bekz.
Dutch transcription
291 Van Iavas Oost Cust onder dato 8 augs 1768 onlusten in dit Landstreeken te veroorza ken en daerom niet geraden was daer toe treeden te meer terwijl het in vroegere Jaeren al meermalen was Geprobeert het geene den gezaghebber Briton affirmeerde zoo heeft zijn wel Edelen ten Eersten en ten Eene„ maal daer van afgezien, en. 'Savonds na het afsteeken van Eenige vuurwer ken op en over het naten de Revier, onthaelde den Gesaghebber den Gouverneur nevens zij Geheel en het sourabaijase Geselschap als mede alle de regenten, op een vrolijke Maaltijd die tot in den laaten Nagt heeft geduurt Saturdag den 2: dito 'Smorgens tegen 8 uuren houd den heer Gouverneur Politic„ que vergadering oude zaken vandeezen uyt hoek te reguleeren, en waer in sodanige besluijten zijn genomen als bij resolutie van dien dat um bekent Gesteld zijn Tegen den avond doet zijn wel Edele een toertje met de waegen door de reijst velden en bij die Gelegentheijd een besoek inden dalen van de regenten Soudag den 3 Dicto Smorgers tusschen @ 7. uuren naal vorens eenige Geschenken aende regenten te hebben uijtgedeelt nam den heer Gouverneur ingeselschap vanden Panambahan van Madura en vanden Gesag Van Javas Oost Cust onder dato 1 aug:s 1763. gezaghebber Breton met zijn gevolg inde schuijt en onder het gewoone Ceremonieel als bij aenkomst de rijze aan Grissee al waer men of om 11. uuren aenquam endot den resident Harting nevens de regenten zijnde de Tommogongs Tirta Diredja en As tra Nagara na behooren gerecipieerd. Maendag den 4 dito Deesen vroegen moogen besigtigt den heer Gouverneur het fortres en sE Comp: Pak huijzen, welk Eerste zij wel Ed: na desselfs genoegen seer wel, en het laetste slegt met afgeweken en verscheurde Min„ ren bevind doog het geene gemelde resi deet zonder Eenig aenmoedigt of te wagten aenstonds op hem nam door het zel„ ten van verscheijde steene beeren daer tegen te zullen verbeteren Ten 10. uuren wierd een wandeling gedaan omde popere Dalms vande regenten eens te bezien, en s avonds na het uijtdeelen van een presentie aende zelve als mede die van Lamongang maekt den heer Gouverneur een verdeeling over de Pantjallings de Sara Maria „ Jacoba „ Sara Jacoba „ uijtkik om daer mede den volgende Morgen de retour reijze na samarang aente neemen Dingsdag 293 Van Iavas Oost Cust onder dato 1 aug„s 1768 Dingsdag den 5. do Smorgens, om 7: uuren. Embarquieerden den heer Gouverneur ingesel, schap vanden Panambahan van Madura en vanden Gesaghebber Breton nevens sommige leeden vanden Sourabaijase raed om zijn wel Ed: uitgeleijde tedoen hem inde Sara Maria toebehoorende aenge melde Gezaghebber en zijn verder Ge selschap met de Domestiken en het detachement Dragonders inde overige Pantjallings gaan aenstonds onder„ zeijl onder het solut van het fortres 3 met 21 schoten dat met 13 dito werd be dankt om twee uuren na alvorens een vrolijk afscheyd Meeltijd gehouden te hebben en omtrend tot de hoogte van oedjong Lang „Ra. gevordert zynde decourneert den gezaghebber Breton ende sourabaijase vrienden met de schuijt en salut van 15 schooten nade wal sagten middags en 's nagts ver volgde men de reijze als mede Woen Bag den 6 Dicto den heelen dag tot den na de middag om 4 uuren wanneer men op de hoogte van Lassum gekomen was den Panambahan van Mhoura onder het nemen van een beden af scheijd vanden heer Gouverneur en Salut van HC. Van Javas oost Cust onderdato 1 augs 1763. 17 Eerschooten met den Resident Rembang van boort vertrok nade naaste wal Donderdaag den 17: dito smiddags passeer„ de den heer Gouverneur de hoogte van Japara buijten het gesigt van het fortres en 's avonds om 10 uuren koome ten anker door tegen winden omtrend drie Mijlen van Qualladamak alwaer nan moest blijven leggen, tot. vede G Vrijdag den 8 d:o Des middags om 12 unnen wanneer men door de zeewind Noord oost en daer na Noord west het anker Ligten onderzeijl gingen, endes avonds tegens sonds ondergang op de Samarangse rheede arriveerde werwaerds Jmmediaet den gantschen raed aenboord quam omden heer Gouverneur te verwellekomen Gelijk sulks ook om 7 uuren aen Land stappende door meer andere Gequalificeerde Dienaeren na burgers wierd Gedaen en hier mede nam de reijze naden oostboek die voor dit maal niet verder had konnen Geschie„ den als tot sourabaija den Eijnde. (onderstond) Samarang den 16. Julij Ao 1763. (was Getekend) W: H: v: Ossenberch. voor de coldatie. A „ Bekz. . 2