VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3124

Surat · 838 pages · 151 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3124_0001 view scan ↗

English

K. A. 3016. No. 306 1st part single 3 63 1764 1st part 1764 2 12 1764 Copy Incoming Secret Indies Letter Book from 20 October to the last of December 1764 1st part Copy Incoming Secret Indies Letters from 20 October to the last of December 1763 1764 1768 1st 1764 1764 2 part 2 1764 3 Register of the incoming Indies Secret Letter Book, since 20 October to the last of December 1763: received from the respective outer offices Bantam Missive from the Commander Mr. Thomas Schippers to Their High Excellencies dated 18 October 763: page 49: from and to the same dated 10 November - - - - page 51: ditto ditto 28 December - - - - - page 53 Java's East Coast Missive from the Extraordinary Gentleman and Governor and Director Willem Hendrik van Ossenberch dated 10 October - - - - - - - page 25: ditto from and to the same dated 13 October - - - - page 110: ditto ditto 12 November - - - page 113: ditto ditto 15 ditto . . . . page 119 ditto ditto 2 December . . page 121: Remonstrance of the Senior Merchant Hendrik Breton concerning Java's East Point dated 2 November page 27: ditto ditto ditto 16 December page 137 Macassar Missive from Governor Cornelis Sinkelaar addressed to Their High Excellencies dated 20 October - - - - - - page 71: page page ditto ditto ditto 2 1764 2 1764 3rd part 76 page Palembang Missive from the Merchant and First Resident Isaac Mens to Their High Excellencies dated 28 September page 107: Sumatra's West Coast Missive from the Commander Lodewijk Serff to Their High Excellencies, dated 15 May with a P.S. of 5 August thereto co-signed by the incoming Commander Hendrik van Staveren - - - - - - - - - page 31: ditto from the Commander Hendrik van Staveren to Their High Excellencies dated 31 October 1763. - - page 45 Ternate Missive from Governor Jacob van Schoonderwoert to Their High Excellencies dated 25 July . . . - - - - - page 97: ditto from the same dated the last of April page 1: page page Copy Incoming Secret Indies Letter Book, from 20 October to the last of December 1763: To His High Excellency, The High Noble, Valiant, Highly Honorable and Widely Ruling Lord, Petrus Albertus van der Sarra, Governor-General, Together with The Honorable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Valiant, Highly Honorable, Brave, Very Wise, Prudent, Discreet, Very Generous Lord and Gentlemen, before proceeding to the answering of Your High Excellencies' honored secret letters of. 1st part 1764 1764 2 1764 3: Palembang Missive from the Merchant and First Resident Isaac Mens to Their High Excellencies dated 28 September Sumatra's West Coast Missive from the Commander Lodewijk Serff to Their High Excellencies dated 15 May with a P.S. of 5 August thereto co-signed by the incoming Commander Hendrik van Staveren. ditto from the Commander Hendrik van Staveren to Their High Excellencies dated 31 October 1763. Ternate Missive from Governor Jacob van Schoonderwoert to Their High Excellencies dated 25 July. ditto from the same dated the last of April Copy Incoming Secret Indies Letter Book, from 20 October to the last of December 1763: To His High Excellency, The High Noble, Valiant, Highly Honorable and Widely Ruling Lord, Petrus Albertus van der Sarra, Governor-General, Together with The Honorable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Valiant, Highly Honorable, Brave, Very Wise, Prudent, Discreet, Very Generous Lord and Gentlemen, before proceeding to the answering of Your High Excellencies' honored secret letters of. 1764 1st part 1764 2nd part 1764 3: From Ternate the last of April Papuan Expeditions the servants of the last of December of the expired year, I find myself obliged humbly to bring to the same's knowledge that the sad fate which in the year 1744 bad outcome of the expedition undertaken from here by the ships Loverendaal, Lieerdorp, etc. to the Papuan Islands befell, has also to the grief of us all, at the same time of year, and in nearly the same manner, befallen the cruising fleet, by severe sickness suddenly befalling the crews at and around Salawati, and whereby in a short span of 20 to 25 by the mortality among days were snatched from life the Merchant Jonkees, Captain Military Baljard, Secretary of Policy van Mosson, Lieutenant Shevichaven, Ensign Johan Christiaan Mannis, the masters of the vessel De Princes van Orange and the vessel De Buijs Hendrik Bakker and Assuerus Segenberg, the chief mates Van Klaveren and Uidemans, the second mates Norrenout, Van... and Vermeer, the chief surgeon Jacob Mulder, and the Captain of the Balinese Sawang Taugas, along with various petty and deck officers, common soldiers and sailors, together to the number of well over fifty souls; and whereas nearly all the remaining crew members were likewise afflicted with the Papuan disease, and it was to be feared that with a longer stay in that region the fleet would become entirely incapable of saving itself and seeking a Company harbor, folio

Dutch transcription

K. A. 3016. N l. 306 1derl enk 3 63 1764 ¶ deel 1764 2 12 1764 Copia Aankomend Secreet Indisch Brieven B van 20: 8ber tot ult:o December 1764 1 deel Copia Aankomend Secret Indisch Brieven van 20:' 8ber tot ult„o December 1763 1764 1768 1 der 1764 1764 2 Ve2 1764 3 Register op aankomend Indisch Secreet Brieve Boek,/zedert den 20: 8ber tot ult„o december 1763: van de respective buijten Comtoiren ontfangen Bantam Missive van den Commandeur m:r Thomas Schip„ „pers aan hun Hoog Edelheden ged:t 18: 8ber 763: „ 49: van en aan als even ged:t 10: November - - - - „ 51: _:o „ _o „ 28: December - - - - - „ 53 E Iavas Oostcust missive van den Heer Extra ord„r en gouverneur en Di„ „recteur Willem Hendrik van Os¬ senberch ged:t 10: 8ber - - - - - - - „ 25: _o van en aan als even ged:t 13: 8ber. - - - - „ 110: „ „ „ _„o „ 12: November - - - „ 113: _:o _„o „ „ „ _o „ 15: _:o. . . . . „ 119 „ _ _o _o „ 2: december. . „ 121: „ „ „ t Vertoog van den opperkoopm: Hend:k Breton overJavas osthoek g: 2: Novembr 27: 137 „ „ _„o _:o „ _o „ 16: Decemb.: Maccasser Missive van den gouverneur Cornelis Sinkelaar aan hun hoog Edelheden gerigt ged„t 20:' 8ber - - - - - - „ 71: pag: pag: _„o _„o „ _„o - 2 1764 2 1764 3: de 76 pag: Missive van den koopman en eerste Resident Isaac Mens aan hun hoog Edelheden ged:t 28: jber „ 107: Sumatras Wescust van van den Commandeur Lodewijk Serff aan Missive hun hoog Edelheden, ged„t 15: meij met en P: S: van 5: Aug„s daar aan door den aankomend gezaghebber Hendrik van Staveren mede ondertekend - - - - - - - - - „ 31: _„o van den gezaghebber Hend„k van Staver en aan humn hoog Edel„s gd:t 31: 8ber 1763. - - „ 45 Ternaten Missive van den gouverneur Iacob van Schoon„ derwoert aan hun Hoog Edelhed„s _„o van den aan alseven ged„t ult„o appril ged„t 25: Iulij . . . - - - - - „ 97: Palembang pag pag „ 1: Copia Ankomend secreet Indisch Brievenboek, van 20: 8ber tot ult„o December 1863: Aan zijn Hoog Edelheid, Den Hoog Edelen Gestrengen groot Achtbaren en wijd„ gebiedende Heere. Petrus Albertus van der Sarra„ Gouverneur Generaal Benevens Den wel Edele Heeren Raaden van Nederlands. India. Hoog Edele, Gestrenge, Groot, Achtbare Manhafte, wel wijse voorzie„ nige Discrete Zeer Generelese Heere en Heeren voor hene over te gaan ter beantwoordinge uwer Hoog Edelhedens geveneerde secrete Letteren van. ¶ derl 1764 1764 2 „ 1764 3: Palembang Missive van den koopman en eerste Resident Isaac Mens aan hun hoog Edelheden ged:t 28: jbo Sumatras wescust van den Commandeur Lodewijk Serff aan Missive hun hoog Edelheden ged„t 15: meij met en P: S: van 5: Aug„s daar aan door den aankomend gezaghebber Hendrik van Staveren _„o van den gezaghebber Hend„k van Staver en aan hun hoog Edelh„s ged„t 34: 8ber 1763. -. mede ondertekend- . . . . . . . Ternaten Missive van den gouverneur Iacob van Schoon„ derwoert aan hun Hoog EdelEed„s Get _„o van den aan alseven ged„t ult„o appril ged„t 25: Iulij. . . . . . . . Copia Ankomend secreet Indisch Brievenboek, van 20: 8ber tot ult„o December 1863:— Aan zijn Hoog Edelheid, Den Hoog Edelen Gestrengen groot Achtbaren en wijd„ gebiedende Heere. Petrus Albertus van der Sarra„ Gouverneur Generaal Benevens Den wel Edele Heeren Raaden van Nederlands. India. Hoog Edele, Gesteenge, Groot, Achtbare Manhafte, wel wijse voorzie„ „nige Discrete Zeer Genereuese Heere en Heeren voor Eene over te gaan ter beantwoordinge uwer Hoog Edelhedens geveneerde secrete Letteren van. 1764 ¶ deel 1764 2 del 1764 3: Van Ternaten den Laaste April papoese Expeditien de dienaaren van ultimo december des vervangen jaars, vinde ik mij verpligt dezelve onderdaniglijk ter kennisse te brengen dat het droevige Lot 't welk in den Jare 1744 de van hier slegten utstag van de per de schepen Loverendaal Lieerdorp &e gedane Expeditie naar de Papoese Eilanden getroffen heeft, de kruijs vloot mede tot onzer aller smeete, in deselve tijd van 't Jaar, en bijna op gelijke wijze te beurt gevallen is, door Zware zich„ „te, de vlotelingen bij en omstreeks salwattij schielijk overvallen, en waar door in een kort bestek van 20 â 25 door de steefde onder dagen uit het Leven gerukt zijn den koopman Jonkees, kapitain militair Baljard, secretaris van politie van Mosson, Lieutenant Shevichaven, vendrig Johan Chris„ „tiaan Mannis, de gezaghebbers van het scheepje de princes van orange en de Buijs Hendrik Bakker en Assuerus Segenberg, de oppeestuurlieden van kla„ „veren en uidemans, de onderstierlieden Norrenout va„ en vermeer, den oppermeester Jacob Mulder, en den kapitain van de baliers sawang Taugas, benevens ver„ scheijde onder en deks officieren, gemeene militairen en ma„ troossen, te zamen ten getalle van ruim vijftig zielen en dewijl meest alle de overige manschappen van de Papoese ziekte mede aangedaan waren, en het te vresen stondt dat bij een Langer vertoef in die Lugt streek de vloot ten Enemale onbequaam zou worden zig te kunnen redden en een Comp:s haven op te zoeken Lo.

NL-HaNA_1.04.02_3124_0017 view scan ↗

English

From Ternate the last day of April 1763. Thus the sole remaining head of the expedition, the skipper Gonzal, resolved to convene the other officers and with them, on the 12th of December, make a decision whether to return hither or proceed to Ceram or Boeroe, as might best suit circumstances; however, the former succeeded for them on the 3rd of January of the current year in the roads here, upon which immediately, after the muster was completed, about sixty sick were brought to the hospital, while the rest, mostly all, as well as the Ternatans of the King's vessel, suffered more or less from dropsical swellings and short-windedness, and among these the ensigns Monsieur and Iurgens, as well as the goegoegoe and many Ternatan officers, were lame in hands and feet. The cause of this contagiousness is by no means attributed to any shortage, whether of water or anything else, since the fleet was abundantly supplied with everything, and the officers in particular with water in bottles, which they drank until their return, but solely to the great heat by day and the cool winds in the evening and at night, which were always accompanied by an unpleasant odor or stench. The natives who sail to the Papuan lands are also mostly always affected by this, and many use opium for it, but on the other hand disapprove of strong drink. 3 1764 ae 1764 2 Feb 1:6 From Ternate the last day of April 1763. disapprove, but highly praise physical exercise and labor; the latter, although always good, one would especially think was necessary in this case when one notes that proportionately far more officers, who had the least exercise, fell ill and died than common soldiers. Through this misfortune, little of the objective of the expedition was fulfilled, but the Honorable Company can nevertheless now rest assured that no foreign ships were in the Papuan lands during the past year, much less that they should have erected a fort or stronghold there or attempted to do so, and that they will never attempt it on account of the unhealthiness; moreover, that they will no longer maintain that trade for the few spices that they sometimes secretly obtain on that transit to China, as we cannot see or calculate that they could derive any profit from it, but rather harm, if they were to do it for that alone, although their appearance in these regions nevertheless brings no advantage to our Company either, but, especially now that according to reports they have captured the Manillas, is extremely dangerous. The journal of the voyage, submitted as a report by skipper Gonzal, From Ternate the last day of April in the year 1763. submitted as a report, further shows that the islands of Popa and Batenta were searched in the forests, but no spices were found there, though a certain fruit resembling nuts was found, but without aromatic smell or taste, the outer husk being sour and the kernel somewhat sweet, of which fruit the chiefs and several other officers had indeed taken some pieces along to show us, but had not been able to keep them well, and therefore had to throw almost all of them away; only one whole and one broken kernel have come into our hands, which we have the honor to present alongside this to Your High Nobilities for inspection. They also found the island of Salwattij to be much larger than it was depicted on the chart; and because the Ternatan korre-korren had not yet arrived from Popa, and also making a landing with small craft seemed very difficult to them due to the numerous shallows and reef shoals, and many of their crew were sick and frail, they therefore considered it ill-advised to venture deep into the forests, but rather to put on the fox's skin, and by means of the Macassar lieutenants Limisawal. 1764 1764 2 Feb From Ternate the last day of April 1763. Limsawal and Abdul Kassim—added to the fleet each with a sloop following our previous letters of the 3rd of September of the past year—together with the bookkeeper Jeronimus Tawaris, to have the King sought out and requested to return to his village, which he had abandoned shortly after the arrival of the fleet, in order to capture him in that manner by stratagem; which nevertheless turned out to be fruitless, because he had been informed very early on of the intention of the expedition by the Pattawirese, and was further confirmed therein by two Papuans who had fled from the hospital here, handed over by the King of Tidor as guilty of robberies, from which bad impression they could not dissuade him, the more so because there were no deputies on behalf of the King of Tidor in the fleet, to whom he otherwise seemed likely to have listened; for no matter how much effort was expended—as may be seen from the resolutions of the 20th of September, the 5th of November, and the 15th of December, as well as letters from the interpreter and the sergeant of Tidor of the 6th, 8th, 15th, and 19th of September and the 25th of November—we could get neither the korre-korren nor the major of Tidor to join them, now under this pretext, then under that, until

Dutch transcription

Van Ternaten den Laaste April 1763. daar van Zo was het allene overgebleven hoofd der Expeditie den schipper Gonzal te rade geworden de verdere offi„ „cieren bij een te roepen, en daar mede op den 12:' december een besluit tenemen, 't zij herwaards terug tekeren, dan wel naar Ceram of Boeroe te gaan, naar zig dat best zou willen schikken, dog welke eeeste hen op den 3 Januarij anno Courant hier ter rheede gelukt is, wanneer ook aanstonds, na gedane monsteringe, naar 't hospitael gebragt zijn omtrent Sestig zieken, terwijl de overige meest alle, gelijk mede de Ternatanen van 's konings vaertuig meer en min zukkelden aanzugtige Zwellingen en dem borstigheit, en onder dien waren de vendrigs Monsieur en Iurgens, zoo ook den goegoegoe en vele Ternaetse officieren Lam aan landen en voeten de oirzake van die besmettelijkheid word geenzints voornaamste virzaken aan enig gebrek, 't zij van water of iets anders toegeschre„ ven, alzoo de vloot van alles ruim voorzien is geweest, en de officieren in 't bijzonder van water in bot„ tels, dat ze tot hunne te rug komst toegedronken hebben maar eenlijk aan de grote hette des daags, en de koele winden des avonds en 's nagts, die altoos van een onaan„ gename reuk of stank verzeld waren, de Jnlanders die op de papoe varen, zijn daar van ook meest altijt aangedaan en velen gebruiken daar voor den opium, keuren daar en tegen den steeken drank af. 3 1764 ae 1764 2 Fet 1:6 Van Ternaten den Laaste april 1763. gerusthe af, maar prijsen de Lighaams beweging en arbeid zeer aan; dit laaste, schoon altoos goed, zou men zon„ „derling in dit geval denken dat noodzakelijk was als men aanmeekt dat 'er na rato veel meer ofsicieren, die de minste beweging gehad hebben, ziek geworden en gesturven zijn, dan gemenen. door dit ongeval is nu wel weinig aan het ookmeer der uitrustinge voldaan, maar d' Ed: Comp: kan Zig egter thans gerusten, dat 'er geen vreemde schepen in het gepas„ seerde Jaar in de papoe geweest zijn veel min dat ze daar een fort of sterkte zouden opgeworpen ofte zulx te doen getragt hebben, en dat ze het zel„ „ve om de ongezondheits wille ook nooit en tame„ „ren, mitsgaders die vraet om de weinige specrijen die zij somtijds op die doortogt naar China ter sluik be„ „magtigen, ook niet Langer aanhouden zullen, inwerg komen wij niet zien ofte berijfferen dat ze daar voordeel bij hebben kunnen, maar wel nadeel, in dien zij t allene daarom zouden doen, schoon hunne verschijning in dese gewesten nogtans aan onze Comp: mede geen voordeel toe brengt, maar, voornamelijk= nu ze volgens de berigten de manilhas vermees„ tert hebben, ten uijtteesten gevaarlijk is Het Journaal van de reize, door schipper Gonzal voor Van Ternaten den Laaste april A„o 1763. voor Rapport overgelevert, toont wijders aan dat de Eilanden Popa en batenta in de bosschen doorzogh maar geen specerijen aldaar gevonden zijn, doch wel een pC Vrugt zekere ^ gelijkende naar noten, maar zonder aco„ „maticque reuk of smaak, zijnde de buijten bastsuur ende pit zoetagtig, van welke vrrugt de hoofden en el te verscheide andere officieren wel enige stuks mede ge„ nomen hadden om ons te vertonen, maal hadden dezelve niet goed kunnen houden, en derhalven meest alle weg moeten werpen; Eenelijk zijn ons in handen gekomen een gehele en een gebro„ „ken pit, die wij d Eere hebben u Hoog Edelhedens hier bezijden ter speculatie aante bieden. Het Eiland Salwattij hadden zij ook veel groter bevonden dan het in de kaart afgetekent stont„ en om dat de Ternaetse korre korren nog niet van Popa aangekoomen waren, mitsgaders een Landing te doen met klein vaertuig hen ook zeer moeielijk scheen, door de menigvuldige droogtens en kats koppen, en vele van hunne manschappen ziek en Lugtig waren, daarom hadden ze net raadzaam g'agt dezelve diep in de bosschen te wagen maar betee het vossen vel aantetrekken, en door de makkassaerse Lieutenants Limisawal. de 1764 1764 2 Fel Van Ternaten den Laaste april 1763. Limsawal en Abdul Kassim de vloot na onze voo„ rige Letteren van den 3 september anno passato ijder met Een Chialoup nog bijgevoegt, nevens der Boekhouder„ Jeronimus Tawaris, den koning te Laten oprzoeken en te verzoeken in zijn negorij, die hij kort na de aankomst van de vloot verlaten had terug te komen, om hem op die wijze door List gevangen te krijgen, 't welk nogtans vrugteloos uitgevallen is, dewijl hij van 't voornemen der iitrusting door de Pattawiresen alvroeg tijdig onderregt, en daar in ook nog nader gesterkt was door twee van hier uit het hospitaal gevlugte papoeers, door den koning van Tidor als schuldig aan de roverijen overgelevert, van welk quaad denkbeeld zij hem niet konden diverteren, temeer, om dat er van Tidors konings wegen geen gekommitteerdens in de vloot wa„ „ren, daar hij anders scheen naer geluisteet te zul„ „len hebben, hebbende wij, hoe veel moeite daar ook toegedaan is te zien bij arresten van den 20 september 5 november en 15 december mits„ „gaders brieven van den tolk en Tidors serge„ ant van 6: 8. 15' 19:' 7ber: en 25 9ber: nog koere korren nog den majoor van Tidor naar deselve konnen krijgen im onder dit dan weder onder dat pretex tot.

NL-HaNA_1.04.02_3124_0021 view scan ↗

English

From Ternate, the last day of April 1763: until their return, at which time His Highness requested an apology from us in that regard, as his letter inserted in the resolution of 11 January 9 further indicates. The commanders, seeing that they could accomplish little at Salwattij, had resolved to weigh anchor and set a course for Acocing or Wonij, but on that voyage the illness had struck so fiercely that they took the aforementioned decision to abort the voyage and return. Regarding that failure of the expedition and the commanders' actions, after their journal and the papers related thereto had been read separately by each of the council members, we deliberated extensively on the aforementioned eleventh of January, but could see or observe nothing other than that they were forced into this sudden return if they wished to bring the fleet safely back to port, because otherwise, with a longer stay in that contagious climate, the fleet would in all likelihood have been rendered entirely powerless and perhaps met a more unfortunate fate. On the other hand, we could not approve their gentle treatment at Salwattij and their disguise, as it were, under the fox's pelt, because this clearly conflicts with the intent and the aim of the instructions given to them, which state that on the way to that island they should prepare everything for making a well-organized landing and for punishing the Papuans, which, had it occurred, would very probably have met with good success and might also have brought the Viceroy into our hands, for whom otherwise little would have been lost even if he had been struck down; and indeed, one could easily understand that he must have long been aware of the fleet's intentions and would therefore not trust himself on board with them. It is true that the commanders seem less at fault regarding this conduct when one views the matter in retrospect and considers the failure of the expedition, since now that no hostilities were committed, no cause has been given for retaliation; but they should at least, in that negotiation with the King, have accepted his offer to let our men, alongside some of his people, inspect the forests, for then the Company could have been fully assured that no spices grew there, whereas regarding this matter one is now still somewhat uncertain, although we can well believe the statement of the King and several others that there are none, but that in some villages on Novoguinea nutmegs indeed grow, but no cloves, although it also still seems uncertain whether it is a genuine variety that is produced there. Furthermore, since the fleet was not capable of a second expedition, we also resolved to send the ships the Vrouwe Elizabeth Dorothea and the Princes van Orange, as well as the bark De Buijs (which latter, however, is currently going to Amboina), back to Batavia as quickly as possible, and the bark De Draak to Amboina, and to employ the smallest vessels both for the extirpations of Poelo Pisang, Batchian, and Oubij, and for an effective cruising patrol along the side of Bwool and Tontolij and further in the Bay of Tominij; though regarding the latter, we first had the resident of Gorontalo report where the piratical vessels are presently staying and where the stolen artillery of Limboens is to be found, as well as in what manner he judges those rascals can best be punished. Meanwhile, the map of the island of Salwattij has been corrected by the skipper Gonzal, of which we have retained one copy here and attached another to this; it being furthermore, in our judgment, since the air around and near Salwattij is so infectious, though that of the other islands not so much, henceforth best for countering the smuggling by the Bugis and Makassarese to conduct the cruising patrols in that manner which we had the honor to humbly present to Your High Nobilities in our dispatched letters of 15 June 1761 and resolutions of 29 December 1760 and 13 February 1761, whereby the Papuans may also well be kept in check. Furthermore, having seen from Your High Nobilities' aforementioned honored letter of the last day of December of the past year with regard to the extirpation work, your remark on the instructions given to the Commissioners to Samola and Wassile, namely, that the mere burning of the fruits meets the objective very little, but that the trees must absolutely also be chopped down, I have the honor to humbly elucidate and submit to the same in that regard that we by no means denoted such with what we set down therein, since chopped-down trees are first spoken of there, and the very first work is also always to fell the trees to the ground, and then to burn the fruits attached to them, as well as

Dutch transcription

Van Ternaten den Laaste april 1763: tot hare terug komst toe, wanneer zijn hoogheid daar over aan ons excuus verzogt, gelijk zij„ ne missive te resollutie van den 11 Januarij 9 insecceert, dat nader aan wijst. de hoofden dus ziende te salwattij niet veel te kunnen uitregten, hadden geresolveert anker te ligten, en de koers te stellen naaconing of wonij, maar op die reize had de ziekte zo sterk door gelast, dat ze het voormelte besluit om de reize te staken en te rug te keren genomen hadden wij hebben over dat mislukken dee togt en der hoofden verrigtinge nna dat hun Journaal en de daar toe relative papieren door een ijder der raadsleden apact, gelezen waren, op voormelden Elfden Januarij breed voerig gecedeneert, maar niet anders kunnen zien ofte bemerken, dan dat zij tot de dus schielijke te rug komst genoodzaakt zijn geweest wilden ze de vloot weder in behouden haven bren„ „gen, want dezelve anders bijlanger verblijf in die contagieuse Lugt streek; naar alle waarscheijne„ „lijkteit ten Enemale onmagtig geworden zoude zijn en misschien een ongelukkiger Lot getroffen hebben Maac daar en tegen konden wij hunne zagte behandelingen te salwattij en hunne vermomming quanhuijs. de 1764 1764 2 Fel Van Ternaten den Caaste April 1763. 9 quanswijs met het vossen vel niet approberen, wijl zulks tegen de Jntentie en het oogmeek der hem mede gegeven Jnstructie duijdelijk steijdt, dewelke Legt, dat ze onder den weg naar dat Eiland alles tot het doen Ever wel geschikte Landinge, en ter straffinge der papoeiees moesten geleedmaken, 't welk in dien ge„ schied wace, zeer aparent van goed succes geweest zou zijn, en teffens ook den onderkoning C: s: misschien wel in han„ den hebben doen komen, aan wien anders weinig verbeurte ge„ weest zou zijn, al was hij ter neder gemaakt, en immers konden te Ligt begrijpen dat hij allange kennisse moest gehad hebben van het voornamen der vloot, en zig derhalven niet bij hem aamboord vertrouwen zoude, wel is waar dat aan dit gedrag die hoofden minder verbeuett schijnt, als men de zaak van agteren inziet; en agt geeft op het misluken ken der togt vermits nu er geen hostiliteiten gespleegt, ook geen redene gegeven zijn tot wederwraake, maar zij had„ „den ten minsten in die onderhandeling met den koning zijne aanbiedinge om door de onzen nevens enige zijner vol„ keren de bosschen te laten visiteren moeten accepteren, want dan had de Comp: zig volkomen kunnen gerusten dat er geen specerijen groeidden, daar men thans dient wegen nog eniger maten in 't onze kace verkeert, alhoewel wij het gezegde van den koning en meer anderen, dat daar niet, maar op enige negorijen op Novoguinea wel noten maar Geen. Van Ternaten den Laaste April 1763. geen nagelen zouden groeien, wel kunnen geloven of schoon het almede nog onzekere schijnt of het wel een egte zoort is, dat daar valt. Wijders resolveerden wij ook vermits de vloot tot geen twede Expeditie instaat was de schepen de vrouwe Eliza„ beth Dorothea en de Princes van orange benevens de Bark de Buijs /:welke laaste egter thans naar ambo„ ina gaat:/ zo schielijk mogelijk naar Batavia en de bark de Draak naar Amboina terug te zeuden mitsgaders de kleinste vaertuigen te Emploieren zo tot de Extirpaties van Poelo Pisang, Batchian en Oubij als tot eene Efficatieuse bekruijssinge aan de kant van Bwool en Tontolij en verders in de bogt van Tominij; dog omtrent welk Laaste wij der resident van Gorontalo Eerst hebben laten opgeven waar de peloppers zig tans onthouden, en waar het geroofde Limboens geschut te vinden is, mitsgaders ook op hoedanigen wijze hij oordeelt die schelmen best te straffen zijn. Onsertusschen is de kaait van het Erlaid salwattij door de schepper Gonzal verbeteet, waar van wij hier een koppij aangehouden en een ander dezen bijgevoegt hebben; zullende tet wijders ook naar ons begrip, vermits de lugt bij en omstreeks salwattij zo besmettelijk valt, dog die van de andere Eilanden zo zeer niet voortaan. het. d 1764 1764 2 102 176 Van Ternaten den Laaste april Ao 1763. het beste wesen tot tegengang van de sluikelijen der boegnesen en makkassaren, de bekruissingen te doen op die wijze als wij de eere gehad hebben u Hoog Edel„ „hedens bij onse afgegane Letteren van den 15 Junij anno 1761. en resolutien van den 29 december 1760 en 13 februarij 1761 onderdanigst voor ogen te brengen, waar door de papoeen mede wel intoom gehouden zullen kunnen worden. Voorts uit uw Hoog Edelhedens voormelte geeede missive van ulto december d'anno passato met betrek„ kinge tot het Extirpatie week gezzien hebbende der zel„ ver remarcque op de Jnstructie den Commissanten naar Samola en wassile mede gegeven, namelijk, dat het Enkelde verbranden der verugten zeer wei„ „nig aan t oogmerk voldoet, maar dat de bomen ab„ solut mede omgekapt moeten worden, zo hebbe d' Eece dezelve daar omtrent onderdaniglijk te Elu„ „cideren en voor ogen te brengen, dat wij zulx met C: G: ons daar bij ter nedergestelde geenzins gedenoteert hebben, vermits aldaar eerst van omgekapte bomen geproken wort, en het aller eerste week ook steeds is G de bomen ter neder te vellen, en dan de daar aan zittende de vrugten te verbranden, mitsgaders

NL-HaNA_1.04.02_3124_0025 view scan ↗

English

From Ternaten the last of April 1763 to split the remaining stumps across in the form of a cross in order to prevent sprouting again, burning the felled tree being not so necessary, because it will remain lying where it falls without ever sprouting again. Consequently, there will also be no lack of effort on my part to counter and prevent with all seriousness and rigor, as much as is in my power, that the English acquire any spices during the passages, and also to do my best to apprehend the misleader, the Ternatan Alfur Taliko, just as I have likewise already written what was necessary to the king as well as to the sergeant of Batchian regarding the annual extirpation of the islands Madiolij and Bato Ampat. But I find myself obliged to submit to Your High Excellencies' consideration whether, although the extirpation recently took place at Oubij and on the surrounding islands, it might nevertheless not be expedient, on account of the appearance of an English ship there (of which more is to be mentioned hereafter under the cruising), that this be resumed as soon as possible. 1764 1st 1764 2nd Part 176 From Ternaten the last of April 1763. be resumed, which appears to me all the more necessary because that island produces spices so abundantly. The work of extirpation in the district of Wassile, which was delayed partly caused by the sergeant of Dodingo through his improper conduct in the bad reception of a Maba sangaji and a corporal who were sent to fetch the rations from there, for which reason he was also relieved from there, was finally also completed and the commissioners returned here on the 20th of February. In accordance with the resolution of the 2nd of March, they provided a report that in the district of Samolla 1449 fruit-bearing and 4204 young nutmeg trees and in that of Wassile 3678 fruit-bearing and 6420 young nutmeg trees, besides 15 fruit-bearing and 182 young clove trees, or together a number of 15948 spice trees were felled, making thus, notwithstanding the bad encounter they had in the beginning with the native at Wassile, From Ternaten the last of April Anno 1763. as can be seen in the separate resolution of the 20th of September and the commissioners' letter of the first of November, compared to the year 1751 when the last preceding extirpation took place there, only a small difference of 108 fewer trees, namely: in the year 1751 the destroyed number amounted to 16026 trees, and now only 15948, therefore 108 less. The commissioners furthermore confirmed their actions and notes by oath, and likewise the common extirpators that they had faithfully reported the actual number of full-grown trees to the commissioners, burned their fruits, and conducted themselves faithfully in everything, for which reason the first-mentioned were also relieved of all further accountability for the goods distributed by them to the auxiliary troops and village chiefs: 24 pieces of ordinary bleached Guineas 20 pieces of black cannekijns 10 large calikams, and 5 pieces of bunting. And furthermore, they were also reimbursed for the wages of eight hired men at 6 stuivers each per day, to the amount of 1764 1764 2nd Part 176 From Ternaten the last of April Anno 1763. of 181 rix-dollars, as well as another 25 rix-dollars and 34 stuivers which, according to the submitted account, they had spent in excess of the cash they had taken with them. Likewise, to all the common extirpators, as an extra gratuity according to previous examples, the customary board money was granted from their departure until their return, as well as, pursuant to that resolution, a small gift given to the commissioners of the king of Tidore who returned from Wassile: 2 pieces of ordinary bleached Guineas and 4 pieces of brown-blue salempoeris, costing at purchase price ƒ 32:16 and at selling price ƒ 55:16, being just as much as was delivered to those of Samolle upon their return here. Furthermore, by separate resolution of the 11th of January, we decided to send two small vessels to the island Poele Pisang in order to completely clear it of the spice trees still remaining there, and to request the king of Tidore to have the necessary preparations made for this, which took effect by a missive of the following day, while the sergeant of Tidore two days later was also ordered to request the king of From Ternaten the last of April 1763. Tidore to have the necessary preparations made for this, which took effect by a missive of the following day, while the sergeant of Tidore two days later was ordered to request the king to send his major or two other commissioners there as soon as possible for that purpose, with the notification that if there were a lack of transport vessels, his commissioners could easily depart on the Company's vessel. After which the Major Prince Djouw Kottoe arrived here on the 5th of February, whereupon we employed the pantjallangs the Kanneelboom and the Garnaal, and appointed as head over that expedition Lieutenant Fredrik Ditter, who, provided with an applicable instruction alongside 2 sergeants, 4 corporals, and 24 European private soldiers and as many native Balinese, together with an assistant surgeon, in the company of a Tidorese kora-kora on which the aforementioned major was present, sailed thither with the aforementioned vessels, and returned here on the 13th of March from his activities, delivering such a report as is inserted in the resolution of the 21st of March. 1st part 1764 64 1764 2nd Part 1764 3

Dutch transcription

W Van Ternaten den Laaste april 1763 de overblijvende stompen in 't kruis te door kloven ter voorkoming van weder uitbottinge, zijnde het verbranden van den ter nedergehouwen boom zo noodzakelijk niet, wijl die wel zal leggen blijven daar hij valt, zonder ooit weder uit te spruijten het zal aan mij vervolgens ook niet mancqueren om met allen Ernst en rigeur zo veel in mij is tegen te gaan en te belet„ „ten dat de Engelschen gedurende de passagiers eenige specerijen magtig worden, En ook om mijn best te doen ter agterhalinge van den misleiding ge Ternaets alfoeres Taliko. gelijk ik mede nopens de Jaerlijkze Exteipatie van de Erlanden madiolij en bato ampat den koning zo wel als den sergeant van batchian het nodige bereeds aangescheeven hebben maar ik vinde mij verpligt u Hoog Edelhedens in bedenkinge te geven dat alhoewel de Extirpotie eerst korteling te oubij en op de daarom herleggende Eilanden geschied is, of het egter mits het verschijn van een Engelsch schip aldaar /:waar van hier na onder de bekruijs„ singe meer staat gemeld te worden:/ niet dien„ tig zal wezen dat zulx hoe eer hoe Liever hervat. 1764 le 1764 2 Fel 176 Van Ternaten den Laaste April 1763. hervat worde dat mij te noodzaakelijk voorkomt om reden dat Eilandt de specerijen zo milt voortbreng, zijnde het Extirpatie werk op het district van was„ zukkelen, waar van gedeeltelijk den sill, nalang sergeant van dodingo door zijn mislijk gedrag, in 't quaad onthaal van een mabaas senghadje en een Cabo, die afgezonden waren om de randzoe„ „nen van daar afte haalen, oirzake geweest, en die daarom ook van daar geligt is, Eindelijk mede geabsolveert en de Commissianten den 20 februarij alhier terug gekomen, de welke ter resolutie van den van den 2 maart van berigt gediend hebben, dat op het district van Samolla. 1449:— vrugt en noten 4204: — tel. . . . En op dat van wissele 3678:— vrugt en noten Nevens 6420:— tel- - 15: — vrugt, en 182:— tel nagelbomen, of te zamen een getal van 15948:- specerij bomen ter neder gevelt zijn, makende dus, niettegenstaende de slegte ontmoeting die zij in 't begin met den Jnlander op wassile gehad hebben Van Ternaten den Laaste april A:o 1763. hebben, te zien bij appacte resolutie van den 20 septem:r en der kommissianten brief van den Eersten novem: invergelijk tegen het Jaar 1751 wanneer de Laast voorgaande Extirpatie aldaar geschied is, maar een kleine minderheidt uit van 108 bomen te weten anno 1751. bedroed het vermielde 16026 bomen en thans maar _o ergo 15948:— — 108: – minder hebbende voorts de kommissianten hunne ver„ rigtingen en aantekeningen met Ede bekragtigt, en zo mede de gemene Extirpateurs dat zij het wezent„ „lijk der uitgroeide bomen aan de kommissianten op gegeven, der zelver vrugten verbrandt, en zig in alles getrouwelijk gedragen hadden, waarom Eerstgemelde dan ook ontheft zijn van alle verde„ re verantwoordinge der door hen aan de hulptroe„ pen, en dorpshoofden uitgereikte. 24:– p„s guinees gem: gebleekt 20:— p kannekijns zwarte 10:— „ kalikams grote, en 5:—„ vlagge doeken. En hen voorts ook vergoed het loon van agt huurlingen â6 stuijvers ijder saags, ten bedragen van d 1764 1764 2 Fel 176 Van Ternaten den Laaste april Ao 1763. van rijxdaalders 181:, als ook nog rijksdaalders 25: en 34 die zij involge overgelegde reekening meerder uitge„ geven dan de mede genomene Contanten bedragen hadden. Gelijk ook aan de gezamentlijke gemene Extiepa teurs tot een Extra douceur naar voorgaande Exam„ pelen, het gewone kostgeld toegelegd is, sedert hun vertrek tot retour toe mitsgaders ook nog ingevol„ ge dat besluit aan de van wassele terug gekomen ge„ kommitteerdens van Tidors koning tot een smal geschenkje afgegeven. 2 p„s Guinees gem: gebl: en 4:– salempoeris bruijn blauw, kostende inkoops ƒ 32:16. en uitkoops ƒ55:16 zijnde even zo veel als aan die van samolle bij hun retour alhier afge„ „langd is. wijders besloten wij bij aparte resolutie van der E 11 Januarij om twee kleine vaartuijgen naar het Eijland Poele Pisang te zenden, ten einde het zelve van de daar nog overgeblevene specerijen bomen ten Eenemale te zuiveren, en den koning van Tidore te verzoeken de nodige preeparatien daar toe te laten maken, gelijk zulks bij missive van sdaags daar na effect sor„ „terwijl den selgeant van Tider twee dagen teerde, te later ook g'ordonneert wierd den koning van Van Ternaten den Laaste april 1763. van Tioore te verzoeken de nodige prepertien dan toe te laten maken, gelijk zulx bij missive van sdaags daar on effect soekeede terwijl den segeert van Adar twee dagen twee dagen tet goedeert wird den konin te verzoeken zijnen majoor dan wel twee andere gekommitteerdens ten Eersten ten dien einde dit heen te zenden onder aanzeg„ ginge dat indien het aan Transport vaartuigen hapee„ de zijne gekommitteerdens wel met 's Comp:s bodem vertrekken konden. waar na den majoor Prins djouw kottoe den 5 februarij alhier acriveerde wanneer door ons g'emplojeert wierden de pantjallangs de kanneelboom en de garnaal, en tot hoofd over die Expeaitie benoemt den Lieutenant Fredrik Ditter, dewelke ook met Een applicable jnstiutie nevens 2. sergeanten 4: korporaals en 24. ge„ meene Europese soldaten en even zo veel inlandsche baliers, nevens een onder Chicurgijn, ingezelschap van een tidorese korre korra, waar of zig voormelde den ma„ Joor bevond, met bovengemelte kielen derwaarts gestevent, en den 13 maart alhier gereverteert is van zijn verrigtingen overleverende zodanig Een rapport als ter resollutie van den 21: maart g'insereert is, vanr zijn verrigtig „gen overdeverende Zodanig Een roport al terepete van ¶ deel 1764 64 1764 2 Fel 1764 3

NL-HaNA_1.04.02_3124_0030 view scan ↗

English

From Ternate, the last day of April 1763. Before the 2nd [illegible], whereby it is certified that on the said island 2653 bearing trees and 5250 young trees, making 7903 nutmeg trees have been destroyed, which, together with the 7483 specimens felled there in the month of December of the year 1761, makes a quantity of 15386 spice trees; whereas in the year 1749, when the last extirpation took place there, only 7968 were destroyed, thus now 7418 more. Wherefore the same has also given hope on that day that no fruits will be found there in the first twenty years, although for security it will nevertheless be necessary that a small inspection be conducted every five to six years to see if young shoots appear again, and to destroy them upon finding them. This will now be able to take place much more easily than ever before, even if necessary without prior knowledge of Tidore's king, because now, according to my instructions, good anchorage has been found on the east side, and where the aforementioned vessels also lay, contrary to the opinion of ancient times. Subsequently, the assembled extirpators confirmed under oath that they have accomplished the aforementioned work without any reservation according to the intention, have faithfully felled the trees mentioned in the report, and have burned all the fruits attached thereto; which was likewise carried out in their own manner according to the Mohammedan custom by the native soldiers who accompanied them. For which reason they have also all together been granted the enjoyment of the customary board money from their departure until their return; just as, upon his request made, I have also delivered to Tidore's king the one hundred and fifty rixdollars allocated by Your High Nobilities for the completed extirpation of that island; and with the Major Djouw Kottoe, for the trouble he took in this regard, I have likewise settled such sixteen pieces of guinea cloth and half a leaguer of arrack as he, along with some quimelahas of Tidore, had enjoyed as a gratuity for the Papuan voyage with the cruising fleet, but which those people had not earned due to their remaining behind. By which aforementioned extirpations everything that belongs under Tidore's king on the opposite coast of Halmahera has now been cleared, except for the districts of Dote and Mafia, where I have already requested the King to have the bush huts made ready, which I do not doubt will happen in a few days according to his promise; whereupon one shall also begin on the northern part of Halmahera under Ternate's king, to whom we have already caused prior notice to be given, and to whom, after the completion of that work, we shall again subsequently advance 2000 rixdollars in accordance with Your High Nobilities' authorization, for one time until further disposition by the same. And meanwhile we shall continually try to the utmost of our ability to divert him from his desire to confront Tidore's monarch with weapons, although since our previous year's communication no further consequence has been heard in that regard. Testifying furthermore that I have also frequently spoken in council meetings about such reflections as Your High Nobilities have been pleased to set down in your missive concerning the conduct of Tidore's king; but until this day we have not been able to see or notice anything other than that he is in himself good and open-hearted, but also at the same time turns like the weathercock on the tower and repeatedly lets himself be diverted from what he first intends to do; he is furthermore far too lenient and also too much given over to his pleasures, whereby each of the grandees of the realm does as he pleases, which also constitutes much of the reason for the Papuan piracies, which make use of that soft circumstance, having no fear of punishment from their king. The same has stayed for eight months on the opposite shore, now in one and then again in another place, out of fear of the smallpox, which has carried off many Tidores and also very many Bachians, among whom the son of the King's brother named Maegille; the commandant of Bachian has also reported that by far the majority of the Ceram people had died of that disease, and that the same still continued. His Highness will furthermore, as soon as he returns to Tidore, be addressed again with emphasis regarding compensation for the damage suffered through the Papuan piracies, and although little is to be expected of it, that claim will nevertheless continually be kept alive; the smallpox having meanwhile also been the cause that nothing more of importance has been heard of the suspected harmony between the Courts of Tidore and Bachian, and which will perhaps also weaken somewhat through the decease of the aforementioned Prince Maegille. Having, concerning the two suspect youths, the same...

Dutch transcription

Van Ternaten den Laaste April 1763 voor den 2t waart ginsedert is waar bij Consteert dat ten gemelte Eilande 2653:- vrugten dan wel 5250: tel - . . -. 7903. — notten bomen vernielt zijn, 't geen met de in de maand decemboe anno 1761. aldaar omgevelde 7483: —stuks, Een quantiteit van 15386:— specerijbomen uijtmaakt, daar in't Jaar 1749, toende Laaste Extirpatie aldaar is geschied is geschied, maar vernield zijn 7968:— - dus thans meerder 7418. — waarom het zelve ten dien dage ook hope gegeven heeft, dat in de eerste Twintig Jacen aldaar gene vrugten gevonden zullen worden, schoon het nogtans tot securiteit nodig zal zijn, dat daarom de vijf â ses Jaren eens een kleine visite gedaan werd, om te zien of er ook weder jonge spruijtjes voor den dag komen, en die vindende te verdelgen, 't welk nu veel gemas „relijkee dan ooit bevorens zal kunnen geschieden, selfs des noods zonder voorkennisse van Tidors koning, om dat daar thans op mijne aanwijzing goede arkee grondt aan de oost zijde gevonden is, en alwaar voor melte. . - — 17 Van Ternaten den Laaste april Ao 1763. melte vaertuigen ook gelegen hebben, tegen de pinie van den ouden tijdt. hebbende vervolgens de gezamentlijke extirpateurs met Ede bekragtigt, dat zij t voormelte werk zonder enige agterlonding naar de jntentie geabsolveert, de bij'2 rap„ „port genoemde bomen getrouwelijk omgevelt, en al„ le de daar aan zittende vrugten verbrandt hadden, t geen door de mede geweest zijnde inlandsche militairen om zelver voegen naar de mahomatan„ se wijze volbragt is; waarom hen ook alle te za„ „men geaccordeert is van 't gewone kostgeld te jois„ seren sedert hun vertrek tot retoice toe, gelijk ik ook aan Tidors koning of zijn gedaan verzoek afge„ „geven hebbe de door u Hoog Edelhedens toegelegde Een hondert en vijftig rijksaaalders voor de vol„ „bragte Extirpatie van dat Eilandt; en met den majoor djouw kottoe voor zijne moeite dien aangaande genomen, mede verEffent zodanige sestien stukken guinees en een halfe Legger alak, als hij met enige quimelahas van Tidor had genoten tot een douceur voor de papoese vojagie met de kruisvloot, doeh die zylieden mits hun agterblijving niet verdiend hadden. door welke voormelte Exticpatien nu alles 't geen onder Tidors koning op de over kust van ¶ deel 1704 1764 2 Fel 1764 3 Van Ternaten den Laaste april Ao 1763. van Halmaheca sorteert afgeweekt is op de districten van dotie en Messie na, alwaar den koning N: bereedts verzogt hebbe de bosschuijzen in gereedheid te willen laten brengen, t welk niet twijffelen of zal naar zijne belofte in korte dagen ge„ scheeden wanneer men ook aan 't noorder van Kalmaheer zal beginnen onder Ternats koning, dien wij daar van reets precapcabele kennisse hebben Laten geven en aan wien daar voor na 't aflopen van dat werk, wederom vervolgens UE Hoog Edel„ hedens qualificatie, voor een maal tot derzelver nade„ redispositie toe 2000:- rijxdaalders verstrekken zullen, En hem onderwijl steeds naar uitterst vermogen tragten te divecteren van zijn zugt om Tidors vorst met de wapenen teheee te gaan schoon men zedert on„ „ze voor Jarige daar omtrent geen verder gevolg vernomen heeft. betuigende voorts dat ik overdiergelijke bedenkingen als u Hoog Edelhedens met betrekkinge tot het gedrag van Tidors koning bij der zelver missive hebben gelieven E ^neder ter te stellen, met den raad in vergaderinge mede dikwils ge„ sproken hebben, doeh wij hebben tot heden toe niet anders kun„ „ken zien ofer te bemeeken dan dat hij op zig zelven goed en openhaetig is, maar ook teffens draait als de weechaan op den Tooren en zig telkens laat divecteren van het geerhij eerst voorneemt te doen; is voorts al te zagtziening mitsgaders ook te veel overgegeven aan zijne vermaken waar door 19 Van Ternaten den Laast a pril 1763. door een ijder der rijks grooten doet wat hem aanstaat dat ook alveel reden uitmaakt van de papoese roverijen die zig van die zagte gelegenheit bedienen, als geen vrees voor straffe hunne koning hebbende, dezelve heeft zig sedert agt maanden aan de overwal, dan op de ene en dan weder op een andere plaats opgehouden, uitvrese voor de kinder ziekte, die veel Tidoreesen weg gesleept heeft, en ook zeer vele Batchiandees, waar onder den zoon van 's konings broeder maegille genaemt; ook heeft bat chians kommandant bedeelt dat van de Cerammers verre de meeste aan die ziekte ge„ stooven waren, en dezelve nog Continueerde. zul„ lende zijn hoog Leid wijders zodra te Tidore te rug komt nopens de vergoedinge der schade door de papoese roverijen geleden, op nieu met na druk la„ ten aanspreken, en alschoon er weinig van te verwag„ ten is, die pretentie egter steeds Levendig houden; zijnde ondertusschen de kinder ziekte mede oor„ zake geweest dat men van de suspecte harmonie tusschen de Hoven van Tidoee en Batchian niets meer van belang vernomen heeft en die misschien door het afsterven van voormelden prins macgille ook welwat verflauwen zal. Hebbende ten belange der twee suspecte knapen de Zeeve. ¶ deel 1764 1764 2 Lel 1764 3

NL-HaNA_1.04.02_3124_0034 view scan ↗

English

From Ternate the last of April Anno 1763 the same requested here to confer on some necessary affairs of the Company, which they have promised me to do, so I hope that soon a good opportunity will arise for their security. With regard to the cruising, we were informed by the resident of Xulla, Minte, by letter of the 4th of February of the current year, that on the 30th of January prior, on the west side of that island near the settlement of Gaijeea, a large English ship had arrived, which was said to have sailed from Batavia two and a half months ago with two of the Company's sloops, and to be 160 feet long, as well as manned by 500 heads, intending to go to Marjolle and Oubij Majoor in order to take in spices there, according to the pretense of a ship's sailor to a soldier of Xulla who had been on board there; which was somewhat further confirmed by a letter from the Commander of Batchian dated the 6th of February, indicating that on the 23rd of January a large ship had been sighted between Oubij Majoor and the island of Goemoemo, but which had been lost from sight during the night due to a heavy storm, and had not appeared again. For which reasons we then fitted out the bark De Buis and the pantchialling D'Elizabeth, because skipper Gouzal declared that his physical constitution did not yet permit him to undertake a voyage, and his ship also still needed to be provided with running rigging, besides that it was only provided with twenty healthy sailors, and the small ship De Prins van Orange was in an even worse state; upon which, besides the seafaring crew, we placed the provisional secretary Johan Seedelman and the ensign Abraham Reichel as leaders, together with two sergeants, two corporals, and thirty common soldiers with a drummer, and also as many Balinese, properly provided with ammunition, and with an equally applicable instruction wherein we ordered them to cruise on the latitudes between Oubij and the Xullas as far as Mixoal and Poelo Pisang with the adjacent islands, and upon encountering Englishmen to protest against them, to observe their movements, and furthermore to foil the designs of the Papuans and other sea rovers under the name of Buginese, of whom information had likewise been obtained by the aforesaid letters. From which expedition the commissioners returned on the 21st of this month, and delivered such a report as accompanies this in copy, and furthermore is also inserted into the resolution of the day after, from which it appears that they found neither Englishmen nor Buginese, and also heard nothing of the Papuans, but that they had the island of Oubij inspected along the beaches all around; on the indication of a certain Alfuro on the west side, they discovered and chopped down fifteen medium-sized nutmeg trees from 6 to 20 inches in circumference, though without fruits on them. Which Alfuro had also informed them that on the island of Gilalang, lying under the coast of Batchian obliquely opposite Cajoa, similar trees also grew, which, however, they had not been able to reach, which we shall therefore have cleared from here at the first opportunity. That they had furthermore also been to Mipoal and sailed along the beach, but had discovered no settlements, though now and then a single Papuan who came out of the forest armed with bow and arrow, so that it seems that out of fear of an attack they have moved their settlements inland into the forest; they had also called at Xullabessij and found everything well there, except that the smallpox was raging severely there and dragged many people to the grave. Furthermore, after much longing, we received on the 26th of this month a letter from the Amboina ministers dated the 21st of March, wherein they inform us that they had already undertaken the cruise with the vessels sent by your Right Honorables on the first of March, without showing that they expect any assistance from here for that purpose, for which reason we might well have sent the bark De Buis directly towards Batavia, had one not seen and noticed on the other hand from two remarkable declarations of the 6th and 11th of December given by the Christian natives Abraham Bahagia and Louis Kaijroetane that the Macassarese, Ceram, and also Banda smugglers were staying in a considerable crowd at the coast of Ceram. And for which reason one then also resolved, for the counteracting of those pirate vessels, by resolution of the 27th of this month, to persist in our decrees of the 13th and 22nd last preceding, to have the aforesaid bark with the pantjallang De Garnaal proceed on the voyage thither within three to four days, at the disposal of those ministers. Wherewith breaking off this time, with the utmost high esteem and respect I remain, below stood, Right Honorable, valiant, most worshipful, brave, prudent, discreet, very generous Sir and Sirs, lower, Your Right Honorables' very humble servant, was signed, I. V. Schoonderwoert, in the margin, Ternate in Castle Orange on the last of April Anno 1763, Batavia.

Dutch transcription

Van Ternaten den Laaste april A:o 1763 zelve hier verzogte om. over enige noodzakelijke 's Comp:s affaires te besoigneren t geen zij mij hebben laten toe zeg„ gen dus hope ik dat Eerstdaags goede gelegenheit ter hun„ ner verzekeringe zal voorkomen met relatie tot de bekruissingen, wierden wij van Xullas resident Minte, bij brieve van den 4:' februarij A:o corucant, berigt, dat op den 30 Januarij bevorens aan de westkant van dat Eilandt omtrent de negorij Gaijeea groot Engelsch schip aangekomen was, t welk voor twee en een halve maand geleden met twee s Comp: sloepen van batavia gezeilt en 160. voeten lang, mitsgaders met 500:- koppen bemand, zoude wezen, de wil hebbende naar marjolle en oubij majoor, ten einde aldaar /: volgens het voorgeven van een scheeps. mattroos aan een aldaar aanboord geweest zijnde soldaet van xulla:/ specerijen intenemen; 't welk enigeematen nader geconfirmeert wiert bij een brief van baet„ „chians Commandant gedateert 6: februarij teken„ nen gevevende, dat den 23:' Januarij, Een groot schip tus„ schen oubij majoor en 't Eijlandt Goemoemo vernomen, doch 't welk door een zwale storm 'snagts uit het ge„ zigt geraakt, en niet weer opgedaagt was, om welke redenen wij dan ook de bark de buis ende pantchialling d' Elizabeth /:vermits schipper Gou zal verklaarde 21 Van Ternaten den Laaste april Ao 1763. verklaarde zijn Lighaams constitutie nog niet toe liet op reize te gaan, en ook zijn schip leest voor„ „zien moest worden van Lopend touwerk, behalven dat ook nog maar van Twintig gezonde mattrosen voorzien en 't scheepje de Prins van Orange nog eiger gestelt was:/ aanlegden :/ waar op wij buiten de zevarenden plaatsen den provisioneel secretaris Johan seedelman en den vendrig Abraham Reichel als hoofden benevens twee sergeanten twee korpotaals en dertig gemene soldaten met een Tamboer en ook everen zo veel baliers, behoorlijk voorzien van ammonitie, en van Even applicable Jnstructie waar bij wij hen ordonneeren op de hoogtens tusschen oubij en de xullas tot aan mixoal en Poelo Pisang met de daar bijleggende Eilanden te kruissen, en bij ontmoeting van Engelschen daar tegen te protesteren, derzelver gangen na te gaan, en voorts de desseinnen der papo„ eer en andere zee schuimers onder den naam van boegineesen, waar van men almede bij voormelte brieven berigt erlangt had, te verlidelen, van welke Ex„ peditie de Commissianten den 21:' dezer te rug gekomen zijn, zodanig rapport overleverde als in Copia hier nevens gaat, en wijders ook g'Jnsecceet is bij besluit van 's daags daar aan, waar bij blijkt dat zij geen Engel schen ¶ deel 1704 1764 2 Fet 1764 3 Van Ternaten den Laaste April 1733 schen nog boegineuzen gevonden, en ook van de papoese niets vernomen hebben, maar dat zij het Eilandt Oubij aan den stranden in 't ronde hebben laten visiteren op de aan„ wijzing van zekeren alfoerees aan de weskant ontdekt en omgekapt haaden vijftien middelmattige noten bomen van 6 tot 20: duimen in den omtrek, dog zonder vrugten daar aan, welken alfoecees, hen ook teffens te kennen gegeven had, dat op het Eiland gilalang, leg„ gende onder de batchianse wal schuins over Cajoa„ ook diergelijke boomen groeiden, waar bij zij egter niet hadden kunnen komen, 't geen wij daarom bij eerste gelegenheit van hier zullen laten zuij„ „veren. dat zij voorts ook te mipoal geweest waren en het strandt Langs gevaren, maar geen nego„ „rijen ondekt hadden, maar wel nu en dan een Enkelde papoe, die uit het bosch quam met pijlen boog gewapent, zo dat het schijnt, dat ze uitvrees voor een bestoking hunne negorijen boschwaards in getrokken hebben; Xullabessij hadden zij ok aan„ gedaan en aldaar alles wel bevonden, behalven dat de kinderen ziekte daar sterk regueerde en vele menschen ten grave sleepten. voorts hebben wij na veel verlangen op den E Een missive van de ambanse 26: dezer ontfangen ministra Van Ternaten den Caast April A„o 1763. 23 ministers gedateert 21: maart, waar bij zij ons bedee„ een de kruijstogt met de door u Hoog Edelhedens toege zondene vaartuigen reets ondernomen te hebben op primo maart, zonder dat dezelve blijk ge„ ven enige adsistentie daartoe van hier te verwag„ „ten, waar om wij dan ook de back de Buis wel direct bavia waarts zoude hebben kunnen ver„ zenden indien men aan de andere kant niet had gezien en ontwaard uit twee merk„ waardige verklaringen van den 6 en 11:' de cem„ „ber door de Christen Jnlanders Abraham Bahagia en Louis kaijroetane gegevan dat de makkassaarse Caramse en ook bandase sluijkhandelaars zig ter Custe Cerom in een Con Considerable menigte ophielden, en waar om men dan ook tot tegengang van die moes vaertuijgen, ter resolutie van den 27 deser besloot, te per„ sisteren bij onze arresten van den 13. en 22: Jongst voorgaande om voor melde bark met de Pantjallangs de Garnaal ter dispositie van die ministers binnen drie a vier dagen derwaarts reis te laten vorderen Waar ¶ deel 1764 1764 2 Fel 1764 3: Van Ternaten den Laaste April Ao 1763: Waar mede deze dit„ „maal afbreekende met de uijtterste hoog achtinge en Eerbied verblij„ „ve /: onderstond:/ Hoog Edele gestrenge groot achtbare Manhafte wel „wijze voorzienige Discreete zeer genereuze Heere en Heeren /:Lager:/ UW Hoog Edelhedens zeer onderdanigen Dienaar . . /:was getekend:/ I: V: schoonderwoert /:in margine:/ Ternaten ƒ in 'T Casteel orange adij Laasten april A„o 1763 Batavia

NL-HaNA_1.04.02_3124_0039 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 10th of October 1763. Batavia. In dutiful compliance with your High Nobilities' much esteemed orders contained in the secret letter of the 23rd of the past month of September, I immediately sent your High Nobilities' missive to the sultan, as well as that of the Extraordinary Councillor Hartingh to that monarch and to the susuhunan and Pangeran Mangkunegara. Which latter is very willing to comply with your High Nobilities' opinion, as appears from the enclosed missive to the aforementioned Mr. Hartingh, serving as a reply to his Honour's letter, while I can further report to your High Nobilities concerning this monarch and Pangeran that the first mentioned, according to the writings of Beuman, will not cease to continually encourage the latter to keep quiet and patiently await his destiny, and that the prince has newly made promises both to the emperor and to resident Beuman that he would undertake nothing outside the orders of the Honourable Company, so that everything at the court of Surakarta turns out satisfactorily, about which I also had good hopes, but found more difficulty concerning the sultan, which is why I did not fail on my part to also do everything that I judged might be of any benefit, for having been informed by Van der Sluijs that that monarch was in a good mood, although he had not yet declared himself regarding your High Nobilities' proposal, and also that the crown prince's birthday was approaching, I dispatched a missive to the monarch, dated the 8th of this month, to which I respectfully refer, while at the same time I sent a letter of congratulations to the Pangeran Adipati, to whom I also presented a fine hunting rifle inlaid with gold and silver. Whereupon I received news the day before yesterday from the aforementioned that on the day of the introduction of His High Nobility the Governor-General, the monarch had acted extraordinarily cheerful and had made heartfelt professions of his perpetual attachment and friendship with the Honourable Company, and also that His Highness had declared that he would have his daughter sent to Salatiga to comply with your High Nobilities' request, but that the monarch would escort the Ratu Bendoro thither in person. Since this runs completely contrary to the intention and aim of your High Nobilities, I deemed it necessary not only to write to Van der Sluijs to explain this differently to the monarch and to point out that in such a manner your High Nobilities' request and aim would not be met at all, but also to request the sultan himself in a polite letter, of which the copy is also enclosed herewith, that his daughter be entrusted solely to my person to accompany her Honour and at the same time take her under my protection. What the monarch will decide on this, I eagerly await to learn, because the peace of Java depends on this, which I shall not fail to communicate to your High Nobilities, as I now have the honour to do concerning the change of state in Blambangan, about which the Commander Breton has informed me, as appears from the copy of the missive attached hereto, that the Balinese, to the number of 2000 men under Gusti Ketut Bangso, have invaded that territory and that the pangeran is said to intend to submit to the Company. I have written to the aforementioned commander to provisionally receive and treat that pangeran politely until such time as I am supported with orders from your High Nobilities, which I most respectfully request in order to guide myself as to whether one shall dislodge the Balinese from there again with the help of the Madurese and Surabayans, and on what condition one shall then restore that pangeran to the government of that territory, or otherwise as your High Nobilities may see fit. Furthermore, I shall not fail to pay the necessary attention to the Palembang vessels and have them watched, in order to prevent all illicit trade, just as I have given orders to have the known boatswain and two sailors of the ship Leyden arrested upon their arrival according to the tenor of your High Nobilities' orders. With which I remain with deep respect, your High Nobilities' faithfully bound and obedient servant, was signed, W. H. van Ossenberch. In the margin, Samarang the 10th of October 1763. Batavia. From Sumatra's West Coast the 15th of May 1763. Batavia. Since my last of the 28th of February past, the duplicate of which is enclosed herewith, nothing having occurred in public with the English gentlemen other than that which is extensively mentioned in the general letter now being dispatched; I therefore direct this principally to give your High Nobilities knowledge in all respect that the enterprise of the Rauwers against the English, of which mention was made in the aforementioned, has made no progress, and that consequently the stay of these latter at Natal and Tapanuli, and their further expansion as far as Sorkam, is again greatly depressing trade in general along this entire west coast, but especially the collection of camphor and benzoin around the North.

Dutch transcription

25 Van Iavas Oostcust den 10: october 1763: — Batavia. Tin schuldpligtig te voldoen aan uw hoog Edelheedens zeer g'eerde beveelen vervat bij secreete let„ „teren van den 23: der gepasseerde maand september, heb ik aan„ „stonts uw hoog Edelens missive den sulthan toegezonden, als me„ „de die van den Heer raad ex„ „tra ordinair Hartingh aan dien vorst en aan den soesoehoenang en Pangenang Mancoenagara. welke laaste zig zeer gaarne wil„ „len schikken naar uw Hoog Edelens sentiment, blijkens inleg„ „gende missive aan voorm: Heer Hartingh dienende in antwoort op zijn wel Ed„s letteren terwijl ik uw Hoog Edelens omtrent deeze vorst en Pangerang verder kan berigten dat de eerstgem: volgens Aan Als vooren, schrijvens 1 deel 1764 1764 2 Fel 1764 3: Van Iavas oostcust den 10:' 8ber: 1763: schrijvens van Beuman niet op zal houden den laasten geduurig aan te zetten om zich stil te houden en niet gedult, zijn noodtot afte„ „wagten en dat den prins so wel aan den keizer als aan den resident Beurman op nieuws beloften heeft gedaan, dat hij niets buijten ordre van de E: Comp: zoude aanvangen so dat het aan het hoff van souracarta alles ten genoegen uijtvalt, waar omtrent ik ook goede hoop gehad heb, dog meer swarigheijd gevonden omtrent den sulthan waarom ik ook niet gemanqueert heb, van mijn zijde ook alles aantewenden wat ik maar oordeelde van eenige vrugt te kunnen zijn, want door van „der Sluijs berigt zijnde dat die vorst in een goede luijm was, schoon zig omtrent uw hoog Edelens voorstel nog niet hat gedecla„ „reert, en teffens dat den kroon prins 27 Van Iavas oostcust den 10:' 8ber: 1763: prins zijn verjaardag aostaande was so lietw aan den vorst een missive afgaan, gedateerd den 8: deezer, waar aan ik eerbiedig refereere, terwijl ik te„ gelijk een filuulatie briefje zond aan den pangerang dipattij, dien ik ook een fraaij met goud en silver ingelegd Iagtgeweer, present deed, waar op ik eergisteren van gem: tijding erlangde, dat de vorst op de dag van de voorstelling van zijn Hoog Edelheid den heere gouverneur generaal zig extra voolijk had aan„ „gesteld en hertelijke betuijgin„ „gen had gedaan van zijn altoos duurend attachement en vriend„ „schap met d' E: Comp: als mede dat zijn Hoogheid zig gedecla„ „reert had zijn dogter te zullen laaten verstrekken naar salatiga om aan uw hoog Edelens requisiet te voldoen, dog dat de vorst de Ratoe Bendono 1 deel 1764 1764 2 Fet 1764 3 Van Iavas oostcust den 10:' 8ber: 1768. Bendoro in perzoon derwaarts zoude geleiden Dit nu gansch en gaar teegen de intentie en oogmerk van uw hoog Edelens aanloopende so oordeelde ik noodzakelijk niet alleen aan van der sluijs te schrijven om den vorst dat anders uijt te leggen en aantetoonen dat op zulx een wijze ingeerendee„ „le uw hoog Edelens verzoek en oogmerk b'antwoord wierd maar den sulthan zelfs bij een beleefd briefje waar van het afschrift hier ook nevens legd te ver„ „zoeken, dat zijn dogter alleen mijn perzoon aan om haar Ed: te begeleiden en teffens in mijne bescherming te neemen wat de vorst hier op besluijten zal verwagte ik met rijkhalzen te moogen verneemen, om dat de rust van Iava hier van af„ „bangt, het geen ik niet manquee„ „ren zal uw hoog Edelens te communiceeren gelijk 29 Van Iavas Oostcust den 10:' 8ber 1763 „gelijk ik thans d' Eere heb te doen weegens de staats verwisseling van Balembo„ „ang, waar omtrent mij den gezaghebber Breton bedeelt heeft, blijkens Copia missive, aan deezen g'accrocheerd, dat de Baliers ten getale van 2000 koppen onder gusti Catut Bangzoe, dat landschap g'invadeert heb„ „ben en dat den pangerang zoude geintentioneert zijn zig aan de Comp: te submitteeren Ik heb voorm: gezaghebber aangeschreeven om dien pangerang bij provisie beleefde„ „lijk te recipieeren en te behandelen tot tijd en wijle ik met beveelen van uw hoog Edelens gesterkt wierd, die ik op het eerbiedigste verzoeke om mij te kunnen reguleeren of man de baliers door behulp der Madu„ „reesen en sourabaijers weder van daar zal doen delogeeren, en op wat voorwaarde dien pangerang dan weder in het bestier van dat landschap stellen dan wel hoedanig het uw hoog Edelens gelieven goed te vinden wijders 1 deel 1764 1764 2 del 1764 3: Javas oostcust den 10:' 8ber 1763 Van Wijders zal ik niet in gebreeke blij„ „ven omtrent de palembangse vaar„ „tuijgen de noodige attentie te ver„ „stigen en te doen gade slaan, om alle morshandel te verhinderen gelijk ik ordre gesteld heb om bij aankomst van den bewusten bootsman en twee mattroosen van dezelve te doen ar„ het schip Leij den en „naa den teneus and heor Edelhedens „resteeren beveelen waarmede met diep ontzag ver„ „blijve /:onderstond:/ uw Hoog Edelheedens trouw schuldigen en gehoorsamen dienaar /:was gete„ kend:/ W: H: v: Ossenberch„ /:in margine Samarang den 10:' 8ber 1763 Batavia 1 Van Sumatras westcust den 15: Maij 1763: — Batavia 'T sedert mijne Laaste, van den 28:' Fe„ „bruarij Iongstleeden, welker Duplicaat hier neevens legt, met de Heeren En„ „gelschen in 't openbaar niets voorgeval„ „len sijnde, dan het geene bij de thans afgaande gemeene brieff in 't breede vermeldt staat: zoo rigte deezen voornamendlijk maar om uw hoog Edelens in alle Eerbied kennisse te geeven, dat het voorneemen der Rauwers tegens de Engelschen, waar van bij de voor „meldte mentie is gemaakt, geenen voortgang heeft gehad, en dat bij gevolg het verblijf van deeze laasten, te Natter en Tappianoulij, en haare verdere uijt brijding tot aan surcam toe den Handel in't generaal langs deeze gantsche westcuste, dog voornamend„ „lijk den Insaam van Camphur, en Benzuin om de Noord al weeder grootelijx drukt Aan Als vooren wanneer 1 deel 1764 1764 2 Fel 1764 3:

NL-HaNA_1.04.02_3124_0046 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, 15 May 1763 When those harmful competitors were driven from here, I resolved to make every effort to see if it would not be possible to become master of the entire trade solely for the Honourable Company, and then both to raise the sale prices and to lower the purchase prices. Towards the first, Your Right Honourables had already laid the foundation by forbidding all private merchants, upon heavy penalties, the import of textiles and salt. But regarding the second, having taken the liberty, subject to Your Right Honourables' approval, an attempt was made by resolution of 18 May 1761, whereby the export of camphor and benzoin was not only forbidden in like manner, but also the price and quality of each sort were determined. And all this has certainly already had a desired effect, for whereas a last of salt formerly could not be sold except for inferior coin species at various prices, the Honourable Company now receives good gold, namely 2 taels or Rd.s 50 fixed. For the bhaar of iron of 323 lb., which previously likewise could only be sold for cash and no higher than Rd.s 24, it now also receives gold, namely 1 1/8 tael or Rd.s 28 1/8, although, as is evident from what was noted in the resolution of 14 September 1761, it took much trouble to bring matters so far. As for camphor and benzoin, the Honourable Company has indisputably not had them so good in quality and so cheap for a long time as in the past year, when among others the pikol of extra ordinary white benzoin cost only Rd.s 25, which formerly was charged in the accounts at Rd.s 32 to 35. And regarding textiles, I cannot say in general that higher prices have already been stipulated, for that was absolutely impossible due to the many unwanted goods that one had to try to sell simultaneously with the most desired ones. But this is nevertheless true: that the unwanted were sold for no less than the desired ones, so that by closing the warehouses for the duration of four months, I forced the merchants to pay acceptable prices even for defective culls, as is noted at large in the resolutions of 16 November 1761 and 23 February 1762. And that consequently this is quite as much and just the same as if the principal sorts alone had been sold dearer than before. However, with the return of the English gentlemen, that entire plan now virtually falls to pieces again. The salt will possibly maintain its price and sale, because the hill people, who cannot do without it, reside close by, but with the other articles matters stand very poorly. We have not sold any textiles for some months now, nor have we been able to sell them. There is also no demand for iron. Everything turns to the English who, and particularly their private merchants, keep no fixed footing at all in trade, but give away and accept everything at such prices wherewith, according to their accounting, they can barely break even. And this is the reason that, as said, not only severely depresses the trade of the Honourable Company in general, but also in particular makes the collection of benzoin and camphor so scarce that little or nothing is currently brought to Resident Sieben, as is more broadly evident from his recent separate letter, wherein he expresses himself in very emphatic terms on this point. For which reason I cannot omit offering Your Right Honourables an extract as well as a copy of another letter that the King of Baros wrote to me at the same time. Thus I find myself currently in great perplexity. The arrangements made are impracticable, the hoped-for advantages for the future uncertain, and the danger inherent in the choice between two extremes makes me stand in doubtful consideration whether I must follow the market or sit entirely still. If I, according to the fundamental rules of a merchant, did not wish to let the competitors hold the field alone, I would certainly have to prefer the former; but I dare not transgress the recently made stipulations out of fear of Your Right Honourables' displeasure, which has already befallen me in a similar case, notwithstanding that I can swear in good conscience to have been entirely ignorant of having acted in any way contrary to Your Right Honourables' intention, much less that I would have willfully violated your positive orders. And if I choose the second, I am also apprehensive of perhaps doing wrong, since sitting still can produce no profit, and a full book year of charges only without profits will make a poor showing. Yet, because the latter is the safest for me

Dutch transcription

Van Sumatras Westcust den 15: Maij 1763 Wanneer die schadelijke Competiteuren van hier verdreeven waaren nam ik mij voor, alle mijn vermogen in 't werk te stellen _ om te sien of het niet moogelijk zoude wee„ „zen van den gantschen Handel voor d'E. Comp: alleen meester te worden, en dan de verkoops Prijzen zo wel te verhoogen als die van den Inkoop te verlaagen; Tot het Eerste hadden uw hoog Edelens bereeds den grond gelegt, met aan alle particulie„ „re negotianten op swaare straffen den aanbreng te verbieden van Lijwaaten en zout Maar van het Tweede vrij„ „heijd gebruijkt op uw hoog Edelens appro„ „batie, eene preuve te namen bij besluijt van den 18: maij 1761: waar bij den uijtvoer van Campeur en Benzuin niet alleen in gelijker voegen verboden, maar ook de Prijs en deugt van ieder soort bepaalt werd En dit een en ander is zeekerlijk al van een gewenscht Effect geweest want voor het last zout dat voor deezen niet als voor slegte Munt specien teegens verschillende Van Sumatras west Cust den 15:' Maij 1768 33 33 Prijzen verkogt konde werden verschillende krijgt de E: Comp: nu goed goud en wel 2: Taijlen off Rd„s 50: vast, voor de bhaar ijzer van 323: lb:, die bevoorens insgelijks niet anders als voor Contant, en niet hooger als teegens rd„s 24: verkogt konde werden ontfangt zij nu al meede goud en wel 1 1/8 Thaijl off rd„s 28 1/8, schoon, zulx blijkens het aangeteekende ter resolutie van den 14: Septb:r 1761: veel moeijte heeft gekost, om het zoo verre te brengen; Cam„ „phur en Benzuin heeft de E: Comp: ontee„ „gen zeggelijk in langen tyd zoo deugtzaam en zoo goed koop niet gehad, als in het Iongste Iaar, wanneer onder anderen de Pikol Benzuin Extra ordin: witte maar rd„s 25: gekost heeft, die bevoorens van rd„s 32: tot 35: in Reekening wierden gebragt; en wat de Lijwaaten aangaat, daar voor kan ik in 't generael wel niet zeggen, dat bereeds hoogere Prijzen bedongen zijn, want dat is door de veele ongewilde goederen, die men te gelijk met de gewildste moeste tragtig 1 deel 1764 1764 2 Fel 1764 3: Van Sumatras West Cust den 16: Maij 1763:— tragten aan deman te helpen, volstrekt onmoogelijk geweest Maar dit is egter waar„ dat de ongewilde voor niet minder als de gewilde verkogt zijn za dat ik de Coop„ „lieden door het sluijten van de Pakhuijzen geduurende den tijd van vier maanden heb gedwongen gehad, zelfs voor ondeugend uijt schot aanneemelijke prijzen te betaalen, gelijk zulx bij de besluijten van den 16: Noob„r 1761: en 23: Febr: 1762: in 't breede aangeteekend staat. En dat dit bij gevolg al zoo veel en net het zelfde is al of de Hoofd-soor ten alleen duurder dan bevoorens verkogt waaren Dog met de te te rug komst der Heeren Engelschen legt dat gantsche Concept nu ge„ „noegsaam weeder in duijgen; Het /tout zal moogelijk wel zijnen Prijs en verthier houden, om dat de berglieden die het niet missen kunnen, hier digte bij leggen, maar met de anderen Articulen is het in 't geheel slegt gesteldt; Lijwaaten hebben wij al 't seedert eenige maanden niet verkogt, en ook niet verkoopen kunnen. Na ijzer word ook niet gevraagt 35 Van Sumatras west Cust den 15:' Maij 1763: gevraagt. Alles verzoegt sig bij de Engelschen die, en voornamendlijk haare particuliere negotianten in 't geheel geenen vasten voet in den Handel houden, maar alles weg geeven en accepteeren, teegen zulke prijzen, waar meede zij volgens haare Reekening, maar eeven uijt kunnen. En dit is de Reeden die zoo als gezegt, den Handel van de E: Comp: in 't algemeen, niet alleen zeer drukt, maar ook in 't bijzonder den Insaam van Benzuin en Camphur zo schaars „maakt, dat den Resident Sieben thans weijnig of niet gebragt werd, gelijk zulks breeder blijkt bij zijn Jong„ „ste aparte brief daar hij zig in zeer na„ „drukkelijke termen over dit Poinct uijtlaat, en waar uijt ik uijt dien hoofde niet nalaaten kan uw Hoog= Edelens zoo wel een Extract aante bieden als een afschrift van een ander brief, dien de koning van Baroste gelijker tijd aan mij geschreeven heeft Dus bevind ik mij thans in een groote groote verleegendheijd. de gemaakte schikkingen zijn on uijt voerlijk ¶ deel 1764 1764 2 Fel 1764 3 Van Sumatras West Cust den 15: Maij 1763: onuijtvoerlijk se gehoopte voordeelen voor den aanstande onzeeker. En het gevaar dat inde keuze van een van Twee uijterestens steekt, doet mij twijffelmoedig in bedenking staan, off ik den markt volgen, dan wel in 't geheel stil, zitten smoet„ Indien ik volgens de grondt Reguls van een koopman, de Competiteuren niet alleen het veld wilde laaten houden; zoude ik zeekerlijk het Eersten moeten presereeren, maar ik durf de jongst gemaakte beparlingen niet overtree„ „den, uijt vreeze voor uw Hoog Edelen ongenoe„ „gen, dat mij in een gelijk geval bereeds getroffen heeft, niet teegenstaande ik in gemoede betuigen kan in 't geheel onkundig te zijn geweest, dat ik ook maar eenigzinds teegens uw hoog Edelens intentie gedaan, veel min dan, dat ik derzelver positive ordre moedwillig overtreeden zoude hebben. En kieze ik het Twee„ „de, dan ben ik ook bedugt, zomtijds te zullen misdoen door dien het stil zitten geen voordeelt kan geeven, en een vol Boek jaar van Lasten alleen, zonder winsten eene slegte vertooning zal maaken N:o ogthans; dewijl het laaste voor mij het zeekers te :

NL-HaNA_1.04.02_3124_0051 view scan ↗

English

37 37 From Sumatra's West Coast, the 15th of May 1763: is the most certain, I shall indeed be forced to have recourse to it, but I nonetheless most humbly request Your High Noblenesses to be pleased to rescue me from this embarrassment as soon as possible, for without knowing Your High Noblenesses' pleasure, I shall dare to carry out nothing in this matter. And for a change for the better I have no reason to hope, so long as the English gentlemen are seated so close by and, as it were, in the very heart of the Honorable Company's best trading district. Were it possible to clear this obstacle out of the way and oblige these gentlemen to abandon again their unlawful possessions at Nattar and Tappianoulij, I am assured that the outcome would show within a short time that the West Coast is no less advantageous than necessary for the Honorable Company's interests. And if I dare venture to submit my humble opinion to Your High Noblenesses without disguise, I would think that the present is the right time and most convenient opportunity to make an attempt to bring them to it; not by written representations or friendly requests, for these seem to find no acceptance, but in that very same manner in which they have 1 part 1764 1764 2nd part 1764 3 From Sumatra's West Coast, the 15th of May 1763:— intruded themselves here, that is by a pair of well-manned ships, under the command of an able man, who could, if necessary, compel them by actual force in case they would not voluntarily depart on good terms; for the war with France and Spain will not allow them immediately to act against the Honorable Company again in a violent manner, out of fear of thereby bringing more enemies upon their neck. And by the time any change takes place in this, this matter may long since have been settled in Europe, on which occasion it must notoriously serve to the greater advantage of the Honorable Company that it can proceed to hold what it already has, rather than that it should first have to demand in order to obtain what it still has to claim. Besides this, the Honorable Company cannot be considered to be disturbing the public peace or committing any hostility by that undertaking. On the contrary, it will not do anywhere near as much as the English gentlemen themselves; for these have, against all right and reason, made themselves masters by force of something to which they cannot pretend with the least semblance of truth, much less 39 From Sumatra's West Coast, the 15th of May 1763:— claim ownership. The Honorable Company, on the other hand, will only reoccupy that which lawfully belongs to it. And that this entire West Coast from Chinol to Indrapoura truly belongs to the Honorable Company appears clearly from the Fundamental Description and from the report recently drawn up by the Gentlemen Secretaries of Your High Noblenesses' illustrious assembly, so that one needs only to read through these two writings with a little attention to become completely convinced that the Right of the Honorable Company rests upon the following indisputable grounds, namely: Firstly, upon the oldest legitimate navigation and trade, which privilege it obtained, to the exclusion of all others, already in the beginning of the previous century from the King of Atchin, the then sovereign of these lands, not out of mere favor, but by a formal treaty, upon the counter-promise of the Honorable Company that it would assist him against his enemies. Secondly, upon the ownership obtained through a lawful war; for the King of Atchin having broken his word, there arose from this a lawful war, which was so disadvantageous for him that he was driven out of that entire the 1764 1764 2nd part 1764 3 From Sumatra's West Coast, the 15th of May 1763:— entire district, and whereby notoriously his right passed over to the Honorable Company. Thirdly, upon the acquisition through a voluntary cession, by genuine contracts, which the coastal princes and lesser regents, as original owners of these lands, concluded with the Honorable Company with the consent of their supreme ruler, the Emperor of Minangcabo, and thereby placed themselves and their lands under the authority and protection of the Honorable Company. And fourthly, upon a peaceful possession and full exercise of the dominium eminens during a century; all of which appears from the fact that from the middle of the previous to the middle of this century no one has made any claim to these lands; and also that not only have all coastal princes and lesser regents during all that time been appointed or at least confirmed by the Honorable Company, but also all their legal matters and disputes have been brought before the Honorable Company for decision, and in many places, without its consent, not even death penalties have been executed. It is true: the English gentlemen adduce various reasons with which they endeavor to [illegible] their violent intrusion at Nattar and Tappianoulij

Dutch transcription

37 37 Van Sumatras West Cust den 15:' Maij 1763: zeekerste is zoo zal ik wel genoodzaakt weezen, daar toe mijne toevlugt te moeten neemen, maar ik verzoek egter uw hoog Edelens op 't aller ootmoedig„ „ste, mij zoo spoedig mogelijk, uijt deeze verleegendheijd te Willen redden. want zonder uw hoog Edelens wel behaa„ „gen te weeten, zal ik in dit stuk niets uijtvoeren durven En op eene verandering ten goede heb ik geene reeden te hoopen, zo lange de Heeren Engelschen, zo digte bij en als in 't haartje van 'sE: Comp: beste handel district gezeeten zijn „was het moogelijk diezen hinderpaal uijt den weg te ruijmen en deeze Heeren te verpligten, hare onregtmaa„ „tige Bezittingen op Hattar en Tappianoulij weeder te ver„ „laaten Ik houde mij verzeekert dat de uijtkomst binnen korte toonen zoude, dat de west cust voor 'sE: Comp: belangen niet minder voordeelig als„ noodzaakelijk is. En bij aldien ik het wagen durff uw Hoog Edelens mijn gering gevoelen onbewimpelt voor te draagen, zo zoude ik denken, dat het thans de regte tijd ende bequaamste geleegendheijd was om eene vooging te doen haar daar toe te brengen; niet door schriftelijken vertoogen of vriendelijke verzoeken want die schijnen tot geenen ingang te vinden, maar op die zelfde wijze zo als zijs. 1 deel 1764 1764 2 Fel 1764 3 Van Sumatras West Cust den 15:' Maij 1763:— zij zig hier ingedrongen hebben dat is door een paar 1 wel bemande scheepen, onder Commando van een bequaam man, die haar des noods door dadelijke persuasien, zoude dwingen kunnen ingevalle zij niet met goedbeijd van zelfs verhuijzen wilden want den oorlog met vrankerijk en spansen, zal baar niet toelaaten terstond weeder op eene geweldige wijze teegens de E: Comp: te ageeren: uijt vreeze van zig daar door meerder vijanden op den hals te haalen En teegens dat hier in eenige verandering komt kan deeze zaak in Europa allang afgedaan zijn, bij welke geleegendheijd het notoir de E: Comp: tot grooter voordeel moet strekken, datze procedeeren kan„ om te houden het geene ze bereeds heeft, dan dat ze eerst zoude Eijsschen moeten, om te krijgen hat geenze nog te vorderen heeft Buijten des kan de E: Comp: niet gehouden werden, door die onderneeming de gemeene Rust te stooren of eenige vijandelijkheijd te pleegen, Inteegen„ „deel zal zij op verre na zo veel nog niet doen als de Heeren Engelschen zelfs. want deeze hebben teegens alle regt en reeden zig met geweld meesters gemaakt van iets dat zij met geen de minste schijn van waarheijd pretendeeren veel min eijgenen 1 39 Van Sumatras west Cust den 15:' Maij 1763:— eijgenen kunnen D'E: Comp: daar en teegen, zal, maar alleen weeder in bezetting neemen het geen haar wettig toebehoort En dat deeze gantsche west Cust van Chinol af tot Indrapoura toe waarlijk de E: Comp: toekomt, blijkt 17oo klaar, uijt de Radicale Beschrijving, en uijt het jongst opgemaakte berigt door de Heeren Secretarissen van uw Hoog Edelens Illustre vergadering dat men deeze Twee schriftuuren maar een weijnig met oplet„ „tendheijd behoeft door te leezen, om volkoomen overtuijgt te raaken, dat het Regt van de E: Comp: steurt, op de volgende onbetwistbaare gronden Teweeten Eerstelijk: op de oudste gewettigde vaart en Handel welk voorregt zij niet uijt sluijting van alle andere al in 't begin van de voorige keuwe verkreegen heeft van den koning van Atchin den toenmaligen overheersehker van deze landen niet uijt enkelde gunste, maar bij een formeel Tractaat, op de teegen belofte van de E: Comp: dat zij hem teegens zijne vijanden helpen zoude den Tweeden: op den Eijgendom door een wettige oorlog ver„ „kreegen. want de koning van Atohen zijn woord ver„ „ brooken hebbende ontstand daar uijt een wettige oorlog, die voor hem (zoo nadeelig was, dat hij uijt dat gantsche de 1764 1764 2 Fel 1764 3 Van Sumatras west Cust den 15:' Maij 1763:— gantsche district verdreeven wierd, en waar door dan gen notoir zijn regt op de E: Comp: is overgegaan Ten Derden: op de verkrijging, door eene vrijwillige opdragt, bij egte Contracten, die de strandvorsten, en mindere Regenten als origineele Eijgenaars van deeze Landen met toe stemminge van hunnen oppervorst, den keijszer van Minangcabo met de E: Comp: geslooten, en daar bij zig zelven en haare Landen, onder het gezagen de beschorming van de E: Comp: gesteld hebben En ten ierden: op eene geruste Possessie ende volle Expelcitie van het somi„ „nium Eminens, geduurende Een Eeuwe; welk een en ander daar uijt blijkt, dat van 't midden der voorige tot het midden van deeze Eeuwe niemand op deeze landen eenige pretensie heeft gemaakt; en dat ook niet alleen alle strand-vorsten en minder Regenten in al dien tijd door de E: Comp: aangesteld of ten minste bevestigt maar ook alle haar regt zaaken en ver„ „schillen voor de E: Comp: ter beslissing gebragt en op veele plaatsen, buijten hare toe stemming, zelfs geene doodt straffen geoessent zijn 'T is waar: De Heeren Engelschen brengen ver„ „scheijden reedenen bij waar meede zij haar geweldige indrang op Nattar en Tappiaroulij tragten

NL-HaNA_1.04.02_3124_0055 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 15th of May 1763: seek to justify, and chiefly appeal to the claim that Natter is a free trading place subordinate to no monarch, but the falsehood of this pretext is all too obvious; Natter, as well as all other places, groaned under the domination of Atchin until the arms of the Honorable Company delivered it therefrom; in particular, Natter has always belonged, and still belongs today, to the Realm of Baros, which extends from Chincol south of Natter; indeed, scarcely 25 years have elapsed since the Regents of Natter first openly showed disobedience toward their lawful prince, and subsequently, in the year 1751, out of fear of punishment, admitted the English; and that this is the truth is known not only to all inhabitants of the entire West Coast, young and old, but the Regents of Natter themselves give the strongest testimony thereof in their latest contract concluded and renewed in the year 1760 with the Honorable Company; since the principal points stipulated by them therein amount to this: From Sumatra's West Coast, the 15th of May 1763: that they might stand directly under the Honorable Company rather than under Baros as before, and henceforth be regarded as free men. I think then that Your High Excellencies will be able and permitted, with the greatest right, to arrive at a decision to oblige the English gentlemen by active arguments of urgency to vacate once again their unlawful seizure of Natter and Tappicanoulij. The importance of the matter makes this necessary. The entire well-being of the Honorable Company's interests on this coast depends upon the decision of this dispute, and if the same is not tackled in earnest in that manner, one also cannot hope that it will reach its conclusion for a long time yet. Indeed, this is certain, that the past indulgence of the Honorable Company in this and other cases has only made the English gentlemen all the bolder; they even admit this themselves when they intimate clearly enough in their conversations, and also in certain letters: that if the right of the Honorable Company were so lawful, it would surely have been maintained with somewhat more From Sumatra's West Coast, the 15th of May 1768 more emphasis. And having deemed myself all the more obliged on that account to make the aforesaid proposal, I also live in the hope that my boldness in this matter will find favorable indulgence. My chief aim tends only toward this: that the Honorable Company may once effectively enjoy the advantages which this West Coast can truly yield. The means to achieve that objective I have, so far as my ability permits, sufficiently demonstrated both here and in certain other papers; and awaiting Your High Excellencies' pleasure thereon with no small desire, I remain in the meantime with the utmost respect. Underneath stood: High Noble, Great Honorable, Wide-Commanding Lords, and Well-Noble Lords. Lower: Your High Excellencies' humble and obedient servant. Was signed: C: L: Senff. In the margin: Padang, the 15th of May 1763. Beneath: P: S: under this duplicate. From Sumatra's West Coast, the 15th of May 1768. The original having been dispatched with the sloop De Hazewind and no answer having yet been received to it, the outgoing Commander communicated the contents hereof to his successor, who completely conforms thereto, and for that reason has also signed this document. Padang, the 5th of August, the year 1768. Was signed: C: L: Senff and I: v: Staveren. Batavia. 45 From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763 Batavia To the same as before With the bark De Draak, I have had the fortune to receive Your High Excellencies' esteemed separate letter of the 11th of August of this year, wherein you are pleased favorably to approve the conduct held by Commander Senff regarding the former Natter Resident van Moschel, as well as with respect to the English Captain Watson and Resident Richard Wyatt. But whereas Your High Excellencies, in the said letter, are pleased From Sumatra's West Coast, the 31st of October 1763. pleased to demand some considerations as to whether anything might be abated from the expenses on this coast without fear of detrimental consequences, and also in what manner the Company's trade could be increased with some foundation and hope of good success, I respectfully refer, with regard to the first point, to what is noted concerning this in the general letter. While with respect to the improvement of the trade, I would not know how to suggest any other measures to Your High Excellencies that do not already exist, for a general peace subsists between the Company and the inhabitants of this country: the roads

Dutch transcription

Van Sumatras west Cust den 15:' Maij 1763: tragten te billijken En voornamendlijk beroepen „handel op zig daar op: Dat Natter een vrije ^ plaatsen aan geen vorst gesubordineert, zij, maar de onwaarheijd van dit voorgeven is al te openbaar; Natter heeft zoo wel, als alle anderen plaatzen onder de overheersching van Atchin gezugt tot de Waa„ „penen van de E: Comp: het daar van verlost heb„ „ben in 't bijzonder heeft althoos Natter behoort, en behoort ook heden nog tot het Eijk van Baros dat zig van Chincol af„s tot bezuijden Natter uijt„ „strekt; zelfs zijn er naauwlijks 25: jaar verloopen, dat de Regenten van Nattor zig het eerste in 't openbaar teegens haar wet„ „tig vorst ongehoorzaam getoont en vervolgens of in A„o 1751: uijt vreeze voor straffe, de Engelsch en geadmitteert hebben; En dat dit de waarheid is weeten niet alleen alle Jnwoonders van de gantsche west Cust Jong en oudt; maar de Regenten van Natter zelfs geeven daar van het kragtigste getuijgenis bij hun Jongste Contract in A„o 1760: met de E: Comp: geslooten en vernieuwt; dewijl de voornaamste Poincten door haar daar bij bedoevongen, hier op 1 1764 1 der 1764 2 del 1764 3 Van Sumatras west Cust den 15:' Maij 1763: op uijtkomen: Dat zij niet, gelijk bevoorens onder Baros maar direct onder de E: Comp: mogten staan en voorthaan als vrije menschen aangemerkt werden Ik denke dan dat uw hoog Edelens met heet grootse reegt, tot een besluijt zullen kunnen, en mogen treeden om de Heeren Engelschen door dradelijke reedenen van aandrang te verpligten haare onregtmaatige Bezitnee„ „ming van Natter en Tappicanoulij weeder te ver„ „laaten De aangeleegendheijd der zaake maakt sulx noodzaakelijk. Het gantsche wel zzijn van 's E Comp: belangen te deezer Cust hrangt af van de beslissing van dit verschil en bij aldien het zelve niet met Ernst op die wijze aangetast werd, mag men ook niet hoopen dat, dit het nog in lange zijn beslag erlangen zal Immers dit is zeeker, dat de gebruijkte toe„ „gevendheijd van de E: Comp: in dit en meer anderen gevallen De Heeren Engelschen maar des te stouter heeft gemaakt, zij bekennen dat zelfs, wanneerze in haare discoursen, en ook bij sommige C brieven, niet onduijdelijk te verstaan geeven: Dat als het Regt van de E: Comp: zoo wettig was, het zelve dan wel niet wat meerder Van Sumatras WestCust den 15:' Maij 1768 meerder nadruk gemaintineert zoude zijn. En tut dien hoofde mij zoo veel te meer verpligt geagt hebbende het voor„ „meldte woorstel te doen, zoo leef ik ook in hope dat mijne vrij „pobtigheijd en in deezen, ene gunstige verschooning vinden zal Mijn voornaamste oogmerk strekt alleen daar heen dat de E: Comp: eens in Effecte genieten mag de voordeelen die deeze westcust waarlijk uijtleeveren kan De middelen om dat doelwit te bereijken heb ik, zoo verre mijne vermoogen toelaat zo hier als bij eenige andere papieren al genoegsaam aange„ „toont en doar op niet verlangen uw hoog Edelens wel behaagen te gemoed ziende, zo blijf ik ondertussen met de uijterste Eerbied /:onderstond Hoog Edele groot Agt„ „baare wijdgebiedende Heere en wel Edele Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelens onderdanige, en gehoorzaame s dienaar /:was getekend:/ C: L: Serff /:in margine:/ Padang den 15: Maij 1763:— /:daar onder/ P: S: onder dit Duplicaat Het 1deel 1764 1764 ƒ 1764 4 Van Sumatras West Cust den 15:' Maij 17688. Het origineel met de Chialoup De Hazewind verzonden en daar op nog geen antwoord ontfan„ „gen zijnde zo heeft de af„ Commandeur „gaande den Inhoud deezes aan zij„ „nen vervanger gecommu„ „niceert, die zig daar Con„ meede volkomen „formeert, en uijt dien hoofde deezen meede onderteekend Padang den 5:' Aug„s A. o 1768. /:was getekend:/ C: L: Seuff:s en I: v: Staveren Batava 45 Van Sumatras Westcust den 31: october 1763 Batavia Aan Als vooren Met de Barch de Draak heb ik het geluk gehad te ontfangen uw Hoog Edelens g'agte Aparte Letteren van den 11:' aug„s deeses Jaars; waar bij deselve gunstelijk gelieven te Approbee„ „ren, het gehoudene gedrag ƒ van den Commandeur Senff 1: noopens den geweezen Nat„ „ters Resident van Moschel zo wel als ten aansien van den Engelschen Capitain wat son en Resident Richard wijaijtt Dan dewijle uw hoog Ede„ lens bij gedagte Letteren gelieven G 1764 2 Fel 1764 3: ¶ deel 1764 Van Sumattras west Cust den 31: 8ber 1763. gelieven te vorderen eenige Con„ „sideratien offer op de Lasten over deese Cust niets aftedingen. zoude zijn zonder bedugting voor nadeelige gevolgen mits„ „gaaders op wat wijze 's Comp„s Handel met eenige grond en hoope van goed succes zoude kunnen vergroot werden zoo gedraage ik mij in alle Eerbied ten opsigte van het Eerste aan het geene desweegen bij de ge„ „meene brieff genoteerd staat Terwijle k met betrekkinge tot verbeeteling van den Handel uw Hoog Edelens geene andere maat regulen aan de hand zoude — weeten te geeven die niet al reeds Exteeren want Een algemeene Rust sub sis„ „teert tussen de Comp:e ende Inwoonders van dit Land: De weegen

NL-HaNA_1.04.02_3124_0061 view scan ↗

English

17 From Sumatra's West Coast, 31 October 1763: Roads that serve for the departure of merchants remain as yet unimpeded through the mutual harmony of the mountain princes. Your High Noble Excellencies have currently been pleased to supply the warehouses with all such assortments of linens as were requisitioned by the oldest and most knowledgeable merchants here. Thus, having examined everything closely, nothing remains for me but this observation: that as we are not the sole masters of the trade along this coast, we also lose this advantage to our competitors, the English gentlemen, in that they dispose of their goods at lower prices and also accept local products at a higher value, which notoriously attracts the people to them. And because their commerce increases thereby at their residencies along this coast, ours cannot very well expand from our side unless we can be put in a position to market against them at equal prices, both in selling and purchasing, at which time we would apparently maintain the upper hand. And part 1764 34 1764 2nd part 176 From Sumatra's West Coast, 31 October 1768: And as it will be my greatest study to search out all such means that might in any way advance trade, I hope, upon discovering the same, to have the honor of providing a further report to your High Noble Excellencies. From the English ministry at Bancahoulou we received a letter on 13 August, and having answered it in brief terms, to avoid further extensive, troublesome correspondence, I refer myself in that regard in all respect to the copies thereof that are transmitted with the general letter. And further having recommended myself most humbly to your High Noble Excellencies' high-powered favor, I remain with the utmost respect, below stood: High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Gentlemen and Well-Born Gentlemen; lower: your High Noble Excellencies' humble servant, was signed: A. v. Staveren; in the margin: Padang, 31 October 1763. Batavia From Bantam, 18 October 1763 Batavia I have the honor respectfully to inform your High Noble Excellencies that the administrator of the realm, Tisna Nagara, came to request of me a few days ago, in the name of the sultan, that for this time he may be excused from the payment of the 6,000 Spanish reals which His Highness is bound to pay to the Company by the end of September of this year in reduction of his debt, on the undertaking that by the end of March of the upcoming year 1764 he will pay both terms, or the whole sum of 12,000 Spanish reals together at that time. I therefore take the liberty to request from your High Noble Excellencies the necessary authorization for this, or to be furnished with such orders in this regard as your High Noble Excellencies in your high wisdom shall judge appropriate in this matter. Furthermore, the sultan had me requested this morning to make known beforehand to your High Noble, Right To the same as before Honorable 49 1764 1st part 176 2 1764 3: From Bantam, 18 October 1763: Honorable, in his name and with the conveyance of his cordial greetings, that he intends, on next Thursday, to send Raden Natta Diradja and Tumanggung Sura Dibawa to Batavia to deliver a letter to your High Noble Excellencies and a gift of thirty bahars of pepper. And lastly, it serves as information that the 20,000 Spanish reals sent over here some time ago for the king have been delivered to His Highness upon a bond duly signed and sealed by him and the administrator of the realm, both in Javanese and Dutch; and that the aforesaid capital has been properly entered in the local trade books as money given on loan to the prince. Wherewith I remain with deep respect, below stood: High Noble, Right Honorable Gentlemen and Well-Born Gentlemen; lower: your High Noble Excellencies' most humble and very obedient servant, was signed: F. Schippers; in the margin: Bantam in Speelwijk, 18 October 1763. Batavia 51 From Bantam, 10 November 1763: Batavia To the same as before This serves solely for respectful communication to your High Noble Excellencies that the newly appointed administrator of the realm, Tisna Nagara, finally on the 8th of this month, in conformity with what was ordered, contained in your esteemed separate letter of 16 September last, in the King's Dalem, took the oath of 1st part 1764 176 2 20 1764 3 From Bantam, 10 November 1763 of loyalty and obedience both to the Company and to the sultan properly and after their manner, in the presence of the prince and myself, on the Quran. Wherewith, with very deep respect, I remain, below stood: High Noble, Right Honorable, Far-Ruling, and Well-Born Gentlemen; lower: your High Noble Excellencies' humble and obedient servant, was signed: F. Schippers; in the margin: Bantam, 10 November 1763. Batavia 53 From Bantam, 28 December 1763: Batavia I have the honor to inform your High Noble Excellencies that, on the occasion of my being at court alone yesterday to speak to the king concerning the unwillingness of his chief at Lampong Semangka, who absolutely refused to give the Company's people there the least assistance, and regarding which the prince immediately gave me complete satisfaction by instantly dismissing him and appointing a new one, His Highness thereafter requested me in a very friendly manner to speak with me privately and in secret, as he said he had something of importance to impart to me, To the same as before taking 1st part 1764 176 1764 3

Dutch transcription

17 Van Sumatras West Cust den 31:' 8ber 1763: Weegen die dienen tot den aftagt van den koopman, blijven voor als nog onverhindert door de ouderlinge Eens gesindtheijdt der Berg-Vorstjes De Pakhuijsen hebben uw Hoog Edelheedens thans gelieven te voorsien met alle sodaenige Assortementen van Lij„ „waaten, als op het Requisiet vande oudste en kundigste kooplieden alhier zijn gevor„ „dert dus alles nauw keurig inge„ „sien hebbende blijft mij niets overig, dan deese aanmerking Dat wij alleen geen meester van den Handel langs deeze Cust zijnde ook nog dit voorregt, op onse Competiteuren De Hee„ „ren Engelschen verliesen dat se haare goe„ „deren voor mindere prijsen afstaande ook s'lands Producten voor hoogere waarde aanneemen dat notoir het volk na zigtrekt; En daar door haare Commercie op deselver Resi„ „dentien langs deeze Cust toeneemende kan die niet wel van onse kant vergrooten ten waare wij in staat konden werden gesteld, om zo in het wathier als jnsaam teegens haar lieden in Egaale prijsen aan te markten als als wanneer wij aparent het veld zouden behouden En ¶ deel 1764 34 1764 2 del 176 Van Sumatras west Cust den 31:' 8ber 1768: En gelijk het mijne groodste studie zal uijt„ „maaken, tot het op speuren van alle so„ „daenige middelen die den Handel maar eenigsinds zoude kunnen bevorderen, zoo hoope ik bij ontdekkinge derselve de Eere te hebben uw hoog Edelheedens naader verslag te doen van het Engels Ministerium te Banca houlou„ hebben wij op den 13:' aug„s Een brieff ontfangen En deselve in korte termen beantwoord sijnde /:ter vermijdinge van eene verdere uijtgebreijde Lastige Correspondentie :/ zo gedraage ik mij ten dien opsigte in alle Eerbied aan de Copijen die daar van bij de gemeene brieff overgaan En mij wijders op het ootmoedigste en uw Hoog Edelens groot vermoogende gunste gere„ „commandeert hebbende zo blijve ik met de uijterste Eerbied /:onderstond:/ Hoog Edele groot Agtbaare wijd gebiedende Heere en wel Edele Heeren, /:Lager:/ uw hoog Edelens onderdanige dienaar /:was ge„ „tekend; A: v: Staveren, /:in margine:/ Padang Den 31: october 1763: Batavia Van Bantam den 18:' october 1763 Batavia Ik heb de eer uw Hoog Edelens eerbiediglijk te Communiceeren, dat den Rijksbestierder Tisna Nagara voor eenige dagen uijt naam van den sulthan mij is komen verzoeken, om van de be„ „taaling van de 6000 spaanse realen, die sijn hoogheijd onder ult„o september deses Jaars aan de Comp: in mindering van desselfs debet gehouden is te betalen, voor dit maal te moogen wesen g'Excuseerd, onder aanneeming van onder ult„o maart van het aanstaande Jaar 1764: beijde ter mijnen, off de geheele somma van 12000 spaanse realen als dan tegelijk te zul„ „len betalen; ik neem mitsdien de vrijheijd hier toe de nodige qualificatie van uw hoog Edelens te verzoeken dan wel met sodanige ordre deswegen te moge werden gemunieert als uw hoog Edelens na derselver hooge wijsheijd zullen oordeelen in desen te behooren Wijders heeft mij den sulthan desen morgen ook laten verzoeken, om uw hoog Edele groot Aan Als vooren agtbare 49 1764 1 deel 176 2 1764 3: Van Bantam den 18:' october 1763:— agtbare uijt zijnen name en onder aflegging zijner barte„ „lijke groete prealabel bekend te maken dat hij g'intentio„ „neerd is, op aanstaande donderdag ter overbrenging van een brief aan uw hoog Edelens en een geschenk van dertig bharen peper na Batavia te zenden den Radeen Natta Diradja en den tommagong soera Dibawa En laastelijk diend tot Communicatie dat de 20000. spaanse realen voor eenige tijd voor den koning herwaarts overgesonden aan sijn hoogheijd op een door hem en den heer Rijkbestierder behoorlijk getekende en gezegulde obligatie so in 't Iavaans als nederduijts, sijn afgegeven; en dat het voorsz: capitaal, als ter hen gegevene penn: aan den vorst, bij de negotie boeken alhier na behoo„ „ren is ingenomen waarmede een diep respect blijve /:onderstond/ Hoog Edele groot Agtbaere Heere en Wel Edele Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelens ootmoedigste en seer gehoorsame dienaar /:was getekend:/ F: Schippers, /:in margine:/ Bantam in speelwijk den 18: october 1763:— Batavia 51 Van Bantam den 10:' November 1763:— Batavia Aan Als vooren O deeze is eenelijk gerigt ter eerbiedige Communicatie aan uw hoog Edelens, dat de nieuwe aengestelde rijksbestierder Tisna nagara eijndelijk op den 8: dezer in Conformi„ „tijt van het g'ordonneerde, ver „vat bij hoogst dezelve g'eerde aparte lekeren van den 16: September Iongstled=n in 'S Konings Dalm den Eed van ƒ 1 deel 1764 176 2 20 1764 3 Van Bantam den 10:' November 1763 van trouwe en gehoorzaemheijd zo aan de Comp: als aen den zulthan behooplijk en na hunne wijze in presentie van den vorst en mijn op den alcaran heeft ge„ waer mede met een zeer diep respect blij„ „ven /: onderstond Hoog Edelen groot Achtbaren Wijd gebiedende, En wel Edele Heeren /:Lager:/ uw hoog Edelens onderdanige en gehoor„ „zaeme Dienaar /:was getekend:/ 5: schippers, /: in margine:/ Bantam den 10: November 1763:— „daan Batavia 53 Van Bantam den 28: xber: 1763:— Batavi Ik heb d'eer uw hoog Edelens te communiceeren dat bij occasie dat ik gisteren alleen ten hove was om den koning over de onwil„ „ligheijd van sijn hoofd tot Lampong Samanca, dewelke absolut Weij„ „gerde comp: volk aldaar de minste bijstand te doen te spreeken en waar omtrend den vorst door het aanstonds afzetten van den selve en het aanstellen van een nieuwe mijn immediatelijk een volkome satisfactie gaf zijn hoogheijd mijn daar na op een seer vriendelijke wijze verzogt. om mijn eens apart en in secre„ „tesse te spreeken also deselve zeijde mijn iets van aangelegent„ „heijd te moeten bedeelen Aan Als vooren vattende 1 deel 1764 176 ƒ 1764 3

NL-HaNA_1.04.02_3124_0068 view scan ↗

English

Bantam, the 28th of December 1763 His Highness took me by the hand at the same time and led me into his cabinet, where he began to address me in the following manner: "Commandeur, it is high time that I make you acquainted with the rash conduct of my brother, Pangerang Mochamet. For a long time now, he has been ruled by such an ambitious and turbulent spirit that he has repeatedly not hesitated to usurp matters that are not only outside his department, but also absolutely tend to the ruin of my royal authority and prestige. For that reason, I was already, in the time of your predecessor the Lord Commandeur Faure, more than once on the point of asking the Most Honourable Lord Governor-General and the Right Honourable Lords Councillors of the Indies to summon him from Bantam in order to send him to another land belonging to the Company. However, through the intercession of the late aforementioned Commandeur, I not only refrained from doing so at that time, but at the request of that gentleman I also forgave him all his misdeeds and accepted him once more as my brother. But now it has gone so far that I will no longer acknowledge him as such, because at present he is not only bold enough to oppose me directly in almost all matters, but moreover also to introduce a sort of authority into the realm, to the disparagement of my lawful authority. And because I have now completely lost my patience through this and can no longer view or tolerate such dangerous enterprises with indifferent eyes, it is my request that he departs from the realm as soon as possible. He knows that I am angered at him, and I even hear that he intends to come to you in Speelwijk to request the protection of the Company. But if he does so, I request of you that you keep him there and do not allow him to go outside again, but send him in secure custody to Batavia, with a request in my name to their Excellencies to send him to Ceylon or else elsewhere, far away." I was greatly astonished by the king's words today, and as that matter appeared to me very unexpectedly in private, and seeing that the monarch was uncommonly agitated, I only answered at that time that I was extremely sorry that this prince had so offended himself and thereby so provoked His Highness; but that I nevertheless requested that he might please consider that he was his brother, and that the misdeeds he had committed were sometimes reported to His Highness worse than they were in reality. I made the further request that he would therefore please deliberate on the matter once more maturely, with calm senses and laying aside all prejudices, since there was nothing more dangerous for a man than to proceed according to the heat of his anger, and that on the contrary there is nothing more laudable and praiseworthy in a monarch than to act in such delicate matters with prudence and circumspection, and to take care of himself, as well as to observe everything around him accurately and carefully so that he should not do anything that he might later repent of; but that, in case His Highness after more mature consideration should persist in his intention, I would then also not fail to give their Excellencies communication of his intention immediately and without delay, but that, with His Highness's permission, I would for that reason still suspend the matter for some time. The monarch seemed to calm down somewhat upon that statement of mine, and after having reflected a little, he promised me that he would follow my advice, as he completely approved of it, and that he would consequently consider the matter once again and then let me know his positive resolution; and with that I requested and received my leave. I now flattered myself that he would have changed his mind, and I hoped that if it had come that far, I would then also have been able to devise a means to reconcile those minds that were so estranged from each other. But I reckoned without my host, for in the evening at about half past five o'clock there came to me the Kyai Aria Troena Djaja, who in the name of the Sultan requested an audience with me at seven o'clock for the Lord Regent Tisna Nagara, which I eagerly accepted, as I still flattered myself with a good outcome of matters. But when that minister had arrived inside Speelwijk at the appointed hour, he immediately requested to speak with me privately and face to face; and having consented to this, he told me that he came in the name of his master to communicate to me that His Highness, concerning the matter of his brother the Prince Mochamet, about which he had spoken to me this morning with so much earnestness in secret, had indeed reflected further in accordance with the promise he had made to me, and

Dutch transcription

Bantam den 28: December 1732 Jan vattende sijn hoogheijt mijn te gelijk bij de hand en dezelve geleijde mij in sijn cabinet, alwaar hij in volgenden wijze mijn begon aan te spreeken Commandeur 't word Heer meer den tijd dat ik uw be„ „kent maakt het onbezonne „gedrag van mijn broeder en pangerang Mochamet denzelve is nu se„ „dert een geruime tijd door zulk een heerschzugtige en turbulente geest geregeert geworden, dat hij zig te meer„ „malen niet ontzien heeft, hem zaken aan te matigen, die niet alleen buijten zijn deper„ „tement zijn maar ook ab„ „soluit strekken tot de Chin van mijn koninglijk gezagen authoriteijt en om die reeden heb ik al ten tijde van uw praedecesseur den heer Com„ „mandeur Faure meer dan „gestaan eens op het poinct om aanden hoog 55 Van Bantam den 28:' december 1763 hoog Edele Heere gouverneur generaal en de wel Edele heeren Raaden van India te laten verzoeken, om hem van Bantam te laten opko„ „men, ten eijnde hem naeen ander land van de Comp: te verzonden, 5 Edog door intercessie van wijlen den voorn: Commandeur - heb ik daar van in die tijd niet alleen afgesien maar ik heb hem ook op verzoek van dien heer alle sijne mislagen vergeven en hem weder als mijn broeder aangenomen dog thans is het so verre gekomen - dat ik hem daar niet meer„ „der voor wil erkennen, also hij tegenswoordig niet alleen stont genoeg is om mijn in meest alle zaken te Camt re„ „carreeren, maar daar te boven ook een soort van gezag in het rijk te introduceeren tot vilipen„ „die van mijn wettig gezag en vermits 1 der 176 2 sen „ 1764 3 - Bantam den 28:' December 1763. — Van vermits ik daar door als nu mijn gedult ten eenemaal verloren heb en ik zulke gevaarlijke entreprises niet langer met onverschillige oogen kan aanzien of souffreeren, zo is mijn verzoek, dat denselve hoe eer hoe liever uijt het rijk vertrekt hij weet dat ik op hem vertoornt ben, en ik hoor selfs, dat hij van intentie is bij uw in speelwijk te komen, om de portexie van de Comp: te verzoeken, maar zo hij zulks doet, zo verzoek ik uw dat gij hem daar houd en niet weder na buijten laat gan, maar hem in goede ver zekering na Batavia zend, met een verzoek uijt mijn naam haar hoog Edelens om den zelve na Ceijlon dan wel elders anders, ver van de hand te zenden Ik stond seer verwondert over 'skonings Steden 57 Bantam den 28: Decemb„r 1763: Van heden, en dewijl mij die zaak seer onverwaagt in previe te vooren quam, en dat ik zag, dat den vorst buijten gemeen dris„ „tigh was antwoorde ik als doen maar alleenlijk, dat het mij ten uijtterste leed deed, dat dien prins sig selve so ver„ „grepen, en daar door sijn hoogheijd zodanig vertoond had, maar dat ik alegter verzogt, dat dezelve geliefde te denken dat het sijn broeders was, en dat de misslagen, die hij begaan hadde, somwijle erger aan zijn hoogheijd wa„ „ren aangebragt als dezelve in er daad wel waeren met verder verzoek, dat dezelve dierhalven zig daar omtrent nog eens murement, met bedaerde zinnen en met voor aflegging van alle voordee„ „len geliefde te beraden nadien en 1764 ¶deel 1764 2 del 3 Van Bantam den 28: december 1763. er niets gevaarlijker was voor een mensch, dan na de hitte van sijn toorn te werk te gaan, en dat er daar en tegen weder niets loffelijken en prijselijker in een vorst is dan in sulke delicate zaaken, met prudentie en circumspectie te handelen neemen en zig zelve in agt te saar„ mitsg.:s alles tondsom hem naauwkeurig en sorgvuldig agt te slaan op dat hij niets quame te daar van hij nader„ doen „hand berouw konde hebben dog dat, ingevalle zijn hoogheijd na een rijper overweeging bij sijn voornemen blaf per„ „sisteeren ik als dan ook niet soude manqueeren om uw hoog Edelens aanstonds en son„ „der uijtstel van derzelver in„ „tentie Communicatie te geven maar dat ik, met sijn hoog„ „heijds permissie om die reede daar mede nog eenig tijd soude superce„ deeren Den 57 Van Bantam den 28: decemb:r 1763 Den vorst scheen, op dat gezegde van mijn iets tot bedaeren te komen en hij beloofde mij na een wijnig zig bedagt te hebben, dat hij mijn raad soude volgen, also hij die volkomen approbeerde, en dat hij mitsdien die zaak nog eens nader zoude overwegen en mijn als dan zijn positive reso„ „lutie laaten weten, en daar mede verzogt en kreeg ik mijn af„ „scheijd Ik flatteerde mij nu dat denzelve van gedagten soude ver„ „andert hebben, en ik hoopte, dat als hij so verre was gekomen ik als dan ook wel een middel soude hebben kunnen uijtdenken om die so van elkanderen ver„ „wijderde gemoederen te recon„ „cilieeren; maar ik rekende buijten de waard, want des avonds omtrent half ses uure quam bij mijn den kiaij aria troena 1764 ¶deel 1764 2 Fel Van Bantam den 28:' december 1762: troena Iaja, en die verzogt uijt naam van den sulthan tegens seven uure belet bij mijn voor den heer rijksbestierder Tisna nagara, het welk ik greetig accepteerde, also ik mij nog al met een goede uijtslag van saaken vleijde, maar die minister op het besteinde uur binnen speelwijk gekomen zijnde, verzogt mij immediate „lijk ook eens apart, en tusschen vier oogen te spreken en daar inne geconsenteerd heb„ „bende, so zeijde hij mij dat hij uijt naam van sijn meester mij quam communiceeren; dat sijn hoogheijd zig omtrend de zaak van zijn heer broeder den prins mochamet en waar over dezelve mij deze morge niet so veel ernst in secretesse onderhouden had, zig ingevolge sijne aan mijn gedaene belofte wel eens nader hadde bedagt en

NL-HaNA_1.04.02_3124_0075 view scan ↗

English

From Bantam the 28th of December 1763 and once again everything was ripely considered, but that His Highness now positively let me know that he could not bring himself to alter his plan in any way regarding this matter. Therefore, he once again had me requested by him that I should inform Your Right Honourables thereof as soon as possible and, on his behalf, urge in the most emphatic manner the dispatch of that prince to Batavia and from there to elsewhere. I thereupon asked that Lord Regent what the reasons might be that the King was so embittered against his brother, and he replied to me that, according to general rumours, that prince had for some time assumed such great authority within the realm that it seemed as though he wished to make himself respected as a second King of Bantam, and that the monarch was apprehensive that disastrous consequences might in time arise from such imprudent and audacious conduct; and that His Highness therefore wished to provide against it in good time and before it was too late. And he immediately added to this as well that at the time when the supervision of the King's fortifications was entrusted to him, that prince had now and then dared to attempt to slip into the dalem or royal palace in the afternoon when the King was asleep, which, as he said, had generally given rise to the supposition that he had gone there with no other intention than to amuse himself with the King's concubines, and which, he believed, had aroused a very great jealousy in the monarch. I took the liberty thereupon to ask that statesman whether the King had indeed investigated those two heavy points of accusation with the requisite circumspection, and whether His Highness had found them to be substantiated in all respects, or at least whether those who accused the prince of this were indeed people upon whose word and probity the monarch could proceed with security and peace of mind in a matter of that importance, and whether, on the contrary, they were not ill-disposed persons and secret enemies of the prince who merely whispered such things into the King's ear in order thereby to achieve their hidden purposes and plunge the innocent prince into certain ruin. And he answered me back to this that the King was so well informed about it that he did not doubt the truth of it in the slightest. And I took the liberty to reply that I doubted it greatly, and I consequently requested him that he should tell the King in my name that the matter well deserved to be thought over once again, for once the step was taken, it would not be undone; and that he should then let me have word on the King's behalf the next day, provided that if His Highness then still persevered in his view, I would, without further opposition, comply with his request and first inform Your Right Honourables of the matter. And having accepted that, he departed. This morning I awaited an answer with very great impatience, and having finally received the same, it consisted of this: that the King unalterably persisted in his decision and again had me requested to give notice of the matter to Your Right Honourables as soon as possible. Accordingly, I did not dare to exempt myself from it any longer, but considered myself exceedingly obliged to inform Your Right Honourables thereof at present. And while I am busy doing so, there comes this evening very unexpectedly inside Speelwijk an emissary from Prince Mochamet, and he lets me know that the King's wrath against him and his people has now risen to the highest peak, and that his house is surrounded, and furthermore that he dares not venture out of doors, for he is fearful for his life; but that tomorrow morning at clear daylight he will proceed inside Speelwijk to come and ask me for the protection of the Company, as well as to be allowed to be sent from here to another place, be it to whatever place Your Right Honourables may also be pleased to find fit, it being all the same to him according to what he says, for he believes that he is no longer safe for his life within Bantam. However, I immediately had him dissuaded from this in the most earnest manner, as I am apprehensive that several others might sometimes follow his example, which would cause an entire consternation here, and had him assured that no harm in the least will be done to him by the King if he keeps quiet in his house, just as I also truly believe. And upon which assurance he immediately had me told in return that he will then, on my word, look on for a few more days. I therefore most urgently request Your Right Honourables to be allowed to know how I am to conduct myself further in this meticulous and delicate matter, for reason finds little place among the Bantammers. Both parties maintain that they are offended, and each of them believes that he is in the right and consequently also that his request ought to be granted to him, which in my opinion could very easily happen, for both their

Dutch transcription

61 Van Bantam den 28: december 1763: ^ overwogen en nogmaals alles rijpelijk maar dat sijn hoogheijd mij nu posi„ „tief liet weten dat hij niet van zig konde verkrijgen, om des„ „wegens eenigsints van Con„ „cept te veranderen, aen dezelve liet mij dierhalve andermaal„ door hem verzoeken, dat ik uw hoog Edelens daar van ten spoedigste kennis soude ge„ „ven en van sijnent wegen op het alder nadrukkelijkste op die prins sijne opzending na Ba„ „tavia en van daar na elders soude urgeeren ik vroeg daar op aan dien heer rijksbestierder wat dog de reede„ „nen waaren dat den koning so tegens sijn broeder verbitterd was en die antwoorde mij, dat ^tijd die prins sedert eenige ^ vol„ „gens de algemeene gerugten sig so een groote aucthoriteijt binnen 't rijk had aangemagtigt dat 1764 1 deel 1764 2 del 3: Van Bantam den 28:' december 1763: dat het scheen als of hij sig voor en tweede koning van Bantam wilde doen respecteeren, en dat den vorst bedugt was, dat uijt zul„ „ke een onvoorsigtig en te nievair gedrag in er tijd fineste gevolgen zoude kunnen geboren worden om dat sijn hoogheijd dierhalve daar inne bij tijds en eer het te laat was wilde voorsien en hij voegde onmiddelijk daar ook bij dat die prins sig ten tijde, dat hem de intendence van konings fortificatien is toe vertrouwd geweest, dezelve nu en dan hadde derven onderstaan om des na„ „middags wanneer den koning sliep binnen den dalm of koninglijk paleijs te sluipen en het welk bij zeijde dat in 't generaal aenleijding had gegeven om te supponeeren dat hij aldaar met geen ander oogmerk was gegaan, dan om sig met 's konings bij wijven 63 Van Bantam den 28: december 1763 bij wijnen te vermaken, en het welke hij meende dat in den vorst een zeer groote saloulij hadde verwekt; ik nam de vrijheijd daar op aan dien staatsman te vragen, of den koning na die twee swaere po„ „incten van beschuldiging wel met de vereijste omsigtigheijd hadde g'inquireerd, en off sijn hoogheijd die in allen deelen wel bewaarheijd hadde bevonden, ten minste of die geene die den prins daar mede beschuldigde wel luiden waaren op wiens woord en probiteit den vorst in een zaak van die importantie met securiteijt en gerustheijd konde doorgaan, en of het in te„ „gendeel geen qualijk gezinden en heijmelijke vijanden van den prins waren. die zulks den koning maar in 't oorbloezen om daar door somwijle hunne verborge oogmerken te bereijken en 1 deel 176 1764 2 dezo Bantam den 28:' december 1763. Van en den prins onschuldig in een seker verders te storten en hij antwoorde mij doar weder op dat den koning daar omtrent so wel was g'informeerd dat dezelve aan de waarheijd van dien het alderminste niet twijffel„ „de en ik nam de vrijheijd te re„ „pliceeren, dat ik er grootelijks aan twijffelde, en ik verzogt hem mitsdien, dat hij uijt mijn naam aan den koning soude zeggen, dat de zaak wel meriteerde, om er sig nog eens op te bedenken, want dat de stap gedaan sijnde, deselve niet te herdoen soude sijn endat hij mij dan van 's konings wege des anderen daags bescheijd soude laten toekomen, mits„ „gaders dat wanneer sijn hoog„ „heijd als dan nog bij sijn sen„ „timent blief persevereeren, ik sonder verdere tegenkanttig aan sijn verzoek zoude voldoen En 65 Van Bantam den 28: December 1763: en uw hoog Edelens ten eerste de zaak bedeelen en dat aange„ „nomen hebbende vertrok denzelve ik wagte aan dese morge met seer veel ongedult na bescheijd en het zelve eijndelijk gekregen hebbende, bestond het daar inne dat den koning onveranderlijk bij zijn besluijt bleef persis„ „teeren en mijn als nog liet verzoeken, om uw hoog Edelens so spoedig doenlijk van de zaak kennis te geven. ik heb mij dien volgens daar van niet langer durven dispenseeren maar mij ten uijterste verpligte g'agt, uw hoog Edelens doar van als nu kennis te geven, en terwijl ik daar mede besig ben, komt desen avond seer on„ „verwagt binnen speelwijk een zendeling van den prins Mochamet, en die laat mij weten dat 's konings verbol„ „gentheijd 1764 ¶deel 1764 2 del 76 3: Van Bantam den 24: december 1763: gentheijd tegens hem en de zijne thans tot den hoogsten top is gesteijgend, en dat sijn huijs rontom bezet is, mitsgaders dat hij sig niet buiten de deur durvt begeeven want dat hij bedugt is voor sijn leven, maar dat hij morgen oijtent met klaren ligte dag zig binnen speel„ „wijk zal begeven om aan mijn de protexie van de Comp: te komen ver„ „zoeken als mede om van hier na een andere oplaats verzondente mogen werden het sij ook na wat plaats uw hoog Edelens ook gelieven goed te vinden, zijnde hem zulk na sijn zeggen, om het even, want dat hij meend van zijn leven binnen Bantam langer niet verzekert te zijn dog ik heb hem zulks immediaat op de alder ernstig„ „ste wijse laten afraden, also ik bedugt ben dat meer andere somtijds zijn voorbeeld zoude vollen 67 Van Bantam den 28:' decemb:r 1763: volgen dat een geheele constervatie alhier soude geven en hem laten verzekeren dat hem door den koning, wanneer hij zig stil in sijn huijs houd„ geen de minste leed zal gedaan werden, zo als ik ook wezentlijk vertrouw En op welke versee„ „kering hij mij onmid„ „delijk weder heeft la„ „ten zeggen, dat hij dan op mijn woord het zelve nog eenige da„ „gen zal insien ik verzoek dierhalve uw 1 deel 1764 1764 2 del Van Bantam den 28: december 1763. Uw Hoog Edelens op het alderinstantigste te mogen weten om hoe ik mij in dese meticu„ u„ „leuse en netelige zaak ver„ „der zal hebben te gedragen, want de reden heeft bij de bantammers weijnig plaats„ de partijen sustineeren beijde beeedigt te zijn en een ijder van hun meend dat hij gelijk heeft en mitsdien ook dat hem sijn verzoek behoord toege„ te worden, dat mijns Aan eragtens :/ zeer ligt zoude kun„ „nen geschieden want beijde hunne

NL-HaNA_1.04.02_3124_0083 view scan ↗

English

From Bantam the 28th December 1763. their requests are unanimous. The king accuses the prince, as I have had the honor already to detail at length, and the prince complains on the other hand that the king has deprived him of everything and given it to his favorites, and furthermore that he, not only by the monarch, but also by the regent, has for a considerable time been treated with the greatest contempt, and he alleges that his highness unjustly withholds the goods which he, pursuant to his solemn obligation in the separate article of the 22nd September of the year 1753, and which by the act of investiture of the aforesaid year belongs to his present wife and her children as surviving widow and descendants of the recently deceased king, is bound to hand over. Wherewith I briefly conclude this in the hope that I shall as soon as possible be provided with your Right Honorables' orders, while I remain in the meantime with the greatest respect and profound deference, Below was written: Right Honorable, Highly Esteemed Lord and Honorable Lords. Lower: Your Right Honorables' humble and very obedient servant. Was signed: I: Schippers. In the margin: Bantam in the fortress Speelwijk the 28th December 1763. Batavia. From Makassar the 20th October 1763. Batavia. In the hope that my respectful letters of the 30th May and 23rd July, both sent from here in duplicate, have been well delivered to your Right Excellencies, I shall now again have the honor and duty to report on the state of affairs on this island and its jurisdiction, as well as what has since occurred with the monarchs and allies, making as usual a beginning with the court of Boni, regarding which I, in my aforesaid last submissive writing, informed your Right Excellencies in all humility that the war with Arou Paneki was ended, though with little reputation for Boni's king, who through his indolence has not only neglected to take complete vengeance for the harm that his country and subjects have suffered, but now in addition has been unable to obtain the least satisfaction, for such reasons as are circumstantially recorded in the separate daily register dated the 16th and 12th July, as well as the letters from the grandees of Boni and Soppeng, together with those of the king received here on both those days, whereby your Right Excellencies, if it pleases you, will perceive how subtly the Wadjorese have brought the king to the necessity of abandoning all pursuits against Arou Paneki and breaking camp; nevertheless they have pledged themselves in the future to answer for the good conduct of Arou Paneki, and since that nation possesses the most honest sentiments and is more scrupulous in fulfilling its promises than the other peoples residing on this island, I live in the confidence that no further danger is to be expected from that quarter, the more so because the frequently mentioned Arou Paneki is nearly blind from old age, and through the demise of both his sons as well as most of his duelists or champions his wings have been so clipped that he will not seek to stir up new troubles, unless it should be against his own countrymen, quarreling among themselves and thereby having the pleasure of taking revenge for their unwillingness to help him, which is then more to be wished than feared for the Company and Boni, since the discord among them is likely to promote peace. Meanwhile I have had much trouble with the son of Arou Ha, since he committed all sorts of acts of violence both in the Malay Campong and that of the Bugis, without the queen or Tomilalang being able or daring to prevent it, wherefore I, before proceeding to violent means, gave notice thereof to the king in a letter and obtained complete satisfaction, as can also be observed from the copies of my writings dated the 19th June and the reply of his majesty, together with what is recorded in the daily register of the 18th June, 1st and 12th July last, to which I humbly refer; I have also reminded the assembled grandees de novo of the debt incurred in the war with Paneki, and admonished them to pay it, as can, if it pleases you, be seen from the accompanying copy of the letter dated the 14th July last, and I shall not fail to urge the king emphatically about this when his majesty, whom I expect daily, has arrived, at which time I shall also try to persuade him to appoint Arou Mampoe as younger king, as he formerly promised to Mr. Blok as well as to me; and since his majesty has already been able to perceive that his plan to have his beloved son Arou Hla chosen for this is acceptable neither to the Company nor to the nation, and on the contrary Arou Mampoe is generally greatly adored, I live in hope of succeeding in that regard, just as I shall leave nothing untried to that end, in order thereby to remove all fear of the succession of Arou Palakka, who, if he obtained it, would bring the realm to the court of Gowa, which will always be and remain a covert enemy of the Company, and would soon show proof of it in case a favorable opportunity presented itself whereby they, with an appearance of good success, could rid themselves of the fear of the Honorable Company, of which I have perceived sufficient signs upon the appearance of the

Dutch transcription

69 Van Bantam den 28: December 1763: hunne verzoeken sijn een stemming De koning beschuldigt de prins„ zo als ik d'eer heb gehad bereets in 't breede te deta„ „illeeren, en de prins klaagt daar en tegen dat de koninghem alles heeft ontnomen en aan sijn gunstelingen gegeven, mits„ „gaders dat hij niet alleen van den vorst, maar ook van den rijksbestierder sedert een gruime tyd met de grootste kleijn agting is getracteerd geworden, en hij geeft voor dat sijn hoogheijd de goeder„ „ren dewelke hij /:ingevolge des„ „selfs solemneele verbintenis bij het separant articul van den 22: Secptb„r van vlingelandt 161 1764 2 del S Van Bantam den 28. december 1763 van den Iaare 1753:, en het welk bij de acte van mnvestiture van voorsz: Jaare behoord aan sijn presente vrouw en haere kinderen als nagelatene weduwe en descendenten van den Iongst over„ „ledene koning gehouden is over te geven, onregtvaardiglijk onthoud Waarmede ik deese kortelijk besluijte in hoope, dat ik ten spoedigste met uw hoog Edelens beveelen zal werden gemunieerd terwijl ik met de meeste eerbied en diep ontzag in middens blijve /:onderstond:/ Hoog Edelen groot Agtbaren Heere en wel Edele Heeren /:Lager:/ uw hoog Edelens onderdanige en seer gehoorsamen dienaar /:was getekend:/ I: Schippers, /:in margine:/ Bantam in 't fortres speelwijk den 28: xber: 1763:— Batavia 71. Van Maccasser den 20:' 8ber 1763: Batavia In hoope dat aan uw hoog Edelheedens wel sal besteld mijne Eerbiedige Letteren van den 30: Maij en 23: Iulij beijde in duplo van hier versonden, sal ik thans, wederom d'eere hebbe schuldpligtig verslag te doen weegens de gesteldheijt van saaken ten deesen eij„ „lande en den resorte van dien mitsgaders het geene sedert met de vorsten en bondge„ „nooten is voorgevallen, na gewoonde een be„ „gin maakende met het hoff van Bonij waar omtrend ik bij evengem: mijn laast submis schrijvens uw hoog Edelheedens in alle onderdanigheijd hebbe bedeeld, dat den oorlog met Arou panckij g' Eijndigd was, dog met weijnig reputatie van Bonijs koning, die door sijne 't almagtigheijd niet alleen versuijmd heeft een Compleete wraak te neemen over het nadeel dat sijn land en onderdanen geleeden hebben maar nu daar en boven geen de minste satisfactie heeft kunnen krijgen om sodanige reedenen Aan Als vooren als ¶deel 1764 1764 2 Fel Van Maccasser den 20: 8ber 1763: als omstandig staat vermeld bij appart dagregister de datis 16: en 12: Iulij als meede het schrijvens der rijxgrooten van bonij en soping mitsgaders van den koning op beijde die dagen alhier ontvangen waarbij uw hoog Edelheedens /: des behaagende :/ sullen beoogen, hoe fijntjes de wadjoreesen den ko„ „ning hebben in de noodsaaklijkheijd ge„ „bragt om van alle poursuites omtrend Arou Panekij afte sien, en op te breeken, egter heb„ „ben zij zig verbonden, in den aanstaande voor het goed gedraag van Arou Panekij, te sullen verandwoorden, en de wijl die Natie wel de eerlijkste sentimenten hebben en delicater sijn in 't nakomen van haare beloften, als de overige volkeren, die op dit Eijland huijshouden, soo leeve ik in dat vertrouwen dat geen gevaar aan die kant verder te wagten zij, te meer dewijl de dikgem Arou Panekij van ouderdom bij na blind en door het sneurelen van beijde sijne soon mitsgaders de meeste sijner bretteurs of kampregters de wieken sodanig gekort sijn, dat hij geen nieuwe moeijlijkheeden sal soeken aan 73 Van Maccasser den 20:' 8ber: 1763: aan te reegten, of het moest sijn teegens sijne landlie„ „den met deselve onder elkander te verwatren, en daar door het vermaakte hebben van revensie te neemen, dat se hem niet hebben willen helpen het geene dan voor de Comp: en bonij meer te wen„ „schen als te vreeze, zij dewijl de twee spald onder haar de rust staat te bevorderen Ondertusschen heb ik met de soon van Arou Ha„ „seer veel te stellen gehad, dewijl denselve alle soor„ „ten van geweld opleegtingen so in de Campong Ma„ „leije als die der boegineesen arregtes sonder dat de koninginne ofte Tomilalang sulx hebben kunnen ofte durven beletten weshalven ik voor en aleer tot geweldige middelen over te gaan, den koning daar„ van bij een briefje kennisse gaf, en een Compleete satisfactie erlangde gelijk sulx almeede uijt de Co„ „pias van mijn schrijvens de datis 19 Junij en het ant„ „woord van sijn majesteijt mitsgaders het genoteerde bij dagregister van 18: Iunij P=mo en 12: Iulij Jongst„ „leeden kan werden beoogd waar aan mij onderdanig resereere ook heb ik de gesamentlijke rijxgrooten de novo Eer„ „inneerd de in den oorlog met Panekij gemaakte schuld, en vermaand tot dies voldoening so als des beha„ „gende kan werden gesien bij nevensgaande Copia J 1 deel 1764 1764 2 del 1764 3 Maccasser den 20: 8ber: 1763: Copia brief de dato 14: Iulij Iongleeden en sal niet manqueeren den konink met nadruk daar over te onderhouden wanneer sijn majesteijt die ik dage „lijx verwagt, sal gearriveerd sijn wanneer ik hoogst deselve ook sal tragten te persuadeeren, om tot Iong koning aan te stellen Arou Mampoe gelijk bij wel eertijds so aan de Heer Blok, als mij beloofd heeft; en dewijl zijn majesteijt reets heeft kunnen bespeuren dat zijn Project om sijn gelievden zoon Arou Hla daar toe verkoren te krijgen, nog bij dE Comp: ofte de natie, aangenaam en daar en tegen Arou Mampoe in 't generaal seer geadoreerd word soo leeve ik in hoope daar on„ „trend te sullen reusseeren, so als ik dan ook ten dien eijnde niets onbesogt sal laaten om daar door alle vreese weg te neemen voor de successie van Arou palakka die het zelve verkrijgende, het rijk soude doen koomen op het hof van Goach, dat dog altoos sal sijn en blijven een bedekten vijand van de Comp: en spoedig daar van de blijken souden geeven ingevalle een savorable geleegentheijd sig openbaarde dat ze met apparentie van een goed succes sig van de vreese voor de E: Comp: konde ontdoen, waar van ik genoegsame teekenen bespeurt hebben bij de verschijning der Van

NL-HaNA_1.04.02_3124_0089 view scan ↗

English

From Makassar the 20th of October 1763. of the English last year, and the news that followed shortly thereafter of the capture of Manila, for otherwise remaining as they are, there is precisely no great danger to be feared for them, especially in the present time when the ministry there does not agree at all and the regent is greatly hated for his insatiable greed and extortions, which increase from day to day, and I am very inclined to believe that his rule would not be of long duration if the king of Tallo did not continually support him with his credit and power, although he would gladly have me believe the contrary. In the meantime, on the 2nd of June, a delegation of several court grandees visited me on behalf of that court, headed by the first Shahbandar, chiefly to bring for reading in the castle the letter written by your High Nobles to them, just as it was presented to me, and it was added thereto that the court was thrown into the utmost consternation over your High Nobles demanding the return of Kampung Jawa, of which they had now been in possession for so many years, but that they hoped this would not be insisted upon, and in the future would take care that around that place no more complaints would arise; to that end a prince had already been appointed as head of that village to seize all vessels that entered the river without a pass or with forbidden goods and to give notice thereof to the governor. But I answered them that it was not of today or yesterday that serious complaints had been made about that place, and it was well enough known to them what damage the Honorable Company suffered thereby, and how little they had always bothered themselves about the complaints made on that account; that it was not enough to have appointed someone there, but that all taverns and opium dens must be rooted out, and if that took effect, that I would then see whether I could manage that they might retain that land on loan to plant paddy, for which purpose it had been given to them, but no further; letting them depart therewith. But shortly thereafter, namely on the 9th following, they came again, repeatedly assuring that such good order had been established that no vessels would be accepted before they had shown their passes at the castle. Makassar the 20th of October 1763. From their passes; but hereupon I made it known to them in emphatic terms that there was no other remedy than that which I had already declared to them, and in case they did not observe this, they should not complain about the consequences that were bound to spring from this; these two conferences being written in detail in the daily journal of the said dates, and herewith it has remained at rest until now for the reason that, before I resorted to harsh measures, I first wanted to await the arrival of the king of Bone, in order then to devise the necessary measures to utterly root out that nest if possible, or else to reform it in such a manner that no harm is to be expected from it, since the said prince in his prerogatives is also greatly harmed thereby. For to think that the Makassarese, unless they are forced thereto by violence, will ever cease practicing their smuggling, however strong the assurances they may give, one would find oneself deceived, which has recently been sufficiently proven by a certain padewakang that, having entered the river of Gowa, had sold its cargo of rice there before I, having been informed thereof, had it fetched and brought before this castle, the crew thereof having fled without it being possible for me to overtake them. But the vessel and 230 bundles of paddy have, in accordance with our separate resolution of the 16th of September last, been sold for the benefit of the Honorable Company for 70 guilders and 12 stuivers, without any disturbance having been made in this matter by the Makassarese, as they are, so I understand, not a little in a tight corner, which has become clearly evident to me through what passed with the king of Tallo and the chief interpreter, recorded in detail in the daily journal on the 29th of August last, without any mention being made on account of that vessel, but rather great complaint was made about the rule of the regent, although I am sufficiently convinced that this is merely a groundless pretense, since those two are the best friends in the world. Before I now depart from this realm, I find myself obliged respectfully to inform your High Nobles that possibly, with the arrival of Bone's king, the Makassarese, their young monarch being

Dutch transcription

75 Van Maccasser den 20: 8ber 1763: der Engelsche voorleeden jaar en de eenige tijd daar aan opgevolgde tijding van het inneemen der manilhas, want anders blijvende so als sij sijn is Juijst voor harre geen groote gevaar te dugten voornamentlijk in de presente tijd dat het ministerie aldaar niet eens geensints en den rijxbestierder grootelijx gehaat is om desselvs onversadelijke schraavsugt en knevela„ „rijen, dat van dag tot dag toeneemd, en ik ben seer geneegen om te gelooven dat sijn regeering van geen langen duur soude sijn, so niet den konink van Tello hem gestadig onder steunde met sijn Credit en ver„ „moogen hoewel hij mij het tegendeel gaarne soude willen doen geloven ondertusschen sijn van weegens dat hoff op den 2: Iunij bij mij geweest een besending van verscheijde hof grooten aan het hoofd hebbende den eersten Sjabandbarr, ten voornaamste om in het Casteel ter lecture te brengen de brief van uw Hoog Edelheedens aan haar geschreeven soo als mij dan deselve gepresenteerd, en daar bij gevoegd wierd dat het Hof in de uijterste verbaastheijd was geraakt over het opeijschen haaren Hoog Edelhee„ „dens van Lampong Djawa waar van sij nu soo veele Iaaren possessie hadden, dog datze niet hoopte hier op sou gestaan werden en in de aanstaande sorge ¶der 1764 2 decl 3: Van Maccasser den 20: 8ber 1763: sorge soude dragen omtrend die plaats geen klagten meer soude koomen ten dien eijnde reets een prins ^was als hoofd van dat Dorp aangesteld om alle vaartuijgen die sonder pasce of verbooden waaren in de rivier quamen aan te slaan en den gouverneur daar van ken„ „nisse te geeven dog ik andwoorde haar dat het niet van heeden of gisteren was dat over die plaats swaare klagten waaren gedaan, en het haar genoeg bekend was, wat nadeel dE: comp: daar bij quam te leijden, en hoe weijnig sij sig althoos aan de dierwee„ „gens gedaane klagten hadden gestoort dat het niet genoeg was, aldaar iemand te hebben gesteld, maar dat alle kroegen en Amphioenen kitten wed„ „ten uijt geroeijt werden, en als sulx gevolg nam dat alle kroegen en Amphioerien kitten moesten uijtge„ „noijt werden, en als sulx gevolg nam dat ik dan eens sien soude of ik konde bewerken dat zij dat land ter leen mogten behouden om padij te planten ten welken eijnde het haar gegeven was maar verder niet; laatende haar daar meede vertrekken, dog kort daar op ofte den 9: daar aan, quamen sij weder; bij herharling verseekerende dat er sodanige goede or„ „dre was gesteld, dat 'er goene vaartuijgen soude geaccepteerd werden, voor dat deselve aan het Casteel haare 77 Maccasser den 28:' 8ber: 1763: Van haare pasce hadden vertoond; dog ik gaf haar hier op in nadrukkelijke termen te kennen dat er geen ander middel was als het geene ik haar reets had verklaard, en ingevalle sij sulx niet observeerden, sig niet moesten beklaagen, de gevolgen die hier uijtstonden te spreuten; sijnde deese twee Conferentien om„ „standig geschreven bij het dagregister van gem: datums, en hier bij is het tot nogte blijven berusten om reedenen ik gaarne voor dat ik harden middelen quam de komst van den koning van bonij eerst heb willen afwagten om als dan de nodige middelen te bera„ „men om dat nest des mogelijk finaal uijt te roeijen dan wel sodanig te redresseeren, dat daar van geene nadeel te wagten sij alsoo gem: vorst in zijne oprevogativen melde grootelijx daar door benadeeld word; want om te denken dat de maccas„ „saaren /:indien sij niet met gewerd daar toe werden gedwongen:/ ooijt sullen afslaten van haare smokkelarijen te oeffenen hoe sterke verseekering zij ook morgen geeven, dierweegens sou men sig bedroogen vinden het geen genoegsaam nu Iongst gebleeken is aan seekeere paduwakkang die in de rivier van goa sijnde ingeloopen, aldaar sijne lading rijst hadde verkogt voor dat ik daar van verstendigd de 1764 2 del 1764 3: Maccasser den 20 8ber 1763: van verstendigd deselve liet haalen en voor dit cas„ „teel brengen, zijnde het volkje daar van ge„ „vlugt sonder dat het mij mogelijk is geweest deselve te kunnen agterhaalen, maar het vaar„ „tuijg en 230: bossen padij sijn Conform onse apparte resolutie van den 16: 7ere Iongstleeden ^verkogt ten voordeele van D'E Comp: voor ƒ 70:12:— son„ „der dat in deeze voor de maccassaaren eenige beweeging is gemaakt, alsoo deselve soo ik ver„ „neeme niet weijnig in't nauw sijn het welk mij klaar gebleeken is door het gepasseerde met den koning van Tello en oppertolck, om„ „standig ter neder gesteld bij dag register op den 29: augustus Iongstleeden, sonder dat van weegens dat vaartuijg eenige mentie gemaakt maar wel grootelijx gedoleerd geworden. is over de regeering vanden rijxbestierder alhoewel ik genoegsaam overtuijgd ben, sulx u n enkel maar is een voorgeven sonder grond dewijl die twee de beste vrienden des werelds sijn voor dat ik nu van dit rijk afstappe omde ik mij genoodsaakt uw hoog Edelheedens nog eer„ „biedig te bedeelen, dat mogelijk met de komst van Bonijs konink de maccassaaren haaren Jongen ^zijnde vorst

NL-HaNA_1.04.02_3124_0093 view scan ↗

English

79 Makassar, the 20th of October 1763. From prince will be circumcised and at the same time, according to custom, hand over the realm, since on that occasion the contracts will have to be renewed and sworn to, and the orders of Your High Nobilities dictate this, based on the proposal made by Mr. Blok in the memorandum left by him to me, in order to direct matters so that a boundary division may be established with that nation, to the end that it might finally appear what belongs to them and what is the territory of the Honourable Company, even if it were to mean ceding to them in return half of Sodian and two to three of the surrounding islands; thus I have given this matter my mature reflection and found that many difficulties would arise from this to the detriment of the Honourable Company. For the Makassarese can rightfully lay no claim to any land situated around their villages if it is strictly investigated, except for Tjuranaija and Padja Lauw, regarding which, on the occasion of a dispute concerning it with the Noble Lord 1764 part 2 3. From Makassar, the 20th of October 1763. Lord Loten, they alleged to have a fief letter from Your High Nobilities, as well as the place upon which Lampong Djawa is built. Therefore it seems to me, subject to correction, that it would be better not to stir up any movement in this regard, unless they themselves were to bring it up, in which case it could be undertaken with more grace and advantage. But whether the outcome would meet expectations, I have reason to doubt, on account of the location of the villages and principalities of that nation, which are very scattered and situated between the lands of the Company and its subjects, as Your High Nobilities, if it please you, may deign to observe from the accompanying small map, which I had made as accurately as possible and present with respect. Thus it would cost endless effort to make a fixed delimitation and would be subject to fierce disputes, because, if given grounds to claim that they possess any property, the Makassarese would claim more than From Makassar, the 20th of October 1763. it would be advisable to give them, whereas they are now steadily held in the old opinion that they possess no land by virtue of the right of conquest, except what is connivingly left to them. As for half of Sodian, not much would be lost in that regard, but to cede to them in full ownership the island of Groot Balling, which those of Tallo hold in fief, and one or two other islands, even if a boundary division could be satisfactorily achieved, would, subject to correction, be like jumping from the smoke into the fire, because it would then be utterly impossible to prevent their smuggling and toll collection. This is all too evident from the constant troubles one has with those of Tallo regarding the aforesaid island, of which the notes in my respectful letter of the 30th of May last may serve as an example. Respectfully awaiting Your High Nobilities' pleasure on this matter, and having nothing further to say concerning the realm of Tallo, I proceed to Tanete, noting only that the Queen of 1764 176 part 2 1764 3. Makassar, the 20th of October 1763. From of that realm is expected daily, while her son Arou Pintjana, who recently arrived from the interior, begins to take great liberties and to profit from smuggling. Having been caught at this some time ago, I rebuked him in the sharpest terms and brought it about that the farmer received his due rights. However, that little prince, being very offended on this account, had the servants of the farmer beaten by his subjects at the barrier, threatening to take their lives if they dared to inspect his vessels, of which the aforesaid farmer immediately came to inform me. Since this conduct would be followed by great disadvantage if it were not immediately remedied, it was resolved in our meeting of the 16th of September last to have the said Arou Pintjana informed through the interpreter that he must forbid his people from doing so and submit to the laws and customs, or that it would be prevented by force. On that day the fiscal and the shahbandar were also ordered to maintain the aforesaid farmer with force, From Makassar, the 20th of October 1763. maintain in conformity with the aforesaid resolution, to which, and to what is further noted to that end in the daily register under the dates of the 18th and 19th of August, I refer with all respect. Concerning now the land and realm of Bouton, I already had the honour to advise Your High Nobilities regarding it in my last respectful letter of the 23rd of July, therefore, referring most submissively thereto, I proceed to the treatment of what concerns the overseas allies, beginning with Sumbawa, of which the Resident Tinne informed me by letter of the 3rd of August last that it was full of unrest there, that the recently created King Datoua Zerewa had been deposed, and another elected in his place. All of this had its origin, as an indigenous person arriving from that place also related to me orally a few days prior, in that Nene Benga had separated his daughter from Mela Ropia, her husband, in the absence of the latter, and given her to Datoua Moonje, the son of King Datoua Terena, whereby the aforesaid Mella 1764 1764 part 2 1764 3

Dutch transcription

79 Maccasser den 20: 8ber 1763: Van vorst sullen laaten besnijden en teffens na den gebruijken het rijk overgeeven, vermits nu bij die geleegendheijd de Contracten sullen gereno„ „veert, en beëedigd moeten worden en de ordres van uw hoog Edelheedens dicteeren en de sulx op de gedaane voorstelling van de Heer Blok bij desselvs aan mij nagelaaten memorie omme als dan het daar keenen te derigeeren, dat met die natie werd gemaakt een Limiet scheijding, ten eijnde eenmaal mogt blijken wat haar toebehoord, en wat 'sE: Comp: land is al was het schoon dat aan haar daar voor wierd afgestaan het halve sodian en nog twee â drie der hier om leggende Eijlanden, soo hebbe ik daar over rijpelijk mijne gedag„ „ten laten gaan, en bevonden dat veele swaa„ „righeeden hier uijt soude spruijten ten nadeele van d'E: Comp: want de mac„ „cassaaren met regt geen pretensie op eenig land kunnende maaken dat rondom haare Negorijen legd in dien het scherp ge„ „sogd werd exepto Tjuranaija en Padja Lauw waar van sij bij geleegendheijd van een disput daar over met de Edele Heer ¶de 1764 2 del 3: Van Maccasser den 20:' 8ber 1763: — Heer Loten hebben voorgegeven een leem brieff te hebben van uw Hoog Edelheedens en de plaats waar op Lampong Djawa ge„ „bouwd is dierhalven dunkt mij /:dog onder correctie :/ dat het beter was dierwee„ „gens geen beweeging te maaken ten zij zij lieden daar van selfs ophaalden wanneer het niet meer gratie en voordeel soude kunnen werden ondernomen, maar of de uijtkomst aan de verwagting soude voldoen daar aan heb ik reedenen te twijffelen om de wille de geleegendheijd van de negorijen en prins„ „dommen dier natie dewelke seer verstrooijt en tusschen de Landen der Comp„e en haare onderdaanen gelee„ „gen sijn, so als uw hoog Edelheedens /: des beha„ „gende :/ sullen gelieven te beoogen uijt het nevensgaande koortje 't welk ik soo accu„ raat mogelijk hebbe laaten gemaaken en met eerbied presenteere, soo dat het een oneijn„ „dige moeijte soude kosten een vaste be„ „paaling te maaken en hevige dispute subject weesen, dewijl de maccassaaren grond gegeeven wordende om te stellen dat zij een eijgendom hebben meer soude pretendeeren als Van Macasser den 20: 8ber 1763. als het gerade sou sijn haar te geeven daar ze nu gestadig gehouden worden in het oude gevoelen datze geen land besitten uijt hoofde het regt van overwinning als het geene haar oogluijkende werd gelaaten aan het halve sodian was voor so verre wel niet veel verbeurt, maar om haar het Eijland groot balling dat die van Tello ter leen hebben en nog een â twee andere Eijlanden in Eijgendomafte staan al was het schoon dat een Limiet schijding na genoegen kon getroffen werden sou onder Correctie soo veel sijn of men om de rook te mijden in het vuur wilde springen, dewijl het dan volstrekt onmooglijk soude sijn haare sluijkerijen en tholheffingen te kunnen weeren het geene meer als te veel blijkt aan de moeijelijkheeden die men gesta„ „dig met die van zello heeft omtrend het voorsz: Eijland waar van tot een staaltje kan dienen het genoteerde bij mijn eerbiedige lettere van den 30: Maij Jongstleeden, sullende hier op met eerbied afwagten uw hoog Edel„ „leeden goedvinden, terwijl omtrend het rijk van Tello niets te seggen hebbende overgaande tot Tanotte maar eenelijk sal noteeren dat de koninginne van ¶der 1764 176 2 del 1764 3: Maccasser den 20:' 8ber 1763:— Van van dat rijk daagelijk werd verwagt, terwijl baar soon Arou pintjana die Iongst uijt de binnen lan„ „den is gekomen, sig vrij watairs begint te geeven en met smokkelen sijn voordeel te doen waarop eenige tijd voorleeden betrapt sijnde, heb ik hem daar over ten scherpsten onderhouden en be„ „werkt dat den pagter sijne geregtigheijd gekree„ „gen heeft, dog dat prinsje dierweegens seer ge„ „voelig geraakt zijnde, heeft door zijne onderdanen de bediendens van den pagter den boom hebben laaten afrossen, met bedreijging van haar het leeven te sul„ „len beneemen, ingevallen sij sig verstonden sijn vaartuijgen te visiteeren so als mij voorsz: pag„ „ter daar van aanstonds quam kennisse geeven, ver„ „mits nu dit gedoente van groot nadeel soude gevolgd worden, ingevalle daar in niet aanstonds wierd voorsien, is in onse vergadering van den 16:e 7ber: jongstleeden geresolveert den gem: Arou pintjana door den tolk te laaten aanseggen dat hij sijn volk sulx soude verbieden en sig aan de wet en gewoontens onderwerpen of dat gemeld met geweld soude gekeert werden, sijnde ten dien dage den fiscaal en sjabandhaar ook g'ordon„ „neerd omme den voorsz: pagter niet kragt te mainctineeren Van Maccasser den 20 8ber 1763: mainetineeren Conform het voorsz: besluijt waar aan in het geen ten dien eijnde verder in het dag register de datis 18: en 19: Augustus genoteerd staat mij in alle eerbied gedrage, belangende nu het Land en rijk Bouton daar over hebbe ik reets bij mijn Jongst eerbiedige lettere van den 23: Julij d'eere gehad uw hoog Edelheedens te advisseeren, derhalven dan mij daar aan op het submiste gedragende treede ter verhandelinge van het geene de overwalse bondgenoten betreft beginnende met Sumbauwa waar van mij den resident Tinne bij schrijvens van den 3: Augustus Iongstleedene ken„ „nisse gaf, dat het aldaar vol onlust den Iongst gemaakten konink Datoua Zerewa afgezet en een ander in desselfs oplaats verkooren was, hebbende dit alles zijnen oor„ „spronk zo als mij ook eenige dagen bevorens seeker Jnlander van die plaats gekomen sijnde, mondelingen verhaald heeft, dat Nene Benga sijn dochter hadde gesepareerd van Mela Ropia haar man in absentie van laastgem: en haar gegeeven aan Datoua moonje den soon van den koning datoua Terena, waar door voorsz Mella ƒ 1764 ¶der 1764 2 Fel 1764 3

NL-HaNA_1.04.02_3124_0098 view scan ↗

English

From Maccasser the 20th of October 1763. Mella Ropia, seeking revenge, had taken to his assistance the Wajoese and the people of Taliwang, had deposed King Datoua Ierewa, and the prince of Taliwang had been elected king again; furthermore, subsequent to this, Datoua Ierewa, having called upon the Balinese for his assistance, had thereby driven away his enemies and held them besieged within Taliwang. But since no firm reliance could be placed on those reports, I ordered the aforementioned resident on the 8th to proceed thither in person to obtain thorough knowledge of these disturbances, and, finding the affairs in such a state, to see whether by his intervention an accommodation could not be made and peace effected, with a further recommendation to report to me as soon as possible, which I am still anticipating. Furthermore, according to the writings of the aforementioned, the king of Bima was very prosperous and the war in Manggarai, the resident flattering himself, would thereby soon be brought to an end, which I am also well inclined to believe, provided that petty potentate continues that war with rigor and can overcome his national defect of shelving everything on the long bench. For which reason I have written to the Resident that he must not only constantly urge His Highness to promptitude, but must also emphatically recommend clearing the country on this occasion so thoroughly that no footprints of the Macassarese remain behind around Papekat, Dompo, Tambora, and Sangar. Nothing having occurred that is worthy of Your Right Excellencies' attention, I shall depart therefrom and proceed to the Mandhar, which is beginning more and more to rear its horns and to show that they have cast off all fear and respect for the Company, or at least that they no longer trouble themselves about this government, as has once again appeared to me from the conduct of those of Balanipa. To whose maraddia, in conformity with the resolution taken in our meeting under date of 7 April last, I sent an emissary with a letter containing a reclamation of two Europeans who, by a vessel belonging there, had been removed from the island of De Hen with their hatches, but according to the attached written report of the aforementioned messenger, he had not deigned to accept the aforementioned letter, and had treated the same as well as his conductor, a deputy of the court of Boni, very insolently, and furthermore made not the slightest move to conduct a search for the aforementioned Europeans, so that they returned with their mission unaccomplished. I have had to keep quiet about this, awaiting with impatience the king of Boni to confer with him regarding how that people can best be brought to reason, which, subject to correction, is beginning to be high time, before their power and capability, which increases daily, becomes greater and more dangerous; since their vessels, as has been said repeatedly, sail far and wide for trade and trade in all kinds of permitted as well as forbidden goods, both to the Manilas and to Borneo, Malacca, Ceram, Bonratta, Calauwd, and Sumbawa, which can be prevented all the less because they rely on the privilege of being allowed to sail without passes. The best means of redress in this matter would be, in case Your Right Excellencies would be pleased to accord it, to fall upon them unexpectedly with the help of Boni, burn their settlements and vessels, and force them to come to this Castle to make a new contract, whereby their wings would be clipped in such a way that they could not stray out of bounds again. And I have many reasons to believe firmly that the last-mentioned prince would be well inclined to this, since for a long time he has been very displeased with that nation and inclined to give them a sensible pinch, but fear of the Honorable Company has held him back until now. For which reason he would certainly very eagerly embrace this opportunity to satisfy his appetite. The danger that would lie therein is, according to my humble conception, of no great importance, for the land that is comprised under Mandhar, being situated by the sea, is encircled from the rear by the allies of the Buginese, namely the kingdoms of Sewitto, Enrekang, Duri, Toraja, Sampoua, and Sorian, which are all very populated and powerful enough not only to keep them enclosed, but also to make an incursion. If now at the same time the four sloops on which, and some smaller native vessels, fifty European soldiers under a good officer and the Captain Malay with his nation should be embarked to be able to land if necessary, attacked them from the sea side and ruined all their vessels and settlements, they could soon be brought to reason; especially if Your Right Excellencies please to forbid them navigation to Java and they had no access here, for since their land yields no rice or paddy, hunger would soon make them sing a gentler tune. However, since the garrison is very weak, the aforementioned number of military men could not be spared here unless Your Right

Dutch transcription

Van Maccasser den 20:' 8ber 1763. Mella Ropia wraak soekende tot sijn hulp hadde genoomen de wadjoreesen, en het volk van Taliwang den koning datoua Ierewa afgezet en den prins van Taliwang weder tot koning verkooren was mitsgaders dat naderhand datoua Ierewabe baleijers tot zijn bijstand ingeroepen hebbende daar meede, zijn vijanden verjaagd en bin„ „nen Taliwang beleegeert hield, dan dewijl op die berigten geen vaste staat konde gemaakt worden heb ik gem: resident den 8: daar aangeorden„ „neerd in persoon derwaarts te gaan om van deese onlusten grondig kennisse te krijgen en bevindende de saaken sodanig gesteld te be„ „soeken of door sijn tusschen komst geen afsopin„ „tie konde gemaakt en de rust bewerkt werden met verdere recommandatie om mij op het spoedigste verslag te doen, het geene ik dan aff nog te gemoed zie, wijders was volgens het schrijvens bovengem: den konink van Bima seer voorspoedig en den oorlog op de Mange„ „rije platteerende sig den resident, dat daar meede een spoedig eijnde soude gemaakt werden het welke ik dan ook wel geneegen ben te gelooven, in dien dat potentaadje met 85 Van Maccasser den 20:' 8ber 1763: 1 met rigeur dien krijg voortset en sijn natio„ „naal gebrek, om alles op den langen bank te schuijven overwinnen kan, weshalven ik dan den Resident hebbe gesz: dat hij niet alleen die hoogheijd geschadig tot voort vaarentheijd aansetten maar ook met nadruk recomman„ „deeren moet het land bij deese geleegent„ „heijd soo schoon te maaken dat 'er geen voet„ „staffen van de maccassaaren overblijen omtrend Papekat Dompo Tambora en Sangar Niets voorgevallen sijnde dat waardig zij dattentie van uw hoog Edelheedens sal ik daar van afstappen en overgaan tot de Mandbaar het welk hoe langs hoe meer de hoor„ „men begint op te steeken en te doen sien datze alle vreeze en ontsag voor de Comp: hebben afgelegd, ten minste datze aan dit gouvernement sig niet meer stooven soo als mij sulx op Nieuw gebleeken is, uijt het gedrag van die van ballenipa bij welkers maradja Conform het geresol„ „veerde in onse vergadeering de dato 7: April Jongstbeeden deel 1764 1764 2 deel 1764 3 Maccasser den 20: 8ber 1763 Van Iongstleeden gesonden hebbe een sendeling met een briefje, behelsende een reclameder twee Europee „se, die door een vaartuijg aldaar thuijshoorende van het Eijland de Hen met sijn Luijkens verroerd waar en dog volgens het hier gevoegd schriftelijk van rapport gem: bode hadde hij sig niet verwaardigd gem: brieff aan te neemen, en seer brutaal den selve soo wel als sijn Conducteur /: een gedeputeerdt van bonijs hof:/ behandeld, mitsgaders geen de minste movementen gemaakt omme na gem: Europeese eene recherge te doen, soo als sij dan ook onverrigter saaken geretourneerd sijn Ik heb mij hier op moeten stil houden verwag„ „tende met ongevuld den konink van Bonij om met denzelve dierweegens te aboucheeren hoedanig dat volkje best tot reeden sal zijn te brengen, het geene /. onder Correctie:/hoog tijd begint te worden, voor dat haare magten vermogen, het geene daagelijx toeneemd, grooten en gevaarlijker word, de wijl haare vaartuij„ „gen, soo als te meermaalen is gesegd, wijd en ^vaaren zijd ten handel ^ en in alle soorten van ge„ „permitteerde als verbooden waaren Nego„ „tieeren soo wel Nade Manilhas als ban schoelt Botico 87 Van Maccasser den 20: 8ber 1763: — Borneo, Malacca Ceram, bonratta Calauwd en sum„ „bauwa dat haar te minder kan belet werden om dat sij zig verlaaten op de privelegie om sonder passe te moogen vaaren Het beste middel van redres oin deese soude sijn, ingevalle uw hoog Edelheedens sulx gelievden te aucor„ „deeren met behulp van bonij haar onverwagt op het lijff te vallen, haare Negoreije en vaartuijgen te verbranden, te dwingen aan dit Casteel te komen om op Nieuws een Contract te maken, waar bij haar de wieken sodanig gekort wierden„ datze niet weer buijten het spoor konde springen, en ik hebbe veel reedenen om vast te stellen, dat laastgem: vorst daar toe wel soude geneegen sijn, dewijl hij sederd lange op die natie seer misnoegd en geneegen geweest is om haar een gevoelige neep te geeven maar de vreeze voor d: E: Comp: heeft hem tot nog toe wederhouden, Weshalven hij seekerlijk seer greetig deeze geleegent„ „heijd soude emplecteeren om sijn appetijt te voldoen Het gevaar dat daar in soude steeken, is na mijn gering begrip van geen groot belang, want het land dat onder de mandhaar begreepen is, ge„ „leegen zijnde aan de zee, is van agteren als coingeld ¶derl 1764 1764 2 Fel 1764 3 Maccasser den 20: 8ber 1763: Van comsingeld van de bondgenooten der boegineesen namentlijk der rijken van seewitto En ree„ „kang, dorie, Toradja Sampoua en Sorian die alle seer gepeupleerd en magtig zijn om haar niet alleen ingeslooten te houden, maar ook een inval te doen, als nu teffens de vier Chialoupen waar op, en eenige mindere Inlandse vaartuijgen vijftigh Europeese soldaaten onder een goed officier en den Capitain maleijer met sijne Natie, diende ingescheept te werden om des noods te kunnen Landen, haar van de zeekant attac„ gueerde, en alle haare vaartuijgen en negorijen recineerden, souden sij spoe„ „dig tot reeden gebragt kunnen worden, voornamentlijk als uw hoog Edelheedens haar de vaart na Iava gelieven te verbieden, en dat ze alhier geen toegang hadden, want haar land geen rijst ofte Padij geevende, soude de honger haar verder wel sagter leeven zingen Dog vermits het guarnisoen seer swak is soude het gem: getal militairen alhier niet konnen gerist werden als uw hoog :

NL-HaNA_1.04.02_3124_0103 view scan ↗

English

Makassar, the 20th of October 1763: Your Right Honorables may be pleased to grant authorization to undertake such an expedition; yet, since that expedition would not be well feasible in the west monsoon because of the perilous nature of the coast and the few ports and anchorages that are there, it would have to be undertaken in the month of April or May, and I live in hope that in the meantime this government may be provided by Your Right Honorables with such recruits as are known from our respectful requisition. Hereupon respectfully awaiting Your Right Honorables' decision, I shall continue with: The Northern Provinces, where everything is indeed at peace, but through the scarcity of the rice crop, the want is very great; also there, as well as in Poelembankeeng and Galisson, a kind of illness has raged this year, which dragged people into the grave within two to three days, beginning with severe pain in the head, which sinking down to the back resulted in death, whereby entire settlements have become completely depopulated; and since the head of the last-mentioned place is also among that number, no one has as yet come forward to request his place. The great heat which we have had everywhere, to that is the other matter mainly attributed, and about which the Resident of Bontham and Boelecomba also greatly complains, in fear that there too a poor harvest of paddy will fall this year, unless Heaven is pleased to grant some rain shortly; for the rest, everything there is in rest and peace, as also on Saleijer, except that the people of Balleboele have for a long time complained about the vexations and extortions, as well as the violent rule of their Regent, and having absolutely refused all obedience, have brought their complaints to the resident, with the request that a redress might be made therein; since all means of reconciliation were found fruitless by the said resident, he has recently brought the parties here on my order; as soon as the present urgent work is disposed of, the parties on both sides shall be examined and justice done according to the findings of the case. Having thus now concluded everything that relates to the native rulers and allies, I shall with permission take the liberty to humbly inform you that I have seen, to my utter astonishment, from the findings in the trade ledgers of the year 1762, that the visitor-general asserts it to be an error the purchase of the country residence, for which Your Right Honorables were pleased to grant authorization by separate letter of the 31st of October of the preceding year, his honor supposing that this should have been charged to my account and not on behalf of the Honorable Company; which then gives me the liberty to humbly bring to Your Right Honorables' attention how this residence was purchased in no way for my pleasure, but indeed for the service of the Honorable Company, in order to be able to receive the native rulers and allies there with ease of mind, to prevent all calamities which might befall this Castle in an unexpected gathering of ill-intentioned native kings, as can be seen from the memorandum of my predecessor, Mr. Blok, in whose presentation made Your Right Honorables were pleased to acquiesce, and also by the honored general dispatch of the 13th of December of the year just passed ordered this purchased house to be written off at the general counting-house and to let it continue internally; the above-mentioned house being also intended to serve for the accommodation of the governor when the government quarters inside the Castle are repaired according to Your Right Honorables' respected order contained in the general letter of the 27th of February of the past year, as it is to be feared that when a beginning is made with it, one will only then come to perceive its true defects, as was already most humbly made known by letter of the 22nd of October of the past year; so that from this, contrary to the contention of the visitor-general, it clearly enough appears that this purchase can in no way be considered to be charged to my account or to have been done for it; for to purchase a house for my own account and from my own means, the visitor-general, with all due respect, will surely understand of himself that it would not be necessary to request authorization for that, and still less to write off five percent thereof annually, and since my means are not so great

Dutch transcription

Maccasser den 20: 8ber 1763:— Van 6 uw hoog Edelheedens gelieve qualificatie te geeven om een sodanigen oos te doen dan dewijl die Expeditie in d' west mousson niet wel uijt voer„ „lijk soude weesen om de gevoarlijkheijd van het strand ende weijnige havens en ankerplaatsen, die daar ijn, soo soude sulx moeten ondernomen werden in de maand van April ofte maij, en ik leeve in hoope dat ondertusschen dit gouvernement door uw hoog Edelheedens sal kunnen voorsien wer„ „den van sodanige recrute als onsen eerbiedigen Eijsch bekend staan Hier op danerbiediglijk sullende verwagten uw hoog Edelheedens dispositie, sal ik vervolgen met De Noorder Provincien daar alles wel in rust, maar door de schaarshijd van het Rijst gewast, het gebrek zeer groort is, ook heeft aldaar soo wel adls tot Poelembankeeng en galisson dit jaar een soort van siekte gegraseerd, die de menschen binnen Twee â drie daagen in het graff sleepten, beginnende deselve met swaare pijn in het hoofd, die na de rug sakkende de dood tot gevolg had, waar door er gantsche Negorijen ten eenemaal sijn ontvolkt geraakt en dewijl het hoofd van ¶deel 1764 2 Feel 1764 3 d Maccasser den 20: 8ber 1763:— Van van laastgem: plaats sig meede onder dat getal bevind soo is tot nog toe niemand koomen op draagen om desselvs oplaats te versoeken De groote ht die wij over al gehad hebben daar aan werd het een ander wel voornamentlijk toegeschreven, en waar over de Resident van Bontham en Boelecomba ook groo„ „telijx klaagd in vreese dat aldaar meede dit daar een geringen oegst van padij sal vallen ten sij den Hemel binnen korten nog wat reggen gelieft te geven, zijnde „voor het overige aldaar alles in rust en vreede so meede op Saleijer behalven dat die van Balleboe„ „le sedert lange over de rexatien en knevelareijen, mitsgaders geweldige regering van haaren Regent geklaagd, en absolut alle gehoorsaamheijd ontsegd heb„ „bende, aan den resident haare klag„ hebben gedaan, net versoek„ „ten dat daar inne een redres mogte gemaakt werden vermits alle middelen Van Maccasser den 20:' 8ber 1763: — middelen van versoening door gem: resi„ „dent vrugteloos waaren bevonden, heeft hij nu Iongst partheijen op mijne ordre herwarts meede gebragt, zullende ^ werk zoo dra het thans volhandigt aan een kant is partheijen ten weder zijde geExamineerd en Iustitie gedaan werden na bevinding van saaken Dus nu afgehandeld hebbende alle het geene betrekking heeft tot de Inlandse vorsten en bondgenooten sal ik met permissie de vrijheijd neemen bij deese onderdaanig te kennen te geeven dat ik tot mijn uijtterste ver„ „wondering gesien hebbe bij de bevinding op de negotieboeken van A„o 176 6/ dat den visitateur generaal steld een erreur te sijn het inkoopen der buijten wooning, waar toe uw hoog Edelheedens bij appar„ „te missive van den 31: 8ber 's jaars bevoorens hebben gelieven qualifica„ „tie te ver leenen, onderstellen„ „de sijn Edele, dat sulx had moe„ „ten komen voor mijn reecq en niet weegens d: E: Comp: het geen mij dan 1 deel 1764 2 deel 1764 3 Maccasser den 20: 8ber 1763: O Van dan de vrijheijd doed neemen uw hoog Edelheedens ootmoedig onder het oog te brengen, hoe deese wooning geen vermits tot mijn vermaak maar wel ten dienste der E: Comp: is ingekogt, ten eijnde aldaar de Inlandse vorsten en bondgenooten met gerustheijd te kunnen ontfangen, ter voorkominge van alle onheijlen dewelke dit Cas„ „teel bij een onverwagten op loop van quaad g'intentioneerde Inlandse ko„ „ningen soude kunnen overkomen soo als te sien is bij de memorie van mijn predescesseur d' Heer Blok, in welkers gedaane voorstelling uw hoog Edelheedens hebben gelieven te Condescendeeren, mitsgaders ook daar bij geEerde gemeene missive van den 13: xber des Iongst verwee„ „ken Iaars geordonneerd, dit Jngekogte huijs op het Comptoir generaal af te boeken en binnens zijn te laaten voort„ „loopen, zullende bovengem: Huijs ook moeten dienen ter bewooning van den gouverneur wij Maccasser den 20: 8ber 1763:— Van gouverneur wanneer het gouvernement binnen 't Casteel volgens uw hoog Edel„ „heedens gerespecteerde ordre vervat bij gemeene lettere van den 27: febr: A:o p„o word gerepareerd, als te bedugte weesende dat wanneer daar meede een begin werd gemaakt, men eerst dies regte gebreeken sal komen te ontwaaren gelijk reets bij schrijvens van den 22:' 8ber A„o pass„o on„ „derdanigst is kennisse gegeven, soo dat hier uijt contrarie de sustenue van den visitateur generaal klaar genoeg komt te consteeren, dat deesen inkoop in geenen deelen kan geconsidereerd werden, voor mijn reecq=e te moeten komen of gedaan weesen, want om een Huijs in te koopen voor mijn eijgen reecq„s en uijt mijne eijgen middelen, sal den visitateur generaal onder reverentie, immers van selvs begrijpen, dat daar kunnen wel ^qualificatie te verzoeken en nog minder om 's toe niet nodig sij Jaarlijx vijff prC C=to daar van of te schrijven en de wijl mijne middelen soo groot niet sijn 1764 der 1764 2 del 1764 3

NL-HaNA_1.04.02_3124_0108 view scan ↗

English

Macassar, 20 October 1763. From being that they can bear such expenses, I therefore humbly insist that your High Nobilities please take into favorable consideration how hard it would be to have to take the aforementioned dwelling onto my account, to write off 5 per cent annually from it, to maintain everything at my own expense, and on top of that now to have to pay once again a sixth part of the entire amount, or 750 rixdollars, to the visitateur, and I therefore most respectfully request to be graciously exempted from both the one and the other. Wherewith, humbly concluding this, I take the honor to subscribe myself with the utmost veneration, underneath was written: High Noble, Right Honorable, Strict, Steadfast, Valiant, Wise, Prudent, Very Generous, Far-Ruling Lord and Lords, lower: your High Nobilities' humble and obedient servant, was signed: C. Sinkelaar, in the margin: Macassar, in Castle Rotterdam, 20 October 1763, underneath: P.S. This being already prepared to be dispatched, there arrived here in the roads on the evening of the 16th of this month the envoys of Bouton, who, having been received the following day with the customary honors, handed me a letter from their king and grandees of the realm, containing the change of government that occurred there, the deposition of the old king and the appointment of the present one, as well as the reasons why there is as yet no opportunity to renew the contracts, etc., all detailed in the copy of its translation and the journal kept by the sergeant who was there on commission and has now also returned, as well as what occurred at and gave cause to the aforementioned change of government, to which, under hope of favorable interpretation, I respectfully refer; the moneys given along with that non-commissioned officer, amounting to 25 rixdollars, having been spent on the small folk according to custom, although it did not happen that he encountered any spice trees. It appears from those writings that there had again been an English ship there, but also at the same time that the new king granted not the least assistance to that nation and showed himself very well-disposed toward the Company, just as the aforementioned sergeant testifies to have been able to perceive nothing else from all his words and deeds; wherefore I still remain in the hope that it will be possible to deal with him in due time, if your High Nobilities please permit me to recognize the prince in his new dignity, which I, though under correction, am humbly of the opinion to be necessary, since everything occurred with order and according to the laws and customs of their country. The king of Boni is to arrive presently, but will stay incognito for a few days at one of his pleasure houses situated about half a mile north of this castle, and then depart for his place of residence, Bontualak, wherefore I also have the honor hereby humbly to give notice thereof to your High Nobilities. Batavia. From Ternate, 25 July 1763. Batavia. Under the dutiful offer of the duplicate of my respectful letter of the ultimate of April last, I find myself obliged, with regard to the extirpations, to bring again to your High Nobilities' knowledge that the king of Tidore, just after the dispatch of those advices, sent his commissioners hither to attend the work in the districts of Messa and Dote, who then also departed from here on the 26th of the past month of May on the sloop De Roos, together with our commissioners, the commanding sergeant Gijselbregt and the assistant Hemmekam, with 2 sergeants, 4 corporals, and 24 common soldiers, furnished with such instructions as accompany the annexes under number 10; which commissioners have communicated by letter of the 1st of this month, to as before, that they had arrived at the first-mentioned district on 13 June and had already sent the troops into the forest, as well as destroyed a good quantity of nutmeg trees of various sorts, of which they sent over some fruits, bark, leaves, and measurements, among which were some measuring from 3 to 6 feet in circumference. I stated in my previous letter that after the aforementioned two districts, the entire country of the king of Tidore on the opposite coast of Halmahera was finished, but it seems as if something new is continually turning up, since on the 13th of the past month of June a certain Tidorese named Karonie, accompanied by Ensign Smit, came to me with some unripe nutmegs and made known that many such trees stood at a place named Niagoa, situated on the aforementioned opposite coast not far from Dodinga, which man was presented with a piece of Guinea cloth for that discovery; and the sergeant stationed there at the post, Johan Christiaen Gephart, was thereupon ordered by me to proceed clandestinely to that place to investigate it, who then immediately found fully two hundred

Dutch transcription

O Maccasser den 20: 8ber 1763: Van sijn dat ze soortgelijke depences kunnen veelen soo insteere ik bij deese ootmoe„ „dig uw hoog Edelheedens in een gunstige consideratie gelieven te neemen, hoe hart het soude weesen de voorsz: wooning voor mijn Reecq:s te moeten neemen, daar van 5: p„r C=to 's Jaarlijx afte schrijven, alles op eijgen kosten te onderhouden en daar en boven nu weder een sesde gedeelte van het gantsche bedragen ofte rd„s 750: — aan den visitateur te moeten betaa„ „len, en versoeke dierhalven op het eerbiedigste soo van het eene als andere goed gunstiglijk te mogen werden ontheft Waar meede deese onderdaniglijk si„ „neerende de Eere neeme mij met de uijt„ 8 „terste Veneratie te ondere schrijven /:onder„ Hoog Edele groot Agtbaare ge„ „stond:/ „strenge, Erntfeste, Manhafte wijse, voor„ „sienige, seer genereuse, wijd gebiedende Heer en Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelheedens onderdanige engehoorsaamen dienaar /:was getekend:/ C: Sinkelaar /:in margine:/ Maccassar In 't Casteel Rotterdaam den 20: 8ber 1763: /:daar onder:/ P: S: deese reets in 95 Van Maccasser den 20:' 8ber 1768 in gereedheijd sijnde om versonden te werden komen alhier op den 16: deser s' avonds ter rheede de gestan „ten van Bouton die s'andeendags met het ge„ „woone honneur gerecipieerd sijnde mij over„ „bandigde Een brieff van haaren konink en Rijxgrooten, behelsende de verandering in de regeering aldaar voorgevallen, de afsetting vande ouden konink ende aanstelling van de tegenswoor„ „dige als mede de reedenen waar om voor als nog geen gelegentheijd is om de Contracten te vernieuwen &c=a alles bij het Copia van dies Translaat, en het gehoudene dagregister van den Sergiant die daar in Commissie geweest en nu meede geretourneerd is, omstandig genoteerd, soo als ook geene is voorgevallen bij, en aanleij„ „ding gegeeven heeft tot de voorsz: veran„ „dering van regeering, waar aan ik dan onder hoope van welduijding mij eerbiedig referere„ sijnde door dien onder officier de aan hem meede gegeevene penn: ten bedraagen van rd„s 25: aan het volkje nade gewoonte ge„ „spendeerd, hoe wel het hem niet gebeurd is eenige specerije boomen te ontmoeten Het blijkt uijt die schriftuuren dat aldaar wedergeweest 1 deel 1764 1764 2 deel 1764 3: Van Maccer den 20: 8ber 1763: wedergeweest is een Engelsch schip, dog ook teffens dat den nieuwen konink die Natie geen de minste adsistentie verleend, en sig seer geneegen getoond heeft voor dE Comp: soo als dan den voorsz: sergiant betuijgd uijt alle sijne woorden en werken niet anders te hebben kunnen bespeu„ „ren waar omme ik dan als nog blijve in die hoope dat met hem wel sal te handelen sijn in der tijd; indien uw hoog Edelheedens mij ge„ „lieve te permitteere den vorst in sijn nieuwe waardigheijd te erkennen het geene ik /:dog onder Correctie nedrig van gevoelen ben nodig te sijn, dewijl alles geschied is met ordre en na de wetten ingewoontens van haar land soo aanstonds komt den konink van Bonij te arriveeren, dog sal sig nog eenige dagen inCog„ „nita op eene sijner lusthuijsen omtrend een half mijl benoorden dit Casteel geleegen ophouden, en dan na sijn residentie plaats bontualak vertrekken, weshalve ik de eere hebbe uw Hoog Edelheedens daar van almeede bij deese onderdanig kennisse te geeven Batavia 97 Van Ternaten den 25 Julij Ao 1763. Batavia onder verschuldigt aan bod van de wedergade mijner Eerbiedige Letteren van ultimo april Jongstleden, vinde ik mij verpligt u Hoog Edelhedens met betrekking tot De Extirpatien wederom tee kennisse te brengen dat de koning van tidor, even na het afgaan dier advijzen, zijne gekommitteerdens herwaarts gezonden heeft om het week op distrecten van Mes„ sa en dote bij te wonen, die dan ook met onse ken„ nissianten, den kommanderent sergeant gijsel„ bregt en den adsistent Hemmekam met 2 Zergeanten 4:– korporaals, en 24:– gemene militairen. den 26:' der gepasseerde maand meij per de Chia„ loup de Roos van hier vertrokken zijn ge„ ninnieert met zodanigen Jnstructie als de bijlagen sub N:o 10: verzelt, welke kommissianton bij brief van den 1:' dezer bedeelt hebben Aan Alsvooren dat. S 1764 ¶deel 1764 2 Fel 1764 3 Van Ternaten den 25 Julij Ao 1768 dat zij den 13 Junij op het Eerst gemelte district aangekomen waren en ook reets de troepen bosch„ waerts ingezonden, mitsgaders een goede quantiteit noten bomen in zoort vernielt hadden waar van ze eenige vrugten, bast, bladeren en maten over zonden daar onder eenige waren van 3. tot 6 voeten in den omtrek Ik hebbe bij mijn vorige gezegt dat of voor„ melde twee districten na het gansche land van den koning van Tidor op de overkust van halmaheca afgedaan was maal het schijnt als of zig nog steeds iets nieuws op doet aangezien op den 13 der gepasseerde maand Iunij zekel Tidorees met name karonie, verzelt van den vendrig Smit met enige onrijpe noten bij mij gekomen is, en bekent gemaekt heeft dat dat daar van vele bomen stonden op een plaets Niagoa genaamt gelegen opgemelde overkust niet verre van dodingo, welken man voor die ontdekking met een stuk guinees beschonken is, en den testondigs post houdenden serge ant Johan Christiaen gephart daar op door mij gelast zig Clan„ disten naar die plaats te begeven om daar onderzoek„ naar te doen, die dan ook aanstonds wel twee hondert

NL-HaNA_1.04.02_3124_0113 view scan ↗

English

From Ternate, the 25th of July, Anno 1763. trees of that sort discovered there, and chopped down five fruit-bearing ones, of which he brought hither some fruits, bark, mace, and leaves, which, although they appeared to us to be a little more bitter than ordinary nuts, were nevertheless found to be genuine; that postholder further reporting also that, having traveled a great distance along that district, he had, besides this, found many spice trees everywhere, without however being able to say how far this extends. Of which discovery I gave notice to the king of Tidore, requesting him to send his commissioners hither with some people in order to carry out the extirpation there, which His Highness at first had also accepted very willingly. But when I expected them daily, the sergeant brought us instead a letter from him, in which he informed us that that land extends on the north side to the river Toniko and on the south side to the point Doyo Podo (which, by estimation, is indeed twelve or more miles distant), and that the same has not been cleared for more than fifty years, or since the time of King Hassanoedien. 1764, volume 1764, part 2, 1764, 3 aa. From Ternate, the 15th of July, Anno 1763. time, not cleared, for which a whole year would now indeed be required, and that clearing this would furthermore require very great expenses, because of which the said king at his death had left a debt of two thousand and nine hundred rixdollars to the Honorable Company; that he was for that reason unable, although nonetheless prepared and obliged to do so according to the contracts; but requested that we might first be pleased to take the same into consideration, and thereby take note that that district belongs to him alone, over which none of the grandees of the realm has any say. All of which we noted at the session of the 23rd of this month to be merely another stratagem to obtain some increase in recognition money, for which we presume he will have made another appeal to Your High Nobilities in his letter now being sent over. But we nevertheless judged it not expedient to delay until the arrival of Your High Nobilities' highest answer thereto, but, for the sake of the urgency of the matter, necessary to proceed with it as soon as possible, to which end we resolved to promise His Highness some linens, up to twenty to thirty or more pieces of guinees, as a present and relief regarding the expenses to be incurred in the extirpation, thinking this to be better than that. 101 From Ternate, the 25th of July, Anno 1763. that work, which without that discovery might have remained hidden for an even longer time, should be abandoned; regarding which we therefore also most humbly implore Your High Nobilities' indulgence. The king of Ternate, on the contrary, has given firm assurance that, after the departure of the bearer of this, he will have everything necessary prepared for a speedy beginning in the north of Halmahera. But how strangely the king of Bacan behaved regarding the extirpation to be carried out on the islands of Mandioli and Batu Ampat, as well as Gilalang, and besides this has made himself very suspect in many respects, Your High Nobilities will be able to see in detail from our separate resolution of the 3rd and 21st of June, as well as the 23rd of this month, and likewise from the letters exchanged between us and that prince, as well as the sergeant stationed there, Jacob Andries Rogzien; as also from a declaration given by the sergeant of the Labuhans, Thomas Magnus, which papers accompany this in copy, to which I beg leave to refer, only citing herein further that, since the king—on the occasion when the ships volume 1764, part 2, 1764, 3 From Ternate, the 25th of July, Anno 1763. ships the Vrouwe Elizabeth Dorothea and the Princesse van Orange, after their departure from here, had called there because of contrary winds, opposing currents, and a lack of water and firewood, in order to provide themselves therewith—out of fear of being attacked by the Serammers, at the instigation of his even worse brother, against the will of his grandees, departed to the negorij Lammea and still stays there, I have resolved, in the event of further resistance, to have the extirpation of the aforementioned islands carried out, first by a detachment of twelve soldiers with the bedrieger, and if that is not enough, by another 18 to 20 troops more from this garrison with the pantchiallang De Kaneelboom. In my opinion, the islands of Bacan and Obi, because of their vastness, should henceforth also be thoroughly cleared once and for all with more men than ever, in the manner done at Pulau Pisang, the more so as all sorts of rovers continually appear in those parts. For which reason I very humbly request Your High Nobilities to be pleased to send one hundred and fifty common soldiers hither in the coming year, and also to furnish us with such orders as may serve to subdue that suspect and no less

Dutch transcription

Van Ternaten den 25 Julij A. o 1763 bomen in zoort aldaar ontdekt en vijf vrugt dragende omgekapt heeft, waar van hij enige vrugten, bast, maten, en bladeren dit heer bragt die wij schoon dezelve zot ons voorquam een weijnigje bitterder dan ordinaire noten waren egter wel Egt bevonden berigtende dien posthouder wijders ook, dat hij dat district een groote wijle wegs langs gegaan zijnde buiten des overal vele specerijebomen gevonden had, zonder nogtans te kunnen zeggen tot hoe verre zig zulx wel uitstrekt. van welke ontdekkinge ik den koning van Tidor kennisse heb laten geven, met verzoek zijn gekommitteerdens met eenige genenen herwaarts te zenden om aldaar de uitroering te doen, 't welk zijn hoog„ „heid ook eerst zeer bereid willig aangenomen had maar toen ik dezelve dagelijx verwagtte bragt den sergeant ons instede van dien een brief van hem toe waar bij hij bedeelde dat landt zig uijtsteikt aan de noord zijde tot de rivier Toniko en aan de Zuid kant tot aan de hoek dojo Podo /:'t welk na gissinge wel twaalf of meer mijlen verre is:/ en dat zulx in ruim vijftig Jaren of sedert den koning Hassanoedus tyd. 1764 ¶deel 1764 2 Feel 1764 3 aa Van Ternaten den 15 Julij Anno 1763. tijd, niet afgewenkt was waar toe thans wel een geheel Jaar zoude van noden wesen, dat zulx aftewee„ „ken wijders zeer groote onkosten verEischtte waar door genoemden koning bij zijn overlijden twee duizent en ne„ gen hondect rijxsdaalders schuld aan d' Ed: Comp had nagela„ „ten, dat hij over zulx onvermogens, schoon egter bereid en verpligt daar toe was volgens de Contracten; doch verzogt dat wij het zelve alvorens in overweging geliefden te nemen, en daar bij agtnemen dat distrit heen alleen toebehoord, waar over geen der rijks grooten iets te„ zeggen heeft; alle het welke wij ter sessie van den 23 dezer aanmerktten allemn weder een finnesse te zijn om aan wat vermeerdering van rekognitie penningen te geraken, waar toe wij gissen hij bij zijne thans over„ gaande missive aan u Hoog Edelhedens weder jnstan„ „tie zal gedaan hebben; maar zolange daar mede te dralen tot hoogst derzelver antwoort daar oper inkomt oordeelden wij nogtans met dienstig, maar om de aan„ gelegentheits wille noodzakelijk daar mede hoe eer hoe liever voort te varen, ten welken einde wij besloten zijn hoogheit toete zeggen enige Lijwaten tot twintig â dertig of meer stukken guneesen toe, tot Present en soulaas omtrent de Pieterse te doene kosten denkende wij zulx beter te zijn dan dat. 101 Van Ternaten den 25 Julij Ao 163. dat werk 't welk buiten die ontdekkinge misschien nog Langer tijdt verhalen zou gebleven zijn, te laten steken, waar omtrent wij dan ook u Hoog Edel„ redens inschikkinge onderdanigst imploeeren, de koning van Ternaten heeft integendeel vaste verzekeringe gedaen, om na het vertrek van brenger de zes al het nodige te zullen laten klaer maken toteen spoedig begin aan t noorden van halmahera; maar hoe misselijk zig den koning van Batchian omtrent de te doene Extiepatie op de Eilanden mandiolij en batoe ampatmits„ gaders gilalang gedragen, en zig buiten des in vele opzigten zeer suspect gemaekt heeft zul„ „len U Hoog Edelhedens omstandig kunnen bogen bij onze apacte resolutie van den 3:' en 21:' Junij mits„ gaders 23:' dezer, zo mede bij de gewisselde brieven van ons met dien vorst mitsgaders den aldare post houden den sergeant Jacob andries Rogzien; gelijk ook bij een verklaring door den sergeant der Laboere„ „sen Thomas magnus gegeven, welke papieren dezen in Copia verzellen, waer aan mij verzoeke te mogen gedragen, Eenelijk in dezen nog maer aanhalende, dat dewijl den koning /: ter gelegenheit de scheepen ¶deel 1764 2 del 1764 3 Van Ternaten den 25 Julij A:o 1763. schepen de vrouwe Elizabeth Derothea, en d prinkces van orange, na hun vertrek van hiee door Contrarie winden tegenstromen en gebrek aan water en brandhout aldaar aangegieet waren, om zig daar van te voorzien uitvreze van met de Cerammers opgezigt te zullen worden op de aaning van zijnen nog erger broeder tegen den zin zijner rijxgroten naar de negorij Lammea vertroken is, en zig aldaar nog ophoudt ik voorge„ „nomen hebbe, bij verdere tegensporreling, de Extirpatie van voornoemde Eilanden te laten doen, eerst door een kommando van twalf militairen per de bedriegoen en dat niet genoeg zijnde door nog 18: â 20 krijgers meer uit dit guarnizoen met de pantjalling de ka„ „neel boom zullende mijns eragtens de Eilanden van batchian en Oubij om derzelver uit gestrektheid ook voortaan met meerdee manschap dan Ooit, op die wij„ „ze als Poelo Rsang gedaan is, eens in den grondt gezuivert dienen te worden, temeer, zig Continueel daar omtrent alderhande zoort van Zwervers vertonen en waeromme ik u Hoog Edelhedens zeer nedrig ver„ ƒ zoeke in het aanstaende Jaer Een hondert en vijftig gemene militairen dit heen te willen zenden en ons ook te munieren met zodanige ordres als dezelve tot Temming van dien suspecten en niet men

next →