Inventory 3124
Surat · 838 pages · 151 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Ternate, the 25th of July, Anno 1763. will judge necessary regarding the fickle king of Batchian, concerning which I take the respectful liberty humbly to submit to Your High Excellencies' consideration whether it would not be best to withhold his recognition money and gifts until he has returned with all his people to his old dwelling place, but if he still refuses to listen thereafter, to compel him by forceful means to relocate from there, seeing that that negorij is very suited to attract and conceal all vagabonds and smugglers, of which we had experience during the expedition undertaken thither last year by Captain Ossenberch, and he is now also quite openly courting almost all foreigners regardless of who they are, and making quite some overtures in order, having sufficiently provided himself therewith, to renounce his friendship with the Company, having already dared to express that he cares little for the seven hundred rixdollars that he receives annually from the same, since he says he has enough products of amber, pearls, tripang, tortoiseshell, and birds' nests to subsist on, haughtily boasting about that with which he is scarcely more provided than a toad with feathers. According to the latest reports, his eldest brother Prince Kalim with his son's son, Prince Rasoedin, had fled from him and requested protection from the sergeant and to have him brought here with his family, since the king had threatened to take the lives of him and all his grandees and subjects who did not go with him, which grandee, as Your High Excellencies will learn from the aforementioned papers, also revealed many secrets and made them known to the sergeant, for which reason we will also order that postholder to grant his request, whereupon one may perhaps uncover something more, and among other things the details of his close correspondence with the Papuans and the king of Tidore, who is still staying on the coast of Halmahera, close to the place where the spice trees were discovered, without one being able as yet to rely with any certainty on his return to Tidore; where the grandees are in great turmoil with one another, most of them being dissatisfied with the two well-known suspect fellows whom I had wished would come here upon my invitation and the promise of the segoegoegoes, but which until today, due to the illness of that administrator of the realm, has not yet succeeded; thus I will have to be patient in that regard until a good opportunity for their arrest presents itself, which I firmly promise Your High Excellencies I will not let pass, just as I will also constantly urge His Highness to cause the Papuan piracies to cease, regarding which matter he has, as usual, promised in his aforementioned letter to conduct an investigation and not fail to punish the perpetrators thereof. Having in conclusion of this, to our regret, to bring to Your High Excellencies' knowledge that on the 20th of this month the pantchialling De Garnaal returned here to the roads again in a very disabled condition, bringing news that the ships De Vrouwe Elizabeth Dorothea and De Princes van Orange have returned for the second time to Batchian, and the bark De Buis to Xulla, due to heavy contrary winds and currents, the officers of the same making large demands for equipment and rations, with which we will accommodate them as much as possible out of our small stock pursuant to our resolution taken thereon in the session of the 23rd of this month. Wherewith, with the utmost high esteem and respect, I remain very humbly, Your High Nobilities, Honorable, Mighty, Highly Esteemed, Valiant, Wise, Provident, Very Generous Lord and Lords, Your High Excellencies' most obedient servant, Ternate, in Castle Orange, the 25th of July, Anno 1763. Batavia. Palembang, the 20th of September, Anno 1763. From Batavia. To the same as before. Having addressed this separately with due respect to inform Your High Excellencies very humbly how on the 20th and 23rd of this month the King's envoys, quasi-envoys, came in the name of their master to ask me whether the Honorable Company had not sent money with the bottom Osdorp to pay for the tin delivered in anno passato at the capital Batavia, whereupon I answered those court grandees in courteous terms that in case Your High Excellencies had sent cash for the payment of that mineral I would already have let their prince know, but nevertheless that I believed, since the king's vessels had already departed for the capital, that
Dutch transcription
103 Van Ternaten den 25 Julij Ao 1763. — men weevelmoedigen koning van batchian nodig zullen oordeelen, waar omtrent de Eerbiedige vrijheid gebruike u Hoog Edelhedens onderda„ niglijk in bedenkinge te geven, of het met best zal wezen zijne rerognitie gelden en schenkagie zo lange om te houden tot hij niet al zijn volk weder op zijn oude verblijf plaets terug gekomen zal zijn, doch daarna almede niet willende Luisteren, hene daardoor middelen van klem tot de verhuizing van daar te noodzaken, aangezien die negorij zeer bequaam is om alle Zweevers en Lorcendraiers aante„ lokken en te verbergen, waer van wij in den voorleden jare door de derwaarts gedane Expeditie p„r kapitain os„ senberch de onder vinding gehad hebben en hij thans ook genoegzaam publicq alle vreemdelingen onverschil„ lig bij na welke het zijn, aanzoekt, en al vrij wat min„ nen maakt, om, daar mede genoeg versteekt zijnde de Comp: de vriendschap op te zeggen, hebbende zig alreeds durven uijtlaten om de sevenhondert rd:s die hij Jaerlijks van de zelve trekt, weinig te geven, vermits hij zegt producten genoeg te hebben van amber, paarlen; Tripangs, schilpads hoonnen vogelnefjes om van te kunnen bestaan, hoog„ moedig zwet zende op 't geen waer van hij bij na. ¶deel 1764 1764 2 del 1o64 3 Van Ternaten d„n 25 Julij Ao 1763 na niet meer voorzien is dan een padde van veeren vol„ gens de Jongste berigten was zijn oudste broeder den prins kalim met zijnen zoonen zoone prins Ra„ soedin van hem gevlugte en had protectie verzogt van den sergeant en om hem met zijn familje dit heen te laten brengen, vermits den koning gedreigt had hem en alle zijne rijx grooten en onderdanen, die niet met hem gingen, het Leven te zullen benemen, welke rijx groot /: zo als uE Hoog Edelhedens uit voormelte papieren ontvaren zullen:/ ook vele geheimen ontdekt en aan den sergeant tekennen gegeven herft, en waarn om wij dien post houdie ook ordonneeren zullen zijn verzoek toetestaan wanneer men misschien nog wil agter iets meer zal komen, en onder anderen agter het fijne zijner nauwe korrespondentie met de papoeer en den koning van. Tidore, die zig nog aan de kust van halma„ heca ophoudt, digt bij de plaets alwaar de specerij bo„ men ontdekt zijn, zonder dat men nog enige vas„ „te staat kan maken op zijne terug komst te Tidore; alwaar de rijxgroten met Elkanderen zeer in de war leggen de meeste onvergenoegt zijn „de over de bewuste twee suspecte knapen die ik wel gewenscht hadde, op mijne nodiging en segoegoe„ goes. 105 10 Van Ternaten den 25 Julij Ao 1763. „goes toe zegginge herwaarts gekomen waren, doch 't welk tot heden, door ziekte van dien rijks bestierder, nog niet gelukt is; dus zal ik mij daar omtrent moeten patinteren tot een goede gele„ „genheit ter hunner verzekering voorkomt, die ik u Hoog Edelhedens vastelijk belove niet voor bij te zullen laten gaans, gelijk ik zijn hoogheidt ook steeds aanzetten zal om de papoese roverijen te doen ophouden ten welken be„ langen hij bij voormelden zijnen brief naar gewoon„ „te belooft heeft onderzoek te zullen doen, en niet nabaten de daders daar van te straffen Moetende tot slot dezes u Hoog Edelhedens nog tot ons Leetwezen ter kennisse brengen dat op den 20:' dezer de pantchialling de garnaal werder om hier ter rhede zeer gebrekkelyk terug gekomen is, Eij„ „ding brengende de schepen de vrouwe Elizabeth Dorothea en de Princes van orange te batchian ende Bark de Buis te xulla mede voor de twedemaal 1' deel 1764 1764 2 Fel 1764 3. „ E Van Ternaten den 25 Julij Ao 1763. tweedemaal gereverteert zijn door zware tegen winden en strouwen doende de overheden der zelver grote Eisschen van Equipagie en randzoenen, waar mede wij hen zo veel mo„ gelijk zal zijn uit onzer kleij nen voorraad gerieven zullen in„ gevolge ons daar over genomen besluijt ter sessie van den 23:' hujns. Waar mede met de uitterste hoog achtinge en Eerbied zeer onderda„ „niglijk verblijve. /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbare Man„ hafte wel wijze voorzienige zeer genereuze Heere en Heeren. /:Lager/: UW Hoog Edelhedens aller gehoor„ Zaamste Dienaar /marginne:/ Ternaten Jn't Casteel Orange den 25:e Julij Ao 1763. Batavia 107 Palembang den 20 Sptem: A 763. van Batavia Aan als vooren. Dese met verschuldigde eerbied apart gerigt hebbende, om uw Hoog Edelheedens seer nedrigt te bedeelen, hoe dat op den 20:' en 23: deser 's Konings Zendelingen /: qnasie viecs :/ uijt name van hunnen meester, mij quamen vragen, of De E Comp met aen bodom osdorp, geen geld gesonden hadde om de geleverde thin, in anno passato ter hoofd„ plaats Batavia te voldoen, waar op ik die hof Egraten in beliefde termen ten antwoord gediend hebben dat ingevalle haar Hoog Edelheedens contanten ter afbetaling van dat minneraal gesonden raade sulx al aan haren vorst soude hebbe laten weten maar egter dat ik geloofde vermits konings vaar„ tuijgen bereeds nade Hooftplaatse vertrocken waren dat lieke 1764 2 deel 1o.64 3 au
English
From Palembang, the 28th of September, in the year 1763: that Their High Excellencies would indeed give satisfaction to his subjects. Whereupon, on the following day, being the 24th in the morning, I had an audience requested with the Crown Prince through the interpreter, because this minister virtually rules the realm and is the master of this game, who awaited me in the afternoon around four o'clock. Having arrived there, this Prince was pleased, among other discussions, not only to demand what had been laid down, but also to add thereto that, since the said vessel had brought no money along to pay for the tin, I therefore request you to please write to Their High Excellencies about this, as my subjects not only suffer want, but likewise those people will delay in the cultivation of the pepper crop, and that this promised a bad harvest in the future, and that Their High Excellencies would then surely cast the blame upon him and the King; adding further to this: I always hope that this satisfaction will take place according to custom, namely at 15 Dutch rixdollars for 4 piculs. I remarked upon this that I was unaware of such; nevertheless, I requested the said Crown Prince to put his mind at ease regarding this article, because I would submit his request to Their High Excellencies with all submissiveness, and that he in the meantime would only please encourage his subjects to a good propagation of that precious grain; wherewith this visit came to an end. However, the frequently mentioned minister did not hesitate to send me an embassy again on the 26th following, who, as stated before, demanded payment from me for that mineral. Whereupon they were again answered that I had indeed promised the Crown Prince to present his representations to Their High Excellencies in the most respectful manner, and that I was thus obliged to await first the venerated answer of that illustrious assembly; returning with this report to their master. Meanwhile, in accordance with dutiful obligation, I have had the secret designs of this prime minister investigated as much as possible through my confidants, who daily deliberate over this article with his subordinate chiefs, in which meeting the frequently mentioned Prince has dared to express himself, namely: We will treat the Company in like manner and give not a grain of pepper next year; leaving such utterances to the prudent judgment of Your High Excellencies' highly distinguished assembly, while I furthermore, as a faithful servant is obliged, shall keep a watchful eye upon the further actions of that minister. Wherewith I presume the honor to be with deep respect, High Noble, Great Honorable, Strict, Far-Ruling Lord, and Noble Lords, Your High Excellencies' very humble Servant, signed, I: Mens. Palembang, the 28th of September, in the year 1763. Batavia. 1st part 64 1764 1764 2nd part 1764 3 From the East Coast of Java, the 13th of October 1763 Batavia To as before After the dispatch of my very respectful secret letters of the 10th of this month, I received from the Sultan two missives which I take the liberty to attach here in copy, containing His Highness's decision to proceed with the divorce of his daughter and Pangeran Mangkunegara, and to that end to depart with that Princess to such a place as I should deem fit, even judging that it would be good if the Susuhunan were also present. However clear and understandable Your High Excellencies' intention has been made known to that ruler, and in whatever manner the undersigned added his explanations in that regard, whatever representations Resident van der Sluijs made concerning this to Danureja, the Sultan seems nevertheless not to have understood the meaning, or at least His Highness feigns such. For what benefit would it bring to the matter in question if the Sultan departed alone with his daughter to Salatiga or elsewhere and the divorce took place there, which can happen in the same manner in Yogyakarta? The presence of the Susuhunan would certainly be desirable, but since that ruler has already previously declared never to march out without Mangkunegara, or to let Mangkunegara depart without him, the meeting of the Sultan and Mangkunegara would be far too full of danger, in my judgment, to agree to this, and the situation would be just the same if the Sultan came to Surakarta; it were desirable that that ruler would send his daughter there alone under my escort, and then the matter would be settled. However, in order not to sit idle on my part, I have resolved, in the hope of Your High Excellencies' favorable approval, to depart in person today a week hence for Yogyakarta to make known to the Sultan the true intention of Your High Excellencies, since the continuous correspondence seems to have no influence, and, if at all possible, to persuade His Highness to follow Your High Excellencies' proposal; not doubting that the other party at the Court of Surakarta will be satisfied with the arrangement as I make it, at least in appearance. For that the fermenting minds, however the matter may turn out, can still so easily be brought completely to calm, I judge to have reason to doubt; for if Mangkunegara is to... 1st part 1764 1764 2nd part 1764 3
Dutch transcription
Van Palembang den 28 Septem:r A:o 1763: dat haare Hoog Edelheedens aan zijne onderdanen wel voldoening soude geven Waar op ik sdaags daar aan zijnde den 24 des mor„ gens, door den tolk belet bij den kroon Prins hebbe laten wagen om reden dien minister genoegsaam het rijk regeert en meester van dit spel is die mij des agtermiddags tegens vier uuren heeft afgewagt, aldaar gekomen sijnde ge„ liefde dien Prins onder meer andere discourssen mij niet alleen het terneder gestelde afte wagen, maar ook teffens daar bij te voegen dewijl gemelden bodem geen geld heeft meede gebragt om het thin te vol„ doen, so versoek ik uw, haar Hoog Edelheedens daar over gelieft te schrijven vermist mijne onder„ „danen niet alleen gebrek lijden maar ook te gelijk dat die lieden vertragen sullen in de voortplanting der peeper Cultuure ook dat sulks in het toekomende eemen slegten oegst beloofden en dat als dan haar Hoog Edelheedens, sekerlijk de schuld op hem en den ko„ ning soude werpen, voegende hier nog bij, ik hoope immer dat die voldoening na usantie sal geschieden Nament lijk tegens rd„s 15 hollands 4 picol; ontwaarde hier op dat sulks mij onbewust was; niet tegenstaande versogt ik gemelden kroor Prics sig omtrent dit alticul gerust= 6e te stellen, dewijl ik haar Hoog Edelheedens, sijn versoek met 109 Van Palembang den 28 September 1763. met alle onderdanigheijt soude voordragen en dat minid„ dens sijne onderdanen maar geliefden te annimeeren tot Eete goede voortplanting van die kost baren Corl waar meede dese viesiete een eijnde nam Egter heef meermalden minister sig niet ontsien, mij op den 20. ' daar aan weder een gesantschap te senden die mij als als vooren gesegt, betaling voor dat mineraal afvraagden waar op hun Lieden alweder ten antwoord diende dat jk immers den kroon Prins beloofd hadde haar Hoog Edel„ heedens sijne gedane instantien op het eerbiedigste voor te dragen en dat ik dus gehouden was eerst het geveneerd antwoord van die illustre vergadering afte wagten, gaande met dit bescheijd na haren meester terug Inmiddens heb ik navolgens schuldige prligt door mijne vertrouwde de gereijmen van dien stalsminister so veel mogelijk laten ondersoeken, die dagelijks met sijne onder hoorige hoofden over dit articul besoigneeren im welke bij eenkomst meermelden Prins sig heeft durven uijtten Namelijk wij sullen DE Comp: even ter in dier voegen hande„ len en toekomende Jaar geen korl peeper geven, latende sulke gesegdens aan het prudent oordeel van uw Hoog Edelheedens hoog aansienelijke vergadering over, Terwijl ik voorts als een trouw dienaar verpligt is, een wakent oog op de verdere gedoentens van dien minister sal houden Waarmeede mij de eer aanmatigen met diep ontsagte zijn /:onderstond:/ Hoog Edelen groot Agtbaren gestrengen wijd gebiedende Heere en wel Edelen Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelheedens seer ootmoedigen Dienaar /:wagtekent:/ I: Mens /in margine: Palembang den 28 september Ao 1763. Batavia. 1 deel 64 1764 1764 2 Per 1764 3 Van Javas Oostcust den 13 october 1763 Batavia Aan Als vooren Na de depeche mijner zeer eerbiedige Secrete letteren van den 10: dezer heb ik van den sulthan ontfangen Twee missives die ik de vrijheit neme in Copia hier aante accrockeren behelschende zijn hoog„ „leits besluit om tot de egtscheiding van zijn dogter en Pangerang Mancoenagara over te gaan en ten dien einde met die Princes naar zodanig een plarts te vertrekken als ik zoude goedvinden, oordeelende zelfs dat het goed zoude zijn den soesochoenang ook present was Hoeklaar en verstaanbaar uw hoog Edel hed„s intentie aan dien vorst is te kennen gegeven en op wijse den onderge„ „teekende zijne ophelderingen daar omtrent heeft bij gevoegt, wat vertoogen den Resid„t van der sluijs deswegens Danoeredja gedaan heeft schijnt De sulthan de meenig eekter niet begree„ „pen te hebben, often minsten zijn hoogheit ontvijnst, zulks, Want wat nu't zoude het tot de questieuse zaak toebrengen dat de sulthan alleen met zijn Dogter naar Salatiga of Elders vertrok en aldaar de Egtscheiding voortgang nam 't geen op de zelfde wijze op D jok djo ook kan geschieden: de presentie van den Iavas oostcust den 13: 8ber 1763 Van den soesoehenang zoude zekerlijk, en wenschelijk zijn, maar dewijl die vorst al bevoorens betuigt heeft nooit te zullen uittrekken zonder Mancoenagara, of Mancaenagara te laten vertrekken zonder hem, zo zoude de bij een komst van den sulthan en Mancoenagara al te volgevaar zijn om mijns eragtens dit toe te stemmen en dat zoude het even eens gestelt zijn Wanneer de sulthan te souracarta kwam; wenschelijk dat die vorst zijne dogter daar alleen wilde zenden ander mijn geleide, en dan zoude de zaak gevonden zijn om echter aan mijne zijde niet stil te zitten, ben ik te rade geworden, in hope van uw hoog Edelhedens gunstige - goedkeuringe, in persoon heeden geagt dagen naar djok„ „djacarta te vertrekken om de sulthan de Waare intentie van uw hoog Edelhedens te kennen te geven, dewijl de Continueele briefwisseling tot geen inluentie schijnt te hebben, en als 't maar immers mogelijk is, zijn Hoogheit te overreden tot het opvolgen uw hoog Edelhedens voorstel, twijffelende niet of de andere partij aan het Hof van Souracarta zal zich de schikking, zo als ik dezelve maake, laten wel„ „gevallen, ten minsten inschijn; Want dat de gis„ „tende gemoederen nog zo ligt geheel hoe de zaak ook komt uittevallen tot bedaaren zullen kun„ „nen gebragt werden, oordeele ik grond te hebben om aan te twijffelen; want is Mancoenagara aan ^nuetig 1' deel 1764 1764 2 del 1764 3
English
From Java's East Coast the 13th of October 1763: on the one hand embittered against the Sultan, and considers the Susuhunan not to have been treated fairly by the Sultan; on the other hand, the Sultan is possessed of an unalterable grudge against Mangkunegara, or at least that Prince is there regarded as an obstacle to the Sultan's designs. I attach hereto for Your High Nobilities' esteemed consideration a copy of a missive, and an extract missive written to me by the Resident Van der Sluijs, to which I refer to avoid double work; and I let this further be accompanied by a missive written to Your High Nobilities by the Sultan, as well as one to the Honorable Ordinary Councilor Nicolaas Hartingh. Wherewith I have the honor, with profound respect and all submission, to call myself, below stood: Your High Nobilities' entirely obedient and very humble servant, was signed: W. H. v. Ossenberch, in the margin: Semarang the 13th of October Anno 1763. — Batavia From Java's East Coast the 11th of November 1763 Batavia As before. In accordance with my latest respectful letter of the 13th ultimo, I proceeded on the 22nd following to Yogyakarta to the Sultan, and returned on the 8th of this month, whereof I hereby humbly inform Your High Nobilities and take the liberty to present alongside this, respectfully to Your High Nobilities, the report of my proceedings, requesting that the same may be honored with Your High Nobilities' favorable approval. Confining myself therefore for brevity's sake to the aforementioned report, I shall nevertheless, according to the statement of my bounden duty, note here that however affectionate the letters; however great the outward politeness and cordial reception; however earnest Java's East Coast the 12th of November 1763 the protestations and promises of the Sultan may be, I would nevertheless have to conclude that this monarch harbors entirely different designs in his bosom than outwardly appears, if the writing of the Susuhunan and Resident Beuman is based on truth. I lay these letters before Your High Nobilities' esteemed consideration herewith, accompanied by a letter from Van der Sluijs, which on the contrary is full of well-meaning assurances, and seems to overturn the statement of those from Surakarta. Whoever may bear the greatest blame, the Sultan or Mangkunegara, has not yet been proven; however, this is certain: that the last-mentioned has appropriated some villages of the Sultan, and the Sultan, by way of reprisal, several from the Susuhunan in return, from which that meek monarch, however much I employ all means to divert His Highness therefrom, wishes to take satisfaction. Meanwhile, on the coming Monday, in the hearing Java's East Coast the 12th of November 1763: — of some impartial witnesses, I shall ask the Ratu Bendoro categorically what her intention is: whether she is now inclined to return to her father or to her husband. Although there is little difficulty in predicting what the Ratu's answer will be, I shall nevertheless have to await it before I can settle the matters further according to the intention and aforementioned orders of Your High Nobilities, regarding which I shall leave nothing unattempted. Indeed, sparing no trouble, labor, or vigilance to reach that desired end and to preserve Java in that state in which it has been until now; that is, from all sides and respects according to wish. A passable rice harvest. The wings of the wandering Singosari clipped so that, breathless and powerless, he cannot undertake anything; the rebel leader Abdul Kadir banished from the Tiger, and thus no longer to be feared; besides which, the Company this year has gained an extra profit through the demand and circulation of the previously unwanted doits and pennies; so that all would be desirable, were it not that this troublesome matter with Ratu Bendoro had occurred and thus stirred up the troubled minds of the Sultan and Mangkunegara. Concerning the Pangeran and the region of Balambangan, I have the honor respectfully to inform Your High Nobilities that Commander Breton has held an interview with that Prince, who offers, if he is restored to the government of his land through the help of the Honorable Company, to surrender that land and his person to the Honorable Company, and to deliver annually as a tribute, for nothing: 600 lasts of rice, 10 picols of wax, birds' nests, and the harbor master revenues. How this region could now From Java's East Coast the 12th of November 1763 be overcome, and in what manner one could best maintain authority for the Honorable Company there, regarding this Commander Breton has sent some considerations, which I also present to Your High Nobilities alongside this, with the prayer to be supported by Your High Nobilities' judgment in that regard. While I also, in case Your High Nobilities should be pleased to approve Breton's proposal and establish a residency there, nominate the writer at Surabaya, Jan Lapra, to Your High Nobilities as the most capable person for Resident. Meanwhile, according to the tenor of Your High Nobilities' secret letter of the 19th ultimo, I have instructed Commander Breton to treat that Prince with an uncommitted friendliness upon his appearance under the Company's territory, without giving or showing him any, even the slightest, assistance. I remain with the greatest respect, below stood: High Noble, Highly Esteemed, Severe, and Far-Ruling Gentlemen and Right Honorable Gentlemen, lower: Your High High Nobilities' very humble and entirely obedient servant, was signed: W. H. v. Ossenberch, in the margin: Semarang the 12th of November 1763:— Batavia
Dutch transcription
Van Iavas Oost Cust den 13:' 8ber 1763: aan de Eene zijde ver bittert op den Sulthan, en oordeelt D' soesoehoenang door den Sulthan niet billijk behandelt te zijn, aan de andere zijde is de sulthan behoeft met een enveranderlijke wrok op Man„ „Coenagara, of ten minsten werd die Prins daar aangemerkt als een hinderpaal van sulthans dessemen Ik voege tot uw hoog Edelhedens g'eerde specula„ „tie hier nevens, een Copia van een Missive, en een extract missive aan mij door den resident van der Sluijs geschreven, waar aan ik mij ter vermijding van dubbeld werk refereere; en late deze nog ver„ „zelt gaan van een missive aan uw hoog Edelhedens geschreeven door den sulthan, als mede een aan den Heer Raad ordinair Nicolaas hartingh Waar mede de eere hebbe met diep ontzagen alle onderdanigheit mij te noemen /:onderstond:/ uw hoog Edelhedens gansch gehoorzaame en tzeer onderdanige Dienaar /:was getekend:/ W: H: v: ossenberch, /:in margine:/ Ssamarang den 13: october A„o 1763. — Batavia Van Javas oost Cust den 11:' Novemb„r 1763 Batavia Van Als vooren Conform mijne Iongste eerbiedige Lette„ „ren van den 13:e Passato hebbe ik mij op den 22:e daar aan volgende naar Djokjocarta bij den sulthan begeeven en ben den 8:e dezer gere„ „verteerd, waar van ik bij deze uw hoog Edel„ „beedens onderdanig kennisse geef ende vrij„ „heijd neem bezeijden deses uw hoog Edel„ „heedens eerbiedig aantebieden het Raport mijner verrigtingen, verzoekende dat dezelve met uw Hoog Edelheedens gunstige approbatie mogen werden vereerd Mij dan kortheids halven aan het Ra„ „port voorm: gedragende zal ik echter vol„ „gende het op geeven mijner schuldige ge„ „houdenisse hier bij noteeren dat hoe minne„ „lijk de brieven; hoe groot de uiterlijke be „leeftheijd en geneege onthaal hoe ernstig F ¶deel 1764 1764 2 Fel 1764 3 de Javas oost Cust den 12:' Novemb:r 1738 Van de betuigingen en beloften van den sulthan ook zijn ik echter zoude moeten vast„ „stellen dat die vorst geheel andere disseinen in zijnen boesem voed, als uiterlijk schijnt zoo het schrijven en van den soesoe hoenangen den Resident Beuman op waerheijd steurt Ik legge die brieven ter uwer Hoog Edelhee„ „dens ge-eerde speculatie hier nevens verseld van een brief van vander sluijs die weder ter Contrarie val is van wel meenende verzeekeringen, en het op geeven van die van souracarta schijnt om ver te werpen Wie ook de meeste schuld mag hebben de sulthan of Mancoenagara is nog niet bewezen, echter is dit zeker dat de laastgem: eenige negorijen van den sulthan zich heeft toege eigend en de sulthan tot represaille weder verscheide van den soesoehoenang welke zogtmoedige vorst hoe zeer ik ook alle middelen in 't werk stelle, om zijn Hoogheid daar van te diverteeren daar van satisfactie wil neemen Inmiddels zal ik aanstaande Maandag de Ratoe Bendoro ten aanhooren 115 Javas Oost Cust den 12:' Novemb:r 1763: — Jan aanhooren van eenige onpartijdige getuigen Cathagoris afvraagen, wat haare intentie is of zij nu weder naar haaren vader dan wel naar haaren man genegen is terug te keeren Al„ „hoewel 'er nu weinig difficulteit is in het presaqueren wat de Ratoes antwoord zal zijn zal ik echter dien dog moeten afwagten, een ik de zaaken verder naar de intentie en het voorgesz: van uw hoog Edelheedens kan afmaaken, waar omtrent ik niets onbezogt zal laaten Ia geen moeite arbeid of waaken ontzien, om tot dat gewenscht einde te komen en Iava in dien staat te conserveeren, waar in het zel„ „ve tot nog toe is, dat is, van alle zijden en opzigten naar wensch Een taamelijke Rijst oogt De vlerken van den zwervenden singosa„ „rie, zoo geknot, dat hij adem en kragteloos niet kan aanvangenden hoofd Cra„ „man Abdul Cadier van den Eijger verstonden, en dus niet meer te vreesen waaren boven de Comp: desen Iaaren nog een Extra winst heeft door den 2 trek en 't vertier vande voorheen ongewilde den 1764 1764 2 Je ƒ 1764 3 Van Javas oost Cust den 12:' Novemb:r 178- ongewilde duiten en peningen, zoo dat al„ „les wenschelijk zoude zijn zoo niet deze facheuse zaak met Ratoe Bendoro waare voorgevallen en dus de worende gemoederen van de sul„ „than en Mancoenagara gaande gemaakt Betreffende den Pengerangen 't landschap van Balemboan„ „gang heb ik de eer uw hoog Edelheedens eerbiedig te be„ „rigten dat den gezaghebber Breton„ met dien Prins een mondgesprek gehouden heeft, welke aanbied bij aldien hij door hulp van de E: Comp: weder in 't bestier van zijn land werd, dat land en zijn perzoon aan de E: Comp: over te geeven en als een tribuit Iaarlijk te leveren voor miets 600 Lasten Rijst 10: picols was vogelnesjes, en de Sabandharijen Hoedanig nu deze landstreek zoude 4: „ 117 Van Iavas Oost Cust den 12:' Novemb:r 1763 zoude kunnen vermeesterd werden, en op wat wijze men die het beste 't gezag voon de E: Comp: zoude kunnen behouden des wegens heeft de gezaghebber Bre„ „ton overzonden eenige Consideratien die ik bezijden deze almede uw Hoog Edel„ „heedens presenteerend met bede om daar omtrent met uw hoog „delheedens bi gesterkt te wor„ „den Terwijl ik mede ingevallen uw hoog Edelheedens geliefden goedte vinden het voorstel van Breton te approbeeren en aldaar een Residentie op te rigten als de bequaamste daar toe uw hoog Edel„ „beedens tot Resident voor„ „draage den scriba te sou„ „rabaija Ian Lapra Jnmiddens heb ik na den teneur van uw hoog Edelheedens secreete Letteren van den 19:e passato den ge„ „zaghebber Breton aanbevolen dien ¶der 1764 1764 2 Te2 1764 3 : Javas Oost Cust den 12. Novb: 1756 an dien Prins met een onver„ „schildige vriendelijkheijd te behandelen bij verschijning onder 'S Comp„s territoir, zon„ „der hem eenige de minste assistentie te geeven ofte betoonen Ik blijve met de meeste eerbied /: onderstond:/ Hoog Edelen groot Achtbaaren gestrengen en wijdgebiende Heere en wel Edele Heeren /:Lager:/ uw hoog hoog Edel„ „heedens seer ootmoedige en gansch gehoorsaamen Dienaar /:was getekend:/ W: H: V: Ossenberch„ /:in margine:/ Samarang den 12: November 1763:— Batavia
English
119 From Java's East Coast the 15th of November 1763. Batavia To As before In accordance with what was mentioned in my latest respectful letter of the 12th instant, I take hereby the liberty to bring to Your High Excellencies' notice that yesterday, in the presence of several witnesses both from the sultan's and my side, I categorically asked the Ratoe Bendoro what Her Honor's intention was, and whether she was inclined to move again to her spouse the Pangerang adipattij Mancoenagara, or rather to be separated from him forever and return to her father! Whereupon said Ratoe Bendoro without any hesitation declared that she persisted in her previous request, namely to be separated from her husband. I enclose herewith for Your High Excellencies' inspection a document which was clearly read out and presented to Her Honor in the Javanese language, duly signed and sealed by me and the witnesses; so that regarding this matter for the present nothing Volume 764 1764 2nd 1764 3 From Java's East Coast the 15th of November 1763. nothing more is to be done than to proceed to the divorce according to the proposal of the sultan himself, regarding which the necessary notice and order have also already been given. I shall not fail to dutifully communicate the outcome of this matter likewise to Your High Excellencies as soon as it has been brought to a conclusion, while I hope that that Prince will be satisfied with this outcome, and all troubles will be ended, to which end by continuation nothing will be left untried by me, so that the Land of Java may remain in that desired state in which it finds itself to this day. I remain with the greatest respect, it was written below, Your High Excellencies' most obedient and humble servant, was signed, W: H: v: Ossenberch, in the margin, Samarang the 15th of November 1763. Batavia 121 Java's East Coast the 2nd of December 1763. Batavia To As before The matters concerning the divorce between the Pangerang Mancoenagara and Ratoe Bendoro have now reached the point that today, with the consent of both sides, the divorce has been accomplished, with the condition that said Ratoe should enter into no other marriage as long as Mancoenagara is alive. The commissioners of the soesoehoenang for this matter are the Tommangongs Arong Binang and Mancoejoedo, and from the side of the sultan, the Pangerangs Aria Pacoeningrat and Nata Coesoema. Of this I have the honor, in accordance with my bounden duty, to inform Your High Excellencies with all respect, while I derive new courage that, now that this delicate matter is resolved, the other disputes and historical grievances between the village peoples will probably also disappear; at least I take the liberty to assure Your High Excellencies in 1764 the 1764 2nd volume 1764 3 From Java's East Coast the 15th of November 1763. nothing more is to be done than to proceed to the divorce according to the proposal of the sultan himself, regarding which the necessary notice and order have also already been given. I shall not fail to dutifully communicate the outcome of this matter likewise to Your High Excellencies as soon as it has been brought to a conclusion, while I hope that that Prince will be satisfied with this outcome, and all troubles will be ended, to which end by continuation nothing will be left untried by me, so that the Land of Java may remain in that desired state in which it finds itself to this day. I remain with the greatest respect, it was written below, Your High Excellencies' most obedient and humble servant, was signed, W: H: v: Ossenberch, in the margin, Samarang the 15th of November 1763. Batavia 121 From Java's East Coast the 2nd of December 1763. Batavia To As before The matters concerning the divorce between the Pangerang Mancoenagara and Ratoe Bendoro have now reached the point that today, with the consent of both sides, the divorce has been accomplished, with the condition that said Ratoe should enter into no other marriage as long as Mancoenagara is alive. The commissioners of the soesoehoenang for this matter are the Tommangongs Arong Binang and Mancoejoedo, and from the side of the sultan, the Pangerangs Aria Pacoeningrat and Nata Coesoema. Of this I have the honor, in accordance with my bounden duty, to inform Your High Excellencies with all respect, while I derive new courage that, now that this delicate matter is resolved, the other disputes and historical grievances between the village peoples will probably also disappear; at least I take the liberty to assure Your High Excellencies 176 2nd volume 1764 3 Java's East Coast the 2nd of December 1763. to assure that in that regard nothing will be left untried by me. Your High Excellencies will, if you please, see in abundance from the enclosures accompanying this according to the annexed register what difficulty I first had to clear out of the way before I brought it this far. The greatest obstacle, however, and one that could have stopped the entire work, is the condition upon which the soesoehoenang insisted that the divorce should take place, which, in my view, neither the soesoehoenang nor Pangerang Mancoenagara could reasonably believe would be granted by the sultan; in which, however, to my particular satisfaction, that monarch has consented. And since the sultan with great longing wishes and requests that the marriage of his son to the soesoehoenang's daughter, although still a child, may proceed, I shall endeavor to make use of this means From
Dutch transcription
119 Van Javas Oost Cust den 15: Novemb:r 1763: — Batavia Aan Als vooren Volgens het gementioneerde bij mijne Jongste eerbiedige letteren van den 12: Courant neme ik bij deze de vrijheit uw hoog Edelhedens ter kennisse te brengen, dat ik gisteren in tegen„ „woordigheit van eenige getuigen zo van sulthans als mijne zijde D' Ratoe Bendoro Catagoris heb gevraagt, wat haar E: van intentie was, en of zij inlineerde weder naar haaren gemaal den Pangerang adipattij Mancoenaga„ „ra, te trekken dan wel van den zelven voor altoos gescheiden te werden en terug naar haaren vader te gaan! waar op gemelde Ratoe Bendoro zonder eenige belemmering betuigde dat zij bleef persisteeren bij haar voorig verzoek Namelijk om van haaren man gescheiden te werden Ik legge tot uw hoog Edelhedens specula„ „tie hier nevens een geschrift 't welk haar Ed: in de Iavaansche Taal duidelijk is voorgelezen en voorgehouden, door mij en de getuigen behoor„ „lijk geteekend en verzeguld; zo dat er om„ „trent deze zaak voor het tegenwoordige niets ¶deel 764 1764 2de ƒ 1764 3 Van Javas Oost Cust den 15: November 1763: — niets meer te doen is dan tot de egtscheiding naar het voorstel vanden sulthan zelfs over te gaan waar omtrent ook reeds de nodige kennis en ordre gestelt is Ik zal niet manqueren de uitslag van deze zaak mede zo ras ten einde zal gebragt zijn uw hoog Edelheedens schuldpligtig te Com„ „municeeren, ter wijl ik hope, dat die Prins deze uitkomst zich laten welgevallen, en alle moeijelijkheden g'eijndigt werden, waar toe door mij bij Continuatie niets onbezogt werd gelaten, op dat het Land van Iava blijve in dien gewenschte staat, waar in het zich tot heden bevind Ik blijve met de meeste eerbied /:onderstond:/ uw Hoog Edelhedens gansch gehoorzaamen en onderda„ „nigen Dienaar /:was getekend:/ W: H: v: Ossenberch /:in margine:/ Samarang den 15: November 1763:— Batavia 121 Javas Oost Cust den 2:' decemb:r 1763. — Batavia Aan Als vooren De zaaken Concernerende de egtscheiding sschen den Pangerang Mancoenagara en Pa„ e Bendoro, zijn thans zo verre gekomen 't men heden met Consent van weerskan„ ^volbragt n de egtscheiding heeft, met die voorwaarde E t' gemelde Ratoe zich in geen ander Eu„ elijk zoude begeven zolang Mancoenagara leven is. De gemagtigdens van den soesoehoenang, tot 9 2 te zaak, zijn de Tommangongs Arong Bi„ ang en Mancoejoedo, en van de zijde van den Elthan, de Pangerangs Aria Pacoenin„ at en Nata Coesoema Hier van heb ik de eer, volgens mijne uldige gehoudenisse, uw hoog Edelhedens alle eerbied kennisse te geven, terwijl ik der nieuwe moed schep, dat nu die ne„ lige zaak uit de werveld is de andere verschillen O historiaalen tusschen de negorijs volkeren le wel verdwijnen zullen ten minsten neme de veijleit uw hoog Edelhedens te verzekeren in 1764 ¶der 1764 2 del 1764 3 Van Javas Oost Cust den 15. November 1763. niets meer te doen is dan tot de egtscheiding naar het voorstel vanden sulthan zelfs over te gaan waar omtrent ook reeds de nodig kennis en ordre gestelt is Ik zal niet manqueren de uitslagv deze zaak mede zo ras ten einde zal gebra„ zijn uw hoog Edelheedens schuldpligtig te Com„ „municeeren, ter wijl ik hope, dat die deze uitkomst zich laten welgevallen, alle moeijelijkheden g'eijndigt werden, waa toe door mij bij Continuatie niets onbezogt werd gelaten, op dat het Land van Java blijv in dien gewenschte staat, waar in het zich tot heden bevind Ik blijve met de meeste eerbie„ /:onderstond:/ uw Hoog Edelhedens gansch gehoorzaamen en onderda„ „nigen Dienaar /:was getekend:/ W: H: v: Ossenberch /:in margine Samarang den 15: November 1763:— Batavia 121 Van Javas Oost Cust den 2:' decemb:r 1763. — Batavia Aan Als vooren De zaaken Concernerende de egtscheiding tusschen den Pangerang Mancoenagara en Ra„ „toe Bendoro, zijn thans zo verre gekomen dat men heden met Consent van weerskan„ volbragt „ten de egtscheiding heeft, met die voorwaarde dat gemelde Ratoe zich in geen ander Eu„ - „welijk zoude begeven zo lang Mancoenagara in leven is. De gemagtigdens van den soesoehoenang, tot deze zaak, zijn de Tommangongs Arong Bi„ „nang en Mancoejoedo, en van de zijde van den sulthan, de Pangerangs Aria Pacoenin„ „grat en Nata Coesoema Hier van heb ik de eer, volgens mijne schuldige gehoudenisse, uw hoog Edelhedens in alle eerbied kennisse te geven, terwijl ik weder nieuwe moed schep, dat nu die ne„ „telige zaak uit de werreld is de andere verschillen en historiaalen tusschen de negorij volkeren ook wel verdwijnen zullen ten minsten ik neme de vrijheit uw hoog Edelhedens te verzekeren 176 2 del 1764 3 Javas oost Cust den 2: december 1763: verzekeren dat daar omtrent door mij niets onbezogt zal werden gelaten uw hoog Edelhedens zullen des ge„ „lievende uit de bijlagen volgens annexe register deze verzellende, ten overvloe„ „de, blijken wat zwaarigheit ik eerst uit de weg heb moeten ruimen eer ik het dus verre gekreegen heb„ ^egter De grootste hinderpaal en die het gansch werk zoude hebben kunnen sluiten is de voorwaarde waar op de soe soehoenang in steerde dat de egt„ „scheiding geschieden zoude, 't welk mijns bedunkens nog de soesoehoenang nog Pangerang Mancoenagara met grond gelooven konde dat van den sulthan zoude werden ingewilligt, waar in echter die vorst tot mijn bij zonder genoegen zich heeft laten vinden en nadien D' sulthan met zeer veel verlangen wenscht en verzoekt dat het huwelijk van zijn zoon met de soe soehoenangs Dogter hoewel nog een kind, mag voortgang nemen, zo zal ik mij van dit middel tragten te bedienen Van E „
English
123 From Java's East Coast, the 2nd of December 1763 servants in order to bring about a general reconciliation and renewal of friendship between both the rulers, and thus still prevent the feared breach of peace, regarding which I do not despair, all the more because I was informed by Danoeredja in confidence that his ruler did not seem disinclined to it. Administrator Breton, having presented to me upon his arrival here a respectful report concerning the present condition of the eastern corner, I take the liberty to present the original to Your High Excellencies alongside this, with a humble request that Your High Excellencies may deign to honour me with the necessary orders regarding it, while, referring to it, I will merely report here that, the conduct of Djoja Lalana, regent of Probolingo, having been further investigated, such complaints have come to my attention which not 176 2nd part f 1764 3 From Java's East Coast, the 2nd of December 1743. not only confirm but even aggravate the statements laid down by Breton, so that I have caused that young spendthrift to be removed from administration, because in these current circumstances I deemed it dangerous to entrust this territory to him any longer, and it is truly time to make others more prudent by setting some examples. I hope that Your High Excellencies will be pleased to approve my conduct, and at the same time request that in the place of the said Djojalalana the former Pepattij Poespacoesoema may again be appointed as regent of that district under the title of Ingabei Poespacoesoema, being a man of proven loyalty and ability. I also find myself obliged to bring to Your High Excellencies' attention the bad and punishable conduct of the Regent of Sumanap, Radeen Tommangong Natta Coesoema, who, neither after reproaches from Administrator Breton nor after the frequent 125 From Java's East Coast, the 2nd of December 1763 frequent admonitions which the Panembahan of Madura, his father-in-law, has assured me he has given him, being unwilling to listen, goes from bad to worse, and has thus made himself unworthy of the favour which Your High Excellencies showed him so recently. The territory of Sumanap is far too precious a possession of the Honourable Company for it to be neglected under the administration of a bad regent; and it is thus extremely necessary for the preservation of that territory that this regent be dismissed as a deterrent to others, which I request of Your High Excellencies for the alleged reasons, and as his successor I respectfully propose the son of the Panembahan of Madura under the honorific name of Radeen Tommangong Natta dimingraat. I have not been able to reject the persistent requests of the Panembahan, 176 2nd part 1764 3 From Java's East Coast, the 2nd of December 1768 to reject, all the more because for the well-being of the Honourable Company I must testify to being unable at present to propose to Your High Excellencies a better or more qualified subject: for Radeen Bagchus, who is staying here, would not have enough authority or power to keep the unruly people of Sumanap in check. I have the honour to assure with the greatest veneration that I am, below stood, Your High Excellencies' very humble and obedient servant, was signed, W: A: v: Ossenberch. In the margin, Samarang, the 2nd of December 1763. Respectful 827 From Java's East Coast, the 28th of November 1763. Respectful report on the eastern corner of Java, dedicated to the Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord Willem Hendrik van Ossenberch, Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of all Java, by the undersigned Senior Merchant Hendrik Breton. Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Lord, Although my brief presence in the eastern corner has not yet given me sufficient experience to disclose to Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed the true state of this possession, which is so advantageous to the Company, during this favourable reception, I have nevertheless deemed it not unserviceable to put to paper all that which I know with full certainty, together with my further observations, on which account, in the hope of the favourable approval 176 2 e2 1764 3 From Java's East Coast, the 28th of November 1763 approval of Your Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, I shall begin these remarks with the easternmost corner of Java. Palemboangang, regarding which I presume in all respect that if the Balinese keep it in their possession, the Company will always have a feared neighbour in them, and this will also be very detrimental to Java. The reports which I received two days before my departure from Sourabaija contain that there are still 300 Balinese encamped at Balemboangang; that the entire family of Pangerang Pate, who still awaits the Honourable Company's help and assistance at Sentong, except for a sister of that Pangerang named Ratoe Poetrie who still remained at the main village, has been sent to Bali; it is even said with certainty that Maas Wilis is among that dispatched group, and that 40 Balinese and 60 Balemboangers have already penetrated as far as Lamadjang, to whom the Regent of that district, named Cartanagara, has submitted. However small this number of Balinese may seem, one can nevertheless not be carefully enough on one's guard against them, all the more
Dutch transcription
123 Van Iavas oost den 2: december 1763 bedienden om een algemeene verzoening en vernieuwing van vriendschap tusschen beide de vorsten, te bewerken en dus als nog de gevreesde vredebreuk te prreveniëren waar omtrent ik niet wanhope temeer ik van Danoeredja in se secretesse verwittigt ben dat zijn vorst daar toe niet ongeneegen scheen Den gezaghebber Breton mij bij zijne aankomst alhier gepresenteert hebbende een eerbie„ „dig vertoog over den tegenwoordigen toestant van den oosthoek, neme ik de vrijheit uw Hoog Edelhedens bezijden in originale aan te bieden met ootmoedig verzoek dat uw hoog Edelhedens des wegens wij met de nodige bevelen gelieven te vereeren terwijl ik mij daar aan refereeren„ „de alleenlijk hier melden zal, dat het gedoente van Djoja Lalana regent van Pro„ „bolingo nader onderzogt zijnde, mij dusdanige klagten zijn voorgekomen die het ter nedergestelde van Breton niet 176 2 del ƒ 1764 3 Van Javas Oost Cust den 2. ' decembr 1743. niet alleen bevestigen maar zelfs verzwaaren, zo dat ik dien Iongen losbol buiten bewind heb laten stellen om dat ik het gevaarlijk oordeelsche in deze tijds omstandigheit dit Landschap langer hem toe- te vertrouwen, en het waarlijk tijd is om, door eenige voorbeelden te stellen andere voorzigtiger te maken Ik hope dit uw hoog Edelhedens mijne behandeling zullen gelieven goed te keuren, en verzoekt teffens dat in stede van gemelde Djojalalana weder tot regent van dat district mag werden aangesteld den geweze Pepattij Poespacoesoema onder den Titul van Ingabei Poespacoesoema, zijnde een man van beproefde trouw en bekwamheit Ik vinde mij ook verpligt uw hoog Edelhedens onder 't oog te brengen het slegt en strafwaardig gedrag van den Regent van Sumanap radeen Tommangong Natta Coesoe„ „ma, die nog na reproches van den gezaghebber Breton nog na de menigvuldige 125 Van Iavas oost Cust den 2: december 1763 menigvuldige adbortatien, die der Panembahan van Madura, zijner schoon vader mij over verzekert heeft aan hem gedaan te hebben, wil„ „lende lusteren van kwaad tot erger overgaat, en zich dus de gunst die uw hoog Edelhedens hem nog zo kort geleden bewezen hebben on„ „waardig gemaakt heeft. Het Landschap van Sumanap is een al te kostelijke bezitting van de E: Compagnie dan dat het zelve onder het bestier van een slegt regent zoude verwaarloost werden; en dus ten uittersten noodzakelijk tot behoud van dat Landschap, dat deze regent ten afschrik van andere werde afge„ „zet, 't welk in uw hoog Edelhedens, om de g'allegueerde redenen verzoeke. en tot zijnen vervanger eerbiedig voordrage den zoon van den Pancmbahan van Madura onder eernam van Radeen Tommangong Natta dimingraat Ik hebbe d' aanhoudende instanten van den Panambahan niet kunnen van 176 2 deel 1764 3 Van Iavas oostcust den 2:' december 1768= van de hand wijzen, te meer ik voor het welzijn van D'E: Compagnie moet i betuigen thans geen beter of bekwaa„ „mer subject uw hoog Edelhedens te kunnen voordragen: want de hier zich gehoudende Radeen Bagchus zoude geen gezag nog vermogen ge„ „noeg hebben om de verwildende su„ „manappers in den teugel te houden Ik hebbe de eer niet de meeste veneratie te verzekeren dat ik ben /: onderstond uw hoog Edelhedens zeer onderdanige en gehoorzaame Dienaar /:was gete„ „kend:/ W: A: v: Ossenberch /:in margine Samarang den 2: december 1763: — Eerbiedig 827 Van Iavas Oostcust den 28:' November 1763. Eerbiedig vertoog over den oost„ „hoek van Iava Aan den wel Edele gestrenge groot Achtbare Heere Willem Hendrik van Ossenberch. Raad Extra ordinair van Nederlands India mitsgaders gouverneur en directeur van gansch Iava op gedragen door den ondergeetee„ „kende oppercoopman Hendrik Breton Wel Edele gestrenge groot Achtbare Heere of schoon mijn kort aanweezen in den oosthoek mij als noch geen voldoende ondervinding heeft gegeeven om in deze gunstige reeceptie uwel Edele gestrenge groot achtbare openteleggen den waaren staat van deeze voor de Comp: zoo voordee„ „lige bezitting, zoo heb ik echter niet on„ „dienstig geoordeelt al het geen ik niet volle zeekerheid weete, gepaard met mijne nadere aanmerkingen ten papiere te brengen weshalven ik in hoope der gunstige approbatie O 176 2 e2 1764 3 Van Iavas Oost Cust den 28: November 1763 approbatie van uwel Edele gestrenge groot Acht„ „bare deeze remarques met de oostlijkste hoek van Iava beginnen zal Palemboangang van het welke in alle Eer„ „bied ver onderstelle dat zoo de baliers het zelve in possesie houden de Comp: altoos aan hen een gevreesd nabuur zal hebben en zulks ook voor Java zeer nadelig zal zijn De Berichten die ik twee dagen voor mijn ver„ „trek van sourabaija gekreegen hebbe behelzen, dat er noch 300: baliers te Balemboangang gecampeerd, zijn dat de gansche famille van Pangerang Pate die noch op sentong sE Comp: hulp en bijstand blijft afwachten Excepto een suster van dien pangerang gen„t Ratoe Poetrie die noch op de hoofd negorij gebleeven is, na Balij is verzonden, zelf word met zeekerheijd gezeg, dat maas wilis onder dien verzondene hoop zoude weezen en dat 40: Baliers en 60: Balem„ „boangers bereeds tot in Lamadjang zijn doorge„ „drongen aan dewelke den Regent van dat district Cartanagara genaamd zich heeft gesubmitteerd Hoe gering dit aantal van baliers ook mag schijnen zoo kan men echter niet zorgvuldig genoeg op onze hoede omtrent hen zijn te meer
English
From Java's Northeast Coast, 28 November 1763: more, because they can receive reinforcements daily from Bali, and the aforementioned Cartanagara, who was previously so favorably disposed toward Pangerang Pate, submitted at the first insinuation, which in my opinion is a convincing proof of the dreaded impression that the Balinese produce among the Javanese. Malang is presently ruled by Malaijoe Coesoema, a descendant of the notorious Soerapattij, and in which country the fugitive Pangerang Praijboeijoko also resides; neither of these two chiefs, despite the numerous letters and emissaries that the undersigned has sent to them, could be persuaded to submit to the Honorable Company, and although they currently remain quiet, it was nevertheless to be wished that they could be brought to submission. Nothing but variable reports are received from that country, and it is highly presumed that Braijboeijoko will emerge again from this hiding place of his at the slightest favorable opportunity; indeed, the most recently received news contains that he is inclined to establish himself in the district of Djipan, which is severely deprived of inhabitants. Banger Banger, actually called Probolingo, lies westward against Balemboangang. Here one finds the young rake Djajalalana as Regent, who was the moving cause of the latest unrest of the past year, because on his own authority with the force of arms he attempted to execute a surprise attack in Lamadjang, under the pretext of wanting to retake a village that had been conquered by the people of Lamadjang from Banger upwards of 50 years ago. Banger in itself is a beautiful and extensive land, possesses fine rivers, valuable rice fields, and forests with a multitude of game; it can very easily satisfy its contingent. Under the same fall Padjarakan and the fine Besoekie; both are inhabited by a multitude of Madurese, who sustain themselves there with the planting of tobacco, corn, paddy, and the cutting of sago. From the former, the Regent draws both in cash and produce 700 rixdollars, and from the latter 1,000, along with 10 koyans of rice. With Your Right Honorable and Sternly Worshipful approval, Besoekie could, as in ancient times, very easily be separated as a Regency of its own from Banger, and the advantages thereof be drawn to the Honorable Company; the lease can be increased by 60 rixdollars per year. Passourouang is in all respects a very fertile land, intersected with rivers; the lack of inhabitants is the cause that the lands are not planted properly. It has a fairly good Regent named Nitinagara, who can very easily furnish his contingent; the lease can be augmented by 150 rixdollars per year. Bangie, though much smaller in district, is situated in the same manner as Passourouang; the Regent Soeroijoijo is zealous and attentive; the lease can be raised by 80 rixdollars per year. Grissee, Sidaijo, and Lamongong have good and worthy regents; they have completely fulfilled the contingents; the leases can bear no increase. Madura, which is ruled by an active and worthy prince, has fulfilled its contingent and the annual tribute; Your Right Honorable and Sternly Worshipful having taken ocular inspection of the same, there is nothing further to report about it, so I come to Pamacassang, where it might well proceed somewhat more expeditiously with delivering the annual contingent; no one is to be blamed for this, however, other than the two bopatis who have been appointed as guardians over the young Regent, on which account they well deserve a stern reproach; the leases can well be increased by 60 rixdollars in the year. Sumanap. It is a pity that this exceedingly splendid land, so well situated for commerce, is governed by such a bad Regent, who by his abominable conduct brings the same to ruin. His extortions and exactions are intolerable; from year to year he falls behind in delivering his contingent; he levies duties upon the vessels of merchants; he dismisses and appoints mantris according to his own will and pleasure, and whoever gives the most money receives preference with him; for the transport of his contingent to Grissee, he extorts from the private traders their vessels, and those who are unable to provide sufficient money to buy off that voyage, even though already laden with their own goods and ready to undertake the journey, are compelled to unload their vessels and take in the Regent's contingent. Thus he, Natta Coessoema, is in every way unworthy of the favor shown him by Their High Mightinesses, since he casts to the wind the earnest admonitions that I have so often given him, and has not in the least responded to the regard I have had for him as being married to the Panambahan's daughter; I can also affirm with certainty that he is totally hated by his subordinates. In a word, being a heavy opium smoker, this, instead of taking the government of the country to heart, is his sole occupation. Under this precious yet so greatly neglected land falls the beautiful and fertile island of Cangiang, concerning which a report having already been made by the commissioners, I abide by that, nevertheless adding these my respectful remarks thereto, that it very easily
Dutch transcription
29 Van Iavas Oostcust den 28: November 1763:— meer, dewijl ze daaglijks versterking van balij kun„ „nen krijgen, en gemelde Cartanagara bevorens zoo geporteerd voor Pangerang Pate, op de Eerste insi„ nuatie zich heeft onderworpen, mijnes erachtens een overtuigend blijk der gevreesde impressie die de Baliers in de Iavanen verweken Malang thans beheerst door Malaijoe Coesoema, nazaat van den beruchten soerapattij en in welk Land zich meede onthoud den zovervonden Pangerang Praijboeijoko; deeze beide hoofden hebben niet teegenstaande de menigvuldige Brieven en zendelingen die den ondergeteekende ren gezonden heeft niet kunnen overgeheeld werden hen aan dE Comp: te submitteeren en afschoon ze Een thans stil houden was het echter te wenschen zij tot onderwerping konden gebracht werden: niets dan vatiable berichten ont„ „fangd men van dat Land, en het is zeer prae sumplis Braijboeijoko bij de minste favorable occagie weeder uit deeze zijn schuilhoek zal te voorschijn koomen, zelf behelst de jongst ontfange tijding dat hij geincli„ „neerd zoude zijn zich in het district van djipan, 't geen zeer beroofd van inwoonders is, te etablisseeren Banger 176 2 deel 1764 3 Van Banger eigentlijk Probolingo genaamd legd bewesten tegens Balemboangang aan, hier vind men den Iongen Losbol Djaja „lalana als Regent die van de laaste onlusten van A:o p„o de bewegende oorzaak is geweest, om dat op eigen authoriteit met gewelt van wape„ „nen een overrompeling in Lamadjang heeft willen doen, onder praetext van een negorij te willen herneemen, die voor zuim 50: Iaaren door de Lamadjangers van Banger geconques. „teerd was; Banger op zich zelfs in een schon en uijtgestrekt Land, heeft schone revieren kostelijke Rijst velden en bosschen met menigte van wild; het kan zijn Contingent zeer ge„ „makkelijk voldoen. onder het zelve sorteerd Padjarakan en het fraije Besoekie, beide wordenze bewoond door een menigte ma„ „dureesen, die hen met het planten van Tobak jagongs, Padij en het kappen van sagoe aldaar orneeren; van het eerste trekt den Regent zoo aan Contanten als producten 700: rd„s en van het laaste 1000, met 10: Coijangs Rijst, met uwel Edele gestrenge groot Achtbare goedvinden, zoude Bezoekie als in oude tyden een Regentschap op zich zelfs zeer gemakkelijk Javas oostcust den 28: November 1763.— van Iavas Oost Cust den 28:' November 1763: Van van Banger gesepareerd en de voordeelen daar van aan d'E: Comp: kunnen getrokken werden, de pacht kan met 60: rd„s in het jaar werden vermeerderd Passourouang is aan allen deelen een zeer vruchtbaar, land doorsneden met revieren; het gebrek aan inwoonders is oorzaak dat de Landen niet na behooren zijn beplant; het heeft een tamelijk goet Regent genaamt Nitinaga„ „ra, die zijn Contingent zeer gemakkelijk kan opbrengen; de pacht kan met 150: rd„s in het jaar geaugmenteerd werden met Bangie schoon veel kleender van district, is het in zelver voege als Passourouang gelee„ „gen, den Regent Soeroijoijo is ieverig en attent; de pacht kan met 80: rd„s in het Jaar werden verhoogd Grissee, Sidaijo en Lamongong hebben E goede en brave regenten de Contingenten hebben ze Compteet voldaen, de pachten kunnen geen verhoging veelen Madura dat door een wakker en braaf vorst beheerst werd, heeft zijn Contingent en het jaarlijks tribut voldaan uwel Edele gestrenge groot Achtbare van het zelve oculaire inspectie genoomen hebbende, zoo vald daar van mits verder 1764 2 re2 1764 3 Javas Oostcust den 28:' November 1763: Van verder te melden dus kome ik op Pamacassang, daar het wel wat voor„ „spoediger mochte gaan in het leveren van het Iaarlijks Contingent; niemant is dit echter te imputeeren als de Twee Bepattijs die over den Ionge Regent als voogden zijn ge„ „steld, weshalven zij wel een goede reproche me„ „viteeren, de pachten kunnen wel in 't jaar met 60: rd„s vermeerdert werden Sumanap Iammer is het dat dit over„ „heerlijk en tot den koophandel zoo wel geleegen Land door zo een slecht Regent bestierd werd. die door zijn verfoeilijk gedrag het zelve te gronde brengd, zijne knevelarijen en afpers„ „singen zijn onlijdelijk, van Iaar tot Iaar zaakt hij ten achteren met het leeveren van zijn Contingent; hij legd schattingen op der kooplieden vaartuigen; zet na eigen wil en welgevallen mantries af en aan, en die het meeste geld geeft, heeft bij hem de pre„ „ferentie; tot het vervoeren van zijn Contin„ „gent na grissie perst hij de particuliere handelaars hunne vaartuigen af, en die onmachtig zijn om genoegzaam geld te fourneeren ter afkoping dier tocht zijn 33 Van Iava's oostcust den 28: November: 1763: — zijn schoon reets met hun eige goederen bela„ „den en gereet de reize aanteneemen genootdwangd hunne vaartuigen te lossen en des Regents Con„ „tingent inteneemen; dus hij Natta Coessoema in allen deele onwaardig is de gunst hem door haar hoog Edelheedens beweezen alzoo hij de ernstige vermaningen die ik hem zoo dik werf gegeeven hebbe in de wind slaat, en het Egard dat voor hem als met des Panambahans dochter gehuwd zijnde gehad hebbe in 't geheel niet beantwoord, ook kan ik met zeekerheid affirmeeren dat hij door zijn onderhoorige ten eenemaal gehaat is: met een woord een sterk amphioen schuiver, is dit in steede van 'slands Regeering ter harte te neemen zijn eenigste occupatie; onder dit kostelijk doch zoo zeer verwaarloost Land sorteerd het schoon en vruchtbaar Eijland Cangiang waar van bereets door ge„ „committeerdens Rapport gedaan zijnde, ik mij daar aan ook gedragen, echter deeze mijne Eerbiedige Remarques daar bij voegende, dat het zeer ge„ makkelijk ƒ 2 ƒ 1764 3
English
From Java's East Coast, the 28th of November 1763:— easily can be separated from Sumanap and placed under the direct government of the head currently serving there, Wieracrama; The same can yield annually for the Honorable Company, gratis and without any expenses: Cash. . . ƒ 3600: —: — 1200 Spanish rixdollars in 150: for the lease „ 450: —: — ¼ picul bird's nests at 400 pieces per picul „ 300: —: — 2 piculs cotton yarn at 20 pieces ditto per picul „ 120: —: — — ƒ 4478: —: —: Add furthermore to this that of Besoekie „ 3360: —: —: the increased lease of Sumanap. . „ 1050: —: —: Passourouang „ 450: —: — Banger. . „ 183: —: — Bangel. . . „ 240: —: —: Pamacassang. „ 180: —: —: Thus together this amounts to ƒ 9930: —: —: which would still be a sweet little profit for the Company. From Java's East Coast, the 28th of November 1763 Now returning home again, I shall only make mention of Sourabaija, that however extensive the land may be, it nonetheless has its full burden with its contingent of 1000 coyangs of rice; the regents, notwithstanding the bad crop in the eastern corner, have given assurance that nothing will be lacking in their delivery; the favorable permission which Your Right Honorable Severe Grand Worships have been pleased to grant them to remain at home, has caused me to take upon myself the commission to request on their behalf that they may retain the leases by contract on the same footing as they currently are; The sons of the aforementioned From Java's East Coast, the 28th of November 1763. aforementioned regents, accompanying me in my party and coming to demonstrate their submission on behalf of their fathers, I take the liberty to present to Your Right Honorable Severe Grand Worships and at the same time to assure the same that I shall always be with the deepest veneration and respect was underneath: Right Honorable Severe Grand Worshipful Lords lower: Your Right Honorable Severe Grand Worships' very humble and obedient and dutiful servant was signed: A: Breton, in the margin: Samarang the 28th of November Anno 1763:— Batavia Batavia From Java's East Coast, the 16th of December 1763: — To the same as before After the dispatch of my respectful letter of the 2nd of this month, I found myself honored with Your High Honors' very esteemed separate missive of the 28th ultimo, whereupon I submit in humble reply that I shall see to it that Balemboangang is abandoned, and meanwhile Pangerang Pate is dealt with in an indifferent manner and without expense to the Honorable Company. Further having the honor to inform Your High Honors concerning the inland affairs, that after the consummation of the divorce of Pangerang Mancoenagara and the Sultan's daughter, I have left nothing unattempted to calm the troubles, which from day to day worsened; in which I also finally have succeeded thus far with God's blessing, that both the Susuhunan and the Sultan have given orders not only to return the seized villages to their respective owners, but also to recall their dispatched people; principally the Sultan seems From Java's East Coast, the 16th of December 1763.— The Sultan is currently wholly and entirely inclined toward peace and quiet, and upon my urgent request and the representations made by Resident van der Sluijs who in this regard has conducted himself to my complete satisfaction and is therefore humbly recommended to Your High Honors' favorable remembrance, has forthwith ordered certain peoples who, under the name of Cramans, had committed all sorts of violence in various places, to cease all hostilities, and moreover has had several chiefs of those people handed over to Resident van der Sluijs, so that on well-founded grounds I dare assure Your High Honors before the end of this year that all discords are reconciled, all acts of violence ceased, and Java's uplands brought back to that quiet and peaceful state in which they previously were. I cannot refrain from congratulating Your High Honors on that happy event, and heartily wishing that, just as on Java everywhere From Java's East Coast, the 28th of December 1763: — everywhere under Your High Honors' government, all measures taken by the Honorable Company may be successful, and be followed by a general and lasting peace. I enclose herewith for Your High Honors' esteemed perusal the documents specifically indicated in the annexed register; and respectfully add hereto that Mancoenagara, though still somewhat grieved over the loss of his wife, otherwise continually keeps himself quiet and still, while I, upon his repeated requests for 40 pieces of carbines, have sent him half of that, or 20 pieces, which I hope Your High Honors will not take amiss of me, having proceeded to do so solely to accommodate him somewhat in this time, and to satisfy him. In conclusion, I add hereto that the lease monies, both here and at the outer offices, have been properly collected, and having previously spoken with the regents and leaseholders about the shahbandar offices, I flatter myself that the yield will not be less than in earlier times. I
Dutch transcription
Iavas Oost Cust den 28:' November 1763:— Van makkelijk van Sumanap kan gese pa„ „reerd en onder de directie Regee„ „ring van het thans aldaar fungeerend Hoofd Wieracrama gesteld; Het zelve 's jaars voor kan aan d E Comp: niet en zonder eenige ongelden opbrengen Contant. . . ƒ3600: —:— 1200 rd„s spans aan 150: „ „ voor de pacht „ 450: —: — ¼: picol vogelnesjes tegens 400 p:s p„s 300:—:— 2: picols Catoene garen â 20: p:s d: p:s „ 120:—:— —ƒ 4478:—:—: Voege noch hier bij dat van Besoekie „ 3360: —:—: de vermeerderde pacht van Sumanap. . „ 1050: —: —: „ Passourouang „ 450: —: —. „ Banger. . „ 183: —:— „ „ „ „ „ Bangel. . . „ 240: —: —: „ „ „ „ „ „ Pamacassang. „ 180: —:—: Dus zulks te zamen monteerd ƒ9930:—:—: het geen noch al een zoet winsje voor „ „ „ d Comp: „ „ „ „ „ „ „ „ 135 Van Iavas oostcust den 28: November 1763 Comp: zoude zijn Nu weeder thuiswaarts E O keerende zal ik noch Eenlijk melding maaken van 9 Sourabaija, dat hoe uitgestrekt het land ook mag zijn echter aan zijn Contingent van 1000: Coijangs Rijst zijn volle last heeft de Regenten niet teegenstaande het slechte ge„ „was in den oosthoek hebben ver„ „zeekering gegeeven dat aan haar 7 Leverantie niets zal man„ „queeren; de gunstige permissie die uwel Edele gestrenge groot Achtbaare hen hebt gelieven te geeven van thuis te blijven, heeft de Commissie op mij doen neemen om van barent weegen te verzoeken, datze de pach„ „ten bij admodiatie mogen behouden op die voet als ze thans zijn; De zoons van voorm: ge 6 176 2 del 1764 3 a Iavas oost Cust den 28: Nov:r 1708. Van voorm: Regenten onder mijn geselschap meede koomende en die van weegens hun„ „ne vaders haar onder„ „werping komen betuigen neem ik de vrijheid uwel Edele gestrenge groot Achtbare te presenteeren en dezelve teffens te verzeekeren dat altoos met de diepste vene„ ratie en ontzag zal zijn /:onderstond:/ wel Edele genstrenge groot Achtbare Heere /:Lager:/ uwel Edele gestrenge groot Achtb:e zeer onderda„ „nige en gehoorzaame en Trouw schuldigen dienaar /:was ge„ „tekend:/ A: Breton, /:in mar„ „gine:/ Samarang den 28: Novem„ „ber A„o 1763:— Batavia 137 Batavia Van Java's Oostcust den 16. december 1768: — Aan Als vooren Na de peche mijner eerbiedige letteren van den 2:e dezer heb ik mij vereerd gevonden met uw Hoog Edelhedens zeer g'eerde appar„ „te missive van den 28: passato waar op in onderdanig antwoord late dienen dat ik zorgen zal dat van Balemboangang afgezien en inmiddens den Pangerang Pate op een onver„ - „schillige, wijze en buiten kosten der E: Compagnie of behandelt werden wijders de eer hebbende uw hoog Edelhedens nopens de bovenlandsche zaaken te berigten, dat na de voltrekking der echtscheiding van den pange„ „rang. Mancoenagara en sulthan s' dogter ik niets onbezogt gelaten heb om de trou„ „belen, die van dag tot dag tot erger overge„ „slagen te doen stillen; waar in ik ook eindelijk dus verre met godes zeegen geslaagt ben dat zo wel de soesoe hoenang als sulthan ordre gestelt hebben niet alleen om de weggenome negorijen aan de respec„ „tive eigenaars weder over te geven maar ook om hun uitgezonde volk te rug te roepen voornomelijk schijn 't D' Sulthan 2 el 1764 3 Van Iavas Oost Cust den 16. december 1738.— D: sulthan thans geheel en al tot vrede en rust g' inclineert, en heeft op mijn in„ „staentig verzoch en gedaane vertoogen van den Resident van der Sluijs /: die zich hier omtrent na mijn volkomen genoegen gedragen heeft en deswegens in uw hoog Edelh„s gunstig aandenken nederig werd aanbevoolen: /. aanstonds eenige volkeren onder den naam van Cramans op verscheide plaatzen allerleij geweldenarijen gepleegt hebbende, gelast alle hostiteiten te staken, en daar en boven verscheide hoofden van dat volk aan den resident van der Sluijs laten overgeven zo dat ik op gegronde redenen uw hoog Edelhedens nog voor het einde van dit jaar durve verzekeren dat alle om eenigheden verzoent alle gewel„ „denarijen gestaakt en Iava 's boven lan„ „den weder in die geruste en vredige staat gebragt zijn, als zij voor heen immers waaren Ik kan niet afwezen uw hoog Edelhedens met dat gelukkig evenement te feliciteren, en hertelijk toe te wenschen dat, gelijk op Iava alomme 139 Van Iava soost Cust den 28: december 1763: — alimme onder uw hoog Ed„s Regering alle genome maatregulen van D'E: Comp:e mogen van succes zijn, en van een algemeene en geduurzaa„ „nie vrede agtervolgt werden Ik legge tot uw hoog Edelhedens g'eerde speculatie hier nevens, de documenten op annaxe Register specificq aangetoond; en voegehier nog in eerbied bij, dat Mancoenagara, schoon nog wat bedroeft over 't verlies zijner huis„ „vrouwe echter anderzins, bij Continuatie zich gerust en stille houd, ter wijl ik zijn E: op zijne reiterative instantien, om 40: p=s Cara„ „bijns, de helft daar van of 20: p„s heb toegezonden 't geen ik hoop uw hoog Edelhedens mij niet kwalijk zullen duiden, als zijnde daar toe eenelijk overgegaan om hem in deze tijd wat tegemoet te komen, en te vrede te stellen Tot stot voege ik hier nog bij dat de pagtpenn: zo hier als op de buiten Comptoiren, behoorlijk zijn g'incasseert, en dat ik, met de Regenten en pagters zeleds praealabel over de sabandharijen gesproken hebbende, mij flatteere dat het rende„ „ment niet minder zal zijn dan in vroege„ „re tijden Ik 1763: — 176 1764 3de
English
Java's Northeast Coast the 16th December 1763. From I remain with deep respect below Your High Nobles' entirely obedient and humble servant was signed: W: H: v: Ossenberch, in the margin: Samarang the 16th December 1763 underneath: P: S: While the Balinese and the people of Balambangan with 600 men are on the move towards Sintong, in order to seize the fled Pangerang Pate as it is said by cunning, according to copies of letters immediately obtained from the Eastern Corner, which I still have the honor herewith to present to Your High Nobles for respectful communication; furthermore, for Your High Nobles' reassurance, the necessary orders have been issued by me, to prevent as far as possible an invasion into the Honorable Company's lands, should they unexpectedly seek to undertake that in the Passourouang region. Checked J Schillingentor Clar 1764 2nd part 1764 3rd part 17 6 2 20 176 3 1764 3: Ti Copy of the respective Outstations since the first of January until the last of April 1764. vSine A: H: Rauawen 1764 2nd part Copy Incoming Secret Letters. from the respective Outstations since the first of January until the last of April 1764. Hlgeadt 1764 2 2nd part 1764 3 17 20 1764 3 Register of the received secret letters from the respective outstations, since the first of January until the last of April in the year 1764. ditto Bantam Page: Missive from the Commander Master Thomas Schippers, to Their High Nobles dated 7th January 1764. . - - - 4 ditto 5th February - - - - - - - 26. ditto 18th ditto. . . . 47: ditto ditto ditto 19th ditto - - - - - - - ditto from the bookkeeper and Tulang Bawang's Resident Willem Schoester to as above dated 3rd February. . ditto dated 19th January. . . . . . . 14. ditto 23rd ditto - - - - - 22: Java's Northeast Coast Missive from the Honorable Councillor Extraordinary Willem Hendrick van Ossenberch dated 3rd January 1764: - -- 53. ditto dated 30th January - - - - - - - 55. ditto 11th March. . . - - - - 68. ditto 7th April - - - - - - - - - 92: ditto ditto ditto - - - ditto ditto ditto 59 176 1764 2nd part 1764 3rd Palembang Page: Missive from the Merchant and First Resident Isaac Mens to Their High Nobles dated 3rd February 1764. . . . . - 20. 1st April. _ 71: ditto 21st ditto ditto - - - - - 100 Surat Missive from the Director Christiaan Lodewijk Senff to Their High Nobles dated 8th January 1764. . 9 ditto to as above dated 30th January 1764. . . . . 82: Malacca. . . . . Page: Missive from the Governor David Boelen to Their High Nobles addressed under the date of 31st March 1764. . . . . . . . . . . 108: ditto and Council to as above dated 6th April 1764. 101: R Page: Incoming secret letters and further papers as have been received since the first of January until the last of April in the year 1764 from the respective outstations Batavia To His Excellency The High Noble, Grandly Honorable, Far-commanding Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General. . And The Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble Grandly Honorable Far-commanding Lord And Right Honorable Lords I had the honor to duly receive Your High Nobles' highly respected missive, dated the last of December 1763, on the 4th of this month in the evening around nine o'clock. That very same evening I had an audience requested with the King for the following day in the morning, which His Highness also granted me on Tuesday at eight o'clock again in private in his cabinet with 176 2nd part 1764 3 Palembang Page: Missive from the Merchant and First Resident Isaac Mens to Their High Nobles dated 3rd February 1764. . . . . - 20. Surat 21st ditto ditto - - - - - - 100 Missive from the Director Christiaan Lodewijk Senff to Their High Nobles dated 8th January 1764. . 9 ditto to as above dated 30th January 1764. - . - - 82: Malacca. . . . . . Page: Missive from the Governor David Boelen to Their High Nobles addressed under the date of 31st March 1764. - - - - - - - - - 108: ditto and Council to as above dated 6th April 1764. 101: R ditto 97 Pag: E Incoming secret letters and further papers as have been received since the first of January until the last of April in the year 1764 from the respective outstations Batavia To His Excellency The High Noble, Grandly Honorable, Far-commanding Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General. . And The Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble Grandly Honorable Far-commanding Lord And Right Honorable Lords I had the honor to duly receive Your High Nobles' highly respected missive, dated the last of December 1763, on the 4th of this month in the evening around nine o'clock. That very same evening I had an audience requested with the King for the following day in the morning, which His Highness also granted me on Tuesday at eight o'clock again in private in his cabinet with 176 2 part 1764 3 From Bantam the 7th January in the year 1764. with the exclusion of all other persons; His Highness was exceedingly rejoiced and content with Your High Nobles' speedy assent to his request made for the deportation of his brother the Pangerang Machomet; and he requested me to thank Your High Nobles for that new token of affection on his behalf in the most friendly manner, as well as to announce that His Highness, as a means of subsistence for the Pangerang and his wife the Ratoe Sika, will pay annually 500 Spanish reals at once, and that for as long as they shall remain relegated. Subsequently, on that same day, I also had Your High Nobles' disposition regarding his person made known to the Pangerang Mochamet, and at the same time let him know that the King had allowed him to bring with him his wife and a small number of slaves, whereupon he sent me word in reply that no more pleasant news could ever have been brought to him, and that he would betake himself into the Company's fortress and under its protection that very same evening. In the evening around half past six o'clock the same did indeed appear inside Speelwijk, however 2
Dutch transcription
Javas oostcust den 16: december 1763: — Van Ik blijve met diepe Eerbied /:onderstond:/ UW Hoog Edelhedens gansch gehoorzaame en onder„ „danige Dienaar /:was getekend:/. W: H: v: Ossenberch, /:in margine:/ Samarang den 16: december 1763 /: daar /onder:/ P: S: Terwijl de Baliers ende Balemboangers met 600 koppen in beweeging na Sintong zijn, om den ge„ „vlugten Pangerang Pate /:zo men zegt:/ met list te ligten, volgens Copia brieven uit den oosthoek oo„ „genblikkelijk verkreegen, en die ik tot een eerbiedige Communicatie nog bij deze de eere hebbe aan uw hoog Edel„ „hedens te presenteren; zijnde wijders tot uw hoog Edel„ „hedens gerustheit door mij de nodige bevelen gestelt, om een invasie in sE: Comp: Landen na mogelijkheijd voor te komen, indien zij zomtijds dat onverwagt zogten in het Passourouangse te ondernemen Nagezign J Schillingentor Clar 1764 2 del 1764 3 de 17 6 2 20 176 3 1764 3: Ti Copia van de respective Puiten Coroeren zedert primo Januarij tot ultimo April 1764. vSine A: H: Rauawen 1764 2 deel Copia Aankomende Secreete Brieven. van de respective Buiten Comtoiren zedert primo Januarij tot ultimo April 1764. Hlgeadt 1764 2 2 dek 1764 3 17 20 1764 3 Register der ontfangene secreete Brieven Van de Respective buijten Com¬ „toiren, zedert primo Januarij tot ultimo April A:o 1764. — d0 Bantam Pag: Missive van den Commandeur M:r Thomas schippers, aan hun Hoog Edel„ heden ged:t 7:e Januarij 1764. . - - -„ 4 _:o „ 5:' februarij - - - - - - - „ 26. _:o „ 18: _:o. . . . „ 47: _o _:o _:o „ 19:' _:o - - - - - - - „ _:o van den boekh: en Soulang Bauangs Resident Willem Schoester aan als Voren ged:t 3:' februarij. . _:o ged:t 19:' Januarij. . . . . . . „ 14. _:o „ 23:' _:o - - - - - „ Java soost Cust Missive van den Heer Raad Extraordinair Willem Hendrick van ossenberch ged:t 3:' Januarij 1764: - -- P:o ged:t 30:' Ianuarij - - - - - - - „ D:o „ 11: Maart. . . - - - - „ 68. _:o „ 7: April - - - - - - - - - „ 92: 22: _:o _:o _:o - - - _:o _:o _:o 59 55. 53. 176 1764 2 del 1764 3d Palembang Pag: Missive van den Koopman en Eerste Resident Isaac Mens aan hun Hoog Edelhedens gedateert 3:' februarij 1764. . . . . - „ 1: april. _ Souratta 21: _:o _:o - - - - - „ 100 Missive van den directeur Christiaan Lodewijk Senff aan hun Hoog Edelhedens gedateerd 8:' Januarij 1764. .„ _:o aan als Even gedateert 30:' Januarij 1764. . . . . „ 82: Malacca. . . . . Pag: Missive van den gouverneur David Boelen aan hun Hoog Edelhedens gerigt sub dato 31:' maart _:o „ „ „ en Raad als Even ged:t 6:t april 1764. „ 1764. . . . . . . . . . . . „ 108: 101: R _:o Pag: 9 20. 71: Aankomende secreete Brieven en Verdere Papieren als 'er zedert P=mo Ianuarij Tot: ultimo Apail Ao 1764. Van de Respective buijten Comp„ toiren ontfangen zijn Batavia Aan zijn Edelheijd Den hoog Edelen groot Achtbaren Wijd gebiedende Heere Petrus Albertus van der Parra gouverneur generaal. . En De Wel Edele Heeren Raden van Nederlands India. Hoog Edelen Groot Agtb: wijd gebiedende Heere En Wel Edele Heeren Ik heb d'eer gehad uw hoog Edelens hoog gerespecteerde missive, gedateerd ult=o december 1763. op den 4:' deser des avonds Circa negen uure wel te ontfangen. Ik heb nog dien selver avond bij den Koning tegens des anderen daags 'smorgens audientie laten verzoeken, dat zijn hoogheijd mij ook op diendag om agt uure Wederom particulier in desselfs Cabinet m 176 2 del 1764 3 Palembang Pag: Missive van den Koopman en Eerste Resident Isaac Mens aan hun Hoog Edelhedens gedateert 3:' februarij 1764. . . . . - „ Souratta „ 21: _:o _:o - - - - - - „ Missive van den directeur Christiaan Lodewijk Senff aan hun Hoog Edelhedens gedateerd 8:' Januarij 1764. .„ _:o aan als Even gedateert 30:' Januarij 1764. - . - - „ 82: Malacca. . . . . . Pag: Missive van den gouverneur David Boelen aan hun Hoog Edelhedens gerigt sub dato 31:' maart _:o „ „ „ en Raad als Even ged:t 6: april 1764. „ 1764. - - - - - - - - - „ 108: 101: R „ _„o „ „ „ Pag: 100 97 20. E Aankomende secreete Brieven en Verdere Papieren als 'er zedert P=mo Ianuarij Tot: ultimo Apail Ao 1764. Van de Respective buijten Comp„ toiren ontfangen zijn Batavia Aan zijn Edelheijd Den hoog Edelen groot Achtbaren Wijd gebiedende Heere Petrus Albertus van der Parra gouverneur generaal. . En De Wel Edele Heeren Raden van Nederlands India. Hoog Edelen Groot Agtb: wijd gebiedende Heere En Wel Edele Heeren Ik heb d'eer gehad uw hoog Edelens hoog gerespecteerde missive, gedateerd ult=o december 1763. op den 4:' deser des avonds Circa negen uure wel te ontfangen. Ik heb nog dien selve avond bij den Koning tegens des anderen daags 'smorgens audientie laten verzoeken, dat zijn hoogheijd mij ook op diendag om agt uure Wederom particulier in desselfs Cabinet met 176 2 deL 1764 3 Van Bantam Den 7:' Ianuarij Anno 1764. met seclusie van alle andere persoonen heeft verleend, zijn Hoogheijd was over de spoedige bewilliging van uw hoog Edelens op zijn ge„ „dane versoek, ter versending van zijn broeder den Pangerang Machomet ten uitterste verblijden Content; en dezelve heeft mij ver„ „sogt; om uw hoog Edelens voor die nieuwe blijk van genegentheijd uit zijne naeme, op het alder„ „vrindelijkste te bedanken, mitsgaders te bedee„ „lem dat zijn hoogheijd tot een middel van be„ staan voor den Pangerang en zijn Vrouw de Ratoe Sika Iaerlijks zal betaelen 500: spaense realen eens, en dat zo lang zij zullen blijven gerelegeerd. Vervolgens heb ik ook nog dierzelver dag den Pangerang Mochamet uw hoog Edelens dispositie over zijn perzoon laten bekend ma„ „ken en teffens Laten weten, dat den Koning hem hadde toegestaan, om zijn vrouw en een kleijn getal slaven met hem mede te vneeren, waer op den zelve mij terug liet weeten, dat hem nooijt aangenamer tijding konde gebragt werden, en dat hij nog dien zelve avond binnen 's Comp: fortresse en onder haare protexie zig zoude begeven. Des avonds omtrend half zeven uuren ver„ scheen den zelve ook in 'er daad binnen speelwijk dog 2
English
From Bantam the 7th January anno 1764. yet with such a numerous retinue, that I could not refrain from expressing my displeasure about it to that prince, and adding to him, that by such conduct he greatly abused the goodness of Your High Excellencies; yet he answered me thereto, that he had hoped not to offend thereby, as he brought no one along but his wife with her six innocent children, who had not wanted to leave their mother, and some slaves who had followed him. And the Princess meanwhile, while the prince said this to me, threw herself like a despairing person at my feet, and begged me in the most lamentable manner, that I would not tear her children away from her and surrender them to the rage of her enemies; I then resolved, since the request of this unfortunate Princess, considered in itself, consists of nothing but reason, to keep her provisionally with her children and the female slaves, as well as the Prince her husband, inside the fortress, but to have all the male slaves brought into the kampong of the Wetangers, in order to have them guarded by the chief there, until I had notified the King thereof, and had understood the Monarch's will and desire in this regard. From Bantam the 7th January anno 1764. understood. And I therefore on the following day, as it had already become too late to do so on that same evening, let the King know in what manner the Pangerang with his wife had entered Speelwijk, and I also had His Highness requested, that the same would please let me know whether this was with his consent and permission, and whether the children might accompany their mother and the slaves their Master and Mistress to Batavia. Yet the Monarch thereupon had me informed through the Regent, that he could not allow the children of the recently deceased king to depart from the realm, nor that such a large number of slaves accompanied the Prince and Princess, and he therefore had me requested, that I should take the six children away from the mother, and send them to him in the Dalam, where he would take the same under his protection, as well as that I should order all the slaves to proceed immediately outside and under the King's orders. I thereupon immediately communicated the King's desire to the Pangerang and the Ratoe, as well as to their children, and I requested that From Bantam the 7th January anno 1764. that they would please submit themselves thereto; but the disinclination and unwillingness thereto, as well on the part of the children as on that of the parents, was expressed by their pitiful weeping and lamentation in such a heartbreaking manner, that I could not listen to it entirely without emotion, and they all requested me in such a moving and pathetic manner, that I would not proceed to such harshness, but that I would send them all together up to the capital, to cast themselves at the feet of Your High Excellencies; and that if I dared not take such upon myself, I would then at least not yet comply with the King's desire for the present, but would delay doing so until I had informed Your High Excellencies of their humble plea and had obtained Your further high and positive orders regarding the same; since they told me, that from Your High Excellencies' celebrated and universally known equity, they could not expect that Your High Excellencies would ever consent thereto; whereupon I finally, in hope of Your High Excellencies' approval, allowed myself to be persuaded, the more so because the ship Borsele, with which Your High Excellencies ordered me to grant them transport, From Bantam the 7th January Anno 1764. transport, had already departed from here long before the receipt of that order, and they will therefore have to remain here until I shall be provided by Your High Excellencies with a suitable vessel to transport them to Batavia, as there is none at hand here, the pantjallang Java being to Lampong Samanca for the conveyance of the rations for that garrison, and the country boat so leaky, that it is impossible to navigate the sea with it. I subsequently also informed the Regent of this immediately, who did not seem very surprised thereat; however, he told me that he was obliged, on behalf of his monarch, to persist in demanding the surrender of the children; yet if this could not happen without a further order from Your High Excellencies, that in such a case I would, on behalf of his master, most emphatically request Your High Excellencies for the surrender of the children and slaves, which latter are also all unwilling to leave their Master and Mistress, with the further request to please support the same with a request of my own; yet which latter I under
Dutch transcription
3: Van Bantam Den 7:' Ianuarij ao 1764. dog met zo een Talrijk gevolg, dat ik niet konde nalaten daer over aan dien prins mijn mis„ noegen te kennen te geven, en hem toe te voegen, dat hij door zulk een gedrag de goedheijd van uw hoog Edelens grotelijks misbruikte, dog hij antwoorde mij daer op, dat hij gehoopt hadde, hier mede niet te zullen misdoen, also hij nie„ „mand mede bragt; dan zijn vrouw met haere ses onnosele kinderen, die haeren moeder niet hadde willen verlaten en eenige slaven die hem gevolgd waeren. En de Princes wierp zig onderwijl den prins dit tegens mijn zeijde, als een wanhopend mensch voor mijn voeten, en bad mijn op de alderlamen„ „tabelste wij ze, dit ik haer, haere kinderen dog niet zoude ontrukken en aen de Woede van haere vijanden overgeven; ik resolveerde dan, vermits het verzoek van deze ongelukkige Princes, op zig zelve beschouwd, niet dan in de reede bestaat; om bij provisie haer met haere Kinderen en de vrouwe slaven, zo wel als den Prins haer gemael binnen fortres te houden, dog alle de manslaven te Laten brengen in het Campong der Wetangers, om die door het hoofd aldaer te doen bewaren, tot dat ik den koning hier van kennis gegeven, en dat ik des wegen den Vorst zijn wil en begeerte verstaan 176 2 del 1764 3 Van Bantam Den 7:' Januarij A:o 1764. verstaan had. En ik Lit mitsdien des anderen daags, also het bereets te laat geworden was, om zulks nog op dien zelve avond te doen, den koning Weten, in wat voegen den Pangerang met zijn vrouw binnen speelwijk waeren gekomen, en ik liet zijn hoogheijd tevens verzoeken, dat denselve mijn ge„ „liefde te laten weeten, of zulks met zijn consent en toestemming was, en of de kinderen hunne moeder en de slaven hun heer en Vrouw na bata„ „via mogte verzellen. Dog den Vorst Liet mij daer op door den rijks; „bestierder te kennen geven, dat dezelve niet konde toestaan, dat de kinderen van den Iongst overledene koning uit het rijk vertrokken, en ook niet, dat 'er zo een groot getal slaven de Prins en princes verzelden, en hij liet mij dierhalven verzoeken, dat ik de ses kinderen vande moeder zoude af„ „neemen, en bij hem in den Dalm zenden, alwaer hij dezelve onder zijn bescherming zoude neemen, mits„ „gaders dat ik alle de slaven zoude gelasten, om hun immediatelijk na buijten en onder de ordre van den Koning te begeven. Ik communiceerde daer op inmiddelijk den Pangerang en de Ratoe, mitsgaders haare kinderin 's konings begeerte, en ik verzogt, dat Van Bantam Den 7:' Ianuarij ao 1764. dat sij hun daer aen geliefden te onderwerpen, maer de ongenegentheijd en onwilligheijd daer toe zo wel aen de zeijde der kinderen, als aen die der ouders, wierd door hun Iammerlijk gehuil en gekeren, op zulk een harttreffende wijze te kennen gege„ ven, dat ik het zelve niet geheel en al zonder aen„ „doening konde aenhooren, en zij verzogten mijn alle op zulk een beweegelijke en patheticque wijze, dat ik tot zulk een hardigheijd niet zoude over„ „gaden, maer dat ik hun alle tog tesamen na de hoofdplaats zoude opzenden, om zig te werpen voor de voeten van uw hoog Edelens, en dat indien ik zulks niet op mijn dorst neemen, ik dan ten minste aan 's Konings begeerte voor als nog niet zoude voldoen, maar daer mede zo lange zoude tardeeren, tot dat ik uw hoog Edelens van hunne ootmoedige beede kennis gegeven en daer omtrend der zelver nadere hooge en positive be„ „veelen zoude hebben erlangt; naardien zij mij zeij„ „de, dat zij van uw hoog Edelens beroemde en al„ „omme bekende eequiteijt, niet konde verwagten, dat hoogst dezelve daerinne ooijt zoude willen Consenteeren; waer op ik mij dan eijndelijk / in hope van uw hoog Edelens goedkeuring) heb laaten over„ „reeden, temeer om dat het schip borsele, waer mede uw hoog Edelens mij gelast hebben, hun transport 17 1764 3d Van Bantam Den 7:' Ianuarij Anno 1764. — transport te verleenen, bereets lang voor den ontfangst dier ordre van hier vertrokken is, en zij lieden mitsdien zo lange alhier zullen moeten vertoeven, tot dat ik door uw hoog Ede„ „lens van een bequaam vaertuijg, om hun na batavia te Transporteeren, zal werden voorsien, also'er hier gemn een aan handen is, zijnde de Pantjallang Iava na Lampong Samanca ter overbrenginge van de rantsoenen voor die bezetting, en de Lands„ „boot zo Lek, dat daer mede onmogelijk de zee kan bebouwt worden. Ik heb vervolgens den rijksbestierder zulks ook ilico te verstaen gegeven, die daer over niet heel verwondert scheen, agter zeijde hij mij verpligt te zijn, om uit naem van zijn vorst te blijven in hareren, op de afgave der kinde„ „ren, dog indien zulks niet konde geschieden, zonder een nader bevel van uw hoog Edelens, ik als dan in zulk een geval, uw hoog Edelens uit naem van zijn meester op het aldernadrukkelijkster tot de afgave der kin„ „deren en slaven /welke Laaste alle mede onwillig zijn, om hun heer en Vrouw te ver„ „laten / zoude verzoeken, met verder verzoek, om het zelve met een verzoek van mijn ter Willen appuijeeren, dog welk Laaste ik onder
English
From Bantam, the 7th of January anno 1764. with respectful submission cannot bring myself to do, because in my humble opinion a very great hardship certainly resides in the king's request; yes, something that humanity itself even feels horror toward; but regarding that delicate point, I only request to be provided as soon as possible with Your Right Honourables' further orders, in order then to regulate myself punctually accordingly. Meanwhile, I have the honour to offer Your Right Honourables herewith; first, a note of the persons whom the Pangerang Mochamet and the Ratoe Sika request to be permitted to accompany them; secondly, a list of the goods which the Pangerang, according to his statement, leaves behind in the realm; and lastly, thirdly, a list of the goods which the Princess, likewise according to her statement, has been compelled, partly already long ago to give to the Sultan, and partly now also to abandon. With which, with deep respect, I remain, underneath stood, Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Ruling Sirs and Honourable Sirs, lower, 17 1764 3d From Bantam, the 7th of January anno 1764. lower, Your Right Honourables' humble and obedient servant, was signed, Thomas Schippers, in the margin, Bantam, in the fortress Speelwijk, the 7th of January 1764. Batavia. To as before. After the dispatch of my respectful letter of the 16th of the past month of December, all reports from the upper lands continue to dictate expressions of friendship and good harmony, whereby I believe I have well-founded reason to assure Your Right Honourables once more that all troubles and dissensions have come to an end, there remaining now nothing left but the restitution of the negorijen to the owners, for which purpose the administrators of the realm and their respective Residents will convene tomorrow or the day after tomorrow at Tampelang. Meanwhile, I do not doubt the good effect thereof in the least, as the Sultan, who always knew how to devise an obstacle through this, From Java's East Coast, the 3rd of January 1764. now shows himself disposed and pre-eminently inclined toward peace, quiet, and good harmony. From the eastern quarter, whither the administrator Breton has already departed, I have received tidings that the Balinese and Balamboangans have defeated the Pangerang Patté, and that, with the loss of a large number of his followers, he was forced to take flight and withdraw to Bezoekie. Whereupon I have facto dispatched orders to the administrator to deal with this Prince according to the tenor of Your Right Honourables' orders, and rather to have him removed from the borders of Passourouang than, through excessive compassion and his stay at Bezoekie, to give cause for an invasion by the Balinese, who, by pursuing and attacking him, would at the same time devastate those lands. Furthermore, in compliance with Your Right Honourables' order contained in separate letters of the 23rd ultimo, I shall not fail to write immediately to the King of Bali and earnestly urge him to take care that his subordinates leave Lamadjang and do not advance further into the Company's or the Prince's lands. For the subjugation of Maijalo Coessoema, I see as little chance as there formerly was 1764 3d From Java's East Coast, the 3rd of January anno 1764. to persuade his ancestors, or the Pangerang Patte of the Balamboangans, to submission. Therefore, it will only remain to keep a watchful eye, and regarding Praboejoko, of whom one hears virtually nothing up to now, if he makes the least move, to have him attacked by the princes. Concerning the territory of Bezoekie, I intend, according to Your Right Honourables' permission, to make it independent again as of old, because this would tend to the greater benefit of the Honourable Company; but before I proceed to this or propose a regent to Your Right Honourables, I will once again have the most accurate investigation made regarding it, and then act in accordance with what is found to be most beneficial. I have seriously reproached the Depattijs of Pamacassang, in the presence of the Madurese Prince, concerning their misconduct. I hope that this will encourage them to conduct themselves better in the future. However, regarding the Regent of Sumanap, I must to my sensible regret report that he, neither through my reproaches nor through severe reprimand from the Panambahan 11. From Java's East Coast, the 3rd of January 1764. made in my presence, has shown any emotion, much less made promises of amendment, since, as if plunged into a continuous slumber, he remains insensitive to almost everything except his extravagant pleasures, to which he has entirely given himself over, for the rest not caring about his regency; whereby the Sumanappers, following the example of their chief, know little or nothing anymore of subordination, which is nevertheless the foundation upon which good governance must be built, and thus this precious land would be neglected. Thus, under plea for indulgence, I continue to persist in my request, to the end that this subject, who has made himself utterly unworthy of the favour and protection of Your Right Honourables, be removed from his post, and another more capable and worthy Regent be appointed over that land. I have spoken at length with the Panambahan about this matter, and shown His Highness, on the one hand, the disgrace that would more or less be caused for his family if his son-in-law were deposed, and on the other hand, that Her Right Honourables would not gladly proceed to the election of 176 2 1764 3d
Dutch transcription
ƒ Van Bantam den 7:' Januarij a:o 1764. /onder eerbiediedige submissie (niet van mijn kan verkrijgen te doen dewijl / na mijn geringen opinie / in 's konings verzoek zekerlijk een zeer grote hardigheijd resideert; Ia: daer de hu maniteijt zelvs een horreur van heeft, maer ik verzoek omtrend dat delicate poinct eenlijk met uw hoog Edelens na„ „dere ordre ten spoedigste te mogen werden ge„ „munieert; om mijn als dan daer na punctuë„ „lijk te reguleeren. Inmiddens heb ik d'eer uw hoog Ede„ „lens hier nevens aan te bieden; eerstelijk een notitie der perzonen, dewelke den Pan„ „gerang Mochamet en de Ratoer sika verzoeken te mogen verzellen; ten tweede een Lijst der goederen, die den Pan„ „gerang volgens zijn opgave / in het rijk agterlaat; en Laastelijk ten derde een Lijst der goederen, de welke de Princes /: almede navolgens haer opgave / genood„ zaakt is geweest, deels al Voor Lang aan den Zulthan te geven, en deels nu ook te abandonneeren waer mede met een diep respect blij„ „ve /onderstond/ Hoog Edele groot Agtbaere Wijdgebiedende Heere en Wel Edele heeren /Lager/ 17 ƒ 1764 3d Van Bantam den 7:' Ianuarij A:o 1764. /Lager uw hoog Edelens onderdanige, en„ gehoorzamen dienaer (was getekend) Thom:s schippers, /in margine/ Bantam In't fortres speelwijk den 7:' Januarij 1764. Batavia Aan Als vooren Na de depeche mijner eerbiedige Letteren van den 16:' der gepasseerde maand: December, dicteren bij continuatie, alle berigten uit de boven landen, betui„ gingen van vriendschap en goede harmonie, waardoor ik gegronde rede vermeene te hebben, om uw hoog Edel„ „hedens nogmaels te verzekeren, dat alle brouillerien en oneenigheden een einde hebben, blijvende thans niet meer overig, dan de terug geting der negorijen aan de eigenaers, waar toe de Rijksbestierders 'er respective Residenten morgen of overmorgen tot Tampelang zullen bij een komen, Terwijl ik aan het goed effect daar van in geenen deele Twijffele, alzo D' sulthan, die door deze altoos een hinderpaal wist uit te denken vSlienn Van Iava soostcust den 3:' Januarija 1764. denken, zich than s: Laat vinden, en bij uitstek tot de vrede rust: en goede harmonie g'inclineert uit den oosthoek, verwaats de gezaghebber Breton reeds vertrokken is, heb ik tijding gekree„ gen: dat de Baliers en Balemboangers den Pangerang: Patté geslagen hebben, en dat hij met ver„ „lies van een groot getal zijner aanhangeren de vlugt heeft moeten nemen, en te wijken naar Bezoekie; Waar op ik de facto bevelen heb afgezonden aan den gezaghebber, om na den teneur van uw hoog Edelhe„ „dens ordres, met dezen Prins, te handelen, en hem Liever uit de liamiten van Passourouang te doen delogeren, als, door een overtollige compassie en zijn verblijf te Bezoekie, voet te geven tot een invasie der baliers, die met hem te vervolgens en te attac„ queeren, die Landen teffens zoude verwoesten. Wijders zal ik niet in gebreke blijven, in voldoe„ „ning van uw Hoog Edelhedens bevel, vervat bij aparte Letteren vanden 23:' Passato, om ten eersten aan den Koning van Balij te schrijven, en hem ernstig aanrecommanderen, zorge te dragen, dat zijne onderhoorige Lamadjang verlaten, en niet verder in 's Comp:s of 'svorsten Landen indringen. Tot de onderwerping van Maijalo Coessoema zie ik zo min kans als 'er voormaals geweest is is. ƒ 1764 3d Van Iavas oost Cust den 3:' Januarij a:o 1764. is om zijne voorzaaten, of den Pangerang Patte vand' Balemboangers, tot submissie te overreden; dierhalven zal 'er eenlijk resteeren een Waakendoog te houden, en Praboejoko, daar men tot nog toe genoegzaam niet s: van hoort; zo hij maar de minste beweeging maakt, door de vorsten te laten aantasten. Concernerende het Landschap Bezoekie ben ik, volg:s uw Hoog Edelhedens permissie, voor„ nemens het weder als van ouds op zich zelve te stellen, om dat zulks tot meerder voordeel van DE: Comp: zoude strekken; doch eer ik hier toe overgaa of een regent uw hoog Edelhedens voor„ drage, zal ik nogmaals ten naauwkeurigsten des wegens onderzoek laten doen, en daar mede dan, na bevinding van het heilzaamste, hande„ „len. De Depattijs van Pamacassang, heb ick in tegenwoordigheit van den Madurees Prins ernstig gereprocheert, over hun wangedrage, ik hope, dat zulks hun zal aanzetten om in't vervolg zich beter te gedragen Edoch den Sumanaps Regent betreffende, moet ik tot mijn sensibel Lietweezen melden, dat hij, nog door mijne reproches, nog door zwaare bestraffing van den Panambahan in 11. Van Iava s oostcCust den 3' Januarij 1764. in mijne presentie gedaan, eenige aandoening gekree„ „gen, veel min beloften van beterschap gedaan heeft, dewijl hij, als in een geduurige slaap gedompelt; gevoeloos blijft van bij na alles, behalven zijne buitenspoorige vermaken, waar aan hij zich zelven geheel heeft overgegeven, zich voor 't ove„ „rige aan zijn Regentschap niet bekreunende; waar door de Sumanappers, het voorbield hunner hoofd-volgende; weinig of niet meer van subordi„ „natie, het fundament echter waer op een goed bestier moet gebouwt zijn, weeten, en dus dit kostelijke Land zoude verwaarloost werden. Dus blijve ik, onder bede van weldurding, bij mijn verzoek persisteren, ten einde dat subject, die zich de gunst en protectie van uw hoog Edelhedens gansch onderwaardig ge„ maakt heeft, uit zijne post gedemoveert, en over dat Land een ander bekwaamer, en waardiger Regent gestelt werde. Ik heb met den Panambahan om deze zaak breedvoerig gesproken, en zijn hoogheit aan de eene zijde aangetoont, de blaam, die, min of meer voor zijn familie zoude veroorzaken als zijn schoon zoon wierde afgezet, en aan de andere zijde, dat Haar Hoog Edelhedens niet gaarne zoude overgaan tot het verkiezen van 176 2 1764 3d
English
From Java's East Coast, the 3rd of January, the year 1764. of his son to Regent of Sumarap, at the same time proposing to His Highness, as if from myself, a marriage between Radeen Bagoes, who is staying here, and one of his daughters, which Bagoes would then be nominated as regent of Sumanap. However, the Prince answered to the first that he did not take to heart, nor ever would take to heart, the dismissal of his son-in-law, even if he were his own son, if he conducted himself unworthily; as to the second, that he was not inclined to marry off one of his daughters to Radeen Bagoes, because that youth, being clumsy and dull-witted, was not capable of bringing the rebellious people of Sumanap back to their duty, much less keeping them there, which I had to concede to His Highness, because that youth is entirely effeminate and given over to the views of the dismissed Pepattij Poelang Djewa, through which, moreover, quite a few troubles would be caused, which the Prince also reminded me of, so that I, on the one hand, according to my duty, for the welfare From Java's East Coast, the 3rd of January 1764. welfare of the Honorable Company and the preservation of the precious Sumanap, having to take care, and on the other hand gladly wishing to grant the request of the Panambahan, nominate once again to Your High Right Honourables as regent of Sumanap the most beloved son of the Panambahan. I find in this appointment, under correction, not the slightest difficulty, because the authority of the Panambahan, through the elevation of a son, does not increase beyond the influence that he already had over an effeminate son-in-law; moreover, the Prince will vouch for his son, and even promise under oath, and at the same time make his son promise, that when in due course, through the favor of Your High Right Honourables, he succeeds his father in the Regency of Madura, he will immediately return Sumanap into the lap of the Honorable Company. I consider it my duty to add here that this young man, currently being 27 years old, appears to me to be entirely honest; and I dare give Your High Right Honourables assurance that he will uplift that country, and one will be able to see early on in the small how in due course the 13 176 2 del 1764 3 de From Java's East Coast, the 3rd of January, the year 1764. the large would suit him. Enclosed herewith is a letter from the Panambahan, addressed to Your High Right Honourables; while for the rest I remain with the greatest respect and high esteem (was written below: Your High Right Honourables' entirely humble and obedient Servant, was signed) W: H: van Ossenberch (in the margin) Samarang, the 3rd of January, the year 1764. — Batavia To As Above Your High Honours' highly respected letter dated the 10th of this current month was duly delivered to me on the 15th following thereafter. As soon as Your High Honours' intention became apparent to me from it, I immediately had an audience requested at the court, which I also obtained the following day. Furthermore, I have, according to the concession of Your High Honours, 15 From Bantam, the 19th of January, the year 1764. High Honours, declared to the Sultan in the name of the same, that his desire to keep the six children of the Ratoe Sika, Mochamet's wife, at Bantam, appeared very unreasonable to Your High Honours, and that Your High Honours would therefore gladly see that His Highness renounced this, and on the contrary permitted them to accompany their mother and the Pangerang Mochamet. The King was initially so alarmed by this declaration that he had difficulty containing himself, but having calmed down somewhat after that, he finally said to me that since Your High Honours were of such an opinion, he could do nothing against it, and that he would therefore provisionally have to consent to their departure (although very much against his will). On that occasion, I also made known to His Highness the opinion of Your High Honours regarding the pension of five hundred Spanish dollars that he promised for Mochamat's maintenance, as well as requested that that annuity might be doubled, but I could by no means 176 2 del 1764 3 Ma From Bantam, the 19th of January, the year 1764. persuade the King to do so; on the contrary, His Highness requested that I should most forcefully insist with Your High Honours in his name to fix the pension of 500 Spanish dollars already set by him to an even smaller sum. I then took the liberty of pointing out to the Prince the unreasonableness of that request as well as that of his unyielding desire to detain the children of the Ratoe Sika here, with as much discretion and moderation as was ever possible for me; but I found the King, who to my regret is all too hostile and embittered against his brother Mochamet, so unmanageable regarding those two points that I could not dispose His Highness any further than that he finally said that, if it could not be otherwise, he would then leave the arrangements thereof entirely to the discretion of Your High Honours, and that he would be satisfied with them, whatever they might be. Concerning now the betrothal of the King's eldest son to the Ratoe Si Sena, eldest daughter
Dutch transcription
Van Iavas oost Cust den 3:' Ianuarij a:o 1764. van zijnen zoon tot Regent van Sumarap„ zijn hoogheit teffens als uit mijn zelven voorstellende een huwelijk tusschen den zich hier ophoudende Radeen Bagoes en eene zijner Dogters, welke Bagoes dan tot re„ „gent van Sumanap zoude werden voor„ „gedragen. Doch D' Prins antwoorde op het eerste, dat hij het afzetten van zijn schoon zoon, al was het zelfs zijn eigen zoon niet ter harte nam, of ooit nemen zoude, als hij zich onwaardig gedroeg; zo als de ze: dat hij niet genegen was om eene van zijne dogteren aan Radeen Bagoes uit te huwelijken, dewijl die Iongeling, plomp en bot van verstand zijnde, niet Capabel was om de tonee„ „loze Sumanappers weder tot hun pligt te brengen, veel min te houden, 't welk ik zijn hoogheit moest toestemmen, dewijl die Iongeling geheel en al verwijft, en overgegeven is aan de sentimenten van den afgezetten Pepattij Poelang Djewa, waar door boven dien nog al wat broullerien zouden veroorzaaken, 't geen D' Prins mij ook herinnerde, zo dat ik, aan de eene zijde, volgens mijn pligt, voor het wel Van Iavas oost Cust den 3 Ianuarij 1764. wel zijn van dE: Comp: en behoud van het kostelij„ „ke Sumanap, moetende zorgen, en aan de andere zijde gaarne het verzoek van den Panambahan willende toestaan, uw hoog Edelhedens nogmaals voordragen tot regent van Sumanap, den geliefsten zoon van D' Panambahan. Ik vinde in deze aanstelling, onder correctie, geen de minste zwaarigheit, dewijl het gezag van den Panambahan, door de ver„ „heffing van een zoon, niet toeneemt, boven den invloed, dan hij reeds op een verwijfden schoon zoon gehad heeft; daar en boven zal D' Prins voor zijn zoon instaan, en zelfs bij Eede belooven, en door zijn zoon teffens doen belooven, dat hij in der tijd, door uw hoog Edel„ „hedens gunst in het Regentschap van Ma„ „dura zijnen vader succederende, aanstonds Sumanap in de schoot van D'E: Comp: weder zal overgeven. Ik agte het mijn pligt hier bij te voegen, dat mij dese Jongman, thans 27. Iaaren oud zijn„ de, allezins braaf voorkomt; en ik durve uw hoog Edelhedens verzekering doen, dat hij dat Land zal opbeuren, en men zal in het klijne al vroeg kunnen zien, hoe inder tijd het 13 176 2 del 1764 3 de Van Iava's oost Cust den 3:e' Januarij a:o 1764. het groote hem passen zoude. te Hier nevens Legt een, Missive van den Panambahan, gerigt aan uw Hoog Edel„ „hedens; terwijl ik voor 't overige met de meeste eerbied en hoog agting verblijve (onderstond/ uw Hoog Edelhedens gansch onderda„ nige en gehoorzame Dienaar was getekend) W: H: van ossenberch /in margine/ Sa„ „marang den 3:' Ianuarij a:o 1764. — Batavia Aan Als Vooren uw hoog Edelens Zeer gerespecteerde missive van dato den 10:' dezer Lopende maand, is mij op den 15:' daar aen volgende wel ter hand gekomen. Ik heb, zo dra mij uw hoog Edelens in„ tentie daar uit was gebleken, ilico een audientie aan het hof laten verzoeken, het welk ik ook des anderen daags heb gekregen. 6 Voorts heb ik volgens de Concessie van uw hoog Edelens 15 Van Bantam den 19„' Januarij ao 1764. hoog Edelens den Zulthan uit hoogst derzelver naeme verklaert, dat zijne begeerte, om de ses kinderen van de Ratoe Sika, Mocha„ „mets vrouw, op Bantam te houden, uw hoog Edelens zeer onredelijk is te voren gekomen, en dat uw hoog Edelens mitsdien gaerne zoude zien, dat zijn hoogheijd daar van afstand dede, en haerlieden integendeel permitteerde, om haere moeder en den Pangerang Mochamet te Verzellen. De Koning was in den beginne over deze verklaring zodanig g'allarmeerd, dat hij moeijte had, om zig in be boomen, dog daer na wat tot bedaeren gekomen zijnde, zij de hij mijn ten Laasten, dat vermits uw hoog Edelens van zulk een begrijp waeren, hij daer niets tegen konde doen, en dat hij dan ook bij provisie hun„ „lieden vertrek (schoon zeer tegen zijn zin/ zoude moeten Consenteeren. Ik heb zijn hoogheijd bij die occasie uw hoog Edelens sentiment omtrend het pensioen van vijff hondert spaens, dat dezelve voor Mochamats onderhoud beloofd heeft; almede te verstaan gegeven, mitsgaders verzogt, dat dat Iaergeld mogte werde gedoubleerd, maer daer toe heb ik den koning met geen mogelijkheijd kunnen 176 2 del 1764 3 Ma Van Bantam den 19:e' Ianuarij a:o 1764. kunnen overhalen, integendeel versogt sijn hoogheijd, dat ik bij uw hoog Edelens uijt zijn naem op het alder kragtdadigste zoude insteeren, om het reets door hem gefixeerd pensioen van 500. spaens tot een nog minder som te bepalen. Ik het daer op de vrijheijd genomen, den vorst de onreedelijkheijd van dat verzoek zo wel, als dat van zijn onverzettelijker begeerte, om de kinderen van de Ratoe Sika al„ „hier aan te houden, met zo veel discretie en moderatie, als mij maer immer doenlijk is geweest; voor ogen gehouden, maar ik heb de koning, dewelke tot mijn Leedwezen al te zeer tegens zijn broeder Mochamet g'animeerd en verbitterd is, omtrend die twee poincten zo onhandelbaar gevonden, dat ik zijn hoogheijd niet verder heb kunnen dispo„ „reeren, dan dat hij op het Laest zeijde, dat, als het niet anders wesen konde, hij als dan de schik„ „kingen daer van geheelijk overliet aan het goed vinden van uw hoog Edelens en dat hij hem dezelver zij mogten dan zijn, zo zij wilden, zoude laten welgevallen. betreffende nu de ondertrouw van 's Konings oudste zoon met de Ratoe Si Sena, oudste dogter
English
From Bantam, the 19th of January Anno 1764. daughter of Ratoe Sika, thereto I have the honour to write back that it is indeed true that shortly after the death of the late deceased king such an alliance between those two high personages was brought under consideration, and that for this purpose the young princess was also kept for a considerable time in the women's quarters in the palace, but it is also evident on the other hand that this alleged alliance was never brought to perfection; rather, that the Sultan and the young Prince conceived such an implacable hatred and disgust toward that young lady that she was driven out of the dalem long ago and sent home to her parents nearly naked, so that this princess can now no longer be an object of desire. I would not have failed to inform Your High Noble Excellencies of this and the entire outcome of this last conference even before the day before yesterday, but I have been imperceptibly hindered and amused until now by the king and his first minister. His Highness had requested of me that I From Bantam, the 19th of January Anno 1764. should surrender to him all the freeborn Bantammers who were with me in the retinue of the pangerang Machomet, together with all the weapons that were brought inside Speelwijk by him and his people, and I had also promised that to His Highness; and in return I had taken the liberty, on behalf of the pangerang Mochamet, since he had already requested it repeatedly so many times without any success, to request that he would first order the delivery of the clothes that belong to the bodies of himself, his wife, and his children, and which stand in seven large Ambonese chests in his house, which is presently still occupied by a guard of His Highness; which the prince indeed granted me, but did not fulfill, for such has not happened to this day. The Prince was merely sent on the King's behalf a small slave chest with 3 to 4 jackets, some trousers, and two tops, nothing more, and the rest the King, so it is said, distributed among his favorites. From Bantam, the 19th of January Anno 1764. Notwithstanding this unreasonable and thoroughly unkingly treatment, I could nevertheless not avoid surrendering to the king all the free Bantammers, consisting of twelve women and eight men, since Your High Noble Excellencies judge that a number of twenty-five persons is sufficient for the service of the prince and princess with their family, as well as all the weapons that were brought into Speelwijk by the prince and his retinue on the day of his arrival, although they almost all belong to him; and now also to communicate the same to Your High Noble Excellencies, as well as that the pangerang and the Ratoe, as well as myself, very strongly long for the arrival of the bark De Draak. They, in order to become thereby entirely free of fear, and I, in order not to be compelled to interrupt Your High Noble Excellencies any further in your highly important occupations with this tedious matter. Wherewith I remain with deep respect, beneath stood, High Noble Great Honorable Far-commanding Lords and Right Noble Lords, lower, Your High Noble Excellencies' very humble and obedient servant, was signed, Thomas Schippers, in the margin, Bantam, the 19th of January 1764. From Palembang, the 3rd of February Anno 1764. Batavia. To as before. With my respectful separate letter of the 28th of September of the past year, which accompanies this in copy, I have had the honour dutifully to inform Your High Noble Excellencies how the King's ministers, in the name of their Prince, have dunned me up to three different times for satisfaction for the tin, notwithstanding that I held an oral discussion with the Crown Prince on this article, and promised that minister at that time to present his request to Your High Noble Excellencies with all submission, as stated in the aforementioned humble letter. However, this does not seem to be to the satisfaction of that Pangerang, as on the 6th of December of the year just passed he sent me four emissaries again, with the old request for payment for that mineral, along with many frivolous laments that the king's subjects were becoming negligent in the propagation of the pepper cultivation, because they had to suffer want; From Palembang, the 3rd of February 1764. suffer want; whereupon I answered those ministers of state in a friendly manner, saying how could it be possible that the pepper planters should suffer poverty due to non-satisfaction for the tin, since that mineral was after all brought from Bangka and the pepper here from the uplands, so consequently these people had nothing to claim from those moneys, but rather their prince, who had certainly paid the Chinese and his subjects for the said mineral long ago; and furthermore that in this matter I could do nothing else before and until I had received the highly esteemed answer from my Right Noble Lords and masters; whereupon these court dignitaries took their leave and departed again to their Master. Meanwhile, I have, as much as possible, had the secrets of this Court investigated by my confidants, and have thereby learned from good authority that the Crown Prince expressed himself in this manner: Even if my father writes a letter to Their High Noble Excellencies so that not the least mention is made regarding the payment for the tin, the head of the post must do that for us, whom we will have asked for it every time, for why else do Their High Noble Excellencies place a Resident here, if not to help us, and in case we receive no satisfaction
Dutch transcription
Van Bantam den 19„' JIanuarij Ao 164. dogter van Ratoe Sika, daer op heb ik d'eer te rescribeeren, dat het wel waer is, dat er kort na de dood van den Iongst overleedene koning zulk een alliantie tusschen die twee hoge personagies op het tapijt is ge„ weest, en dat de Ionge princes ten dien eijnde ook een geheele reeks v in het vrouwen timmer in het paleijs is bewaerd geworden, maer het manifesteerd ook aan de ander kant, dat die pretense alliantie nooijt tot zijn perfectie is gebragt geweest; maer wel dat de Zulthan en de Ionge Prins zulk een implacabile hart en de gout tegens die Ionk vrouw hebben opgevat, dat de„ „zelve al voor Lange uit den dalm gejaegt en bij na naakt de ouders thuijs gezonden is, zo dat die princes thans geen object van begeerte meer kan zijn. Ik zoude niet gemanqueerd hebben gehad, uw hoog Edelens al voor eergisteren dit en het geheele resutat van deese laaste conferentie te bedeelen, maer ik ben toe door den koning en zijn eerste minster tot nu toe ongevoelig belet en g'annuseerd geworden. zijn hoogheijd had mij verzogt, dat ik aan 17 176 el 1764 3 d Van Bantam den 19:' Januarij a.o 1764. aen dezelve zoude laten overgeven al de vrij geborene banstammers, die onder het gevolg van den pangerang Machomet bij mijn waren, mitsgaders alle de geweeken, die door de zelve en zijn volk binnen speek„ „wijk waren gebragt, en dat heb ik zijn hoog„ „heijd ook belooft gehad, en daar en tegen had ik de libertijd genomen, voor de pangerang Mochamet/ vermits den zelve daer reets zo iterative keeren sonder eenig succes om verzogt heeft gehad/ te verzoeken, om de kleederen, die tot zijn, zijn vrouw, en zijn kinderen haer lijf behoren, en dewelke in zeven groote ambonse kisten in zijn huis, dat thans actueel nog met een wagt van zijn hoogheijd bezet is, staan, Wilde gelasten eerst te laten afgeven, het geen den vorst mij ook wel heeft g'accordeert, maer niet nage„ komen, want zulks is tot nu toe niet geschied; eenlijk is den Prins van 's Konings we„ „gen toegesonden een kleijn slave kistje niet 3. â 4. baatjes, eenige broeken, en twee topjes zonder meer, en de rest heeft den Koning /zo men zegt / onder zijne favoriten ver„ „deelb: H Van Bantam den 19:e Januarij a:o 1764. Ik heb niet tegenstaande deze onredelijke, en gansch niet koninglijke behandeling al egter niet kunnen af zijn, alle de vrije bantammers bestaende in twaalf vrouwen en agt mans ver„ „mits uw hoog Edelens oordeelen, dat een getal van vijff en twintigh perzonen tot bediening van de prins en princes met haere familie toerij„ „kende aen den koning Laten afgeven, als mede alle de geweeren die door den prins en zijn gevolg ten dage zijner komst in speelwijk zijn gebragt, al hoe wel zij meest alle aen hem toebehooren, mitsgaders het zelve als nu uw hoog Edelens te communiceeren, als mede dat de pangerang en de Ratoe zo wel als ik zeer sterk verlangen na de komst van de barcq De Draak. zijlieden, om daar door geheel en al buijten vrees te raken, en ik, om niet genoodzaakt. te zijn, uw hoog Edelens in der zelver hoog wigti„ „ge occupatien met dese te dieuser zaak meer= te interrumpeeren Waar mede ik met een diep ontzag blijve (onder„ ƒ stond/ Hoog Edele Groot Agtbaren wijdgebiedende Heere en Wel Edele Heeren /Lager/uw hoog Edelens zeer ootmoedige en gehoozamen dienaer (was getekend) Thom:s Schipper s /in margine/ Bantam den 19:' Januarij 1764. — 19 176 2 20 1764 3 d —. Van Palembang den 3:' Februarij Ao 1764. Batavia Aan Als vooren Bij mijne eerbiedige aparte Letteren, van den 28:' September anno passato (:die dese in Copia versellen:) heb ik de eer gehaed, uw Hoog Edelheedens schuldpligtig te bedeelen, hoedanig mij 'S konings ministers, in namen van hunnen Vorst, tot drie differente keeren hebben aangemaant, om voldoening voor het thin niet tegenstaande ik met den kroon Prins, over dit articul een mondeling gesprek gehouden hebbe, en dien minister te dier tijt belooft om sijn versoek, aan uw Hoog Edel„ heedens, met alle onderdanigheijt voor te drae„ „gen, gelijk bij Evengemelde nedrige vermelt staat, egter so scheijnt sulks niet na het genoegen van dien Pangerang te wesen, also op den 6:' december, de seven verweken Iaar, mij weeder vier sendelingen heeft gesonden, met het oude versoek om betaling voor dat „Mineraal, teffens met veel frivole klaag„ liederen, dat 's konings onderdanen vertraag„ „den in de Voortplanting van de peeper Cul„ tuure, dewijl sijlieden gebrek moesten lijden; 21 Van Palembang den 3:e Februarij 1764. lijden; waar op ik die staats ministers, in het vriendelijke antwoorde, seggende, hoe dat: sulk 's moge„ „lijk was, dat de peeper planters, door non voldoening van het thin, armoede moesten ondergaan, vermits dat Mineraal immers van Banca en de peeper alhier uijt de bovenlanden Wierde aangebragt, du's gevolgelijk dese menschen van die penningen niets te pretendeeren hadde, maar wel hunnen vorst, die sekerlijk meermelde mi„ „neraal aan de chineese en sijne onderhorige alvoor lange voldaan hadde, en wijders dat ik in dese saak niet anders konde doen, dan voor en al eer het hoog g'eerd ant„ woord, van mijne Wel Edelen Heeren gebiederen ontfangen hadde; nemende dese hofsgroten hier meede hun afscheijd, en vertrocken weder na hunnen Meester. Middelerwijlen heb ik so veel doenlijk is, de ge„ heijmen van dit Hof, door mijne vertrouwden laten on„ d versoeken, en daar door van goeder hand, ter ooren benge„ komen, dat den kroon Prins sig in deser Voegen heeft uijtgelaten; al schrijft mijn Vader een brief aan haar Hoog Edelheedens, so dat 'er geen de minste mentie, omtrent de betaling van het thien ge„ „maakt werden, maar het opperhooft moet dat voor ons doen, die wij telkens daarom sullen laten vragen, Want waar toe plaatsen haar Hoog Edelheedens, anders hier een Resident, als om ons te helpen, en ingevalle wij geen voldoening tegens 17 2 del 1764 3 du
English
From Palembang, the 3:e of February, A:o 1764. receive at 15 rixdollars per picol, we will not accept it and will give no pepper to the Honourable Company; which is already partly evident, as following various instances made both to the King and to his First Minister of State, I have not yet received a single grain of that product within this lodge, and in the loading of their own vessels they likewise proceed at a snail's pace, since up to this day little preparation has been made for it; although on the 14:' of the recently expired month of December a subject of the King departed for the capital Batavia by sloop laden with 140: picols of pepper and 660: p:ls of tin, which occurred principally in order to overtake, if possible, a certain Chinese who in anno passato was assigned to the aforementioned vessel and, upon the receipt of the monies for the tin and pepper, absconded at Costi with 1,000 rixdollars. Your High Nobilities may meanwhile be assured that my zeal shall by no means be lacking, when paying visits to this Court, to encourage the King and the Crown Prince each time toward a good delivery of that costly grain, and on that occasion, through friendly conversation, to request the Prince that his vessels may depart early for Costi before the appointed time, so that the Honourable Company will not fall into any embarrassment with the dispatch of that product, both to the Netherlands and to the Indian regions. Wherewith I presume, with deep humility, to be /subscribed/ High Noble, Great Honorable, Severe, Wide-commanding Lords, and Well Noble Lords /Lower:/ Your High Nobilities' very humble and bounden servant (was signed) J:b Mens /in the margin/ Palembang, the 3:' of February, a:o 1764. — From Java's North-East Coast 22 From Java's North-East Coast, the 30:' of Janu: 1764. Batavia Since the dispatch of my humble missive of the 3:' current, matters in the upper lands continue to proceed according to wish, to such an extent that that vexatious affair between the Princes has now reached a fortunate conclusion. The respective Regents of the realm and Residents have returned; and have settled the mutual dispute over the villages of both parties, and, for mutual security, have passed a deed; which I have the honor respectfully to offer to Your High Nobilities alongside this letter, accompanied by the copies of the letters from the Princes to the undersigned, as well as from the Sultan to the Susuhunan, and in turn the reply from the latter written to the first-mentioned, from which Your High Nobilities will observe the further proofs of a general reconciliation and renewal of friendship, wherein I take the liberty also to note that the Pangerang Mangkunagara is showing himself again and appears in public on the Emperor's 5 days; having also, alongside the Emperor, at the house of Resident To As before Beuman 176 2nd part 1764 3 Ja From Java's North-East Coast, the 30:e of January, a:o 1764. Beuman, celebrated the New Year's feast with fitting mirth; and seems willing to resign himself in this matter. Regarding the affairs of Balambangan, no further reports have been received up to now, other than that the Balinese have closed the access routes of those mountains everywhere; and that the Pangerang Patté was to proceed to Lumajang in order to find his safety there; while I, in fulfillment of Your High Nobilities' highly honored orders, have written to the Balinese King, Gusti Agung Mengwi, as Your High Nobilities, if you please, will be able to observe from the copy of the missive attached hereto. Concerning Prabujoko, report has been received that he has retreated to the Uludoyo mountains, belonging under the Princes, and was intending to submit to the Sultan, which to my mind, however, still requires confirmation; for I assume that his fear of an uncomfortable reception is not unfounded. All the Regents, except for the Panembahan, who is to depart with his family this week, have returned home satisfied; 25 From Java's North-East Coast, the 30:' of Janu: 1764. without anything of any importance having been transacted between them, except that, pursuant to the authorization granted to me by Your High Nobilities, upon their persistent request, I granted the Regents of Pati a reduction of 300 pieces of beams, so that they now must deliver annually 1,200 pieces, for which in return they will now have to deliver 100 koyangs of rice more per year. I hope that my proceedings will be further approved; while with fitting respect I express to Your High Nobilities my precious obligation for the satisfaction which Your High Nobilities came to express in this regard by letter of the 30:' passato, and in the future I shall proceed as sparingly as possible with the distribution of firearms; but, since nothing is more agreeable to the great men than firearms, one is indeed sometimes forced to overlook that. I remain with all submission /subscribed/ Your High Nobilities' entirely obedient and humble servant (was signed) W: H: van Ossenberch /in the margin/ Semarang, the 30:' of January, Ao 1764. — overleaf 176 2nd part 1764 3rd
Dutch transcription
Van Palembang den 3:e Februarij A:o 1764. tegens rijxd: s vijftien de picol krijgen, so sullen wij het niet accepteeren, en de E: Comp: geen peeper geven; het geene ten deelen al blijkt, also ik op dieverse gedane instanties„ so aan den koning als sijnen eersten staats ministerNog geen korl van dat product, binnen dese logie ontfangen heb„ „be, en in het laden van hare eijgen vaartuijgen, gaan sij meede de kreefte gang, vermits tot heeden weijnig preparatie daartoe gemaakt werd; schoon dat den 14:' der Iongst verweken maand December, een onderhorige vanden koning, per chialoup geladen met 140: picols peeper, en 660: p:ls thin, na de Hooftplaats Batavia is vertrocken, sulk s is principaal geschied, om des doenelijk, sekere chinees te agter halen, die in anno passato, op Evengemelde vaar„ „tuijg bescheijden is geweest; en bij den ontfangst der pennin„ „gen, voor thin en peeper, met Een duijsent: Rijxdaalders, â Costi, is weggelopen. uw Hoog Edelheedens, gelieven ondertussen verse„ „kert te sijn, dat het aan mijnen iever geensints sal ont„ breeken, bij het doen van Visietes aan dit Hof, den Ko„ „ning en Kroon Prins telkens aan te moedigen, tot eene goede leverantie van die kostbaren korl, en bij die gele„ „gentheijt door een vriendelijke convervatie, den Vorst ver„ soeken, dat sijne vaartuijgen vroegtijdig, tegens de be„ „paalde tijt, na Costi mogen vertrecken, op dat de E: Comp: in geen verlegentheijt geraakt, met het Versenden van dat product, So na Nederland als in de Indiase gewesten. Waar meede mij dezer aanmatigen, met diepe vernede„ „ring te zijn /onderstond/ Hoog Edelen groot Agtbaren gestrengen wijdgebiedende Heere, en Wel Edelen Heeren /Lager:/ uw Hoog Edelheedens seer ootmoedigen en Trouwschuldigen Dienaar (was gete„ kend) J:b Mens /:in margine /: Palembang den 3:' Februarij a:o 1764. — Van Iavas oost cust 22 Van Iava, soostCust den 30:' Janu: 1764. Batavia seedert het afgaen mijner nedrige missive van den 3:' Courant gaan de zaaken in de boven Landen bij continuatie naar Wensch, in zo verre„ dat die fachieuse zaak tusschen de Vorsten, thans een gelukkige uit einde hebben genomen. De Respective Rijksbestierders en Re„ sidenten zijn weder te rug=gekeert; en hebben het onderling verschil over de negorijen van beide partijen afgedaan, en, tot securiteit over en weder„ een acte gepasseert; die ik de eer hebbe uw hoog Edelhedens nevens deze letteren eerbiedig aan te bieden, g'accompagneert van de Copia brieven der Vorsten aan den ondergeteekende, als mede van den sulthan aan den soesoehoenang, en weder het antwoord van den Laatsten aan den eerstgem: geschreeven waar uit uw hoog Edelhedens de nadere bewijzen van eene algemeene verzoe„ „ning en vernieuwing van vriendschap zullen te vooren komen, waar bij ik de vrijheit neme nog te noteren, dat den Pangerang Mancoe„ „nagara zich weder vertoond en in't publicq op 's keizer 5 dagen verschijnt; hebbende ook, nevens den keizer, ten huize van den risident Aan Als vooren Beuman 176 2 del 1764 3 Ja Van Iavas oost Cust den 30:e Ianuarij a:o 1764. Beuman het nieuwe Iaars feest met gepasse vrolijkheit geviert: en schijnt zich in dit geval te willen getroosten. Nopens de zaaken van Balembangang zijn tot nog toe geen nadere berigten ingekomen, als dat de Baliers de toegangen van die gebergtens alomme geslooten hebben; en dat de Pangerang Patté zich naar Lamadjang zoude begeven, om door zijn veiligheit te vinden; terwijl ik in voldoening van uw hoog Edelhedens zeer g'eerde bevelen, geschreeven hebben aan den Balijschen Koning; Gusti Agong Meng= „oei, gelijk uw hoog Edelhedens, des gelievende, uit de Copia missive, deze g'accrocheert, zul„ „len kunnen b'oogen. Van Praboejoko heeft men narigt, dat hij naer het oeloedoijosche gebergte is geweeken, gehoorende onder de Vorsten, en van Voornemens zoude zijn zich aan den sulthan te sub„ „mitteren, 'twelk mijn's bedunken,s echter nog confirmatie vereischt; want ik stelle, dat zijne bedugtheit voor een ongemakkelijke receptie niet ongegrond is. Alle de Regenten, behalven den Panam„ „bahan, die met zijn familie deze Week staat te vertrekken, zijn vergenoegt t' huis„ Waarts 25 Van Iava's oost Cust den 30=' Janu: 1764. „waarts gekeert; zonder 'er tusschen hen iets van eenige importance verhandelt is, uitgeno„ „men dat ik, volgens de mij door uw hoog Edelhedens verleende qualificatie, de Regenten van Pattij, op hun aanhoudend verzoek, af„ „slag gegeven heb van 300: P:s balken, zo dat zij nu moeten leveren 's jaarlijks 1200. p:s waar voor zij nu weder zullen moeten leveren 100. Coijang s rijst: in't Iaar meerder. Ik hope, dat mijne verrigtigen verder zullen werden g'approbeert; terwijle ik met gepaste eerbied uw hoog Edelhedens mijne dier„ „baare verpligting betuige, voor het Contente, „ment, 't welk uw hoog Edelhedens bij brieve van den 30:' passato des wegens kome te betuigen, zullende in't toekomende, zo spaarzaam als mogelijk is, met het afgeven van scheit„ „geweeren, de werk gaan maar, dewijl den grooten niets aangenamen is als geweer, zo is men wel eens genoodzaakt daar over heen te stap„ Ik blijve met alle onderdanig heit sonder, stond/ uw Hoog Edelheden s gansch gehoor„ „zaame en onderdanige Dienaar (was getekend) W: H: van ossenberch /in marginee/ Sama„ „rang den 30:' Januarij Ao 1764. —. „pen. verte 176 2 del 1764 3 de
English
From Bantam, 5 February A:o 1764. Batavia To Aes Vooren To give Your Noble Honours an accurate report of what has occurred here since the receipt of Your Noble Honours' highly respected letter of 26 January last, which was on the 30th of the aforesaid month, and the delivery of the King's letter, which took place on the 31st following; I have the honour to inform Your Noble Honours that the King initially seemed not entirely satisfied with the tenor of Your Noble Honours' letter to him, and even appeared somewhat forewarned of its contents. The reasons that lead me to think so are the following two: Firstly, because the Administrator Sisna Nagara, who was among others deputed to collect the King's letter, requested of me in a very unexpected manner while riding toward the King's castle that, when we should arrive inside the Dalm before the King, I should request the Prince that the reading of the aforesaid letter might take place not From Bantam, 5 February A:o 1764. not publicly, as always happens, but solely in the presence of His Highness, himself the Administrator, and me, to the exclusion of all other persons. However, I answered him that this would be an unheard-of novelty, and entirely contrary to the custom that has been in force at the Bantam court from time immemorial until now, and that in my view this would also be a breach of the respect and reverence due to the letter, both in view of the eminence and highness of those from whom it came, and with regard to the one to whom it was addressed; and I therefore requested him to excuse me from that commission. Secondly, because at the delivery of the aforesaid letter I did not perceive in the King's countenance that usual friendliness and contentment which I am otherwise always accustomed to observe on such occasions, and that moreover I found His Highness very uneasy and chagrined, while I also openly heard him order the Secretary of State Kiaij aria dimarta to read it only quickly and softly, From Bantam, 5 February Anno 1764. softly and not clearly and clarissima voce. After the reading thereof, I communicated to His Highness Your Noble Honours' esteemed decision on his exorbitant demands, and he seemed merely to take note of it, for he made not a single compliment of gratitude for it. And concerning the detention of the Ratoe Sijena and the Pangerang Mortalla, I informed the Prince that Your Noble Honours had indeed been pleased to consent thereto, but that His Highness ought now also expressly bind himself to treat them properly according to their status and as befits blood relatives, and to provide for their maintenance, since this condescension occurred solely to please His Highness and do him a favor; adding that in case His Highness should fail therein, Your Noble Honours have then truly resolved to take those two children under Company protection. I presented all this to the Prince with as much From Bantam, 5 February ao 1764. much gravity and emphasis as the importance of the matter merits, and as could possibly be done with decency and without offending against decorum; and he also committed himself thereto in the presence and hearing of all the princes and grandees of the realm, and declared and promised to marry the Ratoe Sijena to the Pangerang gusti, and the Pangerang Mortalla to one of his daughters. Subsequently, in conformity with Your Noble Honours' esteemed command, I also addressed the Administrator Sisna Nagara in very grave terms regarding his imprudent conduct, and told him in Your Noble Honours' name that he would have to conduct himself in the future in such a manner that the complaints of the princes of the blood and others regarding his ill-suited arrogance should cease, and that he should carefully avoid introducing any novelties that tend to the disadvantage of the realm and the common interest, so that Your Noble Honours might not come to regret From Bantam, 5 February Anno 1764. having confirmed him in that distinguished post; and I once again seriously held before him the sanctity of the oath he had sworn both to the Company and to the King, for otherwise Your Noble Honours will lack no means to cause him to descend again to that state of lowliness from which he was so recently elevated to the eminent post of Administrator; but he saw fit to reply only that he did nothing but what tended to the said well-being of the realm, and also nothing without the King's consent. Furthermore, I have the honour to inform Your Noble Honours that the Ratoe Sijena and the Pangerang Mortalla were fetched from Speelwijk on the first of this month by a distinguished embassy from the King with two state carriages in a very ceremonial and stately manner, and brought to the King's palace; likewise that the bark De Draak, which Your Noble Honours [sent] for the transport of the Pangerang Mochamet and the Ratoe Sika to Amboina
Dutch transcription
Van Bantam den 5:' februarij A:o 1764. — Batavia Aan Aes Vooren Om uw hoog Edelens een pertinent berigt te geven van het gene, dat alhier zedert den ontfangst van uw hoog Edelens hoog geres„ „pecteerde Letteren van den 26:' Ianuarij Jongst„ leden, dat geweest is den 30:' van voorsz: maand„ ende overgave van 's Konings brief, dat ge„ schied is den 31:' daer aenvolgende, is gepasseerd; Zo heb ik d'eer uw hoog Edelens te Commu„ „niceeren, dat den Koning over den temeur van uw hoog Edelens missive aan de zelve, inden beginne niet geheel content en zelfs eenigsints van dies inhoud gepraeadverteert scheen te zijn. De reedenen, die mijn zulks doen denken, zijn deze Twee volgende, Eerstelijk; om dat den Rijkbestierder Sisna Nagara, die onder anderen tot den afhael van s' konings brief geduputeerd is geweest; mij onder weg in het rijden na s' ko„ nings Casteel op een zeer onverwagte wijse versogt; dat wanneer wij binnen den Dalm bij den koning zoude zijn gekomen, ik den Vorst zoude verzoeken, dat de ople„ „sing van voorn: brief mogte gedaen worde niet 27 Van Bantam den 5:e februarij A:o 1764. niet publijcx; zo als altoos geschied, maar alleen in presentie van zijn hoogheijd; hem Rijkbestierder en mijn met Seclusie van alle andere perzonen Edog ik het hem daer op geantwoord, dat dat een ongehoorde nieuwigheijd zoude zijn, en ten eenemael strijdig tegens de gewoonte, die sedert immemoriale tijden tot nu toe aan het ban„ „tamse hof in vigeur is geweest, en dat /mijns e eragtens / daar mede ook zoude gemanqueerd zijn aan het respect en de eerbied, die men aan de brief verschuldigt is, zo ten aspecte van de eminuntie en hoogheijd der geenen, van wien dezelve quam, als ten reguarde van die geene, aan wien de zelve gerigt was, en ik versogt hem dier halve; mijn van die Commissie te Wil„ „len Excuseeren. Den Tweede, om dat ik bij de overgave van voorsz: brief in s' konings gelaat niet bespeurde, die gewonelijke vriendpelijkheijd en vergenoeging, die ik anders altoos bij zulke occasien daer „inne gewoon ben, te ontwaeren, en dat ik zijn hoogheijd daer te boven zeer inquist en chagri„ „mant toud, mitsgaders den Secretaris van staat Kiaij aria dimarta opentlijk hoorde gebieden, om dezelve maer gauw en Zogt 1 ƒ 1764 3 a Van Bantam den 5:' februarij Anno 1764. zagt en niet duijdelijk en Claris sima toce voor te Lesen. Na de oplesing derzelve Communiceerde ik aan zijn hoogheijd, uw hoog Edelens g'eerder dispositie op zijne exorbitante expostulata, en hij scheen die maar alleen voor gecommu„ „niceerd te houden, want hij daarvoor geen eenig compliment van dankbaarheijd maak„ „te: — En omtrend de aanhouding van de Raboe Sijena, en den Pangerang Mortalla, berigte ik den vorst; dat uw hoog Edelens daarinne wel hadde gelieven toestemmen, maer dat zijn hoogheijd zig ook als nu uitdruk„ „kelijk behoorde te verbinden, om dezelve naer hunne staat en gelijk aan bloedverwan„ „ten betamt te zullen handelen en voor onderhoud zorgen wijl die Condecendance enkel geschiede, om zijn hoogheijd te belie„ „ven en plaisier te doen; met bijvoeging dat ingevalle zijn hoogheijd daer in komt te manqueeren, uw hoog Edelens als dan waarlijk voorgenomen hebben, die twee kinderen onder Comp: protexie te nee„ „men. Ik heb dit alles den Vorst met zo veel Van Bantam den 5:' Februarij ao 1764. veel ernst en nadruk voorgehouden, als de importantie van de zaak meriteert en als maar eenigsints met decentie en zou„ „der tegens het decorum te zondigen heeft kunnen geschieden, en dezelve heeft zig daer toe ook ten bijwezen en aanhooren van alle de princen en grooten van het rijk g'engageert mitsgaders verklaard en beloofd, de Ratoe Sijena aan den Pangerang gusti, ende Pangerang Mortalla aan een zijner dogters te zullen uit huwelijken. dervolgens heb ik in Tonformite van uw Hoog Edelens g'eerd bevel den rijksbestier„ „der Sisna Nagara almede in zeer ernstige termen voorgehouden desselfs onvoorsigtig gedrag, en hem uit uw hoog Edelens naeme aengezegt dat hij het zelve in vervolg zodanig zouden hebben te rig„ „ten, dat de klagten van de Princen van den bloede en anderen, voor zijne qualijk gepaste trotsheijd ophouden, mitsgaders dat hij het introduceeren van alle nieuwig„ heeden, die tot nadeel van Prijks en het gemeen belang strekken, zorgvuldiglijk zoude hebben te schuwen, op dat uw Hoog Edelens geen berouw quamen te krijgen 29 176 2 2 1764 3 Ja Van Bantam den 5:en Februarij Anno 1764. krijgen, dat dezelve hem in die gedistingu„ „eerde post, geconfirmeerd hadden, en hem nogmaels serieuselijk voorgehouden de heij„ „ligheijd van den eed, die hij zo wel aan de Comp: als den koning gesworen heeft, want dat het anders uw hoog Edelens aangeen middelen zal ontbreeken, om hem zo wel tot dien staat van Laagheijd weder te doen nederdalen, als waer uit hij nog zo onlangs tot de aensienelijke charge van Rijksbestier; „der is verheven, dog denzelve vond goed, daar op eenlijk te antwoorden, dat hij niets de de„ geene tot dan het gemelde welwesen van het rijk strek„ „te, en ook niets zonder de toestemming van de Koning. Voorts heb ik deer uw hoog Edelens te communiceeren, dat de Ratoe Sijena en de pangerang mortalla, op den eerste dezer maand, door een aenzienelijk gezand„ „schap van den koning met Twee koetsen van staat op een zeer Ceremonieele en sta„ „tieuse wijze uit speelwijk is afgehaald, en in 's konings paleijs overgebragt; item dat de barcq De Draak, die uw hoog Edelens tot Transport van den pangerang Mochamet en de Ratoe Sika na Amboina
English
From Bantam, the 5th of February anno 1764. were pleased to send to Amboina, which arrived late at this roadstead yesterday. The following day, which was the first of February, the commander of the Draak delivered to me Your High Honors' general dispatch of the 19th of the past month of January. And since Your High Honors, both therein and in your separate letters, were pleased to order that the pangerang Mochamet and company be made to proceed on their voyage from here directly to Amboina without calling at the main settlement, I immediately notified him of this. The Prince immediately accepted that order and submitted to it with great respect. Subsequently, on the 3rd instant, he embarked with his family and retinue on the aforementioned vessel. However, he was unable to set sail before this afternoon, since two heavy leaks were discovered in the keel which first had to be plugged, something that could by no means have been accomplished here more quickly. I 31 17 2 2 1764 3 From Bantam, the 5th of February anno 1764. I had the honor, in my humble letters of the 22nd of January last, to inform Your High Honors briefly of the true state of affairs in this realm, and the arbitrary and violent conduct of the regent Tisna Nagara, as well as the discontent that is aroused here thereby; likewise the repeated entreaties of certain Princes of the blood to place themselves under the protection of the Company in imitation of the King's eldest brother, and at the same time requested to know how I am further to conduct myself in this regard in this present critical juncture of affairs. For I am troubled almost daily by some of the King's blood relations, notwithstanding that I continually turn them away. And regarding this last point, Your High Honors were pleased to reply to me and explicitly order that I admit none of them under the Company's protection without Your High Honors' special order, because this would increase the King's suspicion and make the confusion general. 33 From Bantam, the 5th of February anno 1764. Which order I have dutifully and obediently observed most sacredly until now, and I have firmly and resolutely rejected all entreaties that have continually been made to me to that end. Yet this has had no other effect than that on the first of this month a common Javanese delivered to me the enclosed letter, which upon translation I found to be signed by several princes, namely the Radeen Radja, the pangerang Bantam, the Ratoe Bacchussen Chassam, Aboechier, Mochamet Said, Oeding, Salé, and Saijer, and that the contents once again comprise a complaint about the actions of the regent and a request for assistance. Thereupon I immediately sent a trusted person to the Pangerang Bantam again, and had him told that, since he had heard from the letter written by Your High Honors to the King in what manner that minister's conduct is currently viewed and regarded by Your High Honors, he surely would: 2 2 1764 3 a From Bantam, the 5th of February anno 1764. I had the honor, in my humble letters of the 22nd of January last, to inform Your High Honors briefly of the true state of affairs in this realm, and the arbitrary and violent conduct of the regent Tisna Nagara, as well as the discontent that is aroused here thereby; likewise the repeated entreaties of certain Princes of the blood to place themselves under the protection of the Company in imitation of the King's eldest brother, and at the same time requested to know how I am further to conduct myself in this regard in this present critical juncture of affairs, for I am troubled almost daily by some of the King's blood relations, notwithstanding that I continually turn them away. And regarding this last point, Your High Honors were pleased to reply to me and explicitly order that I admit none of them under the Company's protection without Your High Honors' special order, because this would increase the King's suspicion and make the confusion general. 33 From Bantam, the 5th of February anno 1764. would: Which order I have dutifully and obediently observed most sacredly until now, and I have firmly and resolutely rejected all entreaties that have continually been made to me to that end. Yet this has had no other effect than that on the first of this month a common Javanese delivered to me the enclosed letter, which upon translation I found to be signed by several princes, namely the Radeen Radja, the pangerang Bantam, the Ratoe Bacchussen Chassam, Aboechier, Mochamet Said, Oeding, Salé, and Saijer, and that the contents once again comprise a complaint about the actions of the regent and a request for assistance. Thereupon I immediately sent a trusted person to the Pangerang Bantam again, and had him told that, since he had heard from the letter written by Your High Honors to the King in what manner that minister's conduct is currently viewed and regarded by Your High Honors, he surely 1764 2 del 1764 3 aa
Dutch transcription
Van Bantam den 5:e Februarij a:o 1764. Amboina herwaerds hebben gelieven te zen„ „den, dien asoud laat te dezer rheeder is gar„ „riveerd. Des anderen daags, welke was den Eerste februarij wierd mij door den gezaghebber van de Draak overhandigt uw hoog Edelens gemeene missive van den 19:' der Iongst ge„ „passeerde maend Ianuarij, en also uw hoog Edelens daar bij zo wel, als bij der zel„ „der apparte Letteren, hebben gelieven te gelasten, den pangerang Mochamet C: S: direct en zonder de hoofdplaats aan te doen van hier te laten reijs vorderen na Am„ „boina, zo heb ik hem zulks immediatelijk aangezegt, en der Prins heeft hem die ordre dan ook aanstonds laten welgevallen, en zig met veel eerbied daar aan gesubmitteerd. Vervolgens heeft dezelve zig op den 3: hujus met zijn familie en gevolg in voorsz: vaertuijg g'embarqueerd, dog hij heeft niet eerder, dan heeden nade middag, onderzijl kunnen gaan, nadien 'er twee Zware lek„ „ken in de kiel ontdekt zijn die eerst heb„ „ben moeten gestopt worden, en het welk met geen mogelijkheijd alhier schielijk er heeft kunnen verrigt worden. Ik 31 17 2 2 1764 3 Van Bantam Den 5:' Februarij a:o 1764. Ik heb d' eer gehad uw hoog Edelens bij mijne onderdanige Letteren van den 22:' Ia„ „nuarij voorleden summierlijk te advisie„ „ren de waere toestand van zaaken in dit rijk, en het willekeurig en violent gedrag van den rijksbestierder Sisna Nagara, mitsgaders het misnoegen dat daer door alhier word verwekt; item de iberative instantien van sommige Princen van den bloede, om zig in nazolging van s'ko„ nings oudste broeder, onder de bescherming van de Comp: te begeven, en daer bij tegelijk versogt, te mogen weten, hoe ik mijn in deze presente Critique Conjuncture, van zaken, hier in verder zal hebben te gedra„ „gen, Want dat ik bij na dagelijks door sommige van s' Konings bloed verwanten Lastig gevallen word, niet tegenstaande ik hun telkens van de hand wijs. En w hoog Edelens hebben omtrend dit Laaste poinct mij daer op gelieven te rescri„ „beeren en uijtdrukkelijk te gelasten, dat ik niemand van hun zonder uw hoog Edelens speciale ordre, onder Comp: bescherming zal admitteeren, wijl dit s' Koningsangwaan vermeerderen en de Confusie algemeen maken zouden 33 Van Bantam den 5:e Februarij a:o 1764. Welk ordre ik dan ook schuldpligtig en nagehoudenis tot nu toe heijlig heb g'ob„ „serveert, en alle instantien, die mijn ten dien eijnde nog al bij continuatie zijn gedaan, fort en ferm vande hand gewesen. Dog dit is van geen ander effect geweest; dan dat mijn op den eerste deser door een gemeen Iavaan is overhandigt geworden, dese nevens gevoegde brief dewelke ik bij vertolking heb bevonden te zijn ondertekent door ver„ „scheijde princen, als den Radeen Radja, den pangerang Bantam, de Ratoe Bacchussen Chassam, Aboechier, mochamet Said, oeding, Salé en Saijer, en dat den inhoud al weder behelst een klagte de over de behandelingen van den rijksbestier„ „der en een versoek om hulp. E E Ik heb daer op wederom ilico een ver„ trouwd persoon na den Pangerang Ban„ „tam gesonden, en hem laten aenseggen, dat; dewijl hij uit de brief door uw hoog Ede„ „lens aan den koning geschreven, hadde gehoord, in wat voegen die minister zijn gedrag bij uw hoog Edelens Iegenswoordig word beschouwd, en g'envisageerd, hij immers tigt zouden: 2 2 1764 3 a Van Bantam Den 5:' Februarij a:o 1764. Ik heb d' eer gehad uw hoog Edelens bij mijne onderdanige Letteren van den 22:' Ia„ „nuarij voorleden summierlijk te advisee„ „ren de waere toestand van zaaken in dit rijk, en het willekeurig en violent gedrag van den rijksbestierder Tisna Nagara, mitsgaders het misnoegen dat daer door alhier word verwekt; item de iberative instantien van Sommige Princen van den bloede, om zig in nazolging van s' ko„ nings oudste broeder, onder de bescherming van de Comp: te begeven, en daer bij te gelijk versogt, te mogen weten, hoe ik mijn in deze presente Critique Conjuncture van zaken, hier in verder zal hebben te gedra„ „gen, want dat ik bij na dagelijks door sommige van s'Konings bloed verwanten Lastig gevallen word, niet tegenstaande ik hun telkens van de hand wijs. En w hoog Edelens hebben omtrend dit Laaste poinct mij daer op gelieven te rescri„ „beeren en uijtdrukkelijk te gelasten, dat ik niemand van hun zonder uw hoog Edelens speciale ordre, onder Comp: bescherming zal admitteeren, wijl dit s' Koningsargwaan vermeerderen en de Confisie algemeen maken zouden 33 Van Bantam den 5:e Februarij a:o 1764. zouden: Welk ordre ik dan ook schuldpligtig en nagehoudenis tot nu toe heijlig heb g'ob„ „serveert, en alle instantien, die mijn ten dien eijnde nog al bij continuatie zijn gedaan, fort en ferm van de hand gewesen. Dog dit is van geen ander effect geweest; dan dat mijn op den eerste deser door een gemeen Iavaan is overhandigt geworden, dese nevens gevoegde brief dewelke ik bij vertolking heb bevonden te zijn ondertekent voor der„ „scheijde princen, als den Radeen Radja, den pangerang Bantam, de Ratoe Bacchussen Chassam, Aboechier, mochamet Said, oeding, Salé en Saijer, en dat den inhoud al weder behelst een klagte over de behandelingen van den rijksbestier„ „der en een versoek om hulp. Ik heb daer op wederom ilico een ver„ trouwd persoon na den Pangerang Ban„ „tam gesonden, en hem Laten aenseggen, dat; dewijl hij uit de brief door uw hoog Ede„ „lens aan den koning geschreven, hadde gehoord, in wat voegen die minister zijn gedrag bij uw hoog Edelens Iegenswoordig word beschouwd, en g'envisageerd, hij immers tigt 1764 2 del 1764 3 aa
English
From Bantam, the 5th of February, Anno 1764. would easily comprehend, and that they would henceforth take careful heed to manage themselves and refrain from that haughtiness; and I therefore let him know that he, and all others, ought from now on entirely to abandon their intentions of entering Speelwijk, since otherwise their conduct—whenever the King should discover it—would only embitter him and sometimes give him cause to punish them for it; but if unexpectedly they would not listen to that advice, I then had them seriously warned once more that they would be taking useless trouble, as I would absolutely never admit them into the Company fortress, and that this was in conformity with Your Noble Excellencies' express command. They indeed sent me back the answer that they would follow my advice, but how poorly most of them kept that promise, the outcome has, to my regret, made all too clearly visible. For on the next day, being the 2nd of this month, and when the gate of the fortress was only just opened, I proceeded as usual From Bantam, the 5th of February, Anno 1764. to the back of the pavilion, and having sat there for only a few moments, I suddenly and entirely unexpectedly found myself surrounded by seven princes, among whom were four brothers and a nephew of the King, who without speaking a single word all laid down their krisses on the table before me and subsequently threw themselves down at my feet. I asked them what indeed this unexpected arrival meant and how, contrary to my advice and the promise made to them, they dared venture to appear before me in this manner; that if they had the misfortune of this being seen or discovered by anyone and reported to the regent, they ran the risk of being mistreated, if not massacred; and I therefore requested them to be pleased to depart immediately and go to their dwellings, to prevent all otherwise to be feared disasters. But they answered me with one voice that they would not move from the place where they stood, even if I myself threatened to have them krissed; that they had resolved to leave their native country and surrender themselves 1764 2 February 1764 3 From Bantam, the 5th of February, Anno 1764. entirely to the Company, and that it could deal with them as it wished, for they could and would no longer suffer the vexations of the Mangkubumi; that he had now had their houses surrounded and occupied by armed men for four consecutive nights, and that this was certainly done with an evil design, for which reason they also no longer considered their lives secure within Bantam. I, seeing then that they were resolved to risk everything and that the oppressions had made them desperate, finally told them that I could not possibly give them the protection of the Company within Speelwijk, but that if they absolutely refused to return to their houses, they would then have to seek a hiding place elsewhere and address themselves to Your Noble Excellencies in another manner. Thereupon someone came to tell me that the King's emissaries were outside and wished to speak with me; I gave them From Bantam, the 5th of February, Anno 1764. to understand this, and I told them in haste that I firmly believed their escape had already been discovered, and that they must therefore look out for a safe refuge. They, then also perceiving that I was unyielding in my refusal to admit them inside Speelwijk, at last requested me with tears in their eyes to be allowed to take their retreat in the kampong of the Wetangers, as they said they would otherwise be utterly lost and dead men, which I therefore could not with any decency refuse them. Coming home, I found the emissaries of the King there, who very agitatedly communicated to me that they came to me in the name of the monarch to inquire whether I had admitted any princes into Speelwijk; that there were seven of them who had absented themselves from their houses, and that their names were Raden Raja, Ratu Bagus Hassan, Ratu Bagus Abubakar, Ratu Bagus Mochamet, Ratu Bagus 37 1764 2nd 2 1764 3 aa From Bantam, the 5th of February, Anno 1764. Uding, Ratu Bagus Saleh, and Ratu Bagus Tayeer. I answered those emissaries that they could tell His Highness in my name that, since I had promised him handfast assistance and furthermore had been expressly ordered by Your Noble Excellencies not to admit any of the princes into the Company's fortress, I would therefore take good care not to let any of them enter contrary to that given promise and that strict prohibition. With that answer they seemed completely satisfied, and went immediately to report this to their monarch. However, as soon as those emissaries had departed, several natives and Company subjects came to inform me that some princes had fled the previous night, and that the regent was having a very thorough search made for them, having all houses that were in the least suspicious to him inspected with exactitude, as well as gathering a large number of men, through which everything was stirred up into motion and a general confusion arose among the Bantamese.
Dutch transcription
Van Bantam den 5:e Februarij Anno 1764. ligt zoude apprehendeeren, en dat deselve in't vervolg sig wel sorgvuldiglijk zoude tragten te menageeren, en die Trotsheijd nalaten, en ik Liet hem daerom weeten, dat hij, en alle aude„ „ren voortaan van hunne Voornemens om binnen speelwijk te komen, als nu geheel behoorden af de zien, wijl anders hun gedrag den Koning /wanneer hij het zelve ontdekte / maer soude verbitteren, en Somwijle redenen geven, om hun daer over te punieeren, dog so sij onverwagt na die raad niet wilden Luijsteren, ik hen als dan nogmaals serieus liet Waar„ „schouwen, dat Sij vergeefse moeijte souden doen, wr dien ik hun absoluit nimmer binnen Comp: fortres soude admitteeren, en dat zulks was conform aan uw hoog Edelens uijtdrukkelijk bevel. — sij hebben mijn daer op wel weder ten antwoord Laten geven, dat sij mijn raad sou„ „de opvolgen, maer hoe slegt de meeste van hun die belofte hebben nagekomen, heeft de uijtkomst, tot mijn Leedwesen maar al be klaar doen sien. want des anderen daags sijnde den 2: deser, en wanneer de poort van e fortres maar even g'opent was, vervoegde ik mijn na gewoonte Van Bantam den 5:e Februarij ao 1764. gewoonte agter in het speelhuijs en aldaar maar weijnige ogenblikken gezetten hebbende, zag ik mij eens klaps en geheel onverwagt omringt van Seven Princen, waar onder vier broeders en een Neef van den Koning waren, die sonder een enkeld woord te spree„ „ken alle hunne Crissen voor mijn op de Tafel nederleijde en sig vervolgens voor mijne Voeten neder wierpen. Ek vroeg hun wat dog deze onverwagte komst beduijde en hoe sij tegens mijn raad duarden en hunne gedaane promesse aan hun durrder onderwinden, om dus bij mijn te verschijnen; dat zo zij het ongeluk hadden, dat zulks door ijmand gesien of ontdekt, en aan den rijks„ „bestierder overgebragt wierd, zij immers gevaar Liepen, om gemaltracteert, zo niet g'massa„ creert te worden; en ik verzogt hun mitsdien, dat zij daerom ten eerste geliefden te vertrek„ „ken, en sig na hunne Woningen begeven, tot voorko„ „ming van alle andersints de dugtene onheijlen; maer zij antwoorden mijn daar op een paerig, dat sij van de plaats, daer sij stonden, niet van daan soude gaan, al dreijgde ik hun zelf te zullen laten krissen, dat sij geresolveerd hadden, hun vaderland te verlaten en zig geheel 1764 2 Felo 1764 3 Van Bantam den 5:' Februarij a:o 1764. geheel en al aan de Comp: over te gever, en dat die met hun konde leven, zo als hij wilde, want dat zij de vexatien van den mancoeboemie niet langer konde of wilde souffreeren, dat die hunne huysen nu vier agter een volgende nagten met gewapende mannen hadde la„ „ten en vironneeren en besetten, en dat zulks zekerlijk met een quaed oog„ „merk geschiede, waarom sij hunne levens binnen Bantam dan ook niet langer secuir oordeelen. Ik ziende dan, dat zij geresolveerd waren, alles te hasaerdeeren en dat de verdrukkingen hun desperaat gemaakt hadden, so seijde ik hun dan eijndelijk, dat ik hun onmogelijk de scherming van de Comp: binnen speelwijk konde geven, maar dat; indien sij absoluit niet na hunne huijsen wilden weder keeren, sij dan een schuijlplaats elders anders moesten zoeken, en sig op een ander manier aan uw hoog Edelens adresseeren. Daar op quam men mij zeggen, dat s' konings zendelingen voor Waeren„ die mijn begeerden te spreeken, ik gaf hun Van Bantam den 5:' Februarij a:o 1764. hun zulks te kennen en ik zeijde hun ni'er haest, dat ik vastelijk geloofde, dat hunne evasie al ontdekt was, en dat sij dierhalve na een goed heen komen moeste om zien. sij lieden dan ook bemerkende; dat ik oversettelijk was, in mijn weijgering, om hun binnen speelwijk te admitteeren, versogten mijn ten Laaste met Franen in de oogen, om hunne retraite te mogen nemen in't Campong der Wetangers, also zij zeijde; anders ten eenemael verloren en mannen des doods te zijn, het welk ik hun dierhalven met geen gevoegelijkheijd konde weijgeren. in huijs komende vond ik daar de zendelingen van den koning die mijn zeer ontsteld communiceerden, dat sij uijt naam van den vorst bij mij quamen vermeenen, of ik eenige princen binnen speelwijk hadde g'admitteerd, dat 'er se„ „ven stuks waeren, die hun uijt hunne huijsen hadden g'absenteerden dat hunne namen waren Radeen Radja Ratoe bachus ohassan, Ratoe bachus aboechir Ratoe bachus mochamet, Ratoe bachus 37 1764 2 de 2 1764 3 aa Van Bantam den 5:' Februarij anno 1764. bachus oeding; Ratoe bachus sale en Ratoe bachus Taijeer. — Ik antwoorde die zendelingen, dat sij uijt mijn naam aan zijn hoogheijd konde zeggen, dat dewijl ik dezelve onderhandtas„ „ting hadde beloofd en dat ik daar te boven door uw hoog Edelens uijtdrukkelijk ben gelast; om niemand der Princen binnen Comp:s fortres te admitteeren, ik mij dierhalve wel zoude wagten, om tegens die gedaene belofte en dat strikte verbod aan eenige van hun daer binnen te laten. Met dat antwoord schinen zij volko„ komen, vergenoegt; en gingen zulks aan„ „stonds aan hun vorst rapporteeren. Maer, zo als die zendelingen vertrok„ „ken waren quamen verscheijde inlanders en Comp: onderdanen mij bekent maken, dat 'er de gepasseerde nagt eenige princen waren ge„ „vlugt en dat de rijksbestierder een seer nauw„ „beurige recherche na hun liet doen, en alle huijsen, die hem maer eenigsints suspect waren, exactelijk liet visiteeren, mitsgaders dat hij een groot getal volk liet versamelen en dat daar door alles op de been was ge„ „raakt en een algemeene Confusie, onder de bantammers
English
From Bantam, 5 February 1764. Bantamese had been aroused. Upon that intelligence, I judged that matters had now reached their height and that it had become time to halt this commotion in its further progress if possible, for the consequences thereof might otherwise become hazardous, indeed sometimes even fatal. I therefore first established such order within the Company's fortress as I believed was absolutely required by the present circumstances and in such a critical situation, and thereafter I deputed the administrator van Campen and Captain Gans, assisted by the scribe Wils, to the King. I instructed them to ask the prince on my behalf in an amicable manner what was to be done in the realm, what the cause of such an extraordinary commotion actually was, and whether His Highness could view with approval that his minister was conducting such an unauthorized recruitment of people. The King sent word back to me through these deputies that seven princes of the realm had absented themselves, as he had made known to me early this morning, that he had given orders 39 1764 2 5e 2 1764 3 d From Bantam, 5 February anno 1764. to have them searched for, and that for the rest he knew of no recruitment or gathering of people. He requested the aforementioned deputies to ask me in his name if I would be pleased to come to him in the Dalam in person this afternoon, which I accepted. Having arrived at the court, I immediately, and without making any preliminary remarks, asked the King, who was solemnly assembled with all his grandees, what the cause of all these extraordinary movements actually was. The Prince answered me that he did not know, but if anything thereof were known to me, that I should reveal it to him without fear and provide him with a means to dispel it. I thereupon took the liberty to tell the King in polite, yet nevertheless very emphatic terms, that since he gave me that permission, I would also tell His Highness resolutely and without disguise what public rumor said about it. I then told him that high and low were complaining about From Bantam, 5 February ao 1764. the insupportable conduct of his prime minister, that I had even addressed him about this more than once, but that relying upon his good fortune and the credit that he enjoyed with His Highness, he had become far too proud to listen to it or to change his conduct in any way. Therefore, that minister did not seem likely to be brought back to his duty before he had personally experienced the King's displeasure on that account. Yet the Prince did not seem at all edified by that statement, for he defended his favorite with so much passion and warmth that I was even somewhat apprehensive of having offended the King in some way by this. I then said in conclusion that I clearly perceived that His Highness placed far too great a trust in his minister and was too much biased in his favor, but that I feared he would at some time still lament it, and possibly when it would be too late. Thereupon I requested and received my leave. 1764 2 Fek 1764 3 J From Bantam, 5 February anno 1764. The following day, which was the 3rd of this month, in the morning just after the opening of the fortress, the Kyahi Arya Sura Di Laga and Trunajaya came to me. With countenances full of contentment and joy, they communicated to me that the scales had finally been torn from their King's eyes and that he begged my forgiveness for having paid so little regard to what I had said during the conference of yesterday evening; but that he was now properly informed of everything and would give me satisfaction in all respects, provided that I appear at the court at once. And although this change was indeed quite sudden and I could not imagine that it would be as favorable as the outcome subsequently proved, my curiosity was nevertheless great. I therefore requested those envoys to tell the King that I was at his service and that as soon as he pleased to send for me, I would come to court immediately. Having departed with that answer, they returned From Bantam, 5 February ao 1764. only a few moments later with a carriage to fetch me, and we also drove off at once. Having arrived at the paseban, contrary to custom the King was already standing before the gate of the castle waiting for me, and having duly saluted His Highness there, he conducted me into the Dalam, where no one was present except for a few women. The King showed a very cheerful and confident countenance, and after taking a cup of tea, he took me by the hand and led me into his secret cabinet, where he told me in brief words that he would reveal to me who was the cause of all the unrest that had occurred in his realm for some time now, and that he had therefore resolved to punish the authors thereof. I asked him whom he thought the author was, for I could by no means guess that he meant his favorite thereby. And he answered me, my prime minister, which I have not been able to believe until now, and in whom I placed all my trust 1764 2 5e 20 1764 3
Dutch transcription
Van Bantam den 5:' Februarija: 1764. bantammers was verwekt. — Op die kondschap oordeelde ik, dat het nu op zijn hoogste gekomen was en dat het tijd wierd, dese Commotie, was 't mogelijk in sijn verdere voortgang te stuijten, want dat de sequeles daar van anders wel hasardeus, Ia„ somtijds wel funest konden worden. E Ik stelde dan voor eerst binnen Comp: for„ „tres sodanig ordre, als ik meende, dat na tijds gelegentheijd en in zulk een criticque om„ standigheijd absolut vereijscht word, en daer na committeerde ik den administrateur van Campen en den Capitain Gans, g'assisteerd met den scriba Wils, na den Koning, en die gaf ik in mandatis, dat sij den vorst van mijnent wegen op een minnelijke wijse souden afvragen, wat 'er uit rijk te doen, en wat dog de oorsaak van so een buijten gemeene Com„ „motie was. en of zijn hoogheijd met goede oogen konde aensien, dat zijn minister zulk een ongepermitteerde Werving van volk deede„ Den koning Liet mij door die gecom„ „mitteerdens wederom zeggen, dat 'er Seven Princen van het rijk hun hadden g'absen„ „teerd, gelijk deselve mij dese morgen vroeg had Laten bekent maken, dat hij ordre had gegeven 39 1764 2 5e 2 1764 3 d Van Bantam den 5:e Februarij anno 1764. gegeven, om na dezelve te laten zoeken, en dat hij voor de rest van geen Werving of versameling van volk wist en hij ver„ „sogt de voorm: gecommitteerdens mij uijt sijn naam te verzoeken, dat ik des na de middags zelfs bij hem in den Dalm geliefde te komen, dat ik aannam. Aan het hof gekomen zijnde vroeg ik den koning die op een plegtige wijse met al sijne grooten vergadert was, immediate„ „lijk en sonder eenige voor afspraak te ma„ „ken, wat dog de oorzaak van al die Extra„ ordinaire beweginge Waren, en den Vorst antwoorde mijn dat hij het niet wist, maer so mijn daer iets van bekent mogte zijn dat ik se hem onbeschroomdelijk soude openbaren, en hem een middel aan de hand geven, om die te verdrijven. Ik nam daar op de Vrijmoedigheijd den Koning in beleefde, dog egter in seer nadrukkelijk termen te seggen, dat dewijl hij mij die permissie gaf; ik sijn hoog„ „heijd dan ook sonder bewimpelingen reso„ „lutelijk zoude zeggen, wat het publicque gerugt daer van zeijde en ik seijde hem dan, dat groot en kleijn klaagden over het Van Bantam den 5:' Februarij ao 1764. het in supportabel gedrag van zijn rijks„ „bestierder, dat ik die zelfs meer dan eens daer over hadde onderhouden, maar dat hij steunende op sijn voorspoed en het Credit; dat hij bij zijn hoogheijd had, al te Trots was geworden om daer na te Luijsteren, of sijn gedrag eenigsints te veranderen, en dat dierhalve die minister niet eerder tot zijn pligt scheen gebragt te zullen kunnen worden, dan voor dat hij 'S' Konings onge„ „nade des wegen zelfs ondervonden had. Edog den vorst scheen overdat gezegde maar gansch niet gestigt te zijn, want de„ „zelve defendeerde zijn favorit met zo veel drijft en Chaleur, dat ik zelfs al wat bedugt was, hier door den koning eenig„ „sints gefacheert te hebben; Ik seijde dan tot een besluijt, dat ik wel bemerkte dat zijn hoogheijd een al te groo„ „te vertrouwen op zijn minister had, en dat niet hem al te seer voor ingenomen was, maar dat ik vreesde, dat deselve sig te eeniger tijd daer over nog eene beklagen zoude, en mogelijk dan, wanneer het ver laat zal zijn, en daar mede versogt en kreeg ik mijn Conge.— De 1764 2 Fek 1764 3 J Van Bantam den 5:e Februarij anno 1764. De volgende dag; het welk was den 3:' hujes quamen des morgens even na het ope„ „nen van het fortres bij mijn de Kiaij Arias Soera De Laga, en Troena Iaja, en die communiceerde mijn met wesens vol van vergenoegtheijd en bleijdschap, dat hun koning eijndelijk de schillen van de oogen waren afgerukt, en dat hij mijn om vergeting liet bidden, dat hij in de conferentie van gisteren avond, so weijnig reguard op mijn gezegde had geslagen, dog dat hij nu van alles ter deegen was g'informeerd en mijn in allen deelen genoegen zoude geven mits dat ik ten eerste aan het hof ver„ scheenen. En schoon nu dese verandering wel al schielijk was en ik mijn niet konde imae„ „gineeren dat deselve Sa favorabel zoude zijn, als de uijtkomst naderhand geleerd heeft zo was mijn nieusgirig heijd al egter groot en ik versogt dierhalve aen die zen„ „delingen, dat zij den koning zoude zeg„ gen, dat ik tot sijn dienst was en dat sodra hij mij geliefde te Laten afhalm ikilico aan het hof zoude komen Met dat antwoord vertrokken sijnde, retourneerde Van Bantam den 5:' Februarij a:o 1764: retourneerde sij maar Wijnige ogenblikken daer na met een koets om wij afte halen en wij reeden ook aanstonds weg. op de pascaban gekomen zijnde, stond de koning buijten gewoonte, al voor de poort van het Casteel na mijn te wagten, en aldaar sijn hoogheijd behoorlijk gesalueerd hebbende, geleijde dezelve mij in den dalm, alwaer zig niemand dan eenige Weijnige Vrouwen bevonden De Koning tooude een seer Vrolijk en Con„ „dent gelaat en na het nuttigen van een Copje Thee, nam hij mijn bij de hand en geleijde mijn in sijn geheijm Cabinet; alwaar hij mijn net korte woorden zeijde, dat hij mijn ontdekte, wie oorzaakt van alle de on„ „lusten, die nu sedert eenige tijd in zijn rijk waeren voorgevallen, was, en dat hij dierhalve had besloten den autheurs daar van te straffen. Ik vroeg hem, wie hij meende, dat den autheur was, want ik met geen mogelijk„ „heijd konde divineeren, dat hij sijn mignon, daar mede meerden. En hij antwoorde mijn, mijn rijksbe„ „bestierder, dat ik tot nu toe niet heb kun„ „nen geloven, en daer ik al mijn vertrouwe o 1764 2 5e 20 1764 3
English
From Bantam, the 5th of February anno 1764. had delayed, but now I am convinced of it, and I have therefore resolved to remove him from that post, and I leave it to the Company to appoint a regent according to its own pleasure; I only request that he may remain here in Bantam. And after he had said this, the prince embraced me tenderly, and begged me that I would be pleased to inform Your High Noble Excellencies of this. Furthermore, he told me that he had heard that the seven missing princes had departed for Batavia, which I said I had also understood, and he requested me, if this were true, to petition Your High Noble Excellencies that they might be sent back hither again, that he forgave them everything and would never remember their clandestine retreat, that he would treat them as befits blood relatives; for he now saw that they were forced into it as if by violence. I also promised the prince to From Bantam, the 5th of February anno 1764. do so, wherefore I also most humbly beg Your High Noble Excellencies to send those princes back as soon as possible, and to have them persuaded and urged to do so as soon as possible, as I trust that the King's promise is sincere and upright. And riding back to Speelwijk, my conductors, who were the Kiai Aria Soera di Laga and Troena Jaja, said to me that the king, the evening before, after I had departed, had gone into the dalem very dejected, and that he had summoned all the grandees to deliberate with them, and that to this end the last letter from Your High Noble Excellencies had been read again openly and aloud, and that subsequently in that assembly it had been decided to dismiss the regent Tisna Nagara and to request another from Your High Noble Excellencies. In the meantime, the old regent Coesoema di ningrat is again taking care of the affairs of the realm ad interim. 1764 2nd volume 1764 3rd Year From Bantam, the 5th of February anno 1764. ad interim. This change, in my opinion, cannot but tend to improvement, both for the Bantam realm and for the Company's interests, for the disgraced minister aimed at nothing but his own advantage and sacrificed everything to it, even his own state of happiness; but in him the old Dutch proverb has been verified: pride comes before the fall. With which I conclude this, while I remain with due respect, below stood: High Noble, Highly Esteemed, Sovereign Lords, and Right Noble Lords, lower: Your High Noble Excellencies' humble and obedient servant (was signed) Thomas Schippers, in the margin: Bantam In the fortress Speelwijk, the 5th of February 1764. turn over From Bantam, the 18th of February anno 1744: Batavia To As Above With my last of the 5th of this month I had the honor to advise Your High Noble Excellencies of what occurred here from the 31st of January to the 4th of this month, as well as what was discussed between the king and me, namely to inform Your High Noble Excellencies of the disgrace of Pangeran Sisna Nagara and his removal from the office of Regent, and to request Your High Noble Excellencies to be pleased to approve this dismissal and to substitute another in his place, on which I hope that Your High Noble Excellencies will have made a favorable disposition, and regarding which I will then also look forward to the necessary report by the next opportunity. In the meantime, on the occasion that the King's emissaries, the Kiai Aria Soura Dilaga, the Tommagon Soura di bawa, and the Ingabi Douta ditisna, are to depart today for the capital to deliver a letter from their Prince and a gift of 40 bahars of black pepper, as I 1764 2nd volume 1764 3 From Bantam, the 18th of February anno 1764. had the honor to pre-advise Your High Noble Excellencies in our collective letter of the 15th of this month, I cannot refrain from communicating to Your High Noble Excellencies that as soon as Pangeran Tisna Nagara was removed from the administration of affairs, everything immediately fell into a desirable peace and quiet, and that the removal of this minister is not only approved by great and small, but even, with regard to the welfare of the realm, held to be a salutary and blessed matter. Only the lawful wives of the Sultan, and in particular the favorite Sultana, otherwise the Ratu Gusti, have been very alarmed by it; which for some time gave the common people cause for all kinds of idle thoughts and licentious talk. She has continually pestered the Prince, and it is even said that she persuaded the three others to make a joint prostration before the king, and to request that the aforementioned Pangeran might be rehabilitated and restored to his former dignity, From Bantam, the 18th of February anno 1764: which then had the effect that His Highness conferred and deliberated to that end with the principal grandees of his realm for several consecutive days, but since they were all of the opinion that this would be completely ridiculous, and indeed look like child's play, the king denied them that request, and rejected it entirely. One of the grandees of the realm even had the boldness to point out to the king that it would conflict with his royal dignity to be willing to lend his ear more to the request of his wives than to the wish and prayer of all his subjects. And since the king had my thoughts asked regarding this, I deemed myself obliged to have His Highness answered that I cannot presuppose such fickleness in him. That His Highness had, after all, in person requested me to ask Your High Noble Excellencies to 1764 2nd February 1764 3rd
Dutch transcription
Van Bantam den 5:' Februarij anno 1764. op heb gesteld maer thans ben ik 'er van overtuijgt, ik heb dierhalven voorgeno„ „men hem uijt die post te dimoveeren, en ik laat aan de Comp:e om een rijks be„ „stierder na haer eijgen genoegen aan te stellen, eenlijk verzoek ik, dat hij hier op Bantam mag blijven. Enna dat hij zulks gezegt had, om„ „helsde den vorst mij teder, en bad mij dat ik uw hoog Edelens hier van kennis ge„ „liefde te geven. Voorts zeijde hij mijn, dat hij gehoord had, dat de seven vermiste Princen na Batavia waren vertrokken, het geen ik zeijde, ook verstaan te hebben, en hij versogt mij indien zulks waer was, dat ik uw hoog Edelens zoude verzoeken, dat die weder na herwaarts mogten ges„ souden worden, dat hij hun alles ver„ „gaf en aan hune Claudestine retraite nimmer soude gedenken, dat hij hun behan„ „delen soude als aan bloedver wanten be„ „taamt; want dat hij nu zag dat sij 'er als met geweld daar toe zijn gedwongen geweest. Ik heb den vorst ook beloofd zulks te Van Bantam den 5:' Februarija:o 1764. te zullen doen, mits welke ik uw hoog Edelens dan ook op het alderootmoedigste bid, om die princen dog zo spoedig doen„ „lijk te rug te zenden, mitsgaders haer daer toe hoe eer e liever te laten dis„ „poneeren en aan te zetten, wijl ik ver„ „trouw, dat s' Koning belofte sinceer en opregt i5. — En het te rug rijden na speelwijk zeijde mijn Conducteurs, dat de Kiaij Aria 5 Soera di Laga en Troena Jaja waren tegensmijn, dat de koning 'savonds te voren, na dat ik vertrok„ „ken was, seer neerslatig was in den dalm gegaan, en dat hij alle de grooten had laten roepen, om met deselve raad te pleegen, mitsgaders dat ten dien eijnde de laaste brief van uw hoog Edelens nog eens opentlijk en overluijt was gelesen, en dat vervolgens in die vergadering was besloten, den rijksbestierder Tisna Nagara af te zetten en uw hoog Ede„ „lens om een andere te verzoeken. ondertusschen neemt den ouden rijk„ „bestierder Coesoema di ningrat de zaak en van het rijk weder admiterim 1764 2 del 1764 3 Ja Van Bantam den 5:' Februarij anno 1764. admiterim waer. dese verandering kan mijns bedun„ „kens ( niet dan tot verbetering strekken, zo wel voor het bantamse rijk, als voor Comp: belangen, want den gedisgratieerde minister bedoelde niets, dan zijn eijge voordeel en daer aan heeft hij alles gesa„ „crifieerd, zelvs zijn eijge geluk staat; dog in hem werd het oude hollandsch spreek„ „woord bewaerheijd, hoogmoed komt voor den val. Waermede ik dese besluite Terwijl ik met een verschuldigt ontzag blijve, /onderstond/ Hoog Edele Groot Agtbaren wijdgebiedende Heere, en Wel Edele Heeren, /Lager/ uw Hoog Edelens onderdanige en gehoorzamen dienaer (was getekend) Thom:s Schippers, /in margine/ Bantam In't ƒ fortres speelwijk den 5: fe„ „bruarij 1764. — verte ƒ Van Bantam den 18:' Februarij a:o 1744: Batavia Aan Als Vooren Bij mijne Iongste van den 5:' deser heb ik d' eer gehad, uw hoog Edelens te advi„ „seeren, wat sedert den 31:' Ianuarij tot den 4:' dezer alhier is voor gevallen, als meede wat tusschen den koning en mij is versproo„ „ken, om namentlijk uw hoog Edelens ken„ „nisse te geven van den Pangerang Sisna Nagara zijn disgratie, en zijn dimotie uit het ampt van Rijksbestierder, mitsgaders om uw hoog Edelens te verzoeken, om die afzetting te willen approbeeren, en een ander in zijn plaats te surrogeeren, daer op ik wil hoopen, dat favorabel door uw hoog Edelens zal wezen gedisponeerd, en waer van ik dan ook per naaste het nodige berigt zal te gemoed zien. ondertusschen kan ik bij occasie, dat s' Konings zendelingen, de kiaij aria Soura Dilaga, de Tommogong sou„ „ra di bawa, en de Ingabij douta ditisna ter oversending van een missive van hun Vorst en een geschenk van 40. bha„ „ren swarte peeper heeden na de hoofd„ „plaats staan te vertrkken, zo als ik 1764 2 del 1764 3 Van Bantam den 18:' Februarij anno1764. ik d'eer heb gehad, uw hoog Edelens bij onse gemeene Letteren van den 15:' deser te praeadveerteeren, niet af zijn, uw hoog Edelens te communiceeren, dat zo dra de pangerang Tisna nagara uit het be„ „wind van zaaken is gesteld geweest, aan„ „stonds alles in een gewenste rust en stilte is geraakt, mitsgaders dat de dimotie van die minister door groot en kleijn niet alleen word g'approbeerd, maar zelfs, ten opzigte van rijks welwesen, voor een La„ „lutaire en gezegende zaak gehouden Alleen zijn de echte wijven van den Zultan, en wel insonderheijd Sultane favorite of anders de Ratoe Gusti, daar over zeer g'allarmeert geweest; het welke onder de gemeente eenige tijd stoffe heeft gegeven tot allerleij losse gedagten en Licen„ „tieuse discourssen. zij heeft den Vorst continueel Lastig geweest, Ia zelvs word 'er gezegt, dat zijde drie anderen gepersuadeert heeft gehad, om gezamentlijk een voetval voor den ko„ „ning te doen, en te verzoeken, dat de voorm: Pangerang mogt gerehabiteerd en weder in zijn voorige digniteijd gesteld werden Van Bantam den 18:' Februarij a:o 1764: werden, het welk dan ook van die uitwer„ „king is geweest; dat zijn hoogheijd ten dien eijnde met de principaelsten van zijn rijksgrooten verscheijde agter een volgende dagen heeft geconfereerd en geraad pleegt, dog vermits die alle van gevoelen zijn geweest, dat dit gansch redicul zoude zijn, en wel na kinderspel zoude gelijken, zo heeft den koning haarl: dat versoek ont„ zegt, en geheel van de hand gewesen. Een der rijksgrooten heeft zelfs de vrijmoedigheijd der vennemen, den ko„ „ning te doen remarqueeren, dat het te„ „gene zijne koninglijke waerdigheijd zou„ de strijden, meerder aan het versoek van zijn vrouwen, dan aan de wensch en beede van alle zijne onderdanen, het oor te Wil„ „len Leenen. En nadien den koning mijn, des wegen mijne gedagten heeft laten afvragen, zo heb ik gemeent; verpligt te zijn : hoogheijd te laten antwoorden, dat ik zulk een wispelturigheijd in hem niet kan pree„ „supponeeren Dat zijn hoogheijd mijn immers in per„ zoon heeft verzogt gehad, om uw hoog Ed:s te 1764 2 Fel 1764 3d
English
From Bantam, the 18th of February, anno 1704. to advise that he has dismissed his prime minister, and this because he had found that no one other than him was the cause of all the troubles that had now occurred in his realm for a considerable time; as well as to request Your High Nobilities to please choose another in his stead. And that if the King had truly not desired the dismissal of the Pangerang Tisna Nagara with as much seriousness as I nevertheless had to assume absolutely from His Highness's request made to me in that regard, His Highness would indeed have done much better not to let that matter erupt in such a way, now that it has taken place; which has also had the effect that the King has informed me that henceforth he will pay not the slightest regard to all the solicitations made on behalf of that pangerang, but will unalterably adhere to his request to Your High Nobilities for another minister. From Bantam, the 18th of February, anno 1764. His Highness has also informed me this morning through one of his grandees that, if Your High Nobilities could resolve to reappoint the old prime minister, Coesoema diningrat, thereto, it would be particularly pleasing to His Highness; and although that gentleman outwardly does not seem very much inclined to it, I nevertheless trust that, if Your High Nobilities would please authorize me to advise him to accept it, he will indeed be disposed to do so. For the reason that he bears himself somewhat proudly in this matter and is somewhat reluctant appears to me to occur solely because he notices that the eyes of the King and all the grandees are indeed cast upon him alone at this time, but that he does not yet know how Your High Nobilities will be minded regarding it. I shall not enter into a discourse on the importance of this election, but I nevertheless find myself obliged to take the liberty to say that this choice, in my opinion, will also best suit the Company's interests and this realm, 51 1764 2nd part 1764 3 From Bantam, the 18th of February, anno 1764. and that it will be an entirely pleasing matter not only at court, but also among the common populace here, if the old pangerang Coesoema diningrat is once again appointed to that dignity by Your High Nobilities. The King has also once again very urgently requested me to plead with Your High Nobilities in his name that the disgraced pangerang Tisna Nagara should by no means be forced to leave the realm, but that he may remain here and under His Highness's power, because he intends to send him to the highlands and give him a piece of land there to plant pepper; though, as others say, to let his spiteful and turbulent humors cool down somewhat there; whereupon I shall also await Your High Nobilities' reply and resolution. While I pray to God Almighty that He may graciously bless Your High Nobilities' temporal government, I remain in all subservience, High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord, and Honorable Lords, Your High Nobilities' humble and obedient servant, signed, Thom:s Schippers in the margin: Bantam, the 18th of February, anno 1764. turn over From Bantam, the 19th of February, anno 1764. Batavia To the same as above I have the honor to inform Your High Nobilities that I received Your High Nobilities' most respected letter of the 10th of this month only this morning at eight o'clock, and immediately made its contents known to the King, who was indeed very pleased insofar as Your High Nobilities came to approve the dismissal of the Pangerang Tisna nagara and had considered the interim appointment of the pangerang Coessoema diningrat to be very agreeable. But upon hearing of Your High Nobilities' desire to send the former to Batavia in order to prevent further difficulties, His Highness nevertheless seemed to become somewhat downcast. I therefore took the liberty to encourage the monarch, and to point out to him in very civil terms that, since it has become evident in such a palpable and plain manner with what spiteful and turbulent humors that disgraced courtier is possessed, 53 1764 2nd part 1764 3 From Bantam, the 19th of February, anno 1764. it could indeed be nothing but beneficial for his peace and realm that such a troublemaker were sent away. For otherwise he would be capable of—and toward which his puffed-up nature seemed in every way inclined—stirring up even more difficulties in the realm, which might not always be cleared out of the way as easily and with such desired success as the past ones. Whereupon His Highness finally consented to his being sent up to Batavia, on condition that I would request Your High Nobilities that his wives and children might be sent after him, which I also undertook to do, and which I hope Your High Nobilities will kindly grant. He therefore departs today, pursuant to Your High Nobilities' revered order, under a military escort aboard the pantjallang De Snuffelaar toward Batavia for the further disposal of Your High Nobilities. Furthermore, I have the honor to communicate to Your High Nobilities that the worthy pangerang Coesoema diningrat has also accepted the honorable post of prime minister once again.
Dutch transcription
Van Bantam den 18:' Februarij anno 1704. te adverteeren, dat dezelve zijn rijkbe„ „stierder heeft gedimoveert; en dat wel, E om dat dezelver had ondervonden, dat niemand, dan hij oorzaak van al de Troubeles die nu sedert een geruime tijd in zijn rijk waren voorgevallen was; mitsgaders, om uw hoog Edelens te ver„ „zoeken dat dezelve een ander in zijn plaats geliefden te verkiesen. „n En dat als den koning de dimotie van den Pangerang Tisna Nagara Waar„ „lijk niet met zo veel ernst heeft begeerd gehad, als ik uit zijn hoogheijds verzoek des wegen aan mij gedaan nogtans absolut heb moeten supponeeren, zijn hoogheijd daen immers veel beter had gedaan, die zaak zo niet te doen exclatteeren dan na dat zulks nu geschied is, het geen dan almeede van dat effect is geweest, dat de koning mij heeft laten weeten, dat de„ zelve op alle de sollicitatien, die 'er voor dien pangerang werden gemaakt, voortaan geen de minste reguard meer zal slaan, maer onveranderlijk bij zijn verzoek, om een ander minister bij uw hoog Edelens zal blijven in heeren :/inhereren. ook 2 Van Bantam den 18:' Februarij a:o 1764. ook heeft zijn hoogheijd mij desen mor„ „gen door een zijner rijksgrooten lasten Wee„ „ten dat; als uw hoog Edelens konde resol„ veeren, om den oude rijksbestierder Coesoe„ „ma diningrat, daer weder toe te benoe„ „men zijn hoogheijd zulks bij zonder aan„ „genaam zoude zijn, en schoon dien heer daer toe uiterlijk niet heel zeer g'inclineert schijnd, vertrouw ik egter, dat, als uw hoog Edelens mijn geliefde te qualificeeren, om hem de acceptatie van dien aan te raden, hij als dan daer toe wel te disponeeren zal zijn; want de reeden, dat hij zig in dit geval Wat fier houd en eenigsints weijgeragtig is komt mij voor, dat alleen geschied, om dat hij merkt, dat de oogen des konings en alle de grooten wel in deze tijd alleen op hem geslagen zijn, maer dat hij als nog niet weet, hoe uw hoog Edelens daer omtrend gezind zullen zijn. Ik zal mij niet inlaaten, om te dis„ „coureeren over de importantie van deze electie, maer ik vind mij egter verpligt, de vrijmoedigheijd te neemen, om te zeggen, dat die keuse /(na mijn opinie/ het best ook met Comp:s belangen en dit rijk zal quadeeren 51 1764 2 del 1764 3 Van Bantam den 18:' Februarij anno 1764. quadeeren, en dat het niet alleen aan 't hoff, maar ook bij de onedele gemeente alhier een geheel aangename zaak zal zijn, indien den ouden pangerang Coesoema dinin„ „grat tot die waerdigheijd door uw hoog Ede„ „lins andermaal word aangesteld. Den Koning heeft mij ook nogmaals zeer instantig laten verzoeken, dat ik uit zijn naam uw hoog Edelens zoude bidden, dat de gedisgratieerde pangerang Tisna Nagara, tog niet uit het rijk zal moeten vertrekken, maar dat dezelve alhier en onder zijn hoogheijds magt mag blijven, want dat hij van intentie is den zelve na de bovenlanden te zenden, en hem aldaer en stuk land te geven, om peper te planten; dog /(zo anderen zeggen om aldaer zijn wrevelige en turbulente eva humeuren wat te doen aapareeren; waer op ik dan almeede uw hoog Edelens antwoord en Resolutie zal afwagten. Terwijl ik God almagtig bidde, dat hij uw hoog Edelenstoffelijke Regeering genaediglijk wil zeege„ nen, en ik in alle onderdanigheijd blijve /onderstond/ Hoog Edelen Groot agtbaren wijd gebiedende Heere, en Wel Edele Heeren /Lager uw hoog Edelen ootmoedige, en gehoorzamen Dienaer /was ge„ „tekend) Thom:s Schippers /in margine Ban„ „tam den 18:' februarij A:o 1764. — verte Van Bantam den 19:en Februarij a:o 1764. Batavia Aan Als vooren Ik heb d' eer uw hoog Edelens te bedee„ „len, dat ik hoogst der zelve gerespecteerde mis„ „sive van den 10:' deser niet dan dese morgen om agt uuren eerst heb ontfangen en het con„ „tenue daer van aanstonds bekend gemaakt aan den Koning, die in zo verre wel zeer content was, dat uw hoog Edelens de afzetting van den Pangerang Tisna nagara quamen te approbeeren en de pangerang Coessoema diningrat zijne aanstelling adiintereim voor: zeer aangenaemt hadde gehouden, maar op het horen van uw hoog Edelens begeerte, om den eerstgenoemde, tot voorkoming van verdere moeijelijkheeden, na batavia te zenden, scheens zijn hoogheijd al egter wat neer vlagtig te Ik heb mitsdien de vrijmoedigheijd geno„ „nomen den Vorst, een riem onder 't hart te steeken, en in zeer Civile Termen voor te houden, dat aangezien op zo een pal„ „pabele en evidente wijse is komen te blij„ „ken met wat wrevelegie en Turbulente humeuren, die gedisgratieerden hoveling worden. bezet 53 1764 2 del 1764 3 Van Bantam den 19:' Februarij anno 1764. bezet is het immers niet dan heijlzaam voor zijn rust en rijk konde zijn dat zulk een wargeest wierd versonden, Want dat hij anders in staat zoude zijn /en waer toe zijn opgeblase naturel allesints scheen te inclineeren / nog meer moeijelijkheeden in't rijk te verwekken, dewelke juijst niet altoos zo gemakkelijk met dat gewenst succes, als de gepasseerde uit den weg te ruimen zoude zijn Waar op zijn hoogheijd dan eijndelijk in zijne opsending na batavia bewilligde, mits dat ik uw hoog Edelens zoude verzoeken, dat zijn vrouwen kinderen hem mogte nagesonden ne ook aangenomen heb te doen, en dat ik hoop dat uw hoog Edelens wel zullen gelieven te accordeeren. Den zelve vaart dierhalve / ingevolge uw hoog Edelens gevenereerde ordre /onder een militair Escorte, niet de pantjallang De Snuffelaar heeden ter verdere dispo„ „sitie van uw hoog Edelens batavia waarts. — Voorts heb ik d'eer uw hoog Edelens te communiceeren, dat den braven pange„ „rang Coesoema diningrat de aansie„ weder „nelijke charge van rijksbestierder mede de
English
From Bantam, the 19th of February anno 1764. Batavia has accepted anew. Wherewith I remain, submissively, [was written below] Right Honourable, highly Esteemed, far-ruling Lord and well-born Gentlemen, [lower] Your Right Honours' humble and obedient servant, [was signed] Thomas Schippers. [in the margin:] Bantam, the 19th of February 1764. [below that:] P.S. With the bearer of this also goes herewith an oblong square box, addressed to Your Right Honours, in which is enclosed the kris of the pangerang Tisna Nagara. — On the 19th instant I have (in conformity with the order contained in Your Right Honours' honoured letter of the 10th preceding) sent the pangerang and former regent Tisna Nagara, by the pantjallang To the same as before the 55 1764 2nd Part 1764 3rd From Bantam, the 23rd of February anno 1764. the Snuffelaar, under military arrest to Batavia, and I therefore do not doubt that he will already have arrived there. By the aforementioned letter I also had the honour at that time to inform Your Right Honours that the pangerang Coesoema Diningrat has finally accepted the office of regent anew, which has given great satisfaction both here at the court and among the common people. It was only with much difficulty that I was able to persuade the old gentleman to this acceptance, but upon the assurance that it would be particularly agreeable to Your Right Honours, and by other appropriate persuasions, he finally accepted it, after long hesitation, and undertook it anew. I therefore now request to know whether the aforementioned minister must take the oath of loyalty and obedience, both to the Company and the King, in the same manner as Tisna Nagara, who has now tumbled according to his deserts, has From Bantam, the 23rd of February anno 1764. — has done. Furthermore, I have the honour to inform Your Right Honours that the Sultan here is so indignant at the turbulent behaviour and sanguinary designs of the pangerang Aboe Backer and Raden Juda, arrested at Lampong Toulang Bauwang—of which very ample mention is made both in the departing general letter and the enclosed Lampong letter—that he immediately offered me a fully equipped vessel to fetch those two dangerous subjects, provided that I would merely place some soldiers upon it to bring them hither in secure custody; and he has likewise requested in a very emphatic manner that I should respectfully propose to Your Right Honours, in His Highness's name, to have those criminals receive their condign punishment here after their own manner, in the presence of the Company's commissioners, which would consist of having them thrown into the river with a heavy stone around the neck and one at the feet, in 1764 2nd Part 1764 3rd March From Bantam, the 23rd of February anno 1764. and left to drown in that condition. Upon which request I pray that I may receive Your Right Honours' answer and resolution as soon as possible, so that I may be able to communicate Your Right Honours' intention regarding this to the King, as he is very anxious for it. Wherewith I remain, with deep respect, [was written below] Right Honourable, highly Esteemed, far-ruling Lord and well-born Gentlemen, [lower] Your Right Honours' humble and obedient servant, [was signed] Thomas Schippers. [in the margin] Bantam, the 23rd of February 1764. — overleaf is. 59 From Bantam, under date the 3rd of February 1764. Batavia To the same as before I respectfully inform Your Right Honours that on the 24th of November of the past year the chief of the Backouang, the pangerang Aboe Backar, came down to demand from me and the King's servant Raden Tiaccranagara the people who had fled from the district of the villages Cotta Bonio and Cotta Bato, who are presently residing in Sonkesee and maintaining themselves by planting pepper, of which I had the honour to inform Your Right Honours by my humble letter of the 24th of September 1761. Which demand he said was founded on the right his parents and ancestors had always had over those people, that although they were neither slaves nor pawns, they had always had to show themselves willing to obey their orders, and even had to pay a small annual tribute. I, together with the King's servant, thought it best to put him off until the chiefs of the fugitives should have appeared to answer against this, which, so it seemed, pleased him but moderately. Which - 1764 2nd part 64 1764 3rd From Bantam, under date the 3rd of February anno 1764. Which was delayed until the 20th of December last, when the pangerangs Aranagon Seijia and Edinbatin, having come down, answered him to the effect that, their parents and ancestors having still been under the Palembang allegiance and having resided on the river Commareijen, they had never been dependent on his predecessor, had always had their own village chiefs and elected them themselves; that since they fled or moved from there to the Toulang Bauwang district, they had always maintained a good understanding with his predecessor and lived as neighbours; but that since his time he had come to plague them and several others with avarice, which was followed by open violence, taking away their slaves and cattle; that they saw themselves compelled to seek a refuge to prevent their total ruin; that they were no slaves but free pasture people, who owed nothing to him nor to anyone in his district; requesting at the same time the assistance of me and the King's servant to recover what he had so unjustly seized from them
Dutch transcription
Van Bantam den 19:' Februarij a:o 1764. Batavia de novo heeft aanvaard. Waar mede ik onderdaniglijk blijve /onderstond/ hoog Edelen groot Agtba„ „ren wijd gebiedende Heere en wel Edele Heeren /Lager/ uw hoog Edelen sootmoe„ „digen en gehoorzamen Dienaar /was gete„ „fkend) Thom:s Schippers /in margine:/ Bantam den 19:' februarij 1764. /daar on„ „der / P: S: met brenger deses gaat hier nevens ook over een langwerpig vierkante kisje, geaddresseert aen uw hoog Edelens waarin is gesloten de kris van den pange„ „rang Tisna nagara. — op den 19:' deser heb ik (Conform het g'or„ „donneerde vervat bij uw hoog Edelens g'eerde Letteren van den 10:' bevorens /den pangerang en gewesene rijksbestierder Tisna Nagara met de Pantjallang Aan Als vooren de 55 1764 2 Fek 1764 3 de Van Bantam den 23:' Februarij anno 1764. de snuffelaar in militair arrest na Batavia gezonden, en ik twijffel mits„ dien niet; of denselve zal bereets aldaar g'arriveerd zijn. A Ik heb bij voorsz: briefje doenmaals ook d'eer gehad, uw hoog Edelens te Com„ „municeeren, dat dat den pangerang Coesoema diningrat de charge van Rijksbestierder weder finaal heeft aan„ „vaard, het welk alhier zo wel aan't hof, als onder de gemeente en groot genoegen heeft gegeven. Ik heb den ouden heer niet, dan met veel moeijte tot die aenvaerding kunnen disponeeren, maar op de Verzekering, dat het zelve uw hoog Edelens bij zonder aangenaam zoude zijn, en meer andere gepaste persuasiven, heeft hij het zelve eijndelijk en na lang Sammelens g'accep„ „teerd en op nieuw aanvaerd. Ik verzoek dierhalven nu te mo„ „gen weeten, of den voorn: minister den Eed van Trouw en gehoorzaemheijd, zo aan de Comp: als de koning niet in zelver voegen als dan na zijne ver„ „dienste getuimelde Tisna nagara heeft Van Bantam den 23:' Februarij a:o 1764. — heeft gedaan, zal moeten afleggen. Wijders heb ik d' eer uw hoog Edelens te communiceeren, dat den Zulthan al„ „hier over het Turbulent gedrag ende San„ „quinaire desseinen, van den tot Lampong Toulang bauwang g'arresteerde pange„ „rang Aboe Backer en Radeen Iuda, waar van zo bij de afgaande ge„ „meene, als g'incloseerde Lampongse brief zeer ampel word gementioneerd, zodanig g'indigneert is, dat hij mijn aanstonds een Compleet g'equipeerd vaar„ „tuijg ter afhael van die twee gevaarlij„ „ke subjecten heeft Laten aenbieden, mits dat ik daer op maer eenige militaire wilde plaatsen, om dezelve in goede verzekering herwaerts te brengen, mitsgaders op een zeer nadrukkelijke wijse laten verzoeken, dat ik uw hoog Edelens uit zijn hoogheijds nae„ me eerbiedig zoude voordragen, om die mis„ „dadigers alhier na hun wijze, in presentie van Comp:s gecommitteerdens, haar con„ „digne straffe te doen erlangen, het welk zoude bestaen, in hen lieden met een Swaere steen aen den hals en een aan de voeten in 1764 2 del 1764 3 Mar Van Bantam den 23' Februarij anno 1764. in de rivier te laten Werpen en in die staat te laten verzuipen. Op welk verzoek ik dan bid, uw hoog Edelens antwoord en Resolutie ten spoe„ „digste te mogen erlangen, op dat ik in staat ben den koning uw hoog Edelens intentie, daer omtrend te kunnen Communicee„ „ren daar dezelve zeer na verlangende Waer mede ik met een diep ontzag blijve /onderstond/ Hoog Edelen groot Agtbaren Wijd gebiedende Heere en Wel Edele Heeren /Lager/ uw hoog Edelens ootmoedigen en gehoorzame Dienaar (was getekend) Thom:s Schippers, /in margine/ Bantam den 23:' febij 1764. — verte is. 59 Van Bantam onder dato den 3 februarij 1764: Batavia Aan Als vooren Brenge eerbiedig uw hoog Edelens Ter communicatie, dat op den 24:' november A:o pass:o het backouangs hooft den pange„ „rang Aboe backar, om laag is gekome, om van mij en 'S konings bediende Radeen Tiaccranagara te Eijsschen de gevlugte vol„ „keren uijt de wijboshe van de Negorij en Cotta bonio en Cotta Bato, thans haar in't sonkesee onthoudende, en met peper plante erneren waer van d' Eer gehad hebbe uw Hoog Edelens, bij mijne geringe Lettere van den 24:' September 1761. te bedele. welken Eijsch hij zijde gegrondt zijn, op 'tregt zijn ouders en voor ouders altijd op die volkeren hebbe gehad, schoon geen slave nog pandelinge ware zij altijd op de beveele van haar zig bereijdwillig moet tonen, Ja zelfs een kleijne schatting Iaerlijk's moete opbrenge. Vond met 'S' Konings bediende goed, om hem uijte stelle tot dat de hoofde der gevlugte verschene zoude zijn, om hier tegens te antwoorde, dat zoo het scheen hem maar Perties te gevallen. 'Twelk - 1764 2 e2 64 1764 3de Van Bantam onder dato den 3:' Februarij anno 1764. 'Twelk tardeerde tot den 20:' xber: I:o wan„ „neer de pangerangs Aranagon Seijia en Edinbatin om laag gekomen zijnde hem in diervoegebeantwoorde, dat zijn ou„ „ders en voor ouders nog onder de palembang„ „se gehoorsaemheijd staande, en in de Re„ „vier de Commareijen haar ter woonbevin„ „dende, nooijt van zijn voorsaat gedependeert hebbe, altijd haer eijge negorijen hoofden ge„ „had, en zelfs verkozen, dat zedert van daar naar't Toelang bauwangse gevlugt, of verhuijst zijn, zij met zijn voor„ „saad altijd een goede verstand houding heb„ „be gehad, en als nabure geleeft, dog ze„ „dert zijn tijd hij met heb zugtigheijd haar en meer andere is kome plage, Waar op gevolgt was openbaar gewelt, met haar slave en veete ontneme, welgenoodzaakt zage een goed Eeen kome te zoeke, ter voorkoming harer Totale ruwiene, zij geen slave maar Weijliede Ware, die aan hem nog niemand in zijn district iets schuldig ware, teffens mij en s' ko„ nings bediende versogte de de behulp„ „zaamheijd ter bekoming van 't geen hij zoo onregtvaardig van haarliede bezet