Inventory 3124
Surat · 838 pages · 151 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Ternate, the 31st of July 1764. that that specified time would have expired on the 23rd of April. In which respect the undersigned, pursuant to what was noted in the resolution of the 17th of that month, sent the interpreter to Tidor to request the king, in amicable yet emphatic terms, to revoke that order again, and conversely to command his subjects to clear the said district of Niagoa completely of the spice crops to be found thereon, in observance of the so solemnly sworn contracts; which interpreter, returning on the 20th thereafter, reported in reply that the king had promised he would command his commissioners to finish the work completely, which was brought to the knowledge of the extirpators by a note of that same date, with orders to insist upon it. Whereupon they answered by letter of the 2nd of May that the clerk Abdulla, who had been to Tidor and returned the day before, had told them once again that he was ordered by his king not to extirpate any longer than until His Highness should have received the letter and presents of Your High Nobilities, since he intended to let his subjects rest after that time. For which reason it was made known to the grandees of Tidor at the delivery of the letters and presents on the 7th of May that we did not doubt His Highness would already have issued the necessary orders to clear that district entirely of the spice crops to be found thereon, which, if contrary to expectations it might not yet have happened, we requested him to do as yet, which they promised to communicate to the king their master. However, the extirpators communicated on this by letter of the 9th of May that the king had sent his ensign Rasuwang to them and made known that, having received the letter and presents, the extirpation was done thus far, and therefore requested that they recall their subordinates from the forests, as he wished to let his people rest, which they had also done. And whereas His Highness, notwithstanding all efforts made, could not be persuaded to have that region cleared entirely, but conversely, on the basis of the contract concluded at this castle in the year 1734 with the Noble Commissioner Bernard, requested to recall the extirpators from there because the stipulated time of six months had expired, under promise nevertheless to let that work reach its complete conclusion in the month of October, we were indeed obliged to condescend thereto and to order the extirpators, by letter of the same date, to come hither at the earliest. Who then also arrived here on the 17th, submitting such a written report of their activities, attached to the current account of the cash and linens given along with them, as may be seen in the resolution of the 22nd of May, whereby it appeared with satisfaction that in the said district had been destroyed and eradicated 5715 fruit-bearing, and 11575 young, making together 17290 pieces of nutmeg trees of all sorts, but by no means that the commissioners, for the reasons cited above, had had to leave the work half done. The commissioners being furthermore called inside and asked whether they were prepared to confirm the soundness of their reports under oath, as well as that the necessary orders had been given for burning the ripe and unripe fruits, and that they had frequently gone in person into the forests to inspect the work, and had furthermore executed everything according to the tenor of the orders given to them, they answered this with yes, and thereupon took, as did the non-commissioned officers for the pure declaration of the eradicated trees in their daily report notes, and the common soldiers for the sincere statement of the quantity genuinely destroyed and the burning of both the ripe and unripe fruits, with all distinction each one individually, the oath framed for the extirpators. Wherefore we then also decreed, above the ordinary monthly ration, as an extra bonus for their demonstrated vigilance, according to the custom of the usual bonus, to let them enjoy board money from their departure until their return here, and to reimburse the commissioners from the treasury for the wages of eight hirelings who, since the 25th of October of the past year until the 8th of May of this year, were employed both for carrying the baggage and otherwise, amounting, at 6 stuivers each per day, to 197 rix-dollars, together with another 39 1/6 rix-dollars, which they, according to the submitted current account, have spent in excess of the cash taken along, and also to discharge them of 2 pieces
Dutch transcription
73 Van Ternaten den 31: Iulij 1764:—. „ken is; skonings promesse dien aangaande. dien bepaalden tijd den 23: april g'Expireert zou zijn. Ten welken op zigte ondergeteekenden, ingevolge het genoteerde ter resolutie van den 17:e dier maant waar over aangespro„ den tolk na tidor zond om den koning in minnelijke dog teffens nadrukkelijk termen te verzoeken dat bevel weder in te trekken, en daar en tegen zijne onderdanen te gelasten gem: district van Niagoa volkomen van het daar op te vinden spe„ „cerij gewas; in naarkoming der zo plegtig be„ zwoorne Contracten, te zuiveren; welke taal„ berigt van den tolk en „man den 20: daar aan reverterende, tot keer berigt bragt, den koning toezegging gedaan had zijne gekommitteerdens te zullen gelasten het werk volkomen te absolveren, 't geen bij een briefje van dien zelven datum nog aan de Extirpateurs ter kennisse g'bragt is met ordre daar op aan te drin„ „gen. Waar op ze bij brief van den 2:e meij antwoorden den schrijver Abdulla, die naar Tidor geweest en daags be„ vorens terug gekomen was, hen andermaal gezegt had, door zijn koning bevolen te zijn niet langer te Extir„ „peren, dan tot zijn hoogheid de brief en geschenken uwer Hoog Edelhedens ontfangen zou hebben, vermits hij van meninge . Van Ternaten den 31: Iulij 1764:— voldoet meninge was zijne onderdanen nadien tijd te laten rusten waarom de rijxgroten van Tidor bij het afgeven der brieven en geschenken op den 7: meij te kennen gegeven is, wij niet twijffelde of zijn hoogheid zou bereeds de nodige ordre gesteld hebben om, dat waar aan egter niet districkt ten Eenemaal van het daar op te vin„ „den specerij gewas te zuiveren, het geen, in dien tegens verwagting nog niet geschiet mogte we„ „zen, w' verzogten als nog te doen, 't welk zij be„ loofden den koning hun meester te zullen bedee„ len dog de Extirpateurs Communiceerde hier op bij brief van den 9: meij de koning zijn vaandrig Rasuwang bij hun gezonden en bekent laten ma„ „ken had hij de brief en geschenken ontfangen heb„ „bende, die Extirpatie dus verre gedaan was, en dierhalven verzogt zij hunne onderhorigen uit de bosschen wilden op ontbieden alzo hij de zij„ „nen wilde laten rusten het geen zij ook gedaan hadden. En dewijl zijn hoogheid onaangezien alle aan„ gewende moeite niet kon bewogen worden die landstreek ten Eenemaal te laten zuiveren, maar daar en tegen op fundament van het in den Jare 1734: ten dezen kastele met den Edelen heer Commissaris Van Ternaten den 31: Iulij 1764 „tract van den Commissa„ „ris Bernard om maar 6: 't rapport der Extirpa„ „teurs in't getal der uit Commissaris Bernard gesloten Contract verzogt houd zig aan het Con„ de Extirpateurs van daar op te roepen, dewijl dese maanden te arbiden den gestipuleerden tijd van ses maanden versche„ ve „nen was, onder belofte nogtans inde maand october dat werk zijn volkomen beslag te zul„ len doen erlangen, hebben wij daar in wel moeten Condesenderen en de Extirpateurs bij brief van den zelven datum gelasten ten Eersten ten herwaarts te komen die dan ook den 17:' alhier arriveerden van hunne ver„ rigtingen zodanig een schriftelijk rapport overleve„ groede komen rende, annex Rekening Courant der aan hen mede gegeven contanten en lijwaten, als ter resolutie van den 22:' meij te zien zij, waar bij met genoegen bleek op gem: district vernielt en uitgeroeit waren 5715:—: vrugt, en 11575 — Tel, oftezamen 17290: —: p:s note bomen in zoort, maar geenzints dat de kom„ missianten om de hier voren aangehaalde redenen het werk ten halven hadden moeten laten ste„ „ken; de kommissianten wijders binnen geschelt en gevraagt zijnde, of bereid waren de deug„ delijkheid hunner rapporten met Eede te bevestigen, zo mede dat de nodige ordre tot het verbranden der rijpe en onrijpe vrugten gesteld. d 75 Van Ternaten den 31: Iulij 1764: toegelegt. gesteld, mitsgaders dikwils om naar het werk te zien zig in perzoon in de bossen vervoegd, en voorts alles na den tateneur der aan hen gegeven ordres ter uitvoer gegeven ordres ter uitvoer gebragt hadden b'antwoorden zij zulx met Ja: en presteerden daar op zo wel als de onder officiers voor de zuivere bekent stelling der uijtgeroerde bomen bij hunne dagelijkse rapport brief„ „jes, en de gemene zoldaten voor de opregte op gave „ we„ „zentlijk vermielde quantiteijt en het verbranden der zo rijpe als onrijpe vrugten, met alle distinctie een ider in 't bij zonder den Eed voor de Extirpateurs beraamt waar„ „om dan ook arresteerden hem, boven het ordinaire maandelijxe randzoen, tot een Extra douceur voor hunne betoonde vigilantie na volgens gebruijk van het gewone douceur aan dezelve kootgeld te laten Jouisseren, sedert hun vertrek tot retour„ alhier toe, en aan de kommissianten uit kassa te rem„ „bourseren het loon van agt huurlingen die sedert den 25: 8ber: A„o pass„o tot den 8: meij deses Jaars zo tot het dra„ „gen der bagagie als anderzints gebruijkt zijn ma„ „kende â 6: stuijvers ider sdaags. —. 197:—: rd:s nevens nog 39 1/6: „ die zij volgens overgeleverde reekening Courant meerder uit gegeven dan de meede genomen Contanten bedra„ „gen hebben, mitsgaders hen lieden ook te ontheffen van 2: – p„s
English
77 From Ternate, 31 July 1764: commissioners. 2 pieces pedakken 2 axes 2 pieces ordinary bleached guinees, and 2 pieces brown-blue salempoeris, which were issued as a gift to various natives for pointing out spice trees and other services rendered, in exchange for which they had to return the 6 pieces ordinary bleached guinees and 6 pieces brown-blue salempoeris still in their possession. We also decided to deliver as a small gift to Major Prince Djoukottoe and the writer Abdullah, who assisted in that work as commissioners of the King of Tidore, 4 pieces ordinary bleached guinees 5 pieces brown-blue salempoeris, and 1/2 beer pipe of arrack, amounting to the cost price of f 83: 5:— and the selling price of f 135:8:—. On 2 January of this year, upon the indication of Sergeant Isaak Sniet, a certain Alfur named Saijmaronga having been secured in the jail by order of the undersigned, being a companion of the fellow Alfur Tolika, who in the year 1762 misled the extirpators on Samolla and Wassile concerning a certain hidden clove park, he made known by a declaration given on 2 February that he knew how to point out that clove mountain and also another one, if it might please this government to send him thither along with the said Sergeant Smit. This being embraced by us, that sergeant departed with him from here on 3 February, returning on 23 March by the Dodingo hired proa, delivering such a written report of his findings as is inserted in the resolution of 31 April, whereby it appears that on the land of Samolla, at the rivers Djiko Lamo, Tsawollat, and Jugus, he discovered many nutmeg trees, and also extirpated 200 large and small trees, among which were many young sprouts, as well as found some clove trees, the fruits of which he brought with him, which, together with some nutmegs brought along by him for speculation, were burned at the said meeting. And furthermore, regarding this matter, it was resolved to confer with the King of Tidore about it, and to have those places strictly investigated on the occasion when an extirpation is carried out there; but to pay no regard to the sergeant's request for restitution of twenty rixdollars which he had spent for hiring proas and people, as well as 79 From Ternate, 31 July 1764: for providing provisions for the same, as well as for himself, since the food for him and the two men taken along from Dodingo was obtained each time from that post, for which he did not need to bear any costs. With regard to the extirpations to the north of the coast of Halmaheira, the aforementioned sergeant mentions in that report that the named Alfur Saijmaronga, together with Taliko, who had fled in the year 1762, had made known that clove trees grew in the land of Cauw on the mountain Gamsoengi in the land Lamivele, whither he had sent those Alfurs to fetch some tokens, which they also accomplished by delivering to him three small trees together with some leaves and bark, after which the Alfur Saijmaronga had absented himself again. This being discussed at the session of 13 April, it was understood to approve the sergeant's actions thus far, although he would have done better to go in person to Cauw to conduct an investigation into that spice crop, even though the Alfurs pretended to be afraid to go thither with him because the said land was under the domain of their Lord, the King of Ternate; besides which it was also determined that upon a strict investigation throughout that vast land of Halmaheira, which everywhere is full of cliffs, valleys, and impassable paths, some spice trees will indeed be found here and there, yet nevertheless it was resolved to confer with the Ternatean regents about it, and to have those places strictly investigated on the occasion when an extirpation expedition is conducted there; just as was then also recommended to the extirpators who departed for Cauw on 20 June; until which time the beginning of the eradication in the north of Halmaheira has been delayed, partly through the troubles that arose on Sahoe and partly through the lingering illness and subsequent demise of His Highness King Sjahmardan, but on the other hand it has now also been taken in hand with redoubled zeal with two troops of men at once; so that we may well firmly establish that we will have finished the work there in 5 to 6 months, when we shall begin at Saketta in the Strait of Patiente; having on this occasion delivered to the Ternatean commissioners the following, namely:
Dutch transcription
77 Van Ternaten den 31:' Iulij 1764: mitteerdens. 2:: p:s pedakken 2:–: „ kapbijlen. 2:–: „ guinees gemeen gebl:, en 2:–: „ Salempoeris br: bl: die aan verscheijde Jnlanders voor het aanwijzen van specerij bomen en andere gedane diensten tot een geschenk uitgereikt zijn waar en tegen zij de nog onder hen berustende 6:—: p:s guinees gem: gebl: en 6:—: „ salempoeris bruin blauw weder terug moesten geven Ook besloten wij aan den majoor Prins djou kottoe„ den schrijver abdullah, die als kommissian„ok aan tid ors gekom„ „ten van Tidors koning bij dat werk g'adsis„ „teerd hebben, tot een smal geschenkje aftegeven 4:-: p:s guinees gemene gebl: 5:—: „ Salempoeris br: bl:, en —½ bier pijp arak, ten inkoops bedragen van ƒ 83: 5:—: en uit koops ƒ 135:8:—: den 2: Januarij dezes Jaars op aanwijzing van den sergeant Isaak Sniet zekere alfoe„ „rees Saijmaronga gen:t ter ordre van den onder „geteekenden inde tronk gesecureert wezende Een maat zijnde van den mede alfoer Tolika die de Extirpateurs op Samolla en wassile in den Jare 1762: omtrent zeker. verholen er meer Van Ternaten den 31: Iulij 1764:—. rees verholen nagul perk milleid heeft gaf bij een den 2:' februarij gegeven de Claratoir te kennen hij dien nagelberg en ook nog Een anderen wist aante „testonen, in dien het deze regering mogt behagen hem nevens gem: sergeant smit derwaarts te zenden 't geen door ons g'amplecteert zijnde vertrok dien sergeant met hem van hier op den 3: februarij ko „mende den 23: maart per de dodingose goedemaande berigt van den zergeant prau weder terug van zijn bevinding zodanig schrif„ smit en zekeren als„de telijk rapport overleverende als ter resolutie vanden 31: april g'insereert is, waar bij Consteert hij op't land van Samolla, aan de revieren djiko lamo 'tsawollat en Jugus vele noten bomen ontdekt, en ook 200: grote en klene waar onder vele Jongen spruiten „boomen g'Extirpeert mitsgaders enige nagul „ gevonden had, waar van de vrugten mede bragt, die nevens eni„ „ge door hem tot speculatie mede gebragte noten ter gem: vergadering verbrant zijn, En wijders ten dien belange g'arresteert Tidors koning daar over te onderhouden, en die plaatsen bij gelegent„ „heid Een Extirpatie daar gedaan wort, exact te laten. onderzoeken: dog geen reflextie te staan op 's sergeants verzoek te restitutie van Twin„ „tig rd:s die hij tot het huren van prauwen en volk, mitsgaders. 79 Van Ternaten den 31 Iulij 1764:—. halmaheira te kennen gave van den alvoerees Taliko. des sergeants gedrag mitsgaders bezorgen van mondkost voor dezelve, zo mede voor zig uitgegeven had, vermits het voedzel voor hem ende van dodingo mede genomen twee man van die Joost telkens gehaalt is, waar voor hij niets heeft behoeven te bekostigen, met betrekking tot de Extirpaties aan 't Noorden nopens het woorden van van Halmaheiras kust, meld de voorm: sergeant bij dat berigt, genoemde alfoer Saijmaronga nevens den in Jare 1762: g'aufugeerde Taliko, te kennen gegeven hadden op het land van Cauw op den berg gamsoengi in't land Lamivele nagul bomen groeidsen werwaarts hij die alfoeresen gezonde ien't wegen. had, om enige te kenen te halen 't welk zij ook vol„ „bragten met drie kleine boomtjes nevens ani„ „ge bladen en bast aan hem overteleveren waar na zig den alfoer Saijmaronga weder g'absen„ „teert had: over 't welk ter sessie van den 13: april gesproken wordende verstaan wierd besluit daarover des sergeants verrigtingen in zo verre te passeren hoe wel hij beter gedaan zou hebben zig in perzoon mede naar Cauw te begeven om onder „zoek naar dat specerij gewas te doen, alschoon de alfoeren voorgaven bevreest te zijn met hem derwaarts te gaan, om dat gem: land onder het gebied van hunnen Heere den koning van Van Ternaten den 31:' Iulij 1764: Pardance van de Extirpatie aldaar door op sahoe en 's konings overlijden. is thans met verdubbelden mene met 2: troepen tegelijk. van Ternaten stond; waar nevens men ook vast stelde bij exact onderzoek op geheel dat wijt uitgestrekt land van Halmaheira 't welk over al vol, klippen valeien en ontoegangelijke wegen is, wel hier en daar enige specerij bomen gevonden zullen worden, schoon des niet te min arresteerden de Ternaatse Regenten daar over t'onderhouden, en die plaatsen, bij gele„ genheid Een Extirpatie togt aldaar gedaan wort. exact te laten onderzoeken; gelijk zulx dan ook de op den 20: Iunij naar Cauw vertrokkene Extir„ „pateurs aanbevolen is; tot welken tijd toe het be„ ontstane troebelen „ gin van de uitroeijing aan 't noorden van Hal„ „maheira getraineert heeft, eens deels door de onsta„ „ne onlusten op sahoe en ten anderen door de slepende ziekte en het gevolgt overlijden van zijn hoogheid den koning sjahmardan maar daar en ijver bij der hand gen:e tegen is het selve dan ook tegenwoordig met verdubbel„ „den ijver bij derhand genomen met twee troepen volk te gelijk; dus wij wel vast stellen mogen daar 9 6 mede over 5: â 6: maanden gedaan werk te zul„ „len hebben, wanneer wij aan saketta in de straat patientie beginnen zullen; hebbende aan Ternaatze gekommitteerdens bij deze gelegentheijd afge„ „gegeven het volgende, als. —.
English
From Ternate the 31st of July 1764 — To those going to Sidangoli 2 pieces ordinary bleached Guinees and 2 pieces dark blue Salempoeris To those going to Cauw 2 pieces ordinary bleached Guinees, and 2 pieces dark blue Salempoeris as well as to the Prince Major Aijan Hair separately 4 pieces ordinary bleached Guinees 4 pieces dark blue Salempoeris 2 lb spices, 1 pipe of arrack, and 10 lb wax candles, costing together at purchase price ƒ167: 6: and at sales price ƒ 312:2:—, referring ourselves respectfully for the rest regarding this matter to what was recorded in the resolutions of the 23rd of September, the 22nd of October and the 12th of November past, as well as the 5th, 22nd and 28th of May of this year, in which everything is circumstantially described. Regarding the cruising, the report of the circumnavigation of Halmahera has been incorporated into the resolution of the 9th of September; and also recorded is that mate Lodewijk Jonas, who performed it with the pantchiallang the Elizabeth, upon return handed over to the undersigned his discovery, having surrendered some mother cloves burned that same day, which some people of Maba at the village of Ossa had offered to sell him at 40 for a double stuiver, with the statement that many of that sort grew near an adjacent small river. On which account we ordered him upon his departure for Messa, whither we would send him by the overland route to take over the sloop de Roos, to touch at that village again, to try in a clandestine manner whether he could obtain for purchase some of those actual clove trees and where those trees actually grow. Whereupon, by a report inserted into the resolution of the 9th of December, it turned out fruitlessly; he reported that he had called at the village of Ossa and searched for those natives, but had not found them, much less discovered those trees. Your High Right Honourables will further see from our separate resolution of the 21st of May how, due to the late arrival of the ship and both pantchiallangs, and indeed primarily due to the Genoegen, which only arrived here via Xulla Bessy on the 4th of that month, as well as the repairs that first had to be done to it, notwithstanding the latter had been provided for to some extent at Xulla, we were not in a position to resume that cruising before the 20th of June, when we had it undertaken by four pantjallangs, namely both the above-mentioned with the Arend and the Kanneelboom, of which two were ordered to go along the north and the other two along the south side, according to what was specified in the report of Commander Booms and companions, albeit under the change that we ordered the two going southward to pass Strait Patientie to Batjan, from there to Oubi, and then subsequently, sailing around the land, to pass Strait Patientie again to the designated rendezvous Patani, and from there in returning to run through the aforementioned strait, after having cruised back and forth there for some days, in such manner as the instructions also given to the commanders further show, from which it also appears that we placed on each of those vessels six common soldiers with a corporal, and as chiefs on each division the bookkeepers Thomas Voges and Jeronimus Jawaris, as both are knowledgeable of the language and the land there, which arrangement we hope may be favorably approved by Your High Right Honourables. Of foreign Europeans, an English ship has been at the island of Salwatty, but accomplished nothing there other than taking on some water, as appears from the account given by three Moorish sailors who had sailed on that ship, who were seized there by the king of Salwatty along with four others and an English youth and sent to the king of Tidore, and by the same were delivered over to us, and three of them are being transported with this vessel to be at the disposal of Your High Right Honourables; the Englishman having converted to the True Mohammedan faith by having himself circumcised, through which he is very well regarded by the Salwatty vice-king and adopted as his son, while the other four Moors were sent to Ceram to be sold; with which account two other declarations also agree, concerning six persons abducted under the jurisdiction of Amboina and brought back from the Papuan lands with the vessel of the Chinese Tjo-keenko, to whom we shall grant transport to their domicile as soon as possible. Furthermore, we must also note regarding Manado how the new Resident Seidelman, in satisfaction of what was demanded of him, arrived with ƒ
Dutch transcription
81 Van Ternaten den 31:' Iulij 1764 — rapport van stuurman Jonas die deselve rontom heeft Aan die Naar Sidangolij 2:–: p:s Guinees gemene gebl:t en 2:—: „ Salempoeris bruin blau Aan die Naar Cauw 2:–: p:s Guinees gem: Gebl:t, en 2:—: „ Salempoeris br: bl: mitsgaders aan den Prins Majoor Aijan Hair nog apart 4:–. p:s Guinees gem: gebl:t 4:—: „ salempoeris br: blau 2:–: lb: specerijn, 1:–: bier pijpen arak en 10:—: lb: waxkarssen, kostende te zamen inkoops ƒ167: 6: en uitkoops ƒ 312:2:—:, refererende ons voor 't overige dezenthalven met Eerbied aan het aangetekende bij de resoluties van den 23: september 22:' october en 12: november passato, mitsgaders 5: 22: en 28: meij deses Jaars waar bij alles omstandig beschreven staat Bekruissingen aangaande is ter resolutie van den 9: september ingelijfd het rapport van die ronds som halmaheira; En ook aangetekend den halmahaira gedaan stuurman Lodewijk Jonas, die met de pantchiallang de Elizabeth dezelve ge„ „daan heeft; bij retour aan den ondergetekende„ over.. bbel Van Ternaten den 31:' Iulij 1764: —. zijn ontdekking overgelevert heeft enige ten zelven dage verbrand moer„ nagulen, die enige mabaresen op de Negorij ossa de 40: voor een dubbelde stuiver aan hem te koop hadden gepra„ senteert, onder uitinge van dat zoort vele aan een daar naast gelegen rivier waatje groeidden weshalven wij hem ordonneerden bij zijn vertrek naar Messa onze ordre dientwegen werwaarts wij hem over den landweg zouden om de sloep d' Rods overtenemen, die negorij nogmaals aante gieren, op Een Clandestine wijze te pro„ „beren hoe wel van die dan wel Egter garioffel ^ die boomen eigentlijk groeijen, gwaar nagulen te koop kon krijgen, en waar op bij is vrugteloos afgelopen een ter resolutie van den 9:e december g'insereert berigt rapporteerde, hij de negorij ossa aangedaan. en naar die inlanders gezogt maar hen niet gevonden, veel minder die bomen ontdekt had; Zullende u hoog Edelhedens wijders„ ons apart besluit van den 21: meij blijken, hoe wij door de late aankomst van het schip en beide Pant„ „chiallangs, en wel voornamelijk door het genoegen, 't welk den 4: diermaent hier Eerst over Hulla bessij aanquam mitsga„ „ders de reparatien die daar aan Eerst ge„ „daan moesten werden, ongeagt de laaste op Xulla eniger maten voorzien was, niet in staat. 83 Van Ternaten den 31:' Iulij 1764:—. Junij hervat met 4: pan„ kommandeur Booms c: S: daar omtrent staat zijn geweest die bekruyssing weder te herval, die bekruijsing op den 20: „ten voor den 20: Junij wanneer dezelve hebben laten on„ tjallangs „dernemen door vier pantjallings, te weten de beijde bo„ vengemelde met den Arend en de kanneelboom waar van 'er twee om de noord, en de twee andere de zuid kant langs te gaan g'ordonneert zijn naar 't op„ volgens trapport van den „gegeven bij 't rapport van den kommandeur Booms c: s: onder eenige verandering onder die verandering nogtans, wij de twee Zuidwaards omgaande g'ordonneert hebben straat Patientie voor bij telopen naar batchian, van daar naar oubij en dan vervolgens het land omzeilende de straat Patien„ „tie weder voor bij naar de aangeschreven verzamel onze verdere schikking „keeren plaats Pattanij, en van daar in het te rug „ meerm: straat door te lopen, na dat aldaar eenige dagen over en weder gekruift zullen hebben, in voegen de aan de hoofden mede gegeven Instructie nader aan„ „toont, waar bij ook blijkt, wij op ijder dier vaar„ „tuigen geplaatst hebben ses gemene militairen met een korporaal en tot hoofden op ijder divi„ „sie de boekhouders Thomas voges en Jeronimus Iawaris als beide daar taal en Landkundig zijnde, welke beschikking wij hoppen door u Hoog Edelhedens gun„ „stiglijk g'approbeert te mogen zijn van aar Van Ternaten den 31:' Iulij 1764. —. Een Europeesen agt mat„ „trosen door salwats ko„ ningje opgepakt. gezonden die thans over„ de Europees is moors geworden toiren confirmeren dat van vreemde Europen is er„ Engels schip aan 't Een Engels schip op sal, Eilant salwattij geweest, dog heeft aldaar niets an„ „wattij aangeweest. ders uit gevoert dan wat water gehaalt blijkens heeft aldaar water gelast het relaes gegeven door drie op dat schip gevaren hebbende moorse matrosen, die door den koning van sawattij /: met nog vier anderen en Een Engelsch Jon„ „geling :/ aldaar opgepakt en naar den koning van drie, daar van herwaards Tidore gezonden, mitsgaders door den selven aan ons overgelevert zijn en met dezen bodem ter dispositie van u hoog Edelhedens overvaren; zijnde den Engelsman tot het waar tot het ma„ hometaans geloofd overgegaan door zig te laten besnijden, waar door hij zeer bij het salwats vice koningje gezien, en als zijn zoon aangenomen naar is, terwijl de andere vier moren „ Ceram gezonden twee andere declara„ zijn om te verkopen; stemmende met dat Re„ p „laas ook over een twee andere declaratoiren van ses onder het gebeit van Amboina geroofde en met het vaartuig van den Chinees Tjo-keenko uit de Papoe te rug gebragte perzoonen die wij zo dra mogelijk transport naar haar woonplaats verlenen zullen voorts moeten wij omtrent Manado nog noteren, hoe den nieuwen Resident seidelman in voldoeninge van het hem gedemandeertde bij „komen ƒ
English
85 From Ternate, 31 July 1764: His proposal and project. By a secret letter of 20 May, the Resident of Manado makes known, for the redress of affairs, that it is necessary in that quarter that an expedition to Bwool be undertaken as soon as possible to extirpate the pirates from there, recapture the Company's artillery, and level the post, as well as to transfer the well-intentioned Biolorese still remaining there to the Lewas or Caudipang, and thus to abandon the re-establishment of the post, since the Company has in recent times borne considerably more expenses concerning it than the gold collected there could yield in profits, all the more so since the Limbotto people of the Liwas can simultaneously work the Bwool gold mines. Proposing for that expedition, by the bearers of this letter, the ship Ierusalem along with two pantchiallangs, upon which, besides the mariners, 24 to 30 healthy soldiers should be placed, after which the ship, having accomplished the business, could continue its voyage to India's capital, and the pantchiallangs could return via that residency. Regarding which project, we, deliberating in the session of 8 June, decided not to make use of it for the present, but first to propose it to Your High Nobilities, when it might well be undertaken in the coming year From Ternate, 31 July 1764: Suspect conduct of the Mandarese at Gorontalo, also that of Monoarfa. Our request for 200 to 300 soldiers. by the ship coming hither next year with two pantchiallangs, since to do it from here at present, owing to the extirpations and cruising already undertaken, not a single man can be spared from our garrison. Wherefore we especially request Your High Nobilities by all means to provide us in the coming year with two to three hundred healthy soldiers, as otherwise we are not in a position to execute anything of importance in other quarters. Which nevertheless, with regard to what was communicated by the Resident of Gorontalo in letters of 2 May, 20 June, and 9 July (which arrived only after this was already prepared to this extent), seems all the more necessary, since he therein not only suspects the Mandarese very much, but even fears that King Monoarfa might have a share in their terrible plan, just as at Lemboenen and Bwool, to do away with the Europeans at Gorontalo as well, although he could say nothing certain about it, because the statement obtained to that end was given by a worthless man, and the Limbotto and Parigi people were always zealous regarding the Gorontalese, he thinking it corresponds with Company interests 87 From Ternate, 31 July 1764: President's proposal, which we shall comply with as far as possible. Monoarfa's complaints about the same. Elucidation from the Resident concerning the mission sent to Tomini in the past year; what of it. to place a trust in the aforesaid Monoarfa on the one hand, and on the other hand to reinforce the fort there with as many men as possible, as well as to send one or two vessels with provisions and ammunition thither now and then, which we have also resolved to comply with towards the coming month of September, according as our weak garrison will permit. At which time we shall also recommend to the Resident never to let his distrust of Monoarfa be apparent, but always to keep it concealed, which we maintain he has done a little too much, since the King, in his letter to us of the 12th of this month, complains that the Resident places more trust in the small negorijen than in the Gorontalese. The Resident further makes known, in reply to our letter conforming to the desire of Your High Nobilities, that it is said the mission which the frequently mentioned Monoarfa made in the past year to the Bay of Tomini and the meeting he held at Amphibabon took place solely to reconcile the Gorontalese with the Mandarese and to encourage Dain Manasse From Ternate, 31 July 1764: Our doubt of Monoarfa's loyalty with regard to what was confessed by a captured Lemboen prince. Our proposal to the Supreme Government of India. to renew the contract with the Company which was formerly entered into with his father, which the Resident, if it is true, considers a good thing, though he nonetheless fears the contrary. Whereof it appears to us there is almost no doubt remaining, if one considers the confession made by a Lemboen Prince whom he sent hither as a prisoner, though we have not yet had an opportunity to have him closely examined, namely, that Gorontalo's Major Raginda had brought a letter from Monoarfa to the petty king of the Peloppers, whereby he is said to have incited him to massacre the garrison at Lemboenen, which corresponds with what was previously declared by the nakhoda Lembo. All of which being duly considered, and taking into account the further troubles and piracies in this quarter, it seems to us (subject to correction) it would be a desirable thing if Your High Nobilities would please embrace our respectful proposal made earlier, to have Tontoli and Bwool unexpectedly punished for the murders committed there by the ship coming hither with two or more pantchiallangs.
Dutch transcription
85 „ Van Ternaten den 31: Iulij 1764: zijn voorslag bij een secreet briefje van den 20: meij te kennen geeft manados resident tot redres der zaken om dien oort nodig te zijn hoe eer hoe liever nog een Expeditie naar Bwool gedaan werde en project 6 om rovers van daar te vernesten, Comp:s geschut te hernemen en de post te slegten, mitsgaders de aldaar nog zijnde welweenende Bioloresen naar de Lewas vide Context of Caudipang over tevoeren, en dus van het resta„ bileren der post aftezien, wijl de Comp: inden laasten tijd vrijmeerder lasten omtrent dezelve gedragen heeft aldaar ingezamelde gout aan winsten heeft konnen op brengen te meer de Limbotters van de Liwas de Bwoolse gout mijnen teffens kunnen bewerken; dragende tot die expedi„ tie voor brengers dezes het schip Ierusalem met nog twee pantchiallangs, waar op buiten de zeevarenden ge„ „plaatst dienden te worden 24: â 30: gezonde militairen wanneer het schip na verrigtert zake zijne reise naar Jndias hoofdplaatse voortzetten, en de pantchiallangs over die residentie te rugkeren konden: over welk pro„ ons besluit daar over „ject wij ter sessie van den 8: Iunij besoignerende besloten daar van voor als nog geen gebruik te maken maar u hoog Edelheedens zulx eerst voor te dragen, wanneer het zelve wel zou kon„ „nen ondernomen worden door het in 't aanstaande Jaar Van Ternaten den 31:' Iulij 1764: — militairen suspect gedrag der mar„ mandharesen te ga„ rontale ook dat van mono arfa Iaar herwaarts komende schip met twee pantchiallings dewijl om het thans van hier te doen, door de reets onder„ nomene Extirpaties en bekruissingen geen een man meer uijt ons guarnisoen te missen is en waarom wij ons verzoek om za 300 u Hoog Edelhedens tog voor al verzoeken ons in 't aan„ staande Jaar met twee â drie hondert gezonde militairen zijn hoog noodzakelijk te willen voorzien, dewijl anders niet instaat zijn aan iets van belang „ andere oorden uit tevoeren. Twelk nogthans met betrekking tot het bedeelde van Gorontaals Resident, bij letteren van den 2:' Meij 20:' Junij, en 9: Iulij /:na dat deze dus verre ingereed„ „heid was Eerst ingelopen:/ des te noodsakelijkker schijnt, dewijl hij daar bij de mandharesen niet alleen zeer suspecteert, maar zelf be„ „vreest is den koning Mono arfa deel zou hebben aan hun verschrikkelijk voornemen om, even als Lemboenen en Bwool, de Europesen te gorontalo mede aankant te helpen, schoon hij egter niets zekers daar omtrent zeggen kon, vermits de te dien Einde in gewonne verklaring door een verloos man verleent was, mitsgaders de Limbotters en Parigiers althoos na ijverig omtrent de goron„ „taalders waren, denkende hij met Comp: belangen„ over 87 Van Ternaten den 31:' Iulij 1764:—. „heid voldoen zullen over den zelven. Elucidatie van den resi„ gedaan bezending naar tominij wat daar van over een te komen aan de een vertrouwen op voor„ Presidents voorslag. melde Monoarfa te stellen, en aan de andere kant het fort aldaar zo veel mogelijk met manschap te versterken, mitsgaders nu en dan een â twee waar aan naar mogelijk vaartuigen met levens middelen en ammo„ „nitie derwaarts te zenden, waar aan wij ook ge„ resolveert zijn tegen de maand September aan„ „staande te voldoen naar mata: ons zwak guarni„ „zoen zal willen toelaten, wanneer wij den resident ook rekommanderen zullen Mono arfa zijn wan„ altoos „trouwen noit te laten blijken, maar zulx bedekt te houden, 't geen wij sustineeren hij een wei„ „nig te veel gedaan heeft vermits de koning bij zijn Mono arfas klagten schrijvers aan ons van den 12: dezer klaagt de resident meer vertrouwen steld op de kleine ne„ „gorijen dan op de gorontaalders; gevende hij re„ „sident voorts in antwoord van ons geschrevene Con„ „form de begeerte uwer hoog Edelheedens, te ken „ dent nopens in anno pass:o „nen, dat gezegt wort de bezending, die vaakgem:t Monoarfa in anno passato naar de bogt van To„ „minij gedaan ende vergadering die hij te amphibabon gehouden heeft Eenlijk geschied te zijn, om de gorontaalders met de Mandhareesen „ bewre„ digen, en Dain Manasse aantezetten. het. 6. Van Ternaten den 31:' Iulij 1764:—: onze twijffeling aan Monoar fas getrouw„ confisseerde door een ge„ „vangen Lemboens prins hoge Jndiasche regel„ het Contract met de Comp: te vernieuwen, 't welk eertijds met zijnen vader aangegaan is, 't geen resident, in dien het waar is, als een goede zaak aanmerkt, schoon egter voor het tegendeel vreest waar aan het ons voorkomt bij na geen twiffel meer met regart tot het ge„ te staan zij, als men regardeert het geconfisseerde „een door „ Lemboens Prins die hij gevangen herwaarts ge„ „zonden heeft, dog wij nog geen gelegenheid gehad heb„ „ben naukeurig te laten onderzoeken, namentlijk, dat gorontaals majoor Raginda een brief van Mono arfa aan het peloppers koningje gebragt had, waar bij hem aangezet zoude hebben om de bezzetting te zemboenen te massacreren, 't welk over een komt met het bertijds gedecla„ „eerde door den annachoda Lembo; alle het wel „ke dan wel considererende, en daar bij agt ge„ „vende op de verdere troebelen, en roveryen om dezen oort, dunkt ons (:onder Correctie:/ het een ge„ soude wenschte zake „ zijn, indien u hoog Edelhedens onzer voorslag aande onzen voorwaarts gedanen Eerbiedigen voor„ „slag geliefden te amplecteren, om door het herwaarts komende schip met nog twee of meer pantchiallings Ton tolij en Bwool op 't onvoorzien te laten straffen voor de daar gepleegde moor „heid „ring
English
89 From Ternate, 31 July 1764: money provided to the cruising fleet murders, whereby the Company's authority on that side would not only have been restored, but fear of the Company's arms would also have been instilled in other regions, whereas on the contrary, without exemplary punishment, respect must decline more and more. Finally, for Your High Excellencies' clarification, all the cash provided to the Papuan fleet has been returned to the Company's treasury without reduction. Wherewith, commending Your High Excellencies, along with the Company's entire establishment, to the sole safe keeping of God, I remain with all veneration and high esteem, High Noble, Stern, Highly Honorable, Valiant, Right Wise, Prudent, Discreet, Most Generous Lord and Lords, Your High Excellencies' most humble servant, signed I: van Schoonderwoert. In the margin: Ternate in Fort Orange, 31 July Anno 1764. Below that: P.S. The King of Bachian had Your High Excellencies' letter, together with the gifts, collected from Fort Barnevelt by his deputies, but on that occasion an incident occurred as detailed in His Highness's enclosed letter of the 27th instant. From Ternate, 31 July 1764: We have replied to him that we shall investigate the matter and punish the guilty parties, yet we strongly doubt whether he himself did not give cause for it, since rumors have it that the sergeant was warned by the quimelaha marasoli, already mentioned herein, that the king had plotted to make himself master of the fort upon collecting the gifts. For that reason, he was on his guard against allowing certain troublesome Alfurs belonging to Ternate inside the fort. What the actual truth of the matter is, we do not know for certain as yet, but we shall only be able to judge once we receive the sergeant's report. In the meantime, the King is said to have already put the aforementioned quimelaha marasoli to death over this. At the request of His Highness's deputies, who informed us that the king's gift could not be readied so quickly, we have permitted them for this once to deliver it directly to the ship's officers, and notified Skipper Lunt accordingly. Batavia. 91 From Banda, 30 September 1764. Batavia. To as before. I request in all humility that the slow progress of various matters may by no means be imputed to me, for it is abundantly clear that neither the political resolutions nor my encouragements based upon them are efficacious enough to have the same processed with greater speed. The minutes of 3 April 1764 show what was resolved regarding the findings from Batavia and enjoined upon the trade officials. The account of First Clerk Stokman, registered under No. 71 and sent per the vessel De Buis, shows for what reasons these were not answered at that time; and from the first article of the attached further report under date of the 29th instant, it is even clearer that subsequently, in 15 days, there was once again not enough time to obey Your High Excellencies' order. They excuse themselves on account of having their hands full of work, beginning from the rising of the sun until late in the evening. From Banda, 30 September 1764: evening, as though Banda had fluctuated in great confusion upon the arrival of the Secunde Noordgreen, and as though its recovery had to wait upon that gentleman's arrival, whereas it has indeed been known from of old that every year at the cited time the very same activities of unloading, loading, along with the drafting of inventory balances, invoices, etc., occur. Never have such lamentable complaints been made about this, and despite all those claimed accumulated occupations, the daily work was always kept up to date. But when one occupies oneself with trifles, when one takes the slightest tasks in the gravest manner, when one spends the morning talking and the afternoon sleeping, then the From Banda, 30 September 1764: main matters must certainly come to a standstill and fall behind, and this is the true reason why to this day not a single letter has yet been written in the books of 1763/1764, without one being able in this matter to appeal with good reason to a lack of clerks, since the trade office is provided with a good record keeper, 5 competent assistants, and two extra clerks, consequently far more than the establishment list permits. Furthermore, in the resolution of 26 April 1764 one may observe what was ordered to the trade officials regarding the sending over of the original trade papers of 1761/1762, and why this From Banda, 30 September 1764: was not complied with will be apparent to Your High Excellencies in the collection of several notable entries accompanying the present general letters. With regard to judicial matters, permit me to report that on the date of 2 March the court was brought to the number of nine persons, the place of the wharf master Brinkman, who subsequently passed away, being immediately filled. From that day until 29 May following, they have been busy fitting up the council chamber, without having executed anything else besides the mere exhibition of some papers and the circulation of documents, everything nevertheless having been left undecided to this day. I have occupied the presidency, I have also been burdened with many affairs, but I would have been ashamed of the slow progress of criminal
Dutch transcription
89 Van Ternaten den 31: Iulij 1764: gelden aan de kruijs vloot mede gegeven moordenarijen, wanneer Comp:s gezag aan dien kant niet alleen wederom opgebeurt zou zijn maar ook aan Andere oorden een vrees voor Comp: wapenen veroorzaakt worden, daar in tegendeel zonder Exem„ „plare staffe het ontsaghoe langer hoe meer verval„ „ben moet: Eindelijk dient u hoog Edelheedens tot Elucidatie alle de Elucidatie nopens de„ kontanten aan de papoese vloot mede gegeven, on„ „vermindert in Comp:s kassa te rug gebragt zijn. Waar mede u hoog Edelhedens met Comp:s gan„ 't slot schen ommeslag in de alleen veilige hoede godes aanbevelende, met alle veneratie en hoog ag„ „tinge verblijve /:onderstond:/ Hoog Edele gestrenge groot Achtbare, Manhafte wel wijze voorzienige, Discrete, zeer genereuse Heer en Heeren /:Lager:/ uw hoog Edelheedens zeer ootmoe„ „digen Dienaar /:was getekend:/ I: v:n Schoonderwoert /:in margine:/ Ternaten in't Casteel orange den 31: Ju„ „lij A:o 1764 /: daar onder :/ P: S: de koning van Batchian heeft den brief uwer Hoog Edelheedens benevens de geschenken van 't fort Barnevelt door zijne gekommitteerdens laten afhalen maar bij die ge„ „legentheid is zodanig en voorval gebeurt als nevens leggende zijn hoogheids missive vanden 27: deser Van Ternaten den 31:' Iulij 1764: en 27: deser inhoud wij hebben hem daar op in ant„ „woord gediend onderzoek daar naar te zullen doen en de schuldigen te straffen dog twijfelen sterk of hij selfs geen aanleiding daar toe gegeven heeft, vermits de gerugten willen den sergeant door den quimelaha ma„ „rasolij waar van hier inne reets mentie gemaakt is gewaarschouwt zouzijn den koning toeleg had gemaakt om bij 't afhalen der geschenken zig meester van 't fort te maken, waarom hij dan ook op zijn hoede geweest zou „torbelse zijn met Eenige alfoeren, gehoorende onder Ternaten binnen 't fort te laten konnen; wat de eigentlijk van 't historiaal zij, weten we voor als nog niet zeker, maar zullen daar van Eerst oordee„ len kunnen als wij des sergeants berigt ont„ „fangen: onder tusschen zou den koning voormel„ „reede „de quimelaha marasaolij „ daar over om't leven gebragt hebben. Op 't verzoek van zijn hoogheits gekommitteerdens die ons berigtte het geschenk van den koning zo schielijk niet had konnen klaar komen, hebben wij hun voor ditmaal toegestaan het zelve direct aan de scheeps overheeden te mogen inhandigen en schipper Lunt zulx bekent gemaakt. Batavia. 91 Van Banda den 30:' Septemb:r 1764. Batavia. Aan Als vooren. Ik verzoeke in alle onderdanigheijd, dat mij geensints mag g'imputeert worden den tragten voortgang van diverse saken want het blijkt maar alstiklaar dat nog de politicque besluijten, nog mijne daar op gevestigde aan porringen efficacieus genoeg sijn deselve met meerdere acceleratie te doen ver„ handelen De besoigne van den 3:' april 1764: wijst aan walter op de bataviase bevindings beslooten en de negotie bediendens aanbevoolen is geworden het onder N:o 71: geregistreerde en perdebarca de Buijs versondene relaas van den Eersten Clercq stokman doet sien om wat redenen deselve toenmaals niet b'antwoord sijn; en uijt het eerste lid van het annexe nadere berigt sub 29: hujus consteert nog alkbaar „der datter vervolgens in 15:' dagen alwe„ „der niet tijds genoeg geweest is aan uw hoog Edelheedens beveste gehoorsamen men excipieert op het volhandige werk beginnende met den opgang der sonne tot in den laten avond. Van Banda den 30: September 1704 avond, even off Banda op de komste van den secunde Noordgreen in Een grote verwaring gefluctueert, en met dies herstel na 'smans overscheijving had moeten gewagt worden, daar immers van oud verher bekend is dat alle Iaaren op de „tijden de Eijgenste aangehaalde tijd besigheeden met lossen, la„ den beneevens het op ma„ „ken van bevindings, fac„ tuuren &c:a voorvallen, nooijt zijn daar over sulke lamentabi„ „le klagtens gedaan en is in weer wil van alle die pretense opgehoopte accupaties, het da„ gelijks werk met een altoos effen gehouden maar als men zig met bagatellen op houd; als men de geringste besig„ „heeden ten swaarsten op„ neemt, als men de voormid „dag met praaten, en de na„ middag met slaapen doorbrengt dan moeten de Van Banda Den 30:' Septemb:r 1764: de hoofd sake sekerlijk stil„ „staan en veragteren en dit is de ware beweegree„ „den, dat tot heeden toe aan den boeken van 176¾: nog niet een letter geschre„ „ven is, sonder sig in desen met goed fondament te mogen beroepen op Een gebrek aan pennisten vermits het negotie Comptoir voorsien is met een goed overdragers, 5: bequamen assistenten en twee bijlopers, gevolge„ „lijk vrij meester als de me„ morie van menage toe„ laat verders kan in de resolu„ tie van den 26 april 1764: b'oogt worden het g'ordon„ neerde aan de Negotie be„ „diendens ter oversending van de origineele negotie papieren van 176½: en waarom sulks. P. , Van Banda den 30: September 1764 —. sulks niet nagekomen is, sal uw Hoog Edelheedens blijken in de Collec„ tie van verschijde notabele posten de tegenwoordige gemeene nalet„ „teren versellende. Ten aspecte der Iustititeele saken sij het mij g'oorloofd te melden dat het Collegie in dato 2:' maart tot Een getal van Negen personen g'accom„ „plecteert inde naderhand opengevalle plaatse van den werff meester Brink„ „, ten eersten gesuppleert „man gedepeert„ is geworden: van dien dag aff tot op den 29: maij daar aan is men besig geweest om de Raad„ „kamer op te schieke sonder voor het overige ijts anders te hebben uijtgevoerd als de Sumpele exhibitie van Eenige pa„ „pieren jtem de rondsending der stucken, egter alles tot heeden toe ongedecideert gelaten sijnde, ik hebbe het prasidie be„ kleed, ik ben ook met veele affaires beladen geweest maar ik soude mij geschaamt hebben den langsamen voortgaan der Crimineel
English
From Banda, 30 September 1764 To excuse criminal procedures by such flimsy pretenses as was done in the answer to my second question, considering what is to be handled in the cases of the prisoners, from 2 March to 29 September only a single day needed to have been chosen to decide the points in question. It is indeed true that the members of the court of justice named by His Honour are the Company's servants and are by no means exempted from the discharge of their offices by being placed in this college, but it is reciprocally true that for a series of years it has also been the duty of the judicial members to attend the weighing of infected or broken nutmegs. It has also always belonged to their department to have the declaration of the Company's goods brought into legal proof in their presence, and it can be proved with thousands of examples that as the Company's servants From Banda, 30 September 1764 servants they have also always been employable for other political commissions. Here the question is now whether, since the arrival of the present chief administrator, they have ever directly or indirectly had to carry out any commissions whenever the president intended to hold a meeting, or whether the president was in one way or another compelled on that account to postpone the meetings that were already convened; concerning neither of the two can any proof of affirmation ever be produced. On the contrary, I have often converse with the president regarding the unaccountability before Your Right Noble Honours of people being tormented with such prolonged incarcerations. I have likewise more than once offered, in case of arising concerns, to be very willing to assist with advice From Banda, 30 September 1764 advice and instruction, but all in vain. At one time the intention was to send away the delinquent with the documents without making any decision here on the spot; on another occasion, the idea occurred to employ the minister according to an alleged Swedish custom, to see whether it might be possible in such a way to persuade a stubborn criminal to a confession, as if according to Dutch laws and practice there were no other remedies to be applied in such circumstances. I have furthermore repeatedly addressed the members and the secretary about the closing of the justice chamber, and that private individuals were thereby suffering great prejudice to their rightful claims, but not a single one of the lot was able to answer my questions satisfactorily, all nevertheless testifying to having urged the president several times From Banda, 30 September 1764 times to hold a meeting after all. I am therefore obliged and compelled to supplicate Your Right Noble Honours that provision may be made in this matter, for if affairs continue to deteriorate on this footing, a great confusion in the general administration must shortly arise again, all the more since many troubles have bubbled up since the establishment of the triumvirate of Noordgreen, Faucherau, and Versteeg. Since my presence here, I have always maintained an indifferent conversation with the latter; I advised the first-named to act in the same manner and above all to beware of conferring with that man about the Company's affairs, as he is intriguing, pedantic, and magisterial. My straightforward instruction even went so far that I gave His Honour a reading of the letters written to me by one of the high Indian regents in such a well-meaning From Banda, 30 September 1764 well-meaning as well as obliging manner, but in vain. If I now have reasons to grieve over this, even more matter for complaint presents itself to me concerning the duplicity of Faucherau, despite the two-fold pardon of his faux pas committed against me. And Right Noble Sirs, truly, how can it be pleasant to me when a colonist, being addressed regarding the posting of security, answers in a haughty tone: if the Company wishes to place someone in administration, it must also trust him completely, without it being necessary that another, and especially no park-keeper, should interpose himself as a guarantor for him. Indeed, it must appear suspicious to me when this same colonist uses this bold language: if the Company wishes to enjoy the fruits of the land, then From Banda, 31 September 1764 raised no objection regarding a Lutheran, I likewise did not wish to make any change in order to prevent dissatisfaction and discord. I furthermore submit in all submission the request of the military personnel at the outer stations and also of the collective artisans, to be favoured by Your Right Noble Honours with such a bonus of drams as the soldiers on Neijra currently enjoy monthly. I add hereto the humble proposal whether it might not be necessary to prohibit the transport of spice trees by placard, for some are of the opinion that this is permitted. Remaining with the greatest veneration, below stood: Right Noble, far-ruling Lord, Noble, Great, and Honourable Sirs; lower: Your Right Noble Honours' submissive and dutiful servant; was signed: J.b Pelters; in the margin: Banda Neijra, 30 December 1764. Batavia.
Dutch transcription
95 Van Banda den 30 Septemb=r 1764 Crimineel proceduures door sulke flaauwe voor wendselen te verontschuldigen als in het antwoord op mijne tweede vraag geschied is, aangemerkt tot het geene inde geval„ „len van de gevangeneus te verhandelen valt, van den 2: maart tot den 29 7ber: maar een enkelde dag hadde komen uijt gekipt worden om de poincten in quaestie te decideeren het is wel waar dat de door sijn E: opgenoemde leeden van Justitie Comp:s dienaren en door de plaatsing in dit Collegie van de waarneming harer ampten geen„ sints gedispenseert sijn, maar het is reciproque waar dat sedert een reeks van Jaren het werkt der Iustituele leeden teffens geweest is, om de we„ „ginge van g'infecteerde off stuc„ „kende nooten bij te wonen; het is ook altoos van haar de partement geweest de verklaring van Comp:s goe„ „deren ten haren overstaan te la„ ten brengen in forman probanten en met duijsenden exempelen kan beweesen worden datse als Comp„s dienare Van Banda den 30: September 1764:—. dienaren ook altijd tot andere politique Commissies emploijabel geweest sijn, hier nu de vraag offse sedert de komste van den presentie hoofd admi„ nistrateur ooijt direct of indirect eenige Commissies hebben moeten waar„ „nemen, wanneer de president van mee„ „nig geweest is vergadering te houden „ dat de prasident op d'een, of andere off anders „ wijze genoodsaakt off geweest is, om dies wille de reets belijde vergaderingen te surcheeren, omtrent geen van bij„ =den kan ovijt eenig bewijs van affirmatie geproduceert worden, in tegendeel soo hebbe ik den president dikwils discoursive onderhouden wegens de onverantwoordelijkheijt bij uw hoog Edelheedens dat de menschen met sulke langdurige in carceraties gequett wierden ik hebbe van 't gelijken meer dan eens g'offereert in cas van voortekomene bekommernissen seer gaarne met raad„ 97 Van Banda den 30: September 1764:— raad en onder rigting te willen ondersteu„ „nen maar alles te vergeefs, op d' Eene tijd is men voornemens geweest, den de= „linquant met de stucken te versenden sonder Eenige hier inloco te doene decisie, bij Eene andere gelegentheijd is men vervallen op de gedagten om na een Pretens sweedse gebruijk den predikant te emploijeeren op het mogelijk ware dusdanigen wijze een halsterrigen misdadiger tot bekentenisse over te halen, even off 'er na de hollandse regten en practijcq geene andere hulp mid„ „delen waren om in diergelijke rencon„ „tres g'appliceert te worden, ik hebbe wijders de Leeden en Secretaris iterative ma„ „len aangesproken over het sluijten van de Iustitie kamer en dat selve depar„ ticulieren op die wijze in haar goed regt groot nadeel quamen te lijden maar niet Een uijt den hoop heeft mijne vragen Satisfactoir konnen b'antwoorden nogthans alle betuij „gende den president verscheijde keeren. Van Babanda den 30: Septemb:r 1764: keeren te hebben aangezet om toeh vergade„ „ring te houden, ik ben oversulks verpligt ende genoodsaakt uw hoog Edelhee„ „dens te supplieceeren dat hier in mag voorsien worden want de saken op dien voet voort rouillerende moet war binnen korten weder Eene grote brouillerie in het algemeene bestier exteeren temeer sedert het opgeregte triumdiraant van Noordgreen, Faucherau en versteeg veele verdrietigheeden op geborelt zijn, ik hebbe met den laastgenoemden sedert mijn aanwe„ „sen altoos eene onverschillige Conver„ „satie gehouden, ik hebbe den Eerstge„ noemden aangeraden op dieselfden maniere te handelen en voor alte wag„ „ten om dien man oversaken van d' Comp:e te aboucheeren, als sijnde intriquant waar wijs en magistrael, selve is mij„ „ne cordate onderrigting so verre gegaan dat ik sijn E: lecture gegeven hebbe van de „brieven door een der hoge Indiase landsregenten aan mij op eene soo, welmenende 99 Van Banda den 30: September 1764:- Welmenende als verpligtende wijse geschree„ „ven maar te vergeefs; hebbe ik nu redenen mij hier over te affligeeren nog meerdere stoffe tot doliance komt mij voor over de dubbelhertigheijt van Faucke rau in weerwil van de twee malige vergif„ „ mij „ferisse sijner tegens „ begane fanxpasser en Hoog Edele Heeren, hoe voor waar kan het mij aangenaam sijn, wanneer een Colonier tot cautie stelling aangespro„ „ken met een verbeven toon antwoord wil de Compagnie ijmand in administratie stellen, soo moetschen ook volkomen vertrou n wen, sonder nodig te sijn dat een ander immers vooral geen per„ „kenier sig als cautionaris voor hem interponeere ja: het moet mij verdagtelijk voor„ „komen, wanneer dieselfde colonier dese vrijmoedige taal woord wil de Compagnie de vrugten van het land genieten soo van Banda den 31:' September 1764:—. van Een Lutheriaan geene swarigheijd g'oppert heeft soo hebbe ik van 't gelij„ „ken geene verandering willen maken tot praeventie van Misnoegen ende on„ eenigheijd. Ik drage wijders in alle submissie voor het versoek der militairen op de buijten Comptoiren en somede van de gesament„ lijke ambagts lieden omme door uw Hoog Edelheedens benadigt te worden met sodanig douceur van soopjes als de soldaten op Neijra tans maandelijks genieten. — Ik voege hier bij de nedrige propositien off het niet nodig soude sijn den ver„ „voer van specerijna boompjes bij pla„ „cate te verbieden, want sommige van begrip sijn sulks te wezen geper„ „mitteerd, blijvende met de grootste vene„ „ratie /:onderstond:/ Hoog Edele wijd gebiedende Heer wel Edele groot agtbare Heeren /:Lager:/ uw hoog Edelheedens submissie en trouwschuldigen /: dienaar /:was getekend:/ J:b Pelters /in margine:/ Banda Neijra den 30:' xber: 1764:—. Batavia.
English
From Malacca, 15 November 1764: Batavia To the contents of Your Right Honourables' secret letters of 3 August of this year, we have the honour to reply: That no smuggling by the Siak traders, in so far as they navigate to Java and is known to us, is at least being committed, to which all possible regard is also steadily paid from here, because no vessels enter or leave from there without first being strictly inspected by the Commander of Pulau Gontong according to what was stipulated by contract under article 8. The permission for issuing six passes to Radja Alam for such vessels as he or his subordinates might be inclined to send to Samarang, Sourabaija, or Grissee, we presume will for now be sufficient to satisfy that prince in this case, and we thank Your Right Honourables most respectfully for the regard that you have favorably deigned to take on the proposal of the first-signed in his secret dispatches of 31 March of last year concerning this point. To the same as before. From. From Malacca, 15 November 1764: Of the intentions of Radja Trangand and Radja Ismael communicated by us in April of last year, according to the reports sent here at that time by Daeng Cambodia, not the slightest sign has appeared to us to date, and with regard to what was communicated to Your Right Honourables by the Jambi Resident von Solms, namely that a ship and eight smaller vessels of the English nation had entered the river of Riau, had thrown up a redoubt there, and so forth, we have, after careful inquiry, at least in so far as has been possible for us, not been able to find that anything of this matter has taken place, but that such is an absolute fabrication. Regarding the navigation of the Palembangese hither and vice versa, we can only report to Your Right Honourables that in this year up to the present there have arrived here two light chaloups laden with such small trading goods as are specified on their original passes annexed hereto in accordance with the order, in place of which we shall provide them upon their return with others at no expense to them. And as one of these two, according to the terms of his pass, was permitted to sail past here to Assahan, just as its captain also claimed that he had entered here only to provide himself with water and some provisions, which navigation, as appears from the extract from the missive of Your Right Honourables dated 22 May 1761 communicated hither by the former Resident Huybert Jan de Heere, is prohibited and those peoples are only allowed to navigate to this place and hereabouts, we have therefore decided by resolution of 10 October of last year to provide that captain upon his departure with another pass directed from here back to his place of residence, in order that he may return therewith without continuing his intended voyage, yet leaving him the freedom to trade his cargo here at his pleasure. Our humble considerations regarding the demolition of the entrenchment on Pulau Gontong in the Siak River, likewise the article of the tin acceptance and its price reduction, being amply substantiated in the accompanying secret resolution, we take the liberty, to avoid needless repetitions, to refer respectfully thereto, and to urge Your Right Honourables to honour us thereon in the coming year with your absolute will and disposition. Wherewith we remain with deep respect, Below stood: Right Honourable, Highly Esteemed, Wide-Ruling Lord and Honourable, Strict Lords. Lower: Your Right Honourabilities' humble servants. Was signed: D. Boelen and T. Schippers. In the margin: Malacca, in the fortress, 15 December 1764. Malacca, 15 November 1764, Tuesday. From Malacca, under date 15 November 1764 Resolution taken on Tuesday, 11 September 1764, in the morning at nine o'clock, all present. The Lord Governors having presented to the assembly how the Right Honourable Government of the Indies, according to the contents of the general and also separate dispatches recently received and directed to Their Honours, have been pleased to demand them to supply their considerations as to how far necessity dictates the maintenance of the post on the island of Gontong in the Siak River, and what advantage the Honourable Company derives from it, or what disadvantage is to be expected from its final demolition and abandonment, as well as whether its maintenance is not a useless expense, with orders that in the case of the latter, and should the abandonment thereof be subject to no objection of importance, to dismantle and abandon that post as soon as possible. Whereupon Their Honours declared that they had resolved, on a matter of so much outlook and importance, to take the advice of all members collectively. Having deliberated upon this weighty and important point with the requisite attention, it was agreed to bring respectfully to the notice of Their said Honours: That although the surest and most prudent means to prevent those garrisons from again being endangered, after the sad example of the year 1759, of being overwhelmed in times of difficulty, is finally to dismantle and abandon that post, we nevertheless presume that the same could be defended with vigilant and soldierly conduct, the more so when we observe the unanimous testimony of everyone,
Dutch transcription
103 van Mallacca den 15: November 1764: Batavia Op den inhoud uwer Hoog Edelens secreete Letteren van den 3: Augustus deeses Iaars hebben wij de Eere te antwoorden. - Dat geene sluijkhandel door de Siacse fraficquan„ „ten in so verre sij op Iava navigeeren en ons bekent is althans werd gepleegt, waar op men van hier ook gestadig alle mogelijk regard staat wijl geene vaartuijgen van daar in: of uijt lopen off z' werden Plo alvorens door den Commandaert van P=l gontong exact gevisiteert na volgens het gestupuleer„ „de bij Contract onder art:l 8: ses De permissie tot afgave van „ passen aan Radja Alam voor soodanige vaartuijgen, als hij off zijne of „ onderhoorige mogte geneegen weesen, na Sama„ off „rang, sourabaija off grissee te versenden, veronder„ voor „stellen wij, dat wel „ Eerst zal toerijken om dien vorst in dit cas te kunnen vergenoegen, en bedanken wij uw Hoog Edelens zeer Eer„ „biedige voor het regard dat hoogst deselve op de propositie van den Eerstgetekende bij zijne secrete advisen van den 31:' maart J:o Leeden dit poinct betreffende gunstig hebben gelieven. te nemen. Aan Als vooren. van. Van Mallacca den 15: November 1764:—. van de door ons in april J:o Leeden bedeelde voornemens van Radja Trangand en Radja Ismael volgens de berigten door Dain Cambodia die tijd dit heen gezon„ den, is ons tot heeden geen het minste verschijnzel voorgekomen, en wat betreft het gecommuniceerde aan uw hoog Edelens door den Iambijzen Resident van Solms, namentlijk, dat een schip en agt mindere vaartuijgen van de Engelsche Natie, in agt minder de rivier Van Riouw binnen geloopen aldaar Een Benting soude opgeworpen hebben en wat dies meer zij, soo hebben wij na een nauw„ „keurige informatie immers, in so verre ons is moogelijk geweest niet kunnen vinden, dat iets van dese zaak geweest maar zulx een absolut verdigtzel zij. van de vaart der Palembangers dit heen en vice verca, kunnen wij uw hoog Edelens alleen berigten dat in dit Jaar tot heden alhier zijn aangekomen met twee ligte Chialoupen beladen „ sodanige smalle handel wharen, als op hare volgens de ordre hier „neevens gevoegde origineele passen gespecificeert staan in welkers steede wij haar bij retourbuij„ „ten hunne kosten met andere sullen voorzien En also een van dese twee na luijd van zijn pos geper„ in mitteerd was hier voor bij na assahan te varen gelijk dies. 105 Van Malacca Den 15:' November 1764 dies anachoda ook voorgaff, alleen om sig van water en eenige mond behoeftens te voorsien alhier te zijn binnen gelopen, welke vaart, blijkens het door den voormaligen Resident huijbert Jan de Heere herwaarts gecommuniceerde extract uijt de missive van uw hoog Edelens de dato 22. meij A:o 1761: is geinterdiceert en die volkeren alleen maar toegestaan, om op deese plaats hier omstreeks te mogen navigeeren so hebben wij bij arrest van den 10:' october J:o leeden goedgevonden, dien anachoda met een andere Pas, houdende van hier weder direct op zijn woonplaats bij zijn depart, te voorsien ten Eijnde daarmede zonder zijn voorgenoome voijagie te vervorderen, weder te reverteren, edog hem de vrijheijd gelaten zijn lading alhier na welgevallen te moogen verhande„ „lens Onse nedrige Consideratien over de op plo P=s Gon„ braak van de beschansing op d „tong in die siacse Rivier item het articul van de Thin acceptatie en dies prijs vermindering bij het nevens leggende secreet besluijt ampel van ampel gecaucheert zijnde, nemen C wij diliberteijt ter vermijding van no„ delose Rediten, ons daar aan in Eer„ „bied te Refereeren en uw Hoog Edelens te insteren ons daar op met hoogst derselver volstrekte wil en diesposi„ tie in het aanstaande Jaar te vereeren waar meede met diepte eerbied 6 verblijven /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Achtbare wijdge„ biedende Heer en wel Edele ge„ Strenge Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelhedens onderda„ nige Dienaren /:was geteekent/ D: Boelen en T: schippers /:in margine:/ Malacca in het fortres den 15: December Anno 1764. Malacca den 15: Novemb:r 1764 Dingsdag C Van Malacca onder dato 15 Novemb:r 1764 Resolutie genomen op Dingsdag den 11:' September 1764 Smorgens ten neegen uuren alle present Door de Heeren gouverneurs de vergade„ „ring voorgehouden zijnde hoe de hoog Edele indiasche Regeering, na luijd van de jongst onfangen gemeene en ook apart aan haar Edelens gerigte advisen de„ selven hebben gelieven te temanderen hare Consideratien te suppediteeren, in hoe verre de noodsakelykheijd op„ pleijd door de aanhouding van de post„ „vatting op 't Eijland gontong in de siacse Revier, en wat voordeel de wat E: Comp: daar bij heeft, off „ nadeel bij dies finale op braak en verlating te Consequeeren staat, mitsgaders off dies aanhouding geen onnutte kosten zijn, met bevel om in Cas van het laatste en dat 't abandonnee„ re van dien, geene bedenking van ge wigt mogte subject weesen als dan maar ten spoedigsten die post „ op 107 Van Malacca onder dato: 15:' Novemb:r 1764 op te breeken en te verlaaten. Soo betuijgden haar Edelens dat te rade waaren geworden over een zaak van soo veel uijtsigt en inportantie, in te neemen het advis der gesamentlijke Leeden d Over welk gewigtig en aangeleegee„ „gen poinct met de vereijschte attentie gedelibereert zijnde soo wierd verstaan hoogst welgemelde haar Edelens Eerbiedig onder het ook te brengen. Dat alhoewel het sekerste en wel voorsigtigste middel om te preveinee„ „ren, dat die bezettelingen niet wee„ „der ingevaar geraaken, om na het droevig voorbeeld van den jaare 1759 in tijden van ongeleegentheijd overrompelt te worden is, die post finaal op te breeken en te verlaa„ ten, nogtans onderstellen dat deselve bij een wacker een krijgs mannelijk gedragt zoude te defendeeren zijn, te meer wanneer wij gadeslaan, de een„ parige getuijgenis van een ygelijk,
English
109 From Malacca, under date 15 November 1764 1764 everyone who has inspected it, namely, that against an indigenous force it is not only fully tenable, but even inaccessible, both by virtue of its advantageous situation and its strength, provided that the person to whom the command over it is entrusted does not too readily allow himself to be misled by the flattering intrigues of the natives, as in the year 1759 appears only too much to have had an influence in the person of Ensign Hansen. That this having been premised, we are further of the unanimous opinion that the retention of that fortification is necessary, at least for the present, now that Raya Alam, according to his letter and various private reports, upon our exhortations has equipped his vessels, and thus against the Company's and his common enemy, the fled Siak Prince Ismael and his adherents, although at present nothing is heard of him after his [illegible] From Malacca, under date 15 November 1764 which that nation has already attempted different times in earlier years. Thirdly, the distrust that such an evacuation would arouse in the Perak king, besides the surprise that would arise among this and other surrounding princes at having undergone so much danger, expense, and trouble for something that, according to their comprehension, is abandoned again without necessity. And lastly, that in case Radja Ismael, upon the news that the Company had departed from there, invaded the Siak River, which we suppose would indubitably be the consequence thereof, and captured it, one would then have a dangerous enemy close by here, who, if at first not directly, would not cease in secret to damage the Company and its traders as much as possible through all conceivable illicit practices and to play a treacherous trick. That 113 From Malacca, under date 15 November 1764 That furthermore, with regard to the principal objective for which that garrison was first established there in the year 1755, namely, to let the Company and its residents here, to the exclusion of all other nations, solely enjoy the linen trade in the Siak uplands, although it has by no means been fulfilled due to the subsequent treacherous surprise attack on that post in the year 1759 and the consequences resulting therefrom from that time until June of the year 1761, yet that does not exclude that the cloth trade could not again flourish there in time, once the fickle, usurious, and turbulent nature of the Menangkabau or uplanders, who, as one is informed, dispute passage with one another for the merchants coming down from the mountains due to arisen disputes, shall have come to a standstill and calmed down, and from which source, according to trustworthy information, the languishing trade in that region currently solely derives. From Malacca, under date 15 November 1764 And that, if this proposition should in time meet expectations, which we nevertheless cannot and dare not fully assure, the Company would apparently then gladly see its foothold re-established there, which, however, it is to be understood, would by no means succeed so easily, as this prediction appears indisputable, namely: That the Honorable Company, once having been dislodged from there on such a footing, would not be able to restore that edifice except with great danger and expense, especially if affairs there remained in a tranquil state. For undoubtedly the Siak prince, as soon as one had moved away from there and he was not disturbed by any foreign enemy, would try as much as possible to favor the trade of Queda and Salangoor as the most lucrative, while the Riouwers and other peoples residing in the vicinity, being able to navigate that river at will, would not cease to incite and embitter Radja Alam against 115 From Malacca, under date 1 November 1764 the Company and its traders, in order to remain sole masters of the trade there in the long run, from which an appreciable diminution in the boom farming would undoubtedly arise, which nevertheless could be partially counteracted by two formidable vessels, well-armed with heavy ordnance and sufficiently reinforced with seafarers and military personnel, which would have to show themselves alternately in the Siak River as well as the Strait of Campar, but in addition to which another two of the same kind would have to be maintained separately for relief in due course, and thus a full number of four, since these would also need to be provided with the necessary repairs in due time. That above all this, that post now already being established, is no further burden to the Company, except in so far as one will subsequently have to expend what is necessary for its minor maintenance, which cannot amount to much, while the wages, rations, etc., which the servants there cost the Honorable Company, make no further difference to the general expenses, since they are taken from the fixed number assigned to this government, and a cruising system as mentioned above is to be considered just as costly; besides that, it not only provides our residents with a more peaceful and much safer trade than if that river were only kept occupied by vessels, but it also keeps Radja Alam to some extent in a necessary restraint and awe, so as not to make any false moves on his part out of fear of a bad outcome, considering his conduct and
Dutch transcription
109 Van Malacca onder dato 15:' Novemb:r 1764 1764 ijgelijk welke deselve hebben besigtigt, namentlijk, dat z' teegen een inlandse magt niet alleen volkoomen bestaanbaar, maar selfs in accessibel is, soo uijt hoofden van ha„ „re voordelige sutuatie, als fortitude, mits dat den geenen, die het Commando daar over is toevertrouwt, sig door de stree„ „lende in brigues der inlanders niet al te ligt vaardig laat mislijden, gelijk sulx in den Jaare 1759. maar al te seer in de Persoon van den vandrig hansen scheijnt schlijnt te hebben influentie gehad. Dat dit voor af geprefigeert zijnde wij overigens een stemming van gevoelen zijn dat de aanhouding van die be„ schanging noodsakelijk zij, ten minsten voor eerst nu Raya Alam volgens zijn schrijven en verscheijde particuliere be„ rigten op onse adhortaties zijne vaar tuijgen g'equipeert, en zig dus teegens 'sComp: en zijnen gemeenen vijand deng gevlugten siaosen prins Jsmaal en des„ „selfs adherenten, alhoewel althans van den selven niets verneemt na zijn swak tie el a„ te Van Malacca onder dato 15: Novemb:r 1764 't geen die natie in vroeger Jaaren al wel differente malen heeft getenteert. Ten derden, het wantrouwen dat sooda„ nigen opbraak in den Pierasen kooning soude verwecken, behalven de surprice, welke bij deese, ende verdere omleggende vors„ „ten soude ontstaen soo veel gewaar, kosten en moeijelijkheeden te hebben ondergaan, om iets, dat men volgens haare bevatting, son„ der noodsakelijkheijd weeder laatslijpen. — En ten laasten, dat in Cas Radja Jsmael de siacse revier op het berigt dat de Comp: van daar was uijtgetrocken in vadeerde 't geen wij supponeeren dat in dubitabel daar van het gevolg soude zijn, en de„ dan selve vermeesterde, men dat een gevaar„ „lijk vijand alhier na bij soude hebben, die bij aldien voor eerst al niet direct in het verborgen niet soude aflaaten, de Compagnie en haare trafficquanten, door alle uijtdenkelijke ongeoorloofde practijc„ „quen, soo veel maar mogelijk te be„ schadigen, en een bedriegelijken trek te speelen. Dat 113 Van Malacca onder dato 15: Novemb:r 1764 Dat wijders aan het principaalste oog „merk, waarom die besetting aldaar aller eerst in den Jaare 1755 is g'extrueert nament„ „lijk, om de Comp: en derselver ingesietenen alhier met seclusie van alle andere naties, alleen te doen Jouisseeren van den Lijwaat handel in de siacse boovenlanden, door de daar op gevolgde verraderlijke over rompe„ „ling van die post in de jaare 1759. ende conse„ „quentien daar uijt van die tijd aff tot in Junij des Jaars 1761 voor 't gevloeijt, wel nog geensints is voldaan, dog dat sulx nog„ tans daarom niet secludeert, dat den kleeden 9 handel niet weder aldaar in der tijd soude floreeren, wanneer het wispelturig woe„ kersugtig en op roerig namurel der ma„ in Cabers of bovenlanders, die den eenden de anderen, soo men onderrigt werd „ passagie voor de uijt de gebertens afkoomende kooplieden door ontstane onenigheeden betwisten, eenmaal zal zijn tot stilstand en bedaaren gekoomen en uijt welke bron, volgens gelooffwaar„ „dige informatien thans alleen afvloeijt den r„ die Van Malacca, onder dato 15 Novemb:r 1764. den quijnenden sleet in dat geweest. En dat ten waare dit geposeerde eens in der tijd beantwoorde aan de verwagting 't geen wij nogtans niet volslaagen kunnen nog durven versekeren; de Maatschappij apparent dan wel gaarne haare pastvatting weeder al„ daar soude gerestabileert zien, 't geen nogtans te beseffen is, dat geensints soo faciel soude renisseeren als als deese predictie wel in Contestabel voorkomt namentlijk. Dat de E: Comp: eenmaal op soodanigen voet van daat gedelogeert zijnde, niet dan met veel gevaar en kosten dat Edifice soude kunnen restaureren voornamentlijk wanneer de zaken aldaar in een Tran„ quile toestand bleeven Want ontwijffelbaar soude den siacsen vorst soo spoedig men van daar was verhuijsten ^landse hij door geen buijten ^ vijand wierd geturbeert de vaart van queda en salangoor als de win„ sugtigste, soo veel moogelijk tragten te d fovere, terwijl de Riouwers en andere omstreeks domicilieerende volkren die ri„ vier na willekeur als dan kunnend bevaren niet soude aflaten Radja Alam, teegens de ds 6 115 Van Malacca onder dato 1:' November 1764 de maatschappij en derselver trafficquanten aan te hitseren te verbitteren ten eijnde op den duur daar alleen meesters van den handel te blijven waar uijt ontwijffelbaar een aanmerkelijker diminutie in de boom verpagting soude onstaan 't geen nogtans door twee formida„ „ble en van swaar geschut wel g'armeerde vaartuijgen genoegsaam verterkt met zeevarende en militaire, die haar bij ver„ wisseling soo in de siacse revier als de straat Campar soude moeten vertoonen wel gedeeltelijk tegen te gaan waas, dog waar beneevens nog andere twee soort gelijke ter aflossing op zijn tijd en dus een wel „ getaal van vier daar toe afsonderlijk alleen soude dienen te werden aangehou„ den, vermits deselve op haar tijd ook van de noodige Reparatien soude dienen te werden voorsien. Dat booven dit alles, die post nu bereeds g' extrueert zijnde geen gaan verdere last post voor maat= schappij is, dan in soo verre men tot dies geringe onderhoud bij vervolg het geen de n gens Van Malacca onder dato 15 November 1764. het nodige zal moeten expendeeren 't geen niet hoog in reeckening zal kun„ „nen loopen terwijl de soldijen, randsoenen &:a welke de dienaaren aldaar d'E Comp: kosten, geen different ten nadere in de generaale Lasten maakt aangesien deselve uijt het bepaalde getal, dit gouvernement toegelegt, werden genoomen en een bekruijssing involgen booven vermelt ruijm soo kostbaar te agten is behalven dat, beschikt deselve onse ingeseetenen niet aalleen een gerustert en veel viligerhandel, dan off die revier alleen door vaartuijgen wierd beset gehouden, maar houd ook Radja Alam eeni„ ger maaten in een noodsakelijk Bedwang en ontsag om van zijne zeijde geen zij„ Sprongen te doen uijt vreese voor een kwalijk opbreeken, vermits zijn Conduite En
English
117 From Malacca, under date 15 November 1764 and designs there can be better discovered and observed from close by than from outside. And lastly, that we have found these considerations of sufficient prospect and importance to, before resolving upon the demolition of that entrenchment, bring the same according to the written order under the wise and discerning judgment of our high masters, just as the Lords Governors undertook to represent the same in their secret advices to Their Excellencies, alongside a respectful petition to obtain at the very next opportunity Their Excellencies' absolute will and pleasure thereupon, to the end of dutifully obeying it thereafter. Further being taken into consideration by what convenient means one From Malacca, under date 15 November 1764. will have to expend what is necessary, which will not run high in accounting, as the salaries, rations, etc., which the servants there cost the Honorable Company, make no further difference in the general expenses, seeing that they are taken from the fixed number allotted to this government, and a cruising in accordance with the above-mentioned is to be considered just as costly; besides that, the same provides our inhabitants not only with a calmer and much safer situation than if that river were kept occupied only by vessels, but it also keeps Radja Alam somewhat in a necessary restraint and awe, so that from his side he makes no erratic moves out of fear of a bad outcome, since his conduct and 117 From Malacca, under date 15 November 1764 and designs there can be better discovered and observed from close by than from outside. And lastly, that we have found these considerations of sufficient prospect and importance to, before resolving upon the demolition of that entrenchment, bring the same according to the written order under the wise and discerning judgment of our high masters, just as the Lords Governors undertook to represent the same in their secret advices to Their Excellencies, alongside a respectful petition to obtain at the very next opportunity Their Excellencies' absolute will and pleasure thereupon, to the end of dutifully obeying it thereafter. Further being taken into consideration by what convenient means one From Malacca, under date 15 November 1764 could best approach Their High Excellencies' order and intention, comprising: to accept annually no more than 500,000 lb of tin, among which only 50,000 lb of upcountry and Salangoor tin. And this, if possible, at the prescribed Palembang prices. Thus, with respect to the first point, it was determined to except the Peira delivery as the most preferable in this case, and to accept all the tin delivered there, which, according to the average of the last six years taken together, will be very feasible; besides that, the stipulated 50,000 lb in ingots can also be accepted, when the one and the other will usually and apparently remain below rather than exceed the limited quota. And 119 From Malacca, under date 11 November 1764 And although it was foreseen that the Salangorese and Rambouwers, at times when following earlier examples they cannot barter that mineral against opium due to the absence of the English nation, will then bring larger quantities, it was resolved to turn them away as well, and primarily the former, since the latter deliver the finest and purest tin, under the pretext, whenever it can conveniently be done, that one is destitute of Spanish reals; which, after the departure of ships and vessels to the capital, can most conveniently be pretended with some semblance of truth, in order to prevent estrangement for as long as possible; but otherwise only to tell them in moderate terms From Malacca, under date 15 November 1764 that this is nothing other than an inevitable consequence of their dishonest conduct toward the Honorable Company, to whom they, being so solemnly bound by the contracts to deliver all that mineral exclusively and solely to the exclusion of other nations, have nevertheless from time to time in a temerarious manner presumed to faithlessly and unlawfully deprive the company thereof to the advantage of the English roamers and other foreigners whenever the occasion presented itself, as the proofs thereof have occurred all too frequently and even this year evidently; and that therefore, under solemn protestation that no breach of the contract has been committed from our side except after they have first given such important reasons for it, the Honorable Company has resolved to now show them in turn that one can do well without their tin, and has no inclination whatever to let itself be mocked by them any longer; all of which was deemed grounded in reason and fairness. Yet concerning the second point, namely: to reduce, if possible, the prices stipulated by contracts for that mineral to the prescribed Palembang prices, this, on the contrary, was deemed entirely disadvantageous and impossible, and an absolute attempt thereto not only useless, but also considered likely to cause subversion and ruin; nevertheless, in order to comply with the order from our side as much as possible, it was decided to attempt this from afar in a diplomatic, but by no means direct manner, seeing that one not only doubts the success thereof, but can even establish on certain grounds that they
Dutch transcription
117 Van Malacca onder Dato 15:' Novemb:r 1764 en voornemens aldaar beeter soo na bij, dan van buijten kunnen werden ontdekt en gade geslagen. En laastelijk dat wij deese Conside„ ratien van genoegsame uijtsigt en in portantie hebben gevonden om alsoo„ rens tot de op braak van die beschan„ sig te resolveeren, deselve volgens de aangeschreeve ordre te brengen on„ der het wijs en doorsigtig oordeel onser hooge gebieders, gelijk de Heeren Gouverneurs aanna„ men, on deselve hij haar Ed: se„ Caete advisen hoogst wel m: haar Edelens te sullen representeeren neevens Eerbiedige instantie om bij de aller naaste geleegentheyt, daar op te moogen erlangen hoogst derselver volstrekte wil en wel„ behagen, ten fine als dan daar aan„ schuldpligtig te gehoorsamen.— Alwijders in overweeging gelegt zijnde voor wat Convenable middelen men lt . . d Van Malacca onder dato 15 November 1764. het nodige zal moeten expendeeren't geen niet hoog in reeckening zal kun„ „nen loopen terwijl de soldijen, randsoenen &:a welke de dienaaren aldaar d'E Comp: kosten, geen different ten nadere in de generaale Lasten maakt aangesien deselve uijt het bepaalde getal, dit gouvernement toegelegt, werden genoomen en een bekruijssing involgen booven verme ruijm soo kostbaar te agten is behalven dat, beschikt deselve onse ingeseetenen niet aalleen een gerustert en veel viligerhand. dan off die revier alleen door vaartuijgen wierd beset gehouden, maar houd ook Radja Alam eeni„ germaaten in een noodsakelijk Bedwang en ontsag om van zijne zeijde geen zij„ Sprongen te doen uijt vreese voor een kwalijk opbreeken, vermits zijn Conduct En 117 Van Malacca onder Dato 15:' Novemb:r 1764 en voornemens aldaar beeter soo na bij, dan van buijten kunnen werden ontdekt en gade geslagen. En laastelijk dat wij deese Conside„ „ratien van genoegsame uijtsigt en in portantie hebben gevonden om alsoo„ „rens tot de op braak van die beschan„ „sig te resolveeren, deselve volgens de aangeschreeve ordre te brengen on„ „der het wijs en doorsigtig oordeel onser hooge gebieders, gelijk de Heeren Gouverneurs aanna„ men, on deselve hij haar Ed: se„ „crete advisen hoogst wel m: haar Edelens te sullen representeeren neevens Eerbiedige instantie om bij de aller naaste geleegentheyt, daar op te moogen erlangen hoogst derselver volstrekte wil en wel„ behagen, ten fine als dan daar aan„ „schuldpligtig te gehoorsamen.— Alwijders in overweeging gelegt zijnde, door wat Convenable middelen men 6 Van Malacca onder dato 15 Novemb: 1764 men het best soude kunnen naderen aan Haar hoog Edelens ordre en inten„ „tie vervattende. om 's jaarlijks niet meer dan 500'000 lb: l Thin waar onder maar 50000 lb: boven„ lands en salangoorste accepteeren. En sulx /:des mogelijk:/ teegens de aan„ geschreve Palembangse prijsen soo wierd ten opsigten van het eerste lid vast gesteld, om de peira„ se leverantie, als de preferabelste in dit Cas te excipieren, en alle het Thien dat aldaar wert gelevert te accepteeren, 't geen volgens den in„ saam van de Jongste Ses Jaaren door den anderen geslagen, zeer wel zal te doen weesen behalven dat dan nog de bepaalde 50'000:: lb: in kokers almeede zal kunnen. werden aangenoomen wanneer het een en ander doorgans de ge¬ „limiteerde bepaling apparent nog eer„ „der zal beneeden, dan te boven streven. . En 119 Van Malacca, onder dato 11:' Novemb:r 1764 En alhoewel voorsien wierd, dat de salangoresen en Rambouwers, in tijden dat zij die bergstoffe na vraeger voor„ „beelt, door het agter blijven van de engelse natie, niet in trocque teegens amphioen sullen kun„ nen verhandelen, als dan ruijmer parthijen sullen aan voeren, soo wierd g'arresteert, deselve, en wel voornamentlijk de Eerste wijl de Laaste het fijnste en zuijverste Thin leveren, daar meede als dan af te wijsen onder pretext wan„ neer gevoeglijk kan geschieden dat men destutuit van spanse re„ alen is 't geen nat let depart en van schip „ vaartuijgen na de hoofdplaats, het Convenabelste met eenig schijn van waar„ heijt zal kunnen werden voor„ „gegeven, ten eijnde so lang mooge„ „lijk verwijdering te prevenieeren, dog anders haar maar in moderatie termen Van Malacca onder dato 15:' Novemb:r 1764 termen te seggen, dat sulx niet anders dan een mnevitabel gevolg is, van haar inhouest gedragt omtrent de E: Comp: aan wien zij volgens de contracten soo plegtiglijk verbonden zijnde alle dat mineraal met exclusie van andere naties, alleen te leveren, zij egter des onaangesien, van tijd tot tijd op een temeraire wijse hebben onderstaand, sulx ten voodeele van de engelse herom swervers, en meer andere buij„ ten landers de maatschappij trouwloos en onwettig te priveren wanneer sig„ occasie daar toe maar heeft gepre teert, soo als de blijkens van dien al„ te veel vuldig en selfs nog dit jaar evident zijn voorgekoomen, en dat men dierhalven onder plegtige pro testatie van geene digressie van onse kant in het Contract dan na dat zij Alvoorens daar toe zo importante redenen hebben „gegeeven hier omtrent te hebben begaan, de E: Comp: voorgenoomen heeft nu ook op zijn 121 Van Malacca onder dato 15. Novemb:r 1764 zijn beurt haar te doen zien, dat men het buijten haar thien wel kan stellen, geensints inclinatie heeft, sig langer van haar te laaten turlipineeren, welk een en andere op reeden en billijk„ heijd wier gevundeert geagt. Dog ten belangen het tweede poinct . namentlijk om de bij contracten gestipuleerde prijsen, voor dat mineraal, des moo„ gelijk te verminderen tot de aan„ geschreve Palembangse wierd sulx daar en tegen geheel in soute nabeel en onmoogelijk, en dies absolute tentane niet alleen mutil, maar ook geagt oorsaak te zullen geeven tot subversie, en de suniering, al egter dat om van on„ „se kant so veel mogelijk te voldoen na de ordre beslooten wierd, zulx van verde op een politicque, dog geensints directe wijse te proberen, gemerkt men aan het succes van dien, niet alleen en al dubiteert maar selfs op seekere gronden vast stellen kan, dat die 6 6
English
From Malacca under date 15 November 1764 that these interesting peoples will by no means resile from the agreed prices, to the end that the credit and trust among them in the Company shall suffer no disadvantageous breach, and that on this path they will not, at this or any time on their part, come to oppose any similar measures. All of which was finally judged expedient to be treated as a matter of secrecy, and thus also to be respectfully notified to the Right Honourable Indies Government by the separate advices of the Gentlemen Governors. Below stood: Thus done and resolved in the fortress of Malacca, date as aforesaid. Was signed: D. Boelin, T. Schippers, G. Kretschmar, I. I. Visboom, E. Cramer, D. A. de Neufville, D. Richard, A. F. Lemker. Below stood: Agrees. Was signed: A. F. Lemker, Secretary. Batavia, 1 123 From Java's East Coast, the 10 November 1764 Batavia Having found myself honoured by Your Right Honours' revered letter of the 23 of the past month of October, which was accompanied by an Act for the Tommongong Jojo Dirono as second Regent of Sourabaija, I have the honour to express my gratitude to Your Right Honours in that regard, not doubting but that the appointment of this youth will be as pleasing to the people of Sourabaija as it will serve the benefit of the Honourable Company. The Sultan's favourite, Radeen Soemo Divirio, being without any expectation of being helped to a post on the coast in accordance with Your Right Honours' letter of 5 July of this year, I have communicated this to His Highness, as appears from the accompanying missive written by me to that monarch. To the same as before From Java's East Coast, the 10 November 1764 communicated, and at the same time instructed the Second Resident at that court, Lapro, to pacify the Sultan with all possible amiability according to his ability should any vehemence or unpleasantness arise thereover, on which account I expect the effect and the reply of the prince himself in the next few days. Meanwhile respectfully informing Your Right Honours that, by virtue of the qualification according to the above-mentioned missive of 5 July, I have appointed as second Regent of Coedus Mas Jopo Coesoemo, son of the present first Regent Tjandro Troeno, who, arriving at advanced years, cannot well govern that regency alone, whereas after the death of the father this regency can fall only upon the son, in order to comply with the tenor of Your Right Honours' secret resolution upon the memorandum of the gentleman Hartingh. I 125 From Java's East Coast, the 10 November 1764 I therefore request an Act for this youth, who shows very good promise, as second Regent of Coedus under the title of Ngabij Jojocoesoemo. As also the Act already requested by letters of 20 September for the Tommongong Soera Diredja as second Regent of Damak. For the rest, I deem it my bounden duty to assure Your Right Honours that the general condition of Java is desirable, and with the further enjoyment of Heaven's precious blessing promises everything good. I live in a desired harmony with the princes, who give proof in all circumstances and assure me that they will remain unalterably attached to the friendship and alliance of the Honourable Company. For although the Sultan, according to his known passionate nature, now and then becomes vexed 4 and From Java's East Coast, the 10 November 1764 and passionate, such extends no further than to his subjects or those whom His Highness judges to be the cause thereof; yet with respect to the Honourable Company, expressions remain equally well-intentioned toward the same. The Panambahan of Madura, seeing things turn out not entirely to his choice and liking, is indeed sometimes somewhat displeased for a short while, but such quickly passes over again, and he is at present, as well as the other Regents, content. Thus it is not to be feared that the still restless Singosarie, although his band now begins to increase again, will carry out any invasion with much fruit, the more so as a watchful eye is kept all around on the borders in order not to be taken by surprise. For the fulfilment of the large demand for rice, consisting of 7500 lasts, everything necessary has been ordered all around, and notwith- 127 From Java's East Coast, the 10 November 1764 -standing the crop did not succeed everywhere alike, and even turned out poorly in several places, there is nevertheless still some hope that the same, if not entirely, will at least be nearly fulfilled. It would be desirable if I could assure Your Right Honours that the delivery of the indigo would likewise answer to my frequent encouragements and the employment of all possible means, but the excessive rain falling almost months on end and still continuously has caused the nila plants to rot, and will thus cause the harvest by far not to equal the last passed delivery, which cannot be attributed to human capability. Furthermore, the lease and tjattjas monies being
Dutch transcription
Van Malacca onder dato 15 Novemb:r 1764 die interessante volkeren van de bedonge prij„ sen geensints resilieeren sullen, ten eijnde het Crediet en vertrouwen onder haar op de Maatschappij, geen, geen nadelige in fractie koomen te lijden, en zij op dit spoor deese off geene tijd van haare zijde, gene gelijk„ W standige mesures koomen te opposee„ ren. welk een en ander ten besluijte dien„ stig geoordelt wierd, als een poinct van secretesse te behandelen, en dus al„ meede bij de apparte advisen der Heeren gouverneurs de hoog Edele indiase Re„ „geering Eerbiedig te notificeeren /:onder„ „stond:/ Aldus gedaan en geresolveert in 't fortres Malacca dato voorsz /:was„ geteekent:/ D: Boelin, T: Schip„ „pers G'kretschmar, I: I: visboom, E:s Cramer, D' A: de Neufville D' Ri¬ chard A F: Lemker /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekent:/ A: F: Lemker secretaris. Batavia, 1 123 Van Iavas oost Cust den 10: November 1764 Batavia Mij gehonereerd gevonden hebbende door uw hoog Edelhedens gevenereerde van den 23. der gepasseerde maand october, dewelke verselt waaren van een Acte voor den Tom„ mogong Jojo Dirono, als tweede Regent van sourabaija; heb ik de Eers uw hoog Edel„ hedens des wegens mijne dankbaarhijt te betuijgen, niet twiffelende of de aan„ stelling van dezen Jongeling zal zo wel aangenaam wezen aan de sourabaijers, als dezelve ten nutte strekken van G.E d'E maatschappij Sulthans gunsteling Radeen soe„ mo Divirio ingevolgen uw hoog Edel„ heedens aanschrijvens van den 5: Iulij deses Jaar buijten eenige verwagting zijnde om aan de Stranden ge„ holpen te werden heb ik x zulks zyn hoogheit blijkens nevens gaande Missive door mij aan dien voots geschreeven geommu„ Aan Als vooren niceert Van Iavas oostcust den 10 Novemb: 1764 niceert, en teffens den Tweeden resident aan dat hof, Lapro, gelast, den sulthan„ bij aldien daar over eenige hevigheijt of geenelijkheijd mogt ontstaan, met alle minnelijkheijt naar vermogen ter naderzetten weswegens ik het effect en antwoord van den vorst zelfs eerstdaags te gemoet zie, inmiddens uw hoog Edelheedens eerbiedig ter ken„ nisse brengenden dat ik uijt kragte van de qualificatie, volgens boven ge„ melde Missive van den 5:' Iulij tot Twee„ de Regent van coedus heb aangesteld Maar Iopo Coesoemo zoon van den tegenwoor„ „digen eerste Regent Tjandro Troeno do„ welke tot hooge Jaaren komende dat Regentschap alleen niet wel kan bestieren terwijl, na de dood van den dit vader Regenschap alleen op den Zoon kunnen vervallen; om te voldoen aan den teneur van uw hoog Edelhedens secrete Resesolutie, op de memorie van den heer Hartingh, Jk 125 Van Iavas Oost Cust Den 10:' November 1764 Ik versaake dierhalven een acte voor desen 7. Iongeling, die zeer goede hope van zich geeft, als tweede Regent van Coedus onder den titul van jngabij Jojocoesoemo. als meede onder Reeds bij brieven van den 20 7ber: verzogte Acte voor den Tommongong soera Diredja als Tweede Regent van damaks „overige Voor 't oordeele ik van mijne schuldige gehoudens te zijn uw hoog Edelhedens te verzekeren, dat de algemeene toestant van Java wen schelijk is, en bij verder genot van 's heenels dierbaare zeegen alles goeds belooft. Ik leve in een gewenschte harmonie met de vorsten die in alle omstandig Ct „heeden blijkens geven, en mij verseke„ „ren onveranderlijk aan de vrinden bondgenootschap van de E Compagnie g'attacheert te zullen blijven. want schoon de sulthan, naar zij„ „ne bekende driftige constitutie nu en dan wel eens verstoort 4 en Twee „ gh, Van Iavas oost Cust den 10 Novemb:r 1764 en drieftig werd, zo gaat zulks niet verder dan op zijne onderhorige of die zyn hoogheijt oordeelt daar van oorzaak te zijn, edoch ten op zigte linje van D' E Comp: blijven betuijgingen Even wel meenend voor dezelve De Panambahan van Madura, Juist alles niet maar zijne verkie„ zing en zinlijkheijd ziende uijtval„ len is wel eens voort een korte wijl wat onvergenoegt, maar zulks gaat schielijk weder over en is thans zo wel als de overige Regenten vergenoegt en dus niet te vreezen, dat de nog woelende singosarie, Schoon zyne hoop thans weder begint te accressen ren eenige in vasie met veel vrugt zal in 't werk stellen te mier '& alomme en waaken oog aan de grenzen werd gehouden om niet overvallen te worden. Tot de voldoening van den grooter eisch van Rijst bestaande in 7500 lasten is alomme het nodige besteld en niet tegen 127 Van Iava oost Cust den 10. Novemb:r 1764 tegenstaande het gewas niet over al wert eens geslaagt, zelfs op verscheijde „platzen slegt uijtgevallen is, zo is echter nog eenige, dat deselve is het niet geheel, ter minsten bij na, zal voldaan werden- Wenschelijk zoude het zijn, bij 6 aldien ik uw hoog Edelheedens konde verzekere, dat de leverancie van de Jndi„ „go meede aan mijne geuurige aanspoe„ ringen, en de aanwending van alle mogelijk middelen zoude beant„ woorden edoch de excessive regen genoegzaam maanden agter een en nog bij Continuatie vallende heeft de Nila-planten doen verrot„ „ten, en zal dus veroorzaken, dat den insaam op verre na 't niet zal eevenaater de Jongst gepasseerde leve„ rantie 't welk aan 't menschelijke vermogen niet kan g'attribueert werden. voorst zijnde Pagt en Tjattjas pen„ ningen d
English
From Java's East Coast the 10 November 1764 have already arrived, add here, as evidence of Java's flourishing present condition, that in 13 months here from this coast 53 ships, besides some lesser vessels, have obtained their cargo. I wish that God may please to preserve these and other Company garrisons and interests further under his protection; whilst I remain with the greatest respect and high esteem. Below stood: Your Right Noble Excellencies' entirely humble and obedient servant. Was signed: W: H: van Ossenbergh. In the margin: Samarang the 10th November Anno 1764. Below that: P.S. I humbly have the honour to offer Your Right Noble Excellencies an original letter from the Sultan, of which the translation, according to the received copy, is enclosed herewith. Batavia 129 From Java's East Coast the 14th November 17164 Batavia. To as before In accordance with what was respectfully shared in my humble letters of the 10th current, having written to the Sultan concerning his favourite Soemo Diwirio, I have the honour now to communicate that I yesterday obtained an answer from that monarch: enclosing the copy translation herewith, from which Your Right Noble Excellencies, if you please, will be able to observe 1764 130 From Java's East Coast the 14th November 1764 observe that His Highness, although initially somewhat agitated, nevertheless contrary to expectation answered everything with friendliness. And since the said prince summons both his favourites Soemo Diwirio and Rono Mangolo back to court, I shall let them depart thither tomorrow under a polite covering letter. Concluding this herewith, I profess to remain with the greatest respect and high esteem. Below stood: Your Right Noble Excellencies' entirely obedient servant. Was signed: Willem Hendrik van Ossenbergh. In the margin: Samarang the 14th November Anno 1764. Examined Sworn Clerk 1
Dutch transcription
Van Iavas Oost Cust den 10 November 1764 ningen reeds ingekomen, stellen hier tot blijk van Iavas florisanten tegen„ woordigen toestand nog bij, dat in 13 maanden alhier van dese cust 53 scheepen behalver nog eenige mindere kielen, haare lading bekomen hebben. Ik wensche, dat God, deze en andere Comp: bezettingen en belangens weder onder zijne protectie gelie„ „ver te conserveeren; terwijl ik niet de meeste eerbied en hoog agting verblijve. /:onderstond. uw hoog Edelhe„ dens gansch onderdanige en gehoor„ zaame Dienaar /:was geteekent:/ W: ht van ossenbergh /:inmargine:/. Sama„ „rang den 10:' November A=o 1764 / daar onder P: S: ootmoedig heb ik de heruw hoog Edelhedens een origineele brief van den sulthan van te bieden, waar van het Translaat /:volgens ont„ fangen Copia:/ bij deze verzullende is. Batavia 129 Van Iavas Oost Cust den 14:' Novemb:r 17164 Batavia. Aan Als vooren Ingevolge het in Eer„ „bied bedeelde bij mijne onder„ „danige Letteren van den 10=e Courant aan den sul„ than, wegens zinen gein„ Stoling Soemo Diwirio geschreeven hebbende, heb ik de Eere thans te com„ „municeeren, dat ik gis„ „ten van dien vorst ont„ woort erlang heb: Leggende het Copia Translaat hier nevens waar uijt uw Hoog Edelheedens, des gelievende zult kunnen E beoogen 1764 130 Van Iavas oost Cust den 14:' Novemb 1764 beoogen, dat zij hoogheit, schoon in der beginne wat aangedaan, echter tegen verwagting alles met vriendelykhyt b'antwoort. En nademaal de voots beide zyne gunstelingen soe„ „moe Diwirio en Rono Man„ golo, weder ter hove ontbiet zal ik deselve morgen on„ der een beleefd geleijde briefje derwaarts laaten vertrekken. Hier meede deze fineeren„ de betuijge ik met de meeste Eerbied en hoog agting te ver„ blijve. /onderstond:/ uw hoog Edelhedens gansch gehoorzaa„ men Dienaar /:was geetekent:/ Willem hendrik van Ossen¬ bergh /:in margin:/ Samarang d/en 14: November: Anno 1764.— Nagezien E Getw: Klerk 1