Inventory 3124
Surat · 838 pages · 151 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Banda, the last of August 1764 must continue to sigh under suspicions of infidelity and dishonor, an expatiation, Right Honorable Sirs, which I deem necessary not by virtue of an acknowledged axiom that bad cases are usually described at great length, but out of consideration of my fundamental complaint, that through the wrongful contentions of the visitor-general I see myself placed in the difficult predicament of having to do battle against a man such as Gerrit Aansorg, who in the service of the Company in this Province has done quite as much harm as my own actions, on the contrary, have in many notable respects been pleasing and applauded, and indeed in whose favor it will never be possible to demonstrate that my attentive actions and proceedings aimed at anything other than the true, essential, and genuine interest of the Company. To that end, I appeal once more to the letters and enclosures of the current year, to the unshakable evidence related thereto, to the tranquility of my conscience, and to the offer to undergo not only the sharpest investigation but also the heaviest punishment if it can be proven to me that, under the pretext of the master's interest, I have sacrificed my fellow man to malicious impulses. It has pleased Your Right Honors in your most generous grace to appoint me as governor and director over the troubled Banda. After enduring a fateful journey, I have had the good fortune to restore most matters without enjoying any facilitation in the manifold, laborious, and vexing activities of that time from the personnel of that day, consisting of that incompetent senior merchant Aansorg, the debauched Captain Hamer, the mindless fiscal Lacase, and the entirely untrustworthy junior merchant Vlaming; while with regard to the unfaithful cashier Poondorff, the dangerous informant Joostensz, the fraudulent shopkeeper Mickes, and various others of that caliber, I continually had to persevere against all kinds of vexatious encounters before being able to advance the compensation of the Company—and indeed a compensation that had no private motives, but was founded on an unyielding intention to serve the Company faithfully and to execute the earnest orders of my highly illustrious superiors with all might and main, although to my particular regret, through lack of information and elucidations, I in various respects did not hit the right mark or failed to understand the finer points of the matter. If one now weighs all this with some accuracy, adding thereto Your Right Honors' satisfaction over many notable redressings, and at the same time noting the increase of profits and the reduction of burdens in the book years 1761/2 and 1762/3, amounting in the first to ƒ 19799:12:8 and in the latter to ƒ 38637:2:—, or together a favorable difference of ƒ 58436:14:8, in spite of the heavy fortification expenses, then this confirms all the more that I entertain no other thoughts than to give Your Right Honors satisfaction and to fulfill with the utmost promptness, to the best of my ability, the good expectations which were held on the occasion of my appointment, and regarding which I plead that not a single iota be diminished, no matter how much the visitor-general, through his erroneous representations, seems to have effected an unfavorable opinion of my administration, in which, according to my supposition, some accessory circumstances with relation to Hinsch in the matter of the charges and to the senior merchant Aansorg through the error in the spice accounts discovered at Batavia, along with the elucidation obtained at the aforementioned place concerning the shop entries, have resulted in disgruntled matters, as the general letter of the 9th of February 1764 shows. But far from repeating here that which has already been circumstantially and distinctly dealt with elsewhere in a certain report of the 16th of January of this year for the refutation of the accusations, I will, with respect to the presumptive points of grievance just cited, present in all submission briefly that Hinsch must impute the charges of the 2nd of July 1763 to the senior merchant Aansorg, and that the latter likewise needs to explain why he did not bring that finding to light when Hinsch was still present in the roadstead and in a position to answer for himself. Furthermore, from the entries charged to Hinsch by an earlier resolution of the 27th of December 1762, no presumption of partiality can be drawn, because one could not judge here the validity of the proofs that he presented in Batavia, although their production does not remove the fundamental probability that such repairs were perhaps carried out elsewhere, but erroneously charged to the account of Lonthoir and Pooloaij, taking into account the general turmoil of that time, the sad state of Mr. Barriel, and the indifference of the senior merchant.
Dutch transcription
Van Banda den laaste aug„s 1764 verdenkingen van ontrouwe en eerloosheijt moeten blijven sugten, een uijtwijding hoog Edele Heeren, die ik noodsakelijk oordeele niet uijt hoofde van een g'agnosceeeld apiome dat quaade saden doorgaans wijdloppig beschreeven worden, maar ter Consideratie van mijn fondament„ beklag, dat ik door de verkeerde sustenues van den visitateur generaal mij gebragt sie in het strijd ritieder pak omme te kampen tegens een man even als gerrit Aansorg, die in den dienst van de Compagnie te deser Provincie ruijm soo veel quaaet gedaan heeft als mijne verrigtingen ter Contrarie in veele notabele op sigten aangenaam geweest ende g'applandeert sijn, en wel ten wiens faveure nimmer sal konnen aangetoont worden, dat mijne consen„ „tive handelingen ende procedures ijtsan„ „ders, als het ware wesentlijke en waarag„ tige intrest van de Compagnie b'oogt hebben, ik beroepe mij tot dien eijnde nog„ „maals op de brieven en bijlagen van het lopende Jaar, op de onwrikbare bewijsen daar toe relatieff, op de grustheijt mijner Concientie, en op de aanbieding om niet alleen het scherpste ondersoek maar ook de swaarste straffe te willen ondergaan, indien mij kan overtuijgen dat ik onder praeteijt 's meesteren belang, mijnen even naasten aan quaadaardige driffzen soude hebben gesacrifieert, Het 361 Van Banda den Laaste Aug„s 1764 Het heeft UW hoog Edelheedens goeder„ tierensten behoogt mis aan te stellen tot gouver „neur en directeur (over het verwarde Banda, ik hebbe na eene uijtgestane fatali reijse het geluk getroff=en de meeste saken te herstellen sonder van de toenmalige lieden, bestaan hebben„ „de in dien onbequamen oppercoopman Aandorg, den gedebareeheeden capitain Hamer, den memorielosen fiscaal Lacase, en den nergens in te vertrouwen ondercoopman Vlaming, eenige facilatie te genieten in de veel valdige opereuse en ratelijke besigheeden van dien tijd, terwijl in het reguard vanden ontrou„ „wen Cassier Poondorff den gevaarlijken overdrager Joostensz: den frandulentten, win„ „kelier Mickes, en verscheijde andere van dat alloij bij Continuatie hebbe moeten voorstellen, tegens aller hande verdritige rencontres, al„ „vorens het de domagement van de Comp. te bevorderen, en wel een dedomagement dat geene particuliere venes gehad heeft maar gevestigt was op een onversettelijk voornemen om de Martschappij getrouw te dienen mitsgaders de ernstige beveelen mijner hoog illustre oppergebiedens met kragt en magt uijttevoeren, hoewel ik tot mijn bijsonder leetweeden door gebrek aan onderigtingen ende clucidaties, in verschijde opsigten e het regte oogmerk niet getroffen dan wel het fijne vande saak niet begreepen able hebbe„ als 764 3: Van Banda den laaste aug„s 1764 Als men nu dit aller wat nau w' keu„ „rig pondereert, daar bij voegende de satisfactie uwer hoog Edelheedens over veele notabele redresser en teffens lettende op de vermeer„ „dering der winsten jtem de vermindering 176½. 176 2/3 beloopende der lasten inde boekjaren & op de eerste ƒ 19799: 12:8: en op de laatste ƒ 38637:2:— ofte samen een voordeelig verschil van ƒ 58436:14:8: in nen wil vande sware for„ „tificatie ongelden, dan confirneert sulks nog al nader, dat ik geene andere gedagten foreere als om uw hoog Edelheedens genoegen te geven en met d' uijterste promptitude na vermo„ „gende mogelijkheijt te voldoen aande goede verwagting deese ter occasie van mijne aanstelling gehad hebben en waar omtrent ik suppliceere gehad hebben en waar omtrent ik suppliceere geen jota mag worden afgenomen hoe seer ook de visi„ „tateur generaal door sijne verkeerde voordragtig eene nadeelige opinie van mijn bestier scheijnt g'effectueertte hebben in dewelke mijns vermoedens door eenige accessoire omstandigheeden /:met relatie tot Hinsch in het stuk der belastinge en tot den oppercoopman Aansorg door het te batavia ontdekte erreur in despecerij historie; benevens de ter evengemelte plaatse erlang de elucidatie van de winkel posten van sacken chagrmurt gevolg geweestn, als de gemeene missive van den 363 Van Banda Den Laaste Aug=s 1764. —. den 9:' febr: 1764. aantoond, maar verre van hier te her„ haalen het geene toe reecutatie der beschuldigingen in Seker berigt van den 16: Jann: deses Jaars bereets op een andere plaatse omstandig en distinct verhan„ delt is, sal ik ten respecte der soo even aangehaalde praesumptive poincten van beswaarnisse in alle submissie kortelijks voordragen dat Hinsch de belastingen van den 2:' Julij 1763. moet impu„ teeren aan den oppercoopman Aansorg, en dat dese van 's gelijker diend teweeten waarom offe hij die bevinding niet in het ligt gebragt heeft toen Hinsch nog in loor tegenwoordig en in staat geweest is, omme sig derweegens te verantwoorden, konnende verdres uijt de hem Hinsch bij eene vroegere resolutie van den 27: xber: 1762. opreekening gestelde posten geene vermoeding en „n partialiteijt getrocken worden want men hier niet konde oordeelen over de validiteit den bewijsen die hij te Batavia vertoond heeft, schoon ook der selver productie niet wegneemt de fondamenteele vermoede„ „lijkheijt, dat sodanige reparaties misschien elders gedaan, maar abusivelijk ten lasten van Lonthoir en Poeloaij opgebragt zijn, reguard genomen op de toenmalige alge„ „m eene brouilleries, op de droevige staat van den heer Barriel, op de onverschilligheijt van den oppercoopman 1764 3:e aa s
English
From Banda, the last of August 1764. Senior Merchant Aansorg, on the obstinacy of the subordinate servants and how everyone has sought to fish in such troubled waters as well as to enrich themselves in all kinds of ways to the detriment of the Company. Then, concerning the sea cucumbers, Hinsch, upon the first inquiry, declared that he did not know what he was supposed to do with them, as they had been transported by night and unseasonable hours from Neijra to Spaantje, and for that reason were conveyed from there to a Company post, namely Bejauw, without my having made any use of them, directly or indirectly. This is now the resolution of the first grievance, with particular reference to the former wharf overseer Hinsch. From this I proceed to the second, concerning Senior Merchant Aansorg, and specifically, to begin with, the history of the spices brought into account by resolution of 26 August 1763. Regarding which the visitor-general, having barely received the trade papers, immediately discovered that such a deficit of spices was caused by an oversight in the books, and which had been permitted by Banda resolution of 4 August 1762 as a delivery and accounting of 9681 lb of lean and 1452 lb of broken nuts. The extract of the resolution relating to this from the last-mentioned date had been delivered to the trade office, and consequently it was not necessary to falsify the books and appendices in order to find a result that could very easily and blindly have been found through the booking of the aforesaid rectifying entry. It was also not part of my department to check whether the redress granted on 4 August 1762 had been executed, for Aansorg as head administrator and the writer as well as drafter of the misled Banda trade books of 1761/2 were obliged in several capacities to pay attention to this, and no one will dispute that the one as well as the other had plenty of time from 27 December 1762 to 26 August 1763 to recollect their thoughts on this capital point, in order to discover the original root cause of such a remarkable deficit of spices. All the more because in this strange case another strange speculation bubbles up, consisting in this: that one part of the aforesaid extracts in the falsified and in the corrected books was charged to the account of Aansorg, but the other part—namely, to credit them at the same time as having been shipped off in greater quantity—was overlooked (it is truly completely incomprehensible), whether this occurred through negligence or whether it was done intentionally and premeditatedly. In neither of the two cases can the least presumption ever militate against me, for then I would also have carefully refrained from making such a large and public inquiry into the reasons and motives for the falsification of the books, and even more from demanding such a serious accounting from Senior Merchant Aansorg on that account. While regarding the history of the shop entries, it is most respectfully submitted for the consideration of Your High Nobilities the speculative attitude of the aforesaid Aansorg upon receipt of the linens from Mickes: he debits me for them on 29 January 1762 in the private warehouse book; he notes the payment made by me on 5 March of the very same year; he nowhere protests against this delivery by Mickes; he nowhere makes any mention in the specification of the head administration of those shop linens handed over to him by Mickes and paid for by me; and having always left me under the impression that, just as the linens were truly paid to the Company, so too no doubt could be cast upon the liquidation of the shop cash, he furthermore left this entire history on 26 August 1763 beyond all contest and question, with no other intention than to imperceptibly lead Your High Nobilities into the notion that I had wished to harm him in that manner intentionally and in bad faith. I am therefore very willing to admit that these briefly illustrated mysteries, clothed as they were in outward appearance with some plausible circumstances, must have moved Your Nobilities to view my manner of thinking and acting with indignation. Yet I remain confident at the same time that the counter-solutions presented against them, grounded on formal evidence, will vice versa find complete acceptance, be fully credited, and be followed by an absolute acquittal from permitted harshness, wrongful injury, and persecution. My hope in this matter is all the greater on account of the enormity of the undertakings of the visitor-general directly suspecting me of an altogether unfriendly conduct and an injustice mingled therein regarding Senior Merchant Aansorg and Carolus Joosteijk. Further. 1764. 3rd Part.
Dutch transcription
Van Banda Den Laaste Aug=s 1764. opper Coopman Aansorg, op de baloorig heeden der minde„ „re dienaren en hoe elken een getragt heeft in zulken troebel water goede vangst te doen mitsgaders ten nadeele van de Comp: op allerhande manieren te verwijken, Dan belangende de Swalpen heeft beswagen van Hinsch op de eerste navirige betuijgt niette weeten wat hij daarmeede moeste uijtvoeren, als sijnde bij nagten on„ „tijden van Neijra na Spaantje bij gestransporteert en om die reden van daar na een Comp: plaats nament„ „lijk Bejauw vervoerd, sonder dat ik daar van direct nog indirect eenig emploij gemaakt hebbe, dit is nu de oplossinge van het eerste gravamen met bij. sondere betrecking tot den gewesenen werff op siender Hinsch, ik stappe hier van over tot het tweede den oppercoopman Aansorg specteerende, en wel aanvankelijk het historiaal van de opreekening gestelde specerijen bij resolutie van den 26:' aug=s 1763. waar omtrent den visitateur generaal de negotie papieren nauwlijks ontvangen hebbende ter stond ontdekt heeft sodanige te kort koming van specerijen te sijn veroor„ saakt door eene inde boeken over het hoofd gesiene, en bij Bandase resolutie van den 4: augustus 1762. toegestane opbreng en aanreekening van 9681: lb: magere en 1452. lb: stuckende nooten het hier toe opsigtelijk 365 Van Banda Den Laaste Aug=s 1764. opsigtelijke resolutier extract van Laastgem: datum was ter negotie Comptoire besorgt, en gevolglijk niet nodig de boeken en bijlagen te vervalschen omme een facit te vinden dat door de imboeking van voorsz: redrespost seerligt en blindelings hadde konnen gevonden worden. het was meede niet van mijn depar„ „tement omme na te gaan off men het in dato 4:' aug=s 1762. vergunde redres volbragt hadde want Aansorg als Hoofd administrateur en de uit als mede concipieert van de verbeleiden Bandase negotie boeken van 176: ½. sijn in verscheijde betreckings verpligt geweest hier op te letten, en niemand sal bedisputeeren dit den eene sowel als den andere van den 27:' xber: 1762. tot den 26:' augustus 1763. tijds genoeg gehad. hebben hunne gedagten op dit capitale poinct te recolleeren, omme de pri„ mitive grond oorsake eener soo na denkelijke minderheijt van specerijen te ontdecken te meer in dit wonderbare geval nog eene won„ „derbare speculatie op borrelt hier in bestaande dat men het eene gedeelte van voorsz: extracten bij de vervalsche en bij de verbeterde boeken tot las„ ten van Aansorg ingenomen heeft, maar het andere gedeelte namentlijk om deselve als meerder afgescheept hebbende teffens in Credit Van Banda Den Laaste aug=s 1764. Credit afteboeken /: het is waarlijk gansch onbe„ grijpelijk :/: over het hoofd gesien heeft, het sij dat zulks mogte geschied sijn door nonchalance het zij dat sulks mogte gedaan sijn met op set en voorbe„ „dagtelijk in geen van bij de gevallen kanooijt de minste presumptie tot mijnen lasten militeeren, want dan soude ik in ook wel soigneuslijk ge„ wagt hebben nade redenen en motiven van het vervalschen der boeken zulks groote een openbare en queste te doen, en nog meerder omme der opper„ Coopman Aansorg dierwegens eene soo ernstige verantwoordinge aftevorderen. Terwijl ten belan„ ge van het historial der winkelposten uw Hoog Edelheedens eerbiedigst in overweginge word gegeven de speculative houding van voorn: Aansorg, bij ontvangt de Lijwaten van Mickes, hij debiteert mij voor deselve op den 29:' Januarij 1762. in het particuliere pakhuijs boekje, hij annoteert de door mij op den 5:e maart des eijgensteve Jaars gepresteerde betaling hij protesteert nergens tegens dese opbreng van Mickes hij maakt van die door Mickes aan hem overgelangde en door mij voldane winkel lijwaten in de specifica„ „tie van de hoofd administratie nergens eenig gewag en mij altoos in de verbeeldinge gelaten hebbende dat gelijk de Lijwaten waarlijk 367 Van Banda Den Laaste Augustus 1764 waarlijk aande Comp: betaalt waren, dusoote aan de liquidatie der winkel contanten niet mogte getwijffels worden, heeft hij daar te boven dit gansche hittoriaal op den 26 Aug 1763 buijten alle contest en bedenkelijkheijt gelaten met geen ander insigte, als om uw hoog Edel heedens ongevoeligte te brengen in het denk„ „beelt als off ik hem op die wijse met op„ set en ter quader trouwe hadde will in benadeelen. — Ik wil dan seer gaarne toestemmen dat dese kortelijks g'illustreerde mijsterien, als op het uijterlijk aansien met eenige waar scheijnelijke omstaandigheeden bekleed uw delheedens hebben moeten permoveeren om mij manier van denken en doen met indignatie te beschoouwen, doch ik blijve mij terselve tijd dat, de doar tegen geregereerde oplossingen ge„ grond op farneelen bewijsen wiseversa volkomen ingres sullen vinden ten vollen g'accrediteert worden en daar op volgen eene absolutie vrij kennenge van gepermitteert hardikheijt verongen lijvinge ende persecutie, sijnde mijne hope op dit stuk deste grooten uijt hoofde van de onormitijt der onderkemingen van den visitatien generaal met mij directte verdenken, van een allesints onvrindelijk gedrag en eene daar onder gemengeden inpistitie omtrent den oppercoopman Hansorg en Carolus Joosteijk voorts 1764 3e Jeu
English
From Banda, the last of Aug:s 1764 further indirectly to reproach Your High Nobles that Banda's condemnatory resolution of 26 April 1762 was entirely improperly applauded, or at least that the papers of that time were not properly examined. Terms, High Noble Gentlemen, that I must apply here because the visitor general proceeded according to a chimera derived from himself, and indeed a chimera in the subject case that is all the more remarkable for the reason that to support this assertion he brings forward neither plausible proof nor a probable indication; he merely says that Carolus Joostensz was dismissed to deprive Stansorg of a most necessary piece of furniture. On the contrary, I demonstrate in the most comprehensible manner that Stansorg was done a great service by relieving him of such a harmful subject. His statement is unfounded and fantastical; my demonstration against it, however, is valid and corroborated by convincing pieces of evidence. What is more, the visitor general wishes to induce Your High Nobles to believe that it could well have been foreseen by me that Stansorg, without a good copyist, could produce no good books; and I prove with arguments and examples to have effected everything both by instructions and by examples and From Banda, the last of Aug:s A:o 1764 by the addition of qualified clerks, so that Stansorg might produce good books. I therefore declare, with great humility, that Your High Nobles' approval of 13:e xber 1762 is neither wholly nor partly subject to the slightest reproach of law, as it rests upon the convincing proofs against Carolus Joostensz already sent from here at that time, whose nature to carry out knaveries and frivolities is further proven by the forgery regarding the warrant of 29:e Julij 1761 which remained concealed for so long, in which case the then subordinate duty of the senior merchant Stansorg to support his predecessor governor, the late Mr. Barriel, with counsel and deed is rightfully to be held up by a material impediment, so that here one could not arrive at a partial decision before 24 Maij 1764, wherein nevertheless his private interests were also employed, and where otherwise, upon a highly indebted earlier revocation of this villainous piece, it would not have been necessary to trouble Your High Nobles with this final disposition, by respectful general letters of 16 Julij recently past, always From Banda, the last of Aug:s 1764 All this secretive withholding by the senior merchant Stansorg, adding to his inattention concerning the embezzled bill of exchange warrant of 2:e 7ber 1761; to his indulgence regarding the dishonest dealings of various other servants; to the general neglect to which his slight oversight and necessary few have greatly contributed; to a persistent unwillingness to make himself qualified for the service of the Company; to the collusions with the commissioner Asschen to keep, without prior knowledge of the governor, two thousand rd:s clandestinely in his possession; and to the careless oversight in the chief administration entrusted to him over church monies etc., but above all the principal article of spices; so can indeed nothing else spring forth from it than an undeniable certainty of the trouble, grief, and vexation brought upon me in the service; yea, upon all these, let the following consideration be added of the redresses and indemnities viewed through Your High Nobles' grace. From Banda, the last of August 1764. Well now, what conclusion must the same yield once more? Surely none other than a true and steadfast intention of faithfulness, and an unadulterated ambition for the actual execution of the good for which Your High Nobles have been pleased to dispatch me hither. It is also so far from assuming, under the pretext of this good, a right to do evil, that I, on the contrary, with a pure conscience, calmly dare to maintain that in all occurrences of affairs and circumstances I have carefully guarded myself against evil actions; at least not actions that one could suspect to be mixed with intentional malice and executed fraudulently, whether they might have served for the oppression and persecution of the Bandanese in general, or otherwise to the notable prejudice of the Company and its servants in particular; for, as the first requires no further refutation due to so many proofs alleged at another time and place, for the second a very corroborative means can be found in my favor in the resolutions taken concerning the affairs of Aansorg and Joostensz since my administration, since instead of supposed damages it shines through from all sides how the
Dutch transcription
Van Banda Den laaste Aug:s 1764 voorts uw hoog Edelheedens indirect te verwij len het bandas condemnatoir besluijt van den 26 April 1762 gansch oneggentlijk g'applauteert off ten minsten de papieren van dien teijd niet na behooren g'examineertte hebben. - Ter men hoog Ede heeren die ik hier moet applicceeren om dat den visitateur generaal tewerk gegaan is, na eene van hem selve dierivabele Chimeri en wel eene Chimere in cas subject deste aanmerkelijken om redenen hij tot dus ad strictie nog een aannemelijk bewijs nog eene waarscheijnelijke indisie bij brengt alleenlijk zegt hij, dan men Carolus JoostensE afgeset heeft om stansong van een aller noodsakelijkst meubel te berooren ik toone ter contrarie op de bevatte lijkste wijse aan dat stansorg een grooten dienst gedaan is om hem van sulken schadelijk subject te ontlasten zyn seggen is ongegrond en phantastuij mijn aantonig daar tegen vala„ bel en gecorroboreert overtuijgende bewijs steuken wat meer is den visitatien generale wil uw hoog Edelheedens induceeren; door mij welte hebben konnen voorsien worden dant stansorg sonder een goed overdragen gene goede boeken konde te voorscheijn brengen en ik probeen met argumenten exempelen alles te hebben bewerk stelligt en door onder Rigtingen en door exemplaren en Voor 369 Van Banda den laaste Aug=s A„o 1764 daar toevoeging van gequami pennisten op dat sansorg goe boeken mogte produceeren. - Ik verklare dier halven uit de groote orgmoe „digheijt uw hoog Edelheedens appondissement van den 13:' xber 1762 nog geheelijk nogten deelen de allergeringste reproche van regten subject is als steunende op dereed in dien tijd van her toegesonde Convinceerte bewijsen ten lasten van Carolus Joostensz wiens na tuwel„ ^om quyterijen en vertiliteijt ^ uijt te voeren door het soo lang verborgen geblevene falsum omtrent de or„ donnantie van den 29:' Julij 1761 nader beweesen word en in welk geval geval de toenmalige melig onderschulligheijd van den oppercoopman Stansorg om sijnen Caderien 9. „nen gouverneur wijlen d' heer Barriel mit raat en daat en daad te appuijeeren ter reg„ ten te houden is door een wesentlijk inpedi„ ment, dat men hieroon niet voorden 24. maij 1764 tot eene gedeeltelijke den sie heeft konnen treeden daar nogthans sijnde particuliere belanges daar bij mede geemploijeert geweest sijn en daar anders bij bij eene hoogverschul digdo vroegeroe revekatie van dit van dit vilaine stuk uit nodig hadde geweest uw hoog Ed„s met dus finale disposit lastig te wallen, bij eerbidig gemeene letteren van den 16 Julij Jongstleeden altoos Van Banda Den laaste Aug:s 1764 Allans dese sepecutatie agter houdensheijt van den oppercoopman stansorg voegende bij zijn inattentie ten belange der verduijsta de wissel ordon„ nantie den 2:' 7ber 1761. bij sijne in dulientie J omtrent de oneerlijke gedoentes voor verscheij andere dienaren bij de generale verwaarlosinge waartoe sijnen geringe toesigt en nodige wijnigen seer gecontribueert hebben bij eene perseverantie onwilligheijt om sig tot den dienst van de Comp: bequam te maken bij de konkelarrijen 67 met den gecommitteerdens Asschen van om sonder voor kennis vanden gouverneur twee duijtsent rd:s Clande sturre onder„ „sig te houden en bij de stordig toesigt in de hem toeven tronde hoofd administra booven tie kerkgelden &:a maar ^ allen het voorname articul van van specerijen. soo kan immers daar uijt in't ander voort„ wis spriigtenalsene onbetaatelijk evidentie van de mij toe gebragte moeyte verdrect ende hatelijheijd in den dienst, Ja op dese alle dan laten de volgeneen attentie over voeging vande door uw hoog Edelheedens gratie beschoúwde 371 Van Banda den laatste August„s 1764. — beschouwde redressen en de domagementen, wel aan wat con„ „cludentie moeten deselve alweder uijtleveren immers geene andere als een waaragtig en onversettelijk, voornemen van getrouwigheijt, en eene onvervalschte ambitie ter dadelijke verrigting van het goede waar toe uw Hoog Edelheedens mij her„ waarts hebben gelieven te despecieeren het is er ook soo verre van om onder pretent van dit goede een regt tot quaad doen aan te matigen, dat ik ter Contrarie met een suij„ ver geweeten gerustelijk dartfproneeren mij in alle oc„ currentie van saken en onstandigheeden voor quade actien wel soigneuselijk gewagt hebbe immers niet actien die men soude konnen vermoeden met een opsettelijk quaat gemel„ „leert en doleuselijk volbragtte sijn, het sijdatje mogten ge„ „dient hebben tot onderdreukenge en persecutie van de Ban„ „daneesen in het generaal, of anders tot merkelijke preju„ ditie der maatschappeij en naer dienaren in het bijsonde„ „re want het eerste door soo veele op een andere teijt en plaat„ s„o g'allegueerde bewijsen geene nadere refutatie vereij„ schende, kan voor het tweede in mijn faveur een seer adstructieff middel ge„ „vonden worden in de besluijten sedert mijn bestier over de saken van Aansorg en Joostents genomen, nademalen in steede van vermeen„ „de schadens van alle kanten doorstraalt, hoe de
English
From Banda, the last of August 1764. the Company is thereby greatly advantaged in different respects, partly by securing Your Honours in the handling of an important administration which the Senior Merchant Aansorg has managed entirely carelessly, and partly by relieving Your Honours from Carolus Joostensz as an individual who in composing the trade papers contributed nothing but fraud, deceit, and forgery. On these grounds, Right Honourable Gentlemen, may I be permitted to ask most submissively about the damages suffered by the Company through my actions, and that I, notwithstanding this, must be judged jointly and severally liable for all consequences already arisen and yet to arise. It is remarkable in matters and circumstances where I in no way acted separately or arbitrarily, but deliberated and decided jointly with the Political Council without anyone's protest, which was unanimously maintained to be absolutely necessary and inevitable for the service of the Company to prevent greater confusion and inconveniences. Over and above this, when comparing the points brought forward in my time against 373 From Banda, the last of August 1764. against Aansorg with the missteps for which he was categorized as a malevolent person and breeder of discord by the Banda resolution of 20 August 1760 and was dismissed from the service, it is clearly evident upon evaluation that under my administration, although specified in greater detail, the matter was handled with considerably less éclat and indeed with much greater discretion and politeness, as shown by the resolution of 24 January 1764. A truth so certain, so indisputable, and so true that I must grieve over the possibility that I could nevertheless be held liable for any sustained alleged judicial consequences, whereas one should properly recover and bring home such supposed detrimental consequences to the aforementioned Aansorg, as the author of the evil remedied by me, at least so far as the latter could with any possibility have been adjusted in proportion to the poor state of his household affairs. Never have I engaged with him in any improper dealings at the expense of the Company; never have I given any admission to his unbecoming proposals; on the contrary, From Banda, the last of August 1764. on the contrary, I have cared for the Company's damage; I have not allowed the evil carried out before my arrival to take deeper roots; I have in good time consistently prevented the Company from being any longer so unfaithfully served. And if these measures of precaution and diligence applied by me with seriousness should be regarded as hardships or as a despotic power, or otherwise served up by the allegedly injured parties with embellished insinuations and fabricated accounts, I am fully prepared to expose myself to the sharpest inquisitorial investigation and the most precise judicial proceeding, if it were necessary to bring my innocence, my impartiality, my disinterested conduct, and my zeal for the Company's interest more clearly to light than has already been done. Forgive me, Most Illustrious Supreme Rulers, that I write here with such frankness; it is the fullness of the heart that urges me on, and the purity of my conscience by which I am prompted to the defense of my honour and reputation, but above all against the distressing liability 375 From Banda, the last of August 1764. in matters and circumstances where not the slightest trace of my guilt, of my foreknowledge, of my inattention, of my indulgence, or of my complicity exists, and where in the specific cases concerning Aansorg and Joostensz everything was undertaken and effected by me that can be demanded and expected of a resolute governor. Likewise, I may further allege for the sake of completeness that as long as the first-named followed his caprice in the article of the received and accounted-for spices, all kinds of vexatious histories arose therefrom, first in the books of 1761/1762 as evidenced by the resolution of 26 August 1763, and subsequently in the books of 1762/1763 according to the decision of 24 May 1764; however, when seeing the poor success of my well-meaning instructions, I made greater use of the seriousness, authority, and general attentiveness permitted to me, it came about that on the latest shipment dispatched by me, instead of a shortage, approximately 11000 lb of nutmegs were found in surplus, according to the report at the session of 1 July of the current year, on which day it was also resolved to refer to Your Right Honours 1763
Dutch transcription
Van Banda, den laatste August„s 1764. de Compagnie daar bij in differente opsigten grotelijks bevoordeelt is, deels met haar Edele te secureeren in de ma„ „neanee eener gewigtige administratie, die den opper„ coopman Aansorg gansch sorgeloot waargenomen heeft, en deels met haar Edele mste ontslaan van Carolus Joostents als een subject, du in het consu„ ceeren der negotie papieren niet als op bedrog mes„ „tijding en valscheijt toegebragt heeft, op dese gronden Hoog Edele Heeren sij het mij gepermitteert dat ik en biedigst wrage na e schadens, door mijne padecu„ „ties bij den Comp: geleeden, en dat ik dies ongeagt voor alle reets geresulteerde en nog te resulterene ge„ volgen moet in solidum calangabel g'oordeelt worden het is remarquabel in saken en omstan„ digheeden daar ik geensints separatim mogte willekeurig maar met overleg van den politie„ quen raad sonser ijmands protets Conjuitem be„ „aadslaagd en gedesideert hebbe het geene men unanimiter gesusteneert heeft tot preventie van meerder vervaeringen en de ondorko„ „melijkheeden ten dienste van de Compag„ „nie absolut nodig en mnevitabel te zijn, buijten en behalven dit men de bij mijn tijd sumissive opgeborelde pointen tot lasten van 373 Van Banda den laatste Aug„s 1764. — van Aansorg vergelukende tegens de fauxpassen waar over hij ter bandase resolutie van den 20 aug„s 1760. als een quaad willig subject en brouwer van goneenigheeden gecaaptiseert en uijt den dienst geset is als dan adordeelum consteert, deselve onder mijn gedag schoon meerder gesppecseert met vrij minder eclat, e doeh vrij meerdere destretie en politefse behandelt te zijn geworden uijtwijsens de resolutie van den 24. Jan: 1764. eene waarheijt. soo seeker soo onbetwistelijk, en soo waarag„ tig dat ik mij moet affligeeren over de moge„ „lijkheijt om aregter over eenige gesustineerde prett Jusdiciabele sequelen aansprekelijk g'agt te worden daar men onders sodanige vermeende schade„ „lijke gevolgen moet verhaalen en thuijsbrengen op den meergen: Aansorg, als grondlegger van het door mij gergemediteerde quaad, ten minsten soo verre het laatste na mate van de sobere gesteltenisse sijner huijsselijke saken met eenige mogelijkheijt heeft konnen verschikt worden Nooijt hebbe ik mij met hem in eenige verkeerde handelingen ten kosten van de Comp:s in gela„ „ten nooijt hebbe ik aan sijne onbeta„ „melijke voorslagen eenig ingres gegeven, ali Contrarie Van Banda den laatste Aug„s 1764. — â d Contrarie ik hebbe voor sComp: de dominge„ „ment gesorgt; ik hebben het voor mijne komste uijtgevoerde quaad geene deespere wortels laten schieten, ik hebbe intijds vervolgd belet dat de Comp:s niet langen wierd soo ongetrouwelijk bediend en is het dat dese door mij met ernst g'appliceerde mid„ delen van preecautie in sorgdragentheijd, als hardigheeden, off als eene despotiequen magt mogten aangemerkt dan wel door de pretenselijk beleedigde parteijen met vereierde insimulaties en gefingeerde voordragten, ander opgedist worden, ik ben volkomen bereijd mij selve aan het scherpste commisseriaal onder„ „soek en van het alder nauwkeurigste geregtelijk vervolg 't exponeeren waar het sake teffens dat mijne onschuld mijne onpartijdigheijt mijn ong' in„ teresseerden handel en mijne sugt voor 's Comp: intrest nader en klaarden mosten in het ligt gesteld worden als bereets geschied is. vergeefft mij hoog illustre oppergebieders dat ik hier soo vrijmoedig schrijve, het is de volheijt dit gemoeds die mij aanprangt en de suijverheijt mijner consuentie waer door ik aangeset worde ter verdediging van mijne eere ende reputatie, maar boven al te„ „gens de chagrinante aansprekelijkheijt in 375 Van Banda Den Laaste augustus 1764 in saken en gelegentheeven daar van mijn schuld van mijn voorkennisse van mijne onopletterthijt van mijne induegentie in vermijn mede werkinge geven vestigien Extruccse en daar in de bijsonderen gevallen verstansorg en Jostensz dor meij alles geterteers en beweekstilligt is was van een cordaat gouverneur kan gevergt ende verwagt worden, gelijk ik dan ter over vloede nog allegueeren dat soo lang den eerstgen: zijn capries heeft opgevolgt in het artiecul vande ontvangene en weder verant„ woorde speceerent allerhande verdritige his toriale daar uijt ontstaan sijn, Eerst in de boeken van 176½ blijkens resolatie vanden 26. aug:s 1763, en naderhaud ande boeken van 176: 1/3, volgens besluyt van den 24 maij 1764 lederh wanneer ik niets het geringe succes mijne welmenende onder rigtijngen meerder gebruijk maakten vande mij gepermit„ teerde ernst autoriteijt en algemeene oplet„ tershijt, is het toegekomen dat de laaste hier bij den mij rasen afscheep in steede van te kors circc 11000 lb nooten over bevonden sijn na het berigt ter sitting vanden Iulij anni Cu„ rentis, ten welken dage ook beslooten is aan uw hoog Edelheedens _ gedefereert 176 3
English
From Banda, the last of August 1764 to have left to Hansorg as receiver, in order to favor him therewith; the deduction of the Company's claim upon him must, moreover, naturally follow from these arrangements, showing that I have not persecuted nor suppressed that man, but rather promoted his interests; all the more so since it was noted by resolution of 31 August 1761 that, as shown by the inserted account regarding diverse warehouse benefits, I collected the sum of 355 rixdollars and 14 stuivers, and have thus responded both in favor of the arrears of pay to the local church and otherwise. These circumstances, by virtue of their evidence and probability, must suffice, in my opinion, to stop the mouths of the liars and finally cause to vanish like chaff before the wind everything that has been falsely circulated and erroneously divulged up to now to my inculpation. However, to return from this long digression back to the Bandanese, and specifically to Your High Excellencies' recommendations to make this wretched lot bearable for them, I answer to this point most respectfully that when a governor bends every effort continuously to provide the required rice; when a governor earnestly counters the chicanery of the fiscal officers; when a governor encourages the natives through friendly reception and small gifts to bring over the products of their land in abundance; when a governor lets everyone sail according to his choice without demanding anything; when a governor pays promptly and without the least condition for the goods received or purchased from them; and when a governor continually assists most of those small traders, being Bandanese colonists, with money at an interest rate of 1/2 percent per month; I say that with the concurrence of so many hearty supports and effective aids, no one can or may doubt the governor's good intentions and benevolence toward the people entrusted to his care and governance. I presently find myself in such a predicament; I do not amuse Your High Excellencies with wrong representations, I employ no favorable reports to throw dust in your eyes, I in no way seek to dazzle my highly illustrious superiors with embellished stories, I do not intend to abuse adverse parties and make a display of untruthful things, but I stand firm and ask with due modesty whether I may not, with reason, demand gratitude from the Bandanese instead of calumny, and obligation instead of ingratitude. By this, I refer to the ill-disposed, and those who, through family ties or private interest, connive and pull together with the Company's servants. For if one were to examine, in contrast, other upright inhabitants, both Company servants and colonists, one would at once discover how infirm all those informers and defaming accusers stand in their shoes; not to mention that these slanderers, when publicly questioned here on the spot about their clandestine movements and disseminated rumors, play the ignorant, as shown by the general certificate submitted by me, recorded in the resolution of 2 March 1764. Burdening the foodstuffs by means of any taxes was never my intention to carry out, but I dutifully deemed it proper to make payable to the Company what the previous servants of the fiscal had drawn upon the sale of honorable wares along the public roads and in the small stalls. This payment was also set considerably lower than what those unlawful collectors had enjoyed, and not only that, but it was also grounded upon a voluntary offer requested by the sellers. Nevertheless, it has pleased Your High Excellencies to annul this, without this annulment effecting the least reduction in the prices. It has also pleased Your High Excellencies entirely to strike out article 10 of the lease conditions, read in the resolution of 26 August 1763, although the keepers of such public stalls mostly sell all kinds of household sundries and spices, and this notwithstanding that the lease under 30 August 1764 fetched more than in the year 1763. Regarding the baking of bread, the Bandanese resolution of 14 January 1762 must show that the conditions are framed according to the Batavia edict of the year 1669, thus fully agreeing with what Your High Excellencies have been pleased to order concerning the weight; and this will then continue to be observed, and the fiscal will be urged to see to it that the
Dutch transcription
van Banda den Laaste aug:s 1764 gedefereertte laten om Hansorg als ontvange daarmede te begunstigeni de falquatie van sComp: pretinse op den selven moetende overigers uijt den se arrangementen van selve consequeeren, dat ik dien man niet vervolgt nogte gesuppriment maar sijn intrest bevorderft hebbe te meer ook bij resolutie van den 31. aug:s 1769 aangete„ kens is dat ik blijkens g'insereerde reeke„ ning over diverse pakhuijs voor deelen, de som„ ma van rd:s 355. 14- in gecasseert en soo ten faveteren van het agterlijk soldo die wijrase kerk als andersints weder hebbe beantwoord omstandigheeden diewegens hare Evidientie 8 ende probabititeijt mijns beduukus moeten sufficieeren om de loogen den mondte sloppen 6 en eijndelijk eens als haff voor de windt doen verdwijnen, gefts al het geene tot mijne miculpatie verkeerd ongegaand en volschelijk tot hiertoe gedivulgentis g'worden Maar om vandese lange digressie weder tot de Bandaneesen terug te heeren en wel in spece tot uw hoog Edelheedens re„ commandatien om haar dit akelige laat verdraagsaam te maken, soo antwoor„ de op dit point ten alleed erbriedigste dat wanneer een gouverneur over alle boegen toelegt om bij continuatie de benoodigde rijst 377. Van Banda den Laaste aug:s 1764 te besorgen wanneer een gouverneur de kni„ velarijen der Ciscale bediendens met ernst te gen gaat wanneer Een gouverneur door vrin„ delijk onthaal en klijn gifftens de vriendelin„ gen aan moedigt haar lands producten in abon„ dantie over te brengen wanneer een gouverneur elken laat vaaren na sijne verkiesieng sonder ijts af te vorderen; wanneer een gouverneur de van haar ontvangene off gekogte goederen sonder het minste beding promps betaalt; en dit wanneer een gou verneur meesti van die smalle handelaars ban„ dase coloniers sijnde geduuring assisteers met gelden op inptrest tegen ½ p„r C:to 'smaands dat seg ik bij omurrentie van soo veele hertelijke onder steumingen en effective behalpsaan heeden niet kan nog mag getwijffelt worden aan 's gouverneur goede intentie ende welnementlyk voor de volkenen sijner sorge ende bestier tot tatrouwt Ik bevinde mij tegens woordig in sodani„ gen preedikament; ik amasceer uw hoog verkeerde Edelheedens niet geeven ter kurde voordragten, ik bediene wij van geene favorenbele berigte omsand in de oogente strooijen, ik legge geen„ sints toe om mijn hoog Elliestre oppergebieders met verbloemde 176 3 Van Banda Den Laaste aug.:s 1764 verbloemde historialen te eblocisseeren ek buteere geensints om partyen advers te dinigeeren, en door onwaaragtige dingen ten toon te stellen maar ik sette voet bij stek en vrage met behoorlijke moedistie off mij recipacquen met vrg: strit vande Ban„ daneesen te vorderen dank in steede van Calum„ nie en verpligtinge voor ondankbaarheijd ik doele hiermede op de quaadgesinde, en de sulke die door parentage off particulier belang met sComp: diena„ ren konkelm en een lijn trecken, want als men daartegens in het verhoot wilde brengen andere brave in gesitenen, soo Comp: dienaaren als colo„ „nius men soude terstont ontwaren hoe los alle die dilateurs en diffamateurs in hare schoenen stee„ ken, ongereekent nog dat dese Lasteraars over hunne clandestine bewegingen ende uijtstrooijselen in het openbaar hier ten plaatse wordende aan gesprooken de onweetende speelen blijkens het door mij overgelangde generaale Certifucaat bij resolutie van 2. maart 1764. ingeschreven staande. — Het beswaaren der leversmiddelen mijn is nooijt ma intentie geweest door eenige imposten merkstellig te maken maar ik hebben pligtelijk g'oor„ deelt aan de Comp:s te doen betaalen het geene voorkeerende Bediendens 25 379 Van Banda den laatste aug„s 1764: — bediendens van den fiscaal getrocken hebben, eerbaren bij verkopinge van agtbare w haren langs sheeren weegen en in de klijne kramptjes, dese betaling was ook vrij minder gestelt als die onwettige collec„ teurs genooten hadden, niet alleen, maar teffens ook gegrond op eene van de verkopers gedesiveerde vrijwillige presentatie, het heefft nogtans uw Hoog Eds: behaagt sulkste vernietigen sonder dat dese vernietiging in de prijsen de minste diminutie bewerkt, heefft, het is almede van uw hoogd„s wel behagen geweest actb: 10 van de pugt condities te leesen bij resolutie van den 26 aug„s 1763. geheelijk te roijeeren schoon ook de houders van sodanig openbare kraamtjes ten meerendeele snuijse allerhande tot het huijshouden dienstige speece„ dien „reijen verkoopen en dtt dat ong'agt de verpagting sub 30. aug„s 1764 meerder behaalt heeft als in den jare 1763. 6 Belangende het broodbacken moet den banda„ „se resolutie van den 14 Januarij 1762, aantoonen, dat de condities ingerigt sijn na het Batavia placcaat van den Jaren 1669, dusten vollen over een stemmende met het geen uw Hoog Ed„s omtrent het gewigt hebben gelieven te be„ beveelen, en hier op sal dan bij continuatie gepast mits„ „gaders den fiscaal aangeset worden wil toe te sien, dat den
English
From Banda, the last of August 1764. To obscure embellished histories, I do not intend to direct opposing parties or to display them through untruthful pretenses, but I stand firm and ask with due modesty whether I may demand reciprocal gratitude from the Bandanese instead of calumny, and obligation instead of ungratefulness. I aim this at the ill-disposed, and those who through kin or private interest collude and pull together on one line with Company servants; for if one wished instead to examine other honest residents, both Company servants and burghers, one would immediately perceive how loosely all those informants and slanderers stand in their shoes, not to mention that when these slanderers are publicly confronted here on the spot about their clandestine movements and spread rumors, they feign ignorance, as is evident from the general certificate submitted by me and recorded in the resolution of 2 March 1764. Burdening foodstuffs was never my intention to effect through any imposts, but I deemed it my duty to have paid to the Company that which previously the servants of the fiscal extracted upon the sale of honorable wares along the public roads and in the small stalls. This payment was also set substantially lower than what those unlawful collectors had enjoyed, and it was moreover based upon a voluntary offer made by the sellers. Nevertheless, it has pleased Your High Nobilities to annul this, without this annulment having brought about the slightest reduction in prices. It has also pleased Your High Nobilities to entirely void article 10 of the lease conditions of the resolution of 26 August 1763, although the holders of such public stalls mostly sell all kinds of spices useful for the household, and this despite the fact that the lease of 30 August 1764 yielded more than in the year 1763. Concerning bread baking, the Banda resolution of 14 January 1762 must show that the conditions were arranged according to the Batavia edict of the year 1669, thus fully agreeing with what Your High Nobilities were pleased to order regarding the weight; and this shall then continually be observed, and the fiscal shall be urged to ensure that the baker does not act according to his own whim regarding the weight of the bread. About the burgher shipping, I shall make no further remarks; it is cherished by me, and it depends on the traders themselves to make more progress therein, which has not happened for some years. Their departure remains unrestricted; in the sale of goods no coercion is permitted; the voyage to Makassar is free to whoever asks for it; and trade with the other islands has to this day been forbidden to no one. The instituted impost on clothing must be advantageous to the Company's textile trade. The list of vessels that departed for Makassar shall follow in the coming year, because in 1763 only one small vessel of Isaac Roeling was sent there and returned with six lasts of rice. Furthermore, I shall in no way fail to prevent illicit trade by all manners of means, and moreover to obtain through secret channels a true report of the nutmeg plantations in the cited places, without however allowing the cruising operations to come to a standstill. I could not carry out the latter before 25 April due to the long voyage of the pantjallang De Parelende Goudhaan, but to this day I have obtained no further news. I hope, however, for better tidings than those from the Ambon vessels. The declaration submitted at a certain transfer of 24 May and the accessory threats of the Ceram people require serious reflection, on the one hand because they have not visited this province since those new combined cruises, and on the other hand because of the fear that has arisen here among the Bandanese, who reason thus: Ceram is the Banda storehouse for all kinds of articles very useful for the household, and indispensable for the supply of various foodstuffs; but, they continue, now that the Ceram people stay away, the distress is equally great on all sides and trade goes slowly. The Bandanese also dare to ask the reasons of necessity for directly assisting Ambon with cruising vessels, since they do not conduct any spice trade with the Ceram people after all; and they add the certain presumption that those daring people, the Ceram people, will also deter other foreigners from coming over to Banda, or else subject the Bandanese navigating thither to many difficulties and vexations. I nevertheless suspend my remarks on those arguments, for the burgher's view of the matter is contained in the utility for the Company of such cruises (if only they are conducted in good faith); but I could not omit giving Your High Nobilities a brief sketch thereof, and without deviating one iota from my respectful consideration of last year, I merely submit for consideration whether, as long as the opportunity has not arisen to eradicate everything root, branch, and stem,
Dutch transcription
Van Banda Den Laaste aug:s 1764 verbloemde historialen te eblocisseeren ek buteere geen smits om partyen advers te dinigeeren, en door onwaaragtige duigen ten toon te stellen maar ik sette voet bij stek: en vrage met behoorlijke moedistie off mij reciproquen met vrg: strit vande Ban„ daneesen te vorderen dank in steede van Calum„ nie en verpligtinge voor ondankbaarheijd ik doele hiermede op de quaadgesinde, en de sulke die door parentage off particulier belang met sComp: diena„ ren konhelm en een lijn trecken, want als men daartegens in het verhoor wilde brengen andere brave in gesitenen, soo Comp: dienaaren als colo„ „nius men soude terstont ontwaren hoe los alle die dilateurs en diffamateurs in hare schoenen stee„ ken, ongereekent nog dat dese Lasteraars over hunne clande stine bewegingen ende uijtstrooijselen in het openbaar hier ten plaatse wordende aangesprooken de onweetende speelen blijkens het door mij overgelangde generaale Certificaat bij resolutie van 2. maart 1764. ingeschreven staande. — Het beswaaren der leversmiddelen mijn is nooijt mae ntentie geweest door eenige imposten merkstellig te maken maar ik hebben pligtelijk g'oor„ deelt aan de Comp:s te doen betaalen het geene voorkeenende Bediendens 379 Van Banda den laatste aug„s 1764: — bediendens van den fiscaal getrocken hebben, eerbaren bij verkopinge van agtbare wharen langs sheeren weegen en in de klijne kramptjes, dese betaling was ook vrij minder gestelt als die onwettige collec„ „teurs genooten hadden, niet alleen, maar teffens ook gegrond op eene van de verkopers gedesiveerde vrijwillige presentatie, het heefft nogtans uw Hoog Eds: behaagt sulkste vernietigen sonder dat dese vernietiging in de prijsen de minste diminutie bewerket, heefft, het is almede van uw hoogd„s wel behagen geweest actb: 10 van de pagt condities te leesen bij resolutie van den 26 aug„s 1763. geheelijk te voijeeren schoon ook de houders van sodanig openbare kraamtjes ten meerendeele snuijse allerhande tot het huijshouden dienstige spece„ dien „reijen verkoopen en 41t dat ong'agt de verpagting sub 30. aug„s 1764 meerder, behaalt heeft als in den jare 1763. Belangende het broodbacken moet den banda„ „se resolutie van den 14 Januarij 1762 aantoonen, dat de condities ingerigt sijn na het Batavia placcaat van den Jare 1669, dusten vollen over een stemmende met het geen uw Hoog Ed„s omtrent het gewigt hebben gelieven te be„ beveelen, en hier op sal dan bij continuatie gepast mits„ „gaders den fiscaal aangeset worden wil toe te sien, dat den 3 Van Banda den Laatste Aug„s 1764. — den backer met de swaarte van het brood niet en han„ „dele na eijge sinnelijkheijt — Over de burgervaart sal ik geene verdere remarquet maken deselve word van mij gekoester, en het despendeert van de trafficquanten selve daar bij meerdere prograssente maken als sedert eenige jaaren niet geschiet is, haar vertrek blijff onbepaalt; in den verkoop van goederen word gan dwang toegelaten de vaart na Macasser wrij aan die het vragen wil en den handel op de overige eijlander is tot heeden toe niemant belet geworden, den gestelde impost op de klee„ „der moet voordeelig sijn voor sComp: lijwaet handel, de lijst der der na Macassar vertrocken vaartuijgen sal in den aan„ staande jaar volgen, want in 1763. maar een kleijn vaar„ „tuijge van zaekjens Roeling daar heenen gustevant en met ses lasten rijst geretourneert is; sullende verders aan mij geen„ „sints hap aen den sluijkhandel op allerhande manieren, be„ „letten en anwijders door geheijme middelen een waer verslag te krijgen van de nooten plantagies op de geciteerde plaatsen, sonder daarom egter het werk der bekruijssingen te laten stilstaan ik hebbe - het laatste door de lange reijse der pantjallang Ede parelende goed„ „aal niet voor den 25 april konnen ter uijtvoerbrengen maar tot heeden toe geenig naregt erlangt ik hope agter, op betere tijding als die van de Ambonse vaartuijgen, bij sekere tersetting van 24 meij overgelangde verklaring en de accessoire dreijgemuten der Cerammers vereijschen eene ernstige meditatie aan de eene kant, omdat sijlieden 381. Van Banda den Laatste Aug„s 1764. — sijlieden sedert die nieuwe gecombineerde kruijstogten dese Provintie niet besogt hebben en van de andere sijde wegens de hier uijt voort gesproten vreese der Bandaneesen aldus redenee„ „ende, Ceram is het bandase maguasijn van allerhande voor het huijshouder seer dienstige articulen en te noodsakelijken wegens de uijtlevering van verschijde levens middelen maar vervoolgen sij, nu den Corammer weg blijff is de verlegentheijd van alle kanten even groot en den handel gaat traagsaam voor de bandaneesen duirven teffens vragen na de redenen van noodsakelijkheijt om ambo„ ma met kruijs vaartuijgen dirscette assis„ „teeren daar sijmmers met den Ceramers geen specieij handel drijven en sij voegen daar bij de sekere presumtie dat die dagtitige volkeren de Coramiers een aandere vreemdelingen mede sullen de Cureeren, in Banda over te komen off anders de bandaneesen derwaarts navigerende veele moeijelijkheden en tre„ vertes versoeken, ik surcheere nogtans mijne aanmerkingen op die raissonne„ eeng sicht, „menten, want der Colonier met ^ het mitti„ „ge voor de Compagnie in sodanige kruijs„ „tagten /: als se maar ten goeder trou„ „wen gedaan voorde opgesloten leggende maar ik hebbe niet mogen nalaaten uw hoog Edelheedens daar off een korte schilste geven en sonder een jota afte wijken van mijne voorjarige eerbiedige consideratie, geve ik alleen„ lijk in bedenking off soo lange de gelegenttijt met niet gebooren is alles tak stam en wortel uijtte
English
From Banda the last of August 1764 to extirpate, whether on the part of Banda it would not be better to make some changes in the annual cruising south of Ceram in such manner as Your High Excellencies, according to your penetrating insight and renowned wisdom, shall judge to square with the necessary assistance, uplift, and peace of mind of the fated inhabitants of this province of conquest, which is of high importance to the Company. For the rest, my heart's desire consists in the regaining of Your High Excellencies' former good sentiments, in the accreditation of the means and proofs brought forward to substantiate my innocence, and in now granting once again my entirely humble application to promote the engineer Zulet to captain-lieutenant, in view of the man's untiring labor in the speedy completion of the fortification works. I remain with the utmost veneration, was undersigned, High Noble Far-Commanding Lord, Right Noble, Highly Respected Lords, lower, Your High Excellencies' submissive and dutiful servant, was signed, I: Pelters, in the margin, Banda Neijra the last of August 1764. Examined: Checked. 6 3rd Jan Copy of Incoming Secret Letters from the Respective Outer Offices Since the First of November until the last of December Anno 1764. No. 1 Secret Incoming Copy of Incoming Secret Letters from the Respective Outer Offices Since the First of November until the last of December Anno 1764. Secret Incoming 26 Third Part No. 11 Page on the 12th of November 1764 Register of the Secret Letters Received from the Respective Outer Offices Since the First of November until the last of December 1764. Banda. Received via Makassar, separate missive from the Lord Jacob Petters, Governor and Director, addressed to Their High Excellencies and dated 30 September Java's East Coast Received on the 28th of November, missive from the Lord Extraordinary Councillor of the Indies Willem Hendrik van Ossenbergh to the same as above, dated 10 November 1764. . . . . . page 123 Ditto from and to the same as above, dated 14 November - . - page 129 Makassar On the 9th of November, separate missive from the Governor Cornelis Sinkelaar to the same as above, dated 15 October, page 91. On the 2nd of December, ditto Malacca On the 8th of December, received per the Leervis, missive from the outgoing and incoming governors David Boelen and Thomas Schippers, dated 15 November 1764. . . . . page 103 Secret resolution of the 11th of September 1764. page 17 Palembang On the 1st of November, the missive from the first resident, the merchant Isaac Mens, dated 11 September, via the bark the Draak - - - - - page 31 Ternate On the 13th of December, received per the ship Jerusalem, separate missive from the Governor Jacob van Schoonderwoert, dated 31 July 1764. . . . page 43 Folio 4 Copy of Incoming Secret Letters from the Respective Outer Offices Since the First of November until the last of December 1764:— To His High Excellency, the High Noble, Highly Respected, Far-Commanding Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Right Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Highly Respected, Far-Commanding Lord and Right Noble Lords. Hoping that my respectful letters of the 10th and 31st of June of this year, both sent in duplicate, will have been safely Malacca On the 8th of December, received per the Leervis, the missive from the outgoing and incoming governors David Boelen and Thomas Schippers, dated 15 November 1764. Secret resolution of the 11th of September 1764. Palembang On the 1st of November, via the bark the Draak, the missive from the first resident, the merchant Isaac Mens, dated 11 September. . . . Ternate On the 13th of December, received per the ship Jerusalem, separate missive from the Governor Jacob van Schoonderwoert, dated 31 July 1764. Folio 4 Copy of Incoming Secret Letters from the Respective Outer Offices Since the First of November until the last of December 1764:— To His High Excellency, the High Noble, Highly Respected, Far-Commanding Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Right Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Highly Respected, Far-Commanding Lord and Right Noble Lords. Hoping that my respectful letters of the 10th and 31st of June of this year, both sent in duplicate, will have been From Makassar, the 15th of October 1764: safely delivered, I shall by this have the honor dutifully to impart what has further occurred concerning the princes and allies, beginning, according to custom, with the Kingdom of Boni, which is presently in a desired state of peace and the King still as devoted to the Company as before. Yet I have been in no small apprehension of new unrest when it was reported to me on the 4th of July that the said prince had suffered from a high fever for three days and was not out of danger. For which reason I dispatched thither the Captain of the Malays, being a confidant of his, to inquire on my behalf concerning his condition, and at the same time to make an attempt, if possible, to induce His Majesty to declare Arou Mampoe as the Crown Prince, and thereby clear away all disputes regarding the succession, by demonstrating the hardships that were likely to follow to the detriment of country and people should it please God to snatch His Majesty from this world.
Dutch transcription
Van Banda den Laaste aug„s 1764 uijtte roeijen, het aan de kant van Banda niet beeter soude sijn in de jaarlijse bekruijssingen besuijden ceram eenige verandering te maken op ^ uw Hooog sodanige manieren als ^ Edelheedens na hun door dringene verstand in beroemde wijsheijt sullen oordeelen te quadreeren, met de necessaire onderstant op beuring en gerustheijt der nootlottige in babitanten van dit, voor de Compagnie hoog importanten wingewest. — Voor het overige bestakt mijn hertewensch in de herwinning van uw Edelheedens voormalige goede sentimenten in het accrediteeren van de middelen en bewijsen tot stavinij mijner onschuld nader ingebragt en inde als nu toe te „stam anderen malige gansch onder der da„ „nige sollicitatie, om den ingenieur Zulet tot capitain lieutenant te bevorderen, ten sake 's mans onvermoeijden arbeijt inde spoedige volooijing den fortificatie werken. — Ik ben met de uijterste veneratie /onderstond/ hoog Edele wijd gebiedende Heer wel Edele groot agtb: Heeren /Lager uw hoog Edelheedens sub„ „missen en trouwschuldigen die naar /was ge„ „tekend/ I: Pelters, /:in margine Banda Neijra den laatsten aug„s 1764 Gezwt: nagezien 6 3e Jau ƒ Copia Aankomende Secreete Brieven van de respective Buijten Comptoiren Zedert Primo November tot ultimo December Anno 1764. — No„1 Seriel Aan temendt Copia Aankomende Secreete Brieven van de respective Buijten Comptoiren Zedert Primo November tot ultimo December Anno 1764. — Sernet Aankomend 26 Derde Diel No„ 11 pag: „ser den 12:' Nber: 1764 Register Der Secreete Brieven, ontfangen van de Respective buijten Com¬ taieren Zed:t p=rmo. November tot ult:o December. 1764. Banda. ontfangen ove maccas, Aparte Missive van de Heer Jacob Petters gouverneur en directeur aan hun hoog Edelhedens gerigt en ged:t 30 September Iavas Oostcust den 28:' Nber: ontfangen Missive van de Heer Raad extraord: van Jndia Willem p Hendrik van Ossenbergh aan als voren ged:t 10 November 1764. . . . . . „ 123 _„o van en aan als even ged:t 14 Noember: - . - „ 129 Mlacasser den 9:' Novemb: Aparti- missive van den gouverneurs Cornelis 6 sinkelaar aan als voren ged:t 15: 8ber „ 2: xber: _„o „ 91. .. 6 Malacca den 8 Decemb: p=r z: Misseve van de afgaande en aankomende gou„ Leervis ontfang verneur David Boelen en Thomas schippers ged:t 15: November 1764. . . . . pag: 103 secreete Resolutie van den 11: September 1764. „ 17 Palembang den 1: Novemb: de Missive van den eersten resident den koopman 7 Isaac Mensged:t 11 September - - - - - „ 31 bark de Draak Ternaten den 13: Xber: p' schip Apart Missive van den gouverneur Iacob van Jerusalem onts schoonderwoert ged:t 31 Julij 1764. . . . „ 43 ontf fo 4 Copia Aankomende Secreete brie„ „ven van de Respectieve buijten Com„ „toiren sedert p=mo November tot ult=o December 1764:— Aan zijn Hoog Edelheijd den Hoog Edele groot Agtb: wydgebiende Heer Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele groot Agtb: wijd gbiedende heere En wel Edele Heeren. Verhopende dat mijne Eerbiedige letteren van den 10: en 31: Iunij deses. Jaars beijde in duplo verzonden wel sullen 6. 1 . . : 43 Malacca den 8 Decemb: pr De Missive van de afgaande en aankomende gou„ Leervis ontfang verneur David Boelen en Thomas schippers ged:t 15: November 1764. secreete Resolutie van den 11: September 1764. Palembang den 1: Novemb: de Missive van den eersten resident den koopman bark de Draak Isaac Mensged:t 11 September. . . . Ternaten den 13: Xber: p:r schip Apart Missive van den gouverneur Iacob van Jerusalem onts schoonderwoert ged:t 31 Julij 1764. ontf fo 4 Copia Aankomende Secreete brie„ „ven van de Respectieve buijten Com„ „toiren sedert p=mo November tot ult:o December 1764:— Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele groot Agtb: wyjdgebiende Heer Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele groot Agtb: wijd gbiedende heere En wel Edele Heeren. Verhopende dat mijne Eerbiedige Letteren van den 10: en 31: Iunij deses. Iaars beijde in duplo verzonden wel sullen . . - : E van Maccasser den 15: october 1764: sullen zijn besteld, sal ik bij dese het geene verder omtrent de vorsten en bondgenoten is gepasseerd, d' Eere hebben schultpligtig te bedeelen begin„ „nende na gewoonte met het rijk van Bonij Het welk thans is in een gewenschte rust en den koning nog als voren de Comp:e toe„ gedaan, dog ik ben in geen geringe be„ „dugting geweest, voor nieuwe onlusten wanneer mij op den 4: Iulij geraporteerd wierd dat dien vorst drie daagen de heete koorts hadde gehad, en niet buijten gevaar was; weshalven ik derwaarts soud den Cap:n der maleijers als een vertrouweling van hem zijnde; om sig wegens zijn toestand van mijnentwegen te jnformeeren, en teffens een tentamen te doen om des mogelijk zijn Majesteit te bewegen tot Jong koning te verklaren Arou Mampoe en daar door alle disputen om de successie, uijt de weg te ruijmen, met vertooning van de swaa„ „righeeden die stonden te volgen te nadelen van land en volk, indien het god behaag„ de zijn majesteit uijt de waereld te rukken.
English
From Maccassar the 15: 8ber: 1764: to march before this had been properly attended to, and toward noon I received a reply in return that the king, having listened attentively to this message, had answered that he would not proceed to that step during his lifetime, and that I could be at ease, as the handing over of the state regalia was a sufficiently firm guarantee for the succession. However, entering into further discourse with the mentioned Captain, His Majesty said that if I so desired, he was indeed willing to draw up a writing and have it made known by those who were to make the election in case of a vacancy of the crown, whereby they promised to nominate no other than the aforementioned Arou Mampoe. This latter proposal pleasing me very well, I sent the mentioned Captain toward the evening back to Bontoala to tell the king that it would be very agreeable to me if His Majesty would please arrange such a paper, and that I would at the same time also like to see ample mention made therein concerning the lands belonging to the king, From Maccassar the 15: 8ber: 1764: — belonging, and to whom the same should devolve after his decease in order to have no difficulties on that account afterward. This then having been promised by the king, he had me thanked for the care I took for his children, whom he said he did not doubt would enjoy the protection of the Company after his death. Now, to strike the iron while it was hot, knowing how easily this monarch frequently changes his mind, I sent further to him the following day with a draft of the aforementioned writing, which, having been read by the king, he declared that it was fine in substance, but that he would make some alterations in it, and with the upcoming new moon would bring it to a conclusion. And since there was nothing to be said against this, and the danger of From Maccassar the 15: 8ber: 1764: the illness of His Majesty began to diminish, I had to exercise patience for so long until about the appointed time, when on the 28: of the aforementioned month of July I sent to the king to tell him that since my departure for Maros to collect the tithes was fixed for the 6: of the coming month, I requested that an end to the matter might be made before that time. The monarch again promised this anew, but having sent thither again on the 1: of August to pursue this matter, I received the reply that this could not yet happen because the Bone rulers could not agree, requesting that the shahbandar Voll might come to the court to hear the advice of the Bone rulers. This message appeared From Maccassar the 15:' 8ber: 1764: very strange to me, wherefore, in order to comply with the monarch's desire and also to discover the reasons that had given rise to this, I sent the shahbandar Voll thither the following day. When he made an ample report to me in the evening, it appeared that the maccadangtana had entered into opposition, desiring that Arou Tha should be preferred in this matter before Arou Mampoe. From this, and from what the Captain of the Malays further related to me, I clearly perceived that although the Maccadangtana was to blame, the king nevertheless played the chief role in this in order to make an attempt for the last time in favor of his beloved son Arou Tha. Therefore, toward the evening of that same day, I again sent the Captain of the Malays to Bontoala to express my astonishment to the king that this matter had taken such a turn, From Maccassar the 15:' 8ber: 1764:—. turn, and that I, being in firm confidence that the king would have kept his word in this, had already privately given notice of this matter to His High Nobility; that I therefore left it to His Highness himself to judge what the aforementioned His High Nobility would think of it, and therefore requested that no further action be taken in this matter, but that everything should remain as it was; but that His Majesty could rest assured that the Company after his decease would never tolerate anyone else being elected than Arou Mampoe, at least would recognize no other in that capacity. The king, having listened attentively to this message and perceiving that his project would not succeed, then gave as an answer to the Captain that he would do his best From Maccassar the 15:' 8ber: 1764: to persuade the Bone rulers to proceed with the election of Arou Mampoe, and did not doubt that he would achieve his aim in that regard; that I therefore could expect him on Saturday, if it suited me. Thus, that monarch also appeared before me at the appointed time at the country house, accompanied by the entire court as well as his children and grandchildren, bringing along the act of succession in favor of the frequently mentioned Arou Mampoe. Which document having then been read aloud and approved, it was duly sealed with the Company's seal, as well as that of the king and those who are authorized to make the election, as Your High Nobilities, if it pleases, will be able to see from the annexed act, of which the From Maccassar den 15:' 8ber: 1764: duplicate remains deposited in the secret chest here. And thus the succession has been firmly established, so that no fear of another election now remains, not doubting that the same will be agreeable to Your High Nobilities, because upon the decease of the present king it will remove all disputes. I have set this down only briefly so as not to weary Your High Nobilities, and also because it is recorded very circumstantially in the separate daily register under the dates 4, 5: and 28: July, as well as 2, 3: and 4: August last, to which I then humbly refer; while for the rest I have the honor to add hereto that I constantly have the kingdom of Bone dunned to satisfy the debt incurred in
Dutch transcription
van Maccassar den 15: 8ber: 1764: rukken voor dat hier tegens behoorlijk was gesorgd en kreeg ik tegens de middag tot keer berigt, dat den koning dese bood„ schap met aandagt aangehoord hebbende ten antwoord hadde gegeven dat hij tot die stap geduurende zijn leeven niet sou overgaan, en dat ik gerust konde zijn, het overgevender rijpassagaij een genoegsaam vaste verzekering 6 was voor de successie, dog verder met gem: Capt: in discours rakende zeijde zijn Majesteit dat hij indien ik zulx begeerde, wel een schriftuur wilde opstellen, en door de geene die bij vacature van de kroon de verkiesing moesten doen laaten te kennen, waar bij zij beloofde geen andere te zullen benoemen als voorsz: trou Mampoe. Dit laaste mij zeer wel gevallende sond ik den gerepten Cap:n tegens den avond we„ „der na bontualack om den koning te zeg„ „gen dat het mij zeer aangenaam soude niij „m zijn als zijn majesteit „ sodanigen papier gelievde te besorgen en dat ik teffens gaar„ „ne soude sien dat daar bij ook ample mentie wierd gemaakt, wegens de Landerijen den koning toebehoorende. 3 Van Maccassar den 15: 8ber: 1764: — toebehoorende, en op wier dezelve na zijn overlijden soude devolveeren omme dier weegens naderhand geen mooijelijk„ „heeden te hebben, dit dan door den ka„ „ning beloofd zijnde, liet hij mij be „danken voor de sorge die ik droeg voor zijne kinderen die hij zijde niet te twijffelen, of zoude na zijn dood genieten de bescherming van de Compagnie Om nu het ijzer te smeeden terwijl het heet was weetende hoe ligt dien vorst meenigmaals ver„ „anderd, sond ik alverder san„ „derdaags na hem toe met een mo„ „del van het voorsz: schriftuur het welk door den koning gelezen zijnde verklaarde hij dat het in substantie wel was dog dat hij daar in eenige verandering soude maken, en met het aanstaande nieuwe ligt het zelve soude dar doen zijn beslag erlang en dewijl hier niet te zeggen viel, en het gevaar der 5 Van Maccassar den 15: 8ber: 1764: der ziekte van zijn majesteijt begon te verminderen, moest ik zo lange ge„ dult neemen tot omtrent de bestem„ „de tijd wanneer ik den 28: der voorsz: Maand Iulij bij den ko„ „ning sond, om hem te seggen dat vermits mijn vertrek na ma„ „ros tot het doen der vertiening tegens den 6: der aanstaande maand was vasgesteld, ik liet versoeken dat voor die tijd Een Eijnde van saken mogt gemaakt worden het geene den vorst weder op nieuw beloofde dog den 1: augus„ tus weder derwaarts geson„ „den hebbende om deze zaak voort te zetten kreeg ik ten andwoord dat zulx nog niet konde geschieden dewijl de bonijers niet eens konde werden, versoekende den sa„ „bandhaar voll eens aan het hof mogte komen om het advis der bonij„ „ers aan te horen: deze boodschap kwam Van Maccassar den 15:' 8ber: 1764: kwam mij zeer vreemd te voren weshalven ik om den vorst zijn be„ „geert te doen, en ook om de redenen te ontdekken die hier toe aanlijding gegeven had, 'sanderdaags derwaarts soud den sjabandhaar voll, die mij s'avonds ampel verslag doende quam het te blyken dat den macka„ „dangtana in oppositie was gekomen begeerende dat Arou Tha indeze voor aroe mainpoe, geprefereert wierd hier uijt en uijt het geene mij den Capt: Maleijer verder verhaalde wel bespeu„ „rende, dat schoon den Maccadang„ „tana de schuld had den koning egter indeese de hoofd rolle speelde om nog voor het laast eens in faveure van zijn geliefde, soon Arou Tha en tentame te doen; dierhalven ik dan dienselven dag tegens den avond weder den Capt:n der Maleijers na bont„ „nalak sond, om den koning mijne verwondering te betuij„ „gen, dat dese saak sodanigen keer Van Maccassar den 15:' 8ber: 1764:—. keer hadde genomen en dat ik in een vaste vertrouwen zijnde den koning in deese zijn woord zoude hebben ge„ „stand gedaan, reets particulier van deze zaak aan zijn hoog Edelheyt hadde kennisse gegeven, dat ik dierhal„ „ven zijn hoogheid zelfs liet oordeelen wat welgem: zijn hoog Edelheid daar van zoude denken en daarom liet versoeken indese niet verder mogt werden gehandeld, maar alles mogt blijven sodanig als het was, dog dat sijn majesteit sig konde versekerd houden de Comp: na zijn overlijden nooijt soude dulden iemand anders verkooren wierd als Arou Mampoe, ten minsten geen andere in die qua„ liteijt zoude erkennen Den koning deze boodschap met attentie aangehoord hebbende, en bespeurende dat zijn eproject niet soude reusseeren gaf dan Comp:n ten andwoord, dat hij zijn best zoude doen. Van Maccassar den 15:' 8ber: 1764: doen om de Bonijers te bewegen tot de verkiesing van Arou Mam„ „poe over te gaan en niet twijffel„ „daar „de of soude „ omtrent sijne oogmerk berijken, dat ik dierhalven hem op saturdag, als het mij gelegen quam, konde verwagten so als dien vorst dan ook ter be„ stemde tijd verseld van het gansche Hoff benevens zijne kinderen en kindskinderen bij mij verscheen in het buijten Huijs mede brengende de acte van successie ten voordeele van dikgen: Arou Mampoe, welk schriftuur dan opgelezen, en goedgekeurt zijn„ „de, so is het zelve behoorlijk met sComp: signet verseguld, so wel als dat van den koning ende geene die gewettigd zijn tot de verkie„ sing so als uE Hoog Edelheedens des behagende sullen kun„ „nen beoogen, uijt de hier„ „nevensgaande acte, waar van de. Van Maccasser den 15:' 8ber: 1764: de wedergade in de secrete kas alhier blijft berusten, en dus de successie vast gesteld, so dat 'er nu geen vreese voor een ander verkiesing overblijft, niet twijf„ „felende of het zelve zal uE Hoog Edelheedens aangenaam zijn om dat het bij overlijden van den tegenwoordigen koning, alle dusputen zal wegnemen. Ik heb dit maar in 't korte ter nedergesteld om uE Hoog Edelheedens niet te verdrieten en ook dewijl het zeer omstandig staat ver „meld bij het appart dagregister de datis 4, 5: en 28: Iulij mits„ „gaders 2; 3: en 4: augustus Jongst „leden, waar aan mij dan on„ „derdanig referere; terwijl ik voor het overige d' Eere hebben hier bij te voegen, dat ik gestadig het rijk van Bonij laat aanmanen omme te voldoen de gemaakte schuld in
English
From Maccasser, the 15th of October 1764: in the last war, and although this proceeds very slowly, I have nevertheless received in deduction a number of 8 slaves, hoping to obtain the rest as well, although in my estimation it will take rather long, especially now that the Makkadangtana, who principally in his capacity as regent must act as surety for this, has tried so faithfully to help the king in the aforesaid matter, as is also noted in detail under the date of 3 August in the aforementioned daily register. This now provides once again a new proof of how inconstant the king is in his decisions and how difficult it often is to deal with him, although with patience and moderation one can still 11 From Maccasser, the 15th of October 1764: still almost always bring him onto the right path whenever he happens to stray; it being on the other hand certain that his affection for the Company is great, which has been shown on several occasions and most recently again; for after the conclusion of the tithing at Maros, it having been reported to me that some of his children and others had hidden their paddy in the Emba, or storage place for the king’s paddy, in order thus to become exempt from paying the Company's dues, I had representations made about this, and received the satisfaction that the Tommilalang, together with an interpreter, were sent thither to inspect everything accurately, who then discovered From Maccasser, the 15th of October 1764: discovered that 3165 bundles of paddy had been smuggled, which they attached for the Company, just as the same will also be taken in for its benefit. I would here also leave the subject of Bonij, were it not that a matter had come to my notice of which I consider myself obliged to inform Your High Nobilities, namely that the king had recounted to the chief interpreter that Datu Pamana from Wadjo was said to have written a letter to the people of Silanger, a place located on the island of Sumatra, and if he wished to know the contents thereof, he could learn such from the Makkadangtana, regent. The linguist having reported this to me, I sent him thither and obtained the contents of the said letter along with two others, the first being: 13 From Maccasser, the 15th of October 1764: The first, written by the abovementioned Pamana to the chief of Silanger, of this content: "Since you correspond with the English, advise them to come hither in order, if possible, to expel the Dutch from here; they can then occupy Maccasser, and as for the subjects of the Company, I shall attack them with my people." To which the people of Silanger are said to have answered: "It is best that you, Pamana, speak with Bonij about this matter; for no reliance can be placed upon the English, who are presently worse than the Dutch; as for the small offices of the Company, these can easily be conquered by the common people, while I shall attack Malacca, if only Bonij will give its consent thereto; for that realm is feared by the common people, and therefore I have obtained much freedom here." Both these letters, the regent said, had been carried back and forth by a To-Salo, a people who live upon the water and earn their living by fishing and seeking tripang, From Maccasser, the 15th of October 1764: seeking tripang, named Ammana Ietjale, who had communicated this to him, and with whom he had sent a letter to the said chief of the Silangers of this content: "This serves to recommend to you that, in case it should happen that any friends or allies of Bonij apply to you and seek to conspire in order to do harm to the Dutch, you must not accept them, since you must firmly believe that the Company and Bonij cannot possibly be separated, for because Arou Panekij wished to make war against the Company, the Talong Poetje was ruined, further notifying you that it will be best for you to live in peace with the Dutch at Malacca." Although I well believe this matter will have no great consequences, I nevertheless did not wish to conceal it, because it provides proof of how eagerly the Wadjoese would seize the opportunity to dislodge the Company from here and then, in their view, play the master; for it is certain that they would then 15 From Maccasser, the 15th of October 1764: then, by their power and might, assisted by the Maccassars, quickly bring the Bonijers under the yoke, whereas they are now still kept in check through fear of the Company. Passing on from here now to the realm of Goach, I find nothing to note in that regard except that the king, contrary to all human expectation, is said to be recovering again from his wounds mentioned in my humble letter of 10 June, while the regent, through his greed, is making things so bad that it might well happen that he is dismissed before long, whereupon according to all expectations the king of Tello will be elevated again to that dignity, who has served in that office once before, which I cannot see would be a bad thing, for that prince conducts himself very well, so that since my respectful last letter nothing with
Dutch transcription
Van Maccasser den 15: 8ber: 1764: in den laasten oorlog en schoon zulx zeer langsaam voortgaat heb, ik egter weder in min„ „dering gekreegen een getal van 8: slaven verhopende de rest ook wel te zullen bemagtigen hoewel het na gedagten wat lang zal aanlopen, voorna„ mentlijk nu de Makkadangta„ „na, die daar voor ten principa„ „len in zijn qualiteijt als rijx„ „bestierder moet Caveeren den koning in de voorsz: saak so getrouw heeft tragten te hel„ „pen gelijk al mede omstandig staat genoteert onder dato 3:e Aug:s bij voorm: dagregister Dit leverd nu weder uijt een nieuw blijk hoe onstand„ „vastig den koning is in zijn besluijten en hoe ongemakke„ lijk het is om met hem veel„ „tijden te handelen hoe wel men met geduld en moderatie nog. 11 Van Maccasser den 15: 8ber: 1764: nog meest altijd hem kan op den regten weg brengen als hij eens komt af te dwalen; zijnde het aan de andere kant seeker dat zijne genegentheid voor de Comp: groot is dat in verscheijden gelegendhe„ „den en nu Iongst nog is geblee„ ken; dewijl mij na het aflopen der vertiening op Maros aan „gebragt zijnde dat sommige sijner kinderen en andere hare padij hadden geborgen in de Emba of bergplaats van s konings padij om dus be„ „vrijd te raaken van sComp: geregtigheijd te betaalen, so heb ik daar over laten delee „ren, en die satisfactie gekreegen, dat den Tommi„ „lalang benevens een Tolk derwaarts zijn gesonden om alles nauwkeurig op te nemen die dan hebben ondekt. Van Maccasser den 15: 8ber: 1764:—: ontdekt dat 3165: bossen padij gesloken waren: dewelke voor de Comp: hebben aangeslagen, so als dezelve dan ook ten voordeelen almeeden zullen werden ingenomen, Ik zoude hier meede van Bonij afstappen indien mij niet een „gekomen zaak was te voren „ waar van ik mij verpligt rekene uE hoog Edelheedens kennisse te geeven namentlijk dat den koning den oppertolk hebbende verhaald datoua Pamana /: uijt wadjo:/ zoude heb„ „ben geschreeven een Brieff aan die van Silanger /: een plaats ge„ legen op het Eijland Sumatra:/ en zo hij den inhoud daar van wilde weten sulk konde verne„ „men bij den Makkadangtana /:Rijxbestierder:/ waar van die taals„ „man mij rapport doende heb ik hem derwaarts gesonden en gekregen den inhoud der gem: brieff benevens nog twee andere zijnde den eersten. 13 Van Maccasser den 15: 8ber: 1764: Eersten gesz: door bovengem: Tamana aan het hoofd van Silanger van desen inhoud „ Dewijl gijl: met de Engelsche Correspon„ „„deert zooraad haar datze herwaarts komen „ om des mogelijk de hollanders van hier te „ verdrijven; kunnende zij als dan Maccassar „ in bezet nemen en wat betreffd de onder „van de Comp=e die zal ik „„danen „ met mijn volk op het lijf komen waar op die van Silanger soude ten andwoord gegeven hebben. „ Het is best dat ghij /: Pamana:/ met Bonij over „ deze saak spreekt; want op d'Engelsen is geen „staat te maken, die zijn thans ergen „ als de hollanders, wat belangd de klijne „ Comptoiren van de Comp: die kunnen door „ het gemeen volk wel veroverd wor„ „„den: terwijl ik malacca zal attacqueeren, „ als Bonij maar sijn toestemming daar toe „ wil geeven: want dat rijk word door de „gemeente gevreest, en daarom heb ik hier „ veel vriheijd gekregen. Deese beijde brieven zeijde den rayxbestierder dat waren over en weder gebragt door een Trooij. Eende /: een volk dat op het water woond en de kost wind met visschen en Saripans Van Maccasser den 15. october 1764: Saripans soeken:/ genaamd Ammana ietjale die hem sulx had gecommuniceerd, en met de welke hij hadden versonden een Brieff aan ge„ „melde hoofd der silangers van desen inhoud: „ Deze diend om uwl: te recommandeeren „ dat bij aldien het mogt komen te gebeuren, dat „ eenige vrienden ofte bondgenoten van Bonij „ sig bij uwE: addresseeren, en sogten samen te „spannen ten eijnde de Hollanders quaad te doen „ moet uwE: dezelve niet accepteeren, dewijl „ gijl: voor vast moet geloven dat de Comp: en „ Bonij zig onmogelijk kunnen separreeren „want om dat Arou panekij tegens de Comp: „ heeft willen oorlogen, is het Talong poetje be„ „„dorven geraakt, verders uwl: aanseggende „ dat het best zal zijn voor uwE: dat gij met „ de hollanders tot mallacca in vreede leefda Schoon ik nu wel geloven deze saak van geen grote gevolgen zal zijn, heb ik egter het zelve niet willen verswijgen, om dat het uijtleverd eenblijk hoe gretig de wadjoreese de gelegend„ „heid soude Capteeren, om de Comp: van hier te doen de logeerene dan na haar gedagten den baas te speelen want het is zeeker: dat zij als. dan. 15 Van Maccasser den 15: 8ber: 1764: dan door haar magt en vermogen, geholpen door de maccassaaren, de Bonijers spoedig, onder juk het koolk soude brengen, daar ze nu nog door vreese voor de Comp: in den band werden gehouden van hier nu overstappende tot het rijk van Goach vinde ik dierwegens niets te noteeren als dat den koning so men segd tegens alle menschelijke verwagting van sijne questsuuren bij mijn onderda„ „nige van den 10: Iunij vermeld weder zal genesen raken terwijl den rijxbestierder door zijn schraap„ sugt het soo bond maakt, dat het wel zoude kunnen gebeuren den zelven bin„ „nen korten wierd afgezet wanneer na alle gedagten weder tot die waardigheijd zal verhefd werden den koning van Tello den welken dat ampt nog eens heeft bediend het geene ik niet kan zien dat quaad soude zijn, want dien vorst sig seer wel opvoerd sodanig dat er sedert mijne eerbiedige laaste niets met
English
From Maccasser, 15 October 1764 has occurred with him, and just as little is there to say of Loewoe and Iannette, except that the king of both those realms still resides in the first-mentioned. Therefore, I shall proceed to the realm of Bouton, whose envoys, who brought the crew of the ship de ZeeLely hither, departed on 23 June with a letter to the grandees of the realm, whereby they were once again encouraged to renew the contracts. This has had the effect that on the 2nd of this month another embassy arrived here, with a letter from their newly chosen king and grandees of the realm, the translation of which is also transmitted among the appendices; containing in substance that a distinguished embassy with full powers was to come hither shortly to renew the contracts, which has now been delayed for so long. 17 From Maccasser, 15 October 1764 It appears, as well from the entire conduct of this king as from the report of the sergeant who was there on commission and has now returned, that this prince is very well-disposed toward the Company, so that I have firm confidence that the renewing of the old and the concluding of the new contract will encounter little difficulty. This prince has also given notice of this to the king of Bonij by a letter, a reading of which having been given to me, the translation is likewise transmitted for the consideration of Your High Noblenesses. And since Your High Noblenesses were already pleased in the year 1761 to authorize me to make such mitigations therein as were found necessary, I shall take the liberty, if needed, to avail myself thereof, nevertheless caring as much as possible for the interest of the Company in this matter; and the outcome hereof, if God is pleased to grant me life, shall be imparted to Your High Noblenesses in the coming month of May. And since the envoys who come over yearly formerly always From Maccasser, 15 October 1764 had a Company residence in their campong situated to the north of this Castle, but now for some years have had to make do rather poorly with a borrowed house, I thought it best, without expense to that realm, to provide them with a new and private place of residence, hoping this will meet with Your High Noblenesses' esteemed approval as it will not cost much. I shall now merely add here that the sergeant mentioned above has expended the 25 rixdollars given to him on various occasions, according to the statement of his report, hoping that the same will likewise be approved by Your High Noblenesses. And thus, leaving that realm, I proceed to The overseas princes and allies, and state beforehand that recently envoys from the king of Bima arrived here with a letter from the same, whereby that petty potentate gives notice 19 From Maccasser, 15 October 1764 of his return from Mangarije and the conquest of the country of Rheo; but that he had not yet been able to apprehend the chief rebel, Daijeeng Mamaraz, as the same was staying at Pota, but that he had taken the necessary measures to get that fellow into his hands. Wherefore, in my reply, I congratulated the prince thereon, but at the same time expressed my surprise that Pota had still remained in the power of the Maccassars, whereas the late resident had informed me that the entire coast of Mangarije was cleared of Maccassars; and furthermore encouraged him to come hither, in the expectation that he, as well as the remaining allies—as provisional Resident Bakker made me believe in his writings that such would ensue—and I would thus obtain the opportunity of From Maccasser, 15 October 1764 not only being informed of the true state of affairs on the said islands, but also of making such arrangements that everything there might once again be restored to peace and quiet. But on the 11th of this month, toward evening, the said provisional Resident Bakker arrived at this Castle, reporting to me that the princes and allies were soon to follow, but that he doubted those of Sumbauwa, handing over to me at the same time a document, which also accompanies this in copy, containing the true state of affairs on the said coast. From this it has become fully apparent to me how the late resident not only colluded with the king of Bima, but what false reports he wrote from time to time concerning the affair 21 From Maccasser, 15 October 1764 of Sumbauwa as well as otherwise, all to be observed in detail in the said document, to which I then take the liberty of humbly referring myself. Your High Noblenesses will thereby perceive, if you please, how I have been led up the garden path by the said Tinne without my having been able to get to the bottom of the secret, because of the remote distance of that place; and how necessary it is therefore that someone resides there who not only knows how to deal with the native, but upon whose reports a governor can safely rely, as that country is truly of great importance, and those of Sumbauwa merit constant vigilance to counter their intrigues with the English and all sorts of vagabonds, and if possible to prevent them. And I am confident that I have found such a person in the newly appointed Resident Bakker, who for circa four years in a similar capacity
Dutch transcription
Van Maccasser den 15: 8ber: 1764 met hem is voorgevallen also weijnig valt 'er ook te seggen van Loewoe en Iannette als dat de koning inne dier beijde rijken sig nog in't eerstgem: ophoud dierhalven dan zal overgaan tot het rijk van Bouton welkers gezanten, die de scheepelingen van het schip de ZeeLely alhier hebbe gebragt, op den 23: Iunij vertrokken zijn, met een brieff aan de rijxgrooten waar bij zij op nieuw werden ge„ annimeerdt tot het vernieuwen der Contracten, dat dan van die uijtwerking is geweest, dat al„ hier weder op den 2:e deser g'arri„ „veerd zijn, een ander gesantschap, met Een Brieff van haren nieuw verkoren koning en rijxgrooten welkers translaat almeede onder de bijlagen overgaat; behelzende in sub„ „stantie, dat binnen korten herwaarts stond te komen een aansienelijke am„ „bassade met volle magt om de Contracten te vernieuwen, waar mede nu Zo. lange 17 Van Maccasser den 15: 8ber: 1764: lange getraineerd is, het blijkt zo wel uijt het gantsche gedrag van desen koning, als het rapport van den aldaar in Commissie geweest en nu geretourneerd zijnde sergiant dat die vorst de Comp: zeer genegen is, so dat ik in Een vast vertrouwen ben het renoveeren der ouden en het sluijten van het nieuwe Contract weinig swarigheijd zal ontmoeten hebbende dien vorst hier van ook kennisse gegeven aan den koning van Bonij, bij Een brieff waar van mij Lecture gegeven sijnde, het translaat tot speculatie van uhoog Edelheedens almede overgaat, en dewijl uw hoog Edelheedens mij in den Jaare 1761: reets hebben gelieven te qualificeeren daar inne sodanige metiga„ „tie temaaken als nodig bevonden wierd, sal ik de vrijheijd nemen des noods mij daar van te bedienen dog Egter so veel mogelijk voor het intrest der Comp: in dese gesorgd en den uijtslag hier van als god mij het leven geliefd te laten in de maand maij aanstaande uw hoog Edelheedens bedeeld werden; en dewijl de ge„ zanten die sjaarlijks overkomen voor deese altoos- Maccasser den 15:' 8ber: 1764: Van altoos hebben gehad in haar benoorden dit Casteels staande Campong Een 'sComp: wooning, maar nu zedert Eenige Iaaren, sig wat sober met een geleendhuijs hebben moeten behelpen, heb ik best gedagt buijten kosten van dat rijk haar van een Nieuwe en eijgen ver„ „blijft plaats te voorzien verhopende sulx sal zijn van uw hoog Edelheedens g'Eerde goedkeurig als zullende niet veel kosten; ik sal nu hier nog maar bijvoegen dat den sergiant hier boven genoemd de hem meede gegevene rd:s vijf en Twintig op ver„ „scheijde gelegendheeden gespendeerd heeft, na dictamen van zijn rapport verhopende het zelven almede door uw hoog Edelheedens sal werden g'ap„ „probeert en dus dat rijk verlatende over gaan tot De overwalsche vorsten en bondgenoten en voor af zeggen, dat Jongste alhier gekomen sijn gezanten van den koning van Bima met Een brief van den zelven waar bij dat Potentaatje kennisse geeft 19 Van Maccasser Den 15:' 8ber: 1764: geefd van zijn retour van de manga„ „rije en overwinning van het land „dat. Rheo, dog „ hij de hoofd Rebel Daijeeng mamaraz nog niet had kunnen magtig werden also den zelven sig op Pota was ophoudende, dog dat hij de nodige martregulen had geno„ „men, om dien knaap in handen te krijgen, weshalven ik in mijn andwoord den vorst daar mede gefiliciteerd, dog teffens mijne verwondering betuijgd heb det Pota nog was gebleeven in de magt der Maccassaren, daar mij den overle„ „den resident had bedeeld, dat de gantsche Cust der mangarijen van maccassaren gesuijverd was, en wijders hem g'annimeerd, om herwaarts te komen; in verwagting dat hij soo wel als de overige bondgenoten, gelijk mij den p:l Resident Bak„ „ker bij zijn schrijvens deed geloven dat sulx zoude gevolg nemen en ik dus gelegendheid krijgen van de. Van Maccasser den 15: 8ber: 1764: de ware geschapenheid der zaken ten gem: Eijlanden te werden geinformeerd niet alleen maar ook sodanige schik„ „king te maken dat alles aldaar weder geraakte in rust en vreede; dog op den 11:' deeser tegens den avond quam gemelde p:l Resident Bakker aan dit Cas„ „teelt mij rapporteerende dat de vorsten en bondgenoten stonden te volgen, maar dat hij twijffel„ „de aan die van Sumbauwa overijkende mij teffens een schrif„ „tuur het geene in Copia almede deze verzeld, behelzende de ware gesteldheid van saken ter gem: „kust, waar uit mij ten vollen is komen te blijken, hoedanig den overleeden Resident met den koning van Bima niet al„ „leen onder een deeken heeft gelegen, maar welke verkeerde advijsen van tijd tot tijd heeft geschreeven omtrend de zaak. 21. Van Maccasser den 15: 8ber: 1764: zaak van Sumbauwa als andersints„ alle omstandig te beoogen bij gem: schrif„ „tuur, waar aan ik dan de vrijheijd neme mij onderdanig te refereren sullende uw hoog Edelheedens daar bij des behagende ontwaaren hoedanig ik door gem: Tinne ben om den Tuijn ge„ „leijd sonder dat ik regt agter het geheijm heb kunnen geraken, om de verre afgelegend „heid dier plaatse en hoe noodsakelijk het daarom is dat aldaar imand resideerd die niet alleen met den ijnlander weet om te gaan maar op welkers advij„ sen een gouverneur sig gerust kan verlaaten, also dat Land waarlijk van veel emportantie is, en die van sum„ bauwa een gestadig oplettenheid meritee„ „re, om haare konkalerije met de Engelschen en alle soorten van vagebonden tegen te gaan, en des mogelijk te beletten, en ik ben in dat vertrouwen, sodanig een subject te hebben gevonden, in de nieuw„ „lijx aangestelden Resident Bakker die Circa vier Jaaren in een gelijkstandige qualiteijt
English
From Maccasser the 15th of October 1764: being placed in the capacity at Saleijer, has also conducted himself very well in the recent commission to Sumbauwa, which is why I take the liberty respectfully to request Your Right Honourables that he may be approved, whether with the addition of the rank of junior merchant or else as bookkeeper, as he has already been for 8 years, all according to the pleasure of Your Right Honourables. Now, to bring that country back to tranquility, the princes to their duty, and the contents of the contracts into observance, I envisage no great difficulty in that regard, provided they come here to the castle, which will need to take place within the space of one month; and if not, the necessary means will need to be employed in the month of April or else May in order to extinguish that little fire in good time, and to give the king of Bima, who 23 From Maccasser the 15th of October 1764: that which is highly necessary, and who seems to give himself considerable airs over his victory over the Mangaraije, and has changed greatly for the worse with the Maccassars, meddling and trading both against the interest of his country and to the prejudice of the Company and the contents of the contracts, a sensible correction without much trouble being made, in case Your Right Honourables are pleased to qualify me for it, and all this without expense to the Company; as I have reason to assume that he will yield when he notices that matters are becoming serious. But I believe that the greatest trouble will be given by the affair of Sumbauwa, as without the restoration of Datoua Ierewa that country will not be able to return to peace and quiet, since from the above-mentioned report of Bakker it appears, and he also assures me verbally, that all the From Maccasser the 15th of October 1764: the grandees of the realm as well as the common people are very well-disposed to the latter as the most legitimate and beloved, and the prince of Taliwang, who has now intruded through sinister tricks as king, maintains himself principally through the Wadjoreese who settled there many years ago, whom he has completely won over to his interests; but who, nevertheless, if they noticed that the Company declared itself for Datoua Ierewe, would likely remain quiet out of fear of suffering defeat and thus having to vacate the country, which was to be wished, for it is this nation that principally occupies itself there with all kinds of smuggling, as has frequently been complained about by my predecessors, but against 25 From Maccasser the 15th of October 1764: against which nothing can be done unless a strong force were employed for that purpose. And since the debts of the princes of that island are beginning to run somewhat high, and those of Sumbauwa most of all through the recent expedition, my humble request is that this year a ship may be dispatched thither to collect those dyestuffs, in order to secure as much by that means as will be possible, a good quantity already lying in readiness as Bakker tells me. And concerning the Mandhaar, I shall have the honour to bring to the knowledge of Your Right Honourables that the king of Bonij recently, upon my return from Maros, informed me that along the coast of that country five large ships had been seen, which he suspected had been sent thither by Your Right Honourables From Maccasser the 15th of October 1764: Honourables to punish that nation, declaring that, if so, it would grieve him that the guilty and the innocent were to be tarred with the same brush. But I had him told in reply that I had no knowledge of it and also did not believe there was anything to it, because Your Right Honourables had written nothing about it, and talked it out of his head, presuming myself that they were Englishmen, since a few days ago I was told that a ship of that nation ran aground on the reef of Poele Lauwts, whose captain is said to have pressed the vessel of a native here, named Intje Apo, in order to bring him with a portion of his cargo to Batavia to request assistance there from Your Right Honourables. Meanwhile, 27 From Maccasser the 15th of October 1764: Meanwhile, my fear that the king of Bonij, through his untimely zeal, would make the intended expedition to give that nation a sensible correction difficult, has turned out just as I had the honour to surmise in my respectful letter of the 10th of June last. For with this above-cited case, and on several other occasions, that prince has made so much commotion that the Mandhareese, learning of it and firmly believing the execution would follow, have put themselves into a posture of defense by erecting several bentings, well provided with very good ordnance, and have forbidden all their subjects under heavy penalties to quit the country, as I have been told by various residents here. Therefore I, subject to correction, deem it most advisable for the present to desist from this From Maccasser the 15th of October 1764: this project until a favourable opportunity presents itself to undertake the same with good success, wishing to hope that this will meet with the approval of Your Right Honourables, although it remains utterly necessary that that nation receive a sharp correction before their power and capability become too great and they address themselves to others; although for the latter I believe I have not so much reason to be apprehensive, as people along this coast are sufficiently informed of the violent conduct of the English in places where they gain any entry, and I also do not neglect to strengthen them in that sentiment upon all occasions. Concerning the Northern and Southern Provinces there is nothing to report, except that at Maros, subject to the esteemed approval of Your Right Honourables, there have been appointed
Dutch transcription
Van Maccasser den 15: 8ber: 1764: qualiteijt tot saleijer geplaast zijnde ook in de Iongste Commissie tot Sum„ „bauwa sig zeer wel gedragen heeft waarom ik dan de vrijheijd neme uw Hoog Edelheedens Eerbiedig te versoeken dat hij mag werden g'approbeert, het zij met toevoe„ „ging der qualiteijt als onderkoop„ „man dan wel als boekhouder, so als hij reets 8 Iaaren geweest is alles na het wel gevallen van uw Hoog Edelheedens. Om nu dat land weder in rust, de vorsten tot haar pligt en den in„ houd der Contracten in observan„ „tie te brengen, daar omtrent stelle ik geen grootswarigheijd, wanneer zij alhier aan het Casteel komen, dat binnen den tijd van Een maand sal dienen te geschieden en so niet zullen de nodige middelen in de maand van april dan wel Maij dienen in 't werk gesteld te worden om dat vuurtje bij tijds uijt dooven, en den koning van Bima die. 23 Van Maccasser den 15:' 8ber: 1764: „te genen dat hoog nodig zij en /:die op zijn overwinning op de Manga rije zig vrij wat Aris schijnt te geven en grotelijks ten nadeele veranderd is met de Maccassaren so wel tegens het Jntrest van zijn land als tot pre„ Juditie der Comp: en den inhoud der Contracten te morsen en te hande„ len :/ een gevoelige Correctie „ niet veel omslag zal gemaakt werden in gevallen uw hoog Edelheedens mij ge„ lieven daar toe te qualificeeren en sulx alles buijten kosten van de Comp: also ik reden heb om vast te stellen dat hij wij sal pliëeren wanneer hij be„ merkt dat het ernst word, dog de meeste sporling geloov ik dat geven sal de saak van sumbau„ „wa also sonder de herstelling van datoua Ierewa dat land niet weder in rust en vreden zal kunnen geraken vermits uijt het bovengem: rapport van Bak„ „ker blijkt en hij mij ook mon„ „deling versekerd, dat alle de. Van Maccasser den 15: 8ber: 1764: de rijxgroten zo wel als de gemeene den laasten als de wettigste en geliefdste seer genegen zijn en den thans, door de Simstre streeken ingedrongene prins van Taliwang als koning zig voornamentlijk maintineerd door de aldaar voor veele Joe„ „ren sig ter neder gezet heb„ „bende wadjoreesen die hij Com„ „pleet in zijn belangen heefd overgehaald dog die egter wanneer zij bemerkten dat de Comp: sig voor datoua Ierewe verklaarde wel soude gerust blijven uijt vreese van de nederlag te sullen krijgen, en dus het land te moeten ruijmen dat te wen„ „schen was want deese natie is het die aldaar sig voornament„ „lijk bemoeijd met alle soorten van Smokkelarijen, so als daar over door mijn predicesseurs me„ nigmalen is geklaagd dog waar. 25 Van Maccasser den 15: 8ber: 1764: waar tegens niets te doen vald, ten zij een sterke magt daar toe wierd g'emploijeerd; En dewijl de schulden der vorsten van dat Eijland wat hoog beginne te lopen, en die van sumbauwa door de Jongste Ex„ peditie wel het meeste, is mijn ootmoedig versoek dat dee„ „een „se Iaare „ schip derwaarts mag werden aangelegd, ter afhaal van die verfstoffen, om zo veel daar door in te palmen als mogelijk sal zijn, leggende alreets een goe„ „de parthij zo als mij Bakker segd ingereedheid en omtrend de Mandhaar sal ik de Eere hebben uw hoog Edelheedens ter kennisse te brengen, dat mij den koning van Bonij Iongst bij mijn te rugkomst van maros heefd laten weeten, dat langs „waaren. de kust van dat land „ gezien vijf groote schepen die hij ver„ moenrden dat aldaar door uw hoog Edelheedens. Van Maccasser den 15: 8ber: 1764: Edelheedens waren gesonden om die na„ „tie te straffen onder betuijging dat so zijnde het hem zoude smerten de schuldige met de onschuldige over een kam stonden geschoren te werden, dog ik heb daar op la„ „daar „ten zeggen, dat ik „ van geen ken„ „nisse was hebbende en ook niet geloofde dat daar iets aan was om dat uw Hoog Edelheedens daar over niets hadde geschreeven „n sulx uijt het hoofd gepraat presu„ meerrende ik het zelve te zijn ge„ „weest Engelschen, vermits mij voor „dat eenige dagen verhaald is „ een schip dier natie gestrand is, op het Rijf van der Poele lauwts waar van de Capt=n soude geprest hebben het vaartuijg van een Inlander alhier, genaamd Intje Apo, om„ „me hem met een gedeelte zijner lading te brengen tot Batavia ten eijnde aldaar van uw hoog Edel„ „heedens secours te versoeken. ondertusschen 27 Van Maccasser den 15:' 8ber: 1764: Ondertusschen is mijn vreese /:dat de koning van Bonij door zijne ontijdige drift de voorgenomen expe„ ditie om die natie een gevoelige Cor„ „te „rectie „ geven deficil soude maken:/ sodanig uijtgevallen, als ik d' eere gehad heb bij mijne Eerbiedige van den 10: Iunij I:o Leeden te onderstel„ „len want met dit hier boven aan„ „gehaalde geval, en bij meer andere gelegendheeden, heeft dien vorst zo veel beweging gemaakt dat de Man„ dhareesen sulx vernemende, en voor vast gelovende de uytvoering zoude volgen, sig in postuur van de defen„ „tie hebben gesteld met verscheijdene bentings op te regten wel voorsien van seer goed geschut en alle hare onderdanen onder sware straffen verboden 't land te quiteeren so „door als mij sulx „ verscheijdene inge„ setene alhier is verhaald geworden dierhalven ik /:onder Correctie:/ raad„ „saamst oordeele nog voor eerst van dit Van Maccasser den 15: 8ber: 1764:—. dit project af tezien tot een favora„ ble gelegendheijd sig op doed het zelven met Een goed succes te kunnen onder„ nemen, willende verhope zulx alie„ „de sal zijn van uw hoog Edelheedens goedkeuring schoon het ten uijtterste noodsakelijk blijft, die natie een scher„ „pe correctie krijgt voor dat hare magt zag en vermogen te groot word en sij bij andere addresseeren alhoewel ik voor dit laatste so veel geen redene vermeene te hebben van bevreest te zijn, also men ter deeser Cust ge„ „noegsaam g'informeerd is „ de gewel„ „dige handelwijzen der Engelsen ter plaatse daar ze eenige ingang krij„ „gen en ik versuijme ook niet om bij alle gelegentheeden haar in dat gevoelen te sterken Omtrent de Noordersuijder provintien valt niets te melden, als dat op maros, op de g'Eerde approbatie van uw hoog Edelheedens, zijn aan gesteld
English
29 From Maccasser, 15 October 1764. appointed, as gallarang of Tangkoeroe in place of the deceased Dabeng Sitaba, a certain I. Koena, and at Tjinrana in place of La Eboe, who is deceased, as regent Dabeng Marowa, as both persons are the most lawful, closest, and most qualified for those offices according to the letters of the Resident as well as the elders of that place; and according to the letters of the Resident Swellingrebel at Poeloe Comba, Careeng Oedjonglowe named Mattoe Lattoe has died, but no successor has yet been nominated since those who have the right to be chosen have not yet appeared; and lastly, the regents of Saleijer arrived here on the 1st of this month, together with the Provisional Resident Van Rossum, and have delivered their customary tribute according to annual custom, with the exception of the Bonto Bango, as his vessel has not yet appeared and it is feared that it may have been wrecked. A meeting will be held shortly and an investigation made into what matters they have to present. This now being what I have considered my duty to impart to Your Right Excellencies as briefly as possible, I shall conclude herewith and remain with profound respect, High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord and Honorable Lords, Your Right Excellencies' humble and obedient servant, signed, C:s Sinkelaar in the margin: Maccassar in the Castle, 15 October Anno 1764. Batavia 31 9 From Palembang, 11 September 1764. Your Right Excellencies' letter. Displeasure of that illustrious society over the discussions held between the Crown Prince and Resident. Respectful apology for the mistake made. Batavia To the same as before. Upon the arrival of the pantjalling Lassum, I had the honor to receive Your Right Excellencies' highly revered secret letter dated 16 April last, in which, to my bitter regret, I perceived the displeasure that Your Right Excellencies were pleased to take regarding the discussions held between the Crown Prince and the undersigned concerning the tin in question; which mistake made, I most humbly request Your Right Excellencies kindly to pardon, and in accordance with Your Right Excellencies' highly respected orders I shall in future take care not to express myself so far again in matters of that nature, but on the contrary to refer both the King and the Crown Prince to Your Right Excellencies, as I have recently done on the occasion of paying a visit to this court, when Their Highnesses were pleased to address me de novo, both regarding the receipt of Your Right Excellencies' letter addressed to this monarch and the matter set down therein concerning the price of 13 rixdollars per picol of tin, with which they seemed not at all satisfied; however, I answered His Highness in a polite manner, merely saying that I could do nothing in that matter, but that the monarch should kindly address Your Right Excellencies, which was answered with silence. Furthermore, through zeal and vigilance, as well as friendly relations with this court, I shall make every possible effort to ensure that the Honorable Company obtains a good delivery of pepper and the necessary quantity of tin, and at the same time do everything possible 33 From Palembang, 11 September 1764. to prevent abuses in those products. Regarding the negotiation that this First Minister of State, together with two of his court grandees, had with the massacred Langier and companions, namely that the said courtiers were alleged to have complained that during the last two years they had not yet received any answer to a certain treaty that this Sultan was supposed to have concluded with the English; concerning this held discussion I cannot judge with certainty, nevertheless I believe that the King never had it in his thoughts to conclude such a treaty with those Britons, since this monarch, as it appears to me, harbors not a grain of evil in his bosom, but rather I maintain that these historical fictions were inventions of the Crown Prince. However, I can respectfully report this with truth to Your Right Excellencies, that in the month of May last, some Malays, according to reports 500 head strong, came down from Bancahoeloe to these upper lands and wished to settle there, likely through the instigation of the English, whereby they fell into dispute with the Palembangese, indeed to such an extent that they came to blows, in which attack four of the former fell and several were wounded, and of the latter a few were slightly injured, whereupon those Malays retreated back to their territory. Whereupon I paid a visit to the King and asked His Highness about this incident, who answered me that it was true, and that he had already sent some men provided with ammunition thither in case
Dutch transcription
29 Van Maccasser den 15: 8ber: 1764: „gesteld, tot gallarang van tang„ koeroe in steede van de over„ ledenen Dabeng sitaba zekere I. koena, en tot Tjinrana in steede van La Eboe die over„ „leden is, tot regent Dabeng Marowa als zijnde die beijde persoonen de wettigste naaste en bequaamste so uijt het schrij„ „vens van de Resident als de oudste dier plaatze tot die ampten, en is volgens schrij„ vens van den Resident swel„ „lingrebel tot Poeloe Comba overleden Careeng oedjong„ lowe genaamd Mattoe Lattoe dog nog geen successeur benoemd vermits de geene die regt hebben om verkoren te worden nog niet zijn opgedaagd, en laastelijk zijn de regenten van Saleijer op den 1: dezer alhier aangekomen zijn „ benevens Van Maccasser den 15:' 8ber: 1764:—. benevens den P:l Resident van Rossum en haar gewoone tribuijt na Jaar„ „lijx usantie hebben geleverd excep„ „to den bonto bango also desselfs vaartuijg tot nog niet is opge„ „daagden men bevreeft is het zelve te sullen zijn verongelukt sul„ lende eerstdags vergadering ge„ „houden en ondersogt werden wat zij lieden hebben voort te dra„ gen Dit nu het geene zijnde het geene ik geoordeeld hebben schult„ „pligtig uw Hoog Edelheedens zo kort mogelijk te bedeelen sal ik dese hier mede besluijten en met profand respect verblijven /onderstond:/ Hoog Edele groot Agtb: wijdgebiedende Heere en wel Edele Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorsame Dienaer /was getekend:/ C:s Sinkelaar /:in margine:/ Maccassar in't Casteel den 15: october A„o 1764: Batavia 31 9 Van Palembang den 11:' Septb„r 1764: hoog Edelheedens mis„ „sive ongenoegen van die illustre sociteijt over de gehouden discours„ sen tusschen den kroon prins en Resident die Eerbiedig excus begane misslag: Batavia Aan Als vooren. Bij aankomst van de Pantjalling Lassum, hadde ik de eer te ontfangen uw Hoog Edelheedens seer gevenereerde ontfangst van haar Secreete Missive, sub dato 16: April Iongstleeden, waar bij tot mijn bit „tere leetweesen ontwaerde het onge„ „noegen dat uw Hoog Edelheedens heb„ „ben gelieven te nemen ten opsigte der, waar bij consteerd het gehoudene discourssen tusschen den kroon Prins en den ondergetekende omtrent het bewuste thin, welke begaane misslag, uw hoog Edel„ „heedens, op het de moedigste ver„ „soeke, mij goedgunstiglijk ge„ „lieven te pardonneeren sullende navolgens uw Hoog Edelheedens hoog gerespecteerde beveelen in het toekomende sorgedraagen, mij insake versoekt over die van die natuur niet weder so verre uijtlaat maar in tegendeel den koning so wel„ als kroon Prins na uw hoog Edelheedens over Van Palembang den 11: Septb:r 1764:—. prins spreeken den resident aan over de prijs van het thin „wesen aan hun hoog Ed:s een goede leverantie peeper en het nodige over wijzen gelijk nu Iongst gedaan heb, „be ter gelegentheijd dat bij het afleggen van een visite aan dit hof, hun hoog Edelheedens mij de novo geliefden aan te spreeken, so over den ontfangst van den koningen kroon uw hoog Edelheedens missive gerigt aan desen vorst als het daar bij ter ne„ „der gestelde wegens de prijs van rd:s 13:—: voor het picol thin waar over sij gants niet te vreeden scheenen te zijn, Edog antwoorde ik sijn hoog„ heijt op eene beleefde wijse eenelijk seggende, dat ik in die saak niets konde doen, maar dat den vorst sig dog werden overge„ aan uw hoog Edelheedens geliefden te addresseeren, het geene met stilswij„ „gen beandwoord wierd. wijders sal ik door iever en vigilan„ „tie, mitsgaders eene vrindelijke ommeging met dit hof al„ „le mogelijke vlijt aanwenden dat DE: Compagnie een goede leverantie sorge dat d'E Comp: peeper en de nodige quantiteijt thin thin erlangt erlangt en tegelijk alles in het werk stelden 33 Van Palembang den 11:' Septb„r 1764: stellen tot weiring van morse„ rijen in die Producten. Omtrent de onderhandeling die desen eersten staats ministers, benevens twee sij„ „ner hofsgroten, met den gemassacreerden Langier /c: s:/ gehad hebbe namentlijk dat gem: hovelingen, sig soude beklagt hebben, dat sij geduurende de laaste twee Iaaren, nog geen antwoord hadde er„ „langt, op seker verdrag dat desen zulthan, met de Engelsen soude ge„ sloten hebbe, over dit gehouden dis„ „cours kan ik met sekerheijd niet oordeelen, niet tegenstaande so ge„ „loof ik, dat den koning, nooijt in sijn gedagten heeft gehad sodanig verdrag met die britten te sluijten vermits desen vorst so als mij voor„ „komt geen grijn quaat in sijn boesem voedt, maar veel eer sus tineere dat dese historiale gefin„ „geerde verdigtselen van den kroon prins sijn geweest Maar egter kan ik uw hoog Edelheedens Van Palembang Den 11: Septb„r 1764. communicatie wegens een attacque, tussen ee„ 's konings onderdanen sulks waar te sijn Edelhedens dit met waarheijd eerbie„ dig berigten, dat in de maand Maij „nige Maleijers, en Iongstleeden, Eenige Maleijers vol„ gens berigt 500: koppen sterk van Bancahoeloe, na dese bovenlanden sijn komen afsakken en sig aldaar neder wilde setten /: Denkelijk door instigatie der Engelsen :/ waar door in twist met de Palem„ „bangers sijn geraakt Ia so ver„ „re dat handgemeen geweest sijn in welke attacque, van de Eerste vier gesneuvelt, en Eenige gequest sijn en van de laaste weijnige ligt geblesseert sijnde voorts die Maleijers weder na haar territoir gereitireerd waar op ik een visite den sijn hoogheijd betuijgd koning hebbe wesen afleggen en sijn Hoogheijt na dit voorval„ gevragt die mij antwoorde sulks waar was, dat bereets eenige man„ schappen, voorsien van ammoni„ „tie derwaarts gesonden hadde om ingevalle -
English
From Palembang, the 11th of September 1764 Yet the Crown Prince acts innocent in this matter, so that this minister addressed a curious question to two of his favorites, etc., whether in case his subjects were to be attacked again, they could resist the said Malays by force. The Crown Prince acts very innocent in this matter, saying he knows nothing of that history, which arouses pity. So that, under the wiser judgment of Your Right Excellencies' highly respected assembly, I maintain that this minister is playing his part in this, and that without the knowledge of his father. All the more so because this recently mentioned Prince asked his relations, the Tommangong Carta Nagara and a Kedemang Boenta, as well as other court grandees, by way of conversation: when I am sick and employ a doctor who gives me medicine which I judge to be bitter, yes, even if he puts sugar in my mouth it is still the same, whereby I perceive that my ailment grows worse; is it not then advisable that I seek another physician? To which was answered with unanimous votes. Yes, such and similar discourses are daily held by this first minister with his faction, for which reasons I use all efforts to trace the actions of that Prince by every possibility, because his designs seem dangerous to me. Upon further discovery of one thing or another, I shall respectfully give communication to Your Right Excellencies as speedily as possible. Meanwhile, on the 24th of the recently passed month of August, there appeared before this Lodge the bark De Draak, with which I had the honor to receive Your Right Excellencies' highly respected separate missive dated the 6th of the just mentioned month, together with an extract of a secret resolution under date of 4 May just prior. Having, in accordance with that highly honored order contained in the said separate letter, paid a visit to the King, and on that occasion maintained His Highness in an earnest manner on behalf of Your Right Excellencies regarding the Juragan Kalie Boenkal, who in a clandestine manner purchased a portion of stolen gunpowder at the island De Kuijper, which was found upon search on board his vessel, consisting of two martavans and a small chest containing 225 pounds, in addition to the half aam weighing gross 158½ lb. That furthermore, upon that discovery, the said Juragan was kept under arrest to investigate that matter further, so as to be punished according to merit. But in the meantime falling ill, Your Right Excellencies, out of accommodation for the Prince, had the frequently mentioned Juragan released to return to his King, in the confidence that His Highness will cause the often mentioned Juragan to receive his well-deserved punishment, since he made himself guilty of purchasing stolen goods, a matter which is highly contrary to the laws. However, the aforementioned quantity of gunpowder was returned to the head of the King's vessels, Kieij Demang Darpa Mangala. His Highness seemed to be affected by these words, remained silent for a while, after which silence he addressed me thus, saying: I request you to thank Their Right Excellencies very kindly in my name for the favor shown to my subject, and at the same time I will assure that I shall cause the frequently mentioned Juragan to be punished for that committed deed as an example to others. And furthermore this Prince admitted that he had never given such a quantity of gunpowder to the frequently mentioned Juragan upon his departure from here. The report mentioned in Your Right Excellencies' venerated extract of a secret resolution of the 4th of May last concerning the eight junks, which were said to be built in Siam and to belong to the undermentioned Chinese residing here, namely: Two to the Captain Tjoa Tjie Enko. One to Lim kaaijko, merchant. One to Ong Thelong, ditto. One to Ong Boetong, son of a former Captain. One to Ongio Loerin. One to Oingio Seenkong of Canton. One to Oigio Hoguang. That the aforesaid with the mentioned junks in anno passato were said to have transported from Palembang to China, according to reports from the supercargoes there, a quantity of 21,000 piculs of tin. Regarding this, the undersigned can inform Your Right Excellencies with great respect that the first three mentioned Chinese are dead poor; the fourth died some months ago in a similar condition; the fifth person is also very poor; and of the last two, as they live on Banca, I cannot judge. So that Your Right Excellencies, if you please, can easily ascertain that the aforementioned persons, by reason of their impoverished condition, could not possibly pay even half of such a quantity of tin in cash to the King in advance, unless this Prince and his court grandees connivingly lent a hand in this, and their chiefs on Banca, from where this smuggling trade must take place.
Dutch transcription
35 Van Palembang den 11:' Septb:r 1764 Edog speelt den kroon prins hier inde onnosele dat sus„ minister aan twee sijner lieve lingen &:a een koddige vraag ingevalle sijne onderdanen weder geattacqueert mogte werden, ge„ „melde Maleijers met magt te kun „ken wederstaan Den Kroon Prinshoud sig in deese saak seer annosel, seggende van die historiale niets te weten pitie baart so dat /:onder het wijser oordeel van uw Hoog Edelheedens hoog aansienlijke vergadering :/ ik susti„ neer, desen minister hier in sijn rol speelt, en sulks buijten weten van sijn vader te meer, om dat nu Jongst gemelden Prins, aan sijne minsons, den Tommangong Carta Nagara in eenen kedemang Boenta bene„ vens verdere hofsgroten, discourssive wijse vraagden, als ik siek ben om reeden desen en gebruijke Een dogter die mij medicijnen geeft dewelke ik oordeel gedaan heeft bitter te zijn Ia selfs al geeft hij mij suijker inde mond is het dog het selfde, waar door ik ontwaar dat mijn quaal verte 6 Van Palembang den 11:' Septemb:r 1764: vlijt aan wenden onderkruijpen arrivement van de barcq de Draak ontfangst van haar hoog Ed:s mis„ „sive vergert; is het dan niet raadsaam dat ik een ander geneesmeester soek geene met een parige stemmen beantwoord wierd, Ia sulke en diegdelijke discourssen werden dagelijks, door desen Eersten mi„ „nister, met sijnen aanhang ge„ voerd, om welke motieven ik al„ „les in het werk stelle, om de ge„ „doentens van die Prins bij alle mo„ En daarom alle gelijkheijt na te speuren dewijl sijn dessijnen te sijne desseijnen, mij gevaarlijk toe„ „schijnen sullende bij nader ont„ dekking van het een of ander uw Hoog Edelheedens so spoedig als doenelijk is eerbiedig Commu„ „nicatie geven, Inmiddens verscheen op den 24: der Iongst verweeken maand augustus, voor dese Logie de Barcq de Draak, waar mede ik de eer hadde te ontfangen uw hoog Edelheedens, hoog gerespec„ teerde aparte missive gedateerd den 37 Van Palembang den 11:' Septb:r 1764: „houden over ge„ onderdanen den wel„ „ke daar over in„ den 6: der evengemelde maand be„ nevens Een Extract secreete Re„ solutie, sub dato 4: Maij even be„ „vorens hebbende navolgens dat hoog g'eerde bevel vervat bij ge„ „melde aparte letteren den ko„ gegeven „ning een visite, en bij die gele„ gentheijd sijn hoogheijt uijt - name van uw hoog Edelheedens op eene ernstige wijze onderhou„ „den, over den Iuragan Kalie Boenkal die op eene Clandesti den koning onder„ „ne wijze, een gedeelte gestole bus„ tole buskruijt kruijt, ten Eijlande de Kuijper ge„ „ter „kogt heeft het geene bij visitie â Costi in zijn vaartuijg gevonden is, bestaande in twee martavanen en Een kisje waar in 225: ponden gepleegt door sijn benevens den half aam wegen „ hegtenis is geraakt „de brutto 158½ lb: Dat voorts bij die ontdekking ge„ melde Iurragan in arrest is ge„ „houden om die saak nader te on„ „dersoeken, om dus na merite gestraeft te. dog ƒ Palembang den 11: Septemb:r 1764: Van ƒ voor den vorst we„ den koning betuijg sijne Dankbaarheijt voor die gunst te werden dog intussen siek wor„ „dende, so hebben hun hoog Edelhee„ dens uijt inschikkelijkheijd voor uijt inschikkelijkheijd den vorst, meermelde Iurragan der gelargeeren laten ontslaan, om weder na sij„ nen koning „ keeren, in dat ver„ „trouwen, dat zijn hoogheijd dik„ gerepte Iurragan sijne wel ver„ „diende straffe sal doen erlangen, dewijl sig schuldig heeft, gemaakt aan koop van dieverij, een saak die ten hoogsten strijdende is, tegens soswvetten sijnde egter voormelde quantiteijt buskruijt aan het hoofd over 'skonings vaartuij„ „gen Kieij Demang Darpa Manga„ la; weder afgegeven Zijn hoogheijt scheen over dit gesegde aangedaan te zijn, sweeg een poostijt stil, na welk stilswijgen mij aldus aansprak met te seggen ik ver„ „soek uw hun hoog Edelheedens uijt mijne naam seer vriendelijk te bedanken voor de gunst aan mijn onderdaen beweesen en teffens wil versekeren 39 Van Palembang den 11:' Septb:r 1764: agt Jonken die te aan de nevenstaan„ „de persoonen toebe Clandestine vervoer van thin volgens berigten uijt China verzekeren dat ik meermelde zurra„ „gan, over dat begaaneffeijt tot een Exem„ „pel van andere sal doen straffen, en wijders bekende desen vorst dat nooijt sodanige quantiteijt buskruijt aan veelmelde Iurragan, met sijn de part van hier gegeven hadde Het vermelde bij uw Hoog Edel„ heedens gevenereerd Extract secreete siam gebouwt en Resolutie van den 4: Maij Iongstlee„ hoorende soude wesen den nopens de agt Jonken, die tesiam gebouwt en aan de onderstaande Chinee„ sen alhier woonagtig, toebehoorende ge soude sijn Namentlijk; Twee aanden Capitain Tjoa Tjie Enko. Een aan Lim kaaijko Coopman Een „ ong Thelong d„o Een „. ong Boetong, soon van een vorige Capitain Een „ ongio Loerin Een „ oingio seenkong van kanton Een „ oigio Hoguang Dat voorsz: met gem: Janken in anno „na passato van Palembang „ China soude vervoert wesen volgens berigt van de Van Palembang den 11:' Septemb:r 1764: de Cargas aldaar een quantiteijt van 21000, Picols thin hier omtrent kan den ondergetekende met veel eerbiedigheijd, uw hoog Edelheedens bedeelen, als dat de drie Eerstgemelde Chineesen doodt arm sijn, de vierde in is „ ene gelijke toestand voor Eenige maanden overleden den vijfde per„ soon is meede seer arm, en van de twee laaste als wonende te Banca, kan ik niet oordeelen so dat uw hoog Edelheedens /:des gelieven„ „de :/ ligtelijk kunnen nagaan dat voormelde personen uijt hoofde van hunne armoedigen toestand niet wel mogelijk de helft van sodanige quantiteijt thin in Con„ „tant aan den koning voor af soude kunnen betalen ingeval„ le desen vorst in sijne hofsgro„ ten hier in oogluijkende de handen niet leenden en hunne hoofden te Banca van waar dien smokkelhandel geschiet moet
English
From Palembang, the 11th of September 1764 It is not easily prevented because of the large circumference of Banca, unless the prince forbids it to his chiefs upon corporal punishment. This smuggling trade in the northern waters of that island is not easily prevented because of its large circumference, even though all vigilance is used to curb those smugglings by sending our cruisers back and forth and inspecting vessels, unless His Highness, in accordance with his concluded treaty with the Company, were to forbid his chiefs on the said island from engaging in that unpermitted trade upon pain of corporal punishment. In the meantime, I can assure Your High Noble Lordships in truth that the aforesaid junks, since my presence here, have not entered this river, nor have they departed from here, much less were passes given to their owners. Both in the past year and this year, no passes have been granted to such vessels; nevertheless, I shall pay close attention to such persons in the future whenever passes might be requested. Wherewith I take the honor to be with deep respect, High Noble, Great Respected, Severe, Far-Ruling Lord, and Noble Lords, Your High Noble Lordships' very humble servant, signed: I: Hens. In the margin: Palembang, the 11th of September Anno 1764. Below stood: Agrees, signed: I: Hens. Batavia. From Ternate, the 31st of July 1764: In accordance with our bounden duty, we proceed to respectfully answer Your High Noble Lordships' secret and separate letters of the 20th and 31st of December of the past year, as well as the 24th of February of this year, and to report on what has occurred here relating to those matters. We begin first with Batchian, whose king wrote us a letter in the month of August past, inserted in the resolution of the 9th of September following, containing mainly complaints about the outrages of the crew members of the Elisabeth Dorothea and the Princes van Orange, of which, however, the conversation with the king's brother, the well-disposed Prince Kalim, incorporated in our general resolution of that date, fully proves the contrary. Furthermore, he blamed Sergeant Rogsien that the islands of Mandioly and Batoe ampat had not yet been extirpated, for which he had long been ready. We, knowing better, therefore paid little attention to it, but decided to answer that letter properly and to admonish him to repent, which was executed on the 30th thereafter, requesting him not only to return to his old village, but also to reconcile with his aforementioned brother, Prince Kalim. To which we then again received on the 17th of November a very intricate answer, in which he first states that he cleared the spice growth from the island of Tambilet with great goodwill at the request of this government (because he could not do otherwise, as the dispatched detachment would otherwise have done it alone, as indeed has sufficiently occurred), just like Mandioly and Batoe ampat; but requested that, since those islands were not included under the contract, the Company might consider rewarding his subjects for their demonstrated efforts, so that hereafter they might be all the more willing to perform such labor. He further gave notice that hereafter he was willing to clear the spice growth from the land of Laboea and Kaseritoe, as well as extirpate the clove trees on Ouby, but would not tolerate or carry out extirpations on other islands, because they were not included in the contracts. We noted this as a trick of his, wishing thereby to decline the contract entered into with King Alawadin, just as was already evident in the year 1761 in his answer given to Captain Delahoutemaison and Secretary Masson, when he said his aforementioned predecessor must have been mad or drunk when he made that contract. For which reason the undersigned judged it necessary to incorporate into the aforementioned resolution the minutes from all the successive contracts entered into with the kings of Batchian, in order to enlighten the Council and to demonstrate that those princes are bound to have both the nutmeg and clove trees extirpated across all their lands without distinction, without being permitted to claim more for this than the annual recognition money of 700 rixdollars. For which reason we also did not deem it proper to give him an extraordinary gift for those extirpations, the more so because, despite the friendly admonition given to him,
Dutch transcription
41 Van Palembang den 11:' Septb: 1764 niet wel te beletten is door de groten om„ trek van Banca. ten Lijden vorst, leijfstraffe sulks dese verbieden. dese rievier niet moet sijn, sulks permitteer„ „den want gemerkt de vaart van dat Eijland, om de Noord niet wel te beletten is door sijnen welken sluijthandel ruijmen omtrek schoon dat men alle vigilantie gebruijkt tot stuijting van die sluijkerijen met het over en weder senden van onse kruijssers en visenteeren der vaartuijgen, ten ware sijn Hoogheijt na volgens sijn gesloten verbond met DE: Maat„ „schappij aan sijne hoofden op gemelde Eijland dien on„ gepermitteerden handel, op sijne hoofden op op leijfstraffe deede verbieden. Middelerwijlen kan ik uw hoog Edelheedens met waarheijd versekeren dat voorschreeven Ionken sedert mijn aanwee„ „sen in Loco niet binnen dese Rievier sijn gekomen dan voorsz Jonken zijn wel van hier vertrocken in nog uijtgegaan. veel minder aan dies Eijgenaars Fo Van Salembang den 11: Septemb:r 1764: eijgenaars passen gegeven. so wel in den voorleeden als desen Iare geen passer veel iim aandus verleend niet tegenstaande sal ik op de sodanige in het vervolg reflexie slaan, wanneer passen mogte ver„ soeken waar meede mij de Eer aanmatigen met diep ont„ „sag te zijn /: onderstond:/ Hoog Edelen Groot Agt„ „baren Gestrengen wijdge„ biedende Heere en wel Edelen Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelheedens, seer oot „moedigen Dienaar /:was: getekend:/ I: Mens /: in margine:/. Palembang den 11: September Anno. 1764: /:onderstond:/ Accordeert /getekend:/ I: Hens Batavia 43 Van Ternaten den 31:' Julij 1764: de koning van Batchians klagten over de schepe„ „lingen. het tegendeel getuigt atavia Bij desen wederom volgens: schul„ „dige gehoudenisse tredende zo ter Inleiding Eerbiedige beantwoordinge uwer Hoog Edelhedens secrete en aparte letteren van den 20: en 31: december des gepasseerden, mitsgaders 24: februarij deses Jaars, als ter verhandelinge van het hier voorgevallene tot die zaken enige betrekkinge hebbende, Beginnen wij voor af met Batchian, wiens koning ons: in de maand e augustus passato een brief gesz: heeft g'insereert ter resolutie van den 9:' sep„ „tember daaraan, behelzende voor na „melijkkagten over de buiten sporig„ „heden der schepelingen van de Elisabeth Dorothea en de Princes van orange waar van egter het bij onse gemene re„ „solutie van dien datum ingelijfde gesprek met 'skonings broeder, den waar van zijn broeder wel gezinden Prins kalim volkomen Aan Als vooren het H „ Van Ternaten den 31: Iulij A:o 1764 „geant dog zonder grond vermanen den koning tot inkeer te komen geextrepeert het tegendeel aantoont; gevende voorts beschuldigt ook den Cer„ den Sergeant Rogsien de schult de Eilanden Mandiolij en Batoe ampat nog niet g'extirpeert waren, waar toe hij al lange was klaar geweest, 'twelk wij beter we„ „tende derhalven daar op weinig agt sloe„ „gen maar besloten dien brief naar behoren te beantwoorden en hem tot inkeer te vermanen, gelijk zulx den 30: daar aan zijn beslag erlangde met hem niet alleen te versoeken naar zijn oude negorij te rug te keeren maer „broeder den ook om zig met zijnen „ voornoemden Prins kalim te verzoenen. wij dan waar op weder 17: november een zeer zijn antwoord daar op intricaat antwoord kregen, waar bij hij voor af zegt het Eilant Tambilet op de begeerte dezer regeering met veel genegentheid van 't specerij gewas ge„ het Eilandtje Tambilet Zuivert te hebben (:om dat hij niet anders kon wijl het afgestoken kommando zulx anders alleen wel zou gedaan hebben gelijk tog genoegzaam geschiet is:/ even als man„ diolij en Batoe ampat dog 15 Van Ternaten den 31: Iulij 1764: danen daar voor te be„ geeft teken geen no„ ten bomen te willen extirperen. 't land van Batchian geen extirpaties te wildaar mede het Con„ „tract met den koning alwadin aangegaan de Clineren. dog dat verzogt, vermits die Eijlanden on „der 't Contract niet begrepen waaren verzoekt zijne onder„ de Comp: daar over haare gedagten denken mogt laten gaan om zijne onder „danen voor hare bewezen moeijte te bedenken, op datze na dato zo veel te bereidwillige omtrent dier„ „gelijken arbeid mogten zijn; onder verdere tekennen gave hij nadezen wel het landt van Laboea en ka„ seritoe van het specerij gewas wil„ de zuiveren, zo mede op oubij de nagelbomen extirperen, maar op en behalven op oubijen andere Eilanden geen Extirpaties willen gedogen doen; vermits ze in de Contrac„ „ten niet begrepen waren 't geen we als een streck van hem aanmerktten, als willende daar mede het Contract met den koning alawadin aan„ „gegaan de Clineren, gelijk dat in den Jare 1761: al eens geble„ „ken is in zijn gegeven ant„ woord aan den kapitain de„ „lahoute Van Ternaten den 31: Iulij 1764: lahaute maison en secretaris van Masson, wanneer hij seijde zijn pree„ decesseur voornoemt gek of Dron„ „ken moest geweest zijn toen hij dat Contract gemaakt had; uit„ „welken hoofde den ondergeteken„ „den nodig oordeelde bij voormel„ „de resolutie te laten inlij„ „vende notulen uit alle de successive Contracten met de koningen van Batchian aan„ „gegaan, om den raadt daar van van ligt tegeven, en aantetonen die vorsten gehouden zijn, zo wel denoten als nagul bomen, op 1 „ onderscheit ten laten excerpeeren honder alle hunne landen zonder „ daar meer voor te mogen preten„ „deren dan de Jaarlijxe recognie„ „tie penningen van 700:—: rijkxdaal„ „ders, alwaaromme we dan ook niet goed vonden hem een Extra ordinair geschenk voor die uit roejingen aftegeven, te meer hij onaangezien de vriendelijke vermaning hem.
English
47 From Ternate, 31 July 1764 and to reconcile with his brother, the king's actions, done by letter of 30 September of the past year, had not brought him to repent, but that he had remained at the negorij Lamma under the pretext of having gone thither because his ancestors had lived there, and also because the crew members who were recently there had made every effort to abduct him and transport him to the Cape or Ceylon, which, being nothing other than far-fetched pretexts, demonstrates his bad conscience. Likewise, his malicious spitefulness is also evident in his intention not to reconcile with his brother, the aforementioned, before the Company takes his head away and places it before Fort Orange to speak with the kalim, taking it very ill of us that we advised him to reconcile, fabricating falsely in addition that we had proposed the son of the said kalim, named Rasadin, as king in his stead, notwithstanding that we in our aforementioned writing of 30 From Ternate, 31 July in the Year 1764 September had assured him of the contrary. Furthermore, we consider his declaration of loyalty to the Company as something that does not stem from a sincere heart, and the complaints about the crew members to be mere trifles and trumped-up pretenses to which not the slightest regard should be given, as on the contrary he was treated very courteously by them in many respects, and even presented by some with little gold buttons, etc. For this reason, we deemed it proper to wait with replying to that letter until the receipt of Your Right Excellencies' rescription to our reports of last year. Meanwhile, it further appeared to us from a literal letter of Sergeant Rogzien at the session of 20 January, concerning his wondrous behavior toward his quimelaha Marafolij, whom he had first driven away from the negorij Lamma and subsequently ordered the aforementioned sergeant to send back under arrest. Which the marasaolij 49 From Ternate, 31 July 1764 understanding, requested not to be sent to the king, but hither, since he had many secrets to reveal to us, which the sergeant also put into effect with an express prahu. But the king, getting word of this, quickly pursued him with eight prahus and also overtook him near the island of Great Jawale, but could not get hold of him because he retreated into the forest. Whereby the king, having become desperate, sent his marasaolij's closest friends with provisions to him in order to persuade him amicably to return, which he then also accomplished, and was richly presented by the king with money, fine linens, and sago trees. The said sergeant was further ordered by us on 2 May to inform the king that we intend to conduct an exact spice inspection on Onbij, Batchian, and the surrounding lesser islands, and that the letter and gifts brought by the ship Ierusalem would be sent to him From Ternate, 31 July 1764 as soon as he should leave his present residence and return to his old negorij, with orders at the same time to persuade him thereto as much as possible, under the assurance that the Company has no evil intentions toward him. To this the postholder replied by letter of the 19th thereof, that this spiteful prince had declared regarding the extirpation that he could not make a declaration before he had received the letter from Your Right Excellencies; but if we did not wish to deliver the gifts, we could keep them. However, he requested his outstanding recognition monies in order to buy some gifts for Your Right Excellencies with the latter, raising many difficulties regarding his return to his old negorij, among others that he had supposedly sworn a heavy oath never to appear there again, and also that he was afraid of the heavy accusations, just as if From Ternate, 31 July 1764 those would be felt more there than at his present dwelling place. However, since the sergeant at the same time communicated that His Highness might well be persuaded to return if his brother, the discontented goegoegoe, accompanied by a party of Tidorese living there, and among them Prince Kichilikapita, to whom he listens more than to his grandees, were not encouraging him to remain at the negorij Lamma; he was written to again, instructing him to use all possible means to render the advice of that ganged-up mob illusory, and to bring the king to repent, with orders also to encourage the well-intentioned grandees thereto, and to assure him that when His Highness returns, no one will dare presume to do him any harm. The letter of Your Right Excellencies was also sent to the sergeant, with orders to deliver it to the king in the most proper manner, as well as to request him to send his deputies hither in order to
Dutch transcription
47 Van Ternaten den 31: Julij 1764:: en zig met zijn verzoenen 's konings gedoentens hem bij brief van den 30: September J„o leden gedaan, niet tot inkeer gekomen, maar op de negorij Lamma verbleven was, onder voorgave derwaarts gegaan te zijn om dat zijne voor ouderen aldaar aengewoont, en ook om dat de jongst aldaar aangeweest zijnde schepelingen alle middelen in 't werk gesteld hadden om hem op te ligten, en naar de Caab of Cijlon te vervoeren 't welk anders niets dan gezogte praetex„ „ten zijnde, zijne quade Conscientie aantoont gelijk zijn quaadaardigen wrevel moedigheijd broeder niet weder mede blijkt in zijn voornemen om zig niet zijnen broeder dikgewaagt, niet eerder te zul„ „len verzoenen voor de Comp: zijn hoofd wegneemt, en voor het kasteel orange stelt om met den kalim te spreeken, ne„ „mende het ons zeer qualijk wij hem tot verzoening aangeraden hebben fa„ aanmerking over bricerende daar bij valschelijk wij den zoon van gem: kalim Rasadin gen:t in zijn stede tot koning hadden voor „gedragen, onaangezien wij hem bij voorzegt ons schrijvens van den 30. Van Ternaten den 31: Iulij A„o 1764: gedrag 30: september daar van het tegen„ deel verzekert hadden; merkende wij voorts zijne betuijging van getrouheid voor de Comp: aan, als iets dat uit geen op regt harte voortkomt en de klagten over de schepelingen enkelde bagatellen en op geraapte voorgevens waar op geen de minste reflectie te staan zij, als zijnde integendeel in vele opzigten zeer heuschelijk door hen behandelt en zelfs van sommige met goude knoopjes &c:a beschonken, waar om wij dan ook goed „gevonden met het b'antwoorden van dien brief te wagten tot den ontfangst van uw hoog Edelheedens rescriptie op onze voorleden Jaarse berigten Intusschen bleek ons nog uijt een zijn verder wordelijk brief van den sergeant Rogzien ter sessie van den 20: Janu: zijn wonderlijk ge„ drag omtrent zijn quimelaha Mara„ folij dien hij eerst van de negorij Lam„ „ma verjaagt en naderhant aangem: ser„ „geant g'ordonneert had in arrest te rug te zenden 't geen den marasaolij verstaande 49 van Ternaten den 31: Iulij 1764: onse ordre den zerg:t omtrent d' Eilanden ou bij Batchian &:a verstaande, verzogt om hem niet naar den koning, maar herwaarts te zenden dewijl hij vele geheimen aan ons te openbaren had, 't geen den sergeant met een expresse praau ook werkstellig maaktte, maar den koning daar van de weet krijgende, was hem schielijk met agt prauwen gevolgt, en agterhaalde hem ook bij 't Eilant groot Jawale dog kon hem niet inhanden krijgen vermits hij zig boschwaarts in retireerde, waar door den koning hopeloos geworden zijnde, zijn mara„ „saolijs naaste vrienden met mondkost naar hem zout, ten einde hem in der„ „minne te bewegen tot te rug te komen 't geen hij ook toen volbragt, en van den koning met geld, fijne Lijwaten en sago bomen rijkelijk beschonken wiert, ge„ „melde sergeant is wijders den 2: meij door ons gelast den koning te verwettigen wij van meninge zijn Exacte specerij visite te doen op onbij Batchian ende daar om heen leggende minder Eilanden en dat de met het schip Ierusalem aangebragten brief en geschenken hem zouden toegezonden werden zo ij Van Ternaten den 31:' Iulij 1764: bataviasche brief en geschenken. daar op velmoedig zodra zijn tegenwoordige residentie zou„ verlaten, en in zijn oude negorij terug ko„ „men, met ordre teffens hem daar toe zo veel doenlijk te bewegen, onder verzekering de Comp: niets quaats omtrent hem in den zien heeft; hier op antwoorde dien posthou„ „der bij brief van den 19: daar aan dien wrevelmoedigen vorst daar op betuijgt hadde zig omtrent de Extirpatie niet ook omtrent der ^ te konnen declareren voor hij den brief van u hoog Edelheedens ontfangen had, dog in dien wij de geschenken met wilden afgeven dezelve dan konden behouden 's vorsten antwoord maar versogt egter zijne te voren„ „staande rekognitie penningen ten einde voor de laaste eenige geschenken voor u hoog Edelheedens in te kopen in alles even wre„ opperende nopens het te rug keren, naar zijn oude negorij vele zwa„ „righeden, onder anderen dat een zwaren Eed gedaan zou hebben noit weder aldaar te verschijnen, ook dat hij bevreest was voor de zwa„ „re aandschulddingen, even of Van Ternaten den 31:' Julij 1764. wort opgezet door zijn „pita of die daar meer gevoelt werden dan„ zijn tegenwoordige verblijf plaats doch dewijl den sergeant daar bij teffens bedeelde, zijn hoogheit nog wel te bewegen zou wezen te rug tekomen, indien zijn broeder den malkontenten goegoegoe, broeder en prins ka„ verzelt van een parthij aldaar woonag„ „tig zijnde tidoresen, en daar onder prins kichilikapita, naar dewelken hij meer dan maar zijne rijksgooten zuistert, hem niet tot het verblijf op de negorij lam„ „ma aanspoordden; is hem weder aangesz: gewe aand dizerde alle mogelijke middelen aantewenden om den raad van dient saam gerotten hoop Illusoir te maken, en den koning tot inkeer te brengen, met ordre de welmenende rijxgroten daar toe mede aantezetten, en hem te verzekeren, wanneer zijn hoogheit te rug komt niemant zig zal derven onderstaen hem enig leet aan te doen: zijnde hem sergeant ook toegezonden den brief van u hoog Edelheedens met ordre die op de best voegelykste wijze aan den koning te bezorgen; mitsgaders hem ook te verzoeken zijne gekommitteerdens dit heen tezenden om
English
From Ternate, the 31st of July 1764. To attend the solemn introduction of His High Nobility; but on the 26th of May we resolved to retain the gifts here, as well as his outstanding recognition moneys, after which on the 3rd of this month, by the aforementioned kitchili captain and two other writings, we received a letter from the king, wherein he now again declared that he would not accept Your High Nobilities' letter without the gifts, for which reason the sergeant also sent it back to us; declaring further that he could not have the extirpation carried out on Obi and Batchian by his people, who were too impoverished, but requested that the Company might employ other people for the 700 rixdollars, provided that he might still enjoy his outstanding recognition moneys up to four hundred rixdollars, as well as a basket of various drinks, together with some candles, two casks of beer with some other pipes of arrack, and 50 lb of gunpowder, in order to celebrate therewith the introduction of His High Nobility Van der Parra in his settlement, because he well imagined that his delegates would arrive too late, saying that he had also received such things from the gentlemen Blokland and Van Meylendonk on similar occasions; further accusing the sergeant of showing contempt for his person. Deliberating upon all of this at our session of the 3rd of this month, and in accordance with our resolution of the 23rd of June prior, wherein we found it good to move that prince for the present by all friendly means to come to reflection, we considered it best now also to satisfy his desire as closely as possible, by granting him the requested 400 rixdollars of recognition moneys and also giving the gifts, in order thereby to deprive him of all pretexts that the Company did not treat him according to the contents of the contracts by withholding his agreed funds; as well as to give him in addition the demanded wines, candles, arrack, and gunpowder as a present, and thus finally to give convincing proof of how gladly one strives to live with him in friendship and good trust, in the hope that such may bear fruit; all the more so if the King of Tidore fulfills what he of his own accord promised during the conversation held with him, recorded in the last-mentioned resolution, to admonish him to reflection. During which conversation, among other reflections concerning Tidore affairs, he said that all would go well if his requests were always granted, since his subjects, seeing this, would have respect for him, whereas otherwise they did as they pleased and did not care for his orders, thereby wishing to make known that he would gladly have some increase in recognition moneys, and that furthermore one should not be too strict if ever two or more years of favor moneys were requested in advance; which the undersigned had told him conflicted with his orders, at which he showed his surprise, saying he had always believed such was entirely up to a governor, but now that I informed him otherwise, he would write about it to Your High Nobilities, which it is doubted he will fulfill. Apart from this journey, he was also here quietly on the 14th of August last, when he made known that he had come solely to show himself and at the same time to clear himself of the bad impressions that might have been conceived against him due to his absence from Tidore during the smallpox epidemic that raged there, through false reports; for that one should not in the least doubt his loyalty, sincerity, and good intentions, and therefore he was heartily sorry that we had come to imagine that he maintained a secret understanding and correspondence with the King of Batchian and wished to step into the breach for him, which was by no means his intention, since he found enough work in keeping his own prahu afloat without taking another's burden upon his shoulders. It was true that, out of brotherly love and obligation, he had sometimes given the King of Batchian some good admonitions and instructions; but if he would not listen to them, he could do nothing about it, since he was no child or subject, but as much a Moluccan head king as he himself was, and therefore ought to know what to do or leave undone. He was answered to this that no such bad opinions of His Highness had been conceived at all, but since the King of Batchian
Dutch transcription
Van Ternaten den 31:' Iulij 1764: taviasche brief zouder aantenemen. extirpatien laat doen ter de rekognitie pen„ „aen werden. kleijnigheden. om de plegtige voorstelling van zijn hoog Edelheid bij te wonen: dog de geschenken be„ sloten wij op den 26: meij alhier aantehouden en ook zijne te vorenstaande rekognitie de koning wil de ba„penningen waar na wij op den 3: dezer de geschenken niet per voornoemden kitchili kapita en nog twee andere schrijvens een brief ontfangen van den koning, waar bij hij nu weder betuigde den brief uwer hoog Edelhedens niet te willen aanneemen zonder de geschenken waarom den sergeant ons dezelve ook weder toezend; betuigende wij„ „ders de Extirpatie op oubij en Batchian door versoekt de Comp: de zijn volk dat te veel verarmt was, door andere menschen ook niet te kunnen laten doen, maar ver„ „zogt de Comp: voor de 700: rijxd:s dar andere menschen toe mogt nemen, dog, dat hij zijne te vorenstaande rekognitie penn: maar dat hem eg„ tot vier hondert rijxd:s mogt genieten en ningen mogen vol„ een mantje met allerlei dranken benevens eenige kaarssen twee bier met eenige andere pijpen arak en 50: lb: kruit om daar mede de voorstelling van zijn Hoog Edelheid van der Parra op zijn negorij 53 Van Ternaten den 31:' Iulij 1764: van kleiagting laast zijne verzoeken meesten deels in gewil„ van tidore dient we„ negorij tivieren, wijl hij wel denken kon zijne gekom„ G mitteerdens te laat zouden komen, zeggende zulx van van de heeren Blokland, van Meijlendonk mede bij diergelijke ge legentheijd ontfangen te hebben: beschuldigende wijders den beschuldigt den serg:t serg:t van kleinagting voor zijn perzoon over alle het welke bij onse settinge van den 3: deser raadplegende overwa„ besluijt dient wegen . 1: „gen wij ingevolge ons besluit van den 23: Junij be„ „vorens, waar bij we goedgevonden dien vorst voor als nog door alle vriendelijke middelen te bewegen tot inkeer te komen, nu ook best te zijn zo na mogelijk waar bij hem voor't aan zijn begeerte te voldoen in hem de verzogte 400: —: ligt werden rijxd:s recognitie penningen, en ook de schenkagie aftegeven geven rijxd om hem daar door alle pretextia te benemen de Comp: hem niet naar den inhoude der Contracten behandelt door zijne geaccordeerde gelden in te houden, gelijk ook om hem boven dien de g'eischte wijnen, kaarssen. arak en kruit tot Een geschenk, en dus voor het laaste overtuigende blijken te geven het gaarne men, hope van en goedsuc„ met hem in vriendschap en goed vertrouwen tragt te leven, in hope zulx van vrugt mag zijn; te meer als koning van Tidore naar komt het geen hij eigen beweg„ „nig belooft heeft bij het men hem gehouden gespreek belooft van den koning ter laast gemelde resolutie ingelijft, om ham tot in gen „les keer Van Ternaten Den 31:' Iulij: A„o 1764: kennen gave van dien vorst hier nog eens ge„ „weest keer te zullen vermanen; Bij welk gesprek bij onder verdere speculative te anderen omtrent de Tidorese zaken zegt, alles wel zou gaan, indien hem zijne versoeken althoos toegestaan wier„ „den dewijl zijne onderdanen zulx ziende ontsag voor hem zoude hebben, daar zij bij het tegendeel deden wat zij wilden, en om zijne ordres niet geven, daar mede willende te ken„ „nen geven gaarne wat vermeerdering van rekognitie pan„ „ningen te willen hebben, en dat men boven dien niet zeer nau 'er op moest zien als eens twee of meer Jaaren gunst penningen voor uit verzogt; 't welk den ondergetekenden hem gezegt had tegen zijne ordres te strijden, waar over hij zijne verwondering liet blijken, zeggende althoos vermeert te hebben zulx volkomen van een gou„ „verneur ofhong, maar nu ik hem daar van anders onder rigte zou hij daar over aan u Hoog Edelhedens schrijvens, 't geen met twijfelen is in anno pasatta of hij zal naar komen, behalven deze reijs is hij hier op den 14: augustus passato nog eens instilte ge„ „weest waarneer hij te kennen gaf aenlijk gekomen om zig te zuijveren te zijn om zig eens te vertonen en teffens te zuiveren van de quade denkbeelden, die men uithoofde zijner absentie Van tidore gedurende de aldaar gegrasseert hebbende kinder ziekte, door volsche berigten zouwijlen tegen hem mogt „ in 't minste hebben op gevat; want dat men „ net minste Niet Van Ternaten den 31: Iulij 1764:—. betuigen Batchians vorst niet bemoeidde „woord daar op niat aan zijn trouw, op regt-en welme„ en zijn opregheid te nentheid moest twijfelen, en waarom het hem van herten Leet deed wij inverbeel dinge gekomen waren als of hij niet den koning van Batchian een geheime verstandhouding en korrespondentie hiet en zig voor hem in de bresse wilde stel„ p len dat geenzins zijn intentie was dewijl hij werk genoeg von't om zijne eigen prauw bovenwater te houden, zonder zig een anders last op den hals te halen, wel was waar hij Batchians koning uit dat zig ook met broederlijke liefde en verpligtinge zom„ wijlen eenige goede vermaningen en onder rigtingen gegeven had; maar als hij daar naar niet wilde zuisten kon hij daar ook niets tegen doen vermits hij geen kint of onderdaan, maar zo wel een molux hoofd koning als hij selfs was en der„ halven weten moest wat hem te doen af te laten stont. men antwoorde 's gouverneurs ant„ hem hier op men van zijn hoogheid ook geenzins zulke quade opinien opgevat had, maar dewijl Batchians koning.
English
From Ternate, the 31st of July 1764: who is reminded of his obligation hands over an account thereof robberies. king from his childhood until his reign had continuously been on Tidore, and still had many friends there, one nevertheless not without reason presumed that some of his highness's grandees played a concealed role with him, and strengthened him in his bad conduct and recklessness, in which his highness was obliged both to provide for the situation and to punish his unruly subjects, principally those of Pattani, Maba, and Weda, who did not hesitate to go out plundering with the Papuans and even show them the way, and a further calculation as well as to commit all sorts of outrages upon of suffered damages of the districts of Amboina, from where once again an account had come of damages suffered to the amount of 3123 rix-dollars and 44 stuivers, which together with the previous amount of 17422 rix-dollars and 17 stuivers made up a notable sum of 20546 rix-dollars and 13 stuivers, the which 57 From Ternate, the 31st of July 1764: regarding the treachery his promise in that regard. remain lacking. the which his highness, pursuant to the contract concluded on the 23rd of June 1733 between the king Bifalalihie and Governor de Haese, was obliged to compensate, and for which reason he was once again emphatically requested to exert all his powers to restrain his unruly subjects, for in the contrary case he would bring a great responsibility and trouble upon himself; hereupon he expressed his utmost sorrow over the treachery of some of his subjects, the more so because he had now also subsequently learned that some people of Maba, Weda, and Pattani had taken part with the Papuans, which was why he had also summoned them in order to investigate the matter and punish the guilty; promising further with solemn oath that he would exert all his powers to restrain the malicious Papuans, and take away their desire to commit further outrages, which the Company would experience if God spared his life, but the actual evidence of this appears as little as the truth of From Ternate, the 31st of July 1764: the ruler of Bacan is also untrue see context the request of Bacan's king to be relieved of the government is not in earnest his statement regarding what he said concerning the ruler of Bacan, for that was plainly evident from a note from the sergeant at Tidore, Joseph Stephan, dated the 10th of September, and thus shortly thereafter, in which that postholder reported how the king, having learned of the arrival here of Bacan's Kalim, had come to imagine that we would appoint him or his son Rasodin as king instead of his brother, the present ruler, over which he was very much annoyed, and had raged and stamped like an enraged monster, saying that if such were to happen, the whole Moluccas would be turned upside down; but having him assured to the contrary on that same day, he had also immediately begun to reflect; from which it may also well be inferred that the request of Bacan's king to be relieved of the government was not in earnest, but rather was a provocation, just as we noted that in our resolution of the 23rd of June; nevertheless, in case of persistent ill will From Ternate, the 31st of July 1764: will detain his brother nevertheless further discussed with king concerning that court will and unfaithfulness, we judge that it will be of service to proclaim the Kalim or his son in his place, whom we shall therefore also detain here for so long and not allow to depart again for Bacan, for which he, upon the writing of his wife, has already made a request. Furthermore, on the 7th of May, at the collection of the gifts, we emphatically conferred with the grandees of Tidore concerning the ongoing robberies and the compensations in that regard, and likewise caused this to be done further with the king through the interpreter, as appears from the separate resolution of the 28th of May, as well as most recently in superabundance through specially commissioned persons, our observation whereof is inserted into the report of our separate resolution of the 3rd of this month, and to which, as well as to the aforementioned resolutions, we beg to refer for the sake of brevity. Meanwhile, the closer we observe that court, the less prospect of improvement we perceive, as it consists entirely (as the saying goes) of petty thieves and accomplices; this is clearly shown by what was noted in the resolution of the 28th of May regarding the secretary Abdul Rauf, and we saw this regarding From Ternate, the 31st of July, anno 1764: regarding the king's servants plainly before our eyes during the visit paid to the Ternate regent Prince Zwaardekroon, when the sedan chairs of the council members were not spared from being stripped of their ironwork and linen; indeed, they even wanted to take away the grenadier caps of the old king, which the European bodyguard wears, for the silver plates that are on them; but this failed them, although they nevertheless managed to drag away some swivel guns from in front of the dalem. And since we may also firmly conclude that with the arrest of the two boys in question the matter will not improve, but rather deteriorate, indeed, in many minds, burst into a general uprising and rupture, because their family, both of brothers and brothers' children, consists in our estimate of at least about sixty persons, all scribes, who have already absorbed all the venom from them and from others; besides the fact that their brother Abdul Kadir, who was formerly secretary, is alone quite as wicked as the two of them combined.
Dutch transcription
Van Ternaten den 31:' Iulij: 1764: die hem zijn verpligting voorhoud kening overgeeft daar „verijen. koning van zijne kindsheijt af tot zijn regeeringe toe bij continuatie op Tidore was geweest, en aldaar nog vele vrienden had, men egter niet zonder reden pre„ simeerden, enige van zijn hoogheits rijksgroten en bedekte rolle met hem speelden, en hem in zijn qua „de menees en onbezonnenheijd sterktten, waar inne zijn hoogheid verpligt was, zo wel te voorsien als om zijne buitensporige onder„ danen te straffen, voornamelijk die van Pattanij, Maba en weda de welke zig niet ontzaggen met de popoëen uit roven te gaan en hem selfs den weg te wijsen mits„ en een nadere bereegaders allerlei baldadigheden te geleden schaden ro„ plegen op de districten van ambo„ ina van waar alweder en bere„ „geleden „kening. gekomen was van „ scha„ „de ten bedrage van rijxd:s 3123: 44: die met de vorige groot rd:s 17422: 17: te zamen en notabele som„ me van ryxd=s 20546. 13: uitmaakten dewelke 57 Van Ternaten den 31:' Julij 1764: over de trouwloosheid zijn belofte dientwe„ „gen. blijven agter. dewelke zijn hoogheit conform het contract op den 23: Iunij 1733: gesloten tusschen den koning Bifalalihie en den gouverneur de Haese verpligt was te vergoeden en waarom men hem nogmaals niet nadruk versogt alle zijn vermogens in te spannen om zijne buijten sporige onderdanen te beteu „gelen, want bij het tegendeel zig zelven een groote verantwoording en moeijelijk „heid op den hals, zou halen hier op betuig„ betuijgt zijn heet wezen de hij zijn uitterste Leetwesen over de trouloos„ zijner onderdanen. „heid van eenige zijner onderdanen te meer hij nu meede van agteren verstaan had enige Maba, weda en Pattaniresen met de pa„ „poeers mede deden waarom hij hen lieden ook op ontboden had om daar onderzoek naar te doen ende schuldigen te straffen; beloo„ „vende voorts met durven Eede alle zijn krag„ „ten zullen inpannen om de wrevelmoedige pa„ poeers te beteugelen, en henden lust te bene„ „men meerder buiten sporigheden te plegen, 't welk de Comp: ondervinden zoude indien hem Godt het leven spaarder, maar de reeleblijken hier de blijken daar van van komen alzo min te voorschijn, als de waarheijd van Van Ternaten den 31: Iulij 1764:—. batchians vorst is ook onwaar vide Context het versoekt van bat„ „chians koning om van te worden is geen ernste zijn betuijgde omtrent van zijn gezegde omtrent Batchians vorst want dat bleekklaar bij een briefje van den sergeant te Tidore Ioseph Stephan, gedateerd 10: september en dus kort daar aan, waar bij dien posthou„ der bedeelde, hoe den koning, de arrive alhier van Batchians Kalim vernomen hebben „de, in verbeelding was gekomen wij denzelven dan wel zijn zoon Rasodin tot koning instede van zijn broeder den presenten vorst zou „den aanstellen, waar over hij zig zeer ge„ „ergeert, en als een verwold ineusch getiert en gestampt had, onder uittinge wanneer zulx geschiede de geheele molukkos het on„ derste boven gekeert zouden worden, maar hem ten zelven dage daar van het tegen„ „deel latende verzekeren, was hij ook aanstonds aan 't beraden geraakt waar uit de regering ontslagen dan almede wel aftenemen zij het versoek van Batchians koning om van de rege„ „ring ontslagen te werden geen ernst maar veele eer geweest is ene uitterginge gelijk wij dat aangemerkt hebben bij ons be„ sluit van den 23: Iunij Heeden des niet te min oordeelen wij bij volhardende quaad willigheijd. ƒ Van Ternaten den 31:' Iulij 1764: „ten aanhouden nader onderhouden over koning nopens dat hof „willigheid en ontrouw van dienst te kunnen zullen ijn boeder eg„ wesen den kalim of zijn zoon in zijn plaats te pro„ „clameren dien wij daar om ook zo lange hier aan„ houden zullen en niet wederlaten vertrekken naar Batchiaan, waar om hij op 't aanschrijven van zijn vrou reets versoek gedaan heeft Voorts hebben wij de rijxgroten van Tidore op den de rijxgroten van tidore„ 7:' meij bij 't afhalen der geschenken mede over de de aanhoudende roverijen aanhoudende roverijen, ende vergoedingen dien aangaande met nadruk onderhouden, en zulx den mitsgaders ook den koning ook nog nader door den tolk la„ „ten doen blijkens aparte resolutie van den 28: meij mitsgaders nu Jongst nog ten over vloede door expresse gekommitteerdens waar onse aanmerking van het rapport bij ons apart besluijt van den 3: dezer g'insereert is, en waar aan wij ons zo wel als aan voormelde arresten kortheids halven verzoeken te mogen gedragen Hoe nader wij ondertusschen dat hof beschou„ wen hoe minder apparentie van beterschap ontwa„ „ren als bestaande geheel en al /:zo men zegt:/ „ en diefjes uijt diefje „ maat, dit blijkt klaar bij 't aan„ vide Context „getekende ter resolutie van 28: meij aangaande den secretaris Abdul Rauf en dit zagen we omtrent. - Ternaten den 31:' Julij A„o 1764: Van omtrent 'skonings bediendens genoegzaam voor de oogen bij gegeven visite aan den Ternaat„ „sen regent Prins Zwaardekroon, wanneer de draagstoelen der raadsleden niet ver„ schoont werden van 't ijzer werk en Lijwaat berooft te worden, Ia selfs wildenze de „die granadiermutzen van den ouden koning „ de Euro„ „pesche Lijfwagt draagt wegnemen om de zilvere plaaten die daar voor zijn; dog dit mislukte, hen schoonze egter enige rantakken van voor den dalle„ wisten weg te slepen, En de wijl wij mede wel vast mogen stellen met de opligting der twee bewuste knapen de zaak niet beter worden, maar veel eer ver„ stimmeren, Ja naar veel gedagten tot een ge„ nerale op stand en rupture uit barsten zal uithoofde hunne familje, zo van broeders als broeders kinderen, naar onse gissing ten minsten wel in't sestig perzoonen alle schrijvers bestaat, die reets al het venijns van hun en van anderen ingezogen heb„ „ben; behalven dat hun broeder Abdul kadier, die voormaals secretaris geweest is alleen ruim zo slegt is dan zij met hun beijde
English
From Ternate, 31 July 1764: In that regard, Batchian, no spices found on Batoe ampat, but on a nearby small island Tambilet. Therefore we have considered it necessary to submit our proposal once more to Your High Nobilities' consideration, in order to keep the Tidore court as quiet as possible at this time when Batchian is in such a precarious state. Concerning the extirpations, Batchian's postholder reported by letters of 22 and 23 August that the extirpators sent from here had departed for Mandiolij on the 16th prior and had already felled 200 fruit-bearing nutmeg trees, of which he sent over some fruit and leaves, which, after examination by two members of the council in the presence of the fiscal, were burned. Subsequently, the said extirpators returned here, Mandiolij cleared, submitting such a written report of their proceedings as may be seen in the resolution of 4 October, showing that on Mandiolij were destroyed: 588 fruit-bearing, and 391 saplings, or together 979 nutmeg trees of that sort. Whereas on Batoe ampat they found no spices, but on an island situated opposite it, named Tambilet, they had discovered some clove trees, of which the head of that expedition, Sergeant Josna de Ruiter, had caused one tree to be felled. From Ternate, 31 July 1764: The sergeant of the Labourese, where he brought the leaves along for examination; regarding which we noted at the aforementioned session that this sergeant would have done well if he had not let himself be deterred by the severe threat of the king to take his life from destroying the remaining trees, concerning which we also addressed that monarch in a dispatched letter of 30 September, and ordered Batchian's postholder to fell them with or without the king's consent. Furthermore, according to what was recorded in the aforementioned resolution, it was confirmed by solemn oath by all the extirpators that they had performed the work properly, reported the true number of uprooted trees, and burned all ripe as well as unripe fruits. For this reason, they were paid their ordinary board money from their departure until their return here, and to the sergeant an additional rd:s 6: 24: for two hired hands whom he had employed for carrying the baggage during the extirpation, or 26 days; likewise to 13 accompanying Labourese, each 6 stuivers a day, or together rd:s 42: 12: —. A further discovery having been separately made known to the undersigned by the sergeant of the Labourese at a certain place From Ternate, 31 July 1764: Our decision in that regard. Tambilet cleared. Our in that regard. Place called Kaputoesong, not far from the Batchian post, where he had found nutmeg trees, but had not thoroughly investigated whether there were more, further indicating that work had always been done in the mountains at that place, but not on the beach. We therefore asked that man at the aforementioned session of 4 October whether he felt able to extirpate those trees without much ado on the return journey to Batchian; which he accepted, and he was therefore recommended to accomplish it, and the effect thereof. The report of this having been received at the resolution of 9 December, it appeared that there had been extirpated: 52 fruit-bearing and 25 sapling nutmeg trees. Furthermore, it also appeared from a daily journal of Batchian's postholder that the king had finally provided the necessary men to clear the island Tambilet, and he, the sergeant, had uprooted there: 35 fruit-bearing and 398 sapling clove trees; 235 fruit-bearing and 172 sapling nutmeg trees. For which reason, at the said session of 9 December, hope was also conceived that no spice trees will be found there for a long time; however, it was not deemed expedient to have the sergeant come hither. From Ternate, 31 July 1764: Sergeant of Batchian to come hither to take the oath, but better to let him remain there until a further opportunity, in order to protect the family of the Kalim and to keep an eye on the king's doings. Nevertheless, we sent him, along with a letter of 20 January, a small sum of rd: 30: for 16 Labourese hired hands who worked for 15 days on the aforementioned island and on the river Kapoetoesan. Further order to him, just as we further ordered him by letter of 2 May last past to have the sergeant of the Labourese investigate anew whether there were still spice trees to be found on the islands Mandiolij, Batoe ampat, Tambilet, and the district of Gilalang, and if so, to have the said places cleared of them by that man, if he considered himself capable, with his subordinates alongside a corporal and two European private soldiers, of performing that work properly, with orders to report thereon immediately, since in case of impracticability, this would be recommended to the cruisers. His answer thereto, to which he communicated by letter of the 19th thereof, that the king was somewhat inclined to that extirpation, but had nevertheless made a condition not to uproot any nutmeg trees, because
Dutch transcription
61 Van Ternaten den 31: Iulij 1764: dientwegen Batchian op Batoe ampatgeen specerijen gevonden gelegen eilandje Tam„ beide derhalven hebben wij nodig g'agt u hoog Edel„ onse voortdragt „hedens dit nog eens in bedenkinge tegeven, om het Tidorese hof, in dezen tijd dat het niet Batchi„ „an zo veeg gestelt is, zo veel mogelyk slapende te houden. De Extirpatien betreffende heeft Batchians d'Extirpatien onder posthouder bij brieven van den 22: en 23: augustus bedeelt, de van hier verzondene Extirpateurs den 16: bevorens naar Mandiolij vertrokken waren en reets 200:—: vrugtdragende notenbomen om„ „gevelt hadden, waar van hij eenige vrugt en bladen overzond, die na beschouwing door twee leden uit den raad ten overstaan van den fiscaal verband zijn vervolgens zijn gemelde Extirpateurs hier gere„ „verteerd van hunne verrigtingen zodanig schriftelijk mandrolij gezuwvert rapport overleverende als bij de resolutie vanden 4: october te zien zij, waar bij blijkt op mandiolij vermelt zijn 588: vrugt dragende, en 391:—„ tal ofte zamen 979: noten bomen in zoort, waar en tegen ze op Batoe ampat geen specerijen, maar op een daar tegen over„ gelegen Eilandtje Tambilet gen:t enige nagulbomen maar wel op een na bij ontdekt hadden, waar van het hoofd dier Expeditie den bilet Sergeant Iosna de Ruiter een boom had laten omkappen. 4 ƒ Van Ternaten den 31:' Iulij 1764:— den sergeant der La„ bouresen omkappen, waar van hij de bladen tot specula„ waar „tie mede bragt; omtrent wij ter evengem: sessie aanmerktten, dien sergeant welgedaan zou hebben, in dien zig niet door het zwaar dreigement van den koning in hem het leven te zullen benemen had laten afschrik„ „ken om de overige bomen te vermielen waar over wij dien vorst bij afgegane brief van den 30: September ook onderhouden, en Batchians posthouder van g'ordonneert hebben niet of zonder wille den ko„ „ning die komen om te hakken, Zijnde wijders volgens het aangetekende ter gem: resolutie door alle de Extirpateurs met solemnelen Eede besvestigt, zij het werk naar behoren volbragt het ware getal der uitgeroeide bomen opgegeven, en alle zo rijpe als onrijpe vrugten verbrand hadden, waarom hen dan ook voldaen is het ordinair kostgeld sedert hun vertrek tot retour alhier toe en aan den sergeant nog aparte rd:s 6: 24: voor twee huurlingen die hij gedurende extirpatie, ofte in 26: dagen tot het dragen der bagagie gebruikt had, zijnde zo mede aan 13: mede geweest Labouresen ider 6: stuijvers 's daags ofte samen rd:s 42: 12: —: nader ontdekking door de sergeant der Labouresen den ondergetekenden nog apart bekent hebbende gemaakt op een zekere plaats 63 Van Terwaten den 31: Iulij 1764: ons besluijt dientwegen Tambilet gezuivert onze dientwegen plaats kaputoesong gen:t niet verre van de Bat„ Chianse post, thier noten bomen gevonden maar niet regt nagespeurt had of er nog meer stonden, met verde„ „re te kennen gave op die plaats wel althoos in 't gebergte maar niet aan het strant gewerkt was, zo hebben wij dien man ter meermelde sittingen van den 4: october afgevraagt, of zig instaat bevond die bomen zonder veel omslag te maken op de te rug reise naar Bat„ chian te Extirperen; 't geen hij aannam en der„ en diens effect „halven ook gerekommandeert wierd te volbrengen waar van het rapport ter resolutie van den 9: decem„ „ber ingekomen wezende bleek aldaar g'Extirpeert waren 52: vrugt en 25: Tel noten bomen Consterende voorts ook nog bij een dag verhaal van Batchians posthouder, de koning de nodige manschap om het Eiland Iam „bilet te zuiveren eindelijk gegeven en hij sergeant aldaar uitgeroeit had 35: vrugt en 398: tel. - -. . nagelbomen 235: vrugten 172: tel noten bomen waarom ter gemelde sessie van den 9: december ook hope opgevat is daar in lange„ tijt geen specerij bomen meer gevonden zul„ „len worden; dog niet dienstig geagt den sergeant herwaarts Van Ternaten den 31:' Iulij 1764:—: sergeant van Batchi„ herwaarts te laten komen om den Eed te presteren maar beter hem aldaar telaten verblijven tot na„ „dere gelegentheid, om de famielje van den kalim te dekken en 'skonings gedoentens in 't oog te houden Egter hebben wij hem nevens schrijvens van den 20: Januarij toegeschikt een sommetje van rd: 30: voor 16: Labourese huurlingen die 15: dagen op voorm: Eij„ „land en aan de rivier kapoetoesan g'arbeid hebben Nader ordre aan den gelijk wij hem wijders bij brief van den 2:' meij I:o Leden ordonneerden door den sergeant der Labouresen wederom op nieuw te laten on„ derzoeken of er op de Eijlanden mandiolij Batoe ampat Tambilet en het district van gilalang ook nog specarij bomen te vinden waren en zo Ja gem: plaatsen door dien maan daar van te laten zui„ veren, in dien zig met zijne onderhorigen nevens en korporaal en twee gemene Europese militairen instaat oordeelde dat werk naar behoren te verrig„ „ten, met ordre daar omtent ten Eersten te dienen van berigt, dewijl in kas van ondoenlijkheid zulx de kruissers zou werden aanbevolen: waar op hij bij brief vanden zijn antwoord daar op 19:' daar aan gecomminiceert heeft, de koning tot die Ex„ „tirpatie wil eenigsiens genegen was, maar egter een kondi„ tie gemaakt had om geen noten bamen uit te roeijen, dewijl in. an
English
65 From Ternate, the 31st of July 1764: resolution regarding this; the effect of our order regarding the destruction of the spices in the newly discovered places. in his contract no mention was made of this, but only of clove trees, and that had not yet been complied with either; wherefore we, at our meeting on the 26th of May, found it proper to send the sergeant an extract from our separate resolution of the 9th of December last, in order thus to enable him to urge upon the king emphatically what he is bound to according to the so solemnly sworn contracts, if he should longer decline to carry out the extirpations properly; it being meanwhile considered by us as well done that the sergeant, not minding the king's statements, had ordered the Labuha people to chop down and burn all the nutmeg as well as clove trees, which also had such an effect, as a daily journal kept by Corporal Raats during that inspection shows, whereby it appeared to us at the session of the 3rd of this month, that all those islands were searched and on the same were again destroyed: Clove: 6 fruit-bearing and 40 young trees Nutmeg: 101 fruit-bearing and 110 young trees or together: 257 trees in sort; for which reason we also resolved on that day to send over to Batchian one month's ration for the said corporal and two common soldiers who completed that work, besides 23 rixdollars for eight Labuha hirelings who were employed for that purpose during the time of 23 days, or from the 14th of May to the 7th of June. From Ternate, the 31st of July 1764: regarding the spice destruction on Messa and Doti. vide context Concerning the extirpations on the lands belonging under Tidore, the commissioners on Messa communicated under date by letter of the 7th of August, that they had already extirpated 1643 fruit-bearing and 2221 young or 3864 nutmeg trees, and also frequently went into the forests themselves to look after the work, but that they were nevertheless constantly obliged to hire prows and people for that purpose so as not to keep the troop personnel from the work; regarding which it was resolved by us in the resolution of the 9th of September, and answered to them by letter of the 13th thereafter, that if it could not be otherwise, not to spare those small expenses, and it was also approved that they had spent one piece of guinea cloth to persuade the chiefs to make as many forest huts and to work as far inland toward the forest as their commissioners thought necessary, since the said chiefs, following their own disposition, according to their pretence, had wanted to proceed according to old custom, to make only a certain number of those huts, and then work no further. 67 From Ternate, the 31st of July 1764: the number of uprooted trees there. Subsequently, those extirpators returned here on the 21st of November of the past year, whereupon they delivered such a written report of their completed commission as is inserted in the resolution of the 9th of December, whereby to sufficient satisfaction it is established that on Messa: 2727 fruit-bearing, and 3656 young, and on Doti: 17587 fruit-bearing and 17698 young, and consequently in both those districts: 41668 pieces of nutmeg trees were destroyed. For the accuracy of which statement the commissioners at the aforementioned session took the oath with all distinction, as well as that they had given the necessary orders for burning both the ripe and unripe fruits, and had also often gone in person into the forest to see the work; just as the non-commissioned officers also confirmed by oath that they had truthfully declared the number of uprooted trees reported daily by the common extirpators in their report slips, and the soldiers that they had also faithfully reported the quantity destroyed by them, and had burned the found ripe as well as unripe fruits; after which the commissioners were discharged from all further accountability. Given: 80 rixdollars in cash 6 pieces common bleached guinees 5 pieces broad blue salempores and 12 pieces black Surat cannekijns, From Ternate, the 31st of July 1764: reward to the extirpators; certain village chiefs; resolution regarding this. which, as appears from the inserted current account, they had presented both to the native chiefs and to the guides and pointers-out of hidden spice trees; as also: 7 axes and 8 pedaks, which they had spent in the manner as stated. And we further resolved to let them be paid: 41 rixdollars 12 stuivers which they had been forced to spend extra, besides 147 rixdollars for hirelings calculated at 6 stuivers each per day from the 13th of June to the 7th of November, with another 144 cans of arrack, which they had received too little upon their departure from here, and furthermore also to the commissioners, non-commissioned officers, and privates, as a reward for their shown vigilance, the usual subsistence money from their departure until their return. In return for which the commissioners accounted for: 2 pieces common bleached guinees which they had not issued but had left over. Remark regarding some village chiefs. Meanwhile, one reflected with displeasure upon the aforementioned report that some village chiefs had behaved quite badly at the conclusion of that work, because the commissioners were not capable of satisfying their excessive demand for gifts, for which reason they deserved correction rather than anything else, but since some
Dutch transcription
65 Van Ternaten den 31: Iulij 1764: besluijt daar omtrent het effect van onze ordre specerijen op de nieu ont„ „dekte plaatzen. in zijn Contract daar van geen meutie werd gemaakt maar wel van nagul bouren, en daar ook nog niet voor voldaen was; waarom wij ter onzer bij eenkomste op „hebben den den 26: meij goedgevonden, „ sergeant toete zenden Extract uijt onze aparte resolutie van den 9: december pas„ „sato, om hem dus instaat te stellen den koning eens met nadruk voor te houden waar toe volgens de zo plegtig bezwoorne Contracten verbonden is, wanneer langer wijgeven mogt de Extirpaties naar behooren te omtrent de vermieling der verrigten, wordende door ons ondertusschen voor wel„ „ zig aan'skonings gezegdens niet Htoorende, den sarjant „gedaan aangemerkt, hij sergeant „ der labouresen g'or„ „donneert had, alle zo wel noten als nagel bomen om te hakken en verbranden, 't geen ook van zodanig een effect geweest is, als een door den Corporaal Raats gehouden dagverhaal gedurende die visite aantoont waar bij ons ter sessie van 3 dezer bleek, alle die Eilanden door zogt en op dezelve wederom verrielt zijn 6:—: vrugt en Nagul 40:—: Tel - - - -. . 101:—: vrugt en noten 110:—: Pel - - - of te zamen 257: bomen in zoort weshalven wij ten dien dage ook besloten een om. maant. Van Ternaten den 31: Iulij 1764:— nopens de specerij ver„ doti. vide Context maant randzoen voor gem: korporaal en twee gemeene militairen die dat werk volbragt hebben naar bat„ „chian over tezenden, benevens rd:s 23: voor agt La„ bourese huurlinge die gedurende den tijd van 23: dagen of van den 14: meij tot den 7: Junij daar toe g'Emploijeert zijn roepjingen Aangaande de uit de konaianten op de landen onder „rieling op Messa en Tidore gehoorende, hebben de kommissianten op Messa en dato bij brief van den 7:' augustus bedeelt, dat ze reets 1643:-: vrugt en 2221:- Iel ofte 3864: noten bomen g'Extirpeert hadden, en ook dikwils zelfs in de bosschen gingen om naar het werk te zien, maar datze egter steeds genoodzaakt waren daar toe prauw en volk te huren om het troupsvolk niet van 't werk afte houden: welken aangaande door ons bij re„ solutie van den 9: Septemb:r gerasolveert, en hen bij brief van den 13: daar aan geantwoord is, in dien zulx niet an„ „ders wezen kan die wijnige kosten niet te ontzien en ook goedgekeurt zij Een guinees gespendeert hadden om de hoofden over te haalen, zo veel bosch huisen te maken, en zo verre boschwaarts in te arbeiden als hun kommissianten nodig dagt vermits gem: hoofden na hun eigen zinlijkheid naar volgens hun voorgeven „ oud gebruijk hadden willen te 67 Van Ternaten den 31: Iulij 1764: 't getal der uitgeroerde bo„ „men aldaar. te werk gaan, om maar een zeker getal dier huijsen te maken, en dan niet verder te werke vervolgens zijn zij Extirpateurs den 21: november des gepasseerde Jaars alhier gereverteert, wanneer van hun„ „ne volbragte kommissie zodanig schriftelijk rapport over„ „leverde als bij de resolutie van den 9: december geinsereert is, waar bij ten gene noegen Consteert op Messa 2727:—: vrugt, en 3656:—: Tel, mitsgaders op doti 17587:—: vrugt en 17698:—: Tel, En gevolgelijk op beide die Landstrekken 1665: p„s note boomen vernielt zijn Voor de deugdelijkheid van welke op gave de kommissianten ter voorm: sessie den Eed met alle distinctie gepresteert, hebben, zo mede datze de nodige ordre gestelt hadden tot het verbranden der zo rijpe als onrijpe vrugten, en ook dikwils in perzoon boschwaarts gegaan waren naar het werk zien gelijk ook de onder officiers met Eede bevestigden zij het door de gemene Extirpateurs dagelijx opgegeven getal uitgeroeide bomen bij hunne rapport briefjes naar waarheit hadden bekent gestelt en de soldaten dat zij de door hen vermielde quantiteijt ook getrouwelijk opgegeven, mitsgaders de gevonden zo rijpe als onrijpe vrugten verbrant hadden, waar na de kom„ Missianten ontheft zijn van alle verdere verantwoordinge/ mede gegeven. 80:—: rd:s Contanten 6—: p:s guinees gemene gebl: 5:—: „ salempoeris br: bl: en 12:—: „ kannekijns swarte sourats. die. Van Ternaten den 31: Iulij 1764:— beloning aan de Extirga„ „teurs eenige dorps hoofden be„ sluit dientwegen. die zij blijkens g'insereerde rekening Courant zo aan de Inlandsche hoofden als malems en aan „wijzers van verholen specerij bomen verschonken hadden; gelijk meede van 7: bijlen en 8: pedaken, die zij invoegen als gezegt gespendeert hadden en arresteerden wijders aan hen lieden te laten voldaan rd:s 41: 12: stuivers die zij genoodzaakt waren geweest meer uijt te geven, nevens. „ 147:—: voor huurlingen â 6: stver:s ider 's daags gerekent van den 13: Junij tot den 7: novemb:r met nog 144:—: kannen arak, die zij bij hun vertrek van hier te min ontfangen hadden, en voorts ook aan de kommissianten, onder officieren en gemeenen tot een belooning voor hunne betoonde vigelantie het gewone kostgeld sedert hun vertrek tot retour toe. Waar en tegen de komissianten weder verantwoord hebben 2:– p:s guinees gem: gebl: die zij niet verstrekt maar over gehouden hadden. aanmerking omtrent Ondertusschen reflecteerde men bij het voorm: be„ rigt met ongenoegen zig eenige doopshoofden bij de absolu„ „tie van dat werk gansch misselijk gedragen hadden, om dat de kommissianten niet vermogens waren hunnen excessive Eisch van geschenken te voldoen, om welk reden ze ook eerder Correctie dan iets anders meriteerden dog dewijl Eenige 26
English
From Ternate, the 31st of July 1764. Deliberations concerning the extirpation on Nagoa. Some of them, appearing here together with the Tidorese delegates, and offering pseudo-excuses, it was deemed best in order to prevent all lingering not to let them depart with discontent, including handing over a reasonable recommendation: 4 pieces of Guinea cloth, medium, flowered, and 4 pieces of Salempuris, wide, blue, costing at purchase price f 62:12:— and sale price f 102:4:—. The king of Tidor having arrived here on the 14th of August, and on the 16th, accompanied by his major Djonkoltoe, paying a private visit in the evening to the undersigned, this monarch, as appears from the oral interview held with him and incorporated into the general Resolution of the 19th thereof, was requested to contribute what was necessary to begin the spice extirpation in the district of Niggoa. The undersigned pointed out that this was all the more necessary because it had not taken place for fifty years or since the time of King Hassanoedien, for it would otherwise look far too strange, since all other lands of His Highness were now finished, that this district alone remained uncompleted; that although one cannot well understand how his aforesaid predecessor, owing to the expenses incurred during that extirpation, had remained indebted to the Company at his death for over two thousand rixdollars, one was nevertheless willing to believe that some costs in that regard had to be incurred on behalf of His Highness, on the grounds that this district was under him alone, and concerning the promise thereof. From Ternate, the 31st of July 1764. The fulfillment thereof. Departure of the commissioners thither. belonged to him alone, and did not concern the grandees of the realm, which is why he would also be accommodated with one or two corges, for which he expressed his gratitude and further declared himself prepared to begin with it as soon as it suited us, which was then appointed for a month thereafter. Subsequently, on the 12th of September, the aforementioned two corges of Guinea cloth were delivered to the sergeant of His Highness's bodyguard, costing at purchase price f 380:— and at sale price f 624:—:—, after which His Highness, by a letter from the sergeant on the 21st thereof, made known that he would send his commissioners hither within ten days, wherefore we also resolved at the session of the 4th of October to appoint as commissioners of this spice inspection Ensign Abraham Rijchel and Assistant David Brand, with 2 sergeants, 4 corporals, and 20 common soldiers, as well as to provision them for four months, and to employ for their transport the pontoon De Bedrieger, as well as to furnish the commissioners with the Instructions incorporated in the aforementioned resolution, with which they also departed from here on the 14th of October, communicating by letter of the 29th thereof that on the 26th prior they had sent the troops into the forest, and had already destroyed 18 pieces of fruit-bearing and 17 pieces of wild, or together 35 pieces of nutmeg trees of various sorts, of which they sent over their first report, some fruits, From Ternate, the 31st of July 1764. fruits, bark, leaves, as well as two measurements of the thickness of the felled trees, of which one measured seven and the other five feet in circumference, the fruits being burned at the meeting of the 31st of October by two members from the council of policy; the commissioners further reporting by letter of the 25th of December that the work, both due to sickness and lack of provisions among the natives, lingered somewhat; the king of Tidor was requested to arrange promptly that his subjects be provided with the necessary victuals, and the commissioners were instructed by letter of the 28th of December to urge the progress thereof, although they might nonetheless give the native auxiliary troops 3 or 4 days leave if they strongly insisted upon it in order to search for provisions; but the aforementioned monarch having several times caused requests to be made thereupon to deliver two lasts of rice to his people on account of recognitie, this was condescended to in accordance with what was recorded in the resolution of the 20th of January in order to make that work proceed more quickly, and on the same day it was also resolved, upon the further request made by the commissioners in a letter of the 21st of January, to supply three months' rations for the extirpators and the crew of De Bedrieger by that small vessel, besides 12 chopping axes, and 4 pedaks in place of as many unserviceable ones, the commissioners reporting in the last-mentioned letter that notwithstanding the From Ternate, the 31st of July 1764. Those who shared. To cease. Further report of the commissioners. The king wished to halt the work. the lingering of the native and the sickness among the extirpators, of whom five had already died, the rivers Ionik, Kersse, Niagoa, as well as the Siboe creek had nevertheless been cleared of the spice growth through the destruction of 10,421 nutmeg trees of various sorts, and that they were now at the river Tosora. Furthermore, by letter of the 13th of March, they reported how they, on account of the unhealthiness of Niagoa, had relocated and gone to live at the mouth of the river Abak, sending over, moreover, some unserviceable chopping axes and pedaks, in place of which serviceable ones were sent over to them under covering letter of the 19th; but since Tidor's king maintained that the sickness and mortality among the Europeans mostly originated from eating wild vegetables, the commissioners were ordered by letter of the 14th of April to guard themselves and their subordinates against this. Whereafter, by letter of the 16th thereof, they communicated that the second commissioner of Tidor's king, the writer Abdullah, had told them he had orders from his master to work for only six months or 180 days, and upon the expiration thereof to cease, wherefore they also requested how they should conduct themselves in this matter, since this
Dutch transcription
69. Van Ternaten. den 31: Iulij 1764: derhouden over de Extir„ „patie op Nagoa. Eenige daar van met de Tidorese gekommitteerdens hier mede verschenen, en zig guasi verontschuldigden is om alle talmerijen voor te komen best g'agt hun niet niet ongenoegen te laten vertrekken waar onder een tamelijke rekommandatie aftegeven 4:– p:s guinees gem: geb: en 4:–„ Salempoeris br: bl: kostende in ƒ 62: 12:—: en uitkoops ƒ 102: 4:—: De koning van Tidor den 14 augustus alhier g'arriveert en den 16: verzelt van zijnen majoor djonkoltoe des avonds een parti„ culiere visite bij den ondergetekenden afleggende is, dien vorst blijkens het met hem gehouden en ter gemene Re„ solutie van den 19: daar aan ingelijkd mond gesprek, de koningvan sioreon„ verzogt het nodige te kontribueren om de specerij ex tir„ „patie op het district van Niggoa te beginnen onderteken„ „nen gave 't zelve zo veel noodzakelijker te wezen om dat zulks in geen vijftig Iaren of sedert des konings Has„ „sanoediens tijd geschiet was want het anders al te wonderlijk zou staan, dewijl nu alle andere lan„ den van zijn hoogheit afgewerkt waren, dat district alleen onafgedaan bleef, dat ofschoon men niet wel kan begrijpen genoemden zijnen voorzaet door de gevallen kosten bij die Extirpatie bij zijn over„ „lijden over de twee duizent rijxd:s aan d' Comp: schuldig gebleven was men egter wel wilde geloven 'er enige kosten dien aangaande van wegen zijn hoogheit moesten gedaan worden uit hoofde dat district onder hem onde promessedien aangaande alleen. Van Ternaten den 31:' Iulij 1764:—. diens voldoening „anten derwaarts allen gehoorde, en de rijxgrooten niet raaktte warom men hem ook met een â twee korgies te gemoet zou ko„ „men, waar voor hij zijne dankbaarheijt afleijde en voorts betuigde bereid te zijn daar aan zo dra het ons gele„ „gen quam te beginnen, 't welk men dan ook over een maand daar na bepaalde Vervolgens zijn den 12: septemb:r aan den sergeant van zijn hoogheits Lijfwagt de bovengem: twee Corgies guineesen afgege uit „ven kostende inkoops ƒ 380:— en Jerkoops ƒ 624: —0: —. waar na zijn hoogheid bij brief van den serg:t van den 21: daar aan liet bekent maken, zijne gecommitteerdens binnen thien dagen herwaarts te zullen zenden, waarom wij dan. ook ter sessie van den 4: october arresteerden tot komissianten dier specirij visite te benoemen den vendrig Abraham Rijchel, en den adsistent David Brand met 2:– zergeant 4:– korporaals en 20:- gemeene militairen, mitsgaders dezelve voor vier maan„ vertrek der Commissi„ den te provianderen en tot transport van hun te Emploieeren de konting de Bedierger zo mede de Commissianten te iunieren resol: p met de ter gem: ingelijfde Instructie waar mede zij ook den 14 october van hier vertrokken Communiceerende bij brief van den 29:' daar aan dat zijn den 26: bevorens de troepen boskhwaarts ingezonden, en reets 18:– p:s vrugt, en 17:–„sel oftezamen 35: p:s noten bomen in zoort vermelt hadden, waar van ze enige hun Eerste berigt vrugten. 71 Van Ternaten den 31: Julij 1764:—: vrugten basten, bladen, mitsgaders twee maten van dikte der omgevelde bomen overzonden, waar van de ene zeven en de andere vijfvoeten in den omtrek besoeg, zijnde de vrugten ter sameninge van den 31: october door twee leden uit den raad van politie verbrand, de kommissianten voorts bij brief van den 25: xber: bedelende het werk, zo uit hoofde der ziektens als gebrek aan mondkost onder de inlanders od't wat draalde; is sidors koning de verzogt spoedig te bezorgen, zijnde onderhorigen van de nodige vi„ „vres voorzien werden, en den kommissianten bij brief van den 28: december aangeschreven, op de voortgang daar van te moeten aandrijngen, schoon nogthans de Jinlandse hulptroepen wel 3 of 4: dagen vafantie konden geven indien daar sterk op mog„ ten staan om mondkost te zoeken, dog gem: vorst daar op verscheide malen verzoek latende doen om aan zijn volk twee lasten rijst op reek: van rekognitie aftegeven is ingevolge het aan„ getekende ter resolutie van den 20: Januarij ten Einde dat werk spoediger te doen voortgaan daar in gecondescendeert, en ten zelven dage ook g'arresteert op het nader gedaan verzoek der kommis„ „sianten bij letteren van den 21: Jann: drie maanden randzoen voor de Extirpateurs der schepelingen van de Bedrieger per dat kieltje te voldoen, Nevens. 12: kapbijlen, en 4: pedakken in stede van zo veel onbequame melden„ „de de kommissianten bij Laast gem: Letteren dat onaangezien de maan„ Van Ternaten den 31: Iulij 1764: — dien bedeelde staken de Talmerijen van den Jnlander en de ziekte onder de Extirpateurs, waar van er al vijf overleden waren, egter: de rivieren Ionik, kersse Niagoa, mitsgaders de spruit siboe van het specerij gewas gezuivert wa„ „ren door vervnieling van 10421: noten bomen in zoort, en datze zig aan de rivier Tosora bevonden der Commissanten na Wijders bedeelden ze bij brief van den 13: maart hoe ze om de wille der ongezontheid van Niagoa verhuist, in aan demond van de rivier abak gaan wonen waren, zendende voorts enige onbequame kapbijlen en pedakken over, in welkers stede hen onder gelei„ „de letteren van den 19: bequame overgezonden; zijn; maar alzo Tidors koning sustineerde de ziekte de koning wel het werk en sterfte onder de Europesen meestendeels uit het Eeten van wilde groetens zijn oorspronk had; is den kommissianten bij brief van den 14: april g'ordonneert zig nevens hunne onderhorigen daar voor te wegten Waar naze bij brief van den 16: daar aan Com„ municeerden de tweede kommissiant van Tidors koning den schrijver abdullah hen gezegt hadde ordre van zijn meester te hebben maar ses maanden of 180: dagen te werken, en na verloop van dezelve uit te scheiden, waarom zij ook verzogten hoedanig zig 6 daar in moesten gedragen, vermits dien.