Inventory 3130
Bengal · 930 pages · 155 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
358 Nawab, secret agreement with the Hooghly faujdar. spend; but upon receipt of that order there was no occasion to put it into effect, for the Nawab kept himself locked up in his seraglio because of a severe illness, of which we were given hope by secret Cassimbazar letter of 2 February that he would not recover, just as he then also passed away on the 5th ditto. Because of this, we believed we would be entirely freed from the exactions that he had wished to impose upon us during his lifetime, and therefore let the matter take its course, as we feared that through an untimely proposal we might perhaps ruin everything, and moreover we lacked nothing, suffered little or no trouble, and the shipping of goods proceeded without hindrance. For the first undersigned had managed to arrange with the Hooghly faujdar, here named Badel Khan, that by day, to show an act of duty, the import and export Further attempt at mediating the dispute. was prevented, but at night everything was free; of which favorable disposition of that honest man, who had been persuaded thereto by the promise of a moderate gift, one did not fail to make use, having all necessities approach by day up to a certain distance from the village, so as to be able to be brought in all the more speedily by night: for which, however, the hands of the guards also had to be filled each time. Since we nevertheless continuously remained enclosed, and we feared that the Patna fleet, of whose dispatch we daily expected news, would be detained en route, we deemed it advisable on the 19th past to urge the son of the deceased Nawab, formerly named Mir Jafar, now Najm-ud-Daulah, who since his father's death provisionally conducted the government, to conclude the dispute with the old Nawab, and 359 and even to spend for that purpose, if it could not be done for less, fifteen to twenty thousand rupees, for which we imagined that the young Nawab, who was not yet assured of remaining on the throne, might well be amenable; in which case we also calculated that we would get off rather cheaply, provided that one at the same time received assurance that one would not be troubled further about this in the future; just as we ordered the chief Backeracht to insist upon it, who meanwhile having had the young Nawab complimented, contrary to all expectation the nazar of two gold and nine silver rupees offered to him at the same time was accepted, with the reproach, however, that we had offended against his father, and the recommendation to be carefully on our guard against doing so toward him; but the request made on that occasion, that it might please him Envoys of the English upcountry to make a change in the government. to grant us under his government freedom of trade again, so as to be able always to boast thereof, was rejected through the ruinous advice of the malicious Nandakumar, who constantly seemed intent on doing us every ill service. Our hope was therefore set upon a change in the government, of which there was various talk, and whereby we especially wished to see the envious Dewan put out of the way. Of the intention of the English gentlemen in that regard nothing leaked out until 22 February, when the first undersigned learned that the Calcutta council members John Johnstone and Ralph Leycester, charged with a certain commission, had departed for Murshidabad. The Director, judging that this commission might well be the expected change in the country's governance, 360 immediately informed the chief Backeracht thereof, in order not to hasten too much with the expenditure; with which notification we, when the first undersigned communicated this on the 23rd ditto, because it had been too late the day before to convene a meeting, decided to conform; because shortly after that first news, a detailed report thereof was received, mainly consisting of this: That the widow of Jafar Ali Khan's eldest son, Mir Miran, had addressed herself by an arzi to the Calcutta Council, and insisted that in the election of a new Nawab reflection might be made upon her child, the legitimate son of the aforesaid Miran, and thus the nearest to the succession and having far more right than the second son of Mir Jafar, being the aforesaid Mir Jafar, who was born of Contempt to settle the dispute. a dancing girl, and consequently was an illegitimate child, and that the English gentlemen had appointed the little son of the aforesaid Miran as the successor to his grandfather, and Raja Durlabhram as Dewan, and Kanta Babu as Ray Rayan or receiver of revenues, just as the two last-named then also departed upcountry with the aforesaid English council members; but according to secret Cassimbazar letters of the 26th past, the change in the country's governance was not to be expected until after some days, and they therefore found themselves compelled, since the Patna fleet had meanwhile arrived at Jalangi, to make use of the qualification given to them to settle the dispute, and thus procure a free passage for the descending vessels; but the avaricious Nandakumar with much arrogance spurned the offered
Dutch transcription
358 rood van dan Nawab geheuwe over„ eenkomstmet de hoeglische tourdoer. spendeeren; Dog op ontvangst dier ordre was er geen occarie dezelve in't werk te stellen, want de Nawab hield zig in zyn serail opgeslooten, mits een zwaare ziekte, waarvan ons bij secreeten karsembazaersche brief van den 2e februarij hoop ge„ geven wierd, dat hij niet zoude opkomen, gelijk hij dan ook op den 5 dito overleed. Hier door meende wij int geheel bevrijd te zullen zyn van de baeten, die hij ons bij zyn leven had willen opleggen, en lieten de zaak daarom op zijn beloop, dewyl we vreesden, door een ontydige proporitie veelligt al les te zullen bederven, en daeren, boven aan niets gebrek hadden, weinig of geen overlast leeden mitsgaders het afscheepen van goederen onverhinderd voortgang Want de Eerstonderge had. terende had bij den Hoeglischen Taur daar, hier Baddelchau wee¬ ten te bewerken, dat bij dag, om acte van devoir te toonen, de in en uitvoer nadere tentamen tot bemiddeling der quertie uitvoer belet wierde, dog 's nagts als vrij was; van welde gunstige dispos tie van dien eerlyken man, die daartoe door de belofte van eenmaatig ge, schenk was overgehaald geworden, men niet naliet gebruik te maaken laatende alle benodigdheden 's daeg tot op rekenen distautie van het doop naderen, om snagts te spoediger ingevoerd te kunnen worden: waar voor aan de wachter evenwel ook teldens de handen moesten gevuld worden; Nadien we echter bij continuatie ingeslooten bleeven, en wy dierwae dat de Pattenarike Vloot van welker afzending wy dagelijkstijding verwag„ teden, onder wege zoude aangehouden worden, zoo vonden wy op den 19e pa Ja to geraaden, bij den zoon van den overleeden Nawab, bevoren genaam Mier Flori, nu Naziemuddoulla, die sedert zijn vaders overlijden, bij provis de Regeering waarnam, en de ter¬ minatie van het different met den ouden Nawab, aentehouden en 9 359 en daartoe zelfs, als het net niet minder te doen ware, vijftien a ^twinttig ^ duizend ropgen te spendeeren, waarvoor wij ons verbeeldden, dat den Jongen Nawab, die nog niet verzee„ kerd was, op den zetel te zullen bly¬ ven, zig wel zoude laaten vinden; in welk geval wy ook reekender, er nog al goed koop te zullen afkomen, bij aldien men teffens verzeekering kreege, uit vervolg daarover niet verder aangesproken te zullen wor„ den; gelijk wy het opperhoofd Bache¬ rocht gelasteden daerop aentedringen welke ondertusschen den Jongen Nawab hebbende laten compliien, teeren, zo werd, tegen alle verwag„ ting het hem ter zelver tijd aangeboden Ligtoffer van twee goude en negen zilvere ropijen aangenoomen, on„ der verwijt echter, dat wy ons tegen zynen vader vergreepen hadden, en recommendatie, om zig daervan tegen hem zorgvuldig te wagten; sog het bij die gelegenheid gedaan verzoek, dat het hem behagen mogte de gezauten van de Engelsche na boven, onfan, deriein de regee, rugte maken mogten, ons onder zyne regeering weder vrijheid van handel te verlee„ nen, om daarop altoos te kunnen roemen, werd door de verderffelyke raad van den kwaadaardigen Nendenoemaar, die en telkens op uit scheen te zijn, om ons alle kwaade diensen te bewijzen, van de hand gewezen. Onse hoor was dus op eene verandering in de regeering waarvan ver scheidentlyk gesprooken wierd, en waardoor wy vooral weuschten den nidigen Duwan uit de weg gemunde te zien. van het oogmerk der Heeren Engelschen daeromtrent lekte niets uit, tot op den 22e februarij, wanneer de Eerstondergetekende vernam, dat de Kalkatsche raadsteeden Joha Johnstone en Raeph Leecerter niet zeekere commissie belost, naar Morrid-abaath waaren vertrokken. De Directeur oordeelen, de dat die kommissie de vernagte verandering in 's lands bestier wel zoude kunnen 360 kunnen wezen, verwittigde daar„ van oogenbliklijk het opperhoofd Backeracht, ten einde zig niet te zeer met de spendatie te haa¬ sten; met welke aanschryving wij on, toen den Eerstondergetende zulx op den 23 dito, dewijl het daags bevorens te laat was geweest, ver„ gadering te beleggen, communi„ ceerden, beslooten te conformeeren; dewyl kort na die eerste tijding, daarvan een gedetailleerden be„ richt ontvangen was, voorname„ lyk hier in bestaande; Dat de weduwe van Tafferalichau Goude ste zoon Mier Mierren, zig bij een arrie aen den kalkatschen raad had geaddresseerd, en geinsteerd dat bij de verkiezing van eenen nieuwen Nawab mogt gereflec„ teerd worden op haar kind, de echte zoon van voorm: Thierren, en dus de naaten tot de sufcessie en vrij meerder recht hebbende, als de tweede zoon van Mier Taffers zynde de voorm hier flori, die uit een de tot bevlissing van het dispert smaad een dausseres geboren, en byge volg een onecht kind was, en dat de Heeren Engelschen der het zoontje van voorm Mierren als de opval¬ ger van zyn grootvader, en de Heer Ragia Dollobram tot Duwan, en koenjae bekerie tot Rag Raaijtee of ontfanger van de inkomsten, benoemd hadden, gelijk dan ook de twee laastgenoemden niet de voorn Engelsche Raads leeden de praesentatie naar boven vertrokken zijn, dog volgens secreet kassembazaarsch schryvens van den 26 passato, was de verandering in 's lands bestier niet dan na eenige dagen te wagten, derhalven en zij vonden zig ^ genoodzaakt, den wijl de Pattenasche Vloat ondertusschen ten Jellingi gearriveerd was, gebruik te maaken, van de ten gegeeve qualificatie, om het verschil afte, de maaken, en dus de afkomende vaartuigen een vrije doortogt te bevorgen; dog den baatzuch„ tigen Nende Koemaar, versmaa¬ de met veel trotsheid het gedre. kr ne
English
361 orders given to obtain the opium from Jellingij; expenditures on that account an offer of ten thousand and subsequently of fifteen thousand Ropyen, answering with an offended mind that the offer could not be brought into any comparison with what was demanded. In the meantime, the aforesaid Chief wrote to and ordered Lieutenant Fissot to try to induce the Daroga at Jellingi and the guard stationed there, by means of an adequate, yet moderate and well-considered expenditure, to let the opium slip through, in which case the same could descend quickly placed in small vessels, and the saltpetre and linen vessels could remain lying at Jellingi as if for the entire fleet. This alluring means succeeded, and the aforementioned Daroga became so accommodating for 1037 Ropijen for himself and his people, that he permitted Lieutenant Fissot, under pretext of illness, to how it finally safely arrived come down with a part of the detachment, and under this pretext the opium, since the saltpetre and linens had to remain lying, was also transported about six native miles across the portages, and loaded into small vessels, with which the aforementioned officer having arrived at Nezerat on the 5th of this month, the Hooghly Faujdar was given notice thereof, so as not to be detained at the Moorish Lodge. But permission for passage was only obtained on condition that the vessels would pass Hooghly by night, in order to be able to excuse himself for it to the Court afterwards. Lieutenant Fissot then having been given the necessary orders to this end, the opium was brought safely here on the 5th of this month, carried up at night, weighed as quickly as possible, and the following is 362 proclamation of a new Nawab night shipped off again in order not to give any notice. Meanwhile, by secret Kassembazar letter of the 4th of this month, the following news of the long-expected change in the country's government was finally received, that the two aforementioned Calcutta council members Johnstone and Leycester, with the Kassembazar Chief Senior and Agent Middleton, after several conferences held, had finally decided to declare Shuja-ud-Daula, son of Jafar Ali Khan, as effective Nawab of Bengal, and to add to him to administer the government as Naib Subah Mr. Muhammad Reza Khan, formerly Naib Subah of Dacca, which two regents have already been proclaimed, whereby we daily, if not the old pretension, at least the demand for present costs for an absolute declaration concerning the murder committed in the village a Nazarana, which will not be possible to refuse, expect. Although the Hooghly Faujdar made no move concerning the murder mentioned in our respectful secret letter of 25 August of the past year, since his demand for 20000 Ropijen was rejected, the first undersigned had him requested to grant a declaratory act to us that he had nothing to claim against us in that regard, in order to be covered against all demands relating thereto in the future, but he was difficult to persuade to this, wishing to know first what one would give him for it. However, when he saw that one would not promise him anything in advance, he then permitted us to draw up such a document ourselves according to our own judgment, which he would have signed by the entire Adalat 363 Adalat or court. It was then drawn up in that manner, as appears in our general resolution of 3 October of the past year, but it took until the 3rd of this month before one could get the same signed out of his hands, because he continually insisted upon a reward, though the first undersigned would promise him nothing. Nevertheless, in order not to be unreasonable for his accommodation, it was resolved on the 5th of this month to give him at most 5000 Ropijen, as besides him there are some fourteen to fifteen servants who must share therein, leaving it, however, to the Director to bargain down as much of it as possible, so that we cannot yet report the fixed sum here. And since the aforementioned amount of 5000 Ropijen, even if nothing could be bargained off it, is not exorbitant in comparison with complimenting of the King's Diwan at Patna what was demanded and the harm that he could have done to us through false accusations concerning that case, against which no representations would have availed, we also hope that Your Highnesses will honor what has been performed in this matter with a favorable approval, the more so as the aforementioned Faujdar, as mentioned here before, does not seem ill-disposed toward us, and this will probably encourage him to be of service to us again in the future. The King's Diwan at Patna, Shitab Rai, of whom we have already made mention in our previous letters, did not come to visit the Director here, although he was in Calcutta during the past autumn; so that we thought we would also be free of presents, but we made a wrong calculation in that regard, for upon his return to Patna, the English Chief and he having paid a visit to each other, 364 he was richly gifted on that occasion. Our servants thought to settle it with a small compliment through the Vakil, but the Diwan came to pay a visit to Chief Lafont, and made him promise to come to him as well, simultaneously letting it be known underhand through his servants that having received rich presents from Mr. Billers, he hoped that we would not do less; whereto he sought to encourage the servants, according to their secret letter of the 6th past, through his promise of friendship, and indication of the service that he could render us with His Majesty. We have recommended to the servants, who wanted to regulate themselves according to what was bestowed by the English Chief, the necessary comparison between the power of the
Dutch transcription
361 gestelde ordrer om de aficen van Jellingij te krigen spendatie derwegens ne bod van tien duizend en vervolgens van vijftien duizend Ropyen, met een verstoond gemoed ten antwoord geevende, het aangebodene met het g'eirchten in geen vergelyzing te kunnen brengen. Midde, lerwijle heeft het voorm Opperhoofd den Lieutenant Fissot aenge¬ schreeven en gelast, te trachten den Danaga te Jellingi en de aldaar geplaatste wacht, door eene toereizende, dog matige en bezeienigde spendatie te bewegen den afcoen te laten door„ slippen, als wanneer dezelve snacke in kleene vaartuige geplaatst afzakken konde, en de salke ter en Lijwaat vaartuigen, quari voor de gantsche vlaat te Jellingi blyven leggen. Dit verlokkende middel is gelukt en de voormelde Doroga is voor 1037 kopijen voor heen en zijn valk zo rekkelijk geworden, dat hij den Lieutenant Fissat onder voorwend sel van ziekte toegelaaten heeft, met hoe zeeindelyk behoud geraakt met een gedeelte van het kom¬ mando aftekomen, en onder dit pretext is ook de saunfioen dewijl den salpeter en Lywaaten hebben moeten blyven leggen omtrent ses inlandsche wijlen over de draagten getransporteerd, en in kleine vaartuigen gelaa¬ den, waarmede voormelde officier op den 5e deezer te Nezerae gearriveerd zijnde, is den Hoeglische Taur daar daarvan kennisge, geven, om niet aan de moorsche Loge opgehouden te worden. Dolk de permissie tot de pacsa„ ge is eenlyk bekomen op voorwaer¬ de, dat de vaartuigen snagts voor„ bij Hoegli zouden vooren, om zig naderhand daarover aan het Hof te kunnen verontschul¬ digen. De Lieutenant Fissat hiertoe dan de nodige ordre ge„ geven zijnde, is de acutiaen den 5 deerer behouden hier aange„ bragt, 's cagts opgedraagen, ten spoedigste gewoogen, en den vol„ genden is 362 proclamatie van een nieuwen Nuwab genden nagt, om geen oog te geven weder afgescheept. Ondertusschen heeft men bij secree, te kassembazaarsche brief van den 4 deser eindelijk de volgen, de tijding van de lang verwagte verandering in s lands regeering ontvangen, dat de twee hier voorgem Kalkatsche raadsleden Johnotone en Leicesten met het Karsembaraersch Opperhoofd senior en agent Middleton na eenige gehoudene conferentie eindelijk beslooten hadden, shier flori, zoon van Juffer ali¬ chan, als effectiven Nuwab van Bengale te verklaren, en heen tot waarneeming van 't bertier als Naib Salba toetevoegen den Heer Mhameth Rezacham bevorens Naib Saeba van Dhak, kan welke beide Regenten dan bereeds geproclameerd woren, verhalven wij dagelijks zo niet de oude pretentie, ten minen de vordering van een presenative kosten voor een decla, catoir absolutoir of de in het door gepleegde moord een Nerjerane, die niet zal te ontleggen zijn, te gemaed zig schoon de Hoegeische Teurdaer over de noord vermeld bij onse eerbiedigen secreete letteren van den 25 Augs a: p: sedert dat zyn Eisch van 20000 ropijen afgeslagen was, geen beweeging maakten, liet den eerstondergete„ kende hem verzoeken, een declara„ toir aan om te verleenen, dat hij daaromtrent niets op onr te pod, tendeeren had, om voor alles vorderingen dien aangaend in den aanstaande gedekt te zijn, dog hij was hier toe bevwaer lijk overtehaalen als willende eerst weeten, wat men hem daarvoor zoude geven. Toen hij echter zag, dat men hem vooraf niets belaven wilde stond hij doen, dat men zelfs na eige goedvinden, een zodanig geschrift opmaakten t welk hij door den geheelen Adaaleth 363 Adaaleth of vierschaar zoude laa, ten teekenen. Het werd dan op die wijze ingesteld, als bij orre gemeene resolutie van den 3 octobr a: p: ten rieer, dog het heeft tot den 3 deeser geduurd, een men het zelve getekend uit zyne han den heeft kunnen krijgen de, wijl hij continuueel in steerden op een belooning door de Eerst onderge, terende hem echter niets toezege gen wilde. Niettemia om voor zyne inschikkelijkheid niet overrentelyk te wezen heeft men op den 5 dezer berlooten hem uiterlijk 5000 ropgen te geen, ven, alzo er buiten hem wel veer„ tien a vijftien bediend zijn, die daerin moeten deelen, echter aan den Directeur laatende, om daarvan zo veel aftedingen als mogelijks, dus wij de varte som hier nog niet kunnen melden. En dewijl het voormelde bedragen van 5000 ropgen als was daarvan niets aftedingen niet exorbitant is, in vergelijking van compeimentee, ring van Thomaas na van het geeischten en het kwaad dat hij om door valschen beschuldi, gingen, omtreed dat geval waartegen geen vertooningen baaten kunnen zoude hebben kunnen doen, zo koopen wy ook, dat U Hooghds het verriekte in deese met eene quastige approbatie zullen vereeren te meer daar voorm faur daar ons zo als hier vooren gemeld is niet ongenegen schijnd, en dit hem waarschydelyk auimeeren zal, om ons in den aenstaande weder van dienst te zijn, 's konings Duan te Pattena duwan te Pabken sitaabraij, waervan we bij onre voorige al mede gewag gemaakt hebben, heeft schoon hij int gepas¬ seerde najaar te kulkatte geweest is, den Directeur hier niet komen beroeken; zo dat we dogten, ook van gescheuren te zullen vrij zijn maar wy hebben daar omtrent een verkeerde reekening gemaakt, want bij zyne terugkomst te Pattena aan het Engelsch opperhoofd en deeren : 364 deeze weder aan hem een visite af, gelegd hebbenden, werd hy bij die gelegenheid rykelijk begiftigd onze bediends dagten het met een conplimentje door den wakkiel afteleggen, maar de Duwan kwam aan het opperhoofd Lafont, een bezoed geven, en deed hem belooven ook bij hem te zullen komen, teffens onder de hand door zyne Nachlaatende wee„ ten, dat hij van de Heer Biller rijze praesenten ontvangen heb„ bende, koopte dat wij niet minder zouden doen; waartoe hij de beds volgens hun secreet schryvens van den 6 parsato tragter te aui„ neeren, door zijne belofte van vriendschap, en te kennen geving van den dienst, die hij ons bij zijn mojerteit konden bewijzen. wy hebben den bediendt, die riqua¬ het verschonkene door het Engelsch. opperhoofd wilden reguleeren gerecommandeerd, de nodige comparatie tusschen de magt der
English
that nation and ours here, and consequently to reflect that the gifts can come from him out of a generous purse, but with us must be made with a sparing hand. But before they had received that recommendation, the visit was already paid upon the strong urging of the Duan, as it could no longer be postponed. He had previously, as appears from the secret Patna letter of the 18th ultimo, sent his Naib to the chief and given him to understand that he would gladly be provided with some spices, with which the king would be done a great pleasure. The aforementioned chief raised against this that, our trade being in no way comparable to that of the English, we also had to observe more frugality; but the aforementioned Naib wanted this gift considered as having been made to His Majesty himself, and assured that his master would certainly make it count with him to commend us to his favor; thus they could offer him at the visit no less than 100 lb nutmegs, 100 lb cloves, 75 lb cinnamon, and 75 lb mace, costing together ƒ 129:18:7 cost price and ƒ 2037. 10. — selling price, which is no more than a third of what the Duwan would gladly have had, and which therefore could not have been avoided without detriment to the Company's honor and interests. Furthermore, a claim was made against us by the Faujdar at Hooghly on account of the tolls which were said not to have been paid by us during the time they were abolished by the expelled Nawab Kasim Ali Khan. But since we never profited therefrom, and that demand was thus entirely unjust, it was denied, and no further commotion has been made about it. His Mogol Majesty is presently with the English army, having preferred to place himself under British protection rather than remain longer under the power of the Vizier Souja uddouwla, who had him kept virtually as a prisoner of state. Meanwhile, his eldest son, a prince of about nine years, was placed on the throne at Delhi, so it is said, by the former Vizier Gazi-uddien Chan, who has reappeared. The military operations in the upper lands have continually turned out favorably for the English. Major Monro had scarcely taken command of the army upon himself, or he marched upwards to seek out his enemies. These were encamped at Buxar, and intended to attack his left wing when he had approached their entrenchments to within half a kos; but he, noticing this, left a battalion of Sepoys with two pieces of cannon to bear the brunt there, while he, marching out with his whole army on the right side, attacked the corps over which Sombre held command, and which made up the foremost strength of the enemy army, and after a sharp fight that lasted from nine o'clock in the morning until one o'clock in the afternoon, forced it to retreat, the other part of the Moorish army having already taken to flight beforehand. It has not well been possible to obtain an accurate account of the losses on either side, but that of the Moors is estimated at ten thousand men, since considerably many were drowned. On the other hand, the aforementioned loss of the English consisted of the battalion of Sepoys that they had left behind for the guarding of their camp, of whom virtually no one was recovered. Also, their camp was entirely plundered by the Moors, who occupied themselves with that instead of falling upon their enemies in the rear. This was, however, doubly made up to the English by the rich booty they took from the Moors, including 105 pieces of cannon. This victory was immediately followed by the surrender of the fort at Buxar, after they had already beforehand taken another stronghold called Rohtasgarh, which on account of its situation on the top of a mountain was held to be impregnable, through the treachery of the one who held command therein; they subsequently marched into the district of Benares and took possession of the place of that same name. Another fortress, situated higher up, called Chunar, cost them more trouble; for having been repulsed with loss in two attacks, they saw themselves forced to leave a part of their army before it to besiege that place in form, whereby they then finally became masters of it, while the rest of their troops forced the city of Allahabad, the usual residence of the said Souja uddouwla, to surrender. And here they seem for the present to want to set bounds to their conquests, since their army, after having left proper garrisons in the two last-mentioned places, is returning down to Benares, perhaps wishing to leave to Milord Clive, who is daily expected, the honor of going to restore His Mogol Majesty in Delhi upon the throne of his ancestors. After
Dutch transcription
diernatie en de onzen alhier te maaken, en dienvolgende te re„ flecteeren, dat den geschenken, bij hem uit een ruiene beurs kunnen dog bij ons met een spaarraamen hand moeten gedaen worden Dog een dat zy die recommenda¬ tie ontvangen hadden, worden virite op de sterke aanzalding van den Duan reeds afgelegdn als zijnde niet langer uittestele geweest. Hij had te voren blyken Secreete Pattenasche brief van den 18 parsato zijnen Nuib bij het opperhoofd gezonden, en te kennen laten geeven, dat hij gaarne van eenige specerijen, waarmed af den koning grootplaicier zoude al geschieden, voorzien zoude worden; Het voormelde opperhoofd, bragt daartegens wel in, dat onren handel, bij die der Engelschen niet te vergelijken zijnde, wij ook de menage wat meerder moesten betraeten; dog de voormelde Naib wilde dit geschenk geconsi„ tente dereerd 365 dafgerastste pre„ tentie van voorjarige tallen. dereerd hebben, als aan zijn majesteit zelve gedaan te zyn, en verzeker¬ de, dat zyn meester hetzelve bij den nog al zoude doen gelden, om ons in zijne gunst te bevelen, dus zy hem bij den visite niet min, der hebben kunnen aanbieden dan 100 lb Nooten 100 lb Nagelen 75 lb kaneel en 75 lb faelie tesamen kortende ƒ 129:18:7 in en ƒ 2037. 10. — uitkoops, 't welk niet meer dan een derde is, van het geen den Duwan gaarne zoude gehad hebben en t geen dus zonder bena¬ deeling van skomw eer en belan¬ gen niet heeft kunnen vermijd wor¬ den voorts is door den faur daar te Hoegli een pretentie op ons geformeerd wegens de tollen, die gedurende dat dezelve door den verdreven Nawab karsin Alickan afgeschaft waren door ons niet zoude betaeld zyn. Dan dewijl wij daarvan nooik geprofiteerd hebben, en die Eisch dus gantsch onrechtvaerdig was, heeft men dezelve ontleyd, en daarover is verder geen de koning bevrind zig bij de Engelsche hunne progeersen in den oorlog. geen beweeging gemaakt. zyn Mogolsche Majesteit bevind zigtans bij in het Engelsche leger, hebben de zig liever onder der britten besche ning willen begeven, aan langer onder de magt van den wezier konja uddouwla blijven, die hem genoeg zaam als een gevangene van staat liet bewaaren. Ondertusschen is zijn oudste zoon, een prins van omtrent negen jaaren te Dilli op de troon gezet, zo men zegt, door den voorige Wezier Jaaz - uddien Chan, die weder te voorschijn is gekomen. De krygsoperatie in de boven„ landen zyn bij continuatie getui¬ kig voor de Engelschen uitgevallen De Major Monro hadnauwlyks het bevel over het leger op zig genomen, of hij t ook opwaards, om zyne vijan„ den opteroeken. Deeze waren ge¬ legerd te Baxer, en dagten zijn linder vleu„ geen toen hij hunne verschanssingen tot op een halve kor genaderd war te attaqueeren, dog hij dit bemer„ kende, liet een bataillon Sipakis net 366 met twee stukken kanon, om daer het spik aftebijten, terwijl hij met zyn geheele leger ter rechter zyden uit marcheerende, op het Corps waerover somrae het bevel had, en t welk de voornoemte sterkte van t vijandlik Leger uitmaakte aanviel, en het zelve na een scherp gevegt, dat van sande¬ gens ten negen tot 's middags ten een uuren dieurde, dwong te wyken, zynde het ander ge, deelte van de moorsche armee¬ reeds te vooren op de loop gegaen. 't is niet wel mogelijk geweest een nette opgaave, van het verlees aen weervzyden te bekomen, dog dat dez mooren word begroot op tien duizend mannen, dewijl en considerabel veel verdronden zijn, Jaerentegen heeft het voornoemde verlies van de Engelschen be staan in het bataillon sipakis datze ter bewaring van hun kamp gelaaten hadden, waarvan genoege zaam niemand te recht gedo„ men overwiening van Becer Benoris Sjaendaeryer. men is. ook wierd hun kamp door de mooen ten eenemaal ge„ plunderd, die zig daermede op„ hielden, in klaats van hunne vijonden in de rug te vallen. Dit is den Engelschen echter dub„ beld vergaed, door de ryken buit dieze op de mooree gemaakt hebben, en daaronder 105 stuk, ken kanon. Deze overwinning is terstond door de overgaven van 't fort te Baxer gevolgd, na datze reeds te vooren, een andee sterkte genaemd, Rotaarger, dat om de selfs situatie op de top van een ber voor onneembaar gehouden wierd, door verraderij van die daarin het bevel voerde, ingedreg gen hadden; zij zijn vervolgens het landschap Benaris ingerukt en hebben bezit genomen van de plaats van die zelfde naam. Een andere vesting, hooyer opge legen genaamd, Tjandaerger, heeft hen 367 hen meer moeite gekost; want in twee aanvallen net verlies afgewoerd zynde, hebbense zig genoodzaakt gezien een gedeel„ te van hun leger daarvoor te laaten, om die plaats in forme te belegeren, waardoor ze en dan eindelijk meerters van zyn geworden, terwyl de rest van hunne trouper de stad Eleck¬ abaadh, gewoone residentie plaats van den voort soujanddauella tot de overgave gedwangen heeft, En hier schynen ten dan voor eerst hunne overwieningen palen te willen stellen, dewijl hun leger na in de twee laestgemelde plaat¬ zen behoorlyken bezettingen gelaaten te hebben weder naar Renovis afkomt, veelligte aen Thilord Clive, die dagelijxs verwagt word, de eere over willen de laaten om zijn Rogaerine majesteit te Dhillij op de throon zijner voorvaderen te gaen ker, stellen. Na
English
expectation of my lord Clive After people had heard for some time uncertain rumors of the impending return of the aforesaid Lord to these regions, the Gentleman van Sittart, having left the government to the Gentleman Spencer, departed for Madras in the latter part of November, being followed in December by the Commander Tinker, and the Councilor Warren Hastings, with whom he together in the beginning of January undertook the voyage to Europe. The principal persons of his party thus having left the field alongside him, one hears, on arriving at Calcutta, people speak of no one else than Lord Clive; his Lordship shall, this is the opinion of most Englishmen, achieve the greatest wonders, and the expedition to Delhi is reckoned to be one of his slightest undertakings. Yet whether this again rising sun will long be able to maintain its luster in the changeable mind of his newly pleased his 368 his adherents pleased countrymen, we should strongly doubt. Meanwhile we cannot conceal being very apprehensive about his arrival, and fear (if we can otherwise form a correct idea of his nature) that here during his presence there will not be much for us to accomplish; unless he should deem us too insignificant, and through the greatness of his projects forgets to thwart us; as this is the greatest hope that we have in that regard. The party of the aforesaid Lord Clive having the upper hand in Europe, all the opponents of the Gentleman van Sittart, who were previously dismissed from service, have also been reinstated; even Major Carnac has been promoted to Brigadier General. He also departed upriver in that capacity in January last, whether the dispute with the [illegible] is settled. to assume command over the army; but Major Munro did not await his arrival, but, when he received news of it in Benares, left the army with several offi- cers, leaving the same under the command of another Major of the King's troops, Sir Robert Fletcher, a young gentleman of about four and twenty years, who has continued the con- quests therewith, as mentioned, to Allahabad. Commander Tinker further having made no further stir about the six deserted sailors who arrived with the Chief Mate Varkenvisser on the ship Vrouwe Cornelia Hillegonda, one has had no occasion to discuss this further with him. Nor has one heard that the skipper John Brown expressed himself about the heavy 369 heavy rope granted to him at the headquarters, which he had not accepted on account of the high price. Furthermore, we shall on upcoming occasions remind them of the expensive purchase at Calcutta of the three beams for the tiller of the ship Jerusalem, and point out to the English the convenience shown to them at Batavia. Having herewith dealt with all that regarding native affairs and foreign nations must be brought to the attention of Your High Nobilities, we conclude this with the respectful assurance of the respect with which we always remain (underneath:) High Noble Wide-Ruling Lords (lower:) Your High Nobilities' humble and obedient servants (signed:) P. L. Vernet, M. Tsina, L. Zeedland, J. H. Linner, J. C. Kist, C. Rietveld, C. M. Doeve, O. W. Falck (in the margin:) Hooghly the 9th of March 1765. Agrees [illegible] the end Secret Copy Per the sloop the Troostprijs Cossimbazar regarding the dispute with the Nawab Batavia To His High Nobility The High Noble, Highly Respected Gentleman Petrus Albertus van der Parra Governor General on behalf of the state of the United Netherlands and its General East India Company, alongside The Honorable Gentlemen Councilors of the Netherlands Indies High Noble Wide-Ruling Lords Having had the honor in our respectful secret letter of the 9th of the recently elapsed month of March to render a detailed report to Your High Nobilities of that which belonged to native affairs and foreign nations, we shall, while offering a duplicate of that letter, take the liberty of referring thereto, and hereby in continuation of those matters report only that we, upon the apprehension of the Cossimbazar servants in their separate letter of the 4th ultimo, that even if no further fines should be demanded, the Court would nevertheless not fail to make some demand in order at least to receive the Nazarana given to previous Nawabs, and if possible to double it, have resolved at the session of the 9th ditto to authorize the Chief Bacheracht and the Second Bouwer for the delivery of the customary and, if necessary, of the doubled welcome gift, as we judged that, this being unavoidable, it might perhaps contribute much in the beginning of the reign of the young Nawab to cause us to be regarded with a more favorable eye in the future than under the previous administration, if one readily consented to the delivery of something to which one could otherwise nevertheless be compelled by force. Yet we have
Dutch transcription
verwagting van mi, lord Clisé Na dat mien eenigen tijd onzekeren gerugten gehoord had, van de aanstaande wederkomst van voormelde Lord in dese gewesten, is den Heer van Littart de regeering aan den Heer spenier overgelaaten hebbende, in't laast van 9:k naar nadaas vertrokken, in december gevolgd wordende door den Commandeur Tinker, en het Raadslied warren Hartings, niet wier hij gesamentlijk in klaart van Januarij de reise voor Europe heeft aangenoemen. De voornaem, ste perzoonen van zijne partij, dus nevens hem het beld verlaaten hebbende, hoord uien op kalkatta komende, van niemand als lond Clive, spreeren, zijn Lordschap zal, dit is het gevallen der meerter Engelschen, de grootste wordene uitrechten, en de tocht naer Dulle word gerekend een zijner geruigste onderneemingen te zullen zijn Dog of deeze taar weder opkomen; de zon, zynen luister in het ver¬ anderlik gemoed zijner nieuwr vernoegde zyn 368 zyn aanhang vernoegde Landsgenooten, lang sal kunnen staande houden, zouden roe sterk aen twijffelen. Intusschen kunnen wy niet ontveinsen voor zijn komst zeer bedugt te zijn, en vreezen /:zo wy anders ons een recht deur beeld van zyne geaordheid kuur„ nen formeeren:/ dat hier geduu rende zyn aanweezen voor onr uiet veel zal uittevoeren zijn; ten zy dan, dat hij ons te geruig mogt achten, en door de grootheid zijner projecten vergeet ons te taa„ verseeren; zo als dit de grootste koop is, die wij daeromtrend hebben. De party van voorn Lord Clive in Europa de overhand hebbende syn ook ale de Teegenstaeevers van den Heer van Sittant, die te vooren uit den dienste gesteld waaren, weder hersteld; zelfs is de Majoor Carnac tot Briga, die generaal verheven. Aijer in die qualiteit ook in januarij Jongstleeden naar boven vertrok, ken of het different met de Ar Pin; maakt. ken om het bevel over het leger op zig te neemen; dog de Majoors Monra heeft zyne komst niet afgewagt, maar, toen hij daarvan in Benoris tijding kneeg, de armee, met verscheide offi¬ cieren verlaaten, dezelve laa„ tende, onder het bevel van een ander Majoor van skonings trouper, sir Robert Kletcker, een Jong Heer van omtrent vier en twintig Jaaren, die de overwin, ^se ningen daarmede, als gezegd tot Elakabaath heeft voortgezet. De kommandeur Tinker verder ker is verder gegn geen beweeging gemaakt beweegingge, hebbende over de ser gedeserteer de Mattrooren, die door den Opperstuurman Varkenvisser op het schip Vrouwe komelia Htille gouda zyn overgekomen, heeft men geen occarie gehad, hem daarover nader te onderhouden, Ook heeft men niet vernomen dat den schipper John Brouwr zig uitgelaaten heeft, over het hem op 369 op de hoofdplaats geaccordeer„ de zwaar touw, dat hij om de duurte niet geaccepteerd had. voorts zullen wy by voorzo„ mende gelegenheeden aan de duure inkoop te kalkatta van de drie balken voor de Roerpen van 't schip Jeruralem gedenken en de Engelocken de bewezene gerieftelykheid op Batavia voorhouden. Hier mede afgehandeld hebben de al wat nopens de inlandsche zaaken en vreemde Natien ter uwer HoogEdelens kennisse maert gebragt worden, besluiten wijdeen ze met de eerbiedige verzekering van het rerpect, waarmede wij altoos verbliven /:onderstonds:/ HoogEdele wijdgebiedende Heeren /:lager:/ uwer Hoog Ed onderdanige en gekoozame dienaer /:get:/ P: L: Vernet M:r Fsina. L: Zeeidland. I: H Linner. I: C: Kist. C: Rietveld C:M: Doeve. O: W: Falx (:te zyden Hoegli den 9e Maart 1765. Accordeert Jucrvebraick G C 6rt t slot Copia Secreet Per de sloep de Troosprieu kospenb: tot of, different niet den Nawab Batavia Aan zyn Hoog Edelheid Den HoogEdelen Groot Achtbaren Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal wegens den staat der vereenigde Nederlanden en derzelver algemeenen oost In„ dische kompagnie, benevens De weledele Heeren Raden van Nederland Indie HoogEdelen wydgebiedende Heeren verdere ordre naer De eene gehad hebbende UHoogEdelens waring van het bij onze eerbiedige secreeten van den 9e der Jongst verweeke maand maart omstandig verslag te doen van het geen tot de Inlandsche zaaken en vreemde natien behoorde, zo zul len wy onder aanbieding van het duplicaat van dat schryvens de vryheid gebruiken, ons daaraan te refereeren, en by deeze ten vervol ge van die stoffen eenlijk welden dat wy op de bedugting der korsen bazaersche zaarschen beds by hun apart schrijven van den 4e parsato, dat zo er alverder geen boeten mogte gevorderd worden, men ten Hove tog niet nalaaten zoude, eenige praesentie te opperen, om ten minste de Nerserare aen vorige Nawabr gegeven en der mogelijk door dubbeld te krijgen, ter cessie van de den 9e dito belooten hebben, het opperhoofd Backeracht en den Secunde Boueir tot de afgave van de gewoonlijke en der noods van de dubbelde welkomst gifte te qualificeeren, also wij oordeel den, dat dit niet te ontwijzen zijnde, het veelligt in het begin van de regeering van den Jongen kunnen Nuwab, veel zoude ^ contribueeren om om in den aanstaande met een gunstiger oog te doen beschou¬ wen, als onder het voorig bertied, bij aldien nen met goede gracie tot de afgave saad van iets, waer„ toe men tog andes met geweld kende gedwongen worden. Dog wij hebben
English
by what means the Patna fleet got free from Jellinghi Yet we have recommended to them to endeavor to obtain assurance that one will not be further troubled with the old claim, by means of a powerful sanad in advance, the result of which is still awaited. Meanwhile the rest of the Patna fleet detained at Jellinghi has been released without any expenditure, by a means that appeared very unexpected to us, yet nonetheless agreeable, and as we hear will also not be displeasing to Your High Excellencies, according to the secret Kasimbazar letter of the 10th ultimo, consisting in this: that the English Agent at the Murshidabad Court and Member of the Calcutta Council, Samuel Middleton, happening to be present when the news of the detention of the Patna fleet was received, had of his own accord offered to effect the release; which friendly offer having not been possible to refuse, he also effected the same, notwithstanding the opposition of the Diwan Nandakumar, who by instigation had made the Nawab unwilling on account of the pretended misconduct against the former Nawab, and who thought to lose in the release of the fleet too urgent a means of coercion to obtain several lakhs of rupees, which sums he thought to need most urgently for the gathering of money. Which, however, did not help, since upon the further instance made by the aforementioned Middleton, written orders were sent to the officials at the Jellinghi daroga to release all vessels, both going up and down, that were arrested there, and not to hinder the transit; Nandakumar captured now to Calcutta and since the English have recently obtained proofs of a clandestine trade of Nandakumar with their enemies, and he has already for that reason been brought as a prisoner to Calcutta, we hope, as our greatest opponent is thus out of the way, to have less to fear from now on. expenditure to the Hooghly faujdar over the murder committed in this village Instead of five thousand rupees, which we at most according to our previous thoughts intended to give to the Hooghly faujdar and the servants of the adalat for the declaration granted by him regarding the murder committed in this village, the entire payment consisted of only Sicca Rupees 4100; and for the conniving permission for the import of necessities and shipment of goods during the order of the Nawab to stop both, there were paid to the aforementioned faujdar, as well as to his subordinates, Sicca Rupees 2900, according to the specifications that are inserted in our secret Resolution of the 26th ultimo; which we hope will be favorably passed by Your High Excellencies as having been not too excessive and unavoidable. Persian letters from the inland, from Patna through the former Chief Having received six Persian letters addressed to the Chief La Font from the vizier Shuja-ud-Daula, the deposed Nawab Mir Qasim Khan, and several courtiers while the armies of those princes were near Patna, and serving to assure our people of their favor and to put them at ease in case they might have succeeded in expelling the English from that city, even sending for greater security a safeguard for the Company's lodge; so we have the honor to offer the translations thereof to Your High Excellencies alongside this, and humbly request forgiveness that we have inadvertently neglected in our previous letter to mention two other letters from Lord Malhar Rao, general of the Marathas, and a certain Purushottam Pandit, wherein the first-named mentions having come for the restoration of the ruined affairs of the Empire, and therefore demands all obedience for the lineage of Tamerlane, while he, standing to exterminate the enemies according to his opinion, hoped that one would contribute to this to one's ability. some others whereof the report was forgotten last time, have now come to light and what was replied to the King thereon These letters, which a native had delivered through the junior merchant to the first undersigned, alongside a verbal message whether, in case the King should gain the upper hand over the English, one would be inclined to submit and recognize His Majesty as King, are inserted in our secret resolution of the 21st of the past year, when we resolved not to give any written answer, but to let the messenger depart with this message: that we, being merchants, held it as a fundamental rule not to interfere in any affairs of government or disputes with the country's princes, and according to the orders of our superiors were also not permitted to do so; which we judged in our present weakness to be the most prudent way we could choose, whether the letters were genuine or forged, or whether that message was perhaps sent to test us and catch us in the snare if we should be too credulous. march of the English to Lucknow The English army, instead of marching down to Benares as we reported in our previous letter, is according to the latest rumors moving towards Lucknow, the capital of the province of Awadh and the principal seat of the vizier Shuja-ud-Daula, who meanwhile
Dutch transcription
371 door wat middel de pattenarcken vloot van sellin gyloo geraakt Dog wi hebben hen daarbij gerecom¬ mandeert te tragten verzedering te krijgen dat men voor de oude zal praetensie niet verder gemoeiden met een krachtige senned, voor zig te worden; waarvan den uitslag als nog verwagt word. Jntusschen is de rest der te Tellingij gearreteerde Pattenarche vloot, zon der eenige spendatie gelaageerd door een middel, dat ons zeer onverwagt, niet te min aangenaam is te vooren gekomen, en zo wij hooren U Hoog Eds ook niet onbehooglijk zal zijn, volgens secreete karsembazaarsche brief van den 10 parsato, hier in be„ staande, dat de Engelsche Agent ten Morsidabaadsiaen Hove en Lid van den kalkatschen raad Samuel Middleton, zig gevallig tegenwoordig vindende, bij het ontvangen der tijding van de aanhouding der Pattenasche vloot, uiteige beweeging aangeboden had, de laagatie te bewerken welke vriendelijke aenbieding niet hebbende wij gevangen nu kalnatta hebbende kunnen afgeweezen worden, had hij zulks ook geeffecte eerd, niettegenstaande de tegen konting van den Duwan Nende koemaar, die door optoezing den Neewab daartoe uit hoofde van het pretenr wanbedrif tegen den voorigen Nawab, had onwillig ge maakt, en door het vrijgeven van de vloot een te dringend dwangmiddel, om eenige lak ken ropijen magtig te worden, meende te verliesen, welke ranssen hij tot het verzamelen van geld ten hoogsten nodig dagt te hebben. t welk echter niet heeft mogen hel„ pen, also op de verder gedaane in stantie van voorn Mideleton, schop telijke ordre op den Jellingisen durraga aan de bediend is toege„ zonden, om alle al op en afva¬ aende vaartuigen die aldaar gearrerteerd waren, vrij te geven, en de doortogt niet te verhinderen; Nendkoemaar En dewijl de Engelschen orlangs de bewijzen van een heuwelijk hou del 372 spendatie aen den haegtische Taar door over de int doos ge pleegde moord del van Neudkoemaar met hunne vijanden hebben in houden ge¬ kreegen en bij reeds gevankelijk somen wil om die reden naar Kalkatta is gebragt, zo koopen wij dewyl onse grootsten tegenstale, ver, dus uit de weger, ook voortaan minder te vreezen te hebben. In steede van vyfduizend ronijen die wij uitterlijk volgens onze vorige gedagt hadden aan den Hoeglische fourdaar en de bedienden van den adaaleth aftegeven, voor het donr hem verleende Declaaatoir, nopens de in dit doop gepleegde moord heeft de geheele afgave maar be staan in Prop: 4100: — en voor de oogluikende toelaating van de invoer van benodigtheeden en afscheep van goederen, ge¬ durende het bevel van den Nuwab tot de staemming van t een en aader, zyn zo aen voormelde Taurdaar, als aan zyne onderhoori„ ge sorop: 2900:— blijvens de niemaen vien, die bij onze secreete Resolu¬ tie sche brieven tie van den 26 parsato geinse¬ veerd rijng te welk we koopen en een dat door U Hoog Edelens als niet woo excersiex en onvermijdelijk ge¬ weert zijnde, gunstig zal gepar¬ seerd worden. overgaendjinland, van Pattena door den geweze Le„ einde schulde ontvangen heb¬ bende ser persiaansche brieven aan het opperhoofd La font gerigt van den werier Souiauddoulla den verdreeven Nawab Karsimali, chans, en eenige hovelingen geduurende dat de Zegen van die voorten onttrent Pattena waren, en strekkende, om de onzen van kunne gunst te verrekeren, en gerust te stellen, bij aldien het hen had mogen gebeuren, de Engelsche uit die stad te verdrijven, zelfs tot meer, der zeekerheid een sauoegarde van 's kompsloge zendende; zo hebben wij de eenen u Hoog Edelens daarvan de tourlaaten nevens deze aente bieden, en verzoeken laost nedrig 373 eenige anderen waarvan 't verslag laast vergetenis laeste gekomen rerloerd is nedrig om verschooning, dat weby en verzaere omtrend onzen voorgen verzuuurd hebben gewag te maken van twee andere brieven van den Heer Mal haar Rauw, generaal der Maarhet, tar en zekeren Portotom Paudik waer, bij den eerstgenoemden meldge„ komen te zyn, tot herstelling van de vervallene zaaken der Rijks en derhalven alle gehoorzaam, heid vorderd voor het gerlagt van Tamerlon, terwijl bij volgens zyn meening de vijanden staande uitteroeien, hoopte dat men daar¬ toe na vermogen zoude contribu¬ koemen aen de eenen. Deeze brieven, die een en wat daerop ge, inlander door den onderkoopman koning aen den eerst ondergete¬ kende had laten bestellen, nevens een mondelinge boodschop of men by aldien de koning, een de overhand op de Engelsche mogt krijgen, wel genegen zou zijn, zig te onderwerpen, en zyne Mojesteid als koning te erkennen zyn gein¬ sereerd by ons secreel besluit van den morck van de rngebocken naer Lerknouw den 21 p anno parsato, wanneer wy berlooten, geen pariftelijk aen woord te geeven, maar den ren„ deling met dit bercheid te laten vertrekken dat wy kooplieden zynde, tot een grond regel hiel„ den, on met geen regeerings zaaren, of verrczillen met de lands voorten te bemoeien, en volgens de bevelen onzer superieuren zulx ook niet vermogten te doen, t welk wij in onze tegenwoordige onmacht oordeelden de voorzichtigste weg te zijn, die wij konden kiezen, t zij dat den brieven echt of verdigt waren of dat die boodschap veelligt ge„ daan was, om ons te palssen, en ons zo wij te ligtgeloovig mogten zyn in den strik te krijgen. in plaats Het Engelsche leger van naar Ber„ nans aftekomen zo als wij bij „trekt volgens de laeste geruchten naar Laknouw onren voorige gemeld hebben ^ des Hoofdstad van de provincie Awd en de voornoemste plaats van den verier souranddouwla, welke intusschen
English
retreat from Patna, and delay of Lord Clive; delivered memorial regarding the interference of the English. meanwhile, as it is said, is managing to gather a new force at Delhi, in order to make the last attempts to recover his country. The long delay of Lord Clive caused no small fear at Calcutta that some misfortune might have befallen him. Besides his ship, another of his squadron is still missing, which together were to carry eight hundred soldiers, while the ships that have already arrived suffered very many deaths on the voyage. It is clear that for these reasons they have already written to Bombay and Madras for assistance, for recently some relief from those places has reached them, which they are already sending upcountry to reinforce their army. Along with this we have the honor to offer Your Excellency the report requested from the first-signed regarding the reduction of the charges, which he hopes will meet with Your Excellencies' satisfaction; and we remain with great respect, High Noble, Wide-Ruling Lords, Your Excellencies' humble and obedient servants, Signed: G: L: Vernet, M: Tsrinin, S: Zuidland, J: H: Zimer, F: C: Kist, C: Rietveld, C: M: Doeve, O: W: Falck At the side: Hooghly, 11th April 1765 In my presence: Jacob de Brauw Batavia settled. To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable Lord, Petrus Albertus van der Parra, Governor-General on behalf of the state of the United Netherlands and its General East India Company, The Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies, High Noble, Wide-Ruling Lords. Nawab's pretension not yet settled. After so many altered resolutions and efforts exerted toward settling the unjust pretension of the Nawab, of which we have had the honor to give Your Excellencies a detailed account in our secret letters of 9th March and 11th April of this year, of which latter the duplicate accompanies this; it will certainly seem strange to Your Excellencies that we cannot yet report by this opportunity the conclusion of that matter. This truly also goes far beyond our conjecture; however, we can assure Your Excellencies that on our side there has been no lack of efforts to attain it. A brief account of what has been done in that regard will, we hope, convince Your Excellencies of this. Account of the further orders to Kasimbazar. The Kasimbazar Chief and Second, according to their secret letter of 10th April, having been restrained from making any move because of the confused state of affairs at the Murshidabad Court between the English and the Moors, both in the election and nomination of ministers of the first rank, and the intrigues of some to retain their posts, and again of others to be provided therewith, as well as the accusations brought against the Diwan Nandakumar, his subsequent arrest, and the displeasure shown by the Nawab thereat, and the estrangement between the latter and the Naib Subah, out of fear of falling into altogether too unmerciful hands, because the Nawab, following Nandakumar's advice in all parts, would have spurned the offer of the ordinary and even the double Nazrana; so we, fully approving this prudence of theirs, resolved on 19th April to authorize them, as being able to judge better than we over the opportunity that might at times present itself, and since requesting and awaiting orders might perhaps cause too much time to pass, to proceed, without asking any further orders from us in that regard, on a suitable occasion, to the settlement on that basis as we had already authorized them before. Thus at Kasimbazar, according to the secret letter of 25th May, after having looked around repeatedly for persons to employ in that matter and sought an opportunity to begin a negotiation, it was finally made known to a certain servant of the Naib Subah Muhammad Reza Khan that they were ready to present a welcome gift, just as to the previous Nawabs. The Naib Subah thereupon had the court agent summoned, and made known that they had to declare themselves on the size of the sum, covertly warning that he also had to be remembered; they offered the Nazrana, and promised not to forget him; but he objected to the great difference between the claim and our offer, and promised, however, to use his good offices in our favor. A few days later he gave to understand that he had not been able to obtain the Nawab's consent to our offer, but that solely by way of favor the old demand had been reduced and was now set at two lakh rupees; regarding which, however, they let him be informed that they would never agree to such a thing. The negotiation broken off. Resolution to seek Lord Clive's aid. The matter had come this far when the departure of the great and little Nawab, and the other court grandees, to greet Lord Clive, who had arrived in the beginning of May, broke off the negotiations. As the first-signed was also to go to Calcutta to welcome that gentleman, we deemed it utterly necessary finally to bring an end to that dispute; whereto, in view of the Nawab's unreasonableness, no surer means
Dutch transcription
374 ontret van Bemn, bag en agterblyving van Lord Clive overgranen me„ morie wegens de bernoijing deciersen. intusschen zo men wil te Dhillij een nieuwe maekt raekt bij een te brengen, om tot herwinning van zijn land de laaste poogingen te doen Het lang agterblyven van Lond Clive boord te kalkatte geen kleine vreere, dat hem wel een ongeluit konden overgekomen zyn. Duiten zin schip, worde nog een van zijn Erquader gemidt, die tesamen achthonderd militairen zouden overvoeren, terwijl de scheepen die reeds gearriveerd zijn, zeer veel dooden op de reir gehad hebben. Tir, dendelijk, dat reom deezen reedenen, reeds om bijstand naer Bombay en Madras geschreeven hebben, want deezer dagen is hen eenig secours van die plaatsen toegekomen, dat ze reeds tot versterking van hun legen naar boven zenden. Nevens deeze hebben wij de eene u Hooghds aentebieden het van den e Eerst den ondergetekende gevorderde verkog wegens de behedging der lasten, t welk hij hoopt na uwer Hoog Edelens genoegen te zullen zyn; en verblij¬ ven met veel eerbied /:onderstond:/ Hoog Edele wijdgebiedende Heeren /:lage:/ Uwer Hoog Edelens onderdani„ ge en gehoorsaame dienaeren /:getekent:/ G: L: Vemet. Mr Frinin S Zuidland. I: H Zimer. F: C: Kirt. Cs Rietveld. C:M: Doeve. O:W: Talix /:ter zijde/ Hoegli den 11e April 1765 Actor degrt Jacodelebraver e Sterc Batavia afgemaakt. Aan zyn Hoog Edelheid, Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere, Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal, wegens den staat der vereenigde Nederlanden, en haare algemeene Oost- Indische kompagnie, De WelEdele Heeren Raaden van Nederlands, India, Hoog Edele, Wydgebiedende Heeren. „ Nawabs pratensie nog niet Na zo veele veranderde beluiten en aan„ „gewende moeiten, ter afmaaking der onbillijke praetensie vanden Nawab, waar van wy de Eere gehad hebben uw Hoog Ed=s omstandig verslag te doen, by onze secreete brieven van den 9e Maart en 11=e April, Benevens Secreet, 6 ony 355 deezes art 386 verhaal van de nadere beveelen naar kassembaz=r deezes Jaars, van welke laatste het Dupli„ „caat hier nevens gaat; zal het uHoog Ed=s zekerlyk vreemd voorkomen, dat wy by deeze nog geen bericht, van 't einde dier zaak kunnen geeven. Dit gaat waarlyk ook ver buiten onze gissing; echter kunnen we uw Hoog Edelens verzekeren, dat het van onze zyde aan geene poogingen, om daar toe te geraaken, gehaperd heeft. Een kort verhaal van het verrichte daar omtren zal, hoopen wy, uw Hoog Edelens daar van overtuigen. Het kassembazaarsch opperhoofd en secunde, volgens hunne secreete brief van den 10=e April, om de verwaerde toestand van zaaken, aan't Morsid-abaatsche Hof, tusschen de Engelschen en Mooren, zo in de verkiezing en benoeming der ministers van den eersten Rang, en de Kuiperyen van sommigen, om hunne posten te behouden, en weder van anderen, om daar mede voorzien te 376 te worden, mitsgaders de ingebrachte beschul¬ digingen tegen den Duwan Nende koemaar, zyn daar opgevolgd arrest, en het daar over betoond misnoegen van den Nawab, en de verwydering tusschen deeze laatste en den Naib Soeba, wederhouden geworden zynde, eenige beweeging te maaken, uit vreeze van in al te ongenadige handen te vervallen, dewyl de Nawab in alle deelen Nende koemaars Raad volgende, de aanbieding der gewoone en zelfs der dubbelde Nesserane zoude ver¬ „smaad hebben, zo hebben wy, deeze hunne voorzigtigheid ten vollen approbeerende, op den 19=e April, beslooten, hen, als daar beter, als wy, kunnende oordeelen, over de gelegenheid, die zig somwylen zoude kun¬ „nen aanbieden, een met ordres te verzoeken en aftewachten misschien te veel tijd ver„ loopen zoude, te qualificeeren, om, zonder verder eenige bevelen daar omtrent, van ons te vraagen, by bekwaame occasie te treeden, 386 arti treeden, tot de afmaaking op die voet, als we hen te vooren reeds geauthoriseerd hadden. Dus werd te kassembazaar blykens se¬ „creet schryven van den 25=e Mei, nadat te meermaalen na perzoonen wat omge„ „zien, om zig indie zaak van te kunnen bedienen en gelegenheid gezogt om eene nego„ tiatie te beginnen, eindelyk aan zekeren bediende vanden Naib Soeba Mahometh Rezachan, te kennen gegeeven, dat men gereed was, eene welkomst gifte, gelyk als aan de voorige Nawabs te praesenteeren. De Naib soeba liet daar op den Hofgan„ „ger ontbieden, en te kennen geeven, dat men zig over de grootheid der somme declareeren moeste, onder de hand laatende waarschou„ be „wen dat hy ook bedacht moest worden, men hulp bood de Nesserane, en beloofde hem niet te zullen vergeeten: maar hy wierp het groot verschil voor, tusschen de praetensie en onze aanbieding, en beloofde echter zyne goede 377 De onderhandeling afge„ „brooken. hulp te neemen. goede officien in onzen voordeele te zullen aanwenden. Hy gaf eenige dagen daar na te kennen, dat hij 's Nawabs toestemming op onze aanbieding niet had kunnen obtineeren, maar dat eenlyk by weege van gunst bewys, de oude vordering verminderd en tans op twee Lak Ropyen bepaald was; waar omtrent men hen echter liet informeeren, dat men zulks nimmers zoude inwilligen. Dus verre was het met de zaak gekomen, wanneer het vertrek van den grooten en klei„ „nen Nawab, ende verdere Hofsgrooten, om Lord Clive, die in 't begin van mei gearriveerd was, te gaan begroeten, de onderhandelingen afbrak. besluit om Lord Clive tot De Eerst ondergetekende, mede naar kal„ „katta zullende gaan, om dien Heer te verwel„ „komen, oordeelden wy dat het ten uitersten noodzaakelyk was, eindelyk een einde van dat verschil te maaken; waar toe, mits de on„ rekkelykheid van den Nawab, geen zekerder middel men
English
agreement reached through his mediation. appeared to be any other means than the intervention of Lord Clive, whom they then decided to speak to about this on the 22nd of May, and for which the first undersigned was qualified at the same time. His Lordship showed himself exceedingly willing to assist us in this; he called the Nawab's claim unreasonable and did not want the first undersigned to depart from Calcutta without first going with him to the prince. In this meeting he made use of the friendliest expressions: He desired that henceforth no distinction should be made between Dutchmen and Englishmen; and upon the demonstrated change of the Nawab, asking where that great friendship suddenly came from, whereas in former times it had been just the opposite, he answered that all those old disagreements and disputes were consigned to oblivion, and that the two nations now constituted no more than one, the and the Nawab complimented and similar expressions besides. At the same time, he wanted our dispute with the Nawab to be settled, and it was agreed in his presence that a Nesserane should be given just as to former Nawabs; that the Nawab, furthermore, on his journey up to Morsid-abaath, would stop for a short time in the Moorish fort, where they would come to greet him and present him with gifts just as they did to his late Lord Father in the year 1759. His Excellency having then arrived at Hoegli on the 13th of June, was complimented the following day only by the Director, because it had been learned that not enough Robes of Honor were in readiness if the Director had wished to be accompanied by some Council members. In return for the gifts that were delivered to him and his brother on that occasion, the amount of which we shall report hereafter, the first undersigned was presented with item the Naib Subah and Dewan. with three Robes of Honor, a head ornament, an elephant, and a horse. The Naib Subah, Mahameth Rezachan, having also arrived at Hoegli a few days later, had to be greeted as well, after which he paid a return visit to the first undersigned, having, in return for the gifts made to him, presented besides the customary Robes of Honor a head ornament and a horse, fortunately having no elephants with him, which was the reason, he said, that one received none on this occasion. The newly appointed Dewan Ragia Dollobram, having also stayed for a short time in our neighborhood with his brother Koenjoe Beharie, mutual visits were likewise made, the details of which, as well as of the former, we shall spare here in order not to fatigue Your High Noblenesses, referring regarding this to the daily register, while regarding the gifts that had to be made at all those visits, we note that two memoranda thereof are inserted in our collective Resolution of the 2nd of this month; of which the one, containing what was delivered both in cash and goods from the warehouses, and those that expressly had to be bought up due to a lack thereof, to the great Nawab Neziem-uddoulla, his brother Seiphoedoulla, the Raai Rajaan, the Master of Requests, and further servants, is f 24407: 16: 8., being f 4482:12:— less than was delivered in the year 1759 to the Nawab Jaffer Alichan. The other, being the total gifted to the Naib Subah Mahameth Rezachan, his Master of Requests, furthermore to the Lord Ragia Dollebram, and the newly appointed Hoegli Faujdar Mirza Mahometh kassimchan, amounts to f 19489:16:8., being still f 1850: 13:— less than in the year 1759/60, on the occasion of the visit of the former Lord Director Bisdom to the then young Nawab Mier Mierren, further declaration of the Nawab regarding his claim. was delivered. Which we hope that Your High Noblenesses, in consideration of the circumstances in which we found ourselves, which made these disbursements necessary and unavoidable, will be pleased to approve; we being able respectfully to assure Your High Noblenesses that it was impossible to manage them otherwise; those to the great Nawab because he had expressly demanded such in Calcutta, and those to the other grandees because they were too powerful for us to let the opportunity pass to win them over to our interests. We subsequently ordered the Kassembazaar Chief and Second to settle our dispute, which had lasted so long, by offering the customary, and at most, or if it could not be negotiated for less, the double Nesserane; which, after the preceding agreement, we thought would involve little difficulty, but Sum by the Dewan. but according to secret Kassembazaar correspondence of the 10th of this month, nothing had yet been achieved in that regard, largely to be blamed on the negligence of the court-goer, who had not executed the orders given to him in that regard. The Nawab had nevertheless declared that he would be satisfied with nothing less than a sack of Rupees for himself alone and the determination of the amount to be spent. When the unreasonableness of this demand was shown to Ragia Dollobram, and at the same time the customary Nesserane given to Soujachan and Aliwirdichan was offered, with an increase if it could not be otherwise, he rejected this as unacceptable, even drawing up, under threat of obstructing our trade and navigation anew, an account of circa 125000:—. Rupees, which were found recorded in the books at the Durbar as having been delivered to the aforementioned Nawabs and the intermediaries, and in such manner
Dutch transcription
over eenkomst door zyn toedoen getroffen. middel scheen te wezen, als de tusschen komst van Load Elive, die men dan op den 22=e Mei„ besloot, daar over te spreeken, en waar toe den eerst, ondergetekende, ter zelfder tijd gequalifi„ „ceerd wierd. Zyn Londschap betoonde zig ten uitersten bereidwillig, om ons hier in behulpzaam te zyn, hy noemde de praetensie van den Nawab onre„ „delyk, en wilde niet dat den eerst ondergeteken„ de van kalkatta vertrok; zonder zelfs eerst met hem, by den vorst gegaan te zyn. In deeze ontmoeting bediende hy zig van de vriende„ „lykste bewoordingen: Hy begeerde, dat 'er voor„ „taan, geen onderscheid tusschen Hollanders en Engelschen zoude gemaakt worden; en op de betoonde verandering vanden Nawab, waar dog die groote vriendschap zo plotzeling van daan kwam, daar het in het voorige tyden, net het tegendeel was geweest, antwoorde hy dat alle die oude oneenigheden en verschillen in 't vergeetboek waren gesteld, en dat de twee Natien thans niet meer dan een uitmaakten, den en 8 37 378 den Nawab gecomplimenteerd en diergelyke uitdrukkingen meer. Ter zelver tijd, wilde hy, dat ons verschil met den Nawab zoude bygelegd worden en men kwam in zyne praesentie over een, dat 'er een Nesserane gelyk als aan voorige Nawabs zoude gegeeven wor¬ „den; dat zig de Nawab, voorts in zyne opreize naar Morsid-abaath, in het Moorsche fort een korte tijd zoude ophouden, dat men hem daar zoude komen begroeten, en even als wyj„ len zyn Heer Vader in 't Jaar 1759. beschenken. zyn Excellentie dan den 13e Juni te Hoegli ge¬ „arriveerd zynde, werd alleen door den Direc„ „teur 's daags daar aan gecomplimenteerd, om dat men vernomen had, dat 'er geen Eerekleederen genoeg in gereedheid waren, als den Directeur zig door eenige Raadsleden had willen laaten verzellen. voor de geschen„ „ken die aan hem en zynen broeder, by die gelegenheid afgegeeven wierden, waar van wy het bedraagen hier na zullen melden„ werd den Eerst ondergeteekende begiftigd met 1386 arti 6. item den Naib Soeba. en Duwan C: S: met drie Eeren kleederen, een hoofd ciersel, een olifant en een Paard. De Naib Soeba, Mahameth Rezachan, eenige dagen laaten mede te Hoegli gekomen zynde, moest ook begroet worden, waar na hy den Eerst onderget: een Contra visite gaf, na dat hy in vergelding der aan hem gedaane geschenken buiten de gewoone Eere kleederen een Hoofd ciersel en een Paard vereerd had, heb„ bende by geluk geen olifanten by zig, 't welk de oorzaak was, zeide hy, dat men 'er by deeze gelegenheid geen kreeg. De nieuw aangestelde Duwan Ragia Dollobram, met zyn Broeder Koenjoe Beharie, zig mede korten tijd, in onze na„ buurschap opgehouden hebbende, wierd over en weder, mede een bezoek afgelegd, waarvan wy de byzonderheeden, zo wel als van de voori¬ „ge, om u Hoog Ed. s niet te vermoeyelyken hier bespaaren zullen, ons daar omtrent aan het dag register refereerende, terwyl wy omtrent kosten van die visites de geschenken, die by al die visites hebben moeten gedaan 379 gedaan worden, noteeren, dat daar van twee memorien, by onze gemeene Resolútie, van den 2e deezer geinsereerd zyn; waar van de eene, inhoudende het afgegeevene, zo in kontan¬ „ten, als goederen uit de Pakhuizen, en die expres mits gebrek hebben moeten opekocht worden, aanden grooten Nawab Neziem-uddoulla, zyn broeder Seiphoedoulla, den Raai Rajaan, den Request meester en verdere bedienden is ƒ 24407: 16: 8. , zinde ƒ4482:12:—. minder als in't Jaar 1759. aan den Nawab Jaffer Alichan is afgegeeven De andere zynde het verschonken in alles, aan den Naib Soeba Mahometh Rezachan, zynen Request meester, voorts aan den Heer Ragia Dolle¬ E. „bram, en den nieuw aangestelden Hoeglischen Fausdaar Mirza Mahometh kassim„ „chan, beloopt ƒ 19489:16:8. zynde nog ƒ1850: 13:—. minder als in a:o 17. 39/60. by ge„ „legenheid, van het bezoek, vanden gewezen Heer Directeur Bisdom, aan den toen„ „maaligen kleinen Nawab Mier Mierren is nadere verklaaring vanden Nawab over zyne praetensie. is afgegeeven. 't welk wy hoopen dat u Hoog Ed=e, uit aanmerking der omstandigheden waar in wy ons bevonden, welke deeze afgaa¬ ven noodzaakelyk en onvermydelyk hebben gemaakt, zullen gelieven te passeeren; kun „nende wij UHoog Ed. s eerbiedig verzekeren, dat dezelve onmogelyk gemenageerd hebben kunnen worden; die aan den grooten Nawal om dat hy zulks te kalkatta expresselyk som begeerd had, en die aande andere grooten om datze te vermogend waren, dan dat men de gelegenheid zoude hebben laaten voorby gaan, om hen in onze belangen over te haalen. Wy hebben vervolgens het kassembazaars opperhoofd en secunde gelast, ons verschil, dat zo lange geduurd had, aftemaaken, door het aanbieden vande gewoone, en uiterlik of als het niet minder te bedingen was voor de dubbelde Nesserane; 'twelk wy na de voor afgegaane over eenkomst dagten, niet veel zwaarigheid te zullen inhebben, dog 380 Som, door den Duwan dog volgens secreet kassembazaarsch schry„ „ven van den 10=e deezer, was men daar omtrent nog niets gevorderd, grootelyks te wijten aan de nalaatigheid vanden Hofgan„ „ger, die de hem, daar omtrent gegeevene or„ „dres niet uitgevoerd had. De Nawab had echter verklaard, zig, met niet minder, als een zak Ropijen, voor hem alleen en bepaaling der tespendeerene, te zullen te vreede houden. Toen de onbil„ „lykheid van deezen Eisch aan Ragia Dollobram vertoond, teffens de gewoone Nesserane aan Soujachan en Aliwirdi„ „chan gegeeven, met een vermeerdering, als het anders niet wezen konde, aangeboden wierd, verwierp hy dit als onaanneemelyk, C. maakende zelfs onder bedreiging van onzen handel en vaart op nieuw te stremmen een Reek: van Circa 125000:-. Ropyen, die aan voorm: Nawabs ende midde¬ „laars afgegeeven, en aan den Dherbaar, te boek gesteld gevonden wierden en dus„ „daanig
English
refutation of the claim. change concerning the Murshidabad government made by Lord Clive. would have been divided in such a manner: 50000 Rupees for the Nazrana 40000 Rupees travel and subsistence expenses 14000 Rupees the mint, and the remainder for presents and expenses, and that one would soon have to resolve to give an equal sum. However disagreeable this appeared to us, we nevertheless could not deem it well to agree to this unreasonable demand, and we have brought the aforementioned chief and second to make no higher promise than what was spent in the time of the Nawab Ali Vardi Khan; wherewith we hope that they will in the end still be satisfied. Lord Clive having departed up-country at the end of June, upon his arrival at Murshidabad, according to a secret Kasimbazar letter of the 16th of July, made this change concerning the government there: that the general revenues, along with the administration of the finances, were entrenchment among the Hughli regents entrusted to the gentlemen Muhammad Reza Khan, Raja Durlabhram, and Udwant Chand, one of the heirs of the Jagat Seth, who, along with the English agent at the court, would each have a key to the treasury, so that without the knowledge and consent of those four persons, nothing might be taken from it, and thus the Nawab, who nevertheless might give orders for the necessary expenses, is prevented from making misuse thereof. The Hughli faujdar Mir Badaldin Khan has furthermore been placed in another post, and a certain Mirza Muhammad Kasim Khan placed in his stead. His diwan Lahorimal, a man who in every respect had shown himself inclined to be of service to us, being placed under arrest, we attempted, through the Kasimbazar chief, to work for his preservation; but seeking ways and means thereto, as appears from a secret letter of the 11th of May, learned who have arrived with Lord Clive in Bengal, and what arrangements have already been made by his Lordship. learned that he still had to account for a good deal of the country's revenues, and had therefore been summoned, and also that another had already been appointed in his place; whereby nothing could be effected to his advantage. Thus far concerning native affairs. Regarding the foreign nations we have to report that with Lord Clive there has returned to Bengal Mr. William Brightwell Sumner, previously a council member at Calcutta, to assume the government in due time; furthermore a certain Mr. Sykes, presently agent at the Murshidabad court, as well as two colonels, two lieutenant-colonels, and several other officers, besides a good number of troops. However much this return of the aforementioned Lord had been longed for, it was very quickly observed that the English gentlemen are not very satisfied with his conduct. Having himself taken an oath in England not to accept any gifts from the Nawab or the native grandees, all the council members at Calcutta have had to do the same. A certain Mr. John Johnstone, who, as chief in the Burdwan district, had enriched himself excessively through heavy exactions of money and in his commission to regulate the affairs of the country's administration through various unlawful ways and means, was immediately brought to account by him and subsequently dismissed from the service. The excessive arrogance of many particularly caught his eye, and he wished to make the necessary redress therein, as well as in many other evil habits that had crept in. Regarding our trade he expressed himself most favorably: he wished to support us in everything; and since the country yields an abundance of produce for the Europeans, he thought it would be sufficient to prevent the excesses of the private traders, which he entirely condemned. He therefore had them all summoned, giving them only three order to Kasimbazar to confer with him on some matters. three months' time, which aroused no little murmurings against him; and in general he intended to make such arrangements that the Dutch would no longer have any reason to complain. Full of confidence in these favorable promises and intentions, we thought we had already won the game; but from our general letter of today, it appears how very much we have found ourselves deceived regarding the piece-goods, and the separate letter of the first two signatories hereof shows that we have also made a wrong calculation regarding the saltpeter and opium. Since he had stated that he wished to make the necessary arrangements at Murshidabad, and on account of the great haste with which he sailed up, he had not stopped here, so that one had not been able to converse with him about this and that, we deemed it necessary to furnish chief Bacheracht with our orders as to how to conduct himself in case the aforementioned gentleman should enter into a conference with him.
Dutch transcription
wederlegging van den Eisch. verandering ontrent het Morsid abaath Gouver„ „nement door Lord Clive gemaakt. „daanig verdeeld zouden geweest zijn. 50000: Rop: voor de Nesserane 40000: „ „. - . „ reis en kostgelden 14000: „. - . de munt, en de rest voor vereeringe en ongelden, en dat men eerlang zoude moet besluiten, een gelyke som te geeven. Hoe on„ aangenaam ons dit ook is te vooren geko „men, hebben wy echter niet kunnen goeden den dien onbillyken Eisch toetestemmen, en wy hebben het voorm: opperhoofd en secunde, tot geen hoogere belofte, als het gespendeerde ten tyde van den Nawal Aliwirdichan te treeden; waarmede wy Ho hoopen, dat ze zig in 't einde nog zullen te vreede houden. Lord Clive in 't laatst van Juni, naar boven vertrokken zynde, heeft by zyne komst te Morsid-abaath, volgens secreet kassembazaarsch schryven van den 16e Juli omtrent het Gouvernement aldaar, deeze verandering gemaakt; dat de Generaale ont„ „vangst, met het bestier over de geldmiddelen was 381 verschanzing onder de Hoeglische Regenten was aanbetrouwd; aan de Heeren Mahometh Rezachan, Ragia Dollobram en Oed¬ „monsjent, een der Erfgenaamen van de Jeggetseet, welke, met den Engelschen agent aan 't Hof, elk een sleutel; vande Schatkist zouden hebben, zo dat buiten kennis en toestem„ ming, van die vier persoonen, niets daar uit zoude mogen genomen worden, en dus den Nawab, die echter ordre, tot de nodige uitgiften zoude mogen geeven, belet, daar van misbruik te maaken. De Hoeglische Fausdaar Mier Baddelchan is voorts in een andere bediening geplaatst, en zekere Mirza Mahometh kassinschan in zyne plaats gesteld- Desselfs Duwan E. Lahorimol een man die zig in alle opzich¬ „ten genegen getoond had, om ons van dienst te zin, in arrest staande genomen te worden, hebben wij, door het kassembazaarsch op„ „perhoofd getracht zyn behoud te bewerken; dog deeze daar toe, blykens secreet schryvens van den 11e Mei wegen middel zoekende, vernam wie 'er met Lond Clive al in Bengale gearriveerd zyn. en welke beschikkingen 'er reets door zyn Londschap gemaakt zyn. vernam dat hy nog een goed deel van 'slands in„ „komsten verantwoorden moest, en derhalven op ontboden was, teffens dat reeds een ander in zyn plaats was gesteld; waardoor niets ten zynen voordeele heeft kunnen uitgewerkt worden. Dus verre wat de Inlandsche zaa¬ „ken betreft. Omtrent de vreemde Natien hebben wij te berichten; dat met Lord Clive, weder in Bengaale geretourneerd is, de Heer William Brightwell Summer bevoorens Raadspers¬ „soon te kalkatta, om in het Gouvernement in der tyd op te treeden; voorts zekere Mr. sijkes, thans agent aan het Morsid-abaatho„ „che Hof, mitsgaders twee kollonels, twee Luit:s kollonels en verscheide andere officieren, nevens een goed aantal militie. Hoe zeer nu na deeze wederkomst van voors:) Lord verlangd was, zo heeft men al heel schielijk bemerkt, dat de Heeren Engelschen over zyne handelwyze, niet zeer te vreede zyn. Hy zelfs in Engeland den Eed gedaan hebbende, 382 386 hebbende, van geene geschenken, van den Nawal of de Jnlandsche grooten te zullen aanneemen, E. hebben alle de Raadsleeden te kalkatta, het zelfde moeten doen. zekere Mr. John Stone, die zig als opperhoofd in het Berduaansche, door zwaare geld afperssingen en in zyne kommissie tot het reguleeren der zaaken van 's Lands bestier, door verscheide ongeoorloof„ „de wegen en middelen bovenmaatig verrykt had, werd terstond door hem, ter verantwoor„ „ding gesteld, en vervolgens uit den dienst ont„ „slagen . De boovenmaatige trotsheid van vee„ „len, stak hem byzonder in 't oog, en hy wilde daar in, zo wel, als in veele andere ingekroo¬ „pene kwaade gewoonten het nodige redres maaken. omtrent onzen handel liet hy zig aller voordeeligst uit: Hy wilde ons in alles voorstaan; en het land, overvloed van producten, voor de Europeesen voortbrengende, dogt hy dat het genoeg zoude zyn, de buitenspoorig„ „heden van de particuliere handenlaars, die hy ten eenemaal afkeurde, te beletten. Hy deedze derhalven alle oproepen, hen eenlyk drie ar 8 8 ordre naar kassembazaar om met hem, over eenige zaken te confereeren. drie maanden tyd geevende, 't welk niet we vree „nig murmu ringen tegen hem verwekte; en in 't generaal dagt hy zodaanige Schikkingen te maaken, dat de Nederlanders, geene rede„ nen van klaagen meer zouden hebben volva vertrouwen op deeze gunstige beloften en voorneemens, dagten, wi, reeds gewonnen spec te hebben; dog by onze gemeene brief van heden, blykt hoe zeer we ons omtrent de Lywaaten hebben bedroogen gevonden, ende aparte brief vande twee Eerste teekenaars deezes toont aan, dat we nopens de salpeter en amfioe„ mede een verkeerde Reekening gemaakt hebbe Dewyl hy zig uitgelaaten had, te Morsid-abaats de nodige arrangementen te willen maaken, en hy hier, om den grooten haast, waarmede hy opvoer niet was aangeweest, dus men hem over 't een en ander niet had kunnen onder„ houden, en oordeelden wy noodzaakelyk het opperhoofd Bacheracht, te munieeren met onze ordres, hoedaanig zig te gedraagen, by aldien voorm. Heer, inkonferentie met hem
English
383 Report regarding the inland war: to step towards him. Our orders concerning the opium and saltpetre, which will be dealt with in the separate letter, we only have to report here that on this occasion we had also instructed the aforementioned chief to try indirectly to bring about the abolition of the Peeskes, without, however, insisting heavily upon it if it should be observed that it was not willingly listened to. But that, as appears from the answer received from there dated 4 July, no opportunity presented itself for this, given the past journey upcountry of Lord Clive, for after staying a few days he departed for Pattena, and further to Benaris and Elah-abaath. For the rest, the war seems to be over. The vizier Soeja-uddoulla, having held an interview with Brigadier Carnac, subsequently surrendered himself voluntarily to the English and, according to the latest reports, was expected at Pattena. Enlistment of some Sepoys at Kassembazaar. Lord Clive does not seem inclined to pursue the war; at least he declares that he will try to make peace in the best manner. A rumour is indeed heard that a certain Heathen prince has made himself master of Dhilli and has even placed himself upon the Throne, and that he is coming down with a formidable force, but that news is too uncertain for us to dare say we can rely upon it. Furthermore, we must report here concerning the English that, according to a secret Kassembazaar letter of 16 July, the inhabitants of the Company's village of Kalkapoer, suffering now and then much nuisance from wanton English soldiers, occasionally resisted them, whereby it was often difficult to quell the riot caused thereby and to prevent murder and manslaughter; while those people were still more or less defended by their masters and ours were put in the wrong; just as complaint had also been made by the English Chief Senior to our Chief Bacheracht that a soldier and a soldier's wife had received some blows; which was refuted by the aforementioned Honorable Bacheracht, as they themselves had been the cause thereof through their insolence. Wherefore the servants, in order to prevent further troubles that might perhaps give cause for estrangement, proposed to enlist 20 to 25 Sepoys under their officers and post them there at the Bazaar, in order to rescue the English who might venture into the crowd and take them into custody, for fear that otherwise, due to the bitterness of the natives, it might cost someone their life. And since it was not well possible, with the few European soldiers, to prevent such incidents, we have granted them authorization for this, provided that these troops would not be kept on longer than was necessary. Arrival of Monsieur Law. Regarding the French, we can report that Monsieur Law, in the capacity of Commissary General on behalf of His Most Christian Majesty and Governor General of the French possessions in India, arrived here in the beginning of the month of June with the ship Le Praslin, commanded by Monsieur de Surville, who is the second in the commission. Chandernagore re-established. On 15 June, the French flag was hoisted again at Chandernagore in the presence of two English deputies, and that place was thus re-established. Monsieur Law intends to depart again for the Coast at the beginning of next year, but it is still uncertain who will be Director here, regarding which, as well as some other offices, the final decision is daily expected from Europe. Contracting of the French. A contract of delivery has been concluded by them with a party of merchants, but not more than two anas per Rupee was advanced, pretending that they expect a good supply of money shortly. Cartel regarding deserters concluded with them. The aforementioned Monsieur Law and the Council at Chandernagore having informed us through two deputies that they are inclined to renew the cartel previously concluded here in the year 1732 for the surrender of mutual deserters, we therefore resolved on 10 August to proceed thereto, subject to Your High Excellencies' respected approval, the more so because, upon our proposition to add thereto some articles that had been refused in the year 1755, they indicated being ready to conclude a similar contract as had taken place between the two nations on the Coromandel Coast, of which Monsieur Law, upon his arrival at Pondicherry, would send a copy hither, and which was much more complete than the old one; which we have thus only provisionally renewed, and we shall also request from the Governor and Council at Negapatnam a copy of the cartel subsisting there, in order subsequently to conclude one here on the same footing, with Your High Excellencies' favourable consent. We remain with all respect, High Noble, Grand Commanding Sirs, Your High Excellencies' humble and obedient servants, Signed: G. L. Vernet, M. Isinck, L. Zuidland, I. H. Zinner, I. K. Kist, C. Rietveld, C. M. Doeve and O. W. Falck. Margin: Hooghly, 27 August, anno 1765. Gregt. Herklots Agrees, C. G. Clercq No. 3
Dutch transcription
383 bericht wegens den boven landschen oorlog: hem wilde treeden: Onze beveelen omtrent de amfioen en salpeter, by de aparte brief. zullende verhandeld worden, hebben wij een„ „lyk hier te melden, dat wy bij deeze gelee„ „genheid, het voorm: opperhoofd ook gelast hadden, van ter zyde te trachten, de af„ „schaffing van het Peeskes te bewerken, zonder echter daar op sterk te insteeren, als men merken mogt, dat daar na niet gewillig geluisterd wierd; dog dat zig daar toe, blykens het van daar ontvangen antwoord van den 4=e Juli, mits de gepasseer„ „de opreize van den Heer Clive, geen gelegen„ „heid aangeboden heeft, want hij vertrok na ik„ weinige dagen vertoevens, naar Pattena, en verder naar Benaris, en Elah-abaath: Voor 't overige schynt het met den oorlog gedaan te zyn. De wezier soeja-uddoulla, met den Brigadier Carnac een mondgesprek gehouden hebbende, heeft zig vervolgens vrij„ „willig aan de Engelschen overgegeven, en wierd volgens de laatste berichten te Pattena verwacht. 8 aanneeming van eenige Sipahis te kassembazaar verwacht. Lord Clive schynd niet gezind den oorlog te vervolgen, ten minsten hy declareerd zig te zullen trachten de vreede op de beste wyze te maaken. Men hoord wel een gerucht dat zeker Heidensch vorst zig meester van Dhilli zoúde gemaakt en zig zelfs op den Troon gezet hebben, en dat deeze met eene ontzachelyke macht afkomt, dog die tyding is te onzeker, dan dat wij zouden durven zeggen daar op staat te kunnen maaken. Nog moeten wy hier, omtrent de Engelschen melden, dat, volgens secreet kassembazaarsch schryven van den 16e Juli, de Inwooners van 's komp=s Dorp kalkapoer, nu en dan van moetwillige Engelsche soldaaten veel over„ last lydende, zig somwylen daar tegen ver„ zetteden, waardoor het dikwils moeyelyk viel, het oproer daar door veroorzaakt te stellen, en moord en doodslag te wezen; ter„ „wyl dat volk, door hunne meesters nog min of meer verdeedigd ende onzen in't ongelyk gesteld wierden; gelyk dan ook door het En„ „gelsch opperhoofd senior, aan ons opperhoofda Ba¬ 8 d 304 686 arte Bacheracht geklaagd was, dat een soldaat en soldaaten vrouw, eenige slagen hadden bekomen; 't welk, door voorm: E: Bache„ „racht, alzo zy zelfs om hunne brutaliteiten daar van oorzaak waren geweest, wederlegd was. weshalven de bed=s om verdere moeyelyk¬ „heden, die misschien oorzaak tot verwijdering konden geeven, voor te komen, proponeerden; om 20. â 25. Sipahis, onder hunne hoofden aan te neemen; en aldaar op de Bazaar te plaatzen, om de Engelschen die zig in 't gedrang begeeven mogten te redden, en in ver„ „zeekering te neemen, uit vreeze dat het an„ „ders, nog de een of ander, wegens de verbit„ :k „terdheid der Jnlanders, het leven zoude kosten En dewyl het, met de weinige Europeesche militairen, niet wel mogelik was, dierge„ lyke voorvallen te verhinderen, zo hebben wy hen daar toe qualificatie gegeeven, mits dat volk niet langer als noodzakelyk was zoude aangehouden worden. hoofd arivement van Mons=r Law. Omtrent de franschen kunnen wy melden, dat sjenderneggen gerestabileerd met hun geslooten. dat Monsr. Law, in qualiteit van kommis„ sarris Generaal van wegens zijne allerchris¬ „telijkste Majesteit en Gouverneur Generaal van de Fransche bezittingen in Jndië, in't be¬ „gin van de maand Juni, hier is gearriveerd, met het schip Le Praslin gevoerd by mons=r de surville, die de tweede in de kommissie is, Den 15e Juni, is te Chandernagoor, de fransche vlag, ter praesentie van twee Engelsche ge„ „committeerden wederom opgeheist, en die plaats dus gerestabileert. Mons=r Law maakt staat in 't begin van 't aanstaande Jaar weder naar de kust te vertrekken, dog het is nog onzeker, wie hier Directeur zal wezen, waar omtrent als mede eenige andere bedieningen de finaale beschikking, dagelyks uit Europa aanbesteeding der Franschen verwacht word. Met een party kooplieden is door hen een contract van aanbesteeding geslooten, dog niet meer dan twee anas per Ropy verstrekt; voorgeevende datze binnen korten een goed ont¬ „zet van geld verwachten cartel wegens de deserteurs Voorm= Mons=r Law en den Raad te 385 art te Chandernagoor, ons, door twee gecommitteer„ den te kennen hebbende laaten geeven, genegen te zyn, het bevoorens alhier in 't Jaar 1732. ge„ slootene Cartel ter overgaave van de weder zijdsche Deserteurs te vernieuwen; zo hebben wy op den 10=e Aug=s beslooten daartoe op uwer Hoog Ed=s g'eerde approbatie over te gaan, te meer, daarze op onze propositie omdaar by eenige artikelen te voegen, die in 't Jaar 1755. gewei„ „gerd waren, te kennen gaven, bereid te wezen een diergelyke contract te sluiten, als tusschen de twee Natien, op de kust kormandel plaats had, waar van Mons=r Law, by zyn arrive„ „ment te Pondicheri, kopij herwaards zoude: zenden, en 't welk veel volkomener als het oude was; 't geen wy dus maar provisioneel vernieuwd hebben, en van den Heer Gouver„ neur en Raad te Nagapatnam mede een kopy van het daar subsisteerende Cartel zullen verzoeken, om er vervolgens hier, met uwer Hoog Ed:s gunstige toestemming, een, op den zelfden voet te sluiten. Wy Coll: Wy verblyven met alle eerbied. /onderstond/ Hoog Edele Wydgebiedende Heeren /Lager/ uwer Hoog Edelens onderdanige en Gehoor„ „zaame Dienaaren /was getekend/ G: L: vernet, M: Isinck, L: Zuidland, I: H: zinner, I: k: kist, C: Rietveld, C:M: Doeve en O: W: Falck. / ter zyde / Hoegli den 27=e Aug=s A=o 1765. — Sacobelbravek Gregt. Herklobs Accordeert e C:G: lercq e No. 3
English
Batavia Introduction to the dealing in the opium trade Increase of the price To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General on behalf of the state of the United Netherlands and its East India Company, together with The Right Noble Lords Councilors of the Netherlands Indies. High Noble, Far-Commanding Lords! Having in our respectful separate letter of August 25 of the past year given report of the arrangements made by the Patna servants with the English chief there regarding the collection of opium, we shall have the honor hereby to report to Your High Excellency on the further transactions in that trade and the outcome thereof. As we were given hope by the separate Patna letter of July 9 that the opium trade would turn out better than the previous year, we imagined that the price at least would not be higher, and we therefore deemed it unnecessary, upon the request of the Patna servants for orders in that regard, to grant them a broader authorization than before; all the more because we beforehand wished to conform to Your High Excellency's orders. But by the separate Patna letter of August 18, the fire was laid so close to our shins that we dared not delay any longer to permit the servants to exceed the established limit of 200 Sikka rupees the maund, in case there were absolutely no chance of obtaining the opium for that sum or less; for they reported to us that, on account of the uncertain circumstances of the times, that trade would probably begin earlier than in previous years, and perhaps indeed in September, and end shortly thereafter. Furthermore, that it was not possible to stop the English private merchants from that trade, and that a great multitude already stood ready to buy up whatever could be obtained, whereby the price would rise rapidly, and the servants, if they had no authorization to follow the market, would have to sit idle. According to their letter of October 7, even some private merchants, supported by a party of sepoys, had been so bold as to seize by force the opium that had been engaged by our and the English servants and upon which money had been advanced by both, and offered to pay fifty rupees more per maund than they could get for it from the Company servants. In order to prevent such occurrences in the future, our servants agreed with the English chief Billers to each take one hundred peons into service and send them to the aurangs to secure the purchased opium. This had such a result that, according to the writing of November 18, already 600 maunds had been brought to the factory, and the next day another 100 maunds were to be received. However, we were not informed at what price that parcel had been purchased, about which, having expressed our displeasure to the servants, they excused themselves regarding that matter in their letter of December 9, stating that the price was only set upon it later, according to the market price of November, and that they had not yet been able to settle accounts with the English servants with whom the collected goods were shared. When we finally saw the price in their writing of November 27, we were not a little appalled; for of the 301 whole chests at 150 lb that were dispatched at the same time, the cost was as follows: 25882½ lb at ƒ 429: 1:—. 2/29 the 100 lb 16892½ lb at ƒ 490: 19: 4 13/29 the 100 lb 2375 lb at ƒ 501: 16: 8 13/29 the 100 lb We readily admit that we had thought that the agitations of the private traders would cause that commodity to rise in price, yet we could not believe that the difference could be so excessive. And however much we are averse to suspecting our fellow men, we were in this case not entirely free of it, the more so because we found some contradictions in the successively received letters; for then we were informed that the opium trade would succeed better than the previous year, and then again news was received that it would not turn out so well; then that trade would begin in September and end shortly thereafter, whereas they had only 400 maunds inside by the end of October. In addition, it seemed somewhat strange to us that the price had soared so greatly precisely after the departure of the chief Bacheracht; which then caused us to decide to leave the accountability for the purchased opium to the account of the servants, out of fear of sharing in Your High Excellency's displeasure over it. On December 16, another 8550 lb in 57 chests were dispatched, coming to ƒ 501: 16: 8 7/29 the hundred pounds. According to Patna's writing of January 7, the servants had again purchased circa 160 maunds, which quantity had increased to 300 maunds on February 6, just as they have also dispatched, under Lieutenant Tissot, 102 whole and 100 half chests, of which 6412½ lb were purchased for the above-mentioned price of ƒ 501: 16: 8 7/29 and 16387½ lb for ƒ 504:—:— the hundred pounds, this being the last that could be obtained thereof for this season, and that trade has ended entirely. Our entire collection thus consists of 460 whole and 100 half chests, or 89 chests more than last year, which, since there were so many eager buyers, is still a considerable quantity. And although we could not at first give full credit to the alleged reasons for the increase in cost, we are nevertheless obliged to do the servants justice by declaring here that, with Calcutta being as it were crammed with opium, this could hardly have been caused otherwise.
Dutch transcription
06 Batavia in leiding tot het verhan„ delen der Amfioen Negotie verhoging der prys. Aan zyn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal, wegens den staat der vereenigde Nederlanden, en derzelver oost Jndische Compe benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Indië Hoog Edele Wydgebiedende Heeren! By onze eerbiedige aparte van den 25=e aug=s a. p. bericht gegeeven hebbende, van de gemaakte schik„ „kingen door de Pattenasche bediendens met het En„ gelsch opperhoofd aldaar nopens de in inzaameling van amfioen, zo zullen wy de Eere hebben, uHoog hd. s by deeze, van het verdere verrigte in dien handel, en dies uitslag, verslag te doen. Alzo ons by de aparte Pattenasche brief, vanden 9 Juli, hoop gegeven was, dat de amfioen negotie, beter als het voorige Jaar afloopen zoude, verbeeld den Copia Aparti wy - ƒ woeling door particulieren wy ons, dat de prys, ten minsten niet hooger zoude zyn, en wy oordeelden derhalven onnodig de Pattenasche bedienden op hun verzoek, om ordre daar omtrent, eene ruimere quali„ ficatie, als voor heen, te geeven; te meer, om dat wij bevoo„ „rens gaarne met uwer Hoog Ed s ordres, wilden geiunieerd zyn, dog by de aparte Pattenasche brief van den 18=' aug=s wierd ons het vuua, zo na aan de scheenen gelegd, dat wy niet langer durfden uitstellen, de bed. s te permitteeren, de gemaakte bepaaling van 200. Sikka rop: de maon, te boven te streeven, by aldien 'er absoluut geen kans ware, de amfioen voor die som, of minder, te bekomen; want zy meldden ons, dat dien handel, om de onzekere tyds omstandigheden, waarschynlyk, vroeger, dan in voorige Jaaren, en misschien wel in september, begonnen worden, en kort daar na afloopen zouden voorts dat het niet mogelyk was, de Engelsche particulieren die Negotie te beletten, en dat 'er reeds een groote menigte klaar stonden, om al wat maar te bekomen zoude zyn, op te koopen, waar door de prys, spoedig ryzen zoude, en de bed.s alsze geen qualificatie hadden, om de maakt te volgen, stil moeten zitten. Volgens hunne brief van den 7=e october, hadden zelfs eenige 387 opgave der prys vande eerste partij. eenige particulieren, ondersteund door een parthy offecier, zig verstout, om de anifioen die door onze ende Engelsche bed. s besprooken, en waar op, door beide geld verstrekt was, met geweld na zig te neemen, en aangeboden vijf„ „tig ropyen per maon meerder te willen betaalen, als ze daar voor by de Comp=e bed=en konden krygen. om welke gevallen, in den aanstaande voorte komen, onze bed=e met het Engelsch opperhoofd Billers over eenkwamen elk honderd pions in dienst te neemen, en naar de de arrengs te zenden, om de ingekogte amfioen te secou„ „reeren, 't welk dan ook van dat gevolg was, dat volgens schryvens van den 18=e November reeds 600. maons in de Loge was gebragt, en 's daags daar aan, nog 100. maan stond ontvangen te worden; dog ons wierd niet be„ „deeld voor welke pris, die partij was ingekogt, waar over wy de bed. s ons ongenoegen te kennen gegeeven hebbende, excuseerden zy zig, daar omtrent by hunne brief van den 9=e December, dat de prys eerst naderhand daarop gesteld was geworden, na de marktsprys van November, en datze met de Engelsche bed. s met wien het ingezamelde ge„ „deeld wierd, nog niet hadden kunnen afreekenen. Toen wy eindelyk de prys by hun schryven vanden 27=e gedachten daar over 27=e November zagen, waren wy niet weinig ontzet; want van de 301. heele kisten a 150. lb: die terzelver tyd afge„ „zonden, wierden, was het kostende als volgd: 16 25882½ lb: â ƒ 429: 1:—. 2/29 de 100. lb= 28 16892½ „ „ „ 490. 19: 4. 13/29 „ „ „ 24 2375:—. „ „ „ 501: 16: 8 13/29 „ „ „ Wy willen gaarne bekennen, dat wy wel gedagt hadden, dat het woelen der vrykooplieden die waare, in prys zoude doen ryzen, dog wy konden wy niet geloo„ „ven, dat het onderscheid zo excessieff konde wezen; en hoe zeer wy ook een afkeer hebben, onze evennaasten, te verdenken, zo waren wy daar van in dit geval, niet ten eenemaal vry, te meer om dat wy, in de suc„ „cessive ontvangene brieven, eenige tegenstrydigheden voorden; want dan, werd ons gemeld, dat de amfioen negotie, beter als het voorige Jaar zoude slaagen, en dan weder kreeg men tijding, dat het zo wel niet luk„ „ken zoude dan zou dien handel in september beginnen, en kort daar na afloopen, terwyl ze eerst ult=o october 400. maons binnen hadden daar en boven, kwam het ons wat wonderlyk voor, dat Juist, na het vertrek van het opperhoofd Bacheracht, de prys zo zeer gesteigerd was; 't 388 inkoopen pays van de tweede party. beloopder gansche inzaam 't welk ons dan deed besluiten, om de verantwoording, van de ingekogte amfioen, voor der bed=s Reekening te laaten, uit vreeze, van in uwer Hoog Ed. e ongenoegen daar over te zullen deelen. Op den 16=e December zyn weder 8550. lb: in 57. kisten verzonden, te staan komende op ƒ 501: 16:8 7/29 de honderd ponden. volgens Pattenasch schryven van den 7=e January, hadden de bed. s weder circa 160. maons ingekogt, welke quan„ „titeit, op den 6=e februari vermeerderd was, tot 300. maans, gelyk ze dan ook, onder den Luitenant Tissot 102. heele en 100. halve kisten hebben afgezonden, waar van 6412½ lb= ingekogt zyn, voor de bovengem=e prys van 501: 16: 8 /29 en 16387½ lb: voor ƒ 504:—:— de honderd ponden, zynde het laatste dat daar van, voor dit saisoen te bekomen is geweest, en dien handel geheel afgeloopen. Onze geheele inzaam bestaat dus in 460. heele en 100. halve kisten x of 89. kisten meer als het voorleede Jaar, 't welk daar 'er zo veele liefhebbers toe geweest zyn nog al een aanmerkelyke quantiteit is. En schoon wy de bygebragte redenen, van de verduuring, in 't eerst, niet wel accrediteeren konden, zo zyn wy tog verplicht, den bed. s het recht te doen, van hier te verklaaren, dat kalkalta als volgepropt zynde met amfioen, zulks niet wel anders kan veroorzaakt zyn, p
English
No private purchases made. Saltpetre received; resolution to continue the trade as it is for the present. are, than by the fact that the English private merchants as well as the officers have equally eagerly sought to spend their money on it, in order to get it down river in a profitable manner. These individuals have therefore simply seized whatever they could get, even those lots that were rejected by the Company servants as unacceptable, because of which there are many who are still stuck with it. We would therefore certainly have had the opportunity to obtain a reasonable quantity privately, but because there is so much bad merchandise mixed in, and there is no one here who has the requisite knowledge of it to make any purchase with any confidence, we did not dare to venture it. Instead of 10000 bags of saltpetre, which we were to receive according to the promises of Mr. van Sittart, our entire share amounted to only 6578 bags. The first undersigned did indeed address Mr. Spencer privately, but received the answer that nothing more could be spared. However, on the 19th of October of the past year, together with the Council, we judged it unadvisable for the present to make use of the permission obtained to collect saltpetre for our own account, thinking that it would not be difficult for the English 389 at Pattena and here. Tellingy. to thwart us in that trade without appearing to be involved in it, and thus cause us to obtain less than one can expect they will surrender to us annually; besides which, having nothing at all to fear in that regard from their Company servants, but being certainly very much hindered by the private merchants who have a free hand in everything, and moreover the price would probably begin to rise very steeply: by which resolution we resolved to persist on the 29th of January last. Private purchases there. The Pattena servants have furthermore privately secured 159 bags of saltpetre at Sicca Rs. 3: 12:— per maund of 72½ lb, and we were offered here a quantity of 3000 maunds at Arcot Rs. 8: — or ƒ12:— per English maund, but upon inspection of the samples on the 14th of December, as appears from the common Resolution of that date, we thought proper not to purchase that lot, as the quality did not accord well with the demanded high price, and we have only purchased a small lot of 155 bags here at Current Rs. 5: 5: 7/7 per maund of 68 lb. The last lot lies at Schoonzigt. Although Sicca Rs. 25000:— have been paid to the English servants at Pattena for the saltpetre, no settlement of accounts has yet been received from them, and that salt is provisionally charged from Pattena at Sicca Rs. 3: 8:— per maund. The last lot that was received there, consisting of 486 bags, has in the meantime remained detained at Jellingie; so that we are prevented from sending the same with the bearer of this; but the Ceylon demand of 1000 bags has already been satisfied with the ship Schoonzigt. Reason regarding the usefulness of some here. The Pattena servants having been asked about the causes concerning the first saltpetre dispatched, which was found uncommonly wet here, they replied by their separate letter of the 7th of January last that they had received that salt in that state from the English, and that the Chief Billers would give them an explanation of it. As it appeared to us from that writing that they had spoken to that gentleman about it, and he, as the first undersigned was informed, imagined that he was suspected in that regard, about which he was very displeased, we reproached the servants very seriously over that carelessness, as this misunderstanding might well have given cause for some alienation; but they excused themselves in that regard by letter of the 18th of January on their bad phrasing, having only spoken to Mr. Billers about it by chance, and he of his own accord offered to give an explanation about the wetness of the saltpetre. 390 Account of Golaatsjent. Representation regarding the sale of Japanese bar copper. We request pardon for the differing statements regarding Golaatsjent's arrears; according to the received account, which we have the honour to present herewith to Your High Nobles, his debit amounts in total to only ƒ 6887. —. That Gomasta having fallen gravely ill according to a separate Pattena letter of the 8th of September of the past year, and there being little hope of his recovery, the servants, out of fear that he might die in the factory and the Company would thereby be exposed to difficulties, set him at liberty, he having already been kept under arrest for about two years, after he had declared in writing to have no claims upon the Company. We would certainly not have failed, pursuant to Your High Nobles' respected order by secret circular letter of the 24th of May 1764, to test at different times whether the Japanese bar copper would sell at public auctions; but for very weighty reasons we considered it advisable to continue with the sale out of hand, because the unsettled circumstances of the times made the merchants fearful of embarrassing themselves with many goods, so that none are to be found either,
Dutch transcription
geen particuliere inkoop gedaan. Ingekregen salpeter in besluit om de Negotie voor eerst nog maar zo te continueeren. zyn, dan door dat, zo wel de Engelsche particuliere koop lieden, als de officiers, even gretig hun geld daar aan hebben zoeken te besteeden, om het op een voordeelige wyze te kunnen beneden krygen. Deeze hebben dan ook maar aangeslagen, wat ze hebben kunnen krygen, zelfs die partyen, die door de bed. s als onacceptabel waren uitgeschooten, waar door er veele zyn, die 'er nog mee zitten, wy zouden dus wel gelegenheid gehad hebben, om in't particulier, een redelyke quantiteit te bekomen dan dewyl 'er zo veel slegt goed onder loopt, en hier niemand is, die daar van de vereyschte kennis heeft, om met eenige gerustheid eenige inkoop te doen, hebben wy het niet durven waagen. In steede van 10000. zakken salpeter, die wy, volgens de beloften van den Heer van Sittart, ontvangen zouden, heeft ons geheel aandeel maar bedraagen 6578. zakken. De eerst ondergetekende heeft zig wel in 't particulier bij den Heer Spencer geaddresseerd, dog ten antwoord bekomen, niets meer te kunnen missen. Echter hebben wy, op den 19=e october a. p. nevens den Raad, niet raadzaam geoordeeld, voor eerst, gebruik te maaken, van de verkreegene per„ „missie, om voor onze eige reekening salpeter in teza„ „melen, denkende dat het den Engelschen niet moeyelyk zoude 389 van te Pattena en hier. Tellingy. elyk zoude vallen, ons, zonder datze daar in zouden schynen gemalleerd te zyn, in dien handel te traverseeren, en dus minder te doen bekomen, als men verwagten kan, datze ons Jaarlyks zullen afstaan; buiten dat men van hun„ „ne Comp=e bedienden, daar omtrent al niets te vreezen die hebbende, daar en tegen van de particulieren in alles de handen hebben, zekerlyk zeer zoude belet worden, en daar en boven, de prys waarschynlyk, zeer beginnen te ryzen: by welk besluit wy, op den 29=e January Jongstl: beslooten hebben te persisteeren. particulieren inkoop daar De Pattenasche bed=e hebben nog in 't particulier 159. zakken salpeter bemagtigd tegen s=a r o/a 3: 12:—. de maon van 72½ lb:, en ons is hier wel een quantiteit van 3000: maons aangeboden, tegen arkat r oa/o 8: –. of ƒ12:—. — de Engelsche maon, dog by bezigtiging der monsters, op den 14=e December, blykens gemeene Resolutie van dien datum, hebben wy goedgevonden, die party niet inte koopen, alzo de qualiteit niet wel accordeerde met de gevorderde hooge prys en wy hebben hier eenlyk, een tegen partytje van 155. zakken, Cour:t ra/o 5: 5: 7/7 de maon van 68. lb: ingekogt. — „ bed=s de laaste partij ligt te schoon aan de Engelsche „ te Pattena, op de salpeter s=o r o/o 25000:—. betaald is, heeft men daarvan nog geen afreekening heid gen. en, . en, reden wegens de nuttigheid van eenige alhier afreekening ontvangen, en van Pattena, is dat zilt by provisie, tegen s=a r oa/o 3: 8:—. de maon aangereekend. De laatste party, die aldaar ontvangen is, bestaande in 486. zakken, is ondertusschen te Jellingie gearresteerd gebleeven; zodat wy belet zyn, dezelve met brenger deezes te verzenden; dog den Ceilonschen Eisch van 1000. zakken is reeds met schip schoonzigt voldaan. van de Pattenasche bed. e nopens de eerste afgezondene salpeter„ die hier buiten gemeen nat was bevonden, na de oorzaaken daar van gevraagd zynde; zo antwoordden zy, by hunne aparte brief van den 7=e January, Jongstl: dat zy dat ziet zodanig van de Engelschen ontvangen, hadden, en dat het opper„ hoofd Billers hen, daar van een verklaaring zoude geeven. Dewyl het ons nu uit dat schryven voorkwam, dat zy dien Heer daar over aangesprooken hadden, en hy zig, zo als den Eerst ondergetekende onderrigt was, verbeeldde, dat men daar omtrent suspecteerde, waar over hy zeer onvergenoegd was; zo reprocheerden wy de bed= over die onvoorzigtigheid zeer erns„ „tig, alzo dit mis verstand, wel oorzaak tot eenige verwyde„ „ring zoude hebben kunnen geeven; dog zy hebben zig daar omtrent by brieve, van den 18=e January geexcuseerd op hun¬ „ne kwaade uitdrukking, als hebbende met den Heer Billers daar over eenlyk by geval gesproken, en hy uit zig zelfs aangeboden een verklaaring over de nattigheid van de salpeter kop 390 reekening van Golaatsjent repraesentatie over den „ van verkoop „ Japansch staef arkoper. salpeter te willen geeven. Wy verzoeken over de differente opgaaven van vn Golaatsjents agterstal verschoning volgens de ontvangene reekening die wy de Eere hebben uHoog Ed. s hier nevens aan te bieden bedraagd zyn debet, in 't geheel maan ƒ 6887. —. Die Gomasta, volgens apart Pattenasch schryven van den 8=e september, a. p. zwaar ziek geworden, en tot zyn herstel„ „ling weinig hoop geweest zynde, hebben de bed=e uit vreeze, dat hy in de Loge sterven en de komp:e, daar door aan moeyelykheden zoude geexponeerd worden, hem, die reeds omtrent twee Jaaren in arrest gehouden was, op vrye voeten gesteld, na dat hy schriftelyk verklaard had niet op de komp: te praetendeeren te hebben. Wy zouden zekerlyk niet nagelaaten hebben, ingevolge uwer Hoog Ed=s gevenereerd bevel by secreet Circulair schryven van den 24=e mei 1764- op differente tyden te beproeven, of het Japansch staafkoper, by publieke verkoopingen wilde van de hand gaan; dog wij hebben, om zeer gewigtige redenen, geraaden geoordeeld, met den verkoop, uit de hand, te continueeren, want dewyl de onrustige tyds omstandigheden de kooplie„ den bevreest maakten om zig met veele koopman„ schappen te embarrasseeren, zo vind men 'er ook geen, erns„ de„
English
none who are inclined to purchase entire lots; while in addition, the wealthiest having been ruined, the scarcity of cash is the reason that they do not dare to buy at the public auctions, being uncertain when they will be able to make payment, and it is impossible to hit precisely upon the time that would best suit them, for although one person, seeing an outlet for a lot, might provide himself at auction, another would probably buy nothing, not knowing how to dispose of it again; and one would thus, having sold a small portion, be left with the rest; which then—since, for the encouragement of the merchants, it has been introduced here and promised in the conditions of sale that of those goods of which something has been sold by public auction, nothing will be sold in the meantime or until the next Company auction—would prevent over-the-counter sales. On the other hand, if the merchants find themselves provided with money, or having the opportunity to make a small profit by sending a lot of bar copper to the inland Provinces, they can be accommodated immediately, which certainly must increase the turnover; the truth whereof is fully proven by the fact that we have succeeded in selling the entire quantity of the aforementioned mineral that was on hand, on average, at an advance of about 165 percent. And although we dare not hope that this will continue so advantageously; yet, because Your Right Honorable has been pleased, by the aforementioned circular letter, to grant authorization to reduce the selling price of the bar copper, to increase the turnover, even to one hundred twenty-five percent advance, of which, however, we shall not make use except in case of extreme necessity, we have thought fit to demand 300000 lb. thereof in the outgoing provisional requisition. In order to comply with Your Right Honorable's honored order, by secret dispatch of the 2nd of October of the past year, we then caused the points contained in the aforementioned letter concerning the Persian letters in question to be presented in secret to the pay bookkeeper Martinus Koning and the first sworn clerk Jacob Eilbracht by expressly delegated members from the Council of Justice, which points, however, they have not been able to swear to in such manner as is therein required, but indeed in that manner as, if Your Right Honorable pleases, may be seen by the sworn declarations attached hereto, of which we shall send the duplicates to the Advocate Mr. van der Hoop in the coming autumn, since the order for that purpose was only received after the departure of the last return ships. For the rest, the requirements in the letter of that gentleman, dated 15 November 1763, have been fulfilled as far as possible, as appears from the copy of the letter of the first undersigned in reply to the aforementioned dispatch, and those to the Governors of Ceylon and Coromandel, Messrs. van Eck and van Teylingen, which we attach hereto for Your Right Honorable's honored inspection. This having already been copied thus far, we receive the separate Patna letter of the 27th ultimo, in which the latest that was still to be reported concerning the opium collection is mentioned, and we cannot fail to give Your Right Honorable dutiful notice thereof. The entire collection amounts to 76500 lb., costing together, on average, ƒ363583:—: 8, thus the lot price per hundred lb. is ƒ 475: 5: 7, being ƒ 47: 16: 1 or 11¼ percent more expensive than the previous year, when the collection having amounted to only 63150 lb., 13350 lb. more was purchased this year, and the English have traded between six and seven hundred chests in all. Also, according to the general letter of the same date, a settlement of accounts was held with the English servants concerning the delivered saltpeter, and the balance of 3660: 11¼ Sicca Rupees or 5674: 8:— was paid out to them; that salt costing slightly less than the provisionally calculated 3: 8:— Sicca Rupees, which will be credited to the saltpeter account. We have the honor to remain, with dutiful respect, Right Honorable, Wide-ruling Sirs, Your Right Honorable's humble and obedient servants, signed G: L: Vernet, Ms. Isinck. In the margin: Hooghly the 9th of March, Anno 1765. Agreed. Sandelbraver, Clerk. Batavia Settlement with the opium supplier, the new provision. To His Right Honor The Right Honorable, Highly Esteemed Mr. Petrus Albertus van der Parra, Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and its East India Company, along with The Honorable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Wide-ruling Sirs. Although we had thought, in our previous separate and particular arrangements around the 9th of March last—of which we have the honor to offer Your Right Honorable the duplicate alongside this—that everything regarding the opium trade had been settled, and therefore had nothing more to report concerning it; yet we find ourselves obliged to bring to Your Right Honorable's notice that the Patna servants, according to their general letter of the 9th of March, have settled accounts with the opium suppliers and found that they were ƒ 6416: 12:— in arrears, which amount they on the new collection
Dutch transcription
geen, die genegen zyn, heele partijen aante slaan; terwyl daar en boven, de vermogendste, geruineerd zynde de schaarsheid aan kontanten oorzaak is, dat ze op de publieke vendutien, niet durven koopen, als onzeker zynde, wanneerze tot de betaaling, zullen in staat wezen en het is onmogelyk Juist de tyd te treffen, dat het hen best convenieeren zoude, want schoon de een, al uitweg voor een party ziende, zig op vendutie voorzien zoude, zo zoude een ander waarschynlyk, als niet weeten „de, hoe het zig weder kwit te maaken, niets koopen; en men zou dus, een gering gedeelte verkogt hebbende, met de rest blyven zitten; 't welk dan, dewyl men, tot en couragement der kooplieden, hier in train ge„ „bragt heeft, en by de conditien vande verkooping be„ „loofd, dat men van die goederen, waar van iets per publieke vendutie verkogt is, tusschen beide, of tot de naaste komp: vendutie niets verkoopen zal den ver„ koop uit de hand beletten zoude. Daar en tegen, vinden de kooplieden zig, van geld voorzien, of hebbende gelegenheid, door het verzenden van een partij staaf koper, naar de binnenlandsche Provintien, een winstje te doen, zo kunnen ze terstond te recht raaken, 't welk den debiet zekerlyk vermeerderen moet; waar van 2 F 391 Eisch daarvan byvoeging van twee beedig„ „de Declaratoiren en andere Papieren. van de waarheid ten vollen beweezen word, door dien het ons gelukt is, de gantsche aanhanden geweest zynde quantiteit van het voorm: mineraal, door malkanderen, met een advans van omtrent 165. procento te verkoopen. En schoon wy niet durven hoopen, dat dit zo voor„ „deelig zal continueeren; zo hebben wy echter, om dat u Hoog Ed=e by het voorm=d circulair schriven, qualificatie hebben gelieven te verleenen, om de verkoopsprys van het staafkoper, ter vermeerdering van het verties, zelfs te verminderen, tot honderd vyf en twintig percent advans waar van wy echter niet dan by de uiterste noodzaakelykheid gebruik zullen maaken, goedgevonden, daar van, by den afgaanden provisioneelen bisch 300000. lb= te vorderen. Om te voldoen, aan uwer Hoog Ed=e g'eerde ordre, by secreete missive van den 2=e october, a. p. hebben wy dan soldy boekhouder Martinus Koning enden eersten gezwooren klerk Jacob Eilbracht, in se„ „cretesse, door expresse gecommitteerden Leden, uit den Raad van Justitie, laaten voorhouden, de poincten, by zien n„ den P by voorm: brief vervat, over de bewuste persiaansche brie „ven, welke ze echter zodaanig, als het daar by gevorderd word, niet hebben kunnen beëdigen, maar wel op die wijze, als zulks, door u Hoog Ed. s des believende, kan be„ „oogd worden, by de hier nevens gevoegde biedigde Decla„ „ratoiren, waarvan wy de wedergaden, in het aanstaande Najaar, aan den Heer advokaat van der Hoop zullen zenden, dewyl de ordre daar toe, eerst na het vertrek der laatste Retourscheepen ontvangen is - Voor het overige is aan de requisieten, by de brief van dien Heer, de dato 15:' November 1763. , zo ver mogelyk voldaan, blykens het afschrift van de brief, van den Eerst ondergeteken„ „den in antwoord op voorm: missive, en die aan de Heeren Ceilons en Chormandels Gouverneur van Eck, & van Teylingen, die wy tot uwer Hoog Ed. s g'ëerde speculatie, hier nevens voegen. Deeze reeds dus verre gekopieerd zynde, ontvangen wy de aparte Pattenasche brief van den 27=e passato, waar by het laatsten dat nog nopens den amfioen inzaam te berichten stond, gemeld wordende, kunnen wy niet voor by u Hoog Ed s daar van by deeze verschul„ „ „digde kennis te geven. De geheele inzaameling bedraagd 76500: lb. te samen door p 392 door malkanderen kostende ƒ363583:—: 8. dus de kavel prys van honderd lb= ƒ 475: 5: 7. r=m zynde ƒ 47: 16: 1. r=m of 11¼ p„r Cento ruim duurder, als het voorige Jaar, wan„ „neer de inzaam maar 63150: lb: bedraagen hebbende, heeft men dit Jaar meer ingekogt 13350: lb. , en de hebben, Engelschen „ in 't geheel genegotieerd tusschen de ses en zeven honderd kisten. ook ik volgens het gemeen schryven van denzelfden datum, met de Engelsche bed=e over de geleverde salpeter, afreekening gehouden, en denzelven het saldo van s=a r oa/o 3660: 11¼ of 5674: 8:—. uitgekeerd; komende dat zilt iets minder, als de provisioneel aangereekende s=a r oa/o 3: 8:—. te staan; 't welk de salpeter reekening zal ten goede gebragt worden. Wy hebben de Eere, met verschuldigde eerbied te ver„ „blyven. /onderstond/ Hoog Edele wydgebiedende Heeren /Lager/ uwer Hoog Ed„s onderd:o & gehoorz:t Dienaeren /getekent/ G: L: Vernet, M=s Isinck, / ter Zijde/ Hoegli den 9=e Maart Ao. 1765. - Accordeert. Sandelbraver e Clerc ullen vrige en„ ren tie, gen schul„ amen e E Batavia afreekening met de amfioen Leverancier de nieuwe verzorging. Aan zyn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen groot Achtbaaren Heere Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal, wegens den staat der vereenigde Nederlanden, en derzelver oost Jndische Comp=e benevens De wel Edele Heeren Raaden van Nederl=s Indië. Hoog Edele wyd gebiedende Heeren. Schoon wy gedagt hadden, bij onze voorige aparte, en p=l schikkingen omtrent van den 9=e Maart Jongstleeden, waar van wij de Eere hebben u Hoog Ed. e het Duplicaat neevens deeze aante bieden nopens de amfioen negotie alles afgehan„ „deld, en dus daar omtrent niets meer te berichten te hebben; zo vinden wy ons nochtans verplicht, u Hoog Ed. s ter kennisse te brengen, dat de Pattenasche bed=e volgens hunne gemeene brief van den 9e Maart met de amfioen Leveranciers hebben afgereekend, en bevonden dat dezelve ƒ 6416: 12:—. ten achteren waren, welk bedraagen zy hen, op den nieuwen in„ Copia Aparte „zaam - 3936
English
wanted to keep the collection. On the 11th of March, we had already answered them, following their request by letter of the 27th of February to be allowed to make advances on the new collection as they intended to take a new course, that we could not yet grant them permission for this, not only because it seemed a bit early to permit such a thing since no news had yet been received regarding the settlement of the past delivery, but also because we did not gladly wish to give our approval to any novelty without knowing beforehand what it would consist of, and whether one could promise oneself on any grounds to succeed better thereby than with the old method. And although they insist upon it again in their further separate letter of the 9th of March, we have nevertheless deemed it advisable to have the collection done in the usual manner, as they are to be instructed, and to make no advances before the old arrears are collected. In addition to which we shall order them to use all circumspection and to take as much care as possible that the suppliers are ahead in the settlement, as was the case last year, so as to run that much less risk of arrears or bankruptcies. Hoping that this will meet with your High Honour's approval, we remain with all respect, /below stood/ High Noble, Far-ruling Sirs, /lower/ Your High Honour's humble and obedient servants, /signed/ G: L: Vernet, M: Isink, /in the margin/ Hoegli, the 11th of April 1765. Agrees, Sattbalorach Cleus Batavia Concerning opium pro anno stante. To His High Honour, The High Noble, Right Honourable Sir, Petrus Albertus van der Parra, Governor General on behalf of the state of the United Netherlands and its General East India Company, together with The Right Honourable Gentlemen, Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Far-ruling Sirs! The chief and the secunde at the Pattena office having reported to us in their separate letter of the ultimate of March that it was believed there that this year's opium harvest would not exceed that of the previous year; that, on the other hand, the multitude of buyers had not diminished, the English private merchants, and many natives in their name, having already begun not only with advancing money, but even with buying up the milk; that they, therefore, deeming it necessary to follow that example in order not to miss out, had agreed with the English chief Billers to carry on that trade in partnership, yet in such a manner that the purchase would indeed be for both, but mostly done by our servants, while from the other side orders would be sent to all quarters to allow what was purchased to pass everywhere unhindered, and that thus a start would be made immediately with advancing and buying the milk; this last appeared to us, as a novelty, somewhat dangerous. However, as they on the spot could judge better than we about that trade and the means that had to be employed toward an opulent, sound, and profitable collection, we left it to them to act therein as faithful and honour-loving servants, and authorized them to make advances thereon. They have then also, according to a separate letter of the 12th of April, begun with this and initially issued Sicca rupees 20,000, advanced another Sicca rupees 50,000 according to a letter of the 26th ditto, and on the 12th of May another Sicca rupees 40,000, and praised very much the help rendered to them by Mr Billers, whom they had often needed against the unreasonable conduct of the native servants, while they thought they had reason to flatter themselves that the prices would not become as high as last year. With the purchase of the milk, however, they had not been able to succeed according to wish, because the country people had wanted to sell little of it, believing they would find it more to their account to keep it until it had reached real substance. Over 200 maons of that so-called milk had then also, according to a letter of the 11th of June, been stored in the warehouses, in order to deliver the same to the Company in August or September, when the price would be fixed, while in the meantime again Sicca rupees 50,000 were advanced for the continuation of that trade, without the merchants being induced to determine the price. The aforementioned quantity had, as appears from a letter of the primo of July, increased by fully half; but the servants thought that they would have to carry on that trade for the rest of this season for their account alone, since the chief Billers, having taken his own life, the contract entered into with him, having only been made verbally, lapsed in their opinion; but we judged that this could not be considered lapsed, unless the one who might assume authority after him did not understand
Dutch transcription
: „zaam wilden laaten houden. op den 11=e Maart, hadden wy hen reeds, op hun verzoek bi brieve van den 27=e febr: om op den nieuwen inzaam verstrekkingen te mogen doen alzo ze een nieuwe weg dagten in te slaan, ge„ „antwoord, dat wy hen daar toe, nog geen licentie kon„ „den verleenen, niet alleen om dat het wat vroeg scheen zulks te permitteeren daar men nog geen tijding van de afreekening wegens de afgeloope leverancie beko„ men had, maar ook, van dat wy niet gaarne onze nieuwigheid stem tot eenige nieuwigsted wilden geeven, zonder voor af te weeten, waar in zulks bestaan zoude, en of men zig met eenigen grond konde belooven, daar door beter te zullen slaagen, als met de oude methode. En schoon zy by hunne nadere aparte brief van den 9e Maart, weder daar op aandringen. zo hebben wy echter geraaden geoordeeld de inzaameling op de gewoone wyze te laaten doen, gelyk hen zulks staat aangeschreeven te worden, en geen vooruitverstrekkingen te doen, voor dat het oude agterstal ingepalmd is. waar benevens wy hen zullen gelasten, alle omzigtigheid te gebruiken, en zo veel mogelyk zorge te draagen, dat de Leveranciers by de afreekening te vooren staan, gelyk zulks in 't voorleede Jaar is geweest, om zo veel te minder gevaar van 394 van agterstallen of bankeroeten te loopen. Hoopende dat zulks van uwer Hoog Ed=e approbatie zal zyn, ver„ „blyven wy met alle eerbied, /onderstond/ Hoog Edele wijdgebiedende Heeren /Lager/ uwer Hoog Ed=e onder d:o en gehoorz=de Dienaaren /geteekent/ G: L: Vernet, M: Isink, (ter zyde / Hoegli den 11e. April 1765, 3 Accordeert ƒ Sattbalorach Cleus 3. r Batavia van opium pro a=o stantg. Van Syn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere, Petrus Albertus van der Parra¬ Gouverneur Generaal, wegens den staat der vereenigde Nederlanden; en Haar algemeene Oost-Jndische kompagnie, benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia. Hoog Edele Wydgebiedende Heeren! gestelde ordre tot den inzaam Het opperhoofd en den secunde ten kan„ „toore Pattena, ons by hunne aparte brief van ult=o maart, gemeld hebbende, dat men aldaar van gevoelen was, dat de am„ „fioen recolte van dit Jaar, die van 't voor„ „ledene niet zoude overtreffen; dat daar en tegen de menigte van koopers niet ver¬ „minderd was; hebbende de Engelschen kopyn Aparil par„ - „ particulieren, en op hunne naam veele Jnlan¬ ders, reeds begonnen, niet alleen met het voor„ uit verstrekken van geld, maar zelfs met 't inkoopen van de welk; datze derhalven noodzaakelyk achtende dat voorbeeld te vol„ n „gen, om niet achter 't net te vissen, met het Engelsche opperhoofd Billers, waren over eengekomen, dienhandel in kompagnie te dry„ ven; zo nochtans dat den inkoop wel voor beide, maar meest door onzen bed:s zoude ge„ daan worden, terwyl vande andere zyde, in alle quartieren ordres zouden gezonden worden„ om het ingekochte over al onverhinderd te laaten passeeren; en dat dus terstond met het vooruit verstrekken, en het inkoopen der melk een begin zoude gemaakt worden; zo kwam¬ ons dit laatste, als eene nieuwigheid, wat ge„ vaarlyk voor: derwyl zy echter op de plaats beter als wij, over dien handel, en de middel die tot een opulente, deugdzaame en pro¬ fytelyke inzaam, moesten in 't werk gesta worden, konde oordeelen, lieten wy aan hen over, 396 handel. over, om daar in als trouwe en Eere lievenden Dienaaren te handelen, en qualificeerden hen, ke om daar op vooruit verstrekkingen te doen. verstrekking van geld op dien Zy hebben dan ook volgens aparte brief van den 12e April, daarmede beginnen en voor eerst s=a ro/oa 20'000: - afgegeeven, volgens schryven van den 26=e dito nog So. r o. 50000:- en op den 12=e Mei nog s=a ro/a 40'000:–. ver„ strekt, en roemden zeer, op de hen beweeze„ „ne hulpe door M=r Billers, die ze al dik„ wils tegen de onredelyke handelwyze vande Jnlandsche bedienden hadden nodig gehad; terwyl zo vermeenden reden te hebben zig te mogen vlegen, dat de pryzen niet zo hoog zouden worden als voorleede Jaar. Met den inkoop vande welk hadden zij echter, na wensch niet kunnen slaagen, door dien de landlieden daar van weinig hadden willen verkoopen, meenende beter hunne reekening te zullen vinden, met dezelve te bewaaren, tot ze tot reële substantie er gekomen „ gekomen was. over de 200: maons van die zo genaamde melk, was dan ook, volgens schryven van den 11e Juni, in de Pakhuizen geborgen, om dezelve in Augustus of Jber¬ als de prys zoude gemaakt zyn, aan de komp=e te leveren, wordende intusschen weder s=a roa/ao 50'000:—. tot voorzetting van dien handel verstrekt, zonder dat de kooplieden tot het bepaalen der prys te beweegen waren. De voorn: quantiteit, was, blykens brief van p=mo Juli, nog wel de helft vermeerderd; dog de bedien„ „den dagten dat ze dien handel voor dit saisoen verder voor hunne reekening al¬ leen zouden moeten dryven, dewyl het opperhoofd Billers, zig zelfs om 't leeven gebracht hebbende, het met hem aangegae contract, als maar mondeling gemaakt zynde, na hunne gedachten, verviel; dog wy oordeelden, dat dit niet voorvervallen konde gehouden worden, ten zy de geene, die na hem, het gezag mogt waarnemen, begrip niet den
English
397 to negotiate the opium and saltpetre. views on the point of opium. were not inclined to comply with it, wherefore we ordered them to propose this first, before one could count on whether or not the collection would have to be shared. decision taken to negotiate with Lord Clive. Among the changes and improvements that Lord Clive intended to make, we thought that the two principal articles of opium and saltpetre, which needed them just as much as other points, should also be included; and thus, imagining that this would be undertaken by him in Morsid-abaath, it became necessary to give orders to Kassembazaar in that regard. Which having then been brought into the meeting on the 26th of June, it was resolved, as appears from the secret resolution of that date, to authorize chief Bacheracht to negotiate with the aforementioned Lord if any arrangements were made regarding this matter. Regarding the opium, the agreement and that of the saltpetre. the agreement between the mutual chiefs to make joint advances and divide the collected goods in equal portions was not unreasonable, and it merely came down to trying to ensure that somewhat more could be collected and the prices somewhat reduced; and since this was caused solely by the uncommon machinations of the private traders, it would have been a desirable thing if they had been prevented from doing so; which had once been attempted in vain by Mr. van Sittart, but, as we thought, would only have to cost Lord Clive a word, and to which it could not be difficult to persuade him, since he had already expressed himself about it previously. Concerning the saltpetre, one did not expect much benefit from the permission to purchase again for our own account, 398. and therefore judged it to be more advantageous if one could bring it so far as to conclude a similar contract of division regarding it as in the year 1745, if it could be stipulated therein that the collection be made year and year about by the English and Dutch chiefs, and the contracted portions be delivered to the interested parties. The prospects of stipulating such an advantageous condition being very slight, however, one judged that if that would not succeed, one should also be satisfied with the English chief alone making the collection and ceding an annual portion to us, albeit somewhat larger than the third part that had been offered to us in the year 1763. But being unaware of Lord Clive's intention regarding either matter, and unable to give definite orders, it was resolved to authorize the aforementioned chief opinion of his Lordship about trade in general. chief Bacheracht, in case the preceding should find no acceptance, to negotiate the best conditions possible, and to stand upon our right as much as necessary, in order to obtain an equitable division. All these precautions, however, were unnecessary, for according to the separate answer of the aforementioned Bacheracht, of the 4th of July, Lord Clive, during a return visit that his Lordship had paid to him, had given no indication of wishing to enter into any negotiation. The conversation having fallen upon the languishing state of commerce, occasion was taken from that to also show the decline of the opium cultivation and its causes, regarding which it was answered that he would try, with all his power, to effect a restoration therein, having already summoned the private traders with that intention, 399 and agreement made. traders, through which and through some other arrangements he thought to improve the matter so far that one would have no more reason to complain. We can also mention here in passing that those traders have indeed been summoned, but those in Pattena, according to the separate letter received from there dated the 1st of July, seem to want to spend the delay of three months that has been given to them in purchasing as much opium as is ever possible, in which matter they proceed with force and violence, even forcing the people to take money from them; so that their summons will at least be of no use for this year. The aforementioned chief Bacheracht having also asked whether an equitable arrangement could not be made between both companies concerning the saltpetre collection, it was answered that they could speak about that opinion of his Lordship about trade in general. to authorize chief Bacheracht, in case the preceding should find no acceptance, to negotiate the best conditions possible, and to stand upon our right as much as necessary, in order to obtain an equitable division. All these precautions, however, were unnecessary, for according to the separate answer of the aforementioned Bacheracht, of the 4th of July, Lord Clive, during a return visit that his Lordship had paid to him, had given no indication of wishing to enter into any negotiation. The conversation having fallen upon the languishing state of commerce, occasion was taken from that to also show the decline of the opium cultivation and its causes, regarding which it was answered that he would try, with all his power, to effect a restoration therein, having already summoned the private traders with that intention,
Dutch transcription
397 de amfioen en salpeter te handelen. begrip over het poinct van den opium. niet genegen ware, het zelve na te komen, weshalven wy hen gelast hebben dit eerst voor te slaan, bevoorens men konde rekenen, de inzaameling al af niet te moeten deelen. besluit genomen om over Onder de veranderingen en verbeteringen, negotie met Lord Clive die Lord Clive voor had te maaken, dagten wy de twee voornaame artikels van Amfioen en salpeter, die dezelve ruim zo veel als andere pointen nodig hadden, ook te moeten begrypen, en dus in de verbeelding zynde, dat dit door hem te Morsid-abaath zoude onderhanden genomen worden, wierd het noodzaakelyk naar Kassembazaar dientwege ordres te geven. 't welk dan op den 26=e Juni in vergadering gebracht zynde, wierd blykens secreet besluit van dien datum, geresolveerd, het opperhoofd Bacheracht te qualificeeren, daar over, als 'er eenige schikkingen gemaakt wier„ „den, met voorm: Lord te handelen. Belangende de Amfioen, was de over eenkomst „ es t ½ „ en dat van de salpeter. eenkomst tusschen de wederzydsche opper„ hoofden, om gezamentlyk verstrekkingen te doen en het ingezamelde in egaale portien te deelen niet onredelyk, en het kwam 'er dus maar op aan, te trachten dat 'er wat meer konde ingezameld, en de pryzen wat verminderd worden, en dewijl zulks eenlyk door de ongemeene woeleryen der particuliere traffiquanten veroorzaakt wierd, was het een gewenschte zaak gewees dat hen zulks belet was geworden; 't welk door den Heer van Sittart eens te vergeefs getenteerd was, maar, zo wy dagten, Lord Clive maar een woord hoefde te kosten, en waartoe het niet moeyelyk konde wezen, hem te beweegen, alzo hy zig daar over reeds bevoorens ge¬ „uit had. Omtrend de salpeter stelde men zig niet veel vrucht voor van de permissie, om weder„ „om inkoop voor onze eige Reeck: te kunnen doen, 398. doen, en oordeelden dus voordeeliger te zijn) als men het zo verkonde brengen, daar omtrent een diergelyk Contract van ver„ „deeling te sluiten als in het Jaar 1745. , als daar by konde bedongen worden, dat't de inzaameling Jaar om Jaar door het Engelsche en Hollandsche opperhoofd ge„ „daan, en de gecontracteerde portien aan de geinteresseerden afgegeeven wierde. De apparentien, om zo een voordeelige Con„ „ditie te bedingen, echter zeer gering zinde, s oordeelde men als dat niet lukken wil„ „de al mede te vreede te moeten zyn, dat het Engelsche opperhoofd alleen inzaameling deede, en ons Jaarlyks een portie afstond, echter wat grooter als het derde gedeelte, dat ons in 't Jaar 1763. was aangeboden. Dog omtrent 't een en ander als onbewust van Lord Clive sintentie zynde, geen bepaalden last kunnende geeven, besloot men het voorm: en ½ opperhoofd 17 „ gevoelen van zyn Lord„ „schap over de Negotie in 't Generaal. opperhoofd Bacheracht, te qualificeeren, om by aldien het voorgaande geen ingang mogte vinden, de beste conditien mogelyk te bedingen, en zo veel als nodig was, op ons recht te blyven staan, om een billyke ver„ „deeling te verkrygen. Alle deeze precautien, zyn nochtans onnodig geweest, want volgens het aparte antwoord van voorm: Bacheracht, van den 4e Juli, had Lord Clive, by een Contra visite, die zyn Londschap aan hem gedaan had, geen blyk gegeeven, van tot eenige onder „handeling te willen komen. Het gesprek over denkwynenden staat des koophan„ dels gevallen zinde, werd daar uit gele¬ „genheid genomen, ook het verval van de amfioen Culture, en dies oorzaaken te vertoonen, waar omtrent geantwoord werd dat hy, met alle vermogen, trachten zou„ „de, daar in herstelling te bewerken, met dat inzicht, reeds de particuliere han„ „delaars 399 en accoord gemaakt. „delaars opgeroepen hebbende, waar door en door eenige andere schikkingen, hy de zaak, meende zo verre wille te verbeteren, dat men geen reeden van klaagen meer zouden hebben- Wij kunnen hier ook tusschen beide melden, dat die handelaars wezentlyk op ontboden zyn, dog die te Pattena, schynen volgens het van daar ontvangen apart schryven van den 1=e Juli, het uitstel van drie maanden, dat hen gegeeven is, te willen besteeden, met het inkoopen van zo veel amfieen als maar immers mogelyk is, waar omtrent ze met kracht en geweld te werk gaan, de menschen zelfs dwingende geld van hen te neemen; zo dat hun op ontbod altans voor dit Jaar nog van geen uut zal zyn. voorm= opperhoofd Pacheracht ook nog gevraagd hebbende, of 'er geen billyke schikking, omtrent den Salpeter inzaam tusschen beide komp:e vallen konde, werd daar op geantwoord, dat men daar over spreeken ns gevoelen van zyn Lord, „schap over de Negotie in 't Generaal. opperhoofd Bacheracht, te qualificeeren om by aldien het voorgaande geen inga mogte vinden, de beste conditien mogely te bedingen, en zo veel als nodig was, op o# recht te blyven staan, Om een billyke „deeling te verkrygen Alle deeze precautien, zyn nochtan onnodig geweest, want volgens het apar„ antwoord van voorm: Bacheracht, van den 4e Juli, had Lord Clive, by een Con visite, die zyn Londschap aan hem geda had, geen blyk gegeeven, van tot eenige o „handeling te willen komen. Het gespr over denkwynenden staat des koopha dels gevallen zynde, werd daar uit gel „genheid genomen, ook het verval van de amfioen culture, en dies oorzaaken te vertoonen, waar omtrent geantwoord wer„ dat hy, met alle vermogen, trachten zou¬ „de, daar in herstelling te bewerken, met dat inzicht, reeds de particuliere han„ „delaars F
English
no agreement made. having summoned the traders, by which, and by some other arrangements, he intended to improve the matter to such an extent that there would no longer be any reason to complain. We can also mention in passing here that those traders have indeed been summoned, but those in Pattena, according to the separate letter received from there dated 1=e July, seem to want to spend the three-month postponement granted to them in purchasing as much opium as is ever possible, regarding which they proceed with force and violence, even forcing people to take money from them; so that their summoning will, at least for this year, still be of no effect. The aforementioned Chief Bacheracht having also asked whether any equitable arrangement regarding the collection of saltpetre could be reached between both companies, it was answered that they would speak about that expected saltpetre and letters about it to the English. would speak about that when the English affairs were put in order. The short stay of Lord Clive in Kassembazaar removed the opportunity to speak further about those matters. It now remains for us to report regarding the saltpetre that, according to a separate Pattena letter of 17=e July, the portion that was to be delivered to us at the end of that month would consist of 8985:- maons. Although a certain Mr. Hare, who had the authority there after the death of Mr. Billers, had expressed, according to a separate letter of 1=e July, that our share this time would be incomparably larger than in the preceding year; yet it was thought that not much reliance could be placed on that, and that one therefore had to be prompt about it, the more so as the aforementioned Hare had let slip that the aforesaid year, according to the Calcutta orders, we had only been given one third of the collected outside saltpetre, and nothing of what had been refined in their lodges at Sjoppra, Singia, and Mouw. The first undersigned therefore requested of Lord Clive and subsequently of Mr. Sumner that orders might be given so that we might have not only a good portion of the outside saltpetre, but also of that which had been refined in the aforesaid lodges. The last mentioned answered thereto that he had shown the letter to the council, and that consequently orders had been sent to Pattena to deliver to us the same quantity of saltpetre as last year, while at the same time they had asked the reason why their servants, contrary to their previous instructions, had refused satisfaction on that article. An answer so contrary to the request that had been made to them could not be other than disagreeable to us. Therefore, by secret resolution of the 20th of this month, it was approved that the Director should represent this and further urge the initial request, as was done by letter of Collated: Gregt. Herklofs of the 22nd of this month, which, along with the other letters exchanged on this matter, accompanies this in copy, and to which we request leave to refer; an attempt also having been made thereby, although with little hope of success, to see whether one might also obtain a third of a consignment of saltpetre that was recently received at Calcutta, and which, as has been learned, would amount to fully 20'000: bags, but no answer to that has yet been received. We have the honour to remain with due veneration /at the foot/ Right Honourable Wide-Ruling Sirs! /Lower/ Your Right Honours' humble and obedient Servants /signed/ G: L: Vernet, and M: Jsinck /in the margin/ Hoegli, 27th August 1765. Jan Velthaver No. 3. Agrees Secretary
Dutch transcription
399 geen accoord gemaakt. delaars opgeroepen hebbende, waar door en door eenige andere schikkingen, hy de zaak, meende zo verre wille te verbeteren, dat men geen reeden van klaagen meer zouden hebben- Wij kunnen hier ook tusschen beide melden, dat die handelaars wezentlyk op ontboden zyn, dog die te Pattena, schynen volgens het van daar ontvangen apart schryven van den 1=e Juli, het uitstel van drie maanden, dat hen gegeeven is, te willen besteeden, met het inkoopen van zo veel amfioen als maar immers mogelyk is, waar omtrent ze met kracht en geweld te werk gaan, de menschen zelfs dwingende geld van hen te neemen; zo dat hun op ontbod altans voor dit Jaar nog van geen uut zal zyn voorm= opperhoofd Bacheracht ook nog gevraagd hebbende, of 'er geen billyke schikking, omtrent den Salpeter inzaam tusschen beide komp:e vallen konde, werd daar op geantwoord, dat men daar over spreeken verwacht wordende sal„ „peter en schryvens daar over aen de Engelschen. spreeken zoude, als de Engelsche zaaken in ordre gesteld zouden zyn. Het kort verblyf van den Heer Clive te Kassembazaar heeft de gelegenheid benomen, om verder over die zaaken te spreeken Ons vald nu nog, omtrent de salpeter te mel„ „den, dat volgens aparte Pattenasche brief vanden 17=e Juli, de portie, die in 't laatste dier maand aan ons stond afgegeeven te wor„ „den, in 8985:- maons bestaan zoude. schoon nu zekere Mr. Hare, die aldaar na de dood van Mr. Billers het gezag had, zig volgens aparte brief van den 1=e Juli had uitgelaaten dat ons aandeel, ditmaal ongelyk grooter zoude zyn, als in 't voorl: Jaar; zodagt men dat daar op niet veel staat te maaken zynde men 'er dus schielyk by moeste zyn, te meer als „zo voorm: Hare, zig had laaten ontvallen, dat ons, voorsz: Jaar, volgens de kalkatsche ordres eenlyk een derde was gegeeven, van de ingezamelde buiten salpeter, en niets van't geen in hunne Loges te Sjoppra, Singia en Mouw gestookt 400 gestookt was. De eerst ondergetekende verzogt dus aan Lord Clive en vervolgens aan Mr: Sum¬ „ner, dat 'er ordre mogt gesteld worden, dat we niet alleen een goede portie van de buiten salpeter, maar ook van die in de voorsz: Lo„ „ges gestookt was, mogten hebben. De laatst gem: antwoorde daarop, dat hy de brief aan de vergadering had vertoond, en dat dienvolgens bevelen naar Pattena gezonden waren, om ons, dezelfde quantiteit salpeter, als voorleede Jaar afte geeven, terwylze terzelver tyd reden gevraagd hadden, waarom hunne bed=e tegen hunne voorige instructien voldoening in dat artikel geweigerd hadden Een ant„ „woord zo zeer strydende, met het verzoek dat men hen gedaan had, konde ons niet dan onaangenaam zyn. Derhalven wierd by secreet besluit van den 20e deezer goed¬ „gevonden, dat den Directeur, dit vertoo„ „nen, en op het eerste verzoek nader aandrin„ „gen zoude gelyk den geschied is, by schryven van Coll: Gregt. Herklofs van den 22e deezer, 't welk, nevens de andere hier over gewisselde brieven deeze in kopy verzeld, en waar aan wi verzoeken ons te mogen gedraagen, zynde daar by ook geten„ „teerd hoewel met weinig hoop van succes of men ook een derde konde krygen, van een partij salpeter, die kortelings te kalkatta is ontvangen, en zo men vernomen heeft, wel 20'000: zakken zoude beloopen, dog daar op is nog geen antwoord bekomen. Wij hebben te eere net schuldige veneratie te verblyven /onderstond/ Hoog Edele wyd gebiedende Heeren! / Lager/ uwer Hoog Ed:s onderdanige & gehoorzaame Dienaa„ „ren /getekent/ G: L: Vernet, en M: Jsinck /ter zijde/ Hoegli den 27e Aug=s 1765. Jan Velthaver No. 3. Accrdeert Slre