Inventory 3130
Bengal · 930 pages · 155 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
do not depend on them, and must be sought, as indeed they are to be found, among the primary producers, who nevertheless will not allow themselves to be persuaded of this, as the remainder of this document will demonstrate. The silk in kind, which is gathered here in satisfaction of the demands and is spun in the Company's own reeling factory, generally meets the samples sent in advance to Hoegti, and not infrequently surpasses them. The unevenness of the threads of each skein, as it is spun from the silkworms, is, if not impossible with regard to the multitude, at least very difficult to eliminate at the initial stage, in such a manner that each skein in itself would contain nothing other than a single, consistently uniform thread, according to each sort or letter. The reasons for this are the following: The initial reeling takes place far and wide throughout the country, by the peasants who have applied themselves to silk cultivation. The vast extent of the country, and the remoteness of their dwellings, does not permit visiting them. Those people draw the cocoon thread from the cocoons according to their choice and custom, in what is, to be sure, a very crude and harmful manner, yet after the example of their parents; from whose way of doing things they will not allow themselves to be deterred, besides being of the opinion that no better method can be invented. Performing their work with so much dexterity and speed that it is impossible for them to take the time to distinguish threads from threads. And even if this could be done by sight, they are nevertheless far from taking the trouble of separation. And when this is explained to them, they let you argue at length and point out advantages and disadvantages, pretending, with the greatest composure and, one would also presume, with all attentiveness, to listen to it; Yet when one has finished, they demonstrate, by following their own way of doing things, that they are not inclined to adopt another. They also seem to find no necessity or utility therein. Because they can always sell the silk as they draw it for the first time, and indeed also dispose of it without difficulty. Which reinforces them in the opinion that, in this respect, no change is therefore necessary. Following with pleasure, in this matter, their innate disposition, which, tainted with the prejudice that their ancestors were the wisest people, hardly admits anything new. This is known to anyone who has had even the slightest opportunity to observe the sentiments and the way of thinking of a Bengali. The commonest members, who most lack reasoning and judgment, being the most difficult, if not impossible, to dissuade from their initial notions. One cannot compel them; for they are free people, who, in this regard, do not even fear their own authorities. Paying no heed to kind words, they abandon house and home if it should happen, as in other cases, that they are subjected to any coercion: and this occurs all the more easily, inasmuch as they, except for a mud hut and, for some, a copper bowl and dish, have not too much to lose. In place of which hut they can, at the first location that pleases them, with little trouble and expense, erect another from the same material. While in departing, they can easily carry their furnishings with them, being, as has already long been shown on many occasions, content if they earn just enough to procure their daily sustenance and now and then buy a piece of linen therewith to cover themselves. Thus caring little for the improvement and increase of the basis of their livelihood. Given such a disposition, ideas, and preconception, it is therefore a moral impossibility, even if not a physical one, seeing that one has to deal with human beings and not with irrational beasts, to which they nevertheless, it must be confessed, in many respects bear a very close resemblance, to bring about a change for the better with respect to that initial product in silk cultivation. Extremely careful and skilled in the breeding and tending of the silkworms as the sources that nourish them, they neglect the abundance which the same yield to such a degree that, if not half, at least a large part thereof is wasted and lost. Contenting themselves with what they, as rough and mixed as the Pattenie always is, can obtain and sell from it in such a crude manner. Leaving it to others to make neater and more perfect separations therein, being not desirous of the advantage that another way of doing things, or the sorting of the threads, and distinct separation of fine and coarse threads, would bring them. This seems strange, and one, doubting the truth of this latter point, might object that it is incomprehensible that such impoverished people should neglect so much profit.
Dutch transcription
van haarl: niet afhangen, en gezogt moeten worden, gelijkze ook in der daad te vinden zijn, bij de eer„ ste aanleggers, die zig nogthans, daar van, niet willen laaten overreeden, gelijk het vervolg deezes zal aantoonen. De zijde in soort, die men hier, in voldoening der Eisschen inzameld, en in 's komp:s eige Rheede„ „rije, gesponnen word, voldoet gemeenlijk aan de Monsters, die men voor af naar Hoegti afzend, en overtreft dezelve niet zelden. De ongelijkheid der draaden van ieder streng, zoo als die van de wurmen afgesponnen word, is, zo niet onmoogelijk ten aanzien van de meenigte, ten minsten zeer beswaarlijk, bij den eersten aanleg, weg te neemen, zodanig, dat ieder streng, op zig zelfs, geen andere, dan eene enkelde, doorgaans gelijke draad, naar ieder soort of Letter, zoude inhouden. De reedenen daar van, zijn de volgende: Den eersten aanleg geschied wijd en zijd in het Land, door de Landlieden, die zig op de zijde theelt toegelegd hebben. De wijde uitgestrektheid van het Land, en de verafgeleegenheid haarer verblijfplaatsen, laat niet toe, dezelve te bezoeken. Die luiden trekken den kevendraad van 302 van de galetten, naar haare keuze, en gewoonte, op eene, wel is waar, zeer ruwe in schaadelijke wijze, dog naar het voorbeeld van haare Ouders; Van welker wijze van doen, zij, zig niet laaten afleiden, behalven dat zij in het denkbeeld zijn, dat 'er geene beetere manier opgevonden worden kan. Verrigtende haar werk met zoo veel be¬ hendigheid en gaauwheid, datze zig de tijd onmoogelijk kunnen geeven, om draaden van draaden te onderscheiden. en als zulks al met het oog mogte ge¬ „schieden. zijn zij egter verre af, van de moeite eener afzondering, te neemen. En als men hun zulks beduid, laaten ze u lang en breed redeneeren, en voor„ deel en nadeel aanwijzen, zig gelaatende, met de grootste bezaadigheid en, men zoude ook vooronderstellen, met alle attentie, daar nao te luisteren; Dog als men gedaan heeft, toonen zij, met haare wijze van doen te volgen, dat ze niet gezind zijn, eene andere aante¬ neemen. schijnen daar in ook geen noodzaak„ „lijkheid of niet te vinden. Wijl Wyl zij de zijde, zo als zij ze voor de eerstemaal trekken, altoos kunnen verkoopen, en in der daad, ook zonder moeite, kwijt worden. 't welk hen versterkt in het gevoelen, dat ten dien opzigte, dus geene verandering no¬ „dig is. Volgende met vermaak, hier inne, haare aangeboorene geaartheid Die met het vooroordeel, dat haare voor-ouders de wyste luiden geweest zijn, behebt, beswaarlijk iets nieuws toelaat Dit is bekend aan een iegelijk, die maar de minste geleegenheid gehad heeft, de gevoelens en de manier van denken, van een Bengaalder; te observeeren. zijnde de gemeenste Leeden; dien het meest aan redeneering en oordeel ont¬ breekt, het beswaarlijkst, zo niet on„ moogelijk, van haare eerste begrippen afteleiden. Dwingen kan menze niet; want zij zijn vrije Lieden; die daar omtrend, zelfs haare eige overheid niet vreesen. zig aan goede woorden niet stoorende, verlaaten zij Hof en goed, als het al eens in andere gevallen, gebeurd, dat zij eenigen dwang ondergaan: en 303 en dit geschied zo veel te ligten, namaate dat zij, behalven een aarde heet en som¬ „mige, een koopere kom en schootel, niet niet al te verliesen hebben. Voor welke heet zij op de eerste plaats¬ die hen aanstaat, met weinig moeite en kosten, van gelijke stoffe, eene andere kunnen oprichten. Terwijl zij in het weggaan, haare meubilen, ligt met zig weg draagen kunnen zijnde, gelijk zulks bij veele geleegenheeden, reeds voor lange, aangetoond is, vergenoegd, als zij maar even zo veel winnen, dat zij haar dagelijks onderhouden, nu en dan eens, een stuk linnen, om zig te dekken, daar voor koopen kunnen. bekommerende zig dus weenig, om verbeetering en vermeerdering van het fonds van haar bestaan. Bij zulken geaartheid, denkbeelden en voor ingenoomenheid, is het dus eene zeedelijke onmoogelijkheid, schoon ze al niet natuurlijk is, gemerkt men met menschen, en niet met redenloo¬ ze dieven, waar na zij nogthaar, moet men bekennen, in veele opzigten al al heel veel gelijken, te doen heeft, om eene verandering ten goede, in opzigt tot dat eerste voortbrengzel in de zyde theelt, te wege te brengen. Ten uitersten zorgvuldig en geschikt, in het voorsteelen en verzorgen der wurmen als de bronnen die hen voeden, verwaarloo¬ „zen zij den overvloed, die dezelve uitlee„ „veren, dermaaten, dat, zo niet de helft, ten minsten een groot deel, daar van, verspilt worden verlooren gaat. zig vergenoegende met het geene zij zo huw en gemengd, als de Pattenie altoos is, op zulken ruwen wijze daar van krijgen en verkoopen kunnen. Laatende zij aan anderen over, om net ter en volmaakter afzonderingen daar in te maaken, als niet begeerig naar het voordeel, dat hen, eene andere wijze van doen, of de sorteering der draaden, en onderscheidene afzondering, van fijne en grove draaden, toebrengen zoude. Dit schijnt vreemd, en enen zoude, de waarheid van dit laatste in twijfel trek„ kende, kunnen teegenwerpen, dat het onbegrijpelijk is, dat zo armoedige menschen, zo veel voordeels, veronagt¬ zaamen
English
304 together, and cast to the wind; Yet in this matter they resemble the Sicilians, who out of laziness will not even work their raw silk themselves, but sell it, unworked, at a low price to foreigners. Thus the hope of working out any improvement in that respect according to desire becomes vain. The raw thread, as it is drawn from the cocoons, comes out of the water, and thus wet onto a small reel of approximately 18 duim in circumference, or 6 duim in diameter, and thus forms a small or short skein. This, when it has been spun to a certain thickness, is taken off, and in various ways folded tightly together, knotted and dried. In such manner it is, under the name of Pattenie, sold and bought by weight. The various districts yield different kinds of fineness and coarseness. Also one peasant, possibly, is not as rough as the other in his work. This causes then that, although there is none that is not mixed and uneven, the one quantity, both from one and the same place and from all in general, is much finer than the other. Especially that of the November harvest is the finest and best, yet among this also the same defect and unevenness exists. These small skeins, having been gathered, are again soaked in water, as being dry, they are very difficult to untie, and thus moist, or rather completely wet, reeled anew, and as accurately as possible, each kind of thread wound onto a separate spool. During which second reeling then, the thread must continually be broken off, in order to separate the fine from the inferior, and sort from sort. This is done by hundreds of natives, of whom the one is more, the other less skilled, sharp of sight, and fine of touch, and among whom there are also apprentices, whom one nevertheless cannot all reject or turn away, as the number of skilled workers must be maintained by training, and especially since a few years, in which the decrease of those workmen has been observed to be so great that one, even with the beginners, 305 has difficulty in obtaining a sufficient number. As has appeared several years in succession, that instead of 2 to 3000, which one used to employ in former years, scarcely a third, yes, it has happened, not even 600 together could be obtained and kept. By these people the silk is then sorted into its particular kinds, and, as far as can be practiced by such unreasonable, faithless, careless, lazy people as the Bengali reelers, the defect of the first arrangement is remedied. Subsequently those spools are wound off again onto large reels, which then form the skeins, in which work the sorts, as accurately as one can obtain from the Bengalis, are brought together, the coarse threads broken off, and knotted again, and the silk, thus for the second time, is purified and sorted. The knotting is recommended to them daily, and also sometimes, by chastisement, severely enforced, when one notices that they neglect it, or do not do it; yet that it would therefore not be neglected, for that none of us will be able nor willing to vouch, as at so many reels, it is impossible to be present everywhere at once, to hold the workman to his duty. When one now pays attention to the people who do the work; a low sort of folk, who work for wages, without a sense of honor, are stubborn and unwilling, and do not care whether one is satisfied with the work or not; thus one can judge how much possibility there is to obtain a work that is performed by so many hands, in all parts, as perfectly even and smooth as might well be desired. The servants, one will say, are obliged to keep an eye on it, but in truth no more can be demanded of them than they already do, according to the orders and their duty, thereto. For besides that the ordinary commissioners visit the reeling houses daily, examine the work accurately, and, as much as possible for them, oversee, admonish, and keep the reelers to it, 306 that they wind off sort by sort, separate the dirt and knot the threads again, the chief also does not fail now and then, or as much as time and his office allow him, to condescend in person to take such inspection; there being moreover still several native overseers appointed, who are continually present and must pay attention thereto. With all this, it is nevertheless extremely difficult, indeed impossible, to watch a thousand and more workmen in their labor so accurately that they do not act otherwise than they ought, from which then the unevenness of thread arises. One must also take into consideration here that the Pattenie (taking the best) which, for example, is gathered at the Adapangia, by accurate sorting, can yield not only three, but indeed 9, 12 and more sorts therefrom, and consequently, of each letter, as they are prepared for the Company, can make 3, 4 and more sorts. Which not happening, naturally results in more than one sort remaining and being found in each letter. Thus
Dutch transcription
304 „zaamen, en in de wind slaan zouden; Dog zij gelijken in dit stuk na de siciliaanen, die hunne zuwe zijde, uit luiheid, zelfs niet bewerken willen, maar dezelve, onbewerkt, voor eenen laagen prijs, aan de Vreemdelingen verkoopen. Dus de koop, om in dat opzigt, na wensch, eenige verbeetering uittewerken, iedel word. De zuwe draad zo als ze van de galetten getrokken word, komt uit het water, en dies nat op een kleine haspel van circa 18 duim in 't rond, of 6 duim in diameter. en formeerd dus een kleine of korte streng. Deeze, als ze tot eene zeekere dikte gespon„ „nen is, word en afgenomen, en op diverse wijsen, vast in elkander, gevouwen, ge„ „knoopt en gedroogd. zodanig word zij, onder de naam van Pat„ tenie, bij 't gewigt verkogt en gekogt. De onderscheidene distrikten leeveren on„ derscheidene soorten van fijnte en grofte uit. Ook is den eenen Landman, mogelijk, zo ruw niet, als den anderen, in zijn werk. Dit maakt dan, dat, ondanks 'er geene zij, die niet gemengd en ongelijk is, de eene quantiteit, zo van een en dezelfde plaats, als van alle in het algemeen, viel sijner is is, als de andere. bijzonders is die van de November theelt, de fijnste en beste, dog onder deeze ook het zelfde gebrek en ongelijkheid. Deeze kleene strengen, ingezameld zijnde worden wederom in het water geweekt, alzo droog, zeer moeyelijk te ontknoopen zijn, en dus vogtig, of eigentlijk geheel nat andermaal verhaspeld, en zo naauwkeurig doenlijk, ieder soort van draad, op een aparte klos gewvonden. bij welke tweede afhaspeling dan, de draad geduurig moet afgebrooken worden, om de fijne van de mindere, en soort van soort, te schiften. Dit geschied door honderde Inlanders, van welke, den eenen meer, den andere minder, kundig, scherp van gezigt, en fijn van gevoel is, en onder welke ook leerlingen zijn, die men nogthans niet alle, kan afwijsen of weeren, alzo het getal der kundigen, door aankweeking, moet onderhouden worden. en bijsonders, zedert eenige weinige jaaren, en welke men, de vermindering van dat werkvolk, zo groot bespeeerd heeft, dat men, ook met de aankomelin¬ „gen 305 gen, moeite heeft, een genoegzaam getal te bekomen. Gelijk eenige jaaren na den anderen geblee¬ „ken is, dat men in steede van 2 à 3000, die men in voorige jaaren plag te beezegen, naauwlijks een derde, Ja: het ir ge„ „beurd, geen 600 bij den anderen, heeft kunnen krijgen en houden. Door deeze luiden word dan de zijde, in haare bijsondere soorten gebragt, en, voor zo verre, door zulke reden verzaakende, trouwloose, onagtzaame, traage menschen, als de Bengaalse Haspelaars, te praktiseeren is, het gebrek byj den eersten aanleg geremedieerd. Vervolgens worden die klossen, weder op groote haspels, afgewonden, die dan de strengen formeeren, bij welk werk, de soorten, zoo naauwkeurig, als men het van de bengaalders verkrijgen kan, bij den anderen gebragt, de grove draaden afgebrooken, en weder geknoopt, en de zijde, dus voor de tweede maal, gezuiverd en gesorteerd word. De knooping word haarl: dagelijks aanbevoolen, en ook wel eens, door kas„ tijding, gevoelig, exennerd, als men merkt dat dat zij dat verzuimen, of niet doen: dog dat het daarom niet zoude nagelaaten worden, daar voor zal niemand, van ons, kunnen nog willen instaan, alzoo men bij zoo veel happels, onmogelijk, gelijk pre„ sent kan zijn, om den werksman tot zin pligt te houden. als men nu agt geeft, op de menschen, die het werk doen; een gemeen slag van Volk, dat om loon werkt, zonder eerreegt, koppig en onwillig is, en zig niet bekreund, of men voldaan is over het werk ofte niet; zo kan men oordeelen, hoe veel mogelijk, heid er is, om een werk, dat door zo veele handen verrigt word, in allen deelen, zo volkomen gelijk en effen, te krijgen, als wel te wenschen ware. De bediendens, zal men zeggen, eijn verpligt, het oog daar op te houden, maar hen is in der daad niet meer te vergen, als zij reeds, volgens de ordres en haaren pligt, daar toe doen. Want behalven, dat de ordinaire ge¬ kommitteerdens, dagelijks de haspel¬ laarijen besoeken, het werk naauwkeurig examineeren, en, zo veel hen mogelijke toezien, vermaanen, en de haspelaars daar 306 daar toe houden, dat zij soort bij soort afwinden, het vuil afzonderen en de draaden weder knoopen zoo laat het opperhoofd niet na, nu en dan eens, of zo veel de tijd en zijn ampt hem toe¬ „laat, zig daar toe te verleedigen, in persoon, zulke inspectie te neemen; zijnde boven dien nog verscheide Inlandsche opzigters ge„ steld, die er geduurig bij zijn, en daar op agt geeven moeten. Met dit al, is het nogthans ten hoogsten moeijelijk, ja onmoogelijk, een duizend en meer werklieden, in haaren arbeid, zo naauwkeurig gade te slaan, dat zij niet anders doen, als zij behooren, waar door dan de ongelijkheid van draad, ont¬ staat. „men Ook komt hier in aanmerking, dat de Pat¬ „tenie /:genomen de beste:/ die, bij voorbeeld, tot de Adapangia in gezaamelder, naaam „keurig schiftende, niet alleen drie, maar wel 9, 12 en meer soorten, daar uit trekken, en gevolgelijk, van ieder letter, zo als ee voor de Compagnie gereed worden, 3, 4 en meer soorten maaken kan. Het welk niet geschiedende, natuurlijk tot gevolg heeft, dat in ieder letter, meer als eene soort blijft en gevonden word. Dur
English
Thus, the distinction between fine and coarse, or the inequality of thread against thread in a skein, cannot be entirely eliminated unless each letter were again divided into various sub-grades; which, conflicting with the Company's old custom and being now considered an innovation of which the Native has a great aversion, would produce the greatest trouble and confusion. However, the dirt in the card, called capetoe, is certainly not to be tolerated, and regarding that matter it is also not so difficult to bring about redress; for these remain in it through the carelessness of the first and second winders. The fine will henceforth not be found in it, or at least very little, since in the past year the first grade of the Adapangia and Tannij, according to the order of the Gentlemen Majores, on Demand for the year 1764 dated 1 November 1762, was reduced to the second, or L:a B: B and B. However, a general improvement cannot take place at once, immediately and completely, because the same improvement, namely, in whatever respect one may undertake it, is always introduced and wrought less quickly than abuses and deteriorations insensibly creep in. Therefore, saving wiser judgment, I consider the surest means to obtain such melioration to be: that one should, especially in a rich harvest, first try to remove the greatest and most hideous evil by purifying the last letters of each assortment of silk of the coarse threads found therein, as our endeavor this year has been concerning the Tannij, whereby first of all an apparent loss will be taken away; and in this purification thus subsequently ascend to the first Letters, after which, proceeding step by step with greater hope of good success, and also undertaking the improvement in the threads themselves, one may possibly at last attain the complete removal of the defect, in order to make this trade profitable. This manner will, in my view, be the most suitable to turn the Native servants and overseers, along with the workforce that is accustomed to the method, insensibly away from it, and in time to reach the desired end. The trial of this will best be able to decide to what extent one can expect a good result from this proposal. Possibly I deceive myself in my opinion, yet my aim, desire, and purpose therewith are to fulfill the salutary intention of my Masters, which is why I also wish that the same, if not completely satisfying, may at least not be found entirely idle. /:was written beneath:/ Kassimbazaar the 5th October 1765 /:was signed:/ Joh:s Bacheracht. After the reading of which writing, it being judged by the combined Members that the same contained everything that the subject required in fulfillment of the desire and order of the Gentlemen Majores, they declared themselves to fully conform therewith, whereupon it was understood to keep note of this herein, and to present an Extract of this Resolution at the first opportunity to the Honorable Director and Council at Hoegly, in order, with their approval, to be sent on to Europe. Joh:s Bacheracht Agrees. 74.
Dutch transcription
Dus het onderscheid van fijn en groven, of de ongelykheid van draad teegens draad, in een streng, niet geheel weg te neemen is, ten ware ieder letter, wederom in verschee¬ dene onder soorten, gebragt wierd, dat teegens 's Comp: oude gewoonte stryden, de, thans als eene nieuwigheid, daar den Inlander grooten afkeer van heeft, de grootste moeite en verwarring, voort¬ brengen zoude. Capetoen ge„ Dog het vuil, in de kaart, noemd, is zeekerlyk niet te dulden, en daar omtrend ook niet zo moeielijk, redres te wege te brengen; want deeze door onachtzaamheid, der eerste en tweede haspelaars, daar in blijven. Het fijne, zal 'er voortaan niet, ten minsten zeer weinig ingevonden worden, alzo men in 't voorleede jaar, de eerste soort van de Adapangia en Tannij, vol¬ gens der Heeren Majores ordre, bij Eisch voor het jaar 1764 gedateerd 1 Novemb. 1762 heeft doen afvallen tot de tweede, of L=a B: B en B. Dog eene algemeene verbeetering kan niet, op een pas, immediaat en volkomen geschieden, nademaal deselve de ver¬ „beetering 307 beetering namentlyk, in wat opzigt men ze ook mag onderneemen, altoos minder spoedig ingevoerden gewrogt word, als de misbrueiken en verergerengen, on„ „gevoelig, in sluipen. Daarom vermeene, behoudens wijzer oordeel, het zeekerste middel, ter ver¬ „krijging van zodanige melioratie, te weezen: dat men, voornaamentlijk by eenen ryken theelt, tragte, eerst het grootste en afzichtelijkste kwaad, weg te neemen, met de laatste letters, van ieder sortement zijde, te zuiveren, van de grove draaden, die zig daar in bevinden, gelijk onze betragting, dit jaar, omtrend de Tannij, geweest is waar door voor eerst een kenbaar ver¬ lier, zal weggenoomen worden; en in deeze zuivering, zo vervolgens, tot de eerste Letters opklimme, waar na men, met meerder hoope van goed suc¬ „ces, trapsgewijze verdergaande, en ook de verbeetering in de draaden zelfs onderneemende, mogelijk eindelijk tot de volkomene wegneeming van 't gebrek, zal kunnen geraaken, om deezen handel voordeelig te maaken. Deeze ge¬ Deeze wijze zal, na gedagten, de bequaam¬ „ste zijn, om de Inlandsche bediendens en opzigters, nevens het werkvolk, dat de trant gewoon is, als ongevoelig daar van aftebrengen, en metter tijd het gewenschte einde te bereiken. De proeve hier op zal best beslissen kunnen, in hoe verre men van deezen voorstel, een goed gevolg verwagten kan. Mogelijk bedreeg ik mij in mijne mee¬ „ning, dog mijn toeleg, verlangen en oogwit, daar meede, zijn, om te vol„ „doen aan de heilzaame intentie mijner Meesters, waarom ik ook wensche dat het zelve, zo niet volkoomen voldoen, ten minsten niet geheel iedel bevonden worden mag. /:onderstond:/ kassim„ „bazaar den 5„e Oktober 1765 /:was getee„ „kend:/ Joh:s Bacheracht. Na lecture van welk geschrift, bij de gezaamentlijke Leden geoordeeld zijnde, dat het zelve behelsde alles wat het onderwerp, ter voldoening aan de begeerte en ordre der Heeren Majores, vorderde, verklaarden zij, zig 388 zig daar meede ten vollen te conformeeren waar op verstaan wierd, daar van hier inne aanteekening te houden en Extrakt deezer Resolutie, by eerste geleegenheid aan Haar Achtb: den Heer Direkteur en Raad, te Hoegle„ aantebieden, om met derzelver belee¬ ven, naar Churopa, voortgeschikt te worden. Joh„ Dacheracht Accordeert. 74.
English
Number Counted Summary of 29 Bills of Exchange drawn on the Netherlands, to be discharged together, with the pleasure of the Right Honorable Gentlemen Directors at the Assembly of Seventeen, after the conclusion of the Autumn Sale of the Year 1766, in the amount of f1102223. 1:—; Namely: Loss / To be paid / To / Dated To Mr. John Johnstone, on the bills: f12115. 7. 8 / f145384. 12. 8 / Mr. John Johnstone, or his order / last of Aug: Year 1765. 1. f6066. 13. 8. / To the Cassimbazar Second Pieter Brueijs: f466. 13. 8 / f5600. —. – / Mr. Willem Carel Iack at Amsterdam / 8ber 1. f12600. –. - / Mr. Walter Brown: f969. 4. 8 / f11630. 15. 8 / Mr. Walter Brown in London / 24th 8ber 1. f18900. –. – / George Gray Esq: f1453. 17. - / f17446. 3. - / George Gray Esqr, ditto / ditto 1. f25200. –. – / Mr. William Hay: f1938. 9. - / f23261. 11. - / Mr. William Hay, ditto / ditto 1. f14532. 17. 8 / Lucas Cramer, Chief Surgeon: f1117. 18. 8 / f13414:19 — / Mr. Jacobus Swarth in Amsterdam / 28th ditto 1. f305. 3. – / ditto: f23. 11. - / f281. 12 / Pieter van der Hulst, in Amsterdam / ditto 1. f433. 6. 8 / Johan Carel Lodewyk Blume: f33. 6. 8 / f400. —. – / Messrs. Gerrit and Dirk Beekering in Amsterdam / 30th ditto 4. f157500: - / Mr. Ascanius Wm Senior, on the Bills: f12115. 7. 8 / f145384:12. 8 / Mr. Ascanius Wm Senior, order or Heirs / 31st ditto 3. f59850. — / Mr. Rolph Leycester, on 3 Bills of Exchange: f4603. 17 / f55246. 3. - / Mr. Rolph Leycester, order or Heirs / ditto 1. f5237. —. - / Mr. Christoffel Maurits Doeve: f402:17. - / f4834:3. - / The Widow Gerart Pauw and Son in Amsterdam / ditto 1. f44100. –. – / George Gray Esqr: f3392. 6. - / f40707.14 / George Gray Esq in London / ditto 1. f28350. – / Mr. William Magee: f2180. 15. 8 / f26169. 4. 8 / Mr. William Magee, order or Heirs / ditto 2. f31500. –. – / Mr. William Sutherland, on 2 bills of exchange: f2423. 1. 8 / f29076. 18. 8 / Messrs. Charles Fouler and William Sutherland in London / ditto 1. f2000. – / Mr. Ludolff Hoevenaar: f153:17. - / f1846:3. - / Mr. Abraham van Vlooten in Amsterdam / ditto 1. f78750. —. - / Mr. Archibald Swinton Esqr: f6057:14:— / f72692. 6. - / Mr. Archibald Swinton Esqr or order / ditto 1. f78750. –. – / The Right Honorable Brigadier General John Carnac, in the service of His Britannic Majesty: f6057.14. - / f72692. 6: / Messrs. John Walsh and George Clive Esquires, order or Heirs. / ditto 3. f472500. – / The Right Honorable Robert Lord Clive, Baron of Plassey, on 3 bills of exchange: f36346. 2. 8 / f436153. 17. 8 / The Right Honorable Lady Clive and Messrs. R: Clive, J. Walsh, G: Clive, H: Clive and H: Kelsal, order or Heirs / ditto 29 items: f1194075. -. 8. / f91851. 19. 8 / f1102223. 1. - Hooghly in Bengal, the 7th of November Year 1765. Agrees with the issued First and Second Bills of Exchange J: M: Ross. 309. No 10 310 Register of the Secret Papers which are dispatched today per the ships Scholtenburg and Kattendijke to the Right Honorable Gentlemen Directors deputed to the Assembly of Seventeen, representing the General Dutch East India Company. Per the ship Scholtenburg No 1. Copy of secret Resolutions since 19th October 1764 to 20th August 1765. No 2. Secret Missive to Their High Mightinesses the High Indian Government dated 9th March, 11th April and 27th August of this year. No 3. Separate missive to the aforementioned Their High Mightinesses dated 9th March, 11th April and 27th August 1765. No 4. A sealed packet addressed to the Right Honorable Gentlemen Directors deputed to the Assembly of 17, by order of Mr. Director Vernet, sealed at the Secretariat with the Company's seal, and added hereto. Per the ship Kattendijke No 5 Duplicate of this register No 6 Copy of secret Resolutions as under No 1. No 7 Secret Missives as under No 2. No 8 Separate missive as under No 3. No 9 The counterpart of a packet as under No 4. Hooghly in Bengal, the 7th of November 1765. D. Falck Secretary Secret The 19th October Year 1764. Friday afternoon, absent the Fiscal Immens, due to indisposition. Difficulty in taking advantage of the means for the free collection of saltpetre. Beside respected letters from the Right Honorable Gentlemen Directors at the Assembly of Seventeen dated 13th October 1763 addressed to this ministry, received with the direct ship Schoonzigt, being an Extract from the missive written by the Directors of the English East India Company to the Governor and Council at Calcutta, and an Extract from the letter addressed by the committee of the said Company to the Gentlemen Committee Members from the assembly of our aforementioned Masters, whereby it appeared that the servants of our Company there are permitted and left free to purchase saltpetre whenever and in whatever manner they shall deem fit, provided that it take place solely on the account of our Company etc., it was submitted for deliberation by the Director concerning this weight point, whether one should make use of such permission, or whether one should for the present still be content with the portion that the English have promised us in their collection of that salt for this year. 311
Dutch transcription
Stuks Geteld Korten Inhoud van 29 Stuks op Nederland verleende Assignaties, omme met believen der Wel Edele Groot Achtbare Heeren Bewind„ hebberen, ter vergadering van Seventienen na Afloop der Najaarse verkooping van A=o 1766 met ƒ1102223. 1:— te zamen te werden vol„ daan; Namelyk: door Verlies Te betaalen Aan Gedatteerd d' heer John Johnstone ƒ 12115. 7. 8 ƒ 145384. 12. 8. dheer John Johnstone, ulto Aug: A=o 1765. aan t assignaties ofte deszelfs ordre 1. „ 6066. 13. 8. den Cassembazaarse „ 466. 13. 8„ 5600. —. – d' Heer Willem Carel Iack „ Hber Secunde Pieter Brueijs te Amsterdam 1 „ 12600. –. - m: n Walter Brown„ 969. 4. 8„ 11630. 15. 8. M. r Walter Brown te London 24. e 8ber _=o _o 1„ 18900. –. – George Gray Esg„s 1453. 17. - „ 17446. 3. - George Gray Esg=r d=o 1„ 25200. –. – m„r William Hay„ 1938. 9. - „ 23261. 11. - m. r William Hay d=o _do 1 „ 14532. 17. 8. Lucas Cramer „ 1117. 18. 8 „ 13414:19 — d'heer Jacobus Swarth te 28. e d=o opperchirurgyn Amsterdam 1„ 305. 3. – ditto. . . . . „ 23. 11. -„ 281. 12. Pieter ver der Hulst, te Amsterd _ _=o „ 1„ 433. 6. 8: Iohan Carel „ 33. 6. 8„ 400. —. – d' heeren Gerrit en Dirk 30. e d=o „ Lodewyk Blume Beekering te Amsterdam 4. „ 157500: - d'heer Ascanius „ 12115. 7. 8„ 145384:12. 8. d'Heer Ascanius W=m W=m Senior Senior ordre of te Erven aan t. Assignatie 3. „ 59'850. —. d'heer Rolph „ 4603. 17. „ 55246. 3. - d'heer Rolph Leycester ordre ofte Erven Leycester aan 3 Assignaties 1: „ 5237. —. - d'heer Christoffel „ 402:17. -„ 4834:3. - de Weduwe Gerart Pauw Maurits Doeve en Zoon te Amsterdam 1„ 44100. –. – George Gray Esq:r „ 3392. 6. -„ 40707.14. George Gray Esq: te London 1„ 28350. –. dheer William „ 2180. 15. 8„ 26169. 4. 8. d' heer William Magee, Magee ordre ofte Erven 1 2. „ 31500. –. – d'heer William „ 2423. 1. 8. „ 29'076. 18. 8. d'heeren Charles Fouler en Sutherland William Sutherland te London aan 2 assignaties 1„ 2000. –. d'heer Ludolff „ 153:17. -„ 1846:3. - dheer Abraham van Hoevenaar Vlooten te Amsterdam 1„ 78750. —. - d'heer Archibald „ 6057:14:—„ 72692. 6. - dheer Archibald swinton — Swinton Esqr Esg=r ofte ordre 1„ 78750. –. – den Wel Edelen Heer „ 6057.14. - „ 72692. 6: d'heeren John Walsh en George Brigadier generaal John Carnacten clive schildkapen, ordre dienste zyner Groot ofte Erven. Brittanischen Majesteit den Hoog Edele Rob„ 36346. 2. 8„ 436153. 17. 8. d' hoog Edele vrouwe Elive „bert Pord Clivé en d' heeren R: Clive. I. Baron van Plassia&e Walsh, G: Clive, H: Elive en H: Kelsal, ordre ofte Erven aan 3 assignaties 29 stver ƒ1194075. -. 8. ƒ 91851. 19. 8 ƒ1102223. 1. - Hougly in Bengale den 7.:e November Anno 1765. Accordeert met de verleende Eerste en tweede Assignaties 3. „ 472500. 31. e d=o „ C Js J: M: Ross. 4. ƒ157500. „ „ _=o „ d=o„ =o „ =o „ d=o „ - „ d=o„ d=o„ d=o „ 309. No 10 310 Register der Secreete- papieren die heeden per de Scheepen Scholtenburg en Kattendijke verzonden worden aan de Wel¬ Edele Hoog Achtbaare Heeren Bewindhebberen ge¬ deputeerd ter vergadering van XVII. de generale Neder landsche Oost Indische Com pagnie- repreesenteerende. Per het schip Scholtenburg N„o 1. Copia secreete. Resolutien zedert 19„e October 1764. tot d 20„e„ Aug„s 1765. „ 2. _„o secreete Missive aan Haar Hoog Ed„s de Hooge Indiasche Regee, ring de dato 9e Maart 11e April en 27=e Aug: s dezes Iaars. _o Aparte missive aan welgemelde Haar Hoog Ed„s de datis 9=e Maart 11e. April en 27e. Augs. 1765. „ 4. Een verzegels Pakket g'addresseert, aan de Wel Edele Hoog Achtbare Heeren Bewindhebberen, gede¬ puteerd ter vergadering van 17„e ter ordre van den Heer Directeur „ 3: Vernet x Vernet ter Secretarije met 's Comp:s Cachet verzegelt en deeze bijgevoegt. Per het schip Kattendijke N„o 5 Duplicaat van dit register „ 6 Copia secreete Resolutien als onder N o 1. 7 _ o _ o Missives als onder N:o 2. „ „ 8 _„ o Aparte missive als onder N:o 3. „ 9 De Wedergaa van een Parksied als onder No 4. Roegli in Bengale den 7=e Novbr: 1765. D. Falck Secrets za secreet Den 19=e October A:o 1764. Vrijdag zwarigheid om te profiteeren van het middel ter vrye in„ „zaam van salpeter. na de middag absent de fiskaal Immens, door indispositie. Nevens gerespecteerd schryvens, van de welEde Hoog Achtb: Heeren Bewind¬ hebberen ter vergadering XVII. de dato 13=e october 1763. aan dit ministerie, met het Directe schip Schoonzigt geaddresseerd, ontvangen zynde, Extract uit de missive, door de Directeuren van de Engelsche oost¬ Jndische Comp=e aan den Gouverneur en Raad, te kalkatte geschreeven, en Extract uit de brief, door de gecomme van gemelde Comp: aan de Heeren gecommitteerdens uit de vergadering van voorm: onze Heeren Meesteren gericht, waar by bleek, dat aan de bed=s onzer Comp=e aldaar word toe„ gestaan, en vry gelaaten, om Salpeter te mogen inkopen, wanneer en op wat wijse zy het zullen goedvinden, mits dat het alleen geschiede voor Reek: van onze Comp:e &=a, zo werd, door den Heere Directeur, omtrend dit gewichtig poinct, in deliberatie gegeeven, of men van zodanige permissie zoude ge„ bruik maaken, dan of men zig voor eerst nog vergenoegen zoude, met het deel, dat de Engelschen, ons in hunnen inzaam van dat zilt, voor dit Jaar, hebben toegezegd. 8 waar 311
English
whereupon it was shown by His Honour that at first glance one seems obliged to proceed to the use of a privilege whose acquisition certainly cost trouble, because the Lords Majores as well as the High Indian Government expect that one will thereby henceforth be able to obtain the required quantity of that combustible material, but that in the present state of affairs difficulties arise against this which seem to make it unadvisable; for the English, being absolute masters of the country and the government, no matter how precise the orders of their superiors might be, would certainly not fail to secretly cause such hindrances that we, notwithstanding the permission to purchase saltpetre where and as we might see fit, would obtain little or nothing, while they would appear not to be meddling therein and in the meantime make themselves masters of the entire collection without us even being able to complain to them; whereas in the meantime, if they wish to turn over to us annually a clear third part of their collection, which may well be calculated on average at 10000 or 12000 bags, one is nevertheless assured of having a fixed consignment to be able to partially satisfy the demands, which certainty ought to be worth more than the uncertain collection of, at best, 2 or 3000 bags more; moreover, affairs in the upper country, where the Nawab Souja Uddoulla still stands in the field with a mighty army, are not yet so clear but that a change could well be caused thereby which would render useless everything one might currently wish to put into effect regarding this matter. All of which having been spoken of at length, it was, after mature deliberation, unanimously judged best for the interest of the Honourable Company, and therefore approved and agreed, for the present not to make use of the aforesaid permission, but to await what turn affairs upcountry will take, and for the present to be satisfied with the consignment of 10000 bags of saltpetre promised to us, and in the coming spring to deliberate further upon this, in order then, according to the emerging circumstances, to take such a resolution as one shall find advisable. Done at Hoegli in Bengal, Date as above. Signed: G: L: Vernet, M: Isink, L:s Zuidland, J: H: Zinner, . . . . . . . . . I: C: Kist, J: C: Rietveld, O: W: Falck, Council and Secretary. Friday the 16th November Anno 1764. Before noon absent: the Master of the Equippage Zuydland and the Fiscal Immens, on commission to the return ships. The Lord Director having convened this meeting in order to speak with the requisite attention about the displeasure that the Lord Nawab Mier Mhameth Jafferchan has shown against us for some time, and to deliberate upon the means that one ought to employ in order to remove the same; whereupon it was made known in that regard by His Honour: That one need not doubt the disturbance of that prince, since His Excellency had made this known several times, with the refusal of the Nazirs offered to him, both at Pattena and most recently at Kassembazaar, according to secret writings of the 26th August, and upon his arrival here at Hoegli, nor the reasons he believed he had for it, as he had already declared himself clearly about it several times, as appears from the aforesaid Kassembazaar and other secret letters received from Pattena, and one could thus also be assured that this displeasure is not to be dispelled except by an expenditure, the only means for the powerless to protect themselves from violence: That if one wished to reflect upon the causes of the prince's displeasure, namely of not having acknowledged him in his dignity when he, as Nawab, passed our establishments and moved upcountry from Calcutta, one would certainly have no reasons to be apprehensive, as one was at that time, as appears from the secret Resolutions of the 8th, 9th, and 12th July 1763, in circumstances wherein one could not proceed to acknowledge him as Nawab without exposing the Company's defenceless factories and servants at Kassembazaar and Pattena to inevitable danger, while the Nawab Kassim Alichan was still complete master; but that such excuses, however well-founded, would avail little with those who, considering everything permissible that accords with their insatiable self-interest, do not shrink from supporting their far-fetched pretexts, however unjust, with superior power and violence; That it was furthermore to be feared that the presence of the former Governor of Calcutta, Lord Robert Clive, who, as has been learned, has again been appointed Governor in Europe and is expected here shortly,
Dutch transcription
waar benevens, door zyn Achtb: vertoond werd, dat men in den eersten opslag, schynt te moeten overgaan, tot het gebruiken van een voorrecht, welkers verkryging zekerlyk moei„ „te gekost heeft, om dat de Heeren Majores, zo wel, als de Hooge Indische Regeering, ver„ „wagten, dat mt men daar door voortaan in staat zal zyn, de benodigde quantiteit dier brandstoffe te kunnen bemagtigen, dog dat zig daar tegen in de tegenwoordige tids gesteldheid zwaarigheden op doen, die zulks schijnen ongeraaden te maaken; want dat de Engelschen, volstrekt meesters van 't Land en de Regeering zynde, zekerlyk, hoe praecies ook de ordres hunner Superieuren waren, niet zouden nalaaten, onderhands zodanige beletze„ „len, te veroorzaaken, dat wij, niet tegenstaan„ „de de permissie, om salpeter in te koopen, daar en zo wy mogten goedvinden, weinig of niets zouden bekomen, terwyl zylieden, daar in niet zouden schijnen gemeleerd te zyn, en zig ondertusschen vanden gantschen inzaam meester maaken, zonder dat wy ons nog eens by hen zouden kunnen beklaagen; daar men ondertusschen, wanneer zy ons Jaarlyks zui¬ ver een derde gedeelte hunner inzaameling willen overdoen, 't welk men wel op 10000: of 12000: zakken door malkanderen reekenen mag 312 eerst geen gebruik te maeken mag, echter verzekerd is, vast een parthy te hebben, om de Eisschen gedaaltelyk te kunnen voldoen, welke gewisheid meer waard behoord te wesen, dan de ongewisse inzaam, van, op zyn best genomen, 2. of 3000. zakken meer; waaren boven, de zaaken in de bovenlanden, alwaar de Na„ wal souja uddoulla, nog met een magtig Leger in 't veld staat, nog zo hel„ der niet staan, of daar door zoude wel een verandering kunnen veroorzaakt worden, die alles wat men daar omtrent voor tegenwoordig zoude willen in 't werk arrest om daar van, voor stellen, nodeloos zoude maken. Over al het welke, dan in het breede gesprooken zynde; zo werd, na rype deliberatie, eenparig, voor het belang der Ed=e komp=e best geoordeelt, en overzulks goedgevonden en verstaan, voor eerst van de voorsz= permissie, geen gebruik te maaken, maar af te wagten, wat keer de zaaken, boven in't Land zullen neemen, en zig voor tegenwoordig te vergenoegen, met de ons toegezegde partij van 10000. zakken salpeter„ en in het aanstaande voorjaar, hier over na„ „der te delibereeren, ten eynde als dan na de voorkomende omstandigheden, zodanig besluit besluit te neemen, als men te raade zal worden Bengale Actum Hoegli in Datum Utsupra /:getekent:/ G: L: Vernet, M: Isink, L=s Zuidland, J: H: Zinner,. . . . . . . . . I: C: Kist, J: C: Rietveld, O: W: Falck. Raad en secretaris- Vrijdag 30 Vridag Den 16=e November A:o 1764. propositie van den Heer Directeur om het verschil met den Nawab uit de wee„ „reld te helpen. voor den middag absent: de Equipagemeester Zuydland en de fiscaal Immens, in kommissie naar de retourscheepen. De Heer Directeur deeze vergadering hebbende laaten beleggen, om met de vereischte aandagt te spreeken over het penoegen dat de Heer Nawab Mier Mhameth Jafferchan, sedert eenigen tyd, tegens ons heeft betoond, en te delibereeren, over de middelen, die men zoude behooren in 't werk te stellen, om dezel¬ „ve uit den weg te ruimen; zo werd, daar om„ trend door zyn Achtb: te kennen gegeeven: Dat men niet behoevende te twijffelen, aan de gestoordheid, van dien vorst, dewil zyn Excell: zulks te meermaalen, onder weigering der hem aangebodene Nessers, zo wel te Pat„ „tena, als nog Jongst te kassembazaar, vol„ „gens secreet schryven van den 26=e Aug=s en by zyn afkomst, hier, te Hoegli had te kennen gegeeven nog aan de redenen die hy daar toe vermeende te hebben, alzo hy zig reeds verscheide maalen, blykens voorm: kassemba„ „zaarsche en andere van Pattena ontvangene secreete brieven, daar over duidelijk had ver„ klaard, men dus ook konde verzekerd wezen, dit ongenoegen, niet te verdryven, dan door eene eene spendatie, het eenigste middel voor onver„ „mogenden om zig voorgeweld te beschermen: Dat men willende reflecteeren, op de oorzaaken van 's vorsten ongenoegen, namelyk, van hem, toen hy als Nawab, onze etablissementen pas„ „seerde, en van kalkatta naar boven trok, in zyne waardigheid niet erkend te hebben, zeker¬ lyk geen redenen zoude hebben bedugt te zyn, alzo men toenmaals, blykens de secreete Reso¬ „lutien van den 8=e 9=e en 12=e Juli 1763. in omstan„ digheden verseerde, waar in men, zonder 's Comp:s weerlooze factoryen en bed:s te kassembazaar en Pattena, aan een onvermydelyk gevaar te exponeeren, niet konde overgaan, om hem als Nawal te erkennen, terwyl den Nawab kas¬ „sim Alichan nog volkomen meester was; dog dat zulke verschooningen hoe gegrond ook, weinig zouden baaten, by de zulken, die alles voorgeoorloofd achtende, wat met hunne onverzaadelyke baatzucht over een komt, niet schroomen hunne vergezogte voorwend„ „zels, hoe onrechtvaardig ook, door overmagt en geweld te ondersteunen; Dat het wyders te vreezen stond, dat de praesentie van den geweezen Gouverneur van Kalkatta Lord Robert Clive, die, zo men vernomen heeft, op nieuw in Europa tot Gouverneur is aange„ „steld, en hier binnen korte verwagt word, bu niet
English
take arm. and with the one instituted by His Honour today will not cause much good in this matter, but will rather, if one otherwise knows him rightly, make it appear even worse; and that it would therefore be advisable to seek to clear that affair out of the way as soon as possible; especially while the Nawab is still in Calcutta and thus, as it were, in our neighbourhood, it will therefore be easier to come to an agreement with him than if one waits until His Excellency has returned back to Moxud-abaath again; wherefore His said Honour proposed, in order to facilitate such an agreement, to write to the Nawab's Duwan Nende Koemaar, that having already long wished to appease the prince's wrath, it is now nevertheless requested, while demonstrating our innocence, that he might please effect this through his intercession, and suggest an appropriate means, or show us the way to regain the favor of His Excellency. After ripe consideration of all of which, all the Members being unanimously of the same opinion with the Lord Director, His Honour produced a letter to the said Duwan prepared for the aforesaid purpose, which having been attentively reviewed, having been reviewed, it was approved and agreed to conform fully with it and to await what answer shall be received thereto, in order then further to devise such means as shall be judged most advisable to get that troublesome affair out of the way, while it was further agreed to insert the aforesaid letter here. Translation of a Persian Missive written by the Honourable Lord George Louis Vernet, Director of Bengal etc., to the Duwaan Nende Koemaar dated the 15th of November 1764. Very powerful Lord, who knows how to give everyone their due, the benevolent Ray Rayaan, Mha Ragia Bhadurd, may his goodness endure always. After expressing my longing for a very beneficial meeting, besides which I desire nothing, I come to reveal to your mind enlightened by benevolence that recently the Lord Little Nawab having passed by here to Moxudabaad, I had the salute fired with the cannon, and sent the Company's wakil with the Nazar as far as Baensberia; His Honour did not accept that present, and gave the wakil his dismissal again without granting him an audience. Thereby I find myself in great embarrassment, and come further to demonstrate to Your Honour that His Excellency the Great Nawab likewise did not accept the Nazars of the Company upon his appearance here, from which I deduce that he must be very displeased with us. When His Excellency's formidable army took the field against Mier Mahmet Kassimchan and arrived at Hoegli, the Lord Councillor of India and Director Louis Taillefert did not observe the sending of presents and the salute with the cannon, just as also when the prince arrived at Moxudabaad, and I was stationed as Chief at Kassembazaar, all this was likewise neglected, but the fear and dread for our lives was the cause of that. What a tyrant and murderer was Kassim Alichan, who in an unjust manner robbed people of their innocent lives—and had he heard but anything of our submissiveness to His Excellency, then all the servants of the Dutch factories who were within his reach would have had to pay for it with their deaths. As soon as His Excellency had conquered Pattena and arrived there, the Chief on the Company's behalf had the Nazars of congratulation presented, but they were not esteemed. If all this might be understood by His Excellency as a carelessness or neglect on our part, there is no remedy, but we have merely temporized in the hope of better times, taking our own security into consideration; for what boldness would we otherwise have had to neglect such a thing, being quietly assured of His Excellency. The pure and almighty God has given My Lord the administration over affairs, so that the good or evil in this case is subject to your enlightened judgment. Our Company is a merchant, occupies itself with trade, and always shows itself inclined to obedience. If anything occurs wherein we have fallen short, we nevertheless always hope to experience His Excellency's benevolence. Then seeing that My Lord is a supporter of His Excellency's interest and shows himself inclined to do good to everyone, and you are also an old benefactor of the Company, a good word from Your Honour will certainly find acceptance with the prince, hoping that Your Honour might wish to grant us that favor; please inform us thereof, so that according to your benevolent advice we may seek to give him satisfaction in every way. The conclusion. Beneath was written: translated by, signed, Jacob Eilbracht. Done at Hoegli in Bengal, date as above. Was signed: G: L: Vernet, M:r Isink, I: H: Zinner, I: K: Kist, C:s Rietveld, and O: W: Falck, Council and Secretary. Friday the 23rd of November 1764. Before noon, absent Captain Zinner and the Fiscal Immens due to business. The Lord Director having produced the translation of a missive received from the Lord Nende Koemaar in answer to that of His Honour inserted in the secret Resolution of the 16th of this month, the same was found to be of this content: Translation of a Persian missive written by the Duwan Nende Koemaar to the Honourable Lord George Louis Vernet, Director of Bengal, Behaar and Orissa, received here on the 23rd of November 1764. Benevolent Lord Director, benefactor of friends, greeting. After
Dutch transcription
314 arm te neemen. en met de door zin Achtb: aen den heeden ingestelde niet veel goeds in deeze zaak veroorzaaken, maar dezelve veel eer /:zo men hem anders recht kend:/ van nog erger aanschouw doen wor„ „den zal; en dat het derhalven raadzaam zoude zyn, te tragten, die affaire hoe eerder hoe beter, uit den weg te ruimen; voornaamelyk, terwyl de Nawal nog te kalkatta en dus als in onze nabuurschap zynde, het dus gemakkelyker zal vallen, met hem over een te komen, als wanneer men wagt, tot zyn Excell: van adere weder naar Moxud-abaath te rug gekeerd en daartoe den Duan inden is; weshalven voorm: zyn Achtb: proponeerde, om tot faciliteering van zodanige overeen komst, aan 's Nawabs Duwavn Nende Koemaar, te schryven, dat men reeds lange verlangd hebbende, om 's vorsten toorn te stellen, thans, nochtans onder vertooning onzer onschuld, verzogt, dat hy, door zyne intercessie zulks geliefde te bewerken, en een gevoeglyk middel aan de hand geeven, of ons den weg wyzen, om de gunst van zyn Excell: wederom te winnen. Na rype besluit om zig daar mede overweeging, van al het welke, de gezament„ lijke Leden, met den Heer Directeur een„ brief, te conformeeren „paarig, van 't zelfde gevoelen zynde, produ„ ceerde zin Achtb:, een brief aan gem: Duwaen¬ ten voorm: einde ingerigt, dewelke aandagtig geresumeerd kas„ geresumeerd zynde zo werd goedgevonden, en ver¬ staan, zig daar mede ten vollen te confor„ „meeren en aftewagten, welk antwoord in daar op zal bekomen, om als dan verder zo¬ „daanige middelen te beraamen, als men raadzaamst zal oordeelen, om die verdrietige insentie van het Translaat zaak, uit de wereld te helpen, terwyl voorts verstaan werd, de voorm: brief hier te insereeren. Translaat Persiaansche Missive geschreeven door den E: E: Achtbaren Heer George Louis Vernet, Directeur van Bengale enz:, aan den Duwaan Nende Koemaar in dato den 15=e 9ber: 1764. Deel vermogend Heer, die een ider het zyne weet te geven, den goedgunstigen Ray Rayaan, Mha Ragia Bhadurd zijne goedheid duurende altoos. Na te kennen geving van myn verlan„ gen tot een zeer voordeelige ontmoeting, buiten het welke ik niets begeere, kome ik uw van weldadigheid verlicht gemoet, te open„ baaren, dat dezer dagen de Heer kleine Na„ „wal hier voor by naar Moxudabaad gepasseert zynde, 315 zynde, ik met het Canon salu heb laten doen, en 's Comp=s wakkiel met de Nesser tot Baensberia toe gezonden heb, zyn Edele heeft dat zigtgift niet geaccepteerd, en den wakkiel, zonder hem audientie te verleenen, zyn afscheid weder gegeeven. Hier door vinde ik my in een groote verlegenheid, en kome uw Edele alverder vertoonen, dat zin Excell: /:de groote Nawab:/ by desselfs verschyning alhier insgelyks de Nessers van de Compe niet aange¬ nomen heeft, waar uit ik opmake, dat dezelve zeer misnoegd op ons moet wezen Toen zyn Excellentie ontzaekelyk leger tegen Mier Mahmet kassimchan te velde trok, en te Hoegli gearriveerd is heeft de Heer Raad van India en Directeur Louis Taillefert het zenden van zigt giften, en het salut met het kanon met geobserveerd, gelyk ook toen de vorst te Moxudabaad aangekomen is, en ik my als opperhoofd te kassembazaar bevond, dit alles mede is nagelaten, maar de angst en vrees voor ons leven, was daar de oorzaak van. Wat Tiran en Moordenaar was kassim Alichan niet, die op een onrechtvaardige wyze de Lieden zo onschuldigt leven beroofd heeft - En zo hy maar iets van onze onderda„ „nigheid voor zyn Excellentie had gehoord, dan zouden al de bediendens vande Hollandsche Logien, die in zyn bereik waren, het met de dood hebben moeten bezuuren. Do lan ert H Zodra als zyn Excell: Pattena over„ wonnen heeft, en aldaar aangekomen is, heeft het opperhoofd Comp:s wegen de Nessers van felicitatie laten praesenteeren, maar zo zyn niet geestimeerd geworden, Indien dit alles, als een zorgeloosheid of verzuim van ons, door zyn Excell: begrepen mogt worden, is er geen remedie meer, maar wy hebben slegts getem„ „periseerd op hoop van beter tyd, onze eige „want zekerheid in overweging neemende, ## wat hardiesse hadde, wy andere zulks te verzui„ men van zyn Excellentie gerust verzekert zinde. De reine en almogende God heeft Myn Heer kermisen het bewind over de affaires gegeven, zo dat het goed of quaad in dit geval aan uw verlicht oordeel onder worpen is. Onze Comp:e is een koopman, bemoeid zig met de Negotie en toond zig al„ „toos genegen tot onderdanigheid. Als er iets voorkomt, waar omtrent wij te kort geschooten zyn hoopen wy echter altid ondervinding van zyn Excell: goedgunstig„ „heid te mogen hebben. Dan gemerkt Myn Heer, een voorstan¬ der is van zyn Excell: belang, en zig genegen toond, om ider een goed te doen, en gy ook van ouds een begunstiger vande Compe zyt, zo zal een goed woord van uEdele by den vorst wel ingang vinden, hopende, dat uw Edele ons 5 316 ons die gunst bewyze mogt willen begunstigen, gelieve uwE ons daar van te verwittigen, om volgens uwe genegene raad te trachten denzel„ „ve op allerley wyze genoegen te geven. Het slot /onderstond / getranslateert door /getekend/ Jacob Eilbracht. Actum Hoegli in Bengale datum ut Supra /:was getekent:/ G: L: vernet, M=r Isink,. . . . . . . . I: H: Zinner, . . . - - - - I: k: kist, C=s Rietveld; en O: W: Falck. Raad en Sect=s. — Vrijdag Vrijdag insertie van Nende koemaart antwoord op het schryven van den Heer Directeur Den 23=e November 1764. voor de middag absent de kapiteijn Zinner en de Fiscaal Immens door occupatie. Door den Heer Directeur geprodu¬ „ceerd zynde het Translaat eenen Mis„ sive in antwoord op die van zin Achtb: geinsereerd by secreete Resolutie van den 16e deezer, van den Heer Nende Koe¬ „maar ontvangen, zo werd dezelve be„ „vonden van deeze inhoude. Translaat Persiaans„ „che Missive geschreeven door den Duwan Nende Koemaar Aan den EE. Achtb: Heer George Louis Vernet Directeur van Bengale Behaar en Orissa, ontvan¬ gen alhier den 23=e Novem¬ „ber 1764. Goed gunstigen Heer Directeur, Begunstiger der vrienden salut. Na
English
317 After expressing my extraordinary desire for a very joyous meeting, which is greater than I can describe, I come to reveal to your mind filled with benevolence that, both of your letters having been received, they have delighted me to the utmost, and their contents have been understood by me. My favorable one, it will certainly be known to you that at the time of His Excellency's expedition for the punishment and extermination of the tyrannical Mier Kassim from Hoegli up to Patna, the dutiful obedience and submission was not observed by the Director Taillefert and the servants of the factories, and it is notorious that the prince is very displeased about this negligence. At the time of His Excellency's presence at Pattena, I presented what was necessary at the request of the chief, but there was no hearing then. Now that you urge me to settle His Excellency's ill humor in this matter for the best, and since I have always in the past had in view the interest of the Company and whatever may serve for its improvement, I shall not fail regarding a good arrangement of this case, which I cannot properly describe to you. You must dispatch the wakil Sjeech Mahmed, who is a man of experience and very proficient in this point, as soon as possible to His Excellency, and make the matter known to him confidentially by word of mouth, to come here to me, while, with God's will, nothing shall be lacking on my part, of which you may be assured. If you now fail to do your best to appease the prince, and seek to postpone this until a further occasion, regret will remain for you, because what can now be obtained or settled in an amicable way will later be pursued most rigorously. I hope that you, regarding me as your patron, will steadily delight me with the sharing of your welfare and whatever may be of your service in office. May your pleasure ever increase. (Underneath stood) translated by /signed/ Jacob Eilbracht. 318 Decision to send the wakil to Kalkatta. Authorization for the Lord Director to settle the dispute with the Nawab. And because one believed, from the friendly terms in which it was phrased, to be allowed to flatter oneself that the matter could soon be mediated, it was resolved, in order not to let that good humor pass by without making use of it, to send the Company's wakil Scheich Ahmet to Kalkatta to speak with the aforementioned diwan about it and to learn from him by what means one could satisfy the Nawab. The aforementioned Lord Director subsequently making known that he intends to make a short trip to Kalkatta within two or three days in order to take leave of the Lord Governor Van Sittart, who is about to depart for Madras, when it might happen that an opportunity presents itself to settle that affair entirely, and simultaneously submitted for deliberation, since one would indeed be forced to reach into the purse, how much one could spend at most; about which, having then been discussed at length, it was first of all remarked that although hitherto no mention had been made of a nazarana or welcoming gift, it was nevertheless very apparent that it would soon be spoken of, so that one would hardly be done with the one, or one would be troubled again for the other; and that the matter ought therefore most suitably to be directed in such a way that the single expenditure was made under the name of nazarana. In regard to which it was further considered that the present Nawab, as appears from the secret resolution of 23 January 1759, having caused us to pay 100000 rupees for a nazarana, probably would not now let himself be satisfied with the sum of 18000 rupees, which was formerly paid for it, or at least, following the example of Aliwerdichan, would have that sum paid twofold, as nothing was given for it to his predecessor, the expelled Nawab Mier Mahmeth Kassimchan. Yet as one is hitherto uncertain how much will be demanded, and one therefore can take no positive decision regarding this, 319 it was judged that if one were to get off this claim for about 50000 rupees, one could consider oneself, in the Moorish manner, to have been dealt with quite mercifully; and it was therefore resolved to request and authorize the aforementioned Lord Director, in case of need and when it could not be done for less, to spend the prescribed sum of 50000 rupees, provided that the nazarana was included therein, and one simultaneously received assurance not to be approached any further about it; while at the same time it was approved to leave it deferred to His Honour to add up to ten thousand rupees thereto if that sum should not be sufficient, as it was deemed advisable, the settlement once having been initiated, not to tarry with it, but rather to offer something more decisively than to spoil everything through long haggling and threatening. Done Hoegli in Bengal, date as above. /signed/ G: L: Vernet, M: Isinck, L:d Zuidland, P: C: Kist, C: Rietveld, and O: W: Falck, Council and Secretary. Monday.
Dutch transcription
317 Na betuiging van myn Extraordinair verlan„ „gen tot een zeer heuchelyke ontmoeting, dat grooter is, als ik het beduiden kan, kome, ik uw van weldadigheid vervuld gemoed te openbaeren, dat uw beyde brief ontvangen zynde dezelve my ten uiterste verheugt heeft, en dies inhoud by my begrepen is. Myn goedgunstige, uwe zal wel bekend zyn, dat ten tyde van zyne Excellenties optogt, der bestraffing en uijt„ „roeijing van den Tiranniquen Mier kassim van Hoegli af tot Patna toe, de schuldige gehoorzaamheid en onderdanigheid door den Directeur Taillefert en den bediendens der Factoryen niet geobserveerd is, en het is notoir, dat de vorst over dit verzuim zeer misnoegd is, ten tyde van zyn Excellenties aanwezen te Pattena heb in op verzoek van het opperhoofd het nodige voorgedragen, dog daar was geene gehoor toen, Tans nu uwE by my insteert om in deeze zaak de quaade Luim van zyne Excellenties ten beste te schikken, en vermits ik het be„ lang vande Comp=e en het geen tot hare ver„ betering dienen kan, van ouds altyd in toog gehad hebbe zal ik omtrend eene goede be„ stelling van dit geval, niet manqueeren, het het geene ik uw niet ter deeg beschryven kan. UwE moet den Wakkiel Sjeech Mahmed, dit omtrent dit poinct een man van onder„ vinding en zeer ervaren is, ten spoedigste aan zyn Excellentie afvaerdigen en hem de zaak, in vertrouwen mondeling te kennen geven, om alhier by my te komen, terwyl er met Gods believen van myne kant niets haperen zal, waar op uwE gerust kunt zyn. zo uwE tans zyn best misdaet om den vorst ter neder te zetten, en zulx tot eene nadere gelegenheid zoekt uit te stellen, zal 'er berouw voor uw overblyven, dewyl t geen tans op eene minnelyk wys te verkag 1„ „gen, of te beslegten is, naderhand ten rigo„ „reuste gepousseerd zal worden. Ik hoop, dat uwE my, als zyn begun, stiger aanmerkende, met het bedeelen van uw welstand, en het geen 'er van uw amstel¬ dienst zal zyn, gestadig zult verheugen uw genoegen vermeerdere steeds (onderstond) getranslateerd door /getekent/ Jacob Eilbracht en. 318 arrest om den wakkiel naar kalkatta te zenden. qualificatie op den Heer Directeur om de questie met den Nawab te de„ „termineeren. en dewyl men uit de vriendelyke termen, waar mede, dezelve was ingericht, vermeende zig te mogen vlegen, dat de zaak spoedig zoude kun¬ „nen bemiddeld worden, zo werd geresolveert, om die goede luim niet te laaten voor by gaan„ zonder daar van gebruik te maaken, 's Comp:s wakkiel scheich Ahmet naar kalkatta te zenden, om daar over met. voorm. Duwan te spreeken, en van hem te verneemen door wat middel men den Nawab zoude kunnen te vreede stellen. voormelde Heer Directeur vervolgens te kennen oergevende, voorneemens te zyn, om binnen twee â drie dagen, een tourtje naar kalkatta te doen, om van den Heer Gouverneur van Sittart, die naer Ma¬ „dras staat te vertrekken, afscheid te nee„ „men, wanneer het zoude kunnen gebeuren, dat zig gelegenheid opdeed, om die affaire ten eenemaals afte doen, gaf teffens in deliberatie, dewyl men tog wel genoodzaakt zoude zyn, inde beurs te tasten, hoe veel men uiterlyk wel zoude kunnen spendeeren! waarover dan in 't breede gesprooken zynde, zo werd voor eerst aangemerkt, dat schoon tot nog toe geen ge„ wag was gemaakt van een Nesserane of kay „ d of beijde welkomst gifte, het echter zeer appa„ rent was, dat daar van wel haast zoude gesproken werden, dat men, dus pas met het eene zoude gedaan hebben, of men zoude om het andere weder gekweld worden; en dat men derhalven gevoegelykst de zaak daar heenen diende te dirigeeren, dat de te eene spendatie onder de naam van Nessera¬ ne wierde gedaan, waar omtrent voorts geconsidereerd werd, dat de tegenwoordige Nawab, blykens secreete resolutie van den 23=e January 1759. ons 100000: ropyjen voor een Nesserane hebbende doen opbren¬ gen, waarschynlyk zig tans, met de som„ me van rop: 18000:-. die daar voor eersttyds wel betaald is, niet zoude laaten vergenoe„ gen, of ten minsten zig na het voordeeld van Aliwerdichan, die som dubbeld laaten betaalen, alzo aan zynen praedecesseur, den verdrevenen Nawab Mier Mahmeth kassimchan daar voor niets is afgegeven Dan also men tot nog toe in het onze„ kere is, hoeveel wel, zal geeischt worden, en men dus ook hier omtrend geen positief besluit . 319 besluit kan neemen, zo werd geoordeelt, dat men van deeze praetensie voor r o/a 50000:—. afkomende, reekenen konde, op de Moorsche wijze, nog al genadig gehandelt te zyn; en derhalven geresolveerd, voormelde Hr. Directeur te verzoeken, en te qualificeeren, om des noods en wanneer het met niet min„ „der konde gedaan worden, de voorschreve somme van Ropijen 50000:-. te spendee„ „ren, mits dat daar onder de Nesserane begreepen ware, en men teffens verzeke„ „ring kreegen, daar over niet verder aan„ gesprooken te worden; terwyl teffens werd goedgevonden, aan zijn Achtbare gedeferereerd te laten, om wanneer die som niet toereikende mogt zyn, nog tot tien Duizend ropyen, daarbij te voegen, alzo men raadzaam oordeelde, om, de afmaaking eens geentameerd zynde, daar mede niet te talmen, maar liever Cor„ daat iets meerder te bieden, als door lang knibbelen en dreigen alles te ver„ „bradden Actum Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /getekent/ G L: Vernet, M: Isinck, L:d Zuid„ land, . . . . . . . P: C: Kist, C: Rietveld en O: W: Falck Raad en secretaris- Maandag.
English
328 Monday the 26th of November 1764. Absent the Fiscal Immens due to indisposition. Demand of the Nawab concerning the pretended affront, to see it reduced to one-fifth. The Company's vakil Sheikh Ahmed, having returned today from Calcutta, gave a report in this meeting, which was convened expressly for that purpose, of his conversation with Mr. Nandakumar, Dewan of the Lord Nawab Jafar Ali Khan, regarding the matter spoken of in the secret resolutions of the 16th and 23rd of this month; amounting mainly to this: that His Excellency, for the affront done to him, was not to be satisfied with anything less than what had been paid to Siraj-ud-Daulah, being five lakh rupees, and that he otherwise would hear of no accommodation. Discussion thereof and resolution. Which exorbitant demand, having not been heard without consternation, was subsequently discussed with attention, and it was unanimously judged that one ought no longer to delay in ending a matter that, so it seemed, could otherwise have even worse consequences. And it was therefore approved and agreed to request the Lord Director, who intends to depart for Calcutta tonight, to do everything possible to that end, and to increase the sum, which according to the resolution of the 23rd of this month was fixed at 50 to 60,000 rupees, now up to one lakh rupees, as it is feared that nothing will be accomplished for the first-mentioned amount; while it is nevertheless simultaneously resolved that, in case this should likewise fail to succeed, no further moves shall then be made, but to await patiently what will come of it; because it was judged impossible to proceed to the surrender of more than one lakh rupees, unless one were compelled thereto by force. Actum Hooghly in Bengal, date as above. Signed: P. L. Vernet, M.r Isinck, L. Zuidland, J. A. Linner, F. C. Kist, C. Riebveld, and O. W. Falck, Council and Secretary. Friday the 21st of December 1764, before noon. Absent the Fiscal Immens, due to indisposition. A secret commission of a native to the junior merchant Koning, heard. In this meeting, the Lord Director communicated the report made to His Honor by the junior merchant and paymaster Martinus Koning: That it had recently been made known to him that a native wished to speak with him in a remote garden; that he had proceeded thither for that purpose and had found someone there who, by all appearances, was a man of distinction, who had given him to understand that he was commissioned by the Mughal to ask the Lord Director whether His Honor, in case His Majesty should succeed in gaining the upper hand over the English, would be inclined to submit and acknowledge the aforementioned His Majesty as King; and that for the execution of this commission he had found no better nor surer way than to communicate this to him, Koning, whom he knew to be skilled in languages, so that through him, as he himself did not dare to appear in our village for fear of the English spies who were roaming about everywhere, it might be presented to the Lord Director. That shortly thereafter, a servant of that emissary had brought word to the aforementioned Koning that his master had received two letters concerning the matter about which they had spoken together, at the same time inviting him to come and receive the same at the aforementioned place; which was done accordingly, and an answer was insisted upon by the stranger. Thereafter, the aforementioned Lord Director, producing those two letters in Persian addressed to His Honor, submitted to deliberation whether one should open them or rather return them unopened. Whereupon it was unanimously judged that one could do no harm by opening them, whether they were authentic or whether they were to be regarded as fictitious. The aforementioned junior merchant Koning was summoned into the meeting, the letters were opened by him and found to be from the General of the Marathas, the Lord Malhar Rao, and a certain Purushottam Pandit, of such content as was first translated orally by him and subsequently submitted in writing. Translation of a Persian letter written by the General of the Marathas Malhar Rao to the Honorable Worshipful Lord George Louis Vernet, Director of the Bengal Directorate, and received here the December anno 1764. Portent of generosity and awesomeness and Pillar of friendship; may God preserve Your Honor. The acts of violence and hostilities through the faithless conduct of the principal Umrahs and rulers of this Empire, whereby all affairs of the King have been neglected and fallen into decay, have already advanced to such an extent that I, having been commanded by the Lord Raghunath Pandit for the restoration of Hindustan, intended upon my arrival at Jayanagar to winter there; but thereupon received in succession several letters from the Nawab Shuja-ud-Daula, also Jawahar Mal Jat and Najib-ud-Daula Bahadur, and subsequently a letter from the Lord Nawab Jafar Ali Khan, as well as these days a letter from the aforementioned Jawahar Mal Jat with a certain Rup Rao Kehard, which made me resolve to break camp from the aforementioned place, but learned from the letters of the merchants that Shuja-ud-Daula had suffered defeat by the English, and their chiefs had been to the King to pay their respects; will
Dutch transcription
328 Maandag den 26=e November Eisch van den Nawab over het geprotexseerde affront. om ze op een vyfde vermindert te zien te krygen. 1764. absent de Fiscaal Jmmens door indispositie. 'S Comp:s wakkiel sjeeg Ahmeth heeden van kalkatta terug gekomen zynde, deed in deeze vergadering, die expres¬ daar toe belegd was, verslag van zyn gesprek met den Heer Nendekoemaar Duwan van den Heer Nawab Jaffer Alichan, wegens de zaak, waar van by de secreete besluiten van den 16e en 23=e dezer gesproken word; voorna„ melik hier opuitkomende; dat zyn Excellentie, voor het hem aangedaan affront, met niet minder was te vreede te stellen, als, aan Siraady-Ud„ doulla betaald was, zynde vyf Lak Ropyen, en dat hy anders van geen accomnodement wilde hooren. discours daar over en besluit Over welke exorbitante Eisch die met zonder ontzetting was aangehoord, ver„ volgens met aandagt gesprooken zynde, zo l ad 8 zo werd gezamentlyk geoordeelt, dat men niet langer behoorde te draalen, om een zaak te eindigen, die zo 't scheen, anders van nog kwaadere gevolgen zoude kun„ „nen zyn, en derhalven goedgevonden, en verstaan den Heer Directeur, die heden denkt avond Duaar naar kalkatta te ver„ „trekken, te verzoeken, daar toe al wat mogelyk is, in 't werk te stellen, en de somme, die volgens besluit van den 23:e deezer op 50. â 60000: ropyen bepaald is, thans te vermeerderen tot een Lak Ropijen toe, alzo men vreesd, dat zoor het eerst gemelde bedragen, niets zal uit terigten zyn, terwyl echter teffens word beslooten, om by aldien dit al mede niet mogt willen lukken, als dan ver„ „der geene beweegingen te maaken, maar met geduld aftewagten, wat 'er van worden zal; dewyl men oordeelde, tot de afgaave van meerder, als een Lak Ropyen niet te kunnen over„ gaan, of men moest daartoe met geweld 321 geweld gedwongen worden. Actum Hoegle in Bengale datum ut supra /:getekent:/ P: L: Vernet. M:r Isink. L Zuidland I: A: Linner. . . . . F: C: Kist. C: Rieb„ veld. en O: W: Falek Raadet sec=t Vrijdag Vrijdag den 21=e December 1764. een secreete Commissie, van een Inlander aan den onder„ koopman koning, gehoord. voor de middag absent de Fiskaal Immens, door indispositie In deezes vergadering werd door den Heer Directeur gecommuniceerd, het door den onderkoopman en soldy boekhouder Martinus Koning, aan zyn Achtb: gedaan rapport: Dat hem onlangs kennis gegeven zynde, dat een Inlander hem, in een afge¬ „legen tuin, wenschte te spreeken, hy zig ten dien einde derwaards begeeven, en aldaar iemand, na alle uiterlykheyd, een man van aanzien gevonden had, die hen te kennen had gegeeven, van den Mogol gelast te zyn, den Heer Directeur aftevraagen, of zyn Achtb:, by aldien het zyn Majesteit mogt gelukken op de Engelschen de overhand, te krygen, wel genegen zoude wezen, zig te onderwerpen, en voorm. zyn Majesteit als koning te erkennen; en dat hy tot uitvoering van deeze 322 deliberatie over het openen van twee brieven hem koning ter hand gesteld. deeze kommissie, geen beter nog zekerder weg had weeten uittevinden, als zulks aan hem koning, die hy wist taalkundig te zyn, te communiceeren, ten einde, door hem (als durvende zelfs, uit vreeze voor de Engelsche verspieders, die overal herom zworven zig niet in ons Dorp vertoonen /aan den Heer Directeur voorgedragen te worden Dat kort daar na, een dienaar van dien, zendeling, aan voorm Koning had geboodschapt; dat zyn meester twee brie„ ven, raakende de zaak, waar over zy te samen gesproken hadden, ontvangen had, hem teffens noodigende om dezelve, op de voorm= plaats te komen ontvangen gelyk dan ook geschied, en door den vreem¬ „deling op een antwoord geinsteerd was. Daar na voorn: Heer Directeur die twee brieven in't persiaans aan zyn Achtb: geaddresseerd produceerende in over„ weeging gaf of men dezelve zoude openen, dan wel, ongeopend te rug geeven? waar omtrend een paarig geoordeeld zynde, dat men niets konde misdoen, met dezelve te openen, 'tzij insertie van derzelver Translaten. 't zy dat dan datze echt waren, dan wel dat ze als verdigt moesten aangemerkt worden, zo werd den voorm: onderkoopman Koning in vergadering ontboden, die brieven door hem geopend en bevonden van den Generaal der Marhettas, den Heer Malhaar Rauw, en zekeren Porsotom Pandit, van zooda¬ „nigen inhoude, als eerst door hem mondeling getranslateerd, wierd, en vervolgens schrifte„ „lyk overgegeven is. Translaat Persiaanse Missive geschreven door den Generaal der Marhettas Malhaar Rauw aan den E:E: Achtbaere Heere George Louis Vernet Directeur der Bengaalse Directie, en ontvangen alhier den December A:o 1764. —. Voorteken van Edelmoedig- en ontzaggelykheid en Steún van vriendschap; God e bewaare uw Ed=e 323 De geweldenaryen en vyandelykheeden door de ontrouwe behandeling der voornaamste Amrouws en bestierders dezes Rijks, waar door alle zaken van den koning verwaar¬ loost en in 't verval geraakt zyn, hebben reeds tot hier toe schot genomen, dat ik tot herstelling van Hindostan, door d' Heer Reggoenaat Pandit gecommandeert zynde, voorneemens was by myne komst te Jeyneg¬ „ger, aldaar te overwinteren; dog ontfing daar op na den anderen eenige brieven van den Nawab souja -uddouwla, item Joahermol Jaat en Nejieb-uddouwla Bhadeer, en Vervolgens een Missive van den Heer Nawab-Jaferaliechan, als mede dezer dagen een brief van gem: Joahermol¬ Jaat met zekeren Roeprauw kehard, 't welke my deel resolveeren om van de voorsz: plaats op te breken, maar vernam by de brieven der kooplieden, dat souja- uddouwla de nederlaag van de Engelsen bekomen hadde, en hunne hoofden ter be„ groeting by den koning geweest waren; zullende
English
meanwhile, should Your Honour bear any respect for the lineage of the Emperor Tamerlane, it will require that he give proofs of his obedience, as this will serve to his well-being both in this and the other world, and he will thereby gain a good name in Hindostan, Ajem, Arreb, and Europe; whilst I, by God's goodness, am to root out the enemies in such a manner that neither name nor sign of them shall remain in Hindostan nor Dakkin; flattering myself, for the rest, that Your Honour, according to the assurance of the pillar of generosity Porsotom Pandit, will not fail to contribute according to your ability out of consideration for your ancient submission to the descendants of Tamerlane. Beneath stood Translated by signed Ms Koning. Translation. Translation of a Persian letter written by Porsotom Pandit to the same as above. Very worthy and Respected Sir, All Your Honour's laudable and praiseworthy qualities having come to my ears from the bearer of this, I have revealed them to the Lord Subah Malhaar; who has thereupon written Your Honour the accompanying letter, from which all matters will appear to Your Honour, doubting not in the least that you will act according to ability in accordance with what is noted therein, whereby the friendship will increase more and more, and the lawful owner will come into his own; Your Honour will be informed of the rest by the deliverer of this letter. Beneath stood Translated by signed Ms Koning. Next, it being put to the vote whether one should answer these letters, it was considered that, as one is not or cannot be fully assured of their authenticity, it would also not be advisable to reply to them, and that even if one could be convinced thereof, our answer could nevertheless not be of the least utility, since what is demanded of us is only the owed submission and obedience to His Mogul Majesty, who has already voluntarily placed himself under the protection of the English, and to whose assistance one is nevertheless unable to contribute anything; for which reason it was then unanimously approved and agreed to give no written answer, and to let the aforementioned emissary depart solely with this verbal message: That we, being merchants, held it as a fundamental rule not to interfere in any matters of government or disputes between the country's princes; and that according to the orders of our superiors, we were also not permitted to do so. Done at Hougli in Bengal, date as above. Signed: G: L: Vernet. Me Isinck. L Zuidland. F: H: Linner. F: C: Kist. Cs Rietveld. O: W: Falck Edet sec:t. Friday, the 28th of December Anno 1764. Before noon; absent the Fiscal. It was agreed, after the conclusion of the business mentioned in today's common resolution, to note here the communication of the Lord Director that His Honour had returned from Calcutta without having made any progress regarding the affair with the Lord Nawab, as His Excellency had declared roundly that he would reduce nothing of his demand; for which reason His Honour had judged it advisable to make no offer, and had sent word in reply that, recognizing ourselves guilty of no offense, having only done what prudence required so as not to expose our factories at Kassembazaar and Pattena to the greatest danger, one therefore could not understand having given reason to impose so heavy a fine upon us, to the payment of which one could never proceed; whilst His Honour furthermore communicated that His Excellency had subsequently departed upcountry and, having touched at this village in passing, had given no opportunity to compliment him, although this had been sought with much earnestness. Next, the secret letters from the Chief and Second at Kassembazaar of the last of November and the 18th of this month were further resumed; the first to notify that the so-called young Nawab, Naziem uddoulla Bhadur, formerly Mier Flori, son of the Lord Jaffer Alichan, had not accepted the sight-offering presented to him upon his arrival at Moxud-abaath, under the pretext of having no order or permission thereto from his lord father; the other, to communicate that upon the return of the aforementioned Lord Jaffer Alichan, the Chief having wished to have His Excellency complimented as usual by the Vakil with the submission of a sight-offering, that servant had not been admitted to an audience, nor had the gift been accepted, but, with a repetition of the reasons for dissatisfaction, had received the answer that the made demand of Five Lakh Rupees, besides several thousands more for incidental or petty charges, would have to be granted before and prior to one being allowed to flatter oneself with obtaining a hearing or causing the Nawab's displeasure to cease; to which was added by the Dewan Nende koemar that he advised us to come to terms in time, as the Nawab had declared his intention to support his pretensions by coercive means. Besides which it was made known by the Lord Director that His Honour, in order to lose no time, had written to the Kassembazaar Chief, the Honourable Bacheracht, to settle the matter if possible
Dutch transcription
zullende het middelerwijle, indien uw Ede het geslagt van den keyser Tamerlan eenige agting mogte toedragen, vereysschen dat Hy blyken van zyne gehoorzaamheid geeft, dewyl zulks zo in deeze als andere weereld tot desselfs wel zyn streeken, en Hly hier door een goede naam in Hindostan, Ajem, Arreb en Europa verkrijgen zal; terwyl ik door Godes goedheid de wortel der vyanden zodanig sta uit te wegen, dat er geen naam of teken van in Hindostan nog Dakkin zal overblyven; my voor't overige vlegende, dat uwEd: volgens de ver„ zekering vanden steun van Edelmoedigheid Porsotom pan dit niet zal ingebreke blyven het zyne Consideratie van Desselfs al oude onderdanigheid voor de nazaten van Tamer„ „lan, na vermogen te contribueeren /onderston Getranslateerd Door /was Getekend/ Ms Koning Translaat 324 Translaat Persiaanse Missive geschreeven door Porsotom Pandit aan als vooren. Zeer waarde en Gerespecteerde Heer Alle uwEd: loflyke en pryswaardige hoedanigheden my van den brengen dezes terooren gekomen zynde, heb ik aan d' Heer Souba Ma„ „lhaar g'openbaart; die uwEd: daar op de nevens„ gaande brief geschreven heeft, waar uit uw Ed:e alle zakelykheden zal komen te blyken, geen„ „sints twiffelende of dezelve zal volgens het daar bij genoteerde na vermogen ter deeke gaan, waar door de vrindschap meer en meer zal toenemen, en den wettigen Eijgenaar aan het zyne geraken; zullende uw Ed=e het overige door den bestellen dezer brief berigt worden. /onderstond/ Getranslateerd door getekent/ M:s Koning. Vervolgens woord te laten is de zendeling scheepen. besluit om ze onbeant Vervolgens in omvraage gelegd zynde, of men „met mondeling bescheid afte die brieven zoude beantwoorden! zo werd geconsidereerd, dat het, daar men niet ten vollen van derzelver echtheid verzekerd is, of kan wezen, ook niet raadzaam zoude zyn, daar op te antwoorden, en dat zelfs, al konde men daarvan al overtuijgd wezen, ons antwoord, tog van geen het minste nut zoude kunnen zyn, dewyl van ons maar gevorderd word, de verschuldigde onderwerping en gehoor¬ zaamheid aan zyn Mogolsche Majesteit die zig reeds vrywillig, onder de bescher„ ming der Engelschen begeeven heeft, en tot wiens bystand, men tog onvermo„ gend is, iets aan te wenden; al waar omme dan eenpaariglyk wierd goed ge¬ vonden en verstaan, geen schriftelyk antwoord te geeven, en den voorm zendeling eenlyk met dit mondeling be„ „scheid, te laaten vertrekken: Dat wi kooplieden zynde, tot een grond regel hierden, ons met geen Regeerings zaa„ ken of verschillen tusschen de Landsvorsten te 325 te bemoeyen; en zulks volgens de beveelen onzer superieuren ook niet vermogten te doen. Actum Hougli in Bengale datum ut supra /:getekent:/ G: L: Vernet. M=e Isirck. L Zuidland. F: H: Linner. . . . . . F: C: Kist. C:s Rietveld. O: W: Falen Edet sec=t Vrijdag ƒ Vrijdag, Den 28=e December A=o 1764. de Heer Directeur commu„ „niceert zyne vrugtelooze niet den Nawab. voor de middag absent de Fircaal Immers door inderporitie Eerd, na het afloopen der zaaken, bij pogingen omtrent de queste gemeene Resolutie van heeden vermeld, verstaan, alhier te noteeren, de commu„ „nicatie van den Heer Directeur, dat zyn Achtb: van kalkalta was te rug gekeerd, zonder iets gevorderd te zyn, omtrent de affaire met den Heer Nawab, alzo zyn Excellentie zig rond uit gedeclareerd had, niets van zyne vordering te willen verminderen; om welke reden zyn Achtb: raadzaam had geoordeeld, geen bod te doen, en had laaten antwoorden, dat men zig aangeen misdryf schuldig kennende, als eenlyk gedaan hebbende, het geen de voor„ zigtigheid vereischte, om onze kantooren te kassembazaar en Pattena niet aan het grootste gevaar te exponeeren, men dus niet 326 besoigne over de bedreigingen vanden vorst en zyn aan„ niet konde begrypen, reden gegeeven te hebben, om ons eene zo zwaare boete op te leggen, tot welkers betaaling, men nooit zoude kunnen overgaan; terwyl zyn Achtb= voorts nog communiceerde dat zyn Excell:e vervolgens naar boven vertrokken en in passant in dit Dorp aangeweest zynde, geen gelegenheid had gegeeven, om hem te complimenteeren, schoon zulks met veel empressement was gezogt. Vervolgens werden nader geresumeerd, „hang, te kassembazaar. de secreete brieven, van het opperhoofd en secunde te kassembazaar, van den laatsten November, en 18:e deezer, de eerste ter bekendmaaking, dat den zo genaamden kleinen Nawal, Naziem uddoulla Bhadur, /eertids Mier Flori, zoon van den Heer Jaffer Alichan, het hem gepresenteerde zigt offer, bij zyn komst te Moxud-abaath niet had aange„ nomen; onder voorgeeven, daar toe, van zij„ nen Heer vader, geen ordre of permissie te 764 item over der praealable ordre van den Heer Directeur aan den E Bacheracht. te hebben; de andere, ter Communicatie dat het opperhoofd, bi de wederkomst van voorm: Heer Jaffer Alichan, zyn Excell: als gebru „kelyk, door den Wakkiel, onder voorlegging, van een zigt offer, hebbende willen laaten complimenteeren, dien bediende, niet ter audientie toegelaaten, nog de gifte aange„ nomen was, maar, onder herhaaling van de redenen, van misnoegen, ten antwoord had: ge„ kreegen, dat de gedaane vordering van Vyf Lak Ropyen, nevens nog eenige duizenden, voor by- of ongelden, zoude moeten ingewil¬ „ligd worden, voor en al eer men zig zoude mogen vleyen gehoor te verkrygen, of 's Nawab ongenoegen te doen ophouden, waar by door den Duwaan Nende koemar gevoegd was, dat hy ons raadde, in tyds te verdraagen alzo de Nawal zig gedeclareerd had, zyne praetensie door dwangmiddelen te willen ondersteunen. Waar benevens door den Heer Directeur werd te kennen gegeeven, dat zyn Achtb: om geen tyd te verliezen, het kas„ „sembazaarsch opperhoofd den E Bacheracht, had aangeschreeven, om de zaak des mogeliks af
English
327 to settle for a double Nesserane, and the probable change in the Government, but no more; but that His Honour had meanwhile been secretly informed that the Nawab and his Duwan, having quietly had the former Naib Subah of Dhakka done away with, the English were extremely displeased thereat, and had already taken into consideration to have those two gentlemen come to Calcutta, and in the meantime have the government administered by the gentleman Ragia Dollabram; which being deliberated upon, it was noted that the Nawab, being brought into straits by this, will likely not push his claim too hard, or at least greatly reduce it, and therefore it was resolved and agreed to instruct the aforementioned chief and second in Kassembazaar to settle the matter if they see an opportunity to do so by spending a double Nesserane, as the Director has already written to them, since it must be assumed that in time (let the displeasure of the English gentlemen turn out as it will) one will have to proceed to that, but at the same time to recommend to them, for the present, to make no offer, but to keep the matter dragging on as much as possible until our further orders, so that one may beforehand await the outcome of the deliberations of the English gentlemen concerning the aforementioned misdeed of the Nawab. Done at Hoegle in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet, Msr. Isinck, L. Zuidland, F. A. Limer, [illegible], I. C. Kist, C. Rietveld, O. W. Talen Edetse. Friday 328 Friday, the 18th of January Anno 1765. Forenoon. Absent: the Equipagemeester Zuydland, in the Company's service, and the Fiscal Jmmens, due to indisposition. The secret letter from Kassembazaar from the chief and second there, dated the 11th of this month, containing that, far from the repeated emphatic representations of innocence and unreasonableness having effected so much that the Nawab's claim was abandoned, or satisfaction was taken with the Nesserane given to former Subahs, whereupon the aforementioned servants had attempted by means of some trusted friends to guide the matter, which however seemed intentionally disregarded, the exorbitant demand had only been reduced from five Lac to three Lac Rupees, upon which they remained unyielding with repetition of the former threats; so it was judged that one could infer from the circumstances that the Nawab would not proceed to any violences against us, but rather by and by become somewhat more tractable, of which, at least, the reduction of two Lac Rupees at once seemed a good omen; and therefore it was unanimously resolved and agreed to instruct the aforementioned Kassembazaar chief and second to continue rejecting the claim with declarations of innocence, without coming to any promise; unless it were reduced so far that they saw an opportunity to settle everything with the double Nesserane. Done at Hoegli in Bengal, date as above. Signed: P. L. Vernet, Mr. Isincxs, J. H. Lenuer, [illegible], I. C. Kist, C. Rietvelt, O. W. Falik rdetsel. Tuesday 329 Tuesday, the 29th of January Anno 1765. Forenoon, all present. Orders having been issued by the Nawab Mier Mhameth Jafferchan to hinder our trade as well as to shut us in here and prevent the supply of provisions, from which it was then finally seen with regret that His Excellency wished to support his demand by means of coercion, and therefore it was judged that one would indeed be forced to yield and finally settle the claim which until now had been kept dragging on; so the Director produced an extract from the dispatch of the Directors of the English Company to their servants in Bengal, dated the 2nd of April 1762, whereby those servants are expressly ordered not to commit any hostilities or violences against the servants of the Dutch Company, but on the contrary to make every effort to foster a mutual friendship and good understanding with them through all good services, and especially when the Nawab might unjustly undertake to molest the Dutch Company in Bengal, or in any way prejudice its trade, privileges, and properties, to employ their good offices to procure it redress and satisfaction, and even, should such prove fruitless, to help and defend it to the utmost of their power, because it was the sincere desire and intention of the aforementioned Directors that the Dutch Company equally with them should enjoy freedom of trade, safety, and protection; further, upon the objection raised by one of the members as to how to accredit that extract without knowing by whom or for what reason it was sent, His Honour exhibited a letter addressed by the First Advocate Mr. Kornelis van der Hoop, dated the 15th of November 1763, to the Councillor Extraordinary Taillefert, or his replacement, whereby it is mentioned that this extract is sent in order to make use of it when occasion arises. That objection thus being removed, it was
Dutch transcription
327 andering onder de Regeering temporeseeren. af te maaken, voor een dubbelde Nesserane, en de waarschynelyke ver„dog, niet meer; dog dat zijn Achtb: intus„ schen in 't geheim, was bericht geworden, dat de Nawab en zynen Duwan, den geweeze Naib Soeba van Dhakka, in stilte hebbende laaten van kant helpen, de Engelschen daar over ten uiterste te onvreede waren, en reeds in overweeging hadden genomen, om die twee Heeren naar kalkatta te laaten komen, en de regeering intusschen door den Heer Ragia Dollabram te laaten waarneemen; over 't welke gedelibereerd zynde zo werd aan¬ „gemerkt, dat de Nawab hier door in 't naauw en besluit om met de zaak gebragt zynde, waarschynlyk zyne praetensie niet te sterk pousseeren zal, of ten minsten, veel daar van verminderen, en derhalven goedgevonden en verstaan, het voorm: opperhoofd en secunde te kassembazaar, wel te gelasten om de zaak afte maaken, alsze kans zien, dat zulks met spendatie van een dubbelde nesserane, te doen is, gelyk hen reeds door den Heer Directeur is aangeschreeven, alzo men vast stellen moet, daartoe metter tyd, (het ongenoegen der Heeren Engelschen mag dan uitvallen wa uitvallen zo het wil :/ tog te zullen moeten treeden, dog hen teffens te recommandeeren, voor eerst, geen bod te doen; maar de zaak zo veel mogelyk draalende te houden, tot onze nadere ordre, op dat men bevoorens den uit„ slag van der Heeren Engelschen deliberatien over de voorn: ondaad van den Nawab, kan afwagten. Actum Hoegle in Bengale datum ut supra /:get:/ G: L: Ver¬ net. M. sr Isinck. L: Zuidland. F: A: Limer. . . . . I: C: Kist C: Rietveld. O: W: Talen Edetse Vrydag 328 Vrijdag, Den 18=e Ianuary A=o 1765. verslag van de kassembaz:e bed. s nopens hun bod aanden Nawab. dralende te houden. voor de middag. absent: de Equipagem=r Zuydland, in 's komp:s dienst, en de Fiscaal Jmmens, door indispositie. De kassembazaarsche secreete brief, van het opperhoofd en secunde aldaar, de dato 11=e hujus, inhoudende; dat wel verre, dat de herhaalde nadrukkelyke vertooningen van onschuld en onbillykheid, zo veel uitgewerkt hadden, dat 's Nawabs praetensie geaban„ donneerd, of genoegen genomen wierde, met de Nesserane, aan voorige soebas gegeeven, waar op de voorm: bedienden, door middel van eenige vertrouwde vrienden getracht hebben de zaak te doen lyden, dog 't welk scheen, met voordagt niet opgemerkt te worden, den „ eenlyk exarbitanten Eisch van vyf Lak tot op drie Lak Ropyen verminderd was, waar op men onverzettelyk, onder herhaaling der voori„ besluit om de zaak nog al „ge bedreigingen, bleef staan; zo werd geoordeeld, dat men uit de omstandigheeden konde opmaa„ „ken dat de Nawal, tot geene violentien, te„ gens ons zoude overgaan, maar veel eer, van lang en en n langzaamerhand. wat rekkelijker worden, waar van, ten minsten, de vermindering van twee Lak Ropyen te gelyk, een goed voor teken scheen; en en derhalven eenpaarig goedgevonden en verstaan het voorn: kassembazaarsch opperhoofd en se„ cunde te gelasten, te continueeren met de prae„ „tensie onder betuiging van onschuld aftewijzen, zonder tot eenige belofte te komen; ten zy de¬ zelve zo verre verminderd wierde, dat zy kans zagen, met de dubbelde Nesserane, alles te kun¬ „nen afmaaken Actum Hoegli in Beugale datum ut supra /:get:/ P: L: Vernet Mr Isincxs d J: H: Lenuer . . . . I: C: Kist, C: rietvelt, O: W: Falik rdetsel. Dingsdag 9 329 Dingsdag Den 29=e Januarij A=o 1765. de Nawab mine makende om zyn Eisch met geweld door te zetten. de assistentie die de Engelschen aan ons verplicht zyn. voor de middag, alle present. Jan den Nawab Mier Mhameth Jaffer- „chan bevel uitgegaan zynde, om onzen handel te stremmen als mede ons hier in te sluiten, en den toevoer van levensmiddelen te beletten, waar uit men dan eindelyk met leedwezen zag, dat zyn Excell=e zynen Eisch door dwang„ middelen wilde ondersteunen, en derhalven oordeelde dat men wel zoude genoodzaakt wezen, ten offer te komen, ende pretensie, die tot dus verre was sleepende gehouden, ende Heer Directeur nopens finaal afmaaken; zo werd door den Heer Directeur geproduceert, een Extract uit de missive van de Directeuren vande Engelsche Compe aan haare bedienden in Bengale, kaan van den 2=e April 1762, waar bij die bedienden expresselyk gelast worden, geene hostiliteiten of gewelddaadigheden, tegen de bedienden van de Hollandsche Comp=e te pleegen; maar in te¬ „gendeel alle poogingen aan te wenden, om door alle goede diensten een onderlinge vriendschap en goede verstandhouding, met hen aantekwee„ ken, en inzonderheid wanneer den Nawal on„ aan aan gekomen wordende is, gecommuniceert hebbende mitsg:s proponeerende of men over van gebruik zal maken of niet onrechtvaardiglyk mogt onderneemen, de Hollandsche Maatschappyj in Bengale, te molesteeren, of op eenige wyze, haar in haaren handel voorrechten en eigendommen te praeju„ dicieeren, hunne goede officien aantewenden om haar herstelling en voldoening te bezor„ gen, en zelfs indien zulks vrugteloos mogte uitvallen, tot het uiterste van hun vermogen helpen en verdeedigen, dewyl het de oprechte begeerte en intentie van de voorm: Directeuren was, dat de Hollandsche Comp:e gelykelyk met ren, vrydom van handel, veiligheid en bescher„ en de wijze hoedanig men daar ming zoude genieten, voorts door zyn Achtb= op de gemaakte zwaarigheid van een der Leden, om dat Extract te kunnen accrediteeren, zonder te weten door wien, of om wat reden hetzelve gezonden was, vertoond een brief, door den Eer sten advokaat den Heer Mr. Kornelis van der Hoop, de dato 15e November 1763. aan den Heer Raad Extra ordr. Taillefert, of zyn Ed. s vervanger, geaddresseerd, waar by word gemeld dat Extract gezonden te worden; ten einde daar van by voorkomende gelegenheid gebruik te maaken. Die zwaarigheid dus weggenomen zynde, wierd
English
This matter being deliberated upon, the Director subsequently made this alternative proposition: whether one should, on the basis of the produced papers, request the assistance of the English against the unjust claim of the Nawab and the violent measures employed by him to force us into compliance, or rather attempt to settle the matter without their mediation. This having been earnestly deliberated upon and taken into consideration, that, however strong the instruction of the Directors of the English Company to their servants here may be, one cannot properly proceed to that extreme of making use of it except when there is absolutely no longer any chance of reaching a reasonable agreement with the Nawab without them; that one certainly, if they wished to keep equity in sight and take heed of the unjust origin of the Nawab's displeasure and the improper demand resulting from it, could expect them, in order to comply with the commands of their superiors, to oppose him in this and force him to leave us unmolested; but that, having as yet made no offer to the Nawab, but only sought to decline his demand and indirectly attempted to lead it to a nazarana, one therefore ran the risk, if one were to address the English now, of having it cast in our teeth by them that we had failed to offer him a visible gift upon his restoration to the government according to the custom of the country, which was more suitably anticipated in time; whereupon, in the event of a refusal, one could address the English gentlemen and insist upon their assistance with greater foundation and proof of having done everything to settle the matter; wherefore it was also approved and understood by unanimous vote to order and authorize the Kasimbazar Chief and the Second to represent to the Nawab that we, eagerly desiring to regain His Excellency's favor, which to our heartfelt sorrow we have lost, and knowing that it is the custom to offer a nazarana to the Subahs upon their accession to the government, were prepared to observe the same toward him, although we regarded His Excellency not as a new Nawab, but solely as one who had laid down the government for a time; further, if this should be listened to, to offer the ordinary sum usually given on such occasions, namely eighteen thousand rupees; but, as it was apparent that this would be rejected, in that case to go up to a double nazarana, and finally, if nothing was achieved with that, to spend at most fifty thousand rupees, but no more. The Director further putting to the vote the proposal made on the 19th of October of the past year, as to whether or not to make use of the permission to purchase saltpeter for the account of the Honorable Company, where and in what manner one would deem proper as written; it was, after deliberation, resolved to persist as yet in the decision taken on that day, to remain content with the share that the English gentlemen shall be pleased to cede to us from their collection. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: P. L. Vernet, M. S. Isinck, L. Zuidland, J. H. Zianer, J. C. Kist, C. M. Doeve, O. W. Falck, Secretary. Friday, the 1st of February, anno 1765. In the forenoon, all present. The common matters mentioned in the Resolution of today having been dispatched, the Director communicated that, according to the order given by the Nawab to halt our trade and prevent the supply of provisions, this village had actually been surrounded by guards, who had detained both the merchandise brought in and the provisions, and had even prevented the shipment of goods; but that His Honor, having secretly caused the Hooghly faujdar to be spoken to on the matter, had managed to arrange that, although by day, in order to show a token of duty, everything would be stopped, the import and export of everything could take place by night; which, however, could not have been effected without the promise of a moderate gift and expenditure to the guards; with which action the meeting fully concurred, because, as a consequence of it, the shipment of goods proceeded without any hindrance, and by night all necessities, which were allowed to approach close by during the day, came inside unmolested; it being at the same time approved to request and authorize the Director to continue therewith, under the expenditure of such moderate gift as His Honor might deem unavoidable, in order meanwhile, or as long as our dispute with the Nawab was not settled, not to lose any time. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet, D. Isinck, L. Zuidland, P. A. Zianer, J. C. Kist, Cs. Rietveld, C. M. Doeve, O. W. Falck, id et Secretary.
Dutch transcription
330 word daar over gedelibereerd wierd door den Heer Directeur vervolgens ge„ daan deeze alternative propositie; of men, op fundament, van de geproduceerde papieren, der Engelschen hulp, tegen de onrechtvaardige pree„ „tensie van den Nawab en de door hem, in 't werk gesteld wordende gewelddaadige middelen om ons tot voldoening te noodzaaken, zoude ver„ „zoeken, dan wel tragten, de zaak zonder hunne mediatie te eindigen! waar over ernstig gedeli„ bereerd en in aanmerking genomen zijnde, dat men hoe sterk ook de aanschryving, der Heeren Directeuren van de Engelsche Comp=e aan hun„ „ne bedienden alhier, ook wezen moge, niet gevoegelijk tot dat uiterste kan overgaan, om daar van gebruik te maaken, als wan„ neer 'er absulut geen kans meer is, om buiten hen, met den Nawab op een redelijke wyze te kunnen verdraagen; dat men zekerlyk, van hen, zo ze de billykheid wilden in't oog houden, en agt geeven, op de onrechtvaardige oorsprong van 's Nawabs ongenoegen, en daar uit voortgevloeide ongeschikte vordering kan verwagten, dat zy hem omaande beveelen hunner superieuren te voldoen, daar in te„ gengaan, en noodzaaken zullen; ons ongemo„ „ lesteerd e zi en beslooten de kassembaz=s bed=s een drievoudige qualificatie tot het afmaken te geven. „listeerd te laaten; dog dat men, aanden Na„ wal, nog geen bod gedaan, maar alleen ge„ tragt hebbende, zynen Eisch te declineeren, en van ter zyde gezogt om denzelven te leiden op een Nesserane, dus gevaar liep, by aldien men zig thans aande Engelschen addresseerde, van hen, voor de scheenen gewor„ pen te worden, dat men ingebreeken gebleeven ware, hem, mits zyne herstelling in de Regee„ „ring volgens 's Lands gebruik een zigt offer, aan te bieden, 't welk gevoeglijker was in tyds voortekomen; wanneer men, bij weigering met meerder fundament, en bewijs; van alles ter afmaaking vande zaak, in 't werk ge„ steld te hebben, zig by de Heeren Engelschen, konde addresseeren en op hunnen bystand aan„ dringen; weshalven daar ook, met eenpaarig„ heid van stemmen werd goedgevonden en verstaan„ het kassembazaarsch opperhoofd en den secunde„ te gelasten en qualificeeren, om den Heer Na¬ „wal te vertoonen; dat wij eeverig verlangende om zyn Excell: gunst, die wy tot onze innige smerte verlooren hebben, wederom te ge„ winnen, en weetende dat het de gewoonte is, de soebas, bi hunnen komst tot de Regeering een E 331 besoigne over de benodigde salpeter. een Nesserane aan te bieden, bereid waren, het zelfde, Jegens hem, in agt te neemen, schoon wy zyn Excellentie, als geen nieuwe Nawab, maar eenlyk, als de Regeering voor een tyd nedergelegd hebbende, aanmerkten- voorts, zo hier na mogt geluisterd worden, de ord=e som, by diergelyke gelegenheden gewoonlyk afgegeeven, aante bieden, namentlyk agttien Duizend Ropyen dog gelijk het apparent was, dat zulks zoude gerejecteerd worden, indien gevalle tot de dubbelde Nesserane op te komen, en eindelyk by aldien daar mede niets gevorderd wierd, uiterlyk vyftig Duizend Ropyen te spen„ „deeren, dog meer niet. Door den Heer Directeur voorts nog in omvraage gelegd zynde, den gedaanen voorstel op den 19=e october, anno passato, om, vande permissie tot het inkoopen van Salpeter, voor Reekening der E Comp=e waar en op wat wijze men het zoude geschrevn goedvinden, gebruik te maaken. of niet ! zo werd, na deliberatie geresolveerd, als n innige is, ring als nog te persisteeren by het, ten dien dage ge„ „nomen besluit om zig te vergenoegen met het aandeel, dat de Heeren Engelschen, ons van hunnen inzaam zullen gelieven aftestaan. Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:get:/ P: L: Vernet M s Isinck, L Zuidland. I: H: Ziauer. I: C Kist. C: M: Daeve. O: W: Falia rdebsexz Vridag - V 332 Vridag, den 1=e February A=o 1765. den in - en uitvoer van koopmans:) en vivres door den Nawab verboden. wegens met den Hoeglischen Fausdaar. De gemeene zaaken, by Resol: van heden vermeld, afgehandeld zynde, werd door den Heer Directeur gecommuniceerd, dat volgens de gegeeve ordre, van den Nawab, om onzen handel te stremmen, en den toevoer van levensmiddelen te beletten, dit dorp werkelyk, van wachten omcingeld was geworden, die zo wel de aange„ bragt wordende koopmanschappen als vivres aangehouden, en zelfs den afscheep van goederen belet hadden, dog dat zyn Achtb:, den Hoeglis geheine over een komst der „chen fausdaar daar over instilte hebbende laaten onderhouden, had weeten te bewerken, dat wel by dag, om acte van devoir te toonen, alles zoude aangehouden worden, dog dat by nacht de in en uitvoer van alles konde ge„ „schieden; 't welk echter niet had kunnen uit„ „gewerkt worden, zonder de belofte van een maatig geschenk, en spendatie aan de wachters, met welk verrigte, de vergadering zig ten vollen conformeerde, dewyl ingevolge van hetzelve; de afscheep van goederen, zonder eenige hinde¬ voorde middag, alle present. „ring Dingsdag „ring gevolg nam, en by nagt, alle benodigdheden die men 's daags tot digt by liet naderen, onge„ molesteerd binnen kwamen; wordende teffens goedgevonden, den Heer Directeur te verzoeken en qualificeeren, daar mede onderspendatie van zodanig matig geschenk, als zyn Achtb: onvermydelyk mogt oordeelen te continueeren om intusschen, of zo lange, onverschil met den Nawab niet afgemaakt waren geen tijd te verliezen Actum Hoegle in Bengale de huu ut supra /:getekent:/ G: L: Vernet D Isinik. L Zuidland. P: A: Linaer. I: C: Kist. C:s Rietveld. C:M: Doeve, O: W: Falk id et sec=tr
English
333 Tuesday, the 19th of February Anno 1765. Zuydland. Resolution to further attempt the settlement of the dispute with the deceased Nawab, with his temporary successor. Before noon, absent: the Master of the Equipping Zuydland. It having been taken into consideration that the death of the Lord Nawab Jaffer Alichan, which occurred on the 5th of this month, has not yet brought about the desired change in the state of our affairs, since one continues to remain surrounded by the Moors, without orders having been given to withdraw the guards and reopen our trade, which, as news is daily expected concerning the dispatch of the Patna fleet, causes no small fear that the same will be prevented from departing, and thus the ship 's Gravezande, which has been held back until now awaiting the opium, will not be able to be dispatched for a long time yet; and, besides, it having been reflected that the son of the aforesaid Nawab, formerly named Mier Flori, now Naziem Uddoulla, who provisionally conducts the government, perhaps, as he is not yet certain of being confirmed as Nawab by the English Gentlemen, will not be disinclined, during his administration, to settle the dispute of his late Lord Father with us; thus, upon the proposal of the Lord Director, it was resolved to instruct the Kassembazaar Chief Bacheracht and the second in command to employ their best endeavors thereto, provided that one also obtains assurance not to be approached again in the future regarding the pretension of the old Nawab; and even, in case of need or if it could not be arranged for less, to spend fifteen to twenty thousand Rupees, for which one has hope that the young Nawab will be accommodating, since the aforesaid servants at Kassembazaar could not carry out the order given to them to settle the dispute for a double nazarana, or at most Fifty thousand Sicca Rupees, according to the Resolution of the 29th ultimo, because the old Nawab, upon the receipt thereof, was already seriously ill and died shortly thereafter; and thus it is not yet known at the Murshidabad Court 334 how much one was previously intending to give. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: P. L. Vernet, Mr. Isinck, F. H. Linnes, J. C. Kist, C. Rietveld, C. M. Doeve, O. V. Faber, First Secretary. Saturday, the 23rd of February Anno 1765. Prospect of escaping the known pretension of the Nawab. Before noon, absent: the Master of the Equipping Zuydland, and the First in the Cloth Warehouse Kist, the latter due to indisposition. This meeting having been convened by the Lord Director solely to communicate to the Members that His Honor, yesterday evening, upon received news from Calcutta that the English Council members John Johnstone and Ralph Leicester had departed upcountry for the execution of a certain commission, had immediately thought that the purpose thereof might well be a change in the government, and therefore, in order to lose no time, had informed the Kassembazaar Chief Bacheracht thereof, to the end of not rushing into the expenditure which, according to the resolution of the 19th of this month, it had been approved to make, since, with the probable change, this could be regarded as nothing other than thrown-away money; as well as that His Honor, shortly after the dispatch 335 of that letter, had received further report in this regard, consisting in this: that the widow of Jaffer Alichan's eldest son, Mier Mierren, had addressed herself by an arzi to the Calcutta Council, and thereby requested that in the election of a new Nawab, consideration might be given to her child, the legitimate son of the aforesaid Mierren, and thus the nearest to the subahdary, and having far more right than the second son of Jaffer Alichan, who was born of a dancing girl and was thus an illegitimate child; and that the Calcutta Ministry had therefore approved to commission the above-mentioned Members of their assembly to proclaim the little son of the aforesaid Mierren as Nawab at Murshidabad, and to appoint the Lord Raja Dollobram as Dewan and Kunja Bihari as Rai Rayan to conduct the government of the country for the young Nawab; thus it was approved and agreed to keep a record thereof herewith, and to conform to the aforesaid advice given by the Lord Director to the Kassembazaar Chief Bacheracht, as there is great hope, through that change in the government, to become entirely free from the known pretension of the deceased Nawab. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet, Mr. Isinck, J. H. Linnes, C. Rietveld, C. M. Doeve, O. W. Faber, First Secretary. 336 Decision to give the Faujdar etc. a present of 5000 Rupees for a certain declaratory absolutory document. Tuesday, the 5th of March Anno 1765. Before noon, all present. The Hooghly Faujdar Mier Baddel Chan having for a long time refused to issue the Declaratory document concerning the murder of four women committed in this village—which was first spoken of in the collective Resolution of this assembly of the 9th of June of the past year—duly signed by the members of the Adalat, in such manner as the same was drafted by order of the Lord Director and inserted in the collective Resolution of the 3rd of October of the past year, before he would know what would be given to him for it; but finally, after much hesitation, having sent the same, without anything having been promised to him, to the Lord Director, in proper form and verbatim according to the draft made here; it was thus judged that one could not avoid showing the aforesaid Faujdar some gratitude for it, notwithstanding that no firm promise has yet been made to him; since, if one were to disappoint him in his hope regarding this, he would certainly
Dutch transcription
333 Dingsdag, den 19=e February A=o 1765. Zuydland. beslut om het afmakeen der questie met den overleden Nawab, by zyn temporeelen successeur, nader te tenteeren. voor de middag, absent: de Equipagemeester In aanmerking genomen zynde, dat de dood van den Heer Nawab Jaffer Alichan, voorgevallen op den 5e deezer, nog de gewenschte verandering, in den toestand onzer zaaken niet heeft te wege gebragt, alzo men by conti„ „nuatie, door de Mooren omcingeld blift, zon„ „der dat 'er ordre gegeeven is, om de wagten in te trekken, en onzen handel weder open te stellen, 't welk, daar men dagelyks tyding ver¬ „wagt van de afzending van de Pattenasche vloot, geen geringe vreeze baard, dat dezelve den af„ „togt zal belet worden, en men dus het schip 's gravezande, dat men nade amfioen tot nu toe aangehouden heeft, nog in lange niet zal kunnen depecheeren; en daar benevens echter gereflecteerd zynde, dat de zoon van voorm. Nawab, voor heen genaamd Mier Flori, nu Naziem Uddoulla, die de Regeering bij provisie waarneemd, veelligt, als nog niet zeker zynde, om als Nawab, door de Heeren Engelschen geconfirmeerd d den n b: ren hun geconfirmeerd te zullen worden, niet ongenegen zal zyn, om, geduurende zijn bestier, het diffe¬ rent van wijlen zijn Heer Vader, met ons, af te maaken; zo werd op de propositie van den Heer Directeur geresolveerd, het kassembazaarse opperhoofd Bacheracht en den secunde, te gelas„ „ten, daartoe, hunne devoiren aantewenden, mits men teffens verzekering kreege, in 't ver„ „volg niet weder voorde praetensie van den ouden Nawal aangesprooken te worden; en zelfs des noods of als het met niet minder te stellen wa# vyftien à twintig duizend Ropyen te spendee „ren, waar voor men hoope heeft, dat den Jonge Nawal, zig wel zal laaten vinden, nademaal voorm. bedienden te kassembazaar, de hen gegee „ve ordre, ter afmaaking van het verschil, voor een dubbelde nesserane, of uiterlyk Vyftig duizend Sikka Ropyen, volgens Resolutie van den 29=e passato, niet hebben kunnen nakomen, dewyl de oude Nawab, by ont„ vangst van dezelve, reeds zwaar ziek en kort daar na overleeden was; en dus aan het Morsia-abaatsche Hof, nog niet bekend 334 bekend is, hoe veel men te vooren, van intentie is geweest, af te geeven. Actum Hoegliu Beugale datum ut supra /:get:/ P: L: Vernet. M r Isinix. Le - - - - - - F: H: Linne. J: C: Kist. Cs Rietveld, C:M: Doeve O:V: Taler Edet sec=t Saturdag s was e Jonge aal gee voor t Saturdag, den 23=e Februari Ao 1765. apparentie om vande be„ „wuste praetensie van den Nawab, vry te dobbelen. voor de middag, absent de Equipagemeester Zuydland, en de Eerste in de kleedezaal Kist, de laatste door indispositie. Deeze by een komst, door den Heer Direc „teur eenlyk belegd zynde, om aan de Leden te communiceeren, dat zyn Achtb: gisteren avond op bekomen tyding van kalkatta dat de Engelsche Raadsleeden John John „stone en Ralph Leicester, ter uitvoering van zekere kommissie, naar boven waren vertrokken, terstond gedagt had, dat het oog„ merk daar van, wel eene verandering in de regeering zoude kunnen wezen, en derhalven, om geen tyd te verliezen, het kassembazaarsch opperhoofd Bacheracht zulks had verwittigd, ten einde zig niet sterk te haasten, met de spendatie, die men, volgens besluit van den 19e deezer, goedgevonden heeft te doen, dewyl zulks by de waarschynlyke verandering, niet anders, dan voor weg geworpen geld konde aangemerkt worden, als mede dat zyn Achtb: kort na de depeche 335 depeche van die brief, nader bericht dientwege had ontvangen; hier in bestaande: dat de weduwe, van Jaffer Alichan 's oudste zoon Mier Mierren, zig by een arzie, aan den kalkatsche Raad had geaddresseerd, en daar by verzogt, dat by de verkiezing van eenen nieuwen Nawab, reflectie mogt geslagen worden, op haar kind, de echte zoon van voorm. Mierren, en dus de naaste tot de soebadary, en vry meerder recht hebbende dan de tweede zoon van Jaffer Alichan, die uit een Dansseres gebooren en dus een onecht kind was, en dat het kalkatsche Ministerie derhalven had goedgevonden, de hier voorengem. Leden hunner vergadering te kommitteeren, om, het zoontje van voorm: Mierren, te Morsid-abaath als Nawab te proclameeren, en de Heer Ragia Dollobram als Duwan en koenjoe beherrie als Raai Raajaan aante stellen, om de Regeering van 't Land, voor den Jongen Nawab waar te neemen, zo werd goedgevonden en verstaan, daar van by deeze aanteekening te houden, en zig met het voorsz: geadviseerde door den 765. den Heer Directeur aan het kassembazaarsch opperhoofd Bacheracht te conformeeren, alzo me groote hoop heeft, om door die verandering, in de Regeering, ten eenemaal vry te raaken vande arre bewuste praetensie van den overledenen Nawal Actum Hoegli in Beugale datum ut Supra /:getekent:/ G: L: Vernet. Mr Hsinck. J: H: Linnes. . . . . C Rietveld C: M: Doeve. O. W: Faex Ed. of segt Dingsdag . 336 arrest om den Fausdaar c: s: voor zeker declaratoir wal absolutoir en praesent van 5000: Ropyen te doen. Dingsdag, den 5=e Maart A=o 1765. voor de middag alle praesent. De Hoeglische Fausdaar Mier Baddel chan, lange tyd geweigerd hebbende, het Decla„ „ratoir, wegens de in dit Dorp gepleegde Moord aan vier vrouwspersoonen, waar van het eerst gesprooken word, by gemeene Resol: deezer verga¬ „dering van den 9=e Juni, a. p. behoorlyk door de leden van den Adaaleth ondertekend, zodanig aftegeeven, als het zelve, ter ordre van den Heer Directeur is geconcipieerd en geinsereerd by ge„ meene Resol: van den 3=e october, des verweke„ „nen Jaars, voordat hy zoude weeten, wat hem, daar voor zoude gegeeven worden, dog eindelyk na veel aarsselens hetzelve, zonder dat hem iets beloofd was den Heere Directeur toegezon„ „den hebbende, in behoorlyke forma, en letterlyk, zo als het hier gemaakte opstel; zo werd geoordeeld, dat men niet konde ontwyken om voorm= Fausdaar, daar over eenige erkentelykheid te bewyzen, niettegenstaande hem nog geene vaste toezegging is gedaan; dewyl men hem, in zijne hoop hier omtrent te leur stellende, gewisselyk de
English
would certainly in the future find in him an enemy who would cause us all possible harm, which would come all the more inconveniently in the present times, since, standing poorly at Court, one could moderate the strict orders that were frequently issued against us solely through the friendly disposition of the lesser grandees to whom the execution was commended, as one still has recent proof thereof with the aforesaid Faujdar himself, regarding the conniving permission for the shipping of goods and the import of provisions and further necessities, as appears from what was noted in the secret Resolution of the 1st of February last, notwithstanding that both had been forbidden by the Nawab; and the promise which he made even today to let Lieutenant Tissot, who, as appears from his letter of the 3rd of this month, got away from Jellingi with the opium and has already arrived at Neiseraai, pass the Moorish fort unhindered, solely on the condition that this should take place by night in order not to attract notice; and whereas it was therefore necessary to make him retain this good disposition towards us as much as possible, which is not feasible without reaching into the purse; it was accordingly resolved and agreed, considering that besides the Faujdar there are some fourteen or fifteen servants of the Adalat who have likewise had a hand in this and who, in proportion to their different ranks, will have to share in the reward, to spend at the utmost five thousand Rupees, but to request the Lord Director to bargain down from this sum as much as can be done with any decency; this amount not being exorbitant in comparison with the demand of 20,000 Rupees initially made, and with the harm that could have been caused to us through any false accusations drawn from that matter. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: P: L: Vernet, M:r Tsinsz:, L: Zuidland, I: H: Linner, I. C: Keit, C: Rietveld, C:M: Daeve, O: W: Falck, Secretary. Saturday, the 9th of March, Anno 1765. In the evening, all present. To approve the actions of the Kasimbazar servants to get the opium from Jellingi. The matters mentioned in the general Resolution of today having been dealt with, the further resumption was taken up of the secret letters received from Kasimbazar of the 26th ultimo and the 4th of this month, by the first of which notice is given that, notwithstanding the movements among the English at the Murshidabad Court which foretold a considerable change in the government, the outcome of the deliberations concerning the country's administration and ministry was not to be expected until after some days, and the Patna fleet having in the meantime arrived at Jellingi, the servants therefore, making use of the authority given to them pursuant to the secret Resolution of the 19th ultimo to settle the claim of his late Lord Father with the young Nawab, if possible, for fifteen to twenty thousand Rupees, had attempted, by offering first ten and subsequently fifteen thousand Rupees to the Diwan Nandakumar, to effect that the passage for our vessels should be reopened, but that this mercenary minister, having proudly spurned this offer and declaring in anger that what was offered could bear no comparison to what was demanded, the aforesaid servants offered nothing further, and in the meantime had written to and ordered Lieutenant Tissot to attempt, through an adequate yet moderate and economical expenditure, to persuade the Daroga of Jellingi and the guard stationed there to let the opium slip through, and to let the saltpetre and linen vessels remain at Jellingi ostensibly for the entire fleet until a more favourable opportunity; and as that order given to the aforesaid Lieutenant has had such an effect that, as appears from his letter of the 3rd of this month, he has agreed with the aforesaid Jellingi Daroga to be permitted to depart downstream under the pretext of illness with a small guard for his safety, under which pretext the opium was also transported over the shallows and subsequently loaded into small vessels, and has also already arrived here during the night between the 5th and 6th of this month; it was agreed to approve fully of the aforesaid proceedings. And resolution to buy off the dispute with the old Nawab from the new Government, if possible, with a double Nazarana. By the other of the two aforesaid Kasimbazar letters, the news was finally received of the long-expected change in the Government, consisting herein: that the Calcutta Council members John Johnstone and Leicester, together with the Kasimbazar chief Senior and agent Middleton, after some conferences held to regulate the affairs of state, government, and finance, had finally decided to declare Mir Jafar, son of the late Mir Muhammad Jafar Khan, as effective Nawab of Bengal, and to assign to him, for the conduct of the country's administration, as Naib Subah, the Lord Muhammad Reza Khan, both of whom had then also already been proclaimed as such at Murshidabad; and it having been seen further therein the servants' apprehension that, even if no further fine should be demanded, one would nevertheless not fail to make some claim
Dutch transcription
gewisselyk in 't vervolg, in hem, eenen vyand zoude vinden, die ons alle mogelyk nadeel zoude toebrengen, 't welk te ongelegener zoude komen, in de tegenwoordige tijden, daar men aan het Hof slegt staande, de strenge ordres die dikwerf tegen ons gegeeven wierden, eenlyk door de vriend „schapstrekkelijkheid vande mindere grooten, die de uitvoering aanbevolen was, konde modereeren, gelyk men daar van nog de versche blyken heeft met meerm: Fausdaar, zelfs, omtrent de ooglui„ „kende toelaating van den afscheep van goederen en den invoer van levensmiddelen, en verdere be„ nodigdheeden, blykens het aangetekende by secreet Resole. van den 1e. february Jongstleeden, niet tegenstaande het een en ander, door den Nawal verboden was; ende belofte, die hy nog heden gedaan heeft, om den Luitenant Iissot, die, blykens zyne brief van den 3e deezer met den amfioen van Jellingi is losgeraak en reeds te Neiseraai gearriveerd is, onver„ „hinderd het Moorsche fort te laten passeeren, eenlik onder voorwaarde, dat zulks, om geen oog te geeven, by nacht geschiede en dewyl het 337 het dus noodzaakelyk was hem, zo veel moge¬ „lyk deeze goede geneigdheid voor ons te doen behouden, 't welk zonder inde beurs te tasten, niet uitvoerlyk is; zo werd, uit aanmerking, dat er buiten de Fausdaar wel veertien of vyftien bed=s van den adaalet zyn, die daar in al mede de handen gehad hebben, en na maate van hunne differente qualiteiten, in de belooning zullen moeten deelen, goedgevonden en verstaan, uiter„ „lyk vyf Duizend Ropyen te spendeeren, dog den Heer Directeur te onverzoeken, van deeze Som, zo veel afte dingen, als met eenige voegelykheid geschieden kan; zijnde dat bedragen niet exorbitant, in vergelyking van de eerst gedaane Eisch van 20'000. Ropyjen, en van het nadeel, dat ons door eenige valsche beschuldigingen, uit die zaak getrokken; zoude hebben kunnen toegebragt worden. Actum Hoegle in Bengale datum ut supra /:getekend/ P: L: Vernet M:r Tsinsz: L: Zuidland. I: H: Linner. I. C: Keit. C& Rietveld. C:M: Daeve. O: W: Falix Wel Sec=ts Saturdag yl Saturdag, den 9=e Maart A=o 1765.— de verrichting en der kassemb=e bed:s om de amfioen van Jellingi Savons alle praesent. De zaaken by gemeene Resolutie van te krygen te approbeeren. heden vermeld afgehandeld zynde, zo werd getreeden ter nadere resumptie, vande van kassembazaar ontvangene secreete brieven van den 26=e passato en den 4=e hujus, by welk eerste, word kennis gegeeven dat niet tegenstaande de beweegingen, onder de Engelschen ten Morsid abaatschen Hove, welke eene aanmerkelyke verandering in 't gouvernement voorspelden, den uitslag vande beraadslaagingen over 's Lands bestier en ministerie, niet dan na eenige da„ gen te wagten en de Pattenasche vloot onder„ tusschen te Jellingi gearriveerd zynde, de bedien¬ „den derhalven, gebruik maakende van de hen, volgens secreete Resol=e van den 19=e pass=o gegeeve qualificatie, om by den Jongen Nawab„ de praetensie, van wylen zynen Heer Vader des mogelyk voor vyftien a twintig duizend Ropyen afte maaken, by den Duwan Neude koemaar, door aanbieding, eerst van tien en Vervolgens 338 vervolgens van vyftien duizend Ropyen, getragt hadden, te bewerken, dat de doortogt voor onze vaartuigen, weder zoude opengesteld worden, dog dat dien baatzuchtigen minister dit offer trotselyk versmaad hebbende, zig verstoond uit„ „laatende, het aangebodene met het geeischte in geen vergelyking te kunnen brengen, voorm. bed=e verder niets meer aangeboden, en midde„ „lerwijle den Luitenant Tissot aangeschreeven en gelast hadden, te trachten, den Daroga van Jellingi ende aldaar geplaatste wagt, door eene toereikende dog maatige en bezuinigde spendatie, te beweegen, den amfioen te laaten doorslippen, ende Salpeter en Lywaat vaartuigen, quasi voor de gantsche vloot te Jellingi, te laaten leggen, tot een gunstiger gelegenheid; en alzo die gegee„ „vene ordre aan voorm: Luitenant van dat effect is geweest, dat hy blykens zyne brief van den 3=e Hujus, met voorm: Jellingise Darooga, een is over„gekomen, om onder voorwendzel van ziekte, met een kleine wagt tot zyne zeker„ heid, naar beneden te mogen vertrekken, onder welk praetext, dan ook den amfioen, over de droogten getransporteerd, en vervolgens in kleine vaartuigen en besluit om het verschil met den ouden Nawab by de „lyk met een dubbelde Nesse„ „rane afte koopen. vaartuigen gelaaden zynde, ook reeds 's nachts tusschen den 5=en en 6=e deezer hier gearriveerd is; zo werd verstaan, de voorm: verrigtingen ten vol¬ len te approbeeren. By de andere van de twee voorm: kassem¬ nieuwe Regeering des moge„ bazaarsche brieven eindelyk ontvangen zynde, de tyding, vande lang verwagte verandering inde Regeering, hier in bestaande, dat de kalkatsche Raadsleden John Stone en Leicester, nevens het kassembazaarsch opperhoofd Senior en agent Middleton, na eenige gehoudene conferentien tot het reguleeren, der zaaken van staat, Regeering en finantie, eindelyk beslooten hadden, Mier Flori, zoon van wylen Mier Mhamet Jafferchan, als effectiven Nawab van Beugi te verklaaren, en hem, tot waarneeming van 's Lands bestier, als Naib soeba toetevoegen, de Heer Mhamet Rezachan, welke beide dan ook reeds, als de zodaanige te Morsid abaath geproclameerd waren; en daar by al verder gezien zijnde, der bed:s bedugting, dat, zo 'er al verder geen boete gevorderd mogte worden,sch men dog niet nalaaten zoude, eenige praetensi dee te „
English
339 to pass the gifts given at Patna to the King's Duwan. to suggest, in order at least to obtain the Nesserane given to previous Nawabs, and if possible double; thus, during the deliberation on this matter, it was considered that the granting of a nesserane upon the appointment of a new Nawab has been customary since ancient times and would now be less avoidable than ever; and that the granting of that tribute, especially at the beginning of the reign of the young prince, might well contribute to making him view us with a more favorable eye than under the previous administration, and therefore, in the hope that assurance will also be obtained that we will no longer be troubled in the future regarding the previous claim, and will furthermore be provided with a powerful senned according to custom, it was unanimously resolved to authorize the Kassembazaar chief Bacheracht and the second to deliver the usual and, if necessary, the double Nesserane. The King's Duwan at Patna, Lord Sitaabraai, who spent some time in Calcutta with Nawab Jaffer Alichan last autumn, upon his return to Patna, as appears from the secret letter received from there dated 6 February last, having been visited by the English chief and richly gifted, and on that account having expected the same from us, concerning which the administrators were commanded by letter of 26 February to make the necessary comparison between the wealth of the English and ours, and to observe that gifts can be made by them from a full purse, but by us must be done with a sparing hand; and furthermore, having seen by secret letter of the 18th ultimo that the aforementioned Lord, the day before the administrators went to visit him, had sent his Naib to warn that his master would gladly see that he be provided with some spices, which would be very agreeable to the King, the more so since the English chief Billers had given him such costly gifts, against which Chief Lafont indeed made the necessary representations, but upon the further insistence of the Naib that such a gift must be considered 340 as having been made to His Majesty himself, and that his Master would turn that gift to our advantage, it could no longer be postponed to visit the repeatedly mentioned Sitaabraai and at the same time present him with 100 lb cloves, 100 lb nutmegs, 75 lb cinnamon, and 75 lb mace, amounting together to ƒ129:18:7 cost price and ƒ2037:10:— sale price; this having been discussed, and judged that the gift was very moderate in comparison to the person to whom it had to be made, who upon refusal could have done us so much disservice, and especially when reflecting upon the insignificance of the cost price, it was therefore resolved to pass the aforementioned gifted goods; having been unavoidable without injury to the Company's honor and interests, and according to the aforementioned Patna letter, amounting to scarcely a third of what the Duwan would gladly have had. Done at Hoegli in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet, M. Tsinek, L. Zuidland, J. C. Linner, J. C. Kirt, C. Rietveld, C. M. Doeve, O. W. Falk, E. det texz. Tuesday Tuesday, 26 March Anno 1765. Insertion of two Memoranda of the expenditures made to the Hoegli Faujdar for various services. Before noon absent: the junior merchant Doeve due to business in the Company's service. Having seen by two specific Memoranda submitted by the Lord Director that the expenditure made to the Hoegli Faujdar Mier Baddelchan for the conniving permission of the import of provisions and necessities and the shipping off of goods, for which His Honour was requested and authorized by secret Resolution of 1 February last to give a moderate gift to the aforementioned Faujdar and his subordinates, had amounted to a sum of 2900:—. Sicca Rupees, as well as that instead of five thousand Rupees, as was decided by secret Resolution of the 5th of this month to deliver to the repeatedly mentioned Faujdar and servants of the Adalat for the declaratory judgment in question regarding the murder committed in this village, that matter had been settled for 4100:-:- Sicca Rupees; it was agreed to insert those Memoranda here for examination. Memorandum of such expenses as have been borne since the [illegible] that a perwanna from Nawab Mier Jaffer Alichan arrived for the faujdar here to obstruct our trade on all sides and prevent all supply, both to facilitate the supply of provisions and other necessities, as well as that of linens from the aurangs, and the shipping off of return cargoes by night, namely: To the Faujdar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1000:—.— Sicca Rupees To the Duwan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 400.—.— To the Daroga of the Buxbander . . . . . . . . . . . 500:—.— To the Danien of the same . . . . . . . . . . . . . 300:—.— To the Moeserief of the same . . . . . . . . . . . 100.—.— To the Daroga of the Mierbhaar . . . . . . . . . . 200:—.— To the Head Harkara . . . . . . . . . . . . . . . . 100:—.— To all the other Harkaras and guards who were posted everywhere, and were relieved several times by new guards . . . . . . . . . . . . . . 200:—. Total: 2900:—:— Sicca Rupees or 3262:8:— Current Rupees Underneath stood: Hoegli, 26 March Anno 1765. Memorandum
Dutch transcription
339 de te Pattena afgegeven ge„ rden schenken aen 's konings Duwan te passeeren. te opperen, om ten minsten de Nesserane, aan voorige Nawabs gegeeven, en des mogelyk dubbeld te krygen; zo werd, onder de deliberatie hier over, geconsidereerd, dat de afgaave van een nesserane by de aanstelling van een nieuwen Nawab, van ouden tyden af, in gebruik geweest zynde, thans minder dan ooit, zoude te ontwyken zyn; en dat de afgaave van dat servitut; voor van al, in den beginne, van den Regeering den Jongen vorst, veelligt zoude kunnen contribueeren, om ons met een gunstiger oog te doen beschou„ „wen, als onder het voorige bestier, en derhalven, in hoope, dat men teffens verzekering zal krygen, over de voorige praetensie in 't vervolg niet meer gemoeid, en voorts volgens het gebruik met een krachtige senned voorzien te zullen worden, eenpaariglyk geresolveerd, het kassemba„ „zaars opperhoofd Bacheracht en den secunde te qualificeeren, tot de afgaave van de gewoon¬ lyke en des noods tot de dubbelde Nesserane. S konings Duwan te Pattena, den Heer Sitaabraai, /:die met den Nawab Jaffer Alichan, in 't voorleede na Jaar eenigen tyd tensi G tyd te kalkatta doorgebragt heeft :/ by zyne te rugkomst te Pattena, blykens het van daar ontvangen secreet schryven van den 6=e february Jongstl: door het Engelsch opperhoofd bezogt en rykelyk begiftigd zynde, en uit dien hoofde van ons het zelfde verwagt hebbende, waar omtrent men by brieve van den 26e. february re de bed=e ge„commandeerd heeft, de nodige comparatie tusschen het vermogen der Engelschen en het onzer te maaken, en in acht te neemen dat de geschen„ „ken, bij hen uit een ruime beurs kunnen, dog by ons, met een spaarzaame hand moeten gedaan worden; en voorts by secreete brief van den 18 passato gezien zynde, dat voorm: Heer 'sdaags voor dat de bed=e hem waren gaan bezoeken, zynen Naib had gezonden, om te waarschouwen dat zynen meester gaarne zoude zien, dat men hem met eenige speceryen, die den koning zeer aangenaam zouden zyn, voorzage, te meer daar het Engelsch opperhoofd Billers, hem zulks kostbaare geschenken had gegeeven, waar tegen het opperhoofd Lafont, wel de nodige vertooning had gedaan, dog op de verdere aanhouding vanden Naib, dat zodaanig geschenk, moest aangemerkt worden, 340 worden, als aan zyne Majesteit zelve gedaan te zyn, en dat zyn Meester die gift, in onzer voordeele zoude doen gelden, niet langer had kun¬ „nen uitgesteld worden, om meerm= sitaabraai, te bezoeken, en terzelver tyd te beschenken, met 100. lb: Nagelen, 100: lb: Nooten muskaaten, 75: lb: kaneel en 75. lb: foeli, te Samen ƒ129:18: 7. in - en ƒ2037: 10:—. uitkoops beloopende; zo werd hier over gesproken, en geoor„ „deeld dat dat geschenk, zeer maatig was in ver„ gelyking van den perzoon, aan wien het zelve heeft moeten gedaan worden, die ons by weige„ „ring zo veel ondienst zoude hebben kunnen doen en voornaamelyk, als men reflecteerde, op de geringheid van het inkoops kostende, en derhalven geresolveerd, het voorm: verschon„ „kene te passeeren; zonder benadeeling van 's kompagnies Eere en belangen, niet te vermij„ den geweest zynde, en volgens het voorm: Pattenas schryven, pas een derde bedraagende, van het geen den Duwan gaarne zoude gehad hebben. Actum Hoegli in Renegale Datum ut supra /:get:/ G: L: Vernet, M=s Tsinek. L Zuidland J: C: Linner J: C: Kirt C: Rietveld. C: MC Doeve. O: W: Falk Edet texz. Dingsdag Dingsdag, Den 26=e Maart A=o 1765. insertie van twee Memorien der gedane spendatien aan den Hoeglischen Fausdaar voor diverse diensten. Voor de middag absent. de onder= koopman Doeve door bezigheden in 's komp=s dienst. By twee specificke Memorien, door den Heer Directeur overgelegd, gezien zijnde, dat de gedaane spendatie aan den Hoeglischen Fausdaar Mier Baddelchan, voor de ooglui„ „kende toelaating van den invoer van levensmiddelen en benodigdheden en den af¬ scheep van goederen, waar voor zin Achtb by secreete Resoloutie van den 1e February Jongstleeden verzogt en gequalificeerd is, voorm: Fausdaar en zyne onderhoorigen een maatig geschenk te geeven, een somme van sa r o/o 2900:—. beloopen had, als mede, dat in steede van vyf Duyzend Ropyen, zo als men by secreete Resolútie vanden 5=e hujus beslooten heeft, aan meerm: Traus„ „daar ende bedienden van den Adaaleth, voor 341 voor het bewuste Declaratoir, wegens de in dit Dorp gepleegde Moord, af te geeven, die zaak voor sa. ro/ 4100:-:- afgemaakt was; zo werd verstaan, die Memorien hier ter speculatie te insereeren. Memorie van zodanige on„ „gelden als er zedert den. . . . . . dat er een perwanna vande Nawab Mier Jaffer Alichan op den fausdaar alhier gekomen is, om onsen handel aller wegen te stremmen, en alle toe¬ „voer te beletten, gesupporteert zyn zo om den toevoer van levensmiddelen en andere benodigheeden, als die van de lywaaten uit de arrengs, en het af„ scheepen der retouren by nagt te faciliteeren te weeten. „ Duwan _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 400. —. — „ Daroga van de bagsbander. - . . . . . . . . . . . . . „ 500: —. — „ D'anien „ „ _:o - - - - - - - - - - - - - - - „ 300: —. — „ Moeserief „ „ _:o. . . . . . . . . . - - - - - - „ 100. —. — „ Daroga - „ „ Mierbhaar - - . - . . - - - - - - - - „ 200: —. — „ Hoofd Herkara - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 100: —. — alle de andere Herkaras en wagters die allerwegen ge¬ steld waren, en diverse malen van nieuwe wagters gereleveert zyn. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 200:—. Somma. . s=a r o/ao 2900:—:— ofte Court Roa/a 3262:8:— /onderstond/ Hoegli den 26=e Maart A=o 1765. — aan de fausdaar. . . . . . . . . . . . . . . . . . . s=a r o/o 1000: —. — Memorie ƒ e
English
Memorandum of such payments as have been made to the persons mentioned below, in order to prevent disputes with the Moorish government here, which they initiated against us on account of the murder of three women committed in the Company's village, and which by resolution of the 5th ultimo was approved to be settled for five thousand rupees, namely: to the other monries of the Adalet: 50: —. to two Cannegoos, each 50: 100: —. to Monsie of the Fausdaar: 100: —. to Daroga of the Adalet: 500: —. to Aghbaar Naurs: 50: —. to Casie: 500: —. to Sawananegaar: 50: —. to Duan: 500: —. to Naib Duan: 200: —. to Wakanaregaar: 50: —. The Fausdaar: Sicca ro/o 1500: —. his Naib: 500: —. Sicca ro/o 4100: —. Total or Current Rupees: 4612: 8: Underneath was written: Hoegli, the 20th of March Anno 1765. Done at Hoegli in Bengal, date as above. Signed: G: L: Vernet. Mr Ainen. L Zuidland, J: H: Zinnes, J: C: Kist. Cs Rietveld. C: M: Doeve. O: W. Falck, First Secretary. Friday 342 Resolution to commend the conduct of the Kassembazaar staff in the dispute with the Nawab. In the morning, absent: the members Doeve and Falck. Friday, the 19th of April Anno 1765. Whereas by secret letter from the Chief and the Second of the Kassembazaar factory, dated the 10th of this month, it was reported that the confused state of affairs at the Murshidabad Court, and the dissensions between the English and the Moors over the election and nomination of the ministers of the first rank; the alienation between the Nawab and the Naib Subah, through the instigation of the Dewan Nanda Kumar, about whom even the English complained; the machinations of that minister to retain his office and again of others to be appointed to it; and finally the uncertainty as to whom one could trust in such delicate circumstances, had kept those servants from making any movement thus far towards settling the Nawab's pretensions; since it was certain, or at least very probable, that the Nawab, following the counsel of Nanda Kumar in everything, would have spurned the offer of a double as well as a regular Nazarana without the intervention of a third party who had sufficient authority, while employing the Naib Subah, or any other distinguished person as mediator, would have greatly harmed the matter instead of advancing it, for which reason this had then been postponed until a favorable opportunity might present itself, for which the arrest of Nanda Kumar, because of a discovered treacherous correspondence with the enemies of the English, and his dispatch to Calcutta, would indeed give hope, were it not that the Nawab, dissatisfied with those proceedings against his favorite, had removed himself from Murshidabad to await the outcome of that matter in absence; so it was, after this had been discussed, approved and understood to commend the aforementioned servants' prudent conduct in this matter, and furthermore, since being close at hand they can judge better than we whether the opportunity that might present itself to succeed as desired were acceptable or not, and that requesting and awaiting orders for the same might sometimes pass by, and thus the chance be missed, resolved to authorize them, without asking any further orders in this regard, to proceed on a fitting occasion to that which they are already authorized to do according to the resolution of the 9th of March, namely the payment of the regular, and if necessary, the double Nazarana. Done at Hoegli in Bengal, date as above. Signed: J: L: Vernet. Ms Fsicier. L: Zuidland, I: H: Zinnes. I: C: Kist. Cs Rietveld. C: M: Doeve, O: W: Falck, First Secretary. Friday Resolution to intercede, if possible, for the preservation of the Dewan Lahorimal. Absent: The members Doeve and Falck. Friday, the 26th of April 1765. In the morning. The Director having communicated to the meeting that his Honor was informed on good authority that the Hooghly Dewan Lahorimal would shortly be arrested with all his papers and effects, taken to Murshidabad, and possibly removed from his post; and having consequently submitted for consideration whether, since this man has shown himself well-disposed to the Company's interests in all respects and has never failed to be of service to us on one occasion or another, one ought not to attempt to prevent his misfortune, as it certainly was not a matter of indifference with whom one had to deal in such close proximity, or which person would be appointed to that post; so it was approved and understood to concur with this, and consequently to write to the Kassembazaar Chief and Second to employ, if possible, one means or another for the preservation of the aforementioned Lahorimal. Done. Tuesday
Dutch transcription
Memorie van zodanige af¬ „gave als er ter voorkoming van historialen met de Moorsche Re„ „geering alhier die zy ons, wegens het gepleegde moord in 's komp:s dorp van drie vrouwen, gesseiteert hebben aan de order te meldene persoonen gedaan is, en by besluit van den 5=e Jongstleeden goedgevonden is voor vyf duyzend ropyen af te doen, te weeten. ver de verdere monries van d' adalet. . . . . . - - - - - „ 50: —. twee Cannegoos ider 50. -. . . . . . . . . . . . . . . „ 100:—. „ Monsie vande fausdaar _ _ - - - - - - - - - - - „ 100: —. – „ Daroga van d' Adalet _ _ _ - - - - - - - - - - - - „ 500: —. — „ aghbaar Naurs - - - - - - - - - - . . . . . . „ 50: —. – „ Casie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 500: –. – „ Sawananegaar. - – - - - - . . . . . . . . . . . „ 50: –. – „ Duan - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 500: –. – „ Naib. Duan - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 200: —. „ Wakanaregaar - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 50: —. – De fausdaar. . . . - - - - - - - - - - - - - - - s=a ro/o 1500:—. — „ Naib – - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 500: —. ro/o 4100:—:— G fa E Somma 9 ofte Courant Rop= 4612: 8: /:onderstond:/ Hoegli den 20=e Maart A„o 1765. Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:getekent:/ G: L: Vernet. M=r Ainen. L Zuidland, J: H: Zinnes J: C: Kist. Cs Rietveld. C: M: Doeve. O: W. Falix Eset t Vridag 342 besluit om het gedrag der karsa bed in het verschil met den Nawab te laudeers. smorgens absent: de Leden Doeve en Falck Vridag, den 19=e April Anno 1765. By het secreet schryven van het opperhoofd en den secunde ten kantoore kassembazaar, in dato 10=e dezer, gemeld wordende, dat de ver¬ waarde toestand van zaaken, aan 't Morsid¬ abaatsche Hof, en de oneenigheden tusschen de Engelschen en Mooren, over de verkiezing en benoeming der Ministers van den Eers„ „ten Rang; de verwidering tusschen den Nabab Rang en den Naib Soeba, door aanstooking van den Duwan Nende koemaar, over wien de Engelschen zelfs klaagden; de kuiperyen van dien Minister, om zyn ampt te behouden en weder van anderen, omdaar in gesteld te worden; eindelyk de onzekerheyd, aan wien men zig in dergelyke netelige omstandigheden konde vertrouwen, die bedienden wederhouden had, om tot nu toe eenige beweeging, tot afmaa„ „king van 's Nawabs praetentie te maaken; alzo het zeker, ten minsten zeer waarschynlyk was, dat de Nawab, in alles de raadgeeving van Neudekoemaar volgende, zonder tusschen komst van ret p — van een derde, die authoriteits genoeg had, de aan„ bieding van een dubbelde, zo wel als van een gewoone Nesserane zoude versmaad hebben, terwyl het employeeren van den Naib Soeba, of eenig ander aanzienlyk perzoon, als middelaar, de zaak, in steede van te bevorderen, ten uiterste benadeeld zoude hebben, weshalven zulks dan was uitgesteld tot dat zig een gunstige gele„ „genheid mogt opdoen, waar toe het arrest van Nendekoemaar, wegens eene ontdekte verrader„ „lyke briefwisseling met de vyanden der Engelschen en zyne verzending naar Kalkatta, wel hoope zoude geeven, waare het niet, dat den Nawab„ over die procedures tegen zynen gunsteling, te onvreede, zig, om afweezig den uitslag dier zaak afte wagten, van Morsid-abaath verwyderd had; zo werd, na dat hier over gesproken was, goed „gevonden en verstaan, der voorm: bedn voorzichtig ge¬ „drag in deeze, te laudeeren, en voorts, alzo zij van naby, beter als wy komen oordeelen, of de gelegen„ „heid, die zig mogte aanbieden, om na wensch te reusseeren, acceptabel ware dan niet, en dezelve met ordres te verzoeken en aftewachten, somwylen zoude kunnen voor bygaan, en dus de kans ver„ „keeken 343 „keeken worden, geresolveerd, hen te qualificeeren, om zouder hier omtrent verder eenige bevelen te vraagen, by bequaame occasie te treeden, tot het geene waar toe ze reeds, volgens besluit van den 9=e maart, geauthoriseerd zyn; namelyk, de afgaave, vande gewoone en des noods de dubbelde Nesserane. Actum Hoegliir Bengale datum ut supr /:get:/ J: L: Vernet: M=s Fsicier. L: Zuidland, I: N:n Zinner. I: C: Kist. C:s Rietveld. C: M: Doeve, O: W: Faeer Edet seer=ts Vrijdag besluit om des daenlyk voor 't behoud van den dun Lahonmal te uitercedee, nen. absent: De Leden Doeve en Falck. Vrijdag, den 26=e April 1765. 'S morgens De Heer Directeur aan de vergadering ge„ communiceerd hebbende, dat zyn Achtbaare, van ber me goede hand geinformeerd was, dat de Hoeglische Di „wan Lahorimol, eerstdaags, met alle zyne pa„ „pieren en effecten in arrest genomen, naar Mons abaath gevoerd, en mogelyk wel uit zyne post gezet zoude worden; en dienvolgende, in overweeging gegeeven hebbende, of men, vermits deeze man, zig in allen op„ zichten voor 's komp=s belang genegen getoond, en min„ „mer gemankeerd, had, ons by de eene of andere occasie van dienst te wezen, niet behoorde te trachten, deszelfs ongeluk voor te komen, alzo het zekerlyk niet onver„ schillig was, met wien men, zo digt in de nabuur„ „schap te doen moest hebben, of welke persoon, in die post gesteld wierde; zo wierd goedgevonden en ver„ „staan, zig daarmede te conformeeren, en het kas„ „sembazaarsche opperhoofd en secunde dienvolgende aante schryven, om, des doenlyk, 't een of ander middel tot behoud van voorm: Lahorimol, in 't werk te stellen Actum -. Dingsdag
English
Tuesday the 22nd of May Anno 1765. In the forenoon, all present. The Chief and Second of the factory of Kasimbazar, as appears from their secret letter of the 10th of the past month, having not yet been able to make any progress concerning the settlement of the unreasonable claim of the Nawab, as is already broadly recorded in the secret resolution of this assembly of the 19th of the same month, and the Lord Director therefore proposing whether, since His Honour was departing today in person with some Members for Calcutta to welcome the newly arrived Governor, Lord Robert Clive, it would not be advisable on that occasion to attempt, through the intervention of His Lordship, to finally put an end to the aforesaid demand, which is as unjust as it is troublesome and damaging, especially as the Nawab and the principal Moorish court grandees are also in Calcutta, and the opportunity for this seems very favourable; it was thus, after ripe deliberation, considering that due to the unyielding nature of the prince this is the only path that can be taken to arrive at a desired outcome, unanimously approved and agreed to conform to the aforesaid proposal, and consequently to authorize the Lord Director to speak with the frequently mentioned Lord about this matter and, through his influence, if possible, to bring about that the dispute, which has lasted so long, be finally settled, even if it were for double the Nesserane, if it cannot be bargained down, and that navigation and trade, which until now have remained obstructed, be reopened. Done at Hoegli in Bengal, dated as above /signed/ J: L: Vernet. Mk Isinck. L Zuidland. P: H: Kinner. I: C: Kist. C:s Rietveld. C: M: Daeve. O: W: Falin. Friday the 31st of May 1765. In the forenoon. Absent: Captain Zinner. After the conclusion of the business contained in the general Resolution of today, the Lord Director communicated to the assembly that His Honour, upon his arrival in Calcutta, having found the Governor, Lord Robert Clive, in a favourable disposition, had entertained His Lordship on a suitable occasion regarding the claim of the Nawab; That this Lord, acknowledging the unreasonableness thereof, had promised his assistance in that regard and wished that the Lord Director, in order to see a desired end to it, remain a few days in Calcutta and go with him in person to the prince; That this, being an offer not to be refused, was carried out, and on that occasion Lord Clive used the most friendly expressions to bring the Nawab to better feelings towards us, presenting to him that the two Nations must at present be regarded as but one; and in response to the expressed surprise of the prince, who said he well knew that this friendship had not always been so great, answered that the former disputes were entirely forgiven and forgotten, and had given way to mutual harmony and unity, which he hoped the Nawab would take into consideration and allow our trade henceforth, like that of the English, to be carried on unhindered; That consequently the Nawab, after having quasi made some further objections, both regarding the alleged disrespect shown to his late father, the magnitude of the claim, and otherwise, finally declared that he would be satisfied with the Nesserane as it was customary to be given, and that he furthermore, on his return journey to Murshidabad, would stop briefly at Hoegli to be greeted by the Lord Director and to receive the same gifts as had taken place regarding his aforesaid father, the Lord Nawab Mir Muhammad Jafar Khan, in the year 1759; and that the dispute would thereby be ended, and navigation and trade, hitherto obstructed for us, would be reopened; That His Honour, seeing no chance to get out of it with less damage, especially as, even if no claim had been made beforehand, one would now nevertheless have had to give the Nesserane upon the installation of the Nawab according to custom, judged that this occasion should not be allowed to pass, and therefore declared that he approved of this settlement and agreed to it; which having been discussed at length, and it being noted that thereby the difficulties that have lasted so long are finally cleared out of the way, and the objective intended in so many resolutions taken on this subject has thus been achieved; it was resolved by unanimous vote to conform to what has been accomplished by the Lord Director and to keep a record of the above. Done at Hoegli in Bengal, dated as above /signed/ G: L: Vernet. M. s Fiucx. L Zuidland. I: A: Limeer. J: C: Kirt. C:s Rietveld. C: M: Dueve. O: W: Faler.
Dutch transcription
344 Dingsdag den 22=e Mei A=o 1765. besluit on zij met reze, ge„ re proporitie van den van ter Directeur tot het niet den ravas te Confor„ umeer. voor de middag alle praesent. Het opperhoofd en secunde ten kantoore kas„ verlissen van het disput, sem bazaar, blykens hunne secreete brief van den 10=e der gepasseerde maand, nog niets hebbende kunnen vorderen, omtrent de afmaaking der onbillyke prae„ „tensie van den Nawab, zo als zulks reeds breedvoe¬ „rig aangetekend staat, by secreet besluit deezer vergaderinge van den 19=e derzelfde maand, en de Heer Directeur derhalven proponeerende, of het, vermits zyn Achtb: heden zelfs met eenige Leden naar kalkatta vertrok, om den nieuw aangekome„ „nen Gouverneur Lord Robert Clive, te verwel„ „komen, niet raadzaam zoude wezen, by die gele„ „genheid, te trachten, door tusschenkomst van zyn Lordschap, de voorm: zo onrechtvaardige, als verdrietige en schadelyke vordering eindelyk eens uit de wareld te helpen, alzo de Nawab en voor„ „naamste Moorsche Hofs grooten mede te kalkatta zynde, de kans daar toe zeer schoon schynt te staan: zo werd na rype deliberatie, uit hoofde, dat dit wegens de onrekkelykheid van den vorst, de eenigste eenigste weg is, die men kan inslaan, om tot een ge„ „wenscht einde te geraaken, eenpaariglyk goedgevonden en verstaan, zig met de voorm: propositie te confor„ „meeren, en den Heer Directeur dienvolgende te quali„ „ficeeren, om meerm: Lord over die zaak te spreeken en, door deszelfs vermogen, is 't mogelyk, te bewer„ „ken, dat het zo lang geduurd hebbende verschil, einde„ „lyk, al was 't voor de dubbelde Nesserane, als 't niet minder te bedingen is, afgemaak, en de vaart en handel, die tot nog toe, gestremd is gebleeven, weder opengesteld worde. re Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /get:/ J: L: Vernet Mk Isinck. L Zuidland. P: H: Kinner. I: C: Kist. C:s Rietveld C: M: Daeve. O: W: Falin Edetsextr Vrijdag 345 Vridag, den 31=e Mei 1765. voor de middag verlog van den Heer R; reetens of dessel eeken schikking omtrent de quatie met den Newab. absent: de kapitein Zinner. Na het afloopen der zaaken, by gemeene Resolutie van heden vervat, communiceerde de Heer Directeur, aande vergadering, dat zyn Achtbaare, by deszelfs komst te Kalkatta, de Gouverneur, Lord Robert Clive, in gewenschte dispositie gevonden heb„ „bende, zyn Lordschap, by bequaame gelegenheid, over 's Nawabs praetensie had onderhouden, Dat die Heer, de onreedelykheid daar van avoueerende, daar omtrent zyne hulp beloofd had, en gewild dat den Heer Direc„ „teur, om daar van een gewenscht einde te zien, eenige dagen te kalkatta vertoeven, en in persoon met hem, by den vorst zoude gaan; Dat dit als niet te weigeren zynde, gevolg genomen hebbende, had de Heer Clive, zig by die gelegenheid, vande vriendelykste bewoordingen bediend, om den Nawab, ten onzen opzichte in betere gevoelens te brengen, hem vertoonende, dat de twee Natien, tegenwoordig, maar als een moetten aangemerkt worden; en op de betoonde verwondering van den vorst, die zeide, wel te weeten, dat die vriendschap, 2 li„ 18 vriendschap, niet altoos zoo groot was geweest, ant„ woordende, dat de voorige verschillen, ten eenemaale vergeeven waren en vergeeten; en plaats gemaakt hadden, voor een onderlinge harmonie en eens gezindheid, die hy hoopte dat den Nawab zoude in Consideratie neemen, en onzen handel, voortaan, gelyk die der En„ gelschen, onverhinderd laaten dryven; Dat dienvolgende Nawab, na guasi, nog eenige tegenwerpingen, zo we„ „gens, de zogenaamde kleinachting, wylen zynen Heer Vader aangedaan, de grootheid der vorderinge, als an„ „derszins, gemaakt te hebben, eindelyk verklaard had, te vreede te zullen zyn, met de Nesserane, zo als die gewoonlyk wierd gegeeven, en dat hy voorts, zig by zyne te rug reize naar Morsid-abaath te Hoegli, korte tijd zoude ophouden, om door den Heer Directeur begroet, en even zo beschonken te worden, als omtrent voorm=t zynen vader, de Heer Nawab Mier Mahometh Jafferchan, in den Jaare 1759. had plaats gehad; en dat daar mede het verschil geeindigd, zoude zyn, en de vaart en handel, tot dus verre voor ons gestrend, weder opengelaaten zoude worden; Dat zin Achtbaare, geen 346 Woensdag die geagreërd word geen kans ziende, om 'er min schadelyk afte komen, alzo men, al was 'er te vooren geen praetensie gemaakt, tog thans mits de aanstelling van den Nawab, volgens gewoonte, de Nesserane zoude hebben moeten geeven, geoordeeld had, deeze occasie niet te moeten laaten voorbygaan, en derhalven betuigd had, deeze schik„ „king te approbeeren en daarin toe te stemmen; waar over in 't breede gesprooken, en aangemerkt zynde, dat dus eindelyk, hier door, de zo lang geduurde heb„ „bende zwaarigheden, zyn uit den weg geruind, en dus bereikt het oogmerk, dat men, by zo veele, over dit onder„ „werp genomene besluiten, heeft bedoeld; zo werd, met eenpaarigheid van stemmen geresolveerd, zig met het verrichte door den Heer Directeur te conformeeren en van het voorenstaande aanteekening te houden. Actum Hvegli in Beugale datum ut Supra /:getekend:/ G: L: Vernet. M. s Fiucx L Zuidland. I: A: Limeer, J: C: Kirt. C:s Rietveld C: M: Dueve. O: W: Faler Edetkcr
English
Wednesday, the 26th of June 1765, in the forenoon. All present. The Governor of Calcutta, Lord Robert Clive, having passed upriver by water this morning without stopping here, as his Lordship had promised the Director, but for which he excused himself by a polite note on account of fatigue, and there having thus been no opportunity to speak with that gentleman concerning the collections of opium and saltpetre, regarding which he has expressed a desire to make the necessary arrangements at Morsidabaath; it was submitted for consideration by the Director whether it would not be advisable to furnish the Kassembazaar Chief, the Honorable Johannes Bacheracht, with our orders on this matter, so that, in case the aforementioned Lord should see fit to enter into a conference with him about it, his Honor might know how to conduct himself; which was likewise judged necessary by all the members. Next, consideration was given to what should be done regarding the important article of saltpetre. Concerning which, the meeting, persisting in its previous opinion expressed in the secret Resolutions of the 19th of October of the past year and the 29th of January of the current year, not to make use of the privilege ceded by the English Company for the benefit of ours to make purchases for our own account wherever and whenever we saw fit; yet judging that, on the basis of that cession, one could certainly and ought to insist upon a more equitable distribution than that with which the English gentlemen attempted to put us off in the year 1763; it was resolved to instruct the aforementioned Kassembazaar Chief (separately, since the Secunde never sees the separate letters and thus has no knowledge of these matters) to steer the matter, if possible, toward concluding a contract similar to that of the year 1745 (a copy of which it was understood should be sent thither), in which the French were also included, and who certainly, now that they are beginning to re-establish themselves here, will again desire a portion of the collection; and if feasible, to stipulate therein that the collection take place year and year about by the English and Dutch Chiefs. But since this could probably not be obtained, it was simultaneously approved to write to him that we would be satisfied if the collection were made solely by the English Chief and our portion were ceded to us annually, provided that it were somewhat larger than the third part which was offered to us in 1763, of which nothing was ceded to us that same year, and in the last only 6578. But since, in this case, the pleasure of Lord Clive would certainly decide the matter, and his intention being unknown, no firm decision could be taken in that regard, it was approved and understood—in order not to cause any loss of time by asking for orders—further to instruct him that if the above proposals should find no acceptance, he should then negotiate the best possible conditions and, as far as necessary, stand upon our rights to obtain an equitable distribution. Concerning the opium (about which some members maintained that, as this article is handled so secretly that even the indents are known nowhere but through the separate letters, it did not belong to the deliberations of the entire meeting), it was judged that a good outcome was certainly to be expected from the agreement between the respective Chiefs if it could be brought about that private traders be prevented from meddling in that trade; and consequently, it was approved and understood also to instruct the aforementioned Chief Bacheracht to persuade Lord Clive, if possible, to this end, as it would cost him but a word and he did not appear disinclined to counter the abuses of private traders. On this occasion, upon the proposal of the Director, it was further approved and understood to write to the aforementioned Kassembazaar Chief to intimate casually to Lord Clive that, notwithstanding the abolition of the Peeskes having been stipulated in the contract of the year 1760, we have nevertheless had to pay it up to the present; in order to bring it about thereby, if possible, that we remain entirely exempt from it in the future; without it being necessary, however, to insist strongly upon it if it should be noticed that this is not listened to willingly, in accordance with the secret letter from the Supreme Government of the Indies of the 25th of August 1761. Lastly, it was resolved to inform the Chief and Secunde at the aforementioned Kassembazaar factory of the agreement made with the Nawab, and at the same time to instruct them to settle that matter; and since it is not certain whether the Prince will be satisfied with the single Nesserane, to attempt this first, and upon refusal to offer something more, and at most the double welcome gift. Done at Hooghly in Bengal, datum as above. Signed: G: L: Vernet. Ik Huur. L: Zuidland. J: A: Lieer. J: C: Kiet. C: Rietveld. C: M: Doeve. O: W: Faler, Secretary. Friday
Dutch transcription
Woensdag, den 26=e Juni 1765. voorde middag arnert om het kopsen, bosaersche opperhoofd te qualificeeren, om met Lor Clive eenige schikking te maken del De kalkatsche Gouverneur Lord Robert clive, heden morgen, te water, naar boven, gepas„ in den salpeterhau, seerd zynde, zonder hier aante komen, gelyk zyn Lordschap zulks aan den Heer Directeur beloofd had„ dog waar van hy zig door een beleefd briefje, uit hoofde van vermoeidheid heeft verontschuldigd, en hier door geen gelegenheid geweest zynde, om dien Heer, over de inzamelingen van amfioen en salpeter„ waar omtrent hy zig uitgelaaten heeft, te Morsid- abaath de nodige arrangementen te willen maa„ „ken, te kunnen spreeken; zo wierd, door den Heer Directeur, in consideratie gegeeven, of het niet raad„ „zaam zoude wezen, het kassembazaarsch opper„ „hoofd den E. Johannes Bacheracht daar omtrent met onze ordres te munieeren, ten einde zyn E, by aldien voorm=e Zord mogt goedvinden, daar over met hem, in konferentie te treeden, weeten mogte waar na zig te reguleeren; 't welk door de gezament „lyke Leden, mede noodzaakelyk geoordeeld zynde, alle praesent. zo 19 347 zo wierd vervolgens in overweeging genomen, wat er omtrent het importante, artikel van salpeter te doen stond. Belangende het welke, de vergadering, nog in haar voorig gevoelen, vermeld, by secreete Resolutie van den 19=e october a. p. en den 29=e Ja„ „nuari h. a. om van het, door de Engelsche komp=e ten behoeve der onze, afgestaan voor recht, om de inkoopen voor onze eige reekening te mogen doen, waar en wanneer het ons goed dacht, geen gebruik te maaken, blyvende persisteeren; en echter oordeelende, dat men op fundament dier afstand, zekerlyk konde en behoorde te insteeren op eene meer billike verdee„ „ling, dan waar mede de Heeren Engelschen, in 't Jaar 1763. getracht hebben, ons aftezetten; zo wierd wel geresolveerd, om het voorm: kassembazaarsch opperhoofd, (:afzonderlyk, alzo den secunde, nooit de aparte brieven onder het oog krygende, dus ook geene oopening van deeze zaaken heeft:/ te gelas„ „ten, zo 't mogelyk was, de zaak daar heen te diri„ „geeren, dat 'er een dergelyk kontrakt als in 't Jaar 1745. /(waarvan verstaan werd, kopy der„ „waards te zenden /geslooten wierde, waar onder de 19. de Franschen mede begreepen waren, en die zekerlyk tegenwoordig, datze zig hier beginnen te herstellen, weder een portie in den inzaam begeeren zullen, en zo 't doenlyk was, daar by te bedingen, dat de inzaameling, Jaar om Jaar, door het Engelsche en Hollandsche opperhoofd geschiedde, dog dewyl dit waarschynlyk niet verworven zoude kunnen wor„ „den teffens goedgevonden hem aan te schryven, dat men zig zoude te vreede houden, dat de inzaameling alleen door het Engelsche opperhoofd gedaan en ons Jaarlyks onze portie afgestaan wierde, mits die maar wat groote ware, als het derde deel, 't welk ons in 1763. aangeboden, dog waar van ons dat zelfde Jaar niets en in het laatste maar 6578. is afgestaan; Dan nadien, in dit geval, het goedvinden van Lord Clive, zekerlyk decideeren zoude, en men dus¬ desselfs intentie niet weetende, ook daar omtrent geen vast bessluit kande neemen, zo werd, om door het vraa„ „gen van ordres geen gelegenheid te geeven, om tijd te verliezen, goedgevonden en verstaan, al verder te gelasten, om by aldien de voorenstaande propositien geen ingang mogten vinden als dan de beste konditien 348 zo ook omtrent die der cemfiden en der mogelyx ook om de afschaffing te houen konditien mogelyk te bedingen, en zo veel als nodig ware, op ons recht te blyven staan, om een billyke verdeeling te verkrygen. Betreffende de Amfioen /:waar omtrent eenige Leden sustineerden dat dit artikel zo geheim behandeld wordende, dat zelfs de Eisschen nergens dan by de aparte brieven bekend stonden, niet tot de deliberatien der geheele vergaderinge gehoorde :/ wierd geoordeeld, dat van de over eenkomst tusschen de wederzydsche opperhoofden, zekerlyk een goed succes te wochten was, als men te wege konde brengen, dat den particulieren trafikanten belet wierde, in dien handel te woelen, en dienvolgende goedgevonden en verstaan, het voorm: opperhoofd Bacheracht, almede te gelasten, Lord Clive, die zulks maar een woord te kosten, en niet ongenegen gescheenen heeft, om de morsseryen der particuliere handelaars tegen te gaan, hier toe, is 't mogelyk, overtehaalen. Bij deeze gelegenheid, werd op de propositie tien van het peerker aen van den Heer Directeur al verder goedgevonden en verstaan, het meerm=r kassembazaarsch opperhoofd, aan te schryven, van ter zide, aan Lord Clive, te k zyn Een de secunde de afmaning van s Nawabr praesentie te bedeelen te kennen te geeven, dat men, niet tegenstaande de afschaffing van 't Peeskes, by 't kontrakt van 't Jaar 1760. bedongen is, tot nog toe hetzelve echter heeft moeten betaalen; om daar door, is 't mogelyk, te bewerken, dat men daarvan in 't vervolg, ten eene„ de „maal bevryd blyve; zonder, dat het nochtans nodig een is, daar op sterk te insteeren, als bemerkt mogte wor„ „den, dat daarna niet gewillig geluisterd wierde, ingevolge secreete brief van de Hooge Indische Regeering van den 25=e Aug=s 1761. Laatstelyk wierd nog geresolveerd, het opperhoofd en secunde ten meerm: kantoore kassembazaar, thans van de gemaakte overeenkomst met den Nawab, kennis te geeven, en teffens te lasten, die zaak afte maaken; en dewyl het niet zeker is, of de vorst zig met de enkelde Nesserane zal vergenoegen, dit eerst te tenteeren, en by weigering iets meerder en uiterlyk de dubbelde welkomst gifte aante bieden Actum Hoegei in Bengale Dabuen ut Supra /:get:/ G: L: Vernet. Ik Huur L. Zuidland. J: A: Lieer. J: C: Kiet C: Rietveld C: M: Doeve. O: W: Faler &ser sects. Vrijdag
English
349 Friday, the 2nd of August in the year 1765. The Director shall address Lord Clive regarding saltpetre. Before noon absent: the members Zuydland, Rietveld, and Doeve; the first on a mission downriver, the others due to indisposition. The matters described by today's public resolution having been dispatched, it was made known by the Director that the chief and the second in Patna, in their separate letter of the 17th ultimo addressed to His Honour and the Honourable Chief Administrator, reported that for the present 8995 maons of saltpetre would be weighed out to us. They added thereto, as had already been mentioned in a separate letter from the same servants dated the 1st of July, that last year we were only granted a portion of that saltpetre which was collected in the outer districts, and nothing of what was refined at Sjoppra, Singia, and Mouw. And since from a note from the English second Francis Hare, who has taken charge there owing to the death of the chief Billers, it appeared that the aforementioned parcel which provisionally would be weighed out to us was solely saltpetre from the outer quarters, and thus we would probably again this year, as in the last, be put off with too small a quantity; wherefore it was approved and resolved to request the aforementioned Director to urge Lord Clive in private not only that we obtain a larger portion than last year from the saltpetre collected outside, but that we also be granted a part of that which is refined in their own lodges at Sjoppra, Singia, and Mouw. Done at Hoegli in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet, M. Tsanck, L. Zuidland, J. A. Zumer, D. C. Kist, O. W. Falck. The Secretary. Tuesday 350 Tuesday, the 20th of August 1765. To make further representations regarding the request for saltpetre. Before noon absent: the Master of the Equippage Zuydland and the merchant Kist, the latter due to indisposition. The Director communicating to the assembly that His Honour, pursuant to the secret resolution of the 2nd of this month, had not only addressed himself on the subject of the saltpetre to Lord Clive, but subsequently, as His Lordship is so far upcountry, had conferred about it with Mr Summer, and furthermore producing the answer received from the last-mentioned, it was observed with surprise that orders had been sent to the English factory at Patna to deliver to us the same quantity of saltpetre as we had received last year, whilst at the same time reasons were demanded why, contrary to the previous instructions of the Calcutta Council, satisfaction had been refused on that point. Which answer, so contrary to the request made, having been earnestly considered, it was—since far from being content with so small a portion as that of last year, one had insisted upon a larger one and also upon a part of the saltpetre being refined in their own lodges, and moreover had not stated that their servants had refused satisfaction in that regard—judged that some misunderstanding must lie behind this, perhaps caused by a poor translation of the Director's letter. And therefore it was unanimously approved and resolved still to request His Honour to make the necessary representations to the aforementioned Mr Summer in that regard and, by being a little more circumstantial, to attempt to give him a clearer idea of the request made to him; which the Director took upon himself. Done at Hoegli in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet, M. Tsanck, J. A. Zumer, C. Rietveld, C. M. Doeve, O. W. Falck. Agrees. D. D. Falck, Secretary. Secret copy. 351 Batavia Report of the resolutions taken concerning the dispute with the Nawab. To His Excellency The Right Honourable and Highly Respected Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and its East India Company, together with The Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable and Far-Ruling Lords! We had the honour to inform Your Honours, by our respectful secret letter of the 25th of August last, that the Nawab Mir Mahomed Jafar Khan had declared that, upon arriving in Bengal, he would settle the matter over which he was displeased with us. His Excellency also did not wish to accept the nazar at Murshidabad which the Chief wished to offer him, and did not even grant an audience to the vakil. The same occurred when, upon his departure for Calcutta, the courtier from here went to meet him with the customary gifts; even his son, going from Calcutta to Murshidabad in the month of [illegible], refused to grant the vakil an audience. However, no move was made nor any demand made by His Excellency, who had already arrived in the beginning of September; thus leaving us in continual uncertainty as to how this would ultimately end. We were all the more uneasy over this silence when the impending arrival of Mr Robert Clive was heard rumoured, fearing that the presence of that gentleman would make the matter appear even worse. And since it was sufficiently certain that an expenditure here would not be avoidable, it was judged
Dutch transcription
349 Vrijdag, den 2=e Augustus A=o 1765. de Heer Directeur zal een bij Lord Clive ad, drer seers om salpeten voor de Middagabsent: de Leden Zuydland, Rietveld en Doeve; de eerste in kommissie naar beneden; de anderen door indispositie. De zaaken, by públieke Resolútie van heden, beschreeven, afgehandeld zynde, wierd door den Heer Directeur te kennen gegeeven, dat het opperhoofd en den secunde te Pattena in hunne aparte brief van den 17=e passato, aan zyn Achtb: en den E. Hoofd administrateur gericht, bericht geevende, dat ons voor eerst 8995. maons salpeter zouden toegewoogen worden, daar by voegden gelijk zulks reeds by aparte missive derzelfde bed=e van den 1e Juli, gemeld was, dat ons voorleede Jaar eenlyk was afgestaan, een gedeelte van die salpeter, die in de buiten districten was ingezameld, en niets van 't geen te sjoppra, singia en Mouw was gestookt, en dat dewyl by een briefje van den Engelsch secunde Francis Hare, die aldaar; mits het overlijden van het opperhoofd Billers het ge„ voerd, bleek, dat de voorm: party, die ons, by provisie zoude toegewoogen worden, eenlyk salpeter uit de buiten wor„ volge tveld 20. buiten quartieren was, dus waarschynlyk wederom dit Jaar, zo als het voorleede, met een al te geringe quantiteit zoude afgezet worden; weshalven wierd goedgevonden en verstaan, voorm: Heer Directeur te verzoeken, by Lord Clive in 't par„ lat „tikulier aan te drringen dat men niet alleen een grootere portie dan het voorige Jaar kryge, uit de buiten ingezamelde salpeter, maar dat ons ook een deel afgestaan worde, van die, in hunne eigene Loges te sjoppra, singia en Mouw gestookt is. Actum Hoegli in Bengale dat min ut Sipra /:get:/ G: L: Vernet. M: Tsuuek. L: Zuidland. J: A: Lumer, D: C: Kirt: . . . . . . O:W: Kalck . Het sectr Dingsdag 350 Dingsdag, den 20=e Augustus 1765. voor naderen vertooning te laten doen over het verroe„ om salpeter. de middag absent: de Equipagemeester Zuydland en de koopman kist, de laatste door onpasselykheid De Heer Directeur aan de vergadering communiceerende, dat zyn achtb:, ingevolge secreet besluit van den 2=e deezer, niet alleen over het sujet van de salpeter zig had geaddresseerd, aan Lord Clive, maar ook vervolgens dewyl zyn Londschap, zo ver boven is, daar over den Heer Summer, had onder houden, en daar benevens produceerende, het ant„ „woord van den laatstgem: ontvangen, zo werd met bevreemding daar by gezien, dat 'er ordre naar de Engelschen Faktory te Pattena gezonden was, om ons dezelfde quantiteit salpeter als we voorl=e Jaar ontvangen hadden, aftegeeven, terwyl 'er teffens reden gevraagd was, waarom, tegen de voorige in„ structien van den kalkatschen Raad, voldoening, in dat artikel geweigerd was. welk antwoord; zo strydig met het gedaane verzoek ernstig over„ woogen zynde, zo wierd also men, wel verre van de vreede te wezen, met eene zo kleine portie, als die van voorl=e Jaar, op een grootere en teffens op een E Coll. Gregt Herklots een gedeelte, van de salpeter in hunne eigene Loges gestookt wordende, had geinsteerd, en daaren boven niet had gemeld, dat hunne bedienden daar omtrent voldoe„ „ning geweigerd hadden, geoordeeld, dat hier in eenig mis„ verstand moest schuilen veellicht veroorzaakt door eene kwaade vertaaling, van des Heeren Directeurs brief en derhalven een paarig goed gevonden en verstaan, zyn Achtb: als nog te verzoeken, voorm: Heer Summer, daar omtrent het nodige te vertoonen, en door een weinig omstandiger te zyn, te trachten, hem, een duidelyker denkbeeld, van het hem gedaan verzoek te geeven; 't welk de Heer Directeur op zig nam. of Actum Hoegei in Rengale datum ut supra /:getekent:/ G: L: Vernet M„r Fuua J: A:k Ziueer. Cs. Rietveld. C: M: Doeve. O: W: Tulck Edesse nome Accordeert denN D. D. Falck. Secrets versla copia secret. 351 Batavia verslag van de ge, nome besluiten of het disput net den Nawab Aan zyn HoogEdelheid Den HoogEdelen Groot Achtbaren Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal wegens den staat der vereenigede nederlanden en derzelver Oost Indische kompagnie benevens De welEdele Heeren Raaden van Nederlands sadie Hoog Edelen Wydgebiedende Heeren! wij hebben de eere gehad, U HoogEdelens bij onse eerbiedige secreeten missive van den 25 augsa:p: keunisse te geven, dat de Heer Nuwab Mier Makmeth Safferchan zig gedela„ reerd had, de zaak, waarover hij op ons verstond was, in Bengaale komende, te zullen afwaaken. zyn Excellentie heeft dan ook te Morsidabaadh de verser, die het Opperhoofd hem wilde doen aenbieden niet willen accesteeren en zelfs den wakkiel geen gehoor verleend. Even zo is het gegaen toen toen hem bij zyne afreire na Kalkatta, de hofganger van hier met de gewoone giften wierd te gemoed gevonden: zelfs zyn zoon van Kalkotta in de maand gl naar Mossida baadt gaande weigerde den wakkiel audien„ tie te geven. Echter werd door zyn Excellentie, die reeds in het begin van september was afgekon men, geen beweeging gemaakt of eenige Eisch gedaen; dus ine in continueele onsekerheid wor hoedanig of dit eindelijk zoude afloopen; wijwaren over dit stilswijgen te ongeruster, toen men de aen staande komst van den Heer Robert Clive, hoorden confircule ren, vreesende, dat de praesen tie van dien Heer de Jaar van nogerger aanschouw zoude doen worden; en dewijl het genoegzaam zeke was, dat eene spendatie hier niet zoude te ontwynen zijn, zo oordeelde
English
352 we judged it advisable on the 16th of November last, to get this out of the world as soon as possible, and indeed if it were possible before the arrival of the aforementioned Lord Clive; wherefore then the first undersigned addressed himself by a letter, which is inserted in our secret resolution of the 16th ultimo, to the aforementioned Duwan The Gentleman Nendekoemae, in order through his intervention and intercession to cause the displeasure of the Nawab to cease. Said Duwan answered thereupon in extraordinarily friendly terms, as Your Right Honourables, if you please, can see from the translation of the letter itself, inserted in our resolution of the 23rd of November, whereby it then having been seen, that the Duwan wished to speak with our vakil Sheikh Ahmed himself, the said servant was to that end continuation to that end dispatched, and as the first undersigned was thinking of betaking himself just at that time to Calcutta, to wish the Gentleman Governor Vansittart, who was on the point of departing for Madras, a good voyage, and it might have happened that on that occasion an expedient presented itself to settle the matter, it was resolved to authorize the first undersigned thereto. Then as we feared that, this having been settled, speedily another claim, of which since the Nawab had reassumed the government no mention had yet been made, would be formed, namely a Nazarana, on the occasion of the aforementioned restoration as subah, which might well not be settled for the ordinary sum of eighteen thousand Rupees, but even 353 if the same were not set at a lakh of Rupees, as one had to pay at His Excellency's first accession to the government, it would probably come to stand at no less than as much as the Nawab Aliwerdichan had had paid to him for it, being a double Nazarana, which with the expenses had amounted to three and forty thousand Rupees, the more so since the ousted Nawab Kassim Mahomet Ali Khan had enjoyed nothing for it, we decided at the same time to try to have the expenditure to be made pass under the name of Nazarana, at the same time to request assurance that one would not be further troubled thereabout, and for the one and the other, if it could not be settled for less, to spend fifty thousand Rupees, further to leave it deferred to the Director that if that sum might not be sufficient, he might have the power to add another ten thousand Rupees to it, as one, since nothing had yet been demanded, could not well take a positive resolution thereabout, and it was moreover urgent, once the settlement had been entered upon, rather courageously to offer something more, than by long delaying to deteriorate the matter. Yet the court agent, even before the first undersigned departed for Calcutta, or having made report on the 26th of November of his first conversation with the said Duwan, which primarily amounted to this, that the Nawab, for the affront done to him, was to be satisfied with nothing less than had been paid to Sujah ud-Daulah, being five lakhs of Rupees, and that he otherwise would hear of no accommodation, we were not a little dismayed at that exorbitant demand, having not thought that he would have taken it so high. 354 resolution thereupon We therefore judged that one ought not to delay any longer in ending that matter, which we otherwise feared would drag even worse consequences after it, and as we moreover understood that with our offer of fifty to sixty thousand Rupees not much would be accomplished, it was resolved on the aforesaid 26th ultimo to increase that sum to a lakh of Rupees, just as the Director, who departed that same evening for Calcutta, took upon himself to settle the affair for that if it were possible, while one however at the same time deemed it well, if this also would not succeed, to make no further moves, but to await with patience what would further come of it. When then the Nawab also, upon the further representations made, declared outright that he would abate nothing of his first demand, the first undersigned did not judge it advisable to make a bid, and merely had the attempts to satisfy him vakil answer that, knowing ourselves guilty of no offence, having only done what prudence required, not to expose our factories at Cossimbazar and Patna to the greatest danger, we thus could not understand having given reason to impose such a heavy fine upon us, to whose payment one would never be able to proceed. And with this we let it rest for the time being, fruitless, meanwhile not neglecting to pay the usual respects to His Excellency when he departed upcountry shortly afterwards, as he sailed past, just as the same had also been observed at the bend, and at the passing of the young Nawab; yet notwithstanding that he himself, en passant, stepped ashore here in our colony and paid a visit to some prominent Moors, he avoided the opportunity that was sought to compliment him with the presentation of a Nazar, as also to
Dutch transcription
352 oordeelden wy op den 16 Novembr Jongstleeden naadraam, zulx hoe eer hoer beter uit de weveld te helpen, en wel zo het moge, lijk was voor de komst van voorm Lond Clive; werhalven dan de Eerst ondergetekende zig bij een brief, die by onse secreete reso„ lutie van den 16e g„b geinse, neerd is, addresseerde aan voorst Duwan De Heer Nendekoemae, om door zijne tusschenkomst en voorspraak het ueir noegen van den Nawab te doen cerseeren. Gemelde Duwan antwoorde daarop in buiten gemeene vriendelijxe ter„ men, gelyk u Hoog Edelens zulx der behagende, kunnen zien bij het traurlaat der brief zelfs, geinvereerd bij ens besluit van den 23 November, waarby dan gezien zijnde, dat de Duwan met onzen wakkiel sjeich Ahmed zeevs wilde spreken, zo werd die bedienden, ten dien einde vervolg og dien einde afgevaerdigd, en dewijl den Eerstondergetekende zig juirt ten dier tyd naar kalkatte dagt te be„ geven, om den Heer Gouverneur van Sittant, die opzijn vertrek stond naar Madras, een goede aens te wenschen, en het zoude hebben kunnen gebeuren „ dater bij die gelegenheid zig een middel opgedaan hadde, om de zaak aftemaaken, zo werd ge verolveerd den Eerst ondergeteeken„ de daartoe te qualificeeren. Dan nadien wy vaeerden, dat dit afgemaant zynde, spoedig een andere pietensie, waarvan sedert dat de Nawab de regeering weder aanvaar had nog geen men tie gemaakt was, zoude geformeerd worden, naamelijk een Nesse¬ aanen, ter gelegenheid van soorsten herstelling als soeban, welke veelligt voor de ordinaire som van achtien duisend Ropijen niet zoude aftemaaken zijn, maar 20 353 zo dezelve al niet op een lax ropij zo als men by zyn Excellentier eerste komst tot de regeering heeft moeten betalen, gesteld wierde, waarschynlyk op niet minder daar zo veel als de Nawab Aliwerdichan zig daarvoor had laaten betaalen, zijnde een dubbelde Nesserane, met der ongelden drie en veertig duizend rongen bedraagen heb bende, zoude te staan komen te meer, alzo de verdreeven Nawab Karsim hier Mahuiet Jan Chau daarvoor niets genooten had, zo beslooten wy ter zelver tijd te tragten de te doene spendatie, onder de naam van Nerserane te doen doorgaen, teffens verzekering te vragen dat men daarover niet verder aangesproken wierden, en voor het een en ander, als het met niet minder mogt te stellen zijn, vijftig duizend ropijen te spen„ deeren, wijders aan den Direc„ teur gedefereerd te laaten om als die som niet toeneiken, de de magt zyn, daarby nog tien dui„ zend ropgen te voegen, also men daar er nog niets geeischt was daer omtrent niet wel een poritief reso besluit konde neemen, en het daaren boven aandraauw war, om de afmaking een geentameerd zynde, liever cor¬ daat iets meerder te bieden, dan door lang talmen de zaak te vereegeren Dog de Hofganger nog voor dat de Eerst ondergetekende naer kalkatta vertrok, of op den 26e November verslag gedaan hebbende van zyn eerste gesprek niet meeren Duwan, t welk voornaemelyk hier op uit kwam, dat de Nawab voor het hem aen„ gedaan affront, niet niet minder was te vreede te stellen, als aan beraad uddouella betaald was, zynde vijf lakropijen, en dat hij ander van geen accomadement wilde hoonen, waren wij niet weinig en tret, over die aorbitanten eisch, niet gedagt hebbende, dat het zo eog zoude opge„ nomen hebben. N 354 resolutie daerop wij oordeelden derhalven, dat men niet langer behoorden te draalen, om die zaak te eindigen, die wij anders vreerde nog kwaadere gevolgen na zig te zullen sleepen, en dewyl wy daar benevens begreepen, dat niet on. bod van vijftig a sestig duizend rongen niet veel zonden uitterechten zyn, resolveerde men op den voorsz 26 g=t die somma tot een laa ro„ pgen te vermeerderen, gelyk dan Directeur, die denzelfden avond naar kalkatta vertrok, oprignam, om zo 't mogelijk was, de affaire daarvoor af temaken, terwijl men echter teffens goedvond om dit almede niet willende turken, verder geene bewegingen te maken, maar met gedeeld aftewagten, wat er verder van worden zoude. doen zig dan ook den Nawab, op de nader gedaene aentoeringen, vonduit declareerde, van zijne eerste vordering niets te zullen verminderen, oordeelde den eerst ondergetekende niet naadzaam een bod te doen, en liet eenlijk door den zoekingen om hem te bevredige den wakkiel antwoorden, dat men zig aen geenig misdryf schuldig kennende als eenlijk gedaan heb„ berden, het geen de voorzigtigheid ver„ eischten, om onze kantooren te korsen basaar en Pattena niet aan het grootsten gevaar te exponeeren, wen dus niet konden begrypen, reden ge, geven te hebben, ons ons eene zoo zware boeten op te leggen, tot welkers betaaling men nooit zoude kun„ nen overgaan, En hier bij aan lieten wij het voor eerst berusten, vrugteloose aan, ondertusschen niet nalaatende, zyn Excellentie, toen hij kort daarn naar boven vertrok in het voorbijvare„ de gewoone eerbewyzing aente doen, zo als zulx bij den afbogt, en bij 't par„ seeren van den kleinen Nawab mede was geobserveerd; dog niet te, genstaande hy zelfs, en passant hier in onse kolonie aan land stap„ te en bij eenige voornaamen Moonen een bezoer afleide, vermijde hij de gelegenheid, die men zogt, om heur onder het voorleggen van een Nesse te complimenteeren, gelijk oor o aen b
English
355 Order regarding this to those of Cossimbazar. Also upon his return to Moorshidabad, our vakil, who requested an audience for the same purpose, was not admitted, to whom, with a repetition of the reasons given for the dissatisfaction, the answer was given that his demand made at Hooghly of five hundred thousand Rupees, besides several thousands more for additional charges or expenses, would have to be granted before one could flatter oneself to obtain a hearing, or to see his displeasure set aside; to which was added by Mr. Nuncomar, who had brought that message outside, his advice to us to come to terms in time, as the Nawab had declared that he intended to support his claim by coercive measures, as can be seen in the secret Cossimbazar letter of 18 December. The first undersigned having already privately informed the Cossimbazar Chief Backeracht of the detailed, but unsuccessful, negotiations at Calcutta, and having simultaneously written to settle the matter, if possible, for a double Nazarana, we resolved on 28 December to give the aforementioned Chief further qualification for this purpose, but at the same time thought it best to instruct him to keep it somewhat dragging for the present, as news had meanwhile been received that the Naib Subah of Dacca, having been quietly disposed of by order of the Nawab, this was taken so ill by the English gentlemen that they took into consideration to summon him with his Diwan to Calcutta, and meanwhile to place the government in the hands of Mr. Raja Durlabhram. By this we thought that some change for the better might occur for us; but that hope 356 Diminution of the demand. disappeared very quickly, for it was learned that the intention of the Nawab had indeed been to have the aforementioned Naib Subah massacred, but that the English Chief at Cossimbazar had just arrived in time to prevent that misdeed, when that gentleman was already surrounded by a party of men who had orders to cut him down with sabres, and furthermore, that the Governor and Council at Calcutta had allowed themselves to be persuaded for some Lakhs of Rupees not to make any stir about it. However, because according to a secret Cossimbazar letter of 11 January the Nawab's demand had been reduced to three lakhs of rupees, without any offer having been made from our side, and from the circumstances it was thought possible to conclude that the Nawab did not seem to intend to proceed to violence against us, we resolved on 18 January to keep the matter dragging on that footing, Measures to enforce the same. Resolution taken in that circumstance. unless there might be a chance to settle the matter for the fixed amount. Yet it was not long before it was seen that the Nawab began to be in earnest, as at the instigation of the Diwan orders were given everywhere to obstruct our trade, and furthermore orders were given to lock us out and to prevent the supply of provisions. The first undersigned then thought it was time to communicate to the assembly the extract from the letter of the Directors of the English Company to their servants in Bengal of 2 April 1762 received here, alongside a letter from the first advocate, Mr. Cornelis van der Hoop, addressed to the Extra-ordinary Councillor Mr. Taillefert or His Honour's replacement here; according to which extract the English servants are expressly ordered not to wage any hostilities or acts of violence against the servants 357 of the Dutch Company, but on the contrary to maintain mutual friendship and a good understanding through all good services, and especially, whenever the Nawab might unjustly undertake to molest us, to procure redress and satisfaction, etc.; simultaneously proposing whether, concerning the violent measures being put into effect by the Nawab, one should address oneself to the English for their assistance, or rather try to mediate the matter without it; concerning which it was judged that one should not proceed to requesting the assistance of the English except in the utmost extremity, while one furthermore feared that, since we had not yet offered anything to the Nawab, they would throw in our teeth that according to the custom of the country upon his restoration to the government he had not yet been presented with the usual gift of sight, wherefore we thought it advisable A threefold order to Cossimbazar for settling the dispute. to offer him this first, in order afterwards to be able to argue to the English with good foundation that everything had been done to satisfy the Nawab. Accordingly, we resolved on 29 January last to have it represented to His Excellency that, being eagerly desirous to regain his favour, we were inclined to offer him the usual Nazarana, although we did not regard him as a new Nawab, but as one who had laid down the government for a time; alongside which we instructed Chief Backeracht to begin first with the offer of the single welcome gift, subsequently, as it was not apparent that this would be listened to, to advance to the double Nazarana, and finally, in case this also should not succeed, to spend at most fifty thousand rupees.
Dutch transcription
355 ordre dewegens aen die van kossen bozaer. ook bij zyne wedekomst te Morsidabaath onzen wakkiel, die ten zelven einde audientie verzogt, niet wierd toegelaaten, waar van wegens denzelven onder herhaaling de ge„ geevene reedenen van uis noegen, ten antwoord gegeeven, dat zijne te Hoegei gedaane vordering van Vijf har Ropijen, nevens nog eenige duizenden voor bij of ongelden, zoud de moeten ingewilligd worden, vooren al eer men zig vleëen mogte gehoor te krijgen, of zijn ongenoegen van zig geschoven te zig; waarby door den Heer Neude Koemaan welke die boodschap had buiten gebragt, gevoegd wierd, ons te raads, in tijds te verdragen, alzo de Nawab zig gedeclareerd had, zyne praetentie door dwang middelen te willen onder„ steunen, gelijk zulks bij de secreete Karsembazaarsche brief van den 18e xb te zien is De Eerst ondergeteekende aan het Korsembazaarsch Opperhoofd Backen aacht rachts reeds int particulier hebben de kennis gegeven, van de genta meerden, dog mies luiten onderhouden ling ten kalkatten, en teffens aan geschreeven hebbende, om de zaak des mogelijk voor een dubbelde Nerseranen aftemaaken, zo beslooten wy op den 28 x. t wel om het voorn opperhoofd daartoe verder qualifica, tie te geeven, dog vonden teffens goed hem te gelosten, zulx voor eerst wat draalende te houden, alzo men intusschen tyding bekomen had, dat de Naib Soeba van Dhakka ter ordre van den Nawab in stilte van kant geholpen zijnde, dit, door de Heeren Engelrchen, zoeewel wor opgenomen, dat ze in overweging namen, om hem met zijnen Duwam naar kalkatten te ontbien den, in de regeering onderwijlen in handen te stellen van den Heer Ragia Dollobram; Hier door vermeenden wy, dat wel eenige verandering ten goede voor ons, konden voorvallen; dog die hoop Ceween d van 356 diminutie van den Eitch verdween wel haart, want men vernam, dat het voorneemen. van den Nawab wel geweest was, om voorm Naib Soeba te laaten massacreeren, maer dat het Engelsh opperhoofd te korsembozaer, Juist van par was gekomen, om die ordaad te beletten, toen die Heer reeds van een partij volks omringd was, die ordre hadden, hem neer te sabelen, en voorts, dat de Gouverneu„ en Raad te Kalkatta zig voor eenige Lakken Rorijen hadden laaten over haalen, daarover geen beweging te maken. Dewyl echter volgens secreet kor¬ sembasaarsch schayveur van den 11e Januarij S' Nawabr Eirck op drie las rongen verminderd war, zon„ der dat men van onze zijden eenig bod gedaan had, en men uit de omtandig heden vermeenden te kunnen opmaaken, dat de Nawab niet van intentie scheen te zijn tot vio¬ tegens ons lentien overtegaan, zo beslooten wij op den 18 Junij het opdien voet slepende te middelen om de, zelve te doen gelden besluit en die omrstandigheid genomen doen te ^ houden, ten zij er kans mogte zyn, de zaak voor het bepaalde aftemooten. Dog het duurde niet lang of men zag, dat het den Nawal ernst begon te worden, waat op instigatie van den duwan word overaln ordre gevonden, om onzen handel te stremmen, en voorts bevel gegeven, om onr uat tesluiten, en den toevoer van leven middelen te beletten. Den Eerst ondergetekenden, dagt het toen tijd te wezen, aan de vergadering te communiceeren het extract uit de missive van de Directeuren van de Engelschen Comp aan haare bediend in Bengalen van den 2 april 1762 alhier ontvangen, nevens een brief van den eersten advacaat, den Heer Mr Komeeir van der Hoop aan den Heer Raad Extraordinair Taillefert of zijn Ed vervanger alhier geaddresseerd volgens welk extract, den Engels, schen bedienden expresselijk gelast - geen hortiliteiten of geweld word daadigheeden tegen de bedienden van 357 van den hollandsche Compe te wee, gen, in tegendeel een onderlugen vriendschap en goede verstand hou„ ding door alle goede diensten, niets hem aantehouden, en inzonderheid wanneer de Nawab onrechtvaardig mogt onderneemen, ons te malestee„ ren herstelling en voldoening te bezorgen, enz: teffens proponeerenden of men over den door den Nawab in't werk gesteld wordende gewelddaadige middelen zig aan de Engelschen, om kunnen bijstand addresseeren zoude, dan wel de zaak buiten dien tragten te bemiddelen, waaromtrent wen oordeelde tot het verzoeken van der Engelschen hulpen niet, dan op het uitterste te moeten overgaan, ter wyl men daaren boven vreerde, dat zy ons, dewijl wij den Nawab nog niets aangeboden hadden, voor de scheenen zouden werpen, dat men hem na 's lands gebruik bij zijne herstelling in de regeering nog het gewoone zigt offer niet gepraesenteerd had, werhalven wy dan raadzuane dag ten en drievoudige onre tot ufmca, kieng van 't verschil naer kassierba, zoer. ten, hem dit eerst aantebieden, om naderhand den Engelschen mets fundament te kunnen voorhou„ den, dat men aller in 't werk ge steld had, om den Nawab te bevre, digen; Dien volgens beslooten wy op den 29 Januarij jongsleeden, zyn Excellentie te laaten vertoonen, dat wij ieverig ver„ langende om zyne guart wederom te winnen, genegen waren hem, schee roe hem niet als een nieuwen Na¬ wab, maar als een die de regee ving voor een tijd had nedergelegd aanmerkten, de gewoonlijke Nesserane aante bieden, waarbe¬ nevens wy het opperhoofd Dacke, racht gelosteden, eerst met het aan bod van de enkelde welkom gifte te beginnen, vervolgens, de„ wijl het niet apparent was, dat daarna zoude geluisterd worden, tot den dubbelde Nesseraae opte komen, en eindelijk, bij aldien dit mede niet gelukken wilde, ui terlijk vijftig duizend ropijen te spendeeren