Inventory 3154
Surat · 1,030 pages · 259 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
[illegible] Sumatra's West Coast 1765 Second Volume From A. etc. Register of all such letters and papers as have been registered herein and successively received since 20 October until the last day of December 1765 from Sumatra's West Coast per the small ship De Jonge Petrus Albertus. Letter from the Authority of Haveren and Council at Padang to Their High Excellencies dated 3 September - - - - - - page 4 Ditto from the Chief at Pulo Chinco Palm and Second in Command to as above, ditto ditto 15 September - - page 55 Register - - - - - - - Page 1 From Sumatra's West Coast, 3 September 1766 Register of the papers that are sent today per the small ship De Jonge Petrus Albertus to Batavia by Mr. Hendrik van Staveren, Senior Merchant and Authority over Sumatra's West Coast, and the Council at Padang, respectfully addressed to His High Excellency, the High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Right Honourable Lords Council of the Netherlands Indies. 2 This Register No. 1 Original letter respectfully addressed by and to those mentioned in the heading of this document, dated today. No. 2 Duplicate ditto of 27 February last, sent per the ship Westvriesland. No. 3 Expense account of the bearer of this, the small ship De Jonge Petrus Albertus. No. 4 Report of the Commissioners regarding the stowage of this vessel; item, of the rice thrown overboard on the same. No. 5 Two findings on the discharged cargo of the bearer of this into the Tanjongpour De Schulp. No. 6 Original sworn declaration of Ayer Bangis. From Sumatra's West Coast, 3 September 1766 Register of the papers that are sent today per the small ship De Jonge Petrus Albertus to Batavia by Mr. Hendrik van Staveren, Senior Merchant and Authority of Sumatra's West Coast, and the Council at Padang, respectfully addressed to His High Excellency, the High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Right Honourable Lords Council of the Netherlands Indies. 2 This Register No. 1 Original letter respectfully addressed by and to those mentioned in the heading of this document, dated today. No. 2 Duplicate ditto of 27 February last, sent per the ship Westvriesland. No. 3 Expense account of the bearer of this, the small ship De Jonge Petrus Albertus. No. 4 Report of the Commissioners regarding the stowage of this vessel; item, of the rice thrown overboard on the same. No. 5 Two findings on the discharged cargo of the bearer of this into the Tanjongpour De Schulp. No. 6 Original sworn declaration of Ayer Bangis. From Sumatra's West Coast, 3 September 1765 Ayer Bangis sent hither regarding a damaged pack of percale No. 320. No. 7 Report and requisition for specie sent hither by the servants at Chinco. No. 8 Answered findings on the Padang trade books of the year 1761/62. No. 9 The drawing and calculation of a new stockade for Adjer Radja. No. 10 Two copies of the original notice regarding the stamping of the linens. No. 11 Instructions for the Commissioners to Nias. No. 12 Report of their experiences there. No. 13 List of the foreign ships that have successively been here. No. 14 Report from the Captain of the Chinese, concerning the foreign Chinese still remaining here who must go to Batavia. No. 15 Criminal proceedings papers of the convicts now being transported over. No. 16 Inquests conducted by the Administrator Douglas. No. 17 Copy of the petition from the Chief Mate Dussenton. No. 18 General muster roll under the last day of June last. No. 19 Qualified roll. No. 20 Copy of the deeds of the promoted and advanced servants since the [illegible] to the 2nd [illegible]. From Sumatra's West Coast, 3 September 1766 No. 21 Copy of the resolution of the business conducted at Padang, beginning on 26 February and ending on 16 August of this year. No. 22 Notes of the Master of Equipage Gerrit Coerte on the discharging and loading during the lay days of the bearer of this. No. 23 Nominal roll of the passengers and condemned persons crossing over per this vessel. No. 24 A packet of pay papers. No. 26 Petition from the Resident of Adjer Radja, Challier, imploring for the remission of the compensation imposed on him. No. 25 Invoice and bill of lading of what has been laden in the bearer of this, the small ship De Jonge Petrus Albertus. Beneath stood: Padang on Sumatra's West Coast, 3 September 1765. Was signed: J. F. Forcade, Equipage Clerk. Batavia. From Sumatra's West Coast, 3 September 1765 Batavia To His High Excellency, the High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Right Honourable Lords Council of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord and Right Honourable Lords. Per the small ship De Jonge Petrus Albertus. On 18 July of this year, we had the good fortune to receive per the Chief of Chinco, Palm, Your High Excellencies' highly respected letter and enclosures dated 21 June prior, sent to us by Your High Excellencies per the small ship De Jonge Petrus Albertus, and upon receipt, opening, and proper examination found to be in accordance with the register; wherein oral report was given to us by the said Chief that the small ship De Jonge Petrus Albertus had nearly discharged its cargo for Pulo Chinco and was due to appear in this roadstead within two or three days in company with the Tanjongpour De Schulp, but that the skipper
Dutch transcription
046 Senaro et ve h te 2 Sumatras Wist West Cust 1765 Tweede Deel Van A. etc. Register van alle zo„ „danige Brieven en Papieren als in deezen ingesz: en suc¬ „cessive ontfangen zijn sederd den 20. October tot Ult=o December 1765 van Sumatras West Cust P=r het Scheepje de Jonge G Petrus Albertus Missive van den gezaghebber van Haveren en Raad te Padang aan hunne hoog Edelheeden van den 3 September - - - - - - „ 4 _o van 't opperhoofd te p=lo Chinco Palm en Secunde aan als vooren d=o d=o 15 7ber: - - „ 55 Register - - - - - - - Pag1 Van Sumatras westkust den 3 September 1766 Register der Papieren die op heeden P„r het scheepje D Jonge Petrus Albertus naar Batavia verzonden werden Door den Heer Hendrik van Staveren opperkoopman en gezag„ hebber over Sumatras West Cust en den raade te Padang Eerbiedig ingerigt Aan zijn Hoog Edelheid den Hoog Edelen groot agtbr: wijd. gebiedende Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal Benevens de wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India 2 Dit Register N„o 1 Origineele missive Eerbiedig ingerigt door en aan als in den hoofde dezes gemelte gedateerd op heeden „ 2 Duplicaat d=o van den 27 feb=r J=o leeden p:r 't schip West vriesland verzonden „ 3 onkostreekening van brenger dezes het scheep„ „je de Jonge Petrus Albertus :„ 4. Rapport der gecommitteerdens weegens C de stuagie van deezen bodem; Jtem der op dezelve over boord geworpen rijst 5 Twee bevindingen, op de uijtgeleeverde la„ „dingen van Brenger deeses in de san„ jongpour de schulp 6 Origineele beedigte verklaaring van Aijer bangies Van Sumatras westkust den 3 September 1766 Register der Papieren die op heeden P„r het scheepje D Jonge Petrus Albertus naar Batavia verzonden werden Door den Heer Hendrik van Slaveren opperkoopman en gezag„ hebber vvn Sumatras West Cust en den raade te Padang Eerbiedig ingerigt Aan zijn Hoog Edelheid den Hoog Edelen groot agtb: wijd. gebiedende Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal Benevens de wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India 2 Dit Register N„o 1 Origineele missive Eerbiedig ingerigt door en aan als in den hoofde dezes gemelt gedateerd op heeden „ 2 Duplicaat d=o van den 2:7 feb=r J=o leeden p:r 't schip West vriesland verzonden „ 3 onkostreekening van brenger dezes het scheep„ „je de Jonge Petrus Albertus Rapport der gecommitteerdens weegens C de stuagie van deezen bodem; Jtem der op dezelve over boord geworpen rijst 5 Twee bevindingen, op de uijtgeleeverde la„ „dingen van Brenger deeses in de Pan„ jongpour de schulp 6 Origineele beedigte verklaaring van Aijer „ 4. bangies Van Sumatras West Cust den 3 Septemb:r 1765 bangies herwaards gezonden wegens een bedorven Pak Parcallen N=o 320. No 7 door de Chincose Bediendens herwaards gezonden Berigt en eisch om Con„ tanten. 8 Beantwoorde bevindingen op de Padangse Negotie boeken van A=o 176 /7 en 176½ 9. De teekening en calculatie van een nieuwe Pagger voor Adjar Radja 10 Twee Copeijen van d' origineele advententie weegens het siappen der Lywaaten 11' Jnstructie voor de Commissianten na Nias 12. Berigt van hun weedervaaren aldaar „ 13 Lijst der alhier successief geweest hebbende vreemde scheepen 14 Berigt van den Capitain Chinees, nopens de alhier nog zijnde vreemde Chinee„ sen die na Batavia moeten 15 Crimineele proces Papieren van de Thans 6 overvaarende Deliquanten d 16 Gedaant Enquesten, door den adminis„ trateur D= ouglas 17 Copia request van den opperstuurman Dus„ senton 18 Generaale monster roll onder Ult=o Junij „ J=o leeden 19 gequalificeerde roll 20 Copia actens der g'avanceerde en verbee„ „terde Dienaaren zeedert den tot den 2: „ „ „ Van Sumatras West Cust den 3 september 1766 N=o 21 Copia resolutie van het gebesoigneer„ de te Padang beginnende met den e 26 feb=r en eyndigende met den 16 aug=o deses Jaars „ 22 Annotatie van den Equipapie opzien„ der Gerrit Coerte van 't lossen en Laaden geduurende de Legdaagen van brenger deezes 23 Naam rolletje der p=r deezes overvaa„ vende Passagiers gecondemneerdens „ 24 Een pacquet zoldij papieren „ 2 „ 26 Request van den Adjer hadjas Resident Challier Jnplo„ reerende om de ontheffing van de hem opgelegde vergoeding. =1 25 Factuure Cognossement van het geladene in brenger deeses het scheepje de Jonge Petrus Albertus /:onderstond/ Padang op Sumatras west Cust den 3 september 1765 /was geteekend / I=s F: Forcade Eq: Clercq Batavia „ E . 3 Vn Sumatras West Cust den 3 September 1765 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren, wijdgebieden de Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Heeren Raden van nederlands Jndic Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebredende Heere En Heeren Wel Edele Pr het scheepje de jonge Petrus Albertus Op den 18 julij deezes Jaars hadden wij het geluk p=r het Chincos opperhooft P:alm 't ontfangen UW. hoog Edelheedens hoog gerespecteerde missive en Junij Bijlagen van dato 21' bevoorens door Uw hoog Edelens p=r het scheepje de jonge Petrus Albertus aan ons versonden en bij ontfangst, opening e behoorlijke resumptie Conform, Register bevonden, waar bij door gemeld opperhoofd mondeling aan ons berigt gegeven wierd, dat het scheepje de jonge Petrus Albertus bij na zijne lading voor Poulo Chinco ontlost hadde en binnen een dag of drie in ge„ zelschap van de Tanjongpour de schulp, op deeze Rhede stont te verschijnen, dog dat den Schipper
English
From Sumatra's West Coast, 3 September 1765 Skipper Jacobus Trevisco, lying gravely ill at Chinco, requested permission to remain behind there until he might have regained a little more strength, which we granted him, and communicated this to him immediately by an express messenger with orders not to detain the aforementioned vessel on that account, but to let it continue its voyage at once. This having been done, both aforementioned vessels finally dropped anchor safely and soundly in this roadstead on 2 July, two persons on the small vessel the Jonge Petrus Albertus near Chinco having died very suddenly from a contagious foul air arising from the powder magazine, and three persons previously on the voyage, and four sick persons were brought here, who were immediately cared for in the hospital and provided with the necessary means for their recovery; while the skipper J:n Previso also came over from Chinco after a few days with a native vessel. Meanwhile, having issued the necessary orders for the unloading of the aforementioned vessel, consulted about the contents of Your High Noble's very honored missive and annexes, and the necessary instructions having been written concerning the resolutions passed regarding them, both here and to the subordinate offices, we are still awaiting the required replies, and for that reason take the liberty beforehand to let follow our humble answer to Your High Noble's highly respected missive in this matter, the answered patriarchal extract dated 11 October 1764, which was received from Your High Noble on this occasion with orders to send the same back answered immediately, in the manner we have the honor to do herewith. Extract from the general missive written by the Noble High Honorable Lords Directors in the assembly of the XVII from the Fatherland to Their High Nobles the Governor-General and the Council of the Indies in Batavia, dated Amsterdam, 10 October 1764, containing the matters of Sumatra's West Coast. Concerning native affairs, everything on this coast is in complete peace and quiet, nothing having occurred under native affairs that requires any special response on our part, we shall consider what was mentioned in that regard as communicated everywhere, and briefly note regarding the other matters concerning this office. Only trade this year has not had such a good progress as in the past book year of 1763/4, due to the smallpox epidemic raging both in the mountains and in the lowlands, which has not been here in 18 years, having now raged so violently and dragged many people to the grave, that trade and cultivation have both virtually come to a standstill because of it; but the disease now ceasing, we can find no other reason at present than to hope for a blessed trade in the coming year 1765/6. Regarding the camphor and benzoin, every possible care is now taken that of what comes through the gate of Baros, each is delivered of good quality in its kind. That we have seen with great pleasure the efforts of the Commander to provide the Company with the camphor and benzoin in better sorts than it has had up to now, in the hope that the measures taken for that purpose will meet with the desired success, while the poor service in those two items, about which we have complained so many times, causes us all the more displeasure because, according to the report of the said Commander, the Company was greatly disadvantaged therein by the unfaithful conduct of its servants, who were not afraid to charge dirt and filth for good gums at excessive sums. We therefore recommend the ministers to guard carefully against such unfaithful dealings, and we trust from your attention to the Company's interests that upon receipt of any gums, you will send us none other than sound ones. Meanwhile, regarding the findings of the parcels that were sold here last year, we refer to the yields and what is further stated in that regard in our currently departing requisition of returns. The pepper cultivation progresses daily, and the native is even encouraged thereto by good treatment and prompt payment, the latter of which takes place in new payment as soon as the grain is weighed and received; but they take no other money, much less linens, which are also unknown to us to have been traded in barter there, a few occasions excepted when there was a lack of new payment, which rarely happens. The pepper cultivation, as it appears to finally be starting to pick up, we wish to hope that we will be able to place more reliance on the ministers' later advices than we have been able to do up to now on those of the previous administration, and that we will consequently shortly receive the full proofs of the promises last made. We have meanwhile seen not without some surprise from the marginal answer to our letter of 30 September anno 1760 that the purchase of that grain, both at Ayer Hadji and at The nature of the place and affairs does not seem to permit this either, for reasons which we briefly take the liberty to set down.
Dutch transcription
Van Sumatras West Cust den 3 September 1765 Schipper Jacobus Trevisco op Chinco swaar ziek leggende, permissie verzogte aldaar zo lange te rug te mogen blijven, tot dat hij wederom, tot een weinig meerder kragten, mogte gekomen zijn„ 't welk wij aan den zelven accordeerden, en hem zulx ten eersten p=r een Expressen Communiceer„ „den met ordre om opgem bodem deswegen niet op te houden, maar ten eersten zyn reise te laa„ ten voortzetten. Dit dus geschied zynde, zoo quamen de boven„ „genoemde Bodems beijde eijndelijk op den 2: julij gelukkig en behouden op deeze Rheede ten an„ ker, zijnde op 't scheepje de Jonge Petrus Alber„ „tus bij Chinco door een ontstaane besmettelijke Lugt, uyt de kruijtkamer, zeer subiet twee en bevoorens op de reise drie persoonen over„ „leeden en alhier aangebragt vier zieken, die ten eersten in het Hospitaal besorgt en met de nodige middelen ter hunner geneesing voorsien wierden: terwijl den schipper J=n Previso almeede na verloop van eenige daa„ „gen met een Jnlands vaartuijg van Chinco overquam Middelerwijlen op het lossen van opgem Bodem de vereyschte ordre gesteld over den Jnhoud van uw hoog Edelens zeer g'eerde Missive en bijbagen ge Van Sumatras West Cust den 3 eptbr 1765 geraadpleegt, en uijt de gevallene bestluyten daar over zoo alhier als na de onderhoorige Comtoiren, het nodige aangeschreeven zynde, verwagten wij als nog de gerequireerde antwoorden, en neemen om die reeden de vryheid vooraff ons needrig antwoord op. Uw Hoog Edelens Hoog gerespecteerde missive in deezen te laaten volgen, het beantwoorde, patriasche Ed„ tract van dato 11 october 1764 't welk met deeze gelegentheid van Uw hoog Edelens ont„ fangen is met ordre om het zelve ten eersten b'antwoord te rug te zenden in voegen als wij d' Eeer hebben hier meede te doen. Extract uijt de generaale Missive geschreeven door de Edele Hoog agtbr Heeren Be„ „windhebberen ter vergadering van XII uijt het patria Aan haar hoog Edelens den Gouverneur generaal en de raden van Jndia te Batavia gedateert amsterdam den 10 october 1764 vervattende de matterie van Sumattras West-Cust is alles te deezer Custe in volle rust niet zijnde voorgekomen, het De Jnlandse zaaken betreffende onder de Jnlandse zaaken gunt en Van Sumatras West Cust den 3 september 1765 en vreede alleenlijk heeft den handelgunt eenige bijzondre recriptie dit jaar zulk een goed en voortgang van onsent wegen vereijst zullen niet gehad als in 't gepasseerde Boek wij het dies wegens vermelde voor „Jaar van 176¾ door de zo wel alomme gecommuniceert houden en nopens in 't gebergte, als in de beneden lan„ de verdre zaaken dit Comtoir betref„ „den grasseerende kinder ziekte die fende kortelijk noteeren in geen 18 Jaaren hier geweest zijn„ de thans zo sterk gewoed en veele menschen in 't graf gesleept heeft, dat handel en Cultuure beijde daar door genoegsaam stil gestaan heb„ „ben dog de ziekte thans Cesseerende kunnen wij voor als nog geen an„ „dere reden vinden dan om in 't aan„ staande jaar 17656 op eene gezee„ „gende Negotie te hoopen omtrent de Camphur en Benzind at wij met veel genoegen hebben werd thans alle mogelijke zorge gezien de pogingen van den Comman„ gedragen, dat van het geen deur serff, om de Camphur en benzuin van Baros komt ijder in zijn aan de Compagie te bezorgen in betere zoorten als dezelve tot hier toe heeft zoort goed geleevert word gehad, in hoope dat de daar toe in 't werk gestelde middelen van het gewens„ „te succes zullen zijn, terwijl de slegte bedeening in die twee articulen, waar over wij zo veel malen hebben geklaggt ons des te meerder ongenoegen geeft om dat volgens het berigt van gem: Commandeur de Comp:e daar in groote„ lijx is benadeelt door de ontrouwe behan„ „deling van haare bediendens die niet bevreest zijn geweest, aarde en vuijlig „heid voor goede gommen teegen Exces„ „sive sommen in reekening te bren„ gen an Sumatras West Cust den 3' Soptb=r 1765 „gen wij recommandeeren dier„ halven de ministers teegen dus danige ontrouwe behandelingen zorg„ vuldig te waken en wij vertrouwen van UWE attentie voor 's Comp=e belangens, dat UE bij ontfangst van eenige gommen, geene andere dan deugtzaame aan ons zullen zenden Terwijl wij nopens de be„ vinding van de parthijen, die in 't voorleeden Jaar alhier zijn verkogt ons gedragen aan de rendementen en het geene dien aangaande bij onsen thans afgaanden Eysch van retouren verder werd gezegt De peeper Cultuure agresseert dage „ De peeper Cuttuure / zoo het „lyks, en werd den jnlander zelfs daarschijnt eyndelyk beginnende op toe aangezet door de goede bejegening te neemen, willen wij verhoopen en prompte betaling, welk laaste dat wij op der ministers laatere zo ras die korl gewogen en ontfangen advis en meeder staat zullen is geschieden nieuw Paijement kunnen maaken, als wij tot dog neemen zij geen ondnag ander hier toe, op die van het voorige geld, nog veel minder lywaaten die ministerie hebben kunnen doen, ons ook onbekent zijn dat daar en dat wij mits dien in het kort immers in trocque voorgegeeven zullen ontfangen de peele zijn, enkelde omstande nog thansblyken van de laaste gedaane uijt gezondert wanneer gebrek aan toezeggingen nieuw paijement was, dat zelden gebeurt Wij hebben intusschen niet zon„ de gesteldheid van plaats en zaaken der eenige bevreemding gezien schijnt dit ook niet wel te kunnen uijt de marginaale Beantwoor„ geheugen, om reeden die wij kortelijks„ing onser letteren van 30 Sep=tb=r de vryheid gebruijken ter neederte A„o 1760 dat de inkoop van dien stellen. korl, zo wel op Adjarhadja als op .
English
From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 Poulo Chinco and Padang, the pepper gardens, are their Honors or regents or people who only occupy themselves with agriculture and are thus not merchants. If these were now to accept the textiles for pepper continuously, notorious confusion would follow among the merchants, because the latter accept the textile in exchange for gold, the thail of 21½ for 49½, whereas among themselves it costs 60 guilders. And even if one equalized the price of the cloths, which one wished to exchange for pepper, which is not feasible, with that of gold, yes, even calculated it higher than for gold, just as for cash from the small shop to the garrison for household maintenance, the following would certainly result: Firstly, that those who make or have to maintain pepper gardens would need much time to turn the recently received textiles into money, consequently causing fear that the gardens would be neglected, the more so because the Malays are by nature lazy and slow. Secondly, the merchant would suffer great hindrance in the retailing of his textiles, since they make a living solely by this and always keep a certain market, From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 whereas, on the contrary, the farmers or those who apply themselves to cultivation would dispose of the received textile to gain their necessary sustenance, from which surely a decline in both trade and cultivation can be expected. It is, however, not in this article alone that we encounter such differences, yes, even reports directly contradictory to one another, was done for cash, whereas the reports of the previous ministers expressly state that the pepper there was traded in exchange for textiles, concerning which we therefore wish to be further informed. For with regard to the textile trade, the previous ministers have repeatedly complained about the lack of cloths, maintaining that the textiles on hand were taken by the natives with such greed that they even disposed of the unwanted kinds along with the good ones, whereas, on the contrary, the present ministry, in the aforementioned reply, complains far more of an all too large supply, and in their subsequent advices demonstrates the virtual impossibility of being able to retail any of the unwanted sorts at the fixed prices. Through the successive orders of their High Excellencies the High Indian Government, everything touching the textile trade is now arranged in such a manner that, in our opinion, no further change can take place in it. The past financial year 1763 has given sufficient proof of this, since almost all Coromandel and Bengal textiles have been exchanged for gold, which has also already been melted into bars and sent to the capital Batavia, and accounted for to the satisfaction of their aforesaid High Excellencies. So that of all the textile packs that were in stock at the end of August, no more remained on balance than 138 packs, all Surat textiles, of which a long remainder will very likely linger, due to the fickleness of the native, whose taste, which had previously fallen so much on those cloths, now seems to have turned away from them just as much. The beginning of this financial year presented itself very favorably again, and from the arrival of the ship Westvriesland in December 1764 until the end of February of this year a good sale took place. But the further course of the trade was checked by the aforementioned sickness, which is now, however, ceasing. It has therefore also not a little surprised us that, notwithstanding you were informed, or at least ought to have been informed, of the remainders that were on hand both at Padang and at the subordinate offices, you nevertheless sent hither an important consignment of 1172 packs of various textiles. And the return shipment of 98 packs from Adjerhadja alone, where a supply of more than three years was on hand, shows so clearly the disadvantage of the shipment made, that it would be entirely superfluous to add anything further to it. And although the servants of this office in previous demands asked for well over 200 packs, this cannot justify the last shipment made thither of 154 packs, because experience has shown repeatedly, and in this case proves again, the necessity of considering the demands made by the outer offices with the required attention before fulfilling them. That the previous demands of 200 packs are of that much less application in the case in question, because according to the servants' advices they, after the return of those 98 packs, still retained on hand 208 packs.
Dutch transcription
Van Sumatras West Cust den den 3 Septemb=r 1765 de peeperthuijnen hebben, zijn EE: Poulo Chinco en padang of' regenten off lieden die zig alleen werd gedaan voor Contant, vermits met den Akker bouw generen en de berigten van de voorige Minis„ dus geen kooplieden zo nu deeze de ters expresselijk mede brengen lijwaten voor peeper wilden aan„ dat de peeper aldaar werd inge„ „noemen bij continuatie zoude handelt bij vervriling tegens lij„ daar notoir Confusie opvolgen waten en waaromtrent wij der„ bij de Cooplieden, dewijl de laastgemhalven nader willen zijn g'infor„ het lijwaat in Tracque van goud, meert. de thail van 21½ voor 49½ acceptee„ „ren daar dezelve onder hun lieden zelfs kost ƒ60 —:En of schoon men de prijs der doeken, die men voor peeper wilden omzetten het welk niet doenlijk is, met dat van goud Egaliseerde Ja zelfs gelijk als voor Contanten uijt de kleene winkel aan't guarnisoen tot de huijshou„ ding & hooger als voor goud ree„ kende, zo zoude zeekerlijk daaruyt volgen. Eerstelyk dat de geene die peeper thuijnen maken of te onderhouden hebben veel tijd zouden nodig heb„ „ben om de voor te kort ontvangene lywaaten ten gelden te maaken dien volgente dugten stond dat de thuijnen zouden verwaarloost worden te meer de maleijers van nature Luijn en traag zijn Sweedens zoo zouden den koopman in 't verdebiteeren van zijn lywaaten groothinder genieten wijl deze zig daar alleen maar meede genee„ „ren en althoos een zeekere markt houden Van Sumatras West Cust den 3 Sep=tber 1765 houden, daarinteegendeel de akker lieden of die zig op de Cultuure leg„ „gen het ontvangene Ewaat van de hand zoude zetten en hun nodige onder„ houd te genieten, waar uit dan ge„ „wis eene veragtering in byde zoo handel als Cultuure te gemoed kan gezien worden. Het is egter in dit articul alleen niet dat wij ontmoeten dus danige verschillen ja zelfs met den anderen direct sbrydenden de be„ rigten want met opzigte tot den Lywaat Handel hebben de vorige ministers te meermaalen ge„ klaagt over het gebrek aan doe„ „ken sustineerende dat de aan handen zynde lywaaten door de Jnlanders met zo veel gree¬ sigheid wierden afgehaalt dat zij zelvs de ongewilde met goede door de Successive ordres van tranceskenden van de handzet haar hoog Edelheedens de hooge ten daar in tegendeel het pre„ Jndiasche regeering is alles den sente ministerie bij de voor„ zodanig „Lijwaat handel rakende, thans noemde b'antwoording onder ingerigt dat ons bedunkens daar Letteren veer eer klaagt over de inne geene verandering meer plaatsal te grote voorraad, en bij hunne kan hebben - volgende advisen aantoont de Het gepasseerde boekjaar genoegsame ommogelykheid 1763 heeft hier van genoegsaam om eenige der ongewilde soor„ preuve gegeeven allso meest alle ten tot de bepaalde prijsen te Cormandelsche bengaalsche lijwa „ kunnen debiteeren „ten voorgoud het welk ook reets Het heeft ons derhalven ook niet in staaven gesmotten na de weinig gesurpreneert, dat niet hoofd plaats batavia versonde teegenstaande VE g'informeert is omgezet en naar genoegen waaren of immers g'informeert van had waaren 11 Van Sumatras West Cust den 3 septemb=r 1765 van welm: Haar hoog Edelens ver„ waaren had bekomen te zijn, van antwoord, zijn, zo dat van alle de de restanten die zo op Padang als in voorraad geweest zijnde lywaat op de onderhoorige Comtoiren pakken onder Ult=o augustus niet aan handen waaren UE. egter her„ meer p=r restant gebleeven zijn als waards hebben gezonden een jm„ 138 pakken alle sourats lywaaten portante Parthij van 1172 pakken en van welke nog wel ligt lange dieverse lywaaten en de te rug zen„ en restant zal blyven, door de ding van 98 pakken alleen van wis pultuurigheid van den jnlander Adjerhadja alwaar een voorraad welkers smaak, zoo zeer bevoorens van meer dan drie Jaaren aan op die doeken gevallen was, zoo handen was, toont zoo zeer aan zeer thans weeder daar van afge„ de schadelikheid van die gedaane trokken schint. — versending dat het ten eenemaa„ Het begin van dit boekjaar le overtollig zoude zijn daartoe stelden zig wederom zeer voordelig n Jetwes meerder bij te brengen. en wijl van den aanbreng van het schip westvriesland in December n off schoon de bediendens van dit 1764 onder Ult=o februarij van dit Comtoir bij voorige eijsschen wel Jaar een goede verkoop geschied is ruijm 200 packen hebben gevraagt Dog wierd den verderen loop van kan zulx de laast gedaane ver„ den handel gestuijt, door bevoo„sending derwaards van 154 pakken vens gemelde siekte die thans net Justificeeren vermits de egter cesseert ondervinding te meer maalen heeft doen sien, en in dit geval we„ der bewijst de noodzaakelijkheid om de Eijschen die van de buijten Comtoi„ „ren werden gedaan, met de vereijsch „te attentie te overwegen alvoorens te voldoen behelsen Dat de voorige eyschen van 200 pakken van dies te minder applicatie zijn in cas suffect alsoo volgens der bedien„ dens Advisen zijn na het terug zenden van die 98 pakken, nog aan handen hebben gehouden 208 pakken
English
From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 packs which, according to their statement, without any notable improvement in trade, could not be disposed of there in three years. Your Honors will consequently also be able to discern clearly from this how much pleasure such management of the Company's trade must give us, considering the importance of the capital that is employed for it, and the disadvantage which the Company suffers through the long lying over of the textiles and the return of unwanted sorts. We cannot too strongly recommend to Your Honors to pay all possible attention to this, and in future, without any leniency, to cause to be executed the orders laid down in Your Honors' outgoing letter of 1762 regarding the requisitioning of the necessary linens for this office, and the compensation of the damages caused by the acceptance of defective and bad linens; trusting that Your Honors, for your part, will take care that no other than the requisitioned sorts are sent thither, and at the same time expecting that the initial collectors and packers of the linens will, by the compensation imposed upon them, be stimulated to a better observance of their duty. From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 This difference of 3 1/8 rds in the prices of the white and blue guinees was found upon the sale here, calculating the gold according to the market price, that the same with the Malay is worth ƒ 60 or 25 rds the Thail, and in the purchase there is no greater difference than from 1:26: rds to 1:30:= rds, as has been clearly shown by the Senior Merchants of the Castle at Batavia in a report under date of 11 May 1762. Among other things, the difference of 3 1/8 Rds in the price of the white and blue guinees has also appeared very speculative to us, as being much too large to be passed over without remark. The orders established by Your Honors to reserve the trade in iron and salt solely for the Company meet with our full approval, and we are well pleased with the determination Your Honors have made regarding the selling price of those two articles, in the expectation that by the immediate prevention of private trade and committed smuggling, the salt and iron sent to this office can be disposed of at those determined prices against gold; and since Your Honors have caused the calculation of this last-mentioned mineral to be brought back to the former footing, the same must be maintained thereon without further change. Upon examination of the returns of the linens sold here, we shall constantly keep in mind that this sale was made against gold at the price of ƒ331:10 the 1r: ff: We furthermore also approve the established orders on the assaying of the gold, in order to keep both the servants and the Company free from damage; no less of our approval are the decisions taken by the ministers 13 From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1766 decisions for the prevention of the wanton acts which are only too often committed by the ship's crew, to the harassment and detriment of the poor natives; and we recommend them to execute the penal measures established against this, without any connivance, with the utmost rigor. We furthermore conform with the remark made by Your Honors regarding the improper administration of justice, and since, to our regret, evidence thereof appears from time to time at several other outer offices, it would be particularly agreeable to us, the sooner the better, to be able to receive Your Honors' considerations on the plan drafted by the Extraordinary Councilor Mr. Faillefert for a better administration of justice at the respective outer offices, in order to be informed to what extent the remedies proposed therein could be put into practice according to the constitution of affairs in the Indies, in order subsequently to convey our further pleasure thereon to Your Honors. We furthermore cannot pass untouched what appears in the ministers' letter of 21 December 1761 with relation to vessels of private traders, which have been present there to the number of pieces from Batavia, 15 From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 and the hesitation which the ministers had to admit those vessels to trade. We readily understand from what the hesitation of the ministers arose: the prohibition against all private shipping and trade caused there to appear to be not the least reason for the admission of those traders; yet on the other hand we have not been able to discover wherein consisted, nor when the ministers received, those pretended better instructions which caused them to decide to depart again from their previous disposition regarding those six vessels. The only thing that has appeared to us concerning this is Your Honors' resolution of 10 August 1768, from which it seems must be inferred that, notwithstanding Your Honors, by resolution of 7 April previously, understood that free shipping both from and to Sumatra's West Coast was prohibited by resolution of 4 December 1759, passes are nevertheless granted to various private individuals. Yet if that resolution of 10 August moved the ministers to admit the above-mentioned vessels to trade, and that this was approved by Your Honors on that account, we can in no way reconcile that disposition with the views which Your Honors, according to
Dutch transcription
Van Sumatras West Cust den 3 September 1765 pakken die naar hun zeggen zouder eenige merkelyke verbeetering in den handel in geene drie jaaren aldaar van de hand zouden kunnen wer„ „den gezet UE zullen vervolgens hier uijt ook zigtelijk kunnen op maa„ ken hoe veel genoegen dus danige directie van 's Comp:s Handel ons moet geven, geconsidereert de Jmpos„ tante van die Capitaalen, welke daar toe werden g'emploogeert en de nadeele welke de Compagnie legjt door het lange overleggen der doeken, en de te rug zending van ongewilde zoorten wij kunnen UE niet te sterk aan beveelen, daar op alle mogelijke attentie te geeven, en in het vervolg zonder eenige toegeventheid te doen Excuteeren de ordres bij UE afgaande brief van 1762 gesteld op het eijschen van de nodige lywaaten voor dit Comtoir en op het vergoeden van de scha„ dens die door het accepteeren van de fectieuse en slegte lywaaten werden veroorzaakt vertrouwende vertrouwende dat UE van haare zijde zullen zorge dragen, dat Geetie andre dan de g'eyschte zoorten, derwaards werden gezonden en teffens verwagtende dat de eerste Jnsamelaars er afpakkers der lijwaaten door de hun opgelegte vergoeding zullen werden opgewekt tot eene betere betragting van hur pligt. — zijnde Van Sumatras West Cust den 3 september 1765 Dit verschil van rd=s 3 1/8 in de prijsen van zynde ons onder anderen ook seer het witte onblaauwe guinees is gevon„ speculatief voorgekomen 't verschil van „den bij den verkoop hier het goud bereeken 3 /8 Rd=s in de prijs van het witte en blaau„ naar de markt prijs, dat het zelve bij we guinees, als het welk veel te groot is den maleijr waardig is ƒ 60 oft rds 25. om zonder remarque te werden gepas„ de Thail en is in den jnkoop geen seert. — grooter verschil als van rd=s 1:26: tot Door UE gestelde ordres om den han„ rd=s 1:30:= gelyk zulx duydelijk door de del in izer en zout alleen voorde Comp: opperkooplieden des Casteels te Ro„ te reserveeren, is van onse volkomen „tavia bij een berigt onder dato 11 maij goedkeuring, en wij laaten ons welge 1762 is aangetoont geworden „vallen de bepaaling die UE hebben ge„ maakt op de verkoopsprijs van die twee articulen in verwagting dat door het daadelijk beletten van den particulieren Handel en gepleegt werdende sluijkerijen het na dit Com„ toir gezonden werdende zout en Yzer tot die bepaalde prijsen, teegens goud zal kunnen werden van de hand gezet, en vermits UE de bereekening van dit laastgem: mineraal weder op den vorige voet hebben doen brengen zal het zelve daar op zonder verdere verandering dienen werden gehou„ den zullen wij bij Examen van de rendementen van de alhier verkogt werdende lywaaten steeds in 't oog te houden, dat die verkoop werd gedaan tegens goud tot de prijs van ƒ331:10 't 1r: ff: Wij approbeeren wijders meede de gestel„ de ordres op het Essaijeeren van het goud ten Eijnde zo wel de bediendens als de Compagnie buijten schade te houden niet minder is van onse goedkeuring der ministers genomen besluijt 13 Van Sumatras west Cust den 3 septemb:r 1766 besluijten tot voorkoming van de moedwilligheeden die door het scheeps volk maar al te veel werden gepleegt tot quelling en nadeel van de arme Jnlanders en wij recommandeeren hun de daar teegen gestelde paemaliteiten zonder eenige Conventie met de uyterste regeur te doen Executeeren wij Conformeeren ons voorts met de door UE gemaakte remarque op de onbehoorlijke administratie van de Justitie en vermits tot ons leedwee„ „sen daar van op meeranderen buij„ ten Comtoiren van tijd tot tijd blyken voor komen zoude het ons bij zonder aan„ genaam zijn hoe eerder hoe beeter te mogen ontfangen UE Considera„ tien over het ontwerp door den Heer Raad Extraordinair Faillefert geformeert tot een beeter admini stratie van de Justitie op de res„ sective Buijten Comtoiren ten eijnde g'informeert te zijn in hoe verre de daar bij voorgeslagene middelen van redres na Constitutie der zaake in Jndien en Trainzou„ „den kunnen werden gebragt omme vervolgens daar omtrent ons nader goedvinden aan UE te doen toeko„ „men. Wij kunnen voorts niet onaange„ roert passeeren het gunt in der mi„ nisters brief van 21 Decemb=r 1761 voorkomt met relatie tot vaartuijgen van particulieren Negotianten die ten getalle van stux van Batavia aldaar 15 Van Sumatras West Cust den 3:' 7ber 1765 aldaar zyn aangeweest en de beden„ king welke de ministers hebben ge „dragen om die vaartuijgen ten handel te admiteeren wij begrypen het ligt waaruijt de bedenking van de ministers onstaan, Het verbod teegens alle particuliere vaart en handel wierd toe gebragt, dat er geen de mins„ te redenen scheenen te zijn voorde admissie van die Negotianten dog daar teegens hebben wij niet kunnen ontdekken, waar in hebben bestaan nog wanneer de ministers hebben ont„ fangen die pretendeerende betere onderrigtingen, die hun hebben doen besluijten weeder af te gaan van hun„ „ne voorige dispositie nopens die zes vaartuijgen het eenige dat ons daar van is voorgekomen, is UE besluijt van den 10 august 1768 als waar uijt schijnt geinfereert te moe„ „ten werden dat niet teegenstaande UE bij resolutie van 7 april bevoorens, heb„ ben verstaan dat de vrije vaart zo wel van als na Sumatras west Cust bij besluijt van 4 Decemb: 1759 is verboden egter aan deeze en geene particulie„ „ren werden verleent Passen Dog zo dat besluijt van den 10 augs de ministers heeft bewoogen de bovengem vaartuij„ „gen ten handel te admiteeren, en dat zulx uyt dien hoofde door UE is goed gekeurt, kunnen wij die dis„ positie in geenenedelen over en bren„ gen met de denkbeelden die VE volgens
English
From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 Regarding the private trade, such emphatic orders have been issued against it by Their High Mightinesses that it has now been completely suppressed, and no private traders are found on this Coast any longer. According to their general missive of the last day of December, there still seems to be, both regarding the harmfulness of private trade and with the repeated assurances you give us on various occasions of your attentiveness to remove, to the utmost of your ability, every cause for private navigation thither; concerning which we shall therefore await the necessary clarification and suspend our judgment on that point until then. The undesired coin species to the sum of ƒ4132:8:9:8 were first received in the year 17 3/8 and successively exchanged for gold as well as current money, so that at the closing of the book-year 176 2/3 no balance remained thereof. In that same letter from the ministers, it still appearing that among the remainder of the cash funds ƒ41828:9:8 in undesired coin species were found, which were said to lie there on account of the administrators and the cashier who must exchange them, we wish to be informed at the first opportunity since what time those undesired coin species have lain there, and what precautions were taken, and regarding the interest-free lying of this capital. The embarrassment in which the Bengal ministry has been placed by the long delay of the ships Duinsveld and the widow Cornelia Hillegonda, and the further disadvantageous consequences that have resulted to the considerable prejudice of the Company from the dispatch of the Company's two hulls over this coast to Bengal, provide all too clear proof of how dangerous it is to expedite the Bengal return ships in such a manner, and how necessary it therefore is to avoid this carefully in the future. From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1766 Concerning the conduct toward the English with respect to Natter and Tapianoeli, we have lodged our complaint with Their High Mightinesses, who have written to their Envoy and Plenipotentiary, the Count of Weelderen, to make the necessary representations in this regard to His Britannic Majesty, the effect of which we still await. The Resident of Natter, Van Moschel, has by resolution of 15 November 1762, on account of untimely fear and the conduct resulting therefrom, been demoted to soldier at the pen with ƒ9 per month, as well as condemned to a fine of ƒ1500 for the benefit of the Company toward meeting the expenses for the establishment of a new office in Aijerbangies; to which punishment, and not to any other, the Council was principally moved, on the one hand by the sickly bodily condition in which he found himself at the time when he received this unpleasant visit, on the other hand by the bad advice given to him on that occasion by the bookkeeper and resident going to Baros, Meertens, and finally the fickleness of the native whom he saw colluding with his adversary. The ministers at this office having handled these matters thus far to our satisfaction, but since the conduct of the Resident of Mochel requires further investigation and the ministers have placed him under arrest, we shall await the outcome of that further investigation conducted, just as we shall also expect the necessary communication of the report that you have requested regarding a certain murder alleged to have been committed on the mate of an English vessel, and that which further appears regarding this in your missive of 18 September 1762. From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 From the report sent by Their High Mightinesses dated 10 October 1763 in answer to their honored requests concerning various matters regarding the English gentlemen, it appears that what the English gentlemen call a murder committed on a mate of one of their vessels was nothing other than the flight of a so-called Nakhoda who engaged in illicit trade in sight of Padang with a small English vessel, and who absconded when, on the 27th of July 1757, near the small island of Passapahan, having been caught by Ensign Jan Steenberg and Assistant Johan Abraham van Mochel, his vessel was subsequently brought up to Padang. Finally, we still expect that you will take the requisite care.
Dutch transcription
Van Sumatras west Cust den 3 Septemb=r 1765 volgens derselver generaale mis„ van sive van Ult=o Decemb=r als nog schij Ten aanzien „ der particulieren handels zijn daar teegen door haar nen te hebben zoo wel van de schade„ hoog Edelhedens zulke nadruk„ lykheid van kelijke ordres gesteld dat dezelve thans geheel geweerd is, en ook geene particuliere handelaars met de herhaalde verseekering en meer aan deese Cust gevonden die UE bij dieverse gelegentheeden ons doen van UE attentie, om naar uijter„ worden ste vermogens weg te neemen alle oor„ „zaak tot een particuliere vaart der„ „waarts waar omtrent wij derhalven de noodige elucidatie zullen te gemoedzien en tot zo lange ons oordeel over dat pooinct opschorten. de ongewilde munt specien ter In die zelve brief van de minis„ somma van ƒ4132:8:9:8: zijn eerstters nog zynde voorgekomen dat onder het restant van de Casge„ in a=o 17 3/8 ontfangen geworden en successive zoo niet goud als vonden werden ƒ41828:9:8: aan gangbaare gelden gewisselt zoo ongewilde munt spetien die dat daar van bij het sluiten van gezegt wierden aldaar te leggen 't: boekjaar 176 2/3 geen restant voor reek: van de administateurs en de Cassier die dezelven ver„ meer over is.. wisselen moeten willen wij bij eerste geleegentheid g'informeert zijn 't zeedert wat tijd die ongewil„ de munt specien daar hebben ge„ leegen, en wilde precautien, en het renteloos leggen van dit Capi„ taal De verlegentheid waar in het Ben„ „gaalse ministerie is gebragt door het langagter blijven van de schee„ „ken Duinsveld en de w: Corhelia Hillegonda ende verdere nadee„ lige .. . . : 1 . 6 „ Van Sumatras WestCust den 3 september 1766 „lige gevolgen die tot merkelijke praeiudice van de Comp:e zyn geresulteerd, uijt de depeche van de Comp:e die twee kielen over deeze cust. na bengale leeveren maar te klaare bewijs uijt hoegevaar„ lyk het is de Bengaalsche retour scheepen in dier voegen te Expe„ diteeren en hoe noodzakelijk het dierhalven zij zulx in het toekomen„ de zorg vuldig te vermijden over het gedrag met de Engelschen met betrekking tot Naster en Tapianoe„ „lij hebben wij ons beklag aan haar Hoog mogende gedaan, die hoogst der zelver Envoije en Plenipoten„ tiariss den Heer Grave van weeldern hebben aangeschreeven diesweegens de nodige representa„ tien aan zijne groot Britani„ sche Majesteit te doen, waar van wij het Effect als nog blij„ „ven afwagten. De Resident van Natter van Hebbende de ministers ten Moschel / is bij besluit van 15 nov=s deezen Comtoire die zaaken tot 1762 weegens ontijdige vreeze en dus verve naar ons genoegen daar uijt voortgevloeijd gedraggeden behandelt dan dewijl het gedrag „gradeert tot soldaat aan de pen van den Resident van Mochel met ƒ9 p=r maand mitsgaders nader onderzoek vereyscht en gecondemneert in een boete van de ministers denzelven in arrest ƒ 1500 ten behoeve van DE: Comp=e hebben doen komen, zullen wij te tot gemoed koming der lasten gemoed zien, den uytslag van dat tot de opregting van een nieuw gedaane nader onderzoek gelyk Comtoir en aijerbangies tot welke wij al meede zullen verwagten de straffe nodige 17 Van Sumatras West Cust den 3 7ber 1765 straffe en niet tot een anders vernodige Communicatie van het be„ dienden meer als gemeene den rigt dat UE hebben gerequireert no„ raad voornamentlijk is bewoo„pens zekere moord die aan de stuur„ gen:de worden, eensdeels door de ziek man van een Engelsch vaartuijg „lijke lighaams gestellenis waar zoude zyn gepleegd en het geen„ in hij zig bevind, te dier tijd wan, dien aangaande bij UE missive neer dit hem onaangenaam bezoet van 18 september 1762 verder voor„ kreeg ten anderen den slegten komt raad, hem bij die geleegentheid gegeeven door den boekhouder en na Baros gaande resident Meertens, en eijndelyk de wis„ pultuarigheid van den Jnlander die hij zag dat met zijn parthij heulden. uijt haar Hoog Edelheedens toe gezondene berigt de dato 10: 8ber 1763 tot antwoord op dezelver geerde requiten dieverse zaken de Heere Engelsche raakende blykt dat het gunt d Heere Engelsche een moord aan een stuurman van eene hunner vaartuijgen gepleegd, noemen niet als de vlugt van een anders ses ^ die in t gezig van Padang zoo genaamde Nachoda met een klein Engelsch vaartuijg verboden handel dreeft, en zig absenteerde wanneer op den 27 Julij 1757 bij het Eilandje Pas„ sapahan door den vaandrig Jan Steenberg en Assistent Johan Abraham van mochel geatrappeert zijnde, zin vaar„ Eindelijk verwagten wij nog „tuijg vervolgens tot padang wierdat UE de vereijschte zorge zullen opgebragt dragen 90
English
From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1766 brought up. bear in order to hold the Company harmless in the matter of what might come up short on the estate of the former head of p=l Chinco Jacob van Ouderstein Elias, since it seems quite certain that with proper supervision from those whose post it is to properly verify the administration of their subordinates, the aforementioned Elias could not have remained indebted for such a considerable arrears. Everything that can be brought up regarding p=l Chinco to excuse the council has already been done and has also had the good fortune to satisfy Your High Nobilities to the extent that you have very favorably resolved to write most favorably to Your High Noble Right Worships in this matter, so that the council may be relieved of the assessment imposed on them to the sum of ƒ 50827:17, to which we accordingly most respectfully add our humble representations. The extract concerning Batavia having also been answered herewith, we proceed to answer Your High Nobilities' respected letter of the 31st of June previously mentioned, providing at the same time a respectful report of our activities since our last of the 27th of February, the duplicate of which accompanies this letter to date, making a beginning with the main section on ships and vessels, regarding which we cannot fail to express to Your High Nobilities our humble gratitude for the favorable approval of our actions regarding this article in the year 176 4/5, in which we surely From Sumatra's West Coast the surely would have given more satisfaction to Your High Nobilities if we had not taken Your High Nobilities' respected order upon the receipt of the linens too literally; but this having now happened, we humbly beg Your High Nobilities' pardon for this, and promise the same henceforth to proceed with better deliberation. Regarding the consignments for this new financial year 176 5/6, we have already had the honor to inform Your High Nobilities of the arrival of the tanjong pour de Schulp, to be retained here, and the small ship de Jonge Petrus Albertus, which now lies ready to undertake its return voyage to Batavia. And since the costs incurred by the said vessel according to the enclosed ship's expense account do not amount to much, we trust that Your High Nobilities will be pleased to pass the same favorably. The sloops and lesser vessels belonging here, which were found to be present in reality as of the end of August, consist of 9 pieces, among which: 3 sloops named the Jda Wilhelmina, the Goudvink, and the Haasewind, 2 tanjong pours named the Schulp and the Klatergoud, 3 scows or unloading vessels, 1 country boat, and thus 9 pieces as above; besides which there is also here a small water scow, From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 the said vessels being furthermore all in a serviceable condition, in which we can now maintain them by means of the timber and other necessities that we look forward to receiving daily. And having nothing further to report regarding this main section, we proceed to that of the delivered and transported cargoes. Regarding which we have the honor to answer Your High Nobilities that our equipment overseer Gerrit Coerte humbly thanks Your High Nobilities for the favorable remittance of the lower percentage which some linens damaged by him per the sloop de Goudvink yielded upon sale, while we furthermore credit to the main office by invoice that for which Your High Nobilities have been pleased to relieve Dirk Boisen, former commander of the sloop de Goudvink in the year 176 2/5. Further, having questioned the assayer Altena about the 100 lb of quicksilver requisitioned at Batavia without our knowledge, he replied that he had bought it intending to use it here in his profession, but that he had found the contrary to be the case, and therefore humbly begged Your High Nobilities' pardon for his error committed in this matter. Now concerning the cargoes of the small ship de Jonge Petrus Albertus: what was brought for Chinco was properly delivered, and its stowage upon arrival in these roads having been inspected, it was also found in order. But upon unloading it was discovered that near the powder room there was From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 a severe leak, by which not only 9 barrels of powder were spoiled, but also great damage was caused to the 80 lasts of rice on board; to prevent further damage from which, we immediately sent two express delegates on board with orders to closely inspect the said rice and, in the presence of the Fiscal, to throw overboard and into the sea all of it that should be found spoiled; which was also done, as Your High Nobilities will be pleased to see from the enclosed original and sworn reports No. 4. The aforementioned accident thus being the cause that on the aforementioned quantity of rice, as shown by the accompanying finding No. 5, 760 bags or 57,925 pounds of rice were found missing beyond the usual spillage, we have, as customary, placed the same to the account of the ship's officers, until such time as it shall please Your High Nobilities to dispose otherwise in this regard. And although this accident has reduced the sent quantity of rice by a quarter, we nevertheless cannot fail to express to Your High Nobilities our joy at this relief, while we at the same time have the honor to thank Your High Nobilities most humbly for it, since we now see ourselves covered against
Dutch transcription
Van Sumatras West Cust den 3 September 1766 opgebragt. dragen om de Comp:e schadeloos der zake te Alleswat ten aansien van p=l te houden van het geen op den boe„ Chinco tot verschooning van den del van het geweesen opperhooft raad kan werden opgebragt is be„ van p=l Chineo Jacob van ouder„ reeds geschied en heeft ook dat ge„ stein Elias te kort zoude mogen luk gehad Haar hoog Edelhee„ komen dewijl het voij zeeker schijnt „dens in zo verre te voldoen dat te zijn dat hij een behoorlijke toe„ groot gunstelyk geresolveert zigt van die geene wier post het hebben, aan haar Hoog Edele is de administratien van haar groot agtbaarens in deeze zaa„ onderhoorige behoorlijk na te „ke ten favorabels te voorschrijvin, gaan de voorn: Elias dusdanig „ge te doen ten eynde den raad considerabel agterstal niet zal mogen ontheft worden van zoude kunnen zijn schuldig die hun opgelegde belasting ter gebleeven. — somma van ƒ 50827:17— waar bij wij dien volgens op het eerbie„ „digste onse ootmoedige instan„ ties zijn voegende. Het Patraasche Extract hier meede be„ antwoord zynde zoo gaan wij over ter b'ant„ „woording van haar hoog Edelens gerespecteerde van den 31 Junij hier voorens genoemt doende teffens daar bij eerbiedig verslag van onse verrig„ „tingen 't zedert onse laaste van 27 feb=r waar van het duplicaat deeze verselt tot dato deezes, een begin makende met het hoofdeel der scheepen en vaartuijgen waaromtrent wij niet kunnen nalaaten Uw hoog Edelheedens onse nederige dankbaarheid te betuygen voor de „gunstige approbatie onser verrigtingen om„ trent dit articul in Ao 176 4/5 waar bij wij zeekerlyk Van Sumatras West Cust den zeekerlijk meer genoegen aan Uw Hoog Edelens g'eerde ordre op den ontfangst der lywaaten, niet te letterlik hadden opgenomen dog dit nu geschied zynde, zoo verzoeken wij Uw Hoog Edelens hier over needrig Excuus en belooven hoog deselven voor„ than, met beeter overleg te werk te gaan. Belangende de besendingen voor dit nieuwe Boekjaar 176 5/6 zoo hebben wij bereeds hier over de eere gehad UW hoog Edelens te bedeelende aan„ „komst van de tanjong pour de schulp, om alhier aangehouden te worden en het scheepje de jonge Petrus Albertus 't welk thans gereed legt zijne te rug reise na Batavia aan te neemen En dewijl de door gem bodem volgens neevens leggende scheeps onkost reekening gemaakte kosten niet veel emporteeren, zoo vertrouwen wij dat uw Hoog Edelheedens, dezelve gunstig zullen gelieven te passeeren De Chialoupen en mindere vaartuijgen welke alhier thuys hooren en onder Ult=o aug=s in waare weesen bevonden zijn bestaan in 9 stux waar onder 3 Chialoupen gen=t de Jda wilhelmina de goudvink en de haase wind 2 Tanjong pours gen=t de schulp en het klater goud 3 schouwen off los vaartuijgen 1 Landsschuijt, en dus 9 stux als booven behalven dewelke zig nog alhier bevind een klein waater schouw zynde C 21 Van Sumatras west Cust den 3 september 1765 zijnde gem: vaartuijgen voor het overige alle in een bruijkbaare staat, waarinne wij dezelve als nu kun „nen onderhouden door middel van de Houtwerken, en andere behoefdens, die wij dagelijks te gemoet zien: En omtrent dit Hoof=deel verders niets te melden hebben, zoo gaan wij over tot dat vande uijtgeleverde en vervoerde Ladingen Waar omtrent wij de eere hebbe Uw Hoog Edelens in antwoord te dienen dat ons Equipagie op ziender gerrit Coerte uw Hoog Edelens oomoedig bedankt „voor de gunstie quyjtscheldinge der mindere p:r C=to welke eenige door hem p=r de Chialoup de Goudvink beschadigt aangebragte Lijwaaten bij verkoop be„ haald hebben, terwijl wij verders bij Factuur het hoofd Comtoir ten goeden laaten brengen het geene waar voor Uw Hoog Edelens den in A=o 176 2/5 ge„ weesen gezaghebber van de Chialoup de Goudvink Dirk Boisen hebben gelieven te ontheffen Wyders den Essageur Altena, aangesprooken, hebbende, over de te Batavia buijten onse kennisse gijsch„ te 100 lb quiokselver; zoo diende dezelve in antwoord dat hij deselve verkogt hadde, in meening van zulke No alhier in zijn metier nodig te hebben dog dat hij 't i Contrarie ondervonden hadde, en derhalven UW Hoog Edelens needrig om excus verzogte over zijn, en deesen, begaan Erreur wat nu aanbelangd de Ladingen van het Scheepje de Ionge Petrus Albertus, zoo is het aangebragte voor Chinco behoorlyk uytgelevert En zijne stuagie bij aankomst op deeze Rheede ge„ visiteert zijnde, ook wel bevonden, Dog bij ontlos„ „sing ontdekt zynde, dat er omtrent de kruijtkamer een Van Sumatras West Cust den 3 september 1765 een swaar lek was, waar door niet alleen 9 vaatjes kruijt Vaatjes kruijt bedurven, maar ook een groote schaade aan de inhebbende 80 lasten Rijst veroorzaakt was, om het welke voor het verdere voortekoomen, wij ten eersten twee Expresse gecommitteerdens na Boord„ gezonden hebben, met last om gem: kijst nauwkenrig te visiteeren, en ten overstaan, van den Fiscaal al 't geene dat daar van bedurven zoude bevonden wor„ „den overboord en in zee te werpen, het welke dan ook geschied is, invoegen als Uw Hoog Edelens uit de neevensgevoegde onigen: en met Eede gestraafde Rapporten N=o 4 des behaagende zullen kunnen b'oogen Dus het voorschreeven accedent oorzaak zijnde dat er op voorm: quantiteijd Rijst blykens neevens„ „gaande Bevinding N=o 5 boven de gewoone spillagie nog te kort bevonden zijn 760 zakken off 57925 pon„ „den Rijst, zoo hebben wij hier op nagewoonte, dezelve p=r gesteld op Reekening van de scheeps=overhee„ „den, tot tijd en wijle het Uw Hoog Edelens behaa„ gen zal, desweegen aanders te disponeeren En Schoon dit toeval de toegezondene quan „titeijd Rijst wel een quart vermindert heeft; zoo kunnen wij egter niet nalaaten Uw Hoog Edelens onse blijschap over ditze ontzett, te bethoonen terwijl wij teffens de eere hebben Uw Hoog Edelens desweegen op het ootmoedigste te bedon„ „ken alsoo wij ons nu gedekt zien voor
English
23 From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 for a very apparent dearness of provisions, considering the sickness that raged this year, which has not yet entirely ceased, is the reason that fully three quarters of the rice fields have remained uncultivated. That which was brought by the Tanjong pour the shell from Batavia, on the contrary, was delivered in good order, and in the shipments sent successively from here to the subordinate offices during the past financial year, and the returns received from there, nothing was found in excess or short that merits Your Right Honourables' esteemed attention. Regarding native affairs, we cannot fail respectfully to inform Your Right Honourables that the satisfaction which Your Right Honourables have been pleased to take in our proceedings regarding this, as well as our bounden duty, will constantly spur us on to keep a watchful eye over the Company's affairs on this Coast, and in particular on the salt trade, concerning which we promise Your Right Honourables to take care that leniency regarding the native salt pans will not be extended too far. Regarding the regents in Baros, we have, concerning that, written the necessary instructions to the resident Siben with regard to the collection of the products From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 products, and also ordered him to provide us with a report on what is found with the post at the river Tapis, and the answer to that not yet having been received, we shall let it follow upon another occasion. The provisional appointments of a sultan at Indrapoura, two radjas, namely one at Lambang and one at Sobo, along with a bandhaare and two ponghoulous at Padang, having been favorably approved by Your Right Honourables, we take the liberty to express our humble gratitude to Your Right Honourables in this regard, the more so as we have no reason to complain about them, and the sultan of Indrapoura, as well as the radjas of Cambang and Adjar-radja, have truly applied themselves to the rice and pepper cultivation, which is regarded as a sign of attachment to the Honourable Company. Yet regarding their promise concerning the collecting of the debts of the former resident Seyfferth, we find ourselves obliged to report to Your Right Honourables that we have thus far seen no results from it; notwithstanding the continual admonitions given to them in this regard, should anything come in, we shall not fail to give Your Right Honourables the due information thereof at the earliest opportunity. With 25 From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 With the mountain princes and the other native regents, we still live, as before, in good harmony, and it only remains for us under this main section to report that the affairs of the Radja Troesang are not yet entirely concluded; and although he has already properly paid his debt to the office at Chinco, his differences with the Sigablas Costas nevertheless still remain, for the concluding of which we await the opportunity every day. Meanwhile, we have seen fit to release the said Radja from his arrest under the suretyship of the Panglima and his pongholous, in order to remain here with the Panglima until his affairs shall be completely concluded, for which the prospect appears favorable. The letter received and the gift from the Landraad here, we delivered to them according to custom on the 22nd of August, for which they expressed their humble gratitude; the letter and the gift for the regents of Baros shall also be sent thither at the first opportunity, while in the meantime we humbly beg Your Right Honourables' excuse for the oversight in the comparison of the gift given to the prince of Souruassa in the past year against the preceding one, by which the same differed to the bad by f 1:11:8 purchase value and f 1:9:8 sales value; and having nothing further to add here, we now proceed to the chapter From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 chapter of Commerce. And regarding that, it having pleased Your Right Honourables in their highly respected letter of the 21st of June to express themselves in very favorable terms concerning the satisfaction that Your Right Honourables were pleased to take in the trade conducted and the collection of products made in the year 1763/4, both at Padang, Chinco, and at Agerbangies, we cannot fail at present unanimously to thank Your Right Honourables for the good sentiments regarding this Administration, and in particular the first undersigned, who finds himself not a little encouraged thereby to continue to make every possible effort for the promotion of the Honourable Company's interests, which he hopes, crowned with a desired success by God's blessing, will always be able to make Your Right Honourables persevere in the same favorable thoughts. In contrast to which we have made known Your Right Honourables' displeasure in this regard to the Residents Challier and Sieben by an extract from Your Right Honourables' aforementioned esteemed missive, in order to animate them, both through fear of Your Right Honourables' disgrace and the hope of also being able to give satisfaction, to exert their utmost abilities in their department to the benefit of the Honourable Company. With respect to the Resident Boudewynsz, we must confess to having placed too much reliance
Dutch transcription
23 Van Sumatras West Cust den 3 september 1765 voor een zeer apperente duurte der leevens mid„ kinder delen, aangezien de dit Jaar gewoed hebbende ziek„ te die nog niet geheel en al ophouden, oorzaak zijn dat er wel drie quart der Rijst velden onbe „bond zijn blijven leggen. — Het door de Tanjong pour de schulp van Batavia aangebragte, is inteegendeel wel uijt geleevert en op de van hier nade onderhoorige Comtoiren in het gepasseerde boekjaar succes„ sive versondene ladingen en van daar ont„ „fange Rethouren is niets overoff te kort bevon„ „den dat uw Hoog Edelheedens g'eerde attentie meriteert De Inlandse zaaken aangaande kun„ „nen wij niet nalaaten Uw hoog Edelheedens Eerbiedig te kennen te geeven, dat het genoegen het welk hoog dezelve in onse verrigtingen daar omtrent hebben gelieven te neemen, zoo wel als de schuldige pligt, bij de ons steets zullen aan spooren een waakzaam oog te houden over 's Comp:s zaaken te deezer Custe, en in zor„ „derheid op den zout Handel, welken aangaan„ „de Uw Hoog Edelens beboven zorge te zullen draa„ „ge dat de toegeventheid omtrent de jnlandsse zoutkokerijen niet te verre gextendeert en worden Belangende de regenten te Baros, zoo hebben wij dier aangaande, den resident Siben met betrekking tot den jnzaam der Producten Van Sumatras west Cust den 3 Septembr 1765 Producten het noodige aangeschreeven en hem teffens gelast, aan ons van berigt te dienen van van wat mit de post aan de rivier Tapis bevor„ „den word, en het antwoord daarop nog niet ont„ „fangen zijnde zoo zullen wij het zelve bij ande„ „re geleegentheid desen laaten volgen De Provisioneele aanstellingen van een sul„ „than te Jndropoura, twee Radjaas als een te Lambang, en een te sobo beneevens een Band„ „haare en Twee ponghoulous te Padang, door uw Hoog Edelens gunstig g'approbeert zijnde, zoo gebruyken wij de vrijheid uw Hoog Edelens desweegen onse neederige dankzegging te be„ „tuijgen te meer wijl wij geen reeden van klog„ len over dezelve hebben en den sulthan van Jn„ „drapoura zoo wel als de Radjas van Cambang en Adjar=radja zig weesentlijk tot ze rijst en pee„ per Cultuure hebben toegelegt 't welk als een blijk van attachement aan d' E Comp aange„ merkt word. Dog wat aangaat hun lieder belofte omtrent de Jnpalming der schulden van den gewesene resident van Ceyfferth zo vinden wij ons verpligt uw Hoog Ede„ „lens te berigten dat wij tot nog toe geene gevolgen daar van gezien hebben, niet teegenstaande de geduurige aanmaningen welke desweegens bij hun lieden gedaan worden, zullen wij egter iets te binnen komende niet nalaaten Uw hoog Edelheedens ten eersten daar, de verschuldig „de narigt te geeven. Met 25 Van Sumatras West Cust den 3 September 1765 Met de Bergvorsten, en dandere Inlandse Regen„ ten, leeven wij nog gelijk voorheen, in een goede Harmo„ nie en blijft ons onder dit Hoofdeel nog maar overig te melden dat de zaaken van den Radja Troesang nog van niet ten vollen affgeloopen is; En schoon hij bereeds zijne schuld aan 't Comtoir Chinco behoorlijk voldaan heeft; zoo blijven egter zijne differenties met de Sigablas Coslaas als nog exteeren, om welke ten eijnde te brengen wij alle daagen de geleegentheid afwagten: Terwijl wij middelerwij„ „le goede gevonden hebben, gemelden Radja onder Borgtogt van den Panglima en zijne Pong„ holous uijt zijn arrest te ontslaan, ten eijnde om alhier bij den Panglima zoo lang te verblijven tot dat zijne zaaken ten eenemaale zullen zijn affgedaan, waartoe zig d'apparentie favora„ „bel op doed. — De ontfangene brief en het geschenk van den landraad alhier, hebben wij navolgens usantie op den 22 Augs. aan dezelve behandigt, waar voor dezelve hunne Neederige dank„ baarheid betuygden; zullende de brief en 't geschenk voor de Regenten van Baros, meede bij eerste geleegentheid na derwaards affgezonden worden terwijl wij in tusschen Uw Hoog Ede„ lens needrig Excus versoeken, over het ver„ suijm der vergeliking van 't in Ao p=o aan den vorst van Souruassa affgegeevene geschenk teegens het voorgaande, met welke zulx ten quaden gediffereert heeft ƒ 1:W:8 inkoops„ en ƒ1:9:8, verkoops; en wijders hier niets bij te voegen hebbende, zoo gaan wij nu over tot het Hoof„ stuk Van Sumatras west Cust den 3 september 1765 stuk van Den koophandel En daar omtrent het Uw Hoog Edele behaagt hebbende bij dezelver zeer gerespecteerde Brief van den 21 Junij, zig in zeer favorable Permente verklaaren, over het genoegen dat uw Hoog Edelens in den A=o 176¾ gedreevenen sandel en gedaanen inzaam der Producten, zoo te Padang, Chinco als te Agerbangies hebben gelieven te neemen, zoo kunnen wij thans niet nalaaten eenparig uw Hoog Edelens te bedanken voorde goede ge„ „voelens nopens dit Ministerie, en Inzonder„ heid den eerstgeteekende, die zig hier door niet weinig aangespoord vind, om verder alle mooge„ e „lijke vlijt aantewenden ter bevordering van S E Comp Belangens die hij hoopt door Gods zeegen met een gewenschte uijtslag bekroond, steeds UW Hoog Edelens te zullen kunnen doen voharden bij dezelve gunstige gedagten. In teegenstellinge van het welke wij de Residenten Challier en sieben Uw Hoog Ed=s ongenoegen hier omtrent bekend gemaakt heb„ ben, bij een Extract uijt voorn: uw Hoog Edelens g'eerde missive, teneijnde om dezelve bij de door de vreese voor uw Hoog Edelens disgratie en de hoope van ook genoegen te kunnen geeven, tanmeeren, om in hun departement, hun uyterste vermogens tot niet van van D E Comp in't werk te stellen. Ten opsigte van den Resident Boudewynsz moeten wij beseijden te veel staat te hebben gemaakt
English
From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 made, upon his word and good faith, which also obliges us to humbly request Your Right Excellencies' pardon on that account, while in the meantime we have settled the matter concerning the payment for the 300 chests of Benzoin in such a manner that we are fully secured for that amount, so that we could not refuse, at the instance of the said Boudewijnsz, to request Your Right Excellencies to have the above-mentioned 300 chests of Benzoin delivered to his authorized representatives in Batavia, Hendrik Hiller, precentor in the Castle Chapel, and Quietus Biman Paulusz, junior merchant and bookkeeper of the Artillery there. Meanwhile, in accordance with Your Right Excellencies' honored orders, we have notified the said Resident Boudewijnsz henceforth to collect no more Benzoin at Ayerbangies for the Company, but to leave such to the Resident Siber at Baros, from where it pleased Your Right Excellencies to require the said gum resins solely, and to accept it in exchange for merchandise from which Ayerbangies expects gold; and having written the necessary instructions to Baros regarding the aforementioned gum resins, it only remains for us to inform Your Right Excellencies concerning Ayerbangies: That the Resident, by letter of the 20th of June, From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 June, has sent over to us an affidavit concerning a pack of fine striped bleached Percalles No. 320, which accompanies this under No. 6, from which it appeared that the said pack was outwardly in good condition, but upon opening was found to be so damaged inside that, according to the sample received, it could not be disposed of for the usual price; on account of which he requested to be authorized to sell it for the prevailing rate; regarding which, after inspection of the aforementioned sample and subject to Your Right Excellencies' favorable construction, we have seen fit to grant his request to the extent that he shall be permitted to dispose of the said pack of Percalles at cost after the aforementioned affidavit has been sworn to, provided it yields no less than an advance of 30 per cent. For the favorable approval of the price current sent over to Your Right Excellencies in No. p:r, concerning the linens brought by the ship Westvriesland, we cannot fail to express our humble gratitude to Your Right Excellencies, and most respectfully to assure the same that in that respect we have in no way failed to seek the Company's advantage as much as possible, which to some degree appears from the reasonable continuation thereof, since notwithstanding the adversities encountered in trade in the past year, we can still present to Your Right Excellencies a fair return, From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 equaling that of the preceding year. Your Right Excellencies' displeasure regarding the 22 packs of ordinary bleached guinees returned from Chinco, we have made known to the servants by an extract from Your Right Excellencies' honored letter, and ordered the Chief Palm to bring Your Right Excellencies' displeasure most emphatically to the attention of the commissioners who inspected the aforementioned packs, and to signify to them that Your Right Excellencies will henceforth have such detestable practices punished in an exemplary manner; and having thus arrived at the section Of Demands and Balances, we have the honor in that regard to reply to Your Right Excellencies that the cost incurred in the past year for a hired native vessel for the transport of certain demanded merchandise to Ayerbangies amounted to Rds 100 or f240 —, which was charged to the Ayerbangies office, but was neglected to be reported to Your Right Excellencies, for which we humbly beg pardon; while on the other hand expressing humble thanks to Your Right Excellencies for the approval of our actions regarding the cargoes of the chaloup de Goudvink with respect to this office; From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 as also for the favorable information which it has pleased Your Right Excellencies to give us of the granted satisfaction of the demands for the book year 1765/6, both for the main office and for Chinco, Ayerbangies, and Adjarhadja, concerning which we have the honor to assure Your Right Excellencies that everything will be executed in accordance with Your Right Excellencies' honored orders. Regarding the 38 packs of linens received from Adjarhadja, we have instructed the administrators in that regard that in case anything perishable should be discovered on the said packs, they shall immediately provide a report, in order to be able to dispose further of the matter thereafter. Your Right Excellencies' special order and desire regarding the shipment of gold, we have made known by circular and earnestly recommended compliance therewith, insofar as this can take place without detriment to trade. Meanwhile, we have further presented to the Panglima and the other regents Your Right Excellencies' demand for ten thousand pounds of white pepper per year, with the question whether they would be able to deliver such a quantity, to which they answered with great astonishment that
Dutch transcription
27 Van Sumatras West Cust Den 3 september 1765 gemaakt, op zyn woord en goede trouwe het welk ons dan ook verpligt uw Hoog Edelens des weegens ootmoedig om verschooning te ver„ soeken, terwijl wij middelerwijle de zaake raa„ kende de betaaling der 300 kisten Benzuijn zoo„ daning beschikt hebben, dat wij voor dat montant volkomen gesecureert zijn, invoegen dat wij niet hebben kunnen wijgeren, op de instantie van gemelde Boudemijnsz, uw Hoog Edelens te versoeken de bovengemelde 300 kisten Bon„ zain aff te laaten geeven, aan zijn gemagtig dens op Batavia Hendrik Hiller voorleezer in de Casteels Cappelle, en quiptus Biman Paulusz onderkoopman en Boekhouder der Arthillerij aldaar. Ondertussen hebben wij Conform Uw Hoog Edelens g'eerde ordres gemelden Resident Boudewijnsz aangeschreeven voorthaan op Ayerbangies D E Comp=e geen Genzuin meer in te zamelen, maar sulx over te laaten aan den Resident Siber, te Baros, van waar 't uw Hoog Edelens behaag„ te gemelte gommetars alleen te requireeren en 't accepteeren in trocque van koopman„ schappen waar van Ayerbangies Gout verwagt word, en aangaande de opgem Gommataas het nodige na Baros geschreeven hebbende, zoo blyft ons nog eenelijk over Uw Hoog Edelens van Ayer bangies te bedeelen Dat den Resident bij brief van den 20:en Junij 1z Van Sumatras West Cust den 3 Sep=tber 1765 Iunij aan ons overgezonden heeft een verklaa„ ringe van een Pak Parcallen fijne gestreepte bleekte N=o 320 weke deezen sub N:o 6 is ver„ sellende waaruijt bleek dat gem: Pak uijter„ „lijk wel geconditioneert, dog bij opening van binnen zoodaning beschaadigt bevonden was, dat 't zelve volgens ontfangen monster, voor de gewoone prijs, niet van de hand konde gezet worden, uijt hoofde van 't welke dezelve versogte gequalificeert te worden tot den verkoop daar van voor 't geldende, welke aangaande wij na besig„ ting van voormeld monster onder UHtoog Ede„ „lens gunstige welduijding goedgevorden hem zijn versoek in zoo verre 't accordeeren, dat hij het gem: pak Percallen na b'eediging van voor„ „schreeven verklaaring voor 't kostende zal mo„ „gen van de vand'zetten, mits niet minder den 30 p=r C=to advans affwerpende Voor de gunstige approbatie van den in N=o p=r aan UW Hoog Edelens overgezondenen Puijs Courant, op de Lywaaten p=r 't Schip West vriesland aangebragt, kunnen wij niet nalaaten UW Hoog Edelens onse neederige dankbaarheid te betuijgen, en dezelve eer„ biedigst te verseekeren dat wij daar omtrent in geeven deele gemanqueert hebben sE Comp=s voordeel, zoo veel mogelijk was te betragten, 't welk eeniger maten blijkt uijt het reedelijke vervolg van dien alsoo wij niet teegenstaan„ de de in A=o p=o omtmoete wederwaardig hee„ „den in den Handel als nog met een tamelijk rendement Van Sumattras West Cust den 3 Septem=r 1765 rendement onder het oog van UW Hoog Edelens kunnen evenaarden dat van het jaar bevor„ vens. uw Hoog Edelens ongenoegen over de van Chinco te Rug gezonde 22 pakken guinees gemeen gebleekt hebben wij de bediendens bij een Extract uijt uw Hoog Edelens g'eerde Missive bekend gemaakt, en het opperhoofd Palm gelast de gecommitteerdens welke op„ gem: pakken gevisiteert hebben Uw Hoog Edelens ongenoegen daar over op het nadruk„ kelijkste onder het oog te brengen, en dezelve te beduijden dat Uw Hoog Edelens zulke ver„ foeijelijke gedoentens voorthaan voorbeel„ „delijk sullen laaten straffen en dus gekoo„ men zijnde tot het deel Der Eijschen en Restanten zoo hebben wij dienaangaande d' eere Uw Hoog Edelens in antwoord te dienen dat het bekostigde in do p=o aan een in huur genomen Jnlands vaartuijg, ten overbreng van eenige g'eyschte koopmanschappen na Ayerbangies, bedragen heeft Rd=s 100 off ƒ240 — . welke ten laste aan 't Comtoir Aijer„ „bangies gebragt, dog versuijmt sijn, aan UW Hoog Edelens op te geeven waar over wij nee„ „drig Excus verzoeken, terwijl op de andre zij„ de Uw Hoog Edelheedens needrig dankte betuijgen voor d' approbatie van onse ver„ rigtingen omtrent de ladingen van de Chia„ „loup de Goudvink, met betrekkinge tot dit Comtoir Als 29 2 Van Sumatras West Cust den 3 7ber 1765 Als meede voor de gunstige narigt welke het tot Uw Hoog Edelens behaagt heeft ons te geeven van de g'accordeerde voldoening op de Eijschen voor het boekjaar 176 5/6. zoo aan het hoofd Comtoir als van Chinco Ayerban„ „gies in Adjarhaja, waar omtrent wij d'eere hebben uw Hoog Edelens te verseekeren dat dien aangaande alles na Uw Hoog Edelens g'eerde ordre zal werden ter Execu„ tie gebragt. — Belangende de van Adjarhadja ontfan„ „gene 38 pakken Lijwaaten, zoo hebben wij daar omtrent de administrateurs aanbevoolen dat ingeval zig aan aan gem sakken iets be„ derfelijks mogten komen te ontdekken, zij als dan ten eersten van Berigt sullen hebben te die „nen ten eijnde om als dan nader daar over te kunnen disponneeren. Uw Hoog Edelheedens speciaale ordre en begeerte omtrent de versending van het goud„ hebben wij Corculair bekend gemaakt en de naar kominge daar van ernstelijk gerecommandeert in zoo verre als zulx zonder nadeel van den Handel geschieden kan. Terwijl wij verders den Panglima ende verdere regenten voorgehouden hebben Uw Hoog Edelens Eijsch van Tien duysend ponden witte peeper 's jaars, met de vraag off zij sul„ „ke quantiteijd wel zouden kunnen leveren waar over zij lieden zeer verwondert antwoorden dat
English
31 From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 it having never been considered by them that this could possibly be an article of trade, but knowing their lazy nature and that this was indeed the principal cause of their refusal, we encouraged them to this in a friendly manner, so that they finally promised to try this year what quantity they would indeed be able to furnish annually. Considering which, we shall not fail to accept whatever is to be obtained, but also to give Your High Nobilities the due report thereof at the first opportunity. Just as we also shall not fail to send back to Batavia with the expected ship, in accordance with Your High Nobilities' much respected orders, all the superfluous artillery and the unserviceable weapons that are located on this Coast, to which end the necessary orders have been issued. And having herewith respectfully answered that which Your High Nobilities have been pleased to order under this chapter, it remains for us in that regard to present to Your High Nobilities the remnants of this Coast under date of the ultimo August 1765 in our demand for the book-year 1766/7, which we shall have the honor to do at the next opportunity, while in the meantime we take the liberty to inform Your High Nobilities: That From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 That we have been able to satisfy all the received demands from the subordinate offices during the recently past book-year 1764/5, except those of Chinco, which consisted of cash for the purchase of pepper, for which we judge the currency at hand here at Padang to be highly necessary, the more so because demands are made for this office, of which they get theirs satisfied directly from Batavia; all of which moved us in our session of the 30th of April not to satisfy more than Rd. 500 of a sum of Rd. 1000 in New Dutch Currency demanded by the said servants, and further, while making known the scarcity of our stock, to recommend them henceforth to arrange their demands in such a manner that they could make ends meet with it. The Chinco servants, subsequently finding themselves impeded in the collection of pepper due to the lack of cash, further made known to us that they had some linens on hand that could not well be converted into gold, with the request to be allowed to barter the same for pepper, which we granted them on account of the interest the Company has in the collection of that spice. However, since this also would not turn out well, the said servants have sent over to us the report accompanying this under No. 7, and therewith the said demand for cash, which we could not omit hereby to transmit to Your High Nobilities, with a humble request to reflect favorably upon it. As regards the compensations and charges that have been debited and credited to this Coast this past year, both on account of the debt of the deceased Chinco chief Elias, likewise through diverse charges, as well as on account of the findings on the trade books of 1764 and 1765, we shall hereby have the honor to give Your High Nobilities the dutiful report: Firstly, concerning the compensation imposed upon us on account of the office of Pulo Chinco, regarding which we have the honor to answer Your High Nobilities with due respect that we have taken over and settled this debt here in its entirety amounting to f 50827:17, as Your High Nobilities, if pleased, will be able to see from our resolution of the 22nd of July, and that which must be compensated by the former Commander Serff on that account is hereby charged to the main office per invoice. And since it has pleased Your High Nobilities yourselves From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 to put forward everything that can serve for our exculpation, and you have been pleased to send over this entire matter with all papers pertaining thereto to the Lords Majors in order to make a definitive pronouncement thereon, we have gladly submitted ourselves to this and shall await the esteemed decision of the Right Honorable Gentlemen, while we in the meantime, having recognized Your High Nobilities' protection in this from your much venerated letter, cannot refrain from thanking Your High Nobilities most humbly for the trouble taken and care exercised in that regard, while taking the liberty to assure Your High Nobilities that it will never be lacking in our good will to seek to become worthy thereof. Regarding the Residents Palm, Houdewijnsz, and Challier, we have charged their share in this compensation to them, and at the same time informed them of the freedom that Your High Nobilities have granted to each of them, but have received no answer thereto up to the date of this letter. With respect to the debts of the former Resident von Seyfferth, we have already reported hereinbefore under the native affairs
Dutch transcription
31 Van Sumatras westCust den 3 september 1765 „ als nooit was geconsidereert zynde, dat hun sulx onmogelijk voor een articul van Negotie, dog kende kunnende hunnen luijen aarth en dat sulx wel de voornaamste oorzaak hunner weygering was, zoo spoorde wij dezelve op eene vriendelijke wijse hier toeaan invoegen dat zyn eijndelijk beloofden, dit Iaar eens te zullen beproeven, wat quantiteijd, zy Iaarlijks: wel zoude kunnen fourneeren 't welke vermeenende wij niet sullen versuij„ „men t'accepteeren het geene er te bekomen is, maar ook daar van bij eerste occasie uw Hoog Edelens de verschuldigde narigt te geeven zoo als wij dan ook niet sullen man„ 7 „queeren, alle het overvloedige geschut en de onbequaame wapenen welke sig op deeze Cust bevinden Conform uw Hoog Edelens zeer gerespecteerde ordres, met het verwagt werdende schip na Batavia terug te zen„ „den, waartoe de nodige ordres zijn aff„ gegaan V: V 1 En hier meede eerbiedig b'antwoord hebbende het geen Uw Hoog Edelens onder dit Chapitter hebben gelieven te beveelen zoo blyft ons dier aangaande nog over Uw Hoog Edelens op te geeven de Restanten van deeze Cust onder dato Ult„o aug=s 1765 in onse Eijsch voor het boekjaar 176 6/7 het welke wij bij de volgende geleegentheijd, d'eer zullen hebben te doen, terwijl wij intusschen de vrijheid gebruijken Uw Hoog Edelen te berigten Dat Van Sumatras West Cust den 3 7ber 1765 Dat wij alle de ontfangene Eijschen van de onderhoorige Comtoiren geduurende het jongste gepasseerde Boekjaar 176 4/15 hebben kunnen voldaan, excepto die van Chinco, welke be„ staan hebben in Contanten tot den Inkoop van peeper, waartoe wij het hier aan handen zijnde Paijement, te Padang ten hoogsten nodig oordeelen, te meer daar by d' Eyschen vordert word voor dit Com„ van welke de hunne direct van Batavia toiren ^ voldaan krijgen welk een - en - ander ons in onse sessie van den 30 april bewoog„ op eene door gem Bediendens g'Eyschte somma van Rd=s. 1000: Nieuw Nederlands Paijement niet meer te voldoen als rd=s 500: en wijders onder bekendmakinge van de schaarsheid onses voorraads dezelve te recommandeeren voorthaan hunne Eyschen zoodanig in te rigten, datse daar meede konden rond schieten. De Chincose Bediendens zig vervolgens door 't gebrek aan Contanten omtrent den Insaam van Peeper belemmert vindende, gaaven wijders aan ons te kennen datse eenige lywaaten aan handen hadden, die niet wel voor goud om te zetten waare, met versoek om dezelve teegens Peeper te moogen broiqueeren het welke wij aan dezelve accordeerden, om het belang dat D E Comp=e heeft in den Inzaam van dien Cornel Dog vermits zig dit mede niet wel schikken wilde zoo hebben gemelde Bedien„ „dens aan ons overgezonden het sub N=o 7 deeze Van Sumatras West Cust den 3 Septemb:r 1765 deezen versellende Berigt en daar bij gezegde Eysch van Contanten die wij niet hebben kun„ hunnalaaten by deezen uw Hoog Edelens toe te senden, met nedrig versoek, om daarop eene gunstige reflexee te slaan. — Wat „ aanbelangt de vergoedingen en aanreekeningen welke deese Custe dit gepasseerde Iaar, zoo uijt Hoofde van de Schuld des overleedene Chinios oppehoofd Elias item door diverse aanreekeningen als meede van weegens de bevindingen op de Negotie Boeken van 1764 en 176½ ten laste en ten goeden gebragt zijn, zullen wij bij deezen deere hebben Uw Hoog Ede„ „lens het verschuldigste verslag te doen Wel Eerstelijk nopens de ons opge¬ „legte vergoedinge van weegens het Com„ toir P=lo Chinca welke aangaande wij d'eer hebben uw Hoog Edelens in verschul„ digte eerbied t'antwoorden, dat wij deeze schuld in haar geheel groot ƒ50827:17 alhier zoodanig overgenoomen en Vereerend hebben als uw Hoog Edelens des behaagende uijt ons besluijt van den 22 julij, zullen kunnen b'oogen, en werd het geene dat door den geweesen Heer Commandeur Serff uyt dien hoofde moet vergoed worden bij deezen p=r Factuura het hoofd-Comtoir ten lasten gebragt. En alsoo het uw hoog Edelens zelven behaagt Van Sumatras West Cust den 3 7ber 1765 behaagt heeft alles wat ter onser ontschuldi„ ging dienen kan bij te brengen en deeze geree„ le zaak met alle daar toe specteerende papie„ ren hebben gelieven over te senden aan de Heeren Majores ten eynde om daar over befopive te diffiniteeren uytspraak te doen, zo hebben wij ons gaarne hier aan oudeworpen en zullen afwagten de g'eerde decisie van Haar Edele Hoog agtbaares terwijl wij on„ „dertussen uijt uw Hoog Edelens zeer gevenereerde Missive erkend hebbende derselver Protexie in deezen, niet kunnen aff zijn Uw Hoog Edelens desweegens op het ootmoedigste te bedonken voor de genomene moeijte voorsorge daar omtrent terwijl wij de vryheid gebruyken Uw Hoog Edelens te verzoekerren, dat het nooijt aan onsen goeden willen manqueeren zal zulx te zoeken waardig te worden Belangende de Residenten Palm Houdewijnsz en Challier zoo hebben wij hun Co haar aandeel in deeze vergoe„ „dinge ten lasten gebragt, en hun liede teffens g'informeert van de vryheijd welke uw Hoog Edelens aan ijder van dezelve vergund hebben dog daar op nog tot dato deeses geen antwoord ontfangen Ten opzigte van de schulden van den geweesen Resident van Seijfferth hebben wij bereeds hier vooren onder de Inlandse zaaken
English
From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 matters had the honour to report the situation thereof to Your High Nobilities, and we most respectfully take the liberty to refer thereto, while we humbly come to thank Your High Nobilities for the favourable discharge of the compensation of f 547: 6 imposed in the past year on account of a price difference concerning the gold exchanged for doits in the year 1761, as well as of f 365: 11: 3 which had to be reimbursed by the late Landsius, just as the Natar Resident Van Moschel and the Pay Bookkeeper Willem Frederik Meersz have also requested us to thank Your High Nobilities for the consideration shown towards their impoverished condition, while we also cannot fail to express our obligation for the favourable approval of our provisional disposition concerning the said persons; and the instruction which it has pleased Your High Nobilities to give us regarding the difference between cash and pay money, which will serve us as a lesson in the future. Furthermore, by extract from Your High Nobilities' esteemed letter, we have given notice to the Ayerhadja Resident Challier of the favourable apostille which Your High Nobilities were pleased to grant upon his petition sent over in the past year. By 35 From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 Upon the received invoices of the small vessel the Jonge Petrus Albertus, various compensations to the amount of f 13003: 23: 8 having been debited to this Commandment and some discharges amounting to f 1017: 15: 8, we have caused the one and the other to be settled in such manner as is extensively mentioned in our resolution of the 8th of August, to which we respectfully come to refer. And solely take the liberty by invoice to charge back to the Head Office f 512: 10 — which must be reimbursed by the former Administrators Van Rhijn and Landsius, being the keepers of the Trade Books of the year 1752/3. And since none of them is present any longer except the widow of Van Rhijn, currently remarried to the Notary Mr. Pieter Jacob Bert at Batavia, we therefore request Your High Nobilities to kindly have this amount paid by her into the Honourable Company's treasury there. Furthermore, several items having been charged by Your High Nobilities in the answered findings returned herewith under No. 8 on the Padang Trade Books of the years 1761/2 and 1762/3, we have taken the liberty in marginal responses most humbly to request Your High Nobilities for the discharge of certain items, and especially with regard to the pepper, which we can assure Your High Nobilities From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 cannot well be delivered otherwise without noticeable damage, since the suppliers of that produce bring it down still half green, against the acceptance of which one does not dare to argue much, without running the risk of thereby causing hindrance to the intended purpose of the propagation of the pepper, as experience has already taught repeatedly, and it has been found here from old times that a not too strict oversight at the scales and a prompt payment in new currency are the two experiments which have been practiced in this regard with good success. Having otherwise accepted and paid the other compensations to the amount of f 1349: 1 — in such manner as can be seen more extensively in our Resolution of the 16th of August, there being hereby credited to the Head Office f 192: 14: 8 for the premium of the Visitor-General on account of the aforementioned Trade Books, and debited f 284: 11: 8 to be further charged to Surat, and to be paid into the treasury by Director Seuff as former Commander on this Coast. Finally, under this article, we still have the honour to inform Your High Nobilities that we have had an exact survey made of the artillery, weapons, and goods present here, and the same having been confronted with the Trade Books, on the armoury nothing 37 E From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 was found surplus or short; but regarding that which took place concerning the artillery, we have decided in our Council of the 18th of July to deduct the lesser-costing found short from the higher-costing found surplus, and to have the arrears paid with two capital advances into the Honourable Company's treasury by the Gunner Jochem Outjes. Concerning the small seal, the same in the last expired financial year 1764/5 yielded Rds 163: 36: — which have been paid into the treasury, and had yielded Rds 125: 36 the year before, thus Rds 38: —: — more this year. Regarding church matters, we have nothing else to inform Your High Nobilities other than that the balance of the Poor Funds on the ultimate of August last amounted to Rds 3071: 33: 8, of which 2021 Rds have been placed at interest with the Honourable Company and 700 Rixdollars among various persons, the remaining Rds 350: 33: 8 being in the hands of the Churchwarden Thierens for the daily expenses of the church. With respect to the fortifications, carpentries, and repairs, we find ourselves initially obliged most humbly to request Your High Nobilities to be pleased to take in a more favourable sense that which was given in the past year
Dutch transcription
Van Sumatras west Cust den 3 septemb:r 1765 zaaken d'eere gehad Uw Hoog Edelens de situatie daar van te berigten, en neemen wij eerbiedigst de vrijheijd ons daar aan te refereeren, terwijl Wij uw Hoog Edelens nedrig koomen te be„ „danken voor de gunstige ontheffinge, der in A=o p=s opgelegte vergoedinge van ƒ 547: 6 weegens een prijs verschil omtrent het in A=o 1761 teegens duijten ingeruilde gout, alsmeede van ƒ365: W1: 3 welke door den overleeden Landsius moes„ ten vergoed worden, gelyk dan ook den Natersen Resident van Moschel en den zoldij Boekenhouder Willem Frederik Meersz: ons versogt hebben uw Hoog Edelens te bedanken, voor de omtrent hunnen armoedige staat gebruijkte Consi„ „deratie, terwijl wij almeede niet kunnen na„ „laaten onser verpligting te betuijgen voor de gunstige approbatie van or van onse pro„ visionneele dispositie omtrent gem Persoo„ nen; en de onderrigting welke het Uw Hoog Edelens behaagd heeft ons te geeven, ten op„ „sigte van de diffirentie tussen het Cassa - en zoldij geld 't welke ons in 't vervolg tot een les zal strekken Wyders hebben wij den Adjarhadjaas Resident Challier bij Extract uyt Uw Hoog Edelens g'eerde letteren kennisse gegeeven van het gunstige apostie 't welke Uw Hoog Edelens op desselfs in a=o p=o over gezonden Re„ „quest hebben gelieven te verleenen, Bij 35 Van Sumatras West Cust den 3 sep=ter 1765 Bij de ontfangene Factuuren van het scheepje de Jonge Petrus Albertus, dit Comman¬ dement ten lasten gebragt zijnde dieverse ver„ goedingen ten bedragen van ƒ13003:23: 8 en eeni„ „ge ontheffinge groot ƒ1017:15:8: zo hebben wij het een en ander zoodanig zijne vereeveninge laaten vinden, als bij ons besluijt van den 8 August breedvoerig vermeld staat, waaraan wij ons Eerbiedig koomen te reffffereeren. En eenelijk de vrijheid gebruijken bij Factuur 't Hoofd=Comtoir te rug te reekenen ƒ512:10 — die door de geweesene Administrateurs van Rhijn en Landsius, als zynde de houders der Negotie Boeken van A=o 175 2/3 moeten vergoed werden En vermits van dezelve niemand meer voorhan„ &e Lantius der is, als de weduwe van Rhijn hans hertrouwd met met den Notaris Mr. Pieter Jacob Bert tot Batavia, zoo versoeken wij uw Hoog Edelens dit bedragen door haar in 's E Comp: Cassa aldaar te willen laaten voldoen. Voorts nog door Uw Hoog Edelens bij de hier nevens sub N=o 8 terrug gaande b'antwoorde Bevindingen op de Padangse Negotie Boeken van A=o 176 6/7 en 176/2 dieverse posten ten lasten gebragt zijnde, zoo hebben wij bij mariginaale b'antwoordinge de vryheid genomen UW Hoog Edelens nedrigst te versoeken om de ontheffin„ „ge van sommige Posten en wel in sonder„ heijd met betrekkinge tot den Peeper dien wij Uw Hoog Edelens kunnen verseekeren niet Van Sumatras West Cust den 3 Septb=r 1765 niet wel anders zonder merkelijke schaade kan geleevert worden, aangezien de leveranciers van dien Corvel dezelve nog halff groen affbrengen tee„ gens welkers acceptatie, men niet veel durff teegen kibbelen, sonder gevaar te loopen daar door hindernisse te weege te brengen aan het bedoelde oogmerk ter verplantinge van de Pee„ „per, zoo als de ondervindinge al meermaalen geleerd heeft, en is van ouds hier ondervonden dat eens niet al te naauwe toesigt bij de schaal en eene promte betaalinge in nieuw payement de twee oxperimenten zijn, welke men ten deezen op sigte met een goed succes g'excerceert heeft Hebbende wij overigens d'andere vergoedin„ „gen ten bedragen van ƒ1349:1— zodanig over„ „genomen en voldaan, als bij ons Besluyt van den 16 aug=s breedvoeriger te zien is, werdende daar uijt bij deezen het Hoofd Comtoir ten goeden Premie gebragt ƒ 192:14:8 voor de kanme van den Heer visitateur generaal weegens de voorschreeven Negotie- Boeken, en ten laasten ƒ 284:11:8: om wyders souratta aangereekent, en door den Heer Directeur Seuff als geweesen Commandeur te deezer Custe in Casse voldaan te worden Eyndelijk hebben wij onder dit Articul nog d'eere UW Hoog Edelens te bedeelen dat hij een exacte opneem hebben laaten doen van de alhier zijnde Arthillerijen waap en goederen en dezelve teegens de Negotie Boeken gecon„ „fronteerd zijnde, zoo wierd op de wapenkamer niets 37 E Van Sumatras WestCust den 3 7ber 1765 niets over of te kort bevonden dog bij des omtrent de Arthillerij plaats gehad hebbende; zo hebben in wij onse Cassie van den 18: Iulij beslooten het minderkostende van het van hee te hort ondere van het meerder Kostende bevondene, afftetrekken en het agterstal met twee Capitaalen advan„ „ce door den Constapel Jochem Outjes in 's E Comp: Cassa te laaten voldoen Belangende het kleijn zeegul zoo heeft het selve in het jongst gepasseerde Boekjaar 176 4/5 opgebragt Rd=s 163:36:— dewelke in Cassa voldaan zijn, en 't Jaar bevoorens gerendeert hadden rd=s 125: 36 dus dit jaar meerder Rd=s 38: —:—: De kerkelijke zaaken aangaande hebben wij Uw Hoog Edelens niets anders te bedeelen, als dat het restant der Arm= gelden onder Ult=o Augustus JongstC=t bedraa„ gen heeft Rd=s 3071: 33:8 waar van 2021 rd=s bij de E: Comp: en 700 Rijksd=s onder die„ „verse persoonen op Renten gezet zijn, be vindende de overige Rd=s 350: 33: 8 zig in handen van den kerkmeester Thierens, tot de dagelykse uijtgaave der kerker Ten opzigte der Fortificatien Tim„ „meragien en Reparatien vinden wij ons aanvangekijk verpligt uw Hoog Edelens needrigst te versoeken, in een gunstiger 2in te willen opneemen het in A=o p=o gegeeven ere
English
From Sumatra's West Coast, 3 September 1765 answer given to the demanded statement of the charges of Priamang and the post of Sicous belonging thereto, as we erroneously understood as if Your Right Excellencies supposed that through the renovation, consumption, and garrisoning of that post, a new expense-bearing post outside Padang would arise once more, of which Your Right Excellencies desired to know the costs. And since the Priamang costs were included under the Padang ones, which were generally speaking thereby little increased, we thus thought that with our answer we had indeed complied with Your Right Excellencies' esteemed requisition; yet since that has displeased Your Right Excellencies, we humbly ask Your same Excellencies for pardon concerning this error. Meanwhile we now have the honor to inform Your Right Excellencies that the work commenced on Priamang in the past year has been completed according to the specification, and the cost has amounted to f 134.2:— more than we had calculated, which small difference we trust will be favorably passed by Your Right Excellencies, the more so since we can assure Your Right Excellencies that everything has been made solid and strong. The ground plan requisitioned by Your Right Excellencies of a small pagger with all such dwellings as Your Right Excellencies were pleased to mention, we have the honor to present herewith to Your Right Excellencies under No. 9, and to report therewith that we estimate the costs thereof will amount to a sum of rds 2438:—:—. And as the Resident at Padjarhadja is constantly complaining about the poor condition of the buildings, we request to be provided as soon as is possible with Your Right Excellencies' esteemed order concerning this, while furthermore the remaining timber will be employed for the repair of the old buildings according to Your Right Excellencies' esteemed orders. Furthermore, the specification of the incurred costs of repair to the Honorable Company's houses and buildings there having been sent over in the month of April by the servants at Poulo Chinco, on the specification of Her Right Excellencies with the request to be qualified to write off the same in their small books. And since the same amounted to f 442:5 less than the calculation made thereupon had stated, we have, on the foundation of Your Right Excellencies' granted license by letter of 24 May 1764, allowed the said servants to write off the amount thereof with f 2725:9:8 in their small books to the debit of the Account of Timber-work Repairs, while we have further deferred to Your Right Excellencies whether the Chief Palm will need to take the oath requisitioned on that account or not. Trade and Pay Books of the most recently elapsed financial year 1764/5 not yet having been completely prepared, we shall have the honor of dispatching them to Your Right Excellencies by the next opportunity, whilst we meanwhile take the liberty to inform Your Right Excellencies that the orders given with respect to the Trade books and Papers will be strictly observed by us. And being as yet unable to give a proper account of the charges and the profits, we take the liberty now to express to Your Right Excellencies our humble gratitude for the approval of our proceedings in the year 1763/4, the more so because you have shown your satisfaction therewith and have only said something about the charges, which in the sent provisional regulation were calculated by the First Clerk to amount for this entire Coast to f 90043:6:—, when this Coast would be to some extent protected against an unexpected attack, and the personnel necessary thereto would be provided. With respect to the reduction made by Your Right Excellencies among the servants and regarding some expense posts, we have now compiled a formal Regulation for this Coast, which took effect on the first of September, according to which we shall arrange everything, and send back to Batavia the servants who find themselves in excess here, since in time of peace, and when no extraordinary expenses occur, we will do our best to give Your Right Excellencies all possible satisfaction in this respect. Regarding domestic affairs, we have the honor to inform Your Right Excellencies that everything is in a reasonably good condition, and we have once again, in conformity with Your Right Excellencies' order, withdrawn the provisional Regulation drafted in the past year, or actual Instruction, for the service of the Administrators, to which we can assure Your Right Excellencies almost nothing new was added, but merely brought together those orders which have really been introduced since the year 1760 and have been obeyed by the two First Clerks and the Chief of Poulo Chinco, in place of which we have then again given effect to the orders of Your Right Excellencies and the old local customs that were in use prior to the arrival of the former Commander Serff, in such manner as Your Right Excellencies, if pleased, will be able to view more broadly from our resolutions of
Dutch transcription
Van Sumatras West Cust den 3 7ber 1765 gegeeven antwoord op de g'eyschte opgaave der lasten van Priamang en de daar onder„ hoorende Post Sicous, dewijl wij abusive begreepen, als of uw Hoog Edelens ver„ onderstelden, dat door de vernieuwinge en verteeringe en Bezettinge van die post, buijten Padang weeder een nieuwe Last- Post zoude koomen t' ontstaan waarvan uw Hoog Edelens het kostende begeerden te weeten, Endewijl de kosten Priamang onder de Padangse liepen, die daar door in 't generaal genoomen weijnig vermeerdert waaren, zoo dagten wij dat wij met ons ant„ woord in der daad aan Uw Hoog Edelens g'eerd requisiet voldaan hadden; dog dewijl dat uw Hoog Edelens mishaagt heeft, zoo versoeken wij Hoog dezelve over dit abuijs ootmoedig om excus. Ondertussen hebben wij thans de eere Uw Hoog Edelens te berigten dat het in A=o p=o op Priamang begonnen werk na de opgaave volbragt is, en het kostende ƒ134. 2:— meerder beloopen heeft als wij gecalculeert hadden welke kleijne diffe„ „rentie wij vertrouwen dat door Uw Hoog Edelens gunstig zal werden gepasseert te meer daar wij Uw Hoog Edelens ver„ zeekeren kunnen, dat alles hegt en sterk gemaakt is De door Uw Hoog Edelens gezee quireerde - Van Sumatras West Cust den 3 Septb=r 1765 „quireerde afsteekinge van een kleijne Pagger met al zulke winingjes als uw Hoog Edelens hebben gelieven op te noemen, hebben wij d'eere uw Hoog Edelens hier neevens sub N=o 9 aan„ te bieden, en daar bij te melden, dat wij het kos„ „tende daar van gissen te zullen beloopen een bedraagen van rd=s 2438:—:—:, en alsoo den Resident te Padjarhadja, geduurig over de slegte gesteldheid der gebouwen is klaagende, zoo verzoeken wij zo spoedig doenlijk is, met uw Hoog Edelens g'eerde ordre dien aangaan„ de te mogen werden voorsien, zullende wy„ ders nog de overkoomende Houtwerken, tot de reparatie der oude gebouwen, na Uw Hoog Edelens geEerde ordres g'emplooyjeert werden Wyders inde maand April door de Be„ diendens te PonloChinco overgezonden zijnde, de specificatie der gedaane onkosten van reparatie aan s E: Comp:s wooningen en gebouwen aldaar, op de Specificate van Haar Hoog Edelens met versoek om gequalificeert te werden, dezelve bij hun boekjes afte schrij„ „ven En aangesien dezelve ƒ442:5 minder be„ „liepen als de daar op gemaakte Calculatie ge„ „steld was, zoo hebben wij op fondament, van uw Hoog E=de verleede licentie bij brief van den 24: e Maij 1764 gem: Bediendens toegestaan, het bedraagen daar van met ƒ2725:9:8. bij hunne Boekjes, ten laste der Reecq van Pimmeragie= Reparatien aff te schrijven, terwijl wij verders aan uw Hoog Edelens gedeffereert e 41 Van Sumatras West Cust den 3 7b=r 1765 gedeffereert gelaaten hebben, of 't opperhoofd Palm, den desweegen gerequireerden Eed, zal behoeven te doen off niet. Negotie- en Zoldij-Boeken Le van het Iongst gepasseerde Boekjaar 176 4/5 nog niet volkomen in gereedheijd gebragt zin der; zullen wij hij de eerstvolgende geleegentheijd d' eere hebben aan Uw Hoog Edelens te laaten afgaan terwijl weij intussen de vrijheid nee„ „men uw Hoog Edelens berigten, dat de gegee„ „vene ordres ten opzigte der Negotie boeken en Papieren bij ons stiptelijk zullen werden nagekoomen. En als nog geen behoorlijk verslag kun„ „nende doen van de Lasten en de winsten zoo neemen wij de vryheid thans aan Uw Hoog Edelens onze neederige dankbaarheijd te be„ tuijgen voor de approbatie onser verrigtingen En A=o 1763¾ te meer, om dat dezelve daar over hun genoegen getoond en eenelijk iets over de Lasten gezegt hebben, die bij het overgezon„ „dene p=l rReglement door den eersten Fee„ kenaar gecaculeert waaren op deeze geheele Cust te beloopen ƒ 90'043: 6:—: wanneer deeze Custe eenigermaaten teegens een on„ verwagte aanval gedekt, en de daartoe noo„ dige Manschappen zoude voorzien zijn Ten opzigte van de door Uw Hoog Edelens gemaakte reductie onder de Die„ naaren Van Sumatras West Cust den 3:' 7br 1755 „naaren, en omtrent sommige Last posten, heb„ „ben wij nu een formeel Reglement over deeze Custe te zaamen getrocken, 't welk met p=mo sep„ „tember heeft standgegreepen, waar na wij alles zullen inrigten, ende Dienaaren die zig alhier te veel bevinden na Batavia te rug zenden, dewijl wij in tijd van vreede, en dat er geene buij„ ten gewoone onkosten voorvallen, ons best zul„ „len doen aan Uw Hoog Edelens alle mogelijke goenoegen ten deezen opzigte te geeven De Huijzelijke zaaken aangaande, hebben wij d'eere uw Hoog Edelens te berigten, dat zig alles in een reedelyke goede staat is bevindende, en wij weederom Conform Uw Hoog Edelens ordre hebben ingetrocken het in A=o p=o provisioneele ontworpene Regle„ voor den ment, off eygentlijke Instructie, van dienst der Administrateurs, waar bij wij Uw Hoog Edelens verzeekere kunnen bij na niets nieuws gevoegd maar eenelijk te saamen ge„ trocken te hebben die ordres welke het zee„ „dert seedert A:o 1760 weezendlijk ingevoerd„ en door de twee Eerste Teekenaars en 't opper „hoofd van p=lo Chino g'obedieert zijn u ploats van dewelke wij dan weederom hebben doen gewezen standgrijpen, de voor de komste van den „ Heer Commandeur serff in gebruijk geweest zijnde ordres van Uw Hoog Edelens en de oude plaatselijke gewoontens, in voegen als uw Hoog Edelens des behaagende breeder sullen kunnen beoogen uijt onze besluijten van
English
43 From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 dated the 22nd and 26th of July of this year, to which we respectfully refer, and only report further that it will appear to Your High Noblenesses from the last-mentioned resolution that the Council is of differing opinions with the second administrator regarding the administration of the main cash treasury, which we humbly request Your High Noblenesses to be pleased to decide. For the approval of the exchange of 5000 rixdollars in cash for gold, we express our humble thanks to Your High Noblenesses and promise never to proceed to this again without having previously requested Your High Noblenesses' authorization for it, or unless forced to do so by necessity, whereas on the other hand we humbly beg pardon for the neglect in transmitting the notice published here, besides Her High Noblenesses' advertisement, for the information of the public as to how the stamping of linens would be put into effect here on this coast, as Your High Noblenesses will see from the accompanying copies under No. 10, regarding which we promise to be more attentive in the future. And having herewith respectfully answered that which Your High Noblenesses have been pleased to order under this section, we proceed to also render an account to Your High Noblenesses thereunder From Sumatra's West Coast, the 3rd of September of what has occurred in that regard since our last of the 27th of February until the date of this letter, which principally consists of: A small commission and dispatch arranged in the month of March per the sloop the Ida Wilhelmina to the island of Nias, and for such reasons as may be seen at large in our resolution of the 14th of March, and the accompanying copy of the instructions for the commissioners Coerte and Meersz under No. 11, and to which we respectfully refer, in order not to take up Your High Noblenesses' honored attention with lengthy and superfluous accounts. The principal motives that induced us to this dispatch are the purchase of slaves, deemed necessary, and the desire to know the cause why the trade with those islanders has so noticeably decreased and grown distant in comparison with previous years. Regarding which, the report received upon the return of those commissioners, accompanying this under No. 12, provides the necessary indications, and from which Your High Noblenesses will observe that the heavy navigation of the English nation to that island is the cause of the scarcity of slaves, and that the complaints which the head penghulu of Simanbauwa brought in the name of Syanda against the Padang 45 From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 penghulu Sialm, are the cause of the estrangement of those people. For which reasons we also immediately secured his person, to whom we delivered his accusation, with orders to answer for himself regarding it, as may be seen more fully and stands recorded in our resolution of the 10th of June of this year. Said defense subsequently having been received in writing and carefully reviewed in our session of the 4th of July, we found the same, just like the accusation, destitute of the mutual necessary proofs, which caused us to decide to dispatch the original answer of the said Padang penghulu to the Nias head penghulu Syanda at once, with a friendly address, in order to enable us, through more solid proofs, to decide this matter according to justice and equity, which was done in such manner that we are now daily awaiting the reply of the said head penghulu. Meanwhile, the above-mentioned circumstances being the cause that the commissioners have not been able to obtain more than 41 slaves for the Honorable Company, and thus could not fulfill the objective that we had set for ourselves, we have nevertheless, in consideration of those circumstances, From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 judged ourselves obliged to approve the proceedings of the commissioners on the said island in our session of the 16th of June, in the hope that this will be ratified by Your High Noblenesses, which we humbly request, while proceeding to the matters: Of foreign nations, these are to inform Your High Noblenesses with respect to the English nation that we do, and shall do, everything possible to make the navigation to this coast as difficult for the said nation as can at all reasonably be done; yet, to forbid them to come to this roadstead here to supply themselves with water and firewood, or to set a precise time for their departure, that we cannot do without placing ourselves in danger of coming into conflict with that nation on this coast very suddenly, which we have managed to avoid until now, so long as this could be done without significant damage to the Honorable Company. Yet, since the English nation actually has a heavy navigation to this coast, as will again appear to Your High Noblenesses from the enclosed list under No. 13 of the ships and vessels that have been here since February, we take the liberty humbly to request Your High Noblenesses for your special orders as to how we shall have to conduct ourselves in these circumstances. Concerning
Dutch transcription
43 Van Sumatras West Cust den 3 septembr 765 van datis 22=e en 26 Iulij deezes Jaars, waar„ aan wij ons eerbiedig reffereeren, en nog maar eenelijk melden, dat uw Hoog Edelens uijt laast„ gemeld besluijt blijken zal, dat den Raad vin„ trent de Administratie der groote geld- Cassa„ met den tweede administrateur in verschil„ „lende gevoelens is dat wij Uw Hoog Edelens needrigs versoeken te wille Decideeren Voor d'approbatie der Trocqueeringe van 5000 Ryxd=s Contanten teegens goud betuij„ „gen wij uw Hoog Edelens needrig dank en belooven hier toe nooijt meerte sullen overgaan zonder alvoorens UW Hoog Edelens qualifficatie daar toe versogt te hebben, of door de nood daartoe gedwongente zijn, daar wij in teegendeel needrig Excus versoeken over 't versuijm der oversending van het alhier, behalven Haar Hoog Edelens Ad„ vertentie nog gesubliceerde Biljet ter on„ derigtinge der gemeente hoedanig het sjap„ „pen der lywaaten alhier op deeze Cust werk„ stellig zoude gemaakt worden gelijk UW Hoog Edelens blijken zal uijt de hier neevens gaan„ de Copeijen sub N. o 10 waaromtrent wij in het vervolg belooven attenten te zillen zijn En hier meede eerbiedig b'antwoord hebbende het geene Uw Hoog Edelens onder dit deel hebben gelieven aante bevee„ „len zoo, gaan wij voort, omaan Uw Hoog Edelens daar onder ook verslag te doen van Sumatras West Cust den 3:' 7ber Van van het daar omtrent voorgevallene, 't zeedert onse laasten van den 27 feb=r tot datos deezes„ het welk voornamentlijk bestaat. In eene in de maand Maart aangelegte kleijne Commissie en besendinge p=r de Chialoup de Ida Wilhelmina na het Eijland Nias, en alzulke reedenen als bij ons besluijt van den 14 Maart, en de onder N=o 11 neevens gaande Copia Instructie voor de Commissianten Coerte en Meersz breedvoerig te sien zijn, en waar aan wij ons, om Uw Hoog Edelens g'eerde attentie niet door langwijlige en superflue verhaalen op te houden Eerbiedig koomen te gedragen. De Principaale motiven, die ons tot dee„ „se, besendinge bewoogen hebben, zijn den noodig g'oordeelden Jnkoop van slaaven, en de begeer„ „te om te weeten wat de oorzaak is, dat den Handel met die Eylanders in vergelijk van voorige Jaaren zoo merkelijk vermindert en verwijdert is Waaromtrent dat bij Rethour die Com„ missianten ontfangene Rapport deezen sub N=o 12 versellende de nodige aanwysinge doed en waar uyt Uw Hoog Edelens consteeren zal, dat de sterke voart der Engelsche na„ tie op dat Eijland, de oorzaak der schaars„ „heid van slaaven, ende klagten welke den Hoofd Pongheusou van Simanbauwa in naame Syanda teegens den Padangsen Ponghoulou .. - 45 Van Sumatras West Cust den 3 Septb=r 1765 Ponghoulou Sialm ingebragt heeft, de oorzaak der verwijdering van dat volk zijn Om welke reedenen wij ons dan ookk ten eersten verzeekerden van desselfs Per„ „soon, dien wij zijne beschuldiging ter handen stelden, met last om zig daar op te verant„ woorden gelijk zulx dan breeder te zien is, en aangeteekend staat bij ons besluijt van den 10 Iunij deezes Iaars. Gemelde verantwoordinge vervolgens in geschrift ontfangen, en in onse secsie van den 4 Iulij, nankeurig geresumeert zijnde, zoo bevonden wij dezelve, eeven gelijk de aanklagte, van de wederzijdse nodige bewijsen ontbloot, 't welke ons deed besluijten, het antwoord van gemelde Padangse Ponghoul, aan den Niassen Hoofd ponghoul Sijanda ten eersten in origineel te laaten afgaan, met eene vriendelyke aan„ spraak, om ons door bondiger bewijzen, in staat te stellen, deeze zaake na het regt en de billijkheid te kunnen decideeren 't welke geschied is in voegen dat wij nu daa„ „gelijx het Replicq van gem: Hoofd-Ponghoul zijn afwagtende. Ondertusschen bovengemeld omstan„ digheeden, de oorzaak zynde, dat de Commis„ „slanten niet meer als w1 slaven voor d: E: Comp: hebben kunnen magtig worden, en dus niet voldoen konden, aan 't oogmerk dat wij ons voorgesteld hadden, zoo hebben, wij egter uijt aanmerkinge van die Circumstanties, ons Van Sumatras West Cust den 3 Septem=r 1765 ons verpligt g'oordeeld, der Commissianten verrigtin„ „gen ten gemelde Eylande in onse sessie van den 16:en Junij t'approbeeren in hoop dat zulx door sal werden geratifficeerd warom wij uw Hoog Edelens „ needrig zijn verzoekende terwijl wij overgaande tot de zaaken: Der vreemde Naties, d'eeze hebben Uw Hoog Edelens ten opzigte der Engelsche Natie te berigten; dat wij alles doen, en doen zullen wat ons mogelijk is om de gem: natie de vaarth op deeze Custe zoo difficiel te maaken als maar eenigsints met reeden bestaan kan; dog om dezelve te verbieden om op deeze Rheede alhier te koomen zig „ van waater en Brandhout te voorsien, dan wel dezelve een precieve tydt tot hun vertrek te bepaalen, dat kunnen wij „doen niet „ zonder ons in gevaar te stellen, van zeer schielijk met die natie op deeze Custe over„ hoop te raaken, 't welk wij tot nog toe gebragt hebben, t'evidieeren, zoo lange zulx sonder mer„ „kelijke schaade voor de E: Comp: konde geschie„ den Dog dewijl de Engelsche Natie, weesentlyk eene sterke vaart op deeze Cust heeft, gelijk uw Hoog Edelens alweederom uijt neevensleggende Lijst der 't zeedert feb=r alhier aangeweest zijnde scheepen en vaartuijgen sub N=o 13 blyken zal zoo neemen wij de vryheid uw Hoog Edelens nee„ „drigst te versoeken, om derzelver speciaale ordres hodanig wij ons in deeze omstan„ digheeden zullen hebben te gedragen. Aangaande
English
From Sumatra's West Coast, 3 September 1765 Regarding the foreign Chinese, we have, in conformity with Your Right Honourables' orders, after the dispatch of our last of 27 February, had the Chinese Louw-Raanko and Lim-Tjoeang return to Batavia with their own vessels, with orders never to be allowed to return hither. And having in the meantime been honoured with Your Right Honourables' command that all those Chinese who were still on this coast shall have to return to Batavia before the end of the west monsoon, under penalty of being put in irons and sent over as such etc., we have understood from this, under Your Right Honourables' favourable correction, all the foreign Chinese present here, because the others are mostly married and have been residing and established here for a long time, possess real estate and lands, and do not sustain themselves by trade, but rather predominantly by agriculture and their trades. Of which foreign Chinese we then had the head of that nation provide us with the number along with their names, which are expressed in the report received in that regard and appended hereto under No 14, making together a number of seven heads, to whom we then thereupon made known Your Right Honourables' absolute order, and of whom already two individuals and one free Javanese are crossing over with the bearer of this on the same condition as the previous year, while the five remaining shall follow them either with the forthcoming ship or with a native vessel. No. 27. From Sumatra's West Coast, 3 September 1765 hoping to have complied with Your Right Honourables' esteemed orders in this regard, we now proceed to: The judicial matters that have occurred here since our last report regarding that subject, and regarding which we first take the liberty to present to Your Right Honourables, under No 15, the proceedings and sentences against the two condemned sailors crossing over with the bearer of this, and a slave boy who has been relegated here to the Hontbaaij and performs service there for his sustenance because he had, along with the aforementioned two European sailors, also made himself guilty of theft and desertion, all of which is expressed at large in the aforementioned criminal trial papers, to which we most humbly request to refer. Furthermore, news having been received last July from the Hontbaaij, lying between here and Chineo, that the quartermaster stationed there, Herman van Schaik, the sailor Roeloff Broddie, and a Company male slave had been murdered right there in a grievous and pitiful manner, whereupon the first signatory immediately commissioned two persons and sent them thither to take an inventory of the Honorable Company's effects there, and nothing having been found missing there except for some trifles of little importance, we have had the same written off to the profit and loss account. While, furthermore, immediately upon the receipt of the aforesaid news, the Fiscal Jan Calkoen van Limburg was ordered to make diligent inquiries after the perpetrators, to the end that, being delivered into the hands of justice, they may receive such punishment as their gruesome deeds merit, and to serve as an example to other such cruel and bitter minds. But although the said officer has exerted himself in all manner of ways thereafter, we have nevertheless until the date of this obtained no further discovery and report; nevertheless, we firmly assume that this terrible murder was committed by some discontented and predatory Malays. Regarding the activities of the ordinary monthly commissioners, all the disputes that occurred on this coast in the past year 1764/1765 and fall under the jurisdiction of the Honorable Company were decided and settled by the aforementioned commissioners in the presence of the Fiscal in such a manner that nothing thereof has needed to come before the full Council of Justice, and it only remains for us in this regard to report to Your Right Honourables: That upon the arrival of the small ship the St Petrus Albertus, the Second Administrator Douglas, having learned among other things that the chief mate of the said vessel, Job Dussenton, on his voyage hither, had attacked him in his honour and good name and fame in such a manner that he could not let this pass without prejudicing himself; and having for that reason addressed himself by petition to the First Signatory with the request that it might please him, on account of the short stay of the aforementioned vessel at this roadstead, to grant the petitioner permission to have all such persons as had very apparently heard and attended the slanders against the petitioner cited directly before the monthly commissioners in order to be heard under the presentation of an oath upon the interrogatories to be submitted by him, which the First Signatory, being unable to refuse, granted. And proceedings having been conducted before the commissioners as can be seen under No 16, the accompanying inquiries of the said Second Administrator, the same could only verify the matter by one full and one half outward proof, and not being able to proceed soundly enough in law upon that, he let the matter rest here. The aforementioned Chief Mate Job Dussenton in the meantime, being in no way summoned and addressed about anything, finally
Dutch transcription
47 Van Sumatras West Cust den 3 septemb:r 1765 Aangaande de vreemde Chineesen hebben wij Conform Uw Hoog Edelens ordres, na 't afgaan onser laaste van den 27 Februarij nog na Batavia laaten retourneeren met hunne ei„ „gen vaartuijgen, de Chineesen Louw=-Raanko en „noit Lim-Tjoeang, met ordre om weeder herwaards te mogen komen En middelerwijle vereerd ge„ „worden zijnde, met Uw Hoog Edelens bevel, dat alle die Chineesen, die zig nog op deeze Cust bevon„ „den, voor 't eijndigen, der westmousson na Ba„ „tavia zullen hebben te rugte keeren, sub poene van in de ketting geklonken, en zodanig over„ gezonden te worden &a zoo hebben wij vader UW Hoog Edelens gunstie Correctie, daar uijt ver„ staan, alle de alhier zynde vreemde Chineesen dewijl d'andere meest getrouwd, en 't zeedert langen tyd alhier woonagtig en g'estabileerd zijn, vaste goederen en landerijen hebben, en zig niet door der handel, maar wel voornamentlijk door den Landbouw, en hunne Ambagten zijn genee„ „rende kan welke vreemde Chineesen, wij ons dan door 't Hoofd dier Natie hebben laaten opgee„ ven, 't getal met derzelver Naamens, welke bij het desweegen ontfangene en hier bij gevoegde Rap„ port sub No 14 uytgedrukt zijn, en te zaa„ „men uytmaaken een getal van seeven koppen aan welke wij dan hier op UW Hoog Edelens absolute ordre hebben bekent gemaakt, en waar van bevreeds met brenger deezes twee stux, en een vrije Javaan, op dezelfde Conditie als A=o p=o overgaan zullende de vijff overige, of met het aanstaande schip of met een inlands vaar„ tuijg No. 27. Van Sumatras West Cust den 3 Septemb:r 1765 „tuijg dezelve volgen: in hoope van in deezen aan uw Hoog Edelheedens g'eerde ordres te hebben voldaan zoo gaan wij nu over tot: De Iustituele Zaaken welke 't zeedert ons laast verslag dien aangaande alhier zijn voorgevallen, en waar omtrent wij eerstelijk de vrij„ heid gebruijken uw Hoog Edelens onder N=o 15. aantebieden, de proceduures en sententies teegens de met brenger deezes overgaande twee „gecondempeerd smattroosen en een slaven Ionge, die alhier na de Hontbaaij verweesen is, en aldaar voor de kost dienst doet om dat hij met opgemelde twee Europeese Mattroosen, zig meede aan diefstal en desertie hadde schuldig gemaakt, gelijk zulx dan alles breedvoerig uijtgedrukt staat bij opgemelde Crimineele Proces Papieren, waar aan wij needrigzt versoeken ons te mogen gedraagen Wijders in de maand Iulij jongsc=n lyding ontfangen zijnde, uijt de tussen hier en Chineo leggende Hontbaaij, dat den aldaar bescheij„ „denen quartiermeester Herman van Schaik„ den mattroos Roeloff Broddie en een Comp en een Comp:s manslaaf daar zelfs op eene deerlijke en jammerlijke wijze vermoord waaren, waar op dan den eersten Peekenaar aanstonds twee Persoonen Committeerde en derwaards soud, om den opneem te doen van SE Comp:s Effecten aldaar, en daar op niets te kort bevonden zijnde, als eenige kleinigheeden. van 49 Van Sumatras West Cust den 3 Septbr 1765 Van weynig belang, zoo hebben wij dezelve op reekening van winsten verlies laaten affschrijven. Terwijl wijders ten eersten bij den ont„ „fangst van voorsz: tijdinge, de Fiscaal Jan Calkoen van Limburg gelast wierd, na de misdaders met alle naarstigheid sig te in„ formeeren, ten eynde om dezelve in handen van de Iustitie overgeleevert zynde, te doen erlange alsulke straffe, als hunne gruwelijke daaden zijn mercteerende, en te strekken tot een Exem„ „pel voor andere diergelijke vreede en verbitterde gemoederen, Dog schoon gem: officier, zig daar na op allerhande wijse benaarstigt heeft, zoo hebben wij egter tot dato deeses geen naar ontdek„ „kinge en berigt erlangt, des niet te min stellen wij vast, dat deeze schrikkelijke moord gepleegt is, door eenige onvergenoegde en roofzieke Maleijers. Aanbelangende de verrigtingen der ordinaire mandelixse Commissarissen, zoo zijne alle de in het gepasseerde Jaar 176 4/15 op deeze Custe voorgevallene en onder het resort van d' E Comp=e behoorende verschillen, daar op„ gemelde Commissarissen ten overstaan van den Fiscaal zodanig gedecideert en affgedaan, daar van niets voor den vollen Raad van Justi „tie heeft behoeven te koomen, en blijft ons eene„ „lijk hier omtrent over Uw Hoog Edelens te berigten Dat bij het arrivement van het scheepje de St Petrus Albertus, den tweeden Administrateur 1 Van Sumatras west: Cust den 3 Septemb:r 1740. Administrateur Douglas onder anderen vernoo„ „men hebbende, dat den opperstuurman van gem: Bodem Job Dussenton, denzelven op zijne reise na herwaards, in zijn Eere en goede naam en saam, op zodanig eene wijse hadde aangelast, dat hij sulx niet konde laaten passeeren zonder zig zelven te benadeelen; en om die reeden zig Request g'addresseert hebbende, aan den Eersten Teekenaar met verzoek dat het denzelven behaagen mogte, vermits het kort verblijff eb van opgem de Bodem ter deezer Rheede, aan hem supp=t te vergunnen al sulke persoonen, als er zeer apparent de Lasteringen teegens den Suppliant hebben aangehoord, en bij gewoond, direct voor de maandelykse Commissarissen te mogen laaten Citteeren ten eynde omgehoord te worden op de door hem overtegeevene vraag- poincten onder presentatie van Eede, 't welk den Eeersten Teekenaar niet kunnende weygeren toegestaan heeft. En hier op zoodanig voor Commissa„ „rissen geprocedeert zinde, als te zien is sub N=o 16 neevensgaande Enquesten van gemelden Tweeden administrateur; zoo konden dezelve de zaake niet verifficeren als door eene volko„ „mene en eene halve uijterlijke preuve, en daar op niet grondig genoeg in Regten kunnende voortvaaren, zoo liet hij de zaake hier bij berusten Den bovengem: Opperstuurman Job Dussenton ondertussen, geensinds gedaagd en nergens over aangesprooken zijnde, eijndelijk bij 1
English
From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 having addressed himself to the First Signatory and Council with the request accompanying this under No 17, requested that he might be informed of the identity of the person who had given a full and sworn testimony against him, and furthermore to proceed against the same as a false witness; and since the testimony of that person can by no means be considered as such by us, the more so because the same has been more or less corroborated by the ambiguous and contradictory answers of the surgeon stationed on board the said vessel and the other witnesses, of whom it is at least known that the said chief mate was discontented with the second administrator Douglas: for which reason we denied him his request, but on the other hand allowed him to obtain, at his own expense, a copy of the inquiries that were conducted; and further to do whatever he shall deem advisable. The servants of the Honorable Company on this Coast, having been mustered under date of the ultimate of June 1765 according to the general order, were found to consist of 366 heads of European and native military and seafaring personnel, namely 248 heads of Europeans, and 118 Bugis and Moors, namely 366 heads in total, as above, whose names, ranks, wages, etc., are clearly indicated in the accompanying muster roll No 18 and the qualified roll No 19, while furthermore the changes that have occurred among them From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 will be apparent to Your High Nobilities from the copy of the acts transmitted under No 30 and the list of arrived and departed servants appended thereto, to which we respectfully refer. By the reduction made by Your High Nobilities among the servants, the fixed number having been set at: 255 heads of Europeans, and 87 Bugis and Moors, or 342 heads in total; and at the general mustering on the ultimate of June there being found: 248 heads of Europeans, and 118 Bugis and Moors; thus it appears that at that time 7 Europeans were lacking and 31 native servants were found here in excess, whom we, once the number of Europeans is filled, shall send back with the expected ship in accordance with Your High Nobilities' esteemed order. Meanwhile, the second and first signatories take the liberty humbly to thank Your High Nobilities for your favorable recommendations to the Noble and Highly Esteemed Gentlemen Majores, who have honored them with the ranks of senior merchant and merchant, with the wages and contract appertaining thereto, for which they hereby show their gratitude, with the promise and assurance that they will constantly endeavor to make themselves more and more worthy of their favors. From Sumatra's West Coast, the 3rd of September 1765 We shall in the future more strictly observe Your High Nobilities' esteemed order regarding the relief of the servants, and we shall let the pay bookkeeper Willem Frederik Meersz follow with the expected vessel, as his latest pay books of the year 1764/5 are not yet ready. We have made Your High Nobilities' favorable promises known to the assayer Frederik Altena and advised him to train someone else whom he judged capable of it in the assay work; and having nothing further to add here other than our humble gratitude, which we express for the favorable consideration which it has pleased Your High Nobilities to give to our recommendation of the promoted persons, whose acts have been properly recorded and issued. And having thus arrived at the end of that which our bounden duty required to answer Your High Nobilities and to report on our doings, we only request to have the liberty, regarding whatever might have been omitted or not specially cited herein, respectfully to refer to the copy of the resolutions transmitted herewith under No 21.
Dutch transcription
51 Van Sumatras West Cust den 3 Sept=br 1765 bij 't onder N=o 17 deezen versellende Request zig aan den eersten Teekenaar en Raad g'addres„ „seert hebbende, versogte dat men hem mogte annonceeren, den geenen, die eene volkoomene en b'eedigte getuijgenissen teegens hem gegee„ ven hadde, en voortsteegen denselven als een valsche Getuijge te procedeeren en alsoo het getuijgenis van die persoon, geentsints bij ons zodanig kan geconsideereert worden, te meer daar het zelve min of meer gestrafd is, door de dub„ belsinge en Crontradictoire antwoorden van den aan Boord van gemelde bodem bescheydenen Chi„ rurgijn en de andere getuijgen, dewelke ten mins„ ten bekend is, dat gem: opperstuurman, op den tweeden Administrateur Douglas onvergenoegd is geweest: om welk reeden wij hem zijn versoek ontzegt, maar daar en teegen toegestaan hebben, ten zijnen kosten te ligten, Copia van de gedaane Enquesten; en voots te doen, 't geene hij te raade zal worden De Dienaaren der E: Comp:=e te deezer Custe onder dato Ult=o Iunij 1765 navolgens de generaale ordre gemonstert zijnde bewton„ den in 366: koppen Europeesen, en Jnlandse Militairen en zeevarende, te weeten 248 koppen Europeesen en „ en moogen 118 „ Bougineesen „ te weeten 366: koppen in 't geheel als booven welkers „bij de nevensgaande Monster rolle N=o 18 Naamen, qualiteijd en gagie &ca en de gequallifi„ „ceerde Rolle N=o 19 duijdelijk aangeweesen werd, Terwijl verders de voorgevallene verande„ ringe 1 Van Sumatras West Cust den 3 7ber 174 ringe onder dezelve uw Hoog EEdelens blyken zal; uijt de onder N=o 30, overgaande Copia Ac„ „tens en de daar bij gevoegde Leijst der aangekoo„ „mene en affgegaane Dienaaren, waar aan wij ons Eerbiedig komen te gedraagen. Bij de door Uw Hoog Edelens gemaakte reductie onder de Dienaaren, het vaste getal gesteld zijnde; op 255. koppen Europeesen, en 87 „ Bougineesen en Mooren of 342 koppen in't geheel, en bij de generaale Monstering Ult=o Junij bevonden zijnde 248. koppen Europeesen, en. 118 „ „ Bougineesen en mooren, zoo blijkt dat als toen manqueerden 7 Europeesen en zig te veel alhier bevonden 31 Jnlandse Die„ „naeren, die wij het getal der Europeesen vervuld zijnde, navolgens UW Hoog Edelens g'eerde ordre met het verwagt werden de schip sullen te rug zenden. Terwijl in middens, de Tweede Eerste Seekenaars de vrijheijd neemen uw Hoog Ede„ „lens ootmoedig te Bedanken voor derzelver gunstige voorschrijvens, aan de Edele Hoog Agtbaare Heeren Majores, die dezelve gehono„ „reert hebben, met de qualiteijden van opper„ „koopman en koopman, met de daar toe staande gagie en verband, waar voor de selve bij deezen hunne verpligtinge bethonen met Belofde en verzeekeringe dat zij steeds zullen poogen sig Derselver Gunsten meer en meer waardig te Van Sumatras West Cust den 3 september 1765 maaken.. Uw Hoog Edelens g'eerde ordre omtrent et verlossen der dienaaren zullen wij in het vervolg stiptelijker observeeren, en zullen wij het den verwagt werdenden Bodem Bodemlaa„ n volgen, den zoldij Boekhouder Willem rederik Meersz alsoo zijne jongste zoldij Boeken van Ao 176 4/5 nog niet in gereedheijd Den Essayeur Frederik Altena hebben ij uw Hoog Edelens gunstige beloften be„ end gemaakt en hem aangeraaden, Jemand nders dien hij daartoe in staat oordeelde 't het Essaaij werk aantequeeken, en hier iets meer weetende bij te voegen als onse eederige dankbaarheid, die wij betuijgen voor de gunstige reflexie welk het UW Hoog Ede„ ens behaagt heeft te slaan, op onse voor„ ragt van de verbeeterde Persoonen, welkers ctens behoorlijk zijn geboekt en afgegeeven zijn En also gekomen zynde tot het eijnde„ an het geene onse schuldige pligt vereyschte uw Hoog Edelens t'antwoorden en te beriden an ons gedoende, zoo versoeken wij wij eenlijk nog maar de vrijheid te moogen gebruijken, angaande het geene in deezen gommitteerd niet speciaallijk aangehaalt mogte zijn, ns eerbiedig te gedraagen aan de bij deezen sub N=o 21 overgaande Copia Resolutien. 53 Van Sumatras West Cust den 3 ringe onder dezelve uw Hoog Edelens blyke zal; uijt de onder N=o 30, overgaande Copia „tens ende daar bij gevoegde Leijst der aangek mene en affgegaane Dienaaren, waar aan wij ons Eerbiedig komen te gedraagen. Bij de door Uw Hoog Edelens gema¬ reductie onder de Dienaaren, het vaste geta gesteld zijnde; op 255. koppen Europeesen, en 87 „ Bougineesen en Mooren of 342 koppen in 't geheel, en bij de generaal Monstering Ult=o Junij bevonden zijnde 248. koppen Europeesen, en. 118 „ „ Bougineesen en mooren, zoo blijk dat als toen manqueerden 7 Europeesen en zig te veel alhier bevonden 31 Jnlandse Die „naeren, die wij het getal der Europeesen vervuld zijnde, navolgens UW Hoog Edelens g'eerde ordre met het verwagt werden de schip sullen te rug zenden. Terwijl in middens, de Tweede Eerste Seekenaars de vrijheijd neemen uw Hoog Ede „lens ootmoedig te Bedanken voor derzelve gunstige voorschrijvens, aan de Edele Hoog Agtbaare Heeren Majores, die dezelve gehou „reert hebben, met de qualiteijden van oppe „koopman en koopman, met de daar toe staand gagie en verband, waar voor de selve bij deezen hunne verpligtinge bethonen met Belofde en verzeekeringe dat zij steeds zullen hoogen Derselver Gunsten meer en meer waardig te
English
From Sumatra's West Coast, the 3 September 1765 to make. Your High Noble's honored order regarding the relieving of the servants we shall in the future observe more strictly, and we shall let the pay Bookkeeper Willem Frederik Meersz follow with the vessel that is being awaited, as his latest pay books of the year 176 4/5 are not yet in readiness. To the Assayer Frederik Altena we have made known Your High Noble's favorable promises and advised him to train someone else whom he deemed capable for the assaying work, and knowing nothing more to add here except our humble gratitude, which we express for the favorable reflection which it has pleased Your High Nobles to cast upon our recommendation of the improved persons, whose certificates have been properly entered into the records and delivered. And thus having come to the end of that which our bounden duty required to answer and inform Your High Nobles of our doings, we only request to take the liberty, concerning that which might have been omitted or not specially cited herein, to respectfully refer to the copies of resolutions transmitted herewith under No. 21. 53 From Sumatra's West Coast, the 3 September 1735 In which confidence we further attach the summary invoice of what has been laden in the bearer of this, the vessel the Jonge Petrus Albertus, the same consisting of: 33 297. 256 Marks of gold melted into 36 bars and packed into 4 small chests No. 21, 22, 23, 24, amounting to 1712: 13 9/96 [illegible] or 225: [illegible] marks fine, which mount up to a sum of - - - - - - - ƒ85402: 7: — That which according to extended invoice was debited to the Head Office with . . . 26873: 18: 8 And against that to the credit ƒ1034:1:— Sum - - ƒ112276:5:8: With which return cargo we now let this vessel depart under God's guidance, all the remaining returns of the year 176 4/5 to follow with the ship that is being awaited, while in the meantime we commend Your High Nobles to the precious protection of the Most High, and with all due respect take the liberty to call ourselves. It stood below: High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord and Well-Born Nobles. Lower: Your High Nobles' humble From Sumatra's West Coast, the 3 September 1765 humble and very obedient servants. Was signed: H: v: Straveren, I: A: Thierens, A: Donglas, S: A: N: v: Nicolaas. In the margin: Padang, the 3 September in the year 1765. P. S. After this had already been concluded, we received from Adjarhadja a packet, and therein the petition of the Resident Challier accompanying this under No. 26, which we take the liberty respectfully to present to Your High Nobles herewith. To as before. We have the honor to communicate to Your High Nobles that the ship the Jonge Samuel, after a very prosperous voyage, arrived here safely yesterday, and this morning continued its voyage to Padang with a favorable wind; the money with the said vessel for this office has been properly delivered; furthermore, this is accompanied by a small requisition of such specie as we most humbly request may be satisfied at the first opportunity, which we declare to be utterly necessary for the collection of pepper, etc., of which sort we hope to send a considerable quantity to Your High Nobles with the ship the Jonge Samuel. We have so much honor to call ourselves with deep awe and respect. It stood below: High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord, and Well-Born Nobles. Lower: Your High Nobles' very humble and obedient servants. Was signed: R: Palm, P: v: kempen. In the margin: Poulo Chinco, the 15 September in the year 1765. W: W: Meurer Examined Volume 1 From Sumatra's West Coast D: in the year 17675: the 6 February vessel Petrus for the duplicate the 6 February Jonge Albert per the Westfriesland the 6 February of the vessel the Jonge for the fatherland [illegible] the 6 February the Jonge Petrus Albertus per the ship Westvriesland. Register of papers - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1: Letter from the commander Hendrik van Staveren and council at Padang to their High Nobilities, dated 27 December 1764 . . . . 4 Petrus Albertus. Translation of a Malay letter from the king and regents of Baros to as before . . . . 29 Copy of resolutions taken in the council of policy from 3 January to 10 December 1764: marked L 3. Register of papers - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 31 Letter from the Adjarhadja resident Joseph Challier to their High Nobilities dated: 15 January 1765: 32. Ditto from the resident at Poulo Chinco Roeland Palm to as before, dated 9 January 1765 . . . . 34: Letter from the commander Van Staveren and council aforesaid to their High Nobilities dated: 27 February 1765: - . 38 Translation of a Malay letter from the panglima and regents, to as before . . . . 73 Memorandum of the private and foreign ships and vessels that have been at Padang since 11 December to 18 February 1765 . . . . 71 Letter from the Poulo Chinco resident Palm to their High Nobilities dated 18 March - - - - - - - - - 69 Register of papers - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 35 Sumatra's West Coast. Register of all such letters and papers as have been recorded herein and successively received; from Page
Dutch transcription
Van Sumatras West Cust den 3 september 1765 te maaken. Uw Hoog Edelens g'eerde ordre omtrent het verlossen der dienaaren zullen wij in het vervolg stiptelijker observeeren, en zullen wij met den verwagt werdenden Bodem Bodemlaa„ „ten volgen, den zoldij Boekhouder Willem Frederik Meersz alsoo zijne jongste zoldij Boeken van Ao 176 4/5 nog niet in gereedheijd zijn Den Essayeur Frederik Altena hebben wij uw Hoog Edelens gunstige beloften be„ „kend gemaakt en hem aangeraaden, jemand anders dien hij daartoe in staat oordeelde tot het Essaaij werk aantequeeken, en hier niets meer weetende bij te voegen als onse neederige dankbaarheid, die wij betuijgen voor de gunstige reflexie welk het UW Hoog Ede„ lens behaagt heeft te slaan, op onse voor„ dragt van de verbeeterde Persoonen, welkers actens behoorlijk zijn geboekt en afgegeeven En also gekomen zynde tot het eijnde„ van het geene onse schuldige pligt vereyschte uw Hoog Edelens t'antwoorden en te berigen van ons gedoende, zoo versoeken wij wij eenlijk nog maar de vrijheid te moogen gebruijken, aangaande het geene in deezen gommitteerd of niet speciaallijk aangehaalt mogte zijn, ons eerbiedig te gedraagen aan de bij deezen sub N=o 21 overgaande Copia Resolutien. 53 Van Sumatras West Cust den 3 7ber 1735 In welk vertrouwen wij nog bijvoegen de korte Factuur van het gelaadene in Brenger deeses Het scheepje de Ionge Petrus Albertus bestaande het zelve in 33 297. 256 Marcquen goud gesmolten in 36 staaven en afgepakt in 4 kistjes N=o 21:22: 23, 24, uytmaakende 1712: 13 9/96 ba: dan wel 225: J: marcquen fijn dewelke monteeren eene Somma van - - - - - - - ƒ85402: 7: — Het geene volgens g'extendeerde fac„ „tuure 't Hoofd Comtoir ten las„ ten gebragt werden met. . . „26873: 18: 8 En daar en teegen ten voordeele ƒ1034:1:— Met welke welk Rethour wij thans deesen Bodem onder Godsgeleyde laaten vertrekken zullende al de overige Rethouren van A=o 176 4/5 met het verwagt werdende schip volgen„ terwijl wij intusschen Uw Hoog Edelens beveelen in de Dierbaare Bescherminge des Aldus derhoogsten en met alle verschuldig¬ „de Respect de vryheijd gebruiken ons te noemen. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agt„ „baare wijdgebiedende Heere en wel„ Edele Heeren /:Lager:/ Uw Hoog Edelens Somma - - ƒ112276:5:8: onderdanige Van Sumatras West Cust den 3 septemb:r 1765 onderdanige en zeer gehoorzaame Dienaa„ „ren /:was geteekend:/ H: v: Straveren, I: A: Thierens, A: Donglas - - - S: A: N: v: Nicolaas /:in margine /:/ Padang den 3 September Ao 1765. P: S: Na dat deezen bereeds geslooten was qua„ „men wij nog van Adjarhadja t'ontfangen een Paquet, en daar in het onder N=o 26. deesen versellende Request van den Resident Challier 't welke wij de vrijheid neemen Uw Hoog Edelens eerbiedig bij deezen aan te bieden Aan als vooren Wij hebben d' eere Uw Hoog Edelens te Communiceeren dat het schip de Ionge Samuel na eene seer voorspoedige reise„ op gisteren alhier behouden is aangekoomen en heeden morgen de Reise naar Padang met eene gunstige wind, heeft voortgezet; het geld met gemelden bodem voor dit Com„ „toir, is behoorlijk uijtgeleevert geworden, voorts verseld deeze Een Eyschje van zoodanige Con„ lanten als wij op het needrigste versoeken dat bij eerste geliegentheid voldaan moge werden, die wij betuijgen tot den insaam van Peeper &c ten uytersten te zullen be„ 55 Van Sumatras west Cust de 3: ep:r 1755 benodigt zijn, van welk Corl wij met het schip de jonge Samuel Uw Hoog Edelens hoopen eene aansienelijke quantiteijd te sullen laaten toekoomen. Wij hebben soo veel Eere ons met diep ont„ „sag en Eerbied te noemen. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijdt gebiedende Heere, en wel Edele Heeren /:Lager:/ Uw Hoog Edelens seer ootmoedige en gehoor„ „same dienaaren /:was geteekend:/ R: Palm, P: v: kempen /:in margine:/ Poulo Chin„ „co den 15 September A=o 1765. W:W: Meurer Nagezien 1 Deel Van Sumatras west ctist: D: A:o 17675: den 6 feb schoepje Petrus voor't dubbeld den 6: fe Jonge albert per 't westvr den 6 feb: ven 't scheepje de Jonge voor't vaderland gitbekenthin den 6: febru: de Jonge Petrus albertus. per 't schip westvriesl=d Register der papieren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1: Missive van den gesaghebber Hendrik van Staveren en raad te Padang aan hun hoog Edelheedens, gedateerd 27: December 1764: . - . - - - - - -. . „ 4 Peluus albertiud Translaat maleijdsche missive van den koning en regenten van . . -- - „ 29 Baros aan als vooren.. . . Copia resolutien genomen in raede van politie zedert den 3. Ianuarij. . . tot den 10 December 1764: gen:t L„ 3. Register der papieren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 31 Missive van den adjarhadjas resident Ioseph Challier aan hun hoog Edelheedens gedat: 15: Janu: 1765: „ 32. _:o van den resident te Poulo Chinco Roeland Palm aan als vooren, gedateerd 9: Ianuarij 1:765. . . . . „ 34: Missive van den gesaghebber van staveren en raad voormeld aan hun hoog Edelheedens ged: 27: februarij 1765: - . „ 38 Translaat maleijdsche missive van den panglima en regen„ „ten, aan als vooren. . . . . . . „ 73 Memorie der particuliere en vreemde scheepen en vaartuijgen die te Padang aangeweest zijn zed„t den 11: December tot den 18:' Februarij 1765: . . . . „ 71 Missive van den p=le Chincos resident Palm aan hun hoog Ed=s gedateerd 18: Maart - - - - - - - - - „ 69 Register der papieren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 35 vt Sumatras W=t Cust! Register van alle zodanige brieven en Papieren als 'er in desen ingeschreeven en successive ontfangen zijn; van Pag
English
folio 1: On Sumatra's West Coast, the 27th of December 1764; This register. Register of the papers that are sent today per the small ship De Jonge Petrus Albertus to Batavia, respectfully addressed to His High Excellency, the High Noble, Strict, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies, by the Lord Hendrik van Staveren, Commander of Sumatra's West Coast, together with the Council at Padang. Number 1: Original missive respectfully addressed by and to the same as aforementioned, dated on the roadstead. 2: Duplicate missive from and to the same as above, sent per the bark De Mossel, dated the 15th of September of this year. 3: Expense account of the provisions supplied to the small ship De Jonge Petrus Albertus. 4: Report of findings on the discharged cargo of that vessel. 5: Report of findings of the sloop De Hazewind. Shall go per the Westvriesland. 6: Original Malay missive from the king and regents of Baros. 7: A balance sheet of the Baros office. Number 8: folio 1: From Sumatra's West Coast, the 27th of December 1764; This register. Register of the papers that are sent today per the small ship De Jonge Petrus Albertus to Batavia, respectfully addressed to His High Excellency, the High Noble, Strict, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies, by the Lord Hendrik van Staveren, Commander of Sumatra's West Coast, together with the Council at Padang. Number 1: Original missive respectfully addressed by and to the same as aforementioned, dated on the roadstead. 2: Duplicate missive from and to the same as above, sent per the bark De Mossel, dated the 15th of September of this year. 3: Expense account of the provisions supplied to the small ship De Jonge Petrus Albertus. 4: Report of findings on the discharged cargo of that vessel. 5: Report of findings of the sloop De Hazewind. Shall go per the Westvriesland. 6: Original Malay missive from the king and regents of Baros. 7: A balance sheet of the Baros office. Number 8: From Sumatra's West Coast, the 27th of December anno 1764 Number 8: A statement of account of that same office. 9: Balance sheet of the Air Bangis office. 10: Statement of account of that same office. 11: Balance sheet of the Aier Hadja office. 12: Statement of account of that same office. 13: Balance sheet of the Pulau Cingkuk office. 14: Statement of account of that same office. 15: The general statement of account of this entire coast. 16: A petition from the assistant and second-in-command of Pulau Cingkuk, Thomas van Kempen, imploring to be favored with the rank of bookkeeper. 17: One set of copies of resolutions taken in the Councils of Policy at Padang, beginning on the 7th of September and ending on the 10th of December 1764, for Batavia. 18: Two sets of copies of resolutions beginning on the 7th of January and ending on the 10th of December 1764, for the Fatherland. 19: Copies of incoming letters from the Pulau Cingkuk office, beginning on the 14th of February and ending on the 5th of December anno 1764. 20: Ditto outgoing letters thither since the 19th of January until the 12th of December 1764. 21: Ditto incoming ditto from Aier Hadja since the 27th of December 1763 until the 28th of November 1764. Number 22: From Sumatra's West Coast, the 27th of December 1764: Number 22: Copies of outgoing ditto ditto thither since the 6th of January until the 12th of December 1764. 23: Ditto incoming ditto ditto from Air Bangis since the 16th of January until the 25th of November anno 1764. 24: Ditto outgoing ditto ditto thither since the 15th of February until the first of October 1764. 25: Ditto incoming ditto from the Baros office since the 4th of February until the 21st of November 1764. 26: Ditto outgoing ditto ditto thither since the 15th of February until the 1st of October anno 1764. 27: Ditto daily journal of occurrences in the year 1764 at the Padang office. 28: Ditto positive orders from Their High Excellencies the High Indian Government at Batavia successively enacted up to the 24th of May 1764. 29: Ditto the Honorable Company's affidavits of unfit and lost goods, also deceased slaves, etc., since the 29th of October 1763 until the 16th of August 1764. 30: The Padang trade books of the year 1763/1764 in a rattan-bound chest, marked Trade Papers of Sumatra's West Coast. 31: The Padang pay books of the same year 1763/1764, also in a rattan-bound chest, marked Pay Papers of Padang for Batavia. 32: Logbook kept by the master of equipage Gerrit Koerten From Sumatra's West Coast, the 27th of December anno 1764 Gerrit Koerten during the lay days of the bearer of this, the small ship De Jonge Petrus Albertus, at the Padang roadstead. Separately, Number 33: Invoice and bill of lading of what is laden on the bearer of this, the small ship De Jonge Petrus Albertus. Signed Padang, the 27th of December 1764. Was signed: B. Forca, First Clerk. Batavia Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with The Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies residing there. High Noble, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, and Right Honorable Lords: With our last letter of the 15th of September dispatched to Your High Excellencies per the bark De Mossel, accompanying this in duplicate, we had the honor to provide Your High Excellencies with a full report on the Honorable Company's affairs on this coast, so far as was possible for us at that time, to which we now take the liberty respectfully to refer. To His High Excellency, the High Noble, Highly Esteemed, and Far-Ruling Lord. Since
Dutch transcription
fo 1: in Sumatras west cust den 27: december 1764; Dit register. Register der Papieren die op heden per het scheepje de Jonge Petrus albertus na batavia versonden werden Eerbie„ „dig Jngerigt; aan zijn hoog Edelheijd, den hoog Edelen gestrengen groot agtb:r en wijdgebiedende heere Petrus Albertus van der Parra! Gouverneur Generaal, benevens De wel Edele heeren raaden van Nederlands India, door Den heer Hendrik van Staveren ge„ „zaghebber over Sumatras w:t C:t benevens Den Raad te Padang. —. =o 1„' origineele missive door aan als vooren Eerbie„ „dig ingerigt, gedateerd op Reeden 2: Dupplicaat missive van en aan als even per de barcq de Mossel versonden, gedat:t 15:e September deeses Jaars 3: onkostreecq: van het verstrekte aan het scheepje de Jonge Petrus albertus & 4: bevinding op de uijt geleeverde Laading van P. dien bodem. 5: bevinding van de Chialoup de Bazewind. sal per westriest: vege. 6: origineele maleijdse missive van den koning en regenten van Baros 7: Een rendement van 't Comptoir Baros. G N: 8: fo: 1: Van Sumatras west cust den 27: december 1764; P Dit register. Register der Papieren die op heden per het scheepje de Jonge Petrus albertus na batavia versonden werden Eerbie„ „dig Jngerigt; aan zijn hoog Edelheijd, den hoog Edelen gestrengen groot agtb:r en wijdgebiedende heere Petrus Albertus van der Parra: Gouverneur Generaal, benevens De wel Edele heeren raaden van Nederlands India, door Den heer Hendrik van Staveren ge„ „zaghebber over Sumatras w:t C:t benevens Den Raad te Padang. —. N=o 1„ origineele missive door aan als voor en Eerbie„ „dig ingerigt, gedateerd op Reeden „ 2: Dupplicaat missive van en aan als even per de barcq de Mossel versonden, gedat:t 15:e september deeses Jaars „ 3: onkostreecq: van het verstrekte aan het scheepje de Jonge Petrus albertus R „ 4: bevinding op de uijt geleeverde Laading van P. P dien bodem. „ 5: bevinding van de Chialoup de Hazewind. sal per westriest: veg „ 6: origineele maleijdse missive van den koning en regenten van Baros „ 7: Een rendement van 't Comptoir Baros. G N:o 8: Van Sumatras W„t C„t den 27: December a:o 1764 N:o 8: Een staat reekening van dat selfde Comptoir „ 9: rendement van 't Comptoir aijerbangis „ 10: staatreecq: van dat selfde Comptoir „ 11: rendement van 't Comptoir adjarhadja. „ 12: staat reekening van dat selfde Comptoir „ 13: rendement van 't Comptoir Poulo Chinico „ 14: staatreekening van dat selfde Comptoir. „ 15: de generaale staatreetq: van dese geheele Custe „ 16: Een request van den adsistent en secunde van Poulo Chinco Thomas van Kempen im¬ „ploreerende om met de qualiteijt van boekhouder gebenificeert te mogen wor¬ „ 17: Een stel Copia resolutien genoomen in raaden van Politie te Padang, beginnende met den 7: 7ber: en eijndigende met den 10: xber: 1764: voor Batavia. „ 18: Twee stel Copia alsol: beginnende met den 7: Ianuarij en eijndigende met den 10: December 1764: pao patria. —. „ 19: Copia aankoomende brieven van 't Comptoir p=lo Chinco, beginnende met den 14: februarij en eijndigende met den 5:e december anno 1764: —: e „ 20: _:o afgaande brieven derw:s 't zeedert den 19:' Ianuarij tot den 12: xber: 1764: „ 21: _:o aankomende d=o van adjarhadja 't seedert den 27: december 1763: tot den 28: novem„ „ber 1764:: —. No: 22: „dens. Van Sumatras w„t C„t den 27:' December 1764: N=o 22: Copia afgaande d:o d:o naderwaards 't zeedert den 6: Januarij tot den 12: December 1764: „ 23: _:o aakomende d=o d„o van adijerbangis 't zee„ „dert den 16: Januarij tot den 25: 9ber: anno 1764:—. „ 24: _:o afgaande d:o d:o na derwaards 't zedert den 15: februarij tot primo october 1764: „ 25: _:o aankomende d:o van 't Comptoir Baros 't zedert den 4: februarij tot den 21: 9ber: 1764: —. „ 26: _:o afgaande d:o d:o na derwaards 't zedert den 15: februarij tot den 1: october a:o 1764: „ 27: _:o Dag register van 't gepasseerde in den Iaare 1764: ten Comptoire Padang „ 28: _:o positive ordres van haar hoog Edelhedens de hooge indiasche regeering te Batavia successive beraamd tot den 24: maij 1764: „ 29: d:o 'sE: Comp: verklaaringen van onbequame en verlorene goederen, item overledene Leijff„ „eijgenen enz: zeedert den 29: october 1763: tot den 16: august 1764: —. „ 30: De Negotie boeken van Padang d'anno 176¾ in Een berottingt kistje beschreeven negotie Papieren van Sumatras west Cust. „ 31: „ zoldij boeken van Padang d:o A:o 176¼ mede in een berottingt kistje beschreeven zoldij papieren van Padang voor Batavia „ 32: Journaal gehouden door den Equipagie opziender Do gerrit 3 Van Sumatras W„t C„t den 27:e December a„o 1764 „ Gerrit koerten geduurende de Legdagen van brenger deeses het scheepje de Jonge Petrus albertus ter rheede padang. —. apart - - - . . N:o 33: Factuur Cognossement van 't gelaadene in brenger deeses het scheepje de Jonge Petrus albertus /:onders:d/ Padang den 27: december 1764: /:was geteekend:/ B=s Forca de E:g: Clercq. —. Batavia Petrus Albertus van der Parra. Gouverneur Generaal, benevens De wel Edele heeren Raaden van Neder „ lands Jndien aldaar resideerende Hoog Edelen, groot agtbaare, wijdgebiedende Heere, en wel Edele Heeren: Bij onsen laasten van den 15: september per den barcq de Mossel aan Uw hoog Edelheedens afgegaan, en desen in dupplicaat versellende hebben wij d'Eere gehad uw hoog „ „Edelheedens een ampel verslag te doen, van S: E: Comp: zaaken ter deser Custe voor zo verre ons ter dier tijd doenelijk was, waar aan wij thans de vrijheijd neemen ons Eerbiedig te gedragen Aan zijn hoog Edelheijd, Den hoog Edelen Groot agtbaaren en wijdgebiedende heere. 't zedert .. 1 „
English
From Sumatra's West Coast, the 27th of December anno 1764: Since then, we had the good fortune to receive, on the 28th of November via the small vessel De Jonge Petrus Albertus and the sloop De Hazewind, and on the 9th of this month via the ship Westvriesland, the originals and duplicates of Your Right Honourables' most respected letters of the 28th of August, the 5th and the 18th of September, with their respective enclosures, which were all found to be in accordance with the register. The highly esteemed orders contained therein we shall not fail to execute to the best of our ability, and we most humbly request Your Right Honourables to take it in good part that we do not make a special reiteration thereof here, in which confidence we shall then have the honour in this letter to present to Your Right Honourables the further outcome of affairs on this coast in the recently concluded financial year, and what has occurred and been accomplished in the course of the present one up to the date hereof, which, following the usual rule, we begin with the main section concerning: Ships and vessels, under which first comes to our attention the small vessel De Jonge Petrus Albertus, from which we received a letter on the last day of October, in which the skipper Treviso made known to us the poor situation in which he found himself near the island of Pulo Ringe, with the request to accommodate him as soon as possible with an anchor and cable and some leagers of drinking water, as he would otherwise run the risk of losing the voyage; and in order to prevent such a thing as much as was possible for us, we took the decision to hire an express vessel in order to send him therewith some leagers of water, an anchor of 900 lb, and a grapnel of 500 lb, as the only things with which we were able to accommodate him; and having obtained this, he was subsequently, upon arriving at Poulo Chinco, further provided with one thing and another, and thus finally arrived safely in this roadstead on the 28th of November, whereupon we immediately did everything possible to unload him with the greatest dispatch and send him back to Your Right Honourables with a good return cargo, as we presently have the honour to accomplish. And since the anchor, grapnel, etcetera sent to the aforementioned vessel were received back again upon its arrival here, the expenses thereof amounted to little, as will appear to Your Right Honourables from the expense account transmitted herewith under number 3, on which account we trust that Your Right Honourables will be pleased to approve the same favourably. The sloop De Hazewind came to anchor in this roadstead in good condition in company with the aforementioned vessel, and, pursuant to Your Right Honourables' most respected order, we shall retain the same here for the service of this Commandery. The ship Westvriesland, which Your Right Honourables were pleased to dispatch hither instead of the Overschie, first reached this roadstead on the 9th of this month, having arrived thereon safe and sound the Reverend Mr. Johannes Jacobus Meijer, for whose dispatch we convey our most humble thanks to Your Right Honourables; and we should not have failed to send his Reverence back promptly with that vessel in conformity with Your Right Honourables' most respected order, had its late arrival not rendered this impossible for us. Meanwhile, all possible diligence and industry are being applied thereto, and we would also readily promise to let the said vessel follow swiftly, were it not that the inspection and measuring of the linens brought by it genuinely hindered us therein, for which reason we request that Your Right Honourables do not consider it a lack of zeal if the departure of that vessel comes to be delayed somewhat more than ordinary. The Tanjongpour chaloup, which departed from the Batavia roadstead for this place on the 27th of July, has not appeared up to the date hereof, which not only delays us greatly in the unloading of the ships, but also causes us to fear that some misfortune might perchance have befallen it; yet we shall as of now remain in the hope that it will still turn up at some point, and in that confidence proceed to the section concerning: Discharged and transported cargoes, under which we have the honour to inform Your Right Honourables that the small vessel De Jonge Petrus Albertus properly discharged its cargo, and that nothing of consequence was found to be in excess or lacking, as the findings transmitted herewith under number 4 further demonstrate, the permitted percentage of ullage having been validated by the authorities and written off to the profit and loss account in the trade books; and the situation is likewise with what was brought by the sloop De Hazewind, the findings of which accompany this under number 5. Native affairs are still in as good a state as we had the honour to inform Your Right Honourables in our previous letter, and therefore we shall in this instance solely take the liberty to provide Your Right Honourables with the necessary intelligence regarding what has since come to pass in that respect; and herein there first comes before us: The Radja and the other regents of Baros, who recently wrote to us and complained greatly about the poor condition of their provinces, with the request to forward to Your Right Honourables the letter transmitted under number 6, together with 4½ lb of Baros camphor which has been entered into our books, which we have the honour to do herewith. The letter and the present which we received for them from Your Right Honourables via the ship Westvriesland, we shall
Dutch transcription
Van Sumatras w„t C„t den 27: december a:o 1764: 'T zedert hebben wij 't geluk gehad op den 28: november te ontfangen per 't scheepje de Jonge Petrus albertus de Chialoup de hazewind en op den 9:e deser per 't schip westvriesland de origineelen en dupplicaaten van Uw hoog Edelheedens zeer gerespecteerde Letteren van den 28:e august 5:e en 18: september met derselver bijlagen. die alle Conform register bevonden zijn. De zeer g'Eerde ordres inne vervat zullen wij niet na laten na ons best vermogen ter Executie te stellen en versoeken wij uw hoog Edelheed:s nedrigst ons in 't goede te willen opnemen dat wij de speciaale rei„ „teratie alhier daar van niet komen te doen, in welke toe vertrouwen, wij dan in deesen d ' Eere zul„ „len hebben, aan uw hoog Edelheedens te verthoonen, den verderen uijtslag der zaaken te deser Custe in het Jong verwekene boekjaar en het geene in den Cours van het presente tot dato deses voorgevallen en verrigt is 't welke wij den gewoonen regel, volgende be„ „ginnen met het hoofddeel van scheepen en vaartuijgen onder het welke ons Eers„ „telijk voorkomt het scheepje de Jonge Petrus alber„ „tus waar van wij op den laasten october een brieff ont„ „fongen, waar bij den schipper Treviso aan ons te kennen gaff. de slegte situatie waar in hij zig be„ „vond omtrent het Eijland p:lo ringe, met versoek om hem met een anker en thouw en eenige Leggers drink waater ten spoedigsten te gerieven, alzo bij an„ „ders gevaar zoude loopen de reijse te verliesen en om 5: zulx C„to den 27:e December 1764: Van Sumatras w„tC zulx zo veel ons mogelijk was voor te koomen zo namen wij het besluijt, een expres vaartuijgen huur te nemen ten eijnde om hem daar mede eenige Leggers water een anker van 900: lb en een dregh van 500: ld toe te zenden, als het eenigste waar mede wij in staat waaren hem te gerieven, en dit Erlangt hebbende is bij vervolgens op poulo Chinco koomende nog van 't een en andere voorsien en dus eijndelijk op den 28: November behouder op deese rheede g'arriveert, wan¬ „neer wij aanstonds alles in 't werk stelden om hem ter spoedigsten te ontlossen en met een goed rethour aan Uw hoog Edelens te rug te zenden, gelijk wij thans d: Eere hebben te volbrengen. En aangesien men van gem: bodem het toe ge„ „sondene anker dreghord:te alhier g'arriveert zijnde wederom te rug ontvangen heeft zoo hebbende on„ „kosten daar van weijnig belopen, gelijk Uw hoog Edelens uijt de sub n:o 3: overgaande onkostreecq: blijkens zal, weshalven wij vertrouwen dat uw „hoog Edelens deselve gunstig zullen gelieven te appro„ „beeren. De Chialoup de Bazewind is ingeselschap van opgem bodem in een goeden staat op deese rheede ten an„ „ker gekoomen en zullen wij deselve ingevolge van uw hoog Edelheedens zeer gerespecteerde ordre, ten dienste van dit Commandement alhier aanhouden 'T schip Westvriesland dat uw hoog Edelens in plaats van overschie na herw=s hebben gelieven aan te leggen ƒ heeft Van Sumatras w=t C=t den 27: December 1764: heeft dese rhede Eerst op den 9:e deser berijkt zijnde daar mede gesont en wel gearriveerd den zeer Eerwaarden heer Iohannes Jacobus Meijer voor wiens toezendin„ „ge wij uw hoog Edelheedens nedrigst dank betuijge en zouden wij niet ingebreken gebleeven zijn, zijn Eerw:t met dien bodem Conform uw hoog Edel:s zeer geres„ „pecteerde ordre spoedig te rug te zenden zo de laate aankomst daar van, ons zulx niet onmogelijk. hadde gemaakt ondertusschen zo werd daar toe alle mogelijke vlijt en naarstigheijd in 't werk gesteld, en zouden wij ook wel belooven gem: bodem spoedig te zullen laten volgen, bij aldien het nazien en meten der daar mede aangebragte Lijwaaten ons daar inne met werkelijk tegen hield om welke reeden wij versoeken dat Uw Hoog Edelheedens het niet als eene oijverloosheijd gelieven aan te merken als het vertrek van dien bodem eeniger maaten meer als ordinair, komt te retardeeren. De Tanjongpourdschulp die op den 27: Julij van de bataviasche rheede na herwaarts vertrocken is, 's tot dato deses niet verscheenen, 't welke ons niet alleen zeer veragtert in het loffen der scheepen maar ook doed vreesen dat den zelven altement een ongeluk mogten overgekoomen zijn egter zullen wij als nog in die hoope blijven dat deselve alte met nog zal koomen opdaagen en in dat vertrouwen overgaan tot het deel Der uijtgeleverde en vervoerde Ladingen onder het Van Sumatras W het welke wij d'Eere hebben uw hoog Edelheedens te be„ „rigten, dat het scheepje d' Jonge Petrus albertus zijne ladingen behoorlijk heeft uijt geleevert en dat daar op niets van aangelegentheijd over en te kort be„ „vonden is gelijk de sub n:o 4: overgaande beviedingen nader komt aan te toonen zijnde de gepermitteerde p: C: spillagie d' overheeden gevallideert en op reek: van winst en verlies bij de Negotie boeken afgeschreeven en in dier voegen is 't ook gelegen met het aangebragte per de Chialoup de Hazewind waar van de bevinding desen onder n:o 5: verseld. De Jnlandsche zaken bevinden zig nog in zulken goeden staat als wij bij onsen voorigen d: Eere hebben gehad Uw hoog Edelhedens te bedeelen en derhalven zullen wij indeesen eeniglijk de vrijheijd nemen uw hoog Edelheedens de nodige kennisse te geven van 't geene 't zedert daar omtrent is koomen voor te vallen, en hier inne komt ons eerstelijk te vooren Den radja en de verdere regenten van Baros dewelke onlangs aan ons geschreeven en zig zeer beklaagd hebben over den slegten toe stand van haare provintien met versoek om den onder n:o 6: overgaanden brieff benevens 4½ lb Cam„ „phur baros die bij onse boeken ingenoomen zijn aan uw hoog Edelheedens te laten afgaan t' welke wij d'Eere hebbe bij desen te doen den brieff en 't geschenk het welke wij per 't schip westvriesland van uw hoog Edelhedens voor deselve ontvangen hebben „ den 27:e december 1764: zullen
English
From Sumatra's West Coast, the 27th of December 1764: we shall let them have it at the first opportunity and seek to maintain them, as far as is practicable for us, in a good disposition, and on that occasion the letter received for the regents of aijerbangis shall also be dispatched. And knowing nothing further to report concerning the northern districts, we thus proceed to the lands situated to the south of here, regarding which we have the honor to inform Your High Noble Excellencies in respect of the realm of indrapoura that the old emperor padoeca sirir zulthan Abahomet Sia happened to pass away there on the 17th of November, and that for all such reasons as are recorded in detail in our resolution of the 7th of this month, we have on that day provisionally, and subject to Your High Noble Excellencies' approval, appointed in his place the person of sulthan Iskander under the title of Jang dupratuang padoeca sirie sulthan achmatsje. And as the same is a very calm, zealous, and well-intentioned prince, from whom we can on good grounds promise ourselves a speedy recovery of that almost entirely neglected district, we therefore also most humbly request Your High Noble Excellencies to be pleased to favor this choice made by us with your favorable approval. Complaints having been lodged with great emphasis for some time past by several persons, and recently in particular by the chiefs of the Tigablas kotas who have come down, concerning the tyrannical rule of the king of From Sumatra's West Coast, the 27th of December 1764 the district of troesang, we have judged ourselves obliged to take a resolution, as we have taken on the date of the 7th of this month, to summon the aforementioned raja here in person, both to call him to account regarding his committed excesses, and especially to provide the aforementioned mountain princes with the necessary satisfaction, since for want thereof some harmful consequences for the trade of the Honorable Company might easily arise therefrom, which we, upon the appearance of that petty king, shall endeavor to prevent as best we can, having the honor to communicate the outcome thereof to Your High Noble Excellencies in further detail by the ship westvriesland. The three princes of the old minang Cabose house, and particularly the court of souruasse, having been somewhat estranged from us since the year 1761, have finally come into that good disposition again that they honored us on the 11th of this month with a distinguished embassy and a polite letter according to the old custom. Although this costs the Honorable Company a gift, it nevertheless serves much more to its benefit, since the native on this coast retains an everlasting deference for this old house, and through the good understanding that exists between us and the same, he can constantly be kept in that obedience and submissiveness to the Honorable Company which is found to be as necessary as it is advantageous for trade. From Sumatra's West Coast, the 27th of December 1764: Here at this place the affairs of the native are likewise still in a good state. The only thing that has occurred since our last consists in this: that upon repeated complaints of the panglima we were finally compelled to remove the bandhara soulthan Bongsoe from his post, for all such reasons as are more fully recorded in our resolution of the 12th of October; having on that day, with the advice of the local council, filled his place again with the oldest Ponghoul named dato Caijo, and furthermore appointed as ponghouls the persons of maharadja Bazaar and radja moedo. And since all this occurred to the complete satisfaction of the native regents, we therefore also request Your High Noble Excellencies' favorable approval regarding these changes made. The letter received from Your High Noble Excellencies and the gift for the same we have handed over to them with the customary ceremonial, on which occasion they kindly requested us, in the first letter to depart, to thank Your High Noble Excellencies most humbly on their behalf, which we hereby have the honor to do in their name. And having hereby treated everything concerning this chapter that we presumed to merit Your High Noble Excellencies' highly esteemed attention, and the report regarding the trade conducted at this main settlement in the year 1763/4 From Sumatra's West Coast, the 27th of December 1764: having already been made in our previous letter, we take the liberty of referring most respectfully thereto, while we now proceed to The subordinate stations, and making a beginning with the station of baros, where the trade conducted in the recently elapsed book-year 1763/4 was very poor; there having been turned over there, according to the annexed return under number 7, in iron, salt, and piece-goods, a cost-price amount of ƒ6243:2:8 with an advance of ƒ6261:14:–, or 100¼ percent, whereas on the contrary in the previous year on a purchase of ƒ1214:11:8 there was a profit of ƒ11690:2:–, or 93¾ percent, which shows that although the percentages this year are somewhat higher, there was nevertheless an amount of ƒ5428:8:– less advanced than in the said previous year. The collection of products this year was also not as great there as in the previous year, and has only consisted of 15125 lb of ordinary white benzoin and 37½ cans of camphor oil, of which latter item we have ordered the resident to cease the collection, etc. However, the books of that station, closed as of the ultimate of August 1764, having been properly examined here and found to be in order, have credited this main station for the net profits with ƒ5437:13:– and debited it for the expenses with ƒ5598:10:8, so that the expenses exceed the profits by ƒ160:17:8, as the statement of account accompanying this under number 8 further [illegible]
Dutch transcription
Van Sumatras w„t C„t den 27:e December 1764: zullen wij hun lieden bij de eerste gelegentheijd laten toe„ „koomen en dezelve zo veel ons doenlijk is, in eene goede dispositie tragten te onderhouden en zal bij die occasie mede afgesonden worden den ontvangene brieff voor de regenten van aijerbangis d„ En van de noorder distinctien verders niets te melden wetende, zo gaan wij over tot de ten zuijden van hier gelegene landschappen, waar omtrent wij d'Eere hebben uw hoog Edelheedens ten opzigte van 't Rijkje van indrapoura te berigten dat den ouden keijzer pa„ „doeca sirir zulthan Abahomet Sia aldaar op den 17. e no„ „vember iskoomen te overleijden en dat wij om alle zulke reedenen als bij ons besluijt van den 7: deeser breed„ „voerig vermeld staan ten dien dage provisioneel en op uw hoog Edelheedens approbatie in diesplaatse aangesteld hebben den persoon van sulthan Iskander onder den titul van Jang dupratuang padoeca sirie sulthan achmatsje en alsoo deselve een zeer bedaartijverig en wel g'intentioneerd prins is van welken wij op goede gronden ons kunnen beloven een spoedig her„ „stel van dat bij na ten eenemaale verwaarlooste landschap zoo versoeken wij dan ook uw hoog Edelhed:s nedrigst dese onse gedaane verkiesinge met der selver gunstige approbatie te willen berkoomen T zeedert eenigen tijd herwaarts door verscheijde persoonen, en onlangs int bijsonder door de afgekoome„ „ne hoofden der Tigablas kotas met zeer veel nadruk geklaagt zijnde over de tiranique regeering des konings van 9: Van Sumatras w„t C„t den 27:' decer: 1764 van 't landschap troesang zo hebben wij ons verpligt geoordeelt een besluijt te neemen gelijk wij in dato 7: deeser genoomen hebben omgem: radja in persoon herwaarts op te ontbieden zo om hem over zijne gepleeg„ „de buijten spoorigheeden ter rheede te stellen zo wel voor„ „naamentlijk, om aan voorm: bergvorsten de nodige satisfactie te besorgen also bij manquement van dien Ligtelijk eenige nadeelige Conciquentien voor den 76 handel der E Comp:e daar uijt zouden kunnen ont„ „staan 't welke wij bij verschijninge van dat koningje zo goed ons doenelijk is zullen poogen voor te buijgen en de Eere hebben daar van het gevolg Uw hoog Ed=s per 't schip westvriesland nader te bedelen. De drie vorsten van 't oude minang Cabose huijs en wel voornamentlijk 't hoff van souruasse t zee„ „dert het Jaar 1761: eeniger maten van ons ver„ „vreemd geweest zijnde zijn eijndelijk wederom in die goede dispositie gekoomen dat zij ons op den 11: deeser met eene gedestinqueerde ambassade en een beleefde brieff na de oude gewoonte, veroerd hebben het welke schoon zulx d: E: Comp: een geschenk komt te kosten nogthans veel meer ten voordeele van deselve strekt aangezien den Jnlander op deese Cust voor dit oude huijs eene althoos duurende deferentie behoud en door het goede verstand dat tusschen ons en het zelve plaats heeft steeds in die gehoorsaam„ „heijd en onderdanigheijd aan d' E: Comp: kan geschoeden werden welke voor den handel zo nodig als voordee„ „lig bevonden werd. alhier Van Sumatras w„t C„t den 27: december 1764: Alhier op deese plaats bevinden zig de zaaken van den inlander mede nog in een goeden staat het eenig „sten dat 't zeedert onsen Laasten voorgevallen is bestaat hier inne, dat wij op reijterative klagten van den panglima eijndelijk genoodsaakt zijn geweest den bandhara soulthan Bongsoe uijt zijn dienst te dimoveeren om al zulke reeden als bij ons be„ „sluijt van den 12:e october breeder vermeld staan hebbende wij ten dien daagen met advijs van den landraad dies plaatse wederom vervuld met de oudsten Ponghoul in naeme dato Caijo en voorts tot ponghouls aangesteld de persoonen van ma „haradja Bazaar en radja moedo en dewijl het een en ander met een volkoomen genoegen van de Jnlandse regenten geschied is zo versoeken wij dan ook aangaanden dese gemaakte verande„ „ringen Uw hoog Ed:s gunstige approbatie Den van uw hoog Ed:s ontvangen brieff en het geschenk voor deselve hebben wij niet het gewoone„ „lijke Ceremonieel aan hun lieden overhandigt bij welke gelegentheijd zij ons vriendelijk ver„ „zogten, bij eerste afte gaane brieff, uw hoog Ed:s deswegens needrigst te bedanken t welke wij hier mede d' eere hebben uijt haaren naam te doen en hier mede aangaande dit Chapitre alles ver„ „handelt hebbende wat wij vermeenden uw hoog Ed:s zeer g'Eerde intentie meritteeren, en ten opsigte van den in a:o 176/4: ter deeser hoofdplaatse gedreeven handel 11: bij Van Sumatras w„t C„t den 27:' december 1764: bij onsen voorigen reeds het verslag gedaan zijnde, zo nomen wij de vrijheijd ons daar aan eerbiedigst te reffereren, terwijl wij als nu overgaan tot De subalterne Comptoiren en een begin makende met het Comptoir baros alwaar den gedrevenen handel in het Jongst verwekene boekjaar 176¾ zeer sober ge„ „weest is, zijnde aldaar volgens nevens leggend rendement sub n:o 7: aan ijzer zout en Lijwaaten waar omgezet een inkoops bedragen van ƒ6243:2:8: met eene advance van ƒ 6261:14:–. of 100¼ p:r C: daar integendeel in a:o p=o op een inkoop van ƒ1214:11:8: geproffiteerd was ƒ11690: 2:–. of 93¾ perC:t 't welke aanwijst dat schoon de p:lC:o dit Jaar iets hooger zijn nogthans minder als in d:o p:o opgelegt is een bedragen van ƒ5147 11819:— ƒ5428:8: — Den insaam der producten is dit Jaar aldaar ook zo groot niet geweest als in het voorige de en heeft alleen bestaan in 15125: lb bensuin ord:e witte en 37:½ kan Camphua olij van welk laast articul wij den resident gelast hebben den insaam te staaken & 86 Dogde boekjes van dat Comptoir onder Ultimo augs: 1764: geslooten alhier behoorlijk gevisiteerd en na de ordre bevonden zijnde hebben dit hoofd Comptoir voor de zuijvere winsten ten voordeele gebragt ƒ5437: 13: en voor de onkosten ten Lasten ƒ 5598: 10: 8: zo dat de lasten de winsten te bovengaan ƒ 160: 17:8: gelijk de onder N:o 8: desen versellende staat reeq: breeder
English
From Sumatra's West Coast, the 27th of December 1764 shows more broadly, in anno passato, on the contrary, the profits surpassed the charges by ƒ 6257:15:8: from which it appears that Baros this year, in comparison with the previous one, has fallen behind by a sum of ƒ 6418:13:—. The remainders there under the date of the last of August of this year amounted to a sum of ƒ 26780:16:—. And upon the resident's new requisition for anno 1764 and 1765, we have first sent thither per the sloop De Goudvink in cash, salt, iron, textiles, etc., an amount of ƒ 5683:13:—, which together with the aforementioned remainders makes a sum of ƒ 32464:9:—, wherewith we hope to achieve a better advantage this year than in anno passato, to which end the resident Siepben has promised to apply all diligence. And in order to succeed all the better herein, he requested by letter of the 21st of November that it might be approved to employ some cruising vessels between Chincol and Natter for the fending off of the Achinese vessels wandering about there continually, or otherwise that Tapies might be garrisoned with a Buginese corporal and 4 privates, in order to prevent the export of the products. The former we have refused him for such reasons as are mentioned in our resolution of the 3rd of this month, but the From Sumatra's West Coast, the 27th of December 1764 having already been reported in our previous one, we take the liberty to refer respectfully thereto, while we now proceed to the subordinate offices, and making a beginning with the office of Baros, where the trade conducted in the recently expired financial year 1763/4 was very poor, there having been turned over, according to the enclosed return under number 7, in iron, salt, and textiles a purchase amount of ƒ 6243 with an advance of ƒ 6261:14:– or 100¼ percent, whereas, on the contrary, in anno passato, on a purchase of ƒ 1211, ƒ 11690:2:– or 93¾ percent had been profited, which shows that although the percentages this year are somewhat higher, nevertheless less has been gained than in ditto passato by an amount of ƒ 5428:8:—. The collection of the products has also not been as large there this year as in the previous one, and has consisted only of 15125 lb of ordinary white benzoin and 37½ cans of camphor oil, of which last article we have ordered the resident to cease the purchase. However, the books of that office, closed under the last of 1764, having been properly audited here and found in order, have credited this main office for the net profits with ƒ 5437 and debited it for the expenses with ƒ 5598:10:8, so that the charges exceed the profits by ƒ 160:17, as the statement accompanying this under number 8 more broadly From Sumatra's West Coast, the 27th of December 1764 shows more broadly, in anno passato, on the contrary, the profits surpassed the charges by ƒ 6257:15:8: from which it appears that Baros this year, in comparison with the previous one, has fallen behind by a sum of ƒ 6418:13:—. The remainders there under the date of the last of August of this year amounted to a sum of ƒ 26780:16:—. And upon the resident's new requisition for anno 1764 and 1765, we have first sent thither per the sloop De Goudvink in cash, salt, iron, textiles, etc., an amount of ƒ 5683:13:—, which together with the aforementioned remainders makes a sum of ƒ 32464:9:—, wherewith we hope to achieve a better advantage this year than in anno passato, to which end the resident Siepben has promised to apply all diligence. And in order to succeed all the better herein, he requested by letter of the 21st of November that it might be approved to employ some cruising vessels between Chincol and Natter for the fending off of the Achinese vessels wandering about there continually, or otherwise that Tapies might be garrisoned with a Buginese corporal and 4 privates, in order to prevent the export of the products. The former we have refused him for such reasons as are mentioned in our resolution of the 3rd of this month, but the From Sumatra's West Coast, the 27th of December 1764 the latter we have judged ourselves obliged to grant him, in the hope that this will be found to have good success; and further having nothing to report concerning the office, we proceed to Aijerbangis, where the trade conducted in the recently expired financial year has been of a good appearance, because, according to the return accompanying this under number 9, a purchase amount of ƒ 54117:17:8 was turned over there in textiles, salt, and iron, with an advance of ƒ 28811:4:— or 53 1/5 percent, the gold being calculated at ƒ 378 the mark, just as in anno passato when on a purchase of ƒ 35769:8:— was gained ƒ 18292:16 or 51 7/8 percent. Just as the sale in this year was now more considerable than in anno passato, so also was the collection of the products of this coast greater, and has consisted of 1278 taels 384 [illegible] gold and 300 chests of ordinary white benzoin, of which latter article we have suspended the purchase until your Right Honourable's further orders. The books of that office are closed according to custom, audited here and found without errors, having credited this main place for the net profits with ƒ 15291:1 and debited it for the expenses with ƒ 5140:17:8, as appears from the statement of account under number 10 accompanying herewith.
Dutch transcription
Van Sumatras w„t C„t den 27:' December 1764 breeder aanwijst, in anno pass:o daar en tegen sur„ passeerden de winsten de lasten met ƒ 6257:15:8: waar uijt dan blijkt dat Baros dit Jaar in vergelijk van het voorigen ten agteren geraakt is eene somma van ƒ 6418: 13:—. De restanten aldaar onder dato Ultimo au„ „gust deeses Jaars beliepen eene somma van ƒ 26780:16:—. en hebben wij op des residents Nieuwen Eijsch voor a:o 1764 en 1765: P=a de Chialoup De Goudvink in Contanten, zout, ijser lijwaaten &:a door eerst na derwaarts versonden een be„ „dragen van ƒ5683: 13:—. 't welk met opgem: restanten te saamen uijtmaakt een somma van ƒ 32464:9:—. waar mede wij verhoopen in dit Jaar een beter voordeel te behalen als in a:o passato waar toe den resident siepben belooft heeft alle naarstigheijd te zullen aanwenden. En om hier inne zo veel beter te slagen zo ver„ „sogte hij bij brieff van den 21: gber: dat men mogte goed vinden eenige kruijs vaartuijgen tusphen Chincol en natter te emploijeeren tot afweering der geduurig aldaar rondswervende atchiense vaar„ „tuijgen dan wel dat men tapies met een N bogineese Corporaal en 4: gemeene mogten be„ „zetten, ten eijnde om den uijtvoer der produc„ „ten te beletten, het eersten hebben wij den zelven ontzzegt om zodanige reedenen als bij ons besluijt van den 3: deeser vermeld staan, dog het 9: 13 Van Sumatras w„t C„t den 27:' december 176 bij onsen voorigen reeds het verslag gedaan zijnde, z nomen wij de vrijheijd ons daar aan eerbiedigst te reffereren, terwijl wij als nu overgaan tot De subalterne Comptoiren en een begin makende met het Comptoir baros alwaar den gedrevenen hande in het Jongst verwekene boekjaar 176¾ zeer sober ge „weest is, zijnde aldaar volgens nevens Leggend rendement sub n:o 7: aan ijzer zout en Lijwaate waar omgezet een inkoops bedragen van ƒ6243 met eene advance van ƒ 6261:14:–. of 100¼ p:rC daar integendeel in a:o p=o op een inkoop van ƒ 1211 geproffiteerd was ƒ 11690:2:–. of 93¾ perC:t 't welke aanwijst dat schoon de p:l C:t dit Jaar iets hooge zijn nogthans minder als in d:o p:o opgelegt is een bedragen van ƒ 5141 11814:— ƒ5428:8:— Den insaam der producten is dit Jaar aldae ook zo groot niet geweest als in het voorige en heeft alleen bestaan in 15125: lb bensuin ord witte en 37:½ kan Camphua olij van welk lad articul wij den resident gelast hebben den inso te staaken& 86 Dogde boekjes van dat Comptoir onder Ultimo 1764: geslooten alhier behoorlijk gevisiteerd en n ordre bevonden zijnde hebben dit hoofd Comptoir i de zuijvere winsten ten voordeele gebragt ƒ 5437 en voor de onkosten ten Lasten ƒ 5598: 10: 8: zo d de lasten de winsten te bovengaan ƒ160: 17 gelijk de onder N:o 8: desen versellende staat breeder Van Sumatras w„t C„t den 27:' December 1764 breeder aanwijst, in anno pass:o daar en tegen sur„ „passeerden de winsten de lasten met ƒ 6257:15:8: waar uijt dan blijkt dat Baros dit Jaar in vorgelijk van het voorigen ten agteren geraakt is eene somma van ƒ 6418: 13:—. De restanten aldaar onder dato Ultimo au„ „gust deeses Jaars beliepen eene somma van ƒ26780: 16:—. en hebben wij op des residents -Nieuwen Eijsch voor a:o 1764 en 1765: Pa de Chialoup De Goudvink in Contanten, zout, ijser lijwaaten &:a door eerst na derwaarts versonden een be„ „dragen van ƒ5683: 13:—. 't welk met opgem: restanten te saamen uijtmaakt een somma van ƒ32464:9:—. waar mede wij verhoopen in dit Jaar een beter voordeel te behalen als in a:o passato waar toe den resident siepben belooft heeft alle naarstigheijd te zullen aanwenden. En om hier inne zo veel beter te slagen zo ver„ „sogte hij bij brieff van den 21: gber: dat men mogte goed vinden eenige kruijs vaartuijgen lusphen Chincol en natter te emploijeeren tot afweering der geduurig aldaar rondswervende atchiense vaar„ „tuijgen dan wel dat men tapies met een bogineese Corporaal en 4: gemeene mogten be„ „zetten, ten eijnde om den uijtvoer der produc„ „ten te beletten, het eersten hebben wij den zelven ontzegt om zodanige reedenen als bij ons besluijt van den 3: deeser vermeld staan, dog „ het 13 Van Sumatras w„t C„t den 27:' decemb: 1744 het laatste hebben wij ons verpligt geoordeelt den zelven te accordeeren in hoopen dat zulx van een goed succes zal bevonden worden en wijders omtrent het Comptoir niets te melden wetende zo gaan wij over tot Aijerbangis alwaar den gedreeven handel in't Jongst berweekene boekjaar van een goed aanzien geweest is dewijl navolgens het desen sub N:o 9 versellende rendement, aldaar aan Lijwaaten zout en Eijzer een inkoops bedraagen van ƒ 54117:17:8: omgezet is, met eene advance van ƒ28811:4:—. of 53 1/5 p:r C: het goud bereekent zijnde â ƒ378: 't mq: J: gelijk in anno pass:o wanneer # op een inkoop van ƒ 35769: 8:—. gewonnen was ƒ 18292:16: off 51 7/8 p:r C:o — Gelijk nu den verthier in dit Jaar aanzie„ „nelijker als in anno pass:o geweest is, zo is ook den insaam der producten deeser Custe grooter geweest 211 en heeft bestaan in 1278: Thailen 384 Thailen goud en 300: kisten benzuin ord:e witte van welk de laast articul wij den inkoop tot uw hoog Ed„ nadere ordre gesuacheert hebben. De boekjes van dat Comptoir zijn volgens ge„ ƒ „woonte geslooten, alhier gevisiteerd en zonder fouten gevonden hebbende dese hoofdplaatse voor de zuijvere winsten ten voordeele gebragt ƒ15291:1 en voor de onkosten ten Lasten ƒ 5140: 17:8: blij„ „kens staatreekening onder N:o 10: hier nevens„ „gaande
English
From Sumatra's West Coast, the 27th December 1764 going. But if one adds to the aforementioned profits the difference in the calculation of the gold amounting to ƒ 8162:13:—, they amount to ƒ 23454:12:—, and it thus appears that this office, after deduction of expenses, yielded in the year 1763/4 a sum of ƒ 18313:14:8, whereas in the preceding year the expenses surpassed the profits by ƒ 6053:8:—. The inventory of the remaining balances at his office requested from Resident Boudewijnsz, which was mentioned in our previous letter, we received after the departure of the bark De Mossel, and they amounted at that time to a capital of ƒ 78547:10:—. In reduction of this, he remitted by the sloop De Ida Wilhelmina in gold and benzoin an amount of ƒ 31906:6:8, so that at that time there still remained as a balance there a sum of ƒ 46641:3:8, among which, in outstanding debts, was found a considerable quantity of 654 Thails and 14 23/84 maas of gold, which the resident promised to furnish towards the departure of the expected ship. And since he at the same time on that occasion requested to be accommodated in the meantime with 16 packages from the cargo brought for his office, along with some other goods, we sent him both to the amount of ƒ 8175:7:8 immediately by an express sloop, which, having duly delivered its cargo, has returned with a new requisition. Whereupon we resolved to dispatch the remainder still here for that office with the sloop De Goudvink thither in the next few days, and at the same time to demand the gold still missing from the book year 1763/4, in order that we may send this by the ship Westvriesland, along with all the other balances, to Your Excellencies, when we shall have the honor to present his requisition for the year 1765/6 along with ours. And knowing nothing further to report concerning the northern offices, we now proceed to those lying to the south of us, and first of all to the office of Adjarhadja, of which we cannot give Your Excellencies such good reports as we might wish, because trade there, instead of increasing, decreased in 1763/4, as can be seen in the return accompanying this under No. 11, which shows that in that year a purchase value of only ƒ 10132:2:8 was turned over there with an advance of ƒ 6277:11:8 or 61 3/10 per cent, the gold being calculated at ƒ 378 the mark fine, as was done in the past year, when on a purchase of ƒ 14036:6:— a profit was made of ƒ 9182:18:8 or 65 3/7 per cent. The products collected there amounted to no more than 267 17/16 Thail of gold and 5732½ lb of pepper, notwithstanding that we employed every means we could devise, as we have already had the honor, among other things, to inform Your Excellencies in our previous letter. The books recently closed there were indeed found to be without errors, but they credited this head office for pure profits with only ƒ 3782:16:8, and on the other hand debited it for expenses with ƒ 6063:16:8, according to the statement of accounts sent herewith under No. 12; but if one adds to the said profits the difference in the calculation of the gold of ƒ 1712:4:—, they amount to ƒ 5495:—:8, and it thus appears that this office has fallen behind by ƒ 668:16:—, whereas in the year before it had yielded 1508:—:8. The balances remaining there as of the last of August amounted to a capital of ƒ 78025:5:—, among which are 210 7/8 Thails of gold and 5700 lb of pepper, which the bearer of this will collect in passing there and convey to Your Excellencies. From the report and petition sent to Your Excellencies by Resident Challier, Your Excellencies will have already observed the poor condition of the buildings there, and how they are so infested by white ants that it is almost impossible to secure the textiles against them; and it is for that reason that we resolved in our session of the 18th of September to have the resident give us an account of the textiles he could spare in the course of this book year, in order to have them collected from there and kept here for his account; in consequence of which he informed us that he had an excess of 38 packs for this book year, for the collection of which we recently sent thither the sloop De Kaasewind with the necessities brought for that office. However necessary the improvement of the buildings there may be, and however much the resident requested us to authorize him thereto, we have nevertheless been unable to proceed to do so, partly on account of the small profits yielded by this office, and partly because we consider any improvement to such ruined buildings to be a disadvantageous work; wherefore we take the liberty of presenting this matter most respectfully to Your Excellencies, as we
Dutch transcription
Van Sumatras W„t C„t den 27:' Deb 1764 gaande. dog als men bij opgemelde voordeelen voegt het verschil in de bereekeninge van 't goud groot ƒ 8162:13:—. zoo bedragen deselve ƒ23454: 12:—: en blijkt dus, dat dit Comptoir na aftrek der lasten in anno 176¾ opgelegt heeft een montant van ƒ18313:14:8: daar in anno bevoorens de lasten de winsten surpasseeren met ƒ 6053:8:—. Den van den resident Boudewijnsz: gerequi„ „reerden op neem der restanten ten zijnen Comp„ „toiren, waar van in onsen voorigen gewag ge „maakt is hebben wij na het vertrek van de barcq de Mossel ontvangen en beliepen deselve e als toen een Capitaal van ƒ78547:10:–. inmindering van het welke hij per de Chialoup de Jda wilhelme„ „na aan goud en bensuir remitteerde een bedragen van ƒ 31906: 6:8: zoo dat de dier tijd nog per restant aldaar verbleeff eene somma van ƒ 46641:3: 8: waar onder zig aan uijtstaande schulden bevonden, eene aansienelijke quan„ „titeijt van 654: Thailen en 14 23/84 maas goud die den resident beloofde tegens het vertrek van het verwagt wordende schip te zullen fourneeren, En dewijl deselve teffens bij die gelegentheijd versogte intusschen te mogen gerift worden met 16: packen uijt het voor zijn Comptoir aan„ „gebragte Carguazoen, benevens eenige aandere goederen, zoo hebben wij hem het een en ander 15 . ten - Van Sumatras W„t C„t den 27:' Decemb: 1764 ten bedragen van ƒ8175: 7: 8: ten eersten niet ex„ „presse Chialoup laten toekoomen, dewelke haare ladingen behoorlijk uijt geleevert hebbende, niet eenen nieuwen Eijsch geretourneerd is. —. Waar op wij beslooten hebben het nog alhier overgeblevene voor dat Comptoir met de Chia„ „loup de Goudvink eerstdaags maar derwaats te laten afgaan en daar mede te gelijken tijd te Eijsschen het nog manqueerende goud, van het boekjaar 176¾ ten Eijnde wij zulx per 't schip west„ „vriesland, neevens alle de andere restanten, aan Uw hoog Edelens kunnen overzenden, wanneer wij d' Eerre zullen hebben, deselve zijnen Eijsch voor 't Jaar 1765/6 nevens den onsen aan te bieden En aangaande de noorder Comptoiren niets verders te melden wetende, zoo gaan wij nu over tot de geene die ten zuijden van ons Leg„ „gen en wel eerstelijk tot het Comptoir Adjarhadja, waar van wij uw hoog Edelheedens zulke goede berigten als wij wel wenschten niet E kunnen geven alzo den handel aldaar in plaats van toe te neemen in 176¼ afgenoomen heeft gelijk te zien is bij het onder N:o 11: deesen ver„ „sellende rendement 't welke aanwijst, dat in dat Jaar aldaar maar omgeset is een inkoops bedraagen van ƒ 10132:2:8: met eene advance van ƒ 6277:11:8: off 61 3/10 p=r C=o het goud bereekend zijnde teegens ƒ 378: t mg: ff gelijk anno pass:o geschied Van Sumatras w„t C„t den 27:e' December 1764 geschied is, wanneer op een inkoop van ƒ14036: 6:—. geprofiteert was ƒ 9182:18:8: of 65 /7: per Centos De aldaar ingesamelde producten hebben niet meer bedragen als 267: 17/16 Thail goud en 5732½ lb peper niet tegenstaande wij alle middelen die wij bedenken konden in het werk gesteld heb„ „ben gelijk wij onder anderen reeds bij onsen voorigen d'Eere gehad hebben uw hoog Edelhed:s te bedelen. De Jongst aldaar geslootene boekjes zijn wel zonder Erreuren bevonden maar hebben aan dit hoofd Comptoir voor de zuijvere winsten Eene„ „lijk ten goeden gebragt ƒ3782:16:8: en daar en tegen voor d' onkosten ten lasten ƒ 6063: 16: 8: na „uijtwijzing van de sub N:o 12: bij desen overgaand staatreekening, dog als men bij gemelde voordeelen voegt het different in de bereekening van 't goud met ƒ 1712:4:—. zoo bedraegen deselve ƒ5495: —:8: en blijkt dus dat dit Comptoir ten agteren geraakt is ƒ 668: 16:—. daar het selve in het Jaar bevoorens nog opgelegd hadden 1508: —: 8: De restanten welke zig onder ultimo augustus aldaar bevonden hebben bedragen een Capitaal 210 78 is van ƒ78025:5:–. waar onder Thailen goud en 5700: lb peper die de brenger deses in passant aldaar zal afhalen en tot uw hoog Edelheedens overvoeren. Uijt het van den resident Challier aan Uw hoog„ Edelheed:s 17 Van Sumatras w:t C„t den 27: Decemb: 1764: „Edelens afgegaane berigt, en request zal uw hoog Edelens reeds gebleeken zijn, den slegten toestand der gebouwen aldaar, en hoe dezelve door de wit„ „te mieren zodanig besenet zijn, dat men de Lij„ „waeten bij na onmogelijk daar voor secureeren kan; en het is om die reeden, dat wij in onse sessie van den 18: september beslooten, door den resident ons te laeten opgeeven, de lijwaaten welke hij in den Cours van dit boekjaar konde missen, ten eijnde om deselve van daar te laaten affhaelen, en alhier voor zijne reekening te be„ „waaren; in gevolge van het welke hij ons be„ „rigt heeft; dat hij voor dit Boekjaar een getal van 38: Sakken te veel hadde; tot wel„ „kers affhaeling wij onlangs de Chialoup De Kaasewind met de voor dat Comptoir aange„ „bragte benoodigtheeden, na derwaarts gesonden hebben Hoe noodig nu de verbeeteringe der gebouwen aldaar is, en hoe zeer den resident ons versogt heeft, hem daar toe te qualificeeren; zoo hebben wij egter daar toe niet kunnen overgaan, een„ „deels om de weijnige voordeelen, die dit Comptoir uijtleeverd; en anderen deels om dat wij al de verbeeteringe aan zulke bedurvene gebouwen aansien als een schaadelijk werk; waaromme wij dan ook de vrijheijd neemen, deese zaake uw hoog Edelens eerbiedigst voor te draagen, alsoo wij