Inventory 3167
Bengal · 491 pages · 178 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
53 Introduction to the report on the collection of opium and its continuation. Authority to disburse money for opium. to refer to what occurred here in the now departing general letter from us and the Council, while concerning that which was ordered in the other, proper notification and instructions for guidance and observance were given to the Patna servants two days after the receipt thereof, with an order to make a proportionate distribution of the whole and half chests, and to send us half of each with the first batch they intended to dispatch. The aforementioned letters having been answered thus far, we shall, as usual, respectfully report to Your Noble Lordships concerning that which has fallen to our share from Patna regarding the collection of opium and saltpetre since 23 March, when we had the honour to write to Your Noble Lordships for the last time about these two principal branches of trade. Two days after that dispatch, we received the servants' letter of the 9th of the just-mentioned month, wherein they informed us that regarding the new collection of opium, it was the general opinion that it would be, if not richer, at least no scarcer than that of the previous year, but that the very same was maintained with respect to the multitude of merchants, and that all the English had already put out money on that trade, seeking to secure a good quantity for themselves through contracts as well as by other means, wherefore they requested our authorization to make some small advances after their example, which the merchants were daily soliciting from them; which we then also granted in our reply of the ultimo of the above-mentioned month. Which was already done. However, without being able to wait for this, on 14 April we received news by the servants' letter of the 4th preceding that they were diligently busy on all sides with the new harvest, and that our aforementioned competitors had long since made heavy advances, and their gomastas had applied themselves to procuring large quantities for themselves not only through contracts, but through various underhanded ways; so that, in order to come to market early on our side as well, 50,000 rupees or f 78,750:— had been advanced in two different payments, while the reports concerning the new collection still remained just as favourable, and there even seemed to be a chance that somewhat more than last year might be obtained, although this good success would depend very much on the conduct of the aforementioned competitors, since their extraordinary greed could not fail to cause the shopkeepers to keep up the price of their wares. Saltpetre. 54 Further advances on that collection. The English hindrances and the servants' complaints to the Chief regarding the collection. These and another further expenditure of rupees 38,000:—, mentioned in a letter of the 13th of the same month, we approved in ours of the 26th and the ultimo of that month, principally because the latter had again taken place with the aim of thwarting the aforementioned English gomastas in their uncommon movements as much as possible, which according to the letter of the 7th May caused ours much trouble from time to time, although upon the admonitions of the servants to proceed fearlessly in their name, they stuck to their business and, despite all foolish opposition, succeeded reasonably well; so that, according to the advice in the servants' missive of the 24th of the last-mentioned month, 20,000 rupees had again been paid out, which we also approved in our reply of 27 June under an appropriate admonition. In the meantime, by the servants' letter of the 9th of the just-mentioned month, news arrived that 200 maunds of opium had successively been brought into the lodge by some merchants to be further processed there, and that although the complaints about the agitations of the English gomastas still continued, they, knowing well that their conduct did not arise from any orders of their masters, had always found one means or another to remedy this; although it certainly could not be other than disadvantageous to us that these people were scattered far and wide to do harm to ours through all kinds of sinister tricks, which had also become so severe that, as evidenced by what was noted in another letter of the 21st of the aforementioned month of June, the servants had been placed under the necessity of making serious representations about this to the English Chief, Mr. Middleton, with an earnest request for redress; with the result that he immediately promised to issue strict orders everywhere, warning that the first person who transgressed his command would be rigorously and exemplarily punished. What followed therefrom. This had such a good effect that by a letter of 11 July we already received news of the good change which the servants had experienced for several days, as the said Mr. Middleton, upon the declaration of the servants that unless these vexations were immediately stopped, they would be obliged to give notice thereof to us and to treat this matter no longer privately but publicly, had summoned the most prominent of his gomastas to Patna, and ordered them under the heaviest penalties to desist from their violent practices, and our servants freely
Dutch transcription
53 inleiding tot verslag van de inraam van afioen en vervolg daar van gesteld is geld op afioen te Schansing, daardoor alhier voorgevallen te gedragen aan de thans afgaande gemeene brief van ons en den Raad, terwijl van het qualificatie om geordonneerde in de andere, twee dagen na vertrekken dier ontvangst de Patteniasche bediendens ter naricht en observantie behoorlijk ken„ uisgegeven en met een ordre gestelt is om van de heele en halve kisten eene ge proportioneerde verdeeling te maaken, en met de eerste party, die zij dagten afteren den, de helft van ider ons te laaten toe komen. Hiermede de voorsz brieven in zo verre beantwoord zijnde zullen we als na gewoon te U Hoog Edelens eerbiedig verslag doen van het geen er nopens den inzaam van afi„ aen, en Salpeeter ons van Pattena bedeelt is zeedert den 203 maart, dat wy de eene hadden over deeze twee principale takken van den handel het laast aan U Hoog Edelens te schrijven Twee dagen na dier depeche ontvuegen wyder bediendens schrijven van den 9' deze zo evengenoemde maand, waarbij de ons„ meldden, dat men nopens den nieuw inzaam van opium in een algemeene gevoelen was, dat dezelve zo niet rijker ten minsten niet schraalden als de voor„ jarige wesen zou, dog dat er ten opzigte der menigte van kooplieden even het zelve gesustineerd wierd, en dat alle de Engelschen reedsgeld op dien handel uit gezet hadden, en zig zo door Contracten als andere wegen van een goede portij zogten meester te maaken, zulx zij onze qua„ lificatie versogten, om na hun voorbeeld eenig ge kleine verstrekkingen te doen, en waar„ om de kooplieden hun dagelyks aan wa„ ren; het welk wy dan ook bij ons antwoord van ult=o der bovengemelde maand accor„ deerden. dat bereetsintwerd Dog zonder dit te hebben konnen afwagten, kreegen we den 14 april bij der bediends brief van den 4 bevorens tiding, dat men van alle kanten, met de nieuwe recolle yverig bezig was, en dat voormelde onse mede diugeren al lang zwaare vooruit verstrekkingen gedaen, en hunne gena¬ star zig toegelegt hadden, om niet alleen door contracten, maar door verscheide slueckte wegen, zig van groote partijen te voorzien, zo dat men, om van onse kant ook tidig ter markt te komen, in twee differente reeren 50'000 sropijen of ƒ78750:— had geadvanceert, terwijl de berichten nopens den nieuwen inzaam nog al even voordeelig bleeven, zelfs scheen en kans te zijn, dat men wel iets meer, als voor„ leeden Jaar zou bekomen, hoewel dit goed succer veel afzoukangen aan het gedrag der voormelde competiteuren, de„ wijl hunne extraordinaire greetigheid niet anders kon te weegbrengen, aan dat de kramers hunne whaar op prijs hielden. geret Desie salpeter b e a l v ij ga fgeeve a 54 nadere verstrekking op die indaem ren het Engelsch hinderingen en Deese en nog een nadere afgave van r:o/a 38'000:—: vermeld en een brief van den 13 ejardem passeerden we in de onse van 26en ult=o derzelve maand, principaal door dien de laaste alweder geschied was met het oogmerk, om de voormelde Engelsche gomastas in hunne ongemeene bewegen, klaekte des bed gen zo veel mogelijk te verklaeren, en wel, opperhoofd of de ke uit wyzens het schayven van den 7uei, ten inzoem. de onze nu en dan veel hiiden toebrach„ ten, schoon ze op de vermaningen der bedien¬ dens, om op hunne naam onbeschroomt voort te vaaren, by hun stuk bleeven en ook ongeacht alle dwaasdaijve ij rede„ lyk wel slaegden; zo dat er volgens het geadviseerde in der bediend missive van den 24 der laastgemelde maand wederom 20000 kopijen waren afgegeven, het welk geen van goed wy by onse rescriptie van den 27 Junij alme„ de onder eene applicable vermaning geap„ probeert hebben. Middelerwijl kwander by den bediend schryvens van den 9' der zoevengemelde maand tijding dat er van eenige kooplie„ den successive 200 maons afioen in de loge gebracht was, om aldaar verder be„ heid te worden, en dat hoewel de klachten, over de woelingen der Engelsche gomastar nog al continueerden, zij wel weetende dat hun gedrag niet sproot uit eenige ordrer van hunne Meesters, altoor nog al het een of ondermiddel hadden gevonden om zulx te recrediceren, schoon heb ons zeekerlijk niet als nadeelig zijn kon, dat dit volk wijden tijd verspreid was, om de onse, door allerlij suuistre streeken afbreux te doen, het welk oon so hevig was geworden, dat de bediendens blijkens het genoteerde in een andere brief van den 2i der voormelde maand Juni in de noodzadelykheid geraakt waren, hierover ernstige representatien aan het Engelsch opperhoofd den Heer Middletoo met een serieur verzoek om rldres te doen; met dit gevolg, dat zijn limmediaat be, loofde allerwegen strenge ordrer te sullen afvaardigen, onder waarschuwing, dat de eerste, die zijn gebod quam te overtree„ den aigoureus en ellenplaat gestraft zou worden. Dit kadoor zo een goede uitwerking, dat we by een brief van den 11 Juli al tijding kreegen van de goede verandering, die de bediendens zeedert eenige dagen hadden ondervonden, also gemelde Heer Middleton op verklaring der bediendens, dat ten zijde vetatien dadelijk gestuit wierden, zij genoodzaakt zoude worden, daarvan aan ons kennis te geeven, en dit geval niet meer particu„ lier, maar publiex te handelen, de voornaemste zijne gomastas naar Pattena ontboden, en onder de zwaarste panalig teiten bevoolen had, van hunne violente gedientens aftezien, en onse bediendens om vrij evolg is 4 l 1 ij 19 9 ageeven 2 a
English
55 the servants have made a small expenditure of money to let the saltpetre harvest be purchased freely and unhindered for better progress. Above all this, the servants, in order to deprive the natives of the notion that they might offer their wares for sale to none other than the English, had solicited and obtained from the Patna Naib Dewan Raja Shitab Rai parwanas for all the opium-yielding districts, whereby the sellers were left complete freedom to vend their goods to the Dutch Company or its servants, all of which caused trade to make headway again as before, and the servants hoped shortly to receive a good parcel of opium in the lodge, having been obliged to spend a small sum of 250 rupees for the regulation and expedition fees of the aforementioned parwanas, which we, in the hope that these mandates will be respected in the long run, have passed as a trifling remuneration by our short letter of the 29 of the aforementioned month of July, just as we also in our subsequent letter of the 12th of this month, with reference to what was ordained in our letter of the 9th already mentioned in the introduction of this, approved the advance of 11,000 rupees which the servants informed us in theirs of the first of this month they had made again, on the grounds that trade proceeded unhindered and according to reports from the gomastha 700 maunds already lay ready for us in the quarters. Regarding the prices, we are still in uncertainty; the servants report in their aforementioned letter of 11 July that they cannot yet give anything concerning this, indeed not even guess anything with any probability, that it was indeed true that the harvest turned out reasonably well this year, but that the quantity which the British demanded of their servants was so extraordinary that it exceeded the harvest, wherefore the natives also stuck to their price. We have nevertheless exhorted them with what was necessary on that matter, both in our short letter of 29 July and that of the 9th of this month, to which we take the liberty to refer, as sent herewith in copy along with the others and those received from the servants. Concerning the saltpetre, of which last year, as appears from what was advised to Your High Excellencies in our letter of 20 March cited in the introduction of this, we were shorted 1,000 maunds, the Patna servants, according to their letter of the 9th of the just-mentioned month, had an interview with Mr. Middleton upon his arrival, but received no other decision 56 than previously from the second Hare, so that nothing came of this. According to the news from Patna of 21 June, the servants, although the English had asked more than once what size our portion for this year would be, had received no answer. And since Lord Clive was at that time in the upper country, the first undersigned represented this to His Lordship in a letter of the 9th of July, not failing to request to give order to the often-mentioned Mr. Middleton for the delivery of our rightful share, and at the same time for somewhat more than in the previous year, when we had fallen short in the division. His Lordship's occupations apparently did not permit answering this in writing, but the requested order must certainly have been given, as the Patna servants inform us in the letter of the first of this month that the English had let them know that 12,000 maunds of saltpetre lay ready for us, for the receipt of which the servants had already dispatched deputies to the subordinate residencies, and regarding which we answered them on the 12th of this month that they had to make every effort to obtain a large quantity of that saltpetre, with orders to dispatch it as soon as possible. We have the honour to call ourselves with the utmost veneration: High and Mighty Lords; your High Excellencies' humble and very obedient servants, signed: P. L. Vernet, M. T. Slicher; in the margin: Hugli, the 28 August 1766. J. Hof, W. Eliys Clercq. Agrees. No. 2. Friday the 25th of April 1766, before noon, all present. The Lord Director, having returned on the 19th of this month from Cossimbazar, whither His Honour had departed on the 31st of March, communicated today to the meeting: That His Honour, as was known to the members, had undertaken this journey solely to be better at hand, during the presence of the Calcutta Governor Lord Robert Clive at Murshidabad regarding the arrangements concerning several of the most important matters of trade which His Lordship intended to make there, to confer with that gentleman, and to maintain the interests of the Company with him, as well as to effect redress as far as possible in such matters which for some years have greatly served to obstruct prosperity in the conduct of our trade; His Honour could now also have the pleasure to inform the assembly of his efforts, at least as far as verbal promises are concerned, 57
Dutch transcription
55 de bed hebben een kleine geldspenda tie gedaen, om den mzaam beter schot gedeelt salpete recolte vrij en onvhindert te laaten koopen. Boven dit alles hadden de bedien„ deus, om den inlander, die verbeelding te beneemen, van aan niemand als de Engelschen huune whaaren te mogen veilen, van den Pattenaschen Albeschin Radja Sitaabraag besollici„ teert en geobtineert Perwakaar voor alle de aficen gevende districten, waarbij de verkoopers volkomen vogheid gelaaten wierd hun goed aan de hollandsche Comp of haare bediend te mogen verdebiteeren welk een en ander den handel weder„ om als voor heen schot deedneemen, en de bediendens hoopten binnen korte een goede party opium in de loge te krijgen, hebbende voor regel en expeditie geld der voormelde perwonaks moeten uitgeven een sommetje van 250 ropijen, dat wij op hope, dat die mandaten op den deur gerespecteert zullen worden, als een geringe belooning gepasseerd hebben bij ons briefje van den tetail omtrent 29 der voormelde maand Juli, zo als we ook in onse nadere van den 12 deser onder refecte aan het geordonneerden bij onze vnaem gene van den 9' in den aanvang dezer reets gemelt, approbeerden de verstrek, king van 11000 ropien welke de bedien„ deus ons by de hunne van primo bevoo„ reus, bedeelden, weder gedaan te heb„ ben, uithoofde, dat den handel taces onbelemmert voortging, en men volgens berichts van den gomasta reets 700 maans voor ons in de quartieren gereed had leggen te pogs kan nog niet omtrent de prijsen zijn wij nog in het onzekere; De bediendens melden by hunne voormelde brief van 11 Juli, dat zy daarvan nog niets opgeven, Ja selfs niets met eenige waarschijnelijkheid, gissen konden, dat het wel waar was, dat den inzaam dezen Jaare reedelijk wel uitviel, maar dat de quantiteit, welke de britten van hunne bediendens begeerden, zo extraordinair was, dat ze de recolte te boven qing, waardoor de inlauders omtrent de pois ook by hun stuk bleeven. wy hebben hun nochtans daaromtrent het noodige ge„ adhorteert, zo in ons briefje van 29 Juli als dat van den 9' deser, waaraan wi /:als in copia met de verdere, en die die der ontfangene van de bediendens nevens deze overgaande:/ de vrypostig„ heid gebruiken ons te refereeren. Aangaande de Salpeeter, waarvan ons voorleeden Jaar blijkens het geadvi„ seerde aan U Hoog Edelens bij onse in de inlijding deeser aangehaalde brief van 20 maart, 1000 maan te kort is gedaen hebbende Pattenasche bediendens vol„ gens hun brief van den 9. e der even„ genoemde maand, den Heer Middle„ toun by zijn aankomst gueter onderhou„ den, maar geen ander uitsluitsel ge„ onbelemmert kreegen 1: te doen neemen. 19 9 geev 56 niet veel daer zyn Achtb: Mylord of Schryf zyne ordre geeft kreegen, als bevorens van den secunde Hare, zo dat hier niets van gevallen is die nezaan belooft volgens de tyding uit Pattena van den 21 Juni hadden de bediendens schoon de Engelschen meer als eens gevraagt hadden, hoe groot onre portie voor dit Jaar wesen zou, geen bescheid bekomen En nadie n Lord Clive zig te diertyd in de bovenlanden bevond, zo vertoonde de Eerst getekende zyn Londschap zulx bij een brief van den 9' Juli niet verzaek om aen veelmelde Heer Middleton ordre te wil„ len geven, tot het aflangen van oos gerechtelijk aandeel en met een om wat meer, als in het voorige Jaar, wan„ neer wy bij de verdeeling te kort waren geschooten, apparent permitteerde Mylords occupatien niet hier op schrif„ die daer omtrent telijk te antwoorden, maar de verzochte ordre moet zekkerlijk gegeven zijn, also de Pattenasche bediendens bij de brief, van primo deeser ons berichten, dat de Engelschen hun hadden laten wee¬ ten, dat er 12000:- maor sal peeter voor ons gereed lag, tot ontfangst van dewelke de bediend reets gecommitteer„ dens naar de onderhoorige residentien hadden afgevaardigt, en waaromtrent wy hen den 12 deser geantwoord hebben, dat zij alles moesten aanwenden tot bewachtiging van een grooten quantie teit van dat zilf, met ordre, om hetzelve zo spoedig mogelijk aftezenden. wy hebben de eere ons met de uiterste veneratie te noemen /:onderstond: HoogEdele wydgebiedende Heeren /:lager uwer Hoog Edelheedens onderdanige en zeer gehoorrame dienaeren /:getekent:/ P: L: Vernet. M=r Fsiceer /:ter zijde :/ Hoegei den 28 Augs: 1766. J Hof W: ElijClercq Accordeert tslot 20 No„ 2. communicatie van zyn Achtb: omtreeck zyne Elve Vrydag den 25 april 1766 voor de middag alle preesent. De Heer Directeur, den 19 deser van Kasseen, verigtingen met Mglord bazaar, werwaards zijn Achtb: op den 31 maert vertrakken was, geretourneerd zynde, com„ municeerde heden aen de Vergadering Dat zyn Achtb: zo als zulks den Leeden bekend was, deeze reis eenlijk hebbende gedaan, om geduurende het aanwezen van den Kalaat„ schen Gouverneur Lond Robert Clice te Morsid abaath, nopens de aarangementen, raa„ kende verscheide der gewigtigste taaken van den handel, welke zyn Londschap voor„ genomen had, aldaar te maken, te beter by de hand te wezen, om met dien Heer te aboucheeren, en de belangen der komp by hem staande te houden, mitsgaders zo veel mogelijk redres te bewerken, in zodanig ge zaaken, welke sedert eenige Iaaren grootelijks gestrekt hebben, om den voorspaed in het drijven van onzen handel te be„ letteren; zyn Achtb: oor thans het genoegen konde hebben, de vergadering te bedeelen, van in zyne pogingen, ten minste, voor zo veel mondelyke beloften aangaat, 57 E i ga tgeev en
English
58 the 29th of April the 25th of April and to have succeeded as far as was to be expected in this state of times and affairs; for first, his Honour having earnestly insisted on the restitution of the extorted moneys by the Sjaakidaars or river guards, although well knowing he would not be able to obtain it, nevertheless had thereby received the strongest promises that one would be freed from such vexations in the future; that his Honour, profiting from an opportunity as favourable as this to secure something advantageous, had demonstrated the difficulties to which one, because of the wretched situation of the Company's ground comprising the village of Chinsurah, was continually exposed, as the same had not the least regular shape, nor could be defined by borders, encompassing many lands belonging to the Moors, of which the inhabitants consequently did not submit to the burdens to which our other residents were subject any further than suited their convenience, paying tolls and ground rents to the Moorish Government, thereby further causing this inconvenience that the Hooghly Faujdars repeatedly considered themselves authorized to send their servants into the village to administer justice to their subordinates; a cause of many disputes to which we alone were subject due to the irregularity of our Village; while the French and Danes, not to mention the English, remained exempt from this: That the reasonableness of this having been understood, a firm promise was also made to his Honour that on our behalf cessions would be made of as much terrain as would be necessary to give our village a more regular form, namely from just below the house of the former second broker Suuran along the Ganges landwards, as much as possible in a straight line up to the height of Teldanga; from there northwards to behind the garden of Choia Asseraf, and from there again as straight as would be practicable 53 to the river, all according to a map which his Honour would cause to be drawn up thereof; that for all these lands one would cause to be paid the ground rent usually collected from them, and subsequently pay the same out to the Moors, so that the country's revenues would suffer no damage thereby, and on the other hand the inhabitants, just like our other subordinates, would have to answer to our justice /:capital cases excepted:/, as well as bear the tolls and other burdens; That furthermore, upon his Honour's made representations, great hope was given that the affair of the Nazarana would soon be terminated; and that finally Lord Clive had given strong assurances that in the future one would have no reason to complain that too little saltpetre was allocated to us, without however a firm arrangement having been able to be made in that regard. Regarding all of which it is understood to keep this record. Done Hooghly in Bengal, date as above. Copy: Mr. Tieuw Zuidland /:signed:/ J. L. Verne J. M. Ross J. H. Linner. C.s Rietveld. J. P. Humbert. O. W. Falck Secretary F. H. Adamaus. the 25th of April Friday the 27th of June Anno 1766 in the morning, absent the members Zuidland and Nagtglas due to indisposition. After transacting such matters as are registered in today's common Resolution, the meeting proceeded to the business concerning the secret letter from the Chief and the Second at Cossimbazar of the 23rd of this month, containing at large an account of the negotiations, already begun since the autumn of 1764 but since broken off, regarding the Nazarana or so-called joyous Welcome gift to the Nawabs and their ministers, among other things that the unexpected death of the recently deceased Subah Mir Jafar, otherwise Najm-ud-Daulah, had prevented a final treaty with him, but that from the steadfast refusal of the servants and the intervention of Lord Clive against the obstinacy so much had already been gained that one would be acquitted with 45 to 50000 Rupees. Friday. 60 the 27th of June the 27th of June That the servants, notwithstanding the exorbitant demands, had flattered themselves that it might have been settled for somewhat less through the aforementioned His Lordship's intercession, but that there were special considerations and causes that made the contrary necessary and unavoidable; as it had not seemed advisable to them, in this case resorting to the power of Lord Clive, to make use of it in the strictest manner; for the interested parties had more than once made themselves heard, and secretly warned, that one could certainly oblige them by this means to yield to us, but that they, considering a gift received in such manner as begrudged, would always know how to find something to harass us with henceforth, and drive us to expenses, if we would not now with good grace dig a little deeper, and satisfy them by way of an amicable agreement with something more than had already been offered. That this argument had weighed heavily enough with their servants to arrive at the necessity of yielding somewhat to those Gentlemen, since experience, among other things with respect to the shore guards, had sufficiently taught what is to be expected from the ill disposition of such rulers, who will never do us justice, nor restrain the licentiousness of their subordinates towards us. That circumstances now precisely had it that there were two Nawabs who, as well as the prime minister Raja Durlabhram namely, needed to be kept in a good humor. That although the saving of two sanads to two previous Nawabs, namely Qasim Ali and Mir Jafar Ali Khan, when the first was in the latter's place, and this one after the expulsion of the first mentioned again in his place
Dutch transcription
58 d: 29 april d: 25 april en zo verre zulx in deeze gesteldheid van tijden en zaaken te verwachten, was ge„ weest, geslaagt te zijn; want dat voor eerst zijn Achtbare quari ernstig gein„ steerd hebbende, op de restitutie der af„ geknevelde penningen, door de Sjaa„ kidaars of revierwachters, schoon wel weetende zulks niet te zullen kunnen obtineeren, echter daar door had verkaa¬ gen de sterkste beloften, dat men van diergelijke veratien in 't vervolg zoude bevrid wezen; Dat zijn Achtb: van eenige legenheid als deeze zo queestig, om iets voor„ deeligs te swerven, profiteerende, ver„ toond hadde moeielijkheeden, waaraan men, om de minsselijke situatie van skomps teraam, het dorp sinsura uit„ maakende, continueel g'exponeerd was alzo het zelve geen de minste reguliere forme hebbende, of door de tekken be„ paald kunnende worden, veele gron„ den begreep, den Mooren toebehoorende en waarvan de bewooners, zig dus de lasten welke onze andere ingezetenen onderhe„ vig waren, niet verder lieten gevallen dan na maate dat het in hunne kraam te pas quam, als betaalende tollen grondpachtenr aan de Moorsche Regeering, wordende hier door al verder dit inconvenient veroorzaakt, dat de Hoeglische Tausdaars zig telkens bevoegd achte„ den, hunne bedienden in het dorp te zen„ den om hunne onderhoorigen te rechtte stellen; eene oorzaak tot veele disputen, waaraan wy alleen door de irregulariteits van ons Dorp onderhevig waren; dewijl de Frac, sen en Deenen, om van de Engelschen niet te spreeken hiervan bevrijd bleeven: Dat hier van de ovreedelykheid begreepen zijn, de, ook aan zijn Achtbare vaste toesegging was gedaen, dat ten onsen behoeve zoude afstand gedaan worden, van zoo veel terroin, als noodig zoude weesen, om aan ons dorp een regulierder forme te geven namelijk van even beneeden het huis van den gewezen tweede makelaar Suuran aan de ganges af Landwaords in, zo veel mogelijk in een rechter lijn tot op de hoogte van Teldanga; van daar noord, waards op tot achter de tuin van Choia asse„ raf, en van daar weder zo recht als doenlyk dan zoude eze a ge 53 zoude wesen tot aan de revier, alles volgen„ een kaart, welke zijn Achtbare daarvan zoude doen formeeren, dat men van alle dese gronden, de grondpacht, die daarvan ge„ woonlijk wierd ingezameld zoude doen betalen, en dezelve vervolgens aan de Mooren uitkeeren, op dat 'slands inkomsten 'er geen schaade door leeden, en daarentegen de inwooners, even als onse andere onderhoorigen, voor ons /:buiten halszaaken:/ te recht moeten staan, mitsgad de tollen en andere lasten draegen; Dat wijders aan zijn Achtb: op desselfs gedane instantien groote hoop, was gegeven, dat de affaire van de Nesserane spoedig zoude getermuineerd worden; en dat eindelyk land Clive sterke verzekeringen had gegeven, dat men in den aanstaande geen reeden zoude hebben te klagen, dat ons te weinig salpee„ ter was medegedeelt, zonder dat daarom trent echter een vaste schikking had kun, nen gemaakt worden. van al het welke verstaan is, deze aanteke, ning te houden Actum Hoegli in Bengale, datum ut supra af: Mr: Tieuw SZuidland /:getekent:/ I: L: Verne J: M: Ro J: H: Linner. C.:s Rietveld „ J: P: Humbert. O: W: Talen det Sec:t F: H: Adamuus. d: 25 april Vrydag den 27 Juni A=o 1766 smorgens abrent de leeden, Zuidland en Naghadanieus door indispositie Na het verhandelen van zodanige zaaken, als by de gemeene Resolutie van heeden geregistreert zijn, wierd getreeden tot de besoigne over de secree„ te brief van het opperhoofden den Twee„ den te Kassembazaar van den 23 de„ zer, in het breede behelsende een ver¬ haal van de zedert het najaer 1764 rects begonnen, dog zeedert afgebrooken on, derhandelingen over de Nesserance of zo genaamde blijde Welkomstgifte aen de Nawabsen hunne minusters, on„ der anderen, dat de onverwachte dood van den Jongst overleeden soeba Mier Felori, anders Naziem -ud Doula, een finaal verdrag met hem was voorge„ komen, maar dat er uits de stand vastige weigering der bediend en de tusschenkomst van Lord Clive op de hand„ nekkigheid reets zoveel gewonnen was, dat men met 45 a 50000 Ropgen Vrijdag. 60 d: 27 Juni d: 27 Juni zou vrijgenaakt wezen. Dat zy bediend ongeacht de onatige Eisschen, zig hadden gevleit, dat het door welm zijne Loodschaps intercessie, wel niet wat minder zou te stellen geweest zijn, maar dat er byzondere inzichten en oorzaeken waeren, die het tegen deel noodzakelijk en onvermijdelijk maakten; daar het hun niet raaden zaam had gescheenen, in dit geval het vermogen van Lond Clive te baat, neemende, zig daarvan op het strengs te bedienen; want dat de geinteres¬ seerdens zig meer als eens hadden laaten hooren, en onder shands waar schuwen, dat men hun, door dit middel, zeekerlijk wel verplichten kon, zig na ons te schinken, maar dat zij een gift in dier voegen ontvangen als ongegunt reekenende altoos wel wat zouden weeten te vinden om ons fortaen te doen, en op kosten te jaagen, indien wij thans niet met goede gratie, een ^ wieper wil den tasten, en hen by wege van een mieszaam verdrag door iets meerder als reets geoffereert was contendeer„ den. Dat dit argument bij hun be„ diendens zwaer genoeg had gewogen, om tot de noodzakelykheid te komen, van die Heeren wat toe te geeven, dewijl de ondervinding onder anderen met opzichte tot de strandwachters, ge„ noeg had geleerd, wat van de quade genegenheid van zulke regen ten te wagten is, welke ons nimmer recht willen doen, nog de ongebonden heid hunner onderhorigen ten onzen oprichte beteugelen. Dat het geval thans juist wilde, dat er twee Nawabr waren, die zo wel als den eersten staatsminister Ragia Dollobraan namelijk, in een goede luim dienden gehouden te werden. Dat alhoewel de bespaering van twee senneds aan twee voorgaande Nawabr namelijk Kassim Alijen Meer Jaffer Alicham, toen de eerste in dezer laet, en sten, en deese na de verdrijving van eerst„ lijk gemelde weder in zijn plaats aan menzaam de en den a afgeev ga i
English
the 27th of June the Government came, by no means yielded absolute proof that there was an obligation at present, without compulsion, to be generous, and that they, the servants, also understood very well that whatever could be saved in any way in the present time may be counted as pure profit or salvaged from the fire, but that they nevertheless also imagined being generous in due course, when it ultimately came down to a timely gift, and especially in the present case, where one had to endeavor to preserve the favor of the Courtiers, and now, by abandoning all previous claims, including the demand for unrendered Nazaranas to previous subahs, it would be a fitting means to secure themselves as much as possible against the vexations, mistreatments, and disfavor of those Gentlemen, with which, in the contrary case, one was threatened. That, all this having been taken into consideration, it had seemed best to the servants not to give an absolute refusing answer, but to leave some hope that, if they did not wish to open their mouths too wide, one would be found reasonable, being determined to be able to suffice with the aforementioned amount or thereabouts, in order to satisfy them all in an amicable manner; That it had then remained in that state without consequence, but that, the Brother of the deceased Nawab, named Najm-ud-Daulah, having succeeded him in that dignity, the negotiations were resumed on the previous footing, whereupon they, the servants, addressed themselves to this His Excellency and requested the customary sanad. That the Nazaranas were immediately spoken of then, and by the servants their willingness in that regard was made known, with an attempt to see if anything could still be gained, but in vain, for the omnipotent Lord Muhammad Reza Khan, after some days of postponement, made himself heard in the previous tone, and had confirmed their servants in the notion that it would ultimately come down to having to spend the oft-mentioned sum. That they therefore finally had to resolve to make it known to them that they would to some extent accommodate their wishes, provided one could consider oneself assured of their favor and goodwill in every respect, and rely upon that protection which was due to us according to right and equity, and on the foundation of the royal farmans and nishans, likewise sanads of the previous Nawabs. That having obtained assurance of this, and they, the servants, having brought down a claim that had now been dragged out for nearly two years from five times a hundred to below the 27th of June fifty thousand Rupees, and seeing no chance of bringing it still lower without compulsion from elsewhere, guiding themselves by our qualification by letters of the 27th of June and 17th of August 1765, namely to promise if necessary the double Nazarana to Alivardi Khan (which alone and to a single Nawab amounted to 36,000 Rupees, and with the gratuity to his Brother Haji Ahmad for his intercession, besides the other expenses, had amounted to 43,000 Rupees), they had not been able to postpone any longer coming to a decisive agreement, according to which it was agreed to set the division as follows: for the great Nawab Najm-ud-Daulah: Sa. Rs. 24,500 for Naib Subah Muhammad Reza Khan: 12,000:— for Maharaja Durlabhram: 6,000:— for other expenses, which could not be precisely determined, and would be economized as much as possible, though calculated at: 5,000:— or in total: Sa. Rs. 47,500: which sum, wherein the expenses were already included, exceeded the previous one by only 4,000 Rupees; which, in view of the presence of a second Nawab, who was not there at the time, and without whom possibly the entire 12,000 Rupees intended for him alone might have been saved, did not seem to the servants of such weight as to postpone the end of the suit for the sake of saving it, and to make the participants angry and unwilling, and to alienate their affection from us: requesting for all these actions and representations the approval of this Ministry; whereupon, having deliberated, it was unanimously understood that everything has been employed in this matter that could ever be expected from prudent servants, and consequently resolved not only to fully approve their entire conduct, but, just as it may with reason be presupposed that they will hereby gain credit with Their High Mightinesses, also on our part to commend them for the plausible measures they have put into effect to direct this matter to such a desired conclusion, with the recommendation to take care that the promised sanad be drawn up according to the prescription that has already been sent in private to the Honorable Backeracht by the Lord Director, in which respect His Honor communicated to the Members that in a copy of the Sanad granted in the year 1741 by the late Nawab Alivardi Khan to the Company, he had caused to be inserted some terms that were to be found neither in this nor in any previous or since-granted sanads, namely: that neither the Faujdars of Hooghly nor their duars or any others should dare to disturb the inhabitants of Chinsurah, the Bazaar, Mirzapur, Baranagar, or other places of the Dutch Company.
Dutch transcription
61 den 27 Juni d: 27 Juii de Regeering quam, Juist geen vol„ strekt bewijs uitleverde, dat verbond thans buiten dwang vrijgevenden te zijn, en dat zy bediend ook zeer wel begreepen, dat aller wat men maar eenigzins kon bezuinigen, in de te„ genwoordige tijd voor louten winst of uit den brand gehaelt, mag gere„ kent worden, maer dat zij zig echter ook verbeeldden, op zijn tyd mild te zijn, als het tog op een rijd gift aan¬ komt, en in het tegenwoordige geval voornamentlijk, daar men moest trachten de qunst der Hoevelingen te bewaaren en nu van alle voorige pretensien, daaronder ook van de vordering van enafgegevene Nessera„ ver aan voorige soebas zou worden afgezien, een gepastmiddel waere om zig zo veel mogelijx te verzeekeren, tegen de vexatien en mishandelen de onguast dier Heeren, waarme„ de men bij het tegendeel gedreij¬ wierd. Dat dit alles in aanmer¬ king gekomen zynde, het de bedien¬ dens bert gescheenen had, van geen volstrekt weigerend antwoord te geven, maar eenige hoop te laeten, dat men zig, zo zij niet te wijd wilden gaapen, in billijkheid zou laeten vinden, vast stellende met het voormelde bedrae„ gen of daaromtrent te konnen toereiken, om hun allen, op een minuelyke wijs te bevreedigen; Dat het, als toen, zonder gevolg in die staat gebleeven was, maer dat de Broeder van den overlee den Nawab, in name seifud douw, la, hem in die waardigheid oege„ volgt zijnde, de onderhandelingen op den voorigen voet hervat waren, wanneer zij bediend zig aan deeze zyn Excellentie geaddresseert, en om de gewoone senned verzocht hadden. Dater toen aanstonds was gesprooken over de Nesseraals en door de bediend, hunne bereid„ willigheid derwegens te kennen gegeven, onder eene bepraeving of er nog wat uit te winneen zou den wezen le gez 62 d: 27 Juii wezen, dog te tergeef, want dat de Albeschik de Heer Mahmet Rezachan zig na eenige dagen uitstel op den voorigen toon laaten verluiden, en hun bediendens be¬ vertigt hadde in het begrip, dat het tog daarop aan zou komen van de meermelde som te moe¬ ten spenderen. Dat zij dierhalven eindelijk hadden moeten besluiten hun te kennen te geven, dat zij zig eeniger maate na haare begeerten zouden schikken, mits men zig van hunne qunst en goedwillig„ heid in allen deele kon verzeekert houden, en staat maken, op die bercherming, welke ons naar recht en billijkheid, en op fundament van de koninglijke firmans en Nirans, item senneds der voorige Nawabs toequam. Dat men hier van verreekering gekreegen hebbende, en zij bediends eene prae¬ tensie, die nu bij na twee jaaren sleepende was gehouden, van vijf maal hondert tot beneden de den 27 Juni Vijftig duizend Ropijen gedaelt, en geen kans ziende, dezelve buiten dwang van elders, nog lager te bren„ gen, zig richtende naar onze qualifi„ catie bij letteren van 27 Juni en 17e Augs 1765, om namelijk der noods de dubbelde Nesserane aan Aliwer„ dicham /:die alleen en aan eenen Nawab 36000 Ropijen, en met de precice aen zijn Broeder Hagie Anneed voor zijne intercessie bui„ ten de andere ongelden 43000 Ropijs had bedraagen:/ te belooven, niet langen hadden konnen verschui¬ ven, tot een bevlissend verdrag te komen, volgens het welke men overeengekomen was de verdeeling aldus te stellen voor den grooten Nawab Seifue doula s d=o 2000 „ „ Naib soeba Marmed Rezachan „ „ 12000:— „ Maharadja Dollobram. . „ „ 6000:— „ andere ongelden, die niet net konden bepaeld, en zo veel mogelijk zoude bezuinigt, dog gecalcileert worden op „ 5000:— ofte in het geheel S Re: 47500: welke som, waaronder de ongelden vyftig reets 3 erv lijk if afgeev 2 vij heb 63 d: 27 Junii d: 27 Juni reets begreepen waaren, de voorgaende maar met 4000 rop: overtrof; het welk uit aanmerking van de tegenwoordigheid eener tweeden Nawabs, die er toen niet was, en zonder welke, mogelyk wel de gaa sche 12000 ropijen, die hem alleen zijn toegedacht, zouden uitgewonnen wezen, de bediends van dat gewigt niet scheen te zijn, om met besparing van de„ zelve het uiteinde van het geding te verschuiven, en de participan„ ten gramen onwillig te maaken, en haere genegenheid van ons de verwijderen: op alle deze verrichtin„ gen en vertooningen de approba¬ tie van dit minuterie verzoekende waarop gedelibereert zynde, wierd eenparig begreepen, dat in deezen alles is aangewend, wat men immer van voorzichtige bediend zou konnen verwachten, en overzulx beslooten, hun gansche gedrag niet alleen volko= men te approbeeren; maar zo wel als men met billijkheid mag voor onderstellen, dat zij hier mede eene zullen inleggen by Haar Hoog Edelens, hun ook van onse kant te landeeren over de plansible maatregelen, die zij hebben in het werk gestelt, om deze zaak tot zo een gewenscht einde te dirigeeren, met recommendatie om zorg te draegen, dat de beloofde schued ingericht werde na het voor„ schrift, dat den E Backerachts bereeds in het particulier, door den Heere Directeur is toegezonden, en ten wel„ ken oprichter zijn Achtbare de Leden communiceerde, dat dezelve in een Copij van de Semued in anno 1741, door wijle den Nawab Alivendickan aan de Compagnie verleent, eenige termede had laaten influeeren, die in deze nog in geen voorige of zedert verleen„ de sencedr, te vinden waaren, na, melijk: dat de Hoeglische Fausdaars nog hunne duaris of eenige anderen zouden mogen onderstaan, de in„ woonderen van Sinsiera, de Baraen Thinrapoer, Beonagoor of andere plaatsen van de Hollandsche Compag„ zullen nie afgeev
English
64 the 27th of June the 27th of June nor to impose the least Gonakganie (Batta), much less to send servants to drag or press those people to the Durbar, but that they shall be bound to leave the investigation of their offenses entirely to the Dutch Director, who shall also be obligated to do proper justice to the Faujdar whenever he might present him with any complaints; under the demonstration that, by making this a custom, we would not continually be harassed in our possessions, as was often seen to happen when the Faujdars claimed jurisdiction over one or another of our Raiyats (subjects) and, under the guise of justice, inflicted all kinds of extortions and outrages upon the people; indeed, even for the sake of one or another private dispute, not only prevented the supply of provisions to our village, but also arrested the up- and down-coming goods both by water and by land, to the actual detriment of the Company's affairs. All of which being likewise considered by the members, it was resolved to confirm entirely this action of His Honour; the more so since His Honour testified to being aware that the genuineness or ungenuineness of this Copia Sehued could not be verified in the archives of the Durbars, because the ousted Nawab Cossim Ali Khan, before his retreat from Murshidabad, burned all old papers and thus done away with them. Lastly, it was resolved to order the servants to do their best to negotiate money at interest to satisfy the aforesaid sums, and in case they should see absolutely no chance of doing so, to assist them from our side as much as possible. 65 the 27th of June Done at Hooghly in Bengal, date as above. (signed:) G. L. Vernet, M. Isinck, F. A. Luier, J. M. Ross, F. P. Numbert, O. W. Falck. Friday the 18th of July Anno 1766, in the morning. All present except the Master of the Equippage Zuidland, due to indisposition. It was communicated by the Director that His Honour had specially convened the meeting to make known to the same the receipt of a letter from Lord Clive from Patna addressed to His Honour in particular, dated the 9th of this month, and according to a translation made thereof, of this content: Mir Afzal's Garden near Patna, the 9th of July 1766. Several representations from our commanding officer over the military troops here having been made to Mr. La Font, chief of the Dutch factory, and found fruitless, I am under the necessity of making a representation to Your Honour of the shameful practice which he has long patronized and encouraged, allured by the profits arising from the sale of arrack. The Dutch in Patna continually sell that harmful liquor to our troops, and it is well understood that all precautions of our officers must be in vain as long as the 66 the 18th of July the 18th of July arrack is brought, even into the cantonment, with the connivance (foreknowledge) of the Dutch chief. Drunkenness, diseases, neglect of duty, desertion are the natural consequences of such a trade. To remedy this evil as much as we can, we are thus brought under the necessity of placing guards outside the limits of the factory, strictly ordering them not to allow any arrack to be exported; and this method will certainly be maintained until we receive the strongest assurances that the chief has taken such measures as will in fact, in the future, deprive us of all reason for complaints. I must further inform Your Honour that unless these measures are very promptly complied with, I will request redress from the General at Batavia. I have the honour to be with much respect, etc. After that reading, the members showed that the same was framed rather haughtily, but that one was presently in circumstances of having to endure such treatment patiently; whereas otherwise, or if one could place oneself on an equal footing with the English as in former days, one might well make known to His Lordship that, even assuming the matter were as is charged against our Chief, the merchant La Font, one could nevertheless not see any evil implied therein on our part, since it was open to the inhabitants of all places, and consequently also at Patna, to bring their wares to market and sell them to whoever is willing to give the most for them; but that on the contrary His Lordship or the commanders of the army, fearing any mischief from such a trade, could put into effect such contrary orders as they should find proper, among which the principal would certainly be to forbid the English soldiers to buy any strong drink from our people; yet that
Dutch transcription
64 d: 27' Jucii de: 27 Juni nie, de minste Gonakganie /:Baete:) op te leggen, veel min bediendens te zenden, om die meuschen naar den Denbaar te slepen of te pressen maar gehouden zijn het onderzoek van hunne delicten geheelen al over te laeten aen den Holland schen Directeur, die ook verplicht zal zyn den Fousdaan, wanneer hij hem eenige klachten quara, voor te draegen, goedrecht te doen erlangen, onder vertooning, dat dit in gebruik naakende, men zo telkens niet in onze bezittingen vermoeielict zou worden, als men veelmaals zag gebeuren, dat de Fausdaars de Judicatuure over dezen of geene van enre Raijetr /:onderdaanen pretendeerde, en onder schijn van recht de neu schen allerly extortien en overled aandeeden; Ja selfs om de wille van deeze of geene particuliere questien niet alleen den toevoer. van Levensmiddelen naar ons Dorp belettede, waaro ook de open af„ goederen komende au zo te water als te land arresteerde tot werkelijke verachtering van sComps zaaken. Al het welke door de Leeden in gelijks alzo geconsidereert zijnde, is beslooten zig met deeze verrichting van zyn Achtbare volkomen te confirmeeren: te weer nadien zyn Achtbare betuigde frekent te zijn, dat de echt of orechtheid dezer Copia Sehued, bij de archeven der Dherbaans niet zou nategaan wezen doordien de verdreeve Nawab Kor„ sim alichan voor zijn retraite van Mensidabaad alle oude papieren verbrand, en alzo uit de weereld ge„ holpen had. Laastelijx is nog beslooten de be„ diends te gelasten hun bert te doen, om tot voldoening der voorsz penningen, geld op interest te negotieeren, en bi zo verre zij daar toe absolut geen kans mogten zien lijk hun van onze zijde, zoveel moge¬ Dorp tge eeze v7 d ƒ e den a afgeev ga if 65 d: 27 Junij lijk te assisteeren Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:getekent:/ G: L: Vernet M:s Isiun. . . . . F: A: Luiuer J: M Ross. F. P. Numbert. O: W: Faler Vrydag den 18 Juli Anno. 1766 s uorgens alle present behalven de Equipagemeester Zuidland, wegens onpasselijkheid werd door den Heer Directeur gecommuni„ ceert, dat zyn Achtbaere de vergadering expres hadde belegt, om aan dezelve be¬ kend te maaken, den ontvangst van een brief van Lord Clive uit Pattena aan zyn Acht„ baere in het byzonder gericht, gedateert den 9 deser maand, en navolgens eene daarvan gemaakte vertaling van dee zen inhoud Mier Absels thuin by Patua den 9 Juli 1766 verscheide vertooningen van onsen bevel voerenden officier over de krijgstroeper alhier, aln de Heer La Font, opperhoofd der Hollandsche factory, gedaan vrugteloos be„ vonden zijnde, ben ik in de noodsake„ lijkheid, om aan UEdele een vertooning te doen van de schandelke paaktyk, die hij reeds lang bequestigd en aangemoe„ digd heeft, bekoord door de voordeelen ontstaande uit den verkoop van Arrak, de Hollanders in Patua verkoopen geduurig die schadelijke drank aan onse Traeper, en het is wel te begrijpen dat alle voorzorgen van onse officieren te vergeefsch moeten zijn, zo lange de ridag aaan . . . . . . . hebb d zul 12 Ce lij 21 af de 2 v7 66 d' 18 Juli d: 18 Juli aran gevoerd word, zelfs in het cou„ tonnement, met huuwelyke /:voorken, nisse :/ van t hollandsch opperhoofd. Dronkeuschap, ziektens, nalatigheid van pligt, desertie, zijn de naturelijke gevolgen van zulx een handel om dit quaad, zo veel wij kunnen, te verhelpen, zyn wij taes in de nood sakelijkheid gebragt, om wagten te stel„ len, buiten de limiten van de fac„ torij, haar strictelijk beveelende, niet toetelaten, dat eenige arak uitgevoert worde, en deeze wijze zal zekerlge aangehouden worden, tot wij de sterkste verzeekeringen ontfan„ gen, dat het opperhoofd zulke maatregulen genomen heeft, die ons meter daad, in het toekomen, de, alle reden van klagten zul¬ len benemen. Ik moet UEdele ver„ der bedeelen, dat ten zy deese maat„ regulen zeer spoedig nagekomen worden, ik verhelping, aan de Gene„ raal te Batavia zal versoeken Ik hebde eene met veel agting te Na dier lecture de leeden vertoonen de, dat dezelve vry trots was inge„ richt, maar dat men zig thans in omstan„ digheeden bevond van diergelyke bejegeningen geduldig te moeten verdragen; dewijl men anders, of zo men zig, als in vroeger dagen met de Engelschen egaal kon stellen, My„ lord wel zou kunnen te kennen geven, dat genomen de zaak al en diervoege mogt gelegen zijn, als ons Opperhoofd den koopman La font word ten lasten gelegt, men echter niet zien kon, daerin eenig quaad van orze kant opgeslooten te weesen aangezien hetde ingezetenen van alle plaatsen en gevolgelijk ook te Pattena vrystond, hunne waeren ter markt te brengen, en te ver„ koopen aan den geene, die er het meest voor willen geven, dog dat daar en tegen zyn Lordschop of de overte van het legen, uitdier„ gelijk een handel eenigenheil dugtende, alsulke beveelen ter con„ traire konde in het werk stellen als dezelve zou bevinden te behooren en waaronders het voornaamste ze„ kerlijk zou zijn, de Engelsche soldaa„ ten te verbieden, eenige sterke daann van de onsen te koopen; edog verdragen dat zyn etc 12 afgeev
English
67 18 July necessity of the same that a general prohibition against the export of Arrack could not reasonably be demanded of us, since this could serve to the prejudice not only of the seller, but sometimes of an entire Colony. But that such an answer would now bring about nothing other than a breach of friendship and affection, which His Lordship has shown for us until now, occasionally with such a consequence that it would also expose the general interest of our Lords and Masters to detrimental effects; and that, having to deal with this matter now, and to keep it balanced against the favor of a man like Lord Clive, one certainly ought for that reason to use every possible indulgence. Wherefore His Honour further proposed to the Members, in order on the one hand to satisfy Lord Clive, and on the other hand not to publicly prostitute Lafont over a matter essentially innocent in itself, to send a copy of the aforesaid translation with a separate note to the outgoing and incoming Chief together with the second person at Pattena, with the recommendation to provide what is necessary herein as soon as possible, and to ensure that such complaints do not occur again in the future; while His Honour would reply in private to My Lord's letter as follows: My Lord, I was immediately honored with Your Honour's letter of the 9th of this month, and have immediately dispatched orders to our servants in Pattena to cease the sale of arrack in such manner as Your Lordship mentions, and I have no doubt, My Lord, that all reasons for complaints will disappear. But should such happen again, please have the people who bring it into the camp seized and take informations, so that it may be discovered who drives such a scandalous trade (for I cannot believe that our Chief would make himself guilty thereof) and the guilty party be punished. (beneath was written:) My Lord (lower:) Your Lordship's humble and very obedient servant (signed:) J. L. Vernet. (in the margin:) Hoegli, 18 July 1766. 68 Wherewith the Members fully agreeing, it was approved and understood to hold all this as resolved. Done at Hoegli in Bengal, date as above. (signed:) J. L. Vernet, M.t Sueen, F. H. Zuiceer, J. M. Ross, F. P. Humbert, O. W. Falck, J. H. Haghadamens, Jacob Eelbracht, secretary. Tuesday the 29th of July 1766, in the morning. Absent the Head Administrator Isaan and Master of the Equipment Zuidland, both on account of indisposition. Upon resumption of a letter from the outgoing Chief of Pattena, Monsieur Lafont, and the second, Anthony Hardy, dated the 15th of this month, it being seen that the servants, upon the approach to Pattena of the Imperial Chancellor Souja-ud-daula (who has come thither from his place of residence upon the summons of Lord Clive, and at the request of His said Lordship our factory at Sjapara was vacated for his lodging during the time that the conferences between the two of them should last), had him complimented by the vakil, presenting a Nazar of five gold rupees to the Prince, amounting to 425:5:—, and two hundred silver rupees to his retinue, amounting to 178:2:8, making, with the expenses of the vakil for travel and board, or 51:19:8, a total of 595:7:—, 69 29 July or 359:2:— more than what was disbursed in the year 1763 upon a similar occasion, when only 236:5:— was spent for it; so, considering that such expenses are unavoidable according to the custom of the country, and this expenditure, although greater than before, was found to be very frugal in proportion to the character of the person to whom this absolutely had to be done, it was approved and understood to pass the same. It being also made known by the same servants that the Colonel commanding the English Militia camped over there, Mr. Barker, upon suspicion that three of his deserters were hiding with us, had posted two companies of sepoys round about and at all the avenues of the Company's Lodge, even close to the gates thereof; and that notwithstanding all the assurances which they, the servants, had given that gentleman to the contrary, further pointing out that although those people remained outside our district, this conduct nevertheless appeared too offensive to them to conceal it from us, the more so because those troops, whatever earnest representations they also made, remained posted there for 5 to 6 days and were not marched off before the afternoon of the 15th of this month; so, after deliberation, it was considered that this conduct was not at all friendly, but gave us no cause for complaint so long as the Company's territory was avoided and the coming and going of people and provisions was not hindered; and consequently resolved to communicate this to the servants in reply to that complaint, but to add thereto that it nevertheless could do no harm to oppose such treatments with the necessary representations, and thus defend their interests. Done at Hoegli in Bengal, date as above. (signed:) J. L. Vernet, F. H. Zimmer, J. M. Ross, F. P. Humbert, O. W. Falck, J. H. Adamius, Jacob Eelbracht, secretary.
Dutch transcription
67 d: 18 July nesetie van t zelve dat een generaal verbod tot den uit vaer van Arak van ons met geen rede„ lykheid kon worden gepretendeert dewijl zulx niet alleen den verkooper maar een gaesche Colonie somtids tot praejudicie zou kunnen strekken Dog dat een diergelijk antwoord nu niet anders te weeg zou brengen, als eene verbreeking van vriendschap en genegenheid, welke zijn Lordschap tot hier toe voor ons toont, somwijlen met dat gevolg, dat mee het alge„ „meen belang onzen Heeren en Mee„ steren zou exponeeren aan nadee¬ lige gevolgen; en dat, daar mee thans werk had, het door de quest van een man, als Lord Clive, even in balans te houden, zekerlijk om die reeden alle mogelyke toe, gevenheid diende te gebruiken Al waaromme zyn Achtbaare de Leeden verder proponeerde om aen de eene kant Lord Clive te voldaen, en aan de andere zijde Lafont niet publiek te prosti„ tueeren, over een in zig zelfs onschuld Opstonds ben ik vereert geworden met uEdele brief van den 9' deser, en heb immediatelijk ordres aen onze bediendens in Pattena afgevaar„ digt, om den verkoop van arak in diervoegen als ue Londschap komt te melden, te staaken, en twijfel geensints Milord, of alle reedenen van dere klagten zullen verdwijnen. Maar zo zulks mogt weder geschieden, gelieft delieden, die d'aaar in 't kamp brengen, te lae„ ten opvatten, en informatiesneemen, op dat men kon te weeten koomen, wie zulx een scandaleus handel driff /:want ik kan niet geloven, dat ons Opperhoofd zig daar aan schuldig zoude maaken;/ en de schuldige gestraft werde. /:onderstond:/ Aglord /:lager:/ uw londschaps ootmoedige en zeer gehoorzam dienaar /:getekent:/ I: L: Vernet. /:ter zijde :/ Hoegli den 18 Juli 1766 Milord dig geval, copij van het voormelde translaat met een apart briefje te zenden aan het af„ gaande en aankomende Opperhoofd nevens den tweeden persoon te Pattena, met recom„ mendatie, om in dezen ten eersten het nodige te voorzien, en zorg te dragen, dat diergelijke Klachten in het vervolg niet wer„ der gebeuren: terwijl zijn Achtbaare op de brief van Aglord in het particulier het volgende zourescribeeren. dig Met d: 18 Juli en den afgeev 68 daar de Leden zig meede confirmee, Lond Cleve vfroerf sConces loge de sjoppraa tot een uitrek voor den vorst soujanddoula. de bed hebben een Nessor aan dien vorstmoeten paa„ senteers Met al het welke de Leeden zig volkomen geconfirmeert hebbende, is goedgevonden en verstaan het een en ander alzo voor gearresteert te houden. Actum Hoegli in Bengale datum ut Supaan /:getekent. / J: L: Vernet, M=t Sueen. . . . . . F. H: Zuiceer. F. M Rog. F: P: Hun bert. O: W: Talr. J. H. Haghadanieus Jacob Eelbraeht sect. Engsdag - - . . „ 425:5:— Bij resumptie van een missive van het afgaande Pattenasche Opperhoofd Moire la font en secunde Anthony Htardy gedateerd den 15 deezer, gezien zijnde, dat de bedien„ dens den Ryds Cancellier Sopieddoula /:drie op ontbod van Lord Clire uit zijn residentie plaats derwaards gekomen en volgens verzoek van gedagte zijn Londschap onze loge te Sjepara tot een in„ trek opgeruimt is, geduurende den tid, dat de conferentien tusschen hun beide duuren zoude :/ bij zijne aannadering te Pattena, door den wakkiel hadden laten complimenteeren, onder presentatie eenen Nessen van vyf goude ropijen aan den Verst en twee hondert zilvere voegen aen zijn gevolg. makende met de ongelden van den wakkiel voorreir en kostgeld ofte „ 51:19:8 ƒ 595:7:— selve ofte. . . . . ƒ178: 2: 8 tesamen Dingsdag den 29 Juli 1766 smargens abbent dE Hoofd administrateur Isaan en Equipagemeester Zuidland beide wegens onpasselykheid. ofte aen Ed ez 6 12 afgeev 69 d: 29 Juli d: 29 Juli die om dier onfucij delykheid gepasseert gedrag van den Barkes ofte ƒ 359. 2. meer als het afgelangde in den jaere 1763, by eene diergelijxe gelegenheid wanneer daarvoor maar ƒ 236:5. — bekostigt was, zo is aangezien diergelijke ongelden na 's lands costume onvermijdelijk zijn, en deze afgave schoon meerder als te vooren, na maate van het carate van den persoon aan wien zulx absolut heeft moeten ge„ scheeden, zeer menageus wierd gevonden; goedgevonden en verstaan dezelve te passeeren. klagte der bedofhet Door dezelve bediendens oor te kennen ge„ Eigelsche Colonel geven wezende, dat de Collonel over de ginter gecampeert leggende Engelsche Mhilice de Heer Baaker, en suspicie, dat drie van zyne deserteurs zig bij ons schuil hielden, twee Compagnien sipakis ront om en by alle de avenuen van sComps Loge, ja tot digt bij de poorten van dezelve had laten posteeren, ende dat ongeacht alle de verzekeringen, die zij bediend dien Heer van het tegendeel hadden gegeven, onder vertooning al verder dat niet tegenstaande dat volk buiten ons district was gebleven, dit gedaen te hun echter te hoorend voorquam, om het voor ons te verwijgen, te weer; daar die troepes, waternstige vertooningen zij oon gedaan hadden, daar 5 a 6 deegen geposteert gebleeven, en niet voor den 15e deser sagtermiddags afgemaackeert waaren: zo wierd na deliberatie ge„ considereert, dat dit gedaente gausch niet vriendelyk was, dog ons geen reeks van klagen gaf, zo langer s Comps tevrie toir gemeid, en het gaan en komen van menschen en virres niet belet wierd, en oversulx geresolveert, de bed= dit in antwoord op die doleautie mede te deelen; dog daarby te voegen; daet het nochtans geen kwaad kon, diege„ lijke bejegeningen met de nodige representatien tegen te gaan, en al„ zo hunne belangen te verdedigen Actum Hoeglim Bengale datum ut Supra /:getekent:/ I: S: Vernet. - . . . . . . . . F: H: Ziimner. F: Ms Ross. F: P: Humber O: W: Faler F: H: Adamius Jacob Eelbrach H Sc=ts hun Dingsdag word. Hee afgeev
English
The 26th of August. The Director produces a letter from Lord Clive and the council regarding the saltpetre. Remarks concerning this. Tuesday the 26th of August 1766, in the morning, all present except the members Zuidland and Humbert due to indisposition. The Director produced for reading a translation of a letter from Lord Clive, Governor, and the Council at Calcutta, dated the 18th current, wherein it was communicated that, according to the calculation made by their Chief and Council at Patna concerning the collection of saltpetre for this year, Their Honours found themselves able to spare for us a quantity of 20,000 maunds, or 10,000 bags, for the delivery of which the necessary orders had already been issued, etc. But in which regard it was remarked by the said Director that, notwithstanding the known and, as appears from the extract of the patriarchal missive of the 4th of October 1765, repeated orders of the Directors of the English Company to their ministers in this country, namely to let us enjoy equal privileges with the English Company in this weighty point of trade and not to obstruct the trade of the Dutch Company, it nevertheless seemed to be their design to concede no more saltpetre to us than they see fit. That although we had flattered ourselves that, according to the agreement in the year 1762, at least an equitable third part of the harvest would be allocated to us, it was nevertheless so far from that, that they rather sought to curtail us from year to year. For His Honour, having informed himself as accurately as possible regarding the collection of last year, was informed that the same had amounted to circa 80,000 maunds; that, besides what had been transported by the English directly to Europe from here with their ships, an additional 16 to 18,000 maunds had been sent to Madras and Bombay with private ships to be used as ballast with those of the Company repatriating from there. And that, while in the past year more than 1,000 maunds less had been delivered to us of the allocated quantity of only 28,000 maunds, and the portion granted to us for this season was far from sufficient for a complete fulfillment of the demands or the loading of the ships, His Honour therefore deemed it most necessary to present our grievances regarding the smallness of the quantity to the Calcutta ministry, and in polite terms to insist on a larger share of the saltpetre, with the request to make such an alteration in the distribution that our share may at least equal that of the past year. All of which having been listened to attentively, and the arguments presented by the Director being considered very fundamental, it was resolved and agreed after deliberation to conform entirely to His Honour's proposal. Together with the aforementioned Calcutta letter, an answering document was transmitted from the English Resident at Balasore, Mr. Marriott, serving as a refutation of our complaint made by letter of the 26th of April last, concerning his appropriation of a plot of land anciently belonging to the Dutch Company and the construction of a shed upon the same (to be seen more fully in the general resolution of the 25th of the aforementioned month). After the same was read with all attention, it was remarked that nothing is found therein that invalidates our side's right of ownership. For (leaving aside the true value of the situation of the land according to the plan alleged in that letter) what that Englishman attempts to assert by means of a Persian document—namely that according to the testimony of several people who signed the same, and from whom he made inquiries, the plot in question had always been included within the English boundary markers—cannot hold valid, since at the end of the letter he admits himself that he is not proficient in the language of the country, and consequently is not free from the suspicion that he may have misunderstood the witnesses. And therefore, if it comes down to proofs by witnesses, those produced by our gomasta could be sustained as far preferable. But since in any case it is not through witnesses, but with title deeds or other such public documents that the lawful ownership of real estate ought to be verified, we moreover had the privilege of being able to supply such proof if it should be required again. But that in the aforementioned letter of the 26th of April, the English gentlemen had already been sent a copy of a deed of transfer, showing that the piece of land in dispute was laid out as a garden long before the time of Mr. Cartier (who was Resident at Balasore in the year 1759, and is suspected in Marriott's letter of having alienated it) by our former Resident Tobias Marcelius, who sold it in the year 1736 to his banyan Oederam and granted the aforementioned title to that heathen in the presence of two Englishmen as witnesses.
Dutch transcription
d: 26 augs g de h=r Directeur e produceert een brief van lond Clive en den raad vorens de sal peter. remorquer daer, omtrent. Dingsdag den 26 augs 1766 smorgens alle present, behalven de Leeden Zuidland en Humbert door in dispositie Is door den Heere Directeur ter led ture geproduceert translaat van een brief van Lord Clive, gouverneur en de Raad te Kalkatta; op den 18 Courant gedateerd en daarby be deelt gevonden, dat volgens de calculatie, welke door hun opper„ hoofd en Raad te Pattena, omtrend den inzaam van Salpeter voor dit Jaar gemaant was, Haar Edelens zig in staat bevonden daar van voor ons te missen een quanti„ teit van 20000 maan, of 10000 Sak„ ken, en tot welkers aflevering bereeds de nodige beveelen gesteld waren etc, dog ten welken oprigte door welm Heere Directeur gere manqueert wierd, dat onaengezien de bezende, en blykens extract patri patriasche missive van den 4 octobr„ 1765 herhaalde ordres der Heeren Di„ recteuren van de Engelsche Compe aan hunne ministers hier te lande van namelijk ons in dit gewigtig poinct van Negotie gelik voorrecht met de Engelsche Compagnie te doen genieten, en den handel van de Neder„ landsche Compagnie niet te stremmen, het egter hunnen toeleg scheen te zijn, om ons van de salpeter niet meer aftestaan, als zy komen goed te vin„ den, dat alhoewel men zig gevlegjd hadde, dat volgens de overeenkomst in Ao 1762, ons ten minsten een ge„ rechtllijke der de deel van de recolte zou worden toegedagt, het nogtans daar zo verre van af was, dat men ons veel eer van Jaar tot jaar sogt te verkon„ ten, want dat zyn Achtbare zig naar den inzaam van voorleden Jaar zo nauwkeurig doenlyk geinfor„ meert hebbende, onderregt ware, dat dezelve op circum circa 80000 maon had beloopen: Dat sche buiten 70 Ed en 6 er h 1 afgeev e 71 d:o 26 augs daar den raad rig mede conformeert. resumtie der we„ den legging van Mr. Marriott we¬ gens de van hem gepretendeert buiten het geen, door de Engelschen daarvan met hunne scheepen van hier direct naar Europa was vervoerd, den bo„ ven dien 16 a 18000 maan naar Madaas en Bombay met particuliere schee, pen was verzonden, om met die van de Comp welke van daar repatrieeren tot onderlaag te worden medegege„ ren, en dat daer ons in den voorlee„ den Jaere op de toegelegde quanti„ teit van maar 28000 maan ruim 1000 mcaar minder gelevert, en de voor dit saisoen ons geaccordeerde por„ tie in verre na niet toereikende wat tot eene complete voldoening der Eisschen, of belaading van de schee„ pen; zijn Achtbare het overzulx ten hoogsten noodzaekelijk oordeelde, om het Kalkatsch miniterie onze be„ zwaarn is nopens de gereigheid der quantiteit voor te dragen, en in beleefde termien, om een rui¬ mer portie in de salpeter aante hou„ den, met verzoek, om zodanig een ver„ andering in de verdeeling te willen d: 26 augs maken, dat ons aandeel ten min„ sten met die van het gepasseerde Jaar nag evenaeren. Al het wel„ ke aandagtig aengehoord en het g'allegeerde door den Heere Directeur zeer fundamenteel geconsidereert zijnde, is na deliberatie goede gevon„ den en verstaan zig met de propo„ sitie van zyn Achtbare volkomen te conformeeren. Nevens de voorn: Kalaatsche brief overgezonden zijnde een antwoord wordende stukgoond van den Engelschen Resident te Bellasoon den Heer Marriott, dienen„ de tot wederlegging van onse klagte by brieve van den 26 april Jongst, leeden, over de door hemis gedaane naasting van een erf, de Neder„ landsche Corp van ouds toebehoo„ rende, en het bouwen van een loots op het zelve breeder te zien bij de gemeene resolutie van den 25 der evengemelde maand, zo wierd, na dat het zelve met alle attentie was gelesen, geremarqueert maken dat afgeev 72 d: 26 augs dat daarby niets gevonden word, het welk het regt van eigendom van enre zijde kragteloos maakt, want dat /: de situatie der grond volgens het by die brief geallegeerde plan, in zijn waer de en onwaarde gelaaten:) het geen die Engelschman, door een persiaan geschrift tracht te beweeren, als of volgens het getuigen is van verschei„ de luiden, die hetzelve getekend hebben, en waar by hy navraege gedaan had, het erf in questie altoos binnen de engelsche greuspaalen begreepen is geweest, geen praefs kan houden, aangezien hy aan het einde van de brief zelve be kend, in de taal van het land niet ervaaren, gevolgelyk niet vrg te zijn, van die suspicie, dat hij de ge tuigen qualij kan begreepen hebben en dat overzulx indien het op bewij„ zen, door getuigen aankomt, de door onze gomasta geproduceerde, soude kunnen gesustineert worden, verre preferabel te zijn; Dog dat, daar het d:' 26 augs in allen gevalle niet is door getui„ gen, maar met grondbrieven of anderde diergelijke publieve geschriften, dat de wettige eigendom van een vast goedbehoord te worden geverifieert, wy nog bovendien dit voorregt hadden, een diergelijk bewijs te konnen suppediteeren, indien men het an„ dermaal mogt requireeren, maar dat in de voorn brief van den 26e april de Heeren Engelschen beneedt was toegezonden Copia van een transport, aantoonende dat het stux grond, daar het verschil om lang voor den tijd van den Heer Cartier /:die in den Jaare 1759 Resi„ dent te Bellasoor was, en by Marri„ otts brief gesurpecteerd word het en t vervreemd te hebben:) tot een thuns is aangelegt, door onze gewesen Resident Tobias Marcelius, die het in den Jaere 1736, aan zijn benijaan Oederam verkogt, en het voorm bewijs. aan dien heiden verleent heeft, in presentie van twee Engelschen, als in getuigen en 6Cez erlij hr afgeev
English
73 bazaar. witnesses, that as if all this were not yet enough, one can and may with the greatest equity continue to appeal to the ruling once made in our favor by the Honorable former Governor Henry van Sittart, who in the year 1763, when the English mutasaddi Gulam Mustafa had seized possession of it and had given the disposal of the same to another, ordered that the same should be evacuated again to us, and by virtue of which one had already until Marriott's arrival at Balasore had possession of it; because the argument which Marriott conducts about this, as if the aforementioned Lord Governor had merely allowed himself to be misinformed by the Resident of that time, Spaans, and on account of weighty occupations had not informed himself accurately enough about this case, is far beside the mark and only said in order to justify the unlawful authority that has been assumed over another's property, because otherwise such reasons cannot find acceptance without constantly disputing the right to one matter or another in the future, and which would then happen as often as a change in the government occurred; and for all these reasons it was decided to request the frequently mentioned Calcutta ministry to order the aforementioned Marriott to demolish the erected shed and to restore our gomasta in the possession of the plot of land that is disputed to us by him. Point of rescription. 26 August. This having been dealt with, there was also brought to the table the secret letter received on the 20th current from Kasimbazar, dated the 14th preceding, expounding at length on the difficulties in obtaining the ordinary 26 August. sanad Kasimbazar. 74 26 August. sanad or letter of privilege for a free exercise of our trade etc., ordinarily granted by the Subas upon assuming the Government, and of which mention has already been made in the secret resolution of 27 June last, coming in substance to this: That the Chief and the Second, having paid the ordinary compliments to the Nawabs, were received extraordinarily politely, and after holding very friendly conversations were presented with robes of honor, head ornaments, and horses, and the Chief in addition with the plume, the value of which gifts is recorded in the common resolution of today. That for obtaining the aforementioned Sanad, great effort and time had thus far been spent in vain, as it seemed that the Lords Nawabs, suspecting that the portions intended for them in the Nazarana would not be delivered quickly enough, had desired to receive the same first of all; or, what the servants considered more probable, the delay of that dispatch was caused by others; at least that they were put off from one day to the next, and in the meantime were repeatedly dunned for the money, to such an extent that they, in order to contribute from their side everything that could serve to conclude this matter, had decided to deliver the great Nawab's portion. That the other participants also immediately desired their share, but that the servants had deemed it ill-advised to give the handle entirely out of hand, while in the meantime the frequently mentioned sanad remained withheld under many frivolous pretexts. That the servants could not 26 August. 75 obtain so much from the Naib Suba, Lord Muhammad Reza Khan, who in the meantime was summoned to Patna and had immediately set out on his journey, as to settle the matter entirely before his departure, so that, the hope of succeeding shortly having thus been taken away from them, they had addressed themselves in the absence of this ruler to the first Minister of State, Maharaja Durlabhram. That the latter had also known how to bring forward so many pretexts upon their urgings, that the Honorable Chief, having become discouraged over so many fruitless solicitations, had finally sought through the influence of a third party to obtain underhand that which until now had not been forthcoming openly. But that his Honor had also experienced in this that between the promising and the fulfilling of a matter, with the native who is very lavish in the former, different benefactions are considered; for there had been no other comfort to obtain 26 August. than that the sanad could not yet be arranged in two months, but that so long a delay would make no essential difference. That because of this positive reply nothing else could be done but to exercise patience until the return of the aforementioned Naib Suba; but that finally, very unexpectedly, Durlabhram, after the appearance of Lord Clive at Murshidabad, had let it be known that he had received an order from the English Chief, Mr. Sykes, for the preparation of the aforementioned letter of favor, and that that paper was also finally drawn up and read to the Lord Nawab in the presence of the aforementioned Mr. Sykes, but was found to be drawn up, according to his view, far too extensive and advantageous. That whereas the prince would otherwise already have confirmed it with his seal, the aforementioned Englishman had given orders that its contents must first be collated against earlier sanads, 26 August.
Dutch transcription
73 zaar. des artrec omtrent het t krygs der seceued getuigen, Dat of dit aller nog niet genoeg ware men zig met de meeste billijkheid kan en mag blijven beroe„ pen op de eens in onse faveur ge„ doene uitspraek door den Edelen Heer gewesen gouverneur Heury van Sittert, die in Ao 1763, wanneer de Engelsche montie Polaam Mu„ staffa en zig meester van gemaakt en de dispositie over het zelve aan een ander gegeven had, geordon neerd heeft, dat het zelve weder aan ons ontruimd zou worden en uit hoofde van het welke men ook reets tot Marriotts komst te Bellasoor en de 11000 possessie van gehad heeft: dewijl het argu„ ment, het welk Marriots daerover voert, als of evengemelde Heer gouverneur zig door den Resi„ dent van die tyd, ika spaaks, maar zo wat had laten wysea„ ken, en om gewigtige occupatie zig niet nauwkeurig genoeg na dit geval geinformeert zou heb¬ Poincte van rescriptie „ben, verre buiten den haar en eenlyk gezegt is, om quatie te rechtvaardigen het onwettig gezag, dat men zig over eens anders goede heeft aangeneatigt, de wyl anders zulke reedenen geen in„ gang kunnen binden, zonder het necht tot de eene of andere zaak in het vervolg altoos te betwisten, en het welk dan ook zo dirwils gebeuren zou, als er verande„ ring in de regeering quam voor te val„ len, en om alle deze redenen gearre„ steert, het meermelde kalkatsche ministe„ rium te verzoeken, voormelde Marriott te ordonneeren, om de opgeregte loots aftebreeken, en onze gomasto te henstellen in de possessie van het erf, dat ons door hem betwis word. Dit een en ander afgehandelt we„ zende, quam, oor nog ter tafel, het op naar Kassemba„ den 20 Courant van kassembazaar ontvangen secreet schrijven van den 14' bevorens, in het breede roulee„ rende, over de moeielijkheeden in het obtineeren van de ordinaire den 26 augs d: 26 augs ben senned en afgeev 74 d: 26 augr: senned of privilegie brief tot een liberen excercitie van sonpes han del etca door de soebas, by het aanvaer„ den der Regeering ordinair verleend wordende, en waarvan reets gesprooken is by het secreet besluit van den 27e Junij zoleeden, in substantie hier op uitkomen„ de: Dat het Opperhoofd en de secunde de ordinaire begroeting by de Nawaber afgelegt hebbende extraordinair beleeft ontvangen en na het houden van zeer vriendelyke discourten beschonken waaren met eerekleeden, hoofdcie„ raaden, en paarden, en het opper„ hoofd boven dien met de vederbor de waarde van welke geschenden by de gemeene resolutie van heeden is aangetekent. Dat tot het verkrijgen van de Senned voornoemd, dus lange groote moeite en tijd vergeefsch te koste geleyt was, alzo het scheen, dat de Heeren Nawabs, wantrouwende dat de hun toegedachte portien in de Nesserane niet schielijk genolg zouden worden afgegeven, dezelve d: 26' augs eersten vooral begeerd hadden te ontvangen, of dat het geen de bedien„ dens waarschijnelijker stelden, de vertraging van dier expeditie, door anderen berokkent wierd, altans dat zy van den eenen tot den ande„ ren dag uitgesteld, en immiddel telreus om het geld aengemaand waaren, tot zo verre, dat zij, om van hunne zijde, alles te contribueeren wat tot het eindigen deezer zaar dienen konde, hadden beslooten des grooten Nawabs portie afte geven Dat de overige participanten mede terstond hun aandeel begeert, dog dat zij bediendens het ongeraden ge„ vonden hadden, dus ten eenemaal het hegt uit de hand te geven, terwijl intusschen de veelmelde senned onder veel frivoole voorwendsels agter er wegen bleef. Dat zij bediendens op den Naib Soeba den Heer Mak„ en med Resachan, die middelerwijle e naar Patna wierd ontbooden, en zig terstond op reis had begeven, niet eerst zo He hebb Ed zl erl hri af 75 zo veel hadden komen verkrij¬ gen, om de zaakt voor zyn depart ten eenemaal afte doen, zulx de hoop hen hierdoor benomen zijnde van in het korte te zullen reuisse ren, zij zig bij afwesendheid van deezen regent hadden geaddresseert aan den eersten StaatsMinis ter Mapa ^Ragia Dollobram. Dat deese op de instantien ook zo veel uit vlugten had weeten ter baan te brengen, dat het E opperhoofd moedeloos geworden zijnde over zo veel vrugteloose, sollicitatien eindelijk door den invloed van een derde, besogt had onder shands, dat geen te verkrijgen, het welk, tot dus verre, opentlijk niet had wille volgen. Edog dat zijn E hier in ook had ondervonden, dat tusschen het beloven en nakomen van een zaak, by den inlander die in het eerste zeer wild is, differente weldae„ den geconsidereert worden, want diek en geen andere troost te verwerven den 26 augs geweest waare, dan dat de senned nog in geen twee maanden zou konnen beschikt worden, dog dat een zo lang uitstels geen wezentlijk verschil zou maaken. Dat er door dit „positif bescheid niet anders te doen gevallen was, als gedeelt te oeffenen tot de terugkomst van den Naib Loeba voornoemd; maar dat eindelyk zeer onverwagts Dollobram, na de verschij„ ning van Lord Clive te Morsid abaad zig had laaten verluiden, van het En„ gelsch Opperhoofd den Heer Syzes ondier tot het vervaerdigen van voorsz gunst brief gekreegen te hebben, en dat dat papier ook eindelijk opgesteld, den Heer Nawab in presentie van gem: Heer Sykes voorgeleezen, dog na deze zijn zin veel te uitgebreid en voordeelig opgesteld was bevonden. Dat daar de vorst het anders al met zijn re„ gel zou bekrachtigt hebben, gem Engelsch man ordre had gegeven, dat dier inhoud alvorens tegen vroegere senneds gecallationeert moest worden, d: 26 augs geweest en h 12 afgeev
English
August 26 Reflections on the conduct of Sykes and that this, due to the lack of the archives, being unable to take place, they had sought all kinds of chicaneries to put the matter off, indeed that they had even desired that the Chief would certify on the submitted draft that it agreed with the previously granted sanad, or provide a copy that corresponded with it. That since His Honour found no possibility regarding the first part of that demand without compromising the truth, and no necessity regarding the other, he excused himself on both counts in the best manner, and thereupon urged that the required sanad had to be drawn up without any alteration according to the model, having it represented to the Maharaja that it was clear and intelligible, and that one had only to declare what should be added or omitted. That meanwhile, with these and similar messages, time was being wasted uselessly, and that the Chief therefore, in order to make an end of it, had finally requested Dollobram in earnest terms to employ his good offices to that end, promising him, beyond his share in the Nazarana, an extra present of three thousand rupees for that service; which, as usual, had the effect that he immediately took the matter to heart and brought it about that all the premeditated obstacles brought forward until now suddenly disappeared, and the sanad was delivered to the servants in proper form, so that they sent it in original along with this letter of theirs, under assurance that the same, according to the testimony of linguistic experts, agreed with the exemplar. Then, since the further reflections of the servants on the conduct maintained in this matter by the aforementioned Mr. Sykes, so that all the difficulties that have arisen in obtaining this charter are to be ascribed solely to his ill disposition towards the interest of the Company, contrary to his much-vaunted and praised goodwill and helpfulness, and the obliging thereof, and on the contrary to the well-meaning intention of Lord Clive and the due obedience to his orders, completely agree with the sentiment of this assembly; and furthermore, the transmitted sanad, upon the collation made against the minute on the orders of the Director by the translator and the vakil, was found to agree; it was therefore, after mature deliberation on the means and ways devised by the servants in the subject case for the termination of this affair, approved and agreed not only to commend them for it, but also completely to approve all their actions, and consequently also the present of three thousand rupees intended for Raja Dollobram, as well as to let them have, in accordance with their request, a copy of the translation of the aforementioned sanad, as soon as the same shall have been translated. The servants further making known that for the satisfaction of the Nazarana with the expenses, which due to the constant greed of the Darbar servants, through whose hands the sanad had to pass, and the agreed present to Dollobram, would run much higher than they had imagined, they had succeeded in negotiating nearly as much money as would be needed for the satisfaction of both, with the promise to send off the account on a further occasion upon complete payment, it was agreed to await the same accordingly. August 26 Points of rescription to Patna Answer of the Patna servants to the complaint made against Lafort. By a secret letter from the Chief and the Second Person at the office mentioned in the margin, dated the 12th of the current month, in answer to the copy of a letter from Lord Clive to the Director written in private and inserted in the resolution of the 18th past sent to them, it being alleged in excuse of the Chief Lafort that the complaints made therein concerning the sale of arrack to the English troops must certainly have some foundation, but that Lafort would have favoured or encouraged the matter where it took place, the contrary showed itself sufficiently evident. That he, on the contrary, had strictly prevented everything of that nature as soon as he found out about it, but that he could not vouch for whether any irregularities had been committed against his orders without his knowledge; and finally that the servants would in future carefully avoid all reasons for displeasure; it was agreed, after consideration of all this, to consider oneself satisfied with that justification and promise. The Chief Rietveld having according to custom found himself under the necessity, upon his arrival yonder, of informing the most powerful people thereof under the offering of the following viewing gifts, namely To the Bengali Naib Subah, Mr. Muhammad Reza Khan, 1 gold and 5 silver rupees, or f 31:10:- Maharaja Shitab Rai, the same, f 31:10:- His son, f 31:10:- Mr. Dhiraj Narayan, f 31:10:- making with the usual present to the servants of f 283:10:- together f 409:10:- which, with the last delivery on such an occasion amounting to f 58: 5: 8, made a difference to the bad of f 351: 4: 8, caused by the giving of more Nazars to the Bengali Naib Subah and the son
Dutch transcription
76 d: 26 augs bedenningen of het drag van Sijker en dat dit mits het missen der arche ven niet konnende geschieden, men allerlei Chiounes gezogt had, om de zaa op de lange bank te schuiven, ja dat men zelfs had begeert, dat het Eopper hoofd op het opegeleverde voorschref zou certificeeren, dat het met de be voorens verleende sennedr accordeerd of een copij besorgen, die daarmede over een quam. Dat nadien zijn E, om trent het eerste Lid van die instantie zoude de waarheid te kort te doen geen mogelijkheid, en omtrend het andere geen noodzakelijkheid had gevonden, zig nopens beide ten best g'excuseert, en daarop geurgeert had dat de gerequireerde senned, zonder eenige verandering, na het voorbeeld moest worden ingesteld, Maha Radj voorhouden laatende, dat het leer en verstaanbaar was, en dat men maan te declareeren had, wat er aan of afgelaaten moest worden. Dat intusschen met deeze en diengelyke ba gedrag d: 26 augs schappen de tijd nutteloor verspilt wierd, en dat het opperhoofd dus, om er eens een einde van te maaken Dollobram voor het laast in ernstige termen had laaten verzoeken, zijne goede officien daartoe aantewenden, denzelve buiten zijn portie in de Nesserane voor die dienst een extra precentje van drie duicend ropijen beloovende; het welk a l'ordinaire van die uitwerking was geweest, dat by zig de zaak aanstonds ter harte getrokken en gemaakt had, dat alle de tot nu toe voorbedagt bij gebrachte verhinderingen eensklaps cerseen„ den, en de senned de bediendens in forma, bezorgt wierd, zo dat zij die nevens deze hunne brief in origi„ nalie quamen over te zenden, onder verzekering, dat dezelve volgens be„ tuiging van taalkundige Luijden met het exempel accordeerde. Dan nadien de verdere bedenkingen der bediendens over het gedrag door voorne Heer Sykes in deezen gehouden, zo schappen dat H 6 af eev 77 den 26 augs dat alle de zwarigheeden, die zig in het verkrygen van dit handvest heb„ ben opgedaan alleen aan zijne quaad geneigtheeden voor het belang der maatschappy, contracie zijne zo zeer genoemde en opgeveiselde goedvillig„ heid en dienstvaardigheid, en het obli„ reeren van dien, daaren tegen aan de welmeenende intentie van Lond de bedfrigtingen in Clive en de verschuldigde obedienti van zyne beveelen is toeteschrijven volkomen met het sentiment de zer vergadering quadieeren, mits gader de overgezonden senned, bij de op ordre van den Heere Direc, teur tegen de minut gedaane collatie door den translateur en den wakkiel bevonden is te accordeeren; zo werd, na rijpe deli„ beratie over de door de bediendens in cas subject beraamde middelen en wegens tot de terminatie van deze affaire, goedgevonden en ver„ staan, dezelve niet alleen daarover te leudeeren, maar ook alle hunne den 26 augs verrichtingen, en gevolgelyk ook het aan Radja Dollobram toegedachte present van drie duizend Ropijen volkomen te approbeeren, mitsgaa„ ders dezelve conform hun verzoek te laaten toekomen een copij van het translaat van voorm Sermed, zo daa dezelve zal overgezet weezen. dezen te vollen goedgekeur. De bedienden wijders te kennen gevende, dat zy tot voldoening der Nessen rane met de ongelden, welke mits de bevende inhaaligheid der Dherbaaas bediendens, door welken houden de senned passeeren maeken het bedon„ gen praesent aan Dollobram veel hooger zouden lopen, als zij zig had den voorgesteld, gevlaagt waaren in het negocieeren van ten naesten by zo veel geld, als tot voldoening van het een en ander zou nodig wesen, met belofte van bij volkomen afbetaling de reekening bij een nadere gelegenheid te zullen afzen„ den, is verstaan, dezelve mitsdien aftewagten verrichtingen Bij He Ed hr afgeev 78 d: 26 augs Poincte van rescriptie na Pattenen antwoord der Pattena klagt oc lafont. te met de komst van By een secreet briefje van het Opper hoofd en den tweeden persoon, ten in sche bed op de gedaene margine gemelde kantoore de dato 12e courant, in antwoord op de hun den 18 passato toegevonden Copi van Directeur in het particulier geschreeven en onperhoofd rietveld. by de resolutie van dien dat um geinse reert, tot verschooning van het opperhoof Lafort geallegeert wordende, dat de daarin gedaene klachten, over den ver koop van arak aan de Engelsche troeper zeederlyk eenige grond moeten hebben maar dat Lafort het gedaente, daar ze en geschied zijn, zou begunstigt of aengemoedigt hebben, het contra rie zig daarvan genoegsaam als van zelfs aantoonde. Dat hij in tegendee alles van dien aard strict belet had, zo dra als hij en was agtergekome dog dat hij niet kon instaan, of en bu ten zijn weeten verder eenige ongengepasseert. geltheeden tegen zijn ordre begaan zijn; en eindelijk dat zij bediendens voor het vervolg alle reedenen tot een brief van Lord Clive aan den Heer Het Opperhoofd Rietveld zig volgens ongenoegen zorgvuldig vermijden zouden; zo is na overweging van dit alles verstaan, zig met die ver„ antwoording en belofte voldaen te houden. usantie in de noodsakelyxheid bevon, den hebbende, om by zijn aenkomst ginter, de vermoogendste Luiden daarvan kennis te laten geeven onder aanbieding van de volgende zigtgiften als den bengaalschen Naib soeba de Heer Marmed Resachan 1 goude en 5 zilvere 1 Ropgen of ƒ 31:10:- Maharagia sctaabraag adide in„ „ 32: 10: — zijn zoon. „ 31: 10:— heer Dires Narcin. . . . . „ 31: 10:— maakende met het gewoone pre„ sent aen de bed ofte. . . . „ 283: 10:— tesamen ƒ409:10:— het welke met de laaste afgave by zo een gelegenheid groot „ 58: 5: 8 een different ten quaade uitmaakte van. . . . ƒ351: 4: 8 veroorzaakt door het meerder af geven van Nessens aan den ben¬ gaalschen Naib Soeba en de Soon den 26 augs ongenoegen van aan an de geev
English
79 the 26th of August the 26th of August and for the retinue of the said Sitab Roy, item what was paid to his people; so, since nothing could be objected thereto, it was resolved to pass those expenses, as well as that the servants, having been asked by the Lord Mahomed Reza Khan for some spices, and he having thereby not unclearly given to understand that he would be pleased if in addition to that one could procure something rare for him, had indeed been obliged to decide, outside the aforesaid presented nazars, to satisfy that Lord with: purchase price / sale price 10 lb Cloves costing ƒ 4:—:8:- / ƒ 58:10:— 10 lb Nutmegs - ƒ 2:1:— / ƒ 33:—:— 5 lb Cinnamon ƒ 1:11:— / ƒ 32:10:— 5 lb Mace ƒ 3:1:4 / ƒ 35:—:— Summing to ƒ 10:13:12 / ƒ 159:—:— and moreover with two Japanese cabinets, the only thing they could think of, one being one and the other 1½ feet high, accounted at ƒ 55:2:— / ƒ 55:2:— Thus in total at a cost of ƒ 65:15:12 / ƒ 214:2:— since the solicitations at that time could not be averted by declarations of not being provided with any fine goods, nor by any other excuses. Done at Hugli in Bengal, date as above. Was signed: G: L: Vernet, M: Tsan, F: H: Zinner, J: M: Ross, O: W: Falck, J: H: Dominicus, Jacob Eilbracht, Secretary. Point of rescription where Kasimbazar expenses at the presenting 80 Memorial of the expenses incurred both at the ceremonial greeting by the undersigned and the second of the Lords Nawab Saif-ud-Daula and Mahomed Reza Khan and the regulating of the nazarana, as well as for obtaining the usual sanad, in the year 1766. At the greeting: Along with a letter from the Chief and the Second at the said factory of the 11th of this month, having been received the memorandum of the incurred expenses promised to us in the secret resolution of the 26th ultimo in and concerning the matter of the nazarana, about which was extensively treated in the above-mentioned resolution and in an earlier one of the 27th of June, showing that the same in total amounts to Sicca Rs. 9590, and thus, outside the extra gift to Raja Durlabhram for his service in obtaining the sanad, 1590 rupees more than the servants had initially estimated for it, the content of this being: 21, say twenty-one, gold mohurs as a nazar to the 1st Nawab: Rs. 315.—.— To the 2nd Nawab: Rs. 165.—.— Gifts: To the chief and minor chobdars of both at 49/50: Rs. 100.—.— To the serishtadars of both at 50: Rs. 100.—.— To the peons together: Rs. 150.—.— To the toshakhana /:keepers of the wardrobe:/ of both: Rs. 100.—.— To the khansamas /:head butlers:/: Rs. 100.—.— To the darogas of the stables /:master of the horse:/: Rs. 120.—.— To all the minor house servants together: Rs. 150.—.— To the servants of Maharaja Durlabhram together: Rs. 240.—.— To the chief and minor harkaras /:spies:/: Rs. 200.—.— / Rs. 1740.—.— For obtaining the sanad: Extra to Maharaja Durlabhram as stipulated: Rs. 5000.—.— To his son Raja Rajballabh as subordinate head of the chancery, also according to agreement: Rs. 600.—.— To the diwan of the first-named, also: Rs. 400.—.— To the munshi for writing the sanad: Rs. 500.—.— To the mohur-bardar /:keeper of the seal:/: Rs. 400.—.— To the naib or second: Rs. 200.—.— To the arzbegi /:master of requests:/ of the 1st Nawab: Rs. 500.—.— To that of the 2nd Nawab: Rs. 500.—.— To the huzur navis: Rs. 200.—.— To the naql navis: Rs. 100.—.— To the qanungo /:bookkeeper:/: Rs. 450.—.— To the naib: Rs. 200.—.— To the amla duari /:all servants of the chancery:/: Rs. 300.—.— To the waqia-navis /:keeper of the daily register:/: Rs. 200.—.— To the qadi /:priest:/: Rs. 300.—.— / Rs. 7850.—.— Sum Sicca Rs. 9590.—.— / ƒ 15104:5 Underneath was: Kasimbazar the 27th of August 1766. Signed: J: L: V: Bacharach. Thursday the 11th of September Anno 1766, in the morning; absent the Master of the Equipage Zuidland. 81 the Council a quite... from Patna in regard to the collection... And as the excess was not found excessive at all, and according to what was reported in an earlier letter from the servants, namely that of the 18th of last month, originates solely from the greed of the servants through whose hands the sanad had to pass, it was resolved to approve the aforesaid Memorial, and also to note here that if, according to the advice of the servants, to the amount of this paper of Rs. 9590:—:— / ƒ 15104:5:— is added the amount of the nazarana itself as decided and noted in the aforesaid secret resolution of the 27th of June of Rs. 42000:—:— / ƒ 66150:—:—, the entire expenditure then actually amounts to Rs. 51590:—:— / ƒ 81254:5:—. Done at Hugli in Bengal, date as above. Signed: G: L: Vernet, M: Tsan, J: H: Zinner, J: M: Ross, J: P: Humbert, O: W: Falck, J: H: Dominicus, Jacob Eilbracht, Secretary. The Director shares unexpected news from Patna. Tuesday the 16th of September Anno 1766, in the morning; absent the Master of the Equipage Zuidland due to indisposition. Tuesday After dealing with such points as are described in detail in the general resolution of today's date, the Director disclosed to the assembly a completely unexpected and no less surprising news from Patna, to be seen in a separate letter from the Chief and the Second at the said factory, the merchant Cornelis Rietveld and junior merchant Anthony Aardij, written to His Honour and the Chief Administrator, and dated the 3rd of this current month; namely that, amid so many difficulties as the Company in general, and in particular in the important article regarding the collection of opium, comes to encounter, it was still in some sense a...
Dutch transcription
79 den 26 augs d: 26 augs &voor het buiten der ag MakenedReractin. van Sitaebraeg voornoemd, item het betaelde aan hem volk; zo wierd, aengezien daarop niets te zeggen viel geresolveert die ongelden, zo wel te passeeren, als dat de bediendens door den Heer Mahnied Rezachan om wat specerijen gevraegt, en daer„ by tevens niet onduidelijk te ken„ nen gegeven zijnde, dat hy in zijn schip zou wezen, zo men hem bo¬ ven dien nog iets raars kon be¬ zorgen, wel hadden moeten besluiten, om buiten de voorsz af„ gegeven Nessers dien Heer te vree„ de te stellen niet inkoops uitkoops 10 lb Nagelen kostende ƒ 4:—:8:- ƒ 58:10:— 10 „ Nooten - „ „ 2:1:— „ 33:—:— 5 „ Canneel „ „ 1: 11: — „ 32: 10:— 5 „ foeli „ 3: 1:4 „. 35: —: — Sommeerende ƒ10:13:12 ƒ 159:—:— en boven dien met twee Ju„ pansche kabinetjes, het eenig„ ste dat zij wisten uit te den, ken, zijnde het eene ten het andere 1½ voet hoogaan„ gerekent met. . . . „55: 2:— „ 55: 2:— Dur in 't geheel ten koste van ƒ65:15:12. ƒ 214: 2:— onderdag aangezien de aanzoekingen ten die tine door de betuigingen van niet geene fraaiigheeden voorzien te zijn, nog met eenige andere excuseu niet ontlegt hebben kunnen worden Actum Hoegli in bengale datum ut supra /:was getekent:/ Z: L: Vernet M=l Isinen. . . . . . F: H: Zinner. F: A Ross . . . . . O: W: Faler. I: H: Adamius. Tacos Eilbrachtje Secaets aengezien heb E e afgeev Poinct van rescriptie waar Kaspenbazaar reargelds bij 't af. 80 Memorie van de gevallene ongelden so by de reremo„ nieele begroeting door den ondergetekende en den securde van de Heeren Nawabssaifed Moulx saefed Douwla en Mahmed Rezachan ent reguleeren der Nesserance, mitsgaders tot verkrij„ ging van de gewoone Senued, in het Iaar 1766. By de begroeting Nevens een brief van het Opserhoot 21 zegge een en twintig goude rop„s tot een nesser aan zoog de Meinde gevalle, en den Secnde ten in margie den 1e Navob. . ro 315. –. – „ 2. _ „ 165. —. — dog der resserane gemelde kantoore van den E deese vereeringen maand, ontvangen zijnde de blijken Aan de Hoofden en mindere Sjobdaars van beide a 49/50„ 100. —. — _o Sjerestaberd „ „ „ „ 50„ 100. —. — het aangetekende ter secreete resol „ _ Pions tesamen „ 150. –. – „ en Goeschoeisier /:orrigters van de kleerkamer / beiden 100. –. – tie van den 26 passato ons toegezegde „kanschammas J: Hofmeesters. . „ 100. —. — memorie van de gevallene ongelde „ Astabals Darogas /:stalmeester:/ . . „ 120. —. — „ alle de mindere huis bediend tesamen „ 150. —. — in en omtrent de zaak raadende d de bed van Maharagia Doclobram tesamen „ 240. —. — Nesserane, waarover breedvaerig het hoofd en mindere Harkarras /: sprions „ 200. –. –„ 1740. —. — Tot verkrijging van de se cued by bovengemelde Resolutie en bij Extra aan de Macharagia Dollobrans volgt bedingt 5000. —:— een vroegere van den 27d Juni „ zynen zoon Ragia Bollob als ondergeschikt hoofd van de kauselij mede volg accoord „ 600. —. — gehandelt is, aantoonende, dat „der eerstgem Duwan „ „ _o „ 400. —. — zelve in het geheel te staan komen „de monsier voort schrijven van de semeed„ 500. —. — „ „ Mohen:bardaar /zegel bewaarder:/ „ 400: —:— op Po rovs 9590 en dus buiten het ex „ „ Naib of tweede. * * * „ 200. —: — : tra geschenk aan Radja Dollobra „ „ Aris begie /reg„t meester:/ van den 1:' Nuwab „ 500. —: — „. „ 2e _ „ 500. –. –. voor zijn dienst tot het verwerven „ „ Hazour Nobir. . . . . - „ 200. –. — van de schued 1590 ropijen uel „ „ Nuxel Nobir . -„ 100. —: — „ „ kanegooij /:boekhouder ƒ - - „ 450. —. — als de bediend daarvoor eerst ge „ „ den Naib.. . . - - „ 200. —. — gist hadden zynde van deesen in „ „ Aniela Duwarie /:alle bed:s van de Cancellij 300. —. — „ waer ancegaan /:dagregister houder:/ „ 200. —: — houd „. „ kadie /: Priesterd:/ -„ 300. —„ —„ 7850. —:— Somma seccaropr 9590. –. — /:onderstond:/ kassembaraer den 27:' augs 1766. /:get:/ Jihs Backerackr. ƒ15104. 5 Donderdag den 11 September Ao 1760 smorgens absent de Equipagemeester Zuidland. Memorie Ma 1 En N afgeev 12 81 de raad een gansch uit Pattena ten oprigte den inzaam En alzo de meerderheid gansch niet lxcersilf werd bevonden en volgens het geen in een vraeger brief der bedien ofte die van den 18 der voorleeden maand gemeld word, eenlyk kerkon de hr directeur bedeelt stig is uit de inhaaligheid der beden onverwagte tijding door welker handen de schuld heeft vanonium. moeten passeeren, zo is geresolvee de voorn. Memorie te approbeeren en alhier ook nog aan te teekenen dat indien volgt der bedienden adves bij het bedraegen van dit papiers. R:o 9590: —: ƒ15104. gevoegt werd het beloop eer Nesseraue zelfs zo als die besteuten aangetekent is bij voormelde secreete Resolutie van den 27 Juni. . . . „ „42000:— „ 66150: de gansche spendatie dan nog waar te staan komt op. . . . Rd„o 51590—: ƒ 81254. Actum Hoegle in Bengale datum ut supra /:get:/ G: L: Vernet. M=rs Fsiner. . . . . J: H: Linne J: M: Ross, J: P: Humbert. O: W: Falr. F: H: H: Do mius Jacob Eilbracht pe Secretr Dingsdag Na het verhandelen van zodanig ge poincten, als bij de gemeene resolutie van huidigen datum in het breede beschreeven zijn, werd door den Heere Directeur aan de vergadering ope ning gedaan van een gansch on„ verwachten en niet min surprecan te tijding uit Pattena te zien bij een aparte brief van het opperhoofd en tweede ten gemelde kantoore den koopman Cornelis Rietveld en onderkoopman Anthony Aardij aen zyn Achtbare en den E Hoofd administrateur geschreeven, en ge¬ dagtekend op den 3 deser lopende maand, namelijk dat, onder zo veele zwaarigheeden, als de Comp in het algemeen en bijzonder in het aangelegen artikel, raakende den inzaam van Afioen komt te ont= moeten, het nog eenig zints een Dingsdag den 16' September Ao 1766 smorgens absent de Equipagemeester Zuidland uits indispositie den 41e 7=tber soort of en be er hr afgeev
English
82 the 16 7=br would be a kind of comfort, or serve as encouragement, if the orders that were given were steadfastly and firmly observed or remained unaltered; since one would then only have to work against the machinations of our competitors, their power excluded; but that their servants had been assured, and warned out of friendship from good authority, that at the instigation of Lord Clive a plan was about to be made to appoint a native there on behalf of the Nawab, to whom all the wholesale buyers from the particular districts would have to deliver their opium, and to whom everyone seeking his necessities would subsequently have to make his offer; an arrangement which made the servants fear the worst consequences, as being able to bring nothing but disadvantage to our trade in particular, and d: 16 c=tbr to everyone who is not so far advanced as to be feared, not to mention that the prices, arranged according to the greed of such a man or his adherents, could frequently rise to an enormous height, or could be altered according to the suggestions made to him by others after they have obtained their requirements, and whereby, coming to no one else but him, we would likely serve as a means to see doubly reimbursed that which, through a well-founded fear of others, could not be obtained from them; besides the danger that still lay therein of always receiving the worst refuse and a hundred other inconveniences more that are to follow therefrom, especially if one pays attention to the considerable power and capacity of others who surpassed us and are so feared here in this country that one virtually trembles before their bare name, the 16e Sept=br so that it appeared to the servants to be the right way to deprive the Company indirectly of its last breath at Pattena. Wherefore they suggested whether it might not be advisable to arrange, in this regard, as was fitting, at the place and with those where such would be deemed best, that this be provided for and our trade in this so important matter not become subject to such a fatal circumstance, but that we be left the right and freedom to continue our purchase in the quarters themselves, there and with whomever we wished: upon which, having deliberated, and the concerns of the servants being found very well-founded and well-reasoned, the Director resumed the discourse by noting that His Honour, during his recent presence at Calcutta, had heard indirectly that a similar project was afoot, d:o 16 Sept=r 83 but that since, not hearing matters correctly, one is seldom informed accurately enough how the matter actually stands, His Honour had therefore not found it advisable to converse with Lord Clive about this on an unstable foundation. But that, since the plot now truly appeared to exist, His Honour deemed it most necessary to address the Calcutta ministry directly on this without loss of time, and to request what is required there, under this reflection: that in order to preserve the goodwill hitherto shown by Lord Clive for the interest of our Company, it was also necessary to express oneself in such a manner as if it were merely a contrivance of the Nawab and not a decree of His Lordship, since that would be capable of spoiling the matter entirely; that in order to lend the request some strength, 84 the 16 7=br it could do no harm openly to declare that our awareness of the influence and power of the British gentlemen with the government of the country had caused us to make this address to them; whereby, without acknowledging the indisputable superiority of that nation, one nevertheless gave them sufficiently to understand that they are the ones who, having much influence with the government, were in a position to arrange and direct matters in such a way that our Company must always be the dupe of the game. And finally, however the request might turn out, we would thereby be able, in replying to the Patras extract missive of 1 October 1765, to justify our conduct with actual proofs of zeal for the interest of the Company, the 16 7bbr. inasmuch as the Gentlemen Majores thereby indicate that the further orders of the Gentlemen Directors of the English Company concerning the complaints made by order of Their High Mightinesses to His Britannic Majesty about the hindrances in the collection of saltpetre—namely, that Their Honours would write again to their ministers not to obstruct the trade of the Dutch Company, but to let it enjoy free progress—were also applicable to the opium trade, and that, seeing that this had taken immediate effect, Their Right Honourable Worships therefore hoped that the necessary improvement would also be brought about in this branch of the Company's trade: not to mention that the English gentlemen will have the way cut off from covering themselves in case of further grievances.
Dutch transcription
82 den 16 7=br soort van troost zou zijn, ofte tot op„ beuring strekken, als de beveelen, die gegeeven wierden volstandig een vast wierden nagekomen of onverandert bleeven; overmits men dan tegen het woelen onzer competiteuren /:haer „magt buiten geslooten:/ maar alleen zou hebben te arbeiden; dog dat men hun bediendens verzekert had, en uit vriendschap van goederhand was komen waarschuwen, dat er op in„ stigatie van Lord Clive een plan stond gemaakt te worden, om van weegens den Nawab een inlander ginter te benoemen, aan wien alle de voorkopers, uit de bizondere districten, hunne afioen zouden hebben te leveren, en by wien dan vervolgens een ider, die zijn be„ nodigheid zogt, zou moeten ten of„ fer komen; een instelling, die de bediendens voor de slegtste gevol„ gen deed vreesen, als niet dan na deel konnende toebrengen aan onzen handel in het bijzonder, en d: 16 c=tbr voor een yder, die niet zo ver genoomen is, dat hy gevreest word, om niet te zeggen, dat de prijsen, na de zeilyk heid van zo een man, of zijne adhe¬ renten geschikt, veel tijds tot een enon„ me hoogte zoude konnen komen te steigeren, of verandert kunnen worden na de ingevingen, die hem door andere wierden gedaan, na dat zy hunne beno„ digtheid weg hebben, en waardoor wij by niemant als by hem te regt komende raaren, waarschynelijk tot een middil zouden verstreaken, om dat geene dubbel wederom te zien vergoede te krijgen dat door een wel gegronde vreeze voor anderen by hun niet te verwerven was, buiten het gevaar, dat er dan nog in stak, om altoos het slegtste uitschot te krijgen en hondert andere inconvenieer„ ten meer, die daaruit te volgen staen, voor al als men agt geeft, op de consi„ der able magt en het vermogen van anderen, die ons te boven streefden, en hier te lande zo gedugt zijn, dat mein genoegsaam voor haar blooten naam voor beeft, en 6Ce erlij h af den 16e Sept=br deliberatie daerovnr: achtbare beeft, zulx de bediendens dit voorquam de regte weg te weezen, om de compag„ nie op een inderecte wys te Pattena den laasten ademtagt te beneemen. weshalven zy in consideratie quamen te geven, of het niet raadzaam zou zijn, dezen aengaande, een het én toe quam, ter plaatse en by de geene, daar proporitie van zyn zulx best geoordeelt zou werden, te be„ werken, dat hier in voorzien werden en onreen handel, in dit zo aange, legen stuk aan sulk een fotale omstandigheid niet subject raake, maar aan ons het recht, en de vryheid gelaten wierd, om in de quartieren zelfs daar en by wien wy wilden, onzen insaam voort te zetten: waarop gedelibereerd en de beden, kingen, die bediendens zeer gefundeert en wel beraisonneert gevonden zynde, zo hervatte de Heer Directeur het discoer „met aantemerden, dat zijn Achtba„ re by desselfs jongste aanwezen te kalkatta van ten zijde vernomen had; dat er een diergelyk project in til d:o 16 Sept=r 83 ware, dog dat daar men dickwil de zaaren niet regt horende, zelder nauw„ keurig genoeg geinformeert word hoedaenig het eigentlijk met het geval gelegen is, zijn Achtbaal dierhalven niet raadzaam had gevonden, om op een wankelbaar fondament, Lord Clide hierover te onderhouden. Dag dat dewijl den toeleg thans waar„ lyk en vertscheen te weezen, zijn Acht, baare het ten hoogsten noodzakelge oordeelde van zig zonder tid verhuur hierover direct aan het Kalkatsch sinicterie te addresseeren, en het „vereischte aldaer te verzoeken, onder dese reflexie, dat het, om de tot hier toe betoonde welmenentheid van Lord Clide voor het belang onzer Com„ pagnie te behouden, ook nodig was zig in dier voegen uittedrukken, als of het enkel een bedagt van den Nawab, en niet eene beschikking van zijn Londschap ware, dewijl dat in staat zou zijn, de zaar ten eenemaal te verbrodden; Dat om het verzoek ware eenige er H h C en erlij h 32 afgeev 84 den 16 7=br eenige kracht by tezetten het geen quaad konde, opentlijk te betui„ gen, dat onze bewustheid van de infleientie en het vermogen van de Heeren Britten by de regeering van het land, ons tot dit addues aan hem had doen overgaan; wanneer men, zonder de onbetwistbare superioriteit van dien land, aant positie te accoveeren hen nochtaer genoeg te kennen gaf, dat zij die geene zyn, welke veel vermogen by de regeering hebbende in staat waaren, de zaaken zodanig te schikken, en te dirigeeren, dat onze compagnie altoor de dupe van het spelmoet wesen. En ein„ delijk, dat het verzoek mag uitval len, zo het wil, wij hier door in staat raakte, by de beantwoor„ ding der Patriasche extract missive van den 1 october 1765, ons gedrag met dadelijke blijken van ieven voor het belang der maatschappij te den 16 7bbr. rechtvaardigen, aangezien de Heeren Majores daar by te kennen komen te geven, dat de nadere ordres den Heere Directeuren van de Engelsche Compe op de klagten, die compagnie wegens ter ordre van Haar Hoogmogende by zijn groot brittannische Majesteit over de verhinderingen in den salpeter inzaam zyn gedaan, van n namelyk, dat Haar Edelens derzelven Ministers weder zouden aanschrijven de handel der nederlandsche Comp niet te stremmen, maar dezelve een vrijeen voortgang te doen genie„ teni mede op den afioen handel betrekkelijk waren, en dat gemerkt zulx dadelijk gevolg had genomen, Haar welEdele Hoog Achtbaare, mits dien koopte, dat ook in deezen tak van scomps handel de nodige verbetering zoute weeg gebracht worden: om niet te zeggen, dat de Heeren Engelschen den par zal afgesneeden zijn van zig, in car van nadere daleantien te dek„ rechtvaardige ken en 6 h af geev
English
85 the 16th of September to which the Council likewise conforms. from His Honour regarding [illegible] with the excuse that we have never deigned in this important matter to implore their aid and power for redress. Which weighty proposition having been listened to with the utmost attention, and all the arguments of the Director being judged incontestable and, with further proposition regarding the salpetre, very much squaring with the importance of the case, it was resolved and agreed unanimously to conform entirely with the statements and proposals of the aforesaid Director, and consequently to demonstrate to the Calcutta Ministry in the aforesaid manner the harmfulness and detrimental consequences of this plan under the name of the Nawab, and to request that they not only frustrate the same, but also deliberate upon such measures that we may proceed freely and unmolested, as we see fit, the 16th of September in the trade of Opium, and that no one, whether European or native, of whatever nation he may be, be permitted to create a monopoly on this juice, or to farm out any district of that product. This then now having been resolved, the Director further discoursed upon the share of the saltpetre intended for us this year by the English, which was spoken of at length in the secret Resolution of the 26th of the past month; and after the rereading of the answer of the Calcutta Gentlemen by letter of the 1st instant, to our further request, by letter of the first-mentioned date, containing a declaration that we would have reason to be satisfied with the portion allotted to us, if we reflected that Their Honours had been under the necessity of also accommodating the French this year with a quantity of saltpetre, but that they would, if possible, procure more for us, etc.; it was demonstrated by the aforesaid Director that Their High Honours, by a separate secret letter to His Honour and the Honourable Chief Administrator dated the 11th of July of this year, earnestly recommended to exert all efforts to obtain 2500000 lb for the Netherlands Indies, and to address the English Gentlemen in time to secure that quantity, and to make the necessary representations, so that it may please them to frame such measures that the portion we have to expect from them shall come to amount to such a quantity, the more so as the Gentlemen Directors, in the Demand of returns from India for the year 1767, determined on the 14th of October 1765, stated that they could not express strongly enough the urgent necessity of satisfying the two million the 16th of September pounds demanded by Their Right Honourable Excellencies. That consequently these positive and emphatic orders did not permit us to be satisfied with the aforementioned answer, but rather required a moderate and polite representation on our part, that we are not ignorant of the orders which it has pleased the Honourable Directors of the English Company to give to their Ministers in this Country, by their general Letter of the 2nd of April 1762 (of which an extract was received here on the 15th of September 1764 alongside a letter from Advocate van der Hoop to the Honourable Extraordinary Councillor of India and then outgoing Director Tailfert or his successor), by which, besides an earnest recommendation not only not to exercise any hostilities or acts of violence toward the Dutch Company or its ministers, it was ordered, if it should be required, the 16th of September to help defend us with their utmost power against all unjust molestations by the Nawab, since it was Their Honours' sincere desire and intention that the Dutch Company shall enjoy equal freedom of trade, security, and protection with that of the English, if not in the very same words, at least in such a sense that the Calcutta Ministry can easily understand that it is time to make use of it. That although until now, at the request of Lord Clive, formal addresses had been avoided as much as possible and private correspondence between the two heads was preferred over others, but that because an abuse was being made of the indulgence on our part, the 16th of September and our superiors themselves, as can be clearly gathered from the reasoning in the extract from the Fatherland already cited above, continually flatter themselves with the hope that by the good harmony currently subsisting, we shall immediately enjoy equal privileges and prerogatives in the matter of trade; it would consequently be entirely irresponsible if this point were not also taken up somewhat more strictly, and by serious representations it were made known to the English Gentlemen that it would turn out very contrary to the expectations of both our principals if Their Honours were to receive news that we not only have no prospect of profiting in a beneficial manner from the free gathering of saltpetre, but are even so poorly supplied that the respective Demands of our Company cannot be met by even two-thirds.
Dutch transcription
85 den 16 p=br alwaer de raad zij mede conformeert. van zijn Achtb: nopens ken met het excuur, dat wy ons nooit verwaardigt hebben van in dit aen¬ gelegen point hunne adjude en ver„ „mogen tot redrer te imploreeren. welke gewichtige propositie met de uiterste attentie aangehoorden alle de arquirenten van den Heer Directeur onwederspreekelijk en met nadere propositie de importantie van het geval, zeer de salvete quadreerende geoordeelt wezende, zo is met eenpaerigheid van stem, men goedgevonden en verstaan, zig met het geallegeerde en gepropo„ neerde van welmelte Heere Direc„ teur volkomen te conformeeren, en mits dien het Kalaats minu„ sterie in voege voorst de schaede, lykheid en nadeelige gevolgen van dit plan, onder den naam van den Nawab te vertoonen, en te ver„ zoeken van niet alleen het zelve te willen verijdelen; maar ook zo„ danige mesurer te beraamen, dat wy in den handel van Afioen vrij„ en ongemolesteerd, naar goeddun„ den 16 7=br ken mogen te werk gaan, en dat nie„ mand, hetzy Eeeropeesch of inlanden van wat natie hij ook mogt zijn toegelaten werden, een monopolie van dit sop te maaken, of eenige district van dat product te verpach„ ten. Dit dan nu also beraamd zijnde werd door den Heer Directeur nader gediscoureert over het voor dit Jaar ons door de Engelsche toegedachte aandeel in de salpeter, waarvan in het breede gesprooken is bij de se¬ creete Resolutie van den 26 der ge„ passeerde maand, en na het herlaaden van het antwoord der kalaatsche Hee„ aen by brieve van den 1 deeser, op ons nader verzoek, by schryven van den eerstgemelde datum, behelsen„ de eene verklaaring, dat wy reeden zouden hebben vergenoegt te zijn met de portie, die ons was toegelegt, in„ dien wy reflecteerden, dat Haar Edelens in de noodzaakelykheid geweest waaren, de Franschen dit Jaar mede ken met af geeven 63 7tbr met een quantiteit salpeter te gerie„ ven, dog dat men ons, zo het doenlyk was, meer bezorgen zou enz: door wel melde Heer Directeur vertoond, dat Haar Hoog Edelens by aparte secreete missive aan zijn Achtbare en den E Hoofd Administrateur gedateert den 11 Juli dezer Jaars, wel ernstig recommandeer„ den, alle devoiren aan te wenden, om voor Nederlanden Indien 2500'000 l meester te werden, en zig tot bero„ ming van die quantiteit bij de Heeren Engelschen in tijds te ad„ dresseeren, en de nodige represen„ tatien te doen, op dat het hen behaa„ gen mag zodanige mesurer te beramen, dat de portie, die wy van hen te wag„ ten hebben, een diergelike quan„ titeit kome te bedragen, te meer de Heeren Majoores by den Eisch van retoeren uit Indie voor den Jaare 1767, gearresteert den 14 octob 1765 zeiden, de precente noodzaa„ kelijkheid ter voldoening der door Haar WelEdele Hoog Achtbaare den 16 7br g'eischte twee millioenen Pon„ den niet sterd genoeg te konnen uitdrukken. Dat overzulx deze positive en nadrukkelijke beveelen, niet toelieten, ons met het voorn antwoord te vergenoegen, maar veel eens vereischten, eene mode„ raate en beleefde vertooning van onze zyde, dat wy niet onkundig zyn, van de beveelen, die het de Edele Heeren Directeuren van de Engelsche Compagnie behaagt heeft aan haare Ministers hier te Lande te geven, by haare generale Lette„ ren van den 2 april 1762 /:waarvan alhier op den 15 September 1764 nevens een brief van den Heer Advocaat van der Hoop aan de Edele Heer Raad Extraordinair van Indie en toenmaals afgegane Directeur Taellefert of zijn vervanger een extract ontvangen is:/ by het welke buiten eene ernstige recom„ mendatie van niet alleen geene hostiliteiten of daden van 86 geeischte geweld af geev 83 den 16 7=br geweld omtrend de Hollandsche Comp of haere ministers te oeffenen, be„ volen is, om zo het vereischt wierd ons met het uiterste vermogen tegen alle onrechtvaardige molestatien van den Nawab te helpen verdedige aengezien het haar Edeler opechte begeerte en mening was, dat de Hollandsche Compagnie met die der Engelschen gelyke vrydom van handel, veiligheid en bescher„ ming zal genieten, ware het niet in dezelve bewoording, ten win„ sten in zodanig een zin, dat het Kalaatsch Ministerie ligt kan be„ grijpen, dat het eens tid word, zig daer van te bedienen. Dat men wel tot nu toeoespaes verzoek van Lord Clive zo veel mogelijk openbaare„ addressen had gemerageerd en de particuliere correspondentie tusschen de beide hoofd gebieden voor ande„ re geprefereert, maar dat dewijl men van de toegevendheid van onze zyde, een misbruik maakte, den 16e 7tbr en onze superioneee zelfs, gelijk uit het raivonnement by het hier voor reeds aangetogen patriascr extract duidelyk is afteneemen, zig steeds flatteeren met die hoor, dat wij door de thans subsisterende goede harmo„ ng, in het stin van negotie, dadelijk zullen Jouisseeren van gelijke voor„ rechten en prerogativen; het nits dien ten eenemaal en verantwoor„ delijk zou zijn, indien men dit ponet mede niet eens wat meer ter korte nam, en door serieuse vertoo„ ningen de Heeren Engelschen te kennen gaf, dat het zeer tegen de verwachting van beide onse prie cipalen uit zou komen, zo haar Edelens tijding kreegen, dat wij niet alleen geen vooruitrichts hebben, op een voordeelige wijs van den vrijen inzaam van salpeeter te profiteeren, maer zelfs zo gening voorzien worden, dat de respective Eisschere ensen Compe op geen twee derde part kunnen en voldaen 32 afgeev
English
18 be fulfilled, and that however well-founded Their Honors' objection may appear at first sight, namely that the French also had to be provided with saltpetre this year, it is nevertheless all too well known that the harvest in Behaar cannot turn out so poorly that our share would consist of only 20000 maon. Indeed, from the mutual agreement between both our principals cited above, it clearly appears that their intention is by no means that we should have to content ourselves with not even a third part of the collection. Yet, since we well knew that the true means not to cause the saltpetre to rise in price certainly was that the same were collected by one of the European nations present here for common account, as has indeed happened in former times, we would therefore be very well satisfied if Their Honors would merely please to place us somewhat better in a position to be able to satisfy the demands of our Company. Whereupon, this having also been maturely deliberated, after attentive consideration of the points brought forward by the said Director, it was likewise unanimously approved and agreed completely to conform with all those reflections, and accordingly resolved, in the missive to be dispatched to the Calcutta ministry touching upon the aforementioned point regarding the opium, to represent politely and in substance that which is stated above, and by virtue thereof to request the same, in conformity with the honored intention of both our Highly Respected Gentlemen Principals, to make such a distribution 89 that the quantity already intended for us for this year be increased in such a manner that we may be enabled to procure the 33400 maon demanded of us as completely as possible, and that in the course of time such a proportionate share in this saltpetre may be allotted to us as, in proportion to the true harvest and the demand of our Company, shall be found justly to belong to us. Done at Hoegli in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet, M. Isinck, J. N. Luyver, J. M. Ross, D. P. Humbert, O. W. Falck, J. H. H. Damius, Jacob Eilbracht. Deliberation on the Secret Batavian letter of 11 July 1766. After the matters mentioned in detail in the public resolution of today had been dealt with, on the proposal of the Director proceeding also to the deliberation on the honored secret rescript of the High Indian Government dated 11 July last, in reply to various of our letters dispatched from here both in this and the previous year. Friday the 26th of September in the year 1766, in the morning. Present: The Director George Louis Vernet Captain Commandant over the military Johan Hendrik Luyver Merchant Moïse Lafort Titular Merchants Johannes Matthias Ross, Jan Pieter Humbert, along with the Junior Merchants Otto Willem Falck, Jan Hendrik Hagha Damius. Absent: The Senior Merchant and Chief Administrator the Honorable Messo Isinck The Master of Equipage Lucas Zuidland, both due to indisposition. 90 Thus, concerning the matter regarding the Nazarana and that which is related thereto, it was initially seen that Their High Nobilities, after an ample declaration on the various measures devised on this point and a positive order to settle that affair as quickly and economically as possible, also come to order that, when the same shall be concluded, by all those who have given the money and had a hand therein among our servants, the oath of purgation shall be taken just as was practiced for the peshkash, excepting the Director. And as the first part of this order, or the settling of this dispute, has already ceased to apply because of that which we reported to Their High Nobilities for that purpose in our secret missive dispatched on the 22nd of the past month, the second point, or the taking of the oath, was extensively discussed. And upon the inquiry made in that regard by the Director whether this, for the present, since that matter was concluded prior to the receipt of this order and so advantageously, ought also to take place, it was remarked that the High Government seems to have arrived at this decision by reason of the uncertainty as to how it would ultimately turn out, and especially to be prepared in case one had to comply with the Nawab regarding his further demand of one lakh of rupees for himself alone, or else proceed to that enormous expenditure of 125000 rupees, which
Dutch transcription
18 daerde dnaem voldaen worden, en dat hoe ge grond ook voorn Haar Edeleur tegen werping van namelijk de franschen dit Jaar mede met Salpeter te hebben moeten voorzien, ook in den eersten opslag mogt voorkom het echter al te wel bevend is, dat de recolte in Behaar zo zober niet vallen kan, dat ons aandeel slegte in 20000 maon, zou bestaen Ja dat uit de hier voor aangehaal de onderlinge overeenkomst tus¬ schen beide onze principalen duidelijk blijkt, dat hare meenig geensints is, dat wij ons zelfs niet een derde part van den inzaam moeten tergenoegen. Dog dat dewijl we wel wisten, dat het eigentlyke middel om de salpe ter niet in prijs te doen stijgeren zekerlijk was, dat dezelve door een den alhier zijnde Europeesche Natien voor gemeene reekening wierd ingezameld, gelijk dat in vroegere tijden wel geschied is den 16 yth wy over zulx zeer in onze schid zoude zyn, by aldian Haar Edelen ons maar wat beter in staats ge„ lieven te stellen, de Eisschen van onze Compe te konnen voldoen. raadvorge„ waar over dan mede ryjpelyk gebesoigneert zijnde, is na aandach„ tige overweging van de door gemel„ de Heere Directeur voortgebrachte consideratien insgelyks niet eenparigheid van steumen goedgevonden en verstaan, zig ten eenemaal met alle die bedenkingen te confermeeren en overzulx gearresteert by de over het voormelde point raerende de opium aan het kalkatsch sinisterie aftegaane missive het geene voorsz staat, net beleefdheid en in substantie voor te stellen, en uitkrachte van dien het zelve te verraeken om conform de g'eerde intentie onser beide Hoogg'eerde Heeren Principalen, zodanig een schin„ d: 16 p=br wij king h af geev 89 Nesserane king te maaken, dat de ons reets toegedachte quantiteit voor dit Jaar in diervoegen vermeerdert worde, dat wy in staat mogen aan„ ken de van ons gevorderde 33400: maan ruim, zo compleet doen, lijk te bezorgen, en dat ons in vervolg van tijd, zo een geproperti„ oneert aandeel in dit zelt als worde toegedagt, ent na mate van den waaren inzaam en den Eisch onzer Comp zal be„ vonden worden, ons gerechte lijk te competeeren. Actum Hoegli in Beugale datum ut Sucra /:getekent:/ G: L: Vernet. Mr Isinck. . . . . . J: NLuner Resoigne over I M Ross. D: P. Humbert. O: W: Fabr de Secreete Bata, Na dat de zaaken by de publieke I: H: H Damius Jacob Eilbracht & feciasche brief van de resolutie van heeden omstandig vermeld 11 Juli 1766 afgehandelwaren, op de proporitie Deliberatie over de van den Heere Directeur ook nog ge„ treeden zijnde tot de besoigne over de g'eerde secreete rescriptie van de Hooge Indische Regeering op diverse Vrijsdag Vrijdag den 26. Septembr Ao 1766 smorgens present De Heer Directeur George Louis Vernet „ Caritain Commandant over de nilik Johan Hendrik Liuver „koopman Moire Lafort „titulaire Kooplieden Johannes Mathius Rossen Jan Pieter Humbert nevens de onderkooplieden Otto Willem Falik, Jan Hendrik HaghaDanieus absent De Opperkoopman en Hoofdadministrateur d E Merso Isiucx D Equipagemeester Lucas Zuidland beide niets indispositie den 16 7bbr van ƒ 1 afgeev 90 d: 26 p=C=t van onse brieven zo in dit als het voorige Jaar van hier afgevaerdig en den 11 Juli Jongstleeden gedagte kend, zo wierd aenvangelyk wegen de zaak, betreffende de Nesserane en het geen daartoe relatie heeft gezien, dat wel melde Haar Hoog Edelheedens na eene ampele verklaring over de diverse in dit point beraamde mesrer en een positive orcre, om die affaire zo spoedig en menagieur mogelijk afte doen, mede komen te be„ veelen, dat wanneer deselve zal afgemaakt wezen, door alle de geene, die de penningen gege„ ven en de hand daar toe onder onse dienaeren gehad hebben den eed van zuivering even als voor het peesker geprecteert zal wo ten worden, uitgenoomen den Heere Directeur; en also het eerste lied van dese erdre ofte het deteren neeren dezer questie, komt te eer ren door het geen, wed Haar Hoog Edelheedens ten dien fine beriehe heeft, by onse op den 22 der voorleede maand afgegaane secreete misi„ ve zo wierd over het tweede poinct ofte het doen van den eed breedvoe„ rig gesprooken, en op de daarom„ trent door den Heere Directeur gedaen ne rondvraege, of zulx ook voor tegen woordig, daar die raad voor den ontvangst dezer ordre en zo voordeelig afgemaakt was, ook behoorde stand te grijpen! aangemerkt, dat de Hooge Regeering tot dit besluit schijnt getreden te zijn, uit hoofde van de onsekerheid, hoedanig het hiermede op het laast nog zou aflopen, en vooral om gereit te zijn, inder men den Nawab omtrent zijnen naderen Eisch van een lak Ropijen voor zig alleen eens had moeten te wille zijn, dan wel overgaan tot die en orne spendatie van 125000 ropijen, wel„ ren ke E en 6 er a
English
91 the 26th of September which Dallobram had demanded under threat of stopping our navigation anew, since Their High Mightinesses themselves testify to wishing that we, instead of keeping quiet and letting the matter take its course, had rather addressed ourselves immediately to Lord Clive and through His Lordship's intercession had effected the fulfillment of the contract previously entered into with the Nawab, which we had already partly satisfied, namely by paying the Nawab for the Nazaranah just as much as had been given to previous Subahs, and further greeting him and regaling him with gifts in the very same manner as had been done for his father in the year 1759. That this matter was settled so economically that the payment to two Nawabs does not amount to more than the 26th of September what Their High Mightinesses were pleased to determine in their honored secret letters of 15 August of the past year for one Nawab alone, namely 36000 rupees, one may also reasonably presume that if Their High Mightinesses had received notice of this, the oath would have been required as little as in former days. That, moreover, the total expended all in all little or not at all exceeds the amount fixed by this Council for the Nazaranah alone and thus exclusive of the incidentals, and written to the servants at Kasimbazar by letter of 29 January 1765. That they had also been authorized on diverse other occasions to offer double the Nazaranah, which, calculated singularly, had amounted as said to 36000 rupees, and that it has also been brought to that amount as far as the portion of two Nawabs is concerned. That 92 this sum had to be split and divided between two persons, as is noted in detail in our resolution of 27 June of the current year, but that the share for Dollobram, who nevertheless could not be bypassed as being the first minister of the Court and having great power to do us good or evil, had actually increased the amount, but that one must consider this accidental and furthermore unavoidable. That the incidental expenses, amounting in total to only 9590 rupees, were inevitable and very moderate according to the present circumstances of the times, for one only needs to consider what effort it cost the servants to obtain the sanad, since without promising the aforementioned Dallobram the 26th of September separately for it, they possibly would not have obtained it up to now, as one can clearly deduce from what is recorded in the secret resolution of the 26th of the past month. That further, by expending in total Sa rop 51590: or rop: 6733: 8 more than in 1741, one has evaded the claims for Nazaranah for Qasim Ali and Jafar Ali Khan, likewise the late deceased Nawab Najm ud-Daulah, which would apparently have been urged if there had been longer disputing, since it has happened before that a successor renewed and pressed the claim for a deceased predecessor. That above all this, the servants had done their utmost for more than a year and a half with the greatest effort and care to ward off the stubborn and extravagant 93 the 26th of September demands, and finally, through zeal and vigilance, had brought the whole matter so far as to settle it to the greatest interest of the Company, so that not only does not the slightest suspicion of infidelity or misconduct remain against them, but that one could not even withhold from them from time to time the praise they have merited in this matter according to the understanding of this Council, and that consequently there are no objections in the world why one should require the oath of them for a matter which, according to the best sentiment of this Council, will well obtain the honored approbation of Their High Mightinesses. For all which considerations and motives it was resolved with unanimity of votes to send an extract of this period to the Honorable Chief and the Second at Kasimbazar, who have had the entire management of this point, thereby excusing them from taking the oath. Their High Mightinesses, approving in the continuation of native affairs that no written reply was given to two Persian letters from the General of the Marathas Pursottam Pandit, but that the bearer was sent back with a verbal and suitable answer, and likewise trusting that the six Persian letters written to the Patna Chief have also remained unanswered, it has been approved and agreed to record here, and to inform Their High Mightinesses at the next opportunity with respect, that the merchant Lafont, upon express inquiry by the Honorable Director, has testified that no written answer has ever been given to them.
Dutch transcription
91 d: 26 7th ke Dallobram onder bedreiging van erve vaart opnieuw te sullen stoppen gevordert had, dewijl koog dezelve betuigen wel te wenschen dat wy in steede van on stil te houden, en de zaar op zijn beloop te laten, ons lieven ten eersten aan Lord Clive geaddresseert en door zijn ladschaps intercessie de nakoming van het bevorens met de Nawab aangegaan con„ tract, waaraan wy reeds voor een gedeelte hadde voldaen, be¬ werkt hadden, met namelijk hem Nawab voor de Nesseaie even zo veel te betaalen, als aan voorige soebas was af„ gegeven, en hem wijders op die zelve wijs te begraeten, en met geschenken te regaleeren, als neen zijn vader in Ao 1759. gedaen had. Dat daar taar deese zaak zo zuing was uit de weereld geholpen, dat het betalede aan twee Nawabs, niet meer be den 26 7tbr draeg als Haar Hoog Edelheeden si Geeerde secreete letteren van den 15 augs ao pass„o voor eene Nawab alleen ^ hebben gelieven te bepaalen namelijk 36000 ropyen, men ook billijk mag vooron„ derstellen, dat indien Hoog deselve hier van bericht hadden gehad, den led iu zomin, als in vooeger dagen gerequireert zou zijn, Dat bovendien het gespenideerde aller in allen weinig of niet excedeert het tautumr door dit Ministerie voor de Nesseraice alleen en dier buiten de ongelden gestelt, en de bediendens te kassene bazaer aen geschreeven by brief van den 29e January 1765. Dat zy ook nog by diveren se andere waren gequalificeert tot het bieden van de dubbelde Nesserane, die enkeld: gereekend als gezegt 36000 ropijen had bedra„ gen, en dat het voor zo verre de portie van twee Nawabe betreft ook daartoe gebracht is. Dat dees draeg ze af 92 ze som gesplitst en onder twee persoonen verdeelt heeft moet worden, gelijk by ons besluit van 27:' Juni h: a: omstandig geno„ teert staat, dog dat het aandeel voor Dollobram, die echter niet kon worden voorbijgegaan, als de eerste minuten van het Hof zijnde en veel vermogen hebb de, om onr goed of quaad te doen eigentlijk het bedraegen wel„ vermeerdert had, maar dat nie dit auidenteel en teveer on vermeidelijk maert aanmerk Dat de ongelden in het geheel maar op 9590 ropijen te staan komende, na de tegenwoordig omstandigheeden van tijden mevitabel en zeer maatig wo ren, want dat men maar be hoefd na te gaan, wat moe it het de bediend gekost heeft de senned magtig te worden, de wil zij sonder vormelde Dallab d 26 cbbr. ram daarvoor apart te belooven dezelve mogelyk tot nu toe niet zouden gekreegen hebben, gelijk men uijt het ter nedergestelde by de secree„ te resolutie van den 26' der voorlee„ een maand wel duidelijk kan opmaken. Dat men wijders door in het geheel La rop 51590: of rop: 6733: 8 meer als in 1741 te speci„ deeren, ontweken is de pretensie„ op Nesseranar voor kassimalie en Jaffer aliechan, item de laast overleeden Nawab Naziem ud Douw la waarop men apparent zou geurgeert hebben, indien en lang ger geruibbelt was geworden. dewijl het wel meer is gebeurt, dat een presenter voor een overleedene den Eisch hervat en doorgedrongen heeft. Dat boven dit al de bediend nu meer als anderhalf Jaar niet de grootste moeite en zorg hun best hadden gedaan ter ontlegging van de hardnekkige en buiten aan spoorige af 93 d: 26 p=t batie nopeus heb niet beantwoorde van zeeren perriag„ sche brief. spoorige Eisschen en het einde lijk door iver en vigilantie, zo verre hadden gebracht van het gaa„ sche geval ten meesten belange van de Comp uit de weereld te maaken, zo dat „ niet alleen geen de niuste sus„ picie van ontrouw of quaade behan¬ deling ten hunnen lasten overbleef maar dat men hen zelfs van tijd tot tijd niet heeft konnen onthouden de Louange, die zij na het begrip van dit minuterie in desen heb ben gemeriteert, en dat er gevolgen geene bedenkingen ter wereld zijn, waarom men hen den eed zon ver„ gen voor een zaak, welke volgens het best gevoelen van dit Miniterie de geeerde approbatie van Haar HoogEdel lenr wel verkrijgen zal Om alle welke consideratie en motiven dan ook met eenparig heid van Stemmens, geresolveerd is het E opperhoofden den secu¬ de te kassembazaar, welke de gaas d: 26 7=tbr sche directie over dit poinct gehad heb, ben van deese veriode wel extract toetesenden, waar van het doen der Ed te excureeren. Haar Hoog Ed aproo, Haar Hoog Edelheedens onder het vervolg der inlandsche zaaden oppro„ beerende dat op twee persiaansche brieven van den generaal der Marrhettas Porsotoin Paudit, geen schriftelijke rescriptie gegeven, maar den brenger met een monde, ling en gepart antwoord terugge„ zonden was, en insgeliks vertrouwen, de, dat de zes persiaansche brieven aan het Pattenavch Opperhoofd geschreeven, ook onbeantwoord ge, bleeven zijn, zo is goedgevonden en verstaan alhier aante tekenen, en Haar HoogEdelheedens ten naa„ sten met resrect te berichten, dat de koopman Lafont op expresse af„ vraege van den Heer Directeur betuigd heeft, dat er nooit geen schrifte, ed lyk bescheid opgegeven is. sche En afgeev laa
English
94 The 26th of June. The sepoys shall be discharged as soon as they can be spared. Whether the cartel with the French shall be deliberated upon at a further opportunity. The Chief Administrator reports concerning the hospital. And concerning the recommendation of the aforementioned Their High Noblenesses, to discharge the 20 to 25 sepoys who were taken into service under them in the past year and stationed at the bazaar heads at Kassembazaar in order to avert all insolence and wanton acts of the English soldiers, as soon as they can be spared in any way, so as not to burden the Company needlessly with foreign expenses that must be incurred for security, it is resolved to write to the Kassembazaar servants, communicating an extract, to dismiss these soldiers immediately, unless they might have reasons to the contrary, of which they will then have to inform us. Concerning the French, it also being with Their High Noblenesses' approval that the cartel concluded in the year 1732 with Mr. Law and the Council at Chandernagore regarding the surrender of mutual deserters was provisionally renewed, with authorization to conclude the same on such footing as takes place between the two nations on the Coromandel Coast, according to their readiness shown for that purpose, it is resolved to devise the necessary measures for that purpose at a further opportunity. Lastly, upon providing an extract, it was decided to have the Bookkeeper and the Honorable Chief Administrator provide a reasoned report on which expenses for the hospital can and must rightfully be charged to the Company, as Their High Noblenesses declare they cannot reconcile the representation of the Head Surgeon that when the provisioning should take place according to our resolution of the 4th of March 1762, taking one month with another, 95 in March and April when there are 23 persons in the hospital, he has to advance ƒ410:— each month and ƒ4920 in the year, and our resolution taken thereupon dated the 13th of May 1763, namely to grant him until Their High Noblenesses' further disposition ƒ6520:— for 75 persons and pro rata for more or fewer, without further clarification; therefore ordering the said department to provide a further and extensive report in this regard, whereby it clearly appears what charges the Company has to bear for a certain number of persons lying in the hospital. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: G: L: Vernet, F: A: Lina, Moire la Font, J: M Rog, F: P: Humbert, O: W: Falck, J: A: Dauius, Jacob Eilbracht, provisional Secretary. Wednesday the 8th of October 1766 in the morning, absent the Equipagemeester Zuidland due to continual indisposition, and the members Linner and Falck due to occupations. After the transaction of the public business, it was recorded in today's common resolution, produced for reading by the Director, the answer received yesterday from Calcutta to our letter of the 19th ultimo, dated the 29th of the same month, and upon resumption thereof noticed that regarding the opium trade, the English gentlemen pretend to know nothing else about it than that the Nawab was intending to make some arrangements in this branch of trade, which came directly under the management of the Government, that would tend 96 Wonder at our demand for saltpetre. to the improvement of his revenues, and at the same time to prevent this important merchandise from being engrossed in a scandalous manner by pre-emption, as had happened recently, against which repeated complaints had been made by us to Their Honors, and that Their Honors could only add to all this their assurance that, so far as depends on them, our Nation shall in future enjoy an equal privilege to purchase this article to the same extent and at the same prices. That regarding the saltpetre, Their Honors were surprised that we were not satisfied with the quantity that had been allocated to us for this year, since equity and reason had required them to supply the French also with a part of their requirements; and that as this must necessarily reduce the quantity required by the English Company, Their Honors could not find why the entire shortfall should fall to their charge alone, or why our Company should not share in it pro rata; for the rest referring to the promise made in their previous letter that if Their Honors found themselves at the end of the season in a position to add something more for us without their own inconvenience, we would receive it. Upon which answer having been spoken and noted, that therein completely shines through a displeasure of those gentlemen that we have expressed ourselves somewhat candidly about the injustice that has now for some time been done to us in the matter of trade, and especially regarding the collection of saltpetre,
Dutch transcription
94 d: 26 J=t de sepatir sal men zo dra geneist kon„ nen worden, afdan„ of de scartel niet de franschen zal me by nadere gelegen„ heid besoigneers. den Hoofd Admi„ uistrateur berigt tient de kospits En aangaande de recommenda tie van welmelde Haar Hoog Edel heedens, om den 20 a 25 Sipatir, die in den ooorleeden Jaare onder hun in dienst genomen en op de bataer hoofden te Kassemburaar geplaas zijn, om alle ovraen en moedwillin heeden der Engelsche soldaaten af te weezen, zo daa maar eenig sitts gemurt konnen worden, weder ofte danken, ten einde de Conpe niet noodeloos te beswaaren niet onge afgevraagt om„ den, die tot securiteit van vreemd ongelden geimpendeert moeten worden, gearresteert de Kassembaraersche bediend onder mede deeling van Extract aen te schryven, om die krijgend ten eersten te ontslaan, ten ware zy reedenen ter contraire mogten hebben, waervan zij ons dan zullen moeten informeeren Aangaande de Franschen mede van Hoog Edelheedens goedkeuring zijnde, dat men met de Heer lan en de Raad te Ge dernegger het Cantel, dat in den Jaare den 26 c=tbr 1732 wegens de overgave deze wederzydsche deserteurs geslooten is, by provisie ver„ nieuwd had, met qualificatie om volgens hunne daartoe betoonde be¬ reedwilligheid hetzelve op dien voet te sluiten, als tusschen de twee Natien op kormandel plaats heeft, zo is gere„ solveert daartoe bij eene nadere gele„ genheid de nodige mesurer te beraamen. Laastelijk is onder afgave van Extract beslooten den tramkugendig, e en den E Hoofd Admi„ nistrateur te laaten dienen van een beraisonneert bericht, welke ongelden de Compagnie voor het hospitaal ten rechte konnen en moeten ten lasten gebrackt worden, also Haar Hoog Edelheeds verklaaren, de vertooning van de opperchirurgijn, dat wanneer de verstrenking zou moeten geschie„ den volgens onse resolutie van den 4e maart 1762, hy de eene maend door den anderen geslaegen 1732 in ken. afgeeven Laa den 95 Katta op het schrijve in Maart en april als en 23 koppen in het horpitaal zijn, ider maand ƒ410:— en in het jaar ƒ 4920 moet in„ schieten, en onze daarop genomene resolutie in dato den 13 mei 1763, om hem namelyk tot Haar Hoog Edelhee„ dens nadere dispositie ƒ6520:— voor 75 koppen en min en meer paora antwoord van kalm to toe te leggen, zonder nadere elcier, van den 19 der verwerg datie, niet over een te konnen bren, gen; derhalven dato Munis terie gelastende van dien aangaande een nader en g'extendeert bericht te suppediteeren, waarby duidelijk komt te blijven, wat lasten de Compagnie voor een zeeker getal koppen, die in het hospitaal legen gen te draegen heeft. Actum Hoegli in bengale datum ut supra /:getekent:/ G: L: Vernet. s. — - - - . F: A: Lina. Moire la font. J: M Rog. F: P: Humbert. O: W: Falck J: A: Dauius. Jacob Eilbracht pl. Secrts Werd na het verhandelen der pub liere besoignes by de gemeene Resolutie van heeden aengetekend door den Heer Directeur ter lecture geproduceert het op gisteren van Kalratta ontvangen antwoord op onze brief van den 19' passato, ge„ dagtezend den 29 ejardem, en bij resumtie van het zelve ontwaerd, dat betreffende de afioen handel, de Heeren Engelschen zig houden daar omtrent niet anders te weeten als dat de Nawab voorneemens zou zijn, om in dit stux van Negorie het welk direct onder de bestiering van de Regeering quam, eenige schikkingen te maaken, die strek„ Woensdag den 8' october 1766 smorgens, absent de Equipagemee ster Zuidland mits continueele in dispositie, en de Leeden Linner en Talck door occupatie Woensdag ken maend. sen 6 de Laal afgeev 96 ¶wondering over onse Eisch van salpeter. ken zouden tot verbeetering zijner inkomsten, en om derselver tijd voor tekomen, dat deze gewigtige koop„ manschap; niet op een schandelijke wijs door voorkoping opgekogt wierd, gelijk nog onlangs geschied was, en wae tegen door ons den Haar Edelens verhaalde klachten gedaan wa ren, en dat Haar Edelens bij dit aller eenlijk voegen konde hunne verzeekering, dat voor zo verre het van haar dependeert, onze Natie in het vervolg gelijk voorrecht zal ge„ nieten om dit artikel tot gelijke uitgebreidheid en dezelve prijzen in te koopen. Dat aengaende de salpeter het Haar Edelens verwonderden, dat wy niet te vreeden waren, met de quantiteit, welke ons voor dit Jalr was toegelegt, daar de billijkheid en reeden van hen gevordert hadde vranschen mede met een gedeelde van hunne benodigtheid te voorlij„ d: 8' octobr en dat alzo zulks noodzakelijk ver„ minderen moest de quantiteit, die de Engelsche Compe benodigde, Haar Edelens niet vinden konden, waer„ om de gansche te kortkoming hem alleen ten laste zou vallen, of waer om onze Comp niet ano rato daar indeelen zoude; zig voor het overige beroepende op de haare voorige brief gedaene toezegging van bij aldien Haar Edelens met het einde van het saisoen zig in staat bevonden ons zonder eige ongerief, nog iets by te konnen zetten, wij het aan ontvangen zouden. Over welk antwoord dan gespro„ ken en aengemerkt zijnde, dat daar in volkomen doorstraalt een misnoegen van die Heeren dat men zig wat orijmoedig heeft uitgelaaten over het ongelijk, dat ons nu sedert eenige tyd in het stux van negotie en speciaal nopens den salpeeter inzaam is aange„ en daan zul en 6 e ƒ de laal afgeeven
English
the 8th October. acted, contrary to the positive orders of their superiors, of which they remain ignorant or at least keep very quiet, namely neither to accept nor to debate them; that regarding the argument as if the opium trade were directly under the government, this was a point about which one could very conveniently profess ignorance, since until now one had always had the freedom to gather the goods from the Assamiers [buyers] or Pykers [middlemen], and whereby the Company, except in cases where obstacles were placed in its path by the rashness and excessive dealings of private English traders, had found it profitable, whereas now, however fair-seeming the promises of the English gentlemen may appear, one will continually find oneself embroiled in disputes in the future, either regarding the price or the quality of the goods, because the 8th October it remains indisputable that they will always, if not publicly then at least secretly, be given preference, and attempts will be made to fob us off with what they do not want; that concerning the saltpetre it is indeed true that it would be unreasonable if we did not participate in what was ceded of it to the French, but that one may reasonably presuppose to be true what the Patna servants maintain in this respect in their separate letter of the 10th of this month, namely that the quantity allocated to the French will be deducted from our share, and that consequently we, and not the English gentlemen, will come up short in the distribution, since the harvest of the English, according to the aforementioned Patna letter, was no less this year than that of the previous one; that likewise the 8th October it was already alleged in the secret resolution of the 16th of this month that the harvest for some time might turn out so meagerly that the nations trading in the proper manner could not extract as much saltpetre from it as happened in earlier days when everyone had been able to secure their requirements; that we consequently could stand just as firmly on our position as the English gentlemen, but since it is not apparent that they will let themselves be persuaded by any further remonstrances, however cogent they might be, to alter their plan in either the one or the other matter, and by writing back and forth one runs the risk of driving that nation more and more into harassment, and thus rather than bettering matters, only worsening them; it was deemed best upon the proposal of the Director, and in consequence thereof unanimously resolved, to let the matter take its course and wait to see what outcome the promises made will have; but as in answering the extract from the homeland of 4 October 1765 one will nevertheless have to explain the effect of the further orders of the Directors of the English Company to their ministers here in this country, especially regarding these two points of trade, it was simultaneously decided to make known to the Directors, that by the aforementioned secret resolution and the motives and considerations cited above, it may perhaps seem weighty enough to their Right Worshipful High Mightinesses to effect a firm arrangement between both Companies in Europe regarding the purchase of opium and saltpetre, just as was in practice in earlier days with saltpetre, when the division took place in such a manner that from every 100 maunds of saltpetre the 8th October 15 maunds would fall to the French, 42½ maunds to the English, and 42½ maunds to the Dutch, except at Mouw, where the English gentlemen would enjoy 1/3 and the Dutch two-thirds of the harvest, turning over 15 maunds from that to the French, as can be seen in the fifth article of a draft contract inserted into the general resolution of 26 May 1745, and approved and ratified by the decisions of 30 May and 5 June of the same year, of which contract it was further understood, upon the proposal of the Director, to send a copy to the Masters at the first opportunity, and also respectfully to inform their Right Worshipful High Mightinesses regarding the opium trade that, if it please their Right Worshipful High Mightinesses, it should be regulated in such a way that everyone retained the freedom to procure their needs wherever and however they saw fit, provided that care was taken not to drive up the price of those goods against one another. Done at Hooghly in Bengal, dated as above. Was signed: I: L: Vernet, M:r Isieux, F: M Ross, I=n P: Niembert, I: H: H Danius, Jacob Eelbrachtjes, Secretary. the 8th October Agrees, Jacob Eelbracht [illegible]
Dutch transcription
97 den 8' octobr. daan, in tegenstelling van de positive bevee„ len Haaren Superionea, waarvan zy zig igno rant of ten minsten zeer stil houden niet namelijk deselve nog te ancoveeren nog te debatteeren; dat wat betreft staan Edacqument, als of den afcoen han del direct stond onder de regeering, dit een point was, waar van men zeer gevoegelijk zig onkundig kan houden, dewijl men tot nu toe altoos de vriheid had gehad, die waare van de Assamier /:inkoopers:/ of Pykers /. de onkoorens in te zamelen, en waarby de Compag„ nie uitgezondert in gevallen, dat zij den voet is dwaargezet door onbesuist„ heid en overmatigheid in het negotiee„ ren van particuliere Engelsche traffiquanten, haare reekening had gevonden, daar men zig, hoe schoonschynend de beloften der Heer ren Engelschen tans ook voorkomt in het vervolg steeds gebrouilleert zal vinden, het zy in de prijs of over de deugd van het goed, want dat den 8e' octobr dit onweederspreekelijk blyft, dat men haar altoos, is het niet publiek ten minsten in het geheum de pre„ ferentie zal geven, en ons zoeken aftezetten, met het geen zij niet hebben willen; dat het omtrent de sal„ peeter wel waar is, dat het onreedelyk zou wesen, indien wij niet partici„ peerde in het geen de Franschen daer van werd afgestaan, waar dat men billijk vooronderstellen mag waar te wesen, het geen de Pattenasche bedienden ten dien opzichte bij haare aparte Letteren van den 10' deeser maand sustineeren, dat namelijk de aen de Franschen toegelegde quantiteit van onze portie gedetrakeert zal wezen, en dat dus wy en niet de Heeren Engelschen by de verdeeling te kort schieten, also den inzaam der Engelsche vol„ gens evengemelde Pattenasche brief, dit Jaar niet minder was, als die van het voorige; dat daar gelijx dit reets e Ca afgeeven 98 den 8' octobr reets ter secreete Resolutie van den 16e deser is geallegeert, dat de tij recolte zedert eenige tijd zo Lober uit kan uitvallen, dat de in behoor handel drijvende Natien niet zo veel salreete daaruit zoude kon„ ven trekken, als in vroeger da gen geschied is, wanneer een iege lijk zyn benodigheid had konnen mee sten worden, men gevolgelijk ook zo wel als de Heeren Engelschen stijf by ons stuk zouden konnen blijven, maar dat dewij het niet opparent is, dat zy door eenig verdere vertoogen hoe bondig die ook u gen wesen zig zo wel in het een als het andere van haar concept zullen laaten determineeren, en men met over en wederschrijven gevaer loopt, di Nutie meer en meer in het haraas te Jaagen, en dus de zaaken in steede van te verbeeteren, maar te vererge ren; zo werd op de propositie van den Heere Directeur best geoordeelt, en niets dien, met eenparigheid van Stemmer geresolveert, het geval op zijn beloop te laten en aftewagten, van wat succer de geda, ne beloften zullen wesen: dog also men bij de beantwoording van het Patriasch Extract van den 4 october 1765, zig tog zal dienen te verklaren over het effect der nadere beveelen van de Heeren Directeure van de Engelsche Compe aan Haare Mini„ sters hier te lande, speciaal omtrent deese twee poincten van Negotie, zo wierd tevens gearresteert, daarby aen de Heeren Majeres net een te kennen te geven, dat bij voormelde secreete Resolutie en hier voor aangehaelde motiven en conside„ ratien, Haar WelEdele Hoog Achtbare mogelyk gewigtig genoeg zullen voor„ komen, om wegens den inzaam van Afioen en salpeter in Europa eene vaste schikking tusschen beide de Compagnien te warken, zo als zulx in vroeger dagen volgens de salpee„ ter in trein geweest is, wanneer de verdeeling in dier voegen geschied de dat van de 100 maan salpeeten geresolveert 15 Maan e ƒ de Latl ven afge 99 2 d: 8 octobr 15 Maan aen de Heeren Franschen Engelscher en 42½ „ „ Nederlanders te beurt 42½ „ zou vallen, behalven te mouw, alwaar de Heeren Engelsche 1/3 en de neder„ landens twee derde van den inzaam zouden genieten, uits daarvan de 15 maar aan de Franschen uitkeeren de, gelijk dat te zien is by het vijfde ar„ tiael van een concept contract gein„ sereert ter gemeene resolutie van den 26 Mei 1745, en geapprobeert en gera„ tificeert bij de besluiten van den 30 Mei en 5 Juni deszelven Jaars, en van welk contract alverder op de pro„ positie van den Heer Directeur verstaen is, de Heeren en Meesters bij eerste gelegenheid copia toe te zenden, mits gaders Haar WelEdele Hoog Achtbare aangaende den afioen handel met respect te berichten, dat het niet believen van Haar welEdele Hoog„ Achtbaare zo gereguleert diende te won„ den, dat een ider vrijheid bleef behou„ „den daar en zo als heen dat goederagt, zyne benodigtheid op te doen; mits er zorg werd gedragen, dat men die waare niet tegen elxander in prijs quam op te saagen. Actum Hoegti in Bengale datum ut supra. /:was getekent:/ I: L: Vernet M:r Isicux. . . . . . . . . F: M Ross I=n P: Niembert. . . . . I: H: H Danius Iacob Eelbrachtjer Secret„s d: 8e octobr Accordeert Jcob Enbracht Darits den Coll J„ Ho G: frs Thott Ed heb zul en 6 h ng afgeeven haal n de H 16 He e de laa afgeeven
English
To the Right Honorable Lord Clive, Governor, and the Council at Calcutta. My Lord and Gentlemen! An entirely unexpected, and no less surprising piece of news has been communicated to us by our servants from Patna. They say that in Patna, on behalf of the Nawab, a native will be appointed to whom all the wholesale purchasers from the particular districts will have to deliver their opium, and from whom everyone seeking his required supply would then subsequently have to obtain it. An arrangement which makes us fear the worst consequences, and cannot but cause great disadvantage to our trade in particular, and to anyone who is not feared by the native, not to mention that the prices, set according to the pleasure of such a man or his adherents, could frequently rise to an enormous height, or could be altered according to the suggestions that might be made to him by others after they have secured their requirements; when we, being able to turn to no one but him, would be forced to accommodate him in the prices, however exorbitant, and even run the risk of receiving bad merchandise. Convinced of the influence of Your Lordship and Honors with the government of these lands, we take the liberty of addressing Your Lordship and Honors, very kindly requesting not only to thwart this harmful project of the Nawab, but also to devise such measures that we may proceed in that branch of trade freely and unmolested as we see fit, and that no one, whether European or native, of whatever nation he may be, shall be permitted to establish a monopoly of that juice, or to farm out any district of that product. We have also, during the deliberation over this considerable point of trade, directed our further thoughts to the declaration of Your Lordship and Honors in the missive of the first of this month, concerning our share for this year in the no less important article of saltpetre. The orders of our highly respected superiors, both in Europe and at Batavia, namely to procure a complete fulfillment of the demanded quantities, do not permit us to be content with that answer, but cause us to take the liberty to respectfully remind Your Lordship and Honors of the recommendations which were already given in the year 1762 by the Honorable Directors of the English East India Company, and, as our Masters have informed us, were renewed last year, to let us enjoy an equally free trade both in this and in the aforementioned point concerning opium; when one now adds to this the desire of the said Honorable Directors that our Company shall enjoy equal security and protection with that of the English; and the supposition of our Masters and superiors that, through the good harmony currently prevailing in matters of trade, we immediately enjoy equal privileges and prerogatives as Your Honors, it will surely be very contrary to the expectations of both our principals if Their Honors receive news that we not only have no prospect of profiting in a profitable manner from the free collection of saltpetre, but that we are even provided for so meagerly that not even two-thirds of the respective demands of our Company can be met: And however well-founded the objection of Your Lordship and Honors may appear at first sight, namely of also having had to provide the French with a quantity of saltpetre this season, it is nonetheless only too well known that the harvest in Bihar cannot turn out so poorly that our share would consist of only twenty thousand maunds, for from the above-cited convention and orders of both our superiors it clearly appears that their intention is not that we must be content with a third part, nevertheless well knowing that the proper means not to cause the price of that combustible material to rise is to have it collected for the common account by one of the European nations present here, as was indeed done in earlier times, we are very well pleased with how it is done at present, if Your Lordship and Honors would only please enable us better to fulfill the demands of our Company. We therefore expect from the friendship of Your Lordship and Honors that the same, in conformity with the esteemed intention of both our highly respected Masters and Principals, will make such an arrangement that the quantity already intended for us for this year may consequently be increased, so that we may be able to procure the quantity of 33400 maunds required of us as completely as possible, and that in the course of time such a proportionate share in this salt may be allocated to us as, in proportion to the true harvest and the demand of our Company, shall be found to be our rightful due; In the hope of a favorable answer both to this and to what was set down herebefore regarding the opium trade, we have the honor to be with the utmost respect, /:was signed:/ My Lord and Gentlemen /:lower:/ Your Lordship and Honors' very humble and obedient servants /:signed:/ J: L: Vernet. M:r Isinck. . . . . J: H: Zinnen: J: M: Ross. P: F: Humbert. O: W: Falck. J: H: Adamius /:in the margin:/ Hughli, 19 September 1766 Agrees J:s Hoff, Clerk
Dutch transcription
100 Gouverneur en den Raad te Kalkatta Mylord en Heerea! Aan den zeer Edelen Heer Lord Clive Een gantsch onverwagte, en niet min surpre„ nante tijding is ons van onse bediendens uit Patna bedeelt. zy zeggen, dat en te Patna van wegens de Nawab een inlander benoemt zal werden, aan wien alle de voorkopers uit de bijson„ dere districten hunne amfioen zouden hebben te leveren, en by wien dan vervol¬ gens een ijder, die zijn benodigtheid zogt, zou moeten ten offen komen. Een instelling die ons voor de slegtste ge„ volgen doet vreesen, en niet dan groot na„ deel kan toebrengen, aan onsen handel in 't bijzonder, en aan een ider, die bij den inlander niet gevreest is, om niet te zeggen, dat de prysen na de zinlykheid van zo een man, of zijn adheerenten geschikt, veel„ tijds tot een en orme hoogte zouden konnen komen te stijgeren, of verandert kunnen worden, na de ingevingen, die hem door anderen kunnen worden gedaan, na dat zij hunne benodigtheid weg hebben; wanneer wy bij niemand, als by hem, te regt kunnende raken, genootsaakt zouden zijn; hem in de prijsen, hoe exorbitant te wille 7 4 he Ed er zull en 6 sez er h 9 afgeeve laa de en te 101 te zijn, en zelfs gevaar lopen, het slegh goed te krijgen. Overtuigd van het vermogen van U Lon schap en Edeles by de regeering dezer lan den, nemen wy de vrijheid ons aan de Lordschap en Edeles te adresseeren zeer vriendelijk verzoekende, van niet alleen dit schadelijk project des Nawabste ver ijdelen, maar ook zodanige mesures te be„ raamen, dat wy in dien tak van den han„ del, vrij en ongemolesteert naar goeddun„ ken mogen te werk gaan, en dat niemand t zij Europees of inlander, van wat natie hij ook magt zijn, toegelaten werde, een monopolu van dat sap te doen, of eenig district van dat product te verpagten. Ook hebben wij, onder de deliberatie over dit aanzienlijk poinct van Negotie onse gedagten nader laten gaan op de verkla ring van Ue Lordschap en Edeles bij mis„ sive van primo deeser, aangaande ons aandeel voor dit Jaar in het niet min importante artikel van salpeeter. De beveelen van onse hooggeerde superi oren, zo in Europa als te Batavia, van namentlijk een compleete voldoening der g'eischte quantiteiten te besorgen laaten niet toe, ons met dat antwoord te vergenoegen, maar doet ons ele vry heid neemen u Lordschap en Edeles met eerbied te herinneren, de recommen datien, die en reeds in Ao 1762 door de Eden le Heeren Bewindhebberen van de Engelsche oost Indische Compagnie gegeven, en zo als onse Heeren Gebieders ons onderrigt hebben voorleden Jaar vernieuwt zijn, van ons zo in dit als het voormelde poinct raakende de opium, een gelijke vryen handel te doen genieten; Alsmen nu hier bij voegt de begeerte van welmel„ de Heeren Bewindhebberen, dat erre Compagnie met die den Engelschen gelijke veiligheid en bescherming zal genieten; en de verbeelding onser Heeren superieuren dat wy door de thans subsisterende goede harmong, in het stuk van Negotie, dade„ lyk jouisseeren, van gelijke voorrechten en praerogativen, als uwel Edelens, zal het immers zeer tegen de verwachting onser bei„ de principalen uitkomen, zo haar Edelens tijding krijgen, dat wy niet alleen geen vooruitzicht hebben, om op een profita„ bele wijs van den vrijen inzaam van sal„ peeter te profiteeren, maar dat wij zelfs zo gereecq voorzien worden, dat op geen twee derde part de respective Eisschen onser Com„ pagnie konnen voldaan worden: En hoe ge„ grondde tegenwerping van U Londschapen Edeles van namentlijk in dit saisoen de Franschen mede met een quantiteit salpe„ ter te hebben moeten voorzien, ook in den eersten opslag voorkomt, zo is het egter al te wel bekend, dat de recolte in Behaar so sober niet vallen kan, dat ons aandeel slegts in twintig duizend er zul en bsez erl hr afgeeven laa den en 102 duizend Maars zouden bestaan, want uit de hier boven aangehaalde conventie en ondrer van onse beide superieren blijkt het duidelijk, dat haer mening niet en is, dat wij ons met een derde ver„ tie moeten vergenoegen, nogtans wel weetende dat het regte middel, om die brandstoffe in paijs niet te doen steigeren, is, van die door een der alhier zynde Europeese Natien voor gemeene reekening zo als het in vroeger tiden wel geschied is, te laten insamelen zijn wizeer vergenoegt, zo als het thans geschiet zo uw Loodschap en Edelens ons maar gelie„ ven beter in staat te stellen de Eisschen van onse Compagnie te kunnen voldoen. wij verwagten dan van U Lordschap en Edelens vriendschap, dat dezelve conform de g'eerde intentie onser beide hoog gerespec„ teerde Heeren Principalen, zodanig een schik king zullen maken, dat de ons reeds toege„ dagte quantiteit voor dit Jaar in dienvol„ gen vermeerdert worde, dat wy in staat mogen raken, de van ons gevorderde quaa„ titeit van 33400 maan ruim zo Compleet doenlijk te berorgen, en dat ons in vervolg van tijd zo een geproportioneerde aan„ deel in dit zilf worde toegedagt, als na ma„ te van den waaren insaam, en den Eisch onser Compagnie bevonden zal worden, ons ge„ rechtelijk te competeeren; In hope van een favorabele antwoord zo op dit als het hier voor ten nedergestelde nopens den Amfioen handel, hebben wijde eene met de volmaakte eerbied te zijn /:onderstond:) Mylord en Heeren /:lager:/ Uw Eerdschaps en Edeler zeer nederige en gehoorzame dienaeren /:getekent:/ I: L: Vernet. M:r Isinck. . . . . I: H: zinnen: I: M: Ross. P: F: Humbert. O: W: Falik I: H: Adamius /:ter zijde:/ Hoegeiden 19 Sept=b Accordeert J:s Hoff W:kE l: Clercq eere 1766 Indie v7 23 12 ke rde n Ingaan, a afgeeven hrif erli ser en zullen er Ede heb n ens Indie Ed zullen 6serv erlijk hrif Ingaan, afgeeve n erde n
English
No 4. To the Noble Lord George Louis Vernet Director and the Council at Chinsura. Gentlemen We have received Your Honor's letter dated the 19th of this month. The opium trade comes first under the administration of the government, and all that has come to our knowledge on that subject up to now is that the Nuwab intends to make some arrangements that will serve to improve his revenues, and at the same time to prevent this important merchandise from being bought up in the most scandalous manner through fore- stalling, as happened recently, and against which Your Honors yourselves made such repeated complaints to this assembly; we can only add hereto our assurances that, so far as it depends on us, your Nation shall in future enjoy the privilege of purchasing this article to the same extent and at the same prices as we ourselves; more, we think, cannot with reason be expected. That Your Honors are not satisfied with the quantity of saltpetre that we were able to allocate to Your Honors this year both grieves and surprises us; out of the entire quantity of saltpetre that we have on hand, both equity and reason required of us to supply the French with a portion of their needs. [illegible] supply. This must necessarily reduce the quantity that our Company requires, and we truly cannot find why the entire shortfall should fall upon us, or why the Dutch Company should not share in it proportionally. We can only add hereto that we stated in a previous letter that if at the end of the season we can give Your Honors a further quantity without placing ourselves in great embarrassment, Your Honors can be assured of receiving the same. We are, underneath stood: Gentlemen, lower down: Your Honors' very obedient and humble servants, was signed: Clive, W. D. Sun- ner, John Carnac, A. Verelst, Rand Marriott, A. Watts, Claud Russell, W. Aldersey, Thos Kelsall, Charles Floyer, in the margin: Fort William the 29th of September 1766, below: for the translation, signed: Greg. Henklots. Agrees, J. H. E. Clercq [illegible] No. 5. 104 Amsterdam To the Noble and Mighty Lords Directors on behalf of the General Dutch East India Company there. The ships the Oranjezaal for Amsterdam and the Jonge Samuel for Zeeland. Noble and Mighty Lords! We have had the honor to receive Your Noble and Mighty Lordships' respected letter of the 20th of November of the past year, serving to communicate the findings [illegible] findings of the return cargoes per the ship Vrou- we Cornelia Hillegonda for the South Holland Chambers, sent from here previously in January, and a notice that the same regarding that of Straa- len, dispatched for the Northern Quarter, was still to follow. As the response thereto has been included in our respectful letter now going to the Assembly of the Seventeen, we take the liberty to refer thereto; and shall with this report to Your Noble and Mighty Lordships on such matters as are ordinarily handled separately in the Chamber letters upon the dispatch of the return ships. The ship the Oranjezaal, dispatched directly hither, having completed the journey, after deduction of the lay days, in less than six months, the authorities granted it, as appears from the annexed extract from our resolution of the 14th of the past month, the appropriate bonus of 900 guilders, as also appears from that resolution that the consumption account, likewise annexed hereto, having been examined and nothing improper having been observed therein, was approved and at the same time ordered that the remaining nine Mexican dollars be counted back into the Company's treasury by the captain and the leftover provisions be handed over here in the dispensary; as well as to supply again the clothing for the seafarers of that vessel as repatriates. Concerning the delivered cargo of that vessel, no extraordinary disposition was made, as another extract [illegible]
Dutch transcription
No 4. Aan den Edelen Heer George Louis Vernet Directeur en de Raad te Chinsura. Myn Heeren wy hebben ontfangen uwEdelens brief gedagtekend den 19 deser De aucfioen handel komt ten eersten onder de bestiering van de regeering, en aller wat tot nog toe, van dat onderwerp, ons ter kennisse is gekomen, is, dat de Nuwab voorneemens is eenige schikkingen te maken, die strekken sullen tot verbetering zijner inkomsten, en om terselven tijd voor te komen, dat deese gewigtige koopmanschap niet op de schandelykste wijze, door voorko„ piceij worde opgekogt, gelijk zul laast geschied is, en waartegens UEd zelve, zulke herhael„ de klagten; aen deese vergadering gedaan hebben; wy kunnen hierby alleen onze versekeringen voegen, dat so verre zulks van ons afhangd, uwe Natie in 't vervolg het voorrecht zal genieten, om dit artikel tot gelyke uitgebreidheid, en dezelfde prijzen als wy zelve te kopen, meerder denken wy kan met reden niet verwagt worden. Dat uw Edelens niet te vreeden zijn, met de quantiteit salpeter, die wy in staat zijn geweest, UEdelens dit Jaar toeteleggen beide heft en verwondert ons, van de geheele quantiteit der salpeter, die wy aan handen hebben, beide billijkheid en reeden vor„ derden van ons de franschen met een gedeelte van hunne benodigtheid te voorsien - 6 103 H ns n2 Indie 107 heb „ Ede er zull sen be erl hri Ingaan, Laa afgeeven en den nt e 12 voorsien. Dit moet noodzakelijk vermin deren de quantiteit, die onse Comp beuo„ digt is, en wy kunnen, waarlijk niet vinde waerom de gansche te kortschieting op ons soude vallen, of waarom de hollandsch Comps niet na rato daarin zoude deelen wy kunnen hier alleen by voegen, dat wy in een voorige brief verklaerden, dat indien wij op het einde van het saisoen UEdelens een nadere quantiteit kunnen geven, zonder ons zelve in groote verlegentheid te brengen, UEdelens kunnen verseekert zyn het selve te sullen ontfangen. wijzyn /:onderstond:/ Myn Heeren /:lager:/ Uw Edelens zeer gehoorzame en onderda nige die naeren /:was getekend:/ Cleve. W: D: Sun ner, Joha Carnar, A: Verelst. Raud Marriott A. Watt:s Claud Russell. W: Alderseg. Thos Kelsall Charles Floijer /:te zijde:/ Fort William den 29 September 1766 /:daeronder/ voor het translaat /:get:/ Greg Henklots: Accordeert J„r Ho H„: El: Clercq Heer La van e. N re. an gens ra ndie er hebben Edel er zullen en bez hrif Ingaan, la afgeeven en rde ken 23 184 No. 5. 104 Amsterdam Aan de Edele Groot Achtbaare Heeren Bewindhebberen weegens de Generaale Nederlandsche oost: Indische Compagnie aldaar de scheepen de oranjezaal voor Amsterdam en de Jonge Samuel Edele Groot Achtbaare Heeren! Sij hebben de eere gehad te ontvan¬ „gen uw Edele Groot Achtbaare gerespecteer„ „de Missive van den 20„e 9ber: A„o passato, dienende tot Communicatie van de bevinding voor Zeeland hebb Ed er zul len hri nga afgeeven nlaa en rde e 23 wij Indie ns 105 bevinding der Retoeren per het schip vra „we Cornelia Hillegonda voor de Zuid „hollandsche Kameren, in Januarij bevoo„ „rens van hier verzonden en eene adver tentie, dat zulx omtrend die van Atraa „len, voor het Noorder quartier afge¬ „vaardigt, nog stond te volgen. Dies beantwoording bij onze thans aan de vergadering van zeventienen afgaande, eerbiedige Letteren, gevolg geno„ men hebbende, neemen we de vrijheid ons daar aan te refereeren; en zullen bij deeze uwEdele Groot Achtbaare verslag doen, van zodanige zaaken, als bij de depeche der Retoerscheepen, ordinair in de kamerbriefjes apart worden verhan¬ „delt. Het direct herwaards gedepecheerde schip de oranjezaal, na aftrek der legdagen de reize, in minder, als zes maanden volbracht hebbende, zijnde over¬ „heeden, daar voor, blijkens het hier ne„ „vens leggende Extract uit onze Resolutie van den 14„e passato, toegelegt de daar toe„ „staande premie van ƒ 900:-:-: zo als ook bij dat besluit blijkt, dat de meede hier bij gevoegde Consumtie reekening nage¬ „zien en daar bij niets onbehoorlijks ontwaard zijnde, gepasseerd en teevens g'arresteert is, om de overgeschooten neegen stux Mevecanen, door den schip„ „per weeder in 's Comp=s Cassa te laaten tellen en de overgehouden provisie al¬ „hier in de Dispens te laaten afgeeven; mitsgaders de plunije voor de zeevaa„ „rende van dien Bodem, als repatriee¬ „rende, weederom te verstrekken. Omtrend de uitgeleeverde Lading van dien Bodem, is geene extraordinaire dispositie gevallen, zo als een ander maanden Extract n Indie vij e de en nhaa afgeeven Inga hrif
English
106 Extract of our Resolution of the 24th of October, in which the findings are incorporated, shows in further detail. The High Indian Government having ordered in its honored letters of the 14th of June and 11th of July of this year to let the ship Welgelegen, or the Oranjezaal, repatriate for the Chamber of Amsterdam, we decided on the 3rd of the past month to prepare the last-mentioned vessel by the ordinary time, because Welgelegen, which was sent hither via Ceylon and only appeared on the 26th of September, having missed the just-mentioned island entirely, could not be unloaded and repaired of its defects so quickly that one could employ the same for the voyage home. From this vessel, pursuant to the just-mentioned decision, were transshipped into the Oranjezaal the 100,000 lb. of pepper and 25,000 lb. of sappanwood which were loaded into it at Batavia, item all the provisions that were supplied to this ship there for the voyage home, just as the secret signal letters for the Cape and other instructive papers, which had been received from the main settlement here for those of Welgelegen, have also been handed over to the officers. The defects found on the Oranjezaal have been properly remedied pursuant to our decision of the 8th of the aforesaid month of October, which also accompanies this in extract, as the declaration of the officers, likewise to be found among the enclosures, shows; while upon the petition submitted by the skipper Fredrik Kelger some necessities for the voyage home [illegible] 107 which, as they were not at hand in the stock of equipment goods here, and among others were also supplied: 2 pieces heavy anchors and, instead of what was lost according to the preceding copy of the declaration, 1 heavy cable 1 messenger 1 main tie 1 main topmast hoisting rope 1 pair main tacks 1 pair foresheet tacks (with the requisitioned suit of sails from the ship Welgelegen transshipped into this vessel) 1 pair foresheets and 1 pair main topsail sheets; the extract of the resolution regarding one and the other taken on the 31st of the past month being attached hereto, and all the already cited enclosures being further augmented with the copies of the deeds of persons on this ship who were improved in rank or taken into the Company's service. However deficiently the delivery of linens proceeds, we hope that it will nevertheless make so much progress that in January next we will be able to let the ships Vreedesteijn for Delft and Rotterdam and the Jongevrouwe Cornelia Jacoba for Hoorn and Enkhuizen follow with a reasonable cargo; but to dispatch a fifth ship in addition, as their High Excellencies would have liked to see, for which purpose they had sent IJsselmonde hither with some change in consignment, is absolutely impossible, and it will truly be a great gain if four ships may repatriate and we do not fall into the necessity of sending Vreedesteijn back to Batavia in the opposite case, pursuant to their High Excellencies' instructions; the vessels now departing carrying each about 8½ hundred, which we have brought it to with very great effort. [illegible] 108 It having been shown by the Bookkeeper and Third Person of Patna Ludolff Hoevenaar, by petition and an attestation from the chief surgeon of this Direction submitted therewith, that since the year 1759 he had not only been subject to an ailment in the bend of the knee of his left leg, incurable in this country, but also to a dimness in sight, and was likewise visited from time to time by an attack of stroke, so that the said surgeon had advised him, because of the slight prospect of recovery in these lands and to prevent a new attack in the nervous system, to leave this hot climate, which is very dangerous for such ailments, as soon as possible, we have, upon his request, permitted him to repatriate directly from here on one of the first departing ships, and that with retention of rank and wages, item with the permitted baggage according to the regulations, in consideration of the fact that he has served his contract as bookkeeper nearly three times over; now sailing over with the bearer of this. In our humble letter of the 6th of November 1763, we had the honor to submit to your Honorable Great Worships that we had permitted the Bookkeeper Johan Christiaan Burchardt of Kargaw (standing known in the books as Jacob Enninger of Hanau) to bequeath four months of his earned monthly wages per year to his mother [illegible]
Dutch transcription
106 Extract onzer Resolutie van den 24„e Ober waar bij de bevinding is ingelijft, breeder komt aan te wijzen. De Hooge Indische Regeering bij haare g'eerde Letteren van den 14e: Junij en 11e: Ju deezes Iaars bevoolen hebbende, het schip welgeleegen, of de oranjezaal voor de kamer Amsterdam te laaten repatriee¬ „ren, hebben wij op den 3„e der voorleeden maand beslooten, laastgemelde Bodem¬ teegen de ordinaire tijd aan te leggen, alzo welgeleegen die over ceilon herwaards gezonden, en den 26„e 7ber: eerst op gedaagt, dog het evengemelde Eiland geheel misge„ „zeild was, niet zo spoedig ontlost en van zijne gebreeken hersteld zon worden, dat men dezelve tot de thuisreize emploije „ren zonde. uit dezen Bodem, zijn ingevolge het evengemelde besluit in de oranjezaal overgescheept, de 100000 lb. Peeper en 25000 lb sappanhout, welke te Batavia daar in gelaaden, item alle de provisien, die voor de thuisreize aldaar, aan dit schip ver„ „strekt zijn, gelijk men ook aan de overheeden heeft ter hand gesteld de secree„ „te sein brieven voor de zaap en andere Instructive Papieren, welke voor die van welgeleegen, van de Hoofdplaats alhier ontvangen waren. De aan de oranjezaal bevondene gebreeken, zijn ingevolge ons besluit van den 8:e der voormelde maand october, deze meede in Extract accompagneerende, be„ hoorlijk verholpen, zo als de onder de Bijlaagen, meede te vindene verklaa„ „ring van de officieren aantoond: ter „wijl op het ingediende Recquest van den schipper Fredrik Kelger eenige benodigtheeden voor de thuisreize Cover en ver an Indie wij hebb e2 zl „sen 6e er hrif ng afgeev haal en rde 107 weke als in den voor rad van Equipage Goeieren alhier niet aan handen zijnde, en onder andere ook verstert zijn 2 p s zwaare Ankers en in steede an het geene vol„ gens de oorgaande Copia vor„ 1 „ zwaar Souw. . . s klaaringenvelooren is geraakt 1„ Cabelaaring 1 „ groote Draijreep. . . 1„ groote stenge windreep 1 paar groote halzen- . . (met het gepetitioneer„ 1 _. o fokke halzen. . . . . . „de stel zeilen uit het schip welgeleegen 1 „ fokke schooten en. . . in dezen Bodem zijn overgescheept. 1 „ groot Marszijlschooten: wordende het Extract uit de ot het een en ander genoomen Resolutie van den 31„e der voorleeden maand hier neevens gevoegt, en alle de reets aangehaalde Bijlaagen nog vermeerdert, met de Copijen der Ac„ „tens van Persoonen die op dit schip in qualiteit verbeeterd, of in 's Comps dienst aangenoomen zijn. Hoe gebrekkig het ook met de Leveran„ „tie van Lijnwaaten toegaat, 'oopen we dat dezelve echter zo veel schot zal nee„ „men, dat wij in Ianuarij aanstaande, de scheepen vreedestijn voor Delft en Rotterdam en de Longvrouwe Cornelia Jacoba voor Hoorn en Enkhuizen, met een reedelijk cargasoen zullen konnen laaten volgen; maar om nog een vijfde schip afte vaardigen, zo als Haar Hoog Edelens gaarne gezien en daar toe ijsselmonde met eenige veran¬ „dering in de Consignatie, herwaards ge„ „zonden hadden, is absolut onmogelijk, en het zal waarlijk al veel gewonnen weezen, indien 'er vier scheepen reparri„ „eeren mogen en wij niet in de nood„ „zakelijkheid geraaken, om vreedesteijn, volgens Haar Hoog Edelens aanschrijven in een Contrarie geval naar Batavia te rug te zenden; vervoerende de thans vertrekkende Bodems ider b: 8½ hon, waar dat op heb ter zul sen 6 er hrif Ingaan, laat afgeeven en de e 108 op wij het met zeer veel moeite gebracht hebben. Door den Boekhouder en Derde Persoon van Pattena Ludolff Hoevenaar, bij Re„ „queste en een daar bij overgelegde Attestatie van den opperchirurgijn deezer Directie vertoond zijnde, dat hij zeedert den Iaare 1759, niet alleen aan een, hier te Lande onherstelbaar ongemak in de Kniebuij„ ging van zijn Linkerbeen, maar ook aan een verduistering in het gezigt onder„ „heevig, en teevens nu en dan bezogt was geworden, door een Acces van beroerte, zo, dat gemelde Chirurgijn hem geraaden had van uithoofde der wijnige appa„ rentie van herstelling in deeze Landen en ter voorkoming van een nieuw toe„ „val in het zenuw gestel, hoe eer hoe liever dit heete en voor zulke ongemak„ „zen zeer dangereus Climaat, te verlaaten, hebben wij aan denzelve, op zijn verzoek toegestaan, om van hier met een der eerst vertrekkende scheepen direct te repatrieeren, en dat behoudens quali¬ „teit en Gage, item met de gepermit„ „teerde Bagage volgens Reglement uit Consideratie, dat hij zijn verband als Boekhouder, ten naasten bij driemaal uitgedient heeft. vaarende thans met Brenger deezes over. Bij ons onderdaanig schrijven van den 6„e 9ber 1763. hebben wij de eere gehad uw Edele Groot Achtbaare voor te draa¬ „gen, dat wij aan den Boekhouder Iohan Christiaan Burchardt van Karga /:bij de boeken bekend staande, als Jacob Enninger van Hanau: (had¬ „den toegestaan, vier maanden zijner winnende maand gelden in het Iaar te mogen vermaaken aan zijn hebben Moeder H Indie e de en laas afgeev n hrif
English
Mother Anna Catharina Hilleman, housewife of George Christoph Burchardt, Lutheran schoolmaster near Kronweiszenburg in the Alsace, and that such had been duly made known in the then transmitted original answered memorandum of granted monthly vouchers etc.; likewise that his request for a change or a proper declaration of his name in the pay books was to be noted in the first pay memorandum to depart for Batavia, in order to be presented, with the pleasure of the High Indian Government, on the Roll of authorization. Since, or on the 11th of September of this year, that man has again addressed us and shown that, notwithstanding that he had been granted the aforesaid favor, and he had now for three consecutive years left four months of his wages with the Company, his mother had nevertheless still remained deprived thereof, and no license had arrived for the change of his name either; wherefore he has once again requested of us a favorable recommendation regarding both matters, and at the same time that the payment of the aforesaid four months' wages to his aforementioned mother Anna Catharina Hilleman, housewife of the aforementioned Lutheran schoolmaster George Christoph Burchardt, currently residing at Barbelroode in the Zweibrucken territory, might take effect and commence as of the 7th of October 1763, when the aforementioned monthly voucher was granted to him and that amount, or f 120:-:- per year, was deducted from his pay account. We therefore take the liberty to request Your Right Honorable's favorable reflection thereon, since the petitioner, being a zealous and industrious man, well deserves to be assisted in his good intentions and to be granted the favor of a proper declaration of his name. We also deem it our duty to communicate to Your Right Honorable that, upon the request made to us by petition from various deck officers of all the return ships, both for themselves and for those who were on board, since no colored cottons were to be had from the Company, to permit them to procure their necessities elsewhere, as they would otherwise to their considerable detriment have to take their money with them and depart with empty chests; however, we have ordered therewith that they must not include any sichtermans sayen or sirlik among the colored cottons, and instructed the Commissioned Branders to reflect upon this when branding the chests; as the accompanying extract of our resolution of the 24th of the past month demonstrates in further detail. Furthermore, the cargo of the ship the Oranjezaal consists of the following:
Dutch transcription
109 Moeder Anna Catharina Hilleman, huisvrouw van George Christoph Bur„ „chardt Lutersche schoolmeester bij kroon weissenburg in de Elsas, en dat zulks bij de toenmaals overgezonden origi¬ „neele beantwoorde Memorie van ver„ „leende maand Cedullen etc=a behoorlijk was bekend gesteld; zo ook dat zijn verzoek tot verandering of een regt bekend stelling van zijn naam bij de soldijboeken, bij de eerst aftegaane soldij Memorie naar Batavia stond genoteerd te worden, ten einde met be „lieven van de Hooge Indische Regee„ „ring op de Rolle van authorisatie te worden voorgedragen. zeedert ofte op den 11„e September dee„ „zes Iaars, heeft zig dien man wederom aan ons geaddresseerd en vertoond, dat niet teegenstaande men hem de voorsz: gunst beweezen, en hij nu drie Jaaren agter een vier maanden zijner Gage bij de Compagnie had laa¬ „ten staan, zijn moeder egter voor als nog daar van verstooken geblee¬ ven en tot het veranderen van zijn naam meede geen Licentie gekomen was; zulx hij andermaal bij ons om favorabel voorschrijven, omtrend het een en ander heeft verzocht, en met een dat de uitkeering der voorsz: vier maanden Gage aan voorm:e zijn Moeder Anna Cathari, „na Hilleman, huisvrouw van den thans te Barbelroode in het Zwijbrugsche woonende Lutersche schoolmeester George Christoph Burchardt voornoemd mogte gevolg neemen, en ingaan zeedert den 7„e 8ber: 1763. dat de voormelde de maand Hee a ent Indie er z en hrif ng afgeeven laa en de e 140 maand Cedul aan hem verleend en hem dat bedraagen ofte ƒ 120:-:-: in het Iaar, op zijn soldij reekening afgekort is. Wi neemen overzulx de vrijheid uwer Edele Groot Achtbaare goedgun„ „stige reflevie daar op te verzoeken, de„ „wijl de suppliant, als een ieverig en werkzaam man, wel meriteert in zijn goede oogmerken te hulp gekomen en de gunst tot een regte bekend stelling van zijn naam, beweezen te worden. Nog achten wij het van onze pliek uw Edele Groot Achtbaare te Communi„ „ceeren, dat wij op het aan ons bij Re„ „quest gedaan verzoek, van diverse Ders officieren, van alle de Retoersche „pen, zo voor zig zelve, als voor de geene welke zig aan boord bevonden om, vermits 'er geen bontgoed bij de Compagnie te krijgen was, hun te permitteeren haare benoodigtheid elders op te doen, dewijl zij anders tot hunne merkelijke schaade haar geld zouden moeten meede neemen en met ledige kisten vertrekken; dog wij hebben daar bij gelast, dat zij onder het bont Goed geen sichter „mans saijen of Sirlik begrijpen mog¬ ten, en de Gecommitteerde Bran„ ders, geordonneerd, daar op bij het branden der kisten te reflecteeren; zo als het neevens leggende Extract onzer Resolutie van den 24„e der Iongstverweeken maand, breeder komt aan te toonen. Voorts bestaat de Laading van het schip de oranjezaal in het volgende: de Houglijse Heer den lae afgeeven n