VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3184

Surat · 492 pages · 273 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3184_0048 view scan ↗

English

Register of all such letters and papers as have been recorded herein and successively received from mid-10 October until the last day of December 1766 from Sumatra's West Coast Page Letter from the Commander and Council as above dated 15 August 11. Account concerning the state of Moara Tanjong by S. Boudewijnsz dated 23 August 40. Letter from Commander Van Staveren and Council dated 1 October 1. Ditto from the Poulo Chinco servants, dated 14 October 10. Batavia From Sumatra's West Coast, 13 October 1766. To His Right Excellency, The Right Honorable, Highly Esteemed and Far-Commanding Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General, Together with The Honorable Councillors, Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord and Honorable Lords. Humbly referring to our last of 15 August, which accompanies this in a separately sealed and addressed box, we hereby take the liberty to impart to Your Excellencies in all due respect the reasons why the bearer of this has had to be detained so long on this coast, and further everything that has occurred since the closing of the aforementioned letter. Batavia To His Right Excellency, The Right Honorable, Highly Esteemed and Far-Commanding Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General, Together with The Honorable Councillors, Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord and Honorable Lords. Humbly referring to our last of 15 August, which accompanies this in a separately sealed and addressed box, we hereby take the liberty to impart to Your Excellencies in all due respect the reasons why the bearer of this has had to be detained so long on this coast, and further everything that has occurred since the closing of the aforementioned letter. From Sumatra's West Coast, 13 October 1766. From Sumatra's West Coast, 13 October 1766. From Sumatra's West Coast, 13 October Anno 1766. Of which we initially have the honor to report, regarding the article of ships and vessels, that in conformity with what was imparted to Your Excellencies in the abovementioned letter, the sloop De Ida Wilhelmina, having been unloaded, was sent to Passamang, and we instructed the Commissioner Boudewijnsz, whenever it could be done with peace of mind, to send back to us in its place the bark De Mossel, in order to be able to grant it its dispatch to Batavia; but that the Commissioner, having found some difficulty herein, detained the said bark for some time longer, which subsequently was found not to be unserviceable, as Your Excellencies will ascertain from the following native reports. The affairs of Passaman were, at the closing of our last letter, in those tranquil circumstances which we had the honor to impart to Your Excellencies, and were further confirmed on the date of 20 August upon the return of the sloop De Haazewind; so that we could not in the least imagine such a disadvantageous change as the same subsequently had to undergo, and which was revealed to our regret, first by a brief note from the Commandant at Priaman, and afterwards by the detailed account of the Commissioner Boudewijnsz from the post Moara Tanjong dated 23 August, of which we have taken the liberty to send Your Excellencies a copy herewith, with the humble request to be allowed to refer to it for brevity's sake. Shortly thereafter, or on the 26th following, we received via the aforementioned letter not only the confirmation of that unpleasant incident, but also the news of the bad condition in which the Commissioner Boudewijnsz had returned with our men to Moara Tanjong; which we nevertheless regarded as a great stroke of luck, the more so because we thereby remained able to keep all the coastal peoples within the bounds of their duties, as we then also have the honor to impart to Your Excellencies that at present everything in that vicinity is in a tolerable state of tranquility. In which one succeeded so well that the said Ensign departed closer thither the following day to bring our people all possible assistance, while we at the same time thought fit to reinforce the post Priaman with 25 native citizens, which has also been accomplished. Upon the first news which we received on the date of 23 August of the treason mentioned in the said account by the new allies of Siboulouang and Cotta Baro, we immediately resolved to suspend for the time being the departure of the bark De Mossel, and to excuse the sloop De Goudvink, which had been destined for Baros on that same date, from its voyage, and to assign it to Passamang for the conveyance of the Ensign Leekman with as much relief and provisions as could be gathered in all haste.

Dutch transcription

Register van alle zodanige Brieven en papieren als in deezen ingeschreeven en succes¬ sive sedert med i0 8ber: tot Ultimo December 1766 Ontfangen zijn van Sumatra's Westkust Pag: Missive van de Commandeur en raadaan als voorend d:' 15 aug„s„ 11. relaas wegens den toestand van Moara Tanjong door s Boude =wijnsz: ged:t 23. augustus _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - „ 40 Missive van den Commanderr van Staveren en raerd' d: 1 ctober, 1 d:o van de poulo Chinco bediendens, ged: 14 8ber - - - - - - „ 10 ƒ Batavia Van Sumatras westkust den 13 october 1766. , Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren en Wijdgebiedende Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal Beneevens De Wel Edele Heeren Raaden Hoog Edele, Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heere en Wel Edele Heeren Ons nedrigst gedraagende, aan onsen Laasten van den 15 augustus, welke deesen in een apart verzeguld en beschreeven Reedenen waarom de kasje verseldl; zoo koomen wij hier meede de Vrijheijd te gebruijken houden. — UW Hoog Edelheedens in alle verschuldigste Eerbied te bedeelen, de reedenen we arom den brenger deesen, dislange op dese Eust, heeft moeten worden opgehouden, en voorts al het geene 't zee„ „dert het sluijten van opgemelde brieffis voorgevallen, ingevolge Mosselduslange is aange„ Van Luriek Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren en Wijdgebiedende Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal Beneevens De Wel Edele Heeren Raaden Hoog Edele, Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heere en Wel Edele Heeren Ons nedrigst gedraagende, aan onsen Laasten vanden 15 augustus, welke deesen in een apart verzeguld en beschreeven Reedenen waarom de kasje verseldt; zoo koomen wij hier meede de vrijheijd te gebruijken houden. — UW Hoog Edelheedens in alle verschuldigste Eerbied te bedeelen, de reedenen waarom den brenger deesen, duslange op dese Eust, heeft moeten worden opgehouden, en voorts al het geene 't zee„ „dert het sluijten van opgemelde brifis voorgevallen, ingevolge Mosselduslange is aange„ Van Sumatras westkust den 13 october 1766., Van iek Van Sumatras West Cust den 13 October 1766. — Van Sumatras westkust den 13 8ber A=o 1766 Bij't sluijten van de laaste Zig aldaar in een trancqule omstandigheijt. zoo dat men als dor op nie„ van daar niet beduijt was dog tegenswoordig bevind het zig aldaar alles in een tamalijke Rust. als doe aldaar in een Sieg. en Verdere Verrigting dien aangaande ende Goudvink na Passa„ Van het welke wij aanwingelijk deere hebben te melden, omtrent 'tarticul van scheepen en Vaartuijgen Dat wij Conform het aan Uw Hoog Edelheedens bedeelde, bij dor oden anden Pap bovengem: brieff de Chialoup de Jda wilhelmina ontlost zijnde Samang snictendienstig na Passamang gezonden en den Commissiand Boudewijnsz: hebben aanbevoolen, wanneer het met gerustheijd geschiede konde, ons in diesplaats de Barcq de Mossel te rug te zenden, ten eijnde om den„ zelven zijne depeche na batavia te kunnen verleenen; dog dat den Commissiant hier inne eenige swaarigheijd gevonden hebben, gemelde Bark nog eenige tijd heeft aangehouden, het welke in 't vervolg niet ondienstig gevonden is gelijk Uw Hoog Edelheedens uijt het navolgende van de Jnlandse berigten sal Consteeren. — De zaaken van Passaman bevonden zig bij het sluijten brief, bevon:ten de zaaken onser laaste in die trancquilte omstandigheeden welke Wij de eere hadden UW Hoog Edelheedens te bedeelen en in dato 20 Aug:s nog nader geconfirmeerd wierden, bij het Retour van de Chialoup de Haazewind; zoo dat wij ons in het allerminste niet konden vons gem: nadelige tijding voorstellen, eene zulke nadedle veranderinge, als deselve vervolgens hebben moeten ondergaan, en ons tot Leed zijn gebleeken is, eerst door een briefje van den Commandant te Triamang, en naderhand door het omstandige relaas van den Commissiant boudewijnsz: uijt de post Mara Tanjong gedateerd den 23:e augustus, het welke 6. wij de Vrijheijd genoomen hebben uw Hoog Edelheedens hier nevens een Copia toe te senden, met nedrig verzoek om ons kortijds halven daar aan te moogen gedraagen. — Kort hier op of den 26. daar aan ontfangen Wij p:r voorsz: Boudewijsz: bevond zig„ brieff, met alleen de Confirmatie van dat onaangenaame te staat met ons volk Voorval, maar ook de tijding van den slegten toestand, in den Welken den Commissiant Boudewijnsz: met ons verk op Mara Ianjong was terug gekoomen; het welke wij egter nog als een groot geluk aanmerkten, te meer dewijl wij daar door instaat bleeven alle de strandvolkeren binnen de paalen van haare pligten te houden gelijk wij dan ook d'eere hebben Uw Hoog Edelens te bedeelen, dat zig tegenswoordig daar omtrend alles in een tamelijke ruste bevind. Waar in men zoo wel slaagte dat gem: Verendrig'sdaags Goersuve vandese bronding daaraan naderwaarts vertrokken is, omde onse alle mogelijke bijstand toe te brengen, terwijl wij te gelijker tijd goedvonden, den Post Priamang met 25: Jnlandze burgers te versteekken het welke almeede zijn beslag gehad heeft. Op de eerste tijding welke Wij in dato 23 Augustus er langden onneevensgem: reedenen van het in gem: Relaas gemijntioneerde verraad der nieuwe bondgenoo „ toenwelvande Mossel ge =ten van siboulouang en Cotta Baro resolveerde Wij aanstonds het vertrek van de bark de Mossel Vooreerst te surcheeren, en de op dien zelven datum na Baros aangelegde Chialoup de Goudvins man gezonden en z. Van haare reijze te excuseeren, onze na Passamang aan te leggen, ten overbreng van den vaendrig Leekman met zoveel secoursen Leevensmiddelen, als men in alle spord bij een konde brengen. Dog. beweest. — - ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3184_0053 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, 13 October, Year 1766. From Sumatra's West Coast, 13 October, Year 1766. This expedition for the present... Boudewijnsz ordered to hand over and go to Ayerbangis. Beside the mentioned good tidings... The first means is the humble consideration over... the bearer of this with that sun coast region... However, because through the above-mentioned detrimental outcomes we found ourselves unable to resume the enterprise begun against Southan Dikanalij, we resolved on that day to suspend its continuation for the time being, until the receipt of the requested reinforcement or Your High Excellencies' further orders regarding this matter, to which end we now have the honor of providing Your High Excellencies with all the due information. After which aforesaid decision, we instructed the Merchant Boudewijnsz to consider with Ensign Leehman whether the post at Mara Tanjong, with a sloop in the roadstead and 50 European and Buginese soldiers ashore, could hold out against the enemy. If so, that he should then unload all necessary provisions from the bark De Mossel, and having put the said post into a state of defense, should deliver the same with a proper inventory to the aforementioned Ensign Leehman, send the bark back here at once with whatever could be of no use there, and proceed himself with a sloop to his trading post at Ayerbangis, in order also to secure it as far as possible against the machinations of the natives. Whereupon, on the date of 8 September, the bark De Mossel returned to this roadstead with a letter from the Merchant Boudewijnsz from Ayerbangis, and one from Ensign Leehman from Mara Tanjong, dated the 2nd and 4th preceding, from which we learned with pleasure that not only had the mentioned plan been properly carried out, but also that everything, both at Mara Tanjong and at Ayerbangis, was in a secure and tranquil state, and that the enemy kept himself enclosed within his territories, being busy rendering the roads and approaches thither impassable. And thus, notwithstanding the treacherous conduct of our new allies, having nevertheless remained master of the only place and river through which the English were in a position to join with Southan die Kinalij and cut off our communication with the mountain peoples of Ophir and the surrounding mountains, we further issued several necessary orders for the greater security of the aforementioned important post and that of Ayerbangis, with such good success that we have since received nothing but good reports from there; so that we now believe we can also grant the bearer of this his discharge with peace of mind, the amounts drawn by him having already been credited to the main office in the accompanying account. However, before departing entirely from this subject, we feel obliged to add to the report given our humble considerations concerning this entire matter, without the final settlement of which the trade with the aforesaid mountain peoples, despite the advantage gained through the post at Mara Tanjong, nevertheless remains closed, which subjects this main station as well as Ayerbangis to a considerable loss of profit; for the reopening of which three ways present themselves to us. The first is that which we have already taken, and along which we certainly would have brought these matters to an advantageous end by force of arms, had our new allies not deserted us and fallen away to the enemy.

Dutch transcription

Van Sumatras Westcust den 13 8ber: A:o 1766. — Van Sumatras Westkust den 13 8ber: A:o 1766., deese Expeditie voor Eerst ge„ Boudewijnsz: g'ordonneert, over te geeven en na de Aijer„ bangijs te gaan. — neevens gem: goede tijding Het Eerste middelis het Needrige Considiratie over ger dezes met die sonkostreec„ Dog dewijl wij door bovengem: nadeelige successen, ons buijten staat deverdere voortsetting van bevonden de g'entermeerde zaake tegens southan dikanalij te her „vatten, zo resolveerde wij ten dien daagde Voortsetting daar van voor eerst te staaken, tot den ontfangst van het versogte secours off 22 Hoog Edelens nadere ordre dien aangaande, ten welken eijnde Wijnu d'eere hebben uw Hoog Edelens van alles de verschuldigte narigtte geeven. — Na welk voorschreeven besluijt wij den Commissiant Boude in las als beseijde de Poet wijnsz. lastgaaven niet den vaendrig Leehman 't overweegen, off de aan den Vaendrig Lalman post Mara Tjanjong met een Chialoup op de Reede, en 50 koppen Europeese en Boigineese Militaire aan land teegens den Vijand zoude kunnen bestand houden! zo ja, dat hij als dan als het daar toe benodigte van de Barcq de Mossel zoude ligten, en gem: Post in staat van de fersie gebragt hebbende, derzelven met een behoorlijken Inventaris zoude overgeeven aan opgem: Vaandrig Leehman, den Bark met het geene aldaar van geen nut konde zijn, ten eersten na herwaarts senden, en zig zelven met eene Chialoup zoude vervoegen na zijn Comptoir te Aijerbangus, om al meede het zelve zoo veel mogelijk was te secureeren teegens de practijcquen van den Jnlander. — Waar op in dato 8:e september den Barcq de Mossel ter dezer de Bargq de Mssel is met Rhede terug kwam met een brieff van den Commissiant Boude„ alhierterug gereverteertse wijnsz: uijt Aijerbangijs, en een dito van den vaandrig Leekman Van Mara Tanjong, gedateert den 2 en 4: bevoorens, Waar uijt Wij met genoegen Vernamen dat niet alleen het vermelde Plan behoorlyk uijtgevoord was, maar ook dat zig alles, zoo wel op Mara Tanjong, als te Ajerlangijn, in een zeekeren en gerusten staat bevond, en dat den vijand zig binnen zijne landpaalen beslooten hield, beezig zijnde, de Weegen in Avenuen daarna toe onbruijkbaar te maaken. En dus niet tegen staande veraderlijke gedrag onser nieuwe wijverneemen thans niet bondgenooten, nogtans meester gebleeven zijnde, van de eenigste van goede tijding van daar plaatsen rivier, door welke de engelsen instaat waaren, zig met southan die Kinalij te Conjungeeren, en ons de Communicatie met de bergvoleren van ophir, en het daar om streeks gelegene geberg„ =te, af te snijden; zoo stelden Wij verders tot meerdere seekerheijd van op gem: importante Post, en van die te Ajerbangijs, nog verscheide noodige Ordres, met sull goed succes in 't werk, dat wij 't zeedert niets dan goede berigten van daar ontfangen hebben zoo dat wij Endarom retourneert oven„ dan ook vermeenen bronger dezes als nu met gerustheijd zijne de peche kening. te kunnen verleenen; werdende het geligte van den zelven bij dies nevens gaande onloft= reeds het hoofd- Comptoir te voordeelen gebragt Dog alvoorens in 't geheel van deze Mecterie afstapper vinden wij ons verpligt bij het gedane verslag, nog te voegen onse nederige deeze geheele saak Consideratien over deeze geheele zaaken zonder welkers finaale afdoening, den handel met voorsz: Bergsslleven niet tegenstaande de avantagie door de Pos„t Mara Tanjong Verkroegen nogtans gesloten blijft, de deese Hoofdplaatze zoo wel als Aijerbangijs aan eene aanmerkelijke winst derving subjec=t maakt, ter wederopeningen den wilken, zig aan ons drie weegen op en doen De Eerste is die, welken wij bereeds hebben ingeslagen en langs welken wij zeekerlijk die zaaken met de Waapenen, rootsinge slaagen enz: tot een voordeelig zijnde zoude gebragt hebben, Waaren onse nieu„ „wen Bondgenooten niet van ons aff, en den Vijand toe„ =gevallen De. staat enz: ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3184_0054 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 13th of October 1766: The second consists in establishing, besides the post Mara Janjong, another post at Cotta Agam, in order thus to cut off from the enemy all communication with the sea, and thereby, through the lack of salt and sea water which he has brought from there, compel him to grant the mountain peoples free passage through his lands to Padang and Ayerbangis. The third is this: that failing the abovementioned means, one should enter into an accommodation with him and conclude a convention regarding the passage of the mountain peoples; though we remain assured that he will fulfill no more of this than he shall be compelled to do. So that the first means still appears to us to be the best, not only to secure this trade once and for all for the Honorable Company, but also to recall to the minds of the other northern peoples, from Passaman down to Priaman and further southwards, the power of the Honorable Company's arms, as through a long period of peace they might begin to forget the same. However, in all this we submit our humble opinions to Your High Excellencies' wiser and more penetrating judgment and knowledge, while we shall look forward with anticipation to Your high commands. And having nothing further to add to this, we proceed to report regarding the trade northwards up to Baros, whence we are informed by a letter dated 18 August that the King of Atchin is buying up and bartering for all the incense produced north of Baros and Singkel in exchange for salt, iron, and linens; and that five large gontings belonging to him, laden with such merchandise, were actually stationed within the river of Singkel for that purpose. This made it impossible for the Resident to obtain any more benzoin than the small district of Baros could deliver, the more so because Tapis was also increasingly frequented by that same nation. Against these inconveniences we encourage the Resident as much as possible, and shall also not fail to accommodate him as far as lies in our power. The collective Chiefs of the Tigablas Cottas, who came down to us in the month of August as a token of their enduring friendship, and to collect the annual douceur granted to them by the resolution of 10 June 1763, departed subsequently very well satisfied back to their mountains. This being all that we had to impart to Your High Excellencies regarding native affairs, among the five Mahometan priests mentioned in our last of 15 August there is one named Panglima Maharadja Lello, on whose behalf very strong solicitations were made by some of our allies, which we cannot entirely refuse. Thus we deemed it proper not to transport him, but to detain him here for the time being, in order to turn him to our advantage, hoping for Your High Excellencies' favorable approbation. From Adjarhadja we have obtained detailed reports since our last, stating that the family of the deported Radja Ibrahim was unable to furnish anything annually toward his maintenance, of which we hereby also have the honor to give due notice to Your High Excellencies, as well as of the sales effected this year.

Dutch transcription

Van Sumatras Westkust den 13:e 8ber: 1766: — 3 Van Sumatras Westkust den 13 october Ao 78 Het twede ombuijten de Post te Cottaagam op te regten. — En het derde is om ooer de omneevens gem: reedenen als het beste te Vooren. — Neevens gem: nadeelige van Baros ontfangen. — hun geschenk zeer Verge= rugvertrokken de in dit Iaar gedaanen verkoop onderhoud Journeeven. nen, werdom neevens gem: aangeholden teegens welke in Convenienten De Tweede bestaat hier om behalven de post Mara Janjong, Post, Maara Sajong nogeen nog een post te lotte Agam op te regten om alzo den vyand alle Communicatien met de zee ofte snijden en hem dus door 't gebrek Van zout en zeewaater dat hij van daarlaat haalen, te noodzaakende bergvolkeren de Vrije Passagie door zijne Land na Padang en Hijer„ bangijs te accordeeren en. De derde is deese, dat men bij manquement van bovengem: Passagie derberogliesen ver middelen, met denselven in een vergelyk treeden en over de Passer„ Conventie te sluijten „ gie der berglieden met hem eene Conventie zouden moeten sluijten Waaraan Wij ons egter verzekerd houden dat hij niet verder zal Voldoen, als voor zo verre hij daar toe genoodzaakt zal zijn. zoo dat ons het eerste als nog, als het beste middel te vooren komt het Eerste middelkomt gter niet alleen om deezen handel eens voorgoed aan DE Comp: te vezekeren, maar ook an bij de andere Noordelijke volkeren van Passaman off tot Priamangen Varder Zuijdwaards, eens de kragten van 's E Comp:s wapenen te rememorieeren, alzo zij dezelve door langheijd van Vroede zoude beginnen te vergeeten; egter onderworpen Wij in dit alles onse nedrige gevoelens aan Uw Hoog Ede„ „lens wijzer en doordringen der oordeel en kennisse, terwijl Wij Dersel„ „verhooge beveelen met verlangen zullen te gemoed zien. En dus niets meer hier bij te voogen hebbende, zoo gaan wij verder berigten noopensden Handel Noordwaards op totna Baros, van waar wij bij een briefde dato 18 Augustus berigt worden dat den Koning van Atchin alle de benoorde Baros en Chincol vallende reukwerken het opkoopen en invuijlen tegens zuit, ijzer, en lijwaaten, en dat zig werkelijk Vijff groote Gontings Van hem met zodanige Koopmanschappen affgelaaden, tot dien eijnde binnen de Rivier Chincol bevonden, De gezaarmentlijke Hoofden der Tigablas Cottaas diewij in Gehoofdender Tigablas de Maand Augustus tot ons zijn afgekomen, ten blijke van Cottaas zijn weederom met haare aanhoudende vriendschap, en ter afhaling van het aan moogt, na 't gebergte te haar g'accordeerde Iaarlijkse douceur bij het besluijt van den 10 Junij 1763 Waar mede dezelve vervolgens zeer vorgenoegt na hungebergte Vertrocken zijn. — Dit nu alles zijnde, wiet wij ten aanzien van de Jnlandse mar aene neen zaaken aan Uw Hoog Edelens te bedeelen hadden, zoo zoude wij nu alhier en te p:s chineoangsonden Onder de Vijff Mahomet aanse Paapen, Verm: bij onse laasten Een van de vijf van Innako„ van den 15 augustus eene zijde in name Panglima, Maharadja aangebragt te Mahomethaa„ Lello, voor denwelken door eeniger onser, bondgenooten, zeer sterk te reedoenen vooreerst nog sollicitatie gedaan worden, die wij niet ten eenemaal kunnen afslaan, zoo hebben wij dien stig g'oordeeld, denzelven niet te ver„ zenden, maar hem als nog alhier aan te houden om 'er ons voordeel mede te doen in hoopen van Uw Hoog Edelens gunstige approbatie Van Adjarhadja hebben wij't zeedert ons en laasten na detaris vn oe e ea „rigt erlangt, dat de Famiele van den verzondene Radja Jbrahim, kanniets tot zijn Jaarijze buijten staat was Jaarlijks iets tot onderhoud van denzelven te fourneeren, waar van Wij hier meede d' eere hebben uw Hoog Edelhee„ „dens de verschuldigte kennisse te geeven zoo wel als, van.— het welk den Resident buijten staat stelden eenige meerdere Com„ „metaas magtig te worden, als het klijne district van Baroskonde uijtleeveren, te meer daar ook Tapis, door die zelfde natie hoelang hoe meer bevaaren wierd; teegens welke inconvonienten wij den resident den beloden oveel mogelijk zoo veel ons doenelijk is opbeuren, en ook niet manqueeren zullen hem zoo voel ons doenelijk is te gemoed te koomen het. aarne. 2 ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3184_0055 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 13th of October, Anno 1766. From Sumatra's West Coast, the 13th of October, 1766. The news of the arrival of the ship Popkensburg at Pulo Chinco has delayed the departure of the sent men, etc., who died during the voyage. Referring to the enclosed duplicate letter previously sent by an express. We would gladly proceed here to deliver the report regarding the trade conducted on this coast in Anno 1765/6, but since the returns from the subordinate offices have not all been received yet, we shall postpone this until a further opportunity and presently only append hereto the return of the sale of merchandise conducted at this main office and at Pulo Chinco in the past year, in order that Your Right Noblenesses may see how favorably it turned out in comparison with the past year. When we had this prepared thus far, we unexpectedly received from Pulo Chinco the pleasant news that the ship Popkensburg had arrived there in a good condition on the 24th of September, which caused us to decide to postpone the departure of the bark De Mossel for a few more days, in order to learn beforehand with what orders we would be honored therewith, and what answer would need to be served in response thereto. In expectation of which the said vessel came to anchor in this roadstead on the 28th following, with which we had the good fortune to receive Your Right Noblenesses' very venerated letter of the 30th of August with its enclosures according to the register, to the dutiful fulfillment of whose contents we cannot fail to offer Your Right Noblenesses our humblest thanks, especially for all that was sent, but most particularly for the men who came over therewith, of whom 4 individuals died on the voyage, and the sent rice, of which we were again in need. Furthermore having noticed to our regret that the express dispatched under date of the 26th of June had not yet arrived there, which we nevertheless trust will have happened afterward, and if not, we then refer ourselves once again humbly to the duplicate, enclosed with the bearer of this, of the letter sent therewith. And since we have also seen from an enclosed extract from the general missive of the Honorable, High and Mighty Lords Majors the confirmation of the Right Honorable, Highly Venerable Lord Jeremias van Riemsdijk as Director-General, and the promotion of the Right Honorable Lord Nicolaas Harting to Ordinary Councillor and that of the Lord Johannes Vos to Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, we cannot refrain from congratulating Their Right Honorable, Highly Venerable Lordships most heartily therewith, wishing them God's precious blessings and lasting health, so that they may fill these distinguished charges with much pleasure, and coming herewith to: Ecclesiastical matters, we have the honor to report to Your Right Noblenesses that the Reverend Minister Johannes Franciscus Hadom has arrived safely with the aforementioned vessel, and that after the performance of his affairs we shall let His Reverence return therewith again, whilst with regard to: Judicial matters, we offer Your Right Noblenesses herewith the criminal trial records of the soldier Palmasius Voblians of Hergenraad, executed here under date of the 4th of this month; who on the 2nd previously was condemned by the Council of Justice of this coast, for excessive opposition against his commanding sergeant and the incitement of mutiny among the militia, to be punished with the rope until death follows, with payment of the costs and charges of justice.

Dutch transcription

Van Sumatras Westcust den 13 8ber: A:o 1766. — Van Sumatras Westcust den 13 8ber 1766. de tijding van de komst van 't schip Popkensburg op P=lo Chinco heeft het vertrek van gesondene mankz: en=z met Kiertor Rhedagezomen is rijs overleden sijn rofferteende tens overgaande Di¬ plicaat brief p:r een Expresse be„ „voorens versonden her slkes Tep= en burg alhier gaarne overgaan tot het doen van het verslagnopens de in A:o 176 5/6 op deeze Eust gedreeven handel, dog dewijl de Rendementen der onderhoorige Comptoire nog niet alle ontfangen zijn, zoo zullen Wijzulx tot nadere gelegendheijd uijtstellen en thans maar eene„ „lijk hier bij voegen het rendement van den ten deesen Hoofd-Comp„ „toire en te P=lo Chinco in A:o p:o gedaane verkoop van Koopmansz: ten eijnde Uw Hoog Edelens blijken mogen, hoe voordeelig dezelve in Vergelijking van A:o p:o is uijtgevallen. — Wanneer wij desen dus verre in gereedheijd hadden, zoo ontfon¬ gen wij onverwagts van p=l Chinco d' aangenaame tijding dat het boringe dezes no wat wertngt schip Popkensburg op den 24.e September aldaar in eenen goeden staat g'arriveert was, het welke ons deed besluijten, het vertrek van den barcq de Mossel nog eenige daagen uijt te stellen, ten eijnde om alvoorens te verneemen; met wat danige beveelen Wij daar meede zouden werden voreerd, en wat daar op in antwoord zoude Moeten werden gediend In verwagting van het welke gem: bodem den 28=e daar aan Danib bethuijging voor de toe op deze rhede ten ankerquam, Waar meede wij het geluk hadden 't die bodem die op den 23 pass:o, ontfangen UW Hoog Edelens zeer gevenereerde van den 30:e aug:s met derzelver bijlaagen Conform register welkers inhoud, wij ons terschuldige naarkominge niet kunnen off zijn Uw Hoog Edelens nedrigste bedanken, Vooral het toegezondene dog wel inzonderheijd Voor de daar waar vane 2 koppen op de meede overgekomene manschappen, Waarvan 4 Koppen op de reijse overleeden zijn, ende toegezondene zijst, Waar aan wij al wederom ge¬ boek hadde — Verder tot ons Leed zijn ontwaard hebbende, dat de in dato 26e Iunij affgezondene Expresse als nog niet â Costi wasaangekomen Iustitieele-zaaken, Uw Hoog Edelens hier neevens Depreespapieren van neem„ aanbieden, de Crimineele Procespapieren van den alhier in dato 4:e deeser g.' excuteerden soldaat Palmasius Voblians van Hergenraad; die op den 2:e bevoorens, door den Raad van Justitie deeser Custe, overvre gegaande oppositie teegens zijn Commandee„ „renden zergeant, en het verwekken van Muijterij onder de Militie gecondemneert was, met dekoorde gestraft te worden, dat erde dood navolgte, met de betaalinge van de kosten en misen van Justitie. — 't welke wij egter vertrouwen naderhand geschied zal zijn, en zoo niet als dan gedraagen wij ons nogmaals ne drij aan het met bronger dezes overgaande Duplicaat van den daarmede afgezonden brief. En dewijl wij meede bij een overgekomen Extract uijt de Generiale missive van De Ed:e Hoog: Agtb: Heeren Majores gezien hebben genen peromotie van neeven gem: de Confirmatie van den wel Edelen Groot Agtb: Heer Jeremias van Riemsdijk als Directeur Generaal, en de promitie van den Wel Edelen Heere Nicolaas Harting tot raad ordinair en die van den Heer Johannes Vos tot Raad Extra ordinair van Neederlands Jndien zoo kunnen wij niet afzijn Hun wel Edelen Groot Agt: b: daar meede hert grondelijk te filiciteeren, onder torwinschinge van Gousdiorbaare Zeegeningen en eene bestendige gezondheijd, op dat zij doose aan zienelijke Chorgies met veel verge noegen moogen bekleeden, en hier meede koomende tot. — De kerkelijke zaalen zoo hebben wij d'eere UW Hoog Edelens te berigten, dat den Eerwaarden Predicant Johannes Franciscus behouden g'arriveert. — Hadom met voornoemde bodem gesenden wil is aangeland, en dat Wij zijn Eerw: na verrigting van zaaken daar meede weederom zullen J laaten retourneeren, terwijl wij met betoekking tot de 'twelke. Ten. ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3184_0056 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, 13 8ber 1766 From Sumatra's West Coast, 14 8ber: A:o 1766, which further respectfully refers to sending back the bark the Mossel after discharging, with the available gold etc. Receipt of the requisitions, as well as of the Samang affairs. With regard to the article of the servants, having at present nothing to report to Your Right Nobles, we only enclose herewith a small list of the persons crossing over with this vessel, while we further respectfully refer to our enclosed copy resolutions accompanying this, and commending Your Right Nobles' precious persons with the whole establishment of the Company into the safe protection of the Almighty, we have the honor to call ourselves with all due high esteem and deep respect, underwritten: Right Noble, Grand Honorable, Sovereign Lords, and Honorable Sirs; lower: Your Right Nobles' obedient servants; was signed: I: C:s Staveren, I: A: Thierens, F: Douglas, I: Calhoen van Limburg and J: S: W: Nicolai. In the margin: Padang on Sumatra's West Coast, 15 8br: A:o 1766. To the same as before. The bark the Mossel arrived here yesterday evening in the outer roads, and the ship's officers informed us that the day before they had lost one of their heavy anchors, and since they had only one piece remaining, and therefore did not dare to undertake the journey, they requested to be provided with one from here; and since we have a heavy anchor remaining here at this office, we have also given it to them, the invoice of which goes herewith. Trade here increasing to such an extent that little or nothing is left of what was brought with the Mossel, we therefore request... To the same as before. Per the bark the Mossel. After the dispatch of our humble advices of 15 March per the chaloup the Jda Wilhelmina, the duplicate of which accompanies this, we were honored on the date of 27th May per the bark the Mossel with Your Right Nobles' highly respected dispatch and enclosures of the 15th April preceding, after the reading of which we took a resolution to discharge the said vessel as quickly as possible and to send it back to Batavia with a parcel of gold lying in readiness, in order to let Your Right Nobles receive the due reports of the result which the enterprise undertaken against the objective of the English gentlemen at Passaman had had. The reasons why this had no effect, we had the honor to inform Your Right Nobles in our latest letter of the 26th of June, which accompanies this in duplicate, and to which we respectfully conform, in the hope that... Receipt and reading of Your Right Nobles' dispatch. ...we may most respectfully be provided by Your Right Nobles at the first opportunity with such linens as still remain to be supplied on our requisition of February of this year; in particular, we are in need of the white linens. We have the honor to call ourselves with high esteem and deep respect, underwritten: Right Noble, Grand Honorable Lord and Honorable Sirs; lower: Your Right Nobles' very humble and obedient servants; was signed: R: Palm and F: V: Kempen Jansz; in the margin: on the island of Chinco on Sumatra's West Coast, 14 8ber: 1766.

Dutch transcription

Van Sumatras Westkust den 13 8ber 1766 Van Sumatras Westkust den 14 8ber: A:o 1766, dien duwste werders waarende Eerbiedig refertaaande thans diesbrongerde Bercq de mossel na ontlossing met het aanhanden zinde goud enz: terug te zonden. Gent oop aijsholpen, als van Samang se affaires Ten opsigten van het Artikel Der Dienaaren, Voor tegenswoordige UW Hoog Edelens niets te bedeelen hebbende, zoo volgen wij eenelijk hier bij een Lijstje vande met deesen bodem oververende Persoonen terwijl wij ons Verders nog eerbiedig reffereeren aan onze deesen in Copia verzellen„ overgaande Copie Resolutien de Resolutien en Uw Hoog Edelens dierbaara Perzoonen met den gantschen omslag van DE Comp:e bevoelende in de veijlige beschermingen des alderhoogsten, zoo hebben wij d'eere ons met alle verschuldigde Hoogagting en diep ontsag te noemen /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtb: Wijdgebiedende Heere, en Wel Edele Heeren /:laager:/ Uw Hoog Edelens. Gehoorzame Dienaaren /:was geteekend:/ I: C„s Staveren, I: A: Thierens, F: Douglas, I: Calhoen van Limburgen J: S: W: Nicolai /immarijine:/ Padang op Sumatras west Cust den 15 8br: A:o 176, Aan als vooren De Barcq den Mossel kwam hier gisteren avond op de buijten Zeede en berigten ons de scheepsoverheeden, dat zij daags van de vooren een hunner sware anber hadde verlooren, en Vermits nog maar een p:r Restant hadden, en daarmede de reise niet durvende aanvaarden soo verzogten deselve omme met een van hier te werden voorzien, en Vermits wijer hier een swaar anker bij dit Comptoir p:r Restant is hebben wij hun het zelve meede gegee„ „ven, gaande de Factuur daar van hier nevens Den handel hier zodanig toeneemende dat van het aan gebragte met de Mossel wijnig of niets meer over is, sooverzooken. Aan als Vooren P:r de Barcq Na het afgaan onser nederige advisen van den 15 Maart den Mossel p:r de Chialoup de Jda Wilhelmina waar van het duplicaat deesen verseld, hebben wij ons in dato 27:e Maij de Barcq de Mossel Vereerd gevonden, met Uw Hoog Edelens zeer gerespecteerde Missive en bij laagen van den 15 april bevoorens, na lectuure van de welke wij een besluijt naamen gem: bodem ten spoedigsten 't ontlossen en met eene parthij in gereedheijd leggend goud na Lostijterug te zenden om Uw Hoog Edelens de verschuldigte berigten te laaten toe koomen, van het gevolg, het welke de zaake teegens het oog„ merk der Heeren Engelsen te Passaman ondernomen gehad heeft. — De Reedenen Waarom zulx geen effect gesorteerd heeft, o hebben wij d'eere gehad uw Hoog Edelens te bedeelen bij onzen Iongsten brief van den 26:e Junij welke deezer in duplicaat verzeld, en Waar aan wij ons eerbiedig koomen te gedraagen in hoop dat Intfangst en lecture erve H: H: Eed:l missive Wij uw: hoog Edelen op 't alererbiedigste bij d'eerste gelegendheijd te mogen worden voorzien met zodanige lijwaaten als er nog voldaan staan te werden op onse Eijsch van februarij oezesjaers, insonderheijd sijn wij Verleegen om de witte lijwaaten. — Wij hebben d' Eere ons met Hog agting in diep ontsag te noemen /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare Heer en Wel Edele Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelens seerootmoedige en gehoorsaame Dienaaren /:was geteekend:/ R: Palm en F: V: kem„ „pen Jansz: /:in margiene:/ ten Eijlande Chinco op Sumatras W:t Cult den 14 8ber: 1766. wij. U2: ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3184_0057 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, 15 August 1768. From Sumatra's West Coast, 15 August in the year 1766. Obstacles that have occurred, so that the bark had to remain there so long. Decision to send the Ida Wilhelmina to Passaman in order to dispatch the latter by the roadstead of Pulo Chinco. Cost bill made here will be passed. The Mossel has arrived here. Your High Noblenesses will have favorably approved our actions in that regard. And however much we have since wished, in accordance with our aforementioned most recent letter, to let the bark the Mossel follow the dispatched vessel quickly, we were nevertheless prevented from doing so by the very same inconveniences of which we had the honor to inform Your High Noblenesses, until on 25 July by the arrival of the chaloup the Ida Wilhelmina we finally found ourselves honored with Your High Noblenesses' respected letter dated 27 May previously. After reading this, we decided immediately to unload it instead of the Mossel, and to send it to Passaman in place of the bark the Mossel, so as to be able to dispatch the latter toward Batavia by mid-August; and it is pursuant to this that we shall have the honor herewith dutifully to reply to Your High Noblenesses' very venerated letter mentioned above, and to provide the required report of our transactions in this new financial year up to the present, making a beginning with the chapter of ships and vessels. Regarding which we have learned with regret from Your High Noblenesses' letter dated 15 April Your dissatisfaction over the delay of the ship De Jonge Samuel. For the removal of which we have the honor respectfully to submit to Your High Noblenesses that this vessel, having been dispatched on the last of November, only arrived at Chinco on 24 December, because after its dispatch it remained lying on this roadstead for some days more to take in some water, firewood, and ballast. In this, wind and weather were somewhat contrary, and the ship's officers proceeded somewhat sluggishly and dilatorily. And although these reasons might not be regarded as sufficiently satisfactory, we nevertheless request that it may please Your High Noblenesses favorably to overlook this small delay, as well as the stay of six days which the aforesaid vessel spent at Pulo Chinco in taking in the returns of that trading post for its dispatch. Regarding the bark the Mossel, which it pleased Your High Noblenesses to send here for the transport of what still remained of the requirements of the islands for the course of this current financial year, we have the honor to inform Your High Noblenesses that it arrived on this roadstead on 27 May in a ready state, one sailor having died during its voyage and two ditto having landed here sick, who were immediately transferred to the hospital for recovery. The expenses which that vessel incurred during its stay on this coast we have the honor to present to Your High Noblenesses by the enclosed expense account, and as the same do not amount to much in proportion to the stay of the aforementioned vessel, we hope that Your High Noblenesses will be pleased favorably to pass them.

Dutch transcription

Van Sumatras WestCust den 15 Augustus 1768. Van Sumatras west Cust den 15:e aug:s A:o 1766., hindernisse die er geweestzijn. dat de barcq hs erzolangz heeft moeten blijven besluijt om d' Ida wilhelm waar Passerming te zerden ten eijnde laast gem: tegens depecheeren leggen van n die P:o Samtrelter rheede P=l Chinco. — hier gemaakte kottan de„ passeert stellen werden Mossel ahier J'arrirent is UW Hoog Edelens ons gedoenten dien aangaande gunstig zullen hebben geapprobeert.— En hoe zeer Wij 't zeedert gewenscht hebben, in gevolge van opgem: onse Jongste letteren, de barcq den Mossel, de efgezondene gouting, spoedig te kunnen laaten volgen, zoo zijn wij egter, door die zelfde inconvenienten, wolke wij daarbij de eere hadden Uw Hoog Edelens te bedeelen hier inne Verhindert geworden, tot dat wij ons eijndelijk op den 25:e Julij p:r het arrivement van de Chialoup de Jda Wilhel„ mina, vereerd vonden met Uw Hoog Edelens gerespecteerde Mis„ sive de dato 27:e Maij bevoorens. — Nalectuuren van dewelke wij beslooten dezelve ten eersten na insteede van de Mosse 't ontlossen, en in plaats van de barcq de Mossel na Passaman te senden, ten eijnde om denzelven teegens medio Augustus medio Aug: naar satterate zijne depeche te kunnen geeven; en het is ingevolge van dien dat wij in deezen d' eere zullen hebben, bij de UW Hoog Edelens Zeer gevonereerde Missives hier vooren vermeldt schuldpligtig te beantwoorden, en van onze verrigtingen in dit nieuwe boekjaar tot hieren toe, het vereijschte verslag te doen, een begin maakende Excuis wegens litlang met het hoofdeelder, scheepen en vaartuijgen: Waar omtrend Wij met leed zijn uijt Uw Hoog Edelens Letteren de dato 15:e april Vernoomen hebben, Derzelver ongenoegen, over het retardement Van het schip de Jonge Samuel, tot wegneeming van 't welke wij d'eere hebben UwHEoog Edelens eerbiedig te dienen, dat die bodem den Laasten november gedepecheerd zijnde eerst den 24:e december op Chinco g'arriveert, is door dat dezelve nu dies Aangaande de barcq den Mossel dien het uw Hoog Edelen saat waarinde bewegen behaagt heeft, na herwaarts aan te leggen, ten overbreng van het geene nog resteerde van de voldoening der Eijlandschen voor den Cours van dit lopend boekjaar hebben wij d' eere Uw Hoog Edelens te bedeelen, dat dezelve op den 27 Maij in een goreden staat op deese Rheede g'arriveert is, zijnde geduurende zijne rijse een Matroos overleeden, en twee d=to Ziek alhier aangeland, die ten eersten ter geneezing na het hospitaal overgebragt zijn. — De onkosten welke dien bodem geduurende zijn aanw„e hoppe dat dies wijnige al„ sen op deeze Custe Veroorzaakt heeft, hebben wij d' eere Uw Hoog Edelens te vertoonen bij de hier nevens overgaande on„ kost reeck:, en alzo dezelve pro rato het verblijf van gem: bodem niet veel empoteeren, zoo verhoopen wij dat UW Hoog Edelens dezelve guinstig sullen gelieven te passeeren. — afvaardinge nog eenige daagen op deeze Rheede is blijven leggen, om nog wat waater, Brandhoudt en Ballast in te neemen, Waar in Wind- en Weder Wat tegen geweest, ende scheepsoverheeden, Wat traag en talmagtig te werk zijn gegaan, en ofschoon deze rheedene: niet voldoonende genoeg mogte opgenomen worden, zoo verzoeken Wij egter, dat het UW Hoog Edelens behaagen mag, deeze kleijne veragte. ringe gunstig over 't hoofd te zien, zoo wel als het verblijff van ses daer„ gen die voorsz: bodem op P=lo Chinco toegebragt heeft, met het inneemen der rethouren van dat Comptoir ofvaardiginge. De. ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3184_0058 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 15th of August 1766. From Sumatra's West Coast, the 15th of August, Anno 1766. The sloop the Ida Wilhelmina, which we had the honor to dispatch to the Castle on 15 March with the books and annual papers together with some returns, likewise returned safely and in good condition to this roadstead on 25 July. We cannot fail humbly to thank Your High Mightinesses for its speedy repair and return, as we have had the expenses incurred there written off in the books to the account of sloops and lesser vessels. Having nothing further to impart regarding this head, we proceed to that of the Delivered and transported cargoes, under which we have the honor to inform Your High Mightinesses that, pursuant to Your High Mightinesses' disposition, we have had the 760 bags of spoiled rice charged last year to the account of the ship's officers, transferred in their favor to the account of Profit and Loss. Furthermore, the 30 lasts of good rice brought by the bark the Mossel in replacement of that loss came exceptionally well in hand, as we were already compelled to make an expensive purchase of that grain for the necessary provisioning of rations. For this reason, we cannot fail most humbly to thank Your High Mightinesses for this provision. By an extract from Your High Mightinesses' dispatch and a copy of the report of the Senior Merchants of the Castle, we have brought to the attention of the servants at the factory of Poelo Chinco the poor condition of the 5 packs of humhums sent by them to the Castle, along with Your High Mightinesses' resolution regarding the manner in which the resulting damages shall be compensated, accompanied by a serious warning to let this serve as a lesson for the future. We have likewise done the same with respect to the 25 bars of gold that were treated so carelessly on the Coast of Coromandel, as we demonstrated to them by an extract from Your High Mightinesses' letter and a copy of the correspondence from Coromandel, with orders henceforth to act in that regard according to Your High Mightinesses' intention. Thus far, only small pieces without numbers from the bars melted there have been sent hither, and the assays have been performed accordingly, so that the assayers here bear not the slightest blame in that regard. The cargoes brought by the bark the Mossel and the sloop the Ida Wilhelmina were delivered in conformity with the bills of lading, and nothing was found deficient therein other than the permitted wastage, as appears from the accompanying findings. These we have accordingly credited to the ship's officers and had written off to the account of Profit and Loss. Having nothing further to add here, we now come to: Native affairs, regarding which, with respect to the debts among the Soengie Pagoernezen, we have the honor to assure Your High Mightinesses that no means are left untried in that matter, as we trust will have been demonstrated to Your High Mightinesses' satisfaction from the affairs of the former Radja of Adjerhadja, named Radja Ibrahim, whom we, according to circumstances...

Dutch transcription

15. Van Sumatras West Cust den 15 Augustus 1766. Van Sumatras Wes kust den 15 Augustus A:o 1766. d' Ja wilhelmina esereen dies gemaakte kosten op Dank betuijging voor het de Chincok bediondens H: H: Edelens ongenoegen ten opsigte vanneerens gem: Lijwaten en goudt bedeelt De Inpusming van de Songij door de Mosselend' da wilhel tuur uijtgelevert. De Chialoup de Jde Wilhelmina welke wij deere hadden, met goede staat ulhier arivert de boeken en Jaarlukse Papieren nevens eenige Rethouran suhb dato 15 maart na Costilezenden is mede in dato 25 Julij behou„ den en in een goeden staat op deeze Rheede geretourneerd, en kunnen wij niet of zijn voor derzelver, spoedige verhelping, en te reeckq van Chiloupen Gestels uigzending Uw Hoog Edelens nedrig te bedanken, dewijl wij, dies aldaar gemaakte onkosten, op Reeck:s van Chialoupen en mindere vaartuijgen bij de boeken hebben laten afschrijven; en aangevande dit Hoofdeel Verders niets te bedeelen hebbende, zo gaan over tot dat van de uijtgeleverde en vervoerde Ladingen onder ontzot van Rijstp:s demszol let welke wij d'eere hebben uw Hoog Edelens te berigten, dat Wij in opvolging van Hoog derzelver dispositie, de in Ao p:s op reeck: dor scheeps overheeden gestelde 760 zakken bedurvene rijst, in hun favour te lasten, der reeck:e van Winst en verlies hebben laten brengen, in dat on buijten gemeen wel te staden zijn gekomen de in plaats van dat verlies toegevoegde 30 Lusten goede Rijst p:r debarcq d' Mossel aangebragt, alzoo wij bereets genoodzaakt waaren, tot de noodige verstrekkinge van Randsoenen eenen duuren inkoop van dat graan te doen Weshalven Wij dan ook niet kunnen afsijn Uw Hoog Edelens voor deeze voorzieinge op 't ootmoedigste te bedanken De bed:s ten Comptoiren P=lo Chinco hebben wij by een Extract Uijt uw Hoog Edelens Missive, ende Cobij van het berigt der opperkooplieden des Casteels onder het oog gebragt, de sligte gesteldheijd der door hun na Costi Versondene 5 pakken Hamans, met het besluijt van UW Hoog Edelens noopens de wijze, op dewelke de daar op te vallene schaade zal worden vergoed, met eene ernstige Waarschout¬ „winge, om zig dit voor 't aanstaande tot een les, te laaten dienen, ge„ „lijk wij dan ook gedaan hebben, ten opzigte van de 25:e staaven goudt dewelke op de Cust Cormandel, zooslordig behandelt zijn, als wij de„ „zelve bij eene extract uijt Uw Hoog Edelens brief ende Copia van het geschreeven van Cormandel hebben aangetoond, met ordre om dien aangaande in 't vervolg na de Jntentie van Uw Hoog Edelens te handelen; alzoo tot dus verre, van de aldaar gesmolten, staaven maarenbelde brokjeszonder nommers na herwaards gezonden en de Essaaijen in diervorgen daar opgemaalt zijn; zoo dat den Essaijeurs alhier dien aangaande geen de minste schuld heeft. De aangebragte Laadingen door de barcq de Mossel, ende d: aangebrigte Landingen, Chialoup de Idawilhelmina, zijn bij de Conformde Cognossemen, mina zijn Eijde volgens van „ten uijtgeleeverd, en is daar op niets anders te kort bevonden, als de gepermitteerde spellagie blijkens de neevensgaande bevindingen; die wij overzulx de scheepsoverheeden gevalideerd, en op Reecke„ ningen van winst en verlies, hebben laaten afschrijven, en wijders hierniets bij te voogen hebbende zoo koomen Wij nu tot. De Inlandse=zaaken aangaande de welke wij ten opsigte der schulden onder de songjijpagorneesen d' eere hebben uw Hoog Edelens en tees e oat etea te verzeekeren, dat daar omtrend geene middelens onbegroofd gelaaten worden gelijk wij vertrouwen, dat uw Hoog Edelens ten ge„ noegen zal zijn gebleken, uijt de zaaken van den gew: Radja van Adjerhadja in naame Radja Ibrahim, dien wij na gesteldheijd. volgens. ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3184_0059 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 15th of August, in the year 1766. From Sumatra's West Coast, the 15th of August, in the year 1766. Which has partially appeared, according to Your High Excellencies' most esteemed order, by which we have opened a separate account in our books for the removed Radja of Atsjanhadja, in order to deal with it according to the most esteemed intention of Your High Excellencies, pursuant to which we have also written to the Resident of Adjerhadja to inform us whether the family of the aforementioned Radja would not wish to contribute something annually toward his maintenance, and how much that would amount to, which we shall have the honor to inform Your High Excellencies upon a further opportunity, while we now humbly thank you for the good care that Your High Excellencies have exercised regarding him, as well as for the favorable approval of all our proceedings in the past year concerning this chief. In our letter of the 15th of March we had the honor to inform Your High Excellencies that the disputes between the Radja of Trauwsang, by name Southaar Larogan, and the chiefs of the Tigablas Cottaas were becoming increasingly difficult to bring to an end, and that we would soon have to proceed to some decisive resolution, which has since taken place, in such a manner that, as appears from the record of our resolution of the 12th of May, we have entirely stripped him of his dignity because during his presence here he was unwilling to take any trouble to reconcile himself with the aforementioned chiefs or with his subjects; we have furthermore assigned him his residence in the settlement of the Panglima, where we are secure of his person. The eight Ponghoulous whom we had placed over the district of Troesang after the arrest of that despotic petty prince, having learned of this resolution, made known to us thereupon that they would very gladly wish to have a Radja at their head once again, with the distinction, however, that he should not conduct the government alone, but together with the Ponghoulous to be appointed here; and the person of Ceethan Moul Alam having been proposed by them for that purpose as the most legitimate successor, we summoned him and presented this condition to him, which was also accepted by him, whereupon, with the advice of the Panglima and his Ponghoulous, we elected him as temporary Radja of Troisang; and having been sworn in and presented as such in the Land Council, he departed shortly thereafter for his district and was received there with great pleasure, which we hope may also be to Your High Excellencies' satisfaction. We have delivered Your High Excellencies' letter and gift to the Padang regents with the customary ceremony, for which they express their humble gratitude, as do we for the favorable approval of the gift made by us to the prince of Soengeij Terap; we shall in the future strictly observe Your High Excellencies' esteemed orders regarding the making of the necessary comparisons. Regarding Tapis, we have made Your High Excellencies' resolution known to the Resident at Baros, and instructed him occasionally to have that river inspected by his cargo prahu, and further by ingenious management to bring everything to [illegible].

Dutch transcription

Van Sumatras Westkust den 15: Aug:s A:o 1766. , Van Sumatras Westcust den 15 Aug:s A„o 1766. — bij de boeken gekreegen en nopens 't te doene fournis voor hem, sal men naader kenniszeeren Den met de Tigablas Cotte, s in Veoschil leggende noevens gem: vesterden afgeset „batieweegens het gedaan ge„ Nopens Tapisiselen Resident „te Baros H: H: Edelens ordre Eenen Mel Aloon gevosool aangesteldt 't' wl gedeetelijk gbeken is, volgens UW Hoog Edelens zeerg' eerde ordre bij onse boeken eene moveerden Radia van Atsjanhadja bijz ondere reeck: hebben gegeeven, ten eijnde omdaar meede ge„ hij husteen aprte ekeninghandelt te worden nade zeer g'eerde Jntentie van Uw Hoog Edel¬ „heedens ingevolge van dewelke wij meede den Adjerhadjas Resident hebben aangeschreeven, ons te bedeelen off de Familje van den gem: Radja niet Jaarlijx iets, tot dies onderhoud zoude willen „sement van zijn vrienden Contribueeren, en hoe veel zulx zoude koomen te gedraagen het welke Wij d' eere zullen hebben uw Hoog Edelens bij nadere gelegendheijd te bedeelen, terwyjl wij thans Hoog dezelve needrig komen te bedanken, voor de goede voorsorge die Uw Hoog Edelens omtrend denzelven ge„ bruijkt hebben; als meede Voor de gunstige approbatie aller onzer verrigtingen in A:o p:o omtrend dit Hoofdeel— Bij onsen brief van den 15 maart hadden wij deere Uw Hoog Ede„ Radja van Troesan gisem-lens te bedeelen dat de verschillen tussen den Radje van Trauwsang in naame southaar Larogan, en de Hoofden der Figablas Cottaas hoe langer hoe bezwaarlijker ten eijnde te brengen waaren, en dat wij binnen borten tot het een of ander desesijff besluijt zoude moeten overgaan het welke ook 't zeedert gevolg gehad heeft invoegen wij derzelven blijkens het aangeteekende bij ons besluijt van den 12 maij ten eenenmaale van zijne waardigheijd ontbloot hebben, om dat dezelve geduurende zijn aanweesen alhier gene moeijte heeft wil¬ „len doen zig met voorm: Hoofden nog met zijnen onderdaanen te versoenen; wij hebben Wijders denzelven zijn verblijff aangewesen in de negorij van den Pancuna alwaar wij van Zynperzoon verzeekert zijn. — De agt Ponghoulous welkewij na het arresteeren van dat dispoticq Vorstje over het Landschap Troesang gesteld hadden di t stande mitsen zijnplaaets besluijt vernoomen hebbende, geeven hier op aan ons te kennen; hoe zij welgaarne wederom een Radje aan hun hoofdwenschte te hebben met dat onderscheijd egter dat dezelve de regeering niet alleen maar met de alhier aan te stellene Ponghoulangs te semen, zoude moeten Waarnemen En door haar lieden daar toe als de Wittigste successeur voorgedragen zijnde, de Perzoon van Ceethan Moul Alan zoo hebben wij denzelven ontbooden, en hem deze bepalinge voorgesteld die dan ook door hem g'accepteerd wierd waarop wij denzelven met Advis van Panglima en zijne Ponghoulous tot p:s Radja van Troisang verkooren; en als zoodanig in den Land raad b'eedigt en Voorgesteld zijnde, is dezelve kort daar op na zijn landschap vertrocken, en aldaar met veel genoegen ontfangen, het welke wijwenschen ook na Uw Hoog Ed:s genoegen te mogen zijn. — Uw Hoog Edelens briefen geschenk voor de papangse regen genbetijg oge den ten, hebben wij met de gewoone Ceremonie aan dezelve afgegeven en 't geschene van H: : ebelbens Waar voor zij hunne neederige dan=baarheijd betuijgen zoo wel als wij voor de gunstige approbatie van het geschenk door ons ge„ „daan aan den Vorst van Iongij trap; zullende Wij in 't vervolg uw en van den raad voor de apro Hoog Edelens g'eerde crove tot het maalen der noodige Vergelij schen aande ven Jong toap „kingen, stiptelijk abserveeren — Aangaande Tapis, hebben wij den resident te Baros Uw Hoog Ed:s besluijt bekend gemaakt, en hem aan bevoolen bedeeldt. die rivier som tijds eens door zijne Lastpraauw te laaten Visentee„ „ren, en Voorts door een Vernuftig belijd alles tot te brengen De. Wat. enz: - ƒ 17.

NL-HaNA_1.04.02_3184_0060 view scan ↗

English

19. From Sumatra's West Coast, the 15th of August 1766 From Sumatra's West Coast, the 15th of August 1753. The Bugis taken prisoner there by the Achinese have returned again. Expression of thanks for the approval. Emperor of Indrapoura. Which conduct gives good hope for the future. The commission of Inaloen has expressed their due thanks. Request that they not... The Malays brought from there in arrest are sent herewith. What is possible to maintain that old office of Baros, as its advantages cannot outweigh what a sufficient garrison on the aforementioned river would cost, and it has more than once been found that, in the absence of external force, much can still be accomplished on this coast through wise conduct. The three native soldiers who were missing after the overrun of the post on the aforementioned river, having escaped the Achinese robbers and returned after some time, which was omitted from being communicated to Your High Nobilities in our preceding letters. Regarding the pleasure that Your High Nobilities have been pleased to take in our dealings with the Sultan of Indrapoura, we cannot fail to express our gratitude to Your High Nobilities, and to further inform Your High Nobilities that the zeal of that Prince has already been of such use that presently, instead of bringing rice and other provisions to Indrapoura, as happened upon his accession to the government, both are currently fetched from there for the benefit of other places; so that we do not doubt that Your High Nobilities will also within a few years be convinced of the effect of his diligence through the delivery of pepper. The sloop De Goede Hoop, sent out to Nias and the small islands of Innako and Maros, returned safely and in good condition on the 14th of May, and although it did not achieve the proposed purpose of collecting rice and slaves on Nias; what has further been done and accomplished regarding this matter stands detailed at length in our resolution of the 27th of May, to which we humbly request Your High Nobilities to allow us to refer, while we only add hereto that the inhabitants of those islands, through some emissaries, have expressed their due gratitude; thus the commissioners Bartholomeus Francois Forlade and Christiaan de Groot nevertheless had the good fortune to carry out their commission on the aforementioned islands of Innako and Maros as desired, as Your High Nobilities may, if it pleases you, observe further from their report inserted into our resolution of the 27th of May, to which we respectfully refer. Of the four Mohammedan priests mentioned in our letter of the 15th of March, the chief had already departed upon their arrival here, but the four lesser chiefs or panglimas and a priest were still present on the spot, whom they, with the help of the inhabitants, took into custody and brought over here in fetters; whose names are specified on the accompanying roll; and since we consider them to be very harmful subjects, we have deemed it expedient on this occasion to send them over to Your High Nobilities, with the humble request not to allow them to return to this coast again, in consideration of the unrest that such people are capable of stirring up here through the ignorance and superstition of the native.

Dutch transcription

19. Van Sumatras WestCust den 15:e august:s 1766 Van Sumatras Westkust den 15:e Augustus 1753. de aldaar door de Atthienders gevangen genormen ebougi„ „neesen zijn weederom terug danksegging voor de approbatie Keijzer van Indrapoura. Welk gedrag goede hoope worden aanstaande geeft. — de Commissie van Inaloen hebben hunnen schuldige dank bethuijgen. — Versoek dat deselve niet de van daar in Arrest meede gebragte malijers gaan bij dezen Wat moogelijk is, om dat oude Comptoir Baros, in Westehouden, alzoo dies voordeelen niet bunnen opweegen, het geene een suffisante beseting aan opgem: Revier zoude te staankomen en men meer dan eens bevonden heeft dat bij gebrek aan uijterlijke magt, door een wijs gedrag op deeze Cust nog al veel gedaan kan worden. — De drie Jnlandse militairen welke na het afloopen Van het Postje aan meerm: Revier vermist waaren zijnde de Alciense Roo„ versontsnapt en na verloop van eenige tijd weder te ruggekomen 't welke g'omiteert is, Uw Hoog Edelens bij onze voorgaande brie„ „ven te bedeelen. — Weegens het genoegen dat Uw Hoog Edelens hebben gelieven weegens e behandeling meden te neemen in onsen handelingen met den sulthan van Indrapoura kunnen wij niet afzijn Uw Hoog Edelens onze erkentenis te betuijgen, en Uw Hoog Edelens van der te berigten, dat den ijver van dien Vorst bereets van dat nut geweest is, dat thans in plaats van ryst en andere Leevens middelen, na Indrapoura te brengen, gelijk bij het aanvaarden zijner Regeering geschiede; het een= en ander teegenswoordig ten behoeven van andere plaatsen van daar gehaald word; invoegen dat wij niet twijffelen, off uw Hoog Edelens zullen binnen eenige Iaaren door de peper Leverantie almeede van het effect zijner naarstigheijd vertuijgd worden. — De na Nias ende kleijne Eijlanden Jnnako en Maros, mans, sar wendel uijt geant gezondene Chialoup de Goddrink is op den 14e. Meij gelukkig en behouden geretotioneerd, en schoon dezelve het voorgestelde oogmerk van den Jnzaam van Rijst en slaaven, op Nias niet berijst heeft; Dat wijders angaande deze zaale gedaan en Verrigt is, stant I neners van maka„ breedvoerig genoteerd, bij ons besluijt van den 27 maij, waar aan wij voorde odige hulpe doen Uw Hoog Edelens nedrig verzoeken, ons te moogen refereeren, terwijl wij nog maar eenelijk hier bij vorgen, dat de Jnwoonders dier Eijlanden, door eenige Afgesanten, hunne verschuldigte Dankbaar zoo hebben egter de Commissianten Batholomeus Francois Forlade en Christiaan de Groot het geluk gehad, hunne Commissie op de Gem: eijlanden Innako en Maros na Wensch uijt te voeren gelijk uw Hoog Edelens des behaagen de nader zullen kunnen b'oogen uijt derzelver Rapport g 'inseriert ter onzer Resolutie van den 27 maij Waar aan Wij ons eerbiedig gedraagen Van de Vier Mahometaanse Paapen daar wij in onze brief van den 15 maart gewag van maalten was bij hunne komst alhier't hoofd bereeds vertrocken dog de Vier mindere Hoofden off Panglimaas en een priester, bevonden zig nog in Loco, die zij dan ook met behulp van de Jnwoonders, en hegten is genoomen, en geboed na herwaards hebben overgebragt; walkers naamen op het „nevens gaande rolletje gespecificeert zijn; ende wijl wij dezelve als zeer schadelijke subjecten Considereeren zoo hebben wij dienstig g'oordeeld weeder tertugmoogenkomen dezelve byj deeze gelegendheijd aan Uw Hoog Edelens over te senden met nedrig verzoek omze niet weeder na deeze Cust te laaten retourneeren uijt aanmerkinge der onlusten, die zulke lieden in staat zijn, door de onwetendheijd, en bij geloovigheijd van den Inlander, alhier te Verwekken. over zoo „heijd. gekoomen enz: ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3184_0061 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 15th of August 1766. From Sumatra's West Coast, the 15th of August Anno 1766. Expression of thanks for the approved measures taken regarding Passaman. Leeman and Krom have arrived here with the aforementioned good news, and [illegible] have expressed their fidelity and gratitude for the faithful assistance of the Honorable Company with all steadfastness. And having now arrived at this point, namely the commission of the Ayer Bangis resident Jan Boudewijnsz to Passaman; thus, with respect to Passaman, we cannot refrain from humbly thanking Your Right Excellencies for the provisional approval of our measures taken in this regard, of which we had the honor to impart the consequences to Your Right Excellencies in our letter of the 26th of June. Among other matters, we had the honor to bring to Your Right Excellencies' attention the increasing sickness of our people there, and that even the commissioner was no longer free from it. This has since increased and compelled us to permit him to come over here for some time for his convalescence. Meanwhile, in order to cause no hindrance to the progress of affairs, after all previous intentions, we thought fit to commission the provisional head of the militia Fredrik Leeman, and the adjunct sworn clerk Adolf Eschelkrom, and to send them thither with some European soldiers in place of the sick, in order to manage affairs there during the absence of Commissioner Boudewijnsz. Being thus replaced, and having put everything in proper order, he arrived here on the 20th of July by the sloop De Goudvink with several sick persons. However, a few days later, news from Passaman arrived that the Malays, our allies, since the departure of the said commissioner, had begun to desert considerably, to such an extent that the commissioners found themselves somewhat embarrassed. Therefore, in our session of the 25th of July, we judged it necessary to send Commissioner Boudewijnsz, who had now somewhat recovered from his illness, back thither again, in order to attend to affairs there in person as before. And having made a small requisition for cash and other small necessities, he departed for Passaman that very evening on the aforementioned sloop, and arrived there safely. From where we, upon the return of the aforementioned commissioners on the 6th of this month, received news from him, having returned from the encampment, that the enemy was considerably weakening, and that he found himself so far supported in our entrenchment before his main negorij by the artillery brought up, that without much danger he could await the relief expected from Your Right Excellencies, with a part of which he trusted to bring this expedition to a speedy end; wherefore we look forward to it with great longing. And since, apart from the matters treated, we live in rest and peace with all the other native princes and regents on this coast, and have nothing further to impart in that regard, we proceed to the chapter on Commerce: under which we come initially to humbly thank Your Right Excellencies for the favorable approval [illegible]

Dutch transcription

Van Sumatras Westkust den 15 August:s 1766, Van Sumatras Westkust den 15:' aug:s A:o 1766. dank bethuijging voor de goreekeu„ p=s genoomene Maat reguilen, len hier gekoomen. — gem: perzoonen Vervangen was. — g' approbeerde behandeling Leeman en koom sijn met neevens gem: goede tijding uijt „heijd en erkentenisse voor den trouwen bijstand der E Comp=s met alle Volhertigheijd betuijgd hebben. — En nu hiermeede gekomen zijnde dat de Commissie van „ring en ded: Edelen ho onse de Aijerbangijs resident Ian Boudewijnsz: tot Passaman; zoo ten opsigte van Passaman kunnen wij niet af zijn Uw Hoog Edelens ootmoedig te bedanken voor de provisioneele goedkeuring onzer hier omtrend genoomene maatregelen, waarvan wij bij onzen brief van den 26:e Junij d' eere gehad hebben Uw Hoog Edelens de gevolgen tot te bedeelen onder anderen hadden wij daar bij de Eere Uw Hoog Edelens on„ mene perissie met eenigesen der het oog te brangen de toeneemende ziekte van ons voll aldaar, en dat zelfs de Commissiant daar van niet meer vrij was, het welke 't zeedert toe genoomen en ons genoodzaakt heeft, denzelven te permitteeren, met dezelve voor eenigen tijd, ter reslonvalesceering na herwaards overtekomen terwijl wij om aan den Voortgang der zaaken nadatal voren voor neens g'eene hindemnisse toe te brengen, midelerwijlen goedvonden het P:l hoofd der Militie Fredrik Leeman, en den adjunct gezwooren Clercq Adolp Eschel krom te Committeeren, en met eenige Exro„ „peese Militairen in plaats van de zieken naderwaards over te zenden, om geduurende de afweesenheijd van den Commissiant Bouao„ „dewijnsz: de zaaken aldaar waar te neemen, die dan ook dus ver„ vangen zijnde, na op alles behoorlijke ordre gesteld hebbende, op den 20. ' Julij p:r de Chialoup de Goudvink met meerm: zieken alhier arriveerde. e e ense Dogerijnige da en her an tijding van dassamaen onge¬ =loopen zijnde dat de maleijers onse bondgenooten 't zeedert het het vertrok van gem: Commissiant, merkelijk begonnen te verloo„ „pen, invoegen, dat de Gecommitteerdens zig zelve eeniger maaten verleegen van den; zoo hebben wij in onze sessie van den 25:e Julij nodig g'oordeeld, den Commissiant Boudewijnsz:, die nu van zijne ziekte wat hersteld was, wederom naderwaarts te rug te zenden, om de zaaken aldaar als voorheen in perzoon waar te neemen; en hier op een Eijschje van Contanten en andere kleijne noodwendigheeden gedaan hebbende, zoo is dezelve nog dien avond met opgem: Chialoup, na Passaman Vertrecken, en gelukkig al„ „daar g'arriveerd. — Van Waar wij P:r het Retour vande Voorgen: gecommitteer„ dens op den 6 deeser tijding van hem erlangden, dat den Vijand het zleeger terug gekoomen merkelijk verswakte, en dat hij zig in onze verschansing voor zijne hoofd negorij, door het na boven gebragte hrsoe Geschut in zoo verre ge„ secoureerd vond dat hij zonder veel gevaar, het van Uw Hoog„ Edelens verwagt wordende Cecours zon afwagten; met een gedeelte van 't welke hij vertrouwde dees Expeditie spoedig ten eijnde te zullen brengen; Weshalven wij het zelve met veel verlangen te gemord zien. En dewijl wij buijten de verhandelde zaaken, met alle de note de en Jrbnder e overige Inlandse Vorsten en regenten op deeze Cust in rust en Vrede Leven en dien aangaande Verders niets te bedeelen hebben, zoo gaan wij over tot het hoofdstuk van den. Koophandel: onder het welke wij Uw Hoog Edelens Dank betuijgring nopens de aanvankelijk nedrig koomen te bedanken, voor de gunstige enz vertrek. approbatie. 99 van neevens gen: pex Pancolle

NL-HaNA_1.04.02_3184_0062 view scan ↗

English

23. From Sumatra's West Coast, the 15:th August:s 1766. — From Sumatra's West Coast, the 15 August 1766 hope that the pepper cultivation will have no contradictory effect on Trade all the Pepper that is collected expression of gratitude for the approval of the price current sent in the previous year etc: approval of Your Right Honourables' approval of our resolution of 4 July 1765 regarding a pack of Pareallen to Aijerbangijs, while we furthermore remain in the confidence that already in this year we shall have the good fortune to give Your Right Honourables proof that Your High's good expectation regarding commerce in the future is not unfounded. But as regards the pepper plantation, we wish to hope that it likewise will have no contradictory effect, so that the earth would be less fruitful in this respect, at a time when the land is cleared of infectious diseases, in contrast to the previous year when it was oppressed thereby. Meanwhile, we request Your Right Honourables to rest assured that everything which the Company's Districts on this Coast deliver in pepper is faithfully brought into the lap of the Honourable Company, and that nothing would gladden us more than that we were so certainly in a position to fulfill Your Right Honourables' esteemed requisition concerning the White Pepper, for which as yet there is little prospect, notwithstanding all necessary means are being employed thereto. For the favourable approval of our price current sent in the previous year, we express our humble gratitude to Your Right Honourables and request that you do not take it amiss that we omitted to add thereto that the authorization for the sale of the 38 Adjarhadjase Packs was regulated according to the mentioned Price Current. — From the 64 packs of Linens which it pleased Your Right Honourables to send us with the barque de Mossel, we have caused the accompanying Price Current to be drawn up, and, the Prices set for them being quite reasonable, authorized the Administrators, when opportunity offers, to proceed with the Sale thereof accordingly; just as we have also arranged according to it the sale prices of the 25 Packs of Remaining Linens, brought on our Requisition for this Running Financial Year per the Sloop de Ida wilhelmina; and having also given the same order with respect to the 45 Packs sent for Chinco, we hope that this action of ours will be favourably approved by Your Right Honourables. The Bengal Gerrasses brought per the ships Westvriesland and de Jonge Samuel having been set at Th: 3: 4. per Corge on the Price Current drawn up for them and approved by Your Right Honourables, the Administrators have since done their best for the sale thereof in such manner, but could not succeed therein; Wherefore they subsequently addressed themselves to us with the Report accompanying this, and made known the impossibility thereof, pointing out that the excessively high Purchase price, which makes a difference of 8 Maas of Gold, was the reason why the same could not yield the Required Percentages of Profit, and that the utmost that could be negotiated could reach no more than 3 Thail of Gold per Corge, requesting to obtain our approval on this matter. And as we took into consideration that these Linens, by a longer stay in the Warehouses, diminished more or less in Value, and the Capital thereof, through its [illegible]

Dutch transcription

23. Van Sumatras West Cust den 15:e August:s 1766. — Van Sumatras Westkust den 15 Augustes 1766 hoope dat de peeper aanplanting geene teegen strijdige uijtwer„ den Handel sal hebben al de Peeperdie ingesaameld dank bethuijging voor te appro„ batie van de ins: p:o overgezonderne prijs Courant enz: H: Edelens approbatie ge„ approbatie onser resolutie van den 4 Julij 1765 ten opsigte van een pack Pareallen tot Aijerbangijs terwijl wij verders in dat vertrouwen zijn, dat wij bereeds in dit Iaar het geluk zullen hebben uw Hoog Edelens blijken te geeven dat Hoog derzelver goede verwagting, omtrend den Koophandel in 't vervolg met ongegrond is Maar wat aangaat de peper plantagie Willen wij hopen „ping mat het goed succes van dat het daar meede geen tegenstrijdige uijtwerkinge zal hebben, zoo dat de aarde in deesen minder vrugtbaar zoude zijn, in een tijd dat het land van besmertelijke ziekens bewijd is, inteegen„ „stellinge van A:o p:s daar het zelve daar onder gedrukt werd Ondertusschen verzoeken wij Uw Hoog Edelens zigver werd ordan d: Comp:s ale zeekert te willen houden dat alles wat 's Comp:s Districte op op deeze Cust van peeper uijtleeveren getrouwelijk in den schoot van d' E Comp:e gebragt word, en dat ons niet meer zoude verheligen als dat Wij zoo zeeker in staat waarom aan uw hoog Ede lens g'eerd requisiet, nopens de Wittepeeper te kunnen voldoen waartoe als nog wijnighans is, niet teegenstaande allenoodige middelen daar toe in 't werk gesteld worden Voor de gunstige approbatie van onze in A:o p:o overgesonde„ „ne prijs Courant betuijgden wij Uw Hoog Edelens onse nede„ rige dankbaarheijd en verzoeken niet quaalijk te willen duijden dat wij g'omiteerd hebben daar bij te voegen, dat den qualifica„ tie tot den verkoop der 38 Adjarhadjase Packen na gemelden Prij Courant gereguleert is. — Van de 64 palken Lijwaaten welke het uw Hoog Edelens behaagt heeft, hoope van H: H: Edelens ons met de barcq de Mossel toetezenden, hebben wij den neevensgaande prijsen opneevens gem:t Lijwaa„ Prijs Courant laaten formeeren, en de daar voor gestelde Prijsen reedelijste wel uijtkomende, de Administrateurs gequalificeert, bij geleegendheijd met den Verkoop daar van zoodaanig voor te vaaren; gelijk wij ook daarna ingerigt hebben, de verloopers prijzen der 25 Paklen Re„ „stant Lijwaaten, op onzen Eijsch voor dit Loopende Boeljaar p:r de Chialoup de Ida wilhelmina aangebragt; en ten aansien der voor Chinco gezondene 45 Pakken meede dezelve ordre gesteld hebbende, zoo verhoopen wij, dat dit ons gedaente door Uw Hoog Ede „lens gunstig zal worden g'approbeert. De Gerrassen Bengaalse p=r de scheepen Westvriesland en de d: Administrateurs tot„ Jonge Samuel aangebragt bij den daar opgemaakten, en door neevens gem: Verkoop op HE: UW Hoog Edelens g'approbeert ten Prijs-Courant gesteld zijnde qualificeert. â Th: 3: 4. 't Corgie zoo hebben de Administrateurs, tot derzelves Verkoop op dusdaanige Wijze, 't zeedert haar best gedaan, dog daar inne niet Kunne reuisseeren; Weshalven zij zig Vervolgens, met het deezen Versellend Berigt aan ons addresseerden, en de onmogelijkheijd daarvan te kennen gaaven, met aanwijzinge, dat den te hoogen Inkoops-prijs, dewelke een verschil maakt van 8. Maas Goudt, de grond was waarom dezelve de Vereijschte P:r C=tos Winst niet konde behaalen, en dat het uijterste 't welke te bedin„ gen was, niet meer konde haalen dan 3 Thail Goudt voor 't Corgie met verzoek om ons goedvinden hier over te mogen erlangen En alzoo wij in aanmerking naamen, dat deese Lijwaaten door een langer verblijff in de Pakhuijsen, min- off=meer in Valeur Verminderden, en het Capitaal daar van, door zijne van van teloosheijd „verdenz: .

NL-HaNA_1.04.02_3184_0063 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 15th of August 1766. From Sumatra's West Coast, the 15th of August 1766. the subordinate servants dent, alongside the said order of their Right Honourables communicated. the post Chinco this the requisitioned supplied the servants there have submitted requisition notified refers to our already submitted requisitions. — Challier alongside the said disposition concerning his submitted request the books sort in such manner [illegible] written off the Adjarhadja remainders let them diminish somewhat expression of thanks for the disposition thereon reduced the unprofitableness; so have we judged it best for the interest of the Honourable Company to dispose of the same in such a manner, and to authorize the Administrators to proceed with the sale thereof in such a way, in the hope of Your Right Honourables' favourable approval. Your Right Honourables' declaration concerning the outcome of trade, especially the pepper, and the collection of products at the four subordinate posts in the past year, we have communicated to each of the servants in particular, in order to remind them thereby of the true objective of the Honourable Company. In particular, we have earnestly recommended to the Resident at Baros to fulfill Your Right Honourables' good expectations through a prompt provision of what has been requisitioned for this year, both for the Indies and Pro Patria. With regard to the post Poulo Chinco, we have the honour to inform Your Right Honourables that as far as possible during the course of this financial year, we have assisted the servants there with what was requisitioned, and communicated to them Your Right Honourables' most respected order regarding their requisitions to be made. Concerning which they have notified us by letter of the 23rd of May of the receipt and the satisfaction of [illegible] of the 14,400 guilders in New Netherlands Payment delivered by the bark De Mossel, together with the 145 packs of piece goods in kind sent to them; with regard to what was requested for this Main Post, we refer to our formal requisition sent by the sloop De Ida Wilhelmina, and the extraordinary requisition sent by a subsequent opportunity. Regarding the reimbursements and levies, we have the honour in the first place to inform Your Right Honourables that we have notified the Adjarhadja Resident Challier, by an extract from Your Right Honourables' most venerated letter of the 15th of April, of their sentiments regarding his submitted requests for relief from the dispositions of their Right Honourables notified. — With respect to the outstanding debts, in consequence of the qualification obtained from Your Right Honourables, we have caused the arrear of the former Baros Resident Coenraad Meertens to be written off to the account of previous year's Profit and Loss in our books, and that of [illegible], while in the meantime that of the former Adjarhadja Resident Christiaan Ernst van Seyffert still continues to run. Regarding The remainders, and specifically those at Adjarhadja, which under the end of August 1765 having been somewhat too high, we have decided to let the same diminish to some extent, whilst we have in the meantime written to the Resident to pay his debt to the treasury on account of the reimbursements imposed upon him, without any further days of postponement, etc. Requisition, which we accompany herewith in duplicate, whilst we meanwhile cannot refrain from humbly expressing our gratitude to Your Right Honourables for the communication of their Right Honourables' decision on our aforementioned formal requisition for the year 1766, as well as for the favourable reflection which Your Right Honourables have been pleased to give to the humble advices communicated therewith with regard to Poulo Chinco. Concerning requisition: him. R

Dutch transcription

Van Sumatras Westcust den 15 August:s 1766. , Van Sumatras Westkust den 15 Augustus 1766 de subalterne bediendensen dent, neevens gem: ordre van H: H: Edelens bedeelt. het Comptoir Chincois dit het g' eijschte gerieft de bedienden s aldaar hebben gedaanen Eijsch genotificeert reffert aan onze reeds gedaa¬ „nen Eijschen. — Challier neevens gen: dispo„ nopens zijn gedaan verzoek de boeken zoort sinvoegen bezogde afgesz: d' Adjarhadjase Restante denen wat laten aflopen dankt betuijging voor de daar dispositie renteloosheije verminderde; zoo hebben wij voor het belang der E: Compn best g='oordeelt, dezelve zoodanig van de hand te zetten ende Administrateurs te qualificeeren met den verkoop daar van zoodanig voort te vaaren, in hope van Uw Hoog Edelens gunstige Approbatie. Uw Hoog Edelens declaratie over den uijtslag des Handels insonderheijd den Banstesin, en den Insaam der producten, op de Vier onderhoorige Comptoiren in As p:o hebben wij de bediendens ijder in het bijzondere bedeeld, ten eijnde om haar daar mede indagtig te maaken het waare doelwit, van D E Comp:e Insonderheijd hebben wij den Resident tot Baros met ernst gerecommandeert aan UW Hoog Edelens goede verwagting te Voldoen door eene prompte besorging, van het dit Jaar g'eijschte, zo voor Indien als Pro Patria Ten aanzien van het Comptoir Poulo Chinco hebben wij d' Jaar namogelijkheijdt met eere Uw Hoog Edelens te dedeelen dat wij de Bediendens al„ „daar geduurende den Cours van dit Boekjaar naamoogelijkheijd, met het geijschte g'adsisteerd, en haar bedeeld hebben Uw Hoog Edelens zeer gerespecteerde ordore met betrokkinge tot haare te doene Eijsschen: welke aangaande zij ons den ontfangst ons de voldoening van kitunen der p:r de Barcq de Mossel, Voldaane ƒ 14'400 Nieuw Nederlands Paijement beneevens de gezondene 145 Pakken Lijwaaten in soort; bij briefje van 23. e Maij genotificeert hebben, gedraagen wij ons ten aanzien van het verzogte voor dit Hoofd Comptoir, aan onzen p:r de Chialoupde Ida Wilhelmina affgegaanen Formeelen, er p:r nadere gelegendheijd Verzondene Extraordinairen De Vergoedingen en Belastingen hebben wij d. ' eere UW Hoog Edelens in de eerste plaats te berigten, sitieven H: H: Edelens dat wij den Adjarhadjaasen Resident Challier bij een genotificeert. — Extract uijt Uw Hoog Edelens zeer gevonereerde Letteren van den 15:e April hebben bekend gemaakt, Derzelver gevoelens, ten aunsien van Zyjne gedaane Verzoeken, ter onthoffinge vande Ten opsigte van de Uijtstaande schulden hebben wijinge 'tagterwelen van Meertors, volgede van Uw Hoog Edelens erlangte qualificatie het agter weezen van den geweesen Baros Resident Coenraad Meertens, opreekening van Voorjaarige Winst= en= Verlies bij onse Boeken en dat van sisfertkhlopt bij laaten affschrijven, terwijl ondertussen dat van den geweesen Adjarhadjas Resident Christiaan Ernst van Seijffert nog nog blijft voortloopen. Omtrent. De Restanten, en wel eijgen:lijk die te Adjarhadja welke onder Ult:o Augustus 1765. Wat te hoog geweest zijnde, hebben wij onnevens gem=t zoo hebben wij beslooten, deselve eeniger maaten te laaten affloo„ =pen, terwijl wij middelerwijle; den Resident hebben aange„ „schreeven, zijn de bet aan Cassa, uijt hoofde der hem aangelegte Vergoedingen, zonder verder uijtstel-daagen te voldoen enz: Eyjsch, welke bij de deezen in Duplicaat Versellen, terwijl wij in tussen niet kunnen af zijn UW Hoog Edelen sootmoedig dank te bethuijgen voor de bedeeling van Hoog Derzelver Besluijt op boven H: H: Edel:s daarop bedeelde gemelde onsen formeelen Eijsch voor A:o 176 6/ als meede voor de gunsti„ „ geroflezie, wolle UW Hoog Edelens op de daar beneevens bedeelde needrigen advisen ter aanzien van Paulo Chinco, hebben gelie„ „ven te slaan. Belangende Eijsch: hem. R

NL-HaNA_1.04.02_3184_0064 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 15th of August 1766. The Administrators, having been ordered to report on the gold content deficiencies, on the basis of which the account of the Assayers was debited, etc. Regarding his interests and the compensation credited here, he was imposed a compensation on account of Elias Z. amounting to ƒ5082:15:8, and loss of profit on damaged linens sent to Batavia in the amount of ƒ1357:7:8, with such orders as mentioned hereinbefore under the heading of Arrears. As regards the amount of ƒ2063:4, which by order of Your Right Excellencies was charged to this Commandment per invoice of the bark De Mossel on account of deficiencies in fineness found on various gold bars sent successively from here, so that it might be compensated by the collectors thereof: we have, for the clarification of that entry, ordered the Administrators to report on whom the compensation thereof actually devolves. And this having been satisfied by the accompanying report, it has appeared to us therefrom that, since the aforementioned bars were properly assayed and provided with their assay notes when sent from this Coast, by no means the collectors, but rather the assayers are responsible for that damage, because the gold is received from the merchants upon their assay, and settlements are always made with them upon the certainty thereof, as Your Right Excellencies will see in more detail from the aforementioned report, to which we take the liberty respectfully to refer. And since, through the contrary thereof, the assaying science of the assayers would be of not the least use, indeed even very detrimental to the trade here; we have, under Your Right Excellencies' favorable approbation, provisionally deemed fit and resolved to leave the surfeits and deficits in fineness of the gold for the account of the assayers, and the overweight and underweight for the Administrators, in whose presence the bars, being melted and assayed, are weighed. On which ground we have caused to be balanced not only the aforementioned ƒ2063:4 charged in that respect, but also that which was charged to this Commandment in the aforementioned invoice with ƒ348:14:8 and credited with ƒ1392:9:8 in the aforementioned manner, as Your Right Excellencies, if pleased, will be able to view more clearly and in greater detail from our resolution of the 16th of June. We have consequently, bringing into execution that which was to be compensated and credited on this Coast, now charged and credited back per invoice to the Head Office that which is to be compensated and enjoyed by the assayers over there. This having been done, and among others the serving assayer here, Fredrik Altena, having also been charged ƒ283:5:12 and credited ƒ82:19:4, and the excess having been paid by him into the cash office according to the aforementioned resolution, he nevertheless requested the liberty to present his interests against this in writing, which we thought we could not refuse him. And he consequently delivered to us the petition accompanying this, together with an authentic copy from the Instructions for the Assayers, and the copy of his Act of Authorization.

Dutch transcription

Van Sumatras Westkust den 15 Augustus 1766 Van Sumatras Westkust den 15 August:s 178 d: Administrateurs g.' ordon„ halte opt goude van berigt te 9b fondament van welk de„ voor reekening der Essaijeirs gelaaten is enz: belangens van den hier en ten goeden gebragte, heeft hem opgelegte Vergoedinge weegens Elias Z:) groot ƒ5082:15:8. ende winst dervinge van de na Batavia Versondene beschaadigte Lijwaaten ten bedraagen van ƒ1357:7:8. met zoodanige ordore, als bevoeds hier vooren; onder het Hoofd der Restanten Vermeldt Wat aan belangt het bedragen van ƒ2063: 4: ter ordre van „neert en weegens gem: minge UW Hoog Edelens bij Factuur van de Barcq de Mossel dit Com„ „mandement ten lasten gebragt weegens bevondene minge„ „haltens op diverse staaven goudt; successive van hier versonden ten eijnde om door de Insaamelaars van het zelve Vergoed te worden; Zoo hebben wij tot ophelderinge van die Post de Administrateurs van Berigt laaten dionen, wien eijgent¬ „lijk de Vergoedinge hier van in Cumbeere En hier aan bij het neevensgaande Berig=t voldaan meer =mn=r min gehaltens hebbende, zo is ons daar uijt gebleeken, dat aangezien d' opge„ „melde staaven behoorlijk g'Essaijeert, en van hunne Essaaij Briefjes voorsien, van deze Cust verzonden zijn geenzints de Insaamelaars maarde Essaaijeurs voor die schaade Responsa„ bolzijn, om dat het Goudt op hun Essaaij, van de Kooplie„ „den ontfangen, en op de zeekerheijd van dien steeds met dezelve affgereekent word, gelijk uw Hoog Edelens breedvoe vi„ „ger zal consteeren uijt het opgemelde Berigt, waaraan wij de vrijheijd neemen ons Eerbiedig te reffereeren: En alzoo door het Contrare van dien, de Wiskunst der Essaijeurs van geen het minste nut, Ia zelfs in den handel alhier zeer hinderlijk zoude zijn; zoo hebben wij onder Uw: Hoog Edelens Op welken grond wij niet alleen de voorengemelde ƒ2063:4: 't ten dienopsigte teen laste„ maar ook het geene dit Commandement bij voorschreeven Iac„ sijn vorlovening op neevens „tuur met ƒ 348: 14: 8. ten Lasten, en met ƒ1392:9:8: ten gem: wijz gevonden goeden gebragt is zijne vereeveninge hebben laaten vinden gelijk Uw Hoog Edelens des behaagende, uijt ons besluijt van den 16 Iunij duijdelijker en broedvoeriger zullen kunnen b'oogen Wij hebben dienvolgende, het geene op deese Custvergoed en genooten moest worden ter uijt voorgebragt wordende thans het geene door de Essaijeurs â Costi vergord, en genooten moet worden bij Factuur het Hoofd-Comptoir ten Lasten en ten Voordeele terug gereekend. — Dit dus gedaan en onder anderen den alhier dienst, de daar teegens ingebruagte „doende Essaijeur Fredrik Altena meede ƒ 283: 5: 12: ten beschijden Essaijeur Ver Lasten en ƒ82: 19: 4. ten goede gekomen en het meerderen vol, sellen deesen. enz: =gens opgemeld Besluijt, door hem in Cassa voldaan zijnde zoo heeft dezelve dit niet teegenstaande versogt de voijheijd te hebben, zijne belangens hierteegens in schriptis te moogen voor„ draagen, het welke wij vermeenden hem niet te kunnen wijgeren en heeft dezelve dienvolgende aan ons oorgeleevert, het deesen Versellende Request annex eene authenticque Copij uijt de Instructie der Essageurs, en de Copia Zijner Acte van Authori gunstige Approbectie bij provisie goedgevonden en Gersolveert de meer= en= min gehaltens van het goud te laaten voor Reeke„ „ning van de Essaijeurs en het over=en=onderwigt voor de Admini„ „strateurs bij de welke de staaven gesmolten en g Essaijeert zijnde gewoogen worden. gunstige satie. dienen. staat. R

NL-HaNA_1.04.02_3184_0065 view scan ↗

English

29. From Sumatra's West Coast, 15 August 1766. From Sumatra's West Coast, 15 August 1766. Thanksgiving for the aforementioned precaution taken by Your Right Nobles. Aforementioned regarding the half toll, to excuse it will be done on a further occasion. The aforementioned tax on 80. Altena, as Assayer, granted by the Noble and Mighty Lords Councilors and General Masters of the Mint of the United Netherlands at The Hague on the date 17 September 1740, with the request to be exempted from the mentioned greater and lesser finenesses, or otherwise to allow this humble petition of his to be forwarded to Your Right Nobles for that purpose. And as we deemed ourselves incompetent for the first, we denied him that request, but granted the second, in consequence of which we hereby forward that petition, with an earnest request to obtain Your Right Nobles' approval on this matter. For the favorable precaution of Your Right Nobles regarding the collection of ƒ 512:10: which was to be reimbursed to the Honorable Company by the widow of the former First Administrator van Rhijn, we express our humble thanks to Your Right Nobles, while we at the same time have the honor to report that what still had to be reimbursed in addition to the above-mentioned ƒ 512:10: pursuant to our resolution of the date 6 August 1765, was at that time, as usual, counted here into the cash, and charged to Chinco and Adjarhadja. Concerning the artillery goods used that were found short and reimbursed in the past year, there having been no reasons at hand to have any suspicion concerning this, we shall nevertheless, in the future, exercise all circumspection regarding this and, should it be required, conduct ourselves according to Your Right Nobles' esteemed orders. To share the Company's revenue that we, among humble request to the, among the enclosures received per the bark De Mossel, found a circular order from Your Right Nobles of the date 9 December 1765 to levy the half toll at all toll-paying offices on the permitted cargoes of the ship's officers; but since the revocation of free trade, this matter has been of no importance here, and the This main part having thus been dealt with, we furthermore have the honor to give notice to Your Right Nobles with regard to the aforementioned matter. Among the enclosures received per the sloop De Idawilhelmina, we have found, among others, an extract from the minutes of the resolution taken by Your Right Nobles on the date 8 May, whereby this Commandment is credited with ƒ 156:3:8: on account of the surplus fineness found on Coromandel in some gold sent from here; of which we shall have the honor to share the reconciliation with Your Right Nobles on a further occasion. The servants at the office of Poulo Chinco we have, in consequence of the license obtained from Your Right Nobles, again exempted from what they had paid into the cash in fulfillment of our resolution of 21 January for the loss on 80 pieces of saanen de belgarij, which, on account of their poor condition, were sold here at public auction to the highest bidder. The. half.

Dutch transcription

29. Van Sumatras Westkust den 15 Augus 1766. . Van Sumatras Westkust den 15 Augustus 1766 dank bethuijging voor nevens gem: door H: H: Edelens gebruijkte voorsorge voorsz aan om tr end de Strt heeden van neer aschwoor„ halve Tol 't excuseeren sal men bij nader geleegendheijd neevens gem: belasting op 80 „satie hem Altena als Essaijeur Verleend door de Edel Moogende Heeren Raaden en Generaal Meesters van de munte der Veroenig„ „te Neederlanden tot 'shage in dato 17:e September 1740. met verzoek om van gemelde meer=en= min gehalten s bevrijd te worden, dan wel dit zijn nedrig verzeek schrift tot dien eijnde aan Haar Hoog Edelens te laaten affgaan: En alzoo wij ons tot het eerste onbevoegdt oordeelden zoo hebben wij hem dat Verzoek ontzegt naar het twede g'accordeert, ingevolge van het welke wij dat Request bij deezen laaten afgean, met instandig Verzoek om UW Hoog Edelens goedvinden, hier over te moogen erlangen Voor de guinstige Voorsorge van Uw Hoog Edelens omtrent de invorderinge van ƒ 512: 10: welke door de Weduwe van den geweesen Eerste Administrateur van Rhijn aan D E: Comp=e moosten vergoed worden, bethuijgen wij uw Hoog Ede„ „lons needrigdank, terwijl wij te gelijk d' eerrhebben temelden dat het geene boven opgemelde ƒ 512:10: ingevolge van ons Besluijt, de dato 6:e Augustus 1765. nog moeste vergoedwor„ den, te dier tijd nagewoonte alhier in Cassa geteld, en Chinco en Adjarhadja aangereekend is Belangende de in A:o p:o te kort bevondene, en vergoede hibor Rooderen Gebruijkt Arthillerij Goederen geene reedenen voor handen geweest zijnde om desweegen eenige agterdogt te hebben; zoo zullen wij egter niet te min, in 't vervolg daar omtrend alle om„ „zigtig „standigheijd gebruijken en des Verrijscht wordende, ons na Uw Hoog Edelens g'eerde ordres, gedraagen. 's Heeren geregtighijd te bedeelen dat wij onder nedtig verzoel omde ondere de Bijlaagen p:r de barcq de Mossel ontfangen, gevonden werden eene Circulaire ordre van Uw Hoog Edelens de dato 9:e December 1765. om op alle de Telgeevende Comptoiren, denhalven Thol te ligten, op de gepermitteerde Lasten der scheeps Overheeden maar aangezien 't zeedert het intrecken der vrije vaart, dit stuk alhier van geen belang geweest, en de Dit Hoofdeel dus Verhandelt zijnde, zoo hebben wij Verders de Eere Uw Hoog Edelens ten aansien van Onder de Bijlaagen p:r de Chialoup d' Idawilhelmina van nevengem: bereoering ontfangen hebben wij onder anderen gevonden, een Extract uijt kennis geeven de Notulen van het Geresolveerde bij Uw Hoog Edelens in dato 8:e Maij waarbij dit Commandement ten goede gebragt word ƒ 156:3:8:; weegens het op Cormandel bevondene overgehalte op eenig van hier versonden goudt Waar van wij by nadere gelee„ „gendheijd, d'eere zullen hebben uw Hoog Edelens de Veroevening te bedeelen. De Bediendens ten Comptoire Poulo Chinco hebben wij in de Chines bediendens van gevolge de van uw Hoog Edelens erlangte Licentie weederom p:ro saanen intheeft ontheft van het geene dezelve in voldoening aan ons Beschluijt van 21 Januarij in Cassa hadden betaaldt, voor het verlies op 80 p:s saanen de belgarij, die om haare slegte gesteldheijd alhier p:r Vendutie aan den meestbiedenden Verkogt waaren De. halve.

NL-HaNA_1.04.02_3184_0066 view scan ↗

English

31. From Sumatra's West Coast, the 15th of August, Anno 1766. From Sumatra's West Coast, the 15th of August, Anno 1766. The Adjarhadja Resident that for the construction of the projected new buildings, as much as feasible, enabled, etc. Expression of thanks for the favorable considerations regarding the, etc., and effort to do the [illegible] of this Coast, learned from the same. Sailing on this Coast, where it was to the detriment of our Company, half toll of the permitted burdens of the ship's officers of one to two ships which arrive here once yearly can import very little, so we humbly request Your Right Honorables favorably to excuse the ship's officers sailing on this Coast from this. We have informed the servants at the office of Poulo Chinco of Your Right Honorables' favorable approval of the repairs done there, and that Your Right Honorables have acquitted the First Resident Palem of swearing to the expense account; and furthermore, as much as was feasible for us, we have enabled and ordered the Adjarhadja Resident to construct the projected new buildings according to the design and what was ordered by Your Right Honorables, to arrange everything in such a manner that the buildings are solid and well-made, and he would be able to advance with the calculated sum. Regarding the trade and pay books of this Coast and the transaction of affairs in Anno 1762/5, we cannot fail humbly to thank Your Right Honorables for the favorable consideration with which Your Right Honorables have been pleased to pass the outcome of the Honorable Company's affairs in that unfavorable year; we shall endeavor to the utmost of our power to contribute everything that is in any way possible to increase the profits and to reduce the burdens, in order to appear before the eyes of Your Right Honorables in this fiscal year with a pleasant presentation, notwithstanding the evil practices of the English. Concerning public affairs, we live in peace with that nation; for the rest, we live with the same in peace. The only thing by which we were apprehensive of coming into a dispute with the same in this regard was a complaint made to us by the Adjarhadja Resident concerning the inhabitants of Mocca-Mocca who, as he informed us, were incited by the English unexpectedly to raid the small Indrapoera village named Troosan Boonga, to burn it, and what they further [illegible], and redressed. Regarding foreign nations, and in particular the English, we take the liberty most humbly to request Your Right Honorables favorably to trust that, notwithstanding their frequent navigation, everything that can be advantageous to the Honorable Company's trade and interest is nevertheless promoted to the best of our knowledge and ability; and on the contrary, that which can be detrimental to the same is opposed with all seriousness and zeal, and despite the English being strong, all their practices are nevertheless curtailed, etc. For the authorization obtained from Your Right Honorables for the payment of the outstanding pay of the Buginese soldiers serving here and on Baros who have served out their contracted time, we express our humble thanks to Your Right Honorables, while we have already issued the necessary orders to satisfy their request. Concerning the extraordinary expenses that are borne this year on account of Passaman, of which we nevertheless soon hope, after obtaining some assistance, to have the honor of imparting the desired outcome to Your Right Honorables, which will far exceed in advantage for the Honorable Company the costs and trouble expended for that purpose thus far.

Dutch transcription

31. Van Sumatras Westkust den 15 Augustus A:o 176. Van Sumatras West Cust den 15 Augustus A:o 1766. enden telja, hadjaas Resi dat tot de Estrueering van de Geprojecteerde nieuwe ge„ bouwen zoo veel doenelijk in staat gestel enz: dank betuijging voor de gunstige Consideratien omtrend de be„ alse porginge zul: en aan ten van dese Eust te doen Verneerde van dzZ: op deze Cust vaaron werd tot nadeel van onze Compte halve Thol van de gepermitteerde Lasten der Scheepsoverheeden, van een, à twee scheepen welke Iaarlijx eens hier aankomen, zeerwijnig Kan emporteeren zoo verzoeken wij Uw Hoog Edelens needrig om de scheeps overheeden op deese Eust vaarende hier van geanstig te willen Excuseeren. De Bediondens ten Comptoire Poulo Chinco hebben wij be„ elee e end gemaakt uw Hoog Edelens gunstige approbatie der insz: p:s aldaar gedaane Reparatien, en dat Uw Hoog Edelens den Eersten Resident Palem, van d' beediging der onkost reeckening hebben vrijgesproken; en Voorts den Adjarhadjas Residient zo veel ons doenlijk was in staat gesteld en gelast, de geprofecteerde nieuwe gebruwen, na volgens de affteekeninge, en het g. ordonneerde van Uw Hoog Edelens 't extrueeren in alles zoodaanig interigten dat de Gebouwen hegt en goedgemaakt en hij met de gecalculeerde somma zoude kunnen vondschieten Belangende. De Negotie en Zoldij=Boeken van deeze Cust d, handeling van zaaken in A:o 176 2/5 kunnen wij niet affzijn Uw Hoog Edelens ootmoedig te bedanken voor de gunstige Consideratie, met dewelke Hoog Dezelve den uijtslag van 's E Comp:s zaaken in dat teegenspoedige Iaar, hebben gelieven te passeeren; zullende wij na uijterste Vermoo„ „gen tragten alles bij te brengen, wat maar eenigsints mogelyk is, De Winsten te vermeerderen, en de Lasten te gewend worden om dewins. Verminderen, ten eijnde om in dit Boekjaar met eene aangena„ „me verthooning onder het oog van uw Hoog Edelens te verschijnen niet teegenstaande de quaade practijken der Engelsen, Verorzaakt Omtrent de publicque zaaken leeven wij met die wijleven metdezelve voor 't Natie in Vroede; het eenigste waar door wij bedugt wierden, ook hier omtrent, met dezelve in verschil te raalen was eene door den Adjarhadjaasen Resident aan ons gedaane Klgten over de Jnwoonders van Mocca= Mocca die gelijk hij ons bedeelde, doorde Engelsen waaren opgeroekend het Indrapoerse Negorijtje Troosan g / en Boonga genaamt onverwagts 't overvallen te verbranden, en wat zij vrm Goredresseert. ovrige in Vreede Der Vreemde Natien en insonderheijd eder Engelsen, nen onanger en de Engelsen sterk „men wijde vrijheijd Uw Hoog Edelens needrigst te verzoeken guinstg hun egter alle pactijken te willen vertrouwen, dat men niet teegenstaande frequente vaart benoomen en 2:e derzelver, egter alles wat 'sE Comp:s Handel en belang voordeelig zijn kan, nabeste kennisse en vermoogen bevordert; en inteegen„ =deel met alle ernst en ijver teegengaat, het geene denzelven hinder„ „lijk zijn kan. Voorde van Uw Hoog Edelens erlangte qualifficatie holle de boteigen o e e ter afbetaalinge van de te voorenstaande zoldien, der alhier en zoldijgen aan de boeijen desen op Baros dienstdoende Boegineese Militairen, die hunnen Verbondenen tijdt hebben uijtgediend, bethuijgen wij UwW Hoog„ Edelens needrigdane, terwijl wij seroeds de noodige ordre ter „voldoening aan hun Verzoek, gesteld hebben Ten aansien hebben, de buijten gewoone onkosten, die dit Iaar gedraagen worden weegens Passaman; Waar van wij egterna erlanging van eenig secours spoedig hoopen d' eert te hebben uw Hoog Edelens den gewonschten uijtslag te bedeelen; welke in Voordeel voor D'E Comp:s verre zal te booven gaan, de Kosten en moeijte dus vorre daartoe aangewend. hebben Gevangen, dit boek (aarenz: om ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3184_0067 view scan ↗

English

33. From Sumatra's West Coast, the 15th of August 1766. From Sumatra's West Coast, the 15th of August A:o 1766. Expression of thanks to Your High Noblenesses for the residence of the Chinese settled here. Expression of thanks to Your High Noblenesses for church servants. managed to take captive and carry off with them, in order to pave the way for the English to the lands of the Honorable Company, of which this hamlet constituted the passage. But after we had investigated that matter somewhat more closely, we discovered that this undertaking took place not by the English against the Honorable Company, but by one Radja Idin against the Sultan of Indrapoura, in order by that means to obtain payment for a sum of money which the said Sultan had long owed him and had failed to pay; with which the matter then rested, while the Sultan, shortly after this, upon our orders, had this small negorij repopulated again. For the permission of residence granted by Your High Noblenesses, we express our humble thanks to Your High Noblenesses on behalf of the few Chinese craftsmen and farmers settled here from of old, as they would have been nearly ruined by a final removal from here, and are nevertheless people above the least suspicion, on which sort a watchful eye will be kept by us. Regarding church matters, we have the honor to inform Your High Noblenesses that the Reverend Church Council at Batavia, pursuant to Your High Noblenesses' esteemed order per the bark De Mossel, has provided this place with a comforter of the sick named Willem de Koning, for which we express our thanks to Your High Noblenesses, as well as for your revered decision to send the Reverend Minister Johannis Franciscus Hadom hither for the administration of the Holy Covenant seals, and we shall, after the performance of duties, in conformity with Your High Noblenesses' order, let His Reverence return with the very same ship with which His Reverence is to arrive. Regarding the alleged insult inflicted upon the Junior Merchant Frans Douglas by the Chief Mate Job Derssing, we have the honor to respectfully inform Your High Noblenesses that we can sincerely assure Your High Noblenesses that the said Junior Merchant had full freedom to take the ordinary course of law, but did not pursue it, instead requesting the First Signatory by petition, in view of the brevity of the stay of the said Chief Mate, to grant him permission to have the persons to be named by him heard before the Commissioners; which request the First Signatory, for reasons of urgency given, believed he ought not to refuse, and much less imagined that this would be regarded as an obstruction of the course of justice. But concerning the displeasure given to Your High Noblenesses regarding judicial matters, we humbly beg Your High Noblenesses for pardon, the more so because the committed errors lay not so much in the improper or too severe handling of the same, but rather in its formalities; which we nevertheless promise Your High Noblenesses we will strive to prevent in the future to the best of our knowledge, in order to give Your High Noblenesses the due satisfaction in this as well as in all other matters.

Dutch transcription

33. Van Sumatras Westkust den 15 Augustus 1766. — Van Sumatras Westkust den 15 Augustus A:o 1766. dank bethuijging vaon H: H: Ed=s de verblijf der alhier gestabileer de Chineese dank bot huijging vor H: H: Ed: Kerkalijke bediendens gevangen Kreegen met zig weg te voeren, om de Engelsen alzoo den weg te baanen, na de Landen van D E Comp:e Waarvan dit gehugte de Passagie uijtmaakte: Dog nadat wij die zaake wat nader ondersogt hadden zoo ontdekten wij, dat deeze onder„ neeminge niet vande Engelsen teegen D' E: Comp=e maar van eenen Radja Idin, teegens den sulthan van Indrapoura geschied is, om zig door dat middel betaald te maaken van eene somma gelds, welke gemelde sulthan van ouds aan hem schuldig was, en ingebroeke bleef te betaalen; waar bij het dan ook gebleeven is terwijl den Sulthan Kort hier op op onze ordra dit Negorijtje weede¬ =rom heeft laaten bevolken Voor het door Uw Hoog Edelens g'accordeerde Verblijff Appobatie niyens het vogen aande van olids af alhier geseetene wijnige Chineese Ambagts lieden en Landsbouwer- betuijgen wij uw Hoog Edelens nedrig dank alzo dezelve bij eene finaale Verhuijsinge van hier, bij na Geruineert zouden worden, en echter menschen zijn van geen de minste agterdogt, op well soort, bij onseen waaksaam oog zal gehouden worden De Kerkelijke zaaken aangaande, hebben wij deere dispositie hog en neevens gem: UW Hoog Edelens te bedeelen dat den Eerwaarden Kerken„ „raad te Batavia, na volgens Uw HEoog Edelens g'eerde ordre P:r de Barcq de Mossel, deeze plaats voor zien heeft, met een krank bezoeker in naame Willem de Koning, waarvoor wij uw Hoog Edelens dank bethuijgen, zo welals Voor Der„ =zelver gevenereert besluijt, om den Eerwaarden Predikant Johannis Franciscus Hadom na herwaards te zenden, ter Aangaande de Pretense Injurie den Onderkoopman Frans Douglas aangedaan door den opperstuurman Job Derssing mietals aan derom king zen ton hebben wij d' eere Uw Hoog Edelens eerbiedig te dienen Iustitie te willen gmeen dat wij Hoog: Dezelve opregtelijk Kunnen verzeekeren, dat gemelde onderkoopman alle vrgjhijd gehad heeft, den ordinaire weg van Regten in te slaan, dog denzelven niet getendeert, maar den Eersten Teekenaar bij Request verzogt heeft, vermist de kort„ had des verbliffs van gemelden opperstuurman hem te vergunnen de door denzelven op te geevene Perzoonen, voor de Commissrissen te moogen laaten hooren; welk verzoek den Eersten Teekenaar, om te geevene reeden van pressantie vermeende niet te moogen wijgeren, en nog viel minder zig voorstelde, dat dit als eene Verhinderinge van den Weydes Regts, zoude worden aangemerkt: Dog vermits De Iustitieele Zaaken Verzoeken wij Uw HoogEde engete ene ee „lens nedrig om Verschooning te meer, daar de begaane feijlen, niet Justitielezaaken zo zeer in de alteruwe, off te strenge behandelinge derzelves, als wel in haare formaliteijten geleegen zijn; welke wij egter UW Hoog Edelens belooven in het Vervolg na beste kennisse te zullen zoeken voor te koomen, ten eijnde om ook hierinne 1/18: Hoog Edelens zoo wel als in alle andere zaal en het verschuldigte genoegen te geeven. uijtdeelinge van de Heijlige Bond zegulen zullende wij zijn Eerw: na verrigtinge van zaaken in Conformite van Uw Hoog Edelens ordre met datzelfde schip, waar meede zijn Eerwaarde staat aan te koomen, laaten rethourneeren. Over het aan Uw Hoog Edelens gegeevene ongenoegen omtrent uijtdeelinge dezelve. 2 R

NL-HaNA_1.04.02_3184_0068 view scan ↗

English

35. From Sumatra's West Coast, the 15th of August, Anno 1766: From Sumatra's West Coast, the 15th of August 1766. as the same as heartily wishes to protect Justice here as to be protected by the same from all blame, the same humbly requests Your Right Honourables not to take an error in practice as a violation of Justice, and favorably to overlook the former. Regarding the domestic matters, we express to Your Right Honourables our humble gratitude for the final termination of those differences through the renewal of Your Right Honourables' honored order concerning the administration of the Great Money Vault, whereby the Second Administrator now considers himself secured in this regard, and holds himself convinced that, in this capacity of his, he is not responsible for it. With regard to the displeasure that Your Right Honourables showed in Your Right Honourables' letter dated the 27th of May concerning the writings discovered among the annexes of our letter dated the 15th of March from both Administrators regarding their difference over the signing of an invoice, we have the honor to report to Your Right Honourables that, since this dispute, as appears from what was noted in our Resolution of the 7th of April, only occurred after the closing of our aforementioned letter, we therefore judged it sufficient to have it noted with those papers only in the register of our letter. Meanwhile, the First and Signatory promises no longer to trouble Your Right Honourables' most honored attention with such things, and the Second Administrator promises henceforth to give no further reason for this either, with a complete settlement of his committed error, regarding which nothing remains for him but to hope that the reprimand received about this will have chastened him. In regard to that remarked upon by Your Right Honourables concerning the answered Homeland Extract dated the 10th of October 1764, at the departure of the ship de Jonge Samuel there having remained here 2 pieces of iron cannons and 4 pieces of bronze swivel guns as a remainder for shipment, we intended to have them dispatched by the sloop de Ida Wilhelmina; however, since we were then forced to send some artillery to Passamang, we employed from the aforementioned remainder 1 piece of iron cannon and 3 pieces of bronze swivel guns for that purpose, so that of the 2 pieces of cannon only 1 piece was dispatched by that vessel and 1 bronze swivel gun was retained by the Resident at Adjarhadje. Regarding the 150 uniform coats and trousers sent over by Your Right Honourables, we shall act in accordance with Your Right Honourables' most honored order, and supply them at cost price to the common soldiers serving on this Coast. As for the matter of the Head Regent of the Nias settlement of Simanbouwa, with the Padang Ponghoul Sialm, we refer in that regard to what was treated in our letter of the 15th of March, to which we still have the honor to add that the murder of the citizen Veldthuijzen indeed occurred at Laraga, and that the murderer, having been an inhabitant of Aijerbaingijs, was apprehended there, and punished with death by the Native Government for this horrible deed.

Dutch transcription

35. Van Sumatras Westkust den 15. August:s A„o 1766: Van Sumatras Westkust den 15 August:s 1766— opzigte van t' orblbic omtren de groote geld bos Noopensde Verschillen de Heer gezaghebber Zig na H: H: Edelens ordre gedrangen geen roedten tot questime Neevens gem: Amunitie om reeden als beseijden niet Den moordenaar vanden burger veldthuijzen, is op de Atijerlan dezelve zoo hertelijk wenscht, de Justitie alhier te beschermen, als door dezelve voor alle blaam beschermd te worden, zoo verzock dezelve Uw Hoog Edelens needrig, een Erreur in de practijcq niet als eene Krenking der Iustitie te willen opneemen, en het eerste ginstig over 't hoofd te Zien. Omtrent. — De Huijzelijke=zaaken, bethuijgen wij Uw Hoog Edelens noemns gen er effeninge en onse nedrige dankbaarheijd, voor de eijndelijke terminatie dier Verschillen, door de Vernieuwinge van Uw Hoog Edelens g'eerde ordre op de Administratie van de Groote Geld=Cassa waar door zig den tweeden Administrateur alsnu, desweegen gesechireert agt, en overthuijgt houd, in deeze zijne hoedaanigheijd, daar voor niet Verandwoordelijk te zijn. — Met betreklinge tot het ongenoegen dat UW Hoog Edelens be„ Aministrateurs zal den= thoond hebben bij Hoog Derzelver Letteren van dato 27=e Maij over de onder de Bijlaagen van onssen brieff, de dato 15:e Maart ontdekte geschriften van de beijde Administrateurs, weegens hun verschil over het teekenen van eene Factuur, hebben wij deere UW Hoog Ede¬ =lons te berigten, dat deese quasti blijkens het aangeteelende ter onzer Resolutie van den 7:e April, eerst voorgevallen zijnde na het sluijten van opgemelden onzen brief, wij over sulx als ge¬ „noeijdoende oordeelden, bij de diepapieren, eenelijk bij het Register van onsen brief te laaten noteeren: Ondertusschen beloofd den Ende Twede Administruseuen Erst en Teekenaar Uw Hoog Edelens zeer g'eerde attentie over diergelijken dingen niet meer lastig te zullen vallen en de Tweede Administrateur, om daar daartoe voorthaan ook geene reeden meer te geeven met eene volkomene bereffinge van zynen Tenaansien van het door uw Hoog Edelens geremarqueerde de e omtrent het b'antwoorde Patriase Extract de dato 10:e Octb:r 17464 sijnde gehandeteeden Bij het vertrek van 't schip de Jonge Samuel nog 2 p:s ijzere Canons en 4 p:s Metaale Draaijbassen p:r restant, ter verzending verzonden hier verbleeven zijnde, zoo dagten wij dezelve te laaten affgaan P:r de Chialoup de Ida Wilhelmina, dog vermits wij toen ge„ noodzaakt wierden, eenig geschit na Passamang te zenden zoo emploijeerden wij daar toe van 't voorschreeven Restant een p:s ijzer Canon en 3 p:s Metaale draaijbassen, zoo dat van de 2 p:s Canon maar een p:r p:s dat Kheltje versonden en een metaale Draaijbass, door den Resident te Adjarhadje aangehouden is, Noopens de door U W Hoog Edelens Overgesondene 150 Mon theeringst Rolken en Broeken, zullen wij na uw Hoog Edel:s zullen na haar H: HE Ed:s zeer g' eerde ordre Handelen, en dezelve voor het Jnkoops Kosten„ „de aan de op deeze Cust dienstdoende gemeene Militairen Verstrekken. Wat aangaat de zaake van de Hoofd=regent der Niasse Negorij Simanbouwa, met den Padangsen Ponghoul Sialm, ge„ grus met de rood gestraft. „draagen wij ons, dientweegens aan he- verhandelde bij onzen brief van 15:e Maart, Waar bij wij noa d'eere hebben te voegen dat den moord van den Burger Veldhuijzen, weezentlijk te Laraga voorge„ „vallen is, en dat den Moordenaar, een Inwoonder van Aijerbaingijs geweest zijnde, aldaar betraegt, en door de Inlandse Regeeringe over dit horible fait, met de Dood gestraft is. begaanen misslag, welken aangaande hem niet anders overblijft, als te hopen, dat de hier over ontfangene bestreffinge, denzelven zal gespieert. begaanen. hebben.. geeven ek

NL-HaNA_1.04.02_3184_0069 view scan ↗

English

From Sumatra's West Coast, the 15th of August 1766. From Sumatra's West Coast, the 15 August 1766. We have the honor to inform Your High Noblenesses that the collection of pepper is indeed situated as Your High Noblenesses have been pleased to view that matter, and that the order resulting therefrom is the best that could be given in this regard, for which reason we shall also comply with it strictly. But with regard to the displeasure shown by Your High Noblenesses concerning the contradictions perceived in the most recent reports compared to those of earlier times, we have the honor to represent to Your High Noblenesses that we assume the older advices, as well as the more recent ones, each possess their own truth, of which it appears that time and the change in the inclination of the native population have made the old practices impracticable, unless our predecessors made their descriptions not as the matters actually stood, but as they were to be wished, which we, however, cannot state of them with any certain foundation. And having now arrived herewith at the principal section of the servants, we have in the first place the honor humbly to thank Your High Noblenesses for the approval of Ian Abraham van Moschel, appointed here provisionally as pay bookkeeper, whose former wage we have, on that account, allowed to run again from the day of his provisional appointment; we shall furthermore, pursuant to Your High Noblenesses' honored orders, in the future enlist no one further into the clerical service, nor transfer anyone thereto, but in the absence of clerks, employ ordinary seafaring men or soldiers for the writing work, giving them the hope that with good conduct and application to the service, they will be rewarded by Your High Noblenesses with the quality and pay of clerk, in such manner as has recently occurred with respect to the provisional assistant Francis Thierens and the soldier Hans Douglas Junior, who have expressed their owed gratitude for their promotions. Likewise, Fredrik Leeman, the commanding sergeant presently on the expedition at Passaman, has requested to express his gratitude for his promotion to Ensign and Head of the militia on this Coast, whom we, upon his return, pursuant to Your High Noblenesses' honored order contained in the letter dated 24 May 1764, shall allow to take a seat in this Council, and as an ordinary Member in that of Justice. The General Muster of the Honorable Company's servants stationed at this Coast was, according to custom, completed under the date of the ultimate of June of this year, and there were found to be present on this Coast no more than a number of 376 heads of Company's servants, and among them 248 Europeans and 128 Buginese and Moors, notwithstanding that since the ultimate of June 1765 we were reinforced with 52 heads of Europeans and, in addition, 22 heads were taken into service here, Moors and others, who came over to us from the English as well as otherwise, without which we would certainly have fallen into great embarrassment, as will clearly appear to Your High Noblenesses from the accompanying pay records, that in the last 12 months...

Dutch transcription

37 Van Sumatras Westkust den 15:e Augustus 1766., Van Sumatras Westkust den 15 August:s 1766 de oudere soo wel als de Jongene waarheijd Dank bethuijging noopons de van van Morschel doon buijten noodzaakelijcheijd Hoedaanig het zig bij de der Ult:o Junij J:o Olee den bevonden heeft. — Leeman bedankt ok voor bevordering hebben wij dewe hoog Dezelve te dienen dat het met den Jnzaam van de Peeper, met zoo gesteld is als Uw Hoog Edelens die zaake hebben gelieven in tezien, en dat de daar uijt voortgevloeijde ordre de beste is die hier omtrend zoude kunnen worden gegeven, welhalven wij ook dezelve stiptelijk zullen nakoomen: Dog wat aangaat Uw Hoog Edelens bethoond ongenoegen over de ontwaarde Contredicten in de Jongste Berrigten, teegens die van voorgeverde tijden, zoo hebben wij d'eere Uw Hoog Edelens te representeeren, dat wij veronder Advisen hebben beijdechten stellen dat de oudere Advisen; zoo wel als de Jongere, bij de hunne waarheijd hebben, waarvan het schijnd=taat den tijdt en de Veranderinge van den smaal des Inlanders, het oude impractten bel gemaakt heeft, ten waare dat onze Voorlaaten, hunne beschrijvingen, niet zo, als zigde zaaken bevonden, maar zoo als dezelve te wenschen waarven gedaan hadden, het welke wij egter van dezelve, met geen zeekeren grond kunnen zeggen. En nu hier meede gekoomen zijnde tot het Hoofdeel. — Der dienaaren zoo hebben wij in de Eerste plaats d'eere Approbartie van de aaste luyg UW Hoog Edelens needrig te bedanken, voor de approbatie van den alhier provisioneel tot zoldij Boekhouder benoemden Ian Abraham van Moschel wiens voorige gagie wij uijt dien hoofde, van den dag zijner P:l aanstellinge affaan weederom hebben laaten Coursneemen; zullende wij voor 't overige in gevolge van Uw Hoog Edelens g'eerde ordres, in den aanstaande moet de geen lienoomeetre niemand meer tot de Pennedienst, in dienstneemen, off daar toe Changeeren, maar bij gebrek van Pennisten tot het schrijf „werk emploijeeren, gemeene zeevaarende off Militairen onder het geeven van die Hoope, dat zij bij een goed gedrag, en applicatie tot den dienst, door Uw Hoog Edelens met de qualiteijt en besolding van Pennist zullen werden gerecompenseert invoegen als ten opsigte van don etuide oor ueune den P:l adsistent Franccis Thierens, en den Zoldaats vans Douglas Iunior jongst geschied is, welke voor hunne bevorderinge, htonne verschildigte dankbaarheijd bethuijgd hebben. Gelijk dan ook versogt heeft te doen den teegenswoordig in de Expeditie te Passaman zijnden Commandeerende zergeant zijn bevustiging als Fredrik Leeman, voor zijne promotie tot Vaendrig en Hoofd der Vaendrig. — militie op deese Eerst welke wijsij zijn rothour Conform uwE Hoog „Edelens g'eerde ordre Vervet bij brief de dato 24 Maij 1764 in dit Collegie, en als ordinair Lid indat van de Iustitie, zullen laaten sessie neemen De Generaale Monstering, der te deeser Euste beschijdene E: Comp:s Dienaaren is navolgens gewoonte, onder dato Ult=o Iunij Generaale men Steringon daeses Jaars volbragt, en bevond zig als dor op deese Cust niet meer in weesen als een getal van 376 koppen Comp:s dienaaren en daar onder 248 Europeesen, en 128 Borgineesen en Mooren niet teegenstaande wijt zedert Ulto Junij 1765 van losti met 52 Koppen Europeesen versterkt en alhier nogelaaren booven indienst genoomen zijn 22 koppen, mooren en andere die zoo vande Engelse als andersints, tot ons overgekomen zijn, zonder het welke wij zeekerlijk, in groote Verleegendheijd zouden zijn geraakt, geljk uw Hoog Edelens uijt de neevensgaande zoldij= papieren sluijdelijk blijken zal, dat in de Jongste 12 maanden geeven. 42 Kippen. R

NL-HaNA_1.04.02_3184_0070 view scan ↗

English

39. From Sumatra's West Coast, the 15th of August 1766; From Sumatra's West Coast, the 15th of August 1766 42 heads having died, 4 deserted, 3 discharged from the service, and 15 relieved to Batavia; for which reasons we humbly request Your High Nobles to favorably take into consideration that a very strict adherence to the regulations in this matter is hardly feasible without risk, and favorably to excuse us on this account for the displeasure we caused Your High Nobles in the past year by retaining 24 heads above the number stipulated by the regulations. Regarding the received findings on the Padang trade books for the years 1762/1764, we shall have the honor to serve Your High Nobles with the required reply at a further opportunity; while we now only add here that we have had both the transmitted Placard of 24 December 1765 and the notice of the preceding 8th of October published and posted according to custom, and furthermore that we shall dutifully observe all further orders contained in the received annexes. And having herewith answered Your High Nobles' most revered missives of the 15th of April and 27th of May of this year, and having rendered an account of our proceedings up to this point, we therefore request, concerning the minor matters not specifically mentioned herein, to be allowed to refer to our successive resolutions, which we enclose herewith in copy, while we only add here the brief invoice of the cargo aboard the bearer hereof, amounting to the sum of ƒ 105087: 8: 8: With which return cargo we wish the bearer hereof a happy and prosperous voyage, and take the liberty to call ourselves with all due respect, Your High Nobles' humble and obedient servants, was signed: In Staaveren, P. Thierens, F. Douglas, J. Calloen van Limburgh, J. S. W. Nicolai. In the margin: Padang on Sumatra's West Coast, the 15th of August, Anno 1766. 373 13/16 marks of gold in 48 bars, being 2091 3/32 thails of 25½ carats or 313: 9: 8: 12/56 marks fine, packed in 4 small chests marked P. & E. D. and numbered 31, 32, 33, and 34, amounting at ƒ 331: 10: 1 7/16 to ƒ 103904: 13: 8: Charged according to invoice: ƒ 1982: 15: — And credited for the item ƒ 73: 13: — 43. From Sumatra's West Coast, the 29th of August 1766. From Sumatra's West Coast, the 29th of August 1766. To The Right Honorable Worshipful Hendrik van Haveren, Senior Merchant and Commander over Sumatra's West Coast. Right Honorable Worshipful Sir! Never could or would I have thought that these reports of mine would have to be so different from the last ones I had the honor to impart most respectfully to Your Right Honorable Worship, as I am now obliged to do to my utmost sorrow, owing to the dire situation in which I found myself unexpectedly placed on the 19th of this month through the unheard-of treason of our new allies, those of Siboulouang and Cetta Baro. In the late night around 3 to 4 o'clock, we saw flames rise from the bentings of those supposed friends, which gave us the impression of having been caused by an unfortunate accident, wherefore I immediately dispatched a messenger thither to inquire into the matter. But how great was the astonishment of us all, and at the same time my consternation, when I was informed that those peoples had abandoned and burned their bentings and joined the side of Sultan di Zinalij; and having immediately marched with a united force to Sitoua, they miserably massacred the Buginese on guard there and captured the fruit and rice that had to stay the night there to be brought up the following day, so that I now find myself surrounded on all sides and situated between the enemies. Against which formidable superior force we might well have been able to hold out and defend ourselves for a time, but the miserable condition in which I found myself regarding the provisions, which then consisted of no more than 4 to 5 bags of rice and were thus insufficient for the 350 souls we then numbered together, obliged me to come to an immediate decision. Since I saw myself cut off from all supplies by this unfortunate event and the occupation of Sitoua, and did not have enough provisions to await the time that would be required to be relieved by force from Padang—which I could also not hope for due to the weakness of the garrison that, as I was aware, was all that remained there—I therefore deliberated with the few native chiefs remaining with me, and we agreed that while everyone's physical strength was not yet weakened by lack of sustenance, we should not let matters come to the point where they gained the upper hand.

Dutch transcription

39. Van Sumatras West Cust den 15 Agustus 1766; Van Sumatras west kust den 15 August:s 1766 Verzoek om verschooning noo„ „nevens gem: 24: koppen bo bevinding sal bij nadere ge„ leegent heijd g:' antwoord neevens gem: Placaat enz: is behoorlijk g'affigeert. Verzocht tot refert nopens Copia Resolutien. — 42 Koppen overleeden, 4 gedeserteert 3. uijt den Dienst ontslaagen „pen sde aanhouding van en 15 na Batavia verlost zijn; om welke reeden wij Uw Hoog Edelens vor t bepaarde getal bij toen needrig verzoeken, in gunstige Consideratie te willen neemen, dat eene heelstipte agtervolginge van het Reglement, in dit stuk niet wel sonder risico doenelijk is en ons hier omme gunstig te verschoo„ „nen over het ongenoegen, dat wij uw: Hoog Edelens in A:o p:so gegee„ =ven hebben, door het aan houden van 24 Koppen boven het bij Regle„ ment bepaalde getal Op de ontfangene Bevindingen der Padangse Negotie-boe„ op neeven gem: ontfangere en van de Jaaren 176 7/. 276¼4. zullen wij bij nadere geleegendheijd de Eere hebben Uw Hoog Edelens van het verschuldigde antwoord te dienen; terwijl wijtans hier nog maar eenelijk bijvoegen, dat wij bijde het overgesondene Placcaat van 24 December 1765. en het Billet van den 8=e October bevoorens navolgens Usantie hebben laaten publiceeren en affigeeren, als mede dat wij alle Verdre ordres, vervat in de overgekomene Bijlaagen Schuld plig„ tig zullen observeeren. En hier meede Uw Hoog Edelens zeer gevenereerde Missives 't overige aan de oorgaande van den 15:e: April en 27 Maij dezes Jaars b'antwoord en van onze Ver=rigtingen tot hier en toa reekenschap gegeeven hebbende, zooverzoeken wij, aangaande de Kleijnigheeden waar van in deesen geen speciaal gewag gemaalt is, ons te moogen reffereeren aan onze successive Resolutien, die wij deezen in Copia laaten Versellen terwijl wij hier nog eenelijk bijvoegen, de Korte= Factuur van het gelaadene inbrenger deeses, Somma ƒ 105087: 8: 8: Met wolke Rethour wijden brenger deeses eenigelukkige het slat. en Voorspoedige Rijze toewenschen, en de Vrijhijd neemen ons met alle verschuldigte Eerbied te noemen /:Onderstondt/ Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgeboedende Heere, en Wel Edele Heeren /:laager:/ UW Hoog Edelens Onderdaanige en Gehoorsaame dienaaren /:was Geteekend:/ In Staaveren en P Thierens F: Douglas J: Calloen van Limburgh I SW Nicolai /:in margine:/ Padang op Sumatras Westkust den 15:e Augustus A:o 1766. — 373 13/12 Marcquen Gouet aan 48 staaven, zijnde 209:1 3/92 Thai„ len van 25½ Carraat off 313:9:8: 12/56 marcquen fijn, afge„ pabt in 4 kistjes gemerkt P. &E: D. en genommert 31: 32. 33. en Landinge van brenger dezes. 34. bedraagende a ƒ 331: 10: 1 7/1s tmff ƒ 103904: 13: 8: In Aanreekening Ten Lasten blijkens Factuur. - - - _ _ _ - - - - - - - - „ 1982:15:— En ten goede aditem ƒ 73:13:- . -. . . . . . . . . -„ bestaande in. be. glement. werden. J 89 R 43. Van Sumatras WestCust den 29 Aug:s 1766:. Van Sumatras West Cust den 29 Aug:s 1766, Aan Den Wel Edele Agtbaare Heer 7C Hendrik van Haveren Opperkoopman en Gezaghebber over Sumatras WestCust Wel Edele Agtbaare Heer! Nimmer had ik kunnen of durven denken, dat deese mijne berigten zoo verschillende zoude hebbe moeten zyn van de Jongste d'ien il de Eere hadde Uwel Edele Agtbaare Eerbiedigst te bedeelen als ik tot mijn aller uijtterste droefheijd Verpligt ben thans te doen van weegens de slegte toestand, waar in ik mij den 19 deezes op 't onverwagts heb gebragt gezien, door het ongehoorde Verraad, onzer nieuwe Bondgenooten die van Siboulouang en Cetta Baro In de nanagt Chirca om 3 a 4 uuren zaagen Wij een Vlam op gaan uijt de Bentings van die gewaande Vrienden, het welk ons ik een denkbeeld bragt, door een ongelukkig toeval Veroorzaakt te zijn, Waarom ik terstonde en Boode Een Boode derwaards zond, ter informatie wat van de zaak was, maar hoe groot Wats onzer aller verwondering, en te gelijker tijdt mijne onstelterisse, wanneer mij berigt wierd, dat die volkeren hunne Bentings Verlaaten afgebrand; en zig aan de zijde van Southan di Zinalij vervoegt hadden; en zoo diret met een Ver Eenigde magt vaaren getrocken naar sitoua, d' aldaar Wagthoudende Bougineesen Elendig gemassecreert en 't Fruijt en Rijst, die daar heeft moeten Overnagten, om daags daar aan boven te brengen ten buijtgemaakt, zodat ik mij nu van rondsom en tussen de vyanden in bevind, teegens welke Ontsaggelijke Overmagt, wij ons nog wel eer tijd hadden kunnen staande houden en afweeren, maar demiserable toe stand, daar ik mij van wegens de Provisien in bevond, die niet meer als in nog maar 4 â 5 zakken rijst bestond doen, en dus niet toerijkende waaren voor 350 Zielen die wij als doen nog 't saamen sterk waaren, verpligte mij om haast tot een uijterste te koomen, aangesien dan ik mij door dit ongelukkig toeval en het bezetten van Sitoua, afgesneeden zag van alle toevore, en is geen Levensmiddelen genoeghad, omde tijd te kunnen afwagten die er VerEyscht zoude werden van Padang door magt ontzet te worden, daar ik almeede niet op hoope konde, door de swalte van 't Gurnisoen, dat wij bewust was, aldaar nog maar overig bleef, zoo beraad slaagde Ik met de nog wijnig bij mij hebbende Inlandse Grooten en quaamen overeen, om terwijle de Lighamskragte van een ieder nog niet verzwakt waaren, door gebrek aan nooddruft, het'er ook niet op aan te laaten koomen, tot die de overhand kreec„ gelyker. en. ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3184_0072 view scan ↗

English

43. From Sumatra's West Coast, the 29 August:s 1766. From Sumatra's West Coast, the 29 August:s 1766. and thereby exposing ourselves to a miserable massacre, but on the contrary, without the slightest delay, while the enemy could not yet bring strong forces to bear upon Pitoua (at which point all possibility would be lost), to spike the artillery, destroy the gunpowder that could not be transported, and further annihilate whatever could serve the enemy; furthermore, to place ourselves in a good state of defense and, in expectation of God's assistance, courageously force a way through the surrounding multitude, who, intent upon plunder, made the path so difficult for us that we were already considerably exhausted when we passed through Sitoua. There, the most lamentable part occurred: as no beaten path was open any longer to defend ourselves, and with the enemy hard on our heels, we had to leave behind everything that could serve for defense and cover, head straight into the streaming river, through trackless forests and swamps, and thus everyone seek as best they could to save their lives by reaching the beach, where we finally arrived safely at Mara Tanjong, not without a wondrous and merciful assistance from the Lord, who, as it were, showed us the way; although some were lost in the forest for one or two nights. Corporal Henscher Jan Baptist Barkuijn died there along the way from exhaustion, and Jacob Noel drowned. Perhaps Your Honorable Worships will ask how such treason could remain so secret that I beforehand could not have had the slightest suspicion of it; I testify to Your Honorable Worships under oath that neither I nor any of us could form the slightest thought of it, as little from their daily conduct as from the nature of the matter itself. It is true that we noticed a dejection or timidity when the news arrived here in the field that the express vessel dispatched to Batavia was driven back by the people of Voorstraat as far as Poulo Chinco. Yet, daily encouraging them that the ship was at hand which would bring enough to settle the matter within a few days with the enemy, who was already so very weakened, they appeared content and reassured. Nevertheless, it now appears in retrospect that nothing other than the fear of that overwhelming enemy and their foolish lack of faith that the Company would bring that matter to an end secretly caused their courage to sink, and they thought they could find no other outcome and preservation for their families and lands than to obtain mercy from Sultan Kinali through such abominable treason. I do not doubt that time will confirm that this is the sole reason, though one in which those traitors will simultaneously find themselves miserably deceived. I am using the crew from the bark to fortify us here at Mara Tanjong as swiftly as possible against unexpected attacks. We are all crippled and wounded by thorns and rattans, besides having arrived utterly exhausted, naked, and destitute. I hope Your Honorable Worships will be pleased to have consideration for me in this circumstance, and that I may postpone my accountability on behalf of the Company until a further opportunity. Meanwhile, it is known to Your Honorable Worships through hundreds of reports that have reached Your Honorable Worships from here, by those who were eyewitnesses, that owing to the distance as well as the difficulty of the road from the beach to the bentings, it was impossible, notwithstanding private expenses incurred for that purpose, to bring up more rice than could suffice for merely 3 to 4 days. Now we are again lacking everything. We still have some rice in stock, but our men are in poor shape if anything should occur. I therefore request Your Honorable Worships' assistance and await further orders. The distress prevents me from lengthening this, and I have the honor to call myself with profound respect, Your Honorable Worshipful Sir, Your Honorable Worships' humble and obedient servant, signed, J. M. Boudewijnsz. In the margin: Mara Tanjong, the 23:rd August:s 1766. Below stood: Agrees with original, signed, D. Focade. Examined. C. Ceujingen. Copy of Resolutions Taken In the Council of Policy At Padang on Sumatra's West Coast In the Year 1765 Pro Patria

Dutch transcription

43. Van Sumatras West Cust den 29 August:s 1766. Van Sumatras Westkust den 29 August:s 1766. en onsdaar door aan een elendige massare bloot te geeven, maar in teegendeel zonder de allerminste uijtstel, ter wijle den vijand nog niet sterk Verscheenst konde leggen op Pitoua /:als wanneer alle moogelijkheijd verlooren zoude weeren:/ het Geschut te vernagelen, 't Kruijdt dat niet vervoerd 'z onde worden distruceren en voorts wat den vijand dienen konde, te niete te doen; wijders zig in goeden staat van 't eegensweer te stellen en onder Verwagting van Godes bijstand, zig manmoedig een Wegte baanen door de om Eingelden meenigte die vermoedt op den Roof, ons het padt zoo waon maakte dat wij al merke lijk afgemat waaren, toen wij door sitoua trokken, daar het jammerlijcste aankwam, als nu geen gebaande weg meer open zynde, om zig te kunnen weeren, en den Vyandt op de kielen, moesten wij niet agterlaating van alles wat tot Weering en dekking zonde dienen, hall werk op de sroo„ mende Rivier in, door ongebaande Bosschen en moerassen, en zoo een iegelijk om 't best zijn Leeven zoeken te zedden in 't strand te zoeken, daar wij eijndelijk Gelukkig op Mara Tanjong zijn aangekomen niet zonder een Verwond vlijke en Genaudige bystand van den Heere die ons als 't waare den weggeweesen heeft; schoon sommige 1a vnagten in't bosch zijn verdwaalt geweest Den Corporaal Henscher Jan Babtist Barkuijn aldaar, door vermoedheijd onderweegd ood gebleeven en Iacob noel verdronke„ Mogelijk zult U wel Edele Agtbaare Vraage hoe heeft zoo een Verraad zoo geheim kunnen blijven, dat ik daarop al„ „voorens Geene deminste Vermoedens konde hebben; Ik betuijge UwelEdele Agtbaare onder Eede, dat zo min ik, alsimand onzer daar van de gevingste gedagten konde vorden zoo weij„ =nig uijt haar dagelijxse ommegang als van weegen de hoedaan„ „nigheijd der zaake zelve; wel is waar, dat wij een neerslagtigheijd of bedestheijd bespeurt hebben, toen de tijding hier in 't Veld quam, dat de Expresse die na Batavia g'expedieert was, Ik bedien mij van de scheepelingen van de Barcq om ons hier op Mara Tanjong ten allerspondigste te versterken teegens onverwagts aanvallen wij alle zijn Lam en door de d'oornen Rottings gequest behalven ten eenemaale afgimat naakt en bloot aangekoomen Ik hoope Uwel Edele Agtbaare Consideratie met wij zult gelieve te hebben, in deese omstandigheijd ook dat ik mij Verantwoording Compagnies= Weegen uijtstellen tot nadere gelee„ „gendheijd Ondertusschen is't Uwel Edele Agtbaare bekent door hondert te van berigten, die uwel Edele Agtbaare van hier zijn toegekoomen, door de geene die daar van Dog=getuijgen zijn geweest, dat het om de Verhijd, als moeijelijkheijd des wegs van 't strand na de Bentings onmoogelijk is geweest, onaan geziende daar toe selve particuliere gedaane Kosten, meerder Rijst boven te krijgen, als slegts voor 3 a 4 dagen toerijkende Konde zijn. - IK. om. k Van Sumatras Westkust den 29 August:s 176 Om Volk, van Voorstraat tot voor Poulo Chinco terug geslagen was, dog haar lieden dagelijx aanmoedigende, dat 't schip op handen was die genoegzaam aanzoude brengen om den zaak met den alreeds zo zeer verzwalten vijand, binnen een paar daagen te beslegten, toonde zij zig daar meede dan ook Vergenoegd, en ge¬ =rust; Nogthans blijkt het als nu van agteren, dat niet anders als de Angst voor dien Overheevende Vijanden hun dom klyngeloof, dat D E Comp:e die zaal niet ten eijnde zoude brengen, haar hijmelijk de moed heeft, doen ontzinken en geen andere uijtkomst en behoudt voor hunne Huijsgezinnen en Landen hebben gedagt te kunnen vinden als door zooir grouwelijk Verraad Genaade te verweroren, bij Southan Kinalij Ik niet twijffele off den tijd zal het bewaarheeden, dat dit de Eenigste reeden is dog waar in die vervaadens sig te gelijker tijdelendig zullen bedroogeen Vinden. Nu manqueert ons waderom alles Rijsthebben wij nog Wat in Voorraad, maar ons volk zieter slegt uijt, als er iets voor mogte vallen, Ie verzoeke dierhalven Uwel Edelens Agtb: adjudus en verwagte naderhordre. Het ongemal verbied mij deese te verlengen, en ik hebbe d' Eere mij met diep ontsagte normen /:onderstond:/ UW. Wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ U'Wel Ed:e Agtb:e Onderdanigen en Gehoorsaamen dienaar /:was getek:d/ J=m Boudewijnsz: /: in margine:/ Mara Tanjong den 23:e August:ts 1766:/:nderstondt:/ Acordeert /was geteekend:/ D: Focade Eij Eenig - e R Nagesien. C Ceujingen ick Copia Resolutien Genoomen In Raade van Politie Tot Padang op Sumatras west cust Dr Anno 1765 Pro Patria riek iek

← previousnext →