Inventory 3193
Bengal · 317 pages · 94 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
To the same as before We were honored with Your Honors' esteemed letter of the 23rd of November last. Enclosed herein are two sworn depositions, the one under No. 214, by which it will please Your Honors to perceive that the complaints brought forward by your Collector General are untrue. That the person belonging to the kachery was not beaten, but rather a peon named Nendokessen, who had first bound and beaten the comprador of the provost, because he would not hand over to another a fish which he had already bought and paid for. That the sirdar of the kachery himself had advised that sirdar to send that comprador back to his master, surely because he saw clearly that the sirdar was greatly in the wrong. The other, under No. 217, is a deposition of a head surgeon, who was on duty at Fulta at the time; from which it clearly appears how falsely the condition of that peon was stated by your Comptroller General, as if he were in mortal danger, whereas, so to speak, nothing was the matter with him. We also have the honor to present to Your Honors a copy of the letter from Mr. Verelst to Mr. Vernet, our President, to convince Your Honors that Mr. Vernet's reply is no more strange than the letter from Mr. Verelst, since it is framed in the very same terms, and the request rests on the same foundation. Your Honors must, gentlemen, upon a closer examination of the circumstances of the matter, be fully convinced of the unreasonableness with which your people have acted by daring to bind, maltreat, and carry off by force a person under the protection of our flag, and that because he would not surrender what he had bought and paid for in a free market. This deserves the highest punishment. Even assuming our servants were in the wrong, what would they not have to suffer if they themselves were the first aggressors? Whereas the depositions which we have the honor to present to Your Honors entirely vindicate them. If the sircar Nando Kisser thought that the fish did not belong to the comprador, why did he not request satisfaction, which would have been procured for him immediately, just as this has never been refused to anyone, as Your Honors, gentlemen, and everyone is convinced of. Your Honors see, gentlemen, that the demand for satisfaction in the name of our Company by the letter of our President can in no other manner be regarded than the demand for satisfaction in the name of your Company by the letter of your Governor; and that the only thing Your Honors can reasonably do is not to refuse to give satisfaction, and to punish Nendokissor, because our people took the law into their own hands, for which we have not failed to severely reprimand them; and we request that Your Honors also strictly rebuke your servants for their unreasonable conduct, so that no further disagreements may arise between them. Permit us, gentlemen, to ask how it happens that there is not a single example of dissensions ever having arisen between your people and ours through the fault of our people, whereas we can, so to speak, daily provide proof that your people always cause trouble wherever they are? If your people were kept as well under control by those whose duty it is, as ours are, such things would not happen. The sworn deposition against Messrs. Waller and Finlason under No. 782, which we have the honor to present to Your Honors herewith, confirms this; we request that those gentlemen be corrected for their bad conduct, but not punished. To the same as before Your Honors' letter of the 24th instant was duly received by us. Although we are by no means obliged to grant Your Honors' request regarding Mr. Stewart, but according to the privileges of all nations could put him on trial here, we nevertheless wish to convince Your Honors of how gladly we desire to contribute everything towards a friendly understanding with Your Honors, not only by granting the release of Mr. Stewart, but also by providing Your Honors with a full account of the entire matter; yet with the express condition and warning that this compliance of ours shall not be drawn into a precedent for the future. But before we proceed to this account, according to the exigency of the matter, we remain, /underwritten:/ Honorable Sir and Gentlemen, /lower:/ Your Honors' humble and very obedient servants, /signed:/ G: L. Vernet. M Ficx. S. A. Zin. uw. L - - - - M:r Koning. L. M: Ross I. P. Humbert. Louis de Saumaise and S. A. A. Damiur /in the margin:/ Hugli 18th of December 1767.
Dutch transcription
600 Aan als vooren wy zyn xeert geworden met uEdelens geag„ te schryvens van den 23e 9=b Jongstleeden Hier in geslootene twee beedigde verkla¬ ringen de eene onder N.o 214 by dewelke UEdelens der behagende zullen ontwaaren dat de by uw collecteur generael aenge bragte klagten en waer zyn. Dat de zigdaer behoorende aen de lachery niet geslaagen is, maar wel een weaer in naame Nendo kessen, die de Compredoer van de geweldige eerst gebonden en geslaegen had, en dat hy aen een ander niet wilde overge ven een visch, die hy reet gekogten be„ taelt had. Dat de sig daar van de cachery zelvs die seriaer geraden had, die kompredoor by zyn meester terug te zenden, zee kerlijk om dat hy veel zag, dat de zer„ laar grotelijxs ongelijx had. De ander ende No 217 is een verkla¬ ring van een opperchirurgijn, die tiën te voltha de beurt had; waarbij duidelijk blijkt, hoe volschelijk de staat van die waar by uw Controlleur ge„ veraal opgegeven is, als of hy in doods gevaar war, daer hi, om zo te zeggen niets geschort heeft. wy hebben de eere UEdelens ook aente bieden, een copij van de brief van de Heer Verelst aen de Heer Vernet en en President, om UEdelens te overtuigen dat het antwoord van de Heer Venet niet vreemde is, als de brief van de Hteer verelst, vermits ze in de zelvee bewoording gericht is, en het verzoek op het zelvde fondament steuut. uEelelens moeten, myn Heeren by een nadere beschouwing van d'enstan digheeden der zalk volkonien over- „tuigt wesen, van de onreedelykheid, waer mede uw volk hebben te werk gegaen door te durven met geweld een persoon die onder bescherming onser vlager, te binden, papaeren en wegtevoeren, en dat om dat hy niet wilde af- geven t geene hy op eene vrye plaets gekogten betaelt hapt Dit verdient ten hoogsten scthaffe schoon ondersteld zijnde, ense bedien„ dens ongelijk hadden, wat zouden zij dan niet moeten Lyden, indien zy zelve d' eerste belediger wonen? daer de verklaringen, die wy de eene heb- ben, uEdelens aen te bieden haer in het geheel rechtvaerdigen. Dagt de sercaen Nando Kisser, dat die visch de Compra door niet toequam waerom verzogt hy niet om voldoe, ning, die hem ten eersten zoude bezorgt geweest zijn, gelijx dit nooit aen niemand geweigert is, zo als uE delens, Myn Heeren en ieder een van van overtuigt is uEdelen zien, myn steeen, dat den eisch van voldoening in de naam van onse Compagnie bij de brief van onse President op geen ander niet wijze 601 wyze kan aengemerkt worden, als den eisch van voldoening is den naam van uwe compe by de brief van uwe gouverneur, en dat het eenigste dat UEdelens na billijkheid kunnen doen, is te weigeren satisfactie te geven, en Nendokissor te straffen, om dat ons volk zig zelfs regtverschaft, heeft, waar over wy niet gemanqueert heb ben haar schreepelijk te reprimenden ren, en verzoeken, dat UEdelens hare bediendens over haare onreedelijke be„ handelingen ookstrengelijk berispen, op dat er geen meerder oneenigheeden tusschen haar ontstaan. permitteert onr, Mijn Heeren te vraeg gen, hoe het komt, dat er geen een exempel is, dat er en eenigheeden on der uw volken d'onse ooit geresen zijn, door toedoen van ons volk, daar wy om zo te zeggen, dagelijks bewijzen kunnen geven, dat uw volk altoos moegelijkheeden vroorsaaken, daer ze zyn? zo uw volk door die geene, die het incoimbeert zowel in oncre wierd gehouden, als d'onse, zoude zulks niet geschieden. De beeedigde Verklaring tegens de Heeren Waller en Tinlason onder N=o 782, die wij de eere hebben uEdelens hiernevens aente bieden, confirmee„ ren zulx; wy verzoeken, dat die stee„ ren, om haer slegt gedrag gecorri= geert, maer niet gestraft werden Aan als vooren UEdeler brief van den 24 courant is on ter eenen wel geworden. schoon wy geensints verpligt zyn UEde ler froek wegens de Heer Stewart in te willigen, maer naer de voorregte van alle landen heen konnen alhier te regt stellen, willen wij nogtans UEdelens overtuigen, hoe gaerne dat wy aller contribueeren willen tot eene wiendelijke verstand houding met UEdelens niet alleen de largatie van de Heer Stewart te accor deren, maer ook met uEdelens een volleen dig verhael te doen van de gansche zaar nogtans met expres bedingen waerschouwing, dat dese once inschikken lykheid voor het aenstaende in geen conrequentie zal getrokken werden. Maer eer wy tot dit verhaal overgaen, naer exegentie van zalker Wij zijn /onderstond:/ Edele Heer en Stee ren /lager/ uwer Edelens nedrige en zeer gehoorsame dienaeren /:get:/ G: L. Vernet. M Ficx. S. A. Zin. uw. L - - - - M:r Koning. L„ M: Ross I. P. Humbert. Louis de Saumois e S. A. A. Damiur /:ter zijde:/ Hoegeid 18' xb 1767. naer komen
English
we cannot show enough of our astonishment at Your Honour's request in question, since your governor, Mr. Verelst, in the recently passed month 9ber, when Messrs. Racheracht and Ross were at Calcutta, speaking with those gentlemen about the case of Messrs. Waller and Tinlasen, said, why does Mr. Vernet not let those who commit outrages at Chinsurah be punished according to your laws, without constantly complaining about it, as I shall also do here. Now proceeding to the case of Mr. Stewart, it serves that that gentleman came to our officer of justice on the 18th ultimo, complaining about the desertion of his bearers. Mr. de Saumareze immediately gave orders that those bearers should be sought out and brought to Mr. Stewart. The bearers were finally apprehended and brought to that gentleman, but towards midday they ran away a second time, and Mr. de Saumareze, sitting at table with Mr. Vernet, related this to him, whereupon Mr. Vernet recommended him to take care that Mr. Stewart got the bearers, for they absolutely had to serve him, since they had received money in advance, and that he would investigate whether any of our people were to blame for the desertion of the bearers, and if finding it to be so, to have him severely chastised. The midday meal was not yet finished when news arrived that Mr. Stewart was committing violence, whereupon Mr. Verelst said to Mr. de Saumareze that he should request that gentleman to come to him and bring him to him, as was done; but that gentleman not wanting to come, Mr. de Saumareze went to a burgher named Smit, where that gentleman was, and requested him to remain there until he, the Fiscal, should have informed Mr. Vernet of it. That gentleman leaped upon the peon of Mr. Fiscal, who took his sword away from him. Afterwards, Mr. Stewart came into the fort with the Fiscal, when Mr. Vernet asked him why he had caused a peon to be seized and brought to his budgerow; whereupon Mr. Stewart declared on his word of honour that he had given no order thereto, but that one of his servants had done so on his own authority. Upon this Mr. Vernet said that he would not let him go before he had delivered up that peon and that servant, which having been done, that gentleman was released, and the sepoy received at the guardhouse the punishment which his insolent conduct had deserved. In the evening, Mr. Stewart came to Mr. Vernet, and while drinking a cup of tea, he made his complaint about the desertion of his bearers, saying that he had given them 9 or 10 rupees monthly pay, and as much as 100 rupees in baksheesh to engage them to stay, whereupon Mr. Vernet promised him to procure the bearers again, and if the same bearers could not be obtained, to provide him with others, and if the one who was the cause of the running away of his bearers were discovered, to have him reimburse the disbursed monies, whereupon that gentleman left. Shortly thereafter, Mr. de Saumareze came to report that a head peon was guilty of the desertion of the bearers, whom he had also caused to be put in the cutcherry. Mr. Vernet thereupon said to the Fiscal that he must invite the English gentleman for breakfast the next morning, to be an eyewitness to the punishment that the man would undergo, which the Fiscal also did at once with a polite letter which he wrote in the presence of Mr. Vernet and sent to him, to which he received a verbal reply that he would come. The next morning, Mr. Vernet received news that Mr. Stewart had wandered drunk through the village at night, committing outrages, and that he had given several wounds with a sword to two natives, whereupon Mr. Vernet sent an officer to fetch him, and delivered him into the hands of Justice, to investigate the case. The case having been investigated by two members of the Council of Justice and the Secretary in the presence of the Fiscal, all the sworn statements obtained regarding it up to now amount to this: That at eleven or twelve o'clock at night he came to one of the gates of our village, which were then closed, forced the same, and by violently breaking off a piece of it, made a way for himself to get out. That an hour or two before, he had found himself in a house whose inhabitants made known to him that they were Moorish women, but that he nonetheless forced his way inside, and gave such free rein to his insolence as to inflict several wounds with his sword on a man who through illness could neither stand nor walk, drag him outside, and leave him lying so, under the open sky in his bare shirt. That he finally came into another hut of a certain woman named Arnie, which he broke open and the door of which he had thrown into a pool, finding within the same a sick man, whom he took for one of his bearers named a sokkoe, and as this man was not in a state to perform what he demanded of him, he likewise stabbed him with the sidearm and threw him down upon the road. Judge from this, Gentlemen, of the conduct of Mr. Stewart after such an obliging as well as satisfactory treatment from Mr. Vernet, and please grant us the required satisfaction, wherewith you will oblige /:was signed
Dutch transcription
602 konnen wy niet genoeg once vwande vingtoonen over UEdelens verzoek is questie nademaal uw gouverneur de Heer Ver erstin de Jongst verwekene maand 9=t, toen de Heeren Racheracht en Rors te kalratie waren, spreekende met die Heeren van de zaak van de Heeren wallen en Tinlasen, zeide waerom laet de Heer Vermet de gee nen, die te Chuursura boldadighee den pleegen niet naer uwe wetten straffen, zonder geduurig daerove klagtig te vollen, zoaer ik hier ook sal doen. Nu tot de zaak van de Heer stewart treedende, dient, dat die Heer den 18 passato quam by onre officier van de custitie, klagende over de desertie van zyne braar, de Heer de saumair en gaf terstond last, dat die bevor opgecogt, en by de Heer Stewart zouden gebragt werden; De bevaar wierden einde lyk opgevat en by dien steer gebragt maer ze liepen tegens de middag een tweede moel weg,en de Heer de saumoire bij dheer Vernet aen tafel zittende verhaelde hem zulx waerop de Heer Vernet hem recom. mendeerde zorge te dragen dat de Heer Stewart de beroar kreeg want dat ze absolut hem moesten dienen, vermits zij geld ophand gekreegen hadden, en dat hy zoude onderroeken of niet iemand van ons volk schult aen den desectie der beraor had zulx bevindende hem strenge lik te laten kasteiden. Hetuud dagmaal was niet geeindigt of daer quaam tiding dat de Heer steewart geweld pleegde, waerop de Heer Veralst zeide, aen de heer de tauioiren, dat bij die hier by hem zoude verzoeken, en bij „hen brengen, zo als ook geschied, de, maer dien Heer niet willende komeny ging de Heer de Lauwai„ se by eenen vrijburger genaemt Smit, alwaar zien Heer was, ver„ zogt hem daer te blijven, tot hy fir„ cael daervan de Heer Vernetzou, de verwittigt hebben, dien Heer sprong op de Pionr van de Heer fiscoel, die hem zijn degen afnam. vervolgens kwamde sterste wort met de Fircael in t fork, waa¬ neer de Heer Vernet hem vroeg, waer mendeerde om 603 om hy ten pion had laten opvat ten, en op zijn bassera laten bren„ gen; waerop de Heer Steward op zijn woord van eenen verklaarden, dat hy geen onder daetoe gegeven had, maer dat een zyner dienaren zulx op zijn eige autoriteit gedoen had, hier opzeide de Heer Venet, dat hy heen niet zoude laten gaen voor dat hij die nion en de die naer gele„ vert had, 't geene geschied zijnde wierd dien Heer gelargeert, en de sipap kreeg aen de wagtde Straf die zyn inzolent gedrag verdient had. savonds kwaem de Heer Stewart by de Heer Vernet, en onder het drui„ ken van een kopje thee deed hi zyn beklag over de desertie van zyn bevaar; zeggende, dat hy haer 9 of io ropiar maend geld gegeven had, en wel 100 ropijs aen baxier om haer te engageeren te blijven, waerop de Heer Vernet hem be¬ loofde de bevar weerom te be¬ schikken, en zo dezelvde beraar niet te krijgen waren, hem andere te berorgen, en zo die geene, die oorzaek was van het weglopen zyner benaar ontdent wierd, hem de uitgeschootene penningen ten daen restitueere, waerop die Heer wegging. kort daer na kwam de Heer de Tauinoise rapportee ren, dat een hoofdpion schuldig was aen de desertie der bevaar die hy ook in de cateherrij had laten setten. De Heer Vernet zij¬ de daerop aen de Pircael, dat hy den Engelsche Heer moert laten verzoeken tegens 's onderdaag 's morgens op den ontbyt, om oog getuigen te zyn van de Straffe die die man zoude ondergaen t geene de Fircaal ook ten eer; stens deed met eene beleefde brief die hij in presentie van den Heer vernetschreef, en hem toerond, waerop hi een mon¬ deling antwoord kreeg, dat hij komen zoude sanderdaegs smorgens kreeyde Heer Vernet tyding dat den Heer steward 's nogts dronnen door het dorp gedwaeld had, pleegende bal dadigheeden, en dat hy aen twee inlan oorzaek der 604 der verscheiden worden met een den gen gegeven had, waerop de Heer Vernet een officier zond, om hem te halen, en aaf hem in handen van de Justitie, om te zaek te onderzoeken De zalk door twee Leeden van de roedoon Justitie en de seere taris ten overstaen van de Fiscael ondersogt zynde, komen alle de daevan tot nu toe ingewonnene beeedigde verkla¬ ringen hier op uit. Dat hy 's nachts om elf a twaelf uuren aen een van de hekken van ons dorp, die toen gesloten waren is gekomen, het zelve gefon¬ ceert, en met er door geweld een stuk aftebreeken, zig een weg daer buiten gebuiten geboend heeft. Dat hij een uur of twee bevoorens zig had bevonden in een heur waer van de bewoonder hem te ken¬ nen gaven, dat zy Moorinue waren, dog dat hy der onaenge zien er wor ingedrongen, en zyne baldadigheid zo verre den teugel gevierd had, van een man die door ziekte staen nog gaen kon, verscheide worden met zijn degen toe te brengen, na buiten te slepen, en onder den blooten hemd naer te suijten en zo leggen te laten. Dat hy eindelijk is gekomen in een ander kier van zeekere vrouw genaamd Arnie, het welk hy opengebroken en waervan hy de deur in een Poel gesweeten had binnen hetzelve een zieke vindende, die hij hield voor een van zijne bevoor een sok koe genoemd is, had bij deese maen niet in staat zijnde te verrieh ten hetgeene, hy van hem be„ geerde, almede met het zijdge weer gestooken, en op de weg nedergeworpen. oordeelt Myn Heeren hieruit van het gedrag van de Steeaste wart na een zo obligaant als voldoenend tractament van de Heer Vernet, en gelieft ons de vereischt satisfaetie te geven, sul lende daermede teplichten /:onder„ teugel stond
English
605 was signed: Noble Honorable Lords / lower: your Honors' humble and very obedient servants / signed: G. L: Vernet - Mr. Huuk. I. H. Zuiver M: Leefort. Ms Koninq J. Sks Roos P. Humbert Louis de Jouioise I: H. H. Damius / in the margin: Hoegei the 4th Jan: 1768. To the same as before Minza Awel kassien an inhabitant of our colony and Supplier of the Company has reported to us that one of his vessels laden with Dhaka linens is being held under arrest by order of the Court and at the request of an Armenian Chodjak Mkirta residing in Calcutta. Since it conflicts with right and reason that on account of some claim or other an attachment should be placed upon the effects belonging to a third party, we therefore very politely request that your Honors will be pleased to give immediate orders for the prompt and harmless release of the aforesaid vessel, so that the departure of our ships, which is near at hand, may not be delayed on that account. Wherewith you will oblige your Honors' who have the honor to be with respect / was signed: Noble Honorable Lords / lower: your Honors' humble and very obedient servants / signed: G. L. Vernet. Mr Isuuk- I. A. Zieuer. . . . . Mk Konieer . . . . . . I. P. Humbert. Louir de Saumaire. . . . . / in the margin: Hugenly the 30 December 1767. / Agrees fr Tholt de JClercq 606 The Lord Director having proceeded with the Members to the cloth hall, for the inspection and appraisal of various sorted Linens for the Homeland upon the Demand for this Year, namely Doeriassen fine of Cassigora long 40 broad 2 Cob ordinary of Jaconaat with GE: length and breadth as above Cassa fine Boerongse with Gh: long 39 to 40 broad 1 1/8 to 2 Cobido Ordinary Boerongse Cassa Cos C Long 38 to 39 broad 1 7/8 Cob. roomy and scarce. twill of Mohumpoer long 18 broad 2 1/2 Cob: roomy and scarce Sologesjes long 40 broad 2 Cobido Gingan Taffachelas fine long 18 broad 2 1/4 Cobido Nillas ordinary. . . long 20 broad 2 Cobido Gingan plain fine of Olmaca Long 20 broad 2 Cob: roomy and scarce soessie long 50 broad 1 5/8 Cobido roomy and scarce Roemaals yarn blue assortment various long 40 broad 2 Cobido it is resolved to note that according to Monday the 14th December 1767. Extract Resolution taken in the Council of Policy at Houglij in Bengal on 607 circumstances of times and matters, they were found reasonably good, and thus on all of the same, the prices stipulated at the contract or increased in the year 1766 have been agreed to. Agrees. Jan baolar Secretary It is understood to record herewith that the Lord Director and Council having met today in the Cloth Hall, for the inspection and appraisal of the following coarse Linens. Guinees long 75 broad 2 1/4 Cob roomy and scarce Salempoeris long 37 1/2 broad 2 1/4 Cob roomy and scarce Gerras long 36 broad 2 1/4 Cob roomy and scarce the same, in proportion to the present conjuncture of times, were found to be of such good quality, that the increased prices have been agreed to for all of them. Saturday the 19th December Anno 1767. Extract Resolution taken in the Council of Policy at Hougli On Agrees. Collated: J: H: Bergmann 608 M: G: Ross Subsequently the Honorable Lord Director proceeded with the members to the Trade warehouses to inspect the opened packages and bales with Kassembazar and Patna returns, recently brought here, and of which the findings are hereby recorded according to order, to wit Kassembazar goods No 267 Bandannoes three sorts somewhat common No 271 Chappa barier three sorts according to the circumstances of the times passable No 293 ditto Lens awel Danleem ditto somewhat common No 297 kora three sorts passable No 300 silk roemael ditto good No 304 armozeens plain double three sorts reasonably good No 310 ditto double striped or Therois three sorts good. Extract Resolution taken in the Council of Policy at Hoegli in Bengal on Thursday the 31 December Anno 1767 Collated: No. 47 323 609 No 323 Armozeens single checkered three sorts good No 315 ditto plain single three sorts passable No 344 Doeroetjes raw Awel and dom somewhat light. No 345 Doeroetjes raw dom passable No 349 bleached awel reasonably good No 327 ditto No 332 ditto No 342 ditto No 351 Douyrier awel No 358 ditto Dom very good. No 391 ditto seem Patna Linens No 192 setten second sort very good No 194 ditto third ditto No 195 Cassabehaer second and third sort somewhat expensive No 146 ditto second sort No 147 ditto third sort No 187 Lachoris three sorts No 141 ditto second sort passable No 142 ditto third sort passable No 182 Tuakenis three sorts reasonably No 249 batta first sort No 150 ditto second sort passable Before proceeding to the deliberation and business concerning the matters that are to be treated hereafter, the Lord Director and the present Members having gone to the Trade warehouses to inspect some opened bales of silk and silk fabrics, as well as the remainder of Linens recently brought from Kassembazar, the findings thereof are noted here, to wit No 419 Tannie silk Letter A No 423 ditto No 426 ditto Letter D reasonably good No 432 ditto No 442 ditto No 448 ditto No 399 Mochta Letter A had ditto but No 413 ditto Letter B not washed cleanly enough No 470 chappa leur three sorts very good No 471 Armozeens plain single checkered three sorts good No 472 Allasses three sorts No 450 Doeroetjes bleached awel very good No 33 ditto Letter B No 6 ditto Letter C Extract resolution taken in the Council of Policy at Hoegli in Bengal on Friday the 8 January Anno 1768 218 451 155 5 451 Doeroetjes bleached dom very good 454 raw toesoetjes awel dom was duw seem 469 dougrier of 32 cobido two sorts good 457 ditto of 27 cobido awel 461 ditto dom very good 452 ditto 455 ditto 456 ditto 466 ditto Agrees 610 No 218 Tukkerier unappraised passable No 196 amiatjes three sorts No 133 ditto second sort good No 132 ditto third sort No 190 sanen second good No 163 ditto third very good No 162 ditto first very good No 145 salogesjes second very good No 164 ditto third very good No 178 sittaras awel and dom very good No 174 Dherriabadys three sorts very good No 138 ditto second sort very good No 159 ditto third sort good No 180 Dougrir first sort somewhat light. No 181 ditto second Agrees
Dutch transcription
T 605 stond:/ Edele Heere Hees /:lager uwe Edelen nedrige en zeer gehoor„ zamen dienaeren /:getekend:/ G. L: Vernet - Mr Huuk. I. H. Zuiver M: Leefort. Ms Koninq J. Sks Roos P. Humbert Louis de Jouioise I: H. H. Damius ter zyde:/ Hoegei den 4e. Jan: 1768. Aan als vooren Minza Awel kassien een ingezeeten van onse colonie en Leverancier van de Compagnie heeft on gerappon¬ teert, dat een van zijne vaertuigen beladen met Dhakkasche lywaten uit ordre van de Court en op het vezoek van eenen tauste kalvatte zig be vindende Armenier Chodjak Mkirta in arrest word gehouden Dan nadien het tegen recht en reeden strijd, dat men om de wille van de een of andere pretensie be slag zou leggen op de effecten een derde toebehoorende, zo verzoeken wy zeevorieerdelijk, dat uwEdelens, tot de korten schadeloose largatie van het voorsz voertuig onmiddelijk onde gelieven ten stellen, op dat het vertrek van „tuelk enre scheepen, dat na bij is daer om won„ de opgehouden waermede uEdelens verplichten zullen die den eere hebben met verpect te zijn /:onderstond:/ Edele stee en Heers / lager:/ uwe EEdelen nedrige en zeer gehoorrame die naeren (:getekent:/ G. L. Vernet. Mr Isuuk- I. A. Zieuer. . . . . Mk Konieer . . . . . . I. P. Humbert. Louir de Sau maire. . . . . /:ter zijde:/ Hugen ly den 30 x=b 1767. / Accordeert fr Tholt de JClercq 60. 6 De Heer Directeur zig met de Leeden begeven hebbende naer de kleedenzaal, tot het bezichtigen en priseeren van diverse gesorteerde Lijnwaaten pro Pratria op de Eisch voor dezen Jaare, namelijk Doeriassen fijne de Cassigora lang 40 b=t 2 Cob ordinaire de Jaconaat met GE: langen b' als even Cassa fijne Boerongse met Gh: ld39a 40 b:t 1 1/8 a 2 Cobido Ordinaire Boerongse Cassa /. Cos C/ Lang 38 a 39 bt 1 7/8 Cob. rm: en schaars. keeper de cMohumpoer l=o 186t 2½ Cob: r m: en sch=s Sologesjes „ _ „ 40 „ 2 „ Gingan Taffachelas fijne „ 18„ 2¼ „ Nillas ordineire. . . „ 20 „ 2 „ Gingan effene fijne de Olmaca Lg 20 bt 2 Cob:rm: en sch: soessie lang 50 b=t 1 5/5 Cobido amen sch=s Roemaals gaarne blauw assortement diverse is verstaan te noteeren, dat ze naar om _„o „ 40 „ 2 „ Maandag den 14=n December 1767. Extract Resolutie genomen in Rade van Polietie te Houglij in Bengalen stand op 607 standigheeden van tijden en Zaaken, reedelijk wel bevonden en dus op alle dezelve, de bij de aanbesteeding bedongene ofte in Ao. 1766, ver¬ hoogde prijzen geaccordeert zijn Accordeert. Jan baolar . Secrets Is verstaan bij deze aan te tekenen dat de Heer Directeur en Raad heeden in de Kleeden zaal verga¬ dert geweest zijnde, tot het bezich¬ tigen en prijseeren van de volgende groove Lijnwaaten. Guinees lang 75 b„t„ 2¼ Cob r=m en schr: Salempoeris „ 37½ „ 2¼ „ „ „ „ Gerras - „ 36 „ 2¼ „ „ „ „ dezelve na maate van de teegen„ woordige Conjunctuure van tijden, zo wel van qualiteit zijn bevonden, dat op alle de verhoogde prijzen geaccordeert zijn geworden Sairsdebracht Saturdag den 19=' December A=o 1767. Extract Resolutie genomen in Raade van Politie te Hougli Op Accordeert. arv Coll: J: H: Bergmann 608 M: G: Ross Vervolgens begafde Achtbare Heer Dirco teur zig met de leeden naer de Nego tie pakhuizen ter bezichtiging van de geopende pakken en baalen met kassembazarsche en Pattena sche retouren, erlangs alhier aenge bracht en waer van de bevinding na de ordre by deese word opgeteekend te weten Kosembaraersche goederen No 267 Bandauoesen drie soorten wat gemeen „ 271. Sjeappa barier drie foorten na de tyds omstandigheeden tamelik „ 293 _o Lens auwel Danleem ov wat gemeen „ 297 kora drie soorten porsabel „ 300 zyde roemael d o goed „ 304 armorynen effene dubbelde drie soor ten reedelyk wel „ 310 _o dubbelde gestreepte ef Therois drie soorten goed. Extract Resolutie genomen in Raede van Politie te Hoegein bengale op Donderdag den 31 december Ao 1767 Coll: No. 47 ƒ 323 609 No 323 Armozynen envelde geruiten drie soorten goed „ 315 _o effene envelde drie soorten passabel „ 344 Doeroetjes ruwe Awel en dom wat ligt. 345 Doesoetier ruwe oom passabel „ leeu „ 349 „ 327 gebleekt aewel 1 332 reedelyk goed doen - „ 342 — - - eeen „ 351 Douyrier auwel „ 358 _o Dom Cheel goed. 1391 - leem Pallenarche Lywaten No 192 setten tweede soort heel goed 194 _o derde _o 195 Cassabehaer tweeden en derde somt . wat duur 146 — —o twedn „ 147 — — derde „ 187 Lachoris drie soorts 141 _ tweede soort }passabel 142 _o derde _ 182 Tuakenis drie Jouren reedelijk 249 batta eerste soort — tweede— Gpossabel 150 eede Alvoorens te treeden tot de deliberatie en besoigne, over de zaeken, die hier na staan verhandelt te worden, de Heer Directeur en de presente Leeden zig vervoegt zie„ hebbende, naer de Negocie pakhuisen tot het bezichtigen van eenige geopeer„ de balen met zyde en zyde stoffen idem het restant Lynwoeten onlangs van Kassembazaer aengebracht, zo word de bevinding derzelve alhier genoteerd te weeten N=o 419 Tannie zyde La A 423 _o 426 _ „ D Creedelik goed 432 _ 442 _o 448 _ _o 399 Mochta L a A had idem maer 413 _ „ B Sniet schoon ge noeg gewasschen 470 sjappa leur drie soorten heel goed) 471 Armozegens effene enkelde geruiten drie soorten goed 472 Allassen drie soorten 450 Doerocties gebleekte auwel heel goed „ 33 _o „ B „ 6 _o „ 6 Extraact resolutie genomen is Raade van Politie te Hoegte in Bengale op Vrydag den 8 January Ao 1768 218 451 155 _ 5 451 Doecoetier gebl: don heel goed ieem 454 ruwe toesoetjes anwel dom wasduw leen 469 dougrier van 32 cobido twee soorten goed 457 _ van 27 cobido anwel 461- dom Cheel goed 452 455 „ eeen Accordeert Subr areblavit Sarets 456 „ _o 466 610 N=o 218 Tukkerier engewaerdeerde possabel 196 amiatjes drie soorten tweede Joort goed 133 _ derde 132 _ 190 sanen tweede goed 163 — derde heel goed 162 — eerste. . . „ _ 145 salogesjer tweeden „ 164 _o derde 178 sittaras auwel edom „ „ 174 Dherriabadys drie soorten „ „ 138 _o tweede soort „ „ derde soort goed 159 _o 180 Dougrir eerste „ 4 wat ligt. tweedn 181 Acgerdeert SaurecoiavePants
English
611 Friday the 8th of January Anno 1768. Subsequently, His Honorable submitted the Missive to the Meeting of Seventeen, to depart shortly with the ships Vrouwe Elisabeth and Anthonetta Conradina, as well as, under its resumption, produced on the point concerning the linen trade a demonstration of what the coarse goods and that which is manufactured in the principal aurungs, Santipoer, Iaggernaetpoer, and Sawaspoer, item Herpiaal, cost on the spot itself, what expenses fall upon each piece, what is credited to the merchants thereon calculated according to the Company price, and finally the advantage and disadvantage that they come to suffer thereby, and which generally or on average on the [illegible] and thus, not counting the further on the sjarum and forti, was nothing but loss at hand; that His Honorable had investigated this accurately himself, but for greater certainty had also had it stated by the broker, and caused it to be signed by the suppliers Rasbeherrij, Gadadher, Derp, Narein, Barbottijsjern, Modden, Kommelboos, Herrisijssen, Boos, Bersjoeboos, Bhollanaet, Sahebram Kappoerie, Gourie Serkaar and Kissen Sjern Barndja, who undertook to confirm the same on oath at all times if required, His Honorable continuing further that time had not permitted making such a survey of the prices of all or the remaining aurungs, but that this would take place on a further occasion and show that the little profit that the suppliers had in this place could nevertheless not make good the loss that they came to suffer on the others, with the request that this writing be inserted in advance here and presented both to the Gentlemen Majores and to the Honorable High Indian Government, as proof of how little the Honorable Chief Administrator Isinck and Merchant Lafont were grounded in their opinions, by Resolution of the 10th of April of the past year, as if the merchants could deliver the linens at a lower price than that of the previous year, for as stated on the sort of goods specified in this paper, if the small profits and extraordinary losses are taken together, they fell absolutely short, as can be seen in further detail from the following insertion Extract Resolution taken in the Council of Policy at Houglij in Bengal Coarse On
Dutch transcription
611 Vrijdag den 8:e Januarij A:o 1768. Vervolgens werd door zijn E:E: Achtbaare overgelegt, de Missive aen de Vergadering van Zeeventienen, om Eerstdaags met de- scheepen Vrouwe Elisabeth en Anthonetta Conradina af te gaen, mitsgaders, onder dies resumptie, bij het Poinct be„ „treffende den Lijnwaat handel geproduceert Eene Aento„ ning van het grove goed en dat het welk in de voornaem¬ „ste Arrings, Santipoer, Iaggernaetpoer, en Sawaspoer Jtem Herpiaal, gefabriceerd word, op de plaets zelve komt te kosten, welke ongelden er op ieder stuk vallen, wat de kooplie„ den na de Coomp:e prijs gereekend, daar op word goed gedaen, en eindelijk het voor en nadeel, dat zij daar bij komen te lijden, en het welk over het algemeen of door malkander op de Coem en dus ongerekend het verder op de sjarum en forti niet als schaede voor de hand was; dat zijn E: E: Achtbaare dit zelve naukeurig had onderzocht, dog ten Overvloede, tevens had laten opgeeven door den Makelaar, en doen teekenen door den Leveranciers Rasbeherrij, Gadadher, Derp, Narein, Barbot„ „tijsjern, Modden, Kommelboos, Herrisijssen, Boos, Bersjoe„ „boos, Bhollanaet, Sahebram Kappoerie, Gourie Serkaar en Kissen Sjern Barndja, welke aennamen het zelve, des vereischt wordende ten allen tijde met Eede te bekrachtigen, vervolgende zijn E: E: Achtbaare verder dat de tijd niet had toegelaten, dier„ gelijk een opneem der Prijzen van alle of de overige Arrengs te doen, maer dat dit bij Een nadere gelegendheid zou geschieden en aentoonen dat het weinige profijt, dat de Leveranciers in deeze plaatze hadden, echter niet kon goed maeken, de schaede, die zij bij de overige quamen te lijden, met begeerte dat dit geschrift voor af bij deze geinsereert en zo wel de Heeren Majores als de Edele Hooge Jndische Regee„ „ring zoude aengeboden worden, tot Een blijk hoe weinig de E: Hoofd Administrateur Isinck en Koopman La„ „font, in hunne sentimenten, bij Resolutie van den 10e April A:o passato als of de Kooplieden de Lijnwaeten tegen minder prijs als de voorjaerige konden bezorgen, gefundeert zijn, want dat zij als gezegt op het soort van goed bij dit Papier gespecificeert, indien de geringe Winsten en Extra Ordinaire ver„ liezen, door malkander worden genomen, absolut te kort schoo„ ten, gelijk zulx nader te zien is bij de ondervolgende Insertie Extract Resolutie genomen in Raede van Politie te Houglij in Bengaele Grove Op
English
612 4„ 2„— 2„ 13„ ½ Profit. Remainder Loss Loss off 1½ Percent Coarse Linens in Year 1767. — Arrangs. whose Batta comes each Company's By the Mak Pari on each comes Arrangs Charges Purchase Purchase price To the Company's piece the net on each comes current current transport price and charges with piece. Percent piece Per Cent. its Use Rupees Iron raw Raw pieces all charges Rupees to reduce piece ris. 1„ 3„ 30: 8„ 6„ 4 Profit 1 Piece Guineas assorted Santipoer. 1 piece Malm: Ordinary long 40 broad 3 Covids assorted 11„ —„ —„ 1 „ ditto „ „ ditto „ 2¼ „ ditto „ 8„ —„ —„ 1 „ ditto „ „ ditto „ 2 „ ditto „ 7„ 8„ —„ 1 „ ditto „ „ ditto „ 1¾ „ ditto „ 6„ 8„ —„ 1„ ditto „ „ ditto „ 1½ „ ditto „ 5„ 8„ —„ 1 „ ditto „. „. ditto „ 2¼ „ ditto 10„ —„ —„ 1„ ditto „ „ ditto „ 2. „ ditto „ 8„ —„ —„ 1 „ Hhermdaans „ ditto „ 3 „ ditto „ 14„—„—„ 1 „ ditto . . „ ditto „ 2¼ „ ditto „ 11„ —„ —„ 1„ ditto. . . „ ditto „ 2. „ ditto „ 9 „ —„ —„ 1 Piece Gerras number 368: 2¼ pieces „ 3„ 5„ —„ —„ 9„ —„ 3„ 14„ —„ —„ 7„ 60„ 4„ 5„ 60 1 „ ditto . . . . „ ditto „ 1¾ „ ditto „ 8„ 2„ —„ 1„ 12„ —„ 9„ 14„ —„ 1 Piece Salempouris „ — „ „ 3„ 7„ 40 „ —„ 10„ — 4 „ 1„40„ —„ 8„ 20 4„ 9„ 60 „ 4„ 12„ 47„ —„ 1„ 11„ 4„ 11„ 36„ —„ —„ —„ —„ —„ — —„ 1 1/10 „ 2„ 14„ 13/30„ 1 piece Cassas Ordinary long 40 broad 3 Covids assorted „ 10„ 3„—„ 1 „ ditto closely woven 39 to 40 „ 2 1/8 to 2¼ „ „ 7„ 1„ —„ 1„ 1„ —„ 1 „ ditto ditto „ „ ditto „ ditto „ 1 7/8 to 2. „ „ 7„ 2„ —„ 1 „ ditto ditto fine. . . . . . . . . . . „ Daetpoer and Sawaspoer. 1„ Malm: Sawaspoer „ 40. „ 2¼ „ ditto „ 6„ —„ —„ 1„ 5„ —„ 1„ ditto ditto „ ditto 2 „ ditto „ 4„ 12„ —„ —1„ 1„ —„ 5„ 13„ —„ —„ 7„ —„ 1 „ Bethilles Cangam. „ 2¼ „ ditto „ 7„ 4„ —„ 1„ 9„—„ 1 ditto „ 2 „ ditto „ 5„ 8„ —„ real 1 piece Cassas. . . long 40 broad 3 Covids Arrangs„ 10„ 11„ ½„ 1 „ ditto „ ditto „ 2 3/8 „ ditto „ 8„ 12„ ½„ 1„ ditto. „ ditto „ 2¼ „ ditto „ 7„ 13„ ¼ 1„ ditto „ ditto „ 2 „ ditto „ 7„ —„ —„ 1 „ ditto „ ditto „ 1½ „ ditto „ 5„ 4„ —„ 1 Adatais Ordinary 20 „ 2¼ „ Ditto „ 4„ 4„ —„ 1„ ditto fine ditto „ piece „ ditto „ 5„ 2„ —„ 40 „ 2¼ „ ditto „ 10„ 7„ ¼„ 1 „ Cassas „ 4„ 6„ ½„ 1. Hammans Ordinary 24 „ 2 7/8 to 3 ditto„ 5„ 3„ ¼„ Ditto Middling ditto „ ditto ditto„ 7. „ 10„ a„ ditto fine ditto „ ditto „ ditto „ Paggernatpoer. 1 „ ditto „ „ ditto „ 1½ „ ditto „ 5„ 4„ —„ —„ 12„ —„ 1 piece Tanjebs Ordinary long 40 broad 2¼ Covids Arrangs 6„ 4„ ¼ 1„ 6¼ „ 7„ 10„ ½„ —„ 9„ ¼ 1„ ditto narrow 39 to 40„2 1/8 to 2¼ ditto „ 5„ 6„ —„ 1„ 2„ —„ 6„ 8„ —„ —„ 7„ ¾ 1 „ ditto ditto „ 3 „ ditto 1 7/8 to 2 „ ditto „ 4„ 6„ —„ —„ 15„ —„ 5„ 5„ —„ —„ 6„ 3/3 1„ ditto „ „ ditto „ 2 „ ditto „ 5„ 2„ —„ 1„ 1„ ½„ 6„ 3„ ½ —„ 7„ ½ „ „ ditto „ 2¼ „ ditto „ 7„ 10„ —„ 1„ 3„ —„ 8„ 13„ —„ 1„ ditto „ „ ditto „ 2 „ ditto „ 8„ 12„ —„ 1„ 14„ —„ 10„ 10„—„ ditto „ „ ditto „ 2. „ ditto „ 6„ 13„ ½„ 1„ 1„ —„ 7„ 14 „ ½„ —„ 15„ ¾„ 1„ ditto „ „ ditto „ 1¾ „ ditto „ 6„ 2„ —„ —„ 15„ —„ 7„ 1„ —„ —„ 14„ —„ 1 „ ditto fine long 40 broad 2¼ Covids [illegible] „ 9„ 6„ ½„ 2„ 1„ —„ 11„ 7„ ½„ 1„ 7„ —„ 12„ 14„ ½„ 12„ 6„ —„ —„ 3„ —„ 8„ 3 ¾„ 7„ 8„ —„ —„ 1 12/5„ 6„11„-„ 6„15„ ¾„ 5„ 11„ 3/8„ 7„ 13„ ¾„ 6„ 15„ ½„ —„ 1„ 3/0„ 6„4„—„ 9„ 7 2/5„ 7„3„-„ 13„7„-„ „ 15„1„ „ 10„ 2„ ½„ —„ 12„ 1/5„ 10„ 14„ 13/10„ 10„ —„ ¾„ 8„ 2„ —„ —„ 9„ ¾ „ „ 8„ 11„ ¾ „ 6„ 11„ ½„ 6„ 5„ ½„ —„ 1„ 13/40„ 5„ 6„ —„ 5„ 6„ —„ —„ 1„ 3/10„ 6„ 10„ ½„ 6„ 10„ ½„ — „ 11„ 2/5. „ 6„ 6„ ½ —„ 1 13/80„ 12„ 11„ ½„ —„ 3„ 1/20 „ 10„ 13„ ½„ — „. 2„ 2/5„ 19„ 3„ /¾„ —„ 2„ 1/5„ 6„ 11„ ¾„ —„ 1 „ ½„ 10„ 14„ —„ —„ 2„ 2/5„ 9„ 5„ ½„ —„ 11„ ¼„ 6„ 4„ —„ —„ 7„ ½„ 12„ 9„ ¾„ —„ 15 1/8 „ 13„ 8„ 7/8„ 13„ 5„ —„ —„ 3„ 3/5„ 7„ 4„ — „ —„ 1„ 13/30 „ 5„ —„ —„ —„ 6„ —„ —„ 7„ 2/5 „ 6„12„ 2/5„ 6„ 11„ ¾„— 5„ 3„ —„ —„ 6„ „ „ 5„ 9„ /¼„ 5„ 6„ /8 — „ 1„ 3/10„ 9„ 3„ —„ —„ 11„ —„ 9„ 14„ —„ 9„ 6„ /¾„ —„ 2 1/40„ 9„ 4 1/40 „ — „ 9 13/40 „ 7„ 14„ —„ —„ 9„ ½„ 8„ 7„ ½„ 7„ 9„ ¾„ —„ 1 13/40„ „ 1„ 3/8„ 12„3„- 10„15 3/80 „ 2 3/80 „ 9„ 5 3/80 „ — „ 9 1/30„ 8„ 11 13/80 „ —„ 7 13/50 „ 6„ 4 23/10„ 5„13„ 2/5 5„2„- 11„6„- „ 11 ½ „ 5„ 9„ 1/8 1„ — 1/80 „ 8„ 7„ 13/30 7„6„ 1/5„ 10„ 4 1/20 „ 13 1/2 „ „ 10„¼„ 6„10„ ¼„ —„ — ¼„ 6„ 7„ 2/5 6„ 13 13/40 „ —„ 15„ 13/40 „ 12„11„— 6„4 23/30„ —„—„—„ 18„2½ 7„ 2 1/30 „ —„ —„ 3/30 „ — „ 10 12/50 12„ 8 1/20 „ —„ 14 1 1/20„ 6„12¼ 10„ 11„ 2/5„ —„ 3 13/10 „ 1„ 14 1/5 6„ 3 3/40„ — „ 7 1/40„ 7„ 14„ —„ —„ 1„ 13/0„ 7„ 12 1/10 „ 1„ 11 „ ½„ 5„ 4 3/10 „ — „ 1„ 3/10 „ 6„ 8 1/0„ — „ 1 2/5 „ 7„ 11 3/30 „ —„ —„ —„ —„ —„ — 8„ 9 13/20 „ — 8„ 3/5 „ 5„ 14 1/10„ 6„ 9„ ½„ —„ 1„ 13/0„ 6 „ 8„ /40 „ —„ —„ — —„ — „ — — „ 12 1/20 10„ 10 1/20„ —„ —„ —„ —„ —„ — —„ 9„ 3/0 8„ 2„ ¼„ —„ 12„ —„ 8„ 7„ — 6„ 10„ —„ —„ 1„ 1/„ „ 6„ 8„ 1/40 „ —„ 7 3/80 „ 9„ 1„ 1/20„ —„ —„ —„ —„ —„ — —„ 5 2/5 4 „ 2„ ½ —„ —„ — —„ — 17/30 — 15„ 2/5 13„ 1 4/5„ —„ 7 3/40„ 5„ 5 1/5„ — „ 4 1/20 „ 6„ 2½ 13„ 3 3/8 —„15 13/30 14„1„- —„ 8 7/16„ 4„12„— 4„ 9„ 16„ —„ 1„ 8„ 4„ 8„ 8„ —„ —„ —„ —„ —„ — —„ 2 1/20 3„ 5 ½. 1„ 10„ —„ 14„ 11„ —„ 14„ 7„ /„ —„ 3 3/80„ 14„ 3 2/5„ —„ 7„ 1/5„ 3„ 1„ —„ 1„ 3„ —„ 10„ 11„ —„ 10„ 5„ 4„ —„ 2 7/16„ 10„ 2 3/16 „ —„ 8„ 3/16 „ 4„ 12„ ¾„ 8„ 14 ½„ 1„ 2„ —„ 10„ —„ 2„ 9„ 1„ ¼„ —„ 2„ 7/40 „ 8„ 15 3/40„ 1„ 1„ 13/40„ 10„15„ ¾„ 1„ 3„ 2„ 7„ 11„ 2„ —„ 15„ /2„ 8„ 11„ —„ 8„ —„ ¾„ —„ 1„ 3/40„ 7„ 14 3/20 „ —„ 12„ 3/0 „ 12„ 12„—„ 1„ —„ ½„ 6„ 8„ ½„ —„ 13„ —„ 7„ 5„ ½„ 6„ 5„ ¾„ — „ 1„ ½ „ 6„ 4 ¼ „ 1„ 1„ /„ 14„ 11„ —„ 2„ 3„ —„ 12„ 3„ —„ 1„ 8„ 3/8„ 13„ 11„ 3/8„ 12„ —„ 4„ —„ 2„ 7/8. 11„ 13„ 3/8 „ 1„ 14„ —„ 13„ 11„ —„ 1„ 12„ —„ 9„ 12„ —„ 1„ 3„ ½„ 10„ 15„ ½„ 11„ 7„ ¼„ —„ 2„ ¾„ 11„ 4„ ½ —„ —„ —„ —„ —„ —„ —„ 5„ —„ 3„ 1„ —„ 17„ 1„ —„ 2„ 2„ —„ 19„ 3„ —„ 20„ 4„ ½„ —„ 4„ 3/0 „ 19„ 15 1/30„ —„ —„ —„ —„ —„ —„ —„ 12„ 1/50 „ 1„ 6„ —„ 12„ 5„ 2„ 13„ 3„ —„ „ —„ 3„ 1/8„ 12„ 15„ 7/8„ —„ —„ — —„ —„ — —„ 10 3/8 „ —5„ 4„ — 1„ 3„ ½„ 10„ 1„ ½„ „„ 12„ ¾ „ —„ 2„ 1/16„ 1 „ ditto fine „ ditto „ 3 „ ditto „ 12„ 8„ —„ 2„ 12„ —„ 15„ 4„ —„ 1„ 14„ 2„ 17„ 2„ ½„ 16„ 13„ —. „ —„ 4„ —„ 16„ 9„ —„ —„ 9„ ½„ 3„ 7„ 1/5„ 2„ 6„ ½„ 13„ 6„ ½„ 1„ 10 ¾„ 15„ 1„ ¼„ 14„ 13„ ¼ „ —„ 3„ 1/0 „ 14„ 9 13/30 „ —„ 7„ 1/20 „ 3„ 2„ — —„ —„ —„ —„„ —„ — 11„ 9„ 13/16 „ —„ —„ — —„ —„ — 1„ 1„ ½ „ 9„ 14„ ½ „ 9„ 7„ ½ „ — 8„ 14„ ¼ „ 8„ 4„ ½ „ —„ 2„ —„ 6„ —„ —„ —„ 12„ —„ 6„ 12„ —„ 7„ 13„ —„ —„ 1„ 1/80„ 8„ 2„ —„ 1„ —„ a„ 9„ 2„ ¼„ 8„ 11„ ¾ „ —„ 2 1/40 „ 1„ —„ 3/8„ 9„ 3„ 3/8„ 8„ 44„ —„ —„ 2 13/80„ 1„ 7„ ½ „ 13„ 3„ ½ „ 12„ 9„ ¼ „ —„ 3 1/40 „ 12„ 6 1/40 „ —„ 13 1/40„ 1„ 9„ ½„ 14„ 5„ ½ „ 12„ 14„ ½„ —„ 3 1/10 „ 12„ 11 2/5 „ 1„ 10 1/10 „ 1„ 5„
Dutch transcription
612 4„ 2„— 2„ 13„ ½ Winst. Rest Verlies Verlies af 1½ Pc=to Grove Lijwaaten in A:o 1767. — Arrangs. dies Batta komt ijder Comp=s P: de Mak Parij op ijder komt Airangs Ongelden Ins: oop Inkoopsprijs Tot 's Comp:s stuk de netto op ijder komt conante courante transprijs en delliaen„ met stuk. Percento stuk P:r Cento. se Gebruijk Ropijen IJsser ruwe Ruwe stuks alle ongelden Ropyen te recuceren stuk ris. 1„ 3„ 30: 8„ 6„ 4 Winst 1 P=s Guinees asonnut Santipoer. 1 p:s Malm: Ord:r by 40 b:t 3 C:l asonwvat„ 11„ —„ —„ 1 „ _:o „ „ d:o „ 2¼ „ _:o „ 8„ —„ —„ 1 „ _:o „ „ d„o „ 2 „ _:o „ 7„ 8„ —„ 1 „ _„o „ „ d„o „ 1¾ „ _:o „ 6„ 8„ —„ 1„ _:o „ „ _„o „ 1½ „ _:o „ 5„ 8„ —„ 1 „ _:o „. „. _:o „ 2¼ „ _:o 10„ —„ —„ 1„ _:o „ „ _:o „ 2. „ d:o „ 8„ —„ —„ 1 „ Hhermdaans „ _:o „ 3 „ _:o „ 14„—„—„ 1 „ _:o . . „ d:o „ 2¼ „ _:o „ 11„ —„ —„ 1„ d:o. . . „ d:o „ 2. „ d:o „ 9 „ —„ —„ 1 P:s Gerrassen l:o 368: 2¼ p:s „ 3„ 5„ —„ —„ 9„ —„ 3„ 14„ —„ —„ 7„ 60„ 4„ 5„ 60 1 „ d:o . . . . „ _„o „ 1¾ „ _„o „ 8„ 2„ —„ 1„ 12„ —„ 9„ 14„ —„ 1 P:s Salempoeris „ — „ „ 3„ 7„ 40 „ —„ 10„ — 4 „ 1„40„ —„ 8„ 20 4„ 9„ 60 „ 4„ 12„ 47„ —„ 1„ 11„ 4„ 11„ 36„ —„ —„ —„ —„ —„ — —„ 1 1/10 „ 2„ 14„ 13/30„ 1 p:s Cassas Ord: lg:n 40 br: 3 C:s asouw: „ 10„ 3„—„ 1 „ d:o Engidigte 39 a 40 „ 2 1/8 â 2¼ „ „ 7„ 1„ —„ 1„ 1„ —„ 1 „ d:o d:o „ „ d:o „ _:o „ 1 7/8 â 2. „ „ 7„ 2„ —„ 1 „ d:o d:o fijne. . . . . . . . . . . „ Daetpoer en Sawaspoer. 1„ Malm: sawasp: „ 40. „ 2¼ „ d„o „ 6„ —„ —„ 1„ 5„ —„ 1„ _:o _„o „ d„o 2 „ d„o „ 4„ 12„ —„ —1„ 1„ —„ 5„ 13„ —„ —„ 7„ —„ 1 „ Bethilles Cangam. „ 2¼ „ _„o „ 7„ 4„ —„ 1„ 9„—„ 1 _„o „ 2 „ d:o „ 5„ 8„ —„ riael 1 p:s Cassas. . . lg: 40 br:t 3 Cob: Ar:o„ 10„ 11„ ½„ 1 „ d„o „ d:o „ 2 3/8 „ d„o „ 8„ 12„ ½„ 1„ d„o. „ d„o „ 2¼ „ d„o „ 7„ 13„ ¼ 1„ _:o „ d„o „ 2 „ _„o „ 7„ —„ —„ 1 „ _„o „ _„o „ 1½ „ d:o „ 5„ 4„ —„ 1 Adatais Ord: 20 „ 2¼ „ Do „ 4„ 4„ —„ 1„ d:o sijne d„o „ p:o „ d„o „ 5„ 2„ —„ 40 „ 2¼ „ d„o „ 10„ 7„ ¼„ 1 „ Cassas „ 4„ 6„ ½„ 1. Hamans Ord:e 24 „ 2 7/8 a 3 d„o„ 5„ 3„ ¼„ D:o Middelb: d:o „ d:o d:o„ 7. „ 10„ a„ d:o fijne d:o „ d:o „ d:o „ Paggernatpoer. 1 „ d:o „ „ _„o „ 1½ „ _„o „ 5„ 4„ —„ —„ 12„ —„ 1 p:s Transjeebs Ord:s lg: 40 br: 2¼ C:o a 1r„t 6„ 4„ ¼ 1„ 6¼ „ 7„ 10„ ½„ —„ 9„ ¼ 1„ _:o Engs: 39 a 40„2 1/8 a 2¼ d:„o „ 5„ 6„ —„ 1„ 2„ —„ 6„ 8„ —„ —„ 7„ ¾ 1 „ _„o _:o „ 3 „ d:o 1 7/8 a 2 „ d:o „ 4„ 6„ —„ —„ 15„ —„ 5„ 5„ —„ —„ 6„ 3/3 1„ _:o „ „ _„o „ 2 „ d„o „ 5„ 2„ —„ 1„ 1„ ½„ 6„ 3„ ½ —„ 7„ ½ „ „ d:o „ 2¼ „ d„o „ 7„ 10„ —„ 1„ 3„ —„ 8„ 13„ —„ 1„ d:o „ „ d:o „ 2 „ _:o „ 8„ 12„ —„ 1„ 14„ —„ 10„ 10„—„ _:o „ „ _„o „ 2. „ _:o „ 6„ 13„ ½„ 1„ 1„ —„ 7„ 14 „ ½„ —„ 15„ ¾„ 1„ _:o „ „ _„o „ 1¾ „ _:o „ 6„ 2„ —„ —„ 15„ —„ 7„ 1„ —„ —„ 14„ —„ 1 „ d:o sijne lg: 40 br: 2¼ Cob:s z: „ 9„ 6„ ½„ 2„ 1„ —„ 11„ 7„ ½„ 1„ 7„ —„ 12„ 14„ ½„ 12„ 6„ —„ —„ 3„ —„ 8„ 3 ¾„ 7„ 8„ —„ —„ 1 12/5„ 6„11„-„ 6„15„ ¾„ 5„ 11„ 3/8„ 7„ 13„ ¾„ 6„ 15„ ½„ —„ 1„ 3/0„ 6„4„—„ 9„ 7 2/5„ 7„3„-„ 13„7„-„ „ 15„1„ „ 10„ 2„ ½„ —„ 12„ 1/5„ 10„ 14„ 13/10„ 10„ —„ ¾„ 8„ 2„ —„ —„ 9„ ¾ „ „ 8„ 11„ ¾ „ 6„ 11„ ½„ 6„ 5„ ½„ —„ 1„ 13/40„ 5„ 6„ —„ 5„ 6„ —„ —„ 1„ 3/10„ 6„ 10„ ½„ 6„ 10„ ½„ — „ 11„ 2/5. „ 6„ 6„ ½ —„ 1 13/80„ 12„ 11„ ½„ —„ 3„ 1/20 „ 10„ 13„ ½„ — „. 2„ 2/5„ 19„ 3„ /¾„ —„ 2„ 1/5„ 6„ 11„ ¾„ —„ 1 „ ½„ 10„ 14„ —„ —„ 2„ 2/5„ 9„ 5„ ½„ —„ 11„ ¼„ 6„ 4„ —„ —„ 7„ ½„ 12„ 9„ ¾„ —„ 15 1/8 „ 13„ 8„ 7/8„ 13„ 5„ —„ —„ 3„ 3/5„ 7„ 4„ — „ —„ 1„ 13/30 „ 5„ —„ —„ —„ 6„ —„ —„ 7„ 2/5 „ 6„12„ 2/5„ 6„ 11„ ¾„— 5„ 3„ —„ —„ 6„ „ „ 5„ 9„ /¼„ 5„ 6„ /8 — „ 1„ 3/10„ 9„ 3„ —„ —„ 11„ —„ 9„ 14„ —„ 9„ 6„ /¾„ —„ 2 1/40„ 9„ 4 1/40 „ — „ 9 13/40 „ 7„ 14„ —„ —„ 9„ ½„ 8„ 7„ ½„ 7„ 9„ ¾„ —„ 1 13/40„ „ 1„ 3/8„ 12„3„- 10„15 3/80 „ 2 3/80 „ 9„ 5 3/80 „ — „ 9 1/30„ 8„ 11 13/80 „ —„ 7 13/50 „ 6„ 4 23/10„ 5„13„ 2/5 5„2„- 11„6„- „ 11 ½ „ 5„ 9„ 1/8 1„ — 1/80 „ 8„ 7„ 13/30 7„6„ 1/5„ 10„ 4 1/20 „ 13 1/2 „ „ 10„¼„ 6„10„ ¼„ —„ — ¼„ 6„ 7„ 2/5 6„ 13 13/40 „ —„ 15„ 13/40 „ 12„11„— 6„4 23/30„ —„—„—„ 18„2½ 7„ 2 1/30 „ —„ —„ 3/30 „ — „ 10 12/50 12„ 8 1/20 „ —„ 14 1 1/20„ 6„12¼ 10„ 11„ 2/5„ —„ 3 13/10 „ 1„ 14 1/5 6„ 3 3/40„ — „ 7 1/40„ 7„ 14„ —„ —„ 1„ 13/0„ 7„ 12 1/10 „ 1„ 11 „ ½„ 5„ 4 3/10 „ — „ 1„ 3/10 „ 6„ 8 1/0„ — „ 1 2/5 „ 7„ 11 3/30 „ —„ —„ —„ —„ —„ — 8„ 9 13/20 „ — 8„ 3/5 „ 5„ 14 1/10„ 6„ 9„ ½„ —„ 1„ 13/0„ 6 „ 8„ /40 „ —„ —„ — —„ — „ — — „ 12 1/20 10„ 10 1/20„ —„ —„ —„ —„ —„ — —„ 9„ 3/0 8„ 2„ ¼„ —„ 12„ —„ 8„ 7„ — 6„ 10„ —„ —„ 1„ 1/„ „ 6„ 8„ 1/40 „ —„ 7 3/80 „ 9„ 1„ 1/20„ —„ —„ —„ —„ —„ — —„ 5 2/5 4 „ 2„ ½ —„ —„ — —„ — 17/30 — 15„ 2/5 13„ 1 4/5„ —„ 7 3/40„ 5„ 5 1/5„ — „ 4 1/20 „ 6„ 2½ 13„ 3 3/8 —„15 13/30 14„1„- —„ 8 7/16„ 4„12„— 4„ 9„ 16„ —„ 1„ 8„ 4„ 8„ 8„ —„ —„ —„ —„ —„ — —„ 2 1/20 3„ 5 ½. 1„ 10„ —„ 14„ 11„ —„ 14„ 7„ /„ —„ 3 3/80„ 14„ 3 2/5„ —„ 7„ 1/5„ 3„ 1„ —„ 1„ 3„ —„ 10„ 11„ —„ 10„ 5„ 4„ —„ 2 7/16„ 10„ 2 3/16 „ —„ 8„ 3/16 „ 4„ 12„ ¾„ 8„ 14 ½„ 1„ 2„ —„ 10„ —„ 2„ 9„ 1„ ¼„ —„ 2„ 7/40 „ 8„ 15 3/40„ 1„ 1„ 13/40„ 10„15„ ¾„ 1„ 3„ 2„ 7„ 11„ 2„ —„ 15„ /2„ 8„ 11„ —„ 8„ —„ ¾„ —„ 1„ 3/40„ 7„ 14 3/20 „ —„ 12„ 3/0 „ 12„ 12„—„ 1„ —„ ½„ 6„ 8„ ½„ —„ 13„ —„ 7„ 5„ ½„ 6„ 5„ ¾„ — „ 1„ ½ „ 6„ 4 ¼ „ 1„ 1„ /„ 14„ 11„ —„ 2„ 3„ —„ 12„ 3„ —„ 1„ 8„ 3/8„ 13„ 11„ 3/8„ 12„ —„ 4„ —„ 2„ 7/8. 11„ 13„ 3/8 „ 1„ 14„ —„ 13„ 11„ —„ 1„ 12„ —„ 9„ 12„ —„ 1„ 3„ ½„ 10„ 15„ ½„ 11„ 7„ ¼„ —„ 2„ ¾„ 11„ 4„ ½ —„ —„ —„ —„ —„ —„ —„ 5„ —„ 3„ 1„ —„ 17„ 1„ —„ 2„ 2„ —„ 19„ 3„ —„ 20„ 4„ ½„ —„ 4„ 3/0 „ 19„ 15 1/30„ —„ —„ —„ —„ —„ —„ —„ 12„ 1/50 „ 1„ 6„ —„ 12„ 5„ 2„ 13„ 3„ —„ „ —„ 3„ 1/8„ 12„ 15„ 7/8„ —„ —„ — —„ —„ — —„ 10 3/8 „ —5„ 4„ — 1„ 3„ ½„ 10„ 1„ ½„ „„ 12„ ¾ „ —„ 2„ 1/16„ 1 „ _:o sijne „ d„o „ 3 „ _„o „ 12„ 8„ —„ 2„ 12„ —„ 15„ 4„ —„ 1„ 14„ 2„ 17„ 2„ ½„ 16„ 13„ —. „ —„ 4„ —„ 16„ 9„ —„ —„ 9„ ½„ 3„ 7„ 1/5„ 2„ 6„ ½„ 13„ 6„ ½„ 1„ 10 ¾„ 15„ 1„ ¼„ 14„ 13„ ¼ „ —„ 3„ 1/0 „ 14„ 9 13/30 „ —„ 7„ 1/20 „ 3„ 2„ — —„ —„ —„ —„„ —„ — 11„ 9„ 13/16 „ —„ —„ — —„ —„ — 1„ 1„ ½ „ 9„ 14„ ½ „ 9„ 7„ ½ „ — 8„ 14„ ¼ „ 8„ 4„ ½ „ —„ 2„ —„ 6„ —„ —„ —„ 12„ —„ 6„ 12„ —„ 7„ 13„ —„ —„ 1„ 1/80„ 8„ 2„ —„ 1„ —„ a„ 9„ 2„ ¼„ 8„ 11„ ¾ „ —„ 2 1/40 „ 1„ —„ 3/8„ 9„ 3„ 3/8„ 8„ 44„ —„ —„ 2 13/80„ 1„ 7„ ½ „ 13„ 3„ ½ „ 12„ 9„ ¼ „ —„ 3 1/40 „ 12„ 6 1/40 „ —„ 13 1/40„ 1„ 9„ ½„ 14„ 5„ ½ „ 12„ 14„ ½„ —„ 3 1/10 „ 12„ 11 2/5 „ 1„ 10 1/10 „ 1„ 5„
English
¼ 11 15 11 1 /¾ — 2 13/30 7 15 — 8 1 — — 2 — 7 15 — — — — — — — 1 3 — 1 12 ½ 12 8 - 1 6 - 1 8 ¼ 1 2 - 1 — — 12 - 1 1 - 2 2 ½ 12-½ 6 3 - - 7 1 1 Jan 8 13 — — 10 2/5 6 11 — —: 8 — 1 8 ¼ 7 5 — — 8 ¾ 1 9 — 11 12 — 1 1 — 8 3 — 10 8 — 2 4 — 12 12 — 13 1 - 2 1 - 1 8 — 9 8 — 1 6 ½ 1 15 ½ 10 15. ½ 1 — 60 9 6 64 9 9 14 — 2 31 9 6 73 — — — — — — —— — 13/80 — /:again 7 2. 44 ditto 1 1 1 ditto ditto ditto ditto 6 94 ¾ 1 4 ¼ 6 5 - 6 10 1/8 — 2 3/40 7 7 1/40 — 15 19/40 11 8 - 6 -11/20 2 4 ¾ 4 8 ½ 3 4 ¼ 1 8 - 1 8 1/8 7 - - 1 1/40 643 No. 47½ J: H: Bergmann Collated underneath was written: Hugli in Bengal the 8 January A:o 1768, underneath that some Bengali signatures And after reading of the same it was resolved to keep this note of the matters, and according to the proposal of the Lord Director, to send the aforesaid writing inserted in an extract from this resolution to the Netherlands and Batavia. We the undersigned officers declare at the requisition of the Captain-Lieutenant at sea C: v: der stam That from the 13th of this month we have fired daily in order to have on board the two remaining missing ulaks, one with ten thousand gunny bags and the other with three thousand long gunnies for the Cape, but all in vain, sent the chaloup the Chinsura inland to Hijili and learned that the two ulaks were driven high and dry onto the beach south of the Hijili creek so that there was no prospect that the same could ever come on board, resolved therefore, while the weather calmed down a bit, to go to sea with this favorable opportunity and did not dare to remain lying longer in order to prevent notable damage, which we the undersigned declare to be the pure truth and if required will confirm under oath underneath was written: done on the ship the Vrouw Cornelia Hillegonda the 17th November 1767 signed Jans the Chief Mate, B:s Weddelink Second Mate, P:r Dekker ditto, Wm Feret ditto, Pieter Green Pilot, Dirk Draakenburg Boatswain, Willem Bart Boatswain's Mate, Hendrik Meijer Gunner, Jacob Cedercrantz Purser. Agrees Agrees H: Hoff Will: Clercq 614 No 783. Today the 11th December A:o 1767. Appeared before me Fredrik Thost, sworn clerk of the Bengali Secretariat, present the witnesses named below, Piaro Figurdo, C:I: Seich, Nam t Ulta, peons, Nazia, boatman, assisted by Fazie, bookbinder from this office, assisting them as interpreter. Who at the requisition of the Honorable Lord George Louis Vernet, Director in Bengal, Bihar and Orissa, declared: That in the past month of November, without intending to be bound in law, they departed from here with a consignment of gunnies in order to bring them onto the ship Vrouwe Kornelia Hillegonda which is about to depart for Europe. That upon arriving at Fulta they showed the clearance note to the provost to ask him where they had to go, who gave them the answer that the ship was at Hijili, and that they had to depart thither. That they, nine days after their departure from 615 from here, or after their delay, on the 10th of November arrived at the aforesaid ship. That having come on board, having delivered the clearance note to the Chief Mate and having stayed near the ship until well past noon, the Chief Mate told them that they should just go ashore for that day. That on the second day they had come on board again and had requested the Chief Mate to unload the goods, but that he had said with anger that they still had to wait, he would take the goods eventually, which however did not take effect that day either, because they had to return to shore again with business unfinished. That on the third day they again repaired to the ship, where a sloop and other craft were unloading, that as they came alongside, the sailors cut the rope of the vessel, so that they drifted astern with it, and were carried so far by the heavy current that it took them four days of work to get back to Hijili. That in the meantime the Commissioners for the muster had come down, whereupon they went to the Second Warehouse Master, Mr. Rauwertz, and complained about what had happened. That a second mate of the ship, without the appearers being able to give his name, struck the peon on the shoulder and said that he should now just go to the ship. That they thereupon on that day pushed off around four o'clock in the afternoon to go to the ship, but on account of the heavy weather, wind, and current could not come alongside, on the contrary were forced to go and lie at anchor behind the ship, that they thus remained lying throughout the entire night in a heavy wind and weather, until finally the rope broke and they drifted away with the current until about carried away around
Dutch transcription
¼„ 11„ 15„ „ 11 „ 1„ /¾„ —„ 2 13/30 „ 7„ 15„ —„ 8„ 1„ —„ —„ 2„ —„ 7„ 15„ —„ —„ —„ —„ —„ —„ — 1„ 3„—„ 1„ 12„ ½„ 12„8„-„ 1„6„-„ 1„ 8„¼„ 1„2„-„ 1„ —„ —„ „ 12„-„ 1„ 1„-„ 2„ 2„½„ „ 12-½„ 6„ 3„-„ -„7 1„ 1„ Jan 8„13„—„ —„ 10 2/5 6„11„—„ —„: 8„ — 1„ 8„ ¼„ 7„ 5„ —„ — „ 8„ ¾ 1„ 9„ —„ 11„ 12„—„ 1„ 1„ —„ 8„ 3„ —„ 10„ 8„ —„ 2„ 4„ —„ 12„ 12„ —„ 13„ 1„-„ 2„ 1„-„ 1„ 8„ —„ 9„ 8„ —„ 1„ 6„ ½„ 1„ 15„ ½ „ 10„ 15. „ ½„ 1„ —„ 60„ 9„ 6„ 64„ 9„ 9„ 14„ —„ 2„ 31 „ 9„ 6„ 73„ —„ —„ —„ —„ —„ — ——„ — 13/80 „ — /:weder 7„ 2. 44 _:o 1„ 1„ 1 d:o „ d:o „ d:o „ d:o „ „ 6„ 94 ¾„ 1„ 4„ ¼„ 6„5„-„ 6„ 10 1/8„ —„ 2 3/40 „ 7„ 7 1/40„ — „ 15 19/40 „ 11„8„- 6„-11/20 2„ 4„ ¾ 4„ 8„ ½ 3„ 4„ ¼ 1„8„-„ 1„8„ 1/8„ 7„-„- „1 1/40 643 No. 47½ J: H: Bergmann Coll /:onder stond/ Houglij in Bengale den 8 Januarij A„o 1768, daar onder Eenige Bengaelsche handteekeningen En is na Lecture van het zelve geresolveerd van het een en ander te houden deeze annotatie, en volgens pro„ positie van den Heere Directeur, het voorsz geschrift geinsereert bij Een Extract uit dit besluijt, naar Neder land en Batavia te zenden. Wij onderges: officieren verklaren ter requisitie van den Capn. Luitemand ter zee C: v: der stam Als dat wij van den 13:e dezer dagelijks hebben geschouten geschoo„ ten omde nog twee manqueerende delakken Een met tien duizend gonjelukken en de andere met drie duizend Lange gonjes voor de Caap, aan boord te hebben, maar alles te vergeefs de Chaloep de sinsura na binnen onselij gezonden en verstaan dat de twee ollakken bezuiden de Inselijte spruit hoogen droog op strant waren geslagen zo dat men geen oog merk hadde, das dezel„ ve ooit aan boord konde komen resolveerden der hal„ ven, terwijl het weer wat bedaarde met deeze guns„ tige gelegenheid na zeete gaan en niet Langedurf„ den blijven leggen om merkelijke schade voor te komen, het welke wij onderget: verklaarede zuivere waarheid te zijn en des vereischt werdende met Eede te zullen bevestigen /:onderstond:/ actu„ i int schip de vrouw Cornelia hillegonda den 17„e 9ber: 1767 /:get:/ Ians de opper stuurman B„s weddelina onderstuurman P„r dekker dite wm Feret dito, Pieter GreenLoodsman Dirk draakenbure bootsman, willem Bart schieman Hendrik Meijer Constapel Jacobeedcavott Pants Accordeert Accordeert H: Hoff Wi l lGClrecq 614 N=o 783. Heeden den 11„e xber: A=o 1767. kom„ pareerden voor my Fredrik Thost gezwoore Klerk der Bengaalsche Secretarije, present de nadenoe„ mene getuigen Piaro figurdo C:I: Seich Nam 't Ulta Pionen Nazia man„ „gie geassisteert van Fazie Boekbin„ der hier van 't Comptoir hen als Tolk assisteerende. Dewelke ter requisitie van den EE Achtb Heer George Louis Vernet, Directeur in Bengale; Behaar en Crisa verklaarden. Dat zij inde gepasseerde maand 9ber zon„ =der in de regte gebonden te willen wezen, van hier vertrokken zijn met een partij Goenies, ten einde dezelve op het na Europa op zijn vertrek staande schip Vrouwe Kornelia Hillegonda te brengen. Dat zij op voltha komende hetgeleide briefje aan de geweldige vertoond had, „den, om hem te vragen waar zij na toe moesten, dewelke hen tot bescheid had gegeven dat het schip op Inselie was, en dat zij derwaards moesten vertrekken. Dat zij nog negen dagen na hun vertrek van 615 van hier, ofte nahun bestonthoud den 10„e 9ber by voorn: schip waren gearriveerd Dat aanboord gekomen zijnde aan den Opperstuurman het gelijke briefje hebbende afgegeven en by het schip tot ruim over de middag gebleeven, de opper„ Stuurman ten gezegd haddatze die dag maar na wal moetten gaan. Dat zy de tweede dagwier aanboord waren gekomen, ende opperstuur= man verzogt hadden om de goederen te lossen, maar dat dezelve met quaad heid gezegt hadde, dat zy nog wagten moesten hy zoude wel het goedoren neemen, het welk egter die dag meede geen gevolg heeft genomen, dewijl zij weer onverrigter zaake na dewal moetten keeren. Dat zy den derden dag zig weerom na boord hadden vervoegt, alwaar een sloep en andere vaartuigen lag delossen, dat zij daar aanleen gende, de Mattroozen het douwrant vaartuig los gesneeden hadden, zo dat zij daar mede agter uitdreven, en door de zwaare stroom 2o ver vervoert wierden, dat zy vier dagen werk hebben gehad om weer op Inseli te komen. Dat in die tijd de Gecomm: tot de monste ring omlaag waren gekomen, wanneer zy zig by den tweeden Pakhuismeester de Heer Rauwertz vervoegd hadden, en over het gebeurde geklaagd. Dat een onderstuurman van het schip zonder zonder dat zy Comparanten hem met naam wetenop te geven, de Pion op de schouder geslagen had, en gezegt dat hij nu maar na het schip zoude gaan. Dat zy als doen op dien dag om „trend vier uur 's agtermiddags afstaaken, om na het schip te gaan, maar mits 't zwaare weer windenstroom niet konden aan„ leggen, in tegendeel genoodzaakt waren agter het schip voor anker te gaan leggen, dat zy zodanig de geheele nagt door in een zwaare wind en weer waren blijven leggen tot dat eindelijk het Touw is gebrooken en zij met de stroom afdreeven tot om vervoert trens
English
616 near Boerebalie where the vessel ran aground and was broken. That they, having gone ashore at Boerebalie, requested the people for help in order to salvage those goods, but that they had refused to do so, directing them to the Jomidaar living there. That having arrived at the Jemidar's, they had requested him for the assistance of coolies and caulkers in order to salvage the goods and repair the vessel. That he had also assigned them 25 coolies and some caulkers, whereby they were enabled to salvage the goods and get the vessel afloat again, upon which they had departed again and brought the said goods hither. Finally, that they had spent five ropijen on expenses for salvaging the goods and caulking the vessel. The appearers declared the foregoing to contain the pure truth, giving for reasons of knowledge as stated in the text, Tazie Boekbinder testifying for the translation and the appearers for the deposition, being ready at all times to confirm the same on oath. Thus declared in Hoegly in Bengal in the presence of Hermanus Bergman and Jan Vermeulen as witnesses. The minute hereof is properly signed. Below stood: quod Attestor. Was signed: F:k Thott, G Clercq. Agrees, D E G Clercq. 687 Saturday the 19th December 1767, in the morning. Present all the members, Zinner, Lafont, Koning, Ross, Humbert, de Saumaise, Nagha Damius, Delille, Haugwits and Tdikkinga, the second, third, and fourth through indisposition and the eighth on the Patna expedition. Submitted by the Honorable President and subsequently read was the following extract from the minutes of the 15th of this month, accompanied by the attestation mentioned therein. Tuesday the 15th December 1767. Extract from the minutes of what was transacted and resolved in the Council of Policy. Subsequently, it was resolved to have the attestation granted at the secretariat by Pedro Figurado with associates, concerning the gunnies sent for the ship Vrouwe Cornelia Hillegonda but not accepted by the authorities, for the Cape, confirmed on oath before the Council of Justice. Below stood: Agrees. Was signed: Jacob Eilbracht, Jos Seere V:a. And after the resumption thereof, the persons mentioned therein having been summoned to the meeting, and the attestation given by them having been presented to them, the required oath was properly taken by the first attestant, namely Pedro Figurado, in the Roman Catholic manner, by placing the right hand upon the Gospel of John and uttering these words: Asi verdadira mente Deos Juda Ani and the other attestants, in the Mohammedan manner, by placing their hands upon the Alcoran and uttering the following words: if we have spared the truth, may it not go well with us hereafter. Of all of which it was understood to keep this record and to register the same in the Memorial of this Council. Below stood: in the knowledge of me. Signed: P:r Hoff, provisional Secretary. Lower: Extracted from the Memorial of the Council of Justice of this factory; collated, agrees, Hoegli date as above. Signed: P Hoff, provisional Secretary. Agrees, H W: El: Clercq. 618 No 48 I the undersigned, Chief Surgeon of this Directorship, hereby certify that on the 19th December in the forenoon at 10 o'clock, at the house and in the presence of the titular Merchant and Fiscal of this Directorship, the Honorable Louis de Saumaise, assisted by the Gentlemen Hans Carel Baron von Armin and Leonard Verspiek, junior merchants and members of the Council of Justice, together with the Secretary of the same body, I examined the Mohammedan native named Laskoerij, who having already been ill and crippled for one and a half years, was wounded during the past night by something sharp and cutting with a small cut across his left knee, one ditto on his right hand, and across the throat, along with several small punctures on his right leg; being also present here a native peon named Soekka, who in a very sickly state was likewise wounded with a small puncture near the nipple of his right breast, and one in the same upper arm with yet a third in that same hand. All these inflicted wounds being of little danger, except for that to which both bodies are already subject through their sickly disposition. Below stood: Hoegly the 19th December Anno 1767. Signed: I: C: Hoen. Agrees. J: Ho A: Clercq. 619 Today, the 22nd and 23rd December Anno 1767. Appeared before the undersigned members of the Council of Justice of this factory, assisted by the first sworn clerk Fredrik Thott, Mamdie, native residing here, Naamtulla Jamadar, and Laal Mahmet, peon keeping watch at the gate of the Haggerakut, as well as the Moorish servant Karrien, together with the native women Hona, Roosna, Asnie, Bibon, Koranie, Menjoerie, Saddoe, Hottie, and Padoe, all assisted by the bookkeeper in the Company's service Adrianus Dingshof, serving them as interpreter. Who, at the requisition of the Fiscal of this Directorship, the Honorable Louis de Saumaise, ratione officii, declared: And first of all, the first appearer Mamdie: That about four days ago, at night around eleven or twelve o'clock, he had seen an Englishman coming along the road from a certain garden, called the Alefschans Garden. That the said Englishman had ordered a hirkara whom he had with him to open the gate lying close by there, or else to call one of the peons to unlock it. That the said hirkara, answering that he could not get them at present, was ordered by the aforementioned Englishman to break the gate open. That this servant had indeed done his best, but not being capable of doing so, the said Englishman had assisted him at the same time, but had not been able to get the gate open, yet had broken a piece off of it, whereupon the Englishman had proceeded on his way. Further, 2nd
Dutch transcription
616 trent Boerebalie waar het vaartuie opstrand sloeg en gebreken is. Dat zij na Boerebalie aan wal gaande het volk om hulpe hadden verzogt, ten einde die goederen te bergen, maar dat dezelve zulx ge„ weigert hadden, hen aande daar woonende Jomidaar wijzende Dat zy bij de Tem & daar zijnde gekomen, dezelve verzogt hadden om hulpe van Coelies en Calva ten ten einde de goederen te bergen en het vaartuig te repareeren. Dat dezelve hun ook 25. Coeliesen eenige Calvaters had bijgezet, waardoor zij in staat waren geraakt om de goederen te bergen en 't vaartuig weer vlosse krijgen, wanneer zy weer vertrokken waren, en gemelde goederen alhier gebragt hadden. Eindelyk dat zy aan ongelden tot het bergen der goederen en Calva de van het vaartuig vijf ropijen hadden uitgegeven. Het voorenstaande verklaarden de Attestante de zuivere waarheid te behel„ zen, geevende voor reedenen van weeden= Schap als in den text betuigende Tazie Boekbinder voor de vertaaling ende Comparanten voor het gedeposeerde bereid te zijn, het zelve ten allen tijde met Eede te sterken. Aldus verklaard te noeges is Bengale ter presentie van Hermanus Bergman en Jan Vermeulen als getuigen. De - Minute dezes is behoorlijk geteekend /:onderstond:/ quod Attestor. /was get:/ F„k Thott, G Clercq Accordeert D EG Clercq. schap —. 687 Saturdag den 19„' xber: 1767. 'smorgens P: O: D: de Leeden, Zinner, Lafont, Koning, Ross, Humbert, de Saumaise, Nagha Damius, Delille, Haugwits en Tdikkinga, de tweede, derde, en vierde door indispositie en de agtstee op de Pattenasche togt.. Is door den E Heer President over gelegt en vervolgens geleezen het onder„ staande Extract uit de Notulen van den „ 15„' dezer verzeld van de daar bij gem: Attestatie. Dingsdag den 15„e xbr 1767. Vervolgens is verstaan de door Pedro sigurado C: s: ter secretarije verleende Attestatie, wegens de voor het schip Vrouwe Cornelia Hillegonda afgezondene wog door de overheeden niet over„ genomene goenies, voor de Kaab, by de Raad van Iustitie met Eede te laten bevestigen /:onderstond:/ Accor= deert /:was get:t/ Iacob Eilbracht Jos Seere V=a en na dies resumtie de daar bij vermelde per„ Extract uit de Notulen van het gebesoigneerde en geresol„ reerde in Raade van Politie soonen op „soonen in vergadering ontbodens, en de door hun gegeevene attestatie, voorgehouden zijnde, wierd den gerequireerden Eed, door den Eersten attestant, namentlijk Pedro figurado op de roomsche wijze behoorlijk gepresteert met 't leggren van de regterhand op 't Evangeluim Fo„ hannes en het uiten dezer woorden. Asi verdadira mente Deos Juda Ani en de overige Attestanten, op de Nahmedaansche wijze, met het leggen hunner handen, op den Alcoran en het uiter van de volgende woorden zo wij de waarheid gespaart hebben zalt ons namaale niet wel gaan. van al het welke verstaan is, te houden deeze annotatie, en dezelve bij het Memoriaal dezes raads te registreeren /:onderstond:/ in kennisse van mij /:get:/ P=r Hoff, p=l Secret=s /:Lager:/ G'extraheerd uit het Memoriaal van den Raad van Iustitie dezes kantoors; Gecol= lationeert Accordeert Hoegli dato ut supra /:get:/ P Hoff, p=l Secret=s Accordeert H ƒ W„: El:Clercq t. 618 No 48 Ik onderget: Opperchirurgijn dezer Directie Certificeere hier mede, den 19 abr: 's voormid„ „dags om 10. uur, aan het huis en in presentie van den titulair Koopman en Fiskaal dezer Directie de E Heer Louis de Saumaise, geassisteerd van de Heeren Hans Carel Baron von Armiin en Leonard verspiek onderkooplieden en Leden inde Raad van Iustitie, be„ nevens den Secretaris van het zelve Collegie, gevisiteerd te hebben, de Maho= „metaansche Inlander genaamt Las= koerij, dewelke reets Een en een half daar ziek en Kreupel geweest zijnde, in de gepasseerde nagt door iets scherps en sneijdendes een kleine Thee over zijn linken Knie, een dito in zijn regterhand, en over de Keel, benevens ettelijke kleine Steekjes aan zijn regter Been gequetst was; zijnde hier nog by een inlands bahiaar genaamt Soekka, dewelke in een zeer ziekelijke staat meede een kleine Hteek bij de Tee„ „pel van zijn regter borst, en een in dezelven boven arm met nog een derde in die zelve hand gequetst was. zijnde alle deeze toegebrachte wonde van van weinig gevaar, behalven hetgeen die beide lichaamen door haare ziekelijke dispositie reets onderheevig zijn. /:onderstond:/ Hoegls den 19:' xber: A=o 1767. /:get:/ I: C: Hoen. Accordeert. J:Ho A: leeret 619 Heeden den 22„e en 23„e December A„o 1767. Compareerde voor de ondergeteekende Leeden in den Raad van Justitie deses Comptoirs g'assisteerd van den Eerste geswoore klerk Fredrik Thott Mamdie Jnlander alhier woonagtig, Naamtulla„ Thaimadaar, en Laal Mahmet Pion aan het hek haggerakut, wagt houdende, so mede de Moorsche dienar Karrien mitsg„s de Jnlandsche vrouwlieden Hona, Roosna, Asnie, Bibon, Koranie, Menjoerie Saddoe, Hottie, en Padoe, alle g'assisteerd door den boekhouder in 's Comp„s dienst Adrianus Dingshof om hen voor Tolk dienende. Dewelke ter Requisitie van de Fiscaal deser Directie DE: Louis de Saumaise rat: off: verklaarden En wel Eerstelijk d'eerste Comparant Mamndie Dat hij voor een dag vier 's nagts omtrent elf of twaalf uur een Engels man gesien had op de weg van seker tuin, Alefschans, Tuin genaamt, aankoomen. Dat gem: Engelsman een harkarra, die hij bij sig had, g'ordonneert hadde het het daar digte bij leg= gende te openen, dan wel eene van de Pions te roepen om op te sluiten. Dat gem: harkarra, antwoordende deselve tans niet te kunnen krijgen, door voorn„e Engelsman g'or„ donneerd was het hek open te breeken. Dat die bediende wel sijn bestgedaan had, maar sulks niet magtig sijnde, gem: Engelsman te ge„ lijk hem geholpen had, dog het hek niet open had konnen krijgen, egter een stuk daar van had afgebrooken, wanneer d' Engelsman voorts sijnes weegs was gegaan. Voorts 2 e
English
Furthermore, the second appearer, Naamtullen, declared: That about three to four days ago, he had been sent out for a certain Englishman to seek berras. That having been unable to obtain any, he had reported this to the sarkar of the gentleman petitioner. That going from there to his thana, he had found a piece of a small gate lying nearby, broken off and lying on the ground. That he, the appearer, inquiring how that had happened, was answered by the aforementioned native Mamdie that this had been done by an Englishman, whereupon he, the appearer, went off to notify the banyan of the gentleman petitioner, Ramsonderboos, of this. The third appearer, Laal Mahmet, likewise testified: That he, alongside the aforementioned jamadar, had been sent out to seek berras for the aforementioned Englishman, but had been unable to obtain any. That having reported this, he had intended to return to his assigned post. That continuing his way hither, he had heard that a certain Englishman was making a great disturbance in the street by beating and shouting abuse. That he, the appearer, had also encountered the said Englishman outside the gate, and that the latter, upon seeing him, had run at him with a drawn sidearm, which he, the appearer, had also made known to the banyan of the gentleman petitioner. The fourth appearer, Karriem, testifying that four days ago, at ten o'clock at night, he had gone to Manik Kassim's bazaar. That returning from there, he had encountered a certain Englishman, who had seized him by his garment and threatened to strike him with a drawn sidearm. That he, the appearer, in order to avoid this, had let his garment slip and taken to running. Furthermore, the native women, Hona the mother, Roosna her sister, and Asnie the grandmother of a certain native Lascarie, and living together with one another, declared: That about four days ago, at ten o'clock in the evening, a certain Englishman had come running into their house. That they had all begun to scream that they were Moors. That the said Englishman had thereupon said that they must point out the house of a smith. That the appearers declaring not to know this, the said Englishman had begun to fence and slash about in all directions with his drawn sword. That he had beaten and stabbed with the sidearm the said Lascarie, who was sick and could not walk, and had also dragged him out of the house and thrown him down some distance from his dwelling. That having beaten and stabbed him there even more, he had finally gone away, saying that he could now just run off, and upon the statement of the aforementioned Lascarie that he could not stand up or move forward, replying that he could let himself be carried away by his household members. Furthermore, the eighth appearer declared: That on the aforementioned night, the said Englishman, passing by her house, had broken the house door to pieces and thrown the same into a puddle lying near the house. The ninth, tenth, and eleventh appearers testified to having seen that the said Englishman had run into a house directly opposite their dwelling, broken open the door, dragged a native living there named Lascarie out of his house, beaten him soundly, and stabbed him with the drawn sidearm. Lastly, the twelfth appearer, Ottie—the latter, Sadoe, not having appeared due to indisposition—declared that she lives in the neighborhood of the vakil Sheikh Amet. That several days ago, at night between ten and eleven o'clock, a certain Englishman, having come into that district, broke open the door of a small house standing close by. That he had called out to a kahar living in the said small house, "You are my berra"; the said person answered that he was sick and weak and unable to perform any berra service. That the Englishman had thereupon seized the said berra, named Sokkoe, beaten him, stabbed him with the sidearm, and thrown him some distance away from him, whereupon the Englishman departed again. Herewith the appearers concluded their attestation, which they testified to contain the absolute truth, giving as reasons for their knowledge as in the text, the appearers Mamdie and Laal Mahmet testifying that they recognized the Englishman Alexander Steward, who is held here under arrest and was shown to them, as the very same person of whom mention is made in this document, whereas the others declared that owing to the darkness of the night they had been unable to recognize him and thus did not know whether he might be the one who had molested them on the aforementioned night; the bookkeeper Dingshoff testifying for the translation, and the appearers unanimously declaring to be ready at all times to confirm the deposition under oath in their own manner. Thus declared at Hugli in Bengal in the presence of the junior merchants Hans Carel Baron von Arnim and Leonard Verspijck, members of the Council aforesaid. The minute of this is duly signed. Below stood: which I attest; was signed F. Thost, Sworn Clerk. Today, the 24th of December, Anno 1767. There appeared once again before the undersigned members of the Council of Justice, assisted by the first sworn clerk, All the appearers mentioned in the foregoing declaration, to whom it was made known by translation; and the presentation having been made de novo, they persisted unalterably therein, and confirmed the same by solemn oath, namely the bookkeeper Dingshoff in the Protestant manner by raising the two front fingers of his right hand and uttering these words: "So truly help me God and His holy word," as well as the appearers, Mamdie, Laal Mahmet
Dutch transcription
620 Voorts verklaarde de tweede Comparant Naamtullen Dat hij nu drie â vier daagen geleden voor so kere Engelsman uitgesonden ware geweest, om berras te soe ken. Dat hij geen hebbende kunnen bekomen, hij sulx bij de sercaar van den Heer Requirant had gewaarschouwt Dat hij van daar na syn Thanna gaande, Een stuk van een kleine hek daar by leggende, had gevonden, afgebrooken en op grond leggen Dat hij Comparant vragende hoe dat het toege¬ gaan was door de voorm: Jnlander Mamdie g'ant woord was, dat sulks door een Engelsman gedaan was sijnde hij Comp„t daar op heen gegaan, om sulks aan de benjaan van de Heer requirant, Ramsonderboos te waarschouwen De derde Comp„s Laal Mahmet betuigde mede„ dat hij nevens de voornoemde Tamiadaar uitgesonden was geweest om voor voorm: Engels man berras te soeken maar geene had konnen bekomen. Dat hij sulx gewaarschouwt hebbende weerna sijn bescheidene plaats had willen gaan. Dat hij sijn weg herwaards vervolgende, gehoord had, dat seker Engelsman veel leven met slaan en schelden op de Straat maakte., Dat hy Comparant mede gem: Engelsman buiten het hek was tegen gekoomen, en dat deselve hem sien de met het bloote zijdgeweer op hem was afgeloo pen, hetw: hij Comp„t mede aan de benjaan van de Heer requirant te kennen had gegeven Betuigende de vierde Comp„e Karriem, dat hij vier daagen geleden, 's nagts om tien uur na Ma„ nik Kassims bazaar was gegaan. Dat een dag of vier geleden 's avonds om tien uuren sekere Engelsman in hun huis was koomen inloopen Dat sij alle hadden begonnen te schreeuwen, dat sij Mooren waren. Dat gem: Engelsman daar op gesegt had t dat sij het huis van eenen smith souden aanwijzen Dat sij Comparanten vertoonende sulx niet te weten, gem: Engelsman met sijn bloote deegen had begonnen in 'z rond te schermen en te kappen. Dat hij gem: Lascarie, die siek was en niet gaan kon met het zijdgeweer geslaagen, en gestooken had, mitsg„s buiten het huis gesleept, en een Eind weegs van sijn wooning af neergesmeeten. Dat hij denselven daar nog meer geslaagen, en ge¬ stooken hebbende, Eindelijk was heen gegaan, seggen de, dat hij nu maar kost heen loopen, en op 't seggen van voorm: Lascarie, dat hij niet konde op staan of voortkoomen, antwoordende, dat hij sig door sijn huisvolk konde laten wegbrengen. Voorts verklaarde de de agtste Comparant. Dat op voorm: nagt gem: Engelsman haar huis voor bij gaande, de huisdeur in stukken gebroken Dat hy van daar te rug koomende sekere Engels„ man was tegen gekomen, dewelke hem by sij kleedje had aan gepakt, en met het bloote zijd geweer gedreigd had, te willen slaan. Dat hy Comparant om sulx t'ontwijken sijn kleed je had laaten slippen, en het op een loopen had gesteld Voorts verklaarde de Jnlandsche vrouwlieden, Hona¬ Moeder, Roos na haar suster, en Asnie Grootmoeder van sekere inlander Lascarie, en te samen by elkander woonen. Dat en 621 en deselve in een bij het huis leggende poel ge= smeeten Betuigende de negende, tiende, en Elfde Compten gesien te hebben, dat gem: Engelsman in een huis regt tegen over hunne wooning, was ingeloopen, de deur opengebrooken, en eenen daar woonende inlander ge= naamt Lascarie uit syn huis gesleept, en helder afgerost, en met het bloote zijdgeweer gestoken had„ Verklaarende Laastelijk, de twaalfde Com paranten ottie, sijnde de laaste Sadoe, mits in dispositie niet verscheenen, dat sij woont in de beurt van de Wackiel Sjeich Amet Dat nu eenige daagen geleeden 'snagts tusschen tien of Elf uuren sekere Engelsman in dat district gekoomen sijnde de deur van een daar digt bij staan de huisje opengebrooken heeft. Dat hij een in gem: huisje wonende Cahaar toe geroepen hadde, gij zijt mijn Berra gem: antwoor de, siek en swak te sijn en geen berradienst te kunnen doen: Dat de Engelsman daar op gem: berza, genaamt Sokkoe, hadde aangepakt, geslaagen, met het zijd geweer gestooken en een Eind weegs van sig ge= smeeten, wanneer d'Engelsman weder vertrokken is. — Eindigende de Comparanten hier mede hunne attestatie, die sij betuigden de serivere waarheid te behelsen gevende voor redenen van wetenschap als in den text, betuigende de Comparanten, Wamdie, Saal Makmet, den hier in arrest sittende, en hen vertoonde Engelsman Alexander Steward, te kennen voor denselve, waar van in deese gesprooken is dewijl de overige verklaarde deselve mits de donkerheid des nagts niet te hebben kunnen erkennen en also niet weten of het denselve mogte wesen, die hen die voorsz: nagt gemolesteerd had, betuigende de Boekhouder Bingshoff voor de vertaaling, en de Comparanten eenparig het gedeposeerde, ten allen tijde bereid te sijn op hunne wijze met Eede te sterken. Aldus verklaard te Houglij in Bengale ter presentie van de onder kooplieden Hans Carel Baron von Arnim, en Leonard verspijck Leeden des Raads voormeld. De minute deses is behoorlijk geteekend. /:onderstond /: quod attes tor: /:was get„d F„k Thost Eg: C:lercq. eeden den 24„e December A„o 1767. Compareerde andermaal voor de ondergetekende Leeden in den Raad van Justitie, g'assisteerd van den Eerste geswoore klerck. De gesamentlijke Comparanten in de vooren staande verklaaring bleeder vermeld, dewelke hen bij vertaaling te verstaan gegeven, en de ver tooning de nove geschied sijnde, bleven sij daar bij onveranderlijk persisteeren, en bekragtigde de selve met solemnele Eede, namelijk de Boekhouder Dingshoff op de protestansche wijze door het opsteeken der twee voorste vin geren van sijn regter hand en het uijten deeser woorden. zo waarlijk helpe mij God en sijn heilig woord mitsg„s de Comparanten, Mamndie, Laal Mah Vaal met
English
with Naamtulla, Karrien, and the women Hona, Roosna, Asnie Bibon, and Koranie in the Mohammedan manner by placing the right hand upon the Alcoran and uttering these words: if I have spared the truth, may it not go well with me hereafter. While the appearers Menjoerie, Hottie, saddae affirmed the same in the Bengali manner, by taking Ganges water from the hands of a Brahmin, and uttering these words: if I have spared the truth, I shall not enjoy the Ganges. Thus re-examined and sworn at Hooghly in Bengal, in the presence of the junior merchants Hans Carel Baron von Arnim and Leonard Verspijck, members of the aforementioned Council, was signed: A. Dingshoff; below that: some marks placed beside them: Mamdie, Naamtulla, Laal Mahmet, Karrien, Hona, Roosna, Asnie, Bibon, Koranie, Menjorrie, saddoe, Hottie; lower: in my presence, was signed: H. Thott, First Clerk; in the margin: as commissioners, was signed: H. C. von Arnim, Leonard Verspijck, D. Hoff, W. E. le Clercq. Agrees. 622 Today, the 29th of December in the year 1767, appeared before the undersigned commissioned members of the Council of Justice of this factory, assisted by the provisional secretary P. Hoff, Bolleram, and Tjeick Baboe, and Lourannangie, keeping watch on the beach, assisted by the bookkeeper Adrianus Dingshoff to serve them as interpreter; who, at the requisition of the titular merchant and fiscal of this directorate, the honorable Louis de Paumaise Ratoff, and in support of the truth, declared, and first the first deponent, that some time ago, while keeping watch on the beach, he saw an Englishman come from above in the evening past eleven o'clock; that the said Englishman called a rower from his budgerow, whereupon the latter, coming to him, was struck by him and subsequently ran away from him and into the water; that [illegible] the said Englishman called back, and coming seized him, picked him up, and brought him into the budgerow; 623 after which he went to lie down and sleep; that at three o'clock in the morning the budgerow shoved off and went to lie in the stream in front of the budgerow of Hans Migel; that he, deponent, together with the first and last deponent keeping watch on the beach, saw that on a certain night an Englishman came from above at eleven o'clock, and after some words with his people went onto the budgerow; that the budgerow remained lying there until three o'clock, when it shoved off and went to lie somewhat further in the stream; that when he, deponent, saw that the budgerow remained lying there, he went to rest; the third deponent declares that some time ago, sitting by his pansway at night, twelve o'clock according to his estimate, he saw an Englishman, who had a budgerow lying there, come from above and have words with the crew of his vessel and strike them, after which the said Englishman went onto the budgerow; that the budgerow shoved off at about three o'clock according to his estimate, and a little thereafter in the stream outside; having shown a budgerow to the deponents, the said Alexander Steward was recognized by them as the gentleman of the budgerow of which they have spoken, though they, because it was night, could not distinguish him so closely; and herewith ended their deposition, which they affirmed to contain the pure truth, giving as reasons for their knowledge as stated in the text, presenting the bookkeeper Dingshoff for the translation and the said deponents confirming their deposition with oaths. 624 Thus declared at Hooghly in Bengal, in the presence of the junior merchants Hans Carel Baron von Arnim and Leonard Verspijck, members of the Council aforementioned; underneath stood: for the translation to the best of knowledge, was signed: A. Dingshoff; below that: some marks placed beside them: Bolleram, Sjeick Baboe, Loaram; lower: in my presence, P. Hoff, provisional secretary; in the margin: as commissioners, was signed: Arnim and Leonard Verspijk. Today, the 30th of December in the year 1767, appeared once again before the undersigned commissioned members and provisional secretary, the deponents mentioned more fully in the declaration on the other side, which having been read to them again and made understandable through the translation by the bookkeeper Dingshoff, as well as the confrontation having taken place anew, they persisted in it, the bookkeeper Dingshoff confirming the same for the translation in the Protestant manner, by raising the two front fingers of the right hand and uttering these words: So truly help me God Almighty; and the first and third deponent in the Bengali manner, by taking Ganges water from the hands of a Brahmin and uttering the following: If we have spared the truth, we shall never enjoy the Ganges; while the second deponent performed this in the Mohammedan manner, by placing his hands upon the Alcoran and uttering these words: If I have spared the truth, it shall not go well with me hereafter. Thus re-examined and sworn at Hooghly in Bengal, in the presence of the junior merchants Hans Carel Baron van Arnim and Leonard Verspijck, members of the Council aforementioned; underneath stood: for the translation to the best of knowledge, was signed: A. Dingshoff; below that: some marks placed beside them: Bolleram, Sjeick Baboe, Loaram; lower: in my presence, was signed: P. Hoff, provisional secretary; in the margin: as commissioners, was signed: Arnim, L. Verspijck. Agrees. W. E. G. Clercq.
Dutch transcription
met Naamtulla, Karrien, en de vrouwlieden Hona, Roosna, Asnie Bibon en Koranie op de mahome taansche wijze door het legger van de regter hand op de Alcoran en het uiter deeser woorden so ik de waarheid gespaart hebbe mag het mij namaals niet wel gaan. Dewijl de Comparanten, Menjoerie, Hottie¬ saddae, hetselve op de Bengaalsche wijze be kragtigde, door het nemen van ganges water uit handen van een Bramineel, en het uiten deeser woorden. zo ik de waarheid gespaart hebbe, sal ik de ganges niet genieten. Aldus gerecoleerd en b'eedigt te Hongbij in Bengale, ter presentie van de onderkoop lieden Hans Carel Baron von Arnim en Leonard Verspijck Leeden des Raads voor meld /:was get„t /: A„s Dingshoff /: daar onder/. eenige merken, daar bij gesteld, Mamdie„ Naamtulla, Laal Mahmet, Karrien, Hona¬ Roosna, Asnie, Bibon, Koranie, Menjor¬ rie, saddoe, Hottie /:loger /: in kennisse van mij /:was get„d/1 H„k Thott EgClercq /ter zijde /: als gecommitteerde /: was get:/ H: C: von Arnim. Leonard verspijck D: Hoff W„: E li Clercq. Accordeert t: R 622 Heeden den 29 december ao 1767 Compar¬ neerde voor de ondergteekende gecommtt. Leden inde raden van Justitie deses Comp„ toors, geassisteert van de pl, secretarus P: ions Hoff bolleram en Tjeick baboe en Louran nangie, aan strand de wagthoudende geas„ „sisteerd van den boekhouder Adria nus dingshoff om hun als Tolk te dienen dewelke ter requisitie van den koopman titulaar en fiscaal deser directie dE Louis de Paumaise ratoff= en tot voorstand der waarheid verklaarden, en Eerstelijk de eerste attestand dat hij eenige tijd geleeden aan strand de wagt houdende gesien heeft dat een er„ gelsman des avonds over Elf uuren van boven quam dat gem Engelsman een roeijer van sijn badjerak riep waar op die bij hem komende door hem geslagen wierd en vervolgens van hem af en in het water liep dat dink des margens om meerm: engels man te rug geropen heeft komende hem gerepen heeft op genomen en in de badjerak gebragt hebben e 623 hebben. waar na hij is gaan leggen slapen dat des morgens om drie uurren de bajerach is afgestooken en op stroom voor de badjerak van Hans migel is gaan leggen dat hij Attestant nevens de eer¬ te en laatste attestand aam strand de wagt houden gesien heeft dat op sekere nagt, een Engelsman om Elfuuren van boven quam en na eenige woorden met sijn volk op de badjerak is gegaan dat de badjera tot drie uuren is blijven leggen wanneer heij af is gestooken en wat verder op stroom is gaan leggen dat wanneer hij attestant zag dat de badjera daar bleef leggen hij zig te rust begeven heeft de derde Attestant tijd dat hij eenige geleden bij zijn pan sooij zittende des nagts twaalf na zijn gissing gesien heeft cat er Engelsman welke een badjera daar had leggen van boven quam en woorden met het volk van zijn vaartuijg kreeg en deselve sloeg waar na ged=te Engelsman op de badjerah „ is gegaan dat die badjerah en tot ontrent drie uuren volgens sijn gissine is af gestooken en een weinig daar na op stroom bui¬ „ten een badjerak vertoond zijnde Aan de Attistanten de geg. Aber¬ ander stewaard erkende zij hem voor de heer van de badjerak waar van zij gesproken hebben dog dat zij hem niet door dien 't nagt is geweest so naeuw hebben kunnen onderscheijden en eindig¬ „de hier mede hunnen Attesta¬ „tie die zij betuigende zuvere waarheid te behelsen geevende, voor redenen van wetenschp als inden textnesenteerende de boekhouder dingshoff voor de vertaaling ende ged=te Attel 624 Attestanten hunnen depositie „bevestigen met eeden te aldus verklaart te te hoeglij in bengalen ter presentie van de onderkooplieden Hans Carel Baron von Arnim en Leonard Verspijk leden des raads voormelt /:onder„ stond/: voor de vertaling na beste kennisse /:was geteekend. . : Adingshoff 1: daar onder 1: eenige merken/: daar bij gesteld bolleram sjecek baboe Loaram /:lager /: in kennisse van mijn P„r Hoff ps secretarus /: terzijde als gecommitteerdens / was geteekend/: Arnim en Leon„ verspijk c Heeden den 30 december Ao 1767 kompa¬ reerden andermaal voor de onderget: gecom„ mitt: leden en pla secretaris, de Attestante in omme staande verkla¬ „ring breeder vermeld dewelke hun weder voorgelesen en bij vertaaling door den boekhouder dingshoff te verstaan: gegie¬ ven mitsgaders de vertooning op nieuw geschiet sijnde bleven sij daar bij persis¬ teeren bevestigende de boekhouder dings„ „hoff zulks voor de vertaling op de pro„ „lestantsche wijse, onder het opsteeken van de twee voorste vingeren van de regterhand en het uiten deser woorden zo waarlijk helpe mij god Almach„ „tig en de beerste en derde Attestant op de bengaalse wijse, met 't nemen van ganges water uit handen van een bramanees en 't uiten van 't volgende zo wij de waarheid gespaart hebben sullen wij nooit de ganges genie„ ten terwijl de tweede attestant zulks op dE mahmedaansche weijse verrigte met het leggen zijner handen op de Alcoran en 't uitspreeken deser woorden, zo ik de waarheid gespaart hebbe sal 't mij namaals niet welgaan aldus gere„ „coleerd en beeedigt te Hloegli in bengale ter presentie van de onderkooplieden Heede Hans Hans Carel baron van Arnim en Leonard verspijck leden des raads voorm: / onderstond:/: voor de vertaling na beste kennis /:was geteekend/: A: dingshoff /: daar onder ): eenige moeken/: daar bij gesteld, bolleram, sjeick baboe Loaram /:lager /: in kennisse van mij j: was geteekend): P: hoff, pb secretaris ter zijdig als gecomitteerdens /:was geteekend) Arnim L:s Verspijck Accordeerd JHo W„E E G: Clercq.
English
6 625 J. C. Keaijse Today, the 28 and 31st of December Anno 1767. Appeared before the undersigned Committee Members of the Council of Justice of this Office, assisted by the provisional secretary Pieter Hoff: Jaffer, Mangie Tonoe, Nondo, Fakiersjent, Mataal, Magon, Tjangadjie and Abbas, rowers, and Foeltjent Sipaij, as well as Boksie, rower on the budgerow of the Englishman Alexander Steward, who is held here in custody, assisted by the Bookkeeper Adrianus Dingshoff to serve them as interpreter. Who, at the requisition of the titular Merchant and Fiscal of this Directorate, the Honorable Louis de Saumaise, and in support of the truth, declared, and firstly the first Deponent: That some time ago he arrived here from Suksoor with the budgerow, with the Englishman named in the heading, and moored at the Ghat near the flagpole, which was in the evening. That the next morning his Master, with another person who was also on the budgerow, went to the house of the freeman Smith. That his Master's bearer having run away, five to six of them were brought tied onto the budgerow in the afternoon by a sepoy and a harkara. That his Master, who was standing on the shore at that time, ordered them to go to the other side with the budgerow, which they did. That while they were lying on the other side, two pansois arrived from this side with some Peons of the Fiscal, and took the bearer from there and brought them here. That in the afternoon, by order of the Peons, he came to moor the budgerow on this side. That in the evening, though not knowing at what time, his Master came onto the budgerow and went to sleep, and that the other man, who was also on the budgerow at that time, ordered him to push off. That when his Master came to the budgerow, he called for someone to help him across. That Magon, or the sixth deponent, then went to the shore, but that he must certainly have been a bit slow, having received some blows from his master. That upon the order of that other Master to push off, as this could not be done due to the flood tide, they anchored in the stream, and remained lying there for some time. That as the ebb tide came through, they departed, and having arrived past Chandernagore, his master woke up, scolded him, the deponent, and ordered him to turn back, and that at that time the budgerow was tracked up with the towline. That having arrived here, their Master remained asleep until morning, when he sent a note to the shore. That at the same time his Master had ordered to push off with the budgerow, but while they were engaged in doing so, his Master was taken ashore. The second Deponent, or Tonoe: That being a rower on the budgerow of an Englishman, that Gentleman came on the budgerow one evening, not 626 knowing at what time, and immediately went to sleep, whereupon they were ordered by another man, who was also on the budgerow, to push off. That they could not push off immediately on account of the flood tide, but remained lying in the stream for some time. That when the flood tide had subsided somewhat, they pushed off, and having come to the opposite side of Chandernagore, their Master woke up and ordered them to turn back again, which they did. That in the morning his master was taken from the budgerow by some people. The third Deponent, or Hondo: That in the evening, while the flood tide was still running, the Englishman with whom they had come here came onto the budgerow, but that he, the deponent, was asleep at that time and could not see him. That by order of another Englishman, when the ebb tide had come through, they pushed off, and having come to about the opposite side of Chandernagore, his master woke up and ordered them to turn back, which they did, and came back here. That the next day his Master was taken ashore by someone and placed under arrest. The fourth deponent, or Fakiersjent: That the English Gentleman with whom he had come here came onto the budgerow in the evening, but that he, the deponent, did not know what time it was. That
Dutch transcription
6 625 J„ C„ Keaijse Heeden den 28 en 31e. December A„o„ 1767. Compareerde voor de ondergeteekende Gecommitt„s Leeden in den Raad van Justitie deeses Comptoirs g'assisteerd van den provisioneel secret„s Pieter Hoff Jaffer, Mangie Tonoe, Nondo, Fakiersjent, Ma„ taal, Magon, Tjangadjie en Abbas, roeijers, en Foelt, jent Sipaij, mitsg„s Boksie roeijer op de badjerak van den alhier in gijzeling sittende Engelsman Alexander Steward, geassisteerd van den Boekh„s Adrianus Dingshoff om hun als tolk te dienen. Dewelke ter requisitie van den Koopman titu lair en Fiscaal deser Directie D: E: Louis de Saumaise en tot voorstand der waarheid verklaarden, en Eerste„ lijk de eerste Attestant. Dat hij over eenige tijd met den Engels„ man in 't hoofd genoemd van Suksoor herwaards met de badjerah is gekoomen, en aan de Ghatti bij de vlagge stok heeft aangeleid, 't geen in den avond ge= weest is. Dat 's anderen daag 's morgens sijn Heer met nog een andere welke mede in de badjerat was, naar 't huis van der vryburger Smith sijn gegaan Dat de berras van Sijn Heer weggelopen Sijnde des middags door een sipaij, en een harkarra, vijf â ses derselve gebonden op de bodjerak gebragt sijn. Dat sijn Heer, welke te dier tijd op de wal stond ordonneerde, om met de badjerak na de over„ zijde te gaan, 't geen sij gedaan hadden. Dat sij aan de overzijde leggende twee pansois met eenige Pions van de Fiscaal van dese zijde gekoomen, en de berras van daar mede genomen en ƒ voll en herwaards gebragt hadden. Dat hij des namiddags met de badjerah op ordre der Pions op deese zijde is koomen aanleggen. Dat des avonds dog niet wetende hoe laat, syn Heer in de badjerah komende, was gaan leggen slaapen, en dat die andere man, die ook te dier tijd in de badjerah sijnde hem g'ordonneerd had om af te steeken. — Dat wanneer sijn Heer aan de badjerah quam hij iemand geroepen had om hem over te helpen. Dat Magon of de sesde attestant daar op aan de wal is gegaan, dog dat deselve sekerlyk wat langsaam moet geweest sijn, eenige stooten van sijn heer had gekregen Dat op de ordre van dien anderen Heer om afte steeken, sulks door de vloed niet kunnende geschieden sij op stroom ten anker sijn gaan leggen, en dat sij daar eenige tijd verbleeven leggen: Dat d' Eb doorkomende Sij vertrokken, en tot over Chandernager gekoomen sijnde, sijn heer wakker was geworden, en hem attestant uitgescholden, en g'ordonneerd had om te rug te keeren, en dat te dier tijd, de badjerak met de zijn is opgetrokken. Dat sij hier gekoomen sijnde, hun Heer nog slaapende is gebleeven, tot des morgens, wanneer deselve een briefje op de wal gesonden had. Dat sijn Heer ter selver tijd g'ordonneerd had om met de badjerak af te steeken, dog dat sij daar mede besig sijnde, sijn Heer, door op de wal gehaald wierd De tweede Attestant, of Tonoe Dat hij als roeijer op de bodJerah van een Engelsman sijnde, dien Heer op een avond, niet 626 wetende, hoe laat, op de badjerakquam, en aanstonds was gaan slaapen, wanneer door een anderman, welke ook op de badjerah was, hun g'ordonneerd wierd om afte steeken. Dat sy niet anstonds om de vloet hebben kan„ nen afsteeken, maar nog eenige tijd op stroom sijn blijven leggen. Dat de vloet wat afsijnde, sij afgestooken, en tot aan d' overkant van Chandernagor gekomen sijnde, hun Heer wakker geworden, en hun gelast had, om weder te rug te keeren 't geen sij gedaan hadden. Dat sijn heer des morgens door eenig volk van de bod„ Jerat gehaald is. De derde Attestant of Hondo. Dat 's avonds Terwijl de vloed nog was, den Engels man waar mede sij hier gekoomen sijn, op de bod„ Jerah was gekomen, dog dat hij attestant te dier tijd slaapende was, en hem niet heeft konnen sien. Dat sij op ordre van een ander Engelsman, wan¬ neer d' Eb doorgekoomen was, afgestooken, en tot om„ trent aan de overzijde van Chandernager gekomen, sijn heer wakker wordende, hun g'ordonneerd had om te rug te keeren, 't geen sij gedaan, en weder het waards gekomen waren. Dat 's anderdaags sijn Heer door iemand op de wal gehaald, en in arrest geset is. De vierde attestant of Fakiersjent. Dat die Engelsche Heer, waar mede hij hier gekoomen is, des avonds op de badjerah is gekomen dog dat hij attestant niet wist hoe laat het is geweest. wetende Dat
English
That another gentleman who was also in the badjerah had ordered them to go and lie at anchor in the stream until the ebb came through. That when the ebb came through they pushed off, and having come across to the other side of Chandernagor, his master, who upon his arrival had gone to sleep in the badjerah, had woken up and ordered him to turn back, which was done. That when his master came to the badjerah in the evening, he called a rower to bring him aboard the badjerah, and the rower Magon, whom he the deponent pointed out, had gone to that gentleman, but that this man, namely Magon, not setting to work quickly enough, his master had given that rower a shove. The fifth Deponent, or Mataal That at the time when his master came to the badjerah, he was sleeping, and therefore cannot say what time it was. That being woken up, they went to lie in the stream with the badjerah. That when the ebb came through, having rowed through past Chandernagor, his master had woken up, who ordered them to turn back, and that they thereupon came back hither. The Sixth deponent, or Magon That his master, with whom he came here, arrived at the badjerah in the evening, though not knowing what time, and having gone into the same, had gone to sleep. That another gentleman had ordered them to go lie in the stream. That they remained in the stream until the ebb came through, whereupon they rowed through past Chandernagor, his master woke up and asked where they were, and when that was told to him, he gave the order to turn back; that it was not true that his master beat him, as the mangie and the rower Fakiertjent testified. The seventh Deponent, or Tjangadjie That he the deponent was sleeping when his master arrived at the badjerah, and that he does not know what time it was, but that they had already eaten. That upon his master coming to the badjerah he had woken up, and saw that his master shoved the rower Magon. That his master, coming into the badjerah, had gone to lie down and sleep, further declaring as the previous deponents have testified. The Eighth Deponent, or Abbas That he the deponent, having been sick, lay under the fore-planks of the badjerah, and had not come out from under there, but remained sleeping. That he therefore can testify nothing, just as also the ninth Deponent, or Foeltjent, declared in the same manner, likewise being sick. The tenth Deponent, or Boksie That he the deponent, alongside the other deponents, had already eaten when his master came in the evening to the badjerah and called a rower to bring him across. That the sixth deponent, or Magon, had gone ashore to fetch him, but certainly, according to the mind of that gentleman, having tarried too long, was greeted with a shove. That after his master came aboard the badjerah, he immediately retired to rest. That by order of another gentleman, who was also aboard the badjerah, they went to lie in the stream, and subsequently departed with the coming through of the ebb, to past Chandernagor, whereupon their master ordered them to turn back, which was done. The hostage Alexander Steward being shown to the Deponents, they recognized him as the same one of whom they had spoken, namely as their master with whom they came here, and herewith ended their attestation, which they affirmed to contain the pure truth, giving as reasons of knowledge as in the text, the bookkeeper Dingshoff presenting himself for the translation, and the deponents to confirm their deposition with oath. Thus declared at Houghly in Bengal in the presence of the junior merchants Hans Carel Baron Von Arnim and Leonard Verspijck, Members of the Council aforesaid. The minute of this is duly signed. Was subscribed: which I attest. Was signed: H: Hoffp:s Secretary. Today the 2nd of January Anno 1768. Appeared before the undersigned commissioned Members of the Council of Justice of this Office, assisted by the provisional secretary, The deponents, more broadly mentioned in the foregoing attestation, which having again been read out to them and given to understand by translation, as well as the showing having taken place anew, they stood by it, namely, the second, third, fourth, fifth, seventh, eighth, ninth, and tenth unalterably persisting therein, and the first deponent with this alteration: That he only heard, but did not see, that the sixth deponent received a shove from his master. And the sixth Deponent: That his master, when he the deponent came to him, merely told him to get out of the way, but that he was not beaten or shoved. The Bookkeeper Dingshoff confirming the translation of such with a solemn Oath in the Protestant manner, by raising the two forefingers of the
Dutch transcription
627 Dat een ander heer welke ook in de badjerah was hun g'ordonneerd had, om op stroom voor anker te gaan leggen, tot dat d' Eb door quam. Dat di Ebdoor koomende sij afgestooken en tot aan d'overzijde van Chandernager gekoomen sijnde, sijn heer welke bij sijn komst bij sijn komst inde badjerak was gaan slaapen, wakker was geworden, en hem g'ordon„ neerd had om te rug te keeren, gelijk gedaan was. Dat wanneer sijn heer 'savonds aan de badje rah quam, een roeijer geroepen heeft, om tot in de bad„ Jerah te brengen, de roeijer Magon, welke hij attes„ testant aanwees, na dien heer was toegegaan, dog dat deese namelijk Magon daar niet gaauw genoeg mede te werk gaande, sijn Heer die roeijer een stoot gegeven had De vijfde Attestant, of Mataal Dat hij ten tijde wanneer sijn Heer aan de bad„ Jerah is gekoomen, geslaapen, heeft en dus niet kan seggen, hoe laat het is geweest. Dat hij wakker gemaakt wordende, sij met de badjerah op stroom sijn gaan leggen. Dat d' Eb doorkoomende, sij tot over Chander nagor door geroeijd hebbende, syn Heer wakker was geworden, welke ordonneerde om te rug te keeren, en dat sij daar op weder, herwaards ge„ komen sijn. De Sesde attestant of Magon Dat sijn Heer, waar mede hij hier is gekomen des avonds, dog niet wetende hoe laat aan de badjerah quam, en in de selve gegaan sijnde was gaan slapen Dat een ander Heer hun g'ordonneerd had om op stroom te gaan leggen. Dat sij op stroom gebleeven sijn tot dat d' Eb door quam, wanneer sy tot over Chandernagor doorge„ roeijd hebben, sijn Heer Wakker wierd, en vroeg waar sij waren, en wanneer hem dat gesegt wierd, hij ordre gaf om te rug te keeren, dat het niet waar dat sijn heer hem geslaagen heeft, gelijk de man„ gie en de roeijer Fakiertjent getuigden. De sevende Attestant of Tjangadjie Dat hij Attestant geslaapen heeft, wanneer sijn heer aan de badjerak was gekomen, en dat hij niet weet hoe laat, maar dat sij reeds gegee ten hadden. Dat sijn heer aan de Badjerak komende hij wakker was geworden, en gesien heeft, dat sijn heer de roeyer magon heeft gestooten. Dat sijn Heer in de badjevat komende, was gaan leggen slaapen, verklaarende verder so als de voorige attestanten getuigd hebben De Agtste Attestant of Abbas dat hij attestant, siek geweest sijnde, onder de voorplanken van de badjerak gelegen heeft, en daar niet onder uites geweest maar slapende is gebleven Dat hij dus niets kan getuigen, so als ook de negende Attestant of Foeltjent in selver voegen verklaarde, als mede siek sijnde. De tiende Attestant of Boksie was inbm Dat 628 Dat hij attestant nevens de overige attestan„ ten bereeds gegeeten hadde, wanneer sijn Heer 's avonds aan de badjerah quaam en een roeyer riep om hem over te brenger Dat de sesde attestant of Magon aan de wal was gegaan om hem te haalen, dog seker lijk naar de sen van dien heer lang tolmde met een stoot begroet wierd. Dat nadat sijn Heer op de badjeranquam aanstonds sig te rust begaf. Dat sij op ordre van een ander heer, die me= de op de badjerat was, op stroom sijn gaan leggen, en vervolgens met het door koomen van d' Eb vertrokken sijn, tot over Chanderna„ gor, wanneer hun Heer ordonneerde om te rug te keeren, gelijk geschied is. Aan de Attestanten vertoond sijnde de ge gijzelde Alexander Steward, erkende Sij hem voor deselve waar van sij gesprooken hebben, namentlijk voor hun heer, waar me de sij hier gekomen sijn, en Eindigde hier mede hunne attestatie, welke sij betuigde de suivere waarheid te behelsen, gevende voor reedenen van wetenschap, als in den text presenteerende de boekhouder Dings hoff voor de vertaaling, en de attestanten hunne depositie met Eede te bevestigen. Aldus verklaard te Houglij in Ben gale ter presentie van de onderkooplieden„ Hans Carel Baron Von Arnim, en Leonard Verspijck Leeden des Raads voormeld. de minute deeses is behoorlijk geteekend /: on derstond /: quod attestor /. was get:/: H Hoffp„s Secret„ Heeden den 2 Jannuarij A„o. 1768 Compareerde voor de ondergetekende gecommit„ teerde Leeden in den Raad van Justitie deeses Comptoirs g'assisteerd van de p„l secretaris. De attestanten, in voorenstaande attes tatie breeder vermeld, dewelke hun weder voor gelesen en bij vertaling te verstaan gegeven mitsg„s de vertoning op nieuw geschied sijnde bleeven sij daar bij, namentlijk, de twede derde, vierde, vijfde, sevende, agtste, negende en tiende, daar bij onveranderlijk persistee„ ren, en de eerste attestant met deese altera„ tie. Dat hij maar gehoord, dog niet gesien heeft, dat de sesde attestant van sijn heer een stoot gekreegen heeft en de sesde Attestant Dat sijn heer, wanneer hij attestant bij hem quam, hem Einlijk gesegt heeft om uit de weg te gaan, maar dat hij niet geslaagen of gestooten is. Bevestigende de Boekhouder Dingshoff voor de vertaaling sulks met solemnele Eede op de protestansche wijze, met het opsteeken der twee voorste vingeren van Hans de
English
the right hand and the uttering of these words: so truly help me God Almighty. And the deponents adhered to their given depositions and alterations, persisting under further offer of oath. Thus reviewed and sworn at Hougly in Bengale in the presence of the junior merchants Hans Carel Baron von Arnim and Leonard Verspyck, members of the Council aforesaid. Below was written: for the translation to the best of knowledge; was signed: Ao Dingshoff; below that, some marks set thereto: Jaffer, Tonoe, Nondoe, Takiezsjent, Maataal, Magon, Tjangadjie, Abbas, Foeltjent, Boksie; lower: in the knowledge of me; was signed: Pr Hoff, principal Secretary. Today, the 23rd of December Ao 1767. Appeared before the undersigned members of the Council of Justice of this factory, assisted by the first sworn clerk Fredrik Thott, Lascarie and Sokkoe, natives residing here, and assisted by the bookkeeper Adrianus Dingshoff, serving them as interpreter. Who, at the requisition of the Fiscal, the Honorable Louis de Saumaise, ratione officii, declared: And first of all, the first appearer, Lascarie: That a day or two ago, at ten o'clock at night, an Englishman came bursting into his house. That the said Englishman wanted to force him, the appearer, to show him the house of a smith, but that he, the appearer, because he had been sick for a long time, was unable to stand up. That the said Englishman, upon the declaration of sickness and powerlessness made by him, the appearer, seized him, dragged him out of the house, beat him, and inflicted several stabs upon him with the bare sidearm. That he had subsequently thrown him, the appearer, down and then gone on his way. The second appearer, Sokkoe, declared: That five days ago now, at ten or eleven o'clock at night, a certain Englishman came to his house near Alefschan's garden and broke open the door of the same. That he had ordered him, the appearer, to look for berras for him, but that he had declared to him that he was sick and also not in a position to look for berras. That the said Englishman thereupon beat him, the appearer, with the bare sidearm and inflicted some stabs upon him, as well as threw him to the ground, whereupon he finally went away. The Englishman held here in custody, Alexander Steward, having been shown to the declarants, they recognized him as the same one of whom has been spoken in this document. Hereby ending their declaration, which they affirmed to contain the pure truth, giving as reasons of knowledge as in the text, the bookkeeper Dingshoff declaring to be always ready to confirm the translation under oath, and the appearers to maintain that which was deposed at all times further. Thus declared at Hougly in Bengale in the presence of the junior merchants Hans Carel Baron von Arnim and Leonard Verspyck, members of the Council aforesaid. The minute of this is duly signed. Below was written: quod attestor; was signed: Fk Thott, first sworn clerk. Today, the 24th of December Ao 1767. Appeared once more before the undersigned members of the Council of Justice of this factory, assisted by the first sworn clerk, the declarants more fully mentioned in the above declaration, to whom it was again made known by translation, and the presentation having taken place de novo, they adhered thereto, persisting unalterably, the bookkeeper Dingshoff confirming to have made the same to the best of his knowledge, by solemn oath in the Protestant manner by raising the two foremost fingers of his right hand and uttering these words: so truly help me God and his Holy word. Thus reviewed at Hougly in Bengale in the presence of the junior merchants Hans Carel Baron von Arnim and Leonard Verspyck, members of the Council aforesaid; was signed: As Dingshoff; below that, a small cross set thereto, Lascarie and Sokkoe; lower: in the knowledge of me; was signed: Hk Thott, first sworn clerk; aside, as commissioners, was signed: H:C: v: Arnim, L Verspyck. Today, the 28th of December 1767, appeared before the undersigned commissioned members of the Council of Justice of this factory, assisted by the principal secretary Pieter Hoff, Alexander Steward, a North Briton, 26 years of age, surveyor in the English Company's service, currently the Lord's hostage, assisted by the soldier Jan Koning to serve him as interpreter. Who, at the requisition and upon the interrogation of the titular merchant and Fiscal of this Directorate, the Honorable Louis de Saumaise, having been heard and examined regarding the accusation brought against him of committed molestation and wounding of two natives, contained in an attestation of the Honorable Mamdie cum suis, reviewed and sworn to on the 23rd and 24th of this month, likewise a reviewed attestation of the said two wounded persons, the said hostage said: That it is true that he, the examined, on a certain evening left the house of the free citizen Smit at a quarter past nine, and coming into the open air had become drunk. That to the best of his knowledge he went directly to his budgerow and subsequently pushed off and departed for Chandernagore. That the following day in the morning around four o'clock again
Dutch transcription
629 de regter hand en het uiten deser woorden. zo waarlijk helpe mij God Almagtig en de attestanten bleeven bij hunne gegeve ne depositien, en alteratien, onder nadere presentatie van Eede persisteeren. Aldus gerecoleerd en beeedigt te Hougly in Bengale ter presentie van de onderkooplieden Hans Carel Baron von Arnim, en Leonard Verspyck Leeden des Raads voormeld /, onderstond /: voorde vertaalingn beste kennisse /: was get:d:/ A„o Dingshoff / daar onder /, eenige merken daar bij gesteld/, Jaffer, Tonoe, Nondoe, Takiezsjent, Maataal, Magon, Tjan¬ gadjie, Abbas, Foeltjent, Boksie /s Ca„ ger (: in kennisse van mij /: was getd:/ P„r Hoff p„l Secretaris. Dat gem: Engelsman op de door hem Compa„ rant gedane betuiging van Siekte en magteloos„ heid hem had aangepakt, buiten het huis gesleept geslaegen, en met het bloote zijdgeweer verscheide Hteeken toegebragt hadde. Dat hij hem Comparant, daar na neer ge= smeeten had, en voorts sijne wege was gegaan De tweede Comparant, Sokkoe verklaarde Heeden den 23„e December A„o 1767.— Compareerde voor de onder getekende Leeden in den Raad van Justitie deses Comptoirs g'assisteerd van de Eerste geswoore klerk Fredrik Thott ee Vascarie en Sokkoe, Jnlanders alhier remo„ reerende, en g'assisteerd van der Boekhouder Adri„ anus Dingshoff hen voor Tolk dienende. Dewelke ter Requisitie van den Fiscaal de E: Louis de Saumaise rat: offi: verklaarden: En wel Eerstelijk de eerste Comparant Lascarie Dat een dag of twee geleden, 's nagts om tien un„ ren een Engelsman in sijn huis was komen invallen. Dat gem: Engelsman hem Comparant hadde willen dwingen, om hem het huis van eenen smith te wijsen, maar dat hij Comparant, dewijle hij lange siek was geweest, niet vermogte op te staan. inbm Accordeert D:E liClercq D Dat 630 Dat nu vijf daagen geleeden 's nagts om tien: of elf uuren sekere Engelsman aan sijn huis bij alefschans tuin was gekoomen en de deur van 't selve opgebrooken had. Dat hij hem Comparant g'ordonneerd had, om berras voor hem te soeken, maar dat hij hem betuigd hadt, siek te wesen, en ook niet in staat te wesen Berras te soeken Dat gem: Engels man hem Comparant daar op met het bloote zijdgeweer geslagen en eenige steeken toegebragt hadde, mitsg„s tegen de grond gesmeeten had, wanneer hij Eindelijk is weggegaan. Aan de declaranten vertoond sijnde de hier in arrest sittende Engelsman AlexandersSte„ ward, erkende se hem voor denselve, waar van in deese gesprooken is Eindigende hier mede hunne verkla ring, die sij betuigde de suivere waarheid te behelsen, gevende voor redenen van weten¬ schap als in den text verklaarende de Boek houder Dingshoff de vertaaling altijd be„ reid te sijn met Eede te sterken, en de Com¬ paranten het gedeposeerde ten allen tijden nader gestand te doen. Heeden den 24„e december A„o 1767. Compareerde andermaal voor de onderge¬ tekende Leeden in den Raad van Justitie deses Comptoirs g'assisteert van den Eerste geswoore klerk. De Declaranten in de bovenstaande verklaaring breeder ver„ meld, dewelke hen weder bij vertaling te verstaan gegeven, en de vertooning de nove geschied sijnde bleeven sij daar bij onverander lijk persisteeren, bevestigende den Boekh„r Dingshoff deselve na beste kennisse ge¬ daan te hebben, met solemneele Eede op de protestansche wyze door het opsteeken der twee voorste vingeren van sijn regter hand, en het uiten deeser woorden, so waarlijk helpe mij God en sijn Heilig woord Aldus gerecoleerd te Honglij in benga„ le ter presentie van de onderkooplieden Hans Carel Baron von tmim, en Leonard Aldus verklaard te Hougly in Bengale ter presentie van de onderkooplieden Hans Carel Baron von Arnim, en Leonard ver Spijck Leeden des Raads voorm: de minu„ te deses is behoorlijk geteekend : /:onderstond/:/ quod attestor /:was getd:/: F„k thott Eg Clercq Aldus. verspijck 631 Verspijck Leeden des raads voormeld /:was get„t /: A„s Dingshoff; /: daar onder/ een kruisje daar bij gesteld, Lascarie, en sokkoe /: Lager /: in kennisse van mij /:was getd:/ H„k Thott Eg:Clercq. /:ter zijde/ als gecommitteerde /: was geteekend/ H:C: v: Arnim, D„ Verspijck. Heeden den 28=e xber 1767 kompareerden voor de Ondergt: Gecomm: leeden in de Raad van Iustitie deezes kantoors, geassisteert van den p„l secretaris Pieter Hoff Alexander Steward een Nordbritton oud 26 Iaaren Landmeester in Engelsche Comp„s dienst thans 's Heeren gegijzelde geassisteerd van den sol„ „daat Ian Koning, om hem als Tolk te dienen. Dewelks ter requisitie en ten verstaan van den Koopman titulair en Fiskaal dezer Directie, de Louis de Saumaise, gehoord en gexamineert zijnde op de tegen hem ingebragte beschuldiging van begaane Molestie, en quetsen van twee inlanders, vervat bij een op den 23=e 24=e dezer gerecoleerde en b'eedig de Atte natien van de inE: Mamdie C: S:, item een gereco„ „leerde Attestatie van gem: twee gequetste persoonen zo zeide hij gegijzelde. Dat het waar is, dat hij geq: op zeekeren avond uijt het huis van den vrijburger Smit een quartier over negen uur is uit gegaan, en in de Lugt komen„ „de beschonken was geworden. Dat hij na zijn beste weeten direct naar zijn badjerat is gegaan en vervolgens afgestooken en naar Chandernagoor is vertrokken. Dat hij sanderendaag smorgens tegen vier uur inb=r Accordeert 15 A W: E: Eijlarcq. weder E
English
came back from there to this place. That he then wrote a note to the Honorable Lord Director and one to the Honorable Court, in order to get back his berras who had run away. That he refers to a certain Mouchart who was the same person at the time when he departed with the Badjerah in the evening. That this man, having previously been in Dutch service, had left the badjerah again the next day, as he did not dare trust himself on this soil. That he also refers to the manjhi and rower who are still on his badjerah; that they shoved off no later than a quarter past nine in the evening; that those people will be able to testify best in that regard, as he does not wish to bind himself to the precise time, not knowing it exactly. That he does not know at all that he wounded any persons or forced a gate or broke it to pieces, because, as stated, he went directly to the badjerah from the house of the freeman Smit, to the best of his knowledge, and that he can remember not the slightest bit of the accusations brought against him, except that when he arrived on the badjerah, Today, 30 December Anno 1761, there appeared once again before the undersigned Commissioned members and Provisional Secretary The aforementioned examined person, more broadly mentioned in the surrounding examination, which having been read to him again and explained by translation through the soldier Ian Koning, he persisted therein under this addition: that he, being in the house of Smit that evening, a certain Englishman named Bosselem was his informant that he ordered to shove off. That he cannot, however, deny the accusation brought against him, because at that time he was so drunk that he knows nothing of that matter. And Herewith ended his Examination, which he declared to contain the truth to the best of his knowledge, the soldier Ian Koning offering to confirm the translation thereof with an Oath if required. Thus Examined at Hoegli in Bengal, in the presence of the Junior Merchants Hans Carel Baron van Arnim and Leonard verspijck, members of the Council aforesaid; the original minute of this is properly signed. Below stood: quod Attestor; signed Pieter Hoff that sidearm wanting to straighten the sidearm which was bent, the tip broke off, and that he therefore could not have wounded anyone with such a sidearm, the soldier Jan Koning confirming the translation thereof with a solemn oath in the Roman Catholic manner, placing his hands upon the Gospel of John and uttering these words: So help me God Almighty, this Holy Gospel. Thus Re-examined and Sworn at Hoegli in Bengal, in the presence of the Junior Merchants Hans Carel Baron von Arnim and Leonard verspijck, members of the Council aforesaid. The minute of this is properly signed. Below stood: quod Attestor, signed: Pieter Hoff Provisional Secretary J:s E Clercq. [illegible] Agreed Memorandum of the rising and falling valuations of the below-mentioned specie at Moand-Abaath and environs for the month of November 1767: Per 100 Morudabaade Sicca to Arcad Rupees 6 5/8 ditto Surat 6 5/8 ditto Madras 5 3/4 ditto Pondicherry 6 3/4 ditto Bombay 6 3/8 ditto Masulipatnam 10 1/2 ditto French 11 5/8 Nadris 5 1/8 Passimbazaar, 5 November 1767. Memorandum as above for the month of December. Per 100 Morudabade Sicca to Arcat Rupees 7 9/10 percent ditto Surat 6 5/8 ditto Madras 5 7/8 ditto Pondicherry 6 1/2 ditto Bombay 6 3/8 ditto Masulipatnam 10 1/4 ditto French 11 1/2 Nadris 5 Kassimbazaar, 5 December 1767. Agreed Jk Thott No. 52 Per Cent On the most recent preceding Patna of 8 years 2:— Those of the year before, 7 years, 3:2— Horsonna or old Patna of many years 3:10 ditto medley of Patna, Murshidabad, and Dhaka 4:—:— ditto of lower alloy 10:— Surat of Aurangzeb 4:12 Arcot 10:— Pondicherry 10:— Madras 10:8 Waziris 9:8 Agra 14:— Murshidabad alone 3:2 Dhaka 5:2 ditto 1 Mahmudshahi 9:8 Delhi 9:8 Benares 8:— For the month of October 1767 Note of the Batta (agio) on Patna Sicca Rupees of the newest stamp over the foreign coins. Patna, 2 November 1767. No. 52 Per Cent On the most recent preceding Patna of 8 years 2:— Those of the year before, 7 years, 3:2— Horsonna or old Patna of many years 3:10 ditto medley of Patna, Murshidabad, and Dhaka 4:—:— ditto of lower alloy 10:— Surat of Aurangzeb 4:12 Arcot 10:— Pondicherry 10:— Madras 10:8 Waziris 9:8 Agra 14:— Murshidabad alone 3:2 Dhaka 5:2 ditto Mahmudshahi 9:8 Delhi 9:8 Benares 8:— For the month of October 1767 Note of the Batta (agio) on Patna Sicca Rupees of the newest stamp over the foreign coins. Patna, 2 November 1767.
Dutch transcription
632 weder van daar herwaards is gekomen. Dat hij als toen een briefje aan den Achtb Heer Directeur en een aan den E regt heeft geschreeven, te¬ einde zijne berras die weggeloopen waren, weder te krijgen. Dat hij zig beroept op zeekeren Mouchart welke ten tijde wanneer hij des avonds met de Badjerah vertroken dezelve was. Dat die man bevoorens in holl: dienst, geweest, zijn„ „de zig weder van de badjerat des anderen daags begeven had, als zig hier niet op de grond durvende betrouwen Dat hij zig mede beroept op de mangie ende roeijer welke nog op zijn badjerah zijn, Dat zij niet laater als quartier over negenen des avonds afgestooken zijn dat die luiden het beste daar omtrent zullen kunnen getuigen, dewijl hij zien niet inde precise tijd wil bepa „len alst niet regt weetende. Dat hij in 't geveel niet weet, dat hij eenige lieden gequetst of een hek geforceerd of stukkens gebrooken heeft dewijl hij zo als gezegd, uit het huis van den vrijburger Smit, volgens zijn beste weeten direct naar de badjerah is gegaan, en dat hij niets het minste van de tegen hem ingebragte beschuldigingen kan herin„ „neren, als dat wanneer hij op de badjerak is gekomen Heeden den 30=e xber Ao 1761 Kompa„ „reerden andermaal voor de Onderget: Gecomm: leeden en p„l Secretaris De Geg: in omme staande examinatie breder vermeld, dewelke hem weder voorgeleezen en bij vertaling door den soldaat Ian Koning te verstaan gegeeven zijnde, bleef hij daar bij onder deeze amplietie per„ „sisteeren dat hij die avond in 't huis van Smit zijnde zeekere Engelsman, Bosselem genaamt zijn geg: dat hij ordonneerde om af te steeken. Dat hij echter niet kannegeeren de tegen hem inge„ „brachten beschuldiging, dewijl hij die tijd, zodanig beschon„ „ken geweest, dat hij niets van dat geval weet. En Eindigde hier meede zijne Examinatie, die hij betuigde zo verre zijnes weetens de waarheid te behelzen pre„ „senteerende de soldaat Ian Koning voor de ver„ „taaling het zelve des gerequireerd wordende met Eede te bevestigen. Aldus G'examineert te Hoegli in Ben„ „gale, ter presentie van de Onderkooplieden Hans Carel Baron van Arnim en Leonard ver„ „spijck leeden des Raads voormeld de minute dezes is behoorlijk geteekend /: onderstond:/ quod Attestor /:geteekend Pieter Hoff dat zijdgeweer 633 68 D5„ zijdgeweer 't geen scheef was, regt willende zetten de punt, er afgebrooken is, en dat hij dus met zodanig een zijd„ „geweer, niemant heeft kunnen quetsen bevestigende den soldaat Jan Koning, voor de vertaaling, zulks met solemneelen op de roomsche wijze onder het leggen zijner handen op het Evangelium Johannes en het uit en dezer woorden. zo waarlijk helpen mij God Almagtigen dit Hei„ „lig Evangelium Aldus Gerecoleerd en Beedigt te Hoegli in Bengale, ter presentie van de Onderkooplieden Hans Carel Baron von Arnim en Leonard ver„ „spijck leeden des Raads voormeld. De minude dezes is behoorlijk geteekend /:onderstond:/ quod Attes„ „tor, /: g: A:/ Pieter Hoff p„l Secretaris J„s E Clercq. : sol„ 4 8 10 8 8 12316 d E 14:4 1/6 8 5 a 9 9. 8 88 d 9 Jan No. 50 F J G Accordeerd 8 5 33 3 3 e 5 ed d 3 5 a d 3 281 5 6 4er 8 x 5 — 8 15 9 „ 5 8 de ende ous ind x 8 ede 3 e e te e 108 315 „ ƒ6 581 8 a gN No 8 8 deN den o 8 89 nd d 5 5 C No. 11 10 e 95 6 634 Memorie der reizende en dalende valu„ „atien van de onderstaende specien te Moand=A„ „baath en om streeks van de maend November: 1767: Op t 100 Morudabaade Sicca tot Arcad Rop=n 6 5/8 _=o „ „ Zouratse „ 6 5/8 „ „ madrasse d=o „ 5 ¾ d=o „ „ Podicerijse „ 6¾ „ „ Bombaijse „ 6 3/8. d=o „ „ Maselibander „ 10½ _=o „ fruis. . . . „ 11 5/8. Nadris - - - - „ 5 1/8. Passimbazaar den 5=e Novembr 1767. Memorie als boven voor de maend Decembr. Op 't 100 Morudabade sicca tot Arcat ropoijen 79/0 „ C= „ „ souratse 65 5/8 _=o „ „ Madrasse _=o „ 5 7/8: „ „ „ — „ _=o „ „ Pondecherijse „ 6½. „ „ „ „ „ Bombaijse „ 6 3/8 _=o „ „ „ _=o „ „ Maselibander „ 10¼ „ „ „ _=o „ „ fruis - -- „„„ Kassimbazaar den 5=e Xber 1767. Nadris - - - „ 5. „ „ „ „11½ „ „ „ — „ „ „— „ „ „- Accordeert ler Jk Thott „ „ „ — „ „- „ „ „ _=o „ 6 635 No. 52 PC=to Op den Iongst voorgaande Pattenase van 8 Jaren E:s 2: — die van 't Iaar bevorens - - - - - - - „ 7 „ „ 3:2— horsonna of oude Pattenase van veele Jaare „ 3: 10 _=o „ mengelmoes van Pattenase moxuda„ „baatse en Dhaccase - - - - - - - - - - - „ 4:—:— Agrasse - - - Dhillijse - - - =o van mindere alloij - - - - - - „ 10:— Souratse van Arengzeel - - - - - - - „ 4: 12 Arcatse - - - - - - - Madrias - - wazeries - - Monuda baadse alleen - - – – – – - - „ 3:2 Pondecherijse - - - - - Phaccase - - - - - _=o 1 Mamouchaij - - - - - - „ 9: 8. Benares - - - - - - - - - - - „ 8: — Pattena den 2=e November 1767. „ 9:8. „ 5:2 „ 10: „ 10:— Voor de maend October 1767 Notitie der Batta /:opgeld:/ Pattenase sicca rop=n van den Iongsten Stempel boven de Uitheemsche kop=. Notitie — - - - – — — —- „ 10:8. - „ 9:8. „ 14:— — - 635 No. 52 PCto Op den Iongst voorgaande Pattenase van 8 Jaren E:s 2:— die van 't Iaar bevorens - - - - - - - „ 7 „ „ 3:2— horsonna of oude Pattenase van veele Jaare — „ 3:10 _=o „ mengelmoes van Pattenase moxuda„ „baatse en Dhaccase - - - - - - - - - - - „ 4:—:— _=o van mindere alloij - - - - - - „ 10: — souratse van Arengzeel - - - - - - - „ 4:12 Arcatse - - - - - - Pondecherijse - - - - Madras - - Wazeries- - Pattena den 2=e November 1767. Agrasse - - - - Moxuda baadse alleen - - - - – - - - „ 3: 2 Phaccase - - - - - - _=o „ Mamouchaij. . - - - - - „ 9: 8. Dhillijse - - - - - - Benares - - - - - - - - - - - „ 8: — „ 10:— „ 10:- „ 10:8. --„ 9:8. Voor de maend October 1767 Notitie der Batta /:opgeld/ Pattenase sicca rop=n van den Iongsten Stempel boven de Uitheemsche kop=. Notitie — — - — - „ 5:2 — - -- - „ 9:8. - „ 14:—
English
Note as above for the month of October On the most recent preceding Patnase of 8 years ro 2:— on that of the previous year 3: 2. Horsonna or old Pattenase of many years 3: 10: mixture of Patnase, Muxudabaadse, and Dhaccase 4:—: — of lesser alloy 10: — Madras 14:— Souratse of Arengzeeb 4:12 Muxudabaadse alone 3:2: — Mamonchaij 9: 8. waseries 9:8. Benaris 8: — Pondecherijse 9: 8. Dhaccase 5:2:— Dhillijse 10: — Arcatse 10: 8. Agrasse 10: — Patna the 3rd of December 1767. Agreed PC to. fr. Thott Clerk No. 53 2
Dutch transcription
Notitie als even voor de maend Getober Op den Jongst voorgaende Patrase van 8 Iaaren ro 2:— „. die van het Iaar bevorens - - - „ 7 - „ - - „ 3: 2. „ Horsonna of oude Pattenase van veele Jaaren „ 3: 10: _=o „ mengelmoes van Patnase moeuda„ „baadse en Dhaccase - - - - - - - - - - „ 4:—: — =o van mindere allooij - - - - - - - „ 10: — Madras - - - - - Souratse van Arengzeel - - - - - - - - - - „ 4:12 Moxudabaadse alleen - - - - - - - „ 3:2: — _=o „ Mamonchaij - „ 9: 8. waseries. - - Benaris - - - - - - - - - - „ 8: — sondecherijse - - - - - - - - - - „ 9: 8. Dhaccase - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 5:2:— Dhillijse - - - - - - - - - - - - - - „ 10: — Arcatse - - - - - - - - - - - - - „ 10: 8. Agrasse - - - - - - - - - - - - - - „ 10: — Patna den 3=e Decembr 1767. Accordeert --„ 14:— - - - - - - „ 9:8. PC=to. fr. Thott Clers — - No. 53 2