VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3195

Bengal · 407 pages · 154 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3195_0370 view scan ↗

English

1216 13 June 13 June conceptions and inventions, in order to contradict the same, and as it were, to defend it with a semblance of right, as one has experienced only too well, not to mention others, during the commission decreed to Sjenderkona in May 1764. Whereupon having deliberated and the sentiment of the said Director being unanimously applauded, and furthermore being understood with His Honour that no greater insult can be conceived than when someone fails to keep his word, it was resolved after consideration of all this with unanimity of votes, to reject the said proposal entirely, and to hold the repeatedly made complaints as verified, but in order to justify the same further to our highly esteemed Lords and Masters, to now carry into execution the resolution of the 19th ultimo, and to that end to order the first in the commission on our side, namely the titular merchant Ross, to make himself ready to travel again, in order to depart from here at the first notice of the Director. This being thus determined, the Director produced for review the reply prepared in advance by His Honour to the aforementioned Calcutta missive, likewise being inserted here: Gentlemen, We have been honoured with Your Honours' esteemed letter of the 8th of this month. The sorrow that we have in seeing that no matter how we turn or twist it, and whatever requests and complaints we have made, we may never have the pleasure of being able to conduct the trade of our Company properly, and that the last and only means that was left, namely the distribution of the weavers, after it had previously been approved by Your Honours and its execution promised to us, is now refused, is of so great a nature that we cannot express it with the pen. What idea must we now form, Gentlemen, of your intentions, whereas our delegates are immediately ready to perform that which was intended by Your Honours and ourselves, and that not only do yours refuse to proceed to the subject of their commission, but that Your Honours also make us a proposal, of which at that time, or during the review of the memorial of Mr. Vernet in the last days of the recently passed month of February, not the slightest mention was made by Your Honours. 1207 We have, Gentlemen, too high an opinion of Your Honours to be able to believe that when the distribution of the weavers was promised to us, Your Honours did not consider everything first, and that those same objections which Your Honours now make concerning it would not have come into consideration if they had been valid. We say (if they had been valid) because they would certainly be valid and just at all other times and places where the inhabitants and particularly the workman and merchant is free to work for whom he wishes, and to sell his goods to whom he wishes, but not in Bengal where the workman is forced by Your Honours' servants, against his will and desire, to take money, and to bind himself to work for no one else than for the English. This is, Gentlemen, a truth which we maintain that most of Your Honours in good conscience could not say they are ignorant of. All this shows, Gentlemen, that the distribution of the weavers here should not be regarded as an improper matter, but on the contrary as a lesser evil to destroy and prevent a greater evil, for it is certainly better both for the inhabitants and the revenue of the prince that the workman and merchant is free to work and to sell to four nations than to a single nation. And since Your Honours do not please to proceed to that which was intended and promised to us, namely an assessment of the weavers and their capacity, and thereafter to make an equitable distribution among the nations, as being the only means to stop the great evil currently in vogue, and to make trade free and unhindered, we find ourselves obliged now to declare to Your Honours for the last time that we, on our side, will never proceed to investigate the complaints of our servants, holding the same to be fully proven. We have read and re-read our letters written to Your Honours, but cannot notice that there is anything improper, or incompatible with the dignity that certainly must be observed between the representatives of such great and respectable companies as yours and ours. We shall also take care never to deviate from that, but, Gentlemen, please also reflect that between the directors of those companies the word once given must be kept sacredly and inviolably, and that he who breaks the given word authorizes the other to show resentment over it, and absolutely to demand the fulfillment of the given word. We have the honour to be, etc.

Dutch transcription

1216 13 juni 13 Juni ceptien en uitvindingen, om dezelve te„ gen te spreeken, en als of het ware, met schein van recht te verdedigen, gelijk men dat om van geen andere te gewagen by de in mei 1764 naar Sjenderkona ge¬ decerneerde commissie maer al te wel endervonden heeft. waarover dan gedelibereert en het sen timent van welmelde Heer Directeur eenparig geapplandeert en boven dien met zyn E achtbare bequeepen zynde, dat er geen groote belediging bedacht kan worden, als iemand zyn woord niet te houden, zo is na over weeging van dit alles met een pa„ righeid van stemmen gerevol, veerd, de gezegde propositie ten eenemael te rejecteeren, en de byherkaling ge„ dane klachten te houden voor ge, verifieert, dog om dezelve by onse hoog„ geerde Heeren en Meesteren nader te Justificeeren, als nu ter uitvoer te laten brengen het besluit van den 19' passato, en ten dien fine den eersten in de commissie van onse zijde den titulair koopman Ross namelijk te gelasten, van zig weder reisvaardig te maaken, om op eerste aen„ zegging van den Heer Directeur van hier te Myn Heeren wy zyn vereert geworden met uEdelens ge agte schrijvens van den 8 deser; Het verdriet, dat wy hebben te zien, dat hoe wy het keeren of wenden, en wat verzoeken en klagten wy ook gedaen hebben, wy nooit het genoegen mogen hebben, den handel van onse Comps na behooren te kunnen drijven en dat het laaste en eenigste middel, die er over was, te weeten de verdeeling der weevers, na dat bevoorens door uEdelens goedgekeurt en ons dies uitvoering belooft was, tans geweigert word, is van zo grooten aard dat wy die met de penne niet kunnen uitdrukken. wat denkbeeld moeten wy ons tansvor„ men, Myn Heeren, van uwe oogmerken daar onse afgesondene dadelijk klaar zijn te verrigten het geene, door UEdelens en ons voorgenomen is, en dat niet alleen de uwen weigeren tot het onderwerp hunner commissie overtegaen, maar dat UEde„ lens ons ook een voorstel doen, waarvan te dier tyd, of by het resumeeren van de memorie van de heer Vernet in de laeste da„ gen der Jongst verweekene maand february door UEdelens geen het minste gewag ge„ vertrekken Dit also vastgesteld zynde, produceerde de Heer Directeur nog ter resumtie de doen zijn Achtbare in voorraed gemaekte beantwoording van voormeelde kaluatse missive insgelijks alhier geinsereert wordende vertrekken maert 1207 maekt is. wy hebben, Myn Heeren, alle groote gedagten van UEdelens, om te kunnen geloven, dat toen de verdeeling der weevers ons belooft is, UEdelens niet alles eerst overwogen hebben, en dat die zelvde aanwerkingen, die uwEdelenstams daarover doen, niet in consideratie zoude gekomen zyn, zo ze valable geweest waren wy zeggen (zo ze valable geweest waaren:/ om dat ze zeekerlyk valable en rechtvaardig zou den zyn, op alle andere tijden en plaatsen daar d'ingezetenen en voornamentlik d'arbeidsen koopman vry is te werken voor wie hy wil, en zyn whaar aen wie hy wil te verkoopen, maar niet ^ in Bengale door den arbeidsman door UEdelens be diendens genoodzaakt werden, tegens wil en dank geld te neemen, en zig te verbin elen voor niemand te werken, als voor de Engelsche, Dit is, Myn Heeren, een waarheid die wy vast stellen, dat de meeste van ulde lens in gemoede niet zoude kunnen zeggen te iqnoreeren. Dit allertoont aen, Myn Heeren, dat de verdeeling der wever alhier niet moet aengemerkt werden, als eene wanvoege lyke zaak, maer ter contrarie als een kleen quaad om een groote quaad te vernietigen en voortekomen, want het is zekerlijk be„ ter zo voor de ingezetenen als duixenisten van de vorst, dat de arbeids en koopman voy staat te werken, en te verkoopen aen vier natie, als aen een enkelde natie. En vermits UEdelens niet gelieven over tegaen tot het geene, voorgenomen en on belooft is, te weeten een opneem der wevers en haare capaciteit, n daer na eene billijke verdeeling onder de natier te doen, als zijnde het venigste middel, ens hettans in swang zynde groote quaad te stuiten, en den han del, vrij en lieben te stellen, zo vinden wyens verplicht tans aan UEdelens voor 't laaste te declareeren, dat wy van onse zijde, nimmer zullen overgaan, om de klachten onser bediendens te onderzoeken, als houdende dezelve voor volkomen bewezen. wy hebben onze aen uEdelen is geschree vene brieven gelesen en herleten, maer kunnen niet bemerken, dat er iets on„ betamelyks is, of niet bestaanbaar met de woordigheid die zekerlyk in agt genoo„ men moet worden, tusschen de repre, sentanten van zulxe groote en respec„ tabele compagnien als d'uwe en d'onse, wy zullen ook zorge dragen, daarvan nimmer aftewiken, maer, Myn Heeren, gelieft ook te reflecteeren, dat tusschen de bewindslieden van die compagnies het eens gegeevene woord heiliglijk en on„ verbreevelijk moet gehouden worden, en dat die het gegevene woord verbreekt den anderen autoriseert, zig gevoelig daar„ over te toonen, en absolut te pretendee„ ren de nakoming van het gegevene woord. wij hebben de eere te eyn etc: overtegaen Aangaande

NL-HaNA_1.04.02_3195_0372 view scan ↗

English

1258 13 June 13 June Points of reply to Kassembazaar regarding the actions taken by the Kassembazaar servants concerning the agreement with the English. Regarding this same subject, namely the making of an arrangement to facilitate trade in general, the servants at Kassembazaar, pursuant to the resolution of 28 April last, were written to the necessary effect the following day. And now, in answer to that letter, by the servants' writing of the 3rd current, delivered here two days later, it was found communicated that the Chief, the Honorable Johannes Backeracht, having taken it upon himself, in view of the presence of Governor Verelst, to negotiate with His Honour and the English Chief, Mr. Sykes, had first inquired of the latter whether any orders had been given to him to that end by the Calcutta administration. And learning the contrary, he had not failed to address himself directly to the said Governor, who, while promising to use his best efforts and to give us as much satisfaction as possible without entering into any particulars for the present, made known that he had instructed the Nawab Muhammad Reza Khan to devise and point out means by which the inhabitants of the country engaged in silk cultivation, the weavers, winders, etc., might be cheered and encouraged, and thus the increasingly growing decline of the same gently halted, and the deserters enticed and persuaded to return to their labor; furthermore, that His Honour, after consultation with the government on this and other subjects, would endeavor to adopt such measures as would be found consistent with the interests of both parties. That one had to be satisfied with this reply for the present, but that the Honorable Backeracht, accompanied by the Second Pieter Bruier, had subsequently paid his respects to the often-mentioned Governor, and on that occasion desired to know what decisions had been taken by His Honour, and how far we could flatter ourselves to see matters regarding our commerce settled advantageously. That this Gentleman 1219 13 July 13 June 13 June then declared that, as regarded the hindrances and difficulties that had occurred to us here and there from time to time, he had given the most absolute and strict orders for their removal and for the prevention of whatever might in time be put in our way, not so much out of goodwill as out of fairness, with an emphatic promise to cause them to be strictly observed and to punish the willful exemplarily, for which we needed only to make representations to His Honour and point out the guilty parties; but that he considered the division of the weavers, since many weighty obstacles presented themselves therein, an entirely impracticable matter, and also for various reasons drawn from the total ruin and corruption of the products of the country and of trade (which His Honour regarded as an unavoidable consequence of such coercive measures), did not deem it advisable to attempt or put into effect. Thus all this, namely the fruitless outcome of the efforts made by the servants, was considered a matter of not the slightest 13 June wonder, but as a natural consequence of the change that has since arisen in the often-mentioned Mr. Verelst. And concerning the Winders, in respect of whom no improvement has been observed up to now, because the number, which previously amounted to 10 to 11,000, according to a general survey presently cannot make up even 3,000, and in which respect the repeated complaints and representations regarding the enticement and detention of those who had been in our service in previous years produced no effect, since Mr. Sykes appealed to the orders and to the necessity of having to employ all means to get ready the silk required this time for Europe, amounting according to His Honour's statement to fourteen Lacs or 1,400,000 rupees, without however denying that many Winders who had often, and even in the past year, served with us, were now working in the English reeling-house, but regarding which His Honour imagined that no wrong was done to us, since they were free people and not permanent servants of ours, but, as annually, also in the past year after the

Dutch transcription

1258 13 Juni 13 Juni Pointe van rescriptie naar Kassembaraer het verrichte door de kor„ seudbozaersche bed omtrent geneent met de Engelsche. Aangaande dit zelve onderwerp ofte het maaken van een arrangement tot facilin teering van den handel in het algemeen, de bedienden te kassembazaar, ingevolge arrests van den 28 april jongstleeden, daags daaraen, het nodige aangeschreeven en tans in antwoord van die brief, by den bedienden schryven van den 3 courant twee dagen daaraen alhier besteld, be„ deelt gevonden zynde, dat het opperhoofd dE Johannes Backeracht op zig genomen hebbende, ene mits de aenwezenheid van den Heer Gouverneur Verelst met zyn Edele en het Engelsch opperhoofd den Heer Syker te handelen, zig voor af by den laesten geinformeerd had, of hem ten dien fine ook eenige bevelen van het kalkatsch ministerie gegeven waren, en het te„ gendeel verneemende, niet verzuimt had, zig deswegens direct aan gem Heer Gouverneur te addresseeren, wel„ ke onder belofte van zijne beste pogin„ gen te zullen aenwenden, en ons zo veel mogelijx genoegen te geeven zonder zig voor eerst in eenige bezonder„ heeden intelaaten, te kennen had gegeven, den Heer Nawab Mak, med Rezacham geinsinueerd te hebben middelen uit te denken, en aen te wy„ len, door welke de ingezeetenen der Lands zig met den zijde theelt geneven„ de; de weevers, haspelaars onz opgebeurd en aengemoedigt, en dur te meer en meer toeneemende vermindering van dezelve zagtelijk gestuit mitsgaders de verlopene gelokt en overreed mogten worden, tot haren arbeid weder te keeren. voorts dat zyn Edele na raed pleeging met de regeering over dit en andere onderwerpen zodanige maatregelen zoude trachten te be„ roemen, als met beider interest be„ vonden zou overeentekomen: Dat men zig met dit bescheid voor eerst. had moeten vergenoegen, maar dat dE. Backeracht verzelt van den Secun de Pieter Bruier nader zijne opwach„ ting by veelmelde Heere Gouverneur gemaakt, en by die gelegenheid ver„ langd had te weeten, wat beslui„ ten er door zyn Edele genomen waren, en in hoe verre wy ons vlegen konde, de zaken met betrekking tot ensen koophandel en iezaamen, voor deelig gezeegeld te zien; dat dien Heer med toen 1219 13 Juli 13 Juni 13 Juni toen betuigde, dat wat betrofde beletten len en zwarigheeden, welke ons hier en daar van tijd tot tijd voorgekomen waren, hy niet zo veel goedwilligheid, als voorts vorenheid, de volstrekte en dier tot weg„ neeming van deselve en afweering van het geene, ons in der tijd konde in den weg gelegt worden gegeven had, met nadrukkelyk belofte, die stiptelyk te zullen doen nakomen, en de moed willige voorbeeldelijk te straffen, en waartoe wy zyn Edele maer vertoonin„ gen behoefde te doen, en den schul digen aen tewijzen, dog dat hy de Ver„ deeling der wevers, vermits zig daar in veele kinderninssen van gewigt op dee„ den, als eene volstrect onuitvoerlyke zaek aenmerkte, en ook om diverse reedenen, genomen uit het totaal verval en bederf der producten der lands en van den koophandel :/ dat zyn Edele als een onvermidelijk gevolg zulker dwangemiddelen aanzag:/ niet raad„ zaam oordeelde te beploeven, of in het werk te stellen, zo is dit een en ander ofte den vrugteloosen uitslag der bedien den aengewende devoiren, geconsidereert als een zaar van geen de minste ver„ 13 Junii wordering, maer als een natuuurlijk gevolg van de verandering, die er by veel, melde Heer Vaelst zeeder t is opgekomen En beteffende de Haspelaars, waerom trent tot nog toe geene beterschap bespeurd wierd, dewyl het getal, dat beverens 10 a 11000 bedroeg volgens een generaele opneem tegenwoordig geen 3000 kont uit te maa ken, en ten welken opzichte de heer haalde klachten en vertooningen over het verleeden en op houden van zulxe, die sjaars bevorens in„ onse dienst geweest waaren, niets uit„ werkten, wermits de Heer Sijker zig beriep op de ordrer en op de noodzakelijkheid van alle middelen te moeten aenwenden om de voor Euoopa ditmaal gevorderde zyde ten bedrage volgens zeggen van zyn E van veertien Lax of 1400000 rop=r gereed te krijgen zonder echter te ontkennis, dat veele Haspelaars, die wel een en dikwils zelfs in den voorleeden Jaare by ons dienst gedaen hadden, thans in dEngelsche has„ pelary werkten, maar waeromtrent zijn E zig verbeelde, dat ons geen engelijk ge schiedde, dewyl het vrye Lieden en geen vaste dienaeren van ons, maar gelyk sjaarlijks, ook in het verweeken jaar na wordering het

NL-HaNA_1.04.02_3195_0374 view scan ↗

English

1220 130v 13 June 13 June The conduct of the servants regarding a certain incident in the Mint Residency approved. had been discharged after our harvest ended, and had since worked both there and in other places, against which no arguments could avail, so that the servants until now had not been able to gather more than 446 men, while the British had not yet been able to bring their number to even 2000, and with which they, proportionately, would be just as little able to perform their work as we, even though they might continue from one harvest to the next, to which the servants say that it seems they would also be forced to do so in order to reel the already collected pattenie; after consideration of all that could come into consideration regarding this matter, it was found that nothing else could be done but to express regret over the adversity with which one must struggle, and to hope that, although the prospect of improvement seems very small, it will nevertheless turn out for the best and the work will maintain reasonable progress. It also being seen from this letter that recently a dispute had arisen between some sepoys of the Nawab who were stationed near a certain jetty of his Diwan and some workmen from the Mint Residency, who were busy hauling some beams out of the water near and on which those sepoys were bathing, and that because these latter out of wantonness obstructed the others in their work, even to the point that it went from scolding to blows, and our head peon was lightly wounded on the hand with a bayonet, and two sepoys were seized and brought into the Residency; that the Lord Nawab Muhammad Reza Khan, upon receiving the report of this incident, had sent an entire company of armed sepoys accompanied by some horsemen into the Residency to fetch their two comrades along with the head peon out of it, which had indeed happened, as it could not be prevented in any other manner. That the Honorable Resident, valuing this properly, had not failed to complain to the Nawab, first orally through the vakil and subsequently by a petition, demonstrating the prejudice that could result from such a violent step, and requesting satisfaction both with respect to the troublemakers themselves and regarding those who had reported the matter so erroneously, as appeared more fully from a copy of the arzi sent over by the servants, the translation of which is to be inserted in today's daily register, but whereupon, notwithstanding the urgent requests made thereto, no written reply had followed, but rather that the garrison to which the aforesaid two sepoys belonged had been exchanged for another, with a nominal order not to cause us or ours any nuisance or trouble in any manner, with which the servants willy-nilly had to be satisfied; it was resolved fully to approve the conduct of the said Chief in this matter, and nevertheless to urge further that this wantonness be punished exemplarily. Done at Hugli in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet, M. Huur, J. A. Zinner, J. M. Ross, J. P. Numbert, O. W. Falck, Jacob Eilbracht, secretary. 14 June 1221 127 13 June Communication from the Honorable Director regarding the obstruction in the transport of linens at the chowki at Dewanganj. It was shown by the Honorable Director that the violences of the English servants at the ghats and chowkis in the Burdwan region and at Chandrakona, past which our goods must pass, were again beginning to increase rapidly, to such an extent that complaints arrived almost daily, not only about the seizure of the linens, but also about the violent extortion of money from the people who had supervision over them; that this was especially prevalent at the chowki made more widely known by secret resolutions of 18 November and 24 past, namely Dewanganj, farmed by Gokul Ghosal, banyan of the present Calcutta Governor, the Honorable Harry Verelst, where, notwithstanding the remonstrances so often amicably made to the said Mr. Verelst, one of our dalals named Balaram Poddar, by the servants of the aforesaid Gokul Ghosal, since Sunday 14 June 1767 in the morning after church time, all present Sunday some

Dutch transcription

1220 130u 13 Juni 13 Junii het gehouden gedrag den bed onrent zeker voorval in de munts regiden, tie geapprobeert. na het afloopen onser inzaam afgedankt waren, en zeedert zo daar, als op andere plaat„ sen gewerkt hadelen, en waartegen geen reeden mogten baaten, zo dat zy bedien, den tot nu toe niet meer als 446 man by een hadden konnen krijgen, terwijl de Britten het getal van de hare nog tot geen 2000 hadden konnen brengen, en waarmede zy na rato, also min in staet zouden zyn, haar werk te verrichten, als wy, schoon zy ook van de eene recolte tot de andere mogten continueeren, waer toe de bedienden zeggen, dat het scheind dat zy meede genoodzaakt zyn zouden, om de reeds ingezamelde Pattenie aftehaspe, len; is na overweging van aller wat hier omtrent in aanmerking kon komen mede niet anders te doen gevonden als bedweren te betuigen over de tegenspoed, waermede men worstelen moet, en te hoopen, dat alhoewel de apparentie tot verbeetering zeer gering scheind te zyn, het zig echter ten besten schikken en het werk reedelyken, voorts gang behouden zal By deeze brief ook gezien zynde, dat nu onlangs tusschen eenige sipakis van den Nawab /:die omtrent zeekere stijger van zynen Duwan posthielden:/ en eenig werkvolk uit de muut residentie, dat beezig was met het ophaalen van eenige balken uit het water omtrent en op welke die sipatier, doende waren zig te boeden, verschil ont„ staen was, en dat door dien deese laaste uit baldadigheid den anderen in hun werk verhinderden, tot zo verre zelfs, dat het van kyven tot slagen quam, en onsen hoofd sion met een Bajenet ligtelijk aan de hand gequestraakte, en twee Sipa„ his gegreepen, en in de residentie ge„ bracht wierden, dat de Heer Nawab Maa„ med Rezachan op het ontvangen rapport van dit geval een gansche compagnie ge„ wapende Sipakis verseld van eenige ruiters in de residentie had gesonden, om haere twee makkers met den hoofdpion daaruit te haalen, en het welk ook, als op geene a„ houde wyze afteweeren geweest zynde, ge„ schied was. Dat de E Baekeracht deeze hoor na verdienste waardeerende niet versuimd had by den Nawab eerst monde„ ling door den wakkiel en vervolgens by een suppliek te daleeren, onder vertoo„ ning van het nadeel, dat er uit zo een violente stap resulteeren konde, en ver„ zo ten opzichte zoek om satisfactie „ van de moeitemaa„ on„ van ker 14 Juni 1221 127 13 Juii communicatie van den Achtb H: Directeur omtrent de verhinderingin den vervog van Lynwaeten aen de Jjonrie te Dewaangeed kers zelve, als wegens den geenen, die de zaak zo verkeerdelijk aengebracht hadden zo als breeder consteerde by copia van het door den bedienden overgezonden ars daart, waarvan het translaat by het dag registere van heedein staat geinsereert te worden, dog waarop, niet tegenstaen„ „de de daertoe gedaene instantie geen schriftelij bescheid gevolgd was, maar dat men de bezettinge waertoe de voorsz twee Sipakis gehoorde tegen een andere had verwisseld, met eene voor de leuze gegevene ordre, om ons of de onse in eenige maniere overlast of moeite aente doen, en waermede de bedien, den zig nolens volens hadden moe¬ ke in te vreeden houden: zo is verstaen het gedrag van het b opperhoofd in dee een volkomen te approbeeren dag er op als nog te urgeeren, dat die moedwilligheid exemplaar ge, straft worden. Actum Hoegei in Bengale datum ut supra /:get:/ G: L: Vernet. M: Huur I: A: Zinner. . . . . . I:M: Ross. I: P: Numbert O: W: Talek. . . . . Iacobhilbraekt„ sc=t werd door den Heer Directeur vertoond, dat de Violentien der Engelsche bedien den aan de Ghattier en Sjoukier in het berdewaansche en te Sjenderkona, voorby welke onze goederen passeeren moeten weder hand over hand begonden toete neemen, tot zo verre, dat er genoegsaam dagelyks klachten quamen over het arrestee„ ren der Lywaaten niet alleen, maar ook over het geweldig afperssen van geld van de Luiden, die daarby het op„ zicht hadden; dat zulx wel voornaa mentlijk in zwang ging aen de byse„ creete resolutien van den 18e Nov=r en 24 p=r passato breeder bekend gestelden sjoukie, Dewaangends namelijk, ge pacht by Gokul Gosaal, Bengaan van den tegenwoordigen kalrate zou„ verneur, den Edelen Heer Harr: Ver¬ elst, alwaar niet tegenstaande de zo menigmaal aen gemelde Heer verelst in het minuelijke gedaene remonstratien, een onser Dalaal genaemd Bolleram Boddaer, door de bediends van voorsz Pokul Gosaal, zeedert Zondag den 14 Iuni 1767 smorgens na ke=ktijd alle present Zondag eenige

NL-HaNA_1.04.02_3195_0376 view scan ↗

English

1222 14 July 14 June Proposition of His Honour: that from Arents some months ago over five hundred Ropgs were extorted. That His Honour, in order to have sufficient proof of this, had written to the gomastas of Sjenderkona to come hither and to leave there for the present the goods that were ready, but that, according to the report just received, these having approached Dewaangends, were placed under arrest under the custody of 12 peons, who daily extorted subsistence money from them. That the chowkey of Ragia Bol, where the council also bazaar near Daaarhatta, sorting under Dhenniacrly, encouraged by that of Dewaangends, had likewise presumed to detain our goods, and that consequently the harassment from the English servants was beginning to become entirely unbearable, wherefore His Honour proposed to the members to further discuss with the administration at Calcutta /:sending therewith a copy of the parwana granted in the past year by the Nawab, whereby, as has repeatedly been said, it appears that our goods must pass and repass free of duty, without being indebted for anything other than the payment of 2½ percent toll to Tuesday Baksbender:/ concerning this improper treatment, and to request them to give orders that the gomastas be released and the subsistence money paid by them be restituted, as well as the five hundred Ropgen that were extorted from the aforementioned Balleram, and finally to arrange it so that our merchants are nowhere detained, but both on the outward and return journey may proceed on their way free and unmolested, without being compelled to pay anything. With all of which, after deliberation, the members concurred, as well as with the contents of the letter drafted to this end by the Director, and whereof it is consequently understood to keep this record. Done at Hooghly in Bengal, date as above /:signed:/ P: L: Vernet. M: Isiuk. F: ALiiner M: Lafent. P: M. Ross. J: P: Hembert. O. W. Falex I: H: H: Duniur. Iacob Eelbracht, Secretary. Baksbender concurs. 1223 23 June Resumption of a letter from the Calcutta administration Tuesday the 23 June 1767 in the morning, absent the members Ross and Damius, the former being again on a journey to the aurangs and the other still indisposed. Upon resumption of a further letter from the Calcutta administration, dated the 18th current, in answer to ours of the 14th previously, it having been found primarily stated that Their Honours' position was determined not to deviate from the, as they say, proposed condition, which was treated of at large in the resolution of the 13th instant, namely an impartial and mutual investigation into the cause and merit of our complaints concerning the vexations in the aurangs, and that in case we might not be inclined to submit ourselves thereto, they would then be in the disagreeable necessity of recalling their deputies: it is, although one has already positively declared oneself to that end in the above-mentioned letter, nevertheless, upon the proposal of the Director, approved and resolved to write again to the British gentlemen that we are firmly resolved to abide by what was decided and promised by Their Honours at the end of February of this year upon the memorial of His Honour, namely to make a division among the weavers; furthermore, regarding the arguments further adduced, as if our desire in this matter tended to exclude the natives of the country, who had an equal right with us, and tended far more toward a monopoly than the proposal of Their Honours, to show that we shall leave the dispute over this to the decision of our highly esteemed principals, to whom it will best belong to judge whether it can be called freedom when, by threats, floggings, and arrest, one not only compels the weavers to take the manufacture of so much goods upon themselves that it is impossible for them to work for anyone else, but even forces them to execute Muchilkas /:bonds:/ whereby they must bind themselves to work for no one except for the English, threatening them moreover with heavier torments in case they, in the event of an investigation, should testify to the truth of this, and

Dutch transcription

1222 14 Juli 14 Juni proporitie van zijn Achtb: daeron Arents eenige maenden over de vijf hondert copgs afgekneevelt woren. Dat zyn E Achtbaare om hiervan suffisante bewysen te hebben de gomastas van sjenderkona hadla, ten aanschrijven, van herwaerds te komen en de goederen, die gereed wa„ ren daar voor eerst te laten, maer, dat volgens het zo even bekomen rapport de, se te Dewarsgends genadert zynde, in arrest gezet waren, onder toerigt van 12 pions, die hun dagelijxs kortgeld af„ persten. Dat de sjoukie van Ragia Bol, dar zig den raed mede haat by Daaarhatta, sorteerende onder Dhenniacrly aengemoedigt door die van Dewaangends zig meede verstout had, ons goed opte houden, en dat gevolge„ lyk de overlast van de Engelsche bedien den geheel onverdragelijk begon te wer„ den, alwaarom zyn EE Achtbare de Leeden proponeerde, om het ministe„ rium te kalkatta /:onder toesending van een Copy van de in ao pass=o door de nawab verleende schuld waerby zo der meermaels gezegt is blijkt, dat onse waren over de vrijen vrauk passeeren en repasseeren moe¬ ten, zonder iets verschuldigt te zijn, als de betaling van 2½ procent Tol aen Dingsdag Raeksbender:/ over deese onbehoorlyke behandeling nader te onderhouden, en te versoeken van ordre te willen stellen, dat de gemastar gelorgeert en de kostgelden door haar afgegeeven, zo wel gerestitueert, won„ den, als de vyf hondert Ropgen, die voorn: Balleram afgedwongen zijn, en eindelijk om het zo te schik„ ken, dat onze koopmansz nergens opgehouden maar zo wel in de heen als wederreize vrijen ongemolesteert haare weg kunnen vorderen zonder genoodzaakt te zyn iets te betaalen Met al het welke na deliberatie de Leeden zig zo wel conformeerden, als met den in„ houd der door den Heer Directeur ten dee„ zen einde in concept gebrachte missive en waarvan mitsdien verstaen is te houden dese annotatie Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:get:/ P: L: Vernet. M: Isiuk. F: ALiiner M: Lafent. P M. Ross. J. P: Hembert. O. W. Falex I. H: H: Duniur. Iacob Eelbrachtje sec=ts Baeksbender conformeert. 1223 23 Junii requmtie van een van het kalratsch uini„ Aris en te brief Dingsdag den 23 Iuni 1767 sucor„ gens absent de Leeden Rossen Hagha Damius zijnde de eerstgem weder op reis naer de arrengs en de andere nog al enpasselijk Bij resumtie van eene nadere missi„ ve van het kalkatsch ministerium gedagteerend den 18' courant in ant„ woord op de onse van den 14 bevoorens vooraf bedeelt gevonden zijnde, dat Haer Edelens positie gedetermineerd woren niet te wyzen van de, zo als ze zeggen, voorgestelde conditie, waar van bree„ des gehandelt is by resolutie van den 13 huuur te weeten een onvartijdig en wederzids onderzoek na de oorzaak en waerde onze klachten over de veratien in de arrengs en dat by aldien wy niet geneegen mogten zyn ons daeraen te onderwerpen zy als dan in de onaenge„ naeme noodzakelijkheid wesen zouden van haere gecommitteerden terugte ont„ bieden: zo ir alhoewel men zig ten dien fine by bovengemelde brief reeds positif verklaard heeft, echter op den voorstel van den Heer Directeur goedgevonden en ge„ arresteert van de Heeren Britten an¬ dermael te rescribeeren, dat wy vast gere„ solveerd zijn, ons te houden aen het geen en in het laast van februari deeser jaars by haar Edelens opde memorie van zyn EE Achtbaare beslooten en belooft is, name„ lyk om een verdeeling te maken onder de weevers, voorts op de nader bij gebrachte raisonnementen als of onse begeerte hieromtrent de inboorlingen van het Land, welke een gelijk recht met ens hadden quame te secludeeren, en vry meer tot een monopolium strekte, dan de voorslag van Haar Edelens te vertonen, dat wy het ver„ schil hierover zullen verblijven lae„ ten aen de decisie van onse hoog„ g'eerde principaelen, aen wien het bast voegen zal te oordeelen, of het vrijheid genaamd kan worden, wanneer men door drijgementen, zweepslagen en arrest de wevers niet alleen noodzaekt het aanmaken van zo veel goed op zig te neemen, dat ie onmogelijk voor een ander konnen werken, maer zelfs dwingt Moetijelkas /:verband„ schriften:/ te passeeren, waerby ze zig ver„ binden moeten voor niemand te arbeiden, als voor de Engelschen hun boven dien met zwaerder tormen ten dreigende, by zo verre zij in cor van onderzoek de waerheid hier van en getuigden

NL-HaNA_1.04.02_3195_0378 view scan ↗

English

1224 the decision regarding it resumption, deliberation concerning the letter received from the titular merchant Ross, being in the commission, testified. Furthermore, it having also appeared from this letter that the English were entirely unaware of the complaints submitted by us in the letter of the 15th of this month pursuant to the resolution of the day before against Tokul Posaal, and that the said person currently being absent from Calcutta, this prevented Their Honours from holding an immediate inquiry into the matter, under the assurance that as soon as he should arrive, the necessary information concerning the case would be gathered and all justice done to us that should be in Their Honours power; so was, after deliberation, approved and agreed to reply to this that the delay will be very disadvantageous to us if this native should go with his master the Governor Verelst to Patna, as the rumours were, because our gomastahs then run the risk of remaining detained for a long time yet at the diwani, to the notable deterioration of the Company affairs and increase of expenses; that the absence of the said native cannot delay justice, if They are earnest about settling the matter, because 23 June they have a copy of the old sanad showing that we are not obliged to pay anything for the passage of our goods; under remark that it passes everywhere unhindered except in the Burdwan district and at Chandrakona, and that solely because the chaukis are leased by servants of the English, who extort more from day to day, and that since these two districts are not exempted by the sanad, it truly lacked orders from Their Honours to the chaukidar to release our gomastah, to refund the extorted money, and to order him as well as all others to always let our goods pass and repass without demanding anything; with request to be pleased to put this into effect, and to which end the meeting also conformed with the missive drafted by the Director concerning this as well as the previous affair. There was also read the letter delivered yesterday from the titular merchant Johannes Mathias Ross dated at Dhaniakhali the 16th of this current month, and by the same found communicated that upon his arrival there 1225 23 June 3 July 23 June there he had learned from the French commissioner Monsieur Desgranges that he was still unaware that his fellow commissioner Roeland had been dismissed and in his stead one Nicolaas de Taransie had been assigned to him. That the latter having arrived in the evening with a letter of advice, Desgranges had come to speak further with him, Ross, and had expressed his surprise that nothing had been written to him, much less had he received any further order or instruction, for which he would wait until the following day in the morning, but not receiving the same by then, that he, Desgranges, intended to go to Chandannagar to represent what was necessary in person; for which reason he, Ross, being ordered to act in concert with the French in the aurangs commission, requested to know how he should conduct himself in case Desgranges were to carry out his intention: concerning which, having spoken and having been previously communicated by the Director that His Honour had ordered Mr Ross upon his departure from here to carry out as much as possible together with the French what was demanded of him by the resolution of 19 May, without however, as goes without saying, delaying the matter further by these or those excuses; so it was, after consideration of what is stated above, upon the proposal of His Honour, resolved to write further to Mr Ross this very day that he must simply proceed with the execution of what was assigned to him by the aforementioned resolution sent to him in extract the day before, without delaying himself any further on account of the French, if they should delay the matter any longer. Done at Hugli in Bengal, date as above. Signed: J. L. Vernet, M. Isinck, J. A. Zinner, M. Lafont, J. P. Number, O. W. Falck, Jacob Eelbracht, Secretary. Tuesday

Dutch transcription

1224 het besluit daeromtrent resumctie, deliberatie over het ontv: schryver van den incommissie zijn, de titulair koopman Rors getuigden. Verder bij dit schryven ook gebleeken zijnde dat eysteeren Engelschen geheel en kun„ dig waeren van de, door ons by brief van den 15e huur ingevolge arrest van daegs bevoorens voorgestelde klachten tegen Tokul Posaal, en dat die persoon thans van Kalkatte af wezig zijnde, Haer Edelens zulx ver¬ hinderde een onmiddelyk onderzoek na des zaar te doen, onder verseekering, dat so dra deselve zou arriveeren, en de nodige in formatien na het geval zoude geschieden en ons alle recht bevorgt worden, dat in Haer Edelens vermogen zyn zoude, zo werd. na deliberatie goedgevonden en verstaen hier op te antwoorden, dat het dilag ons zeer nadeelig zal zijn, by aldien deesen inlander met zijn meester de Heer Gouver„ neur Verelst naer Pattena mogt gaen, zo dlr de geruchten waren, dewijl onse goucastoe als dan gevaer loopen van nog lang te de waangende gearresteert te blijven, tot merkelijke veraektering van scomps zaeken en vermeerdering van ongelden, dat de absentie van gezegde inlanden, hetrecht niet verkaegen kan, by aldien het Haer Ernst mogt zijn, de zaak te beslissen, dewijl 23 juni ze een copy hebben van oude seuned aentoonende, dat we niet verplicht zijn voor de passage van ons goed, iets te betaalen onder remacque, dat het overal en verhieden doorgaat behalven in het Beduaansche en te sjenderkona, en dat alleen om dat de sjoukies gepacht zyn door bedienden van de Engelschen, die over van dag tot dag, meer afperssen, en dat daar deeze twee districten, by de senned niet uitge„ zondert eyn, het waer manqueerde aen ordres van Haer Edelens aen den sjou„ kidaer, on enze Pomactor te largeeren het afgeperste geld te restitueeren, en hem zo wel als alle andere te gelasten van onse goederen altoos te laten passeeren en repasseeren zonder iets aftevorderen, met verzoek van zulx in het werk te willen stellen, en ten welken einde de vergadering zig ook conformeerde met de door den Heere Directeur zo wel over deese als de voorige affaire gemaekte missive Nog wierd gelesen het opgisteren aen gebracht schryven van den titulair Koopman Johannes Mathias Ross gedateerd te Dhenia cali sublo deser lopende maend, en by hetzelve bedeelt gevonden, dat hy bij zijn arrivement ze aldaar genoomen 1225 23 Juni 3 Jeli 23 Juni aldaar van der franschen gecommitt=ds Monsieua de Grange verstaan had, dat hy alsnog onkundig was, dat de meede ge committeerde Roeland ontslaegen en in steede van deze hem eene Nicolaas de Taransie was toegevoegd. Dat deze savonds met een advisbriefje gearriveerd zijnde des Grange hem Rossnader was komen spreeken, en zijne verwende„ ring betuigd had, dat men hem van niets geschreven, veel min een nade re ordre of instructie zou ontfangen hebben, om dewelke hy zig tot sande¬ ren daags morgens nog zou ophouden, dog dezelve alsdan niet bekomende, dat hy des Grange naar Sjendernegger dacht te gaan; om mondeling het no„ dige te vertonen, al waerom hy Ross als gelast zynde met de Franschen in de arreugs commis, sie de concert te werk te gaan, ver„ zocht te mogen weeten, hoe hij zig gedraegen zou, by aldien des Gran„ ge zyn voorneemen quam uit te voeren: waarover gesprooken en door den Heer Directeur vooraf bedeelt sijnde, dat zyn E Achtb: Heer heer Ros by zyn vertrek van hier bevolen had, van so veel mogelijk met de fran„ schen samen ter uitvoer te bren, gen het geen, hem by arrest van den 19 Mei gedemandeert is, zon der echter de zaak, zo als dat van zelve spreek door deze of geene uitvluchten verder te vertroegen; zo is na overweeging van het geen voorz staat, op de propositie van zyn EE Achtbare beslooten, meerm Ros heeden nog aen te schryven dat hy maer treeden moet tot de executie van het geen hem by voorm resolutie daags daaaen in extract afgesonden, is opgedragen zonder zig verder aen de franschen op te houden, by aldien zijde zaar langer dilageeren mogten Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:get:/ I: L: Vernet. M: Isinix I: A: Zinner. M: lafort. . . . . J: P: Number O. W. Talck. . . . Iacob Eelbrachtyt seq=r van Dingsdag

NL-HaNA_1.04.02_3195_0380 view scan ↗

English

1226 3 July Tuesday the 3rd of July 1767 in the morning Absent the Members Zinnen, Lafont, Ross, Haghedoorn; the first, second, and last on account of indisposition, and the other still continuing with the commission in the Aurungs. It was proposed to the Assembly by the Honorable Director that, His Honor having continually reflected upon how it could be possible that the English had gone to such extremes as not to stand by their previously made promises concerning the deputation to the linen districts, discussed at the last session of the 23rd ultimo, he noted among other things as one of the causes thereof the extraordinary purchase of linens which the French, in the past year and the beginning of this year, were forced to make from them, even to the sum of 20 lakh rupees. For the measures which they have taken from time to time, and which they continue to pursue just as forcefully, to make direct collection as difficult as possible for us and others, namely to remain masters of everything, strongly reinforced His Honor in this opinion. It appears all the more probable when one considers that the British gentlemen, after having condescended to the plan, conceived the thought that they would thereby be deprived of the profits hitherto obtained from such sales. That His Honor therefore deemed it advisable to confer on this matter with the French gentlemen, who are just as much the dupes of this situation as we are, as soon as their designated Director, Mr. Chevalier, who is daily expected at Chandernagore, shall have arrived, requesting them to join with us in order to try, by all equitable means, to prevent the English from succeeding in their design to force us forever to buy from them such goods as we need for the loading of the Company's ships, which serves no other purpose than the great detriment of both companies. And he made the proposal that in such a case it would be best to take a resolution to abandon this entirely, to which end we would then take a corresponding decision with Their Honors, which must have the effect that the English gentlemen, being left with their goods and perceiving our seriousness, would become much more manageable; and furthermore, in the following year we would be able to indemnify both companies for the loss they might suffer for one year through such a decision, besides the fact that our highly honored superiors, upon receiving a meager return, would be all the better convinced of the truth of our complaints against that nation. Upon all of which having been deliberated with mature counsel, it was considered on the one hand that the affairs of the French are for the present in such a desperate state that they will initially have enough work to recover from the extraordinary losses suffered in the recent war, and that it is therefore to be thought that they will listen little to this proposal, as such would notoriously run counter to the interest and concern of their principals; but on the other hand, it was taken into consideration that in all matters one must choose the lesser of two evils for oneself, and that whether the French gentlemen consent or not, this step and whatever that nation might decide upon it will completely convince our Lords and Masters that the injustices on the part of the English have now reached the utmost extreme, and consequently must also serve to substantiate what we have so often presented concerning the decline in commerce and the adversity with which the Company must continually struggle, as well as showing that nothing was left untried to dissuade the British from their pernicious design. Thus, after consideration of this and all else that best squared with the greatest interest of the Company, 1228 3 July Tuesday it was judged best to yield to the latter argument, and therefore to conform both to the proposition made by His Honor and to the letter prepared to that end by the Honorable Director, which was summarized and approved at the conclusion of the business. Done at Hugli in Bengal, date as above. Signed: G. L. Vernet, M. Duur... J. V. Humbert, Jacob Eelbracht, O. W. Falck. A translated letter from Mr. Harry Verelst, Governor, and the Council at Calcutta, dated the 9th of this current month, was read, containing communication that, according to reports received from their servants at Patna regarding the quantity of saltpeter that would be collected this year, Their Honors found themselves in a position to provide us with 23000 maunds, which they hoped would completely answer our aims; requesting that, since Their Honors had already authorized their servants for the delivery, we would also give the necessary qualification to ours for the receipt. Whereupon having been deliberated, it was beforehand made known to the Assembly by the Honorable Director that His Honor could not now fail to inform the Members of what had transpired regarding this point on Tuesday the 24th of July in the year 1767, in the morning. Absent the Members Ross and Haghedoorn, the first being still in the Aurungs and the other at the gate.

Dutch transcription

1226 3 Juli Dingsdag den 3 Juli 1767 suvergeer absent de Leeden Zinnen Lafort, Rossen Haghadamius, de eerste tweede en laaste mits en passelykheid en de andere als nog continueerende met de commissie in de -arrengs werd door den Heere Directeur de Verga dering voorgesteld, dat zyn E Achtbare gedurig de gedachten gaen laatende, hoe het mogelijk kon zijn, dat de Engelschen gekomen waren tot dat uiterste van haare eens gedaene beloften betreffen de de deputatie naar de Lynwaat districten, verhandelt ter laaste zitting van den 23 passato, niet gestand te doen onder andere als eene der oorzaaken hier van aenmerkte den extraordinairen inkoop van Lynwaaten, die de franschen in het gepasseerde Jan en het begin van dit Jaar genoodzaekt geweest waren by„ hun te doen zelfs wel ter somma van van 20 lak ropgen, want dat de moet regelen, die zy van tijd tot tijd hebben ge„ nomen, en waarby zy nog even sterk continueeren, om ons en andere name, lyk, den directen inzaam zoveel doen, lijk difficiel te maeken, en dus meester van alles te blyven, zyn E Achtbare krachtig in dit gevaelen sterkte, dat het zo veel te waarschynelijken voorkomt als men acht gaf, dat zy Heeren Britten na in het plan gecondescendeert te hebben, in dit gedachten gekomen zyn, dat zy hier door verstooven zouden raaken van de voordeelen tot nu toe uit zulxe verkoopen behaeld. Dat zijn E Achtbare dierhalven geraade oordeel de de Heeren Franschen, die zo wel als wy de dupe van het geval zyn, hier over te onderhouden, zodra haren ge„ ligeert Directeur de Heer Chevalier, die dagelyks verwacht word te sjenderneggen gearriveert zal zijn, met versoek van zig nevens ons te willen voegen, om door alle billijke wegen te trachten te belet¬ ten, dat de Engelschen niet reusser ren in haar voorneemen, om ons voor altoor te noodzaeken, van haar te koopen zodanige whaaren als wy tot het belaaden van scomps scheepen benodigt zijn, als nergens anders toe strekkende, dan tot groot nadeel van beide maatschappijen en onder eenen voorstel; dat in zo een geval best zou zijn, een resolutie te van neemen 1227 3 Juli 3 Juli neemen, om daer geheel van aftezien waartoe wy, dan ook met haar Edelens een zyn trekkende besluiten zouden en het welk alsuits van dat effect moert zyn, dat de Heeren Engelschen met haar goed zitten blijvende en enzen ernst bespeurende veel han¬ delbaarder zouden worden, en wy boven dien in het volgende Jaer die beide compagnien zoude kun„ nen dedommageeren van de schaade, die zy door zo een besluit voor een Jaar mogt komen te lijden, buiten en behalven dat onse hoog= geeerde superioren by eenen soberen ontvangst van retoeren, der te bee„ ter overtuigd zoude zyn, van de waarheid onze klachten tegen die natie Over al het welke met rypen raede gedelibereert zijnde, werd aen de eene zijde geconsidereert, dat de zaaken der Transchen voor als nog zo der„ peraat gesteld zyn, dat zy voor eerst werks genoeg zullen hebben, weder tot ver haal te komen van de buiten gemee„ ne schaade in den Jongsten oorlogge, leeden, en dat het mits dien wel te denden is, dat zy weinig na desen voor slag zullen luisteren, also zulx notoir zou aenloopen tegen het interest en belang van haare principalen, dog daer en tegen aen de andere kant in opmerking genomen, dat men in alle zaeken van twee quaaden voor zig zelve het minste moet kiezen en dat het zyde Heern Transchen bewilligen of niet, deeze stap en het geen die natie hier op mogt besluiten onze Heeren en mee„ steren volcomen zal overtuigen dat het met de verongelijkingen van de zijde der Engelschen taus tot het uiterste gekomen is, en gevolge„ lijk ook strekken moet tot staving van het geen wy zo dikmaals heb ben voortgebracht, over het verval in de commercie en de tegenspoed waarmede de compagnie by conti„ nuatie moet worstelen, zo oor dat men niets onbezogt heeft gelaaten om de Bietten van haare peroucieur concept te defoerneeren, zo is na over weeging van dit en aller wat verder met het meeste belang van de Maatschap, leeden pi 1228 3 Juli Engsdag py quadreerde bert geoordeelt het laaste orgiment plaats te geven, en over zulx zig te conformeeren zo wel niet de door zijn E Achtbare gedaene propo„ sitie, als de ten dien fine door hem Heer Directeur in gereedheid gebrachte missive, welke tot kot van de besoig ne geresumeert en geapprobeert is. Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:geteekent:/ G: L: Vemet. M: Duur . . . . . . . . . J: V: Humbert Jacob Eelbrachtp legaats O. W. Talck. Is geleezen een translaat missive van den Heer Harry Verelst Gouveneur en de Raadte kalratte gedagteekend den g' deser lopende maand, en vervattende communicatie, dat Haar Edelens volgens ontvangen berichten van haare bedien„ den te Pattena wegens de quantiteit salpeeter, die en dit Jaar ingezameld zou worden, zig in staat bevonden ons met 23000 maan te voerzien, het welk zij verhoopten volkomen aen onse ooginerken te zullen beantwoorden met verzoek, dat dewijl haar Edelens hunne bedienden tot de afleeveing bereeds gemachtigd hadden, wy de onze tot de ontvangst mede de nodi„ ge qualificatie geven wilde. waarop gedelibereert, zynde, werd door den Heer Directeur aen de Verga„ dering vooraf bekend gemaakt, dat zyn E Achtbaare als nu niet voorby kon, de Leeden kennis te geven van het geen er aengaende dit point van Dingsdag den 24 Juli Ao 1767 smorgens absent de Leden Rossen Haghadamius zynde de eerste als nog in de Arreugs en de andere inder poort. den

NL-HaNA_1.04.02_3195_0383 view scan ↗

English

1229 14 July 3 July the trade in February last was transacted and agreed upon between the aforesaid Mr Verelst and His Honourable, especially because this now ran directly counter to it, although His Honourable would otherwise have kept it to himself in accordance with the promise made. That he, the Director, having pointed out to the aforesaid Governor how small the share was that we had received in the saltpetre for some years, in comparison to what the harvest amounted to, and the right we had to insist on free collection, His Honour, after the further exchange of many arguments back and forth, had finally assured His Honourable that a means had been devised by His Honour and Council to completely satisfy the demands of both Companies, and that the aforesaid Mr Verelst, in a private missive from His Honourable of 12 March, had repeated his promise, or at least given hope, that this year neither Company would lack saltpetre, so that His Honourable, trusting the Governor, had already given separate notice of this to Their High Mightinesses and, during his presence in Calcutta, had calculated our requirement at 40000 maunds. That His Honourable for this reason deemed it advisable to inform the Calcutta ministry politely that their disposition is not in accordance with the aforesaid promise, and that, recalling the same, they, according to the best opinion of this ministry, will indeed proceed to an alteration in the distribution, namely by arranging it so that our portion for this season will amount to 36764 maunds or [illegible] pounds, while demonstrating that this is the exact quantity that we require this time, and the smaller amount of this total compared to what was previously calculated originates from a smaller requisition for the Indian offices than could then be imagined, and thus to prevent the suspicion they might sometimes conceive that His Honourable had not acted uprightly, and had requested more 1230 14 July than what was actually needed for the Company, and after mature deliberation of all the aforesaid, it was resolved unanimously to conform completely therewith, and, in order to make the request more acceptable, to make use of gentle and moderate terms, while for the receipt of the share intended for us, the servants at Patna shall be immediately authorized by separate letters from the Director and Honourable Head Administrator. It was also resolved on the same occasion to persist with the Governor and Council at Calcutta for satisfaction regarding what we requested concerning the native Tokul Gosael, as mentioned in more detail in the resolution of 14 June, in our dispatched letters of 15 and 25 of the same month, since that person, according to communication from the Director, has now arrived in Calcutta. Done at Hugli in Bengal, date as above. signed: I: L: Vernet. M: Tsiux. J: A: Limer. M: lafens F: P: Huebert. O. W: Talex. Jacob hilbracht, acting secretary The letter received on the 17th of this month from the Honourable Governor and Council at Calcutta, dated the [illegible] before, having already been circulated among the members for reading, now being brought in again and summarized, it was found therein, with the utmost surprise, an explicit denial that the proposal to take a census of the weavers had ever had Their Honours' consent; that they gentlemen were informed that during the presence of Lord Clive, he had held various conversations with the Director and their present President, Mr Harry Verelst, concerning the matter regarding the weaving stations, at which time various propositions had been made by His Honourable to remove our grievances and regulate mutual commerce, among which had also been Tuesday 21 July 1767 [illegible] Absent the members Ross and Haghadami, the first being on commission to the aurungs and the other due to persistent indisposition. Tuesday

Dutch transcription

1229 14 Julii 3 Juli den handel in februari Jongstleeden, tur„ schen welmelde Heer Verelst en zyn E Achtbare verhandelt en geconvenieert is, voor al om dat zulx tans daar tegen glad quam aente lopen hoewel zyn E Achtbare het anders inge„ volge gedaene belofte voor zig zelve houden zou. Dat hy Heer Directeur welmelde Heer gouverneur voor oogen gestelt hebbende hoe gering het aendeel was, dat wy zeedert eenige Jalen in de salpeete gehad had den, in vergelijking van het geen de recolte quam te beloopen, en het recht, dat wi hadden, om op den vrije inzaam te urgeeren, zyn Edele na het wisselen nog van veele reedenen over en weder, eindelijk zyn E Achtbare verseekerd had, dat er door zyn E ende Raad een middel beraamd was om de eisschen van beide compagni„ en compleet voldaen te krijgen, en dat welmelde Heer Verelst in een par¬ ticuliere missive van zyn E Achtbare van den 12e maart zyne belofte her haeld, often minsten hoop gegeven had, dat het dit Jaer beide Compagnie aen geen salpeeter zou haperen, zulx zijn E Achtbaare den Heer Gouverneur betrouwende, hier van bereets apart aan Haar Hoog Edelheedens Keunis gegeven en by derselfs aenwesen te Kalkatte onze benodigtheid op 40000 uiren gereekend had. Dat zyn E Achtbare uits dien raadzaam oordeelde het kalkats ministerium rendbonstig te kennen te geven, dat haare dispositie niet en overeenkomstig is met de voorsz be lofte, en dat zij zig dezelve te bin„ nen brengende, volgens het best ge„ voelen van dit ministerium wel„ zal overgaen tot een verandering in de verdeeling, met namelijk het zo te schikken, dat onse portie voor dit saisoen op 36764 maan of 1 ponden te staen kome onder vertooning, dat dit de juis te quantiteit is, die wy dit maal be„ nodigen, en de minderheid van dit fautuur met het bevoorens ge calculeerde zynen oorprong heeft uit eene mindere petitie voor de indische Cantoren, dan men zig taenn kon voorstellen, ene alzo voor te komen de suspicie, die zij somtyds zouden konnen opvatten, dat zijn E Achtbaee niet oprecht te werk was gegaen, en meer gevraegt aen had 1230 14 Juli had, als het geen er voor de Comre eigentlijk nodig was, en is na rijpe overweging van al het geen voorsz staat met eenparigheid van stem„ men beslooten, zig daarmede vol„ komen te conformeeren, en om het verzoek te meer ingang te doen vinden, zig van zagte en moderae„ te teruien te bedienen, zullende tot de ontvangst van het ons toegedachte aendeel de bediendens te Pattena by aparte letteren van den Heer Di¬ recteur en E Hoofd Administrateur onmiddelijk geautoriseert worden. Ook is verstaen ten zelver gelegenheid by de Heer Gouverneur en Raad te Kal„ katte aen te houden om voldoening van het geen wy ten opzichte van den inlander Tokul Gosael breeder ver„ meld by arrest van den 14e Juni, verzocht hebben, in onze afgevaardigde brieven van 15 en 25' eusdem, aengezien die per„ zoon volgens communicatie van den Heer Directeur tanste Kalkatte gearriveerd is. Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:getekent:/ I: L: Vernet. M: Tsiux. J: A: Limer. M: lafens . . . . F: P: Huebert. O. W: Talex. - - - - Jacob hilbracht pl secrets Het op den 17e deser ontvangen schrijven van den Edelen Heer Gouverneur en Raadte Kalxatte, gedagteekent den „ bevorens, bereeds by de Leeden ter lecteere rond geweest, tans weder bin„ nen gebracht en geresumeert zijnde word daarby met de uiterste bevreemding bevonden eene uitdrukkelijke ontkentenis dat de voorstel van een opneem der wevers te doen, nooit haar Edelens toestemming gehad hadde, dat zy Heeren onderrecht waren, dat by het aanweezen van Lord Clive, deze met den Heer Directeur en haaren tegenwoordigen President den Heer Harry Verelst differente ge¬ sprekken gehouden had, over de zaek raarende de weefplaatsen, wanneer en door zyn E Achtbaare verscheide propo¬ sitien gedaen waren geworden, ter wegneeming onzer bezwaernissen, en het reguleeren van den ondelingen koophandel, onder welken ook geweest Dingsdag den 21 Juli 1767 Sucargeur absent de Leeden Rossen Haghadami, us de eerste als incommissie naer de arrengs en de andere doer aen houdende indispositie Dingsdag was

NL-HaNA_1.04.02_3195_0385 view scan ↗

English

1231 21 July 21 July was the registration and distribution of the weavers, or the appointment of an Agent for the joint purchase of various necessities. That his Lordship and Mr. Verelst had consented to these proposals, provided no other way could be found to put an end to the repeated, tiresome complaints steadily made by this assembly and that of Chandernagore, namely by conducting an impartial investigation on site into their value. That to this end joint commissioners had also been appointed to make the rounds to the weaving places, but that both the French and we had refused to begin this, and that consequently the proposal for a registration of the weavers fell away of itself. Yea, even if it were the case that the same was less disadvantageous than it has since appeared to be upon mature consideration of the matter and upon taking the advice and sentiment of the council and the ministry. That their Honours therefore regretted being obliged once again to repeat their firm decision never to consent to such a proposal; that it would also serve no purpose to maintain any further correspondence with their Honours concerning the point in question, since the sentiment of this assembly remained so far removed from this their fixed resolution, and such would only serve to foster a spirit of acrimony on both sides, without bringing the least advantage to either party; so that their Honours, unless it might be necessary to address us after an investigation conducted by their commissioners, would avoid further quarrels by now dropping the subject; requiring full proof of what was charged against their Honours regarding authority and violence over the natives, or otherwise judging the oppressions of which we spoke to exist solely in the imagination of this ministry. All of which having been discussed at length, it was remarked by the Lord Director that the appointment of of 1232 21 July 21 July of an Agent for the mutual purchase of goods had not slipped from His Honour at Calcutta to anyone, and therefore it appeared incomprehensible how the English Gentlemen could bring that up, since it only appeared in the plan inserted in the secret resolution of 18 November past; item, that the denial of those Gentlemen must appear the more wondrous when one considers that Mr. Verelst himself recently admitted having given his word on the point in dispute, namely the counting and distributing of the weavers, as can be seen in His Honour's separate letter of 31 May, incorporated into the resolution of 13 June; but that alleging such in reply to the general letter would not improve the matter, but on the contrary would increase the bitterness that has already taken hold of the minds of the Calcutta Gentlemen over the fact that the retracting of their word has from time to time been so acutely reproached to them; and why therefore, in accordance with His Honour's proposal, it was deemed most advisable and resolved by a unanimity of votes merely to reply that this ministry, as well as their Honours, is of the opinion that it will be best to drop all further paper war regarding this subject rather than give cause for bitterness, although this was never their intention, since they have only sought to demonstrate the unreasonableness of not fulfilling promises once made, in a manner as would be done by anyone who ought to consider such an insult. That one cannot, however, fail to remark that their Honours now for the first time positively denied ever having given their consent to the counting and distributing of the weavers, whereas in replying to all our previous letters, and especially that of 26 May, they passed over such in silence, and merely made shift then by raising arguments, brought forward as so many difficulties, to the plan Honourable to

Dutch transcription

1231 21 Juli 21 Juli was den opneem en verdeeling der weevers, of het aenstellen van een Agent voor de gezamentlijke inkoop en ve ver„ scheiden benodigtheeden. Dat zijn Lordschap en den Heer Verelst hadden geconsenteert in deese propositien, mits en geen andere weg kon gevonden worden om een einde te maken van de her haelde verdrietige klachten, gestadig gedaen, door deeze vergadering en die van sjendernegger met namelijk een onzijdig onderzuek te doen op de plaats na de waerde derzelve. Dat er ten dien fine ook gezaamentlyk gecom„ mitteerdens waaren aengesteld, om de ronde te doen, naar de weef plaatsen, dog dat beide de Franschen en wy ge„ weigerd hadden zulx te beginnen, en dat gevolgelijk van zelf verviel den voorslag van een opneem der weevers Ja al ware het ook, dat deselve min„ der nadeelig was, dan ze zedert is voor gekomen te zijn, by rype overweeging der zaak en inneeming van den Raaden het gevoelen van het mi„ nicterie. Dat het hun Edelens der hal ven speet, weder verplicht te zijn, te herhaelen, hun vast gesteld besluit, van nooit in zo een voorstel te bewil„ Eigen; dat het ook nergens toe dienen zoude, eenige verdere briefwisseling met Haar Edelens over het point in quertie te houden, dewijl het gevoelen dezer vergadering zo verre bleef verschillen, van deze haare vaste resolutie, en zulx ook maar eeniglijk strekken zou, om een geest van bitsigheid aen weers zij„ den te koesteren, zonder het minste voordeel aen beide partijen toetebren„ gen, zo dat haar Edelens ten ware na gedaen onderzoek van hunne gecommitteerden nodig mogt wesen van zig aen ons te addresseeren, ver¬ dere krakkeelingen zouden vermijden; door tans het onderwerp te laaten vaa„ ren; van het geen men Haar Edelens omtrent het gezag en geweld over den inlanden ten lasten lag, volleedige bewijzen pretendeerende of ander de onderdrukkingen, waarvan wy spraaken eenlijk in de verbeelding van dit ministerie bestaenlijk oordeelende. over al het welke breedvoerig gesproo¬ ken zijnde, werd door den Heer Directeur geremanqueert, dat de aanstelling van van 1232 21 Juli 21 Jeli van een Agent tot den onderlin„ gen inkoop van goederen, zijn EE Achtbare te kalkatte tegen niemand ontvallen, en overzulx onbegrijpelijk voorgekomen was, hoe de Heeren Engelschen, dat te pas konden bren„ gen, daar het alleen maar bleek by het plan geinsereert ter secreete resolutie van 18' november passato item, dat de ontkentenis van die Heeren te wonderlijken moet voorko¬ men, als men acht geeft, dat de Heer Verelst zelve, enlangs nog heeft geanoveerd, tot het point in verschil knamelijk het tellen en verdeelen de wevers:/ zyn woord gegeven te heb„ ben, zo als dat te zien is by zijn Edeler aparte missive van 31 Mei, ingelijft by besluit van den 13 Juni, dog dat met zulx in antwoord, op de gemeene brief te allegeeren, de zaak niet verbeeteren, maar ter contrarie ver meerderen zou de verbittering, die reets vat heeft op de gemoederen der Kalratsche Heeren, over dat hun van tijd tot tijd het retracteeren van haar woord zo gevoelig verweeten is, en waarom dan ook conform zijn E Achtbare propositie met een parigheid van stemmen, raadzaamst geoor„ deelt en geresolveerd werd, eenlijk te rescribeeren, dat dit ministerium zo wel als Haar Edelens van concept is, dat het best zal zyn, alle verdere pen„ nestijd, aengaande dit onderwerp lieven te laten vaaren, dan reeden te geven tot verbittering, schoon dit nooit haar oogmerk geweest is, dewijl men een„ lijk getracht heeft, de onreedelijkheid aentetoonen, van het niet nako= men der eens gedaene beloften op een wijze, als door een iegelijk geschieden zoude, die zulx al een beleediging behoord aentemerken. Dat men echter niet voorby kan te re„ marqueeren, dat haer Edelens nu eerst positif ontkenden, haar concent tot het tellen en verdeelen der wee vers ooit gegeeven te hebben, daar zy byt beantwoorden van alle on„ ze voorige brieven, en speciael die van den 26 mei zulx met stilzwij„ gen gepasseerd, en zig toen slegt beholpen hebben met argumen, ten te opperen, quati bygebracht als zo veel zwarigheeden, om het plau Achtbare ter

NL-HaNA_1.04.02_3195_0387 view scan ↗

English

1233 0. 21 July 21 July to carry into execution. That we must endure all these disagreements and let the matter in question take its course until our Lords and Masters will be able to judge which of the two has reason on their side. That it will also best befit Their Honours to decide whether we, since the time that our Company has been obstructed in trade by English servants, have adduced enough examples of the acts of violence that have been committed against the country-dwellers and working men, or not; and that this ministry nevertheless considered the complaints about the continuous deliveries in the aurangs from time to time made to Their Honours fully proven by the documents that have arrived and are attached to the letters successively sent concerning similar subjects. It being further seen from the aforesaid Calcutta letter that the complaints against Gokul Ghosal, of which mention was made in the latest resolution, would be accurately investigated in the kachari of Burdwan, on which the lease of Dewanganj depended, and that this ministry therefore wished to send the required persons thither to present their accusations; so it has been resolved to record here the communication of the Lord Director that the gomastas who were arrested at Dewanganj had already been dispatched to the designated place to give testimony of the truth, and that the dalal Bolaram Poddar, from whom 500 rupees were extorted, has likewise been ordered to do so. Furthermore, to request of the Calcutta ministry concerning this that the servants in the aforesaid kachari may be instructed also to inquire whether it is not true that money is extorted from our people who convoy goods hither from Burdwan and Chandannagar for every bale or beast of burden carrying linen, and that they, the English gentlemen, in this respect may be pleased to make such an order as fairness, 1234 21 July 21 July fairness and justice, as well as the privileges of our sanad, which is of the very same tenor as all previous ones, naturally demand. Hereafter, the Lord Director informed the meeting how His Honour had recently been reliably advised by a trusted person that the chief of the English at Patna, Mr. Thomas Rumbold, had exceeded his bounds in a very violent manner against the vakil of the French, on the occasion that the latter had come in the name of his masters to the durbar to request justice regarding the outrageous conduct of a certain English gomasta, who, with some armed sepoys, had overwhelmed the house of a French business agent, killed and wounded some of his people, and also made himself master of the opium stored therein and other goods of great importance. That Mr. Rumbold aforesaid, attending the durbar, had first slapped the courtier and then thrown his hat and sword at his head. That the vakil, requesting protection against this from the deputy governor, Raja Shitab Rai, was first admonished to be silent by the aforesaid Rumbold with the addition of many terms of abuse, but later, noticing his mistake, was taken aside and in the presence of the aforesaid Raja Shitab Rai was requested to speak no more of what had happened. But that the courtier had countered him that what had happened to him was an insult to his masters, to whom he would make a report and leave the matter to them; and that this would have made Mr. Rumbold furious again, had not Raja Shitab Rai dissuaded His Honour from this and shown that the person of the vakil ought not to be exposed to such treatments, since in such a case the general security and the law of nations were violated. That this had brought His Honour to calm down, though not without declaring that he would certainly find him, the courtier. That the Council of Chandannagar had complained about this to that of Calcutta, 21 July 21 July and the latter had demanded an elucidation from Mr. Rumbold as to how this matter stood. That notwithstanding all this, as said, had happened in a public durbar of more than one hundred persons, Mr. Rumbold had nevertheless seen fit to deny everything and to interpret the case as if the French gomasta and subsequently the vakil had both committed a crime against him or his people by making themselves masters of goods that he claimed belonged to the English Company, namely the opium. That he, the Lord Director, communicated all this to the members, not as if the Honourable Company had no concern in this, no, but to show that the Britons, in matters where it comes to defending or justifying themselves, merely make do with denying it, knowing full well that it is difficult for their adversaries to corner them, because those who would have to give testimony depend on them and are therefore afraid of falling into disgrace if they dare undertake that; and for which reason His Honour judged it useful that this, even if only for speculation, be registered by resolution, and that the servants at Patna be written to, to inquire into this as accurately as possible and to report to this ministry what the actual truth of the matter might be. With all of which the members fully concurred. Lastly, two private letters were produced for reading by the Lord Director from the commissioner in the aurangs, the titular merchant Johannes Mathias Ross, both written from Kripag residing in Chandrakona, and dated the 17th and 18th of this current month, containing an ample report of what has happened to him thus far in the execution of his commission, both from the side of the fellow-commissioned French and from the natives who must provide all the necessary light concerning everything. 1235

Dutch transcription

1233 0. 21 Juli 21 Juli ter uitvoering te brengen. Dat we ons, alle deese disagremen„ ten moeten gehoorten, en de zaar in quertie op zijn belooplaaten tot dat enve Heeren en meesteren zullen konnen oordeelen, wie van en beide, de reeden aen zijn zijde hebbe. Dat het aen haar Edelens ook best voegen zal te besliesen. of wy zeedert den tijd, dat enve Compe in den handel door Engelsche be dienden gedwarrboomt is, voor beele den genoeg hebben bygebracht, van de violentien, die er aen de Land en arbeidsman gepleegt zijn, of niet, en dat dit minuterie nog, maer de klachten over de continuee leveratien in de arrengs van tijd tot tijd, aen Haar Edelens gedaen volkomen beweesen hield door de stukken, die daar van ingekomen en gevoegt zijn, by de successive afgesondene brieven, diergelijke onderwerpen betreffende. Nog by voorsz kalkatsche missive gezien zijnde, dat de klachten te, gen Gokul Gosaal, waarvan by de jongste resolutie mentie is gemaekt nauwkeuriglijk onderzogt zou wor„ den in de Ketsjerie van Berde„ waan, waarvan de pagt van De waangends afhangelijk was, en dat dit minite nieuw derhalve de ver„ eischte persoonen derwaards wilde zenden, om haere beschuldigin„ gen voorte draegen; zo is verstaen alhier aenteteekenen de communi„ latie van den Heere Directeur, dat de Gomastas, welke te dewaangends gearresteert zijn geweest, reeds naer de bestemde plaats afgevaardigt waer ren, om den waarheid getuigenis te geven, en dat de Dalael Bolleram Boddaar, die 500 ropijen afgedwongen zyn, zulx meede bevoolen is. voorts om het kalkatsch miniterie over zulx te verzoeken, dat de bedienden in voorm ketsjerie mogen gelast worden, zig ook te informeeren of het niet waar is, dat ons volk dat goed uit Berdewaan en sjenderneg¬ ger herwaards convogeert voor ieder pak of vrachtbeest met Lynwaat, geld word afgeperst, en dat zij Heeren Engel„ schen ten dezen oprichte zodanig re daer gelieven te maaken, als de nauwkeuriglijk billijkheid 1234 21 Juli 21 Juli billykheid en rechtvaardigheid, item de voorrechten van onse Senned, welke van dien zelve inhoud is, als alle vooren ge van zelfs komt te vorderen. Hierna maarte de Heer Directeur de vergadering bekend, hoe zyn E Achtba„ re onlangs door een vertrouwd persoon in het zeekere bericht was, dat het opper„ hoofd der Engelschen te Pattena, de Heer Thomas Rumbold zig op een zeer violenen ten wijs te buiten was gegaen tegen den wakkiel van de Franschen ter gelegenheid, dat deeze uit naem van zijne meesteren aen den Dherbaar recht was komen verzoeken over het bui„ tenspoorig gedaagte van zeeker Engelsch gomasta, welke met eenige gewapende Sipahis het huir van een fransch zaak bezorgen overrompeld, eenige van de zynen gedooden gequest, mitsgads zig meester gemaakt had van de daarin geborgen afcoen en andere goederen van veel importantie. Dat de Heer Rumnbold voormeld, den Dherbaar bywoonende, den hofganger eerst gesou„ fletteerd en vervolgens zijn hoeden degen hem na het hoofd gesmeeten had. Dat de wakkiel hier over main¬ tenu verzoekende van den steedehou„ der de Heer Radja Sitaal raag door voorm Rumbold onder het toevoegen van veel scheldwoorden eerst tot zwygen ver maand, dog naderhand zyn misslag bemerkende apart genomen en in presentie van voorm Heer Sitaebraeg aengezogt was, van het gebeurde niets meer te spreeken. Dog dat de Hofgan„ gen hem hier tegen te gemoed had ge voerd, dat het geen hem was overgeko„ men, tot hoon strekte van zijne meesteren aen wie hy verslag zou doen, en haar de zaar bevolen laaten, en dat zulx den Heer Rumbold weder driftig gemaakt zou hebben, indien niet de Heer sitaabraey zyn E hier van gedetour weest en aengetoond had, dat de per„ soon van den wakkiel niet bloot behoorde te staen voor diergelijke behandelingen, dewijl in zo een geval de algemeene veiligheid en het recht der volkeren geschon den wierd. Dat dit zyn E tot bedae„ ren gebracht had, echter niet zonder betuiging van hem Hofganger wel te zullen vinden. Dat de Raad van Sjendernegger, hierover aen die van kalkatta geklaagt Rumbold en 21 Juli 21 Juli en deeze van den Heer Rumbold gevordert hadde elucidatie, hoedanig het hiermede gelegen waare. Dat niet tegenstaande dit aller als gezegt in een publieke Dherbaar van meer dan Hondert persoonen gebeurd was, de Heer Rumbold echter had goed¬ gevonden aller te negeeren, en het geval zo uit te leggen, als hadde fransche gomasta en vervolgens de wakkiel beide tegen hem of de zijne middaen, met zig meester te ma ken van goed, dat hy beweerde de Engelsche Compagnie toetekomen, de Afioen namelijk. Dat hy Heere Directeur de Leeden dit aller meede deelde, niet als of de E Compagnie hier aen niets gelegen was, neen, maar on aentetoonen dat de Bretten in zaaken, daar het op verdedigen, of zig te recht„ vaardigen aenkomt zig slegts behelpen, met zulx te ontkennen als wel weetende, dat het haare tegenpartij moeyelijk valt hun pal te zetten, door dien de geen, die ge, tuigenis zouden moeten ge„ ven van haar afhangelijk, en dier voor ongenade bevreest zijn, indien zy dat doos ten onderneemen, en waerom zyn E Achtbaare dienstig oordeelde, dat zulx al war het maan ter speculatie bij resolutie geregistreert, en de bedienden te Pattena aenge„ schreeven wierd, van zig zo nauw„ keurig doenlijx hierna te informee¬ ren, en dit ministerium te berichten, wat er eigentlijk aen mogt wesen. Met al het welke de Leeden zig volkomen conformeer, den. Laastelijk wierden door den Heer Directeur ter lecture geproduceert twee particuliere brieven van den ge„ committs in de arrengs den titu„ lair koopman, Iohannes Mathi„ as Ross, beide uit kirpag sorteren de ende Sjenderkona geschreeven, en gedateerd den 17 en 18e deser lopende maend houdende een ampel ver¬ slag van het geen hem tot nu toe in de uitvoering van zijne commissie zo van de zijde der meede gecommitteerde fran schen, als van de inlanders, die ene trent aller het nodige licht moeten 1235 dur geven

NL-HaNA_1.04.02_3195_0390 view scan ↗

English

1236 21 July 21 July Tuesday giving, has been proposed, and at the end of the latter a request, since there was nothing more to be accomplished in Sjenderkona, to be informed to which aurang he should further proceed, and that if it were to be to Birbhum or Bardhaman, it was maintained over there that this could presently hardly take place via the overland route except far inland around the west, for which reason His Honorable gave for consideration whether, since it appeared that, in view of the known scrupulousness of the native, there seemed to be little or no likelihood of achieving the intended objective, it would not be best to summon the aforementioned Ross here and have him provide a written report of what has been accomplished by him, and after hearing the same, to consult further with one another as to what is further to be done or omitted in the best interest of the Honorable Company, the more so because from over there he cannot undertake the journey to Bardhaman and Birbhum without extraordinary expenses. About which having been attentively deliberated, and the opinion of the Honorable Director being unanimously approved, it was resolved and agreed fully to conform to the proposal. Done at Hugli in Bengal, date as above. Signed: J. L. Vernet, M. Tsinck, J. A. Zuyder Moer, Lafont, J. P. Humbert, O. W. Falck. Jacob Eilbracht, sworn secretary. 1237 27 July Tuesday, the 27th of July, anno 1767. In the morning, absent the members Lafont and Ross, both due to indisposition. It was made known by the Honorable Director that His Honorable had specially convened the council to deliberate whether, in response to the letters received recently from Calcutta and Chandannagar, the one of the 20th and the other of the 25th of the current month, both having already been circulated among the members for perusal, a further reply ought to be written, or whether the same should be left unanswered. And upon further resumption from the first letter, it was observed, not without surprise, how the English gentlemen regarding the saltpeter likewise positively declare not to have made any definite promise, or rather, that the Honorable Governor Verelst came to testify to have minimally promised the Honorable Director that our Company would be provided with a certain quantity of saltpeter this year, but that upon His Honorable's representation that this year a quantity of 40,000 maund was required for us, he, the Honorable Governor, had assured himself that the council would make its utmost efforts to increase the supply of that article in order to be able to satisfy all demands. That this was afterwards repeated in a letter from the said Mr. Verelst to the Honorable Director under date of the 12th of March in these words: "with respect to the saltpeter I hope there will be enough this year to completely satisfy both our demands for that article"; furthermore, that the portion currently granted was taken from an estimate made of the quantities which the various reports informed Their Honors were expected to accrue to him this year. That the strictest orders had been given, and the greatest trouble was taken to increase the supply, and that if it were possible to succeed therein, this administration could be assured that a more ample portion would be granted to them. Whereupon having been deliberated, it was 1238 27 July 27 July considered with the Honorable Director that all further remonstrations would be useless to people so prone not to keep their promises, or at least very ready, when it comes to the point, to give a completely different interpretation to them, and on that account resolved rather to let the matter take its course and to await the effect of their further promises with patience. From the letter of the French administration it was seen with pleasure that Their Honors, so satisfied with the offer made from our side, were ready to join with us for the common good and to convince this administration of the sincerity of their sentiments by the clearest proofs; fully agreeing that it was now more than ever the interest of both of us to reach an understanding with each other in a matter common to both, item that one could not be too unanimous regarding all the most essential points, whereof they, the French gentlemen, were well convinced in themselves that they would never depart from that maxim. That the project regarding the division of the weavers had now become completely impracticable, because the English positively refused it, and that because their consent, as the cornerstone of the structure, was lacking to us, the whole work came to fall, so that the matter would not be decidable except by our mutual superiors in Europe; that in order to enable Their Honors to obtain justice regarding all the grounds of complaints which they, the French gentlemen, would forward, it seemed to them extremely necessary to reach an agreement mutually here, and to that end to communicate to each other all that would be written on that subject in due time from both sides, in order in that respect entirely to agree with each other. Furthermore, that it might very well be that, as this council maintained, so the

Dutch transcription

1236 21 Juli 21 Juli Dingsdag geven, is voorgenomen, en aen het slot van de laaste een verzoek om dewyl er in sjenderkona niets meer te verrichten viel, te mogen weten, naar welke arreng hy zig verder ver„ voegen zouden en dat zo het mogt zijn naar Brierboem of Berdewaan men ginter staende hield, dat zulx tegenwoordig beswarelijk over den Landweg niet, dan diep Landwaards in om de west geschieden kon, en waarom zyn E Achtbaare, in concide„ ratie gaf, of dewijl het zig liet aenzien dat er, mits de bekende scrupuleurheid van den inlander, weinig of geen apparentie scheen te zijn, het bedoel„ de oogmerx te bereiken, t niet best zou wesen voormelde Ross dit heen te ont„ bieden en hem schriftelijk rapport te laten doen van het geen en door hem verricht is, en na het hooren van het zelve, met malkander nader te overleg„ gen, wat er ten meesten belange van de E Maatschappy verder te doen of te laten staat, te meer hy tog van ginter zonder extraordinaire ongelden, de reize naar Berdewaan en Bierbhoem niet ondernemen kan waar over aendachtig gedelibereert en het gevoelen van den Heer Di„ recteur eenpaarig geapplacdeert zynde, is goedgevonden en verstaan zig niet de propositie volkomen te conformeeren. Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:was geteekent:/ I: L: Vernet M: Isieek, I: A: Zuuer. Moirela fent. . . . . I: P: Humbert. O: W. Talik. . . . . Jacob hilbraekt pr secret=s waar 1237 27 Juli Dingsdag den 27' Juli Anno 1767. sucon„ gens absent de Leeden Lafont en Ross beide mits en porselykheid ts door den Heere Directeur te kennen ge„ geven, dat zyn EE Achtbare de Vergadle ring speciael hadde belegt, om te deliberee, ren, of men op de erlangs van Kalrat„ te en sjenden neggen ontvangene brieven de eene van den 20 en de andere van den 25 deser lopende maend beide bereets ter lecture ende de Leeden rond geweest, ook iets naders diende te rescribeeren, dan wel de zelve onbeantwoord laten zoude en werd by nadere resumtie uit de eerste, niet zonder verwondering ent„ waard, hoe de Heeren Engelschen ten opzichte van de salpeeter almede positie verklaren, geen zeevere belofte gedaen te hebben, of eigentlijk, dat de Heer Gouverneur Verelst quam te be¬ tuigen, aen den Heer Directeur miiu„ men belooft te hebben, dat onze Comp dit Jaar met een zeekere quantiteit salpeeter voorzien zou worden, maer dat op de vertooning van zijn EE Achtbare dat en dit Jaar voor ons een quantiteit van 40000 maon gerequireert wierd hy Heere Gouverneur zig verzeekert had gehouden, dat de vergadering haare uiterste poogingen zou aen wenden, om den voorraad van dat Articel te vermeerderen, ten einde in staat te wesen alle Eisschen te voldoen. Dat dit naderhand war herhaeld in een brief van gezegde Heer Verelst aen den Heere Directeur onder den 12' maart in dese bewoording „ met „opzicht tot de Salpeeter hoop ik dit Jaar, „genoeg zal wezen, om beide onse Eisschen „van dat artikel volkomen te voldoen„ voorts, dat het tans geaccordeerde gedeelte genomen was uit een gemaakte overslag op de quantiteiten, welke de onderscheidene berichten Haar Edelens bedeelden, dat hem dit Jaar stond te geworden. Dat wy deor de stricste ondrer gegeven waren, en de grootste moeite wierd aengewend, om den voorraad te vermeerderen en dat by aldien het mogelyk was daarin te slaegen, dit ministeri; un verseekert kon zijn, dat haar een ruimer portie zou toegestaen worden, waarover dan gedelibereert zijnde, werd van niet 1238 27 Juli 27 Juli met den Heer Directeur geconsidereert dat alle verdere demenstratien onnut zouden wesen aen Luiden zo lichtvaer„ dig van hare beloften niet gestand te doen, of immers zeer gereed, van als het er op aenkomt, aen dezelve een heel andere uitlegging te geven, en mits dien gearresteerd het geval lie„ ver op zijn beloop te laaten en het effect hunner nadere toezegging met gedult aftewagten By de brief van het fransch ministe„ rium werd niet genoegen gezien, dat Haar Edelens zee voldoen over de van onse zijde gedaene presentatie paraat waaren, om voor het gemeene best zig met ons te voegen en van de oprechtheid haaren gevoelens, dit ministerie te overtuigen door de klaarblykelijkste bewijzen; volko„ neen anoveerende, dat het taur meer als ooit ons beide interest was zig met elxander te verstaen, in een zaak voor beide gemeen, item dat men in alle de essentieelste poin„ ten dien aengaende niet al te overeenkomstig kon zijn, waervan zij Heeren Franschen by haer zelve wel overtuigt waren, dat zy van die maxine nimmer zouden afstappen. Dat het project wegens de verdeeling der weevers tans ten eenemael en doen„ lijk was geworden, vermits de Engel, schen zulx positif weigerden, en dat door hunne toestemming als de hoeksteen van het gebouw ons ontbeerde, het gansche werk quam te vervallen, zulx de zaak niet zou te beslissen wezen, dan door onse wederzijdsche superieren in Europa, dat het ene Haar Edeleur in staat te stellen, recht te erlan gen over alle de reedenen van klachten, die zy Heeren Fransche zouden oversleeden, hun ten uitersten noodzaakelijk toescheen zig hier in onderling te verstaen, en ten dien einde elxander te communiceeren aller wat die materie aengaende in der tijd van weenkanten zou geschreeven worden, ten einde in dat opricht in alleen deezen met elkanderen te accordeeren. voorts, dat het zeer wel kon zyn, dat zo als deze vergadering sustineerden zo de

NL-HaNA_1.04.02_3195_0393 view scan ↗

English

27 July 27 July most of the hindrances caused by the English originated, in part, from the purchase of goods they had made from them in the past year, and that Their Honors were very well convinced that it would be extremely advantageous for them if, instead of having to resort to this, they could be served by their own merchants; but that this administration was just as aware as they were that they had been absolutely compelled to do so, indeed that they had great reasons to fear they would also be obliged to take such a course this year, because there was no other means at this late hour, and since they had only little money in the aurangs, to fulfill the demand of their Company consisting of the cargo of three ships. That notwithstanding it appeared very difficult if not entirely impossible to be assured that their merchants would provide them with the required quantities and assortments, they, the French gentlemen, were nevertheless resolved to buy nothing except what would be absolutely required to complete their cargoes. Finally, that they very much wished that the circumstances in which their Company found itself would permit them to suspend for a year the dispatch or fulfillment of their demands, since much good would certainly come from this for the future, and that they understood very well the reasons alleged in that regard by this administration, but that it would be too dangerous for the credit and prosperity of their Company at the beginning of its restoration to resort to such an extraordinary measure, which was easier for us to do than for Their Honors, for in the first place we were not under the necessity of remedying past misfortunes, 1239 1240 27 July 27 July Tuesday and secondly we were always provided with some ship cargoes that enabled us to choose useful measures, which under present circumstances did not suit them. But seeing that, as appears from the resolution of the 3rd instant, it was sufficiently foreseen that the proposal made would find no acceptance under present circumstances, and it is clearly evident from all the sound reasons adduced by this nation that they will not allow themselves to be persuaded thereto, it is, regarding their proposition concerning the reports to be made to proceed communicatively with each other, approved and resolved to leave it to the discretion of the Director to consult and arrange privately to that end with Mr. Chevalier what His Honorable Worship shall find appropriate for the greatest benefit of the Company and to achieve the intended purpose. Done at Hugli in Bengal, date as above. Signed: P. L. Vernet, M. Tsuur, F. P. Humbert, J. H. Lumer, O. W. Falck, J. H. A. Damius, Jacob Eilbracht, secretary. 1241 25 August Tuesday, 25 August, Anno 1767. In the morning, all present. Brought here yesterday morning and produced in the meeting today by the Honorable Director, a missive from the Noble Governor and Council at Calcutta, dated the 17th of this current month, communicating the outcome of the investigation into the complaints lodged against a certain Gokul Ghosal by secret decree of the 14th of June last, namely, how precise information had shown that the tolls collected and received by the servants of the said Ghosal at Dewanganj were solely those that had long been established and had previously been paid by our people, so that the entire complaint appeared to Their Honors not only frivolous but completely groundless, in verification of which they had enclosed with the letter extracts of letters from Mr. Graham, Resident at Burdwan, to the Collector General, a translation of a letter from Gokul Ghosal's vakil, etc., likewise a document signed by the principal officers of the Burdwan Cutcherry, and finally a copy of a letter from the said Mr. Graham to the Honorable Director, George Louis Vernet, which papers are hereby inserted according to the Dutch translation made of them: Extract from a letter from Mr. Graham, Resident at Burdwan, to the Receiver General, dated 11 July 1767. Sir, The extract that Your Honor sent to me from the letter of the Dutch Governor and Council contains nothing more than a continuation, or rather repetition, of the complaints that arose at the end of last year, regarding which Your Honor wrote to me in your letter of the 22nd of April, and I answered Your Honor in mine of the 24th thereafter that the dalal named Balaram Poddar brought a complaint before me, showing that at Dewanganj 500 rupees were demanded from him for tolls on the Dutch goods; upon this complaint I issued an order that the chaukidari or aurang duties should be collected from the dalals Burdwan The

Dutch transcription

27 Juli 27 Juli de meeste hindenissen, die de Engelschen veroercaekten, ten dees„ le haaren oorsprong hadden uit den inkoop van goederen, die zy in het gepasseerde Jaar by haar hadden ge doen, en dat Haar Edelen soon zeer wel overtuigd waren, dat het ten uitersten voordeelig voor hun zoude wezen, zo zy in steede van daartoe recoers te moeten neemen door hunne eigen kooplieden konden gerieft worden; maer dat dit ministerie zo veel al hun bewast was, dat zy daartoe abro„ lut genoodzaakt geweest waaren Ja dat zy groote reedenen had, den te dugten dit Jaar ook ver„ plicht te zullen wezen dierge, lijk een weg in te slaan. want dat er geen ander middel war in deezen laaten tijd, en daer zy maer weinig geld in de ar¬ rengs hadden, om den Eisch van haare Compagnie in de Laading van drie scheepen be staende, te voldoen. Dat niet teegenstaende het bleek zeer moeije lijk zo niet geheel onmogelijk te zyn, om staet te waaren, dat hare kooplieden hun de benodigde quantiteiten en assentimenten zouden bezorgen, zy Heeren Tran schen nochtans geresolveerd waren niets te koopen, als het geen er absolut tot accompleteering hun„ ne fangazoenen zou benodigt wesen. Eindelijk, dat zy zeer ver„ langden, dat de omstandighee den waerin haere Comp zig be vond, hun toelieten voor een Iaar te staaken de bezending of voldoening haaren Eisschen, dewyl daar uit voor den aenstaende zeekerlyk veel goeds moest spruiten, en dat zy zeer wel bezeften de reedenen daar omtrent, door dit ministerie ge„ allegeert, maer dat het voor het cre„ diet en de welvaart van haare compagnie te gevaarlyk zou zijn in het begin haare herstelling zo een extra middel by de hand te neemen, het welk ons gemak kelijker te doen viel, als Haar, Edelens, want dat wy voor eerst niet in de noodzakelijkheid waeren gepasseerde ongelukken te reme„ 1239 zijn dieeren 1240 27 Juli 27 Juli ingsdag dieeren, en dat wy ten anderen altoor voorzien waren van eenige scheeps Cargazoenen, die ons in staat stelden nuttige maet reegelen te verkiesen, waer wel ke hun in de tegenwoordige Eir„ rumstantie, niet convenieerden Dan gemerkt men zo als blijkt by recolutie van den 3e Courant genoegzaem wel voorzien heeft dat de gedaene voorslag in de tegenwoordige omstandigheid geen ingang zou vinden, en het om alle de door deze natie reedens bygebrachte bondige natie klaer„ lyk te zien is, dat zy zig daartoe niet zullen laaten overhaalen zo is, wat betreft hunne proposi„ tie, my aengaende de te doene berichten, met elxacder com„ municatif te werk te gaen, goed gevonden en gearresteert aen den Heer Directeur gedefereert te laaten, om ten dien fine met den Heer Chevalier in het particulier dat geene te beramen, en in het werk te stellen, het welk zyn EE Achtbaare ten meesten nutte van dE Maatschappy en ter bereiking van het bedoelde ooguerk zal bevinden te behooren Actum Hoegei in Bengale datum ut supra /:getekend :/ P: L: Vernet. M: Tsuur .. . F. P. Humbert I: H: Lumer. O. w. Talck. I. H: A. Damius Iacob Eilbracht ph: sec=trs Achtbare 1241. 25 augs Dengsdag den 25' augustus A„o 1767. smorgens alle present Gisteren morgen alhier aengebracht en heeden door den EE Achtbare Heer Direc„ teur ter Vergadering geproduceert zijnde een missive van den Edelen Heer Gou„ verneur en Raed te kalkatta sub dato den 17' deser loopende maand, houdende com„ municatie wegens den uitslag van het gedaan onderzoek der klachten tegen zeekere Pokul Posaal aengeteekend by secreet arrest van den 14' Iuni Jongst leeden, hoe namelijk by naauwkeurige informatie was gebleeken, dat de tollen, die de bedienden van gemelde Gosaal /:te Dewaangends:/ ingevordert en ontvan„ gen hadden, eenelijk zulke waren, die reets lang vast gesteld, en voor desen door ons volk betaeld waren geworden zo dat de gansche klachte Aun Edelen niet alleen beueselachtig maar geheel onge„ grond was voorgekomen tot verificatie van welke zy by de brief hadden ingeslooten Extracten van brieven van den Heer Fraham, Resident te Berdewaan, aen den Collecteur genoael, tans laat van een brief van hokul hosaals wakkiel et er item van een schriftuur geteekend door de voor„ naamste officieren van de Redewaansche Kitsjerrie en eindelijk Copia van een der brief van gemelde Heer Fraham aen de den EE Achtbare Heer Directeur, George Louis Vernet, welke papieren vervol, gens de daarvan in het nederduitsch er gemaakte vertaaling by desen worden geinsereert Extract uit een brief van de Heer Graham Resident te Berduwan, aen den ontfanger generaal, gedagtekent den 11 Juli 1767. Myn Heer Het extract, t welk uEdele my heeft toegeschrik uit de brief van den Hollandschen Gouverneur en Raad betelsd niets meer, dan een vervolg overliever herhaling der klagten, die zig int laast van voorleeden Iaar hebben opgedaan, ten op„ sigte van welke UEdele my heeft geschreeven by zyn brief van den 22 april, en ik antwoor de UEdele in den mynen van den 24 daaraen over dat den Dalaal genaamt Ballerant Pod, daar een klagte aen my heeft voortgebragt, ver„ toonende, dat te Duangens 500 ropgen van hem gevordert waaren voor tollen op de Holland sche goederen; op deze klagte gaf in een ondre dat de suttie of Arrengs gerechtigheeden zouden geheven worden van de Delaals Berdewaan De

NL-HaNA_1.04.02_3195_0396 view scan ↗

English

1242 25 augs 25 augs of the usual tolls of the roads by the gomastas, and that the aforementioned sum, if it had been levied for tolls, would be refunded. This happened around the middle of May, and since then I have heard of no disputes between the farmer and the Dutch gomastas, nor do I think that the present complaints will contain any material for new grievances. I have, however, written to the district for an accurate report, and in the meantime I send Your Honour herewith a Bengali account of the whole matter, taken from Gokul Ghosal's vakil. Signed below: John Graham. In the margin: a true copy, signed: Simeon Droz, Secretary. Translation of a letter from Gokul Ghosal's vakil at Burdwan. In the Bengali year 1173 and month of September, some linens belonging to the Dutch arrived at Duan-gong. The Daroga of the ghat sent for the Dutch gomasta and the Dalal Gopal Poddar, and demanded the usual tolls for the same, which they subsequently promised to pay. Afterwards the said gomasta brought about 30 peons and carried the goods away from the ghat by force, whereupon the Daroga asked the peons whose people they were. The said peons answered that they belonged to the Dutch. The Daroga told them to pay the tolls and take the linens away. The peons replied again that they had no order from the Company to pay the same. The Daroga asked them whether they had any orders to produce, whereupon the peons seized the Daroga and brought him with the linens to Chinsurah, and upon their arrival at Chinsurah they released the Daroga, who then went to Calcutta and presented a petition to the Honourable Council, and the Dutch vakil answered the matter. The Dutch and French linens were sent to Burdwan without paying the tolls to the Daroga, whereupon the gomasta informed Mr. Goodwin thereof, who ordered them to detain all the linens, and a few days thereafter the Honourable Council sent an order to Mr. Goodwin to collect the usual tolls for the said linens, which were subsequently received at Burdwan and the linens were taken away. The Daroga then returned from Calcutta to his ghat and demanded all the tolls from the various places. Mr. Goodwin also sent a parwana, but the Dutch and French gomastas have no respect for the same, and thereupon the said Daroga placed a peon over Bolloy Poddar. Afterwards some linens belonging to the Dutch passed by, which linens Bolloy Poddar having detained, paid a part of the tolls, and the said Bolloy Poddar wrote a letter to the Dutch stating that he was a servant of the Dutch and suffered great hardships in their service, that peons were placed upon him, wherefore he 1243 25 augs 21 augs he was obliged to pay the charges, and requested that they would release him. The Dutch sent a copy of the said letter to the Honourable Council, and the Honourable Council gave the same to Claud Russell, Esq., who sent it again to Mr. Goodwin at Burdwan, whereupon the said Bolloy Poddar's vakil presented a petition to Mr. Goodwin, who ordered the Daroga to receive the aurang duties from Bolloy Poddar and the tolls from the Dutch gomastas, and in case the Daroga had received any tolls from Bolloy Poddar to return the same, with which order the Dalal's vakil went to the aurangs; but of what has occurred since, we have as yet received no tidings. Signed below: Ramnanto Sen. In the margin: a true copy, signed: Simeon Droz, Secretary. Extract from a letter from Mr. Graham, Resident at Burdwan, to the Receiver General, dated the 12th of August 1767. After very much trouble in summoning the parties included in the complaints of the Dutch, their gomasta has thought fit to pass over all accusations of extortions. In short, at the conclusion of his complaints, he declared the same to be nothing other than that the usual and established tolls have been levied on the goods of the Dutch Company, and that the substance of his instructions was to obtain the remission thereof in the future. His answer hereto was that I had not the power to grant his request, and I have therefore dismissed him with a letter to Mr. Vernet, a copy of which goes herewith for Your Honour's further information. I also send Your Honour a writing signed by the principal officers of the kachahri, confirming the declaration of the Dutch gomasta that he had no cause of complaint to bring forward, but that his commission was to obtain an exemption from all tolls. Signed below: John Graham. In the margin: examined, a true copy, signed: Simeon Droz, Secretary. Translation of a Bengali writing signed by the principal officers of the Burdwan kachahri. Ramchunder Sen and two other Dutch gomastas brought a letter from the Dutch Governor to Mr. John Graham regarding the tolls. Mr. Graham asked them wherein their complaint consisted. The gomastas showed a paper of the tolls, the usual duties to the gomastas, etc. Mr. Graham sent for the gomastas who collected the tolls, and upon the arrival of the said gomastas Mr. Graham asked the Dutch gomastas what they had unjustly received from them, that he should oblige them to return

Dutch transcription

1242 25 augs 25 augs van De gewoone tollen der wegen de geneester en dat de bovengemelde som, indien dezelve voor thollen geheven was, terug zoude gegeven worden. Dit gebeurde omtrend het midden van shay en zeedert heb ik van geene verschillen tusschen de Pagter en de Hollandsche gomastos vernomen, nog ook denk ik niet, dat de tegenwoordige klagten eenige stoffe van nieuwe beswaarnissen zullen behelsen. In heb egter geschreven, na het district, om een nauwkeurig berigt en intusschen zende uEdele hier nevens een Bengaalsch verhaal van de geheele zaak, genomen van Gokul Iosael wakiel /:onderstond getekend John Graham /:ter zijde:/ een echt afschrift /:getekent:/ Limeon Door secret=s Translaat van een brief van Gocul Gosael 's wakkiel te Borduan. In't Bengaelsche Jaar 1173 en maend van september quamen eenige Lywaten, behoren, de aan de Hollanders te Duaan gond, de Deroga van de gattie sond om de Hollandsche geneastor en de Dellaal Gopaal Goddaar, en eischte de ge„ woone tollen voor deselve, welke zy vervolgens beloofde te betalen, en naderhand bragt de gemelde gomasto omtrend 30 pions, en voerde de goederen met geweld van de gattie, waarop de Daroga de Pions vroeg, wiens volk zy waren. de gezegde Pions antwoorden, zy aan de Hollan, ders behoorden. De Daroga zeide, hun de tollen te betalen, en de Lywaten weg te brengen De Pions antwoordden weder, dat zy geen erder hadden van de Compagnie, om dezelve te beta„ len. de Daroga zeide hun, of zy eenige orders hadden voor te brengen, op t welk de Pions de Daroga opvatte den en met de Lywaaten naer Chiusura bragten, en by hunne komst te Chun„ sara ontsloegen zyden daroga, die toen te kalkatta quam, en een verzoekschrift aen den Achtbaren Raad inlevede, en de Hollands der wakkiel beantwoorde de zaak; De Holland„ sche en Fransche Lywaten werden naer Ber„ die aan gezonden, zonder de tollen te betalen, aen de Daroga, waarop de gomasta van de Heer Goodwin daer de van onderrigte, die hen gelaste alle de Lywaten aantehouden, en weinig dagen daarna sond den Achtbaaren Raad, een be„ vel aen de Heer Godwin, om de gewoone tollen voor de genoemde Lywaten te ontfangen welke vervolgens te Borduaan ontfan„ gen en de Lywaaten weggebragt zijn. De Daroga quam dan van kalkatta terug aen zyn ghattie, en eischte alle de tollen van de verscheide plaatsen. de heer Lood win sond mede een Perwanna, dog de Hollandsche en Fransche Pouastor hebben geen ontzag voor dezelve, en daara stelde de gemelde Derroga een Pion over Bollog Podaar, om de tollen naderhand passeerden eenige Lywaten, de Hollanders toebehoo„ rende, welke lywaten Bolloy Podaar aengehouden hebbende, betaelde een gedeelte der thollen, en de gemelde Bolloy Podaar, schreef een brief aan de Hollanders, dat hy een bediende der Hollanders was en groote moegelykheeden in hare dienst leed, dat Pionr op hem gesteld waren, waerom hadden hy 1243 25 augs 21 augs hy verpligt was de ongelden te betalen, en ver„ sogt zy hem ontslven wilden. De Hollander zonden een Copy van gemelde brief aen den Acht„ baren Raad, en den Achtbaren Raad gaf dezelve aen Cland Ruessel schildkn: dieze weder aan dheer Goodwine te Berduwaan zond, waarop gem Bolloy Podaar 's wakkiel een versoekschrift d heer Goodwin aanbood, die den Daroga gelaste d'arrengs gerechtigheeden te ontfan„ gen van Bolley Podaar, en de thollen van de Hollandsche gemaster, en ingevalle de Daroga eenige thollen van Bollen Podaar had ont„ fangen dezelve weder om te geven, niet welke ordre de Dalaals wakkiel na de verrengsging, dog van wat sedert is voorge„ vallen, hebben wij als nog geen tijding ont„ fangen /:onderstond:/ getekent. Raunanto Sumar /:ter zyde / een echt afschrift (:getekend simeon zron secret=s Extract uit een brief van de Heer Graham Resident te Berduaan aen den ontfanger generael, gedag„ tekent den 12' august 1767. Na zeer veel moeite in het indagen der partyen begreepen in de klagten der Hol, landers heeft hunnen gomasto goed gevonden, alle beschuldigingen van af„ persingen overteslaan. In 't kort bij de uitkomst zyner klachten, heeft hy ver„ klaard deselve niets anders te wesen, dan dat de gewoone en vastgestelde tollen van de goederen der Hollandsche Compagnie ge„ heeven zyn, en dat den inhoud zijner in„ structien waren, de quytschelding daar Heer Graham vroeghen, waerin hunne klagte bestond, de gouastor vertoonden een papier van de tollen, de gewone afgaven aen de Goucastor etc. de Heer Graham zond om de gemaster die de Tollen invorderden, en op de aankomst der gemelde Gomastos vroeg de Heer Graham de Hollandsche Go„ mastor wat zy van hun onrechtvaerdiglijk ontfangen hadden, dat hy hun verpligten van in 't toekomende te verkrijgen zijn antwoord hierop was styn dat ik de magt niet had, zyn versoek toe te staan, en ik hebhem dierhalven zyn af„ scheid gegeven met een brief aen de Heer Ver„ net, waarvan een Copy hier nevens gaat tot UEdelens verdere onderrechting Ik zende UEdele mede een schriftuur gete„ kent door de voornaamste officieren van de Ketekerry bevestigende de Verklaring van de Hollandsche gomasto, dat hij geene reden van klagten had voor tebrengen maer dat zyn last was, een ontheffing van alle tollen te verkrijgen /:onderstond / getekent Joha Graham / ter zyde:/ nagez: een echt afschrift /:getekend:/ Simeon Droz secret=s Translaat van een Bengaesch schrif„ tuur getekent door de voornaemste officieren van de Berdnaansche Ketekerq Rame sonder sam en twee andere stol„ landsche goneastas bragten een brief van den Hollandschen Gouverneur aen de heer Joha Graham, ten oprigte van de van zoude

NL-HaNA_1.04.02_3195_0398 view scan ↗

English

25 August 25 August would return it, the Dutch gomastah answered that the toll and the customary levies paid to the gomastah were lawful, and that they did not complain about that, but that they merely requested to be exempt from all tolls, to which Mr. Graham again replied that it was not in his power. Bengal, in the year 1174, July 29. Subscribed and signed / Anandiram Boor. Burdwan, the 12th of August 1767 Sir, I had the honor to receive by the hands of your gomastah your esteemed favor of the 27th past, who at his first appearance handed in two accounts showing the duties that were paid for your goods, and some trifles amounting in all to about 27 rupees, which were given as a gratuity to the officers of the Chowkies, or, as he stated, were demanded by them. My first inquiry concerned the article of tolls, whereupon your gomastah himself, in the presence of the whole ketcherie, declared that the tolls mentioned in the account were, neither in price nor in amount, anything more than what your nation, as far as he knew, had always been accustomed to pay; therefore, suspending my inquiries on this point, I summoned the persons who were said to have received these gratuities or extortions, in order to investigate that matter. But yesterday, upon their arrival, your gomastah appeared and demonstrated that these were trifles which he did not consider as any ground for grievances or complaints. That his instructions contained orders to obtain the remission of the tolls themselves, which he repeated Your Honor had always been accustomed to pay, and that if I could not decide this point in his favor, he would omit bringing forward any other complaint. Thus, Sir, I have given Your Honor a faithful account of what occurred between me and your gomastah, and since I have frankly made known to him that the abolition of the legal and established duties of the province was not placed within the scope of my power, I believe he will return to Your Honor with this answer. I have the honor to be with much esteem /:signed:/ Sir, /:lower:/ Your Honor's most obedient servant, /:signed:/ John Graham. /in the margin:/ a true copy /:signed:/ Simeon Droz, Secretary. The Calcutta Gentlemen concluding their aforesaid letter with a request that this Assembly itself would take the trouble to investigate to what extent the complaints are well-founded before bringing the same before Their Honors. All of which having been attentively deliberated and taken into consideration, that what has now been investigated and is said to be proven, namely that the so-called tolls have been demanded and paid according to custom, could well have been omitted as being irrelevant to the matter, since the only question is whether that custom is just, or rather introduced contrary to the ancient custom and privileges of our Company; thus, upon the proposal of the Honorable Director, it has been resolved, in proof of the latter, to demonstrate once again what is necessary, and among other things, that one cannot consider that so-called custom as anything other than a tyranny contrary to our prerogatives, of which the British Gentlemen are not unaware; for the sanad sent to Their Honors in copy on the 15th of June clearly indicated that all our merchandise might pass and repass throughout the entire country free and unhindered without being obliged to pay any other duty than 2½ percent toll to the Bakhshbandar at Hooghly; furthermore, that we had flattered ourselves that from the time the Chowkies in the Burdwan district and at Chandrakona were farmed out by English servants, we would remain free from all extortions, since the order of their respectable superiors entailed maintaining us in the exercise and free practice of our privileges, and protecting us against all oppression or harassment by the Moorish regents; whereas the contrary nevertheless appeared to be true, given that all our goods passing by Chowkies still directly under the Moorish Government enjoy an unhindered transit, and only those which border rather closely on Burdwan and Chandrakona, encouraged by the conduct of the English servants in this matter, followed their bad example. And as it would be in vain, and cause idle disputes, if one were further to insist upon the restitution of the moneys which have been extorted from the Company for some years past, it has been resolved solely to request the English ministry, by virtue of the aforesaid sanad, to dispatch orders to the Chowkies in Burdwan and Chandrakona for a free and unhindered passage of our merchandise, without taking or demanding anything for it; or else that the British Gentlemen kindly communicate to us their pleasure more specifically and clearly, so that we may know how we ought to govern ourselves. Done at Hooghly in Bengal, date as above. /:signed:/ P. V. Vernet, M. Tsink, I. H. Linier, Moize la font, I. A. Roy, F. J. Humbert, O. W. Falck, F. H. H. Daniel, Jacob Eilbracht, Secretary. Agrees. [illegible] Waner

Dutch transcription

25 augs 25 augs zoude het wederom te geven, de Hollandsche gomaster antwoordden, dat de Tol en de gewoone afgaven aen de gomastor regtwa„ ren, en dat daarover niet klaagden, maer zy eenelijk versogten, hen van alle tollen te ontslaen, waarop de Heer Graham we„ der antwoorde, het niet in zyn vermogen was. Bengale in 't Jaer 1174 Iuly 29. onderstond getekent/ Anandiram Boor. Berdnaan den 12' augs 1767 shyn Heer Ik had de eere uithanden van uwe gomastor te ontfangen uwe g'eerde van den 27 laastleeden, die by zyne eerste verschijning twee reekeningen in leverde aentonende de rechten, die voor uwe goederen betaelt wars, en eenige beuzelingen bedragende in alles omtrend 27 rop:n welke voor een belooning aen de officieeren der Chowkies gegeven, of zo als zy te kennen gaf, door hen gevordert zyn. Myn eerste onderzoek quam op het artikel der tollen, wanneer uwe gomas„ tot selve, uit bywesen der geheele ketcherie verklaarde, dat de thollen by de reekening vermeld, nog in prys nog bedragen niets meer waren dan 't geen uwe natie zo hem bewart was altoor gewoon is ge weest te betaelen; derhalven myne onder„ soekingen op dit point opschortende ontbood in de lieden, die gezegt waren deze beloningen af afpersingen ontfan„ gen te hebben, ten einde die zaak nate speuren. Dog gisteren by hunne komest quam uwe gomastoen vertoonde, dat dit beuselingen waren, die hy niet aen, merkte, als eenige grond van beswaarnissen of klagten. Dat zyne Instructie behelsden, de quytschelding der Tallen zelve te verkrijgen welke hy weder herhaelde, uEd altoos gewoon was geweest te betalen, en dat indien ik dit po„ int niet in zyn voordeel konde beslissen, hij het voortbrengen van eenige andere klagte zoude overslaen - Dus, Myn Heer, heb in UEd een getrouw verhael gedaen van 't geene tusschen my en uwe gomerto is voorgevallen en naerdien ik openhartig aen hem heb te kennen gegeven, dat het wegnemen der wettelijke en gestelde rechten der provintie niet binnen het bereir van myn magt wor geloot in, hy niet dit antwoord weder tot UEd zal terugkeeren Ik heb de eene net veel agting te zyn /: onderst:/ Myn Heer /:lager:/ uwEd gehoorsaamste dienaer /:get:/ John Grahauw. /ter zijde:/ een echt afschrift /:get:/ Simeon Droz sec=t besluitende de Kalkatsche Heeren hunne voormelde missive met een verzoek dat deeze vergadering zelve, de moeite wilde neemen te onderzoeken, in hoe verre de klachten wel gegrond zijn voor en al eer men dezelve voor Haer Edelens quam te brengen Over al het welke aendachtig gede, libereert en in aanmerking geno= men zynde, dat het geen er thans 1244 dit en verzocht 1245 25 auas 25 augs onderzocht is, en gezegt word bewesen te zyn, dat namelyk de zo genoemde tollen volgens de gewoonte zyn afgevorderd en betaeld, als niets ter zaake doende wel agterweegen had konnen blijven, dewyl het daar maar op aankomt of die gewoonte rechtvaerdig, dan wel ingevoerd is contrarie de aloude costume en voorrechten van onze compagnie, zo is op de propositie van den Achtbare Heer Directeur beslooten om tot bewys van het laestgemelde an¬ dermaal het nodige te vertonen, en onder andere, dat men die zo genoem„ de gewoonte, niet anders kan reeke, nen al een dwinglandy strijdig niet onse prerogativen, waarvan zy Heeren Buitten niet en kundig zijn want dat de Hun Edelens op den 15 Juni in copia toegezonden senmed, duide, lyk aenwees, dat alle onse koopmanschap„ pen door het gansche Landvryen vrank mogten passeeren en repasseeren zonder eenige andere gerechtigheid te betaelen verschuldigt te zyn, als 2½ proc=to tol aen Bachsbeuder te Hoegli voorts, dat wy ons hadden geflatteerd van zeedert de tijd, dat de Sjoukies in het Reduaansche en te sjen derkona door Engelsche: bedienden gepacht zyn, ge„ worden, vry te zullen blijven van alle extorsien, aengezien de ondrer van Hunne respectable superieren mede bragt om ons in de exercitie en vrije oeffening van onse previlegien te mainteneeren, en tegen alle onder„ drukking of overlast der moorsche Re„ genten te beschermen, daer het tegendeel echter scheen waar te zijn gemerkt alle onse goederen, passee¬ rende voorbij sjouxies voor als nog direct onder de moorsche Regeering staende, eene onverhinderde door„ togt genieten, en zulke alleen welke wat digt aan Berdewaan en Tjendercona grenselen, aengemoe„ digt door het gedrag der Engelsche bedig„ den in dit stuk haar quaad voorbeeld volgden. En gelyk het vergeefsch zou zyn, en udle disputen veroorzaken, indien men verder quam aente dringen op de restitu„ voorts tie 25 auge Nagezien door J: Hoff „tie der penningen, welke de Comp zeedere eenige Jaeren zyn afgedwongen, zo is ver„ staan het Engelsch ministerium een lijx te verzoeken, van uit krachte der voormelde semeed aen de sjoukier in Berdewaan en Sjenderkoua, en die aftevaardigen, tot eene vrye en onver„ hinderde passage van onse koopman, schappen, zonder daarvoor iets te nee, men of aftevorderen; dan wel dat zy Heeren Britten ons hun goedvinden nader en duidelijk gelieven meede te deelen, op dat we weeten konnen, waar na we ons dienen te reguleren. Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:getekend:/ P: V: Vemet M. Tsiink. I. H: Liuier. Moize la font. I: A: Roy F: J. Humbert. O. W. Falck. F: H: H: Daniur Jacob Eilbrachtpe Secret.s. Accordeert Sucrbalo rad et . SCentrs Waner 25 aues 21 auge Nagezien door D: Hoff „tie der penningen, welke de Comp zee eenige Jaeren zyn afgedwongen, zo is staan het Engelsch ministe rium lijx te verzoeken, van uit krachte voormelde semeed aen de sjoukie in Berdewaan en Sjenderkona, end aftevaardigen, tot eene vrye en onve hinderde passage van onse koopman schappen, zonder daarvoor iets te nee men of aftevorderen; dan wel dat zy Heeren Britten ons hun goedvinden nader en duideli„ gelieven meede te deelen, op dat we weeten konnen, waar na we ons dienen te reguleren. Actum Hoegli in Beugale datum ut supra /:getekend:/ P: V: Ven. M. Tunk. I. A: Liuier. Moize la font. F: S F: J. Humbert. O. W. Falck. F: H: He Dani Jacob Eilbrachtpe Secret.=s. Accordeert Sacrodio laeit e Sunctr

NL-HaNA_1.04.02_3195_0402 view scan ↗

English

25 August 21 August Examined by D: Hoff restitution of the funds that have been extorted from the Company for some years, it was decided to request the English administration once again, by virtue of the aforementioned sanad, to dispatch orders to the chaukis in Burdwan and Chandrakona for the free and unhindered passage of our merchandise, without taking or demanding anything for it; or else that their British Excellencies may be pleased to communicate their pleasure to us more clearly and in further detail, so that we may know how we ought to govern ourselves. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: P: V: Ven, M. Tsink, I. H: Liuier, Moize la Font, F: J. Humbert, O. W. Falck, J: H: He Danieel, Jacob Eilbracht, Secretary. Agrees [illegible]

Dutch transcription

25 auas 21 auge Nagezien door D: Hoff „tie der penningen, welke de Comp zeer eenige Jaeren zyn afgedwongen, zo is staan het Engelsch ministe rium een lijx te verzoeken, van uit krachte voormelde semeed aen de sjoukie in Berdewaan en Sjenderkona, ende aftevaardigen, tot eene vrye en onve hinderde passage van onse koopman schappen, zonder daarvoor iets te nee men of aftevorderen; dan wel dat zy Heeren Britten ons hun goedvinden nader en duidelij gelieven meede te deelen, op dat we weeten konnen, waar na we ons dienen te reguleren. Actum Hoegli in Beugale datum ut supra /:getekend:/ P: V: Ven M. Tsink. I. H: Liuier. Moize la font. F: Ja F: J. Humbert. O. W. Falck. J: H: He Danieel Jacob Eilbrachtpe Secret.s Accordeert Sacrdaid Eavet Santr

← previous