Inventory 3195
Bengal · 407 pages · 154 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
compensation imposed for the year 1764 of 10,810 Ryxdaelders; concerning which it was resolved in Council on the 3rd of October to order the invoice clerk, upon delivery of an extract from the aforementioned letter, to provide a report on how much each individual share would amount to, in proportion to the management he had exercised and the commission money he had enjoyed for the purchase. Which was submitted on the 17th thereafter, and according to which Lafont should have had to pay 9,188 Ryxd 24 and Schultz 1,621:24. But before we made a final disposition regarding this, we resolved to have a copy of the same delivered to Lafont, so that he might declare himself promptly thereon and, having any interests against it, present them at the earliest opportunity. Continuation of the same. The latter presenting in writing on the 24th thereafter: That the invoice clerk had charged him too much in the compensation, with the request that he might suffice with paying 2/3 of the entire sum, or 7,206 rijxds 32, and that the remaining 1/3 part, or 3,603 ryxds 16, might be charged to those who had the management of the opium alongside him, being according to the demonstration the junior merchants Andries Jurgen Schultz and Anthony Hardy; thus we, although Your High Nobilities' order merely dictated that Lafont and Schultz had to indemnify the Company in this matter, nevertheless, considering that Hardy, having participated in the commission money on the collection of the year 1764, ought also to have a share in the compensation insofar as there were chests with bad opium in the negotiation of which he had also taken part, resolved to deliver the aforementioned writing of Lafont, with an annexed copy of the return of the chests sold for the second time, to the invoice clerk, in order to examine to what extent he might suffice with his request concerning the payment and to provide a further report thereon, clearly showing how much the said Hardy should actually have to pay; whereupon on the 21st of November a Memorandum containing a further division was received, namely, that there had been negotiated by Lafont and Schultz together 354, and by Lafont and Hardy 151, or in total 509 chests; further, that among the first-mentioned quantity the spoiled ones participated for 10½ chests with 7,567 Ryxds, and the latter 4½ chests with 3,243, or 10,810 Ryxd; of which first-mentioned sum Lafont had to pay for 3/4 r 5,675¼, Schultz 1/4 1,891¾; and in the other part Lafont, carried forward Rd 7,566; carried forward Rd 7,566, as above for 3/4 2,432¼, and Hardy 1/4 810¾, makes 10,810 Rixds. Disposing upon this, we have resolved to let the compensation thus take effect, and to charge Hardy's share as soon as possible to Patna, with orders to count the same into the treasury immediately, provided that, the payment having been made by each of the participants, the entire amount be credited to Batavia by a separate invoice in accordance with Your High Nobilities' order. Pursuant to this, Lafont paid his share immediately; but the attorneys of the late junior merchant Schultz submitted a petition on the 25th of December, whereby they considered that the estate of Schultz had been charged too much, or at least that it had not been proven clearly enough that Hardy was involved no further than in the negotiation of 151 chests, because it appeared from the letters and invoices cited by them that Hardy himself confessed to having negotiated 152 chests, and consequently was charged for one too few; further, that of the commission money Schultz, according to the memorandum, had been assigned for only three months or f 454. 4. 8, and Hardy on the contrary for nine months f 1363. 4. 8, and the first-mentioned had enjoyed no more than the aforesaid small sum; and finally that Hardy, having taken no more from the treasury than what was due to him on the purchase of 152 chests, or f 573. 17, and thereby f 789. 7. 8 had remained undivided; therefore requesting at the end thereof that the matter might be redressed or the invoice clerk be ordered to draw up a clear demonstration, both with regard to the managed quantity and the receipt of the commission money. Whereupon we have resolved to let the undivided commission money, which truly belonged to Schultz, but concerning which no inquiry had been made due to his illness and no further disposition had been made, be paid out to the petitioner attorneys, to charge the junior merchant Hardy and credit Schultz's estate for what the former has paid too little and the other has been charged pro rata too much in the compensation of one chest, and to charge such to Patna by a further small invoice, but to deny the further request. Thus there has been paid into the treasury for Schultz 1,891 Ryxds 36 or f 4540. 4, and Hardy has had us requested that his share might be placed on his salary account, since he had no means to pay such a sum in cash.
Dutch transcription
1168 den Jaare 1764 opgelegde Vergoeding van Ryxdaelders 10'810:— waaromtrent op den 3 october in Raade beslooten is, den Factuurhouder onder afgave van extract uit bovengemelde brief te gelasten, van bericht te dienen hoe veel een iegelijx aandeel, na rato van de bezorging, dien hij ge„ had, en de provisie penningen dien hy voor den inkoop genooten heeft, zou komen te bedraegen. Het welkden 17e daaraan werd ingediend en volgens het welke Lafort. . . Ryxd 9188: 24. — 1621:24:— en schultj „ zou hebben moeten betaelen. Dog een wy hier omtrent finaal dispo„ neerden, zo recolveerden we, om van het zelve Lafont Copia te laten afgeven, om zig daarop spoedig te verklaren, en eenige belangen daartegen hebbende, deselve ten naasten intebrengen. vervolg van tzelve Deese den 24 daaraan schrifte„ lyk vertoonende; Dat de Factuur, houden hem in de vergoeding te veel had belast, met verzoek dat hy mogt volstaan met 2/3 van de gau, sche som ofte rijxds 7206: 32. te betae„= len, en dat de overige 1/3 part ofte ryxds 3603. 16. ten lasten mogten komen, van de geene, welke de besorging van de opiina nevens hem gehad hadden, zijnde volgens de monitratie de onder„ Kooplieden Andries Furgen Schutz en Anthony Hardij, zo hebben wij of schoon U Hoog Edelheedens erdre maar dicteerde, dat Lafout en schulty de Compagnie hier omtrent moesten dedomma„ geeven, echter uit aanmerking dat Hardy in de provisieren, ningen op den inzaam van„ A=o 1764 geparticipeert hebbende, e ook deel behoorde te hebben. in de vergoeding voor zo verre en kisten met slegte opium geweest zijn, daar hy de negocia, tie meede van gedaan heeft, geresolveerd, om het voorm ge„ schrift van Lafont, met een veel daaraen 1169 Lafont heeft zyn aen, deel is kos voldaen daaraan geannexeerd Copia renidement van de ten tweedemaal verkochte kisten, aan den Factuurhouder aftegeven, om na te gaan, in hoe verre hy met zijn verzaek omtrent de betaaling zou konnen volstaan en derwegens te dienen van een nader bericht, duidelijk aanwij„ zende, hoe veel gemelde Hardy eigentlijk zou moeten betaalen, waarop den 21 November is ingeko„ men een Memorie een nadere verdeeling, namentlijk, dat er door Lafort en schultzsamen genegotieert waren 354, en door La font en Hardy 151, of in het ge keel 509 kisten. voorts dat onder de eerstgemelde quantiteit de bedorvene participeerden voor 10½ kist niet. . . Ryxds 7567:— en de laaste 4½ kist niet „ 3243:— of Ryxd. 10810:- van welke eerstgemelde som La font voor ¼ betaelen moest r= 5675¼ schultz „ 74 - „ 1891 ¾ en in de andere port Lafont Transport: rd 7566 — P=r transport Rd 7566:— als boven voor ¾ - - - „ 24321¼ en Hardi „ ¾ -„ 810¾ maart Rixds 10810:— Hier op disponeerende, hebben wij beslooten de vergoeding also te la„ ten gevolg neemen en Hardijr aandeel ten spoedigsten Patte na aan te reekenen met ordre om het zelve ten eersten in cassa te tellen, mitsgaders de beta„ ling door ieder de participan, ten geschied zijnde het gansche bedraegen bij een aparte factuur conform U Hoog Edelens ordre Batavia ten goede te brengen. Jngevolge van dien heeft Lafont zyn aandeel ten eersten voldoen, maar de gemachtigdens van wijle den onderkoopman schulty heb, ben den 25 december ingediend een Request, waarbij zij vermeen¬ den, dat de boedel van schulte te veel belast zou zijn, of ten minsten, dat Haghadamius niet duidelijk genoeg beweren had 1570 dispositie nopens het aendeel van Hardy had, dat stordi niet verder, als in de Negociatie van 151 kisten be¬ trokken was, want dat het vol„ gens de door haar aangehaelde brieven en factuuren bleek, dat Hardy zelve bevende 152 kisten ge¬ negocieert te hebben, en gevolge„ lijk voor een te weinig belast war. voorts dat schults van de provi„ sie penningen volgens de memorie maar voor drie maanden ofte ƒ454. 4. 8 en standy vaarentegen voor negen maanden ƒ1363. 4. 8 toe„ gelegt was, en de eerstgemelde niet meer als het voorsz sommet, je had genoten; en eindelijk dat Htardy niet meer uit Cassa na zig genomen hebbende, als het geen hem op den inkoop van 152 kisten toequam ofte ƒ573. 17. en hier door ƒ789. 7. 8 onverdeelt waren gebleeven; overzulx aen het ein„ de van dien verzoekende, dat de zaak geredresseert ofte de Tac„ tuurhouder gedemandeert mogt worden, een duidelijke aan tooning optemaaken, zo wel ten opzichte van de bezongde quan„ titeit, als het genot der provisie penningen. waerop wij besloo¬ ten hebben, de onverdeelde provi„ sie penningen, welke schultz werent„ lyk toequamen, dog waaromtrent door zijn ziekte geen navaege geschied zijnde, ook geen nadere dispositie ge„ vallen was, aan de qq supplianten te laaten uitkeeren, den onder„ koopman stardy ten laste en schulte nalatenschapten goede te brengen, hetgeen de eerste te weinig beart, en de andere prorato te veel belast is, in de vergoeding van een kist en zulx by een nader factuurt, je Pattena aentereekenen, dog het verder verzoek te ontzeggen. Dur is voor schulty in cassa betaeld Ryxds. 1891. 36 oftk ƒ 4540. 4. en Hardy heeft ons laaten verzoeken, dat zyn aandeel op zyn Soldyreeke¬ ning mogt gesteld worden, ver„ mits hij geen vermogen had zo een som Contant te betaalen toonieg
English
1171 Presentation of Lafont's written response Report concerning the Japanese bar copper and that he could obtain no guarantors for it. Which, in the hope of a favorable interpretation, we have granted him. For the rest, besides the aforementioned account invoice, there is hereto added a written defense from the aforementioned Lafont accompanied by some proofs to demonstrate that the harvest of Ao 1764, through unforeseen accidents in general, turned out so poorly that the English themselves complained about it, and regarding which the first undersigned could not refuse, at the special request of the aforementioned Lafont in the meeting of the 27th ultimo, to testify what had been related to him concerning this matter even by a prominent dealer in opium, which was also noted in the Resolution and delivered in an Extract to the petitioner. On the grounds of the reasons presented, he implores Your High Excellencies for relief from the aforesaid compensation, and we take the liberty to request a favorable consideration thereof. Nor can we omit to respectfully show Your High Excellencies that the Japanese bar copper has hitherto been disposed of with a reasonable advance, but that we are not certain whether it will continue to be taken up in this manner, since last year considerable parcels were brought to Calcutta by private individuals, which notoriously must cause a decrease in the sales. However, should it please Your High Excellencies to provide against this, we do not doubt that there will present itself opportunity enough for further profitable sales of that copper. Expressing, for the rest, with all respect and high esteem, 1172 Per the ship the Hector The reasons why the requisition could not be fulfilled How many chests of opium the employees have sent under the escort of Ensign Castel to be, below stood, Right Honorable Grand Commanding Sirs, lower, Your High Excellencies' humble and obedient servants, signed, G. L. Vernet, Mossel, aside, Hooghly, 6 February Ao 1767. To the same as before. Right Honorable Grand Commanding Sirs. According to the latest advices from Patna of the 28th of the past month, the employees, upon receipt of our missive of the 3rd preceding, immediately made preparations to send us the remainder of the opium, and dispatched Ensign Castel with 188 whole chests at 150 lb each 100 half chests at 75 lb each, thus in total 238 chests, or 62 less than the requisition and what they had agreed with the supplier. They give as reasons for this that their gomashta had indeed done his best to promote the delivery by advancing money to the Assamis, but that he had not been able to protect them against the extraordinary hindrances and opposition which they had encountered from those of the English at the beginning. That thereby the work had really been delayed, and because one could only begin late in the season, many of the latest arrived parcels—which, with what was sent the first time, would have exceeded the petition made for the full 800 chests by some 80 to 90 maunds—were either very moist or had turned sour, and it was not advisable to accept them, since the former, not having attained its proper firmness, was subject to considerable drying out and thus also a great loss of weight, and accepting the latter would be completely contrary to the Company's interests; 1173 Their defense in that regard How much the parcel price is this year The employees notified regarding the order of the Calcutta ministry How large the harvest of the English has been and for which reasons the employees thought that it would be better to fulfill the requisition partially than to make the whole petition complete at the risk of a great accountability. This is virtually verbatim their defense, which we hope may appear acceptable enough to Your High Excellencies to absolve them, according to their request, from deficiency of duty and vigilance, regarding which we have no reason to suppose that it was lacking in this instance; and we also do not doubt that the Company will indeed be indemnified for whatever the supplier, upon closing his account, which was to follow, shall be found to have enjoyed in excess. Furthermore, as appears from the aforementioned Patna letter, the average price of this poppy juice comes to: 110,700 lb in 638 whole and 200 half chests, thereof: 26,100 lb at f 360. 12. 6 per lb: f 94,122:—:— 40,150 lb at f 364. 19. 4 12/19 per lb: f 156,533:13:— 44,450 lb at f 369. 6. 5 1/19 per lb: f 164,158: 9:— 110,700 lb cost together: f 404,814. 2:— And the parcel price for 100 lb is f 365:13: 1 Last year the same was: f 393. 7. 3 Thus now less: f 27. 14. 2 or 7 1/100 percent. The harvest of the English for this year is estimated at 1,100 to 1,200 chests, of which they are said to have transferred 200 to the French. We also, together with the Council, on the 10th of this month, gave notice to the employees of the order that was to be issued by the Calcutta ministry regarding this branch of trade in our favor; and ordered them to watch all illicit dealings with the utmost care and necessary diligence, and upon obtaining any intelligence thereof, to provide us with declarations and the offer of oaths, whereby it would have to be shown...
Dutch transcription
1171 aenbieding van La„ fontsschriftelijke ¶antwoording verslag wegens t Japans Staafkoper en hy daarvoor geen borgen krijgen konde. Het welk wy in hope van wel duiding hem geaccordeert hebben zynde voor het overige behalven de voorm. factuur van aanree„ kening dese nog bijgevoegt een schriftelyke verantwoording van voorn Lafort verzelt van eenige bewijzen om aan te toonen, dat den insaam van Ao 1764 door en voor ziene toevallen in het generael zo slegt e uitgevallen, dat de Engel„ schen zig daar over zelve beklaagt hebben en waaromtrent de Eerst ondergetekende niet heeft kunnen weigeren op speciaal verzoex van voormelde Lafont in de vergadering van den 27 passato te getuigen het geen hem die aengaende door een voornaerin kandelaer in opium zelfs verhaald was, het welk ook by de Resolutie aange„ teekend, en in n Extract aan de supp„t. afgegeven is; Hy smeekt U Hoog Edelens uit hoofde van de bygebrachte reedenen om ontheffing van de voorsz vergoeding en wi neemen de vrijheid daarop een favorable refletie te verzoeken. ook konnen wi niet afzijn u Hoog Edelheedens met respects te vertoonen, dat het Japans staafkoper tot nu toe met een delijke advancen is van de hand gegaen, dog dat wij niet ver¬ zekerd zijn, of dit wel verder zo op zal neemen, dewijl en voorleede Jaar considerable partyen door particulieren te kalkatte zijn aangebragt, het welk notoir een vermin¬ dering in den debiet moet Coorsaken. Dog indien het u Hoog Edelheedens behoegen mogt daartegen te voorzien, twijfelen we niet, of daar zal tot een verderen voordeeligen verkoop van dat koper gelegenheid genoeg zig opdoen. Betuigen, de voor het overge met alle eerbieden hoogaeting van te 1172 Per t Schip de Hector hoeveel kisten afia de bed ende Escorte van den vaendrig Castel afgesonden hebben den Eissche niet valdaen heeft kunnen worden te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele wijdge, de reedenen, waarom biedende Heeren /:lager:/ uwer HoogEdelens onderdanige en gehoor„ zame dienaren /:get:/ G: L: Vernet Mssium /:te zijde:/ Hoegli de 6 febr: Ao 1767 Aan als vooren Hoog Edele Wijdgebiedende Heeren. volgens de laaste berichten uit Patra van den 28 der voorleeden maand hebben de bedierden op de ontvangst onzer missive van den 3 bevorens ten eersten klaarigheid gemaakt, om ons het restaat van de Afioen te bezen, gen, en den Vendrig Castel afgesonden met 188 heele Kisten a 150 lb ider 100 halve „ „ 75 „ „ dier int geheel 238 kisten ofte 62 minder dan de Eisch en het geen zy met de Leuerancier waren overeenge„ komen. zy geven daarvan voor reedenen dat haare goucasta zyn best wel ge„ doen had met het verstreuken van geld aan de Assamier de leverantie te bevorderen, maar dat hy hun niet had kunnen beschutten tegen de extraordinaire belettelen en tegenkantingen, die zy van die der Engelschen in het begin ont„ moet hadden. Dat hier door het werk werkelyk was veragterd, en dat door dien men laat in de tijd eerst had konnen beginnen veele van de laast ingekomene partyen, die met het verzondene de eerste keer wel 80 à 90 maan de gedaene petitie van de volle 800 kisten overtroffen hadden, of zeer vogtig of Tiatij geweert waren, niet raadzaam on ge„ accepteert te worden, vermits het eerste niet gekomen tot zijne behoorlijke vastigheid een wacide„ rable indrooging, en dus ook een groot ninwigt subject was en het andere aenteneemen geheel met s Comps belang strijdig zoude dat zijn 1173 derwegens hoeveel de kavel kijs van dit Jaar de bed f wittigt wegens de ordre van het kalkat, sche ministerie hoe groot de inzaam der Engelschen geweest is zyn, en om welke reedenen de be„ dienden dachten, dat het beter wa„ re den Eisch gedeeltelijk te voldoen als de geheele petitie compleet te maaren, met gevaar van een groo„ te verantwoording. hunne defensie Dit is genoegsaam woordelijk ha„ ne defensie, die wy hoopen, dat u Hoog Edelens aenneemelijk genoeg mag voorkomen, om haar volgens hun versoek vrij te kennen van man, quement van wed en vigilantie, dog waaromtrent wy geen reeden hebben te onderstellen, dat het in deeze ge„ hapert heeft, en wy twijfelen ook niet of de Comp zal wel gededomma¬ geert worden voor het geen de Le„ vaanhier bij het sluiten zijne re„ Keering, dat gevolg stond te neemen, zal bevonden worden te veel genoo„ ten te hebben. Voorts komt blykens voormelde Pattenasche brief de prijs van dit heulzap door elxanderen te staan 110700 lb in 638 heele en 200 halve kisten daarvan 26100 lb a ƒ 360. 12. 6„s d„l lb ƒ94122:—:— 40150 „ „ „ 364„ 19. 4 12/9 „156533:13— 44450 „ „ „ 369. 6. 5 1/19„ „164158. 9: — 110700 lb kosten te samen ƒ404814. 2. — en de Kadelprijt voor de 100 lb is ƒ86:182 1 voorleeden Jaar was deselve ƒ393. 7. 13 dier taus minder ƒ 27. 14. 2 of 7 1/00 tC=to Den risaan der Engelschen voor dit Jaar word geschat op 11 a 1200 kisten en waarvan zy 2oo aan de franschen zouden overgedaan hebben. Ook hebben wy met de Raad de bedienden den 10 dezer niets keu„ uis gegeven van de ordre, die door het kalratsch miniterie omtrent desen tax van den handel in ons faveure stond afgevaardigt te werden; en hem gelast, om op alle sluikse handelingen met de uiterste zong, in het het nodige den vuldigheid te letten mitsgaders een, vig naricht daarvan krijgende, ens te bevorgen verklaringen en de pre„ sentatie van Eede, waarby zou 26100 lb moeten als sevolen 55
English
how the compensation for the defective opium could stand arranged; regarding which, the name and surname of all such persons who sought to thwart us and to keep the opium farm had to appear, so that the necessary use thereof could be made if required. And since the servants, in their aforementioned letter of the ultimate of February, both regarding the authority of the English Gomastor and the scantiness of the crop in this year, made known that continuing the trade for the year 1767 would again be a matter of the utmost apprehension, we nevertheless replied to them on the 20th of this month that we did not doubt that the arrangement already communicated to them would have the effect of causing all difficulties to cease, and enable them to provide good and civil merchandise; while we also, though only in fulfillment of the promise to Mr. Verelst, recommended to them not to make themselves guilty of any monopoly in this trade, because with the small power we hold in hand, it is absolutely impossible to overstep bounds in this regard. Regarding the compensation for the opium sold at Batavia for the second time with a loss, it has been shown by general correspondence from Pattena dated 14 February, for and on behalf of the Secunde Hardy—whom we, as communicated in our letter of the 6th of that month, thought fit to allow to participate therein, and to whom at his request extracts from our resolutions of 21 October and 24 October were sent—that by the aforesaid papers it appeared, as the justification of his share amounted only to Rixdollars 810¾, which is much less than was mentioned in our letter of 4 December; that in the distribution made by the invoice holder upon the incurred loss, the same was calculated at 15, whereas the Batavian return, inserted with the resolution of 24 October, made mention of 24 chests, which considerably increased his portion, since, if the damage were calculated on 24, he participated in the compensation of four chests, and thus not in 4½ as was noted in the distribution in the report of the merchant Lafont (likewise joined to the last-mentioned resolution), although he properly ought to share only in the damage of two chests, namely No. 482, 520, because these, negotiated in part by him, were noted on the aforementioned return among the 15 bad chests, and the 6 remaining, among which were also only two that he had helped negotiate, were said to have contained good opium; and finally, that of the commission moneys he had enjoyed not ƒ1363. 4. 8 as the merchant Lafont said in his report, but only ƒ573. 17. -, as the Pattena letter of 12 May 1765 and the cash account of that same month served to show. In our general resolution of the 22nd of the aforementioned month, Your Right Honorables will find noted beforehand the reasons for the difference in the amount of the compensation with the aforementioned extract resolutions, and what was communicated in our letter to Pattena of 4 December; but that, in order to redress the mistake itself by an invoice, we have credited that office with ƒ2918. 14:—, or what Hardy had to pay less than was noted thither on the last-mentioned date, and for which amount his salary account has been debited less. But the argument and request regarding the calculation of the damage on 15 or 24 chests, we have thought fit to leave to the honored decision of Your Right Honorables, since the levy took place conformable to Your Right Honorables' intention, or in proportion to the negotiated quantity. Having nothing more to report with this, we add hereto the assurance that we are with the deepest respect (was signed) Right Honorable, Far-Ruling Gentlemen (lower) Your Right Honorables' humble and very obedient servants (signed) G: L: Vernet. M: Sincoff (in the margin) Hoegli, 31 March Ao: 1767. Agrees: W: E: de Clercq. No 3 Copy of Secret Resolutions, from 3 February to 25 August 1767. Tuesday, 3 February Ao 1767, in the morning, all present except the military captain Zinnen due to indisposition. Secret resolution regarding the accident to a vessel with 30 chests of opium and inspection of the same. Production of two attestations. After the handling of the common affairs, noted at large in the resolution of today, two attestations passed at the Secretariat were presented by the Lord Director, by the sergeant Jan George van Amelong cum suis and the manjee Sjeick Manulla cum suis, from which it appears that one of the vessels that recently arrived here, laden with thirty chests of opium, had struck a tree that lay under water, whereby all the chests became wet through and through, as can be seen more circumstantially by those declarations. Today, 1 February Ao 1767, appeared before me, Fredrik Tholt, sworn clerk of the Bengal Secretariat, present the witnesses to be named: Jan George Amelong, Sergeant, Johan Christiaan Schakke, Corporal, Matheus Stork, Christiaan Brandau, Philip Stiegeling, Johan Christiaen Cardon, Fredrik Godlieb Sommer, Christiaen
Dutch transcription
1174 hoedanig de sgoeding in de ondeugende afloen scunde stard geschikt zelve daaromtrent moeten blijken naam en toe naam van al zulxe persoonen als ons zochten te dwarsboomen, en de opinme in pacht te houden om daarvan der vereischt worden, de het nodige gebruik te konnen maken. En vermits de bedienden in hare voornoemde brief van ulto februa „ ten opzichte van den ri zo nopens het gezag der Engelsche Gomastor, als de geringheid van het gewas in dit Jaar te kennen qua¬ men te geven, dat het voortietten van den handel voor Ao 1761 we„ der een zaak zou zijn, van de uiter¬ ste bedugting, zo hebben wy ken nogtans den 20 deser gerescribeert, dat we niet twijfelden, of de huu reets bedeelde schikking zou van dat effect zijn, om alle zwarighee„ den te doen cerseeren, en haar in staat stellen, om deugdzaame en civile waare te besorgen, ter wijl wy hen ook, hoewel maar alleen in voldoening der be¬ lofte aen den Heer verelst heb¬ ben gerecommandeert, zig aan geen monopolie in deesen han¬ del schuldig te maaren, de„ wijl het om de geringe magt die wy in handen hebben, abro„ leet onmogelijk is, zig daarin te luiten te gaan. Omtrent de vergoeding van de te Batavia voor de tweedemaal met verlies verkochte Afioen is by gemeen schrijvens uit Pattena van den 14e fe„ bruary voor en van wegen den secunde Hardy die wy, zo als by onze hemble van den 6 dier maand bedeelt is, goedgevonden hebben daarin te laten participeeren en op zijn verzoek extracten uit onze resolutien van 21 october en 21 g=l toegezonden zijn, vertoond; dat by de evengem papieren bleek, de rantwoording van de, dat zijn aandeel eenlijk Ryxd 810¾ en der veel minder bedraeg, des by onse brief van den 4 december, vermeld stond, dat by de verdeeling door den Factuurhouder op het gevallen verlies gemaakt, het ben zelve 1175 en het bevluit daarop gevallen zelve bereekend was op 15, daar het Bataviasche rendement, geinsereert bij resolutie van 24 october mentie maakte van 24 kisten, het welk zijn kertie merkelijk deed vermeer¬ deren, vermits hy zo de schaade beree„ kend wierd op 24 in de vergaeding van vier kisten participeerde, en dus niet in 4½ zo als bi de verdeelingen het bericht van den koopman lafort, /:mede bij laastgemelde resolutie inge„ lijkd:/ genoteerd stond, schoon hy eigent„ lijk maar in de schaade van twee kisten zou moeten deelen, na„ melijk i, N:o 482, 520, dewijl deze door hem mede genegocieert op het voorm rendement onder de 15 slegte kisten, opgeteekend stonden, en de G overi„ ge, waaronder er ook maar twee woren, die hy meede had helpen negocieeren goede afioen gesegt wierden ingehouden te hebben; En eindelijk, dat hy van de provi„ sie penningen geen ƒ1363. 4. 8 zo alss de Koopman lafent by zijn bericht zeide, maer eenlyk ƒ 573. 17. - genoo„ ten had, gelijk de Pattenasche brief van den 12 mei 1765 en de Cassareen kening van die zelve maand quae aantewijsen. By onze gemeene resolutie van den 22' der voormelde maand zul„ len U Hoog Edelheedens voor af aen„ geteekend vinden de reedenen van het verschil in het bedragen der Vergoeding met de voormelde extract recolutien, en het bedeelde in onse misive naar Pattena van den 4e december, dog dat we, om de fout zelve te redressee„ ren by een factuur dat kantoor ten goede hebben laaten bren„ gen ƒ2918. 14:— ofte het geen stardij minder betaalen moest, als er op laastgemelde datum, derwaards was aengeteekend, en voor welk bedragen zyn zoldyreerg min„ der gedebiteerd is. Maar het betoog„ de en verzochte over de bereekening van de Schade, op 15 of 24 kisten hebben we goedgevonden, aan de g'eerde decisie van u HoogEdel„ ten heedens heedens over te laaten, dewijl de belasting conform uwer HoogEdelhe dens intentie ofte na maate van de genegocieerde quantiteit geschied Nietsmeer by deze te berichten hebbende, voegen we hier nog by de verzeekering, dat wy met de diepste eerbied zyn /:onderstond:/ Hoog Edele wijdgebiedende Heeren /:lager:/ Uwe Hoog Edelheedens onder„ danige en zeer gehoorzame die, uaren /:get:/ G: L: Vernet. M Ssuici /:ter zijde:/ Hoegli den 31 maart Ao: 1167 Accordeert JH W: Eli Clercq. is. No 3 Copia Secreete Resolutien, sedert den 3„e februari, tot den 25:e Augustus 1767. Copie sereet tie wegens het ongelud aen een vaartuig niet oo kisten aftoen ebetie derselve productie van twee atteste, Na het verhandelen der gemeene Zul„ ken by Resolutie van heeden largo genoteerd, wierden door den Heere Directeur overgelegd twee ter Secretarije gepasseerde attestatien door den sergeant Jan George van Amelong Cs: en de mantie Sjeick Manulla c: s. waarby komt te blij„ ken, dat een van de Jongst alhier aangecomen vaartuigen, belaaden met dertig kistem afioen op een boom, die onder water lag gestooten had, en waardoor alle de kisten door en door nat geworden waren„ gelijk zulx by die verklaringen omstan¬ diger te zien is Heden den 1 februari Ao 1767 compa reerden voor my Fredrik Tholt, geswoo„ re klerk der beugaelsche secretarie pre, sent de natenoemene getuigen Ian george Ancelong, Sergeant, Johan Christi„ aan schakke Corponael, Matheur Stork, Christi„ aan Brandaen, Philipstiegeling, Johan Chris stiaen Cardon, Fredrik Godlieb sommer Dingsdag den 3 februari Ao 1767 smorgens alle present behalve de Capitain militair zinnen door onpasselijkheid Christiaen 1176
English
Christiaen Dani, Adam Goetr, soldiers, all stationed in the service of the Honorable Company and having arrived here a few days ago with the Patna opium vessels. And they, the appearers, declared at the requisition of the Honorable George Louis Vernet, Director in Bengal, Behaar, and Orissa, and in support of the truth: That on the 27th of the past month of January, being at Bakkepoer, about five coss by estimation above the Neizerais stream, arriving toward midday, the sixteenth vessel behind the one on which the first appearer was, got stuck on a tree and immediately sank; That he, the first appearer, having been alerted of this, immediately ordered to put in to the shore, and proceeded thither; That arriving there, he found the same close to the shore lying submerged in the bottom, full of water, the second appearer being already inside the vessel in order to salvage the chests of opium loaded therein; That with the help of the other appearers they made all possible haste to salvage the thirty chests of opium loaded therein, which, however, had already been washed over by the water. The first appearer further declaring that he had always taken the necessary care throughout the voyage to prevent all accidents, and had always kept the vessels together, but that this accident could not have been foreseen, having been caused solely by the said vessel striking a tree that lay under water, and which, according to the report of the crew, had not been visible. The appearers declared the foregoing to contain the pure truth, giving as reasons for their knowledge as in the text, being prepared at all times to confirm the same under oath. Thus declared at Hoegli in Bengal, in the presence of Johan Christoffel Horn and Frans Regel, clerks, as witnesses. The minute hereof is duly signed. Below stood: quod attestor. Signed: Jk:s Thotto, Clerk. Today, the 30th of January, Year 1767, appeared before me, Pieter Hoff, acting first sworn clerk of the Bengal Secretariat, present the witnesses named below: Sheikh Manulla, Daroga or superintendent of the fleet, and Anoepmangie on one of the vessels carrying opium that recently arrived from Patna, assisted by the assistant Pieter van der Sluis to serve them as interpreter. Who, at the requisition of the Honorable George Louis Vernet, Director of this Directorate, and in support of the truth, declared: That they departed on the 27th of this month from Toeptiparra, and having progressed as far as Bankipaer, the vessel on which he, the second appearer, was, struck an underwater tree which had not been visible at all from above. That by this shock a plank was knocked out of the same, whereby the vessel immediately sank. That of the 30 chests of opium that were loaded therein, not a single one could be salvaged dry, because the water coming through the breach gained too much of the upper hand. The appearers declared the foregoing to contain the pure truth, giving as reasons for their knowledge as in the text; Van der Sluis offering for the translation, and the appearers in what was deposed, if required, to stand by the same under oath. Thus declared at Hoegli in Bengal, in the presence of Johan Christoffel Horn and Frans Regel as witnesses. The minute hereof is duly signed. Below stood: quod attestor. Signed: Pr. Hoff, Clerk. After the reading of which, the Director further showed that on account of this accident, the dispatch of the ship Welgelegen, lying ready to sail, will have to remain suspended for a few more days, since the merchant Moire Lafont, whom his Honor, along with the titular merchant Jan Pieter Humbert, had commissioned to open the aforementioned thirty chests of opium and, after drying and preparation, have them repacked, had declared that, to prevent spoilage, the same should be shipped as soon as possible, for if they remained over here for another month, and subsequently lay fermenting in the ship for another two months, they would lose considerably of their value, if not spoil altogether. And whereas the said Lafont, upon explicit inquiry by the Director, affirmed this and testified that
Dutch transcription
1177 Christiaen Dani, Adam Goetr salda„ ten alle in den dienst der Ecompe bescheiden en zedert weinige dagen met de Pattenasche afioen vaartuigen alhier aangekomen. Ende verklaerden zy Comparanten ter requisitie van den EE Achtbaare Heer George Louis Vernet, Directeur in bengale behaar en orissa en tot voorstand der waarheid Dat zy op den 27e der voorleedene maend January te Bakkepoer zinde een cor of vijf na gissing boven de neizeraische spruit tegen de middag gekomen zijnde het zestiende vaartuig agter het geene waar in den eersten comparant zig be„ vond op een boom was vast geraakt, en met een geronken Dat hy eerste Comparant zulx gewaar¬ schuwt zijnde, inmediaet na de wal had laten aanleggen, en zig der waarde begeven. Dat hy daar gekomen zynde het zelve kort by de wal in de gronden vol water voord, hebbende zig de tweede Compt reeds in t vaartuig bevonden, ten einde de daar in geladene afioen kisten te bergen. Dat ze niet hulp van de andere Con„ paranten alle mogelijke spoed hebben gedaen, om de daarin gelae„ dene dertig kisten afioen te ber„ gen, dewelke echter needr door het water waren overswommen. Verklarende voorts de Eerste Compa¬ rant voor alle ongelukken de nodige zorge altijd in den togt te hebben gebruik en de vaertuigen altijd by elxander te hebben gehouden, maar dat dit ongeval niet te voorsien is geweest zynde alleen toegekomen door het stooten van gemelde voortuig op een boom, die onder water heeft gelegen, en volgens rapport van de manrie niet te zien is geweest. Het voorenstaande verklaarden de Com„ paranten de zuivere waarheid te behelsen, gevende voor redenen van weetenschap, als in den text bereid zijnde het zelve ten allen tijde met eede te sterken. Aldus verklaart te Hoegei in Bengale ter presentie van Johan Christoffel Horn en Fracs Regel klerken als getuigen, De minute deser is behoor lyk geteekend. /:onderstond:/ quod attestor /:getekend:/ Jk:s T hottoClercq Heeden den 36 January Ao. 1767 kompareerden voor mi Pieter Hoff prove Eerste geswone kleek der bengaelsche secretarye present de natenoe„ mene getuigen sjeich manulla Daroga of oprichter der Vloot en Anoepmangie op een der onder daegs van Pattena gekomen vaartuigen met Afioen, g'assisteerd water van 1778 moeten aengehouden wor„ aan Lafent, wanneer zenden, zal zijn. van den Assistent Pieter van der sluir, om hun als volk te dienen. Dewelke ter requisitie van den Wel daar welgelegen nog Edele Achtb: Heer George Louis Verner Directeur deser Directie en tot voor„ stand de waarheid verklaerde Dat zy den 27e deeser van Toeptiparra vertrokken, en tot by Bankipaer gevon„ dert, het vaartuig, daer hy tweede Compte op was, op een onderwater zijnde boom die uit geheel niet te zien was geweest gestooten had. Dat er door die schok een plank uit het zelve raekte, waardoor het vaartuij ten eersten geronken war. Dat er van de 30 kisten niet afioen, welke daar in gelaeden waeren geen een droog heeft kun¬ ven gered worden, door dien het waater, dat door het gafkwam te veel de overhand genomen heeft. Het vorenstaande verklaarden de Comparanten de zuivere waarheid te behelsen, gevende voor reedenen van weetenschap als in den text. presentee„ rende van der Sluis voor de vertalling en de Comparante in het gedeposeerde des vereischt wordende, het zelve net eede gestand te doen. Aldus verklaerd te Hoegli in Beugaler ter presentie van Johan Christoffel Klaring van de Koop, Horn en Frans Regel als getuigen. cafios is staet, om te ken De minute deser ias behoorlijk getee kend /:onderstond /: quod attester /:getevend:) Pr Hoffg Clercq. Nalecture van dewelke de Heer Directeur alverder vertoonde, dat om dit onge„ luk, de depeche van het zeilvaerdig leggende schip Welgelegen nog eenige dagen zal dienen gesurcheerd te blijven, dewijl de koopman Moire Lafent, die zijn Achtbaare met den titu„ lair koopman Jan Pieter Humbert had gecommitteerd, om de voorm dertig kisten Afioen te openen, en na de drooging en toebereiding weder in te laaten parken, had ver„ klaard, dat dezelve ten voorkoming van bederf, hoe eer hoe liever diende verzonden te worden, want dat ze nog een maand lang hier over blijvende, en vervolgens nog twee maanden in het schip te broeijen leggende, considerabel van haare waarde verliesen, zo niet ten eene¬ maal bederven zoude. En dewyl gemelde Lafont op expresse afvrage van den Heer Di„ recteur zulx affirmeerde, en teveur kend betuigde den
English
1179 incorporation of the memorandum of expenses incurred in drying the opium. declared that, if the damp and dark weather that has now been experienced for some days in succession, by which bringing that gum outside has been made impossible, will only clear up somewhat, he would then see his way to finishing the work by the 15th of this month; it was therefore decided, in accordance with the further proposal of the Honorable Director, to keep this annotation of it all and to have the aforesaid statements confirmed by oath. Done at Hoegli in Bengale, date as above. Signed: P: L: Vernet. M:r Friew. . . M:r La font. P: M:r Roys. I: P: Humbe. A. O: W: Fulcx. F: H: H: Damiur. Jacob Eilbracht, acting secretary. Sunday the 22 february 1764, in the morning. Absent: the acting Fiscal Falx, being on a commission to Aijeli. After transacting the general business, noted in today's resolution, the Honorable Director submitted a memorandum of such expenses as have been borne and disbursed in the drying and re-preparing and packing of thirty chests of opium, the wetting of which has already been recorded in the secret resolution of the 3rd instant, that paper reading as follows: Memorandum of such expenses as have occurred during the opening, drying and packing of the 30 chests of opium recently brought here from Patna and become wet, namely: 450 small mats upon which the said opium was placed upon unpacking at ƒ 6:12:- per hundred: ƒ 29. 14. — 170 mango planks, both for repairing the planks and those upon which the opium has lain, at ƒ 60: per hundred: ƒ 102. —. — For winnowing the opium leaves: ƒ 12. 15. — 2200 earthen dishes for drying the same at ƒ 16: 4. per hundred: ƒ 62. 17. 8 Twine for cross-bands of the chests and sewing up the gunnies: ƒ 9. 15. — Carried forward: ƒ 216: 1: 8 1180 Brought forward: ƒ 216: 1: 8 Ropes for wrapping the chests: ƒ 11. 5. — 60 hides of leather for the chests at ƒ 1: 15. each: ƒ 90. —. — Wages to the cleaner both for sewing and preparing the leather: ƒ 17. 8. — Gunnies for packing the chests: ƒ 63. —. 5 Twine for sewing the same: ƒ 15. 7. 8 Sailcloth for cross-bands: ƒ 27. 12. — Carts and lacquer: ƒ 7. 17. 8 Mats upon which the opium lies in the chest: ƒ 11. —. — Nails for nailing up the chests, sorted: ƒ 25. 2. — Wages both to the native overseers, carpenters, and the 50 coolies who assisted therein during the period of 7 days: ƒ 72. 8. — Peons who kept watch over the opium during that time: ƒ 13. 8. — For 6 persons who prepared the opium: ƒ 140. –. — Sum: ƒ 710. 9. 13 or current Rupees 507. 8 1/3 At the bottom: Houglij in Fort Gustavus the 13 febr: Anno 1764. Signed: Moire lafont. P Humberts. And after resumption thereof, it was resolved to record here that these expenses, as appears from what was communicated in the separate letter from His Honor and the Honorable Head Administrator, have been passed subject to Their High Excellencies' respected approval, as also that His Honor has ordered the invoice-keeper to make two separate invoices for the dry opium and that which had been wet, and to include these expenses in the latter, whilst, in order to bring the same so much the less into bad repute, the packing slips enclosed therein again have been altered in such manner as if this lot had been traded by His Honor and the Honorable Head Administrator. Done at Hoegli in Bengale, date as above. Signed: P: L: Vernet. M Isuur. S: A: Zuiver. Merze la font. J: M:r Ross. J P Numbert. . . . . . I: A. A: daniius. Jacob Eilbracht, acting secretary. 1181 Sunday the 1st of March Anno 1767, in the morning, all present. The Honorable Director communicates to the Council which memorandum he has sent to the Governor of Calcutta. The members having taken their places, the Honorable Director, to commence the proceedings, communicated that, in execution of the commission undertaken by His Honor pursuant to the secret resolution of the 24th of December last and, as appears from the record in a further resolution of the 8th of January, still kept pending, he had sent on the 28th of the last-mentioned month to Mr. Harry Verelst, Governor at Calcutta, a memorandum containing on the one hand an exposition concerning the cause of the damage to the country's revenues in general, the decay and the adverse course of our affairs in particular; and on the other hand a proposal as to how it ought to be arranged so as to make our trade flourish without prejudice to the interests of the Honorable English Company, and to increase the revenues of the treasury, as that document itself, being produced by Him, the Honorable Director, for reading, clearly and circumstantially indicates, reading as follows: Honorable Sir, In the letter that Lord Clive did me the honor to write on the 29th ultimo in reply to mine of the 4th preceding, His Lordship informs me that the Nawab Mahomed Reza Khan warned His Honor that for some years past the revenues were reduced almost to nothing, because the English, through the power they have acquired here, refuse to pay the country's tolls, whether they are provided with dustucks or not, and that under the name of the English, the Bengalis defraud the tolls, and that such has also been done more or less by all European nations, and principally by the Dutch. His Lordship certainly knows what the truth of this is regarding the English; what the other European nations and the Bengalis do, we do not know; but as far as we are concerned, I can solemnly assure Your Honor that the tolls concerning the Dutch Company are faithfully paid, and that I am extremely vigilant to take care that private individuals defraud nothing; and if the Faujdar of Hoogly will, in good conscience, bear testimony
Dutch transcription
1179 inlyving der memorie van ongelden by het droogen der afioen ge daen. betuigde, dat by aldien het viertig en donker weer, dat men nu eenige dagen agter een gehad heeft, waar door het buiten brengen van die gom endoenlijk geweest is, maar wat wil opkelderen, hy dan kaar zou zien met het werk tegen den 15 deser klaar te raaken; zo is conforen den verderen voorstel van den Heer re Directeur beslooten, van dit aller te houden dese annotatie en de voorsz verklaringen met eede te laaten bevestigen. Actiu Hoegline Bengale, datum ut supra /:getekent:/ P: L: Vernet. M:r Friew . . Mr La font P: Mr Roys I: P: Humbe A. O: W: Fulcx. F: H: H: Damiur Jacoblilbracht pisec=t Een dag Na het verhandelen der gemeene zaaken, by resolutie van heeden genoteerd, werd door den Heer Direc„ teur overgelegt eene memorie van zodanige ongelden, als ee byj het droogen en weder prepareeren en einbaleren van dertig kisten afioen gesupporteerd en uitgeschoo„ ten zyn, en waarvan het nat worden reets aangeteekend is by de secreete resolutie van den 3 Courant luidende dat papier aldus. Memorie van sodanige ongeldens, als e ge vallen zijn, by 't openen, drogen en een balae„ ren der onlangs alhier van Patira aengeborg„ te en nat gewordene 30 kisten anfioeij ale 450 Matjes waarop gem anfioen by ontpakking is ongelegt a ƒ 6:12:- tCto . . 29. 14. — ƒ 170 pr mangerplauren, zo tot t repareeren der plan„ ken, als waarop de afioen gelegen is geweest a ƒ 60: tC=to. . . . „ 102. —. — voor 't uitwannen der afioen bladeren „ 12. 15. — 2200 aerde schotels tot draging derselve tegens ƒ 16: 4. t Ct „ 62. 17. 8 soetelie tot kruis banden der kisten en toenayen den goenier „ 9. 15. — Zondag den 22 february 1764 smorgens abrent de pl Fiscael Falx zynde in commissie na Aijeli Transporteere ƒ 216: 1:8 1180 te passeeren het nevenstaenbevolg P:r transport ƒ 216: 1: 8 en den factuurhoud Touwen tot 't omwinden der kisten - . „ 11. 5. — 60 huiden Leer voor de kisten à ƒ 1: 15. id=s. . „ 90. —. — Arbeidsloon aen de schoonmaker zo 'tomnaijs als bereiden van't lede. „ 17. 8. — goenis tot embalasie der kisten . „ 63. —. 5 soetelie tot t toenaijen der zelve. „ 15. 7. 8 zeildoek tot kruisbanden. „ 27. 12. — -„ 7. 17. 8 kaarren en Lak. Matjes, waarop de auifioen oplegt in de kist „ 11. —. — 25. 2. — spykers tot t toespyieren der kisten in zoort„ Arbeidsloonen zo aen de Bastagoorr, timmerlien den als de 50 Coelie die geduurende de tyd van 7 dagen daerby gearsisteerd hebben„ 72. 8. — Pions die geduurende die tijd gewaekt hebben 13. 8. — by de amfeoen „ voor 6 leeiden die de ancfioen geprepareerd „ 140. –. — hebben Somma ƒ 710. 9. 13 ofte Courantz 507. 8 1/3 /:onderst:/ Houglij int fort Gustavus den 13 febr: A:o 1764 /:getekent/ Moire lafont. P Humberts. houder bevoolen heeft, om van de drooge en natgeweest zynde opincu twee aparte factuuren opte maa„ ken en by de laaste deese ongelden meede te bereekenen, terwijl om dezelve zo veel te minder in een quaad gerucht te brengen de daar in weder afgelegde afpak briefjes, in diervoegen verandert zijn, als of deese party door zijn E Achtbare en den E Hoofd Admi„ nistrateur genegotieert was. Actum Hoegli in bengale datum ut supra /:get:/ P: L: Vernet. M Isuur S: A: Zuiver. Merze la font. J: M:' Ross J P Numbert. . . . . . I: A. A: daniius Iacob Eilbracht pl secret=s berluit ene deselve En is na resumtie van dien besloo„ ten alhier aenteteekenen, dat die ongelden, blijkens het bedeelde by de aparte missive van zijn achtbare en den E Hoofd Administrateur gepasseert zijn op Haar Hoog Edel heedens g'eerde approbatie, zo ook dat zijn E Achtbare den Factuur houden Sondag 1181 den raed, welke memorij hy aen den Kalratsgeriver, neer gesonden heeft. Sondag den 1 Maart Ao 1767. smorgens alle present de Heer Directeur bedeelt, De Leeden zig geplaest hebbende werd door den Heere Directeur tot een aan vang van de besoigne, bedeeld, dat zijn Achtba re ter uitvoering van de ingevolge secreet arrest van den 24 decembr Hleeden, op zig genomene en blyvens het aenge¬ teerende by een nader besluit van den 8e January nog gerurcheert gebleeven commissie, den Heer Herry Vezelst gouvereur te Kalratte, op den 28e der laestgemelde maend had toe gezonden een memorie vervattende aan de eene zijde een vertoog over de oor„ zaak der schaede aan 's lands inkomsten in het algemeen, het verval en den te„ genspoedigen loop van onse zaaken in het bijzonder; en aan de andere kants een voorstel op hoedanig een wijze, het diende geschikt te worden, om onzen handel zonder prejudicie van het belang der Edele Engelsche Compagnie te doen bloeijen en de revenuen van de schatkirt te vermeerderen, zoal Edele Heer By de brief, die Lond Clive my de eere gedaen heeft te schryven den 69=ben in antwoord op de mijne van den 4e bevorens meld zyn Londschap my, dat de Nawab Ma„ med Rezeechan zyn Edele waarschouwde dat zedert eenige Jaaren d'inkomsten waa„ ren schier op niets gebragt, om dat d'En, gelsche, door de magt die ze alhier verkoe„ gen hebben, weigeren, slands thollen te betaelen, 't zij dat ze met destekken ver„ zien zy of niet, en dat onder de naam der Engelsche, de beugaelders de thollen fraudeeren, en dat zulks ook geschied is min of meer door alle Europeese Natien en voornamentlyk door de Hollanders zyn Londschap weet zekerlijk, wat en van is van d' Engelsche, 't geene d'andere Europeese natien en de bengaeldens doen vaart wij niet, maar wat ons aangaat, kan ik, UEdele, op eene solemneele wijze ver„ zeekeren, dat de thollen, die de hol, landsche Comp aangaan, trouwelijk voldoen worden, en dat ik ten uiterste oplettend ben, om zorge te dragen, dat de particulieren niets fraudeeren, en zo de fausdaar van Hougly wilt, in gemoede dat geschrift zelve door Hem Heere Directeur ter lecteere geproduceert wordende, duidelijken en omstandig gen komt aantewijzen, luidende als volgt. dat getuigenisse
English
give testimony of the truth, he will have to declare that he is fully assured thereof. Allow me then, Sir, to bring to light the reasons for the decreases in the country's revenues. His Lordship has already partly provided for it, and Your Honour will certainly put the finishing hand to it, for I am assured of your good intentions. Some years ago, a swarm of English Freemen covered the entire country, committing many improprieties everywhere, buying and selling and transporting from place to place not only various goods imported from abroad, but also all kinds of produce of the country, without paying the least toll. Many English people of quality favoured the trade of the Bengalis, lending them their dustucks, through which they transported all kinds of goods everywhere without paying toll. These, Sir, are two of the greatest blows that could be dealt to the government to the destruction of the country's revenues, and consequently it is not surprising that the revenues are considerably reduced, but His Lordship has provided against that. There are now other articles of just as much importance and just as dangerous to the country's revenues as the two stated above. They are, Sir, the residents whom the English Company has in all the aurungs, who, wherever they are, exercising a much greater authority than Your Honour, force the inhabitants to work for no one but their people, whereby we and all other nations who bring considerable sums of money cannot obtain goods, and that the ships of our Company must return empty or badly laden, which again causes a great decrease in the revenues. Those residents also exercise a tyrannical authority over our gomastahs, dallals and pykars, of which we have much evidence, and about which we have often complained. Besides that, those residents, under the name of the Company, carry on a large private trade, as Your Honour, if it please you, may see by the copy of a letter from our gomastah at Jagannathpur, annexed hereto, where Mr. Barwell resides, and such happens in all the aurungs without anything being paid in tolls, and thus a great decrease in the revenues. One cannot doubt what is stated above if one reflects that such residents, who are merely factors, become rolling rich in two or three years. The revenues of the country will also be much curtailed as long as it shall be permitted that the servants of the English, or those who are related to them, farm the chowkies, for those people, supported by their masters, are so insolent that they do not in the least respect the orders of the Nawab, as there is a fresh instance thereof with our vessels that were detained by the chowkie of Puntimari above Jalangi. That chowkie, farmed by Kantu Babu, banyan of an English gentleman, dared to say in an impertinent manner to our people whom we had sent thither with a parwana from the Nawab and two harkaras also from the prince, that they laughed at the parwana of the Nawab, and that they would not release the vessels, inflicting thereafter much more torment on our people who were on the vessels than they had done before, and extorting much money from them. Formerly our annual yield of saltpetre amounted to nearly 40000 maunds, and since the year 1757 sometimes nothing, and receiving very little of that salt, such is to the great prejudice of the revenues. How have we not been obstructed in Patna in the time of Mr. Batson and others in the collection of opium, whereby we could obtain very small quantities, and this again a decrease in the country's revenues. These, Sir, are the true causes of the complaints of the government regarding the decrease of the country's revenues, but which they dare not utter, and of which they ostensibly blame us, though they are convinced of the contrary, in order to drive us to the utmost and to compel us to bring to light the true state of affairs, about which we would otherwise be too discreet. I know, Sir, that His Lordship and Your Honour have long wished to redress all irregularities, but that the manifold businesses have hitherto prevented it. Facilitate trade for us in everything; it is the interest of your Company, it is the interest of England, and your glory itself demands that of you. It is not those people who sail home rolling rich who are the welfare of the...
Dutch transcription
1182 getuigenisse der waarheid geven, zal hy moeten verklaren, daarvan ten 1olle verseekert te zijn. Permitteert my dan, Mijn Heer, de reedenen van de verminderingen van slands inkomsten, in het dagligt te vertoonen, zyn Londschap heeft en al ten deele in voorzien, en UEdele zal zekerlijk, de laaste hand daar aen slaen, want in ben van u goed voor„ neemen verzeekert. Eenige Jaaren voorwaarts, een schoon van Engelsche Vrijlieden overdekten het gansche land, pleegende over als veele onbehoorlijkheeden, koopende en verkoopende en vervoerende van plaats tot plaats, niet alleen diverse whaaren, die van buiten inge¬ bragt wierden, maar ook allerhan¬ de producten der lands, zonder de minste thal te betaelen. veel Engelsche van fatsoen favori„ seeden den handel der beugael„ der, haar derters berongende, waar door ze allerhande waaren overal vervoerden, zonder thol te betallen; Dit zyn, Myn Heer, twee van de groot, ste kraaken, die men tot vernieling van slands inkomsten de regeering kon toebrengen, en by gevolg is het niet te verwonderen, dat d'inkomsten con„ siderable vermindert zijn, maar zijn Londschap heeft daaraan voor zien Daar zijn nu andere articler van al sulx belang en alzo gevaarlijk voor slands inkomsten, als de twee hier boven gestelde. Het zyn, Myn Heer, de residenten die de Engelsche Comp in alle de ar„ rengs heeft, die waar ze zijn; een veel grooten autoriteid als UEdele excerceerende, dwingen d'ingezetenen, om voor nie„ mand als vóór haar lieden te werken, waar door wy en alle andere natien die considerable sommen gelds brengen geen waaren kunnen bekomen, en dat de scheepen van onse Comp ledig of wanladen terug moeten keeren, 't gee„ ne weder eene groote vermindering in d'innomste veroorzaant. Die residenten oefenen ook een tiran, nique autoriteit over onse gomastor, Da„ laats en Pijkaars, waarvan wij veel blij„ ken hebben, en waarover wy meenig werf geklaagt hebben; Buiten dat drijven die residenten onder de naam van de Compagnie een grooten handel voor de parti„ culieren, zo als UEdele des behagen„ de, kuitzien by de Copy van een brief onzer gouastor te Iagerraat, poer, hierbij gevoegt, alwaar de heer Barwel resideert, en zulx geschied in alle de arrengs, zonder dat er iets aan thollen betaeld werd, en dur een groote vermindering en d'in„ komsten. Daar Men 1183 ken kam aan het hier bovengestelde geen twijfel slaen, zo men wie alflec„ teeren, dat zulke residenten, die maar factoorr zijn, in twee of drie Jaa„ nen schatrijk worden. D' Jnkomsten van 't land zullen ook veel verkort werden, zo lange het zal toegelaaten worden, dat de bediend der Engelsche, of die aen haar vermaagt, schapt zyn, de Chiouthier pagten, want die lieden ondersteunt door haar mee„ sters zijn zo impertinent, dat ze in't minste niet respecteeren, de ondrer van den Nawab, zoals er een versche blijk daarvan is, met onze vaartuigen die door de Chioukie van Poentiemarie boven Jellingn aengehouden waare Die Chiouzie geragt door kantoe baboe benjaen van een Engels steer doost op een impertinente wijze zeggen aan ons volk die wy met een perwauwe van den Nawab en twee harkaraar oor van de vorst daarna toegesonden hadden, dat zy lagten met de Brwanna van de Nawab, en datze de vaartuigen niet zoude largeeren, doende na dato ons volg die op de vaartuigen waren veel meer tourment aen, als ze bevorens gedaan hadden en haar veel geld afpersende Voor desen bedraeg onse Jaalyksche recolte van Salpeter bi de 40000 ma„ on, en zeedert Ao 1757 zomtijds niets Ik weet, Myn Heer, dat zyn Londschap en uEdele al overlang gewenscht heb, ben, alle ongeregeltheden te redrer, seeren, maar dat de menigvuldi„ ge beesigheeden het tot nu toe belet hebben. Raciliteert ons den handel in alles, het is d'interest van u Compagnie het is d'interest van Engeland, en u glonie zelvs vorgt dat van uw Het zijn niet die Lieden, die schat rik thuis vaaren, die 't welzijn van zyn. en taur zeer weinig van dat zilts bekomende, is zulks tot groot prejudice van d'iekomsten wat zijn wij niet gedwaarboomt geweest in Patrca ten tijde van de Heer Batson en andere in de recolle van amphias waar door wy zeer geringe quantitei =ten konde bekomen, en den we„ der een vermindering van slands inkomsten Dit zyn, Myn Heer de ware oorbaren den klagten van de regeering wegens de ver„ minderinge van 'slands inkomsten, maar die ze niet durven uiten, en waarvan de quanswijr ons de schult geven /:schoon ze van het contrarie overtuigt zyn :/ om ons op het uiterste te brengen, en te noodza„ ken, den waren toedragt der Jaaren aen den dagte brengen, waarome trent wy anders te discreet zouden en de
English
of the Company and your fatherland. It is the foreigners who, finding trade free and unhindered, will bring much money into the country. One quickly sees the bottom of a barrel from which one draws without refilling. Therefore, Sir, knowing your good intentions, I take the liberty to present to Your Honour a plan whereby our trade will flourish without diminishing yours. By following this, Your Honour will also bring much money into the country and increase the country's revenues. As far as the linen districts are concerned, it is necessary that all residents be summoned; thereafter, the nations must send commissioners to all the aurungs to jointly make three classes from each aurung of the weavers present there: one of the best, one of the medium sort, and one of the worst. Each nation will take its share from each of these classes, as the lot shall assign. Those weavers will not dare to work for anyone other than those to whom they have been assigned, which must be strictly observed by everyone, and the nations must do each other justice in this matter. If Your Honour thought it well to discharge from sepoy service all those who previously were weavers, they would, in order to live, have to return to their former labour, whereby their number would be considerably increased, to the great benefit of trade. Regarding silk fabrics, the same plan can be followed, likewise making a division of the weavers. But the purchase of Patna piece-goods, it seems to me, cannot well take place otherwise than on the old footing; however, to prevent all disputes, strict orders must be given not to place any obstacles in each other's purchases, but to let everyone carry on that trade freely and unobstructed. The Company having given us positive orders concerning saltpetre to manage its collection ourselves, and at the same time informing us that the English Company had given express orders to the Calcutta Council not to thwart or hinder us therein in the least, we request either to dispatch instructions concerning this to Patna, or to enter into a contract with us in such manner as was entered into in the year 1745 between Messrs. Barwell, Guillandeau, and Drabbe, chiefs of the nations in Patna, and of which I have the honour to present to Your Honour a copy of that translation in English. The collection of opium can be carried on by each nation individually, provided the government ensures that no one makes a monopoly of it, and that the pykars and merchants are not forced or persecuted. Or there could be ceded to us some opium-producing districts, from which the Company would have its demand satisfied. But the best of all would be that the chiefs of the English and Dutch together, and with the exclusion of all other persons, were authorised to collect the opium jointly and for both accounts, and that the division be made equally. This is, Sir, to the best of my knowledge, a proper plan to make trade in these regions flourish, increase the country's revenues, put an end to all complaints and disputes, strengthen affection and unity among the European nations, and bring much money into the country. For, Sir, it is impossible for us to submit to the regulation that his Lordship and Your Honour have established for the collection of opium, namely, that the Lord Sitaabray, Subah of Patna, would have the entire management of that affair, and to whom we must give our money, in order to have the collection further carried out by a servant of the English named Goja Siumi. Permit me, Sir, besides what we ourselves have already written to Your Honour and the Calcutta Council concerning this in our council's letter of the 19th of September, to point out further to Your Honour that such a procedure is entirely contrary to the orders that Your Honour and the Calcutta Council have received from the English Company; that it is a violation of the promises made by the English Company to the Dutch Company; and that such a procedure cannot but embitter minds, is very injurious to the honour of the English Company, and capable of breaking the friendship which Your Honour and I have so much at heart. For, Sir, to say that the government wills it so, is to try to lull the entire world to sleep; no one is ignorant that the English currently possess so much power, Your Honour
Dutch transcription
1184 van de Compe en u vaderland doen. Het zijn de vreemdelingen, die den handel vrij en ongebrooke nt vindende, veel geld in 't landzul„ len brengen. men ziet schielijk t onderste van een vat, waaruit men tapt, zonder aente vullen Deerhalven Ryn Heer, kennende uw goede mening, neem in de Vrij„ heid uEdele een plan aentebieden waardoor onseen handel zal bloeije zonder vermindering van het uwe UEdele zal ook die opvolgende veel geld in t land doen koomen, en slands inkomsten verweerde Wat de Lijnwaatquartiere aangaat is het noodsakelijk, dat alle de residenten opge„ roepen worden, daarna zullen de natig dienen gecommitts na alle arrengs te zen, den, om gezamentlijk uit iede aareng drie Classer te maaken van de aldaar zynde weven, een van de beste, een van de mid„ delsoort, en een van de slegtste. Jeder Natie zal zijn aandeel uit eider van die Classer neemen, na dat het Lot sal aanwijsen. Die weevers zullen voor niemand an¬ ders derven werken, als voor die, aen wien zy toegewezen zijn, het geene door ieder een stiptelyk zal moeten g'observeert werden, en de Naties elxander daarin ren. moeten regt doen. Jndien UEdele goedvond, uit den dienst van sepay te zetten, alle die bevorens we„ vers zijn geweest, zouden zij om te kunnen leven, aan haaren voorigen arbeid moe„ ten keeren, waardoor dies getal conside„ rable zoude vermeerdert worden, tot groot uur van den handel. Aangaande den zijde stoffen kan de zelvde plan nagekomen worden, doende insgelijks een verdeeling der wevers. Maar den inkoop van Patrijkan duurt mij niet wel anders geschieden als op den ouden voet, dog daar dienen om alle disputen voor te komen stipte ordres gegeven te worden, van een ander geene beletsels in dier inkoop te bren„ gen, maar ieder een vry en lieber die handel te laeten drijven. De Compagnie ons aangaende de salpe„ ter positie ordre gegeven hebbende dier recalte door onr zelvs te doen, en ons teffens bedeelende, dat d'Engel, sche Compagnie de Caliatse Raadna, drukkelyke ondrer gegeven had, ens daer„ in, int minste niet te deoorboomen, of te beletten, verzoeken wy en daer daaromtrent na Patria te willen expedieeren, of een contract niet ons te willen aangaan, in dier voegen, als het in Ao 1745 tusschen de Heer en Barwel, Guilladen en Drabbe opperhoofden der Natien in Patra moeten aengegaen 1185 aangegaan is, en waar van in de eene heb, uwEdele een Copy van diestraur„ laat in 't Engelsch te presenteeren. De recolte van d' Amphioen kan door ieder Natie gedreven worden in 't par„ ticulier, als de regeering maar zorge draagt, dat nieuwit er een monopolie van maakt, en dat de perkaar en inhandelaars, niet gedwongen of geper„ secuteert worden. of daar zoude ons kunnen afgestaan worden eenige Amphioen gevende districten, waaruit de Compe haaren Eisch voldaen zoude krijgen. Maar het beste van alle zoude zijn dat d'opperhoofden der Engelsche en Hollander tesaamen, en niet uitzondering van alle andere persoo= nen, geautoriseert wierden den insaam van Afioen te doen ge¬ zamentlijk, en voor beide reekening en de verdeelingequaal geschiede Dit is Myn Heer na mijne beste kennisse een regte plan, om den handel in dese gewesten te doen bloegen, slands inkomsten te vermeerderen alle klagten en disputen te doen ophouden, de liefde en eendragt onder de Europeese Natie te oversterken en veel geld in 't land te doen komen. want Myn Heer, wy kunnen ens on„ mogelijk niet onderwerpen aen het reglement, die zijn Londschap en uEdele gesteld hebben voor den insaam van afioen, te weeten, dat de Heer Sitaabraay; souba van Patria de gansche behandelinge van die Laan zoude hebben, en aanwien men ons geld moeten geven, om de recolte verder te laaten doen, door een bediende der Engelsche genaamt Goja Siumi. Permitteert my, Myn Heer, buiten t geene wy relts UEdele en den Caleatse Raad by de brief van onsen raad van den 19e 7=bbr Heeden daer„ omtrent geschreeven hebben, UEdele nog te vertonen, dat zo een gedaente ten eenemaal strijdig is, tegens de ordrer, die UEdele en de Calcatre Raad van d Engelsche Compagnie gekregen hebben, dat het is scheu„ den de beloften, die d Engelsche Coup aan de Hollandsche Compe gedaen heeft, en dat zo een gedaente niet anders kan doen, als de gemoe„ deren te verbitteren, zeer injuri„ eur is voor de Eer van d Engelsche Comp en bequaam, om de vriend¬ schap, die UEdele en ik zo ter herte hebben te breeken. want, Myn Heer, te zeggen, dat het gouvernement het zo wil hebben is de gansche weereld in slaap te willen wiegen, niemandig no„ reert, dat d' Engelsche thans zo veel uEdele vermogen
English
1186 what had been the consequence of that power with the government, that he wills what their Honors will. Therefore, Sir, please let the plan, which I have the honor to offer Your Honor, take effect; or if Your Honor knows of something better for the common good, I shall, not unwillingly, submit myself to it, for nothing can be more agreeable to me than that which may tend to an everlasting union and friendship, and to give Your Honor proof of the sincere sentiments of, below stood, Honorable Sir, lower, Your Honor's humble and most obedient servant, signed, G: L: Vernet. In the margin: Hoegli, the 28th of January 1764. After reading of which, His Honor further showed that he, as the meeting was aware, on the 25th of the previous month had departed for Calcutta with the members Ross, Humbert, and other invited persons, to congratulate the aforesaid Mr. Verelst, as is customary, upon assuming the administration, and having arrived there the following day, he had sought an opportunity immediately after the ceremony to converse with that gentleman about the contents of the aforesaid writing, and to request a definitive answer on the same. That this, however, could not conveniently take place until the 26th of the same month, when the said Mr. Verelst had promised His Honor to put an end to the matter, with this most wished-for success, that the said gentleman had declared to him, the Lord Director, that on the day of His Honor's arrival and the latter date, this paper had been a subject of deliberation in their held meeting, and after mature consideration of everything, the resolution had been passed: 1. to summon all the Residents from the aurangs, and by the 25th of this month to dispatch two commissioners to all the weaving places, who, together with two from our side, shall make an assessment of all the dallals, paikars, and weavers, and subsequently devise and propose a means according to which the collection of 1187 proposal to inform Their High Mightinesses of this negotiation, with which they are completely satisfied, and sign the same, from which one must expect something good. piece goods may be continued equally advantageously for both Companies. 2. to dispatch orders to Patna to allow us to proceed freely and unmolested in the opium trade, and to send all those who would wish to attempt a monopoly of this product, in irons, to Calcutta. 3. to treat secretly with him, the Lord Director alone, the point concerning the saltpeter, in order to prevent all jealousy among the other competitors, and for which reason His Honor declared he could not communicate the arrangement regarding this to the meeting, and would also report on it separately to Their High Mightinesses. Finally, that Mr. Verelst had further assured His Honor, in general though emphatic terms, that he would favor the Dutch Company in everything, in so far as it could occur without detriment to that of the English Company, and that one thus had the pleasure of seeing our objective achieved in everything, and why he, the Lord Director, having deemed it necessary to inform Their High Mightinesses of this advantageous outcome of affairs, not by the ship Welgelegen, had immediately drawn up a further secret letter, which was then also submitted by His Honor for resumption and approval. All of which having been heard by the members with the utmost attention, and the Lord Director having been thanked by everyone in fitting terms for the trouble taken by him in the interest of the Company, it was agreed to maintain this record of all this, so that the meeting, having conformed with the above-mentioned further secret letter, signed the same in this assembly. Done 1188 of the Honorable Head Administrator and regarding the hospital expenses. Done at Hoegli in Bengal, date as above. Signed: G: L: Vernet. M. s Tsiur, F: H: Zuuer. Meire La font. F M. Ross: F: Pr Humbert. O: W. Foek. I: A: A: Danieus. Jacob hilbracht, secretary. Council day The undersigned Head Administrator, having been requested by secret resolution of the 26th of September of the past year to furnish a reasoned report on the expenses that can and must legally be charged to the Company for the hospital, or rather what expenses the Company has to bear for a certain number of persons lying in that hospital, would have complied with it much sooner, had not various urgent businesses in his office prevented him from doing so. Right Honorable Sir, Honorable Councillors. In continuation of the report, the report requested by secret resolution of the 26th of September of the past year from the Senior Merchant and Head Administrator, the Honorable Tsunk, regarding the hospital expenses, was read, running as follows: To the Right Honorable Sir, George Louis Vernet, Director of the Company's trade and interests in the kingdoms of Bengal, Bihar, and Orissa, together with the respective Council of Hoogly. Monday the 16th of March, in the year 1767, afternoon. Absent, the members Zinner and Falck on account of occupation in judicial matters. Their
Dutch transcription
1186 wat daar van 't gevolges geweest vermogen bij het gouvernement hebben, dat hy wil, wat haar Edeleen willen. Dierhalven Myn Heer gelieft het plan, dien ik de eere heb uEdele aentebieden, stant te doen grypen of zo UEdele iets beter tot het gemeene bert, weet, zal is my daaraan, niet vermaar onderwerpen, waat niet kan mij aangenaamen zijn, dan het geen, tot een euwig duurend unie en vriendschap kan strek„ ken, en om uEdele blyken te ge„ ven van de opregte sentimenten, van /:onderstond:/ Edele Heer /lager:/ uwEdeles onderdanige en zeer gekoomen zame dienaer /: getekent:/ G: L: Verret. /:ter zijde:/ Hoegli den 28' Januarij 1764./ Na lectere van het welke zyn Achtbaken alverder vertoonde, dat dezelve, zo als de vergadering bekend was, den 25 der voor„ leeden maand met de Leeden Ross Humbert en andere genodigde per„ soonen naar kalratte vertrokken was, om voorm Heere Verelst, als na gewoonte met de aanvaarding van het bestier te vergelukken, en daags daaraan aldaer gearriveerd zynde na de ceremorie ten eersten gele„ genheid gezogt had, om dien Heer over den inhoud van het voorn geschrift te onderhouden, en uitsluitsel op het zelve te verzoeken. Dat dit echter met geen gevoegelijkheid een had kon„ nen geschieden, als den 26 euerdem wanneer wele Heer Verels t zijn Achtb: had besteurd, daarvan een einde te zullen maren, met dit alzuit gewenscht succer, dat dien Heer hem Heere Directeur had gedeclareerd, dat dien dag van zijn Achtbare arri„ vement en de laastgem dato dit papier een onderwerp van deliberatie in haare gehoudene vergadering geweest, en na rijze overweeging van aller het besluit gevallen was. 1 om alle de Residenten uit de ar„ rengs op te onbieden, en tegen den 25' deser maand twee gecommit„ teerden naar alle de weefplaatsen aftevaardigen, die met twee van onse zijde, een opneem zullen doen van alle de dalaals, Pij kaer en wevens, en vervolgens een mid¬ del beraamen, en voorstellen, volgens het welke den inzaam over van 1187 Edelens van deeze vkan, deling kennisse te ge„ ven daar men volkomen genoegen mede neemd en het zelve teekend. daer men zig wat goed van moet beloven van Lywaaten voor beide Compagnis even voordeelig zal konnen voort gezet worden. 2. om naer Pattena ordre aftevaardige proporitie om Haer Hoog om ons in den Afioen handel vrij en ongemolesteert te werk te laten gaan, en alle de geene, die een mono„ polie van dit product zouden wil„ len onderneemen, geboeid naar kal„ Katta te zenden. 3. om het poinct rakende de Salreiten te tracteeren, ten einde alle jalou„ sie tusschen de overige competiteurs voor te komen, en waarom zijn Achtbaare verklaarde de schikking hier omtrent de vergadering niet te konnen meede deelen, en van dezelve ook apart aan Haar Hoog¬ Ederheedens verslag te zullen doen. luiidelijk dat de Heer Verelst zijn Achtbaare wijders in genvale dog nadrukkelijke termen verzeekerd had de Nederlandsche Comp in aller te zullen favoriseeren, by zo verre het buiten schaade van die der met hem Heere Directeur alleen secreet en woodwer dientbal zyn Achtbare ter resumptie en ap„ Engelsche compagnie geschieden konde, en dat men dus het genoegen had van in aller ons oogueer is bereikt te zien, en waar om hy Heere Directeur nodig geoordeelt hebben„ de van deesen voordeeligen uitslag van zaaken, Haar Hoog Edelheedens nog niet het schip Wel„ gelegen kennisse te geven ten eersten had ingericht een na„ der secreet briefje, dat dan ook door probatie wierd overgelegd. Al het welke door de Leeden met de uiterste aandacht aangehoorden den Heere Directeur door een iegelijk voor zijne genomene moeite ten belange van de Compagnie, in geporte termen bedaurt zijnde, is verstaan van dit aller te houden dese anno„ tatie, zooon dat de vergadering zig met het bovengemelde nader Secreet briefje geconformeerd hebbende het zelve in deeze bijeen komst geteekend Engelsche Actum is 1188 van de E Hoofd Admini„ strateur en Arent de Kospin taels ongelden Actume Hoegli in Bengale datum ut Supra /:get:/ G: L: Vernet. M. s Tsiur F: H: Zuuuer. Meire La font . F M. Ross: F: Pr Humbert. O: W. Foek. I: A: A: Danieus Jacob hilbrachtpC secrt Raghdag De ondergetekende Hoofd Administra teur by secreet besluit van den 26 7=ber a: p: gedemandeert zynde, te dienen van een beraisonneert bericht over de ongelden, die dEComp voor het hospitael ten rechte konnen en moeten ten lasten gebracht worden, of eigentlyk wat lasten de Comp voor een zeeker getal koppen, die in dat gasthuis leggen, te dragen heeft, zou daeraen veel een hebben voldoen, indien niet verscheide UwEl Achtbare bevende bezigheeden in zijne bediening hem daarin verhindert hadden EE Achtbaere Heer Peerde Raaden inestie van het bericht is geleesen het by secreete resolutie van den 26 september Ao p=o van den opperkoopman en hoofd Administra¬ teur den Eskerso Isunk gerequireerde bericht nopens de hospitaels ongelden luidende aldus. Aan den EE Achtbare Heer George Louir Vemet Directeur over sComps Handel en belangen in de ryken van bengale behaar en onissa nevens den respecti„ ven Houglische Raad. Maandag den 16 Maart Ao 1767 suargeer absent de Leeden zinner en Falik wegens occipatie in justitieele zaaken. Haar
English
1189 16 maert 26 maert Their High Nobilities specifically address the point of not being easily able to reconcile the proposition of Cramer, that if the provision took place pursuant to the arrangement of the 4' Maart 1762 / actually the 4 maart 1763 / he would then, striking one month with another, in maert and April / when there are only 23 persons in the hospital / each month 25 persons are in the hospital / each month have to lose ƒ410:— and per year ƒ4920:—, and the resolution that was taken thereupon by this Council on the 13 Mei 1763, namely to grant him until further orders ƒ 6520:— for 75 persons and more or less pro rata. This is actually the point about which Their High Nobilities ask further elucidation, and in order to supply this, one notoriously needs to have recourse to the retroacta. The aforementioned steward has reasoned out what must be defrayed monthly in the hospital, in a document that is entered into the abovementioned resolution, so amply and clearly that nothing further can be said about it other than to repeat verbatim that which has been demonstrated therein in such detail. The only thing that now remains to be investigated would be which items they are that, by resolution of 15 maart, are said that one does not, or not quite, dare to validate so high, and why it was resolved, pending Their High Nobilities' further disposition, to validate ƒ 6520: — at the expense of the hospital for 75 persons and more or less pro rata. However, since the resolution itself gives no light regarding this, the undersigned thinks that they are certainly the items which the chief surgeon has stated in the memorandum inserted into the aforementioned decision as a draft according to which it could be arranged, and which are certainly taken somewhat generously; for besides the cash for seventy-five persons at ƒ 10 per man, or per month - - - - ƒ750: — he further puts down for provisions - - - „ 385. 9. — which would have to be paid to him in money, according to the prices for which the Company obtains them, and in natura some pots of arrack and so forth together . . . . „ 41:12. 8 for maintenance of kettles and the changes of the bed linen. „ 160: —:— making per month ƒ1337. 1. 8 or in the year - - ƒ16044. 18. — and deducting from this the entire wages of 75 men on average, also calculated at ƒ 10 per man „ 9000: —:— thus according to his calculation there would come to the hospital's charge ƒ 7044:18:— which carried forward 1196 16 maart 16 maart then carried forward ƒ 7012:18. — and if there should still remain for medicaments for the benefit of that hospital ƒ 405:12.— item for tin for the tinning of the kitchen utensils . . „ 50:—:— „ 455:2:— so that according to this calculation nothing above the ƒ 7500:- for 75 persons would come to the expense of the hospital, provided that the monthly warrant, calculated in proportion to the men who have been ill up to 75, and according to this or a similar arrangement, no other items such as cures, grave and coffin, or medicaments for the garrison and the natives were charged to that hospital. I think therefore that it is most profitable for the Company to adhere to that which was determined in the memorandum of the low wages, and thus to grant the chief surgeon for 75 instead of 10 persons per month ƒ750:- or in the year - ƒ 9000:- for which he would then have to provide everything except the little arrack vinegar, Cape wine, and spices that are nevertheless issued to him in natura and cost the Company no more than is together „ 41. 12. 8 ƒ9841:12. 8 For my part, I consider this more advantageous than the Company paying him a certain fixed monthly sum for every person who might enter the hospital according to the rate of the number that would be found therein, in which case the difference from one month to another would be too great, because during the shipping season or from the middle of Iuli to the end of Maart one usually finds 110 to 130 sick in the hospital, which, in comparison to the aforementioned arrangement, would differ far too much, not to mention that the chief surgeon would also have no reason to complain, for in such a case he would not be able to make up the expenses in the remaining months when there are few disabled persons. At least the monthly servants' wages must run their course whether there are sick people or not, and the Company allows him no more than ƒ20. 6. — for that, whereas month after month he has had to disburse ƒ 73:—, and which expenses, due to the relocation of the hospital, are currently not reduced; on the contrary, the wage of two water carriers, because of the distance of the pond from which the drinking water is fetched, has increased by ƒ 6:— per month. The kitchen
Dutch transcription
1189 16 maert 26 maert Haar Hoog Edelheedens komen speciael hierop van niet wel te kon„ nen overeenbrengen de stelling van Cramer, dat by aldien de verstrek„ king geschiedde ingevolge de schikking van den 4' Maart 1762 / eigentlijk den 4 maart 1763 / hy dan de eene maend door den anderen geslagen, in maert en April /wanneer en maar 23 kop¬ pen in het hospitael zyn /ieder maer 25 koppen in het horpitael zijn:/ ien der maand ƒ410:— en sjaers ƒ4920:- zou„ moeten inschieten, en het besluit dat daarop by deesen Raede den 13 Mei 1763 genomen is, om hem namelijk tot nader ordre ƒ 6520:— voor 75 koppen en min en meer pro rato toete leggen Dit is eigentlijk het ponct, waarover Haar HoogEdelens nader elucidatie vra gen en om welke te suppediteren men notoir tot „ retroucta recoer dient te neemen. De voormelde schafbaas heeft 't geen de maen delyks in het hospitael moet be¬ kostigt werden, by een geschrift dat in de bovengem resolutie is ingeschreeven, zo ampel en klaer beraisonneert, dat daarover niet nader gezegt kan worden, als woordelik te herhaelen, het geen daarby zo omstandig is gedemen streert. Het eenigste water nu te onderzoe ken valt, zou weesen welke porten het zyn, die by resolutie van 15 maart gezegt worden, dat men niet of niet wel zo hoog durft valideeren en waarom of er geresolveerd is tot haar Hoog Edelens nadere dispo sitie ƒ 6520: — ten lasten van het hospitael te valideeren voor 75 kop, pen en min of meer pro rato maar vermits de resolutie zelve hier omtrent geen licht geeft, zo denkt de ondergeteekende, dat het zekerlijk de posten zyn, die de oppermeester by de memorie, in het voorsz besluit g'inse„ reert, als een, ontwerp, waarna het zou konnen geschikt worden heeft opgegeven en zeeker wat ruim genomen zijn; want buiten de Contanten voor vijf en zeeventig koppen a ƒ 10 per man ofte 'smaends - - - - ƒ750: — steld hy nog voor provisien - - - „ 385. 9. — die hem in gelde besteld zoude moeten worden, na de prijsen waarvoor ze de comp krijgt, en in natura eenige kannen arak en wesmeer te samen. . . . „ 41:12. 8 voor onderhoud van kadels en de verschoningen van het bedde goed. „ 160: —:— maekende smaends ƒ1337. 1. 8 of in het Jaar - - ƒ16044. 18. — en hier van detraheerende de heele gage van 75 man door den anderen meede ƒ 10 per man gereekend „ 9000: —:— zo zou na zyn reekq 't hospitael ten loste ƒ 7044:18:— komen. 1 het die voortdrage 1196 16 maart 16 maart doen voortdragt ƒ 7012:18. — en wanneer er voor medica menten ten behoeve van dat gasthuis nog zou overschieten ƒ 405:12.— item voor Thin tot het vertuuren van het conebuirgoed. . „ 50:—:— „ 455:2:— zo dat volgens deese reerger ƒ 7500:- niets boven de . voor 75 koppen ten lasten van het hospi„ tael zouden komen, mits dat de maen„ delyksche ordonnantie in proportie van de ziek geweest zynde manschappen tot 75 gereekend, en na deese of der gelijke be„ paaling geen oreige posten als daar zyn Kuuren, graf en dood kist of medecamen, ten voor het guarnisoen en de inlan„ dert dat ziekenhuis ten lasten gebracht wierden Ik denk derhalven dat het voor de Com„ pagnie profitabelst is zig te houden aen het bepaelde by de memorie van nie nage en dus den oppermeester te accordeeren voor 75 in steede van 10 koppen 's maends ƒ750:- ofte in ƒ 9000:- het Jaer - daar hy dan alle voor zou moeten bezorgen behal ven het weinige arakazijn Kaabsche wyn en specerijen dat hem tog in natura word afgegeven en de Compe niet meer kork ar. is tesamen „ 41. 12. 8 want voor myn aendeel achte ik dit voordeeligen, als dat de Comp hem voor ieder kop, die er in het gasthuir komen mogt een zeeker tautum smaands betael„ de na rato van het getal, dat zig daar in zou bevinden, wanneer het verschil van de eene maand met de andere te groot zou zyn, dewyl men in de scheepentijd ofte van medid Iuli tot ulto Maart doorgaends 110 tot 130 zieken in het hospitael vind, wanneer het in vergelijking van de voorsz bepaeling, alte veel zoude differeeren, om niet te zeggen, dat de oppermeester zig ook niet reeden zou moeten beklae„ gen, want in zo een geval zou hij in de overige maanden, wan neer men weinig impotenten heeft de ongelden niet konnen goedmaken. Althans de maendelijksche dienaeloomen moeten haar coers behouden het zy er zieken zyn of niet, en de Compagnie legt hem daar voor niet meer toe als ƒ20. 6. — daar hy maand voor maand ƒ 73:- heeft moeten uitkeeren en welke onzelten mits de ver plaetsing van het ziekenhuis altans niet vermindert, zijn ter contrarie het loon van twee waterdragers, is on de verheid van de, vijver, daar het drinkwater uit gehaeld word, geaccresseert met ƒ 6:— per maand. De Com„ buir ƒ9841:12. 8 waat
English
1191 16 March The same resolves: Number 8. Their High Excellencies' house must smoke whether there be few or many sick lying there, and no one ever doubts the rising prices of provisions and various other things that are required in housekeeping, and especially in a hospital, where matters at least ought not to be cramped for the relief of poor suffering persons; it being a known fact that since the year 1750 until now some articles differ 50, 80, and 100 percent, yea, considerably more, as can more fully be gathered from the following true demonstration, as: In the year 1750 one bought 7½ seers of goat meat for 1 rupee, now only 4 seers for 1 rupee. 16 seers for 1 rupee. 30 seers of sweet milk for 1 rupee, now 16 seers for 1 rupee. 60 seers for 1 rupee. 120 seers of buttermilk for 1 rupee, now 60 seers for 1 rupee. 2¾ seers of butter for 1 rupee, now 1¾ seers for 1 rupee. 16 pieces of fowls for 1 rupee, now 12 pieces for 1 rupee. 26 pieces of bread for 1 rupee, now 16 pieces for 1 rupee. 100 pieces for 1 rupee. 200 pieces of eggs for 1 rupee, now 88 pieces for 1 rupee. 1 maund of biscuit for 4 rupees. 1 maund of flour for 3 rupees, now 6 rupees. And who is there who has any prospect that circumstances will change for the better? I therefore maintain completely that a chief surgeon absolutely cannot manage well with less than 750 guilders per month or 9000 guilders a year, and I confidently refer to the demonstration that was inserted in the resolution of 13 May 1763, whereby it has been examined to the closest detail what burdens must be borne for this. I hope to fulfill the intention of Their High Excellencies and hereby to have satisfactorily performed the commission imposed upon me by the decision of Your Honorable Worships, declaring further to remain with respect and esteem, Honorable Worshipful Sir and Esteemed Councilors, Your Honorable Worships' very obedient servant, Mr. Isinck. Hooghly, 16 March, the year 1767. And after resumption thereof, it was approved and resolved, so far as this board is concerned, to conform therewith, to offer the same to Their High Excellencies at the earliest opportunity, and to request and await Their High Honors' final disposition thereon. 16 March Demonstration. Done. 2192 Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: G. C. Vernet, M. Isinck, Mr. Lafont, J. M. Ross, P. P. Huuber, F. A. Haghadamius, Jacob Eelbracht, Secretary. Tuesday After the business concerning the general affairs had concluded according to the resolution of today's date, it was proposed by the Lord Director to the meeting that, on the occasion of the obstacles detailed at length by the Kasimbazar servants in their general letters of the 9th and 25th of this month, both concerning the loss of the silk winders and the arising inconveniences in the purchase of thannah, or ready thread required for the silk fabrics, and circumstantially noted in the above-mentioned general resolution, His Honorable Worship judged it advisable likewise to give notice to the said servants of the arrangement made between His Honorable Worship and the Calcutta Ministry for the redress of trade in general; the more so as His Honorable Worship was informed that the English gentlemen had deferred to their servants, Tuesday, the 28th of April, the year 1767, in the morning. Absent the members Lafont, Ross, and Haghadamius, the first and last named being indisposed and the second on a commission to the Aurungs. 1143 28 April 2 28 April had left the nomination of commissioners to investigate in what manner the trade there could be conducted to the satisfaction of both sides. Whereupon, deliberation having been held, it was approved and resolved with unanimity of votes to conform completely therewith, and consequently to instruct the servants, according to the further proposal of the Lord Director, likewise to choose two persons from our side for the aforesaid end; or else to enter into negotiations on this weighty subject with the English chief, Mr. Sykes, alone, and to that end to govern themselves according to the Memoir presented by the Lord Director to the Calcutta Governor, Harry Verelst, and inserted in the secret resolution of the 1st of last month, a copy of which will therefore be sent to them. And since, according to the communication of the Lord Director, Mr. Verelst is to depart one of these days for Murshidabad Wednesday and subsequently further up-country, it has been approved, in accordance with His Honorable Worship's further proposal, to write to the servants at the same time that, in the view of this Ministry, it will be best to wait with the negotiation until after His Honor's arrival there, in order also to enlist the aid of that gentleman, of whose good intentions one may be completely assured, for the better achievement of our aim. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: P. L. Vernet, M. Isinck, F. N. Zuuuer, P. P. Huuber, O. W. Falck, Jacob Eelbracht, Secretary. and
Dutch transcription
1191 16 maert bevluit het zelve „ „ 8 N=o Haar Hoog Edelheedens buis moet rooken of er veel of weinig zieken leggen, en niemand twijfeld immer aen de verduuring van de levensmiddelen en verscheide ande„ re zaeken, die in de huijshouding en bysonder in een gasthuis, daar het tot soulaas van arme lijdende persoonen altans niet bekoompen moest zyn, te paskomen, zynde het een bekende zaak dat zeedert Ao 1750 tot nu som mige artikels 50, 80 en 100 procent Ja vry meer differeeren, gelijk dat bree„ der kan nagegaen worden uit de vol„ gende waare vertooning als in Ao 1750 kogt men 7½ leer Cabrieten vlees voor d ropytans maer 4 Ceen „ 1 „ „ „ 16 „ „ „ 30 „ soetemelk „ „ 60 „ „ „ 120 „ kaereeemelk „ 1 „ „ „ 2¾ „ boote „ „ 1¾„ „ 1 „ „ 16 ps holeders „ 1 „ „ 26 „ brooden „ 1 „ „ „ 100„ „ 1 „ „ „ 200 „ Eiscen, „ „ 88: „ 1 maon bescuit „ 4 „ „ meel „ 3 „ „„ 6. „ en wie iser, die eenig vooruit zicht heeft dat de omstandighee den ten goede vaanderen zullen Ik blyf derhalven volkomen daarby, dat een oppermeester het absolut met niet minder als ƒ750 smaends ofte ƒ 9000:— in het jaar goed kon moeten, en duaf my gerust refereeren aen de aen „ „ 12 „ aentebieden. tooning, die by de resolutie van 13 mei 1763 geinsereert is, waarby het ten naamsten is uitgepluist wat lasten daarvoor moeten gedraegen worden Ik hoope aen, de intentie van Haar Hoog Edelheedens voldoen en de my opgelegde commissie by het besluit van UW EE Achtbare hiermede ten genoege verricht¬ te hebben, betuigende wijders met eerbieden achting te zyn /:onderstond:) EE Achtbare Heer en Geerde Raeden /:lager/ uwelEdele Achtbare zeer gehoorzame dienaar /:getekent/ Mr Dsinck /(ter zijde:/ Houglyden 16 maart Ao 1767. en na resumptie van dien goedgevonden en verstaan zig voor zo verre dit collegie betreft, daer meede te conformeeren, het zelve Haar Hoog Edelheeden ten naa ste aente bieden en Hoogderzel ver finaale dispositie daar op te verzoeken en aftewagten 16 maert tooning Actum „ „ „ „ „ „ „ „ „ 2192 Actum Hoegli in Bengale datum ut supra 0 /:getekent:/ G: C: Vernet. M Isinck. . . . . - - - M r Lafont. I. M Ross. P: P: Huuber . F: A: A: damiur. Iacob Eelbracht ph sec=t Dingsdag Na dat de besoigne over de gemeene zaa ken volgens resolutie van huidigen datum was afgeloopen werd door den Heer Directeur aan de Vergadering voor„ gesteld, dat zyn E Achtbare ter gele genheid van de door de kassemba„ zaarsche bedienden by haare gemeene letteren van den 9en 25 dezer in het breede bedeelde obstaculen, zo over het verlooren de zyde haspelaars, als de voorkomende inconvenienten, by den inkoop van Thannah of gereede draat tot de zijde stoffen benodigt, en omstandig by bovengem gemeene resolutie, aengeteekend, raadzaam oordeelde, gemelde bedienden tanr meede kennisse te geven van de schikking, die en tusschen zijn E Acht„ baare en het Kalkats Mini Nerium tot redres van den handel in het ge nerael gemaakt is, te meer zyn E Achtbaare onderrecht ware, dat den Heeren Engelschen aen hunne be„ Dingsdag den 28' April Ao 1767 smorgens absent de Leeden Lafont, Rossen Haghadamius zynde de eerste en laastgemelde indispoort en de tweede in commissie naar d' Arrecegr. dienden 1143 28 april 2 28 april dien den guster gedefereert hadden gelaeten het benoemen van gecom mitteerden ene te onderzoeken, op wat wijze de negocie aldaer ten genoegen van weedskanten zou konnen gedree¬ ven worden. waarop gedelibereert zijnde, is niet eenparigheid van steimen, goed„ gevonden en verstaan, zig daarmede volkomen te conformeeren, ende bedienden mitsdien, volgens verde„ re propositie van den Heer Directeur te gelasten, ene van onze kant ten voor= einde meede twee persoonen te ver„ kiezen; of wel met het Engelsch opper„ hoofd, den Heer Sykes alleen, over dit gewichtig enderweop in onderhandeling te treeden, en ten dien einde zig te reguleeren, naar de Memorie, door den Heer Directeur aan den Heer Kal kats Gouverneur, Herry Verelst, ge¬ presenteert en geinvereert bij geheuw arrest van pmo arrest jongstleeden, welke hun, oversulx in copia zal worden toegezonden. En vermits volgens communicatie van den Heer Directeur de Heer Ver¬ Elst eerstdaags naar Morsidabaadt oensdag ƒ en vervolgens verder naer boven staat te vertrekken, zo is conforme zijn EAchtbarer nadere propositie, goedge vonden den bedienden tevens aen te schrijven, dat het naer het begrep van dit Ministerie best zal zijn, met de negociatie te wagten, tot na zijn Ede, les arrivement a costij ten einde dien Neer, van wiens goede initentien men zig volkomen kan verzeekerd houden, tot een beter breiking van onr oogmerk ook in den arm te neemen. Actum Hoegli en Bengale datum ut: supra /:getekend:/ P: L: Vernet M: Binck F: N: Zuuuer. . . . . . . . . . F. P: Numberz O. W: Falex. . . . . Jacob Eelbrunktasq=r en
English
1194 Wednesday the 6th of May Ao 1767, in the afternoon. Absent the members Lafont, Ross and Haghadamius, the first and last due to indisposition, and the second on commission. In this special meeting, it was presented by the Lord Director to the Assembly that our commissioner currently present in the aurang Herriapaal, being alone due to the indisposition of the merchant Martinus Koning who has returned, the titular merchant Johannes Mathias Ross had privately informed His Right Honourable that before making a beginning with the commission entrusted to them both pursuant to joint resolutions of the 4th and 27th of March, he had requested of the English delegates a perusal of their instruction, and that having also communicated his own on that occasion, he had found that they actually differed from one another, since the British were merely instructed to do their utmost to investigate the causes of all disputes between their gomashtas and those of the other nations, and to settle the same as much as it should be possible for them, and that in order to find an amicable accommodation on this matter, the French and Dutch had also dispatched commissioners, with whom they were to employ all their power to prevent the causes of the complaints that arise so frequently. That this order, as His Right Honourable remarked upon resuming his discourse, did not at all agree with what was resolved by the Calcutta ministry upon the memorial presented by him, the Lord Director, to the Noble Lord Calcutta Governor Harry Verelst and inserted by resolution of the 1st of March last; namely, to seek a means in all the aurangs in order to make the collection of linens, silk and silk fabrics equally easy for everyone, to which end the state of the aurangs, the number of weavers, and their capacity and capability were to be surveyed by mutual commissioners, and a report in writing of their findings was to be awaited from them, 1195 in order thereafter to make the necessary arrangement with one another. That the execution of the matter in such a manner and way as the English gentlemen presently understand it would only be wasted labor, since not only was this experienced in the year 1764, as appears from what was noted in the joint resolution of the 29th of May regarding Shenderkona, but it was also widely known that no Bengali has the heart to complain in the presence of an Englishman about the injustice done to him. And that he, the Lord Director, therefore found it necessary to express our surprise to the Calcutta Council concerning the aforesaid difference in the instruction, with a request to issue an order that the commission, in accordance with the arrangement once made, may proceed, so that no further time be lost, and that this may serve both for the continuation of trade and the maintenance of friendship. Producing hereupon for resumption a letter drafted in advance for this purpose, with the contents of which the members having concurred, it was decided by a majority of votes to consider the matter settled there, and to have the said letter dispatched to Calcutta as soon as practicable, while in the meantime the necessary replies shall be written to our commissioners by the Lord Director alone. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: P: L: Vernet, M: Sinck, A: P: Humbert, I: H: Zeimer, O: W: Falck, F: H: Hadamius, Jacob Eilbracht, secretary. 1196 Thursday the 14th of May Ao 1767, in the morning. Absent the members Lafont and Ross, the first due to illness and the other on account of the commission assigned to him to the weaving places. After the matters recorded under the general resolution of the members were handled, it was shown by the Lord Director that it appeared as though the Calcutta gentlemen sought to answer our letter of the 6th of this month with silence, and to leave the matter regarding which it was framed—namely, an alteration of the instruction of their commissioners in the aurangs—to run its course. Deeming it therefore necessary to insist upon a further reply, in order to see what they are plotting, and to take our measures accordingly. With which the members completely conformed. Done at Hooghly in Bengal, date as above. Signed: P: L: Vernet, M: Tsinck, I: H: Zeimer, F: P: Humbert, O: W: Falck, F: H: Hadamius, Jacob Eilbracht, secretary. Tuesday the 19th of May Ao 1767, in the morning. All present, except the members Ross and Haghadamius, the first being on commission to the aurangs and the other indisposed. It was communicated by the Lord Director that His Right Honourable had convened this meeting principally to show the members that it appeared as though the English gentlemen made a show of intending to reduce the commission to the weaving places to nothing. For firstly, no answer had yet been received to the letters dispatched to the Calcutta ministry on the 6th and 15th of this month on this subject, and furthermore our first commissioner, the titular merchant Johannes Mathias Ross (the second in the commission, the merchant Martinus Koning, having been permitted by him, the Director, to come hither due to indisposition), being at Haripal, had privately informed His Right Honourable that the English delegates Batoe and Laporte, after having regulated everything in Haripal and Dhaniakhali (as they thought in secret) for the collection of linens, and the weavers
Dutch transcription
1194 binei Woensdag den 6 ' Mei Ao 1767s agtermiddags absent de Leede in Lafent, Rossen Haghada¬ muur, de eerste en laeste mits indispositie en de tweede in commissie In deeze expresse bij eenkomst werd door den Heer Directeur de Vergadering voorgedra„ gen, dat onze tegenwoordig in de Arreng Herriapaal, mits indispositie van den terug gekomen koopman, Martinus koning, maer alleen present zijnde ge„ committeerde, de titulair koopman Johannes Mathiar Ross zyn E E Achtba¬ re in het particulier had bedeelt, dat hy, alvoorens met de commissie, hun beide volgens gemeene resolutien van den 4 en 27 maart opgedraagen, een begin te maken, van der Engelschen efgevaardigden verzocht hadde oeening van haare instructie en dat hy de zyne bij die gelegenheid meede gecom„ municeerd hebbende, bevonden had, dat ze werkelijk met elkanderen verschilden, dewijl de Britten alleen gelast waren, hun uiterste best te doen, om te onderzoeken de oorzaaken alle disputen tusschen hunne gemaster en die van de andere natien, en de, zelve, zo veel het hun doenlik zou zyn, te stellen, en dat ene der wegens een minnelijk accommodement te vinden, de Franschen en Hollan ders mede gecommitts hadden afge„ vaardigt, niet wien zy al hun vermogen in het werk moesten stellen, em te pre„ venieeren de oorzaken van de klachen ten zo diewyls ontstaan . Dat deze ordre zo als zyn Achtbaare by her vattug van discours aanmerkte, gansch niet accordeerde met het geen en op de door hem Heere Directeur aen den Edelen Heer Kalrats Gouverneur Herry Verelst gepresenteerde en by resolutie van pro. maar t Jongstleeden geinsereerde memorie, door het Kalaatsch mini„ sterium beslooten is, van namelijk in alle de arrengs een middel te zoeken ten einde den inzaam van Lywaaten, zijde en zijde stoffen voor ider even gemarkelijk te maa„ ken, ten dien fine de staat van de arrengs, het getal der weters en haare capaciteit en vermogen door wederzydsche gecommitts te lae ten opneemen, en van hunne bevinding te verwachten een rap„ zelve port 1195 buli 6mei porte in scriptis om, daarna met elkanderen de nodige schikking te maken. Dat de uit voering van de zaak zo en indiervoegen als de Heeren Engelschen het tansbegrijpen, maar vergeefsche arbeid zou wesen, dewijl nien zulx niet alleen in den Jaare 1764 blijkens het aengeteekende by gemeen besluit van den 29' Mhei omtrent sjenderkona had ondervonden„ maar dat het ook over bekend was, dat geen Bengalen het hart heeft, in presentie van een Engelschman te klagen over het on„ gelijk, dat hem geschied, En dat hy Heer Directeur diehalven noodzakelijk vond, de Kalkatsche Raad onze verwordering te betuigen over de voorm differentie in de instructie, met versoek, ene ordre te stellen, dat de commissie, ingevol„ ge de eens gemaakte schikking, haare voortgang mag hebben, op dat er verder geen tijd verloren ga, en zulx kone te strekken, zo tot voortzetting van den handel, als tot onderhouding van de Vriend„ schap, produceerende hierop ter resumptie eene ten dien fine by voorraad ingerechte missive, met welker contenue de Leeden zig gecontanceert hebbende, is met een parig heid van stemmen beslooten, de zaek aldaar voor gearresteert te houden, en ƒ onderdag de gedagte brief, zodra doenlijk naar Kal„ katte te laeten afgaen, terwijl intus„ schen onse gecommitts door den Heer Directeur alleen het nodige gerecribeert zal worden. Actum Hoegliin Deugale datum ut supra /:geteekend:/ I: L: Vernet M: Suiux .A: P: Humbert I: A: Zuuur.. . O: W: Falek. F: A: ADamius Jacob Elbraert plsec=tr de ƒ 1196 Donderdag den 14:' Mei Ao 1767 smorgens absent de Leeden Latent en Ross de eerste nits enpasselykheid en de andere wegens de hem gedemandeerde commissie naer de weefplaetsen. Na dat de zaaren by geeneeen arrest van leeden beschreeven, afgehandelt waren, werd door den Heer Directeur vertoond, dat het scheen, als of de Kalaatsche Heeren ense brief van den 6 ' deser met stilzwijgen zog ten te beantwoorden, en het geval, waarover deselve is ingericht, namelijk eene veran¬ dering van de Instructie van haare gecom„ mitteerden in de arrengs op zijn beloop te laaten: oordeelende dierhalven nood„ zakelyk te zyn nader one vercriptie aen te houden, ten einde te zien, wat zy in haer schildvoeren, en daar na onse mesurer te neemen. Waarmede de Leeden zig volkomen confon„ meerden. Actime Noegli in benegale datum ut supra /:get:/ P: L: Vernet. M: Tsinck. I: H: Zeimer. . . .. F: P: Humbert. O: W: Falik. F: H: H: Daniur .. Iacob Eilbraertpelse=rs Is door den Heer Directeur gecommuniceert dat zyn E Achtbaare deeze by eenkomst principaal belegt hadden, om de Leeden te vertoonen, dat het scheen, als of de Heeren Engelschen zig gelieten van intentie te zijn, om de commissie naar de weet plaatsen op niets te doen uitloopen want dat men voor eerst, als nog geen antwoord had, op de den 6en 15 deeser aen het kalkatsch ministerie over dit onderwerp afgevaardigde missiver en dat daer en boven onze eerste gecom„ mitteerde de titulair koopman Iohan ner Mathias Roy (:zynde de tweede, in de commissie de koopman Martinus Koning mits in dispositie door hem Directeur geper„ „als nog mitteerd herwaards te komen:/ zig te Herrice paal bevindende, zijn E Achtbaare in het particulier had bedeelt, dat der Engel„ schen afgevaardigde Batoe en Laporte na in Herriapaal en Dhenniacaly (:zo als zymeenden in stilte: / tot den insaam van Lynwaaten, alles gereguleert, ende Dingsdag den 19 Mei Ao 1767 s morgens alle present, behalven de Leeden Rossen Hagha damius, zynde de eerste in commissie naar de arrengs en de andere indispoort. Dingsdag wevers
English
1197 having compelled weavers to execute Muchalkas or written bonds committing them to work for no one other than the English Company, had written to Calcutta to Mr. Cartier, who is currently holding authority due to the absence of the Governor, and had informed His Honour that what was necessary in the aforesaid aurangs had been accomplished, with a request for orders as to whether they should proceed to the remaining quarters and regulate the procurement there as well. That His Honour regarded this as firm proof that the Calcutta gentlemen, contrary to their pledged word, sought to mislead us, even though in the meantime, or after receipt of our last letter, they had ordered the aforementioned commissioners to remain in Haripal until an answer had been received from Governor Verelst, who is presently in Murshidabad, and they were provided with further orders regarding the principal matter. But since, as stated, from the indifference with which that affair was treated, one must notoriously conclude that the British did not seem to be in earnest, His Honour therefore submitted to the consideration of the council whether, in order to convince our highly esteemed Lords and Masters as much as possible of the truth of the so frequently made complaints, and to enable them to substantiate the vexations and obstructive practices of the English with sufficient proofs, it would not be expedient to dispatch orders to the aforesaid Ross, so that in case it might truly be their intention to dupe us, or if the English commissioners sought to travel further without first dealing with him in conformity with the convention with their principals, he should provisionally protest orally against them and announce that, notwithstanding this, he will attempt to carry out his commission without them; with the recommendation then to put this into effect immediately in company with the French commissioners, namely by proceeding to all the aurangs and executing that which has been prescribed to him by his instruction, keeping an accurate record of all obstacles he might encounter in the execution, and investigating as much as possible from what side 1198 19 May and by whom this or that snare is laid for the thwarting of our objectives, and after everything has reached its conclusion, to make a written report thereof, which if necessary can be confirmed under oath. All of which having been attentively heard and agreed to by the members, it was resolved by a unanimity of votes to conform entirely with the proposal of the Director, and to notify the aforesaid Ross by an extract of that resolution. Done at Hugli in Bengal, date as above. Signed: J. L. Vernet, Mr. Tsueur, F. A. Limer, Moire Lafons, F. P. Humbert, O. W. Falck, Jacob Hilbrants, Secretary. Saturday, 23 May, in the year 1767, Extraordinary Session, absent the Junior Merchant Haghadamiur due to indisposition. The members having taken their seats, it was made known by the Director how His Honour had already observed at the session of the 19th of this month that it appeared to be the design of the English to keep us dangling with the commission to the weaving places until it would become too late to accomplish what is necessary, or else not to fulfill their promises made in the subject case at all; that the answer from Calcutta to our letter of the 6th and 15th of this current month was still failing to appear, and that nevertheless their commissioners remained in Haripal, seemingly to make us believe that they were awaiting orders from Mr. Verelst, but that His Honour firmly imagined that something foul lay hidden beneath that delay; that His Honour, considering that the matter, once begun, had to be pursued with vigour, had already privately made his complaint to 1199 23 May the aforementioned Mr. Verelst regarding the conduct of the Calcutta Council during His Honour's absence, and moreover was of the opinion that the fire ought to be applied a bit closer to the shins of those gentlemen themselves by obliging them to declare themselves in one way or another. Furthermore, that His Honour, in order to place the crooked dealings of the British with respect to us in a clearer light, in addition to the measure determined on the aforesaid day with unanimous approval, whereof our first commissioner, the titular merchant Johannes Matthias Ross, was immediately informed, had deemed it advisable to summon him, Ross, since he could accomplish nothing anyway, hither, in order, before proceeding to the execution of the final part of his order, to make a report in the council of what the aforesaid Mr. Verelst had told him concerning the instruction that was to be handed to the English commissioners in the aforementioned commission, so that, this being registered, our highly esteemed principals would be able to make such use thereof as shall be found proper in the event of an unfortunate outcome; regarding which His Honour further maintained that such an account given by a member of the council in person and under the taking or offering of an oath would be quite as sufficient as a declaration executed before a public notary; and this being likewise so understood by the members, the said Ross, after a prior admonition to direct his report accordingly, declared: That during his presence in Calcutta, he had spoken up to two times with the frequently mentioned Mr. Verelst on the subject concerning the arrangement to be made in the aurangs, and had asked His Honour the last time what orders the English commissioners would receive in that regard; that that gentleman had declared to him thereupon that their orders would dictate to make a survey of all the weavers by sort, to wit:
Dutch transcription
1197 wevers genoodzaamt te hebben, tot het par„ seeren van Moetsielkas of verbandschrif„ ten van voor niemand als de Engel, sche Comp te zullen werken, naer kal„ katte aen den Heer Cartier /:mits afwe„ zigheid van den Heer Gouverneur thans het gezag voerende:/ geschreeven, en zyn E be„ deelt hadden, dat het nodige in de voorm arrengs verricht was, met verzoek om ordre, of zy zig naer de overige quartier ren vervoegen zouden, en de aenbestee„ ding, aldaar mede reguleeren. Dat zyn E Achtbaare dat aanmerkte, als een vaste blyx, dat de kalkatsche Heeren ons tegen haar gegeven woord zogten te misleiden, schoon ze intus„ schen of na de ontvangst van onrlaes te schrijven de voormelde gecommitt=e bevolen hadden in Herriapaal te blyven, tot dat er antwoord van den Heer Gouverneur Verelst /:tegenwoordig te Morsidabaad was ontvangen, en zylieden omtrent de principaale zaek, met nadere ordrer voorzien wier den. Dog dat dewijl men als gezegt uit de indiffecentie, waermede die affaire getracteerd werd, notoir moert besluiten, dat het de Britten geen ernst scheen te wezen, zijn E Achtbaare dier„ halve de vergadering in consideratie gaf, of het, om onze hooggeeerde Heeren en meesteren zo veel doenlijk te overtuigen van de waer„ heid der zo dikwijls gedaene klachten, en in staat te stellen, om de vexatien en dwars dryverijen der Engelschen met suffisante bewijzen te staven, niet dienstig zou wesen aen voorm Ross ordres te laaten afgaan, one ingevalle het wezentlijk de intentie mogt zijn ons te dupeeren, of dat de En„ gelsche gecommitts verder op reis zogten te gaan, zonder alvoorens met hem te handelen, in conformité van de conventie met hunne Princcipalen by provisie mondeling tegen dezelve te protestee„ ren, en aentekondigen, dat hy des niet tegenstaande zijn last, zonder haar zal trach„ ten te volvoeren; met recommendatie on zulx dan ook in compagnie van de fransche gecommitt=n dadelijk in het werk te stellen, met namelijk naar alle de arrengs te trekken, en te verrichten dat geene, dat hem by zyne instructie is voorgeschree„ ven, houdende eene accuraate annota„ tie van alle obstacilen, die hy in de uitvoering ontmoeten mogt, en zo veel doenlik navorschende van wat kant ernst en 1198 19 mei en door wien ons deeze of geene lagen ter verydeling van onze oogmerken, gelegt worden, ee na dat aller zijn beslag zal er„ langt hebben, daarvan te doen rapport in script is, dat der noods met eede bevestigt kan worden. Al het welke aandachtig aengehoord en door de Leeden geaggreeert zynde, is met een paarigheid van stemmen verstaan zig met de propositie van den Heere Directeur volkomen te conformee, ren en voorm Ross by extract van dat besluit kennisse te geven. Actum Hoege in bengale datum uit supra /:get:d:/ I: L: Vernet. M:r Tsueur. F: A: Limer Moire lafons. . . . . . F: P: Humbert O: W: Taler. . . . . Iacob hilbrachtpelseC= Saturdag De Leeden zig geplaatst hebbende, werd door den Heer Derecteur te kennen gege„ ven, hoe zyn E Achtbaare ter sessie van den 19' deser, reets had aengemerkt, dat het der Engelschen toelegscheen te zijn, van ons met de commissie naar de weetplaatsen of op den tuil te houden, tot dat het te laat zou worden het nodige te verrich„ ten, of wel om hunne in cas sub„ jeet gedaene beloften in het geheel niet na te komen; dat het antwoord van Kalratte op ons schrijven van den 6 en 15 deser lopende maend als nog agterwegen bleef, en dat echter hunne gecommitt=n in Herriapaal stand hielden, en ons quasi te doen geloven, dat men na ordres van den Heer Verelst wachte, maar dat zin Achtb: zig vastverbeelde, dat er onder dat tal„ men iets ags verborgen lag; dat zijn E Achtbare considereerende, dat de zaar eens begonnen zijnde, met nadrur vervolgt moest werden, reets in het parti„ culier zijn beklag had gedaen aen Saturdag den 23 Mei Anno 1767 Sucon„ gens, absent de onderkoopman Hagha damiur mits enpasselykheid bovengemelde 1199 23 mei 23 mli bovengemelde Heere Verelst, over de verhouding der Kalaatsche Vergadering by zijn Edeler absentie, en boven dien van begrep was, dat men die Heeren zelve het vuur eens was nader aen de scheenen moet leggen, met haar te roodzaeken van zig op de eene of an„ dee wijze te verklaaren. voorts dat zijn Achtbaare om den afqueest der Britten ten onsen opzichte in een kelder daglicht te stellen boven het middel, dat ten voorm dage met eenpaarig goedvinden bestemd en waervan onze eerste commissiant de titulair koopman Johannes Mathiar Rossillico ender¬ recht was, terade was geworden, hem Ross, als tog niets konnende uitrechten herwaerds te ontbieden, om alvorens te treeden tot de uitvoering van het uiterlijk gedeelte zijne erdre in ver„ gadering verslag te doen van het geen voorn. Heer Verllet hem gezegt had, aangaende de Instructie, die de Engelsche gecommitt= in de voorsz conmissie ten hand stond gesteld te worden, op dat zulx geregistreert zijnde onse hooggeeerde principaalen, daer van zodanig gebruik zouden konnen maken, als bij een onge„ lukkigen uitslag zal bevonden worden te behooren, en waeran„ trent zijn E Achtbare al verder sustineerde, dat zo een verhaal door een Lid van de vergadering in persoon en onder aflegging of presentatie van eede gedaen wel zo voldoende zou zyn, als een verklaering voor een beampt schoy¬ ven gepasseert wordende; en zulx door de Leeden meede alzo begree¬ „pen zijnde, heeft gemelde Rots, na voorafgaande vermaaning van zyn bericht hierna interichten verklaard; Dat hy by zijn aanwe¬ zen te kalratte veelmelde seer verelst tot tweemael toe over het onder werprakende de te doene schikking in de arrengs onderhou„ den, en zyn Edele de laeste mael gevraegd had, wat last de Engelsche gecommitt=e derwegens krijgen zouden! Dat dien Heer hem hierop verklaerd had, dat hunne ocke dicteeren zou, een opneem te doen van alle de weevers in soort, te van weeten
English
1200: 23 May 23 May to know of the principal, the middling, and the worst, which goods fell in each aurung, and whether one place delivered better goods than the other, in a word, all the particulars of the aurungs. That he, Ross, had further discoursed with the Governor on the salutary nature of this objective, and had received as answer from His Honour that no one would be more pleased than His Honour if everything turned out well and was arranged satisfactorily; finally, that the deputies of the French, Rouland and de Grange, had afterwards related to him, Ross, that Mr. Verelst had given them the very same answer as to him regarding the instruction of the Calcutta commissioners: offering to confirm all this on oath. Whereupon the Director proposed again to the Assembly that His Honour judged it best, for his part, to accept the offered oath, since then not the slightest objection could be raised on the part of our opponents if the Gentlemen Directors in due time might see fit to make use of this declaration, although His Honour declared that he gladly wished to hear first whether the Members might have any adverse objections to the contrary, thus submitting his proposal beforehand to everyone's judgment. This having been maturely deliberated and understood that a Member of an assembly which itself represents a Nation can fittingly suffice with his word, much more so with the offering of an oath, which in any case can be said to have the same effect as if it were immediately sworn: the Director subsequently joined in this, and consequently the resolution was unanimously adopted to let the aforesaid Ross suffice with the simple offer, and thus to excuse him from taking the oath as far as this assembly is concerned. This having been so determined, the Director resumed the discourse by having the Members observe that the testimony of the aforesaid Ross in substance 1201: 23 May 23 May corresponded with what the aforementioned Calcutta Governor, Mr. Verelst, had assured His Honour during his presence in Calcutta in February last, and which he, the Director, had made known to the assembly on Primo March thereafter; ordering, to refresh the memory, that the secret resolution of the aforementioned date should be read over. Which having been done, the well-mentioned Director declared to be prepared to confirm also with an oath, wherever and whenever it shall be required, that which is noted therein regarding the mutual agreement. And of which, conforming to the desire of His Honour, it is understood to keep this annotation. Subsequently, the Director produced for review a further missive provisionally drawn up by His Honour to the Calcutta ministry, containing a sensible expression of astonishment over their silence on our letters of the 6th and 15th of this month, with a request to declare themselves on it as yet at the earliest convenience and to deliver their reply into the hands of the Junior Merchant Jan Rauverts, who, with the foreknowledge and permission of the Director, is currently there on private business, but who will now, by a note to be written by the secretary by order of the assembly, be instructed to deliver the aforesaid missive in person to the currently presiding second, Mr. John Cartier, and not to depart from Calcutta without having obtained a written answer to the same. After the reading of which letter the Members fully conformed to its contents and the proposal regarding the delivery, whereupon the Director further produced for reading the translation of a Persian letter written by the Hugli Faujdar currently present in Murshidabad, Mirza Muhammad Kazim Khan, containing principally a request for the original talikas or receipts of the toll paid by us to the Bakhshbandar in the past and current year;
Dutch transcription
1200: 23 mei 23 mei weeten van de voornaamste, de middel baare en slegtste, welke goederen en in ieder aareng vielen en of de eene plaets beeter goed uitleverde als de andere, met éen woord, alle particulariteiten van dan rengs. Dat hy Ross over de heilsaam heid van dit oogmerk met den Heer Gou„ verneur verder gediscoureerten van zijn Edele tot bescheid gekregen had, dat er niemand blijder zou wezen, dan zyn Edele, wanneer aller wel uitviel en na genoegen geschikt wierd; linidelijk dat de afgevondene van de franschen, Rou„ landen de Grange hem Ross naderhand hadden verhaald, dat de Heer Verelsthun het zelve antwoord als hem, aengaen¬ de de Instructie van de kalkatsche ge committeerden had gegeven: presentee¬ rende dat alles met eede gestand te doen. waarna de Heer Directeur de Vergadering weder voorstelde, dat zyn E Achtbaare voor zyn aendeel oordeelde best te wesen, den aengeboden eed te laten gevolg nee men, dewijl er dan van de kant on„ zer tegenstreeveren geen de minste captie zou konnen vallen, by aldien de Heeren Majoores in der tijd, goedmog te vinden, van dit declaratoir gebruik te waaren, schoon zijn Achtbaare betuig„ de gaarne eerst te willen hooren, of de Leeden daar tegen eenige advier„ sible bedenkingen ter contrarie heb¬ ben mogten, desselfs propositie over„ zulx voor af aen een iegelijx oordeel sub„ mitterende. Hierover nuropelijk gedelibereerd en begreepen zijnde, dat een Lid van een vergadering, welke eene Natie zelfs komt te representeeren, gevoegelijk met zijn woord volstaan kan, veel meer dus met de aanbieding van een eed, die in allen gevalle gezegt kan worden van dat effect te zyn, als of ze dadelyk gepresteert wierd: zo heeft de Heer Direc, teur zig vervolgens hierby gevoegd, en is derhalven het besluit eenpaarig gevallen, voorm Ross te laeten vol„ staen, met de simpele presentatie en dus van het doen der eed, voor zo verre deese vergadering aangaat te excuseeren. Dit alzo beraamd zijnde, hervatte de Heer Directeur het discours, met de Lee„ den te doen remarcqueeren, dat het getuigde door voorm. Ross, in sub„ te stantie 1 1201 23 mei 23 mei ge stantie over een quam met het geen de voormelde Kalkats Gouverneur de Heer Verelst, zyn E Achtbaare by desselfs aanweeren te kalkatte in februari Hleeden verzeekert, en hy Heer Directeur aen de vergadering bekend gemaekt had, op Primo maart daaraan; ordonneerende tot f versching van het geheugen dat de secreete resolutie van evengemelde dato zou wen„ den overgeleesen. Hetwelk dan geschied wezende, zo heeft welmelde Heer Directeur betuigd, bereid te zijn, om hetgeene, dat we gens de onderlinge overeenkomst daarbij is aengeteekend, meede met eede te bevestigen daar en wanneer het vereischt zal werden. En waervan conform de begeerte van wee„ melde zijn E Achtbaare verstaen is te hou¬ den deze annotatie Vervolgens produceerde de Heer Directeur ter resumtie eene door zijn Achtbare bi voorraad ingerichte nadere missive aen het kalxatsch ministerie vervattende een gevoelige betuiging van verwonde, ring over hare stilzwijgenheid op onse brieven van den 6 en 15 deser niet verzoek van zig daerop als nogten spoe„ digsten te willen verklaren en hare rescriptie ter hand ten stellen aen den onderkoopman Jan Rauverts, die met voorkennis en permissie van den Heer Directeur zig om particuliere beezig„ heeden guster bevind, dog tans by een briefje door den secretaris ter ordonnan„ cie van de vergadering te schrijven gelast zal worden, de voorm missive in perzoon te bestellen by den tegen, woordig het gezag voerende secunde den Heer John Cartier, en niet van kalkatte te vertrekken, zonder schrifte, lijk bescheid op dezelve erlangt te heb„ Na lecture van welke brief de Leeden zig niet dier inhouden het geproponeer„ de wegens de overgave volkomen ge„ conformeert hebbende, werd door den Heere Directeur alverder ter lectuure geproduceert translaat van een persiaensche brief geschreeven door den tans te Mensidabaad aenwezen„ de Hoeglische Faurdaar; Thirza Mkak, med Kazimchan, houdende princi„ palijk een verzoek, om de origineele Talikas of quitantien van de door ons in den voorleeden en dezen Jaere aan Backsbender afgegeven tol; ben. rescriptie ten
English
1202 23 July 23 May in order thereby to prove that he, the Faujdar, did not defraud the revenues of that place, as one can observe more broadly in the letter itself, which reads according to the translation as follows: Translation of a Persian letter written by the Hugli Faujdar Muhammed Kasim Khan to the Honorable Director George Louis Vernet, received here on the 20th of March 1767. Very benevolent Director, lover of friends, greetings. After expressing my great desire for our joyful meeting, my foremost endeavor is made known to Your Honor's mind filled with tokens of beneficence, that, heaven be thanked, I have arrived in good health in Murshidabad. Since with all my heart I rely upon Your Honor's door and am constantly concerned for your esteemed well-being, I also hope that Your Honor will do me the pleasure of sharing the agreeable news thereof with me, although through God's goodness I think shortly to have the pleasure of meeting Your Honor in person. These days at court the decline of the revenues of Bakhshbandar has more than once been brought up. I have not failed to represent the state of that place and the sluggish course of the Company's affairs. But since this point will be closely investigated, and His Excellency wishes to be fully informed concerning it, I come to trouble Your Honor to do me the friendship of handing over to Bhaiya Bhavani the talikas of what was paid to Bakhshbandar for the past year and this year, in order to let them come to me, with the intention of returning the same as soon as I shall have presented them to the Court for inspection; for although copies thereof are to be found at Bakhshbandar, the officials will not be satisfied with those copies without seeing the originals alongside them. This then is the reason why I ask that trouble of Your Honor, upon which Your Honor can rest assured without being concerned about anything else, and thereby I shall be able to show the state of Bakhshbandar and the decline of the Company's trade according to truth and sincerity; and you can be well assured that I shall return those papers just as I have received them, as soon as the demanded accounting shall have been completed. May your power and pleasure ever increase. /:underwritten:/ Translated by /:signed:/ P: V: d: Sluijs This being discussed, the Director pointed out that it would be contrary to sound reason to part with documents that in due time would have to serve as proof regarding the settlement of that for which one has been receipted thereby; but on the other hand, the goodwill of the aforementioned Faujdar did not permit offending him with a direct refusal, but that, in order to accommodate him to some degree, one could send authenticated copies of the requested talikas, although this would also cause him inconvenience if he should not be clear in his dealings; and that His Honor therefore thought it best in this matter to take a middle course and dispatch two letters to him, of which one would contain a polite refusal of his request, and the other serve to accompany the copies of the talikas; further, that His Honor would order the vakil to inform the Faujdar of this precaution, so that he might make use of it as and in such manner as he shall deem fit. With all of which the members jointly likewise concurred. Done at Hugli in Bengal, date as above. /:signed:/ G: L: Vernet, M:r P:sicur, J: N: Zuuur, Moize la Font, F: M:r Rog, F: P: Heembert, O: W: Valck. Jacob Elbracht, provisional secretary.
Dutch transcription
1202 23 ueli 23 mel ten einde daardoor te bewyzen, dat hy Fausdaar de in komsten van die plaats niet gedefraudeert heeft, zoals men breeder kan beoogen by de brief zelve, luidende volgens de overzetting aldus Translaat eener persiaensche brief gesz door den Hoeglischen faasdaar Mhhamed Kasimekan aen d EE Achtb Heer Directeur George Louis Venet, ontvangen alhier den 20 maert 1767. Leer goedgunstige Heer Directeur beminnaer der vrienden salut Na betuiging van mijn groot verlan„ gen tot onze blyde zamenkomst, myn voornoemste betrachting word uwE net teekenen van weldadigheid vervuld gemoed te kennen gegeven, dat in den hemel zy gedankt in een goede weelstand te Mersidaboed gearri„ veerd ben. vermits in met al mijn herk op UwE deure en gekuurig bezorgd ben op uw g'agte welstand; zo koop in ook, dat uwe my dat plairien wel zal doen, van my de aengenoeme tiding daarvan meede te deelen, hoewel ik met gods goedheid denze eerlange het genoegen te heb„ ben, UE in persoon te ontmoeten. Dezer dagen is ten hove het verval van de nekomsten van Bachsbeuder meer als eens op het tapijt geweest. Ik heb niet gemarqueerd de gesteldheid van die plaats en den verflauwden loop van sComps afairer voor te dra„ gen: Dog dewijl dit point nauwkeu„ rig zal onderzogt werden, en zijn Excellentie derwegens volkomen onderregt wil zijn. zo kome ik uwE lastig vallen om my de vriendschap te bewij„ zen, de talikas van 't geen er voor het verleeden en dit Jaar aan Backs beider is afgegeven, Bheija Bheauaats ter hand te stellen on ze wy te laten toekomen, zullende dezelve terugzendem zodra ik ze aen het Hoff ter re„ simutie zal gepresenteerd hebben, want schoon daervan copijen te Backsbeuder te vin„ den zijn, zo zullen de Ampte„ naeren zig niet die afschrif„ ten, zonder de principalen er by te zien, zig niet verge voegen laaten. Dit is dan de oorzaak, waerom ik UwE die moeite verge, waerop UwE zig gerust kan verlaaten zoude ergens anders over bekom, neert te zijn, en daardoor zal ik de staet van Bachsbender en het verval van sComps handel na waerheid en oprechtheid konnen vertoonen; en wel kan verzeekerd wezen, dat ik die papie, heb aen 25 mli 1203 25 mli ren, zo als in ze gekrelyen hebte reeg zal bezorgen, zo draa de ge vorderde reekenschap zal volbragt wezen. Uw vermogen en genoegen ver¬ meerdere steets /:onderstond:/ getransla„ teerd door /:gered„/ P: V: d: Sluijs waerover gesprooken zynde vertoonde de Hear Directeur, dat het tegen de gezonde reeden zou stryden, zig te ontdoen van stukken, die in tijd en wijle zouden moeten dienen tot bewys, wegens de voldoening van het geen, waar voor men daerby ge„ dat quiteert is, daartegen de genegenheid van voorm Tausdaar niet permitteerd„ de van hem met een direct refur voor het hoofd te stooten, maer dat men om dezelve eeniger maaten te beant„ woorden, actentiere Copijen van de gerequireerde taliaar zou konnen zenden, hoewel zulx hem ook ongelegen, heid zou baaren, by zo verre hy niet zuin ver van handel mogte wesen, en dat zyn E Achtbare dierhalve vermeende, best te wezen, net in deesen een mid„ delweg inteslaen, en twee brieven aen denzelve aftevaerdigen, waar„ van de eene zou inhouden eene be„ leefde ontlegging van zijne instantie, aandag en de andere dienen ten geleide van de copia talikor. voorts dat zijn E Achtbare den wakkiel bevee„ len zon, den Taur daar van deeze precautie te verwittigen, om er zig van te bedienen, zo en in diervoegen als hy te raade zal worden. Met al het welk de Leeden gezaamentlyk zig insgelijx conformeerden Actum Hoegli in Bengale datum ut Supra /:geteekend:/ P: L: Vernet M„r Psicur. I: N: Zuuur. Moize la font. F: M:r Rog. F: P: Heembert. O: W: Valck. - - Jacob Elbracht pl sec=n en
English
1204 25 May The letter dispatched to Calcutta was not delivered by the junior merchant Rauwerts, but brought back. Contents thereof. Insertion of the same. Monday the 25th of May in the year 1767, in the afternoon, absent the junior merchant Haghadamius due to indisposition. After the Lord Director had informed the Assembly that the letter drawn up according to the resolution of the day before yesterday to the Calcutta ministry had not been delivered, but, owing to the departure hither of the junior merchant Jan Rauwerts, to whom it had been addressed for further delivery, was brought back again, His Respected Honour produced the translation of a letter from the aforesaid ministry, handed over to him, the Lord Director, yesterday morning by the said Rauwerts, dated the 20th of this month, and in reply to ours of the 6th and 15th preceding, containing: 1. An exposition on what grounds they, the British Gentlemen, had consented to the sending of commissioners to the aurangs, namely to conduct a joint inquiry on the spots themselves into the fairness of our complaints and the causes of the manifold impediments. 2. An expression of surprise that ours sought to obstruct their proceedings by claiming something that, if it were insisted upon further, would prevent the entire plan and compel Their Honours to recall their commissioners. 3. A remark that the manner in which we wished to pursue the matter was, in Their Honours' opinion, contrary to the law of nature and of nations, and would give rise to far more disputes between both nations, as well as eventually arouse greater difficulties regarding the respective collections. 4. And finally a declaration that, since the complaints were general and required mutual refutations, the differences could therefore not be settled otherwise than by a brief and impartial inquiry, to which Their Honours still appealed. All of which, with the arguments adduced in support thereof, can be seen more broadly from the letter itself, of which the translation is inserted here. To the Honourable Lord George Louis Vernet, Director, and the Council at Houghly. Honourable Lord and Gentlemen, We have received Your Honours' esteemed letters of the 6th and 15th of this month. Pursuant to the many impediments that Your Honours assured us you found in your trade in the aurangs, we requested that Your Honours yourselves would indicate a method that seemed most preferable to you, in order to remove your grievances. Accordingly, Your Honours proposed to send commissioners on behalf of both Nations to adjust the aurangs and to inquire into the true causes of the disturbances that Your Honours encountered, in order together to regulate such a plan as would henceforth ensure close unity and harmony between us, and remove all substantial difficulties that Your Honours might meet from any of our people in the business of your collections. It was with this view, Gentlemen, that we consented on our side to send commissioners to accompany yours in inspecting all the aurangs, where they might together on the spot conduct an inquiry into the fairness of your complaints and the causes of the manifold impediments that Your Honours met with. We are now surprised to learn from our commissioners that Your Honours have hitherto refused to enter upon the intended inquiry, and delayed the continuation of their proceedings by many sorts of preliminary articles, which are all alien to their instructions, and to be found in your letters of the 6th and 15th of this month; and that it pleased Your Honours to confirm these reports by broaching a new proposal, which, if insisted upon, must inevitably prevent the whole plan proposed for our mutual benefit to arrange matters in the aurangs, and compel us to recall our commissioners. That Your Honours, Gentlemen, who are so perfectly instructed in the right of sovereigns, the privileges of merchants, and the natural demands of the native inhabitants of the country, would urge us to establish together with Your Honours an absolute power that would trample underfoot the privileges of the sovereign, the liberties of the People, and the laws of nature and nations, is to us a matter of the utmost astonishment. Most certainly, Gentlemen, Your Honours have not attended to the clear and necessary consequences if we should agree to that division of the weavers which Your Honours propose. Can we keep the freeborn artisans of the country in our service by force? Do we usurp anything from their service other than what arises from prior contracts, and which they readily agree to, since it is in their interest? Would Your Honours have us usurp a power that has never been exercised under the most independent princes of this country, a right to all products and manufactures of the Nawab's dominions, to the utter exclusion of the natives themselves, and of the other privileged
Dutch transcription
1204 25 mli de naer kalkatta afge„ vaerdigele brief is niet door den onderkoopman kauweste terug gebracht. inhoud derselve insertie van deselve Maandag den 25 Mei Ao 1767 Lagter, middags, absent de onderkoopman Haghadamius mits indispositie. Na dat de Heere Directeur de Vergadering had bedeelt, dat de ingevolge arrest van eergiste ren aan het kalkatsch ministerium ingerichte missive niet besteld, maar mits het herwaards vertrek van den on„ der koopman Jan Rauwerts, aan wien ze ter verdere bezorging geaddresseert is ge„ weest weder terug gebracht was, werd door zyn E Achtbaare geproduceert het translaat van een brief van het bovengem ministe„ rium, gisteren morgen door gezegde rau„ werts hem Heer Directeur overhandigt, ge¬ dagteekend den 20' dezer maand, en in antwoord op de onze van den 6 en 15 be voorens, vervattende. 1 Een vertooning op wat fundament zy Heeren Britten bewilligt hadden, in het zenden van gecommitts naar de arrengs, namelyk om op de plaatsen zelve naar de billijkheid van onze klachten en de oorzaaken der menigvuldige verhinderingen gezamentlijk onderzoek te doen. 2. eene betuiging van verwondering, dat de onze„ dere verrichting zochten te stremmen, met„ iets te pretendeeren, dat, by aldien er verder op aengedrongen wierd, het geheele ontwerp verhinden ren, en Haar Edelens verplichten zou, tot het terug ontbieden van hunne gecommitteerden. 3. eene aanmerking, dat de manier, waarop wy de zaak vervolgen wilde, volgens Haar Edelens gevoelen stredig was met het recht den natuur en der volkeren, en aanleiding zou geven tot vry meer verschillen tusschen beide natien, mitsgaders engelijk grooter difficielteis ver„ wekken, omtrent de onderscheidene inzaa, melingen 4 en eindelijk eene verklaaring, dat daar de klachten algemeen en wedersyds wederleggin gen vereischten, de verschillen diesook niet anders konden worden afgemaakt, als door een kort en enzydig onderzoek, waarop Haar Edelens zig als nog beriepen. Al het welke, met de daartoe, ter staving bijgebrachte argumenten, breeder te zien is by de brief zelve, van de welke het translaat alhier geinsereert werd. Aan den Edelen Heer George Louis Vernet Directeur d en den Raed te Hougli Edele Heer en Heeren wy hebben ontfangen uwEdelens g'eerde van den ben 15 deser Jngevolge der veele verhinderingen, die UE„ delens ons versekerden te vinden in uwen iets handel 1245 25 mei 25 mei handel in de arrengs, versogten wy UEdelens zelve een wyze te willen aenwyzen, die de„ zelve het verkiesbaarste scheen, ten einde uwe beswaarnissen weg te neemen. Dienvol, gens stelden uEdelens voor, gecommitt=s ten be hoeve der beide Natien te zenden, om de arrengs te berigtigen en te onderzoeken na de waare oorzaeken der ontrustingen, die uEdelens ontmoeteden, ten einde tesamen zodanigen plan te reguleeren, 't welk in't vervolg een nauwe eendragt en harmong, tusschen ons zoude versekeren, en alle wesentlyke swarigheeden wegneemen die UEdelens van eenige van ons volx in de besigheden uwer inzamelingen mogten ontmoeten. Het was met dit insigt, Myn stee ren, dat wy bewilligden van ense zijde gecom mitteerdens te zenden, en duwe te verzellen in het besigtigen van alle d'arrings, alwaer zy tesamen op de plaatszelve, mogten onder„ zoek doen, naar de billijkheid uwer klagten en d'oorzaken der menigvuldige verhinde„ ringen, die UEdelens ontmoeteden. wy zyn tans verwonderd, van ense gecommitt te verneemen, dat uEdelens tot hier toe ge weigerd hebben, tot het voorgenoomen onderzoek te treeden, en de voortzetting hunner ver rigtingen op te houden, door veelerleg voorafgaande artikelen, die alle vreemd aen hare instructien zyn, en te vinden by uwe brieven van den 6 en 15 dese dat het uEdelens behaagde, deese berigten te bevestigen, door een nieuw voorstel te opperen, t welk indien en op werd aen„ gedrongen, onvermijdelijk maet verhiede ren het gansche entwerp tot ons wederzyds voordeel voorgestelt, om in de aarengs de rende te doen, en ons verpligten onse ge„ committs terug te roepen. Dat uEdelens, Myn Heeren, die zo volko, men onderregt zijn, van het regt der souve ramen, de voorregten der kooplieden en de natuurlike eisschen der ingeboorne inwoonders van het land, ons zouden willen aenzetten om gezamentlyk met UEdelen een volstrekte magt opte rechten, die onder de voetheeden zoude de voorregten van den opperverst, de vryheeden van het Volk en de wetten der natuur en natien, is voor ons een zaak van d'uiterste verbaast heid. Allerzeekerst, Myn Heeren, hebben UEdelens niet gelet op de duidelyke en noodsakelijxe gevolgen, indien wij toe stemmen in die verdeeling der wevers die uEdelens voorstellen. kunnen wij met geweld in onse dienst houden de vryge boorne handwerkslieden van het land! matigen wy ons van hunnen dienst, iets anders aan, dan t geene entspruit van vroege contracten, en 't welk zy gereedlyk toestaan, dewijl het hun be langer: wilden UEdelens, wyons aanna tigden een magt, welke nadt g'oeffend is, onder de onafhanglijkste versten van dit land, een reeht tot alle producten en manufactuuren van 's Nawabs heerschappijen, tot d'uiterste uitsluiting van d' inboorlingen zelve, en van d' andere gedrengen geprivilegeerde
English
1206 25 May 21 May 25 May item the concept in privileged European possession, we mean the Danish East India Company, no, Gentlemen, we are convinced that such could never have been Your Honours' intention, yet these consequences would infallibly arise from the plan for a division of the weavers. We are at the same time convinced that, if this proposal could stand, it would solely serve to lay the foundation for far greater differences between us, and for more injurious impediments to our respective collections caused by such desertion or neglect of the people employed by each Company. Your Honours ought to know, Gentlemen, that because the complaints on Your Honours' part are brought forward solely in general terms, which cause reciprocal refutations, it is impossible beforehand to settle the differences. Therefore, the only clear way that remains to settle our differences consists in a brief and impartial examination of matters. To this we appeal. Your Honours, Gentlemen, have yourselves requested that such an inquiry might take place; we now request that the same may be proceeded with, not only in the aurungs, but everywhere where differences have arisen. It is to that end that our committee members await yours. The Company has incurred considerable trouble and expense with a view to demonstrate its own fairness, and to give Your Honours complete satisfaction through an upright investigation into the cause of the complaints; and if Your Honours were now, Gentlemen, to retreat from the declared purpose of this joint commission, we shall be obliged to recall our delegates forthwith. We request the liberty to inform Your Honours that our Master Attendant has been instructed to reposition the buoys in the river as shall be found necessary for a landmark, to which end we hereby notify Your Honours according to custom. We are, was below, Noble Sir and Gentlemen, lower, Your Honours' obedient and humble servants, signed, J. Cartier, Claud Russel, W. Aldersey, Charles Floyer and Alex Campbell, in the margin, Fort William 20 May 1767. For the translation, signed, Gregs Herklots. And after the reading of which the Director produced for deliberation the draft of the reply submitted thereto by His Honour, likewise following hereafter. Gentlemen. We have been honoured with Your Honours' esteemed letter of the 20th of this month on the 24th following. If Your Honours please to observe closely the memorial sent by Mr. Vernet on 28 January to Mr. Verelst, Your Honours will see that before because answer. 25 May 1207 25 May 25 May because for some years past we have complained without result about the vexations in the aurungs, and have justified the same with sufficient proof demonstrating the particular circumstances thereof, it is for that reason that, while in the said memorial complaint is made generally about the hindrance of our trade, the request for the commission to the aurungs is specifically to take a census of the weavers, as well as to know how many there are of the best, of the middling sorts, and of the worst, in order thereafter to make an equitable division among the nations. Thus, the intention has not been to exclude anyone therefrom, or to make oneself master of the products of the country, as Your Honours would make it appear. Regarding that plan, Mr. Vernet had beforehand frequently spoken to Mr. Verelst and Lord Clive, who also approved it; and Mr. Verelst as well as all the members of the Calcutta Council, who were present during the stay of Mr. Vernet at Calcutta on 24 and 26 February last and deliberated on the said memorial, approved that plan and agreed to let the commission proceed to the aurungs in that manner, Mr. Verelst having subsequently given Mr. Vernet further assurance that it would be done thus. This is something which we by no means believe that Mr. Verelst and the Gentlemen of the Calcutta Council present at that time can in conscience deny. And Mr. Ross has declared in our assembly, under offer of oath, that upon the question he put to Mr. Verelst as to how the instructions of the English gentlemen would read, Mr. Verelst had answered him that they would receive orders to go to all the aurungs, not only to take a census of all the weavers and their capacity, but even of all the particularities of the aurungs, and to make a distinct report thereof, in order thereafter to be able to take equitable measures for everyone. So that we are not holding up the execution of the commission, but Your Honours are. We hold to what was resolved upon by Your Honours and us, and to the word given by Your Honours; ours will always be held sacred by us, and we summon Your Honours once again to give orders to your gentlemen who are on the commission, in conformity with the proposed plan approved at that time by Your Honours, and of the fulfillment of which Mr. Verelst has given us assurance, so that the Company does not fruitlessly incur considerable expense. The right of sovereigns, the privileges of merchants, and the natural claims of the natives are known to us, as Your Honours please to note, and it is that knowledge which prompted us to propose this plan, and surely moved Mr. Verelst and the members present at that time to approve it. For seeing the unreasonable manner in which the Residents in the aurungs, and your gomastas in the places where there are no residents, that
Dutch transcription
1206 25 mei 21 mei 25 mei item het concept in gepreviligeerde Europesche besitting, wymeenen de Deensche oostIndische compagnie neen, mijn Heeren wy zijn ovetuigd, zulx nooit UEdelens voor neemen zin konde, egjter zouden dese gevolgen en feilbaerlyk voortspruiten van het ontwerp van een verdeeling der weevers wy zyn teffens overtuigd, dat indien desen voorstel konde stand grypen het eenelijk dienen zoude om den grondslag te leggen tot vry meerder verschillen tusschen ons, en van meerder verongelykende verhinderingen aen onse verscheidene, insamelingen door als desertie of versuim van het volk by ieder Compagnie in het werk gesteld uEdelens dienen te weeten, mon Hteeren, dat dewijl de klagten by UEdelens eenelijk in algemeene bewoordingen werden uitgebragt, welke wederzydsche wederleggin¬ gen veroorsaren, het onmogelijk is, voot de verschillen aftemaken, derhalven de eeni ge duidelyke weg die overblyft, ene onse ver„ schillen by te leggen, bestaat in een kors en onzijdig ondersoek de zaken. Tot dese beroepen wyons, UEdelens Myn Heeren, hebben zelve verzogt, dat zo„ danig een onderzoek mogte geschieden wy verzoeken tans, dat hetzelve meg voort geset worden, niet alleen in de arrenge maer eveal waar verschillen ontstaen zijn. ten dien einde is het, dat onse ge committeerden d'uwe afwagten. De compagnie is in considerable moeste en onkorten vervallen, met een inzigt om hare eigene rechtvaerdigheid aante toonen, en uEdelens volkomen voldoe„ ning te geven, door een opregt onderzoek van d'oorzaak der klagten, en zouden ulden lens nu, Myn Heeren, teruggegaan, van het verklaarde oogmerk deser vereenigde com, missie, zullen wy genoodsaakt zyn, onse afgesondene ten eersten terug te roepen. wy versoeken vrijheid uEdelens t onder rechten, dat onse Equipagemeester ge„ last is, de Tonneboegen in de revier, zoda nig te verleggen, als bevonden zal worden, tot een merk teken nodig te zijn, ten welken einde wy UEdelens volgens ge„ bruik daarvan by desen verwittigen wy zyn /:onderstond:/ Edele Heer en Heeren /:lager /UEdelens gehoorzame en onder danige dienaeren /:getekend:/ F=r Cartin Claud Russel. W: Aldersey. Charles Hloger en Alex Campbell /:ter zijde:/ Fort Willi¬ om 20 may 1767. voor 't translaat /:get:/ Gregs Herklots. en na lecture van welke de Heer Directeur ter deliberatie produceerde het concept van de door zyn E Achtbaare daarop ingebrachte rescriptie mede hieronder volgende Myn Heeren wy zyn vereerd geworden met UEdelens g'eerde van den 20 deser op den 24 daer„ aen zo UEdelens gelieven de memorie van dheer Vemmet den 28 January aen d heer te elst gesonden, nauwkeurig gade te slaan, zullen UEdelens zien, dat voren vermits antwoord. 25 mei 1207 25 mei 25 mei vermits wy eenige Iaaren herwaerds over de veratien in de arrengs zonder vrugt gekloegt en dezelve met suffisante bewysen de byzondere omstandigheeden derselve aentonende gejusti„ ficeert hebben, het om die reeden is, dat er by de gedagte memorie wel generaliter over de verhindering van ensen handel geklaagt word, maar dat het verzoek van de commissie na de arrengs posttifis, om een opneem van de wevers te doen, als mede om te weeten hoe veel en van de beste, van de middelsoorten van de slegtste sijn, om na dato eene billyke verdeelingon, der de natier te doen, dus is de intentie niet ge weest iemand daaruit te sluiten, of zig mee„ ster te maaken van de producten der lands zo als UEdelens willen doen, beoogen. Over dat plan heeft d heer Vernet bevorens menigwerf de Heer Verelst en Lord Clive „ gesproonen die het ook goedgekeurt hebben, en de Heer verelst zo wel als alle de Leeden van 't Cal„ catse raad, die by 't aenwesen van de Heer vernet te kalratte op den 24 en 26 febr: Jongstl: aldaar geweest zyn en over de gemelde ne morie gedelibereert hebben, hebben dat plan goedgekeurt, en zijn overeengekomen, de com miissie na de arrengs in dier voegen, te laten gevolg noemen hebbende de Heer Verelst de Heer Vernet na dato nog verzekering gedaen, dat het dusdanig zoude geschieden, 't gene wy geensints geloven, dat de Heer Verelst en de toenmael present geweest zynde Heeren van de Caleatse Raed in gemoede kunnen negeeren, en de Heer Ross heeft in ense Verga dering onder presentatie van eede verklaert, dat op de vraag, die hy de Heer Verelst deed, hoe d'instructie der Engelsche Heeren zoude Zuiden De Heer Verelst hem zoude geantwoord hebben, dat ze ordres zouden krygen, naer alle de arrengs te gaan, om niet alleen een opneeme te doen van alle de wevers, en haar expaciteit, maar zelfs van alle de particulariteiten van de arrengs en daarvan een distinct rapport te doen, om na dato billyke maatreguls voor ieder een te kunnen neemen. zo dat wy niet de verrigting van de commissie ophouden, maar uEdelens. wy houden ons aen het voorgeno„ mene door UEdelens en ons, en aan uEde, lens gegeven woord, het onse zal altoos hei„ liglijk by ons geobserveert worden, en wy sommeeren UEdelens nogmaals, usteeren die in de commissie zyn ordres te geven, conform het voorgestelde en toenmaels door uEdelens goedgekeurde plan, en van welkers nakoming de Heer Verelst ons verzeekering gegeven heeft, op dat de comp niet vrugteloos in considerable onkosten vervalle. Het regt der souverainen, de voorregten der kooplieden en de natuurlijke eisschen des ingeboorne, zyn ons, zo als UEdelens ge„ lieven aentemerken bekent, en het is die kennisse, die ons geporteert heeft, dit plan voortestellen, en zeekerlyk de Heer verelst en de toenmaels present zijnde Zee den, bewogen heeft, die te approbeeren wantziende de onreedelyke wijze, waerme de aResidenten in d'arrengs, en U Go= mastas in de plaatsen, daar geene resi„ dat denten
English
1208 25 May 25 May servants oppress the inhabitants, forcing all the dallals, pykars, and weavers to sign mootsielkas whereby they bind themselves to work for no one else but the English, beating and tormenting all those who dare to deliver any goods to us, cutting down from the looms the goods being manufactured for us, just as happened also at Cassembazaer with the silk fabrics, and threatening with severe punishments those who upon investigation of the matter should testify to the truth thereof, and thereby violating the rights of the prince, the privileges of the merchants, and the natural claims of the natives, without Your Honors being able to provide any redress therein, we have deemed it best to make a division of the weavers among the nations, in order thereby to deliver a portion of the inhabitants from that oppression, to make trade flourish for everyone, and to increase the revenues of the prince, which Mr. Verelst and Your Honors also very well understood and avowed at that time. The division of the weavers can also in no way tend to further disputes between us, nor to further grievances and hindrances to our various collections, because, the number and the names of the weavers of each nation being known, those who run away from one to the other can be returned, just as was done previously at Cassembazaer with the winders. We think, Gentlemen, that we have sufficiently demonstrated our willingness to do everything that may tend toward good harmony and the flourishing of trade. Do not deviate from it through Your Honors far-fetched reasons as proof of Your Honors diligence in maintaining the rights of the country, at a time when the inhabitants, as has already been said before, sigh under the heaviest oppressions of your servants, and do not dare to express themselves for fear of heavier misfortunes; to all of which we request a prompt and categorical reply. Furthermore, we are obliged to Your Honors for the communication made regarding the relocation of the buoy barrels. And since our sloops will be ready within a few days, we also intend to dispatch our pilots to carry out the placement of the beacons together with those of Your Honors. We have the honor to be etc. And after the members collectively, upon express questioning by the Honorable Director, declared themselves to conform fully therewith, it was approved and agreed to let this letter go forth as such. Done at Hoegli in Bengal, date as above. Signed: J: L: Vernet, M: Tsuur, J: H: Linner, M: la Fent, J: M: Ros, D: W: Humbert, O. W. Falck, Jacob E: Ebracht. Cassembazaer Saturday per secretary 1209 Saturday the 13th of June Anno 1767 In the morning. Absent the members la Fent and Haghadamius, both due to indisposition. The Council having appeared in the assembly hall upon express convocation, and the members being seated, the Honorable Director beforehand made known the receipt of the reply of the Honorable Calcutta Governor Harry Verelst to the complaints made to His Honor in private concerning the Calcutta Council regarding the disagreeing to, or rather frustrating of, the commission to the aurungs, treated more fully in the secret resolutions of the 16th, 19th, 23rd, and 25th of the past month, dated Roinpoer the 31st of May, in which, after a repeated assurance of helpfulness, was found an affirmation that His Honor, as well as Lord Clive, had previously consented to the division of the weavers proposed by the Honorable Director, although, as is now pretended, without thoroughly considering the evil consequences that such a measure would bring with it, also regarding the same as a step to which one is not authorized without violating the rights of the Nawab, and whose permission His Honor supposedly sought in vain; furthermore a full explanation of the reasons why the Durbar ministers held the plan not only to be impracticable, but prejudicial to the subjects, and detrimental to the revenues of the country; further an offer to have the disputes investigated again from both sides, and to have the guilty receive punishment; likewise an expression of sensibility over the harsh expressions in our letters to the Calcutta Council, especially the last one, or that of the 26th ultimo; and finally an announcement that, through His Honor's intercession, the contribution demanded until now from the manjis at the chowkies or guard posts had been abolished; which letter, brought here a few days ago, the Honorable Director declared he had already answered in such a manner that Mr. Verelst will indeed notice that it is not at all pleasing to us to find such an unexpected change, without, however, specially debating the arguments and pretexts now quasi introduced to justify the breaking of his word.
Dutch transcription
1208 25 mei 25 mei denten zijn, d'ingezeetenen onderdruk ken, dwingende alle de Dalaals, pykaerr en weevers, moetsielkas te passeeren, waar„ by zy zig verbinden, voor niemand te wer ken, als voor dEngelsche, slaende en touw menteerende alle de geene, die zig verstouten ons eenig goed te leveren, afsnydende van de weetgetouwen de goederen, die voor onr aengemaakt worden, zo als zulx oor te Cassembazaer met de zidestoffen geschied is, en drygende met sware straffen die geene die by onderzoeking der zaak de waarheid daervan zoude getuigen, en daardoor overtren dende het regt van de voort, de voorregten der kooplieden, en de natuurlijke Eisschen der ingeboorne, zonder dat uEdelens eenig redaer daarin kunnen doen, hebben wy geoor deelt best te zyn, een verdeeling der weevers onder de natier te doen, om een gedeelte der ingezeetenen, daardoor van die onderdruk„ king te verlossen, den handel voor ieder een te doen bloegen, en de inkomsten van de verst te vermeerderen, t geene dheer Verelst en UEdelens toenmaels ook zeer wel begreepen en auoveerden. De verdeeling der weevers kan ook geen zuits strekken tot meerder verschillen tusschen ons, en van meerder verongelyken, de verhinderingen aen onse verscheide„ ne insamelingen, want het getal en de namen der weevers van ieder natie bekend zijnde, kunnen die van den een naar den ander wegloopen gerestitueerd worden, zo als bevorens te Cassembazaer met de haspelaars ge schied is wy denken, Myn Heeren, genoegsaam aengetoont te hebben, onze bereidwillig„ heid om alles aentewenden, wat tot een goede eendragt en bloeijing van eeen kan del kan strekken. Wykt er niet van afdoor uEdelens verre gezogte reedenen tot bewijs van UEdelens zorgvuldigheid tot handha ving der regten van den lande, in een tijd, dat de ingezeetenen, zo als hiervooren reede gezegt is, zugten onder de swaarste onder„ drukkingen van uwe bediendens, en zig niet derven uiten uit vreese van zwaerder on„ heilen; op al het welke wy een spoedig en catagoriseh antwoord verzoeken voort zyn we UEdelens verplicht voor de gedaene communicatie we gens het verleggen der Tonneboeyen En vermits binnen weinige dagen onse sloepen gereed zullen weesen, zo staen wy ook onze lootsen aftezenden, om het plaatzen der baakens, met die van uwEdelens te verrichten wy hebben de eere te zyn etc. En nadien de Leeden gesamentlyk opex„ presse afvraage van zijn E Achtbaare betuig den zig daarmede ten vollen te confor meeren, zo is goedgevonden en verstaan deese brief also te laten afgaen Actum Hoegli in Bengale datum ut supra /:get:/ J: L: Vernet. M: Tsuur, J: H: Linner. M: la fent. J: M: Ros. D: W: Humbert. O. W. Falck. . . . Jacob L:Cbracht Cassembazaer Saturdag pe secr 1209 Saturdag den 13 Juni Ao 1767 smorgens absent de Leeden lafent en Haghadamius beide door onpasse likheid. De Raad expiesse convocatie ter vergaden zale verscheenen, en de Leeden gezeeten zynde, werd door den Heer Directeur voor„ af bekend gemaakt de ontvangst van het antwoord van den Edelen Heer Kalratsch Gouverneur Harri Verelst, op de aen zyn E in het particulier gedaene klachten over de Kalaatsche vergadering wegens het dicagee„ ren of leever te leurstellen van de commis„ sie naar de arrengs, breeder verhandelt by de secreete resolutien van den 16'1ge 25 en 25 der gepasseerde maand, gedagtee kend, Roinpoer den 31 uei, waerby na eene herhaelde verzeekering van gedienstigheid, ge„ vonden wierd een affirmatie, dat zijn Edele zo wel als Lord Clive bevorens had ge consenteert in de door den Heer Directeur voorgestelde verdeeling van de weeders echter zo en tans voorgewend word, zonder door en door te overweegen de quaade gevolgen die zo een maatregul naer zig zou sleepen dezelve ook aenmeakende, als een stap waertoe men zonder het recht van den Na wab te schenden, niet bevoegt is, en wiens toerlemming zyn Edele vrugteloor zou gesogt hebben: voorts een breede verkla„ ring van de reedenen, waarom de Dherbaer ministers het ontwerp hielden, niet alleen voor onuitvoerlijk, maar verongelykende aen de onderdanen, en schadelyk aen de inkomsten van het land. wijders een aan„ bieding, om de disputen, als nog van weers, kanten te laeten onderzoeken, en de schul„ dige straf te doen erlangen, item een betuiging van gevoeligheid over de harde uitdrukkingen in onse brieven aen de Kalkatsche vergadering speciael de Laaste ofte die van den 26 passato, en eindelijk een bekendmaking, dat door zyn Edeles voorspraak afgeschaft was, de tot nu toe gevorderde contributie van de mantier aen de sjoukies of wagtplaatsen, welke missive nu eenige dage geleeden, alhier aengebracht, zyn E Achtbaare verklaerde reeds weder beantwoord te hebben, in zodanigene zien, dat de Heer Verelst wel zal merken, dat het ons gansch niet aan genaam is zo een en verwachte veracede„ ring te vinden, echter zonder speciael te debatteeren de argumenten en pretexten, als nu quasi ingebracht, en het verbreeken van zijn woord te rechtvaer¬ wiens digen
English
1210 13 July 10d 23 July and with the reservation of declaring himself regarding the complaints about the style of our letters once the reply to the letter that the Governor especially has in view has been received, not doubting that the members would conform to it as well, just as His Honorable, as special proof of the promises made regarding the distribution of the weavers, herewith had the translation of the letter from the aforementioned Governor recorded, reading verbatim as follows. Boinpaer the 31 May 1761 Sir, Your Honor's honored letters of the 22nd and 25th of this month would have been answered sooner, but an indisposition has prevented me. Now I can inform Your Honor of the receipt of yours of the 27th of this month, just arrived. It is most affecting to see that representations on the subject of disputes so frequently appear before our meetings, and all the more so, since it is my firm inclination, by all means in my power consistent with equity and justice, to maintain concord and unanimity between the two companies for the mutual benefit of our trade. Of this Your Honor was previously convinced, and I flatter myself that my actions have always agreed and will always agree with my professions. Your Honor is well aware, Sir, of the many complaints made against one another during Lord Clive's government, how vexatious and disagreeable these have been to both nations, and how anxious we were to devise such a plan whereby this evil could best be eradicated, and an easy and unimpeded progress of the affairs of both companies best be established. Among other matters that Your Honor proposed was one to make a distribution of the weavers in the various aurungs; this proposal, demonstrating your repeated complaints, was essentially based on facts that could only be guarded against by an investigation on the spot by persons dispatched by both nations, and granting that no other means could be devised, Lord Clive and I myself approved it, although I must confess without thoroughly considering the evil consequences of such a measure. Accordingly, I recommended the same to our Council, and deputies have been appointed on both sides; yours insist absolutely that the first work shall be the counting of the weavers; ours wish to proceed with the investigation of your complaints, so that their causes may be investigated 1211 13 June 12 June 13 June investigated, and if possible removed, to which your deputies refuse to conform. What must we judge of your avoiding a clarification, by which alone those troubles about which Your Honors have so long complained can be remedied, and to which end our deputies have been appointed! Our gentlemen show the trouble, difficulty, and even the virtual impossibility of obtaining a report of the true number of the weavers, as well as the time that would be consumed by it; nor do they have the requisite power from the government for such a course of action, for neither Lord Clive, nor I myself, nor the gentlemen of the Council would presume to trample underfoot the rights of the Nawab by taking such a step without his approval. This approval I had intended to obtain as soon as I was assured by Your Honor and the gentlemen deputed by us that a permanent settlement for the promotion of the affairs of both nations could not be brought about without it. Meanwhile, I have spoken on this subject with the ministers of the government. They judge the proposal to be impracticable, and the undertaking both injurious to the subjects and detrimental to the revenues. Impracticable because of the impossibility of obtaining any accurate report of the number of weavers; injurious (not to call it by a harsher name) to the subjects, because it would thereby reduce them to the service of private individuals, for whom they would have to work for such a price as their masters would wish to set, and when they would be deprived of the benefit of parting with their work to the highest bidder; the native merchant would be unjustly deprived of his natural right to the trade of his own country, and consequently of the means to provide himself with a livelihood; and the country in general would not be improved in proportion to the expenditure of its inhabitants. Lastly, it would be detrimental to the revenues through the reduction of workmen, which such an improper measure would undoubtedly cause. In short, they concluded that, in accordance with the numerous requests that I had made to them, the utmost encouragement had now been given to the workmen, by a reduction in the rent of their lands, relief from every incidental taxation, and by recommending them to the special attention of every government official in their particular districts; and they rest assured that the effect of these arrangements will be an increase in the produce of the various lands and manufactures, which
Dutch transcription
1210 13 Juli 10d 23 Julii digen en onder reserve, van zig op de klachten over den stijl van onse brieven te zullen verklaren, wanneer de rescriptie op de brief die hy Heer Gouverneur byzonder in het oog heeft zou ontvangen wesen, niet twijfelende, of de Leeden zouden zig daarmede zo wel con„ formeeren, als dat zyn E Achtbare tot een spe„ ciael bewijs van de gedaene beloften ter verdeeling van de weevers by deesen het translaat van de brief van welmelde Heer Gouverneur liet inschryven, luiden„ de woordelijk aldus. Boinpaer den 31 mei 1761 Myn Heer uwEdeles g'eerden van den 22' en 25 deser zoud de eerder beantwoord geweest zijn, dog een on„ passelykheid heeft my verhindert. thans kan in UEdele bedeelen d' ontfangst van d'uwe van den 27 deser, zo even aengekomen. Het treft uyten hoogsten, te zien, dat aen onse vergaderingen zo meenigmalen vertoogen over het onderwerp van tistin„ gen voorkomen, en temeer, naerdien het mijne vaste geneigtheid is, door alle mid„ delen in myn vermogen, bestaen baer met billijkheid en rechtvaardigheid, een dragt en eenstemmigheid tusschen de twee com„ paqnien tot wederzids voordeel van onsen handel, t'onderhouden. Hiervan is UEdele bevorens overtuigd geweest, en in vleie mij dat mijne daden altoor overeengestemd hebben en altoos overeenstemmen zullen met myne betuigingen UEdele is wel bekent, Myn Heer, de meenige klagten, die door ence gemastor tegenwelk anderen gedaan zyn, geduurende Lond Claver regeering hoe verdrietig en onaangenoem deselve aen beide natien geweest zyn, en hoe besorgd wywaren, ten einde zulx een plan uitte vinden waardoor dit quaad op de beste wijze zoude kunnen uitgeroeid, en best een gemarkelyke en enverhurderde voort gang van de zaaken der beide compagnien ingevoerd worden. Onder andere zaken die uEdele voorstelde waseen, om een ver deeling van de weevers in de verscheide arrengs te doen; Dit ontwerp aentoonende uwe herhaelde klagten, was wesentlyk gegrond op daden, voor welke eenelijk kon„ de gewaakt worden door een onderzoeking op de plaats zelve, door persoonen door beide natier afgezonden, en toestaende geen ander middel konde uitgevonden worden, hebben Lond Clive en in zelve het goedgekeurd alhoewel ik moeten kennen zonder door en door te over„ wegen de quaade gevolgen van zulx een maatieque Dienvolgens prees ik deselve onse Verga¬ dering aen, en er zyn van weerzijden yede puteerdens benoemd, de uwe houden vol strekt aen dat het eerste werk zal zyn, de tel ling van de wevers, de onse willen voort varen met het onderzoek uwer klagten, op dat hunne oorzaaken mogen na hebben geverscht 1211 13 Junii 12 Juei 13 Juni gevorscht, en indien mogelyk uit den weg gemint worden, t welk uwe afgesondene weigeren zig daarna te schikken wat moeten wy oordeelen van uwe ver„ myding een opkeldering door 't welk alleen die enheilen, waerover UEdelens zo lange geklaagt hebben, kunnen verhalven worden, en tot welken einde onse gecommit„ teerdens zyn aengesteld ! Onse Heeren vertoonen de moeite, swarig heid en zelfs de genoegsaame onmogelijk heid, om een berigt van het ware getal der weevers te kunnen verkrijgen, zo wel als de tijd die er mede verlopen zoude: Nog oor hebben zyde vereischte magt van de regeering voor zulx een handelwijze, want nog Lond Cline nog ik zelve, nog de Heeren van den Raed zouden onsfineeten onder de voeten te treeden de rechten van den Nawab, door zulk een stap te doen, zonder zyne goedkeuring. dese approbatie had in voorgenomen te verkrij„ gen, zo dra van UEdele en de Heeren door ons afgevaardigt verzeerert was, dat een duurzame schikking tot bevordering der zaken van beide natien zonder het zelve niet konde te wege gebracht wor„ den. Intusschen heb in over dit enderwerp gesproken met de ministers van het gou„ vernement. Die oordeelen het ontwerp enuitvoerlijk te zyn, en d'enderzee, ming beide verongelykende aan de onderdanen, en schadelijk aen de inkomsten te wesen. Onuitvoerlijk wegens de onmogelykheid, om eenig recht bericht van het getal der wevers te Kuis„ ren kreggen; verongelijkend /:om het met geen harder naam te noemen:/ aen de onderda ren, dewyl men hun daardoor verslaren zoude aen den dienst van particuliere lieden, voor wien zy zouden moeten werd, ken, voor zulx een puijs, als hunne Meester zouden willen stellen, en wanneer zy ver„ stooken, zouden wesen van het voordeel om hun werk aen de meestbiedende afte„ staen, d'inlandsche koopman zou en rechtvaer„ diglijx verstoren worden van zijn natuurlijk regt tot den handels van zijn eigen land en gevolgelijk van de middelen, om zig een broodwinning te besorgen, en het land in het generael zou niet verzoagd worden in vergelizing eler verteving zijner inwoorde ren. Laastelijk zoude het schadelik we„ sen, aen de inkomsten door de vermin„ dering van weoslieden, welke zulken wanvoegelijke maatregul en getwijfelt veroorzaaken zoude, Int kort zy bestoten dat ingevolge der menigvuldige verzol ken, die ik aan hun gedaen had, de uiterste aanmoediging tans aen de werklieden was gegeven, door een vermindering der huur hunner landen, verligting van ijder toevallige schatting en door hun aen te beveen len, aen de besondere attentie van ieder amp¬ tenaer der regeering in hunne byzondere districten, en zy houden zig verzeekert, dat het uitwerksel deser Schikkingen zal wesen een toeeening der producten van de ver„ scheidene Landen en manufactuuren recht 't welk
English
1212 13 June 13 June which will leave neither of us any reason for complaints. Such are the reasons that the ministers have given why they are of a different opinion regarding the counting of the weavers, and I must confess that, in my opinion, they are grounded in reason and justice and sufficiently demonstrate the impossibility of carrying such a plan into execution; nor do I doubt that they will appear equally powerful and convincing to a gentleman of your principles and integrity. In the copy of your last letters to our Council, with which Your Honour has favored me, Your Honour still continues to complain about the difficulties and hindrances that the Salvels, Pykaars, and weavers suffer from our gomastas, which charge our gomastas entirely deny. Allow me, therefore, to request, Sir, that our commissioners may proceed with the investigation of these complaints, and let them be authorized either to punish the offenders themselves or to report their findings to us, so that they may be publicly punished and such actions prevented in the future. One circumstance I must point out to Your Honour, as it displeased me greatly when perusing the copies of your public letters, especially the last one to our Council, in which there appears to be such a sharpness of style, such a harsh, not to say indecent, manner of expression, as is very improper for a public assembly to make use of. Since the translation of Your Honour's letters is very defective in the manner of expression of the English language, and I am no master of Dutch, some indulgence must be exercised; yet it appears to me so improper that I communicate it to Your Honour as a matter of complaint: I should wish to see the business conducted and differences between two nations settled with propriety and discretion, and since I am convinced that your intentions agree with mine, I must request, Sir, that this manner of expression may in future be avoided. The sunnud that Your Honour mentions having obtained through the mediation of Lord Clive and General Carnac, a copy of which Your Honour has favored me with, upon that I could not at that time share my opinion with Your Honour, as the subject was then unknown to me; but I have since read it through, and in order to convince Your Honour of my inclination to render Your Honour every service that is in my power, I have, on your account, requested the ministers to abolish the impost of the Mansier, and to forbid the Chowkies appointed for collecting this revenue from causing any hindrance to your trade. Orders have therefore been sent out, strictly forbidding 1213 13 June 13 June all officers of the government from demanding this impost in the future, and I hope Your Honour will have no further reason for complaints in that respect. I am with respect, etc. The Members having expressed their complete satisfaction with all of this, following the reading of the said private letter, it was further remarked by the aforementioned Lord Director that the reasons cited by Mr. Verelst to frustrate the proposed plan, having since, as it appears, been communicated to the Council at Calcutta, were found weighty enough by those gentlemen to attach the seal of their approval to them; for yesterday towards evening, a letter was delivered here from Mr. John Cartier and the other Council members, dated the 8th of this current month, serving principally in reply to our letters of the 26th ultimo cited above, to communicate Their Honours' firm resolution not to proceed with the counting and dividing of the weavers, but still to be willing to enter into a mutual investigation of the complaints made by us concerning the obstructions in trade; and finally an observation that the style of our last letters was not compatible with the dignity of persons or representatives of so distinguished a Company as the Dutch, all of which may be viewed more extensively in the translation that the Lord Director produced for reading, and which is also inserted below. To the Honourable Gentleman George Louis Vernet, Director, etc., and the Council at Hughli. Honourable Sir and Gentlemen, We shall now have the pleasure of answering Your Honours' letter of the 26th ultimo. The grief we feel at seeing that all our efforts to settle affairs between us and to prevent further disputes are fruitless is of the highest nature. What ways can we pursue, what rules can we employ, to convince Your Honours how greatly we desire that our efforts may have the desired effect? It was with this view that we agreed to a joint tour of all the aurungs, to be performed by commissioners from each nation, when yours would point out the places where, and the persons by whom, your trade was hindered.
Dutch transcription
1212 13 Juni 13 Juni t welk geen van ons eenige reeden tot klag„ ten zal overlaten zulke zyn de reedenen, die de suui sters gegeven hebben, waarom zy van ande„ re gevoelen eijn, nopens het tellen der weders en ik moet bekennen, dat deselve naar o, gevoelen gegrond zyn, opreeden en gereek, tigheid en genoegsaam aantoont, d'enmoge„ lykheid, om zulk een plan tot uitvoering te brengen, nog ook twijfel ik niet of deselve zullen even kragtig en overtuigend voorko„ men, aen een Heer van uwe principer en oprechtheid. In de copy uwer laaste briefeen onse Vergae dering, waarmede UEdele my heeft vereerd blijft uEdele nog al klagen over de moeijen lykheeden en verhinderingen, die de Salvels Pykaars en weevers van onse gomastar onder„ gaan, welke betichting onse gemastas vol„ stiert ontkeunen, laat my dierhalven toe te versoeken, Myn Heer, dat onse gecommitts mogen voortvoren met het endersoek deser klagten, en laten zij gevolmagtigd wor„ den, tzy om zelve de beledigens te straffen of hun ontdekking aan ons te berichten, op dat zy openbaarlijk mogen gestraft, en zulxe handelingen int vervolg belet worden. Een omstandigheid moest in uEdele doen aanmerken, dewyl het my zeer tegen stond by het doorbladeren der Copgen van uwe pub, lique brieven, voornamentlyk de laeste aen onsen Raed, in welke zo een bitsheid van stijl schynd te vinden te eyn, zo een harde, om niet te zeggen onfatsoerlijke wij„ ze van uitdrukken, als zeer wanvoege lyx is aen een publiq vergadering om daar van gebruik te waren. Dewijl de vertalen van UEdeles brieven zeer gebrekke lyk is in de manier van uitdrukkingen der Engelsche tale, en in geen meester in het hollandsch ben, moet eenig toegeeflijk heid gebruikt worden; dog het koet mij egter zo onbetamelyk voor, dat ik het uEdele bedee le als een zaak van klagte: in wenschte wel te zien, dat de zaaken verrigt en verschillen tusschen twee natien belegt wierden met betamelijkheid en bescheidenheid, en dewijl in overtuigd ben dat uwe intentien met de myne overeenstem„ men, moet in verzoeken, Myn Heer, dat deese maniere van uitdrukking in't vervolg mag vermijd worden. De serned, die uEdele meld, verkregen te hebben door middel van Lord Clive en de generael Carnac, met een Copy van t welk uEdele my vereerd heeft, daarop konde in uEdele te dier tijd mijn gevoelen niet bedeelen, als zynde het onderwerp toen aan my enbekend, dog in heb het zeedert doorlezen, en ten einde UEdele te overtuigen van myne ge„ neigtheid, om UEdele alle dienst te doen, dat in myn vermogen is, heb in on uwent wille de ministers versogt den impost van de Mansier te vernietigen, en aan de Chiouxies gesteld tot invordering deser inkomste, te verbieden eenige verhiedering aen uwen handel toe tebrengen. Ordres zijn derhalven uitgesonden, striktelijk verbiedende ze aen 1213 13 Juni 13 Juni aen alle officieren der regeering, deese impost uit vervolg te vorderen, en in hoop uEdele geen verder reeden tot klagten in dat opsigt zult hebben Ik ben met agting etc Met al het welke de Leeden volkomen ge„ noegen genomen hebbende, werd na lec„ ture van gedachte particuliere missive door welmelde Heer Directeur verder gere„ marqueert, dat de door den Heer Verelst aen gehaelde reedenen, om het voorgestelde plan te leur te stellen, de raad te kalcatte, zo het scheind zeedert meede gedeelt zijnde, bij die Heeren gewichtig genoeg bevonden waren, om het zegel haarer approbatie daaraen te hegten, want dat gisteren tegen den avond alhier besteld was een brief van den Heer Sohn cartier en de vorige Raedsleeden, gedateert den 8' deeser loopende maand, en tot reschiptie op onse hiervoor reets aengetogen letteren van den 26 passato principael dienende tot communicatie van Haar Edelens vastgenomen besluit, van tot het opnee, men en verdeelen der weevers niet te zullen overgaan, maar als nog te willen treeden tot een wederzyds onderzoek der door ons gedaene klachten, over de dwarsdryverijen in den handel, en eindelijk eene aanmerking dat de styl van onze laaste brieven niet compatibel was met de waardighed van persoonen of representanten van zo een aanzienlijk compagnie, als de hol„ landsche, gelyk dat aller breeder beschouwd kan worden by het translaat, dat d heer Directeur ter lecture produceerde, en als meede hieronder geplaatst word. Aan den Edelen Heer George Louis Vernet Directeur etcen den Raed te Hougli Edele Heer en Heeren Thans zullen wy het genoegen hebben te beantwoorden uwEdelens brief van den 26' laastleeden. Het verdriet, dat wy hebben te zien dat alle onse pogingen, ten einde saken tusschen ons te vereffenen, en verdere verschillen voor te komen vrugteloor zyn is van den hoogsten alst. welke wegen kunnen wijneslaen welke reegelen gebruiken, om uEdelens te overtuigen hoe zeer wi verlangen dat onse pogingen de gewensche uitwere„ king mogen hebben, met dit inzigt was het, dat wy toestemden in een gesamentlijke omgang naer alle de orrengs te doen, door gecommitt van ieder natie te verrigten, wan neer de uwe aenwijsing zouden doen derplaatsen waer, en der persoonen door wie uwen handel verhindert dat was
English
1214 13 June 13 July was, in order that the offenders might be punished and measures taken on the spot itself, and thus prevent such injustices in the future. What opinion must we now form, Gentlemen, of your intentions, since our deputies are immediately on that service, and yours refuse to proceed to the subject of their commission. In regard to the census of the weavers, our sentiments were so fully declared to Your Honours, and we flattered ourselves that the true meaning and justice of our arguments in our last letter on this subject would have appeared so clear to Your Honours, that we never imagined we should have been obliged to repeat them to Your Honours; nevertheless, as we find Your Honours still persist in demanding a division of the weavers, we find ourselves under the necessity finally to declare that it is a measure to which we shall never consent for any reason. Indeed, it tends so clearly to the irreparable diminution of the revenues by the exclusion of the native and foreign merchants from sharing in the trade of silk and cotton piece-goods, which duties constitute so considerable a part thereof, and whose industry is the means of importing such large sums of uncoined gold and silver into the country, that it would be an act of the utmost injustice to allow the same to take place. While we, Gentlemen, can by no means consent to the census in question, and this argument must henceforth be dismissed as improper, allow us to request that Your Honours will be pleased to direct their deputies to proceed with that which alone can bring about the desired result, to bring the trade of both Companies into a desired and equitable course, namely: the investigation, by a strict inquiry, into the causes of the hindrances which Your Honours state have been met with in their collections in the various aurungs. If, Gentlemen, notwithstanding our repeated requests, Your Honours still continue to refuse to direct Your Honours' deputies to begin this work, we shall naturally be obliged to conclude that Your Honours' representations are groundless and of such a nature as would compel us to recall our deputies, or to send them to carry out the other articles of their commission. Before we conclude, permit us, Gentlemen, to observe that the general style of your recent letters to our board, especially the last, is of a nature that surprises us, since it is by no means consistent with the dignity that we imagine ought to be observed by the managers or agents of so great and respectable a company as yours, when they address the managers of the English East India Company. Let us therefore hope that our correspondence in the future may be continued with that decency corresponding to the rank and station of both our assemblies. We are, underneath: Noble Sir and Gentlemen, lower: Your Honours' very obedient and humble servants, signed: John Cartier, William Aldersey, Charles Floyer, and Alexander Campbell, in the margin: Fort William the 8 June 1767, below: Simeon Droz, Secretary, for the translation, signed: Gregs Aerklots. After resumption of which, His Honour proceeded to represent to the Members that, although there was found therein a final refusal of that which had previously been stipulated and agreed upon, namely the counting and division of the weavers, and one will therefore obtain or accomplish nothing more with further representations against it, His Honour nevertheless, for his part, maintained that one ought not to conceal the displeasure about this, but rather address those Gentlemen somewhat further regarding the grief that one felt at finding so many pretexts brought forward to defend something that can never be justified, namely the non-fulfillment of the promises once made, the detrimental consequences of which one ought to have considered before now; giving at the same time into consideration whether one should consent to that upon which the Calcutta Gentlemen continually insist, surely to cover themselves, namely the conducting of mutual inquiries into the so-called causes of our so frequently submitted complaints, or whether one, as the Director was of opinion, should not simply reject that useless proposal and hold the complaints themselves to be proven, seeing that the documents received concerning them have always been attached to the letters that have been dispatched about this from time to time, and one may moreover firmly establish that, even if the gomastas of our merchants maintained their submitted grievances in the presence of those of the British, their principals would nevertheless not lack exceptions and pretexts.
Dutch transcription
1214 13 Juni 13 Julii was, ten einde de beledigens ge sthaft, en maa teger op de plaatszelve genomen mogten worden, en zulxe verongelykingen in 't vervolgte beletten. wat denkbeeld moeten wyons tans vormen, MinHteeren, van uwe oogmerken, daer onse afgesondene dadelijk in dien dienst zyn, en duwe weigeren tot het onderwerp hunner commissie overtegaen. Ten opsigte der opneeming der weders waren onse gevoelens zo volkomen aen UEdel=e verklaard, en wy vleeden ons, dat de eigent„ lyke zin en gerechtelykheid onzer bewijs reedenen in onse laeste brief over dit onderwerp UEdelens zo duidelyk zouden voorgekomen wesen, dat we ons nooit verbeeld hadden wi genoodzaakt zouden geweest zijn, dezelve aen UEdelens te moeten herhalen, evenwel terwyle wy vinden UEdelens nog al bly„ ven aanhouden om een verdeeling der wevers te doen, bevinden w'ons ende de noodsakelykheid, om eindelijk te verklaren dat het een maatregul is, daar wy nooit om eenige reeden in zullen toestemmen, in der daad het strekt so klaarlyk tot de onher„ stelbare vermindering der inkomsten, door de uitsluiting der inlandsche en bui„ kenlandsche kooplieden van in den han„ del van zyde en catoene stukgoederen te deelen, welken impost zo een considera„ bel gedeelte daarvan uitmaaken, en wiensnyverheid, het middel is, ene sulke groote sommen van ongemunt goud en silver in het land intevoeren, dat het een daad van d' uiterste en regtvaerdigheid zijn zore„ de, tot te laten, dat dezelve zoude plaats neemen. Terwyl wy, Myn Heeren, geensints kunnen toestemmen in d'opneem in questie, en dat n„ dit argument van nu voortaen, als wanvoeg„ lijx moet vernietigd worden, lastt ons toe te versoeken, dat uEdelens hunne gecommitts willen gelasten, voort te gaen, met dat geene, dat alleen den gewenschten uitslag kan te wege brengen, om den handel van beide Comp in een gewenschten en billyken voortgang te brengen /:te weten:/ de naspeuring, door een strict onderzoek der oorzaken van de verkin„ deringen, die UEdelens aanhalen, dat de„ zelve in hunne inramelingen in de ver„ scheidene arrengs ent moet hebben; Jndien Myn Heeren, niet tegenstaande onse herhalf„ de aanzoekingen, UEdelens evenwel nog blyven afslaan, UEdelens gecommitt=e te gelasten, dit werk te beginnen, zullen wy natuurlijx verpligt wesen, te besluiten dat uwEdelens vertooningen zonder grond en van zodanigen aard zyn, dat ze ons ver„ pligten zoude, onse gecommitt„s terug te roe„ pen, of dezelve te zenden, om d'andere arti„ kelen van hunne commissie uit tevoeren. Een wy besluiten, staat ons toe, Myn Hee„ ren, aente merken, dat de algemeene styl van uwe Iongste brieven aen onse vergadering, voornamentlijk de laaste van een aard is, die ons verwondert, de„ wijl het geenzints bestaenbaar is, met de silver waarrdigheid 1215 13 Juni 13 Juni discours over deselve waardigheid, die war verbeelden, die dien de in agt genomen te worden by de bewindt lieden /Agenten:/ van so een groote en respectabele compagnie als d'uwe, wan„ neer deselve zig addresseeren aen de bewinds lieden van d Engelsche Oost Indische Compe Laatens derhalven hopen, dat ense Conrespon„ dentie in 't vervolg mag voortgezet worden met die betaucelijkheid, overeenkom stig met de rangen post van beide onse vergaderingen wy zyn /:onderstond:/ Edele Heer en Heeren /:lager:/ uwEdelens zeer gehoorzame en onder danige dienaeren /:get:/ I=n Cartier W:m Al„ derseq. Charler Hoger en Alex: Campbell /:ter zijde:/ Fort William den 8 Junii 1767. daeron, der :/ Simeon Droz Secretaris /: voor t tracslaat. get:/ Gregs Aer klots. Na resumtie van het welke zyn E Achtbare vervolgde de Leeden te vertoonen, dat al hoewel daarby gevonden wierd eene fino le weigering van dat geen, het welk be vorens was bedongen, en vastgesteld, het tellen en verdeelen der weevers namelijk, en men dus met verdere representatien daartegens niets meer verkrijgen of vorde ren zal, zijn E Achtbare echter voor zijn aen„ deel, sustineerde, dat men het mis noegen hierover niet behoorde te entveiuren, maer die Heeren wat nader te onderhouden, we gens het verdriet, dat men had, van zo veel uitvluchten ter baan gebracht te vinden tot het verdedigen van iets, dat noo ik kan goed gemaakt worden, het niet nakomen van de eens gedaene beloften, nome lijk, waarvan men de nadeelige gevol„ gen eer als nu had behooren te overweegen, gevende tevens in consideratie, of men be willigen zal in dat geene, waarop de Kalkatsche Heeren, zeekerlijk, en zig te dekken, by continuatie aandringen namelik het doen van wederzijdsche informatien na de zo genaamde oorzaken van onze zo menigmaal ingebrachte klach„ ten, dan wel of men zoals de Heere Directeur van opinie was, dien ennutte voorslag niet maar eenvoudig van de hand zou wyzen, en de klachten zelve voor be„ wezen houden, gemerkt men de daer van ingekomen stukken altoos ge voegt heeft by de brieven, die daarover van tijd tot tijd afgegaen zijn, en men boven dien wel vast mag stellen, dat al ware het ook dat de goma„ stas van onse kooplieden hare voorge dragen beswaernissen in tegenwoordig heid van die der britten staande hielden, het hunne principalen echter niet ontbreeken zoude aen ex„ uitvluchten ceptien