Inventory 3195
Bengal · 407 pages · 154 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
to get our cloths ready and against which we can do nothing, unless some means were devised by Your Honour to prevent such insolencies, whereby we would be enabled to make the linen collection progress. We have considered it our duty to write this to Your Honour, and await Your Honour's orders in this regard, in order to regulate ourselves accordingly. The weavers in general dare not make any goods for us out of fear of the English and say unanimously that if they were to begin weaving for us again, they were afraid that their looms would be broken completely to pieces. Below stood: Translated according to the statement of the native Samram by P: V: d: Sluijs. Agrees J: Ho W: El: Clrcq. No 16. No 1 1108 The Guinees this year in the arrengs, where the gerras are made, is so high in price that we lose 1¼ rop:s on the purchase, as well as on the linens, Salempoeris and Gerras; item on the fine linens from Ssandarpona r 3, the ordinary 2; on the fine from Pantipoer r 2½, the ordinary 2; on the Mohanendpoer fine sort r 12, the ordinary 1¼; and on the Hendiaal fine r 2 and the ordinary 1½ rop:s per piece. The Gomastos who departed for Badelgetjie are still sitting there idle with the ready money taken along, and can accomplish nothing because the English have obstructed the trade in linens; thus they are spending money daily. The Dallaals and weavers have declared themselves outright not to dare undertake anything for us without the knowledge, or rather permission, of the English Gomastos; which the letter signed by the Dallaals and addressed to us clearly shows. In Mohanendpoer the English Gomastos have also managed to arrange matters so that ours can obtain nothing, as appears from a declaration signed by the Jimidaar and Daroga and Translation of a Bengali Arzie written by the collective merchants to the Honourable George Louis Vernet, Director, together with the Members of the Political Council here, of this content: stamped with the cazi's seal, as well as from another similar paper also signed by several credible people, and sent hither from Hendiaal. In Herriapaal, D'Eeniagalij and Boerong, we provided a portion of the funds for the contracting, which is already four months ago, and in all that time we have until now not received a single piece of goods from any of the aforementioned places, but on the contrary the weavers seek to return the received monies. This year, in comparison with earlier ones, the English have made a double demand for goods, and granted a price increase in all arrengs, because the harvest of the kapok is very meager, which significantly increases the cost of silk and thread. The British have advanced a large sum of money to the Dallaals, Paykaars, and weavers, and persuaded them to deliver goods pursuant to the agreement made, which disables the weavers or makes them incapable of liquidating their accounts with the supply of linens within the period of a year; under this representation they asked how it was possible for them to work for us. Having thus imparted the condition of the arrengs, it remains for us to note that if the English gomastos revoked the contracts entered into with the workmen, and the aforementioned price increase were granted to us, we might then be enabled to make that procurement proceed as desired. Your Honours informed us this year at the contracting that if the kapok did not decrease in price, the previous year's price increase would be granted to us; but since the kapok this year, far from falling, has risen, we leave it to Your Honours' judgment whether in proportion to the increased price of the said kapok we do not also fairly ask for a sufficient increase. Your Honours are our masters, wherefore we request a favorable redress in this, so that the Company's affairs may continue, and we at the same time suffer no loss, since we have no other recourse than to the Company. Was signed: Restensiel, Sodanend Goept, Gollaan Mhammed, Rasbeherrie, Gourie Mitter, Bhollonaat, Saibram Caporie, Gourie Sercaar, Biersjoeboos, Commelboos, Herriekissen Boos, Vehaaldet, Kissenjernbaniedja, Samsjouderie, Goddador, Jaggernaat, Dorpnarain, Parbottiesjern, Moddon Hatie, Mirza Auwelkassim. Below stood: Translated according to the statement of the native Gobinaat, with the help of the Moorish language by, was signed, P: V: d: Sluijs. Agrees F:10 Your Honour W: El: Clrcq 1109 No 2 1110 No 17. the 4th September 1767 Your Honour's missive of the 18th June having reached us on the 12th July, we understood its content, namely to purchase those cloths not secretly or in the evening, but according to our custom, and if we should be hindered therein, we should merely report such to Your Honour; while we further do not doubt the proper delivery of our further letter of the 28th June, from which Your Honour will be able to observe the state of affairs here, if pleased. On the day of our arrival here, being the 7th June, we summoned all Dallaals, Paaykaars and weavers to us, and gave them the necessary orders for the purchase of linens; but they soon showed us how the English gomastos had caused the numbers of the looms to be written down, and compelled the weavers each in particular to deliver 2 pieces of linen monthly, which seems not possible for them to do, and thus utterly impossible to make anything for us. Translation of a Bengali missive written by the Gomastos of Badilgetjee to the Company's broker here, of this content: We
Dutch transcription
onze kleeden in gereedheid te brengen en waar tegen wij niets kunne doen, ten waare dat ter voorkoming van diergelijke insohentien door UWE een middel beraamd wierde waar door wij in staat zoude geraaken den Lijn„ waat inzaam voortgang te doen neemen. wij hebben het van onze pligt geagt UwE zulks te schrijven, en verwagten hier omtrend UwE„s ordres, ten einde ons daar na te kunnen reguleeren. De wevers in 't Generaal durven uit vrees van de Engelsche geen goed voor ons aan¬ „maaken en zeggen eenpaarig, dat bij aldien. zij weder voor ons zoude beginnen te weeven, bedugt waaren, dat hunne weeftouwen ge¬ „heel aan stuk zoude werden gebrooken:/ Onder„ „stond/: Getranslateerd volgens opgave van den Inlander Samram door P: V: d: Sluijs. Accordeert J: Ho W„: El: Clrcq. N=o 16. N=o 1 1108 Het Guinees dese jaren in d' Arrengs, al waar de gerrassen worden aangemaakt, is so hoog in prijs, dat wij op den inkoop rop=s 1¼ als ook op de Lijnwaten Salempoeris en Gerrassen, item op de sijne ^ uijt Ssander pona r 3. d'ord=re 2. op de fijne van Pantipoer r 2½, d' ord=re 2: op de Mohanendpoerse fijne soort r 12, d' ord=re 1¼; en op de Hendiaalse sijne r 2. en d'ord=e 1½ rop=s per stuk komen in te schieten. De na badelgetjie vertrokkene Gomastos sijn als nog aldaar met het mede genomene gerede geld le dig sittende en kunnen niets verrigten door dien d' En gelsche de handel van Lijnwaten hebben gestremd; dus sijl: dagelijks geld verteeren. De Dallaals en wevers hebben sig rond uijt ge= declareert van niets buijten voorkennis, dan wel per= missie der Engelsche Gomastos voor ons te durven on„ dernemen; 't welk den brief door de Dallaals getekend en aan ons gerigt duidelijk komt aan te wijsen. In Mohanendpoer hebben de Engelsche Goman tot het ook so weten te schikken, dat de onse niets magtig kunnen worden, gelijk sulks blijkt bij een verklaring door den Jimidaar en Daroga getekend en Translaat Bengaalsche Arzie geschreven door de gesamentlijke koop„ lieden, aan den EE: Achtb: Heer George Louis Vernet, Directeur, benevens de Leden van den Politicquen Raad, al hier van desen inhoud: met met 's kasies segel bestempeld, benevens bij nog een an„ der diergelijke papier mede door diversche geloofwaardige Lieden getekend, en uijt Hendiaal herwaarts gesonden. In Herriapaal, D'Eeniagalij en Boerong, hebben wij een gedeelte der gelden voor de aanbesteding verstrekt, 't welk bereeds vier maanden geleden is, en in alle welke tijd wij tot nog toe uit geen der evengem plaatsen een enkeld stuk goed hebben ontfangen, maar in tegendeel tragten de wevers de ontfangen penn: weder uit te keren. Dese jaren hebben d' Engelsche in vergelyking van vroegere, dubbelde Eisch van goederen gedaan, en in alle arrengs een prijs verhoging geaccordeerd, om dat den Oogst van het Kapoek seer Schraal is, 't welk de zijde en het garen merkelijk komt te verduuren. De Britten hebben een groote Somme gelds aan de Dallaals, Paykaars, en wevers voor uijt ver= strekt, en hunl: gepersuadeerd, om ingevolg het gemaakte accoord, goederen te moeten leveren, het welk de wevers buiten staat steld of onvermo„ gend maakt hunne Reekz: met leverantie van Lijnwaten binnen de tijd van een jaar te kunnen Liquideren, onder dese vertoning vroegen sijl hoe het hun mogelyk was voor ons te kunnen werken, Hier mede de arrengs gesteldheijd bedeeld heb„ bende, blijft ons nog over te noteeren, dat bij aldien d' Engelsche gomastos de met de werklieden aange„ gaane Contracten introkken, en ons de hier voorm: prijs verhoging wierd toegestaan, souden wij als dan mogelijk in staat geraken, die procure na„ wensch voortgang te doen nemen. UwE:=s hebben ons desen Iare bij de aanbesteding aangesegt, dat bij aldien de kapok niet in prijs verminderde ons de voorjarige prijs verhoging soude werden toegestaan, maar vermits de kapok dit jaar wel verre van te dalen gestegen synde; laten wij 't aan UwED=s oordeel over, of wij na maa„ te der vermeerderde prijs van het gesegde kapok ook niet billijk een toerijkende verhoging koomen te versoeken. UWEdelens sijn onse gebieders weshalven versoeken wij hier in een gunstige redres, op dat 's Comp=s affairen blijve Continueren, en wij tes= fens geen schade komen te lyden, vermits wij geen andere toevlugt hebben dan, tot de Compie: /:was get=td /: Restensiel, sodanend goept, Gollaan Mhammed, Rasbeherrie, Gourie Mitter, Bhol„ lonaat, saibram Caporie, Gourie Sercaar, r Biersjoeboos, Commelboos, Herriekissen boos, Vehaaldet, Kissenjernbaniedja, Samsjouderie, Goddador, Jaggernaat, Dorpnarain, Parbottiesjern, Moddon Hatie, Mirza auwelkassim. /onder¬ stond /: volgens opgave van den inlander Gobi„ naat, met hulp van de Moorsche taal over= geset door /was getd /: Podsluijs. Accordeert F:10 UWE: W„: ElGClrcq 1109 No 2 1110 N=o 17. den 4e. 7ber 1767 UwE: Missive van den 18=e. Junij, ons op den 12e Julij geworden sijnde hebben wij dies inhoud begre„ pen van namelijk gene Lynwaten sluijkender wijs dan wel 'S avonds, maar dat wij na onder gewoonte die kleden souden inkopen, en bij aldien wij daar in gehindert mogte worden, souden wij sulks slegts aan UwE: hebben te bedelen, terwijl wij al ver¬ der niet twijffelen aan de goede bestelling onser nader schrijvens van den 28=e Junij, waar uijt UWE: de gesteldheijd van saken alhier des gelie„ vende sal kunnen beoogen. Wij hebben den dag van ons arrivement alhier of op den 7=e Junij alle Dallaals, Paaykaars en wevers bij ons ontboden, en hunl=n de nodige ordres tot den inkoop van Lijnwaten gegeven, dog sijl: ver„ toonde ons wel haast, hoe de Engelsche gomastor, de getallen der weestouwen hadden doen opschrijven, en de wevers ieder in 't bijsonder genoodsaakt van 's maandelijks 2 stukken Lijnwaten te leveren, 't welk haarl=en niet mogelijk schijnt te kunnen doen en dus volstrekt onmogelijk voor ons iets te kunnen maken. Translaat Bengaalsche missive geschreven door de Gomastos van „Badilgetjee aan 's Comp=s makelaar alhier van desen inhoud Wij
English
1111 Notwithstanding all these vexations, we would still have hope of reviving trade a little if the English gomastahs in the aurungs were instructed to let matters run their course. Kirparampaal, an English gomastah who went to Malda a few days ago, having recently arrived in Soeroep Gendij, we requested him to leave the linen trade unhindered, as he also promised us to speak with his subordinates about it, after which he would give us an answer. We strongly pressed him for three consecutive days. Finally, he declared on June 24, saying that we had dalals and weavers in the aurungs, and that we could buy and have goods made as we saw fit, since he had never forbidden this. Whereupon we answered him that all the looms in the aurungs were registered, and that the weavers could barely supply the required 2 pieces per month, from where, then, should we obtain linens for purchase? They, however, showed that there were no other looms besides those registered with them, adding that if they were to let half of the linens pass, our trade could then proceed. They requested us to go and complain in Calcutta about their insolence, since without instructions from there they were not capable of letting a single piece slip through, which we deemed our duty to advise Your Honour. The affairs of the English, French, and our Company were formerly conducted here with great ease, but the first-mentioned nations concern themselves with nothing other than achieving their foremost interests. We hope that from our representations made in this regard, it will appear clearly enough to Your Honour that our ready money remains locked up and unusable. July 17. P.S. It should further be noted that there are no more places where the malmuls are manufactured in this aurung, namely in Sippoer and Pannadige, the first falling under Samgendy and the other under Malda. If it should happen that letters might be sent to Pannadige, they may reach their address in Malda. Furthermore, on a separate note was the answer to the letter written by the combined merchants in Chinsurah, enclosed herewith, signed Morarieserma, Binoodram Serma, Dorpnarain Serma, Bhowaniesankerseen, Moktaramdas, Joegolkissorda, Ramdolaaldas, Goschaaldas, Ramsonkorkoor, Ramsjerndas, Kisnaporsaatdas, Ghongapor Paatghoos, and Ramdeepdas. Below stood: according to the statement of the native Gopinaat, translated by, was signed, P. V. d. Sluijs. Agrees: J. Ho. W. E. EijClercq. 1112 Translation of a Bengali letter written by the dalals of Badilgedjee to the combined merchants here, reading as follows: No. 3 September 4, 1767 Your Honour has been pleased to write to us that we had long managed the Company's affairs, but could nevertheless not imagine what was now amiss, that we had not yet made a beginning with them. We can answer nothing other to this than that the English have had the number of looms registered and have ordered the weavers to deliver 2 pieces of linen monthly from each loom. There are in this aurung several looms on which two pieces per month are readied, whereas, on the contrary, there are others which can deliver no more than 1½, indeed, 1 piece, which nevertheless also remain bound to the requested 2 pieces per month, whereby those people have fallen into the utmost distress. As no more linens are available hereabouts, it is impossible for us, with all these acts of violence, to make a beginning to [illegible] for Your Honours. 1113 Translation of a Bengali letter written by the gomastahs of Manendpoer and Soroeb Gondj to the Company's broker here, reading as follows: No. 4 September 4, 1767 We do not in the least doubt that Your Honour will have read the necessary reports from our letters of June 28, just as we have also understood the contents of Your Honour's letter dated June 18. Your Honour has written to us not to buy linens underhand, as we have also never done, but the thookdars and weavers, out of fear of the English gomastahs, sell the same to us clandestinely. Upon receipt of Your Honour's aforementioned letter, we proceeded to the market of Hansoe Rottavrie, and summoned the thookdars and weavers to us and gave them advance money on the condition that they would deliver the linens to us on the public market. This having reached the ears of the English gomastah Ramniedie, he dispatched a peon to the thookdars and weavers, who took the money from them and threw it before our feet there on that market. The qazi and zamindar being present at that time, we called them as witnesses, and subsequently took back the money. Whereupon the qazi, together with the zamindar, upon request, delivered to us a certificate stamped with their seals, which is enclosed herewith and reads word for word as follows: The gomastahs of the Dutch Company gave money for the purchase of linens to the thookdar Soeberam in Pakza bazaar, which monies were taken from the thookdar by the English gomastah at Singiaar, named Ramniedie, with a peon by the name of Scheerchan, and were thrown before the feet of the Dutch gomastahs on the public bazaar with the utterance of these words: that he, the thookdar, could deliver no linens. Dated the 7th of the month of Sravana, year 1764, according to our reckoning July 20, 1767. On the other side signed as witness: Kanaindas, daroga. The end. Below stood: according to the statement of the native Gopinaat, translated by, was signed, P. V. d. Sluijs. Agrees: J. Hoff P. E. G. Clercq.
Dutch transcription
1111 Wi souden onaangesien alle dese veratien nog Zijlieden versogten ons om over hare insolentie hoop hebben, den handel een weinig op- te- beuren bij te Calcatte gaan klaagen, vermits sij niet vermogend aldien d' Engelsche gomastos in d'arrengs aangeschre waren sonder aanschryving van daar een enkeld stuk ven wierd deselve op sijn ordre loop te laten. te laten slisschen, het welk wij van onsen pligt hebben geagt UWE: te adviseren. Kirparampaal een engelsche Gomasta, voor De affairen der Engelsche, Fransche, en onse enige dagen na malta gegaan, dog onlangs te Compte wierden van te voren met veel gemak hier ter soeroep Gendij g'arriveerd sijnde, hebben wij hem uijtvoer gebragt, dog de eerstgem:e natien bekommeren versogt, den Lijnwaat- handel ongehindert te laten sig niet anders, als met het berijken van hare mees„ gelijk hij ons ook belooft heeft van met sijne m„ te interessen; wij hopen, dat UwE: uijt onse vertonin„ derhorige daar over te sullen spreeken, en waar gen, hier omtrend gedaan, klaar genoeg sal blijken na hij ons soude antwoorden, wij hebben drie da¬ dat onse gerede penn: opgesloten en onbruijkbaar gen agtereen bij hem sterk aangehouden, einde blijven Leggen, den 17=e Julij; lijk declareerde hij Sig den 24e Junij seggende, P: S: Nog te noteren dat er geen meer plaatsen, alwaar de Malmollen dat wij Dallaals en wevers in d' arrengs hadden, worden aangemaakt, in dese arreg sijn namelijk te sippoer en Pan„ en dat wij konde kopen, en laten aanmaken na nadige, de eerste sorteerd onder Samgendy en de ander onder Malda„ onse goedvinden, vermits hij sulks nimmer had ver so het mogte gebeuren, dat er brieven na Pannadige mogten afgaan, boden, waar op wij hem antwoorde, dat alle de weet deselve te Malda aan addres kunnen geraken, nog op een appart briefje touwen in d' arrengs waren opgeschreven, en dat stond het antwoord van den brief geschreven door de gesamenlijke kooplieden te Sinzura, gaat hier nevens /:getek=d/, Morarieserma, de wevers naulijks de vereyschte 2 p=s 's maands Binoodram Serma, Dorpnarain serma, Bho„ in gereedheijd konde brengen, van waar wij als wanie sankerseen, Moktaramdas, Joegolkissorda, dan Lynwaten te koop souden bekomen: hunl: eg¬ Ramdolaaldas, Goschaaldas, Ramsonkorkoor, ter vertoonde, dat er geen weestouwen meer waren Ramsjerndas, Kisnaporsaatdas, Ghongapor als dewelke bij haarl: genoteerd stonden, met bij voe„ Paatghoos, en Ramdeepdas. /:onderstonds /: volgens ging, dat bij aldien sijl: de helft der Lijnwaten opgave van den Jnlander Gopinaat. getranslateerd lieten flisschen onsen handel als dan kom¬ door /:was getekend: /: P: V: d Sluijs. de voortgaan. JHo W: EEijClercq. F Zijlieden Accordeert 1112 ber 1767 den 4=e UWE=s heeft ons gelieven te schrijven, dat wij van over lang de Comp=s affairen hadden waargenomen, dog sig egter niet konde voorstellen water thans aan haperde, dat wij als nog geen aanvang daar mede had„ Wij kunnen hier op onmogelijk anders ant= woorden, als dat de Engelsche het getal der weestouwen hadden doen opschrijven en de wevers opgelegt, om 's maandlijk van ieder weestouw 2 stukken Lijn= waat te moeten besorgen. Daar sijn in dese Arreng ettelijke weeston¬ wen waar op twee stukken 's maands in gereed heijd worden gebragt, daar en tegen weder andere welke niet meer dan 1½, ja, 1 stuk kunnen uijtle veren, die egter ook verbonden blijven aan de gepetitioneerde 2 p=s p=r maand, waar door die luijden in de uijterste verlegentheijd geraa„ den genomen. Hier omtrend geen meer Lijnwaaten val„ lende is het ons onmogelijk, met alle dese geweldenarijen, een begin te maaken, om voor Translaat Bengaalsche brief geschreven door de Dallaats van Badilgedjee aan de gesamentlyke kooplieden alhier dus luydende Uotl: No. 3 ken 1113 den 4=e 7ber 1767. wij willen geensints twijffelen of UWE: sal uijt onse letteren van 28„e junij de nodige berigten hebben gelezen, gelijk wij ook den inhoud van UWE: missive sub dato 18„e Junij hebben verstaan UWE: heeft ons geschreven van geen Lijnwaten onder 's hands te kopen, gelijk wij ook nimmer heb„ ben gedaan, dog de Rookdaars en wevers uijt vrees der engelsche Gomastos verkopen deselve al sluij„ kende aan ons Wij hebben ons op den ontfangst van voorgem: UWE: missive na de markt van Hansoe Rottavrie vervoegd, en de Thookdaars en wevers bij ons ontbo¬ den en hunl: geld op hand gegeven, onder voor„ waarde, dat sij ons de Lijnwaten op de publicque markt souden leveren. dit ter ooren van de En„ gelsche Gomasta Ramniedie gekomen sijnde deed hij een Pion aan de Rhookdaars en weevers afvaardigen, die hun lieden het geld afnam en „ op die markt ons aldaar voor de voeten wierp, de Rasie en Jimidaar als toen present sijnde hebben wij tot getuygen geroepen, en het geld vervolgens weder= Translaat Bengaalsche missi¬ ve gescheven door de Gomastos Van Manendpoer en Soroeb Gondj aan 's Comp=s makelaar alhier, dns luijdende. genomen No 4 genomen, waar naar hij Kasie benevens Timidaan op versoek, ons een getuig- schrift met kunne segels bestempeld hebben ter hand gesteld, 't welk hier nevens gaat en woordelijk aldus is luidende „ De Gomastos der hollandsche Compie hebben „ aan den Thookdaar Soeberam in Pakza „ bazaar geld ten inkoop van Lijnwaten ge„ „ geven, welke gelden door de engelsche Gomasta „ te Singiaar genaamd, Namniedie, met „ een Pion in name Scheerchan, de Thookdaar „ontnomen, en de hollandsche Gomastos op de „ publicque bazaar voor de voeten sijn geworpen „ onder het seggen van dese woorden, dat hij 'Thook „ daar geen Lijnwaten kon Leveren, gedateerd den „ 7„e van de maand Sanon A„o 1764. na onse „ tijd rekening 20=e Julij 1767. aan de andere „sijde getekend als getuige Kanaindas, daroga 't slot /: onderstond /: volgens opgave van den in„ lander Gopinaat, getranslateerd door (:was get:) P: V: d: Sluijs. Accordeert J: Hoff P: E: G: Clercq.
English
1114 The 4th of September 1767. Your Honour's letter of the 18th of June, from which we have learned of the prohibition by the Right Honourable Lord Director against purchasing linens privately rather than buying them according to the old custom, but if the contrary should occur, anyone guilty thereof would be punished, since we shall be at liberty to complain if any hindrance is caused to us in the public purchasing, we have received; after the reading of which we agreed with one another to dispatch a gomasta to Tentoelie, where the linens are manufactured, with the cassid Sonkor, who arrived there on the 19th of July, after which the said gomasta finally succeeded in purchasing a piece of adathis and giving advance money to the weavers. But the said gomasta, being on his return journey with a dallaal named Samporraniek, Translation of a Bengali missive written to the Company's broker by the Hendiaalse gomastas, and reading as follows: Dallaal No. 5 1115 dallaal named Samporraniek, was seized by the English gomasta Biersjoe Takoer and taken to his lodge, who subsequently summoned the weavers who had received the money and made them return the money, which he, after having caused several blows with slippers to be administered to him, handed back to the dallaal. Upon receiving this news, we resolved to dispatch some gomastas thither to gather information concerning this, which was immediately put into effect by our first-mentioned gomasta, who caused the weavers who had been present there to come to him to bear witness to the truth; whereupon they also executed an affidavit, a copy of which is annexed hereto; we request that Your Honour will be pleased to show the same to the Lord Director. The remaining weavers likewise seek to return the money advanced to them, in case nothing favorable turns up in this regard. Translation of the affidavit of the weavers named Ramkant Kirtonia, Sottjienondon, Santiram, Kirparam, Ghellaram, Keselram, Jontiram, Horneu Ghella, of this tenor: We acknowledge hereby to have received advance money from the Dutch gomastas, of which the English gomasta Boersjoeram Takoer obtained a report, who immediately had our dallaal Samporramaniek brought to his lodge and subsequently summoned us as well, in order to force us to surrender the monies received, as also occurred, which money he subsequently, after having caused several blows with slippers to be administered to the said dallaal, Postscript: An English clerk named Rada Kisna Moitter wanted to erect a house on our bleaching ground, which we tried to prevent him from doing, but it seems that he does not even want to listen to this, but moreover has bribed with money two of our servants, namely a washerman and one who dresses or smooths the linens. 1116 The 4th of September 1767. administered, and in the presence of us all, caused to be returned through the peon Adderraaij. As witnesses: signed Birjoeramserma, Ramgobindserma, Ramramserma, Neudkissordas Koend, all inhabitants of that village, and Taratjend Serma, residing at Koon Haoger. Underneath stood: translated according to the statement of the native Gopinaat by: was signed: P. V. D. Sluijs. That the said Sheikh Akkil, coming from Baudelgetjie with a vessel laden with linen, had been arrested at Poentia, from which place a peon came to this vessel and made some words, and had arrested two of the tjirrendaars still with him, named Bholdoe and Laab Mohen, from the vessel and transported them from there, and placed peons over them to guard them, who daily extorted money from them both for food and otherwise, saying that if they brought a perwanna from Aga Robbie, they would then be released without money, and if not, that they would be obliged to pay their demanded monies as well as a certain sum for which the tjirrendaars Sheikh Hattoe and Kissonraaij had executed a bond some time ago, before they would be discharged from custody. Underneath stood: translated according to the statement of the native Ganessom by P. V. d' Huijs. Translation of a Bengali missive written by the tjirrendaar Sheikh Akkil to the collective merchants here, on the 17th and received here on the 24th of February, of this tenor. Agrees: J. H. E. le Clercq Agrees: J. W. E. le Clercq No. 70 1117 No. 22 Register of secret papers being sent on this day per the ship Vrouwe Cornelia Hillegonda from here and consigned to the Right Honourable Lord Representative of His Serene Highness, as well as the other Right Honourable Lords Directors, deputies of the Assembly of the Seventeen representing the General Dutch East India Company at the presiding chamber of Middelburg in Zeeland. No. 1. Copy of missives to Their Excellencies the High Indian Government from the Lord Director and Council dated 1st and 31st of March 1767. No. 2. Copy of separate letters to the same written by the Lord Director and Head Administrator, and dated 6th of February and 31st of March last. No. 3. Secret resolutions taken in the Council of Policy from the 3rd of February until the 25th of August of this year. Hooghly in Bengal, the 8th of November 1767. Jan Valbrabet Secretarius No. 1 Copy of Secret Letter to Batavia.
Dutch transcription
1114 den 43 7bir 1767. Uw E: letteren van den 18„en Iunij waar uit wij ontwaard hebben het verbod van den Achtb: Heere Directeur, om geen Lijnwaaten onder de hand, maar na ouder gewoonte intekoo„ pen, dog bij aldien zulx ter Contrarie exteerde zoude zoodanig een, welke zig daar aan Schul¬ dig maakte gestraft worden vermits het ons vrij zal staan bij aldien ons eenige hinder¬ nis in den publicquen inkoop werd toe gebragt daar over te kunnen klaagen /: hebben wij ontvangen:/ naa welkers lectuure wij met elkander over een gekomen zijn, om een Gomasta na Tentoelie alwaar de Lijnwaa¬ ten worden aangemaakt met den Casset Sonkor afte vaardigen welke den 19„e Juli aldaar arriveerde waarna het hem Go¬ maste eindelijk gelukt is een stuk Ada¬ tijs in te koopen en de wevers geld op hand te geeven, Dog gemelde Gomasta met een Translaat Bengaalse Missive aan 's Comps Make¬ laar door de Hendiaalse Go¬ mastos, geschreeven, en dus luijdende Dallaal No. 5 1115 Dallaal in Naame Samporraniek in de te rug reijs zijnde, wierd door de Engelsche gomasta Biersjoe Takoer op gevat en in zijn loge gebragt, dewelke vervolgens de wevers welke het geld ontfangen hadden liet roepen en deed hunl: de penn: weder te rug geven, die hy den dallaal na hem eenige pampoes slagen te hebben laaten toebrengen, weder ter hand stelde, wij heb¬ ben op den ontvangst dezer tijding geresolveerd, eenige Gomastas na derwaarts aftevaardigen, om daar van informatie te noemen, gelijk zulx wel dadelijk in 't werk wierd gesteld door eerstgem:e onze gomasta, die de wevers welke daar present zijn geweest, bij hem deed koomen om getuigen der waarheid te geeven Waar op zij dan ook een verklaaring hebben gepasseerd, en welkers Copij deze bij gevoegd is, wij verzoeken dat UwE dezelve Aan den Heer Directeur zal gelieven te vertoonen. De overige wevers tragten de aan hunt: voor uit verstrekte penn: insgelijks weder te rug te geven, bij en aldien zig hier om¬ „trend niets ten goeden komt op te doen. Translaat verklaaring der wevens in naamen, Ramkant kirto„ „nia, sottjienondon, santiram Kirparam, Ghellaram, Keselram, Jontiram, Horneu Ghella van dezen inhoud Wij bekenne bij deze van de Hollandsche „ Gomastos geld op hand te hebben genoo„ „, ten. waar van d' Engelsche Gomasta, „ Boersjoeram Takoer Rapport bekomen „ heeft, die op stond onzen dallaal sam„ „ porramaniek in zijn Loge had laate „ brengen en vervolgens ons ook ontbood, „ ten einde ons tot overgave van d'ontfan„ „gene Gelden te dwingen gelijk ook ge„ schiedde welke Penningen hij vervol¬ „ gens aan gem:e dallaal na hem eenige „ Pampoes slaagen te hebben laaten P: L: Een Ensgelsche schrijver in Naame Rada Kisna Moitter heeft een huis op Ons bleekveld willen opreg„ ten 't welk wij aan hem hebben willen beletten dog het schijnd dat hy zulx niet eens wel aanhooren maar daar en boven nog twee onzer Dienaars Nam„ts een Wasser„ man en een welke de Lynwaaten beslegt of glad Maakt met geld omgekogt. P: S: toebren„ „ 3 3 1116 Den 4 7ber 1767. „ toebrengen en ons aller presentie door den „ Pion Adderraaij deed te rug geven /:als ge„ tuige: /: getd: Birjoeramserma, Ramgo, „ bindserma, Ramramserma, Neudkissor¬ das koend, alle inwoonders van dat dorp, en „ Taratjend serma woonagtig te koon Haoger. /:onderstond:/ volgens opgave van den Jnlander Gopinaat Getranslateerd „ door /:was getekend:/ P V D Sluijs Dat gemelde seeg Akkil met een vaartuijg met Lijnwaat van Baudelgetjie komende te Poentia g'arresteerd was, en van welke plaats een Pion bij dies vaartuijg quam, en enig woorden maakte, en twee van de nog bij hem sijnde Tjirren daars in name, Bhol„ doe, en Laab Mohen van het vaartuijg g'arresteerd, en van daar vervoert hadde en Pions op hun ter bewaking gesteld, die haarluijden dagelijks, geld so voor mondkost als anders afperste, seggende dat bij aldien sij een Per„ Wanna van Aga Robbie bragten, sij als dan sonder gelargeert worden, en so niet, dat sij verpligt souden sijn hunne te doene Eijsch van gelden benevens nog een sekere somma, waar voor de Tjirrendaars seeg Hattoe en Kissonraaij enige tijd geleden een obligatie hadden gepasseert te betalen voor en aleer sij uijt arrest sonden ontslagen worden. /:onderstond:/: volgens opgave van den Jnlander Ganessom. getrans=d door P: V: d' Huijs. Translaat Ener Bengaalsche Mis¬ sive geschreven door den Tjurrendaar seeg Akkil aan de gesamentlyjk koop„ luijden alhier, op den 17=e en alhier ontfan gen den 24=e Februarij van desen in„ hond. Accordeert J:H E„: lijlercq Accordeert J: W: Eij Clercq: „ N=o 70 1117 No. 22 Register der secreete Papieren op heeden per het schip Vrouwe Cornelia Hillegonda van niet verzonden wordende, en geconsigneert aan den Wel Ede len Hoog Achtbaaren Heere representant van zijne door luchtige Hoogheid, mitsgaders de verdere WelEdele Hoog Achtbaare Heeren Bewind hebberen, gedeputeert der ver gadering van zeventienen de generaale Nederlandsche Oost Indische Compagnie representeerende ter presi„ diale zomer Middelburg in Zeeland. N=o 1 Copia missives aan Haar Edelheeden de Hooge Indische Regee ring van den Heer Directeur 31 No. 2 en Raad in datis primo en te N:o 2. Copia aparte briefjes aan als even door den Heer Directeur en Hoofd Administrateur ge= schreven, en gedateerd 6e. febr: „ 3 secreete Resolutien genomen in Raa. de van Politie zeedert den 3. e februari dot den 25e Augustus dezes Iaars. Hougli in Bengale den 8:e' 9br: 1767. Jan Valbrabet CrC 31' Maart 1767. en 31:e Maart d o leeden. Kitr No 1 Copia Secreete Brief naar Batavia.
English
Coriase 1108 Batavia To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and its General East India Company together with To His Right Honor The Honorable Lords Councilors of the Netherlands Indies Right Honorable, Widely-Ruling Lords Per the ship Welgelegen Introduction to the report of affairs Having made known the reception of Your Right Honors' most respected secret missive of 11 July of the past year in our general letters dispatched on 19 December last per the ship Ysselmonde, and having promised our answer thereto, we shall not only fulfill that now, but also bring to Your Right Honors' knowledge what has occurred and been accomplished concerning native 1119 The nasserana settled, and a new expense had to be incurred For which much trouble was taken, and the senned obtained and other affairs since 22 August, when we last treated this matter. We already had the honor then to show Your Right Honors how advantageous the affair regarding the Nasserane, or joyful welcoming gift to the Nawab, had been decided through the prudence and good management of the chief and the second person at Kassembazaar, as well as that these servants with very great effort had finally obtained the senned or privilege charter, which on such an occasion is ordinarily granted by the Princes for the renovation of the ancient prerogatives granted to the Company by successive royal firmans; likewise that the original of this paper upon collation was found to correspond with the draft that the first undersigned had sent to Kassembazaar, and consequently arranged much more extensively and advantageously than the senneds that were issued in earlier days, as Your Right Honors may see for yourselves from the accompanying copies of translations of the senned that was issued most recently, and which the Nawab Jaffer Alichan granted to the Company in the year 1759. To get the present one arranged in this manner, it not only cost the servants much trouble, pursuant to what was communicated in their missive of the 14th already sent to Your Right Honors in copy and what was noted in our secret resolution of 26 August, but the expenses have thereby, and on account of the well-known greediness of the Regents and other durbar servants through whose hands this paper had to pass, turned out to be higher than had previously been estimated; since, besides the extra gift of three thousand rupees that had to be spent on Maharagia Dollobram for his good offices in this matter, the same 1120 The oath for the delivery not taken for reasons as in the text instead of the previously calculated sicca rupees 5000:— or ƒ 7875:— according to a memorandum received on 2 September from Kassembazaar and inserted into the secret resolution of the 11th of that month, came to promise rupees 9590:— or ƒ 15104:5:— being rupees 1590:— or ƒ 2504:5:— more than the aforesaid calculation. Notwithstanding we had at that time already received the order from Your Right Honors to have the oath of purgation administered, when this affair should be settled, by all those who had given the money and who had taken part therein among our servants, just as for the Peerkas, except then for the Director; nevertheless, because the meeting on this had not yet been held, we previously passed the above-mentioned memorandum in our afternoon gathering, and in that resolution Your Right Honors will find noted that if one adds to the aforesaid amount of sicca rupees 9590:— or ƒ 15104:5:— the amount of the Nasserane itself as we have already stated, or 42000:— or ƒ 66150:— the entire expenditure amounts to sicca rupees 57590:— or ƒ 81254:5:— Regarding the taking of the aforesaid oath on the 26th of the aforementioned month: having maturely deliberated upon the round of inquiry made thereabout by the first undersigned as to whether that should nevertheless take place, since the matter had been settled so advantageously before the receipt of this order, and having taken into consideration that Your Right Honors seemed to have been led to this decision on account of the uncertainty of how this would turn out in the end, and especially to be assured if one had had to comply with the Nawab regarding his persistent demand of a lakh of rupees for himself alone, or else proceed to that enormous expenditure of 125000 rupees which Dollobram had demanded under threat of stopping our trade anew; all the more as Your Right Honors yourselves please to testify wishing that we, instead of Regarding our
Dutch transcription
Coriase 1108 Batavia Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal wegens den staat der Vereenigde Nederlanden en haare algemeene oostIndische Compagnie nevens Aan zyn Hoog Edelheid De WelEdele Heeren Raaden van Nederland Jndie Hoog Edele wijdgebiedende Heeren Pr 't Schip Welgelegen inleiding tot den verlag De receptie van UH Hoog Edelhee„ van saeken dens ten meesten gerespecteerde secreete missive van den 11 Juli ao passo „ by onze op den 19 decembr laastleeden per het schip Ysselmende afgegaene gemeene letteren bekend gemaakt en dier beant„ woording daarby belooft hebbende zo zullen wy daaraan thans niet alleen voldoen, maar tevens U Hoog Edelheedens ter kennisse breegen, wat en omtrent de in„ landsche 1119 de nesseracie afgelaegd, en een nieuwe ong:. heeft moeten gedaen worden landsche en andere zaaken is voorge„ komen en verricht, zedert den 22 augustus, dat we het laast deze stoffe verhandelde. wy hebben toen reets de ere ge„ Lemed geobtineerd had, u Hoog Edelheedens te vertoonen hoe voordeelig de affaire varende de Nesserane of blyde welkenstgifte aen waertoe veele moeiten en den Nawab door de prudentie en het goed beleid van het opperhoofd en den tweeden persoon te kassem„ bazaar was gedetermineerd, zoo oox dat deeze bedienden met zeer veel moeite eindelijk hadden geobtineerd de sen¬ ned of privilegiebrief, welke by zo een gelegenheid ordinair door de Vorsten verleend worden tot renovatie van de al oude prerogativen de kompag¬ nie by de suscessive koninglyke fia„ manr vergund, item dat het erigi„ neel van dit papier by collatie over eenkomstig war bevonden met het opstel, dat de Eerst ende geteeken„ de naar Kassembazaar had geron den, gevolgelijk veel uitgebreeden en voordeeligen ingericht, als de senneds, welke in vroeger dagen woren afgegeven, zo als UHoog Edelens zulx zelve gelieven te beoogen by de deze verzellende Copia franslaaten van de semied, welke nu laast is afge„ geven, en die de Nawab Jaffer Alichan in Ao 1759 aen de Comp verleend heeft. om de tegenwoordige aldus inge„ richt te krijgen, heeft het de bedien, den ingevolge het bedeelde by haare u Hoog Edelheedens reess in Copia toegevonden missive van den 14 en het aengeteevende by ons secreet besluit van den 26 augs niet alleen veel moeite gekost, maar de ongel„ den zijn hierdoor en uit hoofde van de bekende inhaligheid der Regenten, en andere derbaars bedienden, door welke houden dit papier passeeren moert hoger te staan gekomen, als men bevorens gegist hadde dewijl, buiten extra geschenk van drieduizend Ropijen, dat aan Ma„ haragia Dollobrane voor zijne goede officier in dezen gespendeert heeft moeten worden, dezelve Scnnede in 1120 de eed voor niet der ver gedaen om reeden als in testa in steede van de bevorens gecalculeer„ de f o r o 5000:— of ƒ 7875:— blykens eene op den 2 september van kassembazaer ontvangene en by secreete Resolutie van den 11 dier maand geinsereerde Memorie komen te belooven Rd„o 9590:— ofte ƒ15104.5. zynde Rop: 1590: - of ƒ2504:5. uler als de voorsz calculatie. 60 afgave Niet tegenstaande wij nu te dier tyd reeds ontvangen hadden de ordre van U Hoog Edelheedens, om wanneer deese zaar zou afgedaan zijn, door alle de geene, die de penningen gegeven, en die de hand daartoe onder onre dienaren gehad hadden, den eed van zuivering te doen presteeren even als voor het Peerkes, uitgezondert doen den Directeur, hebben we echter, vermits de bevoigne hierover nog niet gehou„ den was, in onze voorm bij eenkomst de bovengem. memorie vooraf ge passeert, en by die resolutie zullen U Hoog Edelheedens aangeteekend vin„ indien den, dat „ men by het voormelde bedraegen vans ar. o 9590: of ƒ15104. 5. — voegen het beloopelen Nasserane zelfs zo als we dat reeds hebben opgegeven of „ „42000 „ „ 66150:— de gansche spludatie te staen komt op sar:o 57590:- of ƒ 81254: 5. Aangaande het presteeren van den voorsz Eed den 26e der voormelde maand op de daaromtrent door den Eerstonder„ getekende gedaane rondvrage, of zulx, daar de zaak voor de ontvangst deze ordre en zo voordeelig was af„ gemaakt, echter diende te geschie„ den, rijpelijk geraadpleegten in aanmerking genomen hebbende, dat uHoog Edelheedens tot dit be„ sluitscheenen geheeden te zijn, uit hoofde van de onseckerheid hoedanig het hier mede op het laast nog zou aflopen, en voor al omge„ vust te zyn, indien men den Nawab, omtrent zijnen nadaen, lisch van een Lax Ropijen voor zig alleen, eens had moeten te wille wezen, dan wel overgaan tot die euorme spendatie van 125000 Ropijen, welke Dollobram onder bedreiging van enre voart op nieuw te zullen stoppen, gevorder had, te meer uHoogEdelheedens zelve gelieven te betuigen, wel te wenschen, dat wy in steede van Aangaende ons
English
to keep ourselves quiet and let the matter take its course, had rather addressed ourselves immediately to Lord Clive and through His Lordship's intercession secured compliance with the contract previously entered into with the Nawab, namely by paying no more for the Nesserane than was given to previous soubahs. That this matter was settled so economically that the amount paid to two Nawabs came to no more than Your High Excellencies were pleased to determine by secret letter of 15 August 1765 for one Nawab alone, namely 36000 Rupees; one might also fairly assume that if Your High Excellencies had been informed of this, the oath would have been required no more now than in former days, because what was expended in all and every way little or not at all exceeds the tantum initially set by us for the Nesserane alone and thus excluding the surcharges, and written to the servants at Kassembazaar by missive of 29 January 1765, and as stated subsequently ratified by Your High Excellencies by the aforementioned secret rescript. That the servants had also been instructed by various other letters to offer the double Nesserane, which calculated singly had amounted to the already mentioned sum of 36000 rupees, and that it has been brought to that point as far as the portions of two Nawabs are concerned. That this amount had to be split and divided between two persons as is detailed in our secret resolution of 27 January 1766 and missive of 22 August, yet that the share of Rajah Dollobram, who could not be passed over, being the prime minister of the Court and having great power to do us good or harm, had actually increased the amount, but that this had to be considered accidental and unavoidable. That the remaining expenses, according to the present circumstances of the times, were inevitable and very moderate, when one considers how long it was protracted and how much trouble it cost to obtain the sanad. That, furthermore, by spending in total No. 51590 - or f 81254. 5. - and thus Rro 6753:8 or f 10605:15: 4 more than in Ao 1741, the pretentions to Nesseranes for Kassimalikhan, Jaffer Ali Khan, as well as the lately deceased soubah Naziemaddola, had been avoided, upon which according to all appearance they would have acted if there had been longer quibbling, since it has happened before that a pretender for a deceased person pressed the demand afresh. That on top of all this, the servants had done their best for a year and a half with the greatest trouble and care to rebut the stubborn and extravagant demands, and finally through zeal and vigilance had brought it so far as to resolve this difficult case to the best interest of the Company, so that not only did not the slightest suspicion of infidelity or misconduct remain against them, but we could not even from time to time withhold from them the praise which they, in our opinion, had deserved in this; and that consequently for us at least there were no misgivings why one should demand the oath for a matter which according to our best feelings would well obtain the approbation of Your High Excellencies. That, we say, all this having been taken into consideration caused us to proceed to the decision to indeed send to the aforementioned Kassembazaar servants, who had the entire direction over this point, an extract from Your High Excellencies' missive, but to let them be excused from taking the oath. Which we request that Your High Excellencies may be favorably pleased to approve on all the argued grounds. We furthermore very respectfully thank Your High Excellencies both for passing the gifts made to the Nawab etc. and to various other Moorish grandees on the occasion when that prince had to be greeted, and for what was spent on the faujdar for the conniving transit of provisions and shipment of goods during the time that the Nawab had ordered them blocked; and we presently have nothing to fear from the abduction of inhabitants from our village, because the faujdar, through what was established by the aforementioned Sanad, has been entirely deprived of the right to do so. The three Persian letters written to the former Patna chief Law, are according to his testimony noted in our aforementioned Resolution of 26 September, left unanswered; but before we transcribe further upon Your High Excellencies' missive, we shall, in order to remain with the inland affairs, first deal with what we ought to inform Your High Excellencies concerning this matter. Regarding the same, we had to be somewhat detailed in our last letter to the Gentlemen Masters, since what happened had to be brought into order under the linen trade as well as under its actual title. Our general missive going off today to Your High Excellencies will also show that in passing we also made mention of it during the collection of linens, to demonstrate how much we were thwarted this time on this point, by the unheard-of pretension of a heavy assessment in the quarters where the goods are manufactured
Dutch transcription
1121 ons stil te houden en de zaak op zijn beloopte laaten, ons lieven ten eersten aan Lond Clive geadrresseert en door zijn Londschaps intercessie de nakoming van het bevorens met den Nawab aangegaen contract beweakt hadden, met namelyk stem voor de Nerfeane even zo veel te betaelen, als aan voorige soebar war afgegeven. Dat daar thaar deeze zaak zo zuinig uit de weereld wor gehal pen dat het betaelde aan twee Nawabr niet meer quam te bedraen gen, als U HoogEdelheedens by secree te letteren van den 15e augs 1765 voor een Nawab alleen hebben gelieven te bepaalen, name lijk 36000 Ropijen, men ook billijn mogt vooronderstellen, dat indie U Hoog Edelheedens hiervan bericht hadden gehad, den eed nu zo min„ als in vroege dagen gerequireert zou zijn, want dat het gespendeer¬ de in aller en allen weinig of niet excedeert het tautum eerst door ons voor de Nesseracie alleen dur buiten de ongelden gesteld, en de bediendens te kassembazaar aangeschreeven bij missive van 29 January 1765, en als gezegt vervolgens door U HoogEdelens ge„ ratificeert by de voormelde Secreete rescriptie. Dat de bedienden ook by diverse andere brieven, waren aangeschreeven tot het bieden van de dubbelde Nesseracie, die enkeld gereekend, de reeds gemelde som van 36000 ropijen had belopen, en dat het voor zo vere de pertien van twee Nuwabr betreft, om daar toe gebracht is. Dat dit bedraegen gesplict en onder twee persoonen ver„ deelt heeft moeten worden gelijk by onse secreete resolutie van den „ en missive van 22 augs 27 January 1766, omstandig geno„ teerd staat, dog dat het aandeel van Radja Dollobram, die niet kon wor„ den voorbijgegaan, als de eerste minister van het Hof zijnde en veel vermogen hebbende om ons goed of quaad te doen eigent„ lijk het bedraegen wel vermeerdert had, maar dat het auidenteel en en 1122 en ondermijdelijk moest worden gecon„ sidereert. Dat de overige ongelden na de tegenwoordige omstandighee„ =den van tijden inwitabel en zeer maatig waaren, als men acht geeft, hoe lang het getraineerd en hoeveel moeite het gekost heeft, de sehued te verkrijgen. Dat mien wijders door in het geheel N=o 51590 - ofte ƒ 81254. 5. — en dur Prro 6753:8 of ƒ10605:15: 4 meer als in Ao 1741 te spendeeren, ontwee, ken was de pretentien op Nessera„ ner voor kassimalieza Taffvali„ dam, item den laastoverleeden souba Naziemaddola, waarop men na alle apparentie zou geuageert hebben, indien en langer gekuis¬ belt was geworden, dewyl het wel meer is gebeurd, dat een precente voor een overleedene de eisch hervaten doorgedrongen heeft Dat boven dit al de bedienden wee al anderhalf jaar met de grootste moeite en zorg haar best hadden gedaen, ter ontlegging van de hardnekrige en buiten spoorige Eisschen, en het eindelijk door wer en vigilantie zo verre hadden gebracht, van het quaesche geval ten meesten belange van de Compe uit de weereld te maaken, zo dat er niet alleen geen de minste suspi¬ cie van ontrouw of quaade behan„ deling ten hunnen lasten over„ bleef, maar dat wy hun zelfs van tyd tot tyd niet hadden kunnen onthouden de louange die zy na ons begrip in deezen hadden gemeiteert, en dat er gevolgelyk voor ons altans geene bedenkingen waren, waarom men den eed vergen zoude voor een zaak, wel„ ke volgens onze beste gevoelens de approbatie van uHoog Edel heedens wel verkrijgen zoude. Dat zeggen wy, dit alles in aanmeren king gekomen zijnde ons heeft doen overgaan tot het bevluit om de voorn kassembazaarsche bediends de gansche directie over dit poinct gehad hebbende, wel ex„ tract uit UHoog Edelheedens missive spoorige 1123 door Haer HoogEdap¬ probatie op verzogt word daarbetuiging voor het passeren ken. de Persiaansche brie„ ven zijn niet beant„ woord. hu slag nde dernissen is den te zenden maar van het doen der eed gecreuseert te laaten. Het welk wy verzoeken, dat U Hoog Edelens om alle de betoogde arguienten goed„ gunstiglijk gelieven te approbeeren. wy bedanken U Hoog Edelheedens der gedaene geschen, voorts wel eerbiediglijk zo voor het par„ seeren der aan den Nawab c:s en aan verscheide andere moorsche Groten gedaane geschenken by gelegenheid dat die vorst begroet heeft moeten worden als het geen aan den faur„ daar om de oogluirende doortogt van benodigtheeden en afscheep van goederen geduurende de tijd dat de Nawab zulx had laeten sluite gespendeert is; En we hebben tegen„ woordig door het ligten van inwoon„ ders uit ons dorp niet te vreesen, de„ wijl den Fausdaar door het gestatu„ eerde by voorsz Schuld, het recht daar toe ten eenemaal benomen is. De ter Persiaansche briefen aan het gewese Pattenasch opperhoofd Lafout geschreeven, zijn volgens zijn betuiging by onse voorm. Resolutie van 26e September aangeteekend, onbeantwoord gelaten, dog alvoreen we verder op u Hoog Edelens missive rescribeeren, zullen we om by de nnlansche zaaken te blijven eerst afhandelen het geen we U Hoog Edelens wegens deeze materie dienen te berichten Over deselve hebben we in onze laaste brief aan de Heeren Majoo„ rer wat breedvoerig moeten wesen; nadien het gebeurde zo wel onder den Lywaathandel als onder haar eigentlijke titul te par heeft dienen gebracht te worden. onse taris afgaande gemeene missi„ ve aan U Hoog Edelheedens zal ook doen zien dat we en by den in„ zaam van Lywaaten in het voorbigaan mede mentie van hebben gemaakt, om aantetooren, hoe zeer het ons dit maal in dit point heeft tegen geloopen, door de nooit gehoorde pretensie van een zeevere schatting in de quar¬ tieren, daar de goederen worden van aangemaakt
English
the measures taken against it by the Director, and the demand that henceforth all our merchandise should be specified on the dustucks or passports, and also that we should permit the vessels to be inspected in order to verify whether everything corresponded with the dustucks. We long imagined that this was a new trick of the English to make the dispatch of the return ships impossible for us; whatever the truth may be, we leave it aside, but Lord Clive, in response to the grievances submitted to him by the first undersigned, replied that this had in fact originated from the representation made by the Naib Nawab Mahmed Rezachan concerning the defrauding of the revenue. That prince, during his presence in Calcutta, regarding the complaints made to Lord Clive by the first undersigned about the situation in which we were placed by the detention of our vessels, and the impossibility that presented itself to us—having no European servants in the aurangs—of listing all goods indiscriminately on the dustucks, well-mentioned his Lordship, so it seems, constantly sought to divert from this and to instill a different idea, as the answer was that Mahmed Rezachan would give orders for the release of all vessels that were provided with our dustucks and were laden with no more goods than were noted thereon. This Lord Clive wrote on the 11th in reply to the Director's private letters of the 4th, 7th, and 9th of November, while the said Mahmed Rezachan, in a perwannah inserted in our secret resolution of the 18th of the same month, wanted this regarded not as a novelty, but as a matter that had always taken place in former days, to which he required us to submit. On that day the first undersigned represented to the members that he had not judged it advisable at all to answer this perwannah as long as that gentleman was residing with those whose desire, as we then maintained, did not inspire much good with respect to us, and the more so as the Kasimbazar chief Backeracht, by private letters to the Director, imagined that Mr. Sykes, Agent at the Murshidabad Court, was the principal inventor of all these vexations; but that he, the Director, having been obliged to pay a visit to the said Mahmed Rezachan upon his return from Calcutta, passing near our neighborhood or Hughli, and staying there for a few days, on that occasion and during the return visit of that gentleman, had emphatically discussed with His Honour the adversity of our trade and the loss naturally resulting therefrom to the country's revenues, and among other things also concerning the detention of goods at the chowkeys both by water and by land. In all of which that gentleman declared himself very willing to provide a remedy, were it not that the management of affairs now took a different course than previously, and consequently, to excuse himself as best he could, gave it to be understood, as it were, that something more than his good intentions and authority was required, nevertheless promising the Director with a handshake that upon his arrival at Murshidabad he would do his best to ensure that the transport of the Company's goods up and down, upon presentation of the dustucks, would proceed without hindrance, but that something had to be paid for private individuals, and in that regard an arrangement ought to be made between the Hughli Faujdar and him, the Director. It was also agreed, according to verbal assurances, that it would be regulated in this manner and as favorably as possible. However, the Director, without relying on this, understood that regulating one thing or another with such a Nawab would merely be futile labor if an agreement could not be effected with the British both in this and in all other points of trade, and had in the meantime allowed his thoughts to dwell amply on the ways and means that appeared to him to be most advantageous to ensure that trade in general would proceed freely and at the same time profitably. He immediately committed the same to paper, and presented at the aforementioned session of 18 November a plan according to which he thought to proceed once he arrived in Calcutta for the discharge of the commission that Your Right Excellencies were pleased to entrust by a separate secret letter of 14 June, and for which the Calcutta gentlemen, by a letter to him and the Council of the 3rd and received the 6th of November, requested that commissioners might be deputed. The document is inserted with the resolution of the above-mentioned date, and as the members declared that they knew nothing to add or subtract, it was resolved on that day to request and authorize him, the Director, to negotiate the most favorable terms with the English according to the dictamen thereof. But as we cannot yet inform Your Right Excellencies of the outcome thereof, and one change or another may easily occur during the negotiation, we think we may omit quoting the various articles of the aforesaid draft here, since there will always be time enough for that after the conclusion of the conferences that are still to be held about it, referring ourselves in the meantime to the document itself. Pursuant
Dutch transcription
124 de middelen door den Heer Directeur daertegen aenge„ aangemaakt, en de begeerte, dat men voortaan alle onze koopman„ schappen op de Desers of paspoorten specificeeren en tevens gedogen zoude, dat de vaartuigen gevisiteer wierden om na te gaan, of aller met de desters overeenquam wy hebben ons lang verbeeld, dat dit een nieuwe List was van de En„ geleken om ons het verzenden van de Retourscheepen onmogelijk te maren; wat er van is, laaten wij daar, maar Lord Clive op de daer over gedaene doleantien door den Eerstondergeteekende, gaf hem ten antwoord, dat zulx namelijk herkomstig was uit de vertoning van den kleinen Nawab Mahmed Rezachan over het fraudeeren der financie. Die vorst by zijn aan„ wesen te Kalkatta op de door den Eerst ondergeteekende aan Lond Clive gedaene klachten over de gelegen„ heid, waar in we door het ophoude van onse vaartuigen geraakte, en de onmogelijkheid, die e voor ons als geen Europeesche bediends in de Annengs hebbende zig opdeed om alle waaren zonder onderbeheid op de decters bekend te stellen, heeft welmelde zijn Londschap, zo het scheind daarvan steede zoeken te divertee„ ren, en in een ander denkbeeld te brengen, dewijl het antwoord was, dat Mahmed Rezachan ondre zou geven tot de largatie van alle vaartuigen, die met onze derteks voorzien, en met geen meer goe„ deren beladen zouden zijn, dan daarby genoteerd waaren. Dit schreef Lond Clive den 11 in antwoord op der Directeurs particuliere brieven van den 4e 7e 9' november terwijl gedagte Mahauied Rezochan bij een Per wannah ingelijft by ons geheurd arrest van den 18 ejusdem, dit als geen nieuwigheid, maar aangemerkt wilde hebben, als een zaak, die in vroeger dagen altoos had plaats gehaden waaraen hy begeerde, dat we ons zouden onderwerpen. Ten dien dage vertoonde de Eerst„ ons geteekende t volg wend 1125 geteekende de Leeden, dat hy het altaur niet raadzaam geoordeeld had, deze Perwa„ net te beantwoorden, zo lang dien steer zig bevond by die geene, welke begeerte hem, zo als we toen subtineerden niet veel goeds ten onzen opzichte inboe„ zeinde, en te meer het kassembazaers opperhoofd Backeracht by particouliere brieven aan den Directeur zig ver„ beelde, dat de Heer Sykes, Agent aen het Monsidabaadsche Htof de principael„ ste inventeur van alle deze verdrien telijkheeden was, maar dat hy Direc„ teur in de noodzakelijkheid geweest zijn„ de, gem Mahuied Rezachan, by zijn terugkomst van kalkatte in onze buuren of te Hoegliaengierende, en zig al, door eenige dagen ophoudende, een visite te doen, bij die gelegenheid en by het contrabesoek van dien Heer, zijn Edele nadrukkelijk haden derhouden over den tegenspoed van onsen handel en de daaruit na„ tuurlijke wijze voortvloegende schade aen slands inkomsten, en onder anderen ook over het ophouden der goederen aan de Sjoukier zo te water als te land, in al het welke dien Heer betuigde zeer guar„ ne te willen voorzien, waare het niet, dat de bestiering van zaa„ ken tans een andere loop hadden, als voorheen, en gevolgelijk om zig ten besten te excuseeren quasi te kennen gaf, dat er iets meer, als zyne goede inten„ tien en gezag vereischt wierd, echter onder handtasting hem Directeur belovende, van by zijn konstte Moncidabaad zijn best te zullen doen, dat de op en aftogt van sComps goederen na vertoo„ ning der derteks eene en verkinder„ de voortgang zou hebben, maar dat er voor de particulieren iets maert betaeld en derwegens een schinking tusschen den Hoegli„ schen fausdaar en hem Directeur gemaakt diende te worden men quam ook volgens mondelin„ ge verzekeringe over een, dat het in deeze voege en zo voordeelig den doenlyk 1426 doenlijk zou worden gereguleert; Dog de Directeur zonder zig hier op te verlaaten begreep, dat het reguleeren van het een of het ander met zo een Nawab maar vergeefsche moeite zou wesen, by aldie men niet met de Britten zo in dit als alle andere pointen van den handel een overeenkomst konde be„ werken, en had intussche in rijvelijk zijne gedachten laaten gaan over de middelen, en wegen; die hem toe¬ scheenen, als voordeeligste te zijn, om den handel in het generael een liberen en tebens profitable voortgang te doen hebben. Hij stelde dezelve oor ommiddelyk ten papiere, en produceerde ter voorm sessie van 18 Novembr een plan waarna hij dagt te werk te gaan als hy te kaluatte zou gekomen were, ter afdoening van de commissie, die U HoogEdelens by een aparte secree¬ te brief van den 14. ' Juni hadden gelieven opte daagen, en waartoe de Kalkatsche Heeren by een brief aan hem en de Raad van den 3 en ontvangen den 6 9be verzochte dat gecommitts mogten worden afgevaardigt. Het geschrift, staat bij de resolutie van bovengem datum ingelijft dewijl de leeden verklaer den, en niets te weten by of afte doen, zo werd ten dien dage ge„ arresteerd hem Directeur te verzoe„ ken en te autorireeren na dictarrien van het zelve de voordeeligste voorwaarden by de Engelschen te bewerken. Dan dewijl we den uitslag van dien U Hoog Edelheedens nog niet konnen berichten, en er by de negociatie lichtelijk de eene of andere ver„ andering kan voorvallen, den„ keuwe wel te mogen nalaa¬ ten taur de differente artixe, lem van het voorsz ontwerp by dese aantehaalen, dewijl dat altoor tyd genoeg zal wezen na „ afloopen van de conferentien, die er nog over gehouden zullen worden, ons middeler wijle aen het papier zelve refereerende. 3 Jngevolge
English
private application to Lord Clive resolution to turn to the Calcutta ministry Pursuant to the aforesaid resolution, the Director dispatched a letter the following day to Lord Clive, to whom he had written on the 7th previously explaining the reasons that prevented him from departing at that time, informing his Lordship that he was now in a position to pay his respects to his Honour, but that he would wait until such time as his Lordship should appoint a day. Whereupon reply came the following day that a severe illness had obliged his Honour to change the air and withdraw from the affairs of his government. But that upon his return to Calcutta the first suitable day would be appointed. Meanwhile, that ailment grew steadily worse, and in our affairs we observed day after day a crab-like course, so that on the 28th of the aforesaid month, considering that our goods continued to be detained, not only because of the aforementioned assessments and taxes by the guards stationed here and there on behalf of the Government, but even by servants of the English who held various chowkies in lease, and that private applications met with no success, we resolved by a public address to Lord Clive and the Council at Calcutta to lodge our complaint concerning the many previous and actual hindrances to our affairs, with a request for a prompt and efficacious redress. In doing so, we did not conceal the means that had been employed by the Director some time before in order to bring the linens home, namely by having them brought hither by some men, and that on that occasion a native or sarkar of the chowki located at Dewanganj in the Burdwan district, who had detained a parcel of goods, was brought along, but had been sent on his way again unmolested. But this was cast in our teeth in the answer of the English gentlemen as an act of the utmost violence, because, so it was said, we had dared to seize one of the revenue men of the English Company in their own lands and in the pursuit of his lawful duties by force, nay, what is more, by fraudulently using the authority of Lord Clive, and bring him hither along with the goods, notwithstanding that we enjoyed all the advantages in trade which they could either grant or obtain from the Nawab on an equal footing with them. Three sworn statements, one from the mistreated person himself, the other from one of his servants as a witness, and the third from the writer, were received by us with that letter. The first and second served as proof of the outrages committed against the aforesaid native, and the other to convince us, as it were, that the assessment which was now demanded had never before been refused by any of the nations; and after an observation regarding the insensibility we allegedly showed concerning the advantages we enjoyed, the Calcutta gentlemen declared outright that we must rest assured that in the future they would sufficiently guard against such unheard-of proceedings, namely by not admitting us to the profits of trade in the aurangs situated in the lands of the English Company on any other condition than after a certified and reasonable payment of the public assessment, demanding beforehand, however, a proper submission for the insult that had been offered to their Honours. resolution to refute this to the best of our ability to request their Excellencies' approval This letter, dated 18 December, was on the 21st of that month a subject of our most attentive deliberations. Since we had undertaken nothing that could give cause for any estrangement, considering that the fetching and escorting of merchandise to protect it against violent and unreasonable extortions is no novelty but customary throughout the entire country, that the apprehension of the native occurred by those sent out on their own authority, at least without the Director's prior knowledge, yet in neither the one nor the other was the least fraud practiced or the name of Lord Clive used, but it was stated by the head of our peons that he was sent on behalf of the Dutch Company to fetch the linen, which was offered to be confirmed by a sworn statement, it was thus of little difficulty for us to refute the contents of the letter; for no communication or notification having ever been made that Burdwan and the subordinate districts were lands of the English Company, we therefore claimed ignorance thereof and held the further pretension of tribute to be a tyranny directly contrary to the contents of the firmans and sanads obtained. We request Your High Excellencies, regarding this whole matter, to be pleased to inspect the aforementioned secret Resolution, wherein everything is recorded in detail, whereupon it will appear to Your High Excellencies that we have, to the best of our knowledge, defended the interest of the Company, and at the same time demonstrated that, however formidable they may be here in this country, it nevertheless gives them by no means the right to mistreat us.
Dutch transcription
1127 particuliere aen„ zoeking by Lord Clive besluit om zigaen het kalaatsche minu„ Aerie Jngevolge van het voorsz bevluit liet de Directeur daags daaraan een brief afgaan aan LondClive aen wien hy den 7:e bevoorens de reeden had geschreeven, die hem verhinderde toen ter tyd te vertrekken, zijn Londschap bedeelen, de taar in staat te wezen zijn opwachting by zijn Edele te mae„ ken, dog te zullen vertoeven tot er tijd hij Lord een dag zou be„ paalen. waarop daags daeraen tot bescheid quam, dat een zware ziekte zyn Edele verplicht had van Lacht te vaanderen en zeijde be„ zigheeden van zijn gouvernement te onttrekken. Dog dat er by zijn te rugkomst te kalratie de eerste dag de beste bestemd zou worden. staan die quaal werd hoe langer hoe hevigen en men beskeurde in onse zaaren dag aan dag den kreetten gang zo dat we op den 28e der voorsz maand, uit aannien„ king dat onse goederen by continu„ atie, niet alleen om de wille van de voorm schattingenz: door de wagter van wegen de Regeering hier en daar gesteld, maar zelfs door bediendens van de Engel sche die deese en geene sjoukier in pacht hadden wierden aangehouden, en dat de paa„ ticuliere verzoeken geen in gang vonden, resolveerden by een publiex addier aan Lad Clive en de Raad te kalkatte over veele de voorgaande en dadelijke verhinderingen in ense affaires, ons beklag te doen, met verzoek om een spoedigen efficacieus redrer. By hetzelve verswegen we niet de middelen, die er door den Di„ recteur eenige tyd te vooren waren in het werk gesteld einde Lynwaaten te huis te krijgen, na„ melijk deselve door eenig volk herwaards te laaten brengen, en dat 'er bij die gelegenheid een inlander of serkaar van de sjourie te Dewangend gelegen de in 1128 in het Berdewaansche, door een partij goed gearresteerd had geleegen meede gebracht, dog weder ongemole„ steet zyns weegs gezonden was, maar dit werd ons by het antwoord van de Heeren Engelschen aengevreeven als een daad van de uiterste violen„ tie, om dat, zo men zeide, wij ons hadden verstout een der Leeuman¬ nen van de Engelsche Compe in hare eige Landen en in de voort, zetting zyner wettige verrichtingen geweldiglyk, ja wat meer is, door op een bedrigelijke wijze het gezag van lord Clive te gebruiken, ge„ vangen te neemen en met het goed herwaards te brengen, niet teegenstaande wy alle voordeelen in den handel, die zy on of geven of van den Nawab verkrijgen konden met hun gelijkstandig ge„ nooten. Drie beeedigde verkla¬ ringen de eene van den mer„ handelden persoon zelve, de ande, ve van een zijne bedienden, als getuige, en de derde van den schrij„ ver ontfangen wy niet die brief. De eerste en tweede diende tot bewys van de gepleegde feitelykheeden aan voorm inlander en de ander re om ons quati te overtuigen, dat de schatting, die tans gevordert wierd, door geene der Natien te voo„ ren ooit zou geweiger t wezen, en na een aanwerzing over de on„ gevoeligheid, die we zouden hebben omtrent de voordeelen, die wegen, nooten, verklaarden de kalkatsche Heeren rond uit, dat wij verzeekerd. moesten zyn, dat zy in den aanstaande genoegsaam zouden waren tegen zulke ongehoorde verrichtingen, met namelijk ons de profijten van den handel in de arrengs gelegen in de laa„ den der Engelsche Compe op geen andere voorwaarde toetelaaten, dan na een gezegelde en billij„ ke betaling der openbare schat„ ting, dog vooraf vorderende een behoorlyke onderwerping voor de hoon, die men hun Edelens had ver aengedaen 1129 besluit om hun dit na best vermogen te wederlegge den Haar Hooghd goed keu„ ring te verzaeken aangedaen. Deze brief gedateerd den 18 decem„ ber, was den 21 dier maand een onderwerp van onze aendachtigste deliberatien. Daar wy nu niets hadden ondernomen dat aenleig ding tot eenige verwwijdering kongee„ ven, geneerkt het afhalen en escor„ teeren van koopmanschappen, om ze tegen geweldige en onredelyke extersien te beschermen, geen nieu„ vigheid maar door het gansche land gebruikelijk is, de apprehentie van den inlander door de uitgesondene op eige autoriteit althans zonder der Directeurs voorkennisse geschied dog tot het een nog het ander geen het minrste bedrag in het werk ge„ steld, of de naam van Lad Clive gebruikt, maar door het hoofd van onse Piors gesegt was, dat hy van wege de hollandsche Compe was gevonden om het Lynwaar aftehaalen, ge„ lijx gepresenteerd wierd met een be„ eedigde verklaring te bevestigen, zo was het ons weinig moeite de wy verzoeken U Hoog Edelhee„ dens omtrent deeze gansche zaak de voorm secreete Resolutie, waer¬ by aller omstandige is aengetee„ kend, te willen nazien, wan„ neer U Hoog Edelens zal blijven, dat wy na onse beste kennisse het belang van de Comp gede„ fendeert, en met een getoond hebben, dat hoe gedugt zij ook hijer te lande zyn, het hun echter geensuits het recht geeft, om ons en dus by wederomstuit de gau„ rect van de brief te wederleggen, want en nooit eenig communi„ catie of denunciatie gedaen zynde, dat Berdewaar en de onderhoorige districten Landen van de Engelsche Compe waren, zo pretendeerden wyderwegen ignorantie en hielden de overige gepretentie van schatting als een dwingelandy direct strydig tegen den inhoud der doen der verkreegene fireaans en sen¬ uedr. wert sche
English
account regarding what occurred; Kasimbazar servants; Mr. Sykes to treat the nation with such uncommon disrespect, and to demand submission from it for what a minor subject suffered through his own doing, an insult which we thought gave us the greatest right even to demand satisfaction. In order to prevent any misunderstanding, we have had that letter translated into English and have enclosed the translation with it, so that this matter was delayed until the 9th instant; and we were able to send it off, but no reply to it has been received up to now. Furthermore, it appears from the secret resolution taken between the meetings of 28 November that the servants at Kasimbazar informed us by their general letter of the 19th of that month of that which Chief Boelen, as previously stated, had written to the Director in private long before: namely, that they held the aforementioned Mr. Sykes to be the one who exposed us to so many vexations in the matter concerning the pretended inspection of the vessels, etc., as the Jalangi Daroga, having been requested to grant the customary clearance passes beyond that place, had answered that he had orders from that gentleman not to issue them except under the already cited condition that the goods would be declared on the registers and the vessels would be inspected, without the representations made against this to the said Daroga having helped at all; and why the Chief had had the aforementioned Mr. Sykes spoken to about this by the Second, Brueys, with the result that His Honour, after having excused himself with many pretexts, upon the insistence of the aforementioned Brueys finally undertook to write to Lord Clive about the matter in question, so that we Complaint of the Kasimbazar Chief to the Nawab about the detention of some vessels. An order issued by His Excellency regarding the toll is of too broad a meaning. so that on that day we gathered from the vacillating conduct of Mr. Sykes, along with the servants, that the aim was merely to make the shipment of our goods very difficult for us under the pretext of the Nawab's pleasure; all the more so since, as the servants write further, the aforementioned Daroga, after the report received from the Second, being immediately asked for the transit pass, let it follow at once, because the aforementioned Mr. Sykes, having been addressed on this subject with more seriousness than he perhaps suspected, had ordered him to grant those passports as usual. And upon all of which the servants made some further appropriate remarks, which we then fully endorsed, having as yet no clear light on the matter, although one was subsequently informed that he, Sykes, undertook nothing except by special command of the Calcutta Ministry, as will appear more fully in the sequel. To stick first to the matter itself: by the aforementioned Kasimbazar letter the servants also notify us that the Chief, upon receiving a report regarding the detention of some vessels with linens coming from the aurangs on the other side, had lodged a complaint with the Nawab about the disobedience and brutality of various shore watchmen, with a request for a written order to them, in order to desist from such outrages and among other things the extorting of money from the people who had authority on the vessels; and that His Excellency had thereupon issued such an order as the servants sent over in original, of which the translation is entered in the repeatedly mentioned secret resolution of 28 November, and which, among other things, dictated that the chowkidar could take half a rupee from each vessel, but then had to let it pass; which, however, we judged to be of so extensive and broad a meaning that if every shore watchman were to make use of it, the expenses would run up very high. And we considered, therefore, along with the Director, that a change ought to be sought in this, accordingly conforming ourselves on that day to an arzdasht or petition prepared provisionally by him to the Naib Subah, Muhammad Reza Khan, who directs everything because the Grand Nawab is still a minor, and in which, besides a representation concerning the privileges of the Company recently renewed by the sanad, was also held out to him the promise that he had made to the Director under a handshake regarding the matter in question, the contradiction of the same by the issued order of the Grand Nawab, and the failure to respect his orders for the release of some of our vessels, which had lain detained at a certain jetty, Putia, for nearly two months at that time, and, according to a sworn attestation accompanying this copy, were released and arrived here only after the expiration of a further considerable time and the extortion of a disbursement of 470 Rupees. We resolved on the same day to let the aforementioned arzdasht also go off to Kasimbazar with orders to the servants to insist emphatically upon its delivery on the promise of the said His Excellency. But if obtaining no hearing regarding that, at least to do everything possible so that a stipulation was made as to at which guard posts the aforementioned contribution should be paid, and if it were possible, that the same would not need to be paid anywhere else than at Jalangi and three other chowkis, where previously the tax of eight annas has indeed been paid by the manjhi; and finally, also regarding the money extorted at the Putia jetty, the
Dutch transcription
ƒ1. 30 verhaal nopens het voorgevallene bazarsche bedven deher Sijker sche natie met zo een ongemee„ ne kleinachting te bejegenen van haar, om het geen, een gering subject, door zijn eige toedoen is overgenomen, onderwerping aftevorderen, een hoon, die we dachten ons het grootste recht te geven, om zelfs voldoening te eisschen. wy hebben om alle uer verstand voorte komen, die brief laten in het Engelsch overzetten en het translaat daarby overgebonden zo dat het hierdoor tot den 9' Cou„ rant is aangeloopen; en we der„ zelve konden afzenden maer daar is tot nog toe geen reschipen tie opgevoegd. voorts blijkt bi het secreet bevluit tusschen de kossen, van den 28 Novemb=r, dat de be„ dienden te kassembazaar onr by haare gemeene letteren van den 19 diermaand hebben bedeelt dat geen, 't welk t opperhoofd Boekenacht zo als hier voor gezegt is den Directeur lang beverens in het particulier geschreeven had, namelijk dat zy den Heer Sijker voormeld hielden voor de geene welke ons in het stuk betreffende ele gepretendeerde vicitatie der voor„ tuigen ens:, aan zo veele verdricte„ lijkheeden exponeerde, also de Jellin„ gische Danoga om de gewoone langatie briefjes voorby die plaats verzocht zynde, geantwoord had, ordre van dien Heer te hebben, om deselve niet aftegeven als onder de reets aengehaalde verhuc„ tie dat de waaren op de desters be„ kend gesteld, en de vaartuigen gevisi„ teert zouden zijn, zonder dat de daar tegen gedaane vertoogen aan gem Daroga, iets hadden mogen helpen; en waarom het opperhoofd voorsz Heer Sijzes, door de Secunde Brueijr hier over had laaten onderhouden met dit gevolg, dat zijn E na zig met veele voorwendsels beholpen te hebben, op het insteeren van voorn Brueir eindelijk had aangenomen over de zaax in questie aan Lond Elive te zullen schrijven, zo dat in we 1131 lolcantie van het kassem„ Pazaersche opperhoofd by den Nawab of het aenhouden van eenige vaertuigen een ordonnancie door zijn Excellentie de wegens tlaend lat van te uitgebreide zin evordere word. zo dat we ten dien dage met de be„ diendens uit de wijffelende verhou„ diecg van Mr Sijver opmaarten, dat het doelwit maar was, ons heuwelijk en onder pretext van sNawabr welge¬ vallen de verrending onder goederen zeer beswaarlijk te maaken, te meer daar zo als de bediends verder schull„ ven, de voorm Daroga na het beko„ men rapport van den secunde, in„ middelijk om het passagebriefje ge„ vraagd zijnde het zelve ten eersten liet volgen, door dien voorme Heer Lijker, met meer ernst, als hy mogelijx vermoed had op dit sujet onderhouden, hem geon donneert had, die paspoorten, als na gewoonte te verleenen, en op al het welke de bedienden eenige verdere gepaste aanmerkingen maakten, die wy toen, als nog geen licht van de zaak hebbende volkomen, avoneerden, hoe wel men naderhand geinformeerd is, dat hy Syker niets als op speciaele last van het Kalkatr Miniterie ondernomen heeft, gelijk in het vervolg breeder zal blijken. om eerst by de zaak zelve te blijven. By de voorm Kassembazaarsche brief. geven de bediends ons ook kennis, dat het opperhoofd op bekomen rapport wegens het aenhouden van eenige vaartuigen met Lynwaaten, uit de overzydsche arrengs komende, by den Nawab had laaten doleeren, over de en gehoorzaancheid en buutaliteit van verscheide strandwagters, met verzoek om een schriftelijke ordre op dezelve, ten einde van dierge, lijke buitenspoorigheeden en onder andere het afperssen van geld van de Luiden, die het gezag op de vaartuigen hadden afte„ zien, en dat zijne Exellentie daarop zodanig een ordonnantie in had verleend, als zij bediendens in originali oversonden, waarvan het Translaat by de meermelde secreete recolutie van 28 november is inge„ schreeven, en der anderen dictee„ rende, dat de sjoukidaar van ider vaortuig een halve ropij konde om neemen 1132 de raad conforueerd zig met een ontwo Diredaur door de Heer en besluit om het aan de bed te Kassembazaer te zenden neemen, maar dezelve dan moe„ ste passeeren laaten; dog het wel„ ke wy zo uitgestrekt en ruim van zin oordeelden te zijn, dat by aldien ieder strandwagter zig daar van quame te bedienen, de ongelden zeer hoog op stok zouden loopen, en verneën, de dierhalven met den Directeur, dat hier in verandering behoorde gezogt te worden, overzulks ons ten dien dage conformeerende met een aasdaast of supplicq door hem by provisie in gereed„ heid gebracht aan de Naibsoeba Mah, med Resachan, die smits de groot en Nawab nog minderjaarig is, aller diri„ geert, en waarby deselve buiten een vertoog over de voorrechten van de Compe onlangs door de senned vernieuwd ook wierd voorgehouden de belofte, die hy onder handlasting nopens de zaar in quertie, aan de Directeur gedaan had, de tegenstrijdigheid derzelve, door het uitgekomen bevel van den groo„ ten Nawab, en het niet respecteeren van zijne ordres tot largatie van eenige onser vaartuigen, welke aan zeekere steiger, Poentia, toen ten naasten by twee maanden gearresteerd hadden gelegen, en blijkens eene deeze verzel„ lende copia beeedigde attestatie niet als na verloop van nog een geruimen tijd en de afpessing van eene spenda„ tie van 470 Ropijen gelargeert en al„ hier aangekomen zijn. wy beslooten ten zelven dage, ook het voorm arsdaast naar kassembazaar te laeten afgaan met last aen de bediend; om by dies overgave met nadruk te laaten aandringen op de belofte van ged zijne Excellentie. Dog daar omtrent geen gehoor krijgende, ten minsten aller aan te wenden, dat er een bepaeling gemaakt wierd, aan welke wagtplaatsen de voorsz contri„ butie zoude betaeld, en zo het doen, lijk was, dat deselve nergens anders zou behoeven afgegeven te worden, als te Jellingij en nog drie andere Sjoukier, alwaar voor deze de tax van agt ands door de mansir wel 'is afge„ geven, en eindelijk, om aangaande het op Poentia afgeperste geld, meede steeger de
English
to have the necessary representations made. But this order had scarcely been dispatched, when there was delivered here a Parwana from the aforementioned Mahumed Rezachan, containing a further order concerning the mooring and inspecting of the vessels. Almost at the same time, the Hooghly Faujdar sent to ask the Director for a new advance payment of toll. And upon the reply that they had already contributed as much as ought to be due for the cargo of the dispatched return ships, and that in the present situation, or so long as we were obstructed in the exercising of trade and made as if hopeless whether we would indeed be able to provide the remaining return bottoms—of which we had already had to send back one empty, namely the Ysselmonde—with a proper cargo in due time, we were not able to make any of this advance payment, with the request that he, the Faujdar, after a proper consideration of the well-foundedness of our refusal, would write thereabout most favorably to Murshidabad and endeavor as far as practicable to ensure that all unreasonable demands be abandoned and that we might be enabled, by supplying the treasury, to increase the revenue and make the country flourish as before; he, the Faujdar, fully acknowledged the reasonableness of our complaints and agreed to present our given answer verbatim; but, in order not to become suspected of any collusion, requested that we, when writing to the Nawab, would not ourselves conceal his demand and our objection against it. All of which the first-signed presented to the members at the session of December 2nd, and when upon his proposal it was decided to allow this also to be incorporated into the Arzdast that would have to be drawn up in reply to the aforementioned Parwana, and furthermore to make known that the cause of the damage to the country's revenues was not to be blamed on us. Two days thereafter, or the 4th of December, the Director presented the translation of the aforementioned Parwana in the meeting, in which was found a general arrangement as to at which places our up- and down-going vessels would all have to moor and be inspected, and at the end thereof a declaration that whatever one might bring against it through deliberation thereon, it would not avail. Thereupon, taking into consideration the proposal of the first-signed, it was deliberated whether one should simply submit to its contents with good grace, or rather take it up once more to demonstrate the unreasonableness and the detrimental consequences to be feared therefrom, and to insist that the pretence as if the inspecting of the vessels etcetera had taken place in former days was entirely fabricated and unprovable. The Director was of the opinion that, although according to all circumstances it appeared that they would not easily abandon this design, since thereby a back door remained open to have another occasion to torment us and inflict difficulties upon trade as often as we succeeded in struggling through the difficulties in the aurangs themselves, that reason was nevertheless weighty enough not to comply with the Nawab so hastily, but frankly and earnestly to make known the impossibility that we found in executing his order; and he had provisionally caused an Arzdast to be drawn up, which was also submitted on that day and stands inserted into the Resolution. And although we, together with him, the Director, well understood that there would be nothing to gain as long as one had not brought the British over to our interest, we nevertheless also maintained that it could do no harm to resist such new and harmful inventions, if only to show that we were not insensitive to this injury and the slight being done to the Company in spite of so many powerful and recently renewed privileges; we therefore conformed with the contents thereof and sent the same under the necessary instructions to the servants at Kasimbazar, to whom we also left it, as being much closer to the work than we, that if the representations found no acceptance, they should then devise all practicable means and ways to bring it at least onto such a footing as had already been written to them on November 28th that we would like to see arranged, namely a determination of places where the half Rupee per vessel stipulated by the Great Nawab would have to be paid, as has already been stated hereinbefore. Yet shortly thereafter we received in reply to ours of the 28th of the previous month, by a general letter from Kasimbazar dated the 10th instant, that they had made no mention of the aforementioned toll, because Mahumed Rezachan had let it be known that he intended to withdraw all the shore guards, so that only five toll stations would remain, which would fall under the Panchantra Daroga, and regarding which he had caused the revenues to be reported to him in order thereafter to make a regulation for the remainder. Furthermore, that he would indeed incline of his own accord to the fulfillment of his promise, were it not that his actions were steered and guided by the envy of others; and that, upon the representation concerning the detention of the vessels at Patna and the extorting of the money, he had given orders to recall the Daroga from there, but that this man, through his principal here
Dutch transcription
1133 nieuwe ordre van den Nawab tot het aenleggen en visiteeren der vaartui„ gen de noodige reprecentatien te laaten doen. Dog dit bevel was nauwelijks afgevaa digt, of daar werd alhier aengebracht een Perwakne van voorm Mahuied Rezachan, eene nadere ordre op het aanleggen en visiteeren der vaertui gen vervattende. Genoegsaam ter zelver tijd, liet de Hoeglische Taurdaar den Directeur vraegen, om een nieuwe vooruit verstrekking van Tol. En op het antwoord, dat men reedr zo veel opgebracht had, als en wesen moet voor de Lading van de gespedieerde Retoer„ scheepen, en dat men in de tegenwoor dige situatie, of zo lange wij in het ex Eerleeren van den handel gedwarr boomd, en als hoopeloos gemaakt wier of we wel in staat zouden zijn, de overige retourbodems, waar van we er reets een /:Ysselmonde nameli ledig terug hadden moeten zenden op zijn tijd, een behoorlijke Lading te berorgen, niet in staat wor eenige van deze vooruit verstrekking te doen met versoek, dat hy Fausdaar, na een behoorlijke overweging van de gegrondheid onzer weigering, daer over ten favorabelsten naar Monsid„ abaad schrijven, en der doenlijx be„ werken wilde, dat er van alle onreedelijke vorderingen afgezien, en wy in staat gesteld mogten wor„ den, door het fourneeren aan de schatkist de inkomst te verweerde, ren, en het land, als voorheen te doen floreeren, had hy faucdaar de reedelijkheid van onze klachten volkomen geanoveerd, en aangeno„ men, ons gegeven bescheid woordelijk voor te dragen; dog om van geen col„ lusie verdacht te vaaken verzocht; dat wy aen den Nawab schrijvende, zijne instantie en onze beswaarnis daartegen zelve niet verswijgen wilde. Alhet welke de Eerstgeteekende de Leeden ter sessie van den 2' december voor„ stelde, en wanneer men op zijne propositie besloot, om by het Arsdaest dat tot rescriptie op voorm Perwanch zou moeten ingericht worden, zulx mede te laten influeren en teveur na te 1134 productie van deselvs en concept van zijn Achtb: dien aengaen, de. Conformeerd te kennen te geven, dat de oorzaal der schaade aen s land inkomsten ons niet te wijzen was. Twee dagen daaraan ofte den 4 xbr produceerde hij Directeur het translaat van voormelde Perwanch in vergade¬ ring, waarby men een generale schik„ Kingvond, op welke plaatsen ense op en afgaende vaartuigen al moer ten aenleggen en gevisiteert te worden en in het einde van dien een ver¬ klaring, dat wat men daartegen dor deliberatie daarover, mogt inbrengen het niet zou baaten. shen nam derhalven op der Eerstgeteken„ des propositie in overweging of nien zig aan dier inhoud maar goed schirs onderwerpen, dan wel het nog eens hervatten zoude, de onreedelijkheid en de nadeelige gevolgen, die daer uit te dugten waaren, aantetooren, en daarop staan te blijven, dat het voorgeven, als of het visiteeren der vaartuigen etca in vroegere dagen geschied zou zyn, ten eenemael ver„ dichten enbewysbaar wor. De Di„ recteur was van concept, dat alhoe„ wel het zig naar alle omstandighee„ den liet aanzien, dat men het der„ sein zo ligt niet zou laaten vaeren, dewijl daardoor een agter deur open bleef, om, zo dixwils, als het onslukte door de zwaarigheeden in de arreugs zelve, heen te worstelen, een andere occasie te hebben waarmeede men ons quellen en moeijelijkheeden in den handel kon toebrengen; die reeden ech„ ten gewichtig genoeg was, om den Nawab zo schielijk niet te wille te wesen, maar rondbenstig en ernstig te kennen te geven, de onmoge„ lijkheid, die wy nn het uitvoeren van zijn bevel vonden, en had by provisie laten opstellen een arr„ daast, dat meede ten dien dage wierd overgelegt, en by de Resolutie g'insereert staat. daarzig de Raadmede En alhoewel wy met hem Directeur wel begreepen, dat er niets te winnen zou zijn, zo lange men de Britten niet in ons belang had overgehaeld, zo sustineerden we echter ook, dat wel het 1135 en aen de bedonderde nodige recommenda, tie derwaards afgezon„ den mest klag hunner Crig„ tings het geen quaad kon zig tegens diergelijke sbed antwoord hierop nieuwe en schaadelijke inventien te verzetten, al was het dan ook maer om te toonen, dat wy niet engevoelig waren, over dit Leed, en de kleinachting de Comp in weerwil van zo veel krachtige en onlangs vernieuwde privilegien aangedaan wordende; conformeerden ons derhalven met dies inhouden zonden hetzelve onder de nodige aan„ schrijving aen de bedienden te kas„ sembazaar, aen welke we oor als veel nader bi de werken zijnde als wy, over lieten, om indien 'swakxiels represen van tien geen ingang vonden, alsdan alle practicable middelen en wegen uittedenken, om het ten minsten op dien voet te brengen, als men hen den 28 9b. reets geschreeven had, gaene te zullen zien, dat het geschikt wierd namelijk een bepaling van plaat„ sen, daar de door den grooten Na was gestipuleerde halve Ropy per vaartuig betaeld zou moeten worden, zo als hiervoor reets geregt is. Dog kort daarna kregen we bij een gemeene brief van Kassemba„ zaar van den 10 C=t op de onse van den 28 der voorige maand tot aut„ woord, dat zij van de evengemelde tox niet hadden gerept, om dat Mahried Rezachan zig had laten verluiden van voorneemen te zijn, alle de strandwagten in te trekken, zo dat er maar vijf toe„ plaatsen zouden overblijven, die onder den Pansjontrasen Daroga sorteeren zouden, en waaromtrent hy zig de inkomsten had laten op„ geven, om daarna een Reglement voor de overige te maaken. voorts dat hy tot de nakoming van zijne belofte wel uit eige beweging incli„ neeren zoude, waere het niet, dat zijne behandelingen door afgunst van anderen bestierd en geleid wierd; en dat hij op de vertooning over het ophouden der vaartuigen te Paetia en het afdwingen van het geld ondre had gegeven, om den Daroga van daar te haelen, maer dat deze, door zijn principael hier gemeene van
English
having been informed of it had retired in time. Without detaining Your Right Excellencies with our rescription against this, we shall rather mention the effect of the last representation to the Nawab, namely, that according to what was communicated in a separate letter from the chief and the second of the 16th of the same month, he had finally waived the specific description of the goods on the desteks and the opening of the bales and cases, but had nevertheless desired that the vessels should moor at the appointed places, be inspected, and the volumes counted. This also appears more fully from the reply of the Nawab himself, which had already been delivered here on the 14th previously, and inserted with His Excellency's rescription to the Director's first arsdasht by resolution of the 23rd ejusdem. But as the servants further wrote to us that so long as this point regarding the detention of the vessels was not decided, and no fixed order concerning the guard posts to be maintained had been established by the prince, they had omitted to speak of anything else, and we moreover from the contents of the perwannah, supporting further arguments of the servants noted more fully in the Resolution, could well deduce that all further applications would now be in vain, we thus resolved, as the passage of the vessels was making reasonable progress and an appreciable quantity of linens had been received at home the day before, to leave the said perwannah unanswered and to let the matter take its course, until one should see the effect of the Director's negotiation with Lord Clive, in which conference the point in question would also have to be brought to the table, and when or after the conclusion thereof we thought there would still be time enough to provide the servants with further orders and instructions; recommending them however the necessary caution, so that if in the meantime anything should occur whereby the general interest might suffer by waiting for orders. We have then now returned to the matter which we had left aside in this case of the vessels, namely the first-named's intended journey to Calcutta, which, as Your Right Excellencies can see from the secret resolution of the 24th of December, in order to frustrate a harmful design in the opium trade, cited more fully in the separate letter from him and the Head Administrator, became increasingly necessary. And why he also on that day undertook to arrange for a further audience with Lord Clive without further delay, although still very weak, dispatching an express to His Lordship on that very same day. But that gentleman continued to excuse himself on account of his indisposition and imminent departure for Europe, and requested the Director, if he now had anything to propose, to address himself to Mr. Verelst and the Council, who would hear him on all reasonable proposals. He informed the members of this in the meeting of the last day of December and demonstrated that, although the prospects of promising oneself anything good were now becoming increasingly slender, he nevertheless intended to depart for Calcutta a day or two after New Year, in order at least to make Lord Clive an overture of the points about which he would gladly have conferred with him, and if it were possible to determine the matters as yet with His Lordship or through his intercession with Mr. Verelst. Having then proceeded thither with this view on the 4th of this month, and having returned in loco two days thereafter, he communicated to the members in the meeting of the 8th the provisional outcome of his undertaking, namely: That the aforementioned Lord Clive, upon the announcement made of the reason for this expected visit, had requested him please not to speak to him of any affairs, but to confer with Mr. Verelst, to whom His Lordship had entrusted the management of affairs. That the Director, after an appropriate address upon this, had presented to the well-mentioned Mylord a memorial drawn up by him in French from the previously cited plan, and requested that His Honour would please read it and take its contents into favourable consideration; but that this gentleman had excused himself in the best manner in this regard, and had conversely requested the Director to read this paper aloud himself. After this reading promising him to speak to the said Mr. Verelst in our favour regarding the points contained therein, without leaving anything of the memorial itself with His Honour, as thinking that it was better after His Lordship's departure to address a similar paper to that gentleman himself, so as to give a proof of confidence; and when, Mylord also held himself assured, that we would obtain from that gentleman everything that one can in fairness expect. That furthermore the frequently mentioned Verelst, with whom the Director was lodged, had treated him with the utmost friendliness, and after having heard everything that could be briefly proposed, had excused himself for his occupations, but had subsequently requested that the Director, after Lord Clive's departure, would put his intention on paper and deliver it to His Honour, upon which he swore to apply everything that could reasonably be demanded and would be at all feasible, in order to content the Director. These assurances, which had been made with the greatest earnestness, the Director further declared to have entirely diverted him from the preoccupation
Dutch transcription
1136 van verwittigd zig by tijd geretireert had. zonder U Hoog Edelens op te houden met onze rercriptie hier tegen, zullen we lieven maar aenhaele en het effect van de laaste vertooning aan den Nawab, namelijk, dat hy uitwijzens het bedeelde by een aparte brief van het opperhoofden den secunde van den 16 deselve maand eindelijk had afgezien van de specifieke beschrijving der goederen op de desteks en het openen der pakken en kas, sen, dog als nog begeerd had, dat de vaartuigen op de gestelde plaatsen zou„ den aanleggen, gevisiteerd, en de volumer nageteld worden. Dit blijkt oox breeder by het antwoord van den Nawab zelve, dat den 14e bevo„ vens hier reets besteld was, en met zyne Excellentier rescriptie op der Directeurs eerste arsdaast, geinsereerd by besluit van den 23 ejusdem, Dog also de bedienden ons verder schre„ ven, dat zy zo lange dit point wegens de aanhouding der vaartuigen niet beslist, en door de vorst geen vaste ordre omtrend de te blyvene wagt plaatsen gesteld was, nagelaeten hadden van iets anders te spree¬ ken, en wy boven dien uit den inhoud der Perwanek, steende verdere argumrenten e der bedien„ den by de Resolutie breeder aen„ geteekend, wel konden opmaken, dat tans alle verdere aensoekin„ gen te vergeefsch zouden zijn, zo resolveerden we, om also de doortogt der vaertuigen redelijk voortgang, en men daags te vooren een aenzienlijke partij Lywaate in thuis gekreegen had, de gedagte perwanch on beantwoord, en het geval op zijn beloop te lae„ ten, tot dat men zien zoude het effect der negociatie van den Directeur met Lad Clive, inwel„ ke conferentie het point in quastie toge ook op het tapijt zou moeten komen, en wanneer of na het afloopen derzelve nog het tijds ge„ noegdagten te zijn, de bedien, dens niet nadere beveelen te ordre muniers 1137 warom freisje van deker Directeur na kalkatta verschoven is ttek van den Heer Directeur na derwaards zyne terug komst en communicatie munieeren: hen echter het nodige recommendeerende, om zo er in„ tusschen het een of ander mogt voor„ vallen, waarby het algemeen be lang met het wagten na ondrer zou konnen Leiden. wy zyn dan nu weder genadert tot de zaek, die we in dit geval van de vaartuigen daarmaer ten laten, namelijk der eerstgetekend dens voorgenomen reir na Kalka t die zo als U Hoog Edelheedens by het secreet besluit van den 24 decembr konnen zien, om een schadelijk dessein in de afioenhandel, te fydelen breeder by de aparte brief van hem en den Hoofd Administra¬ teur aengehaeld, hoe langer toe noodzakelijke wierd. En waarom hy ook ten dien dage aannam zonder verder uitstel by Lond Clive schoon tog nog zeer swax, nader be„ let te laeten voogen, aen zijn Londschap nog ten zelven dage een expresse afvaerdigende Dog die Heer bleef zig excureeren uit hoofde van zijn onposselijcheid en op handen zijnde vertrek naar Europa, en verzocht hem Directeur, nu zo hy iets had voor te draegen, zig aen den Heer Ver„ elrtten den Raad te addersie, aen, die hem in alle billyke propositien zouden hooren. Hij gaf de Leeden hiervan Kenniesr in de bij eenkomst van ultimo december en vertoonde, dat, alhoewel de appa„ rentien nu hoe langer, hoe min, der wierden, om zig iets goeds te belo„ ven, hy echter van intentie was, een dag of twee na nieuwe Jaar naar Kal¬ katte te vertrekken, om Lond Clive ten minsten onvertuure te doen, van de pointen, waarover hy gaerne met stene zou geaboucheert hebben en by aldien het mogelijk was de zaaken als nog met zyn Londschap of door zyne intercessie met den Heer Verelst te determineeren Met dit inzicht zich dan den 4 dee„ van het aldaer voorgevallene ser maand derwaards vervoegd hebbende en twee dagen daarna weder in loco gere„ uit verteerd 1138 verteerd zijnde, heeft hy in de vergadering van den 8 de Leeden gecommuniceert den provisioneelen uitslag van zijne onder„ neeming, namelijk: Dat zond Clive voor„ meld, op de gedaane bekendmaaking van de reeden deser en verwachte visite, versoch had, hem tog van geen affairer te willen spreeken, maar den Heer Verelst, aan wien zyn Londschap het maniement van zaaken had opgedraegen hier over te onderhouden. Dat hy Directeur wel„ melde Milond na een gepaste redenvoe„ ring hier op had gepresenteerd een door hem uit het voorwaards geciteerde plan in het fransch opgestelde Memorie en verzocht, dat zijn Edele die geliefde te leesen, en dies inhoud in gunstige overweeging neemen; dog dat dien Heer zig hieromtrent ten beste verschoond, en Hem Directeur daar en tegen versocht had, dit papier zelve overluid voortelezen. Na dier lecture hem belovende, over de daarby vervatte pointen gemelde Heer verelst in ons faveur te zullen spreeken, zonder zyn E van de memorie zelve, iets te laaten blijven, als denkende, dat het beter was na zyn Londschaps vermek een diergelijk papier, aan dien Heer zel„ ve te addresseeren, om also een blijk van vertrouwen te geven; en wanneer, Milord zig ook verseererd hield, dat we van dien steer alles zouden verwerven, wat men met billijkheid kan verwachten. Dat wijder veelmelde verelst, by wien hy Directeur gelogeerd was, hem met de uiter„ ste vriendelykheid bejeegend, en na aller water in het kort kon voorgedragen worden, aengehoord hebben, zig voor of over zijne beezigheeden geexcu¬ seerd, dog vervolgens verzocht had, dat hy Directeur na Lond Cliver vertrek zijne intentie op het papier wilde stellen en zijn Edele bezorgen, wanneer hy zweerde, aller te zullen aanwenden wat met reedelijkheid kon gevergt worden, en maar eenigsints doen„ lijk zoude zijn, om hem Directeur te contenteeren. Deese betuigingen, die met de meeste ernst geschied waaren, verklaer„ hy Directeur verder hem ten eenemael gedetourneert te hebben van de prce het occupatie vervolg
English
Continuation. The sepoys in service at Kassembazar cannot yet be discharged. Cooling of the friendship of the mentioned Sykes explained. Certain claim of the English on Mr. Bisdom refuted by his attorneys. Addition of the letters concerning a certain piece of land in question at Bellasoor. Certain equipage goods relinquished to an English merchant. objection recorded against the aforementioned Mr. Verelst by secret Resolution of 18 November last, and kept up the courage to seize the best opportunity after the dispatch of the return ships to bring that good beginning to a desired conclusion, and regarding which we hope to report to Your High Nobilities next time not only good success, but also concerning that which, as appears from the secret letter sent on 22 August of the past year, had not yet been settled, namely the extension of our limits, and the benefit that is to be expected from this for the Company, but for which the opportunity in all that time has not shown itself favorable enough to enter into further negotiations, both due to the occupations of Lord Clive regarding matters concerning the country and its revenues, and what has been added since then, namely his illness. During the aforementioned visit, the Director among other things also expressed his surprise to the aforementioned Verelst at the cooling of the friendship of the aforementioned Mr. Sykes, and gave him to understand that he seemed not very well-disposed toward our Company by having such burdens imposed upon it, as has been spoken of at length herein. But against this, the said Mr. Verelst declared that Sykes had done nothing except on special orders from the Calcutta ministry, and that they had ordered him, on account of Mahomed Rezachan's representations, to make an arrangement whereby all cavils regarding the decay of the financial resources would be removed from him once and for all, and that thus the idea of ill-will on the part of Mr. Sykes was unfounded. With regard to the foreigners, and firstly the English themselves, this serves in reply to Your High Nobilities' honored order to discharge again the sepoys who were taken into service at Kassembazar as soon as they could be spared in any way: that on 4 October we sent an extract of this to the servants here and recommended to them the execution of that order, or, if they should have any objections against it, to communicate them to us as soon as possible. In their reply of the 20th, registered by secret resolution of the 24th of the above-mentioned month, they adduced so many cogent reasons regarding the absolute necessity to keep those people in service for the time being, that we were indeed obliged to resolve to condescend therein. Assuring Your High Nobilities nevertheless that those expenses will, as soon as it is in any way possible, no longer be charged to the Company. Along with a letter from the Honorable Governor and Council at Calcutta of 13 October, a current account was sent to us, according to which the former Director Mr. Bisdom was said still to owe on the books of the English Company a balance of CRs. 9253. 12., with a request for assistance toward its payment: so on the 17th we resolved to place that account into the hands of the attorneys of the aforementioned Mr. Bisdom, the acting Fiscal and chief surgeon of this Directorate, Otto Willem Falck and Lucas Cramer, in order to serve the meeting beforehand with a report concerning it, that document itself being recorded by resolution of the above-mentioned date. And after these showed by an ample report, inserted by resolution of the 31st of the same month, accompanied by a counter-account, that the aforementioned debt arose from a private account between the former Governor Roger Drake and their said Principal, and that the English Company consequently had nothing to claim from the latter, a copy of both was sent to Calcutta with a brief letter of the 4th of the following month, and the English gentlemen were informed of the foregoing, who communicated the receipt to us in their aforementioned letter of 18 December, but wrote nothing more concerning the claim itself. Furthermore, recorded by resolution of 26 August is that which the Patna servants presented to us on the 12th of that month in defense of the merchant Lafort upon the complaint of Lord Clive about the selling of arrack; and from the ordinary resolution of 25 April Your High Nobilities will be pleased to observe that upon the communication by our Sarkar at Bellasoor that the English Resident there had sought to deprive him of a piece of land of old belonging to the Company (and of which the papers are added hereto in a separate bundle according to the order), we lodged our complaint about this with the Calcutta gentlemen, who, to refute it, sent us on 18 August thereafter a copy of what the said Resident had communicated to Their Honors concerning it; but which, pursuant to the above-mentioned Resolution of 26 August, we refuted so well that those gentlemen gave up the matter and replied to us on 1 September that they had ordered their Resident to surrender again the already seized land, although, in order nevertheless to keep right on their side, they gave it to be understood that it was beneath their dignity to meddle much with such trifling matters. According to the ordinary resolution of 11 September, the following equipage goods were transferred to a certain English merchant at Calcutta named Robinson at his request: 1 barrel of tar 1 barrel of pitch 4 skeins of housing 4 skeins of marline 2 pieces of hawsers of 21 inches 2 pieces of hawsers of 15 inches
Dutch transcription
1139 fder vervolg in dienst zynde sipatier kunnen als nog niet afge zaeckt wordn occupatie tegen voorm. Heer Verelst aengeteekend by secreete Resolutie van 18 November laastleeden, en de moed be„ houden, om na de depeche der retoer„ scheepen, de beste geleegenheid waar te neemen, om dier goed beginsel tot een geweenscht einde te brengen, en waaromtrent we hoopen U Hoog Edel heedens ten naasten zowel niet goed succer te melden, als wegens dat geen het welk blijkens de op den 22e augustus anno passo afgegaene secreete brief nog geen beslag erlangd had, name, lijk de uitbreiding onser limiten, en het uut, dat men hier uit voor de Comp heeft te wagten, dog waar toe de gelegenheid zig in al die tijd, zo door de beesigheeden van Lond Clise, omtrend zaaren, het Land en dier inkomsten betreffende, als het geen er zeedert bijge, de te kassembazar komen is, zijn ziekte namelijk niet gunstig genoeg getoond heeft, na„ der in onderhandeling te treeden. By de voormelde visite, heeft de Direc, teur den voorn Verelst onder andere ook zijne verwondering betuigd, over de Verkaeling der vriendschap van voor waards geciteerde Heer Syker en te kennen gegeven, als of hy onse Com„ pagnie niet zeer genegen scheen te zijn, met haar zulke lasten te doen opleggen, als waarvan in deese breed voerig gesprooken is. Dog waartegen gem Heer Verelst, verklaarde, dat Sykesniets had gedaan als op speciaele ordre van het Kalkatsch ministerie, en dat zy hem bevolen had, om uit hoofde van Mahuied Rezachans vertoonin„ gen een schikking te maken, waar door hem alle captien omtrent het verval der geldmiddelen een voor al zoude benomen zijn, en dat also de verbeelding van ongene„ genheid omtrent de Heer Sijner onge„ grond was. het betrekking tot de Vreemden en eerstelijk de Engelschen zelve diend in antwoord van u HoogEdel„ heedens g'eerd bevel om de Sipakir die te kassembazaar in dienst zijn genomen, weder aftedanken, zo dra de zelve maar eenig zints gemist verkoeling konde 1140 zeevere pretentie der Engelschen op de Heer Birdom door zijn E gemacktigd wederlegt. konde worden: dat wy op den 4e october hier van de bedienden extract gevon„ den, en hen de nakoming van die ordre gerecommandeert, dan wel zo zy eenige bedenkingen daarte gen mogten hebben, dezelve ons als dan ten spoedigsten te bedee„ len. By haar antwoord van den 2o geregistreert bij secreet besluit van den 24 der bovengem maand, breech¬ ten zy zo veel bondige reedenen by wegens de absolute noodzakelijkheid om dat volk voor eerst nog in dienst te houden, dat wij wel hebben moe„ ten besluiten, om daar in te condescendeeren. UHoog Edelens nog„ taris verzeekerende, dat die ongelden zo daa het maar inmer doenlyk is, de Compe niet verder ten lasten gebracht zullen worden. Nevens een brief van den Heer Gouverneur en Raadte kalaatte van den 13 october ons toegezonden zynde een reekening courant, val„ gens welke de Heer oud Directeur Birdom by de boeken van de Engelsche Compe nog zou debet zijn een sald van Crop: 9253. 12. met versoek om hulp tot dier betaling: zo hebben wy den 17 guldens beslooten, die reekening te stellen in handen van de gemachtigden van voormelde Heer Bisdom, de pl: Fiscaal en opperchirurgyn deser Directie Otto Willem Falck en Lucas Cramer om de vergadering de wegens voor af te dienen van bericht, zijnde dat document zelve bij resolutie van bovengemelde datum inge¬ schreeven. En nadien deese bij een ampel bericht, geinsereert by besluit van den 31 egusdem verzeld van een contrareekening vertoonden, dat de voorm. schuld sproot uit hoofde van een pee„ ticuliere reekening tusschen den Heer gewesen Gouverneur Roger Drake, en haaren Heer Principael voornoemd, en dat de Engelsche Comp oversulx op laest gem niets te pretendeeren had, is copia van het een eander nog bij 1141 byvoeging der brieven over zeere stuk grond iu quertie te Bellasoon ren aen zeeker Engelsch koopman afgestaen by een briefje van den 4 der daaraen volgende maand, naar Kalaatte gezon„ den, en het vorenstaande de Heeren Engelschen te kennen gegeven, die ons de ontvangst by haare voorwaards aangehaelde brief van 18 x=t gecom municeert, dog omtrent de pretentie zelve niets meer geschreeven hebben. Voorts staat by besluit van den 26 augs aengeteekend het geen de Pattenasche bedienden ons op den 12 dier maand tot verantwoording van den koop„ man Lafort, op de klachte van Lond Clive over het verkoopen van Aran hebben voorgedragen, en bi de ge meene resolutie van 25 april zal u HoogEdelheedens der behogende con steeren, dat we op het bedeelde door diese equipage goede, onre Seccaar te Bellasoor, dat de Engelsche Resident ginter hem een stuk grond van ouds de Comp. toebe„ hoorende, had zoeken afhandig te „maaken (:en waar van de papieren na de ordre in een aparte bondel deese bygevoegd zijn :/ ons beklag hier overaan de Kalaatsche Heeren hebben gedaan, die ons tot refuctatie van dezelve den 18 augustus daar aan zonden Copy van het geen gem Resident Haar Edelens der wegens had bedeelt, dog het welk we inge¬ volge bovengem Resolutie van 26 augustus, zo wel hebben weder¬ legt, dat die Heren de zaak opga„ ven en on den 1 7=ter daarop ant„ woordden, dat zy haaren Resident, hadden gelast, om de reets genaeste grond weder in te ruimen, hoewel zy om echter het recht aan haare zijde te behouden, daarby te kennen gaven, als of het beneeden haare woordigheid was, zig met zulke gerin„ gezaaren veel te benoveien. uitwijzens gemeen besluit van den 11 september zyn aan zeeker Engelsch koopman te kalnatte in name Robiuson op zijn ver¬ zolk overgedaan de volgende Equipage goederen 1 Vattheer 4 strenge huising m 2 P=s trossen van 21 dm 1 „ Pik 4 strenge marlijn 2 „ „ 15 „ gedaan 2 pr
English
1142 Arrival and departure of the English ships. Stronk and the named Mr. Verelst. 2 pieces of hawsers of 18 fathoms each, 1 Dutch cable rope of 8 inches, 2 pieces of hawsers of 12 fathoms each, 1 Dutch cable rope of 5 inches, 4 pieces of lines of 12 fathoms each, 5 padlocks, 4 pieces of lines of 9 fathoms each, 6 common files, 2 pieces of lines of 6 fathoms each, 1 barrel of slush, 2 pieces of lines of 3 fathoms each, 1 piece of coir rope of 18 inches, 1 piece of coir rope of 16 inches, and this pursuant to the provisions by extract from the general resolutions of the Castle of Batavia of 8 May 1764, the European at twice and the Indian at once capital advance, which request we could not well refuse, partly because the aforementioned person is a man of distinction and partly because our stock of equipment goods at that time was large enough to be able to spare such without our own inconvenience. Nor can we omit to report with respect to Your High Excellencies that the English, during the past south monsoon, received five ships from Europe. Of these, the first was dispatched back directly from here thither at the end of November, and the second on the 23rd of this month. The third is to depart in mid or late February, and the fourth in March; the fifth will possibly, with half a cargo though uncertain when, be sent from here to the Coast, in order to continue the voyage fully laden from there to Europe. Lord Clive departs for Europe; Verelst succeeds as Governor. With the ship which they have most recently dispatched, Lord Clive has departed from Bengal, and the aforementioned Mr. Verelst has succeeded his Lordship as Governor. Furthermore, no noteworthy news regarding this nation has come to our knowledge, except only that which was communicated by the servants at Patna in their secret letters of 24 September, 27 October, and 17 November concerning the rumors of a new venture in the upper lands, 1143 The cartel with the French could not be altered; a French captain is assisted with an anchor and cable. of which, since the last of the 21st of this month has not produced anything further, we deem it unnecessary to make any repetition in this, but hereby proceed to The French, with whom, pursuant to Your High Excellencies' authorization, we have sought to alter the Cartel for the surrender of mutual deserters renewed in the year 1765, in conformity with the proposal of their Commissioner-General Mr. Law, and to conclude it on the same footing as was in place on the Coromandel Coast between both nations, and for which purpose, in conformity with our decree of 17 October, Council members Humbet and Felix were commissioned on 28 November to Chandannagar, but who upon their return brought along a letter from the said Mr. Law and the Council, wherein they showed that the aforesaid Cartel contained articles which could have no application here, and for which reason they requested to be permitted to abide by what was already concluded. The reasons which Mr. Law gave for this to the aforementioned commissioners were reported verbally by the latter, first to the first undersigned and subsequently at our meeting of 4 December, and are noted more broadly in the resolution of that date, to which we humbly request to refer, as containing no particulars upon which any speculation could fall. A certain captain of this nation named Brayer, at the time when one had to expect the turn of the monsoon daily and our captains were on board their ships in accordance with orders, drifting down the river with a two-masted vessel with the intention of going out to sea, and having come to anchor at Culpee, had, 1144 How many ships that nation received here this year. as appears from the record in the common resolution of 4 November, addressed himself to the master of the ship Jongevrouwe Cornelia Jacoba, Pieter de Leur, then commanding the commandeur, and made known to him in the presence of Captain Kelger, who was on board there, that in drifting down he had already lost four anchors and had none left on board except the anchor and cable by which he lay, with the request, on account of the distress in which he found himself, to assist him with an anchor and cable; which he, De Leur, considering how gladly one would wish to be helped in a similar case, could not refuse, but, as appears from a declaration signed by him and Kelger, as well as a receipt from the Frenchman himself, both inserted in the resolution, accommodated him with the items from what was to be had at Culpee. Which we also approved on that day, considering that by the granting of the receipt the order of Your High Excellencies regarding the assistance to foreigners living in peace and friendship with us was fully complied with, as enacted by extract from the general resolution of the Castle of Batavia of 21 February 1766; having, however, previously resolved to have the aforementioned Brayer summoned on his arrival in Bengal for the payment of the delivered anchor and cable. Furthermore, only two ships of this nation have called here, and one of them has departed for Europe, expecting to dispatch the other in late February or early March next. Furthermore, Mr. Law, with a half-laden
Dutch transcription
1142 2 komst en etien der Eng gesche schepen Stronk en de Heer Ver„ noemd. 2 p krossen van 18 e=ke 1 holl Cabeltouw van 8 d=m „ 5 „ 2 „ „ „ 12 „ 1 „ „ 4 „ Lynen „ 12 „ 5 hangslooten „ 4 „ „ „ 9 „ 6 gemeene vijlen 2 „ „ „ 6 „ 1 vat karpuis 2 „ „ „ 3 „ 1 „„ Cairtouw van 18 d:m 1 ps Caurtouw van 16 dm en zulx ingevolge het bepaalde by ex„ tract uit de generalle resolutien der kasteels Batavia van den 8 Mei 1764, de Europische met twee ende Jndische met een Capitael advans welk verzoek wy niet wel hebben konnen weigeren, eensdeels, om dat voorm persoon een man is van aanzien en anderdeels om dat onse voorraad van Equi„ pagegoederen toen ter tijd groot genoeg was, om zulx zonder eige ongerief te konnen missen. Ook konnen wy niet afzijn U Hoog Edelheedens nog met eerbied be„ richt te geven, dat de Engelschen, ge duurende de verweeren zuidmous, son vijf scheepen uit Eurora gekreegen hebben. van Van deselve is in het laast van November het eerste, en den 23 de„ zer maand het tweede weder di„ reet van hier derwaards verzonden. Het derde staat medio of in het laast van februari en het vierde in maart te vertrekken: zul¬ lende het vijfde mogelyk niet een halve Lading dog on zeeker wanneer van hier naar de kust worden gezonden, om van daar verder volladen de reise naar Europa te vervolgen. lordClive vaaer Euzopa Met het schip, dat zij nu Jongst eld als Gouverneur be„ hebben g'expedieert is Lond Clive uit Bengale vertrokken, en voorm Heer Verelst zyn Londschap als Gou„ verneuw opgevolgd. Verder is ons geen aanwerkelyk nieuws ten opzichte van deze Natie ter ken„ nisse gekomen, als alleen het geen door de bediend te Pattena by haare secreete brieven van den 24e September 27 october, 17 Novb wegens de gerugten van een nieuwe aceptuere in de bovenlanden be deeld 1143 het cartel met de franschen heeft niet kunnen (ander& word een fracisch Capitain niet en annex stouw geassisteert deeld is, waarvan wy also het volgen de Laaste van den 21 deser tog op- niet is uitgedraag en nodig achten in deese eenige herhaling te doen, maar gaan hier mede over tot De Franschen met welke wy inge„ volge: Uwer Hoog Edelheedens quali, ficatie het in ao 1765 vernieuwde Cartel ter overgave van de wederzijds sche deseteurs conforu de presenta„ tie van hunnen commissaris Gene„ rael de keer Lauw hebben zoeken te veranderen en op dien voet te slui ten, als het te kormandel tusschen beide natien plaats had, en waar toe in conformité van ons arnest van den 17e october de Raadtleden Humbet en Falix op den 28 Novem„ ber naer sjende negger gecommit¬ keerd zijn geweest, dog welke bij haare terugkomst een brief van gem Heer Lan en de Raad mede brack¬ ten, waarby zij vertoonden, dat het voorsz Cartel artikelen vervatte welke alhier geen plaats konden hebben, en waar om zij verzochten zig aan het reets geslootene te mogen houden. De rederen welke de Heer Lan hier van aen de voorn gecommitts heeft opgegeven, hebben dese eerst aen den Eerstondergetee„ kende, en vervolgens in onze bij een komst van den 4 decembr monde„ ling gerapporteerd, en staan by het besluit van dien datum breeder genoteerd, waar aan wij ootmoedig verzoeken ons te mogen gedraegen, als geene bijzonder heden vervattende, waer over eenige speculatie vallen kan. Zeeker kapitain van dese natie in name Braijer ten tijde, dat men de kentering van de mourson dagelijx moest verwag ten en onze schippers zig volgens de ordrer aan boord van hare scheepen bevonden, met een twee mast vaartuig de revier afdrij„ vende, en ds wil naar buiten hebbende, mitsgaders te Volta ten anker gekomen zijnde, had zig zig 1144 hoeveel scheepen die natie dit Jaer hier gekreegen hebben zig blykens het aangetekende by de gemeene resolutie van den 4 9br geaddresseerd by den schipper van het Schip Jongvrouwe Cornelia Jacoba Pieter de Leur, toenmaer de Han, daert voerende, en hem in pre„ sentie van schipper Kelger die zig daar aen boord bevond, te ken„ nen gegeven, dat hy in het afsakken naar beneeden be„ reeds vielr anker verloren en geene meeraan boord had, als het anker en touw daar hy voor lag, met verzoek, om de nood„ daar hij zig in bevond, hem niet een anker en touw te willen assisteeren; het welk hy de Leur uit aanwerking hoe gaarne men in een gelijkstandig ge„ val zon willen geholpen zijn, niet had konnen weigeren, maer blijkens een verklaaring door hem en kelger geteekend, item een rccipisse van den franschman zelve, beide in de Resolutie geinvereert, denzelve uit het geen er te voltka te beno„ men was, met het een en ander gerieft. Het welk wy ook ten dien dage hebben gepasseerd, aengezig door het verleenen der rccipisse volkomen beantwoord is aen de ordre van U Hoog Edelheedens omtrent het assisteeren van Vreem¬ den, in vreede en vriendschap niet onr levende gestatueerd, by extract uit de generale Revolui tie der Kasteels Batavia van den 21 febr: 1766. dog te veur be, slooten, om voorm Brayer by zyn actoev in Bengale, om voldoening van het afgegeven annev en touw te laten aan„ manen. wijder zijn er van deese Natie maar twee schepen alhier aan„ geweest, en daarvan een naer Europee vertrokken, deukende het andere in het laest van februi ary of in het begin van Maarts aenstaende te verzenden. voorts is de Heer Lau met een half gelae, uit den
English
acknowledgment of the qualification to be allowed to accept money on bills of exchange the ship, which will remain in the country, has departed for Pondicherij, where it is said that a European ship lies ready, which will be further laden with that which the other would bring from Bengal; furthermore, through Monsieur Law's departure, authority has again been conferred upon the former Director, Monsieur Renault. The further report required by Your Right Honours concerning the hospital and funds has been requisitioned from the Chief Administrator, and will be presented to Your Right Honours at the next opportunity; meanwhile, respectfully thanking for my qualification regarding the acceptance of money on bills of exchange to the Netherlands, we take the liberty to refer in that regard to our general letter of today's date, from which and the said employment it appears that we herein up to 33½ [illegible] To the same as before We let this serve solely to inform Your Right Honours of the success of the negotiations between the Calcutta Governor Henri Verelst and the undersigned Director, of which the beginning is circumstantially described in our original secret missive of the ultimo January last, which also departs per this conveyance. The said gentleman having succeeded Lord Clive as Governor, the Director sent His Honour on the 28th of the abovementioned month such a memorial as was joined to our secret resolution. We have the honour to call ourselves with all veneration, was signed, Right Honourable, Widely Commanding Sirs, lower, Your Right Honours' humble and obedient servants, signed, J: L: Vernet. M: Tsier. M: Lafont. J: M: Ross, J: P: Humbert, O: W: Falck. J: H: Adamus, in the margin, Hoegly the 31st January 1767. joined of of today's date is entered, and of which a copy is now presented separately to Your Right Honours by him. The same contains, on the one hand, a discourse concerning the causes of the damage to the country's revenues in general, the decay and the adverse course of our affairs in particular, and, on the other hand, a proposal as to how matters should be arranged to make our trade flourish without prejudice to the interest of the English Company and to increase the revenues. Subsequently, having proceeded in person to Calcutta on the 25th ultimo in order to congratulate the said new Governor, as is customary, upon the assumption of government, he had the pleasure to learn that the English Council, after having deliberated for several days over the aforesaid paper, had thought fit: 1. To recall all Residents from the aurangs, and to send thither two commissioners around the 25th of this month, who, together with two from our side, will make a survey of all the dalals, pykars, and weavers, and subsequently devise and propose a measure according to which the gathering of linens can be continued equally advantageously for both companies. 2. To dispatch orders to Patna to allow us to proceed freely and unmolested in the opium trade, and to send all those who should wish to undertake a monopoly of this product in irons to Calcutta. 3. To negotiate with him, the Director, secretly concerning the point regarding saltpetre, in order to prevent all jealousy between the other competitors, regarding which he will present the arrangement in his separate letter to Your Right Honours. Finally, to favour the interests of the Dutch Company in all matters, in so far as this shall be in any way possible without their own damage. We hope for the best in this regard, thinking, however, to have already gained much by having brought it so far that they have abandoned the harmful design regarding the opium trade, and have cleared the weaving stations of people who, taking to heart their own interest as well as that of their masters, did not shrink from making the gathering of goods completely difficult for us. We further declare with the greatest respect and all esteem to be, was signed, Right Honourable, Widely Commanding Sirs, lower, Your Right Honours' humble and very obedient servants, signed, J: L: Vernet, J: H: Zijdner, M: Tsierick, M: O: de la Font, J: M: Ross, J: P: Humbert, O: W: Falck, J: H: A: Danin, in the margin, Hoegly primo March 1767. At present we can respectfully inform Your Right Honours by this secret letter that the Chief Administrator submitted the report required of him regarding the hospital expenses at the session of the 16th instant. He maintains that it would be most profitable for the Company to pay the chief surgeon for all expenses monthly for 75 heads ƒ 750:- or in the year ƒ 9000, and in addition to supply in kind the arrack, spices, etc., hitherto provided by the commissary for the hospital, amounting in total to ƒ 41. 12. 8. At least this he thinks to be more advantageous than paying a certain fixed amount for each head, since that would make too great a difference from one month to another, and would result in a disadvantage to the Company in comparison with the aforesaid arrangement. For in the shipping season To the same as before To lie
Dutch transcription
1145 daarbetuiging voor de qualificatie om geld opossigiatie te mogen accepteer den schip, dat in het Land zal bly ven naar Pondicherij vertrokken alwaer men zegt, dat een Europie schip gereed legt, met het geen, het andere uit Bengale zou mede brengen, verder belaeden zal wor„ den, zynde wijders door Mens Law vertrek den voorigen Directeur Monsr Renault het gezag weder opgedraegen Het door UHoog Edelheedens gevon„ derde nader bericht aengaende de Horpitael en gelden is van den Hoofdadministrateur gerequireerd en zal by de naer te gelegenheid U HoogEds worden aengeboden intusschen voor de miine quali„ ficatie omtrent het accepteeren van geld op Assignatie naar Neder¬ land eerbiedig beduurende, neer men we de vrijheid on dien aengaende te gedraegen aen onze gemeene brief van hui¬ digen datum, waarby en de ged employ komt te blyken, dat wij hier in tot 33½ then schats auiuw Aan als vooren wij laaten deeze eenlijk nog dienen, om uHoog Edelens bekend te maken het succer der onderhandelingen tusschen den Heer Kalrats Gouverneur Henri Verelst en den ondergetekende Directeur en waar van het begin omstundig be„ schreven is by onse taar meede af„ gaende origineele secreete missive van ult=o Januarij Jongstleeden Gemelde Heer Lord Clive als Gou¬ verneur opgevolgt zijnde; heeft de Directeur zyn Edele den 28e der boven gemelde maand toegezonden zodanig een memorie, als bij ons secreet besluit gevlaegt zyn. wy hebben de eere ons met alle veneratie te noemen /:onderstond:) HoogEdele wijdgebiedende Heren /:lager:/ Uwer Hoog Edelheedens en der, danige en gehoorsame dienaeren /:get:/ I: L: Vernet. M Isiur. M Lafout J: M= Roy I: P: Huerbert, O: W: Falex. I: H: Adamius /:ter zijde:/ Hoegte den 31 January 1767 gevlaegt van 1146 van huidigen datum is ingeschree ven, en door hem taus apart aan U Hoog Edelheedens in copia word aenge„ boden. Dezelve vervat aan de eene kant een Vertoog wegens de oorsaeken van de schaede aen slands inkomsten, in het generael, het verval en den tegenspoedigen loop van onze affairer in het bijzonder, en ten anderen een voor„ stel op hoedanig een wyjze het geschikt diende te worden om onsen handel zonder prejudicie van het belang der Engelsche Compe te doen bloeijen en de revenuen te vermeerderen. Vervolgens den 25 passato zig in per„ zoon na kalratte vervoegt hebbende, om den gemelden nieuwen Gouver„ neur, als na gewoonte met de aenval„ ding van het bertier te vergelukken had hy het genoegen te verneemen, dat het Engelsch minuterie na eenige dagen over het voorsz papier gedelibe„ reerd te hebben, had goedgevonden 1 alle de Residenten uit de arrengs opteroepen, en om tegen den 25 deser maand twee gecommitt s derwaards te zenden, die met twee van onze zijde een opneem zullen doen van alle de Dalaals, Pykaars en wevens en vervolgens een middel beramen, en voorstellen, volgens het welke den insaam van Lywaaten voor beide compagnien even voordeelig voortgezet zal konnen worden. 2. Naar Pattena endre aftevaardigen om ons in den Afioen handel vryen ongemalesteert te werk te laten gaan, en alle de geene, die een monopolie van dit product zouden willen onderneemen geboeid naar kalkatte te zenden. 3 one het point nanende de salpeeter met hem Directeur secreet te trac„ teeren, ten einde alle jalousie tusschen de overige competiteuren voorte komen, en waerom hy de schikking hier omtrent bi zijn a„ porte brief aen U Hoog Edelens zal voordraegen. Eindelijk om de belangen van de Nederlandsche komp in aller, te favoriseeren, by zo verre het bui„ te ten 1147 buiten haare eigen schaade maar eenigzints zal doenlijk wesen. wy kopen hieromtrent het berte deukende, echter alveel gewonnen te hebben met het zo verre te bren„ gen, dat zy van het schadelyk des„ sein omtrent den afioen handel hebben afgezien, en de weefplaet„ ten gezuivert van Zuiden die een haar eige belang als dat van haare weesters ter harte neemen de, zig niet ontzien hebben, ons den inzaam ten eenemael difficie te maeren. wy betuigen voorts met de meer ste eerbied en alle hoogachting te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele wijd gebiedende Heeren /:lager:/ uwer Hoog Edelheedens onderdanig ge en zeer gehoorzame dienae, ren /:geteekent:/ J: L: Vernet „ J: H: Ziqner M Tsicuck „ Moirelafont. F. M: Ross J: P: Humbert. O: W: Falep J: H: A: Danin /:ter zijde:/ Hoegli Primo maert 1767- tegenwoordig kunnen wij u Hoog Edelheedens by deze secreete lette ren in eerbied berichten, dat de Hoofd Administrateur ter sessie van den 16 deser het van hem gerequi„ reerde bericht nopens de Hospitaer ongelden heeft ingediend. Hysusti„ neert, dat het voor de Comp het nao„ fitabelst zou zyn, den oppermee„ ster voor alle ongelden smaands voor 75 koppen ƒ750:- of in het Jaar ƒ 9000 en daarby in natura toeteleggen de arak, specerijen etc tot nu toe actoor voor het hospitael verstrekt, bedragende in het geheel ƒ 41. 12. 8. Altans dit deukt hy voordeeligen te zyn, als een zeker tautum voor ider kop te betaelen, dewijl dat een te groot verschil van de eene maend met de andere zoude maaken, en dEComp in vergelijking van de voorsz bepaling tot nadeel zou strek¬ ken. want in de scheepentijd Aan als vooren Aan leggen
English
1148 lay, and 130 and sometimes more persons in the hospital, and when one has no ships at hand, there are also so few invalids that the chief surgeon, if he were paid per man, would scarcely be able to recoup the dead losses which he, year in and year out, as well as many other necessary and unavoidable expenses, must spend. We therefore take the liberty to implore Your High Excellencies' favorable reflection on the aforesaid report, which accompanies this in copy, testifying on our part that we cannot see but that this assessment is made as frugally as one could ever expect. We also have the honor to offer Your High Excellencies a copy of a report delivered to the first-signed by the former merchant Lafert as chief of Patna, which shows the necessity of the disbursement of f2590. 17. 8 made at that office and required by the marginal note on the findings of the Bengal trade books of 1763/4. The anchor and rope which, according to our humble letter of the ultimo of January, had been issued to a certain Captain Braijer under receipt, he duly paid for upon his return, according to the order with two principal advances, thus for that f693. 15. 1 was counted into the cash. We have the honor to remain with respect, High Noble and Far-Ruling Lords, Your High Excellencies' humble and obedient servants, signed: P. L. Vernet, M. Isener, H: H: Luiuer, Meise Lafons, D. M. Ross, S: P: Humbert, C: W: Faler, F: A: A: Damius. In the margin: Hooghly, the 31st of March 1767. Separate copy. 1149 To the High Noble and Right Honorable Lord Petrus Albertus van der Paara, Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and its General East India Company, together with the Honorable Councilors of the Dutch Indies, High Noble and Far-Ruling Lords. To His High Excellency at Batavia. Receipt of letters. On the 22nd of August of the past year we had the honor to inform Your High Excellencies of the receipt of your honored separate letters dated the ultimo of February and the 8th of June prior, and replied to the same at once. Since then, Your High Excellencies' circular and other separate letters of the 13th of June, 11th of July, and 15th of October last past have again been delivered to us. The standing order in the margin shall be observed. The order regarding the seizing and confiscating of opium at the first forfeiture shall, insofar as it might occasionally apply here, serve as our dutiful guide, and it could not be other than extremely pleasing to us that our arrangements concerning the collection of that sleeping potion in the year 1765 have met with Your High Excellencies' approval. 1150 Introduction to the report on the opium harvest. We express to Your High Excellencies our obligation for this in general, and for the Patna servants in particular, that Your High Excellencies were also pleased to approve the increase of one sicca rupee per chest. Before we proceed further to the answering of the aforesaid letters, may we be permitted to submit to Your High Excellencies a report of what has occurred regarding the important points concerning the collection of opium and saltpeter since the aforesaid date of the 22nd of August, which was the last time we had the honor to furnish Your High Excellencies with a report on this matter. A harmful design plotted to our disadvantage. Taking up the principal matter first, it will appear to Your High Excellencies from the letter of the servants from Patna of the 3rd of September that they gave us notice of the harmful design that was then, as they were informed, plotted at the instigation of Lord Clive; namely, to appoint on behalf of the Nawab a native to whom all the wholesale buyers from the various districts would have to deliver their opium, and to whom anyone seeking their requirement would then subsequently have to apply. An institution of whose harmful consequences the servants supplied so many sufficient reasons, that the first-signed deemed it highly necessary to confer on this with the Council, and deliberate together on what ought to be undertaken in this matter for the best interest of the Company; for although, having been in Calcutta shortly before the receipt of this news, he was indeed on hand...
Dutch transcription
1148 leggen en 130 en somtyds weer persoo„ nen in het ziekenhuis en als nen geen scheepen aan handen heeft, zyn er ook zo weinig impotenten dat de oppermeester, zo hy per man betaeld wierd, genoegsaam de Die„ voorlooren, die hy jaar uit Jaar in, zo wel als veele andere nood¬ zakelijke en kosten en vermgdelijk spendeeren moet, niet zou kun„ nen goed maren. wy neemen derhalven de vrij„ heid u Hoog Edelheedens favorable refletie op het voorm bericht, dat in copia deze verzeld te implo„ reeren, van onze kaut betuigen„ de, dat wy niet kunnen zien, of dese tax is zo zuinig genomen, als men immer zou verwachten Oor hebben wijde eene U Hoog Edelens aente bieden Copia van een bericht door den koorman gewesen Lafert als opperhoofd van Patria aen de eerstgetekende overhan„ digt, waarby blijkt de noodzake, lijkheid der ten dien kantoore gedane afgave van ƒ2590. 17. 8 en gerequireert by de morginale aen teekening op de bevinding der bengaelsche Negocieboeken van 176¾ Het anker en Touw dat volgens onse onderdanige van ulto Ja„ nuari aen zekere Capitain Braijer onder quitantie was af„ gegeven heeft deselve by zijn te rugkomst volgens de endrer niet twee capitael advans behoor¬ lijk voldoen, dus daarvoor ƒ 693. 15. 1 — cassae geteld wy hebben de eere net respect te zyn /:onderstond:/ Hoog Edele wijdgebiedende Heeren /:lager:) uwer Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorzame dienaeren /:getekend P: L: Vernet. M: Isener H: H: Luiuer Meise lafons. D: Mr Ross. S: P: Humbert C: W: Faler. F: A: A: Damius /:ter zijde Hoegei den 31 maart 1767 gedaene copia apart 1149 zal in acht genomen Den Hoog Edelen Groot Achtbaren Heer Petrus Albertus van der Paara Gouverneur Generaal wegens den staat de vereenigde Nederlanden en hare algemeene Oost Indische Compe nevens De WelEdele Heeren Raaden van Nederlands Indië Hoog Edele Wydgebiedende Heeren. Aan zijn Hoog Edelheid. ontvangst van brie„ Den 22' augustus ao passato hebben wy de eere gehad, u Hoog Edelheedens bekend te maaken, de ontvangst ha„ ven g'eerde aparte letteren, in datis ult=o february en 8 Juni bevorens en dezelve toen met een beantwoord zeedert zijn ons weder toegebracht uwer Hoog Edelens circulaire en andere aparte brieven van den 13 Juni, 11 Iuli en 15 october laest verweeren. de bezijden staande ordre De ordre omtrent het saiseeren en confisqueeren van Afioen bij de ven eerste Batavia. werden. 1150 inleiding tot het sslag in den afioen inzaem worpen eerste verval zullen wij voor zo verre dat hier souwijle te par zou konnen komen, ons tot schuldige nerecht lae„ ten strenken, en het heeft ons niet dan ten uiterste aangenaame kunnen zijn, dat onze beschikkingen omtrend den inzaam van dat slaapzap in Ao 1765 u Hoog Edelheedens approba„ tie hebben verworven. wi betuigen U Hoog Edelheedens daarvoor in het algemeen onze verplichting, en voor de Pattenasche bediend in het bijzon„ der, dat UHoog Edelens de verhooging van een siccaropij van ider kist mede heb„ ben gelieven goed te keuren. Een we verder treeden tot de vererijs tie van voorsz brieven, zij het ons ge„ permitteerd u Hoog Edelens verslag te doen, van het voorgevallenen in de gewigtige pointen, betreffende den insaam van Afioen, en salpeeter zee„ dert den voormelde datum van 22 augustus, wanneer het 't laast was, dat wy de eere hadden u Hoog Edelheedens hier omtrend van bericht te dienen een schadelyk desseuv Het principaels te het eerst ter ten onsen nadeele aite hand neemende, zal u Hoog Edel„ heedens by het schrijven der bediendens uit Pattena van den 3 September blij„ ken, dat zy ons kennis hebben gegeven, van het schadelijk dessein, dat er toen zo als zy onderrecht waaren, op iustigatie van Lord Clive gesneed wierd, om namelijk van wegen den Nawab, een inlander te benoemen, aan wien alle de voorkopers uit de bijzondere districten, hunne afioen zouden hebben te leveren, en by wien dan vervolgens een ider, die zijne beno„ digtheid zogt, zou moeten ten offe komen. Een instelling, van wel„ ker schadelijke gevolgen de bedien„ den zo veel suffisante reedenen sup„ pediteerden, dat de eerstgeteekende het ten hoogsten nodig oordeelde hierover met de Raad te conculeeren, en tesamen te beraadslagen, wat hier in tot best wil van de Maatschap, py behoorde in het werk gesteld te worden; want schoon hy kort voor de ontvangst deser tijding te Kalkatte geweest zynde, wel van hand ter ten
English
had indirectly learned that a similar project was afoot, he had nevertheless, because of the uncertainty with which such rumors are sometimes accompanied, not deemed it advisable to converse with Lord Clive about this on a loose footing. He therefore brought this matter before the Meeting on the 16th of the aforesaid month, and was of the opinion that, since the undertaking seemed to be in earnest, it was most highly necessary to address oneself on this matter directly and immediately to the Calcutta ministry, requesting them there, however without showing that we knew that Lord Clive noticeably lent a hand to this, as that would be capable of completely spoiling the matter, but that in order to lend some force to the request one might well allow it to flow into the letter that our awareness of the influence and power of the British Gentlemen with the Government of the country prompted us to address them, whereby without positively acknowledging the indisputable superiority of that nation, one nevertheless made it sufficiently known to them that they are the ones who, on account of their authority with the Government, were in a position to arrange matters in such a way that our Company must always be the dupe of the game. Over and above that, also believing that with the request itself and the answer thereto we could best justify ourselves to the Gentlemen Directors and Your Right Noblenesses, since their Right Noble High Worships, by extract letter of 4 October 1765, clearly expressed that the further orders of the Gentlemen Directors of the English Company concerning the complaints made on behalf of our Company by order of Their High Mightinesses to His Britannic Majesty about the impediments caused in the collection of saltpeter, namely in order not to obstruct the trade of the Dutch Company but to let it enjoy a free progress, also pertained to the opium trade; not to mention that the English Gentlemen would be cut off from defending themselves, in case of further complaint, with the excuse that we had not deigned to implore their assistance in this important point. These propositions and adduced reasons were judged by all the Members to square with the importance of the matter, and consequently it was resolved by a unanimity of votes to show the Calcutta ministry, in the manner aforesaid, the harmfulness and detrimental consequences of this plan under the name of the Nawab, and to request not only that they would thwart the same, but also devise such measures that we might proceed in the trade of opium freely and unmolested at our pleasure, and that no one, whether European or native of whatever nation he might be, should be permitted to make a monopoly of that juice, or to farm out any district of this product. On the 19th of the aforesaid month our letter regarding this was dispatched, and the answer from Calcutta is indeed dated ten days later, but was not received here before the 7th of October. In the same, the English Gentlemen declared to know nothing other than that the Nawab intended, in this piece of trade which fell directly under the management of the Government, to make some arrangements that would serve to improve his revenues, and at the same time to prevent this important merchandise from being sought after in a shameful manner through forestalling, as they said had recently occurred again and against which complaints had repeatedly been made by us; adding thereto their assurance that, as far as it depended on them, our Nation in the future would enjoy equal privilege to purchase this article to the same extent and at the same prices. Regarding this answer, which on the 8th of the aforesaid month was again a subject of deliberation, various considerations arose on that day, and after weighing all that must be taken into account for and against, namely on the one hand that however plausible the promise of the English Gentlemen may appear, one would nevertheless always find oneself embroiled in the future, whether in the price or over the quality of the goods, and on the other hand that however vigorously and concisely one should oppose this, it would nevertheless effect nothing other than to drive that Nation more and more into harness, and thus instead of improving the matter only worsen it; it was resolved by us and the Council to let the matter take its course, and rather to await what success the aforementioned promises would have. But since we had to explain ourselves on the above-cited extract from the fatherland concerning the effect of the further orders of the Gentlemen Directors of the English Company, it was at the same time resolved to inform the Gentlemen Directors of everything and also submit for their consideration whether the points extensively recorded in this and the previous resolution of 16 September do not appear weighty enough to Their Right Noble High Worships to make a firm arrangement in Europe between both Companies regarding this article, and that by their pleasure it be so regulated that everyone retained the freedom to procure his requirements where and as he thought fit, provided the goods were not against
Dutch transcription
1151 ter zijde had vernomen, dat er een diergelijx project in til was, zo had hy het echter, om de onzeekerheid, waar„ mede somwijlen die gerugten verzeld zijn, niet raadzaam geoordeelt Lord Clive hierover op een lose voet te onderhouden. Hy bracht dieshal, ven dese zaak op den 16 der voorm maand in Vergadering en was van begrip, dat dewijl den toelegtaris ernstscheen te wezen, het ten hoog„ sten noodzadelijk ware, zig hierover directen onmiddelijk, aan het Kalaatsch ministerie te addressee„ ren, met verzoek om aldaer, eek„ ker zonder te toonen, dat we wisten dat Lond Clive hier toe merkelijk de handleende, dewijl dat in staet zou zijn, de zaak ten eenemaal te verbrodden, maar dat men om het verzoek eenige kracht bij te zetten wel by de brief kon laaten in„ vloeijen, dat onze bewustheid van de influeatie en het vermogen van de Heeren Bretten by de Regeering van het land, ens tot het addres aan hem deed overgaan, wan¬ neer men zonder de onbetwictbare superioniteit van dien landaart posi„ tif te anoveeren, hen nochtans genoeg te kennen gaf, dat zij die geene zijn, welke, om haare autoriteit by de Re„ geering in staat waren, de zaaken zodanig te schikken, dat enze Compe altoor de duepe van het spel moet wezen. Buiten en behalve dat, ook vermeenende, dat men met het verzoek zelve, en het antwoord daarop ons best bij de Heeren Majoo„ rer en U Hoog Edelens zoude konen verantworren, dewijl haar wel„ Edele Hoog Achtbare bij extract Missi„ ve van den 4 october 1765, duidelijk uitdrukten, dat de nadere en daer der Heeren Directeuren van de Engelsche Compagnie op de Klachten die van wegen onze maatschappy ten ordre van Haar HoogMogende by zijne Baettannische Majesteit, over de verhinderingen in den sal peter inzaam gedaan zijn, om, na„ melijk den handel der Nederland„ het sche - 1152 trent aen de Heer Engel, schen. hen daerop gegeven ont„ woord. sche Compagnie niet te stremmen, maar deselve een vrijede voortgang te doen genieten, meede op de afcoen negocie betrekkelijk waren; om niet te zeggen, dat de Heeren Engelschen den pas zou afgesnee den zijn, van zig in car van verde„ re doleantie te dekken met het excus, dat we ons niet hadden verwaer digt van in dit aangelegen point hunne adjude tot aldaer te implo„ reeren. dolantien daarom, Deze propositie en bijgebrachte reedenen wierden door alle de Zee„ den met de inportantie van de zaak quadreerende geoordeelt, en gevolgelijk met eenpaarigheid van stemmen beslooten, het Kalaatsch ministerie in voege voorsch: de Schaa„ delijkheid en nadeelige gevolgen van dit plan onder de naam van den Nawab te vertoonen, en te verzoeken van niet alleen het zelve te wil„ len verijdelen, maar oor zodanige mesurer te beraamen, dat wij in den handel van afioen vrij en en gemolesteert naar goed duuren mogten te werk gaan, en dat niemand, het zij Europeesen of in„ lander, van was natie, hij ook mogt zijn, toegelaeten wierd een mono„ polie van dat saptemaeren, of eenig district van dit product te verpachten. Den 19 der voormelde maand is onze brief derwegens afgegaen, en het antwoord van Kalkatte is wel tien dagen laten gedateerd dog alhier niet voor den 7e october ontvangen. Bij het zelve verklaarden de stee„ ren Engelschen, niet anders te weeten, als dat de Nawal voornee, meur zou zijn, in dit stuk van negocie, het welk direct onder de bertiering van de Regeering quam eenige schikkingen te maaken, die strekken zouden tot verbeetering zijner inkomsten, en om ter zelver tijd voor te komen, dat deese ge„ wigtige koopmanschap niet op een schandelijke wijt door voor„ ongemolesteert koping 153 deliberatie daer over en besluit ene zulx de „r meesters ondertoogte brengen. kooping werd opgezogt, gelijk zy zeiden nog enlangs geschied te zijn, en waar te„ gen door ons verhaelde klachten gedaan waren, daarby voegende, haare verzeekering, dat voor zo verre het van hun dependeerde, onze Natie in het vervolg gelyk voorrecht genie„ ten zou, om dit artikel tot gelijke uitgebreidheid en dezelve prijsen intekoopen. Over dit antwoord dat den 8 der voormelde maand weder een onderwerp was van deliberatie zyn ten dien dage verscheide be„ deuringen gevallen, en na over„ weging van aller, wat voor en tegen in aanmerking moet komen, namelijx aen de eene zijde, dat hoe schoonschijnende de belofte der Heeren Engelschen ook voorkomt, men zig in het vervolg echter altijd gebrouilleert zon vinden, het zij in de prijs of over de deugd van het goed, en aan de andere kant dat hoe krachtigen bondig meu zig hier tegen ook quam te verzetten zulx nochtans niet uit zou werken, als om die Natie meer en meer in het harnar te jagen, en dus de zalk in stee van te verbeeteren maar te veergeren; is door ons en de Raad beslooten, het geval op zijn beloop te laaten, en lieven aftewagten, van wat succes de voorm beloften weesen zouden. Dog dewijl we ons op het hier voor aenge„ haelde patriasch extract dienden te verkla„ ren over het effect der nadere beveelen van de Heeren Directeuren van de En„ gelsche Comp, zo wierd tevens gearresteerd, om de Heeren Majorer van alles bericht en tevens in bedenken te geven, of de bij dit en het voorig besluit van 16 september omstandig aengeteekende consideratie Haar welEdele Hoog Achtbaare niet gewichtig genoeg voorkomen, om wegens Dit artikel in Europa een vaste schik„ king tusschen beide Comp te maaken, en dat het met believen van Hoog dezelve zo gereguleert wiord, dat een ieder vriheid bleef behouden, daar en zo als hem dat goeddacht zijne beno„ digtheid op te doen, mits het goed niet zulx tegen
English
what was communicated by the Patna servants concerning the aforementioned plan driving up prices against one another, which accordingly was noted in the margin of the aforementioned extract, as Your Right Honourables will be pleased to observe from our general letter of 19 December, in which the same is inserted. However, after the dispatch of those extracts to the Netherlands, further decisions were taken regarding this matter. The servants at Pattena, who informed us by their letter of 24 September that the execution of the aforementioned plan still appeared to remain in abeyance, and to whom we on 9 October communicated by extract from the aforementioned Calcutta letter the intention and declaration of the English in this regard, wrote to us on the 9th of the past month of December that the aforementioned pernicious plan, which had thus far remained in statu quo, had been brought back to the table two days before the dispatch of this letter, and that the Pattena governor, Lord Sitaabraey, after holding a conference with the English chiefs, had sent his Dewan to him to communicate the following, namely: That following the instructions of Lord Clive, and in order to prevent the disturbances that occurred daily between various English gomastas in the opium quarters, they had resolved to conduct this trade henceforth on such a footing that all grounds for complaint would cease, and everyone would be given satisfaction. That to this end Lord Sitaabraay alone would be the purchaser, and these matters would thus be managed under his protection; that the funds required for this purchase would be furnished to him, and by him in turn to the Assamiers or advance-merchants, under the further supervision of a general chief gomasta to be appointed for that purpose by His Honour; that the opium arriving successively would be divided between the English and us, with the addition also of a small portion to the French; and finally, that proportionality in this matter would as far as possible be put into effect. On account of all of which, and various messages having been exchanged back and forth, as well as questions and answers, which, along with the considerations of the servants in this regard, are circumstantially recorded in their aforementioned missive and in the secret Resolution of the 24th of the above-mentioned month, to which we take the liberty of referring, since it would be superfluous to repeat all of them here as they decide nothing in this matter, the more so as by the secret letter from us and the Council of the last of the past month Your Right Honourables were informed that the first undersigned had let his thoughts dwell maturely upon this and all further points of trade, and had drawn up a paper containing his sentiment thereon, which was inserted by Resolution of 18 November, after which he had on that day already taken it upon himself to solicit one or another advantageous terms from the English and to regulate them once and for all. However, in which, as is also made known by the aforementioned secret letter, he remained long in uncertainty as to when he would be able to carry this intention into execution, since the proposition of the Director and the decision thereon, while time slipped away without anyone knowing how to conduct oneself or what orders to give the Pattena servants; thus, after deliberation on what was communicated from Pattena, it was proposed by him to depute two members of the assembly to Kalkatta in order to enter into negotiations with the English ministry with respect to trade in general, and if feasible to place everything on a firm footing. But since the assembly was generally of the opinion that such a commission, at the slightest objection to one thing or another, might sometimes prove fruitless, and the first undersigned also agreed with this, the dispatch of deputies remained in abeyance, and it was on the contrary resolved to leave it to him, the Director, to do his best, according to the dictates of his aforementioned proposal, by amicable means.
Dutch transcription
1154 het bedeelde door de Pat„ vorsche bed nopens het voorz place: tegen elkander in pryjs opjaegende, het welk dan ook in margine van het voorsz extract gevolg heeft genomen, zo als u Hoog Edelhee„ dens by onze gemeene letteren van 19 de„ cember, waarby het zelve geinvereert staat gelieven te beoogen. Dog hieromtrent zijn na het afvaardi„ gen van die extracten naar Nederland nog nader besluiten gevallen. De bediend„s te Pattena, welke ons uitwijzens haare lette„ ren van 24 september bedeelden, dat de executie van het voorsz plan als nog agter wegen scheen te blijven, en die wy den 9' october by extract uit voorm Kalkatsche brief de intentie en verklaring der En gelschen hieromtrent communiceerden, schreeven ons den 9' der Jongstcweeren maand december, dat het voorm pernicieur ontwerp, dat dus lange in statu quo geble„ ven was, twee dagen voor het afgaan van deze brief weder op het tapijt was gekomen, en dat de Pattenasche steede houder de Heer Sitaabraey na eene gehoudene con„ ferentie met de Engelsche opperhoofden, zijnen Duwan aan hem had gesonden om hem het volgende mede te deelen, namelijk„ Dat op het aangeschreevene „van Lord Clive, en tot voorkoming der on„ „lusten, die dagelijks tusschen enreende „Engelsche gomastor in de afioen quartie„ „ren voorvielen, zijlieden gerevolveert „waren, deesen handel voortaan op dier„ „danig een voet te tracteeren, dat alle „reedenen van klachten zouden op„ „houden, en ieder een genoeg ingegeven „worden. „ Dat tot dien einde de heer Sitaabraay „alleen inkooper zoude wesen, en dur „deese zaaken, onder zijne bescherming „besteerd worden: dat de gelden tot desen „drop benodigt, aan hem zouden weren „verstaekt, en door hem weder aan de Assa„ „mier ofte voorkoopers, onder de verdere toe„ „zigt van een generale hoofd gouasto „daartoe door zijn Edele aantestellen, „dat de anfioen successivelijk in komen„ „de tusschen de Engelsche en ons zou wor„ „den verdeelt, met toevoeging medle van „een kleine portie aan de franschen, „en eindelijk dat de evenreedigheid „in dese, zo veel mogelijx zoude in 't „werk gesteld worden„ namelijk uit 1155 Directeur treut gevallen uit hoofde van al het welke en verscheide boodschappen over en weder mitsgaders vragen en antwoorden gedaan zijn, dens hier omtrent by opgemelde hare missive en in de secreete Resolutie van den 24e der bovengemelde maend onestandig zyn aangetekend, waaraan wy de vrijheid gebruiken ons te gedraagen, dewijl het overtollig zou wezen, alle dezelve, als niets beblissende in deeze te herhaalen, te meer daar by de secreete brief van ons en de Raad van ulto der verweeken maand u Hoog Edelheedens bedeelt is, dat de Eerstgeteekende over dit en alle verdere poincten van Ne„ ten gaan, en van zijn gevoelen daer, omtrent een geschrift opgestelt, dat bij Resolutie van 18e November geinsereert is, waarna hij ten dien dage al op zig had genomen, deeze of geene voordee¬ lige voorwaarden bij de Engelschen te becolliciteeren en eens voor al te reguleeren. Dog waarin hy, zo als bij de voorn secreete brief mede bekend die met de consideratien van de bedien, propositie van den Heer de tijd middelen wijl verliep, zonda dat men gocie rijpelijk zijne gedachten heeft laa, en het besluit daarom, van gevoelen was, dat die commissie gemaakt word, lange in het onzeker geble„ ven is, wanneer hy dit voorneemen, ter uitvoer zou konnen brengen, vermits wist, waarna men zig gedraagen, of welke ordre men de Pattenasche bedien„ den geven zoude, zo werd na de delibe„ ratie over het bedeelde uit Pattena door hem geproponeert twee Leeden uit de vergadering naar Kalkatta te com„ mitteeren, ten einde met het En„ gelsche ministerie, ten oprichte van den handel in het algemeen in onderhan„ deling te treeden, en der doenlijk aller op een vaste voet te brengen. Maar vermits de vergadering algemeen by de minste tegenwerping op het een of onder somwijle vrugteloor zou afloo„ pen, en de Eerst ondergeteekende dit meede beaamde, zo is de afzending van gecommitts agter weegen gebleeven, en daarentegen gerevolveert, het aan hem Directeur over te laaten, om na dicta„ men van zijn voorsz ontwerp zijn bert te doen, door vriendelijke middelen gemaakt der
English
the Patna servants were qualified to make some aforementioned applications on that matter, to direct everything as far as possible so that through a close agreement one might obtain some freedom, both in the collection of opium and of other products. And in case no amicable and reasonable propositions should be listened to, then to protest in due form against the English gentlemen. The result which this Resolution has already had, we had to communicate in the secret letter of our Council, namely that for the present no decisive agreement has been reached, but that there appears to be a prospect of putting everything on a good footing with the new Calcutta Governor, Mr. Herry Verelst, about which we hope to report the outcome to Your High Nobles at the nearest opportunity. Meanwhile, regarding the Patna servants, who informed us on 24 December that the English had already begun to make large advances on the new collection according to the arrangement made, and that they therefore very likely, if no change were made therein, might be left out in the cold by others, we replied on the 3rd ultimo, after taking the advice of the assembly, that although the aforementioned plan is fully acquiesced in as soon as one submits or conforms to the actions of the other parties, it was nevertheless highly necessary to use all precautions in order not to be disadvantaged in trade, and qualified them accordingly to make an immediate start, after the example of the English, by advancing money on the new harvest, expressing surprise that they had not proceeded to this of their own accord without asking us, since in all cases necessity knows no law, and to our understanding the iron must be forged while it is hot, besides which in such a case one would be able to protest with all the more ground against the execution of the said project, whereas now they might certainly reproach us with this qualification if it became known. They answered us on the 21st following that just before receiving this letter, at the encouragement of their supplier who had undertaken to be able to serve them for the time being on the new collection without any difficulties regarding the introduced plan, they had advanced Sicca Rupees 50000 or ƒ 78750:—, which we passed in our letter of the 3rd instant with an appropriate recommendation. As to what has been done at Patna since we last reported on it, it will already have appeared to Your High Nobles from our missive mentioned in the beginning of this, that the servants could not at that time impart anything with the least certainty regarding prices. According to their letter of 3 September, it was not advisable to think of that yet because of the eagerness of private merchants, but in order to take advantage of the freedom they still had to collect, they had then advanced Sicca Rupees 35000 or ƒ 55125:—, which we approved on the 24th following with a repeated admonition to prudence. In their further letters of the last-mentioned date, they declared that they had not yet been able to come to an agreement with the suppliers, because the latter made such excessive demands that they had not dared to make a bid. Besides the drift of the private individuals so often repeated, they also brought forward as a principal difficulty the rumor concerning the departure of some merchants from the upper country, who sought to buy up 6 to 700 Maan of opium if the Government would grant them a license for it, which was assumed would have a considerable influence on the trade if it should prove true in the event, although they otherwise hoped to arrange it so that the prices would not exceed those of the previous year, and that possibly something less might be negotiated, since they had further furnished on the collection in two installments another 100000 Rupees or ƒ 157000, with which they attested to have kept the interest of the Company in view, seeing that 7 to 800 Maan and thus the largest part of the previous advances had already been delivered inside. So that we approved this in our answer of 9 October, but regarding the aforementioned difficulty observed that the commission to obtain some opium from the upper country, in our opinion, could not have such an extraordinary influence on this trade as they imagined, considering that commodity was transported through the whole of Hindostan, and we added an admonition that if the price could not be negotiated for less than that of the previous year, it should at least not come to stand higher. However, the servants maintained that their apprehension might well hold true, and demonstrated this in detail in their letter of 27 October, in which they also communicated that after much trouble and strong persuasion they had finally induced the suppliers to desist from their previous exorbitant demands and to yield 1200 Maan or 600 full chests to them at the following prices: 26100 lb at ƒ 360:12:6. per 100 lb 29000 lb at ƒ 364:19: 4 24/29 per 100 lb 34900 lb at ƒ 369: 6: 3 3/29 per 100 lb 90000 lb or 600 chests as above And although they did not succeed in securing the entire requirement, they nevertheless hoped, by exercising a little patience, to achieve their aim, in which case the prices, though completely contrary to expectation, would differ in their favor by some percent from those of the previous year.
Dutch transcription
1156 de Patuovere bed gequa„ lificeert eenige voornd betrekkingen op dat slaapsop te doen der doenlijk aller zo te schinken, dat men door een nauwe overeenkomst eenig ge vrijheid quam te obtineeren, zo wel in den inzaam van Afioen als van andere produc„ ten: En by zo verre en na geen minzaame en billijre propositien mogt geluisterd won den, als dan in forma tegen de Hee„ ren Engelschen te protesteeren. Het gevolg, dat deeze Resolutie reeds gehad heeft, hebben wy in de secreete brief van onsen den Raad moeten te par brengen, namelijk dat men voor als nog tot geen berlissent accoord gekomen is, maar dat er apparentie scheind te zijn, om met den nieuwen Kalkatschen Gouverneur den Heer Herry Verelst, alles op een goede voet te brengen, en waar van we hoopen, ustoog„ Edelens ten naasten den uitslag te berich„ ten. Ondertusschen hebben we de Pattenasche bedienden, welke ons den 24 december bekend maekten, dat de Engelschen reeds begonnen hadden, op den nieuwen insaam „ volgens de gemaakte schik„ king, groote verstrekkingen te doen, en dat zy dur zeer apparent, indien en geene verandering in gemaakt wierd, agter het net van andere zoude kon„ nen vissen, op den 3 passato, na inge„ nomen advis van de vergadering geantwoord, dat alhoewel het beweeste plan zeerer geaccquiesceert word, zo dra men, zig onderwierp of schikte na de handelingen van de meede partijen, het nochans ten hoogsten noodig was alle precautien te ge„ bruiken, om in den handel niet verklaert te raaken, en hen uits dien gequalificeert, om na het voor„ beeld der Engelschen, ten eersten een be„ gin te maken, met het verstrekken van geld op de nieuwe recolte, onder eene be„ tuiging van verwondering, dat zy zon„ der once te vraegen hier toe niet uit haar zelve waaren overgegaan, dewijl in alle gevallen nood wet breekt, en na ons begrip het ijzer gesmeed, moet worden als het heef is, buiten en behalve, dat men in zo een geval met te meer fundament tegen de uitvoering van het veelm project zoude kun„ nen protesteeren, daar men nu er ons 1157 nadere foshe aringen ons deeze qualificatie, bij aldien te ruchten baar raerte, zeekerlijk zou tegenwerpen. zij hebben ons den 21' daaraan g'antwoord, dat zy even voor den ontvangst dezer brief op aanmoeding van haaren Leve„ rancier, die aangenomen had, hen voor eerst buiten eenige zwarigheeden van het ingevoerde plan, nog te kon„ nen bedieren op den nieuwen in, zaam Props 50000 of ƒ78750:— verstrek, hadden, het welk wy by onse brief van den 3 deeser met een applicable recommendatie gepasseerd hebben wat nu aangaat het verrichtte te pattena, zedert dat wy het laast daarvan verslag deeden, zo zal uHoog Edelens bij onse in den aanvang dezer gemelde missive bereeds gebleeken zijn, dat de bedienden als toen nog met geen de minste zee„ kerheid iets omtrend de prijzen hadden konnen bedeelen. volgens haare brief van den 3 september wor het om de graegheid der particuliere negocianten niet raadzaam daar aan als nog te deeken, maar zy had¬ den toen, om voordeel te doen met de vrijheid, die men nog had, om inte, zamelen verstrekt so rop: 35000 of ƒ 55125: — dat wy den 24 daaraan onder een iterative vermaaning tot omzich„ tigheid approbeerden. By hare nadere letteren van laastgemel„ de datum, verklaarden zy het als nog met de Leveranciers niet te hebben kunnen eens worden dewijl deselve zulxe excessive Eisschen deeden, dat zij er geen bod na hadden durven doen zy brachten daartoe buiten de zo diriciaals herhaelde dreft van de particulieren ook als eene voornaame zwarigheid by het gerugt wegens de aftogt van eenige bovenlandsche Kooplieden, die 6 a 700 Maan Afioen zogten op te doen, in, dien de Regeering hun daartoe licentie wilde geven, het welk men onderstelden conciderablen invloed op den handel te zullen hebben, indien het by de uitkomst waar bevonden mogt worden, hoe, de wel 1158 wel zy het anders zo hoopten te schik„ ken, dat de prijzen de voorjaarigen niet zouden te boven streeven, en der mogelijx wel iets minder bedongen konnen worden, dewijl zij voorts in twee reisen weder 10000 Ropijen of ƒ 157000 op den inzaam hadden gefourneert, en waarmede zij be¬ tuigden het belang van de Compe in het oog gehad te hebben, aan, gezien en toen reets 7 a 800 maon en dus het grootste gedeelte van de voori„ ge verstrekkingen binnen geleverd was, zo dat we in ens antwoord van den 9 october dit goed keurden, dog aan, gaande de voormelde zwarigheid ae„ marqueerden, dat de Commissie om ee„ nige aficen uit de bovenlanden na onse gedachten, zo eene extraordi„ naire influentie op deesen han„ del niet kon hebben, als zij zig ver„ beelden, gemerkt die waare door gantsch Hindostan vervoerd wierd en we voegden daarby eene vermae ning, om zo de prijs al niet minder als de voorjavige mogt te bedongen wesen deselve ten minsten ook niet hooger behoorde te staan koms„ Dog de bedienden sustineerden dat haare bedugting wel proefkon houden, en betoogden dat breed voerig by hare brief van 27' octobr waarby zij ook communiceerden, na veel moeite en sterke persua; zien de Leveranciers eindelijk overgehaalt te hebben, om van haare voo„ rige exorbitante Eisschen afte zien en 1200 Maan ofte 600 volle kisten aen hen aftestaan tegen de volgende prijzen 26100 lb tegen ƒ 360:12:6. hy t C:to lb 29000 „ „ 364:19. 4 24/29 „ „ 34900 „ „ 369. 63 3/29 „ „ „ „ 90000 lb ofte 600 kisten als boven En alhoewel het hun niet gelukt wor omtrent de gansche benodigtheidschaap te raazen, zo hoopte zy echter, met een weinigje gedult te oeffenen, haar oog„ merk te bereiken, in welke geval de prijzen, hoewel gansch buiten verwachting met de voorjaerige eenige procentor ten goede verschil„ weren len
English
1159 Dispatch of a consignment of opium. Two members commissioned to unpack and dry the wet opium. An accident occurred with a vessel. would do. More than a month afterwards, or on 28 November, after many persuasive arguments employed regarding the remainder of the demand, they had finally also come to an agreement with the merchants, and had thus negotiated a further 16950 lb at f364:19:4 2/9 per 100 lb 13050 lb at f369:6:3 3/9 per 100 lb and after that agreement made a new advance of Sicca rupees 35000:- or f55125:- to advance the delivery of that important gum. They were also then already busy daily with sorting and packing into chests what they had in the lodge, and intended to send off 500 chests in the following month, but which, due to a continuous lack of vessels, was delayed until the 12th of the last expired month, when there were forwarded from there 450 whole and 100 half chests, containing together 1103 maunds of opium, which, since no extraordinary expenses were spent on their collection, are calculated according to the invoice from Patna, with the ordinary expenses, at f418:10:11 per 100 lb. We had counted on being able to dispatch this consignment in the latter part of the past month, but an accident that occurred to a vessel laden with thirty chests, as appears from the sworn attestation accompanying this in copy, made this impossible. The aforementioned chests having become thoroughly wet, the first signatory commissioned the council members Lafont and Humbert to have the same unpacked in their presence and, as long as it should be necessary, to dry them in the sun daily for some hours. For this, the weather was not serviceable for a considerable time, because there was daily fog and an overcast sky, whereby the said Lafont testified that it might well take 1160 Declaration of Lafont regarding that opium. extraordinary some time before the opium would be put in proper condition again and could be dispatched. The first signatory asked him in the meeting on the morning of the 3rd of this month whether it could remain over until the upcoming month, and if not, how much time might still be needed for the drying. And after he attested that this opium, first remaining here for a month and sometimes then lying fermenting for another month or two in a ship, would entirely spoil or at least diminish in quality in such a manner that it must absolutely result in damage to the Company, we resolved to detain the Welgelegen for some more days, or as long until this opium should be dried again and put in condition to be dispatched with that vessel, the more so as the said Lafont declared that this would take at the longest until the 15th of this month. But thereupon in the evening came the unexpected and grievous news of the wrecking of the Vrouwe Petronella, the particulars of which we shall report in a postscript from us and the Council, and to which we respectfully refer, as far as concerns the special provisions regarding the detaining or dispatching of the first-mentioned vessel. Further, the report of the commissioners regarding the drying of the aforementioned thirty chests of opium is enclosed herewith in copy, accompanied by another similar paper from the commissioners Borwater and Van der Sluys, who repacked the same and deposited 150 lb net in each chest, except in one, in which no more than 40½ lb went in, caused by the shrinkage through drying, the reduction on the entire consignment amounting according to the latter report to 109½ lb or 2 9/90 per cent. The expenses that were incurred in this commission 1161 How much the drying of the opium cost. Report of the saltpetre. commission, amount according to the memorandum also annexed hereto in copy, to Current rupees 507.8/3 or f710:9:10, which have been passed subject to Your High Nobilities' honoured approval and paid from the Company's treasury. And to make it less apparent that the aforementioned chests had been wet, we had the packing slips altered, and drawn up in such a way as if the opium had been traded here by us. We also had a separate invoice drawn up for the dry chests and a separate one for the chests that had been wet. The first-mentioned are charged, exclusive of the 16 per cent Hooghly expenses, at f365:8:14¾ per 100 lb, and the latter, on which the above-mentioned extraordinary costs are also calculated, at f418:19:4 per 100 lb. Both these invoices, accompanied by an extract from the Patna invoice, we have the honour to present to Your High Nobilities also as separate appendices alongside this. Regarding the saltpetre, concerning which our different orders in the year 1765/6 also had the fortune, to our particular obligation, to deserve Your High Nobilities' approval, we had the honour to show Your High Nobilities on 22 August that by order of Lord Clive a quantity of 12000 maunds was already lying ready for us at Patna, which was also delivered shortly thereafter and was already received here in September. On 24 August a letter from Lord Clive, Governor, and the Council at Calcutta, dated the 18th of that month, was brought to us, communicating that, according to an estimate made regarding the collection by the chief and the Council at Patna, our portion this year would amount to 20000 maunds or 10000 bags. Two days thereafter the Director brought this into the assembly, and demonstrated that, notwithstanding the order of the Court of Directors of the English Company to let us enjoy equal privileges in this commodity, the intention nevertheless seemed
Dutch transcription
1159 afsending van een partij samtioen twee leden gecommitt om de natgewordene opineate ontpakken en te droogen een ongeluk met een vaesen tuig gebeurd len zouden. ruim een maand naderhand ofte den 28 November waren zy eindelijk na veele in het werk gestelde drangreedenen, om, trent het restant van de Eisch, mede net de kooplieden overeengekomen en hadden dies nog 16950 lb tegen ƒ364:19:4 2/9 tC=to lb 13050 „ „ „ 369: 6:3 3/9 „ „ „ bedongen mitsgaders na die bepaa„ ling opnieuw een verstrekking gedaen van So rop: 35000:- ofte ƒ55125. — ter be„ vordering van de bezorging van die aangelege gom; ook waren zy toen reets dagelijks met het sorteeren en afkisten bezig van het geen zij in de loge hadden, en dagten in de volgende maand 500 kisten af te zenden, dog waarmeede het door een aanhoudend gebrek aan vaartuige geduurt heeft tot den 12 der Jongst verweeren maand, wanneer d van daar toegevonden zijn, 4„ 450 heele en 100 halve kisten, inhoudende tesamen 1103 Maan afcoen, die vermits er geen extraordinaire ongelden tot dier inzaam gespendeert zijn, volgens aanreekening van Pattena, met de gewoone ongelden, bereekend zijn op ƒ418:10:11. r=m de 100 lb wy hadden staat gemaakt deeze portij in het laast van de verweeren maand te hebben kunnen verzen, den, maar een ongelux, dat blijkens de deze in copia verzellende beëë„ digde attestatie aan een voor„ tuig belaeden met dartig kisten gebeurd is, heeft zulx en mogelijk gemaakt. De evengemelde Kisten door en door nat geraekt zijnde heeft den Eerstgeteekende de Raadt leeden Latenken Humbert ge„ committeerd, om dezelve in haare tegenwoordigheid te laten ontvak„ ken, en zo lang als het nodig zou zijn, dagelijks eenige uuren in de zou te droogen, Hier toe was het weer een geruime tijd niet dienstig dewijl en dagelyks misten een betrokke lugt was, en waardoor ge„ melde Lafont betuigde, dat het nog extraordinarie wel 1160 verklaring van Lafont omtrent die Afias wel eenige tyd kon aanloopen, een de Afioe weder in staat zou gebracht wezen, en ver„ zouden te konnen worden. De Eerstende getekende heeft hem in de byeenkomst van den 3 deeser 's morgens ge vraagd of ze zou konnen blyven over„ ende staan tot in de aanstaande maand, en zo niet, hoe veel tijd of en nog wel no dig zou wesen, tot het drogen. En na dien deselve betuigde, dat die opium hier eerst een maand blijvende, en somtijds dan nog een maand of twe in een schip te broeijen leggende ten eenemaal bederven of te minsten zodanig in qualiteit verminderen zoude, dat het absolut tot schaede van de Compe moest strekken, zo recolveerden we om welgelegen nog eenige daegen of zo lang op te houden, tot dat deese afioen weder gedroogd en in staat zou gebracht zijn, on met dien bodem verzonden te kon„ nen worden, te meer veelwelde Lafont verklaarde, dat het hiermee„ de op zijn langst tot den 15e deesen zou aanloopen Maar daar„ op komt savonds de onverwachte en smeatelijke tijding van het verongelukken van de Vrouwe Petronella, waarvan we de on„ standigheiden melden zullen in een nabriefje van or en de Raad, en waaraan we ens voor zo verren de bijzondere dispositien ontrent het aanhouden of het afvaerdigen van eerstgemelde bode in betreft, met respectte refe„ reeren, zynde wijder het rapport van de gecommitts wegens het droogen van voormelde dertig kisten afiaen Copieelyk by deeze ingeslooten, verzeld van een ander dergelyk Papier van de geconmittrs Borwater en van den sluis, die deselve weder ingepant en in ieder kist 150 lb netto afgelegt hebben excepto in eene, waarin niet meer gekomen is als 40½ lb door de . in drooging veroorsaakt, belopende minderheid de „ op de gansche party volgens laest, gemelde rapport, 109½ af 2 9/90 perC=to De ongelden die er bij deese zou commissie 1161 hoe veel het droogen der afcoen gekort heeft ferslag van de salpeeter commissie gevallen zijn, komen volgens de deeze meede in copia bygevoegde nie„ monie te staan op Cro/a 507. 8/3 of ƒ710:9. 10. welke op u Hoog Edelens g'eerde approbatie gepasseert en uit 'sComps kassa betaald zyn. En om der te minder te doen blij„ ken, dat de voorm. kisten nat zijn geweest, hebben wy de afpakbriefjes laten veranderen, en zodanig instel„ len, als of de Afcoen alhier door ons genegocieert was geworden. Ook hebben wy een aparte Factuur van de droo, ge en een aparte van de natgeweest zynde kisten laaten opmaaken. De eerstgemelde worden buiten de 16 procento Hoegeische ongelden voor ƒ365:8:14¾ het Cento to en de laeste waarop de hier boven aengehaelde en kosten mede be¬ reekend zyn a ƒ 418:19: 4 de 100 lb aenge¬ reerend. Beide die factuuren verzeld van een Extract uit de Pattenasche factuur, hebben wed eere U Hoog Edelens mede als afzonderlijke bijlagen nevens deese aentebieden Betreffende de Salpeeter, waarom„ trent onze differente bestellingen in unrdam Ao 176 1/6 mede het geluk gehad hebben ten onzer byzondere verplichting U Hoog Edelens approbatie te verdie„ nen, hebben we de eene gehad UHoog Edelheedens den 22 Augs te vertoonen; dat er op ordre van Lord Clive te Pattena reeds een quantiteit van 12000 maan voor ons gereedlag, die ook kort daarna afgeleeverden in September bereeds hier ontvangen is. Den 24 Augustus wierd ons toe gebracht een brief van Lord Clive Gouverneur en de Raad te Kalkatte op den 18 dier maand gedateerd; houdende Communicatie, dat na een gemaakte overslag omtrent den inzaam door het opperhoofd en de Raadte Pattena onse portie dit Jaar op 20000 Maan of 10000 zak te staan zou komen. Twee dagen daaraan bracht de Directeur dit in vergadering, en vertoonde, dat het engeacht de ondre der Heeren Direc, teuren van de Engelsche Compe om ons in dit Artikel gelijk voorrecht te doen genieten den toeleg echter Ao 176 5/6 scheen
English
seemed to be to shorten our share from year to year, the more so because he, having informed himself as accurately as was feasible for him regarding the collection of the year 1765, had been informed that it had amounted to circa 80000 Maan, and that besides what the English had sent from here directly to Europe, and moreover, 16 to 18000 Maan had been transported with private ships to Madras and Bombay in order to be given along as bottom-tier cargo with the ships of the Company that repatriate from there. This, and the observation that the year before they had shorted us by more than 1000 Maan in the distribution, caused us and the Council to resolve to insist upon a larger portion and to request that it might at least equal that of the past year. But on the 4th of September those Gentlemen replied to us that we would have reason to be content with the portions that had been allocated to us if we reflected that the French also had to be accommodated, and that it would not be equitable for the English Company alone to suffer loss in the lesser distribution, declaring that they would, if feasible, procure more for us. Shortly thereafter we received the orders from Your High Nobilities to use every endeavor to obtain 2500000 lb more for the Netherlands and the Indies, and in order to obtain that quantity, to address the English Gentlemen in good time and to make the necessary representations. To this was added the aforementioned report from Patna concerning an attempted monopoly in the opium trade, so that on the 16th of the aforesaid month we met with the Council concerning this latter matter and also maturely deliberated over the answer of the Calcutta Gentlemen and Your High Nobilities' command. Several weighty considerations, broadly noted in the resolution of that day, brought us and the Members to the opinion that it had become more than time to speak somewhat seriously to the British gentlemen about the injury they were causing us in this matter, contrary to the most emphatic orders of their superiors, and that however plausible the allegation concerning the French appeared, it was nevertheless only too well known that the harvest in Behaar could not turn out so meager that our share would consist of merely 20000 Maan. Indeed, that according to the mutual agreement between both our principals, it appeared that their intention had never been that we should content ourselves with a third of the collection. But that, since we well knew that the true means to prevent the saltpeter from rising in price was for it to be collected for common account by one of the nations established here, as had indeed happened in earlier times, we would thus also be very well satisfied if Their Honors would only be pleased to put us in a somewhat better position to fulfill the demands of our Company. On the 19th of September, when we made our complaint about the aforesaid invention regarding the opium, we represented this as forcefully as possible to the ministry in Calcutta, and we at the same time requested them to arrange matters, in accordance with the intention of both our principals, in such a manner that the quantity already intended for us for the year 1766 would be increased in such fashion that we might be enabled to procure as close as feasible the well over 33400 Maan petitioned by us, and that in the course of time such a proportionate share in this itself would be sent to us as would be found legally due to us in proportion to the true collection and the demand of our Company's account. We do not doubt in the least that Your High Nobilities, upon reviewing the aforesaid resolution and letter, will perceive that we have used everything possible to comply with the intention. But to our regret, all our representations, however cogent, found no acceptance. The English Gentlemen persisted in their previous sentiment and expressed themselves regarding our request in a manner from which one could well perceive that they were offended by the frankness with which we had defended our right, although they neither acknowledged nor debated what had been presented to them regarding the intention of both our principals. Having conferred with the Members on the 8th of October concerning their letter, all the observations made thereon are recorded at length in the resolution of that date, and after mature deliberation we judged it most serviceable for the interest of the Company to let the matter rest here, and to make no further representations to a nation that is currently far too proud to let itself be swayed from its views. But in the aforementioned answered Homeland Extract, we respectfully gave notice to the Gentlemen Directors of these fruitless efforts of ours, and in accordance with the aforesaid decision, we at the same time submitted for Their Right Honorable High Esteems' consideration that, in our opinion, it would be best to enter into a contract regarding this in Europe, or to make such an arrangement as had existed here in earlier days, when namely, out of 100 Maan of Saltpeter, 15 Maan to the French 42½ to the English 42½ to the Netherlands was recorded.
Dutch transcription
1162 scheen te zyn, ons van Jaar tot jaar te verkorten, te meer hy zig na den insaam van Ao 1765 zo nauwkeurig als het hem doenlijk geweest is, gein¬ forcueerd hebbende, onderregt was dat dezelve Circum cinca 80000 Maan had beloopen, en dat buiten het geen de Engelschen van hier di= reet naar Europa hadden verson¬ den, en boven dien, met particu„ vervolg liere scheepen 16 a 18000 Maan naer Madrasen Bonebay vervoerd was om met die van de komp, wel„ ke van daar repatreeren, tot onder„ laag mede gegeven te worden Dit en de aanwerking, dat men ons s Jaars te vooren bij de verdeeling ruim 1000 Maon had te kort gedaen deed ens en de Raad resolveeren, om een ruimer portie aan te houden en te verzoeken, dat dezelve ten minsten die van het gepasseerde Jaar mogt evenaaren. Dog den 4d September gaven die Heeren onr tot bescheid, dat wy reeden zouden hebben, vergenoegd te zijn, met de porties, die ons was toegelegt, in„ dien wy reflecteerden, dat de Fran„ schen mede gerieft hadden maer ten worden, en dat het niet bil„ lijk zouzijn, dat de Engelsche Compe alleen by de mindere verdeeling schaade zou Lijden, met verklaaring dat men ons, zo het doenlyk war meer zou bezorgen. kort daar na, ontvingen wy de erdrer van U HoogEdelheedens, om alle de„ voir aan tewenden, om voor Neder„ landen Jndie 2500000 lb meer ter te worden, en tot bekoming van die quantiteit, ens in tijde by de stee„ ren Engelschen te adderseeren en de nodige representatien te doen. Daarby quameek, het hier voor verhaelde bericht uit Pattena over een getenteerde monopolie in den Afioen handel, zo dat we den 16 de voorsz maand over dit laaste met de Raad bevoigneenen, de, ook over het antwoord van de Kalaatsche Heeren en uwer HoogEd bevel rijpelijx raadpleegden. Ver„ de Scheide 1163 der vervolg scheide gewigtige bedenkingen by de resolutie van dien dag lorgs ge noteerd, brachten ons en de Leeden in het gevoelen, dat het meer dan tijd was geworden, de seeren Britten eens wat ernstig te onderhouden, over het nadeel, dat zy ons in dit stuk, in tegenstelling van de krachtigste beveelen harer suprioren toebrach„ ten, en dat hoe schoonscheinend het geallegeerde omtrend de Franschen zig ook gedeed, het echter maar al te wel bekend was, dat de recolte in Behaar so sober niet vallen kon dat ons aandeel slegt in 20000 maor zou bestaan: Ja dat volgens de onder¬ linge oveeenkomst tusschen beide ense principaalen het bleex, dat haare meening nimmer geweest is, dat wy ons met een derde van den inzaam zoude te vreede hou¬ den. Dog dat dewijl wy wel wisten dat het eigentlijke middel, om de sal„ peeter niet in prys te doen stijgeren was, dat dezelve door een, da alhier getabisseerde natien voor gemeene Reekening wierd ingezaameld, ge¬ lyk dat in vroeger tijden wel geschied was, wy dus ook zeer in onze schip zou„ den rijn, indien Haar Edeleur ons maar wat beter in staat geliefden te stellen, de Eisschen ense Compag„ nie te konnen voldoen. Den 19 September, dat wy ons be„ klag deeden over de voorsz inventie ontrent de opium, stelden wij dit het ministerie te kalratta zo krachen tig als het mogelijk was voor, en wy verzochten hen tevens, om het conform de intentie onse bei„ de principalen zodanigte schik„ ken, dat de ons reeds toegedachte quantiteit voor A=o 1766, in dier„ voegen wierd vermeerdert, dat wy in staat mogten raaken, de van ons gepetitioneerde 33400 Maan ruim, zo na doenlijk te berorgen, en dat or in het vervolg van tijd zo een geproportioneert aandeel in dit zilf wierd toegezonden als na mate van den waren inzaam en den Eisch onzer Reekening Cenre 1164 Comp zoude bevonden werden, ons gerechtelijk te competeeren wy twyfelen geensints of u Hoog Edelheedens zullen by recumptie van voormelde resolutie en brief ontwaaren, dat we aller wat moge„ lyk is hebben aangewend, om aan de intentie te voldoen, Maar tot ons leedwesen hebben alle onze representatien hoe bondig oor geen ingang gevonden. De Heeren Engelschen bleeven by haar voorig sentiment, en expliceerde zig over ons verzoek op een wijs, dat men wel kon besheuren, dat zij geraekt waren over de vrijmoedigheid waarmede wy ons reert hadden verdeedigt, schoon zy nog aucoueerden nog debatteerden het geen men haar, aangaande de intentie onzer beide principaa„ lem had voorgehouden Over haare brief op den 8e october met de Leeden geconfereert hebben, de, zijn, by de resolutie van dien datum, alle de daarop gevalle, ne aanwerzingen, wijdloopig aangetekend, en na een rijp deliberatie hebben wy voor het belang van de Maat„ schappy dienstigst geoordeelt het hierby te laaten berusten, en duer geene ver„ dere vertoogen, te doen, aen eene natie, die thans veel te trotsch is, dan dat zy zig van hare gevoelens zou laaten declieeeren. Maan wyheb„ ben bij het voorwaards aangehaelde beantwoorde Patriasch Extract de Heeren Majorer van deze onse vaug„ telooze poogingen met eerbied kennis en Haar welEdele Hoog Achtbare volgens het voorschreeve besluit tevens in consideratie gegeven, dat het na ende gedagten het bert zoude zijn om in Europa een contract hieromtrent aen te gaan, of zodanig een schikking te maken, als in vroeger dagen, alhier gesubsisteerd heeft, wan, neernamelijk van de wo Mhaon Salpeten 15 Maar aen de Franschen Engelschen 42½ „ „ Nedelanden 42½ „ aengetekend was
English
how much was allocated at Patna after receipt, and which parcels were purchased here. was allocated, except from Mouw, where the English enjoyed only 1/3 and the Dutch 1/3 of the collection, provided that from this the 15000 Maands were disbursed to the French, as shown by a draft contract inserted into the joint resolution of 26 May 1745, and approved and ratified with a few additions and alterations on 30 May and 5 June of the same year, which we also sent in copy to the Netherlands; but the Gentlemen Majors have subsequently, on 15 January, also decreed against this, which has since been resolved here regarding the making of a general settlement. Furthermore, the quantity of 20000 Maands allocated to us at Patna was delivered, and the last parcel having arrived here on the 12th ultimo, the staff at the aforementioned office have informed us that it has generally turned out considerably better than that received in Ao. 1764, regarding the poor quality of which, or that delivered in the Netherlands per the ship De Vangezaal, the aforementioned staff, an extract from Your High Excellencies' letter having been sent to them for their discharge, allege by letter of 27 October that they complained about the poor quality more than once, but received no other comfort than that one could give us no better saltpeter than the English Company itself accepted. The aforementioned 20000 Maands were paid for at Patna, and calculated from there at f 9:- 12 1/16 per 100 lb. We have furthermore, pursuant to the resolution of 25 April, bought up various parcels of saltpeter here, namely: 47895 lb in April at Rs 7:- 7:- per 72½ lb 30680 lb in June at Rs 5:5½ per 68 lb 60326 lb in August at Rs [illegible] per [illegible] lb 43500 lb in October at Rs 7:- per 72½ lb 227540 lb in December at Rs 9:- per 68 lb 145378 lb in January at the aforementioned rate, or 555319 lb in total. The reasons that gave rise to the purchase here. From this stock, 2000 sacks were given to each of the return ships, and currently 2000 sacks have also been shipped on Welgelegen. The reasons that persuaded us to acquire some quantities of saltpeter here are principal, namely that when this is shipped from Patna in the spring, it comes to stand very dear here due to the expenses that fall upon the transshipment; and that it was therefore to be wished that one could acquire so much here in good time that one would be able, with what might lie in stock and what could be sent down from Patna in the autumn, to ballast the return ships and fulfill the Indian Demand, and thus to leave that which is received there late in the season lying there until August or September, when it can be brought down with less danger and expense. Which we hope will merit Your High Excellencies' approval, the more so as Your High Excellencies' recommendation—to proceed uprightly in this matter and give that nation no reasons for offense, but to refrain from all indirect purchases of these and other parcels, so long as we must submit to the present arrangement and the English allot us an equitable third part—may well be considered lapsed by what we have argued more broadly here before and in the resolutions of ourselves and the Council; since it appears to us that if fair dealing took place, private individuals would not be in a position to deliver anything to us, whereby our observation regarding the extent of the harvest, in contrast to what the British Gentlemen allege, is also completely substantiated. Your High Excellencies, will be carried into effect. and Schultz the imposed reimbursements. The Patna staff, upon our recommendation to inform themselves to the utmost of their ability regarding the collection of the English and to supply the most accurate information thereof, having informed us from time to time of how much they have successively sent down from there, amounting in total, and thus certainly after deducting what the French and we have received, to 52500 maunds. Add to this the portion to the French, or 15000 maunds, that of ours, 20000 maunds, thus the entire collection would amount to 87500 maunds. Which being divided according to the proposition of the year 1745 cited above, we have been shorted by 16750 maunds, and consequently the Patna staff were not so wrong in supposing that the share of the French has for the largest part been deducted from the portion that we otherwise ought to have had. As to the marginal note regarding what Your High Excellencies were pleased to order in your esteemed last separate dispatch concerning two English captains over the scandalous abduction of some inhabitants of Malacca, the first undersigned, as soon as he shall have arrived in Calcutta, will inform the Governor, and demand back the people who might be there, and also put into effect that which Your High Excellencies further prescribe therein. Report regarding Lafont and Schultz. We still have to report the outcome of Your High Excellencies' order regarding that sent by separate dispatch of the ultimate of February Ao. passato concerning the former Patna Chief Moire Lafont and the deceased Second Andreas Jurgen Schultz for a parcel of defective opium from the collection of another year.
Dutch transcription
1165 hoeveel er te Patten na ontvangs. een welke partijen hier ingekocht zijn was toegelegt, behalven uit Mouw alwaar de Engelsche maer 1/3 en de Nederlanders 1/3 van den inzaame genooten, mits daarvan de 15 Maor aan de Franschen uitkeerende gelijk een concept contract, geinse¬ reert by de gemeene resolutie van den 26 Mei 1745, mitsgaders met eenige wei„ nige ampliatien en alteratien ge„ approbeert en geratificeert den 30 Mei en 5 Juni derselven Jaars, aanwijstn het welk wy mede in copia naar Nederland verzonden, dog de Heer ren Majoorer nader ofte den is Januarij daar en tegens ookwe„ derom bedeelt hebben, het geen en zeedert nopens het maanen van een algemeen schikking alhier geresolveerd is voorts is de ons toegelegde quan„ titeit van 20000 Maante Pattena afgeleverd en de laaste partyden 12o passato alhier besteld zijnde zo als de bedienden ten bovengem kantoore ons bedeelt hebben doorgaan vrijbeeter uitgevallen, als de ontvan„ gene in Ao. 1764 over welkers slegte gesteldheid ofte het aangebrachte in Nederland per het schip de van„ gezaal, de voorm bedienden (:Ex„ tract uit UHoog Edelens missive gesonden zynde :/ ter haare de„ charge by letteren van den 27 octobr komen te allegeeren, dat zy over de slegte deugd meer dan eene haar beklag gedaen, maar geen ande¬ re troost gekreegen hadden, als dat men ons geen beeter salpee, ter konde geven, als de Engel, sche Compe zelfs aannaam De voorn 20000 staen zyn te Pak tena betaeld, en van daar aen„ gereekend tegen ƒ 9: - 12 1/16 de 100 lb. wy hebben daaren boven in„ gevolge besluit van den 25 april alhier diverse partijen salpee„ ter opgekocht te weeten 47895 lb 1n april tegen so 7:o 7: — de 72½ lb 30680 „ „ Juni „ - „ „ 5:5½ „ 68 „ 60326 „ „ Aregs „ „ „ „ 43500 „ „ octobr „ „ 7:— „ 72½ „ 227540 „ „ xk „ „ No 9: — „ 68 „ 3 145378 „ „ in Januori de evengem pagt ofte 555319 lb in het geheel. uit desen voorraad gene is 1165 de reedenen, welke tot den inkoop alhier leiding gegeven hebben ider der Retourscheepen 2000 sak mede gegeven, en thaas in welge„ tegen ook z000 sax afgescheept. De reedenen die ons tot het bemachtigen van eenige quan„ titeiten salpeeter alhier hebben overgehaeld zyn principael, en dat dit ziet in het voorjaar van Pattena afgescheept wordende door de ongelden, welke er, om den overscheep op komen te vallen, alhier zeer duur te staan komt, en dat het oversulx te wenschen was, dat men hier by tijds zo veel kon opdoen, dat men in staat raarte met het geen en mogt in voorraad leggen, en in het na¬ jaar van Pattena kon afgesonde in worden; de retoerscheepen te balla¬ sten en den Indischens Eisch vol„ doen, en dus die welke, in het laest van de tijd ginter ontvangen word, aldaar te laten geslaan tot in augustus of September wanneer ze met minder gevaar en ongelden kan afgebrachts worden. Het welk wij koopen, u Hoog Edelheedens approbatie te zullen meriteeren, te meer de recommandatie van U Hoog Edelens, om zo lange wy ons aan de tegenwoordige schikking moeten onderwerpen, en de Engelschen ons een gerechtelijk derde deel toevoegen, in deeze oorrecgt door zee te gaan, en die natie geene reedenen tot offentie te geven maar van alle in directe inkoop van deese en gee„ ne partijtjes aftezien; door het geen wy hier voor en by de resolu„ tien van ons en de Raad breeder betoogt hebben; wel als vervallen kan gehouden worden; dewijl het ons voorkomt, dat by aldien een zui„ vere behandeling plaats had, par„ ticulieren niet in staat zouden zijn, ons iets te leveren, en waar door onze aanmerking nopensde uitgestrektheid van de Recolte in tegenstelling van het geen de Heeren Britten allegeeren mede volkomen gefundeert Hoog Edelheedens word; 1167 zal iit werk gesteld worden en dchulty opgelegde vergoedingen. word, hebbende de Pattenasche be„ dienden, op ense recommendatie van zig na uitterste vermogen, te infor„ meeren na den inzaam der Engel„ schen; en daarvan de nauwkeurig, ste informatien te suppediteeren ons van tyd tot tijd bericht hoe veel zy successive van daar hebben af„ gesonden, belopende in het geheel en dur zeeverlijk na aftrek van het geen de Franschen en wy heb, ben gekreegen. . . 52500 mo voege hierby de portie aan de Franschen ofte 15000 die van ons. . . 20000 „ zo zou de gansche iizaan„ beloopen. . . . 87500 uc=r het welk volgens de hier voor aen gehaelde stelling van den Jaare 1745 verdeelt wordende, is ons 16750 m„r te kort gedaan, en gevolgelyk had„ den de Pattenasche bedienden het zo quaalik niet, met te voor onderstellen, dat het aandeel der franschen voor het grootste ge, deelte van de portie, die wij anders zouden moeten hebben gedetraheert is. het bezijden staande van het geen U Hoog Edelhee dens ons in haare geerde laaste aparte missive omtrent twee En, gelsche Capitainen over het schanden lyk vervoeren van eenige ingezee„ tenen van Malacca gelieven te ordonneeren, zal de Eerstende getee„ kende, zo daar hy te kalkatta zal ge„ komen zyn, den Heer Gouverneur kennis geven, en de Luiden, dae zig daar mogten zijn, terug vraagen, en ook dat geene in het werk stellen, het welk u Hoog Edelhee„ dens daar by verder komen voor te schriven verslag omtrent de Lafort Nie staat onr nog te berichten den uitslag van UHoogEde lhee„ dens ordre aangaande de by apar„ te missive van ulto februarij a=o passato het gewesen Pattenasch opper„ hoofd Moire Lafont en den over„ leeden secunde Andreas Jurgen schultz voor een partij ondeugen, de Afioen uit den inzaam van ander den