VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3239

Surat · 494 pages · 71 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3239_0001 view scan ↗

English

3131 2 Surat October 1769 625 Memorandum of the outgoing Director Senff to his successor Bosman, dated 31 December 1768, with certain annexes belonging thereto. Second volume. Received from Surat. Register of letters and papers of 1769. 394 to 625 Memorandum of the outgoing Director Senff to his successor Bosman, dated 31 December 1768, with certain annexes belonging thereto. Second volume. Register of letters and papers received from Surat, 1769. 394 Memorandum concerning The State Of the Surat Directorate; drawn up and, together with the Chief Authority, handed over by The Outgoing Director And Governor-Elect of Malabar, Christiaan Lodewijk Senff, To his successor, The incoming Director of Surat, Martinus Ioan Bosman, In the Dutch Factory At Surat, Anno 1768, The 31st of December. 395 Introduction. Summary of the Memorandum according to the Marginalia. A Memorandum seems unnecessary. Yet one must be written, And it will be brief. Chapter I: Of the Surat Directorate in General. The number of Factories in the Year 1750. Section 4. What increases were added thereto. Section 6. How everything was withdrawn again in Anno 1763. Section 2. Why matters were left on that footing. The subordinate Factories have always been harmful to the Honorable Company. Section 9. At Surat alone, Trade was conducted in tranquility. Therefore. Summary of the Memorandum. Chapter I. Therefore other Factories are unnecessary. Section 8. Broach itself can even be dispensed with. Section 10. Present state of Surat. Section 12. Present state of Bombay. Section 11. The comparison thereof seems to require a change. Section 13. Particular event related thereto that occurred. Section 14. Prince Madhu Rao wishes to conclude a Contract with the Company. Section 16. What Conditions the outgoing Director sought to stipulate. Section 17. The consequence thereof. Section 18. This negotiation ought to be resumed. Section 19. Yet no overtures should be made from our side. Section 20. Fundamental Rule regarding this Directorate in General. Section 15. Chapter II: Of the Country in which this Directorate is conducted. The country in general has undergone little change since Anno 1750. Section 21. But. 396 according to the Marginalia. Chapter II. But the Government of Surat certainly has. Section 21. First a Moor had the supreme power in hand. Section 22. Subsequently a slave known under the name of Siddi. Section 23. Who nevertheless Ruled with equity. Section 24. Confusion that arose after his death. Section 25. The English make themselves Masters of the Castle in Anno 1759. Section 26. Remark on this event in relation to the Honorable Company's servants. Section 27. The English still remain in possession of the Castle. Section 28. And at the same time hold the entire control of the Government in their hands. The Inhabitants are discontented with that oppression. Section 29. Yet they have no power to undertake anything for their deliverance. Section 30. Chapter III. Summary of the Memorandum. Chapter III: Of the Right that the Honorable Company has to this Directorate. The Right to this directorate consists of distinguished privileges. Section 5. Which have the appearance of mere favors. Yet in truth are to be esteemed much higher. Great utility of this remark. Concerning the privileges, no one has written better than Mr. Schreuder. His treatise is worthy of memory and cannot be improved upon. Section 36. Wherefore only events since that time will be discussed. Our privileges were guaranteed by the English ministry here in Anno 1759. Further by the Governor and Council at Bombay in Anno 1765. Section 40. Both are of great value, And of the utmost utility for the Honorable Company's interests. The. 397 according to the Marginalia. Chapter III. The conduct of the English chiefs contrary to those given assurances. Section 41. Mr. Hodges in particular committed an act of violence in Anno 1762. Section 42. He still boasts of it upon the arrival of the Director in Anno 1763. Section 43. Yet his mouth is quickly stopped. Section 44. The Director wishes to reassemble the scattered establishment. Section 45. Also quickly gathers the servants together at the wharf. Section 46. But meets with great difficulties regarding the merchandise. Section 47. Which he nevertheless overcomes in the first Year. Yet not in the Second. Section 49. Wherefore he employs an expedient. He receives broad authorization from Their High Mightinesses. Thereupon presses that matter further. Employs all kinds of means. Whereupon. Summary of the Memorandum. Chapter III. Whereupon permission finally follows to discharge directly at the wharf. Section 50. First all Merchandise, And afterwards the spices. A detailed description of the event was necessary. Section 51. The privilege obtained thereby is of great value. The Honorable Company may not hold Ground plots in ownership. Section 52. Mr. Schreuder, however, brings about the contrary. The English revoke that privilege again. Nevertheless, it has been restored anew. The English seek to exclude private merchants from the privileges. Yet they cannot accomplish that. Petitions to the town Governors were always presented by the Brokers. The.

Dutch transcription

3131 2 Sourats ob=r 1769 625 Memorie van den afg: directeur senff aan zyn Vervangers Bosman in dato 31 decb. 1768 annex eenige bylagen daar toe gehoorende Tweede deel souratte overgekoomen Register der brieven en papieren van 1769. 394 a 625 Memorie van den afg: directeur serff aan zyn Vervangers Bosman in dato 31 decbr 1768 annex eenige bylagen Tweede deel Register der brieven en papieren van souratte overgekoomen 1769. daar toe gehoorende 394 Memorie wegens Den Toestand Der Souratse Directie; opgemaakt en te Gelijk met het Hooft=Gezag overgegeeven door Den Afgaanden Directeur En Geeligeert Gouverneur van de Mallabaar Christiaan Lodewijk Senff Aan zijnen vervanger Den Heer aankomende Directeur van Souratta Martinus Ioan Bosman In 't Neederlands Comptoir Te Souratta A Ao 1768. Den 31„e December 395 Inleiding Korte Inhoud der Memorie volgens de Marginalen. Een Memorie schijnd onnodig Egter moet er eene geschreeven werden - - - „ En die zal maar kort vallen Co1 P: 4. Van de Souratse Directie in 't Generaal. Het getal der Comptoiren in 't Jaar 1750. §. 4. wat vermeerderingen daarbij gekomen 6. zijn. . . . . . . . . - „ Hoe alles weder ingetrokken geweest is in Ao 1763. - - - - - - - -„ waarom men 't op dien voet gelaaten heerft De subalterne Comptoiren zijn voor de E Comp: althoos schaedelijk geweest - - - - Te Souratta alleen werd de Handel met gerusthijd gebreeven - - -„ 2 . . . ... 9. Daarom. „ Korte Inhoud der Memorie Citb: 1. Daarom zijn andere Comptoiren onnoodig - - 8: Brootchia zelfs kan gemist werden - - - „ Presente staat van Souratta - - - - - „ 12 Presente staat van Bombaij - - - - - „ De vergelijking daarvan schijnt eene verandering te vereijschen - - - - - - „ Bijzondere voorval dat daartoe betrekkelijk vorst madurauw wil met de Comp. een Contract sluijten - - - „ 16. Wat Conditien de afgaande Directeur heeft zoeken te bedingen „ 17. Het gevolg daarvan - - - - - - - „ 18 Deeze onderhandeling dient hervat te werden 19 Egter moet van onze kant daartoe geen aanzoek werden gedaen. - „ 20. Grond-Regul ten opzigte van deeze Directie in 't Generaal - - - Cot P: 4I. Van het Land waarin deeze Directie gevoerd werd. Het land in 't algemeen heeft wijnig verandering gaan onderworper 't sedert a„o 1750. . . §. 21. gemaakt is - - - - - - „ 15. „ 14 10 11 13. Maar. „ 396 volgens de Mariginalen CetP: 1I. Maar wel de Regeering van Souratta . . §. 21. Eerst hadde Een moor de hoogste magt in „ 22. Vervolgens een slaaf onder de naam van Siedie bekent - - - - - „ Die egter met billikhijd Regeerde - - - - 24. Ontstaene verwarring na zijn dood - - - „ 25. De Engelschen maaken zeg in Ao 1759 Meester van 't Casteel. - Aanmerking op dit voorval met relatie tot 'sE Comp:s bediendens - - „ 27. De Engelschen blijven als nog in bezitting van 't Casteel. . . . „ 28. En hebben teffens den gantschen Klem der Regeering in handen„ De Ingezeetenen zijn misnoegt over die onderdruk- Dog hebben geen vermogen om iets ter hunner verlossing in 't werk te stellen - - - - - „ 30. handen - - - - - - - 23. „ 26. =king - - - - - - - - - „ 29. A8: 111. Korte Inhoud der Memorie AP: III. van het Regt dat de E Comp: tot deeze Directie heeft : Het Regt tot deeze directie bestaat in uijt= muntende voorregten - - - 5. Die de schijn hebben van bloote gunst bewyzen„ Dog in der daad veel hooger te agten zijn - - - „ Groote nuttigheijd van deeze aanmerking- -- Over de voorregten heeft niemand beeter geschreeven, dan De Heer Schreuder. zijne verhandeling is 't geheugen waard en onverbeeterlijk - - - - - „ 36. weshalven alleen van gebeurtenissen tsedert dien tijd gesprooken zal werden„ Onze voorregten zijn door 't Engels mini= sterium hier gegurandeert Nader door den Gouverneuren Raad te Bombaij in Ao 1765 - - - - - - - „ Het een en ander is van veel waard- En voor s E Comp. s belangen van de uijterste nuttighijd - - - - „ 40: in Ao 1759 - - - - - - - „ P Het. „ 397 volgens de Mariginalen CA8: 44I. Hel gedrag der Engelsche opperhoofden contrarie die gegeven verzeekeringen 5. 41. M:r Hodges inzonderhijd heeft in a:o 1762. een geweldaadig stuk gepleegt. . . „ Hij draagt er nog roem op, bij aankomst van den Directeur in Ao 1763. Dog hem word schullijk de mond gestopt De Directeur wil den verstrooiden omslag bij elkander brengen - - - - - „ krijgt ook de bediendens schielijk bij Maar ontmoet ten opzigte van de koop= manschappen groote zwaarigheeden„ Die hij egter in 't eerste Jaar te boven komt„ Dog in 't Tweede niet - - - - - „ wes hij zig van eenen uyjtweg bediend- - „ Hij krijgt van Haar Hoog Edelens eene ruijme qualificatie - - „ Bindt daar op die zaak nader aan Bediend zig van allerhande middelen zig op de werff - - - - - „ 44. 43. 42. 45 46 47 Waarop. „ „ „ „ 49. Korte Inhoud der Memorie CAP: 4I1. Waarop eijndelijk permissie volgt, om direct aan de werff te ontlossen 5. 50. Eerst alle Koopmanschappen - - - - - „ En naderhand de specerijen. . - „ Eene uijtvoerige beschrijving van het voor= =val was noodzaakelijk Het voorregt daar door verkreegen is van De E Comp: mag geene Erven in eijgendom De Heer Schreuder bewerkt egter het De Engelschen trekken dat voorregt weder groote waerde - - - - - „ bezitten - - - - - - - „ 52. tegendeel - - - - - - - - - - „ in - - - - - - - - - - „ Nogthans is het op 't nieuw hersteld - - . — De Engelschen zoeken de particuliere negoti= anten van de voorregten „ uijt te sluyten Dog kunnen het zo verre niet brengen..„ verzoek schriften aan de stads Gouverneurs zijn althoos door de Makelaars gepresenteert 51 De. „ „ -

NL-HaNA_1.04.02_3239_0023 view scan ↗

English

398 According to the Marginals CHAPTER III. The English desire that the Director shall sign it himself. . . - - §. 54. The representation made against this - - - - - - §. 54. Is effective. . . . . . . . . . . . §. 54. Seizure had been laid upon the estate of one of our brokers. §. 55. First by the Native Governors. . . . §. 55. And afterwards by the English chiefs. . . §. 55. However, those goods came back under the authority of the Director §. 55. whereby an important privilege was restored to full force - - - – §. 55. The English interfere with the Toll. . . §. 56. wish even to put their own chop on the Returns - - - - - - §. 56. Yet were forced to desist therefrom. §. 56. the circumstances of which are described in a separate Memoir §. 56. The Right of ownership to the Island of Premeger obtained - - - - - . §. 57. The Broker Mantchergie runs great danger §. 58. Yet. Summary of the Memoir CHAPTER III. Yet is protected by the Director - - - §. 58. Our people were driven from his house by superior force - - - §. 59. complaints thereof to, and answer from the Governor - - - - - §. 59. likewise to, and from Mr. Price. . . §. 59. Who desires more than the city Governor §. 59. And even makes Threats - - - - §. 59. A Rocqa presented to the city Governor - - - - - §. 60. Is without fruit - - - - - - §. 60. Further address to Mr. Price. . . §. 60. He gives an uncivil answer - - §. 60. The city Governor himself accuses him of untruths §. 61. Mr. Price was informed thereof - - §. 62. And changes his Language and attitude - - §. 62. Yet still seeks evasions - - - - §. 62. but finally finds himself obliged to do justice - - - - - §. 62. Whereupon our people were sent back to the House of Mantchergie §. 62. 399 According to the Marginals CHAPTER III. Mantchergie himself, however, does not yet dare to leave the wharf. . . . . §. 63. The Director wishes to take this up anew with Mr. Price §. 63. An Order from Bombay makes such unnecessary. §. 63. Mantchergie was brought to his House with great state - - - - §. 63. And thereby the whole matter was ended with Honor - - - - - - §. 63. Remark on the foregoing - - - - - §. 64. vindication of the conduct maintained - - - §. 64. A Director must risk the utmost for the maintenance of the privileges. §. 64. For without privileges one can accomplish nothing here - - - - - - §. 64. CHAPTER IV. Of the Intercourse with the Owners and Inhabitants of these Lands. Friendship with all men is the aim of the Intercourse - - - §. 65. How to attain that, Mr. Sichterman teaches §. 66. his precept is still good - - - - - §. 66. Except. Summary of the Memoir CHAPTER IV. Except with respect to the Governors of this city - - - - . . . . §. 66. The English demand much - - - - - - - - §. 67. To fairness one must submit §. 68. But against injustices offer resistance - - - - - - - - §. 68. First in a gentle manner - - - - - - §. 70. Then with emphasis - - - - - - - - - §. 70. And finally in earnest - - - – - - §. 70. Our own conduct can help us much in this matter. - - - - - - §. 71. If we treat all men politely .. §. 71. Bind particular Persons to us .. §. 71. To speak with the English chiefs themselves - - - - - - §. 72. Seek to put the same to shame - §. 72. Or indeed to bribe them - - - - - - §. 72. The manner of how to put such into practice will appear from examples - - §. 72. Mr. Hodges is prejudiced beforehand - - - - §. 74. He can endure no resistance - - §. 74. However. 400 According to the Marginals CHAPTER IV. However, it is offered to him - - - - - §. 74. Which makes him burst out - - - - - - §. 74. After which he changes - - - - - §. 74. And from an enemy becomes a constant friend. . §. 74. Mr. Crommelin is at first also displeased. §. 75. A serious letter brings him to other thoughts - - - - - - - - - - §. 75. He likewise becomes a friend - - - - §. 75. Mr. Price had a good reputation upon his arrival. . . . . . §. 76. Yet soon showed that he did not deserve it - - - - - - - §. 76. In the case of the spices - - - - §. 76. And concerning the Chopping of the goods §. 77. he even wishes to force himself into our Trade - §. 77. On a bad foundation - - - - - - §. 77. Which entails bad consequences - - - - §. 77. The resistance offered to him - - - - §. 78. makes him embittered - - - - - §. 78. He seeks to avenge himself for it - - - - §. 79. In particular upon the Person of the Director - - - - - - §. 79. He. Summary of the Memoir CHAPTER IV. He extorts a promise from the Governor §. 80. Shows little respect to the Director §. 80. upon complaints of the latter's subordinate - §. 80. Denies him his friendship - - - §. 80. And treats him as his subject. . §. 80. Further plot of Mr. Price - - -- §. 81. To bring misfortune upon the Director - - - §. 81. He forces the Governor to sign a letter of complaint - - - - §. 82. And himself writes with some others to Batavia - - - - - §. 82. This having become known - - - §. 83. he wishes to offer the Director a public affront - - - - §. 83. Yet was prevented by Siedie Jaffer - - - - - - §. 83. Siedie Jaffer seeks to make friendship between both §. 83. Mr. Price agrees to it at first -- §. 83. Through deception - - - - - - - - §. 83. Yet. 401 According to the Marginals CHAPTER IV. Yet changes afterwards §. 83. And even brings shame upon that man. - §. 83. The Governor demands arrears of presents §. 84. Mr. Price wishes to hold the Director accountable for them -- §. 84. Yet the Governor cannot agree to that §. 84. Mr. Price makes friendship with the Director §. 85. seeks under that cloak again to force himself into our trade - - §. 85. Yet cannot achieve his aim - - §. 85. Thereupon demands a considerable present from the brokers - - - §. 85. And being likewise disappointed in that respect §. 85. he seeks to avenge himself on the brokers. §. 85. Where he likewise comes off with shame - - - - - - - - §. 85. An English Peon commits violence upon the wharf §. 86. Mr. Price refuses to support the same - - §. 86. nevertheless he is brought to other thoughts - - - - - - §. 86. He.

Dutch transcription

398 Volgens de Marginalen CAP: III. De Engelschen begeeren, dat de Directeur die zelfs teekenen zal. . . - - §. 54. Het vertoog daar tegen gedaan - - - - - - „ Is van effect. . . . . . . . . . . . „ Op de nalatenschap van een onzer makelaers was de hand gelegt. Eerst door de Jnlandsche Regenten. . . . „ — En naderhand door de Engelsche opperhoofden. . . — Egter zijn, die goederen weder onder de magt van den Directeur gekomen waardoor een aangeleegen voorregt in volle Kragt is hersteld - - - – „ — De Engelsche bemoeijen zig met den Thol. . . „ 56. willen zelfs hun eijgen Chiap zetten op de Retouren - - - - - - „ — Dog weder gedwongen daarvan aftezien. „ waarvan de omstandigheeden bij eene aparte Memorie beschreeven staan Het Regt van eijgendom op 't Eijland Premeger 58. De Makelaar Mantchergie loopt groot gevaar verkreegen - - - - - . „ 57 „ 55. Dog. „ „ Korte Inhoud der Memorie CA. P: 444. Dog n door den Directeur behouden - - - „ 5. 58. Ons volk werd van zijn huijs door over= =magt verdreeven - - - „ klagten daar over aan, en antwoord van den Gouverneur - - - - - „ zoo ook aan, en van M. r Price. . . „ — Die meer begeert als de stads Gouverneur„ En zelfs Drijgementen, doet - - - - „ — Een Rokka aan den stads Gouverneur Nader addres aan Mr. Price. . . „ — Hij geeft een onhebbelijk antwoord - - „ De stads Gouverneur zelfs beschuldigt hem van onwaarheeden W„r Price werd daarvan onderregt - - „ 62 En verandert van Taal en houding- - „ Dog soeks nog uijtvlugten - - - - „ — maar vindt zig eijndelijk genoodzaakt gepresenteert - - - - - „ Is zonder vrugt - - - - - - regt te doen - - - - - „ Waarop ons volk weder naar 't Huijs van mankheagie werd gezonden„ 60 59. Mantckergie. - - „. 1 „ 399 Volgens de Marginalen Ab: 111. Mantchergie zelfs, durft egter nog niet van de werff gaan. . . . . 5. 63. De Directeur wil daar over op 't nieuw aan de gang, met M. r Prece Eene Ordre van Bombaij maakt zulx onnodig. — Mantchergie werd met groote staatsie naar zijn Huijs gebragt - - - - En daardoor de gantsche zaak met Eere Aanmerking op 't voorenstaande - - - - - 64. verbeeding van het gehouden gedrag-- - „ Een Directeur moet tot de mainteniie der voorregten 't uyterste waagen.„ Want zonder voorregten kan met hier geeijndigt - - - - - - „ niets uijtvoeren - - - - - - „ — A: 4V. Van de Conversatie met de Eijgenaars en Inwoonders deezer Landen. Vriendschap met alle menschen, is het doelwit van de Conversatie - - - §. 65: Hoe dat te berijken leert De Heer Sectereuder „ 66: zijn voorschreft is nog goed - - - - - „ uytgezondert. -„ „ — Korte Inhoud der Memorie CAb: 11. Uijtgezondert ten opzegte der Regenten 66. 67. De Engelschen eijschen veel - - - - - - - - „ 68. Aan de billijktijd moet men zig onderweepe„ Maar bij onregtvaardigheeden tegenstand En eijndelijk in ernst - - - – - - „ — Ons eijgen gedrag kan ons in dit stuk veel Als wij alle menschen beleeft bejeegenen .. „ Bijzondere Perzoonen aan ons verbinden.. Met de Engelsche opperhoofden zelfs deezer stad - - - - . . . . §. Eerst op eene zagte wijze - - - - - - „ 70. Dan met nadruk - - - - - - - - - „ spreeken - - - - - - „ 72. bieden - - - - - - - - „ helpen. - - - - - - „ 71. Dezelve soekz beschamt te maaken - „ Dan wel om te koopen - - - - - - „ De manier hoe zulx in 't werk te stellen- „ zal uijt voorbeelden blijken- -„ M„r Hodges is voor vooringenomen - - - - „ 74. Hij kan geen tegenstand veelen - - „ Egter. Vo . 400 volgens de Marginalen CAS: 4V. Egter word hem die gebooden - - - - - Het gunt hem doet uijtspatten - - - - - - „ En van vijand, een bestendige vriend word. . „ De Heer Crommelin is in 't eerst ook misnoegt. Een ernstige brief brengt hem tot andere Hij word insgelijx een vriend - - - - „ M:r Price hadde bij zijn aankomst een goede Dog toonde spoedig dat hij die niet In 't geval van de specerijen - - - - „ En omtrent 't Chiappen der goederen „ 77. zelfs wil hij zig in onse Handel dringen - „ — Op een slegt fondament - - - - - - „ — Dat quaade gevolgen insluijt - - - - „ — De tegenstand hem gebooden - - - - „ 78. maakt hem verbitterd - - - - - „ Hij zoekt zig daarover te wrecken - - - - „ 79. In 't bij zonder op de Perzoon van den Waarna hij verandert - - - - - „ gedagten - - - - - - - - - - „ naam. . . . . . „ verdiende - - - - - - - „ 76. 75. 5. 74. Directeur - - - - - - Hij „ „ Korte Inhoud der Memorie CA P: 4V. 80. 5: Hij dwingt den Gouverneur eene belofte af Doet den Directeur Klijn agting aan Ontzegt hem zijne vriendschap - - - „ op klagten van desselfs onderhoorige - „ En tracteert hem als zyn onderdaan. . „ Nader toeleg van M:r Prece - - -- „ Om den Directeur een ongeluk over den hals te haalen - - - Hij noodzaakt den Gouverneur een klagt brief te teekenen - - - - „ 82. En schrijft met eenige andere zelfs naar Bavia - - - - - „ Dit rugtbaar geworden zijnde - - - „ wil hij den Directeur een openbaar affront aandoen - - - - Dog werd door Siedie Jaffer tegen Siedie Jaffer, zoekt tusschen beijden vriendschap te maaken „ M:r Price stemt het in 't eerst toe --„ Door misleijding - - - - - - - - „ gehouden - - - - - - „ 83. „ 81: „ Dog. 401 volgens de Marginalen CA. R. IV. Dog verandert naderhand 5 83. En doet die man zelfs schanden aan. - De Gouverneur eijscht agter stallige geschenken„ 84. M:r Price wil den Directeur daarvoor aanspreekelijk houden -- Dog de Gouverneur kan daartoe niet verstaeen„ UW:e Price maakt met den Directeur vaandschap„ zoekt zig onder dien dekmantel weeder in onzen handel te dringen- - „ Dog kan zijn oogmerk niet berijken - - „— Eijscht daarop een aanzienlijk present van de makelaars - - - En daaromtrent insgelijx te leur gesteld zijnde zoekt hij zig op de makelaars te wreeken.„ Dog daar hij insgelijks met schande Een Engelsche Pion pleegt op de werff geweld„ 86. M:e Price wijgeat dezelve te staaffen - - „ — nogthans word hij tot andere gedagten afkomt - - - - - - - - „ gebragt - - - - - - „ — Hij „ 85. - „ — —---—„

NL-HaNA_1.04.02_3239_0030 view scan ↗

English

Short Summary of the Memoir CHAPTER IV. He also promises public satisfaction §. 86. Yet continually postponed compliance - - „ — And in the end very meanly honors his given word - - The Director could have complained to Bombay -- „ 87. On good grounds - - - - - - - „ — but was deterred from doing so by weighty reasons - - - - - „ — He considers it a stroke of luck to have been able to save himself without it - - - - - - „ 88. To which purpose was of great use to him - - - - - - - - „ — The special friendship of many people - - - - - - - „ — Remarks on the given regulations - - „ 89. Recommendation for their observance „ 90. CHAPTER V. 402 According to the Marginals Chapter V. Of the Establishment, the Supreme Authority, and the Government of this Directorship. The duties of a ruler Mr. Schreuder has pointed out. . - - - - §: 91. The regulations given have been of great use to the Director. . . . . „ 93. Nor can he improve anything upon them - - „ 94. wherefore he solely recommends their observance to his successor - - - - „ — from own experience - - - - - - - „ 92. in the best manner - - - - - - - - - - - „ 91. Chapter VI. Of the Commerce Carried on Here by the Honorable Company and Under Its Protection. Mr. Schreuder has written considerations. . - - - - § 95. On commerce in general. . . . . „ — On that of Surat in particular - - - „ 96. to which one conforms - - - - - - „ — Difference of opinion arose over the contracting of the return goods, or. Short Summary of the Memoir CHAPTER VI. whether it must take place in one or more places at the same time - - §: . 96. Mr. Schreuder had contracted for everything at Surat alone - - - - - „ 97. after his departure this was changed - - „ 98. Yet the Director did it again. „ 99. although the Broach servants opposed it - - - - - - „ — Contracting in Broach is subject to many inconveniences - - - - - - „ 100. in Surat one has little danger and no trouble - - - - - „ 101. Thus Surat deserves the preference „ 102. the entire contracting must be done there alone - - - - - „ — Reason and experience show the benefit thereof - - - - - - - - - - „ — the contrary - - - - - - „ —. In the private purchase of goods, one must know the market - - „ 103. Special means to disappoint forestallers - – - - „ —. The. 403 According to the Marginals Sales in the time of Mr. Schreuder were well regulated - - -- - §: 104. These later fell into decline - - - „ 105. Yet have been brought back into order by the Director „ 106. And the brokers were compelled to obedience. - - - - - - - „ — Recommendation to hold the present brokers in esteem - - - - „ 107. Through their vigilance the state of trade has improved - - - „ — which improvement one wishes may increase - - - - - - „ — Chapter VII. Of the Administrations and that which Pertains Thereto. The administrations are still as before - - - §. 108. not counting a few improvements - - „ — Under the Main Cash Office various effects have newly been placed - - - - - - - „ 109. The original Farmans should also be added thereto - - - - - - - „ — The administration thereof was very untidy - - - - - - „ 110. Yet. Short Summary of the Memoir CHAPTER VII Yet brought back into order through good arrangements §. 110. Which ought to be observed - - - - - „ — The administration of the Petty Cash was very poor. - - - - - „ 111. Yet is likewise brought back onto a good footing - „ 112. From the Main Administration something has been taken away. „ — And also added back thereto - - - - - „ — At the Trade Warehouses improved arrangements have been made - - - - „ 113. Regarding the weighing in and out of spices - . „ — And on the use and the calibration of the pound weights - - - - - - - - „ — The Armory was subject to mistakes. . . . . . – „ 114. These have been cleared away by a regulation - - - - - - - „ — The Provisions Warehouse is also improved - - - - - „ 115. Through an established order regarding the copper works - - - - - - „ — The Equipment Shipyard requires particular attentiveness - - - - - - „ 116. The specifications were misleadingly drawn up - - - - - - - - - „ — Yet. 404 According to the Marginals. CHAPTER VII Yet are now clear §. 116. And are entered entirely in the Cash Book - - - . . „ —. Of the other administrations there is nothing to say. . . . . . „ 117. The number of vessels and their condition described - - - - „ 118. which of them are necessary and unnecessary „ — Two small craft and covered hoys cannot be dispensed with - - - - „ 119. Yet the open hoys can be abolished - - - - - „ — which proposal rests on good grounds. „ — Chapter VIII. Of the Housing with Regard to the Lands and Buildings which the Honorable Company has Here. Mr. Schreuder had laid the foundation for a splendid work - - - §. 120. his successors have not continued that. „ 121. But rather neglected it - - — „ 122. Yet. Short Summary of the Memoir Chapter VIII. Yet it is now completed §. 123. although not in the utmost perfection „ — Some servants live somewhat cramped. „ 124. Yet the newly made buildings are all good - - - - - - - - „ — And although the same bear an ordinary name - - - - - - - - - „ 125. they can nevertheless very easily be converted into stone houses. - - - - - - - „ — Which, if it can be done, will redound to great honor. - - - - „ 126. Chapter IX. Of the Servants and Other Dependents of the Honorable Company Of the European officials Mr. Schreuder has given a description. . - - - - §: 127. To which one conforms. - „ — And only speaks of two persons in particular. —.— „ 128. Who deserve it also - - - - „ —.

Dutch transcription

Korte Inhoud der Memorie C A. P: IV. Hij belooft ook eene openbaare satisfactie §. 86. Dog stelde de nakoominge geduurig uijt - - „ — En voldoet op 't laatste zeer gemeen aan zijn gegeeven woord - -- De Directeur zoude naar Bombaij hebben Kunnen Klaegen -- „ 87. Op goede gronden - - - - - - - „ maar is door gewigtige Reedenen daarvan afgehouden - - - - - „ Hij agt het een geluk, zig buijten des te hebben kunnen rebden - - - - - - „ 88 Waartoe voor hem van groot nut is geweest - - - - - - - - „ De Bijzondere vriendschap van veel menschen - - - - - - - „ Aanmerking op de gegeeven Regulen - - „ 89. Recommendatie ter navolging CA P: Va „ „ 402 Volgens de Marginalen Catt.:s V. van de Instelling, het Hoogd- Gezag en de Regeering deezer Directie. De Pligten van een Regeerder heeft de Heer Schreuder aangeweezen. . - - - - 5: De gegevene Regulen zijn voor den Directeur van groot nut geweest. . . . . „ 93. Hij kan daaraan ook niets verbeeteren - - „ 94. wes hij eenelijk derzelver opvolging zijnen vervanger aanbeveelt - - - - „ — uijt eijgen ondervinding - - - - - - - „ 92 op de beste wijze - - - - - - - - - - - „ 91 RB:s VI. Van den Koophandel, die door De EComp: en onder haare Protectie hier Gedreeven werd. De Heer Schreuder heeft Consideratien geschree =ven. . - - - - - - - § 95. Over den koophandel in 't algemeen. . . . . „ Over die van Souratta in 't bijzonder - - - „ waaraan men zig gedraagt - - - - - - „ Ontstaen verschil over de Aanbesteding der Relouren 96. 90 of. Korte Inhoud der Memorie CA P: VI. of die geschieden moet op een dan meer De Heer Schreuder heeft alles te souratta alleen aanbesteed gehad na zyn vertrek wierd dit verandert Dog de Directeur heeft het weeder gedaan. „ schoon de Brootchias bediendens daar tegen opquaamen De Aanbesteeding te Broodehia is aan veel ongemakken onderworpen- de Souratta heeft men wijnig gevaar en geene Dus verdiend souratta de preferentie „ men moet daar alleen de gantsche Aan= besteeding doen - - - - - „ — Reeden en ondervinding toonen daarvan voordeel het tegenziel plaatsen te gelyk - - - - 5: . 96. moeijte - - - - - „ Bij den Inkoop van goederen uijt de hand, den moet men maakt weeten - - „ 103. Bijzondere middel, om voorkopers te leur te stellen - – - - „ —. „ 99 -„ 98. De. „ - . . . . - - „ 403 volgens de Marginale De verkoop ten tijde van den Heer Schreuder was wel gereguleert - - -- - 5: 104. Die raakte naderhand in verval - - - „ 05. Dog is door den Directeur weeder in ordre gebragt „ 106. En de makelaars zijn gedwongen tot gehoor =zaemhijd. Recommentatie om de presente makelaers in„ waarde te houden - - - - „ 107. Door hunne vigilantie is de stadt der negotie verbeetert - - - „ — welke verbeetering men wenscht dat toeneemen mag Ab:o V77. van de Administratien en het geen daar onder gehoort. De Administratien zijn nog als bevoorens - - - §. 108. ongereekend eenige wijnige verbeeteringen - - „— Onder de Groote Cassa op 't nieuw diverse effecten - gesteld - - De Orgineele Fiermans dienen en nog bij te komen - - - - - - - De Administratie daarvan is seer slordig . „ 110. geweest - - - - - -„ 109. Dog. - - - - - - - „ . . -„ „— 103. Korte Inhoud der Memorie AP: VII Dog weder in Ordre gebragt door goede schikkingen 5. 110. Dewelke in agt genomen dienen te werden De Administratie van de klijne Cassa was Dog is insgelijx weder op een goede voet gebragt zeer slegt. - - - - - „ 111. van de Hoofd-Administratie is iets afgenomen. En ook weder daar bij gedaan - - - - - „ — Bij de Negotie Pakhuijzen zijn verbeeterde schikkinge gemaakt - - - - „ 113. Op de In- en uijtweeging der specerijen - . „ En op 't gebruijk en het ijken der Pond De wapenCamer was onderworpen aan Die zijn uijt den weg geruijmt door een De Dispens is ook verbeeterd - - - - - „ 115. Door eene vastgestelde ordre aangaende de De Equipagie werff vereijscht eene byzondere De Specificatien wierden misleijdende. ingerigt Reglement - - - - - - - Koper werken - - - - - - „ oplettendhijd - - - - - - „ 116. gewigten - - - - - - - - „ misslagen. . . . . . – „ 124. „ — „— Dog. ..- - „ —-—„—. -- 404 volgens de Mariginalen. CAP: VII Dog zijn nu duijdelijk 5. 116. . En werden in 't geheel bij het Cassa boek ingeschreeven - - - . . „ —. van de verdere Administratien valt niets te zeggen. . . . . . „ 117. Het getal der vaartuijgen en derzelver gesteldhijd beschreeven - - - - „ welke daarvan noodig en onnodig zijn Twee smalscheepen en overdekte Horrijs kan men niet missen Dog de opene Horrijs kunnen afge= welke voorstel op goede gronden sternt. „ =schaft werden - - - - - „ CAb: VIII. van de Huijsvesting in opzigt op de Landerijen en Gebouwen, die de E Comp hier heeft. De Heer Schreuder heeft de grond gelegt gehad tot een kostelijke werk - - - 5. 120. zijn opvolgers hebben dat niet voortgezet. „ 121. Maar veel eer verwaarloost - - — „ 122. Egter. „ Korte Inhoud der Memorie Ab: V74I. 5. Egten is het nu voltooyt geraakt schoon niet in de uijterste perfectie Eenige bedientens woonen wat bekrompen. Dog de nieuw gemaakte Gebouwen zijn alle En schoon dezelve een gemeene Naam draegen- - - - - kunnen egter zeer ligt in steenen huijzen verandert werden. Het gunt, als het geschieden kan tot groote Eere zal strekken. Ao I X. van de Dienaeren en verdere onderhoorige der E Compagnie Van de Europeese Amptinaers heeft den Heer Schaeuder eene beschrijving Waaraan men zig gedraegt. - „ En alleen van Twee personen in 't bijzonder spreekt. —.— Die het verdienen - - - - „ —. gegeeven. . - - - - §: 127. goed - - - - - - - - ook „ „ —.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0037 view scan ↗

English

405 According to the Marginals. CHAPTER With respect to the natives it was only noted that three of the principal ones must be treated well - - - - - Paragraph 128. Chapter X. Of the General Profits and Expenses. The profits were estimated by Mr. Schreuder at 10. Ton - - - - - Paragraph 129. And that much the Director has not been able to attain - - - - - Paragraph 129. However the same have been considerable Paragraph 130. And generally surpass those of his predecessors - - - - - - Paragraph 130. The Expenses are estimated at 100. to 120. thousand guilders . . - - - - - Paragraph 131. And on that footing the Director has maintained it for five Years - - Paragraph 131. although his predecessors have had much more - - - - Paragraph 131. He hopes that it will redound to his Honor - Paragraph 132. That. CHAPTER Brief Contents of the Memorandum according to the Marginals. That the time of his Administration has been profitable - - - - - Paragraph 132. but he can provide no indication of the means used in this matter. Because he wishes to depart speedily - - - - - Paragraph 132. And he is thus forced to have to conclude Conclusion — 406 A Memorandum seems unnecessary. Memorandum concerning the state of the Surat Directorship drawn up and delivered together with the Administration, undersigned: by the departing Director Christiaan Lodewijk Senff, to his successor, The Gentleman Appointed Director Martinus Iohan Bosman. Sir It is now fully five Years that Your Honor has functioned under my Chief Authority as senior merchant, secunde and Chief Administrator. I have certainly from the beginning done my best, not only. 32. 11. However one must be written. Introduction. only thoroughly to instruct Your Honor in everything concerning the service of the Honorable Company in general, but also particularly to impart to and instill in Your Honor the ideas that I have formed regarding the state of affairs, and upon which all my actions and deeds have been grounded. And since Your Honor has now been appointed in my stead, it seems virtually unnecessary for Your Honor's instruction to commit anything further to paper. But I have no Choice in this matter. Custom and Their High Mightinesses' special order by letter of the 1st of August last obligate me thereto. And being therefore compelled to have to write a memorandum for Your Honor, I shall nevertheless attempt to accomplish it as briefly as is humanly possible. 13. 12. 407 Introduction Its principal Contents. To that end I shall take as a Foundation The Memorandum that The Honorable Highly-Esteemed Mr. Ian Schreuder, presently Ordinary Councillor of Netherlands India, left behind in this Administration under date of 30th September Ao 1750. For that is certainly the most Concise, substantive, and Instructive of all such writings that have ever come before my eyes, both here and elsewhere. I shall consider the same as if it were transcribed below word for word. And for my part I shall only add thereto: what changes have occurred since; what paths I have trodden; And what in my opinion may serve in the future, if not to improve this Factory, at least to maintain it in that same good Paragraph 3. condition. of the The number of Factories in the Year 1750. Introduction condition in which, through the merciful assistance of God's blessing, I now have the Honor to transfer it to Your Honor. CHAPTER 1.— Of the Surat Directorship in General, and the Factories belonging under it. When Mr. Schreuder departed from here in Ao 1750, this Directorship consisted of only Two Places where European Servants were stationed: Namely: Souratta and Brootchia. At Amnedabaud and Sijnd only a few Natives were maintained, in order not to surrender the ownership of the Honorable Company's Lodges tacitly to others. Paragraph 4. 408 CHAPTER I. Of the Surat Directorship in General What additions were added thereto. to others. And His Honor also deemed it unnecessary to expand the operations further. Yet he had no sooner turned his Back, than a new Factory was established at Ketsmandui, a place situated in A gulf, between Diu and Sindie. Shortly thereafter Amed-abaad was also re-established. At the same time ships and Goods were sent to Bassijn and Dendaragiepour to trade there. Yea, through an express embassy to the Court of the supreme prince of the Marhetties, much money and effort was even expended to obtain Permission for establishing a permanent Factory at Bassijn, or thereabouts. And thus this Directorship was in that time not only of a greater extent, Paragraph 5. CHAPTER 1. Of the Surat Directorship in General and How everything was withdrawn again extent, but one had even sought to expand it still further. Yet, as it usually goes with high Buildings resting on poor foundations, and was in Ao 1763. so was this extent quickly withdrawn again and reduced. For at Ketschmandui one could not maintain it, because more was promised to the Raja for the granted permission to establish a Factory than one dared conveniently to bring into Account. The expenses were also great, the profits small, and the Returns little or not at all to be obtained, which one had initially imagined would be procured there very Cheap and in abundance. Amedabaad had to be abandoned, because the sales were of no importance, the Purchases. Paragraph 6.

Dutch transcription

405 Volgens de Mariginalen. A P H H Ook werd ten opzigte van de Inlanders alleen Dat drie van de voornaemsten wel behandelt moeten werden 8. 128: aangemerkt - - - - - Cittb: X. Van de Generaale Winsten en Lasten. De winsten zijn door den Heer Schreuder 5: 129: gesteld op 10. Zon - - - - En zo veel heeft de Directeur niet kunnen haalen - - - - - „ Egter zijn dezelve aanmerkelijk geweest „ 130. En overtreffen door gaans die van zijne voorzaeten - - - - - - „ De Lasten zijn gegist, op 100. a 120. duijzend guldens . . - - - - - „ 131. En op dien voet heeft de Directeur het vijff Jaaren gehouden- - „ schoon zijne voor laaten veel meer hebben gehad - - - - „ Hij hoopt dat het hem tot Eere zal strekken - „ 132. Dat. „ „ CA P:D Korte Inthouw der Memorie volgens de Margin. Dat de tijd van zyn Bestier voordeelig is geweest - - - - - 8. 132. maar kan van de in dit stuk gebruijkte middelen geene aanwijzing doen. Om dat hij gaarne spoedig ver trekken wil - - - - „ En hij dus genoodzaakt is te moeten sluijten Besluijt — „ 406 Eene Memorie schijnd onnodig. Memorie wegens den toestant der Souratse Directie opgemaakt en te gelijk met het Bestier overgegeeven, ondergetsgek: door den afgaanden Directeur Christiaan Lodewijk Senff, aan zijnen vervanger, Den Heer Geligeerd Directeur Martinus Iohan Bosman. Mijn Heer Het zijn nu ruijm vijf Iaaren, dat uw Ed: onder mijn Hoofd Gezag als opperkoop= =man, secunde en Hoofd-Administrateur gefungeert heeft. Ik heb zeekerlijk van den beginne af mijn best gedaan, om uw Ed: niet alleen. 32. 11. Egter moet er eene geschreeven werden. Inleijding. alleen grondig te onderregten, in alles wat den dienst van de E Comp in 't algemeen betreft, maar ook, om uw Ed: in 't bijzonder meede te deelen en in te boezemen, de denkbeelden, die ik mij wegens den staat der zaaken heb geformeert gehad, en waarop alle mijne handelingen, en verrigtingen zijn gegrond geweest. En dewijl uwEd: nu in mijne plaatse is aangestelt, zo schijnd het genoegzaam onnodig tot onderrigting van uw Ed: nog iets nader op 't papier te willen brengen. Maar ik heb in dit stuk geene Keuze. De gewoonte en Haar Hoog Edelens speciale ordre bij brief van den 1„en Augustus Jongstleden verpligten mij daartoe. En daarom genoodzaekt zijnde, Eene memorie voor uwEd: te moeten — schrijven, zo zal ik het egter tragten te volbrengen, zo kort als immers doenelijk is. 13. 12. 407 Inleiding Haar voornaems te Jnhoud. Ten dien eijnde zal ik tot een Grondslag neemen, De Memorie, die De wel Edele Groot- Agtbaare Heer Ian Schreuder, thans Raad ordinair van Neederlands India, sub dato 30„e September Ao 1750. in dit Besteer nagelaaten heeft. want die is zeekerlijk het Bon= =digste, zaakelijkste, en Leerzaamste van alle diergelijken schriftuuren, die zo hier als elders ooit onder mijn oog zijn gekomen. Ik zal dezelve houden, als ofze van woord tot woord hier onder ingeschreeven ware. En ik zal voor mijn werk alleenig daarbij voegen: wat veranderingen 'tsedert voorgevallen zijn; wat weegen ik bewandelt heb; En wat volgens mijne gedagten dienen kan„ om dit Comptoir in den aanstaende, zo niet te verbeeteren, ten minsten in die zelfde goede 8. 3. gesteldhijd. der Het getal der Comptoiren in 't Jaar 1750. Inleiding gesteldhijd te houden, waarom ik het door den genaedigen bijstand van Gods zeegen, thans de Eere heb, aan uw Ed: over tegeeven. A: 1.— Van de Souratse Directie in 't Generaal, en de Comptoiren die daar onder hooren. Wanneer De Heer Schreuder in a:o 1750 van hier vertrok, bestond deeze Directie maar uijt Twee Plaatsen, waar Europeese Bediendens lagen: Te weeten: Souratta en Brootehia. Te Amnedabuaid en Sijnd wiaten alleen eenige wijnige Inlanders gehouden, om den eijgendom van sE Comp:s Logies niet stil= zuijgende 9. 4. 408 CA B. I. Van de Souratse Directie in 't Generaal Wat vermeerdering daarbij gekomen zijn. =zewijgende aan andere over te geeven. En zijn Edele oordeelde het ook onnoedig, den omslag verder uijt te brijden. Maar zo dra hadde hij egter den Rug niet gekeert, of men regte een nieuw Comptoir op te Ketsmandui, een plaats in Een holf geleegen, tusschen Diu en Sindie. Kort naderhand wierd ook Amed-abaad gerestabileert. Teffens zond men scheepen, en Goederen, naar Bassijn en Dendaragiepour, om daar handel te drijven. Ia zelfs wierd er door eene expresse bezending aan 't Hof van den oppervorst der Marhetties veel geld en moeijte gespiet, om Permissie te erlangen, tot het opregten van een vast Comptoir te Bassijn, of daaromstreeks. En dus is deeze Directie in die tijd niet alleen van eene grootere uijtgestreckt hijd geweest. 1. 5. C:AB: 1. Van de Souratse Directie in 't Generaal en Hoe alles weder ingetroc„ geweest, maar men heeft ook zelfs gezogt gehad, die nog verder uijt te brijden. Dog, gelijk het gemeenlijk gaat met hooge Gebouwen, die op slegte gronden steunen, „ken geweestis en a:o 763. zo is ook deeze uijtgesteekt hijd schielijk weder inge= trokken en vermindert geworden. Want op Ketschmandui konde men 't niet houden, om dat aan den Raadja voor de verleende permissie tot het opregten van een Comptoir meer belooft was als men gevoegelijk in Reekening durfde brengen. Ook waren de onkosten groot, de winsten gering, en de Retouren wijnig of in 't geheel niet te krijgen, die men zig in den beginne voorgestelt hadde, daar zeer goed Koop en in overvloed magtig te zullen worden. Amedabaad moeste opgebrooken weeden, om dat de verkoop van geene aangelegendhijd, de Jnkoop. 2. 6.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0045 view scan ↗

English

409. and the subordinate stations belonging to it. Why it was left on that footing. Purchasing was very difficult, and the transport of goods to and fro was extremely dangerous. Bassijn and Dinderagiapoer did not meet expectations. And in Agra, the very ownership of the Lodge was given to another; so that through all this, upon my arrival in A:o 1763, this Directorship had already been brought back to that state of extent in which Mr. Schreuder had left it. Paragraph 7. Nor have I made any effort to bring about any change in this regard; although several Native Rulers have made repeated requests and the greatest promises to that end. For through my years of residence in this country, I know from experience how little reliance can be placed on these people. They employ all kinds of plausible Chapter 1. Of the Surat Directorship in general, and The subordinate stations have always been harmful to the Hon. Company. plausible means merely to get the Hon. Company under their power in the first place. But no sooner has that happened than their assurances of help and assistance turn into the hateful practices of extortion and oppression. One is squeezed on all sides, and often one does not even have it in one's power to withdraw from their oppressions without incurring heavier expenses than were spent to get under them. Besides this, it has not appeared to me from a single example, neither in earlier nor in later times, that trade at those subordinate stations ever satisfied the purpose or the expectation that had been envisioned of it. And even if this were not evident from experience, sound 410. general and the subordinate stations belonging to it. In Surat alone, trade was carried on with peace of mind. sound reasons nevertheless dictate that it cannot well be otherwise. For whatever merchandise is sold more dearly at those places, and the return goods bought more cheaply, the advantages of this can impossibly outweigh the greater expenses that such establishments inevitably entail in terms of more servants, tolls, gifts, and transport costs of goods, as well as the extreme danger one runs; when insolvent people, whom one is nevertheless forced to trust as merchants, go bankrupt; when goods spoil in transit; and when a consignment by sea is destroyed by storm, or a cafila by land is plundered by robbers. Nor do I know of a single place hereabouts Paragraph 9. Chapter 1. Of the Surat Directorship in general, place where there are such wealthy inhabitants as here in Surat; and especially not where the Hon. Company could obtain such capable, alert, and knowledgeable merchants as it currently has at hand in its brokers here. For these do not hesitate to purchase three and four shiploads at once, to a considerable amount of 10. to 16. tons of gold. One runs not the least danger with them. One keeps the goods under one's control until the money for them has, so to speak, been brought into the treasury. They promptly fulfill the purchase contracts, indeed often more and further than they are obliged to. One has no worries, no unnecessary paperwork, and no larger administrative apparatus needed. On the contrary, those same servants who would trade only 4 to 5 tons if trade were divided among several places, 411. and the subordinate stations belonging to it. Therefore other stations are unnecessary. places, now trade 20 and more tons, counting purchase and sale together, without this causing any change in the ordinary expenses. Paragraph 10. And all this leads me to conclude that for now it is entirely unnecessary to make any attempts to restore the old subordinate stations or to establish entirely new ones. For with Surat and Brootchia alone one can manage very well. The five years that I have held the administration in my hands can serve as convincing proof of this. And not only are the expenses lower and the Hon. Company's interests in these lands more secure when the entire apparatus can be kept together in one place, but a Director is also Paragraph 11. Chapter 1. Of the Surat Directorship in general Brootchia itself can be dispensed with. also better able to acquire greater advantages for his Right Honourable Paymasters and more honour for himself, when he is not hindered in his activities by unnecessary worries and troubles, which the subordinate stations never fail to provide abundantly and constantly; when he can keep the entire trade under his eye and direct everything himself; and when he does not need to rely in that respect on others, who often lack both skill and goodwill. Indeed: on this foundation I do not hesitate to say that even Brootchia is an unprofitable burden to the Hon. Company. For merchandise is not sold there at all, or 412. and the subordinate stations belonging to it. or at least only little and with difficulty. Those return goods that are produced there are procured here by the suppliers and delivered in very good quality. The European servants do not concern themselves with this, and otherwise have no work at all. Consequently, the expenses that must be incurred on their account are entirely unnecessary. And had I remained here longer, I would certainly have made the necessary proposals to Their High Excellencies in this regard. But now I leave this matter to Your Honour, to act in that respect as Your Honour shall deem proper after mature deliberation. For many of my predecessors, and among them capable men, were of a different opinion on this matter. And not being able to know to which side

Dutch transcription

409. de Comptoiren, die daar onder hooren Waarom men „t op dien voet gelaeten heeft. Inkoop zeer beswaarlijk, en de op- en Af-voer der goederen ten uijtersten gevaarlijk was. Bassijn en Dinderagiapoer voldeeden niet aan de verwag- =ting. En te Agra wierd selfs de eijgendom van de Logie aan een ander gegeeven; zo dat door dit alles deeze Directie in A:o 1763. bij mijn aankomst bereeds weder gebragt was, tot dien staat van uijtgebreijdhijd, gebragt waarin De Heer Schreuder dezelve gelaaten hadde. 1. 7. Ik heb ook geene moeijte gedaan hierin eenige verhandering te maaken; schoon daartoe verschijde Inlandsche Regenten, herhaalde aanzoekingen, en de grootste beloften hebben gedaan. Want ik weet door mijn langjaarig verblijf in dit land, uijt de ondervinding, hoe wijnig staat op deeze menschen te maaken is. Zij stellen allerhande Schoonschijnende. Citeb: 't Van de Souratse Directie in 't Ren, aat De Subalterne Comptoiren zijn voor de E Comp: althoos schadelijk geweest. schoonschijnende middelen in 't werk, om de E Comp: maar eerst onder haare magt te krijgen. Dog zo dra is dat niet geschied, of hunne verzee= keringen van hulpe en bijstand veranderen in haatelijkheeden van abpersingen, en Knevelaaijen. men werd aan alle kanten gedrukt, En dikiils heeft men 't niet eens in zijne magt, om zig van hunne onderdrukkingen te kunnen onttrekken, zonder zwaarder onkosten te doen, dan men gedaan heeft, om daaronder te geraaken. Buijten des is mij nog uijt geen een voorbeeld gebleeken, zo in vroegere als in laetere tijden, dat de Handel op die subalterne Comptoiren ooit voldaan heeft, aan het oogmerk of de verwagting die men zig daarvan voorgesteld hadde. En al was 't ook, dat dit niet uijt de ondervinding bleek, zo brengen. 4. 8. 410 raal en de Comptoiren, die daar onder hooren. De Souratta alleen, werd de Handel met gerusthijd gedreeven. brengen egter de gezondene Reedenen meede, dat het niet wel anders zijn kan. want wat de Koopman= =schappen op die plaatsen duurder verkogt, en de Retouren beeter koop ingekogt werden, daarvan kunnen de voordeelen onmogelijk opweegen, zo min tegens de grootere onkosten, die diergelijken btablissementen, aan meerder Bediendens, Thiollen, Geschenken, en Transport gelden der goederen, onvermeijdelijk na zig sleepen, als tegens het uijtsteekend gevaar dat men loopt; wanneer onvermogende menschen, die men egter genoodzaakt is als kooplieden te moeten fieeren, banquerout speelen; wanneer de goederen bij den overbreng bederven; En wanneer Een bezending ter zee door storm vernielt, of eene Caffela te lande „door de Roovers geplundert werd. Ook weet ik hier omstreeks geen een plaats. 8: 9. O: Ab: 4. Van de Souratse Directie in t Generaal, plats, waar zulke welhebbende Ingezeetenen, als hier in Souratta zijn; en voornamendlijk niet, waar de E: Comp: zulke vermogende, wakkere, en kundige Kooplieden zoude kunnen krijgen, als zij thans aan haare makelaars hier aan handen heeft. want deeze schromen niet, Drie en vier scheeps Laadingen, tot een Considerabel bedraagen van 10. tot 16. Tonnen Gouds te gelijk aan te slaan. men loopt bij hen geen het minste gevaar. men houdt de Goederen onder zijne magt, tot het geld daarvoor, om zo te spreeken, in Cassa is gebragt. zij voldoen prompte aan de Koop-Contracten, Ja dikwils meer en verder alze verschuldigt zijn. Men heeft geene zorge, geen onnodig schrijfwerk, en geen grooter omslag noodig. In tegendeel, die zelfde bediendens, die maar 4. a 5. Ton vernego= tieeren zouden, bij aldien de Handelop verschijden plaatsen. 411 en de Comptoiren, die daaronder hooren. Daarom zijn andere Comploiren onnodig plaatsen verdeelt was, vernegotieeren nu 20. en meer Tonnen, als men den Inkoop en verkoop te samen „gereekent, zonder dat zulx in de gewoone onkosten eenige verandering maakt. 1. 10. En dit alles doet mij besluijten, dat het voor eerst in 't geheel onnodig is, eenige poogingen te doen, om de oude subalterne Comptoiren te herstellen, of gantsch nieuwe op te regten. Want met Souratta en Brootchia alleen kan men 't zeer wel stellen. De vijf Iaaren, die ik het Bestier in handen gehad heb, kunnen daarvan tot een overtuijgend bewijs verstrekken. En niet alleen, dat de onkosten minder, en 'sE Comp:s belangen in deeze landen zeekerder zijn, als de gantsche omslag op een plaats bij elkander ge= =houden kan werden, maar Een Directeur is ook. - 2. 44 Citp: 1. Van de Souratse Directie in 't Generaal Brootchia zelfs kan geweest werden. ook beeter in staat, voor zijne Hoogwaarde Betaals- Heeren grootere voordeelen, en voor zig zelven meerder Eere te verwrrven, wanneer hij in zijne beezigheeden niet belemmert werd, door onnodige zorgen, en moeijelijkheeden, die de subal- terne Comptoiren nooit missen, overvloedig, en geduurig te verschaffen; wanneer hij den gantschen Handel onder zijn oog houden en alles zelfs dirigeeren kan; en wanneer hij niet noodig heeft, zig ten dien opzigte op andere te verlaeten, die het dikiwies manqueert, aan kundighijd, en aan genegendhijd. Ja: Ik Schroom op dit fondament niet te zeggen, dat zelfs Brootchia voor de E: Comp: eene onnutte Lust-post is. Want Koopmanschappen werden er in 't geheel niet, 2. 11. of 412 en de Comptoiren die daar onder hooren of tog maar wijnig en met moeijte verkogt: Die Retouren die daar vallen, werden door de Leveranciers hier bezorgt, en zeer deugtzaam geleevert: De Europeese Bediendens bemoeijen zig daarmeede niet, en hebben buijten des in 't geheel geen werk. Bij gevolg zijn ook de ongelden„ die men om hunnen 't wille doen moet, ten eene= „maale onnodig. En bij aldien ik langer hier gebleeven ware, zoude ik zeekerlijk ten dien opzigte de noodige voorstellen aan Haar Hoog Edelens hebben gedaan. Maar nu laat ik deeze zaak over aan uw Ed:, om daaromtrent te kunnen doen, zo als uwEd: na rijp beraad zal goedvinden te behooren. Want veele mijner voorzaaten, en daaronder wakkere Mannen zijn in dit stuk van een ander Concept ge= =weest. En niet kunnende weeten, aan wat kant.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0052 view scan ↗

English

1. Of the Surat Directorate in General Present State of Surat. whichever side your Honour may incline to, I consider it sufficient for my part simply to have set down my humble opinion here. 12. It is true: Surat is also gradually beginning to decline more and more. One no longer finds such rich capitalists here as were still present when Mr. Schreuder wrote his Memoir. The inhabitants are generally poor. The few who still possess something conceal it from the combined greed of the otherwise very discordant chief rulers, or refuse to put out their money except upon sufficient security. And the scarcity of specie which is caused thereby not only oppresses trade in general, but also hinders, and the Trading Posts that belong under it. Present State of Bombay. in particular, the vent of merchandise, which moreover decreases daily because the foreign merchants have to pay such heavy export duties that they dread coming to market here. 13. Bombay, on the contrary, is beginning to flourish more and more. There, export is entirely free. The foreign merchants are not oppressed, but favored and encouraged; they are even provided with all possible security both by water and by land. And since this place moreover lies closer to the Deccan than Surat, it must also chiefly be attributed thereto that the entire trade of that rich region has moved thither, the benefits of which Surat otherwise enjoyed. 14. 1. Of the Surat Directorate in General The comparison thereof seems to require a change. And having taken this all into consideration, the thought has often occurred to me whether it would not be necessary, if this continued thus, for the Honourable Company to change its design as well, and make some attempts to obtain a place close to or near Bombay where it could itself accommodate the Deccan merchants, and thus keep those people away from the English. I have not even left it at those mere thoughts, but at the same time made efforts to see what I could accomplish in that matter, whenever a suitable opportunity presented itself for it. And since this case is very singular, and may possibly serve for speculation, I shall set it down here as briefly as is humanly possible. 15. and the Trading Posts that belong under it. Particular incident that was made applicable thereto. A certain Southerner named Ranassoor Sinaij, having resided for a long time on Bombay as the authorized representative of Prince Madurauw, was treated badly there about two years ago. And having therefore conceived some displeasure against the English gentlemen, he wrote a letter to me in which he not only complained about the haughty conduct of those gentlemen, but also at the same time indicated: "That there was now a chance to attain the objective which the Dutch Company had long sought, namely: the establishment of a trading post at Bassijn or thereabouts." Considering this opportunity very fine, I thought it should not be rejected out of hand. Yet I judged it at the same time. 1. Of the Surat Directorate in General Prince Madurauw wishes to conclude a contract with the Honourable Company. also necessary to reveal my true intention immediately. And therefore my reply consisted solely in this: "That I thanked him for his offer, since the Honourable Company had no need of trading posts so long as it could, as at present, continue its trade with tranquility in Surat; but if Prince Madurauw might be inclined to conclude a contract with the Honourable Company in another manner, that he could then come to me in person and speak with me." 16. I certainly had no thoughts at that time that this would be of any consequence. But the contrary happened nevertheless. Ranasoor Sanaij, with another prominent Pandit, came to me in April 1767 as envoys of Madurauw, and brought me a letter and the Trading Posts that belong under it. and dress of honour from that prince. Subsequently having entered into conversation with them, they said to me among other things: "That the Castle of the Angria had been handed over by the English to Madurauw under a concluded written contract, whereby that prince had bound himself not to permit any trade to the Dutch in his country, much less to grant them a trading post or fortress; but that Madurauw, being presently displeased with the English, sought to break that contract, and therefore offered me to establish a trading post, either at Bassijn itself, or at Dendoe, Perrapoer, or another place situated close thereto." And taking this as the subject of the negotiation, I showed them: "That a single trading post could not help the Honourable Company so long as Surat had to remain the main seat of its establishment in these lands; and that it would also not accept that offer at all."

Dutch transcription

totp 1. Van de Souratse Directie in 't Generaal Presente Staat van Souratta. kant uwEd: zal overhellen, zo agte ik=r voor mij aandeel genoeg, mijn gering gevoelen hier een voude te hebben ter needer gestelt. 3. 12. Tis waar : Souratta begint ook al gaande wry, en hoe langer hoe meer te viavallen men vindt hier thans zulke rijke Capitalis ten niet meer, als er nog waren, toen De Heer Schreuder zijne Memorie schreef. De Inge= „zeetenen zijn door den bank aam. Eenige wijnig die nog wat bezitten, verbergen dat voor de gecombineerde het zugt der anders zeer verschil= lende Hoofd- Regenten, of willen hun geld niet uijtzetten, dan op genoegzaame zeekerhif En de schaarstijd van Contanten, dewelke daardoor vervorzaekt werd, drukt niet alleen den Handel in 't Generaal, maar belemmert ook. 413 en de Comptoiren die daaronder hooren. Presente Staat van Bombaij. ook in 't bijzonder den verthier van Koopman= =schappen, die buijten des dagelijx vermindert, doordien de Buijten Kooplieden zulke swaare uijtvoers Lasten betaalen moeten, datze schroomen hier ter maakt te komen. 1. 13. Bombaij in tegendeel, begint hoe langer 5. hoe meer te floreeren. Daar is de uijtvoer in 't geheel vrij. De buijten Kooplieden werden niet gedrukt, maar begunstigt, en aangemoedigt. zelfs werd hun zo te water, als te lande alle mogelijke zeekerhijd verschaft. En dewijl deeze plaats buijten des digter bij het Deuanse legt, dan Souratta zo moet men 't ook voornamentlijk daaraan toeschrijven, dat de gantsche Handel van dat rijke landschap, zig daarnatoe getrokken heeft. waarvan anders souratta de voordeelen genoot„ 8. 14: CA 8: 1. Van de Souratse Directie in 't Generaal De vergelijking daarvan schijnt eene verandering te vereijschen. En dit een en ander bij mij en aan= =merking genomen zijnde, ben ik al dikwils op die gedagten gevallen, of het niet noodig zouden weezen, als dit zo voortging, dat de E Comp: dan ook van concept veranderde, en eenige pogingen deed, om digte bij of omstreeks Bombaij een plaats te krijgen, waar zij zelfs de Deccanse Kooplieden gerieven, en die menschen dus van de Engelschen afhouden konde. zelfs heb ik 't bij die enkelde gedagten niet gelaaten, maar teffens moeijte gedaan, om te zien wat ik in dat stuk uijtvoeren konde, wanneer zig daartoe eene bequaame gelegendhijd aanbood. En dewijl dit geval zeer zonderling is, en mogelijk dienen kan, tot speculatie, zo zal ik het zelve alhier ter needer stellen, ze kort als immers mogelijk is. 9. 14. 9. 15. 414 en de Comptoiren die daar onder hooren. Bijzonder voorval dat daartoe betaekkelik gemaakt is. Een zeeker Zuijdlander, Ranassoor Sinaij genaamt, langen tijd op Bombaij als gemagtigde van vorst Madurauw geleegen hebbende, wierd voor omtrent twee Iaaren daar qualijk gehandelt. En daarom eenig misnoegen tegens de Heeren Engelschen opgevat hebbende, zo schreef hij een brief aan mij, waarbij hij zig over het hoogmoedig gedrag van die Heeren niet alleen beklaagde, maar ook teffens te kennen gaf. „ Dat er nu kans was „ het oogmerk te berijken, dat de Hollandsche „ Comp: al voor lange gezogt hadde, namentlijk: „ De opregting van een Comptoir te Bassijn, of „ daaromstreeks. „ Ik deeze gelegendhijd zeer schoon agtende, vermeende dezelve niet van de hand te moeten wijzen. Dog oorbeelde het 3. 15. teffens. den AA: P: A. Van De Souratse Directie in 't Generaal Vorst madairauw wil met de E Comp: een Contract sluijten. teffens ook noodig, terstond mijne waare meening te openbaaren. En daarom bestond mijn antwoord eenelijk hierin. „ Dat ik hem bedankte voor „ zijne aanbieding, alzo de E: Comp geene Comptoi= „ren noodig hadde, zo lange zij gelijk thans, „haaren handel met gerusthijd in Souratta „ voortzetten konde; Dog bij aldien vorst madu= „-rauw geneegen mogte weezen, op eene andere „wijze met de E: Comp: een Contract te sluijten, „dat hij dan in persoon bij mij komen, en „ met mij spreeken konde. 1. 16. Ik hadde zeekerlijk toen ter tyd geene gedagten dat dit van eenig gevoli zoude zijn. Maar het tegendeel gebeurde egter. Ranasoor Sanaij, met nog een voornaem Pandet qua- =men in Apr: 1767. bij mij, als afzendelingen van Madurauw, en bragten mij een brief en. 415 en de Comptoiren die daar onder hooren en Eeren Rheed van dien vorst. Vervolgens met hen in gesprek geraakt zijnde, zo zij den ze mij onder anderen:„ Dat het Casteel van den Angria door „de Engelschen aan Madurauw overgegeeven „ was, op een geslooten schriftelijk Contract, „ waarbij die vorst zig verbonden hadde, aan de „Hollanders in zijn land geenen Hanbel te per- „=mitteeren, veel min aan haar een Comptoir, of „ Fortresse toe te staen; maar dat madurauw „thans op de Engelschen misnoegt zijnde, dat „Contract zogte te breeken, en daarom mij aan= „ 60od. een Comptoir op te regten, het zij te Bassijn „ zelfs, dan wel te Dendoe, Perrapoer of een ander „ daar digte bij geleegene plaats- „ En ik dit voor 't onderwerp der verhandeling neemende, vertoonde ken:„ Dat een enkeld Comptoir de E Comp: „ niet helpen konde, zo lange souratta de „ Hoofdplaats van haar Ingezetenschap in „ deeze landen blijven moeste; en dat zij ook „ die aanbieding in 't geheel niet accepteeren „zoude.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0058 view scan ↗

English

Chapter 1. Of the Surat Directorate in General and the Factories Subordinate to It. What conditions the retiring Director sought to stipulate. would be, because it was known that the governors of the cities of the Marhetties were merely tax farmers, to whose authority one could not submit, much less entrust any goods to their avarice; but that if Madurauw were truly inclined to break with the English, he would then have to bind the Honorable Company to himself in a completely different manner; that this could best be done if he genuinely sold the city of Bassijn or the adjacent island of Salset to the Honorable Company for cash, or generously ceded it as a voluntary gift in full ownership; and that, if he did this, he would not only bind the Honorable Company to himself forever and inseparably, but he would thereby also place the English in such an embarrassment that he would no longer need to respect them at all. The emissaries fully agreed with everything I had said. But they feared that Madurauw would cede neither of those two places, which he held in such great esteem that he entrusted their keeping to none but his chief favorites. Yet I, sticking to my point and expounding very broadly on the advantages Madurauw would enjoy if he bound the Honorable Company to himself in that manner, they finally agreed to propose everything to him, provided that I myself drafted a concept of the articles that I desired to be established. And this took place. I drew up a contract; they themselves copied down its contents from my mouth, because I did not wish to entrust them with any paper of mine, to The consequence thereof. prevent the misuse that might be made of it. And they departed therewith without delay, after having received some small presents for themselves, but for Madurauw only a letter, which contained nothing other than that he would hear everything from the emissaries. Shortly afterward, Ranassoor Sinaij wrote that he believed everything would succeed well. But in a subsequent note, he gave to understand: That Madurauw could not possibly part with Bassijn or Salset, but that he left me the choice out of eight other places and fortresses that he named, and that if I wished to accept one of them, he was then ready to conclude a contract, of which the remaining points would be very easily found. These places all lie between Daman and Bomlaij, and consist of the following, namely: Dendoe, Terrapoer, Sirigam, Main, Kilmie, Goerbander, Berzeba, and Chioel. But seeing that the same are not at all favorably situated, or else have poor or no navigable rivers at all, and I moreover did not seek to establish a subordinate factory, but to stipulate for a sufficient fortress, entirely independent of the Marhetties, and capable enough to eventually be made into the principal place of the Honorable Company's possession in these regions, I rejected that offer entirely, saying: That not a single one of all those places was worth the trouble of the Honorable Company breaking up from Souratta for it, as would certainly have to happen if This negotiation should be resumed. I accepted one of them. And thus the matter has remained until today. Nevertheless, I have reason to believe that Madurauw is truly inclined to enter into a special alliance with the Honorable Company. His last letter confirms me in this opinion, because he indicates not indistinctly that he had expected a further delegation from me. Nor can one know how matters may turn out, and whether his own circumstances might not at times oblige him to hold the friendship of the Honorable Company in higher esteem. And if this should ever occur, Your Honor will certainly not immediately reject his proposal, however trifling or unacceptable it might seem at first, but seize the opportunity, However, no application should be made for this from our side. and make at least so much use of it that Your Honor ascertains what his true intention actually is, and what he really wishes to give to the Honorable Company. However, I by no means dare to advise Your Honor to make an application yourself to pursue that negotiation. This might sometimes have an adverse effect in a matter that must be handled with the utmost circumspection. Your Honor must also take care to direct your entire attitude and conduct toward the Marhetties in such a way that it appears not as if the Honorable Company seeks their favor, but as if it is in their own interest that they live in sincere friendship with the Honorable Company. Because this

Dutch transcription

AN P: 1. van de Souratse Directie in 't Generaal „ zoude, om dat het bekend was, dat de Gouverneurs „der steeden van de Marhetties, maar Pagters „ waren, aan welker magt men zig niet onder= „=werpen, veel min eenige goederen aan der „ zelver heb zugt toevertrouwen konde; Maar „ dat als madurauw effective geneegen was „ met de Engelschen te breeken, hij dan de „ Hollandsche Comp: op eene gantsch andere „ wijze aan zig verbinden moeste; Dat dit best „ zoude geschieden kunnen, als hij de stad Bassijn„ „ dan wel het daar naast gelegen eijland salset „ aan de E Comp: voor Contant geld reel ver= „-kogte, of als eene vrijwillige gifte in eijgendom „ genereus overgaf; En dat, als hij dit deed, hij „ niet alleen de E Comp: voor althoos en onafschijdelijk aan zig verbinden zoude, maar dat hij daardoor ook de „ Engelschen zodanig in verlegendhijd zoude „ brengen, dat hij dezelve in 't geheel niet meer behoefde te ontzien.„ 3. 17 lin „ 416 en de Comptoiren die daar onder hooren. wat Conditien d'asgaande Directeur heeft soeken te bedingen De Afzendelingen stemden volkomen toe alles wat ik gezegt hadde. Maar zij waaren bevreest, dat madurauw geen van die Twee plaatzen zoude afstaan, dewelke hij in ze groote waarde hield, dat hij de bewaaring daarvan aan niemand, dan zijne eerste gunstlingen toevertrouwde. Dog ik op mijn stuk blijvende, en zeer breed uijtmee= =tende, de voordeelen, die madurauw genieten zoude, wanneer hij op die wijze de E Comp: aan zig verbond, zo namenze eijndelijk aan, hem alles te zullen voordraagen, mids ik zelfs een concept ontwirp, van de Articulen, die ik begeerde, dat vast gesteld zouden werden. En dit geschiede. Ik stelde Een Contract op zij schreeven zelfs dies Inhoud uijt mijnen mond na, om dat ik hen geen papier van mij toevertrouwen wilde, tot. 3. 17. CAp: L. Van de Souratse Directie in 't Generaal Het gevolg daarvan. tot voorkominge van het misbruijk, dat daarvan gemaakt zoude kunnen werden. En zij ver= =trokken daarmeede zonder uijtstel, na dat zij voor zig eenige klijne Geschenken, dog voor Madurauw alleen Een brief ontfangen hadde, dewelke niets anders behelsde, dan dat hij van de afzendelingen alles hooren zoude. 3. 18. N Kort naderhand schreef Ranassoor Sinaij, dat hij geloofde, dat alles wel gelukken zoude. Dog bij een nader briefje gaf hij te kennen: „ Dat Madurauw Bassijn of „ salhet onmogelijk missen konde, maar „ dat hij mij de keuse liet uijt Agt andere plaatsen, en fortressen, die hij opnoemde, „ en dat als ik daarvan een aanneemen „ wilde, hij dan klaar was een Contract te sluijten „ waarvan de overige Pointen zeer ligt te vinden „ zouden zijn. „ Deeze plaatzen leggen alle tusschen. 417 en de Comptoiren, die daaronder hooren. tusschen Daman en Bomlaij, en bestaan in de volgende, te weeten: Dendoe, Terrapoer, Sirigam, Main, Kilmie, Goerbander, Berzeba en Chioel. maar aangezien dezelve gantsch niet voordeelig geleegen zijn, dan wel slegte, of in 't geheel geene vaarbaare Revieren hebben, en ik boven dien niet zogte een subalterne Comptoir op te regten, maar eene sufficante vesting te bedingen, in 't geheel onafhangelijk van de Marhetties, en bequaam genoeg, om daar van in der tijd de Hoofd Plaats van 'sE Comp:s Bezitting in deeze gewesten te kunnen maaken, zo wees ik die aanbieding in 't geheel van de hand, met te zeggen: Dat het geen een van alle die plaatsen der moeijte waardig was, dat de E: Comp: daarom van Souratta opbreeken zoude, zo als zeekerlijk zoude geschieden moeten, als. C: Ap 4. Van de Souratse Directie in 't Generaal Deeze onderhandeling dient hervat te werden. als ik een daarvan accepteerde. En hier bij is het tot heeden gebleeven. Nogthans heb ik reeden te geloven, dat Madurauw effective geneegen is, met de E Comp: in eene bijzondere verbintenisse te treeden. zijn laatste brief bevestigt mij in dit gevoelen, om dat hij niet onduijdelijk te kennen geeft, dat hij eene nadere Bezending van mij verwagt hadde. Ook kan men niet weeten, hoe de zaaken loopen en of zijne eijgene omstandigheeden hem niet zomtijds verpligten kunnen, de vriendschap van de E Comp: in hooger waarde te houden. En bij aldien dit eens geschieden mogte, zal uw Ed: „zeekerlijk zijn voorstel hoe gering, of onaanneeme lijk het zelve ook in 't eerst schijnen mogte, niet terstond van de hand wijzen, maar de §. 19. gelegendhijd. 418 en de Comptoiren die daaronder hooren Egter moet van onze kant daartoe geen aanzoek werden gedaen. gelegendhijd waarneemen, en daarvan ten minsten zo veel gebruijk maaken moeten, dat uwEd: uijt= =verscht, wat eijgendlijk zijne waare meening is, en wat hij in der daat aan de E Comp: geeven wil. Egter durf ik. UwEd: geen zinds aanraaden, tot het voortzetten van die onder= handeling zelfs aanzoek te doen. Dit zoude zom= „tijds eene verkeerde uijtwerking hebben, in eene zaak, die met de uijterste omzigtighijd getracteert moet werden. Ook dient uwEd: verdagt te weezen, zijne gantsche houding en gedrag tegens de Marhetties zodanig te rigten, dat het schijnt, niet als of de E Comp: hunne gunst zoekt, maar als of het hun eijgen belang meede brengt, dat zij met de E: Comp: in opregte vriendschap leeven. Want 3. 20. dit.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0064 view scan ↗

English

Chapter 1: Of the Surat Directorate in General Fundamental rule regarding this Directorate in general, and the trading posts belonging under it. This has been the principal matter upon which I have constantly labored, and the goal that I have ever kept in view. All my letters to Madurauw, but especially the last one, entered into the Resolution of 22 November last, can serve as convincing proof thereof. In particular, the draft Contract mentioned in section 17 can show upon what grounds one ought, according to my thoughts, to build, if one should ever see fit to enter into a lasting alliance with Prince Madurauw. And referring myself to that Draft, as it has been appended hereto under No. 1 solely for that purpose, I only say finally, to conclude this Chapter: That it is of the utmost importance for the Honorable Company's interests in this country to keep its entire trade and operations as undivided as possible, and together in one place; and that Your Honor, on that account, must not seek to extend the present borders of your Governance further by restoring old, or acquiring new subordinate trading posts, unless the utmost necessity makes such unavoidable, or unless it appears on the very best grounds of good foresight that the same could not fail to yield an incomparable advantage. Chapter 2: Of the Country in which this Directorate is administered. The country in general has undergone little change since the year 1750. Section 21. Under this Chapter, Mr. Schreuder has given a short sketch of the Provinces over which the Surat Directorate extends; of the supreme rulers of the Mughals and Marathas, under whose obedience they stand; of the most considerable cities and trading places to be found therein; and of the various nations that must be regarded as Inhabitants of Surat. And all of this, taken as a whole, is still found sufficiently in that same state, and on that account requires no further description. Chapter 2: Of the Country in which this Directorate, etc. But the Government of Surat has indeed. At first a Moor held the supreme power in his hands. However, as far as the government of Surat in particular is concerned, that has since undergone a great change. And therefore this alone shall be the subject of my treatise in this regard. Section 22. The city Governor of Surat in the year 1750 was a certain Moor of little standing, who had made himself great through treason, and maintained himself through gifts and the assistance of the English. He indeed acknowledged the Great Mughal as his supreme sovereign, but he cared little for his commands. He also indeed had several co-rulers who, on account of their great wealth, had to be respected by others; but with him they nevertheless had little influence. Even the Governor of the Castle was his own son, and a youth who dared undertake nothing contrary to the will of his father. And thus one may rightly say that the city Governor at that time ruled virtually independently, or at least alone. Chapter 2: Of the Country in which this Directorate is administered. Subsequently a slave known by the name of the Sidi. Shortly afterwards a change occurred here. The Sidi, described in detail in the often-mentioned memoir, made himself master of the Castle. His great power and his cunning enabled him to arrange almost everything according to his liking. The Governor himself was obliged to bow beneath him, although he outwardly left him all Honor. Section 23. And consequently it was not the Governor, but the Sidi who then held the greatest power in his hands. Who nevertheless ruled with fairness. As long as he lived, he also kept everything in good order. His moderation and fairness caused him to commit little injustice. The Inhabitants enjoyed a reasonable tranquility. And in particular he took care, and brought it so far, that the English had to remain within the bounds of their former conduct, whenever they believed they might freely indulge in excesses on the grounds of the assistance rendered to the city Governor. Chapter 2: Of the Country in which this Directorate is administered. Confusion arising after his death. The English make themselves masters of the Castle in the year 1759. Section 24. Section 25. However, no sooner was he dead, than everything ran wild. His son and successor, being a child, could not maintain the character of his father, much less keep the city in peace. The fire of civil war began to ignite anew between those who aspired to the Government, and who also each in turn ousted one another from that dignity. The one sought assistance from the English, the other from the Marathas. And the English, finding this confusion very suitable to gain a great advantage for their interests, formed a Plan to put themselves in possession of the Castle. Section 25. Section 26. To this end, and in order to give their actions so much the better appearance of fairness

Dutch transcription

AAp: 1. van de Souratse Directie in 't Generaal Grond-Regul ten opzigte van deeze Directie en generaal. dit is de Hoofd-Zaeke geweest waarop ik althoon gewerkt, en het doelwit, dat ik steeds in 't oog gehouden heb. Alle mijne brieven aan Madurauw, dog voornamentlijk de laatste, ter Resolutie van den 22 e. November Jongst¬ „leeden ingeschreeven, kunnen daarvan tot een overtuijgend bewijs verstrekken. Inzonderhijd kan het 5. 17. vermeldte concept Contract doen zien, op wat gronden men volgens mijne gedagten dient te bouwen, wanneer men eens goedvinden mogte, met vorst Madurauw eene duurzaame verbintenisse aan te gaan. En mij aan dat Concept gedraagende, terwijl het alleen ten dien eijnde onder N. o 1. hier agter is gevoegt, zo zeg ik nog maar eenelijk tot slot van dit Hoofd-deel: Dat het voor sE Comp:s belangen in dit land van de uijterste aangelegendhijd. 419 en de Comptoiren die daar onder hooren. aangelegend hijd is, haaren gantschen Handel en omslag zo veel mogelijk onverdeelt, en op een plaats bij elkander te houden; En dat uw Ed: uijt dien hoofde niet moet tragten de presente paalen van zijn Bestier verder uijt te brijden, door het herstellen van oude, of het aanwinnen van nieuwe subalterne Comptoiren, 't en ware de uyterste nood= „zaakelijkhijd zulx onvermeijdelijk maakt, of dat op de allerbeste gronden van eene goede vooruijtzigt bleek, dat het zelve niet missen konde, een onvergelijkelijk voordeel uijt te leeveren. A P: 14. hoor E Hel land in 't algemeen heeft wijnig verandering ondergaen „sedert a:o 1750. CAP: I„ Van het Land waarin deeze Directie gevoerd werd. 3. 21. Onder dit Capittel heeft De Heer Schreuder eene Korte Schels gegeeven, van de Provincien, waarover zig de souratse Directie uijtstrekt; van de oppervorsten der mogolders en marhetties, onder welker gehoorzaemhijd de zelve staan; van de aan= zienelijkste steeden, en Handel plaatsen die daarin te vinden zijn; En van de verscheijd „natien, die als Inwoonders van Souratta moeten aangemerkt werden. En dit alles bevind zig, over 't geheel aangemerkt, nog genoegzaan in dien zelfden staat, en vereijscht uijt dien hoofde geene nadere beschrijving. 420 A P: II. Van het Lune waarin deeze Directie, ensz: Maar wel de Regeering van Sourulta Eerst hadde Een moor de hoogste magt in hunden. wat de regening beschrijving. Dog van Souratta in 't bijzonder betreft, die heeft tsedert eene groote verandering ondergaan. En daarom zal dit ook alleen in deezen het onderwerp mijner verhandeling zijn. 3. 22. De stads Gouverneur van Souratta in 't Jaar 1750. was Een zeeker moor van wijnig aanzien, die zig door verraad groot gemaakt, en door geschenken en de hulp der Engelschen staande gehouden hadde, Hij erkende wel den Grooten Mogol voor zijnen oppervorst; maar hij gaf wijnig om desselfs beveelen. Ook hadde hij wel verschijden meede Regenten, die om de wille van hun groot vermogen door andere ontzien moesten werden; maar bij hem haddenze egter wijnig in te brengen, zelfs. C AE: II. Van het Land waarin Vervolgens een slaaf onder de naam van siedie bekent. zelfs was de Gouverneur van 't Casteel een eijgen zoon van hem, en een Jongeling, die buijten de wille van zijn vader niets onderneemen durfde. En dus kan men met Regt zeggen, dat de stads Gouverneur in die tijd genoegzaam onafhangelijk, ten minsten alleen regeerde„ N Kort naderhand quam hier eene verandering. De Siedie, bij meermeldte memorie uijtvoerig beschreeven, maakte zig meester van 't Casteel. zijne groote magt en zijne doortraphijd stelden hem in staat, om ten naasten bij alles naar zijnen zin te schikken. De Gouverneur zelfs was genood- =zaakt onder hem te bukken; schoon hij denzelven voor 't uijterlijke alle Eere liet. 9. 23. En. 421 deelze Directie gevoert werd. Die egter met billijkhijd regeerde. En bij gevolg was 't niet de Gouverneur maar de siedie die toen de grootste magt in handen hadde. So lange deeze leefde, hield hij ook alles in een goede ordre zijne gematighijd en billikhijd deed hem wijnig onregt pleegen. De Ingezeetenen genooten eene tamelijke Rust. En inzonderhijd droeg hij zorge, en bragte het ook zo verre, dat de Engelschen binnen de paalen van hun voorig gedrag moesten blijven, wanneerze vermeenden vrij te mogen uijtspatten, op fondament van de verleende hulpe aan den stads Gouverneur. 3. 24. §. 25. ten Citb: 14. van het Land waarin Ontstaene verwarring na zyn dood. De Engelsche maaken zig in ao 1759. meester van 't Casteel. Dog zo dra was hij niet dood, of alles liep in 't wild, zijn zoon en opvolger een Kind zijnde, konde het Caracter van zijn vader niet maintineeren, veel min de stad in vreede houden. Het oorlogs vuur van een Burger aan twist begon op 't nieuw te ontstonden, tusschen de geene die na 't Gouvernement stonden, en ook elkander op hun beuat van die waardighijd ontzetten. De eene zogte hulpe bij de Engelschen„ de andere bij de marhetties. En de Engelschen deeze verwaaring zeer bequaam vindende, om voor hunne belangen een groot voordeel te behaelen formeerden een Concept, om zig zelven in 't bezit van 't Casteel te stellen. 3. 25 3. 26 Den deezen eijnde, en om aan hun gedoente zo veel te beeter schijn van billijkhijd te.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0071 view scan ↗

English

422 This Directorate was conducted. to give, they first concluded a contract at Bombay on 12 March 1758 with a certain Moor named Farischan, who at that time was naib or deputy of the Governor, and which he currently still is. Hereby they promised "to place Farischan in the Surat Government by force of arms, provided they should retain the Castle and the King's Armada for themselves and enjoy all revenues that the Sidie had enjoyed on that account, as also that the new Governor should surrender three city gates to them, and furthermore should be obliged not only to bear the expenses of the war, but also to pay to the English troops a sum of Rop: 20'0'000. –. as a gratuity, for the buying off of the plundering of the city." Subsequently they gave orders to Mr Spencer, their chief here in Surat, to leave no means C No: 11. Of the Country in which means untried, in order to win over to his interest those who might have the power to oppose their undertaking. And he, being a very capable man for such work, also knew how to arrange everything in such a manner that he not only bribed a prominent officer of the Sidie, who held the command in the Castle, for Rop: 20'000. -, of which, however, up to the present day only Rop:s 5000. have been paid, but also persuaded Mr Taillefert to remain entirely quiet, and to look upon that work favorably; so that it cost him, when in February Ao 1759 he received a considerable force of men and ships, and over which he himself took the command, little effort to make himself master not only of 423 This Directorate was conducted. Remarks on this occurrence with relation to the Honorable Company's servants. of the Castle, but also of the entire city. §. 27. I say with deliberation that Mr Spencer knew how to persuade Mr Taillefert to remain quiet: and that this indeed must have occurred, whether through great promises or through other means, is not only the unanimous opinion of the Honorable Company's brokers and all natives of distinction, but the truth thereof also appears to be so clear, even from the public papers of that time, that one does not even need to pay attention to private reports in that respect. For if this were not so, what could have moved Mr Spencer, before the commencement of the expedition, and when he already stood at the head of the troops, of his own free will Ctb: 41. Of the Country in which by letter of 18 Febru: 1759 most strongly to guarantee: "All privileges both of the Honorable Company and of private individuals, if one remained neutral"? Yea, what could have moved Mr Taillefert, in his general and separate reply of the 20th of that same month, not only to give repeated assurances of friendship and neutrality, but also to declare in express words: "That he had already long since ordered that none of his subordinates should give the English cause of offense, much less act hostilely toward them"? As also: "That he had already gone a few days prior with most of the Honorable Company's servants to the wharf, in order to be better assured that the Castle Governor or anyone else should not be able to make use of the Honorable Company's factory and artillery"? Nor can one otherwise 424 This Directorate was advanced. otherwise form any conception why Mr Taillefert so positively rejected the repeated offers that the Castle Governor made, first privately by word of mouth but afterwards publicly in writing, to deliver the Castle into the hands of the Dutch Company to the spite of the English. For the reasons that His Honour gives in a secret letter of 10 March 1759 for that refusal, and which principally consist of apprehensions: "That the Castle Governor surely had no authorization from his master for that negotiation; and that if one now took over the Castle, the English would then at least demand compensation for the incurred war expenses, or upon refusal thereof act against us, and might force us to abandon it with shame;" can by no means measure up against the opposing fundamental CAb: H1. Of the Country in which The English still remain in possession of the Castle fundamental rule: that in matters of the utmost importance, one must also risk the utmost, in order not to fall under the power of our competitors. And thus it remains, according to my humble comprehension, an established truth that in this case a notorious error must have taken place; since it is otherwise impossible to believe that Mr Taillefert, having been informed of the intention of the English so long in advance, would not have offered the least opposition; the more so because at that time he had on hand a strong garrison of courageous soldiers, embittered against the English, with a good number of European mariners. However, be this as it may: that opportunity was missed, and will certainly never §. 28. again.

Dutch transcription

422 Deeze Directie gevoerd werd. te geeven, slooten zij den 12„en Maat 1758 eerst een Contract te Bombaij met zeekeren Moor Farischan genaamt, die toen ter tijd naib of steede houder van den Gouverneur was, en het gunt hij thans ook nog is. Hierbij beloofden zij„ „Farischan door magt van waapenen in 't „ souratse Gouvernement te stellen, mits zij „ 't Casteel en s konings Armade voor zig houden „ en alle Inkomsten genieten zouden, die de „ siedie uijt dien hoofde genooten hadde, zo meede„ „ dat de nieuwe Gouverneur Drie stads Poorten aan hen inruijmen, en boven dien verpligt „ zijn zoude, niet alleen de onkosten van den „ oorlog te draagen, maar ook nog aan de „ Engelsche Troupen te betaalen, Eene somma „ van Rop: 20'0'000. –. tot een douceur, voor 't „ afkoopen van de plundering der stad.„ vervolgens gaven zij aan M=r SSpencer hun opperhoofd hier in souratta ordre om geene middelen. „ C No: 11. Van het Land waarin middelen onbezogt te laaten, ten eijnde de geene in zijn belang over te halen, die de magt mogten hebben, zig tegens hunne onderneeming aan te kanten. En deeze tot diergelijken werk een zeer bequaam man zijnde, heeft ook alles zodanig weeten te beschikken, dat hij niet alleen een voornaam officier van den Siedie, die in 't Casteel het Commando voerde voor Rop: 20'000. -, waarvan egter tot heeden nog maar eerst Rop:s 5000. betaald zijn, omkogte, Maar ook Den Heer Talllefert persuadeerde, in 't geheel stil te zitten, en dat werk met goede oogen aan te zien; zo dat het hem, wan- =neer hij in Februarij Ao 1759 eene tamelijke N59 magt van volk, en scheepen Kreeg, en waar= over hij zelfs het Commando op zig nam, wijnig moeyte kostede, om zig niet alleen van. 423 Deese Directie Geroerd werd. Aanmerkingen op dit voorval met relatie tot 'sE Comp:s bediendens. van 't Casteel, maar ook van de gantsche stad meester te maaken. §. 27. Ik zeg met voorsagt, Dat M:r Spencer Den Heer Faillefert heeft weeten te persuadeeren om stil te zitten: En dat dit in der daad geschied moest zijn, het zij door groote beloften, of door andere middelen, is niet alleen het eenpaarig gevoelen van sE Comp:s makelaars, en alle Inlanders van aanzien, maar de waarhijd daarvan schijnt ook zo klaar te blijken, zelfs uijt de publicque papieren van die tijd, dat men op particuliere berigten ten dien opzigte niet eens agt behoeft te slaan. want was dit niet, wat zoude tog M:r spencer bewoogen hebben, voor 't aangaen van de Expeditie, en wanneer hij bereeds aan 't hoofd van de Troupen stond, uijt eijgen vrije wille bij. in geene Ctb: 41. van het Land waarin bij brief van den 18„en Febru: 1759 op t kaagtigste te guarandeeren:„ Alle voorregten zo van de E Comp: „ als van particulieren, indien men zig onzijdig „ hield "„ Ia wat zoude Den Heer Taillefert bewoogen hebben, bij zijn gemeen en Apart antwoord van den 20„e dier zelfde maand, niet alleen herhaalde verzeekeringen van vriendschap en onzijdighijd te geeven, maar ook met uijtge= drukte woorden te verklaaren:„ Dat hij bereeds „voor lange onder gesteld hadde, dat niemand „ zijner onderhoorige de Engelschen reeden egen „ van offensie geeven, veel min daartoe vijande- „lijk ageeren zoude. „ zo meede: Dat hij al voor „ eenige dagen met de meeste van sE Comp: „ bediendens zig naar de werff hadde begeeven, „ om te beeter verzeekert te zijn, dat de Casteels Gouverneur of iemand anders van sE Comp:s tektoir, en geschut geen gebruijk „ zoude kunnen maaken „ Ook kan men anders. 424 Deeze Directie Gevorderd werd. anders geen denkbeeld formeeren, waarom de Heer Taillefert zo positief van de hand heeft geweezen, de herhaalde Aanbiedingen, die de Casteels Gouverneur deed, eerst in 't particulier mondelings dog naderhand in 't openbaar schriftelijk, van 't Casteel tot spijt: van de Engelschen in handen van de Hollandsche Comp: te willen stellen. Want de Reedenen, die zijn Edele bij secreete brief van den 10„en maart 1759., van die wijgering geeft, en die voornamentlijk, bestaan in bedugtingen; „ Dat de Casteels Gouverneur zeekerlijk van „ zijnen meester geene qualificatie hadde tot die „ negotiatie; En dat als men 't Casteel nu over „-nam, de Engelschen dan ten minsten de „ vergoeding der gedaane oorlogs onkosten eijschen, „ of bij wijgering van dien tegens ons ageeren, „ en ons zomtijds dwingen zouden het met „ schande te verlaaten; „ kunnen geen zinds ophaalen, tegens de daar tegen overstaande Grond-. CAb: H1. van het Land waarin De Engelschen blijven ges nog in bezitting van 't Casteel Grond- Regul: Dat men in zaaken van de uiterste aangelegendhijd, ook het uijterste wagen moet, om niet onder de magt van onze Competiteuren te raaken. En dus blijft het, volgens mijn gering begrip, eene vaste waarhijd, dat in dit geval een notoir abuijs plaats gehad moet hebben; dewijl het anders onmogelijk is, te gelooven, dat de Heer Taillefeat, van 't voorneemen der Engelschen zo lange vooraf verwittigt zijnde geen de minste tegenkanting zoude hebben gedaan; te meer, om dat hij in die tijd een sterk Guarnisoen van moedige, en tegens de Engelschen verbitterde zoldaaten, met een goed getal Europeese Zeevae= „rende aan handen hadde. Dog dit mag zijn, zo als het wil: Die kans is verkeeken, en zal zeekerlijk nooit 9. 28. wederom.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0077 view scan ↗

English

And they also hold the entire grasp of the government in their hands. The English are, and remain in the meantime, the possessors of the castle, and this causes such an extraordinary change in the government of the city that the Honorable Company suffers the greatest disadvantage from it. For whereas previously one had to deal with natives, who could still sometimes be frightened by threats, and against whom one could even use force in time of need, one is now forced to bow under the superior power of a European nation which, having become excessively arrogant due to incomprehensible prosperity in recent years, considers no other laws just than its own pleasure, and draws all decisions to itself, so that one can do nothing without their special permission. Even the city governor in this matter is not excepted from the least of the inhabitants. And although the English outwardly still allow him some honor, and also do not wish to acknowledge publicly that he is subordinate to them, one nevertheless knows from experience that it is so, and that they alone hold the entire grasp of the government in their hands. The inhabitants are dissatisfied with this oppression. One cannot deny that this conduct would make the English hated. This is so generally known that it needs no special proof. All inhabitants pray to God for a change for the better. The regents themselves are utterly dissatisfied. And it is to that dissatisfaction alone that I have to be thankful that Fanrischam has sent me a copy of the contract mentioned in § 26, to show that the English were not permitted to infringe upon the Honorable Company's privileges, and of which, on account of its importance, I could not omit adding a translation below under No. 14, although copies of the same have already been sent to Europe and Batavia. Yet they have no power to undertake anything for their deliverance. But all of that can nevertheless accomplish nothing in this matter. Mere wishes are powerless remedies. And to proceed to actual deeds, the multitude as well as the foremost lack courage, unanimity, money, and especially a capable leader. Thus they are indeed forced to adapt to the times. And we, for our part, can also do no better than to regulate our conduct as will be further indicated below under the fourth chapter of the conversation. CHAPTER III. Of the right which the Honorable Company has to this Directorate. § 31. The right to this Directorate consists of eminent privileges. The right of the Honorable Company to this Directorate is grounded upon the Charters of Their High Mightinesses; upon the Farmans of the Great Mogol; and upon various other concessions which were either granted by the governors of the particular cities or have become a law through custom. By the first, the Honorable Company is authorized, to the exclusion of all other Netherlanders, to trade alone in this country. By the second, the Honorable Company, or as is usually stated in the Farmans, the Hollanders, were given the right of denizenship; while at the same time being exempt from observing the general laws of the land. And by virtue of the latter, the Honorable Company enjoys several other liberties, of which the Farmans make no mention at all, or speak only very obscurely and specifically. § 32. Which have the appearance of mere favors. Thus the right of the Honorable Company consists, without contradiction, of eminent privileges. And if anyone should ask by what means or on what grounds it obtained them, one must certainly answer that it is not to be regarded as a consequence of the law of nature; of a special inheritance; of a property transferred to it by purchase; or of conquests achieved by force of arms. On the contrary, it seems to consist solely in liberties and generous favors from others, which the Honorable Company could not give to itself, and which in that respect are also not improperly understood under the general name of privileges. § 33. Yet in reality are to be esteemed much higher. But if one considers the matter fundamentally, one finds clearly and plainly that these privileges cannot be regarded merely as pure favors. For they are, as appears from the charters and Farmans, granted to the Honorable Company on this condition: "That it shall benefit the country through trade, and pay a certain duty for the export and import of goods." Consequently, a kind of contract takes place here, which can indeed be broken by the sovereign in Europe as soon as the years specified in the charters have expired; but by the Great Mogol here in the Indies not at all, as long as the Honorable Company fulfills its obligation, because no time limit is mentioned in the Farmans. § 34.

Dutch transcription

425 Directie gevoerd werd. Deeze En hebben teffens den gantschen klem der Regeering in handen. wederom komen. De Engelschen zijn, en blijven ondertusschen bezitters van 't Casteel, En dit maakt in de Regeering der stad, zulk eene onge= meene verandering, dat de E Comp: daarbij het grootste nadeel lijdt: want daar men voor deezen met Inlanders te doen hadde, die zomtijds nog al door drijgementen bevreest te maaken waren, en waartegen men in tijd van nood. zelfs geweld gebruijken konde, zo is men nu gedwongen te „eene bukken, onder de overmagt van „ Europeese natie, dewelke door onbegrijpelijke voorspoed 'sedert eenige Jaaren herwaards, bovenmaaten hoogmoe= =dig geworden zijnde, geen andere wetten, dan haar welbehaagen billijk agt, en alle beschik= =kingen na zig trekt, zodanig, dat men buijten haare bijzondere permissie niets doen Kan. zelfs is de stads Gouverneur in dit stuk van te vae= A P: 41. Van het Land waarin De Ingezeetenen zijn misnoegt over die onderdaukking. van den geringsten der Ingezeetenen niet uijtge= =zondert. En schoon de Engelschen hem voor 't uijterlijke nog al eenige Eere laaten, en ook in 't openbaar niet willen erkennen, dat hij onder haar subordinatie staat, zo weet men egter uijt de ondervinding, dat zo is, en dat zij den gantschen klem der Regeering alleen in handen hebben. Men kan wel niet ontkennen, dat dit gedrag de Engelschen niet gehaal zoude maaken. Dit is zo algemeen bekent, dat het zelve geen bijzonder bewijs noodig heeft Alle Ingezeetenen bidden God om eene verande= =ring ten goede. De Regenten zelfs zijn ten uijtersten misnoegt. En ik heb 't aan dat misnoegen alleen dank te weeten, dat Fanrischam §. 29 mij. 426 Deeze Directie gevoert werd. Dog hebben geen vermogen. om iets ter hunner ver= „lossing in 't werk te stellen. mij van het 5. 26. vermeldte Contract een afschrift heeft toegezonden, ter aantooning, dat de Engelschen op 's E Comp:s voorregten geen inbruk mogten maaken, en waarvan ik, om de wille van dies aangelegendhijd, niet heb kunnen nalaaten, eene overzetting onder N:o : hier agter te voegen, schoon bereeds af= schriften van het zelve na Europa, en Batavia verzonden zijn. Maar dat alles kan tog niets ter zaake doen. Bloote wenschen zijn onvermogen= de hulp middelen. En om tot dadelijkheeden te komen, daartoe ontbreekt het de meenigte zo wel als de voornaemste, aan moed, aan Eens gezind= heijd, aan geld, en inzonderhijd aan een bequaam voorganger. Dus zijn zij wel genoodzaakt: zig. in 3. 30. cham No: 14. Van het Land- waaren ont: Het Regt tot deeze Directie bestaat in uijtmuntende voorregten. zig in den tijd te schikken. En wij voor ons kunnen ook niet beeter doen, dan dat wij ons gedraag zo= =danig reguleeren, als in 't vervolg onder 't vierde Hoofd-deel van de Conversatie nader staat aangeweezen te werden. CA: III„ van het Regt, dat De E: Comp: tot Deezze Directie heeft. 5. 31. Het regt van de E: Comp: tot deeze Directie is gegrond; op De Octrooijen van d Haar Hoog Mogende; op de Firmans van den Grooten mogol; En op verschijden andere vergunningen, die of door de Gouver= „neurs der bijzondere steeden verleent, of door de: 427 C: 1E: UII. van het Regt dat de E Comp:ust Die den schijn hebben de gewoonte tot eene wet geworden zijn. Bij de Eerste werd de E: Comp: gewettigt, met uijtsluij= =ting van alle andere Neederlanders, alleen op dit land Handel te mogen drijven. Bij de Tweede werd aan de E Comp:, of gelijk door= „gaans bij de Fiermans staat, aan de Hollan= „ders, het Regt van Ingezeetenschap gegeeven; terwijl zij egter teffens van de onderhouding der algemeene Lands-wetten ontslagen werd. En uijt hoofde van de Laatsten geniet de E: Comp: eenige andere vrijheeden, waarvan bij de Fiermans of in 't geheel niet, of tog zeer duijster en bepaaldelijk gesprooken werd. 9. 32. Dus bestaat het Regt van de van bloote gunst bewijzen. E: Comp: zonder teegenspreeken, in uijtmun= =tende voorregten. En bij aldien iemand vraagen. ent: n Get b: tet: van het Regt, dat des Comp: Dog in der daad veel hooger te agten zijn. vraagen mogte door wat middelen; of uijt wat hoofde zij uijt het zelve verkreegen heeft; men moet zeekerlijk antwoorden, dat het niet te houden is, voor een gevolg; van de wet der natuur; van eene bijzondere Erffenisse, van een Eijgendom door Inkoop op haar overgegaan, of van Overwinningen door Magt van wapenen behaalt. In tegendeel schijnt het alleen te bestaan, in vrijheeden en Edelmoedige Gunst= bewijzen van andere, die de E Comp: zig zelven niet geeven konde, en dewelke in dat opzigt ook niet ten onregten begreepen werden, onder de algemeene naam van voorregten. 3. 33. Maar als men de zaak egter in den grond beschouwt, dan bevindt men klaar en. 428 tot deeze Directie heeft. en duijdelijk: Dat deeze voorregten niet enkeld als lauter Gunstbewijzen kunnen aangemerkt werden. want dezelve zijn, blijkens de octrooijen en Tiermans aan de E Comp: verleend op deeze Conditie: „ Dat zij door den Handel den Lande „ voordeel doen, en voor den uijt- en Invoer der „ Goederen eene zeekere Geregtigheijd betaalen zal„ Bij gevolg heeft hier eene soort van Contractatie plaats, wel door den souverain in Europa ver- „brooken kan werden, zo draa de Jaaren bij de octrooijen bepaalt, verloopen zijn; dog door den Grooten Mogol hier in Indien in 't geheel niet, zo lange de E Comp: aan haare verpligting voldoet; om dat bij de Tiormans van geen tijd gesprooken werd. §. 34.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0084 view scan ↗

English

Chapter Number 14. Of the Right that The Great utility of this remark about the privileges, better written than by Mr. Schreuder. Honourable Company has to this Directorate. And this is a point of the utmost importance, which your Honour must observe well and always keep in view. For it provides the grounds on which one can answer and render powerless the objection that the English chief once made to me, by saying: That since the Great Mogol had granted us privileges out of pure favour, it was also in his power to revoke the same again, whenever it pleased him. Meanwhile Mr. Schreuder, of all his predecessors, was the first who investigated this important part of the privileges thoroughly and placed it in a clear light; for, whereas one previously sat in the dark, and did not know where one should look for anything, all Firmans have now, through his Honour's care, been brought into proper order, newly translated, and thus made understandable to everyone and ready for use. An extensive index of their contents has been added to the end of the memorandum. The memorandum itself contains the essentials of everything that was granted by the Firmans, as well as what was newly obtained, chiefly through the efforts of his Honour. And not only is an extensive indication given therein of the use one must make of those privileges, and of the conduct one must maintain to preserve them; but his Honour also suggests several means by the help of which one can obtain new ones, and shows at the same time by his own example to what extent the fundamental principles given by him in that regard are good and practicable. His treatise is worthy of memory, and unimprovable. Therefore this treatise is an excellent piece, which I consider unimprovable. And for that reason I cannot recommend strongly enough to your Honour that you become thoroughly familiar with it, indeed, if possible, learn it by heart. For a Director who does not possess an extensive and perfect knowledge of the Honourable Company's privileges, of their purpose, use, and value, and of what he may do and must refrain from doing on the foundation thereof, cannot possibly accomplish anything good, much less extricate himself from difficulties that often befall him so unexpectedly that he has no time to consult papers or more knowledgeable persons. Experience has shown this more than once, and has produced plenty of bad consequences, some examples of which, having occurred shortly before my arrival in this Directorate, cannot be unknown even to your Honour. And therefore, deeming it unnecessary to say more on this subject, just as I shall not undertake to add anything to what Mr. Schreuder has already treated so extensively and concisely in that regard, I shall here only subjoin some incidents and observations relating to the Honourable Company's privileges since the English came into possession of the Castle. Our privileges were guaranteed by the English ministry here in the year 1759. In the preceding chapter, § 27, I spoke only in passing of the guarantee that Mr. Spencer gave when he was already at the head of the troops to make himself master of the Castle by force. Further by the Governor and Council at Bombay in the year 1765. But here I shall set down the very words, as they are to be found in the letter of the 18th of February 1759, written in the English language to Mr. Taillefert and Council, and signed by Mr. Spencer and his Council, the translation of which reads as follows: "We assure your Honours faithfully that the execution of the measures taken shall in no way interfere with, or tend to the diminution of, the privileges in trade or otherwise, to which the Honourable Netherlands East India Company, or your Honours yourselves, are entitled in Surat." At the same time I shall add here what the Governor and Council at Bombay, under date of the 25th of January 1765, wrote to me and the Council, Both are of great value. in confirmation of the aforesaid guarantee, in the following terms: "It was by our express command that Mr. Spencer gave your Honours the assurance which you cite in your letter, and to which we have always strictly adhered, it having been our constant endeavour to preserve inviolate the privileges of the European nations established at Surat." And these two documents joined together certainly constitute the strongest engagement that one could ever desire in a matter of that nature. Indeed, I consider it a great piece of good fortune for the Honourable Company that it possesses them, amid the misfortune that has befallen it of seeing itself placed under the power of its competitors, when, as appears from § 27, the best opportunity presented itself to keep the superior power in its own hands.

Dutch transcription

C: N8: 14. Van het Regt, dat De Groote nuttighijd van deeze aanmerking Over de voorregten heeft dan de Heer Schreúuder En dit is een soint van de uijterste aangelegendhijd, dat uw Ed: wel in agt neemen en althoos in 't oog houden moet. Want het zelve leevert de gronden uijt, waarop men beantwoorden en kragteloos maaken kan, de tegenwerping, die het Engels opperhoofd mij eens deed, met te zeggen: Dat „ dewijl de Groote Mogol aan ons voorregten „ verleend hadde, uijt lauter Gunste, het ook in „ zijne magt stond, dezelve weeder in te trekken, „ wanneer 't hem behaagde„ Ondertusschen is De Heer Schreuder niemand beeter geschreeven, van alle zijne voorzaaten de Eerste geweest, die dit aangeleegen gedeelte van de voorregten in den grond onderzogt, en in een helder dagligt heeft gesteld. want, daar men voor deezen in 't duijster 9. 35. § 34. zal. E: 429 E: Comp: tot deeze Directie heeft. zat, en niet wiste waar men iets zoeken zoude; zo zijn nu alle Pirmans door de Zorge van zijn Edele, in eene behoorlijke ordre gebragt, op 't nieuw getrans- =lateert, en dus voor een ieder verstaanbaar, en van gebruijk gemaakt. van derzelver Inhoud is een g' extendeert Register agter de memorie gevoegt. De memorie zelfs bevat het zaakelijkste, van alles, wat zo bij de Fiormans toegestaan, als voornamenslijk door toedoen van zijn Edele op 't nieuw verkreegen is. En niet alleen, dat daarnevens eene uijtvoerige Aanwijzing werd gedaan, van het gebruijk, dat men van die voorregten maaken, en van 't gedrag dat men houden moet, om dezelve te Conserveeren; maar zijn Edele geeft ook verschijden middelen aan de hand, door welker behulp men nieuwe verkrijgen kan, en toont teffens door zijn eijgen voorbeeld, in hoe verre de grond-lessen, door hem. , C Ab: 11. Van het Regt, dat De E: zijne verhandeling is het geheugen waard, en onverbeeterlijk. hem ten dien belange gegeeven, goed en praticabel zijn. Overzulx is deeze verhandeling een uijtneemend stuk, dat ik onverbeeterlijk agte. En ik kan uijt dien hoofde uw Ed: niet kragtig genoeg aanbeveelen, om zig dezelve tog in de grond bekent te maaken, ja: was 't mogelijk van buijten te leeren. Want Een Directeur, die geene uijtgestrekte, en volmaakte kennis bezit, van sE Comp:s voorregten, van derzelver oogmerk, gebruijk en waarde, en van het geen hij op fondament van dien doen mag, en laaten moet, kan onmogelijk iets goeds uijtvoeren, veel min zig uijt swaarigheeden redden, die hem dikivies zo onverwagts overkomen, dat hij geen tijd heeft, met Papieren, of met kundigere menschen Raad te pleegen. De ondervinding heeft dit al meer §. 36. dan. 430 Comp: tot deeze Directie heeft: weshalven alleen van gebeur tenissen 'tsedert dien tijd gestrooken zal werden. Onze voorregten zijn, door 't Engels ministerium hier geguarandeert in a„o 1759. dan eens doen zien, en genoeg quaade gevolgen uijt= geleevert, waarvan eenige voorbeelden, kort voor mijne aankomst in deeze Directie voorgevallen, uw Ed: zelfs niet onbekent kunnen zijn. En daarom onnoodig agtende over dit onderwerp meer te zeggen; gelijk ik ook niet onderneemen zal, iets te voegen, bij het geen De Heer Schreuder ten dien belange bereeds zo uijtvoerig, en bondig verhandelt heeft: zo zal ik hier nog maar eenelijk volgen laaten, Eenige voorvallen en aanmerkingen, die tot aen op sE Comp:s voorregten betrekking hebben, 'sedert de Engelschen in 't bezit van 't Casteel zijn geraakt 4. 37: Bij 't voorgaande Hoofd-deel heb ik §. 27. maar als in 't voorbij gaan gesprooken, van de guarantie, die M:r Spencer gegeeven heeft, wanneer hij bereeds aan 't hoofd der Troupen stond„ om. leeden. AL: 141. van het Regt dat de E: Nader door den Gouverneur en Raad te Bombaij in Ao 1765. om zig met geweld van 't Casteel meester te maaken. Dog hier zal ik de woorden zelfs ter needer stellen, zo als die te vinden zijn, bij brief van den 18„e februarij 1759. in de Engelsche taale aan Den Heer Taillefert en Raad geschreeven, en door M:r Spencer en zijnen Raad onderteekend; waarvan de overzetting aldus luijdt:„ wij verzee= „-keeren uw Edelens getrouwelijk, dat de uijtvoering „ der genomene maatregulen, in geenderlij wijze zal „ bemoeijenisse hebben met, of tot vermindering „strekken van de voorregten in den Handel of „ anderzinds, waartoe de Ed: neederlandsche „ oost- Jndische Comp:, of uw Edelens zelve „ in Souratta geregtigt zijn. „ „teffens zal ik hier bij voegen, het geen de Gouverneur en Raad te bombaij, in dato 25„e Januarij 1765. aan mij, en den Raad geschreeven §. 38. heeft. 431 Comp: tot Deeze Directie heeft Het een en ander is veel waard. heeft, tot bevestiging van de voormeldte guarantie, in volgende bewoording: „ Het is door onze uijt= „-drukkelijke last geweest, dat m:r Spencer uw „ Edelens de verzeekering gegeeven heeft, dewelke „zij in haar brief aanhaalen, en, dewelke „ wij althoos stiptelijk hebben aangekleeft, zijnde „ het onze bestendige poging geweest, om de voorregten „ der Europeese natien te Souratta gezeeten, „ onschendbaar te bewaaren. En deeze Twee stukken te samen gevoegt, maaken zeekerlijk uijt, de kragtigste verbintenisse, die men ooit in eene zaake van die natuur begeeren kan. Ia: kagte het een groot geluk voor de E Comp:, dat zij die bezit, bij 't ongeluk dat haar getroffen heeft, van zig onder de mayt van haare Competiteuren gestelt te zien, wanneer zig blijkens §. 27. de beste gelegendhijd aanbood, de overmagt zelfs in 9. 39. handen. d; zal ng geen

NL-HaNA_1.04.02_3239_0090 view scan ↗

English

No. 141. Of the Right that the Honorable Company has to this Directorate. And for the Honorable Company's interests of the utmost utility to obtain. And on that account I esteem their value so high, that I have not only removed the originals thereof from the common letter-books, and had them preserved in the secret Chest, just like the best firmans, whilst bare copies have been placed in their stead; but I also add two authentic extracts thereof, under No. 3 and 4 hereto behind, in order that the contents of the same may so much the better remain in memory, and be secured. Paragraph 40. For, whilst the affairs of the Great Mogol are presently brought to such a state that neither he nor his Governors of the cities have the power to afford us justice, and to protect against the vexation of others, this is the principal thing that against it 432 Company has to this Directorate. The conduct of the English chiefs contrary to the given assurances. can cover us against it. We have no other recourse than this to free ourselves from oppression. In these times, the quiet enjoyment of the Honorable Company's right to this Directorate, and the privileges attached thereto, rests almost solely and uniquely upon this. And in fact, this is also the only thing that has enabled me not only to oppose the unreasonable enterprises of the English chiefs here, but also to foil them in such a manner that it has been impossible for them to gain any ground upon me. Paragraph 41. Yet there has been no lack of attempts on their part, and they have indeed even begun very early to show their inclination to, if not No. 141. Of the Right that make the privileges useless, at least to curtail them. For notwithstanding the strong assurance given by Mr. Spencer, as appears from Paragraph 37, he was nevertheless no sooner established in the quiet possession of the Castle, than he already gave more or less cause for complaint, as appears from some letters which Mr. Taillefert himself has still written. His successor Mr. Price has indeed publicly done nothing, at least not according to the papers; and that certainly because he would then have had to miss the familiar and in many respects altogether improper conversation with Mr. Drabbe and some of our lesser servants, in which he nevertheless took great pleasure, and which was also by no means unprofitable to him. But his 433 the Honorable Company has to this Directorate. Mr. Hodges in particular committed a violent deed in the year 1762. successor Mr. Hodges did so much the more, and exceeded the bounds of equity so far that even many of his countrymen have disapproved of it. For it is he who, taking advantage of the incapacity of Mr. Drabbe, sought to overturn at once the honor, esteem, and welfare of the Honorable Company. And it is solely through his doing and procurement that the city Governor in the year 1762 forced our servants by violence, through a long-lasting occupation and confinement, not only to pay an excessive sum in cash, but also moreover to submit to the most shameful conditions that could ever be devised. Paragraph 42. No. 141. Of the Right that He still boasts of it upon the arrival of the Director in the year 1763. Paragraph 42. When I arrived here in the latter part of the year 1763, Mr. Hodges perhaps thought to deal with me on that same footing. For everything that I had asked or requested of him was either not granted at all, or else only very restrictively, contrary to the custom that had taken place in earlier times. And when I caused my complaint to be made about this, he was uncivil enough to let it be known: That I had no reason to complain of his conduct, since he would need to do much less if he wished to adhere strictly to the contract that was concluded during the occupation. Paragraph 43. 434 the Honorable Company has to this Directorate. But his mouth was quickly stopped But I took the very first opportunity to speak to him about it myself. I asked him: Whether, if he had been in the place of Mr. Drabbe, he would have requested the help of the Castle Governor in the capacity of mediator, or rather in that of Judge? And when he fell into deep thought upon this without answering anything, I further put to him: That it was known to him as well as to me, how in ancient times the Governors of the Castle had been obligated to take the side of the merchants and to help them when they were oppressed by the city Governor; and since he himself had already declared more than once that he held the Castle in possession not in the name of the English Company, but in the name of the Great Mogol, No. 141. Of the Right that the he ought on that account also in that matter, according to equity, to have acted not as mediator, but as Judge; that he consequently had done very wrongly in this piece of work; and that it would therefore be best for him to consign that incident entirely to oblivion, the more so as things had happened on that occasion whose discovery would certainly not redound to his honor at all, if I should be obliged to investigate the truth thereof and commit it to paper. And this had such an effect, that he not only persisted in his silence at that time, but neither he nor his successor have afterwards ever spoken again of the occupation, or of the extorted shameful contract. Paragraph 44.

Dutch transcription

C:os 1b: 144. van het Regt dat de E: En voor 'sE Comp:s belangen van de uyterste nuttighijd handen te krijgen. En ik schat uijt dien hoofde dezelve zo hoog van waarde, dat ik de orgineelen daarvan, niet alleen uijt de gemeene brief-boeken heb wegneemen, en even, als de beste Tiermans„ in de secreete Kas bewaaren laaten, terwijl bloote Copijen in haare plaatse zijn gelegt; Maar ik voeg ook nog twee authenticque Extracten daar =van, onder N:o 3. en 4. hier agter, op dat der „zelver Inhoud zo veel te beeter in 't geheugen blijven, en gesecureert werden mag. §40. Want, terwijl de zaaken van den Grooten mogol thans tot dien staat gebragt zijn, dat zo min hij als zijne Gouverneurs der steeden het vermogen hebben, ons Regt te verschaffen, en tegens den overlast van andere te bescher =men, zo is dit het voornaemste, wat ons daartegen. 432 Comp: tot deeze Directie heeft. Het gedrag der Engelsche opperhoofden contrarie de gegeeven verzeekeringen. daartegen dekken kan. Wij hebben geen ander toevlugt als deeze, om ons voor onderdrukking te bevrijden. zelfs steunt in deeze tijden hierop genoegzaam eenig, en alleen, het geruste genot, van sE Comp: Regt tot deeze Directie, en de voorregten die daaraan verknogt zijn. En in der daat is dit ook het eenigste, wat mij in staat heeft gesteld gehad de onreedelijke onderneemingen der Engelsche opperhoofden hier niet alleen teegen te gaan, maar ook zodanig te verijdelen, dat het voor hem onmogelijk is geweest, op mij eenig veld te winnen. §. 41. Hogthans heeft het hen aan geene poogingen gemanqueert, en zelfs hebben zij ook al heel vroeg begonnen gehad, hunne genegenthijd te toonen, om de voorregten zo niet. en Cat s: 141. Van het Regt dat niet nutteloos te maaken, ten minsten in te Krimpen. Want niet tegenstaande de kragtige verzeekering, door m:r Spencer blijkens 5. 37. gegeeven, zo was hij egter zo dra niet in de geruste bezitting van 't Casteel gevestigt, of hij gaf al min, of meer reeden van Klaegen gelijk uijt eenige brieven blijkt, die de Heer Taillefert zelfs nog geschreeven heeft. zijn opvolger M:r Price heeft wel in 't openbaar niets gedaan, ten minsten niet volgens de papieren; en zulx zeekerlijk, om dat hij dan zoude hebben moeten missen de gemeenzaeme. en in veel op zigten gantsch onbetamelijke Conversatie met Den Heer Drabbe, en eenige onzer mindere bediendens, waarin hij egter een groot behaagen hadde, en dewelke voor hem ook geenzinds onprofijtig was. Dog dies. 433 de E C:omp: tot Deeze Directie heeft. M„r Aodges in zondertijd heeft in ao 1762. een geweldig stuk gepleegt. dies vervanger m. r Hodges deed zo veel te meer„ en ging de paalen van billijkhijd zo verre te buijten, dat zelfs veelen zijner landsgenooten het afgekeurt hebben. Want hij is het, die gebruijk maakende van 't onvermogen van Den Heer Drabbe, de Eere, Agting, en het welzijn van de E Comp: op eenmaal zogte onder den voet te werpen. En 't is alleen door zijn toedoen en bestel, dat de stads Gouverneur in Ao 1762. onze bediendens, door eene langduurige bezetting, en opsluijting met geweld gedwongen heeft, niet alleen eene exces- „sive somma in Contant te betaalen, maar ook boven dien zig aan de schandelijkste Con= =ditien te onderwerpen, die ooit bedagt Kunnen werden. 9. 42. C Ab: 141. Van het Regt dat Hij draagter nog roem op bij aankomst van den Directeur in ao 1763. §. 42. Toen ik in 't laatste van het Jaar 1763. hier quam, meende W:re Hodges mogelijk met mij op dien zelfden voet te handelen. Want alles wat ik van hem vraagen, of verzoeken liet, wierd of in 't geheel niet, of dog niet als zeer bepaaldelijk toegestaan, contrarie de gewoonte, die in vroegere tijd plaats hadde gehad. En wanneer ik hierover mijn beklag liet doen, zo was hij onhebbelijk genoeg, van te laaten weeten:„ Dat ik geene reeden hadde, mij over „zyn gedragte beswaaren, alzo hij nog „ veel minder zoude behoeven te doen, „ als hij zig nauwkeurig houden wilde „ aan het Contract, dat in de „ bezetting geslooten was. „ §. 43. 434 de E Comp: tot deeze Directie heeft. Dog hem werd schielyl de mond gestopt Maar ik nam de eerste de beste gelegendheijd waar, om hem daarover zelfs aan te spreeken. Ik vroeghem:„ Dat als hij eens in de plaats van „ Den Heer Drabbe was geweest, of hij dan de „hulpe van den Casteels Gouverneur verzogt „zoude hebben, in de qualitijt van mediateur, „ dan wel in die van Regter „ En wanneer hij hierop in dipe gedagten raakte zonder iets te antwoorden, zo voerde ik hem verder te gemoed: „ Dat hem zo wel als mij bekend was, hoe in oude tijden de Gouverneurs van 't Casteel „ „ verpligt waaren geweest, zig aan de kant van „ de Kooplieden te voegen, en die te helpen, „ wanneer door den stads Gouverneur onderdaukt wierden; en dewijl hij zelfs al meer dan eens verklaart hadde niet uijt de naam van de Engelsche Comp: maar uijt naam van den „ Grooten Mogol het Casteel in bezit te 143. houden. „ „ No: 141. Van het Regt dat de „houden, dat hij uijt dien hoofde ook in die „zaak volgens de billijkhijd, niet als mediateur „maar als Regter hadde ageeren moeten; Dat „ hij bij gevolg in dit stuk zeer qualijk hadde „ gedaan; En dat het daarom best zoude weezen, „ dat hij dat voorval in 't geheel in 't vergeel „boek stelde, te meer alzo er bij die gelegenthijd „dingen gebeurt waaren, welker ontdekking „ hem zeekerlijk gantsch niet tot Eere zoude „strekken, als ik genoodzaakt mogte werden, „de waarhijd daarvan te onderzoeken, en op „'t papier te brengen. „ En dit was van die uijtwerking, dat hij niet alleen in die tijd bij zijn stilswijgen bleef, maar hij zo min als zijn opvolger hebben ook naderhand ooit weder van de Bezetting, of van het afgedwongen schandelijk Contract gesprooken. 2: 44.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0097 view scan ↗

English

435 Honorable Company has to this Directorate The Director wants to bring together the dispersed establishment. However, I had no less trouble on that account in achieving my great objective, which I had set before myself from the very beginning. This was to bring together the entire establishment of the Honorable Company at the wharf. The servants, who lived dispersed both in the Lodge and in other rented houses within the city, certainly had to be the first. And this went fairly easily. Because under the administration of Mr. Drabbe the way of life had been somewhat dissolute, and I expressed myself to all who spoke of it in such a manner that I would soon make a reform in this matter, and to that end keep the principal persons with me on the wharf under my eye, this was approved by everyone. Mr. Hodges § 44. even C: A8: 41. Of the Right that the Also gets the servants quickly with him at the wharf. But regarding the merchandise, great difficulties. even praised it as a matter that was necessary to curb once more the great license that many had assumed. And thus I brought outside not only the Council Members with most of the pen-men, but also the Trade and Pay Offices, and the medicinal shop, although the latter had to remain standing at the Gate for an entire twenty-four hours, possibly because Mr. Hodges only then began to understand what my aim was. Yet when I wanted to act in like manner with the merchandise, that had more to it, and I immediately in the beginning encountered so many difficulties that they seemed insurmountable at first glance. Nevertheless, I remained of good courage. And the spices § 45. being the 436 Honorable Company has to this Directorate. Which he nevertheless overcomes in the first Year. being the principal item, which had always been stored in the Lodge, I began already upon the arrival of the ships in the Year 1764 to work upon the Native Governors so that I might obtain permission to unload them at the wharf. But this was positively refused to me. However, Farischan, in the capacity of deputy and Toll-collector of the City Governor, promised that once the same had first been brought into the inner Lattij according to old custom, and toll was paid, he would then allow them to be transferred to the wharf. And in this he also kept his word. He gave permission on the 6th of January 1765. And everything having been made ready thereupon, the spices were on the 8th following, very quickly and unexpectedly, carried into vessels, and so brought to the wharf; where they also arrived safely and were stored. NE: 441. Of the Right that the and were stored, notwithstanding the great commotion that Mr. Hodges made to oppose it. For he, having received notice of the shipment, immediately gave orders to the City Governor to prevent such. The latter also at once sent men; but the vessels had already pushed off from the shore. Then they wanted to have them brought back by force, but before that could happen, I had taken care that everything was already stored away. And having thereby frustrated the intention of Mr. Hodges, he then let all his displeasure fall upon Farischan, and even wanted to deprive him of his dignity. But the latter also knew how to ward off that storm by demonstrating that he had granted no permission except with the prior knowledge of the 437 Honorable Company has to this Directorate. Yet not in the Second. the City Governor, whilst he for the justification of his conduct also added thereto: That when a merchant had paid the toll on his goods, he could take them and live therewith according to his pleasure, even if he wished to burn them or throw them into the water. § 46. Thus I indeed achieved my objective for that time. But taking into consideration that although I had the Native Governors on my side, I nevertheless could carry out nothing further in the future without Mr. Hodges, I addressed myself directly to him upon the arrival of the ship Velsen in the month of May 1765, with a message which I handed in writing to the then Cashier Ruperti, and of which a copy for Cs: 144. Of the Right that the whereof he makes use of an expedient. lies here behind for Your Honors' inspection under No. 5. And the first answer was also still fairly polite, Mr. Hodges merely saying: "That he could give no permission for the unloading of the spices at the wharf, because the Toll was defrauded too much there." Yet when Ruperti came again for the second time to make further application, he declared outright, "That I must not think that as long as the English Company had the mastery here in hand, anything would ever again be unloaded at the wharf." And now everything seemed to fall to pieces, the more so as Mr. Hodges showed the utmost anger at the last message. And therefore § 47. being compelled Honorable 438 Honorable Company has to this Directorate. He receives an ample authorization from Their Right Honors. being compelled to make a virtue of necessity, since I dared not delay the ship, I indeed had the spices brought into the inner Patthij and paid toll; but I nevertheless arranged it so that the same were already sold and weighed out the following day, in order not to be compelled to have the same stored in the Lodge; whilst I at the same time by that same ship gave notice of this occurrence, and my reflections regarding it, to Their Right Honors, by separate letter of the 19th of May 1765. § 48. To my good fortune I received on the 17th of October of the same Year, with the arrival of other ships, also an answer from Their Right Honors, which consisted of such an ample authorization that I all

Dutch transcription

435 E: Comp: tot deeze Directie heeft Den Directeur wil den verstroir =den omslag bij elkander brengen. Egter heb ik daarom niet minder moeijte gehad, om mijn groot oogmerk te berijken, dat ik mij van den beginne af hadde voorgesteldt. Dit was, om den gantschen omslag van de E Comp: op de werff bij een te brengen. De Bediendens, die zo in de Logie, als in andere gehuurde huijzen binnen de stad verstrooit woonden, moesten zeekerlijk de Eersten zijn. En dit ging tamelijk gemakkelijk. Want om dat onder 't Bestier van Den Heer Drabbe de leevens wijze wat ongebonden was geweest, en ik mij tegens alle die daarvan spraaken, in deezer voegen uijtliet, dat ik daarin spoedig een redres maaken, en ten dien eijnde de voornaamsten bij mij op de werff onder mijn oog houden zoude, zo wierd dit door een ieder goed gekeurt. W:r Hodges 5. 44. zelfs. C: A8: 41. van het Piegt dat de Krijgt ook de bediendens schielijk bij zig op de werff. Maar omtrent ten opzigte van de Koopmanschappen groote Zwaarigheeden. zelfs prees het, als eene zaak, die noodzaakelijk was, om de groote vrijtijd, die zig veele aangemaetigt hadden, weder in te binden. En dus kreeg ik niet alleen de Raads-Leeden met de meeste pernnisten„ maar ook het Negotie - en Zoldij Comptoiree, en ze medicinale winkel buijten, schoon de laatste een gantsch Elmaal aan de Poort moeste blijven staan, mogelijk, om dat m=r Hodges toen eerst begonnen te begrijpen, wat mijn zoeken was. Dog wanneer ik met de koopmanschappen in gelijker voegen wilde handelen, hadde dat wat meer te zeggen, en ik ontmoete straks in den beginne zo veel zwaarigheeden, dat die in den eersten opslag onverwinnelijk scheenen. nogthans hield ik goeden moed. En de specerijen 5. 45. het. 436 E: Comp: tot deeze Directie heeft. Die hij egter in 't eerste Jaar te boven komt. het voornaemste zijnde, die althoos in de Logie opgesleegen waren, zo begon ik al bij de aankomst der scheepen in 't Jaar 1764. bij de Inlandsche Regenten te bewerken, dat ik permissie erlangen mogte, die aan de werff te lossen. Maar dit wierd mij positief afgeslaegen. Egter beloofde Farischan, in de qualitijt als steede houder en Tholman van de Stads Gouverneur, dat als dezelve eerst volgens ouder gewoonte in de binnen Lattij gebragt, en verthoet waren, hij dan toestaen zoude, datze naar de werff mogten overgevoert werden. En hierin hield hij ook zijn woord. Hij gaf Permissie den 6„e Januarij 1765. En daarop alles klaar gemaakt zijnde, wierden de specerijen den 8„e daaraan, zeer schielijk, en onverwagts in vaartuijgen gedraagen, en zo naar de werff„ gebragt; alwaarze ook behouden aanquaam, en opgeslagen. NE: 441. Van het Regt dat de opgeslagen wierden, niet tegenstaande de groote beweging, dit m.r Hodges maakte om het teegen te gaan. Want hij van den afscheep kennis gekreegen hebbende, gaf terstond ordre aan den stads Gouverneur om zulx te beletten. Deeze zond ook ten eersten volk; maar de vaartuijgen waren al van de wal gestooken. Toen wilde „men die gewveld weder te rug laaten haalen, dog eer dat geschieden konde, hadde ik zorge ge= =draagen, dat alles al geburgen was. En daardoor het voorneemen van m. r Hodges te leur gesteld hebbende, zo liet die toen al zijn mis- „noegen op Farischan vallen, en wilde hem zelfs van zijne waardighijd berooven. maar deeze wiste dien storm ook af te keeren, met aan te toonen, dat hij geene permissie verleend hadde, dan met voorkennisse van den. 437 E: Comp: tot deeze Directie heeft. Dog in 't Tweede niet. den stads Gouverneur, terwijl hij tot regtwvardi= „ging van zijn gedoente teffens nog daar bij voegde: Dat als een koopman zijn goed verthold hadde, hij het zelve brengen, en daarmeede leeven konde naar zijn welgevallen, al was 't ook, dat hij het verbaande, of in 't water werpen wilde. §: 46. Dus bereijkte ik voor die tijd wel mijn oogmerk. Maar in aanmeaking neemende, dat schoon ik de Inlandsche Regenten op mijne hand hadde, ik egter zonder M:r Hodges in den aanstaande niets meer zoude uijtvoeren kunnen, zo addresseerde ik mij, bij aankomst van 'tschip Velsn in de maand maij 1765. direct aan hem, met eene boodschap, die ik den toenmaligen Cassier Ruperti schriftelijk ter hand stelde, en waarvan een afschrift tot. : oor Cs: 144. Van het Regt dat de wes hij zig van eenen uijtweg bediend. tot Uw Ed„s, speculatie onder N:to 5. hier agter legt. En het eerste antwoord was ook nog tamelijk beleeft. zeggende M:r Hodges eenelijk:„ Dat hij tot den ontlos der specerijen „ op de werff geene permissie geeven konde, „ om dat daar de Thol te veel gefraudeert „ wierden. „ Dog wanneer Ruperti voor de Tweede Keer weederom quam, om nader aanzoek te doen, zo verklaarde hij rond uijt, Dat ik „ niet moeste denken, dat zo lange de Engelsche Comp: het meesterschap hier in handen hadde „ aan de werff ooit iets weeder ontlost zoude „ werden. En nu scheen alles in duijgen te leggen te meer, aeze M:r Hodges bij de laatste bood= schap de uijterste quaadhijd toonde. En daarom §. 47. genoodzaekt E: 438 E: Comp: tot deeze Directie heeft. Aij krijgt van Haar Hoog Edelens eene ruijme qualificatie. genoodzaakt zijnde, uijt de nood eene deugt te moeten maaken, dewijl ik het schip niet duafde ophouden, zo liet ik de specerijen wel in de binnen Patthij brengen, en verthollen; maar ik beschikte het egter zo, dat dezelve sanderen dags al verkogt, en uijtgewoogen waren, om niet genoodzaakt te zijn, de zelve in de Logie te laaten opslaan; ter= =wijl ik teffens met dat zelfde schip nog, van dit voorval, en mijne bedenkingen dienaangaende aan Haar Hoog Edelens Kennisse gaf, bij aparte brief van den 19:en Maij 1765. 9. 48. Tot mijn geluk ontfing ik den 17„e October van 't zelfde Jaar, met de aankomst van andere scheepen ook antwoord van Haar Hoog Edelens, het welk in zulk eene ruijme qualificatie bestond, dat ik alle.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0104 view scan ↗

English

CHAPTER 441. Of the Right that the Honorable Company has to this Directorate. Engages more closely in that matter. Employs all kinds of means. might employ all means against Mr. Hodges that time and opportunity would provide me, even if the ships had to be sent with their full cargoes to other places. Being able, then, to make a beginning upon this foundation with an easy mind, I ordered the brokers to request permission all at once for the unloading of all goods in general at the wharf, instead of this having been done previously for the spices and the copper separately, and for the sugar and other coarse wares also separately. And this having already been done the following day, and indeed in writing according to custom, the city Governor also immediately gave his consent in writing. But the next day he withdrew it again, and ordered Farischan to allow no goods at all to be unloaded at the wharf, but everything inside the city. I lodged complaints about this more than once with the governor. But receiving no other answer than that he could give no permission, I sent the Council Members van Hurn and Huijsinga on the 23rd as Commissioners to Mr. Hodges, after I had prepared a memorial for them, a copy of which, No. 6, is appended hereto for Your Honor's perusal, because it contains the grounds upon which my claim was based, and the manner in which to make use thereof. But this bore no fruit. Mr. Hodges declared that nothing besides sugar was allowed to be unloaded at the wharf. I sent those same Commissioners to him again that same day, and on the 24th once more. But they returned with the same answer, only with this addition: "That Mr. Taillefert had also been a sensible man, and that he had not desired such things; how did it happen, then, that I desired them?" Even the City Governor had no power over him, although on the advice of Farischan he went to him in person solely for that reason. And being therefore quite compelled to take another course, I outwardly pretended as if I had taken a firm resolution to send the ships away again unloaded. I made this publicly known to all Council Members, and to everyone who came to speak to me about that incident. Whereupon permission finally follows to unload directly at the wharf. The unloading vessels that already lay before the wharf with goods, I had depart again for the Roadstead. And I even sent the ship commanders on board with a written order that, without further instruction, they were not to come ashore again, but were to keep themselves ready to sail at all times. But secretly, however, I gave the brokers orders and authorization to test what they could achieve with a substantial present with Mr. Hodges, provided that this were done as if without my knowledge, and solely in their own name. And this and other things finally had the desired effect. For the Native Rulers, not wishing to lose their tolls and other revenues, sent me message after message asking me not to be too hasty, while they held before Mr. Hodges' eyes his unfair conduct in the most emphatic manner. The common people, and especially those who have the privilege of exclusively being allowed to unload and ship the goods, reproached him in public with abusive words, saying that he wanted to let them starve of hunger. And Mr. Hodges himself, forced on the one hand by this, and on the other hand also not disinclined to profit from the offer of the brokers, began to behave entirely differently. I was warned underhand to send Commissioners to him just once more. And this having taken place on the 27th, they not only received this answer in public: "That he would see whether he could persuade the city Rulers to allow all merchandise, including the copper, to be unloaded at the wharf, but that the spices absolutely had to be brought inside the city and cleared of duty there." But he also had me assured under oath through the present secretary Holmberg, whom I used privately to go back and forth: "That all goods would be unloaded at the wharf, except the spices, and that this could presently not possibly be otherwise, but that he would nevertheless do his best to ensure that I would also get them outside after the clearance of duty." At the same time the city Governor, by his order, had that same assurance given on the 28th by a man of distinction. First all merchandise. And Farischan likewise having promised that he would ensure that the spices came outside after the clearance of duty, a beginning was immediately made with the unloading. Everything was brought to the Wharf and stored there. I even obtained there on the 5th of December all the spices from a ship, under the pretext that they had become wet, and therefore all had to be dumped and sorted out, which could not possibly be done in the inner city for lack of space. And I do not doubt that Mr. Hodges would have kept his word with respect to the rest as well, although he himself [illegible] that matter a little.

Dutch transcription

CA P: 441. Van het Regt dat de Bindt daarop die zaak nader aan. alle middelen tegens m. r Hodtges in 't werk mogte stellen, die mij de tijd en gelegendhijd maar aan de hand geeven; al was het ook, dat de scheepen met hunne volle Laedingen naar andere plaatzen verzonden moesten werden. Op dit fondament dan met een. gerust haale een begin kunnende maaken, zo gaf ik de makelaars last, tot den ontlos aan de weaff van alle goederen in 't Generaal op een maal permissie te verzoeken, in steede dat zulx voor deezen geschied was, van de specerijen, en 't Kooper apart, en van de Zuijker, en andere grove wharen ook apart. En dit sanderen dags „al geschied zijnde, en wel schriftelijk §: 49. volgens. 6 439 E Comp: tot deeze Directie heeft. Bediend zig van alderhande middelen. volgens gewoonte, zo gaf de stads Gouverneur ook terstond schriftelijk zijn toestemming. Dog den volgenden dag took hij die weeder in, en gelaste Farischan, op de werff in 't geheel geene goederen te laaten rlossen, maar alles binnen de stad. Ik liet daarover Een, en andermaal doleeren bij den gouverneur. Dog geen ander antwoord krijgende, dan dat hij geene permissie geeven konde, zo zond ik den 23„e De Raads-Leeden van Hurn en Huijsinga, als Gecommitteer„ =dens naar M:r Hodges, na dat ik voor haar een memorie in gereedhijd hadde gebragt, waarvan een afschrift:n N:o 6. hier agter legt, tot uw Ed. s speculatie, om dat dezelve de gronden bevat, waarop mijn eijsch gesteurt heeft, en de manier hoe daarvan gebruijk te maaken. Maar dit was van geen vrugt. Mr. GNa: 144. van het Regt dat de m:r Hodges verklaarde, dat buijten de zuijker niets aan de werff gelost mogte werden. Ik zond dien zelfden dag, en den 24: e nog eens, die zelfde Gecommitteerdens aan hem. Dog zij quamen met het zelfde antwoord, weder te rug, alleen met deeze bijvoeging. „ Dat De Heer „Taillefert ook een verstandig man was „ geweest, en dat die zulke dingen niet begeert „hoe het dan quam dat ik ze begeerde„ „ hadde „ zelfs vermogte de Stads Gouver„ =neur niets op hem, schoon die op den raad van Farischan, alleen om die reeden in persoon bij hem ging. En daarom wel genoodzaakt zijnde, eenen anderen wag in te slaan, zo hield ik mij voor het uijterlijke, als of ik een vast besluijt ge= „noomen hadde, de scheepen ongelost weder wag te zenden. Ik maakte zulx in 't openbaar. w 440 E: Comp: tot deeze Directie heeft Waarop eijndelijk permissie volgt „ om dierect aan de werff te ontlossen. openbaar bekent aan alle Raads-Leeden, en een ider, die mij over dat voorval quam spreeken. De Losvaartuijgen die bereeds met goederen voor de werff lagen, liet ik weeder naaa de Rheede vertrekken. En zelfs zond ik de scheeps over- heeden met eene schriftelijke ordre naar boord, datze buijten naderen last, niet weder aan de wal komen, maar zig alle oogenblikken zijlvaardig houden moesten. Maar in stilte gaf ik egter de makelaars last en qualificatie, om eens te beproeven walze met een aanzienlijk present bij M:r Hodges uijtvoeren konde, mits zulx geschiede als buijten mijnweeten, en alleen op hunnen naam. En dit een en ander had eijndelijk de gewenschte uijtwerking. Want de Inlandsche 5. 50. Regenten. 6 Ab: 141. Van het Regt dat de Regenten niet gaarne hunne Teollen, en andere Inkomsten willende missen, zonden mij boodschap op boodschap, van niet te haastig te willen zijn; terwijl zij H:r Hodges op de nadrukkelijkste wijze zijne onbillijk gedoente voor oogen hielden. De gemeene menschen, en voornamentlijk, die het voorregt hebben, van alleen de goederen te mogen lossen, en afscheepen, verweeten hem in 't openbaar met scheld woorden, dat hij hen van honger wilde laaten sterven. En M„r Hodges zelfs, aan de eene kant hierdoor gedwongen, en aan de andere ook niet ongeneegen zijnde, van het bod der makelaars te profiteeren, begon zig ganss anders te gedraagen. Ik wierd onder 'Thands gewaarschout, nog maar eens Gecommitteerdens. — 441 E: Comp: tot deeze Tirectie heeft. Gecommitteerdens aan hem te moeten zenden. En dit den 27„e geschied zijnde, kreegenze in 't openbaar niet alleen dit antwoord:„ Dat hij „zien zoude, of hij de stads Regenten persua= „-deeren konde, om alle Koopmanschappen, daar „ onder ook het kooper, aan de werff te laaten „ lossen, dog dat de specerijen absolute binnen „ de stad gebragt en daar vertholdt moesten werden. „ Maar hij liet mij ook door den „ presenten secretaris Holmberg, dien ik in 't particulier gebruijkte om over en weder te gaan, onder Eede verzeekeren:„ Dat alle „Goederen aan de werff gelost zouden werden, „ behalven de specerijen, en dat dit voor „ Jegenswoordig onmogelijk anders zijn konde, „maar dat hij egter zijn best zoude doen om „te maaken, dat ik die na de vertholling „ ook buijten kreeg. „ Teffens liet de stads- Gouverneur Ctb: 112. Van het Regt dat de Eerstalle koopmanschappen. Gouverneur, ter zyner ordre, den 28„en door een man van aanzien, die zelfde verzeekering doen. En Farischan ins gelijx hebbende laeten belooven, dat hij maaken zoude, dat de specerijen na de vertholling buijten quamen zo wierd met den ontlos terstond een begin gemaakt. Alles wierd aan de Werff gebaagt en daar opgeslagen. zelfs kreeg ik daar den 5„e December al de specerijen van een schip, onder voorwendzel, dat die nat geworden waren, en daarom alle moesten ge= =stort, en uijtgezogt werden, het gund in de binnen stad uijt gebaek aan ruijmte on= mogelijk geschieden konde. En ik twijffel niet, of M:r Hodges zoude ten opzigte van de overigen ook zijn woord hebben gehouden, schoon hij zelven die zaak een wijnig.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0111 view scan ↗

English

Honorable Company has in this Directorate. And subsequently he had to treat the spices with little caution, because he had made too much commotion in the beginning. But due to his unexpected recall and departure from here, he was prevented therein. However, his successor accomplished that which had been impossible for him, freely, for the latter, being a man even much more attached to money than his predecessor, let himself be quickly persuaded by the brokers, all the more since he received private letters from the Governor of Bombay, W: Crommelin, with whom I had meanwhile become friends. He only demanded, for appearances' sake, the Farman of the year 1729, to which I had appealed. And when this was sent to him in original by two Council Members, and was approved Chapter 4, Section 41. Of the Right of the A detailed description of this event is necessary. both by him and by the city Governor, permission followed not only at that time, and the spices were effectively transferred from the city to the wharf on the 20th of April 176., but they have also since then always been discharged directly at the wharf with all other merchandise, and paid duty and stored there, without anyone ever opposing it further. Paragraph 51. I have described this event somewhat in detail, not only because it may serve as an example for the future, but also because I consider the achievement of my objective in this matter to be the most important, substantial, and advantageous of all that I, with respect to privileges, executed Honorable Company has in this Directorate. during my five-year administration. For before the time of Mr. Schreuder, nothing at all was allowed to be discharged or shipped off at the wharf, except for equipment, provision, and commissioned goods. His Honor was the first who obtained permission for the cotton trade, to be allowed to place a latthi there, and who subsequently, or in the year 1748, also by seizing all native vessels on the roadstead, forced the city Governor to note in his own hand and grant on certain submitted points: "That merchandise might be discharged both at the wharf and in the inner city." During the troubles that prevailed here subsequently, some use was made Chapter 4, Section 41. Of the Right that the of this now and then. But the spices, and generally also the copper, were nevertheless always stored within the city. Even some of my Council Members thought, when I began this and encountered so much opposition, that I was taking vain trouble, and that neither the native rulers nor the English would ever permit it in eternity. It is also true that the rulers have never recognized, nor wished to grant to us, the actual effect of the aforementioned Farman, whereby "The Director of the Dutch Trading Post in Surat was permitted, in Sengiebander, the quarter where our wharf lies, within the outer city walls, at the river side, to buy land for his own money, and to make a place there for the storage of merchandise." Honorable Company has in this Directorate. The Honorable Company has thereby acquired a privilege of great value. "make." But all those difficulties are now entirely cleared out of the way. The validity of the Farman is recognized both by the native rulers and by the English. We effectively enjoy the peaceful possession of that which we were entitled to claim on that account. The spices and all other merchandise are now under the eye of the Director. The entire enterprise of the Honorable Company, which was previously so divided, is now brought together in a small compass. And being able to say with right, therefore, that the obtaining of this is a great work; yes, that that which previously consisted only of a concocted pretension and a forced concession has hereby become a real and confirmed privilege, Chapter 4, Part III. Of the Right that the The Honorable Company not yet possessing any lands in property. Mr. Schreuder nevertheless effects the contrary. I also hope that my expatiating on this occurrence will not be considered unnecessary work. Under the preceding Paragraph 51, I said, among other things, that the native rulers never wished to let us enjoy the effect of the Farman of the year 1729. And this has mainly consisted in this: that the deeds of purchase of any bought lands or plots could not be granted by the Qadi, the magistrate, in the name of the Honorable Company, or of any of the Europeans. Nevertheless, Mr. Schreuder managed to arrange it so at the time of the troubles, that two deeds of purchase, one in his own and one in the Honorable Company's name, were executed by the Qadi. Paragraph 52. Our Honorable Company has in this Directorate. The English revoke that privilege again. Our servants also appealed to that during the Occupation of which mention is made in Paragraph 41. Yet Mr. Hodges not only declared those papers null and of no value, under the pretext that, according to a general law of the land of the Great Mughal, no European might possess any houses or plots in property, but he also stipulated in the conditions agreed upon at that time, that none of ours should in the future ever be allowed to buy anything again without prior knowledge and consent of the city and Castle Governor. And since our servants were forced to submit to that, the acquisition of Mr. Schreuder seems to have thereby become more or less useless. But I have nevertheless had the opportunity to [illegible] the same.

Dutch transcription

442 E: Comp: tot deeze Directie heeft. En naderhand de specerijen wijnig voorzigtig tracteeren moeste, om dat hij in den beginne al te veel beweeging hadde gemaakt. Maar door zijn onverwagt op ont= =bod en vertrek van hier, wierd hij daarin verhindert. Egter volbragte zyn opvolger het geen voor hem onmogelijk was geweest. vrij want deeze een man zijnde, nog veel meer gesteld op den penning, dan zijn voorzaat„ liet zig schielijk door de makelaers over= haalen, te meer, alzo hij van den Gouverneur van Bombaij W: Crommelin, met wien ik ondertusschen in vriendschap was geraakt, particulier aanschrijvens Kreeg. Alleen eijschte hij voor 't oog de Tieaman op, van 't Jaar 1729; waarop ik mij beroepen hadde. En deeze in Orgineel door Twee Raads- Leeden aan hem gezonden, en zo wel door C:A d:o 41. Van het Regt van de Een uijtverige beschrijving van dit voorval is noodzakelijk. door hem als door den stads-Gouverneur goedgekeurt zijnde, zo, volgde niet alleen toen ter tijd de permissie, en de specerijen wierden effective den 20„e April 176. uijt de stad naer de werff overgebragt, maar dezelve zijn ook tsedert althoos met alle overige koopmanschappe direct aan de werff ontlost, en daar vertholt en opgeslaagen, zonder dat zig ooit iemand verder daartegen heeft gekant. 3. 51. Ik heb dit voorval een wijnig uijtvoerig beschreeven, niet alleen, om dat het dienen kan tot een voorbeeld voor den aanstaende, maar ook, om dat ik de bereijking van mijn Callor oogmerk in dit stuk houde, voor het aan= „gelegendste, zakelijkste, en voorteeligste, van alles wat ik ten opzigte vande voorregten, geduurende. 443 E: Comp: tot denze Directie heeft. geduurende mijn vijfjaarig Bestier uijtge= voert heb. Want voor de tijd van Den Heer Schreuder mogte aan de werff in 't geheel niets ontlost, nog afgescheept werden, dan de Equipagie- Provisie- en Bestel-Goederen. zijn Edele is de Eerste geweest, die permissie verkreeg voor den Cattoen handel, daar eene Lattij te mogen zetten, en dewelke vervolgens. of in A:o 1748 ook door 't in 't beslag neemen van alle Inlandsche scheepen op de Rheede „den stads Gouverneur dwong, op zeekere voor= draags Pointen, eijgenhandig te noteeren, en toe te staan: „ Dat de Koopmanschappen, zo „wel aan de werff als in de binnen stad ont= „. - lost mogten werden. „ Geduurende de troubelen, die in 't vervolg hier geheerscht hebben, is daarvan nu en dan ook eenig —. gebruijk. Ob: 411. Van het Regt dat de gebruijk gemaakt. maar de specerijen, en doorgaans ook het koper, zijn egter althoo binnen de stad opgeslagen. zelfs vermeenden eenige van mijne Raads-Leeden, toen ik hiervo begon, en zo veel tegenstand ontmoette, dat ik vergeefsche moeijte deed, en dat de Inlandsche Regenten nog de Engelschen het in den euwig„ hijd niet toestaen zoude. Ook is het waar„ dat de Regenten nooit hebben erkennen, nog aan ons toestaen willen, het dadelijk Effect van de voormeldte Firman, waarbij „ Den „ Directeur van het Hollandsch Comptoir „ te souratta gepermitteerd werd, in Sengie„ „ bander /:de wijk waar onze werff legt:/ „ binnen de buijten stads muuren, aan de „ Revier Kant, voor zijn eijgen geld grond „ te koopen, en daartot berging van de „ koopmanschappen een plaats te maaken. 444 E: Comp: tot deeze Directie heeft. De E Comp: heeft daar door een daar door het voorregt verkreegen ^ van groote waerde. „ maaken. „ Dog alle die zwaarigheeden zyn nu in 't geheel uijt den weg geruijmt. De deugdelijkheijd van de Ferman is zo wel door de Inlandsche Regenten, als door de Engelschen erkent. Wij genieten effective de geruste be- =zitting van het geen wij uijt dien hoofde vorderen mogten. De specerijen en alle andere Koopmanschappen, zijn nu onder 't oog van den Directeur. De gantsche omslag van de E Comp:, die bevoorens zo verdeelt was, is nu in een kort bestek bij een gebragt En daarom met regt mogende zeggen, dat de verkrijging hiervan een groot werk is; Ja dat hierdoor tot een wezendlijk, en bevestigt voorregt geworden is, het geen voor deezen maar in eene gemaakte pretensie, en afgedwongene vergunning bestond, zo hoop. G. P: III. Van het Regt dat de De E Comp: nog geene Erven in eijgendoo bezetten. De Heer Schreuder bewerkt egter het tegendeel. hoop ik ook, dat mijne uijtbrijding over deeze gebeurtenisse voor geene onnodig werk gehouden zal werden. Bij de voorgaende 5. 51. heb ik onder anderen gezegt gehad, dat de Inlandsche Regenten ons nooit het effect van de Firman van ao 1729 hebben willen genieten laaten. En dit heeft voornamentlijk daarin bestaan: Dat de Koop= brieven van eenige gekogte Landerijen, of Erven, niet op 'sE Comp. s naam, of iemand der Europeers door den Cagie /:wethouder / verleend mogte werden. Nogthans wiste De Heer Schreuder ten tijde van de troubelen het zodanig te beschikken, dat Twee Koop- brieven, een op zijn; en een op sE Comp:s naam van den Cagie gepasseert wierden. 3. 52. Onze. 445 E: Comp: tot deeze Directie heeft. De Engelschen trekken dat voorregt weder in. Onze bediendens beriepen zig daarop ook in de Bezetting, waarvan §. 41. mentie is gemaakt. Dog M:r Hodges verklaarde die papieren niet alleen voor nietig, en van geender waarde, onder voorgeeven, dat volgens eene algemeene Lands-wet van den Grooten Mogol, geen Europeer eenige Huijzen, of Erven in eijgendom bezitten mogte, maar hij stelde ook bij de toen ter tijd bedongene Conditien vast, dat niemand der onzen in den aanstaende ooit weder iets zoude koopen mogen, zonder voorkennisse, en toestemming van den stads- en Casteels Gouverneur. En dewijl onze bediendens gedwongen waaren, zig daaraan te onderwerpen, zo schijnt de verkrijging van Den Heer Schreuder daardoor ook min, of meer nutteloos te zijn geraakt. maar ik heb egter gelegendhijd gehad, dezelve.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0118 view scan ↗

English

Chapter 18: II. Of the Right that the Honorable Company has to this Directorate. At present it has been restored anew. to restore the same again in its full force. For not only is the aforementioned Farman of the year 1729 now fully approved, and we on that account may buy and possess in ownership lands and premises, but I have also, as appears from the record in the Resolution of the 14th of February 1767, actually purchased a house, for which the Qadi granted the bill of sale in the name of the Honorable Company. And this is to be considered all the greater, because it took place under the rule of the English, and they cannot pretend either to be ignorant of it, since Mr. Price even called the Qadi before him and rebuked him about it; who, however, excused himself with the plea that he had followed the example of one of his earlier predecessors. Paragraph 53. The English seek to exclude private merchants from the privileges, but could not bring it that far. At the opening of free navigation and trade, Mr. Schreuder obtained it as a privilege from the native rulers that the goods of private individuals would be cleared of customs duties just like those of the Honorable Company. And this also happened in that way, until first Mr. Hodges and afterwards Mr. Price opposed it, and demanded that the private individuals should pay as much for customs duties as the unprivileged inhabitants of this city. The latter even once demanded a separate memorial of what belonged to the Honorable Company and what was private. But I rejected that, saying: "That he had no need of it at all; for the Farmans were granted not in the name of the Honorable Company alone, but in that of the Dutch in general; that consequently no distinction could be made between the Honorable Company and its subordinates; and even if that were so, private individuals had nevertheless now for many years enjoyed the same privilege as the Honorable Company, and that on that account it was not in his power to make any change therein, since Mr. Spencer and the Council of Bombay had guaranteed all our privileges, both of private individuals and of the Honorable Company." And since he could bring forward nothing against this, because my remonstrance, as appears from Paragraphs 31, 37, 38, and 39, rests on the best grounds, it has ever since remained at that. Paragraph 54. Of the Honorable Company's merchandise, having once been cleared of customs duty upon arrival, no one may, according to the Farmans, demand any duty when the same are sent outward again by the Honorable Company. The request to obtain permission for that free export has, from the earliest times, not been made to the city governor by the Director, but only by the brokers in writing, which in the native language bears the name of Arzi /: Petition:/. But three years ago Mr. Hodges demanded that I should always sign those papers myself, under the pretext: "That the brokers defrauded the customs all too much by exporting in the name of the Honorable Company goods that they had already sold to other merchants; that this could not happen if their petitions had to come under my eyes; and that on that account he demanded nothing from me but what I could not well refuse without committing an injustice." The remonstrance made against it. I did indeed at that time reject this request and also completely diverted Mr. Hodges from his demand, by pointing out to him: "That the Dutch Directors were indeed accustomed to present Ruqqas /: Memorials:/ to the city governor, but no Arzis /: Petitions:/; that this latter had always been the work of the brokers; that on that account I could make no change in such an ancient and legitimate custom without greatly detracting from the honor of myself and of my successors; and that in case the statement of the brokers should appear suspicious to the governor, he need only send a gentleman of respectability to me, whereupon I assured him I would not only tell him the exact truth, but that I would also compel the brokers to pay him ten rupees for every single rupee that they could be convicted of having defrauded in this matter during my presence." But a few days ago Mr. Price revived this dispute, by giving explicit orders to the governor not to accept any Arzi from the brokers, much less sign it, if it had not first been signed by me. And this went so far that some goods that were intended for Broach had to remain detained. I did indeed immediately send the court-attendant to lodge my complaint about this. But being able to accomplish nothing with verbal messages, I wrote him a Ruqqa, which is appended hereto under Number 7, in case it might at some time be of some use to Your Honor in a similar case. Is of effect. And this was also of such effect that not only was permission granted for the export of the aforementioned goods, but also that at the same time 750 canassers of sugar were actually shipped, which the brokers indeed sent from the warehouse and in the name of the Honorable Company, but for their own account, on freight with a ship of Mr. Hodges to Sindh. Attachment. It has been a custom from ancient times that the Directors alone, without interference from the city rulers, have settled such...

Dutch transcription

C 18: 11. Van het Regt dat de Hogthans is het op 't nieuw hersteet. dezelve in haare volle kragt weder te herstellen Want niet alleen dat de voormeldte Tirman van A. o 1729. nu volkomen goedgekeurt is, en wij uijt dien hoofde Landerijen, en Erven koopen, en in eijgendom bezitten mogen, Maar ik heb ook blijkens het aangeteekende ter Resolutie van den 14„en Febru: 1767. weezendlijk een huijs gekogt, waarvan de Cagie den koop-brief op de naam van de E Comp: heeft verleent. En dit is zo veel te grooter te agten, dewijl het geschied is, onder de Regeering der Engelschen, en zij ook niet voorwenden kunnen daarvan onkundig te zijn, alzo W. e Price den Cagie nog bij zig geroepen, en daar over berispt heeft; dog dewelke zig daarmeede verschoonde, dat het voorbeeld van een zijnen vroegere voorzaaten hadde gevolgt. §: 53. 446 E: Comp: tot deeze Directie heeft. De Engelschen zoeken de„ particuliere negotianten van de vooregten uijt te sluijten. dog konden het zo verre niet brengen Bij't open stellen van de vrije vaart en Handel heeft De Heer Schreuder, als een voorregt van de Inlandsche Regenten versklaer =gen gehad, dat de Goederen van Particulieren, even, als die van de E Comp: verthoet zouden werden. En dit is ook zo geschied, tot eerst m:r Hodges, en naderhand m. r Price daar tegen opquam, en begeerden, dat de Particulieren zo veel voor de Thoe zouden betaalen, als de ongepriviligeerde Ingezeetenen deeser stad. zelfs eijschte de laatste eens Eene aparte Memorie, van het geen 'sE Comp:s en particulier was. Dog ik wees dat van de hand, met te zeggen: „Dat hij die in 't geheel niet noodig hadde; „ want dat de Firmans verleend waren, „ niet op de naam van de E Comp: alleen, 3. 53. „maar. en Cot 8: 144. Van het Regt dat de Verzoek schriften aan de stads„ gouverneurs, zyn althoos door de makelaers gepresenteert. „ maar op dien van de Hollanders in 't ge= „neraal; Dat bij gevolg tusschen de E Comp: „ en haare onderhoorige geen onderschijd „ gemaakt konde werden; En schoon al, dat „ egter de particulieren nu al 'tsedert veel „ Jaaren, het zelfde vorregt genooten habbe, „ als de E Comp:;, En dat het uijt dien hoofde „ niet in zijne magt stond, daarin eenig „verandering te maaken, alzo W:e spencer „ en 't ministerium van Bombaij alle onze „ voorregten geguarandeert hadden, zo van „ Particuleeren als van de E Comp: „ En dewijl hij niets hier tegen inbrengen konde, doordien mijn vertoog blijkens §. 31. 37. 38. en 39. op de beste gronden steunt, zo is het ook 'tsedert daar bij gebleeven. 9. 54. Van sE Comp:s Koopmanschappen, bij den aanbreng eens verthoet zijnde, mag volgens: 447 E: Comp: tot deeze Directie heeft. De Engelschen begeeren, dat de Directeur die zelfs teekenen zal. volgens de Tirmans niemand eenige geregtighijd vorderen, als dezelve door de E Comp: weder naar buijten verzonden werden. Het verzoek, om tot die vrije verzending permissie te erlangen, is van de oudste tijden af niet door den Directeur, maer alleen door de Makelaars aan den stads Gouver= „neur gedaan, bij geschrifte, het welk in 't Jnlands de naam draagt van Arsie /: Request:/. Dog voor drie Jaaren begeerde m r Nodges, dat ik die papieren althoos zelfs zoude teekenen, onder voorgeeven: „ Dat de Makelaars al te veel de „ Thollen frauceerden, met op de naam van „ de E: Comp: goederen te verzenden, die zij „ bereeds aan andere kooplieden verkogt hadden; „ dat dit niet zoude geschieden kunnen, als „haare verzoek schriften onder mijn oog „ moesten komen; en dat hij uijt dien hoofde „ niets van mij begeerde, dan het geen ik „zonder. C: A. P: II. Van het Regt dat de Het vertoog daar teegen gedaen. „zonder onbillikhijd te pleegen niet wel wijgeren „ konde . „ Ik heb toen ter tijd dit aanzoek wel van de hand geweezen, en ook W„: Hodges van zijne vordering in 't geheel gediverteert, met hem voor te houden:„ Dat de Hollandsc ha „ Directeurs wel gewoon waaren, aan den „ stads Gouverneur Rockas /: Memorien:/ „ te presenteeren, maar geene Arsies /: Requeste „ Dat dit laatste althoos het werk was geweest van de makelaars; Dat ik uijt „ dien hoofde in zulk oud en gewettigt gebruijk geene verandering konde maaken, „ zonder der Eere van mij, en van mijne „ opvolgers grootelix te kort te doen; En „ dat ingevalle de opgaave der makelaars „ den Gouverneur verdagt mogte voorkomen„ hij maar een man van fatzoen bij mij moeste zenden, als wanneer ik vorzeekerde „ hem niet alleen de regte waarhijd te „ zullen zeggen, maar dat ik ook de „makelaars. „ „ „ 6: 448 E: Comp: tot deeze Directie heeft. „ makelaars noodzaaken zoude, aan hem „Thien Ropijen te betaalen, voor ieder enkeld „ Ropij, die zij overtuijgt konden werden, in „ dit stuk geduurende mijn aanweezen „ gefraudeert te hebben. „ Dog voor wijnig dagen heeft M. r Price dit verschil weder leevendig gemaakt, met aan den Gouverneur uijtdrukkelijk ordre te geeven, van de Makelaars geene Arsie aan te neemen, veel min te teekenen, wanneer die niet eerst door mij geteekend was. En dit ging zo verre, dat eenige goederen, die voor Brootchia geprojecteert waren, hebben moeten blijven overleggen. Ik zond wel ten eersten den Hofganger, om daarover mij beklag te doen. Dog met mondelinge boodschappen niets kunnende uijtvoeren, zo schreef ik aan hem eene Rokka, die onder N„o 7. hier agter. Ab: 11. Van het Regt dat de Is van effect. Op de nalatenschap van een onzer makelaars, was de hand gelegt. hieragter legt, om of ze zomtijds voor UwEd in een gelijk geval van eenige niet konde zijn. En dit is ook van dat effect ge= =weest, dat niet alleen tot de verzending van de voormeldte goederen permissie is verleend, maar ook dat teffens 750. Canassers zuijker effective afgescheept zijn, die de makelaars wel uijt het Pakhuijs, en op de naam van de E: Comp: dog voor hun eijgen Reekening, met een schip van M„r. Hooges op vragt naar sindie verzonden hebben. Nots. Het is van oude tijden af een gebruijk geweest, dat de Directeurs alleen, zonder bemoeynisse van de stads-Regenten hebben afgedaen, N. 55. zulke. 6:

NL-HaNA_1.04.02_3239_0125 view scan ↗

English

449 Honorable Company has to this Directorate. First by the Native Governors such disputes as have at times arisen between natives who sort under the Dutch flag. On that account, the previous administration also wished to compel a certain Gokeldas to return such goods as had only been given to him in safekeeping by the lawful administratrix of the estate of the deceased broker Kissourdas, and to which he made an unlawful claim. But this Gokeldas, having placed himself under the protection of Farischan and having obtained a guard from him for his security, the accomplishment of that matter was found to be so impracticable, as is noted at large in the secret Resolution of the 11th of August 1763. Nevertheless, shortly after my arrival in this Directorate, I took up the same again and brought Chapter 3. Of the Right that the And subsequently by the English chiefs. it also, through the assistance of the city Governor, so far with Farischan that the latter withdrew his guard. But then that fellow went again to request other men from Mr. Hodges. And being now obliged to enter into negotiations with the latter, I also persuaded him to likewise remove his guard again, and even give orders to the city Governor to have those goods taken by force from the house of Gokeldas and delivered over to me. But when the next day the Governor sent his Master of Requests with some of my servants to carry this into execution, there was again another guard from Mr. Hodges, who, to the great shame and vexation of the Governor, and no less of myself, prevented it. 450 Honorable Company has to this Directorate. However, those goods came again under the power of the Director. prevented it. About this I complained in very earnest terms, with all the more emphasis because Mr. Hodges had himself made me the aforementioned promise on the occasion when I spoke with him in person. And I also believe that I would finally have persuaded him to my satisfaction, had not his unexpected recall followed shortly thereafter. Through Mr. Price, however, after incredible trouble, I succeeded in getting those goods back under my power. And a meeting having thereupon been convened by me of twelve of the principal Banyan merchants and money changers of this city, among whom was even the first broker of the English, in order to hear from them what was right and equitable in this dispute according to their laws and customs, Chapter 3. Of the Right that the in full force now restored. I not only settled that matter to everyone's satisfaction, as appears from what is noted in the Resolution of the 22nd of November last, and delivered the goods to the rightful heirs; but after full five years of enduring hard labor and much vexation, I have also restored the Honorable Company to the possession of an essential privilege that had already been given up by the previous administration, and which is nevertheless of the utmost importance when one considers what prejudicial consequences it might have for the Honorable Company's interests if the native or English governors were free to interfere with disputes of our native servants or dependents, and 451 Honorable Company has to this Directorate. The English interfere with the Toll. and even wish to put their own chop on the Returns. and thereby obtain an opportunity, or even if it were merely a pretext, to fall upon the most prominent and wealthy, and rob them of what is theirs. Paragraph 56. The return goods that are collected here have, from the earliest times, upon shipment always been tolled and chopped solely by or by order of the city Governor. But in the year 1766, the English took it into their heads on their part not only likewise to appoint a tollman, but also to order him to put their own chop on those goods in addition to the chop of the Governor. This seemed at first glance a matter of little importance, the more so as Mr. Price declared "That Chapter 3. Of the Right that the "That it was done solely for their security, to prevent the frauds that were committed by Farischan and others, and that it would not in the least tend to any prejudice of the Dutch Company." But knowing from experience how cautious and watchful one must be not to tolerate the least novelty or change in such old customs, especially those relating to the city Government, and that if I permitted this, I would at least tacitly acknowledge the superiority of the English over the city Governor, I opposed it with all my might, and after the lapse of three months brought it so far that in the meantime not only were various return goods shipped on the 452 Honorable Company has to this Directorate. Yet compelled again to desist therefrom. the circumstances of which are described in a separate memorandum. old footing on three ships, but Mr. Price and his Council also declared at last in a letter of the 27th of March 1767 "That their superiors at Bombay had desisted from causing our goods in particular to be chopped." The foundations upon which I built and the means of which I made use to bring this affair to a good conclusion are certainly worthy of the attention of an incoming Director, because they can serve in all kinds of occurrences with the English. And therefore a detailed description thereof in this document would have been by no means unnecessary. But since I have already given that in a separate Memorandum dated the 31st of March 1767, I refer to that, and merely add a copy of that writing under Number 8 at the back hereof.

Dutch transcription

449 E: Comp: tot deeze Directie heeft. Eerst door de Jnlandsche Regenten zulke verschillen, als er zomtijds ontstaan zijn, tusschen Inlanders, die onder de Nederlandsche vlaggen sorteeren. Uijt dien hoofde wilde ook het voorig ministerium zeekeren Gokeldas dwingen tot de te rug gaave van zodanige goederen, als hem door de wettige Boedel-houdster van den overleedenen makelaar Kissourdas alleen in bewaaring gegeeven waaren, en waarop hij eene onregtmaatige pretensie maakte. Dog deeze Jokeldas zig onder de bescherming van Farischan gestelt, en van hem tot zijne securitijt eene wagt gekreegen hebbende, wierd de volbrenging van die zaak zo ondoenelijk gevonden, als bij secreete Resolutie van den 11„e AugC: 1763, in 't breede aangeteekend staat. nogthans vatte ik dezelve kort na mijne aankomst in deeze Directie weder op, en bragte. AP:o 144. Van het slegt dat de En naderhand door de Engelsche opperhoofden. bragte het ook door hulp van den stads Gouverneur bij Farischan zo verre, dat die zijne wagt introk. Maar toen ging die Kaerl weder ander volk van M:r Hodges verzoeken. En daarom nu met die in onderhandeling moetende treeden, zo persudeerde ik hem ook, dat hij insgelijx zijne wagt weder weg nam, en zelfs den stads Gouverneur ordre gaf, die goederen met geweld uijt het huijs van Gokeldas te laaten haalen, en aan mij over te geeven. Dog wanneer die sanderen dags zijnen Request meester met eenige van mijne bediendens zond, om zulx ter uijtvoer te brengen, was en weder eene andere wagt van W„r Hodges, die het tot groote schande, en spijt van den Gou= =verneur, en niet minder van mij tegen hield. E: Egter o Dir onder 450 E: Comp: tot deeze Directie heeft Egter zijn die goederen weder onder de magt van den Directeur gekomen. hield. Hier over doleerde ik in zeer ernstige termen, met des te meerder nadruk, om dat W:r Hodges mij zelfs de voormeldte belofte gedaan hadde, bij gelegendhijd, dat ik in persoon met hem sprak. En ik geloof ook, dat ik hem eijndelijk tot mijn genoegen overgehaalt zoude hebben, was niet kort daarop zijn onverwagt op ontbod gevolgt. Dog:s M: Price is het mij egter na ongeloofelijke veel moeijte, gelukt, dat ik die goederen weder onder mijne magt heb geklreegen. En daarop door mij eene Bij= eenkomst belegt zijnde, van Twaalf der voornaemste Benjaanse Kooplieden, en wisselaars deezer stad, waaronder zelfs de eerste makelaar der Engelschen zig bevond, ten eijnde van hen te hooren, wat in dit verschil volgens hunne wetten en Costumen regt. CA. P: III. Van het Regt dat de in volle kaagt nu hersteldt. regt en billijk was, zo heb ik die zaak niet alleen blijkens het aangeteekende ter Resolutie van den 22„e November Jongstleeden tot genoegen van een ieder afgedaan, en de goe= =deren aan de regte Erffgenamen overgegeeven; maar ik heb ook, na volle vijf Jaaren eenen waardoor een aangelegen voorregt zuuren arbijd, en veel verdriet uijtgestaan te hebben, de E: Comp: weder hersteld, in 't bezit van een weezendlijk voorregt, dat door 't voorig ministerium al opgeegeeven was, en het welk egter van de uijterste aangelegendhijd is, als men aanmerkt, van wat nadeelige gevolgen het voor 'sE Comp:s belangen zoude kunnen zijn, wanneer de Inlandsche, of Engelsche Regenten vrijhijd hadden, zig met verschillen te bemoeijen van onze Inlandsche bediendens of onderhoorige, en. 451 E Comp: daze deeze Directie heeft. De Engelschen bemoeijen zig met den Thol. willen zelfs hun eijgen chiap zetten op de Retouren. en daardoor gelegendhijd, of al was 't ook maar een voorwendzel te erlangen, de aanzienlijksten en vermogenste op 't lijf te vallen, en hen van 't hunne te berooven. §. 56. De Retouren, die hier ingezamelt werden, zijn van de vroegste tijden af, bij ver= „zending althoos vertholt, en gechiapt, alleen door of ter ordre van den stads-Gouverneur. Maar in A„o 1766. kaegen de Engelschen het in 't hoofd, van hunne kant niet alleen insgelijx een Tholman aan te stellen, maar ook hem te gelasten, op die goederen beneffens het Chiap van den Gouverneur, ook hun eijgen Chiap te zetten. Dit scheen in den eersten opslag eene zaak van wijnig aange- =leegendhijd, te meer alze M. r Price verklaarde „Dat. C: AE: 441. Van het Regt dat de „ Dat het alleen geschiede tot hunne securitijt, „ om de fraudes voor te komen, die door „ Faaischan, en andere gepleegt wierden, en „ dat het de neederlandsche Comp: in 't „ minste niet zoude strekken tot eenige prejudictie. „ Maar uijt de ondervinding weetende, hoe voorzigtig en oplettend men moet zijn, om in diergelijken oude gewoontens, vooral die betrekking hebben tot de stads Regeering, geen de minste nieuwighijd, of verandering te gedoogen, en dat als ik dit toestond, ik ten minsten de superoritijd der Engelschen boven den stads Gouverneur stilswijgende er kennen zoude, zo stelde ik mij uijt alle mijn vermogen daartegen, en bragte het ook na verloop van Drie maanden zo verre, dat tusschen beijden niet alleen verschijden Retouren met drie scheepen op den. waa bij besch a 452 E Comp: tot deeze Directie heeft. Dog weeder gedwongen daarvan afte zien. waarvan de omstandigheeden bij eene aparte memorie beschreeven staan. den ouden voet verzonden wierden, maar W: Price en zyn Raad verklaarden ook op 't laatste bij een brief van den 27„e Maat 1767. „ Dat hunne „superieuren te Bombaij afgezien hadden, „ van onze Goederen in 't byzijnder te doen „ Chiappen. „ De fondamenten waarop ik gebouwt en de middelen waarvan ik mij bediend heb, om deeze affaire tot een goed eijnde te brengen, zijn zeekerlijk voor een aankomende Directeur haare opmerking waardig, om datze in allerhande voorvallen met de Engelschen dienen kunnen. En daarom was ook eene= uijtvoerige beschryving daarvan bij deezen geenzinds onnoodig geweest. Maar dewijl ik die bereeds gegeeven heb, bij een aparte Menorie gedateert den 31„e Mart 1767. zo gedraage ik mij daaraan, en voege eenelijk een afschrift van dat schriftuur onder N:o 8. hier agter op.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0132 view scan ↗

English

Chapter III: Of the Right that the Honorable Company has to this Directorate. Paragraph 57. The Right of ownership on the Island Premeger obtained. So that it should not occasionally be lost, as it is kept only among the secret papers and has not been entered into any Resolution. At the time when I was in dispute with Mr Hodges concerning the spices, and in that respect, according to § 48, had obtained an indefinite authorization from Batavia, I let my thoughts wander among other things over whether it might not be possible to find a place hereabouts where I could unload and store the merchandise, until Mr Hodges either changed his plan or I saw another outcome. The Island Premeger, situated on the opposite shore close to Toga, came primarily into consideration in this regard. I even sent Your Honor with the skipper of Graam, under the pretext of making a pleasure trip to Brootchia, on a commission to inspect the same. While in the meantime, I entered into negotiations here with its owner, the Bohra merchant Mulla Fakhruddin, and also obtained from him an autograph note, whereby he surrenders his Right to the Honorable Company. Now this matter had no consequence at that time. Nor would I have the same regarded as a token of a special privilege obtained by me. But I have nevertheless deemed it necessary to speak of it herewith, partly so that Your Honor might see from this that I have left nothing untried that might in any way serve to avoid being forced to bow under the superior power of the English, and without resistance to sacrifice the privileges of the Honorable Company to their lust for dominance; and partly to provide Your Honor with a means which, in my opinion, may be made use of in time of great need; and for which reason I have also, as appears from the minute in the Resolution of the 22nd of November last, had that note preserved among the secret papers. Paragraph 58. This broker Mancherji runs great danger. When on the 2nd of the past month of April of this year I received certain news that Mr Price had taken a firm resolution to attack our broker Mancherji, and that the streets and approaches to his residence were already occupied by 200 soldiers, I immediately also sent 10 good native soldiers thither, with orders to stand guard in the house of Mancherji, and to protect the same to the best of their ability from harassment. But they had not sat for long when there came from the Governor another 200 men, whose chief announced to my people that they must depart from there. These gave as answer: That they could not without my order. The others used threats. Mine answered them properly. And having thereby come to such high words that Mancherji feared a bloodbath, he thought it best to send my people to the Lodge, under the pretext that I had expressly ordered this upon his inquiry, although this was untrue and it was also impossible for him to send anyone to me, because the city gates were already closed. Yet is saved by the Director. When I received knowledge of this the next morning at daybreak, and now saw clearly that the person of Mancherji was indeed the target, I knew no other means to save him than to take him to me at the wharf. But to get him there seemed very difficult. Yet I succeeded in the following manner. I showed myself publicly to be extremely displeased with Mancherji, because he had dared to send the people away without my order. I gave a cane-bearer orders to fetch him immediately from his house, and if he did not come willingly, then to drag him forth by force. And this fellow carried out his order so well, by shouting in the public street and pulling Mancherji by the arm, that the Governor's people, standing amazed at this, let him be. Still, they immediately reported what had happened to the city Governor. But before he could appear and give other orders, Mancherji was already outside the city gates and on the wharf; so that those who were sent after him came too late. Whereupon I immediately had the meeting convened, and after the ending of the same, not only immediately sent other people again to the residence of Mancherji and the Second Broker Govenram, but also made known to everyone as a piece of news that Mancherji had been placed under arrest, both to punish him for his willful behavior and to compel him to pay all the sooner that which he owed to the Honorable Company. Paragraph 59. Our people were driven from his house by superior force. Mr Price in the meantime, raging with spite that his prey should remain stolen from him in this manner, at first demanded of the Governor that he should fetch Mancherji from the wharf by force. But being unable to bring him to that, he nevertheless compelled him to make my people move from his residence, come what may.

Dutch transcription

A P: 414: van het Regt dat de Het Regt van eijgend om op 't Eijland Permeger verkreegen. op dat het zomtijds niet verlooren zoude raaken, alzo het alleen onder de secreete papieren bewaart, en bij geene Resolutie ingeschreeven is. Ten tijde, dat ik met W:o Aodges in geschil stond over de specerijen, en ten dien opzigte blijkens §. 48. van Batavia eene onbepaalde qualificatie hadde erlangt, zo liet ik onder anderen mijne gedagten daar over gaan, of het niet mogelijk zoude weezen, hieromstreeks een plaats te vinden, daar ik de koopmanschappen lossen, en opslaan konde, tot zo lange of M:r Hodges van concept veranderde, of ik eene andere uijt komst Zag. Het Eijland Premeger aan de overwal digte bij Toga geleegen, quam hier §. 57. omtrent. E. 453 E: Comp: tot Deebze Directie heeft. omtrent voornamentlijk in aanmerking. zelfs zond ik uwEd: met den schipper van Graam„ onder voorwendzels van een spring togtje naer Brootchia te doen, in Commissie om het zelve te bezigtigen. Terwijl ik ondertusschen hier met dies eijgenaar den Boraas Koop= =man molna Faggeraiddien in onderhan- deling taad, en ook van hem verkreegeen eijgenhandig briefje, waarbij hij zijn Regt aan de E Comp: overgeeft. Nu heeft deeze zaak in die tijd wel geen gevolg gehad. Ook wil ik dezelve niet aangemerkt. hebben, als een blijk van een bijzonder voorregt door mij verkreegen. Maar ik heb egter noodig geagt, daarvan bij deezen te spreeken, Eensdeels op dat uwEd: hieraan zoude kunnen zien, dat ik niets onbezogt heb. CA P: III. Van het Regt dat de Pe„ Deeze makelaar Mantchergie loopt groot gevaar. heb gelaaten, wat maar eenigzinds dienen konden, om niet genoodzaakt te zijn, onder de overmagt der Engelschen te bukken, en zonder tegenstand de voorregten van de E: Comp aan hunne keersch-zugt op te offeren; En ten anderen: om uw d een midde aan de hand te geeven, waarvan in tijd van hooge nood volgens mijne gedagten gebruijk gemaakt kan werden; en weshalven ik ook dat briefje blijkens 't aangeteekende ter Resolutie van den 22en. November Jongst leeden onder de secreete papieren heb bewaaren laaten. Wanneer ik op den 2. . der gepasseert maand April deezes Jaars verzeekerde tijding erlangde, dat m:r Price een §. 58. vast. 454 E Comp: tot Deeze Directie heeft. vast besluijt genomen hadde, om onzen makelaar Mantchergie op 't lijf te vallen, en dat de straaten, en toegangen van zijne wooning bereeds met 200. soedaaten bezet waren, zo zond ik ten eersten ook 10. goede Inlandsche militairen derwaards, met ordre om in 't huijs van mantchergie de wagt te houden, en het zelve na vermogen voor overlast te beschermen. maar zij hadden niet lange gezeeten, of daar quamen van den Gouverneur nog 200. man, welker hoofd, mijn volk aankondigt, datze daar van dan moesten gaan. Deeze gave tot antwoord: Datze niet konden zonder mijne ordre. De andere gebruijkten drijgementen. De mijne beantward. „ten dat na behooren. En daardoor en zulke hooge woorden geraakt zijnde, dat mantcherije voor C Al: 141. Van het Regt dat de Dog werd door den Directeur behouden. voor een bloed bad vreesde, zo oordeelde hij best mijn volk naar de Logie te zenden, onder voorgeeven, dat ik zulx op zijne vraage uijt- uijtdrukkelijk gelast hadde, schoon dit onweer en het ook voor hem onmogelijk was, iemand aan mij af te zenden, om dat de stads Poorten bereeds geslooten waarn. Ik hiervan des anderen morgens met den dag kennis krijgende, en nu duijddelijk ziende, dat het in der daat op de Persoon van Mantikergie gemunt was, wiste geen ander middel om hem te behouden, dan hem zelven bij mij op de weaff te neemen Dog om hem daar te krijgen scheen zeer moeijlijk, Egter gelukte het mij op de volgende wijze. Jk toonde mij in 't openbaar ten uijtersten misnoegt op Mantchergie, om dat hij buijten. 6 455 Directie heeft. E Comp: tot deeze buijten mijne ordre het volk hadde duaven weg zenden. Ik gat een stokke draager last, om hem terstond uijt zijn huijs te haalen, en als hij niet goedwillig quam, hem dan met geweld voort te sleepen. En deeze Kaerl volbragte zijnen last ook zo wel met op de poublicque straat te schreuwen, en mantchergie bij den arm te trekken, dat het volk van de Gouverneur daarover verbaast staande, hem begaan liet. Nog thans deedenze terstond verslag van het gebeurde, aan den stads Gouverneur. Maar eer die bi voor den dag komen, en andere ordre geeven konde, was mantchergie al buijten de stads Poorten, en op de werff; zo dat die hem na gezonden wierden te laat quamen. Waarop ik immediaat de vergadering liet beleggen, en na het eijndigen van dezelve niet alleen terstond. N: 411. Van het Regt dat de Ons volk werd van zijn huijs door overmagt verdreeven. terstond weeder ander volk naar de wooning van Muntchergie en den Tweeden Makelaar Govenram zond, maar ook aan een ieder als iets nieuws bekent maakte, dat Mantiherg in arrest was gezet, zo om hem te staaffen over zijn eijgenwillig gedoente, als om hem te dwingen, des te eerder te betaalen, het geen hij aan de E Comp: schuldig was. Mr Prece ondertusschen, raazende van spijt, dat hem zijn prooij op die wijze ontfutzelt zoude blijven, begeerde in 't eerst van den Gouverneur, dat die mantchergie met geweld van de werf zoude haalen. Dog hem daartoe niet kunnende brengen, noodzaakte hij hem egter, mijn volk van desselfs wooning te doen verhuijzen, het mogte. 5. 59.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0139 view scan ↗

English

Honorable Company holds over this Directorate. Complaints about this to, and answer from the Governor might then go however it would. And this indeed happened. For the Governor, having sent 400 men that very same day, half of them were drawn up in battle array; while the foremost of the remainder, under the pretext of friendship, struck up a conversation with my people, and thus seizing their chance, held both of their hands and brought them to the Durbar, without doing them any other harm; whence they came to me in the afternoon. I immediately had Govenram lodge my complaint about this with the Governor, and demand satisfaction from him, that he should have my people brought back with honor to the house of Mantchergie in the very same manner as he had ordered them taken away. No. 141. On the Right that the likewise to and from Mr. Price let be. But receiving no satisfactory answer from him, I sent Council Members Huijzinga and Sluijsken to Mr. Price on the 4th. And the latter at first professed to know nothing about it; but finally he nevertheless assured that he would investigate the matter and ensure that our privileges were maintained. Upon this I remained quiet on the 5th; but having received no answer from Mr. Price on the 6th, I had an application made for it through a native servant. He said: that in order to obtain it, I should simply send Council Members to him. But upon my return message, that I would never consent to such novelties, he declared that he had expressed himself poorly, and sent Honorable Company holds over this Directorate. Who demands more than the city governor on the 7th two of his Council Members to inform me: that the Governor demanded to see our Firman, whereby we were permitted to send armed men against his. I demonstrated to them: that this had not happened at all, but that I had only sent men to guard the house of Mantchergie while he himself was under arrest with me for debts; that I could and was permitted to do this according to an old and constant custom, which had not yet been contradicted by anyone; and that it would consequently be as unjust as it was improper to demand or present a Firman to substantiate that right. And with this they seemed well satisfied. For they declared they had to believe that Mr. Price had a completely different idea of that matter, Section III. On the Right that the but that they would now inform him better, in which case they did not doubt that he would also send a more satisfactory answer. But this failed to appear. And therefore, having had an inquiry made with Mr. Price on the 8th to obtain the same, he declared: that his deputies had reported to him that Fiscal van Harn would come to him for that purpose. I let him know: that the name of van Harn had not been mentioned, and appealed at the same time to his deputies themselves, who upon my questioning had already testified not to have delivered such a message. But this gave him reason for displeasure. And having made the same sufficiently known through many improper expressions, Honorable Company holds over this Directorate. And even makes threats. A Rokka presented to the city governor. his final answer was: that he knew of nothing other than that the Governor had to see the Firman, and that for the rest I should simply not make so much commotion at all, or else the Governor would show that he also had the power to have even my subordinates seized. Being thus entirely dismissed by Mr. Price, I addressed myself again to the city Governor, namely in writing by a Rokka, which I attach hereafter under No. 9, because it demonstrates more clearly than I have been able to state here what my demand actually was and upon what it was based. The Governor also initially promised to give a satisfactory answer to it. Clause 141. On the Right that the Is without fruit. Further address to Mr. Price. a satisfactory answer to it. But Mr. Price having demanded that paper, and having had an English translation made of it, the same remained postponed until the 17th, when it consisted solely in this: that he could say nothing else than that he had to see the Firman. I had him requested to make this known to me through a man of respectable standing, so that I could notify my High Superiors in Batavia of it with all the more certainty. But this being flatly refused by him: on the 18th I requested an audience with Mr. Price to send two deputies to him again. And then his first answer consisted solely in this: that he was ill. Honorable Company holds over this Directorate. He gives an improper answer. was. Hereupon I requested him by a short note: that if he could not do so himself, he might then convene his Council Members to hear my message: but this did not suit him. And therefore having asked for a postponement until the following day, Council Members Huijsinga and Sluijsken, accompanied by the Purveyor Holmberg as speaker in the English language, went to him on the 19th and brought me an extraordinary answer, the principal part of which consisted in this: that I used him as a weathercock, because I had first addressed myself to him and afterwards again to the Governor; that I had even entered into negotiations with the Governor to have the matter settled by two Council Members of mine and two men of his; that the Governor had declared he had nothing against the Honorable Company, but certainly against me.

Dutch transcription

456 E: Comp. tot deeze Directie heeft. Klagten daar over aan, en antwoord van den gouverneur mogte dan gaan, hoe het wilde. En dit geschiede ook. Want De Gouverneur dien zelfden dag nog 400. man gezonden hebbende, wierd de helfte daarvan in slag, ordre geschaart; terwijl de voornaamsten van de overige onder schijn van vriendschap met mijn volk een praatje maakten, en zo hun slag waarnemende, beijde hunne aanden vast hielden, en ze naar den Dherbaar bragten, zonder hun eenig ander leed te doen; van waarze des agtermiddags bij mij quamen. Ik liet hierover ten eersten door Govenram bij den Gouverneur mijn beklag doen, en van hem tot satisfactie eijschen, dat hij mijn volk op die zelfde wijze, als hij hadde laaten weg haalen, weder met Eeren na 't huijs van Mantchergie moeste brengen laaten. No. 141. van het Regt dat de zo ook aan en van H: Price laaten. Dog van hem geen voldoenend antwoord erlangende, zond ik den 4. e de Raads-Leeden Huijzinga en Hluijsken naar H„r Price. En deeze betuijgde in 't eerst nergens af te weeten; maar op 't laatste ver „zeekerde hij egter; Dat hij de zaak onderzoek „en maaken zoude, dat onze voorregten ge„ „handhaaft wierden. „ Hierop zat ik den 5. stil; dog den 6„e nog geen antwoord van M: r Prise ontfangen hebbende, liet ik door een Inlandsche bediende daarom aanzoek doen. Hij zeijde:„ Dat ik om het zelve te „ erlangen, maar Raads-Leeden bij hem „zenden moeste „ Maar op mijn weder boodschap, van in zulke nieuwigheeden nooit te zullen bewilligen, betuijgde hij zig qualijk te hebben uijtgedrukt, en zond den. 457 E: Comp: tot deeze Directie heeft. Die meer begeert als de stads gouverneur den 7„en Twee zijner Raads-Leeden, om mij bekent te maaken:, Dat de Gouverneur begeerde „ onze Firman te zien, waarbij ons toegestaen „ wierd, gewapende volk tegens dat van hem „ te mogen zenden. „ Ik vertoonde hen: „ Dat zulx in 't geheel niet geschied was, „ maar dat ik eenelijk volk gezonden „ hadde, om 't huijs van mantchergie te „ bewaaren, terwijl hij zelven bij mij over „ schulden in arrest zat; Dat ik dit konde „ en mogte doen, volgens een oud en constant „gebruijk, het welk nog door niemand was tegen „gesprooken; en dat het bij gevolg zo onbillijk, „ als oneijgen zoude weezen, tot staaving van „ dat Regt, eene Firman te eijschen, of te „ vertoonen. „ En hiermeede scheenen zij wel voldaan te weezen. Want zij betuijgden te moeten gelooven: Dat M.r Price van die. de Gs b: II1. Van het Regt dat de „die zaak een gantsche anderen denkbeeld hadde„ „. maar datze hem nu beeter onderregten zouden, „ als wanneer zij niet twijffelden, of hij zoude „ ook een voldoender antwoord zenden. „ Dog dit bleef uijt. En daarom den 8„e bij M. r Price hebbende laaten aanzoek doen, om het zelve te mogen erlangen, zo verklaarde die:„ Dat zijne Gecommitteerdens hem gerap„ „porteert hadden, dat de Fiscaal van Haan „ ten dien eijnde bij hem zoude komen. „ Ik liet hem weeten: Dat de naam van van Harn niet genoemd was, en beriep mij teffens op zijne Gecommitteerdens zelfs, dewelke op mijne afvraage bereeds betuijgt hadden, diergelijken boodschap niet te hebben gedaan. Maar dit gaf hem reeden tot misnoegen. En het zelve door veel on= =hebbelijke uijtdrukkingen genoeg te Kennen. 458 E Comp: tot deeze Directie heeft. En zelfs daij gementen doet. Eene Rokka aan den stads gouverneur gepresenteert. kennen hebbende gegeeven, zo was zijn laatste antwoord:„ Dat hij van niets wiste, dan dat „de Gouverneur de Firman moeste zien, en „ dat ik voor 't overige maar in 't geheel zo „ veel beweeging niet moeste maaken, of „dat de Gouverneur toonen zoude dat hij „ ook mayt hadde, zelfs mijne onderhoorige „ te laaten opvatten. Dus door M:r Price in 't geheel als afgeweezen zijnde, addresseerde ik mij weder aan den stads Gouverneur, en wel schriftelijk bij eene Rokka, die ik onder N:o 9. hier agter voege, om datze duijdelijker aantoont, dan ik hier heb zeggen kunnen, wal eijgendlijk mijn Eijsch was, en waar op die steunde. De Gouverneur beloofde ook in 't eerst daarop 3. 60 een. Cra:s 141. van het Regt dat de Is zonder vrugt. Nader abdaesse aan W: Price. een voldoenend antwoord te zullen geeven. maar 1W: Price dat papier opgeijscht, en eene Engelsche overzetting daarvan hebbende laaten maaken, zo bleef het zelve uijtgestelt tot den 17„e wanneer het eenelijk hier in bestond: „ Dat hij niets anders zeggen konde, dan dat „hij de Firman moeste zien. „. Ik liet hem verzoeken dat hij mij dit door een man van Fatzoen mogte bekent maaken laaten, op dat ik met des te meerder zeekerhijd aan mijne Hooge superieuren te Batavia daarvan kennis konde geeven. Dog zulx door hem roaduijt gewijgert zijnde: zo liet ik den 18„e bij W:r Price beletvrae„ „gen, om weeder Twee Gecommitteerdens bij hem te zenden. En toen bestond zijn eerste antwoord eenelijk hierin„ Dat hij ziek „was. 459 E: Comp: tot deeze Directie heeft. Hij geeft een onhebbelyk antwoord. „ was. Hier op verzogt ik hem bij een kort briefje: „ Dat als hij zelfs niet konde, hij dan zijne „ Raads-Leeden bij een mogte roepen, om „ mijne boodschap aan te hooren: Maar dit stond hem niet aan. En daarom uijtstel hebbende laaten vraegen, tot sanderen dags, zo vervoegden zig de Raads-Leeden Huijsinga en sluijsken, verzeld van den Dispencier Holmberg als spreeker in de Engelsche taale, den 19„e bij hem, en bragten mij een uijtgezogt antwoord, waarvan het voornaemste hierin„ bestond:„ Dat ik hem gebruijkte als een „ wind Bal, om dat ik mij eerst aan hem „ en naderhand weeder aan den Gouverneur „ hadde geaddresseert; Dat ik zelfs met den „ Gouverneur in onderhandeling was getreeden „ om de zaak te laaten afdoen, door Twee „ Raads-Leeden van mij, en Twee mannen van „ hem; Dat de Gouverneur verklaart hadde, „ niets tegens de E Comp: maar wel tegens mij te.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0146 view scan ↗

English

to have; That he had even complained that I had presented to him a Rokka and not an Arsie, and had also affixed to it my Persian and not the Honorable Company's seal, about which he considered himself greatly insulted; That he, W. Price, had already some days ago informed the Governor to allow my people to remain at the house of Mantchergie, and that such would also have happened, but that the Governor had now refused it, solely out of anger over the Rokka; That it was indeed true that according to custom I might place people at the houses of Merchants, but because I had first appealed to the Ferman, I would therefore also have to produce it; That he assured he would take care that the Honorable Company's privileges were preserved inviolate, and that the city Governor also promised this; but since with the wars the Archives of the Government had fallen into disorder, and for that reason he did not know in what our privileges actually consisted, that it was therefore necessary to submit them all to him; That the Governor was free to demand the proofs of our privileges, and we were obliged to lay them bare, just as the English Company had been obliged to do, when the King of England had shortly before demanded all their privileges; That he gladly wished to do me justice, but that he also could not reject the demand of the Governor; And that it would be best in the future to proceed in writing regarding this matter. Paragraph 61. Having heard all this, I was astonished, especially regarding that which concerned the city Governor. And therefore deeming it necessary in this matter to proceed with caution and to that end first to investigate whether the Governor had really complained about me, or whether Mr Price had fabricated all that out of his thumb, I immediately sent the broker Goveram and court attendant Mhainel Aref, both having delivered all the messages, to the Dherbaar, and who also returned shortly thereafter, and in the presence of Huijsenga, Sluijsken, and Holmberg, brought the following answer, given by the Governor himself to their questions, in the presence of his brother the outer Fausdhaar, to wit: That it was untrue that I had caused him to be requested to settle the matter through Two Council Members of mine, and Two men of his; That he had indeed become angry when he had heard that I had sent people to the house of Mantchergie, when his people were already present in that vicinity, and that it would have been nothing if my people had gone thither beforehand; but that otherwise he had nothing against the Honorable Company, and even less against my person in particular; appealing for proof thereof to his demonstrated readiness in everything in which I had needed his help; That it was untrue that he considered himself insulted, much less that he had complained about the presentation of a Rokka and the use of a Persian Seal, because he had known of old that the Dutch Directors presented no Arsies, but indeed Rokkas, and always used a Persian seal, and that I also had to abide by that old custom; That it was true that Mr Price had informed him through Dangiesja to let my people sit again at the house of Mantchergie, and that he had then also become angry; though not at me, but about this message, as could appear from his given answer, consisting in this: How! Does Mr Price think that we in the Dherbaar are entirely children? First he forced me to have the people driven away; and now he wants me just to let them be placed again, and thus bear all the shame alone: This shall never happen in that manner; And that my Messenger had never spoken of a Firman, but that he had been the First who had mentioned the same, being five days after the presentation of the Rokka. Paragraph 62. This Declaration was certainly given by the Governor in haste and without considering that he would bring upon himself the displeasure of Mr Price through an upright confession of the truth. But I let him worry about that. It was enough that I now had a solid foundation to convince Mr Price both of untruth and of extravagance. And therefore intending to have quite another message delivered to him now through those same Deputies, I had an audience requested for that purpose on the 20th. But Holmberg having gone thither alone at his special request, the latter not only made known to him everything the Governor had said, but he also demonstrated to him in emphatic terms: That it was entirely improper to want to make a comparison between a legitimate sovereign and his subjects in Europe, and an upstart subaltern.

Dutch transcription

Cot l: 111. van het Regt dat de „te hebben; Dat hij zelfs geklaagt hadde, dat ik „ aan hem Een Rokka en geen Arsie hadde „ gepreesenteert, en daarop ook mijn Persiaans, „ en niet 'sE Comp.:s zegul hadde gezet, waarover „ hij zig grootelijx beleedigt oordeelde; Dat hij W. „ Price / voor eenige dagen al den Gouverneur „ hadde laaten weeten, om toe te staan, dat „ mijn volk op 't huijs van mantchergie „ bleef, en dat zulx ook geschied zoude zijn, „maar dat de Gouverneur het nu gewijgeat hadde, „ alleen uijt quaadhijd over de Rokka; Dat het „wel waar was, dat ik volgens 't gebruijk „volk op de huijzen van Kooplieden mogte „zetten, maar om dat ik mij eerst op de „ Ferman hadde beroepen, dat ik daarom „ die ook zoude vertoonen moeten; Dat hij „ verzeekerde zorge te zullen draagen, dat 'sE: „ Comp:s voorregten ongeschonden bewaard wierden, „en dat de stads-Gouverneur dit ook „beloofde; maar dewijl met de oorlogen de „ Archiven van 't Gouvernement in disordae „waaren. 460 E Comp: tot deeze Directie heeft. De stads Gouverneur zelfs beschuldigt hem van onwaarheeden. „waaren geraakt, en hij uijt dien hoofde niet „wiste, waarin onze voorregten eijgendlijk be= „stonden, dat het daarom noodig was, die alle „ aan hem op te geeven; Dat het den Gouverneur „ vrij stond, de blijken van onze voorregten op „ te eijschen, en wij verpligt waren die kloot te „leggen, zo wel als de Engelsche Comp: zulx hadde „moeten doen, wanneer de Koning van Engeland, „ voor wijnig tijd alle haare voorregten op ge= „eijscht hadde; Dat hij mij gaarne Regt wilde „doen, maar dat hij ook den Eijsch van den „ Gouverneur niet verwerpen konde; En dat „ het best zoude wezen, in den aanstaende over „ deeze zaak schriftelijk te ageeren. „ 3. 61. Ik dit alles aangehoort hebbende, stond versteld, voornamentlijk over het geen den stads Gouverneur betrof. En daarom noodig agtende in deezen voorzigtig te werk te gaan. Ab: I41. Van het Regt dat de guan en ten dien eijnde eerst te onderzoeken, of de Gouverneur wezendlijk over mijn gekleeen dan wel of m:r Price dat alles uijt zijnen vinger gezoogen hadde, zo zond ik op het zelfde oogenblik, den makelaar Goveram„ en Aoffganger Mhainel Aref, als beijde alle boodschappen gedaan hebbende, naar den Dherbaar, en dewelke ook kort daaraan weeder terug keerden, en ter presentie van Huijsenga, sluijsken, en Holmberg, het volgende antwoord bragten, door den gouverneur zelfs op hunne vraegen gegeeven, „ten bijweesen, van zijnen broeder den buijten Fausdhaar, te weeten:„ Dat het onwaar was, „ dat ik hem hadde laaten aanzoeken, om „ de zaak af te doen, door Twee Raads-Leeden , van mij, en Twee mannen van hem; Dat „ hij wel quaad was geworden, toen hij gehoort hadde. : 1 . 461 E: Comp: tot deeese Directie heeft. „ hadite, dat ik volk naar 't huijs van Mantihergie „ hade gezonden, wanneer zijn volk zig bereeds „ daaromstreeks bevond, en dat het niets was „ geweest, als mijn volk vooraf derwaards was gegaan; dog dat hij buijten des niets tegens „ „ de E Comp:, en nog veel minder tegens mijne „ persoon in 't particulier hadde; beroepende zig „ tot een bewijs van dien op zijne betoonde be= „ reijdvaardighijd in alles, waarin ik zyne „hulpe noodig hadden gehad; Dat het onwaar „ was, dat hij zig beleedigt gehouden, veel meer dat hij geklaagt zoude hebben, over het „ „ presenteeren van eene Rokka, en het gebruij= „=ken van een Persiaans Zegul, om dat hij „ van ouds wiste, dat de Hollandsche Directeurs „ geene Arsies, maar wel Rokkas presenteer „den, en althoos een Persiaans zegul gebruijkten, „ en dat ik ook bij die oude gewoonte blijven moeten; „ Dattwaar was, dat m. r Price hem door „ Dangiesja hadde laaten weeten, om mijn „ volk weder aan 't huijs van mantchergie „te. - 6 Ab: 144. Van het Regt dat de Md: Price werd daarvan onderregt. „ te laaten zitten, en dat hy toen ook quuaad „ geworden was; dog niet op mij, maar over „ dit boodschap, gelijk blijken konde aan „ zijn gegeeven antwoord, hierin bestaande: „ Hoe: Denkt m:r Price, dat wij in den „ Dherbaar in 't geheel kinderen zyjnr Eerst „ heeft hij mij gedwongen, om het volk te „ te moeten laaten wegjaagen; en nu wil „ hij hebben, dat ik 't zo maar weder laat „zetten, en dus alle schande alleen draagen: „ Dit zal op die wijze nooit geschieden; En „ dat mijne Boodschapper nooit van een „ Firman hadde gesprooken, maar dat hij „ de Eerste was geweest, die dezelve hadde ge „noemt, zijnde vijf dagen na 't presenteeren „ van de Rokka. 9. 62. Deeze Declaratie was zeekerlijk door den Gouverneur gegeeven, in haeftighijd en zonder te bedenken, dat hij zig door eene opregte. 462 E: Comp: tot deese Directie heeft. opregte bekentenisse der waarhijd, het misnoegen van M:r Prece op den hals zoude haalen. Maar, daar liet ik hem voor zorgen. Genoeg dat ik nu een vast fondament hadde, om m„o Price zo wel van onwaarhijd, als van buijtenspoorighijd te overtuijgen. En daarom van voorneemen zijnde, hem door die zelfde Gecommitteerdens nu eene gantsch andere boodschap te laaten doen, zo liet ik den 20:' daartoe belet vraagen. Dog op zyn speciaal verzoek Holmberg alleen derwaards gegaan zijnde, zo maakte die hem niet alleen bekent, alles wat de Gouverneur gezegt hadde, maar hij vertoonde hem ook in nadrukkelijke termen:„ Dat het in 't geheel buijten de haak „ was, eene vergelijking te willen maaken, erain „ tusschen een wettig souvaren en desselfs „ onderdaanen in Europa, en een opgeworpen „subaltean. Kerli lk gheijd eene gte

next →