VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3239

Surat · 494 pages · 71 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3239_0152 view scan ↗

English

Of the Right that the Honorable Company has to this Directorate. And changes his tone and attitude. subordinate city Governor; and the Honorable Dutch Company here in Surat; likewise: That I would very gladly write immediately, but that I nevertheless requested him first to reconsider before he forced me to do so, as I did not believe that such would tend to his great honor. And all this brought about a great change in the attitude of Mr Price. For instead of having been very surly and intractable previously, he now declared in a most moderate manner: That he did not wish to insist upon whether in the beginning I or he had first spoken of the Firman, but that it was nevertheless not unfair to show it; That he had by no means meant the comparison between the King of England and the city Governor here in the way that I had interpreted it; And that he even admitted that it might Yet seeks further excuses, But finally finds himself compelled to do justice: might not be good if I wrote. But in order nevertheless not to give it up without the utmost necessity, and at least to maintain his honor before the native to some degree, he made use for the last time of an attempt, the proposal of which at first seemed by no means unfair or unacceptable. Consisting in this, That he sent Holmberg away with this declaration: That surely either he or I were being misled by evil messages, and that it was therefore necessary that each of us send two deputies to the Durbar, in order to hear the real truth from the mouth of the Governor himself. But I positively rejected this. And Holmberg having gone to him again on the 21st and made known to him: That sending deputies was an unnecessary thing, as I and everyone knew very well that the Governor, being instructed beforehand, would not dare in his thoughts to speak otherwise than Mr Price desired; and that this was also beside the point; but that I solely demanded justice, and explicitly had him asked whether he would grant me that, or not; for if he should now refuse me such once more, I would then be compelled to frame my address entirely differently: his last answer was: That he had never refused to do justice, but that I stood too stubbornly on my point; nevertheless, that he would send to the Durbar once more, and that it would then merely depend on me whether I received a good answer from the Governor or not. Upon this, I also immediately had the broker Govenram and courtier Whereupon our people are sent back to the house of Mancherji. Mancherji himself, however, does not yet dare to leave the wharf. courtier Mhamel Aref go to the Durbar. And as the Governor, on the order of Mr Price, said to them: That he would soon give a satisfactory answer to my roqqa, but that in the meantime I could simply have the house of Mancherji guarded by my people again: I sent 10 men thither anew on the morning of the 23rd, who also remained there quietly until I myself recalled them. But the written answer from the Governor was never delivered; and I also considered it unnecessary to insist further upon it. Now I had so far achieved my objective, that one of the oldest privileges for the welfare of the Honorable Company's interests was The Director wishes to take the matter up anew with Mr Price. was again fully restored. But I nevertheless did not yet dare to trust Mancherji outside the wharf, because the guards of the Governor still continued to come and go at his house, and they had even severely mistreated the English broker Dadabhai, solely because he had brought the displeasure of Mr Price upon himself. And therefore, considering myself obliged to contribute my part toward the settlement of everything and toward the restoration of the complete peace of the city, I drafted on 30 May the brief letter which is appended hereto under No. 10 for consideration. My intention was either to compel Mr Price thereby to change his conduct himself, or at least to bring it so far that the An order from Bombay makes such unnecessary. Mancherji is brought to his house with great ceremony. the consequences thereof would come to the knowledge of the Governor and Council at Bombay by that means, without it being strictly necessary for me to lodge my complaint directly. But this trouble was unnecessary, for before I could carry out my intention or send the letter, an order had already arrived from Bombay whereby Mr Price and the city Governor were explicitly commanded not only not to interfere in the disputes of the Parsis at all, but also to give a sufficient account of themselves regarding the violent acts which they had already committed in that respect. And having thereby been relieved of all fear for the future, I did not hesitate to have Mancherji brought on 10 June of this year by two Council Members with the customary ceremony.

Dutch transcription

C A. B. 141. Van het Regt dat de En verandert van taal en houding. „ subaltern stads Gouverneur; en de Ed: „ Hollandsche Comp: hier in souratta; zo „ meede: Dat ik zeer gaarne terstond schrijven „ wilde, maar dat ik egter verzogte zig eerst „ nader te bedenken, eer hij mij daartoe dwong, „ alzo ik niet geloofde dat hem zulx tot „ veel Eere zoude strekken. „ En dit een en ander bragte in de houding van H: Price eene groote verandering te weeg. Want in steede dat hij bevoorens zeer stuurs en onhandelbaar was geweest, zo betuijgde hij nu op eene gantsch moderale wijze:; Dat hij er „niet op staan wilde, of in den beginne, ik „dan wel hij eerst van Firman gesprooken „hadde, maar dat het egter niet onbillijk „ was die te vertoonen; Dat hij de verge= „lijking tusschen den Koning van Engeland „ en den stads Gouverneur hier geen zinds „zo gemeend hadde, als ikze quam uijt te „leggen; En dat hij zelfs bekende, dat het „mogelijk. 463 E: Comp: tot deeze Directie heeft. Dog zoekt nog uijtvlugten Maar vindt zig eijndelijk genoodzaekt regt te doen: „ mogelijk niet goed zoude weezen als ik schreef„ Maar om het egter niet op te geeven, zonder de uijterste nood, en ten minsten zijne Eere voor den Inlander eenigzinds staande te houden, zo bediende hij zig voor 't laatste nog van eene pooging, waarvan het voorstel in 't eerst gantsch niet onbillijk nog onaanneemelijk scheen. Hier in bestaande, Dat hij Holmberg weg zond met deeze betuijging: „ Dat zeekerlijk „ hij, of ik door quaade boodschappen misleijdt „ wierden, en dat het daarom noodig was, dat „ wij ider Twee Gecommitteerdens naar den „ Dherbaar zonden, om de regte waarhijd „ uijt de mond van den Gouverneur zelfs „ te hooren. „ Dog det wees ik positief van de hand. En Holmberg den 21. e weeder bij hem gegaan zijnde en hem bekent gemaekt hebbende; Dat het zenden van Gecommitteerdens „een. C RP: 114. van het Regt dat de „ een onnoodig ding was, alzo ik, en een ider „zeer wel wiste, dat de Gouverneur, vooraf „ onderregt zijnde, het niet in zijne gedagten „ dierfde neemen, anders te spreeken, dan M.r „ Price begeerde; en dat dit ook niets ter „zaake deed; maar dat ik eenelijk Regt „liet eijschen, en hem uijtdrukkelijk liet „ afvraagen, of hij mij dat geeven wilde, of „ niet; want als hij mij zulx nu nog eens „ wijgeran, dat ik dan genoodzaakt zoude „ weezen, mijn addres gantsch anders in te „rigten: „ zo was zijn laatste antwoord:, „ Dat hij nooit gewijgert hadde Regt. te „ doen, maar dat ik al te sterk op mijn „ stuk stond; Egter, dat hij nog eens naar „ den Dherbaar zoude zenden, en dat het „dan maar van mij zoude afhangen, of „ ik een goed antwoord van den Gouverneur „ kreeg of niet „ Hierop liet ik ook ten eersten den makelar Govenram en Hofganger. 464 E: Comp: tot deeze Tirectie heeft: waarop ons volk weder naer thuijs van mantchergie werd gezonden. Mantchergie zelfs durft egter nog niet van de werff gaen. Hofganger Mhamel Aref naar den Dherbaen gaan. En dewijl de Gouverneur op ordre van m:r Price tegens haar zeijde:„ Dat hij per „nasten op mijne Rokka een voldoenend „ antwoord geeven zoude, dog dat ik ondertus= „schen het huijs van mantchergie maar weeder „ door mijn volk konde bewaeken laaten:„ zo zond ik den 23 des morgens op 't nieuw 10. man derwaards, die ook daar gerust gebleeven zijn, tot ikze zelfs heb te rug geroepen. maar het schriftelijk antwoord van den Gouverneur is nooit gevoegt; en ik heb ook onnoodig geagt, daarop verder aan te dringen. 3. 63. Nu hadde ik in zo verre wel mijn oogmerk bereijkt, dat een van de oudste voor- =regten tot welzijn van s E Comp: belangen, weder . NP: 141. Van het Regt dat de De Directeur wil daarover op 't nieuw aan de gang met M:r Paece. weder ten vollen hersteld was. maar ik durfde evenwel mantchergie nog niet buijten de werf vertrouwen, om dat de wagten van den Gouverneur af en aan zijn huijs als nog continueerden, en deeze zelfs den Engelschen makelaar Dadabhaij grootelijx mishandelt hadden, alleen om dat hij zig het ongenoegen van M:r Price op den hals hadde gehaald. En daarom mij verpligt agtende, tot afdoening van alles, en tot herstelling van de Complee= te rust der stad ook het mijnie te moeten contribueeren, zo bragte ik den 30. ' Maij het briefje in concept, dat onder N:o 10. tot speculatie hier agter legt. Mijn oogmerk was, om of M. r Price daarboor te noodzae= „ken, dat hij zelven van gedrag veranderde, of ten minsten het zo verre te brengen, dat de. 465 E Comp: tot deeze Directie heeft. Een ordre van Bombaij maakt zulx onnoodig manschergie werd met groote staatsie naar zijn huys gebragt. de gevolgen van dien door dat middel ter kennis van den Gouverneur en Raad te Bombaij quamen, zonder dat ik juijst noodig hadde, direct mijn beklag: te doen. Maar deeze moeijte was onnoodig. want eer ik mijn voorneemen volbrengen, of den brief verzenden konde, quam al ordre van Bombaij waarbij m:r Price en de stads-Gouverneur uijtdrukk„ =kelijk gelast wierden, zig met de verschillen der Persies niet alleen in 't geheel niet te bemoeijen, maar ook zig voldoende te verantwoor= =den, wegens de geweldenarijen, die zij ten dien opzigte bereeds gepleegt hadden, En daardoor van alle vreeze voor den aanstaende verlost zijnde, zo heb ik ook niet geschroomt, Mantchergie den 10.:' Iunij deezes Jaars door Twee Raads-Leeden met de gewoone statie.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0158 view scan ↗

English

Chapter II. Of the Right that the Honourable Company has to this Directorate: And thereby brought the entire matter to an end with honours. to have him brought to his House with state according to the custom of the land, after he had been with us for Two months and seven days. And I have thus also completely settled this matter, to no small shame of Mr Price, and on the contrary to the great Honour of the Honourable Company's Name, and to the satisfaction of the entire city, but especially to the preservation of the broker Mantchergie; since it is a certain and now universally known truth, that had I delayed but one hour longer, or had I not succeeded in getting him quickly to me on the wharf, he would then surely, if not deprived of life, at least have been robbed of all his money and property, and brought to the Beggar's purse. Paragraph 64. 466 Honourable Company has to this Directorate: Remark upon the preceding. Defence of the conduct maintained. I could adduce more other occurrences that I have had with the English; although not of that same importance as the last, yet of the same nature. But because this Chapter has already turned out longer than I had thought, and I have also already given enough examples of all kinds, to point out what means one can seize by hand, if Your Honour might be inclined to take that same path that I have trodden; so I shall here only remark: That notwithstanding it sufficiently appears from the preceding account, especially Paragraph 59, how little power we have through armed men to protect our subordinates Paragraph 64. and Chapter II. Of the Right that the and to counter the superior power of the English, it is nevertheless extremely necessary, also in this matter, to show what our duty entails, and above all not to neglect to send men where it is required, even if they were to be led away by the arm, or cut to death on the spot. For if that is not done, and one allows oneself out of fear of evil consequences or of misfortunes to be brought to the posture of an indifferent spectator, then one has afterwards no right to speak. Someone who has Justice on his side needs to fear nothing, however it might go, as long as he only makes use of means that do not exceed equity. His conduct is and remains justifiable before God and the world. And nobody 467 Honourable Company has to this Directorate. A Director must risk the utmost for the maintenance of the privileges. Because without privileges one can accomplish nothing here. nobody who will blame them, even if his attempts did not achieve the desired outcome. It is also true that no one who is oppressed by daily violence incurs any shame. But this is shameful, and at the same time irresponsible, when upon simple threats one endures oppressions and willingly surrenders one's Right. And therefore, Sir! whatever may happen to Your Honour, do not lose heart, and show Your Honour above all vigilant and inclined to risk the utmost when it comes to the maintenance of the Honourable Company's privileges. Because without privileges we can accomplish nothing here, as Mr Schreuder has rightly remarked. The least infringement even Paragraph 64. Of the Right that the Honourable Company has to this Directorate. even upon that which has only been acquired through custom, can entail the loss of the best Firmans. And it is for that reason the first and principal duty of a Surat Director, that he exerts all his power to indeed increase the privileges, but not to allow, or even give occasion, that the same be diminished in the slightest. Chapter IV. 468 Of the Intercourse with the Owners and Inhabitants of these Lands. Friendship with all Men is the aim of the Intercourse. Paragraph 65. The Owners and Inhabitants of these Lands are very distinct in Nation, Origin, Language, disposition, Religion, Customs, Habits and Interests. Nevertheless, we must live in good friendship with all of them, and with each one individually. The Interest of the Honourable Company and our own quiet Dwelling make this necessary. For we are and have our stay among them; we must have daily dealings with them; we cannot without their help and agency conduct any profitable Trade, nor eat our bread in peace; And we are even in many respects more or less dependent on them. Consequently, it can Chapter IV. impossible Chapter IV. Of the Intercourse with the How to achieve that is taught by Mr Schreuder. impossible be otherwise, or we must adapt ourselves as much as possible to their various qualities. And this is properly what I understand by the word Intercourse. Mr Schreuder has treated this subject very extensively and concisely. His Honour has demonstrated, not only how we regulate our conduct, but also what means we must use to win the affection of all sorts of peoples who inhabit this land or reside therein, be they princes or subjects; authorities or subordinates; Natives or foreigners, Rich or Poor; prominent or common, in short; All who are not under the Netherlands Paragraph 66.

Dutch transcription

CA: P: 411. van het Regt dat de En daardoor de gantsche zaak met beren geeijndeijt. statie volgens lands wijze, naar zijn Huijs te laaten brengen, na dat hij Twee maanden en sevendagen bij ons geweest was. En ik heb dus ook deeze zaak volkomen afgedaan, tot niet wijnig schande van M:r Price, en in tegendeel tot groote Eere van 'sE Comp: Naam„ en tot genoegen van de gantsche stad, dog in zonderhijd tot behoud van den makelaar mantchergie; alzo het zeeker en thans eene alom bekende waarhijd is, dat ingevalle ik nog maar een uur langer hadde vertoeft, of dat het mij niet gelukt was, hem schielijk, bij mij op de werff te krijgen, hij dan vast, zo niet van 't leeven, ten minsten van alle zijn geld en goed beroofd, en tot den Beedel zak gebragt zoude zijn. 3. 64. 466 E: Comp tot deeze Directie heeft: Aanmerking op het voorenstaende. verdeediging van het gehouden gedaag. Meer andere voorvallen zoude ik kunnen bij brengen die ik met de Engelschen gehad heb; schoon niet van die zelfden aange- „legendhijd als het laatste egter van dee zelfde natuur. Muar om dut dit Hoofd-deel. bereeds langer is gevallen, als ik gedagt hadde, en ik ook al voorbeelden genoeg gegeeven heb„ van alderhande soort, om aan te wijzen, wat middelen men bij der hand kan vatten, indien UwEd: genegen mogte weezen, dien zelfde weg in te slaen, dien ik betreeden heb; zo zal ik hier nog maar eenelijk aanmerken: Dat niet tegenstaande uijt het voorgaende verhaal, inzonderhijd §: 59. genoegzaam blykt, hoe wijnig vermogen wij hebben door gewaapend volk, onze onderhoorige te beschermen 9. 64. in. CP: 11. van het Regt dat de en de overmagt der Engelschen tegen te gaan, het egter ten uijtersten noodig is, ook in dit stuk te toonen wat onze pligt meede brengt, en voor al niet na te laaten volk te zenden, waar het vereijscht werd, al was t ook dat het bij de arm weg geleijdt, of op de plaats dood gekapt wierd, Want als dat niet geschiet, en men laat zeg uijt vreeze voor quaade gevolgen, of voor ongelukke tot de gebaante van een overschillig aanscha =wer brengen, dan heeft men naderhand geen regt van spaeken. Imand die de Geregtighijt op zijne zijde heeft, behoeft niets te vreezen, hoe het ook gaan mogte, als hij zig maar bediend van middelen, die de billijkhijd niet te buijten gaan. zijn gedoente is en blijft voor God en de waareld verantwoordelijk. En niemand. 467 E Comp. tot Deeze Directie heeft. Een Directeur moet tot maintenue der voorregten het uijterste waagen. Want zonder voorregten kan men hier niets uijtvoeren niemand die hun laaken zal, al was 't ook dat zijne poogingen den gewenschten uijtslag niet bereijkten. Ook is 't waar, dat niemand die door dagelijx geweld onderdrukt werd, geene schaende heeft. maar dit is schandelijk, en teffens ons erantwoordelijk, wanneer men op simple drijgementen, onderdrukkingen verdraagt, en zijn Regt gewillig overgeeft. En daarom Mijn Heer! wat uwEd ook overkomen mogte, laat von den moet niet zakken, en toon uwEd: voor al wakker en genegen om het uijterste te waagen, als het aankomt op de mainterue van 'sE Comp:s voorregten. Want zonder vooregten kunnen wij hier niets uijtvoeren, gelijk De Heer Schreuder ten regten heeft aangemerkt. De minste inbaeuk zelfs. de , ƒ8: 141. van het Regt dat deEComp tot dae seteheer zelfs in het geen maar door de gewoonte verkreegen is, kan het verlies van de beste Firmans na zig sleepen. En het is uijt dien hoofde de eerste, en voornaemste pligt van een: Sourats Directeur, dat hij al zin vermogen in 't werk steld, om de voorregten wel te vermeerderen, maar niet toe te staan, off zelfs aanleijding te geeven, dat de zelve in 't geringste vermindert werden. A P: WV. 468 van de Conversatie met de Eijgenaars Vriendschap met alle Menschen, is het doelwit van de Conversatie. en Inwoonders deezer Landen. §: 65. De Eijgenaars en Inwoonders deezer Landen zijn zeer onderscheijden, van Natie, Afkomst, Taal, naturel, Godsdienst, Zeeden, Gewoontens en Belangen. Nogthans moeten wij met die alle, en een ieder afzonderlijk, in eene goede vriendschap leeven. Het Interest van de E Comp: en onze eijgene geruste Inwooning eijge maaken dit noodzaakelijk. Want wij zijn en hebben ons verblijf onder hen; wij moeten dagelijx met hen omgang houden; wij kunnen zonder hunne hulpe en toedoen, geenen voordeeligen Handel drijven, nog in vreede ons brood eeten; En zelfs zijn wij in veel opzigten min of meer van hen afhangelijk. Bij gevolg kan het AD: 1V. onmogelijk. A P: WV„ van de Conventatie met de Hoe dat te berijken leert De Heer Schreuder. onmogelijk anders zijn, of men moeten ons de hunne verschillende hoedanigheeden zo veel mogelijk schikken. En dit is eijgendlijk, het geen ik onder 't woord van Conversatie verstaa. De Heer Schreuder heeft dit onder= werp zeer uijtvoerig en bondig verhandelt. zijn Edele heeft aangetoont, niet alleen, hoe wij ons gedrag inregten, maar ook van wat mid= =delen wij ons bedienen moeten, om de genegend= hijd te winnen, van alle soorten van volkeren, die dit land bewoonen of daarin verkeeren, het mogen zijn; vorsten of onderdaenen; overheeden of onderhoorige; Inboorlingen of uijtlanders Rijke of Arme; voornaeme of gemeene, in 't kort; Alle die niet onder de Neederlands. 5. 66.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0165 view scan ↗

English

469 Owners and Inhabitants of these Lands. His instruction is still good, except with respect to the Regents of this city. fall under or depend upon the Dutch flag. And all this, considered in general, still holds entirely good, so that I know of nothing to improve or add to it. Only, since that time, as appears from Section II, a great change has occurred in the government of this city of Souratta. For where previously a native had the supreme authority in hands, the superior power now resides solely with the English. Consequently, our intercourse with them must now also assume a completely different form than was previously necessary. And therefore to provide good guidance in this matter shall be the only objective that I have set for myself to achieve in the discussion of this Chapter. § 67. Chapter 4. Of the Intercourse with the The English demand much. § 67. The English, as said in § 28, have the superior power solely in hands. Their nature, moreover, already leans more than too much toward pride and domination in prosperity, and toward contempt for everything that is not of their nation. And this being taken into consideration is entirely sufficient to deduce from it what they claim: namely, they will tolerate no competitor in the government; they want to rule everything alone; they want to draw the entire trade solely to themselves; they want to be honored, flattered, and deferred to by everyone; yea, they even want to lay down the law to the privileged European nations; and in order to be able to do this far more easily, this is the reason why they constantly 470 Owners and Inhabitants of these Lands. One must submit to fairness. constantly seek to curtail and restrict their privileges. Now it is indeed true that, because we are established here not as co-regents, but solely as merchants who always need the friendship of the Regents, we are also, according to § 65, under the obligation to seek their friendship in every way and to arrange our entire conduct in such a manner that we give them no rightful reason for complaint. And this can very conveniently take place: when we do not meddle at all with affairs of the city or government; when we enter into no negotiation or alliance with the natives against them; when we keep ourselves quiet § 68. Chapter 4. Of the Intercourse with the But offer resistance in case of injustices. and calm within the limits of our sphere; when we pay the dues that we must pay, and also prevent our subordinates from committing frauds; when we politely address them in everything for which we need their consent; and when we publicly show them the honor that we owe them as possessors of the Castle and as co-regents of the city. § 69. Yet if they go further and demand of us an absolute submission to their pleasure, such that they introduce new customs, intrude into our trade, curtail our privileges, extort something from us beyond fairness, withdraw our subordinates from 471 Owners and Inhabitants of these Lands. from our jurisdiction, arrogate to themselves any authority over them, and inflict injury upon our person and honor, or indeed wish to oppress us entirely, then our obligation, of which § 68 has spoken, ceases, and we need by no means defer to them. Our acquired privileges and the treaties concluded between our mutual High Sovereigns give us the right to speak, § 33 and 34. We are obliged to oppose it with all our power. And we would even bring the heaviest accountability upon ourselves if we could be convicted of the least negligence in this matter. § 70. Chapter 4. Of the Intercourse with the First in a gentle manner, then with emphasis, § 70. Nevertheless, such should not take place immediately in a manner that may cause bitterness and entirely cut off the way to mediation. For that would be acting no less unreasonably than imprudently. As long as there is the least hope of achieving the intended purpose, one must choose the gentlest side. And this occurs when one takes recourse, first orally to friendly requests and persuasions, and thereafter in writing to solid representations and protestations, which must be arranged in such a manner that, without giving offense, they place in a clear daylight: the event itself, so strengthened with authentic testimonies that no one can contradict it; the 472 Owners and Inhabitants of these Lands. and finally in earnest. the injustice that we stand to suffer thereby, or have already suffered; the consequences that may further flow from it to our disadvantage; and the foundations upon which our right and our objections rest. For a writing arranged in that manner can hardly fail to procure the desired outcome, unless a deliberately evil intention prevails; for which reason the English servants here must nevertheless be more or less afraid of accountability, in case the matter were drawn further and their improper conduct might sometimes be brought under the eye of their superiors, yea, even of their sovereign in Europe. Yet if it should turn out otherwise, then one must certainly proceed more earnestly, and

Dutch transcription

469 Eygenaers en Inwoonder deezer Landen. zijn voorschrift is nog goed uijtgezondert ten opzigte van de Regenten deezer stad. neederlandsche vlagge sorteeren of daarvan afhangen. En dit een en ander in 't algemeen aangemerkt, houd als nog volkomen stand, zo dat ik niets daaraan te verbeeteren of daarbij te voegen weet. Alleen is er 't sedert dien tijd, blijkens Cetb: II. eene groote verandering voorgevallen, in de Regeering deezer stad Souratta. want daar voor deezen een Inlander het Hoogste Gezag in handen hadde, resideert nu bij de Engelschen de overmagt alleen. Bij gevolg moet ook onze Conversatie met hen, thans eene gantsch andere gedaante aan„ van =neemen, dan bevoorens noodig was. bn daarom eene goede aanwijzing te doen zulx zal het eenigste doelwit zijn, dat ik mij voorgesteldt heb, onder de verhandeling van dit Hoofd- stuk te berijken. 9. 67. gend= en heeden Ab: 4V. Van de Conversatie met de De Engelschen eijschen veel. 5. 67. De Engelschen hebben, als gezegt, 5. 28. , de overmagt alleen in handen. Hun naturel nijgt buijten des al meer dan te veel tot Hoogmoed en overkeersching in voorspoed, en tot veragting van alles wat niet van hunne natie is. En dit in aanmerking genoomen zijnde, is volkomen genoeg, om daaruijt te kunnen opmaaken, wat zij pretendeeren. namentlijk: zij willen in de Regeering geenen meededinger dulden; zij willen alles alleen beheerschen; zij willen den gantschen Handel alleen aan zig trekken; zij willen door een ieder geberd, gevlijd, en ontzien weezen; Ia: zij willen zelfs de gepriviligeerde Europeese Natien de wet stellen; En om datze veel te gemakkelijker te kunnen doen, zo is dit de Reeden, waarom zij algeduurig. 470 Eijgenaers en Inwoonder deezer Landen. Aan de billijkhijd moet men zig onderwerpen. algeduurig zoeken, derzelver vorregten te besnoeijen en in te Krimpen. Nu is het wel waar, dat dewijl wij hier gezeeten zijn, niet als meede Regenten, maar alleen als kooplieden, die de vriendschap der Regenten althoos noodig hebben, wij ook volgens 5. 65. onder die verpligting staan, dat wij hunne vriendschap allezinds zoeken„ en ons gantsch gedrag zodanig inrigten moeten, dat wij hen geene regtmaatige reeden tot klaagen geeven. En dit kan zeer gevoegelijk geschieden; wanneer wij ons met zaaken van de stad of Regeering in 't geheel niet bemoeijen; wanneer wij met de Jnlanders in geene onderhandeling of verbintenisse treeden tegens hen; wanneer wij ons gerust 3. 68. en. de 4 Gt P: 4V: Van de Conversatie met de Maar bij onaegtvaardigheeden tegenstand bieden. en stel houden, binnen de paalen van ons bestek; wanneer wij de geregtigheeden be= =taalen, die wij betaalen moeten, en ook onze onderhoorige beletten; dat zij geene fraudes pleegen; wanneer wij hen op eene beleefde wijze de mond gunnen, in alles, waartoe wij hunne toestemming noodig hebben; En wanneer wij hen in 't openbaar de Eere bewijzen, die wij hen, als Bezitters van 't Casteel en als meede Regenten van de stad verschuldigt zijn. 5: 69: Dog gaan zij verder, en eijschen van ons eene volstrekte onderwerping aan hun welbehaagen, zo; datze nieuwe gewoontens invoeren; zig in onzen Handel dringen; onze voorregten besnoeijen; Ons boven de billikhijd iets afvorderen; onze onderhoorige ons. 471 Eygenaers en Inwoonder deezer Landen. ons Regts-gebied ontrekken; zig zelven daarover eenig Gezag aanmaatigen; En ons in onze perzoon en Eere schaende aandoen; of wel ons in 't geheel onderdrukken willen; dan houdt onze verplegting op, waarvan §: 68. gesprooken is, en wij behoeven hen geenzinds te ontzien. Onze verkreegen voorregten en de Tractaten, tusschen onze weedertijdsche Hooge Suverainen geslooten, geeven ons Regt van te mogen spreeken §. 33. en 34. Wij zijn verpligt, ons uijt alle ons vermoogen daartegen aan te kan= =ten. En zelfs zouden wij ons de swaarste verantwoording op den hals haalen, indien wij in dit stuk van de minste nala= „tighijd overtuijgt konden werden. 5. 70. Eet B: 1V. Van de Coniversalie met de Eerst op eene zagte wijze Dan met nadruk 5. 70. Nogthans diend zulx niet terstond te geschieden, op eene wijze die verbittering geeven en den weg tot bemeddeling in 't geheel afsrijd kan. want dat zoude niet minder onreedelijk als onvoorzigtig gehandelt zijn. zo lang er de minste hoop is, tot berijking van het voorge„ =stelde oogmerk, moet men de Zagste kant kiezen. En dit geschied, wanneer men zijne toevlugt neemt, Eerst mondeling tot vriendelijk verzoeken en persuasien, en daarna schrifte =lijk tot bondige vertoogen en protestatien, dewelke in dier voegen geschikt moeten zijn, dat dezelve zonder aanstoot te geeven in een helder dag ligt stellen; Het gebeurde zelfs, met egte getuijgenissen zodanig gesterkt, dat dezelve niemand tegenspreeken kan; Het. 4 77 Eygenaars en Inwoonder deezer Landen. En eyndelijk in ernst. Het ongelijk, dat wij daar door staan te lijden, of bereeds geleeden hebben; De gevolgen, die in ons nadeel verder daaruijt voortvloeijen kunnen; En de fondamenten waarop ons regt en onze tegenkantingen steunen. Want een schriftuur op die wijze ingerigt, kan niet wel missen den gewenschten uijtslag te bezorgen, als niet een opzettelijk boos voornee= =men de overhand heeft; om reedenen de Engelsche bediendens hier evenwel min of meer bevreest moeten zijn, voor verantwoording, ingevalle de zaak verder getrokken, en hun onbetamelijk gedrag zomtijds gebragt werden mogte, onder 't oog van hunne superieuren, ja zelfs van hunnen souverain in Europa. Dog zo het al anders uijtvallen mogte, dan moet men zeekerlijk eanstiger te werk gaan„ en.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0172 view scan ↗

English

Chapter IV. Of Intercourse with the Owners and Inhabitants of these Lands. Our own conduct can help us greatly in this matter, if we treat all people politely. and to make use of such other and forceful means as time and opportunity may afford. But one must not easily proceed to formal protests, and above all one must make no use of them at all, or not before all other attempts have been found fruitless, and when one has already effectively suffered some injustice or other that can no longer be redressed here in these regions. Likewise, the good outcome of such an undertaking also depends greatly on our own conduct that we maintain in daily intercourse, whether the same be sullen and disagreeable, or rather friendly and polite. §. 71. By the former we make people's minds averse to us and ourselves hateful; whereas on the contrary by the latter we win their hearts and draw them to us. And since we are here, according to §. 65. and 66., under the necessity of needing the friendship of all people, of whatever estate or condition they might be, it goes without saying that we must also treat all people in general friendly and politely, without excepting even the least among them. For it makes all too great a difference whether we stand in a good reputation with the community or not. But principally this must take place toward those who can be of use to us in particular cases. And in this respect, Chapter IV. Of Intercourse with the Owners and Inhabitants of these Lands. Attaching particular persons to us. first and foremost, the English chiefs here come into consideration, as those with whom we have to deal daily, and without whose consent we cannot carry out the least thing. Secondly, one must also take care to become acquainted with the Governor of Bombay and to win his friendship; in order to be able to take refuge in him in case of arising difficulties, although this should be done very sparingly, and above all, one must not complain publicly about the chiefs here except in the direst necessity. Thirdly, the English Council Members in this place, or at least the principal ones among them, likewise ought to be kept on one's side, because it often happens that they can render us some assistance when their chief is intractable. Fourthly, one must also make it one's business to try as much as possible to win over the principal brokers and other native servants of the English to one's interest, through obliging services and small gifts, so that they may be encouraged thereby constantly to speak on our behalf. And fifthly, above all, the native rulers must not be despised, but held in esteem as much as is ever possible. For although they are so subordinated under the English that they may do nothing outside their pleasure, one nevertheless has the highest need of their friendship, principally Chapter IV. Of Intercourse with the Owners and Inhabitants of these Lands. Speaking directly with the English chiefs. Seeking to shame the same, or else to bribe them. principally in such cases where the English seek to do us harm, without wanting to be known as the cause of it themselves. §. 72. Besides this, it is also good if, in matters of importance, one does not consider it beneath one's dignity to go quietly to the English chief, and speak with him alone in private. For, not to mention that one may then say much more freely what would not be proper through the mouth of deputies, it is also possible in that manner to settle much more in a few minutes than through messages over several days. It also gives a great advantage if one knows how to drive the English chiefs, by a small provocation, to such an excess that they say or do something in anger which, being put into a public document, could serve to their shame and accountability. But the most important thing of all is when one can have them bribed, in such a manner that one indeed pays the agreed amount in secret, but that the matter itself nevertheless receives no other name or appearance in public than if we were victors solely on account of our good right. For in that manner the giving out of some money can cause us no disadvantage. On the contrary, our privileges remain in their full value. And besides this, we gain the advantage over them that through this means they fall more or less Chapter IV. Of Intercourse with the Owners and Inhabitants of these Lands. The manner how to put this into practice. more under our power or restraint, for fear that we might sometimes make known the motives of their affection, should they become too hostile to us. §. 73. Indeed, in this manner I have acted, from the beginning when I arrived here until the present day, and I have found myself by no means worse off for it. For although my intercourse with the English has been very difficult for me, indeed burdensome to the utmost, I nevertheless depart with that good reputation among the entire city, and as I hope, also with my High Superiors: that I have gained thereby no shame, but indeed great honor. Consequently, I certainly cannot

Dutch transcription

Cetbs VV. Van de Conversatie met de Onseijgen gedrag kan ons in dit stuk veel helpen. en zig bedienen van zulke andere en kragtigen middelen, als de tijd en gelegendhijd aan de hand geeven. maar tot Formeele Protesten moet men egter niet ligt treeden, en vooral moet men daarvan in 't geheel geen of niet eerder gebruijk maaken, dan wanneer alle andere poogingen vrugteloos zijn bevonden, en wanneer men al effective de eene of ander onregtvaardighijd heeft ondergaan, die hier in deeze gewesten niet meer te redresseeren is. Ieffens hangt de goede uijtslag van diergelijken onderneeming ook grootelijx af„ van ons eijgen gedrag dat wij in den dagelijx omgang houden, of het zelve stuurs en onbehagelijk, dan wel vriendelijk en beleeft §. 71. is. 473 Eygenaers en Inwoonder deezer Landen. als wij alle menschen beleeft bejegenen. is. Door het Eerste maaken wij de gemoederen van ons afkeerig en ons zelven hatelijk; daarwij in tegendeel door het Laatste de haaten winnen en tot ons trekken. En dewijl wij hier volgens §. 65. en 66. onder de noodzaakelijkhijd staan, dat wij de vriendschap van alle menschen noodig hebben, van wat staat of conditie die ook zijn mogte, zo spreekt het van zelfs, dat wij ook alle menschen in 't generaal vriendelijk en beleeft tracteeren moeten, zonder zelfs de geringsten daarvan uijt te zonderen. Want het scheeld al te veel of wij bij de Gemeente in een goede naam staan dan niet. Dog voornamentlijk moet dit plaats vinden, omtrent de zulke, die ons in bijzondere gevallen van nu't kunnen zijn. En ten deezen opzegte komen, het. CA P: IV. van de Conversatie met de Bijzondere Perzonen aan ons verbinden. het Eerste en vooral in aanmerking de Engelsche opperhoofden hier, als de geene waarmeede wij dagelijx te doen hebben, en zonder welker toestemming wij niets het geringste uijtvoeren kunnen. Ten Sweeden, moet men ook zorge draagen, met den Gouverneur van Bombaij in kennis te raaken en zijne vriendschap te winnen; ten eijnde bij opkomende swaarigheeden zijne toevlugt tot hem te kunnen neemen, schoon zulx zeer spaarzaam geschieden, en men vooral, over de opperhoofden hier in 't openbaar niet klaagen moet, dan bij de uijterste nood. Ten Derden dienen de Engelsche Raads-Leeden te deezer plaetze of ten minsten de voornaemsten daarvan insgelijx aan de hand gehouden te werden, alzo. 474 Eijgenaers en Inwoonder deezer Landen. alzo het dikeeres gebeurt, datze ons eenige hulpe bewijzen kunnen, wanneer hun opperhoofd onhandelbaar is. Ten vierden moet men ook zyn werk daarvan maaken, dat men de voor- =naemste makelaers en andere Inlandsche bediendens van de Engelschen zo veel mogelijk in zijn belang zoekt over te haalen, door ge= =dienstigheeden en klijne geschenkjes, op datze daardoor geannimeert mogen werden, geduu„ =rig ten besten van ons te spreeken. En Ten vijfden moeten vooral de Inlandsche Regenten niet veragt, maar in waarde gehouden werden, zo veel maar immers mogelijk is. want schoon dezelve zodanig onder de Engelschen gesubordineert staan; datze buijten hun welbehaagen niets doen mogen, zo heeft men egter hunne vriendschap ten hoogsten noodig„ voornamentlyk. AP: 1V. Van de Conversatie met de Met de Engelsche opperhoofden zelfs spreeken. Dezelve zoeken beschaamt te maaken voornamentlijk in zulke gevallen, daar de Engelschen ons zoeken quaad te doen, zonder zelfs daarvoor bekent te willen staan. §. 72. Boven dien is het ook goed als men in zaaken van aangelegendhijd, het niet beneeden zijne waardighijd agt, dat men in stilte bij 't Engels opperhoofd gaat, en daarmeede alleen onder vier oogen spreekt. want, ongereekent dat men dan vrij meer zeggen mag, als wel door den mond van Gecommitteerdens betamelijk zoude zijn, zo is het op die wijze ook mogelijk, dat men in wijnig minuten veel meer afdoen kan, als door boodschappen in verscheijde dagen. Nog geeft het een groot voordeel, als men de Engelsche opperhoofden door eene klijne terging. 475 Eijgenaers en Inwoonder deezer Landen. Dan wel om te koopen. terging tot die buijtenspoorighijd weet te brengen, datze in quaadhijd iets zeggen of doen„ het gunt in openbaare schriftuure gesteldt zijnde hun tot schande en verantwoording zoude kunnen strekken. Dog het voornaem= =ste van allen is, wanneer men dezelve kan omkoopen laaten, zodanig, dat men wel in stelte het bedongene betaalt, maar dat egter de zaak zelfs in 't openbaar geen ander naam of aanzien krijgt; dan of wij alleen overwinnaers waren, uijt hoofde van ons goed Regt. Want op die wijze kan ons de afgaave van eenig geld tot geen nadeel strekken. In tegendeel blijven onze voorregten in haare volle waarde En wij winnen buijten des dit voordeel op„ hen, datze door dat middel min of meer„ CA P: H. V. Van de Conversatie met de De manier hoe zulx in 't werk te stellen. meer onder onze magt of bedwang raaken, uijt vreeze, dat wij zomtijds de beweeg reedenen van hunne toegenegendhijd bekent mogte maaken, indien zij ons al te haad vielen. 5. 73. Immers in deezer voegen heb ik gehan= „delt, van den beginne af dat ik hiergeko= =men ben tot heeden toe, En ik heb mij daar bij ook geenzinds quaalijk bevonden. Want Schoon mijne Conversatie met de Engelschen voor mij zeer moeijlijk, ja ten uijtersten beswaarlijk is geweest, zo vertrek ik best egter met dien goeden naam bij de gantsche stad, en zo ik hoop, ook bij mijne Hoog superieuren: Dat ik daarbij geene schande, maar wel groote Eere heb behaald. Bij gevolg kan ik ook zeekerlijk niet.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0179 view scan ↗

English

Owners and Inhabitants of these Lands. as will appear from examples do not err, when I give it as my opinion that from now on that same path should be taken. On the contrary, I think that it is highly necessary, and for that reason I shall also not fail to do my best to instill in Your Honour a perfect idea of my conduct. But since I know from experience that in such matters mere speculations are not sufficient enough, I shall also no longer linger over bare arguments, but shall much rather proceed to actual events themselves, which provide instructive examples as well as confirm the possibility of my proposals. Paragraph 74. Chapter 4. On the Conversation with the Mr. Hodges is prejudiced When I first arrived here in the year 1763, people told me that Mr. Hodges was very bitter towards the Dutch in general, on account of some affront that had been done to him in earlier times during his presence at Cochim. For this reason, I applied myself from the beginning to bring him to other thoughts through services and friendly receptions. But all was in vain. He remained generally unmanageable, until in the month of June 1764 I had the following incident with him. The former Equipage Master of our Clinckaert placed himself under English Protection, and obtained as a proof thereof Inhabitants of these Lands Owners and Who can tolerate no resistance. thereof from Mr. Hodges two native soldiers. Notwithstanding this, I not only likewise sent a native guard to his house, but I also had all his goods judicially sealed, and at the same time had Mr. Hodges requested by Commissioners to withdraw his people from that house. And since he felt greatly insulted by this, possibly because until now no one had dared to offer him resistance, he not only had severe threats made to me if I did not immediately give orders to unseal the goods again and recall my guard, but he also indeed made preparations as if he wanted to fall upon me with the utmost violence at any moment. For, having announced to the city Governor that he desired satisfaction Chapter 4. On the Conversation with the desired satisfaction over the affront that I had done him, the Governor immediately ordered all his troops and those of the lesser Regents to take up arms. A thousand men were placed before the Castle. The artillery of the Castle was loaded. The guards at the city gates were doubled. No one from us or our people was allowed to go in or out of them. And powder and lead were even distributed to 300 soldiers whom Mr. Hodges had assembled in front of his Garden, situated close to our wharf. But leaning upon my good right, I did not let all of that move me to show the least compliance, although most of my Council Members were of the opinion that, in order to avert great misfortunes, Owners and Inhabitants of these Lands. Which causes him to lash out. misfortunes, I ought to satisfy the desire of Mr. Hodges. All my answers to the repeated threats consisted mainly in this: That I had done what my duty entailed, and if Mr. Hodges believed he was justified in using violence, that he might put it into practice the sooner the better; but that I would not oppose it with violence. I also indeed did not have a single man take up arms, much less close the gates. Towards evening, when the whole city was still in commotion, I even went for a stroll with the Council Members right through the midst of his armed troops. And having brought him thereby to an even worse state, all the more so as the Native Regents and his own subordinates, being informed thereof, Chapter 4. On the Conversation with the informed thereof, began to laugh at him, he finally went to the extreme of sending a strong Command to the house of Clincaert at 11 o'clock at night, which, without however doing or saying the least harm to my people, tore off the seals, whereupon the goods were also removed quietly the next morning through a back door to another house that stands close to the English Lodge. And this conduct of Mr. Hodges was certainly extravagant, so that it undoubtedly would have brought great harm, if not a severe accountability upon his neck, if I had complained about it in writing. I also initially intended to do so, and had for that Owners and Inhabitants of these Lands. After which he changes. for that purpose already drafted the letter Number 11. But upon further reflection, taking into consideration that I could not well formally break with him without prejudicing all too much the attainment of my great objective, of which was spoken in Paragraph 44, I allowed myself to be all the more easily persuaded by the Council Members at our meeting on the 19th of June 1764 not to send it off. And I have never regretted this resolution. For Mr. Hodges, having now learned to know me and being convinced in his own mind that I had it in my power to be equally hard on him in my turn, adopted a completely different attitude. He heard and answered my messages with politeness: He spoke with.

Dutch transcription

476 Eygenaars en Inwoonder deezen Landen. zal uijt voorbeelden blijken niet quaalijk doen, wanneer ik voor mijn gevoelen opgeeve, dat voortaan die zelfde weg dient ingeslaegen te werden. In tegendeel denk ik dat het ten hoogsten noodig is, En ik zal uijt dien hoofde ook niet nalaaten mijn best te doen, uw Ed van mijn gehouden gedrag een volmaakt denkbeeld in te boezemen. Dog dewijl ik uijt de ondervinding weet, dat in diergelijken zaaken enkelde bespiegelingen niet genoeg voldoende zijn: zo zal ik mij ook met geene bloote Reedeneeringen meer ver ophouden; maar zal ik veel lieten over= „gaan tot egte gebeuatenissen zelfs, die zo wel Leerzaame voorbeelden uijtleeveren, als de mogelijkhijd mijner voorstellen bevestigen Kunnen. §. 74. AE: WV. van de Conversatie met de Mr: Hodges is vooringenomen Wanneer ik in A„o 1763. hier eerst aanquam, wiste men mij te zeggen, dat m:r Hodges op de Neederlanders in 't algemeen zeer verbittert was, uijt hoofde van eenig affront, dat hem in vroegere tijden bij zijn aanweezen te Cochim was aangedaan. Hierom leijde ik van den beginne af daarop toe, om hem door gedienstigheeden en vriendelijke onthaalen tot andere gedagten te brengen. Maar alles was vrugteloos. Hij bleef doorgaans onhandtel „baar, tot ik in de maand Iunij 1764. met hem het volgende voorval hadde. De geweezen Equipagie op zinder van ons Clinckaekt, begat zig onder Engelsche Protectie, en verkreeg tot een blijk van §. 74. dien. 477 Inwoonder deezer Landen Eijgenaars en Wij kan geen tegenstand veelen. dien van M:r Hodges Twee Inlandsche soldaaten. Des niet tegenstaande zond ik niet alleen insgelijx eene Inlandsche wagt op desselfs huijs, maar ik liet ook alle zijne goederen Justieel verzegulen, en teffens M:r Hodges door Gecommitteerdens verzoeken, zijn volk van dat huijs te willen wegneemen. En dewijl hij zig hier door grootelijx beleedigt vond, mogelijk om dat hem tot nog toe niemand tegens tand hadde durven bieden, zo let hij mij niet alleen zwaare drijgementen doen, indien ik niet terstond ordre gaf, de goederen weder te ontzegulen, en mijne wagt: te rug te roepen; maar hij maakte ook in der daat een toestel, als of hij mij ieder oogenblik met het uijterste geweld op 't lijf wilde vallen. Want den stads Gouverneur hebbende doen aankondigen, dat hij satisfactie begeerde. C Ab: tV. Van de Conevensatie met de begeerde over het affromt, dat ik hem aangedaen hadde, zo liet die terstond alle manschappen van hem en de mindere Regenten in de wapenen brengen. Duijzend koppen wierden voor 't Casteel geplaast. Het geschut van 't Casteel wierd gelaaden. De wagten aan de stads poorten wierden verdubbeld Niemand van ons of ons volk mogte daaruijt nog ingaan. En zelfs wierd kruijd en looth uijtgedelt aan 300 soldaten, die M„r Nodges voor zijnen Thuijn, digte bij ons werff geleegen, bij een hadde doen Komen. Dog M steunende op mijn goed regt, liet mij dat alles niet beweegen deminste toegee= Egter woad hem die geborden. vendhijd te gebruijken, schoon de meesten mijner Raads-Leeden, van gevoelen waren, dat ik tot verwijdering van groote ongeluk =ken. 478 Eijgenaars en Inwoonder deezer Landen. Het gunt hem doet uijt- =spatten. =ken, aan de begeerle van M:r Hodges diende te voldoen. Alle mijne antwoorden op de herhaelde drijgementen, bestonden hoofdzaakelijk hierin: Dat ik gedaan hadde wat mijnen pligt meede bragte, en als M„r Hodges vermeende tot geweldpleeging gewettigt te zijn, dat hij 't dan maar hoe eer hoe liever in 't werk mogte stellen; dog dat ik mij met geweld niet daar teegen aankanten zoude - Ik liet ook en der daat geen een man in 't geweer Komen, veel min de poorten sluijten. zelfs ging ik tegens den avond, wanneer de gantsche stad nog in beweeging was, met de Raads-Leeden een tourtje doen, door 't midden van zijne gewaapen de manschappen heen. En hem daardoor nog tesigt slimmen gebragt hebbende te meer alzo de Inlandsche Regenten en zijne eijgene onderhoorige hiervan. de C: 1 P: A V: van de Conversatie met de hiervan onderregt zynde, hem begonden uijt te laggen, zo quam hij eijndelijk tot dat uijterste, dat hij snagts om 11. uur naar 't huijs van Clincaert een sterk Commando zond, het welk, zonder egter mijn volk het minste quaad te doen of te zeggen, de zeguls afscheurde, en waarop ook 's anderen morgens de goederen in stilte en door eene agter deur vervoert wierden, naar een ander huijs, dat digte bij de Engelsche Logie staat. En dit gedaag van M:r Hodges was zeekerlijk buijtenspoorig, dat het hem ongetwijffelt eene groote schaade, zo niet een swaare ver= =antwoording over den hals zoude hebben gehaald, indien ik daarover schriftelijk geklaagt hadde. Ook was ik in 't eerst van voornemen het te doen, en hadde ten. 449 Eijgenaers en Inwoonder deezer Landen. Waarna hij verandert. ten dien eijnde bereeds het briefje N:o 11. in Concept gebragt. Maar bij nadere overweeging in aanmerking neemende, dat ik met hem niet wel formeel konde breeken, zonder de berijking van mijn groot oogmerk, waarvan 5. 44. gesprooken is, al te veel te benadeelen, zo liet ik mij in onze bij eenkomst op den 19„e Iunij 1764. door de Raads-Leeden des te ligter persuadeeren het zelve niet af te zenden. En deeze resolutie heeft mij ook nooit berouwt. want m:r Hodges mij nu hebbende leeren kennen, en bij zig zelven overtuijgt zijnde, dat ik 't in mijne magt hadde, hem op mijne beurt insgelijx hard te kunnen vallen, naem een gantsch andere houding aan. Hij hoorde en beantwoord te mijne boodschappen met beleefdhijd: Hij spaak met.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0186 view scan ↗

English

CHAPTER IV. Of the intercourse with the Owners and Inhabitants of these Lands. with praise of me toward his subordinates and mine. And in public he even showed me so much honor that in general I would have little reason to complain about him, were it not that, as shown in § 48–51, he caused me extraordinarily much trouble regarding the spices. But even for this I cannot blame him so very much. For upon his first complaints that our brokers in the outer town were committing altogether too many frauds regarding the customs duties, he had already obtained sufficiently positive orders from Bombay to counter the unloading of goods at the wharf as much as possible. Consequently, it was not in his power to pass over it so lightly. He had to And from an enemy becomes a lasting friend. remain firm, until finally, enticed by a beneficial offer, under a promise of secrecy, and urged by the native rulers, he was persuaded to give, in this matter as well, that particular proof of his changed conduct, so that he even became the primary instrument through which I subsequently achieved my objective. And for that reason I may rightly say: that the desertion of Clinckaert, or rather the resistance suitably offered by me in that case, was the means by which I not only obtained the friendship of Mr. Hodges at that time, but also, as everyone knows, have retained it to this day, in such a manner that I may hardly doubt whether it will still be of use to your Honor. § 75. CHAPTER IV. Of the intercourse with the Owners and Inhabitants of these Lands. Mr. Crommelin at first also displeased. A stern letter brought him to other thoughts. With the Governor of Bombay at that time, Mr. Crommelin, I likewise sought from the beginning to establish an acquaintance. At least, I wrote a separate brief letter to him, in which I not only communicated to him my arrival at this place, but also politely requested his friendship. But that remained unanswered. He even refused, repeatedly, upon the reiterated applications of Mr. Hodges, to grant permission to build a suitable storage place for the small amount of powder that we necessarily must keep in stock here. And being therefore obliged to address myself directly to him and his Council, He likewise became a friend. the letter by which this was done on 25 July 1764, and which lies hereto annexed under No. 12, turned out somewhat harsher than I might perhaps have written afterward. But it nevertheless had more than the desired effect. For not only did we, in the reply dated 25 January 1765, obtain the requested permission regarding a powder magazine, but we also received at the same time the important declaration concerning the confirmation of our privileges, which is annexed hereto in extract under No. 4, and is fully recorded in § 38. Mr. Crommelin even gave me the opportunity afterward, by means of the well-known Jew Elias Abraham, to enter into correspondence and friendship with him, which also lasted until his departure for Europe. CHAPTER IV. Of the intercourse with the Owners and Inhabitants of these Lands. Mr. Price on his arrival had a good reputation. But soon showed that he did not deserve it. Europe, and consequently this incident serves as convincing proof that when one only pursues a just cause, one may indeed also conduct oneself firmly. Mr. Price, having arrived here in the place of Mr. Hodges in the beginning of 1766, had the reputation among all our servants of being a very wealthy and upright man, and especially such a sincere friend of the Dutch that he preferred to associate with them rather than with those of his own nation. And upon that foundation I immediately treated him truly as a friend, and showed him all the honor I could devise. But he rewarded me very poorly, however, and soon gave occasion for me to discover that he was only out for what he could get. § 76. In the case of the spices. Regarding the stamping of the goods. For notwithstanding that he had received a verbal recommendation in private from Mr. Crommelin, which was further followed by a written one, to give me satisfaction in the matter of the spices, he nevertheless made so many evasions and procrastinated so long that I was obliged likewise to have his hands greased, lest I otherwise run the risk of seeing my entire design frustrated, in case he should at times earnestly oppose it and make open representations to the entire ministry of Bombay. § 77. What trouble he subsequently gave me regarding the stamping of the goods is described in § 56; but more fully in the Memorial No. 8. CHAPTER IV. Of the intercourse with the Owners and Inhabitants of these Lands. He even wants to intrude into our trade. Memorial No. 8. However, the same is not to be compared to what he tried to do to me, merely out of displeasure because I kept him out of our trade, into which he wanted to intrude himself in the following manner. On 11 November 1766 he sent a request for a loan of 300 canassers of sugar. And these were given to him by the brokers, under written obligation that upon the arrival of the ships he would return the same in kind, or else pay the current market price for them. The ships having arrived, he entered into negotiations with the ship officers regarding their permitted freight allowances without saying anything to me. But not being able to come to an agreement with them immediately, because

Dutch transcription

CA E: WV. van de Conversatie met de met lof van mij tegens zijne en mijne onder= =hoorige. En in 't openbaar bewees hij mij zelfs zo veel bere, dat ik in 't generaal wijnig reeden zoude hebben, mij over hem te kunnen beswaaren, was 't niet dat hij mij blijkens §. 48. — 51. ten opzigte van de specerijen zo extraordinair veel moeijte hadde gegeeven. Maar ook hiervan kan ik hem de schuld zo zeer niet toereekenen. Want hij hadde op zijne eerste klagten, dat onze makelaers in de buijten stad omtrent de Thollen al te veel fraudes pleeden, toen al genoegsaem positieve ordre van Bombaij erlangt, om den ontlos der goederen aan de Werff zo veel mogelijk tegen te gaan. Bij gevolg stond het niet in zijne magt, daar zo ligt over heen te stappen. Hij moeste zig wel. 480 Eygenaers en Inwoonder deezer Landen. En van vijand een bestendige vriend word. wel haad houden, tot hij eijndelijk, bekoort door eene voorbeelige offerte, onder belofte van geheijm houding, en gedrongen door de Jnlandsche Re= =genten, overgehaalt wierd, ook in dit stuk die bijzondere blijk van zijn verandert gedrag te geeven, dat hij zelfs het eerste werktuijg wierd, waardoor ik naderhand mijn doelwit berijkte. En ik mag uijt dien hoofde met regt zeggen: Dat de desertie van Clinckaert, of eijgendlijk de tegenstand, door mij op eene geschikte wijze in dat geval gebooden, het middel is geweest, waardoor ik de vriendschap van M:r Hodges toen ter tijd niet alleen verkreegen, maar ook, gelijk een ieder weet, tot heeden toe behouden heb, zodanig, dat ik genoegzaam niet mag twijffelen, of dezelve zal voor uwEd nog van nut kunnen zijn. S. 75. A P: I V. van de Conversatie met de De Heer Crommelin in 'teerst ook misnoegt. Een ernstige brief bragt hem tot andere gedagten. Met den Gouverneur van Bombaij toen ter tijd De Heer Crommelijn, heb ik insgelijx van den beginne af gezogt, in kennisse te komen. Ten minsten, ik schreef een apart briefje aan hem, waarbij ik hem niet alleen van mijne aankomst hier ter plaatse commu„ =nucatie gaf, maar ook op eene beleefde wijze om zijne vriendschap verzogte. Dog dat bleef onbeantwoordt. zelfs wijgerde hij een en andermaal op de herhaalde aanzoekingen van M:r Hodges, permissie te verleenen, tot het maaken van een bequaame beag plaats, voor het wijnige Kruijt, dat wij hier noodzaekelijk in voorraad houden moeten. En daarom genoodzaakt zijnde, mij direct aan hem en zijnen Raad te moeten addresseeren, zo. 3. 75. 481 Eijgenaars en Inwoonders beezer Landen. hy werd insgelyks een mend. zo is de brief waarbij zulx den 25. ' Julij 1764. geschied is, en dewelke onder N:o 12. hieragter legt, zeekerder wat haader uijtgevallen, als ik mogelijk naderhand geschreeven zoude hebben. Maar hij hadde egter meer als de gewenschte uijtwerking. want niet alleen dat wij bij het antwoord, gedateerd den 25„e Januarij 1765. , de verzogte toestemming ten opzigte van een Kruijd kelder erlangden, maar wij kreegen ook teffens de aangeleegene declaratie, nopens de bevesting onzer voorregten, dewelke in Eetaact onder N:o 4. hier agter legt, en 5. 38. voordelijk ingeschreeven is. zelfs gaf de Heer Crommelin mij naderhand gelegendhijd, door middel van den bekenden Jood Elias Abraham, met hem in Correspontentie en vriendschap te raaken, die ook tot zijn vertrek naar Europa. „ CA P: I V: van de Conversatie met de M:r Price hadde bij zijn aankomst een goede naam. Dog toonde spoedig dat hij niet verdiende Europa gebuurt heeft bn steekt bijevolg dit voorval tot een overtuijgend bewijs, dat als men maar eene geregte zaak drijft, men zig ook wel eens ernstig gedraegen mag. M:r Price in 't begin van 1766 in de plaats van M:r Hodges hier gekomen zijnde, had de naam bij alle onze bediendens, dat hij was een zeer welhebbend en braf man, en inzonderhij zulk een opregt vriend van de Neederlanders, dat hij liever met hen, dan met die van zijn eijgen Natie verkeerde. En ik behandelde hem op dat fondament ook terstond weezendlijk als een vriend, en bewees alle bere die ik bedenke konde. Maar hij heeft mij egter zeer slegt beloort en spoedig gelegendhijd gegeeven, van te kunnen ontdekken, dat het hem maar om't hebben te. §. 76. 482 Eijgenaersen Inwoonders deezer Landen. Jn 't geval van de specerijen Omtrent het Chiappen der goederen. te doen was. Want niet tegenstaande hij in 't particulier van den Heer Crommelin eene mondelinge recommendatie gekreegen hadde, die nog van eene schriftelijke gevolgt wierd, om mij in 't stuk van de specerijen genoegen te geeven, zo maakte hij egter zo veel uijtvlugten en talmde zo lange, dat ik genoodzaakt was, hem insgelijx de handen te laaten vullen, wilde ik anders geen gevaar loopen, mijn gantsch oogmerk vereijdelt te zien, ingevalle hij zig zomtijds met ernst daar tegen aankanten en openbaare vertoogen aan 't gantsche ministerium van Bombaij doen mogte. §. 77. Wat moeijte hij mij naderhand heeft gegeeven, over het Chiappen der goederen, staat §. 56. beschreeven; dog uijtvoerigen bij de Memorie. CAb: I V. van de Conversatie met de zelfs wil hij zig in onze handel dringen. Memorie No 8. Egter is het zelve in geene vergelijking te brengen bij het geen hij mij heeft zoeken aan te doen, alleen uijt mis noegen, om dat ik hem uijt onzen Handel hield, waarbij zig indringen wilde, op de volgende wijze. Den 11„e November 1766. liet hij verzoeken, om 300. Canassers Zuijter ter leen. En deeze wierden aan hem door de makelaars gegeeven, onder schriftelijk verband, dat hij bij de komste der scheepen, dezelve in effecte weeder geeven, dan wel de presente maakts prijs daarvan betaalen zoude. De scheepen gekomen zijnde, taad hij zonder mij iets te zeggen met de overheeden in onderhandeling wegens hunne gepermitteerde Lasten. Dog met dezelve niet terstond eens kunnende werden, om dat.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0193 view scan ↗

English

Owners and Inhabitants of these Lands. that the brokers offered more, he sent a request asking me to lend him a helping hand in this matter. I replied that I could not well interfere in this, as the crew members had the freedom to sell their goods to whomsoever they wished, and that for this reason they would certainly give them to whoever offered them the most money. Upon this he let me know: That he was surprised at my answer, as he had firmly thought that I would procure the private goods for him, and that solely on that foundation he had borrowed 300 canassers. I asked how Mr. Price could think such a thing, since he had never before spoken to me about the private goods. And then, having received the answer: That this was indeed true, but because I had given them to Mr. Hodges in the past year, he had therefore been in the firm expectation that I would give them to him as well; I could very well deduce from this what his intention was, namely: He already regarded it as a settled consequence that the goods belonged to him. At the same time the Honorable Company's brokers appeared and made the following known to me: Mr. Price had the day before summoned Nesserwange, a close relative of Mantchergie, and ordered him to ask the brokers whether they would take back from him the sugar which he expected to buy from the Dutch captains. The latter replied: That he was willing to ask, but that he knew beforehand that the brokers would never do so. Whereupon Mr. Price retorted: Then they stand greatly in their own way. For if they buy that sugar from me, I will not bring it into the city, but have it transshipped in the roads, and since the city governor is under my command, as well as the armada, I will forbid, as long as that sugar is not disposed of, any canasser from being transported from the city to Bhavnagar or elsewhere; also I will see to it that they pay 1 percent less in customs at Bhavnagar than usual. And thus now seeing clearly: That if Mr. Price obtained the private goods this time, he would then not only defraud the customs and thereby plunge me into difficulties with the native regents, but that he would also afterwards regard the purchase of the goods as a fixed privilege, and subsequently might even make a claim on the Honorable Company's goods; so I considered myself unavoidably obliged to nip these far-reaching bad consequences in the bud. To that end, I immediately let him know: That I considered myself fortunate that he had not yet come to an agreement with the crew members concerning the private goods; for having only now been able to read through all my letters from Batavia, I had found among them one with the express order not to permit him to buy, directly or indirectly, any goods brought by our ships. This appeared strange to him. He inquired among some of my subordinates whether what I said was true. And having received I know not what answer from them, he even had me informed: That he now truly saw what friendship I bore him; since my own subordinates testified that it was untrue that I had received such an order. Yet I stood my ground. And in order to somewhat soften his indignation, I even went to speak with him in private. But this too availed nothing. He let slip to one of his confidants: That in secret I smeared honey on his mouth, but in public cut off his nose, but that he would seek to make me pay for it. And in this he also faithfully kept his word. For apart from the fact that all the incidents described from section 53 to 63 may safely be regarded as actual consequences thereof, he also particularly applied himself to bringing shame upon my person, and if possible even to ruin me. An example of this is to be found in section 60, from which it appears that he sent my deputies back with this answer: That the city governor had nothing against the Honorable Company, but certainly against me in private. Yet of some others I shall speak briefly here, because they are not yet described anywhere, although they are known truths, the principal of which I could, if necessary, confirm with sufficient testimonies. On the 30th of December 1766, the city governor having been with Mr. Price to speak with him about the stamping of the goods, the governor had to promise him that if I continued to oppose him so strongly, he would force me, to my grief, to go and live in the lodge inside the city.

Dutch transcription

483 Eijgenaers en Inwoonders deezer Landen. de dat de makelaars meer booden, zo liet hij mij verzoeken, hem daarin de behulpzaame hand te willen bieden. Ik gaf tot antwoord, dat ik mij daarmeede niet wel bemoeijen konde, alzo de scheepelingen vrijhijd hadden, hun goed te verkoopen, aan wien zij wilden, en dat zij 't uijt dien hoofde zeekerlijk geeven zouden, aan die hun 't meeste Bot geld bood. Hierop liet hij mij weeten: Dat hij over mijn antwoord verwondert was, alzo hij vast gedagt hadde, dat ik hem de Parliculiere goederen bezorgen zoude, en dat hij op dat fondament alleen 300. Canassers geleend hadde. Ik vroeg, hoe m. r Price zulx denken konde, terwijl hij mij nooit bevoorens over het particulier goed gesprooken hadde. En toen tot antwoord. C ME: WV: van de Concersatie met de Op een slegt fondament. antwoord erlangt hebbende: Dat dit wel waar was, maar om dat ik het in 't gepasseerde Jaar aan M:r Hodges hadde gegeeven, dat hij daarom in de vaste verwagting was geweest, dat ik het hem ook geeven zoude, zo konde 5„ ik hieruijt zeer wel opmaaken wat zijne meening was, namentlijk: Hij merkte het al als or vast gevolg aan, dat hem de goederen toequamen. Teffens verscheenen 'sE Comp:s makelaars en maakte mij het volgende bekent „ M. r Price hadde sdags bevoorens „nesserwange, een naast bestaende van „ mantchergie, laaten roepen, en hem „gelast de makelaars af te vraagen: of die „ van hem weder overneemen zouden de „zuijker, die hij na gedagten van de „ Hollandsche schippers koopen zoude. „ Deeze gaf tot antwoord: Dat hij 't wel vraegen: 484 Eijgenaars en Inwoonders deezer Landen. Dat quaade gevolgen. insluijt. „vraagen wilde, maar dat hij vooraf wiste „ dat de makelaars het nooit doen zoude. „ waarop M.r Price repliceerde: Dan staen „zij zig zelven grootelyx in de weg. Want „ als zij die zuijker van mij koopen, dan „ zal ik die niet in de stad brengen, maar „ op de Rheede overscheepen laaten, en de= „=wijl de stads Gouverneur onder mij staat, „ zo wel als de Armade, zal ik verbieden, „ dat zo lange die zuijker niet van de „ hand is gezet, geen een Canasser uijt de „ stad naar Bouwnager of elders vervoert „ mag werden; ook zal ik maaken, datze p 1o „ op Bauwnager 1. p„r C=to minder betaalen „ aan Thol als anders. „ En dus nu duijdelijk ziende: Dat als m:r Price voor deeze keer het Particuliere goed kaeag„ hij dan niet alleen de Thollen fraudeeren„ en mij daardoor in moeijelijkheeden met de. CAb: IV. van de Conversatie met de de Inlandsche Regenten steeken zoude, maar dat hij ook naderhand den Inkoop der Goederen, als een vust voorregt aan„ =merken, en vervolgens mogelijk zelfs op SE Comp:s goederen pretensie maaken zoude: zo vermeende ik mij onvermijdelijk verpligt te vinden, deeze verre gaende slegte gevolgen, in haar begin te moeten sluijten. 3. 78. Ten dien eijnde liet ik hem ten eersten weeten:„ Dat ik mij gelukkig agtede, dat hij 't tot nog toe met de schee= „pelingen niet eens was geworden, over de „ particuliere goederen; want dat ik „ nu eerst alle mijne Bataviasche „brieven hebbende kunnen doorleezen, „ daaronder een gevonden hadde met „ uijtdrukkelijke ordre, van niet toe te „staan, dat hij direct of indirect eenige „ „goederen. 485 Eijgenaars en Inwoonders deezer Landen. maakt hem verbittert. „ goederen met onze scheepen aangebraegt „ kogte. „ Dit quam hem vreemd voor. Hij onderzogte bij eenige mijner onderhoorige„ of mijn zeggen in waarhijd bestond. En van dezelve ik weet niet wat antwoord gekreegen hebbende, zo deed hij mij zelfs aanzeggen: Dat hij nu regt zag, wat vriendschap ik hem toedroeg; alzo mijne eijgene onderhoorige getuijgden, dat het onwaar was, dat ik diergelijken ordre ontfangen hadde. Dog ik bleef op mijn stuk. En om zijne verbolgendhijd wat te verzagten, ging ik zelfs in 't parti= „culier met hem spreeken. Maar ook dit konde niets helpen. Hij liet zig tegen een zijner vertrouwelingen ontvallen: Dat ik hem in stilte hooning om den mond. C:sA P: VV. van de Conversatie met de 3g Hij zoekt daar over te waecken. In 't bijzonder op de Peazoon van den Directeur mond smeerde, maar in 't openbaar de neus afsneed, dog dat hij 't mij zoude zoeken betaalt te zetten. En hierin heeft hij ook trouw zijn woord gehouden. want ongereekendt, dat men alle voorvallen, die van §. 53. tot 63. beschreeven staan, gerust als wezendlijke gevolgen van dien aanmerken kan, zo heeft hij zig ook in 't byjzonder daarop toegelegd gehad, om mij in mijne Perzoon schande aan te doen, en was het mogelijk zelfs ongelukkig te maaken. Een voorbeeld daarvan is te vinden 5. 60. , waarbij blijkt dat hij mijne Gecommitteerdens met dit antwoord te rug zond:„ Dat de stads „ gouverneur tegens de E: Comp: niets 5: 79. „hadde. 486. Eijgenaars en Inwoonders, deezer Landen. Hij dwingt den Gouverneur eene belofte af. „ hadde; maar wel tegens mij in 't particulier.„ Dog van eenige andere zal ik hier in 't kort spreeken, om dat dezelve nog nergens be= „schreeven staan, schoon het bekende waarhee= =den zijn, waarvan ik de voornaemsten des noods met suffisante getuijgenissen zoude bevestigen kunnen. 9. 80. Den 30„en December 1766. De stads Gouverneur bij M:r Price geweest zijnde, om met hem over 't Chiappen der goederen te spreeken, heeft de gouverneur hem moeten belooven, dat als ik mij verder zo sterk tegens hem aankantede, mij dan te zullen dwingen tot mijn verdriet in de Logie binnen de stad te moeten gaan woonen. Den.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0200 view scan ↗

English

Chapter 4. Of the conversation with the owners and inhabitants of these lands. Treats the Director with disrespect upon complaints of his subordinate, and renounces his friendship. On the 22nd of January 1767, he had a message delivered to me by a common native soldier, which according to the custom of this country amounts to great disrespect. That same day in the evening, he came to pay me a visit in private, solely to inform me that he was completely convinced that I bore a hatred toward all of my subordinates who showed even the slightest signs of affection for him, and that I sought to ruin them; that in particular Holmberg had complained about me, and felt aggrieved that I wished to send him aboard ship because I suspected him of reporting everything to Mr. Price, And treated him as his subject. and that if I did the least harm to Holmberg or anyone else concerning such matters, he would then renounce his friendship with me forever. The following day he sent the French chief, Mr. Briancourt, to me to deliver substantially that same message to me. And on the 31st of January, he let it be known through a valet that I might send two deputies to hear from her the decision that he and his Council had taken; thus treating me as if he were the authority and I were his subject. Paragraph 81. Chapter 4. Of the conversation with the owners and inhabitants of these lands. Further designs of W. Price. Paragraph 81. On the 13th of March, an adopted Christian maid of the wife of the chief surgeon having returned, who 2 years ago had been carried off by slaves and, so it was said, had become Moorish, though she now denied this, I therefore, at the request of that woman, had Mr. Price asked whether I might leave her with her former mistress. His answer was that I should send her to him for a moment. And this having been done, he merely said that day that he had to speak with the town Governor about it; however, 13 days later, he gave positive assurance that he would ensure she could stay. But after the lapse of another 20 days, having still obtained no complete answer, and knowing from experience how little he is to be trusted, I therefore had the town Governor asked whether that maid had indeed become Moorish. He likewise said that he had to see. And wishing thereupon to satisfy his desire, the maid finally broke down and confessed not only that she had become Moorish, but also that she had previously stayed for some time in the Durbar. Thus now being fully able to understand why Mr. Price had tarried so long with his answer, I immediately had that woman seized by the arm and dragged outside the gate, with orders to the guards never to let her come onto the wharf again. Chapter 4. Of the conversation with the owners and inhabitants of these lands. To bring disaster down upon the Director's head through deception. And this has certainly been a great piece of luck for me. For not only did a confidant of Mr. Price say that very same evening to my courtier that this deed had surely been inspired in me by God, since the entire English Council was now dashed to pieces, over which they had already deliberated for 8 days, but Mr. Price was, moreover, so shameless that he even said to the face of the aforementioned wife of the chief surgeon that if I had not done it, I would certainly have brought a great disaster down upon my head, although he confessed at the same time that it was true that he had sent word to keep the woman, and send her on one of the ships to the Malabar. Paragraph 82. Chapter 4. Of the conversation with the owners and inhabitants of these lands. He forces the Governor to sign a letter of complaint, and with some others even writes to Batavia. On the 22nd of April, Mr. Price went to the Durbar in person, and plagued the Governor for so long until he was finally compelled to sign a letter that Mr. Price himself had had drawn up, to complain about me to Batavia. And as if that were not enough, he not only wrote to my disadvantage himself at the same time, but he also persuaded the French chief, and conspired with some of my subordinates, to do the same. This having become known, he wishes to inflict a public insult upon the Director. However, having heard a few days later that the entire matter was known to me, he became so enraged that on the 29th of April he sent word to the Governor to prepare everything in order to compel me to go and live within the town. The latter did so. And Mr. Price, having been informed that the people stood ready armed, gave orders that they should just proceed immediately. Prevented. But was prevented by Sidi Jaffer. However, the co-regent Sidi Jaffer, being unable to approve of such a thing, stopped the execution; and having gone to Mr. Price in person, he set before him: whether he had carefully considered what he wished to do, and if not, that he might still do so; for a Dutch Director was no common Banyan, and above all the present one was not like his predecessor.

Dutch transcription

Co l: 1 V. van de Conversatie met de Doet den Directeur Klijn agting aan. Op klagten van desselfs onderhoorige Den 22:' Januarij 1767. liet hij aan mij door een gemeen Inlands soldaat eene boodschap doen, het gunt volgens de ge= =woonte van dit land tot groote klijnagting strekt. Dien zelfsen dag des avonds quaam ontzegt hem zijne Vriendschap hij in stilte bij mij eene visite af leggen, alleen om mij bekent te maaken dat hij volkomen overtuijgt was, dat ik alle mijne onderhoorige, die maar de minste blijken van genegendhijd voor hem toonden eenen haat toedroeg, en hem zogte te bederven; Dat inzonderhijd Holmberg over mij geklaagt, en zig beswaart hadde, dat ik hem naar boord wilde zenden, om dat ik hem verdagt hield, als of hy alles aan Mr: Price overbrieffe En. 487 Eijgenaers en Inwoonders deezer Landen En tracteerde hem als zijne onderbaan. En dat, als ikr Holmberg of iemand anders over diergelyken zaaken het minste quaad deed, hij mij dan voor althoos zijne vriend= „schap op zeijde. Des volgende dags zond hij het franse opperhoofd m:r Briancourt bij mij, om mij genoegzaam die zelfde Boodschap te doen: En Den 31„en Ianuarij, liet hij door een Lijff dienaar weeten, dat ik twee gecommitteerdens mogte zenden, om haar aan te hooren het besluijt, dat hij en zijn Raad genomen hadde; tracteerde mij dus, als of hij overheijd, en ik zijn onderdaan was. S. 81. 8e - C A. E. H V. Van de Coniersatie met de Nadertoelegn van W. Priece. 3: 81: Den 13„en Maat, Een aangenomen Christen meijd van de Huysvrouw van den opperchirurgyjn weder terug gekomen zijnde, die voor 2 Jaaren door slaven vervoert, en zo men zeijde moors geworden was, dog het welke zij thans ontkende, zo liet ik M:r Price op 't verzoek van die vrouw vraagen, of ik dezelve wel bij haare voorige meestresse laaten mogte. zijn antwoord was, dat ikze hem eens toezenden moeste. En dit geschied zijnde, zo zijde hij dien dag eenelijk, dat hij met den stads Gouverneur daarover spreeken moeste, dog 13. dagen naderhand, verzeekerde hij positief, dat hij maaken zoude, dat ze blijven konde. Maar na verloop van andere. 488 Eijgenaars en Inwoonders deezser Landen andere 20. dagen, nog geen volkomen ant= „woord arlangt hebbende, en uijt de ondervinding weetende hoe wijnig hij te verlaouwen is, zo pdiject liet ik, dat den stads Gouverneur vraagen, of die meijd ook moors geworden was. Deeze zeijde insgelijx, dat hij te zien moeste. En daarop aan zijne begeerte willende voldoen, zo viel de meije eijndelijk door den mand, en bekende niet alleen, datze moors geworden maar ook bevoorens eenigen tijd in den Dherbaar verbleeven was. Dus nu volkomen kunnende begrijpen, waarom M:r Price met zijn antwoord zo lang gelaalmt hadde, zo liet ik ten eersten dat vrouwmensch bij de aam vatten, en buijten de poort sleepen, met ordre aan de wagten om haar nooit weder op de werff. Get P: 1V. van de Conversatie met de om den Directeur een ongeluk over den hars te haalen. Door misleyding. werff te laaten komen. En dit is zeeker= =lijk voor mij een groot geluk geweest. Want niet alleen dat dien zelfden avond nog een vertrouweling van M: Price, mijnen Hofganger toevoegde. Dat mij die daat zeekerlijk door God ingegeeven was, alzo nu de heele Engelsche Raad in duijgen lag, waarover ze al 8. dagen lang gedelobreert hadden, maar M:r Price was ook boven dien zo onbeschaamt, dat hij zelfs de voormeldte vrouw van den opperchirurgijn in haar aangezigt zeijde, dat als ik 't niet gedaan hadde, ik mij dan zeekerlijk een groot ongeluk over den hals zoude hebben gehaalt, schoon hij teffens bekende, dat het waar was, dat hij hadde laaten weeten het Vrouwmensch. 489 de b Eijgenaars en Inwoonders deezer Landen hij noodzaakt den Gouverneur een klagt brief te reekenen. . in schrijft met eenige andere zelfs naar Batavia. Dit rugtbaar geworden zijnde, vrouwmensch maar te houden, en met een der scheepen naar de mallabaar te zenden. 5. 82. Den 22„e April is M:r Prece in persoon naar den Dherbaar gegaan, en heeft den Gouverneur zo lange geplaagt gehad„ tot die eijndelijk gedwongen is geweest, Een briefje te teekenen, dat M:r Price zelfs hadde opstellen laaten, om over mij naar Batavia te klaagen. En of dat nog niet. genoeg waare, zo heeft hij niet alleen te gelijker tijd zelfs in mijn nadeel geschree„ =ven, maar hij heeft ook teffens het Fransche opperhoofd gepersuadeert, en met eenige mijner onderhoorige te zeemen gespannen gehad, om het zelfde te doen. Dog eenige dagen naderhand gehoort hebbende, dat. CA P: A. V. Van de Conversatie met de wil hij den Directeur een openbaar affront aandoen. tegen gehouden. dat mij die gantsche zaak bekend was, zo wierd hij zo verbettert, dat hij den 29„e Ap„ den Gouverneur liet weeten, om alles klae te maaken, ten eijnde mij te noodzaeken, om binnen de stad te gaan woonen. Deeze deed zo. En M:r Price verwittigt zijnde, dat het volk gewaapend klaar stond, gaf ordre datze maar terstond haaren gang moesten gaan. Dog de meede Regent Siedie Taffer zulx niet kunnende goedkeuren, hield de uijtvoering teegen; en zig in persoon bij Mr Price vervoegt Dog werd door Siedie Jaffer hebbende, stelde hij den zelven voor oogen: „ of hij wel bedagt hadde, wat hij doen „ wilde, en zo niet, dat hijt dan nog mogte doen; want dat een Hollands Directeur geen gemeen Benjaan was „ en voor al de presente niet gelijk zijn „voorzaat. „ „

NL-HaNA_1.04.02_3239_0207 view scan ↗

English

Owners and Inhabitants of these Lands. predecessor, who would allow himself to be affronted unavenged; that he for that reason wished to have nothing at all to do with that matter; and that if Mr Price nevertheless proceeded, and thereby brought misfortune upon his own neck, he should not blame him afterwards either. And this had such an effect that Mr Price changed his plan, and gave a counter-order. Nevertheless, he complained greatly about his fate, which had caused me to obtain knowledge of his undertaking, and added in conclusion: that if it were indeed true that I knew of this matter, then nothing would remain hidden from me, and that I would then surely make him unfortunate. 9. 83. AP: VV: Of the Conversation with the Siedie Jaffer seeks to make friendship between the two. Meanwhile, one of the English servants, whether of his own accord, or, as is probable, with prior knowledge and by order of Mr Price, had forged a plan to make friendship between the two of us, by means of Siedie Jaffer. The latter showed himself very willing to do so. And having first inquired of my Court-attendant, who was employed in all errands, what my thoughts were in that regard, he went on 7 May to Mr Price with the following proposal: that it had appeared to him from several occurrences that he lived in enmity with me; that this could not possibly go well, as he had to consider that just as he was the First Regent, so I was the First Merchant of 3. 83. the. Owners and Inhabitants of these Lands. Mr Price agrees to it at first. the city; and that he would therefore do well if he consigned all that had passed to oblivion, and wished to live in sincere friendship with me. Mr Price appeared at first as if surprised, and declared that he could not possibly live in friendship with me, as I had affronted him all too much concerning the seizing of the Returns and the private goods of the ship's crew. He even let Siedie Jaffer leave that day without giving him a positive answer, although the latter put it to him that he had sought to affront me even more, and that therefore the one ought to offset the other. But the next day he let him know that he accepted his proposal, and he should for that reason go to me at once and make everything ready. Thereupon also came ME: 1V. of the Conversation with the also Siedie Jaffer to me on the 11th, and after having had all servants remain outside, he said that it was necessary that I lived in friendship with Mr Price. I declared that I was cordially inclined thereto, but that I left it to his own judgment whether I could, while Mr Price caused me so much heartache that he even incited my subordinates against me, thereby making them disobedient and obstinate. He replied: that everything was known to him, and that Mr Price certainly acted badly; but that nevertheless everything must now be forgotten. I assured him: that I would gladly forget everything from my heart, provided Mr Price would only leave me as the sole chief of the few Dutchmen who were placed under me. And he, having thought to be able to accomplish this, Owners and Inhabitants of these Lands. accomplish this, declared in conclusion: that I might firmly believe that if I were a new Director, he would not speak so candidly; but since I had already been here before, and the good name which I had had during that time had now over the course of three years increased very much with the entire city, he therefore took so much trouble, and would gladly see that I spent my time with pleasure. In any case, he took leave of me well pleased, after having received a small gift of a horse, some ells of velvet, some gold and silver thread, with some spices and rose water. And betaking himself directly to the Durbar, a resolution was taken there that he would within a few days give an entertainment for me and Mr Price in his garden, and on that occasion make the friendship. AP: 4 V. Of the Conversation with Yet changes afterwards. And even brings shame upon that man. make. But Mr Price, unable to endure that the native Regents showed so much esteem for me, threw all of that into disarray again, by letting Siedie Jaffer know that he had gone beyond his orders, and therefore had to send back the received gifts immediately. The latter did indeed protest against this, and even went to place his unreasonable conduct before his eyes. But all was to no avail. He was forced on the third day thereafter to send the gifts back again. And when I likewise had a complaint made against it to Mr Price, his only answer was: that he knew nothing about it; with which I, as well as Siedie Jaffer, had to remain content for that time. 3. 84. the Owners and Inhabitants of these Lands. The Governor demands overdue gifts. While the aforesaid was still ongoing or had only just begun, something new arose again. The city Governor, having sent his confidant Wellie Ulla to me on 8 May, had me requested to state how much the Honourable Company gave him annually as a gift. Having asked why, the answer was: that he had received nothing in 9 years. I said that what had happened before my time did not concern me, but that I would investigate the past and then send an answer. I also immediately summoned the brokers, who assured me that they had not only duly delivered the portion of the Governor, but had also each time received for it 5: 84. a receipt.

Dutch transcription

490 Eygenaers en Inwoonders deezer Landen. „ voorzaat, die zig ongewrooken zoude affron„ „-teeren laaten; Dat hij uijt dien hoofde in „'t geheel met die zaak niet te doen wilde „hebben; En dat als M:r Price egter „voortging, en zig zelven daardoor een onge „luk over den hals haelde, hij hem ook naderhand de schuld niet moeste geeven. „ En dit was van die uijtwerking, dat M. r Price van concept veranderde, en contra ordre gaf. Egter beklaagde hij zig grootelijx li over zijn noodlot, dat mij van zijne onder =neeming kennis hadde doen krijgen, en voegde tot slot daarbij: Dat als het effective waar was, dat ik deeze zaek wiste, dan ook niets voor mij verborgen zoude blijven, en dat ik hem dan zee= =kerlijk ongelukkig zoude maaken. „ 9. 83. A P: VV: Van de Conversatie met de Siedie Iaffer zoekt tusschen beijden vriendschap te maaken. Ondertusschen hade een van de Engelseh bediendens, het zij uijt zig zelven, dan wel„ gelijk denkelijk is, met voorkennisse, en ter ordre van M.r Prcce een concept ge- =smeedt, om tusschen ons beijde vriendschap te maaken, door middel van Siedie Jaffer Deeze liet zig daartoe ook zeer gereed vinden. En eerst bij mijnen Hofganger, die in alle boodschappen gebruijkt was, onderzogt hebben =de, wat ten dien opzigte mijne gedagten waaen„ zo vervoegden hij zig den 7„e Maij bij W:r Price met het volgende voorstel: Dat hem uijt „ verschijde voorvallen gebleeken was, dat „ hij met mij in vijandschappen leefde; „ dat dit onmogelijk goed konde, gaan, alzo „ hij bedenken moeste, dat gelijk hij de Eerste „Regent, zo ik de Eerste Koopman van 3. 83. de. 491 Eygenaars en Inwoonders deezer Landen. M:r Price stemt het in 't eerst toe. „ de stad was; En dat hij daarom wel zoude „doen, als hij al het gepasseerde in 't vergeet „boek stellen; en met mij in opregte vriend= „schap leeven wilde „ M:r Price toonde zig in 't eerst quasie verwondert, en betuijgde dat hij onmogelijk met mij in vriendschap leeven konde, also ik hem omtrent het Cuappen der Retouren, en het particuliere goed der scheepelingen, al te zeer geaffronteert hadde. zelfs liet hij siedie Taffer dien dag weg gaen„ zonder hem een positief antwoord te geeven, schoon die hem te gemoed voerde, dat hij mij nog meer hadde zoeken te affronteeren, en dat daarom het een tegens 't ander op moeste gaan. Dog 's anderen dags liet hij hem weeten„ dat hij zijn voorstel aannam, en hij uijt dien hoofde maar ten eersten bij mij moeste gaan, en maaken alles klaar. Hierop quam ook. ME: 1V. van de Conversatie met de ook Siedie Juffer den 11„e bij mij, en na alle bediendens buijten hebbende laaten staan, zo zeijde hij „ Dat het noodig was, dat ik met „ M:r Price in vriendschap leefde IJk betuijg= =de; „ Daartoe van harsen geneegen te weezen, „ maar dat ik 't aan zijn eijgen oordeel overliet, „ of ik konde, terwijl M:r Price mij zo veel „ harlenleed aandeed, dat hij zelfs mijne onder= „hoorige tegens mij opstookte, en die daardoor „ ongehoorzaem en opstinaat maakte. „ Hij repliceerde:„ Dat hem alles bekend was, en „dat m:r Price zeekerlijk quaalijk deed; „ maar dat egter nu alles vergeeten moeste „ zijn. „ Ik verzeekerde hem; „ Dat ik „ van kaaten gaarne alles vergeeten zoude, „ mits m:r Price mij maar alleen „ opperhoofd wilde laaten, van de wijnige „ Hollanders, die onder mij gestelt waare„ En hij vermeend hebbende, dit te zullen kunnen. . 492 Eijgenaars en Inwoonders deezer Landen. kunnen bewerken, zo verklaarde hij tot slot„ „ Dat ik vast mogte gelooven, dat als ik een „ nieuwe Directeur was, hij dan zo openhantig „ niet zoude spreeken; maar dewijl ik voor „ deezen al hier geweest was, en de goede naem „ die ik in die tijd gehad hadde, nu 't sedert „ drie Jaaren bij de gantsche stad zeer ver= „=meerdert was, dat hij daarom zo veel moeijte „nam, en gaarne zien zoude, dat ik mijnen „ tijd met plaisier doorbragte „ Altoos, hij nam wel vergenoegt van mij afschijd, na een geschenkje ontfangen te hebben, van Een Paad, eenige Ellen fluweel, wat gouden zilver- draat, met eenige specerijen, en Roosen waaler. En zig direct naar den Dherbaur begeevende, wierd daar een besluijt genomen, dat hij binnen wijnig dagen in zijnen Thuijn voor mij en M:r Price een Tractament geeven, en bij die gelegenthijd de vriendschap maaken. A P: 4 V. Van de Conversatie met Dog verandert naderhand. En doet die man zelfs schanden aan. maaken zoude. Dog M: Prece niet kunnende verdraagen, dat de Inlandsche Regenten voor mij zo veel agting toonden, stiel dat alles weder om verre, met aan Siedie Jaffer te laaten weeten, dat hij buijten zijne ordre was gegaan, en daarom de ontfangene geschen= „ken ten eersten weder terug moeste zenden. Deeze protesteerde wel daartegen, en ging zelfs om hem zijn onreedelijk gedoente voor oogen te brengen. Maar alles mogte niet helpen. Hij was genoodzaakt den derden dag daarna de geschenken weder te rug te zenden. En wanneer ik insgelijx bij M.:r Price daarlegen liet doleeren, zo was zijn eenigste antwoord: Dat hij nergens af wiste; waarmeede ik zo wel als Siedie Jaffer ons voor die tijd vergenoegt moesten houden. 3. 84. 493 de Eijgenaars en Inwoonders deeze Panden. De Gouverneur eijscht agterstallige geschenken. Terwijl het voorenstaande nog gaande of maar even begonnen was, quam er weder iets nieuws op. De stads Gouverneur zijnen ver= „trouwling Wellie ulla den 8„e Maij bij mij gezonden hebbende, liet mij verzoeken, dat ik eens opgeeven mogte, hoe veel de E Comp: Jaarlijx aan hem tot geschenk gaf. Gevraagt hebbende: waarom. was 't antwoord: Dat hij in 9. Jaaren niets ontfangen hadde. Ik zeijde, dat wat voor mijn tijd gebeurt was, overige mij niet raakte, maar dat ik na het voorige onderzoek doen, en dan antwoord zenden zoude. Ook ontbood ik ten eersten de makelaers, dewelke mij verzeekerden, dat zij niet alleen de portie van den Gouverneur behoorlijk afgegeeven, maar ook daarvoor telkens 5: 84. quitantie.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0214 view scan ↗

English

Chapter IV. Of the Conversation with Mr Price, the Director having received a receipt. And having had the Governor informed of this, Welli Ulla returned with a message that it was indeed true that he had received something, but if I were to confront his receipt with what had been delivered, I would discover a great difference. Upon this, I complained about the inconsistency of the Governor, that he had first said he had received nothing, and now again that he had received something. But Welli Ulla excused him by openly revealing to me that this was not his fault, but that of Mr Price, who had let him know that for the ordinary present, six thousand and more Rupijen were written off annually in the books of the Honorable Company, and that he should simply take these from me, either by kindness or by force. At the same time, he made it clearly known that in the Durbar there were good indications of what was effectively written off annually. And being unable to infer anything else from this than that one or other of my unfaithful subordinates must again be involved in this, and that on this account this matter could sometimes be of bad consequence, I immediately and most earnestly ordered the Honorable Company's brokers that, in case they might not have given the Governor his rightful portion, they should try to settle it with him in the best manner as soon as possible. They also entered into negotiations immediately. But the Governor, constantly stirred up by Mr Price, showed himself very unreasonable, to such an extent that I found myself compelled to intervene, and to convince the Governor with the extended lists from older books that the customary presents were not given for him alone, but for all regents and servants in general who had any connection to the Custom House. And this finally had the effect that on 12 June he let Mr Price know that he had investigated everything regarding the presents and found that I was entirely innocent, and that Mr Price should therefore not take it amiss that he could cause me no trouble over it. At the same time he received 1,700 Rupijen from the brokers and gave a receipt that up to this day everything was settled regarding the presents, with which this matter was brought to a conclusion. Paragraph 86. On 2 November, our ships having arrived in the Roads, Mr Price already on the 5th sent a European writer to make known to me that he had received letters from Batavia that served to his great honor, and that in compliance with their contents he was inclined to consign all old disputes to oblivion and live in friendship with me henceforth. This certainly happened out of self-interest regarding the private goods of the crews, and at the same time also to prevent me from complaining about him, as he could well imagine that I had reason and evidence enough at hand to do so, now that I, notwithstanding his agitation and my own request, had been continued here for another year with the highest honor. And indeed, I also held myself somewhat aloof at first. But finally coming together in person, and being assured by him on his word of honor that if I did not prevent him from buying the private goods of the crews, he would then entirely cease the intimate conversation with my subordinates, and on the contrary urge them to their duty; as well as that he and the Governor in further letters would revoke what was written in the previous year, and thus completely vindicate me at Batavia; mutual promises were made to maintain a sincere friendship, and he also entered immediately into negotiations with the crews. But being unable to come to an agreement with them, because he would only offer a certain price far below the market and would not give more, he sent his broker Dangiesja to me on 2 December with this message: That he well knew that in the whole city, no one dared to bid against him except the brokers, and that I might therefore order them not to do so, in which case the crews would be compelled to yield the sugar to him for what he had offered. And this I found so improper that I could not fail to say that I had never been an obstacle in my own advantage, much less would I become one in favor of another, and that I would expect no more such messages from Mr Price at all. I thought in this respect to be rid of him now, but no: being unable to obtain the sugar, he demanded of me that I should see to it that the brokers give him a considerable present for his relinquishment. I agreed that I would try to persuade them, provided he kept his word, and caused neither me nor them any more trouble. And this he promised. He even brought to me on 22 December two letters written by him and the city Governor to Batavia, but since these were not properly arranged.

Dutch transcription

CAt P: WV. van de Conversatie met Mr Prioe wil den Directeur quitantie ontfangen hadden. En hiervan den Gouverneur hebbende laaten onderregten; zo quam Welli Ulla wederom boodschappen, dat het wel waar was, dat hij iets gekroegen hadde, maar als ik zijne quitantie tegens het afgegeevene confronteerde, dat ik dan een groot verschil ontdekken zoude. Hier op beklaagde ik mij over de onbestendighijd van den Gouverneur, dat die eerst gezegt habbe niets, en nu weder iets ontfangen te hebben. Dog Welli ulla verschoonde hem„ met mij openhaalig bekent te maaken; Dat daar voor aanspreekelyjk houden. „ dit zijne schuld niet was, maar die van „ m. r Price, dewelke hem hadde laaten „weeten, dat voor 't ordinaire geschenk „ Jaarlijx ses en meer Duijzend Ropijen „ bij sE Comps Boeken afgeschreeven „ wierden, en dat hij die maar van mij „neemen. aga de Eijgenaars. en Inwoonders deezer Landen. „neemen moeste, het zij met goedhijd, of met „geweld. „ Teffens gaf hij niet onduijdelijk te kennen, dat er in den Dherbaar goede aanwijzingen waren, van het geen effective Jaarlijx afgeschreeven was. En daaruijt niet anders kunnende opmaaken, als dat hier= =onder weeder de een of ander mijner ontrouwe onderhoorige moeste speelen, en dat uijt dien hoofde deeze zaak zomtijds van quaad gevolg zoude kunnen zijn; zo gelast ik terstond s E Comp:s makelaars op 't ernstigste„ dat ingevalle zij zomtijds aan den Gouverneur zijne geregte Portie niet gegeeven mogte hebben zij het dan maar hoe eer hoe liever, op de beste wijze met hem moesten zien af te maaken. zij traaden ook terstond in onderhandeling. Maar de Gouverneur, algebuurig. CA P: I. V. van de Conversatie met de Dog de Gouverneur kan daartoe niet verstaen. algeduurig door m:r Price opgezet, toonde zig zeer onreedelijk; tot zo verre dat ik mij gegoodzaakt vond tusschen beijden te komen, en den Gouverneur met de g'extendeerde Lijsten van oudere Boeken te overtuijgen, dat de gewoone geschenken niet gegeeven wierden, voor hem alleen, maar voor alle Regenten en Bediendens in 't generaal, die tot het Thol-Huijs eenige betrekking hadden. En dit was eijndelijk van die uijtwerking, dat hij den 12„n Junij aan M:r Price liet weesen „ Dat hij wegens de geschenken alles onder= „zogt, en bevonden hadde, dat ik in 't geheel „ onschuldig was, en dat M:r Price daarom niet quaalijk moeste neemen, „ „ dat hij mij daarover en moeijte konde „ aandoen. „ Teffens ontfing hij van de makelaars 1700. Ropijen en gaf quitantie. 495 Eijgenaars en Inwoonders, deezer Landen W: Price maakt met den Directeur vriendschap. quitantie, dat tot heeden wegens de geschenken alles vereffent was. waarmeede dan ook deeze zaak haar beslag erlangde. 5. 86. Den 2„e November onze scheepen ter Rheede gekomen zijnde, zond m:r Price den 5 en al een Europees schrijver, om mij bekent te maaken: Dat hij brieven van Batavia ontfangen hadde, die hem tot groote Eere strekken, en dat hij in voldoening aan derzelver Inhoud geneegen was, alle oude verschillen in 't vergeet boek te stellen, en met mij voortaan in vriendschap te uijt leeven. Dit geschiede zeekerlijk inzigt van eijgen belang, ten reguarde van 't particuliere goed der scheepelingen, en teffens ook om voor te komen, dat ik. 79 Cb: I V. Van de Gonversatie met de ik over hem niet klagen mogte; alzo hij wel nagaan konde, dat ik daartoe reeden en hadde bewijzen genoeg aan handen helde, nu ik niet tegenstaande zijn gewoel, en mijn eygen verzoek, hier nog voor een Jaar met de uijterste Eere gecontinueert was. En in der daat hield ik mij in 't eerst ook wat haad. Dog op 't laatste in persoon bij elkander gekomen, en door hem op zijn woord van Eere verzeekert zijnde:„ Dat als ik hem „ niet belette, het particuliere goed der schee„ „-pelingen te koopen, hij dan de gemeenzaam „ conversatie met mijne onderhoorige in 't „ geheel staaken, en in tegendeel dezelve tot „hunnen pligt aanmaanen zoude; zo meede „ dat hij en de Gouverneur bij nadere brieven „ het geschreevene in A:o p. s heroepen, en mij Dog „dus te Batavia volkomen regtvaardigen „ zoude; „ zo wierd over en weder belofte gedaen. 496 Eijgenaars en Inwoonders deezer Landen. zoekt zig onder dien dekmantel weeder in onzen handel te dringen. Dog kan zijn oogmerk niet bereijken. gedaan van 't onderhouden eener opregte Vriend= =schap, en hij taad ook terstond met de scheepe= lingen in onderhandeling. Maar met hen niet kunnende klaar raaken, om dat hij maar een zeekere prijs verre beneeden de maakt, en niet meer geeven wilde, zo zond hij den 2„e December zijnen makelaar Dangiesja bij mij mert deeze boodschap: „ Dat hij wel wiste dat in de „ gantsche stad, niemand, als de makelaers tegens hem durfde bieden, en dat ik dezelve „ „ daarom gelasten mogte, zulx niet te doen„ als wanneer de scheepelingen wel genood= „zaakt zouden weezen, de zuijker aan „ hem af te staan, voor 't geen hij gebooden hadde. „ En dit vond ik zo inhoriet, dat ik niet nalaaten konde te zeggen:„ Dat „ ik nooit in mijn eijgen voorbee een schuakh: „ was. „ CP: WV. van de Conversatie met de Eijscht daarop een aanzienlijk present van de makelaars. „ was geweest, veel min het in faveur van een ander zoude werden, en dat ik zulke „ boodschappen van M:r Price in 't geheel „ „ niet meer verwagten zoude „ Ik dagte ook ten dien op zigte nu van hem ontslaagen te zullen raaken: Maar neen. tij de zuijver niet kunnende Vluijgen, begeerde van mij, dot ik dan maaken zoude, dat de makelaars aan hem voor zijnen afstand een aanzien =lijk present moesten geeven. Ik stond toe„ dat ik haar zoude zoeken te persuadeeren, mits hij zijn woord hield, en mij nog haar geene moeijte meer aandeed. En dit beloofde hij. zelfs bragte hij den 22. December Jwee brieven bij mij, door hem, en den stads Gouverneur naar Batavia geschreeven. maar dewijl die niet na behooren waren ingerigt.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0221 view scan ↗

English

497 Owners and Inhabitants of these Lands And being likewise disappointed thereabout, he seeks to avenge himself upon the brokers. informed, the brokers also were not very inclined to an extra present, and I moreover judged his writing for or against to be of one and the same value, so I declined it, under the pretext that they came too late; since all my letters were already finished, and I consequently could make no use of it. Nor did he in fact extract anything from the brokers. And one must ascribe it solely to the fact that he dared to undertake nothing more directly against me, that he sought to avenge himself upon Mantchergie in such a shameful manner, as is described at large from §. 58. to 63. But which I likewise prevented him from doing, and moreover forced him, at the very time that Mantchergie still. CHAPTER IV: Of the Conversation with the Yet there he likewise comes off with disgrace. An English Peon commits violence on the wharf. still sat with us on the wharf, to have to pay a sum of Reop:s 36000. - in cash, which he owed to the brokers, and of which they otherwise would certainly not have received a single doit. §. 86. The last incident that I had with Mr Price is in itself precisely of no great importance, but I nevertheless pursued it as far as was possible, because it seemed to imply a consequence of the threat that Mr Price caused to be made to me, as appears from §. 59., namely: "That I should simply not make so much commotion at all, or else the Governor would show that he also had the power even to have my subordinates arrested." And. 498 Owners and Inhabitants of these Lands. Mr Price refuses to confirm the same. And this is also the reason why I cannot refrain from giving the following short account of it. A Peon, or common native soldier of the English Toll-collector Mr Holey, came on the 24th of April of this year with another Peon of Siedie Iaffer onto our wharf, and wished to drag away from there by force the brokers or suppliers of the native sailors. Having been seized and brought to Mr Price, the latter had him placed under arrest, and also promised to investigate the matter. Nevertheless, he released him again on the 28th without letting anything be known or punishing that fellow. And being unwilling to give any other answer to my complaints against it than that that fellow had done no wrong, and that he. CHAPTER IV: Of the Conversation with the Yet he is brought to other thoughts. he thought that an arrest of five days was satisfaction enough for me; so I prepared a letter addressed to him and his Council, which I append hereto under No 13., because it contained more particulars, and also because it provides an example of how, according to my conception, one can amplify such incidents and aggravate their consequences. But Mr Price, having been informed of this beforehand, instead of accepting the deputies, let me know on the 6th of May through Holmberg: "That he had not thought that I would pursue this matter so far, since I had otherwise never wished to write; that he would gladly see that that letter were not delivered; and if I accommodated him in this, that he would then in any case do me. 499 Owners and Inhabitants of these Lands He also promised a public satisfaction. "do me again as much pleasure as I could claim." I accepted this, provided that he still gave me some public satisfaction, consisting in this: "That since he nevertheless did not gladly wish to punish that fellow because, according to his statement, he had already dismissed him from the service and consequently had punished him once already, he then surrendered him to me, and let it be known through deputies that I could do with him according to my pleasure; whereupon I would send him back untouched, and declare that I considered myself satisfied with this satisfaction." He also promised that he would do so, first to Holmberg, and afterwards to myself, when on the 18th of May, with all Council Members and junior officials, I was with him at his request. CHAPTER IV: Of the Conversation with the Yet puts off the fulfillment continually. with him. And nevertheless he did not keep this solemnly given word, notwithstanding that I had him reminded of it fully twenty times. For at the first message that I sent by the Court Attendant on the 23rd, he gave as an answer that he could speak about that matter only with Holmberg. And when the latter came to him, he nevertheless had nothing else to say than that it would not be fitting to send the Peon to me with the Council Members. Nevertheless, on the 6th of May, he again made his excuses to the deputies by declaring that he had indeed had that fellow sought, but had not been able to find him up to this day. And having effectively made the same go out of the city that very day. 500 Owners and Inhabitants of these Lands. go, his answer subsequently was often based on that same excuse. But afterwards he again said frankly that I had received satisfaction enough because that fellow had been dismissed from the service. And since I was also unable to track him down, nor get him into my power, although I had sent people to Brootchia and Brodera for that purpose, I was already actually busy, in order to pay Mr Price back for that trick, writing a further letter to him and the Council, and having the same delivered at the earliest opportunity. But whether he was informed of this intention, or was persuaded in another manner to change his mind, I do not know. At any rate, on the 15th of November last, there came two. 77.

Dutch transcription

497 Eijgenaers en Inwoonders deeser Landen En daar omtrent ins gelijx te leur gestelt zynde. zoekt hij zig op de makelaars te wreeken. ingeregt, de makelaers ook tot eene extra present niet zeer geneegen waren en ik buijten des zijn voor, of teegen schrijven van eenderlij waarde oorbeelde, zo wees ik die van de hand, onder voorgeeven, datze te laat quamen; alzo mijne brieven bereeds alle klaar waren, en ik er bij gevolg geen gebruijk van maaken konde. Ook heeft hij in der daad van de makelaars niets getrokken. En men moet het alleen daaraan toeschrij= =ven, dat hij direct tegens mij niets meer durfde onderneemen, zig op mantchergie heeft zoeken te wreeken, op zulk eene schandelijke wijze, als van 3. 58. tot 63. in 't breede beschreeven staat. Dog het welk ik hem insgelijx belet, en hem boven dien gedwongen heb, ter zelfden tijd, dat mantchergie nog. CA P: I V: van de Conversatie met de Dog daar hij insgelijx met schande afkomt. Een Engelsche Pion pleegt op de werf geweld. nog bij ons op de weaff zal, eene somma van Reop:s 36000. - in Contant te moeten betaalen, die hij aan de makelaars schuldig was, en waarvan zij anders zeekerlijk geenen duijt gekreegen zouden hebben. S. 86. Het laatste voorval, dat ik met m. r Price gehad heb, is in zig zelven Juijst van geene groote aangelegend hijd. maar ik heb het egter zo verre getrokken, als mogelijk is geweest, om dat het een gevolg scheen in te sluijten, van het daijgement, dat m:r Price mij blijkens §. 59. liet doen. namentlijk: „ Dat ik „ maar in 't geheel zo veel beweeging niet „ moeste maaken, of dat de Gouverneur „toonen zoude, dat hij ook magt hadde, „zelfs mijne onderhoorige te laaten op vatten„ En. 498 Eijgenaers en Inwoonders. deezer Landen. M:r Price wijgert den zelven te staaffen. En dit is ook de Reeden, waarom ik niet kan nalaaten, daarvan het volgende kort verhaal te geeven. Een Pion of gemeen inlands soldaat van den Engelschen Tholman m.r Holeij, quam den 24„en April deezes Jaars met nog een Pion van Siedie Iaffer op onze werff, en wilde met geweld van daar meede sleepen, de makelaars of Bezorgers van de Inlandsche mattroosen. Opgeval en naar M„r Price gebragt zijnde, liet die hem in arrest zetten, en beloofde ook de zaak te zullen onderzoeken. Egter ontsloeg hij hem weeder den 28„e zonder iets te laaten weeten of dien Kaerl af te straffen. En op mijne doliantien daartegen geen ander antwoord willende geeven, dan dat die Kaeal niet qualijk hadde gedaan, en dat hij. CAb: 1V. Van de Conversatie met de nogthans word hij tot andere gedagten gebaagt. hij dagte, dat een arrest van vijff dagen sa= „tisfactie genoeg voor mij was; zo bragte ik een briefje in gereedhijd, aan hem en zijnen Raad gerigt, het welk ik onder N„o 13. ese paa hier agter voege, om dat het meerder omstaen„ =digheeden beval, en ook, om dat het een voorbeeld uijtleevert, hoe men volgens mijn begrip, diergelijken voorvallen bried uitmeeten„ en de gevolgen daarvan verswaaren kan Dog m. r Price hiervan vooraf onderregt zijnde, liet mij in steede van de gecommitteerdens te accepteeren, den 6:' maij door Hoemberg weeten: „ Dat hij niet gedagt hadde, dat ik „ deeze zaak zo verre trekken zoude, vermits „ ik anders nooit hadde schrijven willen; „ dat hij gaarne zien zoude, dat die brief „ niet besteld wierde; en als ik hierin zijn „ genoegen deed, dat hij dan in alle gevallen mij. 499 Eygenaars en Inwoonders deezer Landen Hij beloofde ook eene open= „baare satisfactie. „ mij weder zo veel plaisier zoude doen, als ik „ pretendeeren konde. „ Dit naam Maan, mits hij mij als nog in 't openbaar eenige Dewyl satisfactie gaf, hierin bestaande: „ Dat hij „tijtog dien Kaaal niet gaarne straffen wilde „ om dat hij hem volgens zijn zeggen, bereeds uijt den dienst gezet, en bij gevolg al eens gestraft hadde, hij dan denzelven aan „ mij overgaf, en door gecommitteerdens „liet weeten, daarmeede te kunnen doen „ naar mijn welgevallen; als wanneer ik „ hem onaangeraakt weder te rug zenden, en „ verklaaren zoude, dat ik mij met deeze „ satisfactie voldaan hield. „ Hij beloofde ook zodanig te zullen doen, eerst aan Holm= berg, en naderhand, aan mij zelfs, wanneer ik den 18„e Maij met alle Raads-Leeden en mindere gequalificeerdens op zijn verzoek bij. C N8: 47. van de Conversatie met de Dog steld de nakominge geduurig uijt. bij hem was. En nogthans heeft hij dit plegtig gegeeven woord niet gehouden, niet tegenstaande ik hem wel Twintig maal daarom heb aanmaanen laaten. want op de eerste boodschap, die ik den 23.:en door den Hofganger liet doen, gat hij tot antwoord, dat hij over die zaak alleen met Holmberg spreeken konde. En toen die bij hem quam hadde hij egter niets anders te zeggen, dan. dat het niet passen zoude, den Pion met de Raads-Leeden bij mij te zenden. Nog„ thans maakte hij den 6„e maij tegens de gecommitteerdens weder zijn Excus, met te verklaaren, dat hij dien Kaerl wel hadde zoeken laaten, maar tot heeden toe niet vinden kunnen. En den zelven ook effecte dien eijgensten dag nog uijt de stad hebbende doen. 500 Eijgenaars en Inwoonders deezer Landen. doen gaan, zo steunde vervolgens zijn antwoord nog dikwils op die zelfde verschooning. Dog naderhand zeijde hij weeder rond uijt, dat ik satisfactie genoeg hadde gekreegen, om dat die kaerl uijt den dienst was gezet. En dewijl ik den zelven ook niet heb opspeuren, nog in mijne magt klrijgen kunnen, schoon ik ten dien eijnde volk naar Brootchia, en Brodera heb gezonden gehad, zo was ik, om M:r Price dien trek betaald te zetten, alreeds werkelijk beezig, om een nader briefje aan hem, en den Raad te schrijven, en het zelve als nog met der eersten bestellen te laaten. Maar of hij van dit voorneemen onderregt, dan wel op eene andere wijze gepersuadeert is geworden, van concept te veranderen, weet ik niet Althoos. Den 15„e November Jongstleeden, quamen Twee. 77. „

NL-HaNA_1.04.02_3239_0228 view scan ↗

English

Chapter V. On the Conversation with the Owners and Inhabitants of these Lands. And at the very last he complied very poorly with his given word. Two delegates not only congratulated me in the name of Mr Price upon my appointment as Governor of the Mallabaar, but at the same time made the following excuse. To wit: That Mr Price had released the peon after five days of arrest and dismissed him from service, because, as I had sent no further word, he had thought that I was satisfied with it, but that this fellow now being beyond his power, he could give no further satisfaction, which caused him regret. And this excuse not only consists partly of untruth, but is also on the whole so lame and tasteless that I would not have accepted it had I remained here longer. The Director could have complained to Bombay, But now that I am leaving, and consequently shall have nothing further to do with Mr Price, I have also not wished to contradict the contrary opinion of your Honour and the Council. On the contrary, I have left it entirely to your Honour's discretion. And thereupon, the decision having been made in the meeting of the 22nd of November just past to hold the aforementioned excuse as sufficient, letter No. 13, which had remained closed until now, has thereby not only become useless, but the entire affair has also now reached its full conclusion. Section 87. If one now only glances over the foregoing from section 76 to 86, then one must surely admit, On good grounds. But was held back from doing so by weighty reasons. must admit that Mr Price has generally behaved very badly and often extremely unjustly toward me. And it may be that I would not have done amiss had I sought to rid myself of that annoyance. Indeed, I was on more than one occasion on the verge of lodging my complaint against him publicly before the Governor and Council in Bombay. I even possess written assurances, from no slight hand, that in such a case I would have obtained sufficient satisfaction. But I could nevertheless never bring myself to do so, out of the consideration: That I nonetheless had to interact with him daily; That I needed his ready consent in everything; That the slightest delay or unwillingness on his part could greatly harm the Honourable Company's interests; That although he was forbidden from doing me any harm publicly, it was nevertheless in his power to cause me all sorts of grief in private; That I would at the very least have exposed myself to the danger that he could constantly have referred me to Bombay; That consequently, having once complained about him, I would afterwards have had to do so repeatedly; And that, even were he to be removed from here, I nevertheless could not know whether his successor would be any better. Section 88. He considered it a stroke of good fortune to have been able to manage without it. Besides this, I also consider it a greater honour for me that I have been able to foil all attempts by Mr Price, without having had to resort to that extreme measure. And in this, his extravagant behavior in several incidents certainly helped me greatly, which provided me with the means by which I got him more or less under my control. Section 86. But the goodwill of many people, whose friendship I had sought and obtained from the beginning, has nevertheless been of no less great use to me. For without the private consent of Mr Crommelin, section 49, the spices certainly would not have arrived at the wharf for the time being. I would also have been forced, under mere protest, to allow the English chop to be placed on the Honourable Company's return cargo, had not Mr Hodges ordered Mr Price to desist from doing so. Section 56. Through the town governor I came to know not only that Mr Price had forced him to lodge a complaint about me, section 82, but he also subsequently sent me the original reply received to it, with this friendly compliment: that he was pleased that his complaints had served to my honour, and to Mr Price's shame. From Farischan I obtained Contract No. 2, upon which the English made themselves masters of the Castle, section 26, and of whose contents people have been ignorant until today. The special friendship of many people. He has also rendered me great assistance with regard to the spices, section 45, and in the case of the chopping of the goods, section 56. Sidi Jaffer is the one who not only prevented Mr Price from having me forced by violence to go and live inside the city, section 82, but who also even offered to make peace between the two of us, section 83. The English brokers and principal native servants are the reason that the estate of the former broker Kissourdas came back into my power, section 55, through the repeated assurances they gave to Mr Hodges as well as to Mr Price that, according to an old and constant custom, the settlement of that matter pertained to me alone.

Dutch transcription

CAtb: &V. Van de Conversatie met o En voldoet op 't laatste zeer gemeen aan zijn gegeeven woord„ Twee Gecommitteerdens mij uijt naam van M„r Price niet alleen geluk wenschen met mijne aanstelling tot Gouverneur van de Mallabaar, maar maakten ook teffens het volgende excuus. Teweeten:„ Dat „m: Price den Pion na vijf dagen arrest „ ontslagen, en uijt den dienst gezet hadde, „ om dat ik niet nader gezonden hebbende, „ hij gedagt hadde, dat ik daarmeede te „vreeden was, dog dat die kaerl nu buijten „zijne magt zijnde, hij geen nadere sa„ „tisfactie geeven konde, het gunt hem „leed beede„ En deeze verschooning bestaat gedeeltelijk niet alleen in onwaarhijd, maar is ook over 't geheel zo flauw en smaekeloos„ dat ik dezelve niet geaccepteert zoude hebben, als ik langer hier was gebleeven. Maar. 501 Eijgenaars en Inwoonders deezer Landen. De Directeur zoude naar Bombaij hebben kunnen klaegen. Maar nu ik weg gaa, en bij gevolg met m:r Price niet verder te doen zal hebben, zo heb ik ook niet willen teegenspreeken het contrarie gevoelen van uwEd: en den Raad. Jn tegendeel heb ik het ten eenemaale aan uw Ed: goed= =vinden gelaaten. En daarop in de Bij eenkomst op den 22„e november even verweeken het besluijt gevallen zijnde, om het voormeldte exccuus voor voldoende te houden, zo is de brief N:o 13. die tot nog toe geslooten heeft geleegen, daar door niet alleen onnut geworden, maar de gantsche zaak heeft ook als nu haar volkomen beslag erlangt. 9. 87. Als men nu het voorenstaende van 5. 76. tot 86. maar ter loops inziet, dan zal men zeekerlijk bekennen moeten. de CA R: A. V. Van de Conversatie met de Op goede gronden. Maar is door gewegtige Reeden daarvan afgehouden. moeten, dat m:r Price zig ten mijnen op= =zigte doorgaans zeer slegt en dikwils ten uijtersten onregtvaardig gedraagen heeft. En mogelijk dat ik niet quaaliyk zoude hebben gedaan, bij aldien ik gezogt hadde mij van dien overlast te ontslaen. Ook heb ik in der daat meer dan eens op het tipje gestaen, over hem bij den Gouverneur en Raad te Bombaij in 't openbaar mijn beklagte doen. zelfs bezit ik schriftelijke verzeeker =ingen, van geen geringe hand, dat ik in zulken gevalle eene voldoende satisfactie zoude hebben erlangt. Maar ik heb egter daartoe nooit kunnen overgaen, uijt aanmerking: Dat ik tog dagelijx met hem verkeeren moeste; Dat ik zijne gereede toestemming in alles noodig hadde„ Dat. 502 Eijgenaers en Inwoonders deezer Landen Dat de minste vertraaging of onwillighijd van hem, sE Comp: belangen grootelijx benadeelen konde; Dat schoon het hem ver= booden was, mij in 't openbaar eenig quaad te doen, het egter in zijne magt stond, mij in stilte allerhande verdriet te geeven; Dat ik mij ten minsten aan dit gevaar bloot gestelt zoude hebben, dat hij mij al geduurig hadde overwijzen kunnen naar Bombaij; Dat ik bij gevolg eens over hem klagtig gevallen zijnde het zelve naderhand meermaalen zoude hebben moeten doen; En dat, al was hij zelfs eens hiervan daan genomen, ik egter niet weeten konde, of zijn opvolger wel beeler zoude weezen. 5. 88. 17 CAB: IV. van de Conversatie met de Hij agte het een geluk, zig buijten des te hebben kunnen redden. groote waartoe voor hem van ^ nut is geweest Buijten des agte ik'took grooter Eere voor mij, dat ik alle poogingen van H„r Price heb kunnen verijdelen, zonder noodig te hebben, tot dat uijterste mijne toevlugt te neemen. En hierin heeft mij zeekerlijk veel geholpen zijn buijtenspoorig gedrag, in ver- =schijde voorvallen, het welk mij de middelen heeft verschaft, waardoor ik hem, min of meer onder mijn bedwang heb gekreegen. S. 86. Maar de genegentheijd van veel menschen„ welker vriendschap ik van den beginne af gezogt en verkreegen hadde, is mij egter niet minder van veel niet geweest. Want zonder de particuliere toestemming van Den Heer Crommelijn §. 49. waaren de specerijen zeekerlijk voor eerst nog niet op de werf gekomen. Ook zoude ik 5. 88. genoodzaekt. 503 Eijgenaars en Inwoonders deezer Landen genoodzaakt geweest zijn, onder enkelde protestatie, het Engelsche Chiap op 'sE Comp:s Retouren te laaten zetten, hadde niet de Heer Hodges m:r Price gelast gehad daarvan of te zien. §. 56. Door middel van den stads- gouverneur ben ik te weeten gekomen, niet alleen dat M. r Price hem gedwongen hadde, over mij te moeten klaagen 5. 82. maar hij heeft mij ook naderhand toegezonden het daarop ontfangen orgineel antwoord, met dit vrien= =delijk Compliment, dat het hem lief was, dat zijne klagten mij tot Eere, en M:r Price tot schande hadden gestreckt. Van Farischan heb ik het Contract N:o 2. gekreegen, waarop de Engelschen zig van 't Casteel hebben meester gemaakt §. 26. , en van welks Inhoud men tot heeden toe onkundig is geweest. CA b: A V. Van de Conversatie met De bijzonder vriendschap van veel menschen. geweest. Ook heeft hij mij groote hulpe beweezen, ten opzigte van de specerijen 5. 45. en in 't geval van 't Chiappen der goederen §. 56. Siedie Iaffer is de geene, die niet alleen belet heeft, dat M:r Price mij door geweld zoude hebben laaten dwingen, binnen de stad te gaan woonen, §. 82, maar die ook zelfs gezegt heeft, tusschen ons bijden vriendschap te maaken, S. 83. De Engelsche makelaars en voornaemste Inlandsche Bediendens zijn oorzaak, dat de nalaaten- =schap van den geweezen Makelaar Kissour =das; weder in mijne magt is gekomen, 555. door de herhaalde verzeekeringen die zij m. r Hodges, zo wel als m:r Price gegeeven hebben, dat volgens een oud en Constant gebruijk, de afdoening dier zaake mij alleen toequam.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0235 view scan ↗

English

504 the Owners and Inhabitants of these Lands. Remark on the given Rules. belonged, and no regent was allowed to interfere with it. And it is solely thanks to the good offices of the English Second, Mr. Gambier, that in September last three runaway slaves were retrieved from the Durbar and sent back to me, although this happened entirely against the wishes, indeed virtually against the will and inclination, of Mr. Price. Thus, the indications I gave previously, and the Rules I provided from § 67 to 72 for maintaining an appropriate conversation with the English given their present superiority, are hereby completely confirmed. The entire § 89. foundation. Chapter IV. Of the Conversation with Recommendation for emulation. foundation thereof certainly rests solely on examples of my own conduct. And whether that will in all respects gain the approval of Their High Nobles, I do not know. But I think, nevertheless, that it is necessary that Your Honour make use of my instructions and follow my example, at least until times change or orders are given to the contrary. For everything I have said is drawn from experience. And certainly, in the absence of positive orders, one can never proceed more calmly nor more comfortably than when building on Foundations. 8 505 the Owners and Inhabitants of these Lands The Duties of a Ruler have been indicated by Mr. Schreuder. Foundations whose soundness has obtained its confirmation through a desired outcome. Chapter V. Of the Establishment, the Chief Authority, and the Governance of this Directorship. § 90. Under this principal part, Mr. Schreuder has mainly occupied himself with providing a comprehensive indication of the Duties to which the Government here, or properly speaking a Director, as its Head, is bound. His Honour comprehends all these under four chief points, which Chapter V. Of the Establishment, the Chief In the best manner. which consist in taking care that: 1. Religion is practiced; 2. Justice and Righteousness are maintained; 3. Everyone is kept within the bounds of his duty; and 4. The Interest of the Honourable Company is promoted in every way. And taking each Point in hand separately, the discourses thereon are arranged so concisely, instructively, and conscientiously, that one cannot well deny them the name of master pieces. § 91. And truly: no one could do this better than His Honour, who for ten years in succession has had the Chief Authority 506 Authority, and the Governance of this Directorship in hand at this place, and who was forced by necessity to apply himself particularly to this subject. For when he arrived here in the Year 1740, he found not only the entire Directorship in general, but also the matter of Government in particular, in the utmost confusion. The lawful Ruler had been deposed by his subordinates and persecuted unto death. A mutinous band of unconscionable Council Members had chosen themselves a Head who knew absolutely nothing of his obligation as a Ruler. And above all, subordination—the foremost prop upon which a proper Government and Management, indeed the entire well-being of the Honourable Company's interests rest—had been trodden under Chapter V. Of the Establishment, the Chief. From own experience. foot to such an extent that everyone arrogated equal authority to himself, and between superior and inferior, between authority and subordinate, little or no distinction could be found. § 92. Now everyone who has ever been placed in any kind of Command knows what trouble it entails, and what prudence and tact are required, to bring such wild minds, who have once taken that extreme step of extravagance, back to the right path and keep them within the bounds of obedience. And yet that has happened. His Honour has earned this renown among all decent people: that the order maintained under his Management was the most 507 Authority, and the Governance of this Directorship The given Rules have been of great utility to the Director. proper that could ever be obtained. Their High Nobles were even pleased therewith, and had ordered his replacement to follow in his footsteps. Consequently, his maintained conduct must have been exceedingly good and exemplary, and on that account it cannot possibly fail that the Rules he gave in that regard must likewise be exceedingly good and practicable. I in particular can testify to this from experience, since from the beginning I took the same as a Guide and made use of them, not only here in Suratte, but also already in Padang. For in both places § 93. I had. Chapter V. Of the Establishment, the Chief I had the greatest need of this. In particular, upon my arrival here, subordination was trodden under foot to such an extent that, according to the expression of the Natives, the least soldier was a Director of his own neck. Mr. Drabbe himself, lamenting his distress to me, revealed among other things: That when he once commissioned one of his Council Members to go to the English, the latter flatly refused, saying: I am damned if I will do that; and when he spoke to him at another time concerning his Administration, he received from him this insolent reply: you just see to it that you look after your own service, I shall look after mine. Consequently, things here must to the

Dutch transcription

504 de Eijgenaars en Inwoonders deezer Landen. Aanmerking op de gegeeven Regulen. toequam, en geen, regent zig daarmeede bemoeijen mogte. En aan de goede diensten van den Engelschen Secunde M.r. Gambier heb ik 't alleen dank te weeten, dat in september Jongstleeden Drie weg geloopene slaaven uijt den Dherbaar, gehaalt en aan mij weder te rug gezonden zijn, schoon zulx in 't geheel tegens de zin, ja genoegzaam tegens wil en dank van M. r Price is geschiet. Dus werden hierdoor volkomen bevestigt, de Aanwijzingen, die ik bevoorens gedaan, en de Regulen die ik van 3. 67. tot 72. gegeeven heb, om met de Engelschen, bij hunne presente overmagt eene geschikte Conversatie te houden, Het gantsche S. 89. fondament. Get b: IV. van de Conversatie met Recommendatie ter navolging fondament daarvan steunt zeekerlijk alleen op voorbeelden van mijn eijgen gedrag. En of dat wel alle zinds Haar Hoog Edelens goedkeuring zal verwerven, weet ik niet. Maar ik denk egter, dat het noodig is, dat uw Ed: van mijn voorschrift gebruijk maakt, en mijn voorbeed navolgt ten minsten zo lange tot de tijden ver= anderen, of anders gelast werd. Want alles wat ik gezegt heb, is uijt de ondervinding opgemaakt. En zeekerlijk kan men, bij gebrek van positive ordres„ nooit geruster, nog gemoediger te werk gaan, dan wanneer men bouwt op Gronden. 8 505 de Eijgenaars en Jnwoonders deezer Landen De Pligten van een Regeerder heeft De Heer Schaleider aangeweezen. Gronden, welker deugtzaamhijd door eene gewenschte uijtkomst haare bevesting heeft erlangt. AP: V. van de Instelling, het Hoofd Tezag, en de Regeering- deezer Directie S. 90. Onder dit Hoofd deel heeft De Heer Schreuder zig voornamentlijk opgehouden, met eene uijtvoerige aanwijzing te geeven, van de Pligten waarloe de Regeering hier, of eijgendlijk Een Directeur, als derzelver Hoofd, verbonden is. zijn Edele begrijpt die alle onder vier hoofd pointen dewelke. C: AP: V: Van de Iustelling het Hoofd Op de beste wijze dewelke bestaan, in zorge te draagen dat 1:/ De Godsdienst gepleegt; 2:/ Regt en Geregtigheijd gehand haarz, 3. Een ieder binnen de paalen van zijnen pligt gehouden; En 4. / Hel Interest van de E: Comp: allezinds behaaligt werde. En dan ider Point afzonderlijk onder handen neemende, zijn de verhandeling daarover zo bondig, leerzaam, en gemoe= =delijk ingerigt, dat menze de naam van meestersstukken niet wel afspreeken Kan. §: 91. En waarlijk: niemand konde dit ook beeter doen, als zijn Edele, die Thien Jaaren agter een het Hoofd. Geszlag te. 506 Gezag, en de Regeering deezer Directie te deezer plaatse in handen hatden gehad heeft =heeft, en die door noodgedwongen is geweest, zig op dit onderweap in 't bijzonder toe te leggen. want toen hij in 't Jaar 1740 hier quam, vond hij niet alleen de gantsche Directie in 't alge= =meen, maar ook in 't bijzonder het stuk der Regeering in de uijterste verwaaring. De eegene wettige Bestierder was door zijne onderhoorige afgezet, en tot er dood toe vervolgt. Een op= „roerige hoop van geweetenloose Raads- Leeden hadde zig zelven een Hoofd verkoozen, dat van zijne verpligting als Regeerder in 't geheel niets wiste. En vooral was de subordinatie, het voornaemste steunzel, waarop eene geschikte Regeering en Huijs „houding, Ja het gantsche welzijn van 's E: Comp:s belangen rust, zodanig onder de voet. A: V: van de Instelling, het Hoofd. uijt eijgen ondervinding voet geraakt, dat elk een zig evenveel gezag aanmaatigde, en men tusschen meerder, en minder, tusschen overheijd en onderhoorige, wijnig of geen onderschijd konde vinden. 3. 92. Nu weeteen ieder, die maar ooit in eeniger hande soort van Commando gestelt is geweest, wat moeijte het in heeft, en wat voorzegtighijd, en beleijder toe vereijscht werd„ om zulke verwilderde gemoederen, die eens tot dien uijtersten stap van buijtenspoorighijd getreeden zijn, weder tot den regten weg te brengen, en binnen de paalen van gehoor„ =zaemhijd te houden. En nogthans is dat geschied. zijn Edele heeft bij alle honnette menschen dien roem verworven: Dat de ordre onder zijn Bestier gehouden, de geschikte. 507 Gezag, en de Redgeering deezer Directie De gegeevene Regulen zyn voor den Directeur van groot nut geweest. geschiktste is geweest, die men ooet erlangen konde. zelfs hebben Haar Hoog Edelens daarin genoegen genomen, en zijnen vervanger gelast gehad, zijne voelstappen op te volgen. Bij gevolg moet zijn gehouden gedrag uijtneemend „wel, en voorbeeldig zijn geweest, En 't kan uijt dien hoofde ook onmogelijk missen, of de Regulen, die hij ten dien opzigte gegeeven heeft, moeten ins gelijx uijtneemend goed, en praeticabel zijn. Ik in 't bijzonder kan dit uijt de ondervinding getuijgen, dewijl ik mij dezelve van den beginne af tot een Rigtsnoer heb gesteldt, en daarvan gebruijk gemaakt gehad, 1 niet enkeld hier in Souralta, maar ook bereeds te Padang. want op beijde plaetsen §. 93. hadde. CerP: V. Van de Instelling hiet Hoofd hadde ik zulks ten hoogsten noodig. In 't bijzonder lag bij mijne aankomst hier de subordinatie zodanig onder den voet, dat volgens de spreekwijze der Inlanders, de minste zoldaat een Directeur van zijn hals was. zelfs heeft De Heer Drabbe mij zijnen nood klaagende, onder anderen bekent gemaakt: Dat wanneer hij eens iemand ziner Raads-Leeden committeerde, om naar de Engelschen te gaan, die zulx rond uijt wijgerde, met te zeggen; Dat seggen verdoem ik te doen; en wanneer hij hem op een ander tijd over zijne Administratie onderhield, hij van den zelven dit onbeschof„ te antwoord kreeg; maakt gij maar, datje op je eijgen dienst past, ik zal wel op de mijne passen. Bij gevolg moet het hier ten.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0243 view scan ↗

English

508 authority and the government of this Directorship made a very poor showing in that respect. And while I nevertheless, under God's blessing, through the wise conduct of Mr. Schreuder, not only promptly redressed that excess, but also have kept everyone reasonably within the bounds of his duty to this day, although this has cost me much heartache and grief in the last two years, because some, relying on the friendship of Mr. Price, were unwilling to let themselves be properly governed by either gentle or serious admonitions, and I nevertheless could not proceed to harsher or extreme measures: so I also cannot fail to set the conduct of Mr. Schreuder as an example to Your Honour, and to recommend his instructions to Your Honour most strongly. §. 94. Chapter 5: Of the institution, the Head He can also not improve anything upon it, which is why he only recommends the following thereof to his successor. Indeed, I for my part am unable to devise anything better, much less to put it on paper. I also do not know what it could consist of that one might add to it or omit from it. And therefore, adopting that entire treatise just as it lies, and treating it as if it were written here word for word: so I only say this: that I very kindly request Your Honour, and if necessary earnestly recommend, to make good use of the instruction of Mr. Schreuder. Please read it, reread it, and imprint it firmly in your memory. Indeed: please make every effort to regulate Your Honour's entire attitude and conduct accordingly. Because, this being done, 509 authority and the government of this Directorship Mr. Schreuder has written considerations. everything will undoubtedly go well. Your Honour will bring blessings and prosperity upon the Honourable Company's interests, upon yourself, and upon your subordinates. And Your Honour will earn from the whole world the praise of having governed well, when Your Honour is one day as fortunate as I am now, to be released from this administration with honour and satisfaction. Chapter 6. Of the commerce that was conducted here by the Honourable Company and under its protection. §. 95. Of commerce in general as well as of that of Souratta in particular f 18: 17. Of the commerce that by the Honourable Company Of commerce in general. in particular, so many treatises have been brought into the world that one person alone could scarcely read through them. But in my opinion the Considerations of Mr. Schreuder on the opened free navigation and trade, dated the 2nd of March 1746, nevertheless deserve precedence over everything that has been written on that subject up to now. For they contain something to which no one except His Honour has yet paid attention, and which has nevertheless given rise to great mistakes. This consists in the following: that His Honour makes a distinction between someone who conducts trade solely out of necessity, for his own convenience, and another who does so simply in the hope of profit, namely, 510 and under its protection was conducted here. Of that of Souratta in particular. to pursue his own advantage by serving others. Both types have each their separate rules and maxims. And these having subsequently been set forth and placed in a clear daylight, the profession of a merchant, which formerly seemed an uncertain business, has thereby been brought to a science that rests on solid foundations; and which has this utility in it, that a novice may thereby gain knowledge, and a practitioner can arrange his undertakings according to it with a certain foresight into what is to come. At the same time, one finds in those Considerations: an extensive description of the commerce in particular, as it was conducted in Souratta by English, French, and other European, and native nations; as well as: a separate treatise CHAPTER 6: Of the commerce that by the Honourable Company to which one refers Arisen dispute over the contracting of the return shipments. treatise on the manner that takes place with respect to the Honourable Company's trade, and what changes and improvements are necessary in that regard. And therefore being able to recommend this document to Your Honour as a work that is likewise excellent, I refer to it as well as to that which Mr. Schreuder has added to it in his left Memoir, and I shall only speak briefly here of the buying and selling, in so far as it is necessary to give an indication of the manner in which I have acted in that regard. §. 96. It is a well-known fact: that the goods that usually make up the return shipments for Europe and the Indies do not all originate in Souratta 511 and under its protection was conducted here whether that must take place in one or more places at the same time alone; but that they must partly also be obtained from Brootchia, Amedabaad, etc. And this has given rise to the question: whether it is better to contract for them in all those places at the same time, or in Souratta alone! In the earliest times the former opinion certainly prevailed. For otherwise one can give no reason why right in the beginning all the trading posts were established upcountry, which Mr. Schreuder set forth in the First Chapter of his memoir. But it having become evident a few years later that they by no means fulfilled expectations, as indeed all subordinate trading posts have always been detrimental to the Honourable Company, §. 8., the latter opinion indeed gained ground.

Dutch transcription

508 Gezag en de Regeering deezer Directie ten dien opzigte al zeer slegt hebben uijtge= zien. En dewijl ik egter onder Gods zeegen, door de wijze handeling van Den Heer Schreuder, dat exces niet alleen spoedig geredresseert, maar ook tot heeden toe eenen ieder tamelijk binnen de paalen van zijnen pligt gehouden heb, schoon mij zulx in de laatste twee Jaaren veel haarzeer, en verdriet heeft gekost, doordien eenige steunende op de vreendschap van Mr. Price zig door zagte, nog ernstige vermaaningen behoorlijk hebben willen regeeren laaten, en ik nog =thans tot hardre of de uijterste middelen niet heb kunnen treeden: zo kun ik ook niet nalaaten, het gedrag van Den Heer „tot schreuder uw Ed: een voorbeeld te stellen, en zijne onderwijzingen, uwEd op t kragtigste aan te paij zijn. §. 94. C: Hb: v: van de Jnstelling, hete Hoofd Hij kan daaraan ook niets verbeeleren. was hij eenelijk derzelver opvol= =ging zijner vervanger aanbeveelt. Immers ik voor mij ben onvermogens, iets beeters uijt te denken, veel min op 't papier te brengen. Ik weet, ook niet waarin het zoude kunnen bestaan, dat men daarbij zoude voegen of aldoen mogen: En daarom die gantsche ver„ handeling overneemende, zo alze legt, en dezelve houdende, als of ze van woord tot woord hier ingeschreeven ware: zo zegge ik nog maar eene lijk: Dat ik uwEE: zeer vriendelijk verzoeke, en des noods eanstig Recommendeere, om zig„ tog het voorschrift van Den Heer Schreuder tot nut te maaken. Gelief het zelve te leezen, te herleezen, en vast in 't geheugen te prenten. Ia: Gelief alle kragten in te spannen, om uwEd gantsche Houding, en Gedrag daarna te reguleeren. Want dit geschiedende zal R. 94. ongetwijffelt. 509 509 Gezag en de Regeering deezer Directie De Heer Schreuder heeft Consideratien geschreeven. ongetwijffelt alles wel gaan. uw Ed zal over sE Comp:s Belangen, over zig zelven, en over zijne onderhoorige zeegen, en voorspoed haalen. En UwEd. zal bij de gantsche Waereld dien Lof verdienen, van wel te hebben geregeert, wanneer uwEd in der tijd eens zo gelukkig is, als ik thans ben, om met Eere en genoegen uijt dit Bestier ontslagen te raaken. RP: V7. Van den Koophandel, die door De E Comp: en onder haare Protectie hier gedreeven werd. §. 95. Over den Koophandel in 't generaal zo wel, als over dien van Souratta in 't bijzonder ƒ 18: 17. Van den koophandel, die door De E Comp: Over den koophandel in 't algemeen. bijzonder, zijn zo veel verhandelingen in de waereld gebragt, dat een mensch alleen die nauwlijx zoude doorleezen kunnen. Maar volgens mijne gedagten verdienen egter de Consideratien van Den Heer Schreuder over den open gestelde vrije vaart en Handel, gedateert den 2„e Maat 1746. den voorrang boven alles, wat tot nog toe over dat onder= =werp geschreeven is. Want dezelve bevatten iets, waarop buijten zijn Edele nog niemand gelet, en het gunt egter tot groote misslagen aanleij= „ding gegeeven heeft. Dit bestaat hierin: Dat zijn Edele onderschijd maakt, tusschen iemen„ die koophandel drijft alleen uijt nood, tot eijgen gerief, en een ander, die zulx enkeld doet, op hoope van winst, om namentlijk, met. en 510 en onder haare Protectie hier Gedreeven werd. Over dien van Souratta in't bijzonder. met andere te gerieven, zijn eijgen voordeel te bejaagen. Beijde soorten hebben ieder haare afzonderlijke Regulen, en magimen. En deeze vervolgens opgegeeven, en in een helder dagligt gesteldt zijnde, zo is daardoor het bebrijf van een koopman, dat bevoorens een onzeeker gedoente scheen, gebragt tot eene weetenschap, die op vaste gronden steunt; en dewelke dit nut in zig heeft, dat een Leerling daardoor kennis krijgen, en een oeffenaer zijne onderneemingen met eene beekere vooruijtzigt op het aanstaende, daarna inrigten kan. Teffens vind men bij die Consideratien: Eene uijtvoerige beschrijving van den Koophandel in 't byzonder, hoedanig die in Souratta gedreeven werd, door Engelsche, Franse, en andere Europeese, en Inlandsche natien; zo meede: Eene aparte verhandeling. C A P: Vt. van de Koophandel die door DeE Comp. waaraan men zig gedraegt Ontstaene verschil over de Aanbesteeding der Retouren. verhandeling over de manier, die ten opzigte van 's E Comp:s negotie plaats heeft, en wat en verbeteringen veranderingen dien aangaende noodig zijn. En daarom dit schriftuur uw Ed: kunnen aanprijzen als een werk, dat insgelijx uijt munte is, zo gedraag ik mij daaraan zo wel als aan het geen De Heer Schreuder bij desselfs nagelaaten Memorie daar nog bij gevoegt heeft, En ik zal hier eenelijk in 't kort spreeken, van den In-en verkoop, voor zo verre het noodig is, om aanweijzinge te doen van de manier, hoedanig ik daaromtrent gehandelt heb. 8. 96. Het is eene bekende zaak: Dat de Goederen, die gewoonlijk de Retouren uijt- =maaken, voor Europa en Indien, alle in Souratta. en 511 en onder haare Protectie hier gedreeven werd of die geschieden moet op een dan meer plaatsen te gelyk Souratta alleen niet vallen; maar dat dezelve gedeeltelijk ook van Brootchia, Amedabaad ensz: gehaalt moeten werden. En dit heeft aanleijding gegeeven tot de vraage: of het beeter is„ daarvan Aanbesteeding te doen, op alle die plaetsen te gelijk; dan wel te souratta alleen! Jn de oudste tijden heeft zeekerlijk het berste gevelen booven gedreeven. want anders weet men geene reeden te geeven, waarom staaks in den beginne„ alle de Comptoiren binnen slands opgeregt zijn, die De Heer Schreuder bij 't Eerste Capittee zijner memorie opgesteld heeft. Dog korte Jaaren nader kand gebleeken zijnde, dat dezelve gantsch: niet aan de verwagting voldeeden, gelijk ook in der daad alle subalterne Comptoi= nen voor de E Comp: althoos schaedelijk zijn geweest, 9. 8. , zo Kreeg het laatste gevoelen wel.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0250 view scan ↗

English

Of the trade carried on by the Honorable Company and under its protection here. Mr. Schreuder indeed held the upper hand to such an extent that most of those offices were closed. But it was not long before others of the first opinion arose again. Their reasons were that one could obtain the goods at the place where they are produced in greater quantity, of better quality, and cheaper. And proceeding upon that foundation, they not only made attempts, but also effectively brought it about that they re-established some of those old offices. Section 97. And this continued by turns until the arrival of Mr. Schreuder, who still found Amedabaad and Brootchia in existence. In the beginning His Honour also seems to have leaned toward the first view. For although Amedabaad was formally dismantled upon the express orders of Their High Honours, he nevertheless continued the contracting at Brootchia for some years; possibly because he had not yet sufficiently investigated the matter at that time, or else because he did not wish to make such a great change immediately. But subsequently, being convinced by a seven-year experience that the latter view deserved preference over the former, in the year 1748 he not only carried out the entire contracting at Souratta alone, but he also adhered to this until his departure, and even explicitly stated in his Memoir that one ought not to depart from this, for reasons recorded at length in the Resolution of 17 July 1748, to which His Honour refers in support of his opinion. Section 98. Nevertheless, little or no attention was paid to this. His Honour had scarcely departed when they relapsed again into the first concept. Not only did they anew place contracts at Brootchia and at Amedabaad, but they also wished to obtain reliable returns from Ketsmandui, a previously unknown place where nothing good is to be had, and where the inhabitants produce barely more than they need for their own convenience. And although the latter, after several fruitless attempts, was found to be entirely impossible, and Amedabaad also soon lapsed again of its own accord, they nevertheless could not bring themselves to abandon Brootchia likewise. Instead, they kept it going, however defectively, until upon my arrival here, I immediately followed the example of Mr. Schreuder again and on 26 March 1764 entrusted the provision of all returns solely to the brokers and suppliers at Souratta, as has also always been done ever since. Section 99. Now it is true that in the beginning I met with much opposition in this. The broker at Brootchia complained that in this manner he, his family, and servants would have to starve of hunger; that if no contracting took place, he would also have no income; and that without income he could not possibly bear the customary Darbar expenses. The Residents objected that it displayed a lack of confidence when they were not employed in the same work as their predecessors; that this would deprive them of their credit and bring them into contempt among the natives; and that consequently they would become incapable of accomplishing anything with the rulers in matters of importance. Even the Governor requested by a brief note, certainly at the instigation of the broker and the Residents, that it might please be left on the old footing, as he set more honour in it, and it in fact also gave his city greater prestige when the Honorable Company traded there through European rather than native servants. Section 100. The contracting at Brootchia is subject to many inconveniences. But just as these reasons collapse of their own accord because they all have a private view and have not the least relation to the Honorable Company's interest, so no further notice is deserved by the rest, which, as appears from Section 96, are usually brought forward by the advocates of the contracting at subordinate offices, namely: that one can obtain the goods from the primary source cheaper, of better quality, and in greater quantity. For firstly, it is a known fact that although one carries out the contracting at Souratta alone, the returns that are produced at Brootchia are nevertheless also purchased at Brootchia, and that consequently this change does not do the least harm to the main objective. Secondly, all who possess a little knowledge of the condition of these lands know that natives who belong here can trade at outside places much better, with greater ease, and with less expense than Europeans, even if one sends them thither in person. Thirdly, the goods that the servants procure at the subordinate offices sometimes indeed appear somewhat cheaper than those purchased at the main office; but in reality they are not, if one takes into consideration that the former, according to ancient custom, are not encumbered with exchange losses, boat expenses, office charges, and transport duties; whereas...

Dutch transcription

W A VI. van de Koophandel die door De E Comp De Heer Schreuder heeft alles „steed gehad. wel zo verre de overhand, dat de meeste van die Comptoiren ingetrokken wierden. Maar het leed egter niet lange, of daar quamen weder andere op, van 't eerste Concept. Hunne reedenen waren: Dat men de goederen, ter „plaatse daarze vllen, in grooter meenigte, deugt= „zamer, en beeter koop bemagtigen konden„ En op dat fondament voortgaande, deedenze niet alleen poogingen, maar volbragten 't ook effective, dat ze weder eenige van die oude Comptoiren restabi= =leeren. 5: 97. En dit heeft zij bij verwisseling geduurt, te souratta alleen aanbe= tot de komste van Den Heer Schreuder, die Amedabaad, en Brootchia nog in weezen vond. zijn Edele schijnd ook in den beginne tot het Eerste gevoelen overgeheld te hebben. Want. en on 512 en onder haar Protectie hier gedreeven werd. want schoon Amedabaad op uijtdrukkelijke ordre van Haar Hoog Edelens formeel opgebrooken wierd, zo continueerde hij egter nog eenige Jaaren met de Aanbesteeding te Brootchia; mogelijk„ om dat hij toen die zaake nog niet genoeg onderzogt hadde; dan wel, om dat hij terstond zulke groote verandering niet maaken wilde. Dog vervolgens uijt eene sevenjaarige onder= =vinding overtuijgt raakte, dat aan het laatste gevoelen de preferentie toequam boven het eerste, zo deed hij in A:o 1748. niet alleen de gantsche Aanbesleeding te Souratta alleen„ maar hij is ook daarbij tot zijn vertrek ge= =bleeven, en heeft ook zelfs bij zijne Memorie wel uijtdrukkelijk gezegt: Dat men daarvan niet behoorde afte gaan, om reeden, bij Reso= lutie van den 17„e Julij 1748. in 't breede aangeteekend. C t. P: V. van de Koophandel die door De E Comp: na zijn vertrek wierd dit verandert. aangeteekend waarop zijn Edele zig tot staaring van zijn gevoelen beroept. 3. 98. Hogthans is hierop wijnig of in 't geheel geen agt geslaagen. zijn Edele was nauwlijk vertrokken, of men verviel weeder tot het deed Eerste Concept. men dit niet alleen op 't nieuw Aanbesteedingen te Brootchia, en te Amedabaad, maar men wilde ook deugtzaa„ =me Retouren haalen, van Ketsmandui, een bevoorens onbekende plaats, waar niets goeds te krijgen is, en waar de Jnwoonders nauw„ =lijx meer aanmaaken, danze tot hun eijgen gerief noodig hebben. En schoon dit laatste„ na verscheijde vrugtelooze poogingen, in 't geheel onmogelijk bevonden wierd, en ook Amadabaad spoedig weder van zelfs verviel, zo. en Sch 513 en onder haar Protectiekaen gedreeven werd. Dog de Directeur heeft dat weder gedaen. schoon de Brootchiase Bediendens daartegen opquaamen. zo konde men 't egter niet op zig verkrijgen, om Brootchia insgelijx vaaren te laaten. maar men hield het gaande, hoe gebrekkig ook, tot ik hier komende, ten eersten weder het voorbeeld van Den Heer Schreuder volgde„ en den 26„e Maart 1764. de Bezorging van alle Retouren, alleen de makelaars, en Leveranciers te souratta opdroeg; zo als ook 't sedert althoos is geschied. 8. 99. 99. Nu is 't wel waar, dat ik in den beginne hierin veel tegenspraak heb. ontmoet. De makelaar te Brootchia klaagde: „ Dat hij op die wijze met zijne zoude, familie, en bediendens van honger zal „ „ moeten sterven; Dat als er geene aanbe= „steeding geschiede, hij ook geen Jnkoomen „ hadde; En dat hij zonder Inkoomen „onmogelijk. w= MB: VI. Van de Koophandel die door De E Comp: „ onmogelijk de gewoone Dherbaars onkosten „draagen konden. „ De Residenten beswaarde zig: „ Dat het een minder vertrouwen ver„ „toonde, wanneer zij niet tot het zelfde „ werk gebruijkt wierden, als hunne „ voorzaaten; Dat dit hun Credit benamen „ en hen in klijnagting brengen zoude bij „ den Inlander; En datze bij gevolg buijten „ staat zouden raaken, in zaaken van „ aangelegendhijd bij de Regenten iets uijt „ te voeren. „ zelfs de Gouverneur verzogte bij een briefje, zeekerlijk op instigatie van den makelaar, en de Residenten: Dat het „tog op den ouden voet gelaaten mogte werden „ alzo hij er meer Eere in stelde, en het zijne „ stad in der daad ook meerder aanzien gaf, wanneer de E Comp: daar negotieerde „ door Europeese, dan door Inlandsche „ Bediendens. „ 5. 100. en en onder haar Protectiehien gedreeven werd: De Aanbesteeding te Brootchia is aan veel ongemakken onderworpen. Maar gelijk deeze Reedenen van zelfs vervallen, om datze alle eene particuliere afzigt en tot sE Comp:s Interest geen de minste betrakking hebben, zo verdienen ook geen meerder opmerking, de overigen, die blijkens §. 96. gewoonlijk door de voorstanders van de Aanbesteedingen op subalterne Comptoiren te berde gebragt werden, namentlijk: „ Dat „ men de goederen uijt de eerste hand beeter „koop, deugtzaamer, en in grooter meenigte „ bemagtigen kan „ Want voor Eerst, zois het eene bekende zaak, dat schoon men de Aanbesteeding te souratta alleen doet, egter de Retouren, die op Brootchia vallen, ook te Brootchia Ingekogt werden, en dat bij gevolg deeze verandering aan 't Hoofd 5. 100. oogmerk. M C:s VI. van de koophandel die door De E Comp: en oogmerk geen het minste nadeel doet. Ten Tweeden, weeten alle, die van de gesteldhijd deezer Landen een wijnig kennis bezitten, dat Inlanders, die hier te huijs hooren, veel beeter, met meerder gemak en met minder onkosten op buijten plaatsen negotieeren Kunnen, dan Europeers, schoon men die in Persoon derwaards zendt. Ten Derden schijnen de Goederen, die de Bediendens op de subalterne Comptoiren bezorgen, zom= „tijds wel wat beeter koop, dan die men op t Hoofd-Comptoir inkoopt; maar in der daat zijn ze 't egter niet, als men in aan= =merking neemt, dat de Eersten volgens ouder gewoonte, met geen wissel- verlie, lifie en vaartuijgen- ongelden, Comptoirs - en Afvoers- Lasten; beswaart werden; daar in.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0257 view scan ↗

English

515 and is conducted under its protection. on the contrary, that everything is already calculated on the latter. Fourthly, one runs great danger with the moneys that one must remit for the purchase; as it is known that the brokers and other indigenous merchants at the subordinate sub-factories, without whom the European servants cannot accomplish anything anyway, ordinarily possess little wealth, and even if they do, that one nevertheless has no opportunity to compel them to make restitution when they commit infidelity and refuse to disburse the cash that was entrusted to them under the pretext of bankruptcies. Fifthly, it happens rarely or virtually never that the demands at the subordinate sub-factories are completely fulfilled. And even if such occurs, one is nevertheless, sixthly, subject to this Continuation of the trade that by the Honorable Company In Surat one has subject to this danger, that upon inspection here the goods are very often found to be so flawed and bad that they are either barely or not at all acceptable. Section 101. Years against this one is from all that little danger and no trouble. freed, or one has at least not as much to fear, if one held the contracting solely in Surat. For, without counting that which has already been briefly noted regarding this in section 9, one firstly has wealthy men at hand here, to whom one can with complete peace of mind entrust a capital of one, yes, even were it two or three hundred thousand rupees, who, together with their parents, have now for already 28 years past served the Honorable Company as regular 516 and was conducted under its protection regular suppliers; and whom I can assure from experience that they more or less take pride in the complete fulfillment of the demands and in the provision of sound goods, if only one treats them amicably and politely and does not let them suffer from a lack of money. Secondly, the brokers, under the receipt of certain percentages, stand as guarantors for them, and are also co-liable for the entire collection, so that one is sufficiently secure according to the advanced moneys, which are also not paid out from the treasury in the name of the suppliers, but in that of the brokers. Thirdly, it is an established truth that the suppliers have to incur the same expenses whether they have much or little to Continuation of the trade that by the Honorable Company provide, and that on this account they can deliver the goods cheaper or at least of better quality if the entire contract is assigned to them alone, than when it is divided between them and the Broach servants; since in such a case they enjoy as much profit from the little as from too much, and consequently must seek the same either in the higher price or in the lesser quality of the returns. Fourthly, one does not need to wait until the last moment before one gets sight of the goods; but one receives them continuously, one inspects them, and one rejects the defective pieces when there is still time to have others and better ones made in their stead. And fifthly, a Director with all this has here and was conducted under its protection. Thus Surat deserves the preference. no more trouble than that he regulates the prices, provisionally closes the contract, puts the same into writing, and brings it into the meeting, so that, having been approved there, it is signed by the brokers and suppliers. Consequently, the difference is far too great whether the entire contract is made solely in Surat, or also partly in Broach. And whether one looks solely at the Honorable Company's interests, or also at the same time at one's own honor and security, the former certainly deserves precedence over the latter. For here one trades with peace of mind, without trouble, and without notable danger, and one has Section 102 the Continuation of the trade that by the Honorable Company one must make the entire contract there alone. the money, goods, and the men under one's supervision and control. In Broach, on the contrary, one has nothing but worries, unnecessary paperwork, and a constant fear of mishaps and accountability, as one must leave everything to good faith, and can take no measures even against willful frauds. And therefore, being unable to refrain from urging your Honor most strongly by no means to revert to a divided contract again, but to assign the entire provision of the returns solely to the brokers and suppliers here at this place, I also hope that your Honor will be all the better persuaded of this and the more fully convinced of its usefulness, if your Honor would only be pleased to take into consideration: That in the five 518 and was conducted under its protection here. Reason and experience show the advantage thereof. In the purchase of goods by private treaty one must know the market. five years that I have been here, almost all returns have been very notably improved in quality and value, and yet have in no way been increased in price; that the suppliers have also conducted themselves so vigilantly that very little was generally lacking from the complete fulfillment of the demands, and in the past year not a single piece was missing; and that consequently my proposal and adopted conduct with respect to the contract not only rests on sound reasons, but is also confirmed by experience. The remaining returns, which are not contracted for but are purchased by private treaty, are indeed not of such consequence as the aforesaid; because with regard to them one only Section 103 the

Dutch transcription

515 en onder haar Protecticue gedtreeven word. in tegendeel dat alles op de Laatsten bereeds bereekent is. Ten vierden loopt men groot gevaar met de Gelden, die men tot den Jnkoop overmaaken moet; alzo het bekent is, dat de makelaars, en andere Inlandsche Kooplieden op de subalterne Comptoiren, buijten dewelke de Europeese Bediendens tog niets uijtvoeren kunnen, ordinair wijnig vermogen bezetten, en zo al, dat men egter geene gelegendhijd heeft hen te dwingen tot vergoeding, wanneer zij ontrouwe pleegen, en de Contanten die hen toevertrouwt zijn, onder voorgeeven van Banquerouten niet uijtkeeren willen. Ten vijfden, gebouat het zeldzaam of genoegzaam nooit, dat de Eijschen op de subalterere Comptoiren Com= „pleet voldaen werden. En bij aldien zulx al geschied, is men egter Ten sesden aan dit. Cat R:a V4. van de koophandel die door De E Comp: Te Souratta heeft men dit gevaar onderworpen, dat de Goederen bij bezigtiging, hier veel tijds zo onbeugend, en slegt bevonden werden, datze, of nauwlijx of in 't geheel niet acceptabel zijn. S. 101. Iaaren tegen is men van dat alles wijnig gevaar en geene moeijte. bevrijdt, of men heeft ten minsten zo veel niet te dugten, als men de Aanbesteeding alleen te souratta deed. Want ongereekent het geen 8. 9. deezen aangaende bereeds in 't kort genoteert staat, zo heeft men Eerstelijk hier welhebbende menschen aan de hand, die men met volle gerusthijd een Capitaal van Een, Ja al was 't ook Twee of Drie maalhondert duijsend Ropijen toevertrouwen kan, die met hunne ouders te samen, nu al 28. Jaaren herwaards de E: Comp: als vaste. 516 en onder haar Protectie gedreeven werd vaste Leveranciers gediend hebben; En die ik uijt de ondervinding verzeekeren kan, dat min of meer hunne Eere stellen, in de Compleete voldoening der Eijschen, en in de bezorging van deugtzaam goed, als men dezelve maar vriende= „lijk, en beleeft behandelt, en hen geen geboek aan Geld laat lijden. Ten Tweeden, staan de PCtos makelaars onder het genot van zeekere PC=tos voor hen als Borgen, en zijn ook voor den gantschen Inzaam meede aanspreekelijk, zo dat men genoegzaam zeeker is, volgens de vooruijtverstrekte gelden, die ook niet op de naam van de Leveranciers, maar op dien van de makelaars uijt Cassa werden af= gegeeven. Ten Derden. is het eene vaste waarhijd, dat de Leveranciers de zelfde onkosten moeten doen, of ze veel of wijnig te. MPr. Vt. Van de Koophandel die door De E Comp: te bezorgen hebben, en dat zij uijt dien hoofde de goederen beeter Koop of ten minsten deugtzamer leeveren kunnen, als hun de gantsche Aanbesteeding alleen opgedraegen, dan wanneer die tusschen hen, en de Brootchiaph bediendens verdeelt werd; vermits zij dan in zulken gevalle van 't wijnige zo veel voordeel als te veele genieten, en bij gevolg het zelve zoeken moeten, of in de hoogere Prijs of in de mindere deuigt der Retouren. Ten Vierden. behoeft men niet tot het laatste oogenblik te wagten, eer men de Goederen onder 't oog krijgt; maar men ontfangt die gaande weg, men bezietse, en men schiet uijt het ondeu= „gende, wanneer nog tijd is ander en beeler in dies plaatsete laaten aanmaeken. En Een vijfden, zo heeft een Directeur met dat alles. en hier en Onder haar Protectie gedreeven werd. Dus verdiend Souratta de Praferentie. alles niet meer moeijte, dan dat hij de prijzen reguleert, provisioneel het Contract sluijt, het zelve in geschrift, steld en in de vergadering brengt, om daar geapprobeert zijnde, door de makelaars en Leveranciers onderteekend te werden. Bij gevolg is het onderschijd al te groot, of de gantsche Aanbesteeding enkeld te Souratta, dan wel ook gedeeltelijk te Brootchia werd gedaan. En het zij dat men alleen op 's E Comp.:s belangen, dan wel teffens ook op zijne eijgene Eere, en zeekerhijd ziet, zo verdiend allerdings het Eerste boven 't laatste den voorrang. want hier negoti= eert men met gerusthijd, zonder moeijte en zonder merkelijke gevaar, en men heeft 3. 102 het. CR : vt: van de koophandel die door De E Comp: men moet daar alleen de gantsche aanbesteeding doen. het Geld, Goed, en de menschen onder zijn op sigt en bedwang. Te Brootchia in tegendeel heeft men niets als zorge, onnodig schrijfwerk, en eene geduurige vreeze voor ongelukken, en verantwoording, alzo men alles op goed geloot moet aankomen laaten, en zelfs tegens moed= willige bedriegerijen niets in 't werk stellen kan. En daarom niet mogende nalaaten uw Ed: op 't kragtigste aan te maanen; om log niet weeder tot Eene verdeelde Aanbesteeding over te gaan, maar de gantsche Bezorging der Retouren alleen de makelaars en Leveranciers hier ter plaatse op te draagen, zo hoop ik ook dat uwEd: daartoe zo veel te beeter gepersuaseer en van dies nuttighijd des te volkomenen overtuijgt zal raaken, als uwEd maar in aanmerking gelieft te neemen: Dat in de vijff. 518 en onder haar Proctertie hier Gedeeven wird. Reeden en ondervinding toonen daarvan het voordeel. Bij de Inkoop der Goederen uijt de hand moet men den maakt weeten. vijf Jaaren, die ik hier ben geweest, meest alle Retouren in deugt en waarde zeer merkelijk verbeetert en egter in paijs geenzinds verhoogt zijn; dat ook de Leveranciers zig zo vigilant gedraagen hebben, dat aan de Compleete voldoening der Eijschen doorgaens zeer wijnig, en in 't ver= „gangen Jaar geen enkeld stuk heeft geman= queert; En dat bij gevolg mijn voorstel en gehouden gedragten opzigte van de Aanbestee„ „ding niet alleen op bondige Reedenen steunt„ maar ook door de ondervinding bevestigt werd. De overige Retouren, die niet aanbe= steedt maar uijt de hand ingekogt werden, zijn wel niet van die aangeleegendhijd, als de voor= meldte; om dat men daaromtrent alleen 3. 103. den.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0264 view scan ↗

English

Chapter VI. Concerning the Trade which the Honorable Company and under its Protection was Conducted here needs to follow the market, and one fully fulfills one's duty when one takes care not to be ignorant thereof. But some of them, such as Radix Putchuk, olibanum, liquid storax, and other drugs, which are brought here from Sind, Persia, and Arabia, nevertheless deserve special attention, and one must also be quite prudent, if one wishes to attain the honor, not to pay more than the market price for them. For these goods are usually in the hands of only one or two people. And since they have it in their power, they also do not fail to offer their wares at a higher price immediately, if they only know that a demand has been made for them. To prevent this, I initially Special means to disappoint sellers. requested Their High Mightinesses that, especially regarding the Radix Putchuk, it might not be discussed in the general letters, but only in separate letters. But generally, I have made use of this method: that I let no one see the demands, but kept them under my own custody until everyone was under the impression that no demand at all had been made for those goods, at which point I then seized my opportunity, and completely in secret, indeed sometimes through unusual, outside brokers, had the required quantities engaged and purchased. And since I have found this to work very well, as is recorded in more detail, among others, in our Resolution of the 19th of November 1767, I do not doubt that your Honor will follow this in the same manner, and consequently will not find it necessary to proceed to the plan of the previous administration, as if it were expedient to send an express mission to Sind for the purchase of Radix Putchuk. Section 104. The sales at the time of Mr. Schreuder were well regulated. The sale at the time of Mr. Schreuder was not conducted through the Honorable Company's permanent brokers alone; but His Honor employed for that purpose whoever served him best, and concluded the purchase with the one who offered him the most money. This excellent practice also took place: that the merchandise was indeed weighed, but not delivered before its amount in cash was deposited with the money-changer. And His Honor considers all this as necessary prerequisites, both to negotiate the highest prices and to be protected against unexpected bankruptcies. Section 105. This fell into decay afterwards. However, upon my arrival here, I found it quite different again. The brokers had the monopoly exclusively, as had been customary in earlier years. No other merchant dared to approach the Director or make any bid. One was forced to submit to their pleasure; indeed, as Mr. Taillefert was pleased to say in certain Considerations, the Director was entirely under their power. And they also took good care always to keep a large capital in their possession, as the sale took place only on credit, and that was usually extended further at their request. Also, in their regard, this wretched custom existed in the trade books: that upon a sale, one did not debit their account or a separate account, but directly debited the Main Cash Account for the amount of the merchandise, just as if it had already been collected and actually paid for, and which then had these bad consequences: that the Cash Account showed a large remaining balance, although often not a doit was to be found in it; and that from the books alone, without private notes, one could neither know nor verify what they had paid, or were still indebted to pay. Section 106. But was brought back into order by the Director. It was also impossible for me immediately to make any other or greater improvement in this abuse than by giving them a separate account in the trade books, whereby the Cash Account was relieved, and they stood debited for the true amount. For, having had to take over a large arrear of Rupees 310562 3/82 at the General Transfer on the 1st of December 1763, I found myself compelled to use all possible indulgence until their account stood settled. But no sooner was this accomplished on the last day of December 1765, than I likewise began to take in hand the improvement of the remainder. To that end, I first addressed the brokers, and sought to convince them how necessary it was for the Honorable Company's interest that all merchants had free access to me; at the same time, I requested them to lend me a helping hand in this, and to keep the honor to themselves by bringing them to me personally. But this was not to their liking. And being unable to infer from their entire demeanor anything other than that words alone could not help, and that in this manner I would never achieve my objective, I had public placards posted on the 4th of January 1766, whereby all merchants of the entire city were invited, if they were so inclined, to come to me and enter into negotiations with me regarding the price of the imported merchandise. And the brokers were forced into obedience. About this they initially cared very little, certainly because they thought that I, outside

Dutch transcription

Ceteb: VI. Van de Koophandel die De E Comp: den markt behoeft te volgen, en men vol= komen aan zijnen pligt voldoet, wanneer men zorge draagt, daarvan niet onkundig te zijn. Maar zommige daarvan, gelijk Poetjoek, olibanum, miahe, en andere Droques, die van Sindie, Persien, en Arabien hier aangebragt werden, verdienen egter haare bijzondere opmerking, en men moet ook wel voorzigtig zijn, als men die Eere wil behaelen dat men daarvoor niet meer dan maakts Prijs betaalt. want deeze Goederen zyn ordinair in handen van maar Een of Twee menschen. En dewijl zij 't in hunne magt hebben, zo blijvenze ook niet in gebreeken, hunne waere terstond hooger uijt te venten, alze maar weeten, dat daarvan Eijsch is gedaen. om dit voortekomen heb ik in den beginne Haar. 519 en Onder haar Protectie hier Gedtrecven werd Bijzondere middel om verkoopers te leur te stellen. Haar Hoog Edelens verzogt gehad, dat inzonderhijd van de Poetjoek niet bij de gemeene, maar wel alleen bij aparte brieven gesprooken mogte werden. Dog doorgaens heb ik mij van dit middel bedient, dat ik de Eijschen aan niemand zien liet, maar dezelve zo lange onder mijne eijgene bewaaring hield, tot een ieder in het denkbeeld gebragt was, dat van die Goederen in 't geheel geen Eijsch was gedaan, als wanneer ik dan mijnen slag waarnaem, en gantsch in stilte, ja zomtijds door ongewoone vreemde makelaers de benoodigde quantitijten bespreeken, en in koopen liet„ En dewijl ik mij daar bij zeer wel heb bevonden, gelijk onder anderen bij onze Resolutie van den 19„e november 1767. breeder aangeteekend staat: zo twijffel ik ook niet of uw Ed: zal. Rds:s Vt. van de Koophandelen de door De E Comp„ De verkoop ten tijde van den Heer Schreuder was wel gereguleert. zal dat insgelijx opvolgen, en bij gevolg niet noodig hebben tot het Concept. van 't voorig ministerium over te gaan, als of het dienstig waare tot den Inkoop van Poetjock eene ex presse bezending naar Sindie te doen. §. 104: De Verkoop geschiede ten tijde van Den Heer Schreuder niet door middel van 'sE Comp:s vaste Makelaars alleen: Maar zijn Edele gebruijkte daartoe, wie hem het best diende, en sloot de Koop met die hem 't meeste geld bood. Ook had deeze kostelijke gewoonte plaats: Dat de koopmanschappen wel gewoogen, maar niet afgegeeven wierden, voor derzelver bedraagen Contant bij den wisselaar was. En dit een en ander houdt zijn Edele voor noodzaakelijke requisita, om zo wel de hoogste prijzen. 520 en onder haar Protectie hier Gedreeven wierd. Dit raakte naderhand in verval. Prijzen te bedingen, als teegens onverwagte banquerouten gedekt te zijn. 3. 105. Dog bij mijne aankomst hier vond ik 't al weeder gantsch anders. De makelaars hadden het hok alleen in, gelijk in vroegere Jaaren gebruijkelijk was geweest. Geen ander Koopman durfde den Directeur naderen, of eenig bod doen. Men, was verpligt zig aan hun welbehaagen te onderwerpen, zelfs stond de Directeur, zo als De Heer Taillefert bij zeekere Consideratien heeft gelieven te zeggen, in 't geheel onder hunne magt. En zij droegen ook wel zorge, datze althoos een groot Capitael onder zig hielden; alzo de verkoop niet anders als op tijd geschiede, en die op hun ver= „zoek ordinair nog verlengt wierde. Ook hadde. C:tb: v7. van de Koophandel die door De E Comp: hadde ten hunnen opzigte bij de Negotie- Boeken deeze misselijke gewoonte plaats, dat men bij verkoop niet kunne, of eene andere sparte Reekening, maar direct de Groote Cassa debiteerde voor 't bedraagen der Koopmanschappen, even als of die bereeds afgehaald en effective betaald waren, en het gunt dan deeze slegte gevolgen hadde, Dat de Cassa een Groot Restant vertoonde, schoon er dikwils geen Duijt in te vinden was; En dat m uijt de Boeken alleen, zonder particuliere aanteekening, niet weeten, nog nagaan konde, watze betaald hadden, of nog te betaalen schuldig waren. 9. 106 521 en onder haar Protectie hier Gedreeven werd. Dog is door den Directeur weder in ordre gebragt. Het was voor mij ook onmogelijk, in N die misbruijk terstond eenige andere, of meerdere verbeetering te maaken, dien dat ik hen bij de negotie Boeken eene aparle Reekening gaf, waardoor de Cassa ontheft raakte, en zij voor 't waare bedraagen debet stonden, Want bij 't Generaal Transport onder Pmo December 1763. een groot Agterstel van Rop: 310562. 3/82 hebbende moeten overneemen, zo vond ik mij wel genoodzaakt alle mogelijke toegevendheijd te ge= bruijken, tot hunne Reekening effen stond. Maar zo dra was dit ook niet geschied onder ult:o December 1765. , of ik begon de verbetering van 't overige insgelijx ter hand te vatten. Ten dien eijnde sprak ik eerst de makelaers aan, en zogte hen te overtuijgen, hoe 3. 106. nood zakelijk. Ao:o 17. van de koophandel die door De E: Comp En de Makelaers zijn gedwongen tot gehoorzaamheijd noodzaakelijk het voor 's E Comp:s belange ware„ dat alle kooplieden tot mij vrijen toegang had= den; Teffens verzogte ik hen, mij ducerin de behulpzaame hand te bieden, en die Eere aan zig te houden, dat zij ze zelfs bij mij bragten. Dog dit stond hen niet aan. En uijt hunne gantsche houding niet anders kunnende op= maaken, dan dat woorden alleen niet helpen konde, en ik op die wijze mijn oogmerk nooit berijken zoude, zo liet ik den 4„en Janu: 1766 openbaare Billietten aanslaan, waarbij alle kooplieden van de gantsche stad genoo= „digt wierden, om des geneegen zijnde bij mij te komen, en wegens den prijs der aangebragte Koopmanschappen met mij in onderhandeling te treeden. Hierom gavenze in 't eerst ook zeer wijnig, zeekerlijk om datze dagten, dat ik buijten.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0271 view scan ↗

English

and was conducted here under its protection. Recommendation to value the present brokers. that I would not be able nor dare to strike a bargain without them. But becoming convinced within a short time that it would definitely happen if they remained obstinate, and that in fact an acceptable offer had already been made to me by wealthy merchants who did not need to fear their displeasure, they not only submitted for that time and even made a higher offer, but they have also conducted themselves so well ever since that I have had reason to consider myself completely, indeed more than completely satisfied. Section 107. Thus by that means I indeed brought the brokers to submission, and I also had to act externally as if I wished to cast them off. But in truth Chapter VI. Of the Trade which by the Honorable Company Through their vigilance the state of commerce has improved. in truth it was never my serious intention to come to that extreme, and I would also not dare to advise Your Honor ever to proceed to that. For the Honorable Company gets no more vigilant servants and no more knowledgeable or better merchants than it currently has in the brokers. This is evident from the large cargoes that I sold yearly through their agency, and the acceptable profits that I obtained thereon. Indeed, this is even more evident from their promptness in fulfilling their obligations under the contracts that I concluded with them yearly, and whereby I negotiated, especially with regard to the purchases, the most advantageous conditions in favor of the Honorable Company that could ever be negotiated. And being therefore able to appeal to this which improvement one wishes may increase. appeal, and to prove, not only the necessity of valuing the present brokers and suppliers, but also the reality of the improvements that were thereby brought to the Honorable Company's trade during my administration, I refer for the rest to that, and conclude this main section solely by wishing further: That Your Honor may not only keep the state of commerce going on that footing, but may also improve it even more. Chapter VII. Of the Administrations and that which belongs under them. The administrations are still as before. Excepting a few improvements. Chapter VII. Section 108. The number of administrations is still the same as in the time of Mr. Schreuder. Their nature with regard to accountability and disposition, and of the orders in force concerning them, has also undergone no change. And since His Honor has given a detailed description of all that, along with whatever further is worth knowing and necessary to know concerning it, I refer to that, and shall speak here only of a few other arrangements that I have had to make, both to redress the abuses that had crept in and to give their condition a better appearance in relation to the security of the Honorable Company's Chapter VII. Of the Administrations and that which etc. Under the Grand Treasury are placed newly various effects. Company's interests. The Grand Cash Treasury served previously only for the safekeeping of the cash funds that were brought in as well as received for merchandise. But I have additionally transferred from other administrations, and also added newly thereto because it seems more appropriate: The gold and silver works; The money scales and weights; The stamps for the small seal; The stamps for gauging weights and marking copper works; And a so-called Grand Seal of the Honorable Company, which the respective Directors always Section 109. Chapter VII. Of the Administrations and that which belongs under them. The original firmans ought still to be added to it. kept with them, and which was never used except for bonds, secret and special letters, passes, etc. I even intended to augment this further with: All original firmans, and other documents and papers concerning our privileges; and to leave only the authentic copies thereof for daily use at the secretariat, so as not to be deprived all at once, through some accident or other, of that precious treasure which in the present state of the times we ought to value more than ever. But as I deemed it necessary to inspect everything anew myself The administration thereof was very disorderly. inspect and arrange in order, and for this I often lacked the time due to other affairs, but due to my continuous indisposition lacked even more the inclination and ability, this has nevertheless not happened to this day. And on that account I cannot fail to entrust the completion thereof to Your Honor, as I think it is of the utmost necessity. Upon my arrival here the Grand Treasury was kept in the lodge inside the town. And since the Director could not take the oversight thereof upon himself, because he lived outside at the wharf, two Council members were commissioned to, together with the second in command, in his place Section 110.

Dutch transcription

522 en onder haar Protectie hier Gedreeven werd. Recommendatie om de praesente makelaers in waarde te houden. buijten hen den koop niet zoude toeslaan kunnen nog duaven. Maar binnen korten overtuijgt raakende, dat het vast geschieden zoude, alze haadnekkig bleeven, en dat mij ook in der daad al een aanneemelijk bod gedaan was, door vermogende kooplieden, dewelke hun misnoegen niet behoefden te vreezen, zo leijdense het hoofd niet alleen voor die tijd in den schoot, in deeden zelfs een hooger bod, maar zij hebben zig ook 'tsedert ulthoos zo wel gedraagen, dat ik reeden gehad heb mij volkomen, ja meer als volkomen voldaan te houden. §. 107. Dus heb ik de makelaars door dat middel wel tot onderwerping gebragt, en ik heb mij ook voor 't uijterlijke moeten houden, als of ik hen verstooten wilde: Maar in derdaat. M: VI. van de Koophandel die door De E Comp Door hunne Vigilantie is de staat der negotie verbeeterd. derdaat is het egter mijn ernst niet geweest, tot dat uijterste te komen, en ik zoude uw Ed: ook niet duaven aanraaden, van ooit daartoe te treeden. Want vigilander bediendens en kundiger of beetere kooplieden krijgt de E: Comp: niet, als zij thans aan de makelaers heeft. Dit blijkt aan de groote Carguazoenen, die ik Jaarlijx door hun toedoen verkogt, en de aanneemelijke winsten, die ik daarop behaalt heb, Ia: dit blijkt nog meer aan hunne promptisuede in 't nakomen van hunne verbintenisse bij de Contracten, die ik Jaarlijx met hen geslooten, en waarbij ik voornamendlijk ten opzigte van den Inkoop in faveur van de E Comp: de voorselijg ste Conditien bedongen heb, die ooit te bedingen zijn. En mij dierhalven daarop moogende beroepen. 523 en onder haar Protectie hier Gedtreeven werd „welke verbeetering men wenscht dat toeneemen mag beroepen, og te bewijzen, niet alleen van de noodzaakelijkhijd, om de presente makolaers en Leveranciers in waarde te houden, maer ook van de weezendlijkheijd der verbeeteringen, die daardoor 's E Comp:s Handel geduurende mijn Bestier toegebragt zijn, zo gedrug ik mij voor 't overige daaraan, en besluijt dit Hoogd= deel met eenelijk nog te wenschen: Dat uw Edele den staat der negotie niet alleen op dien voet gaande houden, maar ook zelfs nog meer verbeeteren mag. CA. P: V4. van de Administratien in het geen De administratien zyn nog als bevoorens. Ongereekent eenige wijnige verbeeteringen. C A. B: VI4. daar onder gehoort. §: 108. N. Het getal der Administratien, is nog het zelfde als ten tijde van den Heer Schreuder. Haare Hoedanighijd ten opzeijte van de ver= =antwoording en Beschikking, en van de ordres die daaromtrent stand grijpen, heeft ook geene verandering ondergaan. En dewijl zijn Edele van dat alles, met het geen verder dien aangaen„ de weetens waardig, en te weeten noodig is, eene uijtvoerige beschrijving heeft gegeeven, zo gedraage ik mij daaraan, en zal hier alleen spreeken nadere van Eenige wijnige andere schikkingen, die ik heb moeten maaken, zo om de ingesloopen mis bruijken te redresseeren, als om derzelver gesteldhijd met relatie tot de zeekerhijd van SE Comp:s 524 CMb: V44. van de Administratien en het geen ensz. Onder de Groote Cassa zijn gestelt. Schomp. s belangen, een beeter aan zien te geeven. De Groote Geld-Cassa, diende voor op 't nieuw diverse Effecten deezen alleen tot bewaaring van de Contanten, die Io aangebragt, als voor Koopmanschappen ontfangen wierden. Maar ik heb daarbrij „gaaregt uijt andere Administratien, en ook op 't nieuw daarbij gevoegt om dat het meerder eijgenschap schijnd te hebben; De Goud- en zilver werken; De Geld-Balancen en gewigten; De Stempels tot het klijne zegul„ De Stempels tot het eijken der Gewigten en het merken der kooper werken; En Een zo genaamd Groot Zegul van de EComp: dat de Respective Directeurs althoos 3. 109. onder. an C: Vtt. van de Administratien en De Orgineele Tiemans dienen er nog bij te komen. onder zig gehouden hebben, en het welk nooit gebruijkt is geworden, dan tot obligatien, secreete en Apaale brieven, Passen ensz: zelfs ben ik van voorneemen geweest dit nog te vermeerderen met met Alle Orgineele Firmans, en andere Docu= =menten en Papieren, raakende onze voorregten; en alleen de Authentique Copijen daarvan tot dagelijx gebruijk op de secretarij te laeten, ten eijnde door 't een of ander ongeval niet op een maal beroofd te raaken, van dien kostelijken schat, dien wij bij de presente„ tijds gesteldhijd meer als ooit in waarde dienen te houden. Maar dewijl ik noodig oor „deelde, alles zelfs op 't nieuw te moeten na= zien. 525 het geen daaronder Gehoort. is zeer slordig geweest „zien en en ordre te schikken, en mij hiertoe nits andere beezigheeden dikwils de tijd, dog mits mijne aanhoudende indispositie nog meer de lust en 't vermogen ontbrooken heeft, zo is zulx egter tot heeden niet geschied. En ik kan uijt dien hoofde niet nalaeten uw Ed: de volbrenging daarvan op te draagen; alzo ik denk dat het ten uijtersten noodzae= kelijk is. Bij mijne aankomst hier wierd de De Administratie daarvan Groote Cassa gehouden, in de Logie binnen de stad. En dewijl de Directeur de toezigt daarover niet zelven op zig neemen konde, om dat hij buijten op de werf woonde; zo waaren Twee Raads Leeden gecommitteert, om in zijne plaatse met de secunde te § 110. Samens

NL-HaNA_1.04.02_3239_0278 view scan ↗

English

Chapter VI. Of the Administrations together, to bring everything into it and take everything out of it. Now this arrangement seems at first glance not at all bad, but the outcome has nevertheless shown that it gave rise to very bad consequences. For from the 7th of January to the 1st of December 1763, as appears from the balance book, kept in their own hand by those commissioners, and still resting in my possession, nothing went into or out of the cash office, although according to the trade books the receipts and expenditures were fairly large. All funds that the brokers paid were not first stored in their place, but were delivered directly by the money changer to the cashier, the suppliers, and others who were due to receive something. And then, this abuse having also crept in, 526 in that which belongs thereunder. Yet brought back into order through good arrangements. having crept in, that this delivery did not take place in a full sum at one time according to the contents of the warrants, but in small lots and at various times, without a special record being kept of each lot or the amount thereof being noted on the warrants, it is no wonder that the accounts of the large and small cash offices fell into that confusion in which I found them, and that even the cashier came short in his administration by such an excessive amount of Rop: 22000. –, without his ever having been able to give satisfactory reasons for the true cause thereof. Consequently, considering it extremely dangerous to follow the established custom and to rely on others in a matter of such importance, Chapter VI. Of the Administrations and I did not delay a moment to take the funds that came in immediately under my own supervision and custody. At first this was done in a simple manner, since for lack of better I had to manage only with a chest that stood in my writing office. But having later had the opportunity to appropriate a separate small room in my residence for the Main Cash Office, which is vaulted and provided with a strong door, and in which moreover stands a sufficient chest with four different locks, two keys of which are kept in my custody and the other two in that of your Honour as secunde, the cash now lies as secure as one 527 and that which belongs thereunder. Which ought to be observed. could ever desire. Furthermore, I have always taken care that no warrant for disbursement was ever made larger than the stock allowed to be able to pay it off all at once. I also never permitted the money changer to deliver the slightest amount directly. On the contrary, everything had to come under my eyes first, even though it had to be paid out again at the very same moment. And at the same time, having spared no effort to keep an accurate balance book in my own hand of everything that was received and expended, such that even if the entire cash book were lost, it could be reconstructed completely from it, I now have the pleasure to leave this administration to your Honour Chapter VI. Of the Administrations The administration of the small cash office was also very bad. in an order and arrangement which, if followed, will not easily allow it to fall into disorder again. 3. III. The small cash office was in the time of Mr. Schreuder indeed at the cashier's house, but nevertheless within the lodge. But upon my arrival I found it not only outside, in a private house, but also that such excessive advances were made to it that they frequently exceeded the sum of Ropp:t 20 to 30000 a month, without anyone ever paying attention to it or investigating the balance. And having to regard this as a contributing cause both of the aforesaid deficit of the cashier 528 and that which belongs thereunder. Yet it is likewise brought back on a good footing. and of the embezzlements which some of the principal servants, as appears from the record in the resolution of the 10th of December 1763, had committed with the Honourable Company's funds: so to prevent similar abuses in the future, and also for my own peace of mind, I have not only had a separate small room prepared likewise in the residence of the secunde for the small cash office, where the funds lie very securely, but I have also taken care that with regard to its administration, the following arrangements were put into practice and strictly maintained. Namely: to the cashier, who has provided sureties for only Rop.s 4000. –, no more has generally ever been advanced than he needed for the payment of the Chapter VI. Of the Administrations daily expenses, while all other expenditures concerning trade etc. were made directly from the Main Cash Office. Whenever he demanded money, this had to take place each time with a brief statement of the amount of the submitted specifications and his balance, under which the warrant for a new advance was then signed. And to prevent warrants for payment from remaining unpaid for a long time as before, the administrators and in general all servants were warned and ordered to inform me if they did not receive payment on the second day after the signing of the warrant, on pain that, to the contrary, all bad consequences would run for their own account. Besides.

Dutch transcription

CAb: VI4. van de Administratien samen, alles daarin te brengen en uijt te haalen. Nu schijnt deeze schikking in den eersten opslag goenzinds quaad, maar de uijtkomst heeft egter getoond, dat dezelve tot zeer slegte gevolgen aanleijding heeft gegeeven. Want van den 7en Januarij tot den 1„e December 1763., is blijkens 't Rostant boekje, door die Gecommitteerdens oygenhandig gehouden, en nog onder mij berustende; niets in en uijt Cassa gegaan; schoon volgens de negotie Boeken, de ontfangst en uijtgaave tamelijk groot is geweest. Alle gelden, die de Makelaers betaalden, wierden niet eerst op haare plaatze geburgen, maar direct van den wisselaar afgegeeven, aan den Cassier, de Leveranciers, en andere die iets ontfangen moesten. En dan nog dit misbruijk daarbij ingesloopen. 526 in het geen daaronder Gehoort. Dog weeder in order gebaagt droa goede schikkinge. ingesloopen zijnde, dat deeze afgaave niet geschiede in volle somma op eenmaal, na den Inhoud der ordonnanteen, maar bij keijne parthijen en op diverse tijden, zonder dat van ieder parthij speciaale aanteekening gehouden, of het bedraagen daarvan op de ordonnantien genoteert wierd, zo is het geen wonder, dat de Reekeningen van de groote en klijne Cassa in die verwarring geraakt zijn, waarin ik dezelve gevonden heb, en dat zelfs de Cassier op zijne Administratie zulk een excessief bedraagen van Rop: 22000. –. te kort is ge= =komen, zonder dat hij van dies waare oorzaek ooit voldoende Reedenen heeft kunnen geeven. ten. Bij gevolg het uijtersten gevaarlijk agtende, om het ingevoerde gebruijk op te volgen en mij in eene zaak van die aangeleegendthijd op. A P: VIt. van de Administratien en op andere te vertrouwen; zo verloefde ik ook geen oogenblik, om de gelden, die te binnen quaamen, terstond onder mijn eijgen op zigt en bewaaring te neemen. Eerst geschiede zulx op eene gemeene wijze, alzo ik bij gebrek van beeler, mij behelpen moeste, alleen met een kist, die in mijn schrijf Comptoir stond. Dog naderhand gelegend hijd gehad hebbende, voor de Groote Cassa in mijne wooning een apart Kamertje te appropieeren, dat verwulft en van eene sterke deur verzien is, en waarin boven dien eene sufficante kist staat, met vier differente slooten, waarvan Twee sleutels bij mij, en de andere Twee bij uw Ed: als secunde in bewaaring gehouden zijn, zo leggen de Contanten nu zo secuur, als men ooit. 527 en het Geen Daaronder Getroont: Dewelke in agt genomen dienen te werden. ooit begeeren kan. Voorts heb ik althoos zoage gedraagen, dat geene ordonnantie van verstaek= =king ooet grooter gemaakt is, dan de voorraad toeliet, om dezelve op een maal te kunnen afbetaalen. Ook heb ik nooit toegestaan, dat de wisselaar het geringste bedraagen direct afgeeven mogte. In tegendeel heeft alles eerst onder mijn oog moeten ko= „men, schoon het op 't zelfde oogenblek weder afgegeeven moeste werden. En teffens de moeijte niet ontzien hebbende, van alles wat ontfangen en uijtgegeeven is, eijgenhandig een acturaat Restant-Boekje te houden, zodanig, dat al was 't gantsche Cassa boek verlooren, het zelve daaruijt weder compleet geformeert werden kan; zo heb ik het genoe= „gen, deeze Administratie thans aan uw Ed: na: AP: VI4. Van de Administratien De Administratie van de klyne Cassa was mede zeer slegt na te laaten in eene ordre en schikking, die, opgevolgt werdende, niet ligt toelaeten zal, dat dezelve weder in disorder raake. 3. 111. De klijne Cassa was ten tyde van Den Heer Schreuder, wel bij den Cassier aan huijs, maar egter binnen de Logie. Dog bij mijne aankomst vond ik dezelve niet alleen daarbuijten, in een particulier huijs, maar ook zulke buijtenspoorige verstrekkinge daaraan gedaan, dat dezelve dikevils de somma van Ropp:t 20. â 30'000. , smaands te boven gingen, zonder dat ooit iemand daarop gelet, of na 't Restant onder zoek gedaan hadde. En dit als eene meede oorzaak moetende aanmerken, zo wel van t voormeldte agterstal van den Cassier. 528 en het geen daar onder Schoort Dog is insgelijx weder op een goede voet gebaagt. Cassier, als van de moasserijen, die zommige der eerste bediendens, blijkens het aangeteekende ter Resolutie van den 10„en December 1763. met 'sE Comp:s penningen gepleegt hadde: zo heb ik tot voorkoominge van diergelijken misbruijken in den aanstaende, en ook tot mijn eijgen gereesthijd niet alleen voor de klijne Cassa in de wooning van den secunde, insgelijx een apart Kamertje laaten klaar maaken, daar de Gelden heel zeeker leggen, maar ik heb ook zorge gedraagen, dat ten op= zegte van derzelver administratie, de volgende schikkingen in 't gebruijk gebragt, en nauw= keurig onderhouden zijn. Teweeten: Aan den Cassier, die maar voor Rop.s 4000. - borgen heeft gestelt, is in 't algemeen nooit meer verstrekt geworden, dan hij tot afbetaaling der. Getb: VI4 van de Administratien der dagelijx onkosten heeft noodig gehad; terwijl alle andere uijtgaaven, raakende den Handel ensz:, direct uijt de Groote Cassa zijn gedaan. wanneer hij geld eijschte, moeste zulx telkens geschieden, bij eene korte Aanwijzing van 't bedraegen der ingekiende specificatien en zijn Restant, daardan de ordonnantie tot eene nieuwe verstrekking onder geschreeven wierd. En om voor te komen, dat de ordonnantie van afbetaaling, niet gelijk bevoorens langen tijd onvoldaen leggen blijven, zijn de Admini= „staaleurs en in 't Generaal alle bediendens gewaarschout en gelast geweest aan mij kennis te moeten geeven, alze den Tweeden dog na 't teekenen der ordonnantie geen betaaling krijgen; op poene, dat bij 't teegendeel alle quaade gevol„ „gen voor hun eijgen reekening zouden loopen. Boven.

NL-HaNA_1.04.02_3239_0285 view scan ↗

English

and that which belongs under it. And can remain so. Moreover, in the beginning I had appointed a capable clerk as Counter-Cash Bookkeeper, who had to sign all warrants for entry into the books before they were brought to me, but as this did not happen as it ought, I have not only entrusted that work, as far as the receipt is concerned, to the secunde, but I have also myself kept a special record of the amount of the warrants that I signed in a separate little book, which was continually handed over under the ultimate of August to the commissioners for the general audit, in order to confront the same with the warrants against the Cash Book. And this and the other I think is completely sufficient, in the future, not only to keep the petty cash in proper order, but also to prevent all frauds, Chapter VII. Of the Administrations From the Head Administration something has been removed. At the Trade Warehouses improved arrangements have been made. to counter them, provided it is always followed and observed. Section 112. Under the Head Administration formerly resorted especially the pattern cloths. But because a secunde does not have a separate warehouse under his care, and consequently no suitable place to store them, I have placed them under the Trade Warehouses, and now nothing remains under his direct accountability And also added thereto again. but the trade office; whereto however recently, according to the renewed ordinance on the small seal, have also been added the blanks of the stamped paper. Section 113. At the Trade Warehouses this custom took place, that the warehouse keeper and that which belongs under it. On the weighing-in and weighing-out of the spices. could receive and also weigh out spices solely in the presence of ordinary commissioners, provided only that the garbling took place in the presence of the Fiscal and commissioned Members of Justice. But since this gave rise to great abuses, I have made another arrangement in that regard, which consists of this: That upon arrival, the spices must be reweighed gross and then stored in a separate warehouse, in the presence of the Fiscal, by Judicial Members, who seal that warehouse and must bring the keys thereof themselves to the Head Administrator; That these Commissioned Members in like manner fetch the keys, open the warehouse, and must attend in person not only the garbling but also all weighing-out Chapter VII. Of the Administrations And on the use and calibration of the pound weights. weighing-out that takes place, whether it be to the merchant, or as a gift, or for house use. And that the quantities and sorts of what is received and issued must continually be entered and authenticated with the signature of the Fiscal and commissioners in Two permanent little books, of which the one always remains in the Spice Warehouse, but the other with the Head Administrator, who forms from them, after the conclusion of the parcels of different arrivals, the findings, which are then sworn to by the Commissioners, each for his own part, before the Council of Justice. And since this procedure has already been approved by Their High Nobilities, as well as another order on the use and calibration of the pound weights framed and established in our and that which belongs under it. The Armory was subject to mistakes. Those have been cleared away by a Regulation. in our meeting on 4 March Anno 1765, both of these arrangements must certainly not be neglected again, but be strictly observed. Section 114. The Armory is in itself only a minor Administration. However, it caused much work in the trade books through the continual entries and write-offs that were made when a firearm became unserviceable, or when a soldier went into the Hospital, came out again, etc. Also, the Honorable Company could be greatly prejudiced if the Administrator himself neglected to report which firearms had to be taken in from deceased, deserted, or discharged persons. And to clear this and the other Chapter VII. Of the Administrations The Dispensary is also improved By an established order concerning the copper works. out of the way, I made a special Regulation regarding the issue, entry, and write-off of armory goods, which was inserted in the Resolution of 25 September Anno 1764, and having been approved by Their High Nobilities, still remains in force. Section 115. To the Dispensary belonged, among other things, some effects that were in use in other Administrations. But I have abolished that, and given everyone his own, to render account of it themselves. And in particular, on 25 November Anno 1765, with respect to this Administration, this decision was taken: that all newly made copper works must be reweighed by express Commissioners and that which belongs under it. and must be marked with the stamps that, according to Section 109, continue under the Grand Cash, not only with the usual cipher of the Honorable Company, but also with the weight of their heaviness. For formerly, these household goods were carried on the Books solely by the number of pieces, which brought along this inconvenience: that, for example, a large kettle or pot, which upon purchase was entered and paid for at 100 lb, could afterwards be accounted for with a smaller one that weighed only 5 or 10 lb; but which now cannot happen, since everything is taken in and accounted for according to the finding of the Commissioners, who continually make a written report thereof. Section 116.

Dutch transcription

529 en het geen daar onser Gekaert. En kan zodanig blijven. Boven dien hadde ik in den beginne een bequaem pennist aangesteld, tot Contaa- Cassa. Boekhouder, die alle ordonnantien, eerze bij mij gebaagt wierden, voor de Jnboeking teekenen moeste, maar dewijl dit niet geschiede zo als 't behoorde, heb ik dat werk voor zo veel den ontfangst betreft, niet alleen den secunde aanbevoolen, maar ik heb ook zelfs van het bedraagen der Ordonnantien, die ik onserteekende, speciaale annotatie ge= =houden, in een apart boekje, dat telkens onder ult:o AugC: de gecommitteerdens tot den generaelen opneem, ter hand gesteldt wierd, om het zelve met de ordonnantien tegens 't Cassa- Boek te confronteeren. En dit een en ander denk ik„ dat volkomen genoeg is, om in den aanstaende niet alleen de klijne Cassa in eene geschikte Ordre te houden, maar ook, om alle fraudes tegen. tien Cb: V7I. van De Administratien van de Hoofd administratie is iets afgenoomen. Bij de Negotie Pakhuijsen zijn„ verbeeterde schikkingen gemaekt. tegen te gaan, als het zelve maar althoos werd opgevolgt en in agt genoomen. 5. 112. Onder de Hoofd-Administratie sorteereten voor deesen speciaal de monster kleeden. Dog dewijl een secunde, geen bijzonder Pakhuijs onder zig heeft, en bij gevolg geen bequaame plaats om dezelve te bergen, zo heb ik die onder de Negotie Pakhuijsen gestelt, en blijft nu niets tot zijne directe verantwoording over„ En ook weder daarbijgekomen. als het negotie Comptoiren; waarbij egter Jongst volgens de vernieuwde ordonnantie op het klijne zegul, nog gekomen zijn, de blanken van 't gestempeld papier. S. 113. Bij de Negotie Pakhuijzen hadde deeze gewoonte plaats, dat de Pakhuijsmeester alleen. 530 en het Geen daar onder Gekoort Op de in en uytweeging der specerijen. alleen ten bijweezen van ordinaire Gecommitteerdens specerijen ontfangen en ook uijtweegen mogte mits de Garbulatie maar geschiede, ten overstaen van den Fiscaal en gecommitteerde Leeden van Iustitie. Dog dewijl dit tot groote misbruijken heeft aanleijding gegeeven, zo heb ik daaromtrent eene andere schikking gemaakt, dewelke daarin bestaat: Dat de specerijen bij aanbreng brut moeten nagewoogen en dan in een apart Pak „huijs opgeslaagen werden, ten overstaen van den Fiscaal, door Justieele Leeden, dewelke dat Pakhuijs verzegulen, en de sleutels daarvan zelfs brengen moeten bij den Hoofd Administrae „teur; Dat deeze Gecommitteerde Leeden de sleutels in gelijker voegen haalen, het Pakhuijs oopenen, en in Persoon bijwoonen moeten, niet alleen de Gaabulatie maar ook alle uijtweeging. Cet b„s V4I. van de Administratien En op 't gebruijk en het ijken der Pond gewigten. uijtweeging die er geschied, het zij aan den Koopman, dan wel tot geschenk of huijs gebruijgd En dat de quantitijten en soorten van het ont= fangene en afgegeevene telkens ingeschreeven en met de hand teekening van den Fiscaal en gecommitteerdens bekragtigt moet werden, in Twee vaste Boekjes, waarvan het Eene steeds in 't specerij- Pakhuijs, dog het andere bij den Hoofd-Administrateur blijft„ die daaruijt na 't afloopen der Parthijen van differenten Aunbrengen, de Bevendingen formeert, dewelke dan door de Gecommitteerdens een ider voor het zijne voor den Raad van Justitie bebedigt werden. En dewijl deeze be„ handeling door Haar Hoog Edelens bereeds goedgekourt is zo wel als eene andere ordre op het gebruijk en ijken der Pond- Gewigten in onze. 531 en het geen daar onder Schoort. De Wapen Camer was onder worpen aan messlagen. Die zijn uijt de weg geruijmt door een Reglament. onze bij eenkomst op den 4„en Mart Ao 1765. beraamt. en vastgesteldt, zo moeten beijde deeze schikkingen zeekerlijk ook niet weeder verwaarloost, maar nauwkeurig nagekomen werden. 5. 114. De wapen Camer is op zig zelven maar eene geringe Administratie. Egter gaf dezelve bij de negotie Boeken veel werk, door de geduurige In en afschrijvingen dien er gedaen wierden, wanneer Een geweir onbequaam raakte, of dat Een soldaat in 't Hospitaal ging, weder daaruijt quam ensz: Ook konde de E Comp. grootelijk benadeelt weeden, wanneer de Aoministra „teur zelfs verzuijmde, op te geeven welke Geweeren ingenomen moesten werden, van overleedene, gedeserteerde of uijt den dienst ont= slaagen persoonen. En om dit een en ander uijt Ab: VII. van de Administratien De Dispens is ook verbeeterdt Door eene vast gestelde ordre aangaende de kooper werken. uijt den weg te ruijmen, heb ik een bijzonder Regelment gemaakt, op de verstrekking en In en afschrijving der waapen-Goederen, het welk ter Resolutie van den 25. Septem Ao 1764. geinsereert, en door Haar Hoog Edelens geapprobeert zijnde, als nog stand grijpt. Tot de Dispens behoorden onder anderen eenige effecten, die in andere Administratien in gebruijk waaren. Dog dat heb ik afgeschaft, en eenen ieder, het zijne gegeeven, om daarvan zelfs verantwoording te doen. En in'sonderhijd is op den 25„e November A„o 1765. ten opzigte van deeze Administratie dit besluijt genoomen dat alle nieuw aangemaakte kooperwerken, door expresse Gecommitteerdens na gewoogen 3. 115. en 532 en het Geen daar onder Gehoort en met de stempels, die blijkens §. 109 onder de Groote Cassa voortloopen, gemerkt moeten werden, niet alleen met het gewoon Cijffer van de E„ Comp:, maar ook met het gewigt, van derzelver swaarte. Want voor deezen liep dit huijsraad bij de Boeken maar alleen voort bij 't getal der stukken, het welk dit ongemak na zig sleepte, dat B: v: Een groote Keetel of Pol, die bij inkoop voor 100. ed. opgebraagt en betaalt was naderhand verantwoordt konde werden, met een Klijndere, die maar 5. of 10. ld: woog; dog het gunt nu niet geschieden kan, alzo alles volgens de Bevinding der Gecommitteerdens, die daarvan telkens schriftelijk Rapport doen ingenomen en verantwoord werd. F. 116.

← previousnext →