Inventory 3239
Surat · 494 pages · 71 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Chapter VII. On the Administrations and what belongs under them. The Equipment Yard requires special attention. The specifications were drawn up deceptively, but are now clear. Section 116. The Equipment Yard has always been and is currently still of great expense, and particularly deserves the attention of the Director with regard to the specifications, which here turn out to be the largest, because the vessels and buildings that belong under it entail the greatest expenses. And in this regard, there was previously also a custom in place whereby one could be greatly misled, consisting of this: that when a piece of work was finished, only then was a specification drawn up of the costs in cash alone, and long afterward another of what was provided from stock. For in that manner, one could never see at once what such work actually cost. But I have removed this obscurity by ordering that both the Equipment Overseer and the other Administrators in general must submit everything together, in which manner the specifications are also now recorded in their entirety in the petty cash book; and which latter practice I think is also necessary, in order to prevent them from getting lost, as can easily happen if they are, as before, only loosely bound in, and whereby one would have to miss this utility: that after the passage of some time, one could no longer trace what one thing or another actually cost, although this often comes in very handy, especially when one wishes to know whether the Administrators conduct themselves well or poorly in their submissions. Chapter VII. On the Administrations and what belongs under them. Of the further Administrations there is nothing to say. Section 117. The remaining Administrations, consisting of the Medical Shop, the Secretariat of Police, the Secretariat of Justice, the Pay Office, and the Subaltern Office Brootchia, are either of little importance or deserve so much the less a special remark in this matter, because all Administrations in general have been cleared of all unfit, defective, and superfluous assets, upon my proposal made in certain Remarks on the closed trade books of this Directorate of Ao 1765/6, which are recorded under the Resolution of 6 June 1766, and have had the good fortune of carrying the complete approval of Their Right Noblenesses. And since I also lack the time to speak separately, like Mr. Schreuder, of all the goods that belong under those Administrations, I shall likewise pass that over, and only make mention in a few words of the vessels that are currently in existence and use here, in so far as this is necessary to give a brief sketch of their condition and utility. Section 118. The number of vessels and their condition described. These consist at present of one smalschip, two covered and three open horrijs, two schuiten, and one native prauw. And of these: The smalschip De Verwagting was only newly built in the past year and turned out so exceptionally well that one could not demand it to be better. For it sails well and handles very easily. It has recently come upriver with a cargo of 314 large canassers of sugar, while the Master testified that if he had not had to refrain on account of the aft heaviness, he could have loaded 20 more, and had he had small canassers, then fully 100 pieces more. Nevertheless, with that weight, it did not draw more than 9 feet. And in addition, being built so solidly and strongly, and so well-suited for defense, that it carries the wonder and approval of all people, it is not only capable of completely fulfilling the intended purpose, but one may also not call into doubt that the Honorable Company will be able to enjoy the requisite utility from it for long years. The covered horrijs De Lastdrager and Uijtwinder were built in Ao 1741 and consequently are not at all new. Nor can one claim that vessels which have served 27 years, and have had to endure much from constantly running aground in the river, and from bumping against the ships when they lie alongside them, should still look externally as good as if they were newly made. But their inner condition is nevertheless by no means so poor that they could not be used for several more years, if only one is attentive to keep a proper hand on them. The two open horrijs De Hoop and De Hardlooper I took over at the beginning of Ao 1764 from the former Equipment Overseer Clinckart for Rop: 5000, and they would possibly fetch little less now if they had to be sold. The third open horrij De Brood-Roff, having been built at the same time as the two covered horrijs in Ao 1741, has likewise already sailed for 27 years, and especially during the presence of the ship Velzen in Ao 1765, suffered so much with bringing heavy anchors on board that, according to the report of the Equipment Overseer, it ought to have been decommissioned even then. But a decision having been taken upon my proposal to maintain it with minor repairs so
Dutch transcription
Ab: VI4. van de Administratien De Equipagie werff vereijscht eene byzondere oplettendhijd. De specificatien wierden misleydende ingerigt Dog zijn nu duijdelijk. 9. 116: De Equipagie werff is althoos geweest en thans nog van een groote omslag, en verdiend inzonderhijd de oplettendhijd van den Directeur ten opzigte van de specificatien, die hier het grootste vallen, om dat de vaartuijgen en Gebouwen die daar onder hooren, de meeste onkosten na zig sleepen. En daaromtrent hadde voor deezen ook eene gewoonte plaats, waardoor men grootelyx misleijdt konde werden, hierin bestaande: Dat als een stuk werk klaar geraakt was, dan eerst eene specificatie opgemaakt wierd van het bekostigde in Contant alleen, en lange naderhand eene andere van het verstreckte uijt voorraad. want op die wijze konde men nooit op eenmaal zien, wat diergelijken werk eijgendlijk quam te kosten. Dog ik heb deeze duijsterhijd weg genoomen, met ordre te stellen, dat. 533 en het Geen daaronder Gehoort. En werden in 't geheel bij 't Cassa boek ingeschreeven dat zo wel de Equipagie op ziender als de andere 29 Administrateurs in 't generaal, alles te gelijk opbrengen moeten, in welker voegen ook de specificatien thans in haar geheel bij 't kleijn Cassa boek ingeschreeven werden; en welk laatste ik denk dat meede noodzaekelijk is, ten eijnde voorte komen dat dezelve niet weg raaken, zo als ligt geschieden kan, alze gelyk bevoorens maar los ingebonden werden, en waardoor men deeze nuttighijd zoude missen moeten, dat men na verloop van eenigen tijd niet meer zoude nagaen kunnen, wat het een of ander eijgendlijk gekost heeft, schoon zulx dikwils zeer te passe komt, voornamendlijk als men weeten wil of de Administrateurs zig in hunne opbrengen wel of quaalijk gedraagen. §. 117. CA P: VII. van de Administratien van de verdere Administratien valt niets te zeggen. 5: 117. De overige Administratien bestaende in De Medicinale winkel, De Secretarij van Politie, De Secretarij van Justitie, Het zoldij Comptoir, en Het Subaltean Comptoir Brootchia, zijn of van wijnig aangeleegend hijd, of verdienen in deezen te minder eene bijzondere aanmerking, om dat alle Administratien in 't Generaal van alle onbequaame, ondeugende en overtollige Effecten gezuijvert zijn, op mijn voorstel gedaen bij zeekere Aanmerkingen op de afgeslooten negotie Boeken deezes Directie van Ao 176/6. , welke ter Resolutie van den 6„e Iunij 1766 ingeschreeven staan, en het geluk gehad hebben, van volkomen Haar Hoog Edelens goedkeuring wegte drae =gen. En dewijl mij ook de tijd ontbreekt, om gelijk De Heer Schreuder van alle Goederen, die. en 534 en het Geen daaronder Gchoort. Het getal der vaartuijgen en derzelver gestoldhijd beschreeven. die onder die Administratien gehooren afzon„ „derlijk te spreeken, zo zal ik dat ins geleijkx overslaan, en alleen nog met een woord mentie maaken, van de vaartuijgen, die thans hier in weezen en gebruijk zijn, in zo verre zulx noodig is, om van derzelver gesteldhijd en nullighijd een korte schets te geeven. 5. 118. Deeze beslaan voor jegenswoordig, in Een Smalschip, Twee overdekte en Drie opene Horrijs, Twee Schuijlen, en Een Inlandsche Prauw. En hiervan is: Het smalschip De verwagting, in 't vergangen Jaar eerst nieuw getimmert en zo bijzonder wel uijtgevallen dat men 't niet beeler zoude pretendeeren Kunnen. Want het Zijld wel en laet zig zeer gemakkelijk regeeren. Het is. n n, Ab: VII. van de Administratien is nu Jongst boven gekomen met eene Laading van 314. Groote Canassers zuijker, terwijl de Gezaghebber betuijgde, dat als hij 't niet hadde moeten laaten, om de agterlastighijd, hij nog 20. meer zoude hebben kunnen laaden, en hadde hij Klijne Canassers gehad, dan nog wel 100. stux. nogthans heeft het met die swaarte niet dieper geleegen, dan 9. Voet. En boven dien zo hegt en sterk getimmeal, en tot defensie zo wel geschikt zijnde, dat het de verwondering en goedkeuring van alle menschen wegdraagt, zo is het niet alleen in staat, om volkomen aan 't oogmerk te voldoen, maar men mag het ook in geen twiffel trekken of de E: Comp: zal daarvan lange Jaaren het vereijschte. 535 om het Geen daaronder Gehoort. vereijschte nut genieten kunnen. De overdekte Aoarijs De Last draager en uijtwinder zijn in A:o 1741. getimmert en bij gevolg gantsch niet nieuw. Ook kan men niet pretendeeren, dat vaartuijgen, die 27. Jaaren gediend hebben; en veel uijt= „staan moeten door 't geduurig vast zelten in de Revier, en door 't stooten tegens de scheepen alze op so zijde leggen, op 't hen uijterlijke nog zo goed zoude uijtzien als afze nieuw gemaakt waren. maar haere innerlijke gesteldhijd is egter geen zinds zo slegt, datze niet nog verschijde Jaaren gebruijkt zoude kunnen werden, als men maar oplettend is, daaraan behoorlijk de hand te houden De Twee Opene Adraijs de Hoopen De Hardsloopen. te boven C: Ab: VI4. van de Administratien Haallooper, heb ik in 't begin van A:o 1764. van den geweezen Equipagie op zeender Clinckart voor Rop: 5000. veagenoomen, en zouden mogelijk nu nog wijnig minder haalen, alze verkogt moesten werden. De derde opene Horaij De Brood-Roth met de Twee overdekte Aoraijs tegelijk in A:o 1741. getimmert zijnde, heeft insgelijx al 27. Jaaren gevaaren, en in= zonderhijd bij 't aanweezen van 't schip velzen in A:o 1765. , met het aan boord brengen van swaare Ankers, zo veel geleeden, dat dezelve volgens het rapport van den Equipagie opziender, toen al hadde dienen afgelegt te werden. Dog op mijn voorstel een besluijt genomen zijnde, omze met geringe verhelpingen Zo.
English
536 and What Pertains Thereto to keep it above water as long as might be possible, it has had such an effect that this vessel has since not only performed its former services, but may possibly also be able to do so in that manner for even longer. And from this it appears at the same time: That one cannot always rely entirely on the statements of the lower officials, and especially of the administrators, when their interest is tied thereto. And of the remaining small vessels I have nothing to say, except that the Two barges are still reasonably new, and the Prahu does so little service, in comparison with the expenses that are annually charged for it, that I have often Section 174. of the Administrations which of them are necessary and unnecessary. often considered abolishing it altogether, which in my opinion might well be done. §. 119. Consequently, the vessels are generally in good condition, and their usefulness is also evident, if one only observes from experience that they completely fulfill the purpose for which they are intended. But now the question arises: whether their number is sufficient, or whether and which sort one needs more of. And if I may express my sincere opinion in this regard, according to what a long-standing experience and attentiveness to that matter have taught me, then. 537 and What Pertains Thereto Two smalschepen and covered Hodis cannot be dispensed with. then I say frankly. That Two smalschepen such as currently De Verwagting and One or two covered Hodis such as De Lastdrager or Uitwinder are highly necessary, but that all the others, except for One or Two barges, can not only be abolished, but that this will also turn out more advantageous and better for the Honorable Company's interests. For the smalschepen cannot possibly be dispensed with, because they must serve to cover the unloading vessels, as well as to fetch the returns from Brootchia, Tamboezer and other outstations, which because of the numerous pirates would run all too great a risk, if they were not protected by vessels of a very good defense. One also needs One or Two covered Hodis. where Chapter VII. of the Administrations Yet the open Hodis can be abolished. Hodis are needed for the unloading of spices, copper, tin etc., as such goods are not to be trusted in open vessels, and these Hodis, through the less windage they have, can come up and down the river much more swiftly than the smalschepen, which carry heavy rigging. But that one also keeps Company-owned open Hodis at the same time, in that lies no necessity at all; because one can get plenty of them from others, which are of the same use; because the rent thereof is very reasonable and regulated according to the weight they carry, so that one cannot be deceived in that regard; and because having once paid that rent, one is afterward free from all further charges and risk. On the other hand, Company-owned Hodis are to the Honorable Company 538 and What Pertains Thereto a large and particularly heavy expense item, both in annual repair and monthly maintenance, and in crew that must sail on them. They do not make as many trips as the rented ones, which get their payment for each trip, and therefore must seek their greatest profit in the greatest speed; they are also only used during the presence of the ships and thus for few months, while they lie idle for the rest of the time like useless furniture. Moreover, one not only bears a great risk that they may be damaged or be entirely lost when they sail, but one also runs the same danger through the actions of robbers or other mischievous people, when they are hauled ashore during the rainy season. And this. Chapter VII. of the Administrations etc. which opinion rests on good grounds. Mr. Schreuder had laid the foundation for an expensive work. this little I think is enough to show that my opinion rests on good grounds, although I am presently unable to give it more strength through specific proofs. Chapter VIII. Of the Housing with respect to the Lands and Buildings that the Honorable Company has here. §. 120. The main objective of Mr. Schreuder under this Chapter was to show the high necessity that the entire establishment be brought together, and that a suitable lodge be built for it according to the plan that still bears the name. 539 Chapter VIII. of the Housing with respect to the Lands etc. bears the name of the Honorable Company's yard. His Honor had also not only laid the foundation for that important work, but had already progressed very far with it. For the then city Governor Safderchan had given his consent thereto. The required lands, which one previously could not have obtained for any money, had been purchased. Even the first and most important, a strong stone revetment on the river side, was already nearly one third finished. And all this having been completely approved by Their High Noble Excellencies: there appear to be no reasons why his successor should not have continued it. §. 121.
Dutch transcription
536 en het Gen daaronder Tehoort zo: lange boven water te houden, als moge lijk zoude weezen, zo is dat van die uijtwerking geweest, dat dit vaartuijg 'tsedert hoet niet alleen de voorige diensten gedaan, maar die ook mogelijk nog langer op die wijze zal doen kunnen. En waaruijt dan teffens blijkt: Dat men op de opgaaven van de mindere bediendens, en inzonder hijd van de administrateurs, als hun interest daaraan verknogt is, niet althoos volkomen staat kan maaken. En van de overige klijne Kieltjes weet ik niets te zeggen, dan dat de Twee schuijten nog genoegzaam nieuw zijn, en de Prauw zo wijnig dienst doet, en vergelij= =king van de onkosten, die Jaarlijcx daar =voor opgebragt werden, dat ik al dikevies. n, inder Ab: 174. van de Administratien welke daarvan noodigen onnoodig zijn. dikewils in beraad heb gestaan, om dezelve in 't geheel af te schaffen, en het gunt ook volgen:s mijne gedagten wel geschieden mogte. 3. 119. Overzulx bevinden de vaartuijgen zig doorgaans in een goede Gesteldhijd, En haare nuttighijd blijkt ook, als men maar uijt de ondervinding aanmerkt, dat dezelve volkomen voldoen, aan 't oogmerk, waar„ toeze geschikt zijn. Maar nu ontstaat die vraage: of haar getal genoeg is, dan wel of„en welke soort men meerder noodig heeft En bij aldien ik deezen aangaende mijn opregtgevoelen uijten mag, na volgens het geen mij eene lang jaarige ondervinding en oplettendhijd op die zaak geleert heeft, dan. 537 en het Geen daaronder Gehoort Twee smalscheepen en overdekte Adraijs Kan men niet missen. dan zeg ik rond uijt. Dat Twee smasscheepen zo als thrins de verwagting en Een of twee over- dekte Horrijs zo als de Lastdrager of uijtwin„ „der ten hoogsten noodig zijn, maar dat alle de anderen, uijtgezondert Een of Twee schuijten„ niet alleen afgeschaft kunnen werden, maar dat zulx ook voordeeliger en beeter voor s E Comp:s belangen zal uijtkomen. Want de smal schipen kan men onmogelijk missen, om dat dezelve dienen moeten, tot dekking van de Losvaar= tuijgen, zo meede tot den athaal der Retouren van Brootchia, Tamboezer en andere buijten plaatsen, dewelke mits de meenig- vuldige Roovers al te groot gevaar zouden loopen, bij aldienze niet door vaartuijgen van eene zeer goede defensie bescheamt wierden. Ook heeft men Een of Twee overdekte Horaijs. waar CA P:r VI4: van de Administratien Dog de opene Aoarijs kunnen afgeschaft werden. Htorrijs noodig, tot den ontlos van specarijen Koper, Thin ensz:, alzo diergelijken goederen in geene opene vaartuijgen te vertrouwen zijn, en deeze Horrijs, door de mindere windvang die zij hebben, de Revier veel spoediger op en komen af kunnen, dan de smalscheepen, die een swaer tuijg voeren. Maar dat men ook teffens Eijgene opene Horaijs houdt, daarin steekt in 't geheel geene noodzaakelijkhijd; om dat men heer genoeg kluijgen kan van andere, die van 't selfse gebruijk zijn; om dat de huur daarvan zeer civiel en gereguleert is na de swaarte dieze draagen, zo dat men daaromtrent niet be =droogen kan raaken; En om dat men eens die huur betaalt hebbende naderhand vrij is, van alle verdere ongelden en risico Daaren- =tegen stoekken Eijgene Adraijs de EComp. tot. 538. en het geen daar onder Gehoort tot eene groote en bijzonder swaare Last post, zo aan Jaarlijx reparatie, als mantelijkx onder houd, en aan volk dat daarop vaaren moet. zij doen zo veel togten niet als de gehuurde die voor ieder togt hunne betaaling krijgen, en daarom in den meesten spoed, hun grootste voordeel zoeken moeten; ook werden ze maar alleen bij 't aanweezen der scheepen en dus wijnig maanden gebruijken„ terwijl ze den overigen tijd als onnutte meubelen stil leggen. Boven dien draegt men niet alleen een groot Risico, datze beschaadigt raaken of in 't geheel verongelukken kunnen, alze vaaren, maar men loopt ook het zelfde gevaar, door toedoen van roovers of andere baldaedige menschen, wanneer ze geduurende den Reegen tijd op de wal zijn gehaald. En dit. C t ab:s Vit van de Administratie en sz welke gevoelen, op goede gronden steunk. De Heer Schreuder heeft den grond gelegt gehad tot een kostelyk wark. dit wijnige denke ik dat genoeg is om aan te toonen dat mijn gevoelen op goede gaonden steunt, schoon ik thans onvermogens ben het zelve door bijzondere bewijzen meerder kragt bij te setten. Ab: VIII. van de Huijsvesting in opzigt op de Landerijen en Gebouwen die de E Comp: hier heeft. 3. 120. Het hoofd oogmerk van Den Heer Schreuder onder dit Cappittel is geweest, om aan te toonen, de hooge noodzaakelijkhijd Dat de gantsche omslag bij een gebragt, en daarvoor eene bequaame Logie gebouwt wierde op 't bestek, dat thans nog den naam. 539 Ab: V741: van de Huijsvesting in op Jigt op de Landeryenonp: naam draagt van 's E Comp:s werff. Ook hadde zijn Edele tot dat aangeleegen werk niet alleen den grond gelegt, maar was daarmeede ook bereeds zeer verre gevordert. Want de toenmaalige stads Gouverneur Safderchan hadde daartoe zijne toestemming gegeeven. De benoodigte Landeaijen, die men bevoorens voor geen geld zoude hebben krijgen kunnen, waren ingekogt. zelfs was het eerste en voornaemste, Eene sterke steene beschoeijing aan de Revier kant, al op een derde na klaar. En dit alles door Haar Hoog Edelens volkomen goedgekeurt zijnde: zo schijnen er geene Reeden te weezen, waarom zijn vervanger het zelve niet vervolgt zoude hebben. §. 121.
English
Concerning the Housing and Supervision of the Lands and Buildings that the Honourable Company has here. His successors have not continued that. Nevertheless, it did not happen. Mr. Pecock, having conceived a different plan, let all of that lie, so that even a good quantity of building materials, which had been purchased for stock, spoiled and were lost. Mr. De Roth seemed at first also to be of the opinion that one would never achieve the intended purpose in that regard; but he nevertheless completed the revetment and built the present residence of the Director. Mr. Taillefert again did nothing. And Mr. Drabbe, from whom one also could not expect much, built only one room, which, consisting merely of four walls with a tiled roof, is presently used for an assembly hall. But rather neglected it, and it cost him 2400 rupees, but me in five years fully 4000 rupees. Thus, upon my arrival, I found this work little more advanced than Mr. Schreuder had left it. From the outside, the fine revetment gave some appearance, but on the inside everything looked equally desolate and filthy. Even the aforementioned assembly hall was enclosed on two sides by pigsties and other dirty little rooms and lean-tos of cadjan leaves. In particular, the necessary housing for the servants was lacking. And what is the most important of all, one had no permission to freely unload and store all merchandise there. However, it has now been completed. Yet, the former having been quickly remedied by clearing out and cleaning, I also subsequently succeeded, after much trouble and labour, in obtaining the latter, in such manner and by such means as are described at large from section 44 to 51. And thus being able to say with justice that I, under the gracious assistance of God's blessing, have completed, as far as can be completed under the present most difficult circumstances of the times, a work of the utmost utility for the Honourable Company's interests, which was begun by Mr. Schreuder but afterwards again neglected, or at least omitted: so I have the honour now to hand over this wharf to Your Honour in a state. Though not in the utmost perfection. Which is worth seeing, and which must give the greatest pleasure above all to a Director, if one takes into consideration: That he lives very comfortably, and at the same time pleasantly; That he lives as if separated from the bustle of the city and from the troubles to which one can often be subjected quite unexpectedly; That he has most and the principal servants with, and next to him; And that all cash, spices, merchandise, and further necessities lie well-guarded and secure under his own eye, supervision, and protection. Now it is indeed true that, if one wishes to take it in the narrowest sense, the entire establishment has not yet been brought together on the wharf. The acceptance and packing of the return shipments must still take place in the warehouse. And the animals and carriages also still stand at the old stable inside the city. But it has also been utterly impossible for me to transfer both the one and the other to the wharf already. For, not counting that a suitable place for the former is still lacking for the present, such transfer can also not take place except in a very cautious manner and upon a special occasion, which has not presented itself during my presence. And on the latter I have indeed already worked for a long time, and have in fact already had some small houses just outside the South Gate bought up by the banyan; but I have nevertheless... Some servants live somewhat cramped. ...nevertheless not yet been able to obtain enough for a plot that can suffice for a stable. And being therefore forced to leave the complete execution thereof to Your Honour, I wish that Your Honour may succeed therein to satisfaction within a short time, by help of the verbal instructions which I have given Your Honour in that respect. I also cannot deny that several servants still have to manage somewhat crampedly regarding housing. But it is nevertheless not so bad but that they have space enough to get by, if they only look to a quiet and pleasant stay, and are not inclined... Yet the newly made buildings are all good. ...to keep numerous company and give large entertainments, especially to foreign nations, as has for some time become all too customary with some, notwithstanding their cramped purses by no means permit such, and such familiar conversations are also entirely disadvantageous to the Honourable Company's interests. Indeed, this is certain: that when one has to begin such work from the ground up, one cannot possibly bring everything into the best order at once and give everyone their complete satisfaction, the more so because in this matter I have not been able to proceed as I wished, but as...
Dutch transcription
C: 2 4:o V141. van de Hhuijsvesting en Opzigt op de Jan„ zyne opvolgers hebben dat niet voortgezet. 1 Nogthans is het niet geschied. De Heer Pecock in een ander concept geraakt zijnde, liet dat alles leggen, zo dat zelfs eene goede quantitijt Bouw stoffen, die in voorraad raaste ingekogt waren, beduaven en te zoek geneht De Heer De Roth scheen in 't eerst ook van gevoelen te zijn, dat men daaromtrent het voorgestelde oogmerk nooit berijken zoude; maar heeft egter de eschoeijing voltooit in het presente woonhuijs van den Directeur getimmat. De Heer Tuillefeat heeft weder niets gedaan. En de Heer Drabbe van wien men ook niet veel verwagten konde, heeft enkeld Een vertrek gebouwt, dat alleen uijt vier muuren met een Pannen dak bestaende, thans voor een vergaader zaal werd gebruijkt, 5121 en. 540 derijen en Gebouwen, die de E Comp: hier heeft. Maar veel eer verwaarlooft en hem zelven Rap. s 2400 -. , dog mij en vijff Jaaren wol Rop:s 4000. - gekost heeft. S. 122 Dus vond ik dit werk bij mijne aankomst wijnig meer gevordert, dan de Heer Schreuder het gelaaten hadde van buijten gaf de fraije beschrijving wel eenig aan= zien. maar van binnen zag alles even de solaat en morssig uijt zelfs de evengemeeste vergaader zaal stond aan Twee zijden beslooten in verkens hokken en andere vuijle vertrekjes en afdakken van Ierrij blaeden. Inzonder= =hijd manqueerde de noodige huijsvesting voor de bediendens. En wat het voornaemste van allen is, men hadde geene Permissie, om daar alle koopmanschappen vrij te mogen lossen en opslaan. 5. 123. . CAd„s Vtt van de Huijsvesting in opzigte op de Lande Egter is het nu voltooit geraakt. Dog het Eerste door opruijmen en schoon maaken schielijk verholpen zijnde, is het mij ook vervolgens gelukt, na veel moeijte en arbijd het laatste te verkrijgen, op zulken wijze en door zodanige middelen als van §: 44. tot 51. in 't breede beschreeven staan. En dus met regt moogende zeggen, dat ik onder den genaadigen bijstand van Gods zeegen voltooijd heb, in zo verre bij de presente aller beswaarlijkste tijds om= =standigheeden voltooijd kan werden, Een werk van de uijterste nuttighijd voor sE Comp:s belangen, dat door Den Heer Schreuder begonnen maar naderhand weder verwaarloost, of ten minsten ver„ =zuijmt was: zo heb ik de Eere thans deeze werff uw Ed: overtegeeven in een staat, §. 123. die. 541 rijen en Gebouwen, die de E Comp: hier hoofz schoon niet in de uijterste perfectie die beziens waardig is, en die vooral aan een Directeur het grootste genoegen moet geeven, als men in aanmerking neemt: Dat hij zeer gemakkelijk, en teffens ver= maakelijk woont; Dat hij als afgezon= =dert leeft van het gewoel der stad en van de moeijelijkheeden, waaraan men de kwvils gantsch onverwagts onderworpen kan raaken; Dat hij de meeste en voornaem „ste bediendens bij, en naast zig heeft. En dat alle Contanten, specerijen, koopman= =schappen en verdere behoefdens onder zijn eijgen oog, opzigt, en bescherming wel bewaart en zeeker leggen. 3. 124. Nu is het wel waar, dat als men 't in den nausten, zin wil neemen, de gantsche omslag nog. „ C Ab: 1744. van de Huijsvesting in opzigt op de Lande nog niet op de wer„ bij een is gebragt. De acceptatie en afpakking der Retouren moet nog in de Logie geschieden. En de Animalen en Rij-duijgen staan meede nog op de oude stal binnen de Stad. Maar het is voor mij ook voestrekt onmogelijk geweest, dat een en ander al op de werf over te brengen. want ongereekend, dat tot het Eerste voor als nog een bequaame plaats manqueert. zo kan die overbrenging ook niet geschieden, als op eene zeer voorzigtige wijze, en bij eene bijzondere gelegenthijd, die zig geduurende mijn aanweezen niet heeft opgedaan. En aan het laatste heb ik wel bereeds lange gearbeijdt, ook in der daad al eenige klijne huijsjes, even buijten de zuijder Poort door den moedij inkoopen laaten; maar ik heb egter. 542 reijen en Gebouwen die de E Comp: hier heeft. Eenige bediendens woonen wat bekromp. egter nog niet genoeg kunnen krijgen tot een bestek, dat voor Een stal toerijken kan. En daarom genoodzaakt zijnde de Compleete volbrenging daarvan aan Uw Ed. over te laaten, zo wensch ik dat uw Ed: daar= agen in binnen Korten na genoegen slgen mag, door behulp van de mondelinge onderrigtingen die ik uw Ed: ten dien opzigte gegeeven heb. . Ook kan ik niet ontkennen, dat verschijde bediendens, zig aangaende de huijsvesting nog wat bekrompen behelpen moeten: Maar het is egter zo slegt niet, of zij hebben ruijmte genoeg om het te kunnen stellen, alze alleen op een gerust, en plaisierig verblijf zien, en niet geneegen 5. 125. zijn. den, eene lange Klijne heb ter 6 Ab: V741. van de Huijsvesting, in op zigt op de Lande Dog de nieuw gemaekte gebouwen zijn alle goed. zijn talrijke geselschappen te houden, en groot tractamenten te geeven, voornamentlijk aan vreemde Natien gelijk 'tsedert eenigen tijd bij zommige, maar al te veel in gebruijk is geraakt, niet tegenstaande hunne bekaompe beuazen zulx geenzinds toelaaten, en dier= =gelijken gemeenzaame Conversatien ook voor sE Comp:s belangen gantsch niet voordeelig zijn. §. 126. Immers dit is zeeker, dat als men diergelijken werk van de grond af beginnen moet, men onmogelijk alles ten eersten in de beste ordre brengen en eenen ieder zijn volkomen genoegen geeven kan, te meer„ alzo ik in dit stuk niet te werk heb kunnen gaan, zo als ik wilde, maar zo als.
English
543 yards and buildings that the Honorable Company possesses here, as far as I was able, considering the narrow limits within which the English have confined us, although those were still quite often transgressed by me. However, I think I have done enough for now, just as all reasonable people will gladly admit that I have indeed achieved a great deal, if they will consider what use and advantage the Honorable Company now enjoys from this wharf in comparison with what it enjoyed previously. And for the rest, both regarding the condition of the buildings in general and in particular of those that were built anew, repaired, or improved by me on the wharf and in the garden Zorgvrij, I refer to the specific report that was recorded and submitted alongside the general conveyance by expressly commissioned Council Members, skippers, and clerks, who, upon Your Honour's explicit request, conducted the survey everywhere under oath and also confirmed their statement with a solemn oath. Thus, I only note further in that regard: that although spars and bamboos are often mentioned therein, and at first glance it might appear as if several buildings were erected solely of spars and bamboos, it must nevertheless not be taken or understood in that sense. For all dwellings, warehouses, and outbuildings without exception that I have had newly raised are constructed of sufficiently strong beams and other woodwork in such a manner 544 that they can nevertheless very easily be converted into brick houses. Which, if it can take place, will serve to great honour. that they can be converted at any time with little effort and expense into good brick buildings, if only the sections between the uprights, instead of being filled with spars and bamboos as cannot be done otherwise at present, are filled with a small wall of lime and stone. And if Your Honour should ever be so fortunate as to obtain permission for this, such will certainly add great honour to Your Honour's accomplishments, but even more so if it should be possible that Your Honour, according to his own thoughts, could have everything laid directly with brick and mortar. Of the servants and further subordinates of the Honorable Company. Of the European officials Mr. Schreuder has given a description, to which one refers. Section 127. Of the servants in general, and first of all of the European ones, I need say little. Mr. Schreuder has described the qualities and abilities that every official must possess, as well as the obligations under which he lies, so fully and so emphatically that I know nothing to add thereto. And since we can therefore also refer in this matter to His Honour's unimprovable memoir, the only thing I still have to report consists of this: that I consider myself obliged out of a sincere heart to warn Your Honour that among 545 the Council Members there are two persons who are especially unfit for this office, and who for that reason ought to be removed from here as soon as possible. I mean the Warehouse Master Huijsken and Secretary Holmberg. For both have entangled themselves so deeply in an all too familiar conversation with the foreign nations, that nothing but all kinds of detrimental consequences are to be feared therefrom. In addition, the former is very arrogant and obstinate, leads a scandalous life, concerns himself little with his duties, and incurs such extraordinary expenses for clothing, entertainments, superfluous servants, and similar useless extravagances, that things cannot possibly go well in this manner. And if the latter should not yet be sufficiently known to Your Honour from experience as a young man who harbors a high conceit of himself, and who for a provisioner has likewise lived far too expensively, I refer for further confirmation of what I have said to what stands noted in section 80 and 85 with full certainty from the mouth of Mr. Price himself, and in section 78, 82, 84, and 86 based on well-founded suspicions regarding him. And I leave it deferred to Your Honour's own judgment what great outrages one must not expect from a person who, being merely a bookkeeper, nevertheless dares to attempt, based on an imaginary slight that consisted only of a simple threat, to take revenge upon his lawful superior. 546 To that end, to lodge his complaint with the English Chief, who was already embittered enough without this, and to incite him to such an extent that to this are principally to be attributed the bad turns that have effectively been done to me, as appears from section 82, and that they have sought to do further. Section 128. And as regards the native servants, it would indeed be necessary to mention a few things about them. But I am forced to omit this because I am running short of time, and I can do so with all the more peace of mind because the aforementioned memoir likewise mentions the principal persons, and in particular the good and bad qualities of the First Broker.
Dutch transcription
543 reijen en Gebouwen die de E Comp: hier heeft. als ik mogte, na de enge paalen waarin de Engelschen ons beslooten hebben, schoon, die nog al dikuies door mij overtreeden zijn. Eegter denk ik voor eerst genoeg gedaan te hebben, zo als ook alle reedelijke menschen gaerne toestaan zullen, dat ik 't in der daad zeer verre gebragt heb, wanneer zij overweegen willen„ wat nut en voordeel de E Comp: thans van deeze weaff geniet, in vergelijking van het geen zij bevoorens genooten heeft. En mij voor 't overige zo nopens de gesteldhijd der Gebouwen en 't algemeen, als in 't bijzonder van de zulke die door mij op de werff, en in de Thuijn zorg vrij, nieuw getimmert, ver= =holpen of verbeeterdt zijn gedraagende aan het speciaal Berigt, dat egter 't Generaal Transport ingeschreeven en ingediend is, door pe men en heb zo CMbs: vott: van de Hluijsvesting inop zigt op be han En schoon dezelve een gemeene naam draagen. is, door oxpresse Gecommitteerde Raads- Leeden, schippers, en Pennisten, die op uw Ed:s uijtdrukkelijke begeerte, allerweegens den opneem onder Eede gedaan, en hunne opgaave ook met solemneelen Eede bevestigt hebben; zo noteer ik eenelijk nog dien aangaende: Dat schoon daarbij dikwils van spaaren en bamboesen gesprooken werd, en het in den eersten opslag den schijn heeft, als of verschijde gebouwen alleen van Sparren en Bamboesen opgeregt waaren, het egter in dien zin niet genomen nog verstaan moet werden. Want alle wooningen, Pakhuijsen, en opstallan zonder onderschijd, die ik nieuw heb op= haalen laaten, zijn van sufficante sterke Balken en andere houtwerk sodan getimmert. He Kan stoe 544 derijen en Gebouwen die De E Comphier heeft klunnenze egter zeer ligt in steene huijzen verandert werden. Het gunt als't geschieden kan tot groote Eere zal strekken. getimmert en geschikt dat de zelve met wijnig moeijte en onkosten ten allen tijde in goede steene gebouwen te veranderen zijn; als maar de vakken tusschen de standers, in steede van met sparren en Bamboesen, zo als thans niet anders „ geschieden mogen, met een heeft Klijn Muurtje van Kalk en Heen opge¬ vuld werden. En als uw Ed: eens zo gelukkig zijn mogte van daartoe pernissie te erlangen, zal zulx uw Ed: verrigtingen zekerlik al groote Eere bijzetten, dog nog meer indien het mogelijk mogte zijn, dat uw Ed: volgens zijne gedagten alles direct van steen, en kalk konde opmetselen laaten. :P: 1 tig i n ƒ van de Dienaeren en verdere onderhoo= van de Europeese amptenaers heeft de Heer Schreuder eene beschrijving gegeeven. waaraan men zig gedraegt. CA : I H. =rige der E: Compagnie. 5. 127. van de Dienaeren in 't Generaal, en wel eerst van de Europeese, behoef ik wijnig te zeggen. De Heer Schreuder heeft de hoedanigheeden en bequaemheeden die ieder amptenaar bezitten moet zo wel als de verbintenisse waaronder hij legt, zo wel g uijtvoerig, en zo nadrukkelijk beschree= =ven, dat ik niets daarbij te voegen weet. mij. En wij daarom ook in dit stuk aan zijn Edeles onverbeeterlijke memorie kunnende gedraagen, zo bestaat het eenigste wat ik nog te melden heb hier in: Dat ik mij - verpligt agte, uw Ed: uijt een opregt haat te moeten waarschouwen, dat onder. 545 C: R: B: VX. van de Poenaeren en verdere onderhoorige. En alleen van Twee Persoonen in 't byjzonder spreekt. Die het verdienen. onder de Raads-Leeden zig Twee Perzoonen bevinden, die voor al op dit Comptoir niet deugen, en dewelke uijt dien hoofde wel hoe eer hoe liever hiervan daan genomen mogen werden. Ik meen den Pakhuijsmeester Huijsken, en Secretaris Holmberg. want beijde hebben zig in eene al te ge= =meenzaame conversatie met de vreemde natien zo diep ingewekkeld, dat daaruijt niets als aller hande naadeelige gevolgen te dugten zijn. Boven dien is de Eerste zeer verwaand, en obstinaat, leeft ergerlijk, bemoeijt zig wijnig met zijnen dienst, en doet zulke extraordinaire onkosten aan kleederen, Tractamenten, over= =tollige bediendens en diergelijken onnutte verquisingen, dat het op die wijze onmogelijk goed kan gaan. En of de laatste uw Ed: uijt. Cet P: 4 X. van de Dienaeren en uijt ondervinding nog niet genoeg bekent mogte zijn, als een Jongman die van zig zelven eene groote verbeelding voedt, en dewelke voor Een Dispencier insgelijx veel te Kostbaar geleeft heeft: zo beroep ik mij tot nader bevesting van mijn gezegde op het geen §. 80. en 85. met volle zeekerhijd uijt den mond van M:r Price zelfs, dog 5. 78. 82 84. en 86. op wel gegronde suspicie ten zijnen opzigte genoteert staat, en ilaet het aan uw Ed.:s eijgen oordeel gedefereert, wat groote buijtenspoorigheeden men niet verwagten moet, van een mensch, die nog maar Boekhouder zijnde, egter ondernemen duatt, op een ingebeeld geleeden affront, dat alleen in een simpel daijgement heeft be„ „staan, zig op zijn wettig Gebieder te willen waeeken. 546 verdere onderhoorige der E Compagnie Ook werd ten opzigte van de wreeken, ten dien eijnde bi 't Engels opperhoofd dat buijten des al genoeg verbitterdt was, zijn beklaag te doen, en het zelve zodanig op te stooken, dat daaraan voornamentlijk de quaade diensten toe te schrijven zijn die men mij blijkens 5. 82. effective gedaan heeft, en nog verder heeft zoeken te doen. 3. 128. En wat aangaat de Inlandsche Jnlanders alleen aangemerkt Bediendens daarvan zoude het wel noodig zijn, nog het een en ander te melden. Maar ik ben genoodzaakt zulx te laaten, om dat mij de tijd te koat schiet, en ik kan het ook zo veel te gerusten doen, om dat bij de voor= meldte memorie insgelijx van de voornaamste Perzonen, en inzonderhijd van de goede en quaade hoedanigheeden van den Eersten Makelaer. n dat n
English
Chapter X. Of the Servants and further subordinates of the Honorable Company. That three of the principal ones must be well treated. broker Mantchergie an instructive description was given. Therefore, conforming myself in this respect to that as well, I merely repeat what was said under §. 107, that the present brokers and suppliers ought to be held in esteem; and I now add thereto: that Your Honour may well include the present Moody among them, as he is an old man who knows everything, and of whom I assure from experience that he cannot well be spared by a Director, especially not if he possesses any inclination to trace the bad steps of the brokers and administrators and to oppose them. 547 The profits have been estimated by Mr. Schreuder at 10 tons of gold. And that much the Director has not been able to reach. Chapter X. Of the General Profits and Expenses §. 129. For the profits on trade, Mr. Schreuder estimates annually circa ƒ10,00,000. —. —. And to this, as appears from Designation No. 15, I once came close, when in the year 1735/36 four shiploads of costly merchandise were sold on a single day and ƒ898,341. 8. in profits were achieved thereon. Otherwise they have remained between 6½ and 8 tons of gold. And in the five years of my administration, averaged out, the same have annually amounted to merely a good 7½ tons of gold, or properly ƒ763,450. 17. 8. §. 130. Chapter X: Of the General Profits and Expenses. Yet they have been considerable And generally surpass those of his predecessors. §. 130. Nevertheless, this is by no means to be deemed slight. The trade was, at the departure of Mr. Schreuder, of a much better aspect than at present. His successor, Mr. Pecock, was able to sell in cloves alone about 80,000 lb. and in nutmegs 40,000 lb., whereas I have generally had no more than 60,000 lb. of the former and 30,000 lb. of the latter. And even so, Mr. Pecock, when the three years of his administration are averaged out, surpasses me by only a slight amount of ƒ17,659. 2. —. While the Messrs. De Roth, Taillefert and Drabbe have remained below me from ƒ138,117. 8. — to 176,638. 8. —, as appears from the aforementioned Designation, to which I refer for the rest regarding profits, 548 The expenses are estimated at 100 to 120 thousand guilders. as the further advantages—from salaries, private customs, the small seal, and the sale of immovable property—are too slight to merit a special discussion in this matter. §. 131. The general expenses, Mr. Schreuder considers, can be kept at ƒ100,000. —. — a little more or less. And in the Memorandum of Menage dated the 9th of May 1745, they are estimated at circa ƒ120,000. —. —. But I have never gone so far, except in the first year of my presence here, of which three months do not run for my account, and when I also did not yet possess sufficient knowledge of the extravagant representations of the administrators, not counting the deception they employed according to §. 116. Otherwise, I have generally exceeded the estimate of Mr. Schreuder by only a good 1,000 to ƒ5,000. —. I would even have remained, as appears from the balance sheet, a good ƒ11,000. —. — below it in the latest fiscal year, had not some extraordinary occurrences taken place which were impossible to avoid. And if my five years are averaged out, as has been done in the further Designation No. 14, then for each year there comes no more than ƒ111,820., which is less than that of Mr. Pecock . . . . . ƒ16,256. 2. — Mr. De Roth . . . . . ƒ141,680. 3. — Mr. Taillefert . . . . . ƒ137,407. 9. 8 Mr. Drabbe . . . . . ƒ119,880. 19. 8 §. 132. 549 He hopes that it will redound to his honour. That the time of his administration was profitable. §. 132. And this reduction of expenses and increase of profits, I hope, will redound as much to the satisfaction of Their High Mightinesses and the Highly Esteemed Gentlemen Majores, as I cordially wish that my entire conducted behavior and all my other actions may enjoy that good fortune. For I have certainly done my best to bring the interests of the Honorable Company to such a state of tranquility, prosperity and profit as was ever possible under the present circumstances of the times. I have also achieved my objective tolerably well. And being able at the same time to boast of that honour, that the means I have employed were generally approved, it would certainly require that I, Chapter X. Of the General Profits and Expenses. But can make no demonstration of the means used in this matter. Because he gladly wishes to depart quickly. with respect to the profits and expenses, gave that same ample demonstration and disclosure thereof, as was done in Chapters III and IV with relation to the privileges and conversations. But because Your Honour warned me a few days ago that the ship with the home-bound returns for Ceylon would be ready by today, and I did not gladly wish to remain here longer, just as I have directed everything toward a speedy departure from the beginning, and on that account already shortly after the arrival of the first ship provisionally transferred, yet subsequently formally surrendered, to Your Honour not only the entire administration of this Directorship, but also all buying and selling, along with that which belongs thereto.
Dutch transcription
Catb: 1 X. van de Dienaeren en Dat drie van de voor¬ „naamste wel behandelt moeten werden. makelaar mantchergie eene leerzaeme Beschrijving gegeeven werd. Dus mij ook ten deezen opzigte daaraan gedraegende, zo herhaal ik eenelijk nog het gezegde onder §. 107. , Dat de presente makelaers en Leveranciers in waarde gehouden dienen tewerden; en ik voege thans daarbij: Dat uw Ed: den presenten Moedij daar onder wel meede begrijpen mag, alzo het een oud man is, die alles weet, en dien ik uijt de ondervinding ver= zeekeren, dat door een Directeur niet wel gemist kan werden, voor= namentlijk niet als hij eenige genegend- hijd bezit, om„de quaade stappen van de makelaars en Administrateurs op. 547 verdere onderhoorige dan: E Comp: en De winsten zyn door Den Heer Schreuder gesteld op 10 Don. En zo veel heeft de Directeur niet kunnen haalen. CotP: X. Van de Generaale winsten en Lasten §. 129. Voor de winsten op den Handel steld de Heer Schreuder jaarlijx Cierca ƒ10'00'000. —. —. En hier ben ik blijkens Aanwijzing N:o 15. eens digte by gekomen, wanneer in a:o 17 3/6. vier scheepslae= =dingen aan kostelijke Koopmanschappen op eenen dag verkogt en daarop ƒ 89834:1. 8 aan winsten behaalt wierden. Anders zijnze gebleeven tusschen de 6½. en d Ton. En in de vijf Jaaren van mijn besteer, door een geslaegen, hebben dezelve Jaarlijx maar bedraegen ruijm 7½. Ton, of eijgendlijk ƒ763'450 17. 8. op te speuren en dezelve tegen te gaan. 3. 130. 11 rs ver- n- 1 Cap: X: van de Generaale egter zyn deselve aanmerkelyk geweest En overtreffen doorgaans die van zijnen voorzaeten. S. 130. Nogthans is dit geen zinds gering te agten. De Handel was bij 't vertrek van Den Heer Schreuder van eenen beeleren aanschouw als thans. zijn opvolger De Heer Pecock heeft alleen aan Na= gulen omtrent l 8'0'000. - en aan Noolen ld: 40'000 —. verkoopen kunnen, daar ik doorgaans niet meer gehad heb, dan van de Eerste 60. , en van de laaste 30'000. lb: En evenwel overtaeft De Heer Pecock drie als de voor Jaaren van zijn bestier door een geslagen werden, mij maar een gering bedraagen van ƒ17659. 2. –. Terwijl de Heeren De Roth, Taillefert en Daabbe van ƒ138117. 8. — tot 176 638. 8. – beneeden mij zijn gebleeven, blijkens de voormeldte Aanwijzing, waaraan ik mij voor 't overige nopens. 548 Winsten en Lasten. De Lasten zijn gegeft op 100. a 120. duijzend gulds nopens de winsten gedraege, alzo de verdere voordeelen, van de zoldijen, Particuliere Thol, het klijne Zeguel en den verkoop van vaste Goederen, te gering zijn, om in deezen eene bijzondere verhandeling te verdienen. S. 131. De Generaale Lasten, vermeent De Heer Schreuder, dat op ƒ 10'0000. — - een wijnig meer of minder gehouden kunnen werden. En bij de Memorie van Menage gedatteerd den 9„e Maij 174/65. werden daarvoor gesteld circa ƒ 120'000 -. –. Dog zo verre ben ik nooit gekomen, behalven in 't Eerste Jaar van mijn aanweesen hier, waarvandrie maenden niet voor mijn Reekening loopen, en wanneer ik ook van de buijtenspoorige opbrengen der Administrateurs nog geene genoegzaame Kennis. bbe J A B: X. Van de Generaale En op dien voet, heeft den Directeur vijff Jaar gehouden. schoon zijne voorzaaten veel meer hebben gehad„ bezat, ongereekent de misleijding, waarvan zij zig volgens §. 116. behienden. Anders ben ik doorgaans de gissing van Den Heer schreider maar van 1. tot ƒ 5000.-. ruijm te boven gegaan. zelfs zoude ik in 't Jongste Boekjaar blijkens de staat Reekening wel ƒ 11000 —. —. daar beneeden zijn gebleeven, waaren niet eenige buijten gewoone voorvallen gebeurt, die onmogelijk te vernijden zijn geweest. En werden mijne vijff Jaaren door een geslaegen gelijk geschiet is, bij nadere Aanwijzing N:o 14 dan komt voor ieder niet meer als ƒ111820. het gunt minder is dan die van Den Heer Pecock. . . . . ƒ 16256. 2. —. „ Heer De Roth. . . - „ 141680. 3. — Heer Taillefert. . . . . „ 137407: 9. 8. Heer Drabbe - - - - - - „ 19'880. 19. 8 5. 132. „ 549 Winsten en Lasten. Hij hoopt dat het hem tot Eere zal strekken. Dat de tijd van zijn bestier voordeelig is geweest. 3. 132 En deeze vermindering der Lasten en vermeerdering der winsten, hoop ik, dat Haar Hoog Edelens en De Hoog -Agtbaare Heeren Majores zo wel tot genoegen zal staekken, als ik van hadalen wensche, dat mijn gantsch gehouden gedrag, en alle mijne andere verrigtingen dat geluk genieten mogen. Want ik heb zeekerlijk mijn best gedaen, om 'sE Comp:s belangen tot dien staat van gerusthijd, welstand en voordeel te brengen, als bij de presente tijds omstandigheeden maar immers mogelijk is, geweest. ook heb ik tamelijk wel mijn oogmerk bereijkt. En teffens op die Eere kunnende roem daaegen, dat de middelen, waarvan ik mij bedient heb, doorgaans goedgekeurt zijn, zo zoude het zeekerlijk wel vereijschen, dat ik daarvan. laegen No 14 9. 8. 19. 8 80 32. G H B. &. van de Generaale Maar kan van de in dit stuk gebruijkte middelen geene aanwyzinge doen. Om dat hij gaerne spoedig vertaekken wil. daarvan ten opzigte van de winsten en Lasten, die zelfde ruijme Aanwijzing en opening gaf, als Cap: 114. en 1V. met relatie tot de voorregten en Conversatien is geschied. Maar om dat uw Ed: mij voor wijnig dagen gewaarschout heeft dat het schip met de Patriasche Retouren voor Ceijlon tegens heeden gereed zoude zijn, en ik niet gaarne langer hier blijven wiede, gelijk ik ook van den beginne af op een spoedig vertrek alles heb toegelegt, en uijt dien hoofde al kort na de aankomst van 't Eerste schip aan uw Ed: provisioneel opgedraegen, dog vervolgens formeel overge¬ geeven gehad, niet alleen de gantsche Administratie deezer Directie, maar ook allen In en verkoop met het gunt daartoe.
English
550 profits and Losses. And he thus is forced to have to close. This memorandum must be kept secret. pertains thereto, without retaining anything for myself other than the Chief Authority: so this is the Reason why not only already some of the latest Chapters have had to be exceptionally short, but I am even forced at present to break off entirely. I conclude then my Memorandum with this much; in the hope and wish that the same may be of use to your Honour. But I cannot, however, refrain from adding yet a brief word thereto. And this consists herein, that I very kindly request your Honour, indeed if necessary earnestly recommend, by all means not to make this writing public, but to keep it with the utmost secrecy until §. 133. thereupon. Ct. P: H. Of the Gene- thereupon Their High Honours' pleasure shall have been obtained. For it contains matters of the utmost importance, which no one beside your Honour may know. And if it should happen to occur that your Honour had to speak about it with anyone; please then to choose solely the Secunde Bangeman and Fiscal van Harn for that purpose; as I suspect no evil from them, and it is moreover known to me from experience that especially the latter has applied himself to obtaining an adequate knowledge of my sentiments and the grounds upon which I build. But otherwise your Honour must let no one see it, and above all not Sluijsken and Holmberg, aforementioned in §. 127. 551 -ral profits and Losses. For reason of the utmost necessity. -mentioned. It will even be necessary that, if anything human should happen to befall the Secunde Bangeman at any time, your Honour then does not put Sluijsken in his place, but gives the precedence to van Harn, and deliberates everything with him alone; so that above all nothing may leak out of what I have had to make known to your Honour in §. 70-72 regarding the means that have served me so powerfully to bring the English Chiefs more or less under my control. For if that were to happen, those maxims would not only be useless and of no further service; but Mr. Price might also at times thereby be so prompted to amendment, that the same might greatly tend to the detriment of your Honour's and the Honourable Company's interests; to Ct. P: H. of the General Profits and Losses. Blessing wish for a good stay. which I have reason to fear all the more because he already at the beginning of your Honour's Administration showed that he bears your Honour no better heart than he did me. §. 134. And effectively taking my leave herewith, I wish your Honour from the bottom of my heart a good stay, but principally God's blessing upon all your Honour's reflections, undertakings, and proceedings. And for the rest I remain with the highest esteem, Sir, Your Honour's Ready friend Souratta, the 31st of December and servant, Anno 1760. L. Pelet. Appendices Belonging To The preceding Memorandum 552 No. 1: Draft Contract between The Honourable Company and the Prince of the Marathas, Madurao, dated The 27th of April Anno 1767. 2. Translation of Persian Contract, concluded between the co-Regent of the city of Souratta, Farischan, and the Governor at Bombay Bourchier, regarding the taking into possession of the Castle of Souratta, dated 12th of March Anno 1758. 3. Extract of English Missive, written by Mr. Spencer and Council to Mr. Taillefert and Council, whereby the Honourable Company's privileges are guaranteed, dated The 18th of February Anno 1759. 4. Extract of English missive, written by Mr. Crommelin and Council to The undersigned Director and Council, serving for confirmation of the aforementioned Register Of the Appendices. Guarantee. Register Of the Appendices. Guarantee, dated The 25th of January Anno 1763. No. 5. Pro-Memoria, on account of a certain message that was delivered to Mr. Hodges, the 7th of May Anno 1765. 6. Pro-Memoria, regarding that which was submitted to Mr. Hodges by Two Commissioned Council Members, concerning the Discharge of the Merchandises at the Wharf, The 22nd of October Anno 1765. 7. Ruq'a, written to the Governor of the City of Souratta, when he desired that the Director should sign with his own hand the Petitions which the brokers are accustomed to submit, dated the 21st of November Anno 1768. 8. Memorandum regarding what occurred with 553 Register of the Appendices with the English, concerning the customs clearance and chopping of the Goods upon shipment, dated The 31st of March Anno 1767. No. 9. Ruq'a, written to the City Governor, regarding the Violation of the privilege that The Honourable Company may place armed men at the houses of its Native Servants and other Merchants. Dated The 11th of April Anno 1768. 10. Draft Letter addressed to Mr. Price And Council, but not sent, concerning the acts of violence committed against the Broker Mancherji and still further to be feared, dated The 30th of May Anno 1768. 11. Copy of Letter and Protest addressed to Mr. Hodges Register of the Appendices Hodges and Council, but not sent, when he by force caused the seized Goods of the deserted Master Attendant Clinckaert, which were sealed by the Judiciary, to be unsealed again, dated The 19th of June Anno 1764. No. 12. Copy of Letter, written to Governor Crommelin and Council at Bombay, concerning the repair of the Powder Magazine, the 25th of July Anno 1764. 13. Copy of Letter addressed to Mr. Price and Council, but not sent, concerning the violence that an English Sepoy on our wharf
Dutch transcription
550 winsten en Lasten. En hij dus genoodzaekt is te moeten sluijten Deeze memorie moet secreet gehouden werden. daartoe behoort, zonder iets als het Hoofd gezag aan mij te houden: zo is dit de Reeden, waarom niet alleen bereeds eenige van de laetste Hoofd- stukken buijten gemeen kort hebben moeten vallen, maar ik ben ook zelfs genoodzaakt thans in 't geheel afte breeken. Ik besluijt dan met dus veel mijne Memorie; in hoope en wensch, dat dezelve voor uw Ed: van nut mag zijn. Maar ik kan egter niet nalaaten, nog een woordje daarbij te voegen. En dit bestaat hierin, dat ik uw Ed: zeer vriendelijk verzoeke, ga des noods eanstig recommandeerd; om tog dit schaiftuur niet gemeen te maaken, maar met de uijterste secretesse te bewaaren, tot §. 133. daarop. Ct. P: H. Van de Gene¬ daarop Haar Hoog Edelens goedvinden zal zijn erlangt. Want het behelst zaaken van de uijterste aangelegendhijd, die buijten uw Ed: niemand weeten mag. En zo 't al gebeuren mogte, dat uw Ed. daarover met iemand spreeken moeste; gelief dan den Secunde Bangeman en Fiscaal van Htaan alleen daartoe uijt te kiesen; alzo ik van deeze niets quaads vermoede, en het mij boven dien uijt de ondervinding bekent is, dat in 't bijzonder de laatste zig daarop toegelegt heeft, om van mijne sentimenten en de gaonden waarop ik bouwe eene toerijkende kennisse te erlangen. Dog buijten des moet uw Ed: het aan niemand laeten, zien, en vooral niet aan Sluijsken en Holmberg 5. 127. voor- noemt. 551 raale winsten en Lasten Om reeden van de uijtterste noodzakelijkhijd „noemt. zelfs zal het noodig zijn, dat als den secunde Bangeman zomtijds iets mensche= lijk overkomen mogte, uw Ed: dan sluijken niet in zijne plaatze steld, maar aan van Harn den voorrang geeft, en met hem alleen alles overlegt; op dat tog voor al niets uijt= lekken moge, van het geen ik Uw Ed: 5. 70- 72. heb moeten bekent maaken, noopens de middelen, die mij zo kaagtig gedient hebben, om de Engelsche Opperhoofden min of meer onder mijn bedwang te krijgen. Want als dat geschiede, zoude die maximes niet alleen onnut en van geen gebruijk meer zijn; maer U: Price zoude ook zomtyds daardoor zodanig kunnen aangezet werden tot ver= =bettering, dat het zelve uw wel Edele en sE Comp. s belangen grootelijx tot nadeel Konde. te C s8s: &. van de Generaele Winsten en Lasten. Leegen wensch tot een goed verblijf konde strekken; en het gunt ik reeden heb„ zo veel te meer te vreezen, om dat hij al bij den aanvang van uw Ed:s Bestier getont heeft, dat hij uwEd geen beeter haadt toedraegdste, dan hij mij heeft gedaan. § 134. En hiermeede effective mijn afschijd neemende zo wensch ik Uw Ed: van haaten een goed verblijf, dog voornamendlijk Gods zeegen tot alle uwEd:s overdenkingen, ondernee„ =mingen en verrigtingen. En ik blijve voor 't overige met de meeste agting Mijn Heer Uw Edeles Dienst paraate vriend Souratta den 31„en xber: en dsienaer. Ao 1760 . Pehet Bijlaagen Sehoevende Tot De voorenstaande Memorie een #men voor 552 N„o 1: Concept Contract tusschen De E: Comp:e en den Vorst der Marhetties Ma= =durauw, gedateert Den 27„e April A„o 1767. „: 2. Translaat Persiaans Contract, geslooten tusschen den meede Regent der stad Souratta, Farischan, en den Gouverneur te Bombaij Bourchier, nopens het in 't bezet neemen van 't Casteel van Souratta, in dato 12„e Mart, A„o 1758. 3. Extract Engelsche Missive, door M:r Spen= „cer en Raad geschreeven, Aan Den Heer Taillefert en Raad, waarbij 's E: Comp:s voorregten geguarandeert werden, gedateert Den 18„e Februarij A:o 1759. 4. Extract Engelsche missive, door den Heer Crommelijn en Raad geschree¬ =ven, Aan Den ondergeteekenden Directeur en Raad, dienende ter bevestiging van de voormeldte 7: Register Op de Bijlaagen. Guarantie. „: Register Op de Bijlaagen. Gurantie, gedateert Den 25„e Januarij A„o 1763. N„o 5. / Pro=Memorie, wegens zeekere boodschap, die aan Mr. Hodges is gedaan, den 7„e Maij A„o 1765. 6. / Pro=Memorie, wegens het geen M„r „ Hodges, door Twee Gecom= =mitteerde Raads-Leeden is voorgehouden, nopens den Ont= =los der Koopmanschappen op de Werff, Den 22„e October A„o 1765. „: 7. Rokka, Aan den Gouverneur der Stad Souratta geschree= =ven, wanneer die begeerde dat de Directeur eijgenhandig teekenen zoude de Requesten, die de makelaars gewoon zijn in te dienen, gedateert J: den 21„e November Anno 1768. „: 8: Memorie wegens het voorgevallene met 553 Register op de Bijlaagen „: „: met de Engelschen, nopens het verthollen en Chiappen der Goederen bij verzending, geda¬ =teert Den 31„e Mart, Ao 1767. N„o 9. Rokka, aan den Stads Gouverneur ge= =schreeven, wegens de Schen= =ding van het voorregt, dat De E: Comp:e gewaapent volk op de huijzen van haare Inland¬ =sche Bediendens, en andere Kooplieden zetten mag. Geda= =teert. Den 11„e April A„o 1768. Concept Brief aan Mr: Price En Raad gerigt, dog niet afge= =zonden, over de geweldpleegin= gen tegens den Makelaar mantchergie in 't werk gestelt en nog verder te dugten, gedateert Den 30„e Maij A„o 1768. Copia Brief en Protest Aan Mr. 11. 10: Hodges. ber n Register op de Bijlaagen Hodges en Raad gerigt, dog niet afgezonden, wan= =neer hij de agterhaalde Goederen van den gedeserteer= =den Equipagie - Opziender Clinckaert, de welke Jus¬ =titieel verzeguld waren, met geweld weder ontzegulen liet, gedateert Den 19„e Junij A„o 1764: N„o 12. Copia Brief, aan den Heer Gou= verneur Crommelin en Raad te Bombaij geschreeven, over de ver= =helping van de Kruijt Kelder den 25e Julij A„o 1764. 13. Copia Brief aan Mr. Price „: en Raad gerigt, dog niet verzonden, over het geweld dat een En= =gelsch Sion op onze # werff.
English
554 Index to the Appendices No. 14. Statement of the amounts of the returns sent over 18 years, calculated from Primo September Anno 1750 until Ultimo August Anno 1768. 15. Statement of the profits of this Directorate, obtained through trade, over 18 years, calculated from Primo September Anno 1750 until Ultimo August Anno 1768. 16. Statement of the general and special expenses of this Directorate in the just-mentioned 18 years. 555 Draft Contract, concluded between the Prince of the Marathas, Madhavrao, and the Director of the Dutch at Surat. Art: 1. The Prince Madhavrao shall give into the custody of the Dutch Company the city of Bassein with the land belonging thereto, in such manner that it alone shall hold authority there, and may act and refrain as it pleases, without the Prince Madhavrao or any of his subjects being permitted to interfere therewith; furthermore, into the city of Bassein or its district, as long as the Company holds custody thereof, no Maratha shall enter under whatever pretext it might be, without special permission of the Dutch Company. Art: 2. For this city and its district, the Company shall pay a certain sum in cash, either immediately after the conclusion of this Contract in one lump sum, or yearly arranged according to the amount of revenues that this land has formerly yielded. Art: 3. As soon as this city is handed over to the Dutch Company, the Prince Madhavrao or any of his subjects shall no longer be permitted to keep an armada or war vessels in the port of Bassein; but the Company shall be obliged to convoy the vessels of the merchants to and from Surat or thereabouts. Art: 4. In case Prince Madhavrao should not wish to part with the city of Bassein, he shall give in its place the entire island of Salsette or called Thana, lying between Bombay and Bassein, with its castles, villages, etc. Art: 5. However, this surrender must take place in full ownership, without ever being permitted to make any claim upon it again, provided that the Company pays for it as much as shall be agreed upon, whether this is done in one lump sum or yearly, in the manner noted here earlier. 556 Art: 6. Also, when this island is handed over to the Honourable Company, the port of Bassein shall not only be free to it, but also entirely for it alone, in such manner that no war vessels of others may enter or remain there. Art: 7. Concerning the trade that might be conducted there, Prince Madhavrao shall not be permitted to demand or take anything, either from the Company or from the merchants subordinate to it, for toll or under whatever pretext such might be; but this shall also be included under the certain sum that the Honourable Company shall pay to him either in one lump sum or yearly. Art: 8. Also, Prince Madhavrao shall not oppose the transport of merchandise overland, but shall promote it, keep the roads open and clear, and show the merchants all help and assistance. Art: 9. And in general, between Prince Madhavrao and his subjects on the one side, and the Dutch Company and its subjects on the other side, a sincere friendship shall always be maintained, in such manner that the one shall be obliged to help the other in time of need with whatever his ability allows, except only that the Dutch Company, on account of Prince Madhavrao, shall not be required to enter into open war against the European nations trading here in the Indies; but it shall be required to supply him, against cash payment, with as many cannon, powder, and shot as he might need. 557 Art: 10. Lastly, this Contract having been concluded provisionally, it shall nevertheless not take effect before the undersigned Director has sent the same to Batavia and obtained thereon the approval of His High Superiors. Thus done and brought into draft. Surat the 27th April Anno 1767. Was signed: C. L. Senff. Appendix No. 2. Translation of a Persian Contract concluded between the English Company and Faris Khan, through the mediation of Richard Bourchier, Governor of the island of Bombay, all with the full consent and satisfaction of the said Faris Khan, in the Moorish month of Rajab Anno 1171, or according to the European style the 12th March Anno 1758. Art: 1. The English Company shall be obliged, by force of ships and troops, to appoint the said Faris Khan as Governor of Surat, and to place him in the government; furthermore, to offer him always a helping hand. Art: 2. The Castle of Surat, together with its revenues, and the usual sum of the allowances of the Siddi, etc., shall remain with the English Company, and it shall enjoy everything just as the Siddi did. Art: 3. Faris Khan shall be obliged to take the expenses of this war onto his account, and to satisfy the same from the revenues of the tolls in Surat, which are pledged as security for that purpose. Art: 4. In addition, Faris Khan shall further pay to the English troops, both of the marine...
Dutch transcription
554 Register op de Bijlaagen „: No„ 14. Aanwijzing van het Bedraa= =gen der verzondene Re= =touren in 18. Iaaren, gereekent, van Prmo Pr September A„o 1750, tot mo Augustus Anno Ult:m 1768. 15. Manwijzing van de Win= =sten deezer Direc= =tie, door den Han= =del behaald, in 18. Jaaren, gereekent van Primo September Anno 1750. tot Ulti= mo Augustus Anno 1768. — „: 16. Aanwijzing van de Gene= =raale en bijzondere Lasten deezer Direc= werff gepleegt hadde, den 30„e April A„o 1768. =tie. Register op de Bijlaagen, =tie in de even ge= =melte 18. Iaaren. Tijlaag. 555 /:Concept:/ Contract, gesloten tusschen den Vorst der Marhetties, Ma= =durauw en den Directeur der Hollanders te Souratta — Art: 1. De Vorst Madurauw zal aan de Holland= =sche Compagnie in bewaaring geeven, de stad Basseijn met het land dat daaronder hoort, zo= =danig, dat zij daar alleen zal te zeggen hebben, en doen en laaten mogen, wat haar welbe= haagt, zonder dat de Vorst Madurauw of iemand zijner onderhoorige zig daarmee= =de zal mogen bemoeijen; zelfs zal in de stad Basseijn of derzelver district, zo lan= =ge de Comp:e daarvan de bewaaring heeft, geen Marhetti komen onder wat voorwendsel het ook zijn mogte, zonder speciaale toestemming van de Holland= =sche Compagnie. Voor deeze stad en derzelver district zal de Comp:e eene zeekere somma Art: 2. Bijlaag N„o 1. in: in Contant betaalen, of terstond na 't sluij„ =ten van dit Contract op een maal, dan wel Jaarlijx geschikt na 't bedraagen der Reve= =nuen die dit land voor deezen afgeworpen heeft. zo dra deeze stad aan de Hollandsche Comp:e overgegeeven is, zal de Vorst madu= =rauw of iemand zijner, Onderhoorige in de Haven Basseijn geene Armaade nog borloijs Vaartuijgen meer mogen houden. maar de Comp:e zal Verpligt zijn de Vaartuijgen van de Kooplieden; naar en van Souratta of daaromstreeks te Convoyjeeren. Art: 4. Ingevalle Vorst Madurauw de stad Basseijn niet mogte willen missen, zal hij in derzelver plaatse geeven, het gantsche Eij= =land Salset of Tanna genaamt, dat tus= =schen Bombaij en Basseijn legt, met dies Casteelen, Dorpen, Ensz: Art: 5. Egter zal deeze overgaave geschieden moe= =ten in vollen eygendom, zonder daarop ooit Art: 3. Bijlaag N„o 1. weder: 556 Bijlaag N„o 1: weder eenige pretensie te mogen maaken, mits de Comp: daarvoor betaalt zo veel als bedongen zal werden, het zij dat zulx ge= =schied op een maal, dan wel Jaarlijx, invoe= =gen hier voorwaards genoteert staat. Ook zal, als dit Eijland aan de E: Comp:e overgegeeven werd, de Haven van Basseijn, niet alleen voor haar vrij maar ook in 't geheel voor haar alleen zijn, zodanig dat daar geene oorlogs vaartuijgen van andere inkomen of blijven mogen. Art: 7. Aangaande den Handel die daar gedre- =ven mogte werden, zal Vorst madurauw van de Comp:e zo min als van de Kooplieden, die onder haar sorteeren, iets eijschen of„ neemen mogen, voor Thol of onder wat voor= =wendsel zulx ook zijn mogte; maar dit zal meede begreepen weezen, onder het zee= =ker tantum, dat de E: Comp:e of op een maal of Jaarlijx aan hem betaalen zal. Art: 8. Ook zal Vorst Madurauw den ver= Art: 6. =voer. L sluij pen = x Bylaag N„o 1. =voer der Koopmanschappen over land niet tegen gaan, maar denzelven bevor= =deren, de wegen open en Schoon houden, en de Kooplieden alle hulpe en bijstand bewijzen moeten. Art: 9. En in 't generaal zal tusschen Vorst madurauw en zijne onderhoorige aan de Eene, en de Neederlandsche Comp: en haare onderhoorige aan de andere kant, al= „thoos standhouden, Eene opregte vriend= =schap, zodanig dat de Eene verpligt zal zijn„ den anderen in tijd van nood te helpen, met het geen zijn vermogen toelaat, uijtge= =zondert alleen, dat de neederlandsche Comp: om de wille van Vorst Madurauw in geen openbaaren Oorlog zal behoeven te treeden tegens de Europeese natien, die hier in Indien negotieeren; maar wel zal zij tegens Contante betaaling zo veel geschut, Kruijt en Kogels aan hem leeveren moeten, als hij noodig mogte hebben. Art: 10. 557 Bijlaag N„o 1. off Laatstelijk, zal dit Contract provisi= =oneel geslooten zijnde, egter niet eer stand grijpen, dan- na - dat de ondergeteekende Directeur het zelve naar Batavia ge= =zonden en daarop het goedvinden van Zij= =ne Hooge Superieuren erlangt heeft. /:on= =derstond:) Aldus gedaan en in Concept ge= =bragt. Souratta den 27„e April A„o 1767. /:was geteekend:) C„n L„k Sonff. Bijlaag N„o 2. Translaat Persiaans Contract geslo= =ten tusschen de Engelschen Comp:s en Farischan, door bemidde= =ling van Richart Bourchier Gouverneur van het Eyland Bombaij, alles met volkomen toestemming en genoegen van gemeldten Farischan, Jn de Moorse maand Reyjeb A„o 1171. of na de Europeese stijl Art: 10. Den Den 12„e Maart A„o 1758 Art: 1: De Engelsche Compagnie zal verpligt. weezen, door magt van Scheepen en Trou= =pen, gemeldten Farischan tot Gouverneur van Souratta aantestellen, en in 't Gou= =vernement te plaatsen. Voorts hem al= =thoos de behulpzaame hand te bieden Art: 2: Het Casteel van Souratta zal bene= =vens dies Inkomsten, en het gewoone Tantum van Zoldijen van den Sidie Ensz: aan de Engelsche Compagnie blijven, en deeze Even als de Sidie alles genieten. Art: 3. Farischan zal verpligt weezen, de ongelden van deezen Oorlog voor zyne Reekening te neemen, en dezelve te voldoen uijt de Inkomsten der Thol= =len in Souratta dewelke daarvoor als Een onderpand Verbonden Werden. Boven dien zal Farischan nog aan de Engelsche Troupen, zoo van de Art: 4. Bijlaag N„o 2. Marine.
English
558 Annex No. 2. navy and militia, as a present, Two Lacq Rupees, so that they will not be allowed to plunder the city, which sum must be raised by the merchants and money changers. Article 5. The city gate situated on the water side, named Molna Kierkie, shall always remain with the English, without the governor or others being permitted to cause any hindrance therein. They shall also have Two more Gates, namely One in the inner and the other in the outer city, for their free exit and entrance without being stopped by anyone. The outer Gate lies close to the English Garden. Article 6. According to the privileges granted by Firmans by the King to the English Company, it, together with the merchants under its protection, may continue trade according to custom, without the Regents being permitted to cause them any hindrance in this. Article 7. Also the other European Merchants may, on the basis of the favors granted to them by the King, conduct their Trade, without being prevented therein by anyone. Article 8. The One Third Portion of the Revenues, which the Marhattas have enjoyed for some years past, Farischan must pay out to them. Below stood: The seal of the English Company; and was signed: Richard Bourchier, and Farischan. This Translation was made from a Copy of the aforesaid Contract, delivered by the said Farischan himself to the Brokers of the Honorable Company, Mantchergie and Gowenram. Lower: Translated according to the statement of the Honorable Company's Brokers; was signed: Wm. Smits. Annex No. 3. Extract Copy of a Letter written by the Worshipful John Spencer, Esq., English Chief in Surat, and his Council, to the Honorable Louis Taillefert, Extraordinary Councillor of Dutch India as well as Director here, together with the Council, dated 18 February 1759. Translated by the undersigned Secretary of Police in Surat. 559 Annex No. 3. The many insults and injuries to which the English trade in Surat has been subjected for a considerable time past having brought the Governor and Council of Bombay to the resolution to procure satisfaction by force of arms, and a sufficient military force having for that purpose actually arrived in this River, supported by a part of His Britannic Majesty's fleet and Troops; We take this opportunity to apprise You of their said intention, and We faithfully assure You that the execution of these measures will in no way interfere with, or tend to lessen, the privileges in trade or otherwise to which the Noble Dutch East India Company or Yourselves are entitled in Surat. Below stood: Agreed; was signed: Ns. Holmberg, Secretary. 560 Annex No. 4. Extract Copy Translation of the adjoining English letter written by Charles Crommelin, Esq., Governor at Bombay, and his Council, to the Honorable Director Christiaan Lodewijk Senff, together with the Council, dated Bombay, 25 January 1765. Translated by the Undersigned Secretary of Police in Surat. It was by our express directions that Mr. Spencer gave You the assurances which you quote in your letter, and to which we have ever strictly adhered, it having been our constant endeavor to preserve inviolable the privileges of the European Nations established in Surat, this being truly the case as is evident from the uninterrupted trade carried on by all to this hour, etc. Below stood: Agreed; was signed: Ns. Holmberg, Secretary. Annex No. 5. Pro-Memoria for the Junior Merchant and Cashier Ruperti, concerning that which he is instructed to present to the Chief of the English Gentlemen, Mr. Hodges. Firstly: To request kindly that the few Spices brought by the ship Velsen, to a small quantity of 7,000 lb, may be discharged here at the wharf. According to the order of Their High Excellencies, the Spices must, in the presence of the Ship's Officers, net;
Dutch transcription
558 Bijlaag N„o 2. Marine als Militie tot een present moeten ge= =ven Twee Lacq Ropijen, om dat dezelve, de stad niet sullen mogen plunderen, welke somma door de Kooplieden en wisselaars zal moeten op =gebragt werden. Art: 5. De stads Poort aan de Water kant gelee= =gen, genaamt Molna Kierkie, zal althoos aan de Engelschen blijven, zonder dat de gou= =verneur off andere daar in eenige hinder zullen mogen toebrengen. Ook zullen dezel= =ve nog Twee Poorten, als Een in de binnen, en de andere in de buijten stad, tot haar vrije Uijt- en Ingang hebben zonder door ie= mand aangehouden te werden. De buijten Poort legt digt bij de Engelsche Thuijn. Volgens de voorregten bij Firmans door den Koning aan de Engelsche Compagnie verleend, zal zij nevens de kooplieden onder haare pro= =tectie staande, na gewoonte den handel mo= =gen voortzetten, zonder dat de Regenten haar hier inne eenigen hinder zullen mogen toe= =brengen. Art: 6. Art: 7. Art: 7. Ook kunnen de andere Europeese Koop= =lieden op de door den Koning aan hen ver= =leende gunsten, hunnen Handel drijven, zonder daarinne door iemand verhindert te werden. De Een Derde Portie der Inkomsten, die de Marhetties al 't sedert eenige Iaaren hebben genoten, zal Farischan aan haar moeten uytkeeren. /:onderstond:) Het zegul van de Engelschen Compagnie /:en was geteekend:) Richart Bour= =chier, en Farischan. Deeze Overzetting is gemaakt naar een Copia van het voormeldte Contract, door gedagte Farischan zelfs, de Makelaars van D' E: Comp:e Mantchergie en Gowenram ter hand gestelt /:lager:/ Getranslateert volgens opgave van 'sE: Comp:s Makelaars. /:was geteekend:) W=m Smits Bijlaag N„o 3. Extract Copie of à Letter Extract Copia Translaat whrougt bij the W„r. John van de nevenstaande Engelsche Art: 8. Bijlaag N„o 2. Missive Spencer. 559 Bijlaag N„o 3. — Missive geschreeven door den Heer John Spencer Esg:r Engelsch opperhoofd in Souratta, en zijnen Raad, Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer Louis Taillefert Raad Extraordinair van Neder= =lands India mitsgd:s Direc= =teur alhier, nevens den Raad gedateerd den 18„e febr 1759. Vertaald door den on= =dergeteekenden Secretaris van Politie in Souratta. De menigvuldige Hoon en verongelykingen, waar aan de Engelsche Negotie in Souratta zedert een geruuimen tijd herwaards is onderworpen geweest. den Gouverneur en Raad te Bombaij het besluijt hebbende doen neemen, om zig door geweld van The manij Insults and Injuries the English trade at sourat has laboured un= =der for a Considerable time past, having brought the Honble the Gouvernour & Council of Bombay to a Resolution, to procure Satts- faction bij force of arms, and a large force for that purpose Spencer Esqr: chief for affairs of the British Nationl Council, to the W„r. Louis Taillefert Esqr. Councellor of India & Direct tore for affairs of the Nether- =land Ecast: India Company C„o Council at Surat, dated sourat River the 18th. februarij 1759. — wapenen; being - ƒ Bijlaag N„o 3. wapenen satisfactie te ver= being actually arrived in =schaffen, en te dien ein- this River, Countenanced =de eene genoegzaame by apart of his Britan= Krijgsmagt dadelijk in niek Majestys Squadron deeze Revier gekomen, and Troops; We take this zijnde, ondersteund door Oppartunity to apprise een gedeelte van zijner You, Gentlemen, of such Groot Brittannische their Intentions, and We Majesteits vloot en Trou= faithfully assure you, that =pen, zoo bedienen wij ons the measures pursuing, van deeze gelegentheid om will in no shape inter= UEd:s van deeze hunne fere with, or lessen any intentie kennis te geeven priviledges in trade, or En wij Verzeekeren UEd:s otherwise, that the Noble dat de Uytvoering deezer Netherland Eeast- India Maatregulen in Generlij Company or Your selves wijze zal bemoeyenisse. are intitled to at Surat Cn. hebben, met, of tot vermindering strek- =ken van de Voorregten in den Handel of anderzints, waartoe de Edele Needer= =landsche Oost- Indische Compagnie of UEdelens zelve in Souratta geregtigd zyn. :Onderstond:/ Accordeerd /: was geteekend:/ N„s Holmberg Secretaris— Extract Extract 560 Bijlaag N„o 4. Extract Copia Translaat van de nevenstaande En= =gelsche missive geschreeven door den Heer Chales Crommelin Esq:r Gouver= =neur te Bombaij en Zij= „nen Raad, Aan den Wel= Edele Agtbaare Heer Direc„ „teur Christiaan Lodewijk Senff, nevens den Raad, gedateerd Bombaij den 25„e Januarij 1765. Vertaald door den Ondergeteekenden Secretaris van Politie in Souratta Het is door onse uijtdruk„ =kelijke last geweest, dat „ M„r Spencer UwEd:s de Ver= =zeekering gegeeven heeft, dewelke zij in hare brief aanhalen, en die wij altoos stiptelijk hebben aangekleesd, Zynde het onze bestendige It was by our express Direc= =tions M:r Spencer made Y:e the assurances quoted in Your. Letters and to which we have ever strietly adhered, it having been our constant study to preservi inviolable the Rights of the European Extract Copy of a Letter whrougt bij the Able Charles Cromelin Esqr: Gouvernour of Bombay Dd. Council to the W„m Christian Lodewijk Senff, Esq:r. Direc¬ tore for affairs of the Noble Netherland least- India Company at Surat Dated Bombay Castle 25=tn Janu= arij 1765. — poging. Nations. . poging geweest, om de voor= Nations Settled in Surat¬ =regten der Europeesche Na= This being trulij the case =tien te Souratta gezeeten, as is evident from the onschendbaar te bewaaren uninterrupted trade Car= /:onderstond:) Accordeerd. =ried on bij alle to this Hour /:was get:/ N„s Holmberg secret.:s &=ra Bijlaag N„o 5. Pro=Memorie voor den Onderkoop¬ =man en Cassier Ruperti, weegens het geen hij gelast werd Het Opperhoofd der Heeren Engelschen M:r Hodges voor te houden. Eerstelijk: Vriendelijk te verzoeken, dat de wynige Specerijen die met het schip Velsen aangebragt zijn, tot eene geringe quantitijt van 7000: lb, hier aan de werff ontlost mogen werden. Volgens de ordre van Haar Hoog Edelens moeten de Speceryen ter pre„ „sentie van de Scheeps Overheeden Bijlaag N„o 4. netto;
English
564 Appendix No 5. weighed net and then properly repacked into the chests. This cannot take place in the Inner Latthij. Consequently, they would have to be weighed twice. First there, in order to settle the toll. And then again here, to settle with the ship's authorities. And this would take far too much time in this season of the year, when it is dangerous to let the ships remain any longer in the roadstead. If the spices must first be unloaded in the Inner Latthij and then transferred again, this entails double expenses and spillage. It is dangerous to bring the spices there, since I have no Europeans to guard them, and natives are not to be trusted with such valuable goods. Unloading at the Wharf can no more tend to the disadvantage of the English Gentlemen than to that of the native Regents, Appendix No 5. Regents; as the toll is paid just as well here as in the Inner Latthij. The value of these few spices bears no comparison at all to the other merchandise of sugar, copper, tin, iron, etc., which nevertheless for many years past have all been unloaded here at the Wharf, and are still unloaded without objection. Therefore I hope that he will not refuse this request, the more so as the native Regents have already granted the same, provided he has no objection to it. If Mr Hodges asks why in former years the spices were not unloaded at the Wharf just as well as the other merchandise, the following serves as an answer: That as long as the Director and the principal servants lived in the lodge, the spices were also stored there, 562 Appendix No 5. stored, and consequently had to be brought into the city anyway; but that this reason ceases now that the Director lives outside. And that in the lodge there is also effectively no suitable place to preserve the spices from spoilage, as experience has shown with a soekkel of mace. Secondly: To complain about the insolences committed the day before yesterday by some deserters of the Honourable Company, and to request that they may be punished for it. In broad daylight, with trumpets and other musical instruments, they crossed the Wharf. And subsequently staying in the tavern next to the gate of the Wharf, they finally debauched a soldier from our garrison and took him with them. Had the Director been at home, he could not possibly have refrained from having them apprehended. And since that might sometimes give rise to estrangement, he hopes that Appendix No 5. that Mr Hodges will be pleased to provide for this in the future. (was below:) Souratta, 7 May Anno 1765. (was signed) w Ck Cn Lk Senff. Appendix No 6. Memorandum for the Council Members van Harn and Huijsinga concerning what they must present to the Chief of the English Gentlemen, Mr Hodges. After paying my compliments, the first message must be: That upon the arrival of the ships, I had, according to custom, permission requested from the City Governor to unload the goods; and that he initially also gave this in writing, in general terms, as has always been customary. But that he subsequently saw fit to withdraw it again 563 Appendix No 6. again and to desire an alteration, which tends to the prejudice of the Honourable Company's privileges and interests. And since the work of unloading is thereby hindered, and he, notwithstanding my repeated representations, persists in his refusal, I therefore inform Mr Hodges of this, and very kindly request him to lend a helping hand and to persuade the City Governor to leave the Honourable Company's privileges unviolated. If Mr Hodges declares to know nothing of this: Then you may show surprise at this, and say: That I had thought as much, and therefore deemed it all the more necessary to inform him of it, although it is otherwise contrary to my inclination to complain about the native Regents. However, if he admits to knowing that the Governor is indeed willing to grant permission for unloading in the city, but not at the Wharf, then you must answer: That That this latter point is the matter on which it actually depends; and that it is only on this point that I request his help, namely to persuade the Governor not to hinder me any longer from having the merchandise unloaded and stored wherever I shall see fit. If he should object against this that he cannot interfere in this matter, much less prescribe any laws to the Governor regarding it; then you must put to him: That in ancient times the Governors of the Castle were obliged to take the side of the merchants and to help them whenever they were sometimes oppressed by the Governors of the City; and since he himself has already more than once declared that he holds possession of the Castle not in the name of the English Company, but in the name of the Great Mughal, I therefore hope that Appendix No 6. he
Dutch transcription
564 Bijlaag N„o 5. netto gewogen en dan weder in de kisten behoorlijk afgepakt werden. Dit kan in de Binnen Latthij niet ge- =schieden. Bij gevolg zouden ze dubbeld gewogen moeten werden. Eerst daar, om de Thol aftereekenen. En dan weder hier om met de scheeps Over= =heeden te vereffenen. En dit zoude al te veel tyd wegneemen, in dit Saisoen van 't Jaar, daar 't gevaar= =lijk is, de scheepen langer op de Rheede te laaten leggen. Als de Specerijen eerst in de binnen latthij ontlost en dan weder overgebragt moeten werden, sleept zulx dubbelde on= =gelden en spillagie na Zig. Is het gevaarlijk de specerijen daar te brengen, dewijl ik geene Europeesen heb, omze te bewaaken, en Inlanders bij zul= =ke kostelijke waare niet te vertrouwen zijn. kan de ontlos aan de Werff De Heeren Engelschen zo min als de Inlandsche Regenten „ Bijlaag N„o 5. Regenten tot nadeel strekken; alzo de Thol hier zo wel betaalt werd, als in de binnen Latthij. Komt de waarde van deeze wynige Specerijen in 't geheel in geene verge= =lyking, bij de ande Koopmanschap= „pen van Zuijker, Koper, Thin, izer, Ensz: die egter al t' sedert veele jaaren herwaards alle hier aan de Werff ont= lost zijn, en zonder tegenspreeken nog ontlost werden. Hierom hoop ik, dat hij dit verzoek niet zal wijgeren, te meer alzo de Inland= „=sche Regenten het zelve bereeds toe gestaan hebben als hij maar niets daartegen heeft. Vraagt M„r Hodges waarom men in vroegere Jaaren, De specerijen niet zo wel, als de andere Koopmanschap= =pen op de Werff ontlost heeft! zo dient daarop tot antwoord. Dat zo lange de Directeur en de voor= =naamste Bediendens in de Logie woonden, ook de Specerijen daar opgeslagen 562 Bijlaag N„o 5. opgeslagen, en bij gevolg tog in de stad gebragt moesten werden - maar dat die Reeden ophoudt, nu de Directeur buijten woond. En dat 'er ook in de Logie effective geen bequaame plaats is, om de specerijen, voor bederff te preserveeren; gelijk de on¬ =dervinding heeft getoont aan Een zoek= =kel Foelij. Ten Tweeden: Te klagen over de Insolentien„ die eenige Deserteurs van D' E: Comp:e, eergiste =ren gepleegt hebben, en te verzoeken datze daar over afgestraft mogen werden. zij zijn bij ligten dag met Trompetten en andere musica Instrumenten over de Werff gegaan. En vervolgens in de Herberg naast de Poort van de Werff hun verblijf houdende, hebben ze op 't laatste Een zol- =daat uijt ons Guarnisoen gedebaucheert en meede genomen. Was de Directeur te Huijs geweest, hij zoude onmogelijk hebben kunnen nalaaten, der =zelve te laaten op vatten. En dewijl dat zomtijds tot verwijdering zou= =de kunnen aanleyding geeven, zo hoopt hij dat. Bijlaag N„o 5. dat M:r Hodges in den aanstaande daar= in zal gelieven te voorzien: /:onderstond:) Souratta Den 7:' Maij A„o 1765. (:was geteekend) w Ck C=n L„k Senff. Bijlaag N„o 6. Pro=Memorie voor de Raads Leeden van Harn En Huij= singa wegens het geen zij het Opperhoofd der Heeren Engel= =schen, M„r Hodges voorhouden moeten. Na 't afleggen van mijn Compliment moet de Eerste boodschap zijn:„ Dat ik bij aan= „=komst der scheepen volgens gewoonte per= „missie heb laaten vragen, aan den stads „Gouverneur, om de goederen te mogen ont= „=lossen; en dat die dezelve in 't eerst ook „schriftelijk gegeeven heeft, zo als althoos „gebruijkelijk is geweest, in algemeene „bewoordingen. Dog dat hij naderhand „ heeft kunnen goegvinden, dezelve wee„ =der: 563 Bijlaag N„o 6. „=der in te trekken en eene verandering te „begeeren, dewelke tot nadeel van 's E: Comp:s „voorregten en belangen strekt. En dewyl het „werk van den ontlos daardoor verhindert „werd, en hij niet tegenstaande, mijne her= „-haalde vertoogen bij zijne wijgering blijft „persisteeren, dat ik daarom M:r Hoges „hiervan kennisse geeve, en zeer vriende= „lijk verzoeke mij de behulpzaame hand „te willen bieden, En den Stads Gouver= „=neur te Persuadeeren, dat die 's E: Comp:s „voorregten ongeschonden laat" Betuijgt m„r Hodges hiervan niet te weeten: Dan kunnen UE. Zig daarover verwondert toonen, en zeggen:„ Dat ik „zulx wel gedagt en daarom zo veel te „noodiger geagt heb, hem daarvan te on„ „=derregten, Schoon het anders tegens mij= „ne geneegendhijd strekt, over de Inland= „sche Regenten te klaagen. Dog zo hij bekent te weeten, dat de Gouverneur wel permissie wil verleenen, tot den ontlos in de stad, maar niet op „de Werff, dan moeten UE: antwoorden: „Dat: end „ Dat dit laatste de zaak is, waarop „het eijgendlijk aankomt; en dat ik ook „alleen in dit stuk zijne hulpe verzoeke, „om namendlijk den Gouverneur te „willen persuadeeren dat die mij niet „langer verhinderd, de Koopmanschap- „pen te mogen laaten lossen en opslaan, „waar ik zulx goed zal vinden." Brengt hij zomtijds hierteegen in, dat hij zig met deeze zaak niet bemoeijen, veel min den Gouverneur daaromtrent eenige wetten voorschrijven kan; Dan moeten UE: hem te gemoed voeren: „Dat in oude tijden de Gouverneurs „van 't Casteel verpligt zijn geweest, „zig aan de kant van de kooplieden „te voegen, en hen te helpen, wanneer „ze zomtijds door de Gouverneurs van „de Stad onderdrukt wierden; en dewijl „hij zelfs al meer als eens verklaart „ heeft niet uijt naam van de Engesche „Comp:e, maar uijt naam van den Groo= „ten Mogol het Casteel in bezit te „houden, dat ik daarom hoope, dat Bijlaag N„o 6. hij.
English
564 Appendix No 6. he will also not deviate in this matter from the ancient Institution of the Great Mogol. Yet if he should immediately declare himself somewhat more clearly, and call into question the truth of the matter, as though he did not know that we had the freedom to unload and load wherever we see fit at our own discretion, then You must put to him: "That this is one of the oldest and most essential privileges that the Honorable Company possesses here." And to confirm this, You must appeal: 1. To the Firmans successively obtained from the Great Mogol, by which all Regents without distinction were ordered not to meddle further with the Dutch Company, since it has properly paid the stipulated tolls, much less to cause any hindrance to its trade and traffic, but on the contrary to promote the same in every way. And 2. To the custom from the most ancient times, from which it is known that we have unloaded and shipped within the city, first at Appendix No 6 the so-called Alphandigo; then at the house of Ettebarchan, later again at the Alphandigo; and finally, at the so-called Chiap Gate; and outside the City: in Tengiabander, at Sualij, Batij and several other places situated along the River, wherever it was thought fit. If he speaks particularly of Jengiabander, known among us by the name of the Honorable Company's Wharf, asserting that we especially may not unload or load there, for the reason, as he has already repeatedly alleged, that that place does not belong to the Honorable Company, and that none of the Europeans may possess any lands in property, then You must reply to him: "That the Honorable Company already long ago obtained permission, as well from the Great Mogol as from the city Regents, to be allowed to purchase this Land, that it also effectively purchased it and paid for it with its own money, that on that account its lawful Right and Property thereof 565 Appendix No 6. can be disputed or contradicted by no one; and that above all it is certain that it may freely unload and ship there at its own pleasure." And as proof of all this, the following serves; to wit: Firstly: The Firman granted by King Mhamet Sja in the year 1729, whereby, as appears from the Authentic Copy which I hand to You herewith, it is very expressly stated: "That the Director of the Dutch Counting-house in Souratta is permitted to purchase land for his own money in Tengiabander within the outer city walls of Souratta, on the River side, and to make a place there NB: for the storage of Merchandise, without anyone being allowed to hinder or trouble him therein." And from which it undeniably follows that, since the Honorable Company may have a place here to store the Merchandise, it goes without saying that it must also notoriously have the freedom to bring its Merchandise there and to transport it away again, that is, to unload and ship. Secondly: The peaceful possession and the use of that privilege; as everyone knows that for many years past, all goods have been unloaded and shipped here that the Director has seen fit to have unloaded and shipped there. Thirdly: The ready consent of the Native Regents, who have never refused to grant permission as soon as a request was made for it, as was also demonstrated at the beginning of this Year when they likewise allowed the spices to be brought to the Wharf, although these had previously always been stored within the City, at least as long as the Directors themselves still maintained their permanent residence within the City, as it is necessary that they themselves keep an eye on that precious Ware. Appendix No 6. And 566 Appendix No 6. And Fourthly: The written assurance given by Governor Mier Maijn Uddienchan under the Seal and surety of all the principal Merchants of the city in the Year 1748, and set down by his own hand upon Certain Points of Proposal, of which I likewise append an authentic Extract herewith, and whereby it is very expressly stipulated and granted: "That the unloading and shipping of the Merchandise may take place outside the City in Sengiabander as well as within the city at the Chiap Gate, as the Director shall see fit." And in case he should object against this, as I firmly expect, that the privilege obtained from Mhamet Sja can no longer be valid because another King now reigns, and affairs are now also entirely changed, etc.: Then You must answer him in serious terms: "That in this manner he could indeed deny all its privileges to the Dutch Company, and equate it with the lowest unprivileged Merchant who is present here in the city; but that he should be assured Appendix No 6. — that this will not go so easily, and that one also considers him entirely incompetent and unauthorized to do so, as the English Company itself, through the written assurances of its qualified servants, has guaranteed to the Dutch Company all privileges, not merely those which it actually exercises at present, but which it has ever obtained, as appears from the following Proofs, which You must show to him, and which consist in: 1. An Extract of a letter written by Mr Spencer and his Council Members on the date of 18 February 1759, communicating the intention he had to use force against the City Regents, and in which he very expressly assures: "That the execution of those measures shall in no way infringe upon or diminish any privileges, in Trade or otherwise, which the Dutch Company or its servants have obtained at Souratta." And 2. An Extract of a letter of the 25th of January of this year.
Dutch transcription
564 Bijlaag N„o 6. „hij ook in dit stuk van de oude Instelling „van den Grooten Mogol niet afwijken zal.:r Dog zo hij zig terstond wat duijdelijker declareert, en de waarhijd der zaake in twij- fel trekt, als of hij niet wiste dat wij vryhijd hadden, naar eygen welgevallen te mogen lossen en laaden waar wij zulx goedvinden, dan moeten UE: hem voorhouden: " Dat dit „een van de oudste en weezendlijkste voor= „-regten is, die de E: Comp: hier heeft. " En om dit te bevestigen, zo moeten UE: zig beroe= =pen: 1. /. Op de Firmans Successive van den Grooten mogol verkregen, waarbij alle Regenten zonder onderschijd gelast werden, zig met de Neederlandsche Comp:, als die behoor= =lijk de bepaalde Thollen betaalt heeft, niet verder te bemoeijen, veel min in haren Handel en trafique eenige verhindering toe te brengen, maar in tegendeel dezelve allezinds te bevorderen. En2/ Op het gebruijk van de oudste tyden af, waaruijt bekent is, dat wij gelost en afge= scheept hebben binnen de stad eerst bij de. Bijlaag N„o 6 de zo genaamde Alphandigo; toen in 't huijs van Ettebarchan, naderhand we= =der aan de Alphandigo; en eyndelijk, aan de zo genaamde Chiap Poort; En buij =ten de Stad: In Tengiabander, op Sua= =lij, Batij en meer andere plaatsen langs de Rivier geleegen, waar men zulx heeft goedgevonden. Spreekt hij in 't bijzonder van Jen¬ =giabander, bij ons onder de naam van 's E: Comp:s Werff bekent, dat wij vooral daar niet lossen nog laaden mogen, om reeden, zo als hij bereeds meermalen heeft voorgegeeven, die plaats de E: Comp: niet toebehoort, en niemand der Europiers ook eenige landen in eijgendom bezitten mag, dan moeten UE. daarop antwoorden: Dat „ D'E: Comp:e al voor lange permissie verkree= „=gen heeft, zo wel van den Grooten mogol„ „als van de stads Regenten, dit Land „te mogen inkoopen, dat zij 't ook effec= „tive ingekogt en met haar eygengeld „betaald heeft, dat uijt dien hoofde haar „wettig Regt en Eijgendom daarvan door: 565 Bijlaag N„o 6. „door niemand betwist nog tegengesproo= „=ken kan werden; en dat voor al dit zee= „ker is, dat zij daar vrij lossen en afschee„ „pen mag, naar eygen welbehaagen."En tot bewijs van dit een en ander diend het volgende; te weeten: Eerstelijk: De Firman, door Koning Mha= =met Sja in A„o 1729. Verleend, waarbij, blijkens de Authenticque Copij, die ik UE. hier nevens ter hand stelle, wel uijtdruk= =kelijk vermeldt Staat:" Dat den Directeur „van het Hollandsche Comptoir in souratta „gepermitteert werd, in Tengiabander bin= „nen, de buijten stads muuren, van Sou= „ratta, aan de Rivier kant, voor zyn „Eijgen geld, grond te koopen, en aldaar. „ NB: tot berging der Koopmanschappen „een plaats te maaken, zonder dat iemand „hem daarinne verhinderen of vermoeye= „=lyken mag. " En waaruijt ontegenzeggelijk volgt, dat dewijl de E: Comp: hier een plaats hebben mag om de Koopmanschap= =pen te bergen, het van zelfs spreekt dat= =ze ook notoir vrijheijd hebben moet haare Koopmanschappen M: Koopmanschappen daar aan te bren= =gen en weeder te vervoeren, dat is. Lossen en afscheepen. Ten Tweeden: De geruste bezitting en 't gebruijk van dat voorregt; alzo een ie¬ =der weet, dat hier altseedert veele Jaaren herwaards alle goederen gelost en afge= =scheept zijn, die de Directeur heeft goed= =gevonden, daar te laaten lossen en af= =scheepen. Ten Derden: De gereede toestemming der Inlandsche Regenten, dewelke nooit gewijgert hebben, permissie te verlee= =nen, zo dra men daarom verzoek heeft gedaan, gelijk nog in 't begin van dit Iaar gebleeken is toen zy de specerijen insgelijx naar de Werff hebben laaten brengen, schoon die bevoorens althoos bin= =nen de Stad opgeslaagen zijn geweest, ten minsten zo lange de Directeurs zelfs nog hun vast verblijf binnen de Stad heb= =ben gehouden, alzo het noodzaakelijk is, dat zij over die Kostelijke Whare zelfs het oog laaten gaan. Bijlaag N„o 6. En 566 Bijlaag N„o 6. En Ten Vierden: De schriftelijke verzeeke= =ring, door den Gouverneur Mier Maijn Ud= =dienchan, onder 't Zegul en borgtogt van alle de voornaamste Kooplieden der stad, in 't Iaar 1748. gegeeven, en eijgenhendig ter nee= =der gesteld, op Eenige Voordragts Pointen, waar= =van ik ingelijx een authenticq Extract hier nevens voege, en waarbij wel uijtdrukkelijk bedongen en toegestaan is: " Dat de ontlos en „afscheep der Koopmanschappen, zo wel buij= „ten de Stad in Sengiabander, als binnen „stad bij de Chiap Poort geschieden mag, na „dat de Directeur zulx goedvinden zal. " En bij aldien hij hier tegen in brengen mog= =te, zo als ik vast verwagte; dat het voorregt van Mhamet Sja verkreegen, niet meer gelden kan, om dat thans een ander Koning regeert, en de zaaken nu ook in 't geheel verandert ^ in ernstige termen zijn, Ensz: Dan moeten UE: hem ^ antwoorden: „Dat hij op die wijze de Neederlandsche Comp: „wel alle haare voorregten afspreeken, en haar „gelijk stellen kan met den geringsten onge= „=priviligeerden Koopman, die zig hier in de „stad bevindt; dog dat hij verzeekert gelieve te: Bijlaag N„o 6. — „te zijn, dat dit zo gemakkelijk niet zal „gaan, en dat men hem ook daartoe in 't „geheel onbevoegt en ongewettigt agt, alzo de „Engelsche Comp:e zelfs, daar de schriftelijke „verzeekeringen van hare gequalificeerde „bediendens, de neederlandsche Comp: gequa= randeert heeft, alle voorregten, niet Sim= „pel die zij thans werkelijk oeffent, maar „die zij ooit verkregen heeft, blijkens de vol= „=gende Bewijzen, die UE. aan hem vertoo= „=nen moeten, en dewelke bestaan, in. 1:/ Een Extract missive, door M:r Spencer en zijne Raads Leeden in dato 18„en feb:r 1759, geschreeven, ter Communicatie van het voorneemen dat hij hadde, om te= =gens de Stads Regenten geweld te ge= =bruijken, en waarbij hij wel uijtdruk= kelijk verzeekert: " Dat de uijtvoeringe „dier maatregulen geenzinds krenken „of verminderen zal, eenige voorregten, „in den Handel of anderzints, die de „Nederlandsche Comp:e of haare bedien= „-dens te Souratta verkreegen hebben En 2. / Een Extract missive van den 25„e Jan deezes.
English
567 Annex No. 6. of this year 1765, whereby the Governor, Mr. Crommelin, and Council at Bombaij declare: "That it was according to their express orders that Mr. Spencer gave the aforementioned assurance, which they had always strictly adhered to; it having been their constant endeavor to preserve inviolable the privileges of the European nations established at Souratta." This latter point, I hope, will be able to deprive him of all further evasions, and to persuade him to give immediate orders to the City Governor no longer to oppose the unloading of the goods at the wharf. But should he nevertheless not proceed to do so, then I have no objection if you address him in somewhat more serious terms, and place before his eyes the injustice involved in this, and the evil consequences that must notoriously arise from it, if he refuses me his assistance in this matter. But you must not yet formally protest, much less use any expressions: Annex No. 6. use, that might offend him or serve as a reproach, as if he alone were held to be the cause of the obstruction. For my objective is, for now, to take the gentlest path, and much rather to bend his rigid nature through persuasion and politeness, and to make it receptive to reason and fairness, than to provoke it further by threats and to embitter him entirely. And having no doubt that I have, by the foregoing, fully enabled you to do this in a very succinct and emphatic manner, although friendly, I know of nothing more to add here, other than to remind you once again and earnestly recommend that you execute this commission with the utmost attentiveness, in accordance with the duty of faithful servants, and above all not to lose sight of the objective, the main matter for which you are being sent, namely: To Mr. Hodges. 568 Annex No. 6. To persuade Mr. Hodges by convincing arguments that he no longer oppose the unloading of the merchandise in the outer city. (Underneath was written:) Souratta, the 22nd of October Anno 1765. (was signed:) C. L. Senff. Annex No. 7. Copy: Draft Rokka to be presented to the City Governor, The Lord Mier Amien Uddien Asmetchan, by the Lord Director Christiaan Lodewijk Senff, on the 21st of November Anno 1768. The brokers have reported to me that Your Excellency desires that the Director sign in his own hand an arsie, whereby they, according to custom, have requested to be allowed to ship off some merchandise of the Honorable Company that is to be sent by sea. I am extremely astonished at this. For Your Excellency well knows yourself that the Dutch Director has never presented an arsie, much less signed such a paper in his own hand. This has always been the work of the brokers. On this matter, during the five years that I have been here, no dispute has ever arisen between Your Excellency and me. And as it would grieve me greatly if this should happen now, since I will remain here for only a few more days, I very kindly request that Your Excellency please desist from your demand, and give permission for the shipping off of the aforementioned goods, as before. For this will please me, and it will even redound to Your Excellency's honor, if at my departure I can say that Your Excellency has made no change in the privileges and ancient customs of the Honorable Company. (Underneath:) Agrees with the original (was signed) H. Holmberg, secretary. Annex No. 7. Memorial 569 Annex No. 8. Memorial drawn up in the form of a daily narrative by the undersigned Director, regarding what transpired with the English gentlemen concerning the customs clearance and stamping of the goods upon shipment. The customs clearance of the goods, and putting a chiap (mark or stamp) on those that must be shipped as proof of its completion, is an act that from the earliest times until today has been attached to the city government alone. Even this chiap, usually called the King's Chiap, and the keys to the city gates, are the only public tokens of dignity that a City Governor receives into his hands upon assuming governance, and which he must also hand over again upon his dismissal. And Annex No. 8. And this goes so far, that someone, although lawfully appointed as City Governor, is nevertheless not considered to have entered into his function as long as he does not have that chiap in his hands, and cannot effectively make use of it. Consequently, it is the City Governor alone who may concern himself with the customs clearance and stamping of the goods and establish orders thereon. Or if anyone else does so, then that person undertakes to commit an act that places him, if not above, then at least equal in dignity with the City Governor. And in this situation the English gentlemen currently find themselves. Having made themselves masters of the Castle in Anno 1759 by treachery and through bribery, they have, by a written contract between the city regents and the Governor of Bombaij, Mr. Crommelin, under the seal of the English:
Dutch transcription
567 Bijlaag N„o 6. deezes Iaars 1765. , waarbij de Gouverneur M:r Crommelin en Raad te Bombaij ver= =klaaren: „ Dat het volgens hunne uijt- „=drukkelijke last is geweest, dat m„r Spen„ „cer de voormeldte verzeekering gegeeven „heeft, die zij althoos stiptelijk hadden „aangekleefd; als zijnde het hunne besten= „dige pooging geweest, om de voorregten „der Europeeze natien te Souratta gezee= „ten, onschendbaar te bewaaren." Dit laatste hoop ik, dat in staat zal weezen, om hem alle verdere uijtvlugten te beneemen, en te persuadeeren, dat hij den Stads Gouverneur terstond ordre geeft, den ontlos der goederen op de werff niet langer tegen te gaan. Dog zo hij egter daar toe niet treeden mogte, dan mag ik wel lijden, dat UE: hem nog al in ernstiger termen aan= spreeken, en voor oogen brengen de Onbillijk= =hijd die 'er in steekt, en de quaade gevolgen die notoir daaruijt voortspruijten moeten, bij aldien hij mij in dit stuk zijne adjude wij- =gert. maar formeel protesteeren moeten UE: nog niet, veel min eenige uijtdrukkingen gebruijken: k Bijlaag N„o 6. gebruijken, die hem beleedigen of tot een verwijt strekken kunnen, als of hij alleen voor de oorzaak der verhindering gehou= =den wierde. Want mijn oogmerk is, om voor eerst de zagtste weg in te slaan, en veel meer door overtuijging en beleefd= =hijd zijn stijf naturel te buijgen en voor Reeden en de billijkhijd vatbaar ^ door te maaken, dan het zelve, drijgemen= =ten meerder op te zetten, en hem in 't geheel te verbitteren. En niet twijfe= =lende, of ik heb UE: door het vooren= staande volkomen in staat gestelt, om zulxs Schoon vriendelijk, egter op eene zeer bondige en nadrukkelyke wijze te doen, zo weet ik hier ook niets meer bij te voegen, dan dat ik UE. nogmaals errinnere en ernstig recommandeere, om deeze Commissie, met de uijterste op= =lettendhijd, volgens den pligt van ge= =trouwe dienaaren wel uijt te voeren, en vooral niet uijt het oog te verliezen het doelwit, de Hoofd zaake waarom UE: gezonden werden, namendlijk: Om M:r Hodges. 568 Bijlaag N„o 6. Hodges door overtuijgende reedenen te persuadeeren, dat hij den ontlos der Koop= =manschappen in de buijten stad niet lan= =ger tegengaa. /:Onderstond:) Souratta den 22„e October A:o 1765. /:was geteekend:/ Cn C„n L„k Senss, Bijlaag N„o 7. Copia :/ Concept Rokka om aan den Stads Gouverneur, Den Heer Mier Amien Uddien As= =metchan gepresenteert te wer= =den, Door den Heer Directeur Christiaan Lodewijk Senff, Den 21„e November A„o 1768. in De Maakelaars hebben mij Rapport gedaan dat Uw Excellentie begeert, dat de Directeur eygenhandig onderteekenen zal, Een Arsie, waarbij zij volgens gewoonte verzogt hebben eenige Koopmanschappen van D'E: Comp:e te mogent afscheepen die ter zee verzonden staan te werden. Ik ben hier hier over ten uijtersten verwondert. Want Uw Excellentie weet zelfs wel, dat de Hollandsche Directeur nooit Eene Arsie gepresenteert, veel min diergelyken papier eijgenhandig On= =derteekend heeft. Dit is altoos het werk geweest van de makelaars. Hier over is ook geduurende Vijf Jaaren, dat ik hier ben geweest, tusschen uw Excel= lentie en mij nooit eenig verschil ont= =staan. En dewijl het mij zeer bedroeven zoude, bij aldien het nu geschiede, daar ik nog maar wijnig dagen hier zal blij= =ven, zo verzoek ik zeer Vriendelijk dat Uw Excellentie van zijnen Eysch ge= =lieven af te zien, en tot den afscheep der voormeldte goederen, gelijk bevo= =rens Permissie te geeven. Want dit zal mij verheugen, en zelfs zal het UW: E. &. c. tot Eere strekken, als ik bij mijn vertrek zeggen kan, dat Uw E: &: C. in de voorreg= =ten en oude gewoontens van de E: Comp: ge= =ne verandering heeft gemaakt /:onder:t/ Accor= =deerd met het Origineel (:was get:) H:s Holmberg secret:s Bijlaag N„o 7. Memorie 569 Bijlaag N„o 8 Memorie bij forme van Dag „verhaal opgestelt door den On„ „der getekenden Directeur, we„ „gens het voorgevallene met de Heeren Engelschen, nopens het Verthollen en Chiappen Der Goederen bij verzending Het verthollen der Goederen, en tot een blijk van dies volbrenging Een Chiap /:merk of stempel:/ te zetten op dezulke, die ver„ „zonden moeten werden, is eene daat, die van de vroegste tijden af tot heeden toe„ aan het stads Gouvernement alleen ver„ „knogt is geweest. zelfs zijn dit chiap, gewonelijk het Konings Chiap genoemt, en de Sleu„ „tels van de Stads-Poorten, de eenigste openbaare Tekenen van Waardighijd, die een stads Gouverneur, bij 't aanvaar„ „den der Regeering in handen krijgt, en dewelke hij ook bij zijn ontslag weder over„ „geven moet. En Bijlaag N:o 8. En dit gaat zoo verre, dat iemand, schoon wettig tot Stads Gouverneur aan„ „gestelt, egter niet geagt word in zijne functie getreeden te zijn, zoo lange hij niet dat chiap in handen heeft, en effecti„ „ve daarvan gebruijk maken kan. Bijgevolg is het de Stads Gouver„ „neur alleen, die zig met het verthollen en chiappen der Goederen bemoeijen en daarop ordre stellen mag. of zoo het al iemand anders doet, dan onderneemt die eene daat te pleegen, dewelke hem, zoo niet boven, ten minsten met den Stads Gouverneur in waardighijd, ge„ „lijkstandig steld. En in dit geval bevinden zig thans De Heeren Engelschen. Van het Cas„ „teel in A„o 1759 bij verraad en door om„ „koping meester geworden zijnde, hebben zij zig bij een schriftelijk Contract, tus„ „schen de Stads Regenten en Den Gouverneur van Bombaij, De Heer Crommelin onder 't Zegul van de En„ „gelsche:
English
Appendix No. 8. English Company, concluded, among other things bound themselves: That they should keep only the Castle in possession, but leave the city Government and whatever is annexed thereto entirely on the old footing. They have also always said, and repeatedly both verbally and in writing in several of their letters given the strongest Assurances: That their Possession of the Castle would make no change in the old system of the city Government, much less tend to the detriment of the Privileges which the European Nations in general or the Dutch Company and its Servants in particular might have obtained; That in their capacity as Possessors of the Castle they were not to be considered as Servants of the English Company, but as Servants of the Great Mogol; That, just as a Castle Governor in former times had not been permitted to meddle in matters concerning the Governor or the Appendix No. 8. Government of the City, they likewise in the same manner had nothing to say therein; And that it was especially not in their power to order the city Governor anything. Thus it appears from this not merely evident, but it is an undeniable truth: That unless they wish openly to break their word and promise, and act contrary to all Right and Reason, they may not, above all, meddle with the tolling and Chapping of Goods, much less that they should be free to place their own chap upon the Goods in addition to the Chap of the King or city Governor. Nevertheless, nothing is more certain than that they have not only undertaken both, but have already effectively put them into practice with respect to the Merchandises of several Portuguese and Native Merchants; indeed, Appendix No. 8. there has been no lack of their good will and inclination to put the same into practice with respect to the Dutch Company. But whereas the same appears to me to be a matter of the utmost consequence, which in the future could drag along all too many evil consequences for the interests of the Dutch Company, I have opposed it with all my might, and have also brought it so far that for the present, with respect to the Goods which must be dispatched with the currently present ships, it has been left on the old footing. But I cannot doubt that it will begin anew and with greater earnestness as soon as other Ships arrive again. And therefore finding myself obliged to ask for positive orders and the approval on this matter from Their High Mightinesses, the Gentlemen of the High Indian Government at Batavia, in order to be able to regulate my conduct in the future accordingly: I have deemed it necessary not only to give a clear and detailed description of everything that has occurred regarding this, but also, for the better elucidation thereof, to let the foregoing precede by way of Introduction; since it contains a short sketch of the Principal matter upon which this actually turns. After a rumor had circulated in the City for some time beforehand that the English Gentlemen would themselves assume supervision over the Tolls, there finally arrived: Anno 1766 in the Month of April, An Englishman from Bombay named Thomas Halsey, who received the Rank of Third Council Member, and of whom the English themselves said that he was expressly sent as Toll-man, or supervisor of all Incoming and outgoing Tolls. Yet whereas at that time, owing to Appendix No. 8. Anno 1766 the approaching Rainy Monsoon no Trade was conducted, nothing was heard from him until The 25th of August, when I obtained certain news: That the English chief Mr. Price had demanded from Jaffriachan /:alias Sidie Jaffer, Treasurer, Supervisor of the Land Tolls, and principal confidant of the City Governor:/ the keys to the remaining 6 Gates of the City, which had hitherto been left to the City Governor; under the pretext of not otherwise being able to prevent the Tolls from being defrauded. But Sidie Jaffer having given as an answer to this: That since Mr. Price already had the Castle and 6 Gates in his power, and thus was completely master of the city, he could further do what pleased him; But that he might nevertheless consider what Contract had been concluded upon the surrender of Anno 1766. The 25th of August Appendix No. 8. the Castle to The English Gentlemen; And that as far as he was concerned, he would never willingly surrender the Keys that were entrusted to him: so for that time the matter rested there. Yet that same Day, Native scribes were sent by the English to all public Toll places. The 31st of August, they also placed Two Peons /:Native soldiers:/ not only at each of the aforementioned 6 Gates of the city Governor, but also with the shore guards of the outer city, called by us Trap people, in order to maintain supervision with them upon and around our Wharf. The 11th of September, A Ship belonging to the Turkish Merchant Chillebie having appeared in the Roads from Jedda, which was indeed hired by the English, but laden with Specie and Goods of Native Merchants, Mr. Price initially desired that everything should be unloaded into the English Latty /: Toll Warehouse:/.
Dutch transcription
570 Bijlaag N:o 8. „gelsche Comp:, geslooten, onder anderen ver„ „bonden: Dat zij het Casteel alleen in be„ „-zitting houden, dog de stads Regeering „ en het geen daaraan verknogt is, in 't ge„ „=heel op den ouden Voet laaten zouden." Ook hebben zij althoos gezegt, en bij herhaling zoo mondeling als schriftelijk bij verscheide hunner brieven de kragtig„ „ste Verzekeringen gegeeven: „ Dat hunne „ Bezitting van 't Casteel in 't oude sijste„ „=ma der stads Regeering geene verande„ „=ring maken, veel min tot nadeel strekken „zoude, van de Voorregten die de Europeese „ Natien in 't algemeen of de Nederlandse Comp:e en haare Bediendens in 't bijzonder „ „verkregen mogten hebben; Dat zij in de „qualiteit als Bezitters van 't Casteel niet „ moesten aangemerkt werden, als Bedien„ „-dens van de Engelsche Comp:e, maar als Be„ „diendens van den Groten Rogol; Dat, „gelijk Een Casteels Gouverneur in vroege„ „=re tijden niet hadde mogen treeden in „zaaken rakende De Gouverneur of de Regeering. „ Bijlaag N„o 8. „Regeering van de Stad, zij ook in gelijker „=voegen daarin niets te zeggen hadden; „ En dat het vooral niet in hunne magt stond, den stads Gouverneur iets te or„ 3. donneeren. Dus schijnt hier uijt niet simpel te blijken, maar het is eene ontegenzeggelijke waarhijd: Dat als zij niet openbaar hun woord en belofte verbreeken, en te„ gens alle Regt en Reeden te werk gaan willen, zij dan ook vooral met het ver„ „thollen en Chiappen der Goederen zig niet bemoeijen mogen, veel min, dat het hun vrij staan zoude, op de Goederen behalven het Chiap van den Koning of stads Gouverneur, ook hun eijgen chiap te zetten. Nogthans is niets zekerder, dan dat zij het een en ander niet alleen onderno„ „men, maar ook bereeds effective in 't werk gesteld hebben, ten opzigte van de Koopmanschappen van verscheide Por„ „tugeese en Inlandsche Kooplieden, zelfs heeft. 571 Bijlaag N„o 8. heeft het aan hun goede wille en genegent„ „heid niet gemanqueert, om zulx ook ten op„ „zigte van de Nederlandsche Comp: in 't werk te stellen. Dog dewijl mij het zelve voorC„ „komt als eene zaak van de uijterste aange„ „legentheid, die in den aanstaande al te veel quade gevolgen voor de belangen van de Nederlandsche Comp:e zoude kunnen na zig sleepen, zoo heb ik mij uijt alle magt daar te„ „gen aangekant, en het ook zoo verre gebragt, dat het voor eerst, ten opzigte van de Goederen die met de thans aanwesende scheepen ver„ „zonden moeten werden, op den ouden Voet gelaten is. Maar ik mag niet twijffelen, of het zal op 't nieuw en met meerder ernst begin„ „nen, zoo dra maar weder andere Schee„ „pen komen. En daarom mij verpligt vin„ „dende, op dit stuk de positive ordre en 't goedvinden te vragen, van Haar Hoog Edelens, de Heeren der Hooge India„ „sche Regeering te Batavia, ten eijnde mij in mijn te houden gedrag voortaan daarna „ Bijlaag N: 8. daarna te kunnen reguleeren: zoo heb ik nodig geagt, van alles wat daaromtrend voorgevallen is, niet alleen eene duijdelijke en uijtvoerige beschrijving te geeven, maar ook, tot betere elucidatie van dien, het voren„ „staande, bij weege van Inleijding vooraf te laten gaan; alzoo het zelve eene korte schets bevat, van het Hoofdzakelijke, waarop het eijgendlijk in deezen aankomt. Na dat eenigen tijd vooraf een gerugte in de Stad geloopen hadde, dat de Heeren Engelschen het opzigt over de Thollen zelfs zouden op zig neemen, zoo kwam eijndelijk: A„o 1766 in de Maand April, Een Engelsman van Bom„ „baij Thomas Holseij genaamt, die den Rang kreeg van Derde Raadslid, en van wien de Engelschen zelfs zeijden, dat hij expres gezonden was, als Tholman, of opziender van alle Inkomende en uijt¬ „gaande Thollen. Dog dewijl toen ter tijd, mits het op 572 Bijlaag N„o 8. A„o 1766 op handen zijnde Reegen- Mousson geene Ne„ „gotie gedreven wierd, zoo hoorde men van hem niets tot op Den 25: Augustus, wanneer ik verzekerde tijding er„ „langde; " Dat het Engelsch opperhooofd „ M:r Price van Saffriachan /:alias Tidie „ Jaffer, Rentmeester, Opziender van de e Land Thollen, en voornaamste vertrou„ „=weling van den Stads Gouverneur:/ „ hadde laten opeijsschen, de sleutels van „de overige 6 Poorten der Stad, die tot „ nog toe aan den Stads Gouverneur „ zijn gelaten geweest; onder voorwendsel „ van anders niet te kunnen beletten, „ dat de Thollen gefraudeert wierden. Maar Siedie Saffer hierop tot antwoord hebbende gegeeven:" Dat dewijl M:r Trice „ bereeds het Casteel en 6 Poorten in zijne „ magt hadde, en dus van de stad volko„ „men meester was, hij ook verder doen „konde wat hem behaagde; Maar dat „ hij egter bedenken mogte, wat Contract „ er geslooten was, bij de overgave van V. A:o 1766. Den 25„e Augustus Bijlaag N:o 8. „ 't Casteel aan De Heeren Engelschen; En „dat wat hem betrof, dat hij de Sleutels „ die hem toevertrouwt waaren, noijt „ goedwillig overgeeven zoude:n zoo is het voor die tijd daarbij gebleven. Egter zijn dien zelfden Dag nog naar alle openbaare Tholplaatzen, door de En„ „gelschen Inlandsche schrijvers gezonden. Den 31„e Augustus, hebben zij ook Twee Tions /:Inland„ „sche zoldaaten:/ geplaatst, niet alleen aan ieder der voormeldte 6Soorten van den stads Gouverneur, maar ook bij de strandwagters van de buijten stad, bij ons Trap lieden genoemt, ten einde met dezelve op en omtrent onze Werf toesigt te houden. Den 11:' September, Een Schip van den Turks Koopman Tjillebie, van Sedda ter Rheede ver„ „schenen zijnde, het welk bij de Engelschen wel in huur, dog belaaden was, met Con„ „tanten en Goederen van Inlandsche Kooplieden, zoo heeft R:r Price in 't eerst begeert, dat alles in de Engelsche Latthij /: Thol Pakhuijs:/ gelost zoude. werden.
English
573 Appendix No. 8 Anno 1766, the 11th of September were. But upon the vigorous protests of the city rulers, one thing and another was finally brought into the King's ordinary customhouse. This case does not indeed directly concern the Honorable Company's interests. But I cannot however refrain from speaking of it, because it clearly demonstrates how the English gentlemen intend to draw everything to themselves without distinction. Because, since they pay only once a year rop: 15000:— to the rulers for all import and export duties, and on the other hand take 6 per cent from all private merchants who fall under their jurisdiction; thus it would serve as an indescribable advantage to them if they could bring it so far that all goods of the whole city were brought into their customhouse and also shipped off from there again. The 15th of September I received news that the English customhouse officer had summoned all the marsetties of the whole city to him, and had concluded a contract with them Anno 1766, the 15th of September Appendix No. 8. contract, concerning a certain gratuity that they would pay to him on all incoming and outgoing goods. These marsetties are such persons who act as brokers in the chartering of ships, and who also, in the name of the native merchants, not only agree with the city rulers concerning the value of the goods that must be cleared through customs, but who also must collect the amount of the duties themselves and pay them to the rulers. And therefore, being able to be informed of what happened by no one better than by them, I quietly summoned someone to me, who gave me the following account, to wit: That after much resistance they had finally been obliged to promise Mr. Holscij that they would see to it that to him, to make good his expenses, would be paid as a gratuity above the ordinary 574 Anno 1766, the 15th of September Appendix No. 8. ordinary duties: On incoming goods: For each large bale of silk - - - - Rop:s 2:— Ditto small ditto ditto - - - - - 1:— Ditto pack of linens - - - - - 1:— Ditto bale of putchuk, olibanum, almonds, etc. - - - - - - - - —1/4 And for 100 Maons or 3500: - lb of dammar and other such goods - - - - - —1/2 On outgoing goods: For each pack of linen . . . . . . . . 1:— Ditto bale of cotton - - - - - —1/2 And ditto candy of sugar also . . . . . —5/8 At the same time this man assured me that this gratuity, determined in this manner, would amount to about 18 or 20,000:— Rupees yearly. The 23rd of September report was brought to me that Mr. Price had demanded and taken away from Farischan, deputy or lieutenant and overseer of the sea customs of the city governor, the keys Anno 1766, the 23rd of September Appendix No. 8. and the stamp of the King's customhouse; but that Farischan, having gone to him in person, had upon his persistent request received one and the other back again, on condition that letters should be written to Bombay about this and positive orders requested; and that in the meantime Farischan should clear no goods through customs without the presence of the English customhouse officer. Pursuant to this agreement, the latter also On the 24th of September publicly took possession of the King's customhouse. Farischan having arrived there first, Mr. Holseij subsequently appeared also, sitting in a new palanquin and accompanied by several clerks and servants with about 20 peons. And it was said that he had proceeded very rigorously in inspecting the goods of native merchants; having had even the slightest trifles, even the personal provisions of the seafarers, valued and 575 575 Appendix No. 8. Anno 1766. The 24th of September and cleared through customs, which otherwise had passed unnoticed by the native rulers. The 16th of October, some merchandise having been weighed out by us that were to be sent by water, Mr. Holseij forced the merchants first to bring the same into the city to be cleared through customs and shipped off there, instead of that previously having always occurred at our wharf. Being informed of this in the evening, I immediately sent the court-goer to Mr. Price, and had him complain against it in emphatic terms: "as an innovation that was not only directly contrary to previous custom, but which also served greatly to the detriment of the merchants, on account of the double expenses of coolie wages and wastage that they had to bear." His answer was: "That natives were not to be trusted, and that one could not demand of Mr. Holseij that he go in person to the wharf every time and inspect the goods there Appendix No. 8. Anno 1766. The 16th of October there." And being unable to promise myself that I would receive a better answer through messages alone, I resolved to go to him quietly and converse with him about it myself. But before I could accomplish this, he came On the 21st of October to pay me a visit in private. And having then spoken with him about that and various other matters, the merchandise was subsequently not brought within the city again, but stamped upon our wharf as before, and shipped directly from there. Furthermore, nothing occurred in this regard before and upon the arrival of four of our ships. But when the first, the ship Borsselen, was nearly upon its departure, it was made known to me on good authority: "That the English gentlemen had also had a stamp made, with the usual cipher of their Company, and
Dutch transcription
573 Bijlaag N„o 8 A„o 1766, Den 11„e September werden. Dog op de kragtige protestatien der Stads Regenten, is het een en ander eijndelijk in het ordinaire Tholhuijs van 7o den Koning gebragt. Dit geval heeft tot 's E. Comp:s belan„ „gen wel direct geene betrekking. Maar ik kan egter niet nalaten daarvan te spree„ „ken, om dat het klaar aantoont hoe de Hee„ ren Engelschen van voornemen zijn, alles zonder onderscheid tot zig te trekken. Want doordien zij maar eens in 't Jaar voor alle inkomende en uijtgaande Regten, rop: 15000:— aan de Regenten betaalen, en daar en tegen van alle Particuliere Negotianten die onder hun sorteeren 6 P:r C:to neemen; zoo zoude het hun tot een onbeschrijfelijks Voordeel strekken, indien zij 't zoo verre brengen konden, dat alle Goederen van de gantsche stad, in hunne Patthij aangebragt, en ook weder van daar afgescheept wierden. Den 15:e September kreeg ik tijding, dat de Engelsche Tholman alle marsetties van de gantsche stad bij zig ontboden, en met hen een Contract A:o 1766, Den 15„e September Bijlaag N„o 8. Contract geslooten hadde, wegens zeker Dou ceur, dat zij aan hem van alle Inkomen de en uijtgaande Goederen betaalen zouden Deeze Marsetties zijn zulke men„ „schen, die als Makelaars ageeren in 't bevragten der scheepen, en die ook uijt naam van de Inlandsche Kooplieden niet alleen met de Stads Regenten ach „cordeeren; wegens de waarde der Goederen die vertholt moeten werden, maar de„ welke ook het bedragen der Thollen zelfs ophalen, en aan de Regenten betalen moe„ „ten. En daarom van niemand beeter, als van hen onderregt kunnende worden, we„ „gens het voorgevallene, zoo heb ik in stilte iemand bij mij ontboden, dewelke mij het volgende heeft opgegeeven, te weeten: Dat zij na veel tegenstribbelingen eijn„ „delijk genoodzaakt geweest waaren, aan M„r. Holscij te beloven, dat zij bezorgen zou„ „den, dat aan hem, tot goedmaking van zijne Onkosten, als een douceur boven de ordi„ naire. 574 A„o 1766, Den 15„' September Bijlaag N„o 8. „naire Thollen betaalt wierde. Op de Inkomende Goederen Van ieder groote Baal zijde - - - - Rop:s 2:— _:o klijne _:o _:o - - - - - „ 1:— „ _:o Pak met Lijwaten - - - - - „ 1:—. „ _:o Baal Poetjoek, Olibanum En van de 100 Maons of 3500: - lb Dam¬ „mer en andere diergelijke wha„ Op de Uijtgaande Goederen Van ieder Pak Lijwaat. . . . . . . . „ 1:—. „ _:o Baal Cattoen - - - - - „ —/o. En „ _:o Can:s zuijker ook. . . . . „ —5/8. Teffens verzekerde mij deeze man, dat dit Douceur in diervoegen bepaalt, Iaarlijx omtrent 18 of 20'000:—. Ropijen bedragen zoude.— Amandelen Ensz: - - - - - - - - „ —¼. „ren- - - - Den 23 September wierd mij berigt gebragt, dat M:r Pri„ „ce van Farischan /: Naib of Stedehou„ „der en Opziender van de zee-Thollen van den stads Gouverneur:/ hadde la„ „ten opeijsschen en weghalen, de sleutels - - - - - „ —½. en - A„o 1766, Den 23„' Septemb„r Bijlaag N„o 8. in het Chiap van 's Konings Thol- Huijs; Dog dat Farischan in perzoon bij hem gegaan e zijnde, op zijn aanhoudend Verzoek het een en ander wederom gekreegen hadde, onder Conditie, dat daarover naar Bombaij ge„ „schreeven en positive ordre gevraagt zoude werden; En dat ondertusschen Farischan geene Goederen verthollen zoude, zonder bijweesen van den Engelschen Tholman. Ingevolge deeze afspraak heeft de laatste ook Den 24„e September van 's Konings Thol-Huijs in 't open„ „baar possessie genomen. Farischan eerst daar gekomen zijnde, verscheen vervolgens ook Mr Holseij, zittende in een nieuwe Palenquin, en verseld van verschijde Schrijvers en Dienaars met omtrent 20 Tions. En men zeijde, dat hij in 't nazien der Goederen van in¬ „landsche Kooplieden zeer rigoreux te werk was gegaan; hebbende zelfs de geringste kleinigheeden, sa Lijfbehoef„ „tens van de zeevarende, waardeeren en - 575 575 Bijlaag N„o 8. A„o 1766. Den 24„' September en verthollen laaten, die anders bij de Inland„ sche Regenten ongemerkt gepasseert waren. Den 16:' October, Eenige koopmanschappen bij ons uijtge„ „wogen zijnde, die te water verzonden zou„ „den zouden werden, zo noodzaakte M„rn Holseij de Kooplieden, dezelve eerst in de stad te brengen, om daar vertholt en af„ „gescheept te werden, in stede dat zulx bevo„ „rens althoos op onze Werf geschied was. Ik des avonds hiervan verstendigt zijn¬ „de, zond ten eersten den Hofganger bij M„r Price, en liet in nadrukkelijke termen daar tegen doleeren. "als een nieuwig„ „-heid, die niet alleen direct strijdig was, „tegens het vorig gebruijk, maar die ook „grotelijx tot nadeel strekte van de Koop„ „=lieden, uijt hoofde van de dubbelde On„ „=kosten van Coelijlonen en spillagie, die zij „dragen moesten. zijn antwoord was: „ Dat Inlanders niet te vertrouwen „waaren, en dat men van M„r Holseij, „ niet vergen konde, om in Perzoon telkens „ naar de Werf te gaan, en de goederen daar Bijlaag N:o 8. A„o 1766. Den 16„' October „ daar na te zien. En mij niet kunnende beloven, door bood„ „schappen alleen een beter antwoord te zul„ „len krijgen, zoo nam ik mij voor, in stilte bij hem te gaan, en hem zelfs daarover te onderhouden. Dog eer ik zulx volbrengen konde, quam hij Den 21„e October bij mij in 't particulier eene visite afleg„ „gen. En toen met hem over die en verscheij„ „de andere zaaken gesprooken hebbende, zijn de Koopmanschappen vervolgens niet weder binnen de stad gebragt, maar ge„ „lijk bevorens op onze werfgechiapt, en di„ „rect van daar afgescheept. Voorts is er ter deezen opzigte voor en bij de aankomst van Vier onzer Scheepen niets voorgevallen. Dog wanneer het Eerste, het schip Borsselen ten naasten bij op zijn Vertrek stond, wierd mij van goeder hand te kennen gegeeven: „Dat de Heeren Engelschen ook een „chiap hadden laten maken, met het „gewone Ceijffer van hunne Compagnie en
English
576 Appendix No. 8. Anno 1766, the 21st of October and that their Tollman would use it in the same manner as the City Governor uses the King's seal. - The outcome also soon showed that this report by no means consisted of untruth. Because the Homebound Returns being ready for dispatch and brought to the customary place in the Honorable Company's tent, there arrived on the morning of the 27th of December Farischan to collect the customs on the same. Shortly thereafter there also appeared the English Tollman Mr. Holsey, but he brought along a new seal, with which he said the goods had to be sealed just as well as with that of the King or City Governor. Farischan having inspected this seal, and having found the same to consist of the mark or cipher of the English Company, as is to be seen on the linens which they collect here, declared on his own authority that he could not permit that use be made thereof, and Appendix No. 8. Anno 1766, the 27th of December and therefore requested the Englishman to be willing to wait therewith until he had made a report to his master the City Governor and had obtained his orders. The latter would not listen to this. And Farischan, finding him also entirely unyielding, finally declared: That as there was but one King, according to his thoughts there could also be but one seal; that if the English absolutely wanted to seal the goods, they could do so; but that neither he nor the City Governor would then have any need to be involved in that work at all; and that he would therefore rather go home with his business unaccomplished than expose himself to a public affront, as he was well assured that even if he did, the Dutch Director would nevertheless never tolerate such an unheard-of novelty. Standing up at the same time and effectively going home, Mr. Holscij also departed shortly thereafter, and the goods thus remained 507 Appendix No. 8. Anno 1766, the 27th of December lying that day with the customs unpaid. Consequently the English Gentlemen did not achieve their aim for that time. And I also saw clearly enough from the conduct maintained by Farischan that the City Regents were not very inclined to give their consent thereto. But not being able to promise myself that they would always remain so steadfast, and at the same time taking into consideration: that if I permitted the goods to be sealed also by the English, I would then tacitly acknowledge their supreme or co-authority in city affairs, and thereby expose the Honorable Company's interests to many detrimental consequences; at least that Mr. Halseij, after having sealed the goods, might demand from me for his trouble taken the same gratuity that he has already stipulated from the natives, before one could ever yet think that he would take so much trouble in their regard: thus I deemed myself obligated not to leave it to the City Regents alone, but to oppose it myself with all my might. Anno 1766, the 27th of December For that reason I sent that same day, in the afternoon, two Council Members to Mr. Price, who in the first place politely requested him: to please declare himself positively how one was to regard him in the future; whether as Castle Governor alone; or rather as Governor of the Castle and of the City together? And when he expressed his astonishment over this message, saying: "That one knew well enough that he was only Governor of the Castle, and had nothing to do with City affairs;" they further asked him 578 Appendix No. 8. Anno 1766, the 27th of December further: "How it then came about that he, on the goods which had to have customs paid upon dispatch, besides the ordinary seal of the King, also wished to place a seal of the English Company, and thus commit an act that placed him in authority, if not above, at least equal to the City Governor!" To this he gave as answer: That as far as the sealing of the goods was concerned, the Bombay Ministry had given orders thereto, and that this was done solely for their own peace of mind and security, to prevent frauds which they had experienced being committed in the tolls, of which they drew a third, since some merchants, having managed to obtain the seal of Farischan, had thereby harmed and defrauded them. The Commissioners countered him: "That since the Dutch Company had never defrauded the tolls, that precaution in their regard was also unnecessary; that the same also constituted a novelty, directly contrary to previous customs, which also entailed that the City Governor alone might make use of the seal and dispose thereof; and that on this account the Director would never permit that two seals be placed on our goods; but that, if the English one were not kept off, he would then be compelled to leave the goods lying for the account of Mr. Price, to let the ship that was to take the same depart empty, and to protest in emphatic terms against all damages that would arise therefrom." However, Mr. Price answered this solely by saying: That he was well assured that the Dutch Company committed no frauds in the tolls,
Dutch transcription
576 Bijlaag N„o 8. A„o 1766, Den 21:' October „en dat hun Tholman dat gebruijken zoude„ „ in gelijker voegen, zoo als de stads Gouver„ „=neur des Konings Chiap gebruijkt. - Het gevolg deed ook wel haast zien, dat dit berigt geenzints in onwaarhijd bestond. Want de Patriasche Rethouren ter ver„ „zending in gereedhijd en ter gewoner plaat„ „ze in 's E: Comp:s Thent gebragt zijnde, zo quam daar Den 27„e December des morgens Farischan om dezelve te verthollen. Kort naderhand verscheen ook de Engelsche Tholman Mr. Holseij dog bragte een nieuw chiap meede, waar„ mede hij zeijde dat de goederen zo wel ge¬ „chiapt moesten werden, als met dat van den Koning of Stads Gouverneur. Faris„ „chan dit chiap bezigtigt, en het zelve bevonden hebbende te bestaan, in 't merk of Ceijffer van de Engelsche Comp:e, ƒ zoo als te zien is op de Lijwaten die zij hier inzamelen, betuijgde op zijn eijgen au¬ „thoritijt niet te kunnen toestaan dat daarvan gebruijk gemaakt wierde. en. Bijlaag N„o 8. A„o 1766. Den 27„e December en verzogte dierhalven den Engelsman daarmede zoo lange te willen wagten, tot hij verslag aan zijnen Meester den stads Gouverneur gedaan, en dies ordre erlangt hadde. Naar deze wilde daar„ „na niet hooren. En Farischan hem ook in 't geheel onverzettelijk vindende, verklaarde op 't laatste: „ Dat dewijl er maar Een „ Koning was, volgens zijne gedagten ook „ maar Een Chiap konde weezen; Dat als „de Engelschen absolute de Goederen „chiappen wilden, zij zulx doen konden; „ maar dat hij nog de stads Gouver„ „=neur dan met dat werk in 't geheel „ niet nodig hadden; En dat hij daar„ „=om liever onverrigter zaake naar huijs „gaan, dan zig zelven aan een open„ „=baar affront bloot stellen wilde, alzoo „hij wel verzekert was, dat Schoon hij, „egter de Hollandsche Directeur dier„ „-gelijken ongehoorde nieuwigheid nooit „dulden zoude. Teffens opstaande en effective naar huijs gaande, zoo ver„ „trok is 507 Bijlaag N„o 8. A„o 1766, Den 27„' December „trok kort naderhand ook M„r Holscij, en blee„ „ven dus de Goederen dien dag onverthold leggen. Bijgevolg hebben de Heeren Engelschen voor datmaal hun oogmerk niet berijkt: En ik zag ook duijdelijk genoeg uijt het ge¬ „houden gedrag van Farischan dat de stads Regenten niet zeer genegen waaren, hunne toestemming daartoe te geven. Dog mij niet kunnende beloven, dat zij althoos zoo standvastig blijven zouden, en teffens in aanmerking nemende; Dat als ik toestond, dat de Goederen ook door de En¬ „gelschen gechiapt wierden, ik dan Stib„ „swijgende hun Opper- of mede-gezag in Stads-zaaken erkennen, en daardoor 's E. Comp.:s Belangen aan veel nadelige gevolgen bloot stellen zoude; Ten minsten dat M„r Halscij, na de goederen geschiapt te hebben, voor zijne genomene moeijte van mij het zelfde douceur zoude kun„ „nen eijsschen, dat hij van de Inlanders bereeds heeft bedongen gehad, eer men nog. Bijlaag N„o 8. nog ooit denken konde, dat hij zoo veel moeij„ ^opzigte „te ten hunnen, nemen zoude: zoo vermeen„ „de ik mij verpligt te vinden, het op de Stads Regenten alleen niet te laten aan„ „komen, maar mij zelven uijt alle mijn vermogen daar tegen aan te moeten kanten. A„o 1766. Den 27„' December Om die reeden zondt ik dien zelfden dag, des agtermiddags nog naar Den Heer Price Twee Raads-Leeden, dewelke hem in de eerste plaatze, vrien„ „delijk verzogten: zig tog positief te „ willen declareeren, hoedanig men „hem in den aanstaande aanmerken „moeste; of als Casteels Gouverneur al„ „leen; Dan wel als Gouverneur van „'t Casteel en van de Stad te gelijk? En wanneer hij over deeze boodschap zijn „ne verwondering betuijgde, met te zeg„ „gen: " Dat men wel beeter wiste, dat „hij maar alleen was Gouverneur van „ 't Casteel, en met de Stads zaaken niets „te doen hadde; " zoo vroegen zij hem wijders. ƒ 578 Bijlaag N„o 8. A:o 1766, Den 27:e December wijders: " Hoe het dan kwam, dat hij op de „ Goederen, die bij verzending vertholt moes„ „=ten werden, behalven het ordinaire chiap „ van den Koning, ook een chiap van de „ Engelsche Comp:s zetten, en dus eene daat „pleegen wilde, die hem in gezag, zo niet „boven, ten minsten gelijkstandig stelde, „ met den Stads Gouverneur!" Hierop gaf hij tot antwoord. Dat „wat het chiappen der Goederen betrof, het „ Bombaijs Ministerie daartoe ordre ge„ „=geven hadde, en dat zulx eenelijk geschie„ ^eijgene „=de, tot hunne ^ gerustheid en securiteit, „ tot voorkominge van fraudes, die zij on„ „=dervonden hadden, dat in de Thollen, „ waarvan zij een Derde trokken, gepleegt „ wierden, alzoo eenige kooplieden het „chiap van Farischan hebbende weten „ te bekomen, hen daardoor benadeelt en „ te kort gedaan hadden. De Gecommitteerdens voerden hem te gemoed:" Dat dewijl de Nederlandsche „ Comp:s de Thollen nooit gefraudeert hadde, die. Bijlaag N 1 8. A„o 1766, Den 27„e December „die Voorsorge ten haaren opzigte ook „onnodig was; Dat het zelve ook in eene „nieuwigheijd bestond, direct strijdig „tegens de vorige gewoontens, dewelke „ mede bragten, dat de Stads Gouver„ „=neur maar alleen van het chiap ge„ „=bruijk maken, en daarover beschik„ „=ken mogte; En dat uijt dien hoofde „de Directeur nimmer toestaan zou„ „=de, dat er Twee chiappen op onze Goe„ „=deren gezet wierden; maar dat, als „ het Engelsche daar niet afbleef, hij dan „genoodzaakt zoude weezen, de Goede„ „ren voor Rekening van den Heer „ Price te laten leggen, het schip dat de„ „=zelve moeste mede neemen, leedig te laa„ „-ten vertrekken, en tegens alle Schaade, „ die daaruijt zoude voortkomen, in „nadrukkelijke termen te protesteeren. Dog De Heer Price beantwoorde dit eenelijk met te zeggen: Dat hij wel „verzekert was, dat de Nederlandsche „ Comp: geene fraudes in de Thollen pleegde,
English
579 Appendix No 8. Anno 1766. The 27th of December customary, and that for this reason their goods were not stamped either, but that this was done in their case merely pro forma, and in order not to give the native an eye, who otherwise might sometimes appeal to it and also refuse to allow it; and that on this ground he believed that the Director could not be against it, the more so because the Town Governor had given permission for it, and he moreover could assure that the same would not tend to the least prejudice of the Dutch Company; whereas, on the contrary, if the Director sought to prevent it, it would be very detrimental to the English Company, because the natives, following that example, would leave them subject to being shortchanged in their revenues. I, having been informed of this and that by the deputies, found particularly strange the claim of Mr. Appendix No 8 Anno 1766, The 27th of December Mr. Price: that the Town Governor had given permission. And therefore, in order to know for certain whether this was truly so or not, I immediately sent a confidant to the Town Governor to discuss it with him. But this man declared in brief words: That he had already been informed that my deputies had been to the English factory, and that since then a messenger from Mr. Price had already been to him twice, while the third was again waiting outside; but that he had never given permission, and would never give it in all eternity. Thus considering myself strengthened from that quarter, and at the same time being informed by a further message from the Town Governor: That he would go to Mr. Price himself, and speak with him about that matter, I therefore believed I could first await the outcome thereof. But The 580 Anno 1766 Appendix No 8 The 28th of December seeing nothing come of this, and The 29th of December having to send deputies to Mr. Price again to demand the return of a sailor who had been detained against all law and in the English lodge, I gave them orders: "At the same time to speak about the stamping, and in case he persisted in his intention, then positively to protest against it." But before it came to that, he spoke of it himself, and said: "That as his stamp was not yet ready, and he knew that our ship had to depart soon, he did not want to delay the same either, but would give orders the following day that our goods should be stamped according to ancient custom; but that in the future, as soon as his stamp was ready, our goods would have to be stamped with it just like those of other merchants, and that in this case one should not regard him as a servant of the English Company, but of the Mughal, in whose country Appendix No 8 Anno 1766. The 29th of December country the Dutch Company held this Directorship, and for which reason it also had to submit to the laws to be made by him. I immediately sent a native servant to him again, and let him know: That since he was abandoning his intention anyway, he might then not wait until the next day, but rather give orders immediately that our goods be stamped, as the ship could not possibly wait any longer. And this also happened: The homeland returns were cleared of customs that very same day and stamped according to ancient custom, solely by native servants, without Farischan or the English customs officer Mr. Holsey being present. The 30th of December the Town Governor went to Mr. Price, and remained in conversation with him for some time. I was told that between the two of them concerning the stamping, high 581 Appendix No 8. Anno 1766. The 30th of December high words had arisen, and that the Governor had absolutely refused to give his consent thereto; as well as: That the Governor for now had also rejected the further proposal of Mr. Price to cause me some difficulties, which would consist of this: "That one would seek to force me to go and live inside the city in the lodge; or else, that one would cause the private goods, being brought and transported by our ships, to be cleared of customs on the footing as was customary before the year 1744; and that one would also demand customs, not only on the equipment and gift goods, but also on all beverages, provisions, and personal necessities, on which until this day customs has never been paid." Nevertheless, not being able to rely completely on this report, I believed I might hear something more certain from the Governor himself. And I therefore had him Appendix No 8. Anno 1766. The 30th of December therefore The 31st of December asked what had occurred between him and Mr. Price the day before. But he too did not want to speak out openly. He merely said: "That he had given a good answer to all proposals of Mr. Price; but that if he should happen to write to Bombay about the stamping, I should do so as well." However, I let this latter point pass unnoticed, as I am of the opinion that as long as I can settle matters here with the English chief, I must not address myself at all to the administration of Bombay. Anno 1767. The 8th of January, goods were also cleared of customs and stamped according to ancient custom, which were to be dispatched with the second ship Kievitsheuvel, solely by native servants, and without anything being said of the English. But The 20th of January I received certain news that the English gentlemen had the stamp with the cipher of their
Dutch transcription
579 Bijlaag N„o 8. A:o 1766. Den 27„e December „pleegde, en dat om die reeden haare Goede„ „=ren ook niet gechiapt wierden, maar dat „zulx ten haaren opzigte eenelijk geschiede „pro forma, en om den Inlander geen oog „te geven, die anders zomtijds zig daarop „beroepen en ook wijgeren zoude, het toe te „staan; en dat hij uijt dien hoofde ver„ „=meende, Dat de Directeur daar niet tegen „ zoude kunnen zijn, te meer, alzoo de „Stads Gouverneur daartoe permissie „gegeeven hadde, en hij boven dien ver„ „=zekeren konde, dat het zelve tot geen de „ minste prejudicie van de Nederland„ „=sche Comp: zoude strekken; Daar het „ in tegendeel als de Directeur zulx zogte „te beletten, voor de Engelsche Comp: zeer „ nadeelig zoude zijn, doordien de In„ „-landers dat voorbeeld volgende, zij „onderhevig zoude blijven, in haare In„ „-komsten te kort gedaan te werden. Ik van dit een en ander door de Ge„ „committeerdens verstendigt zijnde, vond inzonderheijd vreemt, het voorgeven van Mrn. Bijlaag N„o 8 A„o 1766, Den 27„e December Mr: Price: Dat de stads Gouverneur per„ „missie gegeven hadde. En om dierhalven vast te weeten, of zulx in waarhijd be„ „stond of niet, zoo zond ik op 't zelfde ogen„ een vertrouweling bij den Stads Gouver„ „neur, om hem daarover te onderhouden. Dog deeze betuijgde met korte woorden: „ Dat hij al onderregt was, dat mijne Ge„ „=committeerdens in de Engelsche Facto„ rij geweest waaren, en dat zeedert be„ „=reeds tweemaal een boodschapper van „ Den Heer Price bij hem geweest was, „terwijl de Derde weder buijten stond „ te wagten; Dog dat hij nooit permis„ „=sie gegeven hadde, en die ook in der „ eeuwighijd niet geven zoude. Dus mij van die kant gesterkt agtende, en teffens op eene nadere boodschap door den stads Gouverneur verstendigt zijnde: „ Dat hij zelfs bij m:r Price gaan, en „ met hem over die zaak spreeken zoude. zoo vermeende ik eerst den uijtslag daar„ „van te kunnen afwagten. Dog Den 580 A„o 1766 Bijlaag N„o 8 Den 28„' December hiervan niets ziende komen, en Den 29„' December weeder Gecommitteerdens bij M„r Price moetende zenden, om Een Mattroos te recla„ meeren, die tegens alle Regt en de Engelsche Logie aangehouden was, zo gaf ik dezelve ordre:" Om teffens over het chiappen te spree„ „=ken, en bij aldien hij bij zijn voorneemen „bleef, dan positief daartegen te protes„ =teeren. „ Dog eer het zo verre quam, sprak hij er zelfs van, en zeijde:" Dat dewijl zijn „chiap nog niet klaar was, en hij, wiste „ dat ons schip spoedig vertrekken moeste, „hij het zelve ook niet ophouden wilde, „ maar sanderen dags ordre zoude geven„ „dat onze goederen volgens ouder gewoon„ „=te gechiapt wierden; dog dat in den „aanstaande zoo dra zijn chiap gereed „ was, onze Goederen zo wel daarmede ge„ „chiapt zoude moeten werden, als die van „ andere Kooplieden, en dat men hem in „dit geval niet moeste aanmerken als „een dienaar van de Engelsche Comp:e, „ maar van den Mogol, in wiens Land. den. „ „ Bijlaag N„o 8 A„o 1766. Den 29„e December „land de Nederlandsche Comp:e deeze Di„ „rectie had, en weshalven zij zig ook aan „de door hem te makene wetten onderwerpe „moeste. Ik zond ten eersten weder een In„ „lands Bediende bij hem, en liet hem wee„ „ten: Dat terwijl hij tog van zijn voor„ „nemen afzag, hij dan niet tot sande„ „ren dags wagten, maar liever terstond ordre geven mogte, dat onze Goederen gechiapt wierden, alzo het schip on„ „mogelijk langer wagten konde. En dit is ook geschied: De Patria„ se Retouren zijn dien zelfden Dag nog vertholt en volgens ouder gewoonte ge„ „chiapt, alleen door Inlandsche Be„ „diendens, zonder dat Farischan of de Engelsche Tholman Mr. Holseij daarbij present is geweest. Den 30„' December ging de stads Gouverneur bij M:r Price, en bleef enigen tijd met hem in gesprek. Men zeijde mij, dat tusschen bijden over het chiappen hooge. 581 Bijlaag N„o 8. A„o 1766. Den 30„' December hooge woorden geresen waren, en dat de Gou„ „verneur absolute gewijgert hadde, daartoe zijne toestemming te geven; zomede: Dat de Gouver„ neur voor eerst ook van de hand gewezen had„ „de, het nader Voorstel van M„r Price om mij eenige moeijelijkheeden aan te doen, de„ „welke hierin zouden bestaan: " Dat men „ mij zoude zoeken te dwingen, binnen de „stad in de Logie te gaan wonen; of an„ „=ders, dat men de Particuliere Goederen, „ met onze scheepen aangebragt en ver„ „voert werdende zoude doen verthollen „ op dien voet, zoo als voor het Iaar 1744 „gebruijkelijk is geweest; En dat men „ ook Thol zoude eijsschen, niet alleen van „de Equipagie en Geschenk Goederen, maar „ook van alle Dranken, Provisien en Lijfs¬ „= behoeftens, waarvan tot heeden toe „ nooit Thol is betaalt geworden. Nogthans op dit berigt niet volkomen staat kunnende maken, zo vermeende ik mogelijk iets zekerders te zullen hooren van den Gouverneur zelfs. En ik liet hem daarom Bijlaag N„o 8. A„o 1766. Den 30„' December daarom Den 31„e December vragen, wat er 's dags bevorens tusschen hem en M„r Price voorgevallen was. Maar ook deeze wilde niet uijtkomen. Hij zeijde eenelijk: Dat hij op alle voorstellen van „ M„r Price een goed antwoord hadde ge„ „=geeven; maar dat als die zomtijds over „ het chiappen naar Bombaij mogte „schrijven, ik zulx ook moeste doen. Egter heb ik dit laatste ongemerkt voorbij laten gaan, alzoo ik van gevoelen ben„ dat zoo lange ik de zaken hier met het Engelsch opperhoofd afmaken kan, ik mij dan in 't geheel aan het ministerium van Bombaij, niet addresseeren moet. A„o 1767. Den 8„e Januarij. , zijn ook Goederen volgens ouder gewoonte verthold en gechiapt, die met het Tweede schip Kievitsheuvel verzonden moesten werden, alleen door Inlandsche Bediendens, en zonder dat er iets van 't Engelsch gesproken wierd. Dog Den 20„' Ianuarij kreeg ik zekere tijding, dat de Heeren Engelschen het chiap met het Ceijffer van hunne.
English
582 Appendix No. 8. Anno 1767. The 20th of January had their Company's destroyed, and had another made in its place, with which the goods were now to be stamped. At the same time, I was informed that the city Governor himself had ordered this stamp to be engraved with Persian letters, and identical in every respect to his own, except that there was one word less on it, and that it was octagonal instead of square. And since the Governor's Master of Requests happened to visit me that evening, I asked him for further information regarding this matter. He said that he knew nothing of it at all, but that he had indeed heard that very morning that Farischan, through a personal servant, had asked the Governor whether it was true that he had permitted the English to stamp the goods jointly with him, and that the Governor had replied that he had given no permission, and never would give it either. However, the outcome has shown that Anno 1767. The 20th of January Appendix No. 8. that either the Master of Requests told me an untruth, or the Governor must have deceived Farischan. For on The 25th of January I received confirmed news that the day before, various goods had been stamped with the stamp of the English as well as with that of the city Governor, not only belonging to natives and Portuguese, but also, so it was said, to the French Chief. Thereupon, on The 26th of January, I sent to the city Governor and had the impropriety of his fickle conduct, and the evil consequences detrimental to his own honor contained therein, placed before him in emphatic terms. But having obtained no other answer from him than that he had prevented the English from placing their own stamp on the goods, but that he had permitted them to use that of the King, I could well imagine that my turn would soon come again. 503 Appendix No. 8 Anno 1767. The 26th of January And having therefore instructed the brokers how they should conduct themselves during the clearing through customs of the goods for the third ship, De Vrouwe Geertruijda, which in the meantime had been prepared and brought into the tent; so they sent on The 27th of January a note thereof, according to custom, to the city Governor and Farischan. The latter also informed the English customs officer Mr. Holseij that he might come and attend the clearing. But he, instead of doing so, summoned the court-messenger of the brokers to him and asked him why he did not bring a note of the goods that had to be cleared through customs to him, just as well as to the city Governor and Farischan. And when the latter excused himself by saying that he had no orders to that effect, and that according to ancient custom only one note was always presented to the city Governor, who, having signed it, then sent it to Farischan, he Anno 1767. The 27th of January Appendix No. 8 ordered him not only to bring that note to him first in the future, but he also had that same message delivered to me by a native servant, requesting at the same time to give orders henceforth that it should be done in that manner, as he would otherwise not be held responsible for the slow progress of the work, about which I had already complained so often. To this I gave only this reply: that I thanked him for his good goodwill. But finding in this message, or rather the desire of Mr. Holseij, something that resembled a certain superiority over the city Governor, to which I could not give my consent without apprehension of detrimental consequences, I immediately sent my court-messenger to Mr. Price, and had him informed of what Mr. Holseij had made known to me. His first answer briefly consisted of this: that it was good because the city Governor 584 Appendix No. 8. Anno 1767. The 27th of January: Governor desired it in that manner. But having reflected a little, he said further: that he would first speak with Mr. Holseij and investigate the matter, and that the court-messenger should return the next day at 11 o'clock to hear the definitive answer. The 28th of January, in the morning, the brokers having been summoned to the Durbar, the city government, the Governor spoke with them about the stamping of the goods, and finally added to this: that they should no longer trouble him at all regarding that matter, as they knew as well as he did how matters actually stood with it. Shortly thereafter, the son of Farischan arrived in the tent with a native writer of Mr. Holseij to clear the goods through customs. But when they wanted to place two stamps upon them, the brokers refused to permit this. Thus, they had to depart again with their business unaccomplished, Appendix No. 8. Anno 1767. The 28th of January and the goods likewise remained lying unstamped. Toward noon, the court-messenger having presented himself to Mr. Price, then received from him the following answer: that the message from Mr. Holseij was either misunderstood, or at least should not be taken in the manner in which I had understood it, but that it was certain that the goods had to be stamped with two stamps, as the city Governor absolutely demanded it, and I was obliged to submit to his pleasure; that he advised me not to oppose it, since this could have many bad consequences; and that for the rest, the matter did not concern him, but that I should address myself in that regard to the city Governor. Hereupon, in the evening, I sent the brokers to the Governor to make known to him
Dutch transcription
582 Bijlaag N:o 8. A„o 1767. Den 20:' Ianuarij hunne Comp: hadden vernietigen, en een ander in dies plaatze maken laten, waarmede de Goederen nu gechiapt stonden te werden. Teffens onderregte men mij, dat de stads Gou„ „verneur zelfs dit chiap hadde snijden la„ ten met Persiaanse Letters, en in alles gelijk aan dat van hem, excepto, dat hierop een woordje minder stond, en dat het zelve in steede van Vierkant Agtkantig was. En dewijl dien avond juijst de Requestmees„ „ter van den Gouverneur bij mij kwam, zo vroeg ik van hem dien aangaande nade„ „re onderregting. Hij zeijde, daarvan in 't geheel niet te weeten, maar wel, dien zelf„ „den morgen gehoort te hebben. Dat „ Farischan door een Lijfdienaar den „Gouverneur hadde laten vragen, of het „ waar was, dat hij aan de Engelschen „ toegestaan hadde, de Goederen met hem „ te gelijk te chiappen, en dat de Gouverneur „geantwoord hadde, dat hij geene permissie „gegeeven hadde, en die ook nooit geven „ zoude. „ Egter heeft de uijtkomst getoont, dat van no A„o 1767. Den 20„' Ianuarij Bijlaag N„o 8. dat of de Requestmeester mij onwaarhijd ver„ teld of de Gouverneur Farischan mislijdt moet hebben. Want op Den 25„e Ianuarij kreeg ik verzekerde narigt, dat 's dags bevorens, zo wel met het chiap van de En„ „gelschen, als met dat van den stads Gou„ „verneur verschijde Goederen gechiapt waaren, niet alleen van Inlanders, en Portugeesen, maar ook zo men zijde, van 't Fransche Opperhoofd. Hierop zond ik Den 26: Januarij bij den stads Gouverneur, en liet hem in nadrukkelijke termen voor ogen houden, de onbetamelijkhijd van zijn ver„ „anderlijk gedrag, en de quaade gevolgen, die tot nadeel van zijn Eijgene Eere daarin opgesloten lagen. Dog van hem geen ander antwoord erlangt hebbende, dan. " Dat hij de Engelschen belet had: de hun eijgen chiap op de Goederen te „zetten, maar dat hij toegestaan had„ „=de, dat zij dat van den Koning ge„ „-bruijken mogten:" zo konde ik nu wel =denken, dat het weder mijn beurt zoude werden. 503 Bijlaag N„o 8 A„o 1767. Den 26„' Ianuarij werden. En daarom de Makelaars onderregt hebbende, hoe zij zig gedragen moesten bij 't verthollen der Goederen voor het Derde Schip De Vrouwe Geertruijda, die ondertusschen klaar geraakt en in de Thent gebragt wa„ „ren; zo zonder deeze Den 27„' Ianuarij Eene Notitie daarvan volgens ge„ „woonte aan den stads Gouverneur en Fa„ „rischan. De laatste liet ook den Engelschen Tholman M:r Holseij weeten, dat hij komen, en de vertholling bijwoonen mogte. Dog deeze in steede van dat, ontbood den Hof„ „ganger van de Makelaars bij zig, en vroeg hem, waarom hij niet zo wel bij hem eene Notitie bragte van de Goederen, die vertholt moesten werden, als bij den stads Gouver„ „neur en Farischan. En wanneer dee„ „ze zig ontschuldigte met te zeggen/: Daar„ „=toe geene ordre te hebben, en dat ook vol„ „gens ouder gewoonte maar althoos Eene „Notitie aan den stads Gouverneur gepre„ „=senteerd wierde, die dezelve getekend heb„ „=bende, dan aan Farischan zond. " Zo gelastede A:o 1767. Den 27:e Januarij Bijlaag N„o 8 gelastede hij hem niet alleen, die Notitie in den aanstaande eerst bij hem te brengen, maar hij liet mij ook door een Inlandsche Bedien„ „de die zelfde boodschap doen, en teffens ver„ „zoeken; „ Voortaan ordre te willen stellen, „ dat het in dier voegen geschiede, alzo hij „ anders niet aansprekelijk wilde zijn we„ „=gens den tragen voortgang van 't werk„ „waarover ik al zo dikwils geklaagt had„ „=de. " Ik gaf hierop eenelijk tot antwoord: „ Dat ik hem bedankte voor zijne goede „ genegenthijd. " Dog in deeze boodschap, of eijgentlijk de begeerte van R:r: Holseij weder iets vindende, dat na eenige su„ perioritijt boven den Stads Gouverneur geleek, waaraan ik mijne toestemming zonder bedugting voor nadelige gevolgen niet geven konde, zoo zond ik ten eersten mijnen Hofganger naar R:r Price, en liet hem kennis geven van het geen M:r Holseij mij hadde weten laten zijn eerste antwoord bestond in 't kort hierin: „ Dat het goed was om dat de Stads Gouverneur; 584 Bijlaag N„o 8. A:o 1767. Den 27„e Januarij: „Gouverneur het in diervoegen begeerde. " Dog zig een wijnig bedagt hebbende, zeijde hij na„ „der: „ Dat hij eerst met m:r Holscij spreeken „en die zaak onderzoeken zoude, en dat de „ Hofganger 's anderen dags 11 uur wederom „komen moeste, om het postief antwoord „ te hooren. „ Den 28: Januarij, Des morgens De Makelaars in den Derbhaar /: Het stads Gouvernement:/ ont„ „booden zijnde, sprak de Gouverneur met hen over het chiappen der Goederen, en voeg„ „de op het laatste daarbij: „ Dat ze konn „hem wegens die zaak in 't geheel niet „ meer lastig moesten vallen, alzo zij wel „wisten als hij, hoe 't eijgentlijk daarmede „gelegen was. Kort naderhand quam de zoon van Farischan met een Inlands schrijver van M:r. Holseij in de Thent, om de Goe„ „deren te verthollen. Dog wanneer zij Twee Chiappen daarop wilden zetten, weijger„ „den de Makelaars zulx toe te staan. Dus zij onverrigter zaake weder vertrekken moesten. Bijlaag N:o 8. A„o 1767. Den 28„'n Ianuarij moesten, en de goederen ook ongechiapt bleeven leggen. Tegens den middag, de Hofganger zig vervoegt hebbende bij R:r Price, kreeg als toen van hem het volgende antwoord: Dat „de boodschap van M:r Holscij of qua„ „=lijk verstaan was, of ten minsten in „diervoegen niet begreepen moeste wer„ „=den, zo als ik ze begrepen hadde, maar „dat het zeeker was, dat de Goederen met „ Twee Chiappen gechiapt moesten wer„ „den, alzo de stads Gouverneur het „absolute begeerde, en ik verpligt was „ mij aan dies welbehagen te onderwer„ „=pen; Dat hij mij liet raaden, van mij „ niet daar tegen te stellen, vermids zulx „ van veel quade gevolgen zoude kun„ „=nen zijn; En dat hem die zaak voor „ 't overige niet aanging, maar dat „ ik mij ten dien opzigte aan den stads „Gouverneur addresseeren moeste.„ Hierop zond ik des avonds de Ma„ „=kelaars bij den Gouverneur, om hem bekent
English
585 Appendix No. 8 Anno 1767. The 28th of January to make known what Mr. Price had said, and at the same time to inquire: whether the second chop was the King's or English. Yet scarcely had they departed from me, when Wellie Ulla, a fellow Regent and confidant of the Governor, came to bring me a message: That his master, by order of Mr. Price, sent him to me to ask me positively whether I would consent to two chops being placed on the goods, or not, and that he was likewise instructed to go directly with my answer to Mr. Price. I said to him: That the goods lay in the tent, and if the English absolutely wished to place their chop upon them, that they could do so, but that I would never give my consent thereto, and that I could not understand what reason the Governor might have to part so easily with a prerogative that belonged to him alone, and was the only external mark of dignity Anno 1767. The 28th of January Appendix No. 8 that had remained to him until now, as he had to be firmly assured that the English, having now provisionally made themselves master of the chop, would not fail soon also to take the tolls and the entire government of the city completely unto themselves, and thus leave him sitting in the Durbar, without revenues, without authority, and consequently also without honor. Meanwhile the brokers had returned. And having brought me this short reply from the Governor: That two chops had to be used, as it was a matter which he and Mr. Price had so decided; I also remarked upon this: How improper it was for a Chief Regent to be so changeable in his words and conduct, as I had been obliged to experience to my utter astonishment for some time past, and 586 Appendix No. 8. Anno 1767. The 28th of January that from this alone it was sufficiently evident how unjust the matter was to which they sought to extort my consent, since Mr. Price as little as the Governor knew to what motives they should ascribe the cause of their intention. Wellie Ulla listened to everything with the greatest attention, and declared at the end that he could not bring forward a single word against it: He also assured that he would not go directly to Mr. Price now, but first give an account of everything to his Master, at which point he did not doubt that he would likewise change his concept. Requesting to that end once again that the brokers might be sent into the Durbar the following day. Accordingly, they went thither on the 29th of January. And having met the aforesaid Wellie Anno 1767. The 29th of January Appendix No. 8 Ulla at the gate, he brought them first to Saffriachan, and subsequently together with him to the Governor. The latter let them sit for a little while, and sent his confidants to Mr. Price. I am also very well informed from good authority that they placed his unjust conduct before his eyes in the most emphatic terms, and earnestly requested him to desist from it. But that their arguments nevertheless found little acceptance has become evident. For upon their return the Governor called the brokers, and ordered them to tell me: That he had granted permission to the English, as Tankedhaar, head of the sea armada, to also place a chop on the goods for their security; and that if I did not want this to happen, I could leave the goods unchopped, but that I would nevertheless have to pay the full toll thereon. Thus 587 Appendix No. 8. Anno 1767. The 29th of January Thus now seeing all my hope frustrated, which I had still more or less placed upon the assistance of the City Regents, and not being able to flatter myself with carrying out much good through the messages of subordinates, I went in person on the 30th of January in the evening to pay a quiet visit to Mr. Price, and represented to him in the most concise manner: How unfair it was that he wished to commit an act that placed him in authority, if not above, then at least equal to the City Governor, whereas he had nevertheless always declared that he had no power to meddle with city affairs, much less to order the Governor anything; I brought to his mind how little it would redound to his honor among the sensible world if I should at some time be compelled to take up the pen and demonstrate the changeability of his conduct, as well as the groundlessness of his pretenses, Appendix No. 8 Anno 1767. The 30th of January pretenses in that the chop had been, first with the mark or cipher of the English Company, later differing only in external form and a single word from that of the City Governor; and now for the third time, as I had been assured, completely identical to the same in all respects; likewise: That he had first said: That the chopping of the goods happened with respect to us only pro forma and so as not to give an eye to the natives; furthermore, That it was an order from Bombay, to which the City Governor had given permission; and now again: That the City Governor solely and exclusively wished to have it so; whereas this latter had initially declared fully and frankly that he had given no permission, and would never give it; and although he was now obliged through coercion to say otherwise, that he had nevertheless finally declared, not that he absolutely wished to have it
Dutch transcription
585 Bijlaag N„o 8 A„o 1767. Den 28:' Ianuarij bekent te maken wat Mr Price gezegt had„ „de en teffens af te vragen: of het Tweede chiap Konings of Engelsch was Dog nauwlijx waren zij van mij afge„ „gaan, of Wellie rilla, een mede Regent en vertrouweling van den Gouverneur quam mij boodschappen: Dat zijn Meester hem, „op ordre van M:r Price, bij mij zond, om „ mij positief af te vragen, of ik toestaan „ wilde dat op de Goederen Twee Chiappen „gezet wierden, of niet, en dat hij teffens ge„ „=last was, met mijn antwoord direct „ naar M:r Price te gaan. „ Ik zeijde te„ gens hem. „ Dat de Goederen in de Thent „lagen, en als de Engelschen absolute hun „chiap daarop wilden zetten, dat zij „'t doen konden, maar dat ik mijne toe„ „=stemming nooit daartoe geven zoude, „en dat ik o riet begrijpen konde, wat „reeden de Gouverneur hebben mogte, „om zoo gemakkelijk af te stappen van een „Voorregt, dat hem alleen toequam, en „het eenigste uijterlijke teeken van waar¬ dighijd A„o 1767. Den 28:' Ianuarij Bijlaag N„o 8 „-dighijd, dat hem tot nog toe overgebleven „was, alzo hij vast verzeekert moeste „zijn, dat de Engelschen zig nu bij pro„ visie van het chiap meester gemaakt „hebbende, niet nalaten zoude, ook „ binnen korten de Thollen en de gant„ =sche Regeering van de Stad in 't ge„ „=heel na zig te neemen, en hem dus in „den Derbhaar te laten zitten, zonder „ Inkomsten, zonder gezag en bij gevolg „ ook zonder Eere. Ondertusschen waren de Rakelaars weder te rug gekomen. En mij van den Gouverneur dit kort beschijt gebragt hebbende:" Dat er Twee chiappen ge„ bruijkt moesten werden, alzoo het eene „zaak was, die hij en R:r Price zoda„ „=nig beslooten hadden; zoo merkte ik ook hierop aan: Hoe onbetamelijk „het was voor een Hoofd-Regent, in „zijne woorden en gedrag zoo veran„ „anderlijk te zijn, als ik tsedert eenigen „ tijd herwaards tot mijne uijterste ver„ „.wondering ƒ 586 Bijlaag N„o 8. A„o 1767. Den 28:' Januarij „=wondering hadde ondervinden moeten, en „dat daaruijt alleen genoegzaam bleek, hoe „onregtvaerdig de zaak was, welker toe„ „=stemming men mij zogte af te dwingen, „alzoo M:r Price zo min als de Gouverneur „wisten, aan welke beweegredenen, zij de oorzaak van hun voornemen toeschrijf¬ „-ven zouden. Wellie ulla hoorde alles met de groots„ „=te oplettendhijd aan, en betuijgde op 't laats„ „te geen enkeld woord daar tegen te kunnen „ inbrengen: Ook verzekerde hij, nu niet „direct naar M„r Price te zullen gaan, maar eerst aan zijnen Meester van alles „ verslag te doen, als wanneer hij niet twijf„ „felde of die zoude insgelijx van Concept „veranderen. Verzoekende ten dien eijnde „nogeons, dat de Makelaars des anderen dags ^ in den Derbhaar gezonden mogten wer¬ „den. Dienvolgende vervoegden dezelve zig Den 29„' Januarij derwaards. En voornoemden Wellie. ook A:o 1767. Den 29„' Januarij Bijlaag N„o 8 Wellie Ulla aan de Poort ontmoet hebbende, bragte die haar eerst bij Saffriachan, en vervolgens met dien te zamen naar den Gouverneur. Deeze liet haar een wijnig zitten, en zond zijne Vertrouwelingen naar M„r Price Ik ben ook van goeder hand zeer wel onderregt, dat zij hem in de nadrukkelijkste termen zijn onregt¬ „vaerdig gedoente voor Oogen gehouden, en hem ernstig verzogt hebben, daarvan af te willen zien. Maar dat hunne redenen egter weijnig ingang gevonden hebben, is gebleeken. Want op hunne te rugkomst riep de Gouverneur de Makelaars, en ge„ „lastede haar mij te zeggen: " Dat hij „aan de Engelschen als Tan kedhaar /:Hoofd „ van de Zee-Armade:/ toegestaan hadde, „ tot hunne securitijt ook een Chiap op „de Goederen te mogen zetten; En dat „ als ik niet hebben wilde, dat zulx ge„ „=schiede, ik de Goederen ongechiapt kon„ „=de laten leggen; maar dat ik egter de „volle Thol daarvan zoude moeten betalen Dus. 587 Bijlaag N„o 8. A„o 1767. Den 29„e Ianuarij Dus nu alle mijne hope verijdelt ziende, die ik nog min of meer op den bijstand van de Stads Regenten gesteld hadde, en mij ook niet kunnende flatteeren door boodschappen van mindere veel goeds te zullen uijtvoeren, zo ging ik Den 30„e Januarij des avonds zelfs in stilte bij M„r Pri„ „ce eene visite afleggen, en stelde hem op de bondigste wijze voor oogen: „ Hoe onbil„ „lijk het was dat hij eene daat wilde plee„ „=gen, die hem in gezag zo niet boven, „ten minsten met den Stads Gouverneur „gelijk stelde, daar hij nogthans altoos „verklaard hadde, geene magt te hebben, „ zig met stads zaaken te bemoeijen, veel „min den Gouverneur iets te kunnen or„ „=donneeren; voerde ik hem te gemoed „hoe wijnig het bij de verstandige waereld „ter zijner Eere zoude strekken, wanneer „ ik zomtijds genoodzaakt mogte weezen, „de penne op te vatten, en aan te tonen, „de veranderlijkhijd van zijn gedoente, „zowel als de ongegrondhijd van zijn Voorgeeven Bijlaag N„o 8 A„o 1767. Den 30„e Ianuarij „ Voorgeeven, daarin, dat het Chiap geweest „ was, eerst met het merk of Ceijffer van de En„ „=gelsche Comp:e, naderhand alleen in de uij„ „terlijke gedaante en een enkeld woord ver„ „-schillende met dat van den Stads Gou„ verneur; En nu voor de derde keer, zo „als men mij verzekert hadde, met het zelve in alles gelijk; zomeede:" Dat „hij eerst gezegt hadde; Dat het chiappen „der Goederen geschiede, ten onzen opzigte al„ „=leen pro forma en om de Inlanders geen „Oog te geeven; Ieffens, Dat het eene ordre „was van Bombaij, waartoe de stads „ Gouverneur permissie gegeeven hadde; „en nu weeder: Dat de Stads Gouver„ „=neur eenig en alleen het zodanig heb„ „=ben wilde; daar egter deeze laatste in't „eerst volmondig betuijgd hadde, dat hij „ geene permissie gegeeven hadde, en die „ook nooit geven zoude; en schoon hij nu „door dwang anders moeste zeggen, dat „hij egter voor 't laatste nog verklaart „ hadde, niet dat hij 't absolute hebben wilde
English
588 Appendix No. 8. Anno 1767. The 30th of January wished, but that it was a matter which he and Mr. Price had decided as such! Requesting therefore very politely that he would abandon his intention, and would cause me no further trouble concerning this. He declared that he was extremely surprised how I could oppose myself so vigorously against a matter which in itself was completely indifferent and, above all, could not tend to any disadvantage of the Dutch Company. I said: that I saw the most detrimental consequences enclosed therein, and that on that account I could not possibly give my consent thereto; but if it seemed so indifferent to him, why then did he remain so firm on his point! He answered: that it was an order from the City Governor which absolutely had to be obeyed, and that I was obliged to obey it, as well as he. I asked him: whether the English Gentlemen had always been so accommodating, Anno 1767. The 30th of January Appendix No. 8. accommodating with respect to the City Governor? And if so, as he wished to maintain, how it came about then, that in earlier days they had waged war against him and had even taken possession of the Castle! He sought upon this to make all kinds of evasions; but being able to gain nothing thereby, as they were all very easily refuted by me, he at last let slip: that my resistance consisted of mere stubbornness, as all other merchants, Europeans as well as Natives, had not opposed the chapping, and that if I further opposed it, and left the Goods lying unchapped, he would then not only protest against me, but also write to Batavia, and would cause me to have to pay all damages. I laughed at the silliness of this threat, saying: 589 Appendix No. 8 Anno 1767. The 30th of January that his Protest would be very agreeable to me; holding myself assured that in such a case he would not be able to escape the mockery of his own Nation, when one took into consideration that he was protesting against me solely because I would not willingly consent that the Privileges of the Dutch Company were violated. Yet, being able to gain as little thereby as with all my other Representations, because he remained immovable in insisting that he had orders to have the Goods chapped, and that it consequently absolutely would and must happen; I therefore took my refuge in another expedient, and proposed to him: that since he firmly assured having positive orders, and I not; and on that account we could not possibly agree, but would always work against one another, whether it would not then be best to take a middle course in this respect, consisting of this: that just as he repeatedly reserved the right to himself to write to Bombay and ask for orders before he gave a final answer on matters of importance which he dared not take upon his own Account, he might grant me that same freedom, and leave the chapping of the goods on the old footing, until such time as I had likewise written to Batavia concerning this and had received orders; at the same time adding thereto: that I did not believe that he could reject this equitable proposition without exposing himself to the displeasure of the Bombay Ministry; since it was the only means to settle the matter amicably. And this seemed at last to find some acceptance, for having considered a little, he said: that this might possibly happen, provided he spoke with his Council Members about it. I 590 Appendix No. 8. Anno 1767. The 30th of January I added to him: that if he wished to bring my proposition into the Meeting, I then protested having made it in person, but that I would then send Two Commissioners to him the next day expressly for that purpose. But he declared: that he would by no means consider my Private Visit in such a manner, but would make that Proposal as if from himself, and let me know the answer. I asked at the end: whether that would be done through Commissioners, or rather in Private! He said: In private, in order to make so much less fuss. And whereupon I took my leave of him, and returned home. On the 31st of January in the morning, the Court-attendant having brought to Mr. Price, at his Request, A Note of the Goods that had to be cleared through customs, he asked which were the Company's and which were Private. I, observing this as a consequence of that Appendix No. 8 Anno 1767. The 31st of January which is noted down above under Date the 30th of December, let him know: that except for a few consignment goods everything was the Company's, and even if it were otherwise, that this did not concern him, as no more Duty was paid on the one than on the other, and our Firmans also made no distinction between private and the Company's, but were granted in General in the name of the Dutch. And he, having heard this, spoke no further of it. But in the afternoon a Body-servant of his came to bring me the message: that I might send Two Commissioners to him at once. I had him asked: how I could do that, while his intention was unknown to me, and on that account I did not know what I should instruct them. He gave as an answer: that they had no message to deliver. I again let him know: that it then also
Dutch transcription
588 Bijlaag N„o 8. A„o 1767. Den 30„' Ianuarij „wilde, maar dat het eene zaak was, die hij en „ M:r Price zodanig beslooten hadden! Verzoekende derhalven zeer vriendelijk. „Dat hij van zijn voornemen afzien, en „ mij dien aangaande geene verdere moeij„ „-te aandoen wilde. „ Hij betuijgde. a Ten „ uijtersten verwondert te zijn, hoe ik mij „zoo kragtig konde stellen tegens eene zaak, „die in zig zelven gantsch onverschillig „was, en voor al de Nederlandsche Comp: „ tot geen nadeel konde strekken. Ik zeijde: „ Dat ik er de allernadeligste gevolgen in „ opgesloten zag, en dat ik uijt dien hoof„ „=de onmogelijk mijne toestemming daar„ „-toe konde geeven; maar bij aldien het „hem zo onverschillig voorkwam, waar„ „=om hij dan zo sterk op zijn stuk bleef „staan ! Hij antwoordte: Dat het eene „ordre was van den Stads Gouverneur „die absolute moeste opgevolgt werden, „en dat ik verpligt was, dezelve te gehoor„ „=zamen, zowel als hij. Ik vroeg hem: „of de Heeren Engelschen althoos zoo in„ „schikkelijke, A„o 1767. Den 30:' Ianuarij Bijlaag N„o 8. schikkelijk ten opzigte van den stads „ Gouverneur geweest waaren? en zo Ia: „gelijk hij wilde staande houden, hoe 't „dan quam, dat ze in vroegere dagen „tegens hem geoorlogd en zelfs het Cas„ „-veel in bezitting genomen hadden! Hij zogte hierop allerhande uijtvlugten te ma¬ „ken; dog daarmede niets kunnende win„ „nen, alzo die alle zeer gemakkelijk door mij wederlegd wierden, zo liet hij, zig op 't laatste ontvallen: Dat mijn tegen„ „=stand maar in een enkelde eijgenzin„ „nighijd bestond, alzo alle andere koop„ „=lieden, Europiers zo wel als Inlanders, „zig tegens het chiappen niet geoppo„ „=neert hadden, en dat als ik mij ver„ „=der daartegen stelde, en de Goederen „ongechiapt liet leggen, hij dan niet „alleen tegens mij protesteeren, maar „ ook naar Batavia schrijven, en „maaken zoude dat ik alle schaade „betaalen moeste. " Ik lagte over de onnoselhijd van dit drijgement, zeg„ „gende O 589 Bijlaag N„o 8 A„o 1767. Den 30 Ianuarij „gende: „ Dat zijn Protest mij zeer aangenaam „zoude zijn; mij verzekerd houdende, dat „ hij in zulken gevalle de bespotting van zij„ „=ne eijgene Natie niet zoude kunnen ont„ „-gaan, wanneer men in aanmerking „nam, dat hij tegens mij protesteerde, al„ „=leen om dat ik niet goedwillig toestaan „ wilde, dat de Voorregten van de Neder„ „=landsche Comp. e geschonden wierden. Dog egter zo min daarmede als met alle mijne andere Vertoogen iets kunnen„ „de winnen, doordien hij onverzettelijk daarop staan bleef, dat hij ordre hadde de Goederen te laaten chiappen, en dat het bijgevolg absolute geschieden zoude en moeste; zo nam ik tot een ander middel mijne toevlugt, en stelde hem voor: Dat „dewijl hij vast verzekerde positive ordre „ te hebben, en ik niet; en wij uijt dien hoof„ „=de onmogelijk overeen komen konden, „maar althoos tegens elkander aanwer„ „-ken zouden, of het dan niet best was, „ ten dien opzigte een middelweg in te slaan op e „ A„o 1767. Den 30„e Ianuarij Bijsdag N„o 8 „slaan, hierin bestaande; Dat zo als hij „telkens aan zig behield, naar Bombaij „ te schrijven en ordre te vragen, eer hij fi„ „=naal antwoord gaf op zaaken van aan„ „=gelegenthijd, die hij niet voor zijne „Rekening durfde neemen, hij aan mij „die zelfde vrijhijd vergunnen, en het „chiappen der goederen op den ouden voet laten mogte, tot zo lang ik daar„ „=over insgelijx naar Batavia geschre„ „=ven en ordre gekregen hadde; " Teffens daar bij voegende: „ Dat ik niet geloof„ „=de dat hij deze billijke propositie van „de hand zoude kunnen wijzen, zonder „zig zelfs aan 't misnoegen van 't Bom„ „=baijs Ministerium bloot te stellen; ver„ „=mits het 't eenigste middel was, om „de zaak in der minne af te doen. En dit scheen eijndelijk eenigen ingang te vinden. want zig een wijnig bedagt hebbende, zo zeijde hij: Dat dit moge„ „=lijk geschieden konde, mits hij daar„ „=over met zijne Raads Leeden Sprak. Ik. 590 Bijlaag N„o 8. A„o 1767 Den 30:' Ianuarij Ik voegde hem toe: 4 Dat als hij mijne propo„ „=sitie in de Vergadering wilde brengen, „ik dan protesteerde die in perzoon gedaan „te hebben, maar dat ik dan 's anderen „dags expres ten dien eijnde Twee Gecommit„ „=teerdens bij hem zouden zenden. Dog hij betuijgde:/ Mijne Particuliere Visite „geenzinds in diervoegen te zullen aan„ „=merken, maar dat Voorstel als uijt „zig zelven te doen zullen, en mij antwoord „te laten weeten, " Ik vroeg op het laatste: „ of zulx geschieden zoude door Gecommit„ „teerdens, dan wel in 't Particulier!"Hij zeijde. In 't particulier, om zo veel min„ „-der omstandigheeden te maken. " En waarmede ik van hem afschijd nam, en naar huijs keerde. Den 31„' Ianuarij des morgens, de Hofganger aan M:r: Price, op zijn Verzoek Eene Notitie gebragt hebbende, van de Goederen die vertholt moesten werden, zo vroeg hij, welke Comp:s en welke Particulier waren. Ik dit als een gevolg aanmerkende van het aij „ e i ns loo „ ver„ g K. Bijlaag N„o 8 A„o 1767. Den 31„e Ianuarij het geen voorwaards onder Dato 30:' Decem„ „ber aangetekent staat, liet hem weeten: „ Dat behalven eenige wijnige bestel-Goe„ „=deren alles Comp:s was, en schoon het „anders zijn mogte, dat hem zulx niet „raakte, alzo van 't eene niet meer Thol „betaald wierde, als van 't andere, en „ onze Firmans ook tusschen particu„ „=lier en comp:s geen onderschijd maakten, „maar in 't Generaal op de naam van „de Hollanders verleent waren. " En hij dit aangehoort hebbende, sprak daar niet verder van. Maar des middags quam mij een Lijf„ „dienaar van hem boodschappen: Dat ik „ten Eersten Twee Gecommitteerdens bij „hem zenden mogte. „ Ik liet hem vragen: „ Hoe ik dat doen konde, terwijl zijne in„ =-tentie mij onbekent was, en ik uijt dien „hoofde niet wiste wat ik haar gelasten „moeste. " Hij gaf tot antwoord: Dat „zij geene boodschap te doen hadden. Ikliet hem weder weeten: „ Dat het dan ook
English
591 Appendix No. 8. Anno 1767. The 31st January it would also be improper to send deputies. But the servant, returning again for the third time, said: That his Master kindly requested of me merely to send deputies, as they had nothing to do other than solely to hear the resolution that had been taken by him and his Council members. And then I refused it outright, saying: That it seemed as if Mr. Price wished to treat me as a Sovereign is accustomed to do with her subjects, whom she has summoned to hear her pleasure; but that matters had not yet advanced so far, and that if he had a resolution of his Assembly to make known to me, he could do so by means of deputies, according to the old custom, from which I did not intend to depart. In the evening at 6 o'clock there appeared also two English Council members, but had no other message than this; That Anno 1767. The 31st January Appendix No. 8 That if I had anything to propose, I might do so in writing. I expressed my surprise thereat, as being entirely contrary to what Mr. Price had told me the previous evening. And having thereby gotten into discourse with him, one Mr. Stratton, among other things, let slip: That since the English, as possessors of the Castle, drew one third of the customs duties, they had deemed it necessary for their security, in addition to the chop of the City Governor, to also place their chop on the goods that were to be cleared through customs; but that I alone refused to allow this, whereas the French, Portuguese, and natives had nothing against it; and that it was indeed true that the City Governor had initially also opposed it, but that, being now better informed, he had likewise permitted it. This occurred in the presence of 592 Appendix No. 8. Anno 1767. The 31st January the Council members, the Fiscal van Harn and Secretary Huijsinga, expressly summoned to my presence for that purpose. And having subsequently sent the English deputies back again with this answer: That I would write if I deemed it necessary; I indeed accordingly prepared a short letter, wherein I briefly declared: That I could not possibly permit that upon the goods of the Dutch Company, in addition to the chop of the City Governor, an English chop should also be placed; and that for this reason I requested that, to avoid all unnecessary disputes, this matter might be left on the old footing until Batavia had been written to on the subject and an answer obtained. This short letter, addressed to Mr. Price and his Council, was on the following day, or The 1st February, reviewed in our Assembly, approved, and in the evening delivered by two Council members, Anno 1767. The 1st February so that I had expected a proper answer thereto immediately. But not seeing the same follow, I had The 3rd February an application made therefor to Mr. Price through the court messenger. He declared that he would send it immediately, yet I did not receive it until The 4th February at noon, when two English Council members brought a letter, dated the day before, wherein Mr. Price and his Council declared: That they had expected to learn in the fullest terms the reasons why we would not permit the Mogul chop, according to the authorization obtained from the Nabob (City Governor), to also be placed upon our goods by their customs officer, just as it had already been placed upon all goods, not only of the native merchants, but also of the other European nations, ever since they had been invested with that authority; Appendix No. 8 But 593 5 Anno 1767. The 4th February Appendix No. 8 But since we declared that we had but little to dispatch with the ships presently lying in the roads, that they would therefore for the present not insist upon their point; but that this, however, should serve as no precedent or consequence; and that they would meanwhile lay this matter before their superiors and await their final orders thereon. And this was everything I could claim for the present, indeed more than I could expect. For because the English gentlemen hold the superior power in hand, and for that reason do not easily give place to reason and equity, but seek to arrange and push through everything according to their own will and pleasure, I had to consider it a great fortune to have nevertheless brought it so far that they left me time not only to dispatch the present ships with peace of mind, but also to write to Batavia Anno 1767. The 4th February Appendix No. 8 and to request and await the pleasure of Their High Nobilities on this point. I therefore also did not delay a single moment in making use of this favorable opportunity. I gave orders to clear the goods for the third ship, De Vrouwe Geertruijda, through customs immediately. The same were also cleared through customs that very day and chopped according to old custom, without anyone, not even a clerk of the English, being present. And thus finally seeing myself for the present delivered from the trouble and difficulties that I have had to endure for some time past; I gladly leave the remainder concerning this deferred to the wiser judgment of Their High Nobilities, whose pleasure I shall look forward to with longing, not only regarding the special request made to that end in the last dispatched letter of the 30th January or rather
Dutch transcription
591 Bijlaag N„o 8. A„o 1767. Den 31:' Ianuarij „ook oneijgen zoude wezen Gecommitteerdens te „zenden. " Dog de Dienaar voor de Derde keer u wederom komende, zeijde: Dat zijn Rees„ „=ter mij vriendelijk verzoeken liet, om maar Gecommitteerdens te zenden, alzo zij niets „ te doen hadden, dan alleen aan te hooren, „ het Besluijt dat bij hem en zijne Raads Lee„ „=den genomen was. „ En toen wijgerde ik het volstrekt, zeggende: Dat het scheen „als of M:r Price mij tracteeren wilde, gelijk Eene Overhijd gewoon is, haare on„ ==derdanen te doen, die ze roepen laat, om „haar welbehagen aan te hooren; maar „dat de zaaken zo verre nog niet gevor„ „-dert waaren, en dat als hij mij een be„ „=sluijt van zijne Vergadering bekent te „maken hadde, hij zulx konde doen, door „middel van Gecommitteerdens, volgens „ 't oude gebruijk, waarvan ik niet voor„ „=mens was af te stappen. Des avonds om 6 uur verschenen ook Twee Engelsche Raads- Leeden, dog had„ „den gene andere boodschap dan deeze; „ Dat een n A„o 1767. Den 31:' Ianuarij Bijlaag N„o 8 „Dat als ik iets voor te dragen hadde, ik zulx „schriftelijk mogte doen. „ Ik betuijgde daarover mijne verwondering, als in het ge„ „heel strijdig met het geen M:r Price mij Sa„ vonds bevorens gezegt hadde. En daardoor met hem in discours geraakt zijnde, zo liet de Eene m:r Stratton zig onder anderen ont„ „vallen:„ Dat dewijl de Engelschen als Be„ „=zitters van 't Casteel Een Derde van de „Thollen trokken, zij nodig geoordeelt had„ „=den, tot haare securitijt, behalven het „chiap van den Stads-Gouverneur, ook „ haar chiap te zetten, op de Goederen die „ vertholt moesten werden; Dog dat ik „ alleen wijgerde zulx toe te staan, ter„ „=wijl de Fransen, Portugeesen en Inlan„ „=ders niets daar tegen hadden; En dat „ het wel waar was, dat de stads Gou„ „=verneur zig in den beginne ook daar ==tegen aangekant hadde, dog dat hij nu beeter onderregt zijnde, zulx insge„ „lijks toegestaan hadde. Dit is voorgevallen ter presentie van de 592 Bijlaag N„o 8. A„o 1767. Den 31„e Ianuarij de Raads-Leeden. Den Fiscaal van Harn en Secretaris Huijsinga, expres ten dien eijn„ „de bij mij ontboden. En vervolgens de Engelsche Gecommitteer¬ „dens weder te rug gezonden hebbende, met dit antwoorda Dat ik schrijven zoude als ik 't „nodig oordeelde; zoo bragte ik ook effecti„ „ve een briefje in gereedhijd, waarbij ik in 't kort verklaarde:„ Dat ik onmogelijk toe„ „=staan konde, dat op de Goederen van de „ Nederlandsche Comp:, behalven het chiap van den Stads Gouverneur, ook „ een Engelsch Chiap gezet wierde; En dat „ ik uijt dien hoofde verzogte, dat tot ver„ „=mijding van alle onnodige verschillen, „deeze zaak op den ouden Voet gelaten „mogte werden, tot daarover naar Ba„ „-tavia geschreeven en antwoord erlangt „ was. Dit briefje aan M„r Price en zijnen Raad gerigt, des anderen dags, of Den 1„e Februarij, in onze Vergadering geresumeert, geapprobeerd en des avonds door Twee Raads= „leeden „ van de A„o 1767. Den 1„e Februarij „leeden bestelt zijnde, zo hadde ik daarop ten eersten een behoorlijk antwoord verwagt. Dog het zelve niet ziende volgen, liet ik Den 3:e Februarij door den Hofganger bij M„r Price daarom aanzoek doen. Hij betuijgde dat hij 't ten eersten zenden zoude, egter kreeg ik het eerst Den 4:' Februarij des middags, wanneer Twee Engel„ „sche Raads-Leeden, eenen brief bragten, gedateerd s dags bevorens, waarbij M„r Price en zijnen Raad verklaarden: Dat „zij verwagt hadden, in de volkomen„ „=ste bewoordingen de Reedenen te ver„ „=nemen, waarom wij niet toestaan wil„ „=den, dat het Mogolsche Chiap, door hun „ Tholman, volgens erlangde qualifica„ „=tie van den Nabab /:stads Gouver„ „neur:/ niet ook op onze Goederen ge„ „=zet wierde, zo als het bereeds gezet was, „op alle Goederen, niet alleen van de In„ „-landsche Kooplieden, maar ook van „ de andere Europeese Natien, tsedert „zij met die magt bekleed waaren; Bijlaag N„o 8 Dog 593 5 A„o 1767. Den 4„' Februarij Bijlaag N„o 8 „ Dog dewijl wij betuijgden, dat wij met de „thans ter Rheede leggende Scheepen maar „wijnig te verzenden hadden, dat zij daar„ „=om voor Jegenswoordig op hun stuk niet „zouden blijven staan; maar dat zulx „egter tot geen Voorbeeld of gevolg zouden „strekken; En dat zij ondertusschen deeze „zaak hunne superieuren voordragen, „en derzelver laatste beveelen daarop af„ „=wagten zouden. En dit was alles wat ik voor Jegens¬ „woordig pretendeeren, ja meer als ik ver„ „wagten konde. Want doordien de Heeren Engelschen de overmagt in handen heb„ „ben, en uijt dien hoofde niet ligt de Ree„ „den en billijkhijd plaats geven, maar al„ „les na hun eijgen wille en welbehagen zoeken te schikken, en door te dringen, zo moeste ik het voor een groot geluk ag„ „ten, het evenwel zo verre gebragt te hebben, dat zij mij tijd lieten, dat ik de aanwe„ „zende scheepen niet alleen met gerust„ „hijd verzenden, maar ook naar Bata¬ „via en Dog A„o 1767. Den 4e: Februarij Bijlaag N„o 8 „via schrijven, en het goedvinden van Haar Hoog Edelens op dit stuk verzoeken en afwag„ „ten konde. Ik vertoefde daarom ook geen ogenblik van deeze gunstige gelegenthijd gebruijk te maken. Ik gaf ordre de Goederen voor het Derde schip De Vrouwe Geertruijda, ten eersten te verthollen. Dezelve wierden ook dien eijgensten Dag nog vertholt en volgens ouder gewoonte gechiapt, zonder dat er iemand zelfs geen schrijver van de Engelschen present is geweest. En dus eijndelijk mij voor eerst verlost zien¬ „de van de moeijte en moeijelijkheeden die ik eenigen tijd herwaarts heb ondergaan moeten; zo laat ik het verdere deezen aangaande gaarne aan 't wijzer oor„ „deel van Haar Hoog Edelens gede„ „fereert, welker welbehagen ik met verlangen te gemoed zien zal, niet al„ „leen op het speciaal Verzoek ten dien eijnde gedaan bij de Jongste verzonde„ „ne brief van den 30:' Januarij of eijgentlijk
English
594 Annex No 8. Anno 1767, the 4th February properly the postscript of the 7th February added thereto, but also particularly upon the further Representation accompanying this Memorandum, which I conclude with these words. Only I cannot refrain from adding hereunto, in conclusion: That this case from the beginning has caused a great sensation in the entire city, and that although I was unable to settle it entirely, what occurred in that regard has nonetheless served no less to the benefit of the Honourable Company's interests than to the honour and prestige of its name. For when it became known that our goods would be cleared through customs and stamped on the old footing, not only did hundreds of people go to the Tent with the Customs Officers, and cried out openly that the Dutch were the only ones in the City who dared to oppose the unjust undertaking of the English, and who maintained the Honour of the Mogol King; while their own Governors Annex No 8 Anno 1767. The 4th February slept and suffered the greatest shame out of fear; but that same evening I also received several messages from the most prominent Merchants of the city, who expressed their joy and congratulated me on the good outcome which my opposition had had. And even Farischan, having summoned the Brokers to him the next morning, ordered them not only to compliment me in a special manner on this occurrence, but he also declared in an ecstasy of joy to have gained for his share more than One Hundred Thousand Rupees thereby, as his word had been upheld, when he had warned Mr Price from the beginning that the Dutch Director would never permit an English Stamp to be placed upon his Goods as well. 595 Annex No 8 Anno 1767. The 4th February Having progressed thus far with this Memorandum, and only waiting for an opportunity to send it, there came on The 24th March quite unexpectedly a Servant of Mr Price to bring me the message: "That his Master informed me that he had written to Bombay regarding the stamping of the Goods, but had received orders from there not to meddle with the Dutch in this respect at all." I expressed my astonishment at this, just as if I doubted the truth of the matter. But the Servant assured me: "That Mr Price now only gave me provisional notice, but that he would do so more fully through Deputies." And this also happened. For yesterday, The 30th March, Two Council Members brought me A letter, dated the 27th preceding, Anno 1767. The 30th March. Annex No 8 by which Mr Price and his Council say, among other things, to have obtained orders upon their Representations to make known to us: That their superiors, relying on our Honour not to abuse their compliance, and to convince us how ready they were to oblige us on all occasions, had waived having our Goods stamped in particular, and that they hoped no improper use would be made of this freedom; as the consequences to arise therefrom must be known to us. Thus this matter is now entirely settled, and thereby the Reason or the purpose why I found myself obliged to prepare this Memorandum has also been removed. It even appears unnecessary now 596 Annex No 8. Anno 1767. The 30th March to keep a record of this writing in the Resolution, or to offer the same to Their High Mightinesses. But I nevertheless think that both may well be done. For apart from the fact that several matters appear herein which presently deserve their attention and are worthy of remembrance, especially when one pays heed to the conduct observed by the English Gentlemen, what purpose they intended, what means they employed to achieve it, and what variable Motives they used to give their actions some appearance of fairness, it might also well happen that some detailed description thereof would in time be of some use to one of my successors, so that in such and similar Occurrences Annex No 8 Anno 1767. The 30th March they may see by a dependable example upon what foundation I built, and in what manner I finally succeeded in extricating myself from a difficulty of which I myself did not expect to see a good end so quickly. And therefore, being unable to approve of consigning the pains I have taken to Oblivion, I have the Honour to present this Memorandum now, as it flowed from the Pen according to the First draft. Underneath stood: Surat the 31st March Anno 1767. Was signed: Cn L:r Senff. 597 Annex No 9 Copy Draft Rokka to be presented to the City Governor, the Lord Mier Amien Uddien Asmetchan, By the Lord Director Christiaan Lodewijk Senff. From the Earliest times that the Dutch Company traded in this city of Surat, it has been a fixed and unalterable custom: That when a merchant owed money and continually postponed payment, armed men were sent to his House, his Person was even taken into custody, and he was thus compelled to pay by force. This has taken place especially with respect to the brokers and other servants and subordinates of the Honourable Company. These have always stood directly and solely under the orders of the Director. Their disputes have always been settled according to the Dutch Laws. No Governors of
Dutch transcription
594 Bijlaag N„o 8. A„o 1767, Den 4:e Februarij eijgentlijk het daar agter gevoegde P: S: van 1 den 7e Februarij, maar ook inzonderhijd op het nader Vertoog bij deeze Memorie, die ik met dus veele besluijte. Eenelijk kan ik niet nalaaten nog tot slot, hierbij te voegen: Dat dit geval van den beginne af in de gantsche stadveel opziens heeft gemaakt, en dat Schoon ik onvermogens ben geweest, het zelve in 't ge„ „heel af te doen, het voorgevallene daarom„ „trend egter, 's E: Comp:s belangen niet min„ „der tot Voordeel, als haaren naam tot Eere en aanzien heeft gestrekt. Want wanneer het bekent raakte, dat onze goederen op den ou„ „den voet vertholt en gechiapt zouden werden, zoo gingen met de Thol Bediendens niet al„ „leen honderde van menschen naar de Thent„ en riepen volmondig uijt, dat de Hollan„ „ders de eenigste waaren in de Stad, die zig tegens de onregtvaardige onderneming der Engelschen durfden aankanten, en die de Eere van den Rogolschen koning bewaarden; terwijl hunne eijgene Regen„ „ten. G Bijlaag N„o 8 A„o 1767. Den 4„' Februarij „ten sliepen en uijt vreeze de grootste schande ondergingen, maar ik kreeg dien zelfden avond ook nog verschijde boodschappen van de aansienelijkste Kooplieden der stad, die hunne blijdschap betuijgden en mij geluk lieten wenschen, over den goeden uijtslag, die mijn tegenkantig gehad hadde. En zelfs Farischan, de Makelaars den anderen morgen bij zig ontboden hebbende, gelastede haar, niet alleen mij op eene bijzondere wijze wegens dit voorval te compli„ „menteeren, maar hij betuijgde ook in eene verrukking van vreugde, daardoor voor zijn aandeel meer dan Hondert Duijsend Ropijen ge„ wonnen te hebben, alzo zijn woord staande gehouden was, wanneer hij van den beginne af M:r Price gewaarschouwt hadde, dat de Hol„ „landsche Directeur tog nooit toe„ „staan zoude, dat op zijne Goederen ook een Engelsch Chiap gestelt wierde. Tot. 595 Bijlaag N„o 8 A:o 1767. Den 4„e Februarij Tot dus verre met deeze Remo„ rie gevordert zijnde, en maar naar gelegenthijd wagtende dezelve te ver¬ „zenden, zo kwam op Den 24„e Mart gantsch onverwagt een Bediende van M:r Price mij boodschappen: „Dat zijn Meester mij liet weeten, „ dat hij over het chiappen der Goe„ „deren naar Bombaij geschreeven, „dog van daar ordre gekreegen had„ „=de zig ten dien opzigte met de Hol„ landers in 't geheel niet te bemoe„ =ijen „ Ik betuijgde daarover mijne Verwondering, even als of ik de waarhijd der zaake in twijfel trok. Dog de Bediende verzekerde: „ Dat M„r Price mij nu maar „ Provisioneel kennis liet geeven, „ maar dat hij 't nader zoude doen„ „door Gecommitteerdens. " En dit is ook geschied. Want op gisteren Den 30„' Mart bragten Twee Raads-Leeden mij Een brief, gedateerd den 27„e be„ „vorens. 1: A„o 1767. Den 30„e Mart. Bijlaag N„o 8 „borens, waarbij M„r Price en zijn Raad onder anderen zeggen, op hunne Vertoogen ordre te hebben erlangt, van ons bekent te maaken: Dat hun„ „=ne superieuren zig verlatende op „ onze Eere in het niet misbruijken „ van hunne toegefelijkhijd, en om „ons te overtuijgen hoe berijdvaar„ „dig zij waaren, ons bij alle gele„ „-gentheeden te verpligten, afge„ 1 „zien hadden, van onze Goederen „in 't bijzonder te doen chiappen, „en dat zij hoopten, dat geen on„ „=eijgen gebruijk zoude werden ge„ „=maakt, van deeze vrijhijd; alzo „de daaruijt te ontstane gevolgen „ons bekent moesten zijn. Dus is deeze zaak nu in 't geheel afgedaan, en daardoor teffens ook weg„ „genomen, de Reeden of het oogmerk, waarom ik mij verpligt heb gevon„ „den, deeze Memorie in gereedhijd te brengen. zelfs schijnt het nu on„ „nodig. 596 Bijlaag N„o 8. A„o 1767. Den 30„' Mart „nodig te weezen van dit schriftuur bij de Resolutie aantekening te houden, of het zelve Haar Hoog Edelens aan te bieden. Maar ik denk egter dat het een en ander wel geschieden mag. Want ongereekent dat hier bij verschij„ „den zaaken voorkomen, die thans haa„ „re opmerking verdienen, en het geheu„ „gen- waardig zijn, voornamentlijk als men agt slaat op het gehouden gedrag der Heeren Engelschen, wat oogmerk zij bedoelt, wat middelen tot bereijking van 't zelve zij in 't werk gestelt, en van wat verander„ lijke Beweeg-Redenen zij zig be„ „diend hebben, om hun gedoente eeni„ „gen schijn van billijkhijd bij te zetten, zo zoude het ook wel kun„ „nen gebeuren, dat eenige uijtvoe„ „rige beschrijving daarvan in der tijd van eenig nut was voor ie„ „mand mijner opvolgeren, ten eijnde bij zulke en diergelijke Voorvallen aan: Raad d „ Bijlaag N„o 8 A„o 1767. Den 30„' Mart aan een verzeekert voorbeeld te kunnen zien, op wat fondament ik gebouwt heb, en op wat wijze het mij eijndelijk gelukt is, mij uijt eene zwaarighijd te redden, waarvan ik zelfs niet gedagt hadde zo spoedig een goed eijn„ „de te zien. En daarom niet kunnende goedvinden, mijne genomene moeij„ „te de Vergetelhijd op te offeren, zo heb ik de Eere deeze Memorie thans over te geeven, zodanig dezelve volgens 't Eerste ontwerp uijt de Penne is gevloeijt /:onderstond:/ Souratta den 31:' Mart A„o 1767 /:was getekent:/ C„n L:r Senff: opia 597 Bijlaag N„o 9 :Copia:/ Concept Rokka om aan den Stads Gouverneur Den Heer Mier Amien Uddien As= =metchan gepresenteert te werden, Door den Heer Directeur Christiaan Lodewijk Senff. Van de Eerste tijden af, dat de Needer= =landsche Comp:e in deeze stad Souratta genegotieert heeft, is het een vast en on= =veranderlijk gebruijk geweest; Dat als een koopman geld schuldig was, en de betaaling algeduurig uijtstelde dan ge= =waapend volk op zijn Huijs gezonden, zijne Perzoon zelfs wel in verzeekering genoomen, en hij dus met geweld tot de betaling gedwongen wierd. Inzonder= =heijd heeft dit plaats gehad ten opzigte van de makelaars en andere bediendens en onderhoorige van de E:d:e Comp:e Deeze hebben althoos direct en alleen onder de ordres van den Directeur gestaan. Hunne verschillen zijn althoos volgens de Needer= =landsche Wetten afgedaan. Geene Regenten O van e , de „ s de