VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3297

Surat · 678 pages · 83 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3297_0640 view scan ↗

English

sincerity of our intentions, namely solely to have brick dwellings that protect us from the inclemency of the weather and can make life in these regions pleasant for us, without aiming at anything else, and on the other hand the impossibility of sheltering longer in these old dwellings, will now cause no further difficulty in promptly withdrawing the suspension imposed on the carpentry of our new buildings, and thus allow us to enjoy Your Honour's solemnly granted consent and let us proceed therewith, the more so as we remain convinced that Your Honour, as head of the friendship and alliance of our high sovereigns, will gladly wish to contribute to everything that may serve for our convenience without prejudice to Your paymasters. For that reason, we once again very kindly request to let us proceed promptly with the carpentry work commenced after obtaining permission, and to show how upright our intentions are, we are quite willing to be satisfied with having the walls etcetera of the houses and dwellings—for the construction of which we obtained Your Honour's permission and on which no beginning has yet been made—built of such thickness as shall be deemed by your engineer to be capable of enduring against the inclemency of the weather, however with the reservation that that this request, in case Your Honour should likewise not wish to condescend thereto, shall cause no prejudice to the permission once obtained and the protests resulting therefrom. With which we have the honour to be with great respect. Was underwritten: Gentlemen. Lower: Your Honour's very humble servants. Was signed: M:s F:n Bosman, A:m J:s Sluijsken, Jb vander Heijden, N:s Holmberg, J:s Huijsinga, F:s B:d Zimmerman, C:s v: Citters Aarndzoon, and R:s C:s de Passij. In the margin: Souratta the 6 April 1770. Souratta To the Honourable Respected Sir D: Draper Chief on behalf of the Honourable English East India Company and Governor of the Mogul's Castle and Fleet Honourable Respected Sir The dwelling house, having been built of lime and brick, which was formerly inhabited by our Chief Surgeon, and pursuant to our request of 3 March last past was inspected by the engineer of the English Company, having finally collapsed this night after the residents had already been obliged to leave it some some time before, I now find myself reduced to the necessity—while according to the last esteemed letter from Your Honour Respected and Council of 8 May last, to which having as yet had no suitable time I along with my council shall have the honour to reply in the future, the Governor and Council of Bombay have not been pleased to approve receding from their previous resolution regarding the hindrance to us in the carpentry of the buildings in question, for which we previously obtained permission from the Chief and Council here—to request permission from Your Honour Respected in the capacity of Governor of the Mogul's Castle, to be allowed to build, in place of this collapsed building which has been so dilapidated for years that it is solely to be thanked to Providence that no people were buried under it, a dwelling 99 feet long, 44 feet wide including the outer gallery, and 13 feet high, to have the same inhabited by three servants, and that of lime and brick such as Your Honour Respected's engineer shall deem capable of enduring against the inclemency of the weather. I flatter myself that this request will by no means be denied me, as we thereby do not obtain any more brick dwellings than there were previously; but if this however should not not be granted, then I request that we may be allowed to complete one of the brick houses in question, which is already fully bricked and lacks nothing other than being roofed, plastered, and provided with doors and windows, in place of said collapsed dwelling, reserving everyone's rightful claims and leaving the matter in question in statu quo. And if this too should encounter obstacles, then, compelled by necessity and since it is impossible to make the Company's servants spend the night under the open sky, I request permission to be allowed to construct said dwelling house of rafters and bamboos plastered with lime, with a ceiling of planks above with a tiled roof, and below with a brick foundation to the height of 2 to 3 feet above the ground. With which I have the honour to be with great respect. Was underwritten: Honourable Respected Sir. Lower: Your Honour Respected's obedient servant. Was signed: M:r J:n Bosman. In the margin: Souratta the 14 July A:o 1770. Lower: P:S: In order to make greater haste, I had this letter translated into English, though not so perfectly as I could have wished, but to which I kindly request Your Honour Respected not to pay heed. Souratta To the Honourable Respected Sir Souratta William Andries Price formerly Chief of the Honourable English East India Company Honourable Respected Sir! Having found ourselves honoured with Your Honour's letter of yesterday, we cannot sufficiently express our astonishment as well as our regret that people should be found who, so utterly degenerated from all virtue, undertake to slander Your Honour's good name with matters so directly contrary to the truth. It is for that reason and in support of the same truth that we have not wished to delay a single moment in complying with the requisition contained in Your Honour's above-mentioned letter, and we hereby declare and testify, man for man upon our honour and upon the oath taken by each of us upon his admission to our assembly, that neither we together nor any of us individually ever or at any time to Mr. William Andries

Dutch transcription

„heid van onse gevoelens omnaementlijk eeni= glijk wooningen van Steen te hebben. die ons voor de Injurien van de lugt bevrijden, en ons lo 172 het leven in dese Gewesten veraengenamen Kun„ nen, sonder daarmede iets anders te b'ogen en aan den anderen Kant de onmogelikheid om in deeze oude wooningen langer te huijs: vesten, thans geene, swaerigheid meer sullen maaken om de toegebragte statering aen de Timmering van onse nieuwe Gebouwen ten Eersten in te trekken, en ons dus laaten de Jouisseeren, van UwEd:s plegtig gegeven Consent daarmede laaten voortvaeren, te meer wijl wij ons gepersuadeerd houden, dat uw Ed: huis hoofde der Vriend en Boond genoodschap; onser hooge souvereinen gaern sullen willen con= tribueeren tot alles wat ons buiten nadeel Uwer betaals heeren tot eenig gemak verstrek„ =ken kan, Wij versoeken uijt die reeden nogmaels Zeer vriendelijk ons met de nae verkregene per= =missie aengevangene Timmeragien ten Eersten te laeten voortvaeren, en om te toonen hoe opregt onse oogmerken sijn, willen wij ons gaern verge„ =noegen, met de Muuren &. a der huijsen en woo= „ningen tot welker Extructie we van Uw Ede permissie verkregen hebben, en waer mede nog geen aanvang gemaakt is, van sodanige dikte te laeten maeken als deselve door Uwen Ingeneur sullen worden g'oordeeld tegen de Injurien des lugts bestaan baar te sijn, egter met reserve dat 254 dat ons dit versoek ingevalle uwEd: daarin al mede niet wilden condescendeeren tot geene praejuditie in de eens verkreegene permissie en daar uit voort„ „gevloeide protestatien verstrekken sal. Waarmede d'Eer hebben met veel agting te zijn. /:onderstond:/ Mijne heeren /:lager:/ uwEd: zeer ootmoedige Dienaaren. /:was getelk./ M: s F:n Bosman, A:m J:s Sluijsken, Jb vander Heijden, N:s holmberg, J:s huijsinga, F:s B:d Zimmerman, C:s v: Citters Aarndzoon, en R:s C:s de Passij /:in margine:/ Souratta den 6 April 1770. Souratta Aan den WelEdelen Agbaaren Heer D: Draper Reff van weegens de Ed:e Engelsche Oos Indische Maetschappije en Gouverneur van S:t Moogols Casteel en Vloot WelEdele Agtbaare Heer Het van Kalk en steengebouwd geweest Zijnde Woonhuijs Soo bevoorens door onsen Opper Chirurgijn bewoond geweest, en agtervolgens ons versoek van den 3 Maart passato door den Ingenieur van de Engelsche Compagnie gevisiteerd is eindelijk deesen nagt ingestort zijnde naedat de bewoonderen het zelve al eenigen eenigen tijd bevorens hadden moeten verlaeten, Soo vind ik mij thans in de nood zaekelijkheid gebragt, om terwijl volgens het laest geerde schrijven, van Uw Ed: Agtb. r en Raad van den 8e Meij Jongst leeden, waerop ik als tot nog toe geen bekwaeme tijd gehad hebbende nevens mijnen raed d' Eer sal hebben in het vervolg te antwoorden. Den h. r Gouverneur en raed van Bombaij niet hebben gelieven goed te vin„ „den, van haar vorig besluit ten opsigte van het belet ons in de Timmering der Gebouwen in quaestie, waar toe we van den Cheff en raed alhier bevorens permissie hebben erlangd afte =sien van Uw Ed: Agtbaare in qualiteijt als Gouverneur van s' Mogols Casteel te versoe„ =ken permissie, om in steede van dit ter neder gestoorde Gebouw dat al Iaaren zodanig bouwvallig is geweest dat het eeniglijk aende voorsienigheid is te danken, dat ergeene menschen onder begraven sijn, te mogen bouwer Eene wooning lang 99 voeten breed met de buiten Ganderij 44 voeten en hoog 13 voeten om hetselve door drie Dienaren te doen bewoonen, ende zulx van Kalk en steen so= „daenig als Uw Ed: Agtb. s Ingenieur tegen de Injurien des lugts bestaenbaar oordeelen sal, ik flatteere mij, dat mij dit versoek geensints zal worden geweigert; alsoo we hier mede niet meerder steene wooningen erlangen als er bevoorens geweest zijn, dog so dit egter niet 255 niet mogte worden toe gestaen; soo versoeke ik dat ons dan mag worden g'accordeert om het Eene van de in quaestie sijnde steene huijsen soo bereets volmetzeld is, en waer aen niet anders manqueert als dat maar gedekt gepleisterd en met deuren en vensters voorsien word, in stee„ =de van gedagte ingestorte wooning te mogen voltooijen voorbehoudens een jeders goedregt en blijvende de saek in quastie in statuquo En soo dit almeede nog obstaculen vinden mogte dan versoek ik door de nood gedwongen en vermits het onmogelikis om s: Comp:s Diena„ „ren, onder den blooten hemel te doen ver= agten permissie om opgem: Woonhuijs te mogen extrueren van sparren en bamboesen met kalk bepleisterd, met een solder van planken boven met Een pannen dak en onder met Een steene voet ter hoogte van 2 à 3. voeten boven de grond„ Waarmede de Eer heb met veel agting te sijn. /:onderstond:/ WelEd: Agtbaare heer /:lager:/ uw Ed: Agtb.:s gehoorsame Dienaar /:was geteekend:/ M:r J:n Bosman, /:in margine:/ Souratta den 14 Julij A=o 1770 — /:lager:/ P: S: ommeerder spoed te maaken heb ik deese brief, in 't Engels doen translateeren, Schoon niet soo volkomen, als ik wel wenschte dog waarop ik Uw Ed. Agtb: vriendelijk versoeke niet te willen letten. Souratta Aan den WelEd: Agtbaaren Heer Souratta William Andries Price voormaels Opperhoofd der Ed. Engelsche Oost Indische Compagnie WelEdele Agtbaare Heer! Ons verEerd gevonden hebbende met uw Ed. e Missive van gisteren, krinnen wij onse „ verwondering alsoo wel als ons leed wesen niet genoegsaem betuijgen, dat er lieden souden gevonden worden welke dermaeten van alle deugd ontaerd onderneemen Uw Ed goede naem te lasteren met saeken zoo direct strijdig tegen de waerheijd. Het is uit dien hoofde en tot voorstaend - der selver waerheid; dat we geen ogenblik heb„ =ben willen Tardeeren, met aen de bij opge= melde uwEd: Missive vervatte requisitie te voldoen, en wij declareeren, en verklaeren, hiermeede hoofd voor hoofd op onse Eer en op den Eed, door Een jeder van ons bij sijne admissie in onse Vergadering, gepraesteerd, Dat wij nog te saemen nog iemand van ons af= zonderlik nooit off nimmer aen den hr William Andries 8

NL-HaNA_1.04.02_3297_0645 view scan ↗

English

256 have given or caused to be given any monies to Andrew Price, former Chief, etc., either to obtain his consent as Castle Governor to the construction of some dwellings and rooms of wooden posts, with a wall capable of withstanding the inclemency of the weather under a simple tiled roof and with a wooden ceiling, solely for the accommodation of the servants of the Honourable Dutch Company at this office, or as a reward for the aforesaid Mr. Price together with the English Council having granted us permission to do so; and that we consequently hold and declare all such stories to be slanderous and defamatory fabrications, as contrary to the truth as light is to darkness. We should, on the other hand, do an injustice to that same truth if we did not at the same time mention the pleasure that we still feel daily in the recollection of that good harmony which constantly resided here, not only among all the Europeans, but also in particular between both our nations, during the time that your Honour stood at the head of the British ministry. We have the honour to be, (below stood:) Right Honourable Sir, (lower:) Your Honour's humble servants, (was signed:) M:s J:n Bosman, A:n J:s Sluijsken, J:s v: d: Lleijder, N:s Holmberg, J:k Huijsinga, F:s B:s Zimmerman, C: van Citters Aarntzoon, and R:r C: de Vassij. (in margin:) Surat, 23 August Anno 1770. Bombay To the Right Honourable Thomas Hodges, etc., Governor, etc., together with the Council. Right Honourable Sir and Sirs, When, by our letter of 15 March 1769, we urged your Honours to be pleased to compel the free merchant James Stevens to satisfy such a sum of 1048 rupees as was advanced by the servants at Punto Gale to his crew upon the stranding of his vessel The Industry, your Honours replied to us in your honoured letter of 14 April that this matter had been submitted to your worthy officials in England and that your Honours were awaiting their answer. 257 We thereupon deferred the matter until 10 October following, when we renewed our aforementioned application by a letter of that date. But your Honours having replied thereto by a letter of 14 December that for the reasons mentioned therein your Honours could not yet give us a satisfactory answer, we have again waited until today; and, being informed that most of your ships from Europe have already arrived at Bombay, we now take the liberty, while repeating all that was mentioned in our previous letters written concerning this matter, once more to request your Honours to oblige the aforementioned James Stevens to pay the aforesaid debt. And although we can never believe that your Honours' superiors in Europe could or would ever release anyone from such a just debt, we cannot nevertheless refrain from submitting to your Honours' own consideration how disagreeable it is to have to reclaim with so much difficulty such monies advanced for relief in the direst distress. We have the honour to be with great respect, (below stood:) Right Honourable Sir and Sirs, (lower:) Your Honours' humble servants, (was signed:) M:s J:n Bosman, A:n J:s Sluijskens, I:b v: der Sleijden, N:s Kolmberg, J:s Huijsinga, F:s B: Zimmerman, C:s v: Citters Aarndzoon, and R:s C:s de Passij. (in margin:) Surat, 5 September Anno 1770. Surat To the Right Honourable D: Drapper, Chief on behalf of the Honourable English East India Company and Governor of the Mogul's Castle and Fleet, together with the Council. Right Honourable Sir and Sirs, When, on the night of 14 July, a dwelling house built of lime and brick, previously occupied by our Chief Surgeon and his family, collapsed, after the occupants had already been obliged to leave it some considerable time before on account of its dilapidated state, we found ourselves once again deprived of a residence for an 258 entire family, and thus compelled to build another in its place. To that end our Director, as was required, addressed himself to your Honours' Chief by a letter of the aforementioned 14 July, requesting to be permitted to build, in place of this collapsed residence, a dwelling 99 feet long, 44 feet wide including the outer gallery, and 13 feet high, so that it could be inhabited by 3 families, and that, as the former one had been of lime and brick, it might be built again of the same materials, but in such a manner as your Honours' engineer should deem capable of withstanding the inclemency of the weather; and, should this be refused, that we might then be permitted, for the shelter of this family, to complete one of the disputed new brick dwellings already begun, the progress of which it is persistently thought fit to obstruct, contrary to all the rules of justice and contrary to the most sacred thing that is ever observed among mortals, namely a solemn word once given; and finally, should this also meet with obstacles, that we might then, as if compelled by the direst necessity, construct the said dwelling of rafters and bamboos plastered with lime, with a ceiling of planks, above with a tiled roof, and below with a brick foundation to the height of 2 to 3 feet.

Dutch transcription

256 Andries Price gewesen Cheff &. a. hebben gegeven off doen geven eenige Gelden, 't sij ter verkrijginge van sijne toestemminge als Casteels Gouverneur tot het mogen maeken van Eenige wooningen en Kamers van houte stutten, met een Muur bestaanbaer tegens de Injurien van de lugt onder een simpel panne dak en met Een solder van hout eeniglijk tot huijsves„ ting der Dienaren van de Ed: Nede. Compagnie ten deesen Comptoire dan wel tot een beloonin= =ge voor dat gem: h:r Price beneevens den Engel= schen raed ons daartoe permissie hebben verleend en dat wij dienvolgens alle diergelijke Vertel= „lingen houden en verklaeren voor lasterlijke en eerroorende Uitstrooijselen soo seer strijdig met de waarheijd als het ligt met de duisternis wij souden daar en tegen deselve waerheid te kort doen, bij aldien we teffens bij deesen geene melding maekten van het vermak het welk we nog daeglix gevoelen in de herinnering van die 1 goede harmonie, welke er steeds ten tijde dat uwEd. sig aen het hoofd van het brits Ministe „rie gesteld vond, alhier niet alleen, onder alle de Europese maar ook in het bijsonder onder ons beider Natien geresideert, heeft. Wij hebben d' Eer te sijn. /:onderstond:/ WelEdele Agtbaare: heer /: lager:/ UwEd. e Agtbaares Onderdaenige Dienaren /:was getek:d/ M:s J„n Bosman, A:n J:s Sluijsken J:s v: d: Lleijder No re N:s holmberg, J:k huijsinga, F:s B:s Zimmerman, C: van Citters Aarnt zoon, en R:r C: de Vassij /:in margine:/ Souratta den 23 Aug:s A:o 1770. Bombaij Aan Den WelEd: Groot Agtbaaren Heer ca Thomas Hodges & Gouverneur &=a benevens den Raad WelEdele Agtbaare Heer en Heeren: Wanneer wij bij onsen brieff van den 15 Maart 1769. bij Uw Ed. s insteerden om den Vrij Koopman James Stevens te willen verpligten ter voldoeninge van sodaene summa van rop. s 1048. als door de bediendens te PuntoGale aen sijne scheepelingen bij het stranden van desselfs scheepjen The Industrie uijt geschoo= =ten sijn, hebben UwEd: ons daarop bij dersel„ =ver g'Eerde: letteren van den 14 April gere= =scribeerd dat deese zaek aen der zelver Eerwaerde Amptenaeren in Engeland onder- =worpen was en dat uw Ed: derselver Antwoord ver„ =wagtende 257 „wagtende waeren, wij hebben daarop ge= supersedeerd tot den 10. October daaraen wanneer wij de voorgem: onse Instantie bij brieff van dien dag vernieuwd hebben, dog daarop door UwEd: bij Missive van den 14. December sijnde g'antwoord, dat uwEd ons daarop om de daarbij gem:e redenen nog geen voldoenend antwoord konden geeven hebben wij wederom tot heeden affgewagt en neemen thans de Vrijheid, alsoo wij g'in= =formeerd zijn, dat bereets de meeste Uwer scheepen uit Europa op Bombaij aenge„ landet sijn, UwEd: onder herhaelinge van al het gemelte bij onse voorige deesen aan„ gaande geschrevene brieven nogmaels te versoeken, omgedagten James Stevens tot de betaelinge van voorgem: schuld te verpligten en schoon we nooit kunnen gelooven dat uw Ed: superieuren in Europa oort imand van diergelijken regtvaerdige schuld souden Kunnen off willen libereeren, soo kunnen w' egter niet voorbij Uw Ed: selfs in Consideratie te geeven, ƒ a hoe onaengenaem het is om dier gelijke gelden tot redding in de uijtterste verlegentheid uitgeschooten, met soo veele Moeijelijkheden te rug te moeten vraegen. Wij hebben d' Eer met veele Agting te ƒ Wt zijn /:onderstond:/ WelEdele Agtbaare Heer en heeren /:lager:/ UwEdele Agtb:re Ootmoedige Dienaren Dienaeren /:was geteekend:/ M:s J:n Bosman, A:n J. s SluijsKens, I:b v: der Sleijden, N:s Kolmberg, J:s huijsinga, F:s B: Zimmerman, C:s v: Citters Aarndzoon, en R:s C:s de Passij /:in margine:/ Souratta den 5 September A:o 1770. — Souratta Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer D: Drapper Cheff van wegens de Edele Engelsche Oost= =Indische Maetschappije en Gouverneur van s Mogols Casteel en Vloot, benevens Den Raad WelEdele Agtb: Heer en Heeren. Wanneer des nagts van den 14e' Julij een van Kalk en steen gebouwd woonhuijs door onsen Opper Meester en sijne familie E bevoorens bewoond, in storte, nae dat de be= =woonders hetselve om dies bouwvallig heid al een geruimen tijd bevorens hadden moeten verlaeten, vonden wij ons alweeder van eene wooning voor een E 1. 258 een geheel Gesin gedestitueerd, en dus gedwongen in dies steede eene andere te bouwen: Ten dien einde addresseerden sig onsen Directeur als sulx gedemandeerd sijnde bij Uw Ed:s Cheff bij Een brieff van den 14:' Julij voormeld met versoek om in steede van dese ter nedergestorte Wooning te mogen timmeren Eene wooning lang: 99 breed met de buiten Gaenderij 44 en hoog 13 Voeten om door 3 huijs gesinnen te kunnen worden bewoond, ende sulx alsoo het vorige van Kalk en steen geweest was, wederom van dieselvde bouwstoffen, dog sodanig als Uw Ed Ingenieur tegen de Injurien des lugts, bestaen„ baer oordeelen soude, en soo dit mogt worden geweigerd om als d'aan Eene van de in Quaestie sijnde aengevangene Nieuwe Steene wooningen, waarvan men bij aenhoudentheid, tegen alle de regelen van regtvaerdigheid en tegens het heilig„ „ste wat immermeer onder Stervelingen in agt genomen word te weeten een Eens gegeven plegtig woord; goedvind ons den Voortgang te beletten, tot berging van dit huijs gesin te moogen voltooijen, en eindelijk soo dit al meede obstaculen vinden mogte, om als= dan als door de hoogste nood gedwongen, gedagte Wooning van Sparren en Bam= „boesen met kalk bepleisterd, met een solder van planken, boven met Een pannedak en onder met een steene voed ter hoogte van 2 à 3 ta

NL-HaNA_1.04.02_3297_0650 view scan ↗

English

to be allowed to build up 2 to 3 feet above the ground. We had reasonably expected, Gentlemen, that either the one or the other would have been granted to us, the more so when your Engineer, two days thereafter, came to inspect the collapsed house mentioned above, and the necessary indication was given to him by our second-in-command, while we, furthermore, in regard to the bad condition of many of our dwellings, dare to appeal not only to the testimony of the whole world of Surat, but to that of Your Honours yourselves as men of honour. Yet, since we see ourselves disappointed once again in this reasonable expectation of ours, because ever since 16 July, when the aforementioned letter was presented to Mr. Drapper, until today we have not yet been deigned with any answer, notwithstanding that the Director made a request for it on 3 September last, via a deputation of two members of our assembly, we find ourselves compelled hereby to repeat the request made earlier by our Director to Mr. Drapper in his capacity as Governor of the Mogol's Castle. And while we now await Your Honours' answer to this, we simultaneously request you, Gentlemen, to reflect attentively for a moment upon what an impartial world, indeed Your Honours' own superiors in Europe, will judge of the conduct which you see fit to maintain with us at present by continually preventing us from building some low and indefensible houses, which can be of no detriment to anyone and must serve solely as shelter for the servants of the Honourable Dutch Company, as it is known to Your Honours and to the entire city that our old and dilapidated lodge can no longer be inhabited except at the peril of one's life, and thus forbidding us something that is due to us to the highest degree not only according to natural law, according to the firmans and noble privileges obtained by us from the Mogol Kings as the lawful sovereigns of these lands, and according to Your Honours' own guarantee and repeatedly reiterated solemn promises and assurances, but also treating us in this regard as the meanest native, and just as if we were no longer a privileged Company here which obtained its right of settlement in this place, equally with Your Honours, from the very same sovereign, and which considers itself to be equal in everything to Your Honours outside the government of the Castle, which has fallen to Your Honours by the fortune of arms; and we do not doubt at all that this will bring Your Honours to better thoughts and cause your conduct to change. It grieves us that we are compelled to make such vexatious remarks to gentlemen from whom we otherwise cannot withhold our personal high esteem, and with whom it will be a singular pleasure for us to cultivate good harmony continuously. And it is with this same high esteem that we have the honour to remain, (it stood below) Right Honourable and Respected Sir and Gentlemen, (lower) Your Honours' very humble servants, (it was signed) M.s J.n Bosman, A.m J.s Sluijsken, J.b van der Sleijden, N.s Holmberg, I.s Huijsinga, F.s B.d Timmerman, C. van Citters Aarnt.zoon, and R.s C.s de Passij (in the margin) Surat, 19 October, in the year 1770.

Dutch transcription

2 à 3. voeten bovende grond, te mogen extrieren. Billijk hadden wij verwagt Mijne heeren dat ons off het Een off het andere soude sijn R g'accordeert geworden, te meer wanneer Uwen Ingenieur, twee dagen nadies, de ingestorte Woning bovengem: kwam besigtigen, en deselve daarbij door onsen secunde de nodige aenwijsing gedaen wierd, terwijl wij ons boven dien, ten reguarde van de slegte gesteldheid van veele onser wooningen, beroepen durven op het Ge= „tuijgenis van de geheele souratse Waereld, niet alleen, maar op dat van UwEd: als mannen van Eer, Selven. Dan vermits wij ons in dese onse billijke Verwagtinge al weder te leur gesteld sien alsoo we sederd den 16 Julij dat opgemelde Missive den heere Drapper aengeboden is, tot heeden nog met geenig andwoord verwaer= „digd geworden sijn, niet tegenstaande den Directeur daerom op den 3 Septembr. laetst: =leeden, nog bij Eene Commissie van twee leeden onser vergaderinge versoek gedaan heeft, vinden wij ons genooddrongen het voorengewaeg= „de aen den h:r Drapper in qualiteijt van Gouverneur van s' Mogols Casteel, door onsen Directeur gedaene versoek bij deesen te herhaelen. En de inmiddels nu dat wij hier op UwEd: andwoord blijven afwagten soo versoeken wij uw: teffens mijne heeren, om eens een 259 een ogenblik met aendagt te reflecteren op 8 het geen eene onpartijdige Wereld Jae Uw Ed: eigene superieuren in Europa sullen oordeelen van het gesrag, dat men goedvind met ons thans te houden door ons de timmering van eenige laege en onweerbaere wooningen, die niemand tot eenig nadeel sijn kunnen en eeniglijk tot lijfsberging voor de Dienaeren der Ed. hol- landse Compagnie dienen moeten, alsoo het UwEd. en de geheele stad bekend is, dat onse oude en bouwvallige Loge niet meerder dan met gevaer des levens bewoond worden kan, bij aenhoudentheid te beletten, en ons dus iets te verhinderen dat ons volgens het natuir- lijke regt, volgens de bij ons verkreegene Firmans en heerlijke Privilegien, van de Mogolse Koningen als de wettige Opperhel„ =ten deeser Landen, en volgens Uw Ed. eigene. Guarantie en te meermaelen herhaelde pleg= „tige belofften en verseekeringen ten Uitter= =sten competeerd niet alleen, maar ook met Ons in deesen reguarde te handelen als met den minsten Inlander, en even als offwe alhier niet meerder eene gepruviligeerde Compagnie waeren welke haer regt van seete, ter deeser plaetse gelijk met uwEd. van denselven Opper heer verkreegen heeft, en die sig oordeeld, met uwEd: buijten het Gou„ =vernement van het Casteel, dat Uw Ed. door het s het Geluk derwapenen te beurt gevallen is, in alles gelijk te sijn, en wij twijfelen geen„ sints off sulx zal uw Ed:s tot betere gedagten brengen en desselfs gedraeg veranderen doen Het Smert ons dat we genoodzaek zijn diergelijke verdrietige Aenmerkingen te moeten maaken, bij heeren welke wij an= dersints onse personeele hoogagting niet onthouden kunnen, en met welke het ons een singulier vermaek sal sijn, de goede harmonie bij aenhoudentheid te cultiveeren. En met deese selve hoogagting is het ook dat wij d'Eer hebben; te verblij= ven. /:onderstond:/ WelEd. e Agtb:e heer en heeren, /:lager:/ Uw Ed:e zeer seer onder„ danige Dienaeren. /:was geteekend./ M s J„n Bosman, A:m J:s Sluijsken J:b van der Sleijden, N: s holmberg, I:s huijsinga„ F. s Bd Timmerman, C van Citters Aarnt: zoon„ en R:s C:s de Passij /:in margine:/ Souratta den 19 October A:o 1770. 2 1.

← previous