Inventory 3320
Coromandel · 1,346 pages · 220 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
5212 1 1 ƒ First volume Original letter from Chief Domieux and Council at Paleacatte to the Seventeen, dated 27 August 1771 3 ditto ditto from Chiefs Blaauwkamer and Simons at Sadraspatnam to the Seventeen, dated 27 August 1771 5 Register of papers Original letter from outgoing Governor Haksteen to the Seventeen, dated 30 August 1771 15 ditto ditto from outgoing and incoming Governors Haksteen and van Vlissingen to the Seventeen, dated 3 September 1771 310 Original writing from the outgoing Governor to the Assembly of Seventeen, dated 30 August 1771, serving as a refutation of a petition submitted by the former Nagapatnam Cashier J. Haselkamp to the Seventeen, along with its annexes, to be found in the registers on folio 315 Extract resolution of the Castle Batavia, dated 5 March 1771, concerning the loading and dispatching of the Bartha Petronella Register of Letters and Papers received from Coromandel Extract 1a 4 6 7 16 311 Colls. 1772 319 320 316 to 318 Extract letter from the Governor General and Council to the Coromandel ministers, dated 30 April 1771, concerning the above-mentioned subject Declaration of the Skipper of the above-mentioned vessel, C. Brouwer, regarding the allowance for the home voyage 323 Copy report regarding the small arms as well as munitions of war on the aforesaid vessel 324 to 325 Original letter from outgoing and incoming Governor and Council to the Seventeen, dated 3 September 1771 326 to 327 ditto ditto from Chiefs Baars and Dumon at Jaggernaikpoeram to the Seventeen, dated 7 October 1771 ditto ditto, dated as above Declaration regarding the draft of the mentioned vessel 334 Register of papers 339 Original letter from Governor van Vlissingen and the Council to the Seventeen, dated 30 December 1771 Distinct report of all sorts of linens that have been increased and reduced in price since the year 1760 up to and including 1770 General statement of debtors Memorandum of all debts of the Company merchants Summary of mentioned debts List of the state of the cash treasury 350 List of foreign and private vessels that have called at and departed from this coast Original 328 329 330 343 344 346 352 to 353 Original letter from Governor and Council to the Seventeen, dated 15 January 1772 354 to 362 Register of papers 363 to 441 A letter from Governor and Council to the Governor General and Council, dated 15 January 1772 442 to 459 ditto ditto, dated 14 March 1771 460 to 473 Register of papers 474 to 563 A letter from Governor and Council to Governor General and Council, dated 14 October 1771 564 ditto ditto, dated as above 565 to 567 Register of papers 568 to 585 Secret letter from Governor and Council to Governor General and Council, dated 15 January 1772 Coromandel, October 1772 Netherlands To the Right Honourable, Highly Esteemed Gentlemen Directors in the Assembly of Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber Amsterdam. Right Honourable, Highly Esteemed Ruling Gentlemen. In compliance with the esteemed intention of Your Right Honourable Lordships at Batavia, and the esteemed recommendation of the Illustrious Government of this coast, of the 55 chests and bales of cloth and linens, remaining both from the demand of the year 1770 and received on the requisition for this year 1771, currently dispatched from here per the sloop Anthonia Dorothea to the factory Jaggernaykpoeram, to be transshipped there into the return ship Bartha Petronella, may God preserve it, 2/3 or 37 chests and bales being consigned for the Chamber Amsterdam, and 1/3 or 18 chests and bales for that of Zeeland; thus we have the high honour to respectfully submit the two invoices drawn up separately thereof, amounting in the one to ƒ 50246: 18: 8 and in the other to ƒ 25092: 6: -, thus together ƒ 75339: 4: 8, enclosed herein to Your Right Honourable Lordships, and we reverently commend ourselves to you. With which, with deep veneration, we remain. In the Castle Geldria, the 27th of August Anno 1771. Paleacatte. Your Right Honourable Lordships' most humble and obedient servants, Cornelis D. Concher H. Delooft Right Honourable, Highly Esteemed Ruling Gentlemen! Hend. Foffier Netherlands To the Right Honourable, Highly Esteemed Gentlemen Directors, in the Assembly of Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber Amsterdam; Right Honourable, Highly Esteemed Ruling Gentlemen, The departure of a return ship direct from this coast to the Netherlands gives us the honour of presenting our humble letters to Your Right Honourable Lordships. We accompany the same with the invoices of such bales of linen and chests of painted chintz chintz, as we now, by order of the Government of this coast, ship out of our stock for the Netherlands in the sloop De Nachtegaal, to be transported to Jaggernaikpoeram and to be transshipped there into the ship De Bartha Petronella. Of these bales and chests, in accordance with orders received by us, two-thirds are consigned to the Presidial Chamber Amsterdam and one-third to the Chamber Zeeland, and two separate invoices have been drawn up thereof. The one for the first-mentioned Chamber amounting to ƒ 70201: 2: -, and for the last-mentioned ƒ 35190: 1: 8. The specification of what has been laden into the sloop for the Netherlands is: For the Presidial Chamber Amsterdam; 100 chests and bales; namely: 20 chests fine painted chintz 19 bales common bleached salempores 2 ditto common unbleached salempores 4 ditto common dark blue salempores 6 bales common bleached baftas 29 bales common bleached guinees 3 bales common unbleached guinees 12 bales common dark blue guinees And for the Chamber Zeeland: 50 chests and bales; thereof: 10 chests fine painted chintz 9 bales common bleached salempores 3 4 ditto
Dutch transcription
5212 1 1 ƒ Eerste deel Origineele brief: van het opperhoofdt domieux en raad te Palleakatte aan de 17:e in dato 27 augs:s 1771 3 dito dito van de Opperhoofden Blaauwkamer en Simons te sadraspatnam aan de 17:e in dato 27 augs 1771 5 Register der Papieren Origineele brieff van den afg: Gouv:r Staksteen aan de 17e: in dato 30 augs:s 1771 15 dito dito vande afg: en aank: Gouverneurs Haksteen en van Vlissingen aan de 17:e in dato 3 7ber 1771 310 origineel schriftuur van den afg: Gouv:r aan de verg:t van 17:e in dato 30 augs:s 1771. dienende tot weederlegging van een door den geweest Nagapatnams Cassier. I. Haselkamp aan de V7:e: overgegeeven request annex dies bijlagen volgens de registers te vinden op folio 315 Extract resol: des Casteels batavia in dato 5 maart 1771 betreffende het laaden en depecheeren van de Bartha Plro= nella Register der Brieven en Papieren van Cormandel overgekoomen Extract 1a 4„ 6„ 7„ 16„ 311„ Colls. 1772 319 320 316 a 318 Extract messive van Gd Raande Cormandelsche min:t in dato 30 april 1775 nopens boven gem. sujer Verklaaring van den Schipper van bovengem: bodem C. Broúwer wegens het genot voor de thuijs reise 323 Copia berigten wegens het handen schiet geweer mitsgaders ammunitie van oorlog op voors bodem 324 „ 325 Origineele brief van de afg: en aank: Gouv=r en raad aan de 17: in dato 3 7ber 1771 326 „ 327 dito dito van de opperhoofden Baars en dumon te Jaggernaikpoeram aan de 17e: in dato 7 8ber 1771 dito dito in dato als booven Verklaaring wegens het diep treeden van gem: bodem „ 334 register der Papieren „ 339 Origineele brief van den Gouvr van Vlissingen en den raad aan de 17e: in dato 30 decbr 1777 Distinct berigt van alle soorten van lijwaaden se= dert den jaare 1760. tot 1770 incluijs in prijsen zijn verhoogt en verlaagt geworden Generaal opstelder debiteuren Memorie van alle de schulden der Compe: Cooplieden samentrekking van gem: Schulden „lijst van den staat der geld Cassa 350 Lijst van de ter deeser kuste aangeweest zijnde en werden vertrokke Vreemde en particuliere vaartuijgen Origi= „ 328 „ 329 330 343 344 346 „ . 352 a 353 Origineele brief van den gouv.r en raad aan de 17:e in dato 15 Jann, 1772 354 „ 362 register der Papieren 363 „ 441 Een brief van den gouv:r en raad aan Gx7 in dato 15 Jan 1772 459 dito dito in dato 14 maart 1771 442 „ 460 „ 473 register der papieren 474 „ 563 Een brief van den Gouv:r en raad aan G& R in dato 14 ober 1771 564 - - dito dito „ „ als boven 565 „ 567 register der papieren 568 „ 585 secreete brief van den Gouv. r en raad aan G x R in dato 15 Jan: 1772 Chormandels ob=r 1712 Nederland Aan d:' Hoog Edele Hoog. Achtbaare Heeren Bewindhebberen ter Vergaderinge van XVII: Reprekenterende de Geste¬ rale Nederlandze g'octroijeerde Oost. Indische Compagnie ter Prikidiale kamer Amsterdam. Hoog Edele Hoog achtbaare Gebiedende Heeren. In genoegdominge aan de geerde intentie Hun= uw Hoog Edele Dchtbaarheedens tot Batavia, en E' geerde anbeveling der Ilustre Begueringe te deeker kusse van de 55. kisten en Pakken kleden en Lijwaten hoo op den Eijsch van A=o pas E pas: 170. behorg, vergbleven, als op de petitie voor die„ Den Jaare 1771. ingekomen, p:r de Hoep Anthonia Dorothea thans van hier naa 't komploir Pagger: naykpoeram werden afgestoken, ter overschee= ping aldar in 1 velors Schip Bartha Petro: nella dat God beware 2/3. of 37. kisten en Pakken voor de kamer Amsterdam, en 1/3. „ 18. kisten en Pakken voor die van Zeeland gekonsigneerd zijnde; zoo hebben w de hooge eere de twee F a stuuren dus on der scheidenklijk er van opgemaakt bedragende de end 5026: 18: 8: in de andere ƒ 25092: 6. —7: Alzoo te kaamen ƒ75339. 4. 8. uw HoogEdele Hoog Achtbaarh:s in de him gesloten aller eerbiedigst aan te bieden, en ons er aan Reverent toegedragen. Waarmede met dise veniratie verblijven. In 't Kasteel Geldria den 27.:' Aug:s A:o 1771. Sallearatte Uw Hoog Edele Epog achtb: h=r aller onderdaanigste en gekoorskhaamsse dienaagen : Cormnelis D Concheer Hdelooft Hoog Edele Hoog achtb: Gebiedende Heeren! Hend: Foffier - Nederland Aan d' Hoog Edele Hoog Achtbare Heeren Bewindhebberen, ter vergadering van XVII Representeerende de Generale Nederlandsche G'octroijeerde Oost„ Indische Compagnie ter presidi„ ale kamer Amsterdam; Hoog Edele Hoog Achtbare Gebiedende Heeren Het vertrek van een Retour schip di= rect van dese kust na Nederland, geeft ons de eere van onse nedrige Letteren aan uw Hoog Edele Hoog Achtbaarhedens te presenteeren. Wij Laten dezelve versellen van de factuuren van zoodanige Lijwaat pakken en kisten met geschilderde Chitzen. . Chitzen, als wij thans ter ordre van de Regeering dezer kuste, uit onsen voorraad voor Nederland, aff= scheepen in de Chaloup de Nachtegaal, om na Iag= gernaikpoeram getransporteerd en aldaar in 't schip de Bartha Petronella overgescheept te werden. Van dese pakken en kisten zijn, ingevolge bij ons ontfangen bevel, twee derde aan de presidiale kamer Amsterdam en een derde aan de kamer Zeeland geconsigneerd, en daar van gefor„ meerd twee bij zondere factuuren. Die voor eerst ge„ dachte kamer Groot ƒ70201. 2. —. en voor de laaste genoemde ƒ35190. 1. 8.— De specificatie van 't in de cha„ loup voor Nederland geladen, is Voor de presidiale Kamer Amsterdam; 100. kisten en pakken; teweeten: 20. kisten Chitsen fijne geschilderde 19. p=ken Salempoeris gemeen Gebleekt 2. D:os Salempoeris gemeen Ruw „ Salempoeris Gemeen Bruin Blaauw 6. „ Basslas gemeen Gebleekt 29. „ guinees gemeen gebleekt 3. „ Guinees Gemeen Ruu, —n 12. „ Guinees Gemeen Bruin Blaauw En voor de kamer Zeeland. 50. kisten en pakken; daar van: 10. kisten Chitsen fijne geschilderde 9. p=ken Salempoeris gemeen gebleekt 3 4. d:os : -
English
4 bales of Salempouris, ordinary, brown-blue 3 ditto Baftas, ordinary, bleached 15 ditto Guinees, ordinary, bleached 2 ditto Guinees, ordinary, unbleached, and 7 ditto Guinees, ordinary, brown-blue. We pray to Heaven to guide the aforementioned vessel with its precious cargo and crew speedily and without misfortune to Your High Noble and High Honorable Lordships, and hope that these goods upon sale in the Netherlands may yield a substantial profit to the Noble Company, for whose growth and prosperity we send up our prayers to the Almighty no less fervently than we beseech Him for the choicest blessings upon Your High Noble and High Honorable Lordships' distinguished persons, honored families, and interests. We hope to render ourselves worthy of the favor and protection for which we humbly beseech Your High Noble and High Honorable Lordships, and to which we take the liberty of commending ourselves, having the honor to remain with deep veneration and dutiful dutiful awe. High Noble, High Honorable, commanding Gentlemen! Your High Noble and High Honorable Lordships' humble and obedient servants, P. D. Ammons. W. Maanghamer Sadraspatnam the 27th of August Anno 1771. 3 G Register of such papers as are dispatched this day to the Serene, High-Born Prince and Lord Willem, by the Grace of God Prince of Orange and Nassau, Hereditary Stadtholder, Hereditary Captain and Admiral-General of the United Netherlands, etc., etc., etc., as Supreme Governor-General and Supreme Director of the Noble East India Company, together with the High Noble, High Honorable Lords Directors representing the Assembly of the Seventeen at the Presidial Chamber of Amsterdam, per the ship De Bartha Petronella via Saggenenaijkpoeram, by the Right Honorable, highly esteemed Pieter Hak, outgoing Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as the Right Honorable, Valiant Lord Reijnier van Vlissingen, Governor and Director designate of this Coast of Coromandel with its dependencies, together with the Council at Nagapatnam, to wit: No. 1. Original general missive signed by the aforementioned Lord Governors. No. 2. A sealed packet dedicated as aforesaid by the first-mentioned Lord Governor alone, containing a substantiated refutation, with the requisite proofs, of that which Johannes Haselkamp, former and since repatriated junior merchant, secretary, and cashier of this place, brought to his charge in his petition presented to Your High Noble and High Honorable Lordships. No. 3. Extract from the General Resolutions of Batavia Castle dated 5 March last, concerning the loading and dispatching of the bearer hereof. No. 4. Extract from a missive written by the Noble High Indian Government at Batavia under date of 30 April last to the local Government, concerning the same matter. No. 5. A brand-roll of the chests branded at Batavia for the crew members assigned to the aforesaid vessel and Council, addressed to the abovementioned Serene, High-Born Prince and Lord, and to the High Noble, High Honorable Court of this day's date. No. being C: No. 6. A brand certificate of the chests branded here. No. 7. Declaration by the shipmaster Cornelis Brouwer concerning the papers handed over to him here, consisting of: A bundle of instructional papers for his information and that of the other officers. A Turkish Pass. A sealed secret letter for the year 1770 for calling at the Cape. A brand-roll of the chests branded at Batavia of the crew members assigned to his aforementioned vessel, enclosed in a separate envelope to be handed over upon meeting the country's cruising warships. A brand certificate of the chests branded here, also enclosed in a separate envelope for the aforesaid purpose. No. 8. A declaration by the aforementioned shipmaster Brouwer regarding what was received at Batavia for the homeward voyage. No. 9. 3 copies of reports regarding the small arms and cannon, as well as munitions of war on the aforementioned vessel De Bartha Petronella. Chart Room 10. A general list of the charts and navigational instruments. Shipyard Pay office Packhouse Examined by J. J. Veitge equipment on that vessel. Apothecary 11. Two catalogues of medicines, namely: 1. Of that received at Batavia for an eight-month voyage, and 1. Of that provided here, pursuant to a resolution passed in the Council of Coromandel on 31 August last, to replenish what was consumed on the voyage from Batavia to this place. No. 12. An inventory of the aforementioned vessel De Bartha Petronella. No. 13. Two expense accounts, of which: 1. Of that supplied at Batavia to the said vessel, and 1. Of that delivered here for the benefit of the ship. No. 14. Invoices of the cargo loaded in the bearer hereof. No. 15. Bill of Lading, to the same effect, annexed to a separate list of the number and weight of the bales sent from here. Nagapatnam, in the Castle, the 3rd of September 1770. Corn. Obdam G. Clercq Homeland To the Serene, High-Born Prince and Lord Willem, by the Grace of God, Prince of Orange and Nassau, Hereditary Stadtholder, Hereditary Captain and Admiral-General of the United Netherlands, etc., etc., etc., as Supreme Governor-General and Supreme Director of the Noble East India Company of these lands; Together with The High Noble, High Honorable Lords Directors represented at the Assembly of the Seventeen. Serene, High-Born Prince and Lord, and High Noble, High Honorable Lords! In compliance with the favorable permission to make my defense against a remonstrance by the
Dutch transcription
4. pakken Salempoeris Gemeen Bruin, Blaauw 3. _:os Bafftas gemeen Gebleekt 15. „ Guinees gemeen gebleekt 2. „ Guinees gemeen Ruw en 7. „ guinees gemeen Bruin Blaauw. Wij bidden den Hemel den opge„ melden bodem met zijn kostbare lading en equi= pagie spoedich en ramporij tot uw Hoog Ede„ le Hoog Achtbaarheedens te geleiden, en hoopen, dat die goederen bij verkoop in Ne„ derland een aansienelijk voordeel moogen opbren„ gen aan de Edele Maatschappije, voor welkers aanwas en voorspoed wij niet min vierig onze gebeeden tot den Almachti= gen op zenden, dan wij de uitgelezendste, zegeningen van hem affsmeeken voor Uwer Hoog Edele Hoog Achtbaarhedens aansienelijke persoonen, geëerde familien en belangen. — Wij hoopen ons de gunst en bescherming waardig temaken, waar om wij uw Hoog Edele Hoog Achtbaarhe„ dens ootmoedich smeken, en in welke wij de vrijheid neemen, ons te beveelen, en hebben de eere met diepe veneratie en Schuldige Schuldig ontzach te zijn. — Hoog Edele Hoog Achtbare gebiedende Hleeren! Uver Hoog Edele hoog Achtbaarhedens onderdanige en gehoorzame Dienaren; P: D: A Mmons. W: Maanghamer Sadraspatnam den 27e Augustus Anno 1771. 3 G Register van sodanige Papieren als of heeden aan Den Doorlugtigen i Hooggebooren Vorst en sleere Willemw, bij de Gratie Gods Prince van Orange ter en nassauw Erfstadhouder Oafcaffitaan en admiraal Generaal der Vereenigde Neederlanden A=a Etc=a Et=a als oppergou„ verneur Generaal en opperbewind hebben van de Edele Oostindische maatschaffij Beneevens De Hoog Edele Hoog agtbaare Hseeren Bewindhebberen ter Vergadering van de seeventhoenen gecommitteerd ter Praesi„ diale kamer Amsterdam per het schip De Bartha Petronella over Saggerne, naijkpoeram werden geaddresseerd door den Wel Edelen, groot agtbaaren sseer Pieter Iak Heer Raad Ordinair van neederlands India afgaande, mits„ gaders Den wel Edelen Gestr: Heer Reijnier van Vlissingen g'eligeeerd Gouverneur en directeur deeser Custe Cor„ mandel met den Resorte van dien, nee„ vens den Raad te nagasert nam; ter resten N:o 1 Origineele gemeene missive door Eeeren gemelde Gouvernours Ligurd. N:o 2. Een gesloote pacquet door den Eerst gemelde heer gouvernouw alleen aan als Vooren gedediceerd, behol sende weederlegging geadstrueerd van de vereijsschende bewijsen van het geen daar geweesen en zeedert gerepatrieerden on„ der Koopman secretaris en Cassier deese plaatse Iohannes Haselkampte zijn laste heeft voortgebragt bij zijn aan Haar Hoog Edele Hoog agtbaare ge„ presenteerde Request „ 3 Extract uijt de Generaale Resolutien des Casteels Ba„ tacia de dato 5. ' maart pass=o betreffte de het laaden en defecheeren van bren ger deeses „ 1 Extract uijt een missive door haar hoog Edelens de Edele hooge Indiase Regeering te batavia in dato 30:' april p=o aan de Regeering als hier geschireerven over het zelve suppot hon„ delende „ 5 Een Brandroll dor de batavia gebrande khesten voor de schee„ belingen of voorm: bookeen bescheijden en Raad aan verbooggedagte Doorlugtige as geboorene vorst en sleere, en Iaar ssan Edele Heoog agtbaare gerigt van heedigin datum N=o zijnds C: No 6 Comn brand Certificaat der alhier gebrande tusten „ 7 Verklaaring van den schipper Cornelis Brouwer van de M alhier aan hem ter handgestolde sapieren w bestaande in: Een Bondel met Instructive pappieren— ter zijner en der verdere overheeden narigt Een Turkse Pas Een gesloote secreete zijn brieff voor den Jaa„ re 1770. tot het aandoen van de Caab Een brand Rol der te batavia gebrande Kis„ ten van de scheepelingen of zijn voor d melde onderhebbende boodem bescheijden ^ in eep „apaat Couvert geslooten om bij ontmoo„ ting van slands kruijsende Oorlog schee„ pen afgegeeven te werden Een brand Certificaat der alhier gebrande kisten meede in een appart Couwert gesloo„ ten ten eijnde voormeld N:o 8 Eon verklaaring van voormelden schipper Brouwer weegens het genootene of batavia voor de thuysreijse 3: Cobia berigten weegens hit hande en schoel geareig motsg=s aan„ monitie van Oorlog of meermelde boodem de Bartha Petronella kavrtckamer 10. Een Generaale Lijst van de Caarten en Stuurmans gereed r2 Schafpen. werff soldyC. pakk. Nagesien de J: J: : Veitge schappen of dat schot apotheecq=r 11 Twee Cashalogussen van medicamenten; als 1. Van het ontvangene te batavia voor een Reijse van agt maanden, en 1. van het ingevolge Resolutie genoomen in raade van Cormandel op den 31. aug J=o leeden alhier verstrekte tot supple„ ment van het verbruijkte of de reijse van batavia na herwaards „ 12 Een Inventaris van de voormelde boodem de Bartha Pe„ tronella „ 13 Twee Onkrostroo keningen van dewelke 1. van het verstrekte of batavia aan gedagte Koel, en 1. Van het afgelangde alhier ten behoeve van het schip „ 14 Factuuren van het gelaadene in brenger, deeses goataffart vor „ 15 Cognoissement, adidem, annex een afsonderlijke notitie van 't getal en de swaarte der van hier over„ gaande pakken Nagapatnaar In 't Casteel den 3.:' 7ber: 1770. Cornobdam G Clercq atria Aan den Doorlugtigen Hoog Geboren Vorst en Heere Willem Bij der gratie Gods, Prinse van Orange en Nassauw, Erfstadhouder, Erf-Capitain en Admiraal Generaal der vereenigde Nederlanden Etc:a Etc:a Etc:a als opper Gouver„ neur Generaal en opper Bewindhebber van de Edele Oost- Indische Maatschappije deser Landen Benevens De Hoog Edele Hoog Agtbare Heeren Bewind„ hebberen ter vergaderinge van de seventhienen gecommitteerd Doorlugtige, Hoog Geboren Vorst en Heere, en Hoog Edele Hoog Agtbare Heeren! Ter voldoening van de gunstige permissie om mijne ver„ antwoording te doen tegens een Remonstrantie door den
English
Reviewed J. Veetge Apothecary 11 Two catalogues of medicines; namely 1. Of what was received at Batavia for a voyage of eight months, and 1. Of what, pursuant to the resolution taken in the Council of Coromandel on [illegible] past, was provided here for the replacement of what was consumed on the voyage from Batavia hither. 12 An inventory of the aforementioned vessel the Bartha Petronella. Pay Office 13 Two expense accounts, of which 1. Of what was provided at Batavia for the said keel, and 1. Of what was delivered here for the benefit of the ship. 14 Invoices of the cargo loaded in the bearer of this [illegible] 15 Bill of lading of the vessel, with an attached separate specification of the number and weight of the packages going from here. Nagapatnam, in the Castle, the 3rd of September Corneobdam 96 Patria To the Illustrious High Born Prince and Lord Willem, By the grace of God, Prince of Orange and Nassau, Hereditary Stadtholder, Hereditary Captain and Admiral General of the United Netherlands, etc., etc., etc., as Supreme Governor General and Supreme Director of the Noble East India Company of these Lands, and The High Noble, Right Honourable Lords Directors commissioned to the Meeting of the Seventeen. Illustrious, High Born Prince and Lord, and High Noble, Right Honourable Lords! In satisfaction of the kind permission to make my defense against a remonstrance presented to the Meeting of the Seventeen by the former Nagapatnam cashier Johannes Haselkamp, I have the honour to let the document serving that purpose accompany this, together with the necessary annexes, according to the enclosed register. I flatter myself that the defense will be found satisfactory in all respects, and that it will manifestly appear therefrom that Haselkamp was subjected to no harsher treatment than his perfidy merited. I am with the utmost respect, deference, and submission, Illustrious, High Born Prince and Lord, and High Noble, Right Honourable Lords, Your Illustrious Highness's and High Noble, Right Honourable Lordships' humble and faithful servant. Nagapatnam, in the Castle, the 30th of August, Anno 1771. 13 Netherlands Duplicate. To the Illustrious, High Born Prince and Lord Willem, By the grace of God, Prince of Orange and Nassau, Hereditary Stadtholder, Hereditary Captain and Admiral General of the United Netherlands, etc., etc., etc., as Supreme Governor General and Supreme Director of the Noble East India Company, along with The High Noble, Right Honourable Lords Directors commissioned to the Meeting of the Seventeen At the Chamber of Amsterdam. Illustrious, High Born Prince and Lord, and High Noble, Right Honourable Lords! After we had, since the middle of June, the time that we presumed the ship projected by their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia as a direct return ship from this Coast ought to appear here, looked out for the same with longing, and were brought into the utmost uncertainty by its long absence, especially when we received news on the 26th of July last, with the safe arrival of the ship Noord Beveland destined for this Coast, that the bearer of this, the ship De Bartha Petronella, projected for that purpose, had already been dispatched hither from Batavia on the 3rd of May prior, so that we feared, not without reason, that that vessel might not complete its voyage hither due to some fatalities; and seeing that vessel not appear on the 5th of August last, we devised means, for the promotion of the Master's service, to get the European packages sent directly from here, if there were any possibility of doing so, or else partly via Bengal and Batavia, because their said High Excellencies at Batavia were pleased to send this year only the aforementioned ship Noord Beveland for this Coast, which was not sufficient to transport all the linen bundles that were in readiness; while one thus fluctuated between hope and fear, we were finally relieved of all uncertainties on the 17th of August past by the unexpected appearance of that keel, which, as evidenced by the journal, having fallen below Ceylon due to heavy, persistent storms, of which there are few or no examples in these seas, was brought to the necessity of crossing the Line once more to catch the southeast trade wind, which also being happily accomplished, subsequently completed the voyage hither reasonably expeditiously, without the aforementioned bad weather having caused any notable damage, neither to the ship nor to the loaded goods; the appearance of that vessel then nullified our measures already taken, and we consequently immediately cancelled the ship requested from the Ceylon ministers for making the home voyage, in case they could assist us with such a vessel without their own inconvenience; and we further had to make many changes, because of that late appearance, in the arrangements made by their High Excellencies in that regard, and therefore resolved, instead of the dispatch of that keel ordained by the same to all the trading posts of this Coast for taking in the cloth packages in readiness at the same, on account of the lateness of the season, to let it sail on directly from here to Jaggernaikpoeram after the packages ready here were loaded into it, all of which had to be carried out in great haste, so that that vessel could still turn its prow toward the Cape of Good Hope from that trading post before the breaking of the bad or northern monsoon, to which end we meanwhile had the Sadraspatnam and Palliacat bundles transported in advance to Jaggernaikpoeram by two sloops, where
Dutch transcription
schappen of dat schot # werff pakk. Nagesien J: : Veetge apotheecq=r 11 Twee Cathalogussen van medicamenten; als 1. Van het ontvangene te batavia Reijse van agt maanden, en 1. van het ingevolge Resolutie gea in raade van Cormandel op de J=o leeden alhier verstrekte tot ment van het verbruijkte op van batavia na herwaards „ 12 Een Inventaris van de voormelde boodem de Ba tronella soldyC. „ 13 Twee Onkrostree keningen van dewelke 1. Van het verstrekde off batavia gedagte Kiel, en 1. Van het afgelangde alhier ten van het schip 14 Factuuren van het gelaadene in brenger, deeses goot afart vor „ 15 Cognoossement, abodem, annex een afsonderlijke na 't getal en de swaarte der van h gaande pakken Nagapatnaar In 't Casteel den 3.:' 7be Corneobdam . 96 Patria Aan den Doorlugtigen Hoog geboren Vorst en Heere Willem Bij der gratie Gods, Prinse van Orange en Nassauw, Erfstadhouder, Erf-Capitain en Admiraal Generaal der vereenigde Nederlanden Etc:a Etc:a Etc:a als opper Gouver„ neur Generaal en opper Bewindhebber van de Edele Oost- Indische Maatschappije deser Landen De Hoog Edele Hoog Agtbare Heeren Bewind„ hebberen ter vergaderinge van de seventhienen gecommitteerd Doorlugtige, Hoog Geboren Vorst en Heere, en Hoog Edele Hoog Agtbare Heeren! Ter voldoening van de gunstige permissie om mijne ver„ antwoording te doen tegens een Remonstrantie door Benevens den Nagapatnam In't Casteel. den 30:' Augustus den gewesen Nagapatnams Cassier Iohannes Haselkamp aan de vergadering van Seventhienen gepresenteerd, hebbe de eer het schriftuur daar toe dienende, dese te laten verseld gaan, nevens de nodi„ ge bijlaagen, volgens bijgevoegd Register. flatteere mij dat de defensie in allen opsigten voldoende sal werden bevonden, en daar uijt manifestelijk blij¬ ken dat Haselkamp geen harder behandelingen sijn aangedaan, als sijn trouwloosheid heeft geme¬ riteerd. Ik ben met het uijterste respect, Eerbied en onderwer„ ping. Doorlugtige Hoog geboren Vorst en Heen en Hoog Edele Hoog Agtbare Heeren uw Doorlugtige Hoogheidn Hoog Edele Hoog Agtbarens Ootmoedige en getrouwe dienaar. Anno 1771. lak er 13 Nederland Duplicaat. Aan den doorlugtigen Hoog Gebooren Vorsten Heere Willem, Bij der gratie gods prince van orange & Nas„ „sauw, Erfstadhouder Erf Capitain en Ad„ „miraal Generaal der vereenigde Neder„ „landen Etc:a, Etc:a, Etc:a, als opper gouver„ „neur generaal en opper Bewindheb„ „ber van de Edele oost. Indi„ „sche Maatschapije Beneevens De Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren Bewindhebberen ter vergadering van de zeeventhienen ge„ committeerd Ter Kamer. Doorlugtigen Hoog Gebooren Vorst en Heere En Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren! Na dat wij 't'sedert medio Iunij, de tijd die wij ver onderstelden, dat het schip door Haar Amsterdam Hoog e Hoog Edelens de Edele Hooge Indiase Regeering te Batavia, tot Een directe Re„ thour schip van deese Custe geprojecteerd, alhier opdagen moeste, met verlangen na het selve uijtgesien hadde, en door het lang weg blijven derselve, in de uijtterste onseekerheijd gebragt wierden, insonderheijd wanneer wij op den 26. ' Iulij laastleeden, met de behoude arrive van het voor deese Custe gedestineerd schip Noord Beveland tijding bequamen, als dat brenger deeses het schip De Bar„ tha Petronella daar toe geprojec„ teerd, bereeds den 3. ' Meij bevoorens van Batavia dit heen gedepecheerd was, sulx wij niet sonder reeden vreesden, dat dien boodem door eenige fataliteijten sijne reijse„ dit heen niet soude volbrengen, en den 5.' Augustus Iongstleeden, dien boodem niet sien„ „de opdaagen, tot bevordering van 's Meesters dienst, middelen beraamden, om de Europase packen direct van hier, soo 'er eenige mogelijk„ heijd toe was, dan wel gedeeltelijk over Ben„ „gale en Batavia versonden te krijgen, dewijl welmelde Haar Hoog Edelens 6 te Batavia, deesen Iaare maar alleen het voormeld schip Noord Beveland voor deese Custe hebben gelieven te senden, het selve niet suf„ „fiseerde, om alle de ingereedheijd zijnde lij„ waat fardeelen te vervoeren; Terwijl men dus tussen hoop en vreese fluctueerden, wierden wij eijndelijk op den 17. ' Augustus passado, van alle onseekerheeden ontlast, door de onverwagte opdaging van dien Kiel, dewelke uijtwijsens het Journaal door swaare aan„ houdende stormen, daar men in deese zeër geen, ofte weijnig voorbeelden van heeft, be„ needen Ceijlon vervallen, in de noodsake„ lijkheijd gebragt was, andermaal door de Linie te steeken, om de Zuijd oost passaat opte loopen, het geen ook geluckig volvoerd weesende, de reijse vervolgens reedelijk voor spoedig dit heen volbragt heeft, son„ der dat het voormeld quaad weir eenige merkelijker schade, nog aan het schip, nog aan de ingelaadene goederen heeft veroorsaakt; De verschijning van dien bodem, deede dan onse reeds genomene maatregulen te niete, en wij schreeven dienvolgens ten eersten af„ het het schip tot het doen van de thuijs reijse, van de Ceijlonse Ministers versogt, ingevalle sij ons met soo een boodem, buijten eijgen ongerieff, bijspringen konde, en moesten wijders door die laate opdaging veele verandering maaken, in de door Haar Hoog Edelens dienaan„ „gaande gemaakte schickingen, en mits dien beslooten, insteede van de door Hoogst deselve geordonneerde sending van dien Kiel na alle de Comptoiren deeser Custe, ter inneeming van de op deselve in gereedheijd zijnde Kleede„ „packen, mits de laatheijd des tijds van hier Iaggernaijkpoeram direct naar te laaten voortseijlen, na dat de packen alhier gereed, daar in afgelaaden waaren, dat alles met overhaasting heeft moeten verrigt werden, op dat dien bodem nog voor het door„ breeken van de kwaade of noorder mousson„ van dat Comptoir den steeven na Cabo de goede Hoop soude konnen venden, ten welken eijnde intussen de Sadraspat„ namse en Palliacatse fardeelen door twee Chialoupen voor af naar Iagger„ naijse poeram hebben laten overbrengen, daar
English
since in the meantime the Palicol linens have been brought together successively, so that, according to the latest reports we have of the stock on hand of the homeland linens, we calculate that this vessel, with what has already been taken in here, will be able to depart with a cargo of 12. to 1300. packs, as Your Right Honourable Worships will further see from the invoices and bills of lading, which are presented therewith in all respect to Your Right Honourable Worships, being of the loaded linens, as the well-mentioned High Indian Government has pleased to prescribe to us in its highly honoured missive of 30. April last past, and general Resolutions of the Castle of Batavia of 5. March prior, of which extracts we take the liberty to attach hereto in copy, two thirds, with and alongside the ship with its ballast and bottom weight, consigned to the presiding Chamber of Amsterdam, and the remaining one third of the cloths to that of Zeeland, Zeeland, but the invoices of each office addressed separately under one cover to the Chamber of Amsterdam, alongside which, pursuant to our established order, a general short invoice or summary is to be presented by the Jaggernaijkpoeram servants to Your Right Honourable Worships, of all that has been delivered to the bearer hereof both at the Indian capital Batavia and here at the Coast, so that Your Right Honourable Worships will be able to see at a glance the magnitude and importance of the cargo etc.: that of this Capital consisting of 263. packs and chests of diverse cloths and linens, to the amount of ƒ255661. 5. —., and consisting of the following assortments; namely For Amsterdam 360. — pieces guinees fine bleached - - - packs 9. ƒ 5625. 3. 8 40. - pieces guinees bleached the Company's old sort - - - - - packs 1. 516. 1. 8 720. – pieces guinees bleached after a Coedeloer sample - - - - - - packs 18. 8363. 13. — 50. - pieces Moeris bleached the 18. caal long 36. Cobids - - - - packs 1. 696. 10. — 300. – pieces salempoeris fine bleached - - - - - - - packs 3. 1886. 4. 8. 1040. – pieces salempoeris common bleached - - - - packs 13. 4296. 1. 8. 40. – pieces guinees common bleached - - - - - - - - - - - - packs 1. 382. 5. – 560. - pieces guinees brown blue - - - - - - - - - packs 14. 7233. 11. 8. Carried forward - - - packs: 60. ƒ 28999. 10. 8 Brought forward - - - packs: 60. ƒ 28999. 10. 8. 200,000 - pounds pepper black pure sifted - - - - - - ƒ 25173. 6. 8. 25000. - lb sappanwood Bimas - - - - - - - - - - - ƒ 631. 2. 8. 200,000. - pounds Coffee beans - - - - - - - - - - - - - - ƒ 20818. 4. —. 50. – pieces Moeris bleached the 16. Caal long 36. Cobids - - - packs 1. 517. 11. 8 400. - pieces Roemaals or handkerchiefs fine of 1 1/4 @ - - - - packs 4. 5426. 6. 8. 400. – pieces Roemaals sestergantij of 1 1/4 @ - - - - - packs 2. 2780. 1. 8. 100. – pieces Roemaals de Esta of 1 - - - - - - - - - packs 1. 901. 6. 8. 200. — pieces Roemaals checked Indian sort of 1 1/4 @ - - - packs 1. 1023. 2. 8. 200. - pieces Roemaals checked Indian sort of 1 — - - - packs 2. 1635. 3. -. 200. - pieces Roemaals de Esta of 1 1/4 @ - - - - - - - packs 1. 1312. 8. -. 400. - pieces Roemaals sestergantij of 1 7/8 - - - - - packs 2. 2369. —. —. 400. – pieces Roemaals sestergantij of 1 - - - - - - packs 2. 1912. 5. –. 3000. - pieces Chintzes fine painted - - - - - chests 30. 33661. 9. 8. 200. - pieces Bethilles Callawaphoe - - - - - - - packs 1. 1061. 3. 8. 100. - pieces Bethilles sestergantij - - - - . . . . . packs 1. 1095. 18. -. 1200. — pieces Bethilles otisaals bleached - - - - packs 12. 7559. 1. -. 100. — pieces Bethilles with flowers - - - - - - - packs 1. 1070. 19. –. 1700. — pieces Bethilles without flowers - - - - packs 17. 13482. 3. 8. Together Packs and chests 176 ƒ 137269. 8. -. 200. - pieces Roemaals de Esta of 1 7/8 - - - - - - - - packs 1. 1106. 17. -. 800. - pieces Roemaals checked Indian sort of 1 7/8 - - - packs 4. 3727. 1. 8. 250. – pieces Bethilles fine broad - - - - - - chests 5. 9904. 9. 8. 50. - pieces Bethilles superfine - - - - - - - - - - packs 1. 1579. 19. —. 400. – pieces Bethilles fine broad - - - - - - - packs 4. 4153. 14. – 200. - pieces Bethilles fine narrow - - - - - - - - packs 2. 1081. 2. 8. 400. - pieces Bethilles coarse broad - - - - - - - - packs 4. 2893. 1. -. 1000. — pieces Bethilles open-woven bleached Indian sort - - - - packs 10. 4263. 15. - 700. — pieces Bethilles Ternatanes - - - - - - - - - packs 7. 3751. 19. -. Carried forward - - - - - ƒ 183892. 1. —.
Dutch transcription
13 daar middelerwijlen de Palicolse lijwaa„ ten successive bij den anderen gebragt sijn ge„ „worden, invoegen wij na de Jongste berigten; die „weesende wij van de aan handen voorraad der vader„ „landse lijwaaten hebben, staat maaken, dat dien bodem met het geene hier reeds heeft inge„ nomen, met een lading van 12. â 1300. packen sal konnen vertrecken, gelijk uw hoog Edele Hooge Agtbaare nader zal te vooren koo„ „men, uijt de factuuren en Cognoiscementen, die daar van uw Hoog Edele Hoog Agt„ „baare in alle Eerbied werden aangebooden, „naar sijnde van de ingelaadene lijwaaten „ het geen welmelde Hooge Indiase Regee„ „bij „ring ons soo „ hoogst derselver geveneerde missive van den 30. ' april J. o verstreeken, en generaa„ le Resolutien des Casteels Batavia van den 5. ' Maart bevoorens, waar van de Ex„ tracten de vrijheijd neemen, deesen in Copia bij„ „tevoegen, hebben gelieven voor te schrijven, twee derde, met en neevens het schip met sijn ballast en onder swaarte, aan de praesidia„ le Kamer Amsterdam, en het overige een derde der kleeden aan die van Zee„ land „land geconsigneerd, dog de factuuren van ieder Comptoir afsonderlijk, onder een Couvert aan de Ka„ mer Amsterdam geaddresseerd, waar neevens ingevolge onse gestelde ordre door de Iagger„ „naijkpoeramse bediendens Uw Hoog Ede„ „le Hoog Agtbaare aangebooden staat te wer„ „den, een generaale Korte factuur of 'tsamen„ „trecking, van al het geen brenger deeses soo ter Indiase hoofdplaatse Batavia, als al„ hier ter Custe ingegeeven is, op dat uw Hoog Edele Hoog Agtbaare met een opslag van 't oog zullen kunnen sien, de grootheijd en im„ portantie van de lading etc: bestaande die der ^en kisten deeser Hoofdplaatse in 263. – packen, ^ divers se kleeden en lijwaaten, ten emporte van ƒ255661. 5. —. , en in de volgende sortementen bestaande; als Voor Amsterdam 360. — p:s guinees fijn gebleekt - - - 40. - „ guinees gebleese 't sComp:s oude soort - - - - - „ 1. „ 516. 1. 8 720. – „ guinees gebleekt na Een Coedeloers monster - - - - - - „ 18„ 8363. 13. — 50. - „ Moeris gebleekt de 18. caal lang 36. Cob. s - - - - „ 1„ 696. 10. — 300. – „ salemp:s fijn gebleekt - - - - - - -. „ 3 „ 1886. 4. 8. 1040. – „ salempoeris gemeen gebleekt - . - - - „ 13„ 4296. 1. 8. 40. – „ guinees gem: gebleekt - - - - - - - - - - - - „ 1„ 382. 5. – 560. - „ guinees bruijn blaauw - - - - - - - - - „ 14„ 7233. 11. 8. . . . pack: 9. ƒ 5625 3. 8 20 200 Transporteere - - - pack: 60. 2899. 10. 8 13 P„r Transport - - - pakk: 60. ƒ 28999. 10. 8. 200'000 - - „ peeper swarte zuijvere geharpte - - - - - - „ 25173. 6. 8. 25000. - lb sappanhout Bimas - - - - - - - - - - - „ 631: 2: 8. 200'000. . „ Coffij boonen - - - - - - - - - - - - - - „ 20818. 4. —. 901. 6. 8. 2780. 1. 8. 50. – p:s Moeris gebleekt de 16. Caal lang 36. Cob:s - - - „ 1. „ 517. 11. 8 400. - „ Roemaals of neusdoeken fijne d' 1¼. @ - - - - „ 4. „ 5426. 6. 8. 400. –. „ Roemaals sestergantij d 1¼ C@ - - - - - „ 2„ 100. – „ Roemaals de Esta „ 1. - „ - - - - - - - - - „ 1. „ 200: —. „ Roemaals geruijte indiase soort d' 1¼. @a - - - „ 1. „ 1023. 2. 8. 200. - „ Roemaals geruijte in diase soort „ 1. —. „ - - - „ 2. „ 1635. 3. -. 200. - „ Roemaals de Esta d' 1¼ @a - - - - - - - „ 1. „ 1312. 8. -. 400. - „ Roemaals sestergantij „ 1 7/8. „ - - - - - „ 2. „ 2369. —. —. 400. –. „ Roemaals sestergantij „ 1. - „ - - - - - „ 2. „ 1912. 5. –. 3000. - „ Chitsen fijne geschilderde - - - - - kisten 30 „ 33661. 9. 8. 200. - „ Bethilles Callawaphoe - - - - - - - p=ken 1. „ 1061. 3. 8. 100. - „ Bethilles sestergantij - - - - . . . . . „ 1. „ 1095. 18. -. 1200. —. „ Bethilles otisaals gebleekte. . . . . . . . „ 12„ 7559 1. -. 100. —. „ Bethilles met bloemen - - - - - - - „ 1. „ 1070. 19. –. 1700. —. „ Bethilles sonder bloemen. . . . - - - „ 17. „ 13482. 3. 8. Tesaamen Pakken en kisten 176 ƒ137269. 8. -. 200. - „ Roemaals de Esta „ 17/8. „ - - - - - - - - „ 1. „ 1106. 17. -. 800: - „ Roemaals geruijte indiase soort „ 1 7/8. „ - - - „ 4 „ 3727. 1. 8. 250. –. „ Bethilles fijne breede - - - - - - kist: „ 5. „ 9904. 9. 8. 50. - „ Bethilles supra fijne - - - - - - - - - - „ 1. „ 1579. 19. —. 400. – „ Bethilles fijne breede - - - - - - - p=ken „ 4. „ 4153. 14. – 200. - „ Bethilles fijne smalle - - - - - - - - „ 2. „ 1081. 2. 8. 400. . „ Bethilles grove breede - - - - - - - - „ 4 „ 2893. 1. -. 1000. —. „ Bethillesijle gebleekte Jndiase soort - - - - „ 10 „ 4263. 15. - 700. — „ Bethilles Ternatanes - - - - - - - - - „ 7„ 3751. 19. -. Transporteere - - - - - ƒ183892. 1. —. 10 8 38 8. 10. 8
English
1. 2/3. troughs of river or ballast stones - - - - - - - „ 209. 2. –. For Zeeland 160. –. pieces guinees fine bleached - - - - - - packs 4. „ 2616. 16. 8. 360. –. „ guinees bleached, according to a Cuddalore sample - „ 9. „ 4216. 13. 8. 280. –. „ guinees dark blue - - - - - - - „ 7. - „ 3636. 9. —. 200. —. „ salempores fine bleached - - - - - - - „ 2. -„ 1220. 19. —. 480. —. „ salempores common bleached - - - - - - „ - 6. - „ 1976. 19. -. 50. –. „ moris bleached the 18. caal long 36. - - „ - 1. – „ 696. 10. —: 50. —. „ moris bleached „ 16. „ „ 36. - - „. 1. - „ 517. 11. 8. 200. —. „ rumals or fine handkerchiefs - - - „ 2. -. „ 2854. 15. -. 200. —. „ rumals de Esta of 1¼. @ square „ 1 - „ 1312. 8. -. 200. —. „ rumals d' Esta „ 1 7/8. „ _o - „ 1 - „ 1106. 17. -. 200. —. „ rumals sestergantij of 1¼ @ square „ 1:½-„ 1390. 1. -. 200. —. „ rumals sestergantij „1 1/8. „ _„o 1. -„ 1184. 10. -: 100. —. „ rumals sestergantij „ 1. -. „ _ „ 1. - „ 956. 2. 8. 600. —. „ rumals checked Indian sort of 1 1/8. @ - „ 3 „ 2795. 6. —. 1400. - „ chintz fine painted - - - - chests: „ 14. „ 16362. 13. 8. 200. . - „ betilles Callawaphoe - - - - - pack: 1. „ 1061. 3. 8. 700. —. „ betilles otisaals bleached - - - - - „ 7. „ 4334. 6. -. 150. —. „ betilles fine broad bleached. . chests: 3. „ 5942. 13. 8. 50. —. „ betilles superfine bleached chest: 1. „ 1405. 13. 8. 200. —. „ betilles fine broad bleached - - packs 2 „ 2076. 17. -. 100. —. „ betilles fine narrow, bleached - - „ 1. „ 540. 11. 8. 200. - „ betilles coarse broad bleached - - - „ 2. „ 1446. 10. 8. 400. —. „ betilles thin bleached Indian sort „ 4 „ 1705. 10. -. 300. —. „ betilles Ternatanes bleached - - - „ 3. „ 1607. 19. 8. 100. —. „ betilles with flowers bleached - - „ 1. „ 1070. 19. – 800. —. „ betilles without flowers bleached „ 8 „ 6344. 11. - Together packs and chests 87 ƒ255661. 5. -. 2300. —. „ freestone floor tiles of 1. foot size - - - - - - „ 486. 19. 8. 300. —. pieces Chinese planks - - - - - - - - - - - „ 91. 16. —. Brought forward - - - - - - - - ƒ183892. 1. — Total - - - - - ƒ184679. 18. 8. We furthermore consider it our duty to respectfully bring to the knowledge of Your Right Nobly Honourable Excellencies the receipt of Your Right Nobly Honourable Excellencies' most venerated letters of 15. October and 7. December of the past year, sent to us per the Ceylon ship Velsen, accompanied by such enclosures as were mentioned in the register dated 10. December attached thereto; just as we likewise have had the high honour of receiving in original and duplicate the packets of papers that Your Right Nobly Honourable Excellencies were pleased to address to us per the ships Damsigt and Landskroon via Batavia. The respectful response to the aforementioned most venerated letters, and the extract of the general letter to the Honourable High Indian Government under dates 25. September and 15. October 1770 received therewith, we shall, according to duty, dutifully attend to by the next opportunity via Batavia, in the meantime most humbly offering our gratitude to Your Right Nobly Honourable Excellencies for the relief of uncoined gold, wherewith Your Excellencies have been pleased to provide this Government. Regarding the remarks that Your Right Nobly Honourable Excellencies made concerning the quality of the gold requested from here and progressively sent to us by Your Right Nobly Honourable Excellencies, may we be permitted to refer to the reply which, according to custom and in order to follow instructions, we shall take the liberty to set down for our discharge in the margin of the aforementioned extracts of general letters sent to us, which are to be inserted into our outgoing letter to Their Right Nobilities in Batavia. Meanwhile, the first undersigned, Governor Haksteen, is very sensible of the gracious favour shown to him by His Serene Highness, upon the nomination of Your Right Nobly Honourable Excellencies, in his promotion to Ordinary Councillor of India; he will not expound thereon in a multitude of words, but merely testify that his obligation, zeal, and fidelity to the High said Prince and to Your Right Nobly Honourable Excellencies, as well as to the Honourable Company, shall cease only with his life; to which end he meanwhile assures in the strongest manner that, upon arriving hereafter in Batavia, whither he has been called by the Honourable High Indian Government to assist at the High Table, he will observe the work of his department with no less devotion than he has observed the precious interests of Your Right Nobly Honourable Excellencies with blessed success during his six and a half years of administration on this Coast, sincerely wishing that his successor, the second undersigned, Governor-elect Reijnier van Vlissingen, appointed thereto by the well-mentioned Honourable High Indian Government and safely arrived here on 26. July last with the ship Noordbeveland, may enjoy the good fortune of enlarging and increasing the profits and returns, to the satisfaction and winning of favour of Your Right Nobly Honourable Excellencies, in which respect he feels most powerfully urged to give Your Right Nobly Honourable Excellencies the most sincere assurance that he, with the greatest attachment
Dutch transcription
1. 2/3. Backen Revier of ballast steenen - - - - - - - „ 209. 2. –. Voor Zeeland 160. –. p:s guinees fijn gebleekt - - - - - - p:r 4. „ 2616. 16. 8. 360. –. „ guinees gebl:, na een Coedeloers monster - „ 9. „ 4216. 13. 8. 280. –. „ guinees bruijn blaauw - - - - - - - „ 7. - „ 3636. 9. —. 200. —. „ salemp:s fijn gebleekt - - - - - - - „ 2. -„ 1220. 19. —. 480. —. „ salemp:s gemeen gebleekt - - - - - - „ - 6. - „ 1976. 19. -. 50. –. „ moeris gebleekt de 18. Caal lang 36. - - „ - 1. – „ 696. 10. —: 50. —. „ moeris gebleekt „ 16. „ „ 36. - - „. 1. - „ 517. 11. 8. 200. —. „ Roemaals of neusdoeken fijne - - - „ 2. -. „ 2854. 15. -. 200. —. „ Roemaals de Esta d 1¼. @ in vierkant „ 1 - „ 1312. 8. -. 1106. 17. -. 200. —. „ Roemaals d' Esta „ 1 7/8. „ _o - „ 1 - „ 1390. 1. -. 200. —. „ Roemaals sestergantij d 1¼ @ in't vierkc=t „ 1:½-„ 1184. 10. -: 200. —. „ Roemaals sestergantij „1 1/8. „ _„o 1. -„ 100. —. „ Roemaals sestergantij „ 1. -. „ _ „ 1. - „ 956. 2. 8. 600. —. „ Roemaals geruijte Jndiase s. t d' 1 1/8. @ - „ 3 „ 2795. 6. —. 1400. - „ Chitsen fijne geschilderde - - - - Rist: „ 14. „ 16362. 13. 8. 200. . - „ Bethilles Callawaphoe - - - - - p=k: 1. „ 1061. 3. 8. 700. —. „ Bethilles otisaals gebleekt - - - - - „ 7. „ 4334. 6. -. 150. —. „ Bethilles fijne breede gebleekte. . kist: 3. „ 5942. 13. 8. 50. —. „ Bethilles supra fijne gebleekte kist: 1. „ 1405. 13. 8. 200. —. „ Bethilles fijne breede gebleekte - - p=ken 2 „ 2076. 17. -. 100. —. „ Bethilles fijne smalle, gebleekte - - „ 1. „ 540. 11. 8. 200. - „ Bethilles grove breede gebleekte - - - „ 2. „ 1446. 10. 8. 400. —. „ Bethilles ijle gebleekte Jndiase soort „ 4 „ 1705. 10. -. 300. —. „ Bethilles Ternatanes gebleekte - - - „ 3. „ 1607. 19. 8. 100. —. „ Bethilles met bloemen gebleekt - - „ 1. „ 1070. 19. – 800. —. „ Bethilles sonder bloemen gebleekt „ 8 „ 6344. 11. - Tesaamen pakk: en kisten 87 ƒ255661. 5. -. 2300. —. „ arduijne vloersteenen d' 1. voet g. t - - - - - - „ 486. 19. 8. 300. —. p:s Chineese planken - - - - - - - - - - - „ P„r Transport - - - - - - - - ƒ183892. 1. — 91. 16. —. Somma - - - - - ƒ184679. 18. 8. Wij F 13 „ Wij agten ons wijders verschuldigt Uw Hoog Edele Hoog Agtbaare Eerbiedig ter Kennisse te brengen, de receptie van Uw Hoog Edele Hoog Agtbaare seer gevenereerde missivens van den 15.' october en 7. december des gepasseerden Jaars, per 't Ceijlons schip velsen aan ons afgesonden, ver„ seld van sodanige bijlaagen, als bij het daar nee„ vens gevoegd Register de dato 10. ' December daar aan vermeld hebben gestaan; gelijk wij insel„ vervoegen de hooge Eere hebben gehad in originale en dupliaat te ontfangen, de pacquetjes papieren die uw Hoog Edele Hoog Agtbaare behaagd hebben per de scheepen Damsigt en Landskroon, over Batavia aan ons te addresseeren. De Eerbiedige beantwoording van voormelde hoogst gevenereerde missivens, en het daar neevens bekomene Extract generaale missive aan de Edele Hooge Indiase Regeering onder datis 25. ' September en 15. ' october 1770. gerigt, sullen wij na gehou„ „denisse per naaste geleegendheijd over Bata„ via pligtschuldig in agt neemen, intussen uw Hoog Edele Hoog Agtbaare op 't needrigste onse dankbaarheijd offereerende, voor 't ontset, van ongemunt goud, waarmeede Hoogst deselve dit gou: Gouvernement hebben gelieven te voorsien. Ten belange der remarques welke Uw Hoog Edele Hoog Agtbaare omtrend de gehalte van het goud dat van hier g'eijscht, en door uw Hoog Edele Hoog Agtbaare successive ons toegeschikt is, zij ons gepermitteerd ons te moogen refereeren aan de beantwoording, die wij na gewoonte, en om de ordre op te volgen, de vrijheijd zullen neemen, in margine van de voormelde ons toegeschikte Ex„ „tracten generaale missivens, en die bij ons aftegaa„ ne brief aan Haar Hoog Edelens te Bata„ via geinsereerd staat te werden, ter onser dechar„ ge ter needer te stellen. Middelerwijlen is den eerstgeteekende gouverneur Haksteen seer sensibel van de goed gunstigheid„ die hem door sijn doorlugtigste Hoogheijd, op de nominatie van Uw Hoog Edele Hoog Agtbaare, in sijne promotie tot ordinaris Raad van India is beweesen; hij sal in geen veelheijd van woorden daar over uijtwijden, maar eenelijk betuijgen dat zijn verpligting, ijver, en ge„ „trouwigheijd aan Hoog gedagte vorst, en Uw Hoog Edele Hoog Agtbaare, mitsgaders voo de E: Comp:e niet als met sijn leeven sal op houden„ ten 12 ten welken eijnde hij intussen op de kragtigste wijse verseekerd, dat hij in't vervolg op Bata„ „via komende, werwaards door de Edele Hoo„ „ge Indiase Regeering ter adsistentie aan de Hooge tafel geroepen is, met geen minder aanklee„ „ving betragten sal, het werk van zijn de par„ „tement, als hij geduurende sijn ses en Een half Iaarige bestier te deeser Custe uw Hoog Ede„ „le Hoog Agtbaarheedens dierbaare be„ „langens met geseegende successen waargenomen heeft, van herten wenschende, dat zijnen suc„ „cesseur den tweede geteekende g'eligeerd gou„ verneur Reijnier van Vlissingen, door Welmelde Edele Hooge Indiase Regee„ ring daar toe benoemd, en den 26. ' Iulij Jongst„ „leeden met het schip Noordbeveland alhier behouden aangeland, het geluk genieten mag, de voordeelen en Rethouren te vergrooten en te vermeerderen, tot Contentement en gunstwin„ ning van Uw Hoog Edele Hoog Agt„ „baarheedens, ten welken opsigte denselven sig op 't kragtigste aangenoopt vind, uw Hoog Edele Hoog Agtbaare de allersinceers te ver„ „seekering te doen, dat sig met het meeste attache„ ment
English
will surrender and apply himself to the true service of the Noble Company, in order thereby to make himself worthy of Your High Noble High Mightinesses' cherished benevolence, and thus also to answer fully to the trust that the aforementioned Noble High Indies Government has been pleased to place in him by his election as governor and director of this Coast. In the same manner, we all remain most deeply obliged to Your High Noble High Mightinesses for the favorable communication given of the discharge granted by His mentioned Serene Highness to the Noble and Highly Respected Lord Thomas Hoope, as Representative of His Highness with the East India Company, as well as that the aforementioned Lord Hoope has simultaneously resigned the office of Director. Likewise, we offer Your High Noble High Mightinesses our most profound gratitude that Your High Noble High Mightinesses have been pleased to take charge of the procurement of the organ for the service of the church here. The same was brought here in good condition by the ship 'Slands Welvaaren, but the house carpenter Iohan Fredrik Matthijs Kok, who by the benevolence of Your High Noble High Mightinesses was also sent along to erect the organ here in proper order, died on the voyage, and someone has been found here who possesses the requisite skill to erect the same. The sum of f1400 for which that instrument was contracted, item f28. 8. for the costs incurred in procuring and packing the same, together with another 200 guilders promised to the organ builder, shall promptly be paid into the Company's treasury. Furthermore, the first-signed governor presents in all respect to Your High Noble High Mightinesses a separately sealed packet containing the refutation, supported by the required evidence, of that which the former and since repatriated secretary and cashier of this place, Iohannes Haselkamp, has brought against him in his petition presented to Your High Noble High Mightinesses, and of which Their High Nobilities in Batavia have been pleased to send a printed copy to him, the first-signed, in order to enter his lawful interests directly to Your High Noble High Mightinesses against it, as far as his actions are concerned, as is done in all respect in the aforementioned transmitted document. Meanwhile, upon permission obtained from Their High Nobilities, the military lieutenant George Lodewijk Singelman of Prussia, discharged to the Netherlands, crosses over by the bearer of this letter, who, as well as the two discharged corporals placed on this vessel, Johan Christiaan Belist of Oldenmark and Albertus Lubman of Utrecht, have been properly entered in the ship's book, as well as the [illegible] sailors placed here to reinforce the crew of that keel, both to fill the places of those who died on the voyage between Batavia and this Coast and to complete the number of 100 heads determined by Their High Nobilities. Of the papers sent to us by Their aforementioned High Nobilities, in compliance with the order of the Noble High Indies Government, a bundle of instructive papers has been delivered to the officers, with the sailing orders bound in at the front, next to the Turkish Pass, secret signal letter for the year 1771 for calling at the Cape, and [illegible] of the baggage of the ships; while the remaining papers are transmitted enclosed herein, consisting of: Copies of reports regarding the handguns and firearms, as well as munitions of war on the aforementioned vessel. 2. Catalog of medicines, both provided in Batavia and here. General list of charts and navigational instruments. Declaration of skipper Brouwer regarding what was received at Batavia for the return voyage. Item, of the papers handed over to him here. 1. Inventory of this vessel. 2. Expense accounts, namely: 1. of what was provided in Batavia to the said keel, and 1. of what was delivered here for the benefit of that ship. Furthermore, invoices and bills of lading of what was loaded here, transmitted in separate covers. Wherewith, concluding this, we commend Your High Noble High Mightinesses' illustrious persons together with the state of the General Company to the merciful protection of the Almighty, and wishing the bearer of this a swift and safe voyage, we remain with deep and dutiful respect, Serene High Born Prince and Lord, and High Noble High Mightinesses: In the Castle [illegible], Nagapatnam, 3 September, Anno 1771. Your Serene High Born, and High Noble High Mightinesses' humble and obedient servants, D Fan Heer Veesfingen Hs. Leembrugger Ws. Lanter U Schal Corn Pietersz [illegible] Tessel Co Huijnevel Bonde Johnon De Wotk de Pahilliettas f. H Postscript: After this had already been closed, upon examination of the Nagapatnam betilles transmitted with the bearer of this:
Dutch transcription
„ment zal overgeeven en appliceeren, tot den waa„ „ren dienst van de Edele Maatschappije, om sig alsoo waardig te maaken Uw Hoog Edele Hoog Agtbaare Dierbare benevolentie, en dus ook volleedig te beantwoorden, aan het vertrouwen dat welmelde Edele Hooge In„ „diase Regeering, in zijne verkiesing tot gou„ verneur en directeur deeser Custe, in hem hebben gelieven testellen. Inselvervoegen blijven wij alle Uw hoog Edele Hoog Agtbaare ten diepsten ver„ pligt, voor de gunstige gegeevene Commu„ nicatie van de verleende demissie, door Hoog gedagte zijn Doorlugtigste Hoogheid aan den Wel Edelen groot Agtbaaren Heer Thomas Hoope, als Representant van zijn Hoogheijd bij de oost. Indische Compagnie, als meede dat welgedagte Heer Hoope teffens het ampt van Be„ windhebber heeft needer gelegd. Gelijk wij uw Hoog Edele Hoog Agt„ „baare nog onse diepschuldige dankbaar„ „heijd offereeren, dat Hoogst deselve sig met de besorging van het orgel ten dienste van de 13 de kerk alhier hebben gelieven te chargeeren, het selve is per 't schip 'Slands Welvaa„ „ren alhier wel geconditioneerd aangebragt, dog de huijstimmerman Iohan Fredrik Matthijs Kok, dewelke door de goed gunstigheijd van Uw Hoog Edele Hoog Agtbaare meede geson„ den is, om het orgel alhier in ordre op te„ regten, is op de reijse overleeden, en men heeft hier iemand aangetroffen die de vereijschte kundigheijd heeft, om het selve op te setten. sullende de Somma van ƒ1400. daar dat Instrument voor is aanbesteed, item ƒ28. 8. weegens de kosten op 't versorgen en in pac„ ken derselve gevallen, mitsgaders nog 200. guldens aan den orgelmaker gepro„ mitteerd, ten eersten in 'sComp:s Cassa wer„ den betaald. Wijders, bied den eerstgeteekende gouver„ neur uw Hoog Edele Hoog Agt„ baare in alle Eerbied aan, Een appart geslooten pacquet, inhoudende de wederleg„ ging, geadstrueerd van de vereijsschende bewijsen, van het geen den geweesen, en F 't seedert gerepatrieerden secretaris en Cassier deeser plaatse Iohannes Haselkamp„ ten zijnen laste heeft voortgebragt, bij sijn aan uw Hoog Edele Hoog Agtbaare gepresenteerd Request, en waar van Haar Hoog Edelens te Batavia een gedrukt Excemplaar aan hem eerstgeteekende hebben gelieven tesenden, om daar teegens, voor soo verre sijne behandelingen aangaat, zijne regtmatige belangen direct aan Uw Hoog Edele Hoog Agtbaare inte„ brengen, gelijk bij het voormeld overgaand geschrift in alle Eerbied geschied. Terwijl op verkreege permissie van Haar Hoog Edelens per brenger deeses overvaard„ den na Nederland verlosten luijte„ nant Militair George Lodewijk Singelman van Pruijssen, den welken soo wel, als de op deesen boodem geplaatsten twee verloste Corporaals Johan Christiaan Belist, van oldenmark, en Albertus Lubman van Uijtrecht, naar behoo„ ren bij het scheepsboek ingeschreeven sijn, 1 7 ende 16. sijn, als meede de alhier ter versterking van de manschappen van dien kiel, soo tot plaats vulling van die, die op de reijse tussen Ba„ tavia en deese Custe overleeden zijn, als tot en voltallig making van het door Haar Hoog Edelens bepaald getal van 100. koppen ge„ plaatste §2. zeevaarende. van de papieren ons door welmelde Haar Hoog Edelens toegesonden gewor„ den, zijn in voldoening der ordre van de Ede„ le Hooge Indiase Regeering aan de overheeden ter handen gesteld, Een bondel Jnstructive papieren, met de daar bij ^nevens de Turkse Pas, voor aan ingebondene Zeijlaas ordre ^ se„ creete seijn brief voor den Iaare 1771. tot het aandoen van de Caab, en brandvol van de bagagie der scheepen; Terwijl de overige papieren in deesen geslooten over„ „gaan, en bestaande in: Copia berigten weegens het hand en schiet geweer, mitsgaders ammunitie van oorlog op meermelden boodem. 2. Cathalogus van Medicamenten. soo op Batavia als hier verstrekt ge: Generaale Lijst van de Kaarten en stuur„ mans gereedschappen Verklaaring van den schipper Brou„ wer weegens het genotene op Bata„ via voor de thuijs reijse. Item van de alhier aan denselven ter han„ den gestelde papieren. 1. Inventaris van deesen boodem 2. Onkostreekening, als 1. van het verstrekte op Batavia aan gedagte Kiel, en 1. van het afgelangde alhier ten be„ hoeve van dat schip Voorts factuuren en Cognoiscementen van het geladene alhier, in apparte Couverten overgaande. Waarmeede wij deesen fineerende uw Hoog Edele Hoog Agtbaarens Illustre persoonen beneevens den staat der Generale Maatschappij, in de gena„ dige bescherminge des Allerhoogsten beveelen, en brenger deeses een spoedige en Ramp e 15 Ramp vrije Reijse toewenschende, met die p schul„ dig Respect verblijven Doorlugtigen Hoog Gebooren Vorsten Heere en En Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren: In't Casteel den Uw Doorlugtig Hoog Gebooren, en Hoog Edele Hoog Agtbaarens Onderdanige en gehoorsaame Dienaaren. D Fan Heer Veesfingen Hs„ Leembrugger Ws. Lanter U Schal Corn Pietersz Nagapatnam 3. ' September A„o 1771. P: S: Na dat desen reeds afgeslooten was, bij examinatie der met brenger doe„ ses overgaande Nagapatnamse bethilles: ingh Tessel Co Huijnevel Bonde Johnon De Wotk de Pahilliettas ƒ. H
English
bethilles not answering to the sample, but having been found very ordinary, we have therefore reduced the ordinary prices of the same in such manner as we take the liberty to specify below; namely The coarse wide bleached bethilles from palo 175:20:— or ƒ791. 5. - reduced to palo 155. –. –. ƒ 697. 10. -. Fine bleached bethilles as before from pag: 236. 22. –. ƒ 1066. 2. 8. to pag: 224. –. –. ƒ1008. Ternate bethilles not answering to the sample, yet somewhat better than the above from palo 124:3:40: ƒ 558:13:2:, to pag: 114. –. –. ƒ 513. –. —. Fine narrow bleached bethilles on average very ordinary from palo 125:5:— ƒ 563:8:12: to palo 115:—:—: ƒ 517:10:—. — Sparse bleached bethilles Indian sort, of which 2 packs are ordinary, and 12 ditto which have been found very poor, on average diminished from palo 115: 10:—: ƒ 519:7:8: to palo 90: —: — ƒ 405: Appearing more clearly from the invoice accompanying this; while we could not omit giving Your High Noble and Right Honourable Worships the requisite notice of that diminution, so that upon the sale of those goods it might appear that the same are not so good as is customary to send, because the merchants as well as ourselves, through the unfaithful dealings of their brokers and the weavers in the weaving villages, had been brought to the necessity of keeping the said bethilles, and especially because those assortments, although already several times reduced in price because they did not answer to the sample, have nevertheless yielded notable advances in Europe. No. 1. For the collation L Bronsveld. Patria To the High Noble and Right Honourable Lords Directors commissioned to the assembly of the Seventeen, representing the General Netherlands Chartered East India Company, High Noble and Right Honourable, wise, prudent, and very generous Lords. It was the 4th of May 1771 that there was brought to Nagapatnam via Ceylon a letter letter from the Noble High Indian Government dated 28th December 1770, accompanied among other things by a remonstrance or petition presented by the former Nagapatnam cashier Johannes Haselkamp to the High Noble and Right Honourable Lords the Representative of His Serene Highness and the Directors of the Chartered Netherlands East India Company at the Chamber of Seventeen. Which aforesaid letter, having been opened and read in the Council of Coromandel, the undersigned Ordinary Councillor of India, as well as Governor and Director of the Company's establishments on the Coast of Coromandel, observed that the cited remonstrance was sent so that, in opposition thereto, in so far as it concerns my conduct, I might present my legitimate interests directly to the Lords Masters. In order to comply therewith in all deference, the undersigned posits posits That after taking a reading of the cited remonstrance or petition, he has found the grievances of Haselkamp to amount to this: That from his estate there was paid unjustly, and did not incumbent upon him to account for: 1. That which had been paid from his sold effects for the account of the deceased storekeeper Bonk to a sum of Pag: 913. 16. 10. 2. That from his estate there was accounted to the treasury that which for many years already had been incumbent upon the cashier Martensz, concerning monies advanced to the agriculturalists up to „ 100. —. —. 3. That from the proceeds of his furniture etc., on account of the shortage of the cashiers Looman and Crucius, there was paid mixing those two different items together to obscure the truth of this matter paid Pag: 7500. –. — 4. That which was paid from his effects for the account of four renters up to „ 2584. 12. 11. 5. That notwithstanding the Company could be abundantly satisfied from the estate of Haselkamp, he was nevertheless handed over into the hands of the fiscal to proceed against him. 6. That the all too great complaisance of Governor Haksteen had favored the disappearance of van Teijlingen, and 7th. That it had been refused to him, Haselkamp, to legally summon van Teijlingen at Madras concerning what he owed to Haselkamp. Johannes Haselkamp being at Batavia being at Batavia, presented to Your High Nobilities the petition which is appended to his remonstrance under letter L, in which he treated the first five points mentioned hereinbefore in a clear and intelligible manner, but with the remonstrance the last two points were further added; furthermore, Haselkamp's legal counsel made the substance of those points, apparently by design, so confused and unintelligible that in attempting to follow him point for point one would fall into the same absurdity. It pleased Your High Nobilities to send the mentioned petition of Haselkamp to Coromandel, in order to elucidate to Your High Nobilities how matters stood with the grievances and pretensions of Haselkamp. Thereupon it was agreed by the Coromandel resolution of the 2nd of June of last year to instruct the Junior Merchant and Secretary of Police Willem Duynevelt
Dutch transcription
bethilles niet voldoende aan het Monster, maar heel gemeen bevonden zijnde, hebben wij derhalven de or„ dinaire prijsen derselve in diervoegen verminderd, als wy de vrijheijd neemen hier onder te specificeeren; teweeten De Bethilles grove breede gebleekte van palo 175:20: —. off ƒ791. 5. - verminderd tot pa/o 155. –. –. ƒ 697. 10. -. Bethilles fijne gebleekte als vooren van pag: 236. 22. –. ƒ 1066. 2. 8. tot pag: 224. –. –. ƒ1008. Bethilles Ternatans niet voldoende aan het Monster, dog rets beeter als 't bovenstaande van pa/o 124:3:40: ƒ 558:13:2:, tot pag: 14. –. –. ƒ 513. –. —. Bethilles fijne smalle gebleekte door malkanderen heel ge meen van pa/o 125:5:— ƒ 563:8:12: tot pa/o 115:—:—: ƒ 517:10:—. — Bethilles ijle gebleekte Indiase zoort, waar van 2. pakken gemeen, en 12. ditos die heel slegt bevonden zijn, door malkan deren gediminueerd van pa/o 115: 10:—: ƒ 519:7:8: tot pr/o 90: —: — ƒ 405: Naderblijkende bij de daar van overgaande factura; Ter„ wijl wij niet hebben kunnen afsijn uw Hoog Edele Hoog Agtbare van die diminutie de verschuldigde kennis„ se te geven, op dat bij den verkoop dier goederen blijken soude, dat deselve soo deugsaam niet zijn, als men gewoon is te senden, om dat de Cooplieden soowel als wij door de ontrouwe behandeling van derselver Makelaars en de weevers in de weefdorpen, in de noodsakelijkheijd gebragt waren geworden; gemelde Bethilles aantehouden en voorna„ mendlijk om dat die sortementen, schoon al meermaa„ len om dat aan het monster niet voldeede, in prijs ver„ minderd egter nog naamwaardige advancen in Europa hebben afgeworpen. No. 1. voor de Collatie L Bronsveld. Patria Aan De Hoog Edele Hoog Agtbare Heeren Bewindhebberen ter vergaderinge van de Seventhienen gecommitteert, Representeerende de Generaale Nederlandse g'octroijeerde Oost Indische Compagnie, Hoog Edele Hoog Agtbare wijse voorsienige, en seer Genereuse Heeren. Twas den 4.:' Meij 171, dat te Nagapar„ nam over Ceijlon aangebragt wierd, een brief brief van de Edele Hooge Indiase Regeering gedateert 28. ' December 1770, onder anderen verseld van een Remonstrantie of Request, door den geweesen Nagapatnamse Kassier Iohannes Haselkamp gepresenteerd aan de Hoog Edele Hoog Agtbare Heeren Den Representant van sijn Doorlugtige Hoog„ heijd, en de bewindhebberen van de geoctroi„ eerde Nederlandse Oost Indische Comp=e ter kamer van Seventienen Welke voorsz: missive in Rade van Corman„ del geopent en geleesen sijnde, ontwaarde den ondergetekende raad ordinair van India, mitsgaders gouverneur en directeur van 'sComp=s Etablissementen ter kuste Cormandel, dat de geciteerde Remonstrantie gesonden wierd op dat daar teegens, voor soo verre het mijne behandelingen aangaat, mijne regtmatige belangen direct aan de Heeren Meesters te kunnen voordragen Om daar aan in alle eerbied te voldoen poseert poseert den ondergetekende Dat na genomene Lecture van de geciteerde Remonstrantie of Request bevonden heeft de doleantien van Haselkamp hier op uijt te koomen. Dat uijt sijn boedel ten onregte was betaalt, en hem ter verandwoording niet incumbeerde 1. Het: geen 'er voor reekening van den overleeden pakhuijsmeester Bonk, uijt sijne verkogte Effecten betaald was tot een Somma van. . . . . . . . . _ _ Pag: 913. 16. 10. 2. ' Dat uijt sijn boedel aan de kas verandwoort was het geen al 't seedert veele Iaaren den kassier Martensz: incumbeerde, over penningen aan de Landbouwers verstrekt tot „ 100. —. —. 3. Dat uijt het procedido sijner meubelen &. a, wegens het te kort gekomene van de kassiers Looman en Crucius was betaalt mesleerende die beijde differente posten onder malkander, om de waarheijd deeser saak te verduijsteren betaalt - - - - . . . . . . . Pag: 7500. –. — 4. ' Het uijt sijne Effecten betaalde voor reekening van vier pag„ 2584. 12. 11. 5. Dat niet tegenstaande dE: Comp=e ten over„ vloede uijt den boedel van Haselkamp kon„ de werden gesatisfaceerd, hij egter in handen van de fiscaal was overgegeeven om tegens hem te procedeeren. ters tot - - - - - - - - - - - - - - „ 6. Dat de al te groote Complaisance van de gouverneur Haksteen het Eclipseeren van van Teijlingen gefavoriseerd hadde, en ten 7:' Dat aan hem Haselkamp was gerefu„ seert om van Teijlingen te Madras, over het geen hij aan Haselkamp schuldig was, geregtelijk aantespreeken. Iohannes Haselkamp te batavia sijnde 18 sijnde, heeft aan Haar Hoog Edelens het Request gepresenteert, 't welk bij sijn Remon„ strantie gevoegt is onder L=a L: waar bij hij op een duijdelijke en verstaanbaare wijse, de hier vooren gemelde vijf eerste pointen heeft ver„ handelt, dog bij de Remonstrantie sijn 'er de twee laaste pointen nog bij gekoomen, voorts heeft Haselkamp sijn Regtsgeleerde, het sakelijke van die pointen. /:apparent â dessein:/ soo verward en onverstaanbaar gemaakt, dat met hem post voor post te willen volgen men in deselfde ongerijmtheijd soude vervallen Het behaagde Haar Hoog Edelens het aangeroerde Request van Haselkamp na Cormandel te senden, om Haar Hoog Edelens te Elucideeren, hoedanig het met de dolean„ tien en pretensie van Haselkamp gelee„ gen was. Daar op is bij Cormandels besluijt van den 2. ' Iunij J„o leeden verstaan om den onder„ koopman en secretaris van politie Willem Duijnevelt
English
Duijnevelt, and the bookkeeper and trade transferrer Iohannes Schuneman, to investigate to what extent the formulated claim of the mentioned cashier Haselkamp can be credited and is well-founded. The mentioned Duijnevelt and Schuneman have therefore, in compliance with what was demanded of them, submitted a written report which was presented with the Cormandel Resolution of 21 August 1769, in which one will find no studied rhetoric, but the simple truth founded on the documents which they cite. That paper having arrived in Batavia, the same was placed on 6 March 1770 by Their High Nobilities into the hands of the bookkeeper and visitor-general Abkouw and Dormieux, in order to be examined by them and to serve as a report on their findings. Their High Nobilities have conformed with the report of the bookkeeper and visitor-general and have taken a decision thereon as favorable to Haselkamp as he could ever have hoped, namely concerning the debt of the Farmers amounting to 100 pagodas, likewise that which the estate of Looman was still in arrears to the cash fund, from the payment of which he is relieved, and lastly that the debt of Crucius, if there had been a shortfall from the proceeds of the goods of the latter, was left to the account of van Teijlingen. The undersigned must and will also gladly accept the aforesaid decision, although, as is evident from the above-cited report of Duijnevelt and associates and that which is yet to follow, he was and still is of a different opinion. When Haselkamp presented his Remonstrance or Petition to Your High Noble High Mightinesses, the just-cited documents had not yet come under the discerning eye of Your High Noble High Mightinesses; otherwise they would probably not have required any accountability from me, since therein, and in the Cormandel Resolutions, everything is clearly and circumstantially dealt with that is relative to Haselkamp and all the points of grievance now raised by him, and accordingly I shall abide by all the aforesaid documents, and particularly by the report of Duijnevelt and Schuneman, which was approved in all respects by me and the Cormandel Government. That report, the counter-report of the bookkeeper and visitor-general along with annexes, as well as Their High Nobilities' decision taken thereon, are therefore annexed here behind under Letters A, B, and C, so that Your High Noble High Mightinesses need not continually be obliged to look up one resolution book after another. The undersigned is nevertheless pleased that, by order of Your High Noble High Mightinesses, he has the occasion to lay open before Your High Noble High Mightinesses his dealings with relation to the petty cash, the unfaithful cashier, and that which has flowed therefrom, and to await their judgment thereon. To effectuate this, he will put to paper as briefly as possible a concatenation of what occurred, the truth of which can be tested against the Resolutions and other papers. Immediately upon my arrival, I had the main cash fund inventoried by commissioners in the presence of the fiscal, which was found to be in good order and according to the books. Subsequently, in full assembly, I gave orders to the cashier Haselkamp to balance as soon as possible the petty cash book, which at that time was 9 months in arrears, so that it could be inventoried according to the intention of Their High Nobilities; but although this was repeated more than once, the cashier Haselkamp constantly excused himself, claiming that he was too much distracted by the multitude of clerical work to apply himself seriously to it; and although I ordered him to give preference to the work of the cash fund, because the trade bookkeeper could not proceed and had to wait for the cash book, this likewise had no effect; on the contrary, he did everything possible to shelve that matter, the aforesaid being found described in detail in the Nagapatnam Resolution of 6 August 1765. If the undersigned, immediately after his arrival and after the inventorying of the main cash fund, had also had the petty cash inventoried, however confused it might be, he would have done well, although this or that person would not have failed to say that I had overthrown Haselkamp and sought his ruin; on the contrary, he exercised all patience with a man who now slanders him so and portrays him as being the cause of his misfortune. When I finally perceived that matters remained at mere words and no end came to things, and a rumor spread that Haselkamp had borrowed money from various persons in order to partly cover the allowance for the month of August therefrom, which was later also found to be true, I ordered on 6 August 1765, after a practiced patience of 3½ months, the Council members who were accustomed to inventory the cash fund, the Honorable De FilliettaT and Pietersz.
Dutch transcription
Duijnevelt, en den boekhouder en negotie overdrager Iohannes Schuneman te de„ mandeeren om te ondersoeken in hoe verre te accrediteeren is, en gefondeert sij de geformeer„ de pretensie van gem: kassier Haselkamp. De gem: Duijnevelt en Schuneman hebben dan ook in nakoming van het aan haar gedemandeerde gedient van een schrifte„ lijk raport het welk overgelegt is bij Corman„ delse Resolutie van den 21. ' Augustus 1769, waar in men sal vinden geen bestudeerde redeneer kunde, maar de eenvoudige waarheijd gefundeert op de stukken die sij allegeeren. Dat papier te batavia gekomen sijnde, is het selve den 6. Maart 1770. door Haar Hoog Edelens gesteld in handen van den boekhouder en visitateur generaal Abkouw en Dormieux om door deselve g'Examineer sijnde, nopens hare bevinding van berigt te dienen Haar Hoog Edelens hebben sig met het raport 19 Raport van den boekhouder en visitateur gene„ raal geconformeert en daar op een dispositie genoomen soo favorabel voor Haselkamp als hij ooijt soude hebbe kunnen verhoopen, namentlijk over de schuld der Landbouwers groot 100 pagoden, item het geen Looman sijn boedel nog aan de kas ten agteren was, van welkers betaling hij is gereleveert, en laastelijk dat de schuld van Crucius, indien er uijt het procedido der goederen van de Laaste te kort hadde gekomen, voor reekening van van Teijlingen waaren gelaaten. Den ondergetekende moet en wil sig ook gaarn de voorsz: dispositie laaten welgeval„ len, schoon gelijk bij het voorschreeven aan„ gehaalde Raport van Duijnevelt C: S: en het geen nog volgen sal, Consteert, dat hij van een ander sentiment geweest, en ook nog is. Doen Daselkamp sijne Remonstrantie of Request aan uw Hoog Edele Hoog Agt„ „barens „barens presenteerden, waren de evengeciteerde documenten nog niet onder het doorsigtig oog van uw Hoog Edele Hoog Agtbarens gekoomen, andersints soude deselve waar„ schijnlijk van mij geen verandwoording ge„ vergt hebben, dewijl daar bij, en bij de Cor„ mandelse Resolutien alles klaar en omstan= „dig verhandelt is, het geen relatief is tot Haselkamp, en alle de pointen van be„ swaarnisse door hem thans geoppert, en mits dien sal ik mij aan alle de voorsz: do„ cumenten, en bijsonderlijk aan het Raport van Duijnevelt en Schuneman, 't welk bij mij en de Cormandelse Regeering in alle opsigten geapprobeerd is, gedragen. Dat Raport, het Contra berigt van den „nevens bylagen, boekhouder en visitateur generaal „ mits„ gaders Haar Hoog Edelens dispositie daar op genomen, werd dierhalven hier agter geannexeerd onder L=as A, B, en C. of dat uw Hoog Edele Hoog Agtbarens niet e 20 niet telkens genoodsaakt behoeven te sijn het eene resolutie boek voor, en het andere na opteslaan. Den ondergeteekende is egter verheugd dat hij door uw Hoog Edele Hoog Agtbarens ordre, occagie heeft om sijne behandelingen met relatie tot de kleene kas, den ontrou„ we kassier, en het geen daar uijt voortgevloeijt is, voor uw Hoog Edele Hoog Agtbarens open te leggen, en derselver oordeel daar over intewagten. Ter Effectueering van 't welke sal hij soo kort mogelijk een aan een schakeling van het voorgevallene ten papiere brengen, waar van de waarheijd getoest kan werden aan ƒ de Resolutien en andere papieren Al aanstonds bij mijn arrivement liet ik de groote kas door gecommitteerdens ten over„ staan van den fiscaal opneemen, dewelke in een goede ordre en na de boeken bevonden wierd. Vervolgens gaf ik in volle vergadering last - - last aan den kassier Haselkamp om het kleene Cassa boek het geen doenmaals 9 maan„ den ten agteren stond, ten spoedigsten te verEffenen om na de intentie van Haar Hoog Edelens opgenoomen te kunnen werden, dog schoon sulx al meer als eens herhaald wierd, Excuseerde den kassier Haselkamp sig tel„ kens dat door het meenigvuldig schrijfwerk te veel wierd afgetrocken, om sig daar op niet ernst te kunnen toeleggen, en of schoon ik hem ordonneerde aan het werk van de kas de preferentie te geeven, dewijl de negotie boekhou„ der niet konde voortvaren, en na het Cassa boek moest wagten, was sulx almeede van geen uijtwerking, ter Contrarie stelde hij alles in 't werk om die affaire op de lange bank te schuijven, werdende het voorsz: omstandig beschreeven gevonden bij Nagapatnamse Resolutie van den 6. ' Augustus 1765. Indien den ondergeteekende al aanstonds na sijn arrivement, en na het opneemen van de 21 de groote kas, ook de klijne kas hadde laa„ ten opneemen, hoe Confus deselve ook mogte weesen, souw hij wel gedaan hebben, schoon 2 dese en geene dan niet gemanqueert soude heb„ ben te seggen, dat ik Haselkamp over hoop geworpen en sijn ruine gesogt hadde, in tegendeel heeft hij alle patiencie gebruijkt met een man die hem nu soo lastert, en hem decifereert te weesen de oorsaak van sijn on„ geluk. Doen ik eijndelijk bespeurde dat het bij segs woorden bleef, en 'er geen eijnde van saaken kwam, mitsgaders sig een gerugt verspreijde, dat Haselkamp bij deese en geene geld ter leen hadde genomen, om gedeeltelijk het kost„ geld voor de maand Augustus daar uijt te vinden, het geen naderhand ook bewaarheijd is bevonden, ordonneerde ik op den 6. ' Aug=s 1765. na een geoeffent geduld van 3½. maan„ den, de Raadsleeden die gewoon waaren de kas opteneemen d' E:s De FilliettaT, en Pietersz:
English
Pietersz:, in order to effect this in the presence of the Honorable Fiscal Cantervisscher, who reported that according to the cashier's own statement, the net balance on that date amounted to Pag: 15647. 22. 40. To which the commissioners also added the receipts on a warrant from various persons to the amount of Pag: 3308. 10. 50. From which it appeared that the cashier was responsible for a sum of Pag: 18956. 9. 10. Subsequently, the commissioners, pursuant to the order they had, having ordered the cashier Haselkamp to pay over the cited amounts to them, he indicated that he currently held no more in cash than Pag: 832. 15. 25. Thus a deficit of Pag: 18123. 17. 65. Furthermore, 22. Furthermore, that the surplus was outstanding with various persons, NB: for his private account, as appears from a memorandum drawn up thereof to the amount of Pagodas 15965, see the aforementioned report and memorandum annexed hereto under letters D: and E. Although this will somewhat enlarge this document, and one could suffice with appending the aforementioned memorandum hereto, as is done, one will nevertheless record that memorandum here to demonstrate how far his statement differs from what he now asserts in his studied remonstrance. Memorandum of the outstanding debts of the secretary of police and cashier here, Johannes Haselkamp; namely: To the widow Crucius Pag: 6880. –. –. Carried forward. Brought forward Pag: 6880. –. – Item on a private bond from Mr. Leembruggen 1000. –. – Given to the Honorable Mr. van Teijlingen 2000. –. – What is still due to me from His Honor on account of firewood and other advanced funds, such as Star Pagodas to exchange for new Negapatnam Pagodas, warrants paid for His Honor, etc., well over 1100. –. – Likewise on account of the excess charged in the overpayment of Mr. Vick 250. –. – Item on account of what was received by His Honor from 5 private persons who together were indebted to the estate of Mr. Looman, according to a note Carried forward Pag: 11230. –. – 23 of his clerk Hasz: 175. –. –. Also from three other persons, as appears from said note 560. –. –. On account of auction proceeds paid in advance by me 2500. –. –. Ditto what is still due to me, such as from Mr. Boers, Hartman, and various other small debts, well over 1500. –. –. Total Pagodas 15965. –. –. Such a considerable deficit or shortfall in the petty cash of Pag: 18123. 17. 65 sounded astonishing to my ears, and compelled me, no longer exposing the interest of the Honorable Company to the unfaithful and negligent actions of Haselkamp, to have his goods, books, charters, and papers sealed by a judicial commission, and to have him placed under arrest in his house. However, I still flattered myself that, since the books were not balanced and everything /:as was verbally reported to me:/ was in confusion in his office, an error might easily have been made and the debt would not be so exorbitantly large. I then ordered a further commission, which had no better success, as the commissioners, the Honorables De Fielliettaz and Pietersz:, reported that they had, as far as possible, accurately examined and audited all the funds that had been provided to and from the petty cash under the responsibility of the cashier Johannes Haselkamp from the end of August 1764 until August 6, 1765, and that there had to be a substantial balance of Pagodas 18983. 14. 50, which the cashier was required to account for, see report letter F: Furthermore, the aforementioned commissioners allege that they also discovered that there had been a failure to draw up some warrants that Governor van Teijlingen was supposed to have signed 24 etc., but that did not alter the matter; there had to be Pagodas 18983. 14. 50, and no more in cash was found with the cashier than Pagodas 832. 15. 25. What conception must even the least impassioned person form regarding this; could one imagine anything other than that these funds were embezzled on purpose, or sent to Europe? For I could not have guessed that he would take exception by claiming not to have received all the funds from Looman, and that he would want to charge the Honorable Company with a special agreement that he had made with the deceased cashier Crucius; since nothing of the kind appeared from the audits conducted. On the contrary, at the end of February 1765 he had shown more cash to the commissioners of the petty cash than was required to be there, both to settle the arrears of Looman and of Crucius. At the first audit of the petty cash, which took place by my order on August 6, 1765, the cashier Haselkamp seems to have had not the slightest intention to charge the Honorable Company for cash with the promissory note of Crucius, for in the memorandum of his outstanding debts handed over by him on that day to the commissioners, he says that there is due to him from the widow Crucius Pagodas 6880. –. –. Nor to take exception that all the funds for the settlement of Looman's debit to the petty cash did not have to be accounted for by him, for he says in the aforementioned memorandum that there was due to him from Van Teijlingen on account of what was received by His Honor from five private persons who together were indebted to the estate of Looman, according to the note of his clerk Hasz: Pag: 175. —. —. And also from three other persons
Dutch transcription
Pietersz:, omme ten overstaan van d' E: fiscaal Cantervisscher sulx werkstellig te maaken dewelke van raport dienden dat volgens de eijge opgave van de kassier het suijver restant op die datum monteerden. . . . . . . . Pag: 15647. 22. 40. Waar bij die gecommitteerdens nog voegden het ingekomene op een ordonnantie van diver„ se persoonen ten Emporte van.. iin Waar door bleek dat de kassier responsabel was voor een som„ ma van. . . . . . . . . . Pag: 18956. 9. 10. Vervolgens door de gecommitteer„ dens ingevolge de Last die sij had„ den de kassier Haselkamp aan„ gesegt sijnde om het geciteerde bedraagen aan haar te intra„ geeren, gaf hij te kennen dat hij aan Contanten thans niet meerder onder sig hadde dan. 832. 15. 25. Dus te kort Pag: 18123. 17. 65. 3308. 10. 50. Voorts 22. Voorts dat het surplus uijtstaande was bij diverse persoonen NB: voor sijn particuliere reekening, blijkens eene daar van opgemaakte Notitie ten Emporte van Pagoden 15965, vide het gem: Raport en Notitie hier bij gevoegt met L=as D: en E. Hoewel het dit schriftuur wat sal elargee„ ren, en men soude kunnen volstaan met de evengemelde Notitie hier bij te voegen, gelijk geschiet, sal men niet te min die notitie al„ hier verbaliseeren ter aantooning hoe verre sijne opgave differeerd met het geene hij thans bij sijn bestudeerde Remonstrantie komt te seg„ 9„ gen. Notitie der uijtstaande schul„ den van den secretaris van politie en Cassier alhier Iohannes Hasel„ kamp; Namentlijk Ian de weduwe Crucius. . . Pag: 6880. –. –. Die Transporteere. e E P„r Transport. . . Pag: 6880. –. – Item op een onderhands obliga„ tie van d' heer Leembruggen. . . „ 1000. –. – Aan den Ed: heer van Teij„ lingen afgegeeven. . . . . . . . . . . . „ 2000 –. – 'T mij nog van sijn Ed: Competee„ rende weegens brandhout en an„ dere afgegeve gelden als ster pagoden ter trouckeeren van nieuwe Nagapatnamse Pa„ goden voor sijn Ed: betaalde ordonnanties &:a ruijm - - - - - - - - - „ 1100. –. – Zoo meede weegens 't te veel in reekening gebragte over betaalde van de heer Vick. . . . _ _ _ - - . - . „ 250. –. – Item wegens door sijn Ed: ont„ fangens van 5. particuliere per„ soonen welke te samen aan den boedel van de heer Looman sijn schuldig geweest volgens aanteeke„ „ning s Transporteere Pag: 11230. –. – d 23 „ning van desselfs schrijver Hasz: - - - „ 175. –. –. Nog van drie andere persoonen blijkens gemelde aantekening - - - - - „ 560. –. –. Wegens door mij voor uijt betaalde vendu penningen. . . . . - - - - - - - - - - „ 2500. –. –. d:o het mij nog Competeerende als van de heer Boers, Hartman en diverse andere kleene schulden - - - - -- „ 1500. –. –. nie Somma Pagoden 15965. –. –. Een soo Considerabele minderheijd of te kort koming op de kleene kas van pag: 18123. 17. 65 klonk mij wonderlijk in de ooken, en nood„ saakten mij het Intrest van d'E: Comp=ie niet langer aan de ontrouwe en negligente hande„ lingen van Haselkamp bloot stellende, door een Iustitieele Commissie, sijne goederen, boeken Chartres en papieren te laaten verse„ gulen, en hem in sijn huijs te doen arrestee„ ren, egter flatteerden ik mij nog al, door dien P:r Transport. - . . - - Pag: 11230. –. –. ruijm - - - - - - - - - - - - - de de boeken niet effen stonden, en alles /:gelijk mij mondeling gerapporteerd wierd:/ in sijn Comptoir in Confusie was, veel ligt een abuijs begaan en de schuld soo Exorbitant groot niet weesen soude, ik ordonneerden dan eene nadere Commissie dewelke van geen beeter suc„ ces was, dewijl de gecommitteerdens D' E=s De Fielliettaz en Pietersz: rapporteer„ den, dat sij soo verre mogelijk Exactelijk na„ gegaan en opgenomen hadde alle de gelden die 't seedert ult:o Augustus 1764. tot den 6. ' Au„ gustus 1765. in en uijt de klijne kas sijn ver„ strekt onder verantwoording staande van den cassier Iohannes Haselkamp, en dat 'er een aansienlijk restant moest weesen van Pagoden 18983. 14. 50. dewelke die Cassier dien„ de te verantwoorden vide Raport L:a F: Wijders allegeeren voorsz: gecommitteerdens nog te hebben ontdekt dat 'er versuijmt was eenige ordonnantien te maaken die de gou„ verneur van Teijlingen hadde moeten teekenen 24 teekenen &, dog dat gaf geen verandering aan de saak, 'er moesten weesen pagoden 18983. 14. 50. , en daar was bij de kassier niet meer aan Contant gevonden als pagoden 832. 15. 25. Wat voor een denkbeeld moest de minst ge„ passioneerde hier omtrent maaken, kon men sig wel anders voorstellen als dat die pen„ ningen â dessein verduijstert, of na Euro„ pa gesonden waren, want ik konde niet ra„ den dat hij excipieeren soude de penningen van Looman niet alle ontvangen te hebben, en dat hij d'E: Comp:e soude willen aanreeke, nen een bijsondere Conventie die hij met den overleeden Cassier Crucius gemaakt hadde; dewijl bij de gedaane opneemen daar niets van bleek, ter Contrarie was door hem on„ der ult:o februarij 1765 aan de gecommitteer„ dens tot de kleene kas meerder Contanten ver„ toont als 'er moeste weesen, soo wel ter ver„ Effening van het agterweesen van Looman als van Crucius. Bij Bij de eerste opneeming van de kleene kas„ S dewelke ter mijner ordre den 6. ' Augustus 1765. geschieden, schijnt de kassier Taselkamp ook geen de minste intentie gehad te hebben om d'E: Comp=ie voor Contant te willen aanree„ kenen het handschrift van Crucius, want bij de Notitie van sijn uijtstaande schulden door hem ten dien dage aan de gecommitteerdens overgegeeven, segd hij, hem te Competeeren van de weduwe Crucius Pagoden 6880. –. –. Ook niet om te Excipieeren dat alle de gelden ter voldoening van Looman sijn debet aan de kleene kas door hem niet verandwoort moeste werden, want hij segt bij gem: Notitie dat hem van Van Teijlingen Competeerde wee„ gens door sijn Ed: ontvangene van vijf par„ ticuliere persoonen welke te samen aan de boedel van Looman sijn schuldig geweest volgens aanteekening van desselfs schrijver 8 HasT: . . . . . . . . . . - - Pag: 175. —. —. En nog van drie andere persoo„ =nen
English
as appears from the said note, Page 560, and not to the debit of Looman or his executors, as being in good conscience convinced that he had taken the accountability for those funds upon his own account, and also not being able to pretend the slightest semblance of ignorance concerning the order granted by governor van Teijlingen on the last of August 1764, whereby the head administrator Leembruggen was instructed to debit in the trade books Cash under Johannes Haselkamp to Cash under Paulus Looman for a sum of 12500 pagodas 18 fanums and 30 casjes, being as much as Looman had remained indebted to the Honorable Company, and has now been paid into the Cash by his executors; he now indeed feigns in his Remonstrance to have been ignorant thereof, but how is that possible? Under the administration of governor Van Teijlingen, Haselkamp was everything in everything, nothing was done without Haselkamp having to know of it and affix his seal to it, the executors of Looman were mostly creatures subordinated under him, being appointed to the political secretariat, and head administrator Leembruggen surely had no reason to keep the granting of that order concealed from Haselkamp. Secondly, that debt of Looman, although initially known by a separate account in the Trade book, nevertheless continued in the Cash book under the other entries for the account of Haselkamp; on the last of February 1765, when the petty cash was audited, all the money that was supposed to be in the cash, including that of Looman, was counted and presented by him to the commissioners. If it had not yet been received by him, why then, instead of making a fraudulent display and thereby misleading the commissioners, did he not much rather say to them that, the funds of Looman not having all been collected yet, he therefore maintained that the accountability for the same did not yet pertain to him? And with regard to the private bond granted by Crucius for the benefit of Haselkamp, I judged that with not the slightest semblance of reason could it be forced upon the Honorable Company as cash, for the following motives: when Haselkamp took over the petty cash from Crucius, there was a deficit, not counting the debt of Looman to the said cash, of a sum of 9658 pagodas 4 fanums and 48 casjes. Crucius being a nephew of governor van Teijlingen, and this last-mentioned having only learned some months after the Cash was taken over by Haselkamp that Crucius had handed over the cash with such a considerable deficit, the said ruler arranged it with Haselkamp in such a manner that he would remain silent and take the cash onto his account as if everything had been properly accounted for, provided that Crucius should execute a private bond for the missing amount for the benefit of Haselkamp. Haselkamp understood full well that such dealings were a collusion between him and the governor, which was improper regarding the Company's treasury, and whereby both the then second of the government and head administrator, as well as the members of the Council, were kept blind, as he even explains regarding this in his Petition presented to Their High Noble Excellencies, annexed by him under Letter L, in this manner: "Whereupon he, the petitioner, was ordered to have a bond executed for these deficient 9658 pagodas, and to note it in the Cash between the lines, the governor placing himself as guarantor; the petitioner was indeed somewhat hesitant and had little or virtually no inclination toward the fulfillment of that order, but the forceful repetition of that command and the threats made alongside it, coupled with the consideration that he, the petitioner, being a subaltern servant and having sworn obedience to his rulers, was consequently bound and obliged to obey these orders, necessitated him to comply with what was commanded." Nevertheless, complaisance toward the governor prevailed over good faith in the master's service. Even the deficient funds were never entered between the lines in the cash, as Haselkamp now falsely alleges; for had van Teijlingen ordered him to do so, that command would indeed have been complied with by him, in order to cover himself as much as possible against an order which he himself had no great desire to obey. It is indeed certain that Haselkamp did not imagine at that time that complying with verbal orders of the governor in a matter of that importance was sufficient, as he now must maintain, but he rested assured that governor van Teijlingen stood surety for those funds and that payment would therefore certainly follow (:not having been able to foresee the extraordinary events that have since arisen:) and for that reason made no difficulty in accepting the private bond in question. That he understood well that such a course of action was neither sufficient nor accountable is to be deduced even more clearly from the example he had before him, namely, when Looman came to die, that which was deficient in the cash was allowed to continue under a separate account, and thus outside the claim or accountability of his successor Crucius; and why was the royal road not taken now as well, and the debit of Crucius also placed on a separate
Dutch transcription
25 „nen blijkens gem: aanteekening Pag: 560. –. –: en niet ten laste van Looman of sijne Exe„ cuteuren, als in gemoede overtuijgt sijnde dat hij de verantwoording van die gelden voor sijn reekening genomen hadde, en ook met geen de minste schijn ingnorantie kunnende pretendeeren van de ordonnantie door den gouverneur van Teijlingen onder ult=o Augustus 1764. verleent, waar bij den hoofd„ administrateur Leembruggen gelast wierd bij de negotie boeken te debitteeren Cassa on„ der Iohannes Haselkamp aan Cas„ sa onder Paulus Looman voor een Som„ ma van 12500. pagoden 18. fanums en 30. Cas, jes, sijnde soo veel als Looman aan dE: Comp=e debet gebleeven, en thans door desselfs Execu teurs in Cassa voldaan is; hij vijnsd nu wel bij sijn Remonstrantie daar van onkundig te sijn geweest, maar hoe is dat mogelijk Haselkamp was onder het bestier van de gouverneur Van Teijlingen alles en alles, niets niets wierd 'er gedaan of Haselkamp moest het weeten en sijn zegul 'er aan hangen, de Executeurs van Looman waaren meest Crea„ tuuren onder hem gesubordineert, als ter secre tarij van politie beschijden sijnde, en de hoofd„ administrateur Leembruggen had immers geen reeden het verleenen van die ordonnan„ tie voor Haselkamp verborgen te houden. Ten anderen die schuld van Looman schoon in den beginne bij een aparte reekening bij het Negotie boek bekent, lief egter bij het Cassa boek onder de andere posten voor ree„ kening van Haselkamp voort; onder ult:o februarij 1765, dat de kleene kas opge„ noomen wierd, was door hem al het geld dat er bij kas moest weesen, van Looman. 'er onder gereekent, aan de gecommitteerdens vertoont, was het nog niet bij hem ontvan gen waar om dan in plaats van een fraudu„ leuse vertooning te doen, en daar door gecom„ mitteerdens te misleijden, niet veel eerder aan deselve 26 26 deselve gesegd dat de penningen van Looman nog niet alle geincasseert sijnde, hij mits dien sustineerde de verantwoording van deselve hem voor als nog niet te Competeeren En wat aanbelangd de onderhandse obliga„ tie door Crucius ten behoeven van Hasel„ kamp verleent, oordeelden ik, dat met geen de minste schijn van reedenen, d'E: Comp=e voor Contant konde werden opgedrongen, om de vol„ gende motiven; doen Haselkamp van Cru„ cius de kleene kas overnam, quam daar bij te kort, ongereekent het debel van Looman aan gem: kas, eene somma van 9658 pagoden 4. fanums en 48. Casjes, Crucius een Neef van de gouverneur van Teijlingen sijnde, en dese Laastgem: eenige maanden na dat door Haselkamp de Cas overgenomen was, eerst te weeten gekomen sijnde, dat Crucius met soo een Considerable minderheijd de kas over„ gegeeven hadde, schikte gem: gebieder het met Haselkamp sodanig dat hij swijgen, en de kas kas, voor sijn reekening neemen soude, als of alles na behooren verantwoort was, mits dat Crucius voor het manqueerende een onder„ handse obligatie ten behoeven van Hasel„ kamp soude moeten passeeren, Haselkamp begreep wel dat sodanige gedoentens een kon„ kelwerk tusschen hem en de gouverneur was, het welk omtrent 'sComp=s kassa niet behoorden„ en waar door soo wel de doenmalige secunde van 't gouvernement en hoofd-administra teur, als de Leeden van den Raad wierden blind gehouden, gelijk hij sig daar omtrent selfs bij sijn Request aan Haar Hoog Ede„ lens gepresenteert door hem g'annexeert onder L:a L: in deser voegen Expliceerd. „ Waar op hij vertoonder gelast wierd van „dese te kort komende 9658. pagoden een obli„ „gatie te laaten passeeren, en die bij de Cassa bin„ „nens lijns te noteeren, stellende hij gouverneur „sig tot borg; den vertoonder was wel wat traag „ en hadde wijnig of genoegsaam geen inclinatie tot 27 „tot de voldoening van die ordre, dog de force „ repeteering van dat bevel en de dreigementen „ daar nevens gedaan, gepaard van de overwee„ „ging, dat hij vertoonder een subalterne die„ ge e „naar, en aan sijn gebieders gehoorsaamheijd „geswooren hebbende, oversulx gehouden en „ verpligt was deese ordres te obedieeren, neces„ „siteerden hem het geordonneerde natekomen. Des niet te min de Complaisance voor den gouverneur prevaleerde boven de goede trouw in 'smeesters dienst, selfs hebben de te kort ge„ komene penningen nooijt binnen slijns bij de cas geloopen, gelijk Haselkamp nu valsche„ lijk allegeert, want was het dat van Teij„ lingen hem sulx geordonneerd hadde, soude dat bevel door hem wel sijn nagekomen, om sig soo veel mogelijk te dekken tegens een ordre daar hij selfs niet veel sin in hadde te obediee„ ken. Het is wel seeker dat Haselkamp sig doenmaals niet heeft g'imagineerd dat het pareeren pareeren van mondelinge ordres van de gouver„ neur in een saak van die importantie vol„ doende was, gelijk hij nu wel moet sustinee„ ren, maar hij heeft sig daar in gerust dat de gouverneur van Teijlingen voor die pennin„ gen instond en mits dien de betaling ook wel soude volgen /:niet hebbende kunnen voorsien de sonderlinge gebeurtenisse die 't seedert opge„ komen sijn :/ en daar om geen difficulteit ge„ maakt, de bewuste onderhandse obligatie te accepteeren. Dat hij wel begreep dat sodanig een behande„ ling niet voldoende nog verandwoordelijk was, is nog nader aftelijden uijt het Exempel dat hij voor sig hadde, namentlijk doen Cooman quam te sterven heeft men het geen 'er aan de kas te kort was, bij een aparte reekening la„ ten voortlopen, en dus buijten aansprake of verandwoording van sijn opvolger Crucius, en waarom nu ook niet de koninglijke weg ingesla„ gen, en het debet van Crucius meede bij een aparte 6
English
accepted in a separate account, or signed the transfer with an exception stating that he would not be held responsible for what his predecessor fell short in accounting for. Instead, this affair had to be so plotted in order not to expose the governor's nephew, as was noted by the bookkeeper and visitor-general. The remark of those two qualified servants is very judicious, but what follows from it and concerns the interest of the Honorable Company is entirely mistaken, namely that in such intrigues as occurred here concerning the governor and Haselkamp for the preservation of a third party, a subordinate servant would be obliged to obey his commander and should regulate himself accordingly. If that argument holds, then the interests of the Company are completely undermined, and a commander thereby becomes authorized to give all servants individually, whether cashiers, warehouse keepers, administrators, and all those entrusted with any monies or goods of the Company, such orders as he might deem most advantageous for his own interests or those of his family. For although it is rare for a commander to take flight, it has nonetheless happened before and could happen again. If subordinates could then suffice with alleging, whether truly or falsely, that they are short so much in their cash or administration because they delivered a certain sum or goods to him or his family upon the verbal order of the governor, without a warrant, then the interest of the Company is always exposed to the utmost danger. The undersigned governor understood it entirely differently at the time, and remains of the opinion: That Haselkamp having taken over the petty cash from the previous cashier Crucius for the entire sum of Pagodas 17317. 7. 70., and having signed for it without any exception, the same was also his responsibility, and that therefore with reason and equity the payment of those funds was demanded from him. That the private bond which he accepted for the shortfall, whether voluntarily or through the persuasion of governor van Teijlingen, was a private transaction between him and Crucius, not liberating him from his accountability; and that consequently that private document could not be presented as cash to supplement what was short in the cash, but that Haselkamp had to seek his recourse against the one whom he trusted and from whom he had taken a private bond, namely from Crucius or his heirs. The contents of the said document in itself show that it was not executed to serve as a supplement for what was lacking in the cash, being of the following tenor: I, the undersigned Francois Crucius, acknowledge hereby to be well and truly indebted to and on behalf of the Honorable Johannes Haselkamp in a sum of 9650, say nine thousand six hundred and fifty-eight old pagodas, arising on account of genuine borrowed and counted monies, renouncing therefore the exception of uncounted monies, I the undersigned promising to settle and pay half of the aforementioned amounts in mid-January, and the other in mid-February, to the aforementioned Mr. Haselkamp, or to the lawful holder hereof, binding hereto my person and goods and everything according to law; Nagapatnam the 20th December Anno 1763. signed J:s Crucius. Underneath was written: The 10th January 1765 received hereon 3000, say three thousand new Nagapatnam Pagodas. It appearing therefrom that the causa debiti was not specified to be monies that were short in the cash, but rather concerning genuine borrowed and counted monies; Haselkamp, who was secretary of Justice for many years, could not be ignorant that such a designation of the cause of the debt denoted nothing other than a private transaction, and thus could have no relation to what was lacking in the Company's petty cash; the contracting parties are not even named as being former and present cashiers. Haselkamp further alleges that governor van Teijlingen had remained surety for that bond; van Teijlingen, in his letter written from Madras to Haselkamp, denies this, saying: but the allegation that I interposed myself as surety to the amount of pagodas 6880 for what is still due to your Honor from the widow Crucius is a very mistaken proposition, etc. The commissioners De Filliettaz and Pietersz: declare that the absconded governor van Teijlingen had ordered them to accept the said bond in the account as actual cash, vide Coromandel Resolution of the 13th August 1765. The latter is the most probable, for van Teijlingen speaks in his own defense, and consequently one tends to believe that van Teijlingen interposed himself as surety for the satisfaction of that private bond, as he has indeed already paid pagodas 3000 on it, although in the just-mentioned letter he alleges this was not as surety, but out of his own pocket so that the widow Crucius would not be prosecuted by Haselkamp; but that suretyship does not concern the Company, that was a
Dutch transcription
28 aparte reekening ingenoomen, of het transport met een Exceptie geteekend dat hij niet respon„ sabel wilde sijn, voor het geen sijn antecesseur te min verandwoorde. Maar neen dit werkje moest sodanig door„ stoken werden, om, gelijk door de boekhouder en visitateur generaal aangemerkt werd, des gouverneurs Neef niet ten toon te stellen, de remarcque van die twee gequalificeerde dienaa„ 6 ren is seer Iudicieux, maar het geen daar op volgt en het intrest van d' E: Comp=e raakt, is den bal geheel mis geslagen, namentlijk dat sodanige konkelarijen, als hier omtrent de gouverneur en Haselkamp tot behoud van een derde plaats heeft gehad, een subal„ tern dienaar verpligt soude sijn, sijn ge„ bieder te gehoorsamen, en sig daar na soude moeten reguleeren. Als dat argument doorgaat dan werden de belangens van de Maatschappij op losse schroeven gesteld, en een gebieder raakt daar door door bevoegt om alle dienaaren afsonderlijk, 't sij Cassiers, pakhuijsmeesters, administra teurs en alle die eenige gelden of goederen van de Comp=e sijn toebetrouwt, sodanige ordres te geeven, als hij mogte oordeelen voor sijne belangens, of die van sijn familje, hem het avantagieuste te sijn. Want schoon het seldsaam is dat een ge„ bieder de vlugt neemt, is het egter meer g'Ex„ teert en souw nog kunnen gebeuren, wanneer dan de subalterne kunnen volstaan, met voor te geeven 't sij waarheijd of onwaarheijd, dat sij soo veel op haar kas of administratie te kort koomen, om dat sij een seekere somma, of goederen, op mondelinge ordre van de gou„ verneur, sonder ordonnantie, aan hem of de sijne hebben afgegeeven, dan is het intrest van de Comp=ie althoos aan het uijterste ge„ vaar g'Exponeert. Den ondergetekende gouverneur heeft het doenmaals geheel anders begreepen, en is ook als 29 als nog van Concept. Dat Haselkamp de kleine kas van de voo„ rige Cassier Crucius overgenoomen, voor de geheele somma tot Pagoden 17317. 7. 70. en daar voor sonder eenige Exceptie geteekent hebbende, desel„ ve ook ter sijner verandwoording was, en dat dus met reeden en billijkheijd de voldoe„ ning van die penningen van hem gevordert wierden Dat de onderhandse obligatie die hij voor het te kort gekomene, 't sij de bongre, of op persuasie van de gouverneur van Teijlingen g'accepteert heeft, een particuliere handeling was, tusschen hem en Crucius, hem niet libe„ reerende van de verandwoording, en dat mits dien die onderhandse acte, niet als Contant ge„ presenteert konde werden tot supplement van het geen er op de Cas te kort kwam, maar dat Haselkamp sijn guarant moest soeken op de geene die hij gefieert, en van wien een onder„ handse obligatie genomen hadde, nament„ „lijk -. „lijk van Crucius ofte Erfgenamen Den inhoude van gem: handschrift op sig selfs, toont aan dat deselve niet gepasseert is om te doen dienen tot suplement van het geen er op de Cas te kort quam, sijnde van de vol„ gende inhoude Ik ondergetekende francois Crucius beken„ „ne bij deesen wel en deugdelijk schuldig te sijn „aan en ten behoeven van d' E: Iohannes Ha„ „selkamp eene somma van 9650. segge Negen „ Duijsent ses hondert agt en vijftig oude pa„ „goden, spruijtende ter saake van deugdelijke ge„ „leende en aangetelde penningen, Renuncieeren„ „de derhalven van de Exceptie van onaangetelde „penningen, beloovende ik ondergetekende de „helft van voormelde bedragen in medio Ia„ „nuarij, en de andere medio februarij te sul„ „len afleggen en betaalen, aan voormelde heer „ Haselkamp, dan wel den wettigen houder „deses, verbindende hier onder mijn persoon en „goederen en alles na regten; Nagapatnam den . 8. 30 „den 20. ' December A:o 1763. /:geteekend:/ J=s „Crucius /:onderstond:/ Den 10. ' Ianuarij 1765. „hier op ontfangen 3000. segge Drie Duijsend „ Nieuwe Nagapatnamse Pagoden Blijkende daar uijt dat de Causa debiti niet gespecificeerd werd te sijn gelden die 'er op de Cas „ te kort quamen, maar wel over deugdelijke 6 geleende en aangetelde penningen; Haselkamp die veele vaaren secretaris van Iustitie geweest is, konde niet ingnorant sijn dat sodanig een benoeming van de oorsaak van de schuld, niet anders als een particuliere handeling denoteer„ de, en dus geen relatie konde hebben tot het geen 'er bij 'sComp=s kleene kas te kort quam, 6 selfs werden de Contractanten niet eens ge„ noemt geweesene en presente Cassiers te sijn. Haselkamp allegeert wijders dat de gouverneur van Teijlingen voor die obliga„ tie was borg gebleeven, van Teijlingen bij sijne missive van Madras aan Haselkamp geschreeven ontkent sulx, seggende = dog het g'allegeerde „ g'allegeerde dat ik mij voor het geene uw Ed: van „de weduwe Crucius nog sijt Competeerende ten „ bedrage van pagoden 6880 als borge soude g'in„ „terponeert, is een seer abusive stelling &:a De gecommitteerdens De Filliettaz en Pietersz: verklaaren dat den geaufugeerde gouverneur van Teijlingen haar g'ordonneerd hadde gem: obligatie in reekening als reëele Con„ tanten te accepteeren, vide Cormandelse Reso„ lutie van den 13. ' Augustus 1765. Het laatste is het aanneemelijkste want van Teijlingen spreekt in sijn eijgen saak, en mits, dien wil men gelooven dat van Feij„ lingen voor de voldoening van die onderhandse obligatie sig als borg heeft g'interponeert, ge„ lijk hij daar op ook reets pagoden 3000 be„ taald heeft, hoewel hij bij evengemelde missive allegeert niet als borg, maar uijt sijn eijgen sak, op dat de weduwe Crucius door Ha„ selkamp niet vervolgd soude werden, maar die borgtogt raakt de Comp=e niet, dat was een
English
a private, mysterious convention between van Teijlingen and Haselkamp, and if the latter did not obtain his payment from Crucius or his heirs, he could call upon van Teijlingen to fulfill his verbal promise; however, all of that was outside the concern of the Company's interest; Haselkamp was the one who had to account for the cash. In hindsight, it appears that although the guarantor van Teijlingen took flight, nevertheless the private bond chargeable to Crucius was paid out of the real and personal property, as well as the shares and credits of the widow, all of which were publicly sold and collected; and thus one could say, regarding what Haselkamp owed to the cash office with respect to the debit of Crucius, there was indeed no difficulty; yet that is far from the case, the fear of non-payment was great, because the father of the widow Crucius, the merchant Bonk, on two secretarial bonds dated 8 October 1753 and 13 July 1754, still owed the repatriated gentleman Director-General Hooreman a sum of approximately 1000 Rijxdaalders. The real and personal property, item shares and credits, having served to satisfy the private bond of Crucius, originated from Bonk, who died on 15 June 1763, and into whose possession Crucius, and subsequently the widow, as the only surviving daughter of Bonk, had placed herself. Now the question here would be whether, from the estate of Bonk devolved upon his daughter, the private bond executed by Crucius under date of 20 December 1763 for the benefit of Haselkamp would take precedence, or rather the secretarial bonds granted by Bonk himself for the benefit of Mr. Hooreman. If all those deed obligations had been granted by Crucius, then they would also have to be paid out of his possession and out of what had devolved upon him and his wife by inheritance; in which case, as might apply under the jurisdiction of the Honorable Company, that the Honorable Company has preference over all other creditors, had it not been that a private bond had been executed for it by Crucius; for now, in my opinion, the Honorable Company had no other recourse than upon the estate of Haselkamp, and the latter, alongside other creditors that might exist, upon the estate of Crucius. The undersigned will not take the trouble to further substantiate the above question, since it does not matter however it might be construed. Since the case here lies differently, and indeed in this manner: Bonk is a debtor of Mr. Hooreman; that debtor comes to die, and his daughter places herself in possession of the deceased estate; her husband, the former cashier Crucius, executed a private bond for the benefit of Haselkamp, and that debt is paid from the proceeds of the estate of Bonk, while the gentleman creditor of Bonk or his authorized representatives sit still and do not oppose that payment. The undersigned has maintained, and still does, that no inheritance could take place before and until the debts of the deceased were cleared; that accordingly Mr. Hooreman had preference upon the estate of Bonk above Haselkamp and all creditors of Crucius. The matter then being so constituted, as it truly is, made the undersigned firmly determine that for the benefit of Haselkamp nothing was to be recovered from the moneys originating from the property of the deceased Bonk, and that accordingly the deficit of the cash had to be found from the assets of Haselkamp himself. If one further regards the Note of Haselkamp's outstanding debts surrendered by him to the commissioners, it appears therefrom that out of the Company's moneys he had lent to Mr. Leembruggen on a private bond Pagodas 1000. –. –. that out of those same moneys of the Company which were entrusted to him, he had paid out to van Teijlingen, a man to whose debit he later comes forward with so exorbitant an account, 2000. –. –. that he also paid out in advance from the Company's moneys on account of vendue proceeds 2500. –. –. that he also from that same source Carried forward Pagodas 5500. –. –. Brought forward Pagodas 5500. –. –. had accommodated his good friends with a sum of 1500. –. –. Together Pagodas 7000. –. or Guilders 31500. —. —. Which actions alone convict him of infidelity and make him punishable, even if those moneys might subsequently come in, as they were received in the course of time, but which could not be foreseen at that time. After the arrest made on the person and property of Haselkamp, matters remained in the same state until the following 31 August; in the meantime I had urged the guarantors of Haselkamp, being the Military Captain Bonte and the Head Surgeon Esscher, to go round to all the qualified servants at this place and inquire whether Haselkamp had not
Dutch transcription
31 een particuliere misterieuse Conventie tusschen van Teijlingen en Haselkamp, en dese Laat„ ste sijn betaaling met erlangende van Crucius of sijne Erfgename, konde van Teijlingen tot het nakoomen van sijne mondelinge belofte aanspreeken, egter was dat alles buijten be„ moeijenisse van 'sComp=s intrest, Haselkamp was de geene die de kas verandwoorden moest. Van agteren blijkt het, dat schoon de borg van Teijlingen de vlugt genoomen heeft, egter de onderhandse obligatie ten laste van Crucius uijt de vaste en losse goederen, mitsgaders actien en Crediten van de weduwe, dewelke al¬ le publicq verkogt en geincasseert sijn; betaalt is geworden, en dus souw men kunnen seggen, voor het geen Haselkamp aan de kas schul„ dig was, met betrecking tot het debet van Cru„ cius was immers geen swarigheijd; dog dat is 'er verre van daar, de bedugting van wan betaling was groot, dewijl de vader van de weduwe Crucius den koopman Bonk of twee twee secretariale obligatien de datis 8:' october 1753. en 13. ' Iulij 1754. aan den gerepatrieerden heer Directeur generaal Hooreman nog eene somma van p: m: 1000 Rijxdaalders schuldig was. De vaste en losse goederen; item actien en Crediten gedient hebbende tot voldoening van de onderhandse obligatie van Crucius waren af„ komstig van Bonk overleeden den 15. ' Iunij 1763. en in welkers possessie Crucius en vervol„ gens de weduwe, sig als eenige nagelatene dog„ ter van Bonk gesteld hadde. Nu souw hier het queritur sijn, of uijt den boedel van Bonk, overgegaan op sijn dogter„ preferent soude weesen de onderhandse obliga„ tie door Crucius de dato 20. ' December 1763, ten behoeven van Haselkamp gepasseert, dan wel de secretariale obligatien ten behoeven van de heer Hooreman door Bonk selfs verleent. Indien alle die verbandschriften door Crucius 32 Crucius waren verleent, dan moesten deselve - ook betaalt werden uijt sijne besitting, en uijt het geene hem en sijn vrouw per Erffenisse was aanbestorven, wanneer, als onder het re„ sort van d' E: Comp=e soude kunnen plaats vin„ den, dat dE: Comp=ie preferentie heeft boven alle andere Crediteuren, was het dat 'er geen onder„ handse obligatie door Crucius voor was ge„ passeert, want nu had dE: Comp=e mijns bedun„ kens geen andere resource als op den boedel van Haselkamp, en dese laatste nevens andere Crediteuren die 'er mogte sijn, op den boedel van Crucius. Den ondergeteekende sal sig niet verleedigen p bovenstaande questi verder te adstrueeren, de wijl het 'er niet op aan komt hoedanig het ook begreepen werd. O Nadien het geval hier anders geleegen is, en„ wel in deser voegen, Bonk is een debiteur van d' heer Hoore„ man, dien debiteur komt te overlijden, en sijn dogter dogter steld sig in possessie van den nagelaten boedel, haar man de geweesene kassier Crucius heeft een onderhandse obligatie gepasseert ten behoeven van Haselkamp, en die schuld werd uijt het procedido van den boedel van Bonk betaalt, terwijl den heer Crediteur van Bonk of wel sijne gemagtigdens stil-sitten, en sig tegens die betaling niet opposeeren. Den ondergetekende heeft gesustineerd, en ook als nog, dat geen Erffenisse plaats hadde voor en al eer de schulden van den overledene gesuij„ vert waaren, dat mits dien de heer Hooreman preferent was op den boedel van Bonk boven Haselkamp en alle Crediteuren van Cru„ cius. De zaak dan sodanig geconstitueert sijn„ de gelijk deselve waarlijk is, deed den onderge„ teekende wel vast stellen dat 'er ten behoeven van Haselkamp uijt de penningen gepro„ flueert uijt de goederen van den overledene Bonk niets te recouvreeren was, en dat mits 33 mits dien het agterweesen van de Cas gevonden moest werden uijt de effecten van Hasel„ kam t selfs. Reguardeert men wijders de Notitie van Haselkamp sijn uijtstaande schulden door hem aan gecommitteerdens overgegeeven, soo blijkt daar bij dat hij van Comp=s gelden aan d' heer Leembruggen op een onderhandse obligatie ter leen hadde gegeeven Pag: 1000. –. –. dat hij uijt die selfde gelden van de Comp=ie, dewelke hem waa„ ren aanbetrouwt aan van Feij„ lingen, een man tot wiens las„ ten hij naderhand met een soo Exorbitante reekening te voor„ schijn komt hadde afgegeven. . . . . . „ 2000. –. –. „ dat hij ook uijt sComp=s gelden F ƒ wegens vendu penningen voor 2 uijt betaald hadde - - - - - - - - - - „ 2500 –. –„ dat hij ook uijt die selfde bron„ =ader Transporteere Pag: 5500. –. –. P„r Transport - . - - - Pag: 5500. –. –. =ader sijne goede vrienden, dienst hadde gedaan met een Somma van - - - - - - - - - - - - - - - - - -- 1500. –. –. Te samen Pagoden 7000. –. of ƒ 31500. —. —. Welke gedoentens alleen, hem overtuijge van infidelliteijt, en hem strafbaar maaken, al was het ook dat die gelden naderhand mog„ te inkoomen, gelijk deselve in 't vervolg van tijd ontfangen sijn, dog 't welk men doen„ maals niet konde voorsien. Na het gedaan arrest op den persoon en goederen van Haselkamp, bleeven de zaa„ ken in de selfde omstandigheeden tot den 31.' Augustus daar aan, intusschen had ik de borgen van Haselkamp, sijnde den Capi„ tain militair Bonte, en de opperchirurgijn Esscher aangeset, om bij alle de gequalifi„ ceerde dienaaren te deser plaatse rond te gaan en te ondersoeken of Haselkamp door geen 10.
English
could be saved by a collection, toward which I was willing to provide a handsome penny for my own share, but the man had made himself so hated under the administration of van Teijlingen that nobody wanted to put up a penny to save him. It was on the last-mentioned date that Haselkamp addressed himself to me by petition, requesting thereby that I might please suggest to him some means to save him, since he declared that through misleading and good faith placed in the absconded governor van Teijlingen he was unable to satisfy the Honorable Company, see the aforementioned petition annexed hereto under La G. I had given Haselkamp plenty of time to save himself had there been any means for it. I had tried through a collection to prevent his ruin, and another means to save him was unknown to me; therefore, I judged myself obliged to present the aforementioned petition to the Council of Policy, where it was resolved to place Haselkamp, since he remained unable to satisfy the Honorable Company, which he even confessed himself, into the hands of the fiscal of this main station Cantervisscher, in order to perform his office and duty against that unfaithful subject. If ever a matter was suited to be dealt with by the fiscal office, it was this one, where a cashier, contrary to oath and duty, used the Company's moneys entrusted to him in a reckless manner as his own, to such an extent that he would not have been able to pay the servants their ordinary board money for the month of August 1765 if he had not availed himself of dishonest means, namely to borrow money from this person and that, notwithstanding that he well knew he could not repay them that money, just as they are still destitute of satisfaction. A cashier who, upon the inspection, was supposed to show that the moneys of the Company entrusted to him were all properly there, had on the contrary no more cash in the vault than Pag: 832. 15. 25., notwithstanding that there had to be pag: 18983. 14. 50. In what manner those proceedings were initiated, prosecuted, and concluded, both in the first instance and in case of appeal, concerns the Court of Justice; however, I cannot pass over noting here that the Advocate Fiscal of India did not even judge it necessary to seek a revision of a sentence that was extremely prejudicial to the Nagapatnam Council of Justice and concerning a subject such as Haselkamp, who, besides the aforementioned offenses charged against him, did not shrink from insulting his superiors in the most cutting manner, as is evident from the trial records. One might let the matter rest with the above, as it has been more than sufficiently demonstrated how the undersigned found the small money vault, and the orders that were issued to protect the Honorable Company from damage as much as possible; but because the former cashier Haselkamp, in his aforementioned remonstrance, twisted what occurred according to his imagination and as it best suited his purpose, and alleged many untruths, this compels me to refute both the one and the other. The introduction of that remonstrance or petition serves the guilty as well as the innocent, and was placed at the head of that brief solely by the jurist to move the minds of Your Right Honorable Nobles and to sway your passions in his favor, which sometimes succeeds as if by surprise; but when one has time for reflection, and even more so when the true and the false are demonstrated by solid reasons and convincing proofs, then all those enchanting artifices of the pleader vanish; wherefore I shall simply pass over that introduction and immediately turn to the substance and what he says about the takeover of the cash in the year 1763: "That the administration of that vault had passed to him with a deficiency of 12258 Pagodas, which the cashier Looman had allowed to be missing from it, and with a deficiency of 9658 pagodas which the cashier Crucius had remained indebted to it, besides some other minor unpaid entries; that the debt of Looman, when Haselkamp took over the cash, was already recorded as received moneys that had thus continued to be carried forward, and that the debt of Crucius had been converted into a bond, etc." Both of which assertions are untruths, and demonstrate what reliance can be placed on his statements without proof. To demonstrate the contrary, it serves that the debit of Looman to the cash had a separate account in the books until ult:o August 1764, when, as has already been said before, an ordinance was granted by governor van Teijlingen to the head administrator Leembruggen to debit in the trade books Cash under Johannes Haselkamp to Cash under Paulus Looman for a sum of 12500 Pagodas 18 fanums and 30 Cash, etc., see the aforementioned ordinance among the annexes submitted alongside the remonstrance under La G. And thus it is a misleading untruth that in 1763, when the cash was transferred to him, those moneys had continued to be carried forward as received funds. Of no better quality is what he says that in the said year 1763, when he took over the cash, the debt of Crucius had, by order of the governor, been converted into a bond.
Dutch transcription
10. 34 geen Collecte te redden was, waar omtrent ik voor mijn aandeel al een fraaije stuijver wil„ de fourneeren, maar de man had sig onder het bestier van van Teijlingen soo gehaat gemaakt, dat niemant om hem te redden, een stuijver wilde schieten. Het was op laastgemelde datum dat Ha„ selkamp sig per request aan mij addresseerde, en daar bij versogt dat ik hem dog een middel aan de hand wilde geeven om hem te redden, de„ wijl hij betuijgde door mislijding en goed ver„ trouwen op den geaufugeerde gouverneur van Teijlingen buijten staat te sijn dE: Comp=e te satisfaceeren vide voorsz: Request hier annex 2 onder L=a G Ik had Haselkamp overvloedig tijd gegee„ ven om sig te redden was er middel op geweest, oo Ik had getragt door een Collecte sijn ruine voor„ te komen, en een ander middel om hem te sau„ veeren was bij mij onbekent, dierhalven oor„ deelden ik verpligt te sijn het voorsz: Request aan. aan de vergadering van politie te vertoonen, alwaar geresolveerd wierd om Haselkamp dewijl hij buijten staat bleef d'E: Comp=e te sa„ tisfaceeren, B: het welk hij selfs advoueerde, te stellen in handen van den fiscaal deser hoofdplaatse Cantervisscher, om tegens dat ontrouwe subject sijn ampt en pligt te be„ tragten: Was 'er ooijt een saak geconstitueert om door het officie fiscaal getracteert te werden, soo was het deesen, alwaar een Cassier teegens eed en pligt sComp=s gelden hem toevertrouwt of E een onbesonne wijse als eijgen gebruijkt in soo verre dat hij niet in staat soude geweest sijn om voor de maand Augustus 1765, de die„ naaren haar ordinaire kostgeld te betaalen, indien hij sig niet van malhonnette mid„ delen bedient hadde, namentlijk om van deese en geene geld ter Leen te neemen, niet tegenstaande hij wel wist haar dat geld niet te kunnen restitueeren, gelijk sij ook als nog van 35 van voldoening gedestitueert sijn. Een kassier dewelke bij den opneem vertoonen moest dat de gelden van de Comp=ie hem toever„ trouwt, 'er alle na behooren waaren, ter Con„ trarie niet meer Contanten in Cas hadde als Pag: 832. 15. 25. niet tegenstaande dat 'er pag: 18983. 14. 50. moesten weesen. Hoedanig die proceduren g'entameerd vol„ dongen en getermineerd sijn, soo ter eerster instantie, als in Cas de appel, raakt de Iustitie, egter kan ik niet voor bij alhier te remarqueeren dat den advocaat fiscaal van India, van een sententie, den Nagapatnamse Raad van P Iustitie, ten uijtersten ledeerende, en omtrent een subject als Haselkamp die buijten het voorsz: ten sijnen lasten, sig ook niet ontsien heeft sijn gebieders op het sanglanste te injurieeren, blijkende bij het proces, niet eens nodig g'oordeeld heeft, in revisie te koomen Men soude het bij het bovenstaande wel kunnen laaten berusten, als ten overvloede gedemonstreert gedemonstreert sijnde hoedanig den ondergete„ kende de kleene geld kas heeft bevonden, en de ordres die 'er gesteld sijn om soo veel mogelijk dE: Comp=e voor schade te bevrijden, maar de„ wijl den geweesen kassier Haselkamp bij sijne gem: Remonstrantie het voorgevallene na sijn fantasie, en sodanig het best in sijn kraam te passe kwam, heeft verdraaijt, en veel onwaarheeden geallegeert, soo noodsaakt mij sulx het een en ander te refuteeren. De inlijding van die remonstrantie of Request soo wel dienende voor schuldige als onschuldige; en eenlijk door den Regtsgeleerde aan het hoofd van dat schriftuurtje geplaast, om het gemoed van uw Hoog Edele Hoog Agtbarens te beweegen, en de hertstogten ten sijnen voordeele in te neemen, dat als bij ver„ rassing ook wel gelukt, maar wanneer men tijd heeft van reflectie, en nog te meer als door solide reedenen en overtuijgende bewijsen, het waare en het valsche werd aangetoont, dan . s 36 dan verdwijnen alle die betooverende kunst„ greepen van den Cleedenaar, mits dien sal ik die introductie maar passeeren En mij al aanstonds wenden tot het sake„ lijke en het geen hij segt van het overneemen van de Cas in den Iaare 1763. „ Dat de admi„ „nistratie dier kassa tot hem was overgegaan „ met een gemis van 12258 Pagoden, welke „de Cassier Looman daar aan had laaten defi„ „cieeren, en met een gemis van 9658 pagoden „ welke de Cassier Crucius daar aan was schul„ „dig gebleeven, behalven nog eenige andere „ mindere onbetaalde posten, dat de schuld van „Looman toen Haselkamp de kas over„ „nam reets bekent stonden als ingekoomen „penningen die dus waaren blijven voortloo„ „pen, en dat de schuld van Crucius geconver„ „teert geworden was in een obligatie &: welke beijde positien, onwaarheeden sijn, en aantoonen wat staat er te maaken is op sijn seggen sonder bewijs, om het Contrarie —. te . te demonstreeren, dient, dat het debet van Looman aan de kas, een aparte Reekening bij de boeken heeft gehad tot ult:o Augustus 1764. , wanneer gelijk voorwaarts reets is ge„ segt, een ordonnantie van den gouverneur van Teijlingen is verleent op den hoofd-admini„ strateur Leembruggen om bij de negotie boe„ ken te laaten debiteeren Cassa onder Iohannes Haselkamp aan Cassa onder Paulus Loo„ man voor een somma van 12500. Pagoden 18. fanums en 30. Casjes &:a vide voorsz: ordon„ nantie onder de bijlagen nevens de Remon strantie overgelegt onder L=a G: En dus een mislijdende onwaarheijd dat in 1763: doen de kas aan hem wierd getrans„ porteerd, die penningen als ingekomene gel„ den waaren blijven voortloopen. Van geen beeter alloij is het geen hij segt dat in gem: Iaare 1763. doen hij de kas over„ nam, de schuld van Crucius op ordre van den gouverneur geconverteert was in een obligatie .
English
bond. Because when the Company's petty cash box was transferred to Haselkamp in the presence of the commissioners De Filliettaz and Pietersz, which was at the end of July 1763, not a single word was mentioned on that occasion of the bond of 9658 Pagodas that Crucius was said to have granted to Haselkamp on account of the deficit in the cash box, see the statement and its appendices under Letter H of the said commissioners; on the contrary, Haselkamp signed as received for the entire sum that actually ought to be there, without making the slightest exception, up to 17317. 7. 10 pagodas, as shown by the said transfer Letter A. Moreover, that private bond was not yet in existence at the end of July 1763, as appears from the same, annexed hereto under Letter K, that it was only granted and signed on 20 December 1763. What follows is also far from the truth; namely that when the cash box was taken up again by the commissioners in the year 1764, they approved and praised the state of the cash box as it was constituted with the debt of Looman and the bond of Crucius, and the partial redemptions of the debt of Looman, as well as with the debt of Crucius as represented by the bond, and income and expenditures as recorded in the book, etc.; for the commissioners De Filliettaz and Pietersz testify in their attached statement that in November 1764, for the first time, a written order was granted to them to take up the Company's petty cash box, which already ought to have occurred at the end of February, and it being customary on that occasion to present the remaining cash to the commissioners, it was only then that they, for the very first time, received any knowledge of the said bond of Crucius, through the communication made to them by Governor van Teylingen, with orders to regard that bond as cash, since His Honour stood surety for its satisfaction; therefore they could not have the slightest suspicion regarding the clearing of these funds. They then repaired to Haselkamp, who showed in cash 15046. 6. 20 pagodas, alongside the aforementioned bond of Crucius amounting to 9658 pagodas, which two amounts precisely formed the actual remaining balance of the Company's petty cash box of 24704. 6. 20 Pagodas. Adding to this the moneys advanced per memorie, also to be seen in the actual inventory, to the amount of 22395. 2. 60 pagodas, these two amounts total 47098. 9. – pagodas. And thus Haselkamp's inventory amounted to 1793. 5. 10 pagodas more than the Company's petty cash book, in which no more was required as a remaining balance than 45305. 3. 70 pagodas. Thus they remained persuaded that at that time Haselkamp accounted amply for the Company's funds, and among which last sum it should principally be reflected that there continued to run the 12500. 18. 30 Pagodas, or 60004. 17: 8 guilders, of Cashier Looman, which by virtue of an order by the Lord Governor and Chief Administrator at the end of August 1764 were transferred to Haselkamp as having been paid into the Company's cash box by the executors. As it is proved by all cash books that these moneys of Looman consistently continued to run with it, and Haselkamp never raised any objection, both with those books and his inventories, to sign for it, without ever having made mention of the non-receipt of those moneys; that, if indeed he had any grounds for it to claim anything of the moneys of Looman, he surely would have done so just as well when they took the inventory on 28 November 1764, as he did with the 9658 pagodas of Crucius; and at the inventory he showed them, as has clearly been demonstrated beforehand, that the actual cash and the moneys advanced per memorie amounted to 1793. 5. 10 pagodas more than what the Company's petty cash book required. Thus stood the state of the cash box, says Haselkamp in his remonstrance, when on 6 August 1765, by order of the new and recently arrived Governor Falck, the cash box was again taken up and examined by the same commissioners appointed for that purpose, De Filliettaz and Pietersz, ostensibly in the presence of the fiscal, etc. But he studiously forgets to mention that the petty cash box was taken up once more, and that in February 1765 by order of van Teylingen, by the commissioners De Filliettaz and Pietersz. Then Haselkamp showed them all the cash that was supposed to be in the cash box, not only what Looman had fallen short in the cash box, but also the deficiency of Crucius, without showing and making valid the granted private bond as cash at that time; he did not even mention that private bond at the time, and consequently the commissioners were at ease, having no reason to suspect Haselkamp, since he showed them all the cash that was supposed to be there, without distinction, and made no mention of any unpaid moneys on account of Looman, or of the bond of Crucius, letting it rest with confidence on the report that was submitted thereof by them at that time, annexed under Letter L; and if there is anything to reproach in that matter, it concerns Haselkamp.
Dutch transcription
37 obligatie. Want doen aan Haselkamp ten over„ staan van de gecommitteerdens De Tilliettaz en Pietersz: 'sComp=s kleene geld kas getrans„ porteerd wierd, het welk geweest is onder ult:o Iulij 1763, is 'er bij die gelegendheijd geen enkeld woord gerept van de obligatie die Crucius uijt hoofde der te kort kooming bij de kas aan Haselkamp: van Pagoden 9658 soude hebben verleent, vide declaratoir „ & dies bylapen met L:a H van gem: gecommitteerdens ter Contrarie heeft Haselkamp voor de geheele somma die 'er waarlijk moest sijn als ontfangen geteekend sonder eenige de minste Exceptie te maaken tot pagoden 17317. 7. 10. uijtwijsens gem: trans„ a port La Ook is die onderhandse obligatie onder ult:o Iulij 1763. nog niet in de wereld geweest, blijken„ de bij deselve hier annex L:a K dat deselve eerst den 20. ' December 1763 verleent en ge„ teekent is. Dit T 6 J. Het geen 'er op volgt is almeede verre besijden de waarheijd; namentlijk „ dat de gecommitteer„ „dens wanneer in den Iaare 1764. de kas door „haar weder opgenomen wierd, de staat van de „kas soo als die met de schuld van Looman „. en de obligatie van Crucius, en de gedeeltelijke „ aflossingen van de schuld van Looman, als „ meede met de schuld van Crucius soo als „ die door de obligatie gerepresenteert wierd, en „ inkoomen en uijtgaven soo als die op het boek „ bekent stonden, geconstitueerd was, geappro„ „beerd en gelaudeerd &:a; want de gecommit„ teerdens De Filliettaz en Pietersz: be„ tuijgen bij haar annex declaratoir dat in November 1764, voor de eerste maal een schrijf„ telijke ordonnantie op haar verleent was om 'sComp„s kleene kassa opteneemen, dat bereets ultimo februarij hadde behooren te geschieden, en bij die gelegendheijd gebruijkelijk sijnde, de Restant Contanten aan de gecommitteerdens openteleggen, het toen eerst geweest is, dat zij voor 38 voor de aller eerste keer, van gem: obligatie van Crucius iets te verstaan kreegen, door de Com„ municatie die de gouverneur van Teijlingen haar deed, met ordres die obligatie als Con„ tanten aantemerken, wijl sijn Ed: voor de vol„ doeninge instond, dierhalve konde zij geene de minste suspietie hebben, aan de acquittee„ ring deeser gelden; sij vervoegde sig dan bij Haselkamp die aan Contant verthoonden pagoden 15046. 6. 20. benevens de obligatie voor„ noemd van Crucius groot pagoden 9658. wel„ ke beijde bedragen net het in weesen Restant van 'sComp=s kleene kas formeerde van Pagoden 24704. 6. 20. waar bij nu gevoegt de per me„ morie verstrekte penningen, al meede vide de in weesen sijnde opneem te sien, ten mon„ tant van pa/o 22395. 2. 60, soo sommeere dee„ se beijde bedraage: pag: 47098. 9. –. en dus be„ droeg Haselkamps opneem pagoden 1793. 5. 10. meerder dan 'sComp„s Cassa boek; waar bij aan restant niet meerder verEijscht wierd dan dan pa/o 45305. 3. 70. dus bleeven zij gepersua„ deerd, dat in die tijd, Hasel kamp 'sComp=s gelden ruijm verantwoorden, en onder welke laatste somma principaal gereflecteert dient te werden, dat daar bij voortliepen de Pago„ den 12500. 18. 30. of ƒ 60004. 17: 8. van Cassier Looman, die uijt kragte eener ordonnantie door den heer gouverneur en hoofd-admini„ strateur ult:o Augustus 1764. op Tasel kamp waaren overgeschreeven, als in Comp=s Cassa door de Executeuren betaald sijnde. Wijl het geprouveert werd bij alle Cassa boeken, dat deese penningen van Looman steeds daar bij voortgelopen hebben, en Hasel„ kamp nooijt geene swaarigheijd gemaakt heeft, soo wel bij die boeken, als desselfs opneemen, daar voor te teekenen, sonder ooijt te hebben men„ tie gemaakt, van de non ontvangst dier pen„ ningen, dat, soo hij immers fondement daar toe hadde gehad, iets van de gelden van Coo„ man te repeteeren, hij seeker sulks al soo wel 39 wel soude gedaan hebben, toen zij de opneem den 28. ' November 1764. deeden, gelijk hij werk stelde met de pag: 9658–. van Crucius, en bij den opneem vertoonde hij haar gelijk voor af duijdelijk is gedemonstreerd, dat de in weesen sijnde Contanten; en de per memorie verstrekte gelden pag: 1793. 5. 10. meerder bedroeg dan het geen 'sComp=s kleene Cassa boek requireerde. Dus stont het met den staat der kasse, „segt Haselkamp bij zijn remonstrantie, „ wanneer op den 6:' Augustus 1765 op or„ „dre van den nieuwen en onlangs g'arriveerde „ gouverneur Paksteen de kas wederom wierd „ opgenoomen, en g'Examineerd door deselve „ daar toe gecommitteerde De Fillietta3 „ en Pietersz: ten overstaan quasi van de fis„ „caal &=a Maar hij vergeet studieuslijk te melden dat de kleene kas nog eens, en dat wel in fe„ bruarij 1765 ter ordre van van Teijlingen door de gecommitteerdens De Tielliettah en en Pietersz: was opgenomen Doen heeft Haselkamp aan haar ver toont alle de Contanten die 'er bij de Cas moes„ ten weesen, niet alleen het geen Looman bij de Cas was te kort gekomen, maar ook het deficieerende van Crucius sonder te dier tijd, de verleende onderhandse obligatie als Contant te vertoonen, en te doen gelden, hij heeft doen„ maals van die onderhandse obligatie niet eens gerept, en gevolglijk waren de gecommit„ teerdens gerust, geen reeden hebbende Hasel„ kamp te suspecteeren, dewijl hij haar alle de Contanten die 'er moesten weesen, sonder on„ derschijd vertoonden, en van geen onbetaalde penningen voor reekening van Looman, of van de obligatie van Crucius eenig melding maakten, laatende het met vertrouwen be„ rusten bij het raport dat te dier tijd, daar van, door haar wierd overgegeeven, annex on„ en indien er in die saak iets is der L:a L te reprocheeren, soo Concerneert het Hasel„ „kamp
English
40 kamp, who, by displaying cash that he had surely borrowed for that time from his patron or from someone else, misled the commissioners, and who were therefore exceedingly astonished when on 6 August 1765, by my order, the cash being inventoried once again, instead of the 18956. 9. 10. Pagodas that ought to have been there, no more was found than 832. 15. 25. pagodas; it was then that Haselkamp came forward again with the bond of Crucius, which he had not mentioned at the last inventory, but had secretly displayed its amount as cash, and then he also reported that he, on account of the estate of Looman, was still owed 175. -. –. pagodas by the former governor van Teijlingen, and for the account of that same estate still 560. pagodas from three other persons, without exaggerating the shortfall received in such a manner as he later did. On what foundation does the remonstrant then wish to maintain that the commissioners De Filliettaz and Pietersz. should have informed me upon my arrival of how matters stood with the petty cash; according to the last inventory of February, nothing was missing from it, what then would they have reported to me, they let the matter rest with the report submitted by them, to which they had nothing to add orally, and certainly knew that the governor, being able to demand all papers, could not be ignorant of the state of the petty cash according to the last inventory, of which they supposed their report to be sound. Haselkamp on the contrary, however, who well knew that by a fraudulent display of cash he had caused a false report to be made, it was his 41 duty upon my arrival to give full disclosure of matters regarding the petty cash, and not to wait with that until 30 July, two months after the flight of van Teijlingen, when the ultimate truth had to come out and he could no longer conceal his knaveries; it was then on 30 July, when the commissioners along with the fiscal were already standing ready to carry out the inventory of the petty cash at the house of Haselkamp, that the said cashier came to me and made it known that he was as yet unable to account for the balance that was running with the cash, since he had to claim up to 11579. 15. 60. pagodas from the former and absconded governor Christiaan van Teijlingen, and from the estate of Crucius, who had been cashier before him, and also had some other outstanding matters, but in case eight days' respite were kindly granted, he would then make an accurate demonstration of the cash and that which remained as a balance; the requested eight days were then still, for good measure, granted to him, without the least effect; the foregoing is described in detail in the Coromandel resolution of 6 August 1765. It was only then that I received disclosure of matters as to how things stood with the petty cash, and of the considerable capital that was missing from it; if Haselkamp had made such a confession immediately, many things might not have occurred, at least there would have been a means to save him if he truly had to claim so much money from van Teijlingen, which, by his silence, he makes very suspect. Through that silence he heaped one deceit upon another, and finally deceived himself. Let one consider once further how 42 this can be reconciled with the prudence that a cashier above all ought to have; where he, maintaining that he had a claim against van Teijlingen of 11579. pagodas, moreover hands over to him 2000. pagodas on account of the proceeds from his furniture etc. sold at auction. Ought he not to have withheld that money in reduction of what was owed to him, and must it not have raised suspicion in him that van Teijlingen, being his debtor, demanded the proceeds of the auction, by which he manifestly made it known that he maintained he was no debtor of Haselkamp? If it were that Haselkamp had raised difficulties about refusing his former master that money, that would immediately have been remedied by making a pure confession regarding the state of the cash, in which case it depended on me to establish the necessary orders therein. This was not possible for me now, because I knew nothing of it, since the Company's papers demonstrated to me that at the inventory of February the cash displayed corresponded amply with the balances, and that the person whose department it was, and who had the greatest interest in it, sought to cover it up; how impudently does this former cashier now dare to shift his malicious actions onto another, and to place the damage resulting from a deceit premeditated and executed by him to the account of a third party, whereas all disadvantages would have been prevented if he had come forward with the truth in due time. But no, he remained silent, and sought to mislead his master just as he had done with the commissioners. The Remonstrant continues: on that basis then they attack him, etc. One
Dutch transcription
40 „kamp die door vertooning van Contanten, die hij seekerlijk bij sijn protector, of bij den een of ander voor die tijd geleent heeft, de ge„ committeerdens heeft mislijd, en dewelke mits dien ten uijtersten verwondert waaren doen den 6. Augustus 1765. ter ordre van mijn de Cas wederom opgenomen werdende, er in steede van Pagoden 18956. 9. 10. die 'er moes„ ten weesen, niet meerder bevonden wierd dan pagoden 832. 15. 25. doen was het dat Haselkamp weder te voorschijn kwam met de obligatie van Crucius daar hij bij de Laatste opneem niet van gesprooken, maar dies bedragen Clandestin als Contant vertoont hadde, en doen melden hij ook dat hem we„ „gens den boedel van Looman van de gewee„ sene gouverneur van Teijlingen nog Com„ peteerde pagoden 175. -. –. en voor reekening van die selfde boedel nog van drie andere persoonen 560. pagoden sonder het te kort ontfangene sodanige te Exagereeren als hij nader „hand: „hand heeft gedaan Op welk fundament wil dog den remon„ strant sustineeren dat de gecommitteerdens De Filliettaz en Pietersz: mij bij mijn aankomst moesten geadverteert hebben hoe danig het met de kleene Cas gesteld was; vol„ gens de Laaste opneem van februarij man keerden 'er niets aan, wat soude deselve mij dan dog gerapporteerd hebben, sij lieten het berusten bij het Raport door haar overge„ geeven, waar bij sij mondelings niets te voe„ gen hadden, en wisten immers wel, dat de gouverneur alle papieren kunnende opEijsschen, niet onkundig konde weesen, van den staat der kleene kas, volgens de laaste opneem, waar van sij supponeerde haar raport deugdelijk te sijn Maar Haselkamp in tegendeel, die wist wel dat hij door een frauduleuse ver„ tooning van Contanten, oorsaak gegeeven had„ de tot het doen van een valsch Raport, diens pligt . 41 pligt was het geweest, bij mijn aankomst, ope„ ning van saaken omtrent de kleene kas te gee„ ven, maar niet daar meede te wagten tot den 30. ' Iulij twee maanden na de aufugie van van Teijlingen doen het hoogste woord 'er uijt moest, en hij sijn fourberien niet langer konde verbergen; het was dan op den 30. ' Iu„ lij doen de gecommitteerdens nevens de fiscaal reets klaar stonden om ten huijse van Ha„ selkamp den opneem van de kleene kas te doen, dat die kassier bij mij quam en te kennen gaf dat hij voor als nog buijten staat was om het restant dat bij de kas liep te kunnen verandwoorden, dewijl hij tot pagoden 11579. 15. 60. van den geweesene en g'aufugeerde gouverneur Christiaan van Teijlingen, en van den boedel van Crucius die voor hem Cas„ sier geweest was, moest hebben, ook nog eeni„ ge andere uijtstaande zaaken hadde, maar ingevalle nog agt dagen respijt geliefde te verleenen, dat als dan een accurate aantooning van ee van de Cas, en het geen er per restant was, sou„ de doen, de versogte agt dagen wierden hem dan nog al ten overvloede vergund, sonder de minste uijtwerking; het voorenstaande is omstandig beschreeven bij Cormandelse resolutie van den 6. ' Augustus 1765. Het was doen eerst dat ik opening van saaken kreeg hoedanig het met de kleene kas gesteld stond, en van het Considerabel Capi taal dat 'er aan mankeerden, indien Ha„ selkamp ten eersten dusolanig een Confessie hadde gedaan, soude er mogelijk veele saa„ ken niet gebeurt sijn, ten minsten 'er was middel geweest om hem te redden, indien hij waarlijk soo veel geld van van Teijlin„ gen hadde moeten hebben, het geen hij door sijn swijgen, seer doet suspecteeren Door dat swijgen heeft hij het eene bedrog op het ander gehoopt, en eijndelijk sig selfs bedroogen Men beschouwe nog al eens verder hoe dat het - 42 het met de voorsigtigheijd die een Cassier voor al behoort te hebben, over een te bren„ gen is; daar hij, sustineerende een pretensie op van Teijlingen te hebben van 11579. pa„ goden, nog daar en boven 2000. pagoden aan hem afgeeft, wegens het procedido van sijn per vendutie gerendeerde meubelen &=a. Behoorden hij die penningen niet inge„ houden te hebben in mindering van het geen hem Competeerde, en moest het niet bij hem spe„ culatie baaren dat van Teijlingen sijn de„ biteur sijnde, het provenu van de vendu op„ Eijschte, waar door hij manifest te kennen + gaf dat hij sustineerde geen debiteur van Haselkamp te sijn Was het dat Haselkamp al swarig heijd hadde gemaakt om sijn geweesen gebie„ der dat geld te wijgeren; was daar aanstonds in geremedieert met een suijvere Confessie no„ pens de staat der Cassa te doen, wanneer het van mij dependeerde om de nodige ordere daar in ende in te stellen. Dat mij nu niet mogelijk was, om dat er niets van wist, dewijl 'sComp=s papieren mij demonstreerde dat bij den opneem van februarij de vertoonde Contanten met de Res„ tanten ruijm accordeerde, en dat de geene van wiens departement het was, en 'er het meeste belang bij had, de pot sogt te dempen, hoe onbeschaamt derft nu deese gewesene kassier sijne malitieuse handelingen nog op een ander te schuijven, en de schade geredundeert uijt een bedrog door hem gepremediteert en uijt„ gevoert, op reekening van een derde te stellen, daar alle nadeelen verhoed waren geworden; indien hij te regter tijd voor de waarheijd was uijtgekomen. Maar neen, hij sweeg, en sogt sijn gebieder soo wel te mislijden als hij de gecommitteer„ dens gedaan hadde. Den Remonstrant vervolgt; op dien „grond dan valt men hem te lijven &:a Men.
English
Action was taken against him as was proper, and it is demonstrable from the aforesaid and what will follow that this is fully justifiable before all and everyone. For with a cashier who had made misleading presentations of the Company's cash, who instead of 18956 pagodas could only produce 832, and who at one and the same time comes forward with three different balances—see the deposition of the commissioners—with such a subject, there was no other course of action than to let the fiscal execute his office and duty against him. In this matter, people have not acted prematurely or as if eager for his ruin; on the contrary, everything was first tried to save him, even by means of a collection, but in vain; the few friends he had here, even those of his family, found no expedient to be able to save him. One must be of as malicious a nature as the remonstrant to suspect the curators who were appointed over his estate of doing everything to prevent the sufficiency of his estate from satisfying the Company. On the contrary, those men, being the secretary of the Orphan Chamber, Buijs, and invoice clerk Bloeme, both of good name and reputation, and who had the most time to spare, did everything that could serve to benefit his estate, acting in communication with Haselkamp during his presence here. The public sale of his effects had to take place, but not by a forced and unwilling sale, but according to custom, after prior sounding of the gong, by which the sale was made known to everyone. The Coromandel Resolution of 2 May 1768, annexed hereto under Lit. M, will demonstrate to Your High Noble High Mightinesses in detail the reasons which moved the government here to appoint curators over the estate of Haselkamp, the motives why that subject was placed in the hands of the officer, together with the conduct of the curators, and what difficulties they had to overcome in rescuing that disordered estate. The remonstrant now contends that his estate was sufficient to satisfy his debt to the treasury, contrary to the petition cited above, in which he even admits to being incapable of satisfying the Company and requests me to devise a means to prevent his ruin. How matters stood with the state of Haselkamp's estate has been demonstrated very amply by the commissioners Duijnevelt and Schuneman in the report mentioned herein and appended. Notwithstanding the clear demonstration that the remonstrant's estate was far from sufficient for satisfaction, which was also known to him even in abundance, Haselkamp nevertheless had the audacity to claim from the Honorable Company the important sum of 15714 pagodas, 8 fanums, and 41 kasjes, or 75428 guilders, 18 stuivers Holland currency, just as if those moneys actually belonged to him, and he had not been short in his cash by anything, let alone such a considerable sum. Now, concerning the sixth point contained in Haselkamp's remonstrance, namely that the all too great complaisance of Governor Haksteen had favored the escape of van Teijlingen: that article was abundantly refuted in my secret letters to Their High Nobles, the Noble High Indian Government, dated 30 August 1768, as well as in duplicate sent in December of the said year to Your High Noble High Mightinesses via Ceylon, to which I refer, not doubting that Their High Mightinesses will have been satisfied with the reasons alleged therein. On the contrary, it is Haselkamp whose great complaisance toward van Teijlingen is the sole cause of all this confusion. The six questions which he asks among others in his remonstrance, calling them simple questions, will be answered here, although abundantly and unnecessarily: 1. It was up to me and not to Haselkamp to trace, investigate, redress, and set everything in order. 2. The undersigned had no need to be informed by the commissioners of the state of the petty cash, since it was sufficient for me to read the report of the last count, in which the commissioners state that the cash presented fully agreed with the remaining balances, not knowing that the aforesaid report was false through Haselkamp's fraud. 3. It was my duty to make Governor van Teijlingen account for the manner in which the said van Teijlingen had transferred the petty cash from the administration of Cooman to the administration of Crucius, and from the latter to that of Haselkamp; but since from the Company's papers I could see nothing other than that everything was satisfactorily accounted for, I could demand no account in that regard unless Haselkamp had first told me that he had deceived the commissioners, and that considerable items of the petty cash still had to be accounted for by van Teijlingen, if I had then failed to pay attention to that
Dutch transcription
43. Men heeft tegens hem g'ageert als het behoorde, en dat uijt het voorsz:, en het geen nog volgen sal, aantoonlijk is, bij alle en een ijgelijk verandwoordelijk te sijn. Want met een Cassier die mislijdende ver„ tooningen gedaan hadde van 's Comp=s kas, die in plaats van 18956. pagoden maar 832. kon„ de vertoonen, en die, in een en deselfde tijd met drie differente opneemen te voorschijn komt, vide het declaratoir van gecommitteer„ dens, met soo een subject, was niet anders te beginnen, als de fiscaal tegens hem sijn ampt en pligt te laaten betragten Men heeft hier in niet prematuur, als Ieu„ kerig na sijn bederf te werk gegaan, in tegen„ deel is eerst alles besogt om hem te redden, selfs bij weege van een Collecte, maar te vergeefs, de weijnige vrienden die hij hier hadde, selfs die van sijn familje vonden geen Expedient om hem te kunnen sauveeren. Men moet van een soo malitieus naturel sijn e =sijn, als den Remonstrant, om de Curatoren die over sijn boedel gesteld waaren te verden„ ken; dat sij alles aan soude wenden om de toerijking uijt sijn boedel tot voldoening van de Comp=ie, te prevenieeren Ter Contrarie hebben die menschen, sijnde de secretaris van de weeskamer Buijs, en factuurhouder Bloeme, beijde ter goeder naam en faam staande, en dewelke de meeste tijd hadden, te kunnen vaceeren, alles aangewent wat tot bevoordeeling van sijn boedel konde dienen, geduurende Hasel„ kamps aanweesen alhier met hem Commu„ nicatief gaande. De vendutie sijner Effecte moeste geschieden maar niet bij geforceerde en onwillige ver„ koopinge, maar na stijle, na voorgaande bekkenslag, waar bij aan een ijder de ver„ kooping wierd bekent gemaakt. De Cormandelse Resolutie van den 2. ' Meij 1768 onder L:a M. hier g'annexeert 44. g'annexeert, sullen uw Hoog Edele Hoog Agtbarens omstandig aantoonen de reedenen, dewelke de Regeering alhier gepermoveert heeft om Curatoren, in den boedel van Haselkamp te stellen, de beweeg gronden waarom dat sub„ fect in handen van den officier is gesteld, mits„ gaders de handelwijse van de Curatoren, en 1. wat moeilijkheeden in het redden van die ver„ warde boedel sij hebben moeten te boven komen Den Remonstrant sustineert als nu dat sijn boedel sufficient was tot voldoening van sijn debet aan de Cas, Contrarie het hier voo„ ren aangehaalde Request, waar bij selfs advou„ eerd onvermogende te sijn de Comp=e te satisfa„ ceeren en van mijn versoekt een middel te wil„ len uijtdenken om sijn ruine voortekomen Hoedanig het met den staat van Hasel„ kamp sijn boedel geleegen is, hebben de ge„ committeerdens Duijnevelt en Schuneman seer ampel gedemonstreert bij het in deesen gem: en bij gevoegt berigt. Niet Viet tegenstaande de duijdelijke aantoo„ ning dat den Remonstrant sijn boedel ter voldoening in verre na niet was sufficieerende, en het geen hem ook ten overvloede selfs be kent was, heeft Haselkamp nogthans de assurantie van d' E: Comp=e te vorderen een Em„ portante somma van 15714. Pagoden 8. fanums en 41. kasjes of ƒ75428:18. Stuijvers: hollands eeven als of die penningen hem reëël toebehoor„ de, en hij bij sijn Cassa niets, men swijge een soo Considerable somma, te kort gekoomen was. Belangende nu het sesde point vervat in Haselkamp sijn Remonstrantie, te wee„ ten dat de al te groote Complaisance van de gouverneur Haksteen het evadeeren van van Teijlingen gefavoriseerd hadde. Dat articul is overvloedig gerefuteert bij mijne secreete Letteren aan Haar Hoog Ede„ lens De Edele Hooge Indiase Regeering de dato 30. ' Augustus 1768, mitsgaders in duplo 45 duplo in December van het gem: Iaar aan uw Hoog Edele Hoog Agtb: over Ceijlon gesonden, waar aan mij refereeren, niet twijffelende of Hoogst Deselve sullen met de reedenen al„ daar g'allegeerd genoegen genoomen hebben. In tegendeel is het Haselkamp, wiens groote Complaisance voor van Teijlingen, de eenige oorsaak van alle deese verwarring is. De ses vragen die hij bij sijn Remonstran„ tie onder anderen doet, deselve noemende eenvoudige vragen, sal men alhier schoon ten overvloede en onnodig, nogthans eens beant„ woorden 1. Het heeft aan mij en niet aan Haselkamp gestaan om alle dingen nategaan te onder„ soeken te Redresseeren, en in ordre te stel„ 2. Den ondergetekende hadde niet nodig van de gecommitteerdens g'informeerd te werden van de staat der kleene kas, dewijl het ge„ „noeg len. „noeg doende was voor mij om het Raport van de laatste opneem te leesen, waar bij de gecommitteerdens poseeren, dat de vertoonde contanten met de Restanten ruijm accordeer„ den, niet weetende dat voorsz: Raport door het bedrog van Haselkamp valsch was. 3. Was het mijn pligt om de gouverneur van Tij„ lingen reekenschap te doen geeven van de wij„ se op welke deselve van Teijlingen, de kleene kas had doen overgaan van de administratie van Cooman op de administratie van Crucius en van deesen op die van Haselkamp; maar „dewijl ik bij 'sComp=s papieren niet anders kon„ de sien of alles was na genoegen verandwoort, konde ik daar omtrent geen reekenschap vor„ deren, of Haselkamp moest mij eerst ge„ segt hebben dat hij de gecommitteerdens hadde geabuseert, en dat 'er nog aansienlijke posten van de kleene kas door van Teijlingen verantwoord moesten werden, indien ik dan ingebreeke was gebleeven mij daar aan te laaten
English
left alone, then it was reasonable that the responsibility for it belonged to me. With Art: 4. the situation is the same as Art: 3. 5. I had no knowledge whatsoever of the furnishing of firewood, nor of anything else, without an order; if Haselkamp had judged that recovering payment from van Teijlingen for his arbitrary supply of firewood was necessary, then he ought to have informed me of it. The 6th Art: has been answered by the previous ones. That this complaisance of Haselkamp toward van Teijlingen continued, even after his flight, is evident from the letter from van Teijlingen to Haselkamp dated 8. ' July 1765. from Madras, from which it can be gathered that in the letter from Haselkamp, to which that of 8. ' July serves as an answer, he had not even sent van Teijlingen an account of what was due to him; even when Haselkamp was already in irons, he did not hesitate to say, Governor Haksteen is a scoundrel etc., but van Teijlingen is an honest man, see the criminal trial. I therefore very gladly defer to the judgment of everyone whether my complaisance, or that of Haselkamp toward van Teijlingen, caused that considerable deficit in the petty cash. Now there still remains the refutation against the seventh point, which accusation, if found to be the truth, would bring upon me the contempt of everyone, and cause me to be regarded as an unconscionable man who, through his passions and partiality, sought to ruin his fellow man. The words that Haselkamp uses in the most confident manner to bring everyone into that belief, will be included here verbatim for greater clarification of the matter. It says then: That which fully exposes the malicious intent that they had to ruin the petitioner is the refusal that was given to him to be allowed to take legal action against Governor van Teijlingen at Madraspatnam, whereas this had been granted to the warehouse master Severin; the petitioner, however convinced that the debt of van Teijlingen could not according to the principles of law be recovered from him, thought that since they saw fit to charge it to his account, he should at least be free, in any case, to use a means to secure the Honorable Company as much as possible. He therefore requests permission from the government to be allowed to take legal action against Governor van Teijlingen at Madraspatnam, whither the said Governor had retired; instead of this being readily granted to him, he was arrested etc. No one who reads the above account of the Remonstrant can indeed think otherwise than that what he alleges is the truth, and yet not a single word of it is the truth. Never was he refused permission to take legal action against Governor van Teijlingen; he also never requested it. How, then, could the refusal take place? Let all the Coromandel Resolutions be examined; not an iota of such a request will be found, and consequently neither of a refusal. If such a request had ever been made by him, would he not have failed to request an extract or copy of that request along with the decision taken upon it, just as he did when he then departed on appeal to Batavia with all documents that he judged could be of use to him at that capital, see Coromandel Resolution dated 31. ' August 1767; a paper of such importance he could not possibly have forgotten. And even if that had been neglected by him, it would not have been omitted by him to make mention, in his extensive petition presented to the High Indian Government at Batavia, of such an exceedingly harsh treatment as that refusal consisted of; which would then also not have failed to demand from the Coromandel government an explanation and accountability for such a declining decision. But no, he first devised this clever invention in Europe; the great distance gave him somewhat more boldness to slip some untruths into the hands of the Lords and Masters with impunity. Regarding now the affair of the warehouse master Severin, the matter stands as follows: that employee had, from 4. ' September 1761. until the last of February 1765, successively issued to Governor van Teijlingen upon his verbal order, as he said, various consumption and other goods specified in the Coromandel Resolution of 2. ' July 1765, totaling the amount of old pagodas 1125. 1.-; it appeared to the assembly to be careless conduct on the part of Severin that he, who had to account for and settle the Company's assets annually, had also not demanded from van Teijlingen and liquidated with him regarding what was missing; and therefore it was resolved to impose upon him the compensation of that amount, and to have it paid into the Company's treasury, but to leave him the freedom to seek his recourse against the person of van Teijlingen, in such manner as
Dutch transcription
46 laaten geleegen leggen, dan was het billijk dat de verandwoording daar van mij Competeer Met art: 4. is het geleegen als Art: 3. 5. Ik heb nog van het fourneeren van brandhout„ nog van iets anders, sonder ordonnantie, eeni„ ge kennis gehad, indien Haselkamp ge„ oordeelt hadde dat het recouvreeren van be„ taling, wegens sijn willekeurige verstrekking van brandhout, aan van Teijlingen, noodig was geweest, dan behoorde hij mij 'er kennis van gegeeven te hebben Het E: Art: is door de voorige beant woord. Dat die Complaisance van Haselkamp voor van Teijlingen gecontinueert heeft, selfs na sijn aufugie, blijkt bij de brief van van Teijlingen aan Haselkamp de dato 8. ' Iu„ lij 1765. van Madras, bij dewelke op tenee„ men is dat bij de brief van Haselkamp waar van die van den 8. ' Iulij tot antwoord dient de. dient, hij van Teijlingen nog niet eens een reekening gesonden hadde van het geen hem Competeerde, selfs doen Haselkamp reets in de boeijen was, ontsag hij sig niet te seggen, de gouverneur Haksteen is een Canalje &a, maar van Teijlingen is een Eerlijk man vide het Crimeneel proces. Differeere mits dien seer gaarn aan het oordeel van een ijgelijk of de Complaisance van mijn, of die van Haselkamp voor van Teijlingen, die Considerable te kort kooming bij de kleene kas heeft veroorsaakt. Nu resteert 'er nog de wederlegging te gens het sevende point, welke accusatie de waarheijd bevonden werdende, mij de verag„ ting van een ijgelijk op den hals soude halen, en doen aanmerken als een inconcientieus man„ die door sijne driften en partialiteit sijn even naasten tragte te bederven. De woorden die Haselkamp op de alder assurantste wijse gebruijkt om een ijgelijk in 47. in dat begrip te brengen, sal men tot meerder opheldering van de saak hier woordelijk laa„ ten invloeijen. Sij segd dan Dat het boos opset dat men gehad heeft om „ den supp:t te bederven, ten vollen aan den dag „legt, is de weijgering welke men aan hem ge„ „daan heeft om tegens den gouverneur van Teij„ „lingen te Madraspatnam te mogen „ageeren, daar men het aan de pakhuijs mees„ „ter severin heeft g'accordeerd gehad, de „ supp:t hoe seer geconvinceert dat de schuld „ van van Teijlingen, na de gronden van „ het regt niet van hem gerepeteerd konde wer„ „den, dagt dat dewijl men goed vond om hem „dien ten laste te leggen, het hem ten minsten „vrij moest staan om in alle gevalle, een mid„ „del te gebruijken om d' E: Comp=ie soo veel mo„ „ gelijk te secureeren Sij versoekt derhalven aan het gouverne„ „ ment permissie om tegens den gouverneur Van „ van Teijlingen te Madraspatnam waar „heenen den gem: gouverneur sig geretireerd had „ te mogen ageeren, in plaats dat sulks hem ge„ „ reedelijk soude werden g'accordeert, werd hij „ gearresteert &=a. Niemant, die het bovenstaande verhaal van den Remonstrant leest, kan immers an„ ders denken of het geen hij allegeert is de waar„ heijd, en egter is 'er geen enkeld woord van de waarheijd. Nooijt heeft men hem geweijgert om tegens den gouverneur van Teijlingen te mogen ageeren, hij heeft het ook nooijt versogt, hoe kon, dan het refus plaats hebben, laat alle de Cormandelse Resolutien nagegaan werden, geen Tota sal men van sodanig versoek vinden, en gevolgelijk ook niet van een weijgering. Was 'er ooijt sodanig een versoek door hem gedaan, souw hij niet ingebreeken gebleeven sijn, Extract of Copij van dat versoek met de daar op genomene dispositie te versoeken, gelijk 48 gelijk hij doen in appel na Batavia vertrok, van alle documenten gedaan heeft, die hij oor„ deelde hem op dien hoofdplaats van nut te kunnen sijn, vide Cormandelse Resolutie de 1 dato 31. ' Augustus 1767, een soo aangeleegen papier kon hij met geen mogelijkheijd vergee„ ten hebben. En was dat al eens door hem versuijmt, soude door hem niet g'omitteert weesen, van een soo ten uijtersten harde behandeling als waar in die weijgering bestond, bij sijn ampel Request te Batavia aan de Hooge Indiase Regeering gepresenteert, mentie te maaken, de„ welke dan ook niet gemankeert soude hebben, het Cormandels gouvernement reeden en verant„ woording te vorderen van een sodanige de„ clineerende dispositie. Maar neen, hij heeft deese fraaije vond eerst uijtgedagt in Europa, de verre afgelegendheijd, gaf hem wat meerder hardiesse om strafloos de Heeren en Meesters eenige onwaarheeden in de de hand te stoppen Belangende nu de affaire van de pakhuijs„ meester severin, daar is het dusdanig meede geleegen, die bediende had 't seedert den 4. ' 7ber: 1761. tot ult:o februarij 1765 aan de gouverneur van Teijlingen op sijn mondelinge ordre /:soo hij seijde :/ successive afgegeeven verscheijde Consumptie en andere goederen gespecificeert 6. bij Cormandelse Resolutie van den 2. ' Iulij 1765, te samen ten Emporte van oude pagoden 1125. 1.- het quam de vergadering voor, te weesen een slordige behandeling van Severin, dat hij, die Iaarlijks 'sComp=s Effecten moest verandwoorden en verEffenen, ook omtrent het geen 'er te kort was, niet van van Teijlingen gevordert, en met hem geliquideert hadde, en dier hal„ ven wierd 'er geresolveerd, hem de vergoeding van dat bedragen opteleggen, en in 'sComp=s Cas„ sa te doen betaalen, dog aan hem de vrijheijd te laaten om desselfs regres op den persoon van van Teijlingen te soeken, sodanig als —.
English
49 as were thought to be due to him. And since Severin obeyed that decision, by paying the funds into the treasury, what reason would there then have been to incarcerate Severin; indeed, no comparison whatsoever can be made between this warehouse master and the unfaithful cashier Haselkamp, and therefore the jurist might well have mustered out Cicero and Ulpian in this regard, along with all the Doctors with which he needlessly adorns his Remonstrance, for to comprehend the matter in question, only a sound and impartial judgment is required. Severin, having complied with the ruling, appointed attorneys in Madras and had van Teijlingen summoned there. Haselkamp was not prevented from being able or permitted to do the same, had he considered his claim legal and provable, and if 18. if he had not wished to do it in his own name through a direct power of attorney, which is nevertheless denied to no one, even when under criminal charge, why did he not provide the curators with the means to do so, but no, he gave notice neither to the government nor to the curators that such was his intention, see attestation marked Letter N. Never was any opportunity cut off from him to correspond with van Teijlingen about his affairs in Madras; it is even apparent from the letter from van Teijlingen dated 15 August 1765, submitted by Haselkamp alongside the Remonstrance, that the latter, besides the letter sent by Catjemarauw, had also dispatched his faithful servant to him; why then would the way have been cut off for him to compel van Teijlingen to pay; on the contrary, it would have been readily granted to him had he made even the slightest disclosure thereof, for the interest of the Company 18. 50 was thereby advanced if the legal action were successful, and that was in everything the undersigned's sole intention, without his actions ever having been governed by any passions. The substance of Haselkamp's Remonstrance presented to Your Right Honorable High Mightinesses having been refuted by the foregoing, his mendacious insinuations, his deceits to mislead the commissioners for the inspection of the petty cash, and his willful concealment of the truth, by which all the confusions and his criminal detention were caused, having been demonstrated clear as day, and it having been demonstrated on the basis of the submitted documents what the state of the petty cash was at the latest inspection of 30 August 1765, item the means to which recourse had to be taken to liquidate the deficit, I shall therewith lay down the pen and rest in the equitable judgment of Your Right Honorable High Mightinesses. While with the greatest respect and high esteem I remain, Right Honorable High Mighty, Wise, Provident, and Very Generous Sirs, Your Right Honorable High Mightinesses' Humble and Faithful Servant, Nagapatnam In the Castle 30 August 1771 D. Haase 51 ra A: Register of such papers as belong to the document of the undersigned Ordinary Councilor of the Dutch Indies and Governor of the Coromandel, serving to refute a Remonstrance or Petition submitted by the former Nagapatnam Cashier Johannes Haselkamp to the Right Honorable High Mighty Lords, the Representative of His Serene Highness and the Directors of the Chartered Dutch East India Company at the Chamber of Seventeen; namely: The aforementioned document itself. Copy of the Report of the Political Secretary Willem Duijnevelt and the Trade Bookkeeper Johannes Schuneman, submitted under date of 15 August 1769. ra D: Counter-report of the General Examiner and Bookkeeper at Batavia dated 27 April 1770, alongside the annexes relating thereto, see the separate register made thereof from Letter A to E. E: Extract from the General Resolution of Batavia Castle, dated 22 May 1770, containing the ruling of Their Right Honors taken upon the aforementioned report of the General Examiner and Bookkeeper. ra D: Copy of the Report of the Political Council Members De Filliettaz and Pietersz, dated 6 August 1765, concerning the inspection made by them in the presence of the Fiscal of this capital place, submitted and filed for the Resolution of the 21st thereafter, alongside the documents belonging thereto according to the register formed thereof from Letter A to SS. 52 inspection made of the Company's petty cash fund, under the administration of Haselkamp, according to which, out of pagodas 18956: 9: 10 that should have been present in the cash, no more than pagodas 832: 15: 25 were found. E: Copy of the note handed over on that occasion by Haselkamp to the said commissioners, of the outstanding funds among various persons for his private account, amounting to pagodas 15965: —: —. ra Jn: Copy of the Report of those same commissioners dated the 14th thereafter, of their findings regarding the checking and taking up of all the monies that had been advanced from the Company's treasury by Haselkamp since the last of August 1764 to the 6th of August aforementioned. EC: Copy of the Petition by Haselkamp to the undersigned.
Dutch transcription
49 als vermeenden hem te Competeeren. En dewijl severin aan dat besluijt obedieer„ de, met de penningen in Cas te betaalen, wat reeden soude 'er dan geweest sijn om Severin te incarceeren, hier valt immers geen de min„ ste Comparatie te maaken tusschen dese pak„ huijsmeester en den ontrouwe kassier Hasel„ kamp, en dierhalven had den regtsgeleerde, Sicero en Ulpianus hier omtrent wel kun„ 2 nen uijtmonsteren, nevens alle de D: D: daar hij nodeloos sijn Remonstrantie meede doet pronken, want tot bevatting van de saak in questi, gehoord eenlijk een gesond en onpar„ tijdig oordeel. Severin aan de dispositie voldaan hebben„ de, steld gemagtigdens aan te Madras, en laat van Teijlingen aldaar dagvaar„ den. Haselkamp is niet belet het selfde te kunnen of mogen doen, indien hij sijn preten„ sie wettig en bewijsbaar hadde g'oordeelt, en indien s - 18. indien hij al door geen directe procuratie uijt sijn naam het hadde willen doen, dat nogthans aan niemand belet werd, schoon sub reatu, waar om de Curatoren de middelen niet aan de hand gegeeven om sulx te doen, maar neen hij heeft nog aan het gouvernement, nog aan de Cura„ toren te kennen gegeeven dat sulks sijn inten„ tie was, vide attestatie met L:a N N Nooijt is hem eenige occagie gecoupeert, om met van Teijlingen over sijne affaires te Ma„ dras te Correspondeeren, selfs blijkt het bij de brief van van Teijlingen de dato 15. Aug=s 1765 door Haselkamp nevens Remonstran„ tie overgelegt, dat de laastgem: behalven de gesondene brief per Catjemarauw, ook sijn ge„ trouwe dienaar aan hem gedepecheerd hadde, waar om souw hem dan de weg afgesneeden sijn om van Teijlingen tot betaling te con„ stringeeren, het was hem ter Contrarie greetig ingewilligd, had hij daar van maar de minste opening gedaan, want het Intrest van de Compagnie 18. 50 Compagnie wierd daar door bevordert, als de instantie van succes was, en dat is in alles des ondergeteekendens eenige betragting geweest, sonder dat sijne handelingen ooijt door eenige passien sijn beheerst. Det sakelijke van Haselkamp sijne Re„ monstrantie aan uw Hoog Edele Hoog Agtbarens gepresenteert, door het voorenstaande wederlegt, sijne leugenagtige insimulatien, sijne fourberien om de gecommitteerdens tot het opneemen van de kleene kas te mislijden en sijne moedwillige geheim houding van de waarheijd, waar door alle Confusien en sijne Crimineele detensie veroorsaakt is, sonneklaar aangetoont, mitsgaders op fundament van de overgelegde stukken gedemonstreert sijnde, hoedanig het met de kleene kas bij de Iongste opneem van den 30. ' Augustus 1765. gesteld ze was, item de middelen waar toe recours ge„ nomen heeft moeten werden, om het te kort gekomene te liquideeren, sal ik daar meede de - de penne nederleggen, en mij gerusten in het Equitabel oordeel van uw Hoog Edele Hoog Agtb=s Terwijl met de meeste eerbied en hoog agting verblijve. Hoog Edele Hoog Agtbar wijse voorsienige, en Seer Genereuse Heeren. Hoog Edele Hoog Agtbarens ootmoedige en Getrouwe Nagapatnam In 't Casteel Den 30. Aug„o A:o 1771. D. Haase Dienaar 51 ra t „ A: Register van soodanige Papieren als gehoorende sijn tot het schrif¬ tuur van den ondergeteekende Raad Ordinair van Nederlands Jndia en Cormandels gouverneur„ dienende tot wederlegging van een door den geweesene Naga„ patnamse Cassier Johan„ nes Haselkamp, de hoog Edele hoog Agtb: heeren den Re„ presentant van sijn doorlug¬ tige hoogheijd en de Bewind„ hebberen van de G' oxtroij„ eerde Nederlandsche Oost Jn„ dische Comp:e ter Kamer van Seeven thienen over gegeven Remonstratie of Re„ quest; Namentlijk: Het voorm: Schriftuur selve. Copia Rapport van den secretaris van politie Willem Duijnevelt, en den Ne„nge„ gotie overdrager Johannes Schu„ oor neman sub dato 15. ' aug„s 1769. es overgegeeven: oog ra D: Contraberigt van den visitateur en Boeko„ houder generaal te Batavia de dato 27. April 1770 Nevens de bijlaagen daar toe betrecke„ lijk vide het daar van gemaakt Apart Register van L„ra A: tot E: E: Extract uijt de Generaale Resolutie des Casteels Batavia, de dato 22„e Meij 1770. , behelsende de dispositie van haar hoog Edelens op het voorm: berigt, van den visitateur en Boekhou„ der generaal genoomen. „ D: Copia Rapport van de politicque Raadslee„ den De Filliettaz:, en Pietersz:, de dato 6„e Aug„s 1765. , wee„ gens de door haar ten over„ staan van den fiscaal deeser overgegeeven, en ter Resolutie van den 21. daar aan inge„ diend, Nevens de stucken daar toe gehoorende volgens het daar van Geformeerd Register van ra L„a A: tot S: S: hoofdplaatse. „ 52 Na eer hoofdplaatse gedaane opneem van 'sComp„s kleene geld Cassa, on„ der administratie van Hasel„ Kamp, volgens het welke er van pa/o 18956: 9: 10:, die bij de Cas inweesen moesten sijn, niet meer bevonden sijn pagoo„ den 832: 15: 25: E: Copia Notitie door Haselkamp, bij die ge„ legendheijd, aan ged: gecommitteerd„s g' intrageerd van de onder di„ verse persoonen voor sijn par„ ticuliere Reek: uijtstaande penn: ten bedragen van pa„ goden 15965: —. –. „ J:n Copia Rapport Rapport van die selfde gecom„ mitteerdens de dato 14„e daar aan, van haare bevinding No„ pens het Nagaan en op Nee„ men van alle de gelden die door Maselkamp sed„t ult„o verre Aug„s A„o 1764. tot den 6„e Iug: in ge„ voorm: uijt 'sComp„s Cassa ver„ Voor strekt waaren. EC: Copia Request door Haselkamp, aan den ondergeteekende, er 11
English
presented to the undersigned Governor, and recorded in the Resolution of the 31st August 1765, in order to provide him with a means to save him from his ruin. A: Copy of the declaration submitted by the aforementioned Council members De Filliettaz and Pietersz to the Resolution of the 10th June of this year, demonstrating how matters stood with various counts of the cash box that they conducted with Haselkamp as cashier, together with the annexes related thereto according to the separate register from No. 1 to 11. I: Copy of the transfer of the Company's petty cash fund by Crucius to Haselkamp, dated the ultimate of July 1763, as proof that the latter signed for the remaining balance of pagodas 17317: 7:10 as cash received by him. Lra M: Copy of the private bond granted by Crucius to Haselkamp, dated the 20th December 1763, for the sum of pagodas 9658. — —, though of which 3000 pagodas have since been paid. E: Copy of the count of the Company's petty cash fund by the aforementioned De Filliettaz and Pietersz under the ultimate of February 1765, as proof that all the cash was then actually shown, and no bond was mentioned. D: Extract from the Resolution taken in the Council of Coromandel on the 2nd May 1768, containing the reasons for the appointment of Bloem and Buys as curators in the estate of Haselkamp, likewise why the said Haselkamp was handed over to the officer, and the troubles which the said curators had regarding his tangled estate. N: Attestation of the aforementioned Buys and Bloem, dated the 22nd May last, as proof that Haselkamp never at any time addressed or requested either both of them together, or each or one of them in particular, to inform the undersigned Governor that he intended to address the dismissed Governor Christiaan van Teylingen at Madraspatnam regarding the monies that the same owed him, and much less to make a proposal or application that this should be done on the Company's behalf. Nagapatnam, in the Castle, the 30th August Anno 1771. P. Haksteen Letter A: To the Right Honorable and worshipful Pieter Haksteen, Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of this Coast of Coromandel and its dependencies, together with the Council at Nagapatnam. Right Honorable and Worshipful Sir and Gentlemen, Having been ordered by Your Right Honorable Worships, pursuant to the resolution taken in the session of the 2nd June last, to investigate and to provide Your Right Honorable Worships with the necessary particulars as to how far the petition lodged and the claim formed by the former secretary and cashier Johannes Haselkamp, by means of a request presented by him to the Supreme Government of the Indies at Batavia for the recovery of Rijksdaalders 22196: 20. — which had been charged to his account and paid out of his assets by the curators appointed to his estate, is to be credited and well-founded, we have the honour to respectfully submit to Your Right Honorable Worships our report concerning our actions in this regard. And in order to do this in order, and as clearly as possible for us, we reiterate his aforementioned petition that there be restored to him the said amount of Rijksdaalders 22196. 20. —, which the deceased merchant, trade bookkeeper, and First Warehouse Master Anthonij Bonk, the deceased cashiers Jan Martensz, Paulus Looman, and Francois Crucius, along with some farmers of the Company's domains of this city, had defaulted on, but which, as aforesaid, were paid out of his assets, adding as proof thereof the current account drawn up by the said curators.
Dutch transcription
1a ondergeteekende Gouverneur gepresenteerd, en ter Resolutie van den 31. ' Aug„s 1765. vermeld, om hem een middel aan de hand te geven, om hem van sijn ruine te bevrij„ den. A: Copia Declaratoir door voorm: Raadsleeden De Filliettaz:, en Pietersz:, ter Resolutie van den 10„e Junij deeses Jaars ingediend, ter aantooning hoe het geleegen geweest is, met diverse op„ neemen, die sij bij besel„ kamp, als Cassier gedaan hebben, annex de bijlagen daar toe Relatief volgens Apart Register van N„o 1. tot 11. I: Copia Transport van 's Comp„s kleene geld Cassa, door Crucius, aan Hasel„ Kamp ged„t ult„o Julij 1763. tot bewijs dat den laasten voor het Restant van pa„ gooden 17317: 7:10: als Con„ „tant bij hem ontfangen ge„ teekend. „ 53 teekend heeft. V„a M: Copia Onderhandse Obligatie door C rucius, aan Haselkamp, in dato 20„e xber: 1763. verleend, ter somma van pa/o 9658. — —. , dog waar van te sed„t 3000. pagoden betaald sijn. en E: Copia Opneem van 'sComp„s kleene Geld Cassa, door voorsz: De Tilliettaz:, en Pietersz:, onder ult„o feb: 1765. , tot bewijs, dat toen alle de Contanten Reël verthoond sijn, en van geen Obligatie men„ tie gemaakt is. M: Extract uijt De Resolutie genoomen in raade van Cormandel op den 2„e meij 1768. behelsende de ree„ denen, der aanstelling van Bloemb- en- Buijs, tot Cura„ toren in de boedel van Ha„ Hl selkamp, Jtem waarom Ged: verre Haselkamp, aan den officier overgegeeven is, en de moeijten ge„ welke gedagte Curatoren, om oor trent sijn verwarde boedel res gehad hebben. ra =. 14 A: Copia Declaratoir door voorm: Raadslee De Tilliettaz:, en Pietersz: Resolutie van den 10„e Jn deeses Jaars ingediend, A aantooning hoe het geleegen geweest is, met diverse op„ neemen, die sij bij Hesel„ kamp, als Cassier gedaan hebben, annex de bijlage daar toe Relatief volgens Register van N„o 1. tot 11. J: Copia Transport van 's Comp„s kleene Cassa, door Crucius, aan Ha Kamp ged„t ult„o Julij 174 tot bewijs dat den laasten voor het Restant van gooden 17317: 7:10: als Co „tant bij hem ontfangen ondergeteekende Gouverneur gepresenteerd, en ter Resolutie van den 31. Aug„s 1765. verme om hem een middel aan hand te geven, om hem van sijn ruine te bevra den. teekend. 2 „ . 53 teekend heeft. L„ra M: Copia Onderhandse Obligatie door Corucius, aan Haselkamp, in dato 207„e xber: er 1763. verleend, ter somma van pa/o 9658. —. —. , dog waar van 't sed„t 3000. pagoden betaald sijn. en E: Copia Opneem van 'sComp„s kleene Geld Cassa, door voorsz: De Filliettaz:, en Pietersz:, onder ult„o feb: 1765. , tot bewijs, dat toen alle de Contanten Reël verthoond sijn, en van geen Obligatie men„ tie gemaakt is. D: Extract uijt De Resolutie genoomen in raade van Cormandel op den 2„e meij 1768. behelsende de ree„ denen, der aan stelling van Bloemb- en- Buijs, tot Cura„ toren in de boedel van Ha„ selkamp, Jtem waarom Ged: Haselkamp, aan den officier verre overgegeeven is, en de moeijten ge„ welke gedagte Curatoren, om oor trent sijn verwarde boedel rls gehad hebben. eer ra =. N: Attestatie van voorm: Buijs, en Bloeme„ de dato 22„e meij Jongstl:, tot bewijs dat haselkamp, nog haar beijde tesamen, nog ider of een van haar in't bijsonder„ nooijt of ooijt aangesprooken nog versogt heeft; om aan den ondergeteekende Gouver„ neur kennisse te geeven, dat hij den g'autugeerde Gouver„ neur Christiaan van Jeijlin„ gen, weegens de penningen welke denselven hem schul„ dig was, op Madraspatr aanspreecken wilde, en Nog veel minder om propo„ sitie off instantie te doen, dat zulx 's Comp„s weegen v geschieden zoude. Nagapatnam Jn't Casteel den 30:' Aug„s A„o 1741. DVCan Steen H „ 54 L=a A: Aan den wel Edelen gestr: Heer Pieter Haksteen Raad Extraordinair van Neder„ lands Jndia, mitsgaders gouver„ neur en directeur deeser custe Cormandel, met den resorte van dien, Neevens den Raad Tot Nagapatnam. - Wel Edele Gestrengen Heer, en Heeren Door uwel Edele gestrengen ingevolge genomen besluijt ter sessie van den 2:' Junij J=o Leeden gelast zijnde te ondersoeken, en uwel Ed: gestrenge het nodige te suppediteeren, hoe verre te accrediteeren is, en gefondeerd zij het aange„ legd versoek, en de geformeerde pretentie door den geweesen secretaris en casseer Iohannes Haselkamp, bij een door hem aan haar hoog Edelens ƒ Edelens de Edele hooge Indiase Regee„ ring te Batavia gepresenteerd request, ter te rug erlanging van Rijxd=s 22196: 20. —. die hem op reekening gesteld, en door de in zijnen boedel aangestelde Curatoren uijt zijne midde„ len betaald zoude weesen, hebben wij de Eere van onse verrigting daar omtrend uwel Edele gestrenge in alle Eerbied te dienen van berigt En om zulx in ordre, en soo veel ons mogelijk zij, op de verstaanbaarste wijse te doen her„ haalen wij desselfs voormeld aangelegd ver„ soek dat aan hem gerestitueerd werde het gesegd bedragen van Rijxd=s 22196. 20. —. de„ welke den overleedene Coopman Negotie boekhouder en Eerste pakhuijsmeester Anthonij Bonk, de aflijvige Cassiers Ian Martensz, Paulus Looman, en Francois Crucius„ beneevens eenige pagters van 's comp=s domeijnen deeser steede, te quaad waren gebleeven, dog gelijk voorsegd, uijt sijne middelen betaald zijn geworden, voegende ten bewijse van dien, daar bij de reekening Courant door gemelde Curato„ ren.
English
closed under the date 22 August 1767, and states that the first, second, third, and fourth items mentioned on the debit side of that account, to the sum of pa/o 913: 16: 10, were wrongly paid out of the auction proceeds of the widow Crucius for the account of her deceased father Anthonij Bonk, and expounds at length on the illegitimacy of that payment, because he says he had already accounted for those auction monies in his cash book, and thus had taken them into the petty cash in reduction of the debit of Francois Crucius. Yet, to refute that statement, and to bring the matter in the clearest light and according to the truth before the eyes of your Right Honourable, it should beforehand be noted in passing here that Haselkamp signed the transfer of the petty cash from his predecessor Crucius without making the slightest exception, which was subsequently confessed by him, signed, see copy of transfer under letter F accompanying this, annex transfer order dated primo August 1763. Thus it is indisputable that he became, and remained, fully accountable for the debit of the said Crucius, as being a debt that he actually took over, and furthermore provided for and covered himself with a bond drawn directly in his name, without the least regard in that respect being in his favour. Just as little does what was further advanced by him, namely that, having sold various goods of the deceased Crucius in the capacity of auctioneer by order of his master, he had taken in the proceeds thereof as a consequence of the command received from his sovereign master to the benefit of Crucius, or actually of his debit to the Honourable Company, adding for further emphasis that those monies were thus accounted for because an auctioneer was after all immediately liable for the auction proceeds after the sale. For how greatly this deviates from the truth is very easily derived from the auction roll itself of the aforementioned sold goods, held on 24 May 1765, and continued on 25 and 28 of that month, in which it was stated that the sale was held and conducted at the request and for the account of the widow Crucius; thus it was her money that arose from it, and it can even less be reconciled with the truth that those monies could have been taken in and accounted for by order of the master to the benefit of Crucius' debit, for Van Teijlingen was already out of authority when those goods were sold, thus some three days before his [illegible], and he could even less have received that order from the present lord Governor, because His Honour was not yet acquainted with the true state of the cash, aside from the fact that those monies were only expected to come in after 2 to 3 and sometimes more months, as the difficulty one has here regarding the collection of auction proceeds is very common and thus no unfamiliar matter; but the most important of all is that Haselkamp cannot show by any paper that he took in the proceeds of the aforementioned auctioned goods for the account of or in reduction of Crucius' debit, and accounted for them to the Honourable Company, for the auction roll, which was not even signed nor closed by him, mentions nothing of it, much less can he produce an order from the master authorizing him to take in that money, considering that nothing may be traded, taken in, or disbursed at the money cash offices without an order first having been granted by the lord Governor; that taking in could also not have been done by him then, since shortly thereafter, or two months and some days after that held auction, he was placed under arrest, at which time the cash and specification book was itself some months in arrears; thus, if the taking in and accounting for of those monies, as alleged,
Dutch transcription
55 ren onder dato 22. ' aug=s 1767. geslooten, en segd, dat de Eerste, tweede, derde, en vierde post ter debet zijde van die reekening vermeld, ter somma van pa/o 913: 16: 10. ten onregten uijt de vendupenningen van de weduwe Cru„ cius voor reekening van haaren overleedene va„ der Anthonij Bonk betaald zijn, en breijd zig in het breede uijt, over de onbevoegdheid dier betaling, dewijl zegd hij die vendugelden bereeds bij sijn Cassa-boek verantwoord, en dus in mindering van het debet van Francois crucius aan de kleene cassa ingenomen had. —. Dog tot wederlegging van dat gesegde, en om de zaak op het duijdelijkste en naar waar„ heijd in het ligt, en onder het oog van uwel Edele gestrenge te brengen, diend hier voor af in het voor bij gaan genoteerd te werden, dat Haselkamp het transport van de kleene cassa van sijn antecesseur Crucius sonder eenige de minste exceptie te maken het geen door hem in het vervolg wierd geconfesseerd heeft geteekend geteekend, vide Copia transport sub L=a F: deesen accompagneerende annex ordonnantie van overschrijving de dato primo augustus 1763. dus is het onbetwistbaar, dat hij voor het debet van gedagte Crucuis in het geheel rede vabel is geworden, en bleef, als zijnde een schuld, die hij reël overgenomen en daar boven sig voorsien en gedekt heeft, met een obligatie direct op hem Luijdende sonder dat eenig het minst reguard dien aangaande in sijn faveur komt. —. Gelijk ook niet, het verder geadvanceerde door hem, als dat hij in qualiteijt van vendumeester op ordre van sijn gebieder diverse goederen van den overleedene Crucius verkogt hebbende, het provenu daar van als een gevolg van het bekomene bevel van sijne oppergebieder, inge„ „nomen had, ten voordeele van Crucius, of eijgent„ lijk van desselfs debet aan dE: Comp=e er tot meer„ der klem bij voegende, dat die gelden dus ver„ andwoord waaren, uijt hoofde een vendumeester tog in mediaat na den verkoop voor de vendu„ penningen. 56. penningen aanspreekelijk was. — Want hoe seer sulx van de waarheid afwijkt, is seer ligt te deriveeren uijt de vendurol selve den voorm: verkogte goederen, gehouden op den 24:' Meij 1765. en vervolgd op den 25. ' en 28. ' dier maand, waarbij gemeld werd, dat den verkoop gehouden en geschied was, op versoek, en voor reekening van de weduwe Crucius, dus waren het haare pennin„ gen, die 'er van voortgekomen zijn, en het kan nog minder met de waarheid overeengebragt werden, dat die gelden ter ordre van den gebieder ten voor„ deele van Crucius debet hadde konnen ingenomen, en verantwoord werden, want van Teijlingen was reeds uijt het gesag doen die goederen ver„ kogt zijn, dus een dag of drie voor sijn aubuge„ en hij kon nog minder dat bevel van den pre„ senten heer gouverneur ontfangen hebben, uijt hoofde zijn Edele de wesentlijke gesteldheid van de cas nog niet bekend was, buijten en behal„ ven die penningen eerst na 2. â 3. , en somtijds meer maanden stonden in te komen, alsoo het seer vulgair en dus geen onbekende zaak is, de malite die „1 geteekend, vide Copia transport sub La deesen accompagneerende annex ordonneer van overschrijving de dato primo augus 1763. dies is het onbetwistbaar, dat hij het debet van gedagte Crucuis in het ge„ rede vebel is geworden, en bleef, als zijnde schuld, die hij reël overgenomen en daar sig voorsien en gedekt heeft, met een oblig direct op hem Luijdende sonder dat eene het minst reguard dien aangaande in faveur komt. —. Gelijk ook niet, het verder geadvanceerd hem, als dat hij in qualiteijt van vendumeest op ordre van sijn gebieder diverse goederen den overleedene Crucius verkogt hebben het provenu daar van als een gevolg van bekomene bevel van sijne oppergebieder, in „nomen had, ten voordeele van Crucius, of den lijk van desselfs debet aan dE: Comp=e er tot der klem bijvoegende, dat die gelden dus v andwoord waaren, uijt hoofde een vendumd tog inmediaat na den verkoop voor de ven penningen C 56. penningen aanspreekelijk was. — Want hoe seer sulx van de waarheid afwijkt, is seer ligt te deriveeren uijt de vendirol selve den voorm: verkogte goederen, gehouden op den 24:' Meij 1765. en vervolgd op den 25. ' en 28. ' dier maand, waarbij gemeld werd, dat den verkoop gehouden en geschied was, op versoek, en voor reekening van de weduwe Crucuis, dus waren het haare pennin„ gen, die er van voortgekomen zijn, en het kan nog minder met de waarheid overeengebragt werden, dat die gelden ter ordre van den gebieder ten voor„ deele van Crucius debet hadde konnen ingenomen, en verantwoord werden, want van Teijlingen was reeds uijt het gesag doen die goederen ver„ kogt zijn, dus een dag of drie voor sijn aubuge„ en hij kon nog minder dat bevel van den pre„ „senten heer gouverneur ontfangen hebben, uijt hoofde zijn Edele de wesentlijke gesteldheid van de cas nog niet bekend was, buijten en behal„ ven die penningen eerst na 2. â 3. , en somtijds meer maanden stonden in te komen, alsoo het seer vulgair en dus geen onbekende zaak is, de malite die - die men hier heeft omtrend het inpalmen van vendupenningen, dog het voornaamste van allen is, dat Haselkamp bij geen papier aan„ toonen kan, dat hij het provenu der voormelde gevenduceerde goederen voor reekening of in mindering van Crucius debet ingenomen, en aan dE: Comp. e verantwoord heeft, want de vendurol die door hem niet eens geteekend, nog afgeslooten is, meld 'er niets van veel minder een ordonnantie van den gebieder die hem tot de inneeming van dat geld, qualificeerd, pro„ duceeren kan, gemerkt niets bij de geld Cassas verhandeld, ingenomen of uijtgegeeven mag werden, sonder voor af een ordonnantie van den heer gouverneur verleend te weesen, die innee„ ming konde toen door hem ook niet geschied zijn, vermits hij kort daar op, of twee maanden en eenige dagen na die gehoudene vendutie in arrest geraakt, wanneer het cassa en specifi„ catie boek selfs eenige maanden ten agteren geweest is, dus zoude, indien de inneeming en verantwoording van die penningen, gelijk voorgegeeven.