VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3320

Coromandel · 1,346 pages · 220 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3320_0135 view scan ↗

English

57 alleged to have taken place, would have had to appear from the bond chargeable to Crucius that remained in Haselkamp's possession, or from the long notebook that the cashier keeps for his speculation and accounting, the balance of which, with the exception of the moneys running per Memorie, must always agree with the cash book of the Honorable Company; but neither the one nor the other, because those moneys were first collected by the curators and credited to Haselkamp's account. Suppose that those moneys had been received without the slightest deduction toward the debit of Crucius to Haselkamp, then the aforesaid four items, about which Haselkamp complains that they were improperly paid out of his assets, would nevertheless have had to be satisfied out of the amount subsequently received from a bill of exchange dated 10 December 1767 to the amount of f 6938. 11. -. from the estate of the Right Honorable Baron van Eck of Colombo remitted here for the benefit of Bonk his heir, the aforesaid widow Crucius, and paid out here to the curators, only with the deduction of the 8 per Cent agio, as having been remitted in new pagodas, and transferred by her again into the Company's large cash box, in reduction of Haselkamp's debit to the petty cash, so it was indeed the same from which of those two amounts, whether from the auction or from the bill of exchange, the aforesaid 4 items of pagodas 913: 16: 70 were discounted, as both funds originated directly from Bonk his estate and upon his death devolved upon his daughter and sole heir ab intestato, for otherwise no assets, either of Crucius or of his surviving widow, were known here locally other than those she inherited from Bonk; consequently, the same was and remained the nearest source from which the Honorable Company could and had to be paid and indemnified on account of various charges that arose 58 after the demise of Bonk to his charge; for it is incontestable that he who behaves as heir must also satisfy the debts of the deceased. In continuation hereof we shall now demonstrate which items those are that had to be paid in the aforesaid manner to the charge of Bonk; namely. The First item amounts to . . . . p a/o 60: 15. 40. And has its source from the payment imputed to the named Bonk of 12 pieces of metal weights; pursuant to the resolution of this government of 2 July 1765, of which the extract is attached hereto under Letter 9, on the grounds that those weights were already lost a long time ago, namely when Bonk was second warehouse master, and therefore upon the transfer by the second warehouse master Lovenaar to his successor de Bordes, dated Carried over pa/o 60: 15: 40. Brought forward plo 60: 15. 40. dated 8 January 1761, were acknowledged under the accountability of Bonk, who at that time was First warehouse master, and as such also signed that transfer for co-accountability, see appendix Letter H: The second item of 413: 18: 30. arose from the known compensation imposed by Their High Excellencies, pursuant to their venerated resolution of 30 August 1764, sub Letter I, on account of the reduced yield of 38 3/4 per Cent on various received and dispatched unrequested linens, to the number of 166 packages and amounting to f 41683. 14. 8, which by invoice of account dated Batavia 24 September 1764, see Carried forward 474: 9. 70. 59 Brought forward . . pagodas 474. 9. 70. see Letter K, was charged here to be reimbursed into the Cash by the Governor and Council, so that Bonk for his share had to participate in the aforementioned amount, because they are cloths that were dispatched with the ships Vrouwe Geertruijda, Nieuwe Nieuwerkerk, and Borsselen, in the year 1763, the year in which he died, as can be seen in the Cash book of August 1765, so that that amount could be paid from no other funds than from the auction moneys of the heir of Bonk, but of which again the following year 13 3/4 per hundred was validated upon the demonstration made from here, and thus according to Carried forward . . . pagodas 474: 9. 70. a further distribution made thereof pursuant to the resolutions of 5 and 12 June 1766, see appendices Letter L, as well as the Cash book of June and page 195 of the Journal of 1766, paid back out again pagodas 297. 7. 60; therefore no more was paid in that charge by the heir of Bonk than pagodas 116. 10. 50, and the aforementioned paid-out amount she in turn paid among other things to the Curators, and by them credited to Haselkamp in the account of the last of April 1768, see Letter M: The third item of - - - - 317. —. —. is the loss suffered on the prime cost of a quantity of 41280 lb of old Persian copper works, which upon Carried forward pagodas 791: 9. 70. Brought forward . . . pagodas 474: 9. 70: 60 Brought forward . . pagodas 791: 9. 70. upon the making of the transfer by Bonk as second warehouse master to his successor Fredrik Jan Lovenaar were left for his account on grounds of the dispute that arose between the two of them concerning the taking over thereof, and thus they remained lying until the year 1765, when pursuant to the venerated order of Their High Excellencies contained in their esteemed missive of 18 March of the said year, according to the extract accompanying this under Letter N, containing that all merchandise that had been remaining for many years should be sold for the current value, and whatever failed to reach the stipulated percentages should be compensated by the warehouse masters etc., as Carried forward - - pagodas 791: 9: 70.

Dutch transcription

57 voorgegeeven werd plaats gehad hadde, bij de obligatie ten Laste van Crucius onder Hasel„ kamp berust hebbende, dan viel bij het Lange boekje dat den cassier ter zijner speculatie en verantwoording houd, welkers restant, uijt„ genomen de per Memorie lopende gelden, altoos met het Cassa boek der E: Comp=e accordeeren moet, hebben moeten blijken; Maar nog het een, nog het ander, dewijl die penningen eerst door de Curatoren zijn ingevorderd en ten goede van Haselkamps reekening gebragt. Men steld eens dat die penningen sonder eenige de minste afkorting ten voordeele van Crucius debet aan Haselkamp waren ingenomen, dan zoude de voorsz: vier posten, waar over Ha selkampdoleerd dat oneijgentlijk uijt sijne middelen betaald soude sijn, tog hebben moe„ ten voldaan zijn geworden, uijt het seedert ingekomen bedragen eener wissel gedateerd 10. ' December 1767. ten emporte van ƒ6938. 11. -. uijt den boedel van den wel Edelen gestrengen heer Baron van Eck van Colombo dit heen ten. ten behoeve van Bonk sijn Erfgenaame de voorsz: weduwe Crucius overgemaakt en alhier aan de Curatoren, alleen met de af„ korting van het 8. p. r Cento opgeld, als zijnde in nieuwe pagooden overgemaakt uijtgekeerd, mitsgaders door haar weeder in 'sComp=s groote geld Cassa, in mindering van Haselkamps debet aan de kleene cassa, overgebragt, dus was het immers het selfde, van welke dier beijde bedragen, of van de vendutie van wel van de wissel, de voorsz: 4. posten van pagoo„ den 913: 16: 70. wierden gedecourteerd, als beijde gelden zijnde, direct uijt Bonk sijn boedel voortgekomen en mits zijn overlijden op zijn dogter en eenigste Erfgenaame abintestato ge devolveerd, want anders zijn 'er geen middel nog van Crucius, nog van zin nagelatene weduwe hier ter plaatse bekend geweest, dan die zij van Bonk g'erft heeft, gevolgelijk was en bleef deselve dan ook de naaste, waaruijt dE: Comp=e konde en moeste betaald en schadeloos gesteld werden, weegens diverse belastingen, die na - 58 na„ aflijvigheid van Bonk ten sijnen lasten „de sig hebben opgedaan; want het is in contestabel dat die sig als erfgenaam gedraagt ook de schulden van den overleedene moet voldoen. — Ten vervolge deeses zullen wij nu aantoonen, welke posten die zyn, die invoegen voorsz: ten Las„ ten van Bonk hebben moeten betaald werden; te weeten. De Eerste post importeerd. . . . . p a/o 60: 15. 40. En heeft sijn source uijt de genoem„ de bonk geimputeerde betaaling van 12. p=s metale gewigten; Con„ form resolutie deeser regeering van den 2. ' Julij 1765. waar van het Extract deesen onder L a 9: bijgevoegd is, op fondament die gewigten al voor Langen teid, en wel, wanneer Bonk tweede pak„ huijsmeester was te soek zijn ge„ bragt geworden, en daarom bij het transport door den tweede pakhuijsmeester Lovenaar aan sijn vervanger de Bordes, de dato. Transporteere pa/o 60: 15: 40. Per Transport plo 60: 15. 40. dato 8:' Januarij 1761. onder ver„ andwoording van Bonk, die te dier tijd Eerste pakhuijsmeester was, en als zoodanig dat trans„ port voor de meede verantwoor„ „ ook „ding geteekend heeft bekend zijn gesteld geworden vide bij laag La H: De tweede post van „ 413: 18: 30. is voortgesprooten uijt de beken„ de opgelegde vergoeding door haar hoog Edelens, Conform hoogst der„ selver gerenereerde resolutie van den 30:' aug=s 1764: sub L=a I: weegens het minder rendement van 38. ¾. p. r Cento op diverse aangenomene en versondene ong'eijschte Lijwaaten, ten getal„ le van 166. packen en importee„ rende ƒ 41683. 14. 8. dat bij fac„ tuur van aanreekening geda„ teerd Batavia 24:' 7ber: 1764. vide. Transporteere - - 6%6474: 9. 70. 59 Per Transport . . %o 474. 9. 70. vide La K:, dit heen ten Laste gebragt is, om door den gouverneur en raad in Cassa gerembourseerd te werden, dus Bonk voor zijn aandeel het voorm: bedragen daar in heeft moeten participee„ ren, dewijl 't doeken zijn, die met de scheepen de vrouwe geer„ truijda, Nieuwe Nieuwerkerk, en Borsselen, in anno 1763. het Jaar waar in hij overleeden is, versonden waren, te sien bij het Cassa boek van aug=s 1765. , dus konde dat bedragen uijt geen andere gelden dan uijt de ven„ du penn: van de Erfgenaame van Bonk betaald werden, dog waar van weder of het Jaar daar aan op de van hier gedane demon„ stratie 13. ¾. ten honderd gera„ lideerd is, en dus heeft men vol„ gens Transporteere. . . . pr/o 474: 9. 70. gens eene daarvan gemaakte nadere verdeeling Conform de besluijten van den 5. en 12:' Junij 1766. , vide bijlagen L:a L:, soomee„ de het Cassa boek van Junij en pagina 195. van het Journaal 1766. weder uijt gekeerd pr/o 297. 7. 60. over zulx is door de Erfgenaame van Bonk in die belasting niet meer betaald dan prao 116. 10. 50. en het voorm: uijtgekeerde mon„ tant heeft zij weeder onder meer„ deze aan de Curatoren geteld, en door deselve Haselkamp ten goede gebragt bij de reecquening van ultimo april 1768. vide La M: De derde post van - - - - „ 317. —. —. is het gevallene verlies op het uijt koops kostende van een quantiteit van 41280. lb: oud koperwerken persiaans, die bij Transporteere p /a 791: 9. 70. Per Transport. . . pr/o 474: 9. 70: 3 60 Per Transport . . Rlo. 791: 9. 7a. bij het doen van transport door Bonk als tweede pakhuijsmeester aan sijn successeur Fredrik Jan Lovenaar voor sijn reekening gelaten zijn uijt hoofde van het disput tussen haar beijde ont„ staan, weegens dies overneem, en dus zyn deselve blijven leggen tot in den Jaare 1765. , wanneer op de gevenereerde ordre van haar hoog Edelens vervat bij hoogst„ derselver g'agte missive van den 18:' Maart des gemelden 7 Jaars, volgens het Extract dee„ sen onder L=a N: versellende, in houdende dat alle de zeed=t Lange Jaaren per restant gelee„ gen hebbende Coopmansz: voor het geldende verkogt sullen wer„ den, en al wat beneeden de be„ paalde percentos quamen te ha„ len door de pakhuijsmeesters etc: vergoed zoude moeten werden, ge„ Transporteere - - pa/o 791: 9: 70. lijk.

NL-HaNA_1.04.02_3320_0142 view scan ↗

English

Carried forward: Pagodas 791. 9. 70. Pursuant to the resulting resolution of this Government dated 2 July of the said year, see Letter O, these copper wares having been sold off on 25 September following, according to the separate return received thereof under Letter RR, the loss thereon, by a later resolution of this Government dated 25 October 1765 under Letter P, was deemed fit to be paid by the heirs of Bonk. And since the aforementioned copper wares, as aforesaid, lay for the account of Bonk, and he alone bore the accountability for them, pursuant to the convention between him and his former second warehouse master Lovenaar, the head administrator Carried forward: Pagodas 791. 9. 70. 61 Carried forward: Pagodas 791. 9. 70. administrator of that time and the following could do nothing in that regard before the entire lot had been weighed out, whether by shipment or sale, etc. Regarding now the fourth entry of: 122. 7. -. The same likewise originates from an indemnity imposed by the Noble High Indian Government upon the former governor and the members of the Political Council, not only on account of the 60 percent diminished value of the 480 pieces of raw red Cambays sold at Batavia by auction, sent from here in the year 1759 per the ship De Eendragt, but also for the measures, lengths, and breadths of various linens found upon remeasuring at the said Indian capital to be less than recorded. Carried forward: Pagodas 913. 16. 70. Carried forward: Pagodas 913. 16. 70. All delivered here by the merchants, sent also from here in the year 1763 per the ships Borsselen, Sloterdijk, and Kievitsheuvel, which was charged hereto by invoices dated 1 February, 31 May, and 18 June 1764, mentioned under Letter Q, for settlement by the collectors thereof, but placed to the account of the merchants by the former governor Van Teijlingen and the second David Coenraad Vick, but afterwards, pursuant to what was resolved in the Council of Cormandel on 10 July 1765 under Letter R, the account of those traders was relieved thereof again, pursuant to the warrant of the last day of that same month and page 183 of the Journal, Carried forward: Pagodas 913. 16. 70. 62 Carried forward: Pagodas 913. 16. 70. the aforementioned share of Bonk, which was paid by his daughter out of her father's funds according to a receipt Letter S, having consisted of the following, namely: on account of the diminished value of 60 percent of the Cambays mentioned hereinbefore: Florins 10. 5. 20. and the deficit in measures, length, and breadth: 112. 1. 60. Together as above: Pagodas 122. 7. -. Thus the aforementioned four treated entries amount, as stated, to: Pagodas 913. 16. 70. but upon which, as noted previously, there has been refunded: 297. 7. 60. Accordingly, these four entries charged to Bonk amount to: Pagodas 616. 9. 10. From all of which it is then very clearly evident what the true source was of the charges that fell to Bonk, and which consequently had to be paid out of his estate, of which his daughter had possession, the more so as all those indemnities were settled after his decease, and in particular the positive order that payment was to be made by the governor and council was only given in the year 1765 by Their High Noble's reiterated missive of 18 March, regarding which it is still to be noted that when all the resolutions cited hereinbefore were taken in the Council of Cormandel, Haselkamp was still a Member of the Council, and until 3 August of that year served the assembly as secretary, consequently drafting the resolutions thereof; it was surely his duty then to have given notice that the vendue proceeds of the widow Crucius had been accounted for with him. Hence the claim that he was innocent in that regard or ignorant thereof, and that those funds were paid without ever hearing him, and moreover out of his means, is mere fabrication, and: 63 and thus all his objections and arguments in that regard fall away, proceeding upon which he has sought to obtain monies to which he is not entitled. Concerning the tenth entry on the debit side of that account, or the 100 Pagodas paid out of his estate, we refer with great respect to the resolutions passed in that regard by the government here on 28 February and 27 March 1766, both accompanying this in extract under Letter F, from which the reasons may be clearly traced that served as the basis for the resolution, since Haselkamp, as the taker-over of the treasury, without making the slightest exception regarding the 150 Pagodas outstanding among others by memorandum in the name of the agriculturalists, nor conducting any investigation in that regard as to whether there was indeed a warrant or any other proof thereof; the more so as that entry had been carried for many years, or since the cashiership of the cashier Jan Martensz until the last day of January 1760 under the cashier Paulus Looman, with only

Dutch transcription

Per Transport. . po%o 791. 9. 70. lijk Conform het daaruijt voortgevloeijt besluijt deeser Regeering van den 2. ' Julij des gem: Jaars vide L=a O. die koper„ werken op den 25. September daar aan ten gelde gemaakt zijnde volgens daar van inge„ komene apart Rendement La R: R: het verloorene daar op bij later besluijt deeser Re„ geering van den 25. ' october 1765. sub La P: goedgevonden is, door de Erfgenaame van Bonk te doen betalen. En dewijl voor„ melde koperwerken gelijk voor„ segd, voor reekening van Bonk hebben geleegen, en ook 'er alleen de verantwoording van gehad heeft, conform de Conventie tus„ sen hem en sijnen geweesen tweede pakhuijsmeester Love„ naar, soo heeft den hoofd ad„ ministrateur Transporteere pa/o 791: 9: 70. 61 Per Transport . . p%o 791. 9. 70. ministrateur van die tijd en de volgende, daar omtrend niets konnen verrigten voor en al eer de gantsche parthij het zij bij versending of verkoop etc: uijt„ gewogen was geworden belangen„ de nu de vierde post van - - - „ 122: 7. —. deselve is almeede voortkomstig uijt een door de Edele hooge In„ diase Regeering opgelegde vergoe„ ding van den geweesen gouverneur en de Leeden van den politecquen Raad niet alleen weegens de mindere waarde van 60. percen„ tos van de te Batavia per ven„ dutie verkogte 480. p. s Cambaijen ruwe roode, in den Jaare 1759. per het schip De Eendragt: van hier versonden, maar ook de ter gemelde Jndiase hoofdplaat„ se bij nameeting minder bevon„ dene dan aangeschreevene Caa„ len. Transporteere. . . Pro 913: 16. 70. P„r Transport V:lo 913. 16. 70. len, Lengte, en breete, van diverse Lijwaaten, alle door de Cooplieden alhier geleverd, in anno 1763. per de scheepen Borsselen, sloter„ dijk, en kievilsheuvel meede van hier versonden, het welk bij factuuren van den 1:' febr: 31.:' Meij en 18:' Junij 1764. onder L=a 9. vermeld, dit heen aan„ gereekend, ter voldoening door dies Jnsaamelaars, dog door den geweesen gouverneur van Teijlingen en den secunde David Coenraad vick op reecq: der Cooplieden gesteld, maar naderhand ingevolge het geresolveerde in Raade van Cormandel op den 10. ' Julij 1765. sub La R. de reekening dier handelaars daar voor weeder ontheft is, Conform ordonnantie van ultimo dier selve maand en pagina 183. van het Journaal hebbende Transporteere . . Rr%o 913: 16: 70. 62 Per Transport p /o: 913. 16. 70. hebbende het voormelde aandeel van Bonk dat door syn dogter uijt haar vaders gelden betaald is, na Luijd eener quitantie L:a S: beslaan in het volgende; te wee„ ten. —. wegens de mindere waarde van 60. p r Cento van de hier vooren ver„ melde Cambaijen. . . f l. 10. 5. 20. en de mindere calen, leng„ te en breete - - - - „112. 1. 60. Tesamen als boven pr/o 122: 7. —. bedragende dus de voorm: de vier verhandelde posten gelijk ge„ segd. dog waarop gelijk voorwaarts genoteert staat gerestitueerd sijn oversulx importeerd deese vier posten ten Lasten van Bonk pr%o 616. 9. 10. Uijt allen het welke dan seer duijdelijk consteerd, de wesentlijke source van de belas„ - - - - - - „ 297. 7. 60. maar . . - - - - - - po/o 913. 16. 70. tingen „ . - tingen die Bonk te beurt gevallen zijn, en ge„ volgelijk uijt zyn boedel waar van desselfs dogter de possessie hadde, hebben moeten betaald werden te meer alle die vergoedingen na sijn overlijden gereguleerd zijn, en wel insonderheid de positive ordre dat door den gouverneur en raad betaald zoude moeten werden, eerst in den Iaare 1765. bij haar hoog Edelens gerenereerde missive van den 18:' Maart gegeeven is, waaromtrend nog te remarqueeren valt dat wanneer alle de hier vooren aangehaalde besluijten in raa„ de van Cormandel genomen zijn, Haselkamp nog Lid van den Raad geweest is, en tot den 3:' aug=s van dat Jaar als secretaris de verga„ dering bediend, gevolgelijk de resolutien daar van geconcipieerd heeft, immers was toen sijn pligt geweest, om kennisse te geeven, dat de renduepenningen van de weduwe Crucius bij hem verantwoord waren oversulx is het voorgeeven dat hij daar omtrent innocent of daar van Jgnorant was, en sonder hem eens te hooren, die gelden betaald waaren en dat nog wel uijt zijne middelen, maar gebingeerd, en: 63 en vervalt dus alle zijne tegenwerpingen en demonstratien dien aangaande, en daar op voortgaande getragt heeft, magtig te werden, penningen die hem niet Competeeren. — Betreffende de thiende post van de debet zijde dien reekening, of de uijt zijn boedel be„ taalde 100. pagooden, refereeren wij ons met veel Eerbied aan het dien aangaande gevallene beslui„ ten bij de regeering alhier van den 28:' febr: en 27:' Maart 1766. beijde in Extract deesen onder L. a F: versellende, waar bij duijdelijk nategaan zijn de reedenen welke gediend heb„ be tot den grondslag van de resolutie, om „ overneemen van de Haselkamp als de „ Bassa zijnde, zonder eeni, ge de minste exceptie te maken, omtrent de onder meerdere per Memorie op de naam van de Land bouwers loopende pagooden 150. , nog dien aangaande eenige recherge te doen, of 'er wel een ordonnantie dan wel eenig ander be„ wijs van is; te meer die post van lange Jaaren af, of seedert het cassierschap van den cassier Jan Martensz: tot ultimo Ianuarij 1760. onder den cassier Paulus Looman met maar

NL-HaNA_1.04.02_3320_0148 view scan ↗

English

had only been recorded as 50 pagodas, but since the last-mentioned time had increased by 100 pagodas, without anyone being able to fathom the cause thereof, nor was there anyone who could provide any light or elucidation on the matter, much less Haselkamp himself, who on the orders of this Government was expressly questioned and interrogated about it by the First Clerk, yet was not able to provide any information regarding it, as was found to be treated at large in the aforesaid resolution of 27 March. Consequently, his assertion falls away that the payment thereof was imputed to him without a hearing, and thus without his knowledge. He cannot, after all, be unaware that someone who receives something must also inspect what he takes over, in order to always be in a position to render account again. Indeed, it is very well known that an administrator in the Company's service, however slight his accountability may be, may take over, receive, or deliver nothing without being provided with an authorization. Thus he can blame no one else, but his own negligence and good faith, for having had to pay that money. Concerning his further grievance that 7500 pagodas had been paid out of his furniture, mentioned in the 13th, 28th, and 31st items of the aforesaid account, on which account he demonstrates at large the deficit left by Cashier Paulus Looman of 12500. 13. 30 pagodas upon his death, and by Crucius upon the transfer of the cash to him, Haselkamp, of 9650 pagodas, and expounds further on the resulting increase of his debt to the Cash to 22158. 18. 30 pagodas, demonstrating that this had been the wellspring of his arrest and ruin, and reserving his right of recourse against the administration here, alleging further that neither Crucius nor he, having not signed for the aforesaid deficit of 12500. 13. 30 pagodas, were liable for it either, much less should they have been debited for it in the Trade Books in a covert manner; further, that he had received no more than 10000. 23. 26 pagodas for Looman's debit, and had also accounted for it, as had been proved at trial, and thus had been wrongly debited for the still missing 2491. 19. 4 pagodas, and that furthermore matters were no better with respect to the debiting of Crucius, citing what had occurred and was executed with regard to the bond granted by Crucius to him, thus mixing up the debt of Looman and the debit of Crucius with one another; yet in order to have a correct idea and understanding thereof, it will be necessary to demonstrate each on its own. The debt of Paulus Looman amounted, according to the inventory of 22 April 1762 marked U, serving also as the transfer from the testamentary executors of his estate to the newly appointed cashier Francois Crucius, to a sum of 12258. 18. 60 pagodas, for the settlement of which debit the following funds seem to have been employed, as known from a small unsigned note written by the clerk of the absconded Governor Christiaan van Teylingen in the name of Philippus Francois Hasz, and delivered to Haselkamp, and produced by Haselkamp at the trial, namely: Campie: 3929. –. — pagodas Vick: 4500. –. — pagodas Vendue proceeds: 2594. –. — pagodas The Servant: 500. –. — pagodas, totaling 11523. –. — pagodas Saraf: 179. –. — pagodas 300. –. — pagodas Persian writer: 10. –. — pagodas Coenjang wigmaker: 30. –. — pagodas Naymoetoe: 30. –. — pagodas Heynsz: 5. –. — pagodas Tollivet: 100. –. — pagodas 81. –. — pagodas 560. –. — pagodas 175. –. — pagodas Together: 12258. –. — pagodas From which it is clearly evident that, once that debt of Looman had been settled, the transfer thereof in the books to the account of Haselkamp subsequently took place, in conformity with what is recorded on page 194 of the Journal of the year 1761/4, ergo not without his prior knowledge, for it is certain that that note, alongside the greatest part of the funds, will have been handed over to him, in order to collect the missing amount from the persons mentioned therein to make up that sum; otherwise he would not have needed that note and it would not have been in his possession either. And if he did not receive all the funds listed on it, he can blame no one else for that but himself. He who was already charged for it should also have been vigilant to obtain possession of the funds assigned to him. Thus, by his silence, no exceptions remained, as he brought forward at trial, that of those funds a sum of 1669. 18. 31 pagodas, and now in the petition presented to their Right Excellencies 2491. 19. 4 pagodas, turned out to be missing; which, if carelessness and inattention had not occurred in that regard, would have been discovered immediately at the next cash inventory that followed the aforesaid transfer of Looman's debit, namely at the end of February 1765, as the great difference between the balance of the cash book and the funds in his possession must then absolutely have been noticed; but it seems

Dutch transcription

maar 50. pagooden bekend gestaan heeft, dog van Laast gemelde tijd af met 100. pag: vermeer„ derd is, sonder dat men de oorsaak daarvan heeft konnen door gronden, nog iemand was, die er eenig ligt of elucidatie van heeft krnnen geeven, veel minder Haselkamp selve, die daar over op ordre deeser Regeering door den Eerste clercq expres afgevraagde en onderhouden dog niet in staat geweest is, eenige informatie dien aan„ gaande te geeven gelijk bij voorsz: resolutie van den 27. ' Maart in het breede verhandeld, werd ge„ vonden, gevolgelijk vervalt zijne positie dat hem, sonder verhoord te werden, dus buijten sijn weeten de betaaling daar van geimputeerd is, hij kan immers niet ignoreeren, dat iemand die iets ontfangt ook toesien moet wat hij overneemd, om altoos in staat te kunnen zijn, weder ver„ antwoording te doen, west men weet immers seer wel, dat een administrateur in 'sComp=s dienst, hoe gering sijn verantwoording ook is, niets over„ neemen, ontfangen, „ afgeeven mag zonder van een ordonnantie voorsien te weesen. dus kan hij niemand 61 64 niemand anders, dan sijn eijgen versuijm en het goed vertrouwen, wijten dat hij dat geld heeft moeten betaalen. —. Concerneerende zijn verdere doleantie over dat uijt zijne meubelen 7500. pagooden betaald waaren, bij de 13. 28. , en 31. posten van de voorsz: reekening vermeld, welkendweegen hij in het breede aantoond de te kort koming door den Cassier Paulus Looman van pagoden 12500. 13. 30. bij desselfs overlijden, en door Crucius bij trans„ porteering van de kas aan hem Haselkamp van p/lo. 9650. en breijd zig verder uijt, over de ver„ meerdering daardoor van zijn debet aan de Cas tot pa/o 22158. 18. 30. met aantooning dat dat de bronader geweest was van sijn arrest, en ruine en reserveering van zijn regres op het ministerium alhier allegueerende voorts, dat nog Crucuus, nog hij voor de voorsz: te kort gekomen pr/o 12500. 13. 30. geteekend hebbende, daar voor ook niet aanspree„ Belijk waren, veel min op een bedekte manier bij de Negotie boeken daar voor hadde moeten be„ last werden; wijders dat hij voor Loomans debet niet meer dan plo 10000. 23. 26. ontfangen, en die die ook verantwoord had, gelijk zulx ten proces„ se bevreesen was, dus voor de nog ontbreekende pagoo„ den 2491. 19. 4. ten onregten was belast geworden, en dat voorts met de belasting van Crucius niet beter geleegen was, met aanhaling van het geen ten op„ sigte van de verleende obligatie door Crucuis aan hem voorgevallen, en g'exteerd was, mesleerende dus de schuld van Looman en het debet van Cru„ cuis onder malkanderen, dog om daar een regt Jde en begrip van te hebben, sal het noodsakelijk sijn, ieder op zig zelve aantetoonen. — De schuld van Paulus Looman bedroeg vol„ gens den opneem van den 22:' April 1762. geletterd u, dienende teffens tot transport van de testamen taire Executeurs in sijn boedel aan den nieuw aangestelden cassier Francois Crucuus, een som„ ma van p a/o 12258: 18. 60. tot vereffening van wel„ ken debet schijnt g'emploijeert te weesen, de on„ dervolgende penningen bij een kleen ongetee„ kende en door den schrijver van den g'aufugeer„ den gouverneur Christiaan van Teijlingen in name Philippus Francois Hasz: geschree„ vene, mitsgaders aan Haselkamp geintra„ geerde. 65 „ 81. —. —. „ 560. —. —. geerde Notitie bekend staande en door Haselkamp ten processe geproduceerd te weeten Campie. . . p:a/o 3929. –. —. vick - - - - - „ 4500. —. —. vendupenningen „ 2594. —. —. Den Dienaar - . . „ 500. —. — — p/s 11523. —. —. Saraf. . . p a/o 179. —. —. „ 300. —. —. persiaans schrijver p/o 10. —. —. CoenJang pruijhe„ maker - - - - „ 30. —. —. Naijmoetoe. . . „ 30. —. —. Heijnsz: - - . „ 5. —. —. Tollivet - - - „ 100. — . —. Waaruijt dan niet duijster blijkt, dat die schuld van Looman vereffend zijnde, daarop de overschrij„ ring van het selve bij de boeken op reekening van Haselkamp gevolg sal genomen hebben, Conform het verhandelde op pa/o 194. van het Journaal van anno 176¼. ergo niet buijten zijn voorkennisse, want het is zeeker dat, dat briefje nevens het grootste gedeelte der penningen hem ter handen sal gesteld „ 175. —. —. Tesamen. . - - pa/o 12258. —. —. weesen ces weesen, om het manqueerende tot supplement aan die somma van de daar bij vermelde persoonen intepalmen of anders had hij met dat briefje niet nodig gehad en soude ook onder sijn berusting niet geweest zijn, en heeft hij alle de daar op vermeld staande gelden niet ingekregen, het selve kan hij niemand an„ ders, dan zig zelfs wijten; hij die 'er reeds voor be„ last was, moeste ook gerigileerd hebben, om van de hem opgegeevene penningen meester te werden, dus bleef door sijn stilswijgen geen exceptien meer over, soo als hij ten processe voortgebragt heeft, dat van die penningen hem nog een somma van pa/o 1669. 18. 31. en nu bij het aan haar hoog Edelens gepresenteerd request pr/o 2491. 19. 4. qua„ men te ontbreeken het geen indien sorgeloosheijd en in attentie daaromtrend geen plaats gehad hadde, ten eersten ontdekt zoude zijn geweest, bij de eerstvolgende opneem van de cas, welke op de voormelde overschrijving van Loomans debet, gevolg is, te weeten onder ultimo Februarij 1765. alsoo dan absolut moest ontwaard geworden zijn het groot different van het restant van het cassa boek„ en de onder hem geweest zijnde penningen; dog het schijnt

NL-HaNA_1.04.02_3320_0153 view scan ↗

English

66 it appears that he could not discern the actual extent thereof, as it was scattered far and wide and without any record, nor what was truly still lacking, whence and from whom the same still had to come in; for otherwise it is impossible that one would not have been vigilant to get it in as best as possible, unless neglect and carelessness are the actual cause thereof, and the irregular handlings that took place regarding the said shortfalls flowed therefrom, consequently all damages arising therefrom had to redound upon him, as being the one from whom the accountability would be demanded. Upon examining the actual condition of the debit of Looman to the cash, many errors presented themselves in the inventory of 22 April 1762, already cited here before under L:a 20, because both among the moneys running per Memorie and the cash found in being, there were many considerable items where new pagodas were entered for old, as appears from two receipts granted to the Executors of Looman granted and accompanying this under L=a V; for the inventory stands transferred, both in moneys running per Memorie and Cash, pursuant to the warrant of transfer folio 99 granted to the chief administrator under date of the last of April 1762, together pagodas 15555. 22. 20. and according to the receipts there were only handed over. . . . . 15117. 17. 30. thus received too much. . . . pagodas 438. 4. 70. from which must again be deducted the 20th penny or the lord's dues of the year 1761 for which Looman was indeed debited yet only received by Crucius in the book- year 1762/3 from Haselkamp as secretary of Justice 405. 1. 20. Thus still too much. . pagodas 33. 3. 50. the same constituting the difference of the agio on 500 pagodas advanced per memorie to the Captain Marchand, Commander of the Company's French troops formerly in our service, and redressed in the book-year 1762/3 on page 248 of the Journal among several entries, see redress warrant of the last of August 1763, is annexed 67 annexed to this under L=a W. We have therefore, in order to have a neat account of Looman's debit and the settlement thereof, had to reject the transfer by the Executors, and form two other accounts, the one from the warrants in the Cash book, and the other from the Journal or the Trade book, annexed to this under L:a A, according to both of which it appears that Looman's debit to the cash actually amounted to. - - - - pagodas 12378. 13. —. The paid and received monies that served in reduction of that debit, amounting according to a statement formed by us, which being subtracted, it appears that Looman is still debited to the petty cash. . - - - pagodas 1391. 17. 3. And to demonstrate such further, we present below another demonstration drawn from the note cited here before, as upon examination we find that the items mentioned therein did not come in as specified therein; namely: — Balance - - - - - - - - - - 10986. 19. 77. In the first item stands Campie with pagodas 3929. -. -. yet according to the receipt granted to the Exe- cutors, see L=a Z, Haselkamp only received 3500 new or old - - - - 3240. 17. 62. thus less - - - - pagodas 688. 6. 18. Vick stands with. . . . .. pagodas 4500 –. —. yet they are only old. 4250. –. –. 250. –. –. The vendue proceeds stand mentioned with pagodas 2594. —. –. yet the same amount to only - - - 2403. 6. 53. 190. 17. 27. The vendue moneys of Looman's servant pagodas 500: —. —. yet they amount to only 486. 12. 60. 13. 11. 20. The further items mentioned in that note amount /:excepting the 81 pagodas, apparently those by the Palliacatta chief Dormieux long thereafter, or only in September 1766, to the appointed Curators in the estate of Looman, being the First Clerk de Tan and the trans- lator Obdam, see their account L=a S: S: thus not received by Haselkamp pagodas 654. 17. 32. and the same make only old. . . 606. 6. 58 48. 10. 54. Together less- pagodas 1190. 21. 39. 68 To which added the aforesaid. . pagodas 81. –. -. and the greater debit of Loo- man than was stated for it in the trans- fer - - 119. 19. 44. 200. 19. 44. all which items then demonstrate that Looman still remained in arrears to the cash. . - - - - . . - - pagodas 1391. 17. 3. consequently not finally settled, and in the transfer of that backlog to the cashier Haselkamp an error was made by taking the 12258 new pagodas for old, thus giving around the 8 percent agio, a considerable difference of pagodas 908, which added to the item of Campie stated at 429 pagodas more than he paid to Haselkamp, and through various other small items makes up the aforementioned difference of pagodas 1391. 17. 3, which can be imputed to nothing other than the inattention of practically all those who had a hand in the estate of the deceased cashier Paulus Looman, and most especially the cashier Haselkamp, when he was ordered to collect the amounts specified in that note for the liquidation of the Cash, among others also the pagodas 560 and pagodas 175, together making pagodas 735. —. —, which he says not to have received Carried forward pagodas 1190. 21. 39.

Dutch transcription

66 schynt dat hij de wesentlijke grootheid derselve, als wijd en zijd, en zonder eenige aanteekening verspreid zijnde, niet heeft konnen ontwaren, het geen nog waarlijk manqueerende, van waar en van wie het selve nog moeste inkomen; want an„ ders is het onmogelijk dat men niet soude gevi„ gileerd hebben, om het binnen best te krijgen, soo maar verwaarloosing en agteloosheid niet de wesentlijke oorsaak van is, en daar uijt voortge„ vloeijde vrreguliere behandelingen die omtrend gem: te kort komingen plaats gehad hebben, gevol„ gelijk moest alle de schaden daar van voortko„ mende op hem redundeeren, als de geene zijnde, van wien de verantwoording gevraagd soude werden. Bij het ondersoeken van de wesentlijke gesteld„ heid van het debet van Looman aan de cas, deeden sig veele abuijsen op in den opneem van den 22. ' april 1762. hier vooren reeds onder L. a 20. aangehaald, wijl soo wel onder de per Memorie Loopende gelden als in weesen bevondene contan„ ten veel aansienelijke posten zig bevonden, waar nieuwe voor oude pagooden gesteld zijn, blijkens twee quitanties aan de Executeurs van Looman verleend verleend en deesen onder L=a V. versellende; want den opneem staat getransporteerd soo aan per M morie Loopende gelden als Contanten conform order nantie van overschrijving f=a 99. op den hoofd-ad„ ministrateur in dato ultimo april 1762. ver„ leend te saamen. . pr/o 15555. 22. 20. en volgens de quitantien zijn maar overgegeeven geworden. . . . . „ 15117. 17. 30. dus te veel ontfangen. . . . p/o. 438. 4. 70. waar van weeder gedetraheerd moet werden den 20. penn: of 's heeren geregtigheeden van a„o 176/„ waar voor Looman wel gedebiteerd dog eerst bij crucius in het boek„ Jaar 176 2/3. van Haselkamp als secretaris van de Justitie ontfangen - - - - „ 405. 1. 20. Dus nog te veel. . - pa/o 33. 3. 50. makende het selve het different uijt van het opgeld op 500. pag: aan de capitain Marchand Commandant van de wel Eer in onsen dienst ge„ weest zijnde Comp=s francen per memorie voor uijt verstrekt en in het boekJaar 176 7/3 op p=mo 248. van het Journaal onder meerdere posten geredresseerd vide redres ordonnantie van ultimo aug. s 1763. is deesen - 67 deesen onder L=a W. bijgevoegd. Wij hebben dierhalven om een nette reekening van Loomans debet en de vererening derselve te hebben, het transport door den Executeurs moeten verwerpen, en twee andere reekeningen formeeren, de eene uijt de ordonnantien in het Cassa boek, en de andere uijt het Journaal of het Negotie boek deesen onder L a A: bijgevoegd volgens welke beijde blijkt dat Loomans debet aan de cas weesentlijk g'importeerd heeft. - - - - p a/o 12378. 13. —. de betaalde en ingekomene pennin„ gen die in mindering van dat debet hebben gediend, bedragende volgens eene door ons geformeerde aanthooning dewelke gesubstraheerd zijnde, soo blijkt dat Looman nog aan de kleene cassa debet is. . - - - pa/o 1391. 17. 3. En om zulx nader aantetoonen laten wij hier onder een ander demonstratie volgens uijt het hier voorwaards aangehaald briefje getrocken alsoo wij bij examinatie bevinden dat de daar bij vermelde posten sodanig niet ingekomen zijn, als daar bij opgegeeven is; te weeten. — Laij - - - - - - - - - - „ 10986. 19. 77. bij Bij de eerste post staat Campie met dog volgens quitantie aan de Exe„ cuteurs verleend vide L=a Z. heeft HaselKamp maar ontfangen 3500. nieuwe of oude - - - - „ 3240. 17. 62. - - - - p ƒo 68. 6.18. des minder vick staat met. . . . .. pa/o 4500 –. —. dog het zijn maar oude. „ 4250. –. –. „ 250. –. –. De vendupenn: staan vermeld met poso 2594. —. –. dog deselve bedragen maar - - - „ 2403. 6. 53. „ 190. 17. 27. De vendugelden van Looman. p a/o 500: —. —. dienaar dog ze monteeren maar -„ 486. 12. 60. „ 13. 11. 20. De verdere posten bij dat briefje vermeld, bedragen /:excepto de 81. pagooden, appa„ rent die door het palliacats opperhoofd. Dormieux Lange daar na, of eerst in 7ber: 1766. bij de aangestelde Curato„ ren in den boeldel van Looman, zynde de Eerste clercq de Tan en den transla„ teur obdam, vide derselver reecq: L=a S: S: dus niet bij Haselkamp ontfangen pr/o 65417. 32. en deselve maken maar oude. . . „ 606. 6. 502: „ 48. 10. 54. Tesamen minder- p a/o 3929. -. -. pro 1190. 21. 39. Die Transp:t: 8 2 8 68 Waar bij geteld de voorsz: . . p o/o 81. –. -. en den meerderen debet van Loo„ man, dan daar voor bij het trans„ - - „19. 19. 44. „ 200. 19. 44. port is gesteld alle welke posten dan aantoonen dat Looman nog aan de cas te quaad ge„ bleeven is. . - - - - . . - - pa/o 1391. 17. 3. oversulx niet finaal verekent, en men heeft sig bij de overschrijving van dat agterstal op den cassier Haselkamp geabuseerd met de 12258. Nieuw pagoels voor oude te neemen geevende dus omtrend het 8. per„ cento opgeld, een Considerabel verscil van pa/o 908., „beijde die gevoegd bij de post van Campie meerder bekend gestelde 429. pagooden, dan hij aan Haselkamp betaald heeft, en door diverse andere klijne posten het voormeld verschil van pa/lo 1391. 17. 3. uijtmaakt het geen aan niets anders g'imputeerd kan wer„ den, dan aan de in attentie van genoegsaam van alle die, de handen gehad hebben in den boedel van den overleedene cassier Paulus Looman, en wel insonderheid den cassier Haselkamp, toen hem aanbevoolen was, de bij dat briefje opgegeevene montanten in tevorderen, tot liquidatie van de Cas onder anderen ook de plo 560. en pa/o 175. tesamen uijt„ makende pagooden 735. —. —. die lij segd niet ontfan„ P=r Transport plo 1190. 21. 39. gen 6. 18. 29

NL-HaNA_1.04.02_3320_0158 view scan ↗

English

to have, but those people, being the Natives Wierappa Poele, Coenjang the wigmaker, the Shroff Arnassalam, and the Cannecapel of the Cashier Wienaijgom, mentioned among others in the demonstration drawn up by us, declare unanimously that they paid their debt to Governor van Teilingen, as do also the Persian writer and Lieutenant Heijnsz; consequently, it was indeed the duty of Haselkamp to inquire into this thereafter and to inform the Governor of the non-receipt of those missing funds, who would then certainly have helped him obtain them, as it could not have been unknown to Haselkamp that he was liable for the debt of Looman through the transfer thereof, for why else would he take over the money of Looman’s executors upon receipt and keep the auction proceeds in his possession, were it not that all those funds were intended for the liquidation of the treasury, and were also served and employed for that purpose; and even supposing that those funds or any of them remained unpaid to him, then that was indeed his own negligence because he made no further effort to collect the same, as has become apparent. 69 is, concerning the funds that were in the hands of the Executors of Looman, since he received 429 pagodas less from them than was specified to him by the former Governor van Teijlingen on that note, the more so because those funds, or rather actually 433. 9. 1 pagodas, were in the custody of the Executors, and were also surrendered by them to the Curators appointed afterwards or in the year 1766, which, together with the funds accrued since then from the credits of Looman, amounting in total to 1103. 3. 49, having subsequently been delivered to the creditors of Looman, are no longer funds belonging to Looman. That negligence took place regarding everything, and in particular regarding the entire affair of the estate of Looman with respect to the settlement of the treasury, is undeniable, and one of the proofs thereof is a certain item of 320 pagodas, being the proceeds of one of Looman's houses sold among several goods under date of 6 November 1762, and purchased by the former servant of van Teijlingen named Wienaijgom under the suretyship of the Natives Waijtinada Chittij and and Ogondaatjia Poele, but since then, as can be seen from the auction roll, transferred to the name of the fellow Native Moetoe Kistna Condappa Naijker, which auction proceeds Haselkamp says, among other things in his lawsuit papers, that he also did not receive; but to whom must the non-receipt of those funds now be imputed, other than to himself, since he had time enough for it from 6 November 1762, or the day of the auction, until August 1765, when he was placed under arrest, thus having let almost three full years slide by without taking in that money, or taking coercive measures in hand to compel the buyer to payment, for he himself indeed admits that an auction master remains responsible for the auction proceeds immediately after the auction has been held, how much more so then for these funds, which were partially designated to him to serve for the satisfaction of Looman’s remaining debt to the treasury that had been transferred to him, Haselkamp, and had Haselkamp been vigilant for this in time, that man, before he became insolvent, would certainly have been in a position, or his patron and benefactor the aforementioned executed servant of van Teijlingen would have provided him many means to furnish that money, consequently the Curators Bloeme and Buijs would not have needed to be obliged, owing to his insolvency, to have that house auctioned off again later upon a judicial verdict, and which then yielded no more than 165 ½ pagodas, which along with an amount of 95 ½ pagodas for other received auction proceeds which the same had owed, making a total of 261 pagodas, was taken in for the benefit of Haselkamp, while the missing amount, or the lower yield of that house, being 154. 7 ½ pagodas, according to the political resolution of 20 January 1768, see letter A: A:, the aforementioned sureties, who otherwise would have had to pay that lacking amount, were released from payment, fully mentioned in that resolution, on account of the clandestine transfer thereof to the name of Moetoe Kistna Condappa Naijken without their prior knowledge, for whom they had not remained sureties, nor would have bound themselves for him as such. That Haselkamp was ignorant regarding the debt of Looman, its liquidation, and the transfer thereof onto him, him, can by no means be assumed, much less can belief be given to it, for he had that note in his possession, which was delivered to him so as to govern himself accordingly in the collection of the funds specified therein for the settlement of Looman’s debt, which was also included under the balance of the cash book, and if he could not effectuate the full payment thereof, he should have prevented the misfortune into which he later fell by giving timely notice thereof to the appropriate place, principally at the change of the chief administration, which would have been a much more commendable conduct than now, after having allowed himself to be charged through unheard-of silence, to complain that he had not received or collected all the funds designated to him, and even fewer grounds for complaint remain for him because he repeatedly, and indeed monthly, signed for the balance of the cash book, not to mention the successive audits taking place once every six months, on which occasions he must at least have noticed that with the funds under his

Dutch transcription

gen te hebben, dog die menschen, zijnde de Jnlan„ ders wierappa Poele, Coenjang Baruijkmaker, den Saraf Arnassalam, en den Cannecapel van den Cassier Wienaijgom, onder anderen bij de door ons geformeerde aantooning vermeld, verklaaren een parig hun debet aan den gouverneur van Ten lingen betaald te hebben, soo als ook doen, den persiaans schrijver en den luijtenant Heijnsz: gevolgelijk was het immers de plegt van Hasel„ Kamp om daarna sig te informeeren en den gou„ verneur kennisse te geeven, van de non ontfangt dier ontbreekende gelien, die hem dan wel daar aan geholpen zoude hebben, alsoo het Haselkan niet onbekend konde weesen, dat hij voor het debet van Looman door de overschrijving derselve aanspreek lijk was, want wat behoefde hij anders het geld van Loomans Executeurs op quitantie overte neemen en de vendupenningen onder zig te hou„ den, was het niet dat alle deselve fondsen waaren, tot liquidatie van de cas geprojecteerd, en ook daar toe gediend en g'emploijeerd; En gesteld zijnde dat die gelden off eenige derselve hem onbetaald waren gebleeven, zoo was het immers zulx zijn eijge sloftigheid om dat hij geen meer werk ter incassee„ „ring derselve gemaakt heeft, soo als zulx gebleeken is. 69 is, omtrend de onder de Executeuren van Looman geweest zijnde penningen, nadien 429. pagooden min„ der van deselve ontfangen heeft, dan door den gewee„ sen gouverneur van Teijlingen hem bij dat briefje is opgegeeven geworden, te meer die penningen of wel eigentlijk pa/o 433. 9. 1. reël onder de Exe„ cuteurs haare berusting geweest, en door haar ook aan de naderhand off in den Jaare 1766. aan„ gestelde Curatoren overgegeven zijn dewelke met de 't zeedert bij gekomene gelden uijt de Crediten van Looman, te samen pro 1103. 3. 49. importeerende, vervolgens aan de crediteuren van Looman afgegeeven weesende, geen pennin„ gen meer zijn Looman toebehoorende. —. Dat Hordigheid omtrend alles en in het bij„ sonder omtrend de gansche affaire van den boe„ del van Looman opsigtelijk de verettening van de cas betreffende plaats gehad heeft, is onweeder, spreekelijk, en strekt tot een der bewijsen daar van seekere post van 320. pag: of het provenu van een der huijsen van Looman, onder dato 6.:' 9ber: 1762. onder meerdere goederen verkogt, en bij den geweesen dienaar van van Teijlingen in naame wienaijgom onder borgtogt van de Jnlanders waijtinada Chittij en en ogondaatjia Poele, dog seedert gelijk bij de vendurol te sien is, op de naam van den meede Jnlander Moetoe Kistna Condappa Naijker over„ geschreeven, welke vendupenningen Haselkamp onder anderen bij sijn proces papieren zegt, meede niet ontfangen te hebben; dog aan wie moet nu de non inkoming dier penningen g'impitteerd „aan werden, anders dan hem selve also daar tijd genoeg toe gehad hadde van den 6.:' November 1762. of den dag der vendutie, tot aug=s 1765. wanneer hij in arrest geraakt is, dus bij na drie volle Jaaren heeft laten voortslieren sonder dat geld inte palmen, of Constrainte middelen bij der hand te neemen, om den koper tot de voldoening te constringeeren, want hij bekend immers selfs, dat een vendimees„ ter ten eersten na de gehoudene vendutie voor de vendupenningen verantwoordelijk blijft, hoe veel te meer dan voor deese gelden, die hem voor een ge„ deelte aangeweesen zijn, om te doen dienen tot voldoening van Loomans nagelaaten en op hem Haselkamp overgeschreevene schuld aan de cas, „had Haselkamper en „ bij tijds voor gevigileerd soude die man, eer dat insolvent geraakt was, wel in staat geweest zijn, of sijn patroon en weldoender den voorm: g'execu„ teerden. 70 teerden dienaar van van Teijlingen hem viel midde„ len aan de hand gegeeven hebben om dat geld op te brengen, gevolgelijk hadden de Curatoren Bloeme, en Buijs, niet verpligt behoeven te weesen mits onver„ mogen van denselven om dat huijs naderhand op een Justitieele vonnis op nieuw te laten opveijlen, en toen niet meer gerendeerd heeft, dan pa/o 165. ½. die nevens een montant van p/o 95 ½. weegens andere ingekomene vendupenningen welke denselven debet geweest was te samen pra/o 261. uijtmakende, ten voordeele van Ha„ selkamp ingenomen is, terwijl het manqueerende, of het minder gerendeerde van dat huijs, zijnde pa/o 154. 7½. volgens politicq besluijt van den 20: Jann: 1768. vide L. a A: A: de voorm: borgen, die anders dat ontbreekende montan=t soude hebben moeten betaalen dog om de wille van de Clandestine overschrijving van het selve op de naam van Moetoe kistna Condappa Naijken, buijten derselver voorkennisse voor wien zij geen borgen gebleeven waren, nog als zodanig ook sig voor hem verbonden soude hebben, breedvoerig bij die resolutie vermeld, van de betaaling vrijgekend zijn. —. Dat Haselkamp sig omtrend het debet van Looman, dies liquideering, en overschrijving derselve op hem. hem, ignorant is geweest, kan geensints veron„ dersteld, veel min 'er geloof aan gedefereert werden, want hij had die Notitie onder hem, en die hem g'in trageerd is, om sig dezr daar na te reguleeren, in de in vordering van de daar bij opgegeevene penningen tot vereffening van Loomans schuld, die onder het restant van het Cassa boek meede begreepen was, en heeft hij de volle betaling derselve niet konnen efectueeren, moest door een tijdige kennisse gee„ ving daar van ter plaatse daar het behoord, princi„ paal bij de verandering van het hoofd bestier voorge„ komen hebben, het ongeval waarin seed=t geraakt was, het geen een veel prijselijke gedrag geweest zoude zijn, dan nu, na dat zig door ongehoorde stil„ swijgendheid hadde laten belasten te doleeren, dat de hem aangeweesene penningen niet alle ontfangen of ingekreegen had, veel minder reede„ nen van klagten blijven voor hem over om dat tel„ kens en dat wel maandelijk voor het restant van het Cassa boek geteekend heeft, ongereekend nog de successive opneemingen om de ses maanden eens geschied bij welke geleegentheiden ten minsten moet ontwaard hebben dat met de penningen onder sijn

NL-HaNA_1.04.02_3320_0163 view scan ↗

English

71 his accounting had not been drawn up correctly, therefore however one turns or twists the matter, Haselkamp remains in all respects responsible for the Cash of Looman, and Concerning now the cash under Francois Crucius, the same, at the transfer thereof to Haselkamp, if one goes by the balance sheet and the transfer dated the last of July 1763 marked F:, remained nothing in debit, at least it does not appear from it, although it is otherwise very well known that the same also had to account for a considerable sum of pa/o 9658. 4. 48. to the cash, but the Honorable Company has had nothing to settle regarding this with Crucius or his estate, since through the receipt of a private bond therefor and the signing by Haselkamp of the transfer without any exception regarding this, nor making any mention thereof, that debt passed immediately and directly to Haselkamp, so the same became a debtor of the Honorable Company, consequently he was the one who had to account for the entire remainder of the cash without lacking a single duyt, and also accordingly had to make demonstration of the funds, wherefore no remark can be taken of the aforesaid bond, which was only granted on the 20th of December 1763, thus nearly five months after the cash was transferred, moreover being a convention existing between him and his predecessor Crucius with the prior knowledge and consent of the governor van Teijlingen, if the last mentioned at the time of the transfer of the Cash might have had knowledge of that deficit. Crucius then, according to what was noted at that transfer, had to account in new pagodas and fanams for pa/o 17317. 7. 70., but according to a small paper exhibited in the lawsuit by Haselkamp only brought in pr/o 7533. 9. 62., namely pr/o 6508. 9. 62. in diverse gold species, and N/o. 1025. in duyten as appears more fully below, as: Given to Mr. Haselkamp . . . p. a/o 6500. –. –. Saraf New - - - „ 1000. —. — his Honor's Servant New - - . „ 500. —. —. 3 bundles of fanams . . „ 150. —. –. In hands of the saraf - - „ 650. —. —. 8800. —. —. Against this paid by Mr. Haselkamp for my account - - - „ 2291. 14. 18. Remains . . . . r/o 6508. 9. 62. Carried forward. 72 I must pay to his Honor 6r. 17194. 14. 30. of which the previous deducted . . . - - - . . - „ 6508. 9. 62. I still have to pay . . p f. 10683. 4. 48. from this in duyten „ 1025. –. –. f 76 9658. 4. 48. Of which, as he says, by order of the governor, he took a bond, and on the promise made to him that he would stand surety for that debt, signed the transfer without making any exception, but nevertheless had not complied with the order to let the amount of that bond run internally in the cash, or had delayed doing so, for which he will certainly have had his particular reasons, whether not to expose and irritate the governor for the sake of his nephew, or indeed the trust that he placed in the promises made to him, but had he wished to act with prudence in this matter and properly look after his own interest, he should not have hesitated for a single moment to observe that order; but how far this assertion of Haselkamp, to let the amount of the bond run internally, is to be credited, we gladly leave to the discerning judgment of Your Honorable worships, and many reasons present themselves to doubt whether he was indeed provided with such an order, principally when one reflects upon the time that elapsed between the transfer and the granting of the bond; but be that as it may, one cannot however deny that Haselkamp has once again ventured himself too much and made himself subject to unheard-of compliance, the more so if Crucius had happened to pass away 5 1/46 months earlier than occurred, it being for the rest still a good thing that that debt, according to a Note submitted by the Curators, inserted at the resolution of the 2nd of May 1768 and accompanying this under Letter B.B., has been satisfied except for an amount of pra/o 1417. 15. 60., and which can also be paid off out of Rop.s 5278. 3/4 which are due to the deceased Bonk on account of a certain negotiation out of the estate of the late Right Honorable Mr. Ceylon governor van Eck, and the remittance thereof is to take place from there according to the given venerated order of Their High Nobilities. Then, since all the proceeds from and for 73 for Haselkamp, and the counted amount of 1000. pagodas by his sureties by virtue of the decision of the Coromandel government of the 12th of August 1766, see Letter D.D., was not sufficient to fully liquidate his deficit, consequently the missing amount, being pra/o 4200. according to Their High Nobilities' secret order to the lord governor dealt with at the resolution of this government of the 5th and 20th of September 1766, see Letter C:C:, has been supplemented out of the funds left behind by the former governor van Teijlingen, so the aforementioned amount of Rop:s 5278. 3/4 and that which is still securely to come in from Haselkamp himself, given by the Curators in a Note, see Letter E:E:, also incorporated into the aforesaid resolution of the 2nd of May 1768, to an amount of pa/lo 1356. 2. 74., subject to the wiser opinion of Your Honorable worships, in our opinion ought to come and serve in favor of the sureties and the estate of the said governor van Teijlingen, since both, as said before, have contributed an amount of plo 5200. to supplement the deficit of Haselkamp's debit; the more so the aforementioned former governor van Teijlingen by a

Dutch transcription

71 sijn verantwoording niet rigtig gesteld was dier„ halven hoe men de zaak keerd ofte wiend, Haselkamn in alles voor de Cas van Looman respondabel is, en Betreffende nu de cas onder Francois Crucuis, denselven is bij het overdragen derselve aaan Hasel„ kamp, als men na de staat reekening en het trans„ port gedateerd ultimo Julij 1763. geletterd F: De werk sal gaan, niets debet gebleeven, ten minsten het blijkt 'er niet by, schoon het anders seer bekend is, dat denselven meede een aansienelyke somma van pa/o 9658. 4. 48. aan de cas heeft moeten verantwoorden, dog d'E: Comp. e heeft daaromtrent met Crucius off sijn boedel niets te demesleeren gehad, alsoo door het ontfangen van een onderhands obligatie daar voor„ en 't onderteekenen door Haselkamp van het trans„ port sonder eenige exceptie dien aangaande, nog daar bij eenige mentie van te maken die schuld inmediaat en direct aan Haselkamp overgegaan is, dus den„ selven een debiteur van d'E: Comp=e wierd, over zulx was hij die geene, die het gansche restant van de cas sonder 'er een duijt aan te ontbreeken verant„ woorden, en ook dien volgens aanwijsing van de pen„ ningen doen moest, kunnende dierhalven in geen blijft. — remarque 10 remarque genomen werden, voorsz: obligatie die eerst den 20:' Decemr 1763. dus bij na vijf maanden na dat de kas overgedragen was, verleend geworden, is, boven dien een Conventie zijnde tussen hem en zyn anteces, seur Crucius met voorkennisse en toestemming van den gouverneur van Teijlingen gesubsisteerd heb„ bende, soo den Laastgenoemde ten tijde van de over„ dragt van de Cassa kennisse van die te kort ko„ „ moest ming mogte hebben gehad, Crucuus „ dan, na het genoteerde bij dat transport, in nieuwe pagooden en fan=s verantwoorden pa/o 17317. 7. 70. dog heeft con„ form een door Haselkamp ten processe g'exchibeerd papiertje maar g'intrageerd pr/o 7533. 9. 62. te wel„ ten pr/o 6508. 9. 62. aan diverse goude spetien, en N/o. 1025. aan duijten soo als hier onder nader blijkt als Aan den heer Haselkamp gegeeven. . . p. a/o 6500. –. –. - - „ 1000. —. — „ Sarat Nieuwe sijn Ed: Dienaar Nieuwe - - . „ 500. —. —. _. 3. bondels fanums. . „ 150. —. . - Jnhanden van den saraf - - „ 650. —. —. 8800 —. Hier teegens door de heer Hasel„ kamp voor my reecq: betaald - - - „ „ 2291. 14. 18. Resteerd. . . . r /o 6508. 9. 62. Die Transpt. - 72 Jk moet aan zijn Ed: betalen 6r. 17194. 14. 30. waar van het voorige det ralee„ re. . . - - - . . - „ 6508. 962. Moet ik nog betaalen. . p ƒ. 10683. 4. 48. „ 1025. –. –. hier van aan duijten ƒ76 9658. 4. 48. Waar van soo hij zegd of ordre van den gouverneur een obligtie genomen, en op de aan hem gedaane be„ lotte dat voor die schuld zoude instaan het trans„ port sonder eenige exceptie te maken geteekend, dog evenwel de ordre om het bedraagen van die obligatie bij de cassa binnenslijns te laten voortlopen, niet nage„ komen of daarmeede getraineerd had, waartoe hij seekerlijk zijne bijsondere reedenen gehad sal hebben, het zij om den gouverneur om de wille van zijn Neet„ niet ten zoon te stellen, en irreteeren, dan wel het vertrouwen dat hij in de aan hem gedane beloften gesteld heeft, dog had hij hier omtrend met pruden„ tie willen handelen, en sijn eijgen intrest na behoo„ ren behartigen dan moest hij geen oogenblik versuijmd hebben om die ordre te observeeren; dog hoe verre dit voorgeeven van Haselkamp om het bedragen van de obli„ gatie binnen 'slijns te laten voortloopen, te accrediteeren is, Laaten wij gaarne aan het doorsigtig oordeel van P„r Transport p. C. 6508. 9. 62. uwelEd: 111 uwel Ed. gestr: over, en daar doen sig veel reedenen op om te twijffelen of hij wel met soo een ordre gemu„ nieert geweest is, principaal als men reflecteerd, de tijd die 'er verloopen is, tussen het transport en het verleenen van de obligatie dog het zij daarmeede ge„ leegen, zoo als het wil, men kan egter niet ontken„ nen, dat Haselkamp alweeder sig selve te veel gehasardeerd en aan ongehoorde Hofdigheid subject gemaakt heeft, te meer wanneer Crucuus 5 1/. 46. maanden vroeger dan geschied is, wes komen aflijvig te werden, zijnde voor het overige nog al een goede zaak, dat die schuld conform een door de Curato„ ren overgegeevene Notitie, ter resolutie van den 2: Mei 1768. g'insereerd, en deesen teffens onder L=a B. B. ver„ sellende, tot op een montant van pra/o 1417. 15. 60 na voldaan is, en die meede afbetaald kan werden uijt Rop. s 5278. ¾. die den overleedene Bonk weegens zeekere negotiatie uijt den boedel van wijlen den wel Edelen gestr: heer Ceijlons gouverneur van Eck competeerd, en de overmaking derselve na de gevene reerde ordre van haar hoog Edelens van daar staat te geschieden. — Dan aangesien alle het ingekomene van een voor 73 voor Haselkamp, en het getelse montant van 1000. pagooden door sijne borgen uijt kragte van het besluijt der Cormandels regeering van den 12. ' aug s 1766. vide L. a D. D. niet sufficieerende geweest is, om zijne te kort koming ten vollen te liquideeren over zulx bet manqueerende, zijnde p ra/o 4200. na Luijd van Haar hoog Edelens secreete ordre aan den heer gouverneur bij resolutie deeser regeering van den 5. ' en 20. ' Septem=r 1766. verhandeld, vide L=a C: C: uijt de nagelaatene penningen van den geweesen gouverneur van Teij„ lingen gesuppleerd is, soo sal het voorm: bedragen van Rop:s 5278. ¾. en het geene van Haselkamp selve nog secuur staat in te komen door de Cura„ toren bij een Notitie vide La E: E: almeede ter voorsz: resolutie van den 2.:' Meij 1768. ingelijft, opgegee„ ven, tot een montant van pa/lo 1356. 2. 74. met onder„ werping aan het wijser gevoelen uwer wel Edele gestrenge, onse bedunkens moeten komen, en die„ nen ten faveure van de borgen, en den boedel van gedagte gouverneur van Teijlingen vermits die beijde gelijk voorsegd tot supplement van het ont„ breekende aan Haselkamps debel gecontri„ „bueerd hebben; een montant van plo 5200. te meer den voormelden geweesen gouverneur van Teijlingen door een

NL-HaNA_1.04.02_3320_0168 view scan ↗

English

through various charges is currently already a debtor to the Honorable Company for an amount of f62303. 12. 8. Netherlands money, towards which may also serve pa/o 641. 14. 70. by a second bill of exchange dated 28th June 1768, of which further mention will be made below, remitted to Batavia to the sequester, being the surplus amount that rested at that time with the Curators after Haselkamp's debt to the Honorable Company was settled. Herewith then the item of Crucius's debit being concluded and having approached the four last or the 19th, 20th, 21st, and 22nd debit items of the account, being the paid amount of pa/o 2584. 12. 11. for the account of the four renters, regarding which matter may it please Your Right Honorable to know that Haselkamp, in his capacity as vendue master by order of the former Governor van Teijlingen, sold some houses and other possessions of some of the renters on account of their inability to pay the rent monies, and having also collected some monies from them, it could not be ascertained whether these had been credited to their benefit or not through 74 through the absence of a proper account and explanation, therefore by resolution of this government dated 27th March 1766, see Letter F: F:, the members of this assembly, the Trade Bookkeeper de Filliettaz and the Adigar of this outer city Pietersz, were commissioned to make an exact investigation thereof, who thereupon at the session of the following 2nd June, of which the extract accompanies this under Letter g: g:, submitted an ample report of their proceedings and findings, by which it appears how Haselkamp dealt with the proceeds of those sold possessions, and that the monies counted into the treasury by the receiver Hoflager were funds brought in cash by the renters directly to the same in deduction of their arrears, thus not including the money from the auction of the goods etc. sold by Haselkamp, with an indication accordingly of what the renters had to claim from Haselkamp, and the matching of their claims with the vendue book very extensively dealt with in that resolution, to which, in order not to lengthen this, we refer with great respect, in which Your Right Honorable will find set down, if desired, the reasons and motives upon which Haselkamp was held accountable for the whole whole amount of the sale of those possessions, after he had been amply interrogated regarding the one and the other, and not condemned without a hearing, so the same was transferred from his estate, which he had thereby enriched as his own, to the benefit of those renters into the Company's treasury; for although he says that those monies were deducted from the warrants of the receiver Hoflager, he cannot, however, prove this, he as vendue master had to note the payment thereof in the vendue book, and give notice thereof to the renters, as well as provide himself with receipts to protect himself therewith, the more so because these are monies that were paid into the treasury by a second person, namely the receiver, for the account of a third, to wit the renters; the notes upon which Haselkamp relies for his discharge in that regard, the Curators testify in good conscience not to have found in his estate, and it is otherwise very improbable that those monies, as Haselkamp alleges, could have been deducted from the receiver's warrants and paid into the treasury; for we find the received vendue monies, besides those of the servants and widow Crucius, collected by the Curators according to their 75 their latest account of 22nd August 1767, handed over by Haselkamp together with his petition, to amount to C: c: pra/o 3743. —. whereas the private individuals according to their stated claims on account of outstanding vendue monies, in the note of the private debts chargeable to Haselkamp, amount to no more than pa/o 673. 16. 62., which being deducted therefrom, there still remains of received vendue monies pa/o 3070, among which certainly are also the vendue monies of the renters, not to mention the monies from the auctions that he himself already received successively from the messenger before his detention, so that through the absence of any annotations or orderly vendue roll etc., which could give any light on what monies have and have not been received, one has the greatest trouble to investigate everything with that accuracy that it properly should have; the amount paid then from his estate for the benefit of the renters by virtue of the resolution of 2nd June 1766 consists of the following; as From the renter Oetandiappa Moddeliaar together with his sureties, on account of the movable and and immovable goods sold by auctions of 13th January, 23rd February, and 10th March 1764 p/o 1260. 1622. 26. on account of received rent monies collected by Haselkamp for the benefit of the renter - - - - pa/o 1391. 14. 26. The fanums reduced at 24 pieces per pagoda - - - - - „ 67. 14. 26. together from the renter Oetandiappa Moddeliaar and his sureties counted into the treasury, and to the benefit of that renter - -„ 64. —. —. entered in the books - - - - plo 1324. 1622. 26. The movable and immovable goods sold by auction on 10th May 1764 from the renter Mapoele Moetoe Chittij amounts to flo 1340. p:o 1039. 39. from this must be deducted what was paid from those monies in reduction of his outstanding rent monies for the years 1761/3 and 1764 on account of the rent of the 14 villages, as for the year 1761/3 - - p. o/o. 520. –. -. „ „ 176¼ - - - „ „ 260. –. –. Together paid from the vendue monies - - - - - - „—780. -. - After which deduction there is then still due to this renter flo 560- d=s 1039. 39. the fanums reduced as before „ 43. „ 7. 39 Carried forward pr/o 1391. 14. 26. 121

Dutch transcription

door diverse belastingen tans reeds een debi„ teur van dE: Comp=e is voor een bedragen van ƒ62303. 12. 8. Nederlands geld waar toe ook sullen kunnen dienen pa/o 641. 14. 70. by een tweede wissel in dato 28:' Junij 1768. waar van in het vervolg nog nader werd verhandeld naar Batavia aan den sequester overgemaakt zijnde het meerder bedragen, dat op die tijd onder de Curatoren berust heeft, na dat haselkamps schuld aan dE: Comp. e vereffend was. —. Hier meede dus het articul van Crucius debet afgehandelt en genadert zijnde tot de vier laaste off de 19. 20. 21. en 22:' debet posten van de reekening zijnde het betaalde montant van pa/o 2584. 12. 11. voor reekening van de vier pagters ten welken belange uwel Edele gestr: gelieve te weeten dat Haselkamp in qualiteit als ven du„ meester op ordre van den geweesen gouverneur van Teijlingen eenige huijsen en verdere besittin„ gen van eenige der pagters mits derselver onver„ mogen tot het opbrengen van de pagtgelden ver„ kogt, en ook eenige penningen van deselve inge„ vorderd hebbende, niet heeft konnen nagegaan wer„ den of zulx haar ten goede gebragt waren dan met door. 74 door ontstentenis van een behoorlijke reecq: en elucidatie, dierhalven bij besluijt deeser regeering van den 27.:' Maart 1766. vide L=a F: F: de Leeden deeser vergadering den Ne„ gotie boekhouder de Filliettaz: en den adigaar deeser buijten stad Pietersz: gecommitteerde zijn, daar na exact ondersoek te doen, die daar op ter sitting van den 2. ' Junij daaraan, waar van het Extract deesen sub L=ra g: g: accompagneerd een ampel rapport van derselver verrigting en bevinding gediend hebben, waar bij blijkt, hoedanig Haselkamp met het provenu dier verkogte besittingen gehandeld heeft, en dat de penningen door den ontfanger Hoflager in cassa geteld, gelden geweest zijn, door de pagters direct aan denselven in mindering van hun agter„ stal in Contant opgebragt, dus daar onder niet begreepen was, het geld uijt de vendutie van de door Haselkamp verkogte goederen etc: met aan„ tooning dierhaaren wat de pagters van Haselkamp te pretendeeren hadde, en accordeering van dersel„ ver pretentien met het venduboek seer wijdligf„ tig bij die resolutie verhandeld waaraan wij, om deesen niet te verlengen met veel eerbied refereeren, waar bij uwelEd: gestr: des gelieven, de ter neder gesteld zullen vinden, de reedenen en motiren waar op Haselkamp verantwoordelijk is gehouden voor het gansche gansche bedragen van den verkoop dier besittingen na dat hij nopens het een en ander ampel was geintra„ geerd, en niet sonder te hooren veroordeeld dus het selve uijt zijn boedel, die hij daarmeede als sijn eijge bevoor„ deeld had, ten goede dier pagters in 'scomp=s Cassa overge„ bragt is; want schoon hij zegt dat die gelden bij de or„ donnantien van den ontfanger Hoflager ingetrocken waeren; kan hij zulx egter niet bewijsen, hij moest als vendumeester de voldoening derselve bij het vendu„ boek genoteerd, en 'er de pagters kennisse van geeven„ mitsg=s sig van quitantien voorsien hebben, om sig daar„ meede te decken, temeer dewijl het penningen zijn, die door een tweede persoon namentlijk den ontfan„ ger, voor reekening van een derde, teweeten de pagters in cassa wierden betaald de Notitien waar op Hasel„ kamp zig ter zijner decharge dien aangaande beroept, betuijgen de Curatoren in gemoede in sijn boedel niet gevonden te hebben, en het is voor het overige seer on„ waarschijnelijk dat die gelden, gelijk Hesel kamp voorgeeft, bij de ordonnantien van den ontfanger in getrocken konde, en in Cassa betaald geworden zijn; want wij bevinden de ingekomene vendupenningen, behalven die van de bedie dn & weduwe Crucius, door de Curatoren volgens dersel„ ver 75 ver Jongste reecq: van den 22. ' aug:s 1767. door Hasel„ mamp neevens sijn request overgegeeven ingepalmt te important, als bedreaegende C: c: pra/o 3743. —. daar de particulier en volgens hun opgegeeven pretentien wee„ gens te voorenstaande vendupenningen, bij de notitie van de particuliere schulden ten Laste van Haselkamp niet meer bedragen dan pa/o 673. 16. 62. die daar van gedetraheerd zijnde, nog aan ingekoomene vendipennin„ gen overblijven pa/o 3070, waar onder sig zeekerlijk de vendupenningen van de pagters meede bevinden, ongereekend nog de gelden van de vendutien die hij selfs reeds voor sijn Detentie successive van den boode heeft ontfangen, soo dat door ontstentenisse van eenige annotatien of ordentelijke vendiirol etc: die eenig ligt kunnen geeven welke gelden al, en welke weeder niet ontfangen zijn, men de uijtterste moeite heeft om alles met die accuratesse nategaan, als het wel behoorde, het betaalde dan uijt zijn boedel ten behoeve van de pagters uijt kragte van de resolu„ tie van den 2. ' Junij 1766. bestaan in het volgende; als Van den pagter oetandiappa Moddeliaar benee„ vens zijn borgen, weegens de per vendutien van den 13:' Januarij 23:' februarij en 10:' Maart 1764. verkogte losse en en vaste goederen p /o 1260. 1622. 26. weegens ontfangene pagtpenningen door Haselkamp ingepalmt ten behoeve van den pagter De fanums gereduceerd teegens 24. stux per pagood- - te samen van den pagter oetandiaspa Moddeliaar en desselfs borgen in cassa geteld, en ten voordeele van dien pagter De van den pagter Mapoele Moetoe Chittij per vendu„ tie van den 10:' Meij 1764. verkogte Losse en vaste goe„ f lo 1340. p:o 1039. 39. deren bedraagd. hier van moet werden afgetrocken, het geene uijt die gelden in afkorting van sijne agterstallige pagtpenningen voor de Jaaren 1761/3. en 1764. weegens de pagt van de 14. dorpen is voldaan als voor A:o 1765 1/3. . p. o /o. 520. –. -. „ „ 176¼. - - - „ „ 260. –. –. Te samen uijt de vendupenn: Naar welkers aftrek dan deesen pagter nog Competeerd flo 560- d=s 1039. 39. de f. s gereduceerd als vooren. „ 43. „ 7. 39 Transporteere pr/o 1391. 14. 26. bij de boeken ingenomen - - - - pa/o 1391. 14. 26. - - - - „ 67. 14. 26. -„ 64. —. —. Teld - - - - plo 1324. 1622. 26. betaald - - - - - - „—780. -. - — 121

NL-HaNA_1.04.02_3320_0173 view scan ↗

English

121 76 Brought forward . . p.r lo 1391. 14. 26. thus counted into the treasury for his account; and his account credited therefor with The proceeds of the goods sold from the farmer and his guarantors Moetapa poele, Moenappa Poele, Moetoewengadassalam, and kistna Poele, amounting to - - p a/o 42. f. s 17.54. the fees amount to . . . 46. 13. 54. Counted - - - - p /o 467. 13. 54. added thereto the tolls pocketed by Haselkamp for the account of this farmer, being . . . . . pad. s 192. 40. or 80. —. 40. Together ro/o 547. 14: 14. From which paid into the Company's treasury in deduction of his arrears to the Honorable Company On auctioned Lands of the farmer Waddemalleappa Poele amounting to - - - - pa/o 250. 32. 12. from which must be deducted what has already been received by Haselkamp in deduction of the lease moneys of the year 1764 - - - - 208. 8. —. Carried forward. p%o 2541. 11. 79. is - - - - - - - -. . . . . 546. 14. 14. - - - - 603. 7. 39. remainder . . pr/o 42. 24. 12. Which are counted into the Treasury by the Curators in deduction of the overdue lease moneys of this farmer - - Brought forward . . . . pa/o 2541. 11. 79. 43. — 12. Together as mentioned above.- pr/o 2584. 12. 11. from all of which, upon an exact examination and inquiry, it cannot be found that those moneys have been paid twice, for nowhere does the same appear; on the contrary, Haselkamp confesses during the trial, upon the question put to him concerning this by the fiscal on the date of 19 November 1765, under article 35: That the vendue book, on account of the numerous businesses, had indeed been in arrears for some months or since last December, but that everyone had nevertheless always been paid what was due to them, and with regard to the farmers, that the often-mentioned former governor van Teijlingen had ordered him, the interrogated, to keep all the moneys from the sold real estate under his custody for so long until all should have come in at once, so as to be able to count them into the Treasury all at once upon an ordinance. Which 77 Which statements also for the most part agree with what was produced and testified by the farmers, except only that Haselkamp says he fell behind with the vendue rolls from December 1764 onward, whereas the vendues of the goods and possessions of the farmers were held in part on 13 January, 23 February, and 10 March 1764, thus left unarranged for nearly one and a half years, further contradicting his aforementioned statements upon a further interrogation put to him in this regard on 18 April 1766, by declaring that all the moneys coming in from the vendues of the farmers were collected by the ordinance of the receiver, without bringing forward any other acceptable evidence; thus those moneys were well and lawfully paid out of his estate, for that the effects of the farmers were sold by him appears from the vendue roll, but that he satisfied or accounted for those proceeds either to the farmers or to others is evident nowhere, neither by a note under the vendue roll, nor by receipts as ought to be, nor by an ordinance of the lord governor to transfer those moneys into the Company's treasury, and thus everything that Haselkamp writes thereof is merely a saying without proof, it being known what credit is given thereto, and especially in an administrator or Cashier of the Company's moneys. The affair of the farmers having been concluded herewith as briefly as possible, it still remains to demonstrate to your Right Honorable Sir what the said Haselkamp, at the auditing of the Treasury that had been under his responsibility and the transfer thereof, vide Letter H: H:, to the provisionally appointed Cashier Dirk vrijmoet, actually remained indebted to the Honorable Company, having to that end formed an accurate account from the Cash and Trade book, which we have the honor to offer to your Right Honorable Sir under Letter J: J:, according to which the same remained really indebted to the Honorable Company . . . pr%o 17411. 13. 10. and if one wishes to include therein the deficit accounted for Loomans's arrears, although its non-collection was caused solely by the negligence of Haselkamp, being . . . 1391. 17. 3. then Haselkamp's debt would nevertheless still amount to . . . pa/o 16019. 20. 7. Carried forward. . pr/o 16019. 20. 7. 13 78 Brought forward . . . R r/o 16019. 20. 7. From which again deducting the remaining debt of the deceased Crucius, although the same remains real for the account of Haselkamp; and is placed here solely to demonstrate how much Haselkamp fell short besides that, the said remaining debt amounting then to . . . 6880. —. —. so that Haselkamp's deficit would then still really amount to a considerable sum of pa/o 9139. 20. 7. thus completely overthrowing his assertion that it has never yet been shown that he remained in default of a single doit to the Honorable Company, nor was ever condemned to the payment of any deficit, thereby clearly demonstrating that he made use of untruths, and thereby sought to give their High Mightinesses an entirely different conception than was consistent with the true state of the matter. For further clarification and in compliance with what was recommended, we offer your Right Honorable Sir under Letter 137 ...

Dutch transcription

121 76 Per Transport . . p.r lo 1391. 14. 26. overzulx voor sijn reekening in cassa geteld; en zijn reekening daar voor gecrediteerd met Het provenu der van den pagter „ en zijn borgen Moetapa poele Moenappa Poele, „ Moetoewengadas„ salam, en kistna Poele verkogte goederen, bedragen - - p a/o 42. f. s 17.54. de feen=s importeere. . . „ 46. „ 13. 54. Teld - - - - p /o 467. 13. 54. volge daar bij de door Haselkamp in gepalm„ de thollen voor reecq: van deesen pagter, zijn„ de. . . . . pad. s 192. 40. of „ 80. —. 40. Tesamen ro/o 547. 14: 14. Waar van in 'sComp:s cassa in mindering van zyn agterstal aan dE: Comp:e betaald Aan gevenduceerde Landerijen van den pagter Waddemalleappa Poele bedraagen - - - - pa/o 250. 32. 12. waar van gedetraheerd moet werden, het geen bereeds door Haselkamp in mindering van de pagt, penn: van anno 176 /4. is ingenomen - - - - „ 208. 8. —. Transporteere. p%o 2541. 11. 79. is - - - - - - - -. . . . . „ 546. 14. 14. - - - - „ 603. 7. 39. rest. . pr/o 42. 24. 12. Die in mindering van de agterstal„ „lige pagtpenningen van deesen pagter door de Curatoren in Cassa geteld zijn- - Per Transport. . . . pa/o 2541. 11. 79. 43. — 12. = Tesamen gelijk boven vermeld.- pr/o 2584. 12. 11. uijt allen het welke bij een exact ondersoek en navor„ sing niet vinden kunnen dat die gelden dubbeld be„ taald zijn, want nergens komt het selve te blijken, ter Contrarie bekend Haselkamp bij het proces op de aan hem deesen aangaande gedane vrage door den fiscaal in dato 19:' November 1765. op art: 35. Dat het venduboek mits de veelvuldige bee„ sigheeden wel eenige maanden of seedert De„ cember Jongstleeden ten agteren had gestaan dog dat altoos dan een ieder het Competeerende hadde betaald, en met opsigt tot de pagters ƒ dat den meermelden geweesen gouverneur van Teijlingen hem geinterrogeerde geordonneerd hadde om de gelden van de verkogte vaste goede„ ren, alle zoo Lange onder hem te houden tot dat alle tegelijk zoude weesen ingekomen, om dus bij een ordonnantie te eener klaps in Cassa geteld te konnen werden Welke 77 Welke gesegdens ook voor het meeste gedeelte Concor„ deerd met het geproduceerde en het getuijgde door den pagters, alleenlijk dat Haselkamp segd met de vendurollen van December 1764 af, ten agteren geraakt te weesen, daar de vendutien van de pagters haare goederen en besittingen voor een gedeelte den 13. ' Januarij, 23: ' februarij en 10. ' Maart 1764. gehou„ den zijn, dis bij na ander halve Jaar onveretend ge„ laten contradiceerende voorts sijn voormelde geseg„ dens bij een nadere hem dierweegens gedaane afvra„ ging van den 18:' April: 1766. met te betuijgen dat alle de van de venduties ingekomene penningen van de pagters bij de ordonnantie van den ontfanger „ andere ingetrocken waren, sonder eenige „ aanneemelijke bewijsen bij te brengen dus sijn die penn: wel en ten regten uijt sijn boedel betaald want dat de effecten van de pagters door hem verkogt zijn, „ die blijkt bij de vendurolle, maar dat hij „ procedidos off aan de pagters oft aan andere voldaan off verantwoord heeft consteerd nergens, nog bij een aan„ tekening onder de vendurol nog bij quitantien ge„ lijk dat behoorde, nog bij een ordonnantie van den heer gouverneur om die gelden in 'sComp=s cassa over„ tebrengen, en dus is alles het geen Haselkamp daar daar overschrijft eenlijk seggen sonder bewij„ bekend sijnde wat geloot daar aan gedefereerd werd en voor Namentlijk in een administrateur off Cassier van 'sComp=s gelden. —. Hiermeede de aftaire van de pagters soo kort mogelijk afgehandelt zijnde, blijft als nog over„ uwelEd: gestr: aantetoonen, wat gedagte Hasel, kamp bij den opneem van de onder sijn verant„ woording geweest zijnde Cassa, en transport der„ selve, vide L=a H: H: aan den prointerim aange„ stelden Cassier Dirk vrijmoet, weesentlijk aan d'E: Comp: e i debet gebleeven, hebbende ten dien eijnde een nauwkeurige reekening uijt het Cassa en Negotie boek geformeerd, die wij de Eer hebben uwel Ed: gestr: sub L=a J: J: aan tebieden volgens dewelke denselven reil aan dE: Comp=e de„ bet gebleeven is. - - . pr%o 17411. 13. 10. en soo men daar onder begrijpen wil„ het te kort verantwoorde voor Loo„ mans agterstal, schoon dies nonin„ koming alleen door versuijm van ha„ selkamp gecauseerd is, zijnde - - - „ 1391. 17. 3. zoo zoude egter Haselkamps debet dan nog importeeren - - - - pa/o 16019. 20. 7. Transporteere. . pr/o 16019. 20. 7. 13 78 Per Transport . . . R r/o 16019. 20. 7. Van dewelk weder det re heere het restant debet van den overleedene Crucius hoewel het zelve reël voor reecq: van Haselkamp blijft; en hier eenelijk gesteld werd, ten einde aan tetoonen hoe veel haselkamp buijten dien te kort gekomen is, bedragende dan gedagte restant zo dat haselkamps te kort ko„ ming, dan nog reel zoude impor„ teeren een aansienelijke somma pa/o 9139. 20. 7. van vervallende dus ten eenemaal om verre het ge„ poseerde door hem, dat men nog nimmer heeft aangetoond, dat hij een duijt aan de dE: Comp=e te quaad is gebleeven, nog nooijt gecondemneerd is, tot de betaaling van eenige te kort koming toonende daarmeede klaar aan, dat hij sig van on„ waarheeden bediend, en daar door getragt heeft haar hoog Edelens een geheel ander denkbeeld te geeven, dan met de waare gesteldheid der zaake geleegen was. — schuld - - - - - - - - „ 6880. —. —. Tot verdere opheldering en in naar Koming van het aanbevolene bieden wij uwel Edele gestr: onder La 137 .. .

NL-HaNA_1.04.02_3320_0178 view scan ↗

English

Letter R: R: further shows a separately prepared account to demonstrate to what extent his cash deficit has been settled from his own assets and outstanding credits; namely: The proceeds from the sale of his goods and collected debts amount to pr/o 5856. 20. 31. to which is added the credited amount of „ 377. 2. –. the amount of his salary due. - - - „ 248. 10. 40. together from his assets and credits. . - - - - pr/o 6482. 8. 71. add to this the amount paid by the trustees for the account of the widow Crucius in reduction of her husband's debit -- - - - - - „ 5462. 8. 20. and as a balance Haselkamp remained debited for - - - - „ 5467. 19. 79 making together the sum of his debit - - - - p a/o 17412. 13. 10. showing from this that Haselkamp's estate was far from sufficient to liquidate his debit in full to the Honorable Company, so that one was compelled, for the complete settlement of the aforesaid remaining adverse balance, according to an account also attached hereto under Letter L: L:, to employ the following moneys; namely: The amount counted by the trustees from the collected auction moneys... p/o 155. 7. 79. The amount paid from the estate of the former Governor van Teijlingen according to the resolution of the Coromandel government dated 20 September 1766, see appendix hereto Letter C:C: - . . „ 4200. –. —. The amount counted by the guarantors for Haselkamp's service, the Captain Commandant and head of the militia Hartwich Bonte and the repatriated head surgeon of this castle David George Esscher in conformity with the resolution of 12 August 1766 under Letter D: D: - - - - - - „ 1000. —. –. Transported - - pr/o 5355. 7. 79. Total. pƒo 5355. 7. 79. Carried forward p %o 5355. 7. 79. Consequently, Haselkamp remains debited for pr/o 112. 12. –. or the amount of his credited salary from the book years 1747/8 and 1748/9 in conformity with 2 copy pay accounts among others in the trade books here, entered to the credit of his account, which now, however, upon the report of the head of the general pay office at Batavia that the original accounts were already sent over to Europe in due form in the year 1749 for receipt there, must be written back, and on that account the aforesaid amount will have to be supplied from the moneys to be collected by the trustees with -- „ 112. 12. —. whereupon the aforesaid balance of the account Letter R: R: will then be completed. p a/o 5467. 19. 79. Regarding the entry of the payment made from the estate of van Teijlingen, we must still note here that Haselkamp, shortly before his departure from here, handed over to him in payment, or in reduction as he imagined, of the auction proceeds of the goods already sold and still to be sold by him, a sum of 2000 new Nagapatnam pagodas or old - -. - p a/o 1851. 20. 36. and that notwithstanding he claimed to have such a considerable claim of pr/o 11579: 15: 60. on van Teijlingen. —. However, those auctioned goods which were again credited to Haselkamp in the current account of the trustees amount to only - - - „ 1656. 16. 61. thus Haselkamp would still be short - - - - - - pa/o 195. 3. 55. Haselkamp declaring that he disbursed the aforesaid auction moneys from the funds of the Honorable Company, which not only is not permitted to occur, but also serves as a new proof of negligence, that he has handed over more than his auction roll amounts to; yet in case Your Right Honorable might please, upon the receipt of funds in favor of Haselkamp, to have the same transferred to the credit of the 4200 pagodas employed from the estate of van Teijlingen, the aforesaid overpaid amount of pa/o 195. 3. 55. could be deducted, or even validated, from the aforesaid supplied 4200 pagodas, whereupon Haselkamp would then run in debit to the estate of van Teijlingen for no more than pagodas 4004. 20. 25. —. The debit of Haselkamp to the petty cash, and how far the same has been diminished from his own assets and collected credits, and which moneys further have been taken and employed towards its full liquidation, together with what remains currently still debited to him as a balance, having been pointed out as clearly as was possible from the cited accounts Letters R: R: and L: L:, we now proceed to demonstrate what sort of moneys etc. have been collected by the trustees, and what has been paid out of them again, accordingly offering with respect to Your Right Honorable a drafted account thereof marked M: M:; in conformity with which I briefly state below that the trustees have collected from outstanding auction moneys a sum of pra/o 6348. 10. 8. and that which has been paid out of it totals - - - „ 6347. 10. 8. so that there remains still under their accountability. . . - - - - - p a/o 1. —. —. included under the aforesaid paid out is also that which was received after the cash with the moneys.

Dutch transcription

La R: R: al verder aan, nog een geformeerde apparte reekening ter aanthooning in hoe verre zin te kort koming bij cassa uijt sijn eijge mid„ delen en uijtstaande Crediten verettend is; tewee„ ten: Het geproflueerde uijt den verkoop zijner goederen en ingepalmde schulden importeeren. pr/o 5856. 20. 31. waarbij addeere het ten goede gebragte „ 377. 2. –. het bedraegen zijner te goed hebbende gagie. - - - „ 248. 10. 40. „ -. te samen uijt sijne middelen en Cre„ diten. . - - - - pr/o 6482. 8. 71. voege daar bij het betaalde door de curatoren voor reekening van de weduwe Crucius in mindering van haar mans debet -- - - - - - „ 5462. 8. 20. en per saldo bleet haselkamp nog - - - - „5467. 19. 79 - debet uijtmakende dus te samen de Somma van sijn debet - - - - p a/o 17412. 13. 10. blijkende hier uijt dat Haselkamps besitting in verre na niet toerijkende geweest is, om zyn debet ten vollen aan dE: Comp=e te liquideeren, invoegen men genoodsaakt geweest is, tot de volle verevening van het voormeld te quaad gebleevene zaldo, na luijd eener deesen almeede onder L:o L: L: bijgevoegde H 79 bijgevoegde reecq: te emploijeeren de ondervolgende gelden; als. Het getelde door de Curatoren uijt de ingepalmde vendupenn:... p/o 155. 7. 79. Het betaalde uijt den boedel van den geweesen gouverneur van Teijling en volgens besluijt der Cormandelse regeering de dato 20:' 7ber: 1766. vide bijlaag deeses La C:c: - . . „ 4200. –. —. Het getelde door de borgen voor ha„ selkamps dienst, den Capitain Com„ mandant en hoofd der militie hart„ wich Bonte en den gerepatrieer„ den opperchirurgijn deeses casteels David george Esscher Conform besluijt van den 12:' aug=s 1766. sub La D: D: over sulx blijft haselkamp nog debet prlo 112. 12. –. of het bedragen sijner te goed gemaakte gagie van de boekJaaren 174 7/8. en 174 7/9 Conform 2. Copia zoldij reecq: onder meerdere bij de negotie boeken alhier, ten goede zijner reekening ingena„ men Teld. pƒo 5355. 7. 79. Transporteere - - pr lo 5355. 7. 79. 8. 71. - - - - - - „ 1000. —. –. men dog als nu op het berigt van het opperhoofd over het generaal zoldij Comptoir te batavia, dat de origineele reekeningen bereeds in den Jaare 1749. in behoorlijke forma na Europa ter ontfang aldaar overgesonden zijn, weder zullen moeten werden te rug geschreeven, en uyt dien hoofde het voorm: bedragen uijt de inte„ palmene penningen door de Curatoren zullen moeten werden gesuppleerd met als wanneer dan sal komen te accompleteeren, het voorm: saldo der reecq: L=a R: K. Ten belange van de post van het betaalde uijt den boedel van van Teijlingen moeten wij hier nog noteeren, dat Haselkamp aan denselven kort voor desselfs absenteering van hier tot afbe„ „ in taling off wel „ mindering soo hij sig verbeelde van de vendupenningen van de door hem reeds verkogte en nog te verkoopene goederen afgegeeven heeft p a/o 5467. 19. 79. -- „ 112. 12. —. Per Transport p %o 5355. 7. 79. een. 14 141 7. 79. 80 een somma van 2000. nieuwe Nagapatnamse pagoo„ den of oude en dat niet teegenstaande hij een soo considerable pretensie van pro/o 11579: 15: 60. op van Teijlingen sustineeren te heb„ ben. —. dog die gevenduceerde goederen dewel„ ke Haselkamp weder ten goede ge„ bragt zijn bij de reecq: Courant van de Curatoren, bedragen maar - - - „ 1656. 16. 61. des zoude haselkamp nog te kort - - - - - - pa/o 195. 3. 55. komen Verklarende haselkamp voormelde vendurpennin„ gen uijt de gelden van dE: Comp=e verstrekt te hebben, dat niet alleen niet geschieden mag, maar ook tot een nieuwe blijk van sloffigheijd strekt, dat hij meerder afgegeeren heeft, dan zijn vendurol bedraagd, dog ingevalle uwel Edele gestr: behagen mogte, bij inkoming van pennin„ v gen ten faveure van Haselkamp deselve te laten overschrijven ten goede van de uijt van Teijlin„ gen zijn boedel g'emploijeerde 4200. pag: zo zoude voorsz: te veel betaalde montant van pa/o 195. 3. 55. kunnen afgehouden, of ook wel gevalideerd wer„ den, uijt de voorm: gefourneerde 4200. pagooden - -. - p a/o 1851. 20. 36. als 73 . . als wanneer dan Haselkamp aan van Teylin„ gen zijn boedel voor niet meer debet zoude loo„ pen als pagooden 4004. 20. 25. —. Het debet van Haselkamp aan de kleene cas, en hoe verre het selve uijt zijn eijge middelen en ingevorderde Crediten gediminueerd is, en welke penningen wijders tot dies volle liquida„ tie genomen en g'emploijeerd zijn, mitsgaders wat denselven tans nog per zaldo debet blijft, uijt voorengeciteerde reekeningen L=ras k: K: en L: L: soo klaar als maar mogelijk is ge„ weest aangeweesen zijnde, zoo treeden wij over te demonstreeren wat voor penningen etc: door de Curatoren ingepalmt zijn, en wat daaruijt weder betaald is, biedende uwel Edele gestr: dienvolgens in Eerbied aan, een daar van ontworpene reekening geletterd M: M:; conform dewelke hier onder kortelijk stelle, dat de Curatoren van uijtstaande vendupenn: ingepalmd hebben een somma van pra/o 6348. 10. 8. en het daaruijt betaalde sommeerd - - - „ 6347. 10. 8. zo dat nog onder haar verantwoor„ onder het voorsz: betaalde is meede begreepen „ het geen ingekregen is, na dat de Cas met de ding blijft. . . - - - - - p a/o 1. —. —. gelden.

NL-HaNA_1.04.02_3320_0183 view scan ↗

English

81 moneys of van Teijlingen, and the guarantors had been liquidated, and was also counted into the cash by the Curators, in order to be remitted per bill of exchange to Batavia in accordance with the respected order of Their High Noble Lordships, pursuant to the penal mandate obtained by Haselkamp and dispatched here, as also happened according to what is noted here before, being pa/o 668: 8: 38: or after the subtraction of 4 percent discount pa/o 641. 14. 70. Just as among those collected vendue moneys there is also found the proceeds of the goods sold for the account of van Teijlingen amounting, as is cited here before, to pa/o 1656. 16. 61. for which Haselkamp paid out of the moneys of the Honorable Company to an amount of 2000 new pagodas; consequently he will, on the other hand, have re-employed the vendue moneys that were in his possession or collected by himself, for the partial expenditures out of the Company's Small Cash, so that it was all the same whether he supplied the Company's or actual vendue moneys to van Teijlingen; to whom nevertheless more was delivered by him than the vendue amounted to; we have therefore had to leave the same among the collected vendue moneys in our drawn-up account, because out of that could be paid again the overdue vendue moneys from Haselkamp to diverse farmers, which were also the Company's moneys; besides many other expenses. In the same way it also stood and was employed to that same end, the amount paid out of the estate of Windijgom to an amount of pa/o 1269. 12. -, and the amount received from the native Moetoe kistna Condappa Naijker of pa/o 261. 9. 58. -. We furthermore add to this under Letter NN, a short indication of that which is still to come in for the benefit of Haselkamp's estate, which, after deducting that which he still remained indebted for at the closing of the account under Letter KK, still amounts to - - - pa/o 2438. 2. 54. To which add the aforementioned moneys received in the past year after the liquidation of the Cash and remitted among others to Batavia per bill of exchange, in order, if it should please Your Right Honorable Sir, to request their remittal back and crediting Carried forward . . . . . pa/o 2438. 2. 54. 15 82 to here from Their High Noble Lordships, to be dealt with here, both for the benefit of the guarantors and the account of van Teijlingen . . . . . . - 641: 14: 70. the amount to come in for the benefit of Haselkamp will then amount to . . . - pa/o 3079: 17: 44. We also submit alongside this, under Letter OO, a demonstration showing to what extent the debt of the deceased Francois Crucius to Haselkamp will be settled when the moneys from Ceylon shall have been received, according to which Crucius's widow will then still remain indebted for an amount of pa/o 224. 4. Just as we finally also present to Your Right Honorable Sir under Letter PP, a Notice of such private debts as said Haselkamp made and left behind here, according to the proofs thereof, summing in general pa/o 10652: 12: 2. The entries appearing therein that require reflection are the following; namely The amount paid out of the estate of van Teijlingen Per Transport . . - - pa/o 2438: 2. 54. in reduction of Haselkamp's debt to the small cash . . pa/o 4200. -. -. Item by the guarantors - - - - - - - 1000. -. -. the vendue moneys still owing - . 673. 16. 62. and the sequestration moneys still remaining in debit . 64. 8. 9. Together - - - - pa/o 5938. - 71. Likewise the amount borrowed from the now deceased skipper and Master of Equipage Cornelis de Vos conform private bond of the 21 July 1765 - pa/o 918. 23. 36. Item from the former First Clerk here Leonard Campie as appears from private bond of the 22 July 1765 - - - - 537. - 23. And from the native Soeriemoetoe Chittij on a private bond of the 31 July 1765 amounting to 840 New Nagapatnam pagodas, but after deduction of what has been paid on it there still remains - - - - 1045. 8. 40. which three last entries are owed, made just before the board-money day of the first of August or a few days before his arrest; presumptively Together . . . - - pa/o 2501. 8. 19. 83 those moneys partly served for the provisioning of the wages of July and the board-money for August, so that all means were employed to keep the deficit or the actual condition of the cash still covered, and that still to the prejudice and ruin of those who still placed any trust in him; with respect to the remaining debit entries we refer with much respect to the said Notice, and having thus arrived at the end of this, we trust that we may be so fortunate as to obtain for our performance and handling in this commission entrusted to us, Your Right Honorable Sir's most respected approval, regarding which we have tried to demonstrate to the same the actual state of the matters handled in this as clearly and distinctly as has been at all possible for us, and as the concatenation of irregularities and obscurities permitted, which thus also caused no less than uncommon trouble in searching for and bringing together all that which was found necessary to put to paper the things recommended by Your Right Honorable Sir; whom we further commend to the providence of the Lord, for the rest subscribing ourselves with the utmost veneration /:was written underneath:/ Right Honorable Sir, and Gentlemen; Your Right Honorable Sir's very humble and obedient servants /:was signed:/ Wm Duijnevelt, and J:s Scheuneman, /:in the margin:/ Nagapatnam In the Castle the 15 August Anno 1769. Agreed W Duijnevelt

Dutch transcription

81 gelden van van Teijlingen, en de borgen ge„ liquideerd was, en door de Curatoren meede in cas geteld is, om ingevolge de gevenereerde ordre van haar hoog Edelens, op het bij Ha„ selkamp geobtineerd mandament penaal dit heen afgevairdigt, per assignatie naar Batavia overgemaakt te werden, gelijk ook naar het aangeteekende hier vooren geschied is, zijnde pa/o 668: 8: 38: of na de substractie van 4. p. r Cento rabbet pa/o 641. 14. 70. Soo als onder die ingepeelmde vendupenn: sig ook bevind het provenu van de voor reecq: van van Teijlingen verkogte goederen monteerende gelijk hier voor en aangehaald is pa/o 1656. 16. 61. waar voor Haselkamp uijt de gelden der E: Comp=e tot een montant van 2000. nieuwe pagooden be„ taald heeft; gevolgelijk zal hij daar en tegen de onder hem geweest zijnde of de door hem selve ingevorderde vendupenningen weder g'emploijeerd hebben, tot de gedeeltelijke uijtgavens uijt sComp=s Bleene Cassa, over zulx was om het even, of hij 'sComp=s dan wel wesentlijke vendupennin„ gen aan van Teijlingen heeft verstrekt; aan wien tog door hem meerder afgelangd is, dan de 7. e de vendutie bedroeg; wij hebben dierhalven de„ selve onder de ingevorderde vendupenningen bij onse geformeerde reekening moeten laten, om dat daaruijt weder betaald konde werden, de agterstallige vendupenningen van Haselkamp aan diverse pagters, die ook 'sComp=s gelden wa„ ren; buijten meer andere uijtgaven. gelijk insel„ vervoegen het ook geleegen en tot dat selfde eijnde g'emploijeerd is, het betaalde uijt de boedel van Windijgom tot een montant van plo 1269. 12. -, en het ingekomene van den Jnlander Moetoe kist„ na Condappa Naijker of pa/o 261. 9. 58. —. Wij voegen voorts deesen onder La. N: N: nog bij, een korte aanwijsing van het geene ten voordeele van Haselkamps boedel nog staat in te komen, dat naar aftrek van het welke hij nog debet is gebleeven bij slot van reekening sub La K: k: - - - pa/o 2438. 2. 54. nog importeerd. waarbij voege de voorm: in anno pass=o na de liquidatie van de Cas ingeko„ mene penningen en onder meerdere naar Batavia per wissel overge„ maakt, om ingeval het uwel Edele gestr: behagen mogte, dies te rug over„ maaking en ten goede brenging naar Transporteere. . . . . rlo 2438. 2. 54. 15 82 naar herwaards van haar hoog Edelens te versoeken, om alhier verhandeld te werden, soo ten voor„ deele van de borgen als de reeke„ ning van van Teijlingen. . . . . . - „ 641: 14: 70. zullende dan het in te komene ten voordeele van Haselkamp in„ . . . - pa/o 3079: 17: 44. porteeren. Ook leggen wij neevens deesen over, sub L=a O: O: een aantooning, ten blijke hoe verre het debet van den overleedene Francois Cruçius aan Haselkamp verettend zal weesen, wanneer de gelden van Ceijlon ontfangen zullen zijn volgens dewelke dan Crucius weduwe nog debet zal blijven een montant van pr/o 224. 4. Soo als wij eijndelijk uwel Edele gestr: onder L=ra P: P: ook aanbieden, een Notitie van soda„ nige particuliere schulden als gedagte Hasel„ kamp alhier heeft gemaakt en naargelaaten, volgens daar van zijnde bewijsen, sommeerende in het generaal pa/o 10652: 12: 2. de daarin voor„ komende posten die reflectie vereijsschen, zijn de volgende; als Het betaalde uijt den boedel van van Teijlin„ Per Transport. . - - p/o 2438:2. 54. gen. - gen in mindering van Haselkamps debet aan de kleene cas. . pa/o 4200. –. –. Item door de borgen - - - - - - - „ 1000. —. —. de nog schuldig zijnde vendupenn: - . „ 673. 16. 62. en de nog debet gebleevene seques„ tratie gelden. Tesamen - - - - pra/o 5938. — 71. Soomeede het opgenomene van den thans overlee„ dene schipper en Equipagiemeester Cornelis de vos conform onderhandse obligatie van den 21: Julij 1765. - p a/o 918. 23. 36. Item van den geweese Eerste Clercq alhier Leonard Campie blijkens onderhandse obligatie van den 22: Julij 1765. En van den Jnlander soeriemoetoe Chittij op een onderhandse obligatie van den 31:' Julij 1765. groot pero 840. Nieuwe Nagapatnamse dog naar aftrek van het daar op betaalde res„ teerd nog - - - - „ 64. 8. 9. - - - - „ 537. — 23. welke drie laaste posten schuldig zijn, even voor de kostgeld dag van primo augustus of eenige „dagen voor sijn arresteering gemaakt presump„ Te Samen. . . - - r/b 250. 8. 19. - - - - - - „ 1045. 8. 40. tiet. 83 tief hebben die penningen gedeeltelijk gediend tot de verstrecking van de gagie van Iulij en het kostgeld voor augustus, invoegen alle mid„ delen aangewend zijn, om de te kort koming of de wesentlijke gesteldheid van de cas als nog beetekt te houden, en dat nog tot prejudi„ tie en nuine van de geene die nog eenig vertrou„ wen in hem hebben gesteld; ten opsigte van de overige debet posten refereeren wij ons met veel Eerbied aan gemelde Notitie, en dus tot den eijnde deeses geraakt zijnde, vertrouwen wij zoo geluckig te zullen mogen zijn, onse verrigting en behandeling in deese aan ons toe vertrouwde Commissie, uwel Edele gestren„ gens seer gevenereerde goedkeure, waaromtrend wij getragt hebben hoogst deselve den wesent„ lijken toestand der in deese verhandelde zaken soo klaar en duijdelijk te demonstreeren, als ons maar immers mogelijk geweest is, en de aan een schakeling van irregulariteijten en duijsterheeden toegelaaten hebben die dus ook niet dan ongemeene moeijte veroorsaakt heeft, in het opsoeken en bij een brengen van alle het geen men bevond nodig te hebben tot het ten papiere brengen. 16. 62 62. brengen van het aanbevoolene door uwel Edele gestr: die wij verders in de providentie des Hee„ ren beveelende, voor het overige ons met de uijtterste veneratie onderschrijven /:onderstond:/ wel Edele gestrengen Heer, en Heeren; uwel Edele ge„ strengens seer onderdanige en gehoorsame Dienaaren /:was geteekend:/ W=m Duijnevelt, en J: s Scheuneman, /:in margine:/ Nagapatnam In't Casteel den 15. ' augustus Ao 1769. 7 7 Accordeerd W Huijnevet De

NL-HaNA_1.04.02_3320_0189 view scan ↗

English

Letter S: To His High Excellency, The High Noble, Most Honorable Lord Petrus Albertus Van Der Parra, Governor-General, together with The Right Honorable Lords Councillors Of Netherlands India. — High Noble Most Honorable Lord and Right Honorable Lords. — The undersigned Visitor and Bookkeeper General, having been handed, pursuant to Your High Excellencies' resolution of March 6th past, an ample report supplied by the ministers of Coromandel beside their letter of August 29th last, from the secretary of police and trade transferor there, Willem Duijnevelt and Johannes Schouneman, together with the further papers relative thereto, concerning the requested discharge on December 20th 1768 by the repatriated second-in-command and former Cashier Johannes Haselkamp of pagodas 11098 and 20 stuivers, which he claims in his petition were unjustly paid out of his assets for the arrears to the Company of the late merchant and warehouse master Anthonij Bonk, the Cashiers Martens, Looman and Crucius, as well as some farmers, have in compliance with the aforementioned order examined said papers, and after an exact investigation found, as they serve herewith to report, together with their considerations as to how far the made request of said Haselkamp could be condescended to. — Firstly, it is claimed by the former Cashier Haselkamp that the curators paid out of his assets to the Honorable Company the deficit of the First warehouse master Anthonij Bonk, who already passed away in the year 1763, in the amount of pagodas 913. 16. 70., regarding which he has however deceived himself, since said merchant Bonk, had he still been alive, would have had to satisfy that amount to the Honorable Company, but that servant having passed away in June 1763, and said assessment having arisen in 1765, the compensation incumbent upon his daughter and sole heir, the widow of the Cashier Francois Crucius who has likewise descended into the grave, but as he upon his death remained indebted 6800 pagodas to Haselkamp (or properly to the small cash), and Haselkamp was arrested in August 1765, and appointed as curators over his estate were the invoice keeper Fredrik Willem Bloeme and pay bookkeeper Dierk Buys, so have these attached all outstanding credits of the widow Crucius, in order to apply them in reduction of said debit of her late husband to Haselkamp, however first withholding therefrom the aforementioned pagodas 913. 16. 70. which pertained to the Honorable Company, and see Account Letter B: in 4 payments counted by them into the Company's cash, each time noted there, from the vendue proceeds of Mrs. Crucius, as a more distinct demonstration that this payment was made beforehand by the widow Crucius for her late father as heir out of the estate of the late merchant Bonk; for if Haselkamp, as he says, had already accounted for the entire amount of the sold goods of Mrs. Crucius, which however appears nowhere, then the payment of said pagodas 913. 16. 70. would have had to take place out of a bill of exchange, which was remitted for the benefit of the widow Crucius out of the estate of the late Right Honorable Valiant Lord Van Ock, and was received for Haselkamp's curators, who also credited his account therefor, see Account Letter M: with pagodas 1338. 11. 70., however the debit of Crucius remains thereby that much larger, as shall be demonstrated in the sequel. The 100 pagodas which were paid out of the funds of said Cashier to the Honorable Company, we think, under correction of wiser judgment, that with the favorable pleasure of Your High Excellencies could be restored to him, and accounted for under prior years' charges and expenses, since from all the circumstances it shines forth clearly that these monies many years ago, and thus before his time, were given out by order of the Lord Governor to the farmers with a good intention for the purchase of necessities, but however were not written off, and improperly continued to run at the debit of the Cashiers, and that those people subsequently died, or became unable to restore it, the handling or practice of letting paid-off monies continue to run under the remainders of the Cashier pro memoria being a custom that can produce nothing but detrimental consequences for one person or another. — According to the close of the Nagapatnam trade books of the year 1761/2, the Cash under accountability of the Cashier Paulus Looman, not counting that which was transferred to Crucius and written over to that name, still remained in debit - - - - - - - - - pagodas 189: 22: 10: And in the year 1762/3, according to the annexed extract under Letter A: still debited for - - 1310: 20: 20: making together that which according to this, likewise accompanying Extract Letter B: in the year 1763/4 for the account of Johannes Transport . . - - pagodas 12500: 18: 30:

Dutch transcription

84 L=a S: Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot agtbaaren sseer Petrus Albertus Van Der Parra„ Generaal Gouverneur beneevens De Wel Edele Heeren Raaden Van Nederlands India. — Hoog Edele Groot agtbaare Heer en Weldele Heeren. — De ondergeteekende di sitateur en boekhouder Generaal ingevol„ ge uwhoog Edelheedens besluijt van den 6:' maart p=o ter hand gesteld zijnde, een door de ministers van Cormandel besijg den hunne brief van den 29' aug=s laastleeden gesupfediteert ampel berigt, van den secretaris van politie en negotie over draager aldaar Willem Duijnevelt en Iohannes Schou„ neman, neevens de verdere daar toe relative papieren, Con„ cerneerende de versogte ontheffing of den 20.' December 17687. door den gerepatrieerden onderhoofman en geweesen Cassier Johannes Hoselkamp van pag: 11098: en 20. stuijvers, die hij bij zijn Request beweerd, dat ten onregten uijt zijne moddelen voor de agterstallen aan de Compagnie van wijlen den. m den koofpman en pakhuijsmeester Anthonij Bonk, de Cassiers Martens, Looman en Crucius, mitsgaders eenig Pagters betaald zijn, hebben en voldoening aan het geremne„ reerd bevel gesegde papieeren g'examineerd, en na een Cract ondersoek bevonden, zodanig als zij bij deesen dienen van berogt, neevens hunne Consideratien, hoeverre in het ge daar versoek van gemelde essaselkamp zoude konnen mor„ den Gecondessendeerd. — Eerstelijk werd door den geweesen Cassier Haselkamp beoreem dat de Curatoren uijt zijne middelen aan d' E: Compagnie betaald hebben, de te kort koming van den in A=o 1763. al overleeden Eersten pakhuijsmeester Anthonij Boek, ten bedraagen van pag: 93. 16. 70. , waaromtrend hij zig egter geabuseerd heeft, alsoo genoemden koopman Bonk dat bedraagen zoo hij nog leefde aan D' E: Comp=e zoude moe„ ten voldoen, dog doem bediende in Junij 1763. aflijvig ge„ worden, en gemelde belasting in 1765. offgekoomen sijnde, zoo in cumbeerde de vergoeding desselvs dogter en eenigste Erfgenaam de weduwe van den almeede ten graave gedaal„ doon Cassier Francoos Crucrus, dog alsoo deese bij zijn over„ lijden 6800. bagooden aan haselkamp /: of eijgentlijk aan de kleene Cossa :/ schuldig bleef, mitsgaders slaselkamp in aug=s 1765. gearresteerd, en tot Curatoren over zijnen boedel gesteld wierden, den factuurhouder Fredrik Wil„ lem Bloeme en soldij boekhouder Dierk Buijs, zoo hebben 85 zoo hebben deese alle uijtstaande Crediten van de weduwe Crticius aangeslaagen, omme te doenen in mindering van gemelde debet van haaren overleeden man, aan saselkamp, egter eerst daar van afhoudende de voorsz: pag: 913: 16 70: welke D' E: Comp=e Competeerde, en vide Reekening L=ra B: in 4. heeren door hun in sComp=s Cassa geteld zijn, telkens daar bij genoteerd, uijt de vendu„ penningen van Juffrouw Crucus, ter beduijdsaamer aan„ tooning dat die betaaling door de weduwe Crucius voor haar overleeden Vader als Erfgenaame uijt de nalatenschap van den overleeden Koofman Bonk voor afgeschiede; want bij aldien ssaselkams zoo als hij zegt, het geheele bedraa„ gen der gerenduceerde goederen van Juffrouw Crucius al had„ de verandwoord, het geen egter nergens blijkt, als dan zoude de betaaling van gemelde pag: 913. 16. 70. hebben moeten geschei„ den uijt een wissel, welke ten behoeve van de weduwe Cruco„ ust uijt de boedel van wijlen den wel Edelen Gostrengen heer Van Ock overgemaakt, en voor haselkamps Curaboren ont„ fangen is, welke zijn staat ook daar voor gecrediteerd hebben, vide Reecq: L=a M: met pag: 1338. 11. 70., egter blijft den debet van Crucous daar door zoo veel grooter, gelijk zulx in het vervolg zal werden aangeweesen. De 100. bagooden die uijt de gelden van gemelde Cassier aan D'E: Comp=s voldaan zijn, vermeenen wij onder Correctie van wijser Oordeel, dat met het gunstig welbehaagen van uw. uw hoog Edelens aan denselven zoude kunnen werden geres„ titueerd, en of voorjaarige Lasten en Ongelden vererent woorden, alsoo uijt alle de omstandigheeden niet duijster doorstraalt, dat die penningen voor lange jaaren, en dus voor zijn tijd of ordre van den heer gouverneur aan de land„ bouwers met een goed oogmerk tot den inhoof van benodigthee„ dan zijn afgegeeven, dog egter niet afgeschreeven, en oneijgen ten laste van de Cassiers blijven voortloopen, mitsgaders dat die menschen vervolgens overleeden, of buijten staat geraakt zijn, omm het te kunnen restitueeren, zijnde de behandeling off zig zelfs van afbetaalde gelden onder de Restanten van de Cassier per memorie te laaten voortloopen, een gewoonte die niet an„ ders als nabeelige gevolgen voor deesen of geenen kan voort„ brengen. —. Blijkens 't slot der nagapatnamse negotieboeken van a:o 176½ em Cassa onder verandwoording van den Cassuer Paulus Loo„ man, ongereekend het geen aan Crucous getransporteerd en op die naam is overgeschreeven, nog debet geblee„ - - - - - - - - - - pag: 189: 22: 10: ven - - - - - - - - - En in Anno 176 2/3. blijkens het g'annexeerde Extract onder L=a A: nog gedeboteerd voor. - „ 1310: 20: 20: uijtmaakende met den anderen het geen erde deese, almeede versellend Extract L=a B: in A=o 176/¼ ofr de Reekening van Iohannes Transporteere . . - - pag: 12500: 18: 30:

NL-HaNA_1.04.02_3320_0193 view scan ↗

English

86 Brought forward pag: 12500: 18: 30: Transferred to Haselkamp - – - – – - - - - - 12500: 18: 30: By the said Haselkamp, according to his own statement, only collected - - - - - - - - - - - - - 10008: 23: 26: And thus, according to the contents of the Nagapatnam trade books of anno 176 1/2, 176 1/3, and 176 3/4 overdebited by . . . . - . pag: 2491: 19: 4: Unless it can be proven that he received more, since otherwise the debit of Looman does not encumber him, because Cruceus did not take it over and it continued on a separate account in the Company's books until the month of August 176 3/4, when the transfer in question occurred, just as is fully demonstrated with the previously cited extract. That someone, as the commissioned examiners Duijnevelt and Scheuneman allege in their report, when an instruction was given to him by the lord governor to collect the monies stated thereon for another, would then be bound to account for the full sum even though he had only collected it partially, or else would not have needed that note, and upon which foundation they then also assume the transfer took effect; since he had to act to take possession of the moneys turned over to him, does not seem plausible to us, 301 as we believe it can be regarded as nothing other than a private service, which is subject to no further accountability than the actual receipt. And the Extract Letter B shows that the transfer was made because the debit had been settled by the executors and cash balance. Against this, it can also be presumed from the coffee cash accounts kept here that the debit of Looman is noted among the pro-memoria running entries of the petty cash, and as such continued to run in the monthly cash accounts to the accountability first of Cruceus and subsequently of Haselkamp under the remaining cash for their accounting, since the balance in the cash account of cashier Cruceus as of the end of August 1762 was closed with pagodas 25120: 21: 20 and in the trade books of 176 1/2 with pag: 14231: 8: 50, or pag: 1109: 19: 50 less, and also on the end of August 1763 in the account of the cashier Haselkamp with pag: 13425: 5: 50 and in the trade books of anno 176 2/3 with pag: 27272: 14: 70, and thus also pag: 16152: 14: 68 less, of which we can form no other idea than that this is to be attributed to the local custom, since otherwise the head administrators and trade bookkeeper, the trade transferor, and then also the two commissioned council members by whom the trade books of annis 176 1/2 and 176 2/3 were examined, would certainly have reported 87 that the balance in the cashier's account as of the end of August 1762 and the end of August 1763 was known to be so much larger than was closed in the Company's books! Wherefore, under correction of wiser judgment, we believe that the transfer of the petty cash to Cruceus and the trade books, from which it becomes clearly evident that the debit of Looman was not taken over by Cruceus, and Haselkamp is and remains short by pag: 2491: 19: 4, is to be preferred, unless, as already said, it can be proven that he received more than the reported pagodas 10008: 23: 26. The former cashier Francois Cruceus was, in anno 1763, short pag: 9658: 1: 18 upon transfer of the Company's petty cash, and according to the short statement under Letter BB on 17 February 1766 still remained indebted pag: 6880, towards the satisfaction of which there first serves that which has already come in on account of the widow Cruceus and was still to come in from Ceylon, provided that there is first deducted therefrom pag: 913: 16: 70 which was already paid out of it, and pagodas 214: 1: 20 which, as appears from the demonstration under Letter OO, must still be paid to the Honorable Company by this heir of the deceased merchant Vonk, then, calculated according to the aforementioned demonstration Letter OO, there will still be missing pag: 1137: 20: 70, which, along with pag: 195: 3: 35 which was given to Mr. van Teijlingen by Haselkamp in excess of the vendue moneys, could be transferred to the account of that former lord governor in reduction of the below-mentioned pagodas 4200, since it appears to us from the Coromandel Resolution of 13 August 1765, of which the extract under Letter C accompanies this, and all the circumstances, that it was arranged by the aforementioned lord governor in this manner in order not to expose his wife, and for those reasons also undertook to contribute for it, according to which a subordinate servant who is obliged to obey his master must regulate himself. On the other hand, however, there shall have to be refunded from the funds of Haselkamp pag: 1000 to the guarantors and 4200 to Mr. van Teijlingen, or together pag: 5200, which served as a supplement to the deficit in cash. Concerning the penultimate items amounting to pagodas 2584: 12: 11, which were paid out of the assets of Haselkamp on behalf of the leaseholders, we conform to the Coromandel Resolution of 2 June 1766, as not the slightest proof in his favor is to be found that those vendue moneys had already been accounted for. Further, there accompany this under Letters D and E, for the perusal of your High Excellencies, two current accounts, in the first of which, in so far as it concerns the Honorable Company, the sequel f 90 was.

Dutch transcription

86 Per Transport. pag: 12500: 18: 30: Haselkamp is overgeschreeven - – - – – - - - - - „ 12500: 18: 30: Door gemelde Haselkamp is volgens eijge of„ gave maar ingepalmt - - - - - - - - - - - - - „ 10008: 23: 26: En dus na den inhoud van de nagapatnamse negotieboeken van anno 176½. 176 1/3. en 176¾ . . . . - . pag: 2491: 19: 4: te veel gedebiteerd voor Ten zij hem bewreesen kan worden meerder ontfangen te heb„ ben, dewijl anders den debet van Looman hem niet in„ cumbeert, om dat Crucous die niet overgenoomen heeft en bij 'sComp=s boeken tot in de maand Aug=s 176 3/4. wanneer de questieuse overschrijving geschiede, op een apparte reeke„ ning is, blijven voortloopen, gelijk zulx met de voorwaards aangehaalde Extract, volkoomen werd aangeweesen. — Waat dat iemand zoo als de gecommitteerde ondersoekers Duijnevelt en Scheuneman bij hun Rapport voorgeeven, wanneer hem door den heer gebieder een notitie geintrageerd werd, om de daar op staande gelden voor een ander inte„ falmen als dan zoude gehouden zijn, die volle som te verandwoorden, schoon maar gedeeltelijk g'incasseerd had„ de, off anders dat brieffe niet nodig zoude gehad hebben, en of welk fundament zij dan ook veronderstellen, de overschrijving gevolg zal genoomen hebben; alsoo hij moes„ te gerigileerd hebben, om zig van de hem ofgegeevene pen„ ningen meester te maaken, is ons niet aanneemelijk te vooren. 301 vooren gekoomen, alsoo wij vermeenen het niet anders als een particuliere dienst kan aangemerkt worden, die geen verdere verandwoording als de veele ontfangst subject is. En het Extract L=a B: aantoond, dat de overschrijving ge„ schied is, om dat deen debet door de Executeurs en Cassa vol„ daan was, Daar en teegen kan uijt de alhier berustende Coffij cassa reekeningen ook verondersteld worden, dat den debet van Looman onder de per memorie loopende posten van de kleene Cassa is beskendgesteld, en zodanig bij de maar delijkse Cassa reekeningen tot verandwoording eerst van Crucous en vervolgens van Haselhams onder de resteeren de contanten, tot hunne verantwoording blijve voortloo„ ben, alsoo het Restant bij de Cassa reekening van den Cas„ sier Crucous onder ult=o Aug=o 1762. is afgeslooten met pas„ gooden 25120: 21: 20: en bij de negotieboeken van 176½. met pag: 14231: 8: 50: ofte: pag: 1109: 19: 50: minder moitsgaders om den ultimo Aug:o 1763 bij de reekening van den Cassier vssasel„ kamp met pag: 13425. 5: 50. en bij de negotie boeken van anm 176 2/3. met pag: 27272: 14: 70: en dus almeede pag: 16152: 14: 68: minden, waar van wij geen aender dankbeelde kunnen forma ren, als dat zulx aan de aldaar plaats hebbende gewoonte „s te attaribueeren, nadien anders de hoofdadministrateurs en negotieboekhouder, de negotie overdrager, en dan nog de twee gecommitteerde Raadsleeden, door men de negotie boekh van annis 176½. en 176 7/3. zijn g'examineerd, wel zoude ov gegeeven 87 gegeeven hebben, dat het Restant bij den Cassier zijn reekte„ ning onder ult:o aug=o 1762 en ult:o aug:s 1763. zoo veel grooter bekend stond, dan bij 's Comp=s boeken was afgeslooten ! alwaar„ omme wij onder Correctie van wijser Oordeel, vermeenen dat het transport van de kleene Cassa aan Crucius emn de ne„ gotieboeken, waar uijt klaar komt te blijken dat den de„ bet van Looman door Cruçius niet overgenoomen en sla„ selkams veel is; en blijft benaderlt voor pag: 2491: 19: 4: te prefereeren is ten zij, zoo als bereeds gesogt, haan kan be„ wesen worden meerder ontfangen te hebben dan de opgegee„ vo pagooden 10008: 23: 26: —. Den geweesene Cassier Francois Cruceus is in anno 1763. bij transport van 'sComp=s kleene Cassa te kort gekoomen pag: 9658: 1: 18:, en volgens de korte aanwijsing sub L=a B. B: den 17. ' februarij 1766. nog debet gebleeven pag: 6880:, tot wel„ kers voldoening voor eerst komt te strecken het geen voor reerquening van de neduwe Crucous, bereeds ingekoomen en nog van Ceylon stond in te koomen, mits daar van eerst gedelraheerd werd pag: 913. 16. 70. die bereeds daar uijt voldaan, en pagooden 214. 1. 20. die blijkens aanthoning sub L=ra O: O: nog door deese Erfgenaam van den overleedene Koop„ man Bomk aan D' E: Coms=e moet voldaan werden, als dan zal gereekende na de eeren genoemde aanthoning L=a O: C:n ter nog aan manqueeren Pag: 1137: 20: 70:, dewelke neevens nog Pag: 195. 3. 35. die door Haselkamp meerder dan de Vendupenn: bedraagen bedraagen, aan den heer van Teijlingen zijn afgegeeven, in mindering van de natemeldene pagooden 4200. ofr de veer„ quening van dien geweesen heer Gouverneur zoude kunnen overgeschreeven werden, alsoo, ons uijt de Cormandelse Re„ solutie van den 13. ' Aug=s 1765. waar van het Extract onder Lra C. deesen verselde, en alle de omstandigheeden voorkomt dat het door voorgemelde Heer gouverneur zodanig geschikt „s om zijn weef niet ten toon te stellen, en om die reedenen ook aangenoomen heeft, daar voor te sullen Coteeren, waar na een subaltoirn dienaar die verpligt is zijn gebieder te ge„ hoorsaamen, zig moet Reguleeren Maar daar en teegen zal uijt de gelden van saselkams weederom doenen gerestitueerd te werden Pag: 1000. aan de borgen en 4200. aan de heer van Teijlingen of te sagmen pag: 5200. die tot supplement van het ontbreekende aan Cassa, gedient hebbe. — Aangaande de voor laaste bosten ten bedraagen van bagooden 2584: 12: 11: die ten behoeve van de pagters uijt de mijddelen van Haselkamp voldaan, zijn, Conformeeren wij ons met de Cormandelse Resolutie van den 2:' Junij 1766. , alsoo geen het miinste dewijs in zijn fareur te vinden is, dat die veor„ dupenningen alverantwoord waaren. Wijders verselde deesen onder L=a D: on E: tot speculatie van uwn hoog Edelens twee Reekening Couranten bij wel„ kers eerste, zijnde in zoo verre het D' E: Comp=e betreft het ofvolg ƒ 90 den.

NL-HaNA_1.04.02_3320_0197 view scan ↗

English

80 Extract from the general Resolutions of the Castle of Batavia, taken in the Council of the Indies on the 22nd of May Anno 1770. Upon the request made in an ample petition by the junior merchant and former Secretary of Police and Cashier at Nagapatnam, Iohannes Haselkamp, for the restitution of a nominal sum of Pagodas 11098. 5. or Rixdollars 22196. 20. -., specifically mentioned in the Resolution of the 20th of December 1768, which he claimed had been wrongfully paid to the Company at Nagapatnam out of his seized estate for the arrears both of the late Warehouse Keeper Bonk and Cashiers Maertens, Loman, and Crucius, as well as of some farmers; it was resolved at the said session to have the Coromandel Ministers accurately investigate and report how this matter actually stands and to what extent the petitioner's propositions and his request based thereon should be accredited. And in accordance therewith, alongside their letter of the 29th of August 1769, an extensive report was supplied by the Secretary of Police and Trade Conveyancer at Nagapatnam, Duijnevelt and Scheuneman, supported by various pieces of evidence, as well as by the Examiner and Bookkeeper General Dormieux and van Abcouw, in fulfillment of what was demanded of them by the minute resolution of the 6th of March last, to report their findings after an exact examination of all the aforementioned and other documents relative to this affair, and to supply therewith their considerations as to how far the request of the said Haselkamp could be acceded to. In a written report circulated among the Gentlemen Members for resumption, it was in substance made known: That Haselkamp deceived himself by claiming that from his means there had been paid to the Company, for the deficit of 89 the late Warehouse Keeper Anthonij Bonk, a sum of Pagodas 913. 16. 70., since that payment was made from the means of the widow Francois Crucius, which the curators appointed over his estate, Dirk Buijs and Fredrik Willem Bloeme, had attached to serve in reduction of the debt of her said husband to Haselkamp, or properly speaking the petty cash amounting per balance to Pagodas 6880. -., after the aforesaid Pagodas 913. 16. 70. had first been taken therefrom, to which the Company was entitled out of the estate of her late father Bonk, of whom she had remained the sole heir; for if Haselkamp had accounted for the proceeds of the auctioned goods of this widow, then the aforementioned Pagodas 913. 16. 70. would subsequently have had to be paid out of a certain bill of exchange drawn in her favor and received by Haselkamp's curators amounting to Pagodas 1338. 11. 70.; but that nevertheless, by the advance payment of those Pagodas 913. 16. 70., which otherwise would have remained in arrears in favor of Crucius, his debit remained so much larger. That the Pagodas 100 which were paid to the Company from Haselkamp's estate for the debt of the farmers could be refunded, since from all the circumstances it was evident that these funds were issued long before his time by order of the then Governor, certainly with a good intention, but were not written off, and improperly continued to be carried over to the debit of the respective Cashiers pro memoria, until by the death of the recipient or otherwise restitution could not take place. That whereas the Cashier Loman, upon transferring the cash to his successor Crucius, as appears from the conclusion of the Nagapatnam trade books of 176 1/2, had accounted for too little: Pagodas 11189. 22. 10. And in 176 2/3, on account of some items entered as settled but not paid, was further debited with: Pagodas 1310. 20. 20. Or had fallen short in total on the cash: Pagodas 12500. 18. 30. 91 Brought forward: Pagodas 12500. 18. 30. And since by Haselkamp in reduction thereof, according to his statement, only was pocketed: Pagodas 10008. 23. 26. He consequently was also responsible for no more, but by the transfers in the year 176 3/4 of that full arrears to his name was overdebited for: Pagodas 2491. 19. 4. inasmuch as Loman's arrears to the cash were incumbent neither upon him nor upon Crucius, who had also not taken it over nor signed for it; and they, the reporters, could not agree with the proposition in the Nagapatnam report of Duijnevelt and Scheuneman, namely that if a subordinate is instructed by his master, just as Haselkamp in this case by the former Governor van Teijlingen, by a mere note without anything more, to collect for another the funds noted thereon, he would be liable for the whole sum although having received only a part, but rather view such as a private service, which requires no further accounting 90 than the estate of Haselkamp still stands before Pagodas 18704. 12. 73., and in the latter, with the addition of the private debts, remains in debit overall well 3617 pagodas 23 fanums and 9 cash. Wherewith we hope to have performed this commission to the satisfaction of Your Right Noblenesses, who with the deepest respect subscribe themselves, was below: Right Noble, Highly Respected Gentlemen and Noble Gentlemen! Your Right Noblenesses' obedient and faithful servants, was signed: A: H: Dormieux and F: Van Abcouw. In the margin: Batavia, In the Castle the 27th of April 1770. Below: Agreed, and was signed: B. Reijks, First General Clerk. Agreed.

Dutch transcription

80 Extract uijt de generaale Resolutien des Casteels Batavia, genomen in Raade van Jndie op Den 22. Meij Ao. 1770. Op het bij een ampel Request ge„ daan versoek door den onderkoopman en geweesen Secretaris van Politie en Cassier te Nagapatnam Iohan„ nes Haselkamp, om restitutie eener naamwaardige somma van Pagooden 11098. 5. of Rijxd. s 22196. 20. -. , bij Resolutie van den 20. ' December 1768. specificq vermeld, welke hij be„ weerde dat te Nagapatnam ten on„ regte uijt zijne gesaiseerde goederen aan de Compagnie waren betaald, voor de agterstallen zoo van de bevoo„ vens overleedenen Pakhuijsmeester Bonk, en Cassiers Maertens, Lo„ man, en Crucius, als van eenige Pagters, wierd ter gemelde sessie be„ slooten door de Cormandelsche Mi„ nisteren accuraat te laten nagaan en berigten hoe het eijgentlijk met deese La deese zaak geleegen en in hoe verre des suppliants positien met zijn daar op gefundeert versoek te accrediteeren waare, en dien conform besijden hunne Letteren van den 29. ' Augustus 1769. gesuppediteerd zijnde, een wijdloopig berigt van den Secretaris van Politie en Negotie overdrager te Nagapatnam Duijnevelt en scheuneman, gead„ strueerd met diverse bewijs stucken, mitsgaders door den visitateur en Boekhouder Generaal Dormieux en van Abcouw, in voldoeninge aan het hun gedemandeerde bij Notulair besluijt van den 6. ' Maart J„o leeden, om na een exact ondersoek van alle de voormelde, en andere tot deese af„ faire relative bescheiden van hunne bevinding verslag te doen, en er bij te suppediteeren hunne Consideratien in hoe verre in het versoek van gem:e Haselkamp zoude kunnen werden gecondescendeert, bij een onder de : Heeren Leeden ter resumtie rond geweest schriftelijk berigt, in substan„ tie te kennen gegeeven zinde. Dat Haselkamp zig abuseerde met te beweeren dat uijt zijne mid„ delen aan de Comp. e zoude weesen be„ taald, voor de te kort koming van de wijlen 89 wijlen den Pakhuijsmeester Anthonij Bonk eene somma van Pag. 913. 16. 78. , alsoo die betaaling was gedaan, uijt de middelen van de weduwe Francois Crucius, dewelke de in zijne boedel gestelde Curatoren Dirk Buijs en Fredrik Willem Bloeme hadden aangeslagen om te strecken in min„ dering der schuld van gemelde haren man aan Haselkamp, of eijgentlijk de kleene Cassa groot per resto Pagooden 6880. –. , na dat alvoorens daar uijt zoude weesen genomen de voorschreeve„ Pa/o 913. 16. 70. welke de Comp:e Competeerde uijt de nalatenschap van haaren overleeden vader Bonk van wien zij de eenigste Erfgenaam gebleeven was, want dat als Haselkamp het be„ dragen der gevenduceerde goederen van deese weduwe verantwoord had, dan de meergem: Pag: 913. 16. 70. nader„ hand zoude hebben moeten worden betaald, uijt zeekere in haar faveur getrocken, en door Haselkamps Curatoren ontfangen wissel groot Pad. 1338. 11. 70. dog dat egter ook door de vooruijtbetaaling van die Pagooden 913. 16. 76. dewelke anders in faveure van Crucius agterweesen zoude zijn gekomen, desselfs debet zo veel grooter bleef bleef. Dat de Pag: 100. die voor de schuld der Landbouwers uijt Haselkamps boedel aan de Comp e waren voldaan zoude kunnen werden gerestitueerd, nadien uijt alle de omstandigheeden doorstraalde dat die penningen lang voor zijnen tijd op ordre van den doenmaalige Gouverneur zekerlijk met een goed oogmerk waren afgegeeven dog niet afgeschreeven, en oneijgen ten laste van de Cassiers respective pro memorie blijven voortloopen, tot dat door des genieters overleiden of andersints de restitutie niet konde geschieden. Dat dewijl den Cassier Loman bij het doen van transport der Cassa aan zijnen vervanger Crucius blijkens het slot der Nagapatnamse Negotie„ boeken van 176½. te min verantwoord En in 176 6/3. , wegens eenige als voldaan opgebragte dog niet betaalde posten nog gedebiteerd was met. . . . . . „ 1310. 20. 20. of in het geheel op de Cas te kort gekomen. . . . . P a/o 12500. 18. 30: had - - - - - - - - - - - Pa/o 11189. 22. 10. Die Transporteere 90 den boedels van haselthams: nog pag: 18704 12. 73 tevooren staat, en bij de laaste, met bijvoeging van de particuliere schulden of in het generaal wol 3617. pagooden 23. fanums en 9: Cas„ ser dobet blijft Waarmeede verhoopen deese Commissie ten genoegen van uw hoog Edelens volbragt te hebben, die met de diepste Cor„ bied zig onderschrijven /:onderstond:/ Hoog Edele Groot agtbaaren Heere en wel Edele Heeren! uw hoog Edelens gehoorsaame en trouwschuldige Dienaaren /:was geteek:d/ A: H: Davoieux en F: Van Abcouw /:in margine:/ Ba„ tavoa Jn 't Casteel den 27:' april 1770 /:onderstond:/ accor„ deerd /:on was geteekend:/ B. Reijks P: G: Clrkq. —. Ccrdeert. — HH Huyneven Sal 30: 8 91 P„r Transport Poa/o 12500. 18. 30. Mitsgaders door Hasel„ kamp in mindering van dien volgens zijne opgaave maar ingepalmt was. . . - - - - „ 10'008. 23. 26. hij gevolgelijk ook voor niet meer responsabel maar door de overschrijvingen anno 176¾. van dat volle agterweesen op zijnen naam te veel gede„ biteerd was voor. . . . . . - - Ra/o 2491. 19. 4. overmits Loomans agterweesen aan de Cas hem zoo min als Crucius, die het ook niet overgenomen, of 'er voor geteekend had, incumbeerde, en zij be„ rigters zig niet konden Conformeeren met de stelling bij het Nagapatnamse berigt van Duijnevelt en Scheune„o man, dat namentlijk als een subal„ tern van zijn Gebieder /even als Haselkamp, in dit geval van den in„ geweesen Gouverneur van Teijlingen ; s„ een enkele Notitie zonder meer ge„ N intrageerd word, om de daar op bekend gestelde penningen voor een ander in te palmen voor de geheele Som, schoon maar voor een gedeelte ontfangen, zoude aanspreekelijk zijn, maar zulx aanmerken als een particuliere dienst, die geen verdere verantwoording als d

NL-HaNA_1.04.02_3320_0204 view scan ↗

English

as the large receipt is subject to; and furthermore believe that the transfer of the cash balance from Loman to Crucius and the trade books according to which Haselkamp was materially prejudiced by the aforementioned Pag. 2491. 19. 4. must be preferred over the latest Coromandel statement that Loman's debit to the petty cash would still amount to Pag. 1391. 17. 3., unless it can be proven that he received more than the reported Pag. 10008. 23. 26: that in reduction of the remaining debit of the former cashier Crucius on account of the deficit in the petty cash in 1763 of Pag. 9658. 4. 8., still amounting in February 1766 to Pagodas 6880. –. –, there was applied what had been received and was still to come in on account of his widow by the trustees of Haselkamp's estate, after deduction, however, of the aforementioned Pag. 913. 16. 70. paid for her late father Bonk, and the still to be paid Pag. 214. 4. 20., as well as the Pagodas 1137. 20. 70. that was then still missing, or properly speaking, the Pag. 2331. 8. 50. actually paid out of Haselkamp's means in settlement of the debit of Crucius in excess of what was received for it, with another Pagodas 195. 3. 35. which was handed over by Haselkamp to the former Governor van Teijlingen in excess of the proceeds of the auctioned goods of Crucius, could be transferred to the account of the latter, because it appeared from the Coromandel Resolution of 13 August 1765 that the bond in question for the deficit in Crucius's cash was accepted by Haselkamp on the order of van Teijlingen and the latter had undertaken to stand surety for it, in which the reporting officers believe a subordinate servant may rest assured. That the arrears of the farmers amounting to Pagodas 2584. 12. 11. were rightly paid out of Haselkamp's means on the basis of the Nagapatnam Resolution of 2 June 1766, since no proof could be found in his favor or to verify the alleged accounting for those monies, and finally That out of Haselkamp's monies, Pagodas 1000 should be reimbursed to his sureties and Pagodas 4200 to the former Governor van Teijlingen, or as much as was supplied by the former and out of the estate of the latter toward the liquidation of his debt to the Company: thus, after deliberation, it was resolved and agreed: Firstly, to conform to the opinion of the reporting officers that the pagodas 913. 16. 70. were not paid to the Company out of the means of Haselkamp, but out of those of the widow of the cashier Crucius, and consequently to decline the requested restitution thereof as well as of the pag. 2584. 12. 11. which were paid out of his means in settlement of the farmers' arrears; but on the other hand Secondly, to write to the Coromandel ministers to credit Haselkamp and to settle against previous years' expenses and charges the pag. 100 which had been charged to him for the debt of the farmers, with orders henceforth no longer to allow any such paid-off monies to run under the cashier's outstanding balances for the record, but on the contrary to have them entered and written off monthly in the cash accounts in order to prevent wrongful practices and the prejudice that one or another might otherwise suffer thereby, as well as to elucidate clearly to this Government what may have been the cause of the great discrepancy between the cash accounts as of the end of August 1762 and 1763 and the trade books of 1761/2 and 1762/3 with regard to the cash balances, since according to the former they amounted to Pagodas 25420. 21. 20. and Pagodas 43425. 5. 50. respectively, but according to the latter to only Pagodas 14231. 1. 50. and Pagodas 27272. 14. 70. respectively, or less in the said trade books than in the cash accounts by Pagodas 11189. 19. 50. and Pagodas 16152. 14. 60. respectively. Thirdly, also to credit to his favor the pag. 2491. 19. 4. which, for the settlement of Loman's debit to the petty cash according to the trade books of 1761/2, 1762/3, and 1763/4, were charged to him in excess, and were also materially furnished out of his means. That out of the monies of Haselkamp should be reimbursed Pagodas 1000 to his sureties and Pagodas 4200 to the former Governor van Teijlingen, or as much as was supplied by the former and out of the estate of the latter toward the liquidation of his debt to the Company: thus, after deliberation, it was resolved and agreed: Firstly, to conform to the opinion of the reporting officers that the pagodas 913. 16. 70. were not paid to the Company out of the means of Haselkamp, but out of those of the widow of the cashier Crucius, and consequently to decline the requested restitution thereof as well as of the pag. 2584. 12. 11. which were paid out of his means in settlement of the farmers' arrears; but on the other hand Secondly, to write to the Coromandel ministers to credit Haselkamp and to settle against previous years' expenses and charges the pag. 100 which had been charged to him for the debt of the farmers, with orders henceforth no longer [illegible] any such paid-off monies.

Dutch transcription

als de veëele ontfangst subject is; en voorts vermeenen het transport der Cassa van Loman aan Crucius en de Negotieboeken volgens welke Haselkamp, de voorwaarts gemelde Pag. 2491. 19. 4. wesentlijk benadeeld is, te moeten prefereeren boven de Jongste Cormandelsche opgave dat Lomans debet aan de kleene Cassa nog zoude beloopen Pag. 1391. 17. 3. ten zij hem kan beweesen worden meer„ der ontfangen te hebben dan de op„ gegeeven Pag. 10008. 23. 26: dat in min„ dering van den restant debet van den geweesen Cassier Crucius wegens de te kort koming op de kleene Cassa in 1763. tot Pag. 9658. 4. 8. in Februarij 1766. nog bedraagen hebbende Pagoboden 6880. –. – kwam te strecken, 't geene voor reekening van zijne weduwe door de Curatoren in Haselkamps boedel ontfangen was, en nog stond intekomen, na detractie egter van de voorwaarts gemelde voor haare overleeden Vader Bonk betaalde Pag. 913. 16. 70. , en de nog te betaalene Pag. 214. 4. 20. , mitsgaders de dan nog manqueerde, P a/o 1137. 20. 70. , of eijgentlijk de uijt Haselkamps middelen actueel in voldoening van g2 van den debet van Crucius meer betaalde dan daar voor ontfangene Pag. 2331. 8. 50. / met nog Pa/o 195. 3. 35. dewelke door Haselkamp meer dan het rendement der gevenduceerde goederen van Crucius, bedroeg aan den geweesen Gouverneur van Teij„ lingen waren afgegeeven op der laastgemeldens reekening konde worden overgeschreeven om dat bij Cormandelse Resolutie van den 13. ' Augustus 1765. bleek, dat de bewuste obligatie voor het te kort gekomen op de Cassa van Crucius door Haselkamp op ordre van van Teijlingen geaccepteerd en deese aangenomen had daar voor te zullen Caveeren, waar in de berigters vermee„ 50 nen een subaltern dienaar gerusten mag. Dat de agterstallen der Pagters met P a/o 2584. 12. 11. , op fundament der Nagapatnamse Resolutie van den 2:' Junij 1766, ten regte uijt de mid„ delen van Haselkamp zijn vol„ daan, dewijl 'er geen bewijs in zijn faveur of tot verificatie der be„ weerde verantwoording van die penningen te vinden was, en eijndelijk Dat Dat uijt de gelden van Hasel„ kamp dienen gerestitueerd P po 1000. aan zijne borgen en Pa/o 4200. aan den geweesen Gouverneur van Teij„ lingen of zoo veel door de eerstgem en uijt des laasten nagelaaten mid„ delen tot liquidatie van zijn schuld aan de Compagnie gesuppleerd is: zoo is na deliberatie goedgevonden en verstaan P=mo zig te conformeeren met het gevoelen der berigters, dat de pagooden 913. 16. 70. niet uijt de middelen van Haselkamp, maar wel uijt die van de weduwe des Cassiers Crucius, aan de Comp:e zijn betaald, en mits dien de versogte restitutie daar van zoo wel te declineeren als van de pag. 2584. 12: 11. , dewelke in voldoening van der pagters agterstallen uijt zijne middelen voldaan zijn, dog daar en tegen 2 do de Cormandelsche Ministers aan te schrijven, Haselkamp ten goede te brengen, en op voor„ jaarige Lasten en ongelden vereve„ nen, de pag. 100. die voor de schuld der Landbouwers hem ten laste waren gebragt, met ordre om geene diergelijke afbetaalde gelden voortaan meer 93 meer onder de restanten van den Cassier pro memorie te laaten voortloopen, maar deselve in tegendeel maandelijks bij de Cassa reekeningen te laten op bren¬ gen en afschrijven tot voorkoming van verkeerde handelwijse en het nadeel dat anders deese of geene daar bij zoude kunnen liden, mitsgaders om deese Regeering duijdelijk te eluci„ deeren, wat de oorsaak mogte zijn geweest van het groot verschil tussen de Cassa reekeningen onder Ultimo Augustus 1762. en 1763. en de Negotie boeken van 176½. en 176 2/3. , met be„ trecking op de restanten van de Cassa„ nadien deselve volgens de eerste Pa„ gooden 25420. 21. 20. , en pa/o 43425. 5. 50, dog volgens de laaste maar pa/o 14231. 1. 50. en pa/o 27272. 14. 70. respective beloopen hebben, of bij de gemelde Negotie boe„ ken minder dan bij de Cassa reekenin¬ gen p a/o 11189. 19. 50. en pa/o 16152. 14. 60. res„ pective. 3. o om almeede in zijn faveur te laten komen de pag. 2491. 19. 4. , dewelke ter verevening van Lomans debet aan de kleene Cassa volgens de Negotie„ boeken van 176½. , 176 62/3. en 176¾. hem meer ten lasten gebragt, en ook we„ sendlijk uijt zijne middelen gefourneerd zyn taan Dat uijt de gelden van Has a kamp dienen gerestitueerd ep aan zijne borgen en P a/o 4200. aa den geweesen Gouverneur van lingen of zoo veel door de eerste en uijt des laasten nagelaaten„ delen tot liquidatie van zijn sch aan de Compagnie gesuppleerd is is na deliberatie goedgevonden verstaan P=mo zig te conformeeren met he gevoelen der berigters, dat de pag 913. 16. 70. niet uijt de middelen v Haselkamp, maar wel uijt die de weduwe des Cassiers Crucius, de Comp:e zijn betaald, en mits de de versogte restitutie daar van zoo wel te declineeren als van pag. 2584. 12: 11. , dewelke in voldoe van der pagters agterstallen u zijne middelen voldaan zijn, daar en tegen 2d. de Cormandelsche Minister aan te schrijven, Haselkamp ten goede te brengen, en op voo jaarige Lasten en ongelden ver nen, de pag. 100. die voor de schi der Landbouwers hem ten laste waren gebragt, met ordre omge diergelijke afbetaalde gelden voo mee

NL-HaNA_1.04.02_3320_0209 view scan ↗

English

93 longer to be continued as pro memorie among the outstanding balances of the Cashier, but on the contrary to have the same brought forward and written off monthly in the cash accounts in order to prevent improper practices and the prejudice that one or the other might otherwise suffer thereby, as well as to clearly elucidate to this Government what the cause may have been of the large discrepancy between the cash accounts under the last of August 1762 and 1763 and the trade books of 176 1/2 and 176 2/3 with regard to the balances of the cash; since the same according to the former amounted to pagodas 25420. 21. 20 and pagodas 43425. 5. 50, but according to the latter to only pagodas 14231. 1. 50 and pagodas 27272. 14. 70 respectively, or less in the said trade books than in the cash accounts by pagodas 11189. 19. 50 and pagodas 16152. 14. 60 respectively. 3rd, to also credit to his favor the pagodas 2491. 19. 4 which, for the settlement of Loman's debit to the petty cash according to the trade books of 176 1/2, 176 2/3, and 176 3/4, were charged to him in excess, and were also actually furnished out of his own means beyond what he states he was able to collect; since, without it being proven to him that he received those missing moneys, he, not being answerable for it as for the debt itself, can also not be held responsible. 4th, to transfer in favor of Haselkamp to the account of the former Governor van Teijlingen: a. pagodas 195. 3. 35, which the former paid to the latter in excess of what the yield of the auctioned goods of the late former Cashier Crucius amounted to, and b. pagodas 2331. 8. 50, or as much as was also paid out of Haselkamp's estate in satisfaction of the said predecessor's arrears to the petty cash beyond what his Curators received for the account of his widow. For the amount paid is pagodas 6880. -. - and that received pagodas 5462. 8. 20, or after deducting the pagodas 913. 16. 70 first taken therefrom as mentioned under Article 1, only pagodas 4548. 15. 30, and consequently the amount paid in excess of that received remains pagodas 2331. 8. 50; 94 of which the compensation actually falls upon van Teijlingen, as he ordered Haselkamp to accept a bond from Crucius for his deficit in the petty cash, with the promise to subsequently stand surety for it, and which must consequently be charged to his account; but which, on the other hand, shall again be credited with whatever can be recovered from the widow Crucius toward the settlement of the last-mentioned sum, and therefore in the first place the pagodas 1407. 16. -, which according to the statement of the Nagapatnam reporters Duijnevelt and Scheuneman under the date of 15 August 1769 were still to be received from the estate of the deceased gentleman Ceylon's Governor van Eck for the account of that of the late father, the former Warehouse Master Bonk, or actually, after deducting pagodas 214. 4. 20 which still had to be paid therefrom on account of a certain tax imposed on the said Bonk, the remaining pagodas 1193. 11. 60. Further, 5th, to charge to Haselkamp and have refunded the pagodas 1000 which were furnished by his sureties, the Military Captain Bonte and the repatriated Head Surgeon Esscher, and the pagodas 4200 which, as aforesaid, were furnished out of the means of the said Governor van Teijlingen according to Nagapatnam Resolutions of 12 August and 20 September 1766 for the settlement of Haselkamp's debt to the Company, and thus to debit his account for both of these entries as well as for pagodas 112. 12. which are charged to him by the frequently mentioned Duijnevelt and Scheuneman in the account of 15 August 1769 for two copy salary accounts of wages earned in 1747/8 and 1748/9, which were credited to him in the books of 1765/6, but of which the originals, as has since appeared, had already been remitted to Europe in 1749 for payment; amounting that which is to the credit of Haselkamp under Articles 2, 3, and 4 to pagodas 5118. 7. 9. Carried forward. 95 Brought forward pagodas 5118. 7. 9, and that which according to Article 5 must be charged to his account and refunded pagodas 5312. 12. -, or the latter more by pagodas 194. 4. 71; which the aforementioned Ministers shall have to cause his Curators to transfer into the Company's cash from the moneys still resting in their hands, or stated to be safely incoming, to the amount of pagodas 1357. 2. 74, for the settlement of Haselkamp's account, as well as to have the remaining pagodas 1162. 22. 3, provided nothing more has arisen to his debit in the meantime, remitted to his attorney here, being the Merchant Titular and Confrontist of the Batavian Administration Books Carel Fredrik Severin, to whom it was furthermore agreed, in his said capacity, to also have delivered from the Company's cash, now under security for restitution, a sum of rixdollars 1283. 11. 8 in satisfaction of a bill of exchange amounting to pagodas 641. 14. 70, remitted hither for the account of Haselkamp by the Nagapatnam Ministers, alongside their letter of 29 August 1768, to the Secretary of the Court of Justice of this Castle, Gijsbert Jacob Welgevare, but which has remained unpaid to this day; and finally to send the aforementioned report of the Visitor and Bookkeeper General Dormieux and Abcouw to Coromandel for the information of the Ministers. Below stood: Agrees. And was signed: I. R. van der Burgh, Secretary. Agrees. H Hujneits, Eac.

Dutch transcription

93 meer onder de restanten van den Cassier pro memorie te laaten voortloopen, maar deselve in tegendeel maandelijks bij de Cassa reekeningen te laten op bren¬ gen en afschrijven tot voorkoming van verkeerde handelwijse en het nadeel dat anders deese of geene daar bij zoude kunnen lijden, mitsgaders om deese Regeering duijdelijk te eluci„ deeren, wat de oorsaak mogte zijn geweest van het groot verschil tussen de Cassa reekeningen onder Ultimo Augustus 1762. en 1763. en de Negotie boeken van 176½. en 176 2/3. , met be„ trecking op de restanten van de Cassa„ nadien deselve volgens de eerste Pa„ gooden 25420. 21. 20. , en pa/o 43425. 5. 50, dog volgens de laaste maar pa/o 14231. 1. 50. en pa/o 27272. 14. 70. respective beloopen hebben, of bij de gemelde Negotie boe„ ken minder dan bij de Cassa reekening gen p a/o 11189. 19. 50. en pa/o 16152. 14. 60. res„ pective. 3. o om almeede in zijn faveur te laten komen de pag. 2491. 19. 4. , dewelke ter verevening van Lomans debet aan de kleene Cassa volgens de Negotie„ boeken van 176½. , 176 2/3. en 176¾. hem meer ten lasten gebragt, en ook we„ sendlijk uijt zijne middelen gefourneerd zyn zijn dan hij opgeeft te hebben kunnen, invorderen, nadien hij zonder dat hem beweesen word die manqueerende penningen ontfangen te hebben, daar voor als voor de schuld zelve niet aanspreekelijk zijnde ook niet respon„ sabel kan gehouden worden. 4. o om ten voordeele van Haselkamp op de reekening van den geweesen Gou„ verneur van Teijlingen over te schrijven a/ pag. 195. 3. 35. dewelke den eerste aan den laaste meer heeft betaald dan het rendement der gevenduceerde goederen van wijlen den geweesen Cassier Crucius bedroeg, en b. / pag. 2331. 8. 50. of zoo veel ook uijt Haselkamps boedel in voldoening van gemelde zijn predecesseurs agter„ stal aan de kleene Cas meer is betaald dan zine Curatoren voor reekening van desselfs weduwe ontfangen hebben. Want het betaalde bedraagd P a/o 6880. –. – en 't ontfangene Pa/o 5462. 8. 20. of naar aftrek van de daar uijt eerst genomen onder Art. 1. vermelde „ 913. 16. 70. Maar - - - - - - - „ 4548. 15. 30: en gevolgelijk 't betaalde meer dan het ontfangene blijft P /o 2331. 8. 50. van 94 van dewelke eijgentlijk van Teijlingen als Haselkamp geordonneerd hebbende van Crucius een obligatie voor zijne te kort koming op de kleene Cassa te accepteeren, met belofte nader„ hand van daar voor te zullen Caveeren de vergoeding incumbeerd, en die gevol„ gelijk ten lasten van zine reekening moeten worden gebragt, dog dewelke daar en tegen weder ten goede zal moeten komen, het geene tot vereve„ ning van laastgemelde somme van de weduwe Crucius zal te recouvreeren zijn, en mitsdien in de eerste plaats die volgens opgave van de Nagapatnamse berigters Duijnevelt en scheuneman, onder dato 15. ' Aug. s 1769: nog stonden in te komen uit den boedel van den over„ leeden Heer Ceijlons Gou„ verneur van Edk voor ree„ kening van die van wijlen haren vader den geweesen Pakhuijsmeester Bonk, of eijgentlijk na aftrek van. . „ 214. 4. 20. die daar uijt wegens zekere belas„ ting gem: Bonk opgelegd nog betaald moesten worden de overige . P a/o 1193. 11. 60. de. . . . . . . . . . . . P a/o 1407. 16. — Voorts en 15. 30: 50 Voorts ten 5. o om ten lasten van Haselkamp te restitueeren de pa/o 1000. die door zijne borgen den Capitain Militair Bonte en gerepatrieerden opperchi„ rurgijn Esscher, en de pa/o 4200. die als voorsegd uijt de middelen van den gedagten Gouverneur van Teijlingen volgens Nagapatnamsche Beso„ lutien van 12. ' Augustus en 20. Sep„ tember 1766. zijn gefourneerd, ter verevening der schuld van Hasel„ kamp aan de Comp. e, en dus zijne reekening voor deese beijde posten zoo wel te debiteeren als voor pagoo„ den 112. 12. , die door meergemelde Duijnevelt en Scheuneman bij reekening van den 15. ' Augustus 1769. hem worden ten lasten gebragt voor twee Copia soldijreekeningen van in 174 7/8. en 1748/9: verdiende ga„ gien, die bij de boeken van 176 5/6. ten zijnen voordeele ingetrocken, dog waar van de origineele, zoo als sedert gebleeken was, al in 1749. naar Europa ter voldoeninge overgemaakt waren, bedragende het geene Hasel„ kamp Art. 2. 3. en 4. ten goede komt. . . . . . . . . . . Ro/o 5118. 7. 9. Die Transporteere. 95 P„r Transport Pa/o 5118. 7. 9. en hetgeene volgens Art. 5. ten zijnen lasten gebragt en gerestitueerd moet worden „ 5312: 12. —. of het laaste meer. . . P a/o 194. 4. 71. dewelke de voormelde Mi„ nisters door zijne Curatoren uijt de onder deselve nog be„ rustende of volgens opgave secuur in te komen pennin„ gen ten bedragen van - - - „ 1357. 2. 74. in 'sComp:s Cassa ter ver„ evening van Haselkamps reekening zullen moeten doen overbrengen, mits„ gaders de resteerende. . . . Pa/o 1162. 22. 3. zoo 'er niets meer ten zijnen lasten intusschen opgekomen mogte weesen laten remitteeren aan desselfs ge„ magtigde alhier, zijnde den Koopman titulair en Confrontist der Bata„ viasche Administratie boeken Carel Fredrik Severin, aan dewelke alverder verstaan wierd in gemelde zijn qualiteijt uijt 's Comp:s Cassa als nu onder cautie restituendo ook te laaten afgeeven een somma van Rijxd. s 1283. 11. 8. in voldoeninge van een door de Nagapatnamsche Mi„ nisteren, besijden haare letteren van van den 29:' Augustus 1768. herwaarts voor reekening van Haselkamp aan den secretaris van den Raad van Justitie deeses Casteels Gijsbert Jacob welgevare overgemaakte dog tot heeden onbetaald gebleeven wissel, groot Pagooden 641. 14. 70. , en eijndelijk het voorwaarts gemelde berigt van den visitateur en Boek„ houder, Generaal Dormieux en Abcouw naar Cormandel te zenden tot der Ministeren narigt. /:onder„ stond:/ Accordeert /:en was getee„ kend:/ I. R. van der Burgh secret:s Accordeert. H Hujneits Eac

NL-HaNA_1.04.02_3320_0215 view scan ↗

English

96 To the Right Honorable and Severe Lord Pieter Haksteen 2 Councillor Extraordinary of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of this Coast of Coromandel, with the dependencies thereof N. to No. —. Right Honorable and Severe Lord, In compliance with Your Right Honorable and Severe Lordship's highly esteemed order, we, the specially appointed commissioners, in the presence of the Merchant and Fiscal Tammerus Cantervisscher, repaired to and at the house of the Secretary of Policy and Cashier here, Johannes Haselkamp, in order to inspect there, as of today's date, the Honorable Company's petty cash fund, and to report on what condition we found it in; thus we now have the honor to report thereon. —. That the net balance on the date of this document, according to the own statement of the said Cashier, amounts to a sum of - pa/o 15647: 22: 40. to which is also added that which was received or Carried forward - - pr/o 15647: 22. 40. an. an ordinance from various persons to the amount of - - - - - - - - - „ 3308. 10. 50 so that it appears that the cashier today is responsible for a sum of - - - - pr/o 18956. 9. 10. We subsequently communicated to the cashier Your Right Honorable and Severe Lordship's orders to pay over the cited amount to us, but he stated thereupon that he had: in Pagodas - - - - - - pa/o 238. 15. 25. „ and 11 bundles of fanums, making old pagodas 550. or new - - - - - „ 594. —. –. Together new . . pr/o 832. 15. 25. Furthermore that the surplus was still outstanding with various persons for his private account, as appears from a Note drawn up thereof, to the amount of pagodas 15965. , which we take the liberty to present to Your Right Honorable and Severe Lordship as an annex hereto. We hope that our work will have been executed to Your Right Honorable and Severe Lordship's venerated satisfaction, and it is in that expectation that we have the honor to remain with the highest respect /:was written underneath:/ Right Honorable and Severe Lord! Your Right Honorable Carried forward -. p. /o 15647 . 2. 4 and Severe Lordship's. 7 97 and Severe Lordship's humble and obedient servants /:was signed:/ P: J: L: De Filliettaz: and Corn=s Pietersz: /:in the margin:/ Nagapatnam the 6th of August: A:o 1765. /:Lower:/ in my presence /:signed:/: J: s: Cantervisscher.— Agrees J v Huijngvelt 10. 25 25. 56 98 E: Note of the outstanding debts of the Secretary of Policy and Cashier Johannes Haselkamp; namely From the widow Crucius . . - p/o. 6880. -. -. Item on a private promissory note of Mr. Leembruggen „ 1000. –. –. Given to the Honorable Mr. van Teijlingen - . . „ 2000. –. –. Due to me from His Honor on account of firewood and other funds handed over, such as star pagodas for bartering for new Nagapatnam pagodas, ordinances paid for His Honor &=a over - - - - - „ 1100. –. –. Item on account of monies received by His Honor from 5 private persons, who together were indebted to the estate of Mr. Looman, according to the note of his clerk Hasz: - - - - - - - - „ 175. –. –. Also from three other persons, as appears from the said note „ 560. –. –. on account of auction monies paid in advance by me. . . „ 2500. –. –. likewise on account of too much charged in the account of overpaid amounts from Mr. Vick - - - - - - - - - „ 250. –. –. „ That which is still due to me, such as from Mr. Boers, Hartman, and various other small debts over - - - - - - - - - „ 1500. –. –. Total. . R/o. 15965. -. -. Agrees J Huijnevelt - ƒ „ 98 La E: Note of the outstanding debts of the Secretary of Policy and Cashier Johannes Haselkamp; namely From the widow Crucius . . - - plo. 6880. -. -. Item on a private promissory note of Mr. Leembruggen „ 1000. –. –. Given to the Honorable Mr. van Teijlingen - . . „ 2000. –. –. Due to me from His Honor on account of firewood and other funds handed over, such as star pagodas for bartering for new Nagapatnam pagodas, ordinances paid for His Honor &=a over - - - - - „ 1100. –. –. Item on account of monies received by His Honor from 5 private persons, who together were indebted to the estate of Mr. Looman, according to the note of his clerk Hasz: - - - - - - - - „ 175. –. –. Also from three other persons, as appears from the said note „ 560. –. –. on account of auction monies paid in advance by me. . . „ 2500. –. –. likewise on account of too much charged in the account of overpaid amounts from Mr. Vick - - - - - - - - - „ 250. –. –. „ That which is still due to me, such as from Mr. Boers, Hartman, and various other small debts over - - . . - - - - „ 1500. –. –. Total. . r/o. 15965. –. -. Agrees J Huijnevelt Ter . - ƒ 99 L=a S To the Right Honorable and Severe Lord Pieter Haksteen, Councillor Extraordinary of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of this Coast of Coromandel, with the dependencies thereof N=o &. a Together with the Council. — Right Honorable and Severe Lord, and Gentlemen! In compliance with Your Right Honorable and Severe Lordship's highly esteemed orders, we, the undersigned, have, as far as was possible, exactly examined and inspected all the funds that from the last of August 1764 until the 6th of August 1765 have been paid into and out of the Company's petty cash fund, under the accountability of the Cashier Johannes Haselkamp, and have thus found, after having kept an accurate note and record of all ordinances and other papers upon which money was received, as well as of all that has successively been paid out upon various ordinances, wage rolls &=a, that on the aforementioned date of the 6th of August

Dutch transcription

96 Aan den wel Edelen gestrengen Heer Pieter Haksteen 2 Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, Mitsgaders gouverneur en directeur deeser custe Cor„ mandel, met den resorte van dien N a No. —. Wel Edelen Gestrengen Heer In observantie van uwel Edelen gestrengen seer g'eerde ordre, hebben wij Expresse gecommitteerdens, ten over„ staan van den Coopman en fiscaal Tammerus Can„ tervisscher, ons vervoegt aan, en ten huijse van den Secre„ taris van politie en Cassier alhier Johannes Haselkamp, om aldaar, onder huijdigen datum opteneemen, sE: Comp=s kleene geld Cassa, en van rapport te dienen, in wat staat wij deselve bevonden; zoo hebben wij tans de Eere daarop te laaten dienen. —. Dat 't zuijver restant op dato deeses, volgens eijge opgave van gem: Cassier monteerd op een montant van - pa/o 15647: 22: 40. waar bij nog volge 't ingekregene of Transporteere - - pr/o 15647: 22. 40. een. een ordonnantie van diverse persoonen ten emporte van zoo blijk:t dat den cassier op heeden respon„ sable is voor een somma van - - - - pr/o 18956. 9. 10. Wij hebben vervolgens den cassier uwel Edele gestren„ gens ordres bedeeld, om geciteerde bedrage aan ons te in„ trageeren, dog deselve gaf daarop te kennen, dat hij . aan Pagooden - - - - - - pa/o 238. 15. 25. „ en 11. bondels fanums, maakende oude pagooden 550. of nieuwe - - - - - „ 594. —. –. Tesamen nieuwe . . pr/o 832. 15. 25. - - - - - - - - - „ 3308. 10. 50 Voorts dat het surplus nog uijtstaande was, bij di„ verse persoonen voor sijn particuliere reekening blij„ kens eene daarvan opgemaakte Notitie, ten emporte van pagooden 15965. , die wij de vrijheid neemen, an„ nede deeses uwel Edelen gestrengen aantebieden. Wij verhoopen dat onse verrigting na uwel Edelen gestrengen gevenereerde genoegen zal zijn g' eec„ tueerd, en 't is in die verwagting dat wij de Eere hebben met het hoogste respect te blijven /:onder„ stond:/ wel Edelen gestrengen Heer! uwel Edellen Per Transport -. p. /o 15647 . 2. 4 gestrengen. 7 97 gestrengen onderdanige en gehoorsame Die„ naaren /:was geteekend:/ P: J: L: De Filliettaz: en Corn=s Pietersz: /: in margine:/ Nagapatnam den 6:' Augustus: A:o 1765. /:Lager:/ ten mijnen bij„ wesen /:geteekend:/: J: s: Cantervisskcher.— Accordeerd J v Huijngvelt 10. 25 25. 56 98 E: Notitie der uijtstaande schulden van den secretaris van Politie en Cassier Johannes Haselkamp; Namentlijk . . - p/o. 6880. -. -. Van de weduwe Cruciu Jtem op een onderhands obligatie van d' heer Leembruggen „ 1000. –. –. Aan den Edelen heer van Teijlingen afgegeven - . . „ 2000. –. –. 'T mij van sijn Ed: nog Competeerende voegens brandhout en andere afgegevene gelden, als ster pagooden ter trouckeeren van nieuwe Nagap=se pagooden, voor sijn Edele betaalde ordonnanties &=a ruijm - - - - - „ 1100. –. –. zoomeede weegens teveel in reekening gebragte over be„ Jtem wegens door zijn Ed: ontfangen van 5. particuliere persoonen, welke tesamen aan den boedel van d' heer Looman zijn schuldig geweest, volgens aanteekening van desselfs schrijver Hasz: - - - - - - - - „ 175. –. –. Hog van drie andere persoonen, blijkens gem: aanteekening „ 560. –. –. weegens door mij vooruijt betaalde vendupenningen. . . „ 2500. –. –. „ Het mij nog Competeerende, als van d' heer Boers, Hartman, en diverse andere kleene schulden taalde van de heer vick - - - - - - - - - „ 250. –. –. ruijm - - - - - - - - - „ 1500. –. –. Somma. . R/o. 15965. -. -. Accordeerd J Huijnevelt - ƒ „ 98 La E: Notitie der uijtstaande schulden van den secretaris van Politie en Cassier Johannes Haselkamp; Namentlyk . . - - plo. 6880. -. -. Van de weduwe Cruciul. Jtem op een onderhands obligatie van d' heer Leembruggen „ 1000. –. –. Aan den Edelen heer van Teijlingen afgegeven - . . „ 2000. –. –. 'T mij van sijn Ed: nog Competeerende wegens brandhout en andere afgegevene geleden, als ster pagooden ter trouckeeren van nieuwe Nagap=se pagooden, voor sijn Edele betaalde ordonnanties &=a ruijm - - - - - „ 1100. –. –. zoomeede weegens teveel in reekening gebragte over be„ Jtem wegens door zijn Ed: ontfangen van 5. particuliere persoonen, welke tesamen aan den boedel van d' heer Looman zijn schuldig geweest, volgens aanteekening Nog van drie andere persoonen, blijkens gem: aanteekening „ 560. –. –. weegens door mij vooruijt betaalde vendupenningen. . . „ 2500. –. –. „ Het mij nog Competeerende, als van d' heer Boers, Hartman, en diverse andere kleene schulden van desselfs schrijver Hasz: - - - - - - - - „ 175. –. –. taalde van de heer vick - - - - - - - - - „ 250. –. –. ruijm - - . . - - - - „ 1500. –. –. Somma. . r/o. 15965. –. -. Accordeerd J Huijnevelt Ter . - ƒ 99 L=a S Aan den Wel Edelen gestrengen Heer Pieter Haksteen, Raad Extraordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders gouverneur en directeur deeser custe Corman„ del, met den resorte van dien N=o &. a Neevens den Raad. — Wel Edelen Gestrengen Heer, en Heeren! In naar koming uwel Edele gestr: hoog g'Eerde ordres„ hebben wij ondergeteekendens, soo verre als mogelijk ge„ weest is, exactelijk nagegaan en opgenomen, alle de gelden, die sint ultimo augustus 1764 tot den 6. ' aug=s 1765. in, en uijt de Comp=s kleene geld Cassa zijn verstrekt, onder verantwoording staande van den Cassier Johan„ nes Haselkamp, en hebbe dus bevonden, na Een accu„ raale Notitie en aanteekeninge te hebben gehouden, van alle ordonnanties en verdere papieren, waarop geld ingekomen is, als meede van al 't geene succes„ sive is uijtgegeven, op diverse ordonnanties, gagie rollen &=a, dat onder welmelde datum van den 6: aug=s

NL-HaNA_1.04.02_3320_0224 view scan ↗

English

August 1765, a considerable amount remaining must be pa/o 18983: 14: 50, for which the Cashier Haselkamp ought to account. We also find ourselves obliged to bring to your Right Honorable Sirs highly revered notice that among the repeatedly mentioned cited sum, 12 receipts are found, whereof: 10 signed by Mr. Labeaume in the amount of p r/o 1414. 3. – 1 ditto by Captain van Rheeden . . . 2792. -. - 1 ditto Ditto 500. –. –. 12 receipts to the amount of N: N: Pag: 18206. 3. –, or old pag: 16857. 12. 60., of which an order has been neglected to be made in order to have it signed according to custom by the Honorable Lord Governor. However, we are also bound to inform that it has appeared to us, by invoice of the ultimate of November 1764, that that sum has been charged to the Colombo government. In like manner it stands with 5 unsigned orders, which likewise have been neglected to be had subscribed by the outgoing governor, all to the amount of pra/o 640. –, which likewise have been brought to the debit of Ceylon by diverse invoices. We hope that this our handling will have been effected to your Right Honorable Sirs satisfaction, and it is with that expectation that we have the honor to remain with the most humble respect. Was undersigned: Right Honorable Sir and Sirs, your Right Honorable Sirs humble and obedient servants. Was signed: P: J: L: De Tillettaz and Corn:s Pietersz. In the margin: Nagapatnam the 14th of August Anno 1765. Agreed C: V Huipnevil 101 L To the Right Honorable Sir Pieter Haksteen Extraordinary Councilor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of this Coast of Coromandel with the resort thereof, etc., etc. Right Honorable Sir! It is with the very deepest respect that your Right Honorable Sirs most humble and lowest servant Ioannes Haselkamp takes the liberty respectfully to demonstrate to your Right Honorable Sir herewith how the former and from here absconded Lord Governor Christiaan van Teijlingen, after the embarrassment shown to him by the petitioner regarding several moneys still due from him, as well as that which his nephew the deceased former Cashier François Crucius fell short in the Company's petty cash fund, promised in his writing of the 8th of July of this year that when the papers were entrusted and sent to him by the widow Crucius, 101 La To the Right Honorable Sir Pieter Haksteen Extraordinary Councilor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of this Coast of Coromandel with the resort thereof, etc., etc. Right Honorable Sir! It is with the very deepest respect that your Right Honorable Sirs most humble and lowest servant Ioannes Haselkamp takes the liberty respectfully to demonstrate to your Right Honorable Sir herewith how the former and from here absconded Lord Governor Christiaan van Teijlingen, after the embarrassment shown to him by the petitioner regarding several moneys still due from him, as well as that which his nephew the deceased former Cashier François Crucius fell short in the Company's petty cash fund, promised in his writing of the 8th of July of this year that when the papers were entrusted and sent to him by the widow Crucius, he would not only make an opening of everything, attempt to assist her, and help the petitioner to that which legally belonged to him; but furthermore in the same letter comes to demand an account current from the petitioner concerning what was outstanding between them both, with the declaration that he had not at all taken it amiss that he came to confer with him in that regard, as such was founded in equity. Yet, in answer to the representation made by the petitioner of the misfortune that has befallen him regarding the moneys found short in the cash fund and the transmission of a list as proof that from him, the former governor, as well as his aforementioned nephew Crucius a considerable capital of pag: 11579. 15. 60. was still actually due, upon that by his further letter of the 15th of August, contrary to his previous promise, entered upon an entirely unheard-of and different path by denying everything, and thus leaving the petitioner answerable for that considerable sum, notwithstanding that as he has learned indirectly, the papers have been sent to him by the widow Crucius. And since the petitioner trusts your Right Honorable Sir will be fully assured that he has by no means squandered the short moneys, but through having had an all too great good opinion of the said absconded former Governor van Teijlingen, thus finds himself to his uttermost regret in the present labyrinth, without any hope of outcome with regard to those moneys which justly belong to him, that is to say, though hoping well to be able to satisfy the rest missing from the cash fund; so it is that in this confusion and fate, so bitter as well as lamentable for him, he turns in deep humiliation to your Right Honorable Sir, in the magnanimous expectation that your Right Honorable Sir, considering that he is treated in such an illegitimate, indeed deceitful manner by that fugitive former governor, not only against his previously made promises, but also against the oral assurances given to the petitioner himself diverse times to settle everything before his departure from here, not to mention his given word to the commissioners who examined the cash fund, namely that he stood surety for the debt of his nephew Crucius to the same, may be pleased kindly to suggest to him, the petitioner, a means whereby together with his children from a

Dutch transcription

augs 1765. , een aansienelijk montant per restant moet wesen van pa/o 18983: 14: 50. dewelke den Cas„ seer Haselkamp diend te verantwoorden. —. Wij vinden ons ook verpligt tot uwel Edele gestr: zeer gevenereerde kennisse te brengen, dat onder meermelde aangehaalde somma, sig 12. stux quitansies bevinden: waar van. —. 10. geteekend benne door M=r Labeaume ten bedragen vean p r/o 1414. 3. — 1. _. o door den Capitain van Rheeden. . . „ 2792. -. - _. o Dutlo. „ 500. –. –. 12. stux quitanties ten empoote van N: N: Pag: 18206. 3. –. of oude pag: 16857. 12. 60. , waar van versuijmt is een or„ donnantie te maaken, om na usantie door den Ed: heer gouverneur te laaten teekenen, Egter zijn wij ook gehoude te bedeelen, dat ons gebleeken is, bij factura van ult=o 9ber: 1764. , dat die somma, 't Colombose gouvernement is aangereekend, Inselvervoegen is 't geleegen met 5. p. s ongeteekende ordonnanties, welk meede genegligeert benne, door den afgaande gouverneur te doen onder„ schrijven, alle ten montant van pra/o 640. —. die meede Ceijlon zijn bij diverse factueuren ten Lasten gebragt; Wij Verhoopen dat deese onse behandeling tot uwel Ed: gestr: Contentement zal zijn g'efectueerd, en 't is met die verwagting dat wij de Eere hebben met 't ootmoe„ digst respect te blijven /:onderstond:/ wel Edelen gestrengen 1. _. o „ „ soo gestrengen heer, en heeren ! uwel Edele gestren„ gens onderdanige en gehoorsaame Dienaaren /:was geteekend:/ P: J: L: De Tillettaz: en Corn:s ƒ7. Pietersz: /: in margine:/ Nagatatnam den 14:' augus„ tuis A„o 1765. —. Accordeerd C: V Huipnevil 101 L Aan den Wel Edelen gestr: Heer Pieter Haksteen Raad Extraordinair van neder„ lands Jndia, mitsg. s gouverneur en directeur deeser Custe Corman„ „del met den Resorte van dien N. a, &a, Wel Edele Gestrengen Heer! Dit is met' aller diepste ontsag, dat uwel Ed: gestr: onderdanigste en nedrigste dienaar Ioannes Haselkamp de vrijmoedigh„ gebruijkt uwel Ed: Gestr: bij deesen Eerbiedig te verthoonen, hoe den ge„ weesen- en van hier sig fugatief gemaakt hebbende heer gouverneur Christiaan van Teijlin„ „gen, nadat op de door den suppt aan hem betoonde verleegentheijd, weegens verscheijde nog van hem Com„ „peteerende penn:, soo wel, als het geene desselfs neef den overleeden geweesen Cassier François Crucius aan 'sComp:s kleene geld Cassa te kort gekoomen is, bij sijn schrijvens van den 8.:' Iulij deeses Jaars gepromitteerd heeft gehad, dat wanneer hem de pa„ pieren door de weduwe Crucius vertrouwd en toe: P a „ S: 101 La Aan den Wel Edelen gestr: Heer Pieter Haksteen Raad Extraordinair van neder„ lands Jndia, mitsg.:s gouverneur en directeur deeser Custe Corman„ „del met den Resorte van dien & a, &a, Wel Edele Gestrengen Heer: Hit is met't aller diepste ontsag, dat uwel Ed: gestr: onderdanigste en nedrigste dienaar Ioannes Haselkamp de vrijmoedigh„s gebruijkt uwel Ed: Gestr: bij deesen Eerbiedig te verthoonen, hoe den ge„ weesen- en van hier sig fugatief gemaakt hebbende heer gouverneur Christiaan van Teijlin„ „gen, nadat op de door den suppt aan hem betoonde verleegentheijd, weegens verscheijde nog van hem Com„ „peteerende penn:, soo wel, als het geene desselfs neef den overleeden geweesen Cassier François Crucius aan 'sComp:s kleene geld Cassa te kort gekoomen is, bij sijn schrijvens van den 8:' Iulij deeses Jaars gepromitteerd heeft gehad, dat wanneer hem de pa„ pieren door de weduwe Crucius vertrouwd en toe: 8 L=a S: toegesonden wierde, niet alleen opening van alles soude doen, haar E: tragte te adsisteeren, en den suppt. aan het geene denselven wettig Competeerende te helpen; Maar daar en booven een Reekening Courant van den supp t. bij de selvde brief over het tus„ schen hun beijde uijtstaande komt te vorderen, on„ der betuijging dat gantsch niet qualijk hadde genoomen, hem dierweegens quame te onderhouden, wijl sulx in billijkheijd bestond. Nog thans in andwoord van des supp. s gedaan vertoog van het hem overgekoomen ongeval, omtrend de te min be „vondene penningen bij de Cassa en toeschikkinge ^lijste ten blijke dat van hem geweesen gouverneur ge eener soo wel, als voormelden sijn neeff Crucius een aansienlijk Capitaal van pag: 11579. 15. 60. nog weesentlijk Competeerde, daar op bij sijn nade„ re brief van den 15. aug. s Contrarie desselfs voo„ „rige belofte een gantsche ongehoorde en andere weg is instaande, met alles te ontkennen, en den suppt dus voor die aanmerkelijke somma aan„ spreekelijk te laaten, niet teegenstaande hem soo van ter sijden vernoomen hebbe, de papieren door de weduwe Crucius sijn toegesonden geworden En nademaal den supp.t vertrouwt uwel Ed: gestr: ten vollen verseekert sal sijn, hij de te kort koomende penn: geensints gedelapieert heeft, maar 6 102 maar door een al te groot gehad hebbende goedgevoelen van gemelde g'aufugeerden geweesen gouverneur van Teijlingen, dus tot sijn uijtterste leedwee„ sen in het teegenswoordige labijnnt sig bevind, sonder eenige hoop van uijtkomst ten opsigte dier penn: welke hem regtvaardig toekoomen, teweeten, dog nopens het verdere aan de Cassa man„ queerende verhoopt wel te sullen konnen voldoen; zoo is het dat hij in deesen voor hem soo bitter, als beklaagens waardige Confusie en nootlot, sig in die„ pe verneedering tot uwel Edele gestr: is wen„ dende, in die Edel moedige verwagting het uw wel Ed: Gestr:, uijt aanmerkinge dat op soo een onregtmatige, Ja bedriegelijke wijse door dien voortvlugtigen geweesen gouverneur, teegens sijn voorige gedaane beloften niet alleen, maar ook teegens de aan den supp.t selfs mondeling gedaane verseekering te diverse maalen van alles te sullen verevenen voor sijn vertrek van hier, behandelt werd, gesweege nog van sijn gegeeve woord aan de gecommitteerdens, welke de Cassa hebbe opgenoomen namentlijk dat voor de schuld van sijn neeff Cru„ cius aan deselve, instond, behagen mag, hem suppt goedgunstiglijk een middel aan de hand gelieve te geeven, waar door neevens sijne kinderen voor een 5

NL-HaNA_1.04.02_3320_0232 view scan ↗

English

may be delivered from total ruin and discharged from the arrest placed upon his person and goods, as well as serve in his office as before; which immense favor to be shown will increasingly motivate the petitioner to afford Your Honorable Severe Court all due satisfaction. Below was written: In hope of which, etcetera. Agreed, W Duijnevelt V 103 To the Right Honorable and Severe Sir, Pieter Haksteen, Extraordinary Councilor of Dutch India, Governor and Director of the Coromandel Coast, with its Dependencies, etc., etc., etc. Having desired in the Council of Coromandel on 22 May that we, the undersigned, should deliver a declaration into the hands of his Honorable Severity, from which it would appear clearly and distinctly how matters stood with the various audits that we made of the Company's petty cash, having been continuously commissioned thereto by the Governor ruling at that time, Mr. van Teijlingen, in order to serve against a remonstrance that the former Cashier Haselkamp prepared and presented to the Right Honorable and Worshipful Lords, the Representative of His Serene Highness and the Directors of the Chartered Dutch East India Company at the Chamber of Seventeen; which document having been handed over to us for reading and guidance by the Right Honorable and Severe Sir Haksteen; we therefore declare the following herewith and attest hereby that we are ready to confirm our deposition with solemn oaths. On the last day of July 1763, Haselkamp took transfer of the petty cash from Crucius in our presence, we having been expressly commissioned thereto by the Governor Mr. van Teijlingen, and on that occasion not a single word was mentioned of the bond that Crucius had given to Haselkamp on account of a deficit in that cash, amounting to Pagodas 9658, because Haselkamp, with the greatest ease, see the transfer still in existence annexed hereto under No. 1, signed for the receipt of Pagodas 17317. 7. 70, and therefore making himself directly responsible at that time for 106 for the remainder of the cash, we certainly could in no way suspect what agreement had been concluded between these two cashiers, besides and beyond that it is not customary when making a transfer to show the ready cash to the commissioners, because if anything were to be missing therein, it is surely to be believed that the transferee would advance his interests against it, and not be so foolish as to go and sign for the receipt of Pagodas 17317. 7. 70. This is nevertheless what Haselkamp did on his own private authority; however, in November 1764, a written order having been issued to us for the first time to audit the Company's petty cash, which should already have taken place at the end of February; and on that occasion it being customary to lay open the remaining ready cash to the commissioners; it was then for the very first time that we learned anything about the aforementioned bond of Crucius, through the communication that the Governor Mr. van Teijlingen gave us, with orders to count that bond as cash, since His Honor guaranteed its satisfaction; therefore we could not have the least suspicion regarding the discharge of these funds, and subsequently betook ourselves to Haselkamp, who showed us in cash Pagodas 15046. 6. 20, in addition to the aforementioned bond of Crucius amounting to Pagodas 9658. –, which two sums together with the actual remaining balance of the Company's petty cash formed Pagodas 24704. 6. 20, to which being now added the moneys advanced pro memoria, also to be seen, see the existing audit at No. 2, to the amount of Pagodas 22395. 2. 60, so these two sums total Pagodas 47098. 9, and thus Haselkamp's audit surpassed the Company's cash book by Pagodas 1793. 5. 10, in which no more was required as balance than Pagodas 45305. 3. 70. Thus we remained persuaded that at that time Haselkamp amply accounted for the Company's funds, and under this it should principally be reflected upon that therein continued to run the Pagodas 12500. 18. 30 or Guilders 60004. 7. 8 of 105 of Cashier Loman, which by virtue of an order issued by the Governor and Chief Administrator at the end of August 1764 were transferred to Haselkamp, see No. 3, as having been paid into the Company's cash by the executors. Because it is proved by all cash books that these moneys of Looman constantly continued to run therein, and Haselkamp never made any objection to signing both those books and his own audits for them, without ever having made mention of the non-receipt of those moneys, as is proved by the extracts of the cash books and audits Nos. 4, 5, 2, and 7; so that if he indeed had foundation to claim back any of the moneys of Looman, he certainly would have done so just as well when we performed the audit on 28 November 1764, as he took action with the Pagodas 9658 of Crucius, and during the audit he showed us, as was clearly demonstrated beforehand, that the actual cash and the moneys advanced pro memoria, Pagodas

Dutch transcription

een totale Ruine bevrijd geraaken en uijt het ar„ rest op sijn persoon en goederen gelegd, ontslaagen wer„ den mag, mitsg=s sijn dienst, gelijk bevoorens fun„ geeren; welkers overgroote tebethoonene weldaat, den suppt steeds meer en meer aansetten zal, uwel„ Edele Gestrenge in alles het verschuldigde Con„ tentement toetebrengen /: onderstond:/ 'T welk verhoopende etca Atco Accordeerd W Duijnevelt V 103 Den Wel Edele Gestrengen Heer Pieter Haksteen, Raad Extra ordinair van Nederlands India, Gou„ verneur en Directeur der Kuste Cormandel, met den Resorte van dien„ E to: E tc: Etr. Op den 22:' Meij in Raade van Cormandel begeerd hebbende, dat wij ondergeteekend, eene Declaratoir aan zijn wel Edele Gestrenge ter hand stelden, uijt welke klaar en distinct kwam te blijken, hoedanig het gelegen was met de diverse opneemen die wij van 'sComp. s kleene Geld Cassa hebbe gedaan, als daar toe bij Continuatie gecommitteerd zijnde geweest, door de ten dien tiden regeerende Gouverneur de Heer van Teijlingen. Om te dienen tegen eene Remon„ stratie, die den geweesene Cassier Haselkamp heeft opgemaakt. en gepresenteerd Aan de Edele Groot L=a H Groot Agtbaare Heere, den Represen tant van zijne Doorlugtige Hoogheid en de Bewindhebberen van de geoc„ troijeerde Nederlandse Oost Indische Compagnie, ter kamer van seven„ „thienen. Welk geschrift ter lectuure en tot rigtsnoer door den wel Edele Gestrenge Heer Haksteen ons in„ handigt zijnde; zoo is 't dat wij het ondervolgende hier bij declareeren en met deese attesteeren, gereed te zijn met solemneele Eeden onse depositie te bekragtigen. ultimo Iulij 1763. , nam Hasel„ kamp Transport van de kleene kas van Crucius over, ten onse overstaan als daar toe expres gecommitteerd sijnde door den Heer Gouverneur van Teijlingen, en bij die gelegend„ heijd is 'er geen enkeld woord gemeld, van de obligatie die Crucius uijt hoofde ter kort koming bij die Cas aan Haselkamp had verleend groot Pa%/o 9658. , wijl Haselkamp met de grootste gerustheijd, vide het nog in weesen zijnde Transport alhier bijgevoegt onder N. o 1. teekend voor den ontfangst van P a/o 17317. 7. 70. en dierhalven zig dien tijd direct voor 106 voor het restant der Cassa responsabel stellende, konde wij zeker geensints vermoede wat over eenkomst 'er met deese beijde Cassiers geslooten was, buijten en behalven, dat het niet in usantie is, bij het doen van Trans„ port de Contante aan de Gecommit„ teerdens te vertoonen, wijl soo daar„ inne iets quam te manqueeren het immers te geloove is, dat de overnee„ mer zijne belangens daar tegens zoude werpen, en zoo dwaas niet zijn, te gaan teekene voor den ont„ fangst van pa/o 17317. 7. 70. Dit is egter het geene wat Ha„ selkamp op sig prieve authoritate gedaan heeft, dog in November 1764. voor de eerstemaal een schriftelijk ordonnantie op ons verleend zijnde, om 'sComp:s kleene kassa op teneemen, dat bereets ultimo februarij hadde behooren te geschieden; en bij die gelegentheijd gebruijkelijk zijnde, de restant zijnde contanten aan de gecommitteerdens open te leggen; toen is het eerst geweest, dat w' voor de allereerste keer, van gemelde obligatie van Crucius iets verstaan kreegen, door de Communicatie die de Heer Gouverneur van Teilingen ons ons deede, met ordres die obligatie als Contante aantemerken, wijl zijn Edele voor de voldoeninge instond, dierhalve konde wij geene de minste suspectie hebbe aan de acquitteering deeser gelden, vervoegde ons vervol„ gens bij Haselkamp; die ons aan Contant vertoonde pa/o 15046. 6. 20. , be„ neevens de obligatie voornoemd van Crucius groot pa/o 9658. –. , welke beijde bedrage met het in weesen zynde restant van 'sComp:s kleene kas formeerde van pa/o 24704. 6. 20. waar bij nu gevoegd de per memorie ver„ strekte penningen, almeede vide de in weesen zynde opneem te sien bij N:o 2. ten montant van Pagoo„ den 22395. 2. 60. soo sommeere deese beijde bedragen P a/o 47098. 9. , en dus surpasseerde Haselkamps opneem p a/o 1793. 5. 10. dan 's Comp. s Cassa boek, waar bij aan restant niet meerder vereijscht wierd dan pa/o 45305. 3. 70. Dus bleeven wij gepersuadeerd dat in die tijd Haselkamp 'sComp. s gelden ruijm verantwoorden, en onder dit dient principaal gere„ flecteerd te werden, dat daar bij voort„ liepen de pa%o 12500. 18. 30. of ƒ 60004. 7. 8. van 105 van Cassier Loman, die uijt kragte eener ordonnantie door den Heer Gouverneur en Hoofdadministra„ teur ultimo Augustus 1764. op Ha„ selkamp waren overgeschreeven vide N. o 3. als in 'sComp:s Cassa door de Executeuren betaald zijnde. Wijl het geprouveert werd bij alle Cassa boeken, dat deese pennin„ gen van Looman steeds daar bij voortgeloopen hebben, en Hasel„ kamp heeft nooijt geene swarigheid gemaakt zoo wel die boeken als des„ selfs opneemen daar voor te teekenen sonder ooijt te hebbe mentie gemaakt, van de non ontfangst dier penningen gelijk geprouveert werd, bij de uijt„ treksels der Cassaboeken en opnee„ men N„o 4. 5. 2. en 7. dat soo hij immers fondement daar toe hadde gehad iets van de gelden van Loonen te repe¬ teeren, hij seker zulx alsoo wel zoude gedaan hebben doen wij de opneem den 28. November 1764. heeden, gelijk hij werk stelde met de pa/o 9658. van Crucius, en bij den opneem vertoonde hij ons gelijk vooraf duijdelijk is gedemonstreerd, dat de in weesen zijnde Contanten en de per memoorie verdrekte gelden pag

NL-HaNA_1.04.02_3320_0238 view scan ↗

English

pag. 1793. 5. 10. was more than what the Company's small cash book required, could we then form any other impression than that the 12500. 18. 30. pagodas had indeed been received by him in Aug. 1764, because in November 1764 he showed us more than the Honorable Company ought to have had, which the inventory of that time under No. 2 proves most clearly, and therefore, having described this extensively, we shall leave it to judgment to fathom to what extent the assertions of Haselkamp are plausible when he brings forward that he did not receive all the moneys from Looman, nor can be held accountable for them. Now it also serves us to declare, although we have already done so in abundance before this, concerning the pa/o 9658. amount of the bond of Crucius, in November 1764 we gained knowledge thereof during the inventory, and the Honorable Governor stood surety for that amount; therefore, regarding this as secure and acceptable, just as Haselkamp also regarded it at that time, we let it rest upon the assurance of the Governor. Is it then not speculation that Haselkamp, whom the matter concerned, and who was to have the amount of the bond of Crucius, waited until August 1765 to speak further of this debenture, and were not we, who had been the commissioners, bound to be brought to the idea that Haselkamp had long since collected those moneys, the more so due to the surety of the Governor, whom we surely could not suspect? Haselkamp never failed during the inventories that we conducted to show the cash moneys that, according to his inventory, had to be in existence, and when one added thereto the moneys advanced per memory, his inventories were always heavier than the requirement of the cash book, to be seen at No. 7, where his inventory remainder of pa/o 38804. 13. 70., added to the moneys advanced per memory of pa/o 5054. 20. 70., makes a sum of pa/o 43859. 16. 65, thus pag. 1219. 14. 50. more than the cash book, which see No. 5, required in remainder alone, pa/o 42639. 16. 10.; and thus at the end of February 1765, which was the last inventory that we conducted with Haselkamp, we still had no reason to suspect him of infidelity; the money being shown to us, we had to be satisfied, and it was not up to us to investigate how Haselkamp came by the cash at that time, all the more because at that time he no longer spoke of any bond of Crucius. But on the 6th of Aug. 1765, being commissioned by the Right Honorable Governor Haksteen to take cognizance of the state of the Company's small cash in the presence of the Fiscal, we were not a little surprised that instead of pa/o 18956. 9. 10., which according to Haselkamp's own statement ought to have been there as the remainder, no more was then found than pa/o 832. 15. 25., and thus a considerable deficit that had to surprise not only us, but everyone who heard it; and as we were further commissioned to form an accurate report of the cash, we submitted a report thereof on the 14th of Aug. and cited in this last document some warrants that had been forgotten to be signed in due time by the Governor; we would likewise have made this remark earlier if such matters had come to light during one of the inventories, but that never having happened, we thus remained unable to reveal the negligence of Haselkamp; but since he pretends that through those writings our eyes were opened for the first time to his infidelity, we herewith accompany both of these reports with and alongside a notice of moneys that Haselkamp on that occasion claimed to have due from some private individuals, accompanying under Nos. 8, 9, and 10, which will prove how plausible Haselkamp's assertions are, and whether inventories in which such a great loss of Company funds was demonstrated could have been conducted with greater moderation. Never did we deny having knowledge of the bond of Crucius, but it had to surprise us that, having conducted the inventory in February 1765 and the Company's moneys having been shown to us largely in cash without mention of the debt or bond of Crucius, when in Aug. 1765 we were commissioned by the Honorable Governor Haksteen to inventory that cash, Haselkamp came forward again with the claim of the bond of Crucius, which we rightly thought settled, because in February we had seen the Company's moneys together; therefore, if anything in this matter is to be reproached, it remains solely with Haselkamp, who, having misled us by the display of cash and brought us to the idea that that bond was paid, surely ought to have been the very first to give an explanation of this matter and of the constitution of his troubled cash to the Right Honorable Haksteen, who then, through such a report, would have been in a position to address Mr. van Teijlingen in that regard.

Dutch transcription

pag: 1793. 5. 10. meerder bedroege, dan het geen 'sComp. s kleene Cassaboek requireerde, konde w' dan andere denk beelden formeeren dan dat de pagooden 12500. 18. 30. veel bij hem in Aug: s 1764. waren ontfangen, wijl in November 1764. hij ons meerder vertoonde dan D'E. Comp. e moeste hebben dat den opneem van die tijd onder N. o 2. ten klaarste bewijst, en dierhalve zullen wij dit ampel beschreeven hebbende aan het oordeel overlaaten, om te penetreeren, in hoeverre, de voorgeevinge van Haselkamp aanneemelijk zijn, wanneer hij te voorschijn brengt alle de pen„ ningen van Looman niet te hebbe ontfangen, nog daar voor aanspree„ kelijk geoordeeld te kunne werden. Nudiene wij ons meede te declaree„ ren, schoon wij zulx ten overvloede reeds voor deesen gedaan hebbe, over de pa/o 9658. bedraage der obligatie van Crucius, in 9ber: 1764. kreegen wij bij den opneem daar van ken„ misse, en den Edelen Heer Gouver„ neur Caveerde voor dat montant dierhalve, dit als secuur en aan„ neemelijk aanmerkende, alsoo wel als Hafelkamp in die tijd ook aan„ 106 aanschoude, zoo liete wij het op de verseekering van de Heer Gouverneur berusten; / is het dan niet speculatie dat Haselkamp die de zaak aanging, en het montant van de obligatie van Crucius moeste hebbe, tot Augustus a. o 1765. gewagt heeft om verder van deese schuldschrift te spreeken, en moeste wij die Gecommitteerdens waren geweest, niet in het denkbeeld gebragt werden, dat Haselkamp lange die penningen geincasseerd hadde, te meer door de Cautie van de Heer Gouverneur, die W'immers niet konde suspecteeren. Haselkamp heeft nooijt ge„ manqueert bij de opneemen die wij gedaan hebben de Contante penningen te vertoonen, die volgens zijn opneem in weesen moest weesen, en wanneer men daar bij addeerde, de per memorie verstrekte penningen, zoo waren zijne opneemen altoos swaarder dan het requisit der Cassaboek, te aanschouwen bij N: 7. , alwaar zijn opneem restant pa/o 38804. 13. 70. geaddeerd bij de per memorie ver„ strekte penningen pa/o 5054. 20. 70. eene tantum maakt van pa/o 43859. 16. 65 dus pag. 1219. 14. 50. meerder dan het Cassa Cassaboek die vide N o 5. aan restant alleen requireerde pa/o 42639. 16. 10., en dus hadde wij ult. o februarij 1765. dat de laaste opneem geweest is, die wij bij Haselkamp gedaan hebbe, nog geene reeden hem van ontrouw te suspecteeren, het geld aan ons vertoond werdende moeste wij ver„ genoegd zijn, en het stond aan ons niet te ondersoeken, hoedanig Ha„ selkamp op die tijd aan de Contanten geraakte, te meerwijl toen der tijd, hij van geen obligatie van Crucius meerder repde. Dog den 6. ' Aug. s 1765. door den wel Edelen Gestrengen Heer Gouver„ neur Haksteen gecommitteerd werdende om ten overstaan van de fiscaal kennisse van de staat van sComp:s kleene kassa te neemen, waren w' niet weijnig verwondert dat in steede van p a/o 18956. 9. 10. die er volgens het eijgen opgaaf van Haselkamp per restant moeste weesen, toen niet meerder bevonden wierd dan pa/o 832. 15. 25. en dus eene aansienelijke minderheid die ons niet alleen maar een ieder die het hoorde, moeste surpreneeren; En gelijk i nader gecommitteerd wierde 107 wierde om eene accuraat berigt van de kas te formeeren: zoo diende wij den 14. Aug s. daaraan van Rapport en haalde bij dit laast geschrift aan„ eenige ordonnanties die vergeeten waren, door de heer Gouverneur op zijn tijd te doen teekene; deese remarque zoude wij evengelyk vroeger gedaan hebbe, indien diergelijke zaa„ ken ons bij eene der opneemen waren te voorschijn gekomen, dog dat nooijt geschied weesende, bleeven we dus buijten staat om de negligentie van Haselkamp te openbaaren, dan dewijl hij voorgeeft dat bij die geschriften voor de eerste keer ons de oogen geopend wierden, op desselfs ontrouwigheijd, soo laate hier nevens deese beijde Rapporten versellen met en nevens eene Nolitie van gelden die Haselkamp ter die gelegendheid voorgaf van eenige particuliere te moeten hebben, versellende onder N.os 8. 9. en 10. welke prouveeren zullen hoe aanneemelijk Haselkamps voor„ geevens zijn, en of opneemen waar bij eene zoo groot gemis van Comp. s gelden aangetoond werd; met meerder moderatie hebbe kunne ingerigt werden. Nooijt Nooijt hebbe wij genegeert kennisse van de obligatie van Crucius te hebbe dog dat moest ons supprineeren dat in februarij 1765. den opneem hebbende gedaan en Comp. s gelden veel in Con„ tant ons vertoond zijnde, sonder mentie van de schuld of obligatie van Crucius, dat in Aug. s 1765. door den Edele Heer Gouverneur Haksteen gecommitteerd zijnde tot opneem dier Kassa, Haselkamp wederom met pretentie der obligatie van Crucius te voorschijn quam, die zij gegrond voor voldaan dogte, wijl Wij in februarij Comp. s gelden bij den andere gesien hadde; dierhalven indien en iets in deese zaak te reprocheeren valt, blijft het alleen aan Haselkamp die ons door de vertooning van Contanten misleijd hebbende, en in het denkbeeld ge„ bragt dat die obligatie betaald was. seekerde allereerste had dienen te weesen, om opening deeser zaak en van de Constitutie zijner getrou„ bleevde Cassa opening aan den wel Edelen Gestrengen Heer Haksteen te geeven, die dan door zo een berigt, in staat soude zijn geweest, de Heer van Teijlingen dienthalve aan„ te spreeken ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3320_0243 view scan ↗

English

to speak and to care for the security of the Cash Office; but to wait with that until the departure of the said Mr. van Teijlingen, and then to burden him with everything merely to give the appearance of balancing his Cash Office, is something far too contradictory to be accepted with satisfaction. Haselkamp’s shamelessness reveals itself in the contents of this writing, having proven that by the cash always shown to us, the signing of his continuous surveys, and closed cash books, it proves most clearly that the amount of Looman was collected by him; at least we have seen the necessary cash at the survey, and remain prepared to confirm that Haselkamp never informed us of the non-receipt of these monies which had to be counted in his cash vide warrant August 1764, and with which his survey and cash book were also debited, which he surely could not be ignorant of, as he drew up those papers himself, and they were only revised and checked off by us as commissioners against against the existing warrants, wherein we at that time never had any reason to blame Haselkamp. However, it seems that after the departure of Mr. van Teijlingen his resource had come to an end to be able to show the cash upon taking the survey, whereas before this there was never any shortfall, indeed constantly more rather than less was shown, and it was the very first time that a difference was discovered when on 6 August the Right Honorable and Severe Mr. Haksteen ordered us to that commission. Regarding the extra supply of firewood etcetera that Haselkamp claims to have made to Mr. van Teijlingen, that is a private matter of which we testify in good conscience never to have had knowledge, nor do such matters ever appear on the surveys of the cash office, therefore it is exceptionally base that Haselkamp seeks to impute the knowledge thereof to us. Furthermore, the demonstration of the remaining remaining entries, for which Haselkamp is rightly charged, was presented so clearly and plainly to Their High Honors that they approved all of them, and condemned Haselkamp to pay the debt of the Farmers, as he indeed retained the auction proceeds of the sold goods of those people under his control vide Report submitted by us in May 1766, to be viewed under No. 11, without accounting for the same, as was proper, to the receiver, who is tasked with collecting all the monies of the farmers, and subsequently transferring them again by warrant into the Company’s small money cash office. Haselkamp has always been in the habit of boasting of his honesty and faithful services himself, having not dared to undergo the test of leaving that reflection to others. And no wonder, surely, when one is apprehensive of unfavorable remarks, if one will take the trouble to peruse the defense of the Fiscal Cantervisscher in the trial of of Haselkamp, one will find instances that by no means deserve the name of honesty and faithfulness, and especially when one particularly considers what one must after all judge of a Cashier who at one and the same time comes forward with 3 different surveys, in the first of which he claims the state of the Company’s Cash does not amount to more than pagodas 59055: 17, and when it was announced that the Company ought to have a greater balance; submits a 2nd survey in which the state had already increased to pagodas 60210: 17. Furthermore, upon the confrontation of this survey, he being informed that he would then have to disburse 1900 pagodas more or less to his predecessor Crucius, finally comes forward with the third survey, and thereby for the very first time presents a claim against Crucius of pagodas 1700 more or less, of which he had made not the least mention in the previous 2 first surveys, in all appearance, surely, so that if the 1900 pagodas more or less that Crucius was to have were not not discovered at the confrontation, then simply and quietly to keep silent about his counterclaim of 1700 pagodas, and that for the reason that he knew very well that without the opening of this matter he was not disadvantaged, since 1900 or 1700 pagodas is a difference of 200 pagodas, or 960 Indian money, about which Haselkamp would have made no conscientious scruple, but quietly kept under his control; can this now bear the name of honesty and faithfulness, or of being accurate and vigilant in his service. That case existed at the confrontation of Ultimo August 1763, and De Filliettas as Trade Bookkeeper, who engaged in the confrontation and had to discover the errors, did not fail to inform the Honorable Governor van Teijlingen of this critical occurrence, who after investigation of the matter and having found that everything existed as is described herein, was satisfied to keep the matter under his control, and with a simple reproach to correct Haselkamp. to correct. Nagapatnam, 15 May 1771. /:was signed:/ P:s I:n L. S De Filliettas and Corn:s Pietersz. Hd Ruyjnevett Agreed f La O

Dutch transcription

108 te spreeken, en voor de securiteijt der Cassa te zorgen; dog daarmeede te wagten na de autuge van gem te Heer van Teijlingen, en hem dan met alles te belasten om maar apparentie te geeven, tot de verevening zijner Cassa, is iets dat al te tegenstrijdig is, om tot genoegen aangenomen te werden. Havelkamps onbeschaamdheijd opent zig in den inhoud van dit ge„ schrift, beweesen hebbende, dat door de aan ons steeds vertoonde Contanten, het teekenen van zijne geduurige opneemen, en afgeslooten Cassaboe„ ken, prouveert ten klaarsten, dat het bedrage van Looman bij hem geincasseerd is; ten minste wij hebbe de nodige Contanten bij den opneem gesien, en blijve bereijd te bekragtige, dat Haselkamp ons nooijt van de niet inkoomen deeser penningen heeft onderhouden die in sijne Cassa moeste zijn geteld vide ordonnantie aug. s 1764., en waarmeede ook zijn opneem en Cassaboek beswaard was, dat hij Emmers niet konde ignoreeren, als zelve die papieren inrigtende, en door ons als gecommitteerdens maar gereviseerd en gepuncteerd wierden tegens tegens de in weesen sijnde ordonnanties„ waarinne wij in die tijd, nooijt geene reeden hebbe gehad, om Havelkamp te blameeren. Dog het scheint, dat na de auftuge van de heer van Teijlingen zijne resource een eijnde hebbe genomen om de Contanten te kunnen ver„ toonen, bij het doen van den opneem„ wijl daar aan voor deese nooyt geene manquement was, Ja steeds meer, der dan minder vertoond wierd, en het is de aller eerste keer geweest, dat men een different ontwaarde toen den 6. ' Aug. s den wel Edelen Gestrengen Heer Haksteen ons tot die Commissie ordonneerde. Wegens de meerder verstrec„ king van brandhout &:a die Ha„ felkamp voorgeeft, aan de heer van Teijlingen te hebbe gedaan, is eene particuliere zaak, waar van we in gemoede getuijgen nooijt kennisse te hebbe gehad, ook staat diergelijke saaken nooijt op de opneeme der kassa, dierhalve is het besonder laag, dat Hasel„ kamp ons de weet daar af tragt te imputeeren. Voorts is de aantooning der overige . 109 overige posten, waar voor Hasel„ kamp met regt belast is, zoo klaar en duijdelijk aan Haar Hoog Edel„ heedens voorgesteld, dat deselve alle geapprobeert, en Haselkamp in de voldoeninge der schuld der Pagters gecondemneerd, als wel deugdelyk de vendupenningen van de verkogte goederen dier men„ schen onder sig gehouden hebbende vide Rapport door ons overgegeeven in Meij 1766. te beoogen bij N. o 11. sonder deselve gelijk het had behoord aan den ontfanger te verantwoorden die de last heeft om alle de gelden der pagters te incasseeren, en ver„ volgens die dan weder per ordon„ nantie in 'sComp. s kleene geld Cassa over te transporteeren. Haselkamp heeft steeds in gebruijk gehad zelvers zijne eerlijk„ heijd en trouwe diensten te pronee„ ren, als de proef niet hebbende durven ondergaan om die reflectie aan andere overtelaaten. En geen wonder, seeker, wanneer men bedugt is voor nadeelige re„ marquen, als men de moeijte wil neemen, de salvatie van den Fiscaal Cantervisscher in het Proces van van Haselkamp eens nateleesen, zal men gevallen vinden die de naam geensints verdienen, van eerlijkheid en trouw, en vooral wanneer men besonder overweegd, wat men dog Jugeeren moet, van een Cassier die in een en deselfde tijd met 3. dif„ ferente opneemen te voorschijn komt, bij welke eerste hij voorgeaft de staat van 'sComp. s Cassa niet meerder te impoteere dan pagoo„ den 59055: 17. en wanneer deselve aangekundigt wierd, de Compe meerder restant moeste hebbe; Een 2„ opneem remitteerd waar bij den staat reeds geaccresseerd was tot p a/o 60210. 17. Voorts op de Con„ frontatie deeser opneem, hij ver„ wittigd werdende, dat hij dan 1900. pagooden v=m zoude moeten de„ bourceeren aan zijn voorsaat Crucius, ten laaste met de derde opneem voor den dag komt, en daar bij voor de allereerste keer een pretentie tegens Crucius vertoond van p a/o 1700. r=m waar van hij bij de voorige 2 eerste opneemen geen „gemaakt de minste mentie hadde in apparen„ tie, zekerlijk, dat soo de 1900. pag. ruijm. die Crucius moeste hebben niet 110 niet bij de Confrontatie ontdekt wierden, dan maar gerustelijk van zijne Contra pretentie van 1700. pagooden maar stil te swijgen, en dat om reeden hij seer wel wist, dat niet de onopening deeser zaak niet be„ nadeelt wierd, wijl 1900. of 1700. pa„ gooden een different is van pagoo„ den 200. of 960. Indias geld, daar Haselkamp geen Consientie werk van gemaakt zoude Rebbe, maar stilletjes onder zig te behouden; kan dit nu de naam hebbe van eerlijkheijd en trouwe, off accuraat en vigilant in sijn dienst te weesen. Dat geval is bij de Confrontatie van Ultimo Aug. s 1763. g'exteerd en De Filliettas als Negotie„ boekhouder, die de Confrontatie aangong en de abuijse moeste ont„ decken, is niet in gebreeke geblee„ ven den Edele Heer Gouverneur van Teijlingen van dit Creticq voorval kennisse te geeven, die na ondersoek van de zaak en bevonden dat alles g'exteerd was gelijk hierinne beschreeven staat, sig vergenoegt heeft, de zaak onder zig te houden, en met eene sim„ pele reproche Haselkamp te te Corrigeeren. Nagapatnam den 15. ' Meij 1771. /:was geteekend:/ P:s I:n L. S De Filliettas en Corn. s Pietersz. Hd Ruyjnevett Accordeerd ƒ 111 L„a O

← previousnext →