Inventory 3320
Coromandel · 1,346 pages · 220 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
observation thereof, nomination of the same to the rank of junior merchant, many more circumstances were found recorded in his submitted request, inserted in the aforementioned resolution of 5 August. And since all the reasons adduced by him are truths, to which is added that the man's neediness is a well-known fact, and thus being employed for that work as an engineer in the manner aforesaid, he holds no more than the bare title; so we resolved on that day, for the progress and speedy completion of that so very important and no less necessary survey of those lands, to entrust the same to the said Henk, and further, by virtue of what was demanded of him as aforesaid, as well as in consideration of his fourteen years of service at this capital place, and because of the necessity since he has mostly been employed in engineering, to nominate him to Your Right Honourables, as we hereby do in all deference, so that through the benevolence of Your Right Honourables he may be favored with the rank of junior merchant and the salary pertaining thereto, respectfully commending him to that end in the most humble manner to the precious benevolence of Your Right Honourables; and in hope of a favorable apostille, we have in the meantime granted him double board money and the further emoluments of a junior merchant. How necessary that survey is has already been discussed and demonstrated in our resolution of 28 May of last year, and which now further appears from experience, for at the survey of the village of Papacoil, 9384 kuijlen were found in the same more than was previously reported and ceded by us in our resolution of 27 October 1769 in perpetual lease at 40 fanums per 1000 kuijlen. We have ceded those found in excess, upon the instance made thereto by the Moor Mahometh mieraseeg mahometh, who is a shareholder of the general farmer Draadja Wenkateesjam Chittij, at our session of 1 March of this year, to the same under a like payment of 40 fanums per 1000 kuijlen, because the aforesaid village of Papacoil, among others, fell to that Moor upon the division between him and the aforementioned farmer of the brackish lands ceded to him; just as we have also transferred to him, namely the Moor just mentioned, under payment of 100 pagodas or ƒ 450 in full ownership, 36000 kuijlen of lands unsowable and useful for nothing else than to erect houses and huts upon for poor inhabitants and other indigent people who might wish to settle there to dwell; to whom also, by resolution of 25 August, under a like payment of 40 fanums per 1000 kuijlen, a terrain of 4560 kuijlen was allocated, likewise found in excess upon the newly made survey of the village of Paleoer beyond what the previous report dictates; just as also at the session of 20 September following, 2500 kuijlen in the villages of Anthonij pette and Mangiecolle, both of which hamlets, although known under two names, can nevertheless be regarded as one village in itself because they are distinguished from each other only by a single street, and were known according to the previous reports and statements to be only 36000 kuijlen in size, but upon the survey now made they were found to cover an extent of 76580 kuijlen, thus 40580 kuijlen more, and it is certain that it will be situated in the same manner with all the villages; appearing from this also how useful it is that those lands are surveyed, so that one may know what lawfully belongs to the Honourable Company, whereas the natives otherwise profit thereby; while we further hereby offer to Your Right Honourables the maps of the aforesaid surveyed villages of Papacoil, Anthonij Pette, and Mangiecolle. The leasing of the Company's domains at this place having been auctioned according to custom on the ultimate of August last, the same, together with that which was ceded in the years 1769 and 1770 for three years, brought collectively a sum of pagodas 11187. 12:—: or ƒ 50343: 15:—; anno passato the same yielded pagodas 11707: 22: —: or ƒ 52685: 12: 8, thus now less by pagodas 520: 10: —: or ƒ 2341. 7. 8, as appears more fully in the following specification.
Dutch transcription
aanmerking daar over, voortragd van den selven tot de qualiteijt van onder Cooftman veel meer omstandigheeden ter needer„ gesteld gevonden werdende, bij sijn ingediend request ter voorschreeven resolutie van den 5. ' aug. s g'insereerd. Lan dewijl alle de bijgebragte reedenen door den selven waarheeden sijn, waar nog bij komt, dat s'mans behoeftig„ heijd een bekende saak is, en dus den selven invoegen voormeld, tot dat werk als Ingenieur g'emploijeerd werdende, niet dan de bloote naam heeft: soo hebben wij ten dien dage beslooten, ten voortgang en spoedige volloogjing van die soo seer aangeleegen en niet minder noodsaakelijke meeting dier„ Landerijen, gedagte Henk opge„ dragen, en den selven voorts uijt hoof„ de van het voorschreeven aan hem gedemandeerde, als uijt Consideratie van sijne veerthien Iaarigen dienst te deeser hoofd plaatse, en om de nood, daar men hem meest tot de Ingeneu„ rie g'emploijeerd heeft, uw hoog Edelens voor te draagen, gelijk wij bij deesen 529 en toegevoege dubbeld kostgeld &c. aan hem noodsaakelijkheijd dier meeting en waarom, te Pospecoil sijn 9 384 kuijlen meerder bevonden en vaan den portionaris van den pag„ ter afgestaan deesen in alle Eerbied doen, om door uw Hoog Edelens goedertievendheijd gefavoriseerd te werden met de qualiteijt van onderCoopman en daartoe staan„ de gagie, hem ten dien eijnde op het humbelste in de dierbaare benevolen„ tie van uw hoog Ed:s Eerbiedig aan„ beveelende, en wij hebben voorts in hoofe van een gunstig appostil, den selven intussen toegevoegd het dubbeld kostgeld en de verdere Emolumenten van een onderCoopman. Hoe nodsaakelijk, dat die meeting is, heeft men reeds ter onser resolutie van den 28. ' Meij des voorleeden Jaars verhan„ deld en aangetoond, en het geen, als nu„ bij ondervinding nader blijkt, want bij de meeting van het dorp Papacoil sijn in het selve 9384. Kuijlen meerder bevonden, dan te vooren opgegeven is, en en door ons ter onser resolutie van den 27. ' October 1769. in een Eeuwige pagt teegens 40. Janums de 1000. Kuijlen af„ gestaan zijn, wij hebben die meerder ge„ een vonden 9 eu„ 1 en om wat reeden dom voor pa/o 100. gevonden, op de daartoe gedaane Instan„ tie door den Moor Mahometh miera„ seeg mahometh, die een portionaris sijn„ de van den Generaalen Pagter Draad„ ja Wenkateesjam Chittij, ter onser sit„ ting van den 1. ' maart deeses Jaars, aan den selven onder gelijke betaaling van 40. fanuns de 1000 Kuijlen afgestaan om dat het voormeld dorp Papacoil onder meerdere, bij verdeeling tussen hem en den voorschreeven pagter van de aan hem gecedeerde brackelan„ den, die Mhoor is te beurt gevallen, Hen nog 36000 kuijlen in eijgen„ gelijk aan hem ook, namentlijk den soo eeven gemelde Mhoor, onder betaa„ ling van 100. pag. of ƒ 450 in vollen Eijgendom hebben overgegeeven, 36000. Kuijlen onbesaaijbaare, en nergens anders toe nut sijnde Landen, dan om 'er huijsen en stuffen optesetten, voor arme Inwoonders en andere on¬ on„ vermogende menschen, die sig daar met er woon soude willen begeeven, aan soo meede 4560 huijlen te Palea, wien ook nog ter resolutie van den 25e. aug. s /530 noer in pagt en waaroom mitsg:s maar voor 36000 huijlen optge geeven, zoo geleegen weesen augs voorgelijke betaaling van 40. fan:s de 1000 Kuijlen toegeweesen is, een tervijn van 4560 Kuijlen, al mee„ de bij de op nieuwe gedaane meeting van het dorp Paleoer meerder bevon„ den, dan de voorige opgaave dicteerd; gelijk ook ter sessie van den 20:' Sept„r daar aan 2500 Kuijlen in de dorpen anthonij pette en Mangiecolle, welke dat maar als een dorp aantemirken is beijde gehugten, schoon onder twee be„ naamingen bekend, egter maar voor een dorp oft sig selve kan werden aangemerkt om dat maar door een enkelde straat van den anderen te onderscheijden zijn, hebben bij de voorige rapporten, en op¬ „gaavens bekend gestaan, maar - groot te weesen 36000. Kuijlen, dog bij de nu gedaane meeting heeft men bevonden, deselve een grootheijd te beslaan van 76580. Kuijlen, over sulx 40580 huijlen meerder, en het en het sal met de overige dorpen ook is seeker, dat met alle de dorsten in selven voegen geleegen sullen weesen, dog wel 76580 groot bevonden is blijkende 27 t verselling vande gemeeten dorpen gedaane verpoegting van sComp. s do„ mijnen alhier blijkende daaruijt dan ook, hoe nuttig het is, dat die Landerijen gemeeten werden, op dat men weeten kan, wat d' E. Comp. e wettig toekomt, daar de Inlan„ ders anders daarmeede hun voordeel doen, terwijl wij voorts uw hoog Ed:s bij deesen aanbieden de Caarten van de voorsz gemeetene dorpen Papacoil Anthonij Pette en Mangiecolle. De verpagting van sComp s Domijnen te deeser steede na gewoor¬ te onder ulto aug:s Jongst Leeden opge„ veijld weesende, hebben deselve met het geene in den Jaare 1769 en 1770. voor drie Iaren afgestaan is met den anderen gevendeerd Een somma van pagood 11187. 12:—: of ƒ 50343: 15:; anno passato hebben deselve opgewor„ pen pagooden 11707: 22: —: met een minderheijd van pra/o 520. 10: -. of ƒ 52685: 12: 8:, over sulx nu minder pagooden 520: 10: —: of ƒ 2341. 7. 8. gelijk bij de onder„ volg„s specificatie nader komt te Specificatie daarvan blijken
English
90 it appears in the past year more. less: 560: 10— 2521: 7: 8. —. —. . 2521: 17: 8 the revenues of the bazaar for 12 months beginning 1st September 1771 ending ultimo August 1772 - - per ratio 530. —. — f 2385 —. price 525 —. — f 2362. 10. — f 22. 10. —. —. —. —. the duty of the Nelijmeterij, as above - - - - - 550. —. —. 2475 -. -. 541. 16. —. 2437. 10. -. 37. 10. -. —. —. — the duty of the gates of this city, the same — — — — - - 2735. —. —. 12307. 10. —. 2738. 8. —. 12187. 10. —. 120. -. -. —. –. — The ferry across the river and the toll station situated nearby - - - - - 72. 12. —. 326. 5. -. 72. 12 -. 326. 5. –. —. –. –. —. –. – The duty of exchanging and reselling the copper doits and cash, for which farm however no bidders presented themselves. The revenues of the goods brought in and exported by sea, farmed out in the year 1769 for 3 years, yearly for - - - - - - 3660. —. —. 16470. -. -. 3660. -. -. 16470. -. -: —. –. –. —. –. — The duty on tobacco and betel, also in the year 1769 farmed out for 3 years at 220 per month or yearly – - - - - - 2640. —. –. 1138. - - 2640. -. -. 1880. - . - . - - - . - . —. . —: –. The tap of European beverages with the garden Poeijoer farmed out in the year 1770 for 3 years - yearly – - 1000. –. –. 4500. -.-. 1000. -.-. 4500. -. -. - – - - - . –. –. -. Sum per ratio 1187. 12 f 515. 5 172.— f 268: 12. 8. 18. —. f 2524. 17. 8. The lesser being deducted from the greater - - - - - - -- -. -. - - - - -. 1187: 12. -. f 5313: 15: -. —. . -. - 180: —. — Thus it appears that this year is less by an amount of per ratio —. . -. . —. . —. . 520. 10. —. 2341. 17. 8. —. -. - 2341: 17. 8. this year arising the reason for this deficit and the failed farm of the doits etc. and why, permission given to the farmer of betel and tobacco, to pay the farm money of the last term in doits. That deficit arising solely from the failure of the farm for exchanging and reselling the copper doits, due to the great quantity and abundance of that copper money with which this city and dependent villages are filled, and thus the farmer knows no way to rid himself of the doits exchanged by him and brought in to him by the other farmers, which, as well as everything offered by others, he is obliged to accept, and to provide fanams in return; on that account no one, because of the loss that must absolutely be suffered thereon, and the impossibility of maintaining that farm, dared to undertake it, notwithstanding that the bidding was allowed to run down from 4500 pardaus down to 1 pardau. It is for that reason that, upon a request submitted by the farmer of betel and tobacco and inserted into the resolution of that day, we had to permit him to pay his farm moneys for the last six months of the recently expired farm year 1771/1772, amounting to pagodas 1320, f 5940:—, with 12 percent advance, and why, though notification given at the farming out that no more doits would be accepted would bear no fruit in doits with a 12 percent advance for the Honorable Company, since he was utterly unable to do so in pagodas, as everything he received for his farm consisted of doits, as is found stated in his aforementioned request; however, before proceeding to the farming out, it was simultaneously announced to everyone that no more doits, no matter how small an amount, would be validated or accepted toward the reduction or payment of the farm moneys, which we nonetheless anticipated would bear no fruit, much less satisfy the intention, concluded farming out therefore of the doits etc. for one year, at 500 pardaus with permission to buy the same at 21 and dispense at 20 on which account at our session of 13th September following, because the circulation of that copper coinage among the community here began to proceed so irregularly and confusedly that continuing longer on that footing, or leaving it so, would cause continuous disputes, after everyone who had to receive or dispense that copper money had an interest, discussed at length in the aforementioned resolution, upon the two-part proposal made by the native Toepieramania Pandarum, we decided to grant the farm of those doits to him for 500 pardaus or f 937: 10:— for one year, beginning on 1st September last past until ultimo August 1772, with permission to purchase the doits which were already changing hands at 23 and 24 pieces at 21 per fanam and to sell at 20 pieces,
Dutch transcription
90 blijken anno Pust meerd. Michd: - - - - „ —: –. –. —. -. -. 560: 10— 2521: 7: 8. —. —. . 2521:17: 8 de inkomsten van de basaar voor 12. maanden beginnende P„o 7ber: 1771: eijndigende ulto aug:s 172 - - p ra/o 530. —. — ƒ 2385 —. pr„s 525 —. — ƒ 2362. 10. — ƒ 22. 10. —. —. —. —. de geregtigheijd van de Nelijme„ terij, voor als booven - - - - - „ 550. —. —. 2475 -. -. 541. 16. —. 2437. 10. -. 37. 10. -. —. —. — de geregtigheijd van de poorten deeser stad, Idem — — — — - - „ 2735. —. —. 12307. 10. —. 2738. 8. —. 12187. 10. —. 120. -. -. —. –. — Het veer over de revier ende daar„ bij sijnde Tholplaats - - - - - „ 72. 12. —. 326. 5. -. 72. 12 -. 326. 5. –. —. –. –. —. –. – De geregtigheijd van het opwisselen en weder verkoopen der kopere duij„ ten en kasjes, dog voor welke pagt- sig geene Liefhebbers hebben opge„ De inkomsten der goederen, die ter Zee aangebragt en uijtgevoerd werden, anno 1769 voor 3. Jaren ver„ De geregtigheijd vande Tabak en bitel, almeede in anno 1769: voor 3. jaren verpagt à pto. 220. smaards of sjaars – - - - - - „ 2640. —. –. 1138. - - 2640. -. -. 1880. - . - . - - - . - . —. . —: –. Den tap der Europeese dranken met de thuijn Poeijoer a„o 1770 voor 3. Jaren verpagt - s: Jaars – - „ 1000. –. –. 4500. -.-. 1000. -.-.4500. -. -. - – - - - . –. –. -. Somma P a%o. 1187. 12 ƒ515. 5 172.— ƒ268:12. 8. 18. —. ƒ2524. 17. 8. Het mindere van het meerdere afgetrooken sijnde - - - - - - „ -- -. -. - - - - -. 1187: 12. -. ƒ5313:15: -. —. . -. - 180: —. — Soo blijfkt, dat deesen Jacare— p a/8. —. . -. . —. . —. . 520. 10. —. 2341. 17. 8. —. -. - 2341: 17. 8. minder is een tantum van daan. pagt, s jaars voor - - - - - - „ 3660. —. —. 16470. -. -. 3660. -. -. 16470. -. -: —. –. –. —. –. — deesen Jaare Spruijtende ig mps. oor„ n 100v„ 2 ƒ onder„ en 531 de reeden van dies minderheijd en de te niet gelopene pagt der duijten &c. en waardoor, gegeeven permissie aan den pagter betaalen. Spruijende die minderheijd alleen voort, uijt het te niet Loopen van de pagt van het opwisselen en weeder verkoopen vande kopere duijten, door de groote meenigte en abondantie van dat kooper geld, waar meede deese stad en onderhoorige dorpen opgevult is, en dus den pagter geen uijt„ weg weet, om sig te ontdoen van sijne ingewisseld, en door de andere pagters aan hem opgebragt werdende duijten, die soo wel, als al het geene door andere werd aangebooden; hij verpligt is, te nee„ men, en daar voor fanums te besorgen, uijt dien hoofde heeft sig niemand, om de wille van de schaade, die daarop absolut geleeden moet werden, ende onmogelijk¬ heijd, die 'er was, om die pagt in stand te doen blijven, durven onderwinden, niet teegen staande men van 4500. pard s tot op 1 pardauw toe heeft laaten loopen. het is om die reeden, dat wij den pagter van de beetel en tabak op een door den selven ingeleeverde en bij resolutie van van 't laste termijn in duijten te van bitel en tabak, om de pagt penn. dien 727 gl. 22 332 met 12 p„r C„to advans, en waarom, dog gedaane aankundiging bij de verpagting, dat geen duijten meer geaccepteerd werden souden van geen vrugt te sullen sijn dien dage geinsereerd request, hebben moeten toestaan, sijne pagt penningen van Laaste ses maanden van het J„o afgeloopen pagtjaar 177/7. ten be„ draagen van pag. 1320. ƒ 5940:—. Cts in duijten met 12. p„r C„to advans voor d' E. Comp. e op te brengen, dewijl hij onmogelijk in staat was, om sulx in pag. te doen, alsoo hij al het geen voor sijn pagt quam in te krijgen, in duijten bestond, gelijk het selve ter needergesteld werd gevonden bij sijn hier vooren geciteerd request, dog men heeft teffens, voor dat men tot de verpagting overgong, een ider aangekundigd, dat geen duijten meer, hoe gering ook in mindering of voldoening van de pagtpenningen gevaliteerd, of geaccepteerd soude 't welk men egter te gemoet sag werden, hoe wel wij met eenen te gemoet sagen, dat die waarschou„ ing van geen vrugt weesen, veel min aan de Instentie voldoen soude, uijt . van de duijten &c. voor een Jaar, teegens 500. pard. s met permissie, de selve teegens 21. te koopen en 2o uijt te geeven guelaane verpgting dierhalven uijt welken hoofde ter onser sitting van den 13:' Sept„r daar aan, door dien het roulleeren van die koopere munt onder de gemeente alhier soo irregu„ lier en verward begon toe te gaan, dat Langer op dien voet Continueeren, de of gelaten werdende Continueele disputen soude veroorsaaken, na dat een ieder, die dat kooper geld ontfangen of uijtgeeven moeste, g'in„ terresseerd was, bij voorschreeven resolutie in het breede verhandelt, op de twee Leedige gedaane proposi„ tie van den Inlander Toepierama„ nia Pandarum, beslooten hebben, de pagt van die duijten aan den selven voor 500. pard s of ƒ 937: 10:— voor een Jaar, beginnende met pri„ mo 7ber: Jongst Leeden tot ultimo aug:s 1772. over te laaten, met per„ missie, om de duijten /:die reeds op 23: en 24. stux in - en uijt gewisseld wil den:/ teegens 21. per Canum inte„ koopen en 20. stux te verkoopen, waar v7 v
English
both as well as regarding the second proposal of the farmer, to have the same for 3. years for 100. pard.s per year, but under which condition, an imposition of the doits of the other farmers to be taken over, whereby it has likewise been imposed on him to take over all the doits of the other farmers against payment of fanums, requesting a ruling in this regard, being thereby also for obtaining Your Right Honourable's revered ruling, which we herewith request both regarding the aforementioned regulated request, and on the second proposal of that native, to be allowed to hold that lease for three years at 100. pards or f 1875. —. — per year, provided that the Honourable Company then would also have to take 1000. pagodas or f 4500. in doits at 20. pieces per fanum, being an advance of 25. percent per year, in order to thus relieve him of the doits that he would not be able to spend here, so as to prevent that this city remains continuously overwhelmed with doits, what is prevented thereby, and the Honourable Company, through the maintenance of that lease, can for the present enjoy the prescribed 1000. pard.s, which will certainly rise in time, when no more doits are brought in from outside, which now, through the aforementioned fixed circulation, will also not happen with that ease as before, and for the counteraction of which one has had to proceed to that increased receipt and expenditure, why one has had to proceed to the increase of the doits per fanum, because those doits are not current any further here than in this city and subordinate villages, whereas in other places, both within and outside the territory of the Honourable Company, they are received and spent; while we refer ourselves with much respect to our aforementioned resolution of the 13th of September last, with the request further to be pleased to honour us with Your Right Honourables' revered pleasure in that regard, for our guideline at the forthcoming lease. The repair of the vessels takes place with all circumspection, confession that the same are large, but what comes into consideration against that. Regarding the sloops and vessels and their rebuilding and so on, we assure Your Right Honourables in all respect that regarding the expenses that must be incurred for their maintenance, this takes place with all circumspection, and no repair, mending, or furnishing is proceeded with until the inevitability thereof has become evident, while at the same time applying all care to reduce the same as much as possible, since we must confess that those charges are certainly large, and make a considerable breach in the profit account, but when one on the other hand considers that those vessels are on journeys steadily almost the entire year through, always having to work their way up from the offices against wind and current hither, and thus through the continuous anchoring are subject to loss of anchors and cables and wear of the sails and the rigging, one will then have to agree that what is done and furnished thereto is absolutely inevitable. Acknowledgment of thanks for the release of the boatswain and sailmaker along with the mentioned cable. Meanwhile, under this chapter, we offer Your Right Honourables in all respect the most humble expression of thanks of the boatswain and equipment overseer at Sadraspatnam, Cornelis van Milepelaar, for the compassion that it has pleased the highest same to show him in the so mercifully granted discharge from the compensation imposed on him by our resolution of the 16th of April 1770 with two capitals advance for a ruined found coir anchor cable, which relieves him in his old age, item for the permitted write-off of the alongside mentioned 2 ditto cables, the necessary care will henceforth be taken, ditto here, as he would otherwise have been entirely deprived of his small means. Just as we in the same manner express our gratitude for Your Right Honourables' favourable ruling regarding two other similar ruined coir anchor cables from Sadraspatnam and and for the preservation of similar Bimlipatnam, the necessary precautions having for the rest already been taken, and one shall furthermore continue to employ all attention for the good preservation and conservation against decay of such cables. But from Palliacatta another ditto is. But we find ourselves again in a similar necessity as we were regarding the aforementioned two written-off cables, to have to inform Your Right Honourables that one of the coir anchor cables of 19 inches, brought over hither from Palliacatta in accordance with our resolution of the 1st of March of this year, upon examination here, according to the entry in our resolution of the 13th of April, was found unfit, because the same was completely rough on the outside and many of the uppermost threads were broken, and in order to examine the same further, 5 fathoms having been cut off from one end, it was discovered that of the 6 strands, each of 120 threads, upon opening the same, not one single thread was good. We have not been able to understand how that cable, through lying still, as it has done in all that time, or since 1766 that it was at Palliacatta, could have become ruined in such a manner, thus we had to demand the necessary elucidation from Palliacatta, the servants there, or rather demand for elucidation in that regard, and received justification from the boatswain, the boatswain and overseer over the equipment goods there, Harmen Jots, together with the bookkeeper Isaak Vrijmoet and Jan
Dutch transcription
gE 533 soo wel, als omtrend de tweede voorslag van den pagter, om de selve voor 3. Jaaren teegens 100. pard. s te dog onder welke Conditie, werden sal, een impositie van de duijten van waar bij hem teffens g'emponeerd is, de andere pagters over teneemen om alle de duijten van de andere pag„ ters teegens betaaling van fanums versoek om dispositie dierweegens over te neemen, sijnde daar door dien ook tot erlanging van uw hoog Ed:s gevenereerde dispositie, die wij bij deesen soo wel ontrent het voormelde gereguleerd versoek, als op de tweede voorslag van dien Inlander, om die pagt voor drie Iaren teegens 100. pards of ƒ 1875. —. —. Sjaars te moogen hebben, mits dat d' E. Comp. e dan ook voor 1000. pagooden of ƒ 4500. aan duijten teegens 20. stux per fanum, sijnde een advans van 25. perc„to sJaars soude moeten neemen, om hem dus te debarasseeren van de 9 duijten, die hij hier niet soude kon„ wat dar door geprevenieerd nen uijtgeeven, om alsoo te preve„ nieeren, dat deese stad niet steeds - met duijten overstelpt blijft, ende Ede Comp. door de standhouding van die pagt voor eerst gaudeeren kan van neemen ar waarom men tot de vermeerde„ ring vande duijten per fan:s heeft moeten treeden van de voorschreeve 1000. pard. s de welke seekerlijk met 'er tijd reijsen sal, wanneer 'er geen duijten meer van buijten werden aangevoerd, het geen nu ook door de voorsz: gefixeer„ de roulleering met die gemaakelijk„ heijd niet geschieden sal, als bevorens, en tot welkers teegengang men tot die vermeerderde ontvang en uijtgaa„ ve heeft moeten treeden, om dat die duijten hier niet verder gangbaar sijn, dan in deese stad en onderhoori„ ge dorpen, daar op andere plaatsen, soo in, als buijten het gebied van de E. Comp. s ontvangen en uijtgegee„ ven werden; terwijl wij ons met veel Eerbied refereeren aan onse voormelde resolutie van den 13'. sept„r Jongst Leeden met versoek, ons voorts te willen honoreeren met uw Hoog Edelens gevenereerd goedvinden, dien aangaande ter on„ ser rigtsnoer bij de aanstaande ver pagting 95 534 de reparatie der vaartuijgen ge„ schied met alle omsigtigheijden bekentenis, dat deselve groot sijn dog wat daar teegens in Consideratie komt pagting. De Chialoupen en Vaar„ tuijgen en derselver Vertimme„ ring & belangende verseekeren wij uw hoog Eds. in alle eerbied, dat omtrent de kosten, die tot dies onderhoud daar aan gedaan moe„ ten werden, met alle omsigtigheijd geschied, en tot geen reparatie ver„ helping, of verstrecking getreeden werd, dan na dat de onvermijdelijk„ heijd der selve gebleeken is, terwijl teffens alle sorge aanwenden, om de„ selve, soo veel mogelijk te verminde¬ ren, dewijl wij bekennen moeten, dat die ongelden seekerlijk groot sijn, en een aansienlijk bres in de winstreekening maaken, dog wan„ neer men daar en teegen Conside„ reerd, dat die Vaartuijgen genoeg„ saam het geheele Iaar door gestadig optogten weesen, althoos van de Comp„ toiren teegens wind en stroom dit heen 117 7 ƒ dankbetuijging voor de ontheffing van de bootsman en misselaar van neevens gem: touw, heen opwerken moeten, en dus door het Continueel ankeren aan verlies van ankers en touwen en slijtagie van de Zijlen en het luijg onderworpen sijn, men dan sal moeten toestem„ men, dat het geen daar aan gedaan en verstreekt werd, absolut onvermij delijk is. Inmiddels bieden wij onder dit Cha¬ piter ouw Hoog Edelens in alle eerbied aan, de ootmoedigste dankbe„ tuijging van den bootsman en Equi„ pagie opsiender te Sadraspatnam Cornelis van Milepelaar voor de Compassie, die het hoogst deselve hebben behaagd, hem te bewijsen in de soo goedertierene verleende ontheffing van de hem bij onse resolutie van den 16:' april 1770. opgelegde vergoeding met twee Capi„ taalen advans van een bedurven bevonde Caijer ankertouw, het geen hem in sijn ouden dag soula„ geerd, 4H 535 Item voor de gepermitteerde aften van neevs. gem: 2 ditos. touwen sal voorthaan de noodige sorge gedragen werden dito alhier geerd, dewijl hij anders in het geheel uijt sijn armoedje gesteld sal sijn geweest. Gelijk wij in selvervoegen onse „. ƒ dankbaarheijd afleggen voor uw hoog Ed. s gunstige dispositie omtrent twee andere gelijke bedurve Caijer ankertouwen van Sadraspatnam en en voor de bewaring van diergelijke Bimilipatnam, sijnde voor't overige reeds de noodige voorsorge gedraagen, en men sal wijders alverder alle attentie doen gebruijken tot het wel bewaren en Conserveeren voor bederff van dier„ gelijke touwen. dog van Palliacatta is weder een Dog wij bevinden ons alweeder in een gelijke noodsaakelijkheijd, als wij ge„ weest sijn omtrend de voorstz twee afgeschreeven touwen, om cuw hoog Eds. te moeten bedeelen, dat een der Caijer ankertouwen van 19. duijm in gevolge ons besluijt van den 1. maart deeses Iaars van Palliacatta dit heen overgebragt bij Examinatie alhier, naar ha„ „ gens van daar, bootsman naar het aangeteekende ter onser re„ solutie van den 13 ' april onbequam. bevonden is, door dien het selve van buijten gantsch ruijg en veele der boovenste draaden gebrooken waren, en om het selve verder te ondersoeken, 5 vadem van het eene End afgekapt weesende, men ontdekt heeft, dat van de. 6. strengen ider van 120. draaden bij het opendragen derselve , geen een draad goed is geweest. Wij hebben niet kun„ nen begrijpen, hoedanig dat touw door het stil leggen, dat in al dien— tijd, of 't seedert 1766. dat op Pallia¬ catta geweest is, gedaan heeft, in- diervoegen heeft konnen bedurven raaken, dus hebben wij de noodige Elucidatie van Palliacatta moeten vorderen, de bediendens daar, of wel E Eijgentlijk den bootsman en opsig„ ter over de Equipagie goederen aldaar Harmen Iots, mitsg:s de boekhouder Isaak Vrijmoet en gevorderde Elucidatie dier wee„ en bekomen verantwoording van den Jan
English
537 as to what it entails, but as to what the boatswain of the sloop the Walvisch has declared to the contrary, Jan David van der Waard defended himself in this regard with a detailed written statement and an attestation, both offered under oath, regarding the good and careful supervision that was always maintained during the making of that and other ropes, and the good condition in which the rope in question had been when it was shipped from there with the sloop the Walvisch, since the commander of that vessel, Ian Pietersz, after a careful examination, having perceived no decay in it, had taken it without raising any difficulty, all more fully stated in our resolution of the 2nd of July and the documents inserted therein; but that commander declared in an attestation likewise provided by him under offer of oath, accompanying the documents cited above relating to this, which are forwarded herewith, impossibility of being able to penetrate who is the cause of the decay; how the boatswain at Palliacatta clears himself; the Walvisch usually; acted in good faith; stating that, as aforementioned, he had indeed examined that rope and, on the exterior, had also discovered no decay in it, but had nevertheless declared that he could not answer for the defect that might be inside the rope, so that, as we have therefore been unable to penetrate to whom the decay must be imputed, whether to the overseer of Palliacatta or to the transporter; but the former clears himself with his aforementioned defense, and with respect to the latter it is, and certainly with respect to that sloop, impossible that that rope could have decayed in such a manner during the short intervening time that it was in his sloop, as was found here upon inspection; and it is therefore certain that in the making of the same here, people cannot have acted in good faith, whether by the Master of the Equipage himself, or by his servants and subordinates, to 96 538 request for its writing off; present given by the Nabab to the Governor and on what occasion; whom he entrusted the supervision of the ropewalk. We have therefore resolved to request Your Right Honourables, in this doubtful and no less vexing affair, that we may also write off that rope, provided that what is good—taking what can still be found good in it for use in the Company's service— be taken in against it, on which we then await Your Right Honourables' much esteemed disposition. Regarding the article of The Moorish and Heathen Government, we have the honour to inform Your Right Honourables that on the occasion when the Colombo Lieutenant Dessave Pieter Sluijsken was sent to the Subah of the Carnatic Lowlands, Mahometh Alichan, in the autumn of 1770, charged with a secret commission by the Ceylon Government, there was added to him from here the Company's interpreter here, Nagamalloe Chinaija Naijker, what it consists of, and how it was dealt with. whom His Excellency detained to attend the wedding of his two sons, which was then imminent, or about the departure of the said Huijsken from Madras. The same returned here after the celebration thereof, bringing with him 6 pieces of robes of honour, 1 large diamond ring, and 1 horse sent by the said Subah as a gift to the first undersigned Governor. The ring was valued here by knowledgeable jewelers and merchants in precious stones at 400 pagodas, or ƒ 1800:—; the horse at 200 pagodas, or ƒ 900:—; and the robes of honour at 20 pagodas, or in guilders, of which the last, in accordance with our resolution of the 22nd of May, were taken over by the said retiring Governor for the value thus appraised; but we have resolved to send the ring and the horse to Batavia, since upon a sale here His Excellency might regard it as a slight 33 539 the horse may perhaps serve for the Emperor of Japan; but for lack of space it is not being sent over; His Excellency; of the letter and the gift goods might perceive that what he offered in token of his esteem was put up for public auction in such a way, and thus only cause for displeasure would be given; and moreover the horse is a beautiful and spirited animal, and is endowed with all the marks on which the Asian peoples set such great store, and might perhaps, if Your Right Honourables think fit, serve to be sent to Japan for the service of the Emperor; but for lack of ship space, it must remain here until another opportunity. Furthermore, a return present, both in spices and other goods, to the amount of 500 pagodas or ƒ 2250:— has been offered to His Excellency for that gift, to whom has also been offered, by means of the Palliacatta heads, received for him from Batavia the letter and the gift goods from the Right Honourable Governor General, and offering made by the Palliacatta heads, return present given to His 9¾.
Dutch transcription
537 in wat de selve behelft, dog wat de bootsman van de Chialoup de Walvisch daar en teeg s verklaard heeft, Jan David van derwaard ver„ antwoorde den sig dierweegens bij een ampel geschrift en een attestatie beijde onder presentatie van Eede, weegens het goed en nauwkeurig toe„ versigt, dat 'er steeds voor dat en meer andere touwen geslaagen was, en Constitutie, waar in het de goede touw in questie was geweest, toen het van daar met de Chialoup de Walvisch. afgescheeft wierde, nadien den gesaghebber van dat kielt„ je Ian Pietersz na een nauw keu„ rige Examinatie, geen bederf aan het selve ontwaard hebbende, sonder eenig swaarigheijd te maaken voor„ genoomen hadde, alles breeder ver„ meld bij onse resolutie van den 2.' Julij en daar bij geinsereerde papie„ ren, dog dien gesaghebber verklaarde bij een door hem almeede onder pre„ sentatie van Eede verleende attestatie neevens de hier vooren geciteerde papie„ ren daartoe betreckelijk belijden deeses overgaande C onmogelijkheijd om te kunnen penctreeren, wie oorsaak van 't be„ derf is hoedanig den bootsman te Palliac. sig suijverd de Welvisch plegt, ter goeder trouw gehandelt is. overgaande, dat hij dat touw, invoegen voormeld wel g'examineerd, en voor het uijtterlijke, ook geen bederf daar aan ontdekt, dog egter verklaard had„ de, niet te kunnen instaan voor het gebreek, dat binnen in het touw mogte weesen, invoegen wij hieruijt mits onmogelijk hebbende kunnen pene„ treeren, aan wie het bederf gimpu„ teerd moet wersen, het sij aan den opsigter van Palliacatta, dan wel aan den overvoerder, dog de Eerste Zuijverd sig met sijne voormelde verantwoording en ten opsigte van den Laasten is het en wal ten opsigte van die Chialoup onmogelijk, dat dat touw in die korte tusschen tijd, dat in sijn Chia„ loup geweest is, in diervoegen heeft konnen bederven, als hier bij besig„ seekerheijd, dat bij dies slaan niet tiging is bevonden, en het is daarom seeker, dat bij het slaan van het selve alhier niet ter goeder trouw moet gehandelt weesen, het sij door den Equipagie meester selve, dan wel door sijne bediendens en mindere, aan 96 538 versoek tot dies affze. gedaan present door den Nabab aan de heer Gouverneur en bij welke occagie, aan wien het opsigt van de baan heeft toevertrouwt, dierhalven besloo„ ten hebben, deese twijffelagtige en niet minder verdrietige affaire uw hoog Ed:s te versoeken, om dat touw almeede te mogen afschrijven, mits mits het geene goed is, inneemende het goede, dat daar nog aante vinden is tot gebruijk in sComp:s dienst daar en teegen ingenoomen werde, op het welke wij dan uw Hoog Ed:s veel g'eerde dispositie blijven te gemoed sien -0 Nopens het articul van De Mhoor en Heijdense Regeering hebben wij de eere uw hoog Ed:s te bedeelen, dat bij geleegendheijd den Colombosen Luijtenant Dessave Pie„ ter Sluijsken, in het najaar van 1770. met een secreete Commissie door de Ceijlonse Regeering belast, aan den heer souba van de Carnaticale beneede Landen Mahometh alichan gesonden was, hem van hier bijgevoegd geworden is 's Comp:s taal man alhier Naga„ 7 D waar in het selve bestaat, n hoedaenig daarmede gehandelt is Nagamalloe Chinaija Naijker, den„ welken zijn Excellentie aangehouden heeft, om de bruijlafft van sijn beijde Zoons, die toen, off op het vertreck van gedagte Huijsken van Madras„ op handen was, bij te woonen, densel„ ven is na de Celebratie vandien, al„ hier gereverteerd, meede brengende 6 p:s Eerkleeden, 1. groote Brilliante ring en 1. paard door ged. heer Souba tot geschenk aan den eerst ondergetee„ kend Gouverneur gesonden, de ring- is hier van kundige Juweliers en hande„ laars in Edele gesteentens geschat op 400 pa/o: ƒ 1800:—: het paard op 200. pa/. of ƒ 900: ende Eerkleeden op 20. pa/o. of op guldens, van de welke de laaste Conform ons besluijt van den 22e. Meij door gedagte Heer afgaande Gouvern„r voor dus getaxeerde waarde overgenoo„ men sijn, dog de ring en het paard beslooten hebben naar Batavia te ver„ senden, alsoo bij verkoop alhier zijn Excellentie voor een Klijnagting soude kunnen 33 33 539 het pard sal somtlijds voor de keijser van Japan kunnen dienen, dog mitsgebreek aan ruijmte gaat het selve niet over, Excellentie van de brief en schenkagie goederen kunnen of neemen, dat min het geen hij tot betooning sijner agting geoffe„ reerd heeft, soo publicq heeft laaten opvijlen en dus maar oorsaak tot misnoegen gegeven werden, en boven dien het paard een schoon en moedig dier, mitsg.:s van alle de teekenen, waar de asiatische volkeren soo seer opgesteld sijn, voorsien weesende, som„ tijds uw hoog Ed:s des goedvindende, soude kunnen dienen ter versending naar Japan ten dienste van den keijser, dog mits gebreek aan scheeps„ ruijmte, moet het selve alhier over„ blijven tot een andere geleegendheijd, hebbende voorts zijn Excellentie voor dat geschenk een Contra present, soo in Specerijen als andere goederen, ten bedragen van C: C. p Z. 500. of ƒ 2250:— doen offereeren, aan wien — men ook door weegen van de Palliacat¬ voor hem van batavia ontfangen se opperhoofden heeft doen aanbieden, de brief en de schenkagie goederen door den hoog Edelen heer Gouverneur Ge¬ en aanbieding door de Palliac„te opperh. gedaan Contra present aan sijn nevaal 9¾. „ e
English
Request made by Tanjore to deliver the outstanding elephants, sending the dispatched people to Jaffanapatnam to select them, though under which condition. Regarding the gifts, a report will be made via Ceylon. sent to his Excellency aforementioned by the ship Zeekerlust, while regarding this chapter we furthermore bring to the respected notice of Your Right Excellencies that recently an application was made on behalf of the Prince of Tanjore to obtain the recognition elephants due to His Highness, numbering 6 pieces for the financial years 1769 and 1770; we have decided to allow the mahouts and handlers who arrived for that purpose to proceed to Jaffanapatnam, and we shall write to the Jaffanapatnam servants not to tolerate those animals being shipped too unseasonably or out of season, as happened in the year 1767. Regarding the item of gifts, nothing of consequence having occurred or been performed that requires a special description here other than that which relates solely to the ordinary gifts to which one is obliged, we shall have the honor of attending Your Right Excellencies therewith in our ordinary annual advices via Ceylon; and in the meantime, we offer Your Right Excellencies our gratitude for the permission granted to write off the gifts made in the financial year 1771/72, as well as the expenses incurred for the carpentry works and repairs in that financial year, concerning which we give Your Right Excellencies sincere assurances that every care is being taken to reduce that pressing burden considerably; but Your Right Excellencies will please favorably consider that the fortifications and buildings here, being very old, are constantly subject to repairs, just as on that account we find ourselves obliged once again to bring most urgently to your attention the bad and dilapidated condition of nearly all the buildings at Palliacatta, especially the cloth warehouse, six rooms, the church and consistory, three warehouses, and the main treasury, the restoration of which, according to an estimate sent by the chief officers and inserted in our resolution of 13 September—and furthermore also sent separately among the appendices hereto—will cost the substantial amount of ƒ 29,738:5:8, or including the required woodwork to the amount of ƒ 2,464:-:-, importing ƒ 32,202:5:8 or pagodas 7,136:7:48; just as the two spice warehouses of this main settlement at this Castle, situated under the church, have been found in an equally bad condition, according to an estimated report received at our meeting of 25 September and inserted into the resolution of that day, but also sent separately, according to which, for the restoration of those warehouses—one being 90 feet long and the other 70 feet, but both of an equal width of 30 feet—there will have to be spent 2,295:20:64 pagodas, or ƒ 10,331:8:-; but because both amounts appeared to us too important to proceed to their restoration without special authorization from Your Right Excellencies, we decided at our aforementioned meeting to bring this to the notice of Your Right Excellencies and to request your approval regarding the same, as is done hereby in all deference, as well as requesting that, should it please Your Right Excellencies to grant permission for it, we may at the same time be provided with the required woodwork, as otherwise their repair would remain stalled. The Correspondences Concerning this main section, we respectfully thank Your Right Excellencies for the notice given that, to promote the areca trade on Ceylon, the ministers there were authorized to add some pepper to it; the same will by no means prejudice the sale of that grain here, which is sent from Batavia upon our demand, but it will indeed affect the supply that is brought annually in large quantities from Malabar by the English and French and other private traders; and therefore, although this grain has now for some years and again at present been disposed of with a reasonable profit, one cannot count firmly on it for the future; thus leaving its outcome to time, we meanwhile take the liberty humbly to present to Your Right Excellencies, alongside this, two packets with letters addressed to Your Right Excellencies by the Ceylon ministers, as well as two similar packets together with the accompanying small chest containing the trade books of the ministry on the
Dutch transcription
gedaan aansoek van Tansjoer om de te agteren staande Eliphanten te doene sending na Jaffanap„m van't gesonden volk tot dies uijtkipping, dog onder welk aanste. Nopens de schenkagie sal over Ceijlon verslag gedaan werden nevaal aan meer gemelden zijn Ex„ cellentie per het schip Zeekerlust gesonden, terwijl ten belange van dit Chapiter nog ter g'eerde kennisse van ow hoog Edelens brengen, dat deeser dagen voor en van weegen den Tansjoersen Vorst aansoek gedaan sijn de ter erlanging van de Regognitie Eliphanten, die sijn Hoogheijd ten ge„ talle van 6. stux: voor de boekjaaren 1769 en 1770 te vooren staat, beslooten hebpen ben, de ten dien eijnde afgekoomene Cornax en Mahaldaars naar Jaffa„ napatnam te laten vvergaan, en de„ Iaffanapatnamse bediendens aan„ schrijven zullen, niet te tollereeren, dat die animalen, gelijk in den Jaare 1767. geschied is, te ontijdig, off buijtens tijds werden afgescheept. Met opsigt tot het articul van De Schenkagien niets van aangeleegendheijd voor gevallen en ver„ rigt sijnde, dat een speciciale beschrij„ ving in deesen vereijsscht, dan het geen alleen 1 540 ter aff van't verschonken in ao p„o. Item het vertimmerde, verseekering, dat daar omtrent slegte toestand van de gebouwen te palliacatta alleen tot de ordinaire vereeringen, waartoe men verpligt is, betrecking heeft, soo sullen wij het geen daar omtrent te bedeelen valt, de eere hebben, uw hoog Ed:s daarmeede bij onse ordinaire Iaarlijxe advijsen dankbetuijging voor de permiddie over Ceijlon op te wagten en intussen uw hoog Edelens onse dankbaarheijd offereeren voor de verleende permissie om het verschonkene in het boekjaar 17 6/72 te mogen afschrijven, als meede het bekostigde, tot De Timmeragien en Repara„ tien in dat boekjaar, welkendweegen wij uw hoog hoog Edelens Sinceer ver„ seekeringen doen, dat alle attentie ge„ bruijkt werd, om die druckende Last„ post merkelijk te doen verminderen, dog uw Hoog Edelens gelieven gun„ ftiglijk te Considereeren, dat de for„ tificatie werken en gebouwen alhier, seer oud weesende dus telkens aan repa„ ratien onderworpen sijn gelijk wij ons uijt dien hoofde weder verpligt vinden, alle attentie gebruijkt is, hoogst ffa„ ns van on ver„ ehoi ƒ„ geent en wat dies repairatie kosten sal, packhuijsen ten deesen Casteele hoogst deselve onder het oog te brengen, de slegte en vervallen toestand van meest alle de gebouwen te Palliacatta, insonderheijd de kleede Caal, ses kamers, de kerk en Consisterie, drie packhuijsen en de groote geldkamer, tot welkers res„ tauratie volgens een door de opperhoofden overgesondene Calculatie ter onser reso„ lutie van den 13. 7ber: g'insereerd, dog buijten dien onder de bijlagen deeses ook appart overgaande, sal komen te kosten een aansienlijk bedragen van ƒ29738. 5: 8: of met de daartoe vereijsschende hout„ werken tot een montant van ƒ2464:—:— daar onder gereekend, importeerende ƒ 3212:5: 8. off pag. 7136: 7:48. soo als in een ge„ geleijke toestand van twee specerij„lijk slegten staat bevonden sijn de twee Specerij- packhuijsen deeser hoofd„ plaatse ten deesen Casteele onder de kerk staande, navolgens een Calcula„ tive rapport ter onser bij eenkomste van a den 25 7ber ingekomen en bij de reso„ lutie van dien dage geinsereerd, dog neev teffens 34 en 39 gq 541 moet, en in Cas van qualificatie tot de re„ paratie om de noodige houtwerken de verkoop te Ceijlon van peeper neev:s de arrek sal den vertier in dat articul hier niet prejudiceeren teffens appart overgaande, volgens het welke tot de verhelping dier packhuijsen, het eene lang 9p0 iet het andere 70. voeten, dog beijde van een gelijke breede van 30. voeten ider bekostigd sullen moeten wer„ een wat tot verhelping besleed worden den pagooden 2295: 20: 64. off ƒ 10331:8:—:„ maar dewijl die beijde bedragens ons te important sijn te vooren gekomen, om sonder speciale qualificatie van uw tot de verhooping derselve overtegaan hebben wy ter onser voorsz by eenkomst besloo„ ten sulx uw Hoog Edelens hoog Ed:s ter kennisse te brengen, en hoogst der selver goedvinden dien aan„ gaande te versoeken, gelijk bij deesen in alle Eerbied geschied, soo meede, dat wanneer uw hoog Ed:s behaagen mogte, daar toe permissie te verleenen, alsdan wij teffens voorsien mogen werden met de daar toe vereijschende houtwerken, dewijl anders de reparatie der selve soude moeten blijven steeken. De Correspondentien Ten belange van dit hoofddeel bedan„ ken wij uuw hoog Ed:s Eerbiedig voor de gegevene kennisse dat ter bevordering van maar wel den aanvoer van de mal„ labaar door particulieren en dus kan men nopens de winst daar op niet vast Cijfferen aanbieding van twee Ceijlonse pacquet„ Jtem twee gelijke mallabaarse neevs een kasje van daar van den arrek handel op Ceijlon de Mi¬ nisters aldaar gequalificeerd waren, om bij deselve teffens eenig Peeper te voegen, deselve sal geensints prejudiceeren den verkoop van dien Korl alhier, dewelke op onsen Eijsch van Batavia werd ge¬ „ sonden, maar wel den aanvoer, die Jaarlijk in grooten quantiteijten van de Mallabaar door de Engelse en fransche en andere particuliere traffiquan =ten geschied, en daarom kan men, schoon dien korl nu eenige Jaren en nu weder met een tamelijk advans van de hand geset is, voor het vervolg, daar niet vast op reekenen, en dus de uijtkomst derselve de tijd aanbevolen latende; inmiddels de vryheijd neemen, uw Hoog Edelens „n deeses humdel aantebieden besijden, „ twee pacquetten met brieven door de Ceijlonse Ministers aan uw hoog Edelens gesuperscribeerd, als meed twee gelijke pacquetten neevens het daar bij gehoorende kasje met de Negotie„ boeken van het Ministerium op de„ ten het
English
100 542 Decay of a Trincomalee sloop at Sadras, and the proceedings in that regard here, were brought to us by the Malabar via Tuticorin. The sloop Ceijlon, belonging to Gale, on its voyage from Baticoloa to Princonomale, was overtaken by a storm and blown from its anchors, before which it lay off the Paeldis Island, and arrived at Sadras, subsequently having arrived here after much difficulty. According to our resolution of the 27 July and 14 August, its cargo of rice, in the quantity of 150066 pounds, which had become wet through leakage, and moreover a part of it, or 37397 pounds, entirely spoiled, and the remaining 112669 lb also somewhat tainted, the first-mentioned quantity was ordered to be cast into the sea, and the second sold here for the prevailing rate, which yielded pa 509: 3:—: or f 2291. 14. The said sloop, having furthermore been provided with necessities, was sent onward to Trinconomale with a cargo of paddy. The Roman clergy are real troublemakers and cause many quarrels, so that the priest had to be changed again, and why. Regarding various matters, we must declare that the Roman clergy are real troublemakers, always causing many quarrels concerning the churches standing in this city and in the village of Sinhora de Caude, so that we have recently had to change priests again. We have allowed those churches to be handed over by the old Portonovo priest Father Cajetano de L'assumption, of whom mention is made in our respectful advices of the twenty-second of December 1770, to the priest Tré Anthonio de Sinhora de Rosaijro, of the order of Franciscan mendicant friars, who was expressly sent for this purpose from Goa. His brought patent was confirmed by the Bishop of St. Thome or Maijlapoer, 543 and the outgoing Governor was therefore expressly requested for his admission. Furthermore, this new priest has promised and given assurances to behave piously and moderately. Moreover, the old priest, on account of his advancing years and weak bodily constitution, continually sought to be dismissed from here and, as before, to be stationed in his parish at Portonovo, in order to enjoy more rest among his formerly administered congregation there, with which he seems very pleased, than that which this place has caused and brought upon him, especially the Patnamers, who are real agitators, divided into factions, and always crave changes. A reward placed on the capture of runaway slaves, and of what nature. Since nothing was ever paid here to the Visiadoor of this city or his Talliars for the apprehension of slaves, and one therefore always had much trouble in overtaking or regaining possession of those fugitives, due to the little effort that the Visiadoor or his servants put forth because they had to do everything without reward, which was judged by us to be very unfair, seeing that the Honorable Company itself has granted him 5 pagodas for delivering each deserter who is a European, and 2½ pagodas for a Malay, we, taking this and the evil that can arise from the desertion of such servants into consideration at our session of the 13 April, have resolved that for every slave apprehended in this city, the villages of Willipalium, Poeteor, Mangiecolle, Antonij pette, and surrounding areas, one pagoda shall be paid by the owner to the Visiadoor; 544 Renewal of the placard concerning the mortgaging of real property, and with what statute. at Naoer and other neighboring villages in the King's Land, 2 pagodas; and at Carcal, Priwaloer, and elsewhere, 3 pagodas. We have also determined on that day to have renewed, by the posting of placards, the prohibition against the private mortgaging of real and other property, with the further statute that no other special mortgages of real property shall be respected than those that are secretarial, and that furthermore all notarial deeds of debt, suretyship, etc., shall be and are held preferential over private writings and olas, with however many witnesses the same might be signed. Likewise, that all book debts or loans of money on olas must be satisfied within the period of two years, or, in case of non-payment, legally claimed, What has been enacted to prevent the taking of high interest on pawns. unless such could not occur due to absence abroad. In the same manner, in order to prevent as much as possible the rampant practice of taking high interest on lent moneys, which is very common here, and unconscientiously practiced, since it is not really possible to eradicate that old and deeply rooted custom entirely, it was enacted upon the basis of the reasons set down in the resolution of that day that whenever any good or goods were taken in pawn without a notarial deed (of which the law shall remain in its entirety and vigor) and the pawner is sued at law for it, and the pawned property is legally sold, the creditor shall have to be satisfied with
Dutch transcription
100 542 verval van een Trinconomalse Chialoup te sadvas Pm het verrigde daar omtrend alhier, de Mallabaar over Tutucorijn ons toegebragd geworden. De Chialoup Ceijlon op Gale thuijs hoorende op sijne reijse van Baticoloa naar Princonomale, van een storm beloopen en van sijn ankers, waar voor deselve voor het Paeldis Eijland lag, weg geslagen en te Sadras ter houwe geko„ men, vervolgens van daar na veel suc„ kelens alhier gearriveerd sijnde, heeft men na Luijd onser resolutie van den 27. Iulij en 14. ' aug.:s sijne ingehad hebbende Lading rijst, ter quantiteijt van 150066. ponden, dewelke door Lee¬ kagie nat geworden, en boven dien een gedeelte daar van of 37397. ponden ten eenemaal bedorven, mitsgaders de overige 112669. lb: ook eenigsints aangestooken was, de eerst gemelde quantiteijt in Zee doen werpen, ende tweede voor het geldende alhier laten verkoopen, en gerendeerd heeft pa 509: 3:—: off daar de ƒ de Roomsche sijn regte war¬ geesten rijen, moeten veranderen, en waarom, off ƒ 2291. 14, sijnde die Chialoup voorts van het nodige voorsien weesende met een Lading Nelij naar Trinconomale voortgesonden. Zaaken, betref„ Differente fende moeten wij betuijgen, dat de Roomsche geestelijken regte wargeesten en veroorsaaken veele Brouille, Zijnde, althoos veele brouillerijen, nopens de kerken te deeser steede en in het dorp Sinhora deCaude staande, veroorsaa„ soo dat men weder van Priester heeft ken, soo als wij weeder deeser dagen van Priester hebben moeten veranderen en die kerken door den ouden Portono¬ vosen Pater Cajetano de L' assumption, waarvan bij onse Eerbiedige advijsen van den tweeen twingsten Decembere 1770. mentie gemaakt is, Laaten over„ geeven aan den daar toe van Goa Expres afgesondene Priester Tré Anthonio de Sinhora de Rosaijro, van de ordre der Prencis„ caner bedel monnitken, wiens meede gebragte tot 543 gebragte patent den Bisschop van J„t Thome off Maijlapoer, geconfirmeerd, en dus ter sijner ad„ missie den Heer afgaande Gouver„ neur Expres versogt, mitsg: s desen nieuwen Priester daarbij belooft, en verseekeringen gedaan heeft, van sig Vroom en moderaat te sullen gedraagen, en booven dien den ouden Priester mits sijne toe„ neemende Iaren en swagke Lichaams Constitutie steeds getragt heeft, van hier ontslagen en gelijk voor heen in sijn Parochie te Portonovo gesteld te werden, om daar onder sijne te vooren bestierde gemeente, waar„ meede hij seer ingenoomen schijnt te weesen, meerder rust te genieten, dan die van hier hem veroorsaakt en toege„ bragt heeft, in sonderheijd de Patnamers dewelke regte woelgeesten en in factien verdeeld zijnde althoos na veranderingen haken. dewijl te op het opvatten der wegeselope„ ne Hlavens een premie gesteld, en hoedanig Dewijl voor het opvatten der Slaven, alhier nooijt iets aan den Visiadoor deeser steede, off sijne Taljaars betaald is geworden, en men dus altoos veele moeijte gehad heeft, om die fugativen te agter halen of weder magtig te werden door de weijnige moeijte, die den Visiadoor off sijne bediendens uijt hooffde alles son¬ der belooning doen moeste, in het werk stelden, het geen bij ons voor seer on„ billijk is geoordeeld, nadien d' E. Comp. e selve, hem voor het opbrengen van ider deserteur een Europees sijnde, 5: pagood; en voor een Maleijer 2½ pagood toegelegd heeft, soo hebben wij het selve en het quaad, dat uijt de desertien van dier„ gelijke dienstelingen voortspruijten kan, ter onser sitting van den 13.' april in overweeging neemende besloe„ ten, voor ider slaaf, die in deese stad, de dorpen Willipalium, Poeteor, Mangiecolle, Antonij pette en daarom streeks werd opgevat, door den Eijge„ naar ve tot 544 renovatie van't billiet nopens het verpanden van vaste goederen, en met welk stalut, naar een pagood, aan den Visiadoor te doen betaalen; te Naoer en an„ dere naast geleege dorpen in 's konings Land 2. pagooden, en te Carcal Priwaloer en elders 3. pagooden. Ook hebben wij ten dien dage vast gesteld, om bij affixie van billieten te Laten renoveeren het verbod teegens het onder de hand verpanden van valle en andere goederen, met ver„ dere statueering, dat geen andere speciale verbanden van vaste goederen gerespecteerd sullen werden, dan die secre¬ tavieel sijn en dat wijders alle secretarieele actens van schuld, borg„ logt, &c. preferent sullen sijn en gehouden werden, boven de hand„ schriften en Glas, met hoe veel ge„ tuijgens deselve ook geteekend mogten weesen, soo meede, dat alle boek schuld, off geld Leeningen bij Olas binnen den tijd van twee Jaren voldaan, off bij Waenbetaaling geregtelijk inge vordert. ge¬ aar 6 wat door voorkoming van het nemen van hooge intrest op honden gestatueerd is, vordert soude moeten werden, ten ware sulx door uijtlandigheijd niet geschieden konde: In selver voegen heeft men om het waakeren door het neemen van hooge Intressen op uijtgeleende pen„ ningen, het welk alhier seer in swang is, en Conscientieus daar omtrent werd te werk gegaan, soo veel mogelijk voorte koomen, dewijl om die oude en ingewortelde gewoonte ten eenemaal uijt te roeijen niet wel mogelijk is, oft fondament der reedenen bij resolu¬ tie van dien dag ter needer gesteld, gestatueerd, dat, wanneer eenig goed offte goederen in pand wierd ge„ noomen, sonder secretarieele acte, /: waar van het regt in sijn geheel en Vigeur soude blijven:/ en den verpander daar over in regten aan„ gesprooken, mitsg.:s het verpand goed geregtelijk verkogt werdende, den Crediteur sig vreede soude moeten houden met 36 mar
English
36 103 545 decision taken not to lock any natives in irons for civil matters and for what reason, but to hold them in civil custody at the visiacoor for the first 3 months with that which those mortgaged effects purely yielded, without claiming anything more, or troubling the debtor any further about it. Also on that day, because locking or transferring native debtors into the Company's irons has frequently given cause for commotion among the natives, on account of their superstitious washings and purifications etc. to which they are addicted, being discussed at length in that resolution, it was established henceforth not to bring any natives into the irons within the Castle here for debts or other civil matters, or to commit them as prisoners, but as before, to hold them in civil custody at the Visiacoor on the Nelijbasaar in the building intended for that purpose, and to treat them civilly for the first three months, but if they still do not pay, upon request to be the supervision of the fire engines entrusted to the fiscal to be tested every three months, and subsequently treated more strictly upon request of the creditor to have them treated more strictly, thus not allowing them to come out of the room where they are placed, in order thus to compel them to payment. In order to keep the two fire engines, with which Your Right Honourables, upon the humble request made from here, have been pleased to provide us, always in a good condition, and in time of need, to have that utility and use for which they were requisitioned and sent, we have, at our session of 10 June, as it was observed that by their continual inactivity and the great heat here, the hoses and leatherwork being dried out, they were unserviceable, approved entrusting the supervision thereof to the fiscal here, to be tested and examined once every three months in his presence and that of two commissioned Judicial Members, and each time to make a report in writing of his findings, in order to be assured of the condition thereof. 104 546 permanent order that the Minister shall not be permitted to make any overland journey in his visitation to the offices Dues, expense accounts. With respect to this article we have, at our session of 10 June, taking into consideration the expenses that the Honourable Company must bear each time the Minister departs to the subordinate offices for the administration of the Holy Seals of the Covenant there, because he is obliged to make the return journey overland, in order not to be subject by sea to a long voyage of two to three months, to which the sloops heading here from the North in the spring are subject; on that day, to free the Honourable Company in the future from such extraordinary costs, which grew from time to time, as this year again a sum of 316. 17. 40 pagodas or 1411. 15. 8 guilders had to be paid, decided to enact as a permanent order that whenever it should henceforth be deemed necessary to send the Minister to the offices for the aforesaid purpose, to let him depart then in the middle or at the end of June, in order to call at all the offices before the wind as far as Bimilipatnam on the outward journey, and from there in the middle or at the latest at the end of November, when the wind has turned to the North, to return here again with that same sloop, whereby he does not need to be under the necessity to make the journey overland; unless he wished to do so at his own expense, which is left to his choice. With the remains of the old broken-down Portonovo lodge, 37 37 101 547 authorization to sell what still remains standing broken-down Portonovo lodge running more and more risk of being entirely washed away in this bad monsoon, because a part both of the gate and the south wall already lies in the river, and the woodwork to be found on the remaining buildings cannot be used again as it is entirely rotten and decayed, since the lodge is old and since 1755 the upkeep has not been maintained; upon the representation made in that regard at our requisition by letter of 15 August by the resident in his letter of 5 September following, reporting therewith at the same time that upon demolition few or no whole bricks were to be expected from it, because the walls are mortared with lime; authorized him, in conformity with our resolution of the 13th of that month, to surrender what still stands of it for the bid of 160 pagodas, 720.-.- guilders made for it, or else to sell it publicly at auction, to experience whether anything more can be made for it, with orders to the Resident in the meantime to look out for a good rented warehouse—although he raises some difficulties in securing the same—for the storage of the bales until we should be provided with Your Right Honourables' highest and further orders whether we may request the Lord Writer of Arcot for another piece of land, to erect a house or warehouse on it. and to rent a warehouse until their Right Honourables' disposition shall have been obtained, screening of the pepper brought with the Noordbevel and why performed Regarding short weights and measures, we have had the pepper brought by the bearer of this, to the quantity of 200,000 pounds, screened here, because the buyer thereof made difficulties in accepting the same before and prior to the
Dutch transcription
36 103 545 genomen besluijt, om geen Jnlan„ ders vver Civile saaken in de boeijen te sluijten en om wat reeden maar bij de visia door te geijselen om de eerste 3/m Civiel met het geene die verbondene Effecten Suijver opwierper, sonder iets meer„ der te pretendeeren, off den debiteur daar over verder te vermoeijelijken. Ook is ten dien dage, om de wille het sluijten off overbrengen in s Comp:s boeijen van Inlandse debi„ teuren veel maals oorsaak tot opschud„ ding onder den Inlander gegeven heeft, uijt hoovde hunner superstitieir se wasschingen en reijnigingen &. waaraan sij verslaaft sijn, in het breede bij die resolutie verhandeld werdende, vastgesteld, voortaan geene Inlanders om de wille van schulden, of andere Civile saaken in de boeijen binnen het Casteel alhier te brengen, off tot gevangens te verwijsen, maar gelijk bevoorens bij den Visiacoor op de Nelijbasaar in het daar toe zijnde gebouw, te geijselen, en in de eerste drie maanden Civiel te behan¬ delen, dog dan nog niet betalende, op versoek te werden het opsigt der brandspuijtens aan den fiscaal opgedragen om alle drie maanden geprobeerd „te werden, en naderhand strickter getracteerd versoek van den Crediteur strichter te Laten tracteeren, dus niet uijt de ka„ mer, daar se ingeset sijn, te laten komen, om haar alsoo tot de betaling te Constringeeren. Om de twee brandspuijten, waar meede uw hoog Edelens op het van hier humbel gedaan versoek, ons heb„ ben gelieven te voorsien, altoos in een goeden staat te doen houden, en in tijd van nood, dat nut en het gebruijk te hebben, waar toe deselve g'eijsscht en gesonden sijn, hebben wij ter onser sessie van den 10. . Junij, als bespeurd weesende, dat door het Continueele ftilleggen derselve en de groote kette alhier, de flangen en maniring verdroogd sijnde, de¬ selve onklaar waren, goedgevonden, het opsigt daar van aan den fiscaal alhier opte dragen, om alle drie maan„ den eens ten sijnen overstaan en twee gecommitteerde Justitieele Zee„ den geprobeerd en g'examineerd te werden. 104 546 permanente ordre, dat de Pre„ dicant geen land reijse in sijn visite na de Comptoiren sal moogen doen sijn Ongelden, onkostreecquen. Ten opsigte van dit articul hebben. wij ter onser sessie van den 10. Junij in overweeging neemende de ongelden„ die d' E. Comp. e telkens dragen moet„ E soo meenigmaalen, als den Predicant naar de onderhoorige Comptoiren ver¬ treckt, ter uijt deeling aldaar van de Heijlige Bondseegelen, de„ wijl hij verpligt is, de terugreijse over land te doen, om over Zee aan geen Lange reijse van twee à drie maanden, waar aan de Chialoupen in het voor Jaar van de Noord dit „heen steevende, onderhavig sijn subjedt te weesen, ten dien dage, om de E. Comp: in het vervolg voor diergelijke Extra ordinaire onkosten, die van tijd tot tijd aangroeijden te werden, en van dies bevinding telkens rapport in schriptis te doen, om van de Constitutie der selve verseekert te bevrijden aar a en G ƒ ten hij op eijgen kosten, om weg te spoelen,. bevrijden, gelijk men deesen Jaare weder een somma van p%o. 316. 17. 40. of ƒ 1411. 15. 8. heeft moeten betalen, beslooten tot een permanente ordre te statueeren, dat wanneer het voortz aan noodsakelijk geoordeeld wierd, om den Predicant ten eijnde voor„ meld, naar de Comptoiren te senden, den selven dan medio off in het Laast van Iunij te Laten vertrec„ ken, om voor de Wind alle de Comp¬ loiren tot Bimilipatnam toe, in de heen reijse aante doen, en van daar medio, off uijtterlijk ultimo Jber: wanneer de wind na het Noorden gekeerd is, weder met die selvde Chia„ loup dit heen retourneeren, waar door hij niet in de Noodsaakelijk„ heijd behoefd te weesen, om de reijse over land te doen; ten ware sulx voor eijge reecquening doen wilde, het geen aan sijn verkiesing gelaten Met overblijffsel van de oude afge„ gevaarde portonovole logie, broeke 37 is. 37 1ot 547 qualificatie, om het geen 'er nog staat te verkoopen broeke Portonovose Logie hoelan„ „ger hoe meer gevaar Lopende, van in deese quaade mouston ten eenemaal woeg te spoelen, dewijl een gedeelte soo van de poort, als de suijder muur, reeds in de Revier Zegd ende hout„ werken aan de overgebleeven ge„ bouwen te vinden, niet weder geem„ ploijeerd kunnen werden als ten— eenemaal verrot en vergaan sijn„ de, vermits de Logie oud en 't seedert 1755. , en de haind niet aangehouden weesende, heeft men op de dierweegs op ons requisit bij brieve van den 15' aug. s gedaane vertooning door den resident bij sijne Letteren van den 5. 7ber daar aan daarbij teffens— meldende, dat bij affbrake weijnig, off geen heele steenen van te verwag„ ten waren, om dat de muuren met kalk opgemetseld sijn. Den selven Conform ons besluijt van den 13. . dier C maand gequalificeerd, het geen 'er nog van en 1. en een packhuijs in te huuren, tot dat men haar hoog Edelens dis„ positie erlangd hebben sal, gedaane harping van de Peeper met noordbevel and aangebragt, en waarom van staat voor het daar voor gedaane bod van 160. pagooden, ƒ 720. —. —. aftestaan, dan wel publicq bij opslag te verkoopen, om te ontvaaren, of 'er dan nog iets meer voor te maaken sal weesen, met ordere, aan den Resi„ dent, ons intussen na een goed huur„ packhuijs „ schoon hij ter bemagtiging derselve eenige difficulteijten maakt, om te sien ter berging der packen tot dat wij met uw Hoog Edelens hoogst: te Eevene ordre voorsien soude werden of wij den Heer Scriba van Areadoe om een ander stuk grond sullen mogen versoeken, om 'er een huijs, off pack„ huijs opte setten. Onderwigten en Meeten betreffende, hebben wij de peeper per brenger deeses ter quantiteijt van 20'0000 houden alhier Laten harpen, om dat den kooper daarvan difficul„ teijten gemaakt heeft, deselve te accepteeren, voor en al eer van het
English
in the hope of its approval, the dust with which it was provided, as it had been sent here unsifted, was cleaned, which, according to the report inserted into our resolution of the 1st instant, has given a deficit of 1988 lbs. or 1¼ percent on a quantity of 191016 pounds; we do not doubt that our handling in this matter will receive your Right Excellencies' approval, since all the pepper that is sent from Batavia both to the Netherlands and to the factories of India for sale is always first sifted at the said Indian capital, just as the consignment received by the Bartha Petronella was found to have been cleaned of the dust, which, however, was not the case regarding that of the Noordbeveland, and for that reason the aforementioned loss has been written off to profit and loss after the write-off of the loss was executed. Notification given of the disapproval concerning the said convention to Pondicherry, and with what request. Regarding the article of the foreign nations, immediately after receiving your Right Excellencies' orders, we notified the French ministry at Pondicherry that your Right Excellencies have not been pleased to approve the convention made between them and us regarding the surrender of all the deserters who might happen to desert back and forth from the ships lying in each other's harbors to the same or into the forts and strongholds before which the keels lie, even if they should be native-born subjects of the respective nations, with the request to provide the commanders of their ships who might come under the necessity of calling at our places with the necessary orders to prevent all desertions and the estrangements that sometimes flow therefrom, according to our letter dispatched to them dated the 9th of November. What was answered thereto by that ministry. To which they, replying by their letter of the 18th following, conform themselves thereto, expressing, however, their regret over the nullification of that arrangement, since they say it served the mutual welfare; but because it followed from the aforesaid disapproval that the matter was left on the footing as it had been before, they would adapt themselves thereto and give the commanders of their ships the necessary notice thereof, unless the report they were obliged to give of this case to the ministers of their sovereign might induce the same to propose some agreement on this subject to their High Mightinesses and the Dutch East India Company that would be suitable to prevent the dispute that might arise thereover between the two nations in India. An occurred case at Pulicat concerning the abduction from the roadstead of a French private snow; claim made for the same, and on what ground. Your Right Excellencies may also be pleased to view, in the same manner, both from our resolution of the 14th of August and from the letter from the aforementioned French ministry dated the 8th of that month and the letter dispatched from here to the same on the [illegible] following, a certain case that occurred at Pulicat regarding the abduction by night from the roadstead there of a French private snow-vessel, L'Aurore, belonging to a Captain Verquet, which vessel the said ministers, in their aforesaid letter, upon an advisory note received thereof from the said Captain Verquet, reclaimed from us on the grounds of the protection which the Pulicat chief Dormieux was said to have granted to the said Captain Verquet; Protest upon non-recovery of the same; what was answered and shown thereto from here. and upon non-recovery thereof they protested against the same, leaving the consequences thereof not only to our general and private account, but also holding the Honorable Company and in general the entire Dutch nation responsible for it. But we have demonstrated to them their frivolous way of acting in giving credence to the assertion of the said Captain Verquet and his alleged granted protection of the Dutch flag by the aforesaid Pulicat chief, pointing out that the latter was not at all authorized to do so and also could not do so, because our jurisdiction at Pulicat extended no further than the castle, and thus outside of it as little as in the roadstead could any authority be exercised, but all foreigners, whoever they might be, in everything, both in the payment of anchorage, tolls, and otherwise, depended directly on the Diwan of the Carnatic subahdar, Muhammad Ali Khan; at the same time informing them how the case had actually occurred, from a report obtained thereof from the chiefs; and even if one had any jurisdiction at Pulicat, the chiefs would have acted entirely imprudently to meddle with the affair of Sieur Verquet, who, being arrested at Madras for his private debts, had violated the arrest and turned with his vessel to Pulicat; stating the confidence we had that they would give more credence to the narrative of the joint Pulicat chiefs than to the one directed by Sieur Verquet to the Governor Law, and of all circumstances
Dutch transcription
06 548 hoope op dies goedkeure, het stoff, waarmeede voorsien was, als ongeharpt, dit heen gesonden sijnde, gesuijverd wierd, het geen Conform Rapport ter onser resolutie van den 1. Courant geinsereerd een mindigt gegeven heeft van 1988: lb. of 1¼ ten honderd op een quantiteijt van 191016 ponden; Wij twijfelen niet, off onse behandeling in desen fal uw hoog Edelens goedkeure wegdragen door dien alle de Peeper, die van Batavia soo na Neder„ land, als na de Comptoiren van India ter verkoop werd gesonden, altoos ter gedagte Indiase Hoofdplaatse eerst geharpt werd, soo als de ont„ fangene partheij met de Bartha Petronella bevonden is / van het stoff gesuijverd geweest te sijn, dog het geen omtrent die van Noord„ beveland geen plaats heeft gehad, en is daarom het voormeld verlies op gedaane afschrijving van't verlies, winst en verlies afgeschreeven. Ten en 20 het tie na Pondicherij en met welk versoek, gegeeven kennisse van de disap„ Ten belange van het articul der probatie van weegens gem Conven„ Vreemde Natien hebben wij ten eersten na den ontfangst van uw Hoog Ed:s ordre het frans Ministerium te Pondicherij ken„ nisse gegeeven, dat uw Hoog Ed:s niet hebben gelieven te approbeeren, de Conventie tussen het selve en ons getroffen nopens de overgaave van alle de overloopers, die van de schee¬ pen in de weedersijdse haaven leg„ gende, tot deselve of in de forten en sterktens, voor dewelke de kielen leggen, over en weeder moogte komen overteloopen, schoon se geboore on„ derdaanen mogten sijn, van de wee¬ dersijdse Natien, met versoek, om de overheeden van hunne scheepen, die inde Noodsaakelijkheijd mogten koo„ men, om onse plaatsen aantedoen, met de noodige ordres te voorsien tot voorkoming van alle desertien, en daar uijt somwijlen voorttevloeijene ver„ 2 107 geantwoord is, 549 verwijderingen na Luijd onser aan haar afgevairdigde brief de dato 9' Iber, die sij bij haare Letteren van wat door dat ministerium daarop den 18. ' daar aan beantwoordende, sig daarmeede Conformeeren, onder betuijging, egter van derselver Leed„ weesen over de vernietiging dier schik„ king, dewijl zij seggen, deselve tot 1: weedersijdse wel sijn strekte, dog ver„ ƒ mits uijt de voorsze: disapprobatie volgde, dat die saak gelaaten wierd, op dien voet, als te vooren geweest is, zij sig daar na schicken en de over¬ heeden van derselver scheepen de noo„ dige kennisse daar van geeven soude, 4 ten ware, dat hun berigt dat zij van dit geval verpligt waren, aan de ministers van derselver Souverain te geeven, deselve bedweegen mogte, om over dit onderwerft eenige over„ eenkomste aan haar hoog mogende en de Nederlandsche Oost Indische Comp:. te proponeeren, die bequaam soude n g'exteerd geval te Pall„ weegens het wegbrengen van de rheede van een france particulier snauw, gedaane reclame van't selve en uijt wat hoofd, soude sijn, voortekomen, het different het welk daar over tusschen de twee Nrtien in Indien soude kunnen opkoomen. Ook gelieven uw Hoog Edelens in selver voegen, soo uijt onse resolutie van den 14. ' aug. s als uijt de brief door het voormelde frans Ministerium in dato 8.' dier maand ende van hier aan het selve afgevairdigde Letteren van den. . daaraan te beschou„ wen zeeker g'exteerd geval te Pal„ liacatta weegens, het wegbrengen bij nagt uijt de rheede aldaar, van een frans particulier Snauwscheepje L' Auvora, eenen C„t Verquet toebehoorende, welk vaartuijg die ministers bij haare voorsz Letteren op een daar van bekomene advijsbrief„ je van gedagte C„t Verquet van ons reclameerden uijt hoofde van de Pro„ tedie, die het Pulliacatts opperhoofd Dormieux gedagte C„t Verquet ver„ leend soude hebben, en bij non erlan„ ging toot 550 wat daar op van hier geantwoorden verthound is selve daar teegens protestering bij nen erlanging der ging derselve daar teegens protesteerden, en de gevolgen vandien, niet alleen voor onse algemeene en bijsondere reec„ quening Laatende, maar ook d. E. Comp:e en in het Generaal de gantsche Hollandse Natien daar voor verant„ woordelijk stellende, dog wij hebben haar daar op derselver ligtvaardige handel wijse aangetoond in het defe„ reeren van geloof, aan het voorgee„ ven van gedagte C„t Verquet en sijne voorgewend verleende protectie van de Hollandse Vlag door het voorsz: Palliacats opperhoofd met voorhou„ ding, dat deesen Laasten daartoe gantsch niet bevoegd was, en ook niet doen konde, om dat onse Juris„ dictie op Palliacatta niet verder streckte, als het Casteel, en dus daar buijten soo min, als op de rheede eenig gebied oeffenen mogten maar alle vreemdelingen, wie ook deselve mogte weesen in alles, soo in nt in het betaalen van de ankeragie, thollen als andersints, direct dependeerde van den Duan van den heer Carnatica„ sen Souba Mahometh alichan, haar teffens onderrigtende, hoedanig het geval sig weesentlijk toegedraa„ gen had, uijt een daar van bekomen berigt van den opperhoofden en indien men al eenige Iurisdictie op Pal„ liacatta hadde, de opperhoofden gantsche onvoorsigtigh gedaan souden hebben, sig te mesleenen met de saak van s„t Verquet, die om sijne par„ ticuliare schulden te Madras p=m gearresteerd weesende, het arrest ge„ violeerd, en het met sijn vaartuijg naar Palliacatta gewend had, onder voorhouding van het vertrouwen dat wij hadden, dat zij meerder geloof defereeren zouden aan- het verhaal der gesamentlijke Pal„ liacatse opperhoorden, dan aan het door s„t verquet aan den heer Gouverneur Luw gerigte, en van alle omstandig„ heeden
English
made a protest, without foundation and proof, as well as a note drawn up against all truth, and, in order to make his imprudence excusable, used the pretext that the protection of the Dutch Flag had been granted to him; by all of which it was expected that, upon being informed of the contrary and convinced of their own precipitate protest, which ought to have no place between good and obliging friends, they would desist from it, but contrary to hope they persisted in their preconceived delusion and threats, in which case a counter-protest was made, and all the misfortunes were left to their account and responsibility. But nothing further has followed upon this, and no further writings on that account have been received from them, from which it is presumed that, being further and better informed of the matter, they will certainly have found themselves misled by the said Saint-Verquet, and thus to have been too hasty in claiming justice, etc., and that the same has also been ill-founded against us. Furthermore, no further information has been obtained as to where the said Saint-Verquet or his vessel ended up, and how things turned out further with him. We have moreover most severely reproached the Palliacat chiefs for their excessive obligingness to the said Saint-Verquet, and furthermore demanded a report of all that could serve for further elucidation of that matter, in case the French ministry should not be content with the answer we have given and might write further concerning that affair. Regarding the servants, we shall comply with Your Right Honourable's revered order that the withholding of salary by servants placed in any administration, in lieu of the required security to be provided, shall not be extended further than to servants remaining in India. But the dismissed Palliacat Secunde de Joncheere has already, shortly after obtaining his discharge pursuant to our resolution of the 1st of May of this year, paid the amount of his security for his aforementioned previous administration, being 1000 pagodas or f 4500, into the treasury there, and a receipt for this has been handed to him. Furthermore, the present Secunde of Palliacatta, the Junior Merchant Hendrik Schoffier, has been ordered to pay the salary, which we have allowed to be credited to him since the day of his completed transfer from the Palicolke directorship, back into the treasury, or else to enter it into his pay account to be submitted by him. In the same manner, the necessary orders have also been given to write off, pursuant to Your Right Honourable's granted authorization, the items debited to the deceased former Secunde of Bimilipatnam, Carel Lodewijk Hagemeister, running in the books here to an amount of f 10072:14:—; likewise the expenses incurred by the Honourable Company to an amount of f 1534:10:— in the lawsuit ill-instituted against him before the English Court of Justice at Madraspatnam; but the costs on the part of the Executors have not yet been presented to us, nor demanded from us. Furthermore, the soldiers who, as mentioned in the beginning of this, were disembarked here from the ship 'S Lands Welvaren destined from Europe for Bengal, are to be sent in the spring to the Indian capital with the ship expected from that directorate. We have also taken into our dutiful observance Your Right Honourable's revered order and regulations made regarding the carriage of piece-goods from here by the ship's officers in their permitted chests; accordingly, upon the notice received thereof, the necessary publication has been made and posted in the usual places, both here and at the outer stations, on which account the outgoing Governor offers Your Right Honourable his gratitude for the favour granted to him in that regard. In the same manner, the Junior Merchant Jan Assengh and the Porto Novo Resident Leonard Campie herewith express their humble gratitude, the former for the favourable discharge from the payment of a certain amount of f 835:9:—, which on account of his share in the compensation for the lesser yield of the 166 packs sold at Batavia by auction in the year 1754,
Dutch transcription
109 test gedaan heeft, 551 heeden en bewijs, mitsg:s teegens alle waarheijd in gerigte briefje, en om sijn imprudentie excusabel te maa„ ken, sig van het pretext bediende, dat hem de protectie van de Holland„ se Vlag verleend was, en door al het welke men dan ook verwagtede, zij van het teegendeel onderrigt en overtuijgd sijnde van derselver voor„ baarige protest, dat onder goede en Complaisante vrinden geen plaats moeste hebben, afsien zoude, dog tee„ gens hoope bij derselver afgevatte waan en bedrijgingen persisteeren„ in welk geval men Contrapro„de, men dan Contra protest deede, en alle de onheijlen voor derselver— reecquening en verantwoording liet, dog daar is niets verder op gevolgd, woy daader is niets verder oftgevolgd, en men heeft ook geen schrijvens meer dier weegens van haar ontfangen, en wat men daar uijt ver ondersteld, seekerlijk, dat zij van de saak nader en beeter g'informeerd weesende onder„ vonden sullen hebben van ged. St. — Verqulet ge„ en catse bed. s voer de te verre gaan„ de Complaisanie aan st Verquet, en gevorderde Licudatie de ordre omtrent het staan laaten van gagie in steede van borgtogt, sal geobserveerd werden verquet misleijd, en dus te voorbaarig geweest te sijn in het reclameeren van regt &. en ook het selve teegens ons — qualijk geinstitueerd is en voorts ook geen verder narigt erlangd, waar dien st verquet, of sijn vaartuijg belend, en hoedanig verder met hem gedaane reproehe aan de Pallia, afgeloopen is; Wij hebben wijders de Palliacatse opperhoofden op het erns¬ tigste gereprocheerd over der selver te- verre gaande Complaisance aan gedagte s:t verquet, en voorts berigt gevordert) waar van al het geen verder tot nader Elucida„ tie van die saak dienen konde, ingeval het franse ministerium met ons gegeeven ordre antwoord niet Content weesen en over die affaire nader schrijven mogte. Dienaaren deesen aangaande sullen wij nakomen uw Hoog Ed:s ge venereerde ordre, dat het Laaten staan van Gagie door de in eenige administratie gesteld werdende dienaa„ ren, in plaatse van de geordonneerde te 110 552 de Joncheere heeft het bedragen van sijn borgtogt in Cassa geteld, waar van hem een bewijs afgegeeven is, genotene gagie in Cassa te tellen te stellene Cautie niet verder gesecten„ deerd werde, dan omtrent de in India blijvende dienaaren, dog den verlof„ ten Palliacatsen Secunde de Jonc„ heere heeft reeds op kort na sijn ver„ kreege dimisie ingevolge ons besluijt van den 1e. Meij deeses Jaars het bedraa¬ gen sijner borgtogt voor sijne voorm: gehad hebbende administratie sijnde 1000 pag. of ƒ 4500. aldaar in Cassa geteld, en men heeft hem daar van een bewijs ter handen gesteld; zijnde voorts den presenten Secunde van Palliacetta den OnderCoopman Hendrik ordre aan Schoffier on neev:s gem: Schoffier g'ordonneerd, om de gagie, — die wij hem 't sedert den dag van sijn gedaan Transport van de Palicolke opperhoofdij hebben laten goed doen, — weder in Casia te tellen, dan wel bij sijn Zoldij reek: inte treeken, om daar hem te werden ingediend; In selver voegen heeft men ook de noodige ordre gesteld; om de posten ten laste van den overlee„ dene geweesen Secunde van Bimilip„m dan wel in te dienen gedaane ordre, om de possten ten laste van Hagemeister aftefz: Carel da„ even d ge Carel Lodewijk Hagemeester de van de Bengaalse bhaar gelig„ te militairen staan in t voorjaar gesonden te werden de bepaaling nopens de vervoer van bij de boeken alhier loopende tot een montant van ƒ10072:14:—: ingevolge uuw Hoog Ed:s verleende qualificatie af te schrijven; Item de door d' E. Compe. in het teegens hem voor het Engels Court of Justitie Hoff te Meedraspm. qualijk g'institueerd proces gedaane ongelden tot een montant van ƒ1534. 10:— dog de kosten aan de kant van de Execu¬ teurs zijn ons nog niet opgegeeven, nog van ons gevorderd. Voorts staande Militairen, dewelke gelijk inden beginne deeses, daar reeds mentie van gemaakt is, van het uijt Europa voor Bengaale gedestineerd schip 'S Lands welvaren al„ hier aan de wal geligt sijn, met het in het voor Jaar uijt die directie verwagd werdend schip na de Indiase Hoofft„ plaatse gesonden te werden. Ook hebben wij ter onser schuldige observantie genomen uw Hoog Edelens sal g'observeerd werden Lijwaaten door de scheeps overheeden gevene, 111 en het billiet dierweegs is gepub„ liceerd dankbetuijging door den heer Gouv„r van 't hem dierw s toegelegd faveur, dank betuijging van Appengh en Campie, en waarom 553 gevenereerde ordre en gemaakte bepa„ lingen, omtrend het vervoeren van Lijwaaten van hier door de scheeps„ overheeden in de haar gepermitteerde kisten, sijnde mits dien, van het daar van bekomen advertissement, de noo„ „dige publicatie gedaan en ter gewoone plaatsen g'affigeerd; soo wel hier als op de buijten Comptoiren, welkendwee¬ gen den Heer afgaande Gouverneur uw Hoog Ed:s sijne dankbaarheijd offereerd voor het hem toegelegd faveur daar omtrend. In selver voegen leggen hunne nedrige dank Erkentenissen bij deesen af den Onder Coopman Jan Asssengh en den Portonovose Resident Leo„ Campie, den Eersten voor de nard gunstige ontheffing van de betaling van seekere montant van ƒ 835:9:—: welke weegens sijn aandeel in de vergoeding van het minder rendement der te Batavia in anno 1754. per vendutie verkogte 166. packen cu„ ne¬
English
Item: expression of gratitude from Johnson, Appengh, and Scoffier for confirmation in their offices. The order regarding the employment of idle Junior Merchants shall be promptly observed. Packs of diverse linens, which amounts we shall also have written off in the books in accordance with Your High Noblenesses' granted authorization. And the other, for the favor shown to him in granting the title and rank of Junior Merchant in his present service and the favorable recommendation to the Lords and Masters toward obtaining the absolute capacity thereof. Furthermore, the Junior Merchants Johnson, Aptengh, and Scoffier express their deep gratitude for the precious favor shown to them in the confirmation of their offices, in which they were placed by us in the past year. Furthermore, regarding the employment of idle Junior Merchants, we shall promptly conform to what Your High Noblenesses were pleased to prescribe to us in that regard, always being regulated in that respect according to the regulation on the promotion of servants of 29 December 1767, insofar as it can serve here for instruction, and subsequently according to the Memorandum on Economizing of the year 1755. Also, the Merchant and Fiscal here, Tammerus Canter Visscher, favorably promoted by Your High Noblenesses to Chief Administrator of Hugli, requested us before his departure for Bengal to convey his humble obligation to Your High Noblenesses for the benevolence shown to him in his aforementioned promotion, he having departed therewith for Bengal on the fourth day after the arrival here of the ship Zeekerlust on the 19th of September last; and the fiscal office here was entrusted pro interim to the Secretary of our Assembly, Willem Duijnevelt, until the arrival from that direction of the Merchant Martinus Koning, who was elected for that purpose. However, the Merchant and First Warehouse Master of Bengal, Willem Baron van Dankelman, who arrived here in a very sickly and weak condition, was permitted on his request submitted by petition, as appears from the resolution of our meeting of 16 September, to remain here for his convalescence until further opportunity. While we furthermore submit to Your High Noblenesses, beside this, the further justification and annexed account of the Sequester here, Jacques Theodore Vauquet Detan, regarding the restitution claimed by the Junior Merchant Fredrik Jan Lovenaar of the 637.38.- rixdollars overcharged to him, of which the previously delivered justification and account were inserted into our resolution of 22 May, to which, as well as to the papers currently being transmitted, we refer with respect, requesting a favorable disposition in that regard from Your High Noblenesses. Agreed departure to Batavia granted to De Tilliettas, hoping for its approval. Since the Merchant, Trade Bookkeeper, and First Warehouse Master here, Pierre Jean Louis de Tilliettas, showed by petition at our session of 30 August that his family affairs and private business absolutely required his personal presence at the Indian Capital, with the request that on that account, as well as by virtue of the long expiration of his term, he might be relieved from here for Batavia, with retention of rank and salary, and at the same time be permitted to depart for Batavia either this year on the ship requested from Ceylon and then expected, or in the spring on the vessel expected from the Ganges, which request was granted as it stands, not only on account of the double expiration of his term, but also for the satisfaction he has constantly given in the offices held by him, hoping for a favorable approval of the aforesaid from Your High Noblenesses. Appointment of the Second Warehouse Master Johnson as his replacement, who is succeeded by the Sadraspatnam Secunde Simons, in whose place the Palicol Warehouse Master De Neijs is appointed, and in his place the Extractor of Orders Dormieux was again appointed, and in such manner the Cuddalore Resident Dormieux; however, the Residency of Cuddalore has been revoked to save unnecessary costs, since there is nothing for the Honorable Company to perform there except the forwarding of the Company's letters passing back and forth, which can easily be done by a clerk, and therefore the Bookkeeper Jurgen Herft was left with a pair of peons.
Dutch transcription
Jtem dankbetuijging van Johnson, Appengh en seoffier voor de bevestiging in haare diensten, de ordre omtrent het emploijeeren van Leedig lopende onder Coopl: sal prompt geobserveerd werden packen diverse Lijwaaten, welk bedraa„ gen dan ook in nakoming van uw hoog Ed:s verleende qualificatie bij de boeken zullen Leeten affschrijven; En den anderen voor het faveur aan hem beweesen in de toevoeging van den Titul en rang van OnderCoopman op sijn presente dienst en gunstige voordragt aan de heeren en meesters ter erlan„ ging van de absolute qualiteijt der„ selve, soo alsalverder hunne diepe verpligting betuijgen de OnderCoopl: Johnson, Aptengh en Scoffier voor de dierbaare Gunst in de bevestiging hunner diensten, waarin sij door ons in den gepasseerden Jare gesteld sijn aan haar beweesen. Zullen wij in het emploije Wijders ven van Leedig Loopenden OnderCoop„ Lieden ons prompt gedraagen na het geen uw hoog Ed:s dien aangaande ons heb„ ben gelieven voorte schrijven, werdende daar omtrend althoos gereguleerd na het reglement der bevordering der Dienaaren van # 554 dankbetuijging van Canter Visscher den selven is den vierden dag na de dan Seer. Duijnevelt, en tot hoe lange van den 29. ' xber 1767. voor soo verre hier tot narigt dienen kan en dan ver„ volgens de memorie van Menagie van den Jaar 1755. Ook heeft den door voor de houglijse hoofdadministratie uw hoog Ed:s gunstiglijk tot houglijsen Hoofd Administrateur bevorderden Coopman en fiscaal alhier Tammer= Canter Visscher voor sijn vertreck na Bengaale ons versogt, om uw Hoog Ed:s sijne ootmoedige verpligting te betuijgen voor de benevolentie, die hem beweesen is in sijne voormel„ de bevordering, zijnde den selven komst van't schip Zeekerlist ver„ op den vierden dag na de verschijning alhier van het schip Zeekerlust of den 19. ' September Jongst Leeden, daar meede naar Bengaale vertrooken, opdraging van't fiscelaat aan en het fiscaplaat alhier tot de komst uijt die directie van den daar— toe g'eligeerden Coopman Martinus Ot Koning pro Interim oftgedragen aan den Secretaris onser Vergadering den bergalke eerste pakhuijsmnst dan Willem Duijnevelt, dog den Coopm: helmans mitssiekte alhier verbleeven en Eerste packhuijsmeester van Bengaale trooken, Willem g sijn 2 Cor oop p„ geen het derde het ren van ƒ ding van de seg: letan weegens Lo„ venaar Willem Baron van Dankelman, die in een seer Ziekelijken en swatkhen toestand alhier is aankoomen, is op sijn daar toe bij request gedaan versoek blij„ kens het geresolveerde ter onser resolutie van den 16:' Sept: gepermitteerd tot sijne reconvalesat elhier tot nadere, geleegendheijd aanbod van de nadere verantwoor„ te mogen verblijven; Terwijl wij voorts uw hoog Ed:s besijden deeses aanbieden de nadere verantwoording en annexe reekening van den Sequester alhier Jacque Theodore VauCquet Detan wegens de gevorderde restitutie door den Ondercoop¬ man Fredrik Jan Lovenaar van de hem te veel in reekening gebragte rds 637. 38. -. waarvan de vorige overgegeeve verant„ wording en reekening ter onser resolutie van den 22'. Meij g'insereerd sijn, waar¬ aan soo wel, als aan de thans overgaan„ de papieren wij ons met eerbied re„ fereerende een gunstige dispositie dien„ aangaande van uw Hoog Ed:s ver„ soeken. door 113 555 geaccoorderde verlossing na Bata„ via aan de filliettas, hoope van dies approbatie Door den Coopman, Negotie boek„ houder en Eerste packhuijs meester al„ hier Piere Jean Louis de Tilliettas ter onser sessie van den 30. ' aug:s bij re„ quest vertoond sijnde, dat desselve— familie affaires en particuliere saa„ ken sijne Personeele teegenwoordigheijd op de Indiase Hoofdplaatse absolut requireerde, met versoek, dat dierhal„ ven soo wel, als mits Lange tijds Ex„ piratie behoudens qualiteijt en gagie van hier na Batavia verlost en teffens gepermitteerd mogte werden, om het sij in dit Jaar met het schip, dat men van Ceijlon versogt had en toen te gemoed gesien wierd, dan wel in het voor Jaar met den uijt de Ganges verwagd werdende bodem naar Bata„ via te vertrecken, welk versoek niet alleen om de wille van dubbelde tijds Expiratie, maar ook om het genoegen, dat steeds in sijn bekleeden diensten gegee„ ven heeft, geaccoordeerd is, soo als het legt, verhoopende op het voorsz. van uw hoog Ed:s dien„ er„ aanstelling van den 2=den packhuijs„ die door den Sadras pt. Sec. Simons ge¬ succedeerd is, meester de ceijs in wiens plaatse de Extraheerder der ordres Dormieux aangesteld is en daartoe weder den Coedeloerse Resident dormieux al waar het residentschap ingetrocken en maar een pennist gelaaten is met 2. pions Edelens een gunstige approbatie, voorts is tot sijn vervanger aangesteld, den tweede packhuijsmeester alhier Hendrik Ambrosius Johnson en deesen wede„ rom doen sucedeeren door den Sadras¬ patnamse Secunde Ian Daniel en deesen door den Pall s pakhuijs„ Simons, mitsgaders tot sijn vervanger benoemd den Palliacatsen Packhuijs„ meester M„r Iacob Pieter de Neijs, in wiens plaats men weeder benoemd heeft den boekhouder en Extraheerden der ordres alhier Johannes Marcus Dormieux en soodanig weder ainnge¬ steld den Coedeloersen Resident Jacob Adriaan Dormieux, dog het Residentschap van Coedeloer heeft men tot uijtwinning van onnoodige kosten ingetrooken, dewijl voor de E: Comp:s daar niets te verrigten valt,— dan de voortsending van de over en weder passeerende sComp:s brieven, — die gemakkelijk door een Pennist te doen is, en daarom den boekhouder Iurgen Herft met een paar pions meester Johnson tot sijn vervanger en daar - - 2
English
Appointment of the ensign Winkelman to lieutenant, and the adjutant Kok to ensign. Item, of Haselman to commandant; transferring of the outer city to Seegelaar. left there and discharged the rest. Owing to the departure of the Lieutenant George Lodewijk Singelman to Europe, there was reappointed thereto in our session of the 13th of September the Ensign Jan Jochem Winkelman, and as ensign the Adjutant Iohan Simons Koks; likewise in our meeting of the 1st of this month, in the place of the titular Major Hartwig Bonte, who passed away the day before, there was appointed as Captain Commandant and Head of the Militia here the Senior Captain Johan Ernst Godlob Hafelman; and thus the command of the outer city was again entrusted to the Captain Gijsbert Seegelaar; as a captain for the Company of Grenadiers came to be lacking thereby, we have reappointed thereto the senior Lieutenant Christiaan Khale, and had him replaced as town-major by the Lieutenant Johan Ernst Heijnsz; Appointment of the Lieutenant Khale to captain in place of the deceased Bonté, and Heijns to town-major. Item, the Ensign Homburg to lieutenant, and Gregoor to overseer of the armory. Request for approval in this regard for an increase in salary of Haselman to 100 florins; item, the title and rank of major. Where the alongside-mentioned servants request to receive their share in the gratuity. as also to fill the lieutenant's post that became vacant by the advancement of the said Khale, there was appointed thereto the Ensign Jan Hendk: Homburg, as well as his occupied post of overseer of the armory transferred to the fellow-ensign Emanuel Gregoor, all subject to Your High Noblenesses' highest approval; wherewith we respectfully request that our aforementioned appointments and changes may be graciously confirmed, and at the same time the absolute ranks and salaries attached to the services entrusted to the promoted servants below may be granted, and likewise that the Captain Commandant and Head of the Militia Haselman, on account of his ten-year captaincy, may be granted the salary of 100 guilders per month, and at the same time may be graciously honored with the title and rank of Major, as his predecessor Bonte had. Since the dispatch of our advices of last year from Paleacatte as well as from Sadraspatnam, a further statement having been made regarding the receipt to be made of the gratuity of 3 per cent granted by the Gentlemen Majors on the sale of linens, the Paleacatte Chief Dormieux requests to be allowed to receive his portion here in India, and the second, De Jongheere, in Europe through his authorized representatives, as also the Sadraspatnam Chief Willem Blaauwkamer through his authorized representatives in Europe, being the Gentlemen Salomon van Echten and Jan Salomon Laele, burgomasters of the city of Haarlem, as well as Isaac Fremaux, merchant at Amsterdam. Request of the former gunner De Milde for 600 pagodas from the estate of Haselkamp, and on what grounds. In our session of the 4th of April, the former gunner here, Jan de Milde, submitted a petition requesting to be allowed to obtain from the funds belonging to the estate of the former secretary and cashier here, Johannes Haselkamp, a sum of six hundred new Nagapatnam pagodas, which he, according to a private receipt of the 1st of May 1763, had deposited for safekeeping with Haselkamp, who was a nephew-by-marriage of his; but upon the seizure of the property of Haselkamp because of his deficit at the small colka, these having fallen into his estate, he had not been able to recover them, notwithstanding the efforts he had made in that regard, amply related in the aforementioned petition inserted into the aforesaid resolution; but because the same, during the presence of Haselkamp here, or while his seized goods were being sold to indemnify the Honorable Company for the aforementioned deficit, did not address the outgoing Governor, and thus one also had no proper knowledge of the real origin of that claim, which is otherwise equitable and legal, and thus ought to have been preferred before all other claims as being funds deposited in good faith, as the said De Milde not unjustly submits in his aforementioned petition; yet on that day, because of Your High Noblenesses' latest respected disposition by general resolution of the 28th of May 1770 with regard to the estate of the said Haselkamp, which caused all further decisions or alterations by us concerning this matter to cease, the said De Milde was referred with his aforementioned instance to Your High Noblenesses; just as the same, by virtue thereof, takes the humble liberty hereby to most submissively pray Your High Noblenesses to be pleased to have consideration for him and to allow those funds to be paid out from the estate of Haselkamp, for his relief and maintenance as the only prospect remaining to him in his advanced age, being blind moreover, flattering himself to that end with a favorable disposition on this his humble prayer. Presentation of the invoices of the permitted chests of the crew. Furthermore, pursuant to Your High Noblenesses' most honored requirement contained in the extract of the General Resolution of the 28th of May of this year sent to us, we offer Your High Noblenesses the invoices of the permitted chests of the ship's officers of the bearer hereof, consisting of 17 out of 20 chests, namely
Dutch transcription
114 556 aanstelling van den vendrig Win„ Kelman tot Luijtenant on den adjudant kok tot vendrig Item van haselman tot Commandant ofdraging van de buijten stad aan Seegelaar, aldaar gelaaten en de rest afgedankt hebben. Mits het vertreck van den Luijte„ nant George Lodewijk Singelman na Europa, heeft men ter onser sessie van den 13. Sept: daartoe weeder aange¬ steld den vendrig Jan Jochem Winkelman, en tot vendrig den Adjudant Iohan Simons Koks; — „onsen soo meede ter „ bij eenkomste van den 1. e deeser maand in steede van den sdaags bevoorens overleedene Maijoor Titulair Hartwig Bonte, tot Capitain Com„ mandant en Hoofd van de Militie alhier aangesteld den Oudsten Capitain Johan Ernst Godlob Hafelman; en dus de Commando van de buijten stad weder opgedraagen aan den Capi„ tain Gijsbert Seegelaar; hier door een Capitain voor de Comp. Granadiers komen„ aanstelling van den Luijtenant khale de te manqueeren, hebben wij daartoe weder aangesteld den oudsten Luijtenant Christiaan Khale en hem als onder majoor Laaten vervangen door den Luijtenant Johan en Heijns tot Onder majoor tot Capitain, in steede van de overl. Bonté, Ernst orts te ims ar tenant, versoek in approbatie dierweegens om verhooging van gagie van Haselman tot ƒ 100, Item de titul en rang van majoor waar de neevens staande dienaars haar aandeel en't douceur versoeken te ontfangen, Item den Vendrig Homburg tot Luij„ Ernst Heijnsz; mitsg:s tot vervulling van de Luijtenants plaats, door de optreeding van gedagte khale vacant geraakt, daartoe benoemd den Vendrig Jan Hendk: en Gregoortol opsiender der wapenkamer H.omburg, mitsg.:s desselvs bekleede dienst van het opsiender schap van de Wapenkamer oftgedragen aan den meede vendrig Ema„ nuel Gregoor, alles of uw hoog Ed:s hoogte Eevene approbatie, waarmeede wij eerbiedig versoeken, dat onse voormelde aanstelling en verschansingen goed gunstiglijk mogen werden bekroond en teffens toegevoegd de absolute qua„ liteijten en gagien tot de diensten aande onder die bevorderde dienaaren opgedraagen, staande, En soo meede den Capitain Comman„ dant en hoofd der militie Haselman uijt hoofde van sijn thienjaarige Capitain„ schap de gagie van 100. Guldens ter maand toegevoegd, en teffens gratieuselijk gehono„ ƒ reerd mag werden met den Titul en rang van Majoor, gelijk sijn antecesseur Bonte heeft gehad. T seedert de afsending onser voorjaarige advijsen van Palliacatta soo wel als van Sadras p. nader opgave geschied weesende wegens de te doene 2 115 57 versoek van den oud Constabel de Milde om 600. pag uijt de boedel van Hafelkamp en op welk fundament 557 doene ontfangst van het door de Heeren Cto Majoores. toegevoegd douceur van 3. p r Cto op den verkop van Lijwaaten, soo versoekt het Pallicieats opperhoofd Dormieux sijn portie hier in India, en den secun„ de de Jongheere in Europa door sijne gemagdigdens te mogen ontfangen, soo meede het Sadraspatnams opperhoofd Willem Blaauwkamer door sijne ge„ magtigdens in Europa sijnde de Heeren Salomon van Echten en Jan Salomon Laele burgermeesters der stad Haarlem, mitsg:s Isaac Fremaux Coopmante amsterdam Ter onser sessie van den 4e. april heeft den oud Constabel alhier Jan de Milde bij een request versoek gedaan, om uijt de gelden den boedel van den geweesen secretaris en Cassier alhier Iohannes Haselkamp toebehoorende te mogen erlangen een som„ ma van ses honderd nieuwe Nagap„te pag. die bij volgens een onderhands bewijs van den 1. Meij 1763. onder Haselkamp, als een aan behuwd Neef van hem Zijnde in bewaaring gesteld hadde, dog bij arresteering van de be„ sitting van Naselkamp, om de wille van sijne van #gen, man„ sijne te kortkooming bij de kleene Colka on„ der sijn boedel geraakt weesende, deselve niet weder hadde kunnen magtig werden, on„ g'agt de moeijte, die hij daar omtrent aan„ gewend hadde, ampel vermeld bij het voorm: versoek schrift ter voorsz: resolutie g'inse„ veerd, maar dewijl den selven, geduurende het aanweesen van Haselkamp alhier, of terwijl sijn gesaijseerde goederen gered„ deerd wierden, om d' E. Comp:e weegens voorm te kortkooming schadeloos te stellen bij den Heer afgaande Gouverneur niet g'ad„ dresseerd, en men dus ook geen regte ken¬ nisse gehad heeft, van den weesendlijken oorspronk van die pretentie, die anders bil¬ lijk en wettig is, en dus behoord hadde, dat die pennigen als ter goedertrouwe in bewaa„ ring gegeevene middelen wesende, voor alle andere vorderingen geprefereerd wierden, ge¬ lijk gedagte de Milde niet ten onregten bij sij voorm: request in Consideratie geeft, soo heeft men egter ten dien dage uijt hoofde uw hoog Ed. s Jongste gevenereerde dispo„ sitie bij generaale resolutie van den 28:' Meij 116 558 aanbieding van de factuuren der gepermitteerde kisten van Meij 1770. ten opsigte van de boedel van gedagte Haselkamp alle verdere besluij„ ten of veranderingen van ons dien aan„ gaande heeft doen ophouden, gedagte de Milde met sijn voormelde Instantie aan uw Hoog Ed:s gerensoijeerd, gelijk densel„ ven uijt kragte van dien bij desen de ne„ drige vrijheijd neemt uw hoog Ed:s onder„ danigst te bidden, met hem Consideratie te willen hebben en die penningen uijt den boedel van Haselkamp te willen Laa„ ten uijtkeeren, ter sijner soulagement en onderhoud als het eenigste uijtsigt weesende, dat hem in sijn hoogen ouderdom, en boven dien blind sijnde, overgebleeven, is, vleijende sig ten dien eijnde met een favorabele dispo„ sitie of deese fijne ootmoedige beede. Wijders bieden wij uw Hoog Ed:s inge„ ge„ volge hoogst derselver g'eerde requisit, vervat bij het ons toegeschikt Extract Generaale Resolutie van den 28e. Meij de Iaars, de factuuren van de gepermitteerd kisten der scheepsoverheeden van brenger deses bestaande in 17. stux van 20. kisten, te weete de scheepelingen 1 ad„ waa„ soo de ispo„ 28 Meij
English
from the Skipper f Second Mate Hegge - 1 - — - — - ditto Regters 1 — — — Chief Mate - - 2 - — - - 1473. ½. — Chief Surgeon - - - 2 - - - 1317. —. — ditto Vrolijk 1 - - - 364. —. — ditto Poortman 1 - — — 1493. 1/5. — 1 — Chief Sailmaker Ioh: van Tulphen Butler Michiel Carel - 2. 540. —. — Boatswain's Mate Cornelis Barendsz - – 1. — — — 462:½.— Carpenter Tegge - 1 — — — 482. 3/0. — Cook A: de Lueuse - 1 — — — 4 70. 1/5. — Boatswain P: Jacobsz. 1 — — — 419: ½. - Under-Surgeon Jordens 1 — — — 417:½. — Gunner Pieter Thomasz. - 1 - — — 382. —. — 2nd van bergen 1 - - — - 577: —: — Polak - - - - - 1 — — — 434. —. — conveyance of 8 Easterners and native servants concerning the same travel in accordance with your Right Honourable's 17 pieces invoices and - - - - 20 chests amount according to statement 12805: 10: 8. 307. –. — 5. 77.½. — From 3 chests grits per 307:7 established 2. 1. 1 1. 1. 1 1. 1 — — 1 — — — 1 117 559 the ninth being deceased death of a Captain of the Easterners, appointment of the Lieutenant Item of Ensign Abdul Ia„ bar to Lieutenant Ensign, and Sergeant Abdas Gaefver to as also Ensign Abas to Lieutenant under another Comp.y and Sergeant Sodar to Ensign, aldas in his place, established order contained in their Highest's venerated letter of 30 October 1778, by the bearer of this over 8 pieces of the summoned Easterners, the ninth being in name Poeassa, who died since, or on 18 April last. The Captain of one of the two companies of Easterners present here, by the name of Abdul Toekoer, Babandan, having died, and thereby a Captain's place having become vacant, we have, upon your Right Honourable's venerated approval according to the resolution of 13 September, appointed thereto again Lieutenant Abas of Samarang; as Lieutenant in that company, Ensign Abdul Ja„ bar of Patolacan; and as Ensign, Sergeant Satar of Batavia; as well as Lieutenant in the company of Captain Oesoep, Ensign Abas of Sumbuwa, and as Ensign in his place, Sergeant Abdul — 17 and that the departing Ensign Saclar may be sent back, as well as the other Easterners Request for 150 Soldiers. request for approval regarding Abdul Gafoer, of all which appointments we in the same manner respectfully request the absolute commissions for those persons from your Right Honours. And whereas the appointed Ensign Salar of Batavia is one of the Easterners summoned by your Right Honours and passing over by this vessel, we request that, after examination of his affairs, he may be sent back, his post of Ensign remaining meanwhile vacant; likewise all the Easterners now crossing over petition to be permitted to return in their present services to this Coast, since by a long-standing residence they have become related through marriage to some inhabitants of this country: We furthermore implore to be assisted with 150 European soldiers, on account of the weakness of the garrison and the circumstances in which we presently 118 560 how the cargo of the bearer of this was delivered at Jaggern: and 50 sailors find ourselves, also with 50 European seamen not only for service with the fleet equipment, but also to replace the dead and sick on the ships arriving here, for it has appeared that it cannot always be counted upon to lighten the same from the Bengal traders. This having been prepared thus far, at our session of the 8th of this month, upon reconsideration, there was brought in the finding regarding the delivered cargo of the bearer of this at Iaggernaijkpoeram, and according to the same, 98½ lb. Dutch steel, 1 roll of sailcloth, and 12 sail needles were delivered short, and charged to the account of the chief officers or authorities; upon the clearing out of the ship they found the missing 8 and accounted for it here in kind, as well as two rolls of good Dutch sailcloth instead of the two damaged rolls returned to them, mentioned here before under the article of the delivered cargo. besides said goods, there remained in the ship Zeekerlust and the Bengal ministers were requested to send them here Verijssel and the widow Cranendonk conveyance to Batavia of Mrs. the widow Whereas of the goods brought with Zeekerlust, on account of the shortage of time and because it was not at hand, there remained therein, 20010. –. lb. iron 8. –. pieces beams 26 feet long and 10 inches thick 25: –. teak staves, and 825. —. Chinese planks, which we have requested the Bengal Ministers to send to us upon the return of that vessel. We furthermore consider ourselves obliged also to note in this, that by the bearer of this, transport from here has been granted to Mistress Johanna Maria Haksteen, widow of the late Mr. Johannes Cornelis Verijssel, in life Water Fiscal at Batavia, and Johanna Maria Lodewijks, widow of the Merchant and
Dutch transcription
„ van den Schipper f „ Onderstuurman Hegge - „ 1 - „ — „ — „ _o Regters „ 1 — „ — „ — „ „ Opperstuurman - - „ 2 - „ — „ - „ 1473. ½. — „ Oppermeester - - - „ 2 - „ - „ - „ 1317. —. — _o Vrolijk „ 1 - „ - „ - „ 364. —. — „ _ o Poortman „ 1 - „ — „ — „ 1493. 1/5. — 1 „ — „ Opper seijlmaaker Ioh: van Tulphen „ Bottelier Michiel Carel - „ Schieman Cornelis Barendsz - – „ 1. — „ — „ — „ 462:½.— „ Timmerman Tegge - „ 1 — „ — „ —„ 482. 3/0. — „ Kok A: de Lueuse - „ 1 — „ — „ —„ 4 70. 1/5. — „ Bootsman P: Jacobsz. „ 1 —„ — „ — „ 419: ½. - „ Onder Chirurgijne Jordens „ 1 — „ — „ — „ 417:½. — „ Constabel Pieter Thomasz. - „ 1 - „ — „ — „ 382. —. — „ 2: van bergen „ 1 - „ - „ — „ - 577: —: — Polak - - - - - „ 1 — „ —„ — „ 434. —. — vervaring van s. Ooterlingen R Jnlandje Dienaaren deselve be„ treffende varen in gevolge uw Hoog Ed. s 17. sux factuuren en - - - - 20 kisten bedragen pra/o. 12805: 10: 8. 307. –. — 5. 77.½. — 540. —. — Van 3 kisten grot p /„ 307:7 gestelde 2. 1. 1 „ 1. „ „ „ 1. „ „ 1 „ „ 1. „ 1 „ — — „ 1 — „ — „ —„ n 1 „ 117 559 sijnde de Neegende overleeden overlijding van een Capitain der oosterlingen, aanstelling van den Luijtenant Item van den vendrig abdul Ia„ bar tot Luijlenant vendrig, gestelde ordre vervat bij Hoogst der selver gevenereerde missive van den 30. ' october 1778. per brenger deeses over 8. stux van de opgeroepene Oosterlingen als zijnde de Neegende in Name Poeassa, 'tsederd, of op den 18:' april Jongst Leeden overleeden. Den Capitain van een der alhier sijnde twee Compagnien Oosterlingen in naame Abdul Toekoer, Babandan overleeden, en daar door een Capitains plaats vaccant geraakt sijnde, hebben wij op uw Hoog Ed:s gevenereerde approbatie volgens resolutie van den 13. September weder daar toe aangesteld den Luijtenant Abas van Samarang; tot Luijtenant onder die Compagnie, den vendrig Abdul Ja„ bar van Patolacan: en tot Vendrig den Sergiant Satar van Batavia; mitsgaders tot Luijtenant ondere de Compagnie van den Capitain oesoep, den Vendrig Abas van Sumbuwa, en tot vendrig in sijn plaats den sergiant en den sergiant abdas Gaefver tot als meede de vendrig abas tot Luijtenant onder een ander Comp. e en den sergiant Sodartot vendrig, aldas in sijn plaats, Abdul — 17 en dat de afgaande vendrig saclar terug gesonden werden mag, soo meede de andere oosterlingen Instantie om 150 Soldaaten. versoek om approbatie dierweegen Abdul Gafoer, van alle welke aan„ stellingen wij in selver voegen de abso„ lute qualiteijten voor die persoonen van uw Hoog Edelens Eerbiedig versoeken. En dewijl de aangestelde vendrig Salar van Batavia een vande Ooster„ lingen is, door uw hoog Edelens op ontboden en p„r deesen bodem overgaande, ver„ soeken wij, dat na Examen sijner saaken hij terug gesonden mag werden, blijvende sijn Charge van vendrig intus„ schen vacant; Insgelijks solliciteeren alle de thans overgaande oosterlingen, om weder in haare presente diensten te moge retourneeren na deese Custe, daar zij door een voljaarige habitatie met eenigen Inwoonders deeses Lands in parentag geraakt sijn: Wij imploreeren almee de, met 150 Europeesche Militairen te mogen werden geadsisteerd, om de wille van de swakheijd van het Guar¬ nisoens en de omstandigheeden, daar wij thans 118 560 hoedanig de Lading van brenger deeses te Jaggern: uijtgelevert is en 50 mattroosen thans in sijn, ook met 50 Europeesche zeevarende niet alleen tot dienst bij de Equipagie, maar ook tot remplace„ ment van de dooden en sieken op de scheepen, die hier aankomen, want het heeft gebleeken, dat 'er niet althoos opgereekend kan werden, deselve van de Bengaals vaarder te ligten. Deesen dus verre in gereedheijd gebragt ter onser sitting van den 8. deeser ter resumptie ingekomen sijnde de bevin„ ding van de uijtgeleeverde Lading van brenger deeses te Iaggernaijk poeram, en volgens deselve 98½ lb. Staal hollandse, 1. rolle Zeijldoek en 12. Zeijlnaalden te kort geleverd, en door de opperhoof¬ den of der overheeden reecquening ge„ steld hebben deselve, bij het op„ ruijmen van het schip het absente 8 gevonden, en alhier in natura ver„ antwoord, soo meede twee rollen Zeijldoek Hollands goede in steede van de hier vooren onder het articul der „ thans neevens gem: goederen sijn in't schip Zeekerlust overgebleeven en de bengaalse ministers versogt deselve dit heen te senden verijssel en de wede. Cranendonk der uijtgeleverde Lading vermelde aan haar terug gegevene twee bedurve- rollen. Terwijl van het aangebragte met Zeekerlust mits de kortheijd des tijds, en om dat niet voor de hand lag, daarin verbleeven sijn, 20010. –. lb. ijser 8. –. p. s Balken lang 26. voeten en dik 10. d=m 25: –. „ Iatijduijgen en 825. —. „ Chineese planken, die wij de bengaalse Ministers versogt hebben bij retour van dien bodem ons te doen toekomen. Wij agten ons verders nog verpligt in deesen ook te noteeren, dat per brenger deeses van hier transport verleend sijn aan Mejuffrouw Johanna Maria Haksteen Weduwe, wijlen de Heer Mr. Johannes Cornelis Verijssel in Leeven Water fiscaal te Bedta„ via en Johanna Maria Lode„ wijks Weduwe van den Coopman en overvaring na Juffw. de weduwe Batavias
English
44 561 119 Item the Trumpeter Reedelijk pretender hope for approval of what has been done, transmission of various papers. Batavia's steward Jan Cranendonk, also to the assistant Jacobus Aitsma: just as among the retinue of the first undersigned Ordinary Councillor and departing Governor also crosses over the Trumpeter Anthonij Reedelijk, whom we respectfully request Your High Noblenesses may be sent back here next year, on account of being married here, leaving behind his wife and children: just as also ten servants of the Prince pretender to the Kandyan Throne are now crossing over, named Wenketasjalam, Ramoedoe, Caijlasen, Wieragoe, Ramakrieftnaoedoe, Annamate, Wirtasjalam, Wenketajamie, Ramakha, and Wenketamma. Having hereby reached the end, we trust that all our actions mentioned and treated herein will be crowned with Your High Noblenesses' venerated approval, and in that expectation we further have accompanied herewith: Copy to nl9 r n. t Copy of ordinance and written certificates of the bearer of this, concerning the proper caulking, greasing, etc., of that keel. Item the airing of the sails. Extract journal of what was performed here during the laydays here of the bearer of this. Expense accounts chargeable to this vessel, namely: 1. made at Batavia, 1. at Taggernaykpoeram, and 1. here Inventory of the said keel Report of the soundings taken of the bearer of this regarding its draft, transmitted under a separate cover A packet addressed by the Council of Justice here to the Honorable Esteemed Council of Justice at Batavia A small packet from the Orphan Masters here directed to those of the city of Batavia, along with a set of Orphan Chamber books for the year 1769/70.— Invoice and bill of lading of the cargo loaded here and at Jaggernaijkpm on the bearer of this, accompanied by a separate list of the number and weight of the packs now crossing over, consisting of; as follows: Insertion of the short invoice, 6 120 562 Namely 40. —. packs guinees common unbleached. - — 22. —. „ „ fine bleached — 10. —. „ „ bleached Company's old sort - - „ common bleached 44. —. „ „ common bleached with red heads 38. —. „ „ dark blue 11. —. „ Salempoeris common bleached — 1. —. „ ditto ditto 1. —. „ Baftas common bleached 1. —. „ Percalles fine bleached 7. —. „ „ common bleached 16. —. „ „ dark blue 2. —. „ Boelangs - 8. —. „ Dungarees bleached with red heads - 1. —. „ moeris fine bleached of 22 Caal - - - - - - ƒ 927. 6. — 8. —. „ „ bleached of 14 Caal 2. —. „ „ dark blue of 18 Caal: — 1. —. „ „ „ fine 3. —. „ „ „ „ 8. —. „ „ „ „ of 14 Caal - 3. —. „ „ „ „ „ 12 „ 1. —. „ Sucortons bleached — 1. —. „ „ dark blue 3. —. „ Bethilles otisaals bleached 2. —. „ „ common bleached 1. —. „ Chelasses checkered diverse - 2. —. „ ditto ditto ditto - - 6. —. „ Rumals diverse of 1¼ [illegible] square - - 379. —. „ with red heads – - ƒ 304. 5. 8 622. Packs which carry over with -- ƒ 252668. 10. — ƒ 14183. 8. — ƒ 4915. 6. — ƒ 134773. 10. 8 ƒ 14738. 15. 8 ƒ 22192. 6. — ƒ 369. 4. 8 ƒ 644. 8. — ƒ 2273. 19. 8 ƒ 6890. 1. — ƒ 695. 7. 8 ƒ 1877. 5. — ƒ 3223. 17. 8 ƒ 1476. —. 8 ƒ 733. 14. 8 ƒ 1737. 12. — ƒ 3644. 17. — ƒ 1291. 9. 8 ƒ 2901. —. 8 ƒ 1736. 9. — ƒ 957. 2. 8 ƒ 601. 3. 8 ƒ 2910. 18. — ƒ 5656. 13. — ƒ 3335. 8. — ƒ 3132. 5. — ƒ 14540. 16. 8 622. Packs brought forward with - ƒ 25260. 10. — 8. —. „ Neckerchiefs fine red of 1¼ C square - ƒ 1426. 10. 8 1. —. „ „ ƒ 2286. 14. — 2. —. „ „ after 25 Cambay samples of 1¼ [illegible] - - - ƒ 3516. 16. 8 1. —. „ Gingham underpants striped— ƒ 2946. 9. — 1. —. „ „ „ „ „ 1. r square ƒ 937. 8. 8 15. —. „ „ drongam - - - ƒ 2593. 5. — 1. —. „ „ pencisse common- ƒ 4552. 13. — 5. —. „ Cambays fine diverse of 8 Cobids ƒ 5306. 3. — 3. —. „ „ „ „ 6 „ ƒ 7752. 15. 8 3. —. „ „ „ „ 5. „ ƒ 3958. 4. 8 4. —. „ „ „ „ 4. „ — ƒ 9026. 10. 8 7. —. „ „ Sefterganthij ƒ 18384. 10. — 1. —. „ „ raw red ƒ 9997. 19. — 6. —. „ Gingham Passa Chelas extra fine ƒ 7142. 3. 8 5. —. „ „ ditto ditto improved fabric ƒ 19677. 3. — 40. —. „ „ ditto ditto ordinary sort ƒ 1890. 10. 8 11. —. „ blankets cotton large ƒ 5510. —. 8 41. —. „ ditto ditto small ƒ 962. 16. 8 4. —. „ sailcloth large bleached of 36 Cobids long ƒ 427. 3. 8 2. —. „ „ fine bleached ƒ 1281. 10. — 6. —. „ „ small bleached ƒ 12681. 4. 8 22. —. „ Tapestries diverse of 8 Cobids ƒ 12964. 8. — 2. —. „ Comitters red ƒ 601. 14. 8 5. —. „ „ black ƒ 1411. 16. 8 6. —. „ „ white men's shirts ƒ 8621. 3. — 5. —. „ uniform coats and as many pairs of breeches ƒ 4615. 1. 8 1. —. „ „ breeches ƒ 580. 8. 8 4. —. „ Bethilles fine wide ƒ 1405. 13. 8 1. —. „ „ superfine ƒ 1211. 1. 8 4. —. „ „ Calla waphoe ƒ 1068. 3. 8 22. —. „ ditto „ 4. „ ƒ 7671. 4. — 32. —. „ ƒ 7923. 11. 8 903. —. Packs which carry over with - ƒ 426020. —. —
Dutch transcription
44 561 119 Item den Trompetter Reedelijk predendert hoope op de goedkeure van het verrigte, verselling van diverse papieren. Batavias dispencier Jan Cranen„ donk almeede aan den adsistent Jacobus Aitsma: gelijk onder het gevolg van den eerst geteekende raad ordinair en en afgaande Gouverneur ook over„ vaard den Trompetter Anthonij Re„ versoek denselven terug tesenden delijk, die wij uw Hoog Ed:s Eerbiedig versoeken aanstaande Iaar weder dit heen te rug gesonden mag werden, uijt hoofde alhier getrouwd sijnde, sijn vrouw en kinderen agterlaat: soo gelijk ook 10 bed:n van de prins als nog over gaan thien bediendens van den Prins pretendent tot den Can„ diasen Throon met naamen Wenke„ tasjalam , Ramoedoe, Caijlasen, Wieragoe, Ramakrieft naoedoe, annamate, Wirt asjalam, Wenketajamie Ramakha en Wenketamma. Hier meede tot het eijnde genaderd sijnde, vertrouwen wij, dat alle onse verrigtingen in deesen vermeld en verhandeld met ouw. hoog Ed:s gevenereerde goedkeure sal wer„ den bekroond, en in die verwagting deeser wijders Laaten versellen. Copia aan nl9 r n. t Copia ordonantie open schriftelijke Certifi„ laaten van brenger deeses, noffens het be„ hoorlijk doen Calfaaten, smeeren &c. van dien kiel. Item het Lugten der Zeijlen. Extract Iournaal van het verrigte alhier geduurende de Legdagen alhier van brenger deeses. Onkost reekeningen ten Laste van deesen bodem als: 1. te Batavia, 1. te Taggernayk poeram en 1. alhier gemaakt Inventaris van gedagte Kiel Rapport van de gedaane peijling van brenger deeses weegens het diep treeden derselve onder een appart Couvert overgaande Een pacquet door den Raad van Justitie alhier aan de Ed. agtb: Raad van Justitie te Batavia gesupperscribeerd Een pacquetje van de Weesmesteren alhier aan die den steede Batavia gerigt nevens een stel Weeskamers boeken in anno 17 69/70.— factuur en Cognoiscement van het gelade„ ne alhier en te Jaggernaijkp=m in brenger deeses verseld van een afsonderlijke notitie van het getal en swaarte der thans over„ gaande packen bestaande in; als volgd Jnsertie van de horte factuur, 6 120 Namentlijk 562 — 40. —. paken guinees gemeen ruw. - — 22. —. „ „ fijn gebl: — 10. —. „ „ gebl: sComp:s oude soort - - „ gemeen gebl: 44. —„ „ gemeen gebl: met roode hoofden 38. —. „ „ bruijn blaauw 11: —. „ Salempoeris gemeen gebl: — _o _o 1. —. „ 1. —. „ Baftas gemeen gebl: 1. —. „ Parcallen fijn gebl: 7. –. „ „ gemeen „ 16. —. „ „ bruijn blaauw 2. —. „ Boelangs - 8. —. „ Dongrijsen gebl: met roode hoofden - 1. —. „ moeris fijn gebl: de 22. Caal - - - - - - „ 927. 6. — 8. -. „ „ gebl: de 14. Caal 2. – „ „ bruijn blaauw de 18. Caal: — „ „ „ fijn 1. —. „ 3. —. „ „ „ „ 8. —. „ „ „ „ de 14. Caal - 3 —. „ „ „ „ „ 12. „ 1. —. „ Sucortons gebl: — bruijn bl: 1. — „ 3. —. „ Bethilles otisaals gebl: gemeen gebl: 2. —. „ „ 1. —. „ Chelassen -geruijte diverse - _ o _ o _. o - - 2 –. „ _ 6. —. „ Roemaals diverse d' 1¼ @ int 4 kant - - 379. -. „. met roode hoofden – - „ 304. 5. 8 622. Paken die Transporteere met -- „252668. 10. ƒ 14183. 8. — „ 4915. 6 — „ 134773 10. 8 –„ 14738- 15. 8 „ 22192. 6. — „ 369. 4. 8 -„ 644: 8: — „ 2273. 19. 8 -„ 6890. 1. „ 695. 7. 8 „ 1877- 5:— „ 3223. 17: 8 „ 1476. —. 8 „ 733. 14. 8 „ 1737. 12. — „ 3644. 17. „ 1291. 9. 8 „ 2901. —. 8 „ 1736. 9. — -„ 957. 2. 8 -- „ 601. 3. 8 -„ 2910. 18. - -- „ 5656. 13. - - – „ 3335: 8.— - – – – – – „ 3132. 5. - - - - „ 14540. 16. 8. bodem ses ier tavia aan stel ade„ — notitie over„ 1 9 - - — — — - — - „ — — - -- 622. Paken Per Transport met - 8. –. „ 1. —. „ Neusdoeken fijne roode d' 1¼ C in't 4 kant - 2. –. „ „ ƒ25260. 10. — „ 1426. 10 8 „ 2286. 14.— „ „ na 25 Cambaij monsters d' 1¼ @ - - - „ 3516. 16: 8— „ „ „ „ „ 1. r int ykant „ 2946. 9.— 1. –. „ Gingam onderbroeks gestreepte— „ 937. 8. 8 „2593. 5. „ pencisse gemeene- „4552. 13. 5. —. „ Cambaijen fijne diverse d' 8. Cob. s „ 5306. 3. „ 7752. 15. 8 „3958: 4 8 „ „ „ 5. „ „9026. 10. 8 „18384. 10— „9997. 19 „7142. 3. 8:— „ 19677. 3. — „ 1890. 10. 8 „ 5510. —: 8 „ 962: 16. 8 „ 427. 3. 8 -„ 1281. 10. — „12681. 4. 8. „12964. 8. — „ 601. 14. 8 „ 1411. 16. 8 „ 8621:3. „4615. 1. 8 „ 580. 8. 8 „1405. 13. 8 „ 1 p „ _. o 15. —. „ „ drongam - - - „7923. 11. 8 „ „ „ 6 „ „ 4. „ — 903. —. Paken die Transporteere met - 7. - „ „ Sefterganthij 1 -. „ „ „ 1211:1:8 „ 1068. 3. 8 „ 7671:4. — „ ruwe roode 6: — „ gingam Pafsa Chelas Extra fijne 5. – „ „ _:o _:o verbeeterde stoffe „ _ o _. o ordinaire soort 11: —. „ deekens gecattoeneerde groote _o _ o kleene 41. —. „ 4. — „ seijldoek groot gebl: d' 36. Cob. s lang 2. – „ „ fijn gebl: 6. –. „ „ kleen gebl: 22. –. „ Tapies diverse d' E. Cob. s 2. —. „ Comitters roode 5. –. „ „ swarte 6. —. „ „ witte mans hembden „ monteerings roeken en soo veel broeken 5. –. „ 1. –. „ „ broeken 4. –. „ Bethilles fijne breede 1. –. „ „ Supra fijne 4. —. „ „ Calla waphoe „ _. o „ 4. „ 22. —. „ 32. — „ „ er ƒ426020. —. — 3. — 3. — „ „ „ „ „ 4. —. „ 5. — 7. —. 40 —. „ „ - - - — 30 —
English
12 903 packs carried forward 2 ditto diverse checked chelas f 4282. 2. 8 2 ditto fine red handkerchiefs of that type in square f 4170. 2. 8 3 ditto rumals or handkerchiefs fine of that type 1 1/4 cubits f 9476. -. - 3 ditto ditto sesterganti of that type 1 1/4 cubits f 5736. 15. - 8 ditto ditto ditto 1 7/8 cubits f 2213. 14. - 6 ditto ditto ditto 1 cubit f 1802. 13. - 2 ditto rumals d'Esta 1 7/8 cubits f 1023. 2. 8 2 ditto ditto 1 cubit f 12112. 19. - 1 ditto checked Indian variety of that type 1 1/4 cubits f 1635. 3. - 7 ditto ditto ditto 1 1/8 cubits f 1428. 8. 8 13 ditto ditto ditto 1 cubit f 6260. 18. 8 2 ditto gingham taffachelas fine improved material f 15987. 11. - 1 ditto ditto ordinary variety f 476. 8. 8 32 ditto salempores brown blue f 869. 8. 8 1 ditto baftas brown blue f 8450. 11. 8 2 ditto guinees ordinary bleached f 733. 14. 8 4 ditto salempores ordinary bleached f 3475. 4. - 2 ditto percale ditto ditto f 1539. 9. 8 18 ditto ditto brown blue f 1581. 15. 8 1 ditto moorees ditto fine f 720. 13. 8 6 ditto diverse linens from the Lieutenant of the Moors at Batavia f 2286. 13. 8 2 cleaned ray skins f 5. 8. 8 17 packs f 12567. 9. - 1040 packs together amounting to f 426020. -. - 65000 lb caliatour wood f 965. 14. 8 11646 pieces rough diverse freestone floor tiles f 525816. 12. - 1 gold ring with a brilliant stone f 2474. 1. - 27 fishing rods f 2813. 1. 8 3675 lb dross and dust of spices f 1800. -. - Sum f 532909. 3. 8 20. -. - Wherewith, commending Your High Excellencies illustrious persons together with the state of the Noble Company to the Lords safe keeping, and wishing the bearer of this a happy and prosperous voyage, we subscribe ourselves with profound respect. Below stood: High Noble, Right Honourable, Far-ruling Lord and Noble Lords, Your High Excellencies very humble and obedient servants. Was signed: P. Haksteen, R. van Vlissingen, A. Leembruggen, P. E. G. Haselman, P. J. L. de Filliettas, A. A. Johnson, C. Pietersz, I. Aspengh, J. van Tessel, and Wm Duijnevelt. In the margin: Nagapatnam, in the Castle, the 14th October 1771. Agreed, G. Clercq 564 Batavia To His High Excellency The High Noble, Right Honourable, Far-ruling Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General, and the Noble Lords Councillors of the Dutch Indies, etc., etc., etc. High Noble, Right Honourable, Far-ruling Lord, and Noble Lords! After the closing of our humble dispatches of today, one of the sloops expected from the north having arrived here with 90 packs of diverse linens for the Fatherland, we have likewise had the same transshipped into the bearer of this, of which bill of lading and invoice we have the honour to present to Your High Excellencies herewith, as there was no time to have a separate invoice prepared for it, the said bundles amounting to a sum of f 39879. 19. 8. We have meanwhile the honour to remain with the due respect. Below stood: High Noble, Right Honourable, Far-ruling Lord and Noble Lords, Your High Excellencies very humble and obedient servants. Was signed: P. Haksteen, R. van Vlissingen, A. Leembruggen, E. G. Haselman, P. J. L. de Filliettas, A. A. Johnson, C. Pietersz, I. Asstengh, J. van Tessel, and Wm Duijnevelt. In the margin: Nagapatnam, in the Castle, the 14th October 1771. Agreed, G. Clercq 565 Register of such separate letters and papers as are today addressed over Ceylon to the High Noble, Right Honourable Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, and the Noble Lords Councillors of the Dutch Indies at Batavia, by the Noble and Stern Lord Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with its jurisdiction, together with the Council at Nagapatnam, namely: No 1. Original separate missive of today's date, directed by the said Lord Governor and Council to the aforementioned Your High Excellencies. 2. Copy of a separate missive by and to the same as above, under date of 14th October of the previous year, sent per the ship Noordbeveland, annex the register of the enclosures accompanying the same. Does not go with duplicate. No 3. Copy of separate resolutions taken in the Council of Coromandel at Nagapatnam of the dates 14th and 18th October, as well as 4th, 15th, and 21st November of the past year. 4. Copy draft of mortgage bond upon which, according to the last-mentioned resolution, it was decided to provide money upon lands to the King of Tanjore. 5. Copy of separate letters from the Bimilipatnam Chiefs, received of the dates 31st October and 8th November last past, dealing principally with the newly requested loan of money by the Prince Sitaramarazu. 6. Copy translation of Persian letter by the [illegible]
Dutch transcription
12 903. Paken Per Transport met 2. —. „ Chelaessen geruijte diverse - - - 2. —. „ Neusdoeken fijne roode d' r int 4 kant — 3. —. „ voemaals of neusdoeken lijne d' 1¼ p 3. „ _. o sester gantij d' 1¼ @ 8. - „ _o _„o „ 1 7/8. @ 6. —. „ _o _o „ 1— r 2. - „ Roemaals d' Esta „ 17/8. —n 2 „ _ o „ 1. 1: „ „ geruijte Indiase soort d 1¼ _o _ _. o „ „ 1 1/8 — „ „ _o _ o „ „ 1 2. –. „ 1. —. „ gingam taffa Chelas fijne verbeeterde stoffe „ „ ordinaire soort - 32 „ Salempoeris br. blaauw 1. -. „ Baftas bruijn blaauw 2. –. „. guin:s gem: gebl: 4. –. „ Salempoeris gemeen gebl: 2. –. „ parcallen _o _o 18. —. „ „ bruijn blaauw 1. –. „ moeris „ „ fijn 6. —. „ 2. „ diverse Lijwaaten van den Luijtenant de Mooren te Batavia rogge vellen schoon gemaakte 17. — „ 1040. - paken Te saamen monteeren 65000. — lb Calliatoerhout 11646. —. stux vloersteenen arduijne ruwe diverse 1. —. Goude ring met een brilliante steen 27. –. W Visserstokken 3675. lb. 'gruijs en stoff van Specerijen Somma „12567. 9. — —„ 965. 14. 8 ƒ525816. 12. — „2474. 1. — „ 2813. 1. 8 „ 1800. —. — „ 7. –. „ 13. —. „ ƒ426020. — 563 „ 4282: 2: 8. „ 4170. 2. 8 „ 9476. —. — „ 5736. 15 — „ 2213. 14. — „ 1802. 13. — „ 1023. 2. 8 „12112. 19. — „ 1635. 3. — „1428. 8. 8. „ 6260. 18. 8. „15987. 11.— „ 476. 8. 8 „ 869: 8:8 „ 8450. 11. 8 „ 733. 14. 8 „ 3475. 4. — „ 1539. 9. 8 „ 1581. 15. 8 „ 720. 13. 8 „ 2286. 13. 8 5. 8. 8 — „ - - „ ƒ 532909. 3 G 8 20. —. — -: Waarmeede wij uw Hoog Edelens Ilustre Persoonen neevens den staat der Edele Maatschappij in des Hee„ # ren veijlige hoede beveelende en brenger deeses eene gelutkige en voorspoedige reijse toewenschende, ons met profiend Respect, onderschrijven /:onderstond:/ Hoog Edele, groot agtbaare, Wijdgebiedende Heer en Wel Edele Heeren, ouw Hoog Edelens seer onderdanige en gehoorsame Dienaaren /:was 7 geteekend:/ P: Haksteen: R ƒ van Vlissingen, A: Leembrug„ gen; P.:. E. G. Haselman; P. J. L. de Filliettas; A: A: Johnson„ C Pietersz. I. Aspengh. J. van Tessel en W=m Duijnevelt. /: in mar„ gine:/ Nagapatnam In't Casteel den 14. ' October 1771. Accordeerd Coneobdam GClercq 122 564 Batavia Aan Zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen, Groot Agtb: Wijdgebiedende Heer Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal en de Wel Edele Heeren Raaden van Neederlands India Ete. Tte. Ite. Hoog Edele, Groot agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel Edele Heeren! a het sluijten onser humble advijsen van heeden een der van de Noord verwagte Chialou pen alhier gearriveerd sijnde met 90. packen diverse Lijwaaten Pro Patria; hebben wij de selve almeede in brenger deeses Laten over¬ scheepen, waarvan het Cognoiscement factuu wij de Eere hebben, uw Hoog Edelens in desen aantebieden, alsoo geen tijd geweest is, om daar een appart factuur van te kunnen Laten formeeren, bedragende gemelde fardeelen een ns en ns was brug ƒ Castel nar„ on een tantum van ƒ39879:19:8. Wij hebben intusschen de Eere met de ver„ schuldigde Eerbied te verblijven /:onderstond:/ Hoog Edele, Groot agtbaare, Wijdgebieden„ de Heere en Wel Edele Heeren, uw Hoog Edelens seer onderdanige en gehoorsame Dienaaren /:was geteekend:/ P: Haksteen R: van Vlissingen A: Leembruggen. E. G. Haselman, P: I. L. de filliettus, A. A. Johnson; C. s Pietersz. I: Asstengh; J. van Tessel en W=m Duijnevelt / in margine Nagapatnam In't Casteel den 14.:' ocb:r 1736 Accordeerd Correwdam G Clercq n s p Otr: 1744 Nagisien Suuigeus 565 Register van sodanige apparte brieven en Papieren als op heeden aan den Hoog Edelen, Groot Agtbaaren Heer Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal en de Wel Edele Hee„ ren Raaden van Neder„ lands India tot Batavia over Ceijlon werden geadresseerd door den Wel Edelen Gestr: Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel met den Re„ „ E sorte van dien, neevens den Raad N tot Nagapatnam, namentlijk: le apparte missive van heedigen datum, door wel melde heer Gouverneur en Raad aan hoog gedagte haar hoog Edelens gerigt. te missive door en aan als eeven sub dato 14'. October anno po per. Nagisien Aruseaut 565 Register van sodanige apparte brieven en Papieren als op heeden aan den Hoog Edelen, Groot Agtbaaren Heer Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal en de Wel Edele Hee„ ren Raaden van Neeer„ lands India tot Batavia over Ceijlon werden geadresseerd door den Wel Edelen Gestr: Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel met den Re„ 6 Corte van dien, neevens den Raad N tot Nagapatnam, namentlijk: N=o 1 Origineele apparte missive van heedigen datum, door welmelde heer Gouverneur en Raad aan hoog gedagte haar hoog Edelens gerigt. 2 Copia apparte missive door en aan als eeven gaat met duplicaat sub dato 14. ' October anno p. o niet af„ per. 5 Copia apparte brieven van de Bimilipatnamse Opperhoofden, ontfangen de datis 31. October en 8 ' November Iongst geslipt, ten principaalen. handelende over de nieuw versogt geldleening door den Prins Ssil„ taramarasoe. 6. Copia Translaat persiaanse brief door den te verstrecken. „ 4 Copia Concepte Verpandings obligatie waar op volgens Laastgemelde resolutie= beslooten is, geld op Landereijen aan den Vorst van Tansjour N=o 3 Copia apparte Resolutien genoomen in Radde van Cormandel tot Nagapat=m de datis 14. ' en 18. ' October, mitsg=s 4: 15. , en 21. November des voor„ leeden Iaars. per het schip Noordbeveland afgesonden, annex het register der daar neevens afgegaane bij„ selven laagen.
English
566 written in that regard to the Governor. Number 7 Copy of a letter sent in response to the same to him. 8 Five translated copies of Gentoo letters directed by the aforementioned Prince to the Chiefs of Bimilipatnam, dated 26 July, 9, 21, and 19 August, as well as 10 and 30 September last, sent along with the letter of the servants of 31 October under Letter A. 9 Four copies of letters dispatched by the same in response thereto under dates of 28 July, 29 August, and 22 September to His Highness, and sent hither along with the aforementioned letter under Letter B. 10 Two translated copies of Gentoo letters written by the Company's interpreter and Brahmin, to wit Rengapa and Bolla Preggada Enkaija, on dates of 3 and 11 September, to the Chiefs concerning what occurred between them and the Prince on their journey thither; item, a similar translated Gentoo report submitted by the same upon their return, also annexed to the servants' aforementioned advice of 31 October past, sent hither under Letter C. Number 11 Two translated copies of missives written by the well-mentioned Prince and his Dewan Jagganada Rasoe on dates of 1 and 2 November following, to the Chiefs, and sent hither by them under Letter A, along with their letter of the 8th of that month. 12 Two copies of notes dispatched by the Chiefs in response thereto, dated 8 November, Letter B. 13 Copy of an account of what His Highness still owes the Honorable Company on the money previously lent, 567 amounting to the sum of 5,361¼ Rupees, dated 29 August 1771. Number 14 Copy of a missive concerning the aforementioned matter dispatched today to the Chiefs of Bimilipatnam. 15 Copy of a small register of the separate papers sent under date of 30 December of the past year to the Lords Directors in the Fatherland. Nagapatnam, in the Castle, 15 January 1772. /was signed/ Cornelis van der Dam, G. Clercq. Agrees: Cornelis van der Dam, Clercq. Examined: J. van der Dam. 568 Batavia. To His High Excellency, the High Noble, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, and the Honorable Lords Councilors of the Netherlands East Indies, Lord, etc., etc. High Noble, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Honorable Lords! With our respectful separate letter of 14 October past, of which a copy is attached hereto, we had the honor to bring most submissively to Your Excellencies' notice the siege of Tanjore by the Carnatic Subah Mahomethali Chan, and the predicament of the Prince of Tanjore caused thereby, as well as the request for a money loan stemming from this by His Highness, and the subsequent delivery of 40,000 pagodas to him, against a pledge of jewels. We thought that therewith not only would all further solicitations for money loans cease, but also for assistance of ammunition and troops, and that we would thus have remained free from all troublesome requests of that nature. Yet however greatly we were mistaken therein is shown by our Resolution of 14 October recently past; for as soon as that amount was delivered, they renewed the requests for obtaining more money and assistance of men and ammunition, which were one and all finally rejected at that Council 569 resolution on the basis of our previous decisions taken on 15 and 25 September prior. However, it was simultaneously resolved, if necessary, to provide the 10,000 pagodas that were lacking from the resolved delivery of 50,000 pagodas, in case sufficient jewels were given as a pledge for them. The distress in which the Prince found himself in no way permitted rejecting the offer of those 10,000 pagodas, which was made upon refusing the aforementioned three fruitless applications, but he eagerly accepted them, and the jewels for their security followed very promptly to an amount of over 12,000 pagodas, according to the terms of our separate Resolution of 18 October past. Shortly after this delivery, contrary to all expectation, peace was made between the Prince and the Subah to the joy of everyone, particularly of the inhabitants, as Tanjore was already considered lost, and everyone feared the consequences that such changes of state must bring in their wake, and minds in general were seized with dread and fear. But here again good advice was dearly bought for the Prince in order to satisfy the articles of the peace treaty, which was concluded through the resolute conduct of the Prime Minister and Commander-in-Chief of the armed forces Manoji Rauw Dagazaaph, and the shrewd and politically adroit Dabir or Secretary Naropanteloe, and Tanjore was saved from the danger that threatened it. These two prominent courtiers, when the matter had come 570 to the utmost extremity, having been released by the Prince at the strong insistence of His Highness's mother from their arrest, in which they had been kept since the campaign against the land of the Theuver through the instigation of evil men, managed matters such that they first succeeded in bringing the eldest son of the Subah, who had supreme command over the siege, and the Commander of the English auxiliary troops to a settlement. However, they could nevertheless not conclude the peace for less than 50 lakh Rupees, of which 12 lakh had to be paid immediately before the siege could be lifted. Thus, the Havildar of Nagore, Canagasawea Poele, was sent hither to obtain 150,000 pagodas, offering the provinces of Tiruvalur and Kivalur, under the subahdarship of Mannar
Dutch transcription
566 selven dierweegs aan den Heer Gouverneur geschreeven. N=o 7 Copia brief in antwoord van dien aan den selven afgesonden. 8 Vijf Copia Translaat Tentiefse brieven door den voorm: Prins aande Bimilipatnamse Opperhoofden gerigt de datis 26. Iulij, 9:2 1. en 19: ' aug. s, mitsg. s 10 ' en 30. ' ter Iongst geslipt, neevens der bediendens brief van den 31. ' 8ber. onder La. A overgesonden. 9 Vier Copia brieven door de selve in antwoord van dien subdatis 28. Julij 29:' aug:s en 22:' 7ber aan sijn hoogheijd afgevairdigd en neevens voorm: briev onder L=a B. dit heen gesonden. „ 10: Twee Copia Translaat Ientiefse brieven door 's Comp s tholk en Bramine bepoe Rengapa en Bolla preggada Enkaija in datis 3. en 11. ' 7ber. aan bij„ de oor„ op n dectis aalen sogt SJ Gelven n 1 „ aan de opperhoofden geschreeven van het voorgevallene tussen haar„ lieden en den Prins in haare opreijse dat heen, Item een gelijk translaat Ientiefs Rapport door deselve bij haar retour over„ gegeeven meede annex der bediend. s voormelde advijs van den 31:' Oct„r p. o onder L=a C: dit heen gesonden. N=o 11. Twee Copia Translaat missivens door welmelde Prins, en sijn Duan Iagganada Rasoe in datis 1. en 2. ' 9ber. daar aan, aan de Opperhoofden gesz: en door haar sub L=a A. neevens der brief van den 8. dier maand dit heen gesonden. „ 12 Twee Copia briefjes door de Opperhoofden in antwoord van dien afgevairdigd de datis 8 9ber: L=r B. — „ 13 Copia Reequening van het geene sijn hoogheijd op de bevoorens geleende pennin¬ gen nog aan D' E. Comp. e Debet is 567 is ten bedragen van Rop: 5361:¼ gedateerd 29. ' aug.:s 171. — N=o 14 Copia missive over de voorsze. affaire heeden aan de Bimilipatnamse Opperhoofden afgesonden werdende „ 15 Copia Registertje vande onder dato 30. ' december des voorleeden Jaars aan de Heeren Majoores in't Vaderland afgesondene apparte Papieren. Nagapatnam In't Casteel den 15 Januarij 1772. /was getekend/ Cornsobdam G Clercq Accordeerd Consterdan Clercq Nagesien Jn Obdum 568 Batavia. Aan Sijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Wijdgebiedende Heer Petrus Albertus van Der Parra Gouverneur Generaal, en de wel Edele Heeren Raaden van Neder„ landsch Jndia, He=r, Gtc=r Ete=rz Hoog Edele Groot Achtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel Edele Heeren! Bij ons Eerbiedige apparte Let„ teren van den 14: october J„o Leeden, waar van het afschrift deesen bijgevoegd is, hebben wij de Eere gehad uw Hoog Ede„ lens onderdanigst ter kennisse te bren„ gen het beleg van Tansjoer door den Carnaticasen Souba Mahomethali„ Appart. „chan E chan, en daar door ver oorsaakte on„ geleegendheid van den Tansjoersen vorst, mitsgaders uijt deesen, voort„ gevloeijd versoek om geld Leening door zijn Hoogheid, en daar op ge„ volgde afgave van 40000 pagooden aan denselven, onder verpanding van Juweelen. —. Wij dagten dat daar meede van alle verdere aansoek van geld Leeningen niet alleen, maar ook om adsisten¬ tie van Ammonitie en Krijgsvolk ophouden zouden, en dus bevrijd ge„ bleeven zijn, van alle de lastige in„ stantien van die natuur, dog hoe seer wij ons daar in misgift hadden toond onse Resolutie van den 14. 8ber: Jongst verweeken, want soo dra was dat montant afgegeeven, of men renoveerde opnieuw de versoe„ ken ter erlanging van meerder gelden adsistentie van volk en amme nietie welke eenen ander bij dat Raad 569 Raadslot op fondament van onse voorige gevallene besluijten van den 15. en 25. 7ber bevoorens finaal af„ geweesen, dog teffens beslooten wierd, des noods de 10000 pagooden die aan de geresolveerde afgave van 50000 pa„ gooden quamen te ontbreeken te ver„ strekken, ingevalle daar voor ge„ noegsame Juweelen tot pand gegee„ ven wierden; De nood waar in den vorst zig bevond permitteerde geen sints om de aanbieding van die 10000 pa„ gooden, die bij het refuseeren, van de voorsz: drie leedig gedane instantien wierd gedaan afte wijsen, maar am„ plicteerde deselve greetig, en de Juwee„ len tot dies Securiteijt volgde heel schielijk tot een montant van Ruijm 12000 pagooden na luijd onser apparte Resolutie van den 18. ' octo„ ber J„o leeden, kort na deese afgave wierd teegens alle verwagting de vreede tussen tusschen den vorst en den Souba, getrof¬ fen tot vreugde van een ieder, bij sonder van die der ingeseetenen alsoo Ians„ Joer reeds voor verlooren wierd g'agt, en een ieder voor de gevolgen die sulke staats verwisselingen na sig slee„ pen moeten, deeden vreesen mitsga„ ders de gemoederen in het algemeen met koop en vrees bevangen; Dog hier was alweeder goed Raad duur voor den vorst om voldoening te geeven aan de articulen van het vreedens trac„ taat, dat door het Cordaat be„ leid van den premier Minister mits„ =gaders Generaal en Chef over de krijgs „ troupen Manoji Rauw dagazaaph, en den sneedigen mitsgaders in staat kunde door kneeden dabhier of Secre„ taris Naropanteloe, getrofffen en Tansjoer uijt het gevaar waar mee„ de gedreijgd wierde gered is, deese beijde voornaame Hovelingen, toende zaak op 2 570 op het uijtterste gekomen was, door den vorst op het sterk aandringen van zijn Hoogheids moeder uijt hun arrest, waar in 't seedert den aan„ togt van het land van den, Theuver door opstoking van quade lieden ge„ seeten hadden, ontslagen zijnde, diri„ geerde het sodanig, dat zij ten Eer„ sten den oudsten zoon van den Souba, die het oppergesag over het beleg hadde, en den Chef van de Engelse hulp troupen, tot een vergelijk heb„ ben weeten te beweegen, dog konde eg„ ter de vreede voor niet minder dan 50 Lak Ropijen treffen; waar van ten eersten 12: Lak betaald moeste wer„ den, eer het beleg opbreeken konde, dus wierd den hawel daar van Na„ oer Canagasawea Poele, dit heen ge„ sonden, ter erlanging van 150000 pa„ godden, onder aanbieding van de pro„ ventien Triewaloer en Kiewaloer, onder het soube daarschap van Ma¬ naar
English
belonging to Coil, and yielding more than 9 Lak Rupees annually, together with some jewels, in order to be repaid within six months with the interest of one percent per month, according to an agreement to be concluded thereof; on which occasion the said haveldar, in the name of the prince, gave such a renunciation of friendship and alliance, in case it should be thought fit not to accommodate His Highness in his pressing need, as Your High Excellencies may be pleased to see in our Resolution of the 4th of November, wherein Your High Excellencies will find set down at large the considerations and remarks, both in respect of the aforesaid solicitations themselves, and the critical circumstances in which we found ourselves, and the delicacy of that affair, which, not without reason, caused us embarrassment in many respects, because of the consequences that might sometimes arise therefrom, both upon the refusal and the granting of those requests. Yet, notwithstanding all those difficulties, we decided on that day to dismiss the said haveldar with a declining answer, and to wait further to see what turn the affair between the prince and the subahdar would take, and whether further application in that regard would also be made, and this on the ground that the aforesaid haveldar, although it was stated in the letter from the manager Narsinga Gade Rauw that he had been sent hither expressly for that purpose, was nevertheless deemed not to be sufficiently empowered as to the terms and conditions upon which the pledging of the aforesaid specified lands should take place, in order to secure the Honorable Company from damage, if one were indeed brought to the necessity of proceeding thereto; and also that, in the letter sent from here to the manager pursuant to the Resolution of the 18th of October, it was finally stated that one could not enter into any further money loan. However, a few days thereafter, the said haveldar appeared here again with a further letter from the manager, which he delivered, as well as the letter written by the prime minister to himself, together with a writing sent to him by way of instruction regarding such matters as were recommended therein to be presented here; likewise a letter written by the said prime minister to the interpreter of the Honorable Company here, all inserted in our Resolution of the 15th of November, and revolving around the further request to obtain more money on loan. This solicitation, and the urgency with which it was made, having been taken into mature consideration at our session of that day, and reflection having been made thereupon concerning the great embarrassment in which the prince found himself in order to comply with the first article of the contract by supplying 12 Lak Rupees, without which the subahdar as well as the English were not to be disposed to withdraw; likewise that, upon a further refusal, one would not only irritate the prince and make him entirely unfriendly, but His Highness would also at times be brought to the necessity of entering into one or another contract in that regard, especially with the English, by surrendering or pledging some lands for the amount that might happen to be lacking of the contracted sum, as it was learned that the court was already contemplating proceeding thereto in case the necessary cash could not be furnished, we have, both for those alleged reasons, and indeed mainly to cut off the path as much as possible for the English to come and settle in the Tanjore country or gain any foothold, decided to offer the prince, instead of the demanded 150000, only 50000 pagodas, and that only on jewels, and under the pretext that that amount would be borrowed from private individuals, so as to give the prince and his court grandees no idea that this money loan was made directly for the account of the Honorable Company, for the reason that it had already been declared repeatedly before that the Honorable Company could spare no more money than the 50000 pagodas already paid out. But concerning this adopted resolution, we had to make some alteration at our further session of the 21st of November, since the haveldar, having been given notice of the same, declared that, although he had brought jewels with him roughly to an amount of 40000 Pagodas, he nevertheless well knew that when the same were appraised here, no more than 30000 Pagodas would be lent upon them, which he therefore could not accept, but, according to the order that had been given to him, had to report to the court the answer that was given by us to his request made on behalf of the Prince; with the further declaration that His Highness, by so small a sum instead of the requested loan of 150000 pagodas, would not be delivered from the embarrassment in which he found himself, and therefore, if the prince could have foreseen in any way that his request would not only not be granted, but also
Dutch transcription
naarCoil soorteerende, en 's jaars ruijm 9. Lak Ropijen opbrengende, met en neevens eenige Juweelen om volgens een daar van te makene accoord, in ses maanden tijd met den intrest van een per Cento 'smaands betaald te werden; bij welke geleegendheid ge„ dagte haweldaar uijt naam van den vorst soodanige op segging van vrind en bondgenoodschap deede, inge„ val men goed vinden konde, zijn hoogheijd in zijn dringende nood niet te gemoed te komen als uw hoog„ Edelens gelieven te beschouwen bij onse Resolutie van den 4. november waar bij uw hoog Edelens in het breede ter needer gesteld zullen vinden, de Con„ sideratien en de Remarques Soo ten opsigte van de voorsz: gedaane sollici„ tatien selve, als de Critique omstandig„ heeden waar in men sig bevond, en neteligheid van die affaire, die ons niet sonder reeden in veele opsigten verleegen 571 verleegen maakte, om de gevolgen die som tijds daar uijt gebooren konden werden, soo bij refuus, als inwilliging van die instantien, soo hebben wij egter ongeagt alle die swarigheeden ten dien dage beslooten, gedagten hawel„ daar met een declineerend andwoord aftewijsen, en verder aftewagten, wat keer de saak tussen den vorst en den souba neemen, en of ook nader aan„ soek dien aangaande gedaan werden soude, en zulx op fondament den ha„ weldaar voormeld, Schoon bij den brief van den albeschik Narsinga Gade Rauw gesegd wierd, denselven ten dien eijnde dit heen expres gesonden, teweesen, egter geoordeeld is, niet genoegsaam„ gemunieerd te weesen, op welke Conditien en voorwaarden, de verpanding van de voorsz: opgegeeve Landerijen geschie„ den moeste, om de E Comp:e voor schade te bevrijden, soo men al inden oodsa„ kelijkheijd gebragt wierde, daar toe 3 do. toe overtegaan, en ook dat bij de vol„ gens Resolutie van den 18 october van hier afgesondene brief aan den al„ beschik finaal betuijgd was dat men tot geen geld leening meer tree„ den konde. . Dog eenige daagen dgen daar na verscheen gedagte hawel daar weeder alhier, met een nadere brief van den albeschik, die hij al soo wel overgaf, als de brief door den premier Minis„ ter aan hem selve geschreeven, met en neevens nog een geschrift bij wijse van Jnstructie hem toegesonden, van soodanige Saken, als daar bij aanbe„ voolen wierden alhier voor te draagen Jtem een brief door gedagte Eerste mi„ nister aan den Tholk der E: Comp:e alhier geschreeven, alle bij onse Resolutie van den 15: ' november g'insereerd, en over de nadere Jnstantie om meer geld ter leen te mogen hebben Roulleerende, deese sollicitatie, en den aandrang waar„ meede 572 meede deselve gedaan wierd, ter onser sitting van dien dag, in Rijpe overwee„ ging genomen, en daar neevens gereflec¬ teerd weesende, op de groote verleegend„ heid, waar in den vorst zig bevond ten eijnde aan het eerste Lid van het Contract, met het opbrengen van 12: Lak Ropijen te voldoen son„ der het welke den souba soo wel, als de Engelsen niet te disponeeren waren, om te rug te trecken; soo mee„ de dat men bij verder refuus den vorst niet alleen irreteeren, en ten eenemaal te onvrindmaken soude maar ook sijn hoogheid somtijds in de nood„ sakelijkheid soude werden gebragt, sig in de eene of andere Contractatie dien aangaande, insonderheijd met de Engelsen intelaten, door het af„ staan of in pand geeven eeniger lan„ den voor het montant dat aan het gecontracteerde mogte komen te ontbreeken, gelijk men vernam dat dat het hof reeds in overweeging was daar toe overtegaan, ingeval„ le de noodige Contanten niet gefourneerd werden konden hebben wij soo om die geal„ legueerde reedenen, als wel voornament„ lijk, om de Engelsen soo veel mogelijk de pas aftesnijden, dat zig in het Ians„ foerse komen ter needersetten, of eeni„ ge vastigheid krijgen, beslooten, den vorst in steede van de g'eijschte 150'000, maar 50000 pagooden aantebieden, en dat alleen op Juweelen, en onder voor„ geeven dat, dat montant bij parti„ culieren opgenoomen zoude werden, ten eijnde den vorst en zijne hofsgroo„ ten geen denkbeeld te geeven, dat die geld Leening direct voor Reekening van de E: Comp:e geschiedede, om reeden men te vooren reeds een en ander„ maal betuijgd heeft gehad, dat de E: Comp:e geen meerder geld, dan de af„ gegeeven 50000 pagooden missen konde dog men heeft omtrend dit genomen besluijt 573 besluijt, ter onser nadersitting van den 21. ' November eenige verandering moeten maken, na dien den haweldaar van het selve kennisse gegeven zijnde, betuijgd heeft, dat schoon wel ten naasten, bij voor een somma van 40'000 Pagooden aan Juweelen meede gebragt had, egter wel wiste, dat wanneer deselve hier getaxeerd wierden daar op niet meer beleend zoude wer„ den, dan 30'000 Pagooden, die Hij dierhal„ ven niet accepteeren konde, maar vol„ gens de ordre die aan hem gegeven was, aan het hof, Rapport sen den moeste van het bescheid dat door ons op zijn gedane Jnstantie, 'S Vorsten weegen, gegeven wierde met verdere betuijging dat zijn hoog„ heijd door soo een geringe Somma, in steede van de ter leen gevraagde 150000 pa„ gooden, niet geredurerde, uijt de verlee„ gendheid, waar in zig was bevindende, dierhalven indien den vorst eenigsints hadde konnen voorsien, dat zijn in„ stantie niet alleen, niet ingewilligd, maar ook
English
also if such a modest sum were to be offered, the prince would rather have granted the Subah his demand to hold the aforementioned provinces, or any other lands, in pawn for the money that could not be raised; however, the havildar there and other well-meaning courtiers had directed it in such a manner that the negotiations and contracts concerning this were rejected, and all hope of succeeding therein was taken away, since he was assured that the surrender of those lands to the Subah or others could and must have nothing but very disadvantageous consequences, not only for the prince himself, but also for the Honourable Company, because thereby all communications between Tansjoer and this place, as well as other places situated by the sea, would be cut off and hindered, and they would also, so to speak, be enclosed, with further demonstration of his proposal to rather offer those lands to the Dutch Company and ask for a loan of the necessary money upon them, but in which he had as yet neither been able nor allowed to succeed, requesting therefore that it may not be imputed to him in case any inconvenience should in time be caused to the Honourable Company by the refusals made, with further mention of the prince's choleric nature and his conceived displeasure against the Honourable Company since the refusal of assistance against the Teuver lord, circumstantially described in our aforementioned resolution of 21 November, in which Your High Excellencies will further find recorded that, upon the question put to that havildar as to what would then be necessary to appease the prince, who, as said, was already disgruntled, under the statement that no more money was kept in store than what was needed for trade, so that on the part of the Company no more assistance could be shown to the prince to save his highness than the aforementioned offered 50000 pagodas, which one was even forced to borrow from private individuals, he made the proposal that he clearly saw, and was also assured, that everything was being done to help the prince; he would therefore accept the aforementioned offered 50000 pagodas in this manner, namely: that jewels to the value of 40000 pagodas be received by the Honourable Company, and a sum of 30000 pagodas be advanced thereon, and that the remaining 20000 pagodas, being increased by another 5000 pagodas, may be lent upon the aforementioned lands, with which, and with the 25000 pagodas that had also been offered to him by private merchants of this city upon the pledge of lands, provided that the bond should be executed in the name of the Honourable Company, just as if that money had been borrowed from the Honourable Company, making together a sum of 80000 pagodas, he would try to satisfy the prince, with the promise to pay off the amounts to be advanced both upon the jewels and upon the lands within the time of 6 to 7 months from the first crop, with the interest to run thereon of 1 percent per month, which we then also accepted on that day, all the more for the greater security of the Honourable Company, at the insistence of the undersigned Governor, the nearby seaside place Naver was added to the aforementioned two provinces; the reasons that moved us thereto are amply mentioned in our aforementioned resolution adopted on that account on 21 November, in which, among other things, it was also remarked that the precariousness of lending money on lands had been removed by the peace concluded between the prince and the Subah of Arcadoe, along with several other considerations serving the matter, brought forward and recorded according to the juncture of time and affairs in which we found ourselves, to which we, referring ourselves with much respect, furthermore dutifully bring to the knowledge of Your High Excellencies hereby that, pursuant to that decision, the promised amount on the jewels, which are appraised at 40000.-.- pagodas, has already been advanced and collected according to the bond granted thereof; but regarding the lands, we have also promised to hand over the money as soon as the mortgage deed, ratified with the prince's seal in accordance with the agreement, should be delivered to us, conforming to a draft placed in the hands of the mentioned havildar; a copy of which we respectfully offer alongside this for Your High Excellencies' most revered consideration, although its delivery has as yet not been carried out, and apparently will not happen either, because the prince seems somewhat relieved from his distress for money by the tribute that the inhabitants of the five subahdarships or governments into which the kingdom of Tansjoer is divided have had to raise, and they are still busy collecting the same; moreover, one has doubted the execution of that document from the very beginning, on the grounds that Naoer was added to it, since the prince and his people do not
Dutch transcription
ook soo een Soberen Somma aangeboo„ den zoude werden, den vorst Liever aan den Souba soude hebben ingewilligd, desselfs Eijsch, om de voorsz: provintien, of eenige andere Landerijen in pand te mo„ gen hebben, voor het geld dat niet op„ gebragt konde, werden; dog het geen hij havel daar en andere welmeenende ho¬ velingen het indiervoegen gedirigeerd hadde, dat de handelingen en Contrac„ tatien dien aangaande afgeslagen, en alle hoop van daar in te zullen reusee„ „ren, weggenoomen waren geworden, de„ wijl hij verseekerd was, dat de overga„ ve van die landen, aan den Souba, of andere, niet alleen voor den vorst sel„ ve, maar ook voor de E Comp:e niet dan van seer nadeelige gevolgen konde, en moeste zijn, vermits daar door alle Correspondentien tusschen Ians„ joer en deese, mitsgaders andere aan zee geleegene plaatsen afgesneeden, en beswaarlijk gemaakt, en ook om soo 47. 574 soo te spreuken ingeslooten zouden werden, met wijdere demonstratie van sijn gedane voorslag om liever die lan„ den aan de hollandse Comp:e aan te bieden, en het noodig geld daar op ter leen te vraagen, dog waar in hij als nog niet hadde konnen, nog mogen reisseeren, versoekende dierhalven dat aan hem niet g'imputeerd mag werden, in geval„ le de E: Comp:e door de gedane wijgeringen, indertijd, eenige ongeleegendheijd mogte werden toegebragt, met wijdere aan„ haling van 's Vorstens Colleriquen aard en desselfs opgevat ongenoegen teegens de E Comp:e seedert de gedane wijgering van adsistentie teegens den Theuverheer, omstandigen beschreeven bij voorsz: onse Resolutie van den 21. November, waar bij uw hoog Edelens alverder ter nee„ der gesteld zullen vinden, dat op de ge„ dane vrage aandien haweldaar, wat dan noodig weesen zoude, om den Vorst, die gelijk gesegd, reeds misnoegd was, ter „ 3 ter neder te setten, onder verzooning dat men geen meer geld, dan tot den han„ delnoodig, in voorraad hadde, dus den vorst 'sComps weegen geen meer adsistentie be„ weesen konde werden, om zijn hoogheid te redden, dan met de voorsz: aange„ bodene 50000 pagoden, en die men nog genoodsaakt was van particuliere opteneemen, den selven de propositie deede, dat hij wel zag, en ook versee„ kerd was, men alles aanwende de om den vorst te helpen; hij dierhalven de voorsz: geoffereerde 50000 pagoo den in deeser voegen accepteeren zoude, te„ weeten: dat bij de E Comp:e voor 40000 pagooden aan Juweelen ontfangen, en daar op een Somma van 30000 pa„ gooden verstrekt, mitsgaders de over rige 20'000 pagooden, met nog 5000 pagooden geaugmenteerd zijnde, op de hier vooren vermelde Landerijen be„ leend mag werden, waarmeede, en met de 25000 pagooden, die hem door particuliere 575 particulieren Cooplieden deeser steede almeede op pand van Landerijen aan„ gebooden waren, mits dat de obli„ gatie op de naam van de E Comp:e ge„ passeerd zoude moeten werden, even of dat geld van haar Edele geleend was, tesamen een somma van 80000 pagor„ den uijt makende, tragten soude, den vorst te vergenoegen, met belof„ te dat soo wel op de Juweelen als de Landerijen te verschietene montanten binnen den tijd van 6. â 7. maanden uijt het eerste gewasch te zullen af„ betaalen, met den daar op te verloo„ pene intrest van 1. pr C:to 'smaands, het geen dan ook ten dien dage geamplec„ teerd hebben, te meer tot meerder securiteijt van de E Comp:e op de aan„ houding van den ondergeteekende Gou„ verneur bij de voorsz: twee provintien de na bij geleege zee plaats Naver gevoegd geworden is, de Rheedenen die ons daar toe gemoveerd hebben werden ampel 1 door ampel vermeld bij onse voorsz: dier„ weegens genomene Resolutie van den 21. e November waar bij onder ande„ ren ook geremarqueerd is; dat de wa„ righeijd om op Landerijen geld te lee„ nen, uijt den weggeruijmd is geworden, door de getroffene vreede tusschen den vorst en den Souba van Arcadoe met meer andere ter Materie die„ nende Consideratien, na de Conjunctuu„ re van tijd en zaaken, waar in wij ons bevonden, bij gebragten ter needer„ gesteld, waar aan wij ons met veel Eerbied refereerende, uw Hoog Edelens bij deesen voorts pligt schuldig ter kennisse brengen, dat ingevolge dat besluijt het beloofde montant op de Juweelen, die op pagorden 40000. –. – getaxeerd zijn, volgens daar van ver„ leende obligatie reeds verstrekt en afgehaald is; dog omtrend de Lan„ derijen beloofd hebben, almeede te zullen aflangen, soo dra ons de verpandings 576 verpandings brief ingevolge het ac„ coord met 's Vorstens zegel bekrag„ tigt besorgd zoude werden, Conform een aangedagte kawel daar ter han„ den gestelde Concept; waar van het afschrift besijden deeses uw Hoog Edelens ter hoogst derselver gevenereerde speculatie Eerbiedig aanbieden, hoewel dies besor„ ging als nog geen gevolg heeft geno„ men, en apparent ook niet geschie„ den zal, om dat den vorst eenigsints uijt zijn verleegendheid om geld scheijnd gered te zijn, door de schatting die de ingeseetenen van de vijf Soubadaar„ schappen of Gouvernementen, waar in het IansJoers Rijk verdeeld is, hebben moeten opbrengen, en men nog beesig is deselve te versa„ melen, buijten dien heeft men aan de effectueering van dat geschrift al in den beginne selfs getwijffeld, uijt hoofde 'er Naoer bij is gesteld ge„ worden, dewijl den vorst en de zijne niet
English
would not gladly be subjected to any the least obligation with respect to that place; we flatter ourselves meanwhile with the hope that our action in that regard will carry Your Right Honours' revered approval, whom we at the same time most respectfully request to provide us with their highest revered orders for the future as to how far we may go, should we again come to find ourselves in such delicate circumstances. Meanwhile we present to Your Right Honours alongside this the copies of the letters, with their translations, addressed to us by the French Ministry at Pondicherry under dates 6 and 7 November last, the first serving in answer to the letter dispatched from here to the same under date 9 October, as appears from our resolution in the general council of 25 September last, concerning the demand made for the money belonging to the military captains at Colombo, Johan Hendrik Haigel and Alexander Lecor, but given on interest to the French Company without authorisation by their attorney, the now repatriated Karikal secretary named Moreau, amounting to 1000 pagodas, which those ministers declared themselves unable to pay, just as little as the amount of the Malacca bill of exchange chargeable to one Des Jardins, mentioned repeatedly in our previous general advices, having therefore offered to grant bills of exchange for both those amounts on their newly established and confirmed Company in Europe, with the assurance that the same would be paid without the slightest delay, which proposal, however, as it was by no means our intention to meddle any further with that money claim on behalf of those captains than by granting the requested letters of recommendation in that regard, because it is merely a private affair, and with respect to the Malacca bill of exchange, as it belongs at Malacca, we were thus solely charged with its collection, as appears from our separate resolution of 15 November, we have rejected, as well as the urgent request made by those ministers in the second letter to be assisted with 50,000 rupees, offering also to grant bills of exchange for that on the French Company, the more so as they were authorised to do so both by the gentleman Comptroller General and by the Directors themselves, to take up whatever they could obtain, and to give bills of exchange for it, until their Company should be enabled to send the necessary funds to the Indies, which they expected at the beginning or in the first months of this year, with the further intimation that through the non-arrival of their ship Le Gange they had fallen into that miserable circumstance of lack of money and had been forced to take their refuge in us, with several other expressions of gratitude if that service were rendered to them, all of which, however, could by no means move us to have any regard for the same, the more so as the prohibition against lending or advancing any money, etc., to foreign nations, contained in Your Right Honours' revered missive of 25 October 1763, still lies fresh in our memory, and which will also always serve us as a guide for our actions. Just as in the same way we find ourselves obliged to bring to Your Right Honours' knowledge that, according to the report from the Bimilipatnam chiefs in their separate letter of 31 October last, Prince Sjittaramarasoe, seemingly being in embarrassment for money, having summoned the Company's interpreter and Brahmin, as well as the chief's servant, to Visianagaram, made known his intention to obtain a new advance of one lakh of rupees, on condition that there would be deducted from it what the princes still owed from the previous advance, amounting to a sum of 53361 ¼ rupees according to the chiefs' account sent over here alongside this. The chiefs took all trouble to divert that prince from this, to which end the servants specifically requested his Dewan, named Ienpenne Iagoenadoe Rasoe, to come over to Bimilipatnam, as happened, in order, through him, as a person of good judgement and very well disposed toward the Honourable Company, if possible to be relieved of that troublesome demand, but in vain, as he imagined and had also come to expect that the requested money would be delivered to him according to the contract, to which he continually appealed; so that the chiefs, upon their professed inability that they might perform and agree to nothing without knowledge and special authorisation from here, and upon the Dewan's request made thereupon that a means might then be suggested to him by which his master would be rescued from his embarrassment for money, saw no other way out than to propose making that request directly to us, and to have the amount that would be allocated to the prince, after deduction of his aforementioned debt, received by authorised agents here, or else to grant them a term of about five months, or until the month of March next, in order
Dutch transcription
niet gaarne aan eenige de minste verbintenisse ten opsigte van die plaats onderworpen wil weesen; Wij flattee„ ren ons intusschen met de hoope dat onse verrigting dien aangaande de gevenereerde goedkeure van uw Hoog„ Edelens sal wegdragen, die wij tef„ fens op het Eerbiedigste versoeken, ons met hoogst derselver gevenereerde or„ dres voor het vervolg te willen mu„ nieeren, hoe verre wij zullen mogen gaan, indien wij ons weder indier gelijke netelige omstandigheeden mogten kor„ men te bevinden. —. Middelerwijlen bieden wij uw hoog Edelens besijden deeses aan de Copijen der brieven met derselver trans„ laaten door het Frans Ministe„ rium te Londicherij in datis 6. en 7. November Jongstleeden, aan ons ge„ rigt, dienende de eerste in andwoord op de van hier onder dato 9. ' october aan het selve afgevairdigde sette„ ren ^ 99 511 ren, blijkens ons besluijt ter gemee„ September Resolutie van den 25. daammaard ne de gedaane vordering van het geld de Militaire Capitains te Colombo Johan Hendrik Haigel en Alexander Lecor toebehoorende dog door derselver Gemagtigden den thans gerepatrieerden Carcalsen secretaris Moreau genaamd, bui„ ten qualificatie aan de france Comp:e op Jntrest gegeeven, ten bedragen van 1000 pagooden die, die Ministers betuijg„ den buijten staat te weesen alsoo min te voldoen, als het montant van de Malaxce wissel ten laste van eenen Des Jardins, te meermaalen bij onse Voorgaande gemeene advijsen vermeld hebbende dierhalven aan gebooden voor die beijde bedragens wissels op der„ selver op nieuw opgeregte en beves„ tigde Compagnie in Europa te ver„ leenen, met verseekering dat desel„ ve zonder het minste uijtstel be„ taald betaald zouden werden, dog welke propositie als geensints onse inten„ tie geweest zijnde, met die geld vor„ dering ten behoeve van die Capitains daarmeede verder te mesleeren, dan met het verleenen van de versogte voorschrijvens dien aangaande, de„ wijl het maar een particuliere affaire is, en ten opsigte van de Ma„ laze wissel als te Malacca thuijs hoorende, dus maar eenelijk ook met dies invordering gechargeerd was, blijkens onse apparte Reso„ lutie van den 15. November, al soo wel van de hand geweesen hebben, als dier Ministers bij de tweede brief gedaane instantie om met 50'000 Ro„ pijen bij gesprongen te werden, met aanbieding daar voor meede wis„ sels te zullen verleenen op de fran„ ce Comp:e te meer zij daar toe, soo wel door den heer Controlleur Ge„ neraal als de Bewindhebberen Selve 578 selve, gequalificeerd waren, om van al het geen zij magtig konde werden, opteneemen, en daar van Wis„ sels te geeven, tot soo lange hun ƒ Comp:e in staat soude werden ge„ te „ steld, om de nodige fondsen na de Jndien te senden, en die zij in het begin of in de eerste maanden van dit Jaar te gemoed zagen, onder verdere te kennen geeving, dat het weg blijven hunner schip Le Gange in die naare omstandigheid van gebrek aan geld vervallen, en in de noodsakelijkheijd gekomen waren, om hun toevlugt tot ons te nee„ men, met meer andere betuijgin„ gen van erkentelijkheijd, indien haar die dienst beweesen wier„ de, dog al het geen ons geensints heb„ ben konnen beweegen, om eenige re„ guard op deselve te slaan te meer ons nog versch in geheugen legd, het het verbod om geen geld W„ra aan de vreemde Natien te leenen of verschie„ ten, vervat bij uw hoog Edelens gevenereerde missive van den 25:e Oktob:r 1763 en die ons ook althoos tot een streek„ wijser onser verrigtingen zal strek„ ken. —. Gelijk wij inselver voegen ons E verpligt vinden uw hoog Edelens ter kennisse te brengen, dat volgens het berigt door de Bimilipat„ namse opperhoofden bij derselver aparte Letteren van den 31. 8ber: J„o Lee„ den daar aan, den Prins Sjitta„ ramarasoe soo het schijnd omgeld verleegen zijnde, 'sComp:s Tholk en bramine, mitsgaders 'T opper„ hoofds dienaar naar Visiana„ garam ontboden hebbende, desselfs intentie te kennen heeft gegeeven ter erlanging van een nieuwe voor uijt verstrecking van een Lak Ro„ pijen 579 pijen, onder Conditie dat in min„ dering van dien valideeren zoude, het geen de Princen van het voorig genootene, en volgens der opperhoof„ den dit heen overgesondene Reecq: be„ sijden deeses overgaande, nog een mon„ tant van 53361. ¼. Ropias impor„ Leerende, debet waren. —. De opperhoofden hebben alle moei¬ te aangewend, om dien prins daar van te diverteeren, ten welken eijn„ de de bediendens den Duan van den„ selven, in naame Ienpenne Ia„ goenadoe Rasoe, expres versogt hebben, naar Bimilipatnam overtekomen, gelijk geschied is, om door hem, als een persoon van goed oordeel, en D' E: Comp:e seer toege„ daan zijnde, was, het mogelijk van die Lastige instantie ontsla„ gen te werden, dog vrugteloos, al„ soo denselven zig inbeelde, en in in die verwagting ook gekomen was dat die versogte penningen hem volgens het Contract, waar op sig telkens had beroepen, toege„ steld zoude werden, invoegende op„ perhoofden op derselver betuijgd on„ vermogen dat niets buijten ken„ nisse en speciale qualificatie van hier verrigten en willigen mogten, en op 'S Duans daar op gedaan versoek, dat hem dan een middel aan de hand gegeeven mogte werden, waar door zijn meester uijt desselfs verleegend„ heijd om geld, gered wierde, geen ander uijt„ weg ziende dan voorteslaan om die instan„ tie aan ons direct te doen, en het mon„ tant dat den Prins, na de tractie van zijn voormelde debet, toegevoegd zoude werden, door gemagtigdens alhier te laa„ ten ontfangen, dan wel haar een termijn van C: C: vijf maanden, of tot de maand Maart, naast komende te vergunnen, ten -
English
in order to notify this place of the Prince's request, and our approval being granted thereto, to be provided with the necessary cash for delivery to the Prince, just as that ruler himself sent a letter thereupon by two expresses to the undersigned Governor, the translation of which, accompanying this in copy, made that application directly; which then, being taken into consideration at our session of the 9th of this month, that although by the contract of the entered lease of the village of Bimilipatnam and its dependencies, entered into and concluded with the princes in the year 1768, and inserted into our separate resolution of July 30th of the said year, it was indeed stipulated among other things that the borrowed principal and the interest accrued thereon, according to the contract, being paid off and liquidated within the stipulated five years, and the princes again being in need of money and requesting it, they should again be advanced an equal amount of 100000 Ropias on the agreed conditions, provided the Honorable Company were inclined thereto, yet all of this, in this matter or with regard to the aforementioned newly requested money loan, does not apply, since in the first place the fixed term of five years has not yet ended, and according to the account sent over by the chiefs, the princes still remain indebted for an amount of Rops 53361. 4. -, or rather Ropias 51665¼, after deduction of what is due to those country regents for the ordinary annual and triennial present on account of Bimilipatnam and the Nabobship of Siccacol, the former for the years 1769/70, 1770/71 and 1771/72, and the other beginning ult:o February 1769 and ending ult:o February 1772, amounting to Rop: 1696, as further appears from the servants' letters of November 8th of last year; nevertheless, in consideration of the well-founded nature of the reasons adduced by the Bimilipatnam chiefs in their letters of October 31st last, cited at the beginning of this, mainly aiming to prevent that the princes, by the refusal of their aforesaid application, might cancel the lease and again place the village and its dependencies, as it was formerly, under a haveldar who might sometimes be a creature of the English, who could vex the Honorable Company not a little in all respects and even cause many hindrances both in trade itself and regarding all domestic affairs, to which may also be added the little power that one could then exercise over the merchants in enforcing their obligations both with regard to the collection of cloths and the diminution of their debts; yea, even that sometimes one of the inhabitants of Bimilipatnam could be appointed haveldar, or even one of the merchants themselves, as one has a clear example of in the notorious merchant Ragoenaijk, of whose overbearing conduct and manner of dealing with the chiefs the Coromandel Resolutions of 1730 and other papers of that time provide many troublesome passages; besides which, it also comes into consideration that the princes pay off what they owe with interest, and thereby again remain debtors to the Honorable Company for 100000 Ropias, through which one has the prospect, once the present lease term has expired, of being able to prolong the same for another five years, and therewith, as the chiefs simultaneously remark, to be able to stipulate some favorable conditions in that regard, or else some reduction in the lease fees, to make the loss thereon as tolerable as possible; it was on that day resolved, both on account of all the aforementioned cited motives and because the Lords and Masters deem the continuation of that lease very necessary for the Honorable Company in their venerated general missive of September 28th 1768, as well as Your Right Excellencies having pleased to approve the contract entered into regarding that in the said year 1768, to condescend to the Prince's aforesaid application, and accordingly to lend His Highness the requested 100000 Ropias, provided that from this the aforementioned amount of 51665¼ Ropias still owed to the Honorable Company is deducted, and to write to the Chiefs to inform the Prince of this our decision, provided that His Highness enters into a similar contract anew as was concluded in anno 1768, and thereby prolongs the lease of Bimilipatnam and its dependencies, and that although now receiving only 48334½ Ropias, he shall nevertheless have to provide a bond for 100000 Ropias at an interest of three quarters per cent per month, precisely in the same manner as was stipulated and paid on the amount borrowed previously or in anno 1768; and in order that the Prince does not come forward again with any money loan before and prior to the lease term now to be extended finally ending, we have resolved furthermore to instruct the chiefs to tell the Prince and demonstrate that although the Honorable Company now, to help His Highness out
Dutch transcription
580 ten eijnde van Sprincens versoek her„ waards kennisse te geeven, en door ons daar in bewilligd werdende, met de noodige Contanten tot afgave aan den Prins voor„ sien te werden, gelijk dien vorst selve daar op per twee expressen een brief aan den ondergeteekende Gouverneur gesonden hebbende, welkers translaat deesen in Copia verseld die instantie direct ge„ daan heeft het geen dan ter onser ses„ sie van den 9. deeser in overweeging geno„ men zijnde, dat Schoon bij het Contract van de aangegaane pagt van het Dorp Bimilipatnam en dies onderhoorig„ heeden in den Jaare 1768 met de princen aangegaan en geslooten, en ter onser ap„ parte Resolutie van den 30. ' Julij des gemelden Jaars geinsereerd, onder ande„ ren ook wel bedongen is, dat het op„ genomene Capitaal en den daar op ver„ loopene Jntrest, na luijd van het Con„ tract in de gestipuleerde vijf Jaaren afgelegd en geliquideerd, mitsg:s de Prinsen prinsen weeder om geld verleegen weesende en daar omme versoek doende, aan haar weeder een gelijke montant van 100000 ko„ pias op de aangegaane Conditien verschoo„ ten zoude werden, mits D' E Comp:e daar toe geneegen zijnde, dog alle het welke in deesen, of ten belange van voorsz: op nieuw versogte geld leening geen plaats heeft, na dien voor eerst den bepaalden tijd van vijff Jaaren nog niet ten eijnde is en de prinsen volgens voorsz: door de opperhoofden overgesondene Reekening nog een montant van Rops 53361. 4. -. debet blijven, of wel eijgentlijk Ropi„ „as 51665¼: na Substractie van het geen die land Regenten voor het ordi„ naire Jaarlijx en drie Jaarig geschenk wegens Bimilipatnam en het Nabab schap van Siccacol, het eerste voor de Jaaren 17 9/70, 177/. en 177½: en het an„ dere beginnende ult:o februarij 1769: en eijndigende ult:o februarij 1772: Competee„ ren, en Rop: 1696. monteerende, nader blijkende 581 blijkende bij der bediendens letteren van den 8. ' November J„o verweeken, soo heeft men egter uijt Consideratie van de gefondeerdheijd der bij gebragte ree„ denen door de Bimilipatnamse op„ perhoofden bij haare in den beginne deeses aangehaalde Letteren van 31:' 8ber: laastleeden, principaalijk daar op uijt komende om te verhoeden dat de princen door het refuseeren van hun„ ne voormelde instantie, de pagt niet ko„ men op te seggen, en het Dorp met dies onderhoorigheeden gelijk voor heen geweest is, weeder onder een Haweldaar die somtijds wel een Crectuur van de En„ gelsen souden konnen weesen, stellen die D' E Comp:e in allen op sigte niet weij„ nig vexeeren, en selfs veele hindernissen soo wel in den handel selve, als omtrend alle huijsselijke verrigtingen toe bren„ gen kan, waar bij ook wel kan werden gevoegd, de weinige magt die men dan omtrend de kooplieden soude konnen oeffenen 6ab oeffenen, in het doen nakomen van hun verpligting soo ten op sigte van den Jnsaam van kleeden, als dimunitie hun„ ner schulden; Ja selfs dat Somtijds een der ingeseetenen van Bimilipat„ nam tot haweldaar zal konnen werden gesteld, of ook wel een van de Coop„ lieden selve, gelijk men daar een door„ lugtig voorbeeld van heeft, van den berugten Coopman Ragoenaijk, van wiens meesteragtig gedrag en handel„ wijse omtrend de opperhoofden, de Cor„ mandelse Resolutien van 1730. en andere papieren van die tyd veele verdrietige passagien op Leeveren, buijten en behal„ ven dat ook in aanmerking komt, dat de princen het geen Z' schuldig zijn, met den intrest afleggen, en daar door op nieuw debiteuren van D' E Comp: voor 100000 Ropijen blijvende, men daar door het voor uijt sigt heeft, om de pre„ sente pagt tijd g'expireerd zijnde, de„ selve voor nog vijf Jaaren te konnen prolengeeren. 582 prolengeeren, en daar bij gelijk de opper„ hoofden teffens remarqueeren, eenige favorable Conditien dien aangaande, dan wel eenige vermindering in de pagt penningen bedingen kunnen, om het verlies op deselve, soo veel mogelijk dragelijker te maken, ten dien dage soo om alle de voorsz: aangehaalde motiven, als ook uijt hoofde de heeren en Meesters de aanhouding van die pagt voor D'E: Comp:e seer noodsaa„ kelijk oordeelen, bij Hoogst derselver gevenereerde generaale missive van den 28„e 7ber: 1768 soo meede uw Hoog Edelens het Contract dien aangaande in gem„te Jaare 1768. aangegaan, hebben gelieven goed te keuren, beslooten, in de voorsz: ge„ daane instantie van den Prins te Con„ descendeeren, en dien volgens zijn hoog„ heid de versogte 100000. Ropias, te leenen, mits daar van de Courtee„ rende de voorsz: aan D' E Comp„e nog debet zijnde montant van 51665¼ ro„ pias pias, en de Opperhoofden aanteschrij„ ven, de Prins van dit ons besluijt kennisse te geeven, mits dat zijn Hoogheijd op nieuw een diergelijk Con„ tract aangaat, als in anno 1768 ge„ slooten heeft, en daar bij de pagt van Bimilipatnam en dies onderhoo„ righeeden prolongeerd, mitsgaders dat schoon nu maar 48334:½: Ro„ pias geniet egter een Obligatie van 100000 Ropias zal moeten verlee„ nen teegens den Jntrest van drie quar„ p„r C:o 'smaands even en indiervoegen, als op de te vooren of in anno 1768. ter leen genootene montant bedongen en betaald is, en op dat den prins niet weeder met eenige geld leening ten voorschijn komt, voor en al eer de nu te verlen„ gene pagtzijd finaal ten eijnde is heb„ ben wij beslooten de opperhoofden al„ verder aantebeveelen, om den Prins aanteseggen en te vertoonen dat schoo E: Comp:e nu om zijn Hoogheijd uijt
English
to rescue him from his embarrassment in which he finds himself, before the concluded contract of five years has expired, as about 16 months are still lacking, has condescended to the requested advance, His Highness, however, in the future should not count or rely on the least loan of money, since it was not convenient for Their Honors to advance such considerable amounts each time, and one would therefore turn a deaf ear to it before and until the amount now to be delivered, with the interest to run thereon, down to a single duit, should be fully paid off and liquidated with the lease moneys to be withheld, and that too, only when the Honorable Company should be pleased and inclined to continue the lease, and will want to enter into a new contract in that regard, and not otherwise; to which end the chiefs will be expressly ordered after the departure of this letter, not to allow the least promise concerning a new money loan, by whatever name, to flow into the new contract to be made, with the threat that if the contrary, which has even the slightest resemblance to it, should come before us, we will immediately annul the same and declare it of no value, and let the consequences thereof be charged directly to their own account; while in order to enable the chiefs, upon the continuation of the contract, to accommodate the Prince with the promised funds, we have qualified them to requisition the necessary rupees from Jaggernaijkpoeram; We flatter ourselves with the hope that this our action will also be crowned with Your High Honors' much-desired approval, as there is no other prospect of securing for the Honorable Company a peaceful position at that trading post, where the debts of the merchants begin to decrease so noticeably, in such manner that we have hope that within the space of another two years the same will also be fully liquidated at that factory, whereas otherwise upon cancellation of the lease, as the chiefs are very fearful of, not only can no reliance be placed on their collection, but even the settlement must be considered hopeless, because the merchants will then, as has already been remarked here before, care little about the chiefs and their admonitions; May it further be permitted to us to remark, that regardless of the peaceful seat and trade that is procured for the Honorable Company through that lease, which has been the real objective of the contract entered into on that account, Their Honors are somewhat compensated by the interest that the Prince pays for the loss that must be suffered on the lesser yield of the lease, not counting the profit on the minting of dabboes, which came to the Honorable Company with and alongside the lease, and although the same can be considered as a separate matter or a privilege in itself, the Prince will nevertheless, upon the withdrawal of the lease, also be able to terminate it, and have the dabboes, being minted by the English at the nearby Visiagapatnam, imported into Bimilipatnam. Wherewith we have the honor to subscribe ourselves with the deepest respect. Below stood: High Honorable and Most Worshipful Far-Ruling Lord, and Right Honorable Lords! Your High Honors' humble and obedient servants. Was signed: R: v: Vlissingen, H:s Leembruggen, I: E: G: Haselman, H: A: Johnson, Corn:s Pietersz, J: Appingh, J:s van Tessel, W: Duijnevelt, I: D: Simons. In the margin: Nagapatnam In the Castle the 15th of January A:o 1772. Agreed Cortobdam Clerk AHas for collation
Dutch transcription
583 uijt zijn verleegendheijd, waar in zig bevind, te redden, alvoorens het gemaakt Contract van vijf Jaaren verstreeken is, als daar aan nog wel 16 maanden komende te ontbree„ ken, in de versogte voor uijt verstrec„ king Condescendeerd, zijn hoogheid egter in het vervolg op geen de min„ ste geld leening meer reekenen of staat maaken moeste, dewijl haar Edele niet geleegen quam telkens sulke aansienelijke mon„ tanten voor uijt te verschieten, en men dus daar geen oor aan leenen zou„ den voor en al eer het nu aftelan„ gene montant, met den daarop te verloopene intrest, tot een duijt toe, met de intehoudene pagt pennin„ gen ten vollen afbetaald en geliqui„ deerd zoude weesen, en dat nog wel, wanneer het D'E: Comp: aanstaan en geneegen weesen zoude, de pagt aantehouden, en een nieuwe Con„ tractatie F tractatie dien aangaande zal willen aangaan, en anders niet, ten welken eijnde de opperhoofden naar het afgaan deeses expresse„ lijk geordonneerd sullen werden, om geen de minste promesse omtrend een nieuwe geld leening, hoe ook genaamd in het nieuw te maa„ kene Contract te laaten vloeijen met bedreijging dat wanneer ons het zeegendeel dat 'er maar eenig sweem na heeft, mogte te vor„ ren komen, het selve ten eersten an„ nulleeren, en van geener waarde ver„ klaaren, mitsgaders de gevolgen van dien direct voor derselver reecq: laaten zullen, terwijl wij om de opperhoofden in staat te stellen om bij voortgang van het Contract, de Prins met de toegesegde penningen te gerieven, haar gequalificeerd heb„ ben, de benodigende Ropijen van Jag„ gernaijkpoeram te requireeren; Wij fleijen 584 fleijen ons met de hoope, dat deese onse verrigting meede bekroond werden sal; met uw Hoog Edelens seer gede„ sidereerde goed keure, alsoo geen ander uijtsigt is om D' E: Comp:e een geruste zeet op dat Comptoir te besorgen, al„ waar de schulden der kooplieden soo merkelijk beginnen te verminderen, indier voegen dat wij hoope hebben, dat binnen den tijd van nog twee Jaaren deselve op die factorij meede ten vollen geliquideerd zullen weesen, daar an¬ ders bij op segging van de pagt, soo als de opperhoofden daar seer voor bedugt zijn, niet alleen geen staat op de inkoming derselve sal konnen gemaakt, maar selfs de verevening voor hoopeloos gesteld moeten wer„ den, om dat de Cooplieden dan, gelijk hier vooren reeds geremarqueerd is, sig weijnig aan de opperhoofden, en derselver vermaaningen kreunen zullen; het zij ons wijders geper„ mitteerd i tractatie dien aangaande za willen aangaan, en anders nie ten welken eijnde de opperhoofd naar het afgaan deeses expres lijk geordonneerd sullen werden om geen de minste promesse om een nieuwe geld leening, hoe oo genaamd in het nieuw te mo kene Contract te laaten vloe„ met bedreijging dat wannee ons het teegendeel dat 'er ma eenig swrem na heeft, mogte te vo ren komen, het selve ten eersten d nulleeren, en van geener waarde klaaren, mitsgaders de gevolgen van dien direct voor derselver ree laaten zullen, terwijl wij om opperhoofden in staat te ster om bij voortgang van het Contrac Prins met de toegesegde pennin te gerieven, haar gequalificeerd ben, de benodigende Ropijen van Ja gernaijkpoeram te requireeren; fleijer 584 fleijen ons met de hoope, dat deese onse verrigting meede bekroond werden sal; met uw Hoog Edelens seer gede„ sidereerde goed Keure, alsoo geen ander uijtsigt is om D' E: Comp:e een geruste zeet op dat Comptoir te besorgen, al„ waar de schulden der kooplieden soo merkelijk beginnen te verminderen, indier voegen dat wij hoope hebben, dat binnen den tijd van nog twee Jaaren deselve op die factorij meede ten vollen geliquideerd zullen weesen, daar an¬ ders bij op segging van de pagt, soo als de opperhoofden daar seer voor bedugt zijn, niet alleen geen staat op de inkoming derselve sal konnen gemaakt, maar selfs de verwvening voor hoopeloos gesteld moeten wer„ den, om dat de Cooplieden dan, gelijk hier vooren reeds geremarqueerd is, sig weijnig aan de opperhoofden, en derselver vermaaningen kreunen zullen; het zij ons wijders geper„ mitteerd „mitteerd, nog te mogen remarqueeren, dat ongeagt de veedigen zeet en han„ del die D' E: Comp:e door die pagt be„ sorgd werd, het geen het eijgentlijke oogmerk geweest is, van het dierwe„ gens aangegaan Contract, Haar Edele door den Jntrest die den prins betaald, eenigsints vergoed werd, de schade die op het minder Rende„ ment van de pagt leijden moet, on„ gereekend de winst op de dabboesen munterij, die met en neevens de pagt aan D' E: Comp:e gekomen is, en schoon deselve voor een aparte, of een privilegie op zig zelve aange„ merkt kan werden, soo sal egter de prins bij het intrecken van de pagt meede konnen opzeggen, en de dabboesen bij de Engelsen op het na bij geleegen visiagapatnam ge„ munt werdende binnen Bimili„ patnam invoeren. —. Waarmeede 585 Waarmeede wij de Eere hebben ons met het diepst Respect te onderschrij„ ven /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebieden de Heer, en Wel Edele Heeren! uw hoog Edelheedens onderdanige en Gehoorsamen Dienaren /:was geteekend:/ R: v: vlissingen, H:s Leembruggen, I: E: G„ Haselman, H: A: Johnson, Corn:s Pietersz J: Appingh J:s ven I: D: Simons van Tessel, W: Duijnevelt /:in mar„ gine:/ Nagapatnam Jn't Casteel den 15.' Januarij A:o 1772.— Accordeerd Cortobdam Clercq an ge¬ heed AHas voor de Collatie