VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3326

Malabar · 596 pages · 109 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3326_0005 view scan ↗

English

322 a Register of Papers 330 Secret letter from the departing Governor, the newly arrived Commandeur Moens, and Second Kellij, dated 30 March 1771 333 Ditto ditto, dated 20 January 1771 482 A bundle of exchanged letters and papers concerning the disputes arisen with the King of Cochin 485 Report of the Second Kellij regarding the debt of Attinga 491 Four letters to and by P: Isaaksz along with the Governor of Tellicherry 502 Summary of the findings regarding the discovered discrepancies between the specifications and trade ledgers in the years from 1746/7 to 1751/2 annexed: An extract from those findings itself, concerning the financial year 1751/2 560 Appendix to a certain treatise of Governor Senff, dated 15 March 1771, annexed with its attachments 566 Secret letter from the Commandeur and Second Kellij to the Governor General and Council, dated 30 June 1771 583 Secret resolution taken in the Council of Policy, dated 22 July 1771 Second volume Register of Letters and Papers arrived from Malabar, 1772 Collated 321 331 334 483 486 492 513 561 567 Malabar 321 Malabar 1772 ditto Register of the Separate Papers that are presently dispatched to Batavia per the ship Zekerlust. No. 1. An original letter written under today's date. 2. Two duplicate letters dated 15 October 1770 and 20 January 1771. (Only the one of 20 January is included, because that of 15 October of the past year has already been sent.) 3. A bundle of exchanged letters and other papers concerning the disputes arisen with the King of Cochin. 4. Report of the Second Kellij regarding the debt of Attinga. 5. Four copy letters written to and by the well-known Pieter Izaaksz, as well as the Governor of Tellicherry. 6. A summary of the findings regarding the discovered discrepancies between the specifications and trade ledgers in the years from 1746/7 to 1751/2, as well as an extract from those findings itself, concerning Examined: D. V. Pootvliet No. 7. Appendix to the treatise of the Governor, dated 15 April 1770. Cochin, 30 March 1771. Signed: C. L. Senff. Agrees: H. Schult, Secretary concerning the financial year 1751/2. No. 1. Batavia Original Per the ship Zekerlust. To His High Excellency, The High Noble, Right Honourable Lord, Petrus Albertus van der Parra, Governor General, Together with The Right Honourable Lords Councillors Of Netherlands India. High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord, And Right Honourable Lords! We have until now postponed rendering our dutiful reply to Your High Excellencies' honored separate letters of 3 August and 25 September 1770. Separate. 1770. 322 And wishing to accomplish this now, while the ship Zekerlust lies in readiness, and the Governor has progressed so far with his arrangements that he can undertake the voyage to Batavia, we have the honor, in continuation regarding The King of Cochin, to report that at the dispatch of our last letter we hoped, not without reason, that the dispute with this monarch would shortly be completely settled. For he had already more than once verbally made known that he would submit to everything that might be demanded of him. And the First Minister of the King of Travancore assured on the word of his master that everything would be finalized before the departure of the Governor, and that the latter would leave here with nothing but satisfaction. Nevertheless, the fulfillment has not followed from either side to this day. The King of Travancore, having since fallen gravely ill, has not even replied to two or three letters written to him by the Governor, at least to get the pepper account settled. And the King of Cochin, having been admonished that he might change the verbal messages and written assurances of his own hand, showed himself willing enough to do so at first, but in the end gave only this answer: that he would address himself with his grievances to Your High Excellencies, and would remain quiet until the receipt of your reply. Thus the matter outwardly still hangs in dispute. And if one were to consider the positive declaration of the King of Cochin—namely, that he formally renounces his claimed right to the territory of the city, etc.—as a necessary requirement, it will perhaps never reach complete conclusion, since from all circumstances we can only conclude that he has firmly decided to suit his conduct to the advice given to him by someone or other: that he could indeed not oppose the demands of the Honorable Company if it absolutely insisted upon it, but that he must also never positively agree to it; since, the latter having once occurred, he would no longer have any right to speak; whereas on the contrary, by

Dutch transcription

322 a register der Papieren 330 secreete brieff van den afg: Gouv:r Ienstenaank: Commandeur moens en secunde kellij in dato 30 maart 1771 3. 33 dito dito in dato 20 Jan 1775: 482 Een bondel met gewisselde brieven en papieren raken= de de ontstane verschillen met den Koning van Cochem 485 berigt van den Secunde Vellij wegens de schuld van altinga 491 Vier brieven aan en door P: Isaaksz benevens den Gouvr: van Tallicherij 502 sommarium op de bevinding der ondekten ver schillen tussen de specificatie en negolie boeken in den Jaaren van 1746/ tot 175½ annex Een Extract uyt die bevinding zelfs rakende het boekjaar 175½ 560 aanhangsel op zekere verhande ling van den Gouvr: Senff in dato 15 maart 1771 annex dies bijlagen 566 secreete brieff van den commandeur en secunde Kellij aan G& Rin dato 30 Junij 1771 583 secreete resol: genomen in raade van politie in dato 22 Julij 1771 Tweede deel Register der Brieven en Papieren van Mallabaar overgekoomen 1772 Coll 321 331 „ 334 „ 483 486 „ 192 „ 513 „ 561 „ „ 567 ƒ Malabaar soo= W2 321 2 Malabaarsbl: 1772 d„o Register op de Aparte Papieren, die thans Per het schip Zeekerlust naar Batavia verzonden werden. N„o 1. / Een Origineele Brief onder heedigen datum geschreeven 2:/ Twee Duplicaat brieven gedateert Den 15:' october komt alleen die van 1770. en 20. Januarij 1771. den 20 Januarij, om dat die van 15 october anno passato al is gesonden „. 3. / Een Bondel met gewisselde Brieven en andere Papie= „ren, raakende de ontstaane verschillen met den koning van Cochim. „. 4. / Berigt van den secunde kellij, wegens de schuld van Attinga. „. 5. / Vier Copia Brieven, aan en door den bekenden Pieter Izaaksz: beneffens den gou= „verneur van Jallicherij geschr: „ 6. / Een Sommarium op de Bevinding der ontdekte verschillen, tusschen de spe„ „cificaties en negotie boeken in de Jaaren van Ao 174 6/7. tot 175½. , zo meede Een Extract uijt die Bevinding zelfs raakende Nagezien D. V: Pootvliet N„o 7. Aanhangsel op de verhandeling van den gouverneur gedateert den 15. April 1770. - Cochim, Den 30. ' Maart A:o 1771. /was getekend:/ C=n L: Densp. accordeert raakende het Boekjaar 175½. H Schult secret:s N„o 1. Batavia Origineel Per het schip Zeekerlud. Aan Zijn Hoog Edelheijd„ Den Hoog Edelen, Groot-Agtbaaren Heere, Petrus Albertus van der Lana, Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Heeren Raaden Van Nederlands India Hoog Edele, Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heere, En Wel Edele Heeren! Wij hebben tot nog toe uijtgesteld ge„ „had, op uw Hoog Edelens g'eerde Aparte Brieven van den 3. ' Augustus en 25. September Apart. 1770. 322 1770. ons verschuldigt antwoord te passen. En zulx thans willende volbrengen, terwijl het schip Leekerlust in gereedhijd legt, en de Gouverneur met zijne bestellingen zo verre gevordert is, dat hij de reijse naar Batavia aanneemen kan. zo hebben wij de Eere aan= „gaande Den Koning van Cochim tot een vervolg te melden, dat wij bij de verzending van onze laatste niet zonder reeden hoopten, dat het verschil met deezen vorst binnen korten compleet afgedaan zoude zijn. want hij hadde al meer dan eens mondeling laaten weeten, dat hij zig aan alles onderwerpen zoude, wat men van hem vorderen mogte. En de Eerste minister van den koning van Trevancoor verzeekerde op het woord van zijnen meester, dat alles voor 't vertrek van den Gouverneur zijn beslag erlangen, en deeze niet als met genoegen van hier gaan zoude. Nogthans is de volbrenging van beijde kanten tot heeden niet gevolgt. De koning van Grevancoor 't sedert swaar ziek geworden zijnde, heeft niet eens geantwoordt op twee of drie brieven, door den Gouverneur aan hem geschreeven, om ten minsten de 2 323 de Peper Reekening vereffent te krijgen. En de koning van Cochim vermaand zijnde, dat hij de mondelinge boodschappen, en schrif„ „telijke verzeekeringen van zijn eijgen hand veranderen mogte, heeft in 't eerst zig daar toe wel genoegen getoont, dog op 't laatste alleen dit antwoord gegeeven. Dat hij zig met zijne beswaarnissen aan uw Hoog Edelens addresseeren, en tot den ontfangst van der= „zelver antwoord stil zitten zoude. Dus blijft de zaak voor 't uijter= „lijke nog in verschil hangen. En bij al= „dien men de positive declaratie van den koning van Cochim, namentlijk: Dat hij van zijn pretens Regt op 't grondgebied der stad ensz: formeel afstand doet, voor een noodzaakelijk requisit houden mogte, zal dezelve mogelijk nooit Compleet haar beslag erlangen, dewijl wij uijt alle omstandigheeden niet anders opmaaken kunnen, of hij heeft vast besloten, zijn gedrag te schikken, naar den Raad hem door den een of ander gegeeven: Dat hij zig tegens de vorderingen van de E: Comp:e, als zij 'er absolute opstond, wel niet aankanten konde, maar dat hij ook nooit politief daarin toestemmen moeste; alzo het laatste eens geschied zijnde, hij geen regt meer zoude hebben te spreeken; daar hij in tegendeel bij

NL-HaNA_1.04.02_3326_0016 view scan ↗

English

by a tacit concession, could observe time and opportunity, and could always arise again. But according to our thoughts, it is not even necessary to wait for his declaration, much less to ask him for it. For he has had no lawful possession and on that account also does not need to make a solemn renunciation. His committed encroachments and the apparent possessions obtained thereby can cause no disadvantage to the Honorable Company. The latter can therefore not be considered to have lost its right not to take back at all times that which has been alienated from it in an unjust manner, albeit also through the agency of its own servants and subordinates. And this having now taken place, in so far as we have planted two flags at such a distance from the town as its territory, according to authentic proofs, has at least extended: we likewise believe this matter may be considered so completely settled that no dispute can arise over it anymore, unless the king of Cochim were to begin anew and commit some violence within the established limits. Yet we do not believe that he will ever proceed to this. And if so, he would be the aggressor of overt hostilities, whose undertakings would then deserve not simply a powerful resistance, but even a sensible correction. Indeed, this is the respectful opinion of the undersigned Governor and of all Council Members, and with which the Commander also conforms in so far that he will strive to the utmost of his ability to maintain it on the present footing, and that he will not even fail to protest in the strongest manner if the king of Cochim should at times undertake something by force of arms; but he nevertheless requests very humbly to be fortified as soon as possible with your High Noblenesses' approval and positive order, both on this point and regarding the extraordinary expenses incurred during the disputes that arose, which, according to the Resolution of the 1st instant, by the unanimous decision of the Governor and Council, but contrary to his opinion, have been charged to the account of the king of Cochim in the amount of Rop:s 13109 39/48. Furthermore, we would have wished to offer your High Noblenesses a more detailed and coherent description of this whole incident; but it being not so far by a tacit concession, could observe time and opportunity, and could always arise again. But according to our thoughts, it is not even necessary to wait for his declaration, much less to ask him for it. For he has had no lawful possession and on that account also does not need to make a solemn renunciation. His committed encroachments and the apparent possessions obtained thereby can cause no disadvantage to the Honorable Company. The latter can therefore not be considered to have lost its right not to take back at all times that which has been alienated from it in an unjust manner, albeit also through the agency of its own servants and subordinates. And this having now taken place, in so far as we have planted two flags at such a distance from the town as its territory, according to authentic proofs, has at least extended: we likewise believe this matter may be considered so completely settled that no dispute can arise over it anymore, unless the king of Cochim were to begin anew and commit some violence within the established limits. Yet we do not believe that he will ever proceed to this. And if so, he would be the aggressor of overt hostilities, whose undertakings would then deserve not simply a powerful resistance, but even a sensible correction. Indeed, this is the respectful opinion of the undersigned Governor and of all Council Members, and with which the Commander also conforms in so far that he will strive to the utmost of his ability to maintain it on the present footing, and that he will not even fail to protest in the strongest manner if the king of Cochim should at times undertake something by force of arms; but he nevertheless requests very humbly to be fortified as soon as possible with your High Noblenesses' approval and positive order, both on this point and regarding the extraordinary expenses incurred during the disputes that arose, which, according to the Resolution of the 1st instant, by the unanimous decision of the Governor and Council, but contrary to his opinion, have been charged to the account of the king of Cochim in the amount of Rop:s 13109 39/48. Furthermore, we would have wished to offer your High Noblenesses a more detailed and coherent description of this whole incident; but it being not so far by a tacit concession, could observe time and opportunity, and could always arise again. But according to our thoughts, it is not even necessary to wait for his declaration, much less to ask him for it. For he has had no lawful possession and on that account also does not need to make a solemn renunciation. His committed encroachments and the apparent possessions obtained thereby can cause no disadvantage to the Honorable Company. The latter can therefore not be considered to have lost its right not to take back at all times that which has been alienated from it in an unjust manner, albeit also through the agency of its own servants and subordinates. And this having now taken place, in so far as we have planted two flags at such a distance from the town as its territory, according to authentic proofs, has at least extended: we likewise believe this matter may be considered so completely settled that no dispute can arise over it anymore, unless the king of Cochim were to begin anew and commit some violence within the established limits. Yet we do not believe that he will ever proceed to this.

Dutch transcription

bij eene stilswijgende Concessie, tijd en gelegent„ „hijd waarneemen, en nog althoos weder op= „komen konde. Maar volgens onze gedagten is 't ook niet eens noodig naar zijne declaratie te wagten, veel min hem daarom te vraagen. Want hij heeft geene wettige possessie gehad en behoeft uijt dien hoofde ook geen plegtige afstand te doen. zijne gepleegde onderkruijpingen en daar door verkregene schijn bezittingen, kunnen de E: Comp: tot geen nadeel strekken. Deeze kan daarom niet geagt werden, haar Regt verloren te hebben, om niet ten allen tijden wederom te neemen, het gunt haar op eene onbillijke wijze, schoon ook door toe= „doen van haare eijgene bediendens en onderhoorige, is ontvreemt geworden. En dit thans geschied zijnde, in zo verre, dat wij Twee vlaggen hebben geplant, op zulken af„ „stand van de stad, als derzelver grondgebied, volgens egte Bewijzen, zig op zijn minste heeft uijtgestrekt gehad: zo vermeenen wij ook deeze zaak voor zo volkomen afgedaan te mogen houden, dat daar over geen ver= „schil meer kan vallen, ten ware de koning van Cochim op 't nieuw beginnen en binnen de gestelde limiten eenig geweld pleegen mogte. Dog hier toe gelooven wij niet dat hij oort zal & 324 zal treeden. En zo al, zoude hij de agresseur van openbaare vijandlijkheeden zijn, wiens onderneemingen dan niet simpel een kragtige tegenstand, maar zelfs eene gevoelige correctie verdienen zoude. Immers dit is 't Eerbiedig gevoelen van den ondergeteekenden Gouverneur, en van alle Raads- Leeden, en waarmeede zig de Commandeur ook in zo verre conformeert, dat hij na uijt „terst vermogen tragten zal het op den presen= „ten voet te houden, en dat hij zelfs niet nalaaten zal, op 't kragtigste te protesteeren, als de ko= „ning van Cochim zomtijds iets dadelijx onder„ „neemen mogte; maar hij verzoekt egter zeer ootmoedig, ten spoedigsten met uw Hoog Edelens goedvinden en positieve ordre gesterkt te mogen werden, zo wel op dit stuk, als nopens de gedaan extra-ordinaire onkosten geduurende de ontstaane verschillen, dewelke blijkens Re„ „solutie van den 1. ' Courant, volgens 't een paa„ „rig besluijt van den gouverneur en Raad, dog Contrarie zijn gevoelen, met Rop:s 13109 9/48. de Reekening van den koning van Cochim ten lasten zijn gebragt. Voorts hadden wij wel gewenscht, uw Hoog Edelens eene uijtvoerigere en aan eenhangende beschrijving van dit gantsche voorval aan te bieden; maar het zo verre niet bij eene stilswijgende Concessie, tijd en geleg „hijd waarneemen, en nog althoos weder „komen konde. Maar volgens onze gedagten is 't oo niet eens noodig naar zijne declaratie te wa veel min hem daarom te vraagen. Wan„ hij heeft geene wettige possessie gehad en beho uijt dien hoofde ook geen plegtige afstan te doen. zijne gepleegde onderkruijping en daar door verkregene schijn bezittinge kunnen de E: Comp: tot geen nadeel strekk Deeze kan daarom niet geagt werden, haa Regt verloren te hebben, om niet ten alle tijden wederom te neemen, het gunt haa op eene onbillijke wijze, schoon ook door „doen van haare eijgene bediendens en onderhoorige, is ontvreemt geworden. En d thans geschied zijnde, in zo verre, dat u Twee vlaggen hebben geplant, op zulken „stand van de stad, als derzelver grondgebie volgens egte Bewijzen, zig op zijn minste heeft uijtgestrekt gehad: zo vermeenen w ook deeze zaak voor zo volkomen afgeda te mogen houden, dat daar over geen vr „schil meer kan vallen, ten ware de kone van Cochim op 't nieuw beginnen en bin de gestelde limiten eenig geweld pleegen me Dog hier toe gelooven wij niet dat hij oor zal & 324 zal treeden. En zo al, zoude hij de agresseur van openbaare vijandlijkheeden zijn, wiens onderneemingen dan niet simpel een kragtige tegenstand, maar zelfs eene gevoelige correctie verdienen zoude. Immers dit is 't Eerbiedig gevoelen van den ondergeteekenden Gouverneur, en van alle Raads- Leeden, en waarmeede zig de Commandeur ook in zo verre conformeert, dat hij na uijt „terst vermogen tragten zal het op den presen= „ten voet te houden, en dat hij zelfs niet nalaaten zal, op 't kragtigste te protesteeren, als de ko= „ning van Cochim zomtijds iets dadelijx onder„ „neemen mogte; maar hij verzoekt egter zeer ootmoedig, ten spoedigsten met uw Hoog Edelens goedvinden en positieve ordre gesterkt te mogen werden, zo wel op dit stuk, als nopens de gedaan extra-ordinaire onkosten geduurende de ontstaane verschillen, dewelke blijkens Re„ „solutie van den 1. ' Courant, volgens 't een paa„ „rig besluijt van den gouverneur en Raad, dog Contrarie zijn gevoelen, met Rop:s 13109 39/48. de Reekening van den koning van Cochim ten lasten zijn gebragt. Voorts hadden wij wel gewenscht, uw Hoog Edelens eene uijtvoerigere en aan eenhangende beschrijving van dit gantsche voorval aan te bieden; maar het zo verre niet bij eene stilswijgende Concessie, tijd en geke„ „hijd waarneemen, en nog althoos weder „komen konde. Maar volgens onze gedagten is 't o niet eens noodig naar zijne declaratie te wo veel min hem daarom te vraagen. Wan hij heeft geene wettige possessie gehad en beh uijt dien hoofde ook geen plegtige afstan te doen. zijne gepleegde onderkruijping en daar door verkregene schijn bezittinge kunnen de E: Comp: tot geen nadeel strekk Deeze kan daarom niet geagt werden, had Regt verloren te hebben, om niet ten alle tijden wederom te neemen, het gunt haa op eene onbillijke wijze, schoon ook door „doen van haare eijgene bediendens er onderhoorige, is ontvreemt geworden. En thans geschied zijnde, in zo verre, dat Twee vlaggen hebben geplant, op zulken „stand van de stad, als derzelver grondgebie volgens egte Bewijzen, zig op zijn minst heeft uijtgestrekt gehad: zo vermeenen ook deeze zaak voor zo volkomen afgede„ te mogen houden, dat daar over geen v „schil meer kan vallen, ten ware de kone van Cochim op 't nieuw beginnen en bin de gestelde limiten eenig geweld pleegen in Dog hier toe gelooven wij niet dat hij oo„ zal &

NL-HaNA_1.04.02_3326_0021 view scan ↗

English

will act. And if so, he would be the aggressor of open hostilities, whose undertakings would then deserve not merely a vigorous resistance, but even a severe correction. Indeed, this is the respectful opinion of the undersigned Governor and of all Council Members, and with which the Commandeur also conforms to the extent that he will, to the utmost of his ability, seek to keep things on the present footing, and that he will not even fail to protest most vigorously if the King of Cochim should perchance undertake anything hostile; but he nevertheless very humbly requests to be strengthened as soon as possible with your Right Honours' approval and positive orders, both on this matter and regarding the extraordinary expenses incurred during the differences that have arisen, which, as appears from the Resolution of the 1st instant, according to the unanimous decision of the Governor and Council, yet contrary to his opinion, have been debited to the account of the King of Cochim to the amount of Rop:s 13109 19/48. Furthermore, we should have wished to offer your Right Honours a fuller and coherent description of this entire occurrence; but not having been able to bring it that far, we provisionally refer with respect to the exchanged letters and some other papers relating to this subject, which lie alongside this in a separate bundle. Meanwhile, the Governor will not fail, if it pleases your Right Honours, to elucidate further on this matter orally. The King of Trevancoor has given us, apart from his inclination to act as a judge in the aforementioned differences, no reason for complaint. On the contrary, as appears from our previous letter of the 15th of October 1770, he delivered an ample quantity of pepper, yet pressed so slowly for its payment that by the end of February last, he was still credited with Ropias 29'627 29/15. And since the Governor found this opportunity too fine not to make good use of it, he settled that balance against the debt of Attinga. At least he had the account of the King of Trevancoor debited with ƒ46478. 2. or Ropias 30985 1/48, as the nearest estimate that can be made for those arrears, whereby His Highness then remains indebted to the Honourable Company for Ropias 1357 3/18. And he also believes he may trust that this arrangement will not meet with much contradiction, since it relies on what was negotiated with the First Minister of State and on the writings of the King of Trevancoor himself. However, it has not yet been formally approved, because the officials for examining and settling the account have not yet arrived. And therefore, having to leave the outcome to time, we merely report further in this regard: That the aforementioned debiting likewise took place contrary to the opinion of the Commandeur, as recorded in the Resolution of the 1st instant, in which the account itself is also to be found; and that concerning the debt of Attinga we can give no further elucidation than what the Secunde has provided in a separate report, which is not only recorded in the just-mentioned Resolution, but also lies appended here behind the annexes for inspection. The Samorijn has for some time had to endure much nuisance again from some troops of the Nabab Heijder Alichan, which were brought down by the machinations of the King of Cochim and his general the Zallietter, and even reinforced with a portion of their troops. The Samorijn has repeatedly lodged his complaint about this; and the Governor has also more than once conferred with the King of Cochim about it, and even protested against his imprudent conduct in bringing foreign peoples into the country. However, both were without fruit. And now it might well happen that he should quickly feel regret, as a few days ago we were assured as reliable news that 6000 cavalry of the Marhettas have arrived to help the Samorijn. Meanwhile, no matter how embarrassed, the latter has nevertheless not yet been willing to cede the sandy land near Chettua, despite all possible means having been employed by the Governor to persuade him to do so. And his account, as appears from the Resolution of the 22nd instant, by the end of December last, was only in arrears for Rop:s 8781 14/18. From the Nabab Heijder Alichan the Governor received a letter, and also immediately replied to it, both of which letters are recorded in the Resolution of the 22nd of December 1770. However, for concluding a treaty, or even merely entering into negotiations with him regarding that, there has not yet been an opportunity, because the war with the Marhettijs still continues, and these fall upon him so hard with their superior power that he has his hands full to keep things going. With Adij Ragia, the Governor reopened negotiations immediately after receipt of your Right Honours' orders, and demanded from him Ropias 100'000. —. for the principal sum, and then further the satisfaction of all old or private arrears. On the first point he immediately approached a reasonable offer of Rop:s 70. to 80'000. –, but of the latter he would hear no talk at all, either directly or indirectly. And to hazard the entire outcome on this, the Governor could also not approve. Thus, outwardly, he let that matter drop, yet insisted all the more strongly on the full principal sum with this prospect: that if he could stipulate for it, it would then even be in the power of your Right Honours to be able to distribute from it to the old or private creditors, if their claim were lawful, as much as they

Dutch transcription

324 zal treeden. En zo al, zoude hij de agresseur van openbaare vijandlijkheeden zijn, wiens onderneemingen dan niet simpel een kragtige tegenstand, maar zelfs eene gevoelige correctie verdienen zoude. Immers dit is 't Eerbiedig gevoelen van den ondergeteekenden Gouverneur, en van alle Raads- Leeden, en waarmeede zig de Commandeur ook in zo verre conformeert, dat hij na uijt „terst vermogen tragten zal het op den presen= „ten voet te houden, en dat hij zelfs niet nalaaten zal, op 't kragtigste te protesteeren, als de ko= „ning van Cochim zomtijds iets dadelijx onder„ „neemen mogte; maar hij verzoekt egter zeer ootmoedig, ten spoedigsten met uw Hoog Edelens goedvinden en positieve ordre gesterkt te mogen werden, zo wel op dit stuk, als nopens de gedaan extra-ordinaire onkosten geduurende de ontstaane verschillen, dewelke blijkens Re„ „solutie van den 1. ' Courant, volgens 't een paa„ „rig besluijt van den gouverneur en Raad, dog Contrarie zijn gevoelen, met Rop:s 13109 19/48. de Reekening van den koning van Cochim ten lasten zijn gebragt. Voorts hadden wij wel gewenscht, uw Hoog Edelens eene uijtvoerigere en aan eenhangende beschrijving van dit gantsche voorval aan te bieden; maar het zo verre niet niet hebbende kunnen brengen, zo gedraagen wij ons bij provisie in eerbied aan de gewis„ „selde brieven, en eenige andere papieren, tot dit onderwerp betrekkelijk, die in een aparte bondel hier nevens leggen. Terwijl de gouverneur niet zal nalaaten, uw Hoog Edelens des behaagende, dien aangaande mon„ „deling nader te elucideeren. De Koning van Trevancoor heeft ons, buijten zijn Looging, om in de voormeldte verschillen als Regter te ageeren, geene reeden van klaagen gegeeven. In te„ „gendeel heeft hij blijkens onze voorige van den 15. ' october 1770. eene ruijme quantitijt Peper geleevert, dog op de betaaling daar van zo langzaam aangedrongen, dat hij onder ultimo Februarij jongst-leeden, nog Ropias 29'627 29/15. Credit stond. En dewijl de gouverneur deeze gelegenthijd al te schoon vond, om daar van geen goed gebruijk te maaken, zo heeft hij dat saldo met de schuld van Attinga vereffent. Jen minsten heeft hij de Reekening van den koning van Trevancoor belasten laaten ƒ46478. 2. of Ropias 30985 1/48. als het naaste, dat men voor dat agterstal stellen kan, en waardoor dan zijn Hoogheijd Ropias 1357 3/18. aan de E: Comp: debet blijft. En hij vermeend ook te mogen 325 mogen gelooven, dat deeze schikking niet veel tegenspraak zal vinden, dewijl die steunt op het verhandelte met den Eersten staads- minister en op het geschreevene van den koning van Trevancoor zelfs. Dog formeel goedgekeurt is dezelve nog niet, om dat de bediendens tot het nazien en vereffenen der Reekening nog niet zijn afgekomen. En daarom den uijtslag aan den tijd bevolen moetende laa= „ten, zo melden wij eenelijk nog ten deezen belange: Dat de voormeldte belasting insgelijx Contrarie het gevoelen van den Commandeur is geschied, invoegen aangeteekent staat ter Resolutie van den 1. ' Courant, waar bij ook de Reekening zelfs te vinden is; En dat wij wegens de schuld van Attinga geene nadere elucidatie kunnen geeven, dan de secunde bij een apart Berigt heeft, het welk niet alleen bij de evengemeldte Resolutie ingeschreeven is, maar ook tot speculatie on „der de Bijlagen hier agter legt. De Samorijn heeft 'tsedert eeni„ „gen tijd. herwaarts weder veel overlast moe„ „ten lijden, van eenig volkeren van den Nabab Heijder Alichan, dat door bestelling van den koning van Cochim en dies veldheer den Zallietter afgebragt, en zelfs met een gedeelte van van hunne troupen versterkt is. De Samo= „rijn heeft hier over bij herhaaling zijn be„ „klag gedaan; en de gouverneur heeft ook meer dan eens den koning van Cochim daar over onderhouden, en zelfs geprotesteert, te„ „gens zijn onverzigtig gedoente, dat hij vreemde volkeren in 't land brengt. Dog het een en ander is zonder vrugt geweest. En nu zoude het wel gebeuren kunnen, dat hij schielijk berouw kreeg, alzo men ons voor wijnig dagen voor vaste tijding heeft willen ver= „zeekeren dat 'er 6000. Ruijters van de Mar= „hettas afgekomen zijn, om den Samorijn te helpen. Ondertusschen heeft deeze egter, hoe verlegen ook, van het zandige Land bij Chet= „tua nog geenen afstand willen doen, niet te= „genstaande door den gouverneur alle mogelij„ „ke middelen in 't werk zijn gesteld, om hem daar toe te persuadeeren. En zijne Reekening heeft, blijkens Resolutie van den 22. ' Courant, onder ult„o December jongst-leeden, nog maar Rop:s 8781 14/18. ten agteren gestaan. Van den Nabab Heijder Alichan heeft de gouverneur een schrijvens ontvangen gehad, en daar op ook ten eersten weder geant= „woordt, welke beijde brieven ter Resolutie van den 22. December 1770. ingeschreeven staan. Dog tot 326 tot het sluijten van een Tractaat, of ook zelfs maar, om met hem dierwegens in onder„ „handeling te treeden, is nog geene gelegenthijd geweest, dewijl de oorlog met de marhettijs nog duurt, en deeze hem door haare overmagt zo hard vallen, dat hij werk heeft, om het gaande te houden. Met Adij Ragia heeft de Gou= „verneur terstond na den ontvangst van uw Hoog Edelens ordre, de onderhandeling weder begonnen, en van hem gevordert Ropias 100'000. —. voor de hoofdsomma, en dan nog de voldoening van alle oude of particuliere agterstallen. op het Eerste quam hij terstond bij tot een tamelijk bod van Rop:s 70. â 80'000. – maar van het laatste wilde hij direct nog indirect in 't geheel niet hooren spreeken. En om hier aan den gantschen uijtslag te waagen, konde de gouverneur ook niet goed„ „vinden. Dus liet hij, voor 't uijterlijk dat stuk vaaren, dog stond des sterker op de volle hoofdsomma met deeze vooruijtzigt, dat als hij die bedingen konde, het dan uw Hoog Edelens zelfs in haare magt zoude heb„ „ben, om aan de oude of particuliere Credi= „teuren, indien hunne pretensie wettig was, daarvan zo veel te kunnen afgeeven als zij

NL-HaNA_1.04.02_3326_0026 view scan ↗

English

they would deem reasonable. And this has finally taken place. The contract was concluded at 100,000.- Ropias and a start was also immediately made with the transfer of cash to Cochim. However, progress was so slow, and the payment was made in such small installments, that much time was lost thereby. In the end, having advanced to over 60,000.- Ropias, he declared frankly that at this juncture it was utterly impossible for him to raise more cash, as he had spent all his money a few months ago on outfitting a considerable fleet against the Maldivos; but that he hoped soon to be in a position to do so, once his subjects only saw that he was truly master of the Fort; and that he therefore very kindly requested that the surrender thereof might only take place, while he would give such strong security for the complete settlement of what was lacking, that the Honorable Company could not possibly suffer any damage thereby. And whereas we found his reasons very well-founded, and moreover judged it not at all advisable to put off a negotiation of that nature, as one 327 could not know what might occasionally happen in the meantime, and the Commander himself wished, as well as Adij Ragia sufficiently positively desired, that the matter might be concluded before the departure of the Governor: we therefore made a decision to comply with his desire as soon as possible. Thus we first demanded from him a binding bond. And having obtained it to our satisfaction, and having thereupon sent the two small vessels to Cananoor on the 19th of February last, as well as having issued all necessary orders, the surrender was properly accomplished on the 3rd instant by the express commissioners Seijffer and Coenraadsz, as appears from their report, which, together with the Deed of Cession, as well as the account and bond of Adij Ragia, and our letter to the commissioners, is recorded in the Resolution of the 22nd instant, and to which papers we refer for the further particulars concerning that transaction; while we, regarding the matter itself, cannot fail to note briefly: that we consider ourselves fortunate to have advanced so far in our undertaking that the Honorable Company has nevertheless finally been relieved from a useless place which, without the least prospect of any profit, entailed 12,000.- Ropias in known expenses annually; that we have negotiated a considerable amount of 100,000.- Rops, and thus even more for it than Your Excellencies' authorization dictates; that of this, as much as 60,366.- Ropias has already been brought into the treasury, and that the remaining 39,634.- Ropias will, to all appearances, also follow soon; since Adij Ragia has pledged for it not only a new three-masted ship with its cargo, which lies here in the river under our power, but also all other ships, vessels and goods, both of himself and of his subjects, wherever they might be found or overtaken; and that on that account we live in the confidence that our conduct in this will serve to Your Excellencies' satisfaction and to our honor. To the notorious Pieter Izaaksz, the Governor immediately made Your Excellencies' pleasure known, and at the same time admonished him in the most conscientious manner not obstinately to reject the special mercy that was now offered to him. And this letter, with a 328 covering letter having been dispatched to the Governor at Jallicherij, both answered shortly thereafter, as appears from the four copies that lie herewith in a separate bundle. But that of Jzaaksz is not worth being read, for he certainly wants a deed of impunity, yet outright refuses to come to Cochim or to make any disclosure. And therefore, there being nothing more to hope for from that quarter, the Governor inquired locally whether someone could be found who could shed any light on that obscure matter. After much asking, two bookkeepers were named to him, Lambert Kellensz and Iohannes Benning, who had always written under Izaaksz; but these men initially also refused to know anything. Yet having finally been persuaded by the promises that they would immediately enjoy a reasonable bonus and for the future would obtain a favorable recommendation from Your Excellencies, they began that very difficult work and have already brought it so far that one can clearly see that the Honorable Company, in the six years from the year 174 6/7 to 175½, which they have only just completed, has been defrauded of a considerable sum of ƒ505,640. 13. -, and that participating in this fraud are: The petty cash for - - - - - - - - ƒ412,618. 18. -. Retail shop - - - - - 977. 19. 8. Provisions - - - - - 44,094. -. -. Fortifications - - - - - 17,564. 10. -. Armory - - - - - 15,089. 16. -. Artillery - - - - - 1,258. 9. 8. Fortress Cranganoor - - - - - 7,579. 16. 8. Equipment yard - - - - - - 5,122. 9. 8. Timber yard - - - - - - - 772. 14. 8. Trade Warehouses for - - - - - - 1,321. 17. -. And ship expense accounts for - - 277. 1. 8. Their demonstration consists solely in the discovered discrepancies upon confrontation of the Cash Books and original specifications, in so far as they could be found, against the Trade Books, and one cannot examine this without astonishment, when taking into consideration how it was possible that Pieter Isaaksz, who after all must be regarded as the actual trade bookkeeper, could have jumbled everything up so unbelievably, that he, not merely on the cash but even on various goods, at times took in large sums more and then

Dutch transcription

zij zouden billijk oordeelen. En dit is eijndelijk geschied. Het Contract wierd gesloten, op Ropias 100'000. –. en ook terstond met den overbreng van Contanten naar Cochim een begin gemaakt. maar de voortgang was egter zo traag, en de betaa„ „ling geschiede in zulke klijne parthijen, dat daar meede veel tijd voorbij liep. op 't laatste tot over de Ropias 60'000. –. gevordert zijnde, zo verklaarde hij rond uijt, dat het op dit tijd stip voor hem volstrekt onmogelijk was, meer contanten bij een te brengen, alzo hij al zijn geld voor wijnig maanden besteedt hadde, tot het uijtrusten van een aanzienlijke vloot tegens de Maldivos; dog dat hij hoopte. spoedig in staat te raaken, als zijne onder= „daanen maar zagen, dat hij weezendlijk van 't Fort meester was; En dat hij daarom zeer vriendelijk verzogte, dat de overgaave daar „van maar geschieden mogte, terwijl hij voor de Compleete voldoening van het man„ „querende zulke kragtige verzeekering zoude geeven, dat de E: Comp: daarbij onmogelijk schaade konde lijden. En dewijl wij zijne reedenen zeer gegrondt vonden, en het bo= „ven dien gantsch niet raadzaam oordeelden eene onderhandeling van die natuur op de lange bank te schrijven, terwijl men 327 men niet weeten konde, wat 'er zomtijds tusschen beijden voor mogte vallen, en de Commandeur zo wel zelfs wenschte als Adij Ragia genoegzaam positief begeerde, dat de zaak nog voor 't vertrek van den gouverneur haar beslag erlangen mogte: zo namen wij een besluijt, aan zijne begeerte ook maar hoe eer hoe liever te voldoen. Dus eijschten wij van hem voor eerst eene bondige obligatie. En die na genoegen erlangt, en daarop den 19. ' Februarij Jongstleeden, de twee smalscheepen naar Cananoor gezon= „den, mitsgaders op alles de nodige ordres, gestelt hebbende, zo is de overgaave den 3. Cou= „rant behoorlijk volbragt, door de expresse gecon= „mitteerdens seijffer en Coenraadsz: blijkens hun rapport, dat met en benevens de Acte van Afstand, zo meede de reekening en obligatie van Adij Ragia, en onze brief aan de gecommitteerdens, ter Resolutie van den 22. ' Courant ingeschreeven staat, en aan welke papieren wij ons voor 't verder, aan= „gaande die behandeling gedraagen; Jer= „wijl wij nopens de zaak zelfs niet kunnen nalaaten, nog in 't kort aantemerken: dat wij ons gelukkig agten, in onze ondernee= „ming zo verre gevordert te zijn, dat de E: Comp: even wel eijndelijk eens ontslagen is is van een onnutte plaats, die zonder de minste apparentie tot eenig voordeel, jaarlijx Ropias 12000. –. aan bekende Lasten na zig sleepte; Dat wij een aanzienlijk bedraagen van Rop=s 100000. –. en dus zelfs meer daar voor bedongen hebben, dan uw Hoog Edelens qualificatie dicteert; Dat hiervan bereets veël Ropias 60366. –. in Cassa zijn gebragt, en van de overige Ropias 39'634. -. na alle apparentie ook spoedig gevolgt zullen werden; alzo Adij Ragia daar voor verbonden heeft, niet alleen een nieuw schip van Drie masten met dies Laading, dat hier in de Rivier onder onze magt legt, maar ook alle andere scheepen, vaartuijgen en goederen zo van hem, als van zijne onderdaanen, waar die ook te vinden of te agterhaalen mogten zijn; en dat wij uijt dien hoofde in vertrouwen leeven dat onze verrigting in deezen, uw Hoog Edelens tot genoegen en ons tot Eere zal strekken. Aan den berugten Pieter Izaaksz: heeft de Gouverneur terstond uw Hoog Edelens goedvinden bekent gemaakt, en hem teffens op de gemoedelijkste wijze ver= „maant gehad, de bijzondere genaade die hem thans aangebooden wierd, niet hard- „nekkig van zig te stooten. En deeze brief met een 328 een geleijde lettertje aan den Gouverneur te Jallicherij verzonden zijnde, zo hebben beijde ook kort daarop geantwoordt, blijkens de vier afschriften, die in een apart bondeltje hier nevens leggen. Dog dat van Jzaaksz: is niet waard, dat het geleezen werd. want hij wil wel eene acte van impunitijt hebben, maar wijgert egter ronduijt op Cochim te komen of eenige ontdekking te doen. En derhalven van die kant niets meer te hoopen zijnde, zo onderzogte de gouverneur hier ter plaatse, of 'er niet de een of ander te vinden was, die aangaande die duijstere zaak eenig ligt konde geeven. na veel vragens noemde men hem Twee- Boekhouders, Lambert Kel= „lensz: en Iohannes Benning, die althoos bij Izaaksz: geschreeven hadden, maar deeze menschen wilden in 't eerst ook van niets weeten. Dog op 't laatste overgehaald zijnde, door de beloften, datze terstond eene reedelijke premie genieten, en voor 't vervolg bij vw Hoog Edelens een favorabel voorschrijvens en= „langen zouden, zo hebben zij dat zeer moeije„ „lijk werk begonnen, en het ook bereets zo verre gebragt, dat men duijdelijk zien kan, dat de E: Comp: in de ses jaaren van A:o 174 6/7. tot 175½. , die zij nog maar eerst hebben klaar gekregen, voor eene Consi= „derable „derable somma van ƒ505640. 13. -. benadeelt is, en dat in dit bedrog participeeren: kleene winkel „ - - Dispens „. Fortificatien „ wapencamer - - „ „ Arthillerije Fortresse Cranganoor „. . — - En „ scheeps onkosten Reekeningen voor - - „ 277. 1. 8. „ Negotie Pakhuijsen voor - - - - - - „ 1321. 17. —. Houtthuijn - - - „ - - - - - - „ 772. 14. 8. De klijne kassa voor - - - - - - - - ƒ412618. 18. —. Equipagie werff - - „ - - - - - „ 5122. 9. 8. – – – „ – – – – –„ Hunne Aanwijzing bestaat alleen, in de ontdekte verschillen, bij Confrontatie der Cassa Boeken en origineele specificatien, voor zo verre die te vinden zijn geweest tegens de negotie Boeken, en men kan niet zonder verwondering daar over het oog laaten gaan, als men in aanmerking neemt, hoe 't mogelijk is geweest, dat Pie= „ter Isaaksz:, die men tog voor den egten negotie Boekhouder moet houden, alles zo ongeloofelijk heeft door een haspelen kunnen, dat hij niet simpel op de contanten maar zelfs opveelderhande goederen, dan eens groote sommen meer heeft inneemen en 977. 19. 8. -- „ 44094— - - - - - „ 17564. 10. ---„ 15089. 16. - - - - - - „ 1258. 9. 8. - - - „ - - - - „ 7579. 16. 8. dan „ —„

NL-HaNA_1.04.02_3326_0031 view scan ↗

English

could then write off again in like manner. But since this writing is far too voluminous to be presented in its entirety to Your Right Excellencies at this time, we are now sending only one year, namely that of the year 175½, as the smallest of the six, by way of proof, and for the rest we refer to a summary formed from it, since therein, besides the foregoing, it is also indicated at the same time to which persons the oversight over those administrations was entrusted at that time. Meanwhile, the Governor considered, both on account of his promise made and the trouble connected therewith, not to be permitted to leave this work unrewarded, and it was therefore approved upon his proposal in our meeting on the 1st instant to grant the aforementioned two persons 500 Ropias each, on condition that they continue their indications and, if possible, bring them completely to an end before the upcoming shipping season. Nor do we doubt that this disposition will completely obtain Your Right Excellencies' approval. But we nevertheless cannot refrain from most respectfully presenting these people at the same time to Your Right Excellencies as objects who deserve Your Right Excellencies' favor and compassion. For having become old and weak in the service, and moreover being very poor and burdened with a heavy family, they must manage with great hardship. A small Residentship of little business would therefore serve them very well. But because such appointments rarely occur here, they only implore Your Right Excellencies' goodness for a slight increase of sustenance for their lives. And this favor we most humbly request may be shown to them in consideration of the fact that they are by no means unqualified, and that if they had not allowed themselves to be used to uncover the mess of Pieter Jzaaksz:, the same might perhaps have remained buried in darkness forever. Furthermore, the Governor offers his humble gratitude for the travel expenses granted to him from Souratta to this place. And he addresses himself in that regard anew to Your Right Excellencies, concerning his upcoming journey to Batavia; since there is nothing in supply here that he could have taken, and he also effectively has enjoyed nothing. Also, the Commander requests for himself to be allowed to obtain that which Your Right Excellencies may be pleased to grant him for his passage from Ceijlon to this place. And the further contents of Your Right Excellencies' honored secret letters having been complied with by the Governor extensively and to the best of his ability in a separate paper, which is now presented to Your Right Excellencies under the name of Appendix to a certain Treatise, dated the 15th of April 1770, we refer ourselves thereto in hope of favorable interpretation, and remain with the utmost respect. Below stood: Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord, and Honorable Lords. Your Right Excellencies' very humble and obedient servants. Was signed: C:n L:k Senff, A:n Moens, and D:l Kellij. In the margin: Cochim, the 30th of March in the year 1771. Agrees: H Schutt Secretary Batavia Per the Erfprins via Ceijlon To His Right Excellency, The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General Together with The Honorable Lords Councillors Of the Netherlands Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord, And Honorable Lords. After the dispatch of our respectful last letter of the 15th of October 1770, we have had the good fortune to receive well Your Right Excellencies' esteemed letters of the 3rd of August and 25th of September. The contents thereof serve to the Governor's great honor. And just as he considers himself most highly obliged to Your Right Excellencies' goodness for the extraordinary favor shown to him, in that he has obtained his dismissal in the most honorable manner and may return to Batavia in full respectability: so too the undersigned Commander cannot refrain from offering his most sincere sentiments of gratitude for the trust that Your Right Excellencies have been pleased to place in his person, by entrusting to him the government of the worrisome and restless Mallabar. He arrived here on the 30th of December, and on the 8th instant was not only introduced in public, but has also already taken upon himself the management of the domestic affairs, trade, and administrations. And entering into full authority after the departure of the Governor, which will follow as soon as possible, he hopes with God's help to conduct himself therein in such a manner that Your Right Excellencies will have reason to be pleased with his efforts and actions, and to deem him further worthy of Your benevolence. Furthermore, it would indeed require

Dutch transcription

329 dan ingelijker voegen weder afschrijven kunnen. Dog dit schriftuur al te volumineus zijnde, om nu al, in zijn geheel uw Hoog Edelens aangeboden te werden, zo zenden wij thans alleen Een jaar, en wel dat van A:o 175½. als het klimste van de ses; ten preuve, en gedraagen ons voor 't overige aan een daar uit geformeert Sommarium, alzo daar bij, behal= „ven het voorenstaande, ook teffens aangewezen werd, aan welke Persoonen toen ter tijd het op= „zigt over die Administratien is toevertrouwt geweest. Ondertusschen heeft de gouverneur ver= „meent, dit werk zo wel uijt hoofde van zijne gedaane belofte als van de daaraan verknogte moeijte, niet onbeloont te mogen laaten, en is derhalven op zijne propositie in onse bij eenkomst op den 1. Courant goed gevonden, aan de voormeldte twee Persoonen ieder Ropias 500. toe te leggen, onder Conditie, dat zij hun= ne aanwijzing vervolgen, en des mogelijk voor de aanstaande scheepen tijd, compleet ten eijnde brengen moeten. ook twijfelen wij niet, of deeze dispositie zal volkomen vw Hoog Edelens goedkeuringe verwerven. maar wij kunnen egter niet nalaaten, deeze men „schen teffens op 't Eerbiedigste uw Hoog Edelens voor te draagen, als voorwerpen, die vw Hoog Hoog Edelens gunste en meedelijden verdienen. want zij in den dienst oud en swak geworden, en daarbij zeer arm en met eene swaare familie belaaden zijnde, moeten zig zeer bekommerlijk behelpen. Een klijn Residentschap van wijnig omslag zouden hen derhalven zeer wel dienen. maar om dat diergelijken begeevingen hier zeld= zaam voorvallen, zo imploreeren zij eenelijk uw Hoog Edelens goedhijd, om eene geringe vermeendering van onderhoud voor hun leeven. En deeze gunste verzoeken wij zeer ootmoedig, dat aan haar beweezen mag werden uijt= aanmerking, dat zij gantsch niet onbequaam zijn, en dat als zij zig niet hadden laaten gebruijken, om den morspot van Pieter Jzaaksz: te ontdekken, dezelve dan mogelijk voor euwig in de duijsternisse zoude zijn begraaven gebleeven. Voorts offereert de Gouverneur zijne ootmoedige dankbaarhijd voor de aan hem toegelegde Reijze onkosten van Souratta naar herwaarts. En hij addresseert zig ten dien op= „zigte op 't nieuw aan uw Hoog Edelens, wegens zijne aanstaande Reijze naar Batavia; alzo hier niets in voorraad is, dat hij zoude hebben neemen kunnen, en hij ook effective niets genoten heeft. Ook verzoekt de Commandeur voor zig te 330 Nagezien Ad: Pootvliek te mogen erlangen, het gunt uw Hoog Edelens hem, voor zijnen overtogt van Ceijlon naar herwaarts, gelieven toe te voegen. En aan den verderen Jnhoud van vw Hoog Edelens g'eerde secreete brieven, door den gouverneur uijtvoerig en na beste vermogen voldaan zijnde bij een apart papier, dat uw Hoog Edelens thans aangebooden werd, onder de naam van Aanhangsel op zeekere Ver„ „handeling, gedateert den 15. ' April 1770. zo gedraagen wij ons daaraan in hoope van welduijding en blijven met de uijterste Eerbied. /:onderstond:/ Hoog Edele, Groot-Agtbaare, Wijdgebiedende Heere, En Wel Edele Heeren. uw Hoog Edelens zeer onderdaanige en gehoorzaame dienaren /was getekend:/ C=n L=k Senffo, A:n Moens, en D:l Kellij /:in margine:/ Cochim Den 30. ' Maart A:o 1771. accordeert H Schutt secret:s Batavia P„r de Erfprins over Ceijlon Aan Sijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen, Groot-Agtbaaren Heere Parra Petrus Albertus van der Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Heeren Raaden Van Nederlands India. Hoog Edele, Groot-Agtbaare Wijdgebiedende Heere, En Wel Edele Heeren. Na de verzending onzer Eerbiedige laatste van den 15. ' october 1770. hebben wij het geluk gehad, uw Hoog Edelens geagte van den 3. ' Augustus en 25. ' September wel No„ 2. Apart. 331 te 8 te ontvangen. Derzelver Jnhoud strekt den Gouverneur tot groote Eere. En gelijk hij zig aan uw Hoog Edelens goedhijd ten hoogsten verpligt agt, voor de bijzondere gunste aan hem bewezen, daarin, dat hij op de honora= belste wijze zijn ontslag heeft erlangt, en in vol fatsoen naar Batavia terug magkee= „ren: zo kan ook de ondergeteekende Comman„ „deur niet nalaaten zijne opregtste gevoelens van dankbaarhijd te offereeren, voor het ver= trouwen, dat uw Hoog Edelens in zijne per= „zoon hebben gelieven te stellen, met hem het bestier van de zorgelijke en onrustige malla-„ „baar optedraagen. Hij is den 30. December alhier aangeland, en den 8. ' Courant niet alleen in 't openbaar voorgestelt, maar heeft ook bereeds de beschikking van de Huijshouding, den Handel en de Admi= „nistratien op zig genomen. En na 't vertrek van den Gouverneur, dat zo spoedig moge„ „lijk volgen zal, in 't vol gezag zullende treeden, zo hoopt hij met gods hulpe zig daar in zodanig te gedraagen, dat Uw Hoog Edelens reeden zullen hebben, in zijne poogingen en verrigtingen genoe= „gen te neemen, en hem derzelver bene„ „volentie verder waardig te agten. Voorts zoude het wel vereijsschen, v10

NL-HaNA_1.04.02_3326_0037 view scan ↗

English

to offer Your High Excellencies already our due reply to the aforementioned separate letters. But we very humbly request you to believe that it was utterly impossible for the Governor as yet to bring matters so far that he would have finished with what was specifically demanded of him. And therefore leaving the same deferred to a further occasion, we direct this letter principally only to report, in continuation of our previous last one: That the dispute with the King of Cochim has since become truly serious. For he, instead of entering into a friendly negotiation with us regarding the settlement, went in person to the King of Crevancoor, who, finding the opportunity very fine to show his greatness, not only accepted him, but also arrogated to himself the authority to act as judge. And when the Governor absolutely refused to acknowledge him in that capacity, indeed even denied him all further negotiation as long as he kept the King of Cochim with him, he took this so ill that, while he did send the latter back to his country, he nevertheless gave him so many of his men that the latter, encouraged thereby, not only made great threats, but also committed open hostilities. But the collective Christians from the country having come to the city, even against the admonitions of the Governor, and we thereby having been enabled also to show a little firmness, to the extent that we seized the entire island Baijpin with the 18 half villages, without losing a single man, and without placing ourselves in any danger, this, joined with the arrival of the nabab Mhamet Alij with a mighty army on the southern borders of the Trevancoor realm to collect his overdue contribution, finally had the effect that the King of Trevancoor not only recalled his men, but also sent his first minister of state hither; through whose agency matters have been brought so far that the raised fortifications of the King of Cochim across Angecaijmaal have been demolished and the extraordinary troops disbanded; while we likewise evacuated the aforementioned lands, and sent the Christians home again. And having now already been urged and requested by the King of Cochim himself to accept him again under the Hon. Company's protection upon reasonable terms, we hope shortly to enjoy the fortune of being able to inform Your High Excellencies of the complete settlement of a matter that has indeed cost the Governor much care and trouble, but which we nevertheless trust will serve no less to the satisfaction of Your High Excellencies than to the honor and advantage of the Hon. Company. From Souratta we have obtained fairly certain news that the three ships arrived there only in the latter part of november. And possibly this is the reason why to date not a single one has been able to return, at least as far as we know. Nevertheless, we look forward to it with longing, in order to be able to make a firm decision regarding the dispatch of Leekerlust and the departure of the Governor. We also daily expect Adij Ragia himself, or else his envoys, formally to conclude the contract entered into with him, for which he already some

Dutch transcription

332 uw Hoog Edelens nu al ons verschuldigt ant= „woord op de voormeldte aparte brieven aante= „bieden. Maar wij verzoeken zeer ootmoedig te willen gelooven, dat het voor den gouver= „neur volstrekt onmogelijk is geweest, voor als nog het zo verre te brengen, dat hij met het geen van hem in 't bijzonder werd gevordert, klaar zoude zijn geraakt. En daarom het zelve tot eene nadere gelegent„ „hijd uijtgestelt laatende, zo rigten wij deezen voornamentlijk maar, om ten vervolge van onze voorige laatste te melden: Dat het ver= „schil met den koning van Cochim 't sedert regt ernstig is geworden. Want deeze in steede van met ons over de afdoening in eene vrien„ „delijke onderhandeling te treeden, begaf zig in Perzoon naar den koning van Cre= „vancoor, dewelke de gelegendhijd zeer schoon vindende, om zijne grootshijd te toonen, hem niet alleen accepteerde, maar ook zig de authoritijt aanmatigde, van als Regten te ageeren. En wanneer de Gou= „verneur volstrekt wijgerde, hem in die hoedanighijd te erkennen, ja zelfs hem alle verdere onderhandelinge ontzeijde, zo lange hij den koning van Cochim bij zig hielde, zo nam hij dat zo qualijk dat hij den laatsten wel weder naar zijn land land te rug zond, maar egter hem zo veel van zijn volk meede gaf, dat deeze daar door aangemoedigt, niet alleen groote drijgemen„ „ten deed, maar ook openbaare vijandlijk= „heeden pleegde, Dog de gezamendlijke Chris„ „tenen uijt het land, zelfs tegens de ver= „maaningen van den gouverneur naar de stad gekomen, en wij daar door in staat geraakt zijnde, ook éen wijnig ernst te kunnen toonen, tot zo verre, dat wij het gantsche Eijland Baijpin met de 18 halve dorpen in beslag namen, zonder eenen man te verliezen, en zonder ons in eenig gevaar testellen, zo is dit, gevoegt bij de Aan„ komst van den nabab Mhamet Alij met een magtig leeger op de zuijder grenzen van het Trevancoorse Rijk, om zijne agter= „stallige contributie intevorderen, eijndelijk van die uijtwerking geweest, dat de koning van Trevancoor niet alleen zijn volk terug ontbooden, maar ook zijnen eersten staads minister herwaarts gezonden heeft; door wiens toedoen het zo verre gebragt is, dat de opgeworpen vastigheeden van den Koning van Corhim aan de overkant van An„ „gecaijmaal geslegt en de buijten gewoone manschappen afgedankt zijn; terwijl wij de voormeldte landen insgelijx ontruijmt, en 372 en de Christenen weder naar huijs gezonden hebben. En nu door den koning van Cochim zelfs al aangemaant en verzogt zijnde, hem weder op billijke voorwaarden onder s E: Comp:s Protectie te accepteeren, zo hoopen wij binnen korten het geluk te zullen ge„ „nieten uw Hoog Edelens kennis te kun„ „nen geeven, van de Compleete afdoening eener zaake, die den Gouverneur wel veel zorge en moeijte heeft gekost, maar die wij egter vertrouwen, dat niet minder uw Hoog Edelens tot genoegen, als de E: Comp:e tot Eere en voordeel zal strekken. van Souratta hebben wij genoeg„ „zaam zeekere tijding erlangt, dat de Drie scheepen daar eerst in 't laatste van no„ „vember aangelandt waren. En mogelijk dat dit dereeden is, waarom tot heeden nog geen een heeft terug keeren kunnen, ten minsten, voor zo veel wij weeten. Egter zien wij met verlangen daarna uijt, ten eijnde op de Depeche van Leekerlust, en 't vertrek van den Gouverneur een vast besluijt te kunnen neemen. Ook verwagten wij dagelijx Adij Ragia zelfs, dan wel zijne afzendelingen, om formeel te sluijten de met hem aange= „gaane Contractatie, waar toe hij bereets eenige land te rug zond, maar egter hem zoe van zijn volk meede gaf, dat deeze daar aangemoedigt, niet alleen groote drijgem „ten deed, maar ook openbaare vijand lij „heeden pleegde, Dog de gezamendlijke C „tenen uijt het land, zelfs tegens de ve „maaningen van den gouverneur na de stad gekomen, en wij daar door in st. geraakt zijnde, ook een wijnig ernst kunnen toonen, tot zo verre, dat wij gantsche Eijland Baijpin met de 18 ha dorpen in beslag namen, zonder eene man te verliezen, en zonder ons in een gevaar testellen, zo is dit, gevoegt bij de= komst van den nabab Mhamet Alij„ een magtig leeger op de zuijder grenze van het Trevancoorse Rijk, om zijne a „stallige contributie intevorderen, eijnde van die uijtwerking geweest, dat de koni van Trevancoor niet alleen zijn volk te„ ontbooden, maar ook zijnen eersten stad minister herwaarts gezonden heeft, doo wiens toedoen het zo verre gebragt is, dat de opgeworpen vastigheeden van den K van Cochim aan de overkant van A „gecaijmaal geslegt en de buijten gewoon manschappen afgedankt zijn; terwijl de voormeldte landen insgelijx ontruij en 372 en de Christenen weder naar huijs gezonden hebben. En nu door den koning van Cochim zelfs al aangemaant en verzogt zijnde, hem weder op billijke voorwaarden onder s E: Comp:s Protectie te accepteeren, zo hoopen wij binnen korten het geluk te zullen ge„ „nieten uw Hoog Edelens kennis te kun„ „nen geeven, van de Compleete afdoening eener zaake, die den Gouverneur wel veel zorge en moeijte heeft gekost, maar die wij egter vertrouwen, dat niet minder uw Hoog Edelens tot genoegen, als de E: Comp:e tot Eere en voordeel zal strekken. van Souratta hebben wij genoeg„ „zaam zeekere tijding erlangt, dat de Drie scheepen daar eerst in 't laatste van no„ „vember aangelandt waren. En mogelijk dat dit dereeden is, waarom tot heeden nog geen een heeft terug keeren kunnen, ten minsten, voor zo veel wij weeten. Egter zien wij met verlangen daarna uijt, ten eijnde op de Depeche van Leekerlust, en 't vertrek van den Gouverneur een vast besluijt te kunnen neemen. Ook verwagten wij dagelijx Adij Ragia zelfs, dan wel zijne afzendelingen, om formeel te sluijten de met hem aange= „gaane Contractatie, waar toe hij bereets eenige

NL-HaNA_1.04.02_3326_0042 view scan ↗

English

Examined To the public has sent hither some cash and 8680 lb of Cardamom. And for the rest referring ourselves to the general dispatch now departing, we remain, with this, in reliance upon the continuation of your High Noblenesses favor, with the utmost respect. was signed below: High Noble, Right Honorable, Far-Commanding Lord, and Honorable Sirs! Your High Noblenesses humble and obedient servants was signed: C-n L-k Senff, A-n Moens and D-o Kellij in the margin: Cochin the 20th of January Anno 1771. Agrees H Schult secretary f No. 1. 334 Report ordered to be made and submitted with great respect to the Honorable, Right Honorable Lord Christiaan Lodewijk Senff Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara and Vingurla by the Bookkeeper and Assistant Interpreter Barend Bles. Honorable, Right Honorable, Commanding Lord! In compliance with your Honorable, Right Honorable, highly esteemed order, I the undersigned have examined the bundles and papers kept here at the secretariat, and according to old notes of the Canarins extracted from the memorandum book of their pagoda, and presented by the servants of the said temple in the year 1761 to the Honorable, Right Honorable Lord, the then Commander Godefridus Weyerman, to be presented at the meeting with the general of the King of Travancore, to show that the Canarins belong under no one else than under the Honorable Dutch Company alone, as also according to many old credible histories extracted and brought together, touching the boundary line of the city of Cochin, and also under whose protection the Canarins residing here belong. According to the showing of the books and papers kept here at the secretariat, it is not at all to be doubted that the boundary line of the plain of this present fortress must be the creek of the Canarin Bazaar, as your Honorable Right Honor if pleased, from the old proofs and convincing reasons collected below, will be better able to perceive; in the report of the tree-counter Schut in the year 1733, he says that the true boundary line of the Company's plain is the aforesaid creek, and also that there are 30 pieces of gardens on that side that belong to the Honorable Company according to report, and in the time of the massacred merchant Malpappu were gradually embezzled; whether that was brought to light after that date or not, the undersigned cannot say. Secondly, in the conference between the Honorable, Strict, Right Honorable Lord Julius Valentijn Stein van Gollenesse and the King of Cochin, held in the year 1735, on the 17th of June, it also sufficiently indicates that His Highness of Cochin, through the convincing reasons and proof of His Honor, Right Honorable, had to agree fully and leave to the Honorable Company the free possession of the places lying on this side of the creek; but at present a great confusion appears through that name of the creek of the Canarin bazaar, since on that side three creeks are to be seen: the first beginning from Calvethy and running along the streets of the Banias; the second lying behind the 335 the pagoda of the Canarins or along the Canarin Bazaar and out again at Mattancherry; the third near the King's court; which, however, according to the showing of the clear reasons, largely indicates the second or middle creek to be the boundary line; on the other hand one will be able to see from the resolution of 1679 and 80 held in this Council, and also from several other writings such as Baldaeus, that the former city of the Portuguese had been a very large fort which must have extended as far as Calvethy with the counterscarp, besides the outer city, and from the note and declaration on the letter written by the Honorable, Right Honorable Lord, former Commander Hendrik Adriaan van Rheede and the Council from Cochin on the 9th of December 1675 before the demolishing and contracting of the former city, which reads that the plain or esplanade has the space of a large musket shot; in the document submitted by the servants of the aforesaid pagoda, that the Portuguese, upon the arrival of the Canarins here, gave them a portion or a corner of the outer city and settled them there; from which aforesaid it appears that the first creek running along the Bania streets had been the town moat, and the second or middle creek the boundary of the outer city, the esplanade excepted; which middle ditto also bears the real name of the creek of the Canarin Bazaar, for the reason that at the place where where the Canarins have their shops, no Banias are allowed to carry on their trade, as is still to be seen, each apart; therefore the first creek cannot bear that name, being the creek running along the Bania streets where their shops also stand; yet if it should please your Honorable, Right Honor to proceed according to the true nature of the matter, then the boundary ought to extend up to the third creek, since the outer city extended up to the second ditto, so it speaks for itself that a fort must have its esplanade or level ground. Besides the representation set down here above in all respect, an even stronger reason and proof appears to remove all doubt regarding the second watercourse, even if one does not wish to approach up to the third, though it is indicated so far by the ancient state of the matter: the pepper warehouse of the Portuguese stood near the aforesaid second ditto between Mattancherry and Calvethy, and also according to the saying of many people in front of or in the warehouse a large stone lay currently lying under the water, which place also to this day bears the name in Portuguese of Pedra de pimenta, and in Malabar Mologu Sraanbi, and the Honorable Company also has lands lying between the two creeks to this day; in the perpetual contract between the Honorable, Strict, Right Honorable, High

Dutch transcription

Nagezien A d: poolbliek eenige Contanten en 8680. lb: Cardam om heeft herwaarts gezonden. En voor 't overige ons aan de thans afgaande gemeene missive gedraagende, zo blijven wij met dus veel in vertrouwen op de Continuatie van uw Hoog Edelens gunste, met de uijterste Eerbied. /:onderstond:) Hoog Edele, Groot Agtbaare wijdgebiedende Heere, En Wel Edele Heeren! VW Hoog Edelens onderdaanige en gehoorzaame dienaeren /was getekend:/C C=n L:k Senff, A:n Moens en D:o Kellij /:in margine:/ Cochim den 20. Januarij A„o 1771. Accordeert H Schult secret:s ƒ No: 1: 334 Berigt gedaan maken en met veel Eerbied overgegeven aan den wel Edelen Groot Agtb: Heer Christiaan Lodewijk senff Gouverneur en Directeur der Custe Mallabaar Canara en winguala door den Boekhouder en ondertolk Barend Bles. Wel Edele Groot Agtbaare wel Gebiedende Heer! In naarkoming van uwel Edele Groot agtb: hoog G'agte ordre, heb ik ondergetekende bij de bondes en papieren alhier ter secretarije berustende nagesien en volgens oude annotatien der Canarijns uijt de me„ „morie boek van haare Lagood uijtgetrokken, en door de bediendens van gem Jempel in a:o 1761: aan den E: E: agtb heer toenmaligen Commandeur Godefridus weijerman gepresenteerd bij ontmoeting met den veldheer vanden koning van frevancoor voor te hou„ „den, tot aantoning dat de Cannarijns onder niemand anders gehooren als onder d' E: hollandse maatschappije alleen, als ook volgens veele oude geloofwaardige geschiedenissen uijtgetrokken en bij een gebragt, raken„ „de de limiet scheijding vande stad Cochim, en ook onder wiens bescherming de Canarijns alhier woon„ „agtig - „agtig gehooren. volgens aantooning der boeken en papieren alhier ter secretarije berustende, is gants niet te twijffelen dat de limiet schijding van de vlakte deser presente vesting wesen moet despruijt der Cannarijnse Bazaar, gelijk uwel Edele agtb des behagende uijt de hier ondervolgende bij een gebragte oude bewij„ „sens en overtuijgende rheeden beeter sal kunnen b'oogen; Bij het Rapport van den Boomteller schut anno 1733: segt hij, dat de waare limiet schijdinge van 'sComp:s vlakte is voorsz: spruijt, en ook datter 30: stuks thuijnen aandie kant leggen die d' EComp: (volgens seggen:/ toebehooren, en ten tijde van den gemassacreerden Coopman malpapooij langsa„ „mer hand verduijstert zijn geworden, of dat na dato in het ligt gebragt is of niet weet den onder„ „getekende niet teseggen. ten anderen, bij de Conferentie tussen den wel Edelen Gestr: groot agtb: heer Julius valenthijn stein van Gotlenesse enden koning van Cochim„ gehouden in het Jaar 1735. op den 17. Junij, wijst ook genoegzaam aan dat zijn ho:s van Cochim wel door de overtuijgende reeden en bewijs van zijn Edele Groot agtb volmondig heeft moeten toestemmen en aan d' EComp:e overlaten de vrije besitting van de plaatsen leggende aan deese kant van de spruijt maar apresent toont aan een groote verwarring door die naam vande spruijt der Cannarijnse bazaar, vermits om die kant drie spruijten tesien zijn, de Eerste beginnende van Calwettij en lopende langs de straten der Baniaans; de tweede leggende agter de. 335 de pagood der Cannarijns of langsde Canarijnse Bazaar en mattancherij weder uijt, de derde omtrent konings hof, dat egter volgens aantooning der klaar„ „blijke reeden grootelijks uijtwijst de tweede of middelste spruijt de limiet schijdinge is, aande andere kant sal men kennen sien bij de Resolutie van 1679: en 80: in deesen Raade gehouden, en ook bij meer andere schrijvens als Baldeus, dat de gewesene stad der Portugeesen een heel Groot fort was geweest die zig tot Calwettij toe soude ge„ „strekt hebben met het Contrescherp, behalven de buijten stad, en bij de aanteekening en verklaaring a op den brief door den E: E: agtb heer oud Command:r Hendrik Adriaan van Rheede en den Raad uijt Cochim den 9:' decemb:r 1675: voor het demoljeeren en intrekken van de geweesene stad gesch: luijd, dat de vlakte of pleijn de spasie heeft van een groote musquet; Jn het ingediende geschrift door de bedien„ „dens vande pagood voorn:t dat de portugeesen met de komst van de Cannarijns alhier, aan haar hebben gegeven een gedeelte of een hoek vande buijten stad en aldaar nedergeset, uijt welke vooren verhaalde blijkt, dat de Eerste spruijt lopende langs de Baniaanse straaten de stadsgragt was geweest. ende tweede of middelste spruijt de scheijdinge van de buijten stad excepto de pleijn, welke middelste d:o ook de regte naam voert van de spruijt der Canarijnse Bazaar, om reeden dat op de plaats daar daar de Cannarijns haare boetiken staan geen Bani„ „aans mogen komen geneeren, gelijk nog tesien is ider besonder, derhalven de Eerste spruijt die naam niet voeren kan, als de spruijt lopende langs de Bani„ „aanse straaten alwaar ook staan haare boetiken dog wanneer uwel Edele Groot Agtb: des behaagende aande waare geschapentheijd van de zaak gelieven tewerk te gaan, dan zoude de schijdinge moeten strekken tot aan derde spruijt, dewijl de buijten stad gestrekt heeft tot aande tweede d:o soo spreekt het van selfs dat een fort sijn pleijn of vlakke grond hebben moet. Behalven de in alle Eerbied hier vooren ter needergestelde voorstelling, toont aan per nog een kragtiger reeden en bewijs om alle twijfel vande tweede water loop uijt deweg teruijmen, schoon men tot aan het derde niet naderen wil, daar het egter door de oude gesteldheijd vande zaak soo ver aanwijst: De portugeesen haare peper pak„ huijs heeft omtrent meerm: tweede d. o tussen mattancherij en Calwettij gestaan, en ook volgens seggen van veele menschen voor of inde pakhuijs /:leggende thans onder een groote steen gelegen het water, welke plaats ook tot heeden de naam voert in het portugees Pedra de pimenta, en in het Mallabaars Mologu Sraanbij, en haar Edele heeft ook tot heeden landerijen leggen tussen de twee spruijten; Bij de Eeuwig duurende Con„ „tract tussen den wel Edelen gestrengen Groot Agtb: Hoog

NL-HaNA_1.04.02_3326_0047 view scan ↗

English

High commanding lord Rijklof van Goens and the king of Cochim, concluded since the conquest of this place, it is expressly written in article 13: of an esplanade around the city that is now cleared of the coconut trees, shall not be permitted to be planted by anyone, except with consent of Their Honours; regarding which article one could greatly arrive at an assurance of the present esplanade, which is apparent, if one makes no distinction between the former and the present, as it clearly states, the now cleared esplanade; and it would also then greatly differ against this from the Resolution of the year 1679: and 80: more or less as well as several other papers and the outgoing letter from the fatherland of anno 1684: concerning the demolition of the outworks, which still stood after the conclusion of the aforementioned Contract. The lease condition of this plain also indicates that the lessee shall have no power over the streets of the Baniaans and silversmiths, so it notoriously follows that the esplanade mentioned in the Contract is not the one presently existing, but indeed another that had lain south or east of the Canarese Bazaar, extending to the third creek, near the king's court. The undersigned would not think under wiser judgment of Your Right Honourable in all reverence where the Canarese have their boutiques no Baniaans may come to trade, as can still be seen in particular, therefore the first creek can carry that name, as the creek running along the Baniaan streets where their boutiques also stand, but if it pleases Your Right Honourable to proceed according to the true nature of the matter, then the boundary would have to stand up to the third creek, since the outer city has extended up to the second ditto, so it goes without saying that a fort must have its esplanade or flat ground. Besides the proposition presented here before in all reverence, a stronger reason and proof shows note for note to clear away all doubt of the second watercourse, even though one does not wish to approach the third, where it however points so far according to the old state of the matter: The Portuguese pepper warehouse stood near the aforementioned second ditto between Mattancherij and Calwettij, and also according to the saying of many people a large stone lay in front of or in the warehouse lying presently under the water, which place also to this day bears the name in Portuguese Pedra de pimenta and in Malabar Mologu Sraanbij, and Their Honours also have lands lying to this day between the two creeks; In the perpetual Contract between the Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed, High High commanding lord Rijklof van Goens and the king of Cochim, concluded since the conquest of this place, it is expressly written in article 13: of an esplanade around the city that is now cleared of the coconut trees, shall not be permitted to be planted by anyone, except with consent of Their Honours; regarding which article one could greatly arrive at an assurance of the present esplanade, which is apparent, if one makes no distinction between the former and the present, as it clearly states, the now cleared esplanade; and it would also then greatly differ against this from the Resolution of the year 1679: and 80: more or less as well as several other papers and the outgoing letter from the fatherland of anno 1684: concerning the demolition of the outworks, which still stood after the conclusion of the aforementioned Contract. The lease condition of this plain also indicates that the lessee shall have no power over the streets of the Baniaans and silversmiths, so it notoriously follows that the esplanade mentioned in the Contract is not the one presently existing, but indeed another that had lain south or east of the Canarese Bazaar, extending to the third creek, near the king's court. The undersigned would not think under wiser judgment of Your Right Honourable in all reverence spoken with all reverence: that Their Honours immediately upon the conquest of this place, within those few days or until the day that the Contract was concluded with the king of Cochim, reduced the former city, in order to allow the esplanade that presently exists to derive from the aforementioned Contract, if there had previously not even been another. Furthermore it is also to be seen that over the course of time by slow degrees the greatest part of the plain has become planted and built upon, as in the time of the former Canarese merchant Malpapooij aforesaid and Pinapooij, as well as several other people; The Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed lord Zwaardekroon, in His Honour's [illegible] Memoir kept in the kingdom of Jaffanapatnam at Nalloer, the last of May 1698: states, that some gardens and lands are possessed by the Canarese that have remained hidden until now, and belonging to the Honourable Company, which were the property of some Portuguese, and will be able to be learned from Baatholomeus Vaas Toek, it is also not to be doubted that that nation is the cause of most of the ruin and loss of the Company's ground, having obscured the first former esplanade by the fencing and planting carried out, and with the breaking down of the outworks has passed over to the present one, having also had since that time good opportunity

Dutch transcription

336 Hoog gebiedende heer Rijklof van Goens en den koning van Cochim, sedert het veroveren van dese plaats geslooten, staat uijtdrukkelijk gesch: art: 13: van eene plijn rontom de stad nu gesuij„ „vert is van de Clappus boomen zal bij niemand mogen bepland worden, als met consent van haar Edele; omtrent welke art: soude men groo„ „telijks in een verseekering konnen geraaken van de presente pleijn dat oogschijnlijk is, wanneer men geen onderschijd maakt van de voorige en presente, gelijk 'er duijdelijk staat, de nu gezuij„ „verde pleijn; en het soude ook dan grootelijks scheelen tegens desen van de Resolutie van het Jaar 1679: en 80: (:meer à min:/ als nog meer andere papieren en patriase afgaande brief van anno 1684: belangende het laten demoljeeren van de buijten werken, die naar het sluijten van voorsz: Contract nog gestaan hebben. De pagt Conditie van dese vlakte wijst ook aan, dat de pagter geen magt sal mogen hebben over de straten der Baniaans en silversmids, soo volgt notoir dat de pleijn die bij het Contract vermeld staat, de thans in wesen zijnde niet en is, maar wel een ander die be„ 8 „suijden of b'oosten de Cannarijnse Basaar gelegen had, strekkende tot aan het derde spruijt, omtrent konings hoff. Den ondergetekende zou niet denken (:onder wijzer oordeel van uwel Edele Groot Agtb: in alle Eerbied daar de Cannarijns haare boetiken staan geen Ba„ „aans mogen komen geneeren, gelijk nog tesien is besonder, derhalven de Eerste spruijt die naam in voeren kan, als de spruijt lopende langs de Ba„ „aanse straaten alwaar ook staan haare boetik dog wanneer uwel Edele Groot Agtb: des behaagende aande waare geschapentheijd vande zaak gelieven tewerk te gaan, dan zoude de schijdinge moeten stae tot aan derde spruijt, dewijl de buijten stad gestrek„ heeft tot aande tweede d:o soo spreekt het van sel dat een fort sijn pleijn of vlakke grond hebben moet. Behalven de in alle Eerbied hier voor ter needergestelde voorstelling, toont aan per no een kragtiger reeden en bewijs om alle twijfel vande tweede water loop uijt deweg teruijmen schoon men tot aan het derde niet naderen wi daar het egter door de oude gesteldheijd vande za soo ver aanwijst: De portugeesen haare peper p huijs heeft omtrent meerm: tweede d. o tussen mattancherij en Calwettij gestaan, en ook volg seggen van veele menschen voor of inde pakho een groote steen gelegen (:leggende thans onder het water, welke plaats ook tot heeden de naa voert in het portugees Pedra de pimenta in het Mallabaars Mologu Sraanbij, en ha Edele heeft ook tot heeden landerijen leggen tu„ de twee spruijten; Bij de Eeuwig duurende Co: „tract tussen den wel Edelen gestrengen Groot Agt Hoog 336 Hoog gebiedende heer Rijklof van Goens en den koning van Cochim, sedert het veroveren van dese plaats geslooten, staat uijtdrukkelijk gesch: art: 13: van eene plijn rontom de stad nu gesuij„ „vert is van de Clappus boomen zal bij niemand mogen bepland worden, als met consent van haar Edele; omtrent welke art: soude men Groo„ „telijks in een verseekering konnen geraaken van de presente pleijn dat oogschijnlijk is, wanneer men geen onderschijd maakt van de voorige en presente, gelijk 'er duijdelijk staat, de nu gezuij„ „verde pleijn; en het soude ook dan grootelijks scheelen tegens desen van de Resolutie van het Jaar 1679: en 80: (:meer à min:/ als nog meer andere papieren en patriase afgaande brief van anno 1684: belangende het laten demoljeeren van de buijten werken, die naar het sluijten van voorsz: Contract nog gestaan hebben. De pagt Conditie van dese vlakte wijst ook aan, dat de pagter geen magt sal mogen hebben over de straten der Baniaans en silversmids, soo volgt notoir dat de pleijn die bij het Contract vermeld staat, de thans in wesen zijnde niet en is, maar wel een ander die be„ „suijden of b'oosten de Cannarijnse Basaar gelegen had, strekkende tot aan het derde spruijt, omtrent konings hoff. Den ondergetekende zou niet denken (:onder wijzer oordeel van uwel Edele Groot Agtb: in alle Eerbied Eerbied geprooken:) dat haar Edele naar het ver „overen van dese plaats opstaande voet selfs, binnen die korte dagen of tot de dag dat de Contract met den koning van Cochim geslooten is de gewesene stad verkleijnt heeft, om bij voorsz Contract van de plijn die thans inwesen is te laten vloeijen indien 'er bevoorens selfs een ander met waare geweest. Wijders is ook tesien dat naar verloop van tijd bij langcamer hand de grootste gedeelte van de vlakte bepland en bebouwt zijn gewonden, als ten tijde van den gewesene Cannarijns Coopman Malpapooij voorsz: en pinapooij, als ook meer andere men„ „schen; Den wel Edele Gestr: Groot Agtb heer Zwaar„ „dekroon, bij zijn wel Edeles L: Memorie ge houden in het koninkrijk Jaffanapatnam tot Nalloer, ult:o meij 1698: staat, dat de Canarijns eenige thuijnen en landerijen worden beseten die tot nog toe bedekt zijn gebleeven, en d' EComp:e toebehoorende, die eijgen zijn geweest aan Eenige portugeesen, en van Baatholomeus vaas toek zal kunnen werden vernomen, het is ook niet te twijffelen dat die natie de oorzake is van de meeste bederf en verlies van 'sComp:s grond, door de gedaane bepaggering en beplanting de Eerste gewesene pleijn verduijstert, en met het weg„ „breeken vande buijten werken overgegaan is tot de presente hebbende ook sedert die tijd goede gele„ „gentheijd

NL-HaNA_1.04.02_3326_0051 view scan ↗

English

737 opportunity to enrich their temple with the Company's goods, for it is a settled consequence that no one, whoever they may be, may have gardens or lands within the boundaries of the Honorable Company that are their own property without special consent and written proof from the Honorable Company, whereas there are at present many which are controlled by the Canarese pagoda as well as several others. The Canarese will also not permit anyone else to lease the plain, or they would immediately find means through their cunning to draw it to themselves, which has indeed occurred repeatedly, solely to have a continuous opportunity, so that no one will easily discover it, to claim the entire plain for their pagoda. Regarding the Canarese, it is also abundantly shown by many proofs that this nation ought to belong directly under the Honorable Company, all of which proofs the undersigned hopes, under favorable interpretation from Your Right Honorable, to collect and present before your eyes. Meanwhile, the undersigned hopes, concerning the boundary demarcation of this fortress, to have accomplished it according to the intention of Your Right Honorable, and so I have the honor to remain with profound respect, below was written, Right Honorable, commanding Lord, Your Right Honorable's most humble and obedient servant. Examined Ad: Pooleliek servant, was signed: B:s Bles, in the margin: Cochin, the 10th of July 1770. 338 Draft ola by the Honorable, Right Honorable Concerning the matter of the Canarese and their pagoda, we have repeatedly given Your Highness to understand that they have belonged under the protection of the Honorable Company from of old, and that the Honorable Company would not tolerate their being unjustly molested by others; and when speaking of that point during the recent meeting with the Paliath Achan, we once again made our intention known in that regard, expecting that the said Canarese would remain in peace and quiet, enjoying their former freedom. Yet we now perceive, to our utmost astonishment, that the Pattara Chinana, who is currently at Your Highness's court, without the slightest reason inflicts all sorts of vexations upon those people, among other things causing two servants of the pagoda named Naranapooij and Ramendra pooij to be arrested, and subsequently, under groundless pretexts, by torture compelling each of them to pass and sign an ola whereby they bind themselves to pay 20 per cent of their possessions to His Highness. The aforementioned Chinana has also sent several Nairs to the house of Chandroe Camottij and caused it to be placed under arrest, forbidding the same to cook or eat; and the guests who were gathered there to perform a certain ceremony had to depart from there without having accomplished their business. The said Nairs forcibly took away two pieces of copperwork from that house at the same time. Furthermore, the said Chinana caused a certain servant named Bapa porboe to be placed under arrest, claiming that he should pay a certain debt, whereas the Paliath Achan upon his arrival here had granted him permission to give certain lands as a pledge for that debt to the creditor. Besides these insolences, still more outrages are committed daily by the said Chinana to the prejudice of the Company's respect, and we cannot believe that Your Highness would have provided him with such orders, but rather that all of this is set into motion by him on his private authority, solely to dishearten our good inhabitants and to enrich himself in this manner. We therefore request Your Highness, as the said Chinana is an evil subject, to be pleased to have him driven away from Your Highness's court in good time, for otherwise we fear that many misfortunes may follow from such conduct, upon which we await a speedy reply. May God preserve Your Highness. Below was written: An ola of such content was dispatched to the First Paliath Achan. Lower: The above translated into Malayalam by me. Cochin, date as above. Was signed: S: v: Jongenen, sworn translator. Translation 329 We have received, read, and understood the contents of Your Right Honorable's ola, whereby we saw that Your Right Honorable had repeatedly spoken with us and the Paliath Achan concerning the matter of the Canarese and their pagoda, and that Chinana and his companions had forcibly caused two Canarese named Narana pooij and Ramendra pooij to execute certain bonds of obligation, and that he had sent several Nairs to the house of Chandroe Camottij to prevent a certain ceremony, which Nairs at the same time had taken away some copperwork from that house, and that the Canarese Bapaporboe, to whom the Paliath Achan had granted permission to give certain lands as a pledge for his debt to the creditor, was arrested in order to satisfy that debt immediately, and that besides these insolences the said Chinana was daily committing many outrages against those people, wherefore Your Right Honorable requested us to drive the said Chinana away from our court. Regarding the matter of the Canarese and that of the Christians, the Paliath Achan made known to Your Right Honorable what was necessary during the meeting, concerning which no default will be found on our part; and whereas Your Right Honorable writes to us Translation of an ola written by the King of Cochin to the Honorable, Right Honorable Lord Commander Godefridus Weyerman, received the 17th of August 1763, that

Dutch transcription

737 „gentheijd gekregen om met 'sComp:s goederen haare tempel rijk temaken, want het is een vaste gevolg, dat niemand het zij wie. deselve soude mogen wesen, binnen de palen van haar Edele geen thuijnen nog landerijen die haar eijgen sijn kan hebben, sonder speciaale Consent en schriftelijk bewijs van haar Edele, daar althans veele in getal sijn die door de Canarijnse pagood als meer andere beheerscht worden; De Canarijns zullen ook niet toelaten dat imand anders de vlakte komen te pagten, of sij wisten in mediaat raad met haare listen naar zig te trekken, zijnde ook meermalen zulx geschied, alleenig om een geduurige occagie te kunnen hebben dat niemand soo ligt sal agter komen, de heele vlakte voor haare pagood te trekken Wegens de Canarijns toont ook grootelijks aan, bij veele bewijsens dat die natie directelijk onder d' E: Comp: dienen tegehooren, alle welke bewijsens verhoope den ondergeter onder gunstige welduijding van twel Edele Groot agtb: bij een te trekken en onder oogen tebrengen. Intussen verhoope den ondergetekende wegens de limiet schijding deser vesting, naar de intentie van uwel Edele Groot agtb: volbragt te hebben, zo hebbe de here met diepe Eerbied te zijn /:onderstond:/ wel Edele Groot agtb: wel gebiedende Heer, vwel Edele Groot agtb: gants onderdanige en gehoorzamen dienaar Nagezien Ad: Pooleliek dienaar /:was gete:/ B:s Bles /:in margine:/ Cochim den 10: Julij 1770: — 338 Concept ola door den E: E: Agtb: Over de zaak van de Canarijns en derselver Lagood hebben wij te meermalen aan Uh:t te verstaan gegeven, dat deselve onder de bescherming vand' EComp:e van ouds her gehoort hadden, en dat haar Ed: niet gedoogen zoude dat deselve door andere ten onregten gemolesteerd wierden, en bij de ontmoeting laatst met den Paljetten overdat point spreekende, hebben wij alweder onse Jntentie dierwegens te verstaan gegeven, in verwagting dat gem: Canaaijns in rust en vreede zouden blijven genietende haare voorige vrijheijd; dog wij vermeenen thans tot uijtterste verwondering dat den Pattara Chinana die thans aan vwh:t hoff is; sonder eenige deminste reeden die menschen alle soorten van vexatien aandoet latende onder andere meer twee bediendens vande pagood met naame Naranapooij en ramendra pooij arrastee„ „ren, en vervolgens deselve onder ongefundeerde pretexten door 't pijningen Constringeeren Jder een ola te passeeren en te teijkenen daar bij zig verbinde om 20: p:r C:o van haare bezittingen aan zijn Hoogh:t op tebrengen, ook heeft voorm: Chinana eenige naijros naar het huijs van Chandroe Camottij ge„ „sonden, en het selve laten arresteeren, verbiedende dat Heer Command:r Godefridus Weijerman Aanden koning van Cochim gesch: den 4:' aug:o 1763: deselve deselve niet zoude moogen kooken nog Eeten; ende gaften die daar vergadert waren om zekere Ceremonie te verrigten moesten onverrigten zaken daarvan daan vertrecken; gem: naijros hebben uijt dat huijs terselver tijde twee stux koperwerken met geweld afgehaalt nog heeft gem: Chinana zeker bediende gen:t Bapa porboe in arrest laten stellen pretendeerende dat hij zeeker schuld zoude betalen, daarden zaljetten met zijn aankomst alhier hem vergunt had zekere landerijen tot onderpand van die schuld aan den Crediteur tegeven, behalven dese Insolentien worden dagelijks nog meerder baldadigheeden doergem: China„ „na gepleegt tot krenking van 'sComp:s respect, en wij kunnen niet gelooven dat VEd:s hem met sulke ordres zoude genunieert hebben, maar dat alle deselve door hem in het werk gesteld werden op prive authoriteijd alleen om onze goede Jngesetenen mismoedig temaken en zig selve op die wijse te ver„ „rijken, daarom verzoeken wij Vho:t gem Chimana als een quaat subject zijnde intijds uijt vho:ts hoff tewillen laaten weg jagen, want anders vreesen wij dat uijt diergelijke gedoentens veele onheijlen zullen konnen nasleepen, waar op wij een spoedig antwoord verwagten. God bew: who:t /:onderstond:/ van zodanigen Jnhoud is een ola afgegaan aan den Eersten Paljetter /:lager:/ zodanig door mij het een en ander in het malla„ „baars overgeset Cochim dato als boven /:was getver:/ S: v: Jongenen g' transl.:t Translaat 329 VE: E: agtb: ola hebben wij ontfangen geleesen en den Jnhoud verstaan, waar bij wij zagen dat vEhogte over de zaak vande Cannarijns en derselver pagood te meermalen met ons en den Paljetten gesprooken had, en dat Chinana en zijne mackers twee Cannarijns met name Narana pooij en Ramendra pooij, zeekere verbandschriften met geweld hadden laten passeeren en dat hij naar het huijs van Chandroe Camottij eenige naigros gesonden had om zeker Ceremonie te doen beletten, welke naijros ter selver tijde uijt dat huijs eenige kooperwerken afgehaalt hadden en dat den Canarijn Bapaporboe /:aan wien den paljetten ver„ „gunt had zeekere landerijen tot onderpand van zijn schuld aan den Crediteur tegeeven:/ gearresteerd was om die schuld ten Eersten te voldoen, en dat be„ „halven dese Jnsolentien gem: Chinance dagelijx veele baldadigheeden tegens die menschen was pleegende waaromme VEE: agtb: ons verzogte gem:e Chinana uijt ons hoff wegtejagen; wegens de zaak van de Canarijns en die der Christenen heeft den paljetter bij de ontmoeting het noodige aan UEE agtb te verstaan gegeven, waar omtrend aan onsen kand geen manque„ „ment sal werden gevonden, en dewijl VEEagtb onsschrijft Translaat oladoor den koning van Cochim a aanden EE: agtb heer Command:r Godefuidus Weijerman gesch: ontfangen den 17:' aug:s 1763: dat

NL-HaNA_1.04.02_3326_0056 view scan ↗

English

that those who are at our court unlawfully direct affairs, we have removed all of them from their offices, and in their place reappointed Coddiparamben Changara, and Chinana shall not be permitted to concern himself with anything other than receiving the incoming monies and therewith making the expenditures, without being allowed to meddle in any other affairs further. Whenever our servants mismanage affairs and we obtain knowledge thereof, we shall not fail to institute the required order against it, as is very well known to Your Right Honourable. If any unjust claim had been formed against the Canarins, they could well have addressed us. We shall send the wellekerado thither to conduct an exact investigation into the matter of certain Canarins who have already been prosecuted, and to place the same on a proper footing, for our servants at the Cochin court have communicated to us that prior to forming their claim they had given the necessary notice to Your Right Honourable, and we have ordered the said Changara to make those circumstances known to Your Right Honourable. We have many matters that we must necessarily communicate to Your Right Honourable, therefore we request Your Right Honourable to send Coettij toepaij hither, whereupon we shall make all of them known to Your Right Honourable. We have understood that Your Right Honourable reportedly told the Christians of Poenoer oenij that they could wait with the writing of the olas until the arrival of the paliath achan. We require nothing other than that the olas be written in our name, without their having to pay any money; we therefore request Your Right Honourable to order them to execute the olas in our name. We also request Your Right Honourable that, upon the arrival of the paliath achan there, the remaining matters with the Christians may be placed on a desired footing. The remainder Changara shall make known to Your Right Honourable orally. Certified by His Highness. Subscribed: for the translation, Cochin, date as above. Was signed: S: V: Jongeren, translator. Translation of an ola written by the King of Cochin to the Right Honourable Lord Commander Cornelis Breekpot, received 2 August 1765: We have heard that Your Right Honourable, on the 25th of the preceding month, sent an arachchi and 8 lascars to the Canarin pagoda, and had some of the pagoda's servants brought into the city and placed under arrest, whereupon our regidor, coming into the city, undertook to bring them into the city on the 27th thereafter. The said servants have undertaken no matter whereby they had merited being placed under arrest. If they have sinned in anything, then it were equitable that Your Right Honourable gave us notice thereof, whereupon we would investigate that matter and settle the same to satisfaction, such being the old customs. But in the time of the outgoing Right Honourable Lord Commander, through the caprices of certain persons, it was presented to His Right Honourable, whereupon His Right Honourable had let the matter take its course, as is sufficiently known to Ezekiel Rahabi. But whenever Your Right Honourable chooses to issue such orders upon the false reports of this one and that one, we cannot look upon such with approval; and Your Right Honourable will be able to see the old customs between us and the Honourable Company from the writings that lie there. But there are one or two persons who come to Cochin and make Your Right Honourable believe one thing for another, whereby some displeasure would be stirred up between us and the Honourable Company, all of which we shall make Your Right Honourable understand in person, with the request that you be pleased to let us know for what matters those servants must answer. Our regidor shall make the old customs and institutions clearly understood to Your Right Honourable. The remaining matters the paliath achan shall make known to Your Right Honourable upon his arrival there, requesting Your Right Honourable to be pleased to cease the claim against the servants of the pagoda. Subscribed: for the translation, Cochin, date as above. Was signed: S: V: Jongeren, translator. Draft ola written by the Right Honourable Lord Commander Cornelis Breekpot to the King of Cochin, 5 August 1765: Draft The old customs and usages also entail that the servants of the Canarin pagoda communicate their affairs and concerns to the high authorities of this Coast regarding any disputes and differences that they incur, both in the administration of their affairs, the appointment of the servants, etc., and they were also protected according to right and equity by the Honourable Company, as is known to everyone to have been practicable in the time of our predecessors. Yet since our arrival here on the Coast we have noticed with surprise that the Canarins had entirely refused to observe those customs, nor acknowledge us in their affairs. Notwithstanding this, we have not spoken to them about it, thinking that they, being convinced of the reasonableness thereof of their own accord, would apply to us, which nevertheless has not happened. Thus, we finally and at last sent a message to them to appear before us collectively. But instead of obeying our orders, one went here and the other there, so that they were entirely unwilling to appear before us, which was the reason why we resolved to send our arachchi and some lascars outside and bring them inside with the intention

Dutch transcription

dat de geene die aan ons hoff zijn ten onregten de zaken bestieren, hebben wij alle deselve uijt hunne bedieningen gedimoveert, en weder inderzelver plaatse aangesteld Coddiparamben Changara, en Chinana zal niet niet anders mogen bemoeijen als de Jnkomende penn: te ontfangen, en daarmeede de guastus te doen, zonder zig verder met eenige andere zaken temogen mesleiren, wanneer onse bediendens de zaken qualijk bestieren en wij daarkennisse van krijgen, zullen wij niet manqueeren daar teegens de vereijschte ordre te stellen, gelijk VE: E: agtb dat seer wel bekend is, zo men tegens de Cannarijns eenige onbillijk pretentie geformeert hadde, kon„ „den zij bij ons wel g'addresseerd hebben, wij zullen wellekerado naar derwaarts senden, om een Exact onderzoek te doen in de zaak van sommige Canarijns, dewelke reeds g'actioneerd zijn, en deselve op een goede voet tebrengen, want onse bedien„ „dens aan het Cochimse hoff hebben ons gecommuni„ „ceert dat zij voor het formeeren van haare pretensie de noodige kennisse aan UEE: agtb: gegeven hadden en wij hebben aan gem: Changara g'ordonneert dies omstandigheeden aan VE: E: agtb: bekend temaken, wij hebben veele zaken die wij noodwendig aan VE: E: agtb: Communiceeren moeten, daarom versoeken wij VEE: agtb: Coettij toepaij herw:ts te senden wanneer wij alle deselve aan VEE: agtb zullen laten weeten wy hebben verstaan dat V:EE: agtb aande Christenen van 340 van Poenoer oenij zoude gesegt hebben dat zij met verschrijven der olas wagten konden tot de komste der paljetter, wij laten niet anders doen als de olas op onse naam te verschrijven, sonder dat zij eenig geld hoeven te betalen, dierhalven versoeken wij VEEagtb: deselve te ordonneeren om op onse naam de olas te passeeren ook versoeken wij VE: E: agtb: dat met de komste vanden paljetter aldaar de overige zaaken met de Christenen op een gewenschte voet mogen gebragt worden, het overige zal Changara VEE: agtb: mondeling bekend maken getver bij zijn Hoogh:t /:onderst:d/ voor de Jranslatie Cochim dato als boven /:was getx:/ S: V: Jongeren g'transl=t Translaat ola door den koning van Cochim aan den E: E: agtb: heer Command:r Cornelis Breek„ „pot gesch: ontf: den 2:' aug:o 1765: Wij hebben gehoort dat VEE agtb: den 25:' van de voorleede maand een araadja en 8: lascorijns naar de Canarijnse pagood gesonden, en eenige vande pagoods bediendent in de stad had laten brengen, aan deselve in arrest stellen, waar op onse ragiadoors inde stad komende aangenomen heeft deselve den 27:' daar aan in de stad te bren„ „gen, gem: bediendens hebben geen zaak bij der hand genomen, waardoor zij gemeriteerd hadden in in arrest gesteld teworden, soo zij iets gepecseerd hebben dan was het billijk dat VEE agtb: ons daar ken„ „nisse van gaven, wanneer wij die zaak souden onder„ „soeken en deselve ten genoegen afmaken, sodanig zijnde oude gebruijken, maar ten tijde vanden afgaande E: E: agtb: heer Command:r door Caprices van sommige persoonen zijn E: E: agtb: gegeven waarop sijn EE: agtb: de zaak op zijn beloop gelaten had, gelijk zulx Ezechiel Rhabbij genoegzaam bekent is, maar wanneer VEEagtb: op de verkeerde berigten van desen en geene soodanige ordres willen stellen, kun„ „nen wij zulx met goede oogen niet aansien, en bij de oude Costumen tussen ons en d' EComp: sal VEE: agtb: konnen sien bij de geschriften die daar leggen, maar daar is een en twee perzoonen die op Cochim komen en maken VEEagtb: het een voor het ander wijs waardoor eenige ongenoegen soude doen verwecken tussen ons en d' EComp:, alle het welke vij VEE agtb: in persoon zullen te verstaan geeven, met versoek ons tewillen laaten weeten wat voor zaaken die bediendens verantwoorden moeten, de oude gewoon„ „tens en insettingen sal onse ragiadoor VEEagtb: duijdelijk te verstaan geven, de overige saken sal den paljetter VE:E: agtb: bij zijn aankomst aldaar bekent maken, verzoekende VEEagtb: de pretentie tegens de bediendens van de pagood tewillen cesseeren /:onderstond:/ voor de translatie. Cochim dato als boven /:was getx:/ S: V: Jongeren g'transl: Concept 341 De oude gewoontens en uzantien brengen meede dat de bediendens van de Canarijns pagood haare zaaken en belan„ „gens Communiceeren aande hooge overigheijd deser Custe belangende eenige questien en verschillen die zij krijgen soo in de administratie van derselver zaeken, de aanstel„ „ling vande bediendens &:o en zij wierden ook naar het regt ende billijkheijd door d' EComp: geprotegeerd, gelijk een ider bekent is practicabel ten tijde van onse predecessecurs, dog zedert onse komste hier ter Custe hebben wij met verwondering opgemerkt dat de Carca„ „rijns ten eenemaal die gewoontens niet hadden willen observeeren, nog ons in hare zaken erkennen, des niet tegenstaande hebben wij haar daar over niet aange„ „sprooken, den kinde dat zij uijt haarselve overtuijgd zijnde van de redelijkh:d zig bij ons soude vervoegen, het geen egter niet geschied is, zoo hebben wij eijndelijk en ten laatsten een boodschap aanhaar gesonden om gesamentlijk bij ons te Compareeren, dog insteede van onse ordres optevolgen ging den eene hier en den ande„ „ren daar, soodat zij ten eenemaal onwillig waaren bij ons te verschijnen, het welk dereeden was waarom wij beslooten hadden onse araatje en eenige lascorijns naar buijten tesenden en deselve binnen te halen met Concept ola door den E: E: agtb heer Commandr. Cornelis Breekpot Aan den koning van Cochim gesch: den 5:' aug:o 1765:— intentie

NL-HaNA_1.04.02_3326_0060 view scan ↗

English

Examined Adriaan Gootvliek intention to admonish the mentioned servants to conduct themselves according to the old customs and usage, just and in such manner as has been the practice in the time of our predecessors, and of which even a writing or agreement is in their keeping; just as we, upon their appearance here in the city, have made known our intention and thoughts and have promised to grant the protection of the Honorable Company to them as of old, without imposing upon them the least burden, much less contributing anything that might be troublesome to them, which is the old usage upon the appearance of a new Commander. We cannot, therefore, comprehend on what foundation Your Highness comes to write that we, upon wrong reports from this one and that one, issue such orders as Your Highness could not look upon with favorable eyes. Your Highness cannot deny that the Honorable Company has always protected the mentioned pagoda and its servants, and that they are subject to the same as far as trade is concerned, and even recently when danger was approaching. Therefore, it speaks for itself that our endeavor is nothing other than to promote their well-being and tranquility, regarding which Your Highness may be sufficiently assured. Subscribed: Thus translated by me into Malabar, Cochim, date as above. Signed: S. v. Jongeren, sworn translator. Subscribed: Agrees. Signed: B.s Bles, sworn translator. Number 2: 342 Short extracts of the translations and drafts demonstrating that the Canarins belong under the obedience and protection of the Honorable Company, which proofs are to be found here at the secretariat, as follows below. This entry strongly indicates, although it is a simple petition, that the Canarins belong under the Honorable Company; otherwise he, the Prabhu, would not have requested that he might be apprehended in the city. A petition without date from the Canarin Jogia Porboe to the Honorable, Right Venerable Lord Commander Isaak van Dielen, who governed from the year 1687 until 1693, complaining about his fellow Canarin Simersa regarding a dispute over some sowing fields that had already been settled by the servants of the Honorable Company; and that he, Jimersa, through the help of some regidors, was seeking to revoke the matter again, for which reason the mentioned Jogia Porboe requested that Timerca might be apprehended in the city. A great proof that the Canarins truly belong under the Honorable Company; otherwise Their Honors would certainly have handed over this merchant to the king for punishment. Being a patron of the King of Cochim, it appears from many papers that Their Honors, for the preservation of the new friendship with the king, have shown many benefactions, even conflicting against the treaty, laid open Their Honors' disposition before the king, and suffered much damage. Why then would Their Honors not have left this man to the king for punishment if he were under the king? In the roll of the Venerable Council of Justice, it is stated that in the year 1715, in the time of the Honorable, Right Venerable Lord Commander Barend Ketel, the Canarin merchant Nanoe Chettij was punished here and subsequently sent to Batavia. Translation This translation strongly indicates that the King of Cochim has nothing to command over the aforementioned nation; otherwise His Highness would not have failed to make that request in earnest terms, as has been done for some years past, after such matters had fallen more into obscurity. But that His Highness is pleased to say that His Highness is also the one who must protect them is merely a small Malabar hook to serve as a proof, in order in the course of time to draw that nation to himself. What is said by the king conflicts greatly with the true nature of the matter. Translation of an ola dated the 22nd of May in the year 1719, written by the King of Cochim to the Honorable, Right Venerable Lord Commander Johannes Hartenberg, concerning a request to cause the Canarin Ellamacarre Narana Camottij, inhabitant of Repolim, to be released from his detention, who had been placed in custody by the King of Repolim with the permission of the aforementioned Lord Commander; wherein His Highness of Cochim fully confesses that we and the Honorable Company are the ones who must protect the Canarins. In this, His Highness uses a plural diminutive word, of we, without belonging to the Crown of Cochim; yet having let it slip in between in the Malabar manner, otherwise His Highness would have convinced with other complete reasons that His Highness also has a share in the Canarin nation here, but not request the chief interpreter Van Meekeren to do his utmost as well, and at the same time promise the interpreter to satisfy him, which strongly proves a faction that His Highness had with the mentioned Canarin, as can be seen in a further translation dated the 23rd of May 1719. Translation of an ola written by the King of Cochim to the Right Honorable, Highly Venerable Lord Van Gollenesse, dated the 14th of May 1735, regarding the arrest of the Canarin Pina Pooij, because giving

Dutch transcription

Nagezien Ad„r Gootvliek intentie om gem:e bediendens te vermanen zig te ge„ „dragen naar de oude gewoontens en uzantie even en in„ „diervoegen als het in practijk is geweest en ten tijde van onse voorsaten en waarvan selfs in geschrift of over„ „eenkomst onder haar berustende is gelijk wij met haar verschijning hier in de stad onse meening en gedagten te verstaan gegeven en beloofd hebben de protectie van d' EComp:e aan haar als van ouds te verleenen sonder dat haar lieden eenige deminste beswaarnisse is opgelegt veel min iets te contribueeren dat haar lastig zijn kan, wat de oude usantie is, bij verschijning van een nieuwe Command:r, kunnen dierhalven niet be„ „guijpen opwat fondament vho:t komt te schrijven wat wij op verkeerde berigten van dese en geene zodanige ordres uijtgeven vho:t met goede ooge niet zoude kunnen e aansien; Vho:t kan niet ontkennen dat d' EComp:e gem: pagood en dies bediendens altoos beschermt heeft, en onder deselve staat voor soo verre de negotie betreft, en nog Jongst omtrend het gevaar naakende was overzulx het van zig selfs spreekt dat onse betragting niet anders is als het wel zijn ende rust van deselve te bevonderen waar omtrent vho:t genoegzaam verzekert kan sijn /:onderstond:/ sodanig door mij in het mallab:s overgeset Cochim dato utsupra /:was get:/ S: v: Jongeren g'translateur /:onderstond:/ accordert /get:/ B:s Bles g' transl:t No: 2: 342 Korte uijttreksels der Translaten Deese post wijst grootelijx aan, schoon het een simpele request is, dat de Canarijns onder d' EComp: gehooren, anders soude hij porboe niet versogt hebben om in de stad Een request sonder datum van den Canauijn do Jogia Porboe aanden E: E: agtb heer Command:r Isaak van Dielen (:die geregeert heeft zeedert het Jaar 1687: tot 1693:) klagende over den meede temogen werden g'aprehendeert Canarijn simersa wegens verschil van eenige zaaijvelden die al reets door de bediendens van d' EComp: afgemaakt was geweest; en hij Jimersa doorhulp van eenige ragiadoors dezaak weeder zoeken te herroepen, om welke reeden gem: Jogia Porboe verzogt had dat Timerca inde stad mogte werden g'apreehendeert Bij de rolle van den agtb: raad van Justi„ „narijns werkelijk onder d' E: „tie staat dat in het Jaar 1715: ten tijde Comp: gehoort, anders souden haar Ed:e desen Coopman ter straffe van den E: E: agtb: heer Command:r Barend aan den ko. wel overgegeven hebben; als een schuts heer van ketel dat den Canarijns Coopman Nanoe Chettij den Ko. van Cochim zijnde blijkt bij veele papieren dat haar alhier is afgestraft en zoo vervolgens na Edele tot conservatie van de nieuwe vriendsch: met den Batavia verzonden. koning veele weldaden bewesen heeft, Jaselts stuijdende tegens het verbond, haar Ed: inborst voorden ko: opengelegt en veele schade ondergaan„ waarom zoude haar Ed: dan desen man aanden ko. ter straffe niet overgelaten hebben bij aldien hij onder den koning stond. Een groote bewijs dat de Coe„ en Concepten aanthoonende dat de Canarijns onder de gehoorsaamheijd en protexie vand' Edele Comp:e ge„ hooren, welke bewijsens alhier op secretarij tevinden zijn, gelijk hier onder volgt. Translaat protegeeren moeten is alleenig hakje om na vervolg van tijd en die natie na zig te trekken. uijt de gesegde vanden ko: stuijd veel tegens de waare geschapentheijd van de zaak, Translaat olaged:t den 22:' meij a:o 1719 door den koning van Cochim aanden E: E: agtb: heer Com„ Deese translaat wijst gro„ „telijx aandat den ko. van Cochim overmeerm: natie „mand:a Johannes Hartenberg gesch:, belangende niets te beveelen heeft, an„ verzoek om den Canarijn Ellamacarre Narana „dersints soude zijn ho:t niet nagelaten hebben met ernstige Camottij inwoond:r tot Repolim uijt zijn detentie termen die verzoek tedoen, te doen ontslaan, die door den ko. van Repolim met gelijk seedert eenige Jaaren herw:t (:nadat alsulke zake„ „lijkheeden meer aande duijstere toelating van welm: heer Command:r in hegtenis kant was geraakt:/ worden gedaan, maar dat zijn ho:t gesteld was; waarbij zijn ho:t van Cochim gelieft te zeggen, dat zijn ho:t ook de geene is die haar volmondig bekent dat wij end' EComp: de geene een klijne mallabaarse zijn die de Canarijns protegeeren moeten hierbij tot een bewijs te doen strekken, gebruijkt zijn ho:t een meenvoudig woorde ken (van wij ). sonder dat aande kroon van Cochim niet gehoort; dog op de mallabaarse wijse hebbende tussen in laten vloeijen, andersints zoude zijn ho:t met andere volkomene redenen over„ „tuijgt hebben dat zijn ho:t ook deel heeft aan de Canarijnse natie alhier, maar niet versoeken aan den oppertolk van meekeren omzijn best ook in het werk te stellen, en teffens aan den tolq belooven van te zullen contenteeren, het welk grootelijx bewijst van een factie die zijn ho:t aan gem: Canarijn heeft gehad, gelijk tezien is bij een nader translaat ged:t 23:' meij 1719: Translaat ola door den koning van Cochim aan den wel Ed:e Groot agtb: heer van Gollenesse ges: ged:te 14:' meij 1735: wegens het in arrest neemen vanden Canarijn Pina pooij vermits geevende

NL-HaNA_1.04.02_3326_0063 view scan ↗

English

543 on the statement of the King has wished to grant, and according to law, rightfully acting thereon, wherein his Highness makes known that Pinapooij was subordinate to his Highness, and favored him with many titles of honor. Draft reply thereto, dated as before, indicating that His Honorable Worship did not meddle with the King's domestic affairs, and therefore his Highness cannot be displeased that when His Honorable Worship exercises justice over the subjects of the Honorable Company, just as all foreigners, such as Moors, Jews, and Canarins, regarding which word "foreigners" can also be further seen in the conference held with Prince Ramorma and the Paliath Achan, wherein it is clearly said by the Honorable Worshipful Lord Commander Hendrik Adriaan van Rheede that it is impossible for the King to punish this foreigner, given that the King himself, contrary to all right and reason and against the custom of the country, forced him (namely, the Canarin Perimbala) into the government; but nonetheless, in the foremost article, it is promised, for the reason that he, the Canarin, had been admitted into the King's service, that the punishment shall be carried out by the Honorable Company and the King, which proof or extract from the letter written to Their High Excellencies in Batavia dated 15 May 1674 has the honor to be attached hereto. since there are still many here who can well testify that the Honorable Worshipful Lord Commander Jacob de Jong did not permit it, and also immediately forbade, under infliction of the necessary punishments, any continuance in the bestowing of titles of honor; although such had been stopped by His Honorable Worship, yet the Malabars are accustomed, through a change of government, to bring forth proof, without wishing to think that nothing remains hidden; therefore, also by His Right Honorable High Worship van Gollenisse, no hearing was granted. belonging to Their Honors' state, and the King of Travancore, being well aware thereof, is immediately subject according to law. A draft ola written by the Honorable Worshipful Lord Commander Fredrik Cunes to the King of Travancore on 19 May 1754, concerning the plundering of the Canarins' Pagoda at Jorroe and the tearing to pieces of the Honorable Company's flag, thereby making known that the said pagoda and vassals stand under the protection of the Honorable Company. A further letter as above, concerning hostilities committed in the above-mentioned pagoda. Three translated or reply olas written as above on 24 May 1754, of which one was written by his Highness's minister, the Moor Poko Moesa Marcar, to the chief interpreter Vanderlinde, announcing that he had orders from his master, the King of Travancore, to investigate the hostilities committed at Jorroe; and his Highness the aforementioned King asks for pardon, under promise that those evildoers would be punished, and at the same time his Highness asks to place men and a flag on the places that belong under the Honorable Company. Draft ola written by the said Honorable Worshipful Lord to the same as above on 14 June 1754, requesting that the copperworks taken away from the pagoda of Jorroe be returned. Draft ola written by His Honorable Worship to the same as above on 20 June of the aforementioned year, thanking his Highness for the returned copperworks of the pagoda of Jorroe. Translated ola by the King Zamorin to the Honorable Worshipful Lord Commander Casparus de Jong written on 23 November 1758, concerning a request to order the Canarin Wengatessa to vacate certain lands and to take back the money disbursed thereon. Draft ola written by the said Honorable Worshipful Lord to the King of Travancore on 18 September 1759, concerning a request for the cessation of the newly formed claim against the Canarins and Christians residing in the lands of the pagoda of Jorroe, as they stood under the protection of the Honorable Company. Translated reply thereto written on 3 October 1759, making known the order given for the cessation of the claim and violence committed at Jorroe. Draft ola written by the Honorable Worshipful Lord Commander Godefridus Weijerman to the King of Travancore on 27 August 1761, making known the arrival in the city of the general or Dalawa, and Isora Poela Sarwadhikariakar, and that His Honorable Worship then discussed and settled the affairs of the Canarins, as well as those of the Canarin Camottij; on which occasion the servants of the Canarin pagoda submitted the attached document extracted from the record book of the pagoda. From these writings it is clearly shown that the aforesaid nation falls directly under Their Honors' jurisdiction; but, being a nation of evil nature, their endeavors are to satisfy both sides so that they can the better continue with their roguish deeds; but because necessity required them, for a peaceful welfare, to make public that which was so long kept hidden, that was also the reason why the memorial was brought forth. From this item it is also to be seen, as said before. The Malabars are accustomed to entice repeatedly, but seeing that such is not permitted, they turn back again. From this it is sufficiently understood that that nation resorts under Their Honors' care. Draft. 304

Dutch transcription

543 op 't zeggen van den Ko. heeft willen verleenen, en volgens regt Compiteerende tewerk „bij vermits nog veele hier zijn, geevende zijn ho:t daar te kennen dat hij diewel weeten te getuijgen, P dat den EE: agtb: heer Comman„ Pinapooij onder zijn ho:t stond, en hem „deur Jacob de Jong niet toe„ met veele Een tituls begunstigt. „gelaten heeft, en ook imme„ „diaat verbooden onder het oeffenen Concept antwoord daarop, dato van de noodige straffen, dat geen voortgang zal hebben in het als vooren, tekennen gevende dat zijn E: E: agtb: geeven van Eertitul; schoon zulx door zijn EE: agtb: was gestakt met de koning huijselijk zaken niet bemoeijde, geworden, maar de mallabaa„ „ren zijn gewoon door het ver „ daarom zijn ho:t niet onvergenoegt kan „andering van Regeering tot stellen dat wanneer zijn E:E: agtb: regt oeffenen bewijs ten voorschijn te brengen, over de onderdanen vand' EComp: zoo als zijn sonder te willen denken dat niets verborgen blijft; derhal„ „ven ook door zijn wel Ed:e groot alle de vreemdelingen, als mooren, Jooden, en agtb: van Gollenisse geen gehoor Canarijns, omtrent welke woord van vreem„ „delingen is ook verder tesien bij de Conferentie met den prins Ramorma enden paljetter gehouden, waarbij doorden E: E: agtb heer Commandr Hendrik Adriaan van Rheede duij„ „delijk gesegt word dat het onmogelijk wesen kan den ko. desen vreemdeling te straffen, aan„ „gesien den ko. selfs buijten alle regt en reeden tegens 'slands gebruijk hem (:namentl den Canarijn Perimbala :) inde regeering gedrongen heeft; Dog egter bij de voorste articul belooft om reeden dat hij Canarijn in den konings dienst g'admitteerd was geweest door d' EComp: en den ko: destraffe zal geschieden, welke bewijs off Ex„ „tract uijt de brief aan haar hoog Edelens na Batavia gesch: ged:t 15:' meij 1674: hier neevens de Eere heeft bij tevoegen Concept gegaan. haar Edele staat, en den ko: van Jrevancoor sulx wel bewust zijnde, im„ „mediaat volgens regt onderworpen. Een Concept ola door den EE: agtb heer Command:r Fredrik Cunes, aanden ko van Jaevancoor gesch: den 19:' meij 1754:, belangende het plunderen van de Canarijens Pagood te Jorroe, en aan stuckend scheuren van 'sComp:s vlag, daarbij tekennen geevende, dat gem: pagood en vassalen onder de protexie van d' Ecomp: staat Een nadere gesch: als boven, weegens ge„ „pleegde hostiliteijten in bovengem: pagood Drie Translaten of antw: olas door een uijt dese geschriften wijst aan als boven gesch: den 24:' meij 1754:, waarvan duijdelijk aan dat voorsz: een door zijn ho:ts minister den moor Poko moesa. natie directelijk onder marcar aanden oppertolk vanderlinde, bekent makende dat hij ordre had van zijn meester den ko: Trevancoor om de hostiliteijten te Jorroe ge „pleegt, te ondersoeken; en zijn ho:t den ko. voorm: versoekt om Excus, onder belofte dat die quaad„ „doenders soude gestraft worden, en teffens versoekt zijn ho:t omvolk en vlag te stellen op de plaatsen die onder d' EComp: gehooren. Concept ola door welm: zijn E: Eagtb aan als boven gesch: den 14:' Junij 1754: versoe„ „kende om de weggebragte koperwerken vande pagood van Jorroe telaten terug geeven. Concept ola door zijn E: E: agtb: aan als boven gesch: den 20:' Junij anno voorm:, bedan „kende zijn hot voor de terug gegevene koper werken van de peegood van Torroe. Translaat ola doorden ko. Sammorijn aan aan dit post is ook tesien, gelijk vooren gesegt. de mallabaaren zijn gewoon telkens aante„ „lokken, maar ziende dat zulx niet toegelaten word keeren zij weeder hier uijt word genoeg„ „saam begreepen dat die tebrengen. aan den E: E: agtb heer Command:r Casparus de Jong gesch: den 23:' 9ber 1758: belangende verzoek om den Canarijn wengatessa te ordonneeren tot het inruijmen van zekere landerijen en terug nee„ „ming van de daar op verschootene geld Concept ola door welm: zijn E: E: agtb: aan den ko. van Trevancoor gesch: den 18: 7ber: 1759:, belangende verzoek tot cesseering vande nieuw geformeerde pretensie tegens de Canaaijns en Christenen woonagtig indelanden vande pagood van Jorroe, alsoo onder de protexie van d' EComp:e stonde Translaat antwoord daarop gesch: den 3:' 8ber: 1759: bekent makende vande gege„ „vene ordre ter cesseering der gepleegde pretensie en geweldadigheijd te Jorroe Concept ola door den E: E: agtb heer Commandeur Godefridus weijerman aanden ko. van Jeevancoor gesch: den 27:' aug:o 1761:, „teert; dog als een natie bekent makende de aankomsten in de stad zijnde van quade aarden zijn hare tragtingen om van den veldheer of Dellawa, en Jsora poela beijde kanten te vergenoegen op dat zij des te beter met sarwadicariacaar en dat toen zijn EE: agtb: hare schelm stukken kan blijven Continueeren; maar de zakelijkheeden van de Cannarijns, als ook wijl de nood haar lieden vereijscht hebben tot een die vanden Cannarijn Camottij gesprooken en gerustige welvaaren, ge„ „noodzaakt was geweest afgemaakt was geworden; bij welke gelegent„ om 't geen dat dus lange „heijd de bediendens vande Canarijnse pagood verborgen was, publicq te maken, dat de reeden ook is geweest van die de hier nevens gevoegde geschrift uijtgetrocken uijt de memorie ten voorschijn memorie boek vande pagood ingediont hebben natie onder haar Ed:e sor„ Concept af. 304

NL-HaNA_1.04.02_3326_0066 view scan ↗

English

from these writings clearly shows that the Honorable Company does not request to constrain those people to fulfill the king's will. Draft ola by the Honorable Worshipful Mr. Weijerman to the Young Paliath Achan, formerly written in the absence of the First Paliath Achan on 8 January 1762: acted in the affairs of the King of Cochin regarding the arrest of the Canarese Biko Sinai and Allo Chrisna, with orders to place them immediately at liberty since they are under the protection of the Honorable Company, as was also done, as appears from a further ola. Translation of an ola by the King of Cochin to the Honorable Worshipful Mr. Weijerman written on 16 February 1762, containing a request to order the servants of the Canarese not under the Canarese pagoda Tirumala Devaswom to provide funds in this his Highness's embarrassment. The Canarese do not stand under the king, otherwise his Highness would have ordered them. Draft or answer written thereto on 18 February 1762, raising difficulties regarding the above-mentioned provision of money. Translation of an ola written to the same as above on 21 February aforesaid, making a further request to order the Canarese merchants to bring provisions into his Highness's camp and sell them. Translation of an ola dated 25 February 1762 by his Highness, making a further request regarding the aforesaid provision of money. Draft or answer dated 1 March, as aforesaid: his Honorable Worship raises difficulties regarding the provision of money. Still further request from his Highness for money and the ordering of provisions to be brought and sold in the camp. These entries prove clearly and plainly that the aforementioned nation does not stand under the king at all, and also that all undertakings of the king are contrary to rights and laws; here the king clearly demonstrates, as is mentioned herebefore, the Malabar evil insinuations, without making the slightest consideration, and with changes of government to present everything falsely. Draft ola by and to the same as written above on 4 August 1763, remonstrating regarding the bad conduct of his Highness's rajah door at the court named Chinana Pattare, by whom the Canarese are aggrieved, with a request to drive the said Pattare from the court, pointing out that the Canarese and their pagoda had from of old belonged under the protection of the Honorable Company. Translation of an answer written thereto on 17 August 1764, acknowledging receipt of the just-mentioned letter, whereupon his Highness also immediately dismissed the said Chinana from his office and appointed another in his place, with orders that they shall not be permitted to interfere in such matters. Furthermore, in the time of the Honorable Worshipful Mr. Commander Breekpot, his Highness disputes and says that the Canarese do not belong under the Honorable Company, and also that when the Honorable Worshipful Mr. Commander Weijerman wanted to undertake something regarding the Canarese, it was not done upon the writing of his Highness, and was also left in its former course; which pretext of his Highness greatly clashes with the contents of the above-mentioned drafts and translations, as Your Right Honorable Worship will, if it pleases you, be able to observe better from the enclosed drafts and translations, which the undersigned has written out in full and has the honor to present herewith. Finally, Examined: Adriaan Bootvliet Finally, more proofs regarding the Canarese than what is mentioned here and in the annexed writings are very little to be found here at the secretariat, for the reason that the Canarese in earlier days enjoyed a peaceful coexistence, as some of that nation were also at that time the principal merchants of the Honorable Company and were thereby held in high esteem by the Malabar princes; but in the surrender papers of this city by the Portuguese to the Honorable Company, the Canarese are explicitly mentioned, that that nation was also named therein, which document is not to be found here at the secretariat. However, the undersigned can testify, having knowledge of that matter, that such a document is to be found at the secretariat of the government of Colombo, and also remembers having seen and copied it by order of the then secretary there. Signed: agrees with the original drafts and translations as well as several other papers annexed hereto that reside here at the secretariat. Cochin, 25 July 1770. Was signed: B. Bles, sworn translator. Articles of the agreement made and concluded between Francisco Gomes Sermento, Captain of the Company Infantry, together with Marcus Linho, Burgher of Cochin, authorized representatives of Ignatio Sermento de Carvalho, Captain General of the city of Cochin on behalf of his Majesty the King of Portugal, on the one hand, and Mr. Jacob Hustaart, Extraordinary Councillor of the Indies, authorized representative of the Field Commander Mr. Rykloff van Goens, Ordinary Councillor of the Indies, Admiral on the coasts and Superintendent of Ceylon, in the name of the Netherlands State of the Indies and especially the Honorable Directors of the United Netherlands Chartered East India Company, and the Honorable Governor General and the Council of the Indies, on the other hand. The city of Cochin shall be surrendered with all its jurisdictions, old privileges, revenues. No. 3

Dutch transcription

uijt deese geschriften thoont grootelijx aan dat Ecomp: niet verzoeken om die menschen te con„ „stringeeren tot volbren„ „ging van des konings wille Concept ola door den EE: agtb heer Weijer„ „man aanden Jongen paejetter, eertijds in absentie vanden Eersten paljetter gesch: den 8:' Janu: 1762: in de zakelijklijkheeden van den Ko. van Cochim g'ageert weegens het in arrest neemen van de Canarijns Biko sinaij en alloChrisna met ordre haar Jnmediaat op vrije voet te stellen alsoo den selve onder de protexie vand' EComp:e staat, gelijk ook geschied is, Consteerende bij een nader ola Translaat ola door den ko. van Cochim aan den E: E: agtb heer Weijerman gesch: den 16:' febr: 1762:, behelphende verzoek om de bediendens van de Cannarijns niet onder de Cannarijnse pagood Jiroemaladewora te ordon„ 6 den koning staan, anders soude zijn hoogh:t aand' „neeren tot verstrecking van penn: indese zijn ho:t verlegenth=d Concept of antwoord daar op gesch den 18:' feb: 1762:, swaarigheijd makende weegens boven gesegde geld verstrekking. Translaat ola aan als even gesch: den 21:' feb: voorm: nader versoek doende omde Canarijns kooplieden te ordonneeren om in 't leeger van zijn ho:t provisies te brengen en te verkoopen Translaat ola ged:t 25:' feb: 1762: door zijn ho:t nader verzoek doende weegens voorsegde geld verstrecking Concept of antw:t ged:te den 1: maart, gelijk voorsz:, maakt zijn E: E: agtb: swaarigheijd omtrend geld verstrecking Nog nader verzoek van zijn hoogh:t om penn: 345 dese posten bewijsen klaar en duijdelijk, dat meerm: natie in 't geheel onder den koning niet en staan, en ook alle ondernee„ „mingen van den koning tegens regten en wetten strijdig zijn; hier laat den ko: groo„ „telijx blijken, gelijk hier vooren verm:t word, van de mallatsabaarse quaade de minste Consideratie „ringen van regeering alles verkeerdelijk voor te brengen. penn: en het ordonneeren van provisie te brengen verkoopen in't leeger Concept ola door, en aan als boven gesch: den 4:' aug:s 1763:, preekende weegens slegt gedrag van zijn ho:ts ragia door aan het hoff Chinana patare gen:t, door wien de Canarijns geledeert worden, met verzoek om gem: pattare uijt het hoff wegte Jagen onder tekennen geeving dat de Canarijns en derselver pagood van ouds her onder de protexie vand' Ecomp: hadde gehoort. Translaat antw:d daar op geph: den 17:' aug:o 1764: bekent makende den ontfangst van even gem: aanschrijvens, waarop ook zijn ho:t im „mediaat gem: Chinana uijt zijn bediening gedimoveert, en ander in de plaats benoemt heeft, met ordre dat zij in zulke zakelijkheeden niet zullen mogen bemoeijen wijders ten tijde van den E: E: agtb heer Command:r Breekpot bedisputeert zijn ho:t en zegt dat de Camiarijns onder d' EComp: niet en gehoort, en ook dat toen den E: E: agtb:r heer Command:r Weijerman omtrent de Canarijns jets woude onderneemen is op het aanschrijvens van zijn inboesingen, sonder eenige ho:t niet geschiet, en ook op zijn voorige loop gelaten, temaken, en bij verande welke voorgeeving van zijn ho:t grotelijx stuijd met den Jnhoud van de hier boven gem: Concepten en Jaanslaten, gelijk uwel Edele Groot Agtb: des behaa„ „gende beter zal kunnen beoogen bij de hiernevens gevoegde Concepten als translaten, die den ondergetve. in het volle uijtgesch: en de Eere heeft hier nevens aantebieden Eijndelijk Nage Zien Ad„: Bootvliet Eijndelijk, meer bewijsens omtrent de Ca„ „narijns als hier verm: staande en bijgevoegde geschriften, zijn zeer weijnig alhier op secretarije tevinden, om reeden de Canarijns in vroegere dagen een geruste samenleving hebben gehad als zijnde ook toenmaals eenige uijt die natie de voornaamste Cooplieden van d' EComp:e geweest, en daar door grootelijx in agting bij de mallab:te vorsten waa„ „ren; dog bij de overgafs papieren van dese stad door de portugeese aand' EComp: gedaan, staat uijtdruckelijk vermelt vande Canarijns, dat die natie ook daarbij benoemt zijn geworden, welke geschrift alhier op secretarije niet tevinden is, Egter weet den ondergeter te getuijgen als kennis hebbende van die zaak dat sodanige een geschrift op de secretarije van het gouvernement Colombo tevinden is, en ook wel voorstaat, van gesien en uijtgecopieert te hebben, uijt ordre van den toenmaligen secretaris aldaar /:onders:t/ accordeert met de origineele Concepten en Translaten als meer andere hier bij gevoegde papieren die alhier ter secretarije berustende zijn. Cochim den 25: Julij anno 1770: /:was getekent:/ B:s Bles g' transl: — 60 346 Articulen van 't Accoord gemaakt en besloten tusschen Francisco Gomes Sermento kapitain vande Compagnie Jnfanterij nevens Marcus Linho, Borger van Coetsjien, gemagtigden van Jgnatio sermento de Carwalho kapitain Generaal der stad Coetsjien„ wegens zijn Majesteit den koning van Portugal, ter eenre, en den Heer Jacob Hustaart, Raad Extraordinaris van Jndien, Gemag„ „tigde van den Veld Heer, den Heer Rijkloff van Goens ordinaris Raad van Jndiën„ Admiraal op de kusten, en superintendent van Ceijlon, uit de naam van de Nederlandsen staaten Jndien en speciaal de E: Heeren Be„ „windhebberen van de Vereenigde Nederlandse Geoctroijeerde Oost „Jndische Compagnie, en den E: Heer Gouverneur Generaal en de Heeren Raaden van Jndien, ter andere zijde. De stad Coetsjien zal overgeleverd wer„ „den met alle haare Jurisdictien oude Privilegien, Jnkomsten No: 3

NL-HaNA_1.04.02_3326_0070 view scan ↗

English

Revenues, lands with the documents and papers thereof, and whatever else has been possessed in the name of the King of Portugal, ceding all claim and right thereto to the said Field Commander, or his Honor's deputies. That furthermore all artillery, munitions, merchandise, provisions, movable and immovable property, slaves, and whatever else exists, shall likewise be delivered up as aforesaid. That all free persons who have borne arms shall swear not to serve against the Netherlands State in the Indies for two years. That the soldiers, and all those who belong to the militia, shall march out with flying banners, beating drums, burning matches, bullets in their mouths, and two pieces of ordnance to a suitable place outside the city, and lay down their full arms there under the banner of the Field Commander. All native unmarried Portuguese shall be transported to Europe. The married Portuguese and Mestizos shall depart for Goa, and may take with them bed, bolster, and such things as shall be permitted by the Field Commander and his Council. All free Topasses and Canarins shall remain at the pleasure and discretion of the Field Commander. The clergy shall be permitted to take with them their images and church ornaments, except those made of gold or silver. All free and ecclesiastical persons wandering in this country who are subjects of the King of Portugal shall also be included in this contract. Thus done, agreed, and concluded in the Netherlands army in the field before the city of Coetsjien the 7th of January 1663. Was signed: Jacob Hustaart, Francisco Gomes Sermento, and Marcus de Pinho de Jonseca. Below stood: I ratify the capitulation as agreed, with the council assisting me. Cotchin, the 8th of January 1663. It was signed: Ignatio Sermento de Carwalho. In the margin stood: Having seen the preceding contract, I approve and ratify the same in the name and on behalf of the Lords my Principals. In the army aforesaid, the 8th of January 1663. Was signed: Rijklof van Goens. Below stood: Collated, agrees with its original. Coetsjien the 6th of February 1663. Signed: Maarten Huisman, secretary. A Bootvliek. No. 4. Contract and perpetual alliance between the United Netherlands Company by the Dutch Admiral Rijklof van Goens in the name of the Right Honorable Lord Governor-General and the Council of India on the one part, and the King of Cochim Moetadavile named Wirakeroela and his heirs or princes on the other part. Note, this is a translation of the treaty written in the Malabar language on a silver plate, which somewhat differs from the original Low Dutch. There shall be a perpetual peace, love, unity, and fidelity, of which both parties shall remain assured. The King of Cochim cedes the right and privilege of the city, and all the lands and islands, according to the previously contracted alliance, named the Priests' Island, Musket Island, and Bendoertij, as they have been possessed by the Portuguese, giving full conveyance thereof to the Honorable Company forever, without the King or his successors ever having any claim upon it. The King acknowledges fully that he was driven out of the country, and has now again through the favor of the Honorable Company been crowned as King of the realm of Cochim, promising accordingly always to live in perpetual friendship as an ally of their Honors; The King of Cochim also accordingly assures the Honorable Company that he shall give all the pepper and cinnamon growing in his lands from Porca to Cranganore, and that the same shall be brought into the city and subsequently loaded onto the Company's ships, without giving any of it to any other foreign nation; The King of Cochim authorizes the Honorable Company to keep out all vessels and ships arriving from the sea with opium and grant no entry, except with the consent of the contractors, so that they may not be frustrated in their rights. For the maintenance of the fourth and remaining articles, the King of Cochim promises to contribute all help and assistance, also with money to the utmost of his power, and requests that the Honorable Company please erect three more strongholds: one at Paliporto, one at Asikel or Vaijpin, and the third for the securing of the Porca river at the most suitable place of Porca, for the better security of the river of Cochim, or also in more places where it might be necessary. The Admiral promises in the name of the Honorable Company for the King and for the maintenance of the contract to garrison the city of Cochim, Castello de Cima, and also Paliport, Vaijpin, and Porca, if it shall be deemed necessary. The tolls and dues of the King of Cochim, as have been customary of old, everyone shall always have to pay to the King from this day forward. All the Christians who of old have been under the Portuguese shall remain under the jurisdiction of the Honorable Company forever. If a heathen subject of the King of Cochim and a Christian subject of the Honorable Company should come into dispute, it shall

Dutch transcription

Jnkomsten, Landerijen met de Documenten en Papieren, daarvan zijnde, en wat dies meer in den name vanden koning van Portugal gepos„ „sideerd is, Cedeerende daarvan alle Competentie en geregtigheijd aanden gemelden VeldHeer, of zijn E:s gecommitteerden. Dat voords alle artillerij, Ammunitien, koopmanschappen, vivres, roerende en onroe „rende goederen, slaven, en wat meer inweesen is, insgelijks overgeleverd zal werden als vooren Dat alle vrije Persoonen, de wapenen ge„ „voerd hebbende, zullen zweeren in twee Jaaren tegen den Nederlandsen staat in Jndiën niet te zullen dienen. Dat de soldaten, en alle die van de militie zijn, zullen uittrekken met vliegende vaandels, slaande Trom, brandende louten kogels in de mond, en twee stucken geschut ter bequaamer plaats buijten de stad. , en 't volle geweer, daar onder 't vaandel van den veldHeer neerleggen. Alle naturelle ongetrouwde Portugeesen zullen na Europa ver„ „voerd werden. De Getrouwde Portugeesen en Misticen zullen na Goa vertrecken, en mogen meede neemen bed, en bulster, en zulx meer, als bij den veldHeer, en zijnen Raad, zal toegestaan wer„ „den. Alle 347 Nage zien Alle vrije Joepassen, en Canarijns, zul „len blijven tot believen en ter Discretie van den Veld. Heer. De Geestelijkheijd zal mogen mede neemen haare beelden en kerkelijke ornamenten, behalven die van Goud, of silver zijn. Alle vrije en kerkelijke Persoonen, die hier telande zwerven, en onderdanen zijn van den koning van Portugaal, zullen in dit Contract meede begrepen werden Aldus gedaan, geaccordeerd, en gesloten in't Nederlands veldleger voor de stad Coetsjien den 7: Januarij 1663: /:was getekend:/ Jacob Hustaart; Francisco Gomes Sermento, en Marcus de Pinho de Jonseca; lagerstond: Ratifico o Capitulado per assi quever, o con„ „selho, que me ussiste, Cotchin, en 8: d' Januar 1663: era assinado, Ignatio sermento de Carwalho; Ter zijden stond, gesien hebbende 't voorenstaande Contract approbeere, en ratifi„ cire 't zelve uit de naam en van wegen de Heeren mijne Principalen. Jn't leger voornoemd den 8:' Janu: 1663: was getekend Rijklof van Goens /:lager stond:/ Gecollectioneerd, accordeert met zijn origineel Coetsjien den 6:' febr: 1663: /getekent:/ Maarten Huisman secretaris. A Bootvliek N„o 4. 348 Contract en de Eeuwig van het origineele Nederduijdsche verschild taat in het Mallabaars op een silvere Nota, dit is een overzetting van het trac„ Daar sal wezen Een Eeuwig duurende vreede liefde lendragt en trouwigheijd, waar van beijde parthijen zig zullen verseekert houden. Den koning van Corhim Cedeert het regt en prevelegie van de stad, en alle de landen en Eijlanden, volgens bevorens aangegane verbintenis, genaemt de papen Eijland, mus„ „quetten Eijland, en Bendoertij sodanig van de portugeezen sijn beseten geweest, gevende daar van de volle opdragt aan DE: Comp: ten Eeuwigen dage sonder dat den koning ofte sijne successeurs, daarop ooijt iets zullen verbond tussen de vereenigde nederlandse Compagnie bij den hollandschen admiraal Rijklof van Goens uijt Heer Gouverneur Generaal en de Raaden van Jndia ter Eenre zijde en den koning van Cochim Moetadavile genaemt Wirakeroela en zijne Erfgenamen ofte Prin= „cen; ter andere zijde. plaat geschreeven, en het welk eenigsints den naem van den Hoog Edele hebben P hebben te pretendeeren. Den koning bekend volmondig dat hij uijt het land verdreven is geweest, en nu weder door de gunst van DE: comp: als koning van het Cochimse rijk gekroont is geworden, belovende dien volgens altijd in heuwige vriend „schap als bondgenood van haar Ed: te sullen leeven; verseekerende ook dien volgens den koning van Cochim aan DE: Comp:, te sullen geeven alle de peper en caneel vallende in zijne lan„ „den van Porca af tot Oranganoor toe, en dat dezelve zullen gebragt worden in de stad en vervolgens gescheept in 'sComp:s scheepen, sonder dat daar van aan Eenige andere vreemde natie te geeven; Den koning van Cochim authoriseert D'E: Comp:e alle vaartuigen en scheepen uijt den zee met amphioen aankomende, buijten te houden en geen jngang te verleenen, dan met believen van de contracten op dat dezelve in haar regt niet werden gefrusteerd. — Tot maintenu van het vierde ende overige articulen beloofd den koning van Cochim te contribueeren alle hulpe en bijstand zoo met 349 met geld na zijn uijtterste vermogen, en verzoekt dat DE: Comp: gelieve wilde nog drie vastigheeden op teregten, een tot Paliporto, een tot Asikel, of Baijpin, en lendende tot verseekering der porcase revier op de best„ gelegene plaats van Porca tot beter verseeke„ „ring der revier van Cochim of ook op meer plaatsen daar 't noodig was. — Den Admiraal beloofd uijt denaam van DE: Comp voor den koning en tot main„ „tenu van het Contract te besetten de stad Cochim, Castello desima, en nog Paliport, vaijpin en Porca zoo het noodig zal g'oordeelt werden. De Thollen, en Geregtigheeden van den Cochimsen koning so als van ouds gebruijke„ „lijk is, zal len ieder van heeden af altijd, aan den koning moeten betalen. Alle de christenen die van ouds onder de portugeezen zijn geweest zullen blijven ter Judicature van DE: Comp: voor althoos, Zoo een heijdense onderdaan van den Cochimsen koning en Een Christen onder„ „daan van DE: Comp:e in questi quamen zal

NL-HaNA_1.04.02_3326_0076 view scan ↗

English

each person shall do justice to his own according to his custom, and if one of them should die, or if one should strike the other to death, the killer, whether he be Christian or heathen, shall be punished with death without mercy. The king of Cochim promises to prevent the transport of pepper and cinnamon overland by pack oxen. The plain that has now been cleared of all coconut trees around the city may not be planted by anyone except with the consent of the Honorable Company. No Portuguese priests shall be tolerated in the lands of Cochim or their jurisdiction, except with the special consent of the Honorable Company, and the Jesuit popes shall likewise be banished from here forever. All debtors of the Honorable Company, of whatever nature they may be, shall be overtaken and apprehended in all places; if any of them should become fugitives, the king shall have them tracked down with all diligence and delivered back; likewise if any Netherlanders or bondservants should happen to run away. 350 Checked run away. The native merchants trading with the Honorable Company may not be burdened by the king of Cochim with any extraordinary levies beyond custom. Those who strike bad fanums and are overtaken by the king, the king shall punish with death; and if they are overtaken by the Honorable Company, the Honorable Company shall punish them with death. In the year Loedoewaipo 322, the 14th of the month Minam, on Thursday, this contract was written, being according to the Dutch style 1663, the 22nd of March, signed by Rijkloff van Goens, and the king of Cochim. Underneath stood: for the translation, Cochim, the 27th of August 1770. Was signed: I: v: Jongeren sworn translator. In the margin: for the reading out, signed: B:s Bles sworn translator. Adj Poolvliek 357 No 5. Conditions upon which the Lord Commissioner and Commander, together with the Council of this Coast, lease for the period of four consecutive years a portion of the plain situated outside this city, alongside the gardens and further lands that might belong thereto; to be made suitable for arable fields, beginning 1 January 1680 and ending the last of December 1683, belonging namely: All the land belonging to the Company situated on and around the plain outside this city's fortifications, from the washer's tank or towards the north-east side with Caluetle and the island Siguero included, the lessees shall, as far as possible, make completely into arable land and in time marshy in order to be better suited for that work, according to the boundaries indicated to them, leaving that which lies on the south-west side of the said tank or the sea beach with the land in front of and behind the Company's garden, likewise the land of the church of St. Jan separately to the Company, whether for the grazing of cattle or otherwise. All All the land or the gardens that lie on and around the aforesaid plain, even also on the island Siguero aforesaid, and that which might belong to the St. Thomas Church, the lessees may also draw to and under themselves and enjoy the fruits thereof during this lease or tenure, provided that the same shall first be clearly declared and proven at the secretariat to have belonged to the Company or of old to the Portuguese. All the leased flat land aforesaid the lessees shall keep clear and entirely clean without the least shrub, much less any trees, being allowed to be left or planted; but if outside the said plain and among the trees on the island Siguero any land is suitable for planting trees, they shall be obliged to plant the same with coconut trees and to keep the said gardens continually clean. The large dike that was previously laid for water retention to make the land into marsh may be repaired and maintained, as well as planted with carderes or pineapple thorns, but no other dikes or ditches may be laid or dug on the plain, nor may any permanent fences be set up on the flat land, except only close to the trees on the boundaries of the land to keep out the animals, and on the sides and close to the moat only props may be placed and bound lengthwise with two to 3 bamboos against the intrusion of the animals; the small ridges to retain the water on the fields near the paddy may not be higher than one to at most one and a half feet; and further all the land must be well leveled and made completely smooth, flat, and suitable for paddy or for other small seed, namely the plain within one year, and the corner of Caluettij within two years to be cleared of all wild growth, and the remainder within the four years of the present lease to be leveled. And all kinds of stones that might be dug out on the side of Callewettij or other places, the lessees shall be obliged to bring together into heaps close by, so that they may be hauled away from there by the Company upon requirement. No clay, nor wooden, nor ola huts may be made on the plain, but only small platforms to fend off birds and other animals. The harvest from the aforesaid land shall be stored inside the city for half or in whole, and the other half may be sold outside; however, should the Company have need of it, the same shall be delivered in its entirety, and paid to the lessees according to the price then current. The arable fields may not be made closer to the moat than to a distance of ten rods, and at the corner of Callewettij 25 to 30 rods must remain in case that is needed for service

Dutch transcription

zal een ider de zijne regt doen na zijne Oostume, en zoo hen van bijde quam te sterven, ofte de Een den ander dood sloeg zal den dood slager hij zij Christen of heijden met de dood gestraft werden sonder genade. Het vervoeren van de peeper en de Caneel telande met draag ossen beloofd den koning van Cochim teverhinderen. — Het pleijn dat rondom de stad nu gesuivert is van alle klappus boomen zal bij niemand mogen beplant werden als met consent van DE: Comp:. — Geen Portugeese paters zullen in de landen van Cochim of derzelven resort gedoogt werden, als met special consent van DE: Comp: en den gesuitse paepen zullen jnsgelijks ten heuwigen dage van hier verbannen; Alle debiteuren van DE: comp:e hoeda„ „nig die mogten zijn, zullen op alle plaetsen agterhaeld en g'apprehendeert werden, zoo Eenige derzelve fugetif quamen tewerden zal den koning dezelve met alle devoiren laten na speuaen en weder- leveren van gelijke zoo Eenige nederlanders ofte lijfeijgenen quamen weg 350 Nagezien weg teloopen. De Jnlandse kooplieden handelende met DE: Comp: zullen met geen Extra ordinaire lasten buijten gewoonte door den koning van Cochim mogen beswaart worden. De geene die quade fanums slaen en bij den koning agterhaelt werdende zal den koning dezelve met de dood afstraffen, en zo zij bij dE: Comp: agterhaelt werden, zal D' E: Comp: dezelve met de dood afstraffen. Jn het Jaar Loedoewaipo 322. den 14. ' van de maand Minam op Donderdag is dit contract geschreeven zijnde naar de hollandse stijl 1663. den 22. ' Maart getekend bij Rijkloff van Goens, en den koning van Cochim /onderstond:/ voor de translatie Cochim den 27. ' aug=o 1770. /was getekend:/ I: v: Jongeren getw: fransl=r /in margine:/ voor het opleezen /:getekend:/ B:s Bles g'transl: Adj Poolvliek 357 N=o 5. Conditien waar op den Heer Commissaris en Commandeur midsgaders den Raad deeser Custe voor den tijd van vier agter een volgende Jaaren verhuuren een gedeelte van het plein buiten deese stad geleegen, neevens de - Thuijnen en verdere Landerijen die daar aan mochten gehooren; om bequaam gemaakt te worden tot Zaaijvelden de beginnende p„o Januarij 1680 en eindigt ult„o December 1683. toekoomen de Namentlijk: Alle het land dat de Comp: toekomt op en omtrend het plein buiten deses stads vesten ge„ leegen van de Wassers tange of na de N: O. zijde met Caluetle en 't siande Siguero in Cluis¬ sullen de heurders soo veel als het moogelijk is volkoomen tot Zaaijland en met er tijd moerassig maaken om te beeter tot dat werk dienstig te zijn, volgens de Limieten haar aangeweesen, blyvende het geene aan Z: W: zijde van d„o tangh ofte de zustrand leijt met het land voor en agter Comp: thuin, item het land van de kerk S„t Jan aan d' Comp: apart, het zij tot het weeden van vee of an„ dersints. Al: Al het Land of de thuinen die aan en om¬ trend het voorsz: pleijn leid selfs meede op 't siande siguero voornoemd, en het geen aan de St. Thomas Kerk mogt behooren; sullen de huerders meede aan en onder haar trekken moogen en de vrugten geduurende deese huur of pacht daar van genieten, mids het selve eerst ter secretarije duidelijk sal werden opgegeven en beweesen, de Comp: ofte van ouds de Por„ tugeesen toebehoort te hebben. Alle het verhuerde vlakke Land voormeld zullen de haerders suiver en geheel schoon hou¬ den sonder dat er de minste struijk, veel min eenige boomen gelaaten of geplant sullen moogen werden, maar wel soo buiten d„o plein en in de boomen op 't hande Siguero eenig land tot boomen planten bequaam is, sullen gehouden zijn, 't selve met Cocus boomen te beplanten en deselve thuinen doorgaans suiver te houden. Den grooten Elijk die voor deesen tot de water schattingh om het land tot Moeraste maa ken is geleid, sal moogen gerepareert en on¬ den houden als meede met Carderes of pijn appel doorens beplant, maar ook geen andere dyken of slooten op de plein geleid of gegraaven noch ook eenige vaste heiningen op de vlakte geset moogen werden, als eenelijk digt aan de boomen op de Limieten van het Land tot buitenhoudinge der beesten aan de zijden en dicht bij de gracht sullen eenelijk stutten gezet, en met twee â 3 bamboesen over lang gebonden 352 gebonden, teegens het inkoomen der busten ver„ sien moogen werden, de kleine Cadijkjes om het waater op de velden bij de nelij te houden, sullen niet hooger als een â uiterlijk een en een halve voet moogen zijn, en voorts al het land wel geslecht en tot Nelij of tot an¬ der klein zaad geheel effen, vlak en bequaam gemaakt moeten werden, te weeten het plein binnen een Jaar, en den hoek van Caluettij in twee Jaar van alle ruigte te suive¬ ren, en de rest binnen de vier Jaaren van de presente verhueringe te slechten. Ende alle soorten van de steenen die aan de kand van Callewettij of andere plaatsen mog„ ten uitgegraaven werden sullen de huerders gehouden weesen, digt bij een op hoope te bren¬ gen, om van daar door de Comp: bij vereisch weggehaalt te konnen werden. Geen Leeme nogte houte, of ola huisjes sullen op het plein moogen werden gemaakt, maar eenelijk stellingjes tot verweering van de voogelen en andere dieren Den Oogst van het voorsz: land sal binnen de stad opgeleid werden om de helft of geheel, en de andere helft buiten verkogt te morgen werden, dog soo het de Comp: mogt van doen hebben, sal het selve in het geheel geleevert, en soo als de prijs dan is aan huerders betaalt werden. De zaaijvelden zullen niet nader aan gragt moogen gem„t werden als tot Thien roeden distantie, en aan de hoek van Callewettij 25 â 30 roeden moet blijven om of dat ten dienst

NL-HaNA_1.04.02_3326_0082 view scan ↗

English

service of the Company required, and those who might call there with any ships or yachts of other nations, will be allowed to pitch their huts on the beach without paying anything for it. The tenants who, under the aforementioned conditions, come to accept the square and the gardens and further lands belonging to it, will have the free use thereof for four years, provided that in all one hundred rxd.s is paid for it, within one year after this, and also after the expiration of the four years, they shall have the first right to the lease thereof then to be made, provided they offer as much for it as others might come to present. The Company shall defend the tenants in all reasonable manners, should any harassment occur to them from Court dignitaries or whomever it might be. And if, in the leveling or plowing of the aforementioned land, any silver dust or gold dust should be found, the same will remain with the tenants, according to the custom of the country, except for minted or unminted pieces of gold or money, chains, or the like, after which no deep pits will be allowed to be dug except with special consent, and if anything should then be found, one third will remain for the tenants and two thirds for the Company, but in any case the land will not be allowed to be made unfit for sowing through this digging or searching for gold. Under the aforementioned conditions, the tenants have become, and who remain one for all as principal guarantors, 3513 remain Kistria Panditoe, Wangettoe Bramine, babba Boeticquerd and Anta son of Naganaick, also presenting himself as a special guarantor for all the tenants Babba Boetoe Canarese Brahmin, in order, upon failure of the prompt fulfillment of this, to satisfy the same in his own person. Thus done and passed in the city of Cochim the 25 October anno 1679. Signed with some Canarese characters and written around them by Kistna Panditoe, Wengetoe Bramine, babba Boetiquero, and Anta son of Naganaick set down by himself and also as principal guarantor signed with some Canarese characters and written around them set down by Babba Boetoe. In the margin: present with us was signed Hendrik Rijns and Jacob Verzeegh. Lower stood: recounted by me, signed Joh.s van Teijlingen the Younger. Still lower: Present with me, was signed: Adolf Bassing secretary. Underneath stood: agrees, was signed: J: A: Daijmichen First Clerk. Boolvlies seen service of the Company required, and those who might call there with any ships or yachts of other nations, will be allowed to pitch their huts on the beach without paying anything for it. The tenants who, under the aforementioned conditions, come to accept the square and the gardens and further lands belonging to it, will have the free use thereof for four years, provided that in all one hundred rxd.s is paid for it, within one year after this, and also after the expiration of the four years, they shall have the first right to the lease thereof then to be made, provided they offer as much for it as others might come to present. The Company shall defend the tenants in all reasonable manners, should any harassment occur to them from Court dignitaries or whomever it might be. And if, in the leveling or plowing of the aforementioned land, any silver dust or gold dust should be found, the same will remain with the tenants, according to the custom of the country, except for minted or unminted pieces of gold or money, chains, or the like, after which no deep pits will be allowed to be dug except with special consent, and if anything should then be found, one third will remain for the tenants and two thirds for the Company, but in any case the land will not be allowed to be made unfit for sowing through this digging or searching for gold. Under the aforementioned conditions, the tenants have become, and who remain one for all as principal guarantors, 3513 Checked remain Kistria Panditoe, Wangettoe Bramine, babba Boeticquerd and Anta son of Naganaick, also presenting himself as a special guarantor for all the tenants Babba Boetoe Canarese Brahmin, in order, upon failure of the prompt fulfillment of this, to satisfy the same in his own person. Thus done and passed in the city of Cochim the 25 October anno 1679. Signed with some Canarese characters and written around them by Kistna Panditoe, Wengetoe Bramine, babba Boetiquero, and Anta son of Naganaick set down by himself and also as principal guarantor signed with some Canarese characters and written around them set down by Babba Boetoe. In the margin: present with us was signed Hendrik Rijns and Jacob Verzeegh. Lower stood: recounted by me, signed Joh.s van Teijlingen the Younger. Still lower: Present with me, was signed: Adolf Bassing secretary. Underneath stood: agrees, was signed: J: A: Daijmichen First Clerk. Ad. Boolvlies 754 Conditions and Terms on which the Deacons of this city, with the approval of the Honorable, Respected Mr. Cornelis Breekpot, Commander and Chief Ruler of the Coast of Mallabaar, Canara, and Wingurla, have leased out the right of the ferry to Angecaijmaal, which was ordained by the high authorities for the benefit of the Diaconate, and this for the time of five years, beginning the first of January 1766, and ending the last of December 1770. Note: according to the Books of the Deacons, the income of this ferry was already enjoyed in anno 1711; surely at the adjacent Mattancherij, not far from the palace of the king conditions; the usual place of departure has from of old been and is currently still at Mattancherij place. First The Lessee shall be bound weekly, and indeed principally on the ordinary ferry days such as Monday, Wednesday, and Friday, early in the morning, to arrive with the necessary vessels at or in front of Mattanchewij, at the place where one is accustomed to board, and to sail to Angecaijmaal, for the transport of people for the purchase of provisions and other edible wares. No. 6. 2. The Lessee shall not be allowed, with regard to the payment of the persons who to the said market

Dutch transcription

dienst van d' Comp: vereischte, en die met eenige scheepen of Jachten aldaar van andere Natien mogten aanleggen, sullen haare hutten aan de strand moogen opslaan sonder ijets daar voor te betaalen De huirders die op de voorsz: Conditien 't plein¬ en de daar aan hoorende thuinen en verdere Landerijen koomen aan te vaarden, sullen deselve voor vier Jaaren in vrij gebreik hebben, midsin alles een honderd rxd„s daar voor te betaalen, binnen een Jaar na deesen, en ook na verloop van de vier Jaaren, de naaste zijn tot de dan te doene verpagtinge der selve; mids daar voor soo veel opbrengende als andere mogten koomen te presenteeren De Comp: zal de huerders voorstaan in alle billikke manieren, zoo aan dezelve eenig overlast mogte geschieden, van Hofs Grooten of wie het ook mogten weesen. Ende zoo in 't effen maaken of ploegen van voorsz: lant eenig zilver gruis of sant Goud mochte gevonden worden, sal 't selve aan de huerders blijven, volgens lands gebruik, uitge„ zondert gemeent of ongemunte stukken goud of geld, kettings, of diergelijke daar na geen diepe kuilen gegraven sullen moogen werden, als met speciaal Consent en soo dan iets gevonden mogt werden sal een derde voor de huerders en twee derde voor de Comp: blyven, doch in allen gevalle sal het land door dit graaven of goud soeken niet tot Zaaijen te onbruik gemaakt mogen werden. op de voorsz: Conditien zijn huerders gewor¬ den, en die een voor al borgen als principaal blyven. 3513 blijven Kistria Panditoe, Wangettoe Bramine, babba Boeticquerd en Anta soon van Na¬ ganaick, stellende zig nog tot speciaal borge voor alle de heurders Babba Boetoe Canarijns Bramine, omme bij manquement van de prompte nakooming deeses, het selve in eigen persoon te voldoen. Aldus gedaan ende Gppasseert in de stad Cochim den 25 October anno 1679 /was Geteekent met eenige Canarijnse Carai„ ters en daar omme geschreeven bij kistna Panditoe, Wengetoe Bramine, babba Boetiquero, en Anta soon van Naga„ naick selfs gesteld en nog als principaal borg /geteekent/ met eenige Canarijnse. Carac„ ters en daaromme geschreeven gesteld bij Babba Boetoe /:i margine:/ ons pre„ sent (was Geh: / Hendrik Rijns en Jacob Verzeegh /lager stond) door mij verhaald /get:/ Joh„s van Teijlingen de Jonge / nog lager /mij Present was Geteekend:/ Adolf Bassing secret„s. /:onderstond:/ accordeert /:was geteekent:/ J: A: Daijmichen E: Clerk. Boolvlies gezien dienst van d Comp: vereischte, en die met ee scheepen of Jachten aldaar van andere Natie mogten aanleggen, sullen haare hutten de strand moogen opslaan sonder ijets d voor te betaalen De huirders die op de voorsz: Conditien 't en de daar aan hoorende thuinen en ver¬ Landerijen koomen aan te vaarden, sullend voor vier Jaaren in vrij gebreik hebben, mid alles een honderd rxd„s daar voor te betaa binnen een Jaar na deesen, en ook na ver van de vier Jaaren, de naaste zijn tot de¬ te doene verpagtinge der selve; mids daa„ soo veel opbrengende als andere mogten koomen te presenteeren De Comp: zal de huerders voorstaan is alle billikke manieren, zoo aan dezel¬ eenig overlast mogte geschieden, van Grooten of wie het ook mogten weesen Ende zoo in 't effen maaken of ploegen voorsz: lant eenig zilver gruis of sant G. mochte gevonden worden, sal 't selve aan huerders blijven, volgens lands gebruik, zondert gemeent of ongemunte stukk goud of geld, kettings, of diergelijke d na geen diepe kuilen gegraven sullen moogen werden, als met speciaal Con en soo dan iets gevonden mogt werden een derde voor de huerders en twee derd voor d' Comp: blyven, doch in allen geva sal het land door dit graaven of goud so niet tot Zaaijen te onbruik gemaakt n werden. op de voorsz: Conditien zijn huerders ge den, en die een voor al borgen als princi¬ blyven 3513 Nagezien blijven Kistria Panditoe, Wangettoe Bramine, babba Boeticquerd en Anta soon van Na¬ ganaiek, stellende zig nog tot speciaal borge voor alle de heurders Babba Boetoe Canarijns Bramine, omme bij manquement van de prompte nakooming deeses, het selve in eigen persoon te voldoen. Aldus gedaan ende Gppasseert in de stad Cochim den 25 October anno 1679 /was Geteekent met eenige Canarijnse Carai„ ters en daar omme geschreeven bij kistna Panditoe, Wengetoe Bramine, babba Boetiguero, en Anta soon van Naga„ naick selfs gesteld en nog als principaal borg /geteekent/ met eenige Canarijnse. Carac„ ters en daaromme geschreeven gesteld bij Babba Boetoe /:i margine:/ ons pre„ sent (was Geh:/ Hendrik Rijns en Jacob Verzeegh /lager stond/ door mij verhaald /get:/ Joh„s van Teijlingen de Jonge / nog lager /mij Present was Geteekend:/ Adolf Bassing secret„s. . /:onderstond:/ accordeert /:was geteekent:/ J: A: Daijmichen E Clerk. Ad„ Boolvlies 754 Conditien en Voorwaar„ Nota volgens de Boeken van Diaconen is het inkoomen van deeze veer al in a„o 1711. genooten; zeekerlijk op het nevenstaande „tancherij niet verre van het pallijs van den koning. Eerstelijk Den Pagter sal gehouden weezen weekelijks, en wel voornamentlijk op de ordinaire veer= „dagen als maandag, woensdag, en vrijdags, 'smor„ „gens vroeg, met de nodige vaartuijgen bij af voor Mattanchewij tekomen, ter plaatse daar men gewoon is in te stappen en na Angecaijmaal te vaa„ „ren, ten overbreng van volkeren tot den inkoop van Provicien en andere eetbare wharen; Den Pagter sal niet vermogen omtrend de betaling van de perzoonen, die na gem: markt „den, waar op de Diaconen dezer steede, met Bewilliging van den E: E: Agtb: Heer Corne„ conditien; de gewoone plaats der afvaart lis Breekpot, Commandeur is van ouds geweest en thans nog opiMat„ en oppergebieder der Custe mal„ „labaar Canara en wingurla, in Lagt overgegeven, de geregtig„ „heijd van het veer tot Angecaij „maal, dewelke door de hooge overigheijt, ten voordeele van de Diaconij verordineerd is, ende sulx voor den tijd van vijf jaaren beginnende den Eersten Janu: 1766. , en Eindigt den Laatsten December 1770. plaats N„o 6. 2.

NL-HaNA_1.04.02_3326_0088 view scan ↗

English

to make any change in the crossing place, but to allow it to continue according to the old custom. Also, the Lessee shall be bound to ferry across beggars and other indigent persons indiscriminately for nothing, provided that they do not come to bring goods across for sale; yet doing such, he may demand his payment for that according to custom, just as from other persons. 3. 4. The Lessee shall be bound to ferry back and forth to Angecaijmaal for a tolerable fee the inhabitants, Christians, and subjects of the Honourable Company residing at Mattancherij, Paloertij, Pagodinjo, behind and beside the Company's Outer Garden, Baijpin, and within this town, as well as all the Canarins and other heathens who have established themselves in trade within this town, and also those who reside within their Honours' limits; and they may not be ferried across by anyone else for payment, on pain of forfeiture of two rixdollars, one half for the said poor and the other to the profit of him, the Lessee. 5. The payment of this leased right must be made precisely every month to the Cashier of the Diaconate poor, by whom he shall be duly receipted for that. 6. All of which the Lessee shall have to follow strictly, taking care that during ferrying back and forth no accident comes to happen, and giving the people no cause for displeasure, on pain of forfeiture of three rixdollars to the benefit of the poor. 7. On the aforesaid conditions, the Canarin Coettna Chettij became lessee for the sum of forty-one rixdollars a year, for which the Canarins Gowinda Naik and Naga Chittij bound themselves as sureties. Underneath stood: Cochim, the 21st of December 1765. Lower stood: as Lessee, and signed beneath that: some Malabar characters, and as sureties, and signed beneath that: with some Malabar characters. In the margin: as Deacons and lessors, under which stands signed: J: G: Pape, D:l v: d: Slooten, J:s Morijn. Underneath stood: collated, and agrees with its original. Was signed: H=k A:n De Hartogh, deacon. Translation of a certain writing presented by the Chief Administrators of the Pagoda Jiroemala Dewara to the Right Honourable Lord Godefridus Weijerman in the year 1761, being as follows: At the time when the Portuguese had erected a fort on Chaliata and were settled there, some of those Canarins, on account of war troubles in their lands, left their dwelling places and departed from the country; of whom some remained in Cannara, and some, having arrived at Chaliata and subjected themselves to the Portuguese, the Portuguese, Chaliata being too small, arranged storage places at Calicut from the King Zamorin upon monetary advance and settled the Canarins there. A short time thereafter, the King Zamorin claiming a certain estate right over the Canarins, the Portuguese protested against this, stating that such could not happen, since they, Canarins, stand under our obedience. Shortly thereupon, the King Zamorin declaring war with the Portuguese, the Portuguese had to abandon the said fort, and coming here to Cochim, built a fort or town, and summoned the Canarins, with their arrival here having a part or a corner of the outer town vacated and given to them. Some years after date, the King of Cochim likewise framing a claim regarding estate rights as aforesaid, the Portuguese did not permit it, giving to understand that they are merchants whom the Portuguese had caused to come up here, therefore they could not tolerate such. Whereupon a certain regidor, Jsara Pattare, coming to the pagoda of the Canarins, had a bell that had hung in front of the said temple taken down and carried away, of which immediately giving notice to the ruler here in government in the name of and on behalf of the King of Portugal, the said lord was pleased to send out troops and put the regidor to death, subsequently having the said bell carried back to the Pagoda and hung in its former place. The matter standing in this state, the Honourable Dutch Company declared war with the Portuguese, in which time of trouble the Canarins, having taken their idol image and retired from here, betook themselves to Oediampe; but after the conquest of this town and place, their Honours had the Canarins summoned from the said place, and ordered them to subject themselves to their Honours henceforth

Dutch transcription

plaats overvaren eenige verandering temaken, maar dezelve na de oude gewoonte laten continueeren. Ook zal den Pagter gehouden wezen, de bede= „laars en andere onvermogende menschen sonder onderscheijt voor niet over te laten vaaren mits dat sij geen wharen ter verkoop komen over te „brengen; dog sulx doende, sal hij daar voor zijn betaling volgens gewoonte, gelijk als van andere persoonen mogen afvorderen. Den Pagter sal gehouden sijn om de in„ „woonders, Christenen, en onderdanen van DE: Comp: woonagtig te mattancherij, Paloertij, Pagodinjo, agter en besijden 'sComp:s buijten Thuijn, Baijpin en binnen deezer steede, so meede alle de Canarijns, en andere heijdenen, die zich bin„ „nen deze stad ter nering gesteld hebben, en ook die in haar Edelens Limten woonagtig zijn, na Angecaijmaal over en weer tevoeren tegens een dragelijke loon ^ en moogen deselves door niemand anders overgevoerd werden, voor betaling op verbeurte van twee rijxd=s de eene helfte voor gem: armen en de andere ten pro„ „fijte van hem pagter. 5. De betaaling van deeze verpagte geregtig„ heijd sal presis alle maanden aan den Cassier 3. 4. 355 Nagezein Adij Gootvliel Cassier der Diaconije armen moeten geschieden, door wien hij daar voor oer bij darvoo behoorlijk sal gequiteerd werden. Alle het welke sal den Pagter stiptelijk moeten op volgen, sorge dragen dat bij over en weer varen, geen ongeluk kome te ge„ schieden, ende menschen geen reeden van mis„ „noegen geven, op verbeurte van drie rijxd=s ten voordeele van de armen. op voorschreeve Conditien is pagter geworden den Canarijn Coettna Chettij voor de somma — van Een en veertig rijxd=s sjaars, waar voor zig tot borgen hebben verbonden, de Canarijns go„ „winda Naik, en Naga Chittij /onderstond:/ Cochim den 21. ' December 1765. — /:lager stond:/ als Pagten /en daar onder getekend:/ Eenige malla„ baarse caracters:/ en als borgen :/ en daar ondergeteekend / met Eenige mallabaarse carac„ „ters /in margine:/ als Diaconen en verpagters:/ waar onder getekend staad:/ J: G: Pape, D:l v: d: slooten J:s morijn. /:onderstond:/ gecollationeerd, en accordeerd met zijn principaal /was getekend:/ H=k A:n De Hartogh diacon 6. 7. 355 Translaat Zeeker geschrift door de Hoofd Administrateurs van de Pagood Jiroemala Dewara, Aan den E: E: Agtb: Heer Godefri„ „dus Weijerman gepresenteert in het jaar 1761. als. Jen tijde toen de portugeesen op chaliata een fort opgerigt en aldaar neder geseten zijnde, hebben eenige dier Cannarijns om de wille van oorlogs staubeling in haare landen haare woonplaatsen verlaten en het land uijtgegaan; waar van eenige op Can„ „nara gebleeven zijn, en eenige op Chaliata gekomen en de portugeesen onderworpen hebbende, hebben de portugeesen Chaliata (:te kleijn zijnde:/ van den koning sammorijn op geld verstrekking berg plaatsen op Calicut opgeschikt en de Canna„ „rijns aldaar nedergeplaatst; een kleine tijd daar na, den koning sammorijn seeker boedel gereg= „tigheijd van de Canarijns pretendeerende hebben de portugeezen daar tegen geprotesteert van zulks niet te konnen geschieden, alzoo zij Cana„ „rijns onder onze gehoorsaamheijd staan; kort daar op den koning Lammorijn met de Portu„ „geesen den oorlogh declareerende hebbende portugeesen gem: fort moeten verlaaten en alhier op Cochim gekomen een fort of stad opgebouwt, en de Canarijns op ontbooden, met haar No 7. 755 Translaat Zeeker geschrift door de Hoofd Administrateurs van de Pagood Jiroemala Dewara, Aan den E: E: Agtb: Heer Godefri„ „dus Weijerman gepresenteert in het jaar 1761. als. Jen tijde toen de portugeesen op Chaliata een fort opgerigt en aldaar neder geseten zijnde, hebben eenige dier Cannarijns om de wille van oorlogs staubeling in haare landen haare woonplaatsen verlaten en het land uijtgegaan; waar van eenige op Can„ „nara gebleeven zijn, en eenige op Chaliata gekomen en de portugeesen onderworpen hebbende, hebben de portugeesen Chaliata (:te kleijn zijnde:/ van den koning sammorijn op geld verstrekking berg plaatsen op calicut opgeschikt en de Canna„ „rijns aldaar neder geplaatst; een kleine tijd daar na, den koning sammorijn seeker boedel gereg= „tigheijd van de Canarijns pretendeerende hebben de portugeezen daar tegen geprotesteert van zulks niet te konnen geschieden, alzoo zij Cana„ „rijns onder onze gehoorsaamheijd staan; kort daar op den koning Lammorijn met de Portu„ „geesen den oorlogh declareerende hebbende portugeesen gem: fort moeten verlaaten en alhier op Cochim gekomen een fort of stad opgebouwt, en de Canarijns op ontbooden, met haar haar komst alhier een gedeelte of een hoek van de buijten stad latende in ruijmen en haar gegeven. Eenige Jaaren na dato den koning van Cochim ook gelijk voorsz: wegens boedel geregtigheijd pretentie formee„ „rende, hebben de portugeesen niet toegelaaten onder te kennen geeving dat zij kooplieden zijn die de portugeesen alhier had laaten op „komen, dierhalven sulx niet gedoogen konnen waar op zeeker ragiadoor jsara pattare aan de pagood van de Canarijns komende liet denzel „ven een klock die voor gem: tempel gehan„ „gen had afneemen en weg brengen, waar van in mediaat aan den uijtnaam en van weegen den koning van Portugal alhier in regeering geweest zijnde gebieder kennis geeven de, heeft gem: heer behaagt volkeren op uijt „tesenden en de ragiadoor om het leeven brengen vervolgens gem: klock weder naar de Pagood laaten draagen en op zijn voorige plaatshan„ „gen staande de zaak in desen staat, de Clareerd D' E: Hollandse Comp: den oorlog met de portugeese in welke strubelings tijd de Canarijns haare afgods beeld genoomen en van hier geritireerd hebbende naar oediampe begeeven, maar naar het veroveren van deze stad en plaats, liet haar Edele de Canarijns van gem: plaats opseggen, en gelast voortaan haar Edele te onderwerpen

NL-HaNA_1.04.02_3326_0095 view scan ↗

English

357 A: Coolvliet subject as they previously did to the Portuguese, and at the same time permitted to carry on trade and even restored to their former place, from which time onward the Canarese have been under the Honourable Company. Thus this ola was written with the consent of the chief administrators and other servants of the pagoda Jiroemala dewara, and extracted from the memorandum book or patola of the idol just mentioned. Was signed: for the agreement, by the secretary Aluwaren Chenaij. Below stood: for the translation, Cochin, the 16th of July 1770. Was signed: B:s Bles, sworn translator. Examined. No. 8. 358 Protection ola granted by the Right Honourable Commander Fredrik Cuines to the Cammottijs of Angecarro. Whereas the crop of the paddy fields of the Canarese Cammottijs, inhabitants of Angicarro, is now standing ripe in the fields, the Malabar kings and princes are hereby requested and the regents recommended not to place any arrest or impediment thereon, seeing that we hereby ordain and command that the Cammottijs themselves may harvest those sown fields. But if anyone should offend against this order, we shall, for the protection of the said Cammottijs, take the necessary measures against it, since it is fully known to everyone that the Cammottijs stand under the protection of the Honourable Company; and in token of that protection we pass this ola with our signature and the Company's seal. Cochin, the 27th of September 1756. Was signed: F: Cunes. At the head stood the seal of the Honourable Company stamped in red wax, and with Examined. for the translation was signed: S:s V. fastened with binding cord. Below stood: Jonger and sworn translator. W: Poolvliet. No. 359 Account drawn up and presented with great respect to the Right Honourable and Highly Esteemed Lord, Christiaan Lodewijk Senff, Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Wingurla, by the Canarese merchant of the Honourable Company, Caliga Lorboe: Right Honourable, Highly Esteemed, and Commanding Lord! In the year Coilan 902, or the year 1726, in the time of the Right Honourable Commander Jacob De Jong, the relator's predecessor, Naga Lorboe, caused bombaras to be summoned here to this coast for the very first time, and upon their arrival here, because at that time no warehouses yet stood at Mattancherij, they came to anchor before the court of the King of Cochin, bordering next to the Jewish village or thereabouts; and there they unloaded their merchandise or cargo into a warehouse belonging to a certain Canarese, Derwa Naijk, when it was brought into practice that each bombara must pay a certain honor duty in token of subjection: for the Right Honourable Commander, 4 coast chintzes, 2 ditto for the Honourable Secunde, 5 rupees for the secretariat for the passports, and 5 rupees for the shore watchmen. In this manner it was continued for two years; and the third year thereafter, falling into a dispute with the shore watchman over the chintzes, each chintz being worth no less than 3 rixdollars, it was thereupon settled with money, namely, 12 rixdollars, or in rupees 19 and 4 fanams as aforesaid, and for the second person 9½ rupees and 2 fanams. The matter standing in this state, the King of Cochin wished to go on board the bombaras for pleasure, whereupon the bombaras offered a small present on account of the arrival of His Highness, and it was also accepted by His Highness. The following year thereafter, His Highness desired that this present should continue in customary use. But the relator's father not being willing to permit such a thing, His Highness had an arrest placed upon the vessels of the bombaras. The relator's predecessor, noticing that the king sought by force to institute a new law that was never in use, 360 thereupon caused the bombaras to weigh their anchors from that place and to come to the shore again before the Honourable Company's ground and territory at Mattancherij, without paying any duty to anyone in the world besides the aforementioned. The fifth year thereafter, bombaras began to arrive here for the account of the Vania merchant of the Honourable Company, Oependra, in which year the King of Cochin again sought anew to make a custom of the aforementioned gift, but failed. The sixth year thereafter, the king, drawing the aforementioned Oependra to his side, that merchant, at the request of His Highness, paid 5 rupees for each bombara to His Highness; and desiring the same in like manner from the relator's predecessor, the relator's predecessor refused to pay. His Highness becoming angry thereat, sought to force it through by violence. Whereupon the relator's predecessor was compelled to report this to the then Right Honourable Commander Adriaan Maten, and seeing that this was not in accordance with equity, it pleased His Honour to issue an order thereon that no one should be permitted to introduce any novelties

Dutch transcription

357 A : Coolvliet onderwerpen gelijk voor heen aan de portugee„ „sen gedaan hebben, en teffens toegelaaten om negotie temogen drijven en weder op de voorige plaats selfs hersteld, van welke tijd af aan, staan de Canarijns onder de E: Comp: Aldus is deze ola gesz: met toestemming van de hoofd Ad„ „ministrateurs en verdere bediendens van de pagood Jiroemala dewara, en uijtgetrokken uijt de memorie boek of patola van den afgod even gem: /was getekend:/ voor de accor„ „datie door den secretaris aluwaren Chenaij /:onderstond:/ voor de translatie cochim den 16. ' Julij 1770. /:was getekend:/ B:s Bles gesw: translateur. Nagezien N„o 8. 358 Protectie ola door den E: E: Agtb: Heer Command=r Fredrik Cuines verleend aan de Cammottijs van An„ „gecarro. Nadien het gewas van de zalijvelden van de Canarijns Cammottijs jnwoonder tot Angi„ „carro thans rijp op de velden staen, soo werden de mallabaarse koningen en vorsten versogt en de regenten gerecommandeert daar op geen arrest, of verhindering toetebrengen, alzoo wij ordonneeren en beveelen bij desen dat de Cam„ „mottijs selfs die zaeijvelden zouden mogen Jn„ „oegsten dog zoo ijemand tegens deze ordre mogte vergrijpen, zullen wij tot bescher„ „ming van gem: Cammottijs; het noodige daar tegens in het werkstellen, nademaal een ijeder volkomen bekent is, dat de Cammottijs onder de protextie van D'E: Comp: staan. en tot teken van die bescherming passeeren wij deeze ola met onze handteekening en 'sComp=s Zegel. Cochim den 27. ' Zep„ „tember 1756. /:was getekent:/ F: Cunes aan het hoofd stong 't zegel van D'E: Comp:e in roode lak gedrukt, en met Nagezien voor de Translatie /:was getekend:/ S:s V met bind koord vast gemaakt /:onderstond:/ Jonger en gesw: frans lat=n W: Poolvliet No 359 Relaas Gedaan ma„ „ken en met veel Eerbied over„ „gegeven, aan den wel Ede„ „len groot Agtbaaren Heer Christiaan Lodewijk Senff, Gouverneur directeur der custe Mallabaar, Canara en wingurla door den Canarijns sEComp:s koopman Caliga Lorboe: Wel Edele Groot Agtbaare Welgebiedende Heer! Jn het gaar Coilan 902. ofte A:o 1726. ten tijde van den E: E: Agtb: Heer Commandeur Jacob De Jong, heeft den Relat=ts voorsaat Naga Lorboe, voor de aller Eerste keer Bombarassen alhier ter deezer custe laaten ontbieden en met haar aankomst alhier /om reeden op mattan„ „cherij toen nog geen Pakhuijsen gestaan hebben:/ voor het hoff van den koning van Cochim /:grensende naast de Joodse negrije of daar om„ „trend :/ ten anker gegaan: en aldaar haare negotie negotie of lading afgescheept, in een Pakhuijs toebehorende seeker Canarijn Derwa Naijk wanneer in practijk gebragt was geworden dat ider bombara zeker /:Eer:/ geregtigheijd tot teeken van onderwerping, voor den E: E: Agtb: heer Commandeur opbrengen moet 4. Cust Chitsen, 2. d=o voor D'E: Heer Secunde„ 5. Rop:s voor de secretarijs tot de Paspoorten. en 5. Rop:s voor den strandwagten. in dezer gecontinueert gehad ende derde Jaar voegen heeft 2. jaaren lang „ daar op, over de chitzen met den strandwagter in verschil Rixds raakende, / van ider chits geen 3. Dp:s waard teweesen:/ wierd daar op met geld afgemaakt teweeten, 12. rd=s of aan Ropijen 19. en 4. fancums als voorsegt, en voor de tweede persoon 9½. rop=s en 2. fan=s staande de zaak in deezen staad, wenste den koning van Cochim voor een plaijsier bij de Bombarassen aan boordte gaan, als wan„ „neer de bombarassen een kleijn present wegens de komst van zijn ho=t g'offereerd hebben, en door zijn ho=t ook g'accepteerd. de andere jaar daar op, begeerde zijn ho=t dat die pre„ „sent in gebruijke zal blijven continueeren. dog den Relatants vader sulx niet willende toe„ „staan, liet zijn Ho=t op de bombanassen haere vaartuijgen, arresten opleggen. den relatants voorsaat bemerkende dat den koning met geweld sogten een nieuwe wet optesetten, die noit in gebruijk 360 gebruijk was, liet den relatants voorsaat daar op de bombarassen haare anker van die plaats ligten, en voor sE: Comp:s grond en bodem te Mattancherij, weder wallen, sonder eenige ge„ regtigheijd aan imand ter wereld /(buijten de voorenstaande :) te betalen. De vijfde Jaar daarop, begon alhier Bom„ „barassen aantekomen voor reekening van den wanniaans 's E: Comp:s koopman oepen„ „dra in welke jaar, heeft den koning van cochim, weder op nieuws gezogt, voorm: schenkagie een gebruijk te maken, maar mislukt. De sesde jaar daarop, den koning voorm: oependra op zij trekkende, heeft hij koopman op verzoek van zijn ho=t 5. rop:s voor ider bombara aan zijn ho=t betaald: en in dier„ „voegen van den relatants voorzaat ook begeerende, heeft den relatants voorzaat niet willen opbrengen zijn ho=t daar op quaad wordende, sogte om zulx met geweld door te dringen. waarop den relatants voorzaat genoodzaakt was geworden, den toenmaligen E: E: Agtb: Heer Commandeur Adriaan Maten, daar van Rapport te doen en siende dat zulx met de billijkheijd niet overeenquam, heeft zijn E: E: agtb: behaegt, daar op ordre te stellen, dat niemand zal vermogen eenige nieuwig„ „heeden

NL-HaNA_1.04.02_3326_0102 view scan ↗

English

to establish, and at the same time, under express orders, forbade the informant's predecessor from paying anything to the king. The Jewish merchant Ezechiel Rhabbij, getting word of this, addressed the informant's predecessor amicably, requesting him not to remain so obstinate against the king, as it was a trifle that had already been introduced and was also paid by other merchants; for which reason the informant's predecessor should also do so. Which proposal and request of Ezechiel Rhabbij the informant's predecessor would not listen to at first, but finally, after great debates and given assurance from the said merchant, he delivered and paid that duty to the king, provided that the same, according to the given promise and assurance, should hold the informant's predecessor unaccountable regarding any inquiry that might come to be made by the high authorities, which he had undertaken to take care of. Ten years thereafter, claim was made by the Paliettern that each bombara should also yield 2½ rop:s for him outside of those for the king, regarding which the informant's predecessor was greatly opposed, except the aforementioned Oependra, who was the first person who allowed all novelties without making any stir thereabout. And the Palietter, seeing that all the effort he had exerted was of no use, nevertheless sought an opportunity and watched so long until he had succeeded with the Right Honourable gentleman, the then Commander Corijn Steevens, in carrying into execution what was greatly desired by him, yet under the condition that it should be collected by the beach watchman and handed over to the Palietter. Shortly thereafter, the Palietter having been placed under arrest by the King of Trevancoor, the duty assigned to him was drawn by the King of Cochim. Subsequently, the Palietter having been set at liberty again, the aforementioned duty was gradually increased to 9½ rop:s for the king, and anew 2½ rop:s for himself, but the collection, as aforesaid, was made by the beach watchman and handed over to the Palietter. This also did not continue long, namely until the arrival of the retired gentleman Commander Cornelis Breckpot into the administration, under whose governance the full authority, both of the collection and otherwise, passed over to the frequently mentioned Palietter. Thus far the informant knows to declare in truth regarding the new tolls of Mattancherij concerning the bombaras, as being a matter that the informant together with his predecessor have seen and attended. Meanwhile I have the honour to be with the deepest respect and high esteem, was undersigned, Right Honourable, highly ruling Sir, your Right Honourable's utterly dutiful, very humble and obedient servant, unsigned. November 1770. Examined D d: Poolvliet. In the margin: Cochim the No: 10: Translation of an ola by the king the 3rd August On the 22nd of this month of July we were in the town and spoke with your Honour; whereupon your Honour told us that we should send two of our Ragiadoors into the town to discuss the matters. In consequence thereof we sent two of our Ragiadoors to the town, but then the merchants had not appeared there, for which reason your Honour had ordered that they should return, and upon the arrival of the merchants would be notified to come in. On Thursday they were called in again, upon which arrival the Banyans, Canarins and Jews were gathered there, and of the proceedings between your Honour and those peoples our Ragiadoors made a report to us by ola. The under-interpreter was afterwards sent to Tripontarre, and because Coenje Oenij Jambaan was at Chottanicarre, the under-interpreter went thither and spoke with the Jambaan about many matters. After the departure of the interpreter some people came from there who made this from Cochim, written to the Right Honourable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received the 11th August 1770: known to us, whereupon we had sent our people thither to inquire thereinto, who brought us a report of everything that had been negotiated between the Jambaan and the interpreter. These Jambaans and the interpreter, setting aside all the loyalty and respect which they owed to the Honourable Company and to us, have committed many improprieties and damages against us. To avert that blow, we and previous rulers had to exert much effort and labour, as your Honour, if it pleases, will be able to learn from the people who were here at this place at that time. And upon the arrival of your Honour here on the Coast, we did not fail to give your Honour notice thereof, and to request a letter in that regard. The matter standing in this state, the under-interpreter was sent to the Jambaan to speak about many matters, which we cannot believe occurred with your Honour's prior knowledge. However, whether it was by your Honour's order, or that he made that journey on his own private account, we are not apprehensive thereabout, but leave the righteousness of our cause to the providence of the Almighty, and we firmly believe that the same will make some impression upon the mind of your Honour, for which reason we write of this matter in this manner to your Honour. Also we have

Dutch transcription

„heeden op terigten, en teffens onder Expresse last den relatants voorzaat verbooden, van niets te zullen betaelen aan den koning, den Joodskoop„ „man Ezechiel Rhabbij, daar tijding van krij„ „gende, sprak den relatants voorzaat in der minne aan, met verzoek, om zoo hand tegen den koning niet teblijven aanhouden: als zijnde een geringheijd die alreeds ingevoerd, en door anderen meede koopman betaald word. daarom den relatants voorzaat ook zal dienen te doen welke voorslag en ver„ „zoek van Ezechiel Rhabbij, heeft den relatants voorzaat, en 't Eerst niet willen aanhooren maar op laast, op groote debatten en gegeve verzeekering van gem: koopman, die ge„ „regtigheijd aan den koning opgebragt en bet=d mits dat denselven volgens gegeve belofte en verzeekering, den relatants voorzaat onverant„ „woordelijk zal moeten laaten, omtrent eenige navraeg die door de hooge overigheijd zal komen te doen. het geene hij aangenoomen had te be„ „zorgen; thien Jaaren daar naar, wierd door den Pallietter pretentie gemaakt, dat ider bombara voor hem ook 2½. rop:s (:buijten die van den koning :) zal moeten opbrengen, waaromtrent den relatants voorzaat groote„ „lijks teegen was: excepto voorm: oependra, die de Eerste persoon was, die alle nieuwig„ „heeden 361 „heeden teliet, sonder eenige beweeging daar omtrent temaken en den Pallietter siende, dat alle zijne vlijt die hij in het werk gesteld had, van geen nut was, sogte hij egter occagie, en nam soo lang waar, tot dat hij getroffen had, bij den E: E: agtb: heer toenmaligen Com„ „mandeur Corijn steevens, om „ door hem groo„ „telijks verlangde in uijtvoer te brengen nog„ „tans onder Conditie, dat door den strandwagter sal ingevordert, en aan den Paljetter over„ „gegeven worden. kort daar na, den paljetter bij den koning van Jrevancoor in arrest geraekt zijnde, wierd de aan hem toegelegde geregtigheijd, door den koning van Cochim getrokken. vervolgens den Paljetten weder op vrije voeten gesteld zijnde, wierd gaande weg voorm: geregtigheijd vergroot tot 9½. Rop:s voor den koning, en op nieuws 2½. rop: voor zig. maar de invordering gelijk voor„ „segt, door den strandwagter gedaan, en aan den Zaljetter overgegeven. dat ook niet lang gecontinueerd heeft, als tot de komst van den afgegaene heer Commandeur Cornelis Breckpot, in de Regeering, onder wiens bestier de volle magt, zoo van de in„ „vordering, als andersints, overgegaan is aan den dikgenoemde Paljetter. tot dus verre weet den Relatant, omtrend de nieuwe thollen . thollen van Mattancherij, raakende de Bombarassen in waarheijd te bekennen, als sijnde een saek, die den Relatant met zijn voorzaat tesaamen gesien, en bijgewoond hebben. hebbe De Eere intussen met de diepste Eerbied en hooge Agting te zijn /:onderstond:) wel Edele groot Agtb: wel gebiedende Heer uwel Edele groot Agtb: gants onderdanige, zeer Nedrige en gehoorzamen dienaar /ongete: 9ber: 1770. Nagezien D d: Poolvliet /in margine:/ Cochim Den No: 10: 362 Translaat ola door den koning (:den 3:' aug:o :) Den 22:' deser (M: s:/ zijn wij inde stad geweest, en hebben met uwel Ed:e agtb: gesprooken; als wanneer uwel Ed:e agtb: ons gesegt hadde, dat wij twee van onse Ragiadoors inde stad souden senden om over de zaken tespreeken, Jngevolge van dien hebben wij twee onser Ragiadoors na de stad gesonden, maar toen waren de kooplieden daar niet verscheenen, waaromme uwel Ed agtb g'or„ „donneert hadde, dat zij souden terug gaan, en bij aankomst vande Cooplieden gewaarschouwt zouden worden om binnen tekomen, op Donderdag zijn zij wederom binnen geroepen, alwaarko„ „mende waren de benjanen, Canarijns ende Jooden aldaar vergadert, en van het verhandelde tussen vwel Edele agtb: en die volkeren hebben onse Ragiadoors ons rapport gedaan bij ola. Den onder„ „tolk is naderhand na Tripontarre gesonden en dewijl Coenje oenij Jambaan zig op Chotta„ „nicarre bevond, is den ondertolk daarna toe gegaan, en heeft met den Jambaan gesproo„ „ken over veele zaaken, naar het vertrek van den tolk quam daarvan dan eenig volk, die ons van Cochim, aan den wel Edele Agtb: Heer Gouverneur en Directeur Christi„ „aan Lodewijk senff gesch:, ontf: den 11:' aug:o 1770: zulx. zulx bekent maakte, waarop wij ons volk daar natoe gesonden hadden, omdaar na te Jnquireeren, die ons berigt gebragt hadde van alle het geene dat tussen den Jambaan en den tolk gebesoigneert was, dese Jambaans en den tolk hebben alle trouwe en agting die zij voor d' EComp: en ons verschuldigt waren ter zijde stellende, veele onbehoorlijkheeden, en schaade tegens ons gepleegt om die slag te weiren, hebben wij ende voorige ge„ „bieders veel moeijte en arbeijd moeten aanwende gelijk uwel Ed:e agtb: des behaagende zulx zal konnen verneemen vande menschen die te dier tijd hier ter plaatse geweest zijn, en bij het arrivement van vwel Ed:e agtb: hier ter Custe hebben wij niet geman„ „queert uwel Ed:e agtb: daar kennisse van te geeven, en dierwegen een brief te verzoeken, staande de zaak in desen staat, is den ondertolk naar den Jambaan gesonden om over veele zaaken te spreeken 't gunt wij niet gelooven konnen dat met uwel Ed=e agtb: voorkennisse is geschied, Egter soo het met uwel Ed:e agtb: ordre, dan wel dat hij uijt zijn particulier die reijse heeft gedaan, zijn wij daar over niet bedugt, maar laaten de regt „vaardigh:t van onze zaak aan de voorzienigh:d van den almogende, en wij gelooven vast dat deselve eenig indruk sal geven, op de gemoederen van uwel Ed:e agtb:, waaromme wij deze zaak dusdanig aan uwel Ed agtb schrijven. ook hebben wij

NL-HaNA_1.04.02_3326_0107 view scan ↗

English

363 We understand that on the occasion when the merchants and our Regidores were assembled there and, speaking of the antiquities and other matters, the Canarese Callaga had let some words slip from his mouth, he being a man who has committed great crimes, it is therefore not just that he is permitted to speak in the presence of Your Right Honourable and the whole assembly regarding matters that concern us and the Honourable Company. The friendship and alliance that was preserved between our ancestors and the Honourable Company, Your Right Honourable will easily be able to learn upon investigation, and whenever any disputes arose between us, the same were investigated and settled amicably, but we cannot comprehend the reason why these matters are treated in this manner. We were under the impression that Your Right Honourable, having heard the information of such a scoundrel, would confront it with that of honest people and draw from it that which was consistent with justice and equity. We made Your Right Honourable understand at the last conference in what manner the Honourable Company had protected us and put us in possession of the realm, expecting that Your Right Honourable would take that matter into mature consideration and leave us in possession of the same, in the very manner as we have always possessed it. Examined Ad: Poolvlies The previous rulers made some change in the possession of our lands, but when we demonstrated the legitimacy of our claim, we were reinstated in the same possession. Neither we nor our ancestors have ever caused any obstruction in the domains of the Honourable Company as was established in ancient times, nor taken the same for ourselves, of which the proofs and documents still reside among us, and whenever we have the fortune of meeting Your Right Honourable, we will show convincing proof of everything. We take God to witness that we have a just cause in mind, and hope that Your Right Honourable will be pleased to understand it in that very manner. Therefore, we very kindly request Your Right Honourable to read this ola with attention and to send us a comforting reply. Furthermore, our Regidor will make everything known to Your Right Honourable. Signed by His Highness. Below stood: for the translation, Cochin, date as above. Signed: S: V: Jongeren G. parsch No. 11. 364 Translation of an ola written by the King of Cochim to the Right Honourable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received on the 13th of August 1770. We have written an ola to Your Right Honourable containing many grievances, and sent the same via our Regidor to Your Right Honourable. Which, having been received by Your Right Honourable and while it was being read, some Canarese were called there who spoke certain matters to our detriment, and which our Regidores also had to listen to. On the occasion when we raised our grievances to Your Right Honourable, such things being spoken against us, it falls very hard upon us, and we can do nothing else in this regard than to take our refuge in God. We make a matter known to Your Right Honourable herewith in all sincerity, requesting that Your Right Honourable please grant a hearing to it, namely: that the Dutch Company, entering into a mutual friendship with our ancestors, made a contract to expel the enemies of our realm and to protect us, just as it has been maintained since the expulsion of the Portuguese and the capture of the city until now. However, in the administration of some Commandeurs, through Examined Adv: Poolvliek The previous rulers made some change in the possession of our lands, but when we demonstrated the legitimacy of our claim, we were reinstated in the same possession. Neither we nor our ancestors have ever caused any obstruction in the domains of the Honourable Company as was established in ancient times, nor taken the same for ourselves, of which the proofs and documents still reside among us, and whenever we have the fortune of meeting Your Right Honourable, we will show convincing proof of everything. We take God to witness that we have a just cause in mind, and hope that Your Right Honourable will be pleased to understand it in that very manner. Therefore, we very kindly request Your Right Honourable to read this ola with attention and to send us a comforting reply. Furthermore, our Regidor will make everything known to Your Right Honourable. Signed by His Highness. Below stood: for the translation, Cochin, date as above. Signed: S: V: Jongeren G: J No. 11. 364 Translation of an ola written by the King of Cochim to the Right Honourable Lord Governor and Director Christiaan Lodewijk Senff, received on the 13th of August 1770. We have written an ola to Your Right Honourable containing many grievances, and sent the same via our Regidor to Your Right Honourable. Which, having been received by Your Right Honourable and while it was being read, some Canarese were called there who spoke certain matters to our detriment, and which our Regidores also had to listen to. On the occasion when we raised our grievances to Your Right Honourable, such things being spoken against us, it falls very hard upon us, and we can do nothing else in this regard than to take our refuge in God. We make a matter known to Your Right Honourable herewith in all sincerity, requesting that Your Right Honourable please grant a hearing to it, namely: that the Dutch Company, entering into a mutual friendship with our ancestors, made a contract to expel the enemies of our realm and to protect us, just as it has been maintained since the expulsion of the Portuguese and the capture of the city until now. However, in the administration of some Commandeurs, through

Dutch transcription

363 wij verstaan dat bij gelegentheijd toen de Cooplieden en onse Ragiadoors aldaar vergadert waren, en over de oudheeden, en andere zaaken spreekende, den Can„ „narijn Callaga eenige woorden uijt de mond had laten vallen, hij is een man die groote misdaaden heeft begaan, dierhalven is het niet billijk dat hem gepermitteert word te spreeken in presentie van uwel Ed:e agtb: ende gantsch gemeente, inzaaken die ons en d' EComp: raaken: de inne en aliantie die tussen onse voorzaten end' EComp: geconserveert wierd zal uwel Ed:e agtb: bij ondersoek ligt konnen te „weeten krijgen, en wanneer tussen ons eenige ver„ „schillen ontstonden, wierden deselve inder minne ondersogt en afgedaan, maar wij konnen niet begrijpen de oorsaak waarom dese zaken op die wijse worden behandelt. wij waren indat begrip dat uwel Ed:e agtb: aangehoort hebbende de Jnformatie van soodanig een fielt, soude Confronteeren met die van Eerlijke Luijden en daar uijt neemen het geen met regt en de billijkheijd over een quam. wij hebben bij de laatste Conferentie vwel Ed:e agtb teverstaan ge„ „geven, op wat wijse d' EComp: ons had gepro„ „tegeert; en in het bezit van het Rijk gesteld, Jnverwagting dat uwel Ed:e agtb: die zaak in rijpe overweeging zoude nemen, en ons in de possessie van het selve laaten, indierselver voegen als wij altoos gepossideert hebben gehad; de Nagezien Ad: Poolvlies de voorige gebieders hebben eenige verandering ge„ „maakt inde possessie van onzelanden, maar wanneer wij de regtmatigheijd van onse pretensie aantoonden wierden wij wederom in deselfde pos„ „sessie gesteld. wij nog onze voorzaaten hebben nooijt eenige verhindering toegebragt inde Do „meinen van d' EComp: zodanig als het in oude tijden is vastgesteld, nog deselve naar ons geno„ „men, waar van de bewijzen en Documenten onder ons nog berusten, en wanneer wij eens het geluk hebben van uwel Ed:e agtb te ontmoeten zullen wij van alles overtuijgende blijken ver„ „toonen, wij neemen God tot getuijgen, dat wij een regtvaardige zaak voor hebben, en verhoopen dat uwel Ed:e agtb zulx in dierselver voegen sal gelieven te begrijpen, derhalven verzoeken wij vwel Ed:e agtb: seer vriendelijk dese ola met attentie te leesen, en ons een vertroostend ant„ woord te laten toekomen. wijders sal onse Ragiad:t uwel Ed: agtb: alles bekent maken. getek:d bij zijn Hoogh:t /:onderstond:/ voor de Trantlatie Cochin dato als /: gete:/ S: V: Jongeren G. parsch N„o. 11. 364 Translaat ola door den koning van Cochim geschreeven Aan den wel Edele Agtb: Heer Gouverneur en directeur Christiaan Lodewijk Senff, ontvangen den 13. ' Augustus 1770. Wij hebben een ola aan uwel Ed: Agtb: geschreeven behelsende veele beswaernissen, en dezelve per onze Ragiadoor aan uwelEd: agtb: gezonden, dewelke bij uwelEd: Agtb: ontvangen en bezig wezende teleesen, wier„ „den daar eenige Canarijns geroepen, die ten lasten van ons Eenige zaken hebben gesprooken, en dewelke onze Ragiadoors ook hebben moeten aanhooren; ter gelegentheijd wanneer wij onze beswaarnissen aan uwelEd: Agtb: opperden, alsulke dingen tegens ons wordende gesprooken, valt het ons zeer moeijelijk, en konnen daar omtrent niet anders doen, als ons toevlugt tot god teneemen, wij maaken vwel Ed: Agtb: bij deze in alle opregtheid een zaek bekent, met verzoek dat uwel Ed: Agtb: gehoor daar aan gelieve te verleenen: teweeten, dat de hollandse Comp: met onze voorsaten in een onderlinge vriendschap komende, een Contract is gemaekt om de vijanden van ons Rijk te verdrijven, en ons te beschermen, gelijk zeedert het verjagen der Portugeezen, en het Jnneemen van de stad tot nog toe soodanig is onderhouden geworden, dog in deregeering van sommige Commandeurs door P Nage zien Adv„: Poolvliek de voorige gebieders hebben eenige verandering g „maakt inde possessie van onze landen, ma„ wanneer wij de regtmatigheijd van onse pre„ aantoonden wierden wij wederom in deselfde p „sessie gesteld. wij nog onze voorzaaten hebben nooijt eenige verhindering toegebragt inde Do „meinen van d' EComp: zodanig als het in oud tijden is vastgesteld, nog deselve naar ons ge „men, waar van de bewijzen en Document onder ons nog berueften, en wanneer wij eene het geluk hebben van uwel Ed:e agtb te ontmoet zullen wij van alles overtuijgende blijken ve „toonen, wij neemen God tot getuijgen, dat w een regtvaardige zaak voor hebben, en verho dat uwel Ed:e agtb zulx in dierselven voegen s gelieven te begrijpen, derhalven verzoeken vwel Ed:e agtb: seer vriendelijk dese ola me attentie te leesen, en ons een vertroostend a woord te laten toekomen. wijders sal on Ragiad:s uwel Ed:e agtb: alles bekent make getek:d bij zijn Hoogh:t /:onderstond:/ voor de Jrans Cochin dato als /:get:/ S: V: Jongeren G: J N„o 11. 364 Translaat ola door den koning van Cochim geschreeven Aan den wel Edele Agtb: Heer Gouverneur en directeur Christiaan Lodewijk Senff, ontvangen den 13. ' Augustus 1770. Wij hebben een ola aan uwelEd: Agtb: geschreeven behelsende veele beswaernissen, en dezelve per onze Ragiadoor aan uwelEd: agtb: gezonden, dewelke bij uwelEd: Agtb: ontvangen en bezig wezende teleesen, wier„ „den daar eenige Canarijns geroepen, die ten lasten van ons Eenige zaken hebben gesprooken, en dewelke onze Ragiadoors ook hebben moeten aanhooren; ter gelegentheijd wanneer wij onze beswaarnissen aan uwelEd: Agtb: opperden, alsulke dingen tegens ons wordende gesprooken, valt het ons zeer moeijelijk„ en konnen daar omtrent niet anders doen, als ons toevlugt tot god teneemen, wij maaken vwel Ed: Agtb: bij deze in alle opregtheid een zaek bekent, met verzoek dat uwel Ed: Agtb: gehoor daar aan gelieve te verleenen: teweeten, dat de hollandse Comp: met onze voorsaten in een onderlinge vriendschap komende, een Contract is gemaekt om de vijanden van ons Rijk te verdrijven, en ons te beschermen, gelijk zeedert het verjagen der Portugeezen, en het Jnneemen van de stad tot nog toe soodanig is onderhouden geworden, dog in deregeering van sommige Commandeurs door

next →