Inventory 3326
Malabar · 596 pages · 109 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
paid a visit, on which occasion a gift valued at ƒ1564: 10:8 was given to him, which was actually done in order not to give that prince the idea that the giving of gifts always takes place on an equal footing, since the native is accustomed, when enjoying a favor or goodwill several times, to regard it as a custom and ultimately as a law, but solely to make His Highness understand that this is only done now as a token of goodwill, and depends solely on the generosity of the Honorable Company; indeed, as we have since been informed, His Highness was very well pleased with this gift, together with the friendly reception and the ordinary honors paid to him, so that concerning this visit there is nothing special to report. Only this merits some reflection: that, since the Paliath Achan, the king's first commander-in-chief, who was recently declared a rebel and had not yet humbled himself enough to be relieved of this so soon, did not come along, one of Travancore's emissaries ostensibly came along to accompany the king, undoubtedly out of curiosity about what would be negotiated, if not out of apprehension that the king might occasionally have allowed himself to be persuaded to grant one thing or another, proving that the King of Travancore takes no small interest in the matter. We have also observed that the militia which the king, according to custom, brought along for his retinue consisted of Nairs of Travancore, led by a Travancore officer. Formerly, when His Highness came to the city on such an occasion, he always brought a number of about 400 native warriors for his retinue and suite without previously asking permission for it, as something that was not strictly looked after; but on this occasion he expressly and very politely requested permission from the first signatory to bring 2 to 3 hundred men for his retinue, proving how His Highness is currently trying to conduct himself cautiously. Meanwhile, according to his promise, the King of Cochin will for now wait with the unsettled and in statu quo remaining dispute regarding the questionable territory until Your High Excellencies will have provided us with Your High Excellencies' further orders in this regard, or properly speaking, as His Highness calls it, exercise patience until the arrival of the first ship that is due to arrive from Batavia this year; while we in the meantime hear and decide the king's continuous and wearisome messages, usually concerning the residents on both sides, in such a way that we maintain what we must maintain, and the king meanwhile remains fairly satisfied with this. We also have the pleasure of informing Your High Excellencies that the King of Travancore maintains an amicable correspondence with us, whereby one seeks to have His Highness continue through exchange of letters, messages, and talks with his emissaries, which has also had the desired and fortunate result that His Highness, who has already received 100,000 Rupees on the new pepper delivery, has already delivered at Porca and Calicoilan a quantity of about ten hundred thousand pounds of pepper, and the further supply thereof still continues as much as the currently prevailing rainy monsoon permits, although to our regret we have not yet been able to settle the pepper account of last year, just as if His Highness, with some purpose in mind, seeks to drag this out until a certain time, to which he is nevertheless continually and vigorously urged, and has also given a promise that his emissary would come down on the 10th of this month, which time has since been postponed again by that emissary under the pretext of first having to carry out another commission for his master in passing, for which we are exceedingly longing, because although the king, through his pepper delivery, besides the 100,000 Rupees which he has already received, is credited on this delivery with 30,000 Rupees besides the toll and gift, and is thus not in bad standing, the settlement of last year's delivery is of extraordinary importance to us, because only then will one truly see how the debt of Attingal will be concluded. Furthermore, we hereby bring to the knowledge of Your High Excellencies that recently one Fredrik Hoever from Darmstadt, who deserted 3 years ago from Coilan to the English as a soldier, returned to Coilan of his own accord at the discretion of the Company, in the hope of receiving a pardon and being readmitted into service as a soldier, and having been sent here under arrest from there, testified that at Coilan, having wandered off a bit too far due to drink to return to his proper place in time, he did not dare to return for fear of a beating, and being pursued along the way by Travancore Nairs, he had then gone to Anjengo, over which he has since felt such remorse that from that time on he always kept coming back here in mind, but had postponed it each time out of fear, yet finally ventured it, adding that there are more deserters who would gladly return if they had hope of a pardon. Whereupon it was taken into consideration that by pardoning this man, the way would indeed be opened to recover more deserters, just as, apart from the assertion of this Fredrik Hoever, there is a rumor as if indeed several of our deserters are inclined to return, and that in the year 1759 a general pardon was indeed granted by Your High Excellencies, though only for one year, although subsequently extended twice for six months, so
Dutch transcription
562 visite aflegde, waar bij men toen een geschenk ter waarde van ƒ1564: 10:8: gegeven heeft het geen men eijgentlijk gedaan heeft, om dien vorst niet in het denkbeeld tebrengen, dat het geeven van geschenken altoos op een eguaalen voet geschied, alzo den inlander tog gewoon is, een gunst of genegentheid meermalen genie„ „tende, zulks als een gewoonte, en op het laatste als een wet aantemerken, maar om zijn Hoogh. t eenelijk tedoen begrijpen dat dit nu maar geschied, ten blijke van gene„ „gentheijd, en alleen dependeert van de Genereu„ „siteijt der EComp: trouwens zo als wij 't ze„ „dert g'informeerd zijn, was zijn Hoogh:t met dit geschenk /:gevoegd bij 't vriendelijk onthaal en't ordenaire eerbewijs, dat men schik; Hem aandeed :/ alzeer wel in zijn zo dat nopens deze visite niets bijzonders temelden valt; Eenelijk meriteerd eenige reflectie: dat (vermits de Paljetter 'skonings eerste veldoverste, die onlangs tot Rebel verklaard is en zig nog niet genoeg ver „needert had, om zo vroeg daar van ont„ heft tewerden, niet meede kwam, dus een van Jrevancoors zendelingen quans wijs tot gezelschap van den koning, meede quam, ongetwijffeld uijt nieuwsgierigheijd wat 'er verhandeld zoude worden zo niet in't bedug„ „tinge „tinge, dat de koning zig zomtijds tot het in „willigen van 't een of ander zoude hebben laaten overhaalen, ten bewijse, dat de koning van Jrevancoor zig niet weijnig aan de affaire laat gelegen leggen: Ook hebben wij Gerefeec„ „teerd, dat de Militie, die de koning tot zijn statie na usantie meede bragt, bestond uijt Nairos van Trevancoor, opgevoerd door een trevancoors officier: voordeezen als zijn Hoogh:t bij zo een gelegentheijd inde stad kwam bragt hij altoos een getal van omtrent 400: inlandse krijgers tot zijn statie en gevolg meede zonder daartoe alvoorens permissie te verzoeken, als iets daar niet nagezien wierd; dog bij deze gelegentheijd liet Hij wel speciaal en zeer beleefdelijk bij den eerstge„ „teekende permissie verzoeken om 2: â 3: hondert man, tot zijn statie temogen meede brengen; ten bewijze hoe zijn Hoogh. t zig tans tragt te menageeren. Intusschen Blijft de koning van Cochim volgens desselfs belofte met het onafgedaan en in statuquo gebleevene verschil nopens het questieus grond gebied voor als nog wagten tot uw Hoog Edelens ons met Hoogst derzelver nadere ordre ten dien belange zullen gemu„ „neerd hebben, of eijgendlijk, zo als zijn Hoogh:t dat noemd, patientie oeffenen tot de komste van 563 van het eerste schip dat dit Jaar van Batavia staat tekomen; terwijl wij intussen de geduurige en tot verveelens toe, voorvallende boodschappen van den koning, doorgaans over de wederzijdse inwoonders zodanig aan „hooren en beslissen, dat wij maintineeren het geen wij maintineeren moeten, en de ko„ „ning zig in tusschen daarmeede nog al ta „melijk tevreeden houd ook hebben wij het genoegen UW Hoog Edelens temogen bedeelen, dat de koning van Trevancoor met ons eene minsame Corres„ „pondentie onderhoud waarbij men zijn hoogh:t door brieve wisselinge, boodschappen en gesprekken met desselfs zendelingen, tragt„ „ten tedoen Continueeren, het geen dan ook van dat gewenscht en gelukkig gevolg is, dat zijn Hoogh:t die ook reeds op de nieuwe peper leverantie 100'000:- Ropias. ontfangen heeft, te Porca en Calicoilan reeds heeft laten leeveren een quantiteijt van omtrent tienmaal Hondert duijzend ponden Peper „met en „ den verderen aanbreng daar van zo veel bethans heerschende regen mousson toelaat, als nog continueerd, schoon wij tot ons leedweezen de peper reeck: van verleeden Jaar nog niet hebben kunnen ver effent krijgen even als of zijn Hoogh:t met we t met het een of ander oogmerk, zulks tot zeekeren tijd zoekt uijtterekken, waar toe Hij egter bij Continuatie kragtig aan„ „gezet word, en ook belofte gegeven heeft dat zijn zendeling den 10:' deezer zoude af„ „koomen, welke tijd, 'tzeedert door dien zendeling onder voorgeeven van empassant eerst nog een andere Commissie voor zijn meester temoeten verrigten, tot zo lange weder uijtgesteld is, waar na wij onge„ „meen verlangen, want schoon de koning door desselfs pper: leverantie behalven deropias 100'000:—. die Hij reeds heeft ontfangen. . op deeze leverantie behalven de tol en schenkagie Rop:s 30'000:- tegoed en dus niet te quaad staat, zolegd aan ons aan de afreekening vande verleden Jaarse leverantie ongemeen veel gelegen om dat men daarbij dan eerst regt zien zal hoe deschuld van Atinga Haar beslag zal hebben Wijders brengen wij bij deezen ter kennisse van Uw Hoog Edelens hoe deezer dagen eenen Fredrik Hoever van daamstad voor 3: Jaaren van Coilan als zoldaat nade Engelsen gedeserteerd, uijt zig zelven op de discreetie vande Comp:e, inhoope van pardon tezullen bekomen, en wederom als 564 als zoldaat in dienst g'admitteerd tewerden, te Coilan terug gekomen, mitsgaders van daar in arrest dit heen gezonden zijnde, betuijgd heeft, hoe hij te Coilan door den drank wat teverre afgedwaald zijnde, om weder in tijds op zijn behoorlijke plaats tekomen uijt vreese van slagen, niet durvende weder komen, en onder wege van Trevancoorse Nairos agterJaagd geworden, zig toen na Ansjenga begeven had, waar over Hij 't „zedert zodanigen berouw had dat hij van dien tijd af, altoos het weder dit heen komen in 't oog gehouden, dog telkens uijt vreese uijtgesteld, maar eijndelijk gewaagt heeft, met bijvoeginge dat 'er nog meer deser„ „terers zijn, die gaarne wilden weeder keeren, indien zij hoope op pardon hadden, waar op in aanmerkinge genomen is, dat door het pardonneeren van dezen, wel den weg zoude g'opend worden, om meer deserteurs terug te erlangen ,gelijk 'er buijten 't voor„ „geeven van dezen Fredrik Hoever een gerugtje loopt als of 'er in derdaad nog verscheijde van onse deserteurs genegen zijn terug te keeren dat 'er ook a:o 1759 wel een Generaal pardon door uw Hoog Edelens dog ook maar voor een Jaar verleend is, hoewel vervolgens nog tweemaal voor ses maanden verlengt, zo
English
so that we could not make use of it at present; that this Government thus does not consider itself authorized to grant a pardon of that nature, which depends solely on Your Right Honourables; that besides this, from a returned deserter in this garrison, where one is so close to our competitors and native princes, one has as much evil as good to expect from his tales and talk; indeed, that experience itself teaches that returned and pardoned deserters have now and then gone away for a second time, and have taken others with them; wherefore, considering that this Fredrik Hoever has nevertheless come over of his own accord and at the discretion of the Company, and possibly as a precursor of still more, we have in our meeting of the 22nd of this month thought fit to keep him under arrest, but in such manner to transport him at the first opportunity to Batavia at the disposal of Your Right Honourables, which is accordingly to take place at the first opportunity, in the hope of Your Right Honourables' favorable approval: Yet we humbly request Your Right Honourables to be pleased to grant us Your esteemed pleasure, whether we might act in the same manner upon the arrival of more runaways, as it is very apparent that several more are gladly inclined to return, especially if Your Right Honourables, as in A:o 1759 by secret letter of 19th November, were pleased to grant a general pardon for a certain specified time, and to have the same published by us here. Furthermore, we find ourselves obliged to bring to Your Right Honourables' notice how the Company's dwelling house of the last-signed suffered further cracks and out-bulgings on the night of the 25th of this month during a gust of wind, accompanied by a kind of cracking noise, and was found by commissioners specifically appointed for that purpose, namely the Equipagiemeester, the overseer of the Company's buildings, the overseer of the blacksmith's shop, the overseer of the ship carpentry yard, and a skilled house carpenter, as appears from the report transmitted herewith in authentic copy: thus the said dwelling was immediately shored up and propped, especially where it was most dangerous, from below and above, and also from inside and outside, which from the outside could not well have taken place without the street, through which precisely the most traffic on that side passes, being somewhat obstructed thereby, by which well-known mishap that house has now been brought into such decline that it will undoubtedly fetch much less at auction than it might previously have fetched; for the building experts declare to us in private that upon this closer inspection they foresee, not only that it will bulge out more and more daily in strong winds and penetrating rain, but also that whoever buys it would have to buy it solely for the ground and the demolition or the old materials, although they did not dare to make this known in their report, so that the last-signed must leave his dwelling, and is already busy moving into a separate house; And whereas Your Right Honourables were pleased to postpone Your highest disposal regarding this house, by separate letter of 25th September 1770, until the Lord Governor Senff had further elucidated Your Right Honourables concerning it, and this has since taken place in his separate treatise of 15th March last, we therefore hope that Your Right Honourables will be pleased at the first opportunity to furnish us with Your highest further orders in that regard, while in the meantime, to prevent collapses and accidents, we shall have that building propped up still further, which, when it is not inhabited, can be done more safely and better than otherwise. And for the rest, referring ourselves to the general letter now departing, we remain with that much, in reliance upon the continuation of Your Right Honourables' favor, with the utmost respect. Was subscribed: Right Honourable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lords, and Well-born Lords! Your Right Honourables' humble and obedient servants. Was signed: A:n Moens and D:d Kellij. In the margin: Cochim the 30th of June A:o 1771. Lower down: L: S: Just as this lay ready for dispatch, today, during the morning church service, without wind or rain of any importance, the perimeter wall of the back garden of the last-signed's dwelling collapsed completely for a length of 148 feet, falling straight into the Sloterdijk canal; and a moment thereafter the garden-bed wall of about the same length likewise fell completely down, being properly a small wall separating the vegetable garden beds on the water side, whereupon the same commissioners who had visited the house previously on the 25th, to whom for good measure was further added the head of the artillery, were sent thither, who inspected the one and the other, and on that occasion inspected the dwelling more closely for the second time, and made such a report thereof as is transmitted herewith in authentic copy, from which Your Right Honourables can
Dutch transcription
zo dat wij thans daarvan geen gebruijk konden maaken; dat deeze Regeeringe zig dus niet bevoegd kend, om een gratie van die natuur te verlee„ „nen, dewelke alleen van uw Hoog Edelens depen„ „deerd; dat men buijten des van een terug geko„ „mene deserteur in dit guarnisoen daar men zo digt bij onse Competiteuren en inlandse vorsten is, met zijne vertellinge en gepraats alzo veel kwaads, als goeds tewagten heeft; Ja dat zelfs de ondervindinge leerd, dat de terug gekomene en gepardonneerde descrteurs, nu en dan wel eens voorde tweedemaal weggegaan zijn, en andere meede genomen hebben; waarom wij dan uit aanmerkinge dat deese Fredrik Hoever egter van zelfs en op de discreetie van de Comp:e en mogelijk wel als een voorganger van nog meer overgeko„ „men is, in onze bij eenkomste van den 22:' deezer goedgevonden hebben, Item g'arresteerd telaaten, dog dusdanig bij eerste gelegentheijd ter dispositie van uw Hoog Edelens na Batavia te transporteeren, het geen dan ook bij eerste gelegentheijd staat te geschieden, in hoop van uw Hoog Edelens gunstige goedkeuringe: Egter verzoeken wij uw Hoog Edelens oot„ „moediglijk, derzelver g'eerd goedvinden temogen erlangen, of wij inzelvervoegen zoude mogen handelen bij overkomste van meer 565 meer weggelopene, alzo het zeer apparent is. dat nog verscheijde gaarne genegen zijn weder te komen, inzonderheijd, indien uw Hoog Edelens gelijk A:o 1759: bij secreete missive van den 19:' nov: een Generaal pardon voor een zeekere bepaalde tijd gelievden te ver„ „leenen en zulks door ons hier telaten pu„ „bliceeren. Nog vinden wij ons verpligt uw Hoog Edelens ter kennisse tebrengen, hoe het 'sComp:s woon„ „huijs van den laatst getekenden den 25:' deser in den Nagt bij een ruk- wind onder een zoort van gekraak, verdere scheuren en uijtwijkin„ „gen bekomen heeft en door daar toe expresse gecommitteerdens namentlijk de Equipagie„ „meester, de opziender van 's Comp:s gebouwen de opziender vande smits winkel, de op„ „ziender van de scheepstimmerwerf en een kundig Huistimmerman, zodanig be„ „vonden is, als bij het hiernevens in Copia authenticq overgaand Rapport blijkt: dus is gem: wooning ten eersten, inzonderheijd waar het gevaarlijkst was, van onder en boven item van binnen en buijten onder„ „schraagd en gestut, het geen van buijten niet wel anders heeft kunnen geschieden, of de straat, waardoor Juijst de meeste passagie aan die kant is, is daar door wat belemmerd belemmerd geworden, door welk bekend toeval dat Huijs nu zo zeer in declin gebragt is, dat het bij vendutie ongetwijffeld veel minder rendeeren zal, als het mogelijk bevoorens zoude gerendeerd hebben; want de bouwkun„ „digen betuijgen ons in 't particulier dat zij bij deeze nadere beschouwinge vooruijt zien, niet alleen dat het zelve dagelijks bij sterke wind en inslaan van regeen meer en meer zal uijtwijken, maar ook dat de geen, die het koopt, het zelve eenelijk voor de grond en het afbreeken of de oude materialen zoude moeten koopen, schoon zij Juijst bij Hun Rapport zulks niet heb¬ „ben durven bekend stellen, zodat de laatst„ „getekende zijne wooninge moet verlaaten, en reeds bezig is om in een appart huijs tetrekken; En dewijl uw Hoog Edelens Hoogst der zelver dispozitie nopens dit Huijs, bij apparte briev van den 25:' 7ber: 1770: hebben gelieven uijtte stellen, tot dat den Heer Gouverneur sent uw Hoog Edelens nader daar omtrent g'elucideert had. en zulks 'tzedert bij desselfs aparte verhandelinge van den 15: Maart J:o leeden geschied is, zo hoopen wij, dat uw Hoog Edelens bij eerste gelegentheijd ons met Hoogst derzelver nadere ordre ten dien belange zullen gelieven te munieeren, terwijl wij intussen 566 intussen ter voorkominge van instooten en ongelukken, dat gebouw nog nader zullen laaten stutten, het geen, wanneer het niet be„ „woond word, geruster en beter geschieden kan, als anders. En voor't overige ons aande thans afgaande gemeene missive gedragende, zo blijven wij net dat veel, in vertrouwen op de Continuatie van uw Hoog Edelens gunste met de uijtterste eerbied. /:onderstond:/ Hoog Edele, Groot Agtbaare, wijd gebiedende Heere, en wel Edele Heeren! uw Hoog Edelens onderdaa„ „nige en gehoorzame dienaaren /:was getek:t/ A:n Moens en D:d kellij /:in margine:/ Cochim den 30:' Junij A:o 1771: /:lager:/ L: S: zo als dezen ter verzendinge klaar lag, stort heden de ring muur van de agtertuin des laatst getek:s wooning, 's morgens onder de kerktijd, zonder wind of regen van belang ten eenemaal in, ter lengte van 148: voeten, vallende vlak in de gragt sloterdijk; en een ogenblik daar na vald de perk-muur omtrent van dezelvde lengte, insgelijks ten eenemaal om verre, zijnde eijgentlijk een muurtje dat de perken van de moestuijn aan de water kant afgezondert, waarop dezelvde gecommitteerdens, die het huijs den 25:' bevoorens gevi„ „siteerd hadden, waarbij ten overvloede nog gevoegd is, het Hoofd der artillerij daarna toe gezonden zijn, die het een en ander, en bij die gelegentheid voor de tweede„ „maal de wooninge nog eens nader bezigtigt, mitsgaders zodanigen Rapport daarvan gedaan hebben, als hiernevens in Copia authenticq overgaat, waaruijt uw Hoog Edelens kunnen
English
Examined A V: Boolvuek can see how wretched that dwelling is situated; thus the last signatory now does not dare to remain in it for a single moment: we must shudder with fear at every heavy rain and hard wind, which rage fiercely here at this time, for truly the Company's buildings, some more and others less, are somewhat neglected due to lack of repair, at least in poor condition, the detrimental consequences of which finally come to show themselves in such a manner: we are pleased that we have taken in hand the one, or rather the worst powder house, as well as the ammunition house before the bad monsoon; for otherwise those buildings would likely have run into danger as well: we promise, however, Your High Nobilities to keep an eye on everything with all frugality and prudence, and to prevent whatever might run into further danger with small remedies, as much as is in our power. On this occasion we recall how the jail, or the jailer's house, which is still rather large, is also very bad: few criminal detentions occur here, and besides that, we would see an opportunity to appropriate one or two solid and secure rooms in or near one or another Company's building with little expense: we take the respectful liberty therefore to propose herewith to Your High Nobilities to be allowed to sell the aforementioned jailer's house for the going price, and as aforementioned in its place, to appropriate one or two other of the Company's rooms for that purpose with little expense. agrees H Schutt Secretary 567 Secret Resolution Taken in the Council of Malabar at the City of Cochin on Monday evening the 22nd of July 1772 All Present. The Honorable Worshipful Lord Commander and Supreme Ruler Adriaan Moens. Lord Senior Merchant, Secunde and Chief Administrator, David Rellij Lord Major and Head of the Militia Ian Hendrik Medeler. Merchant and Fiscal Reinier van Harn Junior Merchant and Warehouse Master Samuel Constantin Saffin Junior Merchant Johannes Bartholomeus van der Grijp Junior Merchant and Cashier Ian Lambertus Van Spall Junior Merchant and Secretary of the Council of Policy Abraham Rudolf Schutz Provisional Junior Merchant and Pay-ledger Keeper Coenraad George Seijffer The Lord Commander having expressly called this meeting this evening to speak with the Honorable members about what he had discussed today with the Envoys of the King of Travancore regarding the old Attingal debt, in order, if it were possible, to finally see an end to that delicate and entangled affair, made known to the assembly How he had already for some time past, through private messages and other channels, urged His Travancore Highness in the most friendly and powerful manner to settle the old Attingal debt, which has now lasted for so many years, and concerning which one continually, due to a lack of authentic proofs, always had to bicker, without anything coming of it; How he had seriously taken in hand precisely this article as the first of his duties, because an incoming Commander generally still has somewhat more influence than afterwards, when the novelty of a new Commander imperceptibly fades away. How he, having noticed that His Highness somewhat flattered the Commander at the beginning of his administration, and also gladly wanted to have the reputation of bearing a special affection for the Commander, had especially availed himself of that occasion, and had therefore even declared that the settlement of that affair would be the foundation of harmony, How on the 22nd of April last, speaking among other things about that same affair with Coomara Poela, and on that occasion strongly insisting again on the settlement thereof, Coomara Poela then assured the Commander in confidence, in the name of His Highness, that His Highness previously had indeed made pretexts in this matter of having paid, but nevertheless had not paid the debt, but would now settle it, provided it be in ten years, and thus in ten installments; How he, although already foreseeing then that such was only flattery, and when it came to the point, would give all kinds of difficulties, nevertheless acted as if he firmly relied on it and as if he had already communicated that promise to Batavia positively and as a firm truth; How he has since received assurance from His Highness himself by express letter that the old debt would be settled, and that Coomara Poela would come down, both to that end and to settle the pepper account of last year; How, however, that pepper account remained unconfronted and Coomara Poela continually stayed behind, whereas that pepper account otherwise usually ought to have been settled after the conclusion of the previous year's delivery; How the Commander, however, had continued to insist upon it, until finally, these past days, His Highness's First Minister of State came down, together with Coomara Poela and the ordinary account-clerks, bringing along such a letter as is inserted below: Translation of a Malabar Letter written by the King of Travancore to the Honorable Worshipful Lord Commander.
Dutch transcription
Nagezien A V: Boolvuek kunnen zien, hoe elendig die wooninge gesteld is; dus de laatstgetekende 'er nu ook geen ogenblik in blijven durfd: wij moeten bij naschrikken bij ijdere swaare reegen, en harde wind, die hier in dezen tijd hevig woeden, want waarlijk 'sComp:s gebouwen de eene meer en de andere min, zijn door gebrek aan reparatie wat verwaarloofd, ten minsten slegt gesteld, waarvan de nadeelige gevolgen eijndelijk op diergelijke wijze zig komen te vertoonen:, wij zijn verblijd, dat wij het eene of eijgentlijk het slegtste kruijthuijs benevens het ammonitie huijs voor de quade mousson nog onderhanden genomen hebben; want anders hadden die gebouwen denkelijk ook gevaar geloopen: wij belooven egter uw Hoog Edelens met alle zuijnigheijd en voorzigheijd het oog op het een en ander te zullen houden, en het geen verder gevaar mogt loopen, met hulpmiddeltjes, voorte komen, zo veel in ons vermoogen is. Bij deze gelegentheid herinneren wij ons hoe de boeien, of het cipiers Huijs, dat nog al tamelijk groot is, ook zeer slegt is: Hier vallen wijnige Crimineele de„ „tenties voor, en buijten des, zouden wij wel kans zien, om een of twee hegte en verzekerde vertrekken, in of bij 't een of ander 'sComp:s gebouw met wijnig kosten te appro„ „prieeren: wij gebruijken de eerbiedige vrijheijd vwHoog Edelens dus bij deezen voortedragen om voorsz: cipiers Huijs voor het geldende temogen verkoopen, en als voorsz: in dies plaats, een of twee andere van 'sComp:s vertrekken met weijnig kosten daar toe te approprieeren. accordeert H Schutt Secret:s 567 Secreete Resolutie Genomen in Rade Van Mallabaar ter Steede Cochim op Maandags 'S'avonds den 22:' Julij 1772 Alle Present. Den Edelen Agtb Heer Command en oppergebieder Adriaan Mloens. „ Heer opperkoopm: secunde en hoofd administrateur, David Rellij „Heer Majoor en hoofd der Militie Ian Hendrik Medeler. Reinier van Harn „ Koopman en fiscaal „onderkoop: en pakhuijs meester Samuel Constantin Saffin Johannes Bartholomeus van der Grijp „ Onderkoopman onderkoopman en Cassier Ian Lambertus Van Spall „ Onderkoopman en se C:s van politio Abraham Rudolf Schutz „P„o onderkoopman en Soledij Boekihouder Coenraad George Seijffer De heer Commandeur deeze bij een komste heeden Avond expres hebbende laaten be„ leggen, om met de E: leeden te spreeken, over het geen hij heeden met de Zendelingen van den Koning van Ikevan Coor verhandilt had de dufd: e slegtste groot ntelen - haer, noopens de ouder Attingse schuld, om waare het mogelijk Een maal een einde aan die netelige en verwaarde affaire te zien, gaf de vergadering te kennen Hoc hij nu al eenigen tijd geen Leeden bij zijn Prevancoorse hoogheid door particuliere boodschappen en andere Canaalen, op de Vrien delijkste en kragtigste wijse aangehouden had, op de afdoeninge, van de oude Attingse schuld, die nu al zoo lange Jaaren Geduurt, en waar over men bij Continuatie, mits ge brek, van echte bewijzen altoos heeft moeten Kathaezen, zonder dat er iets van Gekomen is; Hoe hij Juist dit articul, als het eerste van zijne beezigheid ernstig onder handen genomen had, om dat een aankomende Com„ mandeur doorgaans, nog wel wat meer influentie heeft, als naderhand, wanneer het nieuwtje van een nieuw Commandeur ongevoelig vergaat. Hoe hij gemerkt hebbende, dat zijn hoogh=t den Commandeur inden aanvang van zyn bestier, wat slatteerde, en ook gaarn de naam wilde hebben, den Commandeur eene 568 eene bijzondere Genegentheid toe te dragen stich van die occasie voor al bediend, en daarom zelfs Gedeclareert had, dat het afdoen dier affaire de Grondslag van de harmonie zoude zijn, Hoe hij den 22: april J=o leeden met Coema na poela, onder andere ook over die zelfde affaire spreekende en bij die gelegentheid F op de afdoening daar van weder sterk Coemara poela toen den Comman staande, deur in vertrouwen, uijt naam van zijn hoogheijd betuigde, dat zijn hoogh=t be„ voorens wel uijtvlugten ten deezen ge„ maakt had, van betaalt te hebben, doch echter de schuld niet betaalt had, maar nu afdoen zoude, mids in thien Jaaren, en dus in Thien termeinen Hoe hij schoon toen al vooruitziende dat zulx maar vleijerije Was, en het er eens toekomende, allealie haaken en oogen geeven zoude zich echter daar na geliet, als of hij daar vast staat opmaakte en als of hij die belofte positiet en als een vaste waarheid reeds na Batavia bedeelt had hoe ien Hoe hij 't zeedert van zijn hoogheijt zelfs bij expresse Brief verzeekeringe gekreegen heeft, dat de oude schuld zoude veressend worden, en dat Coemara Poela, zoo wel tot dat einde, als om de verleeden Jaarse peeper reekening te vereffenen, afkomen zoude Hoe echter die peper Reek: ongeconfron „teert en Coemarapoela bij Continuatie achter gebleeven is, daar die peeper leeck anders ordinair na het afloopen der voor„ „jarige leverantie had dienen veressent te zijn geworden Hoe de Commandeur echter daar op had blijven aandringen, tot dat eindelijk, dee „zer dagen zijn hoogh=ds Eerste staats mi nister afgekomen is, nevens Coemarr poela ende ordinaire reek: schrijvers meede brengende, zoodanigen Brief als hier onder g'Jnsereert is; Translaat Mallabaarse Brief door den Koning van Trevancoor. geschreeven aan den Wel Edele Achtb: Heer Do Commandr.
English
We have received, read, and understood the contents of Your Right Honourable's letter, wherein we saw that we were in arrears to the Honourable Company for some money regarding the debt of Attinga, and that we were to raise and pay that amount within the space of ten years. Having considered this point, we understood that this debt supposedly arose from the robbery committed in former times upon the vessels of the Honourable Company, as well as the spoliation committed at the residency of Tengapatnam, according to the list sent to us at that time. Reflecting upon this, we cannot properly fathom that the ministers of the realm would have made themselves guilty thereof. However, the lords commandeurs who governed the city of Cochin at that time having knowledge thereof, that point was laid down in the concluded contract, with the addition that said debt was to be settled and liquidated according to the verdict of impartial people. Concerning the debt of the Cottatlese merchants, we have summoned them before us, and upon being questioned, they testified that this debt had been paid. Therefore, we are now sending the aforementioned merchants thither to liquidate that account, and upon their arrival there and upon confrontation of the account, should they still remain in arrears for any monies, we shall have a proper satisfaction given by the aforementioned merchants. Concerning what we still owe on the captured cannon and the mortars, the account and the granted receipts thereof are still in existence, and they are now remitted thither into the hands of our Patere Oenij Balia Sarwadi Caria Caren and Coemara Poela Sarwadi Caria Caren and the account-writers, in order to settle that debt finally, with the request that Your Right Honourable, upon their arrival there, please hear their commission and dispose of these matters without causing any damage or prejudice to us, and communicate to us in writing how much money we owe to the Honourable Company at the close of that debt account, whereupon we shall write to Your Right Honourable in what manner the settlement of the same might take place. The pepper account for the year 1770 shall now also be closed, but on the delivery of the year 1771, we request that 1,000 pieces of muskets with bayonets might be sent to us according to the price stated in the contract, together with 5 pieces of copper drums under proper receipt of Ananda Malen, written by Balia Melecetta Canaka Ananda Peroemaal in the year 946 on the 9th of the month of Medonam or the year 1771 on the 19th of June and signed by His Highness. Below stood: For the translation, Cochin, dated as above. Was signed: S. v. Jongeren, Sworn Translator. Commandeur Adriaan Moens, received the 13th of July 1771. How the Commandeur, although that letter again resembled the old tune—namely, demanding authentic proofs, all kinds of evasions, and no settlement—had nevertheless secretly learned that they had more authorization than appeared from the letter, specifically not to trouble the Commandeur, but to cause him to continue in good confidence toward His Highness, and even to satisfy him with some cash payment, but if that should not succeed, to keep the matter amicably yet lingering under pretext of treating further thereof the coming year. How he, having therefore dared to stand somewhat firmer on his ground than usual, had earnestly conferred and dealt therewith with the Travancore envoys today the entire day from nine o'clock in the morning until five o'clock in the afternoon, consisting essentially in this: That the envoys, although still having wished to pretend that the debt was paid, or at least that very much had been satisfied in proportion to the unauthenticity of the debt, nevertheless broke down and confessed that His Highness has paid only on the captured artillery, and not on the Attinga debt. That they, nevertheless, with respect to the remaining debt on the captured artillery, quite earnestly debated and demonstrated that the same is not as large as we state, because we calculated the pepper which His Highness had delivered at Quilon in reduction of that debt at 55 rupees and not at 65 rupees per 500 lb, and besides that His Highness had not been granted the duty of 4 gold Rajahs of 15 2/5 stuivers each on every candy, as His Highness enjoys on all the pepper delivered by the Company. That the Commandeur, however, diverted them from that and thereupon spoke with them in detail regarding the remaining three items, which actually constitute the old debt according to our following calculation: Memorandum demonstrating the debt of the Queen of Attinga and the captured cannon by the King of Travancore, together with what has been paid thereon and what still remains due. The debt of Attinga, consisting of diverse goods robbed by her from diverse Company vessels: Rupees 12,778. The debts of diverse merchants: Rupees 5,940 39/40. What was robbed from the factory of Tengapatnam: Rupees 4,405 1/40. Rupees: 23,123 19/32. Carried forward.
Dutch transcription
569 VWel Edele Achtb: Brief hebben wij ont „fangen geleesen enden Jnhoud verstaen „waare bij wij Laagen dat wij aan de „ EComp: Eenige geld weegens de schuld van „ Attinga ten agteren stonden, en dat wij dat „ bedragen Binnen de tijd van thien Jaaren „zoude opbrengen en betaalen welk po„ „inckt bij ons overwoogen zijnde, verstonden „ wij dat die schuld zoude gesprooten zijn „ uijt de gepleegde Roverije in oude tijden „aan de vaartuijgen van d EComp:s Item „ de spolie gepleegd aan de Residentie van „ Jengapatnam, volgens de leijfte aan ons „toen maals Gesonden, waar over onse „gedagten laatende gaan, konnen wij niet „wel penetreeren dat de ministers van ƒ p „ het Rijk zig daar aan zoude schuldig „ gemaakt hebben, egter de heeren Comman„ „deurs die te dien tijd de stad Cochim ge„ „regeert hebben daar van Kinnisse heb„ 7 „bende, is dat poinct bij het Gemaakt Commandeur Adriaan Moens ontfangen den 13. ' Julij 1771. Con lfs ls Contract ter neder gesteld, met bijvoeging dat die schuld volgens de uijtspraak van partijdige lieden te verefsenen en te liquideeren, betreffende de schuld van Cottatlese Kooplieden, hebben Wij deselve bij ons laten op ontbieden de„ welke afgevragt zijnde betuijgden zij dat die schuld betaald zoude zijn, dier„ „halven senden wij gem: Kooplieden thans naar derwaards om die Reeke„ ning te lequideeren, bij welkers komste aldaar en bij de Confrontatie van de reekening deselve nog Eenige pennin„ „gen ten agteren gebleeven zijnde, zullen wij door gem: Kooplieden Een behoorlijke voldoening laten geven, wegens het geen wij nog ten agteren staan op het ver overd Canon, en de Mortieren daar van zijnde reekening ende verleende Qui„ „tantien nog in weesen, en dewelke tans naar derwaards geremitteerd wer„ „den inhanden van onsen patere oenij Balia Sarwadi Caria Caren, en Coemara Poela Parwadi Caria Caren 570 „caren, ende Reekenings schrijvers om die schuld finaal aftedoen, met versoek dat Vwel Edele agtb: deselve met haar komste aldaar Gelieve haare Commissie aantehooren, en die zaaken zonder Eenige schade of nadeel aan ons toetebrengen uijt de Wereld te helpen, en ons bij geschrift te Commu„ niceeren hoe veel geld wij aan de EComp per slot van die schuld Reekening ten agteren staan, wanneer wij aan Vwel Ed„ agtb: schrijven zullen, op wat wijze de verEffening van deselve zoude konnen geschieden, de peper reekening anno 1770- zal thans ook afgeslooten werden, dog op de leverantie van Ao 1771. versoeken wij dat aan ons 1000. p=s geweeren met Bajonets volgens de prijs bekent staande bij het Contract mogte werden, gesonden, met ende benevens 5: — p=s Kopere trommels onder behoorlijke quitantie van Ananda Malen geschree„ „ven bij Balia Melecetta Canaka Anan„ Ja peroemaal des Jaars 946 — den 9 van g ng huld. wer¬ i van de maand Medonam ofte Ao 1776 den 19 Junij en geteekend bij zijn Hoog heid /onderstond/ voor de Translatie Cochim dato als boven. /was geteekend S: v: Iongeren gesw: Translateur. Hoe de Commandeur schoon die Brief weder na het oude damtje geleek, nament „lijk praetensie van echte bewijzen, allerlei uijtvlucten, en geene afdoeninge echter hei melijk te weeten was gekomen dat zij meer qualificatie hadden als wel bij de Brief bleeck en wel om de Commandeur niet moejenlijk te maaken, maar hem in een goed vertrouwen op zijn hoogh„d te doen Continueeren, en zelfs met eenige Contan„ te betaalinge tevreeden te stellen, dog als dat niet lukken wilde, de zaak dan weder in't vriendelijke maar sleepende te houden, onder praetext van aanstaande Jaar daar nader Over te zullen handelen; Hoe hij daardoor wat sterken als anders, op zijn stuk hebbende durven staan, met de Trevancoonse zendelingen mi heeden den geheelen dag van s morgens ten 571 ten negen uuren, tot inde middag, ten vij uuren, daar over ernstig geconfereert en gehandelt had, hoefdzakelijk hier in bestaande Dat de Zendelingen, schoon als nog heb„ bende willen voorgeeven dat de schuld be„ „taalt, ten minsten dat er zeer veel na maate van de oneektheid der schuld, op voldaan was, echter door de mande gevallen zijn, en bekend hebben, dat zijn hoogheijd alleen, maar op 'T verovert derwamt Geschut en niet op de Attingse schuld be taalt heeft. Dat zij des niet temin, met betrekkinge tot de Restant schuld op 't verovert Geschut al vrij ernstig gepoincteert en aan gethoond hebben dat dezelve zoo groot niet is, als wij opgeeven, om dat Wij de peper welke „zijn hoogheijd in afkortinge van die schuld te Coilang gelevert had tegen Rop:s 55: - en niet tegen kop= 65. de 500:— lb: bereekend, en daar bij ook zijn hoog „goed hijd niet oens tegedaan hebbende Thol van 4. Goude Ragias van 15 /25 stuijvers ieder ent meer t n tan„ als de ; gens lei ieder, op ieder Candijl, Gelijk zijn hoogheijd op al de peper die geleevert word van de Comp: geniet; Dat de Commandeur hun daar van echter Gediverteert, en daar op met hun omstandig gesprooken had, nopens de overige drie posten, dewelke eijgentlijk de oude schuld uijtmaaken volgens onze ondervolgende bereekeninge Memorie Waar Bij aan „gethoond word de Schuld van de Koninginne van Altinga en het veroverde Canon door den Koning Van Trevancoor mitsgaders. Wat daar op betaalt; en nog te quaad blijven De Schuld van Attinga, Bestaande in diverse goederen uijt Diverse Comp:s vaar tuijgen door haar Geroofd Ro/as 12778 — de Schulden van diverse - „ 5940. 39/0. Kooplieden Het geroofde uijt de Logie „ 4405 1/40 van Jengapatnam R: a„ 23123 19/32 Die Transporteere -:
English
Brought forward Rupees 23123: 39/48. The captured cannon and mountings by the King of Travancore amounts to Rupees 28014. 15/48. Total: Rupees 51138. 3/48. Paid thereon: In pepper 123079 lb - - Rupees 13553 3/48. In cash: 6600. - - Total paid: Rupees 20153. 5/48. Remaining unpaid: Rupees 30985. 7/48. Cochin, the 26th of February in the year 1761. Below was written: Agrees with the trade books. Signed, Pieter Isaaksz. That the envoys concerning this matter continuously demanded absolutely better and other proofs for the authenticity of our claim, and failing that, finally refused to pay, saying openly that we could not demonstrate that they owed this sum, that His Highness had also not bound himself to that sum which we demand, but only in general terms, and that if we had been able to prove the extent of our claim, we would certainly have specified that sum in the contract. That the Commander, however, during and under these debates, sought to make his way through these obstacles, at times through seriousness and at times through earnest insistence, persisting therein or desisting therefrom according as he saw that he gained ground. That they finally having proposed an accommodation or agreement, the Commander stipulated in advance as a sine qua non condition a formal acknowledgment that the remaining debt on the captured artillery amounted to Rupees 7861½, and a promise to pay the same first and beforehand without being permitted to back out of it again; That he wished to stipulate precisely this in advance because there then seemed to be a greater likelihood of bringing them to settle the remainder, once they effectively had to hand over that amount anyway. That, encountering the greatest resistance therein, he then declared that in case they were unwilling to come to terms, he would then place the entire debt on the pepper account of the past year, in such manner as was known to the assembly that the said account was already effectively burdened with it by the resolution of the first of March last, at which they were so much alarmed and terrified that one had great trouble soothing them, over which a rather serious debate had taken place, and indeed such that if one had not talked it over and brought it onto something else, they would have departed with the declaration that His Highness would now never want to hear of that debt again, much less satisfy anything of it. That storm having blown over, the Commander had nevertheless brought them so far that they then undertook to satisfy the aforesaid debt of the sum of Rupees 7861½ first and above all: That thereupon, after lengthy debates and petty haggling and bargaining, they had finally arrived at the ultimatum of their commission, and had offered half of the entire debt of Rupees 30985. 3/48, namely Rupees 15492 239/48, and thus including therein the Rupees 7861½ of the captured artillery; How the Commander, holding fast to the preliminary of Rupees 7861½, absolutely would not hear of that item being mixed again with the other; How they, however, showed sufficiently from everything that they had no further commission, yet wishing so gladly to settle the matter, at last requested to be allowed to consider it once more, and to return at another time. That on leaving, they then in a most friendly and polite manner requested on behalf of the Paliath Achan that his rebellion might still be pardoned, with special assurances that they did not request this on the grounds of having any imagined right thereto, but solely as a private request, which the Commander could refuse or grant, though in the latter case it would do His Highness a particular pleasure. That he, hoping thereby also to bring about something more or less in relation to this settlement, did not actually refuse this, but only postponed his decision thereon until they should have reached an understanding regarding the disputed debt. That they having departed therewith this afternoon, the Commander had just now been informed privately and with certainty that the envoys had resolved to write to His Highness about the outcome of their commission and the Commander's stubbornness, and to ask for authorization to grant, besides the previously agreed debt on the captured artillery, the full half of the remaining disputed debt of Rupees 23123 39/48; but that the Paliath Achan, being with them, had stepped in uncommonly and persuaded the envoys in the strongest manner to accede to this on their own initiative, and to pay the one as well as the other de facto in cash, with the promise that in case of disapproval thereof by His Highness, he would vouch for it and, if necessary, reimburse the excess paid out of his private purse; and that the Paliath Achan had managed to push and press it so far that they would have this offer made the following morning, in continuation of which the Commander further made known: How he would long since have submitted the request of the Paliath Achan to the assembly if only his request had been accompanied by a confession of guilt, or at least by silence regarding his innocence, because whenever one has to negotiate with the King of Cochin on one or another matter of importance, His Highness does nothing without his advice, and the Paliath Achan thus has a hand in everything, which only causes lingering and delay; How the King of Travancore The Commander
Dutch transcription
572 P„r Transport Ro/as 23123: 19/18. het veroverde Canon en Montieren door den Koning van Juevancoor 30 „ 28014. 15/48. bedraagt Ro/as 51138. 3/48. Daar op Betaald aan Peper 123079. lb - - Ro/as 13553 3/48. 6600. — Contant „20153. 5/48. - R: o/a s 30986. 7/48. Nog te quaad Blijft. - Jap Cochim den 26. Februarij Ao Ao 1761. onder „stond / Accordeert met de Negotie Boeken P C t /was gett/ P„r Isaaksz „ Dat de zendelingen ten dien belange bij aanhoudinge absolut beetere en an „dere bewijzen voor de echtheijd van onze pretentie begeerden, bij manquement daar van finaal Weigerde te betaalen, opentlijk zeijden, dat wij niet konden aanthoonen, dat zij dee somma debet waaren, dat zijn hoogheijd zich ook niet voor die somma die Wij Eijsschen, maar Wel in Generaale teumen verbonden heeft, en dat als wij de hoegroothijd onzer pre„ tentie hadden kunnen bewijzen, wij die 43 Somma - - „ s aar somma bij het Contract dan Wel zoude ge specificeert hebben. Dat de Commandeur echter m. en onder die debatten getracht heeft zig door die voet angers heen te redden, dan eens door serieus „ „heijd en dan eens door rechten ernst, daar bi Continueerende of daar van afgaande, na mate hij zag dat hij er veld meede won. Dat zij eindelijk een accomnodement of accoord voorgeslagen hebbende, de Comman „deur alseene Conditie Sina qua non voor afbedongen heeft, Een formeele erkintenisse dat de Restant schuld op 't verovert Geschut rop:s 7861½ bedroeg, en belafte om dezelve eerst en alvoorens te betaalen zonder daar van weder temogen resilieeren; Dat hij Juist dit voor afwilde bedingen, om dat 'er dan meer apparentie scheen, om wanneer (zij tog reeds effectie ( dat bedraagen moesten afgeeven, hun tot de verdere af„ doeninge te brengen. Dat hij daarinde allergrootste teegen „stand vindende toen declareerde, ingevalle zij zich niet wilden laaten vinden, als dan 573 dan de geheele schuld, op de verleeden Jaanse peeper reeken te zullen stellen invoegen 't de vergaaderinge bekent was dat de gem Reeken ter Resolutie van den Eerste Maart J=o leeden reeds effectief daar meede belaft was, zij daar over zoo zeer ge allermeerd, en inthannas gejaagt waren, dat men werk had gehad hun te sussen waar over al een vrij ernstig debat was voorgevallen, en wel zoodanig dat indien men en niet over heen gepraat, en 't op iets anders gebragt had, zij heen Gegaan zouden zijn, met verklaaringe, dat zijn hoogheijd nu nooijt van die schuld meer zoude willen hooren, veel men iets, daar of voldoen. Dat die buij overgewaait zijnde, de Commandeur hun echter zoo verre had gekreegen, dat zij dan aannamen voorsz: Schuld ter somma van Rop=s 7861½ eerst en voor al te voldoen: Dat zij daar op nalangwijlige de„ batten, en Kruimelachtig looven en dingen, eindelijk tot ultimatum van hunne Commissie ge eve gen gen Commissie, waren gekomen, en de helfte van de geheele schuld van Rop=s 30985. 3/40 teweeten rop=s 15492 239/43. hadden aange booden en dus daar onder de Rop=s 7861½: van't verovert Geschut hoe de Commandeur paaeliminaire van rop:s 7861½ vast houdende, absolut niet hooren wilde, dat die post, weder met de andere vermengd wierd hoe zij echter uijt alles genoegzaam lieten blijken, niet verder Commissie te hebben, en echter zoo gaarne de zaak wil lende afdoen op 't laatst verzogten, zich nog eens te moogen bedenken, en op Een andere tijd weder te koomen. Dat zij toen hem gaande op Eene aller vriendelijkste en beleefdste wijze, voor den paljetten verzogten dat men hoch zijn rebeltchap wilde intrekken, met speciaale betuijgingen, zulx niet te ver zoeken, uit hoofde van eenig ingebeeld recht daar toe te hebben, maar Eenelijk als een particulier verzoek, dat de Com mandeur het Weigeren of toeslaen kon doch in't laatste Geval zijn hoogheid bij Zonder 574 „zonder plaizier zoude doen Dat hij hier door met Relatie tot deeze afdoeninge ook noch iets min of meer hoopende te weeg te brengen, zulx niet wel weigerde, maar eenelijk zijn dis„ positie daar op uijtstelde tot men elklan der omtrend de questieuse Schult ver staen zoude hebben Dat zij daar meede heeden na mid„ „dag heen gegaan zijnde, hij Commandeur zoo eeven particulier en voorzeeker ge informeert was geworden, dat de ge lanten zich bepaalt hadden om over den uijtslag hunner Commissie en s'Commandeurs hardhoudendheid aan zijn hoogheid te schrijven, en qualificatie tevraagen, om behalven de voora uitgemaakte schuld van 't vervoert geschut, op de resteerende questeeuse schuld van rop=s 23123 39/48. noch de volle helfte te geven, doch dat de Paljetter bij hun zijnde, ongemeen in de Cogt gesprongen en op de kragtigste wijze de zendelingen gepersuadeert heeft om maar uit zich zelfs daar toe te te treeden, en het een zoo wel als het ander defacto in Contant te betaelen met belofte, dat hij in Cas van dies ap„ probatie daar over bij zijn hoogheid instaan, en desnoods het meerdere be taalde, uijt prive beurs vergoeden zoude en dat de paljetter het zoo verre had weeten te drijven, en te pausseeren, dat zij den volgende morgen dien aanbiedinge zouden laaten doen, ten vervolge van welke de Commandeur verder te kennen gaf, Hoe hij des Paljetters verzoek allange aan de vergaderinge zoude voorgedraagen hebben, indien zijn ver„ zoek maar met bekentenis van w schuld, ten minsten met stilzwijgen van zyn onschuld, was verzeld geweest, om dat men eens met den Koning van Cochim over 't een of andere articul„ van gewigt handelen moest, zijn hoog heijd tog niets buiten advis van hem doet, en de paljitter, dus over al de hand in heeft, het geen dan maar getalm en omslag Geeft, den Noe de Koning van Grevan Coor Commandr.
English
575 The Commander secretly also had some discussion concerning the Paliat Achan, on which occasion he gave His Highness to understand that such was not within His Highness's department; How the King of Cochin also, now and then, very politely had put in a good word for the Paliat Achan, and had done so once again in person quite politely during his first visit to the Commander, for which reason the Commander neither refused nor granted that request at the time, but merely brushed it aside a little; How the Paliat Achan in the meantime had requested, up to three times, very submissively through the following olas, to have the Commander's protection; Translation of an ola written by the Paliat Achan to the Honorable Worshipful Lord Commander Adriaan Moens, received the 17th of April 1771. I hereby make a very urgent request to Your Honorable Worship, expecting that Your Honorable Worship will be pleased to embrace it and take into consideration that my predecessors were always faithful ministers of the King and of the Honorable Company, and that, following in those footsteps, I too have rendered great services to the state, as Your Honorable Worship will hear in more detail upon inquiring of the gentlemen, both of the town and outside of it. After I reached my years of majority, I applied myself to nothing else than to promote the welfare of the realm's affairs and interests, ingratiating myself into the favor of the successive rulers, asking them for advice and deed regarding all necessary matters, and carrying out everything they prescribed to me. And upon the arrival of the Honorable Worshipful Lord Governor at the city of Cochin, I maintained the closest engagements with His Honorable Worship until the month of August last, last past. But as soon as His Honorable Worship undertook certain matters at Cochin, the King requested that those matters might be investigated according to law and equity, and I also supported the request of His Highness, whereupon His Honorable Worship saw fit to have an edict published against me and to declare me a rebel. Thus I had to endure outrages that were never before suffered by my predecessors. All this I have viewed with good grace and endured with patience out of respect for the Honorable Company; and thus taking up my residence at Chennamangalam, I sent an ola to the Honorable Worshipful Lord Governor, to which His Honorable Worship sent me a reply, a copy of which is conveyed herewith to Your Honorable Worship. And if I had committed a great crime against the Honorable Company, His Honorable Worship would not have written to me in such a manner, from which it is sufficiently indicated that I had sinned neither against the Honorable Company nor against His Honorable Worship. If such can be shown by writings, witnesses, or otherwise, I remain prepared to undergo such punishment as His Highness and the Honorable Company shall be pleased to impose upon me; but failing that, I pray Your Honorable Worship to receive me into grace again and to maintain me in my prerogatives as of old. The law of the Honorable Company also entails that when someone commits a crime, he is brought to examination and corrected according to law and equity. Therefore, I take my refuge in Your Honorable Worship, expecting that Your Honorable Worship will be pleased to treat this matter according to equity, upon which I await a wished-for answer from Your Honorable Worship. Signed by the Paliat Achan. Translation of an ola written by the Paliat Achan to 576 the Honorable Worshipful Lord Commander Adriaan Moens, received the 25th of April 1771. On the 17th instant I wrote an ola to Your Honorable Worship and made the facts known. I hereby renew my request made and beseech that Your Honorable Worship may be pleased to receive me into grace again, as well as to retract the publication, and to take me under the protection of the Honorable Company and the King, just and in such manner as was customary in olden times. I hope and trust that Your Honorable Worship will be pleased to take to heart this my humble request and confessed remorse. Signed by the Paliat Achan. Translation of an ola written by the Paliat Achan to the Honorable Worshipful Lord Commander Adriaan Moens, received the 18th of June 1771. I have made my heartfelt grief known to Your Honorable Worship and I thought that Your Honorable Worship would receive me into grace again, in such manner as the previous Lords Commanders have lived with my predecessors. I have written two humble olas to Your Honorable Worship, but have not received the least answer to them. I must once again attribute this to my evil planet, which has not yet disappeared. When I heard that Your Honorable Worship was about to come to Cochin, I was very glad; I cannot express that joy. But thus far I have perceived no sign of Your Honorable Worship's affection, wherefore my sorrow increases by and by. I am compelled to write for the third time with all veneration to Your Honorable Worship, and I must tell Your Honorable Worship that
Dutch transcription
575 Commandeur onder de hand ook al eenel over den paljetter had laaten onder houden, bij welke gelegentheid hij zijn hoogheit liet begrijpen, dat zulx niet van zijn hoogheid de partiment Was, Hoe de Koning van Cochim ook eens en andermaal / zeer beleeft voor den paljetter een goed woord had laaten doen, en bij deszelfs eerst visite bij den Commandeur zulks nog eens in perzoon al Vrij beleefdelijk gedaan had, waarom de Commandeur, dat verzoek toen noch ontzeijde nog accordeerde, maar eenelijk een wainig van de hand had geschooven„ Hoe de Patjelter intusschen tot drie x maal toe, zeer submis bij de ondervolgende Olassen verzogt had om 's Commandeurs protextie te hebben; Translaat ola door den Sallietter Geschreeven, Aan den Wel Ed„e Agtb: Heer Command„ Adriaan Mlbens Contf: den 17:' April 1771. n ul hoog . Jk doe Vwel Ed: Agtb: bij desen aen zeer Jnstantig versoek Jnverwagting dat dwel Ed: Agtb: zulks zal geleeven te amplec„ teeren, en in overweeging teneemen dat mijne voorlaaten altoos trouwe minis„ „ters zijn geweest van den Koning en van d EComp: en dat ik die voetslappen val „gende meede groote diensten aan den staat beweesen heb, gelijk Vwel Ed: agtb: on „versoek doende bij de heeren, zoo van de stad als buijten deselve zulks nader hooren zal, naar dat ik mijn Mondige Jaaren bekomen heb, zeijde ik mij ner„ „gens anders op toe, als het wel zijn van 't Rijks zaken en belangens te„ bevorderen, mij insinueerende inde gun„ van de Sucessive Gebieders, en deselve over alle de vereijschte zaeken om raad en daat vragende, en alles in het werk stellende, wat deselve mij voor schreeven; En met het arrivement van den Vwel Edele Agtb: heer gouverneur ter steede Cochim heb ik met zijn Wel Edele Agtb: de nauwste engagementen onderhouden tot de maand augustus Jongst Jongstleeden, dog zodaa zijn wel Edele Agtb: Eenige zaken op Cochim onder nam, verzogte den koning dat die zaken na het Regt ende billijkheijd mogte werden ondersogt, en ik heb het versoek van zijn ho=t ook geson tineert, waaromme zijn WelEd: agtb: goedvond, Een placcaat tegens mij te laeten publiceeren, en mij te verklaeren voor een Rebel, dus heb ik affronten die nooijt voor dezen onder mijne voor laten geleeden Waren, moeten onder gaan; dit alles heb ik met goede oogen aangemerkt; en met gedult verdraagen uiitagting voor dEComp:, en dus mijn verblijf op Thenottij neemende, sond ik een ola aan den VWel Edele agtb: heer gouverneur, waar op zijn Wel Edele agtb: mij een antwoord toesond, welkers af„ schrift nevens desen tot Vwel Edele Agtb: overgaat, en indien ik een groote misdaad tegens d' EComp: had begaan, soude zijn Wel Ed: Agtb: zoodanig aan mij niet geschreeven gehad hebben, waer uijt genoegsaam denoteerd: dat ik teegens tegens d' EComp: nog tegens zijn Wel„ Edele agtb: niets gepecceert had, Jndien het zulken met geschriften, getuijgens of anders kan aangetoond werden, blijve ik bereijd zoodanige staaffe te ondergaan, als zijn ho=t en d E Comp: sullen gelieven mij op teleggen dog bij Manquement van dien, bid ik VwelEd: Agtb: mij Widerom in genade aantenemen, en als van ouds in mijne prerogativen te maintineeren; de wat van d EComp brengt meede; dat wanneer ijemand een misdaat be„ gaat, hij ter Examinatie werde gebragt en naar regt ende billijkheijd werd ge„ corrigeert, dierhalven neeme ik mijn toevlugt tot Vwel Ed: agtb: in verwag „ting dat Vwel Ed: agtb: dese zaak naer de Billijkheijd zal gelieven te taac„ teeren, waar op ik van Uwel Ed: Agtb: een gewenscht antwoord verwagte ge„ „tekend bij den Lallietter Translaat ola door den Zal Jetter geschreeven Aan 57:6 Den 17. Courant heb ik Een ola aan V Wel Edele agtb: geschreeven ende zakelijk heeden bekent gemaakt, Jk renoveere bij deesen mijn gedaan verzoek, en smeeke dat vwel Edele agtb: mijn Wederom in genade gelieven aanteneemen, mits gaders de publicatie intetrecken, en mij Onder de bescherming van de EComp: en den Koning teneemen Even en indier voegen als in oude lijden ge„ bruijkelijk is geweest, Jk hoope en vertrouwen dat VWel Ed: agtb: dit mijn ootmoedig verzoek, en bekende berouw ter herte sal Gelieven tenemen. Getekd bij den paljetter Translaat ola door den Pallietter Geschreeven aan den Wel Edelen Achtb: aan den Wel Edelen Achtbaaren Heer Commandeur Adri„ aan Moens, ontfangen den 25: april 1771. heer Jk heb mijn harten Leed aan U wel Ed: Agtb: tekennen gegeven en ik heb gedagt dat Vwel Ed: agtb: mij wederom in genade zoude aanneemen, zoodanig als de voorige Heeren Commandeurs met mijne antecesseurs geleeft hebben gehad, ik heb twee nedrige olas aan Vwel Ed: agtb: gesch: maar hebbe daar op geen het minst antwoord bekomen ik moet zulks wederom toeschrijven aan mijne geuaade planeet, dat tot nog toe niet verdweenen is, toen ik hoorde dat vwel Ed: Agtb: op Cochim stond te komen was ik zeer verblijd ik kan die blijdschap met uijtdrucken, maar ik heb tot nog toe geen teeken van Vwel Ed: Agtb: genegent heijd bespeurt, waaromme mijne droef „heijd gaande weg toeneemt, ik ben genood zaakt voor de derde Maal met alle veneratie aan Vwel Edele agtb, te schrij „ven en ik moet Vwel Ed: agtb: zeggen Heer Commandeur Adriaan Moens. ontfangen den 18: Junij 1771 dat
English
that I, obeying the order of my lawful lord and master, have been declared a rebel by the Right Honourable; and if Your Right Honourable were to agree to that, then I shall also be recognized as a rebel before the whole world, and thus must lose my life, as Your Right Honourable can well understand. Nevertheless, I request Your Right Honourable to be favourable to me in my private affairs; I shall not fail to serve the Honourable Company as I have always done. I have shown to Your Right Honourable in my previous two olas that I have sinned in nothing against the Honourable Company; I very humbly request Your Right Honourable, if through ill fate I might have been brought into a bad opinion with the Right Honourable Lord Governor, to be pleased to have this undone, and to accept me into grace again. I request Your Right Honourable to take all this to heart and to send me a comforting answer. Signed by the Palietter. That he, the Commander, had nevertheless left those letters as yet unanswered, in order, if it were possible, to bring him even more to reason, all the more because he repeatedly insisted on his innocence therein, and the Commander did not wish to have it known that he had been declared a rebel innocently, which he might nevertheless have drawn as a consequence if he were relieved thereof upon such a letter, and also especially because he is known as an enterprising and haughty minister. How he thereupon, around that same time, when the envoys from His Travancore Highness came down to negotiate about the Attingal debt, wrote for a pardon in the following letter. Translation of an ola written by the Paljetter to the Right Honourable Lord Commander Adriaan Moens, received 12 July 1771: At a time when the planets were unfavourable to me, and I lay plunged in the disastrous circumstances that were never before heard of among people on the Malabar, I received news that Your Right Honourable had arrived here in Cochin. I then flattered myself that Your Right Honourable, through your known goodness, would accept me into grace again, to which end I wrote three different olas filled with praying and speaking to accept me into grace again as before, but to all those three olas I have received not the slightest answer from Your Right Honourable, much less heard that Your Right Honourable was inclined to listen to my grievances. When one sins against God, and repents again, and prays for forgiveness, one nevertheless receives grace. Here on the Malabar Coast it is now being spread abroad that Your Right Honourable has shown benefactions to many people, as being of a compassionate nature. I nevertheless perceive no mercy in my case as yet; therefore I take my refuge once again to Your Right Honourable with a humble request to accept me into grace again as of old, under the true assurance that my endeavours shall be nothing other than to pursue the well-being of the Honourable Company. I implore Your Right Honourable once and again to arrange my affairs for the best. I await a comforting answer hereto from Your Right Honourable. Signed by the Paljetter. When, wishing to pardon him, it was now the right time to do so, or at least to give him the opportunity to pay his respects in person to the Commander. The Commander requesting the advice of the members on the one and the other, namely to what extent an agreement should be reached regarding the Attingal debt; whether one should alter the pepper account of last year, in which His Highness had already been debited for the full debt; and finally, whether one should permit the Paljetter to come and pay his compliments to the Commander. Whereupon, among other things, it was taken into consideration that the allegation of the envoys regarding the settlement of the delivered pepper against the remaining debt for the captured ordnance, at 55 rupees and not at 65 per candy of 500 lb alongside the custom duty, comes into consideration, at least that His Highness in any case could have satisfied it instead of giving that pepper in cash, just as His Highness once paid 6600 rupees in cash in reduction of that same debt; and that the Company would indeed rather keep that delivered pepper at 65 rupees than return it to him and receive 55 rupees in cash for it; that one may thus well consider the acceptance of those accounts at 55 rupees, and the assumption based thereon on the remaining debt for the captured ordnance, amounting to 7861½ rupees according to our calculations, as a moderation not typical of the greedy and petty nature of the Malabars; that with regard to the Attingal debt it appears sufficiently from the papers that it has already originated from so long ago that there has almost never been any hope of getting it paid; that it is therefore regarded as hopeless and desperate, and as good as written off, and only seems to have been kept alive to make His Highness understand that the Company had not yet forgotten it, but still held that claim; that one also seems never to have known properly how large that debt was, because the Lord Commander Adriaan van Ommen together with the Council, in a letter of 27 February 1695 written to Batavia regarding the magnitude of this debt, when it was not yet so old, declared that the same then, calculated in gross estimation,
Dutch transcription
577 dat ik de ordre van mijn wettigen heer en meester obedieerende, den Wel Ed: Agtb: mij verklaert heeft voor rebel; en zo Vwel Ed: Agtb: daarin Wilde toestemmen dan zal ik voor de gantsche wereld voor Rebel ook erkent, en dus mijn leeven moeten verliesen, gelijk Vwel Ed: agtb: zulx wel begrijpen kan des met te min versoeke ik Vwel Ed: agtb: mij in mijne particulier zaken gunstig te willen zijn, ik zal niet manqueeren d' E Comp dienst tedoen zo als ik altijd gedaan heb gehad. Jk heb aan VWel Ed: agtb: bij mijne voorige twee olas aangetoond: Dat ik tegens d EComp: niets gepecceert heb, ik verzoeke Vwel Ed: agtb: zeer ootmoedig Jndien ik door quaad foutum bij den Wel Edele Agtb: heer gouverneur in een quaad denkbeeld mogte Gebragt zijn, zulx tewillen doen vernietigen, en mij wederom in genade aanteneemen, ik verzoeke Vwel Ed: Agtb: zig dit alles terherte te laten gaan en mij een ver„ troostend antwoord toetesenden Getekend bij den Palietter Dat Dat hij Commandeur des niet te min die brieven als nog onbeantwoord had gelaten, om hem Waare het mogelijk nog al meer tot verweedering tebrengen temeer hij daar bij telkens op zijn onschuld aandrong, ende Commandeur niet Weeten wilde dat hij onschuldig tot Rebel ver klaart was, het Geen hij egter tot Een Gevolgd zoude hebben kunnen trekken; indien hij op zoodanig een schrijvens daar van ontheft wierd, en ook wel voornamelijk, om dat hij bekent staat voor Een schaan der onderneemend en hoogmoedig minister. Hoe hij daar op omtrend dien zelfden. tijd, wanneer de zendelingen, van zijn srevancoorse Hooghijd afkwamen om over de Attingse schuld te handelen, bij de ondervolgende Brief om pardon geschreeven heeft. Translaat ola door den Paljetter geschr: Aan den Wel Edelen Agtb: Heer Commandeur Adriaan Moens ont 578 Jn Een tijd dat de planeeten mij afgunstig waren, en ik gedompelt lag in de Ramp„ „salige omstandigheeden die nooijt voor dezen op de Mallabaar onder de menschen gehoort Waren, Kreeg ik tijding dat Vwel Edele agtb: alhier op Cochim quam, ik vlijde mij toen dat Vwel Ed: Agtb: door desselfs bekende goedheijd, mij Wederom in Genade zoude aaneemen, ten welken fine schreef ik drie differente olas opgevult met bidden en spreeken om mij Wederom in genade aantenemen als voor deezen, maar ik heb op alle die drie olas Geen het prinst antwoord van Vwel Edele Agtb: ontvangen veel min vernomen, dat Vwel Edele Agtb: g'inclineert was mijne be„ swaernisse aan te hooren, Wanneer men tegens God sondigt, en Weder tot Jn „keer komt, en om vergiffenisse bid krijgt men tog genade, hier ten Custe Mallabaar Werd thans gespargeert: dat Vwel Edele Agtb: aan veele men ontfangen den 12. ' Julij 1771: schen schen Weldaden beweezen heeft, als zijnde van Een meede doogende Jmborst, ik be= „speure in mijne zaek tog nog toe geen Barmhertigheijd, daarom neem ik alweder mij toevlugt tot Vwel Edele agtb: met ootmoedig versoek mij wederom in genade aantenemen als van ouds, onder ware versekering dat mijn poo„ gingen niet anders wesen zullen, als om het welwesen van d' EComp=e te betragten; ik Eed Vwel Edele Agtb: eens en andermaal mijne zaken ten besten teschikken, ik verwagte hier op van Vwel Ed: Agtb: een vertroostend antwoord: getekend bij den Paljetten toe men hem willende pardonneeren, het nu de rechte tijd was, om zulx te doen; ten mintsten hem de gelegentheijd te Geeven om bij de Commandeur in perzoon zijn op„ „wagtinge eens temaaken Verzoekende de Commandeur op het Een en ander het advis van de Leeden namentlijk tot hoe verre men noopens de attingase schuld bij Accoord zoude komen, of men —. de 579 de peper reekeninge van verleeden Jaar, waar bij zyn hoogheijd voor de volle schult reeds belast was, zoude laaten ver anderen, en eindelijk, of men den paljetter permittee„ ven zoude om zijn Compliment bij den Com mandeur te komen afleggen. Waar op onder anderen in aanmerking genomen wierd, dat het g'allegeerde, van de zendelingen, noopens de Berekeninge der geleverde peper op de restant schult van 't verovert geschut, teegen rop=s 55: en niet teegen 65. deCandijl of 500. lb beneevens de thoes gerechtigheid, in aanmerkinge komt ten mintsten dat zijn hoogh„s in alle Gevalle had kunnen volstaan insteede van die pee„ „per: Contant te geeven, zoo wel als zijn hoog „heijd eens inmindering op diezelfde schuld 6600: — Ropijen in Contant, afgelegt heeft en dat de Comp: immers die geleverde pee„ per liever teegens 65. Ropijen zoude willen. behouden als hem dezelve terug geeven, en daar voor, teegen 55. Copias Contant ontfan„ „gen; dat men dus 't accepteeren van die be„ „reekeningen teegen 55: Copias, en de daar op gefuendeerde aanneem op de restant schuld van van't verovert geschult, na onze bereekenin„ „gen groot Ropias 7861½ wel mag aan merken, als eene bescheidenheid, niet ge„ „schikt, na den gierigen en Kruimelagtigen aard der Mallabaaren, dat het met betaek, king tot de Attingase schuld uit de pa„ pieren genoegzaam blijkt, dat dezelve nu al van zoo lange tijd afherkomstig is, dat er bij na nooijt hoop is geweest, om deselve betaalt te krijgen; dat dezelve daar om als hoopeloos, en de specraat aangemerkt, en zoo goed als afgeschreeven is, en eenelijk maar Leevendig schijnt gehouden te zijn; om zijn hoogheijd te doen begrijpen, dat de Comp:s dezelve nog niet vergeeten was, maar die pretensie nog had, dat men ook nooijs recht schuint geweeten te heb„ ben, hoe groot die schuld is geweest, om dat de heer Commandeur Adriaan „van ommen benevens den Raad, bij Brief van 27. februarij 1695. na Batavia geschreeven, noopens de hoe grootheid van deeze schuld als wanneer, ze toen nog zoo oud niet was, declareerde, dat dezelve toen, Colculatiet en Grosse modo bekee
English
calculated, amounted, was estimated at rd=s 22856: 34. ¾, and the lord Commander Cunes declared by letter of 20. Octob: 1753. that no other proofs thereof were to be found in the trade books than general wordings and containing a memorandum or account of three distinct entries, of which one was ƒ19167., the other 8910. and 18. stuijvers, and yet a third 6607. and 19: stux, together ƒ34685. and 17. stuij=s or Ropias 23123. 3/48. corresponding with what the lord Commander De Jong has had extracted in regard to those three entries, and added to his left memorandum, as also the lord Governor Senff, speaking about that same matter during his negotiation with the emissaries of his Travancore Highness on 25 February 1770, also referred, NB. for want of better proofs, to the note thereof found behind the left memorandum of the lord Commander De Jong, which particulars have repeatedly been sent to his Highness in the Malabar language; that his Highness now for the first time and, as the emissaries say, allowing special negotiations thereon, and on that account ostensibly out of inclination toward the Commander wishing to enter into an agreement, one ought not now to let this opportunity slip; that in any case it is better to have something and even a large part thereof than nothing; that the Malabar princes are very fickle and make nothing of taking back their word, that even if his Highness were to promise to settle the entire debt, as we calculate it, in ten years and thus by ten instalments, such would have no more force than the contract itself, whereby he promised to satisfy the debt within the time of six months; that his Highness could thus shelve these promises of ten instalments just as well as the promise of six months in the contract under all kinds of pretexts; that one is also not certain what incidents one might encounter with his Highness in those ten years that could hinder this satisfaction, whereby the Company would come to regret not having simply accepted what was offered; and with regard to putting this debt on account, that it appears from the papers and is known how the lord Cunes once put only a portion in the sum of rop:s 13000: on account, and having communicated this by secret letter of 20. Octob 1753: to Batavia, their High Excellencies in response thereto by secret letter of 8. Octob: 1754. de facto wrote that they were apprehensive that his Highness would not accept that account, with the recommendation in that case immediately to remove that sum from his Highness's account again, as it then likewise and in that manner turned out and occurred, as appears from what was communicated in that regard by the gentleman by secret missive of 24. Maart 1755: since which time his Highness has indeed continually been exhorted for the debt, but has never more been charged for it; that it appears from the conference and the debates that the emissaries took nothing so amiss, and took nothing so much to heart as the putting of this debt on account, and absolutely demanded money for the delivered pepper of last year, or else would depart, notwithstanding that the Commander showed them quite other douceurs where they displayed no malice of importance; that besides the purpose of that putting on account had only been to try it out, since one always had it in hand to remove that entry again; finally with regard to the Paliat Achan, that he has kept himself very quiet until today, just as if there were no Paliat Achan, that it is known that the King of Cochin, not being very astute himself, entrusts all the affairs of his realm to the Paliat Achan, takes his advice, and also follows it; that if one were ever to have to negotiate with his Cochin Highness about something of importance, especially when we might receive the expected order from Batavia, one would not be able to get along with his Highness, and the Paliat Achan, sometimes out of revenge, would persuade the King to stubbornness rather than to pliability; that although the Paliat Achan is not much loved by all the courtiers of Travancore, but many hate him secretly, the rest are nevertheless devoted to him, and in particular his Travancore Highness likes him especially well, so that the Paliat Achan would still be of some use if one knows how to treat him and keep him in check, as he properly must be treated and kept in check; that besides his letters are submissive enough, and especially his last, wherein he humbles himself as much as the poorest and most destitute beggar can do, with which indeed the heart of a good-natured person must truly be touched. And after mature deliberation it was unanimously, and to the greatest service of the Company, found good and resolved, in case the Commander nothing
Dutch transcription
580 bereekend, bedroegen geschat wierd rd=s 22856: 34. ¾, en de heer Commandeur Ceines bij Brief bij den 20. Octob: 1753. — verklaarde, dat daar van bij de negotie Boeken, geene andere bewijzen tevinden waaren als Generaale bewoordingen en zig behelschende eene memorie of reeke„ ninge van drie onderscheijdene posten, Waar van eene groot Was ƒ19167. de andere 8910. en 18. stuijvers, en nog een derde 6607. en 19: stux, zamen ƒ34685. en 17. stuij„s of Ropias 23123. 3/48. over eenkomstig met het geen de heer Commandeur De Jong met betrekkinge tot die drie posten heeft laten uijttrekken, en bij desselfs na„ gelatene memorie gevoegt, gelijk ook de heer gouverneur Senff bij desselfs verhandelinge met de zendelingen van zijn frevancoorse hoogheijd den 25 februarij 1770 over die zelfde Materie spreekende, zich ook beriep NB. bij gebrek van Beetere Bewijzen op de notitie daar van agter de nagelatene memorie van den heer Commandeur de Jong tevinden welk een en ander zijn hoogh„d eens en ander andermaal, int Mallabaarsch is toegeschikt; dat zijn hoogh„d nu voor . 64 de eerste maal en zoo als de zendelin„ „gen zeggen daar over speciaal latende handelen, en derweegens quanswijs uijt Genegentheijd voor den Commandeur tot C een accoord willende dreeden, van die geleegenthijd, nu ook niet diende te laten slippen dat het in alle Gevalle doch beter is, iets en zelfs een Groot gedeelte daar van als niets te hebben; dat de Mallabaar„ ze vorsten seer venanderlijk zijn en 'er niets van maken om hun woord weder terug te tuekken, dat schoon zijn hoogh„ aleens beloofde de Geheele schuld zoo des wij die bereekenen, in thien Jaaren en dus bij Thien Termijnen te veressenen, zulks niet meer kragt zoude hebben als het Contract selfs, waar bij hij belooft heeft de schuld binnen de tijd van ses maanden te zullen voldoen; dat zijn hoogh„d dus deeze beloften van Thien sermijnen al zoo wel als de belofte bij het Contaart van ses maanden onder allerlei prae „texten weder op de lange bank zoude kunnen 581 kunnen schuijven, dat men ook niet zee ker is, welke toevallen men in die thien Jaaren met zijn hoogh=d zoude kunnen krijgen die deeze voldoeninge hinderlijk konde zyn, waardoor het de Comp: aan berouwen zoude, nu niet maar het aangeboodene, geaccepteert te hebben; en met betrekkinge tot het op Reek: stellen deezen schuld, dat het uit de papieren blijkt en bekend is, hoe de heer Cunes eens maar Een gedeelte ter somma van rop:s 13000: op reek: gesteld, en zulks bij secreeten Brief van den 20. Octob 1753: na Batavia bedeelt hebbende haar hoog Ede„ lens daar op bij secreete Brief van den 8. Octob: 1754. de facto schreeven bedugt te zyn, dat zijn hooghd die reekening Cl niet accepteeren zoude, met recommandatie om in dat geval die somma ten eersten van zijn hoogh=ds reek: weder aftedoen, gelijk zulks dan ook eeven en in dier voegen uitgevallen en geschied is, blijkens het bedeelde dier aangaande van heer bij secrete missive van den 24. Maart 1755: 'tzeedert welke tijd men zijn hoogh=d wel om de schuld bij bij Continuatie aangemaand, dog nooit muer daar voor belast heeft, dat het uijt de Conferentie ende de batten blijkt, dat de Zendelingen niets zoo kwalijk genoomen, en ook overe, niets zoo zeer het hannas aangetrokken hebben als over het op reek: stellen van deeze schuld, Cn en absolut geld voor de geleeverde peeper van verleeden Jaar, begeerden, of anders hen zoude gaan, niet teegenstaande de Command„r hun geheele andere druceurs gezigt heeft br daar zij zoo geene Kwadaardigheid, van belang overtoonden; dat huiten des het oog„ merk van dat opreekening stellen maar Wier geweest is, om dat eens te beproeven, dewijl men het altoos in de hand had, om die post daar weder afte doen; Eindelijk met betrekkinge tot den paljetter, dat hij zich kot heeden toe zeer stil gehouden heeft, eeven als of er geen paljetter was, dat het bekend is, dat de Koning van Cochim op zich zelfs niet zeer schaan der zijnde, alle de zaaken van zijn rijk aan den Padjetter toebetrouwt, zyn advis enneemd, en ook opvolgt; dat als men eens met zijn Cochimse hoogh„t moest handelen, over iets van gewigt inzonderhei wanneer 582 Wanneer wij de verwagt werdende ordre van Batavia mogten erlangen, men dan met zijn hoogheijd zoo niet te rechte zoude konnen raaken, en de paljetter, somtijds uijt weer wraak, den Koning een tot hardnekkigheid als tot rrekkelijkheid, persuadeeren zoude; dat schoon de paljetter, niet bij alle hovelingen van skevancoor zeer bemind is, maar veele hem heimelijk haaten, de overige hem egter p toegedaen zijn, en inzonderheijd zijn Jaevan„ coorse hoogh„t hem bij zonder wel lijden Mag, zoo dat de Paljetten noch al van eenig nut zoude zijn, Wanneer men hem weet te be„ handelen, en intoom te houden, zoo als hij eigentlijk moet behandelt en in toom ge houden worden; dat buijten des zijne brieven submis genoeg zijn, en inzonderheid zijne laatste, waar bij hij zich, zoo zeer ver nedert, als de armste en behoeftigste be„ delaar doen kan, Waar meede in den daad het gemoed van een Gemoedigt mensch, wel moet Getroffen Worden En is na rijpe deliberatie unanimiter, en ten meester dienste van de Comp: goed gevon „den en verstaan, ingevalle de Commandeur niets
English
continually urged, but had never troubled them for it, that it appears from the conferences and the accounts that the envoys took nothing so ill, and also took up arms over nothing sooner, than over the placing of this debt on account, and demanded absolute money for the pepper delivered last year, or otherwise would depart, notwithstanding the Commandeur showed them entirely different favors, wherein they showed no malice of importance; that besides this, the intention of placing it on account was merely to test it, as one always had it in hand to remove that item again; finally, with regard to the paliyetter, that he has kept himself very quiet to this day, just as if there were no paliyetter, that it is known that the King of Cochim, being himself very shrewd, entrusts all the affairs of his realm to the paliyetter, takes and also follows his advice; that if one were ever to deal with His Cochim Highness concerning something of weight, especially when 582 when we might receive the expected orders from Batavia, one could not come to an understanding with His Highness in that manner, and the paliyetter, sometimes out of revenge, would persuade the King to stubbornness rather than to complaisance; that although the paliyetter is not very well liked by all the courtiers of Trevancoor, but many secretly hate him, the others are nevertheless devoted to him, and especially His Trevancoor Highness is particularly fond of him, so that the paliyetter would still be of some use if one knows how to handle him and keep him in check, as he actually ought to be handled and kept in check; that besides this, his letters are submissive enough, and especially his last, wherein he humbles himself as much as the poorest and most needy beggar can do, with which indeed the heart of a compassionate person must certainly be moved. And after mature deliberation, it was unanimously, and to the best service of the Company, approved and understood that in case the Commandeur might be able to negotiate nothing nothing more than Rop=s 11561: 19/16, being the half of the disputed sum amounting to Rop:s 23123 3/8, besides the remaining debt on the captured artillery amounting to Rop=s 7861½, together Rop=s 19423 3/48, to accept this, preferring the certain over the uncertain, in satisfaction of the entire claim; and further to have the account of His Highness altered, and to omit that debt entirely therefrom, and finally to permit the paliyetter to pay his respects to the Commandeur. Whereupon, however, the Commandeur declared that he nevertheless inwardly had a kind of confidence or expectation, namely to negotiate even more than the half, and for which reason he also took it upon himself to attempt that as long and as strongly as would be in any way possible for him. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Mallabaar, at the city of Cochim, on the day, month, 583 month, and year aforesaid; /was signed/ A: Moens, P:n Kellij, J: H: Medeler, R: Van Haren, I: C: Saffin, J= B:s van der Grijp, J: L: van Spall, A: R: Schutz, and C: G: Seijffer. Agrees Secretary Checked Morijn H Schutt
Dutch transcription
bij Continuatie aangemaand, dog nooit me daar voor belaft heeft, dat het uijt de Conferen ende de batten blijkt, dat de Zendelingen niet zoo kwalijk genoomen, en ook overe, niets zoo eer het harnas aangetrokken heb als over het op reek: stellen van deeze schu en absolut geld voor de geleeverde peeper vercleeden Jaar, begeerden, of anders heer zoude gaan, niet teegenstaande de Commo hun geheele andere druceurs gezigt hu daar zij zoo geene Kwadaardigheid, van belang overtoonden; dat huiten des het Oo merk van dat opreekening stellen maar geweest is, om dat eens te beproeven, dewe men het altoos in de hand had, om die post daar weder aftedoen; Eindelijk Me betrekkinge tot den paljetter, dat hij tot heeden toe zeer stil gehouden heeft, eevend of er geen paljetter was, dat het bekend dat de koning van Cochim op zich zelfs zeer schaander zijnde, alle de zaaken va zzijn rijk, aanden Taljetter toebetrouwt, advis enneemd, en ook opvolgt; dat al men eens met zijn Cochimse hoogh„t handelen, over iets van gewigt inzonderd wanneer 582 Wanneer wij de verwagt werdende ordre van Batavia mogten erlangen, men dan met zijn hoogheijd zoo niet te rechte zoude konnen raaken, en de paljetter, somtijds uijt weer wraak, den Koning een tot hardnekkigheid, als tot rekkelijkheid, persuadeeren zoude; dat schoon de paljetter, niet bij alle hovelingen van srevancoor zeer bemind is, maar veele hem heimelijk haaten, de overige hem egter toegedaen zijn, en inzonderheijd zijn Jaevan„ coorse hoogh„ hem bij zonder wellijden mag zoo dat de Paljetten noch al van eenig nut zoude zijn, Wanneer men hem weet te be„ handelen, en intoom te houden, zoo als hij eigentlijk moet behandelt en in toom ge houden worden; dat buijten des zijne brieeven submis genoeg zijn, en inzonderheid zijne laatste, waar bij hij zich, zoo zeer ver nedert, als de armste en behoeftigste be„ delaar doen kan, Waar meede in der daad het gemoed van een gemoedigt mensch wel moet Getroffen Worden En is na rijpe deliberatie unanimiter, en ten meester dienste van de Comp: goed gevon „den en verstaan, ingevalle de Commandeur niets niets meer dan Rop=s 11561: 19/16. als zijnde de helfte van de questieuse somma Groot Rop:s 23123 3/8. behalven de Restant schuld op 't verovert geschut groot Rop=s 7861½ te zamen Rop=s 19423 3/48. mogte kunnen be„ „dingen, zulks dan maar als het zeekere voor 't onzeekere praefereerende, te accepteeren, en voldoeninge van de geheele praetensie; en wijders de Reekening van zijn hoogh=d te laaten veranderen, en daar bij die schuld ten eenemaal uijt te laaten, en eindelijke den pal„ „jetten te permitteeren, om bij den Commandeur zijne opwagtinge te maaken Waar na echter de Commandeur betuigde tog inneulijk een soort van vertrouwen of verwagtinge te hebben, namentlijk om nog meer te bedingen als de helfte en Waar om hij ook op zich nam om dat zoo lange, en zoo sterk te beproeven als hem maar eenigzints mogelijk zal zijn Aldus Gedaan, Geresolveert en Gearresteert in Rade van Mal„ „labaar, ter steede Cochim, ten dage maand 583 maand, en Jaare voormeld; /was getekend p A: Moens, P„n Kellij, J: H: Medeler, R: Van Haren, I: C: Saffin, J= B:s van der Grijp, J: L: van Spall, A: R: Schutz en C: G: Seijffer. Accordeert secret:s 1 Nagezien Morijn H Schutt ƒ