VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3326

Malabar · 596 pages · 109 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3326_0435 view scan ↗

English

509 11: On the Forts Chettua and [illegible] there on account of the cliffs no one could land. But it seems to me that the entire statement this year was not made with the required deliberation, since apart from the maintenance of the garrison, for all other ordinary and extra- ordinary expenses of repair etc. only Rop:s 400: a year was estimated, it being utterly impossible that one could manage with that. According to my thoughts, the garrison ought to consist of 60: heads, namely: 1: junior merchant 1: assistant 1: surgeon 1: interpreter 1: gunner 3: handlangers who at the same time attend to the flag 1: ensign 2: sergeants 4: corporals 39: common soldiers, namely: 25: European 14: Topasses, among whom 1: drummer 6: lascars N 11: On the Forts Chettua and [illegible] And then the general expenses will amount to not much less than Rop:s 8000:— §: 160: If one now puts together what has been stated, then the three forts for garrison and maintenance will annually cost Rop:s 18: to 19000:— And this seems at first glance somewhat too much, but I believe I can demonstrate that I am by no means off track, for according to the citations under §: 152: it has already been proven in my treatise, and is to be proven further hereafter in §: 166:— 172:: That the Honorable Company cannot possibly do without these forts. If these forts are unavoidably necessary, they can also not possibly remain without a garrison. A garrison ought, after all, to have sufficient strength to cover the surrounding country and ward off an unexpected assault. And if therefore the garrison is once arranged 510 11: On the Forts Chettua etc: as I have arranged it, even according to the approval of Your High Nobles, who under §: 173: seem to consider 60: heads necessary for a mere lodge at Coilang, it also follows that in the calculative amount of the general expenses I cannot have gone too far, since to a determined number of men certain fixed expenses are also tied, which are virtually fixed, and according to one's own discretion can neither be increased nor decreased. §: 161: Besides, according to my humble opinion, it is much better to take such estimates a little broad than too narrow. For a too frugal calculation, though easy to put on paper, nevertheless has the greatest difficulties in the execution: one makes gross miscalculations, which bring about much dissatisfaction, repeated 11: On the Forts Chettua and [illegible] repeated questions, answers, representations, and all kinds of unnecessary paperwork. And especially the hands of the subordinate officials are thereby tied to such an extent that they often must either incur heavy accountability or willfully neglect the Honorable Company's interests. §: 162: Wherefore I repeat And whether those expenses can indeed be made good out of the revenues of those lands. once more that the aforementioned sum of Rop:s 18: or 19: yes, even if it were 20000:— is not taken too high. And I have also in my treatise §: 25: already sufficiently proven that those expenses are not incurred for nothing, but that a considerable amount of f 50000:— on account of the revenues of the lands and shrines depends on it. But since this having been spoken in general does not seem sufficient, I shall now treat that subject 511 11: On the Forts Chettua and [illegible] subject a little more specifically. Coilang has the privilege that all vessels departing from between Cochin and Cape Comorin and arriving must take their passes there, unload and load, and for both pay a certain duty, which in the latest year, under the name of Coilang's Bay, was farmed out for Rop:s 8850:—. And this is nevertheless peculiar to Coilang alone, and already amounts to more than the calculated expenses, although it is true that for some time past the farmers have not been able to be properly maintained. For very few vessels come directly to Coilang to unload and load there. Most either pass by entirely, or bring their goods to Colletje, Tengapatnam, Porca, etc. where they §: 163: care 11: On the Forts Chettua and [illegible] care little for the farmers, if the latter are not assisted by some soldiers. And since this could not happen as required, on account of the weak garrison, which at the end of February last consisted of only 18: common duty-men, mostly old and infirm people: it is also easily understood that these revenues will amount to considerably more once Coilang is provided with a proper garrison and thereby enabled to support the farmers with small detachments, and even to compel the passing vessels that are unwilling, by means of armed canoes, to put in. §: 164: Chettua has in its own revenues: from the Company's lands. . . . . . Rop:s 637:— the Payencherry Nairs - - - - - - „ 821:— „ Lordship of Maprana - - . „ 150:— „ Tobacco Farm - - - - - - - - „ 750:— Together - - - Rop:s 2358:—

Dutch transcription

509 11: Van de Forten Chettua en 1 daar uijt hoofde vande klippen niemand landen konde. Dog het schijnt mij toe dat de gantsche opgaave dit Jaar niet met het vereijschte overleg is gemaakt, alzo behalven het onderhoud van de Bezetting, voor alle overige ordinaire en Extra„ „ordinaire onkosten van Reparatie ens. maar gestelt werden Rop:s 400: in't Jaar het gunt volstrekt onmogelijk is dat het daarmeede tedoen zoude zijn. vol„ „gens mijne gedagten zal de Bezetting dienen te bestaan in 60: koppen, teweeten: 1:' onderkoopman 1: assistent. 1: chirurgijn 1: Tolk 1: Canonier 3: s:andlangers die teffens op de vlagge passen 1: vaandrig. 2: sergeants 4: Corporaals 39: gemeene zoldaaten als 25: Europeese 14: Joepassen waar onder 1: Jamboer 6: lascorijns N 11: Van de Forten Chettua en H: En dan zullen de Generaale Lasten niet veel minder komen te bedragen, dan Rop:s 8000:— 5: 160: Als men nu het gestelde bij elkander voegt, dan zullen de Drie forten van Bezetting en onderhoud Jaarlijx komen te kosten Rop:s 18: â 19000:— En dit schijnd inden eersten opslag wat teveel maar ik vermeen te kunnen aantoonen, dat ik geen zinds buijten het spoor gaa want volgens de aanhaalingen bij §: 152: is bij mijne verhandeling bereeds bewee„ „zen, en staat hier agter 5: 166:— 172: nader bewezen tewerden: Dat de EComp:e deeze forten onmogelijk missen kan. zijn deese porten onvermijdelijk noodzaakelijk, dezelve kunnen ook onmogelijk zonder bezetting blijven. Eene bezetting diend tog zo veel sterkte te hebben, datze het omleggende land dekken, en eenen on„ „verwagten aanloop afkeeren kan, En als dierhalven de bezetting eens geschikt is 510 11: Van de Forten Chettua enz: is gelijk ik dezelve geschikt heb, zelfs na't goedvinden van Uw Hoog Edelens, die §: 173: voor eene bloote Logie te Coilang 60: koppen schijnen noodig. te agten, zo volgt ook, dat ik in't Cal„ „culative bedraagen der algemeene Las„ „ten niet teverre kan zijn gegaan dewijl aan een bepaalt getal van manschappen; ook zeekere bepaalde onkosten verknogt zijn, die genoeg„ „zaam vast staan, en na eijgen goed dunken met vermeerdert nog werden. vermindert kunnen §:161: Boven dien is het volgens mijn „gering gevoelen veel beeter, dierge„ „lijken bepalingen een wijnig ruijm, dan al te bekrompen te neemen. Want eene alte zuijnige Calculatie, schoon gemakkelijk opt papier tebrengen heeft egter de grootste swaarigheeden in de uijtvoering: men maakt grove misreekeningen, die veel ongenoegen herhaalde 11: Van de Forten Chettua en 1 herhaalde vraagen, antwoorden, ver „toogen en alderhande onnoodig schrijfwerk na zig sleepen. En voornamendlijk wer„ „den de handen der mindere bediendens daar door zodanig gebonden, datze dikwils of zig in swaare verantwoording steeken, of 's E Comp:s belangens moedwillig ver„ „waarloozen moeten 5:162: Over zulx herhaal En of die ongelden wel uijt de Jnkomsten dier landen ik nog eens, dat de voor„ „meldte somma van Rop:s 18: of 19: ja alwas 't ook 20'000:- niet te hoog genomen is. En ik heb ook bij mijne verhandeling §: 25: bereeds genoegzaam bewezen, dat die on„ „kosten niet voor niet werden gedaan, maar dat een Considerabel bedraa„ „gen van ƒ 50'000:— wegens de Jnkom„ „sten der Landerijen en shrijnen daar van afhangelijk is. Dog dewijl dit gesprooken niet vol„ in 't algemeen zo zal ik nu dat „doende schijnt zullen weezen goed te maaken. onderwerp 511 11. Van de Forten Chettua en 1 onderwerp een wijnig speciaalder ver„ „handelen. Coilang heeft het voorregt die van tusschen dat alle vaartuijgen Cochim ende Caab Comorijn afvaaren en aankomen, daar hunne passen neemen, lossen en laaden, en voor 't een en ander eene zeekere geregtighijd betaalen moeten, dewelke in't Jongste Jaar, onder de naam van Coilangs Baaij verpagt is geworden voor rop:s 8850:—. En dit is evenwel aan Coilang alleen eijgen, en bedraagt nu bereeds meer dan de ge„ „calculeerde Lasten, schoon het waar is, dat de pagters 'tsedert eenigen tijd herwaarts niet nabehooren gemaintineert hebben kunnen werden. Want de wijnigste vaar„ direct op Coilang, om „tuijgen komen daar te lossen en te laaden. De meesten gaan of in 't geheel voorbij, of brengen hunne goederen naar Colletje, Jengapatnam, Porca ensz: alwaarse 5: 163: om 11: Van de Forten Chettua en W om de Pagters wijnig geeven, indien deeze niet door eenige militairen gehol„ „pen werden. Endewijl dit naar Eysch niet heeft geschieden kunnen, om de wille vande swakke bezetting, dewelke onder ult:o Februarij Jongstleeden maar in 18: gemeene dienstdoenders heeft bestaan, meest oude en gebrekkige menschen: zo is ook ligt nategaan, dat deeze Jn„ „komsten vrij meer bedraagen zullen wanneer Coilang eens van eene behoor„ „lijke Bezetting voor zien en daar door in staat gestelt is, de Pagters door klijne detachementen te kunnen ondersteunen, en zelfs de voorbij gaande vaartuijgen, die onwillig zijn, door gearmeerde Jonijs tot het aanleggen te dwingen 5: 164: Chettua heeft aan eijgen Jnkomsten. van 'sComp:s Landen. . . . . . Rop:s 637:— de Paijencherij nairos - - - - - - „ 821:— „ Heerlijkhijd maprana - - . „ 150: —. „ Tabaks Pagt - - - - - - - - „ 750: —: Tesamen - - - Rop:s 2358:—

NL-HaNA_1.04.02_3326_0441 view scan ↗

English

512 From the forts Chettua and Cranganoor the farms amount to: from the duty of the River: Rop:s 2700: —. from tobacco: 1100: — from suri and arrack: 100: — Together: Rop:s 3900:—. And these two posts joined together with Rop:s 6258:— certainly cannot fully reach the calculated amount of Rop:s 10: to 11,000:—. But one must take into consideration that the revenues of Paponetty to an amount of Rop:s 17,024:— cannot be separated from it. For although this district is regarded as an office in itself, where a Resident collects the duties with a few natives, and of which the annual expenses amount to circa Rop:s 7: to 800:—, it nevertheless appears from the map, and from the description which I have given in my treatise under the 1st Section of the Honorable Company's Possessions, but especially in paragraphs 5, 24, and 25 of Paponetty, that if the same were not covered by the forts Chettua and Cranganoor, it would then be worth nothing to the Honorable Company. And on that ground, having to consider the revenues thereof also as proper revenues of those two forts, their joint amount of Rop:s 23,282:— shows undeniably that the Honorable Company not only fully recovers the expenses of Rop:s 11,000:— to be incurred, but that it moreover enjoys an essential advantage of well over a capital in pure surplus profit. Paragraph 165: In my treatise, the entire 1st and 2nd Section is arranged to prove this point, that the Honorable Company cannot dispense with the aforementioned forts without rendering Cochin and at the same time the entire Malabar useless to it; but also to give further elucidation regarding its proposition in paragraph 36 that the Company cannot dispense with the aforementioned forts without rendering Cochin and at the same time the entire Malabar useless to it. For I have demonstrated there, and further repeated in paragraph 152, that the same serve principally to cover the Company's possessions and to secure the revenues thereof, and that they are situated at the outlets of a large inland water, whereby foreigners are kept out of the country and the inhabitants are compelled to bring their products to the Honorable Company for sale or for the payment of toll. Now it is certain that the advantages which Malabar yields consist solely in the revenues 513 of the lands, in the toll collection of incoming and outgoing duties, and in the profits on trade. And since these cannot be obtained other than by means of those forts, it also follows undeniably that the Honorable Company without those forts would enjoy no advantages and thus, by dispensing with the same, would render the entire Malabar useless to it. The opposite of this remark has already been fully proven in my treatise under the 2nd Section. Nevertheless, I will see whether I can add something to it for further clarification. Were it here as in Europe, where honest people, and above all princes, place their greatest honor in keeping their word, then one would certainly have no need for forts. But since it is a known truth that all Paragraph 166: Since one cannot see that the same are so strictly necessary to maintain, or whether the Company could nevertheless: live in peace and friendship with the native neighboring princes; maintain the city of Cochin in a flourishing state; draw the customary revenues from its remaining possessions; and remain master of the products of the land to such an extent that it retains a good portion of the principal ones for itself, and can take a tolerable export duty from the remainder. Paragraph 167: native princes do not consider themselves bound by their word and that they do not respect the Company out of affection, but only out of fear, it naturally follows that without forts or without a display of power one can neither live in friendship with them nor enjoy the intended advantages. Paragraph 168: The truth of this is already evident from what was argued in paragraph 165, and sound reason also suggests that it cannot well be otherwise. For the princes wish to have full freedom in their actions; they do not wish to have laws prescribed to them by anyone else; they wish to push their revenues and advantages as high as they can. And the Honorable Company wants the same. Thus both pursue one and the same objective. Each stands equally firm on his position. Friendship must yield to self-interest. And superior power alone can decide what each considers right and just for himself. Paragraph 169: That the matter truly stands this way, no one needs to doubt. All places where the Honorable Company is established furnish the most convincing examples of this. Yet I shall speak of only two, which are more or less known to me from experience. Paragraph 170: In Surat the Honorable Company has neither fortifications nor garrisons. Its residence is only by permission. And with respect to trade it stands on an equal footing with other merchants. On the other hand, the entire superior power is in the hands of the natives alone. These exercise an independent authority. These prescribe the laws to the Company. And the Company is also generally obliged to submit to them, since it has no actual power in that place to oppose injustice and violence. Paragraph 171: Yet in Malabar the situation is entirely different. Here the Honorable

Dutch transcription

512 11: Van de forten Chettua en 12: SeCranganoor bedraagen de verpagtingen. van de geregtighijd der Rivier - - - Rop:s 2700: —. „ „ Tabacq - - - - - - - - - - „ 1100: — „ surij en Aracq - – – – . . „ 100: — „ Tesamen Rop: 3900:—. En deeze twee Posten bij een gevoegt met Rop:s 6258:— kunnen zeekerlijk het gecalcu„ „leerde bedraagen van Rop:s 10: à 11'000: - niet ten vollen haalen. maar men diend in aanmerking teneemen; dat de Jnkomsten van Paponettij tot een montant van Rop:s 17024:— daar van niet aftezonderen zijn. Want schoon dit landschap als een Comptoir op zig zelfs aange„ „merkt werd, alwaar een Resident met eenige wijnige Jnlanders de geregtigheeden invordert, en waarvan de onkosten Jaarlijx Circa Rop: 7: à 800: — bedraagen, zo blijkt egter uijt de caart, en uijt de beschrijving, die ik bij mijne verhandeling onder de 1=te Afdeeling van 'sEComp:s Bezittingen, dog voornamendlijk 5: 5:, 24:, en 25: van Papo„ „nettij gegeven heb, dat als hetzelve door de porten Chettua en Cranganoor niet gedekt wierd, het dan voor de EComp:e niets waard zoude zijn. En uijt dien hoofde de Jnkomsten daar van meede moetende houden, voor eijgene Jnkomsten van die twee porten, zo toeht der„ „zelver 17: Van de Forten Chattua en 18 onnut maaken. „zelver gezamendlijk bedragen van Rop:s 23'282:— ontegenzeggelijk, dat de EComp:e de tedoene onkosten van Rop:s 11000:—. niet alleen ten vollen wederom krijgt, maar datze boven dien nog een essentieel voordeel geniet, van ruijm Een Capitaal aan zuijvere overwinst. 5: 165: Bij mijne verhan„ te „deling is de gantsche I=ste en 11:de Afdeeling geschikt, om dit Poinct te bewijzen, dat de EComp:e de meer„ „meldte forten niet missen kan, of zij zoude Cochim en teffens de gantsche mallabaar voor haar onmut maaken. Want ik heb daarbij aange„ „toont en 5: 152: nader herhaalt, dat dezelve voornamendlijk dienen, om 'sComp:s bezit „tingen te dekken, ende Jnkomsten daar van te secureeren, en dat dezelve gelegen zijn, aan de uijtgangen van een groot binnen water, waardoor de Vreemdelingen uijt het land geweirt, ende Jnwoonders gedwon„ „gen worden, hunne Producten bij de EComp:e te koop of ter vertholling tebrengen. nu is het zeeker dat de voordeelen die de malla„ „baar uijtleevert, alleen in de Jnkomsten maar ook nader elucida„ „tie te geeven weegens zijne stelling §: 36: dat de Comp:e meermeldte porten —. niet missen kan, of zij zoude Cochim en teffens de gantsche Mallabaar voor haar van 513 17: Van de Forten Chettua en sb: van de Landen, in de vertholling der Jn„ „komende en uijtgaande Geregtigheeden, en in de winsten op den Handel bestaan. En dewijl deeze niet anders als door middel van die forten verkreegen kunnen werden, zo volgt ook ontegenzeggelijk, dat de E: Comp:e zonder die forten geene voordeelen ge„ „nieten en dus door 't missen van dezelve de gantsche mallabaar voor haar onnut maaken zoude. Het tegendeel van dese aanmerking is bij mijne verhandeling onder de H:de Afdeeling, bereets ten vollen bewezen. Egter zal ik zien, of ik tot nadere op„ „heldering nog het een en ander daar bij voegen kan. was het hier, gelijk in Europa, daar honnette menschen, en voor al vorsten, in de nakominge van hun woord, hunne grootste Eere stellen, dan hadde men zeekerlijk geene porten noodig. maar in het eene bekende waarheijd is, Dat alle 5: 167: 5: 166: Alzo men niet kan zien, dat dezelve Juijst zo noodzaake„ „lijk zijn aantehouden, of de Comp:e zoude daarom evenwel. met de Jnlandse Buurvorsten in vreede en vriendschap kunnen leeven; De stad Cochim in een florisante staat onderhouden van haare overige Bezittingen de gewoone Jnkomsten trekken; En van de producten van't land in zo verre meester blijven, dat zij een goed gedeelte van de voornaamsten voor zig houden, en van de overigen eene dragelijke uijtvoers geregtigheijd neemen Jnlandse kan. 11: Van de forten Chettua en sb: Jnlandse vorsten zig aan hun woord niet ver„ „bonden agten en datze de Comp:e niet ontzien uijt genegendheijd, maar alleen uijt vreeze zo volgt ook van zelfs, dat men zonder porten of zonder vertooning van magt met hen niet in vriendschap leven nog de beoogde voordeelen genieten kan: 5: 168: De waarhijd hiervan, blijkt bereets uijt het betoogde 5: 165:, En dan geeft ook de gezonde reeden aan de hand, dat het niet wel anders zijn kan. want de vorsten wil„ „len gaarne in hun doen en laaten volle vrijhijd hebben zij willen zig door geen ander wetten laaten voorschrijven. zij willen hunne Jnkomsten en voordeelen zo hoog drijven alsze kunnen. En dit een en ander wil de EComp:e ook. Dus bedoelen beijde een en't zelfde oogmerk. Een ieder staat even sterk op zijn stuk De vriendschap moet voor't eijgen belang wijken. En de overmagt alleen kan be„ „flissen, wat een ider voorzig regt en billijk agt. 5: 169: Dat het waarlijk met de zaak in deezer voegen legt, behoeft niemand in 544 11. Van de Forten Chettua en 10: in twijfel te trekken. Alle plaatsen; waar de EComp:e gezeten is, leeveren daar van de overtuijgendste voorbeelden uijt Dog ik zal maar van Twee spreeken, die mij uijt de ondervinding min of meer bekent zijn. 5: 170: Te Souratta heeft de E Comp:e geene sterktens nog bezettingen. Haare Jnwooning is alleen bij toelaating. En zij staat ten opzigte vanden Handel maar met andere kooplieden gelijk Daar en tegen is de gantsche overmagt in handen van de Jnlanders alleen. deeze oeffenen een vrij gezag. Deeze schrijven de Comp:s wetten voor. Ende Comp: is ook doorgaans verpligt zig daar aan te onderwerpen, dewijl zij daar ter plaat„ „se geen daadelijk vermogen heeft, zig tegens onregt en geweld aan te kanten. 5: 171: Dog opde mallabaar is het gantsch anders gestelt. Hier heeft de E:

NL-HaNA_1.04.02_3326_0446 view scan ↗

English

Concerning the Forts Chettua, etc. The Honorable Company has its own cities, forts, and possessions. The superiority, or rather the greatest strength of the country, is in its power. It can, if it wishes, lay down the law. It exercises authority and jurisdiction over a large portion of the native inhabitants. It shares with the princes in the government, in the revenues of the lands, and in the proceeds of the import and export duties. And with respect to trade, it makes such arrangements to its advantage that the principal products of the country must be delivered to it for much less than the market price, and the remainder must be brought to it for toll payment. § 172. And all these excellent privileges it has not acquired through favor, gifts, or donations, nor through promises and counter-promises by contracts, but solely through its power and through the force of its arms. Their durability is likewise to be attributed to nothing other than a continual display and even exercise of power, and the maintenance of good strongholds and strong garrisons. Consequently, it must also proceed in like manner for the future. And this once being established, as I think it may well be established as a matter that now leaves no more doubt, I therefore also do not hesitate to present this truth for my respectful opinion: That it is utterly impossible, without forts and garrisons, to live in peace and friendship with the neighboring princes here, and to enjoy the intended advantages. § 173. Since the intention has never been to abandon entirely the places where the three forts now stand, but for proof and maintenance of our possession: At Chettua to have constructed a guardhouse with a live hedge and manned by a couple of Europeans and 4 or 5 native servants; At Cranganore to maintain one of the most suitable dwellings, with a warehouse for storing the pepper; and At Cerlang to maintain such outbuildings as could be included within the simultaneously projected new lodge, and to leave in garrison 49 European and 9 native servants with 1 junior merchant as chief. So I also know, spoken in the hope of being favorably understood, of no reason why such precious fortifications should be exchanged for mere guardhouses and dwellings with live hedges. For: Firstly: solid stone walls are surely far to be preferred above all other kinds of enclosures, even if one wished only to look at the security of the servants with respect to their dwelling. Secondly: they require no costly repair nor troublesome maintenance; but with a little can remain for long years in that state in which they currently are; § 156-159. Thirdly: destroying the old and constructing new works would not only bring along much trouble and loss of time, but possibly also greater expenses than can be made good in several years from the revenues. Fourthly: a mere proof of possession is not enough. The maintenance of the Honorable Company's privileges, possessions, and revenues necessarily requires an actual exercise of power and superior strength; § 167-172. And for that purpose, single guardhouses or dwellings with live hedges certainly cannot serve at all. And Fifthly: the Honorable Company has absolutely no loss from those forts. The expenses needed for the maintenance of their fortifications and garrisons are amply compensated by real revenues; § 162-164. And I believe I may reasonably assume that once everything is brought into order, the advantages will then still increase considerably. § 174. Moreover, the old works already stand, and the new ones must first be made. For the old ones the native princes and foreigners have respect; but the new ones they will not regard; they will not let limits be set against their further encroachment by them, but will even sweep them away. And then one would see too late what the Honorable Company had lost, as it cannot fail but that the loss of these places would drag along the loss of the entire Malabar; § 32-35. § 175. It is true, according to my proposition § 172, strong garrisons are needed here. I assume for that, in the first plan, 800 heads, namely: 200 for the subordinate forts and outposts, and 600 for Cochin, according to a demonstration by Major Medeler, which lies annexed under No. 4. Their maintenance, according to the calculation of the pay bookkeeper Seyffer, No. 5, will come to cost 81,340 rupees. And this is certainly somewhat much; but one can nevertheless by no means consider it an useless, much less a detrimental burden. For the real revenues that the Honorable Company enjoys in return from the leasing of its own lands, from the import and export tolls, and from several other rights, are also not small. The same, according to memorandum No. 6, will already amount in this financial year to 83,028 rupees, when the paddy, as has been done here, is calculated at 15 stivers or 1/2 rupee the parra buyout price. And I hold myself assured that within a short time these will climb to 100,000 rupees and more, once the illicit dealings of the

Dutch transcription

41: Van de Forten Chettua en1: E Comp:e haare eijgene steden, Forten, en Bezittingen. De overmagt of eijgend„ „lijk de grootste sterkte van't land is in haare magt. zij kan als zij wil, de wet stellen. zij oeffent over een groot gedeelte der natuurlijke Jn„ „woonders gezag en Jurisdictie. zij deeld met de vorsten in de Regeering inde Jnkomsten der Landen, en in 't bedragen der Jn en uijtgaande Regten. En zij maakt ten opzigte vanden Handel zulke schikkingen in haar voordeel, dat de voornaamste Pro„ „ducten van't land voor veel minder dan de markts prijs aan haar ge„ „leevert, en de overigen ter verthol„ „ling bij haar gebragt moeten werden. 5: 172: En alle deeze uijtmuntende voorregten heeft zij niet verkregen, door gunste, giften ofgaaven, nog door beloften en tegen beloften bij Contrac„ „ten, maar alleen door haar vermogen en 545 11: Van de Forten Chettuca en J: Want ons oogmerk is nooit geweest, om die plaatsen in 't ge„ en door 't geweld van haare wapenen Derzelver duurzaamhijd is insgelijx E aan niets anders toeteschrijven, dan aan een geduurige vertooning en zelfs oeffening van magt, en de onderhouding van goede vastighee„ „den en sterke guarnisoenen. Bij gevolg diend: zij ook voorden aan„ „staande in gelijker voegen tewerk te gaan. En dit eens vast gesteld zijnde, gelijk ik denk, dat het wel mag vastgestelt werden, als een zaak, die nu geen twijffel meer overlaat, zo schroom ik ook niet, voor mijn eer bie„ „dig gevoelen deeze waarhijd temogen opgeeven: Dat het volstrekt onmoge„ „lijk is, zonder porten en Bezettingen, met de Buurvorsten hier in vreede en vriend„ „schap te leeven, ende beoogde voordeelen te genieten. „heel te verlaaten, maar tot Dewijl het oogmerk nooit geweest is, de plaat„ §: 173: bewijs sen 17: Van de Forten Chettua entb: Possessie. bewijs en maintenue van onze Jechettua telaaten ex„ „trueeren, Een wagthuijs niet een leevendige Lagger en bezet met een paar Euro„ „peese, en 4: of 5: Jnlandsche dienaaren; Je Cranganoor een den bequaam„ „ste wooningen aantehouden, met een Pakhuijs tot berging van de Peper; En se Cerlang — zodanige opstallen, als binnen de te gelijk geprojecteerde nieuwe Logie zouden kunnen begree„ „pen werden, te onderhouden, en in guarnisoen telaaten 49: Europeese en 9: Jnlandse dienaaren met 1: onderkoop„ „man als opperhoofd. „sen waar thans de Drie porten staan, in't geheel te verlaaten zo weet ik ook, inhoope van wel„ „duijding gezegt, geene reeden, waarom zulke kostelijke vestingwerken, tegens bloote wagthuijsen en wooningen met leevende„ „ge Laggers verwisselt zouden werden. Want. voor Eerst: zijn tog hegte steene muuren verre te prefereeren boven alle andere soorten van om„ „heijningen, al was 't ook, dat men maar alleen op de zeekerhijd der Be„ „diendens ten opzigte van de Jnwooning wilde zien. Ten Tweeden: Hebben dezelve geene kostbaare verhelping nog lastig onderhoud noodig; maar kunnen met een wijnigje nog lange Jaaren indie staat blijven waar 516 11: Van de Forten Chettua en Vr: waar in ze thans zijn; 5: 156: — 159: Ten Derden: zoude het vernietigen van de oude en het aanmaaken van nieuwe werken, niet alleen veel moeijte en tijd verlies, maar ook mogelijk groo„ „tere onkosten na zig sleepen, dan in verschijde Jaaren uijt de Jnkom„ „sten goed temaaken zijn Ten vierden: Is een bloot bewijs van Pos„ „sessie met genoeg. De maintinue van 's Ecomps voorregten, Bezittin„ „gen en Jnkomsten verhijpcht nood„ „zaakelijke eene daadelijke oeffening van magt en overmagt 5: 167: — 172:. En daartoe kunnen zeekerlijk enkelde wagthuijsen of wooningen met leevendige paggers geen zinds dienen. En Ten vijfden: Heeft de Ecomp: bij die ponten gantsch gaen schaade. De onkosten tot onderhoud vanderzelver vesting werken en Bezettingen noodig, werden door reële Jnkomsten ruijm weder vergoedt. 5: 162: — 164: En ik vermeen met reeden te 17: Van de Forten Mhettica entb: te mogen vast stellen, dat als eens alles in ordre is gebragt, dan de voordeelen nog merkelijk vermeerderen zullen. §: 174: Boven dien, staan 'en de oude wer„ „ken al, ende nieuwe moeten nog eerst gemaakt werden. voor de ouden hebben de Jnlandsche vorsten en vreemdelingen ontzag; maar de nieuwe zullenze niet agten; zij zullen zig daardoor tegens hunnen verderen indrang geene paalen laaten zetten, maar die zelfs meede neemen. En dan zoude men te laat zien, wat de EComp:e verlooren hadde, alzoo het niet missen kan, of het verlies van deese plaatzen zoude het verlies van de gantsche mallabaar na zig sleepen, §: 32: —3:5: — 'T is waar ' volgens mijne stel¬ „ling 5: 172: zijn hier sterke guarnisoenen noodig. Jk neem daar voor 800: koppen Primo Plan teweeten: 200. voor de onder„ „hoorige forten, en buijten posten, en 600: voor §: 175: 517 11: Van deforten Mettua en 1E: voor Cochim, blijkens eene Aanwijzing van den Majoor Medeler, die onder n:o 4: hier nevens legt. Derzelver onderhoud zal volgens Calculatie van den zoldij Boekhouder Seijffer N:o 5: komen te staan op Rops 81340: En dit is zee„ „kerlijk wat veel. maar men kan het egter geenzinds voor eene onnutte, veel min dan schaadelijke Last post houden. want De reële Jnkomsten die d' EComp:e daar en tegen uijt de verpagting van haare eijgene Landen, van de Jn-en uijtgaande shollen en van meer andere Geregtigheeden geniet, zijn ook met gering. Dezelve zullen blijkens memorie N:o 6: in dit Boekjaar al Rop:s 83028:— bedraagen, wanneer de nelij, gelijk hier geschied is, tegens 15: stxe:s of Rop:s -½ de parra uijtkoops gereekent werd. En ik houde mij ver„ „zeekert, dat die binnen korten tot Rop:s 100'000:— en meer opklimmen zullen van als eens de onderkruijpingen den

NL-HaNA_1.04.02_3326_0452 view scan ↗

English

Chettua and 18 II: On the Forts the king of Cochim, with respect to the territory of the city, of the Lordship of Maprana, and of several other lands to the north, which, as appears from Extract Treaty No. 7, were ceded by the zamorin to the Honorable Company, is entirely abolished, the privileges and properties firmly maintained, and the maintenance of the gardens and estates observed with somewhat better attention than has occurred for several years past. Consequently, the revenues alone are sufficient for the maintenance of a strong garrison, and possibly above that, of the fortifications as well. Trade does not need to contribute anything toward this. If it bears its own expenses, the further profits may remain entirely net. And this, it seems to me, is already a great deal for a trading post like Mallabaar, which was founded by arms, § 176: and 518 II: On the Forts Chettua and etc. and maintained in standing to this day. Indeed, one will consider this matter even much greater when one observes that trade itself draws its advantage from a continuous display and exercise of power. For if the native rulers had no respect for the superior power of the Honorable Company, and the beaches and inland waters were not covered by capable forts, what, after all, would induce the farmer to bring his products and provisions to the market of the Honorable Company and to no other! And, what would in particular compel the king of Toevancoor to deliver a considerable quantity of fifteen to twenty times one hundred thousand pounds of pepper to the Honorable Company for Rops 55 and 65, while he can obtain Rops 130 and more from private merchants? Truly, the truth of all this is all too clear for it to suffer any contradiction. § 177: II: On the Forts Chettua and etc. contradiction. One cannot refuse to admit that the revenues of the land as well as the advantages and profits on trade, and in general all good successes of the Honorable Company's interests, depend upon strong forts and sufficient garrisons. And I, for my part, cannot fail to add hereto in concluding this section: That the more I learn to know Mallabaar thoroughly, the more I understand that this trading post is of great importance to the Honorable Company, and that it will become of even greater importance, if only good use is made of the good condition of the forts and garrisons, and trade is vigorously pursued on the footing upon which it is now arranged by me, and for which the ample authority from Your High Excellencies provides the best means that a chief of this place could ever wish for. § 178 519 Chettua and etc. II: On the Forts We shall expect this statement so soon that we may be able to decide upon it finally so early that the result thereof can be imparted to Their High Mightinesses, the Lords Masters, in the coming early spring with the late ship. III. Section On the Islands of MoetoeCoenoe § 179: In my treatise § 40 I stated, For reasons alleged by the Governor against the cession of the islands of Moetoe Coenoo to the King of Trevancoor, we can well conform to his Honor's view not to speak of their surrender as long as no application is made for it; but such occurring, the said islands may be ceded to His Highness for 16000 Ropias. that it might not be good to cede those islands to the King of Trevancoor. But this was spoken with hesitation, to which I was brought at that time by a certain timidity. My true opinion is that the Honorable Company must never surrender these islands, even if the King of Trevancoor were willing to pay far more than Rops 16000 for them, because they lie in the middle of the fairway directly opposite Crangenoor. And if he should ever have a fort built upon them, he would be able to claim the same right over the river that the Honorable Company alone has had until now. At least the granted authorization for the cession might well be so far revoked that Your High Excellencies reserve the further and formal decision to yourselves in case of occurring necessity, without leaving it once and for all to the respective chiefs here. For if that is not done and the King of Trevancoor should happen to hear that such an authorization lay here, as it goes all too poorly with respect to secrecy at this place, he might sometimes press for the surrender before it was possible for Your High Excellencies to make other orders regarding it. V. Section On the City of Cochim. § 180: I have the honor to present both of these calculations herewith under No. 8 and 9. Before we give our consent, in conformity with the proposal made, to fill up the moat entirely, etc. § 178: Not only out of respect for Your High Excellencies' pleasure, but also for reasons mentioned in § 154, I would very gladly have complied with this order as promptly as possible; but it has been impossible. And I hope that Your High Excellencies will believe me on my word, since I can assure that I have now again been working day and night for five months past, without yet being able to know whether I shall be completely finished to satisfaction before my departure.

Dutch transcription

Chettua en 18 11: Van de Forten den koning van Cochim, ten opzigte van 't grond gebied der stad, van de Heerlijk„ „heijd Maprana, en van meer andere landen omde noord, die door den sam„ „morijn blijkens Extract Tractaat N:o 7: aan de EComp: afgestaan zijn, in't ge„ „heel vernietigt, de voorregten en Eijgen„ „dommen met nadruk gemaintineert en op 't onderhoud der Thuijnen en Lan„ „derijen wat beeter agt geslaagen werd dan 't seedert eenige Jaaren herwaarts is geschied Bij gevolg zijn de Jnkomsten alleen genoeg tot het onderhoud van een sterk guarnisoen, en mogelijk booven dien nog van de vesting werken. De Handel behoeft daartoe niets te Contribueeren. Als die zijne eijgene Lasten draagt, kunnen de verdere winsten zuijver overschieten. En dit dunkt mij is Comptoir gelijk de al veel voor een mallabaar, dat door de wapenen gestigt, §: 176: en 518 11: Van de Foeten Chettua en st en tot heeden instaat gehouden is. Ja men zal deeze zaak nog veel grooten agter„ als men aanmerkt; dat de Handel zelfs uijt eene aanhoudende vertooning en oeffening van magt, zijn voordeel trekt. want hadden de Jnlandsche vorsten geen ontzag voor de overmagt vande Ecomp„e en wierden de stranden en binnen wateren niet door bequaame forten gedekt, wat zoude den Landman tog beweegen, zijne Producten en Provisien bij de EComp: en bij geen ander temaakt tebrengen! En, wat zoude in 't bijzonder den koning van Joevancoor noodzaaken, eene aanmer„ „kelijke quantiteijt van vijfthien à Twintig „maal hondert Duijsent Ponden Peper voor Rop:s 55: en 65: aand' EComp:e te leeveren terwijl hij van particuliere negotian kan „ten Rop:s 130: en meer krijgen 5:85: Trouwens De waarhijd van dit een en ander is al te klaar, dan dat dezelve eenige tegenspraak 5: 177: H1: Van de Forten Chettua en J= tegenspraak zoude lijden. men kan niet wijgeren toetestaan, dat zo wel de Jnkomsten van't land, als de voordeelen en winsten op den Handel en in't Generaal alle goede successen van 's Ecomp:s Belangen van sterke porten en van toerijkende Bezettingen af„ „hangelijk zijn. En ik voor mij kan niet nalaaten, tot slot van deeze afdeeling nog daarbij te voegen: Dat hoe meer ik de mallabaar in de grond leere kennen, hoe meer ik begrijpe, dat dit Comptoir voor de EComp:e van veel aangelegendh:d is, en dat het van nog Grooter aange„ „legendhijd zal werden, indien maar van de goede gesteldhijd der forten en Guarni„ „soenen een goed gebruijk gemaakt ende Han„ „del met nadruk doorgezet werd, op dien voet, waarop die thans door mij geschikt is, en waartoe de ruij„ „me qualificatie van uw Hoog Edelens de beste middelen verschaft, die een opper„ „hoofd van deeze plaatse ooit wen „schien kan. 5: 178 519 Chettua en H: 11: Van de Forten Deeze opgaave — zal „len wij zo spoedig— verwagten, dat wij in staat kunnen zijn zo vroeg tijdig daarop finaal te disponeeren, dat het resul„ „taat van dien, Haar Edele Hoog Agtbaare, de Heeren meesters, in aanstaande vroege voorJaar, met het naschip; —. — kan werden bedeelt. 111. Afdeeling Van de Eijlanden MoetoeCoenoe §: 179: Bij mijne verhan„ „deling 5: 40: heb ik gezegt om reedenen door den Gouverneur tegens den afstand 5: 178: Niet alleen uijt Eer„ „bied voor uw Hoog Edelens goedvinden, maar ook om reedenen 5: 154:—. gemeldt, hadde ik zeer gaarne aan deeze ordre ten spoedigsten voldaan. maar het is on„ „mogelijk geweest. En ik hoop dat uw Hoog Eelens mij op mijn woord gelooven zul„ „len, dewijl ik verzeekeren kan, dat ik nu al weder vijf maanden her„ „waards dag en nagt gearbeijdt heb, zonder nog te kunnen weeten, of ik voor mijn vertrek wel nagenoegen klaar zal komen der gehad 1 - 111. Van de Eijlanden MoetoeCoenoe. zijn Hoogheijd werden der Eijlanden Moetoe Coenoo. aanden Koning Trevancoor geallegeert, kunnen wij ons welvoegen bij zijn E: sentiment, om van der zel„ „ver overgaave niet te ppree„ „ken, zolange daar toe geen aanzoek gedaan werd. maar zulx geschiedende — mogen gedagte Eijlanden voor Ro„ „pias 16000:– aan afgestalen gehad; Dat het mogelijk niet goet zoude zijn, die eijlanden aanden Koning van Trevancoor aftestaan. Dog dit is twijfelagtig gesprooken, waar toe ik toen ter tijd doer zeekere beschroomdhijd gebragt ben geworden. mijn waare gevoelen is dat de EComp: deeze Eijlanden inder eeuwig „heijd niet moet overgeeven, alwas 't ook dat de koning van Trevancoor daar voorveel meer, dan Rop:s 16000:- betaa„ „len wilde, want dezelve leggen in't midden van't vaarwater regt tegens over Crangenoor. En bij aldien hij daarop eens een fort liet zetten; zoude hij het zelfde Regt over de revier pretendeeren kunnen dat de EComp: tot nog toe maar alleen gehad heeft. Ten minsten mogte de verleende qualificatie tot den afstand, wel in zo ey 520 1/111: Van de Eijlanden Moetoe Coenoe. zo verre weder ingetrokken werden, dat uw Hoog Edelens bij voor komende, noodzaakelijkheijd, de nadere en for„ „meele dispositie aan zig hielden, zonder die eens vooral aande respective opperhoofden hier telaaten. want als dat niet geschied ende koning van trevancoor kreeg eens te hooren, dat diergelijken qualificatie hier lag, gelijk het ten opzigte vande geheijmhou„ „ding te deeser plaatse maar al teslegt toegaat, zoude hij zomtijds de overgaave doordringen kunnen, eer het voor vi Hoog Edelens mogelijk was, daar op andere ordre te stellen V. Afdeeling Van de stad Cochim. 5: 180: Beijde deeze Cal„ „culatien heb ik de Eere onder N:o 8: en 9: hier Voor dat wij onze toestem„ „ming geeven, om Conform den gedaanen voorstel — de gragt in't geheel te dempen, entz: nevens 2 .

NL-HaNA_1.04.02_3326_0458 view scan ↗

English

Concerning the city of Cochim A calculation will first have to be made and sent hither by the surveyor De Graaf concerning this and the room to be built for the trade office, so that we may declare ourselves positively thereon. to be added thereto. But I do not believe that much reliance can be placed on it, although the same have been altered and improved more than once from gross errors in calculation which I discovered therein at first glance. For that of the city works No. 8, at first amounting to Rds. 300,000, has now indeed been reduced to Rops. 136,388; yet according to my thoughts it is still estimated far too high. And from that of the trade office No. 9, although set at only Rops. 7,351, something will probably also still have to be bargained down, since lime and bricks do not cost much here, and coolies generally receive only 3 light stuivers per day. Section 181 Yet be this as it may. In my humble opinion, the work is necessary and can hardly suffer delay, or else the wall whereof 521 Concerning the city of Cochim whereof mention was made in my treatise Section 49 will fall over, and the ceiling above the present trade office will collapse, and the Honorable Company will thus be forced to incur heavy expenses without this serving to the advantage of the intended purpose in Sections 52 and 53. For that reason it would indeed be best that Your High Excellencies might be pleased just to give orders to begin with the one and the other, without first awaiting a further and more precise calculation. For after all, that can add to or detract nothing from the true costs. The same are and remain almost solely dependent on the good oversight and attentiveness of the one who holds the chief authority in hand. And being able to expect in this matter of my present successor that His Honor has the desire and inclination to look at the work himself, and not to permit that the Honorable Company become greatly deceived through exorbitant charges, Concerning the city of Cochim so I know nothing more to add hereto, except only this remark: That the city work in my opinion requires no haste. If only, as a beginning, the new opening at Stroomburg is made, the old one at the galleon stopped up, and the inner moat filled up to such an extent that the threatening wall cannot collapse, then that will for the present be quite enough. The rest has time, and can follow gradually as opportunity offers the best means for economy. And in that manner this important work will become completed so easily and with so little trouble and fuss that the expenses will not run too high, nor attract notice, nor serve as a heavy and unbearable burden to the Honorable Company. In the meantime, we do not object that the house on the point Stroomburg be vacated for the secunde, after it will first have been reported to us what the house in which the secunde presently resides might be saleable for. Section 182 The house in which the secunde currently resides is extraordinarily bad, as appears from the report of the commissioners which is recorded under the Resolution of the 22nd of May 1770 and lies behind here under No. 10. And since then it has worsened considerably, so that one or another walking in the front hall fell through the floor. Also, the dilapidated and cramped condition of the present trade office is largely the cause of the backwardness of the trade work. And therefore I would very gladly have allowed the secunde to move long ago to the dwelling on the point Stroomburg, had I not been restrained by Your High Excellencies' orders mentioned here in the margin and previously in Section 180. Now, in compliance therewith, there indeed lies here annexed under No. 11 a report according to which that old building would be worth, for someone who wishes to reside in it himself, 522 Concerning the city of Cochim Rops. 3,400, but for another who buys it to make a profit therewith, only Rops. 3,000. And this is possibly all that can be said thereof. But the habitation begins, however, to become so dangerous that one will not be able to postpone much longer to make a repair, which will certainly cost more than the entire new trade office. And therefore I also hope that Your High Excellencies will soon be pleased to grant the necessary authorization for the execution of my respectful proposal in Section 53, which after all has nothing other as its objective than the promotion of the Honorable Company's interests. Section VIII. Concerning the King of Trevancoor. Section 183 As regards the notion that might previously have existed to make the King of Trevancoor sole master or emperor of the whole of Malabar, and against which Your Honor posits that if one had wished to introduce such a sovereignty, it would have been much better to choose the King of Cochim for that purpose, we are of the opinion that the sovereignty should fall into the hands of neither the King of Trevancoor nor the Prince of Cochim, but that the latter should be raised up again by all possible means so as to be able in time to pose a counterweight again to Trevancoor, regarding which latter or the maintaining of the balance one cannot sufficiently recommend caution to Your Honor to proceed therein gradually. Concerning the introduction of a sovereignty here on the coast, I had only spoken hypothetically in Section 83. But my true opinion, as appears from Section 84, was none other than that which Your High Excellencies approve here in the margin and earnestly recommend. Also, in earlier times it was not very difficult to keep the balance of justice in continuous equilibrium. But at present experience teaches me that this can no longer happen. The preponderance tilts all too much toward the side of the King of Trevancoor. And on the contrary, the King of Cochim has been so greatly humbled that he can by no possibility be raised up again. For 523 Section VIII. Concerning the King of Trevancoor

Dutch transcription

v=n Van de stad. Cochim zal daar van en van het aantebouwen vertrek voor 't negotie Comptoir, door den Landmeeter De Graaf eerst eene calculatie — moe„ „ten gemaakt en herwaarts gezonden werden, om ons daar op positief te ver„ „klaren. nevens te voegen. maar ik geloove niet dat daar op veel staat te maaken is; schoon dezelve meer dan eens verandert en verbeetert zijn van grove miszee„ „keningen, die ik inden eersten opslag daar bij ontdekte. Want die van de stads werken n:o 8: eerst groot Rd:s 300000:-. is thans wel tot Rop:s 136388:— ver¬ „mindert; dog volgens mijne gedagten nog alveel te hoog genomen. En van die van 't negotie Comptoir N:o 9: schoon maar op Rop:s 7351:– gestelt, zal ook nog wel wat aftedingen zijn; dewijl kalk en steenen hier niet veel kosten ende coelijs doorgaans maar 3: ligte stuijvers sdags genieten 5: 181: Dog dit zij zo als het wie. Het werk is volgens mijn gering gevoelen noodzaakelijk en kan niet wel uijt „stel lijden, of anders zal de muur waar 521 V. Van de stad Cochim. waarvan bij mijne verhandeling §: 49: gesprooken is, om verre vallen, en de zolder boven 't presente negotie Comptoir instorten, ende E Compe dus genoodzaakt zijn, swaare onkosten te doen, zonder dat zulx het bedoelde oogmerk §: 52: en 53: tot voordeel strekt. Om die reeden zoude dan wel best zijn, dat uw Hoog Edelens maar ordre geliefden te geeven, met het Een en ander te beginnen, zonder Cal„ eerst eene nadere en nauwkeurigen tog „culatie aftewagten. Want die kan ten opzigte van de waare onkosten niets bij of afdoen. Dezelve zijn en blijven genoegzaam alleen afhangelijk vande goede toezigt en op lettendhijd van den geenen, die het Hoofd gezag in handen heeft. En in dit stuk van mijnen presenten opvolger mogende verwagten, dat zijn Ed: lust en genegendhijd heeft, na 't werk zelfs te kijken, en niet toe„ „testaan, dat de E Comp: door buijten „spoorige opbrengen grootelijx bedrogen raake V: Van de stad Cochim raake, zo weet ik hier niets meer bij tevoe„ „gen, dan alleen deeze aanmerking: Dat het stadswerk volgens mijne gedagten geene overhaasting noodig heeft. Jndien maar tot een begin de nieuwe opening bij Stroomburg gemaakt, de oude bij 't galjoen gestopt en de binnen gragt in zo verre gedempt werd, dat de drijgende muur niet kan instorten, dan zal 't voor eerst volkomen genoeg zijn. Het overige heeft tijd, en kan gaande weg volgen, na dat de gelegendhijd de beste middelen tot zuijnighijd aan de hand geeft. En op die wijze zal dit aangelegen werk voltooijt raaken zo gemakkelijk en met zo weijnig moeijte en omslag, dat de onkosten niet te hoog loopen, nog in't oogsteeken, nog de EComp:e tot een swaare en on„ „dragelijke Last post strekken zullen. ondertusschen mogen wij wel lijden, dat het huijs op de punt stroomburg, — aan Het Huijs waarin desecunde thans woont, den is §: 182: 522 Van de stad Cochim. is extraordinair slegt den secunde ingeruijmt werde, na dat ons alvoorens zal wezen gestelt, blijkens Berigt opgegeeven, waar voor het Huijs, van gecommitteerdens waar in desecunde tegenwoordig dat ter Resolutie van den zijn verblijt houdt, verkoop„ „baar zij 22:' maij 1770: ingeschree„ „ven staat en onder n:o 10: hier agter legt. En't sedert is het merkelijk ver„ „slimmert, zodat de een of ander, in de voorzaal wandelende, door de zolder zaakt. ook is de bouwvallighijd en bekrompendhijd van't presente negotie Comptoir grootelijx oorzaak van't ver„ „agterde negotie werk. En daarom zoude ik zeer gaarne densecumde al voor lange naar de wooning op de punt stroom„ „burg hebben laaten overgaan, was ik niet tegen gehouden door uw Hoog Edelens ordres, hier ter zeijden en bevoorens §: 180: gemeldt. nu legt in voldoe„ „ning aande zelve onder N:o 11: wel hier nevens Een berigt volgens 't welke dat oude gebouw waard zoude zijn, voor iemand dieer zelfs in wil woonen, Rop„s N V. Van de stad Cochim: Rop:s 3400:— dog voor een ander die het koopt om daarmeede winst te doen, maar Rop:s 3000: - Endit is mogelijk ook alles, wat men daarvan zeggen kan. maar de Jnwooning begint egter zo gevaarlijk tewerden, dat men niet veel langer zal uijtstellen kunnen, eene verhelping te„ „doen, die zeekerlijk meer zal kosten als het gantsche nieuwe Negotie Comp„ „toir. En daarom hoop ik ook, dat uw Hoog Edelens spoedig de noodige quali„ „ficatie zullen gelieven te verleenen, tot de volbrenging van mijn eerbiedig voorstel §: 53:, hetwelk tog niets anders, dan de bevordering van 't Ecomp:s belangen tot een doelwit heeft. V711. Afdeeling. van den Koning van Trevancoor. Wat aangaat het concept, dat 'er bevoorens gelegen mogte hebben, om den koning van Van het invoeren eener opperheerschappije hier 3: 183: Frevancoor ter 523 V7I1: Van den koning van Trevankoor ƒ frevancoor alleen meester of keijzer vande gantsche malla„ „baar temaaken, en waartegen vE: poseeren, dat als men dier„ „gelijken opperheerschappij hadde willen invoeren, het vrij beeter was geweest, den koning van Cochim daar toe uijttekie„ „zen, — zijn wij van opinie, dat nog den koning van Trevancoor nog den vorst van Cochim de opperheerschap„ „pij diend inhanden te vallen, maar de laatste door alle mogelijke middelen weder opgebeurt werden, om zig met 'er tijd weder tot een tegenwigt, — te kunnen stellen van Trevancoor, om„ „trent welk laatste of de balanshouding men vE de voorzigtighijd niet genoeg aanprijzen kan, omdaar toe gradatim te procedee„ „ren. ter Custe heb ik 5: 83: maar bij voor onderstel„ „ling gesprooken gehad. Dog mijne waare meening is blijkens §: 84: geene andere geweest, dan die uw Hoog Edelens hier ter zeijden goedkeuren en met ernst aanprijzen. ook was het in vroegere tijden niet zeer beswaarlijk de Balans der geregtig„ „hijd in een geduurig Even„ „wigt te houden. Dog thans leert mij de onder„ „vinding, dat zulx niet meer geschieden kan. De overmagt helt al te zeer over naar de kant van den koning van Trevancoor. En integendeel is de koning van Cochim zo zeer ver„ „needert, dat hij met geene mogelijk„ „hijd weder opgebeurt werden kan. Want

NL-HaNA_1.04.02_3326_0464 view scan ↗

English

VIII: Concerning the King of Travancore. for he has lost his best lands and revenues. He no longer has any power or authority. He may undertake nor execute anything without the foreknowledge and consent of the King of Travancore. He must endure a guard stationed around him by the same, which watches all his actions. And he finds himself brought to such necessity that he must give him the highest title of Cola Chegera Peroemaal, or Emperor of Malabar, as has become apparent from several letters he has written to me. Section 184: Nor need one doubt that the intention of the King of Travancore is truly aimed at completely subjugating the King of Cochin and effectively setting himself up as supreme ruler. And then the question arises: whether one should permit this or 524 1771: Concerning the King of Travancore or not! According to my humble opinion I must say yes, under certain conditions. For everything has already adapted itself to this. One has no one left who can be placed as a counterweight against him. Following the reckoning of the Treaty of the year 1753, he has advanced too far for one to make him retreat, unless it were to happen by force of arms, to which Your Right Excellencies will certainly not be inclined. And therefore it will be best that if in time he should make a request, or make his desire known, one simply lets the King of Cochin go, and gives him the desired title of Emperor, provided that one can stipulate these advantages thereby: that the Honourable Company shall possess in full ownership all the land that lies between Chettua and Coilang, and VIII: Concerning the King of Travancore. and which has as boundaries the sea to the west, and the Great River and inland waters to the east. For if this happens, the revenues will not only increase considerably, so that the general charges of the whole of Malabar can be made good therefrom, but the Honourable Company will also be restored to the full possession of the shore rights, which have been disputed with it partly by the King of Cochin and partly by the King of Travancore. Yet it is by no means my intention to surrender the supreme sovereignty to him along with the title of Emperor. This belongs solely to the Honourable Company, as appears from sections 166 to 172, and must never be yielded by it, since it has the power to maintain itself therein. Nor do I believe that the King of Travancore will ever 525 1771: Concerning the King of Travancore. oppose it with force, as it is clearly evident that he has not yet lost all respect for the Honourable Company's power. But even so, one must make use of the necessary means to oblige him thereto. Some of these I have already indicated in my treatise, sections 88 to 92, which can certainly be useful. And if those will not help, there still remains this: that by means of a couple of ships and four or five chaloups, one can keep his lands by sea and along the inland waters so occupied that nothing can go in or out, whereupon he will indeed be forced to grant everything one might desire of him, without it being necessary to bring large armies into the field against him. Section 186: Because the underhand purchase of pepper at higher prices than the contracts dictate, having amounted this year to not even 100,000 lbs, is very meager, this may well be abandoned. Section 186: On this matter I would wish that Your Right Excellencies had been pleased to declare yourselves more positively: whether one should completely abandon private purchases, or merely make no extraordinary effort to obtain large quantities! According to my humble opinion, it would be best if one accepted what was brought voluntarily, but let the rest take its course, as this pepper is very expensive and, especially now, based on what was noted in the Patriotic Demand for the year 1771, very easily dispensed with. Section 187: Moreover, all private sale and transport cannot possibly be prevented entirely. The more one guards against it at Cochin, the more one ruins trade and harms the revenues. 526 VIII: Concerning the King of Travancore. One should leave a little at the disposal of the princes' servants and the country people themselves, so that they are not alienated from the Honourable Company and forced to seek another outlet therewith. Above all, one should condone that the bombaras and other native vessels, which transport the Honourable Company's merchandise, also take a little pepper with them; for this will encourage those people to return here and not go to other places where one has no authority. And provided no abuse is made of this, nor the leniency extended too far, this can by no means result in any disadvantage to the Honourable Company. Section 188: By separate letter of 26 September 1769, Your Right Excellencies were pleased, without our yet being able to proceed to [illegible], pursuant to the Governor's proposal in section 87, to the King of

Dutch transcription

VIII: Van den Koning van Travancoor. want zijne beste landen en Jnkomsten is hij quijt. Hij heeft geene magt nog vermoogen meer. Hij mag niets onder„ „neemen nog uijt voeren zonder voorken„ „nis en toestemming vanden koning van Trevancoor. Hij moet van den zelven rondsom zig eene wagt dulden die op alle zijn doen en laaten agt slaat En Hij vindt zig zelfs tot die noodzaa„ „kelijkhijd gebragt, dat hij aan hem den grootsten Titul moet geeven van Cola Chegera Peroemaal of keijzer van de mallabaar, invoegen zulx gebleeken is, bij verschijde brieven die hij aan mij geschreeven heeft. §: 184: Men behoeft ook niet te twijf¬ „felen, of het voorneemen vanden koning van Trevancoor legt wezendlijk, om den koning van Cochim in't geheel onder te brengen en zig met 'er daat voor oppervorst optewerpen. En dan ontstaat de vraage: of men zulx zal toestaan of 524 1711: Van den koning van Trevancoor of niet! volgens mijn gering gevoelen moet ik zeggen van Ja. . onder zeekere Conditien. Want alles heeft zig daar toe bereeds geschikt. men heeft nie „mand meer dien men hem tot een tegenwigt kan stellen. Hij is na de reekening van 't Tractaat van a=o 1753: te verre gevordert, dan dat men hem zoude kunnen terug doen treeden, of het moeste geschieden , door 't geweld van wapenen, waar toe Uw Hoog Edelens zekerlijk niet inclineeren zullen. En daarom zal het best zijn, dat als hij inder tijd eens aanzoek doen, of zijne be„ „geerte te kennen geeven mogte, men dan den koning van Cochim maar vaaren laat, en hem den begeerden Titul van keijzer geeft, mids men daarbij bedingen kan deeze voordeelen: Dat de EComp:e in eijgen„ al het land, dat „dom zal bezitten Chettua en Coilang legt tusschen en V711: Van den Koning van Trevancoor. en het welk ten westen dezee, en ten oosten de Groote Rivier en Binnen wate „ren tot schijd-paalen heeft. Want als dit geschied, dan zullen de Jnkomsten niet alleen merkelijk vermeerderen zodanig dat daar uijt de Generaale Lasten vande gantsche Mallabaar goed temaaken zijn, maar de EComp: zal ook weder hersteld raaken in't vol bezit van het strand-Regt, dat haar gedeeltelijk door den koning van Cochim en gedeeltelijk door dien van Trevancoor bedipputeert is geworden Nogthans is mijne meening geen„ „zinds, om met den Titul van Keijzer ook teffens de oppermagt aan hem over„ „ te geeven. Deeze komt beijkens 5: 166:— 172: de EComp:e alleen toe, en moet door haar nooit afgestaan werden, dewijl zij 't vermogen heeft zig daarin te Ook geloof ik niet, dat maintineeren . de koning van Trevancoor zig ooit 5: 185: met 525 1741: Van den Koning van Trevancoor. met geweld daar tegen aankanten zal, alzo het duijdelijk blijkt, dat hij nog net al't ontzag voor 's EComp:s magt verlooren heeft. Dog zo al, moet men zig van de noodige middelen bedienen om hem daartoe te verpligten. Eenige daar van heb ik bij mijne verhande„ „ling 5: 88:—92: bereeds aangewezen die zeekerlijk van nut kunnen zijn. dan En als die niet helpen willen, door blijft 'er nog dit over, dat men middel van een paar scheepen en vier op vijf Chialoupen, zijne landen ter zee en langs de Binnen wateren zodanig bezet kan houden, dat 'er niets uijt nog in kan komen, als wanneer hij wel genoodzaakt zal zijn, alles toetestaan wat men van hem begeeren mogte, zonder dat het noodig is, groote Leegers tegens hem in 't veld te brengen. 5: 186: V711: Van den koning van Trevancoor. Dewijl de Jnkoop van Peper onder 's Hands tegens hoo„ „gere prijzen dande Contracten dicteeren, dit Jaar nog geene 100'000:- lb: bedraagen hebbende, zeer bekrompen is, — mag daarvan wel werden afge„ 5: 186 op dit stuk wenschte ik wel dat uw Hoog Ede„ „lens zig positiver hadden gelieven te verklaaren: of men van den par„ „ticulieren Jnkoop in't geheel afzien, dan wel alleen tot bemag„ „tiging van groote quantitijten geene Extra„ „ordinaire moeijte doen zal! volgens mijn gering gevoelen zoude het best zijn, dat men het geen vrijwillig gebragt werd, accepteerde, dog het overige opzijn beloop liet, alzoo deeze Peeper zeer duur en voor al nu, op fondament van het geno„ „teerde bij den Patriaschen Eijsch voor A=o 1771: zeer gemakkelijk te missen is. §: 187: Buijten des kan tog alle parti„ „culiere verkoop en vervoer onmogelijk in't geheel belet werden. Hoe meer men te Cochim daartegen waakt, hoe meer men den Handel bederft en de Jnkomsten bena„ „deelt zien. 526 VIII: Van den koning van Jrevankoor. „thans kunnen overgaan om „deelt. Men diend aan de bediendens der vorsten en aan de landlieden zelfs wel eenwijnig overtelaaten, ter hunner dispo„ „sitie, op datze niet van de ECompe af„ worden, „keerig gemaakt en gedwongen daarmeede eenen anderen uijtweg te zoeken. voor al diend men oogluijkende toete„ „staan, dat de Bombaras en andere Jnlandsche vaartuijgen, die 's EComp:s ook teffens koopmanschappen vervoeren, een wijnig Peper meede neemen; want dit zal die menschen animeeren, om hier wederom tekomen en niet naar andere plaatsen tegaan, waar men niets tezeggen heeft. En bij aldien hiervan geen misbruijk gemaakt nog de toegeevendhijd alteverre getrok„ „ken werd, kan zulks de EComp:e ook geenzinds tot nadeel strekken. 5: 188: Bij Aparte brief van den 26:' 7ber: 1769: Uw Hoog geliefden zonder dat wij nog„ ingevolge des Gouverneurs voorstel op 5: 87: aan den koning van Edelens

NL-HaNA_1.04.02_3326_0470 view scan ↗

English

VIII: Concerning the King of Travancore. Their Excellencies to note: That through ways and channels proper to a merchant, one ought to seek to obtain large quantities of pepper from the king of Travancore, and not by means of force. And on this alone has been grounded my proposal for a price increase, since a common merchant can take refuge in no other expedient than that. But as for my own opinion in particular, that in no way tends toward proceeding to do so. I completely disapprove of too great a leniency. One can win just as little thereby as by mere representations and protests. The native princes wish to be treated more with deeds than with words. And above all the king of Travancore, if he is insolent, ought according to my thoughts also to be treated insolently. For 527 VIII: Concerning the King of Travancore. for that reason I have already in my treatise, sections 88 to 92, indicated some means whereby one can force him to the fulfillment of the contracts, if he cannot be brought thereto by kindness. With that same aim I have in this appendix pretty much throughout, but especially in sections 172 and 185, further and strongly urged a cautious use of the Honorable Company's might and power. And deferring thereto in respect, I know of nothing further to add here, except that experience has also already shown that my proposal in that regard is as little impracticable as the execution thereof is useless. For if in the incident at Coeriapallij a little firmness had not been used, the old disputes with the king of Travancore would certainly not have been settled to this day. And had I not last year flatly refused VIII. Concerning the King of Travancore. refused to issue more passes than the contract entails, I certainly would have had to be content with 600 Candyls of pepper, whereas I have now nevertheless obtained close to 3000, as is described at large in the separate letter dispatched to Your Excellencies under date of 15 May 1770. Margin: But since, among other things, in section 88, as an expedient to show the said His Highness immediately that he cannot do without the Company at all, it is proposed to restore Coilang to its old privilege, etc., and one does not well understand what is meant thereby, or wherein that old privilege consists, we shall await further elucidation from Your Honor regarding this, before we can decide on the further proposal to give him no more passes except in proportion to the pepper he delivers, much less on preventing the purchase of tobacco at Jaffanapatnam, which only comes into consideration in the second place. Margin Response: This privilege is already described at large in my treatise, sections 30 and 89, but more closely and substantially in the preceding section 163, and consists briefly in this: That all vessels from between Cochim and Cape Comorin must unload and load there, or at least call and take their passes; and that all those who do not do so voluntarily can be compelled thereto by force. But since the latter has fallen into disuse for some years now, and also could not take place on account of the weak garrison of Coilang's fortress, I have mainly had this in view in saying that Coilang ought to be restored to its old privilege. Section 189. Section 190: However, this first proposition has no relation to the further following ones, or at least the following are not dependent on this preceding one. Every means that I have proposed to obligate the king of Travancore to a more ample delivery of pepper is viable on its own. I have also treated each separately, and in my presentation VIII. Concerning the King of Travancore. presentation I only kept this order: That I have proceeded from gentle to stern. And since everything is now viewed anew and the obscurity completely clarified and removed, I do not doubt but that the one and the other will now be found so satisfactory that Your Excellencies with full peace of mind can take a positive resolution on all my proposals at once, or on each separately. Section Concerning the General Transfer. Margin: Concerning the signed subscription under the general transfer, we have not received the accounting of the transferor of trade, so that we cannot judge of its contents, but must declare Margin Response: It will be satisfaction enough for me if Your Excellencies will only be pleased to believe that I have not sought to avail myself of untrue statements. Section 191.

Dutch transcription

VII1: Van den koning van Trevancoor. van Jeevancoor eene prijs ver„ Edelens aantemerken: hooging op de Peper te accor„ Dat men door weegen en „deeren; alschoon zijn E: die voor het eenigste en beste middel canalen Een koopman agt, om dien vorst tot een ruij„ eijgen, groote quantitijten „mer leverantie te verpligten. Peper van den koning van Trevancoor moeste zien te krij„ „gen, en niet doormiddelen van geweld. En hier op alleen is gegrondt ge¬ „weest, mijn voorstel tot eene prijs ver„ „hooging, dewijl een gemeen koopman tot geen ander expedient, als dat, zijne toevlugt kan neemen. Dog wat mijn gevoelen in 't bijzonder betreft, dat strekt geenzinds om daartoe over te„ „gaan. Ik keur eene al te groote toegeevendhijd in 't geheel af. men kan daardoor zo min, als door bloote vertoogen en protestatien iets winnen De Jnlandsche vorsten willen meer daade„ „lijk als woordelijk behandelt zijn. En voor al diend de koning van Jrevan„ „coor, als hij stout is, volgens mijne gedagten ook stout bejegend tewerden. om 527 VIII: Van den koning van Trevankoor. om die Reeden heb ik bij mijne ver„ handeling 5: 88: - 92: bereeds eenige mid„ „delen aangewezen, waardoor men hem tot de nakominge der Contracten dwingen kan, indien hij met goedhijd daar toe niet te brengen is. met dat zelfde oogmerk heb ik bij dit Aanhangsel genoegzaam doorgaans dog voor namendlijk 6: 172:— en 185: op een voorzigtig gebruijk van 's Ecomp:s magt en vermogen nader een sterken aangedrongen. En mij daar aan in Eerbied gedraagende, zo weet ik nu hier niets verder bij te„ „voegen, dan dat ook de ondervinding bereets heeft doen zien, dat mijn voor„ „stel ten dien opzigte zo min on„ uijt voerlijk, als de volbrenging daar van onnút is. Want was bij 't voorval te Coeriapallij met een wijnig ernst gebruijkt, de oude verschillen met den koning van Trevancoor waren zeekerlijk tot heeden nog niet afgedaan. En hadde ik in 't vergangen Jaar niet rond uijt gewijgert VIII. Van den koning van Trevancoor. gewijgert, meerder Passen aftegeeven, dan het Contract meede brengt, ick hadde mij gewis met 600: Candijlen Peper verge„ „noegt moeten houden, daar ik evenwel nu digtebij de 3000:— heb gekregen invoegen breedvoerig beschreeven staat, bij de Aparte brief die sub dato 15:' maij 1770: aan uw Hoog Edelens is afgevaar„ „digt. Maar vermits onder anderen 5: 88: als een expedient om gem: zijn Hoogheijd daadelijk te toonen, dat hij de Comp:e, ten minsten in't geheel niet missen kan, werd voorgeslagen, om Coilang in zijn oud voorregt te herstellen ensz:, en men niet wel begrijpt, wat daarmeede bedoelt werd, of waar in dat oude voorregt bestaat zullen wij deswegen nadere elucidatie van VE verwagten, voor dat wij ons over het verder voor„ stel, om aan hem geen meer passen te geeven, dan na rato vande Peper die hij leevert, veel min over de belettene Dit voorregt is bij mijne verhandeling §: 30: en 89: bereeds uijtvoerig, dog nader en zaakelijker bij de voorgaande 5: 163 be„ „schreeven, en bestaat kor„ „telijk hier in: Dat alle vaartuijgen van tus„ „schen Cochim ende Caab Comorijn daar lossen en laaden, often minsten aanleggen en hunne Lassen neemen moeten; en dat S: 189 Jnkoop alle. 528 V741: Van den koning van Trevanooor alle die het met vrijwil¬ Jnkoop van Tabacq te Jaffa„ „napatnam, welke inde tweede „lig doen, daartoe met plaatsen eerst in aanmerking geweld gedwongen kun„ komt, konnen verklaaren. „nen werden. maar aan„ „gezien het laatste al 't seedert eenige Jaaren herwaarts in onbruijk is geraakt, en ook niet heeft geschieden kunnen, uijt hoofde vande swakke Bezetting van Coilangs sterkte, zoheb ik hier op voornamendlijk mijne afzigt gehad¬ niet tezeggen: Dat Coilang in zijn oud voorregt hersteld moeste werden. 5:190: Egter heeft deeze eerste propo„ „sitie tot de verdere volgende geene betrekking, often minsten zijn de volgende van deeze voorgaande niet afhangelijk Jeder middel; dat ik voor„ „geslagen heb, om den koning van Trevancoor tot eene ruijmere leverantie van Peper te verpligten, is op zig zelfs bestaanbaar. ook heb ik ider afzonderlijk verhandelt, en in mijne voordragt V711. Van den Koning van Trevancoor voordragt alleen deeze ordre gehouden Dat ik van zagt tot Ernstig ben over„ „gegaan. En dewijl thans alles weder op 't nieuw beschouwt en het duijstere volko¬ „men opgeheldert en weg genomen is, zo twijffel ik ook niet, of het een en ander zal als nu. zo voldoende bevonden werden, dat uw Hoog Edelens met volle gerusthijd op alle mijne voor„ „stellen te gelijk; of op ider afzonder„ „lijk, een positief besluijt kunnen neemen. Afdeeling Van het Generaal Transport. Concerneerende de ge„ „houdene subscriptie onder 't generaal Transport, — heb„ „ben wij de verantwoording van den negotie overdraager zodat met ontvangen wij over dies Jnhoud niet kon„ „nen oordeelen, maar betuijgen Het zal voor mij voldoening genoeg zijn, als uw Hoog Edelens maar gelieven te geloven, dat ik mij met geene onwaare opgaaven heb zoeken te §: 191: moeten behelpen 5

NL-HaNA_1.04.02_3326_0475 view scan ↗

English

529 XI. Concerning the General Transfer must, that the Honorable Serff complains without reason and thus groundlessly that he has supposedly been placed below the trade assignor in credibility. For if he examines the words of our letter with attention, and moreover reflects that he did not contradict the subscription, but rather confirmed it with his signature, His Honor will have to remain convinced of the groundless conclusion that he has drawn from our writing. to manage. And in order to prove that more closely, I take the liberty of appending here behind, under No. 12, the justification of the trade assignor, to show that it was not even his intention to make known that the Reports were collated against the trade books. But as regards the rest, that I had not contradicted the subscription of the General Transfer, but rather confirmed it with my signature, on that account I respectfully refer to that very document itself, as thereby Your Right Excellencies, if it pleases, can observe that in the contradiction alone consists the first reason of exception. § 192: XI. Concerning the General Transfer And since His Honor, by the exception of remaining balances, also intended among others the unserviceable and damaged artillery goods mentioned in § 118, it will have to be reported to us what has been done and accomplished with them. § 192: This statement cannot be made yet, because in that respect no resolution has yet been taken. One had to wait for the finding on the collation of the Reports against the trade books. And now that the same was finally completed a few days ago, I have not yet been able to gain enough time to let my thoughts go over the disposition that needs to be taken thereon. Nevertheless, this will be done as soon as possible, and possibly Your Right Excellencies may also still obtain knowledge of the outcome by the general letter. But since that might sometimes be impracticable, I think I ought not to omit to communicate beforehand this little for reflection: That it seems to me that the discovered discrepancies are rather to be attributed 530 XI. Concerning the General Transfer. are to be attributed to careless declarations of the Administrators, and to incorrect postings and transfers in the trade books, than to intentionally committed frauds, and that on that account I do not believe that many heavy charges and indemnifications will take place. § 193: Meanwhile, however, I have by no means sat idle with the improvement of the artillery and ammunition goods, principally on the ramparts of the city and subordinate forts. I have not only had as many gun carriages, wheels, and other necessities manufactured as could be done with the few workmen who are available, but I have also made a regulation of everything that will remain fixed on the ramparts and will continue under unassessed goods. The same is entered in the Resolution of 22 May 1770. And XI Concerning the General Transfer. And not in the least doubting that this arrangement will serve to the satisfaction of Your Right Excellencies, I also hope that the same will be maintained here in the future, and thereby prevent the bad condition in which I had found a matter of so much importance. Section Concerning the Fanums § 194: The King of Cochim will perhaps not refuse to give this proof, if he is spoken to about it in due time. But I have not been able to do so up to now, because since the disputes that arose over the territory of the city he has held no Concerning the Fanums we find noted in § 133 that the King of Cochim had said that he had ceded the right of that coinage to the Company. But we have no recollection of that, and we do not know of having encountered anything anywhere in that regard. Therefore, Your Honor will have to procure for us a written proof thereof, signed by His Highness, if the same continues to cede that right to us. 531 XII. Concerning the Fanums. conference with me. I also think that it is not even necessary to ask him positively for it. For that the fanums have already been minted in the city on behalf of the Honorable Company for many years past, everyone knows. And that the King truly said that he had ceded the right of that mint to the Honorable Company, he will also never be able to deny, since it did not happen in private, but in the presence of all Council members, on 27 July 1769, on the occasion that he paid a state visit, and that discussions were held about a certain proclamation, which had been published a few days before with his prior knowledge and consent, to forbid making a distinction between old and new fanums in common circulation, and which publication is also entered in the Resolution of 24 July 1769. § 195:

Dutch transcription

529 XI. Van het Generaal Transport moeten, dat de E: serff zig buij„ „ten reeden en dus ongegrondt be„ „klaagt, overdat men hem in geloofwaardighijd, beneeden den negotie overdrager zoude gestelt hebben. want als hij met aan„ „dagt dewoorden van onzen brief nagaat, — en boven dien reflec„ „teert, dat hij het onderschrift —niet tegen gesprooken, maar veel eer door zijne handteekening bekragtigt heeft, zal zijn E: zig overreedt moeten houden van de ongegronde conclusie die hij uijt ons schrijven getrokken heeft. behelpen. En om dat zo nader te bewijzen, gebruijk ik de vrijhijd, de verantwoording van den negotie overdraager, onder N:o 12: hier agter tevoegen ten blijke, dat het niet eens zijne mee„ „ning is geweest om te kennen te geeven, dat de Rapporten tegens de negotie Boeken geconfronteerdt waren. Dog wat aangaat het verdere, dat ik het onderschrift van 't Generaal Transport niet tegengesprooken, maar veel eer met mijne hantteekening bekragtigt hadde, dierwegens gedraag ik mij in Eerbied aandat schriftuur zelfs, als waarbij uw Hoog Edelens des behaagende be„ „schouwen kunnen, dat in de tegen„ „spraak alleen, de eerste Reeden van uijtzondering bestaat. 5:192: XI. Van het Generaal Transport Endewijl zijn E: met de uijt zondering van onderigende Restanten, — onder anderen meede bedoelt heeft, de bij 5: 118: vermeldte onbequaame en beschadigte Arthillerij goederen, zal ons moeten werden opgegee„ „ven, wat daarmeede gedaan en verrigt zij. §: 192: Deze opgaave kan nog niet gedaan werden om dat ten dien opzigte nog geen besluijt is geno„ „men. men heeft moeten wagten na de Bevinding op de Confrontatie der Rapporten tegens de negotie-Boeken. En nu dezelve eijndelijk voor wijnig dagen klaar is geraakt, heb ik nog zoveel tijd niet kunnen uijtwinnen, om mijne gedag„ „ten telaaten gaan over de dispositie, die daar op diend genomen te werden. nogthans zal dit ten spoedigsten geschieden, en mogelijk dat uw Hoog Edelheedens ook nog bij de gemeene brief van den uijtslag kennis erlangen. Dog dewijl zulx zomtijds ondoenlijk konde zijn, zo vermeen ik niet temogen nalaaten, voor af dit wijnige tot speculatie te meeden: Dat het mij toeschijnd, dat de ontdekte verschillen veel eer toeteschrijven zijn 530 XI. Van het Generaal Transport. zijn, aan agteloze opgaaven der Admini„ „strateurs, en aan verkeerde Jn - en over„ „schrijvingen bij de negotie Boeken, dan aan opzettelijk gepleegde fraudes, en dat ik uijt dien hoofde niet geloof, dat 'er veel swaare belastingen en vergoedingen plaats zullen vinden. 5: 193: Ondertusschen heb ik egter met de verbeetering der Arthilerij en Am „munitie-goederen; voornamentlijk op dewallen der stad en onderhoorige forten geenzinds stil gezeten. Jk heb . niet alleen zo veel Affuijten, wielen en andere benodigtheeden laaten ver„ „vaardigen, als met de wijnige ar„ „beijtslieden, die aanhanden zijn, heeft geschieden kunnen, maar ik heb ook Een Reglement gemaakt van blijven, alles wat vast op de wallen en onder ongetaxeerde Goederen voort„ „loopen zal. Het zelve is ter Resolutie van den 22:' maij 1770: Jngeschreeven. En XI Van het Generaal Transport. En geen zinds twijffelende, of deeze schik„ „king zal uw Hoog Edelens tot genoegen strekken, zo hoop ik ook, dat deselve in den aanstaande hier onderhouden, en daar door voorgekomen werden zal de slegte gesteldhijd waar in ik eene zaak van zo veel aangelegendhijd heb gevonden gehad. Adeeling Van de Banums 5: 194: Dit bewijs zal mo„ „gelijk de koning van Cochim niet wijgeren te geeven, als hij in der tijd eens daar over aangesproken werd. maar ik heb zulx tot nog toe niet kunnen doen, om dat hij 'tsedert de ont„ „staane verschillen over het grondgebied der stad Nopens de Panums vinden wij §: 133: genoteert, dat de koning van Cochim gezegt hadde, het Regt van die munt aan de Comp: te hebben afgestaan. maar daar van staat ons niets voor, en wij weeten niet dierweegens ergens iets ontmoet te hebben. Derhalven zal VE: ons daar van Een schriftelijk bewijs, door zijn Hoogh:t onderteekent„ moeten bezorgen indien dezelve dat regt aan ons blijft af„ „staan geene 53 531 XII: Van de Fanums. geene Conferentie met mij heeft gehouden. ook denk ik dat het niet eenr noodig is, hem daarom positief tevraagen. want dat de Janums al 't sedert veele Jaaren herwaarts 's EComp:s wegen in de stad ge„ E „munt zijn, weet een ieder. En dat de koning waarlijk gezegt heeft, dat hij het regt dier minte aande EComp:e afge„ „staan hadde, zal hij ook nooit ontken„ „nen kunnen; alzo het niet in't par„ „ticulier, maar in presentie van alle Raads-lieden is geschied, op den 27:' Julij 1769: ter gelegenthijd, dat hij eene staats visite afleijde, en dat 'er gesprooken wierd over zeekere Bekentmaaking, die wij„ „nig dagen bevoorens met zijne voor„ „kennis en toestemming gepubliceert was, om het maaken van onderschijd tusschen oude en nieuwe fanums in de gemeene wandeling te verbieden, en welke Publicatie ook ter Reso„ „lutie van den 24:' Julij 1769: in„ staat „geschreeven 5:195:

NL-HaNA_1.04.02_3326_0480 view scan ↗

English

XII: Concerning the Fanums. It having been noted by us in relation to this subject, in Section 139, that at the farming out under the date of ultimate August 1769, not only the imposts but also the gardens were struck down without the least resistance on this condition, that the payment should take place either in Rupees or in fanums according to the common exchange rate, whereas we nonetheless find noted in Your Honor's general letter of the 15th of March 1770 that the revenues of the gardens, just as of the other leases, should take place in Rupees, without fanums being spoken of therein, much less being left to the choice of the Farmer in which specie he wishes to pay, as appears to have happened according to the Governor's Considerations; wherefore this contradictory description will need to be further clarified in order to be able to know whether the payment takes place in Rupees alone, or in Rupees and Fanums together. Section 195: I can give no better reason for this contradiction than that I wrote my treatise myself, whereas on the contrary the General letter was drawn up by the secretary at a time when I did not have sufficient capacity to review it carefully enough, and through which, therefore, that error, committed through carelessness, certainly escaped my attention. Nevertheless, the matter is as I have stated it. The announcement concerning the farming out, published and registered in the Resolution of the 17th of August 1769, can confirm this. And I having for greater certainty attached a copy thereof under No. 13 herewith, I very humbly request that Your Right Honorables please consider therein these words: "Fourthly: That the Payment for this time will still take place in fanums, but for the future always in Rupees; unless the farmers should wish to give as much more in Fanums or other current coin as the exchange rate entails, and the receiver is willing to accept for his own account." Concerning the Cash Advance. Regarding the advance of cash to the Administrators, we persist with our interdiction of last year, as it does not appear so necessary to us, or the main objective that was properly intended thereby can otherwise be achieved, and it can be verified whether the yields of the Administrators are in order and not too excessive. Section 196: Section XIII: Concerning the Cash Advance If it were possible that I, or my successor, or any of the subordinate administrators could have a private interest in the cash advance, I would not dare to undertake speaking a single word more about this matter. But now that my whole conduct in this matter has no other purpose than merely maintaining good order and proper management, I cannot fail to bring further to Your Right Honorables' attention: That my main objective by no means consisted in being able to verify the better whether the yields of the Administrators were in order or not; but indeed and primarily: to arrange the advances, which nevertheless inevitably had to be made, in such a manner that the Honorable Company had security on that account, and suffered no disadvantage in the purchase of materials. Section 197: XIII: Concerning the Cash Advance This is the most material point upon which I insisted in my treatise, Sections 141-146. And that advances absolutely must be made is also only too true. For if one wishes to build, one must certainly take care in advance to collect the necessary bricks, lime, timber, etc. Without cash payment, one can obtain neither materials, nor craftsmen, nor coolies here. One must even often give the money in hand several months in advance. And that the Administrators cannot do of themselves. Their means do not extend so far as to be out of pocket until such time as the work is completed and the specification drawn up. The Honorable Company must necessarily assist them therein. This has also previously always happened here. And this once being established, the decision of the main matter remains only dependent upon these questions: whether it is better to make the advance in that manner as previously, or as I have now arranged and introduced. Section 198: According to old custom, the advances were made here each time and as often as the Administrators had purchased something or even only wished to purchase, upon provisional warrants. The craftsmen and coolies likewise received their payment once every week from the Cashier on chits, which were presented by the chief mandadors to the respective Commanders and signed by them. The Administrators had for what was received neither Account in the Books, nor Sureties. That which was purchased likewise gave them no care nor trouble. They needed to exercise no more oversight than they themselves wished. Everything ran for the Account of the Honorable Company. And the latter was also obliged to bear the whole burden

Dutch transcription

XII: Van de Fanums. zijnde met relatie tot dit onderwerp door ons opgemeakt, bij 5: 139: dat bij de — verpag„ „ting onder ult:o Augustus 1769: niet alleen de — Jmposten, maar ook de thuijnen zonder de minste tegenstand op deeze Conditie waren gemijnd, dat de betaaling geschieden zoude, of in Ropijen, of in fanums nade gemeene Cours, daarine nogthans bij VE: gemeene brief van den 15:' mart 1770: genoteert vinden, dat — de Jnkomsten der Thuijnen — even als van andere pagten in Ropijen zoude geschieden, zonder dat daarbij van famims gespro„ „ken veel min aan de keuse van den Pagter in welke specie hij betaalen wil, ge„ „laaten werd, gelijk bij 's gou„ „verneurs Bedenkingen blijkt geschied te zijn. weshalven deese contradictorie Be„ nader zal „schrijving dienen tewerden opgeheldert om te kunnen weeten, of de betaaling geschied of in Ro„ „pijen alleen, of in Ropijen en Fanums Tesamen. §: 195: van deeze Contradic„ „tie weet ik geen beeter „dat Reeden te geeven, dan ik mijne verhandeling zelfs heb geschreven, daar in tegen„ „deel de Gemeene brief door den secretaris is op„ „gestelt, in een tijd, dat ik zoveel vermogen niet hadde, om die nauwkeurig genoeg te resumeeren, en waardoor dan ook zee„ „kerlijk dat Abuijs, door agtelooshijd begaan, mijner oplettendhijd is ontslipt. nogthans is de zaak zo, als ikze heb opgegeeven. De Be„ „kent maaking wegens de verpagting gepubli„ „ceert, en ter Resolutie van den 17:' aug:o 1769: in„ „geschreeven .. 532 XII: Van de Fanums. „geschreeven, kan zulx bevestigen. En ik ten overvloede daarvan een afschrift onder n:o 13: hier nevens gevoegt hebbende, zo verzoek ik zeer ootmoedig, dat vu Hoog Edelens daarbij zelfs gelieven te beschouwen, deeze woorden: „ Ten vierden: „ Dat de Betaaling voor deeze keer nog „ in fanums, dog voor den aanstaande „ althoos geschieden zal in Ropijen; ten ware de pagters aan Fanums „ of andere gangbaare munt, zoveel „meer wilden geeven, als de cours meede „brengt, ende ontfanger voor eijgen „Reekening accepteeren wil.„ Van de Contante Vooruijtverstrekking Omtrent de vooruijt ver„ „strecking van contanten aan de Administrateurs, persisteeren wij bij onze verleeden Jaarse in„ „terdictie, nademaal ons die Indien het moge„ „lijk was, dat ik of mijn opvolger, of ie¬ „mand der mindere 5: 196: XIII Afdeeling zo administrateurs in„ X II1: Van de Contante Voor uijtverstrekking zo noodzaakelijk niet voor„ „komt, of het Hoofd-oogmerk, dat eijgendlijk daarmeede be„ „doelt werd, kan buijten des bereijkt, en nagegaan werden of de opbrengen vande Admi„ „nistrateurs— in den Haak en niet te excessief zijn. Administrateurs, inde Contante vooruijtverstrek„ „king eener particulier belang konden hebben, ik zoude niet onderneemen durven, een enkeld woord meer, over deeze zaak tespreeken. maar nu mijn gantsch gedoente in dit stuk geen ander doeliert heeft, dan alleen het onderhouden van eene goede ordre en geschikte huijshouding, zo kan ik niet nalaaten uw Hoog Edelens nader voor oogen tebrengen: Dat mijn hoofd oogmerk geenzinds daar in bestaan heeft, om des te beeter te kunnen nagaan, of de opbrengen der Administrateurs in den Haak waren of niet; maar wel en voornamentlijk: om de vooruijt verstrekkin„ „gen, die tog onvermijdelijk gedaan moesten werden, zodanig teschikken, dat de EComp: dierwegens zeekerhijd, en bij den inkoop der materialen geen nadeel hadde 5: 197: 533 X: I11: Van de Contante Vooruijt verstrekking Dit is het zaakelijkste waarop ik bij mijne verhandeling 5: 141:- 146: aan„ „gedrongen. En dat 'er absolute voor uijt gedaan moeten werden, „verstrekkingen is ook maar altewaar- Want als men bouwen wie moet men zeekerlijk voor af zorgen, de benodigde steenen, kalk Houtwerken ensz: bij een te brengen. zonder Contante betaaling. kan men hier nog materialen, nog Ambagtslieden, nog Coelijs krijgen. zelfs moet men dikwils eenige maanden vooraf het geld op hand geeven. En dat kunnen de Admini„ „strateurs uijt haar zelven niet doen. Hun vermogen strekt zo verre niet, om in 't verschot tezijn, tot zo lange het werk voltooijt en de specificatie op„ „gemaakt is. De EComp: moet haar noodzaakelijk daarin tegemoed komen. ook is zulx bevoorens hier althoos geschied. En dit eens vast gesteld zijnde, zo blijft alleen de beslissing der hoofd zaake §: 197: van E. I11. Van de Contante Vooruijt verstrekking. „vraagen van deeze „ afhangelijk: of het beeter is de vooruijt verstrekking tedoen, op die wijze„ zo als bevoorens, dan wel, zoals ik thans de schikking gemaakt en ingevoert heb. §: 198: Volgens ouder gewoonte geschieden hier de vooruijt verstrekkingen, telkens en zo dikwils, als de Administrateurs iets ingekogt hadden of ook maar inkoopen wilden, op provisioneele ordonnantien De Ambagts-lieden en Coelijs kregen ins„ „gelijx alle weeken eens hunne betaaling vanden Cassier op Cartabelletjes, die door de oppermandadoors aande respective Com„ „mandeurs gepresenteert en door haar onder„ „teekent wierden. De Administrateurs had„ „den voor het ontfangene, nog Reekening bij de Boeken, nog Borgen. Het inge¬ „kogte gaf hun insgelijx geene zorge nog moeijte. zij behoefden niet meer toezigt te gebruijken als zij zelfs wilden. Alles liep voor Reekening vande EComp: En deeze was ook verpligt den gantschen last

NL-HaNA_1.04.02_3326_0485 view scan ↗

English

574 XIII: On the Cash Advances to bear the burden alone, not only of large remaining balances, but even of all damages, deficits, and losses. Section 199: On the other hand, advances are now made in a fixed sum once and for all, upon formal warrants. The administrators receive a separate account in the books for what has been received, and must moreover provide sufficient sureties, of which a record is kept in the Resolution. The debt can neither be denied nor forgotten. The Honorable Company has no loss nor danger of damage to fear. Everything runs for the account of the administrators. Their own interest also entails that they do not purchase too much at one time, in order not to be left with large remaining balances. And their greatest advantage consists in good supervision to prevent excessive deficits and spoilage. Section 200: XIII. On the Cash Advances. Consequently, the difference is far too great for it not to be worthy of Your Right Excellencies' further consideration and disposition. And for that reason, I also live in the expectation that my further representation in this regard will not cause displeasure. For with the latter manner of advancing, Section 199, the Honorable Company has not the least trouble nor risk. But with the first, Section 198, everything runs at its expense. The latter is pure and clear and leaves no room for disorders in an orderly administration. But the first is full of obscurity and can give rise to all kinds of confusion and frauds. In particular, this is inherent in the bad custom of granting provisional warrants. The first beginnings of the frauds committed in the time of the notorious Izaacs are certainly to be ascribed to that. 575 XIII: On the Cash Advances to that. At least it appears so to me, since I have obtained some light on that obscure matter. Your Right Excellencies have also completely disapproved of that abuse in the latest letter sent to Bengal in the past year. And therefore not being permitted to doubt that Your Right Excellencies will likewise no longer allow the same here on the Malabar, I also believe to be able to draw this conclusion from it: that my arrangement will obtain preference with Your Right Excellencies over the former custom, and my successor will be authorized to continue therewith, the more so as I can even now already assure from an eleven-year experience that the same is good and very profitable for the Honorable Company's interests. Section 201: Epilogue. Section 201: And with this I also conclude this Appendix, which, no less than the treatise itself, has been drawn up with all possible attentiveness and fidelity. For I have candidly and freely exposed my true sentiments. I have earnestly insisted upon their validity. And I have not even hesitated to contradict the old system of all too much indulgence, and to reject it entirely. But I have also at the same time taken care to say nothing other than what experience, with precise attentiveness, has taught me to be the most useful and best, according to the present internal condition of the Malabar. And holding myself assured that this will be found to be so upon examination, I also believe I may reasonably hope that my efforts 536 Epilogue Examined efforts to elucidate Your Right Excellencies and to serve the Honorable Company will not be entirely useless. Cochin, the 15th of March, Anno 1771. /was signed/ J: C: L: Senff. Agrees. P Alorijn Secretary R Schult No 1. 537 Extract of a Separate Letter Appendices written by the Resident of Cranganore Willem Lucasz: to the Governor, dated 14 February Anno 1771. In compliance with Your Right Honorable Esteemed command, contained in the dispatch of the 11th of this month, I have the honor hereby to present to Your Right Honorable a demonstration of the ordinary charges for a full year for this residency, wherein is also stated how strong the garrison, both European and native servants, ought to be, which demonstration is accompanied by a Report of the two commissioners, by which Your Right Honorable will see, if it pleases you, that the principal repair here is required at the quay of this fortress, the ramparts all around being still complete, and as regards the ruined works outside the same, I think they can easily be abandoned, just as De Graaf also testified to this during his presence here. Furthermore, I take the liberty respectfully to advise Your Right Honorable that if the revenues that fall under this fortress, and are actually received here and accounted for in my specification account, might be applied to the benefit of this residency and against its charges, it will greatly lighten the same, just as the procurement of the annual necessities that can be obtained here, if entrusted to the Resident, will be cheaper than what is sent hither from Cochin. Report delivered by Express Commissioners concerning the state of the fortifications and buildings and other matters at the fortress Cranganore. To comply with the esteemed order of Your Honorable, we, the undersigned, together with the Resident Willem Lucasz., have duly inspected the condition of the fortifications and the buildings here; and have at the same time applied our thoughts to what repairs they actually require; thus we have the honor submissively to report to Your Honorable that Appendices

Dutch transcription

5o 74 X 111: Van de Contante Vooruijtverstrekking last alleen tedragen, niet alleen van groote Restanten, maar zelfs van alle schaade minderheeden en verliezen. §: 199: Daar en tegen werden thans De voor uijtverstrekkingen in eene bepaalde somma maar eens voor althoos gedaan, op formeele ordonnantien. De Admini„ „strateurs krijgen voor het ontfangene eene aparte Reekening bij de Boeken, en moeten boven dien suffisante Borgen stellen, waarvan bij de Resolutie aanteekening werd De schuld kan niet ontkent gehouden. nog vergeeten werden. De EComp: heeft geen verlies nog gevaar voorschaade te dúgten. Alles loopt voor Reekening van de Administrateurs. Hun eijgen Jnterest brengt meede, datze niet op een maal teveel inkoopen, ten eijnde geene groote Restanten over te houden. En hun grootste voordeel bestaat in eene Goede toezigt ter vermijding van excessive min„ „derheeden en Bederf. 5: 200: X II1. Van de Contante voor uijt verstrekking. Bij gevolg is het onderschijd al te groot, dan dat hetzelve niet uw Hoog Edelens nadere overweging en dispositie waardig zoude zijn: En ik leef uijt dien hoofde ook indie verwagting, dat mijn nader vertoog ten dien opzigte niet tot ongenoegen zal strekken. Want bij de laatste manier van vooruijt verstrekking §: 199: heeft de EComp: geen de minste moeijte nog risico. Dog bij de Eerste §: 198: loopt alles ten haaren lasten: De laatste is zuijver en klaar en laat geen plaats over voor wan ordres in eene geschikte Huijshouding. Dog de Eerste steekt vol duijsterhijd en kan tot allerhande verwaaring en bedriegerijen aanleijding geven. Jnzon„ „derheijd is dit eijgen, aande quaade gewoonte van provisioneele ordonnan„ „tien te verleenen. De Eerste beginzelen vande gepleegde fraudes ten tijde van den berugten Izaacs zijn zeekerlijk daar 5: 200:- aan 575 Xo 111: Van de Contante Voor uijt verstrekking aan toeteschrijven. Ten minsten komt het mij zo voor, 'tsedert ik van die duijstere zaak eenig ligt heb gekregen. ook hebben uw Hoog Edelens dat mies bruijk nog bij de Jongste brief in't vergangen Jaar naar Bengalen gezonden, in't ge„ „heel afgekeurt. En daarom niet mo„ „gende twijffelen, of uw Hoog Edelens zullen hetzelve hier op de mallabaar insgelijx niet langer toestaan, zo vermeen ook daar uijt dit gevolg te kunnen trekken: Dat mijne schik„ „king boven de voorige gewoonte bij uw Hoog Edelens de preferentie erlangen en mijn opvolger gequalificeert werden zal, daarbij te blijven Con ,temeer, alzoo ik even „tinureeren wel nu al uijt eene Elfjaarige ondervinding verzeekeren kan, dat dezelve goed en voor 's EComp:s be„ zeer profijtig is. „langen 8: 201: daar Bareede. 5: 201: En hiermeede besluijt ik ook dit Aanhangzel, dat niet minder dan de verhandeling zelfs met alle mogelijke oplettendhijd en trouwe is ingestelt. Want ik heb mijne waare gevoelens openhartig en vrijmoedig bloot gelegt. Ik heb op derzelver bondighijd met ernst aangedrongen. En ik heb zelfs niet geschroomt, het oude sijs thema van al teveel toegeevendhijd tegen te spreeken, en in 't geheel te verwerpen. maar ik heb ook teffens zorge gedraagen, van niets te zeggen, dan het geen mij de ondervinding bij eene nauwkeurige oplettendhijd geleert heeft, het nutste en beste te zijn, na de presente innerlijke ge„ „steldhijd van de mallabaar. En mij verzeekert houdende, dat dit bij on„ „derzoek zodanig bevonden zal wer„ „den, zo vermeen ik ook met reeden te mogen hoopen, dat mijne poo„ „gingen. 536 Naareede Nagezien poogingen, om uw Hoog Edelens te elu„ „cideeren ende EComp te dienen, niet in't geheel onnut zullen zijn. Cochim Den 15: Mart A:o 1771. /was geteekent J: C: L: Senff. Accordeert. secret:s P Alorijn R Schult No 1. 537 Extract Aparte Brief Bijlagen door den Resident van Cran= „ganoor Willem Lucasz: geschreeven aan den Gouver= „neur in dato 14. ' Februarij Ao 1771. Ter nakoming van vwel Edele groot Agtbare g'eerd bevel, vervat bij missive van den 11. ' dezer, heb ik d'eere mits deze iwel Edele groot Agtb: aantebieden een aanwij„ „sing der ordinaire lasten van een rond Jaar, voor deeze residentie, waarbij ook be„ „kent staat, hoe sterk het guarnesoen, zoo„ wel Europesen als Jnlandse bediendens, dient te wezen, welke aanwijsing verseld gaat van een Rapport der twee gecommitteerdens, waar bij uwel Edele groot Agtb: des behagende sien zal, dat de voornaamste reparatie alhier aan de kaaij van deze fortres vereijscht werd, zijnde de wallen rondom nog Compleet, en wat aangaat de vervallene werken buijten dezelve denk ik gemakkelijk te konnen ver„ „laten, gelijk De Graaf bij zijn aanwesen alhier ook sulx getuijgd heeft. Wijders neme ik d' vrijheijd, uwel Edele Groot Agtb: eerbiediglijk te adverteeren, dat wanneer N„o 1. wanneer de Jnkomsten, die onder dese for= „tresse sorteerd, en wesentlijk alhier ontfangen en bij mijn specificatie reekenings opgebragt werd, ten voordeele van deze residentie, en tegens derselver lasten mogte komen, dezelve grootelijx verligten zal, gelijk ook de bezor„ „ging der jaarlijxe benoodigtheeden, die hier te krijgen zijn wanneer dezelve aan den Resident opgedragen werd, het beeter koop sal wesen, dan dat van Cochim herwaarts gezonden werd. Berigt door Expresse Ge„ „committeerdens overgelevert, nopens den staat der vesting werken en gebouwen en wes meer ter fortresse Cran„ „ganoor. Om te voldoen aan de g'eerde ordre van uwel Edele Agtb: hebben wij onderge„ „teekendens, nevens den Resident Willem Lucasz., behoorlijk besigtigd de gesteltenisse van de vesting werken, en de gebouwen alhier; en teffens onse gedagten laten gaan; wat repa„ „raties die eijgentlijk noodig hebben, zoo hebben wij d' eere vwel Edele Agtb: onderdaniglijk te berigten dat Bijlagen

NL-HaNA_1.04.02_3326_0493 view scan ↗

English

No 1. 538 Appendices The ramparts around the fortress, alongside the parapets upon the same, are quite sufficient and apparently will not require any improvement for many years. The dwellings and guardhouses inside the fortress also look well and will be able to stand for many years, if somewhat maintained and 25 to 30 Ropias are expended on them annually. The parapets of the counterscarp outside the fort have sunk 1 to 2 feet in several places, and the faussebraye of the said counterscarp has also mostly perished and collapsed, which however, subject to Your Right Honorable's much wiser judgment, we judge to require no repair, because the same can be spared without reducing the strength of the defense of this fortress; the same is also the case with the land gate, which can easily be abandoned, and already threatens to collapse. On the other hand, the quay and the dike urgently require repair, as no hand has been turned to them for some years, most stones along the edge, over a length of 350 feet, having been washed away, and here and there holes of 3 to 4 feet deep and 2 to 3 feet wide have been bored into them by the water, for which according to our calculation are required: No 1 Appendices Required: 10000 pieces of Capok stones at 1 rixdollar per hundred, Ropias 160. — 100 Candijlen of masonry lime - - - - Ropias 70. — For clay - - - - - - Ropias 10. — For earth baskets - - - - - - Ropias 6. — For coir and bamboos, to carry lime and stone - - Ropias 15. — 200 days' wages of masons, at 6 pice each, Ropias 60. — 800 ditto of coolies, at 2 pice each, Ropias 80. — 32 ditto of native overseers at 6 stivers, Ropias 9 1/5. Total Ropias 410 1/5. At the inner gate of the counterscarp, a new frame and door are also required, for which are needed: 4 pieces of teak beams of 1/2 foot long and 1/4 foot thick, costing - - - - - - Ropias 6. — 15 feet of teak planks of 5 inches thick for lintels - - Ropias 6. — 60 feet of teak planks for door leaves and battens, viz. 30 feet of 2 inches thick 30 feet of 1 inch thick 60 feet - - - - - - Ropias 10. — 2 hinges with their hooks, and rivets, and two bolts with their staples, for which is calculated 32 pounds of iron, for - - - Ropias 4. — Carried forward Ropias 26. — Total Ropias 410 1/5. 539 Brought forward - - Ropias 26. — Total Ropias 410 3/5. 8 days' wages of native masons at 6 pice each, Ropias 2 2/5. 50 ditto of ditto carpenters at 6 pice each, Ropias 15. — 8 ditto of ditto smiths ditto, Ropias 2 4/5. 80 ditto of coolies - - - - - - - Ropias 8. — Total Ropias 53 2/5. — Together Ropias 464 2/5. Wherewith we hope to have properly executed our assigned commission, remaining meanwhile with deep respect, underneath was written: Right Honorable Generous Sir! Your Right Honorable's most humble and obedient servants, signed: C. B. Seffner, and Pieter Hofman, in the margin: Cranganoor the 14th of February Anno 1771. Statement of the ordinary expenses for the maintenance of the garrison, and other native servants, as well as the unavoidable necessities, and annual repairs, required here over the course of a full year, to wit: Appendices Wages No. 1. Appendices Required: 10000 pieces of Capok stones at 1 rixdollar per hundred, Ropias 160. — 100 Candijlen of masonry lime - - - - Ropias 70. — For clay - - - - - - Ropias 10. — For earth baskets - - - - - - Ropias 6. — For coir and bamboos, to carry lime and stone - - Ropias 15. — 200 days' wages of masons, at 6 pice each, Ropias 60. — 800 ditto of coolies, at 2 pice each, Ropias 80. — 32 ditto of native overseers at 6 stivers, Ropias 9 1/5. Total Ropias 410 3/5. At the inner gate of the counterscarp, a new frame and door are also required, for which are needed: 4 pieces of teak beams of 1/2 foot long and 1/4 foot thick, costing - - - - - - Ropias 6. — 15 feet of teak planks of 5 inches thick for lintels - - Ropias 6. — 60 feet of teak planks for door leaves and battens, viz. 30 feet of 2 inches thick 30 feet of 1 inch thick 60 feet - - - - - - Ropias 10. — 2 hinges with their hooks, and rivets, and two bolts with their staples, for which is calculated 32 pounds of iron, for - - - Ropias 4. — Carried forward Ropias 26. — Total Ropias 410 3/5. No 1. 539 Brought forward - - Ropias 26. — Total Ropias 410 3/5. 8 days' wages of native masons at 6 pice each, Ropias 2 2/5. 50 ditto of ditto carpenters at 6 pice each, Ropias 15. — 8 ditto of ditto smiths ditto, Ropias 2 4/5. 80 ditto of coolies - - - - - - - Ropias 8. — Total Ropias 53 2/5. — Together Ropias 464 2/5. Wherewith we hope to have properly executed our assigned commission, remaining meanwhile with deep respect, underneath was written: Right Honorable Generous Sir! Your Right Honorable's most humble and obedient servants, signed: C. B. Seffner, and Pieter Hofman, in the margin: Cranganoor the 14th of February Anno 1771. Statement of the ordinary expenses for the maintenance of the garrison, and other native servants, as well as the unavoidable necessities, and annual repairs, required here over the course of a full year, to wit: Appendices Wages

Dutch transcription

N„o 1. 538 Bijlagen De wallen rondom de fortres, nevens de borstweeringen op dezelve wel genoegzaam en oogschijnlijk nog lange jaaren geen verbe„ „tering noodig hebben zullen. De wooningen en wagten binnen de fortres, sien meede wel uijt en zullen lange jaaren konnen „staan, als eenigsints de hand aangehouden, en Jaarlijx 25. â 30. Ropias daar aan ten kosten gelegd werd. De borstweeringen van de Contrescharp buij= „ten het fort, is aan verscheijde plaatsen 1. â 2. voeten ingesakt, en de faucebrai van gem: Contrescharp, is ook meestendeels vergaan, en ingestort, waar aan egter, /:onder uwel Edele Agtb: veel wijser gevoelen:/ oordeelen wij geen reparatie te ver„ „eijschen, om dat dezelve gemist kan werden, sonder de kragt van de defencie dezer vesting te verminderen, inselvervoegen is ook gesteld met de landpoort, die gemakkelijk verlaten kan worden, en alreets dreijgd te vallen. Daar en tegen de kaaij, en den dam, vereij„ „schen noodsakelijk reparatie, waar aan eenige jaaren herwaarts geen hand aangeslagen zijnde, demeeste steenen van de kant, ter lengte van 350. voeten afgespoelt, en hier en daar gaten van 3: â 4. voeten diep, en 2. â 3. voeten wijd, door het water in geboord zijn, waar toe naar onse calculatie benodige No 1 Bijlagen benoodigen: 10000. p:s Capok steenen â 1. rd:r tC:to Rop:s 160. — 100. Candijlen metselkalk - - - - „ 70. —. – – – – – – – „ 10. – voor Kleij voor aandmandjes - - - - - - „ 6. —. voor Caijer en bamboesen, om kalk en steen te draagen – – „ 15. — 200. dagl: van wetselaars, â 6. p.:s ider „ 60: —. 800. d=o „ Coelijs , - - „ 2 „ „ — „ 80. —. 32. „ „ Jnlands mocquadont a 6. s:s „ „ 9. 1/5 „ 410. /5. Aan de binnen poort van het Contrescharp vereijscht ook nieuwe Couzijn, en deur daar toe benoodigt. 4. p:s tecke ribben van ½. voet lang en ¼. voet dik kosten - - - - - - Rop:s 6. —. 15. voeten tecke planken van 5. duijm dik tot Latijhoutten - - „ 60. voeten tecke planken tot deur„ „bladen en klampen, als. 30. voeten van 2. d=m dik 30. „ 2. hengels met hun duijmen, en klinknagels, en twee grendels met hun oogen, daar voor gecalculeert 32. ed: ijzer 60. voeten - - - - - — „ 10. —. voor - - - rop:s Transporteere Rop:s 26. — 410 /5. 6. —. rop:s „ 1. „. „ „ 4. 539 rop:s 26. —. 410. 3/5. P. r Transport - - Rop:s 2. 2/5. 8. dagl: van Jnlandse metselaars â 6. p:s ider„ 50. _=o „ d=o timmerlieden „ 6. „ — „ 15. —. 2 4/5. 8. _o „ _=o smits _=o „ 80. d:o „ Coelijs - - - - - - - „ 8. —. 53 2/5. — Te samen Ropias 7464. 2/5. Waarmeede wij verhoopen onse opgelegde Commissie naar behooren te hebben volbragt, middelerwijl met diepe eerbied blijven /:onder„ „stond:/ wel Edele Agtbaare welgebiedende Heere ! uw wel Edele Agtb: onderdanigste en gehoorsaamste Dienaren /was getekend:/ C: B: Seffner, en Pieter Hofman, /in margine:/ Cranganoor den 14. ' Februarij A:o 1771. Aanwijsing van de ordinaire lasten, tot on„ „derhouden van het Guarnisoen, en andere Jnlandse Dienaren, mits= „gaders d' onvermijdelijke Benodigtheden, en Jaar„ „lijxe reparaties, en den tijd van een rond jaar alhier vereijschende te weten. Bijlagen gagie No. 1. Bijlagen benoodigen: 10'000. p:s Capok steenen â 1. rd:r tC:to Rop:s 160. — 100. Candijlen metselkalk - - - - „ 70. —. – – – – – – – „ 10. –. voor kleij voor aandinandjes - - - - - - „ 6. —. voor Caijer en bamboesen, om kalk en steen te draagen – – „ 15. — 200. dagl: van wetselaars, â 6. p.:s ider „ 60. —. 800. d=o „ Coelijs , - - „ 2 „ „ — „ 80. —. 32. „ „ Jnlands mocquadonta 6. s:s „ „ 9. 1/5 „ 410. 3/8 Aan de binnen poort van het Contrescharp vereijscht ook nieuwe couzijn, en deur daar toe benoodigt. 4. p:s tecke ribben van ½. voet lang en ¼. voet dik kosten - - - - - - Rop:s 6. — 15. voeten tecke planken van 5. duijm dik tot Latijhoutten - - „ 60. voeten tecke planken tot deur„ „bladen en klampen, als. 30. voeten van 2. d=m dik 2. hengels met hun duijmen, en klinknagels, en twee grendels met hun oogen, daar voor gecalculeert 32. ed: ijzer 30. „ „ 1. „. „ 60. voeten - - - - - — „ 10. — voor - - - rop:s 410 Transporteere Rop:s 26. — 6. —. rop:s 4. „ N=o 1. 539 26. —. 410. 2/15. P. r Transport - - Rop: 2. 2/5. 8. dagl: van Jnlandse metselaars â 6. p:s ider 15. —. 50. _=o „ d=o timmerlieden „ 6. „ — „ 2 4/5. 8. _o „ _=o smits _=o 80. d:o „ Coelijs - - - - - - - „ 8. —. 53 /5.— rop:s „ Te samen Ropias 7464. 2/5. Waarmeede wij verkoopen onse opgelegde Commissie naarbehooren te hebben volbragt, middelerwijl met diepe eerbied blijven /:onder„ „stond:/ wel Edele Agtbaare welgebiedende Heere ! uw wel Edele Agtb: onderdanigste en gehoorsaamste Dienaren /was getekend:/ C: B: Seffner, en Pieter Hofman, /in margine:/ Cranganoor den 14. ' Februarij A:o 1771. Aanwijsing van de ordinaire lasten, tot on„ „derhouden van het guarnisoen, en andere Jnlandse Dienaren, mits= „gaders d'onvermijdelijke Benodigtheden, en Jaar„ „lijxe reparaties, en den tijd van een rond jaar alhier vereijschende te weten. Bijlagen gagie

NL-HaNA_1.04.02_3326_0498 view scan ↗

English

Appendix. Wages 1 Resident receives per month: Rop:s 15. —. 4 Corporals, of which 1 at Aijcotta, at 8 rop:s each amounts to: 32. —. 24 Soldiers, namely: 18 European at 6 rop:s each calculated on average: rp:s 108. 6 Topasses, at 4½ each: 27. 135: —. 2 Assistant gunners at 6 rop:s each: 12. —. 1 Interpreter: 9 3/5. 12 Lascars at 3½ rop: each, of which 6 at Aijcotta: 42. —. Wages for one month amount to Rop:s: 280 17/10. Thus calculated for twelve months: 3361. 1/5. Board money. 1 Resident 1 Sergeant 1 Gunner 1 Under-surgeon receive 5 7/60 rop:s each: Rop:s 27 Privates, namely: 1 Drummer 24 Soldiers 2 Assistant gunners 27 Privates at 2/30 rop:s each: 26. 1/40. Board money for one month amounts to rop:s: 45 1/15. Thus for twelve months: 545. 1/5. — 797 Paras of paddy for rations for the last-mentioned 33 persons at two paras each per month is calculated at: 352. —. — Necessities. 2 Permanent coolies daily in the warehouse and with the surgeon at 7/10 rop:s each amounts for one month to 6. -. rop:s and for one year: 4 Corporals receive 1 17/60: 1 Under-surgeon: 10. — 1 Sergeant ditto: 12. —. 1 Gunner: 8. — 1 Drummer: 4½. ditto 2: 4. —. 5 1/15. 10 7/50. 72. —. — Rop:s 4380. 2/5. Carried forward No 71. No 1. 540 Brought forward Rop:s 4330. 2/5: Carried forward Ropias 4660. ¾. 40. — For the fetching of drinking water for the garrison, in a full year: 698 Flasks of coconut oil, namely: 288 Flasks for night watch lights for here and Aijcotta at 24 flasks per month 10 For maintaining the muskets and weapons in a full year 298 Flasks of coconut oil together at ½ rop:s the flask: 149. —. — 30 lb of wax candles ditto for a full year: 18. —. — 40 lb of gunpowder for exercising the flank guns: 10. —. — 4 Water buckets: 8. —. 1 Dutch ditto: ½. — 10 Coir thread, coarse: 14. —. — 500 Sail needles: 1/5. — 2 Coiled ropes: —. —. —. 2 Earth baskets: 2. —. — 1 Well ropes: 2. —. — 1 1/3 Barrel of tar: 4. —. — 500 Chalk: —. —. — 4 Pieces of water and night tubs: 24. —. — 1 Ballast basket: 1 Carrying basket: 6 Bundles of rattan calculated at: —¼. — 3 Pieces of flag cloth ditto: 12. —. — 20 lb of native dammar: — ½: — 25 Pieces of carrying bamboos: 7½. — 4 Half leagers ditto: 8. —. — 1 lb of sail twine: — 4/5. — 1 lb of packing twine: — 1/5. — 10 Korges of mats: 10. —. — 24 Bundles of coir match: 16. —. — 25 lb of lead balls: 2. —. — 40 Pieces of gun flints: —. — — — Appendices ½. — 2/5. No 1. Brought forward Rop:s 4660 1/20. The leather weapon harnesses of the soldiers are estimated at: 40. —. — For making ladders, and the bamboos needed for that in a full year: 4. — 1000 Coolies in a full year for unloading, carrying, and measuring the delivered necessities, provisions and what more, for shipping off unserviceable goods, the hauling of gun carriages on and off the rampart, the making of the general inventory, for raising and lowering the flagpole, the airing and drying of gunpowder, the pulling and cutting of grass and weeds from the rampart, in general for everything that ordinarily must be performed here at the fortress at 1/10 rop: each: 100. —. For the annual repair of the lodgings and guardhouses both here and at Aijcotta for a full year: 100. —. — 8 Pieces of Malabar linen for the under-surgeon: 16. —. — 18 Flasks of arrack ditto: 4. —. —. Medicines calculated at: 40. —. — Stationery: 30. —. — Amounting in this manner, the expenditures of Cranganore in a full year to: 4994. 1/20. - Cranganore, the 14th of February Anno 1771. /was signed:/ W: Lucasz: Copy of the report submitted by the Resident of Chettua, Carel de Riberto, to Appendices. The 8 No 2. No 2. 541 In humble compliance with your Right Honorable Most Respected order, the undersigned has the honor to inform your Right Honorable that the fortifications of the Fortress of Chettua are in a very good condition; and require no heavy, but only some small repairs to the sentry boxes as well as otherwise. Whereas, on the contrary, the buildings of the said fortress are in general in a very poor state, particularly the roofs and timber framing, which most urgently need to be repaired and remedied, for which, according to a rough calculation, approximately 4000 Ropias will be required for the purchase of materials, building supplies, and labor wages; however, if your Right Honorable should please to have only what is most urgently necessary remedied for the time being, then one could suffice with a small sum of 1600 to 1800 Ropias in order to have some suitable lodgings, both for the resident, the garrison, and the storage of gunpowder, paddy, and other Company goods and effects. And as regards how strong the ordinary The Lord Governor, dated 17th of February Anno 1771. — Appendices. garrison 8

Dutch transcription

ro/a Bijloogen. Gagie 1. Resident wind in de maand - - - - - - Rop:s 15. —. 4. – Corporaals, daar van 1. op Aijcotta, â 8. rop:s ider komt - - „ 32. —. 24. – zoldaten, als: 18. Europeese â 6. rop:s ider door den anderen gerekent h: rp:s 108. 6. Joepassen, „ 4½. ider - - - - - - - - - „ 27. „ 135: —. 2. - handlangers â 6. - rop:s ider - - - - - - - „ 12. —. 1. - Tolk - - - - - - - - - - - - - - - „ 9 3/5. 12. —. Lascorijns â 3½ rop: ider, daar van 6. op Aijcotta - - „ 42. —. Gagie voor een maand bedragt Rop:s — 280 17/10. Dus voor twaalf maanden Gerekent - - - - - „ 3361. 1/5. kostgeld. 1. – Resident genieten 5 7/60. rop:s ider - - - - Rop:s 1. – sergeant 1. – Canonier - 1. onderchirurgijn 27. – gemeene, als 1. Jamboer 24. zoldaten 2. handlangers 27. Gemeenen â — 2/30. rop:s ider - - - - - „ 26. 1/40. kostgeld voor een maard bed:t rop:s 45 1/15. Dus voor twaalff maanden - - - - - „ 545. 1/5. — 797. Parras nelij tot randsoenen voor de laatste genoemde 33. — persoonen â twee parras ider sm=ds is gecalculeert op - - - - „ 352. —. — Benodigtheden. 2. vaste Coelijs sdaags in 't pakhuijs, en bij den Chirurgijn â 7/10. rop:s ider komt voor een maand 6. -. rop:s en voor een Jaar„ 4. — Corporaals genieten 1 17/60. „ - „ - - - - - - „ 1. - onderchirurgijn „ - - - - - - - „ 10. — 1. - sergeant item - - - - - - - - - „ 12. —. 1. - Canonier „ - - - - - - - - „ 8. — 1. - Tamboer - - - - - - - - - - - „ 4½. d=o 2. – „ - - „ - - - - - - - „ 4. —. 5 1/15. 10 7/50. 72. —. — Rop=t 4380. 2/5. Transporteere— N: 71. „ N=o 1. 540 P„r Transport Rop„s 4330. 2/5: Transporteere Ropias 4660. ¾. 40. — voor het afhalen van drinkwater voor het guarnesoen, in een rond Jaar„ 698. kannen kokus olij, als: 288. kann: tot nagtligt voor hier en Aijcotta â 24. kann: smands 10. tot onderhouden der geweeren, en wapenen in een rond 298. kann: kokus olij te samen â - ½. rop:s de kan - - - - „ 149. —. — gaar 30. —- lb: waxkaarsen item voor een rondjaar - - - - - „ 18. —. — 40. –. „ buskruijt tot oproeden der flankstucken - - - „ 10. —. — 4. – „ 1. – „ 10. – „ 500. – „ 2. – p:s 2. – „ 1. – lb: 1. – p:s 500. – „ 4. – p=s water en nagtbalijs - - - 1. – „ ballastmand 1. – „ dragmand- I 6. – bossen rottangs gecalculeert op - - - - - - - - „ —¼. — 3. - p:s vlagge doeken item - - - - - - - - „ 12. —. — 20. – lb: Jnlands harpuijs – – - - - - - - - - - „ — ½: — 25. – p:s draag bamboesen - - - - - - - - - - „ 7½.— halve Leggers - - „ - - - - - - - - - - „ 8. —. — 1. – lb: zeijlganen - - - - - - - - - - - „ — 4/5. — 1. – lb: pakganen - - - - - - - - - - - - „ — 1/5. — 10. – Corges matten - - - - - - - - - - - - „ 10. —. — 24. – bossen Caijer lond - - - - - - - - - - - - - - - - „ 16. —. — 25: - lb: loode kogels - - - - - - - - - - - - - - „ 2. —. — 40. — p:s vuursteenen - - - - - - - - - - - - - „ —. — — — water Emmers „ - - - - - - - - - - - „ 8. —. hollands: _=o - - - - - - - - - „ — ½. — Caijerdraat grove - - - - - - - - - - - „ 14. —. — Zeijlnaalden – - - - - - - - - - - - „ — 1/5. — op geslagen lijn - - - - - - - - - - - „ —. —. —. aardinandjes _ _ _ _ _ _ _ _ — - - - „ 2. —. — puttouwen - - - - - - - - - - - - „ 2. —. — — 1/3. vat Cheer - - - - - - - - - - - - - - „ 4. —. — krijt _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ —. —. — - - – – – – – – „ 24. –. – Bijlagen Pr — – – – – – – – – – – – – – – – „ — ½. — 2/5. N„o 1. P„r Transport - - Rop:s 4660 1/20. De ledere wapentuijgen van de zoldaten werden gesteld „ 40. —. — tot maken van ladders, en de daar toebenodigde bamboesen in een rond Jaar - - - - - „ 1000. -– Coelijs in een rond Jaar tot lossen, dragen, en meten van de aangebragte werdende benodigtheeden, provisien en wes meer, tot afscheepen van de on„ „bequame goederen het op en van de wal halen der affuijten, het doen van den Generalen op„ „neem, tot op en neder halen van de vlagge stok„ het lugten, en droogen van buskruijt het plucken, en snijen van het gras, en vuijgtens van de wal, in het generaal voor alles wat ordinair alhier ter fortresse verrigt moet werden â 1/10 rop: ieder - - - „ 100. —. tot de Jaarlijxe reparatie der wooningen en wagten zoo hier als op aijcotta voor een rond jaar - - - „ 100. —. — 8. – p:s mallabaars linnen voor den onderchirurgijn - „ 16. —. — _o - - - „ 4. —. —. 18. – kannen arak - medicamenten gecalculeerd op — - - - „ 40. —.— Bedragende in dezer voegen, de ongelden van Crangan:s in een rond jJaer o/a 4994. 1/20. - Tranganoor den 14. ' Febr: A:o 1771. /was gete:/ W: Lucasz: schrijfgereedschappen - - - - - - - - - - - „ 30. —. — Copia Berigt door den Re„ „sident van chettua Carel de Riberto, overgegeven aan Bijlagen. Den Pr 4. — 8 N„o 2. N„o 2. 541 In nedrige opvolginge van uw wel Edele groot Agtbaare veel g'eerde ordre heeft den on„ „der getekende d'Eer uw wel Edele groot Agtb: van berigt te dienen dat de vesting werken van 't Fortres Chettua zig in een zeer goeden staat bevinden; en geene zwaare dog maar alleen eenige kleene Reparaties aan de schilderhuij„ „sen als anderzints noodig hebben. Waar en tegen de gebouwen van gemelde fortresse in 't generaal zeer slegt gesteld zijn, voornamentlijk de daken en spanwerken die hoog noodzakelijk dienen gerepareerd en verholpen te werden, waar toe naar een Ruwe calculatie Circa 4000. Ropias tot den inkoop van materiaalen, bouwstoffen en arbeijdsloonen zullen vereijscht worden, dog in= „dien uw wel Edele groot Agtb: maar het hoogst noodzakelijkste voor eerst geliefde te laten verhelpen dan zoude men volstaan kunnen. met een sommetje van 1600. â 1800. Ropias om eenige bequame wooningen, zoo voor den resident, het guarnisoen en berging van kruijd, Nelij en andere 'sComp:s goederen en Effecten te hebben. En wat aangaat hoe sterk het ordinair Den Heer Gouverneur in dato 17. ' Februarij A:o 1771. — Bijlagen. guarnesoen 8

NL-HaNA_1.04.02_3326_0502 view scan ↗

English

No 2. Enclosures the garrison ought to be, and which European and Native Servants are required there to properly man the fortress, the undersigned takes the liberty respectfully to refer to this annexed Memorandum, which shows how much their maintenance will cost per month and annually, excluding extraordinary expenses, so that the ordinary charges of this Post amount in one month to Ropias 465. 59. –. or per year to Rop:s 5875. 30. –. The General Charges. Wherewith I hope to have complied with the honored order of your Right Honorable, remaining for the rest with all respect. subscript: Right Honorable, commanding Lord, your Right Honorable's humble and obedient servant signed: C: De Riberto in the margin: Cochim the 17. febr: 1771. Memorandum of all such charges and expenses as are required at the Residency of Chettua, both for the maintenance of the garrison, board money, and Native servants, and other necessities for a full year, when the aforementioned Fort is put into a proper state, as follows: No 2. 542 Wages Monthly Yearly Monthly Yearly 1. – Bookkeeper and Resident earns monthly f 30. —. — - Rop:s 15. — r/ 180. —. 1. — Assistant earns monthly - - 24. —. — - 12. - 144. —. 1. – Sergeant 24. —. — — 12. — 144. –. 4. – Corporals, namely 1. at the sea inlet, 3. in the garrison f 14. each 28. — 336. —. 36. – Common soldiers, namely: 24. Europeans - - - - - 12. -. 144. — 1728. —. 12. Natives - - – – – – 9. – . 54. – 648. —. 1. Drummer - - - - - - - - 9. —. — 4. ½ 54. —. 1. Surgeon's mate - - - - - - 20. —. 10. — 120. —. 1. Gunner - - - - - - - - - 16. —. 8. — 96. —. 2. Gunners' assistants - - - - - - - 12. -. 6. - 72. —. 48. – heads receive for wages - - - - - - - Rp:s 299½ ro/a 3594. -. Board money for the just-mentioned heads Per month Yearly. 1. — Resident receives - - - - - - Rop:s 9. 4. /¾ 116. – 1. - Assistant and Sergeant Ro/a 5. 7. each - - 10. 24. 112. 48. 4. - Corporals - - - - 1. 17. — — — 5. 8. 61. 36. 36. – Common soldiers - - - - — 58. - - - - 34. 18. 417. 36. 1. — Drummer - - - - — - - - - - - - — 58 11. 36. 1. – Surgeon's mate and 1. Gunner ro/a 2. each - - 4. — 48. —. 2. - Gunners' assistants - - - - - - 58. - - 1. 56 23. 12. 48. — heads receive in board money — Ro/a 66. 44. 800. 48. Native Servants. Monthly Yearly 11. – Persons, namely 1. Interpreter earns - - - - - Rop:s 8. — p.o Ca. 96. —. 6. Lascars Ro/a 4. each - - - - 24. — 288. —. 4. Coolies for cleaning the fortress, fetching and carrying drinking water, and other occurring services at ro/a 3. each - - - - - - 12. —. 144. —. 44. – 528. — Carried over Ropias - - - 410. 14 7/4922. 18. No 2. Monthly Yearly Brought forward Rop.s 410. 14 7/4922. 48. Paddy 4. - Corporals at 2. parras each par:s 8. - - - Ro/a 4. — ro/a 48. — 41. – Common soldiers as stated above at 2. p. 82. 41. — 492. -. 45. – heads receive monthly in paddy p:r 90. r. — — 45. - 540. —. The Wages, board money and Paddy amount to - - - - - R=o/a 455. 14 8/ 5462: 42: Monthly Necessities Monthly Yearly 18. jugs coconut oil, namely 12. jugs for the service of the fortress 6. ditto for the post of the sea inlet and the Lascars' guard. 18. jugs coconut oil calculated at 2. ¼ the jug ro/a 9. - ro/a 108. — 3. - lb: wax candles - - - - ½ the lb: - 1. ½ 18. —. 2. - lb. gunpowder for priming - - - —¼ 3. — 10.¼. 129. -. The ordinary Charges total - - - - R:o/as 465. 59. 49. Yearly Necessities 3. — pieces flag canvas — — 2. —. 15. – lb. Dutch rosin - - - — 45. 30. — lb. Native ditto — — — — — 45. 2. — pieces well ropes - - - - — 30. 1. – piece Coir hawser for the use of the flagstaff of 64. yarns 6. 54. 1/8. barrel Tar 2. –. 1. – piece laid line for the flagstaff - — 4. —. 4. - pieces water buckets - - - - - - - - - - - 8. —. 2. - pieces half leaguers - - - - - - - — — - 16. —. 500. — pieces earth baskets - - - - - - - - - 6. 18. 250. – pieces Coir rope - - - - - - - - - - - - - 7. —. 4. - bundles Rattans - - - - - - - - - - - - - - - 12. —. Carried over Ropias 5658. — No 2. 547 Brought forward - Rop 5658. —. —. 72. – pieces gunflints - - - - - —. 6. —. the leather accoutrements for the soldiers calculated at 36. —. —. 600. – Coolies who are employed both for loading and unloading, carrying and measuring of Paddy, as well as shipping off outgoing and incoming goods, hauling the gun carriages and Ammunition goods to and from the shore, conducting the general inventory as of the end of August, raising and lowering the flagstaff, and what else at - 1/10 Ro/a per day - - - - - 60. —. — Carpentry and Repair The humble undersigned refers to his submitted Report of this date. Medicaments Medicaments according to the yearly statement ordinarily submitted by the chief surgeon — — - - 20. —. the stationery - - - - - - - - - - - - 22. —. —. 4. – pieces water and night tubs - - - - - - - - - 24. —. —. 9. — pieces Malabar linen - - - - - - - - - 18. —. — 1. - lb: Sail yarn - - - - - - - - - - - - - —. 24. —. 5. – Corge mats - - - - - - - - - - - - 5. —. —. 36. – bundles Coir match - - - - - - - - - - - 24. —. —. 36. — jugs arrack - - - - - - - 8. —. — Summa Rop: f 5875. 30. —. Cochim, the 17th Febr: Anno 1771. signed: C: De Riberto

Dutch transcription

N„o 2. Bijlagen guarnisoen diend te wezen, en welke Euro= „peesen en Jnlandse Dienaren aldaar nodig zijn, om het fortres behoorlijk te bezetten, neemt den ondergetekende de vrijheijd zig eerbie„ „diglijk te refereeren aan deze g'annexeerde Memorie, waar bij blijkt hoe veel derselver onderhoud smaands Jaarlijx buijten de Extra- ordinaire ongelden zal komen te kosten, in„ „voegen de ordinaire lasten van dit Comptoir in een maand Ropias 465. 59. –. komt te bedra= „gen of des Jaars Rop:s 5875. 30. –. De Generaale Lasten. Waarmede hoope aan het g'eerde be„ „vel van uw wel Edele groot Agtb: voldaan te hebben, blijve voor 't overige met alle agting. /:onderstond:/ wel Edele groot Agtbaare, wel„ „gebiedende Heer, uw wel Edele groot Agtb:s onderdanige en gehoorsame dienaar /:was getve:/ C: De Riberto /in margine:/ Cochim den 17. febr: 1771. Memorie, van alle zodanige lasten en ongelden, als 'er ter Residentie Chettua, zo tot het onderhouden van het quar= „nesoen, kostgeld en Jnlandse dienaaren, en andere benodigt„ „heeden voor een rond jaar benodigt zijn, wanneer het voormeld N„o 2. 542 Gagie 'tmaands Jaars 'smaands Jaars 1. – Boekhoud:r en Resident windt smd:s ƒ 30. —. — - Rop:s 15. — r/ 180. —. 1. — Assistent wint 'smaands - - „ 24. —. — - „ 12. - „ 144. —. 1. – zergeant „ _=o -. „ 24. —. — — „ 12. — „ 144. –. 4. – Corporaals, als 1. aan 't zeegaaten 3. in 't guarnesoen ƒ 14. ider „ 28. — „ 336. —. 36. – gemeene militairen, als: 24. Europeesen - - - - - „ 12. „ -. „ 144. — „ 1728. —. 12. Jnlandse - - – – – – „ 9. „ – . „ 54. – „ 648. —. 1. Tamboer - - - - - - - - „ 9. —. — „ 4. ½ „ 54. —. 1. ondermeester - - - - - - „ 20. —. „ 10. — „ 120. —. 1. Canonier - - - - - - - - - „ 16. —. „ 8. — „ 96. —. 2. handlangers - - - - - - - „ 12. „ -. „ 6. - „ 72. —. Kostgeld voor even gem: koppen P maands Jaars. 1. — Resident geniet - - - - - - Rop:s 9. 4. /¾ 116. – 1. - assistent en zergeant Ro/a 5. 7. ider - - „ 10. 24. „ 112. 48. 4. - Corporaals - - - - „ 1. 17. „ — — — „ 5. 8. „ 61. 36. 36. – gemeenen - - - - „ — 58. „ - - - - „ 34. 18. „ 417. 36. 1. — Jamboer - - - - „ - - - - - - - „ — 58 „ 11. 36. 1. – ondermeester en 1. Canonier ro/a 2. ider - - „ 4. — „ 48. —. 2. - handlangers - - - - - „ - 58. „ - - „ 1. 56 „ 23. 12. 48. — koppen genieten aan kostgeld — Inlandse Dienaren. smaands gaans 11. – Persoonen als 1. tolk wint - - - - - Rop:s 8. — p„o Ca„ 96. —. 6. Lascorijns Ro/a 4. ider - - - - „ 24. — „ 288. —. 4. Coelijs tot schoonhouden der fortresse 't halen en brengen van drinkwater en verdere voorvallende diensten 48. – koppen genieten voor gagie - - - - - - - Rp:s 299½ ro/a 3594. -. a ro/a 3. ider - - - - - - „ 12. —. 144. —. Transporteere Ropias - - - 410. 1 /4 4922. 18. 44. – 528. — Ro/a 66. 44. „ 800. 48. voormeld Fort in een behoor= lijk staat gesteld word, als volgt: Bijlagen „ - . . ƒ e „ N„o 2. Smaands Jaars P„r Transport Rop„s smaands Jaars Nelij 4. - Corporaals â 2. parras ider par:s 8. - - - Ro/a 4. —ro/a 4 8. — 41. – gemeenen als hier voren gesteld. â 2. p. r o kr 82„ 41. —„ 492. -. „ 45. - „ 540. —. -- 45. – koppen genieten smaand aan nelij p:r 90. r. — — -- De Gagie, kostgeld en Nelij bedragen - - - - - R=o/a 45. 14 8/ 5462: 42: Benodigtheden smaandelijks smaands gaans 18. kann: kokus olij, als 12. kann: ten dienste van de fortres 6. d=o voor de post van zeegat en de Lasco„ „rijns wagt. 18. kann: kokus olij gerek:t â 2. ¼ d' kan ro/a 9. - ro/a 108. — 3. - lb: waxkaarsen - - - - „ ½ „ 't lb: - „ 1. ½„ 18. —. 3. — 2. - „ buskruijd tot 't oproeden - - - „ —¼ „ „ 10.¼. 129. -. - - - - R:o/ag 465. 9 2:/„59. 49. De ordinaire Lasten Jellen — Jaarlijkse Benodigtheden 3. — p:s vlagge doeken — — 2. — 15. – lb. hollands harpuijs - - - „ Jnlands _=o — — — — 30. — 2. — p:s puttouwen - - - - 1. – „ Caijer tros ten dienste van de vlagge stok van 64. garen „ 6. 54. – – — 1/8. vat Theer 1. – p:s opgeslage lijn voor de vlaggestok - — — - -. . „ 4. —. 4. - „ water emmers - - - - - - - - - - - „ 8. —. „ halve leggens - - - - - - - — — - „ 16. —. 500. — „ aardmandjes - - - - - - - - - 250. – „ Caijer draat - - - - - - - - - - - - - „ 7. —. 4. - bossen Rottings - - - - - - - - - - - - - - - „ — 30. — — — — — — — „ — 45. — — — — — — —„ — 45. — — — „ 12. —. – – – – – – „ 2. –. —— -- „. 6. 18. Transporteere Ropiag 5658. — 410.14 7/492 48. Bijlagen — — — — - 6 — —. — „ 2. . —. — —— N„o 2. 547 Pr P„r Transport - Rep 5658. —. —. 72. – p:s vuursteenen - - - - - de leedere wapentuijgen voor de zoldaten g'calculeert op „ 36. —. —. 600. – Coelijs die worden g'emploijeert zo tot het laaden als lossen, dragen en meten der Nelij, als afschepen der afgaande als aankomende goederen, het op-en af van de wal halen der affuijten, en Ammonitie goederen, het doen der gene„ „raalen opneem onder ultimo aug=o het opstellen en nederlaten der vlagge stok en wes meer â - 1/10 Ro/a sdaags - - - - - „ 60. —. — Timmeragie en Reparatie Refereerd den nedrigen teekenaar zig aan zijn overgelegde Rapport van dezen datum. Medicamenten Medicamenten volgens de jaarlijkse opgave van „ 20. —. den oppermeester ordinair op gegeven — — - -„ Somma Rop: ƒ 5875. 30. —. de schrijfgereedschappen - - - - - - - - - - - - „ 22. —. —. 4. – p:s water en nagt balies - - - - - - - - - „ 24. —. —. 9. — p:s mallabaars linnen - - - - - - - - - „ 18. —. — 1. - lb: Zeijlgaren - - - - - - - - - - - - - - „ —. 24. —. 5. – Corg=s matten - - - - - - - - - - - - - - „ 5. —. —. 36. – bossen Caijer lond - - - - - - - - - - - - „ 24. —. —. „ 36. — kann: arak - - - - - - - ochim, den 17:' Febr: Ao 17. /ar get:/ C: De Riberto 8. —. — - - – – – „ —. 6. —. Bijlagen 3. # and 1932. 48. 540. —. 43: 45. 25. —. 7. 2. -

NL-HaNA_1.04.02_3326_0506 view scan ↗

English

No 3 Enclosures Extract of a separate letter written by the chief of Coilan Jean Rosier to Governor Christiaan Lodewijk Senffr, dated 18 February 1771. In respectful reply to Your Honour's venerated letter of the 11th instant, it serves to state that, with the assistance of an engineer, one might approximately specify what it would amount to to repair the fortifications of Coilan, which in my opinion will mount up somewhat, since maintenance has not been kept up for many years, whereby many defects have accumulated, and it will increase even more over time if the joints of the stones all around the rampart and everywhere else are not filled and coated with lime. The residential buildings and warehouses, being able to be maintained with annual repairs, can remain in good condition for many long years, but since the maintenance on these too has not been kept up, these also will in time incur heavy expenses. As regards how strong the ordinary garrison No 3. 544 Enclosures the garrison ought to be, an arrangement is made herewith, as economical as it can possibly be, according to the constitution of the fort, and it cannot be done with less, but certainly with more, unless one wishes to let it continue in the wilderness, to go on as it currently does, in which case it would not be necessary to devote any further thoughts to it. Your Honour is certainly well aware that it is utterly impossible to restore a fortification that has been allowed to fall into decay for a long time to its proper state at small cost, and if Your Honour were personally present here to inspect the same, Your Honour would be of the same opinion, for with the Honourable Company everything is too much whenever it becomes a burdensome expense, and yet at times it is also necessary since the intention is to retain the place, serving to support other things that are annexed to it; as for example, in order to maintain Cochim in its condition, one must retain Coilan, and maintain it with the necessities, in order to be able to use it firmly and strongly for that which it is destined; No. 3. destined; I remain with great respect. Lower stood: Right Honourable Sir, Your Honour's humble servant. Was signed: Jn Rosier. In margin: Coilan, the 18th of February Anno 1771. Calculation made of the monthly wages, and board money rations, together with the necessary ordinary and extraordinary expenses, with repairs for the maintenance of fort Coilan, will amount in a full year to: Enclosures 60 heads 545 No 3. Enclosures 60 heads, both European and native servants, namely: 54 Europeans, to wit: 1 under-merchant and chief, w:t ƒ 40. —. 1 ensign - - - - - - - „ 40. —. 1 assistant - - - - - - - „ 24. —. 2 sergeants at ƒ 24. –. each. - „ 48. —. 4 corporals „ „ 16. —. — — — „ 64. —. 40 privates, among whom 1 drummer, at ƒ 12. —. each - - - - - - - „ 480. —. 1 surgeon's mate - - - - - - - „ 20. —. 1 gunner - - - - - - „ 24. —. 3 gunners, among whom 1 flag-bearer, at 12 each - - - - - - - „ 36. —. 54 heads monthly in wages - - ƒ 776. —. And annually - - - - - - - - - - - ƒ 9312. or rop:s 4656. —. For board money and rations to the said 54 Europeans, to wit: 1 under-merchant receives - - - - - Rop:s 75. –. 1 ensign - - - - - - - - - - - - „ 36 2/3. Rice - - - - - - - - - - - - - - „ 2. 1/12. 1 assistant - - - - - - - - - „ 5 48. Rice - - - - - - - - - - - - - - „ 1/12. 2 sergeants at 5. /48. rop: each - - - - - - - „ 10 /4. Rice - - - - - - - - - - - - - - „ 9 2/3. 4 corporals „ 1¼. „ „ - - - R/a 5 — Rice 1/12. rop:s - - - - - - - - „ 3. 1/3. 40 privates at 3/24. ro/as each - - - ro/as 38 1/3. Rice - - - - - - - - - - - - - - „ 8. 2/3. 1 surgeon's mate - - - - - - - ro 2. —. Rice - - - - - - - - - - - - - - „ 9 2/3. 1 gunner - - - - - - - - - - - - „ 5 5/8. Rice - - - - - - - - - - - - - - „ 1/12. 121. 3/8 60. 54 heads, which are carried forward with Rupias 4656. — 60: 54 heads brought forward with Rop:s 121. 3/8. 3 gunners at 3/24. rop:s each - - rop:s 2. 3/24. rice — 1/12. rop:s - - - - - „ 2. /12. 1 gunner - - - - - - - - - - - „ 5 5/8. rice - - - - - - - - - - - - - - „ 51/48. Total monthly Rop:s 131. 3/4. or annually – – – – – – – – „ 1583: 1 6 native servants, namely: 5 lascars, among whom 1 must necessarily be added as a surplus to the other 3 on Groot Aijwika, at 3½. rop:s each - - - - - - „ 17½. 1 interpreter - - - - - - - - Ro/as 9. 3/48. Total for monthly pay, monthly Ro/a 27. 5/18. And annually – – – – — — – — – – „ 325. 4. For ordinary as well as extraordinary expenses with repairs etcetera for a full year, estimate together — — — - „ 400. — Thus the expenses come to amount to - Ro/as 6964: A Coilan, the 17th of February Anno 1771. No 3. No 4. Report from Major Medeler concerning the strength of the garrison at Cochim. Enclosures. No 4. 546 By resolution of this assembly at the session of 30 November last, it having been assigned to me, the undersigned, by Your Honour, to provide further explanation and elucidation regarding the project submitted by me, though rejected by Their High Mightinesses, concerning the required strength of the military on the Malabar Coast in general, and of the garrison of this city and fortress in particular, and that after having first consulted with the Right Honourable Commander, our new superior, thereanent, and having obtained the approval of His said Honour regarding it, I take the honour, in fulfillment of that resolution, to note in all respect and submission in that regard: That, although in order to reduce the proposed number of 696 heads in the first instance for garrisoning this city one might indeed resort to reducing some posts, both on the ramparts and other guards in the city, it is nonetheless utterly impossible to make a reduction regarding this that squares with the specified number of 340 heads, without exposing this extensive place, the influx of a multitude Enclosures

Dutch transcription

N„o„ 3 Bijlagen Extract Aparte missive door het opperhoofd van Coilan Jean Rosier geschree„ ven aan den Heer Gouverneur Christiaan Lodewijk Senffr, de dato 18. ' Februarij 1771. Bij uw Edele gevenereerde missive van den 11. ' deser dient tot Respectieuslijk antwoord dat met de assistentie van een Jngenieur, soude kunnen zijn dat men ten naast bij soude kunnen opgeven wat het zoude belopen om de vesting werken van Coilan te herstellen, dewelke na mijn gedagten wat op lopen sal, dewijl in lange Jaren de hand niet aange= „houden zijnde, daar door veel gebreeken opgestapelt zijn, en zal nog met ter tijd meer oplopen, indien men de voegen der steenen rontom de wal en overal niet laten met kalk toestoppen en bestrijken. De huijs gebouwen, en pakhuijsen kun= „nende met de jaarlijkse Reparatie onderhoud worden, kunnen lang jaren goed blijven, maar dewijl deze ook meede de hand net aangehouden word, sullen dezelve ook met ter tijd sware onkosten moeten leijden. Wat aan belangt hoe sterk ordinaire het No 3. 544 Bijlagen het guannizoen dient te zijn. volgt hier „nevens een schicking gemaakt, so occono= „ming als het eenig zints kan zijn, na de Constitutie van het fort, en minder kan het niet geschieden, maar wel meer, of ten was dat men het in de wildernisse wild laten constinueeren, te lopen so als het thans gaat, 't welk dan niet nodig soude zijn geen gedagten meer over te laten gaan. Uw Edele agtb: is zeker wel bewust dat het volstreekt onmogelijk is, een vesting werk de welke men lange tijdt heeft willen laten vervallen, deselve met kleijne kosten, te doen in zijn staat te brengen, en indien uw Edele Agtb: persoonelijk alhier present was, om dezelve te bezigtigen, zoude uw Edele Agtb: van selvige gevoele zijn, want bij de E: Comp: alles is te veel wanneer het tot een last- post word, en egter is 't ook op zijn tijdt ook noodzakelijk dewijl het tot de intentie is de plaatste te houden streckende om an= „dere dingen dewelken g'annexeert zijn, te ondersteunen, als bij voorbeeld, om Cochim„ „ noodzakelijk in zijn stand te houden, moet men Coilan„ „ behouden, en dezelve aan de „noodzakelijkheeden onderhouden, om dezelve hegt en sterkt te kunnen gebruijken tot 't geen men het toe destineerd No. 3. destineerd; blijve met groot Res„ „pect. /onderstond:/ wel Edele groot Agtbaare Heere, uw Edele Agtbaare onderdanige Dienaar /:was getekend:/ J=n Rosier, /in margine:/ Coilan den 18. ' Februarij Anno 1771. Calculatie ge= „daan van de gagien maand, en kost gel= „den Randzoenen, mitsgaders de noodige ordinair en Extra-or= „dinair ongelden, met Reparatie tot onder= „houd van het fort Coilan in een rond Jaar zullen komen te bedragen aan Bijlagen 60. koppen 545 p A N„o 3. Bijlagen 60. koppen zo Europeese als Jnlandse dienaren, als: 54. Europeese teweeten: 1. onderkoopman en opperhoofd w:t ƒ 40. —. 1. vaandrig - - - - - - - „ „ 40. — 1. assistent - - - - - - „ - „ 24. —. 2. Zergeants â ƒ24. –. ider. „ - „ 48. —. 4. Corporaals „ „ 16. —. — — — „ „ 64. — 40. gemeenen waar onder 1. Jamboer â ƒ 12. —. ider - - - - - - - „ 480. —. 1. ondermeester - - - - - - - „ 20. —. 1. Constabel - - - - - - „ 24. —. 3. bosschieten ( waar onder 1. vlagem: â 12: der „ 36. —. 54. koppen smaands aan gagie - - ƒ 776. —. ra Tot kostgelden en Randzoenen aan gemelte 54. Europeesen teweeten: 1. onderkoopman geniet - - - - - Rop:s 2. Zergeants â 5. /48. rop: ider - - - - - - - „ 10 /4. 4. Corporaals „ 1¼. „ „ - - - R/a„ 5 — Rijst 1/12. rop:s - - „ - - - - - „ 40. gemeenen á 3/24. ro/as ider - - - ro/aƒ 38 1/3. 1. ondermeester - - - - - - - ro„ 2. —. En 'sjaars - - - - - - - - - - - ƒ9312. o ro/o 4656. —. 1. vaandrig - - - - - - - - - - - -„ Rijst 1/12. rop:s - - - - „ - - - „ 36 2/3. „ 75. –. Rijst - _ — _ _ _ _ „ — 1/12. 11/ 121. 3/8 „ 4656. — 60. 54. koppen Die Transporteere met Ropias 2. 1/12. 9 2/3. 3. 1/3. „ 8. 2/3. 9 2/3. 1. assistent - - - - - - - - - „ 5 48. 8. en „ „ 60: 54. koppen P„r Transport met Rep:s 12 1/10 656 3. bosschieters â 3/24. rop:s ider - - rop:s 2. 3/24. rijst — 1/12. rop:s - - - „ - - „ 2. /12:„ 5. 5/8. Teld 'smaands Rop:s 131. 3/4. 6. Jnlandse Dienaren namentlijk 5. Lascorijns waar onder 1. noodzakelijk tot surplus bij de andere 3. op groot Aijwika gevoegd moet werden Teldt voor maand gelden smaands Ro/q 27. 5/18. 1. Jolk wint - - - - - - - - Ro/ag 9. 3/48. of Jaars – – – – – – – – „ 1583: â 3½. rop:s ider - - - - - - „ 17½. 1. Constabel - - - - - - - - En gaans – – – – — — – — – – „ 325 Tot ordinaire als Extra-ordinair onkosten met Reparatien &=a voor een rond jaar stelle tesamen — Dus komen de Lasten te bedragen - Ro/ag 6964: Coilan den 17. ' Februarij A„o 1771. — — - „ 400. Berigt van den Majoor Medeler, wegens de sterkte van 't guarnisoen te Cochim. 51/48 „ Bijlagen. Bij 1„ N=o 3. „ — - — - 4. A N„o 4. 546 Bij besluijt deezer vergadering ter sessie van den 30. ' November passato mij ondergetekende, door uw wel Edele Agtb: opgedragen zijnde, om nopens het van mij ingediende, dog door Haar Hoog Edelhedens gerejecteerde project wegens de vereijschte sterkte der militairen ter kuste Mal„ „labaar in 't generaal, en des guarnesoens. deezer stad en vesting speciaal nadere explicatie, en elucidatie te geven, en sulks na alvorens den wel Edele Agtb: Heer Commandeur, onsen nieuwen gebieden daar over onderhouden, en wel gem=de zijn Edele Agtb: goedvinden desweegen ingenoomen te hebben, so geve mij de Eere ter voldiening van dat besluijt. Jn alle Eerbied, en met onderwerping ten dien opzigte te noteeren. Dat: schoon men ter verkleining van het ge„ stelde getal van 696. koppen primo plana ter besetting dezer stad al wil recours neemen tot vermindering eeniger posten, zo op de wallen als andere wagten in de stad het egter volstrekt ommogelijk is daar omtrent eene, met het bepaalde getal van 340. koppen quadreerende reductie te maken, sonder deeze uijt„ „gestreckte plaats, de toevloed eener me„ Bijlagen „nigte

NL-HaNA_1.04.02_3326_0512 view scan ↗

English

No 4. Annexes multitude of foreigners of all nations, to expose to many dangerous inconveniences, and to be able to maintain the requisite security, both from within and without, while the so extended city walls will leave sufficient exposure for climbing up and down. For 300 heads of common soldiers divided into 3 gives 100 heads daily to mount the guards, both in the city at the gates and on the rampart, besides which are the barracks of the people on each point or Bastion, the number of guards that must thus be mounted daily consists of 9 guard posts: namely the main guard, the River gate, the Boom gate, the point Groeningen, Vriesland, Utrecht, Zeeland, Holland, and Gelderland; 100 heads divided into 9 guard posts gives plus or minus 11 heads to each guard, which firstly is half too few for the main guard, which inevitably has 5 day and 7 night posts, besides the extra duties, such as main round, patrols, the closing and opening of the three city gates, etc. I proceed now to the reduction of the posts in general, which one might economize in case of utmost necessity and in times of complete tranquility 547 No 4. Annexes tranquility and safety, and propose in comparison with my previously submitted guard detail annexed to my respectful report. The main guard 7 posts makes heads 21. For extra duties — ditto 3. River gate 4 posts - - - - 12. Boom gate - - - 4 ditto - - - 12. Groeningen 4 ditto - - - 12. Vriesland - - 4 ditto - - - - 12. Utrecht - - - 4 ditto - - - 12. Zeeland - - 4 ditto - - - 12. Holland - - 4 ditto - - - 12. Gelderland - - 3 ditto - - - 9. Sum - - - 117 heads These multiplied by . . . 3. For the soldier should after all have 2 nights off, makes - - - - 351. — Thus short in 3 reliefs heads 51. To this add Hospital cases and impotent - - - - - - 25. In various duty - - - - 15. Thus short heads - - - - 91. — Carried forward heads 442. No. 4. Carried forward - Heads 442. — Annexes With the non-commissioned officers to the number of 12 sergeants and 20 corporals it is likewise impossible to manage, as appears from the guards shown above. And even if one wishes to proceed to a reduction with respect to the sergeants, by having 2 guard posts occupied by corporals instead of sergeants, there still remain 7 posts that they inevitably must occupy, thus daily on guard 7, makes - - - - - - heads 21. Orderly sergeants - 3. In various duty - - 1. Impotent - - - - - 2. Total 27. Corporals to mount the guards daily 10, makes 30. Orderly corporals - - - - - 3. In various duty - - - - 6. Impotent - - - - - - - 2. Total 41. — Drummers - - - - - 9. — Fifes - - - — — — — 3. — Sum heads 522. — Which are carried forward No. 4. 548 Annexes. Carried forward - heads 522. — In respect of the officers I take the liberty, with your kind indulgence, to remark that their number, fixed at 6, is just as little sufficient as that of the non-commissioned officers and common soldiers. For 2 of them being on duty daily, they are not only placed on an equal footing with the soldier in mounting guard, but in addition, on account of the other ordinary garrison duties to which an officer is obligated, have considerably more fatigue and less time off, all the more when usually one of them is impotent or on detachment; the former has happened for nearly 2 years past, so that one of the officers for more than a full year, due to continuous illness, did no duty at all, and one of them did duty only intermittently, and the latter, I mean the performing of detachments, has likewise not stood still. Which are carried forward - 22. No 4. Annexes Carried forward. - - . - Heads 522. — stood still. I therefore propose with deference that their number might well be fixed at 10, namely: Captain or Captain Lieutenant free from guard 1. Lieutenants - - - — — - 3. Ensigns, the Adjutant included among them - - - - - 6. Total 10. Thus with the Commander, Sum 532. — Namely: 1 Head of the Militia 1 Captain Lieutenant 3 Lieutenants 6 Ensigns 27 Sergeants 40 Corporals 3 Fifers 9 Drummers 442 Common soldiers 532 Heads According to this narrow reduction, it being now clearly evident that with that number of men one is only just able to occupy the most strictly necessary posts of this city No 4. 549 Annexes city and fortress, one will scarcely be able to dispatch a detachment of 50 to 60 heads, and spare them for some time, as frequently and annually occurs here, both to man the arriving and departing ships and smaller vessels, when there is fear of pirates, as otherwise; not to mention if more worrisome and critical circumstances should intervene, when one would be in no small perplexity here, and the duty then falling too heavy, the soldier would become disgruntled and easily be enticed to transgressions. I therefore propose, according to my modest understanding and judgment, which I nevertheless gladly submit, that this garrison cannot well consist of less than 600 heads primo plana. Regarding the outposts, respectfully conforming to the disposition of the previously submitted report, I hope to have fulfilled Your Right Honorable's intention and order, and have the honor to be with deep respect; was written underneath; Right Honorable Ruling Sirs, Your Right No. 4. Annexes No 5. Right Honorable's very humble and obedient servant, was signed, J: H: Medeler, in the margin, Cochin, 25 February Anno 1771. Report of the Pay Bookkeeper Seijffer, what 800 heads of military cost to maintain. Pursuant to the honored order of Your Right Honorable, the undersigned has the honor hereby to state the costs, both in wages, board money, and emoluments, of 800 heads of military in a full year, if the same consist of 500 Europeans, 200 Easterners, and 100 Topasses. 800.

Dutch transcription

No 4. Bijlagen „nigte vreemdelingen van alle natien, aan veele dangereuse inconvenienten te expo= „neeren, en de vereijschte veijligheijt, so van binnen als buijten te kunnen bewaren, terwijl de so uijtgestreckte stads wallen voor op en afklimmen genoegsaam zul= „len bloot leggen. Want 300. koppen gemeene Militai„ „ren in 3. ' verdeeld, geeft dagelijks 100. kop= „pen ter betrekking der wagten, so in de stad aan de poorten, als op de wal, waar bij de calernen van 't volk op ieder punt of Bastion, zijn het getal der wagten, die dus dagelijks moeten betrokken worden, bestaat in 9. wagt posten: als de hoofd wagt, de Revier poort, de Boompoort de punt groeningen, vriesland, uijtrecht, Zeeland, Holland, en gelderland, 100. koppen verdeeld in 9. wagtposten, geeft plus mi= „nus 11. koppen op ieder wagt, het welk voor eerst de helfte te weijnig is, voor de hoofd wagt die onvermijdelijk heeft 5. dag, en 7. nagt posten buijten de bij diensten, als hoofd-ronde, Patrouilles het sluij= „ten en openen den Drie stads poorten W=t Jk gaa nu over tatreductie der posten in 't generaal, die men bij hoogste noodsakelijkheijd en in tijde eener volkome gerustheijd A 547 No 4. Bijlagen gerustheijd en zekerheijd zoude kunnen me„ „nageeren, en stelle in vergelijking van mijn voorige ingediend wagt- detail annex aan mijn Eerbiedig berigt voor. De hoofd w:t 7. posten maakt koppen 21. Voor bij diensten — d=o 3. Rivierpoort 4. posten - - - - „ 12. Boompoort - - - 4. _=o - - - „ 12. groeningen 4. _=o - - - „ 12. Vriesland - - 4. _=o - - - - „ 12. uijtregt - - - 4. _-o - - - „ 12. Zeeland - - 4. _=o - - - „ 12. Holland - - 4. „ - - - „ 12. Gelderland - - 3. „ — - — „ 9. Somma - - - 117. koppen Deeze gemultipliceert door . . . 3. Want den zoldaat dient dog 2. nagten vrij te hebben, maakt - - - - 351. — Dus te kort in 3. aflossing koppen 51. Hier bij voege Hospitalitten en - - - - - - „ 25. Impotenten In diverse dienst - - - - „ 15. Dus te kort koppen - - - - 91. — Transporteere koppen 442. a me No. 4. P„r Transport - Met de onder officieren ten getalle van 12. zergeants en 20. Corporaals is het mede niet te stellen, blijkens de hier voor aangetoonde wagten. En zo men al ten opzigte der zergeants tot vermindering wil treeden, door het laten betrekken van 2. wagt-posten door Corporaals in steede van zergeants zo blijven egter nog overig 7. posten dieze onvermijdelijk moeten betrek„ „ken, dus dagelijks op de wagt 7. maakt - - - - - - koppen 21. ordre sergeants - „ 3. Jn diverse dienst - - „ 1. Jmpotent - - - - - „ 2. Corporaals tot het dagelijk betrekken der wagten 10. maakt „ 30. ordre corponaals - - - - - „ 3. Jn diverse dienst - - - - „ 6. Jmpotent - - - - - - - „ 2. Jamboens Pijpens - - - — — — — 3. — Somma koppen 522. — Die Transporteere 41. — 27. Koppen 442. — Bijlagen - - - - - - - 9. — No. 4. 548 Bijlagen. P„r Transport - koppen 522. — en opzigte der officieren neeme de vrijheijd onder welduijding aan te merken, dat der selver ge„ „tal, op 6. bepaalt, even zo min toerijkende is, als dat der onder officieren en gemeenen. want 2. daar van dagelijks in dienst zijnde, zijnse het wagt doen niet alleen met den zoldaat egaal gesteld, maar hebben daar en boven uijt hoofde der andere ordinaire guannesoens diensten, waar toe een officier verpligt is, nog vrij wat meer fatique, en weiniger vrij„ „heijd te minder, als daar van maar doorgaans een impotent of op Commando is, het eerste is nu bij na 2. jaren herwaarts gebeurt, sodanig dat een der officieren in ruijm een rond„ Jaar door aanhoudende ziekte in 't geheel geen, en een derzelver maar bij tussen poosing heeft dienst gedaan, en 't laatste ik meene het doen van Com„ „mandos, heeft almeede niet Die Transporteere 22. stil N=o 4. stil gestaan. Jk stelle dus met onder„ „werping dat derselver getal wel mogte werden bepaalt op 10. als„ Capitain of Cap:n Liceut: vrij van wagt 1. Lieutenants - - - — — - 3. vaandrigs den Adjudant daar onder gerekend - - - - - 6. 10. = Dus met den Commandant Somma 532. — Jeweeten 1. hoofd der Militie 1. Capitain Lieutenant 3. Lieutenants 6. vaandrigs 27. Zergeants 40. Corporaals 3. fluijtens 9. Jamboers 442. gemeene 532. koppen Volgens deeze bekrompe Reductie nu klaar blijkende dat men met dat getal manschappen maar even in staat is de hoogste noodwendige posten deser P:r Transport. - - . - Koppen 522. — Bijlagen stad No 4. 549 Bijlagen stad en vesting te bezetten, zal men nau„ „welijks in staat zijn een Detachement van 50. â 60. koppen te laten marcheenen, en voor eenigen tijd te missen, gelijk dat hier veeltijds en Jaarlijks voorvalt, so ter be„ „setting der aankomende en vertrekkende scheepen en mindere vaartuijgen, wan= „neer men voor de zee-rovers te dugten heeft, als andersints: gesweige als zig zorge„ „lijkere en tritiquere tijds omstandighee= „den nog mogten tussen bijde mengen, wanneer men hier niet weijnig verlee„ „gen zoude zijn, en den dienst dan te swaar vallende, den zoldaat verdrietig en ligt tot buijten stappen zoude verleijdt worden. Jk stelle dan na mijn gening be„ „grijp, en oordeel, het welk ik nogthans gaarne onderwerpe, dat dit guarnisoen niet wel minder zal bestaan kunnen als uijt 600. koppen primo plana. Nopens de buijten posten mij met Eerbied gedragende aan depositie van het voorig ingediend berigt, hope aan vwel Edele Agtb: intentie en bevel voldaan hebben te hebben, en de Eere met diep respect te zijn; /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare gebiedende Heere, vwel Edele No. 4. Bijlagen No 5. Edele Agtbaarens zeer onder= „danigen en gehoorsamen Die„ „naar /:was getekend:/ J: H: Me„ „deler /:in margine:/ Cochim Den 25. Februarij Ao 1771. Berigt van den Zoldij Boekhouder Seijffer, wat 800. koppen militairen van onderhoud kosten Jngevolge g'Eerd bevel van vwel Edele Agtbaare heeft den onder„ „geteekende de Eere bij desen op tegeven het bekostigen zoo aan gagie, kost= „geld, en Emolumenten van 800. kop„ „pen militairen in een rond-jaar indien dezelve bestaan in 500. – Europeese 200— oosterlingen en 100. Joepassen. 800.

NL-HaNA_1.04.02_3326_0519 view scan ↗

English

550 No. 5. Appendices 800 military men in total, whereof 500 European men, namely: 1 Major, in salary, board money, and emoluments: Ro/a 1296. — 1 Captain-Lieutenant, ditto, ditto, ditto: Ro/a 636. — 2 Lieutenants, ditto, ditto, 474 each: Ro/a 948. — 8 Ensigns, ditto, ditto, ditto, 414 each: Ro/a 3312. — 24 Sergeants, ditto, ditto, ditto, 192 each: Ro/a 4608. — 36 Corporals, ditto, ditto, 120 each: Ro/a 4320. — 428 Privates, ditto, ditto, 96 each: Ro/a 41088. — Total Rupees: 56208. — 200 Easterners, namely: 2 Captains, each Ro/a 524: Ro/a 1048. — 2 Lieutenants, ditto, ditto, 330: Ro/a 660. — 4 Ensigns, ditto, ditto, 252: Ro/a 1008. — 8 Sergeants, ditto, ditto, 135: Ro/a 1080. — 12 Corporals, ditto, ditto, 96: Ro/a 1152. — 172 Privates, ditto, ditto, 72: Ro/a 12384. — Ro/a 17332. — 100 Topasses, namely: 3 Corporals, ditto, ditto, 78: Ro/as 234. — 6 Lance Corporals, ditto, ditto, 78: Ro/as 468. — 91 Privates, ditto, ditto, 78: Ro/as 7098. or 7800. — 800 men amounting in a full year to Rupees 81340. — Wherewith I have the honor to sign myself with the deepest bounden respect, below stood: Honorable Worshipful Ruling Lord, your Honorable Worship’s humble and obedient servant, was signed: C: G: Seyffer, in the margin: Cochin, 8 March 1771. Memorandum No. 6. Appendices NB: from this the King of Cochin receives Ro/a 12000. — and the Payencherries 320. Rupees. The diaconate poor, from old times. — The Lazarushouse receives annually 672. 19/48 Memorandum of the revenues and rights of the Honorable Company on this Malabar Coast for the year 1770/1771, the paddy calculated at the redemption rate of 1/2 Rupee per parra, to wit: At Cochin The domains of Cochin, Coilan, Cranganore, Papenetty, and Chettua, were leased at Cochin on 12 August 1770 for the year 1770/1771 for an amount of: Ro/as 45600. —. The new lease at Mattancherry amounts according to the resolution of 10 October 1770 for 10 1/2 months to: 3300. —. NB. these enjoy also the ferries of Vypin and Anjicaimal for 8 months according to the resolution of 21 December 1770: 131. —. Thus together Rupees: 49031. —. or f 58837. 4. —. NB: from this the revenues of gardens and lands being leased at Cochin amount annually to: Ro/as 14053. —. To which is added the annual ground rent of Anta Chetty: 10. —. Ro/as 14063. —. or f 16875. 12. —. Total Rupees: 63094. — or f 75712. 16. —. At Chettua The Company's leased lands yield: in paddy 572 2/10 Company's parras; in money Rupees 351 7/48, or amounting together to: Ro/a 637 3/48 or f 765. —. 8. Payencherries' rights amounting annually to: 960 Company's parras of paddy, and in money Rupees 341 1/12, or together: 821 1/48 or f 986. 6. —. Carried forward: Rupees 1459 4/48 or f 1751. 6. 8 / 63094. — or f 75712. 16. —. 551 No. 6. Appendices Brought forward: Ro/as 1459 13/48 or f 1751. 6. 8 / Ro/as 63094. — or f 75712. 16. —. The rights of Maprana are paid at Chettua with 300 parras or 4 lasts of paddy, amounting at the redemption rate to: 150. — or f 180. —. —. Together: 1609 13/48 or f 1931. 6. 8. At Papenetty The revenues from the Company's gardens, lands, and arable lands amount, with the rights of the fief gardens and fief arable lands, annually to: 20802 1/3 Company's parras of paddy, and 1268 1/4 Rupees in money; or together Rupees: 11669 19/48 or f 14003. 18. —. The tithe rights yielded on 25 August 1770 for the year 1770: 9210 Company's parras of paddy, and 15000 Cochin fanams or Rupees 750 in cash, or together: 5355. — or f 6426. —. —. Together: 17024 19/48 or f 20429. 18. —. The account of the stamp amounts annually according to calculation to: Ro/a 1100. — or f 1320. —. —. The rights on houses and lots, according to calculation: 200. — or f 240. —. —. Together: 1300. — or f 1560. —. —. Note here further for the record. The rights of the mortgaged lands of the King of Cochin, named Cousypally and Navika, which also come to the benefit of the revenues of Cochin, and yield in a year: 1735 Company's parras of paddy, which at 1/2 Rupee per parra redemption amount to: Ro/as 867 24/48 or f 1041. —. —. 7747 Cochin fanams, in money, according to the highest collection in the year 1766/1767, but it varies and also comes to less, at 20 pieces per Rupee: 387 17/48 or f 464. 16. 8. Together Rupees: 1254 41/48 or f 1505. 16. 8. The rights of the sequestered lands of the Zamorin are also collected at Chettua; but are annually credited to the Zamorin in reduction of his arrears, with Rupees 495. — more or less, while the expenses thereof are also debited to him. Sum total Rupees: 83028 17/48 or f 99634. —. 8. was signed: D:s Kelly, in the margin: for the drawing up of this, was signed: H: H: De Hartogh, Head of Trade. No. 7. Extract treaty of peace and friendship entered into between the Great King the Zamorin from the Royal House of Poodiyecoylottoe, for himself and on behalf of his princes and heirs, on the one hand, and in the name of the General Dutch Company on the other hand, by Willem Backer Jacobsz, Councillor

Dutch transcription

550 N=o 5. Bijlagen 800. koppen Militairen in 't geheel, daarvan 500. koppen Europeesen, als: 1. majoor, aan gagie kostgeld, en Enolum: Ro/a 1296. — 1. Capitain Lieut: „ „ _=o - - - „ 636. — 2. Lieutenants „ „ „ 474. ider - - „ 948. — 8. vaandrigs - - „ „ „ 414. „ – – „ 3312. — 24. Zengeants „ „ „ 192. „ - - „ 4608. 36. Corporaals „ „ 120. „ „ 4320. – 428. gemeenen - „ „ 96. „ „ 41088. — seld Rop=s - - 56208. — 200. oosterlingen, als: 2. Capitains ider Ro/a 524. – ro/a 1048. - 2 Lieutenants „ „ 330. – – „ 660. – 4. vaandrigs „ „ 252. - – „ 1008. 8. zergeants „ „ 135. - – „ 1080. – 12. Corporaals „ „ 96. –. – „ 1152. — 172. gemeene „ - „ 72. – –„12384. -„ ro/a 17332. — 100. Joepassen, als: 3. p. luijters - „ „ 78. – /as 234. 6. Jamboens - „ „ 78. „ 468. 91. gemeene - - „ „ 78. —„1098. „ 7800. — 800. koppen monteerende in een Rond jaar rop:s 81340. — Waarmeede mij d'Eene geeve van met diep schuldig= „ste respect mij te onderteekenen /:onderstond:/ wel Edele agtb: gebiedende heer. vwel Edele agtb: onder= „danigen en gehoorsamen Dienaar /was gete:/ C: G: Seijffer, /in margine:/ Cochim den 8. ' maart 1771. Memorie d „ en 0 N=o 6. Bijlagen NB: hier van krijgd den ko„ „ning van cochim rq a 12000. - en de Paijencherijs. 320. 2op=s De Diaconij armen, al van ouds. — krijgd het Lara„ vuerhuijs jaar„ lijks 672. 19/4 Memorie van de Inkomsten en Geregtigheeden der E: Compagnie, ter deezer Custe Mallabaar, voor Ao 177 8/6. de Nelij, uijtkoops gerekend â — ½. ropij de parra, teweeten. Te Cochim De Domainen, van Cochim, Coilan, Cranganoor, Papo„ „nettij, en Chettua, zijn den 12. ' Aug=s 1770. voor Ao 177 6/1. te Cochim verpagt, voor een bedragen van - - - - - - - - Ro/as 45600. —. De nieuwe verpagting te Mattancherij bedragen volgens Resolutie van den 10. 8ber: 1770. voor 10½. maanden „ 3300. –. N3. dit geneeten Nog de veeren van Baijpin en Angecai„ „maal, voor 8. maanden volgens resolutie van den 21. xber: 1770. „ 131. —. 49031. –. of ƒ58837. 4. -. Dus, Jesamen Ropias - - - – NB. hier van De Inkomsten van Thuijnen en Landerijen, te Cochim verpagt werdende, bedragen Jaarlijks - - - - - - - Ro/as 14053. –. Waar bij komt de Jaarlijkse grondhuur Te chettua 'S Comp:s Pagt Landen, Rendeeren: aan Nelij 572 2/10. 's Comp.s parras aan gelde R Can 351 /48. of te samen bedragende Ro/a 637 3/48 d ƒ 765. — 8. Paijencherijs geregtighee„ „den, bedragende jaarlijks: 960. 'sComp:s partas Nelij, en aan geldij Rop=s 341 1/12. „ of te La„ 44 986. 6. -. Transporteere Rop:s 145 94/18: ƒ175. 6. 8 / 63094. - ƒ5712.1. —. „men - - - - - „ 821 1/48. „„ 63094. – of ƒ75712. 16. -. Feld Ropias van Anta Chettij - - - - - „ 10. –. „ 14063. –. „ „ 16875. 12. 551 21 P„r Transport - - - Ro/as 1459 13/48 8 ƒ 1751. 6. 8 7/8„ 63094. -. 8f ƒ75712. 16. —. Bijlagen De Geregtigheeden van Ma„ „prana, word te chettua voldaan, met 300. parr:s of 4. Lasten, Nelij, bedragende Te Laponettij De Inkomsten van 'sComp:s Thuijnen, Landerijen, en Zaaijlanden, bedraagen: met de geregtighee„ „den van de Leen-thuijnen en Leen Zaaijlan„ „den Jaarlijks: 20802. 1/3. Comp:s parras Nelij, en 1268¼. Rop:s aangelde; of Tesamen Ropias 11669. 19/48 o ƒ 14003. 18. —. De Geregtigheijd der 10en. heb„ „ben den 25. ' aug:s 1770. — voor A:o 177 9/. gerendeert 9210. - 'sComp:s parr:s Nelij, en 15000. Cochimse fanums of 44 rop:s 750. in Contant of tesamen „ 5355. –. „ „ 6426. –. –. „ 17024 13/48. „ „ 20429. 18. -. De Reeckening van het zegel, bedraagd Jaarlijks na Calculatie - - - - - Rog 1100. – o ƒ 1320. –. —. De geregtigheeden van huijsen en Erven, na Cal„ „culatie - - - - - - „ 200. –. „ „ 240. –. – „ 1300. –. –„ 1560. –. —. Stelle alhier nog Ad Notam. De geregtigheeden van de verpande Landerijen van den koning van Cochim, gen=t Coesijpallij en Navika; welke al meede ten faveure der In„ „komsten van Cochim komen; En in 't Jaar opbrengen: 1735. Comp:s Parras Nelij, die â -½. ropij de parra, uijtkoops, bedragen - - - - - - Rcas 867. 17/48. 8 ƒ 1041. —. — 7747. Cochimse fanums, in gelde, na de hoogte invorde„ „ring:/ in A:o 176 6/7. dog is ongelijk en Rops 867. 2/3. . ƒ 1041. . r/„s 302. 7/8. 4 ƒ 9634. -. 8. Transporteere - uijtkoops.- - - - - - - „ 150. – „ „ 180. –. – „ 1609 3/48„ –„ 1931. 6. 8. N„o 6. en de da 4. —. 12. 16. —. Bijlagen ƒ1041. —. 8 /„ 83028 1/18 8 ƒ 9634. —. 8 P„r Transport Rop: 867. 2/30 ƒ en ook wel minder komt â 20. stux p:sr ropij - - - - - - „ 387 7/18. „ „ 464„ 16. 8. 41 Tesamen Rop„s 1254. 3/488 ƒ 1505. 16. 8. De Geregtigheeden: Der in sequestratie ge„ „komen Landen van den Sammorijn, werden meede Je Chettua ingevorderd; Dog den sammorijn in mindering van zijn agterstal, Jaarlijks, ten goede gebragt: met Rop:s 495. –. min of meer, wer„ „dende dies ongelden, daar ook in zijn debet gesteld. Somma Rop=s 83028 1/40 4 ƒ99634. —. 8 /:was getekend:/ D:s Kellij /in margine:/ voor het opmaaken deses /:was getekend:/ H: Ho De Hartogh, Negotie overdragen. Extract verbond van vreede, en vriendschap aange„ „gaan, tusschen den grooten ko= „ning van Sammorijn uijt het Stamhuijs Poedejecoijlot= „toe, voor zig selve en van we„ „gen desselfs Princen, en Erf„ „genamen, ter eenre, en uijt de name van de Generale Nederlandse Compagnie ter andere zijde door Wil „lem Backer Jacobsz: Raad N„o 6. 7. E

NL-HaNA_1.04.02_3326_0523 view scan ↗

English

552 No 7. Appendices Extraordinary Councillor of Dutch India, Admiral and Commander-in-Chief by water and by land, as well as Supreme Commander of the Coast of Mallabaar, Canara and wingurla etc. etc. etc. Cherlette, Corticare, Card deweloer, and everything that the Zamorin king previously possessed from Aijnicoettij Nambeddij and is currently possessed by the said Aijnicoettij, shall remain so possessed forever, without the King Zamorin having any claim thereto, as he hereby expressly renounces the same forever; with this addition, that since Cacatte Carnepatte Nambeddij has shown himself in this war to be loyal to the Honorable Company, and the other northern princes, such as Betelte, Arongolla, have likewise not taken up their arms against the Honorable Company, the King Zamorin hereby obliges himself never to bear this in mind, nor to resent the same, nor to commence the slightest war on that account, but to leave everything in such state as it was formerly; 21. 8 19. No. 7. Appendices Concerning the Kingdoms of Cochim and the King Zamorin, it is understood that all the lands, fortresses, and strongholds situated south of Innemaka, to wit, from the mouth of the river, calculated east and west, such as Trikonettij, oerotto, Arrattapole, Moedelacoenattoe, Poetembare, and Maprana, with each its district, shall remain in the possession of the Honorable Company, to dispose thereof at its pleasure. Thereby the King Zamorin, by this document, renounces the same forever to their Honors. — Thus agreed upon and contracted in the Dutch headquarters at Chettuwa on Friday the 17th of December of the year of our Lord Jesus Christ seventeen hundred and seventeen, according to the European calendar; and according to the style of the Malabars the 6th of the month Danobam of the year Coijlang Eight hundred Ninety-three, and also established that of this there shall be made, as there have indeed been made, four identical writings, to wit two in Dutch, and two in Malabar, 21. on No 7. 553 Appendices No 8. written on paper; which all four have been signed with their own hands by Admiral Willem Backer Iacobsz. and the King Zamorin, and of which two have remained in the possession of the said Admiral, and two with the King Zamorin. signed with some Malabar characters, and W. B. Jacabsz. Calculation by the Surveyor De Graaff, of what certain town works will cost. In dutiful compliance with your Honorable Worships' highly esteemed order, the undersigned presents below the entire project, showing item by item what the same will cost to execute, to wit: Firstly, the making of an opening for the Sloterdijk next to the bastion Stroomburg. 2nd. The demolition of a part of the curtain wall between Stroomburg and Overijssel. 3rd. The making of a new foundation for the solid rampart. 4th. The making of a vaulted large gate in the said curtain wall. 5th. The connecting of two bastions, Overijssel and the Galjoen, the latter serving to command the former. 6th. The erection of a new barracks near the said bastion. 7th. The demolition of several buildings that are in the way. 8th. The making of a basin for the mooring of vessels near the above-mentioned opening or entrance. 9th. The extension of the Sloterdijk into the town moat. 10th. The making of three stone bridges. 11th. The making of two new navigation locks, as follows: Nos 1, 2, 3, and 4: For timberwork, 798 Candies at 5 rupees: Rupees 3990. –. 335498 pieces of large Capok stones, the 100 pieces at 125 [illegible]: 20968. 13. — 13419 daily wages of masons at 6 [illegible]: 4025. 14. — 13419 candies of masonry lime at 14 [illegible]: 9393. 6. 170325 coolie wages at 2 fanums each: 17032. 10. — 1827 daily wages of carpenters: 548. 2. — Total Rupees: 55958. 5. — Appendices No 8. 554 No 5. For timberwork, 1221 Candies at 5 rupees: Rupees 6105. — 65602 pieces of large Capok stones at 125 [illegible] per 100 pieces: 4100. 3. — 2625 daily wages of masons at 6 [illegible]: 787. 10. — 2625 Candies of masonry lime at 14 [illegible] the Candy: 1837. 10. — 65615 daily wages of coolies at 2 [illegible]: 6561. 10. — 614 ditto of carpenters at 6 [illegible]: 184. 4. — 25920 cobidos of coconut trees at 100 [illegible] per 100 cobidos: 1296. —. — The fetching of clay: 173. —. — The transport of the earth: 241. —. — Total Rupees: 21285. 17. — No 6. For timberwork, 185 Candies at 5 rupees: Rupees 925. —. — 54397 pieces of small Capok stones at 35 fanums per 100 pieces: 951. 19½ 813 daily wages of masons at 6 fanums: 243. 18. 723 ditto of carpenters at 6 [illegible]: 216. 18. — 1265 daily wages of coolies at 2 [illegible]: 126. 10. 106072 pieces of broad roof tiles at 50 [illegible] per 1000: 265. 4. 543 Candies of masonry lime at 14 fanums: 380. 2. — Total Rupees: 3109. 11½ No 7. The demolition of several buildings: 315. —. — No 8. 14829 pieces of large Capok stones at 125 [illegible] per 100 pieces: Rupees 926. 16¼ 593 daily wages of masons at 6 fanums: 177. 18. — 6205 ditto of coolies at 2 fanums: 620. 10. — 593 Candies of masonry lime at 14 fanums: 415. 2. — Total Rupees: 2140. 6¼ Appendices No 4. [illegible] 13. — 2

Dutch transcription

552 N„o 7. Bijlagen Raad Extra-ordinaire van Nederlands Jndia, Admiraal en veld overste te water en te lande, mitsgaders oppergezag= „hebber der Custe Mallabaar Canara en wingurla &=a &=a &=a Cherlette, Corticare, Card deweloer, en al wat den sammorijnsen koning van Aijnicoettij Nambeddij bevoorens heeft beseten en tans bij gem: Aijnicoettij beseten werd, sal zoodanig voor altoos blijven beseten werden sonder dat den koning Sammorijn, daar op eenige pretentie sal hebben, als daar van bij desen wel Expresselijk renuntieerende voor altoos; met dese bijvoeginge, dat aange„ „sien Cacatte Carnepatte Nambeddij, sig in desen oorlog betoond heeft, getrouw voor DE: Comp: te zijn, ook de andere noorder= „waartse vorsten, als Betelte, Arongolla hunne wapenen, tegens D'E: Comp: niet op genomen hebben, soo verpligt den koning Sammorijn sig bij desen zulx nooijt te zullen gedenken, nogte 't selve te resenteren, ofte deminste oorlog dientwe„ „gen aante vangen, maar alles te laten in die stant als voorhenen geweest is; 21. 8 19. No. 7. Bijlagen Concernerende de Rijken van Cochim en den koning sammorijn, is verstaan dat alle de Landen, sterktens en vastigheeden, ge„ „legen, besuijden Innemaka teweten, van de Jnkomst der Revier, oost en west gerekent als Trikonettij, oerotto, Arrattapole Moede„ „lacoenattoe, Poetembare, en Maprana, met ider sijn district, sullen in besit van D E: Comp: blijven, omme daar over te dis= „poneeren na haar welgevallen. doende over zulx den koning sammorijn, daar van, bij desen aan haar Edele voor altoos afstand. — Aldus over een gekomen, en ver= „dragen in het Nederlands hooftquar= „tier tot Chettuwa op vrijdag den 17. Decem„ „ber des jaars onses heeren Pesus Christus seventhien hondert en seventhien, na de Europeese reekening; en volgens der mallabaaren stijl den 6. van de maand Danobam des jaars Coijlang Agt hondert Drie en Negentigh, mitsgaders vast gesteld, dat hier van gemaakt sullen werden gelijk 'er ook van gemaakt zijn, vier eens luijdende geschriften, teweten twee in 't Neederduijts, en twee in 't mallabaars 21. op No 7. 553 Bijlagen No 8. op Papier geschreeven; dewelke alle vier door den Admiraal Willem Backer Iacobsz:, en den koning sammorijn eij= „genhandig onderteekent, en waar van twee bij gedagte admiraal, en twee bij den koning Sammorijn berustende gebleeven zijn /:was getekend:/ met eenige mallabaarse Caracter, en W. B. Jacabsz: Palculatie van den Land-meeter De Graaff, wat zeekere stads-werken kosten zullen. Jn schuldige nakoming van uw wel Edele Agtb: hoog g'Eerd bevel Laat den onder„ „geteekende hier onder volgen het geheele Project, aantoonende stuk voor stuk wat het zelve om uijt te voeren zal komen te kosten te weeten. Eerstelijk het maken van een opening voor sloterdijk naast de punt stroomburg. 2„e Het demolieeren van een gedeelte der Courtine tusschen stroomburg en overijssel. 3„e Het maaken van een nieuw Fondament voor an rekent de„ a, - teld, en eens— „ 2 s No 8. voor de massive wal. 4„e Het maaken van een gewelvde groote poort in gemelde Courtine 5„e Het aan een hegten van twee punten over„ „sel en het galjoen, dienende laatst gem: tot beheersing der Eerste. 6„e Het opbouwen van een nieuw Casern bij gem: punt. 7„o Het afbreeken van verscheijde, in de wegh zijnde gebouwen. 8„e Het maaken van een Com tot aanleggen der vaartuijgen bij boven gem: opening of jngang. 9„e Het verlengen der slooterdijks tot in de stadsgragt. 10„ Het maaken van drie steene bruggen 11„e Het maaken van twee nieuwe schut sluijsen, als dat. N=o 1, 2, 39 en 4, Aanteeken houtwerken 798. Cand: â 5. rop:s R o/a 3990. –. 335498. - p:s groot Capok steenen d' 100. p:s â 125. p=s - - - - „ 20968. 13. — 13419. – „ dagloonen van Metselaars „ 6. „ — — - - „ 4025. 14. — 13419. - kandijlen metselkalk - „ 14. „ — — - „ 9393. 6. 170325. Coelij loonen â 2. fanums ider - - - „ 17032. 10. — 1827. - dagloonen van Timmerlieden - - - „ 548„ 2. — Teld Ropias – – – 55958. 5. — Bijlagen N„o 8. 554 N„o 5. Aan houtwerken 1221. Candijlen â 5. rop:s - - - - - - Rep:s 6105. — 65602. – p:s Groote Capok steenen â 125. p: d' 100: p:s - - - - „ 4100. 3— 2625. - dagloonen van metselaars â 6. p:t - - - - „ 787. 10. — 2625. Candijlen metselkalk - - - „ 14. „ 't Cand: „ 1837. 10. — 65615. dagloonen van Coelijs - - - „ 2. „ - - - - „ 6561. 10. — 614. _=o „ Jimmerlieden „ 6. „ - - - - - - „ 184. 4. — 25920. - Cobidos klapperboomen - - - „ 100. „ d'100 isido „ 1296. —. — Het afhaalen van kleij - - - - „ 173. —. — Het vervoeren der aarde - - - - „ 241. —. — Jeldt Ropias 21285. 17. — N„o 6. Aan houtwerken 185. Cand: â 5 o„ r r„ 925. —. — 54397. – p:s klijne Capok steenen â 35. f:t d' 100. p:s - - - - „ 951. 19½ 813. -dagloonen van metselaars „ 6. f=s - - - - „ 243. 18. _=o „ Jimmerlieden „ 6. „ - - - - „ 216. 18. — 723. — 1265. - dagloonen van Coelies - - - „ 2 „ - - - - - „ 126. 10. 106072. p:s breede daktiggels â 50. p=s 1000. - - - - - „ 265. 4. 543. – Candijlen metselkalk „ 14. f=s - - - - „ 380. 2. — Jeldt ropias 3109. 11½ 315. —. — N„o 7. het afbreeken van verscheijde gebouw„„ N„o 8. 14829. p:s groote Capck steenen â 125. p. r d'100 p:s - - - Rep:s 926. 16¼. 593. dagloonen van metselaars â 6. f=t - - - „ 177. 18. — 6205. _=o „ Coelijs â 2. f=t - - - - - „ 620. 10. — 593. Candijlen met zelkakk â 14. f=s - - - - „ 415: 2:— Jeld Rop„s 2140. 6¼ Bijlagen N„o 4. po t 9 g9 en 13. — 2

NL-HaNA_1.04.02_3326_0528 view scan ↗

English

No 8. No 9. 250889 large Capok stones at 125 fals per hundred - - - Ra 15680. 11. ¼. 10035 daily wages of mason at 6 f=t - - - „ 3010. 10. 97744 ditto of Coolies at 2 f=t - - - - - - „ 9774. 8. — 10035 Candiles of masonry lime at 14 p=s - - - „ 7024. 10. — the fetching of clay - - - - „ 514. —. the transport of earth - - - „ 2768. —. field Rop=s 38771. 19¼. No 10. and 11, 22394 p:s large Capok stones at 125 =t the 100 — - - ro af 1399. 13.- 986 daily wages of masons at 6 p=t - „ 295. 16. — 528 ditto Carpenters at 6 ditto —„ 158. 8. — 12328 ditto Coolies - - - - - „ 2 ditto — —„ 1232. 16. — 986 Candiles masonry lime - - - „ 14 ditto — — „ 690. 4. — 643 ditto wood at 5 rop:s the Candil - - - „32.15. —. money rop:t 6991. 17. — To this must be added to the abovementioned, for the purchase of bamboos, coir rope, earth baskets, mangus planks, the making of watermills for pumping away the water, and various other tools, such as wheelbarrows, handspikes, shovels and whetstones and more other ro/a 4500. —. — Now follows for this, for ironworks - - ro/a 3316. — Sum in total /ag 136388. 16. — In the hope that the undersigned will have Annexes well No 8. 555 Annexes No 9. satisfied Your Honorable according to his humble ability regarding your highly respected orders, he still does himself the honor to remain with due respect and high esteem below stood Honorable, commanding Lord; Your Honorable humble and obedient Servant was signed J: W: De graaf, in the margin Cochim the 14th February A. o 1771. — Calculation, of the Surveyor De Graaf, of what a new Trade Office will cost. According to Your Honorable respected order the undersigned has the high honor to offer Your Honorable an exact calculation of what for the making of a new trade office of two stories and long 52 feet; wide 27 feet and high 29 feet, in which below will be the place of the ledger-clerks and copyists, and above the office of the secunde and place for the bookcases; and the secunde shall from his dwelling directly ¼. „ e spikes . 16. — 0 8 No 9. be able to go directly to that office, with distinct prices of the materials; also the undersigned has attached hereafter the Plan and Frontispiece, and what is required for this building, as: For timber 321 Candiles at 5 rop:s - - - - - R/ag 1605.— For sawing wages 7888 square Cobidos at 2 Jan=s - - „ 788. 16. 2557 Daily wages of Carpenters at 6 p=t - - - - - - „ 767. 21. 1394 ditto Masons — at 6 ditto - - - - - - „ 418. 4. 8932 ditto Coolies - - - - at 2 ditto - - - - - - „ 893. 4. 59814 p:s small Capok stones - - — at 35 ditto the 100 p:s - - - - - „ 1046. 14. 1394 Candiles masonry lime - - - at 14 ditto the Cand: - - - - - „ 975. 16. 643 Cobidos mangus planks - - - at 95 ditto the 100 cob:s - - - „ 30. 11. 100075 p:s wide roof tiles - - - - at 50 ditto the 1000 p:s — - „ 250. 4. 313 long bamboos - - - - - at 450 ditto the 100 ditto - - - -„ 70. 8. 8732 earth baskets - - - - - - at 80 ditto the 1000 ditto - - - - „ 34. 18. 2420 lb: coir rope - - - - - - - at 15¼ ro at 500 lb. - - - „ 76. 4. 6725 p:s small floor tiles - - - - at 14 p=s the 100 p:s - - - - - - „ 47. 2. 4132 ridge tiles - - - - - - at 90 ditto the 1000 ditto - - - - - -„ 18. 12. 120 gutter tiles - - - - - at 90 ditto the 100 ditto - - - - „ 5. 8. For the purchase of white lime - - - - -„ 25. —. 865 lb: nails - - - - - - - - - - - - - - „ 72. 5. 910 iron for the ironworks - - - - - - - - „ 77. 5. 45 parras charcoal - - - - - - - - - - - „ 27. 960 p=s glass panes - - - - - - - - - „ 121. 18. Sum - Rop:s 7351. 11. Annexes. Hoping No 9. 556 Annexes. No 10. Hoping that the undersigned will have satisfied Your Honorable according to his humble ability, he takes the high honor to call himself with due high esteem below stood Honorable commanding Lord! Your Honorable humble and obedient Servant was signed I: W: De Graaf, in the margin Cochim the 21st February 1771. Report of Express Commissioners, concerning the dilapidated condition of the dwelling house of the secunde. In compliance with Your Honorable highly respected orders, the undersigned as commissioners have proceeded to the dwelling house of the Honorable head administrator David Kellij, and inspected there precisely the great hall and verandas, and found that the said hall has already collapsed in the middle, subsequently observed upon inspection that all its planks through old age are entirely rotten or decayed, as well as those No 10. Annexes No 11. those of the verandas, where also some beams will be required in place of those that are also already decayed, which will be better revealed upon the tearing up of the said verandas. Wherewith hoping our Commission will have been fulfilled according to Your Honorable highly respected intention, I remain with all high esteem below stood Honorable Lord! Your Honorable humble and obedient Servants. was signed L=s Buijs, J: W: De Graaf, and And=r van Eijk in the margin Cochim the 3rd May A o 1770. — Report of the Surveyor De graaf, of what the dwelling house of the secunde will likely fetch at sale; In pursuance of Your Right Honorable highly respected order the undersigned has inspected and appraised the Company's house which is currently inhabited by the Honorable secunde, which I have found according to my best knowledge to be worth, for a person who wishes to inhabit it himself, Ropias

Dutch transcription

N„o 8. N„o 9. 250889. groote Capok steenen â 125. fals vooren - - - Ra 15680. 11. ¼. 10035. dagloonen van metzelaar â 6. f=t - - - „ 3010. 10. 97744. _=os van Coelijs â 2. f=t - - - - - - „ 9774. 8. — 10035. Candijlen metzelkalk â 14. p=s - - - „ 7024. 10. — het afhaalen van kleij - - - - „ 514. —. het vervoeren der aande - - - „ 2768. —. feld Rop=s 38771. 19¼. N„o 10. en 11, 22394. p:s groote Capok steenen â 125. =t d' 100. — - - ro aƒ 1399. 13.- 986. dagloonen van metzelaars â 6 p=t - „ 295. 16. — 528. _o „ Jimmerlieden „ 6 „ —„ 158. 8. — 12328. _o „ Coelijs - - - - - „ 2 „ — —„ 1232. 16. — 986. Candijlen metzelkalk - - - „ 14. „ — — „ 690. 4. — 643. _=o hout â 5. rop:s 't Candijl - - - „32.15. —. geld rop:t 6991. 17. — Hier komt nog bij het boven gem:, tot het Jnkoopen van bamboesen, Caijerdraat, aand mand„ „jes, mangusplanken, het maaken van water= „molens, tot wegmalen, des waters, en verscheijde andere gereedschappen, als kruijwagens, handspaa„ „ken, schoppen en bij lsteenen en meer andere o/a 4500. —. — Nu volgt hier toe, tot ijzerwerken - - ro/a 3316. — Somma in het Geheel /ag 136388. 16. — Jn hoope dat den ondergetekende vw Bijlagen wel N„o 8. 555 Bijlagen N„o 9. wel Edele Agtbaare naar zijn gering ver= „mogen zal voldaan hebben aan desselfs hoog g'Eerde ordres. geeft hij zig nog de Eere met schuldige eerbied en hoog agting te blijven /:onderstond:/ wel Edele Agtb: welgebieden„ „de Heer; uw wel Edele Agtb: onderdanige en gehoorsame Dienaar /:was getekend:/ J: W: De graaf, /:in margine:/ Cochim den 14. ' Februarij A. o 1771. — Calculatie, van den Land= „meeter De Graaf, wat een nieuw Negotie Comptoir kosten zal. Volgens uw wel Edele Agtb: gerespecteer„ „de bevel heeft den ondergeteekende de hooge Eere uw wel Edele Agtb: aantebieden Een Exacte calculatie wat tot het maken van een nieuw negotie Comptoir van twee verdie„ „pings en lang 52. voeten; breet 27. voeten en hoog 29. voeten, waarin beneeden de plaats van den overdragen en pennisten, en boven het Comptoir van den secunde en plaats voor de boeke-kassen zal zijn; en zal den secunde uijt zijn wooning direkt ¼. „ e paa„ . 16. — 0 8 N„o 9. direct op dat Comptoir kunnen gaan, met distiencte prijsen der materiaalen; ook laat den ondergeteekende hier agter volgen het Plan en Frontispice, en wat tot dit ge„ „bouw benodigt is, als: Aan houtwerken 321. Candijlen â 5. rop:s - - - - - R/ag 1605.— 788. 16. Aan zaagloonen 7888. Cobidos quadraat â 2. Jan=s - - „ 2557. Dagloonen van Jimmerlieden â 6. p=t - - - - - - „ 767. 21. 418. 4. _=o „ Metselaars - — „ 6. „ - - - - - - „ 1394. 893. 4. 8932. _=o „ Coelijs - - - - „ 2. „ - - - - - - „ 59814. p:s kleene Capok steenen - - — „ 35. „ d' 100 p:s - - - - - „ 1046. 14. 1394. Candijlen metzelkalk - - - „ 14. „ 'tCand: - - - - - „ 975. 16. 643. Cobidos mangusplanken - - - „ 95. „ d' 100. cob:s - - - „ 30. 11. 100075. p:s breede dak tiggels - - - - „ 50. „ „ 1000. p:s — - „ 250. 4. 70. 8. . 313. „ Lange bamboesen - - - - - „ 450. „ „ 100. „ - - - -„ 8732. „ aardmantjes. . - - - - - - „ 80. „ „ 1000. „ - - - - „ 34. 18. 76. 4. 2420. lb: Caijendraat - - - - - - - „ 15¼. ro at 500. lb. - - - „ 47. 2. 6725. p:s kleijne vloersteenen - - - - „ 14. p=s d' 100. p:s - - - - - - „ 18. 12. 4132. „ beerpannen - - - - - - „ 90. „ „ 1000. „ - - - - - -„ 5. 8. 120. „ gootPannen - - - - - „ 90. „ „ 100. „ - - - - „ 25. —. Tot het jnkopen van wit kalk - - - - -„ 72. 5. 77. 5. 910. „ ijzer tot de ijzerwerken - - - - - - - - „ 27. 45. parras. houtskoolen - - - - - - - - - - - „ 960. p=s glaase ruijten - - - - - - - - - „ 121. 18. 865. lb: spijkers - - - - - - - - - - - - - - „ Somma - Rop:s 7351. 11. Bijlagen. Verhoopende F N„o 9. 556 Bijlagen. No 10. Verhoopende dat den ondergeteekende uw wel Edele Agtb: naar zijn gering ver= „mogen zal voldaan hebben. neemt zig denzelven de hooge Eere met schuldige hoog agting te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtb: welgebiedende Heer! Uw wel Edele Agtb: onderdanige en gehoorsame Dienaar /:was getekend:/ I: W: De Graaf, /in margine:/ Cochim den 21. ' Februarij 1771. Berigt van Expresse gecommitteerdens, wegens de bouwvallige gesteldheijd van het woonhuijs van den secunde. In nakooming van uw wel Edele Agtb=s hoog g'eende ordres, hebben de ondergeteekende als gecommitteerdens zig vervoegd aan 't woon„ „huijs van den E: hoofd-administrateur David Kellij, en aldaar nauwkeurig besigtigd, de groote saal en waranden, en bevonden als dat gem: saal bereets in 't midden is Jnge„ „stort, vervolgens bij visitatie ontwaard, dat alle desselfs planken door ouderdom ten eenemaal verrot of vergaan zijn, zo meede die N„o 10. Bijlagen N„o 11. die van de waranden, daar ook eenige bal„ „ken zullen benodigd zijn in steede van de geenen die meede bereets vergaan zijn, dat zig beter zal ontdecken bij het opbreeken van gezegde waranden. Waarmeede verhoope onse Commissie na uw wel Edele Agtb: hoog g'eerde Jntentie zal zijn volbragt blijve met alle hoog agting /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer! uw wel Edele Agtb: onderdanige en gehoorsame Dienaaren. /:was getekend:/ L=s Buijs, J: W: De Graaf, en And=r van Eijk /in margine:/ Cochim den 3. Maij A„o 1770. — Berigt van den Landmee„ „ter De graaf, wat het woon „huijs van den secunde bij verkoop wel haelen zal; Jn opvolging van uwel Edele groot Agtb: hoog g'eerd bevel heeft den onderge= „teekende besigtigd, en getaxeert het 'sComp=s huijs 't welk door den E: secunde thans bewoond werd, welke bevonden hebbe naar mijn beste kennisse waardig te zijn. voor een perzoon die het zelfs wil bewoonen Ropias

NL-HaNA_1.04.02_3326_0533 view scan ↗

English

557 No. 11. Appendices No. 12. Ropias 3400. However, if someone wished to buy the same in order to make a profit from it, whether by renting it out or reselling it, he could only spend Ropias 3000 to 3100 for it. Included in this appraisal are the garden and the house; if the garden could not be transferred along with it, the house will then be worth 2 to 300 Ropias less. Wherewith I hope to have satisfied the esteemed intention of Your Honourable Worship, giving myself the honour to remain with the highest esteem, below was written: Right Honourable, highly commanding Lord, Your Right Honourable's humble and obedient servant, was signed: J: W: De Graaf, in the margin: Cochim, the 7th of February 1771. Justification of the trade transfer agent De Hartogh concerning the subscription under the general deed of conveyance. To the undersigned trade transfer agent having been delivered: a written order dated the 6th of this month, whereby Your Honourable Worship was pleased to command him: to justify himself in writing, on what basis he was able to put under the general deed of conveyance executed by the Honourable outgoing Commander Breekpot to Your Honourable Worship, these words: drawn up from and with all possible attentiveness compared against the trade books and relevant papers, as well as the reports of the inventory. Since it is certain that the reports of the inventory have not only not been compared against the trade books, but that this could also not possibly have happened, because the trade books of anno 1768/9 were not yet begun, much less then that the same would have been balanced up to the 9th of March 1769 or the date of that subscription. The humble signatory has the honour in this to humbly justify himself in obedient compliance with the said esteemed requisition of Your Honourable Worship. Appendices That No. 12. 558 Appendices That his subscription placed before his signature at the end of the aforementioned general deed of conveyance, according to his own true meaning, must be understood in its entire context of words; and especially that particular attention must be paid to the words that immediately follow therein next to those cited above: drawn up from and with all possible attentiveness compared against the trade books and relevant papers, as well as the reports of the inventory. as follows: As all of that is more specifically stated in the heading of this document: And thereby, in so far as it could be verified, found to be in agreement. Since in the heading of that general deed of conveyance it is expressly stated from what that entire deed of conveyance was drawn up, and against what the same subsequently was also compared, in these words: this following indication drawn up by the undersigned trade transfer agent, concerning the debtors and creditors, from the trade books and their relevant papers, but concerning the remaining entries, from the aforementioned sworn written reports of the respective commissioners; which, having been exactly compared against them and signed for the found agreement, now serves only for greater clarity and proof of the completed transfer and receipt, etcetera, meaning: the trade books of 1767/8 and relevant papers of 1768/9. And since I, in my aforementioned endorsement, for the sake of brevity, have referred to that sufficient specification in the heading of that repeatedly mentioned document, I was not afraid that the words of my aforementioned subscription could be understood or improperly interpreted in any way contrary to my intention and meaning. I hope with this frank declaration to have satisfactorily fulfilled Your Honourable Worship's venerated intention and written order, and to have humbly and properly explained my repeatedly mentioned words. Trusting which, I further recommend myself to the good favor of Your Honourable Worship; while with deep respect and true high esteem, I subscribe myself. Appendices. No. 12. 559 No. 13. below was written: Right Honourable, commanding Lord! Your Right Honourable's humble, dutiful and lowly servant, was signed: Hendrik Anton De Hartog, in the margin: Cochim, the 8th of January Anno 1770. Notification concerning the lease of the gardens and lands to be held in Anno 1769. Whereas it has come to our knowledge, and we have taken into consideration on that account: that several of the Company's gardens and lands, which were leased out in Anno 1760 up to and in Anno 1765 for 20 years, as well as the islands of Moettoe Coenoe, which had been leased out in Anno 1762 for 12 or 13 years, are not well maintained; that some leaseholders pay their monies very tardily and cannot be brought to payment except with difficulty and by force; and that some leaseholders have even passed away; Appendices. That

Dutch transcription

557 No. 11. Bijlagen N„o 12. Ropias 3400. dog iemand het zelve willende kopen, om er winst meede te doen, het zij door te verhuuren of weeder te verkopen zoude daar voor maar kunnen besteeden Rop:s 3000. – â 3100. , onder dese Taxatie is be„ greepen de Thuijn en het huijs, indien de thuijn niet meede zoude kunnen werden getransporteert, zal het huijs als dan minder waardig zijn 2. â 300. Ropias. Waarmeede verhoope voldaan te hebben aan de g'eerde Jntentie van uw wel Edele Agtb: gevende mijn d'Eere met de hoogste agtinge te blijven; /:onderstond:/ wel Edele groot Agtbaare Welgebie= „dende Heer, uwel Edele groot Agtb= onderdanigen en gehoorsamen Die„ „naar /:was getekend:/ J: W: De Graaf, /:inmargine:/ Cochim den 7. Februarij 1771. Verantwoording van den Negotie overdraager De Hartogh, wegens de subscriptie onder 't generaal Transport. Aan den ondergeteekende Negotie overdrager po 12. overdrager ter hand gesteld zijnde: Een schriftelijke ordonnantie onder dato 6. e deser, waar bij uwel Edele Agtbaare hem geliefde te gelasten: zig schriftelijk te verantwoor= „den, op wat fondament hij onder het generaal Transport, door den E: Agtbaaren Heer afgegaane Commandeur Breekpot: Aan vwel Edele Agtbaare gedaan, heeft kunnen stellen deese woorden. „opgemaakt uijt - en met alle moge„ „„lijke oplettentheijd geconfronteerd te„ „„gens de Negotie Boeken en Relative „ papieren; mitsgaders de Rapporten „ van den opneem. Dewijl het zeekere is, dat de Rapporten van den opneem niet alleen, niet tegens de Nego= „tie Boeken geconfronteerd sijn, maar dat zulks ook onmoogelijk heeft geschieden kun= „nen, vermids de negotie boeken van anno 176 3/9. nog niet begonnen waaren; veel min dan, dat deselve tot den 9. ' Maart 1769. of den datum van die subscriptie souden hebben effen gestaan. Heeft den nedrige teekenaar, in deesen de eere sig ter onderdanige voldoe„ „ninge aan welmeldte u wel Edele Agtbaaren g'Eerd requilit, deswegen ootmoedig te verant= „woorden. Bijlagen Dat N„o 12. 558 Bijlagen Dat zijn subscriptie gesteld voor desselfs aanteekening, ten eijnde van het voornoemde Generaal Transport, na zijn eijgen waare meening, verstaan diend te werden: in desselfs geheel verband van woorden; En wel voorna„ „mentlijk in het bijzonder gelet dient te werden: op de woorden die daar in, naast de hier vooren aangehalde. „ opgemaakt uijt -en met alle mogelijke „ oplettentheijd, geconfronteerd teegens de „ Negotie boeken en Relative Papieren, „ mitsgaders de Rapporten van den opneem. onmiddelijk aldus volgen: „Gelijk dat alles in den hoofde deezes „nader gespecificeert staat: „ En daar meede voor zoo verre zulks heeft „kunnen nagegaan werden, accordeerende „bevonden. Alzoo in den hoofde van dat generaal Trans„ „port, wel uijtsonderlijk staat: waar uijt, dat geheele Transport opgemaakt, en waar tegen, het zelve vervolgens, ook geconfronteerd is; in deeze woorden:„ deeze volgende aan„ „wijzing, door den ondergeteekende Negotie „ overdrager, ten belange der debiteuren „ en Crediteuren, uijt de Negotie Boeken en „ dies Relative papieren, maar aangaande „de overige posten, uijt voormelde b'Eedigde „schriftelijke d N„o 12. „schriftelijke Rapporten der respective gecom= „„mitteerdens, opgesteld; het welke daar tee= „„gens Exact geconfronteert, en voor de bevon„ „„dene accordatie geteekent zijnde; thans „ eenelijk diend tot meerder duijdelijkhijd, „ en bewijs van de volbragte overgaave en „ ontvangst; ensz:„ /:wel verstaande: De Negotie boeken van 176 7/8. en Relative papieren van 176 /9. En nadien ik mij, in mijn voormeld onderschrift, kortheijds halve, hebbe beroe„ „pen: op die genoegsaame specificatie in den hoofde van dat meerm=de schriftuur, ben ik niet bedugt geweest: dat de woorden mijner voormelde subschriptie, teegen mijn zin en meeninge Eenigsints anders begreepen of oneijgenlijk verstaan konde werden. Jk hoope: met deeze rondborstige betuij„ „ginge aan uwel Edele Agtbaare gevene„ „reerde Jntentie en schriftelijk bevel, ten genoegen voldaan, en mijne meermelde woonden, ootmoedig en wel verklaard te hebben. 'T welk vertrouwende, Recommandeere ik mij voorts, in de goede gunste van uwel Edele Agtb:; Terwijl met diep ont= „zag en waare hoog agting, mij onder„ Bijlagen. „schrijve. N„o 12. 559 N„o 13. schrijve; /:onderstond:/ Wel Edele Acht„ „baare welgebiedende Heer! vwel Edele Achtbaare onderdanige Trouschuldige en nedrige Dienaar, /:was getekend:/ H:k A: De Hartog /in margine:/ Cochim Den 8. Januarij Anno 1770. — Bekentmaaking wegens de te houdene ver= „pagting der Thuijnen en Landerijen in A:o 1769. Nademaal ons ter kennisse is geko„ „men, en wij uijt dien hoofde in aanmer„ „king hebben genomen: Dat verscheijde van 'sComp:s Thuijnen en Landerijen, die in Ao1 760. tot en in A:o 1765: voor 20. Jaaren verpagt zijn, zo meede de Eijlanden Moet„ „toe Coenoe, die men in A:o 1762. voor 1 2/3. Jaar heeft verpagt gehad, niet wel onderhouden werden; dat eenige pagters hunne penningen zeer traag voldoen en niet als met moeijte en door geweld tot de betaaling gebragt kunnen werden; En dat sommige pagters zelfs overleeden zijn; Bijlagen. Dat

NL-HaNA_1.04.02_3326_0538 view scan ↗

English

Number 13. That also the moneys of these gardens and lands were paid annually, by the end of December, and in fact in fanums; whereas all other leaseholders pay their quota in Rupees, by the end of August; that this also causes some confusion in the books; and that consequently in this matter some change and improvement needs to take place: So it is, that taking into consideration the means that can best serve this purpose, we have seen fit to devise the following arrangement in this respect, and to make it known to all and sundry, as it is made known hereby: First: That these leases, like all others, shall commence on the first of September and end on the end of August. Secondly: That the lease moneys shall also be paid once a year, but not as before by the end of December, but before the end of August, namely on the 1st or at the latest the 5th of that month. Thirdly: That in order to settle the difference in time arising from this, all leaseholders shall be obliged to pay the amount for the eight months, which will have expired from the 1st of January to the end of August, immediately or at the latest by the 5th of August next. Fourthly: That this payment shall for this time still be made in fanums, but for the future shall always be made in Rupees, unless the leaseholders wish to give so much more in fanums or other current coin as the exchange rate warrants, and the receiver is willing to accept for his own account. Fifthly: That all gardens and lands that are not well maintained, or of which the leaseholders have deceased, shall be auctioned and leased out anew, together with the islands of Moetoe Coenoe. Sixthly: But that negotiations shall be entered into with the remaining leaseholders who are still alive concerning the aforementioned conditions, and a reasonable agreement shall be concluded with them. Seventhly: That whoever is not inclined to do so shall be discharged from his lease and his land or garden shall likewise be auctioned off again. Eighthly: That to this end, not only all leaseholders themselves who are still alive, but also the successors or heirs of the deceased, are warned and ordered to appear in person on Wednesday the 16th of the upcoming month of August, at 7 o'clock in the morning, in the great hall of the Commandment. Ninthly: That whoever stays away shall not only lose the privileges of his lease, but in addition shall also be subjected to a fine. And tenthly: That all others who might be inclined to bid for the lease of the aforementioned islands or of another land or garden may likewise present themselves on the aforementioned day in the great hall of the Commandment, in order to hear the further conditions and to make their profit with a reasonable bid. Cochin, the 24th of July in the year 1769. Below stood: By order of the Right Honorable Gentleman Christiaan Lodewijk Senff, Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Wingurla. Was signed: A. R. Schutz, Secretary. Agrees, Schutz, Secretary To His High Excellency The High Noble, Most Honorable Lord Petrus Albertus Van der Parra Governor-General Together with The Right Honorable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Most Honorable, Widely Ruling Lord, Right Honorable Gentlemen! On the occasion of our dispatching our general letter of today via Nagapatnam, we cannot fail, in continuation of our separate letter under the date of the 30th of March 1771, of which the duplicate was dispatched on the 20th of April last via Ceylon, to pay our respectful respects to Your High Excellencies hereby. Batavia, separate copy Since 561 And Since, or rather on the aforementioned 20th of April, the King of Cochin paid the first visit to the first-signed, without waiting to see whether the first-signed would not first come to His Highness, which usually happens when the incoming Commandeurs accompany the Commandeurs departing from here when taking leave of His Highness, whereupon the King, paying his first visit, pays it by way of a return visit; which now did not take place, because Governor Senff did not take leave in person due to the well-known dispute, and the first-signed therefore did not go either: This visit consisted solely of the ordinary compliments of congratulation, an admission of his decayed and needy condition, and a repetition of his previous grievances about what had been exacted; with a request to write favorably for him to Your High Excellencies, and a promise to remain quiet for so long, without more; after which he went home fairly satisfied, on which occasion His Highness and his retinue were given a small gift to the value of 842 guilders, 13 stivers, 8 pennies, thus less than when His Highness paid the first visit to Governor Senff

Dutch transcription

N„o 13. Dat ook de penn: van deze thuijnen en Lan„ „derijen jaarlijks voldaan werden, onder ultimo December, en wel in fanums; Terwijl alle andere pagters hun quotum betaalen in Ropijen, onder ultimo Augustus; Dat dit meede eenige verwarving bij de boeken geeft; En dat bij gevolg in dit een en ander noodzakelijk eenige verandering en verbeetering diend plaats te hebben: Zo is het, dat wij in overweeging neer „mende de middelen, die daar toe best dienen kunnen, goedgevonden hebben, ten dien opzigte de volgende schikking te beraamen, en aan alle en een igelijk bekent te maken, gelijk bekent gemaakt werd, bij deezen: Eerstelijk: Dat deze pagten, so als alle andere ingaan zullen met primo zeptem= „ber, en eijndigen met ultimo Augustus. sen sweeden: Dat ook de pagt penningen jaarlijks eens betaald zullen werden, dog niet gelijk bevoorens onder ultimo decem„ „ben, maar voor ultimo augustus en wel den 1. of uijterlijk den 5. ' dier maand. Ten Derden: Dat tot vereffening van 't verschil het geen hier door in den tijd ontstaat, alle de pagters verpligt zullen weezen, het bedraagen der Agt maanden, die van den 1. ' Januarij tot den laatsten Bijlagen Aug=s N=o 13. 560 Augustus verloopen zullen zijn, nu ter= „stond of uijterlijk den 5. ' aug=s naastkomen„ „de te voldoen. - Ten vierden: Dat die betaaling voor deeze keer nog in fanums, dog voor den aanstaande altoos geschieden zal in Ropijen, ten waare de pagters aan fanums, of andere gangbaare munt, zoo veel meer wilden geeven, als de Cours meede brengt, en de ontvanger voor eijgen Reekening accepteeren wil. Jen vijfden: Dat alle Thuijnen en Landerijen die niet wel onderhouden, of waar van de pagters overleeden zijn, op 't nieuw weder opgevijlt en verpagt sullen werden, met en benevens de Eijlanden van Moetoe Coenoe. sen sesden: Dog dat men met de overige nog in leeven sijnde Pagters weegens de voormeldte conditien in onderhandeling treeden, en met hen een reedelijk accoord zluijten zal. sen sevenden: Dat wie hier toe niet genegen is van zijne pagt ontslaagen en desselfs Land of Thuijn Jnsgelijks we„ „der opgevijlt sal werden. sen Agtsten: Dat ten dien eijnde, niet alleen alle pagters selfs, die nog in het Bijlagen leeven N„o 13. Nagezien MMorijn leeven sijn, maar ook de opvolgers of erf= „genaamen van de overleedene, gewaarschout en gelast werden op Woensdag den 16:' der aanstaande maand Augustus, des morgens ten 7. uuren in persoon te verschijnen, op de groote zaal van 't Commandement.- jen Neegenden: Dat wie weg blijft, niet alleen de voorregten van zijne Pagt ver„ „liezen, maar ook boven dien in eene boete beslaagen werden zal. En ten Thienden: Dat alle andere, die genegen mogten zijn de pagt van de voor= meldte Eijlanden dan wel van een andere land of thuijn te mijnen, ten voormeldten dage, zig meede kunnen laaten vinden, op de groote zaal van 't Commandement, ten eijnde de nadere conditien aantehoo„ „ren, en met een redelijk bod hun profijt te doen. Cochim den 24. ' Julij A:o 1769. /onderstond:/ Ger ordonnantie van den wel Edele Agtb: Heer Christiaan Lodewijk Senff, Gouverneur en Directeur der custe mallabaar Canara en wingurla. /was gete/ A: R: Schutz. Sec=t; Accordeert Bijlagen Schutz secret:s Aan Mijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen, Groot Agtbaaren Heere Petrus Albertus Van der Parra Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India. Hoog Edele, Groot Agtbaare wijd gebiedende Heere Wel Edele Heeren! Bij gelegentheijd wij onze gemeene let„ „teren van heeden over Nagapatnam verzenden, kunnen wij niet manqueeren ten vervolge van onzen aparten onder dato den 30:' Maart 1771: waar van het duplicaat den 20: april J:oleeden over Ceilon afgevaardigt is; VW Hoog Edelens bij deezen onse eerbiedige opwag„ „tinge temaken. Batavia copia Apart 'T zedert 561 En 't zedert of eijgentlijk den voorm: 20:' april heeft de koning van Cochim, de eerste visite bij de eerst getekende afgelegd, sonder aftewagten of de eerstgetekende niet eerst bij zijn Hoogh:t zoude komen, het geen doorgaans geschied wan„ „neer de Commandeurs van hier gaande, en bij zijn Hoogh:t afscheid neemende, de aanko „mende Commandeurs als dan meede gaan, waar op dan de koning zijne eerste visite afleggende, dezelve bij wijze van een Contra visite aflegd, het geen nu geen plaats gehad heeft, alzoo de Heer Gouverneur senff weegens het bewuste verschil geen afscheijd in perzoon genomen heeft, en de eerstgete„ „kende, dus ook niet gegaan is: Deese visite bestond eenelijk in de ordinaire Complimenten van gelukwenschinge, bekentenisse van zijn vervallen en behoeftigen staat en herhaalinge van zijne voorige doleantien, over 't g'ex„ „teerde; met verzoek om voor hem aan uw Hoog Edelens ten goeden te schrijven, en belofte, om zo lange zig stil te zullen hou„ „den, zonder meer; waar na Hij tamelijk vergenoegt na Huijs ging, bij welke gelegent„ „heijd men zijn Hoogh:t benevens Desselfs gevolg een geschenkje ter waarde van ƒ 842: 13:8: gegeven heeft, dus minder als doen zijn Hoogh:t bij den Heer Gouverneur Sentt de eerste visite

← previousnext →