VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3337

Japan · 1,766 pages · 332 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3337_0001 view scan ↗

English

Secret. Malacca. In the year 1771. Secret Incoming 1771 First Part No. 31. Copy. Incoming secret letter from Malacca. To His Honour, The Right Honourable Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General, together with The Honourable Council Members of the Dutch East Indies. Right Honourable, Stern, Highly Respected Lord and Honourable Lords. In our most humble separate letter of 31 January 1771, we had the honour of informing Your Honours how greatly people at Queda feared an invasion by the Bugis at that time, and what apprehension existed at Riouw regarding a sudden assault by the people of Trangano, as well as what our thoughts were on the matter. From Malacca, the 11th of February, in the year 1771. And now we must communicate to Your Honours that the Bugis, with a fleet of more than two hundred large as well as small vessels, are currently besieging Queda, and that according to the reports from that quarter, they are already masters of some outer works, and, if some news reports are true, have captured Queda entirely, though this last point requires further confirmation. Furthermore, that the King of Trangano and Raja Ismael, which latter finally married the daughter of the first-mentioned, and both of whom seem to have surrendered themselves once again entirely to piracy and murder, just as that, in our view, is established quite clearly and evidently in the attached report of the Chinese Singlong, have a firm intention to venture an attack on Riouw, wherein we nonetheless believe that, because Daeng Cambodja is so well on his guard, From Malacca, the 11th of February 1771. and maintains his force there together so carefully, they will not succeed altogether so easily as they might perhaps flatter themselves. Yet time will tell all. Meanwhile, it is certain that if the Bugis become masters of Queda and the Malays meet with failure before Riouw, the first-mentioned will become unbearably arrogant and bold, and that one will have nothing to expect from them other than outrages and unreasonable actions, if not worse. It is therefore, in this conjuncture of time, more necessary than ever to keep that nation carefully in view, and to be vigilant against their designs with the utmost care and circumspection, and in particular to keep the Company's naval force together as much as possible, for it appears that they still hold some respect for that. And for that reason, we have also detained the bark Den Arend until now. We hope that this may meet with Your Honours' approval. From Malacca, the 11th of February 1771. And since, from the latest reports from the Resident of Perak, it appears to us that the King of that realm strongly sides with the Bugis, partly out of fear and partly out of interest, we have, among other things, ordered him to keep a watchful eye on that Prince and his grandees, as well as on the Bugis and their activities there, and if possible to send us a copy of the contracts that were concluded some time ago between the Perakese and the Selangorians, even if it required the expenditure of some money within reason. We have also, as can be seen in more detail in our secret resolution of 5 December 1770, deemed it useful for several reasons to reinforce the garrison there somewhat for some time, and in view of the indisposition of the Resident and also because of his all too lax handling of the military, from which frequently many improprieties and prejudice to the service From Malacca, the 11th of February 1771. have resulted there, to assign to him Ensign Hensel, an officer who is very well-regarded and esteemed among the common people here, and who is not only of a very gentle and obliging temper, but who also, as we trust, possesses such qualities as are required to be able to assist the Resident with good counsel and action in the event of an unforeseen incident. Regarding the restitution or payment for the four iron cannons of 3 lb balls and the ammunition, we have indeed pressed Daeng Cambodja and the King of Trangano anew, but neither of the two can be persuaded to do so, as can be seen from both the outgoing and incoming letters to and from foreign regions. We have duly received the letter from Your Honours sent to us with the pantchiallang De Zwaan for further delivery to Riouw, and immediately forwarded it to its address. But in it, mention is made of a fine musket and a pair of fine pistols with carved barrels, which we nevertheless have not received, and which he, as he informs us in a letter delivered here on 28 August 1770, has likewise not yet received; wherefore we take the liberty of respectfully notifying Your Honours of this herewith. Regarding the three soldiers who deserted from here at the end of the year 1769, and who, as we presumed at the time, were transported to Selangor with a Bugis vessel, we can at least inform Your Honours with certainty regarding this matter that the scoundrels were transported thither with one of the three vessels which were sent to Selangor by the Riouw Punggawa Tho Chittij, who was on an embassy here at the time, though as is said, without the knowledge of the Punggawa. And concerning that which is charged against Raja Ismael, namely that he supposedly captured the Company's gurab De Zeeleeuw and transported it to Siak, concerning that we have

Dutch transcription

E - A 8 etc ƒ ƒ E E E e E e - 3 ƒ 3 - ƒ 1 322 01. Archiet ƒ A. 1 Rb t Secreet: O Malacca Ao 1771. Secreet Inkomand 1771 Eerste Deel No„31 1 ƒ Aan zijn Edelheijd Den Hoog Edelen Heere Petrus Albertus van der Tarra, Gouverneur Generaal, Benevens De wel Edele Heeren Raden van Neederlands India. Hoog Edelen Gestr:e Groot Achtb: Heere en wel Edele Heeren Bij onse zeer onderdanige aparte letteren van O 31: Januarij 1773 hebben wi de Eere gehad uw Hoog Edelens te berigten hoe zeer men tot que da doenmaals vreesde voor een Invasie der Bougineesen, en wat bedugting er tot Ri„ Copia Aankomend secreet Briefje van Malacca ouw 8 van Malacca den 11. Febr: A:o 1741: ouw was voor een sewal van die van Trangano item wat daar omtrent onse gedagten owaren En nu moeten wij uw hoog Edelens Communie„ „ceeren, dat de Bougineesen met een vloot van ruim twee honderd 't zo groote als klijne waartui„ „gen queda actueel belegeren, en dat zij volgens de tijdingen uit dien oort, bereets meesters van eenige buiten werken zijn. Da indien sammige Nauvelles waar zijn geheel queeda ingenomen hebben, dog dit laaste vereijscht nader Confirmatie wijders dat den koning van Grangand en radja Ismael, welke laaste eijndelijk met des eerstgem: dogter getrouwd is en dewelke hun beijde weederom geheel en al aan het vooren en moorden schijnen overgegeeven te hebben, zo als dat /: ons eragtens:/ in 't nevens gevoegt Relaas van den Chinees Singlong al vrij klaar en vident Consteerd, een vast voorneemen hebben om een attacque op riouw te wagen dog waar in wij nogtans meenen dat zij vermits Daii Cambodir zo wel op zijn hoede is. en Van Malacca den 11: Febr: 1771:— en zijn magt zo zorgevrldig aldaar bij een hand gantsch zo gemakkelijk niet zullen rerisseeren als zij hen mogelijk wel flatteeren dog de Tijd zal alles leeren, ondertusschen is het seker dat indien de Bougineesen meesters van queda worden en de malijers voor nouw hun hooft stooten de eerstgem: onverdragelijk trots en bevaardig zullen worden en dat men van hun niet anders te wagten zal hebben, dan bouta titeijten en onreedelijkheeden zo niet slim„ „mer, Het is derhalve in dese Conjunctuire van Tijd meer van ooet noodzakelijk die natie zorg. ovrldig in 't oog te houden, en tegens hare desseinen met de aller uitterste voor en am„ sigtigheid te vigileeren en insonderheid Comp: navale magt zo veel doenlijk bij een te houden want daar voor schijnt het dat zij nog eenig ontzag hebben, en daarom hebben wij de barca den avend dan ook tot nu toe aangehouden wij hoopen dat uw hoog Edelens het geene goed: 1771 Van Malacca den 11:' Febr: 1771 goedkeuring zal weg dragen, En dewijl uit de Iongste advisen van den Resi„ „dent van Pera ons toeschijnd dat de koning van dat rijk de Partij der bougineesen sterk trek ten veele uit vrees en ten deele uit vrees en ten deele in't intrest 28 hebben wij hem onder anderen gelast, een waarsaam ook op die Prins een zijne grooten te houden zo wel als op de Bougineesen hunne verrigtingen aldaar en indien het doenlijk is ons een afschreift toe te zenden van de Contracten, die voor eenige tijd tusschen de Peraeesen en salangoreesen zijn geslooten al was 't zelfs met emploij van eenige Penn: in redelijkheid, wij hebben ook /: zo als dat bij onse secreete resolutie van den 5: December 1773 omstandiger te sien is :/ om verscheide redenen dienstig g'oordeelt de besetting aldaar voor eenige tijd wat te verstrecken en mits de indispositie van den resident en ook om zijn al te slappe be„ handelingen omtrent de militairen waar un't al vikwils veele onbehoorlijkheeden en den dienst aldaar N Maccasser den 11:' Februarij 1771. — Van aldaar zijn geresulteerd, hem toe te voegen den vaan„ drig Hensel een offecier, die onder t gemeen alhier zeer gesien en g'estimeert is en die niet alleen van een „ zeer zagt en meegaande humeur is maar die wij vertrouwen, zodanige qualiteiten ook zo als bezit, als vereijscht worden om bij een onver„ hoopt toeval den resident met goeden raad en daad te kunnen assisteeren, op de restitutie of betaling van de vier ijsere Canons van 3 lb:s bals en het scherp hebben wij bij dan Cambodia en een koning van Fran„ „gano wel weederom op nieuw aangedrongen, dog geen van hun beijden zijn daar toe te persua„ deeren zo als dat een zo wel als 't ander bij de afgaande en aankomende brieven na en van buiten gewesten aan gesien worden wij hebben aan den eerstgem: de brief van uw hoog Edelens ons met de Pantjallang de zwaan ter verdere bestelling na riouw toegesonden wel behoorlijk ontfangen aanstonds zijn addres besorgt maar en ook word mentie gemaakt van een fijne daar in verte 5 1 van Malacca den 11: Febr: 1771— snaphaan en een paar fijne Pistoolen met uitge„ kapte loopen, die wij egter niet ontfangen hebben en die hij so als hij ons adviseerd bij een Briefje alhier op den 28 Augustus 1770 aangebragt tot nog toe almeede niet gekreegen heeft, wesk al„ „ven wij de vrijheid neemen uw hoog Edelens zulks bij deese eerbiedigst te notificeeren Betaeffende de drie soldaaten die in het laast van den Iaare 1769 van hier gedeserteerd, en zo als wij doenmaals gisten met een Bou„ ginees vaartuig na salangoor vervoert sijn daar omtrent kunnen wij uw hoog Edelens altans met zeekerheid informeeren dat de Guiten met een der drie vaartuigen /: dewelke door den in die tijd alhier in ambassade geweest sijnde riouw Pangauwa Tho Chittij na salangoor ge„ sonden zijn /: na derwaarts zijn vervoert dog so gesegd word, buiten weeten van den Pangauwa, En belangende het geene radja Ismael ten Laaste gelegt word, nemelijk namentlijk dat hij Comp: goerap de zeeleuw overmeesterd en na„ hebben siac vervoerd zoude hebben daar omtrent wij

NL-HaNA_1.04.02_3337_0013 view scan ↗

English

From Malacca the 11th of February 1771. We, conform to Your Right Noble Honours' orders, have indeed conducted a very thorough investigation, but nevertheless could obtain no other information in that regard than that some time ago a vague rumour circulated here among the common people that the aforementioned vessel had been overpowered by a Palembang prince and taken by him to Riau, item that the same lay at anchor in the roads there not long ago; yet with certainty we can say nothing further about this to Your Right Noble Honours, since, despite all our inquiries, we have nevertheless been unable to discover the author or spreader of the news report. This or that, in our opinion, could nevertheless be true to the extent that a party of the scum of Palembang, with the help of Raja Ismail, overpowered that vessel and took it elsewhere, for both their innate predatory and murderous nature is known everywhere and gives great cause to suspect them of this, the more so when one reflects upon the close connection that Raja Ismail has now for a considerable time had with certain ill-intentioned Palembangers; but that he should have brought that sloop to Siak is untrue and fabricated, for if that were true, we would absolutely have had to hear of it here, which nevertheless has not happened. Yet over and above that, we assure Your Right Noble Honours that Raja Ismail dares not appear in Siak, and that we have Raja Ali observed too carefully for him to be capable of, or take the boldness to dare, allowing such a thing even connivingly, let alone openly. From Aceh we are informed that in that kingdom there is a violent dispute between the king and his subjects; the former wishes to maintain by force the permission he gave to two English merchants named Gowin Harop and Francis Light to build a fortification there, which is indeed already actually completed and, besides a few Europeans, is occupied by 50 to 60 sepoys; and the others, on the contrary, desire that he, in spite of his consent and concluded agreement, make the English move away from there again. What the end of this will be we must await in time; meanwhile the English there are in great distress and must be in arms and on their guard day and night in order not to be taken by surprise. Just as we intended to conclude this, we received a letter from the resident of Perak, by which he communicates to us that news has arrived there that the Bugis have indeed captured the castle of Kedah and the forts and stockades of Limbang, Alor Setar, Pekan, and Anak Bukit, but that from the last-mentioned place they were driven back again with the loss of four to five of their best panglimas or captains and a large number of men, and were forced to retreat; item that of 19 Coast vessels, among which 14 were laden, have been taken by them and made into booty. And in a further separate brief note to the first-signed, he reports that the young king of Perak has informed him that he has received news from there that a large number of Bugis were killed in that action, and that several, whose bravery showed itself more in plundering than in fighting, have attempted to go off with their booty, but that Raja Haji, to prevent this and also out of fear that his force would be weakened and he would be deserted by his own people, has had a chain stretched across the river, which we could therefore not omit likewise to communicate herewith to Your Right Noble Honours; wherewith, after having commended Your Right Noble Honours and the Company's interests in these regions to God's holy keeping and protection, we remain with dutiful loyalty and respect, Right Noble, Severe, Highly Esteemed Gentlemen and Honorable Sirs, Your Right Noble Honours' obedient and loyal-bound servants. Was signed: P. Schippers, P. Koetschmar, W. Meyerman, [illegible]. In the margin: Malacca, in the Castle, the 11th of February 1771. Secret Resolutions of the Year 1770. Malacca Secret Resolutions Year 1770. Meeting on Tuesday the 8th of May 1770, the Junior Merchant and Secretary Lemker being absent. The Lord Governor communicated to the assembly that on the 17th of April last there arrived in these roads from Manila a small Spanish ship named Espiritu Santo Santa Anna, commanded by Captain Thomas Gaspar de Leon. That the same, according to the statement of the aforementioned captain, was destined through this strait for the Coromandel Coast. Then, since this is contrary to the treaties between Spain and the Netherlands, and particularly against the 5th article of the well-known Munster Peace Treaty of the year 1648, as well as the 10th article of the Peace of Utrecht of the year 1714, His Honour had dissuaded him from this and caused him to resolve to abandon that voyage altogether and return to the Philippines. Further, that the aforementioned captain, during the time he has been here, had indeed attempted to [illegible] some

Dutch transcription

van Malacca den 11: Februarij 1751 — wij /: Confarm uw Hoog Edelens beveelen :/ wel een zeer nauwkeurig onderzoek gedaan maar egter dien aangaande geen andere narigt kunnen erlangen, als dat hier voor eenige tijd een losgerugt onder 't gemeen heeft beloopen dat voorn: vaar„ ting door een Palembangs Prins overmeesterd en door die na niauw vervoert is item dat het selve aldaar nog niet lang geleeden in de reera heeft geleegen dog met zekerheid kunnen wij hier van Edelens werder niets zeggen also wij den uw Hoog Antheur op int stroijer van de nieuws Tijding in weerwil van alle onse na vorschingen alegter niet hebben kunnen ontdekken Het een en ander zoude /:ons bedunkens:/ nogtans in zo verre waar kunnen zijn dat een Parthij shuim van Palembangers met behulp van radja Ismael dat vaartuig overweldigt en na elders vervoert hebben, want beijden hun aan„ „geboore roop en noord zugtigen aard is al„ omme bekend en geeven zeer veel aanleijding om hun daar van te suspecteeren, te meer men reflecteerd op de nauwe verbin„ wanneer tenis die radja asmael nu een geruime tijd niet van Malacca den 11: Febr: 1771 tijd met zommige qualijk g'intentioneerde Pa„ lanbangers gehad heeft maar dat hij die soerap na siac zoude vervoert hebben is onwaar en oderdigt want als dat waar owas zo zouden wij sulks alhier absolmt hebben moeten haaren dat egter niet is ge„ schied dag biinten en behalven dat versekeren wij uw hoog Edelens, dat radja Isomael de Liac niet derft verschijnen en dat wij radja ali al te zorgvuldig zoude laten observeeren dan dat hij in staat zijn of de stontheid zoude derven neemen om zulks zelvs oogluikende, en nog minder opentlijk toe te laten vvan Atchien worden wij berigt dat in dat rijk een heevig dispout is tusschen den koning en zijn onderdanen, den eersten oil de Permissie die hij aan twee Engelsche kooplieden in namen Gowin Harop en Ferdinand Ligt gegeeven heeft, om al„ daar een vastigheid te bouwen en die ook al werkelijk vollooit en buiten eenige wijnige Eu„ ropeesen met 50 a 60 Cipaijs bezet is met Gemeld staande houden en de anderen daar en tegen begee„ „ren dat hij de Engelschen, in weerwil van zijn Van Malacca den 11:' Febr: 1771— zijn toestemming en gemaakt Accoord, weder van daar doet verhuisen wat nu het eijnde daar van zal sijn moeten wij van de tijd afwagten, ondertusschen zitten de Engelschen aldaar zeer benard en moeten dag en nagt in de wapenen en op hun hoede zijn om niet onverhoeds overvallen te worden, zo als wij deese meenden te besluiten ontfangen wij een brief van den resident van Pera waar bij hij ons Communiceert dat aldaar tijding gekomen is dat de bougi„ neesen het Casteel van queda en de bortjes en Coebees Limban„ „gang Allustar Pekang en anna bougant wel overmees„ „terd hebben dog dat zij van de laaste oplaats niet verlies van vier a vijf van hun beste pangalimas of Capi„ tains en een groot getal Manschappen weder sijn terug gedreeven en genoodsaakt geweest te retireeren item dat van 19 Cust vaartuigen waar onder 14 ge„ laden sijn geweest door hun zijn genoomen en tot buit gemaakt, En bij een nader apart briefje aan den eerst geteekende meld hij dat den Iongen koning van Pera hem overhaald heeft dat hij tijding van daar heeft ontfangen dat er een groos getaal Bougineesen en die actie zijn gesneu„ ovelt . - Van Malacca den 11: Febr: 1771 — veet en dat verscheijden die hem dapperheid meer in't oplundeeren dan ini't regten getoont hebben getragt hebben met hun bint voort te gaan maar dat radja adjie om zulks te besetten en ook uit vrees dat door den zijn magt verswagt en hij van sijn eijge volk overlaten zoude worden een ketting over de revier heeft laten spannen het geen wij dan niet hebben kunnen afzijn uw hoog Ed„s bij desen almede nog te bedeelen waar meede wij na uw hoog Edelens een Comp: be„ langen in deese gewesten in godes heilige hoede en be„ scherming te hebben aanbevoolen, met een schuldige trouw en Eerbied blijven /:onderstond:/ hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaaren heere en wel Edele Heeren /layer:/ uw Hoog Edelens gehoorsame en trouwschuldige dienaaren (was geteekend:/ P: schippers, P: koetschmar, /in Margine:/ Malacca In 't Casteel den 11: Febr: Aappor W: Meijerman geterclaer - . Wagerie Resolutien Secreete A. ƒ D' A„o 1770. G 1 11 Malaxe Secreete Resolutien A„o 1710: — Vergadering op Dings= =dag den 8:„e Meij 1770:, absent den Ondercoopman en Secretaris Lemker. Den Heer Gouverneur heefft ter Vergade¬ „ring gecommuniceert, dat op den 17:„en April jongstlee„ den te deeser Rheede uijt de Manilha is g'arriveert Een spaans scheepje genaamt Espirito Sancto S„r. Anna en gecommandeert door Capiteijn Tho= mas Gaspar de Lion. Dat het selve, volgens het zeggen van voorn: Capiteijn, door deese Straat gedestineerd is na de Cust Cormandel. „ Dan vermits zulks is strijdende teegens de Verbonden tusschen Spanjen en de Nederlan¬ den en bijsonder teegens het 5:e Articul van het bekende Munsterse Vreedens Tractaat van het Iaar 1648:, mitsgaders het 10:„e Articul van de Utregtse Vreede van den Jaare 1714:; zoo hadde zijn Edele hem hier van gediverteerd en doen resolveeren, om van die Rijs geheel en al aff¬ te sien en na de Philippines te rug te keeren. — wijders, dat den voorn: Capiteijn, geduirende de Tijd, dat hij alhier is geweest, wel getragt heefft Eenige 8

NL-HaNA_1.04.02_3337_0036 view scan ↗

English

Malacca Secret Resolutions Year 1770: — to purchase some goods, but that he nevertheless had not been able to succeed therein; item that there are murmurs among the community that he had concluded a clandestine contract with the Moorish resident here Malik Fasulla, namely to secretly take over at sea certain merchandise which is currently in a vessel of the aforesaid Malik, which is presently still lying in the roads, notwithstanding that it was already destined for Siam long ago, and to which end a pass for there was also granted to the same a few days ago; thus it was approved and resolved, not only because the same has very much the appearance of truth in all respects, but also to prevent and avert all smuggling at sea and defraudations of Company's duties as much as possible, to have the aforesaid vessel of Malik properly observed and not to allow it to sail from these roads until four to five days after the departure of the aforesaid small Spanish vessel. Beneath stood: Malacca in the Castle, date as above. Was signed: Thom: Schippers, Hs. Kretschmar, Mr. Gargon, A: A: Werndlij, Daniel Abraham de Neufville, and H: Cassa. —. Meeting. .—. 13 Malacca Secret Resolutions Year 1770:— The Governor reminded the Meeting of what was noted in Their High Noble's respected letter of 18 September 1770, namely that they expect back the bark the Arend, which arrived here from the main settlement on 24 October last with a lot of nails and tin to be transshipped into the ship De Jonkvrouwe Cornelia Jacoba and sent to Bengal, as soon as possible, or if the winds permit, with the goods that it can conveniently carry thither and can meanwhile be loaded by us. — And further communicated that the first part of the aforesaid order, to wit the transshipment of the nails and tin into the ship De Jonkvrouwe Cornelia Jacoba, has now been duly fulfilled, but that the second, as one presently has almost nothing on hand to send to the main settlement, cannot yet be fulfilled for the present; His Honor therefore submitted to the consideration of the Meeting whether the aforesaid bark should not, for that reason, provisionally Meeting on Thursday 22 November 1770, all present. yet Malacca Secret Resolutions Year 1770:— be detained for a while longer, in order to send it back, if not with a good cargo of tin, at least not entirely empty, and also because a vessel with Company's papers must be sent to Batavia in the month of January anyway, and that of the vessels belonging here not one of them can conveniently be spared at that time, considering that the pantjallangs Rustenburg and Java are becoming rather defective and will necessarily have to be repaired and provided with new sheathings at that time. —. Yet especially to make our naval force somewhat more formidable and respectable in this conjuncture of time, when two formidable fleets of native vessels under the Buginese princes Radja Hadje and Radja Said are presently roaming in this strait again in order, as is said, to make an invasion into Queda, and, in case of need, to make necessary and useful use thereof, both for the safeguarding of the waterway hereabouts and for the preservation of commerce and navigation, the more so if it is true, as is openly told here among the community, that the chiefs of the 4 15 Malacca Secret Resolutions Year 1770: — 9 aforesaid fleets, following their abominable habit and base way of thinking, are already not hesitating to commit many robberies along the way; indeed, that according to an account of the Chinese and residents here Ang Toenko and Lie Holim, which His Honor produced at the same time, they have already captured close to Poelo Dingding a Moorish ketch belonging to Porto Novo and a Chinese wangkang belonging here. —. —. Whereupon, having maturely deliberated, it was approved and resolved, for the aforesaid weighty and entirely well-founded reasons, provisionally to detain the bark the Arend here a while longer and to postpone its departure for the main settlement, at least until the end of January of next year; unless it can be spared sooner and sent back with a good cargo, and to have the account of the aforesaid Chinese inserted into these. —. Account given by the Chinese and residents here Ang Toenko and Lie Holim on Thursday 22 November Year 1770. —. The Malacca Secret Resolutions Year 1770: The narrators say that in the month of March last they departed from here with a sloop, first for Salangoor, where they found everything in peace and heard nothing of war, or the like. — That, after a stay there of about a month, they continued their journey further to Queda, where they stayed for the duration of three months, in which time they heard that a letter had arrived there from Radja Hadji and Radja Said, by which they reportedly declared war on the King of Queda, and that a great preparation for war was already ready in Salangoor. The narrators having further seen that the King of Queda, after the receipt of that letter, prepared his kubus, and especially the one situated at the front of the river, and caused the river to be blocked off with two turnpikes driven through with heavy iron pins. — That upon their departure the King of Queda said to them that they, on meeting Radja Hadji or Radja

Dutch transcription

Malaxe Secreete Resolutien A„o 170: — Eenige Goederen in te koopen, dog dat hij al egter daarinne niet heeft kunnen reusseeren; item dat er onder de Gemeente gemompeld word dat hij Een clandestin Contract zoude hebben geslooten met den Moors Inwoonder alhier Malik Fasul¬ „la, om namentlijck Eenige Coopmanschappen dewelke thans in Een Vaertuijg van voorm: Malik, dat teegenswoordig nog op de Rheede legt, niet teegenstaande het al voor lang na Siam gedesti„ neert is, en ten dien Eijnde ook al voor Eenige da„ „gen Een Pak aan het selve na derwaerts verleend is, heijmelijck in zee over te neemen; zoo is niet alleen, om dat het selve in allen Opsigte zeer veel Schijn van waerheijd heeft, maar ook, om alle— Morssereijen in zee en Defraudatien van Comp„s Regten, zoo veel moogelijck, te beletten en te keer te gaan, goedgevonden en verstaan, het voorsz: Vaertuijg van Malik behoorlijk te laaten observeeren en niet eerder van deese Rheede te laaten zeijlen dan na Vier a vijf dagen na het vertreck van voorn: spaans scheepje. /:onderstondt:/ Malacca in't Casteel dato voorsz: /:was geteekent:/ Thom: Schippers. h„s Kretschmar; M„r Gargon; A: A: werndlij„ Daniel Abraham de Neufville; . . . . .. en H: Cassa. —. Vergadering. .—. 13 Malaxe Secreets Resolutien A„o 1770:— Is door den Heer Gouverneur de Verga¬ „dering Evinnert het genoteerde bij Haar Hoog= Edelens gerespecteerde Missive van den 18:„en Septbr: „ 1770:, namentlijck, dat Hoogst deselve de Barcq, den Arend, dewelke op den 24:„en October jongst leeden van de Hoofdplaats alhier is g'arriveert met Een Par„ „thij Spijkers en Thin, om in het schip De Ionkvrouwe Cornelia Jacoba overgescheept en na Bengalen ver„ „sonden te worden, zoo dra mogelijck, off dat de winden het permitteeren, te rug verwagten met de Goederen, die deselve gevoegelijk na derwaerts kan voeren en door ons intusschen affgelaaden kunnen worden. — En wijders gecommuniceert, dat aan het Eerste Gedeelte der voorsz: Ordre, te weeten de Overscheeping van de spijkers en Thin in het schip de Ionkvrouwe Cornelia Jacoba, althans na behooren is voldaan, dog dat aan het Tweede, alsoo men tegenswoordig bij na niets aan handen heefft om na de Hooffdplaats te senden, voor als nog niet kan voldaen worden; geeven„ „de zijn Edele mitsdien de Vergadering in Considera„ „tie, off de voorn: Barcq daarom als nu bij Provisie Vergadering op Donder„ dag den 22:e November = 1770:, alle present. „ nog. Malaxe Secreete Resolutien A„o 170:— nog niet wat behoorde aangehouden te werden, om deselve, zoo al niet met Een goede Lading Thin, ten minste niet geheel leedig, te rug te senden en ook, om dat dog in de Maand Januarij Een Vaer„ 1 „ „tuijg met Comp„s Papieren na Batavia moet ge„ 8 „sonden worden en dat van de alhier 't huijs hoorende Vaertuijgen niet gevoegelijck Een derselve alsdan zal kunnen gemist worden, aangemerkt de Pantjallangs Rustenburg en Java al vrij- gebrekkelijk werden en in die Tijd noodzaakelijk zullen gerepareert en van nieuwe Dubbelhuiden voorsien moeten worden. —. Dog wel insonderheid, om onse Navale Magt in deese Conjunctuure van Tijd, dat 'er Twee formi„ dabele vlooten van Inlandsche Vaertuijgen onder de Bougineese Prinssen Radja Hadje, en Radja Said tegenswoordig weederom in deese Engte swer„ ven, om, /:zoo als gesegd word:/ Een Invasie in Queda te doen, wat ontraggelijker en respecta„ „belder, en /: des noods :/ daarvan Een nodig en nuttig Gebruik te maaken, zoo tot Bevijliging van het vaarwater hier omstreeks, als tot Conserva„ „tie van de Commercie en Navigatie, te meer, wan„ „neer het waar is, zoo als hier opentlijck onder de Gemeente verhaald word, dat de Hooffden van de 4 15 Malaxe Secreete Resolutien A„o 170: — 9 de voorn: vlooten /:na hunne versoeijelijke Gewoorte en lage wijse van denken :/ zig al niet beginnen te ontsien onder de weg veele Roovereijen te pleegen; ja, dat zij, volgens Een Relaas van de Chineesen en Inwoonders alhier Ang Toenko, en Lie Holim /:dat zijn Edele teffens produceerde :/ digt bij Poelo Dingding bereets Een Moorsche Kits tot Porto Novo en Een Chineese Wankang alhier 't huijs hoo„ rende, hebben affgeloopen. —. —. Waarop rijpelijck gedelibereert zijnde, is goed „gevonden en verstaan, de Barcq den Arend, om de voorsz: wigtige en allesints gefundeerde Reedenen bij Provisie alhier nog wat aan te houden en des„ „selffs vertreck na de Hooffdplaats; ten minsten tot ultimo Ianuarij van het aanstaande Iaar, op te schorten; ten zij deselve Eerder gemist en met Een goede Lading terug gesonden kan worden en het Relaas van de voorn: Chineesen in deesen te laaten insereeren. —. Relaas gegeeven bij de Chinee„ „sen en Inwoonders alhier Ang Toenko, en Lie Holim op — Donderdag den 22:e Novbr: Ao. „ 1770:. —. De Malax Secreete Resolutien A„o 1770: De Relatanten zeggen, dat zij in de Maand Maart jongst leeden met Een Chialoup van hier zijn vertrokken, Eerst na Salangoor, alwaar zij alles in Rust gevonden en niets van Oorlog, off diergelijke gehoort hebben. — ^ van Dat zij, na Verblijkf aldaar ^ Circa Een Maand, hun Reijs verder na Zueda hebben voortgeset, alwaar zij hun hebben opgehouden den Tijd van Drie Maanden, in welke Tijd zij: Lieden gehoord hebben, dat aldaar Een Brieff was aangekoomen van Radja Hadji, en Radja Said, waarbij deselve den Oorlog aan den Koning van Zueda zouden hebben gede¬ „lareert, en dat op Salangoor Een groote Toerusting ten Oorlog bereeds in Gereedheid was. Hebbende zij Relatanten verder gesien„ dat de koning van Queda, na den ontfangst van die Brieff, zijne Coeboes en wel voornamentlijk die voor aan in de Rivier geleegen legt, in Ge„ reedheid gebragt heefft, en de Rivier, met Twee slagtboomen doorstooken, met zwaare ijzere Pennen heefft doen affsluijten. — Dat bij hun Vertreck de Koning van Zueda teegens hun gesegt heeft, dat zij Lie¬ „den, bij ontmoeting van Radja Hadji, off — Radja

NL-HaNA_1.04.02_3337_0041 view scan ↗

English

Malacca Secret Resolutions Year 1770: Radja Said, to compliment them in his Majesty's name, and to say that he was ready to await them, and in case they did not arrive soon enough, he would then pay them a visit at Salangoor. That they, the deponents, upon their return at the latitude of or between Salangoor and the Poelo Sambilangs, saw from afar a number of vessels, estimated at about 100, both large and small, all setting their course toward Poelo Dingding. That further, upon arriving back at Salangoor, they heard from the people of Radja Said that Radja Hadji had entered Pera with some vessels to request assistance from the king there. Lastly, they, the deponents, declare having also heard that on the other side of Poelo Dingding a Moorish ketch and a small wangkang had been captured by the Bugis. Below was written: Thus done and reported within the fortress of Malacca, in the presence Malacca Secret Resolutions Year 1770: of Dirk van der Wall and Johannes Adrianus van Moesbergen, clerks, as witnesses; who have signed the minute hereof along with the deponents and me, the First Sworn Clerk. Lower stood: Which I attest. Signed: C: Schrevelius, First Sworn Clerk. Subsequently, on the proposition of the Governor, it was resolved to allow the bark De Leervis, the pantjallang Rustenburg, the sloop De Ciceroa, and the pantjallang Java to cruise again for one month, namely, the first two mentioned to the north, and the last two off the river of Siac; and furthermore, the instructions drafted by His Honour for the aforesaid cruisers to that end are held as approved, and it is understood that both shall be inserted herein. Instructions for the commanders of the bark De Leervis and the pantjallang Rustenburg. Since it is said that the waterway to the north is becoming very unsafe again, it was deemed fit on the 22nd of this month in the Council of Policy Malacca Secret Resolutions Year 1770: to allow you to cruise again for one month to the north. To that end, upon receipt of these instructions, you shall immediately weigh anchor and set sail with the sloop De Charlotta Christina, which must proceed to Pera for the conveyance of cash and other necessities for that trading post. Furthermore, you shall together proceed on the voyage to Pera as quickly as possible and convoy De Charlotta Christina up to that destination, taking care that one vessel does not sail out of sight of the other, so as to be able to offer each other assistance if necessary. The pantjallang Rustenburg, with De Charlotta Christina, shall sail into the river of Pera to inquire whether the Resident has anything to report and whether all is still well there; and if there is tin on hand, the same shall take in as much as it can carry and then depart again immediately, to which end the necessary orders have already been given to the Resident De Wind. Meanwhile, the bark De Leervis Malacca Secret Resolutions Year 1770: shall await the pantjallang Rustenburg while cruising there or in that vicinity, and in fair weather shall tack back and forth, or otherwise come to anchor, according to the convenience of the time. Subsequently, as soon as you are together again or conjoined, you shall continue cruising until the determined period of one month has expired. Upon encountering the Bugis fleets under Radja Hadji and Radja Said, who are said to be on their way to Queda with about 100 vessels to overpower that place, you shall avoid them as much as possible, yet in such a manner that you keep them in sight for as long as possible. However, in case any of their vessels dare to attempt to commit any acts of violence or piracy along the way, you shall indeed first try to prevent this through friendly intervention, namely, by shouting to them that they must desist; yet, if that will not avail, you Malacca Secret Resolutions Year 1770: shall compel them to do so by force, even if it were by delivering a broadside, or, if they still refuse to listen thereafter, attempt to sink them. Regarding other native vessels, you shall compel the chiefs thereof to come on board with you and remain until the pass has been shown and the inspection has concluded. As for the inspection, whether a vessel has heaved to willingly or has been forced to do so by violent means, you must observe: Whether it has a pass signed by the undersigned Governor; whether the pass is older than this current year; and whether there is tin or pepper in the vessel. And if one of these three degrees of suspicion is discovered, such a vessel must be detained and brought hither. You are, however, forbidden under heavy penalty to commit any disorders upon such a detained vessel, or to permit such to occur, as the cargo in its entirety

Dutch transcription

Malaxe Secreete Resolutien A„o 1770:— Radja Said, deselve uijt zijn Majesteits Naam zoúden Complimenteeren, en zeggen, dat hij gereed was om hun afftewagten, en bij aldien zij niet spoedig genoeg quamen, hij alsdan deselve Een visite op Salan= „goor zoude geeven. — Dat zij Relatanten bij hun Retour op de hoogte off tusschen Salangoor en de Poelo Sambilangs van verre hebben gesien Een Getal na Gissing van omtrent = 100:= vaertuijgen, zoo groot als klijn, alle hunne Coers zettende na Poelo Dingding. Dat zij voorts weeder op Salangoor koomende van het Volck van Radja Said hebben gehoord, dat Radja Hadji met Eenige Vaertuijgen op Pera was binnen ge¬ „loopen, om van den koning aldaar hulp te versoeken. — Laestelijck verklaaren zij Relatan¬ ten nog gehoord te hebben, dat door de Bougineesen aan geene zijde van Poelo Dingding zoude zijn affgeloopen Een Moorsche Kits en Eene klijne Wankang. /:onderstondt./ Aldus Gedaan en Gere„ „lateert binnen de Fortresse Malacca, ter Presentie ƒ Malaxe Secreete Resolutien A„o 1770:—. Presentie van Dirk van der Wall, en Johannes Adrianus van Moesbergen Clercquen, als Getuijgen; die de minute dee¬ ses neevens de Relatanten en mij Eerste Geswoore Clercq hebben onderteekent. /: la„ „ger:/ Quod Attestor /:geteeckent:/ C: Schrevelius Eerste Geswoore Clercq. Vervolgens is op de Bopositie van den Heer Gouverneur g'arresteerd de Barcq De Leervis, de Pantjallang Rustenburg; De Chialoup De — Ciceroa en de Pantjallang Java weederom voor Een Maand te laaten kruijssen, namentlijck, de Twee Eerstgem: om de Noord, en de Twee laatste voor de Rivier van Siac, en zijn wijders voor g'ar¬ „resteerd gehouden de ten dien Eijnde door zijn Edele in Concept gebragte Instructien voor de voorn:— Kruijssers, mitsgaders verstaan die beijde in deesen te insereeren. —. Instructie voor de Gezagheb¬ „bers van de Barcq de Leervis, en de Pantjallang Rustenburg. — Dewijl gesegd word, dat het vaarwater om de Noord weeder zeer onvijlig word, zoo heeft men op den 22:„e deeser in Raade van Politie —. —. g Malaxe Secreete Resolutien A„o170: — Politie goedgevonden Vlieden weeder voor- Een Maand te laaten kruijssen om de Noord. Ten dien Eijnde zullen VE:, na den ont„ „fangst deeser Instructie, aanstonds met de Chialoup de Charlotta Christina, die na Pera moet tot den overbreng van Contanten en verdere Benoodigtheeden voor dat Comptoir, moe„ „ten Anker ligten en onder zijl gaan. — Voorts zullen VE: gesaamentlijck de Rijse na Pera, soo spoedig doenlijck, moeten- voortsetten en de Charlotta Christina tot daar toe Convooyeeren, zorg dragende, dat het Eene Vaertuijg niet buijten Gesigt van het an¬ „dere zeijle, om Elkander /:des noods:/ te kunnen hulpe bieden. — De Pantjallang Rustenburg zal met de Charlotta Christina de Rivier van Pera moeten invaaren, om te verneemen, off de Resi¬ dent iets te zeggen heefft, en off daar alles nog wel is, en soo er Thin aan handen is, zal deselve soo veel moeten inneemen als hij laaden kan, en dan aanstonds weeder vertrekken, waartoe de noodige Ordres almeede aan den Resident de wind zijn gegeeven. —. Ondertusschen zal de Barcq de Leervis aldaar Malaxe Secreete Resolutien A„o 170: —. aldaar, off daar omstreeks, de Pantjallang Rustenburg al kruijssende moeten affwagten en met goed weer over en wier leggen, off ook anders ten anker koomen, na Tijds ge¬ „leegendheijd. —.. —. Vervolgens zullen VE:, zoo dra weeder te saamen off geconjungeert zijt, moeten blijven kruijssen tot de bepaalde Tijd van Een maand g'Expireert is. — Bij ontmoeting van de Bougineese Vlooten onder Radja Hadji, en Radja - Said, die men zegt dat met Circa — 100:= vaertuijgen op weg zijn na Zueda om die Plaats te overmeesteren, zullen VE: die zoo veel moeten ontwijken als doenlijck is, egter soodanig, dat VE: deselve zoo lang mooge¬ „lijk in 't Oog houd. —. Dog ingevalle Eenige van hun vaertuijgen derven onderstaan onder de Weg Eenige Geweldadigheeden off zeerooverijen te pleegen, zoo zullen VE: door Een vriendelijke tusschen komst zulks wel Eerst tragten te beletten, namentlijck, met hun toe te roe„ pen dat zij zulks moeten nalaten, dog eg¬ „ter, wanneer dat niet helpen wil, zullen VE: 21 Malaxe Secreete Resolutien A„o 170:—. VE: deselve met Geweld, ja alwaare het door het geeven van de volle Laag, daartoe moeten duingen, off, daarna nog niet willende luisteren„ deselve in de Grond tragten te booren.— van andere Inlandsche vaertuijgen zul¬ „len VE: de Hooffden derselver noodzaaken om bij VE: aan Boord te koomen en te blijven tot dat de Pak sal weesen verthoond, en de Visita¬ „tie affgeloopen is. —. —. wat de Visitatie betrefft, 't zij Een Vaer¬ tuijg goedwillig is gaan bij leggen, off door ge„ „weldige middelen er toe is gedwongen gewor„ „den, zoo moet VE: in agt neemen; M het Een Pase heeft onderteekent — door den ondergeteekende Gouverneur? off de Pasc ouder is dan dit loopende Jaar " en off 'er Thin off Peper in't Vaertuijg is En wanneer Een deeser drie Graden van suspitie ontdekt word, moet zoo Een Vaer„ „tuijg aangehouden en na herwaerts opgebragt worden. — VE: worden egter op zwaare straffe ver¬ booden op zulk Een aangehouden vaertuijg On¬ „ordentlijkheeden te pleegen, off te gedoogen dat zulks geschied, zullende de Lading in 't geheel. . —.

NL-HaNA_1.04.02_3337_0046 view scan ↗

English

Malacca Secret Resolutions Anno 1770: may not be touched at all, much less diminished. All vessels tacking to the North or South which are provided with valid Malacca passes granted in 1770, and in which no pepper or tin is found, your Honours must, after examination of those passes and inspection of their cargo, allow to sail on unmolested, without purloining anything, however slight, from them. With regard to the passes, it must also be particularly noted that, upon encountering vessels wishing to go to the North, or which are destined for places north of Malacca, even if they are provided with passes from other chiefs of the Company's offices, such vessels must likewise be detained and brought in. With ships and vessels of foreign European nations, your Honours shall not interfere any further than that your Honours, if possible, must attempt to prevent them from taking any pepper or tin on board by means of native vessels. Finally, the execution of these orders is most earnestly recommended to your Honours. below stood: 3 Malacca Secret Resolutions Anno 1770: below stood: Malacca in the Castle, the 27th of November Anno 1770. was signed: Thom: Schippers. In the margin stood: By order of the Honourable Governor and Council. and signed: A: F: Lemker Secretary. Instructions for the Commanders of the Sloop De Ciceroa and the Pantjallang Iava. Having left the roadstead together, your Honours shall steer directly for Siak and there enter the river as far as Mempura, the residence of the King. Subsequently, your Honours shall politely deliver to His Highness the letter from the undersigned Governor with his greetings, and immediately thereafter repair to your cruising station, that is, before the mouth of the river, and take good care there that no vessels enter, other than only those which are provided with a pass from Malacca, Batavia, Java, or Malacca Secret Resolutions Anno 1770: or Cheribon; but all other vessels, as well as those having no pass at all, shall be turned away from there and brought up hither. And if this cannot be done amicably, your Honours shall compel them thereto by force. Your Honours must also diligently inquire how many vessels with Javanese and Cheribon passes have been there this year. Your Honours' cruise is fixed at one month, and the Commander of the Ciceroa shall have the command, while your Honours are ordered to strictly comply with these orders in all respects. below stood: Malacca in the Castle, the 27th of November Anno 1770. was signed: Thom: Schippers. In the margin: By order of the Honourable Governor and Council. and signed: A: F: Lemker Secretary. below stood: Malacca in the Castle, date as above. was signed: Thom: Schippers; G. Kretschmar; Mr Gargon; A: A: Werndlij, Daniel Abm de Neufville 15 Malacca Secret Resolutions Anno 1770: Neufville; A: F: Lemker, and H: Cassa. Meeting on Wednesday the 5th of December Anno 1770, all present. Read at the meeting was a missive received today from the Perak Resident Nicolaas Hermanus de Wind, stating among other things that the Regent of Selangor and Raja Haji entered the river there on the 9th of October last with fully 70 vessels, both large and small. That, notwithstanding his friendly representations and protests against it, they nevertheless, at the express desire of the Perak Prince, passed the Company's garrison on the 18th following and drifted upstream. That Raja Haji left the river again with his vessels on the 5th of November. That he is currently at Pulau Dinding, where the son of the Selangor Regent, Raja Said, has in the meantime also arrived, and, as is said, with an even mightier fleet. That the Regent of Selangor with four Malacca Secret Resolutions Anno 1770: or Cheribon; but all other vessels, as well as those having no pass at all, shall be turned away from there and brought up hither. And if this cannot be done amicably, your Honours shall compel them thereto by force. Your Honours must also diligently inquire how many vessels with Javanese and Cheribon passes have been there this year. Your Honours' cruise is fixed at one month, and the Commander of the Ciceroa shall have the command, while your Honours are ordered to strictly comply with these orders in all respects. below stood: Malacca in the Castle, the 27th of November Anno 1770. was signed: Thom: Schippers. In the margin: By order of the Honourable Governor and Council. and signed: A: F: Lemker Secretary. below stood: Malacca in the Castle, date as above. was signed: Thom: Schippers; Gl Kretschmar; Mr Gargon; A: A: Werndlij, Daniel Abm de Neufville

Dutch transcription

Malaxe Secreete Resolutien A„o 1770: geheel niet aangeroerd, veel min vermindert moo„ „gen werden. — Alle Vaertuijgen naar de Noord off zuijd boegerde, welke van goede Malaxe Pascen in 1770: verleend en waarin geen Peper off Thin gevonden word, moeten VE:, na Examinatie dier Pascs en gedaane Visitatie dier Lading,— ongemolesteerd laaten voortzeijlen, sonder iets, hoe gering ook, van deselve te ontvreemden. Ten aansien der Pasoen staat ook nog insonderheid te letten, dat, bij ontmoeting van vaertuijgen die na de Noord willen, off die ge„ „destineerd zijn na Plaatsen benoorden Malacca, al zijn deselve met Pascen van andere Hoofden van Comps Comptoiren voorsien, zulke Vaertuij¬ „gen almeede aangehouden en opgebragt moeten worden.— Met Scheepen en Vaertuijgen van ^ Europeese, vreemde ^ Natien zullen VE: zig niet verder moogen bemoeijen, dan dat VE:, in geval van moogelijkheijd, moeten tragten te beletten, dat ze geen Peper off Thin door middel van In„ „landsche vaertuijgen aan Boord krijgen. — Eijndelijck word VE: den uijtvoer dee„ „ser Beveelen ten aller ernstigste aanbevoolen. /:onderstond:/ ƒ 3 Malace Secreete Resolutien A„o 1770:— /:onderstondt:/ Malacca in't Casteel den „ 27:„e November A„o 1770: /:was geteekent:/ Thom: Schippers /:Ter zijde stond:/ Ter¬ ordonnantie van den Edelen Heer Gou¬ verneur en Raad /:en geteekent:/ A: F: Lemker Secret:s: —. —. Instructie voor de Ge¬ zaghebbers van de Chialoup De Ciceroa en de Pant„ „jallang Iava. —. UE: zullen te saamen, de Rheede ver¬ laaten hebbende, direct na Siai moeten — steevenen en aldaar binnen de Rivier loo„ „pen tot voor Mapoera, de Residentie„ Plaats van den Koning. —. vervolgens zullen UE: zijn Hoogheid de Brieff van den ondergeteekende Gouverneur onder zijne Groete beleeffdelijck overhandigen en daarna zig aanstonds vervoegen op desselfs Kruijsplaats, dat is, voor de mond van de Rivier en aldaar wel toesien, dat 'er geen vaer„ tuijgen binnen loopen, dan alleen zulke, die tuis met Een Pasi van Malacca, Batavia, Iava„ off Malaxe Secreete Resolutien A„o 1770::— off Cheribon voorsien zijn, dog alle andere Vaertuijgen zullen zoo wel, als die in 't geheel geen Pase hebben, van daar moeten geweert en na herwaerts opgebragt worden. — En indien zulks niet kan geschieden uijt vriendelijke, zullen VE: hun daartoe met Geweld moeten dwingen. — VE: moeten ook nauwkeurig vernee„ „men, hoe veel vaertuijgen met Iavasche en Cheribonsche Pascen dit Jaar aldaar zijn geweest. —. VE: kruijstogt is bepaald op Een — Maand en de Gezaghebber van de Ciceroa zal het Commando hebben, terwijl VE: gere¬ „commandeert worden, om in allen Opsigten deese Beveelen stiptelyck na te volgen. /:onderstondt:/ Malacca in't Casteel den „ 27:„e November A„o 1770: /:was geteek:t/ Thom: Schippers /:in margine:/ Ter Or„ donnantie van den Edelen Heer Gouver„ „neur en Raad /: en geteekent:/ A: F: Lemker Secret„s: —. —. /:onderstond:/ Malacca in't Casteel Dato voorsz: /:was geteekent:/ Thom: Schippers; G„s Kretschmar; M„r Gargon; A: A: Werndlij, Daniel Abm de Neufville 15 Malaxe Secreete Resolutien A„o 170: — Neufville; A: F: Lemker, en H: Cassa. — Vergadering op woens„ dag den 5:e December A„o 1770:, alle present. — Is ter Vergadering geleesen, Een op heeden ontfangen Missive van den Perâ's Resident Nico„ Claas Hermanus de Wind, houdende onder ande„ ren, dat den Regent van Salangoor en Radja Hadji op den 9:„e October jongstleeden de Rivier aldaar zijn binnen geloopen met wel -70= Vaertuijgen zoo grooten als klijnen. - Dat, niet teegenstaande zijne vriendelijcke Ver„ tooningen en Protestatien, daar teegen, deselve al eg¬ „ter op Expresse Begeerte van den Perase Vorst, Comp„s Bezetting op den 18„e daaraan zijn gepasseert en na binnen gedreeven. — Dat Radja Hadje op den 5„e Novbr: met zijn Vaertuijgen weeder de Rivier is uijtgeloopen. Dat hij zig actueel bevind te Poelo Ding¬ „ding, alwaar de soon van den Salangoors Regent Radja Said inmiddens almeede is aangekoomen, en, zoo gesegd word, met Een nog magtiger Vloot. Dat den Regent van Salangoor met vier Malaxe Secreete Resolutien A„o 1770: — off Cheribon voorsien zijn; dog alle andere Vaertuijgen zullen zoo wel, als die in 't geheel geen Pase hebben, van daar moeten geweert en na herwaerts opgebragt worden. — En indien zulks niet kan geschieden uijt vriendelijke, zullen VE: hun daartoe met Geweld moeten dwingen. — VE: moeten ook nauwkeurig vernee„ „men, hoe veel vaertuijgen met Iavasche en Cheribonsche Pascen dit Jaar aldaar zijn geweest. —. VE: kruijstogt is bepaald op Een — Maand en de Gezaghebber van de Ciceroa zal het Commando hebben, terwijl VE: gere¬ „commandeert worden, om in allen Opsigten deese Beveelen stiptelyck na te volgen. /:onderstondt:/ Malacca in't Casteel den „ 27:„en November A„o 1770: /:was geteek:t:/ Thom: Schippers /:in margine:/ Ter Or„ donnantie van den Edelen Heer Gouver„ „neur en Raad /: en geteekent:/ A: F: Lemker Secret„s: —. —. /:onderstond:/ Malacca in't Casteel Dato voorsz: /: was geteekent:/ Thom: Schippers; G„l Kretschmar; M„r Gargon; A: A: Werndlij, Daniel Ab=m de Neufville

NL-HaNA_1.04.02_3337_0051 view scan ↗

English

25 Malacca Secret Resolutions Year 1770 Neufville; A. F. Lemker, and H. Cassa. Meeting on Wednesday the 5th of December Year 1770, all present. Read at the meeting was a missive received today from the Pera Resident Nicolaas Hermanus de Wind, stating among other things that the Regent of Salangoor and Radja Hadji entered the river there on the 9th of October last with as many as 70 vessels, both large and small. That, notwithstanding his friendly representations and protests against it, they nevertheless, at the express request of the Pera prince, passed the Company's garrison on the 18th thereafter and proceeded inland. That Radja Hadje sailed out of the river again with his vessels on the 5th of November. That he is currently at Poelo Dingding, where the son of the Salangoor Regent, Radja Said, has meanwhile also arrived, and, as is said, with an even more powerful fleet. That the Regent of Salangoor has remained in Pera with four Malacca Secret Resolutions Year 1770 four vessels, with the intention first to marry the daughter of Radja Bindhara there and then to join the aforementioned fleets in order to sail with them to Queda. Furthermore, that it is said that a second marriage is also on the carpet, namely of the grandson of the King of Pera to the daughter of the Regent of Salangoor. And that it is rumored that Radja Hadji and the Regent of Salangoor, upon their return from Queda, will come to Pera again, the latter specifically to fetch his wife in order to bring her either to Bernang or to Broas. As well as that the people of Pera are very dissatisfied, both with the wantonness committed by the Bugis to their field and tree crops, and with the carrying off of their slaves. Likewise, that some vessels are being prepared to send, as rumor also spreads there, the Orang Caija Bazaar along with some other Radjas to Queda, with the aim of reconciling and appeasing the disputing parties if possible; and that the King, upon his inquiry whether this is true, had him Malacca Secret Resolutions Year 1770 answered: that it is indeed his intention, but that he and his grandees are nevertheless not yet firmly determined in that regard. The aforementioned missive furthermore also contained communication of the misconduct of Corporal Adolph Meden and the soldier Francois Burge stationed there, with the consequences thereof, and how he, the aforementioned Resident, acted therein. All of which having been attentively considered and maturely deliberated, it was approved and resolved to reply to Resident de Wind: That, although the close alliances between Pera and the Bugis do not please or suit us at all, we shall nevertheless let the same pass unnoticed this time as a done deed, as we judge that it is currently entirely not the time to converse with the King or his grandees about a matter of this nature, and even less to express our sentiments in that regard, for he might possibly answer to it as his brother gave in the year 1765 regarding another and considerably more offensive case to the Collector of Customs Cramer, sent at that time by this Government to the Court of Pera, namely that aside from the tin contract which he concluded with the Company, he Malacca Secret Resolutions Year 1770 has otherwise nothing to do with the same, and that he alone is master in his realm and over his subjects, without being indebted to anyone for the least justification or account regarding this. Furthermore to order the same to keep a watchful eye in this juncture of times and affairs on the further conduct of the King of Pera and his realm's grandees as well as of the Bugis, and yet above all carefully to avoid all disputes and quarrels with the one and the other, and consequently to let the vessels of the Bugis pass unhindered and unmolested, unless for the present cause should be given thereto from their side by the taking of vessels belonging to the Company or its subjects, or by other acts of violence. As well as to remind the King of Pera and his realm's grandees on all occasions in an amicable manner of the contents of the existing contracts between the Company and Pera, and further not only in a friendly manner, but also, when suitable, earnestly to exhort the same to a strict maintenance of the same, under Malacca Secret Resolutions Year 1770 assurance that on the part of the Company there will then likewise never be any deviation therefrom. Yet in particular, that he shall have to endeavor by all kinds of suitable means to persuade the highly aforementioned King and realm's grandees not to engage themselves too much in the present disputes between the King of Queda and the Bugis, partly in order not to get drawn insensibly into that vortex, and partly because the same can tend only to their and their own realm's prejudice, with an earnest request that His Highness with his grandees would rather endeavor to bring about that peace is restored again between those disputing parties, and that the said peoples may be kept out of further disputes and wars, which after all can tend only to the obstruction of trade and navigation and consequently also only to significant damage and disadvantage of the neighbors. And whereas the assembly considers it singularly necessary for the service of the Company to obtain the contracts recently concluded at Pera between the King there

Dutch transcription

25 Malaxe Secreete Resolutien A„o 170: — Neufville; A: F: Lemker, en H: Cassa. — Vergadering op woens„ dag den 5:e December A„o 1770:, alle present. — Is ter Vergadering geleesen, Een op heeden ontfangen Missive van den Perâ's Resident Nico„ laas Hermanus de Wind, houdende onder ande„ ren, dat den Regent van Salangoor en Radja Hadji op den 9:„e October jongstleeden de Rivier aldaar zijn binnen geloopen met wel -70= Vaertuijgen zoo grooten als klijnen. — Dat, niet teegenstaande zijne vriendelijcke Ver„ tooningen en Protestatien, daar teegen, deselve al eg¬ „ter op Expresse Begeerte van den Perase Vorst, Comp„s Bezetting op den 18:„e daaraan zijn gepasseert en na binnen gedreeven. — Dat Radja Hadje op den 5:„en Novbr: met zijn Vaertuijgen weeder de Rivier is uijtgeloopen. Dat hij zig actueel bevind te Poelo Ding¬ „ding, alwaar de soon van den Salangoors Regent Radja Said inmiddens almeede is aangekoomen, en, zoo gesegd word, met Een nog magtiger Vloot. Dat den Regent van Salangoor met vier Malaxc Secreete Resolutien A„o 1770: vier Vaertuijgen te Pera is gebleeven, met Oogmerk, om aldaar Eerst met de Dogter van Radja — Bindhara te trouwen en dan zig bij de voorsz: Vloo„ ten te voegen, om met deselve na Queda te zeij¬ „len. —. Voorts, dat 'er gesegd word, dat 'er nog Een Tweede Huwelijck op het Tapijt is, namentlijck, van den kleijn soon van den koning van Pera met de Dogter van den Regent van Salangoor. — En dat 'er gerugt word, dat Radja Hadji en den Regent van Palangoor bij hun Retour van Queda andermaal te Pera zullen koomen, en wel de laatste om zijn Vrouw aftehaalen, om deselve, het zij na Bernang, dan wel na Broas te brengen. — Mitsgaders dat de Peraesen zeer misnoegt zijn, zoo over de Moedwilligheid door de Bougineesen, aan hun Veld- en Boomgewassen gepleegt, als over het vervoeren van hun slaven. — Item, dat 'er Eenige vaertuijgen worden klaar gemaakt, om, zoo als de Faam daar al meede ver„ „spreijd, den Orang Caija Bazaar neevens Eenige andere Radjes daarmeede na Zueda te senden, met Oogmerk om de twistende Parthijen /: is 't doenlijk:/ te assopieeren en te bevreedigen; en dat de koning op zijn Affvraging, off zulks waerheid is? hem heefft laaten 1 2 Malaxe Secreete Resolutien A„o 170:— laaten antwoorden: dat het wel zijne Intentie is, maar dat hij en zijne Grooten al egter daar om„ „trent nog niet vast gedetermineert zijn. — Houdende de Voorsz: Missive voorts ook nog Communicatie van het wangedrag van den aldaar bescheijden Corporaal Adolph Meden en den sol„ „daat Francois Burge met de Gevolgen van dien en hoe hij Resident voorn: daarin gehandelt heefft. Op alle het welke aandagtelijck gebet ende rijpelijck gedelibereert zijnde, is goed gevanden en ver„ „staan, den Resident de Wind te rescribeeren; Dat, off¬ „schoon de naauwe Alliantien tusschen Pera en de Bougineesen ons gantsch niet wel gevalt, off behaagt, wij al egter deselve als Een gedaane zaak ditmaal ongemerkt zullen laaten passeeren, alsoo wij oordee„ „len, dat het teegenswoordig maar gantsch geen — Tijd is, om den Koning, off zijne Grooten, over Een saak van de Natuir te onderhouden, en nog minder onse Gevoelens daar omtrent te uiten, want hij moogelijk daarop zoude antwoorden, zoo als zijn Broeder in den Jaare 1765: omtrent Een ander Geval en vrij wat aanstootelijker aan den in die Tijd door deese Regeering aan het Hoff van Pera affgesonden Li= „centmeester Cramer gaff, namentlijck, dat hij buijten het Thincontract, dat hij met de Compagnie geslooten heefft Malaxe Secreete Resolutien A„o 170:—: heeft, voor het overige niets met deselve uijtstaande heeft, en dat hij alleen Meester is in zijn Rijck en over zijne Onderdanen, sonder dien aangaande de minste verantwoording off Reekenschap aan ijmand verschuldigt te zijn. — Voorts derselven te gelasten, om bij deese Con¬ „junctuire van Tijden en zaaken Een waaksaam Oog te houden op het verdere Gedrag zoo wel van den koning van Pera en zijne Rijcksgrooten, als van de Bougineesen, en dog vooral alle Dispuiten en Hacquetten met den Een en den anderen zorgvuldig te menageeren, ende mitsdien de Vaer„ tuijgen der Bougineesen onverhindert en ongemo„ „lesteerd te laaten passeeren, ten waare nog thans dat van hun zijde door 't neemen van Vaertuijgen, de Compagnie off derselver Onderdaanen toebehoorende, off wel door andere Geweldadigheeden, daartoe Oorzaak word gegeeven.— Mitsgaders den Koning van Pera en zijne Rijksgrooten bij alle Geleegentheeden op Een min„ „nelijke wijse te herinnern de Inhouden der subsistee„ „rende Contracten tusschen de Comp„e en Pera, en voorts deselven in 't vriendelijke niet alleen; maar ook, wanneer het te pas komt, met Ernst te adhor„ „teeren tot Een stipte Onderhouding van deselven, onder 2 Malaxe Secreete Resolutien A„o 178: — onder Verseekering, dat alsdan daarvan aan de zijde van de Compagnie meede nimmermeer zal affgeweeken worden. - Dog wel insonderheid, dat hij hoog gem: Koning en Rijksgrooten door allerlij Convenabele middelen sal moeten tragten te persuadeeren, te om zig niet al ^ veel in te laaten in de teegenswoor„ „dige Differenten tusschen den Koning van Queda en de Bougineesen, Eensdeels: om niet ongevoe„ lig meede in die Dwaalstroom te geraaken, en ten anderen om dat het selve niet dan tot hun en huns Eijge Rijks Pejuditie kan strekken, met Ernstig versoek, dat zijn Hoogheid met zijne Grooten liever willen tragten te bewerken, dat de Vreede tusschen die twistende Parthijen weederom her¬ „steldt word, en dat de gemelte volkeren buijten verdere Dispuiten en Oorloogen, die, dog niet dan tot Verhindering van den Coophandel en de Zee„ vaart en gevolgelijk ook niet dan tot merkelijke schade en Nadeel van de Nagebuuren kunnen strekken, gehouden moogen worden. - En alsoo de Vergadering van den Dienst van de Maatschappij sonderling noodig oordeelt dat men magtig worde de Contracten onlangs ge„ leeden tot Pera geslooten, tusschen den Koning aldaar

NL-HaNA_1.04.02_3337_0056 view scan ↗

English

Malacca Secret Resolutions Anno 1770: there, and those of Salangoor. Thus it was resolved to instruct Resident de Wind, even with the expenditure of some funds within reason, to use all means to obtain a copy of the same; as well as, so far as possible, to penetrate into the further designs of the Perak people and those of Salangoor, with the two Buginese fleets lying at Poelo Dingding and the continued fitting out of some vessels at Pera, and whether there is not something more behind this than an intention to invade Queda, as the Council considers that knowledge thereof is likewise of significant importance to the Company. And further to order the aforementioned Resident to send Corporal Meden and soldier Burge over under arrest at the first opportunity with the documents concerning the charges against them, in order to discipline them here according to the findings of the case and their deserts. And whereas the Council judges that the garrison at Pera at this present time, when the service there is much heavier than usual, both with repairing the Resident's dwelling and with cutting wood for the tin smelter and the tin smelting itself, is far too weak, and Malacca Secret Resolutions Anno 1770: and that consequently the same indeed requires some more men than usual, not only to avoid exhausting the people there too much, but also for the greater security of that post; thus it was further resolved to send a sergeant, two corporals, and 12 privates thither, both to reinforce the same and to relieve Sergeant Bruins and those whose time has expired and who come to request their discharge; as well as to maintain better order and discipline among the military than appears to have been the case there for some time, and also to assist Resident de Wind, who is indeed said to be somewhat indisposed, likewise to send Ensign Hensel thither and to let him remain there for as long as the said Resident shall deem his assistance necessary, or that his presence there can be of any use, and no longer, after which he shall return with the surplus men as soon as practicable. While, in order to prevent all discrepancies and disagreements, the aforementioned Hensel shall be ordered in all cases Malacca Secret Resolutions Anno 1770: to recognize and respect Resident de Wind as chief, and consequently to obey him in all that is reasonable, and to do nothing regarding military matters except with his prior knowledge. And conversely to order the Resident again to recognize the aforementioned Hensel, as long as he shall be there, as commander of the militia, and to maintain him in that capacity where required, and to have him respected by the non-commissioned officers and privates. Lastly, it was resolved to lay on the bark den Arend and the pantjallang de Zwaan, the first to cruise to the north alongside the bark de Leervis and the pantjallang Rustenburg, and the latter to transport the military alongside another 4000 Spanish Reals to Pera, since the Resident /:according to his letter:/ at the departure of his missive had no more than 920 Spanish Reals remaining in cash, and recently only 6000 pieces were sent over with the pantjallang Rustenburg. /:was signed below:/ Castle of Malacca on the date aforesaid /:was signed:/ Thom: Schippers; Gd. Ps Kretschmar; Ms Gargon; A: A: Werndlij; Daniel Abm de Neufville; A: F: Lemker; and H: Cassa. Examined G: V: d: walt Clerk Agrees. Houvenaais A: Secret. Java's Northeast Coast Anno 1771 Page: Missive from Governor and Director Vos to their Right Excellencies dated 17 January 1771. Copy of a missive written by Governor Johannes Vos to the Sultan at DjokjoCarta; 1: Copy of translation of Javanese missive written by the Sultan to Governor Vos; 13: Separate Resolution of 17 January 1771, wherein is inserted an affidavit against the Batangs Tumanggung Rona Diwirjo - - - 15: Missive from Governor Vos to their Right Excellencies dated 10 April 1771: — 19: Copy of missive from a Commander, in the eastern corner Luzac to Governor Vos dated 16 February 1771, 27 Copy of missive by Mr. Vos to the said Luzac of 17 February 1771: — 29 ditto ditto by said Luzac to Mr. Governor Vos of 20 February 1771: — 31 ditto ditto to Mr. Governor Vos to the said Luzac dated 24 February 1771: - 33: ditto ditto from said Commander to Mr. Governor Vos dated 25 February 1771: - 35 ditto ditto from Mr. Governor Vos to the said Luzac dated 20 March 1771 — 37: ditto ditto from the deputies Praparogoro and Mom of Bangkalan to Mr. Governor Vos dated 1 February 1771 38 Translation of Javanese letter from the Madurese Pepatihs to the Pangeran of Madura dated 5 February 1771: - - - - - - - - 39: ditto Minute dated 7 February 1771. 41 ditto Javanese letter from a Pangeran of Madura to Mr. Governor Vos dated 3 March 1771: 43 Missive from Mr. Vos to their Right Excellencies dated 25 April 1771, 45 Java's Northeast Coast Copy of Incoming Secret Letters from Java's Northeast Coast from 1 January to the end of April 1771: To the Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord, His Right Excellency Petrus Albertus van der Parra, Governor General, and the Honorable Gentlemen Councillors of the Dutch Indies etc. etc. Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord and Honorable Gentlemen I have the honor to have this serve especially to inform your Right Excellencies that the rest of the wandering Malang family has before 1:

Dutch transcription

Malaxe Secreete Resolutien A„o 1770: aldaar, en die van Salangoor. „ zoo is verstaan, den Resident de Wind te gelasten, zelffs met Emploij van Eenige Penn: in Re„ „delijkheid, alle addresse te gebruijken om Een Affschrifft van deselve magtig te worden; mitsgaders, omme, zoo veel moogelijk, te penetreeren in de verdere desseiren van de Peraësen en die van Salangoor, met de Twee tot Poelo Dingding leggende Bougineese Vloo„ ten en het nog Equipeeren van Eenige Vaertuijgen te Pera, en off daar niet wat meerder agter schuild dan Een voorneemen om Queda te invadeeren, alsoo de Vergadering meend, dat aan de kennisse daarvan de Comp„e almeede merkelijck geleegen is. — En wijders den voorn: Resident te ordonnee¬ „ren den Corporaal Meden en soldaat Burge bij de Eerste Geleegertheid met de stukken ten hunnen Laste in Arrest na herwaerts over te senden, ten Eijnde hun alhier na Bevinding van zaaken en na Verdiensten te Corrigeeren. — En vermits de Vergadering oordeelt, dat de Besetting tot Pera in deese teegenswoordige Tijd dat den Dienst aldaar veel swaarder, dan ordinair is, en dat, zoo met het Repareeren van des Residents wooning, als met het kappen van hout voor de Thin „smelterij en het Thinsmelten selfs, veel te swak is, en N Malaxe Secreete Resolutien A„o 170:—, en dat mitsdien deselve wel Eenige Manschappen meerder benoodigt heeft dan anders, niet alleen om het Volck aldaar niet al te veel afftematten, maar ook tot meerder securiteijt van die Post; zoo is al verder verstaan Een sergeant, Twee Corporaals; en 12: Gemeenen na derwaerts te senden, soo tot Versterking van het selve, als tot Afflossing van den Sergeant Bruins, en van die geenen welkers Tijd p g'Expireert is, en die om hunne Verlossing koomen te versoeken; mitsgaders tot onderhouding van Een beeter Ordre en Discipline onder de Militairen, als daar nu zedert Eenige Tijd schijnt Plaats te heb¬ ben gehad, en ook om den Resident de Wind, de„ welke dog gesegt word wat onpasselijk te zijn, te as¬ sisteeren, almeede na derwaerts te senden den Vaendrig Hensel en die aldaar zoo lange te laa¬ „ge te laaten verblijven als den gem: Resident zal oordeelen zijn hulpe benoodigt te hebben, off dat zijn Persoon aldaar van Eenig Nut kan zijn en lan¬ „ger niet, waarna hij met de overtollige Manschap„ „pen, soo spoedig doenlijck, zal moeten retournee„ „ren. — Terwijl tot voorkooming van alle Discrepan„ tien en Oneenigheeden den voorn: Hensel zal wer„ „den gelast, den Resident de wind in alle Ge„ „vallen, 31 Malaxe Secreete Resolutien A„o 1770::— vallen te Erkennen en te Respecteeren als Hooffd en mitsdien deselve, in al wat billijk is, te gehoor„ „saamen, en omtrent het militaire niets te doen dan met voorkennisse van denselve.„ En den Resident daar teegens weeder te ordonneeren, om den voorn: Hensel, zoo lang hij daar zal zijn, te Erkennen als Hooffd van de Mi„ „litie, en hem in die Qualiteijt, daar het vereijscht word, te mainctineeren, en door de Onderofficieren en Gemee„ nen te doen respecteeren. —. Laestelijck is g'arresteert de Barcq den Arend en de Pantjallang de Zwaan aan te leggen, den Eerste: om neevens de Barcq de Leervis, en de Pantjallang Rustenburg te kruijssen om de Noord, en de Laatsten om de Militairen neevens nog = 4000- Spaanse Reaalen na Pera over te brengen, alsoo de Resident /:volgens zijn schrijven :/ bij het affgaan zijner Missive niet meer„ „der dan = 920: - spaanse Riaalen in Cassa overhoud, en dat jongst met de Pantjallang Rustenburg maar = 6000„ stukken zijn overgesonden. /:onderstondt:/ Malacca in't Casteel dato voorsz: /:was get„t:/ Thom: Schippers; Gd. P„s Kretschmar; M„s Gargon; A: A: Werndlij, Daniel Ab=m de Neufville; A: F: Lemker; en H: Cassa. — Nagesien G: V: d: walt :Clercq Accordeert. Houvenaais 9 A: Secreet. Javas Oostkuste Ao 1771 Pag: Missive van den Gouverneur en directeur vos aan hunne hoog Edelheeden gedateerd 17 Ianuarij 177. Copia missive geschreeven door den Gouverneur Iohannes vos aan den sulthan te DjokjoCarta; - „1: Copia Translaat Iavansche Missive geschreeven door den sulthan aan den gouverneur vos Aparte Resolutie van den 17 Januarij 1771. waar bij geinsereerd een declaratoir ten laste van den Batangs Tammagong Rona Diwirjco - - - 15: Missive van den gauveaneua vas aan hunne hoog Edelheeden ged:t 10 april 1771: — 19: Copia Missive van een gesaghebber, in een oosthoek zuzac aan den gouverneur vos ged: 16 Febr: 177, Copia Missive door den heer vos aan gemelden Luzac van den 17: Februarij 1771: — 29 d„o d:o door gew: Luzac aan den heer gouverneur ros van den 20 febr: 1771: — 31 d„o d„o aan den heer gouverneur vas aan gemelden Luzac ged=t 24: febr: 1771: - 33: d„o d„o van gem: gesaghebber aan den heer gouverneur vos gedateerd 25 febr: 1777: - 35 d„o d:o van den heer gouverneur vos, aan gemelden Luzac ged:t 20:. Maart 1771 — 3: 7: d„o d„o van den gecommitteerden Propparagaro en Mom van Bancallang aan den heer gouverneur vas ged:t 1: febr: 1771 38 77 de Translaat Iavaanschan Brief van de Madureesche Pepattijs aan den pangerang van Madaura de dato 5: Februarij 1771:- - - - - - - - 39: do Notul de dato 7: Februarij 1771. d„o Iavaasse brief van een Pangerang van Madaua aan den heer Gouver„ neurLos gedateerd 3 Maart 1771: 43 Missie van d heer vos aan hunne Hoog Ed=n d' d' 25: April 1381 , 45 Iavas oostkust 41 1: . 13: 27 - . opia Aankomende Secreete Brieven van Iava's Oostcust 8 sedert Primo Januarij tot ultimo April 1774: Aan den Hoog Edele Hoog Achtbare Gestrenge Wijdgebiedende Heer„ zijn Hoog Edelheid Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal en de Wel Edele heeren Raaden van Neederlands Jndia k: kb: H: Hoog Edele, Hoog Achtb:r Gestr:, wijdgebied: Heer en wel Edele Heeren Ik heb de eere dese bijsonderst te doen dien en om uw hoog Edelh:s te informeeren het rest der nog gesworven hebbende Malangse familie voor 1:

NL-HaNA_1.04.02_3337_0077 view scan ↗

English

Copy of Incoming Secret Letters from Java's East Coast from the First of January to the end of April 1771: To the Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, Far-ruling Lord, His Right Excellency Petrus Albertus van der Parra, Governor General, and the Honorable Gentlemen Councillors of the Dutch Indies, etc. etc. Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, Far-ruling Lord and Honorable Gentlemen, I have the honor to make this especially serve to inform your Right Excellencies that the rest of the still roaming Malang family has been captured by the Sultan's people in the Emperor's land, sent to their ruler in Djokjocarta, and subsequently brought up hither by the latter under the supervision of his son-in-law Pangerang Diepanagara and his brother-in-law the Djipang regent Radeen Rongo Prowiroderidjo, to which I had added the Samarang dragoons as an escort. These consisted of the persons of Djojonogoro, Soeronogoro, Natta Coesoema, Koesiman, and Singo Wangso, the first two being brothers of the late Malang regent Malijoe Coesoema, who lost his life during his capture, or rather transfer to Sourabaija; the third named being a brother's son of the former regent Wiranagara, already deceased in the year 1717; and the fourth the son-in-law of the aforementioned, while the last named is merely a simple Panakawan or servant. Along with them have also arrived their wives and children, testifying together to know of no more of their lineage in existence, which also accords completely with the earlier reports from the mouth of the previous prisoners and all those who bore any knowledge thereof nowadays, so that one may freely credit in this regard that the entire lineage of Sourapattij has now been eradicated. Wherewith I believe I may congratulate your Right Excellencies, wishing that this coast may long be thus cleansed of all ill-disposed persons, and preserved in the presently desired peace and harmony. The exhortations which one so frequently had to make to the rulers to bring matters this far, and especially recently to the Sultan upon received depositions that his subjects were harboring and supporting those wanderers, have greatly piqued the latter, causing him on the occasion of this capture to adopt more than one posture in order to ingratiate himself most strongly with the Company and clear himself of all suspicion. The first was in a scrupulous display regarding the handing over of the aforementioned Malangese, under the pretext that no genuine depositions had been received here implicating his subjects regarding the harboring of the raiders, and that the loyalty of his people now clearly showed in the capture. However, upon receipt of my letter, which simply reclaimed them as Company rebels with expressions of gratitude for the trouble taken, they were immediately sent over with the best grace. And the Sultan took that occasion to make a far more fitting gesture toward achieving the purpose of his intention, declaring by missive that, in proof of his sincerity and attachment to the Company, he sent along in this transfer Pangerang Diepa Nagara, being the aforementioned son-in-law, and especially also the aforementioned Radeen Rongo, so that the latter might present himself on this occasion, under the assurance that he was a man in whom he, as ruler, placed the highest confidence; whereas he had expressed himself further to the Resident Zapro that he found such necessary regarding the latter in the event that he, as holding authority over those districts where the fugitives mostly stayed, had fallen under any suspicion. Furthermore, his letter contained an earnest request to receive, as proof of the Company's affection toward him, a woman from their hands for his son, indifferent who, so long as she were found suitable to his status. Which request for your consideration, along with a copy of the letter, I have the honor herewith to present to your Right Excellencies, and at the same time respectfully to advise that I have provisionally served the Sultan with an answer thereto as the accompanying copy contains; and I flatter myself that it will gain your Right Excellencies' approbation as well as satisfy the ruler, while everything from his side dictates that solely shame and fear of suspicion on account of the long withholding is the cause of these services, and that he most sincerely seeks thereby to attach himself to the Company. From the Emperor's side, they strongly dispute the honor of the capture with the Sultan's people, and it was not implausibly alleged that the latter made themselves masters of the wanderers by force out of a place belonging to the Emperor, and into which they were allegedly lured by a Malangese who, after the Company's occupation of that place, went over to the Emperor and by the Soura Cartese

Dutch transcription

opia Aankomende Secreete Brieven van Iavas Oostcust sedert Primo Januarij tot ultimo April 1771: Aan den Hoog Edele Hoog Achtbare Gestrenge Wijd gebiedende Heer„ zijn Hoog Edelheid Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal en de Wel Edele heeren Raaden van Neederlands Jndia k: k: H: Hoog Edele, Hoog Achtb: Festr:, wijdgebied:t Heer en wel Edele Heeren Ik heb de eere dese bijsonderst te doen dienen om uw hoog Edelh:s te informeeren het rest der nog gesworven hebbende Malangse familie door 1: Van Javas oost kust den 17: Ianuarij 1771: door sulthans volk n: kijsers land gevat, na haa„ „en vorst te Djokjocarta opgesonden en vervolgens door de laastgen: onder opsigt van sijnen schoon zoon Pangerang. Diepanagara en zijnen swager den Djipangse regent Radeen Rongo Prowiroderidjo (waar bij ik de samarangse dragonders tot een escorte gevoegt hadden / her waards opgebragt is, en bestaan hebben in de persoonen van Djojonogoro, soeronogoro Natta Coesoema koesiman en singo wangso „de tweede Eerste broeders van den laasten ma„ langse regent Malijoe Coesoema die bij zijn ge„ vangeneming off liever opbrenging na soura baija om het leven geraakt is de derde ge„ noemde een broeders zoon van de voorige a:o 1717: al overleedene regent wiranagara, en de vierde deschoon zoon van de evengem: daar de laastgen: maar een simpele Panakawan of bediende is met deselve zijn ook haare vrouwen en kinderen over„komen, betuijgende te samen geen meer van hun geslagt in wesen te kennen, het welk ook met de vroegere berigten uit mande van de eerdere gevange„ „ne en al de geene die eenige wetenschap daar van van Iavas Oost kust den 17:' Januarij 171:— van daagen, volkomen accordeerende is zo dat men deswegens vrij mag accrediteeren, het gantsche ge„ slagt van sourapattij als m: is uitgeroeijt waar meede ik vermeen uw hoog Ed„s te mo„ gen feliciteeren en wenschinge dat deese Rust lange dusdanig van alle quade gesinde mag gezuijvert, en bij de thans gewenschte vreede en harmonie bewaardt blijven, De aanspooringen die men om heet zo ver te krijgen, aldikwils bij de vorsten heeft moe„ ten doen, en voor al Iongst bij de sulthan op ingekome verklaringe dat desselfs onderdanen vie swervers schuijt hielden en onderstemnde hebben den laastgen: zeer gepiquiert en ter oc„ „casie van dese vangst meer als een gedaente, om sig dog bij de Comp: ten kragtigste te insinu„ eeren en van alle verdenking te zuiveren doen aannemen, de Eerste was in een scrupuleuse vertooning ter afgave van de bovengen: ma„ langers, onder pretext men alhier geen egte ver„ klaanige ten laste van zijn onderdoenen wegens het oponthouden der stroopers had gekoegen, en mi„ „mers de trouwigheit der zijne in de opvatting nu bleek, edog op ontfangst van mijne brief, die deselve van Iavas oostkust den 17:' Januarij 1771: — deselve simpel als Comp: rebellen onder dank„ betuiging voor de genomene moeijte reclameerde zijn die directelijk met de beste gratie overge„ „zonden, en heeft den sulthan bij die occasie een vrij voeglijker mine ter berijking van wege„ dagte zijner buteeringe gemaakt, met betuijging bij missive dat hij bij dese oversending ten opreu„ „ve van zijn welmeenenthijt en attachement aan de Comp: Pangerang Diepa Nagara, (zijnde den boven„ vermelde schoon zoon:) en voor al, ook de genoem„ „de Radeen Rongo mede sonds op dat de laaste bij die occasie sig mogte vertonen, onder ver„ „zeekering dat die een man was, waar op hij als vorst, ten hoogste sig geruste terwijl hij zig nader tegen den resident Zapro had uijtge„ „laten sulks tegens den laastgem: nodig vondt ingevalle die (:als hebbende het gesag over die districten, alwaar sig de uijtgewee„ kene meest opgehouden hebben:) in eenige verdenking geraakt was behelsende voorts zijne brief een allerernstigste versoek om tot preuve van Comp: genegentheijt hem waards, een vrouw uit derselver handen voor zijn zoon te ontfangen onverschillig van Iavas oostkust den 17 Ianuarij 177. onverschillig wie als maar na sijn staat Conve„ nabel bevonden wierd welke versoek ter spe„ „cuulatie en Copia brief hier nevens de Eere hebbe uw hoog Edelh:s te presenteeren en teffens eerbiedig te adviseeren dat den sulthaan oprovisio„ neel daar op in andwoord gedient hebbe als bij gaande afschrift contineert, en ik mij vlije zo wel uw hoog Edelh:s approbatie sal mogen wegdoagen als den vorst voldoende wesen terwijl alles van zijne sijde dicteert eenelijk schaamte en vreese tot verdenking wegens delange agterhouding de oorsaak van dese opassen is en hij allerwelmeenendst sig met de Comp: daar door tragt te attacheeren van skijders zijde bedisputeert men de Eere der vangst seer aan sulthans volkeren en wierd niet onaannee„ melijk voorgegeven dat de laastgen: sig met gewelt van de swervers hebben meester ge„ maakt uit een plaets de kijser toebehoorende en waar in zij zoude gelokt zijn door een malanger die na sComp: oicnpatie van die plaats tot de kijser overgegaan en door den soura Car„ tisse

NL-HaNA_1.04.02_3337_0082 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 17th of January 1771. the resident was expressly stationed in the village for the aforementioned purpose, and while he had proceeded to fetch the enticed leaders, he was meanwhile taken by surprise by the Sultan's people. This, however, through all sorts of turns and accusations against that enticing by the Sultan's people, is disguised and denied; but, however it may be, it should not be considered worthy to enter into a hateful detailed dispute again, but rather left in abeyance and noted, and that the satisfaction over the capture be in no way disturbed. I am also inclined toward this, and I believe the circumstances in this matter will in every respect have good consequences, and everyone will be deterred from meddling in similar harbors of refuge, since it has become evident that they did not rest until they had all the missing persons, which was also followed by heaven's blessing. Already having such a number of lesser close relatives of the Malangers here in prison, just as I urged in my latest letter concerning their dispatch, I could not find it advisable to keep those who arrived here the day before yesterday in custody, since experience with Tirtonagoro and From Java's East Coast, the 17th of January 1771. and Malijo Koesoemo has shown what an enterprising and murderous nature they are of. For that reason, in hopes of Your Right Honourable's approval, I have sent them with the chaloup De Hoop under escort of some dragoons to Sourabaya, to be handed over there onto the Company's ship De Admiraal De Ruijter for transport to Banda, that vessel lying at the aforementioned factory taking on cargo. I would add a brief letter to Mr. Pelters, so that he may treat those exiles until Your Right Honourable's further orders as was formerly ordered by Your Right Honourable regarding Sasranagoro, who was also a brother of this man, and his family. I flatter myself all the more with Your Right Honour's approval in this matter, as so much time would still have to elapse before there would be an opportunity for the dispatch of the subjects, and being still so overcrowded as aforesaid, the crowd might all the sooner contemplate an escape by force and cause confusion. In addition to the above-mentioned, I will only have to report respectfully that the recently concluded contract, of which I previously had the honour to inform Your Right 1771. From Java's East Coast, the 17th of January 1771. Honourables, has been ratified by the princes according to wish. The season here remains very calm, and no westerly winds have yet broken through, but the clouds have mostly drifted toward the mountains, leaving a fine rain there which has been very convenient for the cultivation of the land, while the true west monsoon is nevertheless expected daily, promising a blessed harvest, toward which the regents have also been encouraged in all manners to diligence, and most acquit themselves faithfully, except the one from Batang, Rango Rono Diwiojo, who, though young enough to be the most vigilant, has refused to listen to any advice or reprimand, but on the contrary neither employed his patih for the affairs of the regency nor even attended to them, and gave himself over so heavily to the consumption of madat, smoking, and opium, that he turned day into night, and was to be found everywhere in gambling houses to the contempt of his subordinates, as Your Right Honourable may From Java's East Coast, the 17th of January 1771. further see from the account given to me by his patih, annexed hereto in copy, and of which I also have only too much knowledge from the successive reports and experience; his debaucheries are also clearly visible from his wasted physical constitution. For all of which, and primarily also in order to collect quickly his large arrears in the rice delivery, I have had to suspend him provisionally from his post, and to place therein the vigilant son of our head regent, currently named Soemo Troeno, for whom I very humbly request confirmation and an act regarding the title and name of Tumenggung Marto Jodo. On the 10th of this month, from after five to near six o'clock in the morning, a sound like heavy cannon fire was heard here, mostly at intervals of one minute, though very uneven in distance and direction, after which the sky became very dark and displayed strange colors. In the uplands, this was heard just as strongly, with a rattling like musket fire, and it had also become very dark there, and after midday ash up to a finger's thickness was seen on the ground. From all these circumstances it was presumed that From Java's East Coast, the 17th of January 1771. it must have been an eruption of a small mountain to the east, not far from Kediri, named Mount Kelud, and thus the same one of which similar phenomena were seen here on the 1st of May 1752. Having been detained a few days longer awaiting the Malangers and the Sultan's emissaries, I hope now to proceed to the Eastern Salient next week, and have the honour to be with the deepest and most humble respect, below stood: Right Honourable, Highly Esteemed, Valiant, Far-Ruling Lord and Honourable Sirs, lower: Your Right Honourable's most humble, very obedient servant, was signed: Johannes Vos, in the margin: Samarang, the 17th of January 1771. Letter.

Dutch transcription

van Iavas Oostkust den 17: Januarij 1771: tisse resident expres in de negorij ten voorschreeven fine gestelt was, en terwijl die tot afhaling van de verlokte bij kijders hoofden zig vervoegt hadde intusschen door sulthans volkeren verrast was het welk egter door alle touren en beschuldiginge tegens die lakking van sulthans volkeren gedequi„ seert en ontkent word, maar, hoe het zij niet waar„ dig mag geagt werden om weder in een hatelyke detail afte disput te treden maar vrij beter blaauw gelaten ad notai genomen, en de satisfactie over de vangst in geenen deele geturbeert werdt waar heen ik het dan ook nijge, en meen de omstandig„ heden in dese zelfs in allen opsigte goede sequeelen hebben sullen en ijder afgeschrikt zig met vier„ gelijke op onthoudinge te melleeren terwijl het gebleeken is, men niet heeft gerust voor dat men al de vermiste hadde; het geen dan ook van 's hanels zegen gevolgt is Reeds sulk een aantal nog van mindere naastbestaande ver Malangers hier in gevangenis hebbende z0 als ik bij mijn Iongste om derselver versending insteerde heb ik het niet raadsaam kunnen vinden de nu eergistere aangekomene hier de Cuur te agten daar de ondervinding in Tirto nagara en Van Iavas Oostkcust, den 17: Ianuarij 171:— en Malijoe Coesoema gelaat heeft, van wat Intre„ prenante en moordadige aart deselve sijn, ik heb dan om die reeden, op hoope van uw hoog Edelh:t approbatie, deselve met de Chialoup de hoop onder escorte van eenige dragonders na Soana gesonden om aldaar op sComp: schip de admiraal De Ruijter ter transport na Banda overgegeven te werden, leggende dien bodem ter evengen: Comp„ toir in lading ik zoude daar bij een briefje aan de heer Pelters voegen, op dat hij die bannelingen tot uw hoog Edelhs nader ordre tracteeren als met sasra nagara die meede een broeder van dese was en desselfs familie door uw hoog Edelh:s doen„ maals gelast is ik flatters mij ten dese te meer met uw hoog Ed„s goedkeurig als nog zolan„ ge tijt moetende verloopen, een er tot depeche van de subjecten accasie wesen zoude, en als voorschreeven nog zo overkropt zijn„ de, de menigte te eer haare uitkomst met gewelt mogte beraden en Confusies veroorsaeken. Bij het boven vermelde zal mij dan nog maar eerbiedig te bedeelen zijn het laatst ge„ „ waar sloten Contract „ van ik in vorige de Eer had nu„ hoog 1771: van Iavas oostkust den 17: Januarij 1771 hoog Edelheedens kennis te geeven door de vorsten na wensch geratificeert is, het saisoen hier zeer Iagt blijft, en nog geen weste winde door gekomen zijn dog de lugtten meest nade gebergtens gedreven hebben daar een schoone regen ge„ laten dewelke tot de bebouwing der landen zeer te stade gekomen is daar men dage„ „lijks egter de regte westmousson te ver„ wagten is en dan een gesegende oogst sig belooft, waar toe de regenten ook alle wegen ter naarstigheijt zijn aan gesopoort, en de meeste sig getrouw quijten, except die van Batang Rango Rono Diwiajo die schoon Jong ge„ noeg om de vigilantste te zijn, na geen raad ofte bestraffinge heeft wil„ „en luijsteren maar au Contrarie nog zijn pepattij tot de zaaken van het regentschap emploijeerde of zelfs daar na dag, en aan het madat gebruijke schuijven zo sterk zig overgaf en amphioen dat de dag tot zijn nagt maakt, en over al zig in dobbel huisen tot veragting van zijn onderhoorige vinden liet gelijk uw hoog Edelh:t uijt het mij gegeven relaas van zijn sepattij dese Van Iavas oost kust den 17 Januarij 171. des in Copia annexedes behagende nader sien kunnen en ik ook uit de successive rapporten en ondervinding daar van maar al te veel kennis drage ook zijn de„ bauches uit desselfs verteerde lichaams gestelt klaar„ lijk te zien zijn, om welk een en ander, en voornament„ lijk ook ten eijnde zijn groot agterstal in de rijst leverantie spoedig in te vorderen den selve provi„ „tioneel uit sijn post heb moeten stellen, en daar in den wakkeren zoon van onsen hoofd regent thans soemo troeno genaamt te plaatsen, voor de welke ik zeer nedrig de bevestiging, en een acte over den titul en naam van Tammangong Marto Iodo versoeke„ op den 10: deser heeft men huer van 's morgens na vijff tot bij ses uuren een geluijt als van sware Canon schooten, meest met tusschen oposinge van een minut dog zeer ongelijk van distantie en streek gehoort waar na de lugt zeer verduijstert en met vreemde couleuren sig verthoont heeft In de bo„ „venlanden, had men dit nog al zo sterk en met kla„ teringe gelijk aan musquett Charges vernomen en was 't daar ook zeer dunster geworden, en nade middag deas tot een vinger dikte op de grond gesien men opresumeerde uit al die omstandigheeden dat het Van Iavas oost kust den 17:' Ianuarij 171: — het een uit zetting van een niet groot bergje om de oost niet ver van Cadirie ginoeng kloet genaamt zoude geweest sijn en dus deselve waar van men gelyke Peenamene den 1: maij 1752: alhier gesien had; Eenige dagen ter afwagting van de malangers en soulthans zendelingen langer opgehouden, hoop ik als nu toekomende week mij na den oosthoek te begeven en hebbe de Eer met het diepste en humbelste respecte te zijn /onderstond:/ hoog Edele hoog Achtbaare Ge„ staenge wijdgebiedende heer en wel Edele heeren, /lager uw hoog Edelh:s onderdanigste zeer gehoorsame dienaar /was geteekend:/ Ioh:s vos, in margine/ Samarang den 17: Januarij 1771: Hissiver

NL-HaNA_1.04.02_3337_0087 view scan ↗

English

11: From Java's Northeast Coast, the 17th of January 1771: Letter sent by the Honorable Governor Johannes Vos to the Sultan at Djok Jo Cante After the customary preamble: I have duly received Your Highness's very agreeable letter from the hands of Pangerang Dipa Nagarra, and serve you herewith in the friendliest reply that, in addition, under the escort and supervision of the aforementioned Prince Radeen Rongo and the First Resident Zapra, along with the Rawase regents, the 5 Malanger prisoners have also duly arrived. I congratulate the Company and my brother on the complete eradication of a band that has so long troubled the Company and devastated the lands. Being rebellious by nature, I have thought it best to make them depart from this coast as soon and as far away as possible by ship to Banda. I thank my brother very much for the so precisely given orders in this matter, which have also resulted in the so long-desired capture, as I have always flattered myself, being sufficiently assured of my brother's goodwill and sincerity in considering the Company's and his own interests as one and the same, which has now also been experienced anew. Most pleasant to me on this occasion was also to see here a vigilant Djipang regent, Radeen Rango, and to assure him verbally how very convinced the Company held itself regarding his demonstrated loyalty and promptitude, also in this recent capture of the Malangers, just as he has always appeared to me as a particularly From Java's Northeast Coast, the 17th of January 1771. — particularly faithful minister to his prince, as well as exact and reasonable in everything, thereby meriting the particular affection and attention also of the Company. To Your Highness's request for his beloved son, Pangerang Adipati, to receive a wife worthy of his dignity from the Company's hands, and thereby to cause him to obtain the closest attachments to the Company and to be allowed to call himself with all the more emphasis a son of the Company, I, for my part, very gladly comply, and have also immediately cast my thoughts east and west, but found none more suitable in status, birth, or age than one of the younger daughters of a Pati regent, Radeen Aria Magatsari, as being moreover related to Your Highness's princely house. I shall then look forward to Your Highness's further sentiment thereon in order also to strive for the effect, and flatter myself then also that this will carry the approval of their High Excellencies, as desiring nothing more than always to give proofs of how very much they see the aforementioned relation between Your Highness and his beloved son flourish in the liveliest manner, etc. Beneath stood: Agrees. Was signed: Johannes Vos. 13 From Java's Northeast Coast, the 17th of January 1771: Translation of a Javanese letter written by the Sultan to the Honorable Governor Johannes Vos, received at Samarang the 15th of January 1771: After the customary preamble: I have duly received Brother's agreeable letter, and Brother has not wrongly heard that the roaming Malangers have been captured by my people. I therefore send the same under the escort of the chief Zapra, Pangerang Dipa Nagarra, the regents Karta Soedo and Tando Widjoijo, accompanied by the Djipang Radeen Rango, herewith towards Samarang, and place them completely in the hands of the Company to deal with them according to its discretion, for they have committed acts of hostility, and on that ground I consider the same to be enemies both of mine and of the Company, not doubting that this sincere conduct of mine will give satisfaction to the Company. That the Djipang regent also goes along is solely to present himself once to the Company, and because he is a man whom I can fully trust on such occasions, having From Java's Northeast Coast, the 17th of January 1771: behaved most promptly according to my orders in capturing the aforementioned Malangers. Meanwhile, I have the honor to place my son, Pangerang Adipati Manco Nagarra, completely into the hands of Brother and the Company, and thus to request to procure for him from the Company's hands a good wife of his dignity, to the end that he may then call himself a son of the Company. Beneath stood: Translated by me. Was signed: C: P: Boetze, Translator. Beneath stood: Agrees. Was signed: Johannes Vos. Thursday 15 From Java's Northeast Coast, the 17th of January 1771: — Thursday the 17th of January Anno 1771: — In the presence of the Honorable Governor and Director of this Coast and the principal regent of Samarang, the Batang Tumenggung Rono Diwirjo was presented with a certain declaration to his charge, submitted by the Patih of the aforementioned district, by name Poespo Joedo, to the aforementioned Samarang Kyai Patih, reading as follows: "The Batang Patih Poespo Joedo declares at the requisition of the principal regent of Samarang that he did not know how matters stood with the payment for the rice and buffaloes to the commons. However, the kabayan Rogo Soeta had related to him that when he was sent by the Tumenggung to demand the arrears of rice from the commons, they gave him as an answer that the regent indeed had the rice demanded, but did not think of paying them, both for that occasion and for the buffaloes. Furthermore, the deponent relates that he may never meddle with any money affairs on behalf of the Company in expenditures or otherwise, being

Dutch transcription

11: Van Iacas oostkust den 17. Januarij 1771: Missive Gez: door den Heere Gouverneur Johannes vos aan den sulthan te Djok Jo Cante Na Gewoone voorreeden Ik beb uw H:s zeer aangenaame Missive u't handen van den pange„ rang Dipa Nagarra zeer wel ontfangen en diene daar op bij deese in vriendelijkst antwoord dat mij benevens dien onder geleijde en opsigt van den wegen: Prins Radeen Rongo en de Eerste Resident Zapra met de Rawase Regenten ook de gevangene 5: Malangers wel zijn toegeko„ men; Ik feliciteerede Comp: en broeder bij de met deese so voeko„ „mene uitroeijing van een voekje dat zolange Comp: en ver voasten Landen ontrust heeft, weerbaarstig van aart zijnde heeb ik best gedagt haar maar hoe eer hoe ziever van deese kust met een schip na Banda te doen vertrekken, Ik bedanke broeder zeer voor de zo oprecies gestelde ordres in deese die dan ook de zo lang gewensch„ te vangst n ten gevolge gehad hebben, daar ik mij ook altoos meede flatteerde, als van broeders welmeenent en opregtheit in 's Comp: en zijne belangens een en deselve te reekenen genoeg„ saam versekert en sulks nu ook op nieuw ondervonden aller aangenaamst was mij ook bij deese occasie een wakkere Djipangs regent radeen vango hier te zien en hem mondelings te verseekeren hoo zeer de Comp: zig overtuigt hielt wegens zijn betoonde trouwe en opromptiture ook in deese Jongste vangst der Malangers, gelijk hij bij mij altijt als een bij sondere van Iavas oostkust den 17 Ianuarij 171. — sondere getrouwe Ministers voor sijn vorst als meede exact en reedelijk in alles is voorgekomen in des de bijerandere genegentheit en attentie ook van de Comp: aeeriteerende, Aan uw H: versoek voor sijn geliefde soon den Pangerang dipattij om eene vrouw sijne waardigheit waardig als ui't Comp: handen te ontfangen, en hem daar door de allernauwste attachementen aan de Comp: te doen obtineeren en sig met te meer nadruk als een Comp: zoon te mogen noemen voldoe ik wat mij aangaat volgaarne en heebook ten eersten oost en west mijn gedagte laten gaan dog geen Convenabelder in staat geboorte off Iaaren gevonden, als een der Iongere dogters van een Pattijs regent radeen Aria Magatsarij als sijnde nog aan uwst=s vorstelijk heuis vermagtschapt ok zal dan daar op nader uu H=o gevoelen om ook het Effect te be„ tragten te gemoet sien en flatteere mij dan ook sulks haar hoog Ed„s goedkeuring zal wegdragen als niets meer verlangende den altoos preuves te geven hoe zeer zij de evengen: betrekking tusschen uwHt„t en desselfs geliefde zoon op het levendigst ziet vigeeren etc:a /onderstond:/ Accordeert /was geteekend:/ Iohannes, vos. 13 van Iavas oost kust den 17: Ianuarij 1771: Translaat Javaanse Missive Gescz: door den sulthan Aan den Heere Gouverneur Johannes Vos ontfangen te Samarang den 15: Januarij 1771: Na Gewoone voorreeden Ik heb Broeders aangenaame missive wel ontfangen en heeft broeder niet ten onregten gehoord dat de swer„ vende Malangers door mijne volkeren zijn opgevat ik sende dan deselve ander gelijde van het opperhoofd Zapro den Pangirang oipa Nagarra de regenten kar„ ta Soedo en Tando widjoijo verseld van den Dji„ pangs Radeen Rango bij deese samarang waards en stelle haar lieden volkoomen in handen der Comp: om na desselfs goeddunken er meede te handelen want vijandelijkheeden hebben zijn gepleegt en uit dien hoofde merke ik deselve soo voor mijne als Comp: vijanden aan, twijffelende niet off deese mijne opregte behandeling sal de Comp: genoegen geeven dat den Djipangs regent meede overgaat is alleen om zig eens aan de Comp: te vertoonen en om dat het een man is die ik in diergelijke geleegentheeden volkomen vertrouwe kan, als tig E van Iavas oostkust den 17: Januarij 1771: sig na mijne ordres in het opvatten der gem: Malangers ten oprampste gedragen hebbende, optusschen heb ik de Eere broeder en de Comp: mijnen zoon den Pangerang Adijeattij Manco Nagarra vol„ koome in handen te stelle en des te versoeken hem een goede vrouw zijner waardigheid in't sComp:s handen te besorgen, ten fine hij zig dan een zoon van de Comp: noemen kan, /onderstond/ getranslateerd voor mij /was geteekent:/ C: P: Boetze, Translateur /onderstond:/ Accordeert /was geteekend:/ Iohannes vos, Donderdag 15 Van Iavas oostkust den 17:' Januarij 177:— Donderdag Den 17:' Januarij A=o 1771: — wierd ter Presentie van den heere Gouverneur en directeur deeser kuste en den samarangs hoofd regent den Batangs Tam: Rono Diwnnjo voorge„ houden sekerde declarantoir ten sijnen laste door den Pepattijs van het Evengem: dist„ in naame Poespo Joedo aan boven gem: samarangs Noi Pattij in gedient Luijdende als volgt „Den Batangs Pepattij Poespo doedo verklaard „ten requisitie van den samarangs hooft regent dat hij niet wist hadt het met de betaling voor de rijst en Buffels aande gemeentens geleegen was, Egter had hen den kabaijan rogo soets ver„ raalt dat wanneer hij door den Tom: gesonden wierd om van de gemeentens de agterstallige rijst in te vragen gaven sij hem tot andwoord, dat den regent wel liet de rijst ijschen maar dagt niet om haar te betaalen, so voor dien kaal als de Buffels wijders verhaalt den relatant dat hij sig noijt met Eenige geld zaaken Comp: weegen bij uijt„ gaaff off andersints mag bemoeijen werdende

NL-HaNA_1.04.02_3337_0092 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 17th of January 1771: nor was he informed of anything concerning the rice collection, whether in respect of the delivery or purchase of that grain. On the contrary, the regent's so-called uncles named Poespo Dirono and Mento Duno were employed in all matters, and the regent moreover had a certain confidant, being a Peranakan Chinese of Tagal named Soero Wedono, with whom he deliberates everything that is to be done, without the declarant being permitted to have the least knowledge of any of it. The declarant further added hereto that the former regents had never been so negligent in the service as the present one, and proceeding in this manner it was impossible for him to remain patih any longer, and he thought it unnecessary to recount everything concerning the regent's dissolute behavior; wherefore he merely declared with truth, in conclusion of this, that the oft-mentioned regent was an extraordinary opium smoker, through which he did nothing else by day but sleep, and neglected the Honorable Company's service; without further statement. Below stood: translated by me; was signed: C: P: Boltze, Translator. And when the said regent of Batang was questioned on all the aforementioned points as to in what manner he could answer for himself against them, he declared himself culpable on the subject of the non-payment of the rice to the municipalities only in so far that he had done so for 4 years because the municipalities were indebted to him on account of private trade, and he had therefore withheld payment for this rice from them in order to come into his own thereby; and as for the opium smoking, he answered this entirely with silence, which, joined with his emaciated and debauched appearance, and the testimony of the just-mentioned patih immediately following thereupon that on his recent journey hither he had delayed himself along the way for 3 days with a die, and had been found in a common gambling den in the village of Sebettan, it was resolved to keep this record thereof. Below stood: known to me; was signed: C: P: Boltze, sworn scribe. Below stood: agrees; was signed: C: P: Boltze, sworn scribe. From Java's East Coast, the 17th of January 1771. 19: The 18th of April 1771 From Java's East Coast To the Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant, Far-Ruling Lord, His High Excellency Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honorable Councilors of the Dutch Indies in Batavia. Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant, Far-Ruling Lord and Honorable Lords. Directing this specifically as a respectful report of my recent small journey to the east, I am able to serve Your High Excellencies in general regarding this that I found everything in the desired state in that region, and the crop everywhere promises to be one of the richest, the regents also displaying full diligence and zeal to report its success and to attend to all other Company interests; the first regent of Grissee, Tjato Ridjo, having verbally requested of me that his son, presently his patih, named Ardjo Nogoro, and who gave much satisfaction in that post, might succeed him when he, upon his humble petition, might be discharged and permitted to take his rest, finding himself compelled thereto on account of a severe stroke that attacked him in the past year, from which he has retained a total paralysis over one side with great impairment in speech; which humble solicitation I then have the honor hereby to recommend most favorably to Your High Excellencies, with the request for a commission for the just-mentioned Ardjo Nogoro as first regent under the title and name of Tumenggung Ardjo Nogoro. The oldest regent of Sedayu, whom I found still very weak and horribly emaciated from a wasting illness, appeared to me, considering his circumstances, very resigned and content, also greatly cheered by his inheritance so far as he hoped to repair the decay in his regency from it, and so long as life was still granted to him, to spend it quietly, since he was well aware that no great enterprise would ever suit him anymore; having also given the highest tokens of joyful satisfaction in the election of the present Prince of Madura to the same in person in my presence. On which subject I can further respectfully impart that the reception, installation, and swearing-in of the just-mentioned Prince in his regency was accompanied by all conceivable satisfaction and well-meaning proofs of respect and affection by great and small, and thus perfectly agreeing with that which Your High Excellencies could ever aim for or desire in the election of the same; the Prince's conduct and demeanor in all this being likewise so gracious and insinuating as to hold the highest expectations for the future, just as it remains there in those favorable terms to this day; whilst on the contrary, I do not believe I should leave out of consideration a certain bold conduct of one of the illegitimate sons of the deceased Panembahan, begotten by him upon a common maid, named Panoelan, appearing resolute and enterprising, and by estimation fully a year or three older than the presently reigning Prince, who not only is said to have expressed himself very loosely and discontentedly, according to the loose rumors blown over in the intervening time while the Prince was here, regarding his deceased father's choice and wish with respect to the reigning one, but also to have imputed this through various slanders to a worthy old patih, Maas Aria, and others; and regarding whose frivolity I have made him ashamed to his face, confirmed to spring from a very turbulent and discontented nature; which then also, soon after my departure from the eastern corner, on the occasion that

Dutch transcription

van Iavas oostkust den 17: Januarij 1771: werdende hem ook niets te weeten gedaan van de rijst Insaam 't sij ten opsigte der leveratie of Inkoop van dien korl daar en teegen werden des regents zo: ooms genaamt Poespo Dirono en Mento Duno tot alle saken g'Emploijeert, en heeft hij reegent daar en boven nog sekere vertrouweling sijnde een Pernak„ ker Chinees van Tagal gen„t soero wedons met wien hij alles overlegt watter sal gedaan worden sonder dat den relatant van het een en ander deminste kennisse magt heb„ ben, voegende den relatant hier nog bij de vorige regentten nooijt so slordig in den dienst zijn geweest, als de tegenwoordige en dus voort„ vaarende was het hem onmogelijk langer papatti te blijven en dagt het hen onnodig te weesen alles van des regents liederlijk gedaag te verhalen des heij maar alleen nog tot slot deses met waarheit verklaarde dat meermelde regent een buiten gewoone amphioen schuijver was waar door hij s. daags niet anders deed als slapen en des sComp: 17 van Iavas oostkust den 17. Januarij 171: 's Comp: dienst veronagtsaamde; zonder meer /onderstond:/ getranslateert door mij /:was beteekent:/ C: P: Boltze Trans„t En also op gen: Batangs regent op alle de voorsz: Poincten gevraagt zijnde, op wat wijse hij sig daar teegens verandwoorden konde heeft hij sig op het sujett der wanbetaling van de rijst aan de gemeen„ tens in so verre Culpabel verklaardt dat hij seedert 4. Iaaren sulks ge„ gedaan had uit hoofde de gemeentens aan hem weegens particuliere Negotie Debet waren en hij hen des de beta„ ling voor dese rijst had ingehouden ten eijnde daar door aan het sijne te komen en wat het amphioen schuijven betoeft, beantwoorde hij sulks ten Eenemaal met stil dwijgen het welk gevoegt bij sijn vermagerd en gedebau„ Cheerde gedaente, en de nog opstonds daar bij komende getuigenis van Evengen: Pepattij dat hij op sijn Iongste herwaards komst onder weegens sig 3: dagen lang met een dobbel had opghouden en 6 en in een gemeene dobbel kit op de dessa„ sebettan gevonden was so is verstaan daar van deese aanteekening te houden /on„ „derstont / in kennisse van mij (was ge„ teekend:/ C: P: Boltze gesw: schriba /onderstond:/ Accordeert /was geteekend:/ C: P: Boltze, gesw: schriba, van Iavas oostkust den 17: Januarij 1771 Van 19: Den 18 April 1791 Van Iavas oostkust Aan den Hoog Edele hoog Achtb: Gestr: wijd gebidende Heer, sijn Hoog Edelheid Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal, benevens de wel Edele heeren raaden van Nee„ fa derlands India H:o L b, Hoog Edele Hoog Achtb: Gestr wijd geb: Heer: en wel Edele Heeren Dese bijsondert in Eerbiedig rapport van mijn jongste toggje om den oost inrigtende vermag ik uw hoog Edelh:s desweegens voor het generaale te dienen alles in degewenschte staat in dien oirtgevonden heb en het gewas alomme een der rijkste belooft ook de regenten val vlijt en ijver om het succes daar 1o reponteer en alle andere Comp: belangens te betragten hebbende de eerste regent van gritse Tiato Ridjo onij mandeling E Van Iavas oostkust den 10 April 1774 mondeling versogt dat hem zijne zoon thans desselfs vepattij in name Ardjo Nogoro en welke in die post veel genoegen gaft mogte optreeden als hij na desselfs nedrige instantie mogte werden ontslagen en zijne ruste toegelaten sig daar toe wegens een swaere beroerte in het voorleede jaar hun geattacqueert en waar van hij een gantsche gewaarthijt over de eene zijde met groote belem„ „mering in de spraak heeeft overgehouden genootsaakt vindende welke keumble sollucitie ik dan bij deese uw hoog Edelh:s de eere hebbe ten favareebelste (onder versoek van een acte voor evengen: Ardjo Nogoro als eerste regent onder titul en naam van Temmongang Ardjo Nogoro) voortedragen den deupste regent van Cidaijoe die ik nog zeer swak en aan een oitteerende ziekte korribel vermagert vond quam mij na zijn omstandigheeden zeer gelaeten en ver„ genoegt te vooren ook zeer opgebeurt met zijne erfenisse voor zoo vee hij daar uit het vervallene in zijn regentschap hoopte te herstellen en aes zo lang heem nog het leven gegunt wierd dat stil door te brengen also hij wel be„ ge wust was hem altoos geen omslag meer lijken zoude hebbende ook de teverste blijken van voolyk veelneeming in de verkiesing van de tegenswoordige Panis van madura aan denselve personeel in mijn presentie gegeven Ten welken sujette 21: Van Javasoostkust den 10:' April 1777: sugett ik wijders Eerbiedig bedeelen kan de receptie installatte en beerdiging van even gem: Prins in desselfs regentschap ver„ zilt geweest is met alle te begeevene satisfactei en welmeenen„ de preuves van snigt en liefde bij groot en klijn en des vol„ komen accordeerende met het geen uw hoog Edelh:s in de verkiesing van deselve oijt konde buteeren of begeeren ook sprin„ „sen gedrag en houding in alle deesal mede zo gratiens en insinuant als van de meeste verwagting voor heet vervolg, gelijk het sig tot heeden ook in die favorable termen aldaar bevindt terwijl ik dies Con„ trarie niet meenr in aanmerking te kunnen neemen seker stout gedrag van een der onegte zoonen van den overleeden Panembahan bij een gemeene mijd door hem geteelt in name Panoelaa vanvaart viep en onderneemeit voorkomende en na gis wel een Jaar of drie ouder als den thans regeerende Poins, dewelke sig seer los en mal„ Content (nade daar van overgewaijde losse gerugten in de tusschen tyt dat de Prins sig hier bevonden heeft over zijn overleedene vaders keuse en wensch ten opsigte van de om regee„ rende niet allen zoude hebben uijtgelaten maar sulks door diverse lastens een braaven oude Iepattij Maas Aria en andere aangewreven en over welker frivoliteijt ik kan in face heb beschount gemaakt bevestigt uit een zeer woelagtige en mnalcontente imboost te spruijten het geen dan ook wen na mijn vertrek uit den oosthoek bij occasie dat

NL-HaNA_1.04.02_3337_0098 view scan ↗

English

Java's East Coast, the 18th of April 1771. Jan that the commander Luzac, escorting home the Prince who had accompanied me with him as far as Sedayu, punished him so severely that he begged the commander by no means to leave the named Panular on Madura, to the end that an otherwise so favorably undertaken administration might not be disturbed by him and made anxious and vexatious for him. In order to bring this before Your Noble Excellencies' eyes in its artless and plain terms, the enclosed copy of the commander's letter, sent after me on my return journey, will be best able to show it; and I therefore take the liberty of referring both to that and to my answer served upon it and subsequently vice versa, annexed here under numbers 1, 2, 3, 4, 5, and 6. In these Your Noble Excellencies will also find mentioned a certain Raden Panji Wiradiningrat, grandson of a Madurese brother who lost his life on board under Captain Chavonnes, currently having in marriage the late Panembahan's half-sister, being a full sister of the divorced wife of the reigning Emperor, around the spouse of the regent of Kudus; likewise a certain Panji Suranata, married to a sister of the first-mentioned Raden Panular, of lowly birth and who, as the son of one of the best deceased officers of the late Panembahan, was entrusted with the command over some company of soldiers. Along these paths the named Raden Panji Wiradiningrat made himself suspected 23. of Java's East Coast, the 10th of April 1778. suspected of bad faith from the beginning, as is evident from the enclosed note with its annexes numbers 7 and 8 sent to me by delegates from Bangkalan while I was at Gresik; also further by that which, being heard thereupon, was answered at Madura under number 9; and finally everything from the Prince's letter number 10, received by me from him after returning here. Taking into consideration what kind of offensive discourses, though only by rumor of these three persons, had reached my ears, and which gained quite some credit through this conduct; as well as the well-known bad character of Raden Panji Wiradiningrat, who by virtue of his then relation to his wife's sister jointly exercised the regency of Kediri at that time, but had to leave it with the greatest blameworthiness; besides that the mentioned Raden Panular had no comparable connection and was respected by none of the inhabitants of Madura, any more than the always inconsiderable Panji Suranata; all of this in any case, even upon the slightest suspicions, made me deem it advisable to have them arrested together, so that in so important an administration, which under God's blessing, following Your Noble Excellencies' highly wise choice, has succeeded and been undertaken in the most pleasant manner, no firebrands or disturbers of the peace, of which they have shown themselves to be convincingly such, might nestle. From Java's East Coast, the 18th of April 1771. might nestle, the more so because they would have been able to discomfit the new regent at the slightest provocation in the initial management of affairs, as such things generally find the most entry everywhere for intimidation when one has begun something with a similar fear, and the good community is most easily alarmed. I have nevertheless, for the greatest justification for that Prince himself, instructed him further to furnish still clearer accounts, such as will apparently be found very striking with those who related here to one of his first servants passages of the utmost consequence, and which were reported to me in substance by the Prince's grand mantri Jaganagara: that, among other things, Raden Panular complaining that he had been forgotten by the late Panembahan as an older son, Raden Panji Wiradiningrat had replied to him that Madura was seldom changed of masters other than by fire and sword, and that he as well as Panji Suranata wished to use their influence upon the community for the succession of Panular; to which is still to be added that the more mentioned Panular would also have made opposing conditions against the other legitimate son begotten with the Raden Ayu Ceylon and Tentamentoe, but whom I, as a sluggish and simple creature, also kept very compliant under my general and special admonition to

Dutch transcription

Javas oostkust den 18' April 1771: Jan dat den gesaghebber Luzac den Paiis (die mij met hem tot Cidaijde verzeld had / te huijs Concoijeerde den selve so gestraffen heeft dat hij den gesaghebber gesmeekt heeeft den gen:t Panoelar dog niet op Madura te laten ten fine een an„ „ders zoo gewenscht aanvaard bestier door den selven niet mogt werden ontrust en hem sorgelijk en verdrietig gemaakt het welk om uw hoog Edelh:t in desselfs naive en gemeene termen onder het oog te doen, komen de nevens gaande Copia van des gesaghebbers brief mij op de te rug rijse nage„ zonden 't duijdelijkst in staat sal weesen en ik mij daarom zo wel aan deselve de vrijheijt nemen te refereeren als het door mij daar op in andwoord en vervolgens vice versa gediende dese onder N:o 1: 2: 3. 4. 5: en 6 annex waar bij uw hoog Edelh:s ook vermelt zullen vinden zeekere radeen Pandjie wiradiningrat klijn soon van een aanboord bij den Capitain Chavonnes om het leven geraakte madureese broeder thans in huwelijk hebbende des overleeden Panembahans halve sutter / zijnde een volle sutter van de gesepareerde vrouw des regeerende kijser om de egtgenoot van den regent van Coedus item zekere Pandje soeranata met een sutter van den eerstgem: radeen Panoelaa getrouwt van geringe geboorte en als de zoon van een der beste overleedene affecieren van den defincten Panemba„ „ham het Commando over eenig Compagnier krijgs volg aan betrouwt „wegen geweest langs welke „ den gen: raden Pandjie wira diningrat sig sus„ pect 23: van Iavasoostkust den 10 April 1778: suspect van quiade trouwe in het eerste gemaakt heeft Consteert uit het hier bij gevoegde briefje met dies bij lagen N: 7:end: amij door gecommitseerdens van Bancallang gesonden ten zijde ik mij op grisse bevond ook nader door het geen daar op gehoort zijnde te madurd geantwoord heefto o N=o 9:, en eijndelijk alles uit 'sprincen Brief t „ d:o 10 anij na te rug komst alhier van hem geworden het geen mij daar bij in aanmerking neemende wat voor aanstootelijke discourssen schoon maar bij gerugt van deese drie persoonen mij ter ooren geko„ „men waren en door deese Condeutes al vrij wat in Cuidit ac„ Cresseerden, als meede heet bekent slegte Caracte van een ver„ deen Pandjie wira Daningaat de welke uit hoofde van zijn doenmalige retatie tot zijn vrouws suster in die tijd bijzaamme het regentschap van Cadierie waargenomen dog met de grootste staafwaardigheit heeft moeten verlaten daar benevens dat de gem: vad een Panoelar van geen in Comparatie komende relatie en bij niemand ver jngesetenen te Madura gesien geweest zijnde zo min als den althoos niet te Considererene Pandjie soeranatana in allen gevalle alwas het ook bij de saakste suspicies deed winstig agten hun te samen in ver „zeekering te doen nemen op dat in een zo important bestier het welk onder godes zeegen na uw hoog bij de swarste Edel„ heed:s hoog wijse keuse zo aller aangenaamst gesuccedeert en aanvaard is geen stoke branden of stoorders der ruste van welke gene sijn overtuigent sig te zijn betoont hebben nestelen mogten Van Javas Oostkust den 18:' April 171: — nestelen mogten te meer sij in staat geweest waeren den nieuw regent met het minste in de eerste beheering der zaaken te decontenenceeren als sulks dog gemeenlijk over al de meeste inqressie ter intimideering vindt wan„ „neer mnen met een zoortgelijke vreese iets bevonnen heeft ook de goede gemeente van het facielste te ontzetten is, ik heb egter overbodig en ter meeste Iustificatie voor dien Toins selfs hem opgedragen nog nadere klaare relaasen te four„ „neeren zo als die apparent zeer en lattant te vinden zullen weesen bij die geene die hier aan een zijner eerste bediendens pas„ sagies van de uitterste Consequentie verhalt hebben en mij door sprincen groot mantrie Iaca nagara in substantie zijn aangebragt dat onder andere radeen Panoelar sig bekla„ „gende van den overleeden Panembaham als een oudere zoon vergeeten was rad een Pandjie wieradienin grat hem gere„ pliceert hadde Maduua selden anders als door vuur en swaart van meester verwitselt was en hij zo wel als Pand„ sie, soeratana haeren invloeijt op de gemeente tot suc„ cessie van Panoelaa gebruijken wilde waar bij nog al te voegen is meer gem Panoelaa ook op de andere egte zoon bij de radeen aijoe Cijlon geteelt en tentamentoe apposeerende Condiites zoude gedaan hebbe dog die ik als een vadsig en annoset schepsel ook zeer sou„ pel onder mijn algemeene en speciaale vermaning aan

NL-HaNA_1.04.02_3337_0101 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 15th of April 1771. 25. to all the children to obedience and commendable conduct, and have thus found it to be of not the slightest consequence, so that upon the foundation of all this I find not the slightest scruple, but on the contrary the greatest necessity to make the respectful proposal by this that it may please Your Right Honorables to remove all three aforementioned persons from this coast and to permit me to transfer them for that same purpose to Your Right Honorables by the first shipping opportunity, as I have brought to mind that the Prince should do this at his expense, and that this should also be assessed not too scantily, but according to the merits of the matters, whereupon, looking forward to Your Right Honorables' orders, I find the freedom in such disposition to mention that Madura finds itself in the most desirable state upon this succession, and together with the whole of Java is enjoying the fruits of a general peace, tranquility, harmony, and prosperity, just as I shall soon be able to substantiate this in detail in the reply to Your Right Honorables' letters, both separate and general, and must allow the contents of this to precede by the very first opportunity, since the estate of a deceased has also been separated and divided to the greatest satisfaction of the interested parties by the commissioners appointed for that purpose, with the assistance of the foremost Javanese and Madurese priests, and subsequently distributed these days by express commissioners from Sourabaija. And while by God's blessing I am able to acquit myself so satisfactorily in this matter, and in my management here of so many years have had the good fortune not only to preserve this coast in the peace that it has mainly enjoyed, but also to have cleared it of all the thorns that were still found there, and to have been permitted to see the Company's remaining interests in this administration advanced according to Your Right Honorables' intentions, it is for this reason that in conclusion hereof I very humbly petition Your Right Honorables to be pleased to relieve me of the administration of this government, and to permit me to come up to the capital to take a seat as a member of Your Right Honorables' most highly esteemed Body, having the honor to remain with the most submissive respect, Below stood: Right Honorable, highly esteemed, severe, widely commanding lord and Honorable sirs. Lower: Your Right Honorables' submissive, very obedient servant. Signed: Johannes Vos. In the margin: Samarang, the 10th of April 1771. Below: P.S. May it also be permitted of me by this to respectfully submit to Your Right Honorables' favorable disposition the enclosed petitions for discharge to the Netherlands and salary, and very humbly to request that, in order to fill the military vacancies arising therefrom, in place of Lieutenant Ram the senior ensign of this garrison, Johan Fredrik Walter, and in his place Sergeant Jan Coert van Schapbergen, item in that of the sous-lieutenant Borcher a cornet Sebattian Weber, and in the latter's place the watchmaster Hendrik Westdorp may be advanced; also for the Chinese Tan Boanko as head of the Chinese at Paccalougang instead of Tan Hinko deceased there, an act of appointment to that capacity, as well as particularly to solicit Your Right Honorables' most favorable reflection for the request of the Fiscal van Vurssen, who has always given the utmost satisfaction in his service. Copy. 27. From Java's East Coast, the 10th of April 1771. Copy of a letter written by the Commander Luzac to the undersigned, dated the 16th of February 1771. Being on the point of my departure homeward today around eleven o'clock, the depattis of the Prince come to inform me in his highest name that the Prince requested me to also take Aria Panoelar and Pandjie Soeranata with me to Sourabaija and to remove them from Madura, as His Highness declared he would have neither day nor night of rest as long as they remained on Madura; wherefore I then proposed to his highest person whether one could not wait with that until I had communicated the same to Your Honorable and Worshipful, whereupon the Prince, very earnestly requesting me to be pleased to take them along, I then answered His Highness that I would do so, and in order to best answer the urgent request without giving suspicion, I requested his highest person to be pleased to send them along as it were in the form of ceremonial accompaniment of me, as commissioners, and for their greater reassurance to add thereto Tjacra Diepoera, Dewacoesoema, Malaijoe Coesoema, and Aria Soeria Winata, with whom I depart this forenoon for Sourabaija, and awaiting Your Honorable, Worshipful, highly venerated From Java's East Coast, the 10th of April 1771. venerated orders as to how I shall further have to conduct myself with the first-mentioned Aria Panoelar and Pandjie Soeranata. Nevertheless, I have reproached the depattis as to why they came forward with it so late now, and had not made this known upon the inquiry of Your Honorable and Worshipful to them at Grisse. In humble expectation of being strengthened with a speedy answer, I shall subscribe myself with the highest due obedience, respect, and loyalty. Below stood: Agrees. Copy. Was signed: Johannes Vos. 17

Dutch transcription

Van Iava's oostkust den 15: April 1771.. 25: aan alle de kinderen ter obidientie en prijselijkgedrag en dus van geen de minste Consequientie gevonden heb des ik op fundament van heet een en ander geen de minste scrupel maar au Contrarie de grootste necessitijt ter eerbiedige propositie bij eese winde dat het uw hoog Edelh:s gelieven alle drie voormelde persoonen van dese: kust te verwijderen en mij te permitteeren dat ik hun ten selven ijnde met de eerste scheeps occasie tot uw hoog Edelh:s doen overgaan daar ik verbragt geweest ber de Painste heerinmneeren zulks op sijn koste zoude dienen te geschieden en dit ook niet te bekrompen maar na de merites der zaaken be„ koorde gequoteert te zijn waar op ik uw hoog Ed:s ordres te gemoet siende bij diergelijke dispositie vrijheijt vinde te mogen vermelden Madura in de desiverabelste termen bij deese successie sig bevindende en met gantsch Java de vrugten van een algemeene vreede rnst eendaagt en wel„ vaeren genietende isgelijk ik dit in de tail bij de rescriptie van om hoog Edelheedens zo aparte als gemeene eerstdaags nader zal kunnen adstaueeren en den inhoud deeses met de allee eerste cicassie dalf te moeten voor af laten gaan daar ook de boedel van een laten overleedene ten meeste genoegen van de daar geinteresseerdens door de daar toe gecommitteerdens met adsistentie van de eerste Iavaso en madureese priester geschift geschijden en vervolgens door exprisse gecommitteerdens van sourabaija deeser dagen verdeelt is En terwijl ik dan door godes zeegen auij ten desen zo satisfactoir vermag te acquiteeren en in mijn soo nasetjarig, bestier alhier het geluk gehad hebbe niet alleen dese knst bij de vreede die deselve 6 ten Van Iava's oostkust den 20.:' April 1771:— ten principaale genoot geconserveert maar ook van alle de doornen die er nog gevonden wierden gesuijvert en s Comp: overige belangens in dese huijs„ houding na uw hoog Edelh:t berteeringe, te hebben mogen bevordert sien Is het dat ik tot slot deses hoogst deselve zeer needrig ben solliciteerende mij van het bestier deses gouvernements te willen ontslaen en ter sessie als een lid van uw hoog Edelh:s hoog aansienlijkst Corps na de hoofdplaats te laten op komen de Eer hebbende met het onderdanigst respect te verblijven /onderstond:/ hoog Edele hoog achtbaere gestr: wijde gebiedende heer en wel Edel heeren /lager:/ uw hoog Edel h:s onderdanige zeer gehoor„ „same dienar /:geteekent:/ Iohannes vos /in margine:/ Samarang den 10 April 1771: /daar onder:/ P: S: het bij mij bij deese nog gepermitteert uw hoog Ed.:s ter gunstige dispositie inleg„ „gende requesten van verlossing na nederland en gagement eerbiedigst voortedragen en zeer nedrig te versoeken dat ter vervulling der daar door te exteerene militaire vacateurs in steede van den Lieutenant Ram den oudsten vaandrig deses guarniesoens Iohan fredrik walter en in zijn plaats den sjergeant Ian Coert van schapbergen item in die van den dous L:t Borcher een Carnet sebattian webev en in laast gem: den wagtmeester hendrik westdorp, mogen geavanceert werden ook voor den Chinees tan Boanko als hoofd dez Chineesen te Paccalougang instede van de daar overleeden Tan Hinko en acte tot sie qualit â rien gelijk meede bijsonderst uw hoog Ed. s favorabel„ ste reflexie voor het versoek van den fiscaal van ver vussen die althoos in zijne dienst het uijtterste genoegen gegeven dereft te solliciteeren Copia 27: van Iavasoostkust den 10:e April 17771: Copia brief geschreeven door den ge„ zaghebber Luzac aan den onsergetee„ kende dato 16: february 1771: op mijn vertrek te huijswaards staande huijden tegen Elf uuren komen mij de depattijs van de Prins ou't hoogst desselfs naam verwittigen dat de Pamns mij versogt Aria Panoelaa en Pandjie Soeranata mede na sourabaija te willen nemen en van Madara te dimoveeren also sijn hoogheit betuijgde geen dag op nagt ruste te sullen hebben so lange deselve op Madura verbleeven waarom ik dan hoogst den zelven in voorslag bragt of daar meede niet konde gewagt worden tot wijle ik het selve aan uwel Ed: e achtb: had bedeelt waar op de Pains mij zeer eenstig versoekende deselve te willen mede nemen ik dan sijn hoogheit antwoorde sulks te zullen doen, en om de instantie zonder agterdogt te geeven het „beste te kunnen beandwoorden versogt ik hoogst den selve quasiterd als in forma van Ceremonieel ten gelijde van mij te willen mede geven als gecommitteerdens en tot meerdere gerustheijt van hun daar nog bij te voegen Tjacra Diepoera dewacoesoema malaijoe Coesoema en Aria soeria winata, met dewelke ik van huijden voor middag na sourabaija vertrekt en wagtende uwel Ed get achtb: hoog gevenereerde Van Iavas oostkust den 10 April 177 1771: gevenereerde ordres hoedanig mij verder met eerst genoemde Aria Panoelar en Pandjie soeranata sal te verhouden hebben, niet te min heb ik egter de depattijs gereprocheert waar„ om sijlieden daar nu so laat mede voor den dag kwamen. en op de afvrage van uwel Edgg:t achtb: aan hunlieden tot grisse sulks niet te kenen gegeven in nedrige verwagting van met een spoedig andwoord te mogen gesterkt worden sal ik mij met hoogst verschuldigde gehoorsaamheijt Eerbied en trouwe onderschrijve /onderstond:/ Accor„ Copia deert /was geteekent:/ Johannes Vos 17

NL-HaNA_1.04.02_3337_0105 view scan ↗

English

29 From Java's East Coast, the 10th of April 1771 Copy of a letter written by the undersigned to the Administrator Luzac, dated 17 February in the year 1771: However pleasant the appearances of success it offered if one could have first set Raden Pandjie Wiradiningrat as a deterrent, one must nevertheless not hold beyond the greatest consideration the Prince's apprehension and the resulting request mentioned in Your Honour's letter of yesterday; and that it would thus be best for Your Honour to make known to those mentioned therein that, on account of the accusations made regarding very imprudent utterances against the election of the government of the present Prince, they cannot be allowed to return home and must be detained until they have cleared themselves upon the further statements to be received by Your Honour, under the assurance that the utmost justice shall be done to them. Whereupon nothing further than a most secure arrest shall be applied to them, and further declarations regarding the groundedness of these suspicions must be required of the Prince; and then the same course must also be taken with the above-mentioned Raden Pandjie Wiradiningrat, so that he likewise undertakes nothing in opposition nor gathers a following for that purpose, for which it will also be necessary that Your Honour, 1077 From Java's East Coast, the 10th of April in the year 1771 Your Honour, upon receipt of this, writes to the Prince to send up Raden Pandjie Wiradiningrat bon gré mal gré, so that he is away from Madura before the children return without the two to be detained, and this causing consternation which could be turned to disadvantage by the aforementioned Raden. For an escort, so as not to attract attention, a man or six may temporarily be taken from the lodge of Bancallang and care taken for all three that they are secured at Sourabaija without possibility of escape, and oversight also be maintained that from this step no commotion arises there or elsewhere, but that everything maintains itself with moderation. Awaiting a speedy reply regarding the result in this matter, especially how minds in Madura will express themselves after this exploit, while the Prince must only show all signs of trust and affection to the rest, I remain with respect. Below stood: Agrees. Was signed: Johannes Vos. Copy 31: From Java's East Coast, the 10th of April 1771 Copy of a letter written by the Administrator Luzac to the undersigned, dated 28 February 1771: In most dutiful reply to the highly respected orders contained in that of the 17th of this month, received yesterday evening at the stroke of six o'clock, I have this morning had the family of the Prince, who were with me at the lodge with the Translator, come to me through him; and after having made Aria Panoelar and Pandjie Soera Natta understand the meaning of Your Right Honourable's respected letter, had the strictest arrest applied to them: the first mentioned, who was however very willing and undisturbed, on the mountain in the fortress the Belvedere; but the other, opposing and resisting somewhat, at the main guard, with such orders and care for security concerning them both that no escape is to be feared regarding them. I immediately dispatched a letter to the Prince concerning this operation and further requirements, just as I most obediently enclose a copy thereof, since this morning Commandant Mirop arrived and is also to depart immediately with the commissioners this very night for Bancallang to take over his post, equipped with such instructions—respectfully accompanying this in copy—as are necessary for his attention and From Java's East Coast, the 10th of April 1771 and vigilance according to the circumstances of the time to the best of my knowledge. Expecting tomorrow Raden Pandjie Wiradiningrat alongside the Lieutenant from under an escort of six privates, as well as our commissioners back here, when I shall then likewise take the same course with the aforementioned Raden Pandjie Wiradiningrat, while according to the content of a short complimentary note received on behalf of His Highness yesterday evening, everything in Madura still seemed to be in desired peace and quietness; about which I hope to inform myself further upon the result of this exploit, and shall then dutifully inform Your Right Honourable. Below stood: Agrees. Was signed: Johannes Vos. Copy 33 From Java's East Coast, the 10th of April 1771: Copy of a letter written by the undersigned to the Administrator Luzac, dated 24 February 1771: In reply to yours dated the 20th of this month, well received yesterday at noon, it was satisfactory to me to learn therein that the provisional necessities had taken effect with the arrest of Raden Panoelar and Pandjie Soeranata without much disturbance, which I am very eager to learn in the same manner concerning Raden Pandjie Wiradiningrat. While in the meantime the statements regarding the accusations ought to be brought into good order and sent to me, and the Prince should well be given to consider that, however much one is fully inclined to clear away everything that could be vexatious and obstructive to his government, no one is removed from it without clear reasons, so that the others can learn both the highest equity and the deserved indignation of the rebellious from this example. It shall therefore be most convenient in this matter that I send Your Honour, as soon as you have returned home, the necessary points thereof according to the reports made to me successively, so that these can be observed, elucidated, and confirmed for further accountability by the Patih, the Prince, and others who have knowledge thereof, this having the utility

Dutch transcription

29 Van Javas oost kust den 10:' April 1771 Copia Missive, Geschreeven door den ondergeteekende aan den gesag„ hebber Luzac dato 17: februarij Ao 1771: Hoe het ook aangenamene apparenties van suices op gaff als men den raden Pandgie wiradiningrat eerst tot afschrik had kunnen stellen vermag men egter niet buijten de meeste consideratie sprincen bedugting en het daar uit voort gevloeijde versoek in uw Ed: schrijvens van gisteren ver„ meet te houden en dat het dus het beste zijn uw Ed: de daar bij vermelde te kennen geeft dat weegens te kun ten laste geleyde ten opsigte van zeer onvoorsigtige uijtinge tegen de verkiesing van het besteer van de presente Prins heun niet te kunnen weder na huijs laten gaan en zo lang moet aanhouden tot deselve sig op de nade„ re uw Ed: intekomene verklaringen sullen gesuijvert hebben onder verseekering dat men hun deese de uijterste Iustitie sal doen toekomen wanneer er wijders niet als een aller secuuert arrest op te appliceeren zijn sal en van „de Prins nadere declaratien omtrent de gefundeertheijt dir suspicien moeten gerequireert en dan ook met de bo„ ven gen: radeen Pandope wiradining vat deselve weg ingeslagen werden op dat die ook niets apposant, in het werk stelt of daar toe aanhang maakt waar toe heet dan teffens sal nodig weesen uw Ed„ 1077 Van Iavas oostkust den 10 April A:o 1771 UwEd op ontfanst deses de prns schrijft Radeen Pandjie wiradiningrat bongre ou malque op te senden ten eijnde de selve van madara is eer de kinderen zonder de 2: aantehoudene te rug keeren en sulks Consternatie barende die door den meern: radoen ten nadeele soude kunnen werden gecarteert mogende ten efcorte, om geen oogte geven wel so lang een men of 6 uit de logie van Bancallang genomen en voor alle 3: van gesorgt, dat te sourabaija sonder mogelijk„ „heijt van eChappade gesecureert ook toe sigt gehouden werden dat uit deese pas daar ofer elders geen Commotie ontstaan maar alles niet moderatie sig soutineert spoedig and„ woord wegens het resultaat ten dese verwagtende bijsonder hoe de gemoederen te Madura sig na dit exploit sullen te kennen geven terwijl de prins maar alle blijken van vertrouwe en effectie aan de overige geven moet blijve ik met agting /onderstond:/ accordeert /was geteekend:/ Io„ hannes vos Coria 31: van Iavas Oostcust den 10:e April 1771 Copia missive geschreeven door den gesaghebber Luxac aan den onder„ geteekende dato 28: feb: 1771: Per schuldpligtigste beandwoording aan de hoog geheede beveelen bij inhoude van den 17 deser gester avond de klakke ses auuren ontfangen seeb ik huijden morgen de bij mij sijnde familie van den Prins bij den Translateur ter logies sijnde door den selven bij mij laten komen en na Aria Panoelaa en Pandjie soera natta na het beguip uwel Egg: achtb: gevene„ „reerde missive te verstaan gegeven heebbende ten becuurste ar„ rest laten appliceeren den eerst gen: die dogj zeer gewillig en onbedeels was op den berg in het fortres de belirdera dog de andere eenigermaate dig tegen kantende en te weer stellende aan de hoofdwagt met zodanige ordre en bezoo„ gang van de Curiteit omtrent die beijde dat omtrent deselve geen eschapade te wreese is, ik heb van van dese verrigtinge en verdere gedemandeerde terstont een missive aan een Prins laten afgaan gelijk ik derselver Copia gehoorsaamst incloseere daar luijden morgen den Commandant Mi„ „rop aangekomen ook terstont benevens de gecommitteerdens dese nagt nogt na Bancallang ter overneeming van zijn post staat te vertwekken gemunieert met zodanige inductie dese in Capia eerbiedigst versellende als hem ter attentie en. Van Iavas oostkust den 10:' April 1771 en vigilantie na tits omstandigheeden na mijn beste wee„ ten benodigt is ver wagtende om eenelijk morgen Radeen Pandjie wira diningaat beneffens den Lint: van onder een escorte van ses gemeene als meede onse gecommit„ teerdens weder hier wanneer ik als dan gelijkelijk den selven wig net voorn: radien Pandoje wiradi„ ningrat sal inslaan terwijl naden inhoud van een kleins Compliment briefje van weegen zijn hoogheid op gisteren avond ontfangen alles tot maduaa nog in gewenschte rust en stilheijd scheen te zijn waar opper ik nader hoopende mij te informeeren bij resultaat deses exploict uwel Ed gg:t achtb: als dan schuldpligtig zal bedeelen /onderstond:/. Accordeert /:was geteekend:/ Johannes Vos, Copia 33 Van Iavas oostkust den 10:' April 1771: Copia Brief Geschreeven door den ondergeteekende aan den Gesaghebber Luzac dato 24 febr: 1771: Jn andwoord van de uwe dato 20:e deser gisteren op de middag wel ontfangen, was mij voldoende daar int te verneemen in zo verre de provisioneele necessitijten met het arrest van den Radeen Panoebar en Pandjie soeranata haar beslag zonder veel beweeging gekregen had het geen ik zeer verlangende ben van de radeen Pandjie wira diningrat in selver voegen te ver„ „neemen Terwijl intusschen de verklaringen van het ten laste gelegde in een goede ordre behooren gebregt mij toegeson„ den en de Prins wel in Consideratie gegeven te werden, dat hoe zeer men ook ten volle genegen is alles te ontruijmen wat sijn bestier zoude kunnen verdrietig en hinderlik zijn ook niemant buijten blijkbaare redenen van het zelve verwij„ dert wordt op dat de overige zo wel de hoogste billijkheijt als de verdiende indignatie der weerbaarstige uit dit exempella „ren kunnen heet sal dierhalven ten deese het Convenabelste sijn ik uw Ed: zo dra te huijs gekomen sal weesen daar van de nodige poincten, navolgens de rapporten mij successive gedaen toesenden op dat die door de Pepattijs den Poims en: andere daar van kenns gedragen ten deese geobserveert geillecideert en tot verdeee ver„ andwoording kunnen bevestigt worden nemende dit de nuttigheet

NL-HaNA_1.04.02_3337_0110 view scan ↗

English

From Java's North-East Coast, the 10th of April 1771. does not diminish the usefulness of that which Your Honour might already have received in response to the latest requisition following my letter, and which I also expect one of these days, and that Your Honour adds thereto that which might still have been communicated orally and not yet committed to paper with proper order. Beneath stood: Agreed. Was signed: Johannes Vos. Copy. 35. From Java's North-East Coast, the 10th of April 1771. Copy of the letter written by the Commander Luzac to the undersigned, dated the 25th of February 1771. Yesterday evening, our commissioners, after having duly effected the handover of the Post Bancallang to the Ensign Pieter Mirop, arrived safely together with Lieutenant Ram, also bringing Raden Pandji Wiradiningrat as a prisoner. However, as he was sick and weak, he was also properly secured on the Belvidere. When confronted with the accusations against him regarding that messenger Bappa Said, he replied that no such person was known to him on Madura, much less had he sent one, and that he desired nothing other than to be placed into the Company's hands, and requested never to be allowed to return to Madura, just as the Ratu, his wife, having also crossed over hither with her children, comes urgently to request. Regarding all of which I await Your Right Honourable's most revered disposition, serving this by way of most obedient communication, respectfully enclosing herewith a letter from the Panembahan Adipati of Madura to Your Right Honourable, which shall serve as a clarification of the charges against Raden Aria Panular, Raden Pandji Wiradiningrat, and Pandji Suranatta; after which business I have, as of today, granted permission to depart homeward to the family of the Prince who had been taken along with me and the company, namely: From Java's North-East Coast, the 10th of April 1771. namely Pandji Dewakusuma, Pandji Malayukusuma, Tjasradipura, and Aria Suryawinata. Concerning the state of minds after this exploit, I receive daily nothing but favourable reports that everything there is quiet and peaceful. Meanwhile, I do not fail to keep myself informed of the state thereof and to keep a watchful eye so that I may comply with the most noble intention of Your Right Honourable, and retain the honour to subscribe myself with deep respect and fidelity. Beneath stood: Agreed. Was signed: Johannes Vos. Copy. 37. From Java's North-East Coast, the 10th of April 1771. Copy of the letter written by the undersigned to the Commander Luzac, dated the 20th of March 1771. Regarding the statement of Raden Pandji Wiradiningrat upon his arrest, mentioned in Your Honour's letter dated the 25th of February, and accompanied by a letter from the Prince to me concerning the charges brought against the three arrested persons and the cause of their being sent up to Surabaya by him: with respect to the first matter, it needs to be clarified by Your Honour with a further declaration, as that will have to contain what was answered by him during the interview at Madura, and of which I recall that he did indeed acknowledge such a Bapa Said at the time, but denied ever having sent him. Moreover, Mas Aria must procure a sworn statement of the true circumstances of the message of that envoy, while Jaksa Nagara, who is also returning this week, can provide the necessary details regarding what is said to have been spoken by the said Raden on more than one occasion. This, together with all his conduct observed in this matter, will certainly furnish sufficient necessity for the removal of his person as a pernicious subject, just as his apparent conduct already gave ample reason for his securing. Concerning Panular and Pandji Suranatta, the statement given regarding the villain who is alleged to have been sent out by the former against the life of Mas Aria certainly also requires some more demonstrative declaration, from which the suspicion of the engagement with his brother-in-law Pandji Suranatta will then also become more clearly evident. From Java's North-East Coast, the 10th of April 1771. This Jaksa Nagara can likewise clarify, as he recounted to me several examples during the first days after the Prince's arrival here regarding very bad secret meetings between all three of those presently arrested. And the Prince, having promptly brought this together, could and should, on that foundation, make a request to me that all three of them might be sent away from this coast elsewhere, according to the pleasure of Their High Honours and at his expense for a modest maintenance, so that he may thereby purify his regency of all suspected ill-disposed persons, and govern it to the greatest satisfaction of the Company and according to its expectations, without troubling anxieties in this matter. Beneath stood: Agreed. Was signed: Johannes Vos. Copy of the letter written by the Commissioners Tropponegro and Mom of Bancallang to the undersigned, dated the 5th of February Anno 1771. This morning, the Pepatihs showed to Kiai Depati together with us a Javanese letter written by them to the Panembahan Adipati Sedayu Adiningrat, of which we respectfully take the liberty of attaching a translation herewith, its content having been found in all parts to conform with the account they gave us thereof. Furthermore, we claim the honour of signing this with the requisite respect and high esteem. Beneath stood: Agreed. Was signed: Johannes Vos.

Dutch transcription

Van Iavas Oostkust den 10:e April 1771: nuttigheijt niet weg van het geen uw Ed: reeds op heet jongste requisit na mijn aanschrijvens mogt ontfangen hebbe en ik ook eerstdaags te gemoet sie en dat uw Ed: daar bij voegt het geen nog mogte mondeling zijn verwiltigt en nog met met behoorlijke ordre ten papiere gestelt /onderstond:/ Accordeert /was Geteekent:/ Iohannes vos„ Copia 35: van Iavas oost kust den 10 April 1771. Copia Missive Geschreeven door den gezaghebber Luzac aan den ondergetee„ kerde dato 25. feb: 1771:— Op Gisteren avond onse gecommitteerdens na behoorlijk gedoene transport der Post BanCallang aan den vaandrig Pieter Mirop benevens den Lieut:t Ram wel aangekomen mede hebbende radeen Pandjie wiradiningrat als arrestant welk egter siek en swak zijnde mede behoorlijk seeb laten secureeren op de Bel„ videra en bij voorhouding van de beschuldigingen omtrent hem ten opsigte van die sendeling Bappor said repliceerde dat bij hem nog op Madura zoodanig een persoon niet bekend veel min gesonden had en dat hij niet anders begeerve dan onder Comp: handen gestelt te worden, en versogt noijt na Madura weeder te mogen keeren gelijk ook de ratoe zijn vrouw met hare kinderen mede herwaerds overgekomen instantelijk komt te versoeken omtrent welk een en ander uwel Ed g.:t achtb: hoogst gevenereerde dispositie blijve inwagten en bij deese ter gehoorsaamste bedeeling laat dienen daar bij eerbiedig incloseerende een missive van den Pange„ „„ang adipattij van Madura aan uwel Edg: achtb: sullende strekken tot en reclaratoir der beschuldigingen tegen na deen aria Ho„ Panoelaa Radeen Pandjie wiradiningrat en Pandjie soeranatta na welke verrigtinge ik van huijden de niet mij en geselschap mede genomene familie van den Prins in name van Iavas oostkust den 10: April 1774: name Pandjie dewacoesoema Pandje Malaijoe Coesoema Tja„ sra diepoera en Aria soerja winatand hun vertrek truijs waarts heb gegeven betreffende gesteldheid der gemoederen na dit exploit bekom ik dagelijks niet dan gunstig narigt dat alles aldaar wel stil en vreedig is intusschen ben ik in geen gebreeke mij van de gesteltheijt de selve te laten informeeren en een waakend ook te houden op dat aan de hoog geheede intentie van uwel Ed gestr: g:'t achtb: mag voldoen, en de dere behouden met diep ontzag en trouwe mij te onderschrijven /:onderstond:/ accordeert /was geteekend:/ Johannes Vos, Copia 37. van Iavas Oostkust den 10:' April 1771:— Copia missive beschreeven door den ondergeteekende Aan den Gesaghebber Cizac dato 20 Maart 1778: Op het verklaarde van den ras een Pandjie wiradmingrat bij desselfs ar„ resteering vermelt in uwel Ed: schrijvens dato 25:' februarij en verseet met een brieff van de Prins aan mij nopens het de drie gearresteerde ten laste gelegde en de dader uit bij hem gecanseerde opsending na sourabaija dient was het eerste aangaat door uw Ed: met een nadere declaratoir opgeheldert te worden zo„ als dat sal moeten vervatten het door hem bij de onderhouding te Madu„ geandwoorde en waar van mij voorstaat dat hij als doen wel sulk een Bapa said erkend heeft dog genegeert door hem ooijt gesonden te zijn boven dien moet Maas Aria besorgen een verklaaring onder eede van de waare toedragt des boodschaps van die sendeling terwijl Jara Nagara, die ook dese week te rug gaat het noodige van weegens heet geen door gem: radeen bij meer als een geleegentheijt gesegt zoude sijn kan opgeven het welk dan met al sijn gehoudene Conduites in dese, zeeker genoepsaeme necessitijten ter verwijdering van sijn persoon als een perni„ tieus subject procureeren sal gelijk het reeds in zijn apparenties te se„ Cureering genoeg aan de kand gaff omtrent Panoelaa en Pandojie soeronotto requireert seekerlijk ook het opgegevene wegens den booswigt die door een eerst gen: op heet leeven van Maas aria zoude oitgesonden zijn, wel eenige meer de monstrative verklaaring waar uit ook de suspicie van het engagement met zijn swager Pandje Soeranata vruijdelijker als dan sal komen te Conteeren het Van Iavas oostkust den 18. April 1771:— het welk almeede jaxa Nagara kan op helderen als mij verschijde staaltjes in de eerste dagen na sprinsen komst hier weegens zier slegte Conventiculs tusschen alle drie de thans gearresteerde verhaalt hebbende en zoude de Prins van de schielijk dit bijden andere gebragt hebbende mij op dies fundament kunnen en dienen versoek te doen dat sij alle drie van deese kist na heet welgevallen van haar hoog Ed:s en voor zijn reekening in een matig onderhoud elders mogte versonden wer„ „den op dat hij daar door sijn regentschap van alle verdagte quaad ge„ zende gesuijvert ten meeste genoegen van de Comp: en na hare verwag„ „ting zonder ontrustende sorg ten deese besteeren mogt /onderstond:/ Acordeert/was geteekent / Johannes vos„ Copia Missive Geschreeven door de Gecommitteer„ dens Tropponegoo en Mom van Bancallang aan 1: den ondergeteekende dato 5: febr: A:o 1791: Heeden ogtend door de pepattijs aan kieij depattig beneevens ons vertoond zijnde een Javaanschee brief geschreeven door haar lieden aan den Iange„ „rang Adipattij Sidjo Adiningrat waar van eerbidig de vrijheid ne„ men een Translaat hier nevens te voegen zijnde dies inhoud om allen deelen Conform bevonden met heet recit dat zijlieden daar van ons deeden wijders maatigen wij ons de eere aan deesen met de vereijschte eerbier, en harg agting te onderteekenen onderstond / Accordeert /:was geteekent:/ Iohannes vos,

NL-HaNA_1.04.02_3337_0115 view scan ↗

English

From Makassar the 10th of April in the year 177 Copy Translation of a Javanese Letter written by the Madurese Patih Maas Aria Mantja Nagarra and Damang Raksa Nagarra to the Pangeran Adipati Tettja Diningrat dated 5 February 174: We inform your Highness that when we were summoned by the Honourable Governor of Gresik, a Raden Panji Wiro Diningrat of Sidayu sent an express courier named Bappa Said to us. However, since we were already in Gresik, the said messenger addressed himself to a Raden Panji Soeringrono, son of the first mentioned Wiro Diningrat. But this Panji Soeringrono had brought the above-mentioned messenger Bappa Said to the house of me, First Patih Maas Aria, and told my Lurah Ongo Potro in the name of his master that if we Patihs were to be summoned by the well-mentioned Honourable gentleman to Gresik, we should not go then, as he well knew that the Pangeran, the chief regent of Semarang, and Maas Broodjo Monjollo had agreed with each other that as soon as we Patihs arrived in Gresik, they would then have us taken into custody along with the Raden Wira Nagarra, Djojo Troeno, and Tjitro Seno. And that we therefore had to take care not to go to Gresik. However, the same furthermore instructed us not to fail to attend the reception ceremony of the Honourable gentleman, etcetera, and if we approved of him, Panji Wiro Diningrat, coming to Madura, he would appear at once. Johannes Vos, Underneath was written: Agreed, was signed: Thursday From the East Coast of Java the 7th of February 1771: Thursday the 7th of February 1771: In the presence of the Commander of Surabaya, Mr. Pieter Luxac, the Chief Regent of Semarang, and the Madurese Patihs Maas Aria Mantja Nagarra and Raksa Nagarra, assisted by a Grand Mantri Paksa Nagarra, the Raden Panji Wira Diningrat was presented with the contents of a certain missive written two days previously by the two aforementioned Patihs to the Pangeran Adipati Settja Diningrat, Regent of Madura, when the aforementioned Pangeran was still in Gresik with the Governor, which read as follows: We inform your Highness that when we were summoned by the Honourable Governor to Gresik, the Raden Panji Wira Diningrat of Sidayu sent an express courier named Bappa Said to us. However, since we were already in Gresik, the said messenger addressed himself to the Raden Panji Soering Rono, son of the first-mentioned Wiro Diningrat. But this Panji Soering Rono had brought the above-mentioned messenger Bappa Said to the house of me, First Patih Maas Aria, and told my Lurah Ongo Potro in the name of his master that if we Patihs were to be summoned by the well-mentioned Honourable gentleman to Gresik, we should not go then, as he well knew that the Pangeran, the chief regent, and Maas Broodjo Mongollo had agreed with each other that as soon as we Patihs arrived in Gresik, they would then have us taken into custody along with the Raden Wira Nagarra, Djojo Troeno, and Tjitro Seno, and that we therefore had to take care not to go to Gresik. However, the same furthermore instructed us not to fail to attend the reception ceremony of the Honourable gentleman, etcetera, and if we approved of him, Panji Wira Diningrat, coming to Madura, he would appear at once. Underneath was written: Translated by me, was signed: C. P. Boltze Jr. To this, the aforementioned Raden Panji Wira Diningrat answered that he knew the Bappa Said mentioned therein very well as one of his subordinates, but regarding his dispatch with the alleged verbal message to the Patihs and the Raden Panji Soering Rono, he was entirely ignorant, as he had never dispatched the same with such a message. And the surrender of the mentioned Bappa Said being specifically demanded of him, he answered that this was impossible for him, as the same had already departed from him. Furthermore, it was declared in this matter by a Grand Mantri Sava Nagarra, who also came with the party from Semarang, that the mentioned Bappa Said was sent ahead to Madura by Raden Panji Wira Diningrat of Sidayu and also came back to Gresik in the retinue, but upon the investigation of the above, was at first reported by Panji Wira Diningrat as not to be found, which is also confirmed by the Pangeran Adipati Settja Diningrat. Concerning all of which, it was resolved to keep this notarial record. Underneath was written: Witnessed by me, was signed: C. P. Boltze, sworn clerk. Underneath was written: Agreed, was signed: C. P. Boltze, sworn clerk. Copy

Dutch transcription

39 van Maccasser den 10e April Ao 177 Copia Translaat Jav: Brief gesz: door de Madureese Pepattijs Maas Aria Mantja Nagarra en Damang Raksa Nagarra aan den Pangerang Adepattij Tet„ tja Diningrat in dato 5: febr: 174: Wij bedeelen uwh:t dat doe wij door de Edele heer gouver„ neur van gressie ontboden wierden een radeen Pandji wiro Diningrat van sidaijoe een Expressen in name Bappa said aan ons gesonden heeft dog dewijl wij reets te grisse waren heeft zig gem: sendeling aan een radeen Pandje soerngrona zoon van eerst gen: wiro Diningrat geadresseert, dog deese Pandji soeringrond had den bovegen: sendeling Bapo said na het huijs van mij Eerste Pepattij Maas Arik gebragt, en aan mijnen Loera ongo potro uijt naam van sijnen heer gesegt dat als wij Pepattijs door welm: Edele heer na grissee souden ontboden worden wij als dan niet gaan moesten, als wel wetende dat den Pangerang den samarangs hoofd regent en Maas Booodje Mon„ „jollo met malkander besloten hadden om so ora wij Pepat„ tijs te gressee kwamen, ons als van te laten in hegtenis-namen met den radeen willde Nagarra Djojo Troeno en Tjitro seno en d er ijschte van Iavas Oostkust den 18: April 1971: en dat wij ons dierhalven wagten moesten na grissee te gaan egter liet ons deselve daar en boven opdraagen om aan de statie ter receptie van de Edele heer &:a niet te laten manquerren en soo wij goedgevonden dat hij Pandje wioo Diningaat na Madoaa kwaam soude hij ten Eerste Compareeren Johannes Vos, /onderstond / Accordeert :/ was geteekend:/ Donderdag 41 van Iavas oost kust den 7:e Februarij 1771: Donderdag Den 7 Februarij 1771: Wierd ter Presentie van den soerabaijs gesaghebber M:r Pieter Luxac Den Samarangs Hooft regent en de madmaeese pepattijs maas aria Mantja Nagarra en Raxa Nagarra geadsisteert met een groot mantrie Paksa nagarra den radeen Pandji wira Diningrat voor ge„ houden een teneur van sekere missive door wegen: twe pepattijs aan den Pangerang adipattij settja Diningrat regent van madura twee dagen bevorens geschreve als den voorn: pangerang zig nog te grisse bij den heere gouverneur bevond lindende als onderstaat, wij bedeelen uw h:t dat doe crij door de Edele heer gouverneur na quissee „ „ontboden wierden den radeen Pandgji wira Diningrat van Sidaijo een „ Spressen in name Bappa said aan ongesonden heeft dog dewijl wij reets „te grisse waren heeft zig gem: sendeling aan den vadeen Pandje soering „ Rono zoon van eerst gem: wiro Diningrat geaddresseert dog deese „Pandji soering rond hadden bovegen: sendeling Bappa said „ na het huis van mij eerste pepattij Maas aria gebragt en aan mijnen „Loera ongo potao unit naam van sijnen heer gesegt dat als wij pepattijs „door welm: beele heer na grissee souden ontboden worden wij als dan niet „gaan moesten als wel weetende dat den Pangerangs hooft regent en „maas Broodjo mongollo met malkander beslaten hadden om so„ „dra wij pepattijs te grisse quaamen, ons als dan te laten in hegtenis „neemen met den radeen wira Nagarra Djoijo Troeno en Tjitro seno „en dat wij ons dierhalven wagten moetten na grissee te gaan egter liet ons deselve van Iavas Oost kust den 10: April A o 1771 „deselve daar en boven op vragen om aan de statie ter receptie van de Edele „keer els niets te laten manqueeren, en so wij goed vonden, dat hij Pandji „riira Diningrat na Madura kwam zoude hij ten Eerste Compag„ „reeren /onderstond:/ getaans:t door mij /was geteekent:/ C: P: Bottze I:r Is door voorn: radeen Pandji wirra Diningrat daar op geantwoord hij den daar bij vermelde Bappo said als ijmand sijner onderhoorige seer wel kende dog omtren desselfs afsending met de gepretendeerde mon„ „delijke bootschap aan de pepattijs en den raveen Pandji soering rono ten eenemaal ignorant was als den selven noijt mee sodanige boodschap geexpediceert hebben de en speciaal de overlevering van gen: Bappa said van hem gijscht zijnde antwoorde hij dat hem sulks onmogelijk was dewijl zig den selven reets van hem verwijdert had werdende wijders ten deese nog door een groot Mantrie Sava Nagaara die meede met de Panis van samarang gekomen is gedeclareert dat vermelde Bappa said door radeen Pandji wira Diningrat van sidaijoe voor af na Madura gesonden en ook weeder te grissee in het gevolg gekoomen dog bij de navorsing van het boovenstaande eerst voor niet te vinden door Pandji wira Diningaat op gegeeven is, het welk ook door den Pangerang Adi Pattij settja Dinin„ „grat bevestigt word van welk een en ander verstaan is deese notulaial aantekening te houden /onderstont / in kennisse van mij /was getekent/ C: P: Boltze gesw: scriba /:onderstond:/ Accordeert /was geteekend:/ C: P: Boltze gesw: scriba Copia

NL-HaNA_1.04.02_3337_0119 view scan ↗

English

43 From Java's East Coast, the 10th of April, Anno 1771 Copy translation of a Javanese letter written by the Pangerang of Madura to the undersigned, received the 3rd of March 1771: I have not failed to examine Marta Nagara most strictly concerning what has been charged against him by the Raden Panoelar, in the presence of Maas Aria, the Demang Raxanagarra, Wirja Nagarra, Djenie Koessoemo, Soero Diwira, and Broodja Mongolo, alongside all my old Mantris. However, the same has testified and sworn before God and His prophet with raised fingers that he had never spoken to Raden Panoelar nor said that Maas Aria had embezzled a chest of money belonging to the deceased Panembahan and sent it to the island of Poelo Mangara. Indeed, he, Marta Nagara, swears that he had not even met the aforementioned Panoelar, much less exchanged the slightest words with him, so that he declared the statement of the aforementioned Panoelar to be a fabricated untruth. As for the said Bappa Saijt, I have found upon investigation that, being a subordinate of Pandji Wira Diningrat, he has also always lived next to his dalem. But he has already departed from the court, and, as one learns, by the instigation and order of the aforementioned Pandji Wira Diningrat, whom I, on account of that matter, have had placed under guard at the lodge, and who is now being sent to Sourabaija in the presence of the commanders, From Java's East Coast, the 10th of April 1777 commanders of [illegible] an ensign, [illegible], and translator Helmand. When I recently returned from Sidaijoe, it was brought to my knowledge by Maas Aria and Demang Raxanagarra that the Raden Panoelar had at night sent certain wicked tools to Maas Aria's house to murder him, on account of which they urgently requested me that the aforementioned Panoelar might be removed from Madura. Thereupon, for the welfare of country and people, I consulted with them to hand over Raden Panoelar, along with Panji Soero Notto—since this one is pulling on the same string as the former—to the Lord Governor, under escort of Pandji Dewa Coessoema, Pandji Malijo Coessoemo, a Kangjeng's regent Tjokro Dipoero, Soerjo Winotto, and five of my mantris. Was signed: Agrees. Was signed: Johannes Vos. 45 From Java's East Coast, the 25th of April 1771. Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord. To the Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord, His Right Honor Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, alongside the Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies, etc., etc., and Honorable Lords. With the highest acknowledgment of gratitude for the special honor and satisfaction given to my administration of this coast up to the present, and as Your Right Honors have been pleased to express in Your respected, most recent letter dated the 19th of this month in such a very obliging manner, and also taking this, alongside the consideration concerning the volatility of the permanent harmony between the princes or the confirmed satisfaction among the Madurese with their present regent, as a ground to request me to continue in this government for some time longer for the best and the benefit of the Company, I have the honor to serve as reply that, although according to Your Right Honors' above-cited letter Java might be judged to be in the most complete tranquility within and without, Java's East Coast, the 25th of April 1771. nevertheless, the instability of the harmony between the princes, or the bone of contention which might present itself to them through the violation of the conferences held in such detail and the voluntary commitments arising therefrom for the exchange of the lands situated among one another, may indeed be regarded as being of an ever-enduring nature, at least as long as the Javanese realm is ruled by two princes, and this daily action of the mutual subjects can, although visibly against the will of the princes, occur; however, as far as the present is concerned, all the places worthy of any reflection have already been exchanged and are quietly possessed, and in all that has occurred in this regard, the most peaceful intentions of the princes have been mutually observed, as I have been permitted to demonstrate to Your Right Honors successively with the letters exchanged thereon. Moreover, I perceive not the least consequences further to be penetrated from the discontent that arose among the arrested Madurese, or that the least traces have appeared since their removal on that island among high or low. And as it has also pleased Your Right Honors, following my recent proposal, to remove those suspects from here, and I shall also, according to Your Right Honors' most respected orders, carry this into effect via the ship Welgelegen at Sourabaija, touching at Ceylon: may it then be permitted to me very humbly, and in conformity with my previous respectful instance, to make the request herewith by reiteration for my discharge from this government, and therewith, under the assurance of my due respect, to call myself, Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord and Honorable Lords, Your Right Honors' humble, very obedient servant. Was signed: Johannes Vos. In the margin: Samarang, the 25th of April 1771. G. W. Heijerman, teller. K. Incoming Secret 1771 Second Part No. 12. No. 6. Copy secret letter written by the Lord Governor and Council of the aforementioned Their Right Honors, dated the 10th and 24th of May and the 24th of September of the current year. One resolution beginning with the 17th of December 1770 and ending with the 16th of August 1771. 8 annexes cited with the aforementioned letters and resolutions, all contained in the register sewn in before it, of which the pages indicate where the same can be found. Amboina, in Castle Victoria, the 24th of September 1771. Was signed: J. H. Pavingauw. Register of such secret papers as are now being sent from here to the Netherlands, namely: 1771 [illegible] Copy Secret letters to Their Right Honors Batavia dated the 10th and 24th of May and the 24th of September, Anno 1771 at 9

Dutch transcription

43 van Iavas Oostkust den 10:' April Ao 171: Copia Translaat Javas Brieff beschreeven door den Pangerang van Madura aan den Ondergetekende ontfangen den 3: Maart 1771: Ik ben niet ingebreeke gebleeven om Marta Nagara wegens het hem door den Radeen Panoelar ten laste gelegde op het mauw keurigste te examineeren en Presentie van Maas Aria de Mang Raxanagarra, Wirja Nagarra Djenje Koessoems, soero Diwira en Broodja Mongolo, benevens alle mijne oude Mantries dog den selven heeft getuijgt en bij god en zijnen gezant met hooge leden gesworen dat hij noijt teegens den radeen Panoelaa gesproken en ge„ segd hadde; dat Maasaria een kist met geld van den overleeden Panembahan zoude verdijstert en na het Eijland Poelo Mangara Gesonde hebben, Ia hij Marta Nagara sweert dat hij een meernoemde Lanoelar niet eens ontmoet vel min nog met hem de minste woor„ den gewisselt hadde zoo dat hij het seggen van meer gem: Panoelat voor een gevingeerde enwaarheid verklaarde wat den bewuste Bappa saijt aangaat zoo hebbe ik bij ondersoek bevonden dat hij een onder„ hoorige van Pandoji wira Diningrat zijnde ook altoos naast zijn en dalm: gewoont heeft dog den selven heeft zig reets uijt het hof gemaakt en gelijk men vrrneemdt door aansetting en order van boegen: Pandji wira Diningrat die ik om de wille van die saak in verseekering na de Logie heeb laten brengen en werd thans na sourabaija versonden ter presentie van de Commandanten Van Iavas Oostkust den 10:e April 1777 Commandanten vam en sirop een vaandrig kostbaare en Translateur Helmand wanneer ik laast van sidaijoe retaurneerde, wierd mij door Maas Aria en Damang Raxanagaara ter kennisse ge„ bragt dat den raden Panoelar snags seekere boostuigt aan Maas Arias huijs gesonden hadden om den selven te ver„ moorden weswegens zijn mij instantig versogt, dat gem: Panoelaa van Madura mogten worden verwijdert ik ben daar op met haar lieden tot wel zijn van tant en volk te rade geworde om den radem Panoelar nevens Panji soero Notto, dewijl dese met eerstgem: aan een lijntge trekt aan den Heer gesaghebber over te handigen ander Convoije van Pandgji Dewa Coessoema Pandje Malijo Coessoemo een Canjiangs regent Tjokero Dipoers surjo wmotto en vijf mijner manteries /onderstond:/ Accordeert /was geteekend:/ Johannes Vos dan 45 Van Iava'soostkus den 25. April 1771. HoogEdele Hoog Achtb: Gest: wijd gebied: Heer Aan den hoog Edele Hoog Achtbare Gestreinge wijdgebiedende heer zijn Hoog Edelheijd Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal, benevens de wel Edele hee„ rem Raaden van Neederlands Jndia k: k: h: en wel Edele Heeren In de hoogste van kerkentenisse voor de bij sondere Eere en satisfacties mijn bestier te deser kuste tot nu toe aangedaen en zo als uw hoog Ed:s sulks in haar gerespecteerd te dongste letteren dato 19 deser mij 2o zeer verpligtent, hebben gelieven, te expliceeren ook dit benevens de Consideratie over de wisselvalligheijt der bestendige harmanie tusschen de vorsten ofte het bevestigde genoege onder de madureesen met hunne presente regent tot een grond te nemen om mij ter Con„ tinuatie ter deser Gouvernement nog eenige tijd ten beste en nutte van de maatschappij te versoeken heeb ik de der daar op te dienen dat na uw hoog Ed„s wegeciteerde schrijvens Java in de volmakt rust van pinnen en van punten mogende beoordeelen des Javasoost Kust den 25: April 1771: Jan des niets tegenstaende, de onbestendigheijt van de harmanie der vorsten, ofte de twistappel die sij den andere door violatie der zo omstandig gehoudene Conferenties en daer in't voortgevloeijde vrij„ „willige verbintenisse ter antwisseling van de onder den andere ge„ „aakte landerijen, mogte doen voorkomen als van een althoos duuren„ „e aaat immers so lang het Javas rijk door twee vorsten beheert word in der daad wel mag aangemerkt worden en dit van de wederzijdse onder„ „daenen schaon blijkbaer tegen der vorsten genoegen dagelijks acteeren kan egter wat het poesente aangaat alle de plaatsen eenige nadenken meriteerende, reeds zijn ont gewesselt en rustig, beteten worden en bij al het voorgekomen ten deese de vredsaemste beoogingen der vorsten onderling gecansteert hebben gelijk ik sulx uw hoog Ed:s successive met de daer over gewisselde brieven heebbe mogen deduceeren, ook vermaene geen de minste sequeelen meer uit de sig opgedaene malcontentie der gear„ recsteerde madureesen te venetreeren sijn, afte de minste vestigiaas, sedert haare secudeering sigten dien eijlande bij groot of klein op gedaan hebben en het iu uw hoog Ed:s og behaagt heeft na mijn Iongste voor dragt die snispecte van hier te verwijderen en ik dit ook na uw hoog Ed:s geres„ „pecteerdste aanschrijvens pr het schip wel gelegen te sourabaija over Ceilon landende sal laten gevolg nemen het sij mij dan g'oorlooft uw hoog Ed=s zeer needrig en Conform: mij voorige eerbiedige instantie bij reitevatie om mijn ontslag uit dit gouvernement bij dese versoek te doen en daar mede onderverseekering van mij verschuldigt respect mij te noemen /onderstand:/ hoog Edele hoog actbare gestrenge wijdgebied: heer en wel Edele haren /lager/ uw hoog Ed„s onderdanige zeer gehoorsame dienaar /was geteekend:/ Iohannes vos /in margine / Samarang, den 25 April 1771: G W. Heijerman getellen k Inkomend Secreet 1771 Tweede Deel No: 12. N=o 6. Copia Secreete Missive geschreeven door den Heer gouverneur en Raad van welm: Hun Hoog Edelens in datis 10 en 24: Maij en 24. September A„o Curentis _„o Resolutie beginnende met den 17. December 1770. En eijndigt met den 16: Aug:s 1771: 8. Bijlagen bij gem: Brieven en Resolutien geciteert alle vervat bij het daar voor ingenaaijde Register waar van de Paginaas aanwijsen waar dezelve kunnen gevonden werden. Amboina in 't Casteel Victoria den 24. Septemb: 177 /:was geteekent:/ I: H: Pavingauw Register van zodanige Secreete Papieren als er tans van hier na Ne„ „derland verzonden werden te weeten. - 1771 vertertielt Copia Secreete Brieven Aan Dun Hoog Edelens Batavia de datis 10: en 24:' Maijen 24. September A„o 1771 te 9

NL-HaNA_1.04.02_3337_0133 view scan ↗

English

Copy Secret Letters To Their High Mightinesses Batavia dated 10 and 24 May and 21 September Anno 1771 E at Batavia Introduction Cerammers will be strictly watched To His Excellency the High, Noble, Stern, and Highly Honorable Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General together with The Right Honorable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies High, Noble, Stern, and Highly Honorable Lord And Right Honorable Stern Gentlemen! Dutifully answering the respected contents of Your High Mightinesses' secret Missive of 31 December past; we state initially that in order to fulfill the promises made in Secret Letters of 11 June and 29 September of the past year, to prevent the spice trade which, as will be demonstrated hereafter, the Cerammers still endeavor to carry on just as boldly, the first-signatory's greatest satisfaction and renown will consist of watching to the utmost of his ability by means of cruising, which we along with Your High Mightinesses consider the best method for this purpose, and the severe chastisement of all settlements guilty thereof, and especially those that collude with Bugis, Makassarese, Buttonese, and other western Nations, so as thereby to answer the trust that Your High Mightinesses have placed in his Person and at the same time to carry off the reputation that Your High Mightinesses promise him thereof, so that he, in order to fulfill the expectation which Your High Mightinesses had of the aforementioned promises and to achieve the so greatly desired purpose, conform to that noted in our resolutions of 17 October last and the discourse inserted therein concerning the actions during the recently conducted Great Hongi, as well as the Report accompanying this separately from the Military Captain Patricius Baron de Mackena on that visit, has caused the settlements most guilty of that evil and situated nearest to one another, namely Cattaroca, Kelibon, Kelimoerij, Ceijlor, Tobo, and Batuassa, on 6, 7, and 8 November, under his own eye and supervision, as well as under the command of the said Captain de Macken, who for that purpose was provided with such Instructions as are also appended to this, to be assaulted with weapons and chastised in the severest manner. In order not to be too prolix in this, we take the liberty of referring ourselves respectfully to the above-cited discourse and Report, as well as that noted in the Hongi Daily Register under the dates 5, 6, 7, and 8 November regarding this matter, citing from it only that, notwithstanding the Cerammers seemed resolved to await our force boldly and to that end all appeared armed at the front of the forest, as well as upon the landing of our men fired heavily upon them both with arrows and muskets, and among other things with pieces of iron to which two musket balls were soldered, as Your High Mightinesses will be pleased to see from the accompanying, but of which, during the firing of the shot that struck a native of Booi in the leg, one ball must have fallen off, the aforesaid expedition nevertheless succeeded according to wish, the bentings that were found at Cottaroca, Kellimuerij, and Ceijloe, and which were made of coral and cliff stones, of which the one standing in the settlement Cellimoerij was 178 feet in its circumference, were all torn down and demolished, as well as the fruit trees found in the aforesaid six villages cut down and destroyed as much as possible, subsequently those places, after having first been given up as prey to our men and plundered by them, were reduced to ashes. At the aforesaid attacks, six junks or smuggling vessels of a considerable size were also captured, of which five, upon their request, were left as prizes to the Native Chiefs for their displayed vigilance, and the sixth, which was so leaky that it could barely be kept above water, was by order of the first-signatory towed to the deep and there scuttled. To attend the aforesaid expedition, the first-signatory, during his presence at Keffing, sought to encourage its Orangkai Hamba to join the fleet with his junk or junks, under the announcement that an occasion might present itself to be able to demonstrate his goodwill toward the Company; but he did not fulfill his promises that he would follow the fleet, and on the contrary, by four letters which were delivered to the first-signatory on 11 November at Nussalaut, and which accompany the Annexes of this, made a request with the orangkais of Coewa, Kellibia, Kelliloehoe, and Keltetaij to construct a fortress at Goeli Goeli under the promise that they would take care of the provisions and the people for the daily services of the garrisons, and communicated that there were several Makassarese and Buttonese vessels at Goram and Ceram, with a specification of the settlements in which those foreigners were staying, he, Hamba, further pretending that he had not followed the Hongi fleet because of various reasons given by him.

Dutch transcription

urtester Copia Secreete Brieven Aan Hun Hoog Edelens Batavia de datis 10 den 24:' Maij n 21. September A„o 1771 E te Batavia Inleijding Cerammers zal met ernst gevigi„ „leert worden Aan zijne Edelheid den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaren Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal benevens De Wel Edele Heeren Raden van Neederlands India Hoog Edele, Gestrenge Groot Agtbaren Heere En Wel Edele Gestrenge Heeren! Op den gevenereerden inhoud van uwe Hoog Edelens secreete Missive van den 31. december pass:o schuldpligtig andwoordende; zeggen wij aanvankelijk dat om te voldoen aan de beloften bij Secreete Brie„ ven van den 11. Iunij en 29. 7ber: des gepasseerden jaars ten einde den Moishandel die de teegens den Mooshandel der Cerammers gelijk hier na betoogd zal worden nog eeven stout tragten te pleegen, te beletten des eerstgeteekendend Grootste den gouverneur heeft ses suspec„ te Negorijen onder de Hongij met de wapenen aangetast. — mengedraagd zig daar omtrend aan de bezijden verm Papieren; grootste satisfactie en roem daarin bestaan zal om door bekruijssingen, die wij met uwe Hoog Edelens daar toe als het beste middel aanmerken en het gevoelige Castijden van alle daar aan schuldige Negorijen en wel voornamen lijk de zulke die met Bouguineesen, Macassaren, Bou „tonders en andere westerse Natien Colludeeren na uijtterst vermoogen te vigileeren ten einde daar door aan het ver trouwen dat uwe Hoog Edelens in zijn Perzoon gestel hebben te b'andwoorden en teffens te mogen wegdragen de reputatie die Hoog dezelve hem daar van belooven, invoegen hij om aan de verwagting die uwe Hoog Edelens van d voorm: promessen gehad hebben te voldoen en het so seer ge „wenschte oogmerk te bereijken, conform het aangeteekende december bij onse resolutien van den 17. october Joleeden en het dan bij g'insereerde vertoog van de verrigtingen onder de Jong gedane Groote Hongij midsgaders het deesen apart versel„ „lende Rapport van den Capitain Militair Patricius Baro de Mackena op die visite de aan dat quaad meest schuldige en naast den anderen geleegene Negorijen Catta „roea, kelibon Kelimoerij Ceijlor Tobo en Batuassa op den 6. , 7. en 8. November Onder desselfs oog en toe sigt, midsg:s Commando van ged: Capitain de Macken welke ten dier eijnde gemunieert was met zodanige In structien als deesen meede zijn bijgevoegd met de wape„ nen heeft doen aantasten en op het gevoeligste Castijden wij gebruijken om in deesen niet te prolix teweesen de vrijheid ons aan het boven geciteerde vertoog en Rapportm gaders het aangeteekende bij het Hongij Dag Register su datis 5. 6. 7. en 8. November ten dien belange eerbiedig te gedragen, daar uijt eenelijk aanhalende dat niet teege staande de Cerammers geresolveert scheenen onse magt stoud „moedig aftewagten en zig ten dien einde alle gewopend voo aan in het bosch vertoonden midsgaders bij het Landen der onsen zo met Pijlen als snaphanen op dezelve heftig schoo „ten en onder anderen met staatjes ijser, waar aan twee Ham snaphaan men „deer „deert met de molitie der Benting bij buijt gemaakt. - „meert. dog heeft aan zijne promesse om de eesen de Hongij te volgen met voldaan. — aanteleggen. de reedenen, door hem gegeeven waer„ om de vloot met gevolgd is. snaphaan kogels gesoldeert waren gelijk uwe Hoog Ede„ „lens bij geliefte zullen zien uijt het overgaande, dog waar van onder het doen van de schoot, die een Jnlander van Booij in 't been getroffen heeft een kogel moet afgevallen zijn, de de Expeditie is na wensch gesucce, voorsz: expeditie egter na wensch gesuccedeert is zijnde de ben plundering en verbranden de dopen, tings die te Cottaroca Kellimverij en Ceijloe gevonden mids„ „gaders van Kraal en klipsteenen gemaakt waren waar van die in de Negorij Cellimoerij stond 178 voeten in zyn omtrek was alle omvergehaald en gedemolieert, midsgaders de vrugt„ boomen in de voorsz: ses dorpen gevonden zo veel mogelijk om vergekapt en vernield vervolgens die plaatsen alle na dat eerst ten proije van ons volk gegeeven en door het zelve geplun„ dert waren in de assche gelegd ses smoekelvaartuijgen zijn daar bij voorsz: attacques zijn ook buijt gemaakt ses Ionken of smockel vaartuijgen van eene tomelijke groote waar van vijf aan de Jnlandse Hoofden voor hunne betoonde vigilantie op derzel„ over verzoek tot prijs gelaten zijn en het sesde dat zo lek was dat nauwelijx booven water gehouden kan worden ter ordre van den eerst geteekende na de diepte geboegseert en al daar in de grond gekapt. Hambas is tot dies bijwooning gand„m de voorsz: expeditie bij te woonen heeft den eerstgetekende bij aanweesen op keffing dies Orangkai Hamba getaagt te ari„ „meeren om zig met zijn Jonk of Ionken bij de vloot te voegen on„ „der aankundiging dat zig mogelijk occagie zou opdoen zijne wel„ „meenendheid voor de Compagnie te kunnen betoonen maar den zelven heeft aan zijne beloften om de vloot te zullen volgen niet voldaan en integendeel bij vier brieven die den eerst geteekende den 11: 9ber: te Nussalaut besteld zijn geworden en de Bijlagen deeses verzellen met de orangkaijen van Coewa, Kellibia kel„ maar verzogt op goeli goeli een fort liloehoe en keltetaij verzoek gedaan om op Goeli Gorli een fortres aanteleggen onder belofte dat zij voor de kost en het volk tot de dagelijxe diensten voor de bezettelingen zooger zouden en ge „communiceert dat er verscheide Maccassaarse en Boetonse vaartuijgen op Goram en Ceram waeren met specificatie der Negorijen op dewelke die vreemdelingen zig onthielden geevende hij Hambo verders voor dat hij de Hongij vloot tijden kort om door daar toe Castijden or Bou uijtterst„ het ver gesteld gen de invoegen van de ge teekende het da de Jong versel„ Bar meest Catta tuassa 9 en acken an de Cas wape In toe Rappor t mit gister si eerbiedig niet teege agt stout pend voor den den schoo n twee nament

NL-HaNA_1.04.02_3337_0140 view scan ↗

English

are dubious. About this behavior the Governor has expressed his surprise to Hamba. tried to apprehend the negorijen. failed from Hatiahoe. fabrication spread on Ceram, described. shortly after it had left Keffing joined with sixteen orembaeyen, but due to a lack of gunpowder, because he could offer no resistance against a party of Serammers who attacked him, had to turn back. Whether and to what extent this latter squares with the truth we have not been able to investigate, but this is certain: that he made no mention of the aforementioned Boutonese and Macassar vessels when the first-signatory was personally on Keffing and it was the proper time, although one must suppose that it must already have been known to him then, because the letters by which they communicated this were written the day after the first-signatory's departure and delivered to him on Nussalaut on the 11th dito with the paduakang the Catharina Geertruijda, which passed there at that time, being the 5th November. About this behavior of the often-mentioned Hamba, the first-signatory, on the occasion when he ordered him to join the expedition fleet of Captain van den Brink with his joak or junks, expressed his surprise, as Your High Nobilities will kindly observe from the copy of the letter to the often-mentioned Hamba, and further from the above-cited representation that the first-signatory intended, in fulfillment of your high order, to apprehend the chiefs of the aforementioned suspect negorijen, which, however, could not be carried out because of the faithless and treacherous behavior of the Orang Kaya of Hatiahoe, Eleonoesa; since the same, in return for the benefits shown to him and thirty of his subordinate natives shortly before the first-signatory's departure for the hongi, on the occasion that his kora-kora was shipwrecked on the south side of Leitimor, when the Governor not only had them provided with food and drink, but also arranged their transport to their negorij through Saparua's chief van Blijdenbergh, who was present here, not only according to the story of the faithful Orang Kaya of Hatoemetten, Iunevare, and the confirmation thereof by the said van Blijdenbergh, but also the relation given by the soldier Philip Davids, passing under the annexes, who was dispatched from here with a letter to the first-signatory and returned along Ceram's south coast, and having met Hatiahoe's Orang Kaya in passing the negorij Kellemoerij, on the same from Hatoemetten in the west to Keffing in the east has disseminated how he, during his presence at Amboina, had been informed that according to a resolution taken in our Council, the Governor would seize and take prisoner all the Serammers who came to him during the conduct of this hongi, along with a warning that they should be careful not to pay him the customary homage, but rather abandon their negorijen and flee inland into the forest; although now nothing of such a resolution is known to the first-signatory any more than to his members, and he kept his intention of attacking this or that negorij during the hongi secret from everyone, not even revealing it to the second signatory, but keeping it to himself alone until the point when it was about to be executed, it is nevertheless certain that the aforementioned Hatiahoe's Orang Kaya, from the more than usual reinforcement of seventeen orembaeyen and the shipping off of such a quantity of ammunition and weaponry as was required for it, which could not occur in secret, must have drawn the conclusion that this or that negorij on Ceram was targeted, and on that basis warned the inhabitants of the aforementioned villages situated between Keffing and Hatoemetten on the one hand with so much faithfulness as, on the other hand, being a subject of the Company, he made himself guilty of the vilest treachery, and thus has well deserved his deportation and banishment from here, as has his traveling companion, the former acting chief of the above-mentioned negorij Ceijlor, Gou Dalla Dalla, being the son of the Orang Kaya banished to Batavia in the year 1767, who, besides a Papuan slave, are the only chiefs of the said Ceijlor whom the first-signatory was able to get hold of and who have been brought hither under safe custody with the hongi fleet, along with six Wedarese and a sickly young Papuan slave, with a small amount or by estimation one-eighth of a pound of cloves, 50 to 60 unlimed nutmegs, a prahu, and some pieces of blue and white linen, item six natives from the negorij Pavang situated on Ceram's south coast. The aforementioned Wedarese were further examined upon their arrival here by the fiscal, of which the report with the documents relative thereto

Dutch transcription

zijn bedenkelijk over dit gedragt heeft den gouver„ „neur Hamba zijne verwondering betuijd= negorijen getragt op te ligten. van Hatiahoe mislite is. verdigstel op Ceram verspreijd, beschreeven. kort na dat deselve keffing verlaten had met sestien orembaeyen gevoegd was dog mits gebrek aan buskruijt om dat teegens een partij Cerammers die hem attacqueerden geen resistentie kon bieden terug heeft moeten keeren. Of en in hoe verre dit laatste met de waarheid quadreert hebben wij niet kunnen onderzoeken, dog dit is zeeker dat hij van de voorsz: Boetonse en Maccassaarse vaartuijgen toen den eerstgeteeken„ de zig in Perzoon op keffing bevond en het de regte tijd was niets gerept heeft, schoon men diend te supponeeren dat het hem toen al moet bekend geweest zijn om dat de brieven waar bij zij zulx be„ „deeld 'sdaags na des eerstgeteekendens vertrek geschreeven en met de Patjalling de Catharina Geertruijda welke op die tijd zijnde den 5 9ber: daar gepasseert is aan hem den 11. dito op Nussalaut besteld zijn Over dit gedrag van meerm: Hamba heeft den eerstgeteekende ter geleegendheid hij den zelven g'ordonneert heeft om zig met zijn Joak of Jonken bij de expeditie vloot van den Capitain van den Brink te voegen zijne verwordering betuijgd, gelijk uw Hoog Edelens bij geliefte consteeren zal uijt het afschrift van de brief aan meeren. en heeft de hoofden dersuspecte Hamba en voorts uijt het bovengeciteerde vertoog dat den eerstge„ teekende van intentie geweest is in voldoening aan hoog derzelver ordre de Hoofden der voorn. suspecte Negorijen opteligten, dog het geen door het trouwloos en verraderlijk gedrag van den Orang dat door het veraad van den oranghuijkaij van Hatiahoe Eleonoesa niet heeft kunnen ter uijtvoer ge„ bragt worden; wijl den zelven in vergelding van de aan hem en dertig zijner Onderhoorige Inlanders kort voor des eerst geteekendens vertrek na de Hongij beweesene weldaden bij ge„ „liegendheid dat zijn coora Corra aan de Zuijdkant van Leijti„ „mor verongelukt was wanneer den Gouverneur hun niet alleen van kost en drank heeft laten voorsien maar ook door sapa„ „roers hoofd van Blijdenbergh die hier aanweesig was voij transport na hun Negorij doen besorgen niet alleen volgens het zijn trouwloos gedrag en fungeert verhaal van den getrouwen Orangkaij van Hatoemetten Iune„ „vare en de confirmatie dus weegen van ged: van Blijden„ „bergh maar ook het gegeeven relaas van den soldaat Philip Davids onder de Bijlagen overgaande die van hier met een brief, aan den eerstgeteekende afgezonden was en langs Cerams zuijd Cust terug gekeert is mitsgaders Matiahois orangkoij de g zal heeft en ged: Ceijlor de met het geen daar toe aanlijding zal gegeeven hebben en bannissement gemeriteert. ged: drangkaij en de gem: Reg=t van inhanden gekeegen zijn slaven. — item 6: Davangers. g'examineert in 't voorbijvaren der Negorij Kellemoerij ontmoet op de„ „zelve van Hatoemetten in 't westen tot Keffing in 't oosten gespargeerd heeft hoe hij bij zijn aanweesen op Amboina g' informeert was geworden dat volgens een genoomen besluijt in onsen Rade den gouverneur al de Cerammers die onder het doen die Hongij bij den zelven quamen oppacken en gevaagen neemen zou, onder eene waarschouwing dat zig wel wagten moesten hem de gewoone homagie te betoonen maar liever hun „ne Negorijen verlaten en boschwaards mvlugten: al hoewel nu bij den eerstgeteekenden van zodanigen besluijt zo min als bij zijn leeden iets bekend is en den zelven zijn voorneemen van deese of geene Negorijen onder de Hongij te zullen attacqueeren aan niemand selfs niet aan den tweeden teekenaar g' openbaart maar zulx tot op het punt dat het stond ter executie gebragt te worden gesecreteert en voor zig alleen behouden heeft, is het nogtans zeeker dat voorsz: Matiahoes Orangkaij uijt de meer dan gewoone versterking van seeventien Orambaeijen en 't afschol „pen van zo een meenigte Ammonitie en wapen goederen als daar toe vereijscht wierden het geen niet heijmelijk geschieden kon die conclusie zal getrocken hebben dat het op deese oft geene Negorijen op Ceram gemunt was, en of dat fundament de bewoonders der voorsz: tusschen koffing en Hatoemetten in gelee„ gene dorpen aan de eene zijde met zo veel getrouwheid gewaar„ „schouwd als zig aan de andere kant als een onderdaan van de comp aan de Snoodste verraderij schuldig gemaakt en dus zijne heeft daar door zijn verzending verzending en bannissement van hier zo wel gemeriteert heeft als zijn reijs genoot het gew: p:o hoofd van de bovengem: Negorij Ceijlor gou Dalla Dalla zijnde de zoon van den in Ao 1767. na Batavia verzondenen Orangzaij welke buijten een Papoes slaaf, Ceijlor zijn de eerigste hoofden die van gem. Dalla de eenigste Hoofden zijn die den eerstgeteeken„ „de in handen heeft kunnen krijgen en met de Hongij vloot in Goede verzeekering herwaards gebaagt zijn, neevens nog ses neevens ses wedareesen en twee Papoese wedareesen en een ziekelijk Papoes slaafje met een weinig of na Gissing een agste pond nagulen 50. a 60. ongekalkte Nooten een Praauw en eenige stucken blauw en wit Lijwaet item ses Inlanders uijt de aan Cerams zuijd Cust geleegene Negorij Pavang de wedareesen zijn door den fulaal de voorsz: wedareesen zijn bij hun komst alhier door den fiscaal nader g'examineert, waar van het berigt met de daar toe relative stucken baeye de 6en de teeken niets toer al zulx be„ met . stge„ elve me t n 5

NL-HaNA_1.04.02_3337_0142 view scan ↗

English

The Tidorese concern themselves on Ceram. The documents concerning the four apprehended Wedarese, annexed to the appendices, dictate that their head, Lokman, who in a declaration made at Keffing before the commissioned members from the Hongi fleet first declared that he with his four companions had been sent to Ceram by Tidore's king to barter cloths with four slaves, accompanied for that purpose by a Papuan slave during the Mohammedan Maulid feast, provided with the king's pass, departed from Tidore in a prahu belonging to His Highness's consort, from there to Hotte and subsequently to Waru, but having been unable to obtain cloths in either of those places, with the help of the Orangkaya of Waru, who gave him two guides, went overland to the south coast or the settlement of Davang, and having there bartered three slaves for twelve to thirteen pieces of cloth and a Macassar cloth, arrived at Keffing by mahoeli in the company of the aforementioned six Davangers, and was immediately secured in prison by its Orangkaya, Hamba; that he with some others had been sent by his king to the Papuan island of Misool to collect the customary gifts, and to obtain cloths for the Papuan petty kings crossed over from there to Hotte with eight prahu paddlers and subsequently paddled on to Waru, and finding no cloths there, under convoy of the brother's son of the Orangkaya of Waru and another native went to Davang, as well as out of a desire to see the wife of the Raja of Keliluhu and to be able to bring some news of her to his lord and master, departed for Keffing by mahoeli, and was there locked in prison alongside his companions as aforesaid. We have described this somewhat circumstantially to show Your Excellencies how, notwithstanding that Tidore's king renounced his feudal right to Ceram so recently and all navigation has been forbidden to his subjects, they nevertheless continue to navigate that entire coast just as before; taking the liberty therefore to request Your Excellencies, as we have already done to the ministers in Ternate, to address Tidore's king earnestly concerning that unauthorized navigation, and to order the Governor and Council in the Moluccas to counter and prevent it from their side to the best of their ability. Meanwhile, on the grounds that the Davangers, with disregard of oath and duty, have admitted into their settlement not only the aforementioned Wedarese but also other foreign nations that are so dangerous and harmful to the Company's exclusive spice trade, as the Wedarese are to the peace of Ceram, and allowed them to pass freely and unhindered with them to Keffing instead of bringing them thither bound, it was decided in the session of 16 February, for reasons broadly stated in the resolution of that date, to send the four surviving Wedarese with their guides, the aforementioned six Davangers, to Batavia at the disposal of Your Excellencies, in order to be relegated elsewhere for life at Your Excellencies' pleasure, and thereby be deprived of the opportunity ever to return; which we request may also take place both with regard to the former Orangkaya of Hatiahoe and the provisional Regent of Ceilor, since Your Excellencies will ascertain from our resolution of 17 December and the fiscal's report that the latter refused crew to the soldier Philip Davidtsz on his return journey from the Hongi fleet, and his subordinates, who were all armed, even hindered that soldier from supplying himself with water; as also that when the first undersigned lay anchored with the entire fleet before Ceilor, and sent the Messenger of the Landraad ashore to him with some bottles of arrack, both to remove from him all suspicion that they were also to receive a turn the following day and to invite the head and the elders in an amicable manner to come aboard him, and thus obtain them by ruse, the inhabitants were likewise armed with krisses and assegais, among whom were several who looked quite fair, dressed in the Macassar manner, with cloths around the body and calottes on the head, among which was one made of blue velvet, which persons the said attendant considered to be Bugis. Having communicated here before that the Orangkaya of Waru, in contempt of the manifesto published against the navigation of the Tidorese on Ceram on that coast and delivered everywhere to the heads of the settlements for their information and compliance, granted assistance to the aforementioned Wedarese, we further note with respect that Captain van den Brink has been ordered to apprehend that village head in a subtle manner and to bring him hither under arrest upon his return from cruising. Meanwhile, regarding the report required by Your Excellencies concerning

Dutch transcription

de Tidoreesen bekreunen, zig op Chrams. met nadint de onderkot daar over de vier opgevatte madareesen stucken onder de Bijlager overgaande dicteert dat Hun Hoofd dictamen van sofficiers bergt Lokman, die bij een te keffing voor gecommitteerde Leeden uijt den Hongij rood gegeeven declaratoir eerst verklaard had met zijn vier Mackers door Tidors koning ter trocqueering van Lijwaten met vier slaven na Ceram gezonden tot dat oogmerk verseld van een Papoese slaaf, onder het Muhametaanse Moeloedoe fiest, voorsien van 's konings Passe met een Prauw van zijn Hoogheids Gemaline van Tidor vertrocken van daar te Hotte en vervolgens te waarr dog op geen van beijde die plaatsen Lijwaten hebbende kunnen op doen met behulp van den Orangkaij van Waroe die hem twee wegwijsers gegeeven had over Land na de zuijd Cust of de Negory Dovang gegaan en aldaar drie slaven teegens twaalf " dertien stucken Lijwaat en een Macassaars kleetje geruijld hebbende in ge„ selschap van voorn ses Davangers per Mahoelij te keffing aangeko„ „men en door dies orangkaij Hamba ten eersten in de tronk gese„ „cureert was, dat hij met eenige andere door zijn koning na het Papoese Eijland Miscoual ter afhaal van de gewoone geschenken ge„ „zonden en ter bekoming van Lijwaten voor de Papoese koningjes met agt Prauwschoppers van daar na Hotti overgestooken en ver„ „volgens na Waroe voortgeschept en daar geen Lijwaten vindende onder Convoij van de Broeders zoon van den Orangkaij van waroe en een andere Inlander na Davang midsgaders uijt begee „te om de vrouw van den Radja van Keliloehoe te zien en van dezelve eenige tijding aan zijn Heer en Meester te kunnen brengen per Mahoelij na keffing vertrocken en aldaar neevens zijn mackers gelyk voorsegt in de tronk geslooten is. weinig aan de afstand van 't Leenregt s hebben dit wat omstandig beschreeven om uwe Hoog Edelens te vertoonen hoe niet teegenstaande Tidars koning van zijn Leen regt op Ceram nog zo onlangs heeft gerenintieert en alle vaart aan zijne onderdanen is verbooden, dezelve egter eeven als bevoo„ „rens die geheele Cust blijven bevaren; overzulx de vrijheid nee„ mende Hoog dezelve te verzoeken gelijk wij reeds aan de Minis„ „ters in Ternaten gedaan hebben Tidors koning over die nader ke„ „lijke vaart met ernst te onderhouden en den Gouverneur en Raad in de Moluccos te gelasten dezelve van hare zijde na ver„ „moogen teegen tegaan en te beletten ondertusschen hebben wij uijt hoofde de Davangers met postpositie van eed en pligt niet alleen de voorm: Wedareesen maar ook andere vreemde Natien die vrij so gevaarlijk en schadelijk zijn voor 'sComp: privativen specerij handel vangers gaan over om advitain verbannen te worden. — van Statiahoe en Ceijlor. gedrag van den laatstgem: en zijne onder hoorigen omtrend den sold=t Davidsz. gelijk ook met de komst der Hongij kaij van waroe te legten en waarom handel, als de wedareesen voor de rust van Ceram in hunne Negorij g'admitteert en die vrij en vrank met hun na keffing heb„ „ben laten overgaan in steede van die gebonden derwaards te brengen ter sitting van den 16. febr: in om reedenen bij resol: van dien datum in 't breede vermeld beslooten de vier nog in 't leeven over„ en hunne wegwijsers de sesda gebleevene Wedareesen met hunne Leijds lieden de opgen: ses Iavan„ gers ter dispositie uwer Hoog Edelens na Batavia te verzen„ „den om met hoog derzelver believen ad nitam na elders gerelegeert en daar door de geleegendheid benoomen teworden om oijt weeder ook ten selven eijnde degen: Regenten te rug te koomen; het welke wij verzoeken dat meede mag plaats hebben zo wel ten aanzien van den gew: Orangkaij van Hatiahoe als den prov: Regert van Ceijlor nademaal uwe Hoog Edelens zo bij onse resol: van den 17. xber: en fiscaals berigt Constee„ ren zal dat den laatstgem: den soldaat Philip Davidtz of zijne terug reijse van de Hongij vloot volk geweigerd en zijne on„ derhorigen die alle gewapend waaren dien Militair selfs betek hebben zig van water te voorsien, zo meede dat wanneer den eerstgeteekende met de gantsche vloot voor Ceijlor g'ankert lag en den zelven de Bode van den Landraad met eenige flessen arak aan Land sond zo om hem alle suspicie te beneemen dat zij des anderen daags meede een beurt stonden te krijgen als om het hoofd en de oudsten op een minsame wijse te noodigen bij hem aan boord te komen en dezelve dus door List in handen te krijgen de inwoorders inzilvervoegen met krissen en assagaaijen gewapend waren waar onder zig verscheide bevonden diea vrij blonk uijtzagen op zijn Macassaars gekleed, met kleedjes om het Lijf en Calotjes op 't hoofd daar onder een van blauw fluweel voorsien waeren welke Perzonen ged: Bediende voor Bouguineesen aange„ „zien heeft. Cap: van den prink is gelast den orange Hier voorwaards bedeeld hebbende dat den Orangkaij van Waroe in velipende van het Manifest teegens de vaart der Tidoreesen op Ceram te dier Custe gepubliceert en aan de Hoofden der Nego„ „rijen alomme ter narigt en observantie ter hand gesteld de voorsz: wedareesen assistentie verliend heeft noteeren wij op dit respect nog in eerbied dat den Capitain van den Brink gelast is dat dorps Hoofd op eene subtile wijse te ligten en met zyn retour van de bekruijssing in arrest herwaards te brengen. eederen warin dinke spijn Ondertusschen dat wij op het door uwe Hoog Edelens gevorderd brugt nopens „ uijt den zijn vier met van een voorsien Gemaline te waarr unnen en of twee Negarij ertien in ge„ aangeko„ gese„ na het keuken ge¬ ningjes en ver„ vinder de van uijt begee„ dezelve Mahoelij voorsegt Edelen Leen vaart bevoo„ nee„ Minis„ nader ke„ ur en na ver¬ alleen die vrij pecerij uijt Hoofd 1

next →