Inventory 3337
Japan · 1,766 pages · 332 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Regarding the truth or untruth of Hamba's assertion that he was prevented by the unwillingness of various village populations from assisting him with men and vessels, and was thus hindered from carrying out the expedition against the South Cerammers entrusted to him in the past year, we respectfully reply that the first-signatory, on his return voyage from the Hongi along the south of Ceram, having called at no other places than Hatoemetten and Haija, besides Keffing and the six villages that were attacked with arms, found the first of these in great discord with Hatiakoe and the latter with Lijmoe, in which the other villages were more or less involved, to such an extent that those of Lijmoe attempted to raid Haija with over two hundred men, which is the reason why they did not assist Hamba with the necessary vessels and men, as they had enough to do with their own villages, which they did not dare to leave for fear of being plundered. The aforesaid disputes being described more fully in the Hongi Daily Register under the dates 7, 8 and 9 November, may we be permitted, in order to avoid prolixity, to refer to that, and merely add here that the further decision was entrusted by instruction from the first-signatory to Saparoec, Chief of Blijdenberg, on the occasion when he conducted the small Hongi in the month of December, with the result that those of Haija and Leijmoe have made peace with each other, but those of Hatoemetten and Matiahoe still live in discord, since the latter have drawn to themselves various Alfuro villages belonging under Hatoemetten and also abducted three men from that village, without restoring them to this day, regarding which the first-signatory will issue the necessary orders during the upcoming Hongi and further settle this matter according to equity. In order, pursuant to Your Honours' orders, to employ Hamba as a useful instrument upon whom one still seems able to rely, we respectfully refer to the conduct observed with him at Keffing by the first-signatory as described hereinbefore. We at the same time assure Your Honours that, conforming to Your Honours' recommendation, it will not be lacking on our part to continually inspire in him favourable feelings for the Company through friendly and discreet treatment. In the meantime, may we be permitted, regarding Your Honours' order to provide the often-mentioned Hamba, for his assistance and pursuant to his further request also made to that effect to the first-signatory, with One sergeant, One corporal, and Twenty common soldiers, to observe with the greatest respect that in our opinion it must not be judged advisable, but on the contrary dangerous, to place a garrison on such and similar places located far out of reach, and particularly Keffing, which is an arid, barren sandbank separated from the mainland of Ceram and entirely destitute of good drinking water; just as it would be no less dangerous, according to a second request made by him in the accompanying translated letters, to establish a small fort on Goeli Goeli, because that place and the surrounding villages, as well as the villages situated near Keffing, are inhabited and frequented by all kinds of scum of nations, among whom the Bugis and Macassars, known by nature as a murderous and predatory people, are not the least, and to expose a garrison to their bloodthirst, which in case of need could find no safe retreat anywhere; just as Your Honours, regarding the proposal made from here in the year 1767 to establish a post between Latoe and Mocalooij, which is much closer, already seemed apprehensive by letter of 8 December of the same year that the men would be exposed, and certainly on that ground, by letter of 26 December 1769, were pleased to reject the establishing of posts on Haija and the Cape of Amaheij, which is practically out of sight of Nussalaut; therefore, submitting to Your Honours' wiser judgment, deeming it less dangerous to assist the often-mentioned Hamba now and then, if he behaves faithfully and well, with one or two patjallangs and some soldiers, in order to be able to act with them and the native vessels that he will add thereto against the suspect villages; since the establishing of posts on such distant places has shown to what peril they are exposed, as according to the note in the Daily Register of the year 1658 it is evident that those of Oerong and the neighbouring Ceram villages, after having taken the oath of allegiance to the Company, revolted anew, carried off a tingang under the guns of the fortress Oosteinde in front of Goeli Goelij, massacred its crew consisting of five Europeans, subsequently attacked the aforesaid small fort with several hundreds, set fire to its palisades, and murdered the merchant and commissioner Borne.
Dutch transcription
volk g'assesteert hebben. — gevoelens voor de Comp: tragten in te boesemen. van Militie is gevaarlijk. Hamba in expesitie do p„s niet met nopens de waar- of onwaarheid van Hambos voorgeeven dat hij door de onwilligheid van diverse Negorijs volkeren om hem met volk en vaartuijgen te assisteeren was belet geworden de aan hem in Ao pass:o opgedragene expeditie teegens de Zuijd Cerammers ter uijtvoer te brengen, revirentelijk rescribeeren dat den eerst geteekende op zijn te rug reijse van de Hongij, langs de zuijd van Ceram buijten keffing en de ses Negorijen die met de wapenen zijn aangetast geen an„ dere plaatsen aangedaan hebbende dat Hatoemetten en Haija, de eerste van die in groote oneenigheid met Hatiakoe en de laatste met Lijmoe bevonden heeft, waarin de overige doopen min of meer gemelteert waren, in zo verre dat die van Lijmoe getragt hebben Haija met ruijm twee hondert man afteloopen, het geen de reeden is dat zij Hamba met de benodigde vaartuijgen in Manschappen niet g'assisteert hebben, also genoeg met hare eijge doopen te doen hadden die zij uijt vreese van gespolieert te zullen worden niet doosten verlaten. de voorsz: disputen bij het Hongij Dag Register sub datis 7. 8 en 9 gber ampeldir beschreeven staande, zij het vergund ter eviteering van proliciteit ons daar aan temogen refereeren en hier bij eenelijk nog te voegen dat de verdere decisie door den eerstgeteekende aan Saparoec Hoofd van Blijdenberg tor geleegendheid dat in de maand december de kleine Hongij gedaan heeft bij Instructie opgedragen is met dat gevolg dat die van Haija en Leijmoe zig met elkander bevreedigd heb„ ben, maar die van Hatoemetten en Matiahoe nog in Onmin leeven, na dien de laatste diverse Onder Hatoemetten gehoorende Alfoerse Nego„ rijen aan zig getrocken en ook drie man uijt die Negorij geroofd hebben, sonder dezelve tot heeden te restitueeren waar toe den eerst geteekende Onder de aanstaande Hongij de noodige ordre stellen en deese affaire verder na billijkheid besligten zal. Men zal Hamer steeds favorabele Om ingevolge uwe Hoog Edelens ordre Hamba als een nuttig werk tuijg, waar op men nog al staat schijnt te kunnen maken te emploijeeren refereeren wij ons eerbiedig omtrend hot hier voorwaards beschreeven gedaag door den eerst geteekenden met hem te keffing gehouden: wg verzeekeren Hoog dezelve teffens dat het conform uwe Hoog Edelens recommandatie aan ons niet zal manqueeren om hem door een vriende„ „lijke en bescheide behandeling steeds favorabele gevoelens voor de het bijzetten aan denzelven Maatschappij inte boasemen, ondertusschen zij het ons g'oorloofd op uwe Hoog Edelens ordre om meerm: Hamba ter zijner assistentie en het door hem daar toe aan den eerstgeteekende ook gedaan nader en en ien van een fortje op goeli goeli en dus min periculeus hem nu en dan met een twee Patjalling en eenige militie te assesteeren. — bewijs van de schadelijkheid om op te leggen. — nader verzoek te voorsien met Een sergeant Een Corporaal en Twintig Gemeene Militairen met de meeste eerbied te remarqueeren dat het onses eragters niet raadsaam, maar integendeel gevaarlijk moet g'oordeeld worden op zulke en diergelijke verre van de hand geleegene plaatsen en wel voor„ namentlijk keffing dat een darre onvrugtbare en van het vaste Land van Ceram afgescheidene midsgaders geheel van goed drinkwater ont„ en niet min dangerus het legen „ bloote sandplaat is een bezetting te plaatsen; invoegen het niet min dan„ „gereus zou weesen volgens een tweede verzoek door hem bij de overgaan„ de translaat brieven gedaan op Goeli Goeli een footje te leggen ter zake die plaats en de daarom streeks en ook bij keffing geleege„ „ne Dorpen bewoond zijn en gefrequenteert worden van aller lijschuijm van Natien, waar Onder de Bouguineesen en Macassaren als uijt den aard bekend voor een maard en roof ziek volk geen deminste zijn midsgaders aan derzelver bloed doest eene bezetting te expo„ „neeren welke in cas van nood nergens een veijlige retraite zou kunnen vinden, invoegen uwe Hoog Edelens omtrend de proposi„ „tie van hier in Ao 1767. gedaan tot het leggen van een Post tus„ schen Latoe en Mocalooij dat veel nader bij is bij brief van den 8. december ejust: anni al bedugt scheenen dat het volk wierd g'exponeert en zeekerlijk uijt dier hoofde bij brief van den 26. xber 1769. hebben gelieven te rejecteeren het leggen van Pos„ „ten op Haija en de Hoek van Amaheij dat genoegsaam uit gezigt van Nussalaut is; overzulx met submissie aan uwe Hoog Edelens wijser gevoelen min gevaarlijk oordeelende om veelm: Hamba als den zelven zig getrouw en wel gedraagd nu en dan met een â twee Patjallings en eenige Militairen te assisteeren ten einde met dezelve en de Jnlandse vaartuijgen die hij daar by voegen zal teegens de suspecte Negorijen te kunnen ageeren; wijl het leggen van Posten op zulke ver van de hand afgeleegene plaatse verre afgeleegene plaatsen posten heeft doen zier aan wat pericul dezelve g'exponeert worden, also na het aangeteekende bij het Dag-Register van ao 1658. Con„ „steert dat die van Oerong en de naast geleegene Ceramse Nego„ rijen na den gedanen Eed van trouwe aan de Comp: op nieuw ge„ „revolteert, een Tingang onder het geschut van de vesting oosteinde voor goeli goelij weg gehaald, het volk daar van bestaande in vijf Europeesen gemassacreert, vervolgens met eenige honderden op voormeld fortje aangevallen zijn, de palissaden van het zelve in brand gestoo„ „ken en der koopman en Commissiant Borne vermoord hebben, ttig werk emploijeeren waar dat hij mmet volk in uijtvoeg op zijn ten keffing geen an¬ Haija, de de laatste of meer hebben deeden schappen oopen worden te 7. 8 en 9 ing van knog te Saparoer december met dat digd heb„ leeven, na se Nego„ geroofd den eerst stellen en beschreeven houden: wi Edelens vriende„ oor loofd op assistentie gedaan de A. o 7
English
Linen found at Haija. Captain van den Brink has been ordered to conduct an investigation. What can be deduced from this is how much trust can generally be placed in the fair-seeming promises of the Ceram people regarding a certain piece of foreign linen. When Saparoea's Head of Blijdenbergh returned from the small hongi and came here, he handed over to the first signatory a certain piece of linen of a foreign assortment found in the negorij of Haija, which the orangkaij of that negorij claimed to have bought from the burgher Captain Coning. In compliance with our resolution of 7 March, the same man, offering to take an oath, declared that he had never bought such linen, whether for his own use or to retail here or elsewhere, and far less traded it to the orangkaij of Haija. He stated, however, that from time to time he had traded linens bought in the cloth shop or at the Company vendue with these and other Ceram chiefs in exchange for other goods, though he could not state whether the orangkaij of the aforementioned negorij was one of them or not. Captain van den Brink has been instructed by written orders to make the necessary inquiry in order to obtain further information in this regard, the report of which is still awaited. Meanwhile, concerning the resolution to undertake an expedition to Boeroe against the Papuans, as a continuation of what was noted in our present outgoing general advices under the section of Correspondences regarding the roaming and plundering of the Papuans, we respectfully state that in order to oppose this with force and to secure the island of Boeroe against a threatened invasion, we had decided in accordance with our secret resolution of 7 March to have the patjalling De Paarl d'Amoux, being the only vessel at hand, repaired of its defects with all possible speed and dispatched thither. It was to be joined with as many orembaaien as Resident Knop could assemble from both Boeroe and Amblauw, to cruise the coasts and not only protect them against all enterprises of the aforementioned deaf rabble, but also to destroy their vessels as much as possible. To which end it was also decided to reinforce the aforementioned patjalling with: One sergeant, One corporal, and Ten soldiers. The expedition could not proceed, but from this expedition we had to desist again, as described in today's general letter, on account of the poor condition of the Paarl d'Amoux. Burgher Captain Cooning has been tasked with that commission. However, since Your Right Excellencies have repeatedly, and most recently in your secret resolution of 22 December 1761, been pleased to instruct the ministers in the four eastern governments to grant authorization and commissions to the burghers and inhabitants to go after the smugglers and pirates, the first signatory, upon the offer made for that purpose by burgher Captain Coning on the occasion of his departure in his chaloup for Boeroe in the beginning of the past month, authorized him by written ordinance to attack and overpower any Papuans or other foreign native vessels he might encounter, whether in the waters from here thither or along the shores of that island, in order to subsequently bring them in here. However, he was authorized to scuttle the vessels of those who resist and to treat the crews sailing them as illicit rovers and robbers, that is to say, punish them with death, provided that upon his return here he submits a true and pertinent written report; the outcome of this commission is still awaited. Expressions of thanks for the granted concession to retain 100 military men above the quota for 3 years. Competent chiefs will always be employed for cruising. For the favorable concession to retain one hundred soldiers for another three years, we most respectfully thank Your Right Excellencies, and we assure you that not only will useful use be made of them, but the first signatory in particular will watch to the utmost of his ability against all illicit spice trade, and will especially always direct his attention to employing competent, loyal, and experienced chiefs for cruising. Indication of how the recent cruising was conducted. During the past clove harvest, cruising was conducted with five patjallings and twenty-four orembaaien, each of those vessels reinforced with two men, one patjalling with fourteen men, and the remaining patjallings each with seven military men, which were stationed in the following manner: One patjalling at the east point of Hatuano to keep the waters clear around there. One to cruise from the point of Hoetoemoerij, or the southeastern end of the Leijtmarse mountains, to and from the island of Molanen. One to keep the waters clear at Ceram's west end between the dry rice point, or Tandjong Sial, and the negorij of Assaloeloe.
Dutch transcription
Lijwaat op Haija gevonden. — is Cap: van den Brink gelast en gereste te doen. Boeroe teegens de Papoen te doen. neemen.. waar uijt afgeleid kan worden wat staat in het algemeen op de schoon schijnende beloften der Cerammers temaaken is omtrend zeeker vreemdstiek Door Saparoeas Hoofd van Blijdenbergh met zijn retour van de kleine Hongij herwaards gebragt en aan den eerst geteekende Overge„ „geeven zijnde zeeker in de Negorij Haija gevonden stuk Lijwaat van een vreemde sorteering het welk den Orangkaij van die Negooij voor„ „gegeeven heeft van den Burger Capitain Coning gekogt te hebben; heeft den zelven daarop in voldoening aan ons besluijt van den 7. Maart onder presentatie van Eede verklaart noijt diergelijk geweet, 't zij tot eijgen gebruijk dan wel om weeder te verdebiteeren hier of elders gekogt veel min aan den Orangkaij van Haija omgezet, maar nu en dan wel Lijwaten die in de kleede winkel of op 'scomp:s venditie gekogt had, met deese in geene Ceramse Hoofden teegens andere goede„ „ren getracqueert te hebben, sonder dat nogtans kon opgeeven of den oraa „kaij van voorm: Negorij een van dezelve was dan niet, zijnde Capitain van Den Brink om diesweegen nadere informatie te krijgen bij Jnstruc„ „tie gelast daar na de noodige enquiste te doen, waar van het berigt nog te gemoet gezien word. Inmiddens dat wij ten belange der. 't besluijt om een expecitiera de kruijssingen tot een vervolg van het genoteerde bij onse thans of gaande gemeene advisen Onder het Hoofd deel van Correspondentien om„ dan „trend het swerven en Rooven der Papoen eerbiedig ter needer stellen dat wij om zulx met kragt teegen tegaan en 't Eijland Boeroe voor een gedreigde invasie te beveijligen conform onse secreete resolutie van den 7. Maart beslooten hadden de Patjalling de Paarl d' Amoux als het eenigste vaartuijg dat aanhanden was ten aller spoedigsten van zijne gebreeken te doen repareeren en na derwaards te depecheeren om met zo veel orembaijer als den Resident knop zo van Boeroe als Amblauw bij een zou kunnen krijgen gecon„ jungeert de staanden te bekruijssen en niet alleen te beveiligen teegens alle entreprises van het voorm: doof gespuijs, maar der zelver vaar „tuijgen ook zo veel mogelijk te vernielen; ten welken eijnde ook beslooten was voorm: Patjalling te versterken met Een sergeant Een Corporaal en tien Soldaten. heeft geen voortgang kunnen dog van welke expeditie wij mits de slegte gesteldheid van de Paarl de Amoux bij gemeene briefs van heeden beschreven weeder hebben moeten afzien. Dan . boven „cessie to beg aan vertig die Commissie opgedragen. „cessie om 100: militairen voor 3: jaeren boven bepaling aante houden tot de bekruijssing zullen steeds bequame hoofden gebruijkt worden verrigt den burger Capitain Cooning is Dan dewijl uwe Hoog Edelens te meermalen en nog laatst bij Hoog derzelver secrete Resolutie van den 22. december 1761. de Ministers in de vier oosterse Gouvernementen hebben gelieven te gelasten de Burgers en Ingezeetenen qualificatie en Commissie te verleenen om op de sluijkers en zeeschuijmers aftegaan; heeft den eerst geteekende op het daar toe gedane aanbod door den bur „ger Capitain Coning ter geleegendheid in het begin der Jongst verweekene maand met zijn chaloup na Boeroe vertrocken is den zelven bij schriftelijk ordonnantie gequalificeert om bij ontmoe„ „ting van Papoein, dan wel andere vreemde Inlandse vaartuijgen het zij in het vaarwater van hier derwaarts of ook langs de stranden van dat Eijland dezelve te attacqueeren en te overmees¬ „teren, om vervolgens alhier opgebragt te worden, dog de vaar„ tuijgen der zulke, welke zig teweer stellen in de grond te booren en daar op varende Manschappen als ongepermitteerde swarvers en Rovers te behandelen, dat is met de dood te staaffen; mits bij retour alhier dienende van een waar en pertinent Rapport in geschrifte; werdende den uijtslag van deese Commissie nog te gemoet gezien dankbetuijgen voor de verleende con, voor de gunstige concessie tot het aanhouden van Een hondert militairen voor nog drie Jaren, bedanken wij uwe Hoog Edelens op het eerbiedigste en verzeekeren Hoog dezelve dat daar van niet alleen een nuttig gebruijk gemaakt, maar den eerst geteekende voornamentlijk na uijterste vermogen vigileeren zal teegens allen morshandel in specerijen en inzonderheid ook steeds zijne attentie vestigen om tot de bekruijssingen bequame, trouwe en ervarene Hoof„ den te gebruijken; zijnde dezelve geduurende den gepasseerden aanwijsing hoedanig die jongstis Nagul oogst verrigt met vijf Patjallings en vier en twintig orembaeien, ieder van die vaartuijgen met twee een Patjalling met veertien en de overige elk met seeven Militairen versterkt, welke geposteert zijn geweest in volgende maniere Een Pantjalling aan de oosthoek van Hatuano om daar omstreeks het vaarwater schoon te houden. Een om te kruijssen van de hoek van Hoetoemoerij of het zuijd oosteinde van het Leijtmarse gebergte tot af en aan het Eijland Molanen. Een om aan Cerams westeinde tusschen de drooge Rijsthoek of Tandjong Sial en de Negorij Assaloeloe het vaarwater schoon„ ten aller resolutie te de schoon van de Overge¬ waat van ooij voor„ ebben; heeft Maart onder zij tot of elders maar nu p s venditie goede„ of den orangen Capitain bij Jnstruc„ berigt nog thans of tien om„ stellen devoor al de derwaards knop gecon„ teegons zelver vaar nde ook Paarl dehebben „
English
had worthy encounters gathered by the smugglers turn back: One to cruise from the west side of Honimoa or the bay of Poorto to behind the south side of Nussalaut on the coast of Akoon, and The fifth to cruise between the negorij Camariang on Ceram's inner coast, the corner of Liang on Hitoe, and the negorij Caijlobo on Oma; Four orembaais to cruise along the coast of Hitoe from the negorij Liang in the east to the negorij Lima in the west; Four to cruise on the north side of Honimoa from the corner of Tatuaro in the east to the corner of Poorto in the west; Four to cruise on the south and north sides of the island of Oma; Four to cruise along the south side of Leitimor from the corner of Nussanwe in the west to the corner of Hoetoemoerij in the east; Four to cruise along the south side of Honimoa and around the island of Nussalaut; and Four to cruise from the corner of Alang in the south to the negorij Asaloeloe in the north, cruising back and forth against each other two by two. Officers having been placed on the patjallangs in accordance with our resolution of 28 November, and the aforementioned vessels were all called back home toward the end of February to be used for the expedition to Ceram, the cruisers, according to the written reports handed over by the officers in that regard, had no notable encounters nor perceived any Ceram smuggling vessels. Which nonetheless, according to the notification given by the former Nussalaut Commander Hengeveld in a letter of 16 November, which was delivered to the first undersigned under the Hongi at Sirrisorri, having appeared the day before to the number of more than twenty off the height of the negorij Titaway situated on that island and set their course toward the negorij Aboeboe; yet concerning the same—notwithstanding that the first undersigned immediately informed the heads of the spice offices as well as those of the vessels thereof, and in the letters dispatched to that end carefully recommended that they watch diligently against all enterprises of those Moorish traders—no further information was obtained, so that it is to be thought that, seeing that the approaches everywhere were so well closed and the beaches so thick, they had to turn back fruitlessly, just as three Ceram junks, which appeared in the month of December at the corner of Nussanwe and upon the approach of the orembaais of Tomelehoe and Massavooy, reinforced with some soldiers sent thither by the first undersigned, sought their salvation in flight. For cruising, as long as that bold and troublesome wandering of the Ceram people, of which we have just cited two more instances, continues, it will be difficult to occupy the beaches with eighteen orembaais as required pursuant to Your Right Honourables' venerated order; and we therefore judge, with submission to better judgment, that for the cruises during the clove harvest, six sloops or patjallangs with twenty-four orembaais should always be kept at sea, and the latter, in accordance with Your Right Honourables' desire, be exchanged yearly for others, so as not to lay a greater burden on one than on the other, but to have the additional orembaais borne equally by all regents and their subordinates; while the employment of those additional orembaais will, in our opinion, also contribute somewhat to the reduction of the clove gathering, considering that the natives employed for this cruising cannot possibly watch their clove gardens and harvest the ripe-fallen fruit during that time, which notoriously must largely shoot into polongs or maeren. As regards further Your Right Honourables' very respected order to regulate the cruising along and the occupying of the beaches in the manner practiced by the Honourable Mr. Breton in the year 1769, we respectfully reply that this will be taken into dutiful observance, as well as ensuring that the beaches, from the time the fruits begin to ripen until the delivery has attained its full completion, remain guarded by some soldiers. And since Your Right Honourables are pleased to permit us, if the vessels and the people for the cruising should not yet suffice, to request an increase provided that the necessity is demonstrated, we take the liberty respectfully to bring to Your Right Honourables' attention that two sloops for the collection of the cloves and the expedition are extremely necessary here.
Dutch transcription
„waardige ontmoetingen gehad de smoekelaars opgedaan rug keeren:- Een om te kruijsen van de westkant van Honimor of de Hau van Poorto tot agter de zuid kant van Nussalaut aan de kost„ van Akoon, en De vijfde om te kruijssen tusschen de Negorij Camariang aan Cerans binnen Cust de hoek van Liang op Hitoe en de Negorij Caijlos„ op Oma vier Orambaijen om langs de Cust van Hitoe van de Negory Liang in 't oosten tot de negorij Lima in 't westen Vier om aan de noordkant van Honimoa van de hoek van tatuaro in 't oosten tot de hoek van Poorto in 't westen vier om aan de zind en noord kant van het eiland Oma Hier om langs de Zuidkant van Lijtimor van de hoek van Mussauwe in 't westen tot de hoek van Hoetoemoerij in 't oosten vier om langs de Zuidkant van Honimoa en rondzom het eiland Nussalaut en Hier om van de hoek van Alang in 't Zuiden tot aan de Negorij assaloeloe in 't noorden twee aan twee over en weder tegen elkander in te kruijssen. zijnde volgens ons besluijt van den 28 9ber: op de Patjallings officiers geplaats geweest en de meerm: vaartuijgen teegens het eijnde van februarij alle weeder thuijs geroepen om tot de expeditie op Ceram gebruijkt te de kruijssers hebben geene merk worden, hebbende volgens de diesweegen door de officieren overgegeevene schriftelijke Rapporten geene merkwaardige ontmoetingen gehad of eenige ceramse smackel vaartuijgen vernoomen, welke zig egter conform het nogtans hebben zig weder verkhe: bedeelde door den gew: Nussalauts Commandant Hengeveld bij brief den van den 16. 9ber die den eerstgeteekende onder de Hongij op Sirrij sorrij besteld is daags bevoorens ten getalle van meer dan twintig op de toogte van de ten dien Eijlande geleegene Negorij Titaway vertoond en de cours gesteld hebben na de Negorij Aboeboe, dog is van dezelve, onaangezien den eerstgeteekende de Hoofden der Specerij comptoiren zo wel als die der vaartuijgen immediaat daar van verwittigt en bij de ten dien eijnde afgevaardigde brieven soigneuse„ lijk gerecommandeert heeft teegens alle entraprisis van die Moos„ „handelaars zoegvuldig tewaken geen nadere informatie bekomen, in„ voegen het te denken is dat zij ziende dat de avenuen over al die vrugtlos heben moeten te so wel geslooten en de stranden gedikt waren zo wel vrugteloos terug te te houden. hebben tot be zee de tot in het tw &a 9 13 ses Patjallings en 24 orembaeijen en zee gehouden te worden. - tot vermindering van den Nagul insaam het bezetten der stranden zal na 't exempel van 1769: gereguleert wor„ bij brief den. twee Chaloup tot den afhaalder Nagulen en Expeditie zijn hier ten uittersten noodzakelijk hebben moeten keeren als drie Ceramse Jonken, welke zig in de maand december aan de hoek van Nussanwe vertoond en op de aannadering van de Orembarijen van Tomelehoe en Massavooy door den eerstgetekende met eenige Militairen versterkt daar op afgezonden hun heijl in de vlugt gezogt hebben. tot de bekruijssing dienen altoos zo lange dat stout en sorgelijk swerver der Cerammers waar van zo eeven weeder twee staaltjes aangevoerd hebben blijft con„ „tinueeren zal het beswaarlijk zijn de stranden ingevolge uwe Hoog Edelens gevenereerde ordre met agtien Orembarijen na vereijsch te bezetten en wij oordeelen overzulx met onderwerping aan beter ge„ „voelen dat tot de bekruijssingen onder den Nagul oogst altoos ses chaloupen of Patjallings met vier en twintig Orembaaijen dienen in zee gehouden en de laatste conform uwe Hoog Ede„ lens begeerte jaarlijx teegens anderen verwisseld teworden, om den eeren geen meerder last dan den anderen afteleggen maar die door de gezamentlijke Regenten en hunne onderhoorigen equaal „de meerdere orembagen dienen ook te doen dragen; terwijl het emploij van die meerdere orem„ boeijen onses eragters nog al iets contribueeren zal tot de vermindering van den Nagul insaam, gemerkt de Inlauders die tot deese bekruijssing g'emploijeert worden voor die tijd onmogelijk hunne Nagul daessons kunnen gade slaan en de rijf geworpene vrugt in oogsten die daar door notoir voor een goed gedeelte tot polongs of maeren moeten schieten. Wat verders belangd uwe Hoog Edelens seer gerespecteerde or„ die om de bekruijssinge langs en het bezetten der stranden in„ diervoegen te reguleeren als door d' Ed: Heer Bretor in Ao 1769 gepractiseert is rescribeeren wij in eerbied dat zulx zo wel in schuldige observantie zal genomen als gezorgd worden dat de stranden van dat de vrugten beginnen te rijpen tot dat de Leverantie zijn volkomen beslag erlangd heeft door eenige Militairen bewaakt En dewijl Hoog dezelve Ons gelieven te permitteeren om indien de &=a en des batjallings tot de bekruijssing vaartuijgen en het volk tot de bekruijssingen nog niet mogte toe„ „deijken vermeerdering te mogen verzoeken mits de noodzakelijkheid aantoonende gebruijken wij de vrijheid uw Hoog Edelens eerbie„ „dig onder het oog tebrengen dat twee chaloupen ten afhaal blijven —. der of de ton aan de kock aan Cerams gorij Caijlos Negory hoek van westen Oma van in 't oosten het eiland de Negorij tegen elings officiers van februarij bruijkt te overgegeevene of eenige form het op Sirrij twintig tawaij oe, dog is specerij rvan Soigneuse„ die Moor„ komen, in over al loos terug
English
Request for a sloop of 70 and two patjallings of 60 feet. Are recently on an expedition to Ceram sent. of the cloves from the spice offices, especially in times of rich harvests, the conveyance of goods thither, and the transportation of timber from Boeroe are just as highly necessary as for the expeditions to Ceram, for which light vessels that do not draw much water must be judged the most capable because one can approach so much closer to the shore with them; likewise, in order to close the approaches during the clove harvest to vagrants, illicit traders, and other smugglers, six patjallings are strictly required, namely five to cruise in the manner that recently took place, and the sixth to observe the waterway on the south side of Leijtimor from the corner of Nussanie to the corner of Nansameth; on which account we respectfully request that the number of vessels, presently still consisting of only one sloop and four patjallings, with another large sloop of 70 and two new patjallings with banjers each of sixty feet, and that of the crew, for reasons demonstrated at the conclusion of our general letter, may be increased with another one hundred soldiers and thirty sturdy sailors; for if one is to be formidable against the Ceram people, who care little for a small force and indeed dare to offer long resistance even to a large one, as was demonstrated not long ago at Tobo as will be detailed more broadly below, six or at least five patjallings and one hundred and fifty soldiers ought to be used for the expeditions, while one such vessel, which is indeed necessary, remains on hand here to be able to make use of it in one incident or another. Five patjallings and orembaais. item 100 soldiers and 30 sailors. used for this as well. who joined our fleet with only one junk. report concerning what occurred on that expedition. general. orembaais stranded. sending of Hamba reproached. In fulfillment of Your High Honors' altogether respected order to punish the suspect negorijs situated on Ceram's south coast belonging under the radjas of Tobo and Kellemoerij, the aforesaid number of five patjallings and twenty-six orembaais, manned with 125 soldiers, first class 11 artillerymen and 70 seafarers besides the chiefs and fully 900 natives under the command of Captain van den Brink, and provided with ammunition, weapons, and other goods as shown by the general strength passing under the enclosures, was dispatched from here on 2 March, and the said Captain van den Brink, together with the other chiefs of that expedition consisting of a lieutenant and three ensigns, as well as the regular fireworker, likewise the commanders of the patjallings, furnished with an ample instruction drafted by the first undersigned and given in mandatis to use Ceram's Commandant Hamba in that expedition and to push through this important work with force, in such manner that the last mentioned, by letter of the first undersigned, of which a copy passes under the enclosures, was also ordered to betake himself to Haija with as many men and vessels as he could bring together and to join the fleet, and to contribute what was necessary on his part to that enterprise; however, he joined the fleet at Amaheij with merely a single junk, as the letter from him accompanying this dictates, manned with 38 heads and armed with eight aantacken and five flintlocks, and left twenty-two orembaais behind at Keffing, as he states therein. Report of Captain van den Brink to us. Since the departure of the aforementioned expedition fleet, the first undersigned has received two letters from Captain van den Brink, of which the first contained nothing worthy of any notice in this matter; the latest, being of 27 March, dictates that the negorijs Matiahoe, Werinama, and Hatoemetten having been visited, everything was found well there, and the new negorij Batuassa was burned, while at Tobo everything was found in arms; that our men fought with the peoples of that negorij on 22 March from sunrise until twelve o'clock at noon and suffered six wounded; that subsequently the newly built temple and negorij were burned and the fruit trees chopped down, the forest upon inspection being found covered with blood everywhere. The patjallings de Liefde and some. That at nine o'clock in the evening of that same day, a heavy storm having arisen, the patjalling de Liefde, together with the orembaais of Saija and Groot Halive, along with the junk of Hamba, and on the 26th ditto the orembaai of Kilang, were stranded; as well as that the commander of the aforementioned patjalling was dead drunk and that the wrecking of that vessel must be attributed to that. Captain van den Brink's report confirmed. This being the principal matter that Van den Brink's letter contains, we respectfully request to be allowed to refer to its further contents; only noting here in addition that the first undersigned expressed his displeasure to that officer in earnest terms.
Dutch transcription
verzoek om een chaloup van 70: en twee Patjallings van 60. voeten. zijn Jongst en expeditie na Ceram gezonden. der Nagulen van de specerij Comptoiren voor al bij rijke gewassen het overvoeren van goederen derwaards, en het transporteeren der houtwerken van Boeroe zo wel ten hoogsten benoodigd zijn als tot de expeditien op Ceram waar toe ligte vaartuijgen en die niet diep treeden de bequaamste moeten g'oordeeld worden om dat men daar meede zo veel nader aan de wal kan komen item om de avenueu onder den Nagul oogst voor de swervers, Morshandelaars en andere Lorrendraeijers te sluijten volstrecktelijk ses Patjallings gerequireerd worden teweeten vijf om te kruijssen in maniere als Jongst heeft plaats gehad en de sesde om het vaarwater aan de Zuijdkant van Leijtimor van de hoek van Nussanie tot aan de hoek Nan sameth te observeeren; uijt welken hoofde wij reverantelijk ver„ „zoeken dat het getal der vaartuijgen tans nog maar bestaande in eene chaloup en vier Patjalling met nog eene groote chaloup van 70. en twee nieuwe Patjallings met Banjers ieder van sestig voeten en dat der Manschappen om reeden bij het stot van onse gemeene brief betoogd met nog een hondert Militairen en dertig kloeke Ma„ item ro0: Militairen en oastatio, troosen mag vermeerdert worden, wart zal men redoutabel weesen teegens de Cerammers die om een kleene magt weinig geeven ja eene groote selfs lange teegen stand derven bieder, gelijk nog onlangs op Tobo zo als hier onder breeder gedetailleert staat te worden geblee„ „ken is, dienen tot de expeditien ses of ten minste vijf Patjallings en een hondert en vijftig Militairen gebruijkt teworden, wanneer hier nog een diergelijk vaartuijg dat wel noodig is aan handen blijft om bij het een of onder voor val daar van gebruijk te konnen maken.. „ vijf batjallings en boorembaeijen In voldoening aan uw Hoog Edelens allesints gerespecteerde ordre om de aan Cerams zuijd Cust geleegene suspecte Negorijen onder de Radjas van Tobo en kellemoerij gehoorende te Castijden is het voorsz: getal van vijf Patjallings en ses en twintig arembaeijen bemand met 125. Militairen Primo Plan W1. Arthilleristen en 70. zeevarende buijten de hoofden en ruijm 900. Jnlanders onder Commando van den Capitain van den Brink, midsgaders van Ammonitie wapena en andere goederen zodanig voorsien als de onder de Bijlagen over gaande generaele sterkte komt aantewijsen den 2. Maart van hier gedepecheert en ged: Cap van den Brink neevens de verdere hoofden dier expeditie bestaande in een Lieutenant en drie Vendrigs midsgaders. sen. ge berigt tie ons toe de de Tin 15 toe meede gebruijkt. — die zig maar met Een Jonk bij ons vlood gevoegd heeft. gaande het voor gevallene op die Expe„ gemeene ditie orembaeijen gestrand. — zenden van Hamba gereprocheert. mitsgaders den ordinair Vuurwerker item de gezagvoerders der Pat„ „jallings gemunieert met eene door den eerstgetekende ontwoopene en den Commandant Hamba daar ampele Jnstructie in mandatis gegeeven om Cerams Commandant Hamba in die expeditie te gebruijken en dit aangeleegen werk met kragt door te setten, invoegen den laatst gem: bij brief van den eerstgeteekende, waar van het afschrift onder de Bijlager over„ gaat ook is gelast geworden zig met zo veel volk en vaartuij gen als bij een kon brengen naar Haija en bij de vloot te voe„ gen en van zijn kant tot die onder neeming het noodige te con„ „tribueeren, dog denzelven heeft zig enkeld met eene Jonk gelijk de van hem deesen versellende brief dicteert bemand met 38 koppen en geworpend met agt aantacken en vijf snaphanen te Amaheij bij de vloot gevoegd en twee en twintig orembarijen gelijk hij daar bij zegt te keffing agtergelaten. berigt van Cap: van den Prink aan Seedert het depart van de voorm: expeditie vloot heeft den eerst geteekende twee brieven van Capitain van den Brink waar van de eerste niets behelsende dat eenige notitie in deesen waardig is/ de laatste zijnde van den 27. maart dicteert dat de Negorijen Matiahoe Werinama en Hatoemetten gevisiteert zijnde daar alles wel bevonden en de nieuwe Negorij Batuassa verbrand, midsgaders te Tobo alles in de wapenen gevonden was dat de onsen met de volkeren van die Negorij den 22 Maart van sonnen opgang tot 'smiddags te twaalf uuren geslagen en ses ge„ „quetsten bekomen hebben dat vervolgers de nieuwe opgebouw de tempel en Negorij verbaand en de vrugtboomen om vergekapt weesende het bosch bij visitatie over al met bloed gevonden was. de Patjallings de Liefde en eenige dat ten neegen uuren 's avonds van dien selfden dag een sware storm opgekomen zijnde de Patjalling de Liefde met de orembaijen van Saija en groot Halive neevens de Jonk van Hambo en den 26. dito de orembaij van Kilang gestraad waren; mitsg:s dat de gezagvoerder van voorn: Patjalling smooe dronken is ge„ weest en dat daar aan het verongelucken van dat vaartuijg toegeschreeven moet worden. Cap: van den point sovert hermene dit het voornaamste zijnde dat Van den Brinks brief beheeft verzoeken wij eerbiedig ons aan dies verderen inhoud te mogen gedragen; hier bij nog eenelijk noteerende dat den eerst geteeken„ „de dien officier in eenstige termen desselfs ongenoegen heeft betuijgd gerequireert en andere ter gewassen ren der als tot niet diep men daar avenuen Jongst heeft kant van lijk ver¬ staande. haloup van gvoeten loeke Ma„ weesen ja eene langs op geblee„ allings en eer hier blijft konnen ordre de het voorsz: net aaender ando van tie wapenaa lagen over van de verdere Vendrigs Nan
English
account of Hamba concerning the intention of the Cerammers described. the foreign nations shall have no May 1770 concerning the navigation of the French subordinate stations notified: because he, contrary to your Right Honourables orders and what was commanded to him by instructions, did not employ the Commander Hamba further in the expedition, but dispatched the latter back to this lord: we have sent Hamba back with that answer, and ordered Van den Brink to conduct himself according to the aforementioned orders and to return to him a large rantakka and two flintlocks, which Hamba complains were taken from him. Over and above what is detailed hereinbefore, Tomba, in his accompanying letters, has further related that in the river of Tobo two Ceram orembaais were captured, and the Cerammers together with the foreigners had resolved that the latter should not come to Ceram this spring, but should steer directly for the Papuan Islands, and that the peoples of Enna Enna, Oerong, Goeli Goeli, Pulau Gisser, Goram, and the Captain of Keffing named Boukan with his brothers intended to sail with a multitude of junks to Bali and Buleleng. Regarding the foreign Europeans, we consider it our duty to communicate with respect to your Right Honourables that there has been sent to the Chiefs and Residents of the Outlying Stations under covering letters an extract from their Right Honourables secret dispatch of the ultimo of December last, to refuse them water and firewood, indeed everything, and to show not the least assistance, but to cause them to depart immediately and to take care that all intercourse with the native is prevented them. From that order we have also had to conclude that the extract from your Right Honourables resolutions of the 26th of May 1770, received among the secretarial papers sent for information and observation, regarding the navigation permitted everywhere by the King of France to his subjects, has not or cannot have any relation to this Province, as it is not a permitted port for any European nation; but that upon the unexpected appearance of any ships belonging to subjects of His Most Christian Majesty under the jurisdiction of this Province, action must be taken therewith in conformity with the aforesaid, and a similar order granted by your Right Honourables by secret dispatch of the 13th of December 1764. The first signatory has also written this to the Chiefs and Residents of the subordinate stations, trusting that this will agree with the intention of your Right Honourables. passed through aforementioned Strait of Buton. English three-masted ship anchored off Salawati. and awaiting 6 others there. Notice thereof given to the Governors of Ternate, Makassar, and Banda. The servants of foreign nations are a cause for concern in this Province. Reasons thereof. Wherewith we respectfully present herewith two extracts from the journals kept on the pachallings the Lassum and the Paarl, stating that the English ship The Brittanne King or the King of Britain, 130 to 140 feet in size, and in accordance with the statement of the Captain commanding that vessel, destined to steer through Strait Suriname to China, passed through the Strait of Buton in the month of January last; being accompanied by a letter from the Postholder at Sawai, Brandes, dated the 26th of February, stating that the Captain of Rumasal had related on the 23rd previously at the negorij Hotilen, situated on the north coast of Ceram, that a three-masted English ship, on which there were many women, lay at anchor off Salawati, and the said foreign Europeans had claimed that they would remain there to await six other ships, without however knowing what their intentions were. Of this matter, the first signatory gave notice to the Lord Governor of Ternate, Valkenaar, by separate letter of the first of April, as also to the outgoing and incoming Governors of Makassar, Boelen and Van der Voort, by letters of today in observance of your Right Honourables standing order by secret letter to the late Lord Governor Van Idsinga of the ultimo of December 1761, to advertise all such matters to the neighbouring governments, in which manner notice was also given to the Lord Governor of Banda, Pelters, by letter of the 23rd of April. With regard to the servants, it being taken into consideration at the session of the 28th of February how perilous it must be judged for the interest of the Company in this Province when foreign Europeans who have resided here for some time as its servants, and have thereby obtained knowledge of the country and intercourse with the native, desert to their countrymen, especially in these times when our competitors not only seek to obtain spices by all sorts of means and ways, but also spare no effort to get the trees themselves in order to transport them elsewhere, since through such runaways or deserters many matters are brought to their knowledge which would otherwise remain hidden.
Dutch transcription
relaas van Hamba nopens 't voornee„ mender Cerammer beschreeven. „de vreemde Natien zullen geen Maij 1770 nopens de vaart der franschen nende hebben. - terne Comptoiren aangesz: ter zake hij contrarie uwe Hoog Edelens ordre en het hem aan„ bevoolene bij Jnstructie der Commandant Hamba niet verder in in den laatsten terug gedepacteert de expeditie gebruijkt maar den zelven dit heer gezonden heeft wij hebben Hamba met dat andwoord terug geschikt en van den Brink g'ordonneert zig na voorsz: beveelen te rigten en aan den zelven terug tedoen geeven een groote Rantakka, en twee snaphanen die Hamba klaagd dat hem afgenoomen zouden zijn buijten en behalven het hier boven gedetailleerde heeft tomba, bij zyn overgaande Brieven nog gerelateert dat in de Rivier van Tobo twee Ce„ „amse orembaijen verovert waren en de Cerommers met de vreemde„ lingen tesamen beslooten hadden dat de laatste in dit voorjaar niet op Ceram koomen, maar direct na de Papoese Eijlanden steevenen zoude en. dat de volkeren van Enna Enna, oerong, Goeli Goeli P=lo gisser, Gorer en de Capitain van keffing Boukan gen:t met zijn Broeders voor„ neemens waaren met een meenigte Jonken naar Balij en Boeliling te vaaren. Concerneerende de vreemde Europeen agter wij ons verpligt uw de minste gereeftelijkheid genieten Hoog Edelens in eerbied te Communiceeren dat de Hoofden en Resi„ denten der Buijten Comptoir onder geleide Letteren toegeschikt is Ex„ tract uijt Hoog derzelver secreete Missive van ult:o decemb: pass:o om dezelve water en brandhout ja alles teweigeren en geen de minste as„ sistentie te bewijsen maar ten eersten tedoen vertrecken en zorge te dragen dat hen alle Ommegang met den Inlander belet worde, uijt het Extract Batavia desolutie van 26. die ordre hebben wij ook moeten concludeeren dat het Extract uijt geen relatie tot deese provintie han uwe Hoog Edelens resolutien van den 26 Maij 1770. onder de secreta „rieele Papieren, die ter narigt en observantie gezonden zijn, ontfangen betreckelijk tot de vaart door den koning van krankrijk aan zijne onderdanen alomme gepermitteert geene relatie heeft of hebben kan tot deese Provintie, als geene gepermitteerde haven voor eenige Europeese Natieu zijnde; maar dat bij onverhoopte verschijning van eenige scheepen toebehoorende aan onderdanen van zijne Allexchris„ „telijkste Majesteit onder het ressort van deese Provintie daarmeede conform bovengem: er eene diergelijke door uw Hoog Edelens bij secreete Missive van den 13. december 1764. verleende ordre moet is zulx ook de Hoofden der bubal, gehandeld worden dit heeft den eerstgeteekende de Hoofden en Resi„ denten der subalterne Comptoiren ook aangeschreeven, in vertrouwen dat zulx met de intentie zal over eenkomen van uw Hoog Edelens die 't schip 17 in gem: pass: straat Boeton gepasseert. steevenen voor salwattij zouden Eng=s drie mast schip ten anker leggen. en nog 6. anderen aldaar verwagten. Hier en is Heeren gouverneurs van Ternaten Maccasseren Banda kennis gegeeven. de Dienaaren van vreemde Natien zijn in deese Provintie sorgelijk. reedenen van dien. . die wij hier bij eerbiedig aanbieden twee Extracten uijt de Journaa„ len gehouden op de Patjallings de Lassum in de Paarl d'e 't Eng:schip she Brittanne kingis amour, dicteirende dat het Engels schip The Brittanne King of de koning van Britanje groot 130: â 140. voeten en Conform de opgave van de op dien bodem het gezog voerende Capitain ge„ distineert om door straat Surinamen na China te steevenen in de maand Ianuarij J:o leeden door straat Boeton gepasseert is; gaande g'accompagneert van een brief, van den Posthou „der te Sawaij Brandes ged:t 26. febr: houdende dat de Capitain van Roemasaal den 23 bevoorens op de aan Cerams Noord cust geleegene Negorij Hotilen verhaald, had dat er een drie mast Engels schip op 't welke zig veele vrouwen bevonden voor saluattij ter anker lag en gedagte vreemde Europeesen voorgegeeven hadden aldaar te zullen vertoeven om nog ses an„ „dere scheepen intewagten, sonder egter te weeten wat dezelve van intentie waaren: van dit bezigt heeft den eerst geteekende der Heer Ternaals gouverneur Valkenaar bij aparte brief van primo April kennisse gegeeven, zo meede aan de Heeren afgaande en aankomende gouverneurs van Macasser Boelen en kan der voort bij letteren van heeden in observantie aan uwe Hoog Edelens permanente ordoe bij secrete brief aan wijlen den Heer Gou„ verneur van Idsinga van ult:o dec: 1761. om van alzulke zaken de nabuurige gouvernementen te adverteeren, invoegen ook geschied is aan de heer Bordas gouverneur Pelters bij brief van den 23. April. met betrecking tot de Dienaaren ter setting van den 28. febr: in overweeging genomen zijnde hoe zorgelijk het voor het belang van de Maatschappij in deese Provintie moet g'oordeeld worden wanneer vreemde Europeen die zig eenigen tijd als haare Dienaa„ „ter alhier onthouden en daar door kundschap van het Land en de Ommegang met de Inlandir verkreegen hebben tot haar Land zaat en overloopen, voornamentlijk in deesen tijd dat onse com„ „petiteuren niet alleen door allerleij middelen en weegen specerijen zoeken te bemagtigen, maar ook geen moeijte sparen om de boo„ „men selfs te krijgen ten einde die na elders te vervoeren, ver„ „mits door zulke weg of overloopers veele zaken ter hunner kennisse gebragt worden, die anders verborgen zouden blijven Boelilng is hem aan¬ der in heeft: wij den aan den snaphanen ba bij zijn twee Ce„ vreemde„ jaar niet Gisser, Godon voor pligt uw en Resi¬ Kt is Ex„ pass:o om minste as. zooge te worde, uijt xtract uijt de Secreta ontfangen aan zijne bben kan eenige ijning van Alleachris daarmeede bij e en Resi¬ trouwen oog Edelens moet
English
to excuse as much as possible. On Boeroe, Manipa and Sawaij no Sawaij parchet with the French held there will be described. For that reason, on the mentioned day, it was approved to request Your High Nobilities, in order to prevent as far as possible the harmful consequences that have occurred from such desertions as took place in the past year at Sawaij concerning the soldier Jacob Scholomain and the son of the soldier Reinier Penno, as we respectfully do hereby, that when sending reinforcements of personnel for this Province, the English and French nations, of which latter a good portion has again been brought with the ships that arrived this year, be excused as much as possible. In the meantime, in compliance with Your High Nobilities' order, we have ordered the Captain Commandant, when sending reinforcements to Boeroe and Manipa, as well as Sawaij, to ensure that none of the aforesaid two nations, but always Dutchmen and Germans are commanded thither; while the first-signed, upon his return from the Hongi, has exchanged the soldiers found on Sawaij, Joseph Philip, being a native Englishman, and Guillaume Nicolai, a Frenchman, for others from this garrison, and upon his recent presence here ordered Boeroe's Resident Knop to immediately send two French soldiers stationed there to this place, in exchange for others who were given to him from here. Furthermore, with reference to Your High Nobilities' recommendation to keep a close watch on the conduct of the aforesaid soldier Reinier Penno, we must add here, for your reassurance, that he is already old and worn out, and in such a decrepit state that one has nothing more to fear from him. Regarding the conduct of the former Postholder at Sawaij, Lodewyk August Larchet, the first-signed conducted a further investigation during the Hongi and, among other matters, in his separate report inserted into the secret Resolution of the 17th of December, and with the declarations made on the 28th and 29th of October at Hatilen and Sawaij before delegated members of the Hongi Council, discovered that the said Larchet, when the French—who came to anchor before the post of Sawaij on the 23rd of March 1770 with a two-masted brigantine named L'Etoile du Matin or de Morgenster—did not, conformable to his letters written on the 24th and 27th of that month to the Honorable Councillor Extraordinary Breton and the then Resident of Manipa Knop, immediately upon their appearance in the aforesaid bay send by a corporal one of the protests that were deposited at his post for foreign Europeans, after receipt of which they had asked him to provide only a few provisions, likewise water and firewood, and having been accommodated therewith had set sail again on the 26th of March; but on the contrary, that the said brigantine had remained at anchor there for five to six days, and Larchet was not even present at his post at the arrival of the French, but had been at Hatilen, situated more than eight miles from there. That for that reason the soldiers Johan Geslag Maag and Guillaume Nicolai were sent on board by the corporal and not by Larchet to deliver the protest to the authorities. That Larchet, having obtained news at Hatilen of the appearance of the aforesaid brigantine off Sawaij, returned to his post and, besides giving military honors to the Captain, ate with the French in his house and permitted them to sell various Nuremberg wares, indeed even traded with them, partly in goods that the regents or garrison members could not specify. The first-signed, having also inquired closely into the actions of the French at the frequently mentioned village of Hatilen and the purpose of their arrival on Ceram's North Coast, discovered, as appears from the declarations of the European citizen Pieter Goedvriend and the Orangkaij of that village, which also respectfully accompany these presents, that the Captain of the brigantine bought two slaves there as well as some poultry, coconuts, and pumpkins, and slept one night on the balai, and asked Goedvriend where nutmeg and clove trees were standing thereabouts, adding that he had come expressly from Mauritius, not for the fruits, as he knew well how to obtain enough of those, but to search for the trees themselves and bring them thither, around the back of Goram and along the Land van den Eendragt, as he intended to take that route on the return journey, as well as that the places where.
Dutch transcription
veel mogelik te Excuseeren. op Boeroe, Manipa en Sawaij zullen geene sawaij parchet met de franschen aldaar ge„ houden beschreeven. — is uijt dien hoofde ten gem: dage goedgevonden uwe Hoog Hoog Edelens om de schadelijke gevolgen na vermogen te prevenieren die uijt zulke deserties als in Ao pass:o te sawaij omtrent den soldaat Jacob Scholomain en zoon van den soldaat Reinier verzoek om de Engelse en franschen zo Peno hebben plaats gehad, te verzoeken gelyk wij eerbiedig doen bij deesen om bij het zenden van renfort van Manschap voor deese Provintie de Engelse en fransche Natien, van welke laatste er met de in deesen jare aangekomene scheepen weeder een goed gedeelte zijn aangebragt geworden zo veel mogelijk te excusee„ „ren: Jntusschen hebben wij den Capitain Commandant in nako„ dan Nederlands duijtsers geplaats woden: ming van uwe Hoog Edelens ordre gelast bij het zenden van renfort na Boeroe en Manipa zo meede sawaij te zorgen dat derwaards geene der voorsz: twee Natien maar altoos Needer„ „landers en duijtsers gecommandeert worden terwyl den eerst„ „geteekende met zijn retour van de Hongij de op Sawaij gevor„ dene soldaten Ioseph Philip zijnde een gebooren Engels en Guilledume Nicolai een fransman teegens andere uijt dit quar„ misoen heeft doen verwisselen en Boeroes Resident Knop bij zijn jongste aanweesen alhier gelost om twee aldaar bescheijden fransche soldaten ten eersten herwaards opte zenden in verwis„ seling teegens anderen welke hem van hier meede gegeven „voor den soldat Gemo is mitsmeer te duij Voorts moeten wij met betrecking tot uwe Hoog Edelens recomman„ datie om op het gedrag van voorsz: soldaat Reijnier Penno een nauwe toezigt tehouden tot hoog derzelver gerustheid hier bij nog ter needer stellen dat den zelven reeds, oud en afgeleeft mids„ gaders in een zo Caducquen staat is dat men voor hem niets meer te dugten heeft het gedrag van den geweet Oothouder te Omtrend het gedrag van den gew: Posthouder te Sawaij Lodewyk August Larchet, heeft den eerstgeteekende onder de Hongij nader onderzoek gedaan en onder ondere zaken bij desselfs apart ver„ toog ter secreete Resol: van den 17. december g'insereeat en met de declaratoiren den 28 en 29. October te Hatilen en Sawaaij voor gecommitteerde Leeden uijt de Hongij raad verleend opaat overgaan „de ontdekt, dat ged: Larchet de foonschen, dewelke met een twee moste Brigontijn L: Etoile du Matin of de Morgenster gen: den 23. maart 770 voor de Post sawaij ten anker gekoomen zijn niet ten. zijn — 19 zo meede het oogmerk van hunne komst op Cerams Noord Cust, onderzoek en ver„ rigtingen aldaar niet conform desselfs in datis 24. en 27. diermaand aan d' Ed. Heer Raad Extra ordinair Breton en doenmaliger Manipas Resident knop geschreevene brieven bij verschijning in voorm baaij ten eersten door een Corporaal een der Protesten, dewelke voor- vreemde Eu„ ropeen op zijn Post berustende waaren toegezonden heeft en zij na dies ontfangst hem hebben laten verzoeken om zig alleen van een weinig mondbehoefte item water en brandhout te voor„ sien en na dat daarmeede gerieft den 26. Maart weeder onder zeil gegaan waren, maar integendeel dat ged: Brigantijn aldaar vijf à ses dagen ten anker was blijven leggen en Laachet bij het arrivement der franschen niet eens op zijn Post present maar te Hatilen ruijm agtmijlen van daar geleegen geweest, is. Dat uijt dien hoofde de soldaaten Iohan Geslag Maag en Gul„ leaume Nicolai door den Corporaal en niet door Larchet naar „Boord gezonden zijn ter afgave van het protest aan de overheaden. dat Larchet kundschap van de verschijning der voorn. Brigan„ „tijn voor sawaij te Hatilen erlangd hebbende op zijn post is ge„ „reverteert en behalven het geeven van Militair honneur aan de Ca„ „pitair met de franschen in zijn huijs gegeeten en dezelve gepermitteerd heeft verscheide neurenberger wharen te verdebiteeren, ja selfs met hun genegotieert heeft, gedeeltelijk in goederen die de Regenten of bezettelingen niet wisten optegeeven waarin bestaan hebben. den eerst geteekende zig ook nauwkeurig g'informeert hebbende na der franschen verrigtingen op de meerm: Negorij Hatilen en het oogmark van derzelver komst op Cerams Noord Cust heeft blijkens de deesen almeede in eerbied versellende declaratoiren van den Europees burger Pieter Goedvriend en Orangkaij van dat doop ontdekt dat den Capitain van de Brigantijn aldaar twee slaven als meede eenig gevogelte Clappus en pompoenen gekogt, mids „gaders een nogt op de baleeuw geslapen en Goedvriend gevraagd heeft waar daaromtrend Nooten en Nagulen boomen stonden met bijvoeging dat expres van Mauritius gekoomen was niet om de vrugten also die genoeg wist te krijgen, maar om de boo„ „men selfs te zoeken en die derwaards te brengen, agter Goran om en langs het Land van den Eendragt hoedanig zijne route op de terug reijse meende teneemen midsgaders dat de plaatsen Lodewyk alwaar. g toog revenieren trent den Reinier biedig doen hap voor laatste een goed te excusee„ in nako„ zenden van zgen dat Needer de eerst gevor„ gels en dit quar„ Knop bij bescheijden m. verwis geven re comman„ Penno hier bij leeft mids„ hem niets gij nader part ver„ en met Sawaaij voor overgaan een twee gen den n zijn
English
in March 1770 there had also been an English or Spanish vessel and they had bartered for spice saplings. Governor Munnik was notified. Larchet was degraded to soldier. Observed. where the same grew was marked on his charts, but the stiff northwest winds had prevented him from calling there; furthermore, that upon the objection of the mentioned Goedvriend in that regard, he had shown him the next day two Dutch, one English, and one French chart, on all of which Cambello was noted as a clove trading post, Cauwa as a clove bay, and the Makohalat River also as a clove bay or Nutmeg River, offering at the same time one thousand Spanish dollars if he would go with them to Mauritius, and a further promise that if he pointed out spice trees to them, he would additionally receive one hundred Spanish dollars for each spice plant that was brought in flourishing and good condition to Mauritius; furthermore, it appears from the aforementioned account of Goedvriend that the Papuans recounted to him that in the month of March 1773 a Spanish or English ship called at the island of Gebe, as well as at Maba, Weda, and Patani, and that those foreign Europeans traded spice saplings there for gold, silver, Moorish flintlocks, and in that manner obtained thirty young saplings from a single village alone, and promised to return after the expiration of seven months; of which report the first undersigned gave notice to the retired Governor of Ternate, Mr. Munnik, by separate letter dated 29 November last; wherefore we also consider it our duty to respectfully communicate to Your Right Noblenesses in this regard and concerning all the foregoing relating to foreign nations, and furthermore to note here that the aforementioned former postholder at Sawai, Larchet, during the session of 17 December, and for reasons cited in a separate resolution of that date, was out of mercy degraded to soldier at 9 guilders per month, and in order to deprive him of the means to trade further with foreigners, Captain van den Brink was ordered to make him perform duty strictly inside the Castle. And he is now being sent over with cancelled pay, proceeding now in accordance with Your Right Noblenesses' orders with cancelled pay to be dispatched to the Netherlands as a pernicious subject. Their recommendation regarding the former fiscal Homma we shall duly observe for the future, and the first undersigned furthermore assures Your Right Noblenesses in the most sincere manner that through faithful attention to the Master's service and zealous observation of the interests of his paying lords, he will constantly strive to give that satisfaction which Your Right Noblenesses expected of him in appointing him to the character which he has the honor to hold, and still expect to see; with that assurance and in the hope that our proceedings described hereinbefore will be crowned with Your desired approval, we call ourselves with the highest esteem and respect, Right Noble, Severe, Highly Esteemed Gentlemen and Well-Born, Severe Gentlemen, Your Right Noblenesses' humble and very obedient servants. Was signed: J. A. van der Voort, J. A. de Villeneuve, P. A. Pahlling, C. D. Trauw, J. C. Crijsman, J. H. O. Danelen. In the margin: Amboina, in Victoria Castle, 10 May 1771. The return of Captain van den Brink on the 19th of this month with only seven of the 26 orembaais that departed under his command, the remainder, as Your Right Noblenesses have already been informed in our respectful letter of the 10th of the current month and is to be further detailed herewith, having run aground, capsized at sea, wrecked, or burned, while the paduakang vessels de Voortvarendheid, the Catharina Geertruida, and the Lassum, leaving behind damaged goods at Pulau Tikus, as well as the Saparoea, have been left behind at Sawai, the latter to repair its mast which has cracked, or else to procure a new one, has compelled us to detain the bearer of this, the ship de Gouverneur Generaal, for several more days in order to bring reverently to Your notice the outcome of the expedition to the south coast of Ceram, the islands of Keffing, Geser, Ceram Laut, and Goram. In order not to weary Your Right Noblenesses therein, [illegible] Agreed.
Dutch transcription
in Maart 1770. zou ook een Eng=s of spaans geweest zijn en specerij boompjes in geruijld hebben. gouverneur Munnik kennis gegeven. Larchet is gedaegradeert tot zoldaat. g'observeert. alwaar dezelve groeijden in zijne kaarten bekend stonden, dog de stijve noord weste winden hem belet hadden dezelve aantedoen; voorts dat hij op de teegenwerping van ged: Goedvriend dien aangaande hem 'sdaags daar aan had laten vertoonen, twee hol„ „landse, Een Engelse en Een france kaart in alle dewelke Cam„ „bello bekend stond voor een Nagul Comptoir, Cauwa voor een Magul Baoij en de Revier Makohalat meede vóór een Nagul baaij af Nooten Revier onder aanbieding teffens van Een duijsend spaanse Matten indien met hun na Mauritius wilde gaan en verdere belofte dat hun specerij boomen aan wij „sende dan nog een hondert spaanse Matten zoude genieten voor elke specerij plantje dat fleurig en wel op Mauritius gebragt wierd nog blijkt uijt het voorm: relaas van Goedvriend dat de Papoeen schip op gebe Maba, wedae en Pattanij aan aan den zelver verhaald hebben dat in de maand Maart 1773. een spaans of Engels schip op het Eijland Gebe, zo meede op Mada weda en Pottanij aangeweest is, midsgaders dat die vreemde Europeen aldaar specerij boompjes teegens gout er zilver Moor iter snaphanen getracqueert en op die wijse van een Negorij alleen der „tig Jonge Boomptjes zoude bekomen en beloofd hebben om na oer loop van seeven maanden terug te zullen komen; van welk berigt den eerstgeteekende bij aparte brief sub dato 29. 9ber: passo hier van is den afgeganen Heer Ternaats den Heer afgeganen Ternaats gouverneur Munnik kennisse ge„ „geven heeft, invoigen wij ons ook verschuldigd agter uw Hoog Edelens diesweegen en van al het voorenstaande betreffende de vreemde Natien eerbiedig communicatie tedoen en hier bij nog te nooteeren dat den voorm: gew: Posthouder te sawaij Larchet ter sitting van den 17: xber: en om reedenen bij aparte resol: van dien datum aangehaald ex werd gratia gedegoadeert heb„ ben tot soldaat met ƒ 9: termaard en om hem het middel te beneemen voortaan meer met vreemdelingen te handelen den capitain van den Brink gelast den zelven perse binnen het Casteel dienst te laten doen. en gaat tans met afgesz: gagie over. Gaande den zelven ingevolge uw Hoog Edelens ordre thans met af„ geschreeven gagie over om als een pernitieus subject na Neederland verzonden teworden. de recommandatie omntrend somma zal Hoog derzelver recommandatie met betrecking tot den gew fiscaal 1890 1st me vslngen uit 21 en getragt worden allesints genoegen te geeven. naer Man als Vooren uit de Expeditie van Ceram tuigen uitslag der recherche na zeker stuux„ fiscaal Homma zullen wij voor het vervolg in schuldige obser„ „rantie houden en den eerstgeteekende verzeekert uwe Hoog Edelens daar en boven op het sinceerste dat door eene getrouwe behartiging van 's Meesters dienst en het ijverig waarneemen van de belangen zijner betaals Heeren steeds zal tragten te geeven dat contentement dat uwe Hoog Edelens in zijne aanstelling tot het caracter dat hij de eere heeft te bekleiden van hem verwagt hebben en nog blijven te moet zien; met die verzeekering en in hoope dat onse verrigtingen hier vooren beschreeven met Hoog derzelver gewenschte goedkeure zullen bekroord worden, noemen wij ons met de meeste hoog agting en eerbied /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaren Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren /lager/ Uw Hoog Edelens onder„ danige en seer Gehoorsame dienaaren /:was getekent:/ I: A: van der Voort, J: A: de Villeneuve P: A: Pahlling, C D Traaw, I: C: Crijsmnang, al d augan „ J: H: O: danelen om in margine:/ Amboina in 't Casteel Victoria den 10 Maij 1771. Het ritour van den Capitain van den Brink op den 19 deeser Hoog retour van de Capitain van den brink met maar seeven van de Onder zijn Commando vertrockene 26. arembaijen zijnde de overige gelijk uwe Hoog Edelens be„ reeds is bedeeld bij onse eerbiedige letteren van den 10. Courant en hier bij nog nader staat gedelailleert teworden gestaand of in zee ongeslagen verorgelukt en verbrand terwijl de Patjallings de voortvarentheid, de Catharina Geertruijda en de Lassum te met agterlatinge van beszigdegemn ven Poulo Ticus midsg.:s de Saparoea te sawaij agtergelaten. zijn, de laatste om zijn mast die gekraakt is te voorsien, dan wel een nieuwe te koppen; heeft ons genoodsaakt brenger van deesen het schip de Gouverneur Generaal nog eenige dagen ofte houden om Hoog dezelve reverentelijk ter kennisse te brengen den uijtslag der expeditie na de zuijd Cust van Ceram, de Eijlanden Keffing gisser, Ceram Laut en Goram Wij zullen om uw Hoog Edelens daarin niet te verveelen J Paringaruwe accordeert zo s agt geb een Mada vreemde Moor iten alleen der berigt pass o sse ge„ ende de 09 e ƒ den vreemd op
English
given. must be foreign linen found on the orangkai of Haija observe brevity as much as possible and with respectful reference to the accompanying Detailed Report of Captain van den Brink, succinctly cite from it only the principal matters and events that took place on the aforesaid Expedition: noting at the outset that this officer, in accordance with what was recommended to him by the first undersigned in a letter of the 4th of March last, having made an inquiry into how the orangkai of Haija came by the foreign linen mentioned in our aforesaid respectful letter of the 10th instant; that Village Chief declared to have bought three pieces of fabric from the burgher Captain Coning for a sum of is held innocent of illicit trade thirty-three Rijksdaalders without being able to state whether they were woven with a blue or with a red stripe, so that Captain van den Brink says he could find no basis to convict the aforesaid Regent of illicit trade and to treat him as guilty of machinations or underhanded dealing, nor, conformable to the order given to him, to send him under arrest, the less so as after an exact further search in the Negorij nothing was found that hinted at it, adding favorable testimony in his regard that the often-mentioned Orangkai has in several cruisings conducted by him, and now again, always shown himself very vigilant and dutiful: from which consideration we, subject to your High Nobilities' given approval, shall make no further movements about it; as it would indeed be difficult to get to the bottom of the true secret, since the burgher Captain Coning, according to reasons why the further investigation was halted our aforesaid letter of the 10th instant, declared under offer of Oath never to have traded in such linen, and Haija's orangkai on the contrary testified not to know what color the stripe was that ran through the linen demanded from him; besides which it may well be and would not be at all strange that such linen could have been brought into his Negorij through completely different channels which they will not disclose to us; at least this is certain that through the heavy navigation of the Macassars, Bugis, Butonese and other western Nations to Ceram, who manage to obtain such assortments in Bengkulu or in another manner from the English, both foreign and Company linen is worn on that Coast, which has also been demonstrated by speculation the the 34 yet is not the ty G Tinge what was foreign one piece of the latter sort is forwarded for speculation. the Commander Hama was present on the Expedition with a Junk yet it was with difficulty that he could be brought to it: for assistance there were on Keffing found ammunition, goods and what more salvaged from the stranded pantjalling de Liefde and its wreck burned. trying to prevent. baijs wrecked and burned respect the Cerammers both Company's the pieces of linen which the governor found among the baggage of the Wedarese on Keffing and were all of the same assortment as those discovered in the Negorij Haija: we take the liberty of presenting that piece to your High Nobilities for agreeable speculation just as it was handed over to the first undersigned by Saparua's chief van Blijdenbergh, and with Your High Nobilities' favorable permission we shall step away from this subject, referring to what we noted in our respectful letter of the 10th instant concerning the expedition to Tobo, and in continuation of that chapter from the Report of Captain van den Brink state hereby that in the undertaking against that Negorij the Ceram Commander Hambo, in accordance with your High Nobilities' order to employ him in the expeditions and the order given to him conformably thereto to join our fleet with his vessels, was indeed present there with a junk, yet it was with difficulty that he could be gotten out of there, while of the twenty-two vessels, which he had written to the first undersigned the 22 vessels reported by him that lay in readiness on Keffing for our assistance, not a single one was found upon the arrival of the fleet before that Island. Yet in order not to deviate from the guide of the aforesaid Report, we shall respectfully bring to your High Nobilities' attention that from the stranded Pantjalling de Liefde mentioned in our humble letter of the 10th instant, the artillery, ammunition, grapnels, sails and rigging, item the ironwork being salvaged and secured as much as possible, the wreck of that vessel was subsequently set on fire: During which operation the Cerammers, notwithstanding that the Cerammers such both of Tobo and Batuassa, through continuous sorties and continual shooting, tried to prevent our men therein, in order thus, if it were possible, to take the ammunition goods as booty; to which, however, their way was cut off by occupying the strand before Tobo, where besides the orem- besides that vessel also some orem, boeijer mentioned in our humble letter of the 10th instant was also wrecked the orembai of Nallahia, besides which, both in the storm that struck the fleet here locally and in several other occurrences, another four such vessels were crippled, which had to be burned. Kissalaut visited and the was Hereafter the Negorij Kissalaut was inspected and everything found well in it.
Dutch transcription
gevenden. moet worden vroemd Lijwaat bij den oranghaij dan Haija zo veel mogelijk de kootheid betragten en met eerbiedig refect waat aan het neevensgaande Omstandige Rapport van den Capitain van den Brink daar uijt alleen de voornaamste zaken en voorval„ len op voorsz. Expeditie g'exteert succinctelijk aanhalen: voor een af, noteerende dat dier officier ingevolge het hem door den eerst geteekende aanbevolene bij brief van den 4. Maart L't leeden dechar„ gie gedaan hebbende hoe den orangkaij van Haija aan het vroomd Lijwaat vermeld bij onse voorm: eerbiedige van den 10: Courant gekomen is; dat Dorpshoofd verklaard heeft drie stucken ge„ „weef van den burger Capitain Coning voor een sommetje van word onschuldig gehouden aan morthandel drie en dertig Rijxd.:s gekogt te hebben sonder te kunnen opgeeven of dezelve met een blauw dan wel met een roode strep zijn doortrocken geweest, invoegen Cap van den Brink zegt geen fundament te hebben kunnen kinden om voorm: Regent van Mors handel te overtuijgen en als schuldig aan konkelarijen of Mors„ serijen te handelen midsg.:s conform de hem gegeevene last in arrest optezenden te minder er na een exact ander zoek in de Me„ garij niets gevonden is dat daar na zweemde, met bijvoeging fovorable getuigns ten zijnen opsigte dat meerm: Orangkaij in verscheide door hem gedane bekruijssin„ „gen en nu weeder zig attoos seer rigilant en dienstvaardig betoond heeft: uijt welke consideratie wij onder uwe Hoog Ede„ „lens gevenende goedkeure daar over ook geen verdere movemen„ „ten maken zullen; wijl het dog beswaarlijk vallen zou agter het ware geheim te komen also den burger Capitain Coning na luijd redenen waarom 't verder onderzoek gestaakt onse meerm: Letteren van den 10. deeser onder presentatie van Eede verklaard heeft noijt in diergelijk Lijwaat gehandelt te hebben en taijas orangkaij daar en teegen betuijgd niet te werten van wat coleur de streep geweest is die door het bij hem gevorder Lijwaat geloopen heeft; behalven dat het ook wel zijn kan en geheel met vreemd zoude weesen dat diergelijke Lijwaat in zijn Negorij door geheel andere canalen die zij ons niet openbaren zullen zoude kunnen gebragt zijn, altans dit is zeeker dat er door de sterke vaart der Macassaren Bou „guineesen, Boetonders en andere westerse Natien op Ceram die zulke sortementen te Bancohoeloe of op een andere wijse van de Engelsen weeten te krijgen zo wel vreemd als scomp: Lijwaat op die Cust gelleden word, het geen ook gebleeken is aan specu de de 34 dog is gee de tig G Tinge wadt als vraemd gewees voor een stuk van 't laatste zoort gaat ten speculatie over. de Commandant Hama heeft zig bij de Expeditie bevonden met een Jonk dog is met moeijte daar toe te brengen geweest: ter assistentie zijn op keffing met bevon„ „de ammonetie goederen en wes meer van de gestrande pantjalling de Liefde afgehaald en dies wrak verbrand. tragtenden te verhenderen. baijen verongelukt en verbrand reffect de Corammers blijten zo wel Comp:lij, de stucken Lijwaat die den gouverneur onder de torgij bij de we„ dareesen op Keffing gevonden heeft en alle van deselfde sorteering zijn geweest als in de Negorij Haija ontdekt zijn: wij neemen de vrijheid uwe Hoog Edelens dat stuk zodanig als het der eerst geteekende door Saparoea's hoofd van Blijdenbergh is ter hand gesteld ter believende speculatie aantebieden en zullen hier meede met Hoog derzelver gunstig verlofs van dit onderwerp afstappen „de ons gedragende aan het geen wij bij onse eerbiedige van den 10. deeser omtrend de expeditie op Tobo genoteert hebben en ten vervolge van dat chapiter uijt het Rapport van den capitain van den Brink bij deesen ter needer stellen dat in de onderneeming teegens die Negarij den Cerams Commandant Hambo, ingevolge uwe Hoog Edelens ordre om hem in de expeditien te emploijeeren en de„ aan hem dier conform gegeevene last om zig met zijn vaartuijgen bij onse vloot te voegen wel met een ojnkdaar bij bevonden heeft, dog met moeijte daar uijt is te krijgen geweest, terwijl er van de twee en twintig vaartuijgen, die hij den eerstgeteekende geschreeven de door hem opgegevende 2: vaartuijgen heeft dat ter onser assistentie op keffing in gereedheid lagen bij de komst van de vloot voor dat Eijland geen een gevonden is. dog om van den Leijdraad van het voorsz. Rapport niet aftewijken zullen wij uwe Hoog Edelens eerbiedig onder het oog brengen dat van de gestrande Patjalling de Liefde verm: bij onse onder„ danige van den 10 deeser het geschut de Ammunitie, dreggen zeilen en toewerk item het ijserwerk zo veel mogelyk afge„ haald en geborgen zijnde, het waak van dat kieltje vervolgens in den brand gestooken is: Onder welke verrigting de ceram„ niet tegenstaande de Cerammers zulke „ mers, zo van Sobo als Batuassa door geduurige uijtvallen en continueel schieten getragt hebben d' onse daarin te verkinderen om dus waare het mogelijk de Ammunitie goederen tot buijt te krijgen; waar toe hun egter de pas is afgesneeden door het bezet houden van het staand voor Tobo daar behaloen de orem¬ buijten dat vaartuig ook eenige orem, boeijer verm: bij onse needrige van den 10. Courant ook veronge„ „lukt is de orembaij van Nallahia, buijten dewelke er zo in de storm die de vloot hier ter plaatse getroffen heeft als in verscheide andere verloopen nog vier diergelijke vaartuijgen ontramponeert ge„ „raakt zijn, welke verbrand hebben moeten worden. kesselaunt gevisiteert en de ben Hier na is de Negorij Kissalaut gevisiteert en daar in alles wel bevonden pitain van voorval : eerst char„ comd t ven zin rs Mars¬ in Me„ den ssin„ dig Ede„ oemen het m og ka tie van te ten n lke zij s ting
English
banting at Ceijlor destroyed, as also kellemoerij; complaints of those peoples against Hamba; the negorijs oering, goelij goelij, and Enna Enna likewise burned, but those of kellibon pardoned, as also the villages adjacent to the aforementioned; those of oendor complain about Hamba; the peoples of p-lo gisser continue against Hamba's persecutions; of Kellibon is transferred. inspected and found, but at Ceijlor the forest-dwellers in an erected banting were overcome and the negorij subsequently totally destroyed. Just so and in that manner was dealt with kellimoerij, because, after a precise inquiry whether Commandant Hamba was also in the fleet, they declared point-blank not to be willing to come on board and that they no longer trusted the Company: in such manner also those of Oering, goelij goelij, and Enne Enne have likewise had to pay for their disloyalty with the ruin of their villages and the felling of their fruit trees; while the peoples of kellibon, rightly fearing that they had a similar fate to expect, requested pardon and willingly subjected themselves to the inspection of their negorij, as well as those of Cotta Roea, Batoelomie Avang, Iavang Goemilang, and oendor; nothing having been discovered in all those villages either to treat them in a hostile manner: only those of the last-mentioned negorij brought forward several complaints against Commandant Hamba; concerning which, for the sake of brevity, we respectfully refer to the report of Captain van den Brink, as well as to a declaration submitted under presentation of oath to the same by the Banda citizen Adrianus Gilbarts, declaration concerning the grievances of the peoples of P-lo Gisser over the said Hambo, which is accompanied by an original report from the ordinary pyrotechnician Iaasz and the Pottij of Sila addressed to the aforementioned van den Brink, containing the investigation made by them into the reasons that moved the Captain of Keffing Bouwmanite doekan and his people to abandon their negorij and keep themselves hidden; with his request for justice, to the end that he might no longer be forced to wander outside his country as an exile and fugitive. To the aforementioned report we also take the liberty to add an Arabic complaint written in the name of the peoples of kellibon, with its translation into Dutch and Malay, to the charge of the repeatedly mentioned Hamba and in excuse of the six Davangers transferred into secure custody and mentioned in our humble letter of the 10th of this month; for whose release and restitution they promise to give six slaves. Resolution concerning the complaints against Hamba. We have not been able or permitted to take any final decision regarding the aforementioned conduct of Hambo and the accusations brought against him, but thought it best to bring the same, along with the papers in which they are found detailed, under the discerning eye of Your High Honours, and most respectfully await Your High Honours' disposition thereon: only, under favorable construction, citing here our humble considerations on this subject: consisting in that, although from various circumstances, as described both in this and in our previous humble letter of the 10th of the current month, almost no doubt remains that Hamba's well-meaning towards the Company means little and that he only seeks to appease the Company with fair-seeming promises which he is not capable of executing, as has again appeared in the latest expedition; nevertheless, as far as the accusations concerning the extortions and oppressions are concerned, in our humble opinion they can be regarded as useful, assuming that they indeed exist in truth, when one considers that the same are mostly committed against disloyal subjects of the Company, who contrary to their word and promise, indeed even dutiful engagements, do not hesitate, whenever the opportunity presents itself to them, not only to harm the Company adeo in its hate, but also to rob and steal from others whenever they see a chance, besides that the Company thereby suffers or can suffer no disadvantage, since it derives no use or advantage from Ceram anyway, but rather benefits from the fact that the Ceram people are diminished and disturbed in their possessions through continuous and civil strife among each other, as well as by someone like Hamba, who serves as a constant plague to them: not to mention that most complaints against the same have been brought forward by negorijs that have always been regarded as enemies and encroachers upon the Company's exclusive spice trade, who, if their complaints rested on good grounds or could stand the test, ought to make use of entirely different means and bring what they have to say against a man like Hambo in person before the Governor; who knows very well that when he extends his violent acts too far, he exposes himself to certain danger, since the weakness of Keffing and the few relatives and friends he has with him there, added to the hatred in which he is held by the Ceram people, daily endanger his life. But to [illegible] the broken thread
Dutch transcription
„ting te Ceijlor verwoest - gelijk ook kellemoerij klagten dier volkeren tegens Hamba de negorijen oering, goelij goelij en Enna Enna almede verbrand. dog die van kellibon gepardonneert zo ook de bezijden gem: dorpen die van oendor klagen over Hamba de volkeren van p=lo gisser „nue tegens Hambas vervolgingen. van Kellion gaat over. gesurcteert bevonden, dog te Ceijlor de Boschwaards in opgeworpene Banting overmeestert en de Negorij vervolgens totaal verwaest. Eeven en in diervoeger is gehandeld met kellimoerij ter zake zij na eene nauw „keurige afvrage of den Commandant Hamba ook in de vloot was volmondig verklaard hebben niet aan boord tewillen koomen en zij de compagnie niet meer vertrouwden: Jnvoegen ook die van Oering goelij goelij en Enne Enne hunne ontrouw desgelijx met de ruine hunner doopen en de omvelling der vrugtboomen hebben moeten boeten; Terwijl de volkeren van kellibon ter regten vreisende dat zij een gelijk Lot tewagten hadden om gootie versogt en zig de visitatie hunner Negorij zo wel gewillig onderwoopen hebben als die van Cotta Roea, Batoelomie Avang, Iavang Goe„ „milang en oerdor; zijnde in alle die dorpenr ook niets ontdekt om hun vijandelijk te onthalen: eenelijk bragten die van laatst gem: Negorij verscheijdene klagten in teegens den Commandant Hamba; waar omtrend wij ons kootheids halven eerbiedig refe„ reeren aan het Rapport van den Capitain van den Brink zo meede aan een Onder presentatie van Eede aan den zelven ovarge„ „geeven declaratoir door den Bandas Burger Adrianus Gilbarts de claratoir wegens de volantien van noopens de doliantien van de volkeren van P=lo Gisser over ged: Hambo, dat g'accompagneert gaat van een origineel Rapport van den ordinair vuurwerker Iaasz: en den Pottij van Sila aan voorn: van den Brink gerigt, houdende het door hun ge„ daar onderzoek na de reedenen die den Capitain van Keffing Bouw Capitain van ketfings versoek om manite doekan met zijn volk bewoogen hebben hunne Negorij te verlaten en zig schuijt te houden; met desselfs verzoek om ragt ten eijnde hij niet meer genoodsaakt mogt worden als een balling en vlugteling buijten zijn land te sweaven Bij het voorsz Rapport neemen wij nog de voijheid te voegen Arabisch klagt schrift van de volkeren een Arabisch geschrift uijt naam der volkeren van kellibon geschreeven met dies taanslaten in het Neederduijts en Maleids ten laste van meerm: Hamba en ontschuldiging van de tons in goede verzeekering overgaande en bij onse naedrige van den 10. deeser vermelde ses Davangers; voor welkers ontslag en restitutie zij belooven ses slaaven te zullen geeven besluit over de klagten tegens Hambe Wij hebben omtrend het voorsz. gedaag van Hambo en de teegens hem ingebragte beschuldigingen geen finaal besluijt kunnen of Condi 25 Consideratien dien aangaande de onderlinge twisten der Cerammers zijn dienstig voor de belangers de Maat„ schappij redenen waarom! of moogen neemen maar best gedagt dezelve bij de Papieren, waar in die omstandig vermeld gevonden worden onder het doorsiend oog uwer hoog Edelens te brengen en Hoog derzelver dispositie daar op eerbiedigst aftewagten: eenelijk onder gunstig welduijden hier bij aanhaalende onse needrige consideratien in Cos subject: daar in bestaande dat of schoon uijt verscheidene Omstandigheeden, zo in deese als bij onse voorige onderdanige Letteren van den 10: Cou„ „aart beschreeven bij na geen twijfel overblijft dat Hambas wel„ „meenendheid voor de Comp: weinig zeggen wil en dat de Maat„ „schappij maar zoekt te paaijer met schoonschijnende promessen, die hij niet vermoogens is ter uijtvoer te brengen, gelijk in de Jongste expeditie weeder gebleeken is, nogtans wat de accusatien om„ trend de knevelarijen en concussien aanbelangd, onses gering erog„ tens die voor nuttig kunnen aangemerkt worden /gesteld die al in waarheid bestaan / als men considereert dat dezelve meeren„ „deels gepleegd worden omtrend ontrouwe onderdanen van de Comp:, welke teegens hun woord en belofte ja selfs pligtige ver„ bintenissen aan zig niet ontsien de Maatschappij als er hun de geleegendheid maar toe voorkomt, niet alleen in haar haat adeo te benadeelen, maar ook van anderen te rooven en te steelen als zij er maar kans toezien behalven dat de Compagnie daar bij geen nadeel tijd of lijden kan, wijl zo dog van Ceram geen nut of voordeel trekt, maar wel daar bijt dat de Cerammers door geduurige en burgerlijke twisten Onder elkanderen, midsg:s door iemand als Hamba, welke hun tot een geduurige plaag ver„ „strekt verkleind en in hunne possassier geturkeert worden: Om niet tezeggen dat de meeste klagten teegens denzelven zijn voortgebragt van Negorijen die altijd als vijanden en Entrepr„ neurs van scompagnies privativen specerij handel zijn aange„ „merkt, die wanneer hunne klagten op goede gronden steunden of de toets uijtstaan konde zig van geheel andere middelen moesten bedieven en het geen zij tezeggen hebben in Perzoon den Gouverneur voorbrengen teegens een man als Hambo, die seer wel wert dot wanneer hij zijne geweldenarijen te verre extendeert, zig aan een gewis gevaar exponeert, dewijl de swackheid van keffing en de weinige verwanten en vrienden, welke hij daar bij zig heeft gevoegd bij de haat waar in hij bij de Cerammers is, hem da„ „gelijx ingevaar van zijn Leeven stellen dog om de afgebrookene draad B ing g e
English
visitation found in order. brought. seems a party. one of those unfortunates saved little hope that the rest are saved. found, regarding their encounters at Salwatty. Taking up again the thread of our brief detail regarding the further operations of the fleet, we note very respectfully that both Poulo Gisser, Ceram Laut and Goram were strictly inspected and everything was found well there, and along the north of Ceram nothing remarkable was encountered to detain Your Right Honorables' attention with, other than that the Orang Kaya of Maroe, for reasons mentioned in our humble letter of the 10th of this month, was taken from his negorij and brought under arrest aboard one of the pantjallings, and the remaining orembaaien, the day before their arrival home between the Point of Wackasieuw and Alang, were struck by a heavy current, whereby the one belonging to the negorij Wassoe under the Toroeko capsized, with the party of that village, three soldiers, and nineteen natives perishing; however, of the latter, one man, after having drifted at sea for two full days on some pieces of gabba-gabba from the awning, was picked up by a chimpang coming from Bouro, who, according to his report made to the first signatory, on the morning of that day when he was saved in the evening, saw two more soldiers drifting on some pieces of the orembaai, who we hope may have washed ashore elsewhere and thus also be saved, although the hope for this is very slight. Stepping away herewith from the expedition fleet, which struggled with many disasters and adversities and suffered quite some misfortunes through the loss of a pantjalling and so many orembaaien, it remains our duty to bring to Your Right Honorables' attention that according to a secretarial declaration given on the 20th of this month by a native of Cajelie and an Alfuro of Matarette, both situated on the island of Bourou, who were found by the expedition fleet on Waroe and brought here from there, the declarants, during the recently passed Mohammedan fast in the Bay of Cajelie, were taken by some Papuans who were there in a small mahoelie, first brought behind the land to the korra-korras of those pirates, which were there to the number of six, and subsequently transported to Salwatty, around which island they found at anchor a three-masted English ship (apparently the same of which our humble letter of the 10th of this month made mention); further, that after the expiration of a month they were sent by the Raja of Salwatty with some people to Gebe and Pottarij, and after taking in over a hundred pounds of nutmegs in both places, returned with them to Salwatty, which spices were traded by the said Raja to the English for twenty flintlocks, as well as several bullets and a little gunpowder; that furthermore, the English having left Salwatty, the informants, with several others under the supervision of Papuans, were dispatched to Ceram's north coast in order to sell those flintlocks for the aforementioned Raja to the Ceram people. Finally, the declarants also stated that the Papuans, on the occasion of their aforesaid raid, carried off around a hundred people from Boeroe, and that they have not heard whither the aforementioned English ship set its course from Salwatty, nor whether more ships of that nation were expected there. We take the liberty of respectfully offering Your Right Honorables the copy of the aforementioned declaration alongside this, which the first signatory will also send to the Governor of Ternate at the next opportunity. Meanwhile, concluding this herewith, we remain with the highest esteem and respect. Below stood: Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed Lord and Well-Born Rigorous Lords; lower: Your Right Honorables' humble and very obedient servants; was signed: J: A: van der Voort and J: A: de Villeneuve. In the margin: Amboina in Castle Victoria the 24th of May, anno 1771. Agrees: J: Saringauw. Batavia To His Right Excellency, the Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, alongside the Well-Born Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Rigorous, Highly Esteemed Lord and Well-Born Lords: In order not to weary Your Right Honorables' honored attention in this with a tedious account of the reports received since the dispatch of our humble secret letters of the 10th and 24th of May last concerning the ever-increasing boldness of the East Ceram people, who—not to mention how they dare appear armed at the arrival of a mighty Hongi fleet and await a formidable and well-equipped expedition dancing and shouting the war cry, as can be seen both in the Hongi journal of the first signatory under date of the 1st of November and the report in the form of a diary of the Captain of
Dutch transcription
visitatie wel bevonden. gebragt. liekt sen pattij. een dier ongelukkige gered geringe hope dat de overige gesau„ veert zijn- „roe gevonden, nopens hunne ontmoe„ tingen te salmattij. draad van onse kart detail aangaande de verdere verrigtingen de vloot weeder optwatten noteeren wij seer reverentelijk dat zo wa Poulo gisser Ceram Laut en goram bij Poulo gesser als Ceram Laut en Goram exactelijk gevisiteert daar alles wel, bevonden, midsgaders langs de Noord van Ceran 20 niets merkwaardigs ontmoet zijnde om uwe Hoog Edelens atten„ „tie daarmeede opte houden dan dat de orangkaij van warde om de oranghaijvan maroe marrestop reedenen bij onse onderdanige van den 10. hujus vermeld uijt zijn Negorij geligt en op een der Pastjallings in arrest overgebragt is, de overgebleevene orembaeijer 'sdaags voor hunne thuijskomst tusschen de Hoek van Wackasieuw en Alang nog door een swaar verloop besprongen en daar door die van de Negorij wassoe on„ met 19: jnlandersen 3: zoldaten nevens der toroeko gehoorende omgeslagen is, zijnde daar van den Pattij van dat Doop, drie soldaaten en neegentien Jnlanders veronge„ lukt; dog van welke laatste nog een man na twee volle dagen op eenige stucken Gabba gobba van de tent in zee gedreeven te hebben door een chimpang die van Bouro quam opgevist is hebbende volgens desselfs aan den eerstgeteekende gedaan verhoal smar„ gers van dien dag dat 'savonds is gelauveert geworden nog twee soldaten op eenige stucken van de orembaeij zien drijven, die wij wil „len wenschen dat nog elders mogen aangespoeld en dus meede ge„ „red zijn waar toe de hoop egter dier gering is Hier meede van de met veele rampen en teegenspoeder gewassteld en al vrij wat ongelucken door het blijven van een Patjalling en zo veel Orembaeijen ondergaan hebbende expeditie vloot afstappende resteert ons nog uwe Hoog Edelens schuldpligtig onder het oog te brengen dat volgens een op den 20. deeser gegeeven secretarieel declaratoir van een Jnlander van Cajelie en een Alfoerees van declaratoir van twee Jnhanderste va Matarette, beide geleegen op het Eijland Bourou die door de expedi„ tie vloot op warde gevonden en van daar herwaards gebragt zijn zij declaranten onder de jongst gepasseerde Muchametaanse vas„ „ten in de Booij van Cajelie door eenige Papoen die zig in een kleine Mahoelie daar bevonden genoomen eerst agter het Land na de corra Corra van die Roveos, welke haar ten getalle van ses stux al„ daar bevonden gebragt en vervolgers na salwattij getransporteert zijn omtrend welk Eijland een drie mast Engels schip (apparent het zelve waar van onse neederige van den 10. deeser gewaagd / ten anker hebben gevonden; voorts dat zij na verloop van een maand door de oranbaij wassoe bij alang veronge„ de Sal waar Han 27 salmattij an de Engelsche verruiet tegens am 20. snaphanen kogels en kruit. waar die geweesen verkogt zijn 't declaratoir diendwegen gaat over de Radja van Salwattyj met eenig volk na Gebe en Pottarij gezonden midsg:s na het inneemen van ruijn hondert ponden Noten Musschaten inten mishaten door de aija van op die beide plaatsen daar meede te salwattij gereverteerd zijn, welke spacerije door ged: Radja aan de Engelsen teegens twintig snapha„ „nen zo meede ettelijke koogels en een weinig buskruijt getracqueert zijn. dat wijders de Engelsen salwattij verlaten hebbende, zij relatanten met meer anderen onder opsigt van Papoen na Cerams Noord Cust afgezonden zijn om die snapharen voor meerm: Radja aan de Cerammers te verkoopen Eijndelijk hebben de declaranten nog verklaard dat de Papoen ter geleegendheid van voorsz: hunne rooftogt wel hondert men„ schen van Boeroe vervoert en dat zij niet gehoort hebben wer¬ waards voorgewaagd Engels schip van salwattij de cours ge„ „stelt heeft: ook niet of daar nog meer scheepen van die Natie verwagt wierden wij neemen de vrijheid uwe Hoog Edelens het afschrift van voorm declaratoir hier bezijden reverentelijk aante bieden het geen den eerstgeteekende bij naaste occagie ook zen„ den zal aan den Heer Gouverneur van Ternaten; Jnmiddens dat wij deeser hiermeede besluijtende met de meeste Hoog agting en eerbied verblijven /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge Groot Agtbaren Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren /:lager:/ uwe Hoog Edelens onderdanige en seer gehoorsame dienaren /:was getekent:/ J: A: van der voort en J: A: de Velleneuve /in margine:/ Amboina in 't Casteel Victoria den 24. Maij Ao 1771. Accordeert J Saringauw G a s n atten„ om zijn is st swaar ttij dagen te e st haal 's mar„ 1 twee ko teert w. . - al„ al stux het zelve zijn 28 de stoudheid der Cerammers neemt meer en meer toe, Batavia Aan zijne Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaren Heere Petrus Morrtus van der Saria. Gouverneur Generaal Neevens De wel Edele Heeren Raden van Neederlands India. Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaren Heere, en wel Edele Heeren Om uw Hoog Edelens g'eerde attentie in deesen niet te verveelen met een langwijlig verhaal van de seedert het afgaan onser onderda„ „nige secrete Brieven van den 10: en 24:' Maij Pass„o ingekomene Berigten weegens de meer en meer toeneemende stondheid der oost Cerammers, die om niet te gewaagen hoe zy zig op de verschijning van een magtige Hongij vloot gewapend derven vertoonen en een sware en wel toegeruste Expeditie al dansende en tjakke „lillende afwagten, gelijk te zien is zo bij het Hongij Dag Register van den eerstgeteekende sub dato 1: November en het Rapport bij forme van een Diarium van den Capitain van
English
have shown themselves again everywhere in the vicinity of the clove trading posts and districts. The aforementioned accompanying papers. Two small vessels belonging to the Crammers insurance cited. Who shortly, following the return and report of Van den Brink dated 21 March, shortly after the return of that officer with the pantchiallangs and orembaais that had been under his command, have shown themselves everywhere in great numbers and in the vicinity of the clove-yielding trading posts and districts, and have also managed to obtain some cloves from the Company's faithless subjects, two of whom were also overtaken and punished by Justice according to the report of the Regarding this, reference is made to the general advices of today's date, we shall respectfully refer to the secret Resolutions currently being dispatched dated 4 and 21 June, 16 July, item 16 August, and the letters mentioned therein from the chiefs of the spice trading posts, namely from Hila dated 24 May, 3 June, 27 and 30 July, item 11 and 26 August; from Saparoua dated 6 June and 15 August; from Haroeko dated 1 and 5 June, 31 July, as well as 9 and 13 August; and from Laricque dated 28 May and 1 August; as well as the reports and accounts sent therewith and also arriving separately herewith; citing succinctly therefrom that which we deem should be brought to the special knowledge of Your High Nobilities and upon which Your High Nobilities' disposition should be awaited. The first reports that the first-signed received concerning the appearance of the Cerammers were from Hila's chief Hartogh and Laricque Resident Huijgens, by letters dated 24 and 28 May, to the first of which was annexed an 30 The patjalling De Saparoua was sent to cruise the Hitoese shores. Vigilance recommended. As well as some soldiers sent to Hitoe to monitor the beaches. account from the soldier Ian Paulus stationed at Teijth, stating that several Ceram jonks were again roving in the fairway, two of which had appeared before the aforesaid negorij and had asked for cloves; which having been answered with live ammunition from the flintlocks, the Cerammers had thereupon fired no fewer shots from swivel guns in return, and according to the tale of the soldier Eggers, who had an action with them between the boundary line of Asseloele and Oering, they rowed out to come and fight with them at sea. The first-signed, receiving these unpleasant reports, immediately had the patjalling De Saparoua, the only one that had returned from the expedition in a serviceable condition, made ready to cruise the beaches of the Hitoe coast from the Three Brothers islands in the west to the corner of Siang and beyond in the east until the end of July or even longer; placing upon that vessel Lieutenant van Eerten, together with a corporal and six privates, provided with such instructions as are inserted in the aforementioned secret And the chiefs of the spice trading posts. Resolution of 4 June; and furthermore ordered the chiefs of the spice trading posts, according to the circular letter of the end of May, not only to be on their guard and vigilant, but also to keep themselves in a posture of defense at the negorijs and posts under their respective districts against all enterprises of the aforesaid rovers and illicit traders, who, seeing an opportunity for it, might easily make a raid here or there; while the Governor, in order to prevent such as much as possible, and at the same time to keep a watchful eye on the faithless natives, principally on the Hitoe coast, detached from here to Mamala a corporal with The Cerammers have plundered a raised orembai. The circumstances are to be seen in a declaration. Strength of those plunderers. One of the jonks was laden with cloves. The investigation into how they came by those cloves was fruitless. two privates, to Liang two soldiers, and to Hatoenoeko near the boundary line of Ceith and Kaijtetoe a corporal and two privates, to take up their post and remain there until after the end of the upcoming clove harvest and until the negorijs shall have been inspected according to order. The aforesaid reports were followed by a letter from Haroeko's chief Cruijpenning dated 5 June, in which he transmitted a Malay note from the orangkaya and schoolmaster of Hatusua on Ceram's inner coast, stating that three Ceram jonks had plundered the raised orembaai of the Chinese Nijo Hakseeng between the boundary line of Camariang and Caijratoe. The circumstances regarding this are amply described in the transmitting secretarial declaration of the said Njo Hokseeng and company, in which it is to be seen, among other things, that the aforesaid jonks were manned by approximately one hundred heads and very well provided with arms and ammunition, that the aforementioned robbers consisted of people from Kellemoerij, Kellebon, Tobo, and Batuassa, and that one of the jonks was laden with cloves, which the strong scent of those spices sufficiently confirmed to the declarants. Upon this report, the first-signed ordered the said Cruijpenning by letter of the 8th following to make inquiries if possible as to how the Cerammers had come by those cloves, but he reported back that he had been able to discover nothing in that regard, with a detailed
Dutch transcription
weeder alomme in de nabijheid der Nagul Comptoiren en districten vertoond hebben de neevens verm: Papieren Twee Aaaltjes van der Crammers assurantie aangehaald. die dig kort mat netour en epsteert van den Brink onder den 21 Maart, kort na de terug komst van dien officier met de onder zijn Commando ge„ „had hebbende Pantjaellings en orembaeijen zig alomme in meenigte en de na bijheid van de Nagulgevende Comp „toiren en districten hebben vertoond mitsgaders eenige Nagulen van 's Comp:s trouwloose onderdanen weesen magtig te worden waar van er ook twee zijn agterhaald en door de Iustitie afgestraft na het vermelde bij de men gedraagd zig dienaangaande aan gemeene advisen van heedigen datum, zullen wij ons reverentelijk gedragen aan de tans afgaande secrete Reso„ „lutien van den 4 ' en 21: Iunij, 16. ' Iulij item 16 Aug„s en daar bij vermelde Brieven der opperhoofden van de specerij Comptoiren namentlijk van Hila van den 24.:' Maij 3. ' Iunij, 27. en 30: Iulij item 11: en 26: Aug=s van Saparoua van den 6: Iunij en 15: Aug„s van Haroeko, van den 1: en 5: Iunij 31: Iulij, mitsgaders 9:' en 13:' Aug„s en van Laricque van den 28 Maij en 1: Aug„s mitsgaders de daarneevens overgezondene en hier bij mog apart overkomende Rapporten en Relasen; daar uit succinitelijk aanhalende het geen wij oordeelen dat ter specialee kennisse uwer Hoog Edelens gebragt en waar op Hoog derzelver dispositie diend afgewagt te worden d' eerste berigten die den eerstgeteekende van de verschijning der Cerammers kreig waren van Hilas opperhoofd Hartogh Laricque Resident Huijgens bij brieven van den 24. ' en 28 Maij bij welke eerste gevoegd was een 30 De Patjalling de Saparoua heeft men de stitoese standen doen bekruijsen. in de waaksaamheid aanbevoolen. op mitsg=rs eenige militairen na Helse gesonden om de stranders te beketten. een relaas van den op teijth bescheijdenen soldaat Ian Paulus dicteerende dat er weeder verscheidene Ceramse Jon„ „ken in't vaarwater swerven waar van er twee voorgem: negorij verscheenen waren en na Nagulen gevraagd hadden, het geen met scherp uit de snaphanen b'andwoord zijnde hadden de Cerammers daar op geen minder schooten uit draaij bassen weederom gedaan en volgens het verhaal van den soldaat Eggers die met hun een actie gehad heeft tusschen de semiet scheijding van Asseloele en oering, d'ouse uitgedraaijd om met haar in zee te komen vegten. Den eest geteekende die onaangename berigten ontfangende liet ten eerstende Patjalling De Saparoua de eenigste die in een bequame staat van de Expeditie was gereverteerd in gereedheid brengen om tot ult„o Iulij of wel langer de stran„ „den van de Hitoese Cust te bekruijssen van de Eijlanden de drie gebroeders in'twesten tot de hoek van Siang en daar boven in't oosten, op dat vaartuijg plaatsende den Lieutenant van Eerten, neevens een Corporaal en ses gemeenen voor sien met zodanigen Instructie als ter voorm: secrete en de hoofden der specerij Comptoiren Resolutie van den 4. ' Iunij staat g'insereert en gelaste daar en booven de hoofden der specerij Comptoiren, na luijd de Cir„ culaire brief van ult„o Maij om niet alleen op hoede en waak saam te zijn maar zig ook op de Negorijen en Posten onder hunne respective districten in postuur van defensie te hou„ den teegens alle entreprises van voorsz: swervers en mors„ handelaars welke daar toe kans ziende hier of daar ligt een stroop zoude kunnen doen; Terwijl den Gouverneur om zulx zo veel mogelijk te beletten, en teffens een wakend oog te houden op den trouwlossen Jnlander, principaal op de Cust Hitoe van hier na Mamala detacheerde een Corporaal m de Cerammers hebben een opgeboeijde orembaij geplundeert.. de omstandigheeden zin bij een decla„ ratoir te zien sterkte dier plunderaars een der Jonken was geladen met nagulen. „len gekomen zijn is vrugteloos geweest met twee gemeenen, na Liang twee soldaten en na Hatoenoeko omtrent de grensscheijding van Ceith en kaijtetoe een Corpororaal een twee gemeenen om aldaar tot na het aflopen van den aanstaanden Nagul oogst en dat de Negorijen na de ordre zullen gevisiteert zijn, te blijven, postvatten. De voorsz: Rapporten wierden gevolgd van een brief van Haroekoes Hoofd Cruijpenning ged= 5. ' Iunij, waar bij denzelven overzond een Maleids briefje van den orangkaij en schoolmeester van Hatusua aan Ce„ „rams binnen Cust, dicteerende dat drie Ceramse Jonken de opgeboeijde orembaaij van den Chinees Nijo Hakseeng tusschen de Limeet scheijding van Camariang en Caijratoe geplundert hadden. de omstandigheeden diesweegen staan ampel beschreevens bij het daar van overgaande secretarieel declaratoir van geld Njo Hok „seeng C. S: waar bij onder anderen te zien is dat voorsz: Jonken zijn bemand geweest met circa hondert koppen en seer wel voorsien van wapenen en ammoni„ „tie, dat de voorm: Rovers bestonden uit volke„ „ren van kellemoerij, kellebon, Tobo en Batuassa, mitsgaders dat een der Ionken geladen was met Nagulen, het geen de declaranten de sterke reuk dier specerije genoegsaam verseekerde het onderzoek hoe zij aan die Nagu, p dit berigt gelaste den eerstgeteekende ged:e Cruijpenning bij letteren van den 8: daar aan om zig des mogelijk te infor„ „meeren hoedanig de Cerammers aan die Nagulen gekoo„ „men waaren, dog denzelven diende daar op van berigt dieswegen niets te hebben kunnen ontdecken, met eenes omstandige
English
32 The inhabitants of Ceram's inner coast colluded with the East Ceramers, assisted them with necessities, and the roaming of those illicit traders and from which settlements. Declaration of a certain Christoffels who was asked for cloves. Passed. De Voortvarendheid has cruised between Hoenimoa and Nussalaunt. Detailed description of how the settlements of Ceram's inner coast colluded with the East Ceramers, accommodated them with food provisions and drinking water, and also granted them a safe hiding place in their rivers and creeks, so that this and other matters can be seen in more detail in the aforementioned report by the often mentioned Cruijpenning, noted in the Resolution of 21 June. Further report from Saparoua regarding illicit traders. A large junk that sought cloves. Six similar vessels were seen. Cruising up to the point of Corak. Meanwhile, the first undersigned was also informed by Saparoea's chief Van Blijdenberg by letter of 6 June concerning the roaming of the aforementioned illicit traders around the clove-producing districts, and that they consisted of peoples of Tobo, Kellimoerij, Kellibon, Ceijlor, and Kessalaut, who, according to the declaration sent therewith from an Abraham Christoffels, appeared with two junks, one of which was very large, off Hoenipoetij located between the settlements of Poorto and Haria on the island of Honimoa, and had asked the declarant first for fish, then for oebat, and upon the requested explanation of that word had desired cloves from him. By letters of 15 August, he gave further report of six similar vessels that had descended from the side of Hitoe and Haroeko and had passed between Hatoeano and Ceram's coast. Orders given to Ensign Delius regarding the cruising. Account of a junk that bought cloves at Liang. Meanwhile, the pantjalling De Voortvarendheid was also restored to a state capable of putting to sea, which the first undersigned dispatched on 21 June with Ensign Delius along with a corporal and six privates, equipped with instructions inserted by separate Resolution of the same date, whereby that officer was ordered to cruise with that vessel in the fairway between the islands of Honimoa and Nassalaut up to and off the point of Corak, south of the settlements of Patu and Hoealooij on Ceram's inner coast, with orders to look in on the aforementioned villages now and then to ascertain whether any East Ceramers or other smugglers were lingering around there, as the Governor was certainly informed in this regard. This was also confirmed according to the five different translated Malay reports received subsequently from Saparoua's chief Van Blijdenberg, noted in a separate Resolution of 16 August and included among the annexes hereof. These were accompanied by an account from a certain Radjawang, Capalla Soa of the settlement of Cabauw on Oma, who was surprised at Duijven Island in a prahu by a Ceramese junk from Davang concealed there, carrying three brass and one iron swivel guns, two flintlocks, and further native weapons. They had brought the informant bound to their junk, but released him again upon the request or intercession of a certain Mamole, a native of Caijlolo, who told him that the four sacks of cloves which the informant had seen in the aforementioned junk, each estimated to contain three baroth, totaling 132 lb., had been bought by the Ceramers at Liang. 34 Investigation was made into the illicit trade of the Liangers, but in vain. Corporal Vos removed from there. The first undersigned immediately sent this account to Hila's chief Hartog, with orders to proceed in person to the aforementioned settlement, long known as a smuggling nest, in order to make accurate inquiries into the aforementioned illicit trade of the Liangers, and upon any discovery in this regard, to have the guilty taken into apprehension and subsequently sent here with the evidence against them under good security. However, due to indisposition, he had to assign that commission to his clerk and sergeant, who, according to the report made to their aforementioned chief upon their return to Hila and attached hereto for your Excellencies' consideration, could discover nothing of the aforementioned illicit trade of the Liangers. However, since it appeared somewhat suspicious to the first undersigned from that report that Corporal Vos, stationed at Liang as postholder, when asked by the aforementioned commissioners whether he did not know that Ceramese junks had roamed along those shores and also lay at anchor, had answered that the slightest evidence of any illicit trade in cloves by the Liangers had never come before him, notwithstanding that several contrary reports had successively been received in this regard, so that in the Governor's opinion it had to be inferred that he was in mutual collusion with the very suspicious natives there.
Dutch transcription
32 „nen Cust heulen met de oost Cerammers „ assesteeren hun met het noodige het swerven dier Morshandelaars en van welke Negorijen declaratoir van eenen Christoffels „gealen gevraagd had gepasseert de voortvarentheid heeft min tusschen Hoenimoa en Nussalaunt de bewoonders van Ceramsbin, omstandige beschrijving hoe de Negorijen van Cerames binnen Cust met de oost Cerammers heulden, dezelve met mondbelolfte en drinkwater gereefden, mitsgaders in hare rivie ren en kreeken een veijlige schuijlplaats verleenden, invoegen dit een en ander omstandiger te zien is bij het voorsz: en ter Resolutie van den 21: Iunij genoteert staande Rapport van meerm: Cruijpenning; nader berigt van saparoua weegens Ondertusschen wierd den eerst geteekende ook door Saparoeas Hoofd van Blijdenberg bij missive van den 6. Iunij verstendig weegens het swerven der voorsz: Mors, handelaars omtrent de Nagul geevende districten en dat dezelve bestonden en volkeren van Tobo, kellimoerij, kel„ „libon, Ceijlor en kessalaut, die zig na luijd het daar bij overgezondene declaratoir van anen Abraham Chris, weegens een groote sonk die om Na „toffels met twee Ionken, waar van het eene seer groot was voor Hoenipoetij geleegen tusschen de Norijen Poorto en Haria op het Eijland Honimoa vertoond en aan den decla„ „rant eerst om vis, daar na om oebat en op de gevraagde explicatie van dat woord van denzelven Nagulen begeert had„ ses gelijk vaartuijgen zijn katoerno„ den; geevende denzelven bij Letteren van den 15:' Aug„s nader berigt van ses diergelijke vaartuijgen die van de kant van Hitoe en Haroeko afgezakt en tusschen Hatoeano en Cerams Cust gepasseerd waren; Midlerwijle was de Pantjal „ling de voortvarendheid ook weeder en staat gebragt tot aan de hoek van Corak laten kruijssen om zee te kunnen kiesen die den Eerste geteekende den 21: Iunij afsond met den vendrig Delius neevens eens Corporaal en ses gemeenen gemunieert met eener bij aparte Resolu„ „tie van eevengem datum g'insereerde Instructie, waar= bij dien officiers gelast wierd om met dat vaartuijg te kruijssen inhet vaarwater tusschen de Eijlanden Honimoa„ en a, penning ige last aan den vendrig Delius in de be„ „kruijssing gegeeven. — relaas van een Jonk die Nagulen op liang gekogt heeft. en Nassalaut tot af en aan de hoek van Corak, bezuijden der Negorijen Patu en Hoealooij op Cerams binnen Cust, met last om de eevengem dorpens nu en dan ook eens in't gezigt te loopen om te verneemen of zig geen oost Cerammers dan wel andere Lorvendeaa of „ers daaromtren ophielden, gelijk den gouverneur deesweegen voorseker g'informeert was en ook volgens de naderhand daar van ingekomen door Saparouas Hoofd van Blijdenberg aan denzel„ „ven gezondene mitsgaders bij aparte Resolutie van den 16:' Augustus genoteert staande en onder: de Bijlagen: deeses overgaande vijf diffirente translaat Maleidse Rapporten geconfermeert is gaan dezelve g'accompagneert van een relaas van zeke„ „ren Radjawang, Capalla soa van de negorij Cabauw op oma, die aan het Duijven Eijland in een Praeuw is verrast geworden door een aldaar verschoolene Ceramse Ionk van Davang, voerende drie metale en een ijzere draaijbassen, twee snaphanen en ver„ „der inlanders wapentuijg, welke den relatant gebonden na haar Jonk hadden gebragt, dog denzel„ „ven weeder op verzoek of voorspraak van eenen Ma „mole Inlander van Caijlolo en vrijheid gesteld en welke hem verhaald had dat de vier saeken met Nagulen, welke den Oelatant in voorsz: Ionk ge„ „zien, heeft, ijder na gissing inhoudende drie ba„ „roth, zijnde te samen 132: lb. door de Cerammers op Liang gekogt waren. -. dit W 34 na des morswerk der Liangers is onderzoek gedaan. dog vrugteloos den Corporaal vos van daar geligt dit relaas heeft den eerstgeteekende ten eersten ge „zonden aan Hilas hoofd Hartog, met last om zig in Persoon na de eevengem: van over lang voor een sluijknest bekende negorij te begeeven, ten einde nauwkeurig informatie na het evengeciteerde mors werkje der Liangers te doen en bij eenige ontdec„ „king diesweegen de schuldige in apprehensie te doen neemen en vervolgens met de stucken ten hunnen laste en goede verzeekering herwaards overtezenden, dog denzelven heeft door indispositie die Commissie moeten opgedragen aan zijn scriba en sergeant, wel„ „ke volgens Rapport bij hun retour: op Hila aan hun opperhoofd voorm gedaan en tot uw Hoog Ede„ „lens speculatie hier neevens gevoegd van het voorsz: morswerk der Liangers niets hebben kunnen ont deeken; dan dewijl den eerstgeteekende bij dat Rapport eenigsints nadenkelijk te vooren quam dat den op Piang als Oosthouder bescheijdenen Corporaal vos op de aan hem door de voorsz: gecommitteerdens gedaane vrage of hij niet wist dat er Ceramse Ionken langs die stranden gesworom en ook ten anker ge„ „leegen hebben g'andwoord had dat hem nooijt de minste blijk van eenige Morshandel in Nagulen door de Liangers was te vooren gekomen niet teegen„ staande diesweegen successive verscheide Contrarie invoegen, berigten zijn ingekomen daar uit na 's gouver„ neurs begrip diende afgeleid te worden dat hij met den seer suspecten Inlander aldaar in een onderling vertrouwen n ate
English
and the order to relieve the Postholders with some additions renewed. Proposition to issue an Edict against granting shelter to the East Cerammers on the Inner Coast. trust, he ordered the often-mentioned Chief of Hila to relieve the said Corporal Vos from there at once and to have him replaced by another, at the same time renewing for all the spice offices the circular order issued by the late Governor van Idsinga by letter of 15 July 1760, pursuant to the authority granted to His Honor by Your Right Excellencies in a secret dispatch of 29 December 1769, to rotate the Postholders stationed at the lookout posts in the clove-producing districts every year or every two years, with this addition: always to place Europeans there, and specifically Netherlanders or Germans, and above all not those of the French or other foreign nations, nor in any way native soldiers, since it is certain, as His Honor very well noted, that such Postholders, through too long a stay in one place, fall too much into intimacy or, through mutual familiarity, into too great an association with the natives, which Your Right Excellencies, in the aforementioned dispatch, consider to be of detrimental consequence. Upon the reports described above regarding the frequent roaming of the East Cerammers in the vicinity of the clove offices and districts, it having been noted at the secret committee meeting of 21 June by the first undersigned how it would be no less useful than necessary that the Edict of 23 February 1765, in conformity with the intention and desire of Your Right Excellencies contained in the secret dispatch to the Honorable Extraordinary Councillor and former Governor Fockens of 14 December 1764, enacting a banishment for life and confiscation of their property, as well as the exclusion of their families from the regencies for the Radjas, Pattijs, and Orangkaijen, together with the Orang Touas or elders of Leijtimor, the Hitoe Coast, Laricque, and also the islands of Oma, Honimoa, and Nussalaut, of such district or place where any vessel, whether of the Cerammers, Burghers, Mardijkers, Chinese, or any other native, or foreigner of whatever nation he may be, having no pass from the Governor or from the chiefs and postholders of the subordinate offices and posts, might be found to have lain at anchor or still to be lying at anchor, should also be made applicable to the regents with their elders of the negorijs on Ceram's Inner Coast, insofar as they fall under Hila, Haroeko, and Saparoua eastward up to Hatumetting, solely concerning the East Cerammers from Batuassa in the west to Quamoer and Kessing in the east, and that therefore the regents with their Orang Touas or elders on the aforementioned Inner Coast be prohibited by an Edict, to be published and posted everywhere along the same in the Malay and Arabic languages, from admitting any vessel of the East Cerammers, under penalty that, in contravention of this interdict, having tolerated one or more vessels of those peoples, under whatever name or pretext it might be, before their negorijs or having granted shelter in their inlets, rivers, and creeks, they shall without form of trial be removed from their regency and banished for life; since it is not possible, unless the regents of Ceram's Coast colluded with the East Cerammers and tolerated them before their negorijs or granted them shelter in the rivers and creeks to be found there in abundance, and moreover assisted them with provisions and water, or at least permitted them to supply themselves with the one and the other on the Inner Coast, that those roamers and smugglers could remain so long in the vicinity of the spice offices and clove-producing districts; on which grounds we request Your Right Excellencies' esteemed authorization to issue the aforesaid Edict and have it published and posted everywhere on Ceram's Inner Coast; while, in order the better to observe the roamers crossing over from that side to the spice offices and to secure the Company's exclusive spice trade as much as possible, we have already resolved at the meeting of 10 May to place once again a corporal and two men at Hoorn on the island of Oma, just as was the case in former times or before the year 1754, which in this critical juncture, when the aforesaid rabble tries to seize every opportunity to obtain cloves, was deemed all the more necessary since that place is situated directly opposite Camariang and has a view up to Latoe in the east and Caijbobo in the west, so that the vessels which might linger there can easily be observed when crossing over to the spice offices and, being recognized by their sails or rigging as East Cerammers, can be pursued and overtaken from that post, which for a single man who there
Dutch transcription
en d'ordre om de Posthouders om silen met eenige ampliatien ge„ renovart. Propositie om een Placcaat te emanieren teegens het verleenen van schuylplaats aan d' oost Cerammers op de binnen Cust vertrouwen liefde gelaste hij meermd: Hilais opper„ heeft men door een ander doen ver „ hoofd ged=e Corporaal vos ten eersten van daar te ligten en door een ander te doen vervangen, teffens na alle de specerij Comptoiren renoveerende de door wijlen den Heer Gouverneur van Idsinga op uw Hoog Edelens bij secrete missive dan zijn Ed: van den 29:' December 1769: verleend qualificatie bij d' een of twee Jaaren te doen verwis, brieve van den 15:' Iulij 1760: Circulair gestelde ordre om de in de nagul geevende destricten op de uitkijk Postjes leggende Posthouders Iaarlijx of om de twee jaaren te verwisselen, met deese ampliatie om op dezelve altoos Europeese en dat wel Neederlanders of duijssers en voor al niet die van de fransche of andere vreemde Natien ook geensints Inlandse Militairen te plaatsen, nademaal het zeeker is, gelijk zijn Ed: seer wel aangemerkt heeft dat de zulke Posthou ders door een te lang verblijft op eene plaatse te veel in kemies of door onderling vertrouwen in een te grooten gemeenschap met den Inlander raken, die uw Hoog Edelens bij voorm Missive Considereeren van nadeelige gevolgen te weesen. — op de voorwaards beschreevene berigten wegens het meenigevuldig swerven der oost Cerammers in de nabijheid van de Nagul Comptoiren en districten ter secrete Besoigne van den 21 Iunij door den eerstgeteekende aangemerkt zijnde hoe het niet min nuttig dan noodsakelijk zou weesen dat het Placcaat van den 23: febr: 1765. in Conformite de intentie en „vangen 36 begeerte uwer Hoog Edelens, vervat bij secrete Mis sive aan den Ed: Heer Raad Extra ordinair en voormaligen Gouverneur Fockens van den 14' December 1764. statuee„ rende een bannissement advitam en Confiscatie harer goe„ „deren, mitsg=s seclusie van derzelver Familien uijt de Regentschappen voor de Radjas, Pattijs en orangkaijen, nee„ „vens de orang touas of oudsten van Leijtimor, de Cust Hitoe„ Laricque item de Eijlanden oma, Honimoa en Nussa„ laut van zodanig district of plaats, alwaar eenig vaar„ „tuijg, 't zij van de Cerammers, Burgers, Mardijkers, Chinee„ „sen of eenig ander Inlander, dan wel vreemdeling, van wat Natie, die ook mooge zijn, geen Pas van den Gou„ „verneur, dan wel van de opperhoofden en Posthouders der subalterne Comptoiren en Posten hebbende, bevonden mogte worden ten anker geleegen te hebben of nog te leg „gen; ook betreckelijk wierd gemaakt tot de Regenten met hunne oudstens van de Negorijen op Cerams bin„ „nen Cust, in zoverre onder Hila, Haroeko en Saparoua resorteeren tot Hatumetting in het oosten, eenelijk om„ „trend de oost Cerammers van Batuassa in het westen tot quamoer en kessing in het oosten en dat overzulx de Regenten met hunne orangtouas of oudstens op voorm binnen Cust bij een Placcaat alomme langs dezelve in de Maleidse en arabische tale te publiceeren en te affigeeren wierden g'interdiceert het admitteeren van eenig vaartuijg der oost Cerammers, subpoene van en Contraventie van dit interdict een off meer vaartuijgen dier volkeren, onder wat naam of pretext het ook zoude moogen weesen voor hunne Negorijen getollereert ƒ of en derzelver inhammen, rivieren en kreeken schuijlplaats de op de de s thou el ren der Jac tie en schuijlplaats verleent te hebben sonder forme van Proces uit hunne Regentschap gezet en advitam zullen verba„ „nen worden; nademaal het niet mogelijk is dat zo de Re „genten van Cerams Cust met de oost Cerammers niet heulden en dezelve voor hunne Negorijen tollereerden of schuylplaats verleende die in de rivieren en kreeken aldaar in meenigte te vinde mitsgaders daar en boven met mond behoeftens water W assisteerden of hun ten minsten permitteerden zig op de binnen Cust van het een en ander te voorzien die swerver en Morshandelaars hun zo lange in de na bijheid der specerij Comptoiren en Nagul geevende districten ophouden: uit wel„ konden „ken hoofde wij uw Hoog Edelens g'eerde qualificatie verzoe„ „ken om het voorsz: Placcaat te moogen emaneeren en alom „me op Cerams binnen Cust te doen publiceeren en affegee„ „ren; terwijl wij om de swervers die van die kant na de specen„ Comptoiren oversteeken des te beeter te doen observeeren en 's Comp:s privativen specerij handel zo veel mogelijk te beveiligen bereeds ter setting van den 10 Maij g'arresteert hebben op Hoorn ten Eijlande oma eeven als in vooriga tijden of voor anno 1754. heeft plaats gehad weeder een Corporaal en twee man te plaatsen, het geen in dit tijds gewugt dat het voorsz gesperijs alle geleegendheiden tragt te arripieeren om Nagulen magtig te worden te noodsakelijker wierd g'oordeeld nademaal die plaats geleegen is regt teegens over Camariang en het uijtsigt heeft tot Latoe in het oosten en Caijbobo in 't westen invoegen de vaartuijgen welke zig daar mogten onthouden in het oversteeken na de specerij- Comptoiren gemaekelijk g'observeert en aan hun zeijlen of takelagie voor oost fe„ „rammers aangezien wordende, van die Post nagezit en agterhaald worden, het geen voor een enkeld man die daar 60 eenige
English
and banished to Boeroe. - was not possible for some years past; and by the reinforcement of the same and the previously noted stationing of two Corporals and six privates on the Hitoe Coast, your High Noblenesses' latest order to have the beaches properly guarded has likewise been fulfilled, to which end the first-signed also reinforced the garrison at Saparoua with two private soldiers and, by letter of 14 June, carefully instructed the chief of Blijdenbergh to have the principal places, both on Honimoa and Nussalaut, guarded. — The orangkaij of Waroe deposed Before we move on from this article concerning the Cerammers, which turned out somewhat more extensive than we expected, we must respectfully bring to your High Noblenesses' attention that Fiscal Schilling, having presented at the session of 16 August a very ample report together with various documents relative thereto to the charge of the orangkaij of Waroe, who was brought hither with the Expedition fleet for admitting the Tidorese into his village and providing them with guides to the South side of Ceram, contrary to the very explicit prohibition in the 4th article of the Instruction delivered in the year 1768 by the Honorable Mr. Breton to him as well as to the other Ceram Regents, wherein, among other things, they were not only forbidden to hold any communication with the Moluccan peoples, but were even ordered to apprehend them and hand them over to the Company, under penalty, as expressed in the 11th Article of that same Instruction, of being punished in the most rigorous manner, indeed even with death, if they failed to comply with this. [illegible] The reports of Lieutenant van Eerten and Ensign Delius regarding their cruises are noted by resolution. Tenor of the same. - According to the findings of the case on the aforesaid day, it was approved, for reasons stated in our separate Resolution, solely to remove that Village Chief from his Regency and banish him to Boeroe. With respect to the aforementioned cruises with the pantjallings of Saparoea along the shores of the Hitoe Coast and the passage between the Islands of Honimoa and Nussalaut up to and off the point of Corrak on Ceram's inner Coast, Lieutenant van Eerten and Ensign Delius, upon their return, delivered to the first-signed the Reports noted in the separate Resolution of 16 August. The first mainly containing the interception of a native and two children in a prahu with a timbel of ripe and unripe cloves, which said native claimed to have gathered from his dousson with the intention of bringing them to Mamala; but this appearing suspicious to Lieutenant van Eerten, he sent the said native with the two children under escort to Hila, whence they were brought hither in custody and handed over to the fiscal. The second, from Ensign Delius, states that during his cruise he had no remarkable encounters and that the vessels he discovered were all provided with proper passes, except for one prahu coming from Roemakaij or Kamariang and laden with raw sago, which, being unable to show a pass, was therefore declared a prize by him and the people thereof 40 One was satisfied with their performances. - The Papuans were in the hinterland of Boeroe with 50 korakorras. - Plundered and destroyed everything they came across. And carried off many people. Far-reaching audacity of those robbers, assisted by the Tobilders. sent to the Postholder at Hoorn. On the aforesaid day we were satisfied with the actions of those two officers and approved offering their aforementioned Reports to your High Noblenesses, as we respectfully do herewith, and accompanying the same with the Report of Burgher Captain Coning recorded in the secret Resolution of 16 July concerning the commission entrusted to him on his voyage to the hinterland of Boeroe, of which we had the honor humbly to inform your High Noblenesses in our separate letter of 10 May, containing that both on the outbound and return journeys he encountered no Papuan pirates or similar sea-rovers; but that, departing from Boeroe, or rather the bay of Caijelie where our garrison lies, for the hinterland, he inquired there of the mountain peoples what hostilities had been committed by those rascals and in what great force they had been there, and thereupon learned that not long ago fifty Papuan korakorras had been there, which had robbed, plundered, and destroyed everything they came across, on which occasion many Alfurs fell into the hands of those robbers and were carried off captive; which misfortune would have befallen many others as well had they not saved themselves by fleeing to the mountains, although they hardly felt safe there either, since those rascals had presumed to penetrate as far inland and into the forests as they had ever done before, which they mainly attributed to the Tobilders, who not only assisted the Papuans in large numbers in their looting, but were even the principal instigators. [illegible]
Dutch transcription
38 en na Boeroe gebannen. - eenige Iaeren geleegen heeft niet mogelijk was; zijnde door de versterking van dezelve ende voorwaards genoteerde plaat „sing van twee Corporaals en ses gemeenen op de Cust Hi toe teffens voldaan aan uw Hoog Edelens Iongste ordre om de stranden na behooren te doen bemaken, ten welken eijnde den eerstgeteekende de bezetting te saparoua ook nog heeft doen versterken met twee gemeene Militai„ ren en het opperhoofd van Blijdenbergh bij schrijvens van den 14. Iunij soigneuselijk gerecommandeert om de voor naamste plaatsen, zo op Honimoa als Nussalaut te doen bewaken. — de orangkaij van waroe gedimoreert Bevoorens wij van dit teegens onse verwagting wat ampel gevallene articul der Cerammers afstappen, moeten, wij uw Hoog Edelens nog eerbiedig onder het oog brengen dat den fiscaal schilling ter sitting van den 16:' Augus tus gedient hebbende van een seer ampel berigt met bij voeging van diverse daar toe relative stucken ten laste van de E met de Expeditie vloot over het admitteeren der Tidoree„ sen in zijn Negorij en het geeven van wegwijsers aandezel„ „ve na de Zuijdkant van Ceram herwaards gebragte orengkaij van waroe teegens het zo uijtdruckelijk verbod bij het 4.' ar„ „ticul van de hem zo wel als de overige Ceramse Regenten in Anno 1768 door d' Ed: Heer Breton terhand ge „steld Instructie, waar bij hun onder anderen het houden van eenige gemeenschap met de Moluxe volkeren niet alleen verbooden, maar selfs g'ordonneert is dezel„ „ve op te vangen en aan de Compagnie overte geeven, sub poene zo als bij het W1: Articul van die zelfde Instructie staat uit gedrukt van zulx niet nakomende op het rigoureuste; Ia selfs met de dood gestraft te worden „ ra de et verleenden te vinden v W r e alom g den gelijk esteerd g poraal het ten daar de Rapporten van den Lieutenant van berten en vendrig Delius weegens hunne bekruijssingen staan genoteert bij resolutie. teneur derzelve. - na bevinding van zaken ten voorm dage goedgevonden is dat Dorphoofd, om reedenen bij onse aparte Resolutie vermeld eenelijk uijt zijn Regentschap te dimoveeren en na Boeroe te verbannen. Met adspect tot de voorwaards gementioneerde De Kruijssingen met de Pantjallings de Sa„ paroea langs de stranden der Hitoese Cust en de voort „varendheid tusschen de Eijlanden Honimoa, en Nussalaut tot af en aan de hoek van Corrak aan Cerams binnen Cust hebben den Lieutenant van Eerten en vendrig Delius bij hun retour aan den eerstgeteeken„ „de overgegeeven de bij aparte Resolutie van den 16: Aug„s genoteerde Rapporten het Eerste hoofd zakelijk behelsende de agterhaling van Inlander Een twee kinderen in een prauw met een timbel rijpe en onrijpe Nagulen, die ged: Inlander voorgaf uit zijn dousson gehaald te hebben met intentie om die na Mamala te brengen, dog het geen den Lieutenant van Eerten suspect voor komende, had hij meerm Jnlander met de twee kin„ „deren onder een escorte na Hila gesonden, van waarse in verzeekering herwaards gebragt en aan den fiscaal overgeleevert zijn. . Het tweede van den vendrig Delius dicteert dat hij geduurende zijne kruijt togt geene merkomar„ „dige ontmoetingen gehad en dat de vaartuijgen die hij ondekt heeft alle van behoorlijke Passen zijn voorsien geweest, excepto een Praauw, komende van Roemakaij of kamari„ „ang en geladen met zagoe manta die geen Pas, kunnende vertoonen; over zulx door hem prijs verklaart en het volk daar 40 men heeft zig met hunne overegtingen voldaan gehouden. - de Papoen zijn met 50: Corre corren op 't agter land van Boeroe geweest. - hebben alles geplundeert en ver„ mield wat hum voorquam. en veel menschen vervoerd verre gaande stoundheid dier bo„ vers g'assesteert door de Iobilders daar aan den Posthouder te Hoorn gezonden is Wij hebben ons ten voorm dage met de verrigtingen dier beide officieren voldaan gehouden en goedgevonden hunne voorsz: Rapporten uw Hoog Edelens aantebieden, gelijk wij Eerbie„ „dig doen bij deesen en dezelve te laten accompagneeren van het bij secrete Resolutie van den 16: Iulij gevirbaliseerde Rapport van den Burger Capitain Coning nopens de aan hem opge„ „dragene Commissie op zijne togt na het agterland van Boeroe waar van wij de eere hebben gehad uw Hoog Edelens onderdanig kennisse te geeven bij onse aparte Letteren van den 10: Maij behelsende dat hij zo wel op de heen als te rug reijse geene Fapoese Rovers of diergelijke zee schuijmers heeft ontmoet; maar dat hij van Boeroe of eijgentlijk de baaij van Caijelie daar onse besetting legt na het agterland vertreeckende zig aldaar bij de berg volkeren g'informeert heeft wat vijande„ „lijkheeden door dat gespuijs gepleegd en in hoe groote magt zij aldaar geweest waren mitsgaders daar op vernoomen had dat niet lang geleeden vijftig Papoese Corre Correns daar geweest welke alles geroofd geplundert en vernield hadden wat hun voorquam, bij welke geleegendheid veele Alphoeren in de handen dier Roovers gevallen en gevankelijk meede ge voerd waren, welke ongeluckig tot nog veele andere zoude getroffen hebben, indien zy zig niet door de vlugt na het ge„ „bergte gesauveert hadden, hoewel zij zig daar nog nauwelijx zee„ ker bevonden, nademaal dat gjspuijs zig hadde verstoude zo verre land en boschwaards in te dringen als zij nog ooijt voor heen gedaan hadden het geen zij voornaamentlijk toeschreeven aan de Tobilders die niet alleen in meenigt de Papoen in het rooven g'assisteert, maar selfs d' voornaamste aanmoedigens ut en eeken, kinderen kin te al lius omeer„ t mari„ w onde volk
English
Captain Coning did see some vessels, but could not identify them due to the distance. The robbers are secretly protected by the Tidorese grandees of the realm, who prevent the King from punishing the marauders: had been the instigators and leaders in bringing them to such places otherwise unusual for the Papuans; of which a multitude of huts remaining standing here and there, which had served as their place of stay, had assured the said Captain Coning of the truth. Furthermore, that when he sailed to the back country he had seen several vessels heading seaward from the shore, which were nevertheless too far away to be able to discern of what nation they were; from all which it most clearly appears that if the robbing and plundering by the Papuans and Tobelders on the aforesaid island is not repelled and opposed by forceful and emphatic means, it is greatly to be feared that the already partially depopulated Bouro will soon become almost entirely unpopulated, now that the Alfurs in the mountains are not even safe any longer, but are fetched from there and carried off by the Tobilders, who encourage the Papuans in their lust for robbery, indeed even assist them therein, for which one has all the more to fear, since according to the separate letter of the Gentleman Governor of Ternate Valkenaar written to the first signatory under date of 17 May last, of which the copy accompanies this, the Papuan robbers are secretly protected among the Tidorese court grandees, because these find their profit in the raids of that rabble, and always know, under one or another specious pretext, The Governor of Ternate requested to employ His Honour's good offices thereto. Nothing further has been heard of the English inclination to establish a post on Salawati. how to prevent the King from punishing those marauders or curbing their misdeeds with his war force: whereto the first signatory nevertheless, by letter of 26 August, sending the aforesaid report of the oft-mentioned Captain Coning, requested the said Gentleman Governor Valkenaar to be pleased to employ His Honour's good offices, not doubting but Your High Nobilities will, in accordance with our respectful request, devise such efficacious means as Your High Nobilities shall judge necessary and expedient for stopping the progress of the robberies by the Papuans and Tobilders; meanwhile the first signatory, with relation to foreign Europeans, upon the further communication by the Postholder at Sawaij Philip Lodewijk Brandes by letters of 26 April, 22 May and 2 June of the current year concerning the inclination of the English to establish a post on Salwati, of which we have already duly given notice to Your High Nobilities by our spring separate missive of 10 May, has written to him by letters of 14 June, to report on every occasion what comes to his ears both regarding these and any other undertakings of that nation or other foreign Europeans, with orders to inform himself accurately through all channels whether there has not been more than one ship at the aforesaid island and also whether more English ships were expected to come, as well as how many and how strongly manned they are; whereto the aforementioned Brandes answered by missive of 7 August that since then he has heard nothing further of any English or other foreign nations. Hambal's claim that a rantaka and 2 flintlocks were taken from him on the 1st expedition found to be untrue, as it is a bronze 1-pounder belonging to the Company. We would, in order not to extend this too far and thereby occasionally bore Your High Nobilities, gladly conclude here, but having brought under Your High Nobilities' attention in our humble letter of 10 May the complaints made by Hamba that on the latest expedition a rantaka and two flintlocks were said to have been taken from him, we must set down here that this upon investigation was found to be untrue, since that so-called rantaka or small copper swivel consists of a bronze prince's piece of one pound, marked with the cipher of the Company, weighing 174 lb: being apparently one of the two swivel guns kept concealed by him from the patjalling De Parnaal overrun in the year 1764 by the Keffingers and Poulo Gissers, which carried bronze pieces, according to the accompanying report of the Equipment Overseer Hogerscheid that is accompanied by a report of the ordinary fireworker Jansz: showing that that piece, as the aforementioned Hamba made the first signatory believe, was not taken from him, but was wrested from the enemy on the occasion when his vessel stranded before Tobo, and which we at the meeting of 21 June also decided to retain and have entered into the books, since Your High Nobilities by secret missive of 23 December 1766 very expressly ordered that the aforementioned two swivel guns kept back in bad faith by Hamba be demanded from him. We have the honour to be with the most perfect high esteem. It was undersigned: High Noble Severe Right Honourable Gentleman and Well Noble Severe Gentlemen. Lower: Your High Nobilities' humble and very obedient servants. Was signed: I: H: van der Voort, and I: A: De Villeneuve. In the margin: Amboina in Castle Victoria, this 24 September the year 1771. Agrees J Baeringauw
Dutch transcription
Capitain Coning heeft wel eenige vaar„ „tuijgen gezien maar die door de ver„ heid niet kunnen kennen. nadrut te weeren. — de Roovers worden door de Tidorse Rijx grooten onder de hand bescherm die den koning beletten de Marodeurs te straffen: aanmoedigers en aanvoerder geweest waren om dezelve op zodanige voor de Papoen anders ongewoone plaatsen te brengen; waar van een meenigte hier en daar staan gebleevene hutjes welke tot hun verblijf plaats gediende hebben ged: Capitain Coning van de waarheid verseekert hadde. voorts dat wanneer hij na het agterland zeijlde verscheijde vaartuijgen uijt de wal zeewaards had zien steeken, welke nogtans te verre afwaren om die te kunnen onderkennen van wat Natie die geweest zijn; uit welk noodsakelyjkheid om de roverijen met een en ander ten klaarsten blijkt dat zo wanneer het rooven en plunderen der Papoen en Tobelders op het voorsz Eijland niet door middelen van klemn en nadruk„ word geweerd en teegen gegaan het grootelijx te dugten is, dat het reeds ten deele gedepopuleerde Bouro eerlang bij na geheel ontvolkt raken zal, nu de Alfoeren in't ge„ bergte selfs niet meer veijlig zijn, maar van daar ge„ „haald en vervoerd worden door de Tobilders die de Papoen in hunne roofsugt aanmoedigen, Ia haar selfs daar in assisteeren, waar voor men des te meer te vreesen heeft, nademaal na luijd de aparte brief van den Heer Ternaats Gouverneur valkenaar aan eerstgeteekende geschreeven in dato 17: Maij pass=o waar van het afschrift hier neevens gaat de Papoe„ se Rovers onder de Tidoreese Hofs grooten in't geheim beschermd worden, wijl deese hun profijt bij de stroperijen van dat geboefte vinden, en hun koning altoos onder het een of ander speticul voorwendsel weeten 42 de Ternaats gouverneur versogt daar toe zijn Ed. goede officier aan te „wenden van der Engelse inclinatie om op salawatij Post te vatten is niets nader vernoomen weesen te beletten om die Marodeurs te straffen of hunne euveldaden met zijne oorlogs magt te beteugelen: waar toe den eerstgeteekende nogtans bij brief van den 26. Aug„o onder toezending van het voorsz: Rapport van meerm: capitain Coning ged=e Heer Gouverneur valkenaar versogt heeft zijn Ed: goede officien te willen aanwenden niet twijfelende of uw Hoog Edelens zullen Conform ons eer„ biedig verzoek zodanige efficasieuse middelen beraamen als Hoog dezelve tot sluijting van de voortgang der Ro„ „verijen door de Papoen en Tobilders noodsakelijk en dienstig zullen oordeelen; ondertusschen dat den eerstge„ „teekende met relatie tot de vreemde Europeën op het nader bedeelde door den Posthouder te Sawaij Philip Lodewijk Brandes bij brieven van den 26:' April, 22:' Maij en 2:' Iunij H=o a: noopens de inclinatie der Engelsen om op salwatij een Post aanteleggen waar van wij uwe Hoog Edelens bereeds schuldpligtig kennisse gegeeven hebben bij onse voor jaarse aparte Missive van den 10. Maij denzelven bij Letteren van den 14:' Iunij aangeschreeven heeft, om bij alle geleegendheeden verslag te doen van het geen bij zo noopens die als eenige andere onderneemingen dier Natie of andere vreemde Europeen ter ooren komt, met ordre om zig door alle canalen nauwkeurig te informeeren of 'er niet meer dan een schip op het voorsz Eyland aan geweest is en ook of daar meer Engelse scheepen stonden te komen, mitsgaders hoe veel en hoe sterk de wel be„ „mand zijn; waar op voorn Brandes bij Missive van den 7: Aug„s g'andwoord heeft seedert van geene Engel„ „sen of andere vreemde Natien iets naders vernoomen te staan i h zijlde had zien duk ten is, lang bij naar bij koning wendsel en sen zelve Hambal voorgeven dat hem in de I„o Expeditie een Rantakke en 2: onwaar bevonden, alsoo 't een metaa„ „le 1: ponder is dat de Comp: toebehoort. te hebben. — wij zouden om deese niet al te seer te eloigneeren en uw snaphaanen zouden afgenomen zijn Hoog Edelens daar door somwijlen te verveelen hier meede gaarne afbreeken, maar Hoog dezelve bij onse onderdanige van den 10: Maij onder het oog gebragt hebbende de door hamba gedane klagten dat hem: op de Iongste Expeditie zouden af„ „genoomen zijn een Rantakka en twee snaphanen, moeten wij hier ter needer stellen dat zulx bij onderzoek onwaar be„ „vonden is, nademaal die zo gem: Rantakke of koper slangtje bestaat in een metale Prince stukje van een pond, gemerkt met het Cijfer van de Compagnie 'S weegende 174. lb: zijnde apparent een van de door hem verborgen gehoudene twee draij bassen van d'in A„o 1764: door de keffingers en Poulo Gissers, afgeloopene Patjalling de Parnaal, die metaale stukjes heeft gevoerd, na luijd het neevens gaande berigt van den Equipagie opziender Hogerscheid dat verseld gaat van een Rapport van den ordinair vuurwerker Iansz: aanwijsende dat dat stukje zo als voorn: Hamba den Eerst geteekende deets em gemaakt heeft niet afgenoomen, maar den vijand bij ge„ „leegendheid dat zijn vaartuijg voor Tobo strande ontwel en daarom bij de boeken ingenoomen digt is, en het geen wij ter setting van den 21:' Iunij ook be„ „slooten hebben aan te houden en bij de boeken te doen inneemen, nademaal uw Hoog Edelens bij secreete missive van den 23:' December 1766 wel expresselijk gelast hebben om de voorm: door Hamba. ter quader trouwe agtergehoudene twee draij bassen van hem afte eijsschen. wij hebben de eere met de volmaakste Hoog agting te zijn. /:onder„ „derstond:/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaren Heere en wel Edele Gestrenge Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelens onderdanige en seer gehoorsame dienaaren /was getekend:/ I: H: van der voort, en I: A: De villeneuve, /:in margine:/ Amboina in 't Casteel victo, ria, deesen 24:' September a„o 1771: -. - accordeert J Baeringauw is. —
English
P.S. After this had already been closed, the orang kaya of Xepa, Bakar Alij, returned with a certain Casper Sapilatoe, sent expressly to Ceram by order of the first undersigned to inquire into the state of affairs on that coast and whether foreign wanderers were not again keeping themselves there at present, as he had heard. Upon their report at Saparoea, they handed over to Chief Van Blijdenbergh such a Malay report as we have the honor to present herewith to Your Right Nobles in originali, with its translation into Low Dutch, containing in substance chiefly that three paduakans with Macassars had again been at Kellibon; that according to the account of the famous Radja of Kellemoerij, the peoples of Kellibon, Ceijlor, Kesselaut, and Avan had gathered some cloves from the Hitoe Coast and the island of Oma, to the quantity of half a bhaar, being 275 lb.; that the cloves were from the previous harvest and had been exchanged for white and black, as well as fine Macassar linens, and that one piece of linen had been spent for five tijoepas, which will be about five lb.; that cloves were currently very expensive on Ceram; that the aforementioned four negorijs had again sent out four junks to seek those spices and, having obtained them, to transport them to Java; furthermore, that the Papuans had arrived at Hattij on Ceram's north coast with one hundred corocores, and finally that the Ceramers complained greatly about the conduct of Hamba in robbing and extorting their goods, which would force them once again to take flight. On this last point, we merely note with respect that such would be a desirable thing for the Company, as it would free it from much care and anxiety, as well as no less expense which it has already incurred on account of the wanderers and illicit traders, and will apparently still have to expend until their total extermination or at least to deprive them of the desire to undermine the Company in its main artery. Copy Secret Letter received from Amboina To His Right Nobility, The Right Noble, Rigorous, and Highly Esteemed Lord, Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with The Right Honorable Lords Councillors of Netherlands India, Right Noble, Rigorous, and Highly Esteemed Lord, and Right Honorable, Rigorous Lords; During the time that I had the honor of holding the office of Secretary to Your Right Nobles' illustrious assembly and observing Your deliberations from close by, I have seen with what a watchful eye Your Right Nobles have viewed the continual wandering of the Ceramers around the spice-producing offices and districts in this Province, and their colluding with all kinds of western nations, especially Macassars, Bugis, Mandarese, Boutoners, etc., despite the continuous cruising and the outfitting of expensive expeditions against them, and how this led to the issuing of the most earnest orders, if possible, to eradicate that inveterate evil root and branch, and to ensure that the Company remains the sole master of the so dearly acquired exclusive trade in spices, as appears most clearly both from Your Right Nobles' secret resolution of 4 December 1764 and from Your various orders given since the year 1763 hitherward and jointly in circular letters written to this and three other eastern governments, Your Right Nobles ordering among others in that of 23 December 1766, addressed to the Honorable Messrs. Fockens and Breton, that because little reliance could be placed on the demonstrated submission of the negorijs Tobo, Kissalaut, Ceijlor, etc., and that their outward humiliation had merely served to gain time and enable them to play the same role anew, such persons must be punished according to the laws of war, with the express prohibition against granting any pardon. The above subject has also been a matter of my earnest consideration since the beginning of my administration, out of a true devotion that I have for the welfare of the Company, to which that of this Province is inextricably bound, and also to ensure, were it possible, that the Company remains the sole master of the cloves which it produces. On that account, I have also let my thoughts dwell maturely upon the means which, in my humble opinion, ought to be taken in hand and applied to eliminate that evil, if not entirely, then at least to curtail it in such a manner that one need not live in as much anxiety regarding it as has been the case hitherto and still is daily, notwithstanding the expedition recently undertaken again to Ceram in this earlier spring with five patchallings and twenty-six orembaais, which cost the Company a handsome sum of 12,205 guilders, 14 stivers, and 4 pence in Dutch money, which it could easily bear if the intended objective had been achieved thereby; but to our regret we have had to see that the fleet had scarcely returned home or the Ceramers were wandering again everywhere.
Dutch transcription
44 P: S: Na dat deese reeds afgeslooten was, reverteert den orangkaij van Xepa Bakar Alij met eenen casper Sapilatoe ter ordre van den eerst geteekende Expres na Ceram afgezonden, om zig na de gesteldheid van zaken te dier Custe en of zeg daar tans weeder geen vreemde swervers onthielden, zo als denzelven vernoomen had te informeerend, welke bij hun Rapport op Saparoea aan het opperhoofd van Blijdenbergh zodanigen Maleids Rapport hebben ter hand gesteld als wij ons de eere geeven uw Hoog Edelens hier bij in originali aantebieden met dies translaat in't nee„ „derduijtsch in substantie hoofd zakelijk behelsende dat er weeder drie Paduakans met macassa„ „ren op kellibon geweest waren: dat volgens verhaal van den befaamden Radja van kelle„ „moerij de volkeren van kellibon, Ceijlor, kesselaut, en Avan van de Cust Hitoe en het Eijlande oma wat Nagulen hadden opgedaant, ter quantiteit vand een halve Bhaar, zijnde 275: lb: dat het Nagulent van de voorige oogst en dat die ingeruijld: waren teegens witte en swarte item fijne Macassaarse Lijwaten; mitsg=s voor de vijf Tijoepas, zullende circa vijf lb: weesen een stuk Lijwaat besteed was: dat de Nagulen thans seer duur op Ceram warens: dat des voorsz: vier Nego„ „rijen weeder vier Ionken hadden uijtgezonden om die specerije te zoeken en dezelve gekreegen hebbende na Iava overtebrengen; voorts dat de Papoen met een hondert Corre Corren op Hattij aan Cerams Noord Cust aangekoomen waaren, en eijndelijk dat de Cerammers seer klaagden over het gedrag van Hamba, in het rooven en afpersen hunner goederen, het geen haar nog eens zou noodsaken de vlugt te moeten neemens; wij merken op dit laatste eenelyk in eerbied aan dat zulx een wenschelijke, zaak voor de Maatschappij zou zijn, also dat haar van veel sorge en bekommering, mitsgaders geen minder kosten welke zij om de wille van de swervers en Morshandelaars reeds heeft aangewend, en apparent nog zal moeten besteeden tot derzelver totale verdelging of ten minsten oms hun de lust te beneemen de Comp:s in haren hart ader te ondermijnen; zou bevrijdens- -. -. en un de nige ba e langtje t zijnde draij lb: jes een de dat diets ont be den 23:' voorn wee draij m zijn /:onder„ wel erdanige voort, en victo, h uto van 45 Copia Secreete Brieff ontvangen van Amboina Aan zijne hoog Edelheijd, Den hoog Edelen Gestrengen Groot Agtb: Heere, Patra, Petrus Albertus van der Gouverneur Generaal, Benevens, De wel Edele Heeren Raden van Nederlands India, Hoog Edele, Gestr: Groot Agtb Heere, En Wel Edele Gestrende Heeren; Geduurende den tijd dat ik d' eere hebbe gehad het ampt Inleijding van Secretaris uwer Hoog Edelens illustre vergadering te bekleeden, en Hoog der zilver deliberatien van na bij te b'oogen, hebbe ik gezien met welk een sorgelijk oog, Herswerven der Ceram„ uwe mers van Amboina Den 5:' Augustus 1771; steeds met een zoegelijk oog beschouwd; Papieren consteert „selve daar omtrend gegee„ „ven „mes is door hun hoog Ed„s uwe Hoog Edelens het aanhoudend swerven der Cerammers omtrend de specerij geevende Comptoiren en Districten in dee„ „se Provintie, en het konkelen met allerleij westerse Natien speciaal Macassaren, Bouguineesen, Mandlareesen, Boutonders &b:, in weerwil van de geduurige Bekruijssingen en het uijtrusten van kostbare Expeditien teegens dezelve hebben beschouwd en doen besluijten tot het geeven van de aller ernstigste om, waar beveelen, intrs het moogelijk daar door dat ingekankert quaad met wortel en tak uijt te roijen, mitsgaders de Maatschap„ „pij, allien meester te doen blijven van de zo duur verkreege„ „gelijk bij de neevens vermynen privativen handels in specerijen, invoegen zo uijt uwe Hoog Edelens secreete Resolutie van den 4:' Xber 1764; als Hoog derzelver seedert ao 1763; herwaards en Conjune„ „tim na dit ende drie andere oosterse Gouvernementen ge„ diverse ordres door hoog de schreevene cerculaike Brieven ten klaarsten Consteert, be„ „veelende uw Hoog Edelens onder anderen bij die van den 23:' xber 1766, aan d Ed„e Heeren Fockens en Breton gerigt, om dewijl er wijnig staat te maaken was op de betoonde submissie der Negorijen Tobo kissalaut, Ceijlor &c: en dat hunne uijterlijke verneedering eenelijk gestrekt had om tijd te gewinnen en haar in staat te stellen de selver perso„ „nagie weder op nieuw te konnen speelen, de zulke na de 47 Van Amboina Den 5:' Augustus 1771; „neur ook ernstig overwoogen en sijne gedagten laten gaan hoedanig dat quaad te weeren heeft door toe niets kin„ of van de Cerammers swer„ „ven weder alomme, de krijgs wetten moeten worden gekastijt, met uijtdruckelijk verbod om geen pardon te verleenen; Het boovenstaande onderwerp is ook seedert den aan„ dat ontwerp heeft den gouver„ „vang van mijn bestier een poinct van mijne ernstige overwee„ „ging geweest, uijt eene waare zugt, die ik voor het wel zijn van de Maatschappij hebbe en waar aan dat van deese Pro„ vintie onafschijdelijk is verknogt, mitsg„s om de Comp: ware 't mogelijk alleen meester te doen blijven van de nagulen, die deselve voortbrengd, weshalven ik ook mijne gedagten rijpelijk hebben laten „ „ over de mid gan „ middelen, welk mijns geringe eragtens dienen bij der hand genoomen en geappliceert te worden om dat quaad is 't niet geheel weg te neemen ten minsten sodanig te snuij„ „ken, dat men in so veel bekommering daar omtrend niet hoeft te verseeren, dan tot hier toe plaats gehad en nog dagelijx heeft, niet tegenstaande de nog Iongst in dit vroe„ ger voor Iaar weeder met vijf Patjallings en ses en twintig orembaaijen gedaane Expeditie na Ceram, welke de Maatschap, d' „o gedane Expeditie, pij gekost heeft een fraije Somma van ƒ12205. 14. 4. ne„ nen opereeren; 17 „derl: geld, het geen sij sig nog ligt sou kunnen getroos„ „ten, indien het bedoelde oogmerkt daar meede was bereijkt geworden, maar men heeft tot leedweesen moeten sien dat de vloot naauwelijx thuijs gekoomen was of de
English
From Amboina, the 5th of August 1771. The Ceram cost the Company since the year 1766. An expedition on Ceram is necessary. The Ceram people appeared everywhere in the vicinity of the clove-producing trade posts and districts, as Your High Excellencies may please to see from the endorsed letters from the heads of the subordinate trade posts and the reports of the same annexed to these papers, to which, in order not to be too prolix in this matter, I respectfully refer with Your High Excellencies' kind permission, as well as to the short statement accompanying this, showing that the successive cruising expeditions carried out to Ceram since the year 1763 have cost the Company the considerable sum of 349,142 guilders, 2 stuivers, and 12 pennings Dutch currency, or 42,300 guilders, 12 stuivers, or about four and a quarter tons of Indies money, to the great encumbrance of the charges of this Government, the cost of the vessels which Your High Excellencies had equipped at Batavia in the years 1765 and 1766 being in the aforesaid statement only estimated by calculation and by no means taken generously. Argument that an expedition by land is necessary. Yet because the goal and purpose for which the Company expended those excessive costs, and successively undertook heavy equipment of vessels and people, as experience shows, could not hitherto be achieved, but the Ceram people, as already mentioned above, despite the heavy punishments successively and now most recently again applied to them with the burning of their negorijen and the ruin of their fruit trees and sago groves, show themselves everywhere in the vicinity of the clove-producing trade posts and districts, it therefore follows that other means of greater force and emphasis than hitherto must be used to forever deprive them of the desire to collect these spices from the Company's faithless subjects as well as engaging in smuggling them with the Macassarese, Buginese, Mandarese, Butonese, and other western nations, which cannot be accomplished without conducting an expedition by land. For this reason, along with my predecessors the Honorable gentlemen Fockens and Breton, who proposed the same to Your High Excellencies in their secret letters of the 25th of May 1766 and the 7th of June 1769, I judge it not only extremely necessary but even unavoidable in order to achieve the intended purpose and no longer cause the Company to waste exorbitant sums uselessly. From Amboina, the 5th of August 1771. The governor's remarks on the prohibition against it. It is true that Your High Excellencies, by secret letters of the 23rd of December of the former and the 26th of December of the latter mentioned year, were pleased to order to refrain therefrom, and the High and Honorable Gentlemen Seventeen, in their Honorable High and Respected, highly venerated general missive of the 28th of November 1768, likewise did not deem it advisable to undertake an expedition by land in addition to a naval force, also being apprehensive that the outcome of such expeditions is far too uncertain, and furthermore that from a well-directed expedition by sea better success is generally to be expected, especially when the commanders of the vessels and the officers are capable and faithful, which the same furthermore note as very necessary requirements. But I respectfully remark upon this that it were to be wished that these two requirements were always found together among that sort of people who hold command over the vessels, but the contrary thereof having been perceived more than too much in various instances, and some of the officers lacking either sufficient competence, or courage and conduct, or even both, this must notoriously have the consequence that the best-laid arrangements concerning it are followed by a wrong outcome. In the meantime, I hope that Your High Excellencies, from the considerations mentioned in the text, From Amboina, the 5th of August 1771. from my considerations respectfully appended hereto showing how in my opinion the expedition against the East Ceram people ought to be undertaken in order to see the desired effect, it will appear that an expedition by land, namely on the east side of Ceram, is not so difficult as Your High Excellencies have imagined, but that it is well feasible provided one has good guides, for which, with Your High Excellencies' kind interpretation, I will retain the Orang Kaya of Waroe currently held as hostage in the town hall, mentioned in the secret letter of myself and the Honorable Second De Villenieuve of the 10th of May past, since he is knowledgeable of the region thereabouts, as I am reliably informed. The governor offers to direct the expedition in person. The trust that Your High Excellencies are pleased to place in my person and modest abilities in your general missive of the 31st of December past, leaving the task of the cruising expeditions deferred to me, ignites so much zeal in me that, although otherwise not warlike, having never had any taste for military service, I offer to go and direct the expedition in person according to the plan in my aforesaid considerations.
Dutch transcription
Van Amboina Den 5: Augustus 171; „ditien de Comp: sebert a„o 1766 kosten op Ceram nood sakelijk de Cerammers vertoonden sig allomme in de na bijheid der nagul geevende Comptoiren en distrecten, gelijk uwe Hoog Edelens bij geliefte b'oogen kunnen uijt de g'indoseerte brieven van de hoofden der subatterne Comptoiren ende relaaten daar nevens gevoegde uElant item aan deze Papieren waar aan ik mij om in deesen niet te prolix te sijn met uw Hoog Edelens gunstig verlof so wel eerbiedig refereere, over als aan het hier bij meede vgaande kort vertoog aan wij„ aanwijsing hoe veel bepi„sende dat de sedert Ao 1763 successive gedane bekruijssin„ „gen naar Ceram de Ceram de Comp: gekost hebben een Considerabele somma van ƒ349142: 2: 12: Nederlands of ƒ 42300: 12: , dan wel Circa vier en een quaart ton Indias geld tot groot beswaar der lasten van dit Gouvernement, sijnde het kostende van de vaartuijgen welke uw hoog Edelens in Ao 1765, en 1766, te batavia hebben doen uijtrusten bij het voorsz: vertoog maar Calculatief gesteld en gantsch niet ruijm genoomen; betoog dat een land togt Dan dewijl het doel wil en oogmerk, waarom de maat„ schappij die Excessive kosten heeft g'Expendeert, en successive swaare uijtrustingen van vaartuijgen en volk gedaan, gelijk de ondervinding, doet sien tot nog toe niet heeft konnen 49 van Amboina Den 5:' Augustus 1771; konnen worden bereijkt maar de Cerammers gelijk hier vooren reeds is aangevoerd, in weerwil van de swaare Cas„ tijdingen successive en nu weeder Iongst aan haar geappli„ „ceert met het verbranden hunner Negorijen en het rui„ „neeren van detselver vrugt boomen en sagoe doeffons, sig alomme in de na bijheijd der nagul geevende Compt:n en districten vertoonen, so volgd daar uijt dat er ande„ re middelen van meerder klem en nadruk als tot nog toe dienen gebruikt te worden, om haar de lust tot het seerven ten afhaal dier specerije van s Comp: trouwloo„ „se onderdaanen midsg„s het pleegen van Morshandel in deselve met maccassaren, Bouguineesen, Mandharee„ „sen Boutonders en andere westerse Natien voor altoos te beneemen, het welk buijten het doen van een landtogd niet geschieden kan, weshalven ik deselve met mijne preede„ cesseuren d Ed: heeren Fockens en Breton, die sulx aan uwe Hoog Edelens hebben geproponeerd bij hun to secoe„ „te Brieven van den 25:' MMaij 1766 en 7: Junij 1769, ter bereijking van het bedoelde oogmerken om de Comp: niet langer Exorbitante sommen nutteloos te doen ver spil„ len niet alleen ten uijtersten noodsakelijk maar selfs onvermijdelijk oordeele, wel Van Amboina Den 5: Augustus 1771, de marque van den gouver, wel is waar dat uw hoog Edelens bij secreete Missives van op het verbad daar teegen den 23: december, dese eerst, en 26 xber des laast gem: Iaars hebben gelieven te gelasten om daar van afgesien en de hoog Edele heeren seeventienen bij haar Ed: hoog Agtb: ser ge„ „veneteerde generale Missive van den 28:' Iber 1768 ook niet raadsaam oordeelen om behalven een seemagt ook een landtogt te doen, als meede van begtig sijnde dat de uijtslag van dusdanige Expeditien veel te onseeker en boven dien van een wel gedirigeerde Expeditie ter see doorgans beeter succes te wagten is, voor al wanneer de gesaghebbers der vaartuijgen ende officieren bequam en getrouw sijn, het geen hoog deselve al verder als seer noodsakelijke requisitien aanmerken, dog ik merke daar op eerbiedig aan die dat het te wenschen ware dat dit twee verEijschtens altoos, onder dat slag van lieden, als die het gesag over de vaartuigen voeren, gepaart gevonden wierd, maar het teegen deel daar van in verschijding gevallen meer dan te veel bespeurd sijn„ „de en sommige der officieren of genoegsame bequamheijd dan wel moed en beleijd of ook wel beijde manqueerende, „notoir moet sulx „ ten gevolge hebben dat de best beraamste schickingen daar omtrend van een verkeerden uitslag bij de in textu verm: Cons„ gevolgd worden, ondertusschen verhoope ik dat uwe hoog Edelens deratien uijt v 51 Van Amboina Den 5:' Augustus 1771; difficul niet als men sig voor„ waar toe waroes orangkaij van om Expiditie te lande uijt mijne hier neevens in eerbied gevoegde Consideratien hoeda, deratien blijkt dat die soo „nig na mijne opinie de Expeditie teegens de oost Cerammer s gesteld lek diende ondernoomen te worden, om daar van het gewenste effecte te sien, blijken sal dat een land togt, nament„ „lijk aan de oostkant van Ceram so difficil miet„ a ls uwe Hoog Edelens sig voorgesteld hebben, maar dat die mits men goede gidsen heeft wel te doen is, waar toe ik mits men goede gidsen heeft onder uw Hoog Edelens welduijding den thans in het bequaam is; stadhuijs gegijselden orangkaij van waroe, verm: bij de secr: brief van mij en den E secunde de villenieuve van den 10:' maij pass„o aanhouden sal, wijl denselven de landstreek daar omtrent gelijk ik voor seeker g'informeert ben kundig is Het vertrouwen dat uwe hoog Edelens in mijn persoon den gouvern: bied sig en geringe bequaamheeden bij hoog derselver gemeene mis „en persoon te dirigeeren; sive van den 31:' xber: pass„o gelieven te stellen met, het werk ontsteekt der Bekruijssingen aan mij gedefereert te laten, onstrekt so veel ijver in mij dat ik mij hoe wel anders niet oor„ log sugtig, als nooijt smaak in den krijgsdienst ge„ had hebbende, aanbiede om de Expeditie volgens het ontwerp bij mijne voorm: Consideratien in persoon te gaan diri„ geeken
English
From Amboina, the 5th of August 1771. Promise a good outcome; that the roaming of the Ceramers will remain. Punish them during the Hongi in the coming year 1772, being the time which the Honorable Mr. Breton, in his memorandum left to me, also judged to be the best, and therefore believed that a Governor, instead of conducting the Hongi every two to three years, ought to sail directly to Ceram's southeast coast, in order to punish with the forces at hand the villages that consort with roamers or where the foreigners have their rendezvous; and if Your Right Honorables please to approve my aforementioned project and have it executed accordingly, I dare, under the blessing of the Almighty, to promise a good outcome thereof, indeed to rest assured that the continual roaming of the Ceramers in the vicinity of the clove-producing stations and districts will not remain of such alarming consequence as hitherto, provided that, in accordance with Your Right Honorables' above-cited order, no pardon is granted, but only, as recommended in Your secret Resolution of the 4th of December 1764, the women and children are spared, but they are punished severely; for, to use the exact words of the Honorable Mr. Foekens in his secret Dispatch of the 20th of December 1766, short of a tyrannical, or rather cruel treatment by putting to the sword everything that has received life on the coast of Ceram, it is to be feared that one will not overcome this difficulty for a long time to come, which is not only to be dreaded but even to be expected if that rabble is not chastised in the proposed manner, but on the contrary that they will go from bad to worse, since the Ceramers have become so bold that they dare to await an armed, heavily manned Hongi fleet, as they did in the past year according to the entries in the Hongi Daily Register under the date of the 5th of November, which, for that and other reasons set forth in the secret Dispatch by me and the Honorable Second de Villeneuve of the 10th of May last, moved me to attack with weapons the villages most guilty of smuggling, since the Company's prestige and formerly so greatly dreaded power did not permit this to be looked upon with indifferent eyes. Request for 150 European military men. As indicated in my oft-mentioned Considerations, the number of men that I judge to be required for such an expedition, and because of an extraordinary mortality this year, both here and at the outer stations, more than half of the reinforcement recently sent by Your Right Honorables having already descended into the grave, I take the liberty respectfully to request Your Right Honorables that, instead of the requested one hundred, we may if at all possible be reinforced with one hundred and fifty soldiers, since among the military both here and at the outer stations, not only are several old, decrepit men found who are unfit for conducting marches and land expeditions, but besides this, the garrison still consists of a fourth part of natives, whereas nevertheless according to Title 7 Article 18 of the regulations on the improvement of the servants of the 29th of September 1767, the number of natives may not exceed one tenth of the garrison, not to mention that the same, with a few exceptions, are by the nature of the Amboinese cowardly and faint-hearted and therefore better left at home than used for an expedition. Captain Brink is decrepit. And since Captain van den Brink, besides his advancing years, is greatly afflicted with podagra, or foot ailment, and has thereby been prevented from commanding in person the expedition conducted this year, but had to let this be carried out by the junior officers, and moreover is incapable of making arduous marches due to a hernia, I most respectfully insist that we may be provided with a vigilant and experienced Captain Lieutenant to exercise command over the junior officers and common soldiers under my eye and supervision. Request for a competent Captain Lieutenant; and for 6 gun carriages, two culverins, and the fulfillment of the artillery and weapon supplies to be requisitioned. Seeing that this province is completely destitute of suitable field artillery, in such manner as indicated in my oft-cited Considerations, I very reverently request Your Right Honorables that there may be dispatched with the ships for this government gun carriages made for field service after the model of the late Captain Lieutenant Ceesar, in accordance with Your Right Honorables' resolution of the 14th of November 1769, namely: 2 pieces for two-pounder guns 4 pieces for one-pounder ditto, as well as 2 pieces of bronze culverins firing one-pounder balls, whereby I furthermore humbly insist upon the complete fulfillment of the remaining artillery and weapon supplies mentioned in the formal requisition to be dispatched in the coming month of December.
Dutch transcription
van Amboina den 5:' Augustus 1771, goede uijtslag belooven; dat het swerven der Ceram„ blijven sal Castijde „geeren onder de Hongij in het aanst: aan de Iaar 1772 ben tijd die den Ed: Heer Breton bij sijn Ed: mij nagelatene memorie ook de beste oordeeld, en daarom vermeend dat een Gouverneur om de twee a drie Iaeren in steede van de Hongij te doen direct na Cerams suijd oost Cust diend te steevenen, om met de aan handen hebbende magt de negorijen die met swervers heulen of daar de vreemde„ „lingen haar rendevous hebben te straffen; en desse sig daar van een Indien uwe Hoog Edelens mijn voorsz, pro ject gelie„ ven te approbeeren en het selve dien Conform doen Execu„ dewve ik teeren, do ver mij onder den seegen des allerhoogsten daar van mitsg„s verseekerd houden een goede uitslag belooven, Ia verseekerd houden dat het „mers dan so sorgelijk niet Continueel swerven der Cerammers in de nabijheijd van de nagul geevende Comptoiren en districten van die sorgelijke mits men geen pardon ver„ aanschouw niet blijven sal dan tot hier toe mits men Conform uwe hoog Edelens hier boven geciteerde ordre geen pardon verleene maar alleen volgens het aan bevoolene bij hoog vrouwen en maar hun: op 't swaarts derselver secreete Resol: van den 4 xber: 1764, vrden kin„ „deren verschoone, want om de eygen worden van den Ed: Heer Foekens te gebruijken bij sijn Ed: secreete Missive van den 20: Iber 1766, buijten een in sig selfs tijkan„ „necque, lene 53 Van Amboina Den 5:' Augustus 1771, „sche Militairen, „necque of liever wreede behandeling met alles over de kling te laten springen wat aan Ceram Cust leeven ontfangen heeft, is 't te bevreesen dat men 't hoekje uE nog ten lange niet te booven sal koomen het geen niet alleen te dugten maar selfs te wagten is, so dat gespuijs op de voor„ „gestelde wijse niet ge castijt word, maar in tegendeel dat sij van boos tot erger sullen overslaan nademaal de Cerammers so stout geworden sijn dat sij een sterk bemande Hongij vloot gewapend derven afwagten, ge„ „lijk in ao pass„o gedaan hebben na het aangeteekende bij het hongij Dag register sub dato 5:' 9ber en mij so om die als andere reedenen bij secreete Missive om mij en den E secunde de villeneuve van den 10:' Maij pass„o betoogd gepermoveert heeft de meest aan morshan „del schuldige Negorijen met de wapenen aan te lasten also 's Comp: Agtbaarheijd en wel eer. so seer gedugt ver„ mogen niet permitteerde, om sulx met onverschilli„ „ge oogen aan te sien, Bij mijne meerm: Consideratien aange„ versoek om 150 Europee„ weesen wordende het getal van Manschappen dat ik oordeele tot sodanige Expeditie vereyscht te worden en door ongemeene 17½ ben van gelijke form g hoo Kin„ van Amboina Den 5: Augustus 1771, „fort; ongemeene sterfte en dit Iaar so hier als op de buiten Comp„ toiren van het door uw hoog Edelens Iongest gesondene renfort al meer dan de helfte ten graave gedaald sijn„ de, bevrijmoedige ik mij uw Hoog Edelens eerbiedig te ver„ soeken, om in steede van de gepettioneerde een hondert, bij Eenige mogelijkheijd met Een hondert en vijftig sol„ daaten versterkt te mogen worden, nademaal onder de Mili„ nodsakelijkheid van dat rentie so hier als op de buiten Comptoiren niet alleen verscheide ou„ „de-Caducque en tot het doen van marssen en landtoijten on„ „be quame menschen gevonden worden, maar buiten des het guarniesoen nog bestaat in een vierde geveelte Jnlanders daar nogtans volgens Fit: v7 „ 18 van het reglement op de verbeetring der dienaaren van den 29: 7ber 1767, het en lafertig heid der Jnlam getal der inlanders niet booven een tiende der besetting mag bedraagen, om niet te seggen dat deselve eenige weinige uitgesondert na den aard: der amboineesen feil lafhertig en dus beeter t huijs gelaten dan tot een Espe„ „ditie gebruijkt sijn; Cap: 1 Brink is Cadua En dewijl den Capitain van den brink behalven sijne klimmende Iaren seer met het Podegia, of voet euvel gequeld, en daar door verhindert is gewordend in dit Iaar „gedane expeditie in persoon te Commandeeren maar sulx door ders 55 Van Amboina Den 5:' Augustus 1771; ken twee veldslangen ende neerene arth: en wapen goederen; door de mindere officieren heeft moeten laten verrigten mitsg„s booven des door een breuk buijten staat is om sware marssen te doen so insteere ik op het eerbiedigste om met een vi„ versoek om een bequaam„ cap: luit gilant en g'experimenteert Capitain luitenant voorsien te mogen wor„ „den om onder mijn oog en toesigt het Commando over de mindere officieren en gemeenen te voeren Gemerkt deese provinsie ten eenemaal ontbloot is van en om 6 affuijt Boe„ bequame veld arthillerij, in voegen bij mijne veel geciteerde Con„ voldoening der te petitio„ sideratien is aangeweesen, so versoeke ik uw Hoog Edelens seer reverentlijk dat met de scheepen voor dit gouvernement moogen afgestooken worden affuijt boeken na het model van den overleeden Capitain luitenant Ceesar volgens uw hoog Edelens resol: van den 14:' 9ber 1769 ten dienste van het veld aangemaakt namentlijk 2: p:s voor twee ponder stuksesen 4: „ „ Een _„o d:o zo meede 2: „ Metale velo slangende schietende een pon„ „der kogeltjes kegeljes, waar bij ik nog oodmoedig in stee„ „ve om de Compleite voldoening der overige arthillerij en wapen goederen bij de inde aanstaande maand Iber af„ te gaanen Formeelen Eijsch vermeld; om nComp„ n„ „ Mili„ deMi c ou„ on„ sen Expe„ sijne
English
From Amboina, 5 August 1771. Reasons why the Governor writes this alone, as well as his considerations; he requests that copies may be prepared for the Netherlands. In order to better preserve the necessary secrecy of this my plan, I have, subject to Your High Excellencies' respected approval, and contrary to the custom practiced for five years of having separate or secret letters also signed by the Secunde, addressed this separately to Your High Excellencies, and for that same reason, in conformity with the permanent order, have also not had duplicate copies thereof prepared for the Netherlands, respectfully requesting that both this humble letter of mine and the accompanying considerations may be copied in duplicate at Your High Excellencies' Secretariat for the fatherland. Meanwhile, after having commended Your High Excellencies' illustrious persons and the Company's weighty interests to the divine protection of the Almighty, I remain with the greatest respect, High Noble, Severe, Highly Esteemed Lords, and Right Noble, Severe Lords, Your High Excellencies' humble and obedient servant, was signed, J. A. van der Voort. In the margin: Amboina, in Castle Victoria, 5 August 1771. Considerations. 57 From Amboina, 5 August 1771. Considerations of the undersigned Governor of Amboina as to how, in his opinion, the expedition against the East Cerammers ought to be undertaken in order to see the desired effect thereof. That the heavy and costly expeditions which the Company has fitted out since 1763, and most recently in this past spring, against the East Cerammers, in order to chastise them for their illicit trade in spices, their trafficking and scheming with western nations such as Macassars, Mandarese, Bugis, and Butonese, etc., as well as granting refuge to the same, have thus far operated very little to make them desist from that punishable conduct, no one will be able to contradict me, because experience has not only taught this, but has also shown most recently that the expedition fleet had scarcely returned home before the Cerammers showed themselves again with several junks, both along the Hitoe coast, notably near the negorij Ceijts, and under the district of Laricque, between Assaloeloe and Oering, item the cape of Sialen and more others, according to the reports received thereof; not to mention the twenty junks which, what is noteworthy, dared to show themselves off the negorij Titawang, situated on Nussalaut, when the hongi fleet was still lying ready in the bay of Poorto to cross over to Haroeko, according to the communication in a letter by the then Commandant 58 From Amboina, 5 August 1771. Commandant Hengeveld there to Saparoea's Chief Van Blijdenbergh, dated 17 November 1770; all in contempt of the promises so solemnly made by the Radja of Kellimoeri, the Orangkayen of Ceijlon and Tobo, as well as the Captain of Kessilout, as appears from the deed made thereof on 21 November 1765 and the articles of the treaty of 6 May 1766, upon which the Radja of Wermama and his brother, the Orangkay of Ceijlon, the Radja of Killemoerie, and the Captain of Kellibon were again accepted into submission. To what the little fruit that the Company has seen from those costly expeditions is to be ascribed, I will not argue in this, but only point out in what manner the expedition ought to be undertaken in order to have the desired effect from it for once, with the force required for its execution; but first speaking of the time which must be judged most suitable for such an undertaking, and therefore ought to be preferred. The best time, then, to undertake an expedition to the south-east coast of Ceram is unquestionably that when the hongi is ordinarily conducted, or rather the months of October and November, because one then generally has the calmest weather and few or no storm squalls to expect, which often in the spring expeditions have not 59 From Amboina, 5 August 1771. not only served as impediments to carrying out this or that undertaking, but have also been the cause of the loss or wrecking both of the Company's sloops and pantjallings and of many orembaais of the natives, as well as the unfortunate loss of so many lives, as sad experience has shown repeatedly, and now again during the most recent expedition. Therefore, the vessels suited to such a purpose, which ought to consist of pantjallings, kora-koras, and orembaais, should depart from here neither earlier nor later than 10 October, in order to be home again before the end of December, and if possible by the middle of that month, when the west winds begin to blow quite strongly and it is no longer advisable to linger on the coast of Ceram. The pantjallings are principally needed to convey the provisions, ammunition, and artillery, and can, indeed must, further serve to facilitate the landing of the troops, as well as to cover the men on that occasion with artillery fire against the hostile attacks of the Cerammers. For this the kora-koras are not suitable, because they are of far too weak a construction to carry artillery on them, but on the contrary are very useful for carrying our militia with them
Dutch transcription
van Amboina Den 5:' Augustus 1771, reedenen waarom den gouv:r deese alleen schrijft ne Consideratien hij ver soekt dat Copijen voor Nederl: mogen vervaar„ dig worden, om de so noodige secretesse van dit mijn plandes te beter te bewaaren heb ik onder uw Hoog Edelens gevenireerde goed„ keure Contrarie het seedert vijf Iaren g'useerde gebruik om de aparte of secreete brieven door de secunde meede te laaten onderteekenen dese aanhoog deselve apart ge„ rigt, mitsg„s om dat selve motis Conform de permanente ordre daar van ook geen dubbelde afschriften doen ver„ waar van en van sij „ vaardigen voor Neederland, Eerbiediglijk versoekende dat so wel van deese myne onderdanige letteren als de daar nevens gaande Consideratien ter secretarij van uw hoog Edelens dubbelde Copijen voor het vaderland mogen geschree„ „ven worden, Jnmiddals dat ik na uw hoog Edelens ullustre persoonen en 's Comp swaarwigtige belangen in de divine pro„ tectie des allerhoogsten bevoolen te hebben met de meeste eer„ „bied verblijve /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaden Heere en wel Edele Gestrenge Heeren /:lager:/ u Hoog Edelens onderdanigen en gehoorsaamen dienaar /was geteekent:/ I: A: van der voort /:in margine:/ Amboina in 't Casteel victoria Den 5: Augustus A„o 1771; Consideratien 57 Van Amboina Den 5:' Augustus 1771; Consideratien van den ondergeteekenden Am„ „bons Gouverneur hoedanig na desselfs opinie de Ex„ „piditie teegens de oost Cerammers diende ondernoo„ „men te worden om daar van het gewenschte effect te sien; Dat de swaare in kostbake Expeditien welke de maatschap„ „pij seedert A:o 1763; en nog laatst in dit voor Iaar teegens de oost Cerammers heeft uijtgerust, om deselve over haren Morshan„ „del in specerijen, het verkeeren en konkelen met westerse na„ tien, als maccassaren, mandhareesen, bougineesen, en bouthouderst=a mitsgaders het verleene van schuijl plaats aan deselve, te Cas„ tijden tot nog toe weinig g'opereert heeft, om de selve van dat strafwaardig bedrijf te doen afsien sal mij niemand kunnen tee„ „gen spreekene, wijl de ervaring sulx niet alleen geleed, maar ook nog Iongst heeft doen sien dat de Expeditie vlootnaau„ welijk 't huijs gekoomen was off de Cerammers vertoonden sig weeder met verschijde Ionken, so onder de Cust Hitoe en wel bij de negorij Ceijts als onder het district van Laricque, tus„ „schen assaloeloe en oering, item de hoek van sialenop meer ande„ re, na luijd de daar van ingekoomene berigten, om niet te gewapene van de twintig Jonken die sig quod notan„ duim toen de hongij vloot nog in de baaij van poorto en ge„ „reed lag om na Haroeko over te steeken, sig op de hoogte van de negorij Titawang, geleegen op nussalaut hebben derven vertoonen, volgens 't bedeelde bij een brief door den doenmaligen Commandant ver„ oog ee„ o„ voor Van Amboina den 5:' Augustus 1771, Commandant hen geveld aldaar aan sa parouas hoofd van blijdenbergh ged„t 17: November 1770; alles in vilipendi van de so plegtig gedane beloften door den Radja van kel„ limoeri, de orangkaijen van Ceijlon en Tobo, mitsgaders den Capitain van kessilout blijkens acte daar van ge„ maakt in dato 21: 9ber 1765 en de poincten van verdrag van den 6: meij 1766 waar op den Radja van wermama en desselfs broeder dan orangkaij van Ceijlor, de radja van killemoerie, en de Capitain van kellibon weeder in submissie sijn aange„ noomen, waar aan het weijnige vt dat de Comp: van die kost ba„ „re uijt rustingen gesien heeft, toe te schrijven sij sal ik in deesen niet betoogen maar alleen aanwijsen op wat ma„ „nier de Expeditie diende ondernoomen te worden, om daar van eens het gewenschte effect te hebben met de magt die tot dies uijtvoering ver Eijscht word, dog alvoorens spree„ „ken van de tijd, welke tot sulken onderneeming het bequaam„ ste moet g'oordeelt en daarom dient geprefereert teworden, De beste tijd dan om een Expeditie na de suijd oost Cust van Ceram te onderneemen is onweeder spreeke„ „lijk die wanneer de hongij ordinair gedaan word off wel de maanden october en november, om dat men dan door„ gans de kalmste tijden en weinige off geen storm buijen te wagten heeft, die al dikwils in de voor Iaarse Expeditien niet niet 59 van Amboina den 5:' Augustus 1771, niet alleen gesterkt hebben tot impedimenten om deese of geene ondereening ter uytvoer te brengen, maar ook oor„ saak geweest sij van het blijven off verongelucken so van 's Comp Chaloupen en pantjallings als veele orambaijen der inlanders, mitsgaders het ongeluckig om komen van so veel sielen gelijk dat de droevige ervaaring iterative maalen en nu weeder bij de Iongste Expeditie heft doen sien, dierhalven soude de vaartuigen tot sodanigen Eijnde ge„ schikt, en welke dienen te bestaan in pantjallings, Corre Corren en orembaijen niet vroeger of ook niet later van hier dienen te vertrecken, dan den 10:' van october om voor het uijt Eijnde van december endes mogelijk medio van de maand wanneer de weste vinden al vrij sterk begin nen door te blasen en het niet raadsaam is den langer op de Cust van Ceram te vertoeven weder t huijs te weesen; De patjallings sijn principaal nodig om de vistualie amonitie en arthillerij over te voeren en kunnen Ja moe„ ten wijder dienen om de lading der troupen te faciliteeren mitsgaders het volk bij die geleegentheijd met het geschut voor de vijandelijkke aanvallen der Cerammes te decken, Hier toe sijnde Corre Corren niet geschikt, wijl see veel te swak van timmering sijn om daar op geschut te voeren maar intregendeel seer dienstig om daar meede onse militie te
English
From Amboina, the 5th of August 1771; to transport, since one has more room on it and is better accommodated than on the pantjallings, which are so encumbered with victuals and ammunition that little or no space remains to place any people upon them. The orembaais are again not suitable for this latter purpose, as no more than three or at most four soldiers can be placed on each; moreover, the latter must principally serve to take off the soldiers and artillerymen, as well as the ammunition, from the large vessels and transport them to land, and further, upon the discovery of Ceram and other smuggling vessels, to pursue and bring them in, for which they are very capable both by their swiftness in sailing and dexterity in rowing; but intending to speak of these matters more broadly hereafter, I consider it necessary beforehand to give a succinct description of the southeast coast of Ceram, and especially of that tract of land upon the same where the aforementioned smugglers are situated and have their negorijen or villages, in order thereby to demonstrate that a land expedition to that part of Ceram would indeed be feasible. It extends from Batocassa to Keffing, at the eastern point of Ceram, over a length, according to the best charts, of about fifteen German miles; the coast is everywhere full of projecting banks, reefs, and blind rocks, and is therefore quite dangerous for the vessels in case of storm, upon the loss of anchors and grapnels or the parting of cables, although one also finds fairly good anchoring ground in many places, such as between Batoeassa and Tobo from 10 to 20, between Tobo and Kissalaut from 20 to 30, and before Ceijlor and Kellemoerij from 10 to 20 fathoms, mostly clay and sand bottom, generally half to three-quarters of a mile off the shore, the remaining part of that coast being mostly beset with foul and sharp coral bottoms. The land here is not very wide, but about 5, 6, to 7 miles broad, except near Jobo, where the width will certainly be 10 miles calculated as far as the negorij Timoor on the north coast, which lies directly behind it, where it is at the same time full of heavy and dense forests, while toward the east side it is by far not so mountainous as toward the west, but on the other hand around Keffing and Quamoor mostly swampy and full of mangrove trees. The principal places are Batocassa, Tobo, Kissalaut, Ceijlor, Killemoerie, Kellibon, Cottaroea, Davang, Avang, Hossan, Camar, Batoeloemie, Enna Enna Oerang, Goeli Goeli, and Quamoer. Several of these villages are reasonably heavily populated, but according to the description found of them, they will not be able to muster more than 3,000 to 4,000 able-bodied men in total. Some are naturally so strong that, being held occupied by a resolute enemy, they are almost impregnable, especially Jobo, which is a steep and almost inaccessible great rock, upon which a populous negorij and large temple were to be seen, which the radja promised to the Honorable Mr. Breton during the hongi in the year 1768 to relocate below, but having failed to comply with this, it was accordingly laid in ashes during the latest hongi. The strength of that rock was experienced by the Governor Artus Gijsels in the year 1731, when His Honor had to keep it besieged with fifteen kora-koras for nine days before the enemy was willing to surrender or submit to the Company. In the expedition undertaken in the year 1765 under the command of Captain van den Brink, that officer lay before the aforementioned rock with 25 orembaais for seven days and nights before the people of Jobo were willing to submit and come to terms. Ceijlor has for its strength a wide and unfordable moat, across which one must pass to the negorijen by means of a long tree trunk that serves as a bridge, and if one does not wish to use it, one must make a detour along the beach of about half an hour's marching to reach the first village. The Ceijlor people had partially broken down the aforementioned so-called bridge during the latest hongi, so that our militia, together with the natives, had to take the march eastward along the beach to enter the villages. Besides the natural strength of the two aforementioned places, they, as well as most negorijen along the southeast coast, are further fortified in the Ceram manner with bentings of coral stone or also coconut trees laid over one another, some double and triple; which entrenchments, however, are miserably constructed, and although they can withstand cannon fire for some time, they nevertheless possess not the slightest sweep or flanking defense, whereby they are rather harmful than advantageous to their defenders, and thus appear formidable only to an inexpert assailant; so that the Ceram people in these miserable retrenchments of theirs dare not await a vigorous attack, although they are also sufficiently provided with small artillery, swivel guns, firearms, powder, and ammunition, and are still being provided daily, as appears from the declaration given by the two Buru people recently brought along with the expedition fleet from Waroe on Ceram's north coast. In order to [undertake] an expedition to the aforementioned southeast coast of Ceram
Dutch transcription
Van Amboina Den 5:' Augustus 1771; te transporteeren also die daar op meer gemaakt heeft en beter gelogeert is dan op de pantjallings, welke met de vistua„ „tie en ammonitie sodanig belemmert sijn dat er wijnig off geene ruijmte over blijft, om daar op eenig volk te plaatsen, De orembaijen sijn tot dit laatste weeder niet bequam also op ieder niet meer dan drie off ten hoogsten vier sol„ daaten kunnen geset word ok moeten de laatste maar principaal dienen om de militairen en arthilleristen mitsg„s de ammunicie van de groot vaartuijgen aftehaa„ len en aan land te transporteeren en voorts bij ont„ decking van Ceramse en andere smockel vaartuijgen deselve na te setten en op te brengen waar toe se so door haare snelheijd in 't seijlen als vaardigheijd in het schep„ „pen seer bequam sijn, dog van dit een en ander hier na breeder sullende spreeken agte ik voor af noodig een succinste beschrijving te doen van de suijd oost Cust van Ceram en wel voornamentlijk van de streek lands op de selve daar de voorsz: smockelaars geseeten sijn en haare Negorijen of dorpen hebben om daar door aan te toonen dat een land togt op dat gedeelte van Ceram wel te doen soude weesen, Deselve streckt sig uijt van batocassa tot keffing, op de oostelijkfte hoek van Ceram, ter lengte, volgens de beste kaarten, van omtrend vijftien duijtse wijlen, de Cust is over al vol uijtsteekende banken, rhee„ „ven en blinde klippen, en is dus al vrij wat gevaarlijk voor de vaar„ „tuijgen, uijgen 61 van Amboina Den 5:' Augustus 1771, tuiygen in geval van storrm bij het verlies van ankers en dreg„ „gen off het breeken der touwen, schoon men ook veele plaat„ sen al vrij goede anker grond vind, als tusschen Batoeassa en Tobo van 10: tot 20, tusschen Tobo en kissalaut van 20 tot 30, mitsgaders voor Ceijlor en kellemoerij van 10 tot 20 vadem, meest stek en sand gtond, doorgans een half a drie quart mijl uijt de wall, sijnde het overige gedeelte van die Cust meest met vuijle in scherpe Coraal gronden beset, Het land is hier niet seer maar omtrend 5: 6 â 7: Mijlen breed, uijt gesondert bij Jobo daar de breete wel 10. mijlen sal weesen gereekend tot aan de nego„ rij Timoor op de noord Cust, die daar regt agter legt, daar het teffens vol swaare en dikte bossen is, ter wijl het na de oostkant op verre na so berg agtig niet is als na het westen, maar daar en tegen omtrend keffing en qua„ moor meest moer assig en volmangi mangi boomen, De voornaamste plaatsen sijn batocassa, Tobo, kissa„ taut, Ceijlor, killemoerie, kellibon, Cottaroea Davang, Avang, Hossan, Camar, Batoeloemie, Enna Enna oerang, goeli goeli, en quamoer, verscheijde deeser dorpen sijn reedelijk sterk be„ „volkt dog sullen volgens de beschrijving die men daar van vind in 't geheel niet booven de 3: a 4000 weirbare mannen telijkfte de vaar„ van Amboina Den 5:' Augustus 1771 mannen kunnen uijtmaaken; Sommige sijn uijt de Natuur so sterk dat se door een geresolveerde vijand beset gehouden wordende schier onwinbaar sijn, voornamentlijk Iobo, dat eene stijle en bij na niet te beklimmene groote klip, waar op een volk rijke negorij en groote Tempel te sien is geweest, die den radja onder de Hongij in A:o 1768. aan d Ed: Heer breton belooft heeft om laag te sullen verplaatsen, dog sulx niet nagekomen hebbende over sulx onder de Jongste Hongij in de afsche gelegd is De sterkte van die klip heeft de heer Gouverneur Artus Gijsels in A:o 1731 ondervonden wanneer sijn Ed. met vijftien Corre Corren deselve neegen daagen beset heeft moe„ ten houden, eer den vijand sig wilde overgeeven of sig aan de maat schappij onder werpen In de Expeditie ao 1765 onder Commando van Capitain van den brink gedaan, heeft dien officier met 25 orembaijen seeven etmalen voor gem: klip geleegen eer de Ioboeesen haar wilden onderwerpen en in submissie koomen; Ceijlor heeft tot sterkte een breede en ondoorwaadbaare gragt, waar over men door middel van een lange stam van een boom, die tot een brug verstrekt, na de negorijen gaan 63 Van Amboina Den 5:' Augustus 1771, gaan en die niet willende gebruijken een om weg langs strand van Circa een half uur marcheerens neemen moet om aan het eerste dorp te komen; De voorsz: so genaamde brug hadden de Ceijloreesen onder de jongste hongij ten deele afgebrooken, so dat onse militie met de Jnlanders de mansch oost op langs het strandmoes„ ten neemen om in de dorpen te komen, behalven de na„ tuurlijke sterkte van voorn: twee plaatsen sijn deselve so wel als de meeste negorijen langs de suijd oost Cust op de Ceramse wijse nog gefortificeert met bentings van kraal steenen of ook over den anderen gelegde Calappus boomen, sommige twee en drie dubbeld, welke schans werken nog„ tans miserabel gesteld, en hoe wel voor eenigen tyd teegens het Canon bestand sijn, egter geen de minste strijking off flanqueering hebben, waar door die voor haare verdeedigers eer schadelijk als voor deelig sijn en dus maar alleen aan een onkundig bespringen, redoutabel schijnen, in voegen de Cerammers in deese hunne miserable rettanchemen„ ten geen vigoureuse attacque derven afwagten, of schoon, se ook van klein geschut, rantacken, hand geweer, kruijt en ammonite genoegsaam voorsien sijn, en nog dagelijks wor„ den gelijk blijkt uijt het de Claratoir door de Iongst met de Expeditie vloot van waroe op Cerams Noord Cust meede gebrag„ „te twee Boeroeneesen verleend; Om een bxpeditie op de voorm: suijd oost Cust van Ceram item hier bij den at am baijen sen ba re stam an