Inventory 3337
Japan · 1,766 pages · 332 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Amboina, 5 August 1771 men can muster. Some are by nature so strong that, when held and occupied by a resolute enemy, they are almost impregnable, especially Tobo, which is a steep and nearly unclimbable large cliff upon which a populous settlement and a large temple used to be seen. The radja had promised the Honorable Mr. Breton during the Hongi expedition in the year 1768 to relocate it down below, but failing to fulfill this, it was accordingly reduced to ashes during the most recent Hongi expedition. The strength of that cliff was experienced by Governor Artus Gijsels in the year 1731, when His Honor had to keep it besieged with fifteen kora-koras for nine days before the enemy was willing to surrender or submit to the Company. In the expedition undertaken in the year 1765 under the command of Captain van den Brink, that officer lay before the aforementioned cliff with 25 orembaais for seven days and nights before the Toboese were willing to submit and come into submission. Ceijlor has as its defense a wide and unfordable moat, across which one must go to the settlements by means of a long tree trunk that serves as a bridge, 63 From Amboina, 5 August 1771, and if one does not wish to use it, one must take a detour along the beach of about half an hour's march to reach the first village. The Ceijlorese had partially demolished the aforementioned so-called bridge during the most recent Hongi expedition, so that our militia and the natives had to march eastward along the beach to reach the villages. Besides the natural strength of the two aforementioned places, they, as well as most settlements along the southeast coast, are further fortified in the Ceram manner with bentings of coral stones or also coconut tree trunks laid across one another, some double and triple. Yet these entrenchments are miserably constructed, and although they can withstand cannon fire for some time, they have not the least defilade or flanking defense, making them more harmful than advantageous to their defenders, and thus they appear formidable only to an inexpert assailant. Consequently, the Cerammers in these miserable entrenchments of theirs dare not await a vigorous attack, even though they are sufficiently provided with small arms, swivel guns, muskets, gunpowder, and ammunition, and are still supplied daily, as appears from the declaration given by the two Boekoenese brought along with the expedition fleet from Waroe on the north coast of Ceram. In order to carry out an expedition to the aforementioned southeast coast of Ceram, From Amboina, 5 August 1731, as well as Kessing, Poulo Gisser, Ceram Laut, and Goram, I deem necessary: Four pantjalangs of 60 to 65 feet, both for the transport of provisions, ammunition, artillery, and further weapons, and to serve further for such purposes as are already noted above; twelve to sixteen kora-koras to accommodate the soldiers, artillerymen, and rowers who will be employed for the expedition; 24 orembaais, each mounted with two half-pounder guns on swivels, to serve for such use as has already been described above. Each kora-kora must be provided with a small orembaai to assist the just-mentioned mounted large orembaais in transporting the men ashore, so that this may be carried out with the requisite haste and no dawdling occurs, giving the enemy no time. The troops should consist of two hundred and fifty soldiers on the primary establishment, namely: one captain or captain-lieutenant, one lieutenant, four ensigns, eight sergeants, ten corporals, two drummers, two fifers, and 222 soldiers. One 65 From Amboina, 5 August 1771, one assistant or bookkeeper, one chief surgeon, three under- and third surgeons, one house carpenter, one ship's carpenter, one fireworker or bombardier, two gunners, six artillery hands, forty sailors, besides those assigned to the pantjalangs, to be employed both as handymen for the artillery and elsewhere as needed. For the artillery, light brass field pieces must be taken, which I judge sufficient in the number of four two-pounders, as well as two light field culverins firing one pound of iron; but instead of being mounted on ordinary carriages, they should be placed on carriage cheeks of such a model as the late Captain-Lieutenant Engineer Ceesar made in the year 1769 and which were approved by Major of Artillery Engelstroom and associates for use in the field, as these are light and can therefore be transported from one place to another much more easily than the clumsy carriages of heavy ironwood with spoked and plated wheels, which are used here for the artillery.
Dutch transcription
van Amboina Den 5:' Augustus 1771 mannen kunnen uijtmaaken; Sommige sijn uijt de Natuur so sterk dat se door een geresolveerde vijand beset gehouden wordende schier onwinbaar sijn, voornamentlijk Tobo, dat eene stijle en bij na niet te beklimmene groote klip, waar op een volk rijke negorij en groote Tempel te sien is geweest, die den radja onder de Hongij in Ao 1768. aan d Ed: Heser breton belooft heeft om laag te sullen verplaatsen, dog sulx niet nagekomen hebbende over sulx onder de Jongste Hongij in de afsche gelegd is De sterkte van die klip heeft de heer Gouverneur Artus Gijsels in Ao 1731 ondervonden wanneer sijn Ed: met vijftien Corre Corren deselve neegen daagen beset heeft moe„ ten houden, eer den vijand sig wilde overgeeven of sig aan de maat schappij onderwerpen In de Expeditie ao 1765 onder Commando van Capitain van den brink gedaan, heeft dien officier met 25 orembaijen seeven etmalen voor gem: klip geleegen eer de Toboeesen haar wilden onderwerpen en in submissie koomen; Ceijlor heeft tot sterkse een breide en ondoorwaadbaare gragt, waar over men door maddel, van een lange stam van een boom, die tot een brug verstrekt, na de negorijen gaan 63 Van Amboina Den 5:' Augustus 1771, gaan en die niet willende gebruijken een om weg langs strand van Circa een half uur marcheerens neemen moet om aan het eerste dorp te komen; De voorsz: so genaamde brug hadden de Ceijloreesen onder de jongste hongij ten deele afgebrooken, so dat onse militie met de Jnlanders de mansch oost op langs het strandmoes„ ten neemen om in de dorpen te komen, behalven de na„ „tuurlijke sterkte van voorn: twee plaatsen sijn deselve so wel als de meeste negorijen langs de suijd oost Cust op de Ceramse wijse nog gefortificeert met bentings van kraal steenen of ook over den anderen gelegde Calappus boomen, sommige twee en drie dubbeld, welke schans werken nog„ tans miserabel gesteld, en hoe wel voor eenigen tyd teegens het Canon bestand sijn, egter geen de minste strijking off flanqueering hebben, waar door die voor haare verdeedigers eer schadelijk als voor deelig sijn en dus maar alleen aan een onkundig bespringen redoutabel schijnen, in voegen de Cerammers in deese hunne miserable retranchemen„ ten geen vigoureuse attacque derven afwagten, of schoon, se ook van klein geschut, rantacken, hand geweer, kruijt en ammonite genoegsaam voorsien sijn, en nog dagelijks wor„ „den gelijk blijkt uijt het de Claratoir door de Iongst met de Expeditie vloot van waroe op Cerams Noord Cust meede gebrag„ „te twee Boekoeneesen verleend; Om een Expeditie op de voorm: suijd oost Cust van Ceram item van Amboina Den 5: Augustus 1731, item kessing, Poulo gisser, Ceram laut en goram te doen agte ik nodig vier Patjallings van 60 â 65 voeten so tot transport van de vistualie ammunitie, arthillerij en verdere wapen goederen als om verder te dienen tot sodanigen einde als hier boven reeds genoteerd staat, twaalff â sestien Corre Corren om daar op de Militairen arthilleristen ende sewaarende te plaat„ sen die tot de Expeditie sullen gebruijkt worden 24: orem baijen ieder gemonteert met twee half ponder stuck„ „jes op polders om te dienen tot sodanigen gebruijk als hier booven reeds beschreeven is, Ider Corre Corre sal moeten voorsien syn van een kleijne orembaij om de so evengem: gemonteerde groote orem baijen in het transporteeren van het volk aan de walf te assisteeren ten Eijnde sulx met de verEijschte spoed geschiede en daar meede niet gesammelt worde om de vijand geen tijd te geeven; Den manschappen dienen te bestaan en twee honderd vijftig militairen primo plan: namentlijk, Een Capitain off Capitain Luitenant, Een luijtenant vier vendrigs. agt sergeants tien Corporaal twee tamboers twee pijpers en 222: soldaaten Een 65 Van Amboina Den 5: Augustus 1771, Een assistent of Boekhouder Een opper Chirurgijn drie onder en derde Meesters Een huijs Timmerman Een scheeps Een vuurwerker off Bom bandier twee Cannonniers ses Busschieters veertig mattroosen behalven die op de pantjallings bescheij„ „den sijn so tot Hland langers bij de arthillerij als om el„ „ders daar men senodig heeft gebruijkt te worden, Tot de arthillerij moeten genoomen worden ligte metale veld stuckjes die ten getalle van vier twee ponders toereijkende ordeele, item twee ligte veld slangen schieten„ de een pond ijser, dog dienen de selve in steede van op de ordi„ naire affuijten of affuijt boeken van sodanigen moedel als den overleedene Capitain luijtenant Ingenieur Cee sar im ao 1769 gemaakt heeft en door den majoor der arthillerij Engelstroomc: s: om in het veld gebruijken goed gekeurt sijn geplaats te wor„ „den, also deselve ligt en dus vrij gemackelijker van de eene plaats na de andere getransporteert kunnen worden als de lompe affuijten van Swaarijser hout met sppaak z blik wielen, die men hier Tot de Arthillerij -
English
from Amboina the 5: August 1771, and for the pulling of which one also has a certain kind of limbers which are no less heavy and clumsy than the carriages, so that the machines cannot be moved except with great difficulty and labor, especially on sandy or marshy soils which one encounters in many places along east Ceram. Besides the cited field pieces and culverins, there should also be taken along 4: metal mortars of 4: to 5 inches diameter for the throwing of bombs and fire-balls, of which, and of hand grenades, round and bar shot, lead grape-shot, item sharp cartridges for the small arms, together with gunpowder, the fleet ought to be provided in sufficient quantity, and likewise with a good number of axes for the felling and ruining of the fruit trees and sago gardens. The fleet, equipped in the aforesaid manner, should from here turn its prow directly toward batuassa and tobo, without calling at and inspecting the westward-situated settlements, as was done formerly and has taken place again recently, so as not only to waste no time thereby, but also to give the enemy as little time as possible to transport their best belongings inland and bring them into safety; besides which the inspection of the said settlements can also be easily performed without the expedition fleet by the so-called small hongi through the chiefs of Saparoua 67 The 5: August 1771 from Amboina Saparoua and Haroekoe. If their High Honours could resolve upon the overland expedition proposed by the former Honorable Governors Fockens and Breton, one could land a detachment on the north side of Ceram at the settlement Waroe, behind which on the south side lies the settlement Enne, consisting of 48 European soldiers under a lieutenant, together with a company of sixty to eighty of the best Amboinese citizens under a couple of good officers from among themselves, to whom pay could be given for that time or as long as the expedition lasts, reinforced with the peoples of the two villages situated on Waroe, item one hundred Boanese and Manipeans under their chiefs, since the latter two, very different from the faint-hearted nature of the Amboinese, are both good cruising and daring seamen. This expedition is in my understanding easily done because the land, as already demonstrated here above, is there no more than seven and a quarter German miles wide. The North Cerammers also make use of it, and those of the just-cited settlement Waroe last year in the autumn even gave a guide to the Tidorese toward Davang, situated on the south side. The same being embraced, the largest force of our militia and natives under a captain or captain-lieutenant, from Amboina the 5: August 1771, lieutenant as commander from the south side of the settlement Enne north by west, and the aforesaid detachment under the lieutenant with the company of citizens, Boanese and Manipeans from the north side of the settlement Waroe south-south-west, should march inland through the country, and joined with one another act hostilely, destroying and devastating everything that comes before them, only sparing defenceless women and children. Having joined with one another, the aforesaid troops should continue the march westwards as far as is ever possible or practicable, with the burning of settlements and temples and the destruction of bentings or batteries, together with the ruination of fruit trees, gardens or orchards. I deem the aforesaid overland expedition all the more necessary because thereby the spice trees can undoubtedly be discovered and extirpated, which at least the tract of land behind Tobo, Werinama and Hatoemetten has from of old and for nearly a hundred years not only been famed on account of a good number of nutmeg and clove trees that grow there, but according to an unsigned report of a certain Tidorese Sahilaha, rendered under date of 28: May 1769, one of the emissaries of Tidore's king who stayed on Ceram for fully a year, there are on that coast 69 From Amboina the 5: August 1771 coast everywhere clove and nutmeg trees whose fruits are plucked by the Alfurs and subsequently sold by the coastal peoples to the Macassars or bartered for linens, with the addition that those spices are commonly retailed to foreigners on the south side of Ceram; furthermore that the Gorammers, under the pretext of going to buy sago at Waroe, go to collect the cloves and nutmegs falling there and trade them to the foreign nations arriving at Goram. While the proposed overland expedition takes place, the settlements situated on the west side of Batuassa, Hatvemetten, Werrinama, Hateahoe, and Toeloetij up to Haija from the one side, together with the villages situated north of the chain, Quaousen and Ratakit, from the other side, are to be used to make a diversion, to hem in the rebels all the more closely and, assisted by our troops, as it were to surround them from all sides. The expedition being directed in this manner, I dare, under the blessing of the Almighty, to promise myself a good outcome from it. Yet in case those of Waroe and the aforesaid settlements situated on the west and north sides of Keffing, and currently all standing in obedience to the Company, against
Dutch transcription
van Amboina Den 5: Augustus 1771, en waar toe men om die te trekken nog een seeker soort van voorwagens heeft welke niet minder swaar en lomp sijn dan de de affuiten so dat de ma Chines niet dan met veel moeijte en arbeijd te krijgen sijn voornamentlijk op sandige off moer assige gronden die met op veel plaatsen langs oost Ceram ontmoet, De halven de geciteerde veld stukjes in slangen die„ nen ook meede genoomen te worden 4: metale Morteers van 4: â 5 duijm diameter tot het werpen van bommen en brand kogels, waar van en van hand granaten rond en lang scherp loode druijven item scherpe patroonen voor het hand geweer, mitsgaders buskuijt de vloot in een genoegsame ruijm te dient voorsien te weesen, en so meede van een goed getal buijlen tot het om vellen en ruijneeren der vrugt boomen en sagoe doessons, de vloot in voegen voorsz: toegerust soude van hier de steeven direct moeten wenden na batuassa en tobo, sonder gelijk voor heen en nu Iongst weder heeft plaats gehad de westwaards geleegene negorijen aan te doen en te visi„ „teeren, om daar door niet alleen geen tijd te verspillen, maar den vijand ook so weinig tijd te geeven als mogelijk is om haare beste meubeltjes landwaards in te voeren en in veijligheijd te brengen, behalven dat de visitatie den ged: negorijen met de Expeditie vloot ook so gen: kleijne Hon„ gij gemackelijk geschieden kan door de opperhoofden van Soparoua 67 Den 5: Augustus 1771 van Amboina Saparoua en Haroekoe Indien hunne hoog Edelens konden resolveeren tot de door de voormalige Ed: heeren gouverneurs fockens en bre„ „ton geproponeerde landtogt soumen aan de noordkant van Ceram op de negorij waroe, waar agter aan de suijd kant de negorij Enne legt, een deetachement kunnen doen landen bestaande uijt 48 Europeesche militairen onder een luytenant beneevens een Compagnie van sestig af tagtig der beste am„ „bonse burgers onder een paar goede officieren uijt deselve, wel„ „ke voor die tijd off so lang d' Expeditie duurt besolding sou„ de kunnen gegeven worden versterkt met de volkeren der op waroe geleegene twee dorpen item een hondert boniers en manipeesen onder hunne hoofden, also de beijde laatste seer verschillende van den lafhertigen aard der amboineesen sul„ ke goede kruijs-als stoute seelieden sijn; deese togt is na mijn begrip faciel tedoen om dat het land gelijk hier boven reeds betoogd daar niet meer dan seeven en een quaart duijtse mijlen breed is, De noord Cerammers maaken daar ook gebruijkt van en die van de even geciteerde negorij waroe hebbende Tidooreesen in het voorleeden na Iaar nog een weg wijser gegeeven na Davang aan de suijd kant ge„ „leegen; Deselve g'amptecteerd wordende soude de grootste magt onser militie en Inlanders onder een Capitain of Capil: Lieut:n, - van Amboina Den 5:' Augustus 1771, lieut: als Commandant van de zuijd sijde van de negorij eene noorden ten westen en het voorsz de tachement on„ der den luitenant met de Comp: burgers boniers en ma„ nipeesen van de noodkant van de negorij waroe Z:Z: west op het land door moeten maarcheeren en met den „vernielende anderen geconjugeert vijandelijk ageeren alles „ verwoestende wat hun voor komt eenelijk weerloose vrouwen en kinderen spa„ rende, Met den anderen geconjungeert sijnde souden de voorsz troupes den mars west op so verre moeten vervolgen ver als maar immers mogelijk of practisabel is met verbran„ ding van negorijen en Tempels en vernieling van bentings of batterijen mitsg=s ruijneering van vrugt boomen does Cons of thuijven; Ik agte de voorsz: landtogt te noodsakelykerwijl daar door ongetwijffeld de specerij boomen kunnen ont„ dekt en 9. Extirpeert worden, die men althans de landstroek agter Tobo werinama en hatoemetten is van oudt en bij na al voor hondert Jaaren niet alleen ver„ maard geweest weegens e goed getal nooten en na„ „gul bonnen die daar groeijen, maar volgens een on„ geteeckend relaas van seekeren Tidorees Sahilaha in dato 28: maij 1769; verleend sijnde, een der Sen„ delingen van Tidors koning welke sig ruijm een Iaar op Ceraam heeft opgehouden Souden er op die Cust 69 Van Amboina den 5: Augustus 1771 Cust alomme nagel en note boomen wierd vrugten door de alphoeren gepluckt en vervolgens door de strand volkeren aan de maccassaren verkogt of teegens lywaten getrocqueert met bij voeging dat die specerijen door gaans aan de suijd kant van Ceram aan de vreemdelingen verdebiteerd worden, voorts dat de gorammers onder voorwending van sagoe te gaan koopen te waroe de daar vallende nagelen en nooten gaan afhaalen en aan de op goram komende vreemde natien verhan„ delen, Ter wijl de geproponeerde landtogt geschiet de aan de west kant de ge p van batocassa leggende negorijen hatvemetten werrinama hate „ahoe en Toeloetij tot haija toe van deeene mitsg„s de benoor„ den ketting geleegene dorpen quaousen ratakit van de andere sijde gebruijkt worden om een diversie te maken, de ribellen so veel te naauwer in te sluijten en geassisteert van on„ se troupen van alle kanten als te omngeelen, De Expeditie op deese wijse gedirigeert werdende derve, ik mij onder den seegen des aller hoogsten daar van een goede uijtslag belooven, Dog in gevalle die van waroe ende voorsz aan de west en noortkant van keffing geteegene en thans alle onder 's Comp: gehoorsaamheijd staande negorijen teegens
English
From Amboina, the 5th of August 1771 should they, contrary to expectation, be unwilling to act against the enemy in the aforesaid manner, they also ought to be treated as such and chastised with the sword. Capturing or laying hands upon the chiefs is a principal point, toward which consequently no effort must be spared, but our people should be encouraged thereto by the promise of a bounty, particularly for the Radja of Killimoetie, whose territory extends from Kissalaut in the west to Batoeloemie in the east, being a tract of land of circa 11 miles, on whose head a bounty of five hundred rijxd.s could be placed for whoever delivers him alive into the hands of the Company, and immunity from punishment for the regents subordinate to him if they lend a helping hand thereto; that small sum he is well worth to the Company, since he is renowned as a cunning, crafty, and enterprising rogue, who through his extensive rule on East Ceram can and also will cause the Company much trouble if he only has the opportunity, in such manner as he is also, by Their High 71 From Amboina, the 5th of August 1771 High Excellencies' secret missive of the 8th of 7ber 1767, described as an intriguing subject who therefore may well be closely watched. To execute the aforesaid project time will be required; on that account the fleet would have to remain for at least a month and a half on the southeast coast of Ceram, where for our troops, at one or two of the most suitable locations that are not swampy and where there is good drinking water, one or two encampments should be pitched and the entire shore kept occupied from Keffing in the east to Batoeassa in the west, in order to deprive the enemy as much as possible of any opportunity to flee to the same, to which end the pantjallings, correcorkens, and orembaijen should be posted along the aforesaid stretch at such distances from one another that not a single vessel can emerge from the rivers or creeks without this being spotted and prevented. Ceram, or rather that part of the east coast between Hatoemetten and Keffing, having been cleared, From Amboina, the 5th of August 1771, Revised: the fleet, if the time is not too far advanced, could still pay a visit to Poulo Gisser, Ceram Laut, and Goram, provided those places are investigated with the utmost precision, and upon finding any evidence there of illicit trade in spices, the same be given over to our people for plundering and the negorijen subsequently burned down, after which the fleet could return home again along the same route. /below was written:/ Amboina, in Castle Victoria, the 5th of August Ao 1771. /was signed:/ I: A: van der Voort, sworn clerk. [illegible] resolutions taken in [illegible] of the Council of Policy of Amboina dated 10 August 1770 and 10 August 1771, for the Netherlands. No. 1 1st. From Amboina, the 5th of August 1771, Revised: the fleet, if the time is not too far advanced, could still pay a visit to Poulo Gisser, Ceram Laut, and Goram, provided those places are investigated with the utmost precision, and upon finding any evidence there of illicit trade in spices, the same be given over to our people for plundering and the negorijen subsequently burned down, after which the fleet could return home again along the same route. /below was written:/ Amboina, in Castle Victoria, the 5th of August Ao 1771. /was signed:/ I: A: van der Voort, sworn clerk. [illegible] of the Council of Policy of Amboina dated 10 August 1758, for the Netherlands No. 7 1st Piece 73 1770: the 17th of December. The Governor recommends secrecy to the members - - - p: 1: Produces a written address with several attachments - - - - - - Description of the conduct maintained by Sergeant Larchet upon the appearance of a French bark at Sawaij - - - - 2: Trade conducted by the same with those foreign Europeans – - 3: Activities of the French at Satilen - - - - - - - - - -: The Captain's inquiry concerning nutmeg and clove trees - - - - - - - - 4: Answer returned to him thereupon by the burgher Goedvriend - - - -: His statement that he had come to buy spice trees – - – - - - -: Determination of his return voyage to Mauritius – – – – - - -: Has four charts displayed and, upon the same, the spice locations on Ceram's north coast pointed out - - - - - - - - - - Attempts of the French to encourage the burgher Goedvriend to defect to them - - - - - - -: Great promises of the French to obtain spice trees - - - - - -: Refusal given thereupon by the burgher Goedvriend - - - 5: Account of some Papuans regarding the appearance of foreign Europeans in the Moluccos — Likewise the bartering of spice trees by the same - - - - - - -: Their promise that they shall return - - - - - - -: Observation concerning the contradiction of the Lord Governor's statement with that communicated by Sergeant Larchet -- -: Remark that Sergeant Larchet has merited an exemplary punishment - - - - - - - - - -: Reasons why he is not placed into the hands of the Fiscal - - -: Further observation regarding the punishment which he has deserved -: Consideration extended toward his person - - - - - - -: His demotion to private soldier — - - - - - - 6: Order to the Commander of the militia concerning his conduct - - - -: To offer the dispositions gathered against Larchet to Their High Excellencies – - - - - - - - - -: Continuation of the Lord Governor's statement - - - - - - - 6: 5th of February. Reasoning concerning an evidence of the cruising and plundering - - - - - - -: Reply of the Captain – – – – – — — – – – – – – – 7: Register of the Marginals on the Separate Resolutions. 71:9
Dutch transcription
van Amboina Den 5:' Augustus 1771 teegens verwagting onwillig mogten weesen op de voor verhaalde wijse teegens den vijand te ageeren dienen sij meede als de sodanige behandeld en met het swaart gecastijt te worden Het bemagtigen off in handen krijgen der hoofden is een voornaam poinct waar toe gevol gelijk geene moeij„ te moet gespaart, maar de onse door het belooven van een preemie daar toe g'animeert worden voorna„ mentlijk ten radja van killimoetie, die sijn gebied heeft van kissalaut in 't westen, tit batoeloemie in't oosten, sijnde een streek lands van Circa els mij len, waar op een preemie van vijf hondert rijxd„s sou kunnen gesteld worden voor die hem leevendig in handen van de Comp: overleevert, en straaf vrijheijd voor de onder hem gestelde regenten indien sijn daar toe de behulpsame hand bieden, dat Sommetje is hij de maatschap pij welwaard, wijl den selven voor een door sleepen Houte en onderneemende deugeniet vermaard is, die door sijn uijt gestreckt bewind op oost Ceram de Comp: nog veel spels kant en ook maken sal als hij er maar ge„ leegendheijd toe heeft invoegen hij ook bij hum hoog 71 Van Amboina Den 5: Augustus 1771 hoog Edelens secreete missive van den 8:' 7ber 1767 word beschreeven als een intriquant subsct die daar om welwat in 't oog mag gehouden worden; om het voorsz: project uijt te vooren sal tijd ver Eijscht worden, uijt dien hoofde soude vloot ten minsten ander halve maand op de suijd oost Cust van Ceram moeten ver blyven, daar voor onse trou„ pes op een of twee der bequaamste plaatsen die niet moer assig sijn en daar goed drink wa„ ter is een a twee Campementen soude moe„ . ten opgeslagen worden en het gansche strand beset gehouden van keffing in het oosten tot ba„ toeassa in het westen, om den vijand so veel immers mogelijk de geleegendheijd te beneemen het ter sel te ontvlugten, ten welken Einde de pantjallings Corre Corren en orembaijen langs de voorsz: streek op sodanigen distantie van den anderen dienen ge„ posteert te worden dat er uijt de rivieren of kreeken geen een vaartuijg geraaken kan souder dat sulx kop gesien en belet worden; Ceram of wel dat gedeelte van de oostkant tusschen hatoemetten en keffing gesuijverd sijnde Douve Van Amboina den 5:' Augustus 1771, Nagezien soude vloot indien de tijd niete ver ingeschootenis nog een visite kunnen doen op Poulo gisser Ceram laut en goram mitsg„s die plaatsen op het aller„ nauwkeurigste ondersogt en daar eenige blijk vin„ dende van morshandel in specerijen desel„ „ve ter plimdeering aan ons volk over ge„ „geven ende negorijen vervolgens doen ver„ branden waar na de vloot- langs deselve rou„ „te weeder na huijs sou kunnen keeren /:onder„ „stond:/ Amboina in 't Casteel victoria den 5:' Augustus Ao 171. /was geteekend:/ I: A: van der voort: eeven klerk genen avarde esolutien geoen in aaaia van Solitete mboria d den g ug 7 170 den 10 Augustus 7„ vor lerland No. 1 N 1. ste. Van Amboina den 5:' Augustus 1771, Nagesien soude vloot indien de tijd niets veringeschooten is nog een visite kunnen doen op Poulo gisser Ceram laut en goram mitsg„s die plaatsen op het aller nauwkeurigste ondersogt en daar eenige blijk vin dende van morshandel in specerijen desel„ „ve ter plindeering aan ons volk over ge „geven ende negorijen vervolgens doen ver„ branden waar na de vloot langs deselve ro# „te weeder na huijs sou kunnen keeren /:onder „stond:/ Amboina in 't Casteel victoria den Augustus Ao 171. / was geteekend:/ I: A: van der voor Steenweg Heer Gee ve klerk Core apati te lten enente a van Politet Amboud dt de g g de den 10 Augustus 1758, voor eder land No. 7 1e Stid 73 70: den 17: December de heer Gouverneur recommandeert de Leeden de secretesse - - p=ao 1: Produceert een schriftelijk addres met diverse bijhagen - - - - - -„ Beschrijving van het gedrag door den sergeant Parchet bij ver„ schijn van een france barcq te sawaij gehouden - - - - „ 2: Handel door denzelven met die vreemde Europeën gehouden – - „ 3: Verrigtingen, der francen te satilen - - - - - - - - - „ —: s Capitains vrage noten en nagul bomen - - - - - - - - „ 4: antwoord door de burger Goedvriend hem daar op toegepast - - „ —: zijn opgave dat gekomen was om specerij bomen te kopen – - – - - - „ —: bepaling van zijn terug reise naar Mauritius – – – – - - „ —: Laat vier haarten vertoonen en, in dezelve de specerij plaatsen aan Cerams noord Cust aanwijzen - - - - - - - - - „ — Fogingen der francen om den burger Goedvriend te animeeren om - - - - - „ —: tot hun over te komen - - — - Groote belofte der francen om specerij bomen te bekomen - - - - „ — wij gerend antwoord door den burger Goedvriend daar op gegeven - - - „ 5: verhaal van eenige papoeen nopens het verschijn van Vreemde Europeën in Moluccos — Jtem troucque van specerij bomen door dezelve - - - - - - „ —: hun belofte om terug te zullen komen Aanmerking over de tegenstrijdigheid van des heer Gouverneurs ver toog met het bedeelde door den Sergeant Larchet--„ Remarque dat de sergeant Larchet een exemplaire straffe gemeriteert heeft- Redenen waarom niet infiscaals handen gestelt word- - -„ Nadere aanmerking over de straffe die hij verdient heeft „ —: Consideratie met zijn perzoon gebruijkt - - - - - -„ zijn deportement tot soldaat — - - - - - Ordre aan den Commandant der militie nopens zijn gedrag„ de disspositien ten lasten van Larchet ingewonnen hun hoog Edelens aan te bieden – - - - - - - - - „ —: Continue van des heer Gouverneurs vertoog - - - - - - - „ —: 5: februarij Raisonnement over een bewijs van het sprerven en rooven Replicq van de Capitain – – – – – — — – – – – – – – „ —: – – – – – –– „ —: Register der Margi„ nalen op de Aparte Reso„ lutien der — –– – – „ —: - - – - – „ —: — 6: — 6: — 7: 71:9
English
of the Papuans Observation that measures must be taken against this, page 14. Other considerations regarding the undertaking of the expedition to Ceram, page 15. Certain existence of a party of Ceram people under the hongi fleet. Received report from Ceram's Commandant concerning the hostile intention of the Ceram people. Also concerning the stay of several Bugis and other vessels at Ceram and Jorain. Large number of Ceram vessels seen off Nussalant, page 16. Appearance of two others at the corner of Nussauie. The expedition to Ceram preferred over that against the Papuans. Five vessels fitted out for that purpose, page 17. Extra manning of the same and fitting out of 24 to 30 orembaais. Principal matters that will be recommended to the chiefs for execution. Appointment of the chiefs for that expedition, page 19. Authority that will be given along with them. Resolution to recommend courage, good conduct, and unity to the Commissioners. 1771, February 16: The English ship The Britannia King encountered in the Strait of Buton, page 20. Statement from the Captain that it is destined to sail to China through the Strait of Surinam. To inform Their High Nobilities thereof by presenting the excerpted journals mentioned in the margin, page 21. Discussion about the danger that might result to the Company from the desertion of foreign European servants. Request to be sent to Their High Nobilities to exclude the English and French nations when dispatching reinforcements, page 22. Order to the Captain Commandant to send none other than Netherlanders or Germans to Bouro, Manipa, and Sawaij. Resolution to inform Ceram's Commandant of the impending expedition and to remind him thereof by letter, page 23. To give the letter from His High Nobility to Captain van den Brink for delivery to him. Order to Captain van den Brink to arrest the Orang Kaya of Waroed and bring him secured hither, page 23. Recommendation to the same to proceed with caution regarding this, page 24. 1771, February 28: Remark on the order of Their High Nobilities to assist Ceram's Commandant with military personnel, page 26. Persisted regarding that with the resolution of December 17, 1770. To present to Their High Nobilities the danger that is to be expected from establishing posts at all such remote places. And to request to excuse the establishment of a garrison at or around [illegible]. As well as to propose to accommodate Ceram's Commandant now and then with one or two well-manned patjallings. Observation that the promise of the Ceram people cannot be trusted, page 71. Summary and approval of the Instructions for the chiefs of the expeditions. To give two corgies of bastas and 100 rixdollars in payment to Captain van den Brink for further accounting, page 37. March 7: Received news concerning the arrival of an English ship at Sawaij and that another six are expected there, page 38. Intention of the Papuans to surprise Bouro and the large force that they are gathering for that purpose. Request from the Sergeant of Sawaij for reinforcement of men. Remarks on various matters, page 39. The patjalling De Paarl der Amour fitted out to cruise toward Bouro. To place an Ensign and twelve extra military men on the same. Recommendation to Bouro's chief to add some orembaais thereto and to remain at his post. Order to the heads of the outer posts to be on their guard, page 40. Manipa and Sawaij each reinforced with six ordinary military men, page 41. Order to the Adjutant to assign Netherlanders or Germans for that purpose. Likewise to the Master Attendant for the preparation of the patjalling De Paarl der Amour. Manipa's resident ordered to depart for his post. The patjalling Het Verlangen projected for reconnaissance toward Salwatti. To communicate all the foregoing to Their High Nobilities.
Dutch transcription
der Papoen- aanmerking dat daar tegen voorzien dient te worden - - - – – – – „ —: andere Consideratien over het doen der Expeditie na Ceram „ – – „ 14: assurant bestaan van een parthij Cerammers onder de hongij - - - „ 15 Jngekomen berigt van Cerams Commandant over het. . vijandelijk voornemen der Cerammers - - - - - - - - - „ —: Jtem wegens de op onthoud van verscheide boegineese en andere vaartuijgen op Ceram en Jorain - - - - - - - - -„ Groote menigte Ceramse vaartuijgen op de hoogte van Nussa„ – – - - – - - - „ 16: lant gezien - - - - - - - - - - verschijn van twee andere aan de hoek van Nussauie - - - - - „ —: de expeditie naar Ceram boven die tegen de papoen geprefereert „ —. vijf vaartuijgen ten dien einde aangelegt - — — — - - - -„ 17: Extra bemanning derzelve en aanlegging van 24: â 30: orambaijen - „ —: Prindipaatste zaken die de hoofden ter verrigtinge aan bevoolen zullen worden - — — — — — — — – – – – – – – - - - - - „ —: Benoeming der hoofden tot die expeditie – – - - - - - - „ 19 Magt die hun mede gegeven zal worden – — — - - - - - - - „ —: Besluijt om de Commissianten de manmoedigheid een goed be„ leijd en de een tragt aan te recommandeeren -—„ —: 1771: den 16: febr: het Engelsch schip Thee Brttanie king in straat Boeton ontmoet - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 20: opgave vanden Capitain dat gedestineert is om doorstraat Surinamen naar China te stevenen - - - - - - - - „ —: Hun Hoog Edelens onder aanbieding van de ter zijde gemelde Extract Journalen daar van kennisse te geven – – – – – „ 21: Gesprek over het gevaar dat uijt het deferteeren van vreemde Europeese dienaren voor de maatschappij resulteeren af te gaan verzoek aan hun hoog Edelens om bij het af zenden van renfort de Engelsche en france natien Ordre aan den Capitain Commandant om naar Bouro, Manipa en Sawaij niet dan hollanders of duijtsers te zenden - – – – – – – – – – – – – – – – – – „ 22: arrest om den Cerams Commandant van de voorhanden zijnde expeditie kennisse te geven en hem daar toe bij brief mede te -„ —: -- erinneren - - - de brief van zijn hoog Edelheijd voor hem aan Capitain van den Brink ter bestelling mede te geven – – – – – – – – „ 23: Bevel aan Capitain vanden Brink om den Orangkaeij van te excuseeren - - — — — - - - - - - - - p=a 13: kan - – – – – – – – – – – – – – – – – – – - - „ —: Waroed —: - - - - „ —: — - — 75 warde op te ligten en gesecureert herwaards te brengen P„a 23: Recommandatie aan denzelven om daar omtrent met omzigtig heijd te werk te gaan — — 1771: den 28. februarij remarque over de ordre hunner hoog Ed=s om Cerams Comman„ dant met militairen te adsisteeren daar omtrent het besluijt van den 17: xber: 1770: gepersisteert - - „ 2 het gevaar dat uit het leggen van posten op al zulke afgelegene plaat„ sen te wagten staat hun hoog Ed:s voor oogen te brengen- En te verzoeken om het leggen van een bezetting op of omtrent kec„ Mitsgaders om voor te dragen om Cerams Commandant nu en dan met een â twee wel bemande patjallings te gerieven - - - „ —: aanmerking dat op de belofte der Cerammers niet vertrouwt kan worden - - - - - Resumtie en approbatie van de Jnstructie voor de hoofden der Twee Corgies bastas en 100: rd=s paijement aan Capitain vanden Brink ter nadere verantwoording mede te geven — - - - -„ 37: :„ 7: Maart, ingekomen tijding wegens de aankomst van een Engelsch schip te Sawaij en dat aldaar nog ses andere verwagt worden - - - - „ 38: voornemen der papoen om Bouro te overrompelen en groote magt die zij ten dien einde bij een brengen - - - - - - „ —: verzoek van den sergeant van Samaij om versterking van volk - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —: Remarque op het een en ander - - - - - - - - - - - - „ 39: de patjalling de paarl de amour ter bekruijtsing naar Bouro - - - - - - „. —: aangelegt - - - - -- Een vendrig en twaalf militairen extra op dezelve te plaatsen – – - – „ — Recommandatie aan Bouros hoofd om eenige orembaijen daar bij te voegen en op zijn Comptoir te blijven - -- Ordre aan de opperhoofden der buijten Comptoiren om op hun hoede te zijn – – – – – – – – – – – – – – – – – – – „ 40: Manipa en Sawaij ider met ses gemeene militairen versterkt — — — — — — — — — — — – – – - – - - - - -„ Ordre aan den adjubant daar toe nederlanders of duijtsers te Commandeeren – – — — – — — — — — – — zo mede aan den Equipagie opzigter tot het ingereedheid brengen van de patjalling de paarl de amour - - - - - - „ —: Manipas resident g'ordonneert om naar zijn Comptoir te vertrekken „ —: de patjalling het verlangen ter recognosceering naar Salwattij geprojecteert al het vorenstaande hun hoog Edelens te bedeelen – – – – – „ —: „sing te excuseeren – – – – – – – – – – – – – – – „ — expeditien - - - - - - - - - - – – – – – – – – – „ 41: . . „ 71 – – – – – – – „ 24: „ - - - „ 26: „ - — — -- - -- —:
English
1771: the 8 April Summary of a letter written by the heads of the cruising expedition folio carried out inspection of several settlements and an attack occurred with those of Tobo and Batoeassa Heavy storm overtaken the fleet off Tobo - 4 the patjalling de Liefde, four orembaais, and the vessel of Ceram's Commandant bad condition of the remaining orembaais the ammunition of the stranded vessels salvaged as well as the crew of the patjalling de Liefde the wrecking of the patjalling de Liefde attributed to the drunkenness of mate Bronkhorst the same handed over to the fiscal - 44: search made for his property but nothing found remark concerning Ceram's Commandant being sent hither by Captain van den Brink and what was noted concerning the same Summary of three letters from Ceram's Commandant his complaints about Captain van den Brink to send Ceram's Commandant back to reproach Captain van den Brink for not obeying orders order to be issued to him for the restitution of the weapons to Ceram's Commandant and to strictly abide by his instructions an explanation demanded from him allegation of Ceram's Commandant regarding the retreat of the Buginese etc. from Ceram Intention of the Ceram people to sail to Bali and Balambangan - 46: agreement by the Ceram people with western nations in relation to the latter's arrival on Ceram statement by the Commandant that only some Ceram people are rogues his promise with regard to the same - 45: to present him with 10: lb: powder, 3: lb: flintlocks, and 25 half-pounder cannonballs as well as the Orangkai of Hatoemetten with 5: lb: powder and 1½ pieces of bunting - 47 24: May Report submitted by Captain van den Brink concerning the completed expedition Their High Excellencies still to be informed of its outcome - folio 48 the aforementioned Report read with its annex Result of the investigation conducted at Haaja regarding the strange piece of linen found there allegation of the orangkai of Haija that he bought the same, to the number of three pieces, from Captain Cooning remains unfounded importation of foreign sorts of linen to Ceram can take place through other channels proof thereof to be found in the pieces of strange linen found at Kessing among the Weda people - 49: doubt of Haija's orangkai regarding the color of the stripes in the aforementioned linen lends probability to Captain Coning's denial Upon the favorable testimony of Captain van den Brink in favor of Haija's Orangkai his sending being stayed was approved resolved to make no further moves concerning that matter - 50: but rather to send that piece of linen to Batavia complaints against the fifth Kessing orangkai Hamba appearing among the annexes of Captain van den Brink's Report - 53: Regarding the aforementioned complaints against Hamba, no final decision taken But the disposition thereof left deferred to Their High Excellencies with the submission of those documents And adding the adjacent Considerations Account of a native of Cajelie and an Alfur of Massarette on Bouro regarding their experiences during their stay among the Papuans, who carried those people away from their country - 54: the same to be presented to Their High Excellencies - 55: with a copy sent to the Governor of Ternate, Mr. Valkenaar to demand two iron one-pounder swivel guns of the pantjalling de Liefde from the Orangkai of Hatoemetten A certain kirra kirra abducted by the Papuans from Xulla, along with two other female persons and a child sold at Natilen and there redeemed by Captain van den Brink, to be left under the custody of that officer. With the conduct of Captain van den Brink
Dutch transcription
1771: den 8 April Resumtie van een brief door de hoofden den kruijs expeditie p„a geschreven gedaane visitatie van eenige negorijen en voorgevallen attacque met die van Tobo en Batoeassa -„ Swaare Storm de vloot voor Tobo beloopen - - - - - - - „ 4 de patjalling de Liefde, vier Orembaijen en het vaartuijg van Cerams Commandant - - - - - - - - -„ slegte gesteldheid der overige Orembaijen - - - - - - - - - „ de ammonitie der gestrande vaartuigen geborgen - - - - - „ — gelijk ook de Equipagie van de patjalling de Liefde - - -„ het verongelukken, van de patjalling de Liefde aan de dron„ kenschap van stuurman Bronkhorst toegeschreven„ denzelven in handen vanden fiscaal gestelt – – — – – – – „ 44: recerge naar zijn goederen gedaan dog niets gevonden - - - - - „ — remarque over de herwaards zending van Cerams Comman dant door Capitain van den Brink en het genoteerde omtrent denzelven Resumtie van drie brieven van Cerams Commandant - - - „ —: zijn klagten over Capitain van den Brink Cerams Commandant terug te zenden - - - Capitain van den Brink over het niet obedieeren der ordres te reprocheeren – – – – – – – – – – „ —: af te gaane ordre aan hem tot restitutie der wapens aan Cerams Commandant - - - - - - - - - - - „ —: En zig punctueelijk na zijn instructie terigten - - - „ —: verantwoording van hem afgevordert - - - - - - - - „ —: voorgeven van Cerams Commandant nopens de retraite der Boegineesen &: van Ceram- Jntentie der Cerammers om naar Balie en Bali„ afspraak door de Cerammers met westerse natien met relatie tot der laatste komst op Ceram - - „ —: opgaave van den Commandant dat slegts eenige Ce„ rammers schelmen zijn - - - zijn belofte ten aanzien derzelve - - — hem met 10: lb: kruijt, 3: lb: snaphaan en 25. , half ponder kogels te beschenken - - - - „ als mede den Orangkaeij van Hatoemetten met 5: lb: kruijt en 1½ p=s vlagge doek – – – – – „ 47 —: „ 24: Maij gedient Rapport door Capitain van den Brink wegen de volbragte expeditie - - -„ —: „ ling te varen – – — — — — — — – – – „ 46: Huw ƒ – – – – – – – – – – „ —: - -- - - „ 45: „ —: - - —: „ — „ — Haar hoog Ed:s nog van dies uijtslag kennis te geven - . p„/o 48 het voorm: Rapport met dies bijlage gelezen - - -- Resultaat van het gedaane onderzoek te Haaja nopens het aldaar gevonden vreemd stuk lijwaat - - -- voorgeven van den orangkaeij van Haija hetzelve ten ge „talle van drie stukken van den Capitain Cooning blijft ongefundeert invoer van vreemde sortementen van lijwaat op Ceram kan door andere kanaal geschieden - - - - - - -- bewijs daarvan in de te kessing bij de wedareesen gevondene stukken vreemd lijwaat te vinden - - — - twijffeling van Haijas orangkaeij nopens de Couleur der straepen in meerm: lywaat, set aan Capitain Conings ontken„ tenis waarschijnelijkheid bij - - - - - - - - - - - - -„ Op het favorabel getuijgenis van Capitain vanden Brink in faveur van haijas Orangkaeij - - - - - - - - - - -„ werd deszelfs buijten effect gelatene opzending voor goed gekeurt „ —: goedgevonden over die zaak geen verdere mouvementen te maken „ 50: maar wel om dat stuk lijwaat na Batavia te zenden - - -„ — klagten over Vde kessings orangkaeij Hamba bij de bij„ lagen van den Capitain van den Brinks Rapport voorkomende - Nopens de voorm: klagtschriften tegens Hamba geen finaal besluijten genomen - - - Maar de dispositie daar over aan haar hoog Ed:s gedefereert gelaten met aanbieding dier documenten - - - - - - - „ En bijvoeging der nevenstaande Consideratien - - - - - - - „ Relaas van een Jnlander van Cajelie en een alcoerees van Massarette op Bouro nopens hun wedervaren geduu„ rende hun verblijf bij de Papoen, welke hun lieden van hun land weg gevoerd hebben - - - - - - - - -„ 54: het zelve hun hoog Ed=s aan te bieden - - - - - - - - - - - „ 55: met toezending van een afschrift aan den heer ternaats Gouverneur Valkenaar - - - - - - - - -„ twee ijzere een ponder draaij bassen van de pantjalling de liefde van ka Hatoemettings Orangkaeij af te vorderen„ Zekeren door de Papoëen van xulla geroofde kirra kirra met nog twee vrouws perzonen en een kind te Natilen verkogt en aldaar door Capitain van den briak ingelost onder berusting vandien Officier te laten verblyven. - -„ Met de verrigting van Capitain van den Brink houd gekogt te hebben — — — — — — — — - - - - - - -- -„ 53: — – – – – – - „ — 1 - - - - - - – – – – – – – „ 49: „ —: - — „ —:
English
1771: the 8th of April Summary of a letter written by the heads of the cruising expedition Inspection carried out of several native villages and the attack that occurred against the people of Tobo and Batoeassa Heavy storm encountered by the fleet off Tobo The patjalling de Liefde, four orembaais, and the vessel of Ceram's Commandant Poor condition of the remaining orembaais The ammunition of the stranded vessels salvaged As well as the crew of the patjalling de Liefde The loss of the patjalling de Liefde attributed to the drunkenness of mate Bronkhorst The same handed over to the fiscal Search for his goods conducted, but nothing found Remark concerning the sending hither of Ceram's Commandant by Captain van den Brink and the notes regarding the same Summary of three letters from Ceram's Commandant His complaints about Captain van den Brink To send Ceram's Commandant back To reproach Captain van den Brink for not obeying orders Order to be dispatched to him for the restitution of the weapons to Ceram's Commandant And to guide himself punctually according to his instruction An accounting demanded from him Pretense of Ceram's Commandant regarding the retreat of the Bugis etc. from Ceram Intention of the Ceram people to sail to Bali and Baliling Agreement made by the Ceram people with western nations in relation to the latter's arrival on Ceram Statement by the Commandant that only some Ceram people are rogues His promise with regard to the same To present him with 10 lb of powder, 3 lb of musket balls, and 25 half-pounder cannonballs As well as the Orangkai of Hatoemetten with 5 lb of powder and 1½ pieces of bunting 24 May Report submitted by Captain van den Brink concerning the completed expedition Still to notify Their High Excellencies of its outcome The aforementioned report with its appendices read Result of the investigation conducted at Haija regarding the strange piece of linen found there Pretense of the orangkai of Haija to have purchased the same, to the number of three pieces, from Captain Cooning Importation of strange assortments of linen to Ceram can happen through another channel Proof thereof to be found in the pieces of strange linen found at Kessing with the Weda people Doubt of Haija's orangkai regarding the color of the stripes in the aforementioned linen lends probability to Captain Coning's denial Upon the favorable testimony of Captain van den Brink in favor of Haija's Orangkai His postponed dispatch was approved Resolved to take no further action concerning that matter But indeed to send that piece of linen to Batavia Complaints against Kessing's orangkai Hamba appearing in the appendices of Captain van den Brink's report Regarding the aforementioned complaints against Hamba no final decision taken But the disposition thereof left referred to Their High Excellencies with the submission of those documents And the addition of the adjacent considerations Account of a native of Cajelie and an Alfur of Massarette on Bouro regarding their experiences during their stay among the Papuans, who carried them away from their country To present the same to Their High Excellencies With the dispatch of a copy to the Lord Governor of Ternate Valkenaar To demand two iron one-pounder swivel guns of the pantjalling de Liefde back from Hatoemetten's Orangkai A certain kirra kirra abducted by the Papuans from Xulla, sold at Hatilen along with two more female persons and a child, and redeemed there by Captain van den Brink, to be left in the custody of that officer. With the conduct of Captain van den Brink one remains dissatisfied
Dutch transcription
1771: den 8 April Resumtie van een brief door de hoofden den kruijs ex peditie -- -- geschreven -- -- - - gedaane visitatie van eenige negorijen en voorgevallen attacque met die van Tobo en Batoeassa -„ swaare storm de vloot voor Tobo beloopen - - - - - - „ de patjalling de Liefda, vier Orembaijen en het vaartuijg van Cerams Commandant - - - - - - - slegte gesteldheid der overige Orembaijen - - - - - - - - -„ de ammonitie der gestrande vaartuigen geborgen - - - - - „ gelijk ook de Equipagie van de patjalling de Liefde - - -„ het verongelukken, van de patjalling de Liefde aan de dron„ senschap van stuurman Bronkhorst toegeschreven/ denzelven in handen vanden fiscaal gestelt - - — - — recherge naar zijn goederen gedaan dog niets gevonden - - - - -„ remarque over de herwaards zending van Cerams Comman dant door Capitain van den Brink en het genoteerde omtrent denzelven Resumtie van drie brieven van Cerams Commandant ---„ zijn klagten over Capitain van den Brink — Cerams Commandant terug te zenden - - - Capitain van den Brink over het niet obedieeren der ordres te reprocheeren – – — – – – – – - - „ af te gaane ordre aan hem tot restitutie der wapens aan Cerams Commandant - - - - - - - - - - -„ En zig punctueelijk na zijn instructie terigten - --„ „ verantwoording van hem afgevordert - - voorgeven van Cerams Commandant nopens de retraite der Boegineesen &: van Ceram -- „ 7 Jntentie der Cerammers om naar Balie en Bali„ „ ling te varen - — — — — — — — - - - „ afspraak door de Cerammers met westerse natien met relatie tot der laatste komst op Ceram --„ opgaave van den Commandant dat slegts eenige Ce„ rammers schelmen zijn - - - zijn belofte ten aanzien derzelve – — — — — — — — - -„ hem met 10: lb: kruijt, 3: lb: snaphaan en 25: half ponder kogels te beschenken — - als mede den Orangkaeij van Hatoemetten met 5: lb: kruijt en 1½ p=s vlagge doek - - - - - „ —: „ 24: Maij gedient Rapport door Capitain van den Brink wegen de volbragte expeditie p„a Huw „ „ „ „ „ –„ Haar hoog Ed.:s nog van dies uijtslag kennis te geven - - p„a het voorm: Rapport met dies bijlage gelezen, Resultaat van het gedaane onderzoek te Hagja nopens het aldaar gevonden vreemd stuk lijwaat- -- - - voorgeven van den orangkaeij van Haija hetzelve ten ge „talle van drie stukken van den Capitain Cooning gekogt te hebben — invoer van vreemde sortementen van lijwaat op Ceram kan door andere kanaal geschieden - - - - bewijs daar van in de te kessing bij de wedareesen gevondene stukken vreemd lijwaat te vinden - - - - - „ twijffeling van Haijas orangkaeij nopens de Couleur der streepen in meerm: lywaat, set aan Capitain Conings ontken„ tenis waarschijnelijkheid bij - - - - - - - - - - - - - „ Op het favorabel getuijgenis van Capitain vanden Brink in faveur van haijas Orangkaeij - - - - - - - - werd deszelfs buijten effect gelatene opzending voor goed gekeurt „ goedgevonden over die zaak geen verdere mouvementen te maken „ 50: maar wel om dat stuk lijwaat na Batavia te zenden - - - „ klagten over 18de kessings orangkaeij Hamba bij de bij„ lagen van den Capitain van den Brinks Rapport voorkomende - - Nopens de voorm: klagtschriften tegens Hamba geen finaal besluijten genomen - Maar de dispositie daar over aan haar hoog Ed:s gedefereert gelaten met aanbieding dier documenten - - - - - - -„ En bijvoeging der nevenstaande Consideratien - - - - - - - „ Relaas van een Jnlander van Cajelie en een alcoerees van Massarette op Bouro nopens hun wedervaren geduu„ rende hun verblijf bij de Papoen, welke hun lieden van hun land weg gevoerd hebben - - - - - - - - „ het zelve hun hoog Ed=s aan te bieden - - - - - - - - - - - „ 55: met toezending van een afschrift aan den heer ternaats Gouverneur Valkenaar - - - - - - - - - „ twee ijzere een ponder draaij bassen van de pantjalling de liefde van kax Hatoemettings Orangkaeij af te vorderen„ Zekeren door de Papoeen van xulla geroofde kirra kirra met nog twee vrouws perzonen en een kind te Hatilen verkogt en aldaar door Capitain van den brink ingelost onder berusting vandien Officier te laten verblyven. -- Met de verrigting van Capitain van den Brink houd blijft ongefundeert - - - - - - - - - - - - - - „ -––– „ – – – – – „ 53: men - – - - - – – - 49: - „ 48 -: — – – – – – - „ — — 54
English
one is satisfied. Under transmission of his report and annexes to their High Nobilities. 1771: the 4th of June, letters from Hila and Laricque, and the account of the soldier at Ceith, Jan Paulus, containing the roaming of the Ceram people in those districts, meeting of the aforementioned soldier with two of their junks and the hostilities that occurred there, the pajalang the Saparoua to cruise along the Hitoe shores, and thereupon Lieutenant van Eerten with a corporal and six privates dispatched, recommendation to the heads of stations to maintain vigilance against the undertakings of the roamers, page 55, to inform their High Nobilities of the aforementioned roaming of the Ceram people under presentation of those papers. The 21st of June: Necessity to make the edict against the admission of foreign vessels or those not provided with a pass also applicable to the native villages on Ceram's inner coast, probability of the intrigues of the regents of Ceram's inner coast with the East Ceram people, and on that ground to propose to their High Nobilities the renewal and extension of the aforementioned edict, further reports concerning the continuous roaming of the East Ceram people, the pajalang the Voortvarendheid dispatched for cruising with Ensign Delius until the end of July, instruction for that officer and the commander of the said pajalang, approval taken by the council in all these matters, by their dispatch informed the head of Saparoua of this cruising. The 16th of July, return of the burgher Captain Coning from the hinterland of Bouro, contents of the same, page 67, necessity to curb the predatory habits of the Papuans and Tobelo people on Bouro, the Papuans were encouraged and assisted in the raiding by the Tobelo people, reasons why that rabble is protected by the Tidore court grandees, served by written report, to present Captain Coning's aforementioned report to their High Nobilities, with the request to devise means to halt the Papuan robberies. 1771: the 16th of August, Lieutenant van Eerten and Ensign Delius have served reports concerning their completed cruising, page 68, contents of the same, the first mentioned has apprehended a native with a timbel of cloves on Liang, page 69, and interrogated him as to how he came by the cloves and sent him up to Hila, Ensign Delius has detained a proa with raw sago coming from Roemakaij that had no pass, the Orang Kaya of Waroe dismissed and banished to Bouro for admitting Tidore people to his native village, and to present the report submitted on that account by the fiscal with the documents to their High Nobilities, to send five Malay reports of diverse content concerning the roaming of the Ceram people to Batavia, page 71, as well as the account of a certain Radjawang who was surprised by a Ceram junk at Dove Island, page 74, said junk from Davang and heavily armed, having on board four sacks of cloves, which according to the story were bought by them on Liang, the head of Hila, under transmission of the said account, informed of this with orders to investigate afterwards, proposal to place a corporal and two men on Hatoenoeko during the clove harvest adopted as necessary, page 81. Page 1: Copy of Separate Resolutions. The Governor recommends secrecy to the members. Produces a written address with diverse annexes. Taken in the Council of Policy at Amboina in Castle Victoria, since the 29th of August 1778 until the 16th of August Anno 1771. Monday the 17th of December Anno 1776, in the morning at half past eight o'clock, Meeting of the Council of Policy, excluding the heads of the spice trading stations. The Governor having communicated to the members that His Honour had primarily convened this meeting in order to inform Their Honours, according to custom, of what has been done and accomplished by His Honour during the great hongi or tour of inspection around Ceram, as well as on the occasion of having personally visited the stations of Saparoua, Haroeko, Laricque, and Manipa, with the post Sawaaij falling under the jurisdiction of the last mentioned residency, from the 16th of October until the 23rd of the passed month of November, with a recommendation to the members to keep secret those matters occurring in the documents relating thereto insofar as the interest of the Honourable Company entails that they must remain concealed from the public; His Honour first produces a written address, annexed nine pieces under the dates of the 28th and 29th of October, convened at Sawaaij and Natilen before commissioned members from the Hongi Council and by the
Dutch transcription
men zig voldaan- Onder overzending van zijn Rapport en bijlagen aan hun hoog Edelens- 1771: den 4: Junij, brieven van Hila en Laricque - - - - - - - - -- -„ En het relaas van den soldaat te Ceith Jan Paulus behelsende het swerven der Cerammers in die districten„ ontmoeting van dien voorm: militair met twee hun„ ner Janken en vyandelykheden daarbij voorgevallen„ de patjalling de Saparoua ter bekruijssing der Hitoe se stranden - - - en daar op den lieutenant van Eerten met een Corporaal en ses gemeene afgevaardigt - - - - - - - - - „ Recommandatie aande opperhoofden met waakzaamheid tegens „ — de ondernemingen der Zwervers - - p van het voorm: swerven der Cerammers hun hoog Edelens onder aanbieding van die papieren ken„ nisse te geven — — —: „ 21: —: Noodzakelijkheid om het placcaat tegens de admissie van vreemde vaartuijgen of die met geen passe voorzien zijn ook betrekkelijk te maken tot de negorijen aan Cerams binnen Cust - - - - - - - „ waarschijnelijkheid van de Konkelarijen der regenten van Cerams binnen Cutt met de oostCerammers - - -„ en uijt dien hoofde hun hoog Eds de renovatie en ampli atie van het voorm placcaat voorte slaan - --„ Nadere berigten wegens het aanhoudend swerven der oost Cerammers - de patjalling de voortvarendheid ter bekruijssing met den vendrig Delius tot ultimo Julij afgezonden - -„ p Jnstructie voordien Officier en de gezagvoerder van gem „ — — patjalling - in het een en ander door de vergadering genoegen genomen--„ bij hunne depeche Saparouas hoofd van deze bekruijs sing kennis gegeven – – – – – – – — — — – – – „ — —: „ 16: Julij, Retour van den burger Capitain Coning van het agterland van Bouro - - - - - -- „ Jnhoud van het zelve - - - - - - - „ Noodzakelijkheid om de Papoen en Tobillers hun dient van schriftelijk Rapport - - - - - - - - - - „ — – – – – – – – – p„o 55: roofzugt „ „ „ „ —- -- P„ rooflugt op Bouro te beteugelen - - de papoen werden door de Tobilders in het rooven aange moedigt en geassisteert - - - - - - - - - - redenen waarom dat gespuijs door de Tidoreese hofgroten beschermd worden - - - - - hun hoog Ed=s Capitain Conings voorm Rapport aan te bieden, met verzoek ommiddelen te beramen tot stuijting der Papoese roverijen - - - 1771: den 16: Aug:s den lieutenant van Eerten en vendrig Delius hebben van Rapporten wegens hunne gedaane de eerstgem: heeft op Liang een Jnlander met een tim„ bel nagulen in handen gekregen – – – – – – – „ 69: en denzelven onderzogt hoedanig aan de nagulen gekomen was mitsgaders na Htila opgezonden – - - - - - - „ —: den vendrig Delius heeft een prauw met sagoemanta die geen pas had van Roemakaij komende bekruijssing gedient – - - - - - - - - „ 68 inhoud derzelve - - - - - - - - - - - - „ —: „ ƒ g' arresteert - – - - - - - - - - - - - - „ den Orangkaeij van Waroe over het admitteeren van Tido reesen op zijn negorij, gedimoveert en na Bouro geban nen, mitsgaders het dientwegen door den fiscaal inge„ „diende berigt met de stukken hun hoog Ed: aan te bieden„ vijf maleidse rapporten van verscheiden inhoud Concernee rende het swerven der Cerammers na Batavia Mitsgaders het relaas van eenen Radjawang die door een Cerams Jonk aan het duijven Eijland is verrast geworden – — — — - - - - - - - „ 74: gemelde Jonk van Davang en sterk g'armeert - - - - „ — hebbende vier zakken nagulen in, die volgens verhaal op Liang door hun zoude gekogt zijn - – – – - - - - „ — Hilas opperhoofd ondertoezending van gemd relaas hier van met laat om daarna recherge te doen- - - - „ Propositie om op hatoenoeko geduurende de nagul oogst een Corporaal en twee man te plaatsen, als noodzakelijk g'amplecteert - - - - - - - „ —: te zenden – — — — — — – – – – – – – – – – – „ 71 „ 67: –„ Pag: I: Copia Aparte Resolutien de heer Gouverneur recommandeert de Leeden de Secretesse. Produceert een schriftelijk addres met diverse bislagen. Genomen in Raade van Poli„ tie te Amboina in 's Casteel Victoria, zedert den 29: Augustus 1778: tot den 16: Aug„s A„o 1771 Maandag den 17: December Anno 1776: 's morgens te half negen uren Vergadering van Politie, demp„ tis de hoofden der specerij Comptoiren. De heer Gouverneur de Leden gecommuniceert hebbende, zijn Ed: deze vergadering ten principaale geconvoceert had, om hun E=s naar gewoonte kennis„ se te geven van 't geen door zijn Ed: geduurende de groote hongij of ronde rondzom Ceram als mede ter gelegentheijd de Comptoiren Saparoua Haroe„ „ko, Laricque en Manipa met de onder laastgem: residentie resorteerende post Sawaaij in perzoon een visite gegeven heeft sedert den 16: October tot den 23:' der gepasseerde maand November gedaan ende verrigt is, met recommandatie aan de Leeden om door zo verre in de daar toe betrek kelijke papieren zaken voorkomen, die het belang der Ed: Maatschappij mede brengt, dat voor het publicq verborgen moeten blijven, dezelve te secreteeren; produceert zijn Ed: voor af een schriftelijk addres annex negen stux sub datis 28: en 29: October te Sawaaij en Natilen voor gecommitteerde Leeden uit den Hongij Raad belegde en door de 81
English
Description of the conduct maintained by Sergeant Parchet upon the appearance of a French barque at Sawaaij. The regents of that place, namely Molucco Radja of Sawaaij, Oemar orangkaija of Passanea, Kalela Orangkaeij of Bessij, Elenehoea orang kaeij of Hatuwe, Massapait orangkaij of Hatilen, likewise the elders of Hatilen Latololij, Marpattij, and Lissapessij, together with the garrison stationed at the post of Sawaaij, the Assistant Surgeon Pieter Best, the soldiers Guilleaume Nicolai, Johan Gerlag Maag, Johan Daniel Dessauer, Willem Hendrik de Guliker, Joseph Philip, Jurgen Wilhelm Thuijn, and the sailor Gerrit van Eck, as well as the European citizen Pieter Goedvriend, who has been at Hatilen throughout this entire year for the repair of his chiampang, having given statements, all of which documents having been carefully reviewed, and it having appeared therefrom: That the sergeant and former postholder at that place, Lodewijk August Larchet, did not—contrary to his letters written under dates of the 24th and 27th of the aforementioned month of March to the Honorable Councillor Extraordinary and outgoing Governor Hendrik Breton, as well as the present provisional head of Boeroe Jan Hendrik Knop, then still being Resident at Manipa—upon the appearance in the bay of Sawaaij of the French, who came to anchor before the post of Sawaaij on the 23rd of March of this year with a two-masted brigantine of their nation named L'Etoile du Matin or the Morning Star, immediately send by a corporal one of the written protests kept at that post, nor did they accept it and, after its receipt, request him to merely provide themselves with water, firewood, and a few provisions and, after having been supplied therewith, set sail again on the 26th of March, but that on the contrary said brigantine remained lying at anchor there for five to six days, 83 the 17th of December 1778: 3 Trade maintained by the same with those foreign Europeans. Hatilen. and Sergeant Larchet was not even present at his post upon the arrival of the French, but was in the negorij of Hatilen, located a good eight miles from there. That on that account the soldiers Johan Jerlag Maag and Guilleaume Nicolai were sent on board by the corporal, and by no means by the said Larchet, to deliver a protest to the authorities. That Sergeant Larchet, upon the news he had obtained in the negorij of Hatilen from his corporal by the soldier Wendzel Lenik concerning the appearance of those foreign crews, returning to his post, ordered the garrison to stand to arms when the head of that barque came ashore, thus giving them entirely unauthorized military honors, and not only ate with the French in his house, and allowed those foreign Europeans to retail various Nuremberg wares at his post, but even traded with them, and that partly in goods which neither the regents nor the garrison can state what they consisted of, as they unanimously testify that by order of the often-mentioned Sergeant Lodewijk August Parchet two gaba-gaba chests, not counting some sacks which some of the declarants estimate at two and others at five, which had been filled in the sergeant's house, were brought on board that vessel, without them knowing what was in them. Actions of the French at Sawaaij. Captain's inquiry after nutmeg and clove trees. Goedvriend's response applied to him. Reply of the Captain. His statement that he had come to buy spice trees. Mauritius. Specification of his return voyage to Goram and along the Land of Eendracht. Has four maps shown and the spice places on Ceram's north coast pointed out therein. Attempts of the French to encourage the citizen Goedvriend to come over to them. Great promises of the French to obtain spice trees. That furthermore, the said foreign Europeans, leaving Sawaaij, steered for Hatilen; the captain of that vessel bought there two slaves from the orangkaij as well as some poultry, coconuts, and pumpkins, as well as slept one night on the bale-bale, and falling into conversation with the citizen Pieter Goedvriend, asked the same, among other things, where nutmeg and clove trees were to be found in that region. That said Goedvriend, serving him in answer thereto that none stood on the north coast of Ceram, the captain of the French barque replied to him that there must be one nutmeg and two clove bays thereabouts, because they were marked on his maps, but that the strong northwesterly winds had prevented him from calling at those places. That the often-mentioned captain further related to him, Goedvriend, that he had come expressly from Mauritius, not for nutmegs or cloves, which he knew well enough how to get, but to buy the trees themselves and to bring them to Mauritius, whither he intended to return around behind Goram and along the Land of Eendracht. That the captain, the next day, sending ashore his commander with a mate who simultaneously functioned as a cartographer, had shown to the said Goedvriend by those two persons: two Dutch maps, one English, and one French, in all of which Cambello is marked as a clove trading post, Cauwa as a clove bay, and the river Makohalat also as a clove bay or nutmeg river; furthermore, had the commander offer him one thousand rixdollars or Spanish dollars in case he wished to cross over with the brigantine to Mauritius, under the promise that if he pointed out spice trees to them, he would give him one hundred Spanish dollars above that, [illegible]
Dutch transcription
Beschrijving van het gedrag door den sergeant Parchet bij verschijn van een france barcq te sawaaij gehouden. de regenten van dien oort teweten Molucco Radja van Sawaaij, Oemar orangkaija van Passanea, Kalela Orangkaeij van Bessij, Elenehoea orang kaeij van Hatuwe, Massapait orangkaij van hati len, item de oudstens van hatilen Latololij, Mar„ pattij en Lissapessij nevens de ter poste Sawaaij bescheiden bezettelingen, den onder Chirurgijn Pieter Best, de Soldaten Guilleaume Nicolai, Johan Gerlag Maag, Johan Daniel Dessauer Willem Hendrik de Guliker, Jo„ seph Philip, Jurgen wilhelm Thuijn en den mattroos Gerrit van Eck mitsgaders de ter ver timmering van zijn Chiampang dit geheele Jaar door te hatilen geweest zijnde Europees burger Pieter Goedvriend gegeven verklaringen, alle welke papieren met aandagt geresumeert en daar uit gebleken wezende Dat den sergeant en gewezen posthouder ter dier plaatse Lodewijk August Larchet de francen, dewelke met een twee maste brigantijn hunner natie 'L Etoile du Matin of de morgenster genaamt den 23: Maart dezes Jaars voor de post Sawaaij ten anker gekomen zijn, niet Conform zijne in datis 24: en 27:' der evenge„ melde maand Maart aan de Edel heer Raad Extra ordinair en afgegaane Gouverneur Hendrik Breton mitsgaders het present p=l hoofd van Boeroe Jan Hendrik Knop als toenmaals nog Resident te Manipa zijnde, geschreven brieven, bij opdaging in de bhaaij van Sawaaij al ten eersten door een Corporaal een der op die post berustende schriftelijke protesten toe gezonden heeft, zij dat g'accepteert en na dies ontfangst hem hebben laten verzoeken om zig enkelt van water, brandhout en een weinig mont kost te voorzien en na dat daar mede gerieft waren den 26: Maart weder 't zeijl gegaan zijn, maar dat integendeel gedagte Brigantijn vijf â. ses dagen aldaar ten anker blijven 83 den 17: December 1778: 3 handel door den zelven met die, vreemde Europeën gehouden. Hatilen. blijven leggen en den sergeant Larchet bij het arri„ vement der francen niet eens op zijn post present, maar in de negorij hatilen ruim agt mijlen van daar ge„ „legen, geweest is. Dat uit dien hoofde de soldaten Johan Jerlag Maag en Guilleaume Nicolai door den corpo„ raal en geenzints door gemelde Larchet naar boort gezonden zijn ter overreiking van een protest aan de overheden. Dat de sergeant Larchet op de kundschap die hij door den soldaat Wendzel Lenik nopens het ver„ schijn dier vroemge Equipanten van wegen zijn Corporaal in de negorij natiten erlangt had, op zijn post rever„ teerende de bezettelingen g'ordonneert heeft, als het hoofd van die barcq aan de wal quam in 't geweer te staan, hun dus gansch ongequalificeerd militair honeur gegeven en niet alleen met de francen in zijn huis gegeeten, die vreemde Europ eën verscheide Neurenburger wharen op zijn post laten verdebiteeren, maar zelfs met hun genegotieert heeft, en zulx ge„ „deeltelijk in goederen, die de Regenten nog bezettelin„ „gen niet opgeven kunnen waar in dat bestaan heb„ „ben, als eenpariglijk getuigende dat ter ordre van meermelde sergeant Lodewijk August Parchet twee gabba gabbee kassen /. ongerekent eenige zakken dewelke zommige der declaranten op twee en andere op vijf begrooten /. die in des sergeants woning gevult waren, naar boord van dien bodem zijn gebragt, zon„ der dat zij weten wat in dezelve geweest is. Verrigtingen der francen te Dat voorts gemelde vreemde Europ een Sawaaij ver„ latende naar natilen gestevend de Capitain van dien bodem daar twee slaven van den orangkaeij als mede eenig gevogelte, Clappus en pampoenen gekogt mitsgaders een Kapitains vrage naar noten en nagul bomen. Goedvriend hem daar op toegepast. Replicq van de Capitain. zijn opgave dat gekomen, was om specerij bomen te kopen. Mauritius Laat vier kaarten vertonen en in dezelve de specerij plaatsen aan Cerams noord Cust aanwijzen. over te komen. bomen te bekomen. een nagt op de baleeuw geslapen en met den burger Pieter Goedvriend in gesprek rakende, den zelven onder anderen gevraagt heeft, waar ter plaatse noten en Nagulbomen te vinden waren. Antwoord door de burger Pieter Dat gedagte Goedvriend daar op in antwoord dienende die aan Ceramse Noord Cust niet stonden den Capi„ „tain van de france barcq hom gerepliceert heeft daar om streeks een noten en twee nagul bhaijen moesten zijn, want dat in zijne kaarten bekent stonden, maar de sterke noordweste winden hem belet hadden die plaatsen aan te doen. Dat meermelde Capitain hem Goedvriend alverder verhaald heeft, hij expres van Mauritius gekomen was niet om noten of nagulen, die genoeg te krijgen wist„ maar om de bomen zelve te kopen en die naar Mau„ bepaling van zijn terug reise na ritius te brengen, werwaards voornemens was agter Goram om en langs het land van den Eendragt heen terug te keeren. Dat de Capitain meermelt des daags daar aan zijn Commandeur met een stuurman, die tegelijk voor Kaarte maker fungeerde aan de wal zendende gezegde Goedvriend door die twee perzonen heeft laten vertonen twee hollandse kaarten een Engelsche en een France, in alle dewelke Cambello bekent staat voor een nagul Comptoir, Cauwa voor een nagulbhaaij en de rivier Makohalat mede voor een nagul bhaaij of pogingen der francen om den burger noten Rivier, wijders hem door den Commandeur duizent Goedvriend te animeeren om tot hun rijxd: of spaanse matten doen aanbieden ingevalle met de Brigantijn naar Mauritius overgaan wilde groote belofte der Cramen onspecerij onder belofte, dat wanneer hun specerij bomen aan„ wees hij hem dan hondert spaanse matten boven dien wij wijge „ger g hun aan van des het
English
the 17th of December 1770: 85. Answer given thereto by the burgher Goedvriend. The appearance of foreign Europeans in the Moluccas. By the same. Remark concerning the contradiction of the Lord Governor's statement with merited an exemplary punishment would pay for every little plant that was brought in flourishing and well to Mauritius; but that the aforementioned Goedvriend, refusing this and maintaining that no spices grew on the north coast of Ceram, they subsequently departed again and turned their prow to the east, and Account of some Papuans regarding. Lastly, that by the crew of four Papuan vessels that had been at Hatilen for trade in the month of May or June, it was made known to the oft-mentioned Goedvriend that in the month of March of the current year a Spanish or English ship had called at the island of Gebe, as also at Maba, Weda, and Pattani, which foreign Europeans had bartered spice saplings there for gold and silver moor as well as for flintlocks, that in this manner they had obtained thirty young saplings from one village alone and had promised to return after the expiration of seven months. Barter of spice trees. Their promise to return. The report by Sergeant Larchet. Having reasoned at length upon all of which and taken into consideration that the one and the other cannot by far be reconciled, but on the contrary is entirely contradictory to what Sergeant Larchet has written in his aforementioned letters, notwithstanding that all of this, the account of the Papuans alone excepted, must have been fully known to him, the more so as the soldier Jurgen Willem Chuin clearly declared that the burgher Pieter Goedvriend had related to him his encounters with the French on the occasion when he was at Hatilen in order to ask the orang kaya for people to convey Sergeant Lodewijk August Larchet hither, in such manner as is written hereinbefore, and that since from all this it is evidently clear that the conduct pursued by Sergeant Lodewijk August Larchet cannot be passed over without an exemplary punishment, but on the contrary he would well merit that Remark that Sergeant Larchet Reasons why he is not handed over into the hands of the fiscal. Further remark on the punishment he has deserved. that on this account he should be placed into the hands of the fiscal and such action instituted against him by that officer as should in good justice be found proper, were it not, on the one hand, to be taken into consideration again that there are no proofs that the said Larchet has made himself guilty of illicit trade in spices, as none of the garrison members at Sawaai have been able to say or state whether there were nutmegs or cloves in the gabba-gabba chests, but on the contrary the soldier Juilleauwe Nicolai has declared that in two chests five hundred takken of baked sago bread rolls were unpacked by him, and that bare suspicion without proof does not constitute even half-proof in law; but that, on the other hand, for abandoning his post, which was strictly forbidden to him in the hongi assembly of the 3rd of November Anno 1768 upon penalty of a rigorous correction, as well as for exceeding his bounden duty, both in intercourse and in conducting trade with the aforementioned foreign traffickers, as also the concealing of the particulars learned regarding the same and his untrue statement in his more frequently cited letters, wherewith, as is now viewed in hindsight, he has sought to conceal his devious conduct to evade a condign punishment, he had justly merited, according to the advice of the Honorable Secunde, to be sent to Batavia at the disposal of their High Nobilities with suspended pay; against which, however, it should again be taken into consideration that, provided he remains stationed at this main castle, the means will henceforth naturally be removed from him to trade further with foreigners, and that if he were sent away, his wife and three children would in that case easily fall upon the charge of the diaconate through poverty and destitution; thus, for all the aforesaid reasons, it has been judged advisable by the majority, and consequently approved and resolved, to detain him here, since, as aforesaid
Dutch transcription
den 17: December 1770: 85. „ger Goedvriend daar op gegeven. het verschijn van vreemde Europeën in Moluccos. door dezelve. aanmerking over de tegenstrijdigheid van des heers Gouverneurs vertoog met een exemplaire straffe gemeriteerd heeft dien zou betalen voor elke plantje dat fleurig en wel wijgerend antwoord door den bur te Mauritius aangebragt wierd; dog dat verlmelde Goedvriend zulx wijgerende en staande houdende dat aan Cerams noordCust geen specerijen groeijden, zij vervol„ gens weder vertrokken zijn en de steeven om de oost gewend hebben, en verhaal van eenige papoen nopens. aastelijk dat door het volk van vier in de maand Meij of Junij op hatilen ten handel geweest zijnde Papoe„ se vaartuigen aan dikgerepte Goedvriend bekend gemaakt is, dat in de maand Maart anno Courant een spaans of Engelsch schip op het eiland Gebe, zo mede op Maba, item troucque van specerij bomen weda en Pattanij aangeweest was, die vreemde Europeën aldaar specerij boomptjes tegen goude en zilvere moor als ook tegen snaphanen getrocqueert, zij op die wijze hun belofte om terug te zullen komen, van een negorij alleen dertig Jonge boomtjes bekomen en be„ loofd hadden na verloop van zeven maanden terug te zullen komen. Over al 't welke in 't breede geraisonneert en in aanmer het bedeelde door den serg:t Larahet- king genomen zijnde, het een en ander op verre na niet over een te brengen, maar in tegendeel geheel strijdig is met het geen den sergeant Larchet bij zijne hier voren aangeroerde brieven geschreven heeft, niet tegenstaande hem al hetzelve / het relaas der Papoen alleen uitge„ zondert /: ten vollen bekent moet zijn, te meer den soldaat Jurgen Willem Chuin wel duidelijk verklaard den burger Pieter Goedvriend hem zijne ontmoetingen met de francen ter gelegentheid dat zig te hatilen bevond, ten einde volk van den orangkaeij te vragen om den ser„ geant Lodewijk August Larchet herwaarts over te voeren in diervoegen verhaalt heeft als hier voren be„ remarque dat de sergeant Larchet schreven staat en dat nademaal uit dit alles evident Con„ steert, dat het gehouden gedrag van den sergeant Lodewijk August Larchet niet zonder een exemplaire straffe ge„ „passeert kan worden, maar hij integendeel wel zou meriteeren dat wilde redenen waarom niet in 's fiscaals handen gesteld word. Nader aanmerking over de straffe die hij verdient heeft. dat dieswegen in handen van den fiscaal gesteld en door dien officier zodanige actie tegens hem g'institueerd wierd als zou bevinden in goeder Justitie te behoren, indien aan de eene zijde niet weder in overweging diende genomen te worden, dat 'er geene bewijzen dat zig ged=e Larchet aan„ morshandel in specerijen heeft schuldig gemaakt alzo niemand der bezettelingen te Sawaaij heeft weten te zeggen of op te geven off in de gabba gabba kisten noten of nagulen geweest zijn, maar integendeel den soldaat Juilleauwe Nicolai verklaard heeft, dat in twee kassen door hem vijf hondert takken gebacke zagoe broodjes afgepakt zijn geworden, mitsgaders de bloote suspicie zonder bewijs nog geen halve preuve in regten uitmaakt, dog dat hij aan de andere kant over het verlaten van zijn post, het geen hem in de hongij vergadering van den 3: November A:o 1768: op poene van eene rigoureuse Correctie scherpelijk g'interdiceert is, mitsgaders het te buiten gaan van zijn verschuldigde pligt; zo in de ommegang als het drijven van handel met voorschre„ ven vreemde traffiquanten, gelijk ook het verswijgen van de in opzigte derzelve vernomen particulariteiten en zijne onware opgave bij meer geciteerde zijne brieven, waar mede zo men nu van agteren beschouwt zijn slinkse behandeling ter ontwyking van een Condigne straffe heeft tragten bedekt te houden, ten regte gemeriteerd had om volgens het advis van den E: Secunde ter dispositie hunner hoog Edelheden met afgeschreven Consideratie met zijn perzoon gebruikt gagie naar Batavia verzonden te worden, dog waar tegen weder in aanmerking diend te komen, dat mits aan dit hoofd Casteel bescheiden blijvende hem de middelen voortaa van zelfs zullen benomen zijn, om meer met vreemdelingen te kunnen handelen, en dat hij verzonden wordende des„ zelfs vrouw en drie kinderen in dat geval door armoede en gebrek ligt ten lasten van de diaconij zoude komen te vervallen, zo is om alle de voorsz: redenen bij de meer„ derheid raadzaam g'oordeeld en overzulx goedgevonden en verstaan denzelven alhier aan te houden, dewijl gelijk voorzegt zij
English
87. the 17th of December 1770: his demotion to soldier. militia regarding his conduct. to present the depositions collected against Larchet to their High Nobilities. Continuation of the Governor's representation. aforesaid is thereby deprived of all opportunity to trade with foreigners, but that the aforesaid Larchet at the same time, as a mild correction for his evil conduct, is to be degraded to soldier, with the retroactive adjustment of his wage from the middle of this current month of December to nine guilders per month. Order to the Commander of the militia regarding his conduct. Furthermore, to order the Commander of the militia by extract of this document not to permit the often-mentioned Lodewijk August Parchet to become a free artisan, even if he should submit a request to that effect, and also to take care that he is not sent to an outer station or elsewhere, whether to attend a cruising expedition, operation, extirpation, or hongi expedition, but on the contrary that he strictly continues to perform his service inside this Castle, in order, by that precaution, to deprive him of the opportunity to continue any further his familiar and suspicious intercourse with foreigners, which could at times entail harmful consequences. Lastly, it was resolved reverently to present the depositions collected against the often-mentioned Lodewijk August Larchet to their High Nobilities in the coming spring among the secretarial papers, and to insert the Governor's representation into this record. To the Honorable Members of the Policy: It cannot be unknown to you that the sergeant and former postholder at Sawaaij, Lodewijk August Parchet, has long been suspected by me of having conducted an illicit trade with the French, who anchored before that post on the 23rd of March of this year with the brigantine of their nation L Etoile du matin or the Morning Star, and that, as I brought to your knowledge in the session of the 29th of August, he was summoned from there for that reason and replaced as postholder by the sergeant Philip Lodewijk Brandes. In order to obtain a report matching the truth regarding these circumstances that occurred to me from various matters that arose during the presence here of the regents of Ceram's north coast, I have, during the execution of the hongi, caused to be examined exactly not only the garrison along with the regents of Sawaaij, Hatilen, Hatuwe, and Passenea, but also the European citizen Pieter Goedvriend, who stayed the entire year in the village of Katilen for the building of his sampan, regarding the stay of the French at Sawaaij and Hatilen and what they did there, through which it was discovered: That the said Brigantine lay there at anchor for five to six days, and that sergeant Parchet, at the arrival of the French, was not at his post, but was at Hatilen. That the soldiers Johan Gerlag Maag and Guilleaume Nicolai were sent on board by the corporal to hand over the protest to the ship's authorities. That sergeant Larchet, returning to his post, ordered the garrison to stand under arms upon the arrival of the commander of that vessel. That he not only dined with the French in his house, and allowed those foreign Europeans to retail various Nuremberg wares as well as linens at his post, but also negotiated with them himself, and this partly in goods of which no one can state what they consisted of. That furthermore the said foreign Europeans, having left Sawaaij, came to anchor before Hatilen, the Captain of that vessel bought two slaves from the Orang Kaya there, as well as some poultry, coconuts, pumpkins, and slept one night on the balai and, getting into conversation with the citizen Pieter Goedvriend, asked him among other things where in that locality nutmeg and clove trees were to be found. That the said Goedvriend, serving him in answer that they did not stand on Ceram's north coast, the Captain of the French brigantine replied to him that there must be one nutmeg and two clove groves in that vicinity, because they were marked on his charts, but that the strong northwesterly winds had prevented him from visiting them. That
Dutch transcription
87. den 17: Decemb: 1770: zijn deportement tot soldaat. militie nopens zijn gedrag. de depositen ten lasten van Larchet ingewonnen hun hoog Ed: aan te bieden. Continue van des heer Gouverneurs vertoog. voorzegt hem daar door alle gelegentheid om met vreemdelingen te handelen benomen is, dog voorsz: Lar„ het teffens tot een zagte Correctie over zijn quaat bedrijf te degra„ deeren tot soldaat met terug schrijving zijner gagie onder medio dezer lopende maand december tot negen gulden 's maands. Ordre aan den Commandant der Voorts den Commandant der militie bij Extract dezes aante be „veelen meerm: Lodewijk August Parchet niet te permit„ teeren om vrijwerker te mogen worden, schoon daar toe ook verzoek mogt komen te doen en ook zorge te dragen dat hij niet na een buiten Comptoir: verzonden dan wel elders het zij tot het bijwonen eener bekruising, expeditie, extirpatie of hongij togt, maar ter Contrarie dat hij zijn dienst binnen dit Cas„ „teel perse presteeren blijft, ten einde hem door die precaute de occagie te benemen, om zijne gemeenzame en suspecte ver „keering met vreemdelingen, die zomwijlen schadelijke gevol„ „gen na zig zoude kunnen sleepen verder voort te zetten. Laastelijk is verstaan de dispositien ten lasten van dikge waagde Lodewijk August Larchet ingewonnen, hun hoog Edelheden in het aanstaande voor Jaar onder de secretariale papieren reverentelijk aan te presenteeren en des heer Gouverneurs vertoog in dezen plaats te geven. Aan dE: Leeden van Politie; Het kan UE: niet onbewust zijn dat de sergeant en gewezen posthouder te Sawaaij Lodewijk August Parchet door mij voor lange verdagt gehouden is, met de francen, dewelke den 23: Maart dezes Jaars met de brigantijn hunner natie L Etoile du matin of de morgenstez voor die post ten anker gekomen zijn, een ongeoorloofden handel gedreven te hebben, en dat hij gelijk UE: ter sessie van den 29. Aug:s ter kennisse gebragt hebbe, om die reden van daar op ontboden en door den sergeant Philip Lodewijk Brandes als posthouder vervangen is. Om dat ten aanzien van deze uit vertoos diverse omstandig heden, die mij bij het aanwezen alhier der regenten van Cerams noord Cust voorgekomen zijn bij mij geformeerde gedagten een een met de waarheid over een stemmend berigt te krijgen, heb ik onder het doen der hongij niet alleen de bezettelingen nevens de regenten van Sawaaij, hatilen, hatuwe en Pas„ Senea, maar ook de dit geheele Jaar ter timmering van zijn Sjampang op de negorij katilen zig onthouden hebbende Euro„ „pees burger Pieter Goedvriend nopens het verblijf der francen te Sawaaij en hatilen en wat aldaar gedaan hebben exact laten examineeren waar door ontdekt is Dat gedagte Brigantijn aldaar vijff â ses dagen ten anker gelegen heeft, dat de sergeant Parchet bij het arrive„ „ment der francen niet op zijn postmaar te hatilen geweest is. — Dat de soldaten Johan Gerlag Maag en Guilleaume Nicolai door de Corporaal naar boord gezonden zijn, om het protest aan de scheeps overheden over te geven. Dat de sergeant Larchet op zijn post reverteerende de bezette„ lingen g'ordonneert heeft, bij aankomst van het hooft van die barcq in 't geweer te staan. Dat hij niet alleen met de francen in zijn huis gegeten, die vreemde Europeën verscheide Neurenburger wharen zo mede lijwaten op zijn post laten verdebiteeren, maar ook zelfs met hun genegotieert heeft en zulx gedeeltelijk in goederen, die niemant op geven kan waar in dat bestaan hebben. Dat voorts gem: dreemde Europeen Sawaaij verlaten hebbende voor hatilen ten anker gekomen zijn, de Capitain van dien kiel daar twee slaven van den Orangkaeij gekogt als ook eenige gevogelte, Clappus, pampoenen mitsgaders een nagt op de baleuw geslapen en met den burger Pieter Goedvriend in gesprek rakende denzelven onder andere gevraagt heeft, waar, ter plaatse noten en nagul bomen te vinden waren. Dat gedagte Goedvriend daar op in antwoord dienende, die aan Cerams noord Cust niet stonden, de Capitain van de france briganten hem gerepliceert heeft, daarom streeks een noten en twee nagul blaigen moesten zijn, want dat die in zijne kaarten stonden, maar de sterke Noordweste winden hem belet hadden dezelve aan te doen. Dat
English
89: the 17th of December 1749: That the frequently mentioned Captain further related to him, Goedvriend, that he had come expressly from Mauritius, not for cloves and nutmegs, which he knew he could obtain easily enough, but to buy the trees themselves and to transport them to Mauritius, whereto he intends to return around the back of Joram and along the land of Eendragt. That the aforementioned Captain the next day sent his Commander ashore with a mate, who was also a cartographer, and had the burgher Goedvriend shown by two persons: two Dutch charts, one English, and one French, in all of which Cambello was marked as a clove trading station, Cauwa as a clove bay, the river Makohalat likewise as a clove bay or nutmeg river; and likewise caused him to be offered by the Commander one thousand rixdollars or Spanish dollars if he would cross over with the brigantine to Mauritius, under the promise that, if he showed them spice trees, he would then give him an additional one hundred Spanish dollars for every young spice plant that was brought thriving and well to Mauritius; and lastly, that the people of four Papuan vessels that had been trading at Hatilen in the month of May or June related that in the month of March a Spanish or English ship had been at the island of Gebe, as well as Maba, Weda, and Pattanij, and that those foreign Europeans had there exchanged spice trees for muskets, gold, and silver coin, and at one village alone obtained thirty small trees, and moreover promised that they would return after the expiration of seven months. And whereas this by no means agrees with what Sergeant Larchet wrote regarding the said French bark to the Honorable Extraordinary Councilor and retired Governor Breton by letter of the 23rd of March of the current year, besides that from the attached declaration passed on the 28th of October at Sawaaij it can be clearly seen that he, Larchet, was not even at his post upon the appearance of that bark, and in his intercourse as well as in the conducting of trade with the French far exceeded his duty, and moreover has not written hither all the particulars learned from them, but, as must be believed, sought for the most part to conceal them, I have deemed it serviceable to give your honor notice of the same, to the end that the necessary resolutions in this interest may be taken. While I remain, your affectionate friend, signed, I: A: van der Voort. In the margin: Amboina, the 17th of December 1770. Below stood: Thus done and resolved in Amboina in Castle Victoria, date as aforesaid. Signed: I: A: van der Voort, S: A: de Villeneure, H: van den Brink, F: Treno, I: A: Schilling, I: H: van Santen. 91 83 Secret. Tuesday the 5th of February 1771. At half past eight in the morning, meeting of the Council of Policy, demptis the four heads of the spice trading stations. The wandering and plundering of the Papuans ought to be attended to. Reasoning about and proof of the wandering and plundering of the Papuans. Expedition to Ceram. Other considerations about making the expedition. After several matters mentioned in the common resolution had been settled, it being brought into discussion by the Lord Governor that the wandering and plundering of the Papuans is again beginning to increase more and more, and it also appearing from a relation produced by his Honor from the Amboina burgher Isaac Iohannes, passed on the 16th of January of the current year at the Political Secretariat concerning his experiences, that those marauders only recently, or around the end of the year 1770, did not hesitate to approach a sampan of the said burgher, with which, provided with a proper pass, he had departed from here to Boeroe, and which lay at anchor not far from the bay of Cajelie or properly at the point of Pela, on a certain morning quite boldly with a strongly manned orembaaij, and having stolen all the goods therefrom, to sink that vessel into the sea. And it furthermore being advanced in this regard by the Lord Governor that from that region reports of piracies continuously arrive, and the fairway is thereby made very unsafe for the burghers and others who are accustomed to ply back and forth with small vessels, it came here into consideration that the necessity to free the good inhabitants of this province from the nuisance of that rabble and to drive the robbers back to their robber nests, on the one hand indeed requires that the Papuans be fallen upon unexpectedly with a good force, but on the other hand it being taken into consideration at the same time that the chastisement of the thoroughly suspect villages situated on Ceram's south coast, on account of their admission of strangers and the conducting of illicit trade in spices, is no less useful for the interest of the Honorable Company and on the contrary to the highest degree serviceable, that this evil, if not entirely, at least as much as is practicable, be eradicated, and that all forces be joined thereto; and that although the villages of Kelimoerij, Kelibon, Kottaroea, Ceijlor, Tobo, and Batuassa during the hongi inspection on the 6th, 7th, and 8th of November of the past year were completely reduced to ashes and the fruit trees, together with the stockades found in those smuggling nests, were ruined, and on that account, if these were the only ones infected with that evil, the making of an expedition to Ceram could conveniently be suspended until the month of October or November in this autumn, yet during the making of the latest hongi, from the depopulation of almost all the villages situated between Kessing and Hatoemetten, it has not only clearly appeared that the inhabitants thereof occupy themselves with illicit trade, or certainly collude therein with other foreign wanderers and western nations, and out of fear of receiving the deserved punishment for their unfaithfulness must have fled with bag and baggage into the woods, but that
Dutch transcription
89: den 17: December 1749: Dat meermelde Capitain hem Goedvriend alverder verhaalt heeft hij expres van Mauritius gekomen was, niet om nagulen en noten, die genoeg te krijgen wist, maar om de bonten zelve te hoopen en die naar Mauritius te brengen, werwaards van mening is agter Joram om en langs het land van den Eendragt heen terug te keeren. Dat den Capitain meermelt des daags daar aan zijn Comman„ deur met een stuurman, die teffens kaartemaker was aan de wal gezonden mitsgaders den burger Goedvriend die door twee perzonen laten vertoonen heeft. twee hollandse kaarten Een Engelsche en Een france, in alle dewelke Cambello bekendstond voor een nagul Comptoir, Cauwa voor een nagul bhaaij. De rivier Makohalat mede voor een nagul bhaaij of noten rivier, zo mede hem door den Commandeur duij„ zent rd:s of spaanse matten doen aanbieden, indien met de brigantijn naar Mauritius overgaan wilde, onder be„ loste, dat wanneer hun specerij boomen aanwees, hem dan nog hondert spaanse matten zout geven voor elke specerij plantje, dat feleurig en wel te Maurritius aangebragt wierd, en laastelijk dat het volk van vier in de maand Meij of Junij op hatilen ten handel geweest zijnde pa„ poese vaartuigen verhaalt hebben, dat in de maand Maart Een spaans of „ Engelsche schip op het eijland Gebe, mitsgaders Maba, Weda en Pattanij aangeweest is en die vreemde Europeen aldaar specerij bomen tegens snaphanen, gout en zilver moor ingeruijlt. en op een negorij alleen dertig boomptjes bekomen, mitsgaders beloofd hebben na verloop van zeven maanden terug zullen komen. En dewijl dit een en ander in lange niet overeenkomt met het geen de sergeant Larchet met betrekking tot ge„ melde france barcq aan de Edele heer raad Extra os„ dinair en afgegaane Gouverneur Breton bij brief van den 23: Maart d' Courant geschreven heeft, behalven dien uit de bij gevoegde Zeven, verklaring den 28: October te Sawaaij gepasseert duidelijk gezien kan worden hij Lar„ „het bij op daging dier barcq niet eens op zijn post geweest, en zo in de ommegang als het drijven van handel met de de francen zijn pligt verre te buiten gegaan is, mitsga„ ders alle particulariteijten die van dezelve vernomen niet herwaarts geschreven heeft, maar zo men moet geloven voor het meerendeele zoeken te verbergen, heb ik dienstig g'agt uE: van 'tzelve kennisse te geven, ten fine ten dezen belange het nodige te kunnen besluijten. — - Terwijl mij onderschrijvende blijven . /.onderstont /. UE: gene„ „gene Vriend /:was getekend.:/ I: A: van der Voort, /in margine./ Amboina den 17: december 1770: /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveert te Amboina in 't Casteel fictoria dato voorsz. /: was getekent:/ I: A: van der Voort, S: A: de Villeneure, H: van den Brink :F: Treno, I: A: Schilling, I: H: van Santen. 91 83 Secreet, Dingsdag den 5:' Februarij 1771: het zwerven en roven der papoen. zien dient te werden. Na dat de een en andere zaken bij de gemene Resolutie vermelt haar beslag erlangt hadden door den Heer raisonnement over en bewijs van Gouverneur in gesprek gebragt zijnde, dat het zwerven en roven der Papoen weder hoe langs hoe maar begint toe tenemen, en uit een door zijn Ed: geproduceert relaas van den Ambons burger Isaac Iohannes den 16: Januarij Anno Courant nopens deszelfs wederva„ „ren ter secretarij van Politie gepasseert, ook komende te blijken, dat die marodeurs nog onlangs of omtrent het uit einde van het Jaar 1770: niet geschroomt heb„ ben een sjampang van gedagte burger met dewelke hij voorzien van een behoorlijke passe van hier na Boe„ roe vertrokken was, die niet verre van de bhaaij van Cajelie of eigentlijk bij de hoek van Pela ten anker„ lag, op zekere morgen vrij assurant met een sterk be„ „mande orembaeij aan te doen en alle de goederen daar uit gerooft hebbende, dat vaartuig in zee te laten Zinken. Mitsgaders ten dezen door den heer Gouverneur nog g'advanceert zijnde, dat van dien oirt bij Continuatie berigten van roverijen inkomen, en het vaarwater daar door voor de burgers en andere die gewoon zijn met kleine vaartuigen over en weder te varen zeer onveilig ge„ aanmerking dat daar tegen voor maakt wort, zo quam hier omtrent wel in aanmer„ king, dat de noodzakelijkheid om de goede ingezetenen 'S morgens te half negen uren Vergadering. van Politie, demptis de vier hoofden der specerij Comptoiren. dezer - expeditie naar Ceram. dezer provintie voor den overlast van dat gespuis te bevrijden en de rovers naar derzelver roofnesten terug te Jagen, van de eene zijde wel vordert, dat de papoin eens met een goede magt onverwagts op het lijf gevallen wor„ andere Consideratien over het doen der den, maar aan de andere kant teffens in Consideratie genomen zijnde, dat het Castijden van de aan Cerams Zuid Cust gelegen allezins suspecte negorijen, over der„ zelver admissie van Vreemdelingen en het drijven van mors handel in specerijen voor het belang der Ed: maat„ schappij niet minder nuttig en integendeel ten hoogsten dienstig is, dat dit quaat zo al niet geheel ten minsten zo veel toe immers doenlijk zij, uitgeroert, en daar alle kragten te zamen gespannen worde, en dat alhoewel de nego„ „rijen Kelimoerij, Kelibon, Kottaroea, Ceijlor, Tobo en Batuassa onder de hongij visite op den 6: 7:' en 8: November Anno pass:o ten enemaal in de assche gelegt= en de vrugt bomen met de in die sluik „nesten gevonden bentings geruineert zijn, mitsgaders men uit dien hoofde als dit de eenigste waren die met dat eurel besmet zijn, het doen van een expeditie naar Ceram gevoeglijk tot in de maand October of November in dit najaar zou kunnen staken, egter bij het doen der Jongste Hongij aan de ontvolking van meest alle de tusschen kessing en Hatoemetten gelegen negorijen, niet alleen klaar gebleken is, dat de inwoonders derzelve zig met morshandel ophouden, of daar inne met andere Vreemde Zwervers en westersche na„ tien zekerlijk Colledeeren, en uit vreeze van voor hunne ontrouw de verdiende straffe te zullen ontfangen met zak en pak boschwaahst in geweken moeten zijn, maar dat a
English
95 The 5th of February 1771. Cerammers under the hongi. Received report from Ceram's Commander regarding the hostile intention of the Cerammers. Several Buginese and other vessels on Ceram and Goram. That in the village of Ceijlor several persons have also appeared who were dressed in the Macassar or Buginese manner and armed with krisses: Confirmed presence of a party That furthermore on the 5th of November of the past year, not far from the villages of Avang and Davang, various Ceram junks, among which was a very large and heavily manned one, were seen in the fairway, and near the small village of Kottaroea approximately 50 to 60 armed men were seen in the woods, who seemed as it were resolved to await the fleet boldly. That further the reports concerning the roaming of foreign nations such as Buginese, Macassars, and Boutoners are so verified that one can no longer doubt them; and Ceram's Commander Hamba, in four of his letters cited in the resolution of the 17th of December, which the Governor received at Nussalaut, also makes mention: Firstly, that the Cerammers from Kelemoerij in the west to Goeli Goeli and Oerong in the east, together with the inhabitants of P.lo Gisser, are forging a plan to commit open hostilities against the Company. Likewise concerning the presence of the Secondly, that eight Balinese junks are staying at Goram, namely: Four at the village of Amar under the nakhoda Panasi, and Four at the villages of Oendor and Katalok under the nakhodas Bau Ibrahim and Soer, Likewise three others on Ceram's south coast, namely: Two at Oerong under the nakhoda Madawerant, and One at Enna Enna under the nakhoda Tonant, and that all of these trade in gunpowder and lead. Seen at the latitude of Nussalaut. Point of Nussanwe. The one against the Papuans preferred. Thirdly, that a Macassar gonting arrived at P.lo Gisser, seen there on the spot by two Banda traders named Batjoe and Binau, and brought to Kelibon by the people of P.lo Gisser. Fourthly, that on Ceram's north coast at the village of Keligha, or the westernmost part of Rarakit over which the orangkaya Balawinie holds authority, a Bouton junk was lying, commanded by the nakhodas Boenga and Parnackan. Great multitude of Ceram vessels. That besides all this, the ensign and former commander at Nussalaut, Otto Christoffel Hengevelt, in a letter delivered to the Governor on the 16th of November in the village of Sirrij Sorrij, communicated that the day before more than twenty Ceram vessels were perceived at the latitude of Titawaij, all steering toward Aboeboe, and that in the month of December of the past year three Ceram junks appeared at the point of Nussanwe, but upon the approach of the orembaais of Tomilehoe and Massavooij, which the Governor had immediately dispatched upon the information received in that regard, they sought their safety in flight. The expedition to Ceram above All of which being then joined together and maturely considered, it was judged of such weight that the expedition to Ceram, the more so because during the hongi inspection several villages of the South Cerammers could not be visited, is to be preferred far above that against the Papuans; 97 The 5th of February 1771. Five vessels fitted out for this purpose. Setting out of 24 to 30 orembaais. The route of the same planned. Principal matters that will be recommended to the chiefs for execution. And accordingly, upon the proposal of the Governor, it was approved and agreed to dispatch by the end of this month or as early as possible the pencalangs De Catharina Geertruida, De Voortvarentheijd, Liefde, and Saparoua, accompanied by yet a fifth if the one expected from Batavia arrives one of these days, all properly mounted and each extra manned with two to three sailors, alongside twenty-four to thirty orembaais along Ceram's south coast to the islands of Kessing, P.lo Gisser, Ceramlaut, and Goram, in order to return from there along the north coast and thus between Kelang and Manipa back hither; Both to first inspect the Ceram villages falling under the Saparoua station, namely Latoe, Hoealooij, Hepa, Tamilouw, Haija, Foeloetij, Laijmoe, Werinama, and Hatoemetting, because the experience of earlier years, namely in 1763 and 1764, has shown that they must also be held suspect, and Buginese vessels were also found at Haija and in the river of Jan Compaan; And thereafter to rigorously punish the inhabitants of the villages appearing on Ceram's south coast between Hatoemetting in the west to Kessing in the east, and particularly the following: Batuassa, Tobo, Kissalaut, Ceijlor, Kelemoerij, Kelibon, Kottaroea, Kamar, Avang, Davang, Hossang, Batoelomij, Enna Enna, Berong, Goeli Goeli, and Quamoer, with the islands of P.lo Gisser, Ceram Laut, and Goram, for their collusions with Buginese, Macassars, and other Western nations, the admittance of the same into their villages, and the smuggling in spices which they have practiced for years to the notable prejudice of the Company; as well as the Papuans discovered in that fairway, who however are generally first found on Ceram's north coast at the Seven Islands situated before Sawaij, where those pirates, according to the report received from the sergeant stationed at Sawaij, were still recently present, for their incessant murders and robberies.
Dutch transcription
95 Den 5: februarij 1771. Cerammers onder de hongij. ingekomen berigt van Cerams Com mandant over het vijandelijk voornemen der Ceraimmers. scheide boegineese en andere vaar tuigen op Ceram en Goram. dat in de negorij Ceijlor ook verscheide perzonen zig vertoont hebben, die op de Maccassaarse of Boegi„ nese wijze gekleet en met krissen gewapent waren: assurant bestaan van een partij Dat voorst op den 5: November anno pass=to niet verre van de negorijen Avang en Davang diverse Ce„ ramse Jonken, waar onder een zeer grote en sterk be„ „mande in 't Vaarwater, en omtrent het negorijtje kotta roea Circa 50: â 60: gewapende mannen in 't bosch gezien zijn, die als 't ware geresolveert schenen de vloot stoutmoedig af te wagten. Dat wijsers de berigten nopens het zwerven van vreem„ de natien als Boeginesen, Maccassaren en Boe„ tonders zodanig geverifieert worden, dat men dezelve niet langer in twijffel kan trecken; en Cerams Commandant Hamba bij vier ter resolutie van den 17: December geciteerde brieven van denzelven, die den heer Gouverneur te Nussalaut ontfangen heeft, ook meldinge maakt P=o dat de Cerammers van kelemoerij in 't westen tot Goeli goeli en Oerong in 't oosten, met de be„ woonders van P=lo Gisser een voornemen smeden om openbaare vijandelijk heden tegen de Comp: te plegen. item wegens de op onthoud van der 2=e dat te Goram zig agt Balijse Jonken onthouden te weten Vier op de negorij Amar onder de annachoda Panasi, en Vier op de negorijen Oendor en katalok onder de annachodas Bau Ibrahim en Soer, Item nog drie andere aan Cerams zuid Cust, als Twee te Oerong onder de annachoda Madawerant, en Een : op de hoogte van Hussalaut gezien. hoek van Nussanwe. die tegen de papoen gepraefereert. 3=e dat te P=lo Gisser een maccassaarse gonting aan„ geweest, daar ter plaatse door twee bandase hande„ „laars genaamt Batjoe en Binau gezien en door het volk van P=lo Gisser naar Kelibon gebragt is. 4=e dat aan Cerams noord Cust op de negorij keligha of het westelijkste gedeelte van Rarakit over het welke den orangkaeij Balawinie het gezag voert een boetongse Jank gelegen heeft, gevoert door de annachodas Boenga en Parnackan. groote menigte teramse Vaartuigen Dat behalven dit alles den vaandrig en gewezen Com„ mandant te Nussalaut Otto Christoffel Hen¬ „gevelt bij een brief, dewelke den Heer Gouverneur den 16: 9ber: in de negorij Sirrij Sorrij bestelt wierd, gecommuniceert heeft, dat 'er daags bevorens meer dan twintig Ceramse vaartuigen op de hoogte van Tita, waij vernomen, en die alle naar Aboeboe voortge„ stevent waren, mitsgaders, dat in de maand verschijn van twee andere aan de December anno pass=to drie Ceramse Jonken aan de hoek van Nussauwe zig vertoont, dog op de aan„ „nadering van de Orembaeij van Tomilehoe en Mas„ savooij, welke de heer Gouverneur, op de dientwegen erlangde narigt ten eersten afgezonden had, haar heil in de vlugt gezogt hebben. de expeditie naar Ceram boven Al 't welke dan bij den ander gevoegt en rijpelijk over„ „wogen zijnde van dat gewigt g'oordeelt wiert, om expeditie naar Ceram, temeer onder de hongij visite Een te Enna Enna onder den anachoda Tonant, en dat alle dezelve in kruit en lood handelen. Verscheide ge g ter 97 Den 5e: februarij 1771. gelegt. legging van 24: â 30: orembaij de route derzelve beraamt ter verrigtinge aanbevolen zullen worden. Verscheijde negorijen der Zuid Cerammers niet bezogt hebben kunnen werden, verre boven die tegen de papoin te prefe„ vijf vaartuijgen ten dien einde aan reren; en dien Conform op de propositie van den Heer Gou„ verneur goedgevonden en verstaan tegen ultimo dezer of zo vroeg mogelijk, de pantjallings De Catharina Geertruida De voortvarentheijd „ Liefde en „ Saparoua, verzelt van nog een vijfde indien de van Batavia verwagt wordende eerstdaags op dagen, alle Extra bemanning derzelve en aan na behoren gemonteert en met twee â drie mattrosen ider extra bemand nevens vier en twintig â dertig orem„ baijen langs Cerams Zuid Cust; naar de eijlanden kessing, P=l Gisser, Ceramlaut, en Goram af te zenden, om van daar langs de noord Cust en zo tusschen ke„ lang en Manipa door herwaarts te rug te keren, principaalste zaken die de hoofden zo om de onder het Comptoir Saparoua resortee„ rende Ceramse negorijen Latoe Hoealooij Hepa Familouw Haija Foeloetij Laijmoe Werinama en Hatoemetting, ter zake de ondervinding van vroe„ „ger Jaren en wel in A:o 1763: en 1764: heeft doen zien, dat dezelve mede verdagt gehouden moeten worden, te Haija en in de rivier van Jan Compaan ook boegineese vaartuigen gevonden zijn eerst te laten visiteeren visiteeren; daar na de bewoonders der negorijen die aan Cerams zuid Cust voorkomen tusschen Natoemetten in 't westen tot kessing in 't oosten en wel voornament lijk de volgende als Batuassa Tobo kissalaut Ceijlor kelemoerij kelibon Kottaroea kamar Avang Davang Hossang Batoelomij Enna Enna berong Goelif Goelij en Quamoer met de Eilanden Plo Gisser Ceram Laut en Goram over hunne konkelarijen met Boegineesen Maccassaren en andere Westersche natien, het admit„ teeren van dezelve in hunne negorijen en de onderkrui„ ping in specerijen die zij Jaren lang tot merkelijke prejuditie van de Comp=e gepliegt hebben als de papoen die in dat vaarwater ontdekt worden, en tog gemenelijk eerst aan Cerams noord Cust op de voor Sawaij gelegen zeven Eilanden, alwaar die rovers volgens inge komen berigt van de te Sawaij posthoudende sergeants haar nog onlangs bevonden hebben over derzelver on„ ophoudelijke moord=en-roverijen met rigeur te doen Straffen
English
99: 5 February 1771. Appointment of the heads of that expedition. Decision to instruct the Commissioners regarding courage, good conduct, and punishment: to destroy to the ground the native villages where spices are illicitly taken, and to exterminate with fire and sword everything encountered, women and children excepted; but to bring the chiefs of the villages, if apprehended, together with the captured vessels and cargoes, here, or else to scuttle or burn the vessels if they should prove troublesome, according to the tenor of the Instructions which the Governor has taken upon himself during the meeting to draft for the heads of the expedition, for which it has been approved and agreed to appoint: Captain Military Hendrik van den Brink, Lieutenant Pekke Gosseling, Ensigns Ian Willem Schemering and Jan Thomas Hauke, Commanding Sergeant Hendrik de Waal, as well as ordinary Fireworker Ian Iansz. And so that good success may be expected from this expedition, it has been resolved, besides the seafarers assigned to the pantjallangs, in order to achieve the intended purpose of this operation, to dispatch from here additionally: One hundred European soldiers, and from the few artillerymen available, two gunners with four cannoneers, with which it is trusted that the Commissioners will be sufficiently capable of putting this beneficial purpose into execution, provided that proper courage and conduct, paired with true zeal and loyalty to the interests of our Lords and Masters, accompanies this force, and that concord and peacefulness, so necessary in carrying out weighty matters, exist and are maintained among the heads of the expedition, which, therefore, it has been decided to recommend to them most earnestly. Below stood: Thus done and resolved at Amboina in Castle Victoria on the date aforementioned. Was signed: I. A. van der voort, I. A. De Villeneuve, H. van den Brink, C. F. Treno, I. A. Schilling, and J. H. van Santen. Saturday, 16 February 1771. In the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy, excepting the heads of the four spice offices. The English ship The Brittania King met in the Strait of Buton, bound to sail through the Strait of Surigao to China. The Governor having exhibited to the table two extracts from the journals kept on the pantjallangs de Paarl, de Amoor, and de Lassum, which arrived here under the dates of the 5th and 13th of this month after a voyage of more than two months from Batavia; and it appearing therefrom that, according to what was noted by them, the English ship The Brittanne king, or the King of Britain, measuring 130 to 140 feet, and according to the statement of the Captain in command of that vessel, bound to sail through the Strait of Surigao to China, passed through the Strait of Buton in the month of January of the current year; it has been approved to keep this record thereof, 101: and, under presentation of the aforementioned journal extracts, dutifully to inform Their High Excellencies of that received report in the month of May in the separate letter that is then to be dispatched. Discussion on the danger that may result for the Company from the desertion of foreign European servants; to request Their High Excellencies to excuse English and French nationalities when sending reinforcements. It having been taken into consideration how dangerous it must be judged for the interest of the Company when foreign Europeans, who have stayed for some time as its servants in this province, and have thereby acquired knowledge of the country and intercourse with the natives, desert to those of their own nationality—especially in these times when other European nations not only seek by all kinds of means to obtain spices, but moreover spare no effort even to obtain the trees themselves and transport them elsewhere, since through such runaways or deserters many matters are brought to their knowledge which would otherwise remain hidden from them, which can therefore only result in considerable detriment to the Honorable Company and its important spice trade, especially if such Europeans should by that means, as is their pursuit, obtain spice seedlings and thereby apply themselves to cultivating the trees in other countries—it has been approved and agreed, in order to provide against this as much as possible, and to prevent to the best of our ability the harmful consequences that result from such desertions as took place last year at Sawaai regarding the soldier Iacob Schalomain and the son of the soldier Reijnier Penno,
Dutch transcription
99: Den 5. februarij 1771. benoeming der hoofden tot die ex „peditie. worden. besluijt om de Commissianten de manmoedigheid, een goed beleid en straffen de negorijen daar specerijen in ontstekt worden tot de grond toe te vernielen en door vuur en zwaard alles wat voorkomt, vrouwen en kinderen uitgezondert te ver„ delgen, dog de hoofden der negorijen als g'apprehendeert wor„ den nevens de verovende vaartuigen en ladingen herwaarts te brengen dan wel de vaartuigen, wanneer hinderlijk mog„ „ten zijn in de gront te boren ofte verbranden, navolgens den teneur der Jnstructie die den heer Gouverneur staan„ de vergadering op zig genomen heeft te zullen ontwerpen voor de hoofden der expeditie, waar toe goetgevonden en verstaan is te benoemen. den Capitain militair Hendrik van den Brink „ Lieutenant Pekke Gosseling, „ vaandrigs Ian Willem Schemering en Jan Thomas Hauke den Commanderend Sergeant Hendrik de Waal, mitsgaders den ordinair Vuurwerker Ian Iansz: En op dat men zig een goet succes van die expeditie mag beloven is g'arresteert behalven de op de pantjal„ magt die hun mede gegeven zal lings bescheiden zeevarenden ter bereiking van het in dezen bedoelde oogmerk van hier nog afsteken Een hondert Europeese militairen en uit de woinige arthilleristen die men aanhanden heeft twee kanon„ niers met vier busschieters, waar mede men vertrouwt dat de Commissianten genoegzaam in staat zijn zullen dit heilzaam oogmerk ter executie te stellen, wanneer de eendragt aan te recommandeeren maar een gepaste manmoedigheid en beleid, gepaart met een ware ijver en trouwe voor de belangen vaa van onze heren en Meesters met deze magt verzelt gaat, mitsgaders de eendragt en vredelieventhaid, zo nodig king in straat Boeton ontmoet. neert is om door straat Surinamen naar China te stevenen. nodig in het uitvoeren van gewigtige zaken onder de hoofden der expeditie plaats vind en onderhouden worde, 't geen over zulx besloten is hun ten aller ernstigsten aan te beveelen. /.onderstond./. Aldus Gedaan en geresolveert te Amboina in 't Casteel Victoria dato voorsz: /: was getekent:/ I: A: van der voort, I: A: De Villeneuve, H: van den Brink, C: F: Treno, I: A: Schil„ „ling en J: H: van Santen; Zaturdag den 16: Febr: 1771. S morgens te negen uren vergadering van Politie, demptis de hoofden der vier specerij Comptoiren. het Engelsch schip Thee Brittaniae Door den heer Gouverneur ter tafel geexhibeert zijnde twee extracten uit de Journalen gehouden op de sub datis 5:' en 13:' dezer na een reise van ruim twee maanden van Batavia, alhier g'arriveerde pantjallings de paarl de â moer en de Lassum, en daar uit komende te blijken, dat volgens het genoteerde bij dezelve het Engelsch schip The Brittanne king of de koning van Brit, tanje groot 130: â 140: voeten en conform de opgave van den Capitain dat gedest„t opgave van de op dien bodem het gezag voerende Capitain gedestineert om door straat Surinamen naar China te stevenen in de maand Januarij anno Courant door straat Boeton gepasseerd is; zo is goetgevonden diswegen deze aantekening te 101„ 21 ter zijde gem: Extract Journalen daar van kennisse te genon. „teeren van vreemde Europese dienaren voor de maatschappij resulteeren kan. om bij het zenden van renfort excuseeren. hun hoog Ed: onder aanbiding dan de te houden en Hun Hoog Edelheden van dat erlangt berigt in de maand Meij bij de aparte brief die als dan staat aftegaan, onder aanbieding van voorschreven Extract Journalen Schuld pligtig kennisse te geven. gesprek over het gevaar, dat uijt het deser en aanmerking gekomen zijnde hoe gevaarlijk het voor het belang van de Maatschappij g'oordeelt moet worden, wanneer vreemde Europeën, die zig eenige tijd als haar dienaren in deze provintie onthouden hebben, en daar door kundschap van het Land en den ommegang met den Jnlander verkregen, tot die van hare Landaart overlopen, voornomelijk in deze tijd dat andere Europese volkeren niet alleen door allerlei wegen specerijen zoeken te bemagtigen, maar boven dien geen moeite sparen om de bomen zelfs te bekomen en die naar elders te vervoeren, ver„ mits door zulke weg, of overlopers veele zaken ter hunner kennisse gebragt worden, die anders voor hun verborgen zoude blijven, dat dus niet anders dan tot merkelijk nadeel van de Ed: maatschappij en hare aangelegen specerij handel verstrekken kan, prin„ „cipaal wanneer diergelijke Europein langs dien: weg gelijk hun zoeken is, aan specerij plantjes mogten gera„ ken en zig daar door toeleggen om de bomen in andere rase tegaan verzoek aan hun hoog E: Landen voort te queken; zo is om hier in zo veel gevolgen de Engelsche en france natien te mogelijk te voorzien, en de schadelijke die uit zulke deserties als in anno pass: te sawaaij omtrent den sol„ daat Iacob Schalomain en de zoon van den soldaat Reijnier Penno plaats gehad hebben naar vermogen te prevenieeren, goetgevonden en verstaan
English
commandant to send none but Dutchmen or Germans to Bouro, Manipa, and Sawaij; also to encourage the commandant by a letter to take part in the expedition at hand. agreed most respectfully to request their High Excellencies, in the separate letters to be dispatched in the month of May, that when sending troops as reinforcements for this province, the English and French nations may be excluded as much as possible. Order to the Captain Commandant Meanwhile, upon the proposal of the Governor, it was resolved to order the Captain Commandant of this Castle that, when sending soldiers from here to the stations of Boeroe and Manipa, as well as the post at Sawaaij, care must be taken that no Englishmen or Frenchmen are sent thither, but that only Netherlanders and Germans are to be employed for the garrison of those places, in order thereby to prevent the desertion of foreigners. Order to notify Ceram's Commandant of the expedition and to encourage him. Among the papers brought from Batavia on the 9th of this month with the ship De Gouverneur Generaal, an original letter from their High Excellencies for Ceram's Commandant Hamba having also been received to be delivered to him; and upon reviewing the aforementioned resolutory disposition of their High Excellencies regarding the left Memorial of the Honorable Extraordinary Councillor and retired Governor of this province, Hendrik Breton, reflection having also been made that they most highly desire that Ceram's Commandant Hamba shall also be employed in the expedition against the South Cerammers; it has thus, in dutiful observance of that venerated order, been approved to notify said Commandant Hamba, by a letter to be addressed to him by the Governor, both of the receipt of the aforesaid letter and of the expedition 103 23. the 16th of February 1771: the letter from His High Excellency for him to be given to Captain van den Brink for delivery. to seize and bring in the Orang Kaya of Waroe. expedition which, according to what was resolved in the session of the 5th of this month, is shortly to be undertaken with a considerable force to Ceram, with written orders to him to proceed to Haija and join the fleet with as many men and orembaais as he can assemble, in order on his part also to contribute what is necessary to the execution of that expedition. Furthermore, to give to the aforementioned Captain van den Brink upon departure from here the letter received from their High Excellencies for further delivery, and to instruct said Officer in the Instructions that will be handed to him for cruising the South and North Coast of Ceram, with the islands situated at its east end, to deliver the same to Commandant Hamba upon his appearance, either at Haija or elsewhere, and then also to employ him in the expedition. Order to Captain van den Brink to arrest and bring hither under secure guard the Orang Kaya of Waroe. But from the report received today from the fiscal Jan Adam Schilling regarding his investigation of five Wedarese brought hither under arrest by the Governor upon his return from the hongi, it having further appeared that the Orang Kaya of the negorij Waroe, situated on the north coast of Ceram, housed the said Wedarese in his village, and even provided them with guides to lead them via the overland route to the negorij Davang, situated on the south side; thus, as that regent has thereby given evident proof of his unfaithfulness, and it was already resolved in the session of the 17th of December of the past year to let him satisfactorily account for his suspect intercourse with foreigners upon his personal appearance at this Castle, Recommendation to him to proceed with caution in this matter. High Excellencies' order to assist Ceram's Commandant with soldiers. it has been approved and agreed to instruct Captain van den Brink further in secrecy to call at the negorij Waroe during the cruise along the North Coast of Ceram, in order to take that unfaithful regent into secure custody and bring him hither, with the recommendation nevertheless to use the utmost circumspection or caution in this regard, so that, getting wind of it, he does not save himself by flight. / underneath stood / Thus done and resolved in Amboina in the Castle Victoria, date as aforesaid: / was signed / I: A: van der Voort, I: A: De Villeneuve, H: van den Brink, I: A: Schilling, E: F: Trende, J: H: van Santen, R: Houcque. — Thursday the 28th of February 1771: in the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy, absent the heads of Hila, Haroeko, and Laricque. Remark on the order of their High Excellencies to assist Ceram's Commandant with soldiers. Whereas, in deliberating upon the contents of their High Excellencies' missive of the 31st of December of the past year on the 23rd of this month, as well as the matter dealt with today concerning their resolutory disposition on the left Memorial of the Honorable Extraordinary Councillor and retired Governor of this Province, Hendrik Breton, it was remarked that their aforementioned High Excellencies order this council, upon the request made by Ceram's Commandant Hamba, for his assistance with One sergeant One corporal and Twenty
Dutch transcription
dant om naar Bouro, Manipa Sawaij niet dan hollanders of duijtsers te zenden: dant van de voorhanden zijnde daar toe bij een brief mede te animeeren. verstaan hun Hoog Edelheden bij de in de maand Meij afte gaane aparte letteren op 't eerbiedigste te ver zoeken, dat bij het zenden van manschap tot renfort voor deze provintie, de Engelse en France natien zo veel doenlijk g'excuteert mogen worden. Ordre aan den Capitain Comma Middelerwijle op de propositie van den heer Gouverneur besloten is den Capitain Commandant dezes Casteels te ordonneeren, om bij het verzenden van militairen van hier naar de Comptoiren Boeroe en Manipa item de post te sawaaij in agt te nemen, dat derwaards geen Engelschen of francen verzonden, maar tot de be„ zetting dier plaatzen eenelijk Nederlanders en duitschers g'emploijeerd moeten worden, ten einde het deserteeren van vreemdelingen daar door te beletten. arrest om den Cerams Comman Onder de met het schip De Gouverneur generaal den expeditie kennisse te geven en hem 9:' dezer van Batavia aangebragte papieren ook ontfan„ „gen zijnde een origineele brief hunner Hoog Edelheden voor Cerams Commandant Hamba om aan den zelven afgegeven te worden, en bij het resumeeren van welmelde hun hoog Edelhedens resolutoire dispositie op de nagelaten Memorie van de Ed heer Raad extra ordi „nair en afgegane Gouverneur dezer provintie Hen„ „drik Breton mede reflexie geslagen zijnde, hoogst dezelve begeren dat men Corams Commandant Hamba in de expeditie tegen de Zuid Crammers mede emploijeeren zal; zo is in schuldpligtige obser„ vantie van die gevenereerde ordre goetgevonden gedagte Commandant Hamba bij een door de heer Gouverneur aan hem interigtene brief van de ontfangst der voor schrijven brief zo wel kennisse te geven, als vande Expeditie 103 23. den 16: februarij 1771: de brief van zijn hoog Edelhed voor hem aan Capitain van den Brink ter bestelling mede te geven. om den Orangkaeij van Waroe op te brengen. expeditie die na het geresolveerde ter sessie van den 5: hujus eerstdaags met een aanzienlijke magt naar Ce„ ram staat ondernomen te worden, met aanschrijvens aan hem om zig met zo veel volk en Orembaijen als bij een kan krijgen naar Haija en bij de vloot te vervoegen om van zijn kant tot het intvoeren van die expeditie mede het nodiger te Contribueeren. Voorts Capitain van den Brink voorm: van hun hoog Edelheden ontfangen brief bij vertrek van hier ter verdere bestelling mede te geven, en gedagte Officier bij de Jnstructie die hem tot de bekruissing van Cerams Zuid en noordCust, met de aan dies oost einde gelegen eilanden inhandigt zal worden, te demandeeren dezelve bij verschijn van den Commandant Hamba het zij te Haija of elders aan hem af te geven, en hem dan ook in de expeditie mede te gebruiken. bevel aan Capitain van den Bunk dog uit het heden ingekomen berigt van den fiscaal ligten en gesecureert herwaarts te Ian Adam Schilling nopens zijn gedaan onderzoek van vijf door de heer Gouverneur met zijn Ed: retour van de hongij in arrett herwaarts gebragte wedaresen nader gebleken zijnde, dat den orangkaeij der aan Cerams noord Cust gelegen negorij Waroe gedagte wedaresen in zijn dorp gehuisvest, Ja zelve wegwijzers toegevoegt heeft, om hun over de landweg na de aan de zuidkant gelegen negorij Davang te„ geleiden; zo is, dewijl dien regent daar door evidente blijken van zijn ontrouw gegeven heeft en ter sessie van den 17: December Annopass:o al besloten is, hem over die zijne suspecte ommegang met vreemdelingen bij per zoneel verschijn aan dit Casteel zig voldoende te laten Verantwoorden recommandatie aan denzelven om daar omtrent met omzigtigheid te werk te gaan. hoog Ed:s om Cerams Commandant met militairen te adsisteeren. verantwoorden, goet gevonden en verstaan Capitain van den brink nog in secretesse aan te bevelen, in de Cours langs Cerams noord Cust de negorij Waroe aante doen, om dien ontrouwen regent in goede verzekering te nemen en herwaards te brengen, met recommandatie nogtans daar omtrent de uitterste Circumspectie of omzigtigheid te ge„ bruiken, op dat hij daar van de lugt krijgende zig niet daar met de vlugt sauveere. /. onderstont / Aldus gedaan 17: en Geresolveert te Amboina in't Casteel Victoria dato voorsz: /: was getekent / I: A: van der Voort, I: A: De Villeneuve, H: het ge van den Brink, I: A: Schilling, E: F: Trende J: H: van Santen, R: Houcque. — Donderdag den 28: februarij 1771: voor de middags te negen uren vergadering van Politie, demptes de hoofden van hila, Haroeko en Laricque. remarque over de ordre hunner Zo bij het delibereren over den inhout van hun hoog Ed=s missive van den 31: december anno passato op den 23:' de „zer als de opheden afgelopen zaak besoigne over hoog derzelver resolutaire dispositie op de nagelaten memorie van den Ed: heer Raad extra ordinair en afgegane gouverneur dezer Provintie Hendrik Breton geremarqueert zijnde, dat welmelde hun hoog Edelheden dezen rade gelasten op het gedaan verzoek van Cerams Commandant Hamba, om ter zijner adsistentie met Een sergeant Een Corporaal en Twintig
English
thereabout the resolution of 17 December 1770 was persisted in. bringing before Their High Excellencies' eyes what is to be expected on all such remote places. to excuse a garrison on or about Kessing. as well as to propose to accommodate Ceram's Commander now and then with one or two well-manned pantjallings. To pay the necessary regard to twenty soldiers, provided with the necessary powder and lead, being accommodated at his own expense; but on the other hand, the proposal of the Honorable Mr. Breton to place a garrison of 30 to 40 men on Koffing having been excused, and awaiting what the aforementioned granted militia will effect, it has been approved for the present to leave it at that. So it is, this having been reasoned over, approved and understood for the present to continue to persist with the reflection made at the session of 17 December of the past year on the request made by Commander Hamba under the hongi to construct a fortress on Ideli, Goeli, or Kelemoerij, and conformably to inform Their High Excellencies that this council judges it entirely unadvisable, but on the contrary dangerous, to construct forts or place posts on such and similar remote places that are inhabited and frequented by all kinds of scum of people, among whom the Bugis and Macassars, being naturally murderous and rapacious, are not the least; as well as to expose a garrison to their bloodthirstiness, which in case of need or in a hostile attack by that rabble would nowhere be able to find a safe retreat; with a request furthermore to excuse the placing of a garrison on or about Kessing as being too far out of reach, just as Their High Excellencies by secret missive of 26 December 1769 likewise pleased to consider and excuse regarding the negorij Haija situated virtually in plain sight of the post at Nussalaut and the point of Amaheij; and while Their aforementioned High Excellencies, on the proposal made from here in the year 1767 to place a post between Latoe and Hoealooij, by letter of 8 December of the same year, already seemed apprehensive that the men would be exposed. On the other hand, to propose to the highest authorities to assist Ceram's Commander Hamba, if he behaves faithfully and well, now and then with one or two pantjallings with some soldiers, in order to be able to act with them and the native vessels that he will add thereto against the suspect negorijen and the Ceramers who behave hostilely toward him; citing at the same time that from the notes in the daily register of the year 1658 it appears that those of Oerong and the nearest situated Ceramese negorijen, after taking the oath of allegiance, revolted against the Company, carried away a tingang from under the artillery of the fortress Oosteinde before Goeli Goeli, massacred the crew thereof consisting of five Europeans, subsequently attacked the aforementioned little fort with several hundreds, set fire to the palisades of the same, and murdered the merchant and commissioner Borne; and that from this it can be inferred what reliance can generally be placed on the fair-seeming promises of the Ceramers. Further, the Lord Governor having produced the Instruction drafted by His Honor for Captain Van den Brink and companions, for carrying out the expedition planned on the 5th of this month, and the members, after resuming the same, concurring therewith in all parts; so it is approved and understood to have the same issued in this manner to the said Military Captain Hendrik van den Brink, to whom both the Lord Governor and the members wished Heaven's precious blessing and a happy return, for his and the other commissioners' information and strict observance, and to incorporate it herein verbatim. Instruction 20 February 1771: Instruction for Captain Hendrik van den Brink, Lieutenant Tekke Posseling, the Ensigns Iohan Willem Schemering and Iohan Thomas Haucke, item the Commanding Sergeant Hendrik de Waal and the Ordinary Fireworker Jan Jansz, besides the commanders of the pantjallings de Catharina Geertruida, de Saparoua, de Voortvarentheid, de Lassum, and de Liefde, going on an expedition to the South Coast of Ceram, the islands Kessing, P:l Gisser, Ceramsaut, Salwattij, Manoewocko, and Goram. Valiant, Pious, Discreet; In order to fulfill the salutary purpose of the cruising, and thereby protect the Honorable Company as much as possible in its precious spice trade against such interlopers, smugglers, and rovers who, notwithstanding the continuous diligence applied, still attempt with the very same boldness here and there, according to experience, to undermine the Company therein and greatly disadvantage it; so it is that necessity has required, pursuant to the resolution in the Council of Policy on the 5th of this month, to cause to be equipped and made ready the pantjallings de Catharina Getruida, de Saparoua, de Voortvarendheid, de Lassum, and de Liefde, besides the orembaais of Nussanive Kilang Soija Groot Hative Latoehalat Alang Lillebooij Baquala Foelij and Groot Hoetoemoerij Halong of this main Castle, Mamala
Dutch transcription
105 25. daar omtrent het besluijt van den 17: xber: 1770: gepersisteert. rend op alzulke afgelegen plaatsen te wagten staat hun hoog Ed:s voor ogen te brengen. een bezetting op of omtrent kes„ fing te excuseeren. Mitsgaders voor te dragen om Ceraum Commandant nu en dan met een â twei wel bemande pantjallings te gerieven. Twintig soldaten, voor zien van het nodige kruit, en Lood op zijn eigen kosten gerieft te worden, het nodige reguard te slaan; dog daar en tegen de propositie van de Edel Heer Breton om op koffing een bezetting van 30: â 40: mannen te plaatsen g'excuseert en onder inwagting wat de opgemelde g'accordeerde militie uitwerken zal, het goetgevonden hebben voor eerst daar bij te laten, zo is hier over geraissonneert wezende goetgevonden en verstaan voor als nog te blijven persisteren bij de gevallen reflexie ter sessie van den 17: December anno pass:o op het door den Comman„ dant Hamba onder de hougij gedaan verzoek om op Jdeli het gevaar dat uit het leggen van posten Goeli of kelemoerij een fortres aanteleggen, en dien Con„ form hun hoog Edelheden te bedeelen dat dezen raade gansch niet raadzaam, maar integendeel, gevaarlijk oordeelt plaatsen, forten te extriceeren off posten te leggen„ op zulke en diergelijke afgelegen ^ die bewoont zijn en gefre„ „quenteert worden, door allerlei schuim van volk, waar onder de boeginesen en maccassaren als uit den aard moord en roofziek geen de minste zijn, mitsgaders aan derzelver bloed dorst eene bezetting te Exponeren, welke in Cas van nood of bij een vijandelijke aanval van dat gespuis nergens en te verzoeken om het leggen van een veilige retraite zou kunnen vinden, met verzoek voorts om het laggen van een bezetting op of omtrent kessing als te ver van de hand zijnde invoegen hun hoog Edelheden dat bij secrete missive van den 26: xber 1769: omtrent de genoegzaam in 't toogezigt van de post te Nus salaut gelegen negorij Haija en de hoek van Amaheij ^ te considereeren desgelijx hebben gelieven ^ te excuseeren, en terwijl welmelde hun hoog Edelheden op de van hier in A:o 1767: gedane propositie tot het leggen van een post tusschen Latoe en Hoealooij bij brief van den 8: December ejusdem. anni al bedugt schenen dat het volk wiert g'exponeert. hoogst dezelve daar en tegen voor te dragen, om Cerams Commandant Hamba als hij zig getrout en wel gedraagt nug Cerammers niet vertrouwt kan worden. structie voor de hoofden der ex„ peditien. nu en dan met een â twee pantjallings met eenige mili„ „tairen te adsisteeren, ten einde met dezelve en de Jnlandse vaartuigen die hij daar bij voegen zal tegen de suspecte ne„ „gorijen en de Cerammers die zig vijandig tegen hem gedra„ aanmerking dat op de belofte der „gen te kunnen ageeren, onder aanhalinge teffens, dat uit het aangetekende bij het dag register van A:o 1658: Consteert, dat die van Oerong en de naast gelegene Ceramse negorijen, na den gedane eed van trouwe van de Comp=e gerevolteert, een tingang onder het geschut van de fortresse Oosteinde voor Goeli Goeli weg gehaalt, het volk daar van bestaande in vijf Europesen gemas„ sacreert, vervolgens met eenige honderden op voormelt fortje aangevallen zijn, de pallisaden van hetzelve in brand gestoken en den koopman en Commissiant Bor„ ne vermoort hebben, mitsgaders hier op gemaakt kan worden wat staat in 't algemeen op de schoon schij„ nende beloften der Cerammers te maken is. resumtie en approbatie van de Jn„ Wijders door den heer Gouverneur geproduceert zijnde, de door zijn Ed. voor Capitain Van den Brink Cs in concept gebragte Jnstructie, tot het doen der op den 5: dezer beraamde expeditie en de Leden zig na genomen resumtie derzelve in allen delen daar mede komende te conformeeren; zo is goetgevonden en verstaan dezelve zodanig aan gedagte Capitain militair Hen„ door drik van den Brink, die zo den heer Gouverneur als de Leden 's hemels dierbare zegen en een gelukkig terugkomst toegewenscht wiert, tot zijn en der verdere Commissianten narigt en stipte observantie te laten afgeven, en dezen woordelijk in te lijven. Instructie 107 27. den 20: februarij 1771: Instructie voor den Capitain Hendrik van den Brink den Lieutenant Tekke Posseling de vaandrigs Iohan Willem Schemering en Iohan Thomas Haucke item den Commandant rent sergeant Hendrik de waal en den ordinair Vuurwerker Jan Iansz: nevens de gezaghebbers van de patjallings de Catha „rina Geertruida, de Saparoua, de voort varentheid, de Lassum en de Liefde, gaande in expeditie na de Zuijd Cust van Ceram, de eilanden Kessing, P=l Gisser, Ceramsaut, Salwattij, Manoewocko en Goram. Manhafte, Vroome, Discrete; Omme aan het heilzaam oogmerk der bekruissinge te vol„ doen, en daar door zo veel immers mogelijk dE: Comp: in desselfs pretieusen specerij handel te beveiligen tegen zodanige Lorrendraijers, morshandelaars en Zwervers, als onaange zien de geduurige aangewend wordende vlijt nog met even dezelve hardiesse hier en daar volgens ondervinding de maat„ schappij daar in tragten te onderkuinpen en grotelijks te benade len; zo is het dat de noodzakelijkheid vereischt heeft, inge„ volge het geresolveerde in raade van Politie op den 5: dezer te doen equipeeren en ingereedheid te brengen de pantjallings de Catharina Getruida, de Saparoua, de voortvarend heid, de Lassum en de Liefde benevens de orembaijen van Nussanive - - - - kilang - - - - - Soija - - - - groot hative- Latoehalat - - Alang-- Lillebooij - - - - - Baquala - - - - - - Foelij en groot Hoetoemoerij Halong - - - - van dit hoofd Casteel, Mamala 7 — — ƒ
English
Mamala and from Hila Negorij Lima Stawalla Sirrij Sorrij Sila and Akoon under Saparoua Nalahia Tolehoe Oma Wassoe under Haroeko Hoelalieuw and Cabauw Waccasieuw and Ooring under Laricque Toebangen under Manipa Hatoepoetij Together 26 orembaijen, all properly mounted, and the pantjallings, each additionally manned with three and two sailors, on which, besides two gunners and four marksmen assigned to the artillery, one hundred twenty-five soldiers are placed according to the original plan. With which we have judged to be sufficiently capable of having the execution of this aforesaid beneficial objective carried out by you jointly, provided that appropriate courage and discretion, paired with true zeal and loyalty for the interests of your Lords and Masters, accompany this force, and that unity and peaceableness, so necessary in the execution of weighty matters, shall exist and be maintained among you. In that expectation, you are then dispatched with the aforementioned fleet, which must always remain combined, and ordered first to inspect the following villages belonging under Saparoua: Latoe, Hoealooij, Lepa, Tamelouw, Haija, Poeloetij, Laijmoe, Werinama, and Hatoemetten, because the experience of earlier years, namely in A:o 1763 and 1764, has shown that the same must also be held suspect, since at Haija and in the river of Jan Compaar, otherwise named by the native Aser Jok, which forms the boundary between Hatoemetten and Hatiahoe, Buginese vessels have also been discovered. You may await at one of these villages, or indeed at Haija, the Commander of Ceram, Hamba, who by a letter from the first-signed Governor is ordered Turn Over 109 29 28 February 1771 to assemble as many vessels as he can possibly procure and join the fleet with them, as well as to assist you in everything in the execution of this expedition; but in case the said Commander Hamba unexpectedly should not yet have appeared upon your arrival at Haija, you must remain there for about three days and meanwhile send him the copy of the Governor's letter; but the letter from His High Nobility the Lord Governor-General, which Captain van den Drink, along with that of the first-signed, is handed over for the aforementioned Hamba, His Honor must deliver to him personally. The early season in which you now depart will, as we hope, make the execution of this expedition easily feasible, and be no less favorable for completing the same before the onset of the east and south-east winds, after you, having visited Goram last, must cross over to the mainland of Ceram to descend westwards along the north side, and after having called at and searched the Seven Islands and Hottij to see whether any Papuan pirates, who according to a report from the postholder of Sawaaij, Brandes, were still recently located there, can be overtaken, to return home through the strait of Kelang. So that you may then know how to conduct yourselves further in this expedition, and what must be observed therein, you should be informed beforehand which places, besides the villages mentioned hereinbefore sorting under Saparoua, are the principal ones that engage in illicit trade or collude therein with foreign rovers and western nations, and therefore should be visited, investigated, and, according to findings, chastised by you with the utmost accuracy. Those that you will encounter along the south coast must be reckoned between Hatoemetten in the west to Keffing in the east, and particularly the villages: Batuassa Tobo Kissal aut Kelemoerij Ceijlor Kelemoerij Kellebon Kottaroea Kamar Affan Davan Hossan Batoelomij Enna bima Oerong Goelijt goelij Quamoer, and moreover also Poeloe Gisser Ceram Laut, and the island of Goram. The reasons that substantiate this were made clear enough during the conducting of the latest hongi by the depopulation of almost all the villages situated between Keffing and Hatoemetten upon the arrival of the fleet, for fear of receiving the deserved punishment for their disloyalty, with no people being seen anywhere except at Keffing, consisting of the relatives of Commander Hamba, and at Ceijlor only some Cerammers seen from afar; by the messenger of the land council, who was sent ashore twice by the Governor, several persons were discovered who were dressed in the Buginese and Macassarese manner and armed with krisses. Of that situation and the admission of Buginese, Macassarese, and Butonese vessels, the Governor already had sufficient information before his departure from here, which was confirmed during the conducting of the hongi, for on 5 November, not far from Assan and Davang, several Ceram junks were seen in the fairway, among them a very large and heavily manned one, and around the small village of Kotta Roea circa 50 to 60 armed men were seen in the forest, who seemed, as it were, resolved boldly to await the fleet, which caused the Governor to decide to attack that village with weapons, along with the adjacent villages of Kellebon, Kelemoerij, Ceijlon, Sobo, and Batoeassa, in such a manner that
Dutch transcription
Mamala en van Hila Negorij Lima Stawalla -- Sirrij Sorrij Sila en Akoon C„s Saparoua Nalahia - - Tolehoe - - Oma wassoe „ Haroeko Hoelalieuw en- - Cabauw-, -- waccasieuw en - Ooring - - - 3 „ Laricque Toebangen - 3„ Manipa Hatoepoetij Te samen 26: Orembaijen, alle na behoren gemonteerd en de pantjallings, ider met drie en twee mattroosen extra bemand, waar op boven des buiten twee Canonniers en vier bosschieters tot de arthillerij geplaats zijn een hondert vijf en twintig militairen, primo plan Waar mede wij g'oordeelt hebben genoegzaam in staat te zijn de executie van dit voorm: heilzaam oogmerk door uE: gezamentlijk te doen uitvoeren, wanneer den gepaste manmoedigheid en beleid gepaart met een waare ijver en trouwe voor de belangens van uwe Heeren en mees„ „ters met deze magt zal verzeld gaan, en de eendragt en vreedelievenheid, zo nodig in de uitvoering van ge„ „wigtige zaken onder UE: zal plaats vinden en onder houden werden. In die verwagting werd UE: dan g'expedeert met de voormelte vloot, welke altoos gecombineert blijven moet en gelast de volgende onder Saparoua gehorende ne„ gorijen Latoe, Hoealooij, Lepa, Tamelouw, haija, Poeloetij, Laijmoe, werinama en Hatoemetten eerst te onderzoeken, ter zake de ondervinding van Vroegere Jaren en wel in A:o 1763: en 1764: heeft doen zien dat dezelve mede verdagt moeten gehouden worden, alzo te Haija en in de rivier van Jan Compaar anders bij den Jnlander genaamt aser Jok die de scheiding maakt tusschen Natoemetten en Hatiahoe ook boegineese vaartuigen ontdekt zijn, kunnende uE: op eene dier negorijen of wel te Haija afwagten den Commandant van Ceram Hamba, welke bij een brief van den eerst getekenden Gouverneur gelast is ZoZ 109 29: den 28: febr 1771. zo veel vaartuigen bij een te verzamelen als maar zal kunnen magtig worden en zig daar mede bij de vloot te voegen, mitsgaders UE: in de uitvoering dezer expeditie in alles behulpzaam te zijn; dog bij aldien ged=te Commandant Hamba met UE: komst op Haija onverhoopt aldaar nog niet mogt verschenen zijn, moeten UE: daar een dag of drie blijven vertoeven en inmiddens het afschrift vande brief van den Gouverneur aan hem afzonden, maar de brief van zijne hoog Edelheid den Heere Gouverneur Generaal, welke Capitain van den Drink, nevens die van den eerstgetekenden voormeerm: Hamba word ter hand gestelt, moet zijn E: eigenhandig aan hem overgeven De vroege tijt in dewelke UE: tans vertrekken, zal zo wij verhopen de uitvoering dezes expeditie ligt doenlijk maken, en niet min gunstig wezen om dezelve voor de doorbrake der ooste, en zuid ooste winden te kunnen volbrengen, wan„ neer uE: Goram 't laatste bezogt hebbende moeten over„ steken na de vaste wal van Ceram om langs de noordkant westwaards af te zakken, en na de zeven eilanden en Hottij eens aangedaan en onderzogt te hebben of daar geen papoese rovers, die zig volgens berigt van den posthouder van Sawaaij Brandes daar nog onlangs bevonden hebben te agterhalen zijn, weder door het gat van kelang thuns te komen. Op dat UE: dan weten moge hoedanig zig verder in deze expeditie te gedragen hebben, en wat daar bij moet g'obser„ veert worden, zo dienen UE: voor af g'informeert te worden welke plaatsen, buiten de hier voren genoemde onder sapa„ roua resorterende negorijen de voornaamste zijn, welke zig met morshandel ophouden of daar inne met vreemde„ zwervers en westersche natien Colludeeren en door dus uE met de allermeeste nankeurigheid dienen bezogt onderzogt en na bevinding gecastijt te worden. Die UE: dan langs de zuidCust zullen voorkomen zullen „moeten gerekent worden tusschen Hatoemetten in 't weeter in 't westen tot kessing en in 't oosten en wel voornament lijk de negorijen Batuassa tobo kissal aut Kelemoerij Ceijlor Kelemoerij Kellebon kottaroea kamar affan davan hossan Batoelomij Enna bima Oerong goelijt goelij quamoer en boven dien nog Poeloe Gisser Ceram Lauten het eiland Goram De redenen die zulx staven, zijn bij het doen der Jongste hongij klaar genoeg gebleken door de ontvolking van meest alle de negorijen tussen kessing en Hatoemetten gele„ „gen bij aankomst van de vloot, uit vreese van voor hunne ontrouw de verdiende straffe te zullen ont fangen zijnde nergens dan te keffing eenig volk bestaande uit de verwanten van den Commandant Hamba en te Ceijlor maar van verre eenige Ce rammers gezien, door de boode van den landraad die tot twee malen toe door den Gouverneur na de wal is gezonden, verscheide perzonen ontdekt die op zijn boeginees en Maccassaars gekleed, mitsgaders met krissen gewapent waren. van die gesteltheid en het admitteeren van boeginee sen, Maccassaarse en boetongse vaartuigen had den Gouverneur voor zijn vertrek van hier algenoegzame informatie onder het doen der hongij geconformeert wiert, want op den 5: 9ber zijn niet verre van assan en davang verscheide Ceramse Jonken in 't vaarwa ter en onder dezelve een zeer groote en sterk bemande mitsgaders omtrent 't negorijtje kotta roea Circa 50: â 60. gewapende mannen in 't bosch gezien, die als 't ware geresolveerd schenen de vloot stoutmoedig af te wagten, het geen den Gouverneur deed besluiten dat dorpje nevens de daar aan het naast gelegene negorijen Kellebon, kelemoerij, Ceijlon, Sobo en batoeassa met de wapenen aan te lasten, invoegen zulx
English
111 g1 the 28: February 1771. which also took place on the 6: 7: and 8: November under the command of Captain de Mackenna, with the burning of the aforementioned six places and the felling and destruction as far as possible of the fruit trees, as well as the destruction of the bentings standing therein, of which the one found in the negorij Kellemoerij was five feet high, eight feet thick, and 178 feet in circumference, this enterprise might possibly have had further consequences, but the perfidy of the orangkay of Hatiahoe, who has also now been dismissed on that account, caused the matter to be left at that, because already at the end of the month of October 1770, when he returned to his negorij, he immediately announced to all the Cerammers living east of Katoemetten that a resolution had been passed here by the political council that all the Cerammers who came to the Governor during the hongi would be seized and brought hither as prisoners, adding further to this fabrication a warning that they should take great care not to come on board to the Governor or pay the customary homage, but rather, upon the approach of the fleet, betake themselves out of their negorijen and into the forests, which they have also done, as noted hereinbefore, and took their belongings with them. The reports concerning the roaming of foreign nations such as Bugis, Macassars, and Butonese have been verified to such an extent that they can no longer be doubted, while by four letters from the Commandant at Hamba, received by the undersigned at Nussalant, it is further reported not only that those of Kelemoerij in the west to Goeli Goeli and Oerong in the east, together with the inhabitants of P=lo Gisser, were forging a plan to commit open hostilities against the Company, but principally that eight Balinese junks have stayed at Goram, namely: Four at the negorij Amar under the nakhoda Tanasi Four at the negorij Oendor and Katalok under the nakhodas Bau Ibrahim and Soer. Item, another three on Ceram's south coast, namely: Two at Oerong under the nakhoda Madaweran, and One at Enna Enna under the nakhoda Tonant, which which trade there in powder and lead; also, according to the said reports, a Macassar gonting had been at P=lo Gisser and seen there by two Bandanese traders named Batjo and Binau, and the said vessel had been brought to Kelibon by the people of P=lo Gisser; furthermore, on Ceram's north coast at the negorij Keligha, being the westernmost or that part of Parakit over which the orangkay Balevinne exercises authority, a Butonese junk had lain, commanded by the nakhodas Boenga and Parnackan; furthermore, by a writing from the ensign and former Commandant at Nussalaut, Hengeveld, which was delivered to the undersigned on the 16: November of the past year at Sirrijsorrij, it was reported that more than twenty Ceram vessels had been seen off Titawaij and that they had all now sailed on to Aboeboe, which deserves all the more credence because even on the 5: beforehand, several vessels carrying those adventurers, and among them a very large and heavily manned one, were discovered by the fleet not far from the negorijen Avan and Davang; also, in the month of December anno pass:, three Ceram vessels appeared off the corner of Nussauwe, whereupon, the orembaais of Tomilehoe and Mas- Savooij being immediately sent out by the undersigned Governor, they sought their safety in flight. All of which, taken together, is judged of such importance as hereby principally to command you during this cruising to call at all the aforementioned suspected places and, following the course, as well around the north as the south of Ceram, to inspect the same rigorously, in order to make them pay for their perfidy by some discovery of spices, and to raze such places to the ground and destroy everything encountered by fire and sword, women and children excepted; however, the chiefs of the negorijen must be brought up in safe custody, and all such negorijen that merely oppose the inspection are to be held as suspect and their inhabitants punished as spice thieves and smugglers. — The vessels that you encounter on the voyage or in any of these bays, creeks, or rivers, you shall, having overpowered them, bring hither with everything found therein, or, if this should hinder you, the vessels may be scuttled or burned and their crews
Dutch transcription
111 g1 den 28: febr 1771. zulx ook op den 6: 7: en 8: 9ber onder Commando van den Capitain de Mackenna gevolg genomen heeft, met verbranding der voortz ses plaatsen en 't omvellen en ruinering zo veel mogelijk van de vrugt bomen, zo mede het vernielen der daar in staande bentings waar van die welke in de negorij kellemoerij gevonden is hoog was vijf, weter dik agt en groot in zijn omtrek 178: noeten, deze onderneming zout mogelijk van een verder gevolg zijn geweest, maar de trouwloosheijd van den orangkaeij van hatiahoe, die daar over ook tans gedimoveert is, heeft oorzaak gegeven, dat het daar bij moest gelaten worden, om dat al in het laast van de maand October en 1770: wanneer in zijn negorij reverteerde alle de Ceram mers, welke beoosten katoemetten leggen, ten eersten heeft aangekondigt dat alhier door de politicque verga dering een besluijt genome ware, dat alle de Cerammers die onder de hongij bij den Gouverneur quamen, op gepakt en gevangen herwaarts gebragt zoude worden, bij dit verdigt zel nog voegende een waarschouwing dat zig wel wagten aan boor moesten bij den gouverneur te komen of de gewone homage te doen, maar veel liever op aannadering van de vloot zig uit hunne negorijen en boschwaarts in begeven moesten, invoegen gelijk hier voren genoteert staat ook gedaan en hunne goederen mede genomen gehad hebben. De berigten nopens het zwerven der vreemde natien als bougineesen, Maccassaren en Boutonders zijn zodanig ter geverifieert, dat dezelve niet langer in twijffel kunnen ge trocken worden, terwijl bij vier brieven van den Commandant tet Hamba door den ondergetekende te Nussalant ontfangend nog gemelt word, niet alleen dat die van kelemoerij vor in 't westen tot Goeli Goeli en Oerong in 't oosten met de bewoonders van P=lo Gisser een voornemen zoude smee haa„ den openbare vijandelijkheden tegen dE Comp=e te plegen, maar voornamentlijk dat te Goram zig agt balijse Janken onthouden hebben, teweten. Vier op de negorij Amar onder de annachoda Ta nasi Vier op de negorij Oendor en katalok onder de annachodas Bau Ibrahim en Soer. Item nog drie anderen aan Cerams Zuid Cust als Twee te Oerong onder de annaahoda Madaweran en Een te Enna Enna onder den annachoda Tonant welke welke aldaar in kruit en Lood handelen, ook zoude 'er volgens gemelde berigten een maccassaarse Gonting te P=lo Gisser geweest en daar ter plaatse door twee Banda„ nese handelaars genaamt Batjo en Binau gezien, mitsgaders gemeld vaartuig door het volk van p=lo Gisser naar kelibon gebragt zijn, mitsgaders aan Cerams noord Cust op de negorij keligha, zijnde het westelijkste of dat gedeelte van Parakit, over 't welke den orangkaeij Balevinne het gezag voert, een Boetonse Jonk gelegen, hebben gevoert door de annachodas Boenga en Parnackan voorts is bij schrijvens van den vendrig en gewezen Commandant te Nussalaut Hengeveld, dat den ondergetekende den 16: 9ber: des voorleden Jaars te sirrijsorrij bestelt wierd, gemeld, dat 'er meer dan twintig Ceramse vaartuigen op de hoogte van Titawaij gezien en die alle nu Aboeboe voortgestevent waren, 't welk des te meer der geloof verdient om dat zelfs op den 5: bevorens door de vloot niet verre van de negorijen Avan en Davang verscheide vaartuigen met die avanturiers en onder dezelve een zeer groote en sterk bemande ontdekt zijn geworden: ook hebben zig in de maand december anno pass: drie Ceramse vaartuigen aan de hoek van Nussauwe ver toont, waar op door den ondergetekende Gouverneur inmediaa uitgezonden zijnde de Orembaijen van tomilehoe en Mas„ Savooij, hebben dezelve hun heil in de vlugt gezogt. Alle het welke bij den anderen gevoegt van dat gewigt g'oordeel werd om UE: bij dezen hoofdzakelijk te beveelen in deze be kruissing alle de voormelde suspecte plaatsen en de Cours volgende zo wel om de noord als Zuid van Ceram aan te doen, dezelve exactelijk te visiteeren, omme door een of andere ontdekking van specerijen, haar hunne trouwloosheid betaalt te zetten en de zodanige tot de grond toe te vernielen en door vuur en zwaart alles wat voorkomt, vrouwen en kinderen uitgezondert te verwoesten, dog de hoofden der negorijen moeten in goede verzekering opgebragt en alle zodanige negorijen, welke zig alleen tegen de visitatie komen aan te kanten voor suspect gehouden en dies bewoonders als specerij dieven en sluikers gestraft worden. — De vaartuigen die UE: op den togt dan wel in deze of geene baijen, kreeken of rivieren ontmoeten, zal UE: overmeestert hebbende net al wat daar inne gevonden word herwaards moeten opbrengen of zo het uE: hinderlijk mogte zijn, kunne de vaartuigen in de grond geboord of verbrand en derzelver manschappen
English
113 33 the 28: February 1771. crewmen, whenever even the least spices are found in them, are to be punished as formal spice thieves, that is, with death. In the very same manner one must deal with those who are not provided with proper passes, this being notorious proof of evil and harmful intentions. Those who seek to flee from Your Honour and thereby evade the inspection, Your Honour must pursue, or have them pursued by the orembaijen in your company, reinforced with some soldiers, in order to compel them to it by force, and even run them to the bottom should they make use of resistance. The Wedarese who were brought here under arrest from Kessing with the latest hongi fleet, having declared in their deposition given on the 4: 9ber of the previous year that the orangkay of the negorij of Waroe, situated on the north coast of Ceram, upon their arrival in his negorij provided them with two guides and through the same had them conducted overland to the negorijen of Avang and Davang, situated on the south coast, in order to barter linens for slaves there, whereby that village chief has made himself guilty of a punishable treachery and has vilified the manifesto published everywhere on behalf of the King of Tidor; for which reason we order Your Honour, on the course along the north coast, to call at Waroe and to take that faithless regent into secure custody and bring him up here, which must however be done with the utmost circumspection or caution, so that he, getting wind of it, does not save himself by flight; wherefore Your Honour, under the pretext of friendship and that you have come there in order to provide yourself with water, must seek to secure his person, taking care in every way that the matter does not turn out badly through an all too great precipitation. An untimely movement or firing ahead being not seldom detrimental, and commonly giving the peoples whom one has in view the opportunity to place themselves in a posture of defence, or, knowing themselves guilty of one thing or another, to conceal the goods and take flight into the forest, so shall not only at Waroe aforementioned, but also at all places where Your Honour wishes to have the chiefs come on board, solely fly the white or peace flag as a signal for that purpose, without however firing a shot alongside it as is otherwise customary. Of Of all the smuggling nests specified hereinbefore that Your Honour will have to call at, Gobo and Ceijlor are indeed the two strongest, the first-mentioned because nature seems to secure it on all sides against all attacks, being situated on a cliff protruding into the sea, which on the west side cannot be climbed at all, and on the east side not without great difficulty. The strength that Ceijlor has in its favor consists of three negorijen situated one behind the other, of which the first, which lies approximately forty to fifty paces from the beach, and the last, which lies nearly a mile forestwards, are both surrounded by deep, unfordable ditches of the width of six roeden or thereabouts, over which only single trees lie that serve as a bridge, and which the Cerammers had partially removed during the last hongi in order to contest our people's access to the negorij. This aforementioned condition therefore requires that, upon arrival at those smuggling nests, all caution and prudence be observed, and for that reason the lowest negorij should also not be attacked directly from the front, it being more advisable that one proceeds so far eastward until one reaches the place where the river empties into the sea, where, as it narrows, it can easily be crossed over an old tree lying there across the water, and the negorij can then be attacked from the east side. At Ceijlor aforementioned and also at Assan, the vessels can however easily enter the rivers, but at the districts of Kellemoerij and Kellibon they must first be hauled over the dry land. There being many reefs and shallows around Ceramlaut and P:lo Gisser, these must be avoided with all precision, as well as the mangrove forests, so as not to be suddenly ambushed from them by the enemy vessels, for which this serves as a convenient hiding place. A landing being resolved upon here or there, for which purpose principally the orambaijen are suitable, the large cruising vessels or patjallings shall have to remain as close to them as possibility permits, in order to be able to protect them with the heavy artillery and cover them against all attacks. While further coming ashore, Your Honour, in passing through narrow
Dutch transcription
113 33 den 28: Februarij 1771. manschappen, wanneer 'er maar de minste specerijen inge„ vonden worden als formeele specerij dieven dat is met de dood gestraft werden, even en in diervoegen moet gehandelt worden met die welke van geen behoorlijke passen voorzien zijn, als zijnde een notoir bewijs van quade en nadeelige oogmerken. De zulke, welke tragten uE: te ontlopten en daar door de visitatie te ontgaan, zullen UE: moeten nazetten of door de bij zig hebbende orembaijen, versterkt met eenige militairen doen nazetten, om hun daar toe met geweld te dwingen Ja zelfs in den grond boren, wanneer zig van tegenweer mogten bedienen. De Wedaresen die met de Jongste hongij vloot in arrest van kessing herwaards gebragt zijn, bij derzelver den 4: 9ber des vorigen Jaars gegeven de claratoir verklaard hebbende dat den orangkoeij der aan Cerams noord Cust gelegene negorij waroe hun bij aankomst in zijn negorij twee wegwijzers ge„ „geven en door dezelve over den landweg naar de aanzuid Cust gelegene negorijen Avang in davang heeft, laten brengen, om aldaar lijwaten tegen slaven te trocqueeren, waardoor dat dorpshoofd zig schuldig gemaakt heeft aan eene strafwaardige trouwloosheid en gevilipendeert het manifest van wegens tidors koning alomme gepubliceert, weshalven wij uE: gelasten in de Cours langs de noordCust Waroe aan te doen, en dien ontrouwen regent in goede verze kering te nemen en herwaarts op te brengen, het geen egter met de uitterste Circumspectie of omzigtigheid dient te geschieden, op dat hij daarvan de lugt krijgende zig niet met de vlugt sauveere, washalven UE: onderschijn van vriend„ schap en dat daar gekomen tijt om zig van water te voor zien, hem van zijn perzoon moeten tragten te verzekeren, allezints zorge dragende dat door eene al te groote voorbaa„ righeid de zaak niet verkeert uitvalle. Eene ontijdige beweging vaort schieten niet zelden nadeelig zijnde en gemeenlijk aan de volkeren, welke men in 't oog heeft gelegentheid gevende om in hen in postuur van tegenweer te stellen of zig aan 't een of ander schuldig kennende de nagulen te verbergen en de vlugt in 't bosch te neemen, zo zullen niet alleen op warde voormelt, maar ook op alle plaatsen daar UE: de hoofden wil doen aanboord komen tot een zeijn daar toe eenlijk moeten laten waijen de witte of vrede vlag zonder egter daarbij zo als men anders wel gewoon is een schoot te doen. Van van Van alle de hier voren gespecificeerde sluiknesten die UE: zullen moeten aandoen zijn Gobo en Ceijlor, wel de twee sterkste, het eerstgem: door dien de natuur hetzelve tegen alle attacquen rondzom schijnt te beveiligen, zijnde op een in zee uitstekende klip gelegen, die van de westkant in 't geheel niet en aan de oost zijde niet dan met veel moeite beklommen kan werden. De sterkte die Ceijlor tot voordeel heeft bestaat uit drie agter den anderen gelegene negorijen, waarvan de eerste die Circa veertig â Vijftig schreden van strant en de laatste die bijna een mijl boschwaards inlegd beide omringt zijn met diepe ondoorwaadbaare gragten ter wijdte van ses roeden of daar omtrent, over dewelke maar enkelde bomen leggen die tot een brug verstrekken en de Cerammers onder de laatste hongij gedeeltelijk weg genomen hadden, om de onze den toegang tot de negorij te betwisten. — Deze voormelde gesteltheid vereischt dierhalven dat bij aan„ komst op die sluiknesten alle voorzigtigheid en beleid werde in agt genomen en uit dien hoofde de benedenste negorij ook niet direct van voren g'attacqueerd, raadzamer zijnde, dat men zo verre oostwaards opgaat tot men ter plaatse komt alwaar de rivier zig in zee stort, daar dezelve als ing toelopende gemakkelijk over een oude boom aldaar dwars in 't water leggende gepasseerdt en de negorij dan van de oostkant aangetast kan werden. Op Ceijlor voormelt en ook te Assan kunnen egter de vaartuigen gemakkelijk binnen de rivieren komen maar op de districten Kellemoerij en Kellibon moeten ze eerst over het drooge gehaalt worden. Omtrent Ceramlaut en P=lo Gisser veele reven en droog tens zijnde moeten die met alle naukeurigheid gemeid worden: Zo wel als de mangij mangij bosschen, om daar uit niet onverhoods door de vijandelijke vaartuigen die zulx tot een bequame schuil plaats strekt over vallen te worden. Eene landing hier of daar besloten wordende ten welken einde principaal de Orambaijen geschikt zijn, zo zullen de kruis groote vaartuigen of patjallings zo na bij dezelve moeten blijven als het de mogelijkheid kan mede brengen, om ze door het grof geschut te kunnen beveiligen en tegen alle aanvallen dekken. Terwijl verder aan land komende uE: in het doorgaan van nauwe
English
115 35 the 28th of February 1771: narrow passages, one must especially be on guard against the mantraps and caltrops, with which they are often occupied and by which much harm can be caused. If in these aforementioned regions or on the inner coast of Ceram you should encounter one or more foreign European ships or vessels, or smaller craft, regardless of the purpose for which they appear there, you must dispatch to them two soldiers who shall be deemed most suitable for this, namely non-commissioned officers armed only with a sidearm, who must then, without much circumstance or discourse, hand to the senior officer of such a vessel one of the written protests now provided to you, observing in everything the Company's respect and dignity, while at the same time taking care that through any discourteous and improper steps those foreigners are given no lawful reason to complain thereof, as the responsibility for this will in the first place be placed upon you, and you will thus also undergo such correction as will follow from the findings of the matter; it will nevertheless be necessary that you secretly endeavor to investigate not only the intentions of those foreigners, how strong they are, or whether they have also loaded spices and where they obtained them, but also that you, above all, keep concealed from them the objectives for which you are now sent out, by some fabricated pretext or other that cannot hinder the execution of your commission. Regarding the inspection of the vessels to be encountered by you, already mentioned hereinbefore, it is further noted for your information that all free traders belonging here shall also be subject thereto, concerning whom it must still be observed whether they have gone beyond the place designated in their pass, which you must then accurately record in their daily register alongside the name of the nakhoda or master of the vessel, compared with the name stated on the pass. All rough treatment and vexations of the peoples whose places you visit, whether for water or firewood, and who have not yet shown any evidence of disloyalty, must be carefully prevented, and they must on the contrary be treated in a friendly manner, in order thus to bind them even more to the Company's interests, with the guilty being rigorously punished upon discovery of the contrary. In particular, we jointly recommend you, and most especially Captain van den Brink as head of this expedition, expedition, to strictly forbid all cruel torments by subordinates toward prisoners, as has indeed happened before, and to report to us upon return those who make themselves guilty thereof, in order to be punished most rigorously according to their deserts on that account. You shall not be permitted to intervene in deciding disputes among the natives, but must keep a record thereof and bring it upon return to the knowledge of the undersigned Governor, to be decided by him according to the country's laws and constitutions. And so that you, along with those placed under your command, may be all the more encouraged in carrying out the aforesaid, beyond your own ambition and desire for honor, the booty to be obtained from the rovers and foreign peoples shall be kept by the captors, provided that the spices at purchase price and the ammunition according to appraisal are delivered to the Honorable Company. In addition to this Instruction, there are also delivered to Captain van den Brink as head of this Expedition some extracts from the General Articles of the General Dutch East India Company decreed by their High Mightinesses on the 14th of September 1742: Instruction for the Company's cruising vessels. Extracts from the Collection of successive orders for the ships and smaller vessels enacted by their High Excellencies on the 15th of February 1765: All of which papers we hold as inserted herein, so that the orders contained therein must be observed as if they were contained herein word for word, being accompanied for your reflection also by some extracts from the daily registers kept by Captain van den Brink on the cruises in the years 1765 and 1767, with orders to keep an accurate record of all that occurs on this expedition, to be returned here upon your return, along with this Instruction and the aforementioned papers, as well as the sealed packets for the foreign Europeans in case use was made of them, to the undersigned Governor. Of all noteworthy occurrences and matters, Captain van den Brink must from time to time, as often as the opportunity presents itself, inform the undersigned Governor, so as to be able to communicate the same to their High Excellencies at the departure of the ships from here in the coming month of May. Captain van den Brink, being as aforesaid the head of this expedition and therefore also the first in rank, shall also be recognized as such by the subordinates, and his orders
Dutch transcription
115 35 den 28: februarij 1771: nauwe passagien zig voor al zal moeten in agt nemen voor de buikvangen en voetangers, waar mede die veel tijds bezet zijn en waar door veel onheil kan veroorzaakt worden. In deze voormelde Contrijen of aan Cerams binnen Cust door UE: een of meerder vreemd Europees schip of schepen dan wel mindere vaartuigen gerencontreort werdende, het zij uit wat oogmerk ze zig daar vertoonen zullen UE: twee mi„ litairen, die daar toe het geschikst zullen g'oordeelt worden, namentlijk onder officieren alleen met een zijdgeweer gewapend na dezelve moeten afzenden, die als dan zonder veel omstan„ digheden of discoursen den opper officier van zodanig een bodem moeten inhanden een van de uE: tans mede gegeven wordende schriftelijke protesten, in alles observerende 'sComp=s respect en agtbaarheid, teffens zorge dragende dat door eenige onheusche en onbetamelijke demarches die vreemdelingen geen wettige reden gegeven werde hun daar over te beklagen, dewijl de verantwoording daar van uE: in de eerste plaats zal opgelegt worden en dus ook ondergaan zodanige Correctie die na de bevinding van zaken daar uit zal volgen; het zal evenwel noodzakelijk zijn dat UE: in secretresse tragten na te speuren niet alleen de oogmerken dier vreemdelingen, hoe sterk ze zijn of ook specerijen ingeladen en waar die bekomen hebben, maar ook dat UE: vooral, voor hun verborge houden de oogmarken waartoe uE: tans uit gezonden werd, door het een of ander verdigt voorgeven dat aan de uitvoering van UE: Commissie geen hinder kan doen. Omtrent de hier voren reeds aangehaalde visitatie der door uE: te ontmoetene vaartuigen werd tot UE: narigt nog verder genoteert, dat daar aan ook zullen onderworpen zijn, alle vrije hier thuis horende handelaars, waar omtrent nog zal moe„ ten gelet worden, of ze de in hunne passe bepaalde plaats zijn te buiten gegegaan, 't welk UE: dan bij hun dag register nevens de naam van den annachoda of hooft van het vaartuig vergelaken met die op de pas bekent staat accu„ raat moeten aantekenen. alle brutale behandelingen en vexactien der volkeren, welker plaatsen 't zij om water of brandhout UE: aandoen en die nog geene blijke van ontrouw gegeven hebben daar voor zal alle zorge moeten gedragen maar dezelve in tegendeel vriendelijk bejeegent worden, om hun dus nog meer aan 's Comp:s belangens te verbinden, zullende bij ontdekking van het Contrarie de schuldige rigoureuslijk gestraft worden. Jnzonder„ heid recommandeeren wij UE: gezamentlijk en wel inzon„ derheid den Capitain van den Brink als hoofd dezer expeditie expeditie alle wreede tormenten der mindere omtrent de gevangenen, gelijk wel eer geschied is, ten scherpsten te verbie„ „den en die zig daar aan zullen schuldig maken bij retour aan ons op te geven, om dies wegen na verdienste op het ri„ goureuste gestraft te worden. In het decideeren der geschilden onder den inlander zullen UE: niet mogen treden, maar daar van aantekening houden en die bij retour ter kennisse van den ondergetekende Gouver„ neur moeten brengen, om door hem na 's lands, wetten en Constitutien beslist te worden. En op dat UE: nevens die onder hun Commando gestelt zijn, in het uitvoeren van dit voorsz: buiten uE: eigen ambitie en eerzugt, nog des te meer moogt aangemoedigt worden, zal de op de zwervers en vreemde volkeren te behalene buit door de agterhaalders behouden worden, mits de specerijen inkoops prijs en d'am„ monitie tegen taxatie aan d'E: Comp:e gelate werden. Behalven deze Jnstructie worden den Capitain van den Brink als hooft dezer Expeditie nog ter hand gestelt, eenige extracten uit den Generalen articul brief van de generaal Nederlandse oost Jndische Comp=e bij haar hoog mogende g'arresteert den 14: 7ber 1742: Jnstructie voor sComp:s kruis„ sende vaartuigen. Extracten uit de Collectie der successive ordres voor de schepen en mindere vaartuigen bij hun hoog Ed:s gestatueerde den 15: februarij 1765: Alle welke papieren wij houden voor dezen g'insereert, invoegen de ordres daar bij vervat zodanig moeten werden g'observeert, als of hier in woordelijk vervat stonden, gaande ter uwer speculatie nog verzeld van eenige Extracten in't de dagregisters door den Capitain van den Brink op de bekruissingen in Ao 1765: en 1767: gehouden, met ordre om van al het voorte vallene op deze expeditie te houden pertinente aantekening om met UE: retour alhier nevens deze Jnstructie en de voorwaards vermelde papieren nevens de gesloote pac„ „quetten voor de vreemde Europees ingevalle daar van gebruik gemaakt is, weder aan den ondergetekende Gouverneur terug gegeven worden. Van alle aanmerkenswaardige voorvallen en zaken zal den Capitain van den Brink van tijt tot tijd zo dikwils de occagie zig daar toe presenteert den onderge„ tekende Gouverneur moeten kennis geven, om dezelve bij 't vertrek der schepen van hier in de maand Meij aan staande hun hoog Ed: te kunnen bedeelen. De Capitain van den Brink gelijk voorzegt hoofd dezer expeditie en dus ook de eerste in rang zijnde, zal daar voor ook en door de mindere erkent mitsgaders zijn ordres
English
117 37. the 28th of February 1771: payment to be given to Captain van den Brink. orders must be observed; in everything that one wishes to undertake, although this must take place with the advice of the other officers and the commanders of the vessels, because the greatest knowledge both of the places and of their circumstances can sometimes bring the greatest benefit to the Company, which is also the principal reason for this commission; so we wish Your Honour the blessing of heaven, from whom after all all fortunate outcomes must be expected, so that Your Honour may also personally experience the good results thereof and upon a happy return be pleasantly received by, underneath stood, Your Honour's Good Friend, was signed, J: A: van der Voort, in the margin, Amboina in Castle Victoria this 28th of February 1771: two corgies of baftas and 100 rixdollars for further accounting. Lastly, upon the request made by Captain van den Brink, it has been resolved to give him upon departure from here, for further accounting, one hundred rixdollars in payment and two corgies of broad whole baftas, to make use of them if necessary during the expedition and upon return to render a specific account of the expenditure; underneath stood, Thus Done and Resolved in Amboina in Castle Victoria on the date aforesaid; was signed, J: A: van der Voort, I: A: de Villeneuve, H: van den Brink, I: A: Schilling, E: F: Treno, I: H: van Santen and R: Houcque. Thursday Thursday the 7th of March 1771. Secret arrival of an English ship to be expected at Sawaij, and that six other ships are to be awaited there. intention of the Papuans to surprise Boeroe and the great force they are assembling to that end. request of the sergeant of Sawaij for reinforcements of men. This meeting having been convoked by the Governor principally for the resumption of and deliberation upon a letter received today toward noon from the sergeant stationed at Sawaij, Philip Lodewijk Brandes, dated the 26th of the past month of February; and appearing therefrom that the postholder reports that the Captain of Roemasoal arrived on the 23rd previous with three corracorras at Hatilen, and made known that a three-masted English ship, on which there were many women, was lying at anchor before Salwatti, and the said foreign Europeans had claimed that they would remain there to await six other ships, without however knowing what intentions they have or whither their voyage is destined. Likewise that the Papuans of Salwatti were said to intend to surprise Boeroe, and for that purpose had made ready some one hundred corracorras, and that the said Captain had returned to his settlement on the 25th of the aforementioned February under the promise that as soon as the aforementioned ships appear he will come to give notice thereof at Hatilen. Furthermore, that the sergeant requests, because he does not know what may happen and the post is very weak, to obtain several soldiers as reinforcement in these present circumstances; In the afternoon at four o'clock, meeting of the Council of Policy, excepting Captain van den Brink, being on expedition, alongside the chiefs of Hila, Saparoea, and Haroeko. not 119 39 The 7th of March 1771: remarks on the matter. the pantjalling de Paarl van Amor dispatched to Boeroe to cruise. an ensign and twelve soldiers extra to be placed on the same. recommendation to Boeroe's chief Knop to attach some orembaaien to it and to remain at his post. not knowing what may happen, and the post being very weak, to obtain several soldiers as reinforcement in these present circumstances; thus, although this news appears rather speculative to the Council, especially the force with which the Papuans are said to want to invade Boeroe, nevertheless, considering that it cannot be entirely unfounded, since the roaming and plundering of the Papuans on and around Boeroe, as already remarked in the session of the 5th of the past month of February, increases daily, and virtually no vessel appears from there at this roadstead without complaints about the hostilities that the said marauders commit in those parts, it has been approved and agreed to have the defects of the pantjalling de Paarl van Amor, being the only vessel currently on hand, repaired with the utmost haste and to dispatch it to Boeroe, manned, besides the sailors, with Ensign Iacob Bartholomeus Rolbag, one sergeant, one corporal, and ten soldiers; and to order Boeroe's chief Knop, under recommendation not to make use of the short pleasure trip granted to him by the Governor at his request until further obtained permission, to attach as many well-manned native vessels to the aforesaid pantjalling as he can assemble, in order to watch out for the Papuans with the same.
Dutch transcription
117 37. den 28. februarij 1771: paijement aan Capitain van den ding mede te geven. ordres g'observeert moeten werden; in alles dat men wil onder„ „nemen, alhoewel zulx met advis van de verdere officieren en de gezaghebbers der vaartuigen moet geschieden, om dat de meeste kundigheid zo wel der plaatsen als dies gelegentheden Zomwijlen het moeste nut voor de Comp=e kan toebrengen, het geen dan ook de voornaamste reden dezer Commissie is, zo wen„ dierbaare sche wij UE: daar toe des hemels zegen, van wien dog alle gelukkige uitslagen moeten verwagt werden, op dat UE teffens ook voor hun zelfs daar van de goede gevolgen mogen ondervinden en bij eene gelukkige terug komst aangenaam ontfangen werden bij /.onderstont. /. UE: Goede Vriend. /. was getekent. /. J: A: van der Voort /:inmargine:/ Am„ boina in't Casteel Victoria dezen 28: Februarij 1771: twee Corgies bastas en 100: d Laastelijk is op de gedaane instantie van Capitain van Brink ter nadere verantwoor„ den Brink geresolveert hem bij vertrek van hier ter nadere verantwoording mede te geven Een hon„ „dert rijxd:s paijement en twee Corgies Bastas breede heelen, om des benodigt zijnde daar van op de expeditie gebruik te maken en bij retour van de uitgaave specificq rekening te doen /: onderstont:/ Aldus Gedaan en Geresolveert te Amboina in 't Casteel Victoria dato voorsz: /:was getekent. /. J: A: van der voort, I: A: de Villeneuve H: van den Brink, I: A: Schilling. E: F: Treno, I: H: van Santen en R: Houcque. Donderdag Donderdag den 7: Maart 1771. Secreet komst van een Engels schip te verwagt worden. te ovterrompelen en groote magt die zij ten dien einde bij een brengen. om versterking van volk. ingekomen tijding wegens de aan Deze bij een komste door den heer gouverneur voornament Sawaeij en dat aldaar nog ses andere lijk geconvoceert zijnde ter resumtie van en deliberatie over een heden tegen den middag ontfangen brief van de te Sawaij post houdende sergeant Philip Lodewijk Brandes gedateert 26:' der gepasseerde maand febr: en daar uit komende te blijken, den posthouder mel„ dinge maakt, dat de Capitain van Roemasoal den 23:' bevorens met drie Corra Corras te Hatilen aangelant is, en bekent gemaakt heeft dat 'er een drie mast Engelsch schip op 't welke zig veele vrouwen bevinden voor Salwattij ten anker lag en gedagte vreemde Europeën voorgegeven hadden aldaar te zullen vertoeven om nog ses andere schepen im te wagten, zonder egter te weten wat intentie dezelve hebben of werwaards hunne reize gedestineert is. vornemen der papoen om Rourd Zo mede dat de Papoen van Salwattij van voor„ nemen zouden zijn Boeroe te overrompelen, mitsgaders tot dat oog merk. wel hondert Corra Corras in gereetheid gebragt hadden, en dat genoemde Capitain den 25: der meermelde februarij onder belofte dat zo haast voormelde schepen op dagen hij des wegen te Hatilen kennis zal komen geven, naar zijn negorij geretourneerd is. verzoek van den sergeant van Jawaij voorts dat den sergeant verzoekt om ter zaake 's namiddags te vier uuren vergadering van Politie demptis Capitain van den Brink als zijnde in Expeditie, nevens de hoofden van Hila, Sapa„ roua en Haroeko. niet 119 39 Den 7: Maart 1771: remarque op het een en ander. de pantjalling d' paarl d'amour ter bekruijssing naar Bouro aangelegt. extra op dezelve te plaatsen. om eenige orembaijen daar bij te niet waet wat 'er gebeuren kan, en de post zeer zwak is, in deze tijds omstandigheid ettelijke militairen ter versterking te erlangen; zo is of schoon die tijding den raad al vrij speculatief te voren komt in 't bij„ zonder de magt dewelke de papoen Boeroe zou„ den willen invadeeren, nogtans uit aanmerking de zelve niet ten eenemaal ongefundeert kan wezen, ver mits het zwerven en roven der papoen op en omtrent Boeroe, zo als ter sessie van den 5: der gepasseerde maand februarij bereets geremarqueert is, dagelijx toeneemt en genoegzaam geen vaartuig van daar ter dezer rheede verschijnt, zonder klagten over de hostiliteiten welke gezegde marodeurs daar omstreeks plegen, Goet gevonden en verstaan de pantjalling de paarl de amour als het eenigste vaartuig zijnde dat men tans aan handen heeft, ten allerspoedigsten van zijne gebreken te doen repareren en naar Boeroe een vaandrig en twaalf militairen te depecheren, bemand buiten de Zeevarenden met den vaandrig Iacob Bartholomeus Rolbag, Een sergeant Een Corporaal en recommandatie aan Boeros hoofd hien soldaten, en Boeros hooft Knop onder recom„ voegen en op zijn Comptoir te blijven mandatie om tot nader g'obtineerde licentie van het hem door den heer Gouverneur op zijn verzoek g'ac„ cordeerde springtogtje dit heen geen gebruik te maken, te ordonneeren zo veel wel bemande Jnlandse vaar„ tuigen bij voorsz: pantjalling te voegen als bij een kan krijgen, ten einde met dezelve op de papoen te passen xtra