VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3337

Japan · 1,766 pages · 332 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3337_1690 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 26th December 1771 from Malang, Rongolawe appears not a little suspect, who is expected here daily according to what was written to him, but in case he should not appear I request to be strengthened with Your Right Honourable's most venerated orders as to how I shall have to conduct myself regarding him; since the roving Jojolono also causes not a little apprehension and, as it appears, has stayed in Soerakarta where he seems to have plotted with Soemonogoro, concerning both of whom, having in view Your Right Honourable's issued orders from the Commander at Passerouang, I also have the honour to communicate that I have likewise sent out my emissaries to Cadirie, Wierosobo as well as Iapan to investigate the movements of those peoples, as well as to examine whether Soemonogoro has really stayed there and what other information is to be obtained from that quarter. These rumours, although still in their infancy, give From Java's East Coast the 26th December 1771 give no less well-founded apprehension, wherefore I take the liberty to submit for Your Right Honourable's esteemed consideration whether it would not now become necessary that from the western shores, since according to the reports received concerning those peoples I see no chance of getting a competent or half company together, at least two full companies of Easterners be sent hither to keep watch at the places such as Lamadjang, Banger, Malang and Antang, as little reliance can be placed upon a Javanese, who, however much they are urged, out of an innate fear and superstition do not dare to denounce such fellows, much less apprehend them; and wherefore I have ordered the Bappa Wadje of Dajo and the Petingie of Pamdan under the Bangil district to come here to address them regarding their conduct, and have written to the Ingabeij at Bangil to keep a better eye on his districts. Having received no further reports from Captain-Lieutenant Rijgers or from the Balemboang district, From Java's East Coast the 26th December 1771: I shall, upon receiving the same, as soon as further news is received, not fail to inform Your Right Honourable most obediently, meanwhile doing myself the honour to subscribe with deep esteem and utmost respect. Underneath stood: Title. Lower: Your Right Honourable's very obedient and bounden servant. Was signed: P:r Luzac. In the margin: Sourabaija the 12th December 1771. The enclosure from Mr. Rijgers having just this moment been delivered to me, I have the honour most obediently to offer it to Your Right Honourable and to communicate that that captain informs me by his letter of the 4th and 7th of this month that he marched out on the 1st to ruin the hiding place and provision store of Banjar lying west and north of Bajoe under the mountain, which having accomplished with success he had returned on the 3rd to Cotta. Ditto as above written From Java's East Coast the 26th December 1771 Finding, regarding the aforesaid Banjar, that those peoples, distinct from those of Bajoe, have kept to themselves under a certain chief Singo Prodjo of common descent, and were said to be fully 2000 men strong, but that after the aforesaid expedition they had drawn out their pikes and chopped off the shafts and departed downwards, which appears of good promise to that captain, he having had a letter of pardon affixed at that place. Regarding the shortage of battoors, that officer seems to complain, and how little reliance can be placed on those of Sourabaija I have had the honour to bring to Your Right Honourable's attention; nevertheless, they cannot be continually demanded from here to provide battoors for that district, and one has already had the examples during the time of Mr. Imhoff of what use they have been; thus I take the liberty to propose to Your Right Honourable to authorise that officer From Java's East Coast the 26th December 1771: to hire from the Madurese, Sumanappers and Pamacassers present there for a modest daily wage, whose expenses, after the completion of affairs, could be reimbursed pro rata among the districts of the Eastern Salient; nevertheless, upon the writings of that officer, I have ordered the regents to make ready 120 battoors, in order to be able to ship them tomorrow by De Johannes Cornelis. That on the 7th a detachment had been sent to Crajagen situated on the South Sea: 60 Europeans in the first line, 1000 Madurese, Sumanappers and Pamacassers, where some armed men of the rebels were said to be, who were obtaining their salt from there; furthermore, that no one daring to enter Bajoe any longer, no spies could get any further than close around Bajoe, and of those of Banjar no one had yet submitted, who nevertheless in earlier times From Java's East Coast the 26th December 1771. were considered the most obstinate; and he also gives me notice concerning the arrival of the Sumanappers recently demanded to complete the 1000. Which then, under God's further blessings, offers desired prospects for achieving submission, provided that the recently received reports from the west concerning Jojolono and Soemonogoro do not present any obstacle, which God forbid; for the sign of pulling out their pikes and chopping off the shafts indicates a submission according to the custom of the country. For the rest, fervently wishing Your Right Honourable the desired success in bringing an end to those troubles, I shall do myself the honour to subscribe with deep esteem and utmost respect. Underneath stood: Title. Lower: Your Right Honourable's ever obedient and very humble servant. Was signed: P: Luzac.

Dutch transcription

Van Iavas oost Kust den 26: Decemb:r 1717 van Malang Rongolawe niet weinig sus„ pect voor komt welke alhier dagelijks navolgens het hem aangeschreevene verwagte, dog ingevalle hij niet mogte verschijnen verzoeke ik met hoogst derzelver gevenereerde ordres gesterkt te wor„ „den hoedanig mij omtrent hem te gedragen zal hebben; daar de swervende Jojolono ook niet weinig bedugting baart en zoo als voorkomt te Soera Carta zig heeft opgehouden daar die met soemonogoro scheint afgesprooken te zijn omtrent welke beide uwel Ed:e Achtb: de gestelde ordres van den Commandant te pas„ „serouang beoogende teffens de Eere heb te be„ deelen, dat ik meede na Cadirie wierosobo zoo wel als Iapan mijne sendelingen heb uitge„ zonden om de beweginge dier volkeren nate gaan zoo wel als onderzoeken of soemono„ goro zig werkelijk daar heeft op gehouden en wat voor na rigt anders van die kant te be„ komen is. Deze gerugten alhoe wel nog in zijn geboorte geven 319 Van Iavasoost kust den 26: decemb:r 1771 geven niet min gegronde bedugtinge waarom ik de vrijheid gebruik uwel Ed:e Achtb: g'eerde Consideratie voor te dragen of het nu niet nood zakelijk zoude worden, dat van de wester stran„ den /:daar ik geen kans zie na de bekomene rapporten omtrent die volkeren een bekwaam 2 of halve Comp:e bij den ander te krijgen ten min„ ste twee volle Comp:e oosterlingen wierden herw=ts gezonden om op de plaatzen als Lamadjang, Banger, Malang in Antang de wagt te houden, wijl er tog op een Javaen weinig staat te maaken is, die hoe zeer dog aanbevoolen wordende uit een aan„ „geboorne vreese en supperstitie zodanige knapen met durven aangeven, veel min opvatten, en waar om ik die Bappa wadje van Dajo ende petingie van pamdan onder het Bangilse hier heb laten komen om hun over hun gedrag te onderhouden ende jn„ „gabeij te Bangil aangeschrieven betere oog op zijn districten te houden Van den Capitain Lititenant Rijgers of O uit het Balemboangse geen nadere berigten ingekregen Van Iavas oost kust Den 26: Decemb:r 1771: ingekreegen hebbende zal ik bij bekoming van de de zelve als de zelve nadere tijdinge inkrijgen„ „de niet ingebreeke blijve uwel Ed: Achtb: gehoor„ zaamst te bedeelen intusschen mij de eere geevende met diepe agting en uiterste eerbied te onderschreyven. /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uwel Ed:e Achtb:r zeer gehoorzame in Trouwschuldige dienaar /:was geteekend / P:r Luzac /:in margine Sourabaij a den 12: decemb:r 1771. De in Close van de heer Rijgers mij zoo momente lijk ter hand gesteld wordende heb ik de eere uwel Ed:e Achtb: gehoorsaamst aan te bieden en te bedeelen dat die hopman mij berigt bij zijn brief van den 4:' en 7: deeser op den Eerste op marsch gegaan te zijn, om de schuilneste en provisie komer Banjar leggende wist en Noord van Bajoe onder den Berg te ruineeren, het welk met sul„ „ces volbragt hebbende den 3: weder na Cotta te Ad- Idem als voorschreeven rug 521 Van Iava Coost Kust Den 26: Decemb:r 1771 rug gekeert was, gevonde omtrent voorst Bamjar op dat die volkeren buiten die van Bajoe op zig zelve onderzeker hoofd Singo Prodjo van gemeene afkomst gehouden hebben, en wel 2000. man zoude sterk geweest zijn, dog dat zij na voorsz Expeditie haare pieken uitgetrok„ „ken ende steek afgekapt zoude hebben en na om„ laag vertrokken, 't welk dien hopman van goede verwagting voor komt hebbende op die plaats een pardon brief laten affigeeren. Omtrent gebrek van battoors scheint die officier te klagen, en hoe weinig staat er te maken is op de Sourabaija heb ik de eere gehad uwel Ed:e agtb: onder het oog te brengen nogtans kan ook van deselve niet gevergt worden om battoors bij Continuatie van hier voor dat district te verstrekken, en men heeft de voorbeelden bereets bij de heer Imhoff gehad van wat nut zij zijn geweest, dus ik de vrijheijd gebruijk uwel Ed:e Achtb: voor te dragen om die officier te qualificeeren Van Iavasoostkust Den 26. Decemb:r 1741: — quaficeeren van de hun daar bevindende Madureese, Sumanappers PamaCassers, voor een modique dagloon te huuren welkers on„ gelden na verrigting van zaken onder de dis„ tricten van den oosthoek prorato zoude kun „nen werden vergoed, even wel heb ik op schrijvens van dien officierde regenten aange„ „zegd 120: battoors in gereedheid te brengen, om morgen per D' Johannes Cornelis te kun„ nen werden afgescheept. Dat op den 7: een Commando na Craja„ gen gelegen aan de zuid zee gesonden had 60: Europeezen primo plan, 1000: Madureesen Sumanappers Pamacassers alwaar zig zou„ „de bevinden zoo gewapende man van de rebellen die van daar hun zout zoude krij„ gen, verders dat niemand, meer onderstaan„ de om binnen Bajoe te komen geen ver„ „spieders verder krijgen kon dan digte om Bajoe en van die van banjar: nog niemand zig onderworpen had, welke egter in vroegers tijd Van Iavasoost kust Den 26„ Decemb:r 171. 323 tijd voor de hardnekkigste gehouden wierden en geeft mij ook kennisse omtrent de aankomst der Sumanappers Jongst ter accompletteering van 1000 ge Eijscht: Twelk dan onder Godes verdere zegeningen gewenschte prospecten tot berijking van onder werping oplevert, indien de Jongst ingekregene berichten van de west omtrent Jo Jolono en soemonogoro geen hinderpaal toe brengen het welk God verhoeden wil, want het tee„ „ken bij het uittrekken hunner pieken en afkoppen der steelen na 's lands wijze een onderwerping te kennen geeft Overigens uwel Ed:e Achtb: vieriglijk toe„ „biddende het gewensche succes tot volbindiging dier troubelen zal ik mij de eere geven met diepe agting en uiterste Eerbied te onder schry ven /:onderstond:/ Titul /: lager:/ uwel Edele Achtb: altoos gehoorzaame en zeer onderdanige dienaar /:was geteekend:/ P: LuzaC

NL-HaNA_1.04.02_3337_1696 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 26th of December 1771. Luzac. In the margin: Sourabaija, the 13th of December, Anno 1771. Below was written: Agrees. Was signed: P. R. van der Burgh. After I had dispatched my most obedient report concerning the further particulars of the loose rumors with the enclosure of the 12th, the bearer of the silver returned, having lost the letter, his hanger, and hat when his small prahu capsized, for which he has been corrected according to his deserts; and regarding the contents of which I then have the honor further to report that the men sent out by me, both in the Emperor's and Sultan's lands as far as the entire south side of the Mantjanagaran lands, have returned, who report to me that they had not heard the least rumors of that nature, except that at Wierosobo they had understood from the Ingabaij that the Emperor had allowed one of the chiefs to return home again with orders to keep the Wierasaban people together in case they might be demanded from Sourabaija for Balemboangan; that the chiefs, both on the Emperor's and Sultan's behalf, had caused a strict search to be made concerning Toijolono and Soemonogoro, but that they have heard nothing of their permanent stay in those lands. The regent of Malang, Tommongong Rongo Lawo, arrived here today, and was questioned by me in manly as well as urgent terms, but declares he has not the least part in or knowledge of the rumors. I also had his bepattijs and people privately sounded out under promises of reward, but they likewise declare they have heard or seen nothing of the kind. Furthermore, for a closer inquiry into that matter, I have written to the Passerouang Commandant; in the meantime, I shall detain the aforementioned Tommongong pending the further highly esteemed orders of Your Right Honourable Sirs. Yesterday evening I received further report from Captain-Lieutenant Reijgers, most obediently offering a copy enclosed to Your Right Honourable Sirs, regarding which, however, I am expecting a fuller account shortly; in the meantime, I have written to that captain to be extremely attentive regarding the point of the Balinese, concerning which it appeared to me, after what was accomplished at Crajagan, that the secret support of the Balinese was most to be expected there, and that leaving an adequate detachment of our Europeans with Natives, and even if it were only a capable cannoneer and two gunners with a couple of small pieces, would be the safest measure to arrange to that end with the Resident; at the same time, I also expected that the expedition would not be delayed for any reason, because it was abundantly known to His Honour that during the previous expedition, the people serving on expedition had to provide their battoors both for themselves and for the Company's ammunition at the same time, and to that end I had written a short letter to the chiefs of the Natives in the field to provide their people (if it would not work otherwise) for pay and daily wages, because the Sourabaians had provided theirs at the beginning of this expedition, and it was contrary to all custom, since they were no longer employed and not to be trusted to supply battoors for Balembrangan, as the obligation of providing people has also been imposed upon them for Adirogo; nevertheless, so as not to attribute it to that cause, per the Johannes Cornelis, after great effort, 120 battoors were shipped out last Monday. Furthermore, I have no further information yet from Mr. Heinrich, other than that through patrols he was having the strayed people of Pangle, Poeger, and those districts sought out and encouraged to submit again, concerning which Noessa was to serve with further report shortly; with the ongoing unhealthy season, the sickness among both Europeans and Natives continues there and at Balemboangan, wherefore I pray to heaven that before the end of this year I may obtain the happiness of being able to congratulate Your Right Honourable Sirs on a blessed end to these troubles, in which hope I have the honor to subscribe myself with the deepest respect and utmost reverence. Below was written: Title. Lower: Your Right Honourable Sirs' entirely obedient and dutiful servant. Was signed: P. Luzac. In the margin: Sourabaija, the 21st of December, Anno 1771. Below was written: Agrees. Was signed: I. R. van der Burgh. From Java's East Coast, the 26th of December 1771. To From Java's East Coast, the 13th of January 1772. To His Excellency, The Right Honourable and Gallant, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with The Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable and Gallant, Highly Esteemed Lord, and Right Honourable Lords, On the foundation of the favorable reports that have successively reached me since the arrival in the Balembrangan region of Captain-Lieutenant and head of the expedition Reijgers, with a considerable reinforcement of Europeans, Madurese, Sumanappers, and Pamaccassangers, amounting altogether to circa 2,000 men, besides the battors, both concerning the rebels' decline through sicknesses, deaths, and want, and that our forces had taken their salt village Banjar

Dutch transcription

Van Javas oostkCust Den 26. Decemb:r 174. — Luzal /:in margine:/ Souta baija den 13:' December A:o 1771. /:onder stond:/ Accordeert. /:was getekend:/ P: R: vinder Burgh. Na dat ik mijn gehoorsaamst berigt om„ trent de nadere bedeeling der lofse gerugten bij inClose van den 12: afgezonden had komt bren„ „ger der zilver wederom den briev zijn houwer en hoed bij het omslaan van zijn prauwtje verlooren, waar over na merite gecorrigeert is, en omtrent welkers in houd ik dan de eere heb nader te zijn, dat de uitgezondene van mij zoo in 's keizers als sulthans lan„ den tot geheel aan de zuid kant der Mantja„ nagarische landen geretourneert zijn, dewel„ „ke mij rapporteeren dat geen de minste ge„ rugten van die natuur gehoort hadden, eene lijk dat op wierosobo van de Jngabaij verstaan hadden dat de keijzer een der hoofden weder Ad- Idem als voornoemd. thuijs 325 Van Iavas oostkust Den 26. Decemb:r 1771. thuijs had laten keeren met belasting de wierasabische vol„ keren bij den anderen te houden ingevalle van Sourabaija voor Balemboangan mogten werden g'Eischt, dat de hoofden zoo van Ikeizers als sulthans we„ „gen sterk nasoek lieten doen omtrent Toijolono en Soemonogoro dog dat van hun vaste onthoud in die landen niets hebben vernomen: De regent van Malang Tommongong Rongo Lawo is op heeden hier 9. g'arriveert, en door mij in het mannelijk zoo wel als dringende uitdrukkinge ondervraagt, dog betuigt aan de gerugten geen de minste deel of weet te hebben, ook heb ik zijn bepattijs en volk onders : „hands onder beloften van belooning apart laten polsen, maar betuigen mede niets diergelijks gehoort of gezien te hebben, wijders heb ik tot nader in-queste van die zaak den Passerouangs Com„ „mandant aangeschreeven in tusschen zal ik den voorm: Tommongong tot nadere hoog gevereerde beveelen van uw: wel Ed:e aanhouden. Op gisteren avond ontfing ik nader berigt van Cap:n Luitenant Reijgers bij in Close Copia uwel Ed=e Achtb: gehoorsaamst O Van Iavas oost kust den 26: December 1771 gehoorsaamst aanbiedende, waar omtrent ik egter een vollediger verslag nader ben te gemoed ziende in tusschen heb ik dien hopman aangeschreeven omtrent het psinct der Baliers ten interste attent te zijn, waar omtrent mij voorkwaam na het volvoerde op Crajagan dat aldaar dan wel het secours den Baliers het bedekste te verwagten was een toerijkende de tachement onzer Europeese met Jnlanders en al was het zelfs daar bij een bekwaam Canonier en twee bosschieters met een paar stukjes te laten dan wel het secuurste met den Resident ten dien fine te beramen, teffens ik ook verwagte dat de Expeditie niet door Eenige waarom zoude opgehouden worden, want zijn E: ten overvloede bekent was, dat bij de vorige Expeditie de volkeren in Expedi„ „tie dienst doende te gelijk hun battoors zoo voor hun als Comp:s ammunitie hebben moeten leveren, en ik ten dien Einde een brief „je aan de hoofde den Jnlanders te velde„ geschreeven 327 Van Iavasoost kust Den 26: Decemb:r 171. geschreeven had, om huner volkeren (:zoo het anders al niet wilde:/ voor betaling en dag„ „loon te geven want de sourabaijers bij het begin deser Expeditie het huner gegeven hadden en tegen alle gebruik was, daar zij nu niet meerder g'Emploijeert en te ver„ trouwen waren voor Balembrangan bat„ „toors te leveren, daar nog voor Adirogo ook hun de verpligting van volk opgelegt is, Evenwel dat om het aan die oorsaake niet toe te schrijven p„r D' Johannes Cornelis eg„ „ter met groote moeite gepasseerde maandag 120: battoors had afgescheept, wijders heb ik van de heer Heinrich nog geen nadere narigt, dan dat door pattrouilles de verweke volkeren van Pangle, Poeger en die districten liet op soeken en weder ter onderwerping aanmoedigen, daar om„ trent Noessa van nader berigt stont te die„ „nen blijvende bij het aanhoudend ongezond saisoen de ziekte zoo onder Europeese als Jnlan„ „ders daar en te Balemboangang voortduuren waarom ik van den hemel smeeke dat nog met met het uit Einde deeses Jaars ik het geluk er„ langen mag vwel Ed:e Achtb: met een geze„ „gend Einde aan die troubelen te mogen Congra„ „tuleeren, in welke hoope mij de eere geve„ met diepste agting en uiterste eerbied te onder„ „schrijven: /:onderstond:/ Titul / lager/ uwel Ed:e Achtb: gantsch gehoorzaame in trouwschuldige dienaar /:was geteekend P: Luzac, /: in mar„ gine/ Sourabaija den 21. Decemb:r A„o 1771. /on„ derstond/ Accordeert /:was geteekend:/ I: R: van der Burgh. Van Iavas oost kust Den 26„ Decemb:r 1741. Aan 329 Van Iavas oost Kust Den 13: Janu: 1772. Aan zijn Hoog Edelheid, Den hoog Edelen gestr: Groot Achtb: Heer Petrus Albertus van der Parra. Gouverneur Generaal, nevens De welk Edele heeren Raa„ den van Neerlands Indië Hoog Edele Gestr: Groot Achtb: Heer en Wel Edele Heeren, Op fundament van de favorabele berich„ ten die mij successive geworden zijn sedert de aankomst in't Balembrangsche van den Capitain Luitenant en hoofd der Expeditie Reijgers, met een aansienlijke versterking van Europeers, Madureesen Sumanappers en Pamaccassangers te zamen tot Circa 2000. koppen, buiten de Battors, zo van der Re„ ko bellen verval door ziektens, sterven en gebrek als dat de onse hunne sout Negorij Banjar

NL-HaNA_1.04.02_3337_1702 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 13 January 1772. Banjar ruined, and Cradjagan burned with fully 300 koyang of rice; as well as having previously taken up a post on the other side at Djember near Adiroga and having captured the benting of the Sentongers, while many of those peoples had come to submit themselves to Ensign Fisscher, I had flattered myself to see, even before the end of the past year, an end to the disturbances in the first-mentioned district and a general peace and tranquility restored everywhere in those regions. But that my wish in this regard was not fulfilled, and through the fatal outcome of what appears to be a prematurely begun, rather carelessly pursued, and by the cowardly conduct of our own Europeans broken-off enterprise against the rebels' hideout Bajoe, everything has been plunged into precarious circumstances, will be evident to Your High Noble Honours from the accompanying copies of letters, while it appears in substance therefrom: That Commander Reijgers had broken camp with the army from the cotta on 13 December and, having arrived before Baijoe the following day, had ordered that hideout to be attacked. But due to fierce resistance by the rebels from a benting reinforced with heavy trees, receiving himself a wound to the head, two dead and ten wounded Europeans, likewise the death of over one hundred natives, and after all the powder and lead brought along had been fruitlessly expended, he had been forced to throw up a benting opposite that of the enemies, and there await ammunition from the cotta. That this happened, and for the following three days little else of importance occurred; but that on the 18th towards noon, the rebels, as some maintain 200, though others say only 100 heads strong, and with nothing other than short pikes and sharpened bamboos, ambushed our troops and first attacked the dragoons, who along with the infantrymen were then still 120 men strong. That these had indeed offered some resistance, but noticing that the infantry under Ensign Schaar, who held the command since Captain-Lieutenant Reijgers had gone to Cotta because of the wound he received, had taken to their heels instead of taking up arms, the dragoons followed them. Whereupon the rebels, falling like madmen and raging among the fleeing Europeans, had murderously massacred most of them. That, on the other hand, the Madurese, Sumenappers, and Lamacassangers defended themselves bravely, and not only repulsed the enemy that day, but also the following day, when they came to attack them once more, had forced them, after shooting dead one of the rebel chiefs, to return to their hideout; and moreover, on 20 December, had left their benting and returned in good order to Cotta. And that the surviving Europeans, some—and among them also Ensign Ostrouskij—severely wounded, most without weapons and all exhausted in a wretched state, had likewise arrived in small parties at Cotta, attributing the defeat to the cowardly conduct of Ensign Schaar, in that, having fired one shot at the rabble, he had thrown his musket from him and had been the first to run away. Meanwhile, according to reports, the said Schaar, the gunner Tinne, 41 infantrymen, 15 dragoons, non-commissioned officers and privates, and one cannoneer are said to be killed and missing, besides a considerable number of natives. The weakened force being now as little sufficient as the faint-heartedness among both our Europeans and natives, as well as the bleak weather, makes it advisable and possible, at present at least, to redress the loss suffered or to undertake anything against the enemy with any appearance of success. But prudence demanding that means be devised for the conservation of the troops and the prevention of sudden surprises, I have given orders, for the present or during the current rainy season, acting no other than defensively with the main body of the army, to place the European militia in the strongholds at Ooloepampang or at Cotta, where it is deemed healthiest. And meanwhile to employ the Madurese, Sumenappers, and Lamacassangers with the two companies of Easterners—to whose recruitment I have also directly proceeded, and of which one is already complete, 118 heads strong on the muster roll, and has departed thither—not only for the protection of those two places, and the occupation, as far as can be done, in well-provisioned bentings of the passages and entrances to the hideout Bajoe, which the rebels might use either to correspond with Bali or to seek flight elsewhere to the west, or to take to the mountains, and thus at the same time to make the supply of provisions, if not entirely cut off, then at least as difficult as possible; but also to allow those same native troops, to that end, to patrol with small parties from time to time, to disquiet the enemy, to destroy all provisions that he might make use of, and to put to the sword all who encounter them and do not willingly submit. Since, after the failure of the enterprise against Bajoe, many of the aforementioned auxiliary troops deserted, and even in the latter part of December 300 Madurese passed Panaroekan at once to return to their country, I have recommended Governor Luzac to persuade the chiefs through amicable ways and means.

Dutch transcription

Van Iavas oostkust Den 13: Janu: 17725. banjar geruineerd, en Cradjagan met wel 300 Coijang rijst verbrand; mitsgaders al bevoorens aan de andere kant te Djember bij Adiroga post gevat en der sentongers benting overmeesters had„ „den, terwijl veele dier volkeren zich bij den - vendrig Fisscher waaren komen onderwer „pen hadt ik mij gevleid, ook nog voor het uit Einde van het gepasseerde Jaar een Einde den onlusten in het eerst gemelde district en eene algemeene rust en vreede alomme in die Contrijen hersteld te zien, maar dat mijnen wensch daar toe niet vervuld en door de fatalen uitslag van een na het schaind te voorbaarig aangevangen, vrij zorgeloos vervolgde en door een lafhartig gedrag van onse Eigen Europeers afgebrooken onderneming op des Rebellen schuil„ nest Bajoe, alles in zorgelijk omstandighe„ den gedempeld is, zal uwer Hoog Edelheeden uit de nevensgaande Copia brieven nader Con„ „steeren ter wijl in substantie daar bij blijkt: Dat den Commandant Reijgers den 13: decemb:r met 331 Van Iavasoost kust Den 13: Janu: 1772. met het leger van de Cotta opgebrooken en 's volgenden daags voor Baijoe aangekomen zijnde, dat schuilnest hadt doen attacqueeren, doch door harde tegenstand der Rebellen, uit een met zwaare boomen versterkte benting, het bekomen zelf van een quetsuur aan het hoofd Twee dooden en tien gequetste Europeers item het sneuvelen van ruim Een honderd Inlanders, en na dat al het mede gevoerde kruit en loodt, zon„ der vrugt verschooten was genoodzaakt was geworden een benting tegen die der vijan„ 1. „den op te werpen, en daar Amunitie van de Cotta afte wagten; Dat dit geschied, ende drie volgende dagen anders weijnig van belang voor gevallen was; maar dat den 18:' tegen den middag de Rebellen zoo eenige wil „len 2o0 doch zoo andere zeggen slegts 100: koppen sterk, en met niets anders dan korte pieken en spitze bamboesen de onze overvallen ende dragonders /: die nevens de Jnfantiristen toen nog 120: man sterk wa„ „ren:/ het eerst hadden geattacqueerd. — Dat Van Iavas oostkust den 13: Jann: 1772: Dat deese wel Eenige tegenstant geboden hadden doch gewaart wordende dat de Jn„ „fanterij onder den vendrig Schaar /: de wel„ ke het Commando voerden, al zoo den Capitain Luitenant Reijgers zich om zyn C bekomen quetzuur naar Cotta bege„ ven hadt / in steede van de wapenen op te vat„ „ten het hazenpad koosen deselve daar op gevolgd zijn, wanneer de Rebellen als dolzin„ nige en voedende tusschen de vlugtende Eu„ ropeers ingevallen waaren, ende meeste moor„ dadig hadden gemassacreerd: Dat daar en tegen de Madureesen Suma nappers en LamaCasjangers zich dapper ge„ weerd en niet alleen dien dag de vrijand afge„ slagen maar hun ook den volgende, wan neer zij hen andermaal kwaamen besprin„ „gen genoodsaakt hadden na het doodschieten van een der Rebbelen hoofden, naar hun schuil„ „nest te rug te keeren, mitsgaders den 20: de„ „cember hunner benting verlaten en in goede ordre Van Iavasoost kust Den 13: Jann: 1772: 333 ordre te Cotta: te rug gekomen waaren; en Dat de overgebleeven Europeers Eenige, in daar onder ook den vondrig ostrouskij zwaar gequest de meeste zonder wapens en alle afgemat in slegten staat bij klei„ „ne partijen, meede te Cotta aangekomen waaren ende nederlaag toe schreeven aan het lashardig gedrag van den vendrig schaar door dat hij een schoot op het gespuis gedaan hebbende, het geweer van zich geworpen hadt, ende eerste aan het loopen gegaan was, terwijl volgens de gerugten gesneuveld en vermist zou„ den zijn gemelden schaar, de Connet Tinne 41. jnfanteristen, 15 dragonders onder offi„ „cieren en gemeene en een Canonnier, bui ten een aanzienlijk getal Jnlanders. De verzwakte magt, nu zoo min toe„ rijkende zijnde als de keinmoedigheid onder onze Europeers en Jnlanders beide item het guure weer raadsaam en mogelijk maakt, om altans het Van Iavas oost kust Den 13:' Jann: 1772. het geleden verlies te redresseeren, of iets met apparentie van succes tegens den vijand te on„ der neemen maar de voorzigtigheid vorderende op middelen ter Concervatie van het volk en afweering van onverhoedsche overrompelin„ gen bedagt te zijn het ik ordre gesteld om voor eerst of geduurende de tegenswoordige regentijd met het gros van het leger niet anders dan defensive ageerende, de Europee„ „sche militie in de sterktens te Ooloepampang of te Cotta waar het gezondste geoordeelt wort te plaatsen, en intusschen de madureesen su„ manappers en Lamacassangers met de twee Com„ pagnien oosterlingen tot welkers aanwer„ ving ik ook direct overgegaan ben en waar van er reeds een voltallig, 118 koppen pri mo plan sterk, en derwaarts vertrokken is, niet alleen te Emploijeeren tot dekking dies beide plaet„ zen, en bezitting zo verre geschieden kan, in wel voorziene bintings van de passagien in toegangen naar het schuilnest Bajoe en waar van de Re„ „bellen zich zoude kunnen bedienen, 't zij om met Balij Van Iavasoost kust den 13: Jann: 1772. 335 Balij te Correspondeeren of elders om de west uit vlugt te zoeken, dan wel zich naar het gebergte te begeeven en zoo teffens ook den toevoer van Levensmiddelen, zoo met ge heel afte snijden, dan ten minsten alles bezwaarlykst te maaken, maar ook die zelf„ de Jnlandsche troupen, ten dien Einde toe te laaten om van tyd tot tijd met klijne par„ tijen patronilleerende, den vijand te ontrus„ ten alle levensmiddelen waar van hij zich zoude kunnen bedienen te vermelen, en alle die hun rancontreeren, en zich niet gewillig onderwerpen aan het zwaard op te -offeren: Waar na het mislukken der onderne„ E ming op Bajoe veele der opgemelde hulptrou „. 9 pen verloopen en zelfs in het laast van De Com„ „ber 300 madureesen te gelijk panaroekan „zijnde, gepasseerd „ om naar hun land te rug te kee„ „ren, heb ik den gezaghebber Luzac gerecom„ mandeert de hoofden door minsaams wegen en middelen

NL-HaNA_1.04.02_3337_1708 view scan ↗

English

From Java's northeast coast, the 13th of January 1772. to examine means so that they provide against it, and to request both the Pangerang of Madura and the regents of Sumanap and Pamacassang, the first, as I have also done myself, to bring his warriors up to 1000 and both the latter each to bring theirs up to 500 heads, and from those who are currently still there, to exchange some now and then, in order to have an adequate force of fresh people together against the upcoming good season, so that, awaiting God's blessing, we can face the enemy with better success, and for which I pray Your Right Excellencies, if possible, may also assist me with a reinforcement of European soldiers. In the same manner, I have instructed Commander Luzal that, if there is no apprehension that the Sentongers, encouraged by the advantage of the Balembrangers, are gathering again to undertake anything against Djember or its surroundings, as many Europeans may be detached from there to Balemboangang as can be spared on that side with peace of mind without weakening the force too much, with authorization, since due to the death of two officers, the wounding of Captain Lieutenant Reijgers and Ensign Ostrouwskij, as well as the illness of Ensign Gultenberger, not a single healthy officer was to be found in that district, also to command Lieutenant Heinrich and Ensign Chateauvieux from Djember, along with another ensign from the Sourabaija garrison, thither, and in place of the first to entrust the command at Djember to Ensign Fisser and to station an alert non-commissioned officer at Sintong, as well as to recommend further to Captain Lieutenant Reijgers an amicable treatment of the native, and at the same time to demand that, proceeding in everything communicatively with Lieutenant Heinrich, he henceforth undertake nothing against the enemy except that which, through mutual consultation and after taking the advice of the remaining officers, shall be judged most advisable, as it appears to me that the said Commandant must not have well understood what was recommended to him in one way or another by instruction, or at least has not observed it according to the intention. I am now only apprehensive that the rebels, emboldened by their successes and seeking to obtain help and assistance from Bali, will also succeed therein for that reason, and I have therefore renewed the recommendation for the garrisoning ashore and cruising at sea off the beaches of Balemboangang, and in particular near Menang and near Cradjagan, where it is claimed that not long ago a prahu arrived with 5 men, of whom one had gone to Bajoe and four had departed again, which are said to be the most convenient places for correspondence with Bali; but since, while the sloop Samarang, already dispatched for that purpose, keeps a watchful eye between Cape Sumdana and Cotta, a well-armed bank or sloop is also required before Oeloupampang to observe the Balinese coast, and at the same time, with the small vessels already cruising in the Bali Strait and at the South Hook, to prevent all passage to and fro from wherever or whomever between the two, I respectfully request Your Right Excellencies to be provided with a small vessel suitable for that purpose, the sooner the better, and that there may also be loaded therein the provisions, medicines, and other goods that are requested of Your Right Excellencies on a special requisition now being dispatched expressly for the expedition in Balembrang and are extremely necessary, along with three skilled assistant surgeons, as there is great distress for medical personnel in that unhealthy district. In order to try everything that appeared expedient to me to bring that recalcitrant nation to repentance and submission, I have also, though without fruit, recalled from there the provisional First Regent Carta Nagara, because from an innate desire to be ruled by their own they could not abide him, although otherwise nothing substantial to his charge has come to my notice, and have had the direction of native affairs meticulously performed under the supervision and oversight of Resident Schophoff by the provisional Second Regent Jacca Nagara, in such terms and no further than as if the first were absent only for a short time, yet with the intention to keep him here, subject to Your Right Excellency's pleasure, and if in the meantime nothing arises to his charge, to propose him on occasion for something else, since, as former co-guardian over the present second Sourabaija Regent, he has distinguished himself particularly, both in the pursuit of Pangerang Prabojoko and his people, and in the capture of Malang and Antang. I hope that the arrangements which I have been able to make and have made according to the state of time and affairs will gain the honored approval of Your Right Excellencies, and I have the honor to remain in submission with the purest feelings of respect and high esteem. Below stood: Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Sir and Honorable Sirs. Lower: Your Right Excellencies' most humble and most dutiful servant. Was signed: J: R: van der Burgh. In the margin: Samarang, the 13th of January 1772. To

Dutch transcription

Van Iavasoost kust den 13: Jann: 17725. middelen te amineeren, dat zij daar tegen voor zien en om zoo wel den Pangerang van Madu„ ra als de regenten van Sumanap en Pamacas„ „sang te verzoeken, den Eersten gelijk ik zelfs ook al gedaan hebben, om zijne krijgers tot 1000 ende beide laatste om ieder de hunne tot 500 kop„ pen te accompleteeren en van de geene die er actueel nog zijn, zoo nu en dan Eenige te verruilen, ten Einde tegen de aanstaande goede tijd eene toerijken„ de magt van fris volk bij een te hebben, om onder inwagting van Gods zegen den vijand met beeter succes het hoofd te kunnen bieden en waar toe ik uwer hoog Edelheden bidde bij mogelijkheid ook met eene versterking van „ Europesche militairen geadsisteerd te mogen worden. In zelf dervoegen heb ik den gezaghebber Luzal opgedraagen, om als er geene beduch„ ting is dat de Sentongers, door het voor„ diel der Balembrangers aangemoedigd; zich weder verzamelen om op Djember ofte daar om Van Iavasoostkust Den 13:' Jann: 1772. 334 omstreeks iets te onderneemen, zoo veel Euro„ peesen van daar naar Balemboangang te„ de tacheeren als aan die kant met gerust„ „heid zonder de magt te zeer te verzwak„ „kunnen ken, worden gemist, met qualificatie om de „wijl door het Sneuvelen van twee officieren het quetzen van den Capitain Luitenant Reij gers en den vendrig ostrouwskij mitsga„ ders de ziekte van den vendrig Gultenber„ „ger geen een gezond officier in dat district te vinden was, den Luitenant Heinrich en den vendtig Chateauireux van Djember nevens nog een vendrig uit het sourabaija„ sche guarnisoen ook derwaarts te Com„ mandeeren en in plaats van den eersten het Commando te Djember op te draagen aan den vendrig Fisser en te sintong een wakker onder officier te plaatzen, mitsg:s om den Capitain Luitanant Reijgers nader eene minzaame behandeling van den Inlan„ „der aan te beveelen, en teffens te demandee„ ren, om in alles met den Luitenant Heinrick Commis Van Iavasoostkust Den 13: Jann: 1772. communicatief te werk gaande voortaan niets tegens den vijand te onderneemen, dan het gee„ „ne met onderling overleg; na ingenomen advis der overige officieren, het raadzaam„ ste zal geoordeelt worden alzoo het mij toe scheind dat gemelde Commandant het hem omtrent het een en ander bij Jnstructie aan bevoolene niet wel moet begreepen hebben, ten minsten na de Jntentie niet heeft geobserveert. Ik ben nu maar bedugt dat de Rebel„ len stout op hunne Suclessen hul „pe en assistentie van Balij tragtende te krijgen, daar in ook om die ree„ den zullen reusseeren en ik heb daarom vernieuwd de recomman„ „mandatie tot de bezetting te landen in bekruissing ter zee, der Stranden van Balemboangang en in Zon„ „derheid bij Menang en bij Cradja„ „gan /: daar men wil, dat niet lang gelegen Van Iavas oostkust Den 13: Jann: 1772 339 gelegen een prauw zoude aangeko„ V „men zijn met 5: man van dewelke een zich naar Bajoe, begeeven hadt, en vier weder vertrokken waaren:/ dat gezegd worden de gelegenste plaatzen tot Correspondentie met Balij te zijn dan dewijl er als de bereeds ten dien Einde afgedepecheerde sloep sa„ marang, tusschen Caap Sumdana ende Cot„ „ta een oog in het zeijl hout ook nog een wel gearmeerde Bank of sloep ge„ „requireerd word voor oeloupampang om de 6 Balijse wal te observeeren, en teffens met de in straat Balij en aan de Zuidhoek reeds kruissende kleene vaartuigen tusschen beide al „le af- en aanvaard van waar of van wien ook te beletten versoek ik uwer Hoog Edelheeden, Eerbiedig, met een daar toe bequaam kiel „tje hoe eerder zoo beeter te worden voorzien, en dat daar in dan ook mogen - mogen worden afgeladen de pro„ „visien, medicamenten en andere goederen, die bij een tans afgran„ „de Extra Eisch Expres voor de Expiditie in 't Balembrangsche van u: Hoog Edelheeden wor„ den verzogte en ten uijtersten no„ dig zijn, nevens drie bekwaame on„ dermeesters, alzoo er groote verlegent„ heid om geneeskundige in dat onge„ soude district is. Om alles te probeeren wat mij dien stig voorgekomen is om die weerspaninge natie tot in keer en onderwerping te brengen, heb ik maar ook al zonder vrugt den p„l Eersten Regent Carta Nagara, om dat zij uit een aan„ gebooren zugt om van bigen geregeerd te worden hem niet mogten zetten of schoon mij anders niets weezend„ lijk tot smanf lasten voorgekomen Van Iava'soost kust den 13: Jann: 1772. Van Iavasoost kust Den 13:' Jann: 1722 347 is van daar opgeroepen onde directie der Jnlandsche zaaken nauwkeurig onder toe - en op zigt van dere Resident schophoff doen waarneemen door den provisioneel Tweede Regent Jacca„ Nagara, in die ter men en ook niet verder als of den Eersten, maar voor Eene korte tijd afweezig was doch Ech„ „ter met intentie om hem onder vw: Hoog Edelheids welbehagen hier te houden, en als er intusschen niets ten „zijnen lasten op komt bij gelegentheid tot iets anders te proponeeren de, wijl hij als geweezen meede voogd over den presenten tweede Soura„ „baijasch Regent, zich bizonder heeft gedistingueerd, zoo wel in de achter„ „haling van Pangerang Prabojoko ende zijne, als bij de overmeestering van Malang en Amtang Ik hoope dat de Schikkingen, die ik Van Iavasoost kust Den 13:' Jann: 172. ik na toestant van tijd en zaaken heb kun„ „nen neemen en genomen hebbe, de ge-eer„ „de goed keuring uwer Hoog Edelheden wegdraagen zal en heb de Eere in onderdanigheid met de suiverste gevoelens van Eerbied en van hoog Achting te blijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge Groot Achtbaaren Heer en wel Edele Heeren. /:lager:/ uwer Hoog Edelheedens, onder danigsten en aller Trouw schuldigsten Dienaar /:was getee„ „kend:/ I: R: van der Burgh /:in margine/ Samarang Den 13:' Januari 1772. Aan

NL-HaNA_1.04.02_3337_1715 view scan ↗

English

From Java's Northeast Coast, 13 January 1772. Honorable, Pious, Discreet. 343 To Senior Merchant Master Pieter Luzac, Administrator of the Eastern Salient. The bad beginning and fatal outcome of the enterprise of the Company's forces in the Balambangan under the command and direction of Captain-Lieutenant Commander Reijgers against the stronghold of the rebels at Bajoe, I have learned with all the more regret from your separate letters of the 23rd, 24th, 27th, and 28th of December last, and their enclosures, the latter two of which were received only yesterday, because rashness and immature deliberation appear to have been the first cause, and subsequently the careless and cowardly conduct of our Europeans—even to the extent that the Madurese, Sumenepers, and Pamekassangers put them to shame. From Java's Northeast Coast, 13 January 1772. And since neither the season nor the circumstances in which our men have been placed permit the loss sustained to be redressed for the present, but prudence requires that means be devised for the preservation of the troops and the repelling of unexpected surprise attacks, I fully approve the provisional orders you have established for that purpose. It will therefore also be necessary to write to Commander Reijgers that, during the present rainy season and the foul weather, acting strictly defensively, he place the European militia in the fortifications at Oeloepampang and at Cotta, where it is judged to be healthiest, and also form the main camp there; and meanwhile to employ the Madurese, Sumenepers, and Pamekassangers, along with the natives who are recruited, not only for the defense of those places and the garrisoning, as far as possible in well-supplied bentings, of all the passages and approaches to the hideout Bajoe, which the rebels might use either to communicate with Bali or to seek an escape route elsewhere to the west, or to take to the mountains, in order also to completely cut off their supply of provisions, or at least to make it as difficult as possible; but also to allow those same auxiliary troops from time to time, when the weather and opportunity permit, to harass the enemy in small parties as regularly as can be done, to destroy all provisions of which they might make use, and to put to the sword those whom they encounter and who do not willingly submit. The Madurese, Sumenepers, and Pamekassangers having distinguished themselves particularly well according to the reports, their discontent is not unfounded, and therefore it will be necessary to appease and encourage their chiefs by gentle means, so that they take care to remove the discontent of the common soldiers. Meanwhile, your Honor—as I shall also do in the coming days—may well request the Pangeran of Madura and the regents of Sumenep and Pamekasan, the first to complete his warriors to 1000, and the latter two each to 500 men, and to exchange some of those who are currently still in Balambangan now and then, in order not to make them unwilling. If there is no fear that the people of Sintong, encouraged by the rebels' advantage, will gather again to undertake anything against Djember or its vicinity, it will be advisable and even necessary to detach as many Europeans from there to Balambangan as can be spared from that side without weakening the force too much; and I authorize your Honor also, for the replacement of the missing officers, to order Lieutenant Heinrich, along with Ensign Chateauvieux from Djember, and in place of Ensign Gultenberger—if his illness requires him to return to Sourabaija—another ensign from your garrison thither; and also to assign the command at Djember to Ensign Fisser, and to place an alert non-commissioned officer at Sintong; while Commander Reijgers may well be instructed to let Lieutenant Heinrich command either at Oeloepampang or at Cotta, and to station the other officers where it shall be judged most useful by mutual deliberation; and to proceed in all matters communicatively with the former, and to undertake nothing against the enemy except after obtaining the advice of the officers with him, as has already been recommended to him in his instructions, among other things, and to treat the native in the most gentle manner. And since I fear that the rebels will now at least attempt to obtain aid and assistance from Bali, and because of the advantages they have gained might very easily succeed in doing so, I renew my repeated recommendation for the garrisoning by land and the cruising by sea along the beaches of Balambangan, and particularly near Gradjagan, where according to a report from Commander Reijgers a prahu is said to have arrived recently, and Meneng, which are said to be the most convenient places for correspondence to Bali. For this purpose, besides the sloop Samarang and the smaller vessels present there, I shall provide your Honor with another well-armed bark or sloop upon arrival from the main seat of government. The Petronella with the provisional first regent Carta Nagara has not yet arrived here to date, and I also await Rongo Lawa, intending to keep him here for a while under a friendly pretext, in order to give your Honor the opportunity during his absence to investigate his conduct and actions thus far in the closest detail, and subsequently to deal with him according to the findings. Regarding the misfortune that befell the cruising prahu Mayang

Dutch transcription

Van Iavasoostkust den 13: Jann: 1772. Erntfeste vroome Discreete. 343 Aan den opperkoopman M:r Pieter Luzac Gezaghebber over den oosthoek. Het slegt begin ende fatalen uitslag der onderneming van 's Compagnies magt in het Balimboangsche onder het beleedende directie van den Capitain Luitenant Comman„ dant Reijgers, tegens der Rebellen sterkte te Ba Joe heb met te meer leetweezen uit uw Ed: a„ parte van den 23: 24: 27. en 28: December passato en dies balagen de beide laatste gisteren eerst ontvangen /:vernomen, om dat voorbarigheid en onrijp beraad de eerste en vervolgens het zorgeloos en lafhartig gedrag onzer Europee„ „sen zelfs in zoo verre dat hun de Ma„ dureesen Sumanappers en Pamacassan„ „gers hebben beschaamd de oorzaaken daar van schijnen ƒ Van Iavastoost kust Den 13: Jann: 1772: schijnen te zijn. En dewijl het Jaargetij zoo min als de omstandig heden waar in de onze gebragt zijnde zich bevinden toelaat het gele„ den verlies voor eerst te redresseeren, maar de voorsigtigheid vorderd op middelen ter Con„ „cervatie van het volk en ter afweering van onverhoedsche over-rompelingen bedagt te zijn, approbeere ik ten volle de door uwE pro„ visioneel daar toe gesteld, ordres in het zal dus ook noodzaakelijk zijn, den Commandant Reij„ „gers aan te schrijven, om geduurende de pre„ sente regen tijd en het guure weer niet an„ ders dan defenfief ageerende, de Europeesche militie inde sterktens te oeloepampangen te Cotta, waar het gezondste geoordeelt word te plaatzen, en ook daar het hoofd Camp te formeeren, mitsgaders in tusschen de ma„ dureesen, Sumanappers en pamacassangers, met de Jnlanders die aangeworven worden, niet alleen te Emploijeeren tot dekking dier Van Iavas oostkust Den 13: Janu: 1772. — 345 dier plaatzen en bezetting, zoo verre mogelijk is in wel voorziene bentings van alle de pas„ sagien en toegangen naar het schuilnest Ba„ „joe en waar van de Rebellen zich zouden kunnen bedienen 't zij om met Balij te Corres„ pondeeren of Elders om de west uitvlugt te zoeken dan wel zich naar het gebergte te begeeven, ten Einde hun ook teffens den toevoer van Levens-middelen, zoo niet geheel af te snijden, dan ten minsten alles beswaar„ „lijkst te maaken maar ook die zelfde hulp troupen toe te laaten om van tijd tot tyd als het wier ende gelegentheid 't toelaat met kleine partijen zoo regulier het geschie„ den kan den vijand te ontrusten, alle levensmid„ delen waar van die zich zouden kunnen be„ dienen te vernielen ende zulke die hun aan„ Contreeren, en zich niet gewillig onderwerpen op aan het zwaard op te offeren. De madureesen Sumanappers en Pamacassan„ „gers zich volgens de berichten bezonder wel ge Van Iavasoost Kust den 13: Janu: 1772. gedistingueerd hebbende, is hun ongenoegen ook niet ingegrond en daarom zal het nodig zijn hunne houfden door minsame middelen ter neder te setten en te amij „meeren, dat zij zorge voor de verwijdering der gemee„ „ne dragen kunnende uwE intusschen gelijk ik ook eerst daags doen zal, den pangerang van Madura ende regenten van sumanap en pamacassang wel ver„ soeken den Eersten om zijne krijgers tot 1000, en de beide laatste om ieder de haare tot 500 koppen te afcompleeren en van de geene die actueel nog in het Balemboangsche zijn, zoo nu en dan eenige te verruilen ten Einde hun niet onwil„ „lig te maaken. Als er geen bedachting is dat de Sontongers door het voordeel der Rebellen aangemoedigd zich weder Verzamelen om op Djember, of daar omstreeks iets te ondernemen zal het raadsaam en zelfs noodsaa„ „kelijk zijn, zoo veel Europees van daar naar Ba„ Aemboangang te detacheeren, als aan die kant zon„ der de magt te zeer te verzwakken kunnen wor„ den gemist, en ik qualificeere uwE: om ook tot rem „placement Van Iavasoostkust Den 13: Jann: 1772. placement der vermist wordende officieren den Luitenant Heinrich, nevens den vendrig Chateau vieux van Djember en in stede van den vendrig Gulton„ „berger; als zijne ziekte vorderd na Sourabaija terug te keeren een ander vendrig uit uwE guarnisoon der„ waarts te Commandeeren, mitsgaders den vendrig Fisser het Commando te Djember op te dragen, en te Sintong een wakker onder officier te plaatzen; ter wijl denr Commandant Reijgers wel mag worden aangeschreeven, den Luitenant Heinrich 't zij te oeloepampang, dan wel te Cotta te laten Comman„ „deeren ende andere officieren te plaatzen daar het met onderling overleg het Nuttigste zal worden d g'oordeeld, mitsgaders om met den Eersten in alles Communicatief te werk te gaan, en niets tegens den vijand te entameeren den na ingenomen advis, zijner bij hebbende officieren, gelijk hem zulks en om den Jnlander op de minsaamste wijse te behandelen onder meer al bij Jnstructie aan bevoolen is geworden. En vermits ik bedugt ben dat de Rebellen nu altans zullen tragten hulpe en assis„ „tentie 34 347 Van Iavasoostkust Den 13: Jann: 1773 — „tentie van balij te krijgen en om de door hun behaalde voordeelen veel ligt daar in ook zouden kunnen reusseeren vernieuwe ik mijne te meermalen gedaa„ „ne recommandatie tot de bezetting te lande, en bekruissing ter zee der stranden van Balemboangang en inzonderheid bij kradjagang, waar volgens berigt van den Commandant Reijgers Jongst nog een prauw zoude aangekomen zijn, en Manang, dat gezegd worden de ge„ „gentste plaatzen tot Correspondentie naar balij te zyn, zul lende ik uwE daar toe boven de sloop samarang,itom de mindere daar aanweezende vaartuigen met nog een wel gearmeerde Bark ofte sloep bij aankomst van de hoofd„ plaats voorzien. De Petronella met den prov:s eersten regent Car„ ta Nagara is tot heden hier nog niet gearriveerd en hon„ go Lawa, zie ik ook te gemoet van intentie zijnde hem onder een vriendelijk voor wendschel hier wat te laaten vertoeven, ten Einde uwE gelegentheid te geven geduurende zijn absentie zijn gedrag en gehouden Conduites tot dus verre, op het nauwkeurigste te onderzoeken, en na bevinding vervol„ „gens met hem te werk te gaan. Omtrent het ongeluk de kruisprauw maijang over

NL-HaNA_1.04.02_3337_1721 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 13 January 1772. 349 having arrived, I persist in my initial impression and still await word as to whether that vessel belonged there or rather here, and what the name was of the sailor who probably perished with it, which I indeed asked in my previous letter, but which has been left unanswered by your Honour. With the recruitment of two companies of natives having already progressed so far that one of them, 118 heads strong, is complete on the first plan, it will be able to depart from here within three to four days, by private vessels pressed for that purpose, to Sourabaija, and the second company as soon as possible along with the two surgeons will also follow, in order to be forwarded further by your Honour in the best manner possible, while on these and other occasions, upon the requisition of the provisional Resident Schophof, such goods will be dispatched from here as the enclosed list indicates, and what is lacking must first be awaited from Batavia, except those articles which can be, and apparently also will be, supplied by your Honour; yet, this latter being merely a guess, in the future, in order to proceed with certainty, upon the transmission From Java's East Coast, 13 January 1772. upon the transmission of such requisitions, I shall simultaneously expect specific notices from your Honour as to what thereof is or can be supplied directly from Sourabaija, and what is required from here, with the further observation that, since the requested sum of r7/05000 appears to me far too high, at least for Balemboangang, I also trust that no more will be sent thither at one time than is successively needed for expenditures from time to time. Since the beginning of November, no short muster rolls have again been received, and even to date not the ordinary papers of that month, whereas those of the end of December ought already to have been received; your Honour will therefore have to elucidate to me to what this is to be attributed, and at the same time must see to it that both are sent with the utmost speed. Below was written: Wherewith, after greetings, I remain. Lower: Your Honour's Good Friend. Was signed: I: R: van der Burgh. Lower was written: Agrees. Was signed: J: R: van der Burg. In the margin: Samarang, 4 January 1772. Beneath it: P:S: I also expect, by the first opportunity, an accurate muster roll of those who were killed or are missing before Bajoe, and of those who are wounded. Copy 351 & From Java's East Coast, 13 January 1771. Copy, copy of a letter from Commandant Reijgers to the provisional Resident of Oeloepampang, Schophoff, dated 14 December 1771. By this I inform your Honour that this morning around 6 o'clock I marched from Songon to capture Bajoe, I from the south with Madurese and the main body from the north or the old road with the Sumanap and Pamacasser troops, the latter detached on the left side in the valley. Around 11 o'clock we began to attack from all sides, and the enemy offered fierce resistance, as they were in a benting of heavy logs a man's height; all our powder and lead being spent, thus being forced at 100 paces from them, we also made a benting in front of their faces, and shall wait there until you send the requested ammunition from the postholder at Cotta hither. I am wounded in the head, with great luck it did not penetrate the brain. 2 dragoons were left dead on the field and 2 wounded; of the infantry, 3 corporals and 5 privates; of the natives, their dead their dead and wounded are not yet known. Quickly, quickly, quickly the requested supplies. Wherewith I remain with respect. Was signed: C: H: Reijgers. Copy, copy of a letter from the provisional Resident of Oeloepampang, Schophof, to Commandant Reijgers, dated 15 December 1771: Having seen the poor state of powder and lead with your Honour from your esteemed letter of yesterday, brought to me here this morning around the hour of 4 o'clock, and the further encounter against the rebellious rabble, I am deeply affected at heart by the loss of our Europeans, and your own sustained injury, which I hope may not be so severe as to cause any hindrance to your Honour's further plans and good progress against the aforementioned rabble, wishing your Honour all salvation and blessing in the further undertaking. I have received no news from the postholder of Cotta as to whether anything of your Honour's requisition is lacking there; by as many carriers as From Java's East Coast, 13 January 1772. with 353 From Java's East Coast, 13 January 1772. I could gather by force, I am sending provisionally to Cotta 30 pieces of mortar grenades, 20 pieces of light balls, which I must assume are urgently needed according to your Honour's esteemed letter being posted in such a manner at that place, together with 1 barrel of musket cartridges with balls and buckshot, and one barrel of carbine cartridges; and upon sight of this, I shall also dispatch in a prau mayang to Banjocalit as a reserve another parcel of musket cartridges with the remaining carbine cartridges and more besides. Wherewith I have the honour to be with respect. Below was written: title. Lower: Your Honour's humble servant and affectionate friend. Was signed: H:k Schophoff. Copy, copy of a letter from Commandant Reijgers to the provisional Resident of Oeloupampang, Schophoff, dated 19 December 1771. Thus I received your Honour's respected letter around 2 o'clock, and serve in friendly reply that I am not afraid that any of the gentlemen would have fallen into their hands alive, since the rebels nothing but human

Dutch transcription

Van Iavasoostkust Den 13: Jann: 1772. 349 overgekomen persisteere ik bij mijn eerste verbeel„ ding en wagte als nog te weeten, of dat vaartuig daar dan wel hier te huis hoorde, en hoe de waar schijnelijk daar mede omgekomen matroos genaamd was 't geen ik wel bij mijne vorige gevraagd hebbe, doch door uw E: on„ beantword gelaten is. Met de aanwerving van twee Compagnien Jn„ „landers, reeds zoo verre gevorderd zijnde, dat een der„ zelve sterk 118: koppen primo plan Compleet is, zal die binnen drie a vier dagen van hier kunnen ver trekken, met particuliere vaartuigen daar toe geprest tot sourabaija ende tweede Comp:e ook zoo ras mogelijk nevens de â twee chirurgijns volgen om door uwE op de beste wijze mogelijk verder voortgezonden te worden, terwijl bij die en andere gelegentheden op den Eisch van den p:l Resident schophof van hier zal worden afge zonden zulke goederen als inleggende notitie aan duid en het manqueerende van Batavia alvorens moet wor„ den ingewagt Excepto die artikelen dewelke door uwE kunnen worden en apparent ook zullen weesen vol daan, doch dit laatste maar een gissing zijnde zal ik in het vervolg om zeker te kunnen gaan, bij overzending Van Iavasoostkust den 13 Jann: 1772.— overzending van zulke Eisschen, teffens van uwE ver„ wagten specificque notitien, wat daar op van sou„ rabaija direct is of kan worden voldaan, en wat van hier word gerequireerd onder verdere aanmer king, dat dewijl mij de gevragde somma van r7/05000. veels te hoog altans voor Balemboangang voor komt ik ook vertrouwe dat derwaarts van tijd tot tijd „ meer met ^ in eene reis zal worden afgezonden als suc„ cessive tot de uitgaer nodig is. Sedert het begin van November weder geen korte sterktens en zelfs tot heden de ordinaire papieren van die maand daar er die van ult:o de„ cember al behoorden te zyn ontvangen weezende zal uwE mij dienen te elufideeren waar aan zulks toe te schrijven is, en teffens moeten zorge draage dat 't een en ander ten spoedigste gezonden worde. /:onderstond:/ waar meede naar groete blijve /la„ ger uwE Goede vriendt /was getekend/ I: R: van der Burgh /:lagerstond / Accordeert /:was getek:d/ J: R: van der Burg /:in margine / Samarang den 4: Jann: 1772: / daar onder/ P: S: Jk verwagt bij eerste gelegentheid ook eene accuratie naam rolle van de geene die voor Bajoe gesneuveld of vermist en van die ge„ quest zijn. Copia 351 & Van Iavasoostkust Den 13: Jann: 171. Copia, Copia missive van den Comman„ dant Reijgers, aan den provisioneel oeloepampangs Resident schophoff gedateerd 14: December 1771. Bij deeze make uwE bekend, dat van de morgen omme 6: uuren ben van Songon gemarcheert om Bajoe in te„ „nemen ik van 't zuiden met madureesen ende heer schaar van 't noorde of d' oude weg met de sumanap„ „de laatstgem: „pers in Pamacassers „ de linker zeij in de valeij detacheert omme 11: uuren begonnen te attacqueeren van al„ „de kanten ende vijand in haade tegenstand geboden, dewijlense in een benting van sware bomen mans hoogte gestaan ons kruis en lood alle maal ver„ schoten alsoo gedwongen zijnde op 100 schrit haare ook een benting voor de neus gemaakt, en zoo lange aldaar te wagten tot uw 't g'Eischt ammu nitie van de posthouder te Cotta herwaarts te zen„ „den Jk ben blessuurd voor de kop tot groot geluk met door de haarsen gegaan 2: dragonders zijn op de plaats gebleeven en 2 blessuurd van d' inban„ terij 3: Corporaals en 5 gemeene d' Jnlanders hare doode doode en gekwetste zijn nog niet bekend, spoedig, spoedig, spoedig 't g'Eischte. Waar mede verblijve met agting /was geteekend/ C: H: Reijgers. — Copia Copia missive van den provi„ sioneel oeloepampangs Resident schop„ hof aan den Commandant Reijgers gedateerd 15: december 1771: De slegte gesteldheid van kruijd en lood bij uwE: uijt zelfs g'eerdt letteren van gisteren mij heden morgen de klok Circa 4: uuren hier aangebragt beoogt hebbende en 't verdere ontmoete tegens 't rebellische gespuijs be„ „dielt mij zeer ter herten gaande 't verlies onser Europe„ sen, en zelfs bekome quetsuur, die verhope zoo swaar niet mag wesen eenige hinder in uwEd verdere beramin„ gen en goede voortgangen op voormeld gespuijs toe te brengen, uw Ed alle heil en zegen in de verdere onder„ niminge toebeseme, heb ik geen tijding van den Cottas posthouder ontfangen of aldaar iets aan uwEd: g' Eischte ontbrekende, laat ik door zoo ziel draag volkeren als Van Iavasoostkust Den 13: Jann: 1772 met 353 Van Iavasoostkust Den 13: Jann: 1772. met geweld heb bij Elkander kunnen brengen na Cotta bij provisie overgaan 30: p:s mortier goanaten, 20 p:s lugt kogels die moet veronderstellen hoog noedig zijn, volgens uw Ed: g' eerde schrijven ter plaatse zodanig geposteerd is, beneffens 1: vat snaphaan pattroonen met kogels en lopers en een vat Carbijn pattroonen, en zal ik op sigt deses me„ de in een prauwmajang na Banjocalit bij voorraad nog een parthij snaphaan pattroonen met de res„ teekende Carbijn pattroonen laten afgaan en wes meer. waar mede d' Eere heb met agting te zijn. /on der stond / titul /lager/ uwel Ed=e d :r dienaar en toegenee„ „gen vriend. /:was geteekend/ H:k Schophoff. — Copia Copia missive van den Com„ mandant Reijgers, aan den provisi„ „oneel oeloupampangs Resident schop„ hoff gedateerd 19: December 1771. zoo ontfang uwE gerespecteerde letters omme 2 uu„ „ren, en diene in vriendelijke antwoord dat niet be„ vreest en ben eene van de heeren in hare handen leben„ dig zoude gekomen zijn, derwijl de rebellen niet als men schen

NL-HaNA_1.04.02_3337_1726 view scan ↗

English

people, but went to work like madmen, and they intend to spare no living soul. I can also assure Your Honour, according to reports, that the rabble obtained no powder other than half a barrel of pistol cartridges, and those in those boxes; just before that, 1 barrel of musket and 1 barrel of carbine cartridges had been sent to our troops due to a shortage of the former. Yesterday, I sent cartridges and rice to the camp, but close to Songon they threw it away; however, the Sourabaia mantris themselves carried the cartridges on their shoulders and brought them back to my house yesterday evening, for which I gave them a good recompense. This morning, the mantris from the camp came to me to fetch the cannons, but I gave them 4 barrels of musket cartridges and immediately told them that all the chiefs combined would do best to break the siege tonight, and with those provisions cover their retreat in the best order; also to the sergeant, to whom I sent 1 corporal and 6 privates for that purpose and to cover the powder. The Madurese chiefs received 2 barrels, the Sumanappers 1 barrel, and the Pamacassangers From Java's East Coast, the 13th of January 1772. Cassangers 355 From Java's East Coast, the 13th of January 1772. Pamacassangers 1 barrel. Today another 14 Europeans arrived here, among whom were five dragoons with 3 carbines. Early this morning I sent men to the battlefield to look for the gentlemen, specifically in the 2nd valley where they were last seen. I must admit myself that it is to be attributed to carelessness, and indeed to the fast running of the one, where the other was said to have shouted to them, halt, halt, with your people. It is a misfortune; had they taken heed, it would not have happened. With which I have the honour to call myself with true esteem, beneath stood, Your Honour's good friend, was signed, C. H. Reijgers. Copy, Copy of a missive from the provisional Oeloupampang Resident Schophoff to Commandant Reijgers, dated the 20th of December 1771. Tonight Your Honour's two honoured missives were successively delivered to me, thanking me very much for the detailed account of what befell our Europeans From Java's East Coast, the 13th of January 1772. at Soengen, as well as desperate undertakings by the rebels anew against the Madurese, all of which one absolutely must consider that the rabble has decided to go to all extremes, which is why one must likewise be on one's guard in our fortresses to prevent such unexpected incidents as happened to ours, and as were exemplarily experienced at Joana in 1769. I request Your Honour, when the Europeans have gathered there again, to send me here for garrison at least twenty privates with another two sergeants and two corporals; since I have nothing but sickly men here, it would be best to send back here those troops who marched out last, who are better accustomed to the climate than the newly arrived, in order to hold out here, as it would otherwise fall harder on the latter, for whose health it is better to remain there. It is certainly somewhat doubtful what is mentioned in the extract regarding Soemonogoro; however, we should not assume it to be an outright falsehood, but rather 357. From Java's East Coast, the 13th of January 1772. stand and watch, as far as possible, as if it were certain, until we are better informed, which I trust you will kindly accept with me. It now indeed appears that all misfortunes must follow in close succession upon us, as our cruisers are returning from the strait almost entirely without anchor ropes and disabled; and the vessel in which the arrack, kadjang mats, and rattan were loaded was yesterday, close to Banjoealit, also driven back with the loss of its anchors, ropes, and sails, but nevertheless came to a halt back here in the river with the flood tide. Upon the arrival of the Europeans, I will equip them with the required weapons. While I have the honour to be with esteem, beneath stood, Title, further below, Your Honour's obedient servant and affectionate friend, was signed, M. Schophoff. Copy From Java's East Coast, the 13th of January 1772. Copy, Copy of a missive from Commandant Reijgers to the Authority at Sourabaia, Luzac, dated Cotta the 16th of December 1771. Right Honorable, I submissively take the liberty to inform Your Right Honourable that on the 13th we broke camp from Cotta and marched to Songon. On the 14th in the morning at 6 o'clock, I ordered 200 Madurese, of whom 50 were with muskets, to deploy to the north toward Bajoe. Ensign Schaar and Ostrouskij, with 80 European troops, joined by all the Sumanappers and Pamacassangers, were ordered to attack along the main road, that is to say from the east. The undersigned, with the corps under his command, including 1 corporal and 10 privates of the infantry to cover the mortars, advanced from the south onto Bajoe with all the Madurese; but being so heavily blocked with barricades, they only came into action at 11 o'clock, which lasted until 3 o'clock, though without achieving anything other than firing briskly back and forth, whereupon the Madurese and Sumanappers resolved

Dutch transcription

„schen maar als dolle houden zijn te werk gegaan, en haar omme geen levendige ziele te doen is, mede kan uwE versekeren volgens rapporten, dat het ge spuijs geen kruijd als een half vat pistoole pat„ troonen en die in die lasschen, gekreegen hebben, zijn „de effen van te voren 1 vat snaphaan on1: vat Carbijn pattroonen per manquement van 't eerste na onse volkeren gezonden, ik hebbe gisteren pattroonen en rijst na het lager gezonden, dog digte bij songong hebbende het weg gegooijt, maar de pattroonen hebben mij de sourabaijase mantries zelfs pickelende gisteren avond weder thuijs gebragt, daar ik haar een goede re„ Compens voor gegeven hebft heeden morgen zijn de mantries uit het lager bij mij geweest om de Canonen te halen dog ik heb hare 4. vat snaphaan pattroonen gegeven en met eene geseit dat de gesamentlijke hoof„ „den 't best zoude doen heeden nagt het beleg op te bree„ „ken, en met die provisie haar retraite in de beste or„ „dre te dekken als meede aan de zergeant dien ik nog 1: Corporaal en 6: gemeene daar toe heb gezonden en tot dekking van het kruijt, hebbende Madureese hoof„ „den ontfangen 2: vat, de sumanappers 1: vatten pama„ Van Iavasoostkust Den 13:' Jann: 1772. Cassangers 355 Van Iavasoostkust Den 13: Jann: 1772. — „assangers 1 vat, heden zijn hier nog aangeko„ men 14. Europeeze waar onder vijf dragonders met 3: Carbijns, heeden morgen vroeg heb ik na 't slag veld gezonden, omme na de heeren te zoe „ken en wel in de 2: valleij daar zij het laast gezien zijn, ik moet het zelver bekennen, dat het aan de onvoorsigtigheid is toe te schrijven en wel aan het snelloopend van de eene daar de ander bij den zouden geroepen hebben staa, staa, „met uw volk, het is een ongeluk, mijne lesse heb„ „be en End= gehad zons zou het niet gebeurd zijn„ waar meede de eere hebbe mij met ware agting te noemen /:onderstond:/ uwE: goede vriend /:was geteekend:/. C: H: Reijgers. — Copia, Copia missive van den provisioneel oeloupampangs Resident Schophoff aan den Com„ mandant Reijgers gedat:t 20: xber 1771. Heden nagt zijn mij uwel Ed: beijde g'eerde mis„ „sives successief aangebragt, bedankende mij zeer voor het ampel bedeelde van het ontmoete onser Europeesen to Van Iavasoost kust Den 13: Jann: 1772. te soengen als wanhoope onderneemingen door de Rebellen op nieuw tegens de madureesen alle het welke men absolut diend aan te merken dat gespuijs beslooten heeft alle uiterstens aan te worden waarom men teffens in onse fortressen mede op zijn hoede dient te weesen, zulke onverwagte tot gevallen als de onse gebeurt en voorbeeldig te Joana in 1769 gehad voor te komen, versoeke ik uw Ed: als de Europeese weederom aldaar ver samelt zijn, mij hier in besetting ten minste twin„ tig gemeene met nog twee zergeants en twee Corpa„ raals te laaten toekoomen, daar ik niets als zul„ „kelende manschappen alhier hebbe zou het beste weesen van de geene wederom herwaards te zenden die laast uit getrokke manschappen het Climaat beeter gewend zijn, als van de nieuw aangekomne om het hier uit te houden, daar 't voor de Laeste anders harder zoude vallen aldaar beeter voor de gezondheijd is te blijven. zeeker is 't wat twijffelagtig, wat in 't Extract gementioneerd omtrend soemonogoro, egter voor geen directe onwaarheid zulks moeten aanneemen, stellen 357. Van Iavasoost kust Den 13: Jann: 1772 stellen en waeken, na mogelijkheid als of zulks zeeker was, tot wijle men van beeter onderrigt is, wel met mij wilt gelieve aan te neemen, mij verzeekert houde, nu scheijnt wel dat alle straffen kort agter den anderen voor ons moeten op koomen door dat onse kruijssers bij na alle zonder ankers trouwen en ontrampeneert over koomen van straat en 't vaartuijge, waar in de arak Cadjang matten, en buidrottinge gelaede geweest, is gisteren digt voor banjoealit ook bij verlies van zijn ankers, touwen en zeijlen te rug gedreeven, egter met het ingloede wederom alhier in de revier ten houw gekoomen. Ik zal bij aankomst van de Europeesen met de gerequireerde wapetuigen monteeren wijl de Eere het met agting te zijn /:onderstond:/ Titul Lagerstond / uw Ed: D: W: Dienaar en toegenegene vriend /:was geteekend:/ M:k Schophoff. — Copia — Van Iavasoostkust Den 13 January 1772 Copia Copia missive van den Com„ mandant Reijgers aan den ge„ zaghebber te sourabaija Luzac gedateerd Cotta den 16: december 1771 Tantsch: onderdanig neeme de vrijheid uwel Edele Achtb: te bedeelen als dat op den 13 van Cotta op gebroo „ken en na Songon gemarcheert, den 14 desmorgens omme 6 uuren heb ik 200 madureesen, waar van 50 met snaphanen ten noorden na Bajoe laaten de volieren den vaandrig schaar en ostrouskij, met 80: Coppen Europeesen al de sumanappers, en Pama„ Cassangers toegevoegt op de groote weg laaten at„ tacqueeren gesegt ten oosten den ondergeteekenden met zijn onderhoorig Corps daar bij 1: Corporaalen 10: gemeene van de Jnfanterij tot dekking van de mortiers met al de madureesen van 't zuijden op Bajoe gerukt, dog zoo moeijelijk verkopt zijnde, dat min eerst omme 11: uuren is aan 't werk gekomen, dat geduurt heeft tot 3 uuren toe, dog sonder iets uit te rigten als helder over en weer te schieten wanneer de madureesen, Sumappers geresolveert hebben

NL-HaNA_1.04.02_3337_1731 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 13 January 1772 to throw up a fortification against it, and thus still encamp on the 15th with good assurance of capturing Bajoe. On that occasion I sustained 2 dead, 2 wounded; of the infantry 3 corporals and 5 privates wounded. At about 3 o'clock it was unfortunate that I also had to be there to experience the hail of bullets that passed right in front of my head, and they carried my dead away from the place. It was dangerous when I went to the mortars to see them firing, and finding that they were overshooting, I aimed them myself. But for lack of a quoin for one mortar, I took a musket from a dead Madurese and used it for that purpose, yet did so hurriedly; and complaining about the conduct of the artillerymen to Cornet Timme, I was rendered invisible at his side, though there is much hope, since I was there previously without being in danger. Of the Madurese, Sumenepers, and Pamekasaners, I cannot inform your Honors how many dead and wounded there are, yet it is quite a lot according to the sight I had of it. Bajoe remains blockaded from the 15th to the 16th. Furthermore, recommending myself to your Honors' mighty protection, I remain with deep respect, your Honors' obedient servant, signed, C. H. Reijgers. Copy of the report of the said Commander Reijgers, dated as above. Report of what occurred on the 13th in the afternoon at about 4 o'clock, in the presence of the officers and other headmen. A native of Balambangan, who declared he had family inside Bajoe, was sent at the aforesaid hour with a letter of pardon tied around his neck, his hands bound behind his back so as not to be able to tear it up, 2 ketupats in his garment, and escorted by a guard of Madurese with pikes and muskets in front of the fortification of Bajoe, where he was received by Bappa Enda and Bappa Larat. The letter was read without removing it, and his hands were untied. He was asked how strong the Honorable Company's military force was, to which he answered 1,000 Europeans and 10,000 Madurese and Sumenepers. Thereupon the rebel band replied that they were not at all afraid, still less did they desire pardon, and thus sent him back. He arrived on his hands and knees with the letter around his neck at the Madurese advance guard at 8 o'clock, and was further brought to my quarters, where I cut it off again in the presence of the officers and headmen. I paid this aforementioned Balambangan native the promised bounty set upon it if he returned alive, namely 25 rixdollars, in the presence of the officers and headmen, this being proof of how inclined Bappa Enda and Bappa Larat are to come over to the Company, which is no wonder to me at all since Agung Willis is their puppet and they are the executors. With which this concludes. Cotta, 16 December 1771. Signed, C. H. Reijgers. Copy, copy of a letter from and to the same as above, dated Cotta, 18 December 1771. I take the liberty to report to your Honors that the siege still continues, yet the daily rain makes it very difficult and causes me to fear great mortality. However, the rebels must also experience it, since they have no huts in their fortifications. It is said by the Madurese that such a stench comes out of their fortification that it is almost unbearable, yet they remain stubborn and fight day and night. In reply to your Honors' esteemed letter of the 7th of this month, stating that I shall not fail to act in all harmony and consultation with Mr. Schophoff, who was here yesterday and saw Bajoe himself and also still has good hopes. Enclosed also goes a list of the dead and wounded of the natives and a list of those present. And if the matter makes no progress, it is solely to be blamed on a shortage of transport laborers. Wherewith, continuing to recommend myself to your Honors' protection, I remain, your Honors' obedient servant, signed, C. H. Reijgers. Copy, copy of a letter from and to the same as above, dated Cotta, 19 December 1771: How do I dare to appear before your Honors with such sorrowful news. It was on the 18th at about 11:30 in the morning that I heard small-arms fire before Bajoe, which is the first time since I have been away from there, which made me feel not at all well. And at about 1 o'clock I received the sorrowful news that the rebels sallied out to the north of Bajoe, about 200 men strong and along the valley, and fell upon the Europeans from the east, all of them with pikes. They first attacked the dragoons' post, who offered some resistance on the open rice field, but the infantry, which was encamped to the south and had enough time to take up arms, took flight. The dragoons, noticing this, also beat a retreat and were beaten back as far as Allitter, but the infantry suffered the most, as they were without weapons. All the officers are still absent, and the Madurese, Sumenepers, and Pamekasaners still keep the fortification enclosed to this day, but I shall be forced to order it dismantled in the best order. There is still 1 sergeant

Dutch transcription

553 Van Iavasoost Kust Den 13: Jann 1772 3 hebben eene benting daar teegen op te smijten, en dus den 15: nog Campeeren met goede verseeke, king van Bajoe te zullen veroveren, heb ik bij die geleegendheid bekoomen, 2: dooden 2 gequeste; van de jnvanterij 3 Corporaals en 5: gemeene gequets om „me 3 uuren was t ongelukkelijk, dat ik daar nog mos bij koomen, om 't koegel Confest te proeven dat vlak voor mijn hoofd geweest is, en mijn dood van de plaats hebben weg gebragt 't was gevaarlijk dat ik bij de mortiers kom omme dezelve te zijn speelen en bevindende dat zee al te verschooten heb ik zee zelfs gezigt, dog uit manquement van een stel houd tot de eene mortier heb ik van een dooije ma„ „durees een Snaphaan genoemen en daar toe ge„ bruijk dog zoo schielig zulks gedaan, en mijn be„ klaagende over het gedrag van de Arthilleristen teegen den Cornet Timme ben ik onsgtbaar aan zijn zeijde geworden dog men heeft veel hoop, dien. ik zelfs daar bij eer hebbe zonder gevaar te zijn, van de Madureesen Sumanappers en pamacas„ sangers kan ik uwE agtb: niets bedeelen hoe veel dooijen enggeuts der zijn, dog 't is al reedelijk veel volgens Van Iavas oostkust Den 13: Janu: 1772 volgens 't gesigt, dat ik daar van gehad hebbe, blijft Bajoe van den 15: tot den 16: nog geblokkiert. Verders mijn in uw Ed:e agtb: veel vermogende protectie recommandeere verblijve met diep ontzag /:onderstond:/ Lager/ uw Ed:e agtb: gehoorsaemen die„ „naar /:was geteekend:/ C:t M=k Reijgers. — Copia Relaas van gemelde Commandant Reijgers gedateerd aan als even. Relaas van 't gepasseerde den 13: des agtermid„ „dogs omme 4: uuren ter presentie van de officiers en. verdere hoofden, een balemboanger van geboorte die verklaere binnen Bajoe Famielje te hebben, omme de voor zeijde uur met een brief van Par„ don om den half de handen op de rug gebonden, (om „me deselve niet te kunnen affscheuren 2: kattoe„ pats in zijn kleetje en met een wagt van Ma„ dureesen met Pieken en snaphaenen voor de Benting van Bajoe laeten brengen alwaar de zelve ontfangen is van Bappa Enda en Bappa tarat de brief geleezen zonder aff te doen ende handen 361 Van Iavas oostkust Den 13: Jann 1772 handen los gebonden den zelven gevraagt hoe sterk 's E Comp:s krijgsmagts was, daar op ten ant„ woord gegeven 1000 Europeesen en 10'000. madureesen „ en sumanappers, daar op 't rebellische rot in ant„ „woord dienende in't geheel niet bevreest te zijn, nog minder pardon te begeeren, en hem dus retour gesonden daar hij op handen en voeten met de brief om den hals bij de madureesen voor wagt om 8: uu „ren is aangekoomen, en verders aan mijn kwartier gebragt daar ik denzelven ter presentie van de offi„ Ciers en hoofden weeder heff afgesneeden, heb ik deesen voormelde Balemboanger 't beloofde geld daar op gezet zoo hij leevendig retour kwaam als rd=s 25: ter presentie van de officiers en hoofden be„ taald, zijnde een blijk, hoe Bappa Enda en Bap„ „pa Larat geneegen zijn bij de Comp: te koomen 't welk mij gantsch geen wonder geeft daar agong willis een speel pop van haar is en zij de uijt„ voerders, waar mede dit sluij te /:onder„ „stond:/ Cotta den 16: Decemb:r 1771. / was geteekend/ C: In Reijgers. — Copia Van Iavasoostkust Den 13: Jann: 1772 — Copia, Copia missive van en aan als vooren gedateerd Cotta den 18: December 1771. Neeme de vrijheijd uw Ed:e agtb: te raporteeren als dat 't beleg nog blijft Continueeren, dog de daagelijkse regen maakt het zeer moegelijk en mij voor een groote sterfte doet vreesen, dog de rebel„ „len moeten het meede ondervinden ter wijlze geen pondokken in haare bintings hebben word van de madureesen gezyt dat er zoo an stank uit haar bonting komt, die bij na onverdraaglijk is dog blijven hartnekkig, dogen nagt regten: Jn rescriptie op uw Ed: Agtb: g'Eerde letters van den 7: deeses dat ik niet in gebreke blijven 4 zal met de heer schophoff in alle harmonie en overlegte werk te gaan, dewelke gisteren hier geweest en zelvs brijoe bezien heeft en meede nog goeije hoopt heeft. Meede gaat een lijst van de Dooije en gequitste van de Jnlanders en Een lystje van present zijnde en Coo de saak geen voortgaank en houdt is te alleen te wij ten aan manqeuement van drag volkeren. Waar meede mij in uw Ed:e agtb: protectie re„ Commandeeren houdende en verblijve /:onderstond:/ /:tit:/ lager uw E: Achtb: gehoorsaemen dienaar /:was geteekend:/ C: H:k Reijgers. — Copia 363 Van Iavasoostkust Den 13: Jann: 1772. — Copia, Copia missive van en aan als vooren gedateerd Cotta den 19: Decembr 1771: Hoe durff ik het doen omme voor uwel Ed:e Achtb: te verscheijnen met zoo een droevige taal, 't is geweest den 18: des middags omme ½ 11 uuren, dat ik het schie„ „ten met hand geweir voor Baijoe gehoord, 't welk 't eer„ ste maal is, zoo lang ik daar van daan ben, daar mij gantsch niet wel bij en was, en omme 1: uur krijg de droevige tijding dat de rebellen ten noorden uijt Baijoe reeerd omtrent 200: man sterk en in de vallij langs, ende Eropeesen uijt het oosten op 't lijff gevallen, allemaal met pieken, de dragonders Post 't eerste attacqu„ „eerde dewelkeenige tegenstand gebooden op 't vrije rijst veld dog de Jnventerij die na 't zuijde gecampeerd stond, en tijds genoeg hadde om in de waepens te konnen, de vlugt ge„ noomen, ende dragonders 't gewaar wordende meede de reteraite genoomen en tot allitter verslagen is, dog de Jnvanterij heeft meest geleeden, ter wijlze sonder geweer was zijn al de officieren nog absent en houden de ma dureesen sumanappers en Pamacassangers tot heeden de benting, nog in geslooten, dog zal genootzaakt zijn dezelve in de beste ordres te laaten opbreeken is nog 1: zerge, ant

NL-HaNA_1.04.02_3337_1736 view scan ↗

English

Java's East Coast, the 18th of November 1771. From [illegible] 1 corporal and 12 privates with her, wherewith I conclude this, and remain with deep respect, underneath stood the title, lower, Your Honorable's obedient servant, was signed, C. H. Reijgers. Copy of a copy of a missive from and to as previously dated, Cotta, the 21st of December 1771. In very humble reply to Your Honor's letter of the 13th instant to me on the 19th, being the day that the rebels for the second time had the audacity to attack our natives around their bentings, but were driven back by brave resistance; this rabble not only doing this, but having already occupied all the small passages, evidently intending to let no living soul escape. I am assured that on that occasion one of their leaders perished, after 3 men shot at his body one after another in vain, the 4th, by orders of his Captain of the Madurese, aimed at his head and thereupon he fell. He was the foremost in the crowd and well-dressed, whereupon the others immediately took flight; whereupon the Sumenappers first abandoned their benting and retired out of the woods onto the plain; whose example being followed by the Pamekasanese and the Madurese, having fortunately arrived from the 19th 365 From Java's East Coast, the 13th of January 1772. until the 20th at Cotta, still having with them 1 sergeant, 1 corporal, and 12 privates. It has been observed that this must have been the last effort of their desperation, because they must have suffered a shortage of powder and lead; from the wounded they have cut out lead rolled up from tea canisters and pounded, as well as some pistol balls, since they obtained no more than half a barrel of pistol cartridges as booty from the Europeans on the battlefield and what happened in between. I can assure Your Honor that the shooting lasted day and night as long as it was blockaded, wherein the greatest part of our cartridges was also spent. Ensign Ostroewskij was brought home to me on that occasion with 3 wounds; he heard the Europeans calling while lying in a valley close to the road. Right Honorable Sir, it is true that I have detached Lieutenant Heinrich to Djember, where Ensign Tisscher had already taken up a post, which I believe was done according to instructions; Your Honor can now arrange the same as desired, because it is impossible for me to give orders there and here, the burden presses me here far too much. From Java's East Coast, the 13th of January 1772. The battoors will be welcome, but too late to bring the cannon there for this time, because it is now no longer time to operate in the field; rain day and night, nothing but sky and forest, no roofs to be found, up to the belly through the mud, I leave it to everyone to judge what can be done. Wherewith I conclude this and remain with deep respect, underneath stood the title, lower, Your Honor's obedient servant, was signed, C. H. Reijgers. Copy of a copy of a missive from the provisional Oeloepampang Resident Schophoff to the Commander at Sourabaij Luzac, dated the 18th of December 1771. Your Right Honorable's revered letter of the 7th instant, duly handed to me on the 16th, serves in respectful reply that I, pursuant to Your Honor's honored requisition, will send monthly a strength of the natives on expedition as soon as I can get the numbers stated, which I shall also seek to do in the next few days. And concerning the letter sent to the rebels at Bajoe, it had no effect, as I have never been able to obtain word or sign from the messenger employed, From Java's East Coast, the 13th of January 1772. 367 presumably having been put to death by that ungodly rabble. With Captain Lieutenant Reijgers, Your Right Honor may place full trust; I would not gladly neglect anything in the slightest to give any cause for disharmony, because such would not only tend to the detriment of the Honorable Company's interest, and especially in a proper outcome, ultimately placing upon my neck an irresponsible burden with the utmost shame; thus Your Right Honor will have seen from the enclosures of my previous letter how Banjer has been ruined, a commando was sent to Cradjagan, and the advance undertaken to Bajoe; as well as that Bali Strait is patrolled by seven vessels and the south cape by two of the same, and blockaded in order to prevent the messenger from crossing over to Bali. And regarding the sending over of the sick in this dangerous time at sea, I respectfully refer to my previous letter; all the more because the pantjallangs are not yet unloaded, having only recently arrived, and must also be used for the transport back and forth from here with provisions to Banjoealit, because one has no battoors. From Java's East Coast, the 13th of January 1772. The battoors will be welcome, but too late to bring the cannon there for this time, because it is now no longer time to operate in the field; rain day and night, nothing but sky and forest, no roofs to be found, up to the belly through the mud, I leave it to everyone to judge what can be done. Wherewith I conclude this and remain with deep respect, underneath stood the title, lower, Your Honor's obedient servant, was signed, C. H. Reijgers. Copy of a copy of a missive from the provisional Oeloepampang Resident Schophoff to the Commander at Sourabaij Luzac, dated the 18th of December 1771. Your Right Honorable's revered letter of the 7th instant, duly handed to me on the 16th, serves in respectful reply that I, pursuant to Your Honor's honored requisition, will send monthly a strength of the natives on expedition as soon as I can get the numbers stated, which I shall also seek to do in the next few days. And concerning the letter sent to the rebels at Bajoe, it had no effect, as I have never been able to obtain word or sign from the messenger employed.

Dutch transcription

Javas oost kust Deden 18: Aamb: 172. — Van „ant 1: Corporaal en 12: gemeene bij haare waar meede deesen besluijte, en verblijve met diep ontzag /:onderstond:/ tit: lager uwel Ed:e Achtb: gehoorsaame dienaar /:was geteekend/ C: H: Reijgers. Copia Copia missive van en aan als vooren gedateerd Cotta den 21: december 1771:— In seer nedrige antwoord op uwE letters van den 13: deeses mij den 19: zijnde de dag dat de rebellen voor 't tweede maal de „geheyd stoudheijd, hebben omme onse Jnlanders in haere bentings ron„ „tom te bespringen dog door een dapper tegenstand te rug gedreeven is 't gespuijs niet alleen dit doende maar reets al de klijne passa„ gies heeft beset gehad, volgens blijken geen Leebendige ziele te willen laaten stippen, is mijn verseekert dat bij die occagie eene van haar principaalen gebleeven is, na dat 3: man agterma„ kander na zijn Lichaam geschooten, en vrulde loos, de 4: door ordres van zijn Captain der madureesen op zijn hoofd gemikt en daar op gevallen, is hij den voorsten geweest in de hoop, en wel gekleed, waar op de anderen aanstonds te wijl genoomen waar op de Sumanappers Eerst haare bonting verlaaten uijt de bosch op de vlackte gekexrtireerd: des voorbeelt de pamacassan„ gers ende madureesen gevolgt zijnde gelukkelijk van den 19:' tot 365 Van Iavas oost kust Den 13:' Janu: 1772. — tot den 20 op Cotta: gearriveert, nog bij zig hebbende 1: zek„ geant 1: Corp:l en 12: gemeene, men heeft ontwaart dat dit de leste eeling van haar diesparatie moet geweest zijn, der wijlenze aan kruijten loot gebrek moeten gehad hebben heeft men uit de gegeuste opgevolgt loot van thee dhoosen en gestampt, uijt de wonden gesneden, als mede eenige pies„ toolen koegels daar ze dog niet meer als en ½ vat Pistoole pat„ troonen op 't slag veld van de Europeesen en wat in de tusschen geweest is tot buijt hebben bekomen; kan ik uwE: agtb: verseekeren dat 't schietend dag en nag geduurt heeft, zoo lang 't blokkieert geweest is, daar 't grootste gedeelte van onze pattroonen meede verspild is. Is mij den vaandrig ostroewskij bij die gelegend„ „heid 't huijs gebragd met 3: worden, heeft denzelven in een vallij digt aan de weggeleegen de Europeesen hooren„ de geroepen. wel Edele Agtb: heer 't is waar dat ik den luijtenant Heinrich na Djember heeft gedetacheert, daar den vaan„ drig Tisscher reets post gevat hadde, 't welk ik gelooff vol„ „gens Jnstructie geschied is, kan uwE het zelve thans schik„ ken na behaegen, derwijlen het mij onmogelijk is om me daar en hier orders te stellen, de last drukt mij, hier dan meerder te veel. de Van Iavasoostkust Den 13: Jann: 1772. De Battoors zullen welkoomen zijn, dog te laaten omme voor die keer 't Canon daar te brengen, derwij len thans geen tijd meer is om te vild te ageeren, dag en nagt reegen, niets als hermel en bos, geen daaken te win„ „den tot aan de buijk door de modder laat ik een ieder oor„ deelen wat men doen kan. Waar meede deese besluijte en verblijve met diep ontsag /:onderstond /: tit :/ Lager/ uwE Agtb: ge„ „hoorsamen Dienaar /:was geteekend:/ C:t R:t Reijgers. — Copia Copia missiv van den provisio„ „neel oeloepampangs Resident schophoff aan den gezaghebber te sourabaij Luzac ge„ dateerd den 18: December 1771. — Uwel Ed:e Agtb: gevenereerde letteren van den 7: dezer mij op den 16: de wel inhandigt, diene daar op in eerbiedige rescriptie als dat ik 'smaands ingevolge uwEd: g'eerd re„ quesit een sterkte van d' Jnlanders in Expiditie als maar 't getal kan opgegeve krijgen zal oversenden 't welk ook eerst daags zal zoeken te doen, En aangaande 't toege„ zonden bitjet aan de rebellen te Bajoe van geen effect ope„ „weest wijle nooit taal nog teeken van den zendeling gebruikt Van Iavasoost kust Den 13: Janu: 1772. — 367 gebruijkt heb kunnen erlangen presumptelijk door dat heilloose gespuijs om t leeven moet gebragt zijn. Met den Cap:n Luyten:t Rijgers geliefd uw Ed:e Achtb: ganschelijk vertrouwen, ik niet gaarne iets in 't minste zoude versuijmen eenige aanlijding van disharmonie te geven om dat zulx niet alleen tot nadeel van sE: Comp: belang zoude strekken, en wel bijsonder bij een Reg„ „te uitkomst ten Einde mij daar door een onverantwoor delijke last met d'uiterste schande op de nek leg„ gen dus zal uwEd: agtb: uit de bijlagen van mij voorige gebleeke zijn hoe dat Banjer geruineert is, een Commando na Cradjagan gezonden geweest; ende ge„ noome opmarsch na Bajoe als mede dat straat Balij met seven vaartuigen ende zuijd hoek met twee dito bekruist, en belegt is om de zendeling na Bali te beletten over te gaan. En omtrent de zieken over te zenden in deeze gevaarlijke tijd op zee, houde mij eerbiedigst aan mijn vorige gerefereert; te meer wijl de pantjallangs tot nog niet ontladen: Jongst eerst g'arriveert, ook met d' over en weer vaart van hier met provisien na Ban„ „joealit moeten gebruikt worden, om dat men geene battoors - Van Iavas oostkust Den 13: Jann: 1772. De Battoors zullen wel koomen zijn, dog te laaten omme voor die keer 't Canon daar te brengen, der wij len thans geen tijd meer is om te vild te ageeren, dag en nagt reegen, niets als heemel en bos, geen daaken te win„ „den tot aan de buijk door de modder laat ik een ieder oor„ deelen wat men doen kan. Waar meede deese besluijte en verblijve met diep ontsag /:onderstond /: tit:/ Lager/ uwE Agtb: ge„ „hoorsamen Dienaar /:was geteekend:/ C:t H:t Reijgers. — Copia Copia missive van den provisio„ „neel oeloepampangs Resident schop hoff aan den gezaghebber te sourabaij Luzac ge„ dateerd den 18: December 1771. — Uwel Ed:e Agtb: gevenereerde letteren van den 7: dezer mij op den 16: de wel inhandigt, diene daar op in eerbiedige rescriptie als dat ik 'smaands ingevolge uwEd: g'eerd re„ quesit een sterkte van d' Jnlanders in Expiditie als maar 't getal kan opgegeve krijgen zal oversenden 't welk ook eerst daags zal zoaken te doen, En aangaande 't toege„ zonden bitjet aan de rebellen te Bajoe van geen offect opi„ weest wijle nooit taal nog teeken van den zendeling gebruikt

NL-HaNA_1.04.02_3337_1741 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 13th of January 1772. 367 which I used, could be obtained, presumably having been put to death by that wicked rabble. With Captain Lieutenant Rijgers, Your Right Honourable may fully trust that I would not gladly neglect in the slightest anything that would give cause for disharmony, because such would not only tend to the disadvantage of the Honourable Company's interest, and especially in a direct outcome, thereby laying an irresponsible burden with the utmost shame upon my neck. Thus, from the enclosures of my previous letter, it will have appeared to Your Right Honourable how Banjer has been ruined, a commando had been sent to Cradjagan, and the advance upon Bajoe had been undertaken; as also that the Strait of Bali is cruised and blockaded with seven vessels, and the south point with two ditto, in order to prevent the emissary from crossing over to Bali. And regarding the sending over of the sick at this dangerous time at sea, I respectfully refer to my previous letter; all the more because the pantjallangs are not yet unloaded, having only recently arrived, and must also be used for the back-and-forth passage from here to Banjoealit with provisions, because one has no more battoors From Java's East Coast, the 13th of January 1772. at hand. According to the duly received extract from our highly praised ruler, the Noble Lord Governor and Director, I shall treat the provisional second regent Iavanagara as has also been done hitherto. From my private letter, which I now hope has been received, Your Right Honourable will have observed how matters stand with the doits lent to the regents upon the departure of Cartanagara, which I erroneously forgot to mention. As I have mentioned earlier herein, that the shores are guarded by the vessels to prevent the crossing back and forth of the rebels to Bali, everything has been applied to that end, as is still being done to the best of our ability. For the transmission of the copy of the letter written to Captain Lieutenant Reijgers, I thank you very much, though the meaning contained therein was sent over to him too late. Furthermore, I have the honour to inform Your Right Honourable that, upon the request according to the enclosed copy of the letter from Captain Lieutenant Bijgers, I went early yesterday morning to Cotta, where Ensign Schaar arrived after From Java's East Coast, the 13th of January 1772. my arrival at the hour of seven o'clock. Finding the Captain Lieutenant very agitated on account of his slight wound, but mostly over the bad outcome before Bajoe upon his reckless undertaking, after staying there a good half hour I then crossed over to Bajoe with Ensign Schaar and Ostrouwskij, where I found the Madurese, Sumenappers, and Pamekassangers already entrenched very close underneath, partly around the rebels' hiding nest, as it seemed to me advantageously, sheltered from the artillery of the rebels, who still continuously fired upon our benting. And the Europeans, encamped on a rice field half an hour before Bajoe, having withdrawn from Bajoe by order of the head of the expedition, I had all the chiefs assemble there in the Sumenap benting, in the presence of the officers Ensign Schaar and Ostrouwskij, Cornet Timme, and Extraordinary Lieutenant of the Artillery Smedeken, and asked their feelings and opinions about this state of affairs in which they found themselves. The absolute intention of the chiefs was to maintain their posts, to execute against the rebels all that they could devise; however, they continued to request two pieces of artillery From Java's East Coast, the 13th of January 1772. of three pounds to be brought thither, as their intention was to make breaches with them in the enemy's bentings so as to be able to storm them. Whereas I, along with the officers, pointed out to them the impossibility of transporting such heavy artillery, they nevertheless persisted in their request to at least make the trial of the transport, saying they would provide as many battoors as were needed, along with the supply of ammunition and provisions for themselves and the Europeans. Those chiefs were left in that belief as necessary, to make the trial of transporting the artillery, and at their request also to have half of the Europeans take up a position there among them, for which they were already engaged in preparing a benting. And to cover the passage at Soengo, which then had to be judged best of all, my proposal to those chiefs was that the Europeans at Soengo be reinforced with two to three hundred natives, in order to await the rebels' feared desperate sally upon our men there, so as to keep the supply lines safer, as well as to cover from behind against any attacks they might undertake against them. From Java's East Coast, the 13th of January 1772. 371 The chiefs were of one mind with me in this; however, Ensign Schaar and Cornet Timme considered this not to be necessary. The decision thus remained that the greater part of the Europeans would remain posted with the aforementioned natives for the covering of the passage, in order to maintain the blockade in this manner, in the hope that the rebels would now indeed waste their powder and lead on our men without effect, and by keeping them in constant unrest day and night through movements, to exhaust them completely within a few days. Much hope was also entertained because of the heavy stench arising from the rebels' bentings, through which it was assumed as a matter of course that, on account of their dead and sick, they must soon give up due to the general contagion. And the aforementioned having been decided thus far, I went from Bajoe to Songong with the officers to the European encampment, and considered with them that the uncomfortable situation due to the daily rainy season could likewise not be endured for long by our men. One was of the opinion concerning this blockade that if it could be maintained for only another eight to ten days,

Dutch transcription

Van Iavasoost kust Den 13: Janu: 1772. — 367 gebruijkt heb kunnen erlangen presumptelijk door dat heilloose gespuijs om t leeven moet gebragt zijn. Met den Cap:n Luyten:t Rijgers geliefd uw Ed:e Achtb: ganschelijk vertrouwen, ik niet gaarne iets in 't minste zoude versuijmen eenige aanlijding van disharmonie te geven om dat zulx niet alleen tot nadeel van sE: Comp: belang zoude strekken, en wel bijsonder bij een Reg„ „te uitkomst ten Einde mij daar door een onverantwoor delijke last met d'uiterste schande op de nek leg„ „gen dus zal uwEd: agtb: uit de bijlagen van mij voorige gebleeke zijn hoe dat Banjer geruineert is, een Commando na Cradjagan gezonden geweest; ende ge„ noome opmarsch na Bajoe als mede dat straat Balij met seven vaartuigen ende zuijd hoek met twee dito bekruist en belegt is om de zendeling na Bali te beletten over te gaan. En omtrent de zieken over te zenden in deeze gevaarlijke tijd op zee, houde mij eerbiedigst aan mijn vorige gerefereert; te meer wijl de pantjallangs tot nog niet ontladen: Jongst eerst g'arriveert, ook met d' over en weer vaart van hier met provisien na Ban„ „joealit moeten gebruikt worden, om dat men geene battoors Van Iavasoostkust Den 13.: Janu: 172. — battoors meer aan handen heeft. Volgens het wel ontfangen Extract van onsen hoog loffelijken gebieder den Edele heere Gouverneur en directeur zal ik den provisioneel twede regent Iava nagara behandelen gelijk ook tot nog geschied is: zal uw Ed: agtb bij mijn particuliere nu hope ontfangen is, hebben beoogt hoedanig 't met de geleende duijten aan de regenten geleegen bij vertrek van Cartanagara abusie f vergeten heb te melden. Zoo als in deze voorwaards gemeld heb de stran„ den door de vaartuigen bewaakt werd om 't over en weer gaan der rebellen na Balie belet werd is daar toe alles aangewend geweest, zoo als nog na alle mogelijkheid gedaan werd. Voor de toesending van de Copia missive aan Cap:n luit:n Reijgers geschreeven mij zeer bedankende Egter te laat aan zijn E: de zin daar inne begreepen overgezonden. Voorts heb ik d' Eere uwEd: achtb: te bedeelen, dat ik mij op 't versoek volgens inleggende Copia missive van Cap:n luitenant Bijgers gisteren agtend vroeg tijdig na Cotta heb begeeven, alwaar den vaandrig schaar na Van Iavasoostkust Den 13:' Jann: 1772. na mijn komst de klokke seven uuren aanquam, den Cap:n Luit:t wegens zijn kleene quetsuur als wel muest over de slegte uitslag voor Bajoe op zijn ligte onderneming zeer g'altereert vindende, na een groo„ „te halve uur vertoevens daar na met vendrig schaar en astrouwskij na Bajoe benover gegaan, alwaar de madureesen Sumanappers en Pamacassangers hun al reets zeer digt onder eer gedeeltelijk om der rebellen Schuijlnest zoo 't mij toe gescheenen voordeelig verschanst hebben gehad gevonden, bevrijd van der rebellen geschut, die als nog bij Continuatie na onse benting vuurden, en„ de Europeesen een half uurtje voor Bajoe op een rijstveld gecampeert op ordre van 't hoofd der Expiditie uit Ba„ „joe getrokken, heb ik aldaar in de Sumanapse benting alle hoofden bij Elkander laten komen, in preesentie van de officieren de vendrig schaar en ostrouwskij, den Cor„ net Timme en Extra ordinair Leiten:t van de arthil larij smedeken, hare gevoelens en mening af gevraagt over deze toestand van saken waar inse hun bevonden was, der hoofden absoluute intentie hare posten te blijven behouden om op de rebellen uit te voeren, al wat se beden„ „ken konden egter om twee stukken geschut bleeven versoeken - Van Iavas oost kust den 13 Ianuary 1772. versoeken van drie pond derwaarts laate brengen, wijl haare meening was daar meede toos in de vijanden bon„ tingen te makense te kunnen Besturmen waar en tegen ik met de officieeren hun voorstelden de onmo„ gelijkheid tot het vervooren van zulx swaar geschut bleevense egter bij hun versoek persisteeren ten minste de proef van de vervoer te nemen dat ze battoors zoo veel zoude geven als er nodig waren met de toevoer van ammunitie en provisien voor hun ende Europezen heeft men die hoofden in dat denk„ beeld als noodsakelijk gelaaten om de proef van 't ge„ schut te vervoeren te neemen, en op hun versoek me„ „de de helfd van d' Europeezen tusschen haar aldaar post te vatten waar voor se reeds aan 't vervaardigen van een benting doende waren, ende heeft tot dekking te soengo van de passagie 't welk dan alles 't beste moest geoordeelt wierden was mijn voorslag aan die hoofde dat d' Europesen met twee â drie hondert Jnlanders. te soengo gesterkt wierden om de rebillen overwagte„ „te dugte wanhope uitval op d'onse aldaar om de toe voer te veiliger te houden als d'aanvallen diese op haar„ mogte ondernemen van agteren meede te dekken waren Van Iavasoost kust Den 13: Jann: 1772. 371 waren de hoofde daar inne met mij eens van gevoe„ len; egter agte den vaandrig schaar en Cornet Tim„ „me zulx niet nodig te zijn, 't besluit dusdanig gebleven dat 't grootste gedeelte Europeese tot de k„ king van de passagie met voormelde Jnlanders zoude blijven geposteerd: om de bloquade dusdanig aan te houden, met hope dat de rebellen haar kruit en lood wel op de onse nu zonder vrugt wel zoude ver„ „spillen en deselve in gestadige onrust dag en nagt te houden door beweeginge haar binne korte dagen gansch af te matten, men ook veele hope had door de swa„ „re stank uit der rebellen bentinge op komende deselve daar door als van zelfs verondersteld wierd door hun doden en zieken haast door d' algemeene besmit„ ting het te moeten opgeven. endus verre 't voorm: beslooten zijnde hebbe mij uit Bajoe na Songong met d' officieren in 't Europese Campement bege„ „gen, en met dezelve overwogen d' ongemakkelijke gesteldheid wegens de dagelijks regen tijd voor d'on„ „se mede niet lange konde uitgehouden werden de„ ze bloquaden was men van oordeelen als deselve nog maar tot agt â 10 dagen konde uitgehouden wer„ „den

NL-HaNA_1.04.02_3337_1746 view scan ↗

English

From Java's East Coast The 13th January 1772. due to the many illnesses that occurred; one anticipated that the rebels in that time would exhaust themselves entirely and their courage would vanish provided only that a good watch was kept, so long as our men were not entrenched on one side or the other and the retreat upon decamping at night was done in silence, and furthermore having requested the officers to endeavor with the most amiable harmony among one another and with the native chiefs to consult and consider everything most useful in that case, as the chiefs also promised and showed to be very desirable in their situation, taking my leave at three o'clock in the afternoon I returned again to Cotta and made a report to the head of the expedition of what was encountered and found as aforesaid, and likewise departed again early this morning to come hither. Yesterday at Bajoe I took a count of the dead and wounded from the 14th to the 17th of this month; according to the Madurese, they have well over a hundred in dead and wounded combined, the Sumenepers 18 dead and 25 wounded, the Pamekasaners only 4 wounded, and the total force consisting of 800 heads 373 373 From Java's East Coast The 13th January 1772. 800 heads Madurese 400 ditto Sumenepers and 240 ditto Pamekasaners, the European dead being only on the 14th of this month during the attack three, besides shot-through wounded, in addition to several who stepped on caltrops. Because of the many wounded among both the natives and the Europeans, medicines will soon be lacking, medicines will soon be lacking, as well as surgeons, wherefore I most humbly pray that these may be provided as quickly as possible, as well as dried fish, bacon, meat, rice, arrack, and whatever else is consumed for daily use, which will also soon be lacking, and most especially the most courageous bearers to transport all these things; I am also in the greatest embarrassment for clerks, as I am currently rendered completely incapable by all the misery and hardships, having to be busy day and night in all corners and quarters to verify everything precisely myself. Furthermore I have the honor to call myself with due respect, underneath stood: Title, lower: Your From Java's East Coast The 13th January 1772. Your Honorable's submissive servant, was signed: H:k Schophoff. Then and to, as just dated The 19th December 1771. Yesterday afternoon at half past three, after I had closed Your Honorable's dispatch of that date, I received from the head of the expedition Rijgers, according to the enclosed copy of a small note, the most painful news that our Europeans have been surprised by a party of rebels at Soengo, and as further dictated by the enclosed received copies and my written answers, you will please examine how one must assume that such happened through the carelessness of our Europeans, since they still lay there with such a force of over 120 heads, and the attacking rebels, as I am assured up to now by the arriving natives who say they were eye-witnesses to it, were not even a hundred men strong, with short pikes and without a single firearm with them, also that the rebels presumably must have From Java's East Coast The 13th January 1772. 375 expended all their powder and lead, because all last night and the following morning they did not fire another shot from their entrenchments at our natives; and because, aside from the writing of the head of the expedition, I am informed by natives arrived from Bajoe that not one of all three officers was found among the dead, which makes me also fear that they might have been carried off alive by the rebels, since they also informed me that a party of Europeans took their flight to Bajoe with the Madurese; and that those people are absolutely unwilling to break out of their entrenchments so long as they could only get powder, lead, and provisions there. In my letter of yesterday I forgot to write also for ammunition of war in general, which will also soon be lacking if the commandos are to remain active, especially cartridges. Before I close this, I shall only briefly report that all inconveniences and misery in the Balambangan region seem to arise all at once without any resolution for the present, unless the Almighty makes a miraculous 177 From Java's East Coast The 13th January 1772. miraculous arrangement therein. While with the greatest due respect I call myself, underneath stood: Title, was signed: H:k Schophoff. Likewise dated the 21st December 1771 After my separate dispatch of the 19th to Your Honorable, which I hope you will have received before the appearance of this one along with the enclosures, I received Your Honorable's ever revered letter of the 13th of this month with the enclosed copy to Captain-Lieutenant Reijgers, together with a copy extract from the secret resolutions of Their High Mightinesses, whereupon in respectful reply I find nothing to answer except that I have sent what was written by private individuals of Jojolono and Soemonogoro concerning what is to be feared from the west in extract to the head of the army, Captain-Lieutenant Reygers, and that today I have sent off a requisition for necessities for the expedition by common letter for the west monsoon, which I judge will be needed in the very highest degree; given this most fatal outcome for the Honorable Company and our men before Bajoe, I see no end to this before the upcoming east monsoon.

Dutch transcription

Van Iavasoostkust Den 13:' Jann: 1772. „den wegens de veele ziektens er op kwamen; men uitzigt had dat de rebellen hun in die tyd gansch zoude afmatten haar moed te doen verduynen mits maar goe de wagt wierd gehouden, zoo lange dat zo de onse niet aan de eene of andere zijde vervasten ende rettivade bij het op breeken 's nagts in stilte geschiede en voorts de officie„ ren versogte hebbende met de minsaamste harmonie onder elkanderen met de Jnlandse hoofde zoude tragten alles ten beste dienstig in dat geval over leggen en overwe„ gen, zoo als de hoofden ook belooft hebben ende getoont in hare situatie zeer wenschelijk, mijn afscheid nemen de om drie uuren 's namiddags weder om na Cotta ge„ „keert en aan 't hooft van de Expeditie verslag van 't ont„ moet en bevondene voormeld gedaan en zoo voorts mij heden moogen vroeg tijdig weder herwaarts bege„ vende. Ik heb gisteren ten Bajoe de dooden en gequet sten van 14: tot den 17: deser opgenomen als de ma„ dureesen geven op ruim hondert zoo aan dooden en ge quetsten door Elkander te hebben, de sumanappers 18 dooden en 25: gequetsten pamacassangers eenelijk 4: gequetsten ende sterkte in 't geheel bestaan in 800 koppen 373 373 Van Iavasoostkust Den 13:' Januaryj 1772. 800 koppen madureesen 400 do Sumanappers en 240: d:o Pamacassangers zijnde der Europeesen doden enelijk op den 14: dezer bij attacque geweest drie, b:s doorschoten gequest buiten nog eenige in roetangels getrapt. Door de veele geblesseerdens zoo van jnlanders als d' Europeesen de geneesmiddelen spoedig zullen koo„ men te ontbreeken de geneesmiddelen spoedig zullen koomen te ontbreeken als mede Chirurgijns waar om ten spoedigste allernedrigst bidde mag geriefd wer „den, als mede van de gedroogde visch spek, vlees rijst arak en wesmeer tot dagelijks gebruijk te verconsu„ meeren ook ten eerste gebrek aan zal komen en wel het allermoedigste battoors om 't een en ander te vervoeren; ook ben ik in de grootste verlegent„ „heid om pennisten wijl thans ten eenemaal buiten staat rake door alle Elende en gebreeken dag en nagt in alle hoeken en winkels moet bezig zijn alle zaken zelfs Exact na te gaan. Voorts hebbe de Eere mij met verschuldigt respect te noemen /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uwel Van Iavasoost kust Den 13:' Januarij 172. uwel Edele Achtb: submissen Dienaar /:was geteekend:/ H:k Schophoff. — Dan en aan als even gedateerd Den 19: December 1771. Gisteren na middag de klok half vier dat uw Ed: Agtb: missive van die datum geslotenhad ontfang ik van het hoofd der Expeditie Rijgers volgens inleggende Copia Cartabelletje de allersmer„ telykste tijding dat onse Europeesen door een par„ tij rebellen te Soengo zijn overvallen en nog nader als inleggende Copias ontfangen dicteere en mijne ant„ woorden geschreeven, zult geleeven na te gaan, hoe men veronderstellen moet door onagtsaamheid onser Europeesen zulks is overgekomen daarse met een zulke magt over de 120 Coppen nog hebbe geleegen ende aanvallende rebillen, mij tot nog van de aange„ kome Jnlanders verseekert is, die oog getuijge zeggen daar bij geweest te zijn, geen hondert man met korte piekjes zonder een schiet geweer bij hun gehad, sterk geweest ook dat de rebellen presumptelijk al„ haar Van Iavas oostkust Den 13: Janu: 1772. 375 haar kruijd en lood moete verschoten gehad hebben, wijl „se gisteren de geheele nagtenop volgende moogen geen schoot meer op onse Jnlanders gedaan hebben, uit haar verschansingen, en wijl ik buiten 't schrijven van 't hoofd der Expeditie berigt, ben door Jnlanders van Ba„ „joe over gekomen, dat er geen een van alle drie offi „cieren onder de dooden gevonden was, mij mede doet vreesen dat ze leevend door de rebellen konde weg gevoert zijn daarse mij ook berigt hebben een parthij Europeesen na Bajoe bij de madureesen haar vlugt hebben genomen; en dat die planders te zijn absoluut uit hare verschansingen niet willens wa„ ren of te breeken zoo lange als zij maar kruijt lood en provisien konde derwaarts krijge. Ik heb bij mijne van gisteren vergeten mede om ammunitie van oorlog in het algemeen te schrij„ „ven ook ten eerste zullen manqueeren als de Comman„ „dos nog kunnen gaande blijven bijsonderst pattroonen. Eer ik deeze sluite zal ik maar kortelings bedeelen dat alle ongemakken en Elende in 't Balemboangangse te gelijk zonder uit komst voor Eerst zie opkomen, ten 't zij den almogende een wonder 177 Van Iavasoost Kust Den 13: Januarij 1772. wonderbare schikking daar in maakt. Wijl met de meeste verschuldigde Eerbied mij noeme /:onderstond:/ Titul /was getee„ kond/ H:k Schophoff. Adidem gedateerd den 21: Decemb:r 1771 Na dat op den 19: mijn aparte afgevaardigt aan uwEd Achtb: die voor paresse deeser met de bijlaegen hoope zult Erlangt hebben, ontfing ik uwel Ed:e agtb: altoos gevenereerde „ den 13: deser met in Close Copia aan Capit: Luitenant Reijgers beneffens Copia Ex„ „tract uit de secreete Resolutien van haar hoog Edelens waar op in Eerbiedige Rescriptie niets vinde te Rescribeeren als dat ik het aangeschreeve bij parti„ Culiere van Jojolono en Soemonogoro van de west te dugten in Extract aan het leger hoofd den Capit=n Luitenant Reygers hebt toegezonden en dat ik he „den een Eijsch van benodigtheden voor de Expeditie heb afgezonden bij gemeene letteren voor de west moesson ten aller hoogste oordeele benodigt zal weesen, op deesen aller fataelste uitslag voor de E: Comp: ende onse voor bajoe, geen Eijnde zie voor de aanstaande oostmoisson aan

NL-HaNA_1.04.02_3337_1751 view scan ↗

English

7. From Java's East Coast the 13 January 1772. to the Expedition where now during this rainy season nothing else can be carried out with effect against the Rebels the entire country threatens to be utterly ruined of all provisions by the currently present Madurese, Sumenep, and Pamekasan and Pace Kaset peoples, who indeed necessarily ought to be rotated every two months if one wishes to flatter oneself with any hope of retaining them. Our European force has already once again been entirely ruined at the incident at Soengon, where for the present nothing else can be carried out with it than to garrison the fortresses, also appearing to be stricken now with the utmost terror and fear, and the courage and despair of the rebels at the same time raised to the very highest pitch. I can as yet obtain no reliable report of our fallen Europeans at Songon. However, I am informed that the largest part of the Infantry perished, among whom Ensign Schaar and Cornet Timme are said to be, and this defeat is reported to me to have been solely attributable to Ensign Schaar, because he, after firing a single shot himself at that rabble, had thrown his weapon from him, 377 From Java's East Coast the 13 January 1772. had thrown and was the first to take flight, followed by a party, while the rebels, so few in number and mostly armed only with pointed bamboos, without any firearms, had fallen like madmen among the Europeans; which they also tried to do likewise the day thereafter against the Madurese and Pamekasan troops, however leaving behind some dead, being compelled to desist from their fury. I have here in garrison, I can say with truth, no sound-hearted soldiers, indeed 34 heads on duty, yet all weak and miserable, since all the healthy men, both among non-commissioned officers and privates, were selected by the head of the Expedition under his train to Bayu; and why I have requested His Honour, as Your Honourable Worship will be pleased to observe among these accompanying extracts, to reinforce my garrison, and Ensign Guttenberger who has already been lying completely exhausted for ten days there with the daily fevers. The head of the Expedition will probably have informed Your Honourable Worship in detail in his letter of the sad state of our Europeans, as well as the good and desist: From Java's East Coast the 13 January 1772. 371 and well-intentioned conduct maintained by the Madurese, Sumenep, and Pamekasan peoples; they have completely put to shame our Europeans' joy and bravery in the highest degree from the beginning, as has been fully evident to me at Bayu. Wherewith I have the honour with due respect to style myself, stood below: title, lower: Your Honourable Worship's very humble servant, was signed: H: Schophoff. The same dated the 22 December 1771: After I had dispatched mine yesterday to Your Honourable Worship with the orderly Scheel, I received Your Honourable Worship's honoured letters of the 10th of this month, together with a separate extract from the Pasuruan Commandant Goudslag written to Your Honourable Worship, to which I serve in humble reply, that I immediately sent a copy extract thereof to the head of the Expedition, the Captain-Lieutenant Reijgers, in order From Java's East Coast the 13 January 1772. in order to be able to take his measures accordingly, insofar as I shall adjust mine accordingly; and that the notices have had not the least effect upon the rebels, as I informed Your Honourable Worship in my previous letter. Herewith copy of the letters received from Captain-Lieutenant Reijgers since yesterday and the answers written thereto, together with a ditto received from Lieutenant Heinrich, I most respectfully present my response and the further related circumstances here to Your Honourable Worship. I have not yet received any report from the head of the Expedition as to how many soldiers were killed at Soengon or went missing there, but did learn indirectly that 41 heads of the Infantry, 15 dragoons, and one gunner perished. Furthermore, I know of nothing noteworthy to communicate to Your Honourable Worship, except that now everything has only just been brought into the utmost misery and sorrow, and no end is to be seen for a long time, unless the Almighty should make a miraculous arrangement therein. 381 From Java's East Coast the 13 January 1772. therein, I take the liberty to style myself with the highest regard, stood below: title, lower: Your Honourable Worship's very humble servant, was signed: H:k Schophoff. Copy Copy letter from the Panarukan postholder Kramer to the Commander Luzac dated the 24 December 1771. Just at this moment, according to the statement of the chief of this place, nearly 300 Madurese have arrived, among whom is Lieutenant Calleziap, who is shot through and through in the thick of his right leg, with some others who are wounded; those who are not wounded I have requested in the most friendly manner to remain here, and received as an answer that if I did not want to let them pass in peace, they From Java's East Coast the 10 January 1772. they would certainly find their way. Herewith I have the honour to subscribe myself with all conceivable respect, stood below: title, lower: Your Honourable Worship's most submissive and entirely obedient Servant, was signed: I: E: Kramer, stood below: Agrees, was signed: I: B: van der Burgh. Examined W: V: V: Neijerman witness

Dutch transcription

7. Van Iavasoost kust den 13 Janu 1772. aan de Expeditie daar nu bij deese regenteijd niets anders met vrugd op de Rebellen kan uitgevoert wer„ den daigt geheele Land deur van alle levens middelen tot al te ruijmeeren door de present zijnde madu„ reese sumanapse en pamacassangse en paecee Cas„ sets volkeren die wel noodsakelijk diende om de twee maanden verwisselt te werden wil men zig met eenige hoop flatteeren deselve aan te houden onse Europeese magt is reeds wederom ten Eenemaal bij 't geval te Soengon geruineert, daar niets anders voor eerst me„ „de uijtgevoert kan werden als de fortressen te beset„ „ten ook met de uiterste schrik en vrees nu scheijnen aangedaan te zijn, en der rebellen moeden wanhoop te gelijk ten aller hoogsten gesteijgert, jk kan nog geen watte narigt van onse gesneuvelde Europeese te songon krijgen Egter word mij berigt 't grootste gedeelte van de Jnfanterije gebleven te zijn, waar onder zig vendrig schaar en Cornet Timme zul „len bevinden en men geeft mij op deese neder„ laag aan vendrig schaar Eenelijk zoude te wyten zijn geweest, door dat den selve na een schoot zelfs of dat gespuijs gedaan 't geweer van zig geworpen 377 Van Iavasoost kust den 13. ' Ianuary 172. geworpen had de eerste aan 't loopen was gegaan, door een parthij gevolgd de rebellen zoo weijnig ingetal en meest nog maar met spitse bamboesen gewae„ „pent geweest zonder t eenig schiet geweer als dolzin„ „nig tusschen de Europeesen waren ingevallen 't welke zij 's daags daar aan op de madureesen en pamacas„ sangers ook alzoo hebbe zoeken te doen Egter met agter laeting van Eenige dooden van hun woede moeten Ik heb hier in guarnisoen kan ik met waar heid zeggen geen hertelijk gezoude militairen, wel 34 Coppen dienst doende, Egter alle zwak en Ellendig wijl alle gezonde zoo onder officieren als gemeene door 't hoofd van de Expeditie onder zijn trijn na bajoe uit gezogte; en waarom ik zijn E: heb versogt zoo als uw Ed:e agtb: onder dese overgaande Extracten zult gelieven beoogen mijne besettingte verstrekken en vendrig Guttenberger die al reeds thien dagen daarg ten Eene maal afgemat aan de dagelijkst Caesen legt. de hoofd van de Expeditie zal uwel Ed: agtb: wel denkelijk in zijn schrijven omstandig bedeelt hebben de droevige staat onser Europeesen, als mede 't goed en afzien: Van Iavasoostkust Den 13: Jann: 1772. 371 en welmeenend gehoude gedrag der maduree„ „sen, sumanappers, en pamacassangers onse „ soo in Europeesen blijd en dapperheidten hoogsten wel van den beginne of hebben doen beschaemen zoo als mij volkomentlijk te bajoe gebleeken zijnde. waar meede de Eere mij met verschuldig de reneratie te noemen /:onderstond /: titul lager uwel Ed:e Achtb: zeer zubmisse dienaar /was geteekend:/ H: Schophoff. — Adidem gedateerd den 22: decemb:r 1711: Na dat ik gisteren de mijne aan uwel Ed:e Achtb: met den oppasser scheel af gevaardigt had, ontfing ik uwel Ed:e Achtb: gehonoreerde letteren van 10: dezer, beneffens Extract apart van den passourouangs Comman„ „dant Goudelag aan uwel Ed:e Achtb: geschreeven, waar op in nedrige rescriptie diene, dat ter stont Copia Extract daar van aan 't hoofd van d' Expe„ „ditie den Cap:n luitenant Reijgers heb gezonden, om E Van Iavas oost kust Den 13:' Jann: 1772 om zijne maatregulen daar na te kunnen nemen voor zoo verre ik de mijne daar na schikken zal; en dat de biljetten van geen de minste uitwerkselen op de rebellen zijn geweest, zoo als ik uwel Ed:e Achtb: in mijn vorige bedeelt heb. Hier nevens Copia van den Cap:n Luct=s Reij„ „gers ontfange missives zedert gisteren en antwoor„ den daar op geschreeven beneffens een dito van Lieutenant Heinrich ontfangen mijn rescriptie en verder bedeelde toedragt alhier uw Ed: Achtb: eerbiedigst aanbiede Ik heb nog geen narigt van het hoofd der Expeditie ontfangen, hoe veel militairen te Soengon gesnuuvelt ofte daar 't zoek zijn ge„ raakt, maar wel zeijdelings ontwaart 41 Cop„ pen van de Jnfanterij, 15: dragonders en een Car„ nonier Verder uwel Ed:e Achtb: niets merkwarr„ digers weete te bedeelen als dat nu eerst al„ les inde uitersteelende en droeffenis is gebragt, en in lange geen Einde aanzieten 't zij den almogende een wonderbaare schikking daar 381 Van Iavas oostkust den 13: Jann: 172. daar in maakte, neeme de vrijheid mij met de meeste hoog agting te noemen. /:onder„ stond:/ titul / lager uwel Ed:e Achtb: zeer submissi dienaar. /:was geteekend:/ H:k Schophoff. Copia Copia missive van den panaroekangs posthouder Kramer aan den gezagheb„ „ber Luzac gedateerd Den 24:' December 1771. — So op het moment zijn hier volgens seggen van het hoofd van hier bij de 300: Madureesen gearriveert waar onder de Luitenant Calleziap is die in het dicke van sijn regte been door en door geschooten is, met nog Eenige die ge„ bleseerd zijn, die niet gebleeseert zijn heb„ „be op 't vriendelijkste versogt, om hier te blij„ ven, hebbe ter antwoord gekregen so indien ik haar niet met vreden wilde laaten passeeren sij Van Iavas oostkust Den 10: Janu: 172 sijn haar weg wel souden vinden Hier meede hebbe de Eere met allen bedonke„ „lijken Eerbied mij te onderteekenen /:onderstond/ titul /:lager:/ uwel Ed: Achtb: aller onderdanigsten en gans gehoorsaamsten Dienaar /:was geteekend:/ I: E: Kramer /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ I: B: van der Burgh. Nagezien W: V: V: Neijerman getucleng

← previous