Inventory 3364
Japan · 931 pages · 397 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
141 From Java's East Coast, the 20th of October 172. From Java's East Coast, the 28th of October 1732. I subsequently proposed that we should begin to fire for a breach, and that I would give orders to Ensign Mierop on the 11th in the morning at 7 o'clock to put the enemy on our right wing into a false alarm and make all kinds of feints with fire in order to divide the strength of the enemy in front of our front and left wing; and that we with the main force at 8 o'clock, after a prior proper garrisoning, shall advance and make all the native chiefs known to their peoples in advance as lawful when we march toward the enemy's benting; that I will have loose powder fired from our cannons with the intention that, while the rebels cannot show themselves where those cannons are flanked and fired, and on account of the smoke from the cannons, we on our side would not receive so many wounded; which the council of war entirely approved, and our breaching fire proceeded unto victory. The enemy's benting was very strongly fortified: in front strong palisades, in the middle fully six feet wide of earth, and behind the fence trenches after the fence, and in front everything full of caltrops. The effect of my proposal has proved that we received only 4 wounded during the advance upon the benting; for the caltrops I had bundles of brushwood made, each in his hand, and against the fire, mantlets. The other wounded and dead, as appears from the list, were sustained during the march up and approaching. The enemy has up to 40 dead, and the blood of the wounded is found for a mile around. The terrain of Bajoe is greatly to be admired; fully 1000 men can feed themselves from their plantations, both paddy, maize, sweet potatoes, tobacco No. 1. They have up to Bajoe, which terrain covers over half an hour before the narrowing of the valley; due to the lack of our provisions, our entire force can be fed for some days. We have as booty for the Company one brass cannon, three 4-inch mortars, two swivel guns, one brass and one iron. The Company's muskets the rebels had all traded for long Balinese ones; our natives have captured fully 100 with blunderbusses as their booty, and 200 horses. 149 From Java's East Coast, the 20th of October 172. From Java's East Coast, the 2nd of October 173. the [illegible]; the enemy, the remainder of them, has fled into the mountains, and I had them pursued into the night in order to scatter them from one another, and took possession of Bajoe. Since this morning I have again had the enemy pursued by strong patrols, who stand a day's march from here in the mountains. Those able-bodied men taken alive as prisoners I have caused to be put to death, and their heads to be placed upon high trees as a deterrent. I most humbly request of Your Honorable Worships for orders, since I am having everything demolished here and all provisions consumed, and destroying what is not yet ripe, whether Bajoe shall remain garrisoned; wherein I hereby advise Your Honorable Worships that, according to reports received from Resident Schophoff, no further provision vessels have yet appeared and we feed ourselves from our booty, how I must further conduct myself when this is consumed; as I will not leave Bajoe without the express order of Your Honorable Worships, and in the meantime pursue the enemy incessantly; they will starve, that remnant, or subordinate themselves, if only our provisions hold out, of which I will reckon about 10 days from today. Lastly, I find myself most highly necessitated very submissively to request of Your Honorable Worships, while my wound cannot be healed... It is praiseworthy that everyone who was charged by me has acquit himself particularly well in his duty, as firstly all officers who are nominated above conducted themselves according to their duty, and all natives without exception watched day and night, and worked in our approaches in the sunshine day and night, and accurately followed all orders under their appointed chiefs, for which I have expressed to them all in particular my gratitude on behalf of the Company. ...will have famine upon a longer absence of our provision vessels. Furthermore, I propose to Your Honorable Worships that I can successively have our force return home, that being about 910 men (the enemy is still 400 men, not counting the Malays), namely of the Madurese 550 under their chiefs, 300 Sumenepers, 30 Grissees, and 30 Sedayoers; I shall also have Ensign Mierop depart from here again by the next opportunity.
Dutch transcription
141 Van Iavas- Oostkust den 20:' october 172. Van Iavas Oostkcust Den 280:' otober 1732. ik vervolgens geproponeert dat wij souden beginnen om breste schieten en ik aan den vaandrig Mier op wilde ordre geeven den 11: smorgens ten 7: uuren den vijand op onsen regter vleu„ „gel in eenen valschen allaam te brengen en allerhande ver„ tooningen met vuuren te maaken om de sterkte van den vijand voor onse ftond en linker vleugel te verdeelen en dat wij met de hoofdmaakt ten 8: uuren na voor heevige behoor„ „lijke besetting sullen advanceeren en alle de Jnlandsche hoof„ den voor het voorwettigt aan hunne volkeren bekend te stel„ len wanneer wij na de vijandelijke benting op marcheeren dat ik sal met losse kruit uit onse Canonen vuuren la„ ten uit intentie ter wijlen de rebellen waar die Canonen geflanqueert en geschooten sig niet kunnen vertoonen en wegens den damp van de Canonen wy van onse kant niet soo veel gekwetste soude bekomen het welke den krijgs raad alles geapprobeert en onse bres schieten tot de overwinning voortgang genomen; de vijandelijke benting is zeer sterk gefortificeert geweest van vooren sterkte pal„ „lifaten in de midden wel ses schoe breet aarde en agter pagger na de pager loop graven en van voorne alles vol voe„ tangels de Effect van mijn propositie heeft getuigt dat wij maar 4. gekwetste bij het avanceeren op de benting bekomen voor de voetangelsche liet ik baggers maaken ieder in sijne hand en voor het schieten ma Chinen de andere gekwetse en dooden blijkens Lijst sijn bij den opmaksch en approcheeren den vijand heeft op 40: dooden en het bloed van de gekwetsten vind men op een min verre de terrain van bajoe is gootelyks te admi„ reeren wel 1000 man kunnen sig spijsigen van hunne plan„ tagien soo wel pady Jagings bataters Tobak N: 1: zij heb„ ben tot bajoe welke terram over een halfuur voor in slin„ „ting der valleij bevat wegens manquement van ons pro„ visien kan ons geheele magt voor eenige daagen gespijsigt worden wij hebben buit voor de Comp Een metaale Canon drie mortiers 4. duijms twee paarde lillen eene metaelen eene ysere de Comp:e geweeren hebbende rebellen alle ver ruilt tegens lange balijssee hebben onse Jnlanders wel 100 bekomen met donderbussen tot hunne buit en 200 paar„ pagger den 149 Van Iavas - Oostkust den 20:' October 172. Van Iavas. Oostrust Den 2:' ctober 173. „den Hb: den vijand is gevlugd van den overschot in de gebergten en hebbe ik haar tot in de nagt vervolgen laten om uit malkander te versprijen en besetting van bajoe genomen van desen morgen hebbe ik wederom door sterke pattrouilles den vijand laten naset„ ten dewelke eene dag marsch van hier in de gebergtens staat die die Levendig gevangen weerbare mannen hebbe ik laaten den doo„ de brengen en hunne koppen tot eene afschuuw op hooge boomen set„ ten laaten ik versoeke nedrigst aan vwEd agtb: om ordre nadien ik alles hier demoleeren laten en alle levensmiddelen verbrui„ „ken en het nog niet rijpe vernielen of bajoe sal beset blij„ ven daar ik uw Ed Agtb: daar bij predviseere dat volgens ont vangene berigten van den resident schophoff nog verder geene pro„ „visie vaartuige opgedaagt en wij van onse buit ons spijsigen dat wanneer deser verconsumeert hoe ik mij verder gedragen moet daar ik bajoe niet zal verlaten sonder Expresse ordre van uwEd agtb: en onder dien tid den vijand on ophoudelijke ver„ volgen zij zullen verhongeren dier voerschat ofr sig subordonnee ven wanneer het maar onse levens middelen verstrekken daar ik omtrent van heeden af op 10. dagen gerekent sal la Laastelyk vinde my hoogst genoodsaakt om vwEd agtb zeer onderdanigst te versoeken ter wijle mijne queltuur niet kan Het is pryselyk dat een ieder dewelke van mij belast voor het zijnige sig bijsonders gekweeten heeft als eertelijk alle of„ „ficiers dewelke boven genomineert na haare pligt sig gedraagen en alle Jnlanders sonder Exceptien dag en nagt gevigileert en in onse approschen bijsegenen sonne schein gewerkt dag en nagt en in al„ len beveelen onder hunne gesteld hoofden alles naauwkeurig op„ „gevolgt daar voor ik hem allen in het bijsonder mijne dank„ baarheijd van Comp:s wegen betuigt hebbe. hongers nood hebben bij langeren uit blyven van onse provisien vaartuigen verdrs proponeere w Ed: Achtb: dat ik successive on„ se magt kan te huis heeren laaten dat omtrent 910. man /: de vijand is nog 400 man:/ buiten de maleijers gereekent als van de madureesen 550 onder hunne hoofden 300 Sumanappers 30. grissers en 30 sedayjoers ook sal ik den vendrig Mier op met naasten wederom van hier vertrekken laaten hongers genesen
English
151 From Java's East Coast, 20 October 1772. From Java's East Coast, 20 October 1772. to be cured, as I have already been operated upon and it has lasted such a long time, and presently the bone is syringed through and through again, growing worse again from day to day, as I have had to exert it day and night. I shall, with all most humble obligation, whenever I am cured, proceed to Sourabaija, and if it be approved by my highly commendable superiors to act further in expedition, be ready at all times. The necessity of further complications requires me in all humbleness to request the same of Your Honorable Respected, subject to the higher orders of our Right Honorable Respected Lord Governor and Director of this Coast, whereas I have walked here upon the injured foot day and night beyond my power and, under the assistance and powerful support of Almighty God, brought the main work to an end, to the satisfaction of myself and so many Europeans, etc. I congratulate Your Honorable Respected and beloved Java on this glorious victory, indicating that our Jehovah may further bless our Company's weapons and set our lands and subjects in tranquility. I recommend myself to Your Honorable Respected's high protection and remain, with dutiful high esteem and profound respect, underneath, title, lower, Your Honorable Respected's very humble and obedient servant, was signed, I: G: W: Heinrich, in the margin, dated in our Company's headquarters in Bajoe, 12 October 1772, yet lower, P.S.: In all haste, on account of attending to my command. Bappa Endo, the first rebel chief, is wounded. Hereabouts I shall have everything reconnoitered most closely in these lands, whereas never, as long as the Company has held the land, has any European come so far, and until further orders keep strict watch over everything and be vigilant of everything that affords advantage to our Company. During the writing of this, very many Bajoenese, consisting of women, children, etc., are coming up to surrender themselves. List 153 From Java's East Coast, 20 October 1772. From Java's East Coast, 20 October 1772. List of the dead and wounded of our Company's European servants and natives detached on expedition. Europeans One dead, a mustee One wounded, Sergeant Lantrop Madurese Dead 15 Sumanapas 4 1 mantri Wounded 11 30, among whom 1 mantri Underneath, Headquarters in Bajoe, 12 October 1772, was signed, I: P: W: Heinrich, yet lower, agrees, was signed, P: Luzac, underneath, agrees, was signed, I: R: van der Burgh. From Your Honor's letter of the 11th and its enclosures, I have seen with the greatest joy that at last God's mercy has blessed the Company's weapons over the rebels. And further receiving, by the arrival of the barque 't Zeepaard, Your Honor's separate letter of the 13th, I must, not without reason, express my astonishment at how Your Honor could have entrusted so many people at once as prisoners to that vessel, without considering what disasters such shipments have already caused. The Respected Lord Governor has also expressed his utmost, justified displeasure regarding this and ordered that Your Honor be instructed to report which of those sent over are merely suspect or bad fellows, and which have refused to submit, and above all not to send any women or children hither, but to place them provisionally, until the country is at peace, near Oeloepampang or Cotta under good supervision, whereas against the remaining... Copy from copy to the Junior Merchant and Resident Schophoff at Oeloepampang. Copy
Dutch transcription
151 Van Iavas - Oostkust den 20:' October 172. Van Javas- Oostkust den 20:' otober 172. geneesen worden daar ik reeds gesneeden en het soo lange tyd geduurt, en tegenswoordig wederom door en door het been Gesprits wordt van dag tot dage wederom slegter word daar ik het dagen nagt hebbe moeten fatigeeren ik sal met alle onderdanigste ver„ pligting wanneer ik geneesen tot sourabaija en het van mij„ ne hoog loffelijke gebieders voorgoedvonden worden verder in Expeditie te ageeren tot alleen tijden paraat sijn de noodsa„ kelykheid van verder toevallen verlischt het selve aan uw Ed achtb: ter hogere ordre van onse wel Edele agtb: heere gouderneur en directeur deser kuste van mij inalle onderdanigheijd te versoeken terwijle ik bove mijn vermogen hier dag en nagt op den geblesseerden voetgegaan en onder godes almagtigen by stand en kragtige onderschraging het hoofd werk vol empot tot mijne eigene en zoo veele Europeese &: satisfactie te te neemen Ik vergelukke vwEd: Achtb: en het gelieude Iava met dese heerlijke overwinning met aanwysing dat onse ze„ „hova wille verder onse Comp: wapenen zegenen en on„ Ik recommandeere my in vwEd: alh: hooge protec„ „tion en verblijve met pligt schuldigde hoog agting en diep ontsag /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uw Ed: Achtb: zeer onderdanige en gehoorsaame dienaar /:was geteekend:/ I: G: W: Heinrich /:in margine :/ gedateerd in onsen Comp: hoofd quar„ tier in bajoe den 12:' october 1772. /: nog lager:/ P: S: in alle haast wegens op mijn Commando te Letten Bappa Endo het eerste rebellische hoofd is gequest „sen landen in onderdaanen in gerustheijd stellen Hier omstreeks sal ik alles op het naauwste laten recognosseeren in deesen landen terwijlen nooit soo lange de Comp: het land geen Eu„ ropees zoo verre gekomen en tot verdere beveelen voor alles naauwkeu„ „rig wagt houden en vigileeren op alles wat dat onse Comp voor„ „deele verstrekt: onder deses schrijven komen seer veele bajorees van vrouwe kin„ deren &. op om sig te subordonneeren. sen Lijst 153 Van Javas Oostkust den 2:' ctober 172 Van Iavas- Oostkust Den 20:' October 172. Lijst der dooden en gekwetsten. van onse Comp Europeesche dienaaren en in Expeditie beschei dene Jnlander Europeesen Een doode masky bin gekwetste den zergeant Lantrop Madureesen Dooden Sumana pas 1. mantrie /:onderstond/ Hoofd quartier in bajoe den 12:' october 1772. /:was geteekend/ I: P: W: Heinrich /: nog lager Accordeert /:was geteekend P: Luzac /:onderstond/ Accordeert /:was geteekend:/. I: R van der Burgh. 11: gekwetsten 30: waar onder 1: mantrie Bij uwE: Letteren van den 11:' en derselver bij laagen heb ik tot hoogste blijdschap b'oogt dat Eindelijk gods goedertierentheid s Comp:s wapenen over de rebellen heeft gesegend en nader ontfangende perde aankomt van de barcq 't zeepaard uwEd bij de aparte van den 13:' moet ik niet sonder reeden mijn verwondering be„ tuigen hoe uwE soo veele volle te gelijk als arrestanten aan dat vaartiig hebt kunnen aanvertrouwen sonder na te den„ ken welke onheijlen dier gelijke afscheepinge bereets te weege gebragt hebben waar over de achtb: heer gouverneur ook hoogst desselfs regtmatig ongenoegen betoont heeft en bevoo„ len uwe aan te schrijven van op te geeven welk van d' over„ gesondene maar suspect of slegte knapen syn en welk geweigert hebben hun te submitteeren en voor al geen vrou„ wen of kinderen herwaarts te senden, maar hen voor verst of dat het land in rust is na bij oeloepampang of Cotta onder goede toe sigt te plaatsen, daar ik tegen het uitbly Copiea â Copia aan den onder Coopman en Resident schop„ „hoff te oeloepampang. Copia ven 15. 4: . .
English
155 From Java's East Coast, the 20th of October 1772. From Java's East Coast, the 20th of October 1772. of the provision vessels as well as the sloop Samarang for further relief, nothing else is demanded than what has already been written, and orders have now anew been issued to the nearby districts to ship their remaining rice, so I hope that Quartermaster Boonsak as well as Your Honor's further measures to be employed will overcome the shortage of provisions so that our people will suffer no lack. However, I recommend that Your Honor make further inquiry after those who, during the voluntary advance, remained lying under Lawoewoerong and thus failed the common cause. Reporting further the arrival of the bark 't Zeeperd, I shall then await the remaining vessels belonging to Samarang, with Quartermaster van Nieuwenhuisen. And the one metal cannon piece taken along per the prau mayang at Batang shall have to be credited to Samarang for the benefit of the expedition, while the stated reasons for what Your Honor employed in the expedition work are satisfactory insofar as it is now pursued with the desired success to the highest satisfaction of our superiors; seeing the contrary would only serve to one's own accountability. Regarding the statement of the casualties at the capture of Bajoe, I shall await a further and more distinct specification. In the meantime, the Mandarese prisoner, with his given account, must be sent hither in good security in order to subsequently receive his just deserts. And I hope that those sent to Crajagan for the destruction of those vessels by the head of the expedition may have met with good success, just as I must commend Your Honor's attention to vigilance towards Djember, Panaroekan, as well as our other coastal posts. I want to hope that the chiefs of the rebels may be brought into our hands, to which the established bounty will contribute to some extent, as will also the submission of those who still stay behind out of fear follow through famine if the country is daily stripped of provisions by our commando. Regarding the treatment of the Balemboangers mentioned heretofore, noting the arrival of the specified detainees, I shall let the commando delegated therewith return again at the first opportunity. the the From Java's East Coast, the 20th of October 1772. From Java's East Coast, the 20th of October 1772. The set number of non-commissioned officers in the East Hook being amply surpassed, I have not dared to present our superiors with the requests; however, His Honorable Worship has already favored the soldier Maurits with the commission recently sent to Your Honor, and as soon as the distribution is once regulated, favorable consideration will be given to your request. Meanwhile, with all respect, I remain, was written beneath, Your Honor's good friend, was signed, P. Luzac, in the margin, Sourabaija, the 19th of October 1772, was written beneath, agrees, was signed, Pieter Luzac. It will now only come down to ensuring that everything in and around Bajoe is destroyed, so that the enemy is left no place for re-nesting, and their strongholds, or the previously fortified Bajoe, must be demolished to the ground in such a manner that they cannot settle down or fortify themselves there a second time. Besides that, as long as one is not master of the chiefs and the rebels keep themselves in the mountains, one will, by continuous patrols, have to make. Nothing but to the highest satisfaction and true pleasure of our high superiors was the joyful report of Your Honor's letter of the 12th, by which, through an ample description, the complete victory over the rebels could be observed. I congratulate Your Honor together with the officers for the same, and thus praise in all respects Your Honor's discretion in this, which will serve not a little to Your Honor's and their further praise and honor. Copy from copy apart to Captain Lieutenant Meinrich, head of the expedition at Balemboangang. Copy make
Dutch transcription
155 Van Iavas Oostkust den 20:'october 172. Van Iavas -Oostkust Den 20:' october 172. ven der provisie vaartuigen soo wel als de sloep Samarang ten verdere te gemoed kooming niets anders veaenag als bereets ge„ schriet is en nu op nieuws weder is aangeschreeven aan de na bij ge„ leegene districten om hun restant reijst af te scheepen dus ik hoope dat de quartiermeester Boonsak soo wel als uwE verde„ „re aan te wendene middelen het ontset van provisien sal te boven komen op dat onse volkeren geen gebrek koomen te ly„ den egter recommandeer ik uwE verder recherke te doen na de sulke die bij inwillige op koming onder Lawoewoerong sijn blijven leggen en dus de algemeene saak te korte ge„ daan hebben meldende nader de aankomst van de bark 't zeeperd sal ik d' overige vaartuigen te samarang t „huis gehoorende, met den quartiermeester van Nieuwenhuisen dan blijven te gemoed zien en het een meetal stuk Canon p„r de prauwmajang te batang mede genomen sal Samarang ten voordeele van de Expeditie moeten aangereekend worden ter wijle d' opgegeeve reedenen van het door uwE aangewende in het Expeditie werk in zoo verre voldoende is daar het met de gewensht suces tot hoogst genoegen onser gebieder nu magt ag„ tervolgt siender het tegendeel niet dan tot eige verantwoording sonder strekken sal ik omtrent de opgave der gesneuvelde bij inneming van bajoe nadere en distinter op gegeve verwagten in tusschen moet de mandarees gevangene met sijn opgeegevene relaas in goede zeekerheyd herwaarts gesonden worden om vervolgens loon na werken te ontvangen en hoop ik dat de uitgesonde„ „ne na Crajagan ter ruineering van die vaartuigen door het hoofd der Expeditie aan de goede reuseite mogen beantwoord hebben gelijk ik uwe attentie ter maaksaamheid na djember panaroe„ kan als aan onse verdere strand posten landeren moet wil ik hopen dat de hoofden der rebellen in onse handen mogen gebragt worden tot het welke de gestelde preemie Eeniger matistelle te zul„ ler Contribueeren soo meede de submissie van de sulke die nog uit vrees agter blijven door de hongers nood wel sullen volgen indien het land dagelijks door onse Commando salomme van levens middelen is ontblood omtrent de behandeling ten op sig„ te der bakemboangers hier vooren aangehaald sal ik de aan„ komst der gespecficeerde arrestanten noteerende bij eerst ge„ legentheid het daar bij afgevaardigde Commando weder laten retourneeren. de het Van Iavas- Oostkust den 20:' October 1772. Van Iavas Oostcust Den 2:' fober 172. Het bepaalde getal der onder officieren in der oosthoek ruim suppasserende heb ik onse gebieder tot de versoeken niet durven aanweesen egter heeft sijn Ed: Achtb: den sold:t maurits bereets bij jongst uwE: toegesonde afte begunstigst en zal zoo daa de verdeeling eens sal gereguleert sijn op uwe versoek een gunstige reflextie geslagen worden. In meddens dat ik met alle agting verblijven /:onderstond:/ uE goeden vriend /:was geteekend:/ P: Luzac /:in mar„ „gine Sourabaija den 19:' october 172. /: nderstond/ a cor„ „deert /:was geteekend:/ P:„r Luzac Het sal er nu nog maar op aankomen om te sorgen dat al„ „les in en omtrent bajoe verwoet werd op dat de vijand ter herneste „ting geen plaats werde gelast en moet hunne sterktens of het voor heen gefortificeerde bajoe tot de grond toe soo gedimoli„ „eert worden dat sij er hun niet ten tweedemaal kunnen neer sitten of sterk maken behalven dat soo lange men de hoofden niet meester is ende rebellen hun in het geberg„ te ophouden zal men door geduurige pattrouilles moeten Niet van tot hoogste satisfactie en waere genoege voor onse hooge gebieders was de heuggelijke melden uw Ed: missive van den 12:' bij dewelke men bij een ampele disciptie de volledige overwinning op de rebellen mogte beoogt vinde ik Congratuleere uw benef, fens de officieren ver het selve en Laudeere dus in alle op sig „ten uwE discreeten in deese welke niet weinig uwE aan hum tot verdere Louange en Eere strekken sal, Copia â Copia Aparte aan den Capitain Luitenant Meinrich hoofd der Expeditie te Balemboangang. Copia maken
English
From Java's East Coast, the 20th of October 1772. From Java's East Coast, the 20th of October 1772. make and ensure that they do not entrench themselves again here or there; and when good order in all respects concerning the aforesaid shall have been established, so that one could dispense with some natives without any fear of the enemy, your Honor shall gradually, without attracting attention, let those from the eastern point, such as Sourabaija, Grisse, Sidaijoe, Lamongang, etc., return home, but try as much as possible for your Honor to encourage the Madurese as well as the Sumenepers to remain and complete the work. However, this is with the recommendation not to be too hasty with the first, or with the sending back of warriors in general, so as not to be outwitted by the enemy again, but instead to remain on our guard and watchful everywhere until we are assured concerning the leaders of the rebels, upon whose heads a bounty may well be placed; whereas, on the other hand, the people who come forward must be received warily under a proper suspicion and treated well, and one should not proceed to send them here except regarding those who are suspect and refuse to submit. The conduct of those placed over our provision vessels causes not a little vexation and grief, against which all precautions seem to be fruitless; thus, to apply the readiest means from there appears to me, and was also put into effect by the resident, that the leaders of the Madurese and other natives must certainly contribute the most to the relief of the same, as it is their own provisions, since for my part I can provide no more in that regard than what has already been done in the shipment from Pasourouang. With respect to your Honor's arrival here, our highly esteemed ruler would certainly have condescended, had not present circumstances for the time being rendered your Honor's stay necessary and prolonged it for a short time, regarding which your Honor is kindly requested to have patience until everything is accomplished and no fear of the enemy is to be expected in the Balemboang region, at which time your Honor may renew his request to come here. To Banger From Java's East Coast, the 19th of November 1772. Banger and Besoeki, as is now written anew. For the rest, considering your letter answered herewith, I further wish your Honor heaven's blessings, both for the complete and secure peace of the Balemboang region and for your own person for the recovery from the pain suffered from the inflicted wound, while I remain with the highest esteem, beneath stood, your Honor's good friend, was signed, P: Luzac, in the margin, Sourabaija, the 19th of October 1772. There also stood, Agrees, was signed, P: Luzac, beneath stood, Agrees, was signed, J: R: van der Burgh. Having returned here from Sourabaija on the seventh of the current month, I had the honor on the 15th thereof to duly receive your High Excellencies' ever highly respected separate missive of the 5th prior. The orders given by your High Excellencies thereby, High Noble, Right Honorable, Highly Esteemed Lord, and Noble Lords. To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable, Highly Esteemed Lord, Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with The Noble Lords, Councilors of the Dutch Indies. From Java's East Coast, the 20th of October 1772. given, 1 From Java's East Coast, the 19th of November 1772. From Java's East Coast, the 19th of November 1772. given, having already been put into execution for the most part, and otherwise accepted and commended for dutiful observance, I express my obligation, thanks, and gratitude for your High Excellencies' desired approval of my actions regarding the Balemboang affairs, with the orders issued for that purpose, all of which, through Heaven's cooperating goodness and aid, have succeeded well, Baijoe being destroyed, many inhabitants of those surrounding districts having come forward and submitted themselves to the Company, and, according to the reports, one of the rebel leaders, Bappa Lavat, having been killed on the occasion when some Madurese captured from a troop of enemies behind Baijoe three banners, one rantak, 2 guns, and two cutlasses, while the others, still wandering about, are being sought everywhere, and I flatter myself with the hope that the fatal voyage of most vessels with provisions, from which even the sloop Samaraang From the latest letter from the Oeloupampang resident Schophoff, dated 30th of October, it appearing that the newcomers showed an aversion and dislike toward the provisional Balemboang Regent Saganagara, who has thus far conducted himself faithfully, I have written to the Honorable Luzac to have this further investigated in his conduct, with what I further deemed necessary to do if he is not truly respected or liked by the common man, and this at length returned to Sourabaija from a lost voyage, will have caused more fear of scarcity than was occasioned by the provisions recommended and made against the latter, as all this appears from and can be gathered from the letters of the Administrator Luzac, dated 31 October, 3 and 10 November, with their enclosures forwarded in copy under Letter A. by
Dutch transcription
159 Van Iavas- Oost kust den 20:' October 172. Van Iavas Oostkust den 20:' October 172. — maken en sorgen dat sij hun niet weder hier of daar komen te verschansen en wanneer omtrent het voorsz in alle opsigte goede ordre sal gesteld sijn soo dat men sonder Eenige bedug„ tige voor den vijand eenige inlanders te missen soude syn sal uwE successive sonder oog te geeven, die van den oosthoek als soutabaija grisse, sidaijoe Lamongang de: laaten thuis keeren dog de madureesen soo wel als sumakappers tot ver„ „blijf en voltooijing van het werk tragten te animeeren soo veel als het uwE: mogelijk is dog onder recommandatie om met het eerste of de te rug sending van krijgers uit generaal niet te voorbarig te sijn om niet weder door den vijand verkloegt t wor„ „den maar in teegen alomme op onse hoede en wakende blyven tot dat men ons van de hoofden der rebellisrs rot versekkering op welkers kop wol een preemie kan gesteld worden daar in ter„ „gen de menschen die opkomen onder een gepaste wantrouw varendelijk moeten ontvangen en wel behandelt worden en tot de verseeding herwaarts niet geprocedeert worden dan om„ „trent de sulke die susgest sijn en weigeren te submitteeren. Het gedrag der geene over onse provise vaartuigen gestelt baart niet weinig ergenis en verdriet tegen het welke alle preecatttien scheijnen vrugtelust te sijn dus de middelen van daar het gereedste aan te wenden mij voorkomt en ook door den resident te werk gesteld evenwel moeten de hoofden der madureesen en andere Jnlanders wel op het meeste tot ontset derselve Contribueeren daar het hun eijge pro„ visie is wan ik van mij kant daar omtrent niet meer voor„ „sien kan als bereets geschied is versending van pasourouang Ten opsigte uwE: komst herwaarts soude onse hoog losselijke gebieder sekerlijk gecondescendeert hebben in dien niet de presente om standigheden voor als nog voor een korten tijd uwE verblyjf kwa„ men te verlischenen en noodsakelyk te maken waar over sig uwE: dan nog soo lange gelieft te patienteeren tot dat alles verrigt en er geen bedugting voor vijand in het balemboangse te wagten is wanneer uwE syn versoek ter herwaarts komst gelieft te renoveeren. Ten Banger 464 Van Iavas. Oostkcust den 19. 9ber 172. Banger en besoeki, gelijk nu op nieuw weder staat geschee„ ven te worden overigens dan daar meede uwer brief voor beantwoord houdende wensche ik uwE. verder Thomels se„ geningen soo tot volkome en versekerde rust van het balem„ boangse als eijge persoon tot herstelling van selfs te lei„ „dene smerte door aangebragte wonde terwijle ik met de meeste agting verblijve /:onderstond:/ uE: goeden vriend /:was geteekend:/ P: Luzae /:in margine:/ Sourabaija den 19:' october 1772. /:nog stond:/ Accordeert /:was ge„ teekend:/ P: Luzac /:onderstond/ Accordeert /: was geteekend:/ I: R: van der Burgh; Den sevende der loopende maand van sourabaija hier te rug gekomen sijnde heb ik den 15: daar aan de eene gehad wel te ontfangen uwer hoog Edelheeden altoos zeer gepecteerde aparte missive van den 5: bevoorens de beveelen door uw hoog Edelheeden daar by Hoog Edelen Gestr: Groot Achtb: Heer En Wel Edele Heeren Aan zijn hoog Edelheijd Den hoog Edelen gestrengen groot Achtb: Heer Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele heeren Raaden van Nederlands Indie Van Iavas- Oostkust den 20:' october 1772. gegeeven 1 463 Van Iavas- oostkust den 19:' november 1772 Van Iavas Oostkust den 19' 9ber 172. gegieven voor het grootste gedeelte bereeds ter Executie ge„ legd, en overigens ter schuldige observantie aangenomen en aanbevoolen sijnde betuige ik mijne verpligting dank en erkentenisse voor uwer hoog Edelheeden gewenschte goedkeuring mijner verrigtingen omtrent de balembo angsche saaken met de deswegen gestelde ordres die alle door 's hemels meede werkende goedheijd en hul„ „pe wel sijn gerusseerd sijnde baijoe verwoest veele de inwoonders van die districten daar omstreeks op ge„ komen die haar aan den maatschappij hebben gesub mitteerd en soo de rapporten willen een van den rebel, len hoofden Bappa Lavat gesneuveld bij gelegentheyd dat eenige madureesen op een troup vijanden agter Baijoe veroverd hebben drie vendels een rantak 2. ge weeren en twee houwers terwijl de andere nog om „servende alomme worden opgesogt en ik mij met de hoope vlije dat de fatale reise dir meeste vaar tuigen met proviant waar van selfs de sloep samaraang Bij de onder Laatste sijnde brief van den oeloupam„ „pangs resident schophoff de datis 30:' october voortko„ mende dat de komelingen een averse en weersin sou„ den laaten blijken tegen den schich tot heeden trouw ge„ dragen hebbende provisioneel Balemboangsche Re„ „gent Saganagara heb ik den E Luzac aangeschree„ „ven sulks in sijn gedrag selfs nader te doen onder„ soeken met het geene ik verder nodig geoordeelt heb te doen indien hij de gemeene man wesent„ lyk niet is gesien of bemin, en dit in het breede te sourabaija van een verlooren reise is te rug geko„ t men meer vreese aan gebrek sal veroorsaakt hebben door de tegen het laaste aan bevoolen en ge„ daane voorsienige soo als het een met het ander blijkt bij en op te maken is uijt de brieven van den gesaghebber Luzac de datis 31. october 3 en 10. novem„ ber met dies bijlagen in Copia onder L:ra A: overgaande. bij
English
From Java's East Coast, 19 November 1772. As appears from my letter to the aforementioned administrator dated 10 November, I take the liberty to refer to that and in general also to my earlier and later separate correspondence of the 4th and 19th of this month, transmitted in copy under letter B, to avoid a duplicate account of the affairs of Balambangan mentioned therein, and to respectfully refer Your High Nobilities thereto, in the hope that everything I have recommended and mandated therein may also accord with your own most esteemed intentions. Administrator Luzac having requested two or three well-sailing sloops in his letter of the 3rd of this month, I respected that demand in my answer of the 10th until he should have further demonstrated the necessity of them to me and first made another attempt to see whether those of the island of Nusa could be brought to submission amicably. But now, according to his later letter of the 10th of this month, the sloop Samarang having arrived in a disabled condition from a failed voyage, the sloop De Taxusboom lying unfit near Tegal, the pantchiallang De Johannes Cornelis being repaired at Rembang and needing to be provided with new rigging, De Petronella also being unable to sail any longer without repairs, and the regent of Lasem having not yet delivered a pantchiallang, so that there is presently not a single vessel on this coast of which use can be made, I request Your High Nobilities that, during the approaching west monsoon, I may be provided with a light sloop, or rather, if they are on hand and can be spared at the main headquarters, with two pantchiallangs with Dutch rigging, since experience has taught that barques are of little or no use to the east, and large sloops, if they encounter the least adversity, cannot make the voyage to Ulupampang either. From Java's East Coast, 19 November 1772. The Raden Ayu Ceylon, widow of the Panembahan of Madura, and her son Raden Tumenggung Jaya Diningrat, who is also mentioned in my separate letter to Your High Nobilities of 28 August last, having returned since my departure from there with complaints against the Pangeran, as appears from the former's letter of which a translation is appended hereto under letter C, with a request to be directly dependent on the Company and, if needs be, to be allowed to move with her son to Batavia to take up residence there, I had Administrator Luzac reply to them that I would take up her complaints with the Pangeran, and that both of them could come hither to make their aforementioned request to me in person. I did the latter to prevent difficulties and to prevent them from sowing the seeds of discord on Madura, and for that reason I also request to be favored with Your High Nobilities' approval as to whether I shall keep them here or permit them in the coming spring to depart for the main headquarters, or, if in the meantime they are satisfied and request again to remain on Madura, whether I shall grant that as well. I venture to call myself, with the purest sentiments of true respect and high esteem, High Noble, Severe, Highly Venerable Sir and Right Honorable Sirs, Your High Nobilities' most humble and obedient servant. Was signed: J. R. van der Burgh. In the margin: Samarang, 19 November 1772. Copy of a separate letter from the administrator of the Eastern Salient, Pieter Luzac, to the undersigned, dated Surabaya, 31 October 1772. Receiving the enclosed advices at this moment from Ulupampang, I have the honor to request Your Right Honorable's high attention, by which there will appear before you the irresponsible conduct of that quartermaster Dingeman as well as the wretched condition of our victualing vessels, the feared shortage of that grain, and on the other hand the condition of the fled rebels and how the Mandarese seem to have settled themselves in the Nusa region, which latter matter well deserves his serious consideration. In the meantime, I have urged Commander Rijke to dispatch rice, and I find myself compelled anew to press vessels from here to transport rice thither if wind and sea permit, which may God grant. Today there also returns hither the vessel sent from here on the first of October with the cash for the good months of our troops there, after nearly all its sails were lost and the rigging ruined, which I am having repaired as quickly as possible, finding it now necessary to set out for Panarukan in order from there, under a
Dutch transcription
165 Van Iavas. ost cust Den 9 9br 1742. Van Iavas oostkust den 19:' 9ber 1772. bij mijn briev aan den gezaghebber vernoemd van den 10: novem„ „der blijkende, gebruik ik de vrijheijt mij daar, aan en in het generaal ook aan mijn vooeger en later apart schrijven van den 4: en 19. hujus in Copia onder L:da B overgaande ter vermijding van een dubbeld verhaal der daar bij voorkomende Balembrangsche saaken te gedragen en er uwer hoog Edelheeden Eerbiedig toe over te wijsen in hope dat al het geene ik daar bij aanbevoolen en in mandatis gegeven hebbe almeede met hoogst derselver intentie over een komen mag Door den gezaghebber Luzac bij sijn brief van den 3:' deser twee a drie wel beseijlde sloepen gere„ „quireerd sijnde heb ik bij mijn antwoord van den 10. daar aan dien Eisch gerejpecteerd tot dat hij mij de noodsakelijkheijd om deselve nader betoogd en eerst nog eene preuve soude genomen hebben of die van het eijland Hoessa niet in het vriendely„ „ke tot submissie te brengen waaren maar nu vol„ gens sijn later schrijven van den 10:' hujus de sloep samarang van een verlooren reise in een havenloosen gekomen de sloep de Taxisboom onbe„ quam by Tagal legd de pantjallang de Johannes Cop„ nelis te rembang word gerepareerd en van nieuw tuig moet worden voorsien de Petronella ook der repa„ ratie niet langer varen kan mitsg:s de regent van sassum nog geen pantjallang geleverd heeft en men dus geen enkel vaartuig tans op dese kust heeft waar van men gebruik maaken kan versoeke ik uwer hoog Edelheeden om geduurende de ophanden sijnde west mousson voorsien te mogen werden met een ligte sloep Liever als ter hooft plaats aan handen en te missen sijn met twee pantjallangs met hollands tuig dewijl de ondervinding heeft geleerd, dat Barken om de oost van weinig of geen nut sijn en groote sloepen als het maar iets tegen loopt de reise ook naar oeloepampang niet krijgen kunnen „gens De 162 Van Iavas- oostkust den 9:' 9ber 173. Van Iavas- oostkcust Den 19 9ber: 172. De radin Aijoe Ceilon weduwe van den panembahan van Madura en haar soon radem Tommongong Djaija Diningrat van wien ook mentie gemaakt wordt bij mijn apart aan uw hoog Edelheeden van den 28 aug„s Jongstl: / sedert mijn vertrek van daar weder opgeko„ men sijnde met klagten tegen den pangerang bij des eersten brief waar van Translaat onder L: C: deesen by gevoegd is blijkende met versoek om direct van de Comp. t af hankelijk te weesen en al was het met haar soon ter woon na batavia te mogen gaan heb ik hen door den gesaghebber Luzac doen antwoorden dat ik den Pangerang over haar klag„ ten onderhouden soude en dat sij beijde herwaarts koomen kon „de om hun opgemeld versoek in persoon bij mij te doen jk heb dit Laatste gedaan om moeilijk heeden en dat Sij op madura Ik onderwinde mij met de suijverste gevoelens van waare Eerbied en hoog agting mij te noe „me /:onderstond/ Hoog Edelen gestren„ geen zaad van twee dragt soude zaaijen voor te koomen en ik versoeke ook daarom te mogen worden vireerd met uwer hoog Edelheeden goedvinden of ik hen hier houden of permittee„ ren sal in het aanstaande voor Jaar na de hooft plaats te ver trekken dan wel als sij in tus¬ „schen te vreeden gesteld worden en „weder versoek doen om op Ma„ „aura te blyken sulks ook accordee„ ren sal geen ge 169 Van Iavas. Oostkust den 19. 9ber 1772. — Van Iavas-oostkust den 49:' 9ber: 172. „ge Groot Achtb: heer en wel Edele hee„ ren /:lager/ uwer hoog Edelheeden aller onder danigsten en gehoorz: die„ naar /:was geteekend/ I: R: van der Burgh /:in margine/ Samarang den 19:' November 1772. Copia aparte brief van den gesaghebber in den oost„ „hoek Pieter Suzac aan den ondergeteekende gedat„ teerd Ssourabaija den 31:' october Ao 1772. In Close advisenzo op 't moment van oeloepampang ontvangende heb ik d'eere vwel Edele Achtb: hooge attentie aan te bidden bij dewelke hoogst denselve sal te voren komen het onverantwoordelijk gedaag soo van die quartiermeester dingeman als de Elendige staat onser victualie vaartuigen het te vreesene gebrek aan dien korl andersdeels den staat der gevlugte rebillen en hoedanig de mandarede hun in het noessase schijnen neer geset te hebben welke laatste wil sijn ernstige Consideratie meriteert in tusshen heb ik den Commandant Rijke tot afvoer van rijst aangespoort, en vindde ik mij genodsaakt op nieuw van hier vaartuigen te pressen om rijst derwaarts af tevoeren soo het wind en see mogelijk mag 't geen god verlene ook retourneert hin den het vaartuigen van hier op primo october met de Contante voor de goede maande onser volkeren aldaar na alles bij na verloren sylen tingage geruinear t welk weder ten spoedigst herstellen latende nu genoodsaakt vinde na Panaroekan af te steken om van daar onder Een Copia
English
171 From Java's East Coast, the 19th of November 1772. From Java's East Coast, the 9th of November 1772. a good escort overland to get those highly necessary supplies to our people there, in order that no new murmuring or disasters arise, concerning which I have immediately informed those servants. With which, with deep respect, I have the honor to remain, underneath stood: title, lower: Honorable and Respected Sir, your obedient and faithful servant, was signed: P. Luzac, in margin: Sourabaija, the 31st of October Anno 1772. Item from the aforementioned Luzac to the undersigned, under date of the 3rd of November 1772. I have the honor to present to Your Honorable Respects the further advices just received from the Resident of Oeloepampang by his letter of the 20th of October, from which, as well as from the preceding ones, it now appears that the common man is beginning to separate himself from the chiefs and is inclined toward submission; however, noting therewith that the ancient presumption of aversion and dislike toward the Regent Jaxanagara is now shining through among the common people, and as he is now no longer viewed by the Resident in that credit as was formerly always broadly reported about him; wherefore, subject to higher and wiser judgment, my feeling was that the Company, for the sake of his steadfast loyalty during these troubles, should favor him, Jacanagara, under some title or other with a reasonable office and livelihood in the west under the Company's supervision; and that, with well-considered circumspection, an inquiry should be made there by the Resident for the eldest and nearest head of the Pangerang Jatij killed in Bali, or of a native-born Balemboang family 145 From Java's East Coast, the 19th of November 1772. From Java's East Coast, the 19th of November 1772. of pangerang descent, who would be most suitable and of the best prospect for the Company to manage that district, which, once well accomplished with God's help according to the choice of the common people, would most quickly advance the peace of those lands. In the meantime, while awaiting Your Honorable Respects' highly esteemed sentiment, I have written to the Resident there not to let anything show of this, but meanwhile not only to closely observe the conduct and behavior of the Regent Jaxanagara, but to keep him strictly under surveillance with a suitable distrust, without however showing any suspicion or sign of anything. The sloop Samarang now returning in a disabled state without having received the rice; the pantjallang the Johannes Cornelis projected for a complete and highly necessary repair at Rembang; and the pantjallang the Petronella likewise returning home, probably requiring a formal repair, while the other pantjallangs and smaller vessels will for the present be most highly necessary there for cruising and guarding the beaches, and the native vessels with native rigging and sails have now repeatedly provided proof that they are completely incapable of sailing to Balemboangan or the Strait of Bali during the east monsoon; wherefore I take the liberty to most humbly request Your Honorable Respects to provide the eastern point, as long as it remains necessary under these circumstances, with two or three seaworthy sloops of Dutch rigging and sails, in order to deliver the provisions and goods successfully to Balemboangan; as, besides this principal matter, it could, under correction, also serve a most necessary purpose, reinforced with some of our cruising praus and mayangs, to undertake an expedition to Hoessa to dislodge the Mandarese and retake possession of the aforementioned island of Hoessa. From the letters of the Resident Schophoff, 175 From Java's East Coast, the 19th of November 1772. From Java's East Coast, the 19th of November 1772. there will also appear to Your Honorable Respects the nonchalant and unheard-of conduct of the Madurese and other supercargos placed on the provision vessels, through whose negligence, according to the contents, the head of the expedition had to resolve on the 23rd to break camp with the entire native force from Bajoe, not only leaving a post of Company Malays and some Sumenepers there, and letting all the others, except for 500 Madurese, return home; regarding which I await the arrangements communicated by Mr. Heinrich, as I am of the opinion, under correction, that now the main place Bajoe has been captured and remains occupied by a sufficient force, the rebels now being scattered apart and wandering about, of whom the common man now seems inclined to submit; that, I say, our force there, in order to search for the fugitives in mountains and valleys through sufficient and enduring patrols, and if possible to capture the chiefs. Further, there was delivered to my hands yesterday the enclosed letters from the Raden Ayu Ceylon, wife of the deceased Panembahan of Madura, containing complaints about the Pangerang of Madura and a request that she and her family may be placed under the Company at Batavia; which original missive I have the honor to submit to Your Honorable Respects' esteemed attention, with the respectful communication that I have briefly answered the Raden Ayu, namely that I would present her interests to Your Honorable Respects, and that in the meantime she should keep quiet and calm until further highly esteemed orders from Your Honorable Respects. Our force there, consisting of one thousand Eastern Sumenepers and 1500 Madurese, would be sufficient to remain there.
Dutch transcription
171 Van Javas. oostkust den 19:' november 1772. Van Iavas Oostkust Den 9:' November 172. een goed escorte over den landweg die hoog noodsaelijke sal doos voor ons volk daar te krijgen ten einde geen nieuwe murme rering of onheijlen ontstaan en waar van ik die bediendens terstond advies heb gegeeven waar meede met diepe eerbied d' eere heb te blyven / onder stond /: titul /:lager/ wel Edele agtb: gehoorsame en getrou we dienaar /:was geteekend/ P: Luzac /: in margine / sou rabaija den 31 october A„o 1772. Adjdem van voormelde Luzac aan den onder„ geteekende sub dato 3:' november 1772. Ik heb d'eere uwel Ed: Achtb: aan te bieden de soo even ontfange nadere advisen van den oeloepampangs resident bij sijne letteren van den 20: october uit dewelke soo wel uit de voorgaande het nu voor komt dat de gemeene man hun van de hoofden beginnen te schey den en tot onderwerping te nijgen egter daar bij opgemerkt dat nu de al oude preesumtie van aversie en tegensien voor den regent Iaxanagara bij de gemeente door-straalt en soo als nu bij den resident in dat Credit als voor een altoos breed om„ „trend hem opgegeve niet meer aangesien waarom onder hoog wy „ser oordeel mijn gevoelen was dat de Comp„e om de wille van syn stantvastige trouw in deese troubelen hem Jacanagara onder deen of ander titul begunstigde met een redelijk ampt en be„ staan om de west onder Comp:s opsigt en dat met goed overle gen omsigtigheid door den resident aldaar wierd onder„ togt na de oudste in naast hoofd der tot baly omgebragte pangerang Iatij dan wel gebooren balemboangse famillie Aojdem/ van 145 Van Iavas- Oostkust den 19: November 1772. — Van Iavas. Oostkust Den 19:' Novmber 172. van pangerangs afkomst die sig tot het beheer van dat district voor de Comp:e van de meeste verwachting het beste soude schikken 't welk onder goos hulp eens wel getroffen zijnde na de keuke van het gemeene de rust dier landschap„ „pen wel het spoedigste soude bevorderen ik heb intus„ schen onder inwachting van uwel Ed: Achtb: hoog g'eed sen„ „timent den resident aldaar aangeschreeven sig over het selve niets te laten blijken maar in tusschen die regent Ia„ xxanagaca sijn gedoagen en wandel van na bij niet alleen na te gaan maar hem digt onder het oog te houden bij een gepast mantrouwe sonder egter argwan of blyk van iets te geven D' sloep Samarang nu in een gedevaliseerde staat we„ der te rug komende sonder de rijst te hebben gekreegen de pantjallang de Johannes Cornelis hoogst noodsakelyk ter volkome repareering voor rembang geprojecteerd ende pantjallang de petronella donkelijk meede thuis ko„ „mende eene formeele reparatie sal benodigt sijn daar de andere pantjallangs in mindere vaartuigen ter bekruis singen bewakking van de stranden voor als nog aldaar ten hoogste nodig sullen syn en dinlandsch vaartuigen met inlandsche tuig en zeijlage nu eens en andermaale peroeve hebben uit gelevert dat zij in de oostmousson om op balem boangan of straat balij geheel onbekwaam sijn waarom ik dan de vrijheijd gebruike uwel Ed Achtb: otmoedigst te versoeken den oosthoek soo lange het in deese omstandigheden voor als nog noodsa„ kelijk blijft met twee of drie besijl de sloepen van vaderlands tuig en zeelage te voorsien, ten Eijnde de provi„ sien en goederen voor balemboangan met succes te doen geworden daar het buiten dit voornaam articul onder Cor„ rectie meede ter hoognoodig emploij soude kunnen dienen omgesterkt met eenige onser kruisprauw„ majangs een Expeditie op Hoessa ter ontresteling der mandhareesen weder in possesie neming van voorm: Eijland Hoessa te mogen en tameeren. uit de brieven van den resident schophoff sal de 175 Van Iavas. oostkust den 19:' november 172. Van Iavas-oostkust den 19:' 9ber 172. sal uwel Ed: agtb: ook te vooren komen het Chalant en inge„ hoort gebrag der madureesen als andere suvrgans gesteld op de provisien vaartuigen door welkers gebrek volgens dies inhoud het hoofd der Expeditie den 23:' heeft moeten resolvee„ ren met de geheele inlandse maelt van bajoe op te breeken niet alleen een Comp:s maleijers en eenige sumanappers aldaar in postering te laaten end' andere alle op 500 Cop„ pen madureesen na laten thuis keeren waar omtrent ik de schikkinge door de heer Heinrich bedeelt nader te gemoed zie daar ik onder Correctie van gevoelen ben dat nu de hoofd plaats Bajoe overmeesters en met een toerijkende sterkte bezet blijvende de reebellen nu uit elkander verstrooit en omswervende waar van de gemeene man nu hun tot onderweging schij„ nen te nijgen dat seg ik onse macht aldaar om door toerijkende en bestaandbare patrouilles de gevlugte op te spvoren en bergen endalen en was het mogelyk de hoofde magtig te worden Wijders is mij opgisteren ter hand ge„ „steld in Close letteren van de radenajo Cei„ lon huisvrouw van den overleedene panem„ baham van madura inhoudende klagten over den pangerang van madura en versoek om niet haar famillie onder de Compagnie te Batavia te mogen worden geplaats welke missive in originale ik d' eer heb v wel Ed: Achtb g'eerde attentie aan te bie den met eerbiedige Communicatie dat ik den rade narije kort b'antwoordt heb nament„ lijk dat ik haar belangens uwel Ed. Achtb: soude voor dragen en sij intusschen sig stil en gelaten soude houden tot nadere hoog g'eerde beveelen van uwel Ed: Achtb: de onse aldaar sijnde oosterlingen duijsend Seimanappers en 1500 madureesen ter ver„ „blijf aldaar soude sufficieren. de waar
English
177 From Java's East Coast, the 19th of November 1772. From Java's East Coast, the 19th of November 1772. Wherewith I subscribe myself with deep respect and obedience, stood below, Title, lower, Your Right Honourable's obedient and faithful servant, was signed, P. Luzac, in the margin, Sourabaija the 3rd of November Anno 1772. Copy of the aforementioned Luzac to the undersigned under date 10th of November 1772. In respectful reply to Your Right Honourable's separate missive of the 4th of this month, I have the honour to write back that the sloop Samarang, in a very derelict state, finally returned here the day before yesterday, still having on board its full cargo, except for 450 sacks of rice, which he delivered under Cape Sindana to the quartermaster Boonsak. And I am currently busy making him account for his cargo and conduct here, whereupon I shall send him, along with his sloop and papers, coastwards for his exoneration and Your Right Honourable's esteemed disposal. In regard to the native victualling vessels, having made careful inquiries, I have learned from all voices that it was to be attributed to nothing other than unwillingness, and I have the honour to offer Your Right Honourable the nominal list of the chiefs who performed service on those vessels, respectfully awaiting your higher further orders. Although I had the list of the regents here ready upon their return, 479 From Java's East Coast, the 14th of November 1772. From Java's East Coast, the 19th of November 1772. yet I have understood from the patihs, both from here and Grissee, Sidaijoe, and Lammongang, who have all now returned with their men from the Balambangan region, that those vessels, at their departure from there, had finally arrived at Veloepampang, so the fear of a shortage on that coast will likely have been removed. Among the sturdy perahu mayangs, we have none other than the cruising perahu mayangs, all of which are in the expedition, so that we must make do with half-unfit native vessels, while the Johannes Cornelis as well as the Petronella will also no longer be able to be employed without a proper repair. By the sloop Samarang, I shall send to Samarang in secure custody all those who, according to the writing of the resident Schophoff in his letter of the 23rd of October, as well as those of Adirogo, are all male persons, suspicious and bad fellows, and regarding the others, act in conformity with the orders given here by Your Right Honourable; the Balambangan servants as well as the commander at Aderogo have been written to. Yesterday, I detached to Passourouang forty soldiers with their fully serviceable weapons, together with two sergeants and two corporals, in order to serve, if deemed necessary, as reinforcement for the posts of Lamatjang, Djember, and Panaroekan. Also, the commanding officers in the Balambangan region have been repeatedly and anew enjoined to vigilance, with orders to leave nothing undone to pursue and capture, whether dead or alive, the enemy chiefs, and particularly the Passourouang commander as well as the one at Aderogo have also been reminded, in this juncture of times, to establish good orders everywhere and to remain vigilant. Further, I have the honour to present to Your Right Honourable a copy of a recently received missive from Captain-Lieutenant Heinrich, together with an extract from the letter of the resident Sauve, whereafter I immediately made inquiries. 481 From Java's East Coast, the 19th of November 1772. From Java's East Coast, the 9th of November 1772. Quartermaster Nieuwenhuisen with his pantjallangs, having also returned from the Balambangan region, is now returning coastwards, and has taken from here six native seafaring sailors for assistance, for whom I humbly request that they may return home immediately. Thus, I have the honour to subscribe myself with deep respect, stood below, Title, lower, Your Right Honourable's obedient and faithful servant, was signed, P. Luzac, in the margin, Sourabaija the 10th of November 1772, lower, Postscript: Upon receipt of Mr. Heinrich's letter, I immediately requested the prince to please make ready and ship out 500 fresh Madurese to relieve his people there. Stood below, Agrees, was signed, J. R. van der Burgh. Report of the Buginese Swaadjoe made before me, Samuel Faber, Assistant, on the 21st of October Anno 1772, as follows: The deponent relates that he was made a prisoner of war on the 11th of this month at the capture of Bajoe; he confessed and related, as he is doing again today, that seven days prior he had arrived in Bajoe with three Mandarese vessels at Cradjagan, manned with 20 men, who had brought their cargo consisting of nine catties of gunpowder, 300 pieces of lead musket balls, and textiles for trade to Bajoe, and sold them there; whereupon the deponent was sent by the head of the expedition, Captain-Lieutenant Joh. Gobl. W. Heinrich, as a guide with a strong detachment of natives to Cradjagan in order to seize the said vessels, but found them no more, and only understood from an old man who was present there that the three Mandarese vessels, with a large part of Bajoe, among whom Bappa Enda was also included, had already
Dutch transcription
177 Van Iavas -ostkust Den 19:' 9ber 172. — Van Iavas- Oostkust den 19„' 9ber 172. Waar meede mij met diepe eerbied en gehoorsaam„ „heid onderschrijve /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uwel Edele achtb: gehoorsaame en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ P: Luzac /: in margi„ „ne:/ Sourabaija den 3:' 9ber A„o 1772. Adidem van voormelde Luzac aan den on„ der geteekende sub dato 10:' november 1772. — Ter Eerbiedige beantwoording uwel Ed: Achtb: aparte missi„ ve van den 4: deeser heb ik de eer te rescribeeren dat de sloep Samarang in seer have loose staat eijndelik op eergisteren al„ „bier gereverteerd is met sijn volle lading nog inhebbende uitge„ nomen 450 saaken rijst die hij onder Caab sindana aan den quaa tirmeester boonsak heeft afgegeven en ben ik tans besig hem sijn lading en gedrag alhier te doen verantwoorden wanneer ik hem verder met sijn sloep ende papieren ter zijner zuijvering vwel Ed: Achtb: g'eerde dispositie Costiwaards sal voortzen„ den daar ik ten sujette der inlandsche victuale Vaartuigen my nauwkeurig g'informeert uit eenen monde verstaan heb dat niet dan aan onwilligheijd is toe te schryven ge weest en heb ik d' eere uwel Ed Achtb: de naamlijst der op die vaartuigen dienst gepresteert hebbende hoofden aan te bieden bij eerbiedige inwachting van hoogt derselver na„ dere ordre daar ik die van de regenten alhier bij te Adjdem rug 479 Van Iavas-oostkust den 14:' November 172. — van Iavas- oostkust den 19:' 9ber 1772. rug komst op g' lyjt het nogthans heb ik van de papattij soo van hier als grissee sidaijoe en Lammongang welke nu alle met hun volkeren uit het balemboangse syn ge„ retourneert verstaan dat nu Eyndelijk die vaartuigen bij hun vertrek van daar te veloepampang waren gekomen dus de vreese van gebrek aan die Corl denkelijk sal weg ge„ nomen sijn onder de stevige pramajangs hebben wy geen dan de kruisprauwmajangs welke alle in d' Expeditie sijn soo dat wy ons met halve onbekwame inlandsche vaartui„ gen moeten behelpen daar de Iohannes Cornelis soo wel als de Petronella ook niet sonder formeele repara„ te langer sullen kunnen werden g'emploijeert Per de sloep samarang sal ik alle de geene die vol„ „gens schrijvens van den resident schophoff bij brief van den 23:' october soo wel als die van Adirogo alle mans persoonen suspecte en slegte knapen in goede verseekering na samarang sonden en omtrent de andere Conform vwel Ed Achtb: alhier gegeeven ordre te handelen de balemboangse be diende so wel als den Commandant te aderogo is aangeschreeven. Ik heb op gisteren na passourouang gedethacheert veertig militairen met hun volle beswame wapenen beneffen twe ser„ „geants en twee Corporaals ten dien daar noodsakelijk mogt g'oordeelt worden toe versterking van de posten Lamatjang Djemn„ „ber en panaroekan te dienen ook de Commandeerende officieren in 't balemboangse een en andermaal bij vernieuwing aanbevoolen de waaksaamheijd met last om niets onbesogte te laaten ter ag„ ter haling en bemagtiging het zij leevend of doot van den vyan den hoofden en wel insonderheid den passourouangs Com„ mandant als die te sderogo mede hervinneert in deese Conjuncen tiere van tyden als nog alomme goede ordres te stellen en waar saam te verblijven. wijders heb ik de eere uwel Ed: Achtb: aan te bidden Copia van een Jongst ontfange missive van den Capitain Luitenant hein rich beneffens een Extract uit den brief van den resident sau„ „ve waar na ik my terstont heb laten informeeren by Achtb. deese 79 481 Van Iavas- oostkust den 19:' 9ber 1772. — Van Iavas oostkust den 9:'9ber 172. — deese den quartiermeester Nieuwenhuisen met sijn pantjal„ „langs meede uit het balemboangse gereverteert thans Cos„ tewaars keert en van hier heeft meede genoemen ses jnland„ sche zeevaren mattroosen tot adsistentie welke ootmoedig„ in steere dat weder ter stont mogen thuis keeren so geevne my d' eere met diepe eerbied te onderschrijven /:onderstond/ titue /:lager:/ uwel Ed Achtb: gehoorsaame en getrou„ „we Dienaar /:was geteekend:/ P: Luzac /: in mar„ gine:/ Sourabaija den 10:' 9ber 172. /:lager:/ As, ik heb op d' ontfangst van d' heer Heinrich sijn brief ter stond den prins versogt 500 verse madureese ter verwis„ seling sijner volkeren aldaar te willen in gereed„ „heid brengen en afscheepen /onderstond Accordeert /was geteekend/ I: R van der Burgh. Relaas van den Boeganees Swaadjoe voor mij Samuel Faber adsistent op den 21:' october Ao 1772. gedaan als volgt. Den retatant verhaalt dat hij op den 11:' deser met verove„ „ring van bajoe krijgs gevangen was gemaakt bekende en rela„ „teerde gelyk hy op heeben wederom is doende dat hy seeven dagen bevoorens in bajoe was gekomen met drie mandhareese vaartuijgen tot Cradjagan bemant met 20. Coppen welke hem„ „ne lading bestaande in negen Caatjes- buskruit 300 p„s lode„ loop kogels en kleedtjes tot negotie na bajoe hadde gebragt en aldaar verkogt waar op den relatant door 't hoofd der Expeditie den Capitain Luitenant Ioh: Gobl: W: Heinrich als weg wijser is gesindeen met een sterke Commando van Jnlanders na Cradjagan om de gem: vaartuigen wegte neemen egter niet meer gevonden en enelijk van een oud man die daar present was verstaan dat de drie manthareese vaartuigen met een groot gedeelte ba„ „joe waar onder Bappa Enda meede begreepen Relaas, reets
English
From Java's East Coast The 14th November 1773. — Java's East Coast The 4th November 1772. — From were lighted and as was presumed [illegible] Furthermore, the relator confessed that as a child he had come to Samarang, had stayed there for a long time, also had lived at Bancallang for many years, and now, during the most recent puasa, in the service of a Chinese juragan, had sailed from Sourabaija to Balij Boelelang, where he entered the service of a Balinese juragan named Sinto, with whom he sailed to the island Noessa. The said Buginese also relates that at Noessa two large Mandarese vessels were still lying, of which the juragans Fanie and Ballobok are Mandarese and have their homes at Bacolent; that the Honorable Company's benting there is still in the same state as before, however, that the palisades of the fortification works, as well as the further construction of the timberworks, Thus done and related at the Netherlands Office Oeloepampang, date as aforesaid. Below stood: In the presence of me. Was signed: Samual Faber. Below stood: Agrees. Was signed: F: Luzac. are beginning to decay completely; that the benting there was garrisoned with, having three small swivel guns or basjes, forty muskets, and thirty blunderbusses with the necessary ammunition; however, the relator cannot give an exact number of the village populations living further on the island Noessa, nor of the able-bodied men, women, and children combined, except that the Mandarese seemed to hold the chief authority over the island. From Java's East Coast the 14th November 1772. — From Java's East Coast the 19th November 1772. — List of the men, women, and children who came forward since the conquest of Bajoe on the 11th October 1772. Men, women, and children 1772. 13 October . . . 12 — — 23 14 ditto - - - 12 - - 18 15 ditto - - - 34 — - 170 16 ditto - - - 30 — - 93 17 ditto - - - 36 - - 52 18 ditto - - - 48 — - - 101 19 ditto 13 — — 29 20 ditto - - - 45 — — 79 21 ditto - - - 54 — — 128 22 ditto - 12 — — 42 Together 1080 heads. Below stood: Oeloepampang the 23rd October 1772. Was signed: H:k Schophof. There also stood: Agrees. Was signed: F. Luzac. True copy of a letter from the Resident Schophof to the Authority Luzac at Sourabaija, dated Oeloepampang the 23rd October 1772. My latest of the 10th of this month, sent by the bark 't Zeepaard, which I hope has already arrived safely with Your Right Honorable with that vessel, I must, to my regret, still most respectfully inform Your Right Honorable that none of the native rice vessels have arrived; only four days ago, eight Madurese paduwakans laden with that grain were here before the river, turned their sails back without coming ashore. I learned yesterday through Quartermaster Sandberg, who arrived here from Kalie Boentoe with his cruising mayang, that the aforementioned padewakans had put in at Kalie Boentoe; the sergeant holding the post had ordered them to return hither again; in response they had said that it was the order of their chief Raden Demang Brotjonogoro to lie there, where some girls and boys had been brought in by Madurese, had set their sail out of the Bali Strait again without being seen to unload any rice. From Java's East Coast The 14th November 1772. — From Java's East Coast the 19th November 1772. — Quartermaster Boomsak returned here on the 16th of this month, reporting that he found the sloop Samarang lying under Cape Sindana, completely disabled in sail and rigging, moreover so leaky to the point of sinking that already a part of its cargo of rice was entirely spoiled, and the dried fish all rotted and lying under water; a number of water casks were also empty, their water having run out; that he, Boomsak, had also not been capable of taking over anything of that cargo, because the sloop, as well as he, had lost the boat, and in the vicinity no native vessel was at hand to be procured. Boomsak further reported that Quartermaster Perk with his vessel, on his return before the strait, was found lying at anchor, who until now has also not arrived, just as little as the rice vessels laden at Passourouang and Besoeki. I have sent Boomsak with Quartermaster Nieuwenhuisen back to that sloop with all speed, in order to take in as much of the good cargo of rice as is most necessary, as much as they can load, sending along the necessary materials they deemed required that were at hand to repair the sloop as best as possible; if unable to make the voyage hither, then for the preservation of that vessel it is best to steer coastward. The only hope now remains that through the zeal of Boomsak, to whom together with Quartermaster Pieterse one owes the preservation of our expedition, which has proceeded so far successfully, a speedy relief of rice may yet be brought, because everything has been consumed and the natives have already had nothing to live on for several days, except for a small supply of rice that I even still have provided to the Sumenapers for the Europeans and Malays, which at the highest can only last them seven to eight days with the utmost economy, and if within that time no relief arrives, we
Dutch transcription
483 Van Javas- Oostkust Den 14:' 9ber 173. — Iavas- oostkust Den 4:' 9br 172. — Van geoligt waaren en sor als geprsumeer ad ma tea verders bekende den relatant dat hij als een kind sijn „de na Samarang was gekomen sij aldaar langen tyd onthouden teffens te banCallang veele jaaren gewoond en nu met 't jongste poassa in dienste van een Chinee„ „se Iuragan van sourabaija na balij boelelang gevaa„ ven daar hij bij een balijsche Juragan in name sinto in dienst gegaan waar meede na 't Eijlande noessa gevaaren. ook relateerd den gem: boeganees dat te Hoessa nog twee groote mantharees hebben gelegen waar van de Juragans Fanie en ballobok manthareesen sijn en te Bacolent huishooren dat 'sE Comp:s benting aldaar nog in dit selfde staat sig bevind als voor deesen egter dat de paalen van de forteficatie werken als meede de verdere Constructie der houtwerken Aldus gedaan en gerelateerd ten Nederland „sche Comptoire oeloepampang dato voorsz /:onder stond:/ in kennisse van mij /:was geteekend:/ sa„ „mual Faber /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ F: Luzac ten eene maalen beginnen te vervallen dat de benting aldaar beset was met hebbende drie stukjes of Basjes veertig schiet geweeren en dertig donderbussen met de noo„ „dige ammunitie, egter weet den relatant geen vast getal op te geeven van de verder op 't Eijland noessa woonagtig negooijs volkeren soo min van de weer„ „bare mannen als vrouwen en kinderen te sa„ men behalven dat de manthareese gescheenen hadde het hoofd gesag over 't Eiland te vervoeren. ten Geev S 185 Van Iavas. Oost kust den 14:' 9ber 172. — Van Javasos cut den 19:' November 172. — Lijst der opgekomene mannen vrouwen en kinderen zederd de overwinninge van bajoe op den 11' 8ber 172 Mannen vrouwen en kinderen 1772. 13. october. . . . „ 12: — — „ 23 „ - „ 14 _„o „ - - - „ 12 - - „ 18 „ _o „ 15 _„o„ - - - „ 34 — - „ 170 „ _o „ 16 _„o - - - „ 30 — - „ 93„ _o „ 17 _„o - - - „ 36 - - „ 52 „ _o „ 18 _„o . - - „ 48 — - - „ 101„ _o „ 19 _„o . „ 13 — —. „ 29 „ _o „ 20 _„o - - - „ 45 — — „ 79 „ _„o „ 21 _„o - - -. „ 54 — — „ 128 „ _o „ 22. _„o. . - „ 12 — — „ 42„ _o Tesamen 1080 Coppen. /:onderstond:/ elboepampang den 23:' october 1772. / was ge„ „tekkend/ H:k Slophoff /:nog stond:/ accordeert /:was ge„ „teekend/ P„ Lulac. Copia a Copia brief van den reasident schephof aan den gesaghebber Luzac te sourabaija gedatteerd deloe„ pampang den 23: October 1772. Mijn jongste van den 10:' deeser per de barcg 't zeepaard ver„ sonde hoope reeds bij uw Ed: Achtb: met dien bodem wel aan gebragt sijn moet ik uwEd: Achtb: als nog tot mijn beed sijn Eerbiedigst bedeelen dat gene van de inlandshe rijst vaartuigen sijn aangekoomen als voor vier dagen agt madureese padu „wakans met dien Corl gelaaden hier voor de rivier geweest haar seijlen te rug gewend hebben sonder aan de wal te komen verneem ik gisteren door den quartiermeester Sandberg van kalie boentoe met sijn kruispraumajang alhier aan„ gekomen voormelde padewakans te kalie boentoe wa„ ren aangeweest den posthoudende sergeant haar be„ last had weederom herwaards te keeren in antwoord hadden gegeven dat het de ordre van hun hoofd radeen was demang Brotjonogoro was aldaar te leggen al„ „waar door mandureesen eenige meijden en Jongens in Copia waaken als 187 Van Iavas oostkust Den 14:' 9ber 172. — Van Iavas-Oostkust den 19:' 9ber 172. — waaren aangebragt hun zeijl straat balie wederom uit hadden genomen sonder gesien te hebben eenige rijst te lossen is den quartiermeester boonsak den 16: deeser wederom hier te rug gekomen rapporteeren dat de Chialoup samarang on„ der Caap sindana had vinde leggen heel ontramponeert van zeijl en tuijggagie, daar bij soo leg tot sinkens toe dat er alreeds een gedeelte van sijn laading rijst gantsch: bedurve was ende vikh altemaal verrot en onder wa„ ter leggende een partij daatwerken meede leedig van hun volgten waaren geloopen dat hij boomsak ook niet Capabel was geweest om iets van die laading overteneemen wijl de sloop soo wel als hij de schuit verlooren hadden daar omtrend ook geen inlands vaartuig meer bij de hand was geweest magtig te werden rapporteerde boon„ „sak verder dat den quaatiermeester Perk met sijn vaar„ tuig voor straat in sijn terug komst voor ankea had vinde leggen die tot nog ook soo min als te passourouang en besoeki gelaaden rijst vaartuigen is aangekomen, heb ik boorsak met den quartiermeester Nieuwenhuisen weder „om in alle spoed na die sloep gesonden om van de goede laa„ „ding als rijst 't noodigste soo veel in te neemen als lae„ den kunnen met de nodig door hun geoordeelde mate„ rialen aanhanden gehad toegesonden de Chialoup na doenelijkheijd te repareeren de reise niet herwaards hun „nende krijgen als dan tot behoud van dien bodem best Costiwaards te steevenen blijft nu de eenigste hoop nog over dat door den ijver van boonsak wien men met den quartier „meester Pieterse het behoud onser tot soo verre gelukkig afgeloope Expeditie te danken heeft nog een spoedig ont„ „zet van rijst mag aangebragt werden wijl alles vercon„ sumeert is ende inlanders eenige daagen alreeds niet meer te leeven hebben gehad behalven een geringe voor„ raad van rijst die selfs nog hebbe aan de sumanappeas voor de Europeesen en maleijers verstrekke op het hoog„ ste nog maar zeeven a agt dagen met de uiterste mena gie hun duuren en in die tijd geen ontset aankomt sullen boomsak wij
English
From Java's East Coast, the 19th of November 1772. — From Java's East Coast, the 19th of November 1772. — that we collectively must suffer from a lack of that food. On the native vessels there seems to be more left; if a single one now comes forward, I understand that they will also mostly have returned home. I am once again burdened with 153 prisoners of war, for whom I am also very embarrassed to provide provisions, as I still have no opportunity to be able to send them off. Among them being a Buginese, your Right Honourable Worships will please observe from the report given thereof the situation on Hoessa, how far the Mandarese have entrenched themselves there, as also that Bappa Endo presumably has escaped to that islet by fleeing via Cradjagang. As has also been related by several prisoners and people who have come forward, it is not yet known with any certainty whither the other chiefs have saved themselves or are hiding. By prisoners who fled along and people who have come forward, it is related that Tavat with some lesser chiefs such as Simpring, Tginke, Oetoen, Silok, and Soerontoko have retreated to the west of here near Cambieran or Sobo and Roppo, directly toward the steep mountains with his wives and further family, Maas Aijoe Praboe and the old Centong wife named by them Ratoe Soesoehoenang Estrie. The party of Bappa Endo, named Kring Dono, previously a mantri here at Poenassem, having on the 14th of this month come forward with all the individuals respectfully listed up to this day for your Right Honourable Worships in the accompanying list of those who have come forward, having been met near Tjindana by the mantri Tveroekoentje while pursuing the rebels with a party of Balambangans, I have—as reported of him that this dangerous fellow secretly knew how to lead the common people to rebellion before the riot by all kinds of superstitious means, and subsequently knew how to play his role so well among them at Bayu as well as Roppo and Ladat—not deemed it wise to arrest him immediately, because one would thereby frustrate the hope of enticing others, however dangerous he must on the other hand be regarded. Having met him with the sweetest encouragement, yet keeping him under close, secret supervision, guarded by the old faithful mantris, he has in the meantime also served as a guide for our commandos in the mountains, where a party of prisoners was also taken; however, the chiefs have escaped thus far, except for a former Bayu mantri captured there. Furthermore, I have the honour to inform your Right Honourable Worships, according to a communication from the head of the expedition in letters of the 20th of this month, that the day before, a Madurese patrol had encountered a band of rebels close below Cambiran, who had resisted them, in which four Madurese were killed and two wounded; the rebels, however, were quickly put to flight, leaving behind some dead, and from them one rantaka, two firearms, and two Company cutlasses were captured, which makes me think that the rebel chiefs must have gathered there again with a party of men. And it is also not to be thought that any of those wicked villains who fiercely attacked our Europeans, [illegible] Ensign [illegible] in Bayu, pierced all over the body, [illegible] after their inhuman cruelty in triumph with the entrails swallowed into their devilish bodies, will dare to submit, but now to their utter misery will continue to wander in terror and fear, of whom some must have been sent over among the prisoners of war per the barque 't Zeepaard; and I have here two Aijoe Maases who were also guests at that hellish meal. Having thus far set down the aforementioned, I receive your Right Honourable Worships' much-honoured letter of the 10th of this month, to which I find nothing to answer in reply, as the contents hereof beforehand serve for that purpose, except to express my obligatory, most humble thanks for the communicated approaching force under Captain Rasch. With the arrival of the Noble Lord Governor there, it is however to be hoped that through the good success with the conquest of Bayu, the new Europeans may be spared from this unhealthy climate. I am, however, still apprehensive, if the flight of Bappa Endo to the island of Noessa is true, that those islanders, also joined by the Mandarese,
Dutch transcription
189 Van Iavas- oost kust den 19:' November 172. — Van Iavas- Oostkust Den 19:' 9ber 172. — wij gesamentlijk gebrek aan dat voedsel moeten ley den op de inlandsche vaartuigen scheijnt meer over te syn er nu een enkeld sal opkomen die verneeme ook al„ „meestendeel thuis gekeert sullen sijn. Ik ben wederom met 153 kreygs gevangenen opgeschikt waar aan de kost te verschaffen meede zeer verlee„ „gen ben wijl als nog geen gelegentheyd heb om ze te kunnen versenden onder dewelke een boegenees zijnde sal uw Ed Achtb: uit daar van gegeve relaas gelieven te beoogen de gesteldheid op Hoessa hoe verre hun de mandhareesen aldaar in genesteld hebben als meede dat bappa Endo presumptelijk na dat Eijlandjen t met de vlugt over Cradjagang ontkomen is door meerdere gevangenen en opgekomen teffens verhaeld werd weet men nog niet met geen sekerheijd werwaards de verdere hoofden hun gesalveert hebben of schuijlen door meede gevlugte gevangene en opgekomenen verhaalt werd dat tavat met eenige mindere hoofden als simpring, Tginke oetoen silok en soerontoko om de west van hier bij Cambieran of sobo en roppo direct na 't steijle gebergte met sijne wijven als verdere Famillie maas aijoe praboe en oude Centongse wijf bij hun genaamt Ratoe soesoehoenang Estrie geweeke sijn Den pattij van bappa lndo kring dono genaamt voor heen mantrie hier te poenassem geweest is den 14: deeser met alle de op dien dag in nevens gaande Lijst der opko„ melingen successief tot heeden uw Ed Achtb: eer bie digt staan de Coppen door den mantrie Tveroekoentje met een partij ba„ lembangers de rebellen vervolgt bij Tjindana ontmoet opgekomen heb ik dien gevaarlijke knaap gelijk van hem is opgegeven het gemeen voor den oploop door aller hande sup„ perstiteuse middelen tot rebellie in stilte heeft weeten aan te leijden en zijn rol vervolgens daar onder te baroe soo goed heeft weeten te speelen als ende roppo en Ladat niet goed kunnen oordeelen hem direct aan te houden om dat men sig de hoop van anderen daar door aante lokken vereijdelde hoe gevaar„ simpring lijk 194 Van Iavas-oost kust Den 49:' 9ber 1772. — Van Iavas- Oostkust den 19:' 9ber 172. „lijk hem aan de andere sijde moet aanmerken met de in bajoo gesteept in 't gantsche Lichaam na haar onmenscelijke ont„ zoetste annimeering ontmoet egter onder nauw heijmelijke aardig in triomphe met de ingewanden in haare duijvelsche Lichaa„ toe sigt hem laat bewaaken door de oude getrouwe man„ men geswolgen hebben sullen durven onderwerpen nu tot haar „tries heeft hij in de tusschen tijd ook als weg wijder voor onse uiterste ellende inschrik en vries zullen blijven omsworven waar Commandos in 't gebergte gediend daar ook een partij huisge„ van er eenige onder de krijgs gevangene p„r de barcg 't zeepard over„ vangene gemaakt egter, de hoofden het tot nog ontsnapt syn gesonden sullen geweest sijn en heb ik hier twee ajoe maasen behalven een geweese bajoese mantrie daar bij opgevangen, die meede te gast bij dat hellishee maal sijn geweest Wijders heb de eere uwel Ed Achtb: te bedeelen volgens Communi„ Voormelde dus verre ter nedergesteld hebbende ontfang „tatie van het hoofd de Expeditie i letteren den 20: deeser dat er een ik uw Ed Achtb: veel gehonoreerde van den 10:' deeser waar madureese pattroulje 's daags bevoorens digte onder Cambiran een op niets te rescribeeren vinde wijl in deese den inhoud voor hoop rebellen had aangetroffen die hun daar tegens verset hadden daar waards daar toe is dienende als mijn verplickte dankzegging bij vier madureesen gesreuveld en twe gequest de rebellen egter spoedig onderdanigst te betuigen voor bedeelde aannaderende macht met agterlaating van eenige dooden op de vlugt hadden gejaagt en op onder Capitain Rasch er aankomst vande Edel heere gouver deselve een rantak twee scliet geweijren en twee Comp: houwers ver„ neur aldaar is egter te hoopen dat door de goede successie „overt 't geene mij doet denken hun de rebellisce hoofden aldaar wee„ met de onderwinning van bajoe de nieuwe Europeesen „derom met een partlij manschappen moeten versamelt hebben gehad voor dit ongesond Climaat mogen gespaaat blijven ben ik en is ook niet te denken dat hun van die boosaardige gouweldie„ egter nog bedugt als de vlugt van bappa Endo na 't Eijland „ten onse europeesen te stengen hebben aangevallen den vendrig Chaaa Noessa waar is die Eijlanders hun meede door de Man in dhateesen
English
493 From Java's East Coast, the 19th of November 1772. From Java's East Coast, the 19th of November 1772. see them supported, will not cry [illegible] as quickly as was otherwise to be hoped and wished. Wherewith, with due respect, I have the honour to subscribe myself, below stood, title, lower, Your Honourable Esteemed's very submissive servant, was signed, H:k Schophoff, in the margin, Oeloepampang the 23rd of October 1772, lower, P: S: Herewith I still have the honour, upon Your Honourable Esteemed's very own venerated requisition, to humbly offer a list of the native chiefs and Juragans, their rice vessels, as no closer and better way was possible for me to obtain them than as I have noted down beside it, below stood, Agrees, was signed, P: Luzac. Copy of a copy letter from the resident Schophof to the administrator Luzac at Sourabaija dated Oeloepampang the 30th of 8ber 1772. Respectfully replying to Your Honourable Esteemed's always much venerated letter of the 19th of this month that I sent the many prisoners of war by the bark 't Zeepaard under a sufficient escort of native and European militia, the men well secured, separated from the women and children, under special instructions given to the commanding steersman on that vessel as well as to the said escort to exercise the most cautious vigilance, which being observed, one thought that all disasters that might otherwise be feared with so many prisoners could be prevented; and I shall thus in the future regulate myself according to the highly venerated intention of our highly praised master, the noble lord Governor, in the sending of further prisoners of war. After receipt of the aforementioned, I immediately handed over 132 captive women and children to the regent to be apportioned as Copy its 195 From Java's East Coast, the 19th of November 1772. From Java's East Coast, the 19th of 9ber 1772. its content dictates, yet kept the men, another 28 heads, in detention until Your Honourable Esteemed's further orders, because they are all fellows who remained stubborn and present in Bajoe until the capture, as was also pursued by our natives on the 1st of this month, brought in after the fleeing chiefs, according to the statement of our commandos were taken prisoner, as well as all the previous ones sent over with the bark 't Zeepaard, who are stated, as they themselves have also confessed, to have been among the last from Bajoe who took flight before our forces and still continued to defend themselves when their chiefs had already taken to flight beforehand, the day after the conquest of Bajoe were overtaken in the mountains from the rearguard of those chiefs, and are, according to the statement, such as noted on the enclosed list, who at Soengen also attacked our Europeans and made their devilish meal from the body of Ensign Schaar, having been present with their comrades in that surprise attack. With my latest I had the honour to inform Your Honourable Esteemed, according to Boonsak his report, how matters stood with the sloop Samarang. I received report through the sailor Zymons, whom I had also sent out the straits to urge on and escort the native vessels, that this vessel had steered coastward. As yet, no rice has been brought in by the natives or for our servants, except one coijang from Panaroekan, and for lack of that sustenance the head of the expedition on the 23rd of this month had to resolve to break camp with the entire native force from Bajoe, not only leaving a Company's Malay and some Sumanappers stationed there, which is why all Sourabaijans, Grissees, Sidaijers, Samongangers, and Madurese, except 500 heads of the last mentioned, who have their provision of rice fetched on horses from Caapsindana, had to return home. As soon as Nieuwenhuisen has returned with Boonsaak, I shall let the same proceed coastward with his pantjallangs. Concerning the killed at the capture of Bajoe, according to Boonsak, there were no more than four heads of the rebels, each
Dutch transcription
493 Van Iavas: Oostkust den 19:' November 1772. Van Iavas- Oostkust den 19:' November 1772. dhareesen ondersteunt sien soo spoedig niet mnder roepen sullen als wel anders te hoopen en wenschen was. Waar meede met verschuldigt ontsag de Eere mij te onderschrij ven /:onderstond:/ titul /:lager uw Edelen Agtbaren zeer zub„ missen dienaar /:was geteekend:/ H:k Schophoff /: in mar„ gine:/ oeloepampang den 23: ' october 172. /:lager:/ P: S: hier nevens hebbe nog de eere uw Ed Achtb: zeer humbelst op zelfs gevenereerde requisiet aan te bieden een lijst der inlandsche hoof„ „den en Juragans haar reijst vaartuigen geen nader en beter weg mij mogelyk geweest is te neemen deselve machtig te werden als daar bij genoteerd heb /:onderstond:/ Accordeert /: was geteekent P: Luzac. Copia a Copia brief van den resident Schophof Aan den gezaghebber Luzac te Sourabaija gedateerd oeloe„ pampang Den 30:' 8ber 1772. op vwel Ed: Achtb: altoos veel gevenereerde van den 19:' deeser Eerbie„ „diglijk antwoordende dat ik de vele kreijge gevangene per de barca 't zeepard versonden onder an genoegsaam es Corte van inlandsche en Eu„ ropeese militie 't manne volk wel gesecureert gesepareert van de vrouwen en kinderen onder speciaale gegeve recommandatie aan den gesag voerende stuurman op dien bodem als aan gem: es„ Corte de aller voorsigtigste waaksaamheid te gebruiken dat vermeen de geobserveert wier men daar door alle onhijlen die andersints bij zoo veele gevangene te dugten konden verhoed blijven en zal ik dus in 't vervolg mij na de hoog gevenereerde intentie van onser hoog loffelijke gebieder de Edele heer gouverneur in 't versenden van verdere krijgsgevangenen reguleeren heb ik na„ den ontfangst van vormelde ter stond 132. gevange vrouwen en kinderen aan den regent over gegeeven om sodanig te partsen als Copia dies„ 195 Van Iavas Oostkust Den 19:' November 1712. — Van Iavas Oostkust Den 19:' 9ber 172. — dies inhoud dicteert egter de mannen nog 28: Coppen in verseke„ kering gehouden tot uwel Ed agtb: nader ordre wijl het alle knaapen syn die in bajoe hardnekking en present syn ge„ bleeven tot de inneeming toe zodanig ook door onse inlanders vervolg den 1:' deeser in't gebragte agter de vlugtende heefden volgens op gave onser Commandos sijn gevangen gemaakt soo wel als alle de voorige met de barcq 't zeepaard overgeson den die werd opgegeven gelyk selfs meede beleeden hebben van de laaste uit bajoe sijn geweest de vlugt voor de onsen hel ben genomen hun als nog sijn blijven verdiffendeeren wan„ neer haare hoofden hun al bevoorens op de vlugt hadden begee„ „ven 's daags na de verovering van bajoe uit de agterhoede van die hoofden in't gebergte syn agterhaald en syn volgens opgave sodanige als op inleggend Leijstjen genoteert die te soengen onse Europeesen meede hebben overvallen en haar duivelsch maal van 't Lichaam van vaandrig schaar hebben gedaan met hunne makkers in die overtompeling present geweest bij mijn jongste heb ik de Eere gehad uwel Ed. Agtb te bedeelen volgens boonsak sijn rapport hoe het met de sloep samarang gesteld geweest kreijge ik berigt door den mattroos Zymons die meede straat uit heb gesonden gehad de inlandsche vaartuigen aan te spooren en op te leijden dat dien bodem Costiwaards was gestee vend is er als nog geen rijst soo min door inhanden aangebragt als voor onse dienaaren als een Coijangs van Panaroekan en om gebrek aan dat voedsel heeft het hoofd der Expeditie den 23: deeser moeten resolveeren met de geheele Jnlandsche magt van bajoe op te breeken niet alleen een Comp:s maleij„ „eas en eenig sumanappers aldaar inpostering te laaten waar„ om aan alle sourabaijers grissees sidaijvers Samongangers en madureesen Excepto 500 koppen van laest gem: die haar voedsel van rijst op paarden van Caapsindana laaten afhaa„ den heeft moeten 't huis keeren soo spoedig als nieuwe„ huisen met boonsaak wederom te rug gekomen is sal ik den„ selve met sijn pantjallangs Costiwaards laaten gaan Omtrent de gesneuvelde met de inneeming van Bajoe syn niet meer dan vier Coppen van de rebellen geweest volgens boonsak ieder
English
197 From Java's East Coast, the 19th of November 1772 From Java's East Coast, the 19th of November 1772 — further confirmation, and the rebels having fled so hastily from that hiding place upon the penetration of the native militia under Lieutenant Ismael and Sumenapers that they met no further resistance inside, and only four of our men were wounded by caltrops before their palisades during that assault, as I was assured. And the Balambangan mantris, loeras, and other commoners report to me that the day after the capture of Bajoe, having also served our natives out front as guides in pursuing the rebels everywhere along their flight path, they had found dead men killed with krisses and pikes where none of our pursuers had been before. They maintain these were killed by the rebel leaders themselves so that they would not betray where they had taken flight. Concerning the captured Mandharese, I had the honor in my latest to present Your Right Honorable a report, which is now testified by the other prisoners and emerging people to be completely false, and that this wicked fellow had been present in Bajoe during the entire rebel period, except for three times on an expedition to the island Noessa to fetch gunpowder, lead, and other goods from there, also acting as chief of the cannon and rantakas, and indeed being the boldest ringleader in the surprise attack on our Europeans at Songen and also a devourer of the body of Ensign Schaar, whom I shall send over at the first secure opportunity. Furthermore, nothing is known of the rebel leaders, whither they have gone with some of the most malicious, except that regarding Bappa Lavat, I only received a report five days ago through a former loera from Poenassam who came in, who had left him about three hours' walk from Fobo beneath Mount Roem, deep in the wilderness, with two of his poenokawans and four women. I have sent that loera thither with some old Balambangans to search for him for the promised bounty, who have not returned as yet. However, it appears that the leaders of the rebels are now being abandoned by the common folk through their coming in, and the remaining ones will finally be brought to submission by famine, as I am still informed that the country has everywhere been ruined of provisions. 199 From Java's East Coast, the 19th of November 1772 From Java's East Coast, the 19th of November 1772 — Having inquired further concerning the Madurese patrol on the 19th of this month, which the head of the expedition wrote to me had encountered rebels near Cambieten, it was only seven common Madurese strong. They met the chief, the Bajoese goenoengs, with some men who had a rantaka, two firearms, and two cutlasses with them, without offering resistance, leaving those weapons in the hands of the aforementioned seven Madurese without anyone being killed or wounded. Herewith most respectfully presenting to Your Right Honorable a list of those who have come in since the 23rd of this month, I most humbly inform Your Right Honorable how averse the physiognomy and attitude of Regent Jacanagasa appears to everyone, whereas I, however, can testify nothing of him but to his praise for the Honorable Company's interest. During these entire disturbances, he has behaved faithfully, not shrinking from putting his life in danger and at stake so many times, with the greatest care and vigilance. Yet being apprehensive that this whole nation will remain under his rule with reluctance, as all the people who remained faithful have continuously made their aversion against him known to me, mostly arising from a kind of selfishness that he has shown several times by appropriating the little goods of the surviving families of the deceased. And these three or four days after returning from Bajoe, he has withheld many emerging people with their weapons and quietly sent them to his village of Meentjar, which I know little of, just as I have repeatedly and strongly ordered him to disarm all emerging rebels and bring them all to me, to record the number by name so as to present it to our lords and masters in order to know in the future how many head of men there are and where they are divided into households, with a note to recognize the most malicious among them, deeming this more necessary than for him merely to report a portion and withhold the rest, so as to rule over no more than half
Dutch transcription
197 Van Iavas- oostkcust Den 9' 9ber 172 Van Iavas Oost cust Den 49„' 9ber 1732 — ieder bevestiging en sijnde rebellen uit dat schuilnest wel soo haastig gevleugt met het indringen van de inlandsche mili„ tie onder Luitenant Ismael en Sumanappers dat geen tegenstand daar binnen meer omtrent hebben en syn er ook maar enelyk vier van de onse met diestorm in roetangels voor haar peallesaeden werd my versekrt gequet en geeven mij de Balemboangse mantris Soeras en verdere gemeenen op datse daag na de in neeming van bajoe ons inlanders voor op als weg weysers meede gedient in 't vervolgens der rebellen alomme op hun vlugtende spoor doo„ „de mannen hadden gevonden met krissen en pieken om 't lee„ ven gebragt alwaar bevoorens van onse vervolgens geene geweest waaren deese sustineeren door de rebelsche hoofden selfs om 't leven gebragt sijn om niet door deselve veraaden te werden wirwaards sij„ „de vlugt genomen hebben van den gevange mandharees heb ik de eere gehad bij mijn Jongste uwelEd: Achtb: een relaas aan te bieden dat nu door de verdere gevangene en opkomelingen betuigd werd in tegenstelling valschelyk te syn en dat die bose knaep de geheele rebellisce tyd in bapo present geweet behal„ ven drie malen in besending na't Eijland noessa kruijd lood en andere waaren van daar gehaalt als hoofd meede van 't Canon en rantakjes g'ageert en wel de stouste vooregter bij de overtom„ „peling onser Europeesen te songen en verslinder van 't lichaam van vendrig schaar meede is die ik eerste secure gelegentheid sal oversenden voorts weet men niets van de rebellische hoofden wer„ waardsche hun met eenige der boosaardigste hebben begeeven als dat bappa Lavat hebe voor vyf dagen eenelyk berigt gekreegen door een voor heen hier te poenassam geweese Loera op gekomen die denselve verlaaten had omtrent drie uuren gans van fobo onder de goenong roem met twee zijner poenokawans en vier wyven diep in de wildernis heb ik dien soera met eenige oude balemboangers derwaarts laaten gaan met de beloofde premiehem op te socken die tot nog niet geretourneert sijn scheijnt het egter dat de hoofden der rebellen nu door het gemeen door 't opkomen verlaaten werden ende overigen de hongersnood wel Eijndelijk tot submissie sal doen koomen wijl mij als nog berigt werd het land alomme van Levens middelen geruijneert is. om Bij 199 Van Iavas Oostkust den 19:' 9ber 1772 Van Javas Oostkust den 19:' 9ber 172. — Bij nadere mij geinfermeert hebbende weegens de Madureese pat„ troulje op den 19:' deeser 't hoofd der Expeditie my aangeschreeven ont„ „moete rebellen by Cambieten dat die maar zeeven gemeene madureesen is sterk geweest het hoofd den bajoese guimans met eenige manschappen hebben ontmoet die een ranlak twee schiet geweezen en twee houwers bij hun hebben gehad sonder sig in tegenweer te stellen die waapens in handen van voormeld seven madu„ „reesen hebben gelaaten sonder er een gesneuteld nog gequet te syn Hier bij uwel Ed: Achtb: een list der zedert den 23:' deeser opge„ „komene Eerbiedigst aangebooden hebbende geeve uwelEd Achtb alles onderdanigst kennisse hoe aversch een ieder de visionomie en houding van den regent Jacanagasa voorkomt daar ik eg„ ter van denselve niet dan tot syn los voor sE Comp:s be„ lang kan betuijgen bij deese geheele onlusten sig getrou welyjk heeft gedragen zig niet heeft ontsien met sijn leeven soo meenigmaalen in gevaar en ten pande te stellen met de grootste sorge en waaksaamheid dog bedugt sijnde deese geheele natie met weersin onder selfs heer„ schappy te sullen blijven wijl alle getrouw gebleeve volkeren hun weersin mij geduurende teegens hem hebben te kunnen gegeeven meest voortkomstig uit een soort van Eijgen heb sugt die al eenige maalen betoont heeft aan nagelaeten famil„ les van overleedenen de goedertjes sig toegelygent en heeft hy deese drie a vier dagen nadat van bajoe te rug gekoomen veele op komelingen met hunne waa„ pens agterhouden en in stilte na sijne negory meentjar gesonden daar ik van weenig ben gelyk hem dikma„ len op 't sterkste heb aanbevoolen alle op gekomen rebellen van hare wapens te ontblooten en alle by mij te brengen op te teekenen met naem 't getal aan onse heeren gebieders te kunnen vertoonen om in 't vervolg te weeten hoe veel Coppen mannen en waerse in huis gesinnen verdeelt sijn met notitie de quaadaardigste daar by kennen noodiger oor„ deele dan door hem een party maar op te geeven ende andere te agterhouden om niet meer dan de „schappij helft
English
201 From Java's East Coast, the 9th of November 1772. — From Java's East Coast, the 19th of November 1772. half or a third, but as was submitted to the Lord Major Colmondt in 1760, whether it could not be arranged from the Eastern Salient to find a good person for the regency here, so that he were employed in some office at court or elsewhere in the Eastern Salient under the supervision of a regent, so much more I would thus expect more service from him than remaining his own master here. From these mantris, however assured I am of their good will and loyalty, I know of none that I dare nominate as persons capable of directing this mutinous nation; the only one being the mantri Tjarangandul of moderate knowledge and judgment, yet also of low descent, which commands little esteem among this simple, common nation. Wherewith I take the liberty to call myself with the most dutiful respect, below stood title, lower, Your Right Honorable's very humble servant, was signed, H.k Schophoff. In the margin: Oeloepampang, the 30th of October 1772. Still lower: P.S. Yesterday evening, after the closing of this, a prisoner of war from Bayu was brought here to me, who upon examination testifies that Bappa Endo and Bappa Lavat, about three-quarters of an hour's walk from Bayu at the place named Sankia, where they had laid out a garden for him and had transported their women and children thither before the capture of Bayu, arrived five days ago with 50 heads of men, 15 with guns and 35 with pikes. I have sent this lad again this morning to Cotta with his account to Captain Heinrich, so that he may use him as a guide with a strong commando thither, if he deems fit. Below stood: Agrees, was signed, P. Luzac. List — From Java's East Coast, the 19th of November 1772. — From Java's East Coast, the 19th of November 1772. List of the arrived men, women, and children since the 28th of this month together Men | Women and children 1772. 23 October . . 16 . . 24 24 ditto . . 40 . . 51 25 ditto . . 30 . . 61 26 ditto, upon the order of the Lord Commander of this Eastern Salient, released prisoners of war - - 131 27 October . . 20 . . 61 28 ditto . . 24 . . 51 29 ditto . . 61 . . 112 Together 687 heads Below stood: Oeloepampang, the 30th of October 1772. Was signed: H.r Schophoff. Below stood: Agrees, was signed: P.r Luzac. Copy of a copy letter from Captain-Lieutenant Heinrich to Commander Luzac in Surabaya, dated Cotta, the 28th of October 1772:— Your Right Honorable's both highly respected letters dated the 12th and 19th of this month I had the honor to receive well, and regarding the first, under present circumstances with many businesses, I could not have the fortune to congratulate the Right Honorable Lord Governor of Java's Coast by my writing on the arrival in the Eastern Salient; to the second, this serves in humble reply that I express to Your Right Honorable, for myself and all the officers, the most submissive thanks for the congratulations and praise of our dutiful Honorable Company's service, and requesting Your Right Honorable's collective further protection. Pursuant to the highly honored order to extend my stay here, it can serve to nothing other than the greatest satisfaction; as our highly praiseworthy masters have judged me capable of doing so, I shall, under God's blessings, seek to carry out everything that serves most advantageous to the Company. Regarding the destruction of Bayu, everything is dispersed and destroyed. On the 24th of this month, I marched back to Cotta with the main force, and have posted an adequate commando at Bayu, as I could no longer remain standing with the main force due to a lack of provisions. The reports regarding those rebel chiefs are still varied: that Bappa Lavat is said to have fallen on the 18th of this month, unknown by our patrols, in the mountains behind Bayu, whereby the Madurese captured as booty 3 flags, 1 iron swivel gun, 2 guns, and 2 copper cleavers. The 3 new flags I shall send to Your Right Honorable at the first opportunity. Your Right Honorable may remain assured that no place of refuge for the rebels shall remain open. Regarding Nusa, I have not yet received any report from Ensign Visser; I doubt not this officer, upon receiving the victory of Bayu, will have sent to Nusa to admonish them to subordination, since he is sufficiently enlightened that the Nusa chiefs used the pretext that when Bayu was conquered, this island would then submit. Our victory is accompanied by blessed success, as since the 11th of this month already over 100 persons have come forward, among whom over 300 adult male persons. Regarding the returning home of the peoples, the Madurese request to remain here until the Panembahan of Madura sends 500 fresh men, which seems to be the most serviceable, of which the first chief present here has written to this prince. The Sumenepers I shall set at 300 heads, and let the sick and the rest return home. Of the Surabayans, Gresikers, Sedayuans, Lamongans, etc., I shall keep a number of coolies here for the improvement of our redoubt and further transport, and let the others return home. Regarding the point of the provision vessels, I have deemed it proper to write to Resident Schophoff to see about bringing up their provision vessels with some Europeans, together with good mantris of the Madurese. Furthermore, I have consulted with Resident Schophoff to the chiefs of the villages
Dutch transcription
201 Van Iavas Oostkust den 9:' 9ber 173. — Van Iavas Oostkust den 19:' 9ber 173. helft wel een derde maar gelyk aan den heere majoor Colmondt in 1760 is opgegeeven of het niet te schikken was uit den oosthoek een goed persoon tot het regentschap alhier te vinden was dat hij in eenige bediening â Costi waar of elders in den oosthoek g'Emploijeert wierd onder op sigt van een regent souer meer ik dusdaa„ nig meer dienst van te wagten sijn als Eijge meester hier te blijven weet ik uit deese mantris hoe verseekert van hun goede wil en trouw ook ben geene te durven voordragen als persoonen Capabel deese muitzieke natie te derigeeren de Eenigste maar sijnde den mantrie Tjaran„ „gandul van gemoedereerde kennis en oordeel egter meede van Laage afkomst dat bij dese onnosele gemeene natie weijnig estiem by sit. waar meede de vryheid gebauike my met verschuldigst ontsag te noemen /:onderstond:/ titul /:lager:/ uwel Ed Achtb zeer submissen dienaar /:was geteekend/ H„k Schophoff /: in margine:/ oeloepampang den 30:' 8ber 1772. /: nwog lager:/ P: s: gis „teren avond nat sluiten deeser werd mij een kruijgsgevan„ „gene van bajoe alhier aangebragt die bij Examinatie be„ tijd dat Bappa Endo en Bappa Lavat omtrent drie quaa tier uur gaans van bajoe de plaats genaamt sankia al„ „waarse voor hem een thuijn hadden aangelegd en hunne vrouwen en kinderen voor de inneeming van bajoe der„ „waards hadden getransporteert met 50. Coppen mannen al 15. met gewenen en 35 met pieken voor vijf daagen waa„ ven aangekomen heb ik dien knaap heeden morgen weder„ „om na Cotta met sijn relaas aan heere Heinrich geson„ „den om hem met een sterk Commando derwaarts te ken„ „ne gebruiken als weg wijser in dien sulks goedvind /:on„ der stond:/ Accordeert /:was geteekend/ P: Luzac. „teren Lijst — Van Iavas - Oost kust den 19:' 9ber 172. — Van Iavas=oost Cust Den 19:' november 172. Mannen „ 24 _o. . . 40. „ 25 _o . . 30 „ 26 _:o op aan„ schrijvens van den heer gesaghebber deser oosthoek fos ge„ late krygs gevange - - 131: „ 27: october . . 20. . . . 61. . . „ 24 - - - 51 - - „ - - - - 28 _o „ 29 _o. . . 61 ƒ. . 112. . „ - . - Samen 687 Coppen /:onderstond:/ oeloepampang den 30: 8ber 1772. /: was geteekend:/ H:r Schophoff (:onderstond) Accordeert /:was geteekend:/ P„r Suzac. 1772. 23. october. . 16. . . . . 24. „ 51 „ 61. „ - - - - vrouwen en kinderen Eijst der gekomene Mannen vrouwen en kin„ „deren zedert den 28:' dezer Samentlyjk Copia a Copia brief van den Capitain Suitenant Hein„ „rich aan den gesaghebber Luzac te sourabaija gedatteert Cotta den 28:' 8ber 1772:— UwelEd: Agtb: beide hoog gerespesteere missive sub dato 12: en 19:' deeser hebbe de heere gehad wel te ontvangen en weegens eerste bij tegenswoordigen tijds om standen met veele besigheiden hiet geluek niet kunnen hebben den wel Edelen agtb: heere gouverneur dasia Cust door myn scheryven met de aankomst in den oosthoek te vergelukken op het tweede deene in needrige rescriptie dat ik uwl Ed: Agtb voor mij en alle de officeren aller onderdanigsten dankbetuige voor de Congratulation en laudeering onser pligt schul„ digen s Comp: dienst en om uwel Ed Agtb: gesamentlijke verdere protexien versoekende. Ingevolge der hoog g' Eerste ordre om mijn verblijf hier langer te houden kan niet meer als tot grootste satisfactie ver„ strekken ter wijlen onse hoog loflijke gebieders mij daar toe voor Capabel geoordeelt hebben sal ik onder godes zegeningen soeken Copia alles l -- 233 Van Iavas=oostkust den 19: 9ber 172. — Van Iavas= oostkust den 19:' 9ber 1772. — alles wat voor de maatschappij ten voordeeligsten verstrekt ter uit voer te brengen wegens de verwoesting van bajoe is al„ les verdistribueert en vernielt den 24: deeser ben ik met de hoofd magt wederom naar Cotta gemarchert en hebbee op bajoe een toerijkent Commando geposteert indien ik weegen gebrek van zee „vens middelen met de hoofd mogt niet langer kunde staan blijven die rapporten weegens die rebellessen hoofden sijn nog balieus dat bappa Lavat sal den 18:' deeser door onsere pat„ trouillien onbekent gesneuvelt sijn in de gebergte agter Bajoe waar door de Madureesen syn buit gemaakt worden 3: vaan en 1: ijsere rantak 2: geweeren en 2: Coopere houwers. De 3: nieuwe vaanen sal ik bij eerste ocasie aan uwel Ed Achtb: oversenden uwel Ed: Agtb: kan verseekert blyven dat geen plaats der in resteling voor de rebellen sal op een blyven weegens noessa heb ik van den vaanddig visser nog geene rapport ontfangen twijffe „le niet op deese officier sal bij ontfangt van de vistorie van bajoe na noessa gesonden hebben ter ammuneering tot subortinatie vermiss hij genoegsaam daar van gelucideert dat die moessa hoofden sig van den voorwendsel tyd hebben bediend wanneer ba„ „joe overwonnen werd deeses Eijland sig als dan onderwerpen souden. Onse verwinning wert verselt door een gesegende succes indien naar den 11:' deeser reets booven 100 persoonen opgekomen waar onder over de 300 groote mans persoonen. Weegens thuis keering der volkeren versoekende madureesen hier soo lange te blijven tot de pains van madura 500 man verse volke„ „ten send schijnt het dienstigste te sijn waar van het eerste hier sijnde hoofd deesen prins aangeschreeven de Sumanappers sal ik stellen op 300 Coppen ende sieke en overige te huis keeren laaten van de sourabaijens grisseers sudojooos Lamongangers v: sal ik een getal battroos hier houden tot verbeetering van onse benting en verdere transporte en die andere te huis keeren laaten. Weegens den punct derprovirsie vaartuigen heb ik voor goed gevon„ „den den resident schopthof aan te schrijven om te sien met eenige Eu ropeesen benevens gaot mantres van madureesen hunne provisie vaartuijgen op te brengen. Verders hebbe met den resident scheephof geconsuleert om die hoofden negorijen
English
From Java's East Coast, the 19th of November 1772. From Java's East Coast, the 19th of November 1772. to regulate the villages of the arriving peoples in the vicinity of our fortress in order to keep an eye on these peoples, and as soon as everything remains in full tranquility and without further accusation, I propose to Your Honor that it is necessary, for the sake of good regulation both here and in the western districts, that a patrol be made by several men commanded for that purpose and all slipped-in evil-doing be eradicated. As soon as Sergeant Lautrux is transportable, I shall send him off at the first opportunity. I also humbly request Your Honorable Respectable to supply our magazines with rice in good time. With which, recommending myself to Your Honorable Respectable's further high protection, and with dutiful high esteem and deep respect, I remain. Underneath stood: titles. Lower stood: was signed: J. G. W. Heimiel. In the margin: Cotta, the 28th of October 1772. Underneath stood: Agrees. Was signed: P.s Luzac. The order to Passourouang and Your Honor's intention to Copy of a separate letter from the undersigned to the Commander of the Eastern Salient, Pieter Luzac, dated Japara, the 4th of November 1772. It was with no less sorrow that I learned from Your Honor's separate letter of the ultimate of October last and its enclosures of the disasters suffered by some vessels destined with provisions for Balemboangang, than I am dismayed at the staying behind of the sloop Samarang and the native vessels, which would have been able to remove the fear of a shortage of victuals for the Company's troops. And I therefore recommend Your Honor to investigate thoroughly both the conduct of the quartermaster Dingiman Radermaker and what the unwillingness of the chiefs on the native vessels to come forward is to be imputed to, in order to punish the guilty as a deterrent to others, and for which Your Honor must demand back those of each regent upon their return. Copy with From Java's East Coast, the 19th of November 1772. From Java's East Coast, the 19th of November 1772. to ship rice with small vessels to Oeloepampang, as well as to have the cash for the good months transported overland from Panaroekan, I do not doubt has already had effect; and since experience teaches that the transport of rice, etc., goes most securely and quickly with sturdy prau mayangs, it will have to be done with them for as long as possible, and in the meantime care must also be taken against a lack of other provisions. The Bugis Swaadjo, taken prisoner of war at Bayu, and the bupati Kringdono, along with all those who, according to the writing of Resident Schophof in his letter of the 23rd of October, are guilty of the murders and mistreatment of Ensign Schaar, must be sent under secure guard to Samarang; but, on the other hand, as has been repeatedly recommended, those who have followed the great crowd and have surrendered voluntarily—as 1,030 men and women had already done on the aforementioned date—must be treated well under proper and fitting supervision and caution. Since one must gather from the account of the abovementioned Bugis Swaadjo that the Mandarese are masters of Nusa, his father, and the flight thither, and that other chiefs of the rebels with their followers have taken flight towards the heights to the west, and it is therefore to be feared that they will attempt something on that side, while there is hope that those blambangers with the rebels will submit, I deem it utterly necessary and order Your Honor to reinforce as soon as possible the posts of Samadjang, at Djember, and at Panaroekan with 30 to 40 Europeans and as many Madurese, Sumanappers, or easterners as deemed necessary, in order both to prevent the rebels and correspondence with those of Nusa, and to ensure they cannot nestle in the Centong region or its surroundings, and to withstand both. who where From Java's East Coast, the 19th of November 1772. From Java's East Coast, the 19th of November 1772. To which end vigilance may anew be recommended to the officers commanding there, with orders to leave nothing unattempted to overtake and capture the enemy chiefs, whether dead or alive. With which, after greetings, I remain, underneath stood: Your Honorable Good Friend, was signed: J. R. van der Burg. In the margin: Japara, the 4th of November 1772. The same to the aforementioned Luzac, dated Samarang, the 10th of November 1772. Since I must gather from the contents of your separate letter of the 3rd of this month, based on the writing of the Oeloepampang Resident Schophof in his letter to you of the 30th of October past, that the provisional regent of Balemboangang, Jaganagara, is said not to be well-regarded or liked among the common people, I approve of the order given to covertly investigate his conduct and to observe him. But since, should this be confirmed, it will become no less necessary to remove this otherwise true and loyal regent without arousing suspicion, under one pretext or another, as well as to appoint another good chief over the wild crowd in his place, I leave it deferred to Your Honor, in the aforementioned case and otherwise, to persuade him, Jaganagara, by way of friendly advice, to come hither towards the coming New Year along with other regents, as if to request his confirmation and to confer with me The same myself
Dutch transcription
207 Van Iavas- oostkcust Den 49:' 9ber 173. — Van Iavas=oostkust Den 9:' 9ber 173. — negorijen der opgekomene velkeren in na bijheid van onse fortrasse te reguleeren om deese volkeren in ooge te houden en soo dra als alles in volle ruste en verdere geene betigting verblijft proponeere aan uwel Ed. dat het noodsakkelijk wegens goede reguleering soo wel hier als in de wester te districten door eenige daar toe gecommandeerde een ronde gedaan werd en alle gesloopene kwaat doen uitgegroeyt worden zoo dra als den sergeant Lautrux transportabel sal ik den selven bij eerste geleegentheyd afsenden. Hog versoeke ootmoedig aan uwel Ed Agtb: onse magisyns by tijds met rijst te versien. waar meede my in uwel Ed Agtb: verdere hooge protexion aan„ „beveele en met pligt schuldige hoogagting en diep ontsag. ver„ blijve /:onderstond/ titul: /: lager. /:was geteekend:/ I: G: W: Heimiel /:in margine / Cotta den 28:' 8ber: 172. /:onderstond Accordeert /:was geteekend:/ P:s Luzae D' ordre naar Passourouang en VWE voorneemen om Copia Sparte brief van den ondergeteekende aan den gesaghebber in den oosthoek Pieter Lurac gedatteerd Japarra Dden 4:' November 1772. — Ik heb met geen minder leetweesen uit uwE: aparte van ult:o october J:o leeden en dies bijlaagen vernomen de desasters die eenige met provisie naar Balemboangang gedestineerde vaar„ tuigen hadden ondergaan als ik ontstigt ben over heb agter„ blijven van de sloep Samarang ende Inlandsche vaartuigen die in staat souden sijn geweest de vreese voor gebrek aan mond behoeftens voor 's Comp:s troupes weg te neemen en ik recom mandeere uwel Ed oversulks om soo wel het gedrag van den quartiermeester Dingiman Radermaker als naauwkeureg te doen ondersoeken waar aan de onwilligheit der hoofden op de Jnlandsche vaartuigen om op te komen moet worden gein„ puteert ten Einde den schuldige ten afschrik van andere te Corsigeeren en waar toe uwe van ieda regent de zijne bij te rug komist op Eisschen moet. Copia met 239 Van Iavas Oostkust Den 19:' 9ber 172. — Van Iavas oostkust den 19. November 172. — met kleine vaartuigen rijst naar veloepampang af te schee„ pen mitsg„s om de Contanten voor de goede maanden van pa„ natoekan overland te laaten transporteeren twijffele ik met of sal reeds Effect hebben gesorteert en dewijl de ondervinding leerd dat het transport van rijst &:a met sterige prauw maijangs het sekert en spoedigste gaat zal daat daar meede soo lang mogelijk moeten geschieden en intusschen ook sorge voor gebrek aan andere provisien dienen gedragen te worden. Den ten baijoe krijgs gevangen Boeginees swaadjo en den bepatty kringdono nevens alle de geene die volgen schrijven van den resident schophoff bij briev van den 23:' 8ber schuldig zyn aan de moorden mishande„ lingen van den vendrig schaar moeten in goede verseekering naaa Samarang gesonden, maar daar in tegen gelik te meermalen is aan bevoolen onder een goed en gepast toesigt en mistrouwen wel behandeld worden de sulke Dewijl men uit het relaas van boven gen: boeginees swaadjo moet opmaken dat de mandhareesen meester van Hoessa syn bappa ende devlugt derwaards ende andere hoofden den rebellen met hun aanhang die naar de geligtens om de west genomen hebben en het dus een te vreesen is dat sij aan die kant iets sullen tragten te onderneemen als er hoop is dat die bilan„ ders met de rebellen haar sullen onderwerpen agte ik het ten uitersten noodsakelyk en gelaste vwE: ten spoedigste de posten de Samadjang te Djember en te Panaroekan met 30. a 40 Europeesen en soo veel madureesen Sumanappers of vosterlingen als noodsakelijk geoordeelt worden te versterken ten Einde de rebellen en Correspondentie met die van noessa soo wel te beletten als dat sy sich in het Centongsche of daar omstreks niet konnen nestelen en tegen beide bestand te syn die den grooten hoop gevolg hebbende vrijwillig komen onderworpen soo als op voorm: datum reeds 1030 mans en vrou wen hadden gedaan die waar 241 Van Javas = Oostkust Den 1„ member 172. Van Iavas= Oostkust Den 19:' 9ber 172. — waar toe de daar Commandeerende officieren de waarsaam„ heid by vernieuwing wel mag worden aan bevoolen met last om niets onbezogt te laten ter agterhaling en bemag tiging het zy levendig ofte dood van den vijand hoofden waar meede naar Groete blijve /:onderstond:/ uw E EGoe„ den vriend /:was geteekend:/ I: R van der Burg, /: in margine/ Japara den 4: November 1772. Aajdem aan voormelde Luzac gedatteerd Samarang den 10:' November 1772. — Dewijl ik uit den inhoud uwer aparte van den 3:' deeser ge„ fundeert op het schrijven van den oeloepampangs resident schop„ „hof bij sijn briev aan uw van den 30: october passato moet op„ „maken dat den balem boangangs provisioneel regent Japana„ gava bij het gemeen niet soude gesien of bemind sijn appaobeere ik in soo verre de gestelde ordre onder de hand syn gedragen wan „del te ondersoeken en hem selff te observeeren maar alsoo het sulks geconfirmeerd wordende niet minder noodsatkelyk sal werden dien andere due ware trouwen regent sonder argwvan te geeven onder het een of ander voorwensel van daar te krijgen als om in sijn plaats te stellen een ander goed hoofd over de woesten hoop laate ik aan uwE: gedefereerd om in vorff: geval en anders met hem Jacanagara aan raden der wij„ „se in het vriendelijke te persuadeeren tegen nieuw Jaar aanstaande neevens andere regenten herwaarts te komen als het waar om sijne bevestiging te versoeken en met my Adjdem selfs/
English
From Java's East Coast, the 9th of November 1772. From Java's East Coast, the 9th of November 1772. to speak himself about the state of his districts, and meanwhile I also recommend that you look out for a capable man for regent who is beloved by the common people and shows likelihood of serving the Company faithfully, if possible from among the Balambangan people themselves, because experience has already taught that things do not go smoothly with a Javanese chief, and I am of the opinion that, unless there is otherwise an absolute necessity for it, the family of the murdered Pangeran Patty, if any of them are still alive in Balambangan—of which nothing has come to my attention to this day—may well remain excused, for being of Balinese descent, they would apparently collude with that nation at the slightest incident. In the future, it will be time to provide Japanagara with a means of subsistence elsewhere and to reward him for his demonstrated steadfastness and loyalty to the Company. The pantchiallang the Johannes Cornelis will, as soon as possible, With regard to the commander of the sloop Samarang, Dingman Radermaker, and the chiefs of the native provision vessels, be repaired and sent back, and therewith, and with the pantchiallang the Petronella, as well as the sloop Samarang once it has been repaired of its defects, which cannot be great, you will for the present have to try to keep things going, since we are not yet provided with any other Company vessels, and I cannot resolve to request the two or three sloops from Batavia required by you before you have further demonstrated to me the necessity thereof, and one has first made another attempt to see whether, now that Bayu is in the Company's power and the Balambangan people are submitting, it might also be possible to bring those of Nusa to submission by friendly means. 215 213 From Java's East Coast, the 9th of November 1772. From Java's East Coast, the 19th of November 1772. to speak himself about the state of his districts, and meanwhile I also recommend that you look out for a capable man for regent who is beloved by the common people and shows likelihood of serving the Company faithfully, if possible from among the Balambangan people themselves, because experience has already taught that things do not go smoothly with a Javanese chief, and I am of the opinion that, unless there is otherwise an absolute necessity for it, the family of the murdered Pangeran Patty, if any of them are still alive in Balambangan—of which nothing has come to my attention to this day—may well remain excused, for being of Balinese descent, they would apparently collude with that nation at the slightest incident. In the future, it will be time to provide Japanagara with a means of subsistence elsewhere and to reward him for his demonstrated steadfastness and loyalty to the Company. The pantchiallang the Johannes Cornelis will, as soon as possible, With regard to the commander of the sloop Samarang, Dingman Radermaker, and the chiefs of the native provision vessels, be repaired and sent back, and therewith, and with the pantchiallang the Petronella, as well as the sloop Samarang once it has been repaired of its defects, which cannot be great, you will for the present have to try to keep things going, since we are not yet provided with any other Company vessels, and I cannot resolve to request the two or three sloops from Batavia required by you before you have further demonstrated to me the necessity thereof, and one has first made another attempt to see whether, now that Bayu is in the Company's power and the Balambangan people are submitting, it might also be possible to bring those of Nusa to submission by friendly means. 245 From Java's East Coast, the 19th of November 1772. From Java's East Coast, the 19th of November 1773. and suspect prisoners of war, especially such as are guilty of the mistreatment and murder of the Ensign Schaar. Referring to my latest separate letter of the 4th of this month, I must express my surprise that Captain Lieutenant Heinrich, according to your writing, having broken camp at Bayu with the native force, has left only a small number of men there, and that you judge these sufficient to keep that hiding place occupied, contrary to my order dispatched by your honor yourself to him, Heinrich, by letter of the 19th of October last, to demolish Bayu to the ground, which will still have to be done, while the consequences that may result from the contrary are left to the account of whoever sees fit to suspend the execution of orders without cause and arbitrarily; and for the rest, I am of the opinion that if one can now rely with more certainty than before on the Balambangan reports, That Raden Ayu Ceylon, widow of the Panembahan of Madura, as well as her son Raden Tumenggung Jaya Diningrat, had nothing to bring forward during my presence at Bangkalan, and now come forward again with new complaints against the Pangeran, surprises me greatly. I expect the latter here any day now and will then confer with him about it in person, and meanwhile I recommend that you have a watchful eye kept on the said Raden Ayu and her son, and on her petition to be placed under the Company and not abandoned, the Europeans and Easterners currently there, along with 1000 Sumenepers and 1500 Madurese, will be amply sufficient to remain there for the present, in order to turn the achieved advantages further to profit and to subdue the chiefs and their followers who are still roaming about. abandoned and
Dutch transcription
Van Javas= Oostkust den 9 9ber 172. — Van Iavas Oostcust Den 9' 9br 172. — selfs over den staat sijner districten te spreeken en recom mandeere uwE intusschen ook om te sien na Een bequam man tot regent die bij het gemeen bemind is ende apparen„ tie voor sich heeft van de Comp: trouw te sullen dienen is het uwgelijk uit de balemboangers selfs om dat de on„ dervinding al reeds heeft geleerd dat het met een Javaanse hoofd niet vlot en ik van ik gevoelen ben dat als er anders geen noodsaakelijkheid voor in famille van den omgebragten pangerang pattij als er in het balemboangsche nog van in weesen syn daar my tot heeden niets van is voorgekomen wel mag bly ven ge Excuseerd want van baleijers afkomstig sijnde souden sij doch apparent bij het minste voorval met die natie heu„ len in het vervolg sal het tyd sijn om Japanagara en gens Elders een middel van bestaan te besorgen en hem te beloonen wegens betoonde standvastigheid en trouwe voor de maatschappiy D' pantjallang d' Johannes Cornelis Sal soo dra Met betrekking tot den gesaghebber van slop Samarang Dingman Radermaker de hoofden der Inlandsche provisie vaartuijgen „gelijk gerepareerd en te en te rug gesonden worden en daar ede en met de pantjallang de Petronella item de sloep marang als deselve hersteld sullen weesen van haa„ gebreeken die niet groot kunnen sijn sal uwe het voor st moeten tragten gaande te houden dewijl men nog in geen andere 's Comp: vaartuigen is voorsien en ik iet besluiten kan de door uwE gerequireerde twee a drie epen van batavia te versoeken voor dat uwE mij noodsakelijkheid daar toe nader betoogd en men aft nog eens eene preuve sal genomen hebben of „ baijve in 's Comp:s magt is ende balemboan„ rs haar onderwerpen die van Hoessa ook niet it vriendelijke tot submissie te brengen mogelijk sal 215 213 Van Iavas= Oostkust dn 9 9ber 172 Van Iavas= Oostkcust Den 19:' 9ber 172. — selfs over den staat sijner districten te spreeken en recom mandeere uwE intusschen ook om te sien na Een bequam man tot regent die bij het gemeen bewind is ende apparen„ tie voor sich heeft van de Comp:e trouw te sullen dienen is het uwgelijk uit de balemboangers selfs om dat de on„ dervinding al reeds heeft geleerd dat het met een Javaanse hoofd niet vlot en ik van ik gevoelen ben dat als er anders geen nodsakelijkhed oor in famille van den om gebragten pangeaang pattij als er in het balemboangsche nog van in weesen syn daar my tot heeden niets van is voorgekomen wel mag bly ven ge Excuseerd want van baleijers afkomstig sijnde souden„ sij doch apparent bij het minste voorval met die natie heu„ len in het vervolg sal het tyd sijn om Japanagara er gens Elders een middel van bestaan te besorgen en hem te beloonen wegens betoonde standvastigheid en trouwe voor de maatschappiy D' pantjallang d' Johannes Cornelis sal soo dra Met betrekking tot den gesaghebber van de sloep Samarang Dingman Radermaker de hoofden der Inlandsche provisee vaartuijgen mogelijk gerepareerd en te en te rug gesonden worden in daar meede en met de pantjallang de Petronella item de sloep Samarang als deselve hersteld sullen weesen van haa„ „re gebreeken die niet groot kunnen sijn sal uwe het voor eerst moeten tragten gaande te houden dewijl men nog van geen andere 's Comp:s vaartuigen is voorsien en ik niet besluiten kan de door uwE gerequireerde twee a drie sloepen van batavia te versoeken voor dat uwE mij de noodsakelykheid daar toe nader betoogd en men eerst nog eens eene preuw sal genomen hebben of nu baijoe in 's Comp:s magt is ende balembran„ „gers haar onderwerppen die van Hoessa ook niet uit vriendelijke tot submissie te brengen sal mogelijk 245 Van Iavas= Oostkust Den 19:' 9ber 172. — Van Iavas oostkust den 19 9ber: 173. — en suspecte krijgs gevangenen in sonderheid sulke die schuldig sijn aan de mishandeling en moord van den venarig schaar my aan mijn jongste aparte van den 4. hujus gedragende moet ik mijn bevreemding betuu„ „gen dat den Capitain Luitenant Neenricl volgens uwE „schryven met de Jnlandsche magt van bajoe op gebooo„ ken zijnde er maar een gering getal volks gelaten heeft en dat uwE deese toerijkende oordeel om dat schuilnest be„ set te houden Contracie mijne door uw Ed: selfs geExpe„ dieerde ordre aan hem henrich bij brief van den 19:' 8ber Jongstleeden om bajoe tot de grond toe te demoli „eeren het geen nog sal moeten geschieden terwijl de gevolgen die uit het tegendeel kunnen resulteeren gelaten worden voor reekening van die kan goedvinden de Executie van ordres sonder erreden van tegen en wil„ le keurig te surcheeren en ik voor het overige van ge„ „voelen Een dat als men sig thans met meer seker„ haid dan voor heen op de balemboangschee berigten Ddat radin aijoe Ceilon wed=e van den panem„ baham van Madura soo min als haar soon ra„ deen Tommongong Djaija Diningrat bij mijn aanweesen te bancallang niets te brengen hebben gehad en nu alweder met nieuwe klagten tegen den pangerang op komen verwonderd mij seer ik wagt den laatsten alle dagen hier en sal hem dan daar over in persoon onderhouden en ik recommandeere uw E om intusschen op gemelde radin aijoe en haar soon een wakend ook te doen houden en op haare in„ stantie om onder de Comp:e gesteld te worden en niet verlaten mag de daar actueel sijnde europees en voster„ lingen met 1000 sumanappers en 1500. madureesen ruijm toerijken sullen tot verblijf voor eerst aldaar ten Ein„ „de de behalde voordeelen sich verder te nutte te maaken ende nog swervende hoofden met hun aanhang te onder te brengen. verlaten en
English
From Java's Northeast Coast, the 19th of November 1772. From Java's Northeast Coast, the 19th of November 1773. to answer regarding his wish to go to Batavia that I shall expect both of them to make that request in person to me. After greetings, I remain, your Honour's good friend, was signed, J. R. van der Burgh. In the margin: Samarang, the 10th of November Anno 1772. By the accompanying extract from their High Noble Excellencies in Batavia's respected private dispatch of the 5th of this month written to me, appearing how urgently they desire that action be taken concerning Bayu and other strongholds of the rebels, what must be done and observed as long as one is not in control of their leaders, that in the sending back of native warriors one must not proceed precipitately but with extreme caution, and also how to deal with suspected prisoners of war and other Balambangan people, your Honour will have to ensure that every point is strictly carried out; while the prisoners here are to be sent back thither when opportunity arises, and I shall expect no others here except suspected fellows and such who are to be considered leaders and commanders of the rebels As above mentioned to Luzac, dated the 19th of November 1772. and to be regarded as dangerous. Acknowledging the good receipt of your private dispatch of the 10th of this month with its enclosures, I reply at the same time that I trust no steps will be taken to send back hither the sloop Samarang, which has returned to your Honour from an unsuccessful voyage to Balambangan, before it has been examined what defects that small vessel suffers from and whether these cannot be repaired at little expense, as I am not in a position to assist your Honour with any other vessel for the present, the pantjallang the Johannes Cornelis currently being repaired at Rembang. The headmen of the native provision vessels who have delayed unnecessarily on the way and were unwilling to continue the voyage to Ulupampang must all be sent hither at once, in order to investigate where their unwillingness originated; and approving the dispatch of 44 soldiers primarily to Pasuruan to be employed in accordance with my previous letter wherever it shall be necessary, I await further information regarding the Macao ship which, according to a letter from Resident Faure dated the 3rd of November, appeared on the north side of Sumenep, and from which some people were said to have come ashore. Whether it appears from the letter of Captain Lieutenant Heinrich dated the 28th of October last, contrary to what is to be gathered from your Honour's private dispatch of the 3rd instant, that he had Bayu demolished before his departure from there, this has indeed been done; and also gratifying is the booty obtained by a Madurese patrol from some rebels, consisting of three flags, a rantaka, 2 muskets, and 2 brass cutlasses; while I hope that the reports that one of their principal leaders, Bappa Lavat, was killed on that occasion, may prove to be true. Furthermore, I also approve that the Pangeran of Madura was requested to provide 500 new warriors in exchange for others, this being certainly a good means to prevent desertion. The proposal of the said Captain Lieutenant Heinrich, when everything is entirely peaceful, to have knowledgeable persons carry out a general inspection throughout all the districts of Balambangan in order to make the necessary regulations and surveys, may well be kept in mind. Meanwhile, after greetings, I remain, your Honour's good friend, was signed, J. R. van der Burgh. In the margin: Samarang, the 19th of November 1772. Below stood: Agrees, was signed, J. R. van der Burgh. This solely serves to inform your Honour that the Pangeran has now appropriated all the villages of my son, the Raden Tumenggung Joyodiningrat, and I myself also have to endure daily many vexations regarding my own villages. I hereby most humbly request your Honour that the aforementioned villages may again belong to my son under the Company, without having anything to do with the said Pangeran. However, concerning my own person, after the customary preface, Translation of a Javanese letter written by the Raden Ayu Ceylon, mother of the Raden Tumenggung Joyodiningrat on Madura, to the Senior Merchant and Authority of Java's Northeast Coast, Mr. Pieter Luzac, received at Surabaya on the 31st of October 1772, and presented at Samarang on the 18th of November thereafter. Translation. I wish hereby freely to declare that, since I originate from Batavia and still have a sister living there, it may please your Honour to have me conveyed to that main establishment, as well as whatever concerns my aforementioned son, in order to be able to live there in peace and quiet. Below stood: Translated by me, was signed, C. P. Boltze, Translator. Below stood: Agrees, was signed, C. P. Boltze, Translator. From Java's Northeast Coast, the 19th of November 1772. From Java's Northeast Coast, the 20th of November 1772. High Noble, Right Honourable, Highly Esteemed Sir and Noble Sirs, My private dispatch of yesterday having only just been closed, to be sent in original overland and in duplicate with the ship Vredestein, when further reports from Surabaya and from the Balambangan region reached me, I do myself the honour to present the same hereby to your High Noble Excellencies. To his High Noble Excellency, the High Noble, Right Honourable, Highly Esteemed Sir Petrus Albertus van der Parra, Governor General, together with the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies.
Dutch transcription
247 Van Iavas= Oostkust den 19. 9ber 172. — Van Javas= Oostkust den 19. 9ber 1723. — er woon naar batavia te gaan te antwoorden dat ik hen beide sal verwagten om dat versoek in persoon by my te doen ik blijve naar groete /:onderstond:/ VWE: goeden vriend /:was geteekend / I: R: van der Burgh /:in margine :/ Samarang den 10:' november A„o 1772. — Bij het nevensgaande Extract uit hunner hoog Edel„ heeden te batavia gerespecteerde aparte missive van den 5:' deeser maand aan my geschreeven blijkende hoe hoog de„ selven begeeren dat omtrent bajoe en andere sterktens der rebellen moet gehandeld worden wat moet werden gedaan en geobserveert soo lang men hunne hoofden niet magtig is dat inde te rug zending van Jnlandsche kuijgeas niet voorbarig maar met om een voorsigtigheid moet worden te werk gegaan en ook hoe met suspecte krijge gevan„ gen en andere balemboangers moet gehandelt worden sal vwE moeten sorge dragen dat aan het een en ander styat worde voldaan; ter wijl de hier sijnde gevangenen by gelegent „heid weder derwaarts staan gesonden te worden en ik gee „ne andere herwaarts wagten sal dan suspecte knaa„ „pen en sulke die als hoofden en aanvoerders der rebel Aajdem aangemelde Luzac ge„ datteerd den 19: November 1772. — Aaydom ben 219 Van Iavas=oostkust Den 19. 9ber 172. — Van Iavas= Oostkust den 9:' 9ber 173. — len aan te merken en daar voor schadelijk te hou„ den sijn den goeden ontvangst uwer aparte van den 10: deeser met dies bijlagen noteerende is teffens mant„ „woord daar op dat ik vertrouwe dat tot de herwaards sen ding der bij uwE van een verlooren reise naar balemboan„ gang te rug gekomen sloep Samarang niet sal getreeden worden dat voor dat sal weesen ondersogt aan welke defecten dat kueltje Laboreead en of die niet met weinig kosten te verhelpen syn alsoo ik niet in staat ben uwE: met eenig ander vaartuig voor eerst te assisteren wordende de pantjallang de Iohannes Cornelis actueel te rem„ bang gerepareerd; De hoofden der Inlandsche provisie vaartuigen die sich noodeloos onderwegens opgehouden hebben en onwillig gewrest syn de reise naar ouloupampang door te sitten moeten alle te gelyk herwaards ge„ sonden worden om te ondersoeken waar uit hunne onwilligheid sijne sourse genomen heeft ende afsending van 44. militairen primo plan naar passourouang om ingevolge myn vorig schrijven geEmploijeerd te worden waar het noodsakelyk sal syn approbeerende bly„ „ve ik nadere informatie afwagten wegens het macau„ sche scheepe dat volgens schryven van den Resident Faure de dato 3: november sich aan de Noordkant van Sumanap vertoond heeft en waar van Eenig volk aan de wal soude sijn geweest: of bij het schryven van den Capitain Luitenant Heinrich de dato 28:' october J:o L: Contrarie het geene iit UwE: aparte van den 3: hujus op te maken is blykende dat hij bajoe voor sijne opbrake van daar hadt laten de molieeren is sulks wel gedaan en ook aangenaam de door een Madureesche Patoouille behalde buit van drie ven„ dels een rantak 2:e geweeren en 2: kopere houwers op Eenige rebellen terwijl ik hoop dat de rapporten dat een hunner voornaamste hoofden Bappa Lavat bij die gelegentheid onwilligheid soude 221 Van Iavas- Oostkust den 9 9ber 172. Van Iavas Oost cust den 19 9ber 172. — soude gesneuvelt sijn mogen bewaarheid worden mitsg:s voorts ook approbeere dat den pangerang van madura versogt was om 500 nieuwe krijgers te verwisseling van andere als sekerlijk een goed middel sijnde om het verloopen voor te komen Den voorstel van gem: Capitain Luitenant Heinrich om als alles in alle ruste is door kundige persoonen een generaale ronde in alle de districten van Calemboangang te laten doen om het nodige reguleeren en op te neemen mag wel inge„ dagten gehouden worden intusschen dat ik na groete blijve /:onderstond/ uwE goede vriend /:was geteekend/ I: R: van der Burgh /:in margine :/ Samarang den 19:' November 1772. /:onderstond/ Accordeert /:was getee„ „kend/ I: R van der Burgh. Eenelijk dient deese uw Ed bekent te maaken dat den Pangerang de negorijen van mijnen soon den rad: Tom: Djoijd. Diningrat thans alle na sig getrokken heeft en ik selfs moet ook omtrent mijne dessaals daagelijks veel molesten. verdraagen. Ik versoeke uwel Ed: bij deesen op het onderdanigste dat de voorsz des Jaars aan mijnen soon weder mogen weesen van de Comp: zonder iets mit gem pang: uitstaan te hebben. Dog waat mijn Eijge persoon aangaat wil ik Na Sewoone voorreeden. Translaat Jav: briev gesz door de radeen aijoe Ceij„ „lon Moeder van den Radeen Toming: Djoijo Din„ „ning vat Te Madura aan den opperkoopman en ge„ saghebber van Iavas-oostkust M„r Pieter Lu „zac ontf: te Sourabaija den 31:' october 1772. en vertoond te Samarang Den 18: Novemb:r daar aan Translaat, mij 223 Van Iavas= Oostkust den 19:' 9ber 172. — Van Iavas= Oost kust den 20:' novemb„r 172. mij bij deesen vryelijk de Clareeren dat dewijl ik van batavia afkomstig ben en ook een suster aldaar nog in weesen heb het uwel Ed moge behage my na dat hoofd Comptoir te besorgen als wat het ook met meerm: mijnen soon om aldaar in rust stilte te kunnen Leeven /:onderstond:/ getransl: door mij /: was P: Boltze Translateur /:on„ getekend/ C: derstond:/ Accordeert /:was geteekend/ C: P: Boltze Translateur Hoog Edelen Gestr: Groot Agtb: Heer En Wel Edele Heeren Mijne aparte van gisteren maar wen geslooten sijnde om origineel overland en in auplo met het schip vredesteijn af te gaan toen my nog nadere berigten van sourabaija en uit het Balemboangsche toekwaamen geve ik my de Eere deselve uw hoog Edelheeden nog bij deesen aan te Aan zyn hoog Edelheijd Den hoog Edelen Gestr: Groot Agtbaaren Heer: Petrus Albertus van der Parra. Gouverneur Generaal Benevens De wel Edelen Heeren Ra„ den van Nederlands India Aan bieden
English
From Java's East Coast the 20th of November 1772. From Java's East Coast the 2nd of November 1772. both, and at the same time most respectfully to request to be informed how it pleases Your High Nobilities to deal with the 27 prisoners brought over by the pantchiallang Petronella, who according to the statement are partly close relatives of the banished Maas Willes and the murdered Pangerang Pally, and further the instigators of the present troubles, as well as otherwise bad and suspicious fellows; or else authorization to dispatch them with the expected vessels to Banda, the women to be banished to Neijra and the men to Passingain, and there to remain until Your High Nobilities' further orders. I venture to remain with the purest sentiments of respect and esteem, was written below, Right Honorable, Highly Esteemed, and Worshipful Sir, and Noble Lords, lower, Your High Nobilities' most humble and obedient servant, was signed, J. R. van der Burgh, in the margin, Samarang the 30th of November 1772. Copy of a separate letter from the Commander in the Eastern Salient, Pieter Luzac, to the undersigned, dated Sourabaija the 13th of November 1772. Since Quartermaster Boonsaak has arrived here today from Balemboangan with a detachment and the first class of prisoners, rebellious descendants and their chief leaders, also bringing along from the head of the expedition there three of their so-called banners, of which I have the honor to present to Your Right Honorable Worship the letter from the resident there together with the enclosures, I have judged it most secure to send Quartermaster Boonsaak just as he arrived, with the prisoners and banners, forward to the highly respected disposition of Your Right Honorable Worship; among them is also a certain Madurese mantri who was guilty there of lack of zeal in bringing up the victualing vessels. Furthermore, from the enclosed letters of the resident, I may hope that the remaining ringleaders and appendages of the rebellious pack, both from Bajoe and previously from Centong, will be shipped off via the sloop Samarang. Copy Meanwhile From Java's East Coast the 20th of November 1772. From Java's East Coast the 2nd of November 1772. Meanwhile I most humbly request that you kindly favor me with the prompt return of the Petronella, especially the detachment of Europeans and Malays projected for the transport, as well as the shackles, tools, and stocks transferred therewith, as otherwise we remain in want of both here. With which I give myself the honor to subscribe with deep respect, was written below, title, lower, Your Right Honorable Worship's very obedient servant, was signed, P. Luzac, in the margin, Sourabaija the 13th of November 1772, below, Agrees, signed, J. R. van der Burgh. Copy of a separate letter from Resident Schophof to Commander Luzac at Sourabaija, dated Oeloepampang the 9th of November 1772. In humble reply to Your Right Honorable Worship's honored letter of the 1st of this month, this serves to state that God the Lord has blessed us again regarding the initial scarcity of rice, through the delivery of first one last from Panaroekan, three from Besoekie lent to the Sijdaija patty brought in, and subsequently by Boonsak well over 12 and a half lasts from the sloop Samarang, as well as provisions now brought for the natives with their vessels; I hope that this will now be followed by more. The captured women and children I have released in accordance with the Lord Governor's intention, and the small, exhausted number of men still remaining will pose little difficulty to transport without danger, provided a proper force is given as an escort. I have frequently and urgently proposed a garrison at Cradjagan to prevent correspondence from that place to Noessa and Bali, as well as garrisoning those passes at Caedoe to the right and left before the attack on Bajoe, so that the rabble Copy
Dutch transcription
225 Van Iavas= Oostkust den 20. 9ber 172. — Van Iavas= Oostkust den 2:' 9ber 173. — beiden en teffens Eerbiedigst te versoeken om te mogen wee„ ten hoe uwe hoog Edelheeden behaagd dat met de volgens namlijk per de Pantjallang de Petronella aangebragte 27: gevangen dat na de opgave gedeetelijk souden sijn naast be„ staande van den verbannen maas willes en vermoorden pangerang pally ende dryf verders van de tegenwoordig troubelen mitsg:s overigens slegte en suspecte knaapen sal gehandeld worden dan wel qualificatie om deselve met de verwagt wordende scheepen te versenden naar banda de vrouwen, om op Neijra ende mans om op Passingain verbannen te worden en te blijven tot uwer hoog Edelheeden nade„ „„e ordre. Ik onderwinde mij met de suilerste gevoelens van Eerbied en achting te blyjven /:onderstond:/ hoog Edelen Gestrengen Groot Achtb: heer En wel Edelen heeren /:lager/ uwer hoog Edelheeden aller onderdanigste en gehoorsame Die„ „naaa /:was geteekend/ I: R van der Burgh /: in mar„ gine / Samarang Den 30:' November 1772. Copia aparte briev van den gesaghebber in den oosthoek Pieter Luzac aan den ondergeteekende gedatteerd Sourabaija den 13:' November 1772. — Door de quartiermeester Boonsaak huijden moogen van balembo„ angan met een Commando de eerste soort arrestanten rebellissee afkomelingen en voornaamste aanvoerderes derselver alhier is aan„ gekomen mede brengende van wegen het hoofd den Expeditie aldaar verkreegen drie hunner soo genaamde vaanen waar van den briev van wegen den resident aldaar beneffen de bijlagen d'eere heb vwel Ed: Agtb aan te bieden soo hebbe ik het seekerste g'oordeelt den quartiermeester Boonsaak sodanig als hy is aangekome met de arrestanten en vaanen ter hoog g'eerde dispositie van uwel Ed: Agtb: voor te schikken beneffens onder deselve nog sig be„ vindende seeker madurees mantrie sig aldaar over ijverloosheid in den opvoerder victualie vaartuigen heeft schuldigt gemaakt uit wijders in Close letteren van de resident daar ik op moogen verhoope de nog resteerende belhamels en aanhangsel van het rebellische rot soo van bajoe als voor heen van Centong per de sloep Samarang afte scheepen. Copia Intuschen 227 Van Iavas=oostkust Den 20: November 172. — Van Iavas Oostkust den 2:' 9ber 172. Intusschen verbied ik ootmoedigst my met het spoedig re„ „tour van de Petronella insonderheid het Commando Euro„ peese en maleijeas tot de overvoer geprojecteerd als insonder„ hend de daar bij overgaande voey gereedschappen en tronken goed gunstilijk te willen beneficeeren alsoo men anders om het Een soo wel het ander alhier verlegen blyft waar meede my d' Eere geeve met diepe eerbied te onder schrijven /:onderstond/ titul /:lager/ uwel Ed Agtb: zeer gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ P: Luzac /: in margine:/ Sourabaija den 13:' 9ber 1772 /:onderstond/ Ac „cordeert /:getekend:/ I: R: van den Burgh. — Copia a Copia aparte briev van den resident schop„ „hof aan den gesaghebber Luizac te sourabaija geba„ „teerd oeloepampang Den 9:' November 1772.— In nedrigs te antwoord op uwEd Agtb: gehonoreerde van den 1: deeser diene dat god den heere ons wederom van het uit eerste puntian gebrek aan ryst gesegent heeft door den aanbreng eerst een last van pa„ „navoekan drie van besoekie de aan den sijdaijasche patty geleende aangebragt en vervolgens door boonsak ruijm 12½. lasten uit de sloep Samarang als meede voor de inlanders ook nu voor raad met hun vaartuigen aangebragt hoopt ik dat nu door meerder gevolgd sal werden De gevange vrouwens en kinderen hebbe ingevolge s' heere gouverneurs intentie los gelaaten en't gering afgematte getal mannen dat er nog is sal niet veel swaarigheid baeren die sonder gevaar over te brengen als door de daar bij gegeeve Excorte daar op behoorlyk magt op een besetting te Cradjagan heb ik dikma„ len de Correspondentie oper de plaats na noessa en balie te be letten te vergust voorgeslagen gehad als meede die passen sy Cae„ doe regt en lings voor de attacque op bajoe te besetten dat Copia, gespuis 115
English
229 From Java's East Coast, the 20th of November 1772. From Java's East Coast, the 20th of November 1772. to prevent the rabble, if they had to take their flight thither, from doing so if it were possible to use command over them, and I have always informed the Adirogos Commander as promptly as possible of all received reports. The patih of Bappa Endo Kangdono has been severely ill for well over fourteen days, which illness, as they wish to inform me, must have arisen from a deep fear and anxiety. It is certain to think that these rebels will successively submit after the capture of their sacred place, Bajoe, or otherwise die of hunger, and one might have achieved that end with certainty somewhat sooner and perhaps have caught some of all the chiefs in the trap if the commandos from our main train had acted with speed from the beginning of the taking of Bajoe and pursued them, which has since sat completely still, except for some common Madurese and Sumenepers who went out to take plunder; yet to their praise I must say of the Balambanganers who remained loyal and those who came forward before the taking of Bajoe, that they have acquitted themselves better since than our entire force in pursuing and tracking the rebels. In proof of this, they have successively brought in 28 firearms to me, both abandoned by those fleeing and collected from among the emerging people everywhere from the deepest wildernesses, from where otherwise few would have come out of fear, which is still being pursued daily by the same. Concerning Noessa, there is hope that it will still submit, if one must assume it to be true that those who fled from Bajoe were struck with such a great terror as has been said. On the other hand, according to the reports, it would also be extremely difficult to conduct an expedition on that island, because no large vessels can approach it due to the many surrounding reefs and shoals, in order to land the expedition forces under cannon fire from them, as from the shore, for which it is said prahu mayang at most could be used. However, it is not to be thought that they will undertake anything against the Djember and Lamadjang districts. The Petronella having been unloaded, I am returning her herewith with such prisoners of war as are noted on the enclosed list. to continue to 234 From Java's East Coast, the 20th of November 1772. From Java's East Coast, the 20th of November 1772. are under escort of one European sergeant, 4 privates, one sergeant, 1 corporal, and eight private native soldiers. Among those prisoners is the little daughter of Mas Willis, with another seven mas ayus, one mas, and Gusti Alit of Gobbo Gobbo, brother's son of Gusti Moera of Gobo Gobe, who says he was driven away from his uncle's court; besides the wife of Bappa Lavat and another two concubines of Mas Willis, with whom he has had children; these are all women who served to incite evil among the rebels, as the little daughter of Mas Willis was regarded in Bajoe as their ruler, and everything was governed for a considerable time in the child's name by the chiefs; the little daughter of Pangeran the patih was also displayed for that purpose, just as Mas Willis played a role in Bajoe with great regard; and Mas Ayu Kresina was a wife, or indeed the first wife, of Rampak. Of these, Wewit, her mother, and brother also go along, who were captured by the Madurese, and the former by the Balambanganers on the 5th of this month with Gusti Alit near Banjar deep in the wildernesses. I further send over with the aforementioned vessel three banners sent to me by the head of the expedition for transmission to Your Right Honorable; at the same time I have the honor to enclose herewith a list of the latest arrivals, and to report that into the little daughter of Mas Willis, although scarcely four years old, such fierce malice has been instilled that when she was brought here she began biting and scratching at the Europeans like a rabid monster. The Madurese Juragan Tirtotroeno I also send over for his accountability to Your Right Honorable, who was sent to me by the head of the expedition through the Madurese chief Raden Mas Demang Brotjonogoro for further transmission to Your Right Honorable, to whom the blame is now given that through lack of zeal no Madurese provision prahus have arrived, as he also confessed before me to be the truth. To the European as well as the Malay commando I have had their rations dispatched until the end of this month, but the allowance money only for this first half-month, and I request that the same, aside from what has been required thither in cash, be sent back as soon as possible, as well as the judicial gear, of which I am in the utmost need, in order to be able to secure more wrongdoers if I catch them. please turn Dated From Java's East Coast, the 20th of November 1772. Ending this, which was again struggling and has once more lasted another half-month, I have the honor to subscribe myself with the most dutiful high esteem, /:was written beneath:/ title /:lower:/ Your Right Honorable's very submissive servant, /:was signed:/ H. Schophof. /:in the margin: Ulu Pampang, the 20th of November 1772. /:underneath:/ Agrees /:was signed:/ P: Luzac. J Heenmer Examined
Dutch transcription
229 Van Iavas- oostkust Den 20. 9ber 172. — Van Javas= Oostkust den 20:' 9ber 1772. — ge spuis in haere vlugt deese derwaarts moesten, nemen te beletten so sulks geschied syn indien daar over Commando gehad te kun „nen gebruiken en heb ik den adirogos Commandant altoos op 't spoedigste van alle ingekreegen berigten kennis gegeeven. De pattyj van bappa Endo kangdono is alruijm viertien dagen swaar siek geweest gelyk men my wil opgeeven die siekte uit een minerlyke vreese en benaauwdheid voortges proote sal syn. Het seeker te denken dat hun deese rebellen succesief nade vro„ „vering van hun geheijligde plaats Bazoe sullen submitteeren of anders dog van hongers onkoomen en soumen nog wel iet spoedi„ ger tot dat Eijnde met seekerheid hebben kunnen geraaken en mogelyk nog iets van alle hoofden in de knip gekreegen hebben als de Commandos in spoed uit onse groote trein van den beginne der inneeming van bajoe en so vervolg hadden die seedert gantschelyk heeft stil gezeeten b'halven eenige gemee „ne madureesen en Sumappers die om buit te maken syn uit geloopen dog moet ik de getrouw gebleeve balemboangers en op gekomene voor de inneming van bajoe tot Lof na seggen hun beeter zedert dan onse geheele magt hebben gequeeten in 't vervolgen en na speuren den rebellen hebben zy mij ten blijke en van 28 schiet geweiren successief aangebragt soo wel door vlug„ tende verlaaten als onder de opkomelingen alomme uit de diepste wilder nissen opgehaeld daar er anders weinig uit vreese souden sijn opgekomen het geene nog aldagelijks door deselve agtervolgd Omtrent noessa geeft hope sig nog te sullen onderwerpen als „men 't voor waar moet veronderstelling te syn dat die gevlugte van bajoe met sulk een groote schaik aangedaan geweest als gesegd is daar 't in tegen ook volgens de berigten ten hoogste mogelyk souvallen een Expeditie op dat Eijland te doen wijl er met geene groote vaartuigen na by om de veele daarom geleege klijpen en reeder is te koomen de Expeditie volkeren onder het ge schuit daar van te doen Landen als die vande wal waar op syn hoogst prauwmaijang daar toe werd gesegt kunne gebruikt werden is egter niet te denken datze iets op de Djemberse en Lamadjangse districten sullen onderneemen D' Petronella ontlaeden laet ik bij deese retourneeren met soodanige kruis gevangenen als op inclose lyst genoteert werd. vervolgen te 234 Van Iavas-oostkust den 20:' 9ber 172. — Van Iavas - Oost kust Den 80:' 9ber 173. — staan onder Excorte van Een Europees zer geant 4: gemeenen Een zergeant 1. Corporaal en agt gemeene inlandse militairen onder die gevan„ „gene is het dogtertje van Maas willis met nog seven maas ajoes een Maas en guste allet van gobbo gobbo broeders soon van gusti Moera van gobo gobe die segt van syn ooms hof weggejaagt te zyn benes„ „fens twijf van bappa Lavat en nog twee bywyven van maas willis waar meede wel Een kinderen gehad det syn alle vrou„ „„ven die tot amimeering van quaad onder derebellen gediend heb„ ben als het dogtertje van Maas willis voor haar vorsten in ba„ „joe aangesien en alles eene ruime tyd op des kinds naam door den hoof„ den bestier 't dogtertje van pangerang de pattij is meede te dien sijne vra„ toont als meede maas willis in bajoe heeft gespeelt met een groote gedag en Maas Ajoe kresina is een vrouw of wel de Eerste van rampak geweest van deese wewit haar moeder en broeder gaan mede ver die door die madureesen op gevan„ „gen geweest ende voorsten door de balemboangers den 5: deser met guste alit bij banjar in de diepte op te wildernissen laat ik verder met voormelde bodem overgaan drie vanen door het hoofd der Expeditie my toegesonden ter versending van uwel Ed: Agtb heb ik teffens de eere nog hier bij te laeten versellen een lyst der Jongste op koomelingen en bedeelen dat ik het dogtertje van Maas willis of schoon naauwlijks vier Jaaren oud eene sulke fruijne boosheid is engeprent geweest als t hier aangebragt wierd teegens de Europeesen begon te by ten en krabben als een vergist monster Den madurees Juragan Tirtotroeno late meede syner verantwoording tot uwel Ed agtb overgaan die my door het hooft der Expeditie on't madurees hoofd radeen Maas demang brotjonogoro is toegesonden ter verdere versending aan uwel Ed agtb aan wien de schuld nu werd gegeeven dat door ijverloosheijd geene madureese, provisie prauwen syn op gekomen gelyk denselve voor my ook beleyd de waarheid te syn Aan't Europeese soo wel als maleijds Commando heb ik haare randsoenen tot ult:o deeser laaten vertrekken Egter de Costpenn: maar voor dese eerste halve mand en versoeke deselve buiten in arto derwaarts gerequireerd is / soo spoedig doenelyk wederom te rug als meed 't justitie tuig waarom ten hoogsten verleegen ben als meerder quaddoenders kreijge te kunne secureeren verte Dato Van Iavas= oostkust den 20:' Novemb„r 172. — Deese wederom sukkelende Eyndigende, dat alweder andere halve maand geduurd, heb ik de eere met verschuldigste hoog agting my te onderteekenen /:onderstond:/ titul /:lager/ uwel Ed Agtb: zeer submissen Dienaar /:was geteekend / H. Scheop„ „hof /: in margine Oeloepampang den 9: 9ber 172. /: onder „stond / Accordeert /:was gekend:/ P: Luzac. J Heenmer Nagezien