VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3364

Japan · 931 pages · 397 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3364_0817 view scan ↗

English

From Ternate, the 7th of September 1772. From Ternate, the 7th of September 1772: will also share with the Ministers at the first opportunity. Pursuant to Your High Noble Honors' venerated recommendation, our attention remains steadily fixed upon the extirpation work, and we apply ourselves as much as possible to have this weighty work carried out without cessation. While we take the liberty to inform Your High Noble Honors that the visitation of the Batchian islands, under the supervision of Sergeant Agaats, ended on the 9th of October of the past year, which non-commissioned officer reported on his activities on the 19th of that month, and showed that on the said Islands there had been eradicated 1262 fruit-bearing and 86271 sapling Clove trees, along with 17507 fruit-bearing and 41773 sapling Nutmeg trees, or in total an uncommonly large number of 146813 spice trees of that sort, all of which were felled during the time that the extirpation work there, since the departure of Ensign Rokzien, was carried out solely under the supervision of the said Sergeant Agaats. Whereupon the said Commissioner, as well as the privates, having taken the oath as to the truth of the reported number of eradicated trees, there was, at the session of the 19th of October, first granted to him and the other soldiers the board money withheld from them and subsequently, according to custom, awarded to the said Commissioner a sum of 187 Rix-dollars for the wages of four hired men calculated from the 1st of October 1770 to the 9th of October 1771. And in addition, it was also approved to accept the Commissioner's submitted current account, and thus to reimburse him the sum of 46 Rix-dollars and 28 stuivers which he spent over and above the amount of cash provided to him, provided that there was first deducted from it a sum of 4 Rix-dollars and 16 stuivers, which he entered in his account for a roll of brass wire given away as a gift, since in our opinion he was not authorized to make gifts of such a nature. Finally, it was also decided to grant to eight burghers and as many Laboerees who also helped to carry out the extirpation work the earned wages of 6 stuivers a day, amounting together to 1147 Rix-dollars. Ensign Rokzien, as well as Sergeant Agaats, having been closely interrogated by us, we could not perceive otherwise than that these men have in good faith reported the new spice mountains discovered by them, and have cleared those places of that fragrant crop as diligently as can be done by human hands in those dreadful wildernesses. And Ensign Rokzien has also recounted to us how, on the bank of a running water, he had cleared a place called the Great River of the clove crop, from which the King of Batchian used to have those fruits gathered, according to the testimony of trustworthy natives who had revealed this to him. It is also very probable that the said King, or other smugglers, obtained these fruits from the hidden spice places of which Agaats makes mention in his Daily Journal. Indeed, one may well assume this, considering that on the 19th of August of the past year, upon discovering a new spice place, the extirpators also noticed a path along which the thieves transport this crop from the mountains down to the seashore; notches having been cut on both sides of the Nutmeg trees at that place, just as the natives are accustomed to do in coconut trees, in order to gather the fruits more easily in such a manner. Further, we have the honor to inform Your High Noble Honors that the King of Ternate in the past year proposed to the undersigned to have the extirpation in the Cauw district resumed, because in the uplands of Silleweroekoe, situated between the river Cauw and Tobillo, a new spice land had been discovered, which had remained concealed from the death of his grandfather until the present day, and which His Highness undertook to have eradicated now, for which the prince requested that Your High Noble Honors might be pleased to remember him with a gratuity. The King's proposal having been accepted by us, Ensign Freij, along with Assistant Strenske, departed with a command of 22 soldiers on the 21st of September of the past year for the extirpation expedition to the aforementioned Ternate district, where they are continuing that work with reasonably good success, notwithstanding that the troubles between the Ternatans and Tidorese, and the resulting lack of native extirpators, [illegible] the progress.

Dutch transcription

55 Van Ternaten den 7: september 1742. Van Ternaten den 7. September 173: Ministers bij de eerste gelegentheit mede zullen bedeelen. Ingevolge uw Hoog Edelheedens gevenereerde recom„ „mandatie blijft onze attentie steeds op het extirpatie werk gevestigt, en wij bevlijtigen ons zoo veel mogelijk is om dit gewigtig werk zonder ophouden, te laten verrigten. Terwijl wij de vrijheit neemen uw Hoog Edelheden te ver„ „wittigen, dat de visitatie der Batchianse eilanden, onder het opzigt van den Sergeant Agaats, den 9:' October ann: pas„ „sati is ge-enndigt, welke onder officier op den 19:' dier maand van zijn verrigtingen rapport deed, en aantoonde, dat 'er op Gemelde Eilanden waren uitgeroeit 1262. vrugt en 86271. tel Nagelboomen, benevens 17507: vrugt En 41773:— tel Nooteboomen, of in 't geheel een ongemeen Groot getal van 146813: specerij bomen inzoort, welke alle waren omgevelt, Gedurende dur tijd dat het Extirpatie werk aldaar, zedert het vertrek van den vaandrig Rok„ „zien, onder het opzigt van Gemelden sergeant Rgaats alleen is verrigt. Waar op Gemelde Commissiant, benevens de Gemeenen, voor de waarteit van het opgegeeven Getal der uitgeroerde Boomen den Eed hebbende afgelegt, is ter sessie van den 19:e Den vaandrig Rokzien, benevens den sergeant eAlgaats naauwkeurig door ons, ondervraagt zijnde, hebben wij niet an„ „ders kunnen bespeuren, of deeze menschen hebben de door Eindelijk is ook Goetgevonden om aan agt burgers en even zoo veel Laboereesen, die het exstirpatie werk mede hebben helpen, vol„ „voeren toeteleggen het verdiende huurloon van 6: stvers daags, te zamen ten bedragen van 1147: Rijxdaalders. October, eerstelijk aan heur om de verdere Militairen Geac„ „cordeert, het te goed gehouden kostgelt en vervolgens, na den gebruike, aan gemelden Commissiant toegelegt, eene som„ „ma van 187: Rijxdaalders, voor loon van vier Huurlin„ „gen gerekent zedert den 1:' October 1778: tot den 9: october 1771: En is daar en boven ook Goedgevonden te approbeeren, des Commissiants overgelegde Reekening Courant, en dus aan hem te laten rembourseeren eene somma van rd=s 46: 28: die hij boven het bedragen van de hem mede Gegevene Contanten heeft uitgegeeven, mits daar van bevorens wierd afgetrokken, eene somma van 4: rijxdaalders en 16: stuivers, die hij bij zijne Rekening voor een rol weg geschonken koper draad heeft opgebragt, vermits hij na onze Gedagten, niet Gequalificeert was, om ge„ „schenken te doen van dusdanigen natuur. October hen 57 Van Ternaten den 7:' September 1772: Van Ternaten den 7:. September 172: hen ontdek te nieuwe specerijbergen ter Goeder trouwe opgegeeven, en die plaatsen zoo ijverig van dat Geurig Gewas Gezuivert als zulks door menschelijke handen in die akelige moestij„ „nen kan Geschieden. En de vaandrig Rok zien heeft ons ook verhaalt, hoe hij aan den oever van Een lopend water een plaats, de Groote Rivier Genaamt, van het nagel Gewas had Gezuivert, waar van Batchians Koning die vrugten pleeg te laten haalen, volgens het getuigenis van Geloofwaardige inlan„ „ders, die hem zulks hadden Geopenbaart Ook is het zeer waarschijnlijk dat gemelde Koning, of andere sluikhandelaars, deeze vrugten hebben beko„ „men uit de verhoole specerij plaatsen, waar van Agaats bij zijn Dagregister Gewog maakts. Immers mag men zulks wel vast stellen, als men Gade slaat dat de extirpateurs op den 19:' Augustus anni passati, bij het ontdekken van een nieuwe specerij plaats, ook een weg hebben ontwaart, waar langs de die„ „ven dit gewas uit het Gebergte, tot aan den Zeestrand afbrengen; zijnde op die plaats aan weerskanten der Nooteboomen kerven Gekapt Gelijk den inlanden Des konings propositie door ons geamplecteert zijnde, is de vaandrig Freij benevens den adsistent Strenske, 5met een Commando van 22: Militairen den 21: Sep„ „tember anni passati ter Extipatie togt; na bovengemeld Ternaats de strict vertrokken, alwaar dezelve dien arbeid met een redelijk Goed succes voortzetten, niet tegenstaande de troubels tusschen de Ternata„ „nen en Tidoreesen, en het daar door veroorzaakte gebrek van inlandse exstirpateurs, den voortgang. Verder hebben wij de eer uw Hoog Edelheden te bedeelen, dat de Koning van Ternaten in 't gepasseerde Iaar aan den ondergetekenden heeft voorgeslagen om de extirpatie in het Cauws destrict weder te laten hervatten, dewijl in het bovenland van Silleweroekoe, Gelegen tusschen de rivier Cauw en Tobillo, een nieuw specerij land was ontdekt, 't geen zedert den dood van zijn Grootvader tot heden toe verborgen was geweest, en dat zijn Hoogheit aannam om thans uit te laten poeijen, waar voor de vorst ver„ zigt dat uw Hoog Edelheden hem met eene Gra„ tificatie Geliefden te bedenken. in de klappus boomen pleeg te doen, ten einde de vrugten op zulken wijze Gemakkelijker af te haalen. in van

NL-HaNA_1.04.02_3364_0819 view scan ↗

English

59 From Ternate, the 7th of September 1732. From Ternate, the 7th of September Anno 1732. has to some extent delayed that work. The said commissioners were ordered by us, during the extirpation in the above-mentioned concealed spice parcel, to keep an accurate record, and especially to describe the situation of that tract of land precisely, because the report that they were to give of their operations in that region would have to serve our people as a guideline in the future. The aforementioned new spice land having been cleared of that crop in the month of March last, we thought it proper on this occasion also to have the other Ternatan districts on Halmahera, along with the island of Morotai, worked through, with which our people are currently busily engaged, anticipating that after the expiration of three months of completed work they will have fully accomplished the extirpation of the Ternatan lands, where up to this day they have eradicated a number of 1064 clove trees and 9321 nutmeg fruit trees. Our intention to have the lower districts of Tomole and Wasile extirpated, if we were forced to abandon the spice inspection to Maba and Patani, we put into execution on the 8th of January, when we sent Ensign Stephanus, together with Bookkeeper Brezee, accompanied by 22 soldiers, to the first-mentioned Tidorese districts. However, these extirpators, performing this work there at a time when hostilities between the Ternatans and Tidorese were at their fiercest, initially encountered much resistance, because their Tidorese helpers continually ran away and could not be kept at work for fear of being attacked by the Ternatan Alfurs. With great difficulty the extirpation work on Tomole was nevertheless brought to an end by them, but because the Maba people, who according to custom must help clear the district of Wasile, failed to present themselves to our extirpators for that purpose, and even the King of Tidore was unable to bring these subjects of his to their duty, we were indeed forced to recall our men and to 61 From Ternate, the 7th of September 1732. From Ternate, the 7th of September 1730. to recall them and to postpone the extirpation of Wasile to a more suitable future occasion. The said commissioners, on the 10th of August, submitted a report of their activities, having eradicated on Tomole 4518 nutmeg fruit trees and 2101 nutmeg saplings, after which the truth of their report was confirmed by solemn oath, and the common extirpators having taken the oath of faithful conduct, there was granted to them, according to custom, above their ordinary rations, their retained boarding money, as well as a sum of 129 rixdollars on account of eight hirelings whom they had in service for 129 days, over and above an amount of 80 rixdollars and 24 stuivers which, according to the submitted account current, they expended more than they received. In order to make the native more willing to work, it was also agreed, upon their strong entreaties, following previous examples, to give the chiefs of the Tidorese extirpators as a gift such textiles as are specified in the separate resolution of the 9th of March, which distribution was made solely to promote this highly necessary work, and we hope that it will be favorably approved by Your Right Excellencies. Finally we humbly wish that our activities may carry the favorable approval of Your Right Excellencies. The Governor of Ambon, Mr. Van der Voort, and the Secunde De Villeneuve, having informed the First Signatory by separate letters dated the 29th of May that the obligated Gorontalo Resident Reijnier Houque had come short in his administration of the shop there by a sum of 462 rixdollars and 8¾ stuivers, we must not fail to give Your Right Excellencies due notice of this, as well as that, at the request of the said gentlemen, we made careful inquiries as to whether the Honorable Houque had remitted any funds hither, or brought in any textiles or cash, but having discovered nothing of the kind, we cannot assist their Honors in this matter other than by applying ourselves, upon their instance, gradually to recover as much as possible in reduction of the debt of the aforementioned Resident, while we, at the request of those council members, have had his pay account, which was charged by the Ambon administration for the above-mentioned arrears of 462 rixdollars and 8¾ stuivers, entered into the pay books of this government. From Ternate, the 7th of September 1732. may carry the favorable approval of Your Right Excellencies, in which hope we have the honor to remain with the deepest respect and high esteem. Below stood: Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, Brave, Prudent, Discreet, Very Generous Lord and Honorable Sirs. Lower stood: Your Right Excellencies' very humble and dutiful servants. In the margin: Was signed: J. P. Valkenbagh, J. Beijnon, E. W. Wijerman. Ternate, in Fort Oranje, the 17th of September 1732. Makassar Secret Anno 1772 Incoming Secret Letters and Papers from Makassar from the first of October to the last of December 1772. To His Right Excellency, the Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant, Widely Governing Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honorable, Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant, Widely Governing Lord and Honorable Sirs. Just as we, in our recent dutiful letter of the 10th of June last, had the honor to assure Your Right Excellencies that we would make every possible effort and 63

Dutch transcription

59 Van Ternaten den 7: September 173. — Van Ternaten Den 7:' September A 17— van dat werk eeniger maten heeft vertraagt. — Gemelde Commissianten zijn door ons Gelast om bij de uit„ „roeijing op bovengemeld verholen specerij perk een accurate ertjen aantekening te houden, en voor al om de Situatien dier land„ „streck naauw keurig te beschrijven, vermits het narigt dat zijlieden van hunne verrigtingen, in dat Gewest stonden te geeven, de onzen in het vervolg tot Een rigtsnoer zoude moeten dienen. Meemeld nieuw specerij land in de maand Maart Jongst„ leeden van dat gewas gezuijverd sijnde hebbende wij goedgevonden om de verdere Terraatsche districten op halmaheijra benevens het eij„ „land Morotaij bij deese gelegentheijd ook te laten afwerken waar meede de onsen tans werkelijk besig sijn staat maakende na ver„ loop van drie Maanden gedaan werk ende Extirpatie der Ternaatse „landen volkomen volbragt te zullen hebben alwaar zij tot heeden toe en getal van 1064 sel Nagelboomen en 9321: vrugt Nooteboom hebben uit geroeit, Ons Voorneemen onderland streeken van Tamolla wassela te laten Extirpeeren, indien wij genoodsaakit wierden de Specerij visitie na Mabaneda en Pattani te staaken, hebben wij op den 8: Ianuarij ter uit voer gebragt wanneer wij den Vendrig Stephanus, wenewvens den Boekhouder Brezee in geselschap van 22 Militairen naar Eerstgemelde Tidoreese distrcten hebben gezonden dog deese Extirpateurs dit werk aldaar verrigtende in een tijd dat de vijandlijkheeden Tusschen de Ternatanen en Si„ doreesen op het heerigste waaren hebben in den beginne veel te„ „gen stribbelingen ontmoet door dien hunne Tidorese mede helpers gedurg wegliepen en niet aan den aarbeid te krijgen waaren uit vreese van overvallen te worden door de Ternaatse Alfoeren met veel moeite is het Extiripatie werk op Samolla egter door henlie„ den ten Eijnde gebragt dog vermits de Mabareesen die volgens gebruijk het district van wassele moeten helpen zuijveren inge„ breeijke zijn gebleeven van zig ten dien Eijnde bij onse Extirpa„ teurs te vervoegen, en dat zelfs Tidors koning niet in staat is geweest om deese zijne onderdanen tot hun pligt te brengen zijn wij wel genoodsaakt geweest om onde manschap te rug en te x 61 Van Ternaten Den 7: September 173— Van Ternaten Den 1 September 1730 — te ontbieden ende extiripatie van wassale tot een nader bequame gelegentheid utestellen Temelde commissanten hebbente siesese van den e Augustus rapport gedaan van hunne verigtingen en op samola uitgeroert 45 8 No„ 2101: „ten vrugtboomen en 2 Noten Tel Boomen waar na de waarheijd van hun Rapport met solemneelen Ede bevestigt en de gemeene Extirpateurs den Eed van trouwe behandeling hebbende afgelegtis hen na gewoonte boven de ordinaire randsoemen tegetaan hum te gemoed behouden kestgeld als meede eene somma pebben van 129 rijd=s wegens agt huurlingen die zij 129 dagen in dienst gehad boven en behalven een montant van rd:s 80: 24. die zij blijkens ingediende re„ kenig courant meerder uitgegeeven als ontfangen hebben. — om den Jnlander te gewilliger tot den arbeid te maken, is ook verstaan om de hoofden der Tidreese Extirpateurs op hunne sterke instanties na vorige exempelen tot eengeschenk aftegeeven sodanige Lijmaten als bijde par„ „te resolutie van den 9 Maart sijn bekent gesteld welke afgave die eenelijk tot bevordering van dit hoognoodsakelijk werk is geschied wij verhoopen dat gunstiglijk door uw hoog Edelen sal werden ingeschikt, Eeijndelijk isteeren wij ootmoedigdat onse verrigtingen de De heer Ambons gouverneur van der voort en den Secunde de villenieuve den Eersten Teekenaar bij aparte Letteren de dato 29 Meij bedeelt hebbende dat de gebligeet gorontaale Resident Reijnier Houque aldaar op sijne administratie van de win„ kel te kort was gekomen eene somma van Rds46: 8¾ mogen wij niet nalaten uw hoog Edelheeden hier van so wel de verschul„ digde kennisse te geeven als dat wij ons op versoek van gemelde heeren nauwkeurig hebben geinformeert of den E: Houque ook penningen herw„ had wvergemaakt, aan wel lijwaaten of Contanten aangebragt dog niets diergelijks ontdekt hebbende kunnen wij hun Ed: in deese zaak niet anders helpen als dat wij ons op hunne intantie zullen berlijtigen om in mindering van het debet van meermelden Resident allengekens so veel in te palmen als doenlijk sal sijn Verwijl wij deselfs oldij Reekening die doorst het Ambons minsterium, voor boven gemeld agterstal van rd:s 462: 8¾ is belat ets op versoek van die raadleeden bij de zoldijbeken deses gouvra„ „nements hebben laten inneemen gunstige - Van Ternaten Den 7: September 1712.— de guintig aprobatievan uw hoog Edelheeden mogen, woegdragen. in welke hoope wij de Eere hebben ons met het diepte ontsag en hoog agting te woamnen /:onderstond:/ hoog Edele ge„ Strenge Groot: Agtb=r Manhafte wel wijse voorsienige Discreete zeer genereuse heer en wel Edele Heeren /lager:/ uw hoog Edelheedens zeer onderdanige en Trouwschuldige Dienaren J: P: valkebmagh J: Beijnon /nmargine/ /:was geteekend:/ E: Ternaten In 't Casteel orange den 17 September 1732. W Wijerman Macassar Secreet Ao 1772 Aankomende Secreete Brieven Papieren van Macasser sedert Primo October tot Ultimo December Aan zijn Hoog Edelheijt Den hoog Edele Groot Agtb: gestr: wijd gebiedend Heere Petrus Albertus van Det Parra Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndia. Hoog Edele Groot Agtb Test: itgbiedend Heere wel Edele Heeren En Gelijk nij bij nde Jongte gehoorsaame van den 10 Junij patsato ber hebben gehad uw hoog Edelheedens te verseekeren dat mij alle mogelijke en 1772. 63

NL-HaNA_1.04.02_3364_0828 view scan ↗

English

From Maccasser: The 21st of October 173 — From Maccasser The 1st of October Anno 1743— would apply every possible effort to obtain the act of succession of the Kingdom of Bonij sealed and signed: thus it may now be our fortune, while offering an original copy thereof, to respectfully inform Your Right Noblenesses that we have succeeded therein, so far as concerns the election of Prince Latanrie Pappoe or indeed the successor himself, whereas instead of the Pongauwa, his half-brother Mohaimad Roemallang alias Aroe Sonre has been chosen as Regent, in order to govern affairs in case of the monarch's demise during the minority of the crown prince. We would undoubtedly detain the esteemed attention of Your Right Noblenesses too long with a narrative of all that has transpired in that regard, and which, if it please you, can be seen in the journal of the first undersigned under the dates of the 1st of May, the 23rd and 28th of September past, as well as the 1st, 5th, and 7th of this month; wherefore, respectfully referring ourselves thereto, we further report here that although His Highness, during the conference held for that purpose on the aforementioned 28th of September, had been disposed toward it, one could nevertheless as little induce him to have the act read aloud at that time in the presence of all the grandees of the realm, as he gave the slightest indication that he had changed his mind regarding the Pongauwa and was in favor of Aroe Sonre; seeing that he first made this known through the merchants Rakket and Woll, who had gone to present him the act to be sealed after being read, with the request that it might accordingly be altered thereafter. Which we—judging it to be entirely not contrary to the Company's interests, on account of the good qualities of Aroe Lonre in comparison to the Pongauwa, not to mention the hatred of most Boniers toward the latter—deemed could easily be agreed to, without our having considered it necessary at present to make any provision therein as to what years the crown prince must have reached to assume the government himself if the old monarch should meanwhile have passed away. For, besides the betrothal postponed until now, whereby we were prevented from bringing it about, it is the King's intention to have him marry a daughter of the Regent, his full uncle, as is described in the act, whereby he is to become of age automatically. From Maccasser The 21st of October 173 From Maccasser The 21st of October 173 Yet, although the agreement was that the collective grandees of the realm should also sign it, as would have been very beneficial in all respects, the King flatly refused this, rather, as we suppose, out of mere petulance than that any evil intention regarding this subject resides with him, since he said outright that this was not necessary, seeing that it would even be enough if he alone had confirmed it with the seal of the realm, whereas it is now also sealed by the administrator of the realm and the council of the realm, both of whom attested to wishing to answer for the remaining grandees to that extent; so that, after having ensured through further urging that Aroe Lonre also signed the same, we had to content ourselves and accept it as such, in the hope that Your Right Noblenesses will be pleased to find satisfaction therein, the more so as we cannot think otherwise than that the principal object will have been attained thereby, according to our humble opinion consisting in this: that the Pongauwa has been excluded from the succession and a legitimate prince has been placed therein, whilst the Company, upon the demise of the present monarch, will thus know to whom to adhere in order to preserve the tranquility in the realm. From this change it appears meanwhile that His Highness From the dispute between the King and the Datoe of Sedemring nothing has come, nor is it to be expected that the same will be of any further consequence, seeing that His Highness, undoubtedly understanding that he was himself the cause that the Datoe of Sedemring would grant no audience to Bonij's emissary after he had refused to receive him when the latter had requested to do so in order to excuse his conduct and ask for pardon, gave no answer to the question of the realm's grandees as to what he desired to have done in that regard. Truly, the Pongauwa is gone, the cause of which, despite all possible inquiries, has for the present not yet been discovered, since so little reliance can be placed on the accounts circulating in this regard, which are as numerous as they are contradictory to one another, that, deeming it superfluous to make any mention thereof, we trust it will be far more agreeable to Your Right Noblenesses to perceive from our conduct observed up to this point that we direct as much attention to everything that occurs as is ever serviceable, as we take the liberty respectfully to assure Your Right Noblenesses will continually be done by us further.

Dutch transcription

65 Van Maccasser: Den 21: october 173 — Van Maccasser Den 1 ctober A„o 1743— mogelijke de voiren souden aanwenden om d'acte van sucessi van het Rijk van Bonij gesegeld en geteekent: te krijgen so mag het ons thans gebeuren uw hoog Edelheedens onder aanbieding van een origineel afschrift denselve erbiedig konnisse te geeven dat wij daar inne geslaagde sijn voor to verre de verkiesing van den Prins Latanrie Pappoe of wel den succlessur selver aangaat alsoo in steede van den Longauwa desselfs halve broeder Mohaimad Roemallang /:alias / roe sonre tot Regent is verkooren om ingevalle van sevorsten afsterven bij minder jarigheid van den kroon Lams de saeken te bestieren. wij souden de g'eerde attentie van uw hoog Edelheedens ongetwijffeld telang ophouden met een verhaal van alle het geene daar omtrent is voorgevallen en des behaegende bij des Eerstgeteekendens dag register onder datis porimo jp mij 23: en 28. september passato mitsgaders 1.5 en 7. deeser kan worden gehier des wij ons daar aan met eerbied refereerende alhier nog melden dat omen sijn hoogheijd bij de ten die„ Eijnde gehoude Conferentie op den 28. september voormeld er toe gedisponeerd hebbende hem egter so min heeft kunnen bemeegen dat acte doenmaals in teegenwoordigheijd van alle de rijkt grooten opgeleesen wierd als den selven de minste blijk gaf, dat hij omtrend den Longaura van ge„ dagten verandert en voor strge zonre was, gemerkt hij daar van eerst liet kenniss geeven door de kooplieden Rakket en woll /: die hem de acte waaren gaan aan bieden om opgeleesen sijnde gesegeld te worden :/ met versoek dat deselve over sulks daar na mogte verandert worden 't geen wij als gants niet strijdig tegens s Comp: belangen ten oorsaake van de goede qualiteijten van Aroe Lonre in vergelijking van den Pongauwa ongereekent den haet van de meete boniers tegen den laasten geoor„ deelt hebben ligtelijk te kunnen accordeeren sonder dat wij nodig hebben geacht als mu Eenig bevaeling daar bij to maeken wat Jaeren De kroon pains sal moeten bereithit hebben om de regeering zelfs te aan vaarden als den ouden voast intuschen mogte weesen aflijvig geworden also behalven de tot dis vere uit geselde beruijdemiss waar door wij belet ge„ worden zijn het te passe te brengen des konings voorneemen is om den selven met een dogter van den regent sijn volle oom te doen trouwen gelijk bij d'act beschreeven staat waar door hij van selve mondig staat te worden, gedisponeerd Dan 67 Van Maccaser Den 21 octobr 173 Van Maccasser Den 21: october 173 Dan of schoon d' afspraekie was dat de gesaementlijke rijks groo„ „ten deselve meede soude teekenen so als het allent halven weldienstig waere geweest heeft den koning sulks elstoekt gewaigert Eer zo wij stellen uit enthele gemelijkkied dan dat en eenig quaedt intentie ten opsigte van dit onder werp bij ham huijsvelt, dewijl hij rond uit seijde sulks niet nodig te weesen gadat het zelfs genoeg waere als hij se maar alleen met het rijks segel hadde bekragtigt in steede dat ze nu ook ge„ „zegeld is door den rijksbestierder en den rijksraad die beijde in so verre voor de overige grooten betuijgdten te villen mitaan te dat wij naegter door een naderen aandrang te hebben gesorgt dat Aroe Lonre deselve meede geteekend heeft ons hebben moeten vergenoegen en deselve zo„ danig accepteeren in hope dat uw hoog Edelheedens daar inne een welgevallen sullen gelieven te neemen te meer wij niet anders denken kunnen of het voornaeme oogmerk sal er meede bereikt weesen, als onse geringen er agtens daar in bestaande dat den Pongauwa uit de successie geweerd en daar in een wettig prins gesteld is mitsg„s de comp: dus bij overlijden van de presenten vorst sal weeten aan wien sig te houden om de ruste in het rijk te Conserveeren uijt deae verandering blijk ondertushen dat hohuijd Van het geschil tusschen den koning en den Datoe van Sedemring is niets geworden en ook met te denken dat het selve van eenig verder gevolg sal sijn gemerkit sijn hoogheijt en getwijfel begrijpende dat hij doorsaeke self is geweest dat datoe sideenring aan bonijs sendeling geen gehoor heeft willen verleenen na dat hij hem hadde geweigerd bij sig't ontfangen so als deese versogt hadde ten eijnde sijn gedrag te ver„ in schoonen en ex cus te versoeken op de vrage van de rijx grooten wat hij daar omtrend begeerde gedaan te hebben haar geen antwoord gegeeven maarlijk op ten Longquera mns weg is waar van vorsaak in mer wil van alle mogelijke na verschingen voor als nog niet ontrdekit heeft kunnen worden vermits op de dierweegens so meenigvuldig soo„ pende als met den anderen sctrijdende berigten so weijnig staat te maaken sij dat wij het overbodig agtende om daar van Eenig vermann te doen vertrouwen dat het uw hoog Edelheedens veel agre„ „beler sal sijn uit ons tot hier toegehouden gedraegt ontwaeren dat wij op alles wat er omgaat soo veel attentie vestigen als immers dien„ „lijk is gelijk wij de wijheit neemen uw hoog Edelheedens enbedig te versekeren dat door ons steeds verder sal gedaan worden, waarlijk maar

NL-HaNA_1.04.02_3364_0830 view scan ↗

English

From Maccasser the 2nd of October 1735 From Maccasser the 2nd of October 173— but behaved as if it were not worth the trouble to declare himself on the matter, and so it remained thus far. On the occasion of the reply by the collector of customs Voll on behalf of the first-signed to a private message from His Highness that some of his subjects had been stolen, according to what was recorded in the daily register under the dates 26th of May and the first of June, His Highness himself was most forcefully urged to settle the well-known national debt, but notwithstanding his promise to order the administrator of the realm to devise the required means so that the same could be paid, and though we also addressed that minister further about it, this was again fruitless, so that the same will be resumed at the first opportunity. Regarding the realm of Goa, there is only to note that when the first-signed was present at Maros to collect the tithes, notice was given to him that the gallarrang of that part of the province of Sodiang which belongs to the Macassars had gathered some armed people together with the intention of attacking the Company's subjects who inhabit the other part, in order to take revenge for the abduction of a slave of theirs of which our people were accused, who nevertheless continued to deny the contrary. He sent the local envoy of the court to warn the said gallarrang most strictly to beware carefully of such steps, reminding him that if he or his people had anything to claim from ours, they should know that the same ought to be brought to the knowledge of their master the king, with the result that he let it be known in reply that he had had no intention to attack ours, although they had held them suspect regarding the abduction of the missing person, who, however, he declared had turned up again, at which the matter also remained; although some time thereafter, namely on the 9th of September, the first-signed—upon the king requesting permission not only to go to Sodiang for a couple of days to make a vow or offering at the burial ground of one of the previous Macassar kings, but also to take lodging at the house of the Company's gallarrang, both of which were granted—reminded the monarch of what had occurred in order to prevent any new dispute from arising, while at the same time orders were given From Malcassr the 21st of October 1732 From Maccasser the 21st of October Anno 173— to receive him well, so that this was observed with respect to his delegates when His Highness was prevented by indisposition from proceeding thither in person, and having stayed there for two days, they returned home well satisfied, as recorded in the daily register under the 21st of September. The realm of Tello may continue in a deep peace, whereby there is nothing to report regarding the same. We now proceed, in continuation of what was mentioned in our latest letter under the main section of Tanete, to report to Your Right Noblenesses herewith how the outcome has shown that all our efforts to hinder the progress of the marriage between the Pongauwa and the widow Datoe Pamana have been fruitless, as the same was concluded on the 16th of July past. The conduct observed in this regard on the part of the king of Bonij as well as by the queen of Tanete has been so strange that no complete comprehension of it can be formed, no matter how one turns or twists the matter, given the absolute contradictions that appear. For while Her Highness, after she had seemed in all respects to lend an ear to the first-signed's repeated advice to reject that marriage, unexpectedly came to inform him on the 10th of July past that it was already concluded, and that without speaking a single word about it, by handing over a Buginese document which, having been read out at her request, is to be found in copy among the appendices and is also recorded in the daily register under that date, and is moreover filled with protestations of her loyalty and attachment to the Company; whereon the first-signed, however sensitive about her secretive way of acting, which did not cause him any slight suspicion therein, notwithstanding it is certain and we could easily demonstrate with irrefutable proofs that Bonij's prince was the cause and instigator, indeed even the contriver of the whole affair, he nevertheless knew how to manage everything so subtly with all of them that he will always be able to shift all the consequences that might arise therefrom in time away from himself and onto others, but has also already declared to the queen in plain words that the good that might follow from it was fine, but that the bad would be blamed on her;

Dutch transcription

69 Van Maccasser den 2: ctober 1735 Van Maccasser Den 2„ october 173 — maar zich gelaeten getond heeft of het mit denmoeijte waard waser en sig over te verkilaeren en daar bij is het dus vere geleeven, Ter geleegentheijd van het antwoord door den licentmeester voll uit naam van den anstigtekend op een particulier booschap van sijn hoogheid ater eenige sijner onderdaanen waeren gestolen na het aengeteekend bij dagregister onder datis 26: Meijen primo junij heeft men sijn hoogheijdslfs op het kragtigste doen aenmaennen tot aflegging van de bemuste rijxschud dog niet Jegenstaande deselfs belofte m den rijks bestierder te zullen beveelen de vereijschte middelen te beraemen ten eijnde deselve konde worden be„ „taeld en wij er dien minister ook nader om hebben doen aenspraeken is suskes al weder vrugteloos geweest des het selve bij eenste ocuasie, sal worden herwat omtrent het rijk van goa, valt eenlijk te noteeren dat aan den eerstgeteekende bij desels aanweesen op Maros tot het doen der ver„ „tiening kenniss gegeeven sijnde dat den glarrang van het gedelele der Provintie sodiang dat den Macassaeren gehoord eenig gewapend volk bij den anderen gebragt hadde met voor neemen om sComp: onderdaenen die het ander gedeelte bewoonen op het lijk te vallen ten Einde revengie te neemen over het vervoeren van een haever grooten waar meede d'onse beschuldigt wierden die nogthans het tegendee bleeven beneeren den„ selven en de paes sendeling der maart afgesonden heeft omden gemelden glarrang op het omstigte te waarschruwven sig voor dierglijke uijt„ stap sorgvuldig te wagten onder overhouding dat hij op de sijne iets op d'onsen te pretendeeren hebbende moesten weeten dat het selve aan hun meeter den koning ter kennisse behoorde te werden gebragt, met dit gevolg dat hij in antwoord weeten liet geen voorneemen te hebben gehad d onse tattacqueeren schoon z hen verdagt hadden gehou„ den over het vervoeren van de vermiste persoon die hij betuijgd dat egter weder te zagt gekomen was, waar bij het dan ook gebleeven is, schoon den eerstgeteekende op d'eenige tijd daar na of wel den 9: September door den koning versogte permissie om voor een paar dagen miet alleen naar Sodiang te mogen gaan tot het doen van eene gelofte of wel offerhande op de begraef plaats van een der noorige macaesaase koningen maar ook op het hus van sComp: glarrang verblijpte mogen neemen 't geen beede wierd ingewilligt den vorst het voorge„ vallene heeft doen hernineeren ten eijnde te verhoeden dat er geen nieuw geschil kwam te ontstaan terwijl teffens ordre gesteld wierd - Van Malcassr Den 21 octbr 1732 Van Maccasser Den 21:' octb: A„o 173 — wierd om hem wel rontvangen invoegen sulks ten opsigte van sijne gecommit„ „tenden als sin hoogtrijt met indispositie bele wierd sig in persoon der„ waarts te begeeven in agtgenomen is als sijnde deselve twe dagen verblijf wel vergenoegd naar huijs geheed lijken het aangeteekende bij dag register onder den 21: september Het Rijkge Tello mogin een diepe ruste Continueerende waar door omtrend het selve niets te berigten vlt gaan wij thans over om uw hoog Edelheedens ten vervolge van het bij onse Jongste onder het hoofd deel van, Tante bedelde bij desen tebrgten hoede uitkomst heft dan ziien datall one pogingen om den voortgang te belitten van het huwelijk tusschen den Pongauva ende weduwe Datoe Pamana vrugteloos geweest sijn also het selve den 16: Julij passato voltrocken is, Hetgedrag daar omtrend gehouden aan de zijde van den koning van Bonij so wel als door de koninginne van Tamete is zo wonderlijk geweest dat er geen volkomen begrip van te maaken sij hoe man de saak ook wend ob hed gemeekt de volstrekte stijdigheeden die zig Terwijl haar hoogheijd na dat z in allen opsigte het von scheen te leenen aan den eerstgeteekendens herhaelde raed gevingen om dat huwelijk af teslaan aan denselven op den 10: ulij passato op het onverwagte kwam berigten dat het reets geslooten was en sulks zonder een enkel woord er van te spreeken met d' overgave van een Bouginees geschrift dat ten haeren versoeke opgeleesen in copia onder de bijlagen te vinden en ook bij dagregister onder dien datum gevee„ baliseerd sijnde daar benevens opgevuld is met betuigingen van haere trouwe en aankleeving tot de comp: waar op den eerstgeteekende hoe gevoelig ook over haere agterhoudende handelwijt diehem gen daar inne op doen want tien tegenstaande het seker sijen woij gemakke„ „lijk met onwedersprekelijke preuven souden kunnen aantoonen dat Bonijs voorst doorsaak en aanlegger ja selfs uijtrvender van het geheele werk is geweest so heeft hij alles nogtams met allen te sijntje ween t bedipelen dat hij attoos in staat sal sijn alde gevolgen die daar uit in der tijd mogten ontslaan van Sig af en op anderen te schuijven maar ook bereets aan de koningenne met de rinde woorden verklaard dat het goede dater op soude volgen wel was dog het quad haar soude gewete worde: daar geringe 71

NL-HaNA_1.04.02_3364_0832 view scan ↗

English

From Maccasser: The 21st of October 1742 From Maccasser The 31st of October 1738 cost little trouble, as appears from what was noted down under the dates 2, 4, 6, 7, 18, 20, 21, and 22 June, having nevertheless answered only in general terms in order to prevent the prince of Bonij from obtaining knowledge of the work undertaken therein, lest discord might arise regarding a matter that cannot be reversed. It was even directed in such a manner that he could deduce nothing else from the actual intention, and the precaution was solely to prevent her from falling into dispute with her children, as was also to be feared and made known to her. Although she claimed that they had accepted it with satisfaction, the contrary can nevertheless already be gathered from a letter written by Mappa, the prince of Soping, to Her Highness and to be found among the enclosures, as well as from the words of her son Magoesiela, who recently married the daughter of the king of Bonij, stating that if the said marriage were to proceed, he would leave his wife and retreat to the interior. Although this has not yet followed, it nevertheless provides proof of his aversion to it. And although we cannot say that it has had very bad consequences thus far, movements are nevertheless beginning to arise on Tanette that bode little good, considering that Mappa has not only come down from Soping to Tanette first, but subsequently proceeded to Wajo, a little kingdom situated north of the former, with the intention of having a grandson of the well-known Aroo Palacca, grandmother of the two most recently deposed kings of Goa, circumcised there; but also that the Tanette Sabitjana, or regent, joined him with some armed subjects and thus abandoned his place of residence, as is alleged out of a conceived resentment against the son of the Queen, Aroe Pantjana, who, having married two daughters of the regent, reportedly took a third against his will and made her a concubine. In addition, we have been informed, and the prince of Bonij on the 7th of this month also gave notice to the first-signed, that he had learned by rumor that Mappa and Aroe Pantjana were at variance with each other and were already beginning to secure themselves by throwing up fortifications at Barroe and Pantjana. Of all of which the Queen, who still remains here under the pretext of having to attend the circumcision of the Crown Prince of Bonij, gives us not the least communication, so that we are indeed obliged 73 From Maccasser The 21st of October 1742 From Macasser The 21st of October 1742 obliged for the time being to let those matters take their course, the more so as we cannot properly address her first, although we do not fail to pay all possible attention to it, in order, should it absolutely require it, to devise such measures as the circumstances of time and affairs will allow according to our best judgment. Wherewith, then, stepping away from the Tanette affairs for this time, we find ourselves obliged in regard to Loewoe to report how the former Queen informed the first-signed on the 10th of August last that envoys had arrived from that kingdom to notify the King of Bonij that the dato chosen in her stead had been publicly proclaimed and thus established on the throne; and she added at the same time that his father-in-law, Sangaria alias Poeana Dio, had also appeared here upon the express summons of His Highness, as she believed for weighty reasons, which, not yet having been able to fathom them, she promised to disclose upon discovery. Of which, however, as little has come as we have been able to perceive anything of it, and we must therefore think that it will not be of as much importance as the Queen imagines. Soping is, as far as we have been able to obtain information from afar, still at peace, notwithstanding the already mentioned departure of the Datu of Soppeng and others to Barroe. With regard to the demanded satisfaction from those of Mandhaar for the raided vessel De Vrijheijd, having waited in vain until the 25th of June last for the King of Bonij to come and confer with the first-signed about the letter which Your High Excellencies were pleased to write to His Highness regarding this matter, as custom from of old has always entailed upon the receipt of such letters, even of lesser or indeed of no importance at all, he was reminded of his obligation in veiled terms. This having been of no avail, however, it had to be repeated before he requested an audience and was received around the 28th of the past month. After the matter of the succession, as we had the honor to report hereinbefore, had been settled in that meeting, the prince himself began to bring up that of the Mandharese by asking the first-signed what ought to be done therein by him; and it being answered thereto that, since Your High Excellencies had written to His Highness about it Soping writing in 75

Dutch transcription

Van Maccasser: Den 21. October 1742 Van Maccasser Den 37 October 1738 geringe moeijt hef gekost glijk uijt het aangeteekende onderdatis 2: 4: 6: 7: 18: 20: 2: en 2„: Junij komt te lijkien nogthans maar in generaale ter„ „men g'antwoord hebbende om voor te komen dat bonijs vorst van het daar inne derom st werkgetel kenis hrijgen en a dis onenigheit ontstaan mogte omtrend een zaak die geen keer kan neemen het selfs daar hee„ „men heeft gedirigert dat ij uijt en wesenlijk oogmerk met anders kan opmaken oponde voorsorg is alleen geweest om te verhoeden dat z met haere kinderen mogt overhoopt raaken so als dit ook te dugten en haer te kennen gegeven ischomn zs beluijde dat deselve genoegen ingenomen hadden waar van het tegendeel nogtans bereets kan worden opgemakt ut een brief door Mappa sopings vorst aan haar hoogheijts geschreeven en onder de bij lagen te vinden mitsgaders uit het seggen van haar zoon Magoesiela die Jongst met de dogter van Bonijs koning getrouwd is dat hij ingevalle het gemelde heuwelijk mogte doorgaan sijn vrouw verlaeten en na de binnen Landen wijken soud 't geen wel nog niet gevolgd is, maar eg„ ter en bewijs van sijn tegen zin daar omtrend uitleverd, En schon wijok nit segen kunnen dat het selve Eige ged gevolgen tot dus vere heeft gehad so beginnen en egter op Tanette beweegingen 't ontstaan die niet veel goeds voorspellen gemertit Mappa niet alleen uit soping eest na Tanette afgekomen sig vervolgens naar wa„ zo rijkje benoorden het eense geleegen begeeven begeeven heeft met vorneemen om aldaar een kleen zoon van de bekende Aroo Palacca groot moeder van de twee laast gedeluoneerde goase koningen te doen besnijden maar dat sig den Tanits Sabitjana of rijkisbesterders met eenige gewapende onderdaenen bij den selven vervoegd en dus sijn residentie plaats verlaeten heeft so men voorgeeft uit een opgevat misnoegen tegen de zoon van de koninginne Are Pantjana die na twee dogters van den rijsbestierder te hebben getrouwd een derde meede teegens desselfs wil na sig genomen en tot een bijwijf soude gemaakt hebben terwijl wij daar en boven geinformeert sijn en bonijs vorst op den 7: deser ook aan den eerst„ geteekende heeft doen kennisse geeven bij gerugt te hebben verno„ „men dat Mappar en Aroe Pantjana mtelkander oneenig geimoo„ „den dig berels begonden t verseken met het opewerpen van vestin„ „gen op Barroe en Pantjana, van al het welke de koningenn die nog alhier blijft om der voorgeeven de besnijdenisse van den bonijs kroon Prmns te moeten bij woonen ons geen de minste Communicatie geeft so dat w' wel bewoe: genoodsaakt 73 Van Maccasser Den 231: october 173 Van Macasser Den 21: october 172 genod sat sijn diesactin vor eers op sijn belop te laeten te mer wij haar niet welvoeglijk eert hunnen aanspreeken schoon w: miet na lae„ ten er alle mogelijke attentie op te vestigen ten eijnde als het absolut ver„ eijscht sodanige middelen te beraemen als d' omstandigheijd van tijd en zaeken naar onse beste kennisse sal toe laaten, waar meede wij dan voor ditmaal van de tanetse saeken afslappende ons ten aansien van„ Loewoe verpligt vinden te melden hoe de geweesene koninginne aan den eerst geteekende op den 10:e aug:s pass:o berigt hebbende dat er gesanten uit dit rijk waeren afgekomen ter bekendmacking aan de koning van Bonij dat den in haar plaats verkooren dato opentlijk geproclameert en dus in den zetel gevestigt was en teffens bij voegde dat deself schoon vader sangaria alias Poeana Dio meede op Expres ontbod van sijn hoogheijd hier verscheenen was So bij vermeende om gewigtige reedenen die z' egter nog niet hebbende konnen uitvorschen bij ontdeking beloofde te sullen openbaeren waer van negtans So min gekomen is als wij er iets van hebbend kunnen ontwaeren en daar om dienen te denkien dat het van so veel aanbelang mit zal Sijn als de konnwinne sig voorsteld. Sopings als vor se ver ij uit den veren or lijding heben kunnen kwijgen als nog in ruste niet tegenstaande het berees aange„ haalde vertrek van den Loenlijpoe E: naar Barroe, Met betrecking tot de gevorderde voldoening van die van Mandhaar voor de afgeloopene wark de vrijheijd tol op den 25: Junij laastleeden vrugteloos gewagt sijnde dat den koning van weonij den eerstgeteekende soude hebben komen onderhouden over den brief die uw hoog Edelheeden dien aangaande aan sijn hoogheid hebben ge„ lieven te schrijven to als het gebruik bij ontfangst van diergelijke bri„ verschoon selfs van minder of wel in 't geheel van geen aanbelang van ouds heeft meede gebragt heeft men denselven sijne gehoudenisse in bedek„ te termen doen herinneeren dat egter van geen vrugt geweest sijnde heeft moeten herhaelt worden eer hij tegen den 28 der voorleedene Maand aries heeft doen vragen en ontfangen is Na dat in die te samen komst de saak der sucessie gelijk wij hier vooren d'eere hadden te melden sijn beslag hadde erlangd begon den vorst van die der Mandhareesen zelfs op te haelen met aan den eerst geteekende te voagen, wat dater inne door hem diende te worden gedaan en daar op g'antwoord weesende dat vermits uw hoog Edelheedens sijn hoogheijd daar over Soping Schrijvende in 75

NL-HaNA_1.04.02_3364_0834 view scan ↗

English

From Macassar, 24 October 1735 having clearly indicated in writing that this satisfaction was to be expected from him alone, and that we would therefore gladly learn from him the means that served toward that end and had been put into effect, he declared frankly that he saw no possibility for it, unless the Company, alongside Boni, wished to take up arms against that nation to force them to it. We did not fail to point out to him that this was as little in accordance with Your Right Honourables' intention as it would be ruinous for the Company to entangle itself in a war against a nation from which, even in the most fortunate outcome, there was nothing to be gained, and which would incur uncommonly high costs. Asking him, therefore, whether there was no other means remaining, His Highness answered that another mission could still be sent thither, for which he would also appoint someone if a representative were added on the Company's behalf; however, he expected little success from this, and it also ought not to be undertaken except with the firm resolution to attack the Mandarese if they failed to comply. To this it was represented that we could not risk the Company's respect on a second mission, the more so because of the affront that the Company's envoy had suffered, whereas by contrast those of His Highness had been properly received; that, furthermore, being of the same opinion as His Highness that if it were done and proved unsuccessful, the matter could be left in an even lesser state, we could therefore not agree to it, but had to leave to him the devising of some other means, which we would expect to hear from him in order to inform Your Right Honourables. However, His Highness declared that there was no other recourse than the use of arms, further expatiating at length upon the illicit navigation both of the Mandarese and Wadjoese as well as others, which he said was regarded with a blind eye, whereas on the contrary complaints were constantly made about the navigation of his subjects, although he did not know that they were guilty of illicit trade or were breaking the contracts, and so forth. To all these arguments a fitting answer was given by us, although, in order not to disturb the good disposition that His Highness had shown regarding the aforementioned act of succession, and so as not to damage that matter thereby, we could not display the firmness that inspired us to tell him the frank truth and confront him with the fact that his own conduct in this affair was alone to be held as the cause that nothing had come of that satisfaction, given the permitted departure of the envoys who had arrived last year before they had executed any binding document. That His Highness, however, is not satisfied with himself but is in embarrassment regarding this matter, undoubtedly out of fear of Your Right Honourables' displeasure, we had to deduce from his question put to the License Master Volt on the occasion of the presentation of the act of succession, whether he was not charged with another message, namely regarding the Mandarese. When he was answered that His Highness had indeed frankly testified that he could do nothing further in the matter, of which communication would accordingly be given to Your Right Honourables, he had nevertheless indicated that he was not entirely without hope regarding it. On the following day, when a private visit was paid to His Highness by the undersigned to inspect a newly built residence, he asked, while communicating that those of Paboang-Bouten arrived here on 20 July last, one of the Mandarese principalities having deposed their Maradia or king, whether it was not they who had raided the vessel; which was answered in the negative, as it was too late to engage with His Highness in a discourse of importance on any matters, for which we hope to seize a better opportunity now that the election of a successor has been established. In the meantime, we must not omit to note that however much inclination the king seems to show to enter the fray with the Mandarese, we nevertheless take it for certain that he is not in true earnest, but rather that it is much more his aim to obtain assistance in money and other necessities. For notwithstanding that it is hardly possible that he could remain ignorant of any matters of importance regarding the conduct of the other surrounding peoples, he nevertheless tried to make us believe that the Mandarese had already descended with a large number of vessels to make an invasion on Sawitto, although it was merely an expedition to visit their burial places, as they have frequently practiced.

Dutch transcription

Van Macasser Den 2„: october 172 Van Maccasser Den 24: ctob:r 1735 schrijvende duijdelijk te kennen gegeven haden die voldening allen den hem te verwagten wij versulx gaarne van hem souden willem meeten de mid„ delen diven toe dienden in'twerk gesteldte verklaarde hij rond uiter geen kans toe te sien ten waere de comp: nevens bonij de wapenen tegens die natie wilde pratten om deslve daar toe te noodsaeken, wij bleeven niet in gebreeke denselven voor te houden dat sulks bo min met uw hoog Edelheedens intentie quadreerende was als het de Compagnie soudelijkenen sig in oorlog te wickelen tegen eene natie van dewelke bij het geleckigste suaes niets te haelen soude weesen en die ongemeen veel kosten soud, onder afvrage dierhaelven op er gen ander „middeliverig waar op 't welk door sijn hoogheijd gediend wierd dat en nog weleene beunding derwaarts konde worden gedaan waar toe hij ook iemand senoemen soude als men en een Comp: weege wilde ijvoegen dog dat hij daar van weijnig Suies was ver„ wagtende en het selve ook niet behoorde te worden ondernomen dan met een vast voorneemen om ingevalle de Mandhareesen niet mogte by komen haar als dan aan te tasten, Men vertoonde hier op dat wij sComp: respect aan geen Tweed besending konden has andeeren te minder om het affront dat sComp: sendeling hadde moeten ondergaan daar in tegendeel die van sijn hoogheijd behoorlijk ontvangen waeren dat wij daar en boven met sijn hoogheijt van gevoelen sijnde dat het selve al geschiedende en van geen sulces sijnde de saak er nog minder bij konde worden gelaeten wij oversulks daer toe niet konden treeden maar als aan hem moesten overlaeten het uitdenken van eenig ander mid„ del 't geen wij van hem souden verwagten te verstaan om en uw hoog Edelheedens van 't informeeren dog sijn hoogheid betuijgde dat er niets anders op was dan het gebruik der wapenen sig wijders in't brede uit laetende over d'ongevorloofde vaart Soo van de Mandareesen en wadjoreesen als anderen die hij zeijde dat mets goede oogen aangesien wierd daar in tegendeel telkens klagten kwamen over den vaart sijner onderdaanen schoon hij niet wist dat z' sig aan ongevorloofde handel schuldig maekten of de contracten kwamen te verbreeken en wat dies meer sig op alle welke redenen door ons een gepast antwoord wierd gegeeven hoe wel wij om den goeden zuijn niet te storven die sijn hoogheid omtrent de meergemelte acte van successie betoond hadde en ten eijnde die saak er niet door te veragteren dien ernst niet S Comp: wel 77 van Maccasser Den 21: October Ao 173— Van Maccasser Den 11 Octber 173— wel konden doen blijken die ons besield om hem eens rond uit de waar„ heyd te seggen en voortelegen dat het door hem gehouden gedrag in deesen alleen voor doorsaeke was te houden dat er van die voldoening niets ge„ komen was niets het gepermitteerde vertrek aan d'in ad=o passato afge„ komene gesanten voor en al een sij enig verband schrift gepasseert hebben dan dat sijn hoogheijdeagter over sig selve niet voldoen maar in verlegentheijd is omtrend deese saak ongetwyffeld it bedugting voor uw hoog Edelheedens misnoegen hebben wij moeten opmaken„ uit deselfs gedane vraege aan den Licentmeester volt ter ocassie van d' aanbieding der acte van Sucessi of hij niet met nog een andere bord„ schap belast was en wel omtrent de mandarheeen di er op gediend hebbende dat sijn hoogheijd immers rond uit betuigd hadde daar inn niets meerder te kunnen doen waar van mitsdien aan uw hoog Edelheedens soude werden Communicatie gegeven hadde hij egter te konnen gegeven daar omtrend niet geheel buiten hoope te sijn andaags daar aan door deneestgteekende aan sijn hoogheijd en particu„ „liere visite gegeven sijnde ter besigtiging van een nieuw gebouwde wooning vroeg hij onder Communicatie dat die van Paboeang Bouten arriveed ahier op den 20 Julij apat e eene van de Mandhareese vorsten dommen hun Maradia of koning hadden afgesat of het miet deselve waeren welie de wrk afgeloo„ „pen hadden't geen en kiend met neen b'antwoord wierd dewijl het te laat was met sijn hoogheijd over eenige saeken sig in een discous van be„ 1 lang in te laeten waer toe wij een beeter occassie hoopen waar te neemen nu de verkiesing van eenen sucesseur vast gesteld is inmiddens dat w' niet voor bij mogen nog aan te merken dat hoe vel geneijgheid den vorst ook schijnt te toonen om met de mandhareesen eens aan den dans te raeken wij egter seker stellen dat het hem geen regte einst maar veel mee te doen soude weesen om onderstand van geld en andere nood„ wondigheeden te bekomen want niet jegenstaande het niet wel mogelijk is dat hij van eenige saeken van belang soude kunnen ignorant blijven omtrend het gedrag van de andere omleggende, volkeren so hij heeft hij ons nogthans in den waan tragten te bren„ „gen dat de mandarresen bereets met een groot getal vaartuigen waaren afgesaakt om een vasie te doen op Sawitoe schoon het onkel een besending is geweest tot het besoeken haare begraef„ plaatsen gelijk sij meermaal gepractiseerd hebben, koning Expresse van

NL-HaNA_1.04.02_3364_0836 view scan ↗

English

From Makassar, 21 October 173 An express messenger also brought a letter from the king and dignitaries, which seems intended merely, by communicating what had occurred regarding the case in question, to make it appear that in that incident between the Company's cruising pantchiallangs and a Buginese vessel, of which mention has already been made in our humble letter of 10 June, it was clear that great consideration was still shown toward his people, as otherwise the conduct pursued by the Prince of Buton in this instance would not have been overlooked so easily. And accordingly, concerning this matter, we made known to the king and dignitaries in our reply of 8 August that, although we were very far from holding the cruisers guilty of what was last charged against them solely on their word, but on the contrary had to complain seriously about the refusal to permit the inspection of vessels and about the extortion of what had been overtaken by them, we nevertheless were willing to believe that the latter had occurred through a misunderstanding and would let it pass to that extent; although we left the accounting for both matters, as well as for what was reported by them in a very obscure and ambiguous manner regarding what was alleged to have been withheld by the cruisers, to their own account and responsibility. Meanwhile, we furthermore expressed to them our astonishment at the prince's contention that the Company's cruisers, wishing to inspect any vessels, should be obliged to give him prior notice thereof, adding that it pained us to find that the king and dignitaries no longer seemed to remember the kingdom's indebted obligations to the Company, without whose powerful assistance it would long ago have perished. In the meantime, the Prince of Buton, in an earlier letter to the King of Boni in response to His Highness's writing to him, made extraordinary protestations of his faithful adherence to the Company, excusing the admission of Englishmen, which he defended therein by pretending that his inability prevented him from denying them entrance, as Your Right Honourables, if you please, will be able to observe from the copy transmitted among the appendices, to which we respectfully refer, deeming it superfluous to recite its further contents in this letter so as not to weary Your Right Honourables' attention. And we now have to report that the cruising pantchiallangs de Boreas and de Bedrieger, having returned here on the 9th of this month without having had any other encounter or having learned of any foreign ships, the first commissioner Routzen, besides delivering a second letter from the king and dignitaries of the same content as the former, handed us such a report in the form of a daily register as accompanies this in copy, which has been placed by us into the hands of the Fiscal both for examination and to inquire whether perhaps any other goods might have been withheld by anyone, since the surrender of a little gold dust, a gold ring, and some linens, which the said Routze testified to having found among the crew, aroused suspicion and convinced us that the statement of those of Buton is not entirely beside the truth. The outcome thereof will therefore be communicated to Your Right Honourables on a further occasion. We now merely note here how the commissioner for the extirpation of spice trees, Sergeant Steijnbach, reported to us by letter of 23 September past that he has again been thwarted in that work just as much as in the preceding year, since they had refused to take him to the notorious smuggling den Calesoesoe, as well as to many other suspected places, while he further

Dutch transcription

81 Van Maccaser Den 2„ October 172 Van Maccasser Den 21: October 173 aangesien en er alleen op die van sijn onderdaanen gelegwierd waar om„ Eexpresegtant meede bongende een bief van den koning en rijksgrooten welke alleen ingerigt schijnt om onder bedeeling van het voorgevallene trand hijop het geval inqusti del de tekomen gegeven dat ut on gebragten tuschen s Comp: kiruispatjallangs en een bouginees vaartuig waar dien opsigt, veel een bleek dat er met de sijnen nog Consideratiewierd gebrukt van berees bij dese erbiedige laaste van den 10 Juni is mente gemaakt de also man andersints de handelwijse door boutons vorst in dit geval gehouden niet soo gemackelijk soude hebben gepasseerd „schuld daar van op het hooft den kruissers te leggen en's voorsten En wij hebben oversulks ten belange van dit onderwerp aan den gedrag daar omtrend gehouden te verschoonen invoegen en ook ten sel„ koning en rijksgrooten bij ons antwoord van den 8: Aug„s te kennen „ven dage eene genoegsaeme een sluidende missive aan den koning gegeeven dat of schoon wij wel verre van de kruissers op haar enkel van bonij wierd besteld door een ander gesant die aan sijn hoogheijd 1 seggen schuldig te konnen houden aan hat haar ten laatste gelegde teffens overhandigt heeft het goudende verdere goederen bij gedagte 1998 maar in teegendel erenstig moeten doleeren, over de geweijgende visi„ onse voorige almeede vermeld waar over wij wel in beraad hebben 1 tatie van vaartuijgen en over het afdiwingen van het door deselve gestaan denselven te doen onderhouden maar geconsidereerd dat agterhaalde wij nogtans wel gelooven wilden dat het laaste de doenmalige tijds gesteldheid in veelen opsigte met scheen te permitteeren er veel beweeging om te maaken op sigt Expaneeren door een verkeerd begrip geschied waere en het selve in so verre passeeren souden schoon wij de verantwoording so wel van het aan affronten wijl het ongetwijffeld vrugteloos soude geweest sijn op de reclame van dien aan te doingen buiten dat de saak op een als ander nevens het geene door haar op een seer duijstere en dubbelsinnige wijse wierd op gegeven dat er door de kruissens sig zelven beschouwd weijnig om het lijf heeft so hebben wij soude weesen agter gehouden voor haere reekening en ver„ daar van niet alleen afgesien maar ook den vorst ter gelee„ andwoording overlieten Terwijl wij haar daar bij verdere onse „gentheijd van sijne hier vooren gemelde uijtlaeting als op den vaart der wadsoreesen en Mandhareesen met goede oogen bevaaending hebben betuigd over s vorsten sustenue als of aangesien S Comp: 83 Van Maccasser Den 21:' Octb: 173— Van Maccasser Den 21: October 173. — s Comp: trusen eenige vaartuijgen willende viditeeren gehouden souden weesen hem daar van alvoorens kenniss tegeven met bijvoeging dat het ons let dee t moen ondervinden dat den koning en rijksgrooten niet meer scheenen te denken aan' rijks verschuldigd verpligting tot de Comp: buiten welken kaagteladige hulpe het selve voor lange soude zijn te gronde gegaan, Ondertusschen heeft Boutons vorst bij een vroegere Brief aan den koning van bonij in andwoord van sijn hoogheijd schrijvens aan den selven ongemeene betuigingen gedaan van desselfs ge¬ ƒ trouwe aankleeving tot de Comp: verschoonende d'admissie van engelschen die hij daar bij avonderd met voor te geeven dat sijn onvermoogen hem verhindende haar den trance te teletten gelijk uw hoog Edelheedens des gelievende sullen kunnen ontwaaren bij het onder de bijlagen overgaande af schrift waar aan wij ons eerbiedig gedragen als overboodig agtende dies verderen inhoud in deese te verbailiseeren om uw hoog Edelheedens attentie niet te verveelen en thans d'ien hebben te melden dat de kruis op antjallangs de borcas ende bedrieger op den 9: deeser alhier geretourneerd sijnde sijnde sonder eenige andere rencontre gehad of vreemde scheepen verno„ „nomen te hebben ons door den ersten Commissionant routzen behalven een tweede brief van dekoning en rijksgrooten van den selven inhoud als de voorige sodanig rapport bij forme van dagregister is inhandigt als deesen in Copia verseld en door ons so wel ter Examinatie in han„ „den van den piscaal is gesteld als om 't inquireeren of ersomtijds nog andere goederen door deese of geene mogte weesen agter gehouden wijl d' overgave van een weijnig stof goud een goude ring en eenige lijwae„ „ten die gem: Routje betuijgde bij den scheepelingen gevonden t: hebben suspicie verwekiten ons heeft overtuijgd dat d' opgave van die van bouton met geheel besijden de waarheijd is waar van den uit, slag dierhalven bij nadere geleegentheijd aan uw hoog Edelhedens zullende worden bedeeld zo noteeren wij thans hier nog hoe ons den Commissionant tot d' Estripatie van Specerij boomen den Sergeant Steijnbach bij brieve van den 23: September passato heeft berigt dat hij in dat werk weder even zeer als het Jaar bevoorend is getraverceerd dewijl men hem so min op het bekende Sluijknest Calesoesoe als op veele andere Suspecte plaatsen hadde willen brengen terwijl hij zijnde verder

NL-HaNA_1.04.02_3364_0838 view scan ↗

English

85 From Makassar, 21 October 172— From Makassar, 21 October 172— further reports that the king had promised to send seventy-one slaves here yet this year, for the transport of which three vessels were already being prepared, and that a fourth was already lying ready to sail for departure to Batavia. Regarding Maros and the further northern provinces, we have repeatedly mentioned the wanton actions of various rogue princes and other grandees, and the slight success of our complaints against them to the king, which, as the subjects of the Company could clearly notice, began to make them not a little discouraged, and which ultimately would have had the consequence that they would have abandoned their dwellings. In order to prevent this, the first undersigned judged it right to permit them, should they be attacked again, to act vigorously, for which an opportunity presented itself shortly thereafter, since those of a certain village, Romanbo-E, were attacked by an andronguru, Latola, with over a hundred armed men. However, they offered such resistance that Latola himself, along with four of his men, lost their lives there, and the rest took to flight before the men sent thither by the resident of Maros to the aid of ours arrived there. The king of Boni, on the day after the incident occurred, or on 3 July past, did let the license master Voll know that he had heard Latola had been massacred. Although Voll answered him that communication thereof belonged not to him but to the first undersigned, nothing came of it, as we had both expected and wished, in order to have the occasion to place plainly before His Highness's eyes the evil consequences of the wanton conduct of his children, and how our futile complaints against it could have no other results than such as these, which in the long run would inevitably drag the entire ruin of the land and of the subjects on both sides in their wake, whereby one would be stripped of the principal means of subsistence, rice. Yet it seems that the prince had indeed expected this and preferred to let the matter rest, which is why we also feigned ignorance of it, the more so as it even appears in hindsight that this incident has thus far taken away the desire of others to undertake such wanton actions, since on the contrary everything has since remained at peace everywhere, and both the Bonians and the subjects have even expressed a desire after that date that some disputes which they had vice versa with one another 87 From Makassar, 21 October 172— From Makassar, 21 October 173— might be settled by commissioners from both sides, to which end both the resident of Maros and the chief interpreter on the Company's side, and the Somilalangen galarang of Bontualaq on the king's side, have been appointed, who are to depart thither shortly. In the southern provinces, nothing has occurred that deserves mention here, except that, given the long delay of the Berau grandees in requesting the approval of a new chief or Karaeng, we have instructed the bookkeeper Whijts to spur them on to come here speedily. From Salayar, two regents, together with the deputies of the others, having arrived as usual with their required tribute and laborers, we were on that occasion handed an extract from his daily register dated 29 September past by the Resident Voll, who also appeared here for a short trip, containing various accusations and points of grievance brought by the inhabitants of the province of Tanete against their regent, which were repeated here by the deputy along with several others of their grandees. This has caused us to decide to hear him on the matter, for which reason he has already been summoned hither, in order to reconcile and pacify him, if possible, with his subjects, or otherwise to dispose of the matter as the circumstances of the case, according to our best knowledge, shall require. Regarding the overseas princes, it must be reported in the first place that the election of a new king of Tambora, following the orders, has taken place in the person of Surelie Kankiloe, who is accordingly expected here shortly for the swearing of the contracts and the taking over of the realm's regalia, at which time we shall simultaneously make further investigation into how far the statement made by the former king—that the first mentioned had appropriated some of his slaves and other goods—accords with the truth, as the grandees of the realm have entirely denied this, as have many of the subjects regarding the receipt of the money which the dethroned prince stated he had lent them, according to a letter from the Commandant dated 28 May past. In the investigation regarding the disputes between the petty princes of Dompu and Sanggar, the said Commandant has advanced so far that the other allies have declared that the ruler of Dompu had right on his side and Sanggar's pretensions were unlawful, the findings of which have been sent hither.

Dutch transcription

85 Van Maccasser Den 21:' october 172 Van Maccasser Den 21: october 172 verder meld dat den koning beloof hade nog dit jaar een en seventig slae„ ven herwaarts te zullen tenden tot welken overbreng berets drie vaartuijgen wrenden geret gemaakt en dat er eenvierde tot vertrek na Batavia Zeijl reede lag Ten Belange van Naros en de verdere noorder provintien hebben wij meermaalen ge„ wag gemaakt van de baldaedige bedrijven van deese en geene bruijte princen en andere grooten en van het gering succes onser doleantien daar teegen bij den koning 't geen d'onderdaanen van de Comp: wel mer„ konde niet weijnig moedeloos begon te maken en ten laatsten van dat gevolg soude sijn geweest dat z haar woonplaatsen soude hebben verlaeten om het welke dan voor te koomen den eerstgeteekende g'oordeelt heeft haar wel te mogen permitteeren om wanneer 't weder mogten aangevallen worden eens door de tasten waar toe sig ook al kort daar aan geleegentheijd op deed vermits die van sekiere negorij Romanbo-E door eenen aandrongoeroe Latola met ruijm honderd gewapende koppen geattacqueerd wierden dog der maten resittentie booden dat Latola selvs nevens vier der sijnen daar bij het zeven lieten en d'overige lig op de vlugt begeeven hadden een het volk door den resident van Maros ter hulpe van d'onse derwaarts gesonden aldaar arriveerden Den koning van bonij ded wel daags na dat het geval gepasseerd was of op den 3: Julij passato aan den Licentmeester voll weeten te hebben ge„ hoord dat Latola gemassacreerd was of schoon voll daar op ten and„ woord heeft gegeeven dat de communicatie daar van niet bij hem maar bij den eerstgeteekende thuis hoorde so is daar van niets gekomen so als wij so wel verwagt als gewinsent haden teneijnde dan occasie te hebben om sijn hoogheijd de kwaade gevolgen van het baeldaedig gedrag sijner kinderen eens naakt onder het oog te brengen en hoe onse vergeesche doleantien daar tegen geen andere dan diergelijke uitwerksels konden hebben die ten lange laaste een geheele ruime van het Land en van wedersijds onderhoorige soude moeten na sig sleepen waar door men van het voornaamste Leevens middel de rijst soude ontblood raaken Dan 't schijnt dat den oorsts sulks wel verwagtende geweest en liever van heeft willen afsien waarom wij er ons ook ignorant van hebben gehouden te meer het selvs van agteren blijkt dat dit geval tot dus vorre anderen den lust heeft benomen diergelijke baldaedige actien 't onderstaan dewijl het in tegendeel sedert alomme in rust gebleeven ende boniers to wel als d'onderdaenen na dato selfs verlangen te kennen gee„ „geven hebben dat eenige verschillen diez vice verca met elkanderen Den hadden 87 Van Maccasser Den 21 october 172— Van Maccasser Den 21:' October 173 — hadden door gecommitteerdens van wederkanten mogten worden af„ gemaakt waar toe ook van s Comp: bijde de Maros resident en den oppertolke en door den koning den Somilalangen glarrang van Bontualacq be„ „noemd sijn die eersdaags derwaarts staan te vertrecken, Zuijder provintien is niets voorgevallen dat in deesen mentie ver„ diend dat w mits het lang agterblijven der Berase grooten om d'appro„ „batie van een nieuw hoof of Craeeng te versoeken aan den boekhouder whijts belast hebben deselve tot een spoedige herwaarts komst aante pooren Saleijer na gewoonte opgekomen sijnde twee regenten nevens de steede houders deroverige met hun verpligt tribut en werk volk wierd ons bij die geleegentheijd door den tot een spangtogtje almeede hier verscheenen Resident voll inhandigt een Eextract uit desselfs dagre„ „gister in dato 29 September pass:o houdende diverse beschuldigingen en poincten van beswaar door de inwoonders van de provintie Tanette tegens hun regent ingebragt die door den steedehouder nevens eenige andere hunner grooten alhier sijn herhaald het geen ons heeft doen besluiten denselven daar op te hooren al waarom hij bereeds De overwaalsche vorsten valt in de eerste plaats te berigten dat de ver„ kiesing van een nieuwen koning van Tambora na de ordre ge„ gevolg genomen heeft in de persoon van surelie kankiloe die over sulx eerlange ter beswveering van de contracten en over neeming van de rijk ornamenten alhier word verwagt wanneer wi teffens nader on„ dersoek sullen doen in hoe verre de opgave door den geweese koning gedaan dat den eert gemelde eeniger sijner blaeven en aenderen goederen genaast hadde met de waarheid accordeert als hebbende de rijktgrooten sulks So wel volstrek otkend als veel van de onderdaanen den ontfangst van 't geld dat den gedetroneerden vorst heeft opgegeeven hun geleend te hebben blijkens schrijvens van den Commandant in dato 28 Meij passato, In het ondersoek omtrent de geschillen tusschen de vortjes van Dompao en sanger is gemelte Commandant dus verre geavanceert dat de overige bondgenooten so wel verklaard hebben die van Dompo het regt aan sijn zijde hade en sangens pretensien onwettig waaron als de bevinding herwaarts ontbooden is ten Einde hem des mogelijk met zijner onderdaanen te vereenigen en te bevreedigen of anders in diervoegen te disponerenals de omstan„ digheid den saeke volgens onde bete kennise sal vereijschen Aaangande herwaarts, der in de van

NL-HaNA_1.04.02_3364_0840 view scan ↗

English

89 From Makassar 21 October 1772 From Makassar 21 October 1772 of the statement made regarding the boundaries of the lands of the first-mentioned was found to be conformable, but on the contrary, that of the latter was found to be beside the truth, who nevertheless, having refused to submit to the verdict of the assembly to be convened for that purpose, shall be admonished by us in earnest terms in the hope that the matter will thereby come to an end; but in the contrary case, we shall endeavor to find as good a middle course as possible to satisfy them mutually in order to preserve the peace there. Meanwhile, we find ourselves obliged to respectfully represent to Your High Nobilities how the former King of Tambora, residing here under the eye of the first-signed close by the Castle, finds himself in such a destitute condition that he can scarcely earn a living from one day to the next, whereby we are repeatedly troubled not a little with his solicitations for support, which the present king and realm grandees refuse to grant him, so that we have had to reach into our own pockets; but since the reason for his dethronement is not of such a nature that any apprehension need be had concerning his person, but in our judgment he could far more safely be permitted to live on Bima than here, where he can find better maintenance and for which he has also requested, we take the liberty respectfully to submit that request to Your High Nobilities to allow him subsequently to depart thither; and we report further here that Commander Leclerq has likewise, upon her request, permitted his mother to remain on Bima, and that protection was granted by him to a certain Assang, who, out of pure malice, was accused of murder and had already been condemned to death by the Tamborese grandees, but by the arrival of the said Leclerq there, through the finding of his innocence, escaped their bloodthirsty hands in the nick of time. The Commander, having first waited a long time for the arrival of the ship Tulpenburg, for which purpose he had returned to Bima from Dewipo and Tambora after carrying out his business, having since become very ill again, had not yet been able to comply with his further instructions to proceed to Sumbawa and thence to Selaparang, so that in that respect we have no material to impart for this time; and having thus dealt with everything, we conclude this herewith under the profound wish and prayer that Adorable Providence may pursue the illustrious persons of Your High Nobilities together with From Makassar 21 October 1772 Afterwards G. V. De Jong together with the righteous interests of the Honorable Company throughout the length of days with the most precious blessings, while we take the liberty to call ourselves with all due respect, was undersigned: High Noble, Right Honorable, Rigorous, Far-Ruling Lord, and Right Honorable Rigorous Lords; lower: Your High Nobilities' humble, obedient, and faithful servants; was signed: P. J. van der Voort and B. van Pleuren; in the margin: Makassar, In Castle Rotterdam, 21 October Anno 1772. 3 Japan Secret Anno 1772 91 Batavia To the High Noble, Rigorous, Right Honorable Lord Petrus Albertus Van der Parra Governor-General Together with The Right Honorable Rigorous Lords Councillors Of the Netherlands Indies High Noble, Right Honorable Lord! And Right Honorable Rigorous Lords! It is to our utmost regret that we find ourselves once again placed under the obligation to impart to Your High Noble Right Honorables our fruitless efforts made, both with the presentation of petitions and other representations, as well as the most pressing and cogent reasons To His Honor where: 91 Batavia To His Honor The High Noble, Rigorous, Right Honorable Lord: Petrus Albertus Van der Parra Governor-General Together with The Right Honorable Rigorous Lords Councillors Of the Netherlands Indies High Noble, Right Honorable Lord! And Right Honorable Rigorous Lords! It is to our utmost regret that we find ourselves once again placed under the obligation to impart to Your High Noble Right Honorables our fruitless efforts made, both with the presentation of petitions and other representations, as well as the most pressing and cogent reasons where:

Dutch transcription

89 Van Maccasser Dner October 173 — Maccasser Den 21 ctober 172 Van der gedaene opgave wegens de streeking der landen van den eerstgem: Conform dog daar aan tegen van den laasten besijden dewaarheijd is bevonden die sig nogthans aan de uitspraake van de ten dien eijnde te beleggene vergade„ „ring geweijgerd hebbende 't onderwerpen door ons daar toe in ernstige terine„ sal worden vermaand in hoope dat de saak daar meede wel een eijnde sal neemen dog ingevalle van het tegendeel sullen wijer so goed mogelijk een middel weg op tragten te vinden om haar met den anderen te bevreedigen ten eijnde de ruste aldaar te Conserveeren, Inmiddens vinden w ons gehouden uw hoog Edelheeden eersti„ „dig te vertoonen hoe den geweesen koning van Tambora hier onder hetoog van den eerstgeteekende digt bij het Casteel verblijf houdende sig in doeen armoedige toestand bevind dat hij nauwslijks van d'eene dag tot den anderen aan de kost komen kan waar door wij telkens niet weijnig met sijne sollicitatien om onderstand lattig gevallen wordende die den presenten ke„ koningen rijksgrooten hem weijgeren t accordeeren al onaamwaardig in onse buurs hebben moeten takken dan vermits d'orsaeke van desselfs de toneering niet van dien aard is dat er voor sijn persoon eenige bedugting behoeft te worden gemaakt maar hem onser oordel alto gerust op Bima dan hier soude kunnen gepermitteerd worden te gaan woonen daar bij beter onderhoud kan vinden en waarom hij ook versogt heeft so neemen wij de vrijheijd uw hoog Edelheedens dat versoek eerbiedig voor te dragen en om hem dien volgende na derwaarts te mogen laeten vertrecken en melden hier wij ders nog dat den commandtant Lecer p desselfs moeder insgelijks op haer versoek to wel toegestaan heeft op Bnma te verblijven als door hem protextie is vergund aan seekeren Assang die enkel uit quaedaer„ digheijd van moord beschuldigt door de Tamboreesen grooten bereets ter dood gecondemneerd was dog door de komst van gem: secertf aldaar hunne bloedvastige handen mits de bevinding van sijn onschuld nog bij tijds ontkomen is Den Commandant eerst lange gewagt hebbende op de komst van het schip Tulpenburg ten welkeneijnde hij van dewipo en Tambora na verrigting van Saeken naer Bina te rug gekeerd was zedert weeder zeer siek geworden sijnde hadde aan sijne verdere Jnstructie om sig naar Sumbauwa en van daar mnaar Salemparang te begeeven nog niet kunnen voldoen so dat wij ten dien op sigte voor ditmaal geen stoffe ter bedeeling en dus alles afgehandelt hebbende deese hier meede besluiten onderhent grondige wenscht en bede dat de Aan„ bidelijke voorsiening de Jllustre persoonen van uw hoog Edelheedens vanden nevens Van Maccasser Den 2 october 173 Nahezdien GV De Jong nevensde gerigtige belangen der E. Maatschappij in lengte van dagen met de dierbaarte segeningen mag agtervolgen terwijl wij de vrijheid neemen ons met alle verschuldigde Eerbied tenoemen /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaere gestrenge wijdgebiedend Heere en wel Edele Gestrenge Heeren /:Lager:/ uw Hoog Edelheedens onderdanige Gehoorsaame en ge„ trouwe Dienaeren /:was geteekend:/ P: I: van der voort en B: van Pleuren /in Margine:/ Maccasser In 't Casteel Rotterdam Den 21: October A:o 1772— e 3 Japan Secreet Ao 1772 91 Batavia Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaaren Heere Petrus Albertus Van der Parra Gouverneur Generaal Beneeven. De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden Van Nederlands India Hoog Edele Groot Achtbaare Heer! W N Wel Edele Gestrenge Hoeren! Het is tot ons uijtterste leedweezen, dat W' ons al wee „der in de verplichtinge vinden gebragt, Uw Hoog Edele Groot Achtbaarheedens te moeten bedeelen, onse vrug¬ „teloose in't werk gestelde poogingen, zo met het aan„ „bieden van Versoek- schriften, en andere presentatien als ook de meest drukkende en klemmende reeden Aan zijn Edelheyd waar: 91 Batavia Aan zijn Edelheid Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaren Heere: Petrus Albertus Van der Parra Gouverneur Generaal Beneevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden Van Nederlands India Hoog Edele Groot Achtbaare Heer! WEn Wel Edele Gestrenge Hoeren! Het is tot ons uijtterste leedweezen, dat W' ons alwee„ „der in de verplichtinge vinden gebragt, Uw Hoog Edele Groot Achtbaarheedens te moeten bedeelen, onse vrug„ „teloose in't werk gestelde poogingen, zo met het aan„ „bieden van Versoek- schriften, en andere presentatien als ook de meest drukkende en klemmende reeden waar:

NL-HaNA_1.04.02_3364_0849 view scan ↗

English

Wherewith we have sought as much as was ever possible to place before the eyes of the Japanese the very languishing and utterly decaying state of the navigation and trade of the Honorable Company in this Empire, along with the substantial losses which Their Honors have suffered for some years past, not only through the loss of ships, but also through the very trifling and hardly noteworthy quantity of the returns carried from here, and that primarily of bar copper, and the considerably excessively high burdens which Their Honors on the contrary are forced to bear here; as also the disastrous misfortune that has once again this year all too grievously afflicted Their Honors through the fatal incident of the ship Burgh, and the considerable great damage resulting therefrom, both through the loss on such a precious cargo, and the excessively high expenses incurred on that vessel; all of which aforementioned inconveniences would ultimately render Their Honors utterly unable and impossible to keep the navigation and trade longer going in this Empire, if there were no hope for a speedy redress. Wherefore we at the same time most humbly requested that they would please supply all possible remedies and means to revive the trade once more, and that primarily by granting an increase of bar copper, and that they would please consider the considerably great disadvantage to which they themselves would also be subject, in case the Honorable Company should come to be in a state of no longer being able to continue the trade in this Empire: and at the same time the sincere goodwill which Their High Nobilities continuously show both toward His Imperial Majesty and the further high and lesser ministers of this Empire, as has not only been proven by the complete annual fulfillment of the demanded gifts for His aforementioned Majesty, but now recently also by their most favorable approval of the translation of the letters of the notorious Baron von Benyovszky, and the attentive communication regarding the fortunes and departure to Europe of the same and his companions; as well as from the efforts which the aforementioned Their High Nobilities have been pleased to make to secure the Japanese who was sent hither Anno passato, and the order dispatched by the same to the Resident at Banjarmasin to make every effort to secure also the other subject of the Emperor who is still residing there and was sold into slavery, and the promise not to fail, upon obtaining him, to grant him transport hither at the first opportunity: however, all these presented motives and reasons have been of not the least fruit nor desired success, and nothing has availed to persuade them to the required permission for the increase of copper, as they continually postpone us from year to year by alleging a multitude of frivolous pretexts and far-fetched excuses, claiming that the mines yield less from year to year, and that it is therefore a complete impossibility to deliver more copper to the Honorable Company, as well as that the Chinese did not transport more than 13,000 chests annually, but that it appeared more to us because the money chamber sometimes provided the invoices for them long after the departure of the junks, and from this that apparent discrepancy arose, so that this year we have once again been unable to reach the so much desired end, but have once again had to content ourselves with the 9,000 chests or the quota fixed in Ao 1768, of which 5,300 are now being transferred with this vessel alongside the 700 chests for private account, or 6,000 chests in total, very humbly requesting that the last-mentioned 700 chests or picols, of which the 120 lb were purchased for f 60:—, may be favorably accepted on the same footing by Your High Noble Great Honorable Honors, and that upon delivery thereof the proceeds thereof may be paid to the signatories of this from the Honorable Company's treasury. While we furthermore express our humble thanks for the past presentation as a gift by the Nagasaki Governor Kaga no Kami Sama, in the year 1771, of the horse sent in that year which had not pleased the Court, at the same time most humbly requesting that we may be provided next year with another of those riding beasts, if feasible, because in our opinion the same

Dutch transcription

93 Waarmeede wy zoo veel maar immers mogelyk getragt hebben de Japanders, den zeer kwijnende, en ten eenemaal in het verval raakende Staat van de Vaart, en han¬ „del der E: Maatschappij op dit Keyzer Ryk voor oogen te stellen, neevens d' importante schaade die haar Ed: zeedert eenige Jaaren geleeden heeft, niet alleen door het Verliesen van Scheepen, maar ook door de zeer geringe, en byna niet meldenswaar„ „dige quantiteit der van hier vervoert werdende retouren, en wel voornamentlyk van staaf ko„ „per, en de Considerable Excessive hoge lasten die haar Ed: daar en tegen genoodzaakt is hier te dragen; gelyk ook het ramp spoedig onge„ „luk dat haar Ed nu dit jaar alweeder door het fataal geval van het schip Burgh maar al te deerlyk getroffen heeft, en de daar uyt voortgevloeyde aanmerkelyke grote Schade, zoo door het verlies op zulk eene pretieuse laa„ „ding, als de op dien bodem gevallene Exces„ „sive hooge ongelden; alle welke voormelde in convenienten haar Ed: eyndelijk ten eene„ „maal buyten staat, en in onmoogelykheid zoude stellen om de vaart, en handel lan„ „ger op dit Ryk gaande te kunnen houden by aldien op geen spoedig redres te hopen was Weshalven wij teffens Ootmoedigst versogten dat ze doch alle maar immers moogelyke hulp middelen en weegen geliefden te suppediteren om den handel weeder te doen opluijken, en wel voornament¬ „lyk in de vergunning van augmentatie van staafkoper, en dat zo eens geliefden te Conside„ „reren, het considerabel groot naadeel dat zy zelfs mede subject zoude zyn, in cas d' Edele Maatschappij in een staat kwam te geraaken, van de Negotie op dit Ryk niet langer te kun¬ „nen voortzetten: En teffens d'opregte wel„ „meenendheid die haar Hoog Edelheedens. zoo Omtrent Syn Keyzerlyke Majesteit als de verdere Hooge en-mindere Ministers van dit Ryk Steeds by aanhoudendheid komen te betuijgen, gelyk niet alleen door de Jaarlijkse Compleete voldoening der ge¬ „Eijscht werdende geschenken voor hoogst gemelde zijn Majesteit ! maar nu Jongst ook weeder gebleeken is uyt hoogst derzelver gunstige approbatie in de vertaaling der brieven van den bewresten Baron van Bengoro; en d'attente Communicatie wegens de Lot-gevallen en depart na Europa van denzelven en dies Compagnons; mitsgaders uyt de moeyten die welmelde haar Hoog Edelheedens! hebben gelieven aan te wenden ter bemagtiging van den Anno pass=o hulp herwaards 95 herwaards gezondene Japonnees, en het door hoogst deselve aan den Resident te Banjermassing gedepecheert bevel, ten einde alles aan te wenden, om den anderen zich aldaar mede nog ophoudende, en tot staaf ver„ „kogte onderdaan des Keyzers almeede magtig te werden en de promesse van niet in gebreeke te zullen blyven, om by bekoming van denzelven hem per eerste gelee„ „gentheid transport na herwaards te verleenen: Edoch alle deeze voorgestelde motiven en beweegreeden zyn van geen de minste vrugt nog gewenscht succes geweest, en niets heeft mogen baten Om hun tot de gerequireerde vergunning ter augmentatie van van koper te persuaderen, alzo ze ons steeds van Jaar tot Jaar, door 't voorwenden van een meenigte frivole pretexten en verre gezogte uytvlugten komen uyt te stellen voorgeevende de mynen van Jaar tot jaar minder komen uyt te leveren, en dat het dierhalven eene volslage onmoogelykheid is meer„ „der Kooper aan d' E: Comp: te kunnen leveren, als ook dat de Chineese Jaarlyks niet meer vervoerden als 13'000 Kistjas, maar dat het ons meerder toescheen, door dien de geld kamer som„ „wylen eerst lang na het vertrek der Jonken de facturen van dezelve opgaven, en daar uyt dit oogen„ „schynlyk verschil was ontstaande, zo dat wy dit Jaar al weeder het zo zeer gewenschte doetuit niet hebben konnen bereyken, maar ons al weeder hebben moeten Contenteren met de 9000 Kisjes of den in A=o 1768 bepaalden tax, van dewelke thans met deezen bodem overgaan 5300 nevens de 700 kisjes voor particuliere reekening off 6000 Kistjel te zamen, versoekende zeer needrig de laast gemelde 700 kistjek off picols van welke de 120 lb voor ƒ 60:— zyn ingekogt door uw Hoog Ed: groot Achtbaar „heedens! goedgunstiglyk op dezelve Voet geaen „cepteerd, en na dies uytleevering het provenie van dien aan d' onderteekenaars deezes uyt 's E: Comp:s Kassa voldaan mag werden. — Terwyl W't al verder onsen needrigen dank Contesteren voor de gepasseerde afgave in ge„ „schenk van den Pangazackyse Gouver„ „neur Kaga Jocami Samma, ann in 1771, van het in dat Jaar gezondene doch het Hoff niet behaagd hebbende paard, teffens needrigst versoekende om het aanstaande Jaar met nog een dier Ry-beesten /:indien doenlijk:/ te mogen werden voorzien, wyl na gedagten het zelve de: indien:

NL-HaNA_1.04.02_3364_0851 view scan ↗

English

97 Japan at the Trading Post if it was found to satisfy the Emperor's pleasure, it will be the last, since of the successive ones brought forward, two have already been accepted by the Emperor; the Imperial agent Gennemon also giving us to understand that if this demand were satisfied, the Emperor might perhaps behave after the example of his ancestors, who in Ao 1733 made a counter-present of 1000 chests of copper for the Persian stallions sent at that time. However, little reliance can be placed on the words of these members, as daily experience sufficiently demonstrates how far their words come to differ from their deeds. Wherewith, in conclusion of this, most respectfully imploring the much-desired approval of our conducted dealings and actions, and for our persons and interests the continued precious favor and protection, Nangagasacki the 3rd of 9ber 1772, as also, in case one or another error might have been committed, that such may be favorably excused and arranged for the best through Your High Noble Right Honorable Lordships' potent authority, while furthermore, High Noble Right Honorable Sir, Right Noble Stern Sirs! Your High Noblenesses' Most humble and obedient servants, A. Feith D. Armenaults praying to the Almighty to continuously inundate Your High Noble Right Honorable Lordships, together with Your highest family, while enjoying constant health, with His most precious blessings, and always to let all of Your High Noble Right Honorable Lordships' undertakings during Your highest illustrious supreme government triumph with fortunate and glorious successes, both for the general welfare of the Netherlands Indies and its inhabitants, and for the important trade and turnover of the Honorable Company; for the rest taking the humble freedom to call ourselves with deeply dutiful respect. Ao 1772 Malacca Secret 98 To His Nobleness, The High Noble Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General, Together with The Right Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble Stern Right Honorable Lord And Right Noble Lords. In order to inform Your High Noblenesses, in accordance with Your highest orders, as accurately as possible about what exists in the Strait of Malacca between Incoming Secret Letters and Papers from Malacca, from P=mo October until ult=o December 1772. the 100 From Malacca, the 5th of September 1772. From Malacca, the 6th of September 1772. the native princes, what designs the foreign Europeans have regarding this region, and what the fate of the English merchants Gowin Harop and Ferdinand is, we have the honor to inform Your High Noblenesses that it is said and affirmed with much appearance of truth that Daing Cambodia presently renounces entirely his design for a journey to Trengganu, and indeed for the reason that he fears a plot is being forged in his absence to trip him up and make themselves master of Riau, which he considers too sweet a morsel to hazard lightly or stake somewhat recklessly in this conjunction of time; whether that fear is founded or panic, we cannot tell Your High Noblenesses, but certainly that it seems to have its origin in the arrival there of a certain Bugis Prince named Toleba, who landed there about 2 months ago with 5 vessels and 4 to 500 men from Mempawah with the intention, as he claims, to marry Daing Cambodia's daughter, who was some time ago sought in marriage by his brother named Latjang, but was not given, if her father would give his consent thereto; but Daing Cambodia believes that he has something else up his sleeve and has regarded this merely as a false pretext and a feigned cause, and not only rejected his request, but also had him very closely observed during his presence there; indeed, as long as that prince lay in the river there, he even embarked himself with his family and the two grandsons of Raja Sulaiman on board one of his warships, and did not go ashore again until after the departure of the aforementioned vessels. And since that departure occurred very clandestinely and with much precipitation, and even so secretly and unexpectedly that up to now no one is said to know where that adventurer has gone, this arouses very differing opinions among the common people there, and in him a very great sorrow and anxiety, in which it is to be wished that he may yet long remain, because.

Dutch transcription

97 Iapan ten Comptoire indien voldoende aan 's Keyzers behagen werd bevonden, het laaste zal zyn aangezien van de sux cessive „ aangebragte reeds twee door den Keyzer geaccepteerd zyn geworden: gevende den Keyzer „lyken zaak bezorger Gennemon ons teffens te verstaan dat by aldien aan dien Eysch wierd voldaan moogelyk den Keyzer zich gedragen zoude na het voorbeeld syner voor vaderen, die in A=o 1733 voor de te dier tyd gezondene Persiaanse hengsten een Contra present deeden van 1000 Kistjes Koopen: Edoch op dezer leeden woorden is wynig staat te maaken, alzo de dagelyks Ondervindinge genoegsaam aanthoont hoe verre hunne gezegdens met hunne daaden ko¬ „men te differeren. Waar meede ten besluyte deezes de zeer ge„ „wenschte Goedkeure onser gehoudene behande„ „linge en Verrigtingen, En voor onse personen, en belangens d' aanhoudende dierbaare goed guns „tigheid en protextie Eerbiedigst imploreren Pungazacki den 3:' 9ber: 1772 als meede, by aldien het een of- ander abusive g'ommitteert mogte hebben; zulx door Uw Hoog Edele Groot Achtbaarheedens ! veel vermogende Pouvoir goedgunstiglik g'Excuseert, en ten besten geschikt mag werden terwyl al verder Hoog Edele Groot Achtbaare Heer Wel Edele Gestrenge Heeren! Uwer Hoog Edelheedens Ootmoedigste & gehoorfaams ladienaren A Setr dan Almoogende. bidden uw Hoog Ed: groot Achtbaarheedens nevens hoogst derzelver Famil„ „je steeds onder het genot eener beslendige gesont„ „heid te willen ooverstromen met syne dierbaars„ „te Zeegeningen, en alle Uw Hoog Ed groot Acht„ „baarheedens onderneemingen gedurende hoogst derzelve doorlugtig Opperbestier altoos te doen zeegenpraalen met gelukkige, en glorieuse successen zo tot algemeen Welvaren van Beeder „lands India, en dies ingezetene, als den Impor„ „tanten handel en ommeslag der E: Maatschap „py, overegens de needrige Vryheid neeme ons met diep schuldige Eerbied te noemen. — D: Armenauls den Ao 1772 Malacca Secreet 98 Aan zijn Edelheid. Den hoog Edelen Heere Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal Benevens. De wel Edele Heeren Rae„ den van Nederlands India Hoog Edelen Gestr: Groot Achtb: Heere En wel Edele Heeren. Omme uw hoog Edelens naar volgens hoogs der selver beveelen so ac„ Curaat als mogelijk is te berigten wat er in straat Malacca tusschen Aankomende Secreete Brieven en Papieren van Malacca, sedert P=mo october tot ult=o December 1772: de 100 Van Malacca Den 5:' September 1772. Van Malacca Den 6. September 172. de Jnlandsche vorsten Exteerd. wat ruees de vijemde europeesen omtrent desen oird hebben en wat het lot der Engelsche kooplie„ den Gowien harop en Ferdinand ligt is hebben wij de Eeruw hoog Edelens te bedeelen dat gesegt en met veel schijn van waarheid versekerd dat dain Cambodia tegenswoordig van syn dessein op en reise na Trangano geheel afsiet en dat wel om reden hij bevreest is dat er een toeleg gesmeed word om hem in sijn absentie de voet te ligten en sig meester te maken van riouw het welk hij oordeelt een al te lekkere beel te sijn om dat in deese Conjoncteure van tijd ligtwaardig te hazar„ deesen of eenigsints reukeloos in de waagschaal te stellen of nu die vrees gefundeert of pancg is kunnen wij uw hoog Ede „lens niet seggen maar wel dat deselve syn oorsprong schijnd te hebben uit de aankomst aldaar van seekere bouginee„ „se Prins genaamt Toleba, dewelke nu Circa 2. Maanden geleeden met 5. vaartuigen en 4. a 500 Man van Manpau„ „wa aldaar is aangeland met oogmerk so als die voor geeft om met Dain Cambodia Dogter dewelke voor eenige tyd door sijn broeder genaamt Latjang, ten huwelijk versogt, dog niet gegeeven is te trouwen in dien haar onder syn toestemming daar toe geeven wil maar Dain Cambodia meend dat hij wat anders in syn schuld voert en heeft dit maar als een loos pretest en een gewaarde oorsaak aangesien en hem versoek niet alleen afgeslaagen maar ook geduurende sijn aan sijn aldaar seer nauwkeurig doen observeeren ja selfs heeft hij lang dat prin„ „je in de rivier aldaar gelegen heeft sig met syn Familie en de twee klijnsoons van Radja Saleman meede aan boord van een van syn oorlogs vaartuigen geem bascqueert en is niet eerder dan na het vertrek van de voorsz vaartuigen wederom aan land gegaan: En vermits dat vertrek zeer Clandestin en met veel precepitante is geschied en zelvs wel so geheim en onverwagt dat hij nog niemand, tot nog toe gesegt word te weeten, waar die avonturieur na toe is so verwekt dat aldaar onder de gemeente seer verschillen„ „de gevoelens en in hem een seer groote kommer en onge„ rustheid waar in het te wensken is dat hy nog lang mag blyven door want.

NL-HaNA_1.04.02_3364_0857 view scan ↗

English

102 From Malacca the 5th September 1772. From Malacca the 5th September 1772. for then he will have to remain in his own west and can no longer disturb another. On the other hand, the petty king of Siac, Radja Mahomet Alie, was for some time made very anxious and uneasy by news which afterwards nevertheless turned out to have been, if not entirely fabricated, at least a false alarm, and of which he not only gave us notice by an express messenger, but also urgently requested assistance in men and gunpowder, and which in substance entailed that he was informed by some of his people who had come from Riouw that the well-known supporter of Dain Cambodia and the Malays, the very formidable Radja Hadje, seemed to have an intention to come to Siac, and furthermore that for that purpose he had already approached as far as the Straits of Drioens with two ships and 40 vessels. And although we could not give full credence to that rumor, we nevertheless thought that from the continuous rumors and daily reports it had to be somewhat inferred that that agitator had no good in mind, but that he was truly pregnant with one or another dangerous design, and possibly with his armed force wanted either to go to Siac or go freebooting against the Javanese and other vessels, and that prudence therefore required providing against this in time and with vigor. And we therefore resolved to send with the greatest haste three well-armed vessels to the Straits of Drioens to prevent the one as well as the other if possible, and furthermore to assist Radja Alie in his perplexity with half of the requested gunpowder, which then also had the effect that all the native vessels that had been seen near the Straits of Drioens and were still roaming thereabouts immediately disappeared at the sight of our cruisers. In Queda affairs are in a very confused state and the country continues to remain uncultivated, so that that kingdom, which formerly could be said to be a pantry of Malacca, is now 104 From Malacca the 5th September 1772. From Malacca the 5th September 1772. so destitute that its inhabitants are now forced to go seek their food elsewhere, as Your High Nobilities may, if desired, further observe in the enclosed letter from the king recently brought here. The English, however, seem to imagine that some profits will still be to be made there, for the private merchants Gowin, Sarop, and Ferdinan Light, by order of their Company in Europe, must lodge there, while the first-named is currently busy establishing himself there and also at Atchien, ships and vessels being sent thither from time to time for that purpose with men, rope, materials, and merchandise. And at present in Queda they are busily engaged in repairing the king's old and dilapidated stone fort that stands at the mouth of the river, but at Atchien they have only thrown up some batteries and made a wooden lodge that is surrounded with a moat. All the English China traders that passed by here this year also had to call at Atchien and Queda to fetch pepper and tin, but not one of them could obtain a single grain of pepper and only very little tin, at least so they say, and the commanders of those ships are therefore unanimously of the opinion that the expenses which the Company currently incurs there, and which it will have to continue to incur, will surmount the profits. Moreover, the taking of post there is very much against the pleasure of the natives, and no wonder, for the English treat them so violently that already more than one Briton and Sepoy has been killed for his brutality, and from which already more than once very violent and far-reaching discords and disputes have arisen among one another, which it is feared may in time well burst out into bloody ones. The merchandise which they have brought thither consists mainly of opium, wool, and linens, and for the tin, when they pay for it in cash,

Dutch transcription

102 Van Malacca Den eptember 1772. Van Malacca Den 5:' September 172. want dan sal hij in sijn eijge west moeten blijven en een ander niet meer kunnen ontrusten. Daar en tegen wierd het koningje van Siac Radja Ma„ „homet alie voor eenige tyd seer bekommert en ongerust ge maakt door een tijding die van agteren nogtans geblee„ ken is zoo niet geheel verdigt ten minste maar een loos allarm te sijn geweest en waar van hij ons niet alleen per een Expresse kennis gaf maar waar bij hij ook met veel nadruk versogt, om assistentie van volk en buskruit, en dewelke in substantie behelsde, dat hij van eenigen van sijn volk, dat van riouw gekomen was g'informeerd wierd dat den bekende aanhanger van Dain Cambodia en„ „de maleijers seer geredouteerde Radja hadje een voornee„ „men scheen te hebben, om te siac te komen mitsg:s dat hij ten dien eijnde bereedts met twee scheepen en 40 vaartuij„ gen tot aan straat Drivens was genadert en of schoon wij nu wel aan dat gerugt geen volkomen gelooft konden slaan zo meenden wij nogtans dat uit de Continuele gerugten en Tot queda staan de zaaken zeer verwaard en het land blijft bij Continuatie nog ongecultiveerd sr dat rijk, dat eertijds kon„ „de gesegt worden een spijskamer van malacca te zyn thans dagelijksche advertentien eenigsints afgenomen moest wor„ den dat die woel geest niet veel goeds in 't zin had maar dat hij waarlyk met het een of ander gevaarlijk dessein beswan „gerd ging en mogelyk met sijn armature of na Siac wil„ „de gaan of op de Javanse en andere vaartuigen gaan vrij buijten en dat mitsdien de voortigtigheid vereijschte, daar tee„ gen bij tijas en met vigeur te voorsien en der halve resolveer de wij ten spoedigste drie wel g'armeerde vaartuijgen na straat, Drivens te zenden om des doenlijk het een se wel als 't andere te be„ „letten mitsg:s raadja Alie in sijn perplefiteert te adsisteeren met de helft van het versogt buskruit het welk dan ook van dat effect is geweest dat alle de Jnlandsche vaartuigen die bij straat drioen gesien sijn en daar omstreeks nog zworven op het gezig van onse kruissens dadelijk sijn verdweenen. dagelijksche so 104 Van Malacca Den 5:' September 172. Van Malacca Den 5:' September 172. so behoeftig is dat de ingesetenen van dien genoodsaakt sijn hun voedsel nu elders anders te gaan soeken so als uw hoog Edelens dat in de nevens gevoegde brief van den koning onlangs alhier aangebragt /:des begeerende nader kun„ „nen beschouwen. De Engelssen schijnen sig egter te miagnieeren dat daar nog Eenige winsten te behaalen sullen sijn, want de particuleere kooplieden Gowin Sarop en Ferdinan ligt hebben op ordre van hare Comp: in Europa daar van dan moeten de logeeren, ter wijl de Eerst gem: actueel besig is sig aldaar en ook te atchien te etablisseeren wordende ten dien eijnde van tijd tot tijd scheepen en vaartuigen na derwaarts ge„ sonden met volk touw Materialen en koopmanskappen en sij sijn tegenswoordig te queda sterk besig met het reparee„ ten van het oud een vervalle steene fort van den koning, dat aan de Mond van de Rivier staat dog te atchien hebben sij maar eenige batterijen op geworpen en een houte Lo„ „gie gemaakt tat g'environeert is met een Graft. Alle de in dit jaar alhier gepasseerde engelsche Chinas vaarders hebben ook op atchien en queda moeten aangieren om peper en thin te halen maar geen van hun allen hebben een korl pepper en maar zeer wynig thin kunnen keijgen ten minste so sij seggen en die hoofden van die scheepen syn derhalve eenparig van gevoelen, dat onkosten, dewelke de Comp:e aldaar thans maakt en die zij bij Continuatie sal moeten blijven maken de voorde„ „len sullen sutmonteeren daar en boven is de postvatting al„ „daar seer tegen het genoegen van den Inlander er geen wonder want de engelschen handelen haar zo vrolent dat er al meer als een brit en Cipaij om sijn brutaliteijt om het leven is gebragt en waar uit dan ook bereets al meer dan eens seer hevige en verre gaande on eenigheeden en disputen onder elkander syn gereesen dewelke men vreest, dat met er tyd wel in bloe„ „dige sullen uitbarsten De koopmanschappen, dewelke sij aldaar aange„ „bragt bestaan voor namentlyk in amphioen, wol en lywaa„ ten en voor de thin wanneer sij die in Contanten betaa„ Alle len

NL-HaNA_1.04.02_3364_0859 view scan ↗

English

106 From Malacca, 5 September 1772. From Malacca, 5 September 1772. and that nevertheless they are seldom paid, since they give them mostly textiles and opium for it and force them upon them at an excessive price, paying 4 to 35 Spanish dollars the bahar, while the king as well as his subjects must deliver that mineral to them for it, as well as pay 4 or percent for the import and export of goods. And since all this is done by force, on their own authority, and without any prior mutual convention, it is easy to understand that feelings against them are becoming more and more embittered and consequently also very apparent that their stay there will not be of long duration. Behold, Right Honorable Sirs, Your Right Honors' orders with respect to those three matters have been complied with as accurately as was possible for us and as we could ascertain or in any way learn here. We shall therefore now proceed to render a proper report on the outcome of the remaining matters which Your Right Honors have further been pleased to mandate to us. That is, first, to sell the Perak tin to the strangers passing here at an advance of 5 to 6 percent after deduction of all the charges mentioned in our letter of 15 February of this year. Second, to send Your Right Honors 100 bahars of Ujong Salang tin annually and to have it cast into the format of ordinary blocks such as are customary to transport to Europe. Third, to persuade the King of Perak to deliver his tin henceforth in such a form as shall be found to match the Ujong Salang and Bangka tin. And fourth, not to purchase gold higher than at 18 rixdollars the real of 24 carats fine or 16 1/2 rixdollars of 21 1/2 carats, as it occurs and is to be obtained here and in the surroundings. Regarding the first, we have the honor to communicate to Your Right Honors that we have been able to sell to some foreign navigators no more than 101,835 lb of tin, namely 67,923 lb of Perak and 33,912 lb of Rumbau, and that after deduction of all 108 From Malacca, 5 September 1773. From Malacca, 5 September 1772. all the expenses that could in any way be charged to it, a profit of well over 11 1/2 percent was made. Yet we would have been able to dispose of considerably more with that profit if the Macao traders had not fared so unfortunately this year, for two of their largest ships had to return dismasted to Goa due to a heavy storm which raged on the Malabar Coast in the month of May, and for that reason the others also had to depart from there very hastily, leaving behind many goods and cash. And if we had been able to agree with the English and French regarding the price or value of the Arcot or Sicca rupees, we would also have been able to sell a good quantity to those two nations. We are therefore of the opinion that it is not entirely hopeless that the trade will revive and increase in the coming year, if Your Right Honors will please honor and confirm our transactions with your most esteemed approval. For the fact that we mixed the Perak tin with 1/3 Rumbau was done, first, because we have no Ujong Salang or Bangka on hand, and second, because we could scarcely sell the Perak alone and by itself for more than 1 percent profit, and also because the delivery thereof is currently so opulent that we still have enough in stock for three years, even if 50,000 instead of 40,000 lb must be sent annually to the headquarters. Regarding the second, we cannot, to our regret, comply with it, since since the establishment of the English at Kedah no more than 1,960 lb of that sort of tin has been brought here, and it was also nothing more than accidental and caused solely by the disturbances at Kedah at that time that over 46,000 lb were brought here in the past year, for then were

Dutch transcription

106 Van Malacca Den 5:' September 172. Van Malacca Den 5:' September 1772. „en dat negtens zelden geluit alse zi de sewanter van dien meest Lijwaaten en amphioen daar voor geeven en tegen Een Es Ceffive preijs op„ dringen, betaalen zij 4 â 35. spaans de Bhaar to wijl den koning soo wel als zijne onderdaanen die Bergstof daar voor aan hun Leveren moet mitsg: voor de mn - en utvoer der goederen 4. of : prC=to tot betaalen en dewijl det alles geweldadig, op ijge anthoriteijt en sonder eenige voor afgaande mutueele Conventie geschied is het ligt te begrijpen dat de gemoederen tegens hun meer en meer verbiteerd raaken en gevolgelyk ook sier apparant, dat hun verblijf aldaar van geen lange duer sal sijn. zie daar hoog Edele heeren aan uw hoog Edelens beveelen ten opsigte van die drie saeken so nauwkeurig voldaan als ons doenlyk is geweest en wij alhier hebben kunnen verneemen of eenigsints te weeten krijgen wij sullen der halven als nu overgaan tot het doen van een be„ hoorlyk verslag van den uitslag der overige saaken den welke uw hoog Edelens, ons alverder hebben gelieven te mandeeren dat is voor eest om het peras Thin met 5: a 6: p„r C:t ad vans na de falcatie van alle de bij onse brief van den 15: feb: deese Jaars aangehaalde beswaar Pisten aan de alhier passerende vremnde„ lingen te verkoopen. Ten tiwed om uw hoog Edelens parlijk 100 b: te rjng salangs te te zenden en te laten geten tot het Cormaat van zeode„ nrige blokken als men gewoon is na Europa te vervoeren Ten derde om den koning van pera te disponeeren om sijn thin oontaan vam zodanig en uij teleeren als verkaintig boomden sal worden met het oedjong salangs bancas Thin En ten vierde om het goud niet hooge in te koopen, als tegens 18: rd:s de reaal van 24. Carrat. fijn of rd„o 16½ van 21. /½. barraat so als het alhier en omstreeks valt en te bekomen is wat het eerste aangaat hebben wij d Eer uw hoog Edelens te Communiceeren dat wij aan eenige vreemde Naviganten niet maa hebben kunnen verhoopen als 10825. lb: thin namentlijk 67923 lb peras en 33912. lb rombouws mitsg„s dat na aftrek van uw alle 108 Van Malacca Den 5:' Septembr 173. — Van Malacca Den 5:' September 172 alle de mngelden die daar op maar denigsints hebben kun„ nen geteekend worden is gewonnen 11/½. p„r Cto ruijm Dog wij souden met die winst vrij meerder van de hand hebben kunnen setten indien de macaos vaarders dit Jaar zo ongelukkig niet gevaaren hadden want twee van hunne grotste scheepen hebben door een swaare stoom de„ welke inae maand meij op de mallabaarsche Cust gewoed heeft masteloos nagoa te rug moeten keeren ende anderen syn om die oorsaak ook seer schielijk en met agterlating van veele goederen en Contanten van daar moeten ver„ trekken en als wij met de Engelschen en fran„ schen omtrent de prijs of waarde van de arcatse of Sic„ case copijen hadden kunnen over een komen sesouden wij aan die twee natie ook nog alnog een goede quanti„ teit hebben kunnen afsetten en derhalve sijn wij van op inie dat het niet geheel hoppeloos is dat den vertier aanstaande Jaar sal wakkeren en toeneemen indien uw hoog Edelens onse behandelingen met hoogst der zelver goedkeuring gelieven te vereeren en te bekragtigen. want dat wij het peras thin met 1/3 rombouws heb„ „ben gemengt is geschiet voor Eerst om dat wij geen oe„ djong Salangs of bancas aan handen hebben En ten an„ deren om dat wij het Peras alleen en op sig selve voor niet meer als met 1: p„r C=to winst schaars konden verkoopen en ook om dat den aanbreng daar van tegenswoordig so opulent is dat wij nog wel voor drie jaaren in voorraad hebben al moet er Jaarlijks 50. in plaats van 40000. lb na de hoofd plaats gesonden wor„ den. betreffende het tweede daar aan kunnen wij tot ons leedweesen niet voldoen alsoo sedert de postvatting van de Engelschen tot queda van dat zoort van thin alhier niet meer is aangebragt als 1960. lb en het is ook niet meer dan toevallig geweest en alleen door de doenmalige onlusten tot queda ver„ oorsaakt dat in den gepasseerden Jaare over de 46000 lb. alhier sijn aangebragt want toen goedkeuring wierden

NL-HaNA_1.04.02_3364_0861 view scan ↗

English

110 From Malacca the 5th of September 1772. From Malacca the 5th of September 1772. the Malacca inhabitants were forced there to accept that tin in payment for their goods, as we had the honor to report to Your Right Nobilities in our previous letter of the 15th of February; but now that this ceases, and that the English continually sail to and fro at that place in order to buy up that mineral or to barter it for merchandise, so also ceases the opportunity to purchase more of that sort of tin here. Regarding the third, it pains us that we are obliged to inform Your Right Nobilities concerning that matter as well that the King of Perak will not lend an ear to a reduction of price, but remains obstinate and inflexible upon the old price stipulated in the contract, as Your Right Nobilities will find described very amply and circumstantially in the attached report and journal of the merchant and fiscal Anthony Abraham Werndlij, whom we employed for that commission as a linguist accustomed to dealing with the native, as well as in the letter from the King; and to which, in order to avoid all prolixity, we take the liberty to refer with very great respect. And now finally concerning the fourth, namely to buy in the gold at the price of 18 rixdollars the real of 24 carats fine, or, if such cannot be done, to send no more, we have, since the former is a completely impossible matter for us, in conformity with Your Right Nobilities' respected order, provisionally refrained from all further purchase of that metal until a more favorable moment arises, which we wish may happen soon. Having considered it our bounden duty to inform Your Right Nobilities on this occasion, we shall herewith conclude, and remain with deep respect, Right Noble, Honorable, Highly Esteemed as Respected From Malacca the 5th of September 1772. Respected Lords and Honorable Lords, Your Right Nobilities' humble and obedient servants, was signed, Thomas Schippers and G. Kretshmar. In margin: Malacca, in the Castle, the 5th of September 1772. J. V. Stummer Examined Secret Java's East Coast Anno 1772 113 To His Right Nobility The Right Noble, Honorable, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General Together with The Honorable Lords, Councillors of the Netherlands Indies Right Noble, Honorable, Highly Esteemed Lords and Honorable Lords Pursuant to Your Right Nobilities' esteemed authorization by general letter of the 5th of this month, tomorrow by the overland Incoming Secret Letters and Enclosures received from Java's East Coast, from 1 October to the last of December 1772: route 115 From Java's East Coast the 24th of September 1772. From Java's East Coast the 24th of September Anno 1772. route intending to depart for the East Hook, I consider myself obliged to provide information regarding this, and also that the Pangerang Aria Mangkoenagoro, directly upon my requisition, has handed over to the Sultan, as also took place, through the Chief Straalendorff, the daughter of Raden Ronggo Prowiroditedjo who had sought refuge with him, mentioned in my respectful separate letter of the 28th of August; as well as that the Raden Tumenggung Jayanegrat has willingly returned to Madura, and his nephew the Pangerang has promised me not only to keep close watch over him, but also further to treat him in such a manner that he can have no reason for estrangement; Raden Tumenggung Rananegrat, brother of the late Panembahan, having recently passed away there, namely the one who was recalled from Ceylon a few years ago, and thus everything is situated in a perfect state, both in that quarter and at the princely courts. However, in the Blambangan region disturbances continue, the latest reports indicating that the new auxiliary troops were arriving there from time to time, and that our advance parties were operating with good success to ruin all places and rice fields around Bayu, as well as to prevent the crossing to and from Bali; that the supply vessels, due to sustained damage and loss of anchors etc., all lagged behind, and thus fear arose of scarcity and desertion of the natives, which I hope, however, will have been removed by the arrival of those vessels themselves or the recommended measures to send as much rice as possible by sea in small vessels and over land in small parties; while the rebels, far from submitting, boldly seemed to await our forces. Captain Lieutenant Heinrich, who had sufficiently recovered from his wound, flatly affirmed this with a desired outcome of matters; but as it appears to me again from afar that things with the rebels have not yet reached the utmost extremes as has been claimed, I long all the more for the military Captain Rasch and the European soldiers under him, commanded hither by Your Right Nobilities, whom I have ordered to be disembarked at the latitude of Tegal from the ship Leierdorp upon arrival, and to be transported hither in small vessels. The pursuant to my aforesaid separate letter of the 28th of August through places,

Dutch transcription

110 Van Malacca Den 5:' September 173. Van Malacca Den 5:' September 172. wierden de malakse ingesetenen daar ter plaatse ge„ noodsaakt die thin in betaling van hun goederen te al„ Cepteeren soo als wy dat d' Eer hebben gehad uwr hoog Edelens bij ons voorig schrijven van den 15:' februarij te melden maar nu dit Cesseert en dat de Engelschen daar ter plaatse Continueel af aanvaaren om dat mineraal op te koopen of tegens koopmanschappen te trocqueeren so Cesseert ook d' occassie om dat soort van tin meerder alhier te kunnen inkopen. Belangende het derde so smert het ons dat wy genoodsaakt sijn uw hoog Edelens daar omtrent al meede te moeten melden dat den koning van pira naar een vermeendering van prijs guen oor wil lee„ nen maar op de oude en bij het Contract gesti„ puleerde prijs opiniater en in flexibel blijft staan so als uw hoog Edelens dat in het nevens gevoegde rap„ port en dagregister van den koopman en fiscaal An„ thony Abraham werndlij dewelke wij tot die Commissie als Taalkundigen met den Jnlander gewoon om te gaan hebben g'emploijeerd gehad mitsg„s in de brief van de koning zeer ampel en Circumstanficeel sullen beschreeven vinden en waar toe wij om alle Longueur te vermijden, de liber„ tuit neemen ons met seer veel Eerbied te gedragen En wat nu Eijndelijk het vierde aangaat namentlyk om het goud tegens de prijs van 18: rd de reaal van 24 Ca„ raat syn in te koopen dan wel soo sulks niet kan geschie den niets meer te senden so hebben wij vermits het eerste voor ons een gantsch ondoenelijke saak is Con form aan uw hoog Edelens gerespecteerd beveld van alle verdere inkoop van dat metaal bij provisie en tot daar toe een gunstiger tijd stip gebooren word het geen wij wen schen dat spoedig gebeuren magt afgesien Dit van onse schuldige pligt gehagt hebbende uw hoog Edelens bij deese geleegentheijd te moeten bedeelen sullen wij hier meede Eijndigen en met een diep respect blijven /:onderstond:/ Hoog Edelen Gestr: Groot als agtb Van Malacca den 5:' September 172. Agtb: heere en wel Edele heeren /:lager:/ uw hoog Edelens onderdanige en gehoorsame dienaaren /:was geteekend/ Thom:s Schippert, en G: kretshmar /:in mar„ gine:/ Malacca In 't Casteel den 5: September 1772. J V Stumer Nagesien Secreet Javas oost Cust Ao 1772 ƒ 113 Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen gestrengen Groot Achtb. vereere Fetrus Albertus van der Favia Gouverneur Generaal Neevens De wel Edele Heeren Raa, den van Nederlands India Hoog Edele gerdrengen, woot Adtbaren Heere En Wel Edele Heeren In gevolge uwer Hoog Edelheeden g'eerde qualificatie bij ge„ „meene Letteren van den 5:' deeser mij op morgen over den Land„ Van komende Secreete Brieven en Bijlagen ontvangen van Iavas- oostcust, zedert Pmo october tot ult=o December 1772: „weg 115 Van Iavas oost cust Den 24„' September 172 — Van Iavas oost Cust Den 2„ Septmbr A„o 1732. „weg naar den oosthoek staande te begeeven achte ik mij verpligt daar van nog bij deesen bedeeling te doen, en soo meede de Pan„ „gerang Aria ManCoenogara direct op mijn requisit de bij heen schuilplaats gesogt hebbende dochter van radeen Rongo Prowiero ditodja vermeld bij mijn Eerbiedige aparte van den 28 augustus ten overgave aan den sulthan gelyk ook geschied is aan het opperhoofd straalen derf uitgelwerd, heeft mitsgaders dat den raden Tommon„ ging Jaja Diningsat gewillig naar Madura te rug gekeerd is, en zijn Neef den Pangerang mij beloofd heeft niet allien goede agt op hem te slaan maar hem ook wijders soo te zullen behandelen dat hij geen reeden tot verwijdering hebben kan zynde onlangs daar overleeden Radeen Tommongong Rana Diningrat broeder van wyjlen den panimbahan, en wel den geene die voor weinig Jae„ „ren van Ceilon wierd gerappelleerd en dus verseerd alles soo wel aan die zijde als aan de vorstelyke hoven in eene volmaakte toestand. „Haar in het Balemboangsche Continueeren onlusten nog die„ teerende de Jongste berigten dat de nieuwe hulptrousen van tyd tot tyt daar aanquaamen ende onse voortvoeken met goed succes alle plaatsen en rijst velden omtrend Bajoe te reuneeren mitsgaders den overvaart van en naar balij te beletten dat de provisie vaartuigen door bekomen schade en verlies van ankers etc: alle agter bleeven en er dus vreese voor schaarsleid en verloop der Jnlanders kwam die ik echter hope dat weggenomen sal sijn door het arrivement dier„ vaartuigen selfs of de aanbevoelen middelen om met kleine vaar tuigen over zee in met kleene partijen over tand soo vee rist moge„ „lijk af te senden; terwijl de rebellen wel verre van sich te onder„ werpen de onse stoutmoedig Heenen te willen afwagten better Clat„ teerden den Capitain Luitenant Huinrich /:die genoegsaam van sijn, wonde was her steld siceht met een gewenscht succis van saaken doch de wijl het mij van verre alweder toe schynt dat het met rebellin nog niet tot de uitterstens gekomen is als men heeft gedebiteerd ver„ lange ik te meer na den door uwe hoog Edelheeden herwaarts gecom„ mandeerden Capitain Militair rasch ende onder hem sijnde ' europeesche militairen die ik gelast hebbe op de hoogte van Tagel van het schip Leijerdorp by aankomst te ligten en met kleine vaartuigen herewaarts te transporteeren De ingevolge myn meergem. aparte van den 28: aug:s door plaatsen,

NL-HaNA_1.04.02_3364_0867 view scan ↗

English

From Java's Northeast Coast, 24 September 1772. From Java's Northeast Coast, 20 October 1772. The emperor having surrendered five persons named in the enclosed roll, crossing over with the ship Schagen at the disposal of Your High Excellencies, I have the honor to give notice thereof and to subscribe myself with sentiments of true respect, high esteem, and profound regard. Below was written: High Noble, Rigorous, Most Honorable Sir, and Noble Sirs. Lower was written: Your High Excellencies' most humble and most obedient servant. Was signed: J. R. van der Burg. In the margin: Samarang, 24 September, Anno 1772. High Noble, Rigorous, Most Honorable Lord and Noble Sirs After duty-bound reporting to Your High Excellencies in my recent separate letter of 24 September, having departed from Samarang the following morning, I arrived safely at Sidaija on 4 October, on Madura on the 6th, and at Sourabaija on the 10th. Together with The Noble Sirs, Councillors of the Dutch Indies. To His High Nobility, The High Noble, Rigorous, Most Honorable Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General. By From Java's Northeast Coast, 20 October 1772. From Java's Northeast Coast, 20 October 1772. Upon my arrival at Sidaija and meeting with the Senior Merchant and Authority Pieter Luzac, conversing with him about the state of affairs in Balambangan, I perceived that they had made no progress at all with the main objective there, but instead kept busy, according to reports, with destroying through small detachments the rebels' storehouses, which, had earlier reports contained the truth, should no longer have been found. Nor did anyone seem to consider taking advantage of the still favorable weather and the usable roads for the transport of provisions, artillery, and further necessities, or of the forces assembled at that initial phase, consisting of: 73 Europeans, 89 Malays, and 4050 Indigenous warriors, excluding the batoors or baggage carriers, before the rainy season arrived and the indigenous troops, becoming sick and discouraged, dispersed again before they had occupied the hiding nest Bajoe and sought to achieve the primary goal, the restoration of peace and quiet. And since it also seemed to me that the resident of Veloepampang, Hendrik Schophof, meddled too much in the conduct of the expedition itself and more or less obstructed the siege of Bajoe, I instructed the Authority Luzac to set limits on him in this matter without delay and also to demand immediately from Captain-Lieutenant Heinrich, alongside the officers in the field with him, the reasons for the delay, as well as to admonish them to fulfill their duties and obligations as honorable members, and not to waste a single moment without legitimate reasons, but to carry out the work. All this having been prescribed and enjoined that same day, as appears from Appendix Letter A, it had the desired consequence that the siege, which had in the meantime commenced, was pushed forward with renewed zeal, and I am now able to congratulate Your High Excellencies on the capture of Bajoe on the 11th of this month, according to the letters obediently presented in copy to Your High Excellencies under Letter B from Captain-Lieutenant Heinrich and Resident Schophof of that same day, and as by their later correspondence of the 12th and 13th respectively, it From Java's Northeast Coast, 20 October 1772. From Java's Northeast Coast, 20 October 1772. as clearly appears what occurred before and shortly after the capture of Bajoe, and that there was recovered and taken as booty for the Company: 1 brass cannon of 1 lb, 3 ditto hand mortars, 1 small brass, and 1 ditto iron swivel gun, and likewise that only 4 rebels are said to have been killed, while all the chiefs and the rest managed to escape. I take the liberty likewise to present copies thereof under Letter B to Your High Excellencies and refer to them. Captain-Lieutenant Heinrich, asking among other things in his aforementioned recent letter of the 12th of this month for special orders concerning Bajoe, I had him answered—considering that the Company already has more than enough fortifications at Veloepampang and at Cotta in Balambangan, that many strongholds require large garrisons, and that the rebels, so long as they are not reduced to obedience or utterly subdued, will undoubtedly seek to recapture it—that when everything near and around Bajoe which the enemy could use to re-establish themselves had been destroyed, to demolish that stronghold to the ground so that they cannot settle there again. And to recommend that, as long as the chiefs are not captured, whether by offering a modest reward or otherwise, and the rebels stay in the mountains, to ensure through continuous patrols that they do not entrench themselves again here or there. Furthermore, not to act too hastily with the proposed sending home of some native warriors, and if they can be spared with complete security, then to let the Sourabaians and other Javanese return first unnoticed, and to retain the Madurese, Sumenepers, and Pamekassans the longest. Meanwhile, regarding the request from Heinrich to come up to Sourabaija for the healing of an injury sustained in the previous attack on Bajoe, which has worsened from time to time,

Dutch transcription

41 Van Iavas Oostkust Den 24. September 1772. — Van Iavas Oostkust den 20:' october 1772. den keijser overgegeven vijf persoonen by inleggende naam rolle gemelde met het schip schagen over varende ter dispositie uwer hoog Edelheeden heb ik de Eere daar van kennisse te geeven en my met gevoelens van waare Eerbied hoog agting en diep ontslag te onderschryven /:onderstond/ Hoog Edelen gestr: groot agtb: heere, en wel Edele heeren /:lager:/ uwer Hoog Edel„ „heeden onderdanigste en zeer gehoorsaamste Dienaar /was ge„ teekend / I: R: van der Burgs /:in margine / Samarang den 24:' September Ao 1772. Hoog Edele Gestr: Groot Achtb Meer en Wel Edele Heeren Na het uwe Hoog Edelheeden prigt schuldigt geadvi„ „seerde bij mijne Jongste aparte letteren van den 24. September des anderen daags morgens van Samarang vertrokken sijnde ben ik den 4:' october te sidaijae den 6:' op madura en den 10:' te sourabaija wel aangekomen. Nevens De wel Edele Heeren Rae„ den van Nederlands Indie Aan zijn Hoog Edelheijd Den hoog Edelen Gestr: Groot Achtb: Heer Petrus Albertus van den Paorra Gouverneur Generaal Bij 149 Van Iavas Oostkust Den 20. October 172. — Van Iavas Oostkust Den 20:' ctober 172. Bij mijn komst te sidaijde en ontmoeting van den opperkoopman en gesaghebber M„r Pieter Suzac den selven over den toestand der saeken in het balemboangse onderhoudende ontwaarden ik dat men daar met de hoofd zaak zelfs nog niets gevordert was maar zich besig hield met door kleine Commandos volgens de rapporten te verhielen der rebellen voor„ „raad schuuren die er hadden vroegere berigten de waarheid beheelst niet meer moesten te vinden zijn geweest en soo min scheen te denken om van het nog goede weer en de bruikbaare wegen tot transport van vivres arthillerij en wesmeer als van de bij een gebragte mogt toen primo plan bestaan hebbende in 73. Eusopeesche 89. maledsche, en 4050. Jnlandsche krijgers buiten de battoors of draagvolkeren gebruik te maaken voor dat de vegen tyd daor kwaam en den inlander siek en mismoedig wordende weder verliep al eer met het schuilnest Bajoe beset en getragt hadt het voorname oogmerk de herstelling van rust en vrede te berijken en dewijl het mij ook toescheen dat den veloupampangs resident hendrik schophof sich verre met het werk der Expeditie self in liet en het beleg van baijoe min of meer teegen hield droeg ik den gesaghebber Luzac op hem daar in sonder dilaay te bepaa„ „len en ook ten eersten van den Capitain Luitenant hendrich nevens bij hem in het veld sijnde officieren aftevraagen de rede„ „nen der tardance mitsg„s hun teffens aan te maanen om als leeden van eer hun led en pligt te betragten, en buiten wet„ „tige redenen geen ogenblik te versuijmen maar het werk door te sellen dit een en ander dien selven dag /: blijkens de bijlage L„a A:o voor en aangeskcreeven synde heeft het gewenschte gevolg gehad dat het in tusschen echter begonnen beleg met nieu„ „wen iever doorgesegt is en ik tans vermag uwe hoog Edelheden te vergelukken met de verovering van bajoe op den 11:' deeser volgens de in Copia uwer hoog Edelheden onder L:ta 10 gehoor„ saamst aangeboden wordende brieven van den Capitain Lui„ „tenant Heinrich enden resident schophof van dien selven dag en als bij hun later schrijven van den 12:' en 1:' respective het soo 121 Van Iavas Oostcust Den 20:' october 173. Van Iavas Oost cust Den 20: october 172. soo wel blijkt wat voor en kort na de overmeestering van bajoe voorgevallen als dat daar in heroverd en voor de Comp:e tot buit gemaakt is 1. metaal Canon van 1: lb 3 _o handmoertiers 1: kleine metaale, en 1. _o ijzere draaijbaas soo meede dat er maar soude gesneuveld sijn 4. rebellen terwijl alle de hoofden met de rest sich alle hadde weeten zoek te maaken gebruik ik de vrij„ „heid Copia daar van almeede onder L:a B: uwe hoog Edelhee„ „den te offereeren en er mij aan te gedraagen Den Capitain Luitenant heinrich onder meer bij zyn opgemeld Jongste schrijven van den 12. deeser specaale ordre omtrent bajoe vragende heb ik uit Consideratie dat de Comp:e aan de sterk„ „tens te veloepampang en te Cotta in het balemboangsche al reeds ruijm genoeg heeft dat veele sterktens veel volk ter besetting nodig hebben en dat de rebellen soo lange sij niet tot gehoorsaamheid of smaal te onder gebragt siyn ongetwijfe „feld tragten sullen sich daar van weeder meester te maaken hem doen antwoorden om als alles bij en omtrent Bajoe soude vermoest sijn waar van den vyand ter hernesteling sich soude kunnen bediening die sterkte tot de grond toe soo te demolieeren dat sij er sich niet weder kunnen nedersetten en recommandeeren om soo lang men de hoofden 't zij door het uitloven van een matige premie of andersints niet meester is ende Rebellen haar in de gebergtens ophouden door geduurige patrouilles te doen wae„ ken dat sij sich niet weder hier of daar verschansen mitsg:s om met de gepropeneerde te huswaards sending van Eenige Inlandsche krijgers ook niet te voorbarig te werk te gaan en soo met wele gerustheid te missen sijn dan ongemerkt de soutabaijers en andere Javaanen het eerst te rug te laaten keeren ende ma„ dureesen sumanappeas en pamacassangers het langste aan te houden terwijl op het versoek van hem heinrich om ter geneesing van een in de vorige attacque op bajoe bekomen en van tyd tot tijd verergerende quetzure na sourabaija op te tot komen

NL-HaNA_1.04.02_3364_0870 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 20 October 1772. From Java's East Coast, 20 October 1772. it was answered that as soon as everything necessary has been accomplished and there is no longer any apprehension concerning the enemy, that request can be renewed. As the bark Het Zeepard has performed nothing there that the sloop Samarang cannot accomplish for the present, I have for that reason summoned it back to have it return to the main settlement from Rembang with a cargo of salt, lest I should otherwise lack ship hold space. And on the occasion of the dispatch of that bark hither, Resident Schiphof having been careless enough to place on board 264 men, women, and children made prisoners of war after the removal of Bajoe, displeasure thereat has been expressed to him and he has been written to in order to receive kindly and treat well the people who come in under a proper distrust, with a prohibition against sending hither those who submit voluntarily, and especially no women and children, but for the present, or until the land shall be at peace, to place them near Oeloepampang and Cotta under good supervision; just as what has further been written and given in mandates to that Resident, as well as to Commandant Heinrich, is evidenced by the letters dispatched to them under date of the 19th of this month, to which I take the liberty of referring your Right Honourables under Letter Cover. The women and children of the aforementioned prisoners of war I have caused to be distributed hereabouts in the villages under the supervision of the regents, but to keep the men in custody until it shall have been reported which of them are suspect, bad fellows, and which have refused to submit, in order subsequently to keep such at the disposal of your Right Honourables, but to send back the remainder, together with the women and children—including those who have been sent up successively to Samarang—to Balemboangang, which would otherwise remain entirely depopulated, after complete restoration of peace, if such squares with your Right Honourables' intention, which in the meantime I respectfully request to be informed of. From Java's East Coast, 20 October 1772. From Java's East Coast, 20 October 1772. Captain Militair Rasch, together with the officers and soldiers commanded with him by your Right Honourables for the expedition in the Balambangan region, arrived safely here on the 15th of this month; but since it does not now appear necessary to me to send them further, and moreover that captain is already suffering from the fever, I shall have him return with the officers on the bark Het Zeepard, leave 66 head of the non-commissioned officers and soldiers here to reinforce the outer posts, and cause 40 head to proceed to Samarang to complete, as far as possible, the garrisons at the courts and the posts on the way, in the hope that this, along with my other actions, will be favorably approved by your Right Honourables. And since I also trust that I have answered the primary purpose of my journey hither to such an extent that, under Heaven's enduring blessing, there is now well-founded hope for a further reputable outcome and end to the Balambangan troubles for the Company; and moreover, on account of the general complaints about the scarcity of transport laborers in the East Hook and the weather being quite unsettled at intervals, I have had to abandon the intention to proceed further than Sourabaija, I now intend within a few days to undertake the return journey with the bark Het Zeepard as far as Rembang, and from there with smaller vessels via Japara to Samarang, whence I shall not fail to provide your Right Honourables with a further detailed account of my proceedings. I venture to remain, with the purest sentiments of respect and true high esteem, Right Honourable, Valiant, Highly Esteemed Gentlemen and Well-Born Gentlemen, Your Right Honourables' most humble and most dutiful servant, was signed: J. R. van der Burgh in the margin: Sourabaija, 20 October 1772. From Java's East Coast, 20 October 1772. From Java's East Coast, 20 October 1772. Copy of a copy of a private letter from the Commander in the East Hook, P. Luzac, to Captain Lieutenant Heinrich together with the officers on expedition in Balemboangan, dated in the margin: Sidaijoe, 4 October 1772. Copy. It is not without reason that, upon meeting here with the Honorable Esteemed Governor of this coast, I experienced his highest displeasure regarding the slow progress toward the formal blockade of Bajoe, whereas one might now enjoy the best season and continued good health among the expedition troops; so that I must be sufficiently astonished, indeed not a little dismayed, that instead of complying with what has been placed before your eyes clearly, amply, and repeatedly in various of my separate letters, both on account of their Right Honourables' highly respected intention and the Esteemed Governor's revered orders, you are still continually busy occupying yourselves with commandos whereby no end of matters is as yet seen, and as it must surely appear to our superiors, thus protracting the general cause; wherefore I now, by this present, in the name of

Dutch transcription

123 Van Iavasoostkust Den 20:' october 172. Van Iavas Oostkust den 20: October 1772. komen geantwoord is dat als eerst al het nodige verrigt en er geen bedugting meer voor den vijand is die instantie kan worden vernieuwd De bark het zeepard daar niets uitgevoerd hebbende dat de sloep Samarang voor eerst niet verrigten kan heb ik om die reeden op ontboden om deselve van rembang met een la„ „ding sout naar ter mij anders scheeps ruijm te manqueeren„ „de naar de hoofdplaats te laaten retourneeren en bij gelegent„ „heijd der herwaarts sending van die bark den resident schip„ „hoff onvoorsigtig genoeg geweest sijnde daar op 264. na de vervoering van bajoe krijge gevangenen gemaakt mans vrou„ „wen en kinderen te plaatsen is hem het ongenoegen daar over betuigd en aangeschreeven om de menschen die opkomen onder een gepast wantrouwen vriendelijk te ontvangen en wel behandelen met interdictie om de sulke die zick vrywillig submitteeren en voor al geene vrouwen en kinde„ ren herwaarts te senden maar en voor eerst of tot dat het De vrouwen en kinderen der opgemelde krijgs gevangen heb ik hier omstreeks onder toesigt der regenten in de negorijen doen verdeelen maar de mans in verseekering houden tot dat sal wee„ sen opgegeven welke daar van suspecte slegte knaapen sijn en welke geweijgerd hebben sich te submitteeren om vervolgens de sulke ter dispositie uwer hoog Edelheeden aan te houden maar de overig nevens de vrouwen en kinderen ook die successive naar sa„ marang opgesonden sijn na volkomen herstelling de ruste weder naar balemboangang dat anders geheel ontvolkt soude blijven terug te senden indien sulks met wer hoog Edelheden intentie quadreerd dat ik intusschen eerbiedig versoeke te mogen weeten. land in rust in sal weesennabij oeloepampang en Cotta onder een goed toesigt te plaatsen gelijk dat hen het gien dien resident ook den Commandant heenrich verder aangeschreeven en in man„ „datis gegeven is Consteerd bij de aan hun afgevaardigde brieven de dato 19: deeser waar toe ik de vrijheid gebruike uwer hoog Edelheeden bij L„a Cover te wijsen land 125 Van Iavas Oostkust den 20: october 1772. Van Iavas Oostkust den 20:' October 1772. Den Capitein Militair Rasch nevens de met hem door vwe hoog Edelheden voor de Expeditie in het balemboangsche ge„ Commandeerde officieren en soldaaten sijn den 15 hujus hier wel aangekomen, dan nadien het mij nu niet noodsakkelyk voorkomt hen verder te senden en boven des dien hopman ook al aan de koorts laboreerd sal ik hem nevens de officieren met de bark het zeepard laten te rug keeren van de onder officieren en soldaaten 66. koppen hier laaten ter verstree„ „king der buiten posten en 40 koppen naar Samarang doen over„ „gaan ter accompletering soo verre strekken kan van de quar„ „nisoenen aan de hoven ende posten onderweegs in hope dat sulks nevens mijne andere verrigtingen door uwer hoog Edelheeden gunntig sal worden goedgekeurd En dewijl ik ook vertrouwe aan het voornaame oogmerk mijner reise herwaarts in zoo verde beandw:s te hebben dat er al tans onder 'Themels bij blijvende segen gegrond hope is tot een verder reputatieusen uitslag en eijnde der balem„ Ik verstouwte mij met de suiverste gevoe„ fens van Eerbied en waare hoog agting te bly„ „ven /:onderstond/ Hoog Edele Gestr. Groot Acht„ baaren hier En Wel Edele Heeren /:lager:/ „brangsche troubelen voor de maatschappij mitsgaders om de algemeene klagten over schaarsheijd aan draag volkeren in den oosthoek en het bij vlagen ook al onbestendige weer hebbe moe„ „ten af sien van het voorneemen om verder dan sourabaija te gaan ben ik nu van voor„ neemen binnen weinig dagen de te rug reise met de bark het zeepard tot rembang en van daar met kleinder vaartuigen over Iapara aan te neemen naar Samarang van waar ik niet manqueeren sal uwer hoog Edel„ „heeden een verder omstandig verslag mijner verrigtingen te suppediteeren. boangscho uwer 124 Van Iavas Oostkust den 20: Ocober 173. Van Iavas Oostkust den 20:' October 172. uwer hoog Edelheedens onder danigsten en aller Houw„ „schuldigsten Dienaar /:was geteekend:/ I: R: van der Burgh /:in margine/ Sourabaija den 20: october 172. Het is niet sonder redenen dat ik bij ontmoeting alhier van den Wel Edele agtb: heer gouverneur deser kuste hoogst desselfs ongo„ „noegen het ontwvaart over de toage voortgang tot de formeele bloequa„ „de van bajoe daar men nu van het beste saisoen ende aanhoudende welstant onder Expeditie volkeren mogen jouisseeren soo dat ik genoegsaam mij verwonderen moet ja niet weijnig ontstigt, dat men in plaats van het soo van wegen haar hoog Edelens hoog geeerde in„ tentie als des agtb: heer gouverneur gevenereerde ordres vwE duidelijk ampel en interatie voor ogen gehouden bij divees mijner aparte letteren na te komen nog al geduurig besig is zig op te hou„ den met Commandos waar bij men voor als nog geen einde van saaken siet en soo als het onse gebiedens zekkerlijk moet voorkomen de algemee„ „ne saak dat tranieeren dusik dan bij dese uit name van wegen Copia â Copia apart brief van den gesaghebber in den oost„ „hoek P„l Luzac aan den Capitain Luitenant Heinrich ne„ „vens de officieren in Expidetie te balemboangan, geda„ teerd in margine Sidaijoe den 4:' october 1772. Copia, de 15

NL-HaNA_1.04.02_3364_0873 view scan ↗

English

119 From Java's East Coast, the 20th of October 1772. From Java's East Coast, the 20th of October 1772. The Honorable Lord Governor of this coast earnestly recommends and orders, concerning the principal matter, namely the siege or blockade of the hideout Bayo, in the manner repeatedly written to you, not only to make a beginning, but under God's blessing and assistance, with good conduct, manly courage, and prudence, to bring a desired end to those troubles, without which the now impending rainy season will not only expose our people again to desertion as well as diseases, but must also have the fatal consequences of a painful aftermath. Wherefore, for the last time, I earnestly recommend that the head of the expedition, with his convened council of war, deliberate on the matters of the expedition on the spot, and after a unanimous decision, undertake it under God's assistance, without letting himself be diverted indirectly by others from his intention or decisions. Expecting then that without delay or lingering, the high orders of our superiors will be fulfilled and answered with the desired success, I remain, after affectionate greetings, with all respect. Having written to you several times to elucidate to me regarding the useful employment of the Samarang cruising vessels there and where they have remained, yet you seem to have answered little thereto; thus, since I believe those vessels will not be needed there so much anymore after the establishment of our two posts for guarding the beaches, you shall at least send Quartermaster Nieuwenhuijsen with his to this place in this regard, as well as the others if they can be spared there, for the Honorable Lord Governor has written to me repeatedly about the great lack of vessels at Samarang as well as their recall; since in their place the sloop Samarang, which can be retained there, together with our cruising prahu mayangs can indeed be sufficient, you shall also in this regard let the bark 't Zeepaard depart for here, The same to the Resident Schophoff The same depart 131 From Java's East Coast, the 20th of October 1772. From Java's East Coast, the 20th of October 1772. depart after those same orders and instructions regarding the vessels serving there in the expedition shall have been assigned to the commander of the sloop Samarang. And as it has repeatedly appeared to me from your letters that you express yourself too far and meddle in the direction and management of the expedition, contrary to the intention of our high superiors, who were pleased to appoint a head over the same, which even shines through so clearly in your latest letters that you see fit to write in private that, when Captain-Lieutenant Heinrich repeatedly asked you, you diverted him therefrom for cited reasons, without this having been brought to my attention in the form of the decisions made by unanimous vote in the council of war, of which Captain-Lieutenant Heinrich is the head, and wherein your opinion, if found necessary to be raised, would have been made evident with greater foundation; I therefore recommend you, and indeed in the name of the Honorable Lord Governor, currently present here, who has made his greatest displeasure known thereabout not a little, not only to refrain from such things henceforth, but not to meddle further with the direction and management of expedition affairs than following what shall be resolved in formal council of war by Captain-Lieutenant Heinrich and his accompanying chiefs and officers of the expedition, which you, as a member thereof, may indeed join according to rank if found necessary; and so that you might have knowledge of the highly revered intention of the Honorable Lord Governor of this coast for the utmost advancement of the expedition matters, I forward to you a copy of my letter to the head of the same for his attention and guidance, while I, after affectionate greetings, with remain 133 From Java's East Coast, the 20th of October 1772. From Java's East Coast, the 20th of October 1772. remain /:was written underneath:/ Your good friend /:was signed:/ P: Luzac /:in the margin:/ Sidayu, the 4th of October Anno 1772. /:lower:/ Agreed /:was signed:/ Petro Luzac; Enclosed herewith I have the honor to offer Your Honorable a copy of a copy of the missive written by the head of the expedition from Bayo, wherein you will please observe how, under God's goodness, the said hideout was captured by our troops, with which I take the liberty to congratulate Your Honorable; I shall have the honor, as soon as I am further informed, to impart the further successes against the rebels, as well as to reply to both Your Honorable's much revered and well-received letters of the 27th past and 24th of this month; since the blockade, nothing further has occurred beforehand to report, except that the faithful Balambangan mantri Lang Lang Passier was killed on the 3rd of this month during reconnaissance near Bayo by a shot to his forehead, and Sergeant Zuttog, who was commanded on the 6th ditto with 300 natives to storm the rebels' breastworks, had his right arm shot to pieces. Wherewith I have the honor to call myself, with due high respect /:was written underneath:/ /:was signed:/ W:r Schophoff /lower still:/ The bark 't Zeepaard is to follow the day after tomorrow, the 13th. Copy of a copy of a separate letter from the Resident Schophoff written to the Authority Zurac at Surabaya, dated in the margin Oeloepampang, the 11th of October 1772. Copy Copy

Dutch transcription

119 Van Iavas Oostkust den 20:' october 1772. Van Iavas Oostkust den 20:' october 172. de agtb heer gouverneur deser kuste ernstelijk recommandeert en or„ donneert om met de hoofd saake namentlyk het beleg of Oloquade van het schuilmest bajoe na het uwE te meermaale aangeschreevene wy„ „se niet alleen een begin te maaken maar onder gods zegen en byjstand bij een goed beleid mannen moed en omsigtigheid en gewenscht einde aan die toubelen te brengen sonder welk immers de nu ophanden sijnde re„ gen saisoen onse volkeren niet alleen weder bloot gevende soo tot ver„ loop als siektens net dan de heillook gevolgen van een smertelijke na sloep hebben moeten. Waarom ik dan voor het laast het hoofd der Expeditien wel ernstig recommandeere om met sijn bij hebbende keijgs raad de saaken der Expeditie de plants te beraamen en na een imanim besluit onder godes bijstand te onderneemen sonder sig sydelinge door andere van zijnen intentie of besluijten te laaten diverteeren. In verwagting dan dat sonder ailay of trameering aan de hoog ordres onser gebieders sal voldaan en met de gewenschte sucx cesse beandwoord worden verblijve ik na minsame groete met al„ „le agting. Meermaale VWE: aangeschreeven sijnde mij omtrent de utile employ der samarangse kruis vaartuijgen aldaar te Elucideeren en waar deselve verbleeven sijn soo schyjnt VWE egter daar aan nog weinig beantwoord te hebben dus dan die vaartuigen meen ik na het stellen onser twee posten tot bewaaking van de stranden soo seer daar niet meer nodig sul„ len sijn so sal uwE ten minste de quartiermeester Nieuwen„ huijsen met de sijne opsigt deeses herwaarts zenden soo wel als de andere soo daar gemist kunnen worde want de agtb heer gouverneur mij het groot gebrek der vaartuigen tot sa„ marang een en andere maal aangeschreeven heeft soo wel als derselver op ontbod daar in plaats derselver immers de sloep Samatang die aldaar kan aangehouden worden beneffens onse kruisprauw mayangs sufficieerende sijn kunnen soo sal uwE ook opsigt deses de barcq 'T zeepaard herwaards laten vertrec„ Adjdem aan den Resi„ „dent Schophoff Adijdem ken „ 131 Van Javas Oostkust den 20:' October 1772. Van Javas Oostcust den 20' ctober 172. „ken na dat die selfde ordres en instructie omtrent de al„ daar in Expeditie dienst doende vaartuigen aan de gesag voerder van de sloep Samarang sullen sijn op gedragen. En daar het mij bij uw E. brieven al meermalen is voorge„ „komnen dat uwE sig over de directie beheving der Expeditie tegen de intentie van onse hoog gebieders dewelke het behaagt heeft en hoofd over deselve te stellen te verre uit laat en me„ „teert zelfs in zyn laatste Letteren zoo dendelyk doorstraalt dat uwE kunt goed vinden op zyn privr te schrijven dat de Capitain Luitemnant Meinrich uwE tee„ kens aansoekende van om aangehaalde redenen daar van hebt gediverteerd zonder dat mij sulks onder het oog gebragt is in Forma van de besluite bij den krijgs raad waar van Capitain Luilenant heinrich het hoofd is met unamime stemme genomen en waar by uwE zijn gevoete te opperen indien sulks nood„ saakelijk gevonden word, soude komen te blijken met meerder fundament jck recommandere uwE dan en wel uit name van den achtb: heer gouverneur tans al„ „hier present en die zyn hoogste ingenoegen daar over niet weinig te kennen gegeven heeft, om niet sulks alleen voortaan te menageeren maar met de directie behernig van de Expeditie saaken sig niet verder te mieleren, dan navolgens het geen door den Capitain Luitenant Heinrich en zijne bij hebbende hoofden en officiere der Ex„ peditie in formeele krijgs raad sal beloften wor„ den waar bij uwE als tid derselver narang sig des, noodsakelijk bevonden werdende wel kruit voe„ gen en laat ik dus uwE op dat mogt kennisse draagen van de hoog gevenereerde intentie van de Achtb: Heer Gouverneur deeser kuste ter mas„ „te bevordering van de Expiditie zaake Copia mij„ „ner brief aan het hooft derselver ter zijne atten„ „tie en na rigt toekomen terwijl ik na minsame groote met verblijve 133 Van Javas Oostkcust den 20:' October 1773. Van Iavas Oostkust den 20:' october 172. verblijve /:onderstond:/ uE Goeden vriend /: was getee„ „kend:/ P: Luzae /:in margine/ Sidajoe den 4:' october A„o 172. /:lager:/ Accordert /:was getek:d/ P„ro Luzac; In Close deser heb ik de Eere uw Ed agtb: aan te bieden Cipia a Copia missive gest door het hoofd der Expeditie uit bajoe waar bij zult gelieven te beoogen hoedanighee„ den gemelde schuilnest onder godes goedheid door onse troupen overmeestert is waar mede de vrijheijd gebruke uw Ed Agtb: te feliciteeren sal ik de eere bij nadere hebben soo spoedig van de verdere sucessen op de rebllen ginformeert ben te bedee„ „len als meede op beide vrold agtb: vel gevenereerde en wel ontvangene letteren van 27: pass:o en 24. deser te resstibeeren is er sedert de Hloquade verder voor af niets voorgvallen te bedelen als dat den getouwe balmboangse mantie Lang Lang passier den 3:' deser bij het recognoisseren bij bave is konnen te sneuve„ sen, door een shoot in sin voor hoofd en den sergiant zutog den 6: deto dat met 300 jnlandes is gecommandeert geweest der rebellen voorbentingen te bestormen zijn regter arm stukken geschooten is. Waar meede de eere heb mij met verschuldigde hoog agting te noemen /: onder„ „stond /:was geteekend:/ W:r Shophof/nog lages:/ op overmorgen den 13:' staat de bark 't zeepard te volgen. Copi â Copia apart brief van den Resident Schophoff geschreven aan den gezaghobber Zurac te sourabaija ge„ dateerd in margine oeloepampang Den 11:' october 1772. Copia Copia

NL-HaNA_1.04.02_3364_0876 view scan ↗

English

435 From Java's East Coast, the 20th of October 1772. From Java's East Coast, the 20th of October 1772. Copy of a copy written by the head of the expedition, Captain Lieutenant J: G: W: Heinrich, from headquarters in Bajoe to Ensign Mierop and Guttenberger, commanders of their posts, dated 11 October 1772, namely: Your Valiant Honors, I have the honor hereby to communicate the joyful news that the enemy was repulsed and we captured a benting with a bronze cannon and several of the enemy killed. We have 4 wounded natives and our troops are advancing as far as possible to dislodge and advance further against the rebels. I remain with all high esteem. Below stood: was signed, J. G. W. Heinrich. Lower: P.S. I request of Mr. Guttenberger that whenever Mr. Jenigen requests ammunition, to let it follow, while we must divide our forces. I request, on account of observing the command necessary here, that Your Honor give an open communication in my name both to Cotta, Oeloepampang, and to Mr. Mierop, stating that the enemy is totally defeated and God has granted victory to the Company's arms today; 1 cannon, 3 mortars, 1 bronze swivel gun and 1 iron swivel gun have been captured as booty, several muskets and whatever else was taken as booty; the enemy has been completely dislodged from the whole of Bajoe and by God's assistance we have gained a complete victory. I am having the enemy pursued by 600 men and will further elucidate to Your Honor in due course. Ensign Astrosky may freely, on my orders, have a victory salute fired at Cotta with 9 cannon shots. I request Your Honor to send further word quickly to Cotta and from there to Oeloepampang, as I have no time. I remain with all high esteem. Below stood: was signed, J. G. W. Heinrich. Lower: P.S. I request to give notice to Mr. Mierop that three heads of rebel sentries have been set up on poles. Still lower stood: agrees, was signed, J:s Guttenberger, and beneath that: agrees, was signed, H: Schophoff. Likewise to Mr. Guttenberger, commander at Songen, dated the same date as above. Likewise. Copy. From Java's East Coast, the 20th of October 1772. From Java's East Coast, the 20th of October 1772. Copy of a copy. Report given by the soldier Johannes Pergale coming from Oeloepampang. Reports having departed from here by overland route on the 6th of this month and having arrived at Oeloepampang on Saturday the 10th following, in the afternoon, where he continued his journey early on Sunday to Bajoe and arrived there shortly before noon, where he found the Company's troops busy storming the enemy's benting, which also shortly thereafter fell into our hands, and thereby was captured, namely: 1 bronze cannon of 1-pounder caliber 3 pieces of ditto hand mortars 1 small swivel gun 1 iron ditto The relator saying further not to have seen any prisoners of war, but indeed plenty of dead, because our men, through bitterness, had given the enemy no quarter; however, the number of dead remained unknown to him, because he had to depart again immediately, and at his departure the enemy was still being pursued, just as he then returned to Oeloepampang that same evening and the following night set sail with the pantjallang d' Johannes Cornelis to Panaroekan, from where he, the relator, continued his journey overland back hither. Below stood: Thus related at the Dutch Company office in Sourabaija this 15th of October 1772. Was signed: J:s Vergalen. Lower: In the presence of me, in the absence of the sworn clerk, was signed: J. H. Leydekker, sworn bookkeeper. Still lower: Agrees, was signed: J:r Luzac. 132 From Java's East Coast, the 20th of October 1772. From Java's East Coast, the 20th of October 1772. Copy of a copy. Report given by the soldier Johannes Pergale coming from Oeloepampang. Reports having departed from here by overland route on the 6th of this month and having arrived at Oeloepampang on Saturday the 10th following, in the afternoon, where he continued his journey early on Sunday to Bajoe and arrived there shortly before noon, where he found the Company's troops busy storming the enemy's benting, which also shortly thereafter fell into our hands, and thereby was captured, namely: 1 bronze cannon of 1-pounder caliber 3 pieces of ditto hand mortars 1 small swivel gun 1 iron ditto The relator saying further not to have seen any prisoners of war, but indeed plenty of dead, because our men, through bitterness, had given the enemy no quarter; however, the number of dead remained unknown to him, because he had to depart again immediately, and at his departure the enemy was still being pursued, just as he then returned to Oeloepampang that same evening and the following night set sail with the pantjallang d' Johannes Cornelis to Panaroekan, from where he, the relator, continued his journey overland back hither. Below stood: Thus related at the Dutch Company office in Sourabaija this 15th of October 1772. Was signed: P:s Vergalen. Lower: In the presence of me, in the absence of the sworn clerk, was signed: J. H. Leydekker, sworn bookkeeper. Still lower: Agrees, was signed: J:n Luzac.

Dutch transcription

435 Van Iavas Oostkust den 20:' october 172. Van Iavas Oostkust den 20:' october 172 Copi â Copia geschreeven door het hoofd der Expeditie den kapitain Suitenant I: G: W: Neinrich uit het hofd quartier in bajoe aan den vendrig Mier op en Guttenberger Commandanten van hun posten sub dato 11: october 1772. namentlyk uwEd: Manhaften hebben bij deesen de Eere te Communiceeren de heuglijke tijding dat de vijand geteprusseerd en wij eene bentings verovert met een stuk metaale Canon en verscheidene van vijand gesneuwveld wij hebben 4: gekeetste Jnlanders en avan„ ceeren onse trouppen soo verre als mogelyk om de rebellen ver„ der te verspringen en te avanceeren. Ik blijve met alle hoog achtingh /:onderstond /: was geteekend/ S. G: W: Heinrich /:lager / P: S: versoeke aan de heer Guttenberger wanneer de heer Jenigen ammunitie Eischt te laaten volgen ter wijl wij ons verdeelen moe„ ten valle. Versoeke wegens het hier noodsakelijk Commando te observeeren aan uwEd Een vrij Communicatie in mijnen naame te geeven soo wel na Cotto oeloppan„ pang als aan de heer Mier op dat de dijand totaliter geslagen en god onse ds Comp:s wapens op heeden uctoria verleend 1: Canon 3: mortiers 1. paar„ de Lil is buit gemaakt van metaal en 1 ijsere paarde sil verscheijde „ne geweeren en wat verder buit gemaakt de vijand is uit geheel bajoe geheel delogeert en hebben wij door gods bystand volkome„ ne overwininge behaald, Jk laate den vijand door 600 man ver„ volgen en sal bij nadere vuEd verdere elucidaren de vaandrig astros„ hy kan vry op mijne ordre vistoria op Cotta laeten schieten met 9. Canon slooten versoeke uwEd om verdere kennis spoedig na Cotta en van daar na oeloepampang te geven terwyl ik geen tijd heb ik verblij„ „ve met alle hoog agting /:onderstond / was getek:/ J: G: W: heintrich /: lager P: S: verseke aan de heer Hier op kennis te geven drie koppen van moessen sijntels op amboes hoogesteld / nog lagerstnd/acordeert /: was getekend/ J:s Guttenberger in daar onderacordeer / was getek: H: Schophoff Adidem aan den heer Gultenberger Commandant te songen gedateerd datum als even Nojdem Copi _o Van Iavas Oost kust den 20: October 172. Van Iavas Oostkust den 20. October 173. Copi â Copia Relaas gedaan door den soldaat Iohannes Pergale komende van oeloepampang Relateerd den 6:' deeser van hier over den land weg vertrokken en den 10: daar aan zaturdags agter middags te oeloepampang gearriveerd te sijn waar hij zondags vroeg naar bajoe zijne rijse had vervolgt en kort voor de middag aldaar was aangekomen alwaar hi s Comp:s trouppes Gebeesigd vond met de benting van den vijand te bestormen die ook kort daar aan de on„ „se was overgegaan, en daar bij veroverd geworden als. 1: metaale Canon van 1: lb Caliber 3: p:s dito hand mortiers kleine draaijbassies. 1: „ lijssa zeggende den relatant al verder geen krijgs gevangene maar wel rijkelijk dooden gesien te hebben om dat de 1: „„ Copia, onse door verbitteraheijd den vyand geen pardon hadden ge„ geven dog het getat der dooden was hem onbekend geble„ „ven wijl hij ipso falto wederom had moeten vertrek, „ken en by sijn vertrek den vijand nog agtervolgd was geworden gelijk hij dan ook nog dien zelfden avond te oeloepampang terug gekomen en 's nagts daar aan met de pantjallang d' Johannes Cornelis onder zijl was gegaan tot Panaroekan van waar hij relatant sijne reijse over den land weg na herwaarts heeft vervolg /:onderstond:/ Aldus gerelateerd ten Nederland Comp„ „toia Sourabaija deesen 15:' october 1772. (:was ge„ „teekend:/ I:s vergalen /:lager:/ Inkennisse van my by absentie van de geswoore scriba /:was ge„ teekend/ I: H Leydekker geswoore boekhouder /:nog lager Accordeert /:was geteekend/ J„r Luzac. onse 132 Van Iavas Oostkust den 20: October 172. Van Iavas Oostkust den 20: October 1772. Copi â Copia Relaas gedaan door den soldaat Iohannes Pergale komende van oeloepampang Relateerd den 6:' deeser van hier over den land weg vertrokken en den 10: daar aan zaturdags agter middags te orloepampang gearriveerd te sijn waar hij zondags vroeg naar bajoe zijne rijse had vervolgt en kort voor de middag aldaar was aangekomen alwaar hij 's Comp:s trouppes Gebeesigd vond met de benting van den vijand te bestormen die ook kort daar aan de on„ „se was overgegaan, en daar bij veroverd geworden als. 1: metaale Canon van 1: lb Caliber 3: p:s dito hand mortiers 1: „ „ kleine draaijbassies. 1: „ Eijser .. zeggende den relatant al verdere geen krijgs gevangene maar wel rijkelijk dooden gesien te hebben om dat de Copia, onse door verbitteraheijd den vyand geen pardon hadden ge„ geven dog het getal der dooden was hem onbekend geble„ „ven wijl hij ipso falto wederom had moeten vertrek, „ken en by sijn vertrek den vijand nog agtervolgd was geworden gelijk hij dan ook nog dien zelfden avond te oeloepampang te rug gekomen en 's nagts daar aan met de pantjallang d' Johannes Cornelis onder zijl was gegaan tot Panaroekan van waar hij relatant sijne reijse over den land weg na herwaarts heeft vervolg /:onderstond:/ Aldus gerelateerd ten Nederlands Comp„ „toir Sourabaija deesen 15:' October 1772. /:was ge„ „teekend:/ P:s vergalen /:lager :/ Inkennisse van my by absentie van de geswoore scriba /:was ge„ teekend / I: H Leydekker geswoore boekhouder /: nog Lager Accordeert /:was geteekend/ J„n Luzac. onse,

NL-HaNA_1.04.02_3364_0879 view scan ↗

English

From the East Coast of Java, 20 October 1773. Separate copy of the letter written by Resident Schophoff to the Commander Luzac at Sourabaija. In respectful reply to your Esteemed and Respected letters of the 27th ultimo and the 4th of this month, both safely delivered to me here on the 10th of this month, I serve to inform you that until now no native provision vessels have arrived except a single Madurese with 120 bags of rice. The sloop Samarang as well as Perk with his vessel have not yet arrived either, in search of which I sent out Boonsak with the Petronella six days ago to bring them in. Due to a lack of rice for the natives in general, caused by the failure of their vessels to appear, I have had to dispense everything that I had on hand in the meantime, so that within a few days everything will be consumed. We shall find ourselves in great want if no swift relief arrives by means of the aforementioned sloop Samarang or Perk, or if the rice shipped from Passerouang and Besoekie is brought in, of which nothing has yet arrived either. I have also been unable to have the chiefs of the native vessels taken into custody, which I shall seek to carry out as soon as practicable, having also learned that they are still lying off Lowoe Woedving. The bark 'T Zeepaard, passing over with this present dispatch upon your Esteemed request, along with a Samarang cruising pantjallang commanded by Quartermaster Baioe Coert Engelt. Due to the weakness of the European crew on the bark, I had to place eight men of Sourabaija upon her to serve in weighing anchor on the voyage thither. And because the native crew of the said Quartermaster Engel have deserted, I have also transferred seven hands belonging to the Costi household to him. Quartermaster Jan van Nieuwenhuisen is to follow as soon as the old disabled native pantjallangs are repaired and manned with native sailors, and once the cruising prau-mayangs still lying at Ketappang have returned, the remaining Samarang cruising prau-mayangs having deserted through the fault of Quartermasters Nieuwenhuijsen and Engel. Regarding matters concerning the Expedition, I have not meddled any further than necessity has required, according to my best view and judgment for the advancement of the Honorable Company's interests, without the knowledge and cognizance of the head of the Expedition. During the process, upon their insistence, I offered my best views in concurrence with the good opinions of the officers and native chiefs. Agreeing with their sentiments, they will have to confirm this generally without partiality, as everything has been arranged in the most perfect harmony to attain the main design, without wishing to claim any glory for myself. May it please your Esteemed Honor, next to the Most Honorable Governor, to rest assured that I have done solely everything within my power to attain the objective of my lords and masters. Enclosed herewith is a letter from the head of the Expedition to your Esteemed Honor, sent to me unsealed from Bajoe, which I have the honor to present to your Esteemed Honor as such. The soldier Lunenburg named therein had not yet arrived at the time of their departure. But the reported enemy dead of 89 in the writing of the head of the Expedition will likely be an erroneous clerical error, because all the native as well as European arrivals who were present at the capture of Bajoe on the 11th of this month unanimously declare that no more than merely four men of the rebels were killed, namely three in the storming inside the benting, and one among the fleeing massacred behind it by the Madurese, one man and two women captured, and that the captured man was a Mandarese. Yesterday, the mantris Soeroekoentjie and Bawa Lasanna came to report to me that, under examination in their presence, he had confessed that five days before, with three praus from Horssa by way of Kradjagang, among others 15 men from that small island had arrived at Bajoe with some powder, bullets, and textiles. Notice of this confession was immediately given by the regent Javanagara and other native chiefs to the head of the Expedition, whereupon he had commanded natives to cross over to Kradjagang to destroy those vessels.

Dutch transcription

139 Van Iavas Oost kust den 20:' October 1773: Van Iavas Oostkust den 20:' cober 172. Copia Copia apart van den Resident schophoff gesz: aan den gezaghebber Luzac le Souralaija. Op uw Ed Achtb: altoos gevenereerde van den 27:' passato en 4:' deeser my den 10:' deeser alhier te gelijk wel aangebragt in eerbiedige rescriptie diene dat er tot nog geen Jnlandsche provisie vaartuigen sijn aangekomen als een enkeld ma„ durees met 120 sakken rijst en is de sloep samarang als meede Perk met sijn vaartuig nog niet gearriveerd na dewelke op te soeken boonsak met de petronella voor ses dagen heb uit gesonden binne te brengen heb ik bij ge„ brek aan rijst voor de Jnlanders uit algemeen door het weg blijven van hunne vaartuigen alles moeten verstek„ „ken intusschen wat aan handen heb gehad zoo dat binnen korte daagen alles verconsumeert is ons in groot gebrek sullen vinden als er geen spoedig onset aankomt door voorm: sloep samarang of perk dan wel die van passerouang en besoe„ „kie afgescheept ryst aangebragt wird waar van als nog meede De bank 'T zeepaard op uwld gevendeede requiseet bij dasen overgaande beneffens en samarangse kruijspantjallangs geveert door den quartirmeester baioe Coert Engelt heb ik om swag„ „heijd van Europeese sewarende op de barcq agt sourabaijaas moe„ ten setten tot anker winden op de reiese derwaarts te dienen en aan gemelde quartiermeester Engel wijl sijne Jnlandsche zee„ „vaarende verloopen syn meede 7: koppen van â Costi 't huis gehoorende afgegeven staat den quartiermeester Jan van Nieu„ wenhuisen soo spoedig oude ontramponeerde Inlandse pan„ tjallangs hersteld sijnde en met Jnlandse zievarende be „mand als meede de kruijs prauwmaijangs nog te ketappang leggende te rug gekomen is te volgen sijnde overige sama„ „rangse kruijsprauwmaijangs als twee gedrost door de niets aangekomen is ben ik ook hier toe ontnogend geweest de hoofden der inlandsche vaartuigen op te laaten neemen het geen sal soeken na te komen soo spoedig als doenlyk is die ook vernoomen heb nog onder lowoe woedving leggen. niets quarticer mesten, 144 Van Iavas Oostkust den 20:' october 1772. Van Iavas Oostkust den 20:' october 1742. quartier meester Nieuwenhuijsen en engel getekent aangaande „de Expeditie belangens hebbe mij niet verder in getaaten als het de noodsakelijkheid heeft verEyscht gehad navolgens myn beste meenig en oordeel voor sE Comp:s belangens bevorderlijk met zonder weeten en kennisse van het hoofd der Expeditie de goede gevoelens der officieren en inlandse hoofde daarom ook geduurende op hun aanhouden mijn beste gevoelens heb op geoppert met hun sentiment over een komende sullense sulks uit gemeen sonder partij schap moeten wijl alles is ge„ „gesteit in de volmaakste harmonie om het hoofd dessein te be„ reiken sonder mij eenige glorie daar van te maaken gelieft. uw E agtb: sig naast den wel Ed agtb heere gouverneur te vr„ „sekeren eenelyk alles gedaan heb wat vermogend ben geweest tot bereik mijner heeren meesters oogmerk. Hier nevens een missive van het hoofd der Expebitie aan uw Ed agtb: my open van bajoe toegesonden die ik de eere heb uw Ed: agtb dusdanig aan te bieden is der daar bij benoemde soldaat Lunenburg tot vertrek van deselven met aangekoomen dog de opgegeve dooden van den vijand in het hoofd der Expeditie sijn schrij„ 89 ven sal denkelijk een abusive schrijffout sijn wijl mij alle aan„ gekomen inlanders soo wel als Euripes de innaning van bajoe bij gewoonte den 11: deeser een paarig verklaaren dat niet meer dan eenelijk vier koppen van de rebellen sijn gesneuveld te wee„ „ten 3: in het bestormen binnen de benting en een onder de vlug„ tende daar agter door de madureesen gemassaceert een man en twee vrouwen gevangen en dat de gevange man een manda„ „rees was geweest komen mij gisteren de mantris soeroekoen„ tjie en bawa lasanna berigten die by Examinatie in haar presentie belieden had vijf dagen bevoorens van Horssa over kradjagang met 3: prauwen onder anderen 15: koppen van dat Cilandjen met eenig kruijd koogels en kleedjes in ba„ „joe waaren aangekomen ter stond van die beleidens door den regent Javanagara en verder jnlandse hoofden kennes aan het hoofd vande Expeditie was gegeven daar op inlan„ ders gecommandeert had na kradjagang over te gaan die vaartuigen te ruineeren. Lunenburg N„o

NL-HaNA_1.04.02_3364_0881 view scan ↗

English

143 From Java's East Coast, the 20th of October 1772. From Java's East Coast, the 20th of October 1772. After the conquest of Bajoe, I also immediately communicated thereof to Djember, Panaroekan, and to our coastal posts, and requested that every vigilance be exercised regarding the fleeing rebels in and around their districts. It was said by some that Bappa Endo, and by others again Palavat, had been the one, yet all rebel leaders escaped by flight on the day of the capture of their hiding place, and as of yesterday I have no report whether anything was overtaken by our pursuing natives. But God be thanked that the entire land is ruined of foodstuffs and sustenance for them, so that they can no longer nest anywhere, or they must perish of hunger unless they come to submit themselves. A party of women and children came up to our men at Baroe yesterday, but I hear of no men, who, out of fear, as I maintain, will not dare to venture coming up there so quickly. Furthermore, I take the liberty with the most dutiful Just as this was about to depart per the bark Het Zeepaard, two hundred and eleven individuals were brought to me here, taken as prisoners of war by our natives in the pursuit of the fugitives from Baroe, who are hereby shipped on the bark Het Zeepaard, along with 13 individuals captured previously and added thereto according to the enclosed name list, under the convoy of a corporal and four European soldiers, in addition to an ensign, a sergeant, two corporals, and twelve native common soldiers to transport them thither, there being forty-three men among them locked in three holding cells. I request very respectfully to call myself, with due European as well as native veneration, below was written, Title, lower, Your Right Honorable's very submissive servant, was signed, H:k Schophoff, in the margin, Oeloepampang the 13th of October 1772, thereunder was written, P:S: Just upon the closing of this, thirty-five individuals arrived here, consisting of twelve men, seventeen women, and six children. veneration command 145 From Java's East Coast, the 20th of October 1772. From Java's East Coast, the 20th of October 1772. command, after the safe delivery of the prisoners there, to kindly send back here again, below was written, Agrees, was signed, P: Luzac. Copy of a copy of a separate missive written by the Oeloepampang Resident Hendrik Schophoff to the Commander of the Eastern Salient Pieter Luzac at Sourabaija. Just as I was busy with the shipment of the two hundred and twenty-four prisoners with the papers to the bark Het Zeepaard, there were again brought here from Cotta such prisoners of war as appear on the enclosed name list, whom I have the honor to also present to Your Right Honorable by the aforementioned vessel, while I call myself with due veneration, below was written, Title, lower, Your Right Honorable's very submissive servant, was signed, H:k Schophoff, in the margin, Oeloepampang the 13th of October 1772, still lower was written, P:S: The Sumanappers and Madurese continuously scour the entire land to capture the rebel leaders and earn the bounty placed upon them, below was written, Agrees, was signed, P: Luzac, below was written, Agrees, was signed, J: R: van den Burgh. Herewith I have the honor to most respectfully report to Your Right Honorable that the Almighty has blessed our Company's arms and granted us yesterday an honorable victory at Bajoe. On the 1st, I marched off with the Company's force and camped until the morning of the 5th at Sontong and had a benting fortified there. During that time, having scouted Bajoe well and had the roads cleared of brush, I detached Ensign Mierop together with Dijkman with a corps of 900 men to capture the heights to the right of Bajoe with two half-pounder cannons and a 4-inch mortar. I posted Ensign Guttenberger and Kregel with 500 men at Sontong, and I marched into the center with 1500 men alongside Ensign Ienigen and established communication between our left and right wings between two valleys. From the 5th until including the 11th of this month, I had them advance in approaches so close to the rebels' benting that we could speak to each other. On the 10th of this month, Lieutenant Smedeken was impeded from coming to shoot mortars, whereupon I held a council of war in which Copy of a copy of a separate letter from Captain-Lieutenant Heinrich written to the Commander Luzac at Sourabaija. Copy I

Dutch transcription

143 Van Iavas - Oostkust den 20:' october 172. Van Iavas Oostkust den 20:' october 172. Na de verovering van bajoe heb ik meede ter stond Communi„ „catie na Djember Panaroekan en aan onse strand posten daar van gegeven en versogt alle op littentheid op de vlugtende rebel„ len in en om hare districten te laaten gebruiken van eenige werd gesegd dat bappa Endo en door andere weder om Palavat soude gekeest syn het alle rebellische hoofden voor die dag van de inneeming van haar schuilrest het met de vlugt ontko„ „men en heb ik van gisteren nog geene natigt of er iets door onse nagesette Jnlanders agterhaald is maar gode sij ge„ dankt dat het geheel land van levensmiddelen en onder„ houd voor deselve gereijneerd hun daar om nergens meer kunnen nestelen of moeten van honger vergaan als sig net komen submitteeren vrouwen en kinderen sijn giste„ ren te baroe een partij bij de onse opgekomen maar geene mannen verneem ik die het uit vreese soo spoedig aldaar sustineere niet sullen derven onderneemen op te koomen. Voorts gebruike de vrijheid mij met verschuldigste zoo als deese stond te vertrekken per de bark het zeepard wierden mij hier aangebragt Twa honderd Elf koppen door ons Jnlanders in het vervolgen der gevlugte uit baroe krijgs gevan„ gene gemaakt die by deesen met nog 13. koppen voor heen opge„ vangen en er bij gevoegd volgens inClose naamlijst op de bark 'T Zeepaard afgescheept onder Convooij van een Corpiraal en vier Europese soldaaten benevens Een vendrig Een zerge„ „ant Twee Corporaals en Twaalf gemeene oostersche militairen derwaarts over te voeren sijnde drie en veertig koppen mannen onder deselve in drie Tronken gesloten versoe„ „ke seer Eerbiedigst om het europees soo wel al jnlandse veneratie te noemen /:onderstond:/ Tetul /:lager:/ uw Ed agtb: zeer submissen dienaar /:was geteekend/ H:k Schophoff /: in margine:/ oeloepampang den 13:' october 1772. /:daar on„ „der stond:/ P: S: net het sluiten deeser komen hier vyf en dertig koppen op die bestaan in Twaalf mannen seven„ tien vrouwen en ses kinderen. veneratie Commando 145 Van Iavas Oostkust den 20: october 172. Van Iavas- Oostkust Den 20:' octber 172. Commando na goede aan breggt der gevangene aldaar we„ derom herwaarts gelieft te laaten zenden /:onderstond/ ac„ cordeert. /:was geteekend:/ P: Luzac Copi â Copia apart Missive gesz door den oeloepam„ „pangse Resident Hendrik Schophoff aan den ge„ saghebber in den oosthoek Pieter Luzac te sourabaija zoo als met de afscheep der Twee hondert vier en twintig gevangene met de papieren na de bark het zeepaart doende was wierden alhier uit Cotta wederom sodanige krijgs gevangene aangebragt als op incluse naam lijst bekend staan die per voormelde bodem die eere heb uwel Ed: achtb: meede aan te bieden terwijl mij met ver„ schuldigde veneratie noeme /:onderstond / Titul /: lager uwel Edele agtb: zeer sulmissen dienaar /:was geteekend / W=r Schophoff /in margine.:/ oeloepampang den 13: october 172. /: nog lagerstond:/ P: S: de Sumanappers en madureesen stroopen in ophoudelyk het geheele Land deur om de rebellische hoofden, te bemagtigen de pri„ mi daar op gesteld te verdienen /:onderstond / Accordeert /: was geteekend:/ J„r Luzac /:onderstond/ Accordeert /was geteekend/ J: R: van den Burgh: Hier nevens hebbe de bere uwEd agtb: eerbiedigst te melden dat de almogende onse Comp wapens gezegend en ons gisteren eene eerlijke overwinning van bajoe verleent den eerste ben ik afgemarcheerd met de Comp: magt en tot den 5 's morgens tot sontong gecampeert en aldaar eene benting bevastigen laten on„ der dien tyd berjoe wel gerecognosseerd ende wegen uit kappen la ten hebbe ik den vaandrig Mier op benevens dijkman gedetal„ heert met Corp van 900 koppen om de aan hoogte regts van bajoe te Cuppeeren met twee half ponden Cannonnen en een 4 duims mortierden vaandrig Guttenberger en kregel hebbe ik met 500 koppen tot sontfong geposteert en ik ben met 1500 koppen nevens den vaandrig Ienigen in sentum gerukt en hebbe onse linker en regter vleugel tusschen twee valleijs Communicatie f gesteld van den 5:' tot inCl: 11: deezer hebbe ik approcheeren laaten so na aan de rebellen binting dat wij te samen spreeken konden op den 10.' deezer versettert mij den Luitenant Smedeken om boes schie„ ten te komen waar op ik krijgs vergadering gehouden waar inne Copie â Copia aparte van den Capitain Luitenant Heinrich geschreeven aan den gesaghebber Luzac te sourabaija Copia ik

← previousnext →