VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3374

Coromandel · 619 pages · 192 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3374_0098 view scan ↗

English

To the same as before, Nagapatnam We had the singular fortune to receive the Right Honourable Sirs' very esteemed letter dated the 27th of the past month on the 1st of this current month, from which we saw with the greatest satisfaction that the resolution taken by us, which we had the honour to report in our respectful writing dated the 31st past, fully answered the Right Honourable Sirs' intention, to which we respectfully refer. The missive to the English ministry, of which the Right Honourable Sirs are pleased to make mention in their very latest letter, we declare not to have received, in regard to which we refer to our letter addressed to the Right Honourable Sirs by the last two signatories from Saaraspam dated the 27th of October, along with which the original protest was specified in English. We cannot see that reason has been given to us thus far to retire from here for a time in accordance with the qualification granted by the Right Honourable Sirs, as the treatment by both the Nabab and the English gentlemen continues to be polite; however, should we perceive any decrease in this regard, which would certainly indicate a diminution of esteem, we shall in such an unexpected event conduct ourselves according to the Right Honourable Sirs' intention. We offer the Right Honourable Sirs herewith the duplicate of our recent letter of the 31st past, as well as a note which reached us privately yesterday, regarding which we await the Right Honourable Sirs' orders, and have the honour to be with deep veneration, Right Honourable Sir and Sirs, the Right Honourable Sirs' humble and obedient servants, signed as before. In the margin: Madraspatnam, the 5th of November 1773. P.S. We still respectfully accompany this with a translation of an English note dated the 1st of November sent to us by the ministry here. To the same as before, Nagapatnam This accompanying missive dated the 5th of this month we have held back because it was not very urgent, as letters to the Honourable Company are becoming too costly. However, these days a rumour is circulating here which, if it is true, would be of very great influence on our affairs in general, wherefore we have the honour to announce the same below for the Right Honourable Sirs' speculation, namely: That the Nabab is currently said to be in great discord with the English ministry on account of the disputes between the first-mentioned and the Dutch Company; that the said ministry would gladly wish to arrive at a firm resolution to keep themselves entirely out of those disputes by withdrawing all assistance from their side from the Nabab (time will soon have to show the consequences of this and also of the conversation that follows below). That the Nabab, foreseeing thereby that the negotiations entered into between his son and the government of Nagapatnam would not have the desired outcome, had resolved to dispatch the ambassadors of the Dutch nation back within a few days (this, however, is added to the above-mentioned account by supposition). The first signatory of this letter being in the company of a prominent gentleman on the 6th of this month was addressed by the said gentleman concerning the affairs between the Nabab and the Dutch Company, saying: That he hoped those affairs would have a good outcome; whereupon the first signatory replied that he could form no conception of that. And upon the said gentleman's declaration that these delicate occurrences were very distressing to him and the other English gentlemen, the first signatory of this letter replied: that he could not well reconcile that declaration with the conduct of the English gentlemen, who were to be regarded as the causes of these disputes that had arisen, since they had so openly joined their power to the Nabab, who without them would not have dared to undertake bringing matters to such extremes with the Company, by which act the English gentlemen had made themselves guilty of an open breach of alliance and peace. That gentleman answered: that the ministry here was not as guilty of this as was thought, but that everything was pressed through by royal authority; furthermore assuring that notwithstanding all that, the affairs would shortly take a desirable end, further expressing his displeasure both concerning these occurrences and regarding several other bad prospects concerning the English nation. On the 6th of this month the envoys of Heijder alichan arrived here, who were directly admitted to an audience, though their visit was very short. We also have the honour to offer the Right Honourable Sirs herewith a statement from the Persian writer just as the same was excerpted from his mouth. It is said that the Brigadier General of the English, Joseph Smith, arrived in his country house the evening before yesterday. Yesterday

Dutch transcription

629 Aan als vooren Nagapatnam Wij hadden het singulier Geluk uwel Edele Gestrenge zeer G'eerde Letteren de dato 27: der gepasseerde maend, den 1: deeser te ontvangen; uijt welke met de grootste vergenoeging zagen dat ons genomen besluijt waer aan wij de Eer hadden in ons Eerbiedig schrijven de dato 31: pass:o te melden, ten vollen aan uwel Edele Gestr: intentie, beantwoorde, aan welke wij ons eerbiedig refereeren De missive aan het Engels ministerium waar van UwelEdele Gestr:, in hoogst deselve laaste Letteren gewag gelieven te maken, betuijgen wij niet te hebben ontvangen, waaromtrend ons refereeren aan onse letteren door de twee laaste teekenaers van Saarasp:m de dato 27: october aan uwel Edele Gestrenge gerigt en bij welke 't neevens het origineel protest wij bieden uwel Edele Gestrenge hierne„ „vens het duplicaat van onse Jongste van den 31: passato als ook een billjet, 't welk ons gisteren onderhands is toegekomen, waeromtrend UweEEd: Gestr: ordre afwagten, en hebben de Eer met diepe vene„ ratie te zijn. - /:onderstond:/ welEdele gestr: Heer en Heeren uwel Edele gestr: onderdanige en gehoorsaame Dienaeren /:was get: / als vooren /:in der Engelsche gespecificeerd staet wij kunnen niet zien dat ons tot nog toe reeden gegeeven word om ons volgens uwel Edele Gestrenge gegeevene qualificatie van hier voor een teijd te retireeren, wijl de behandeling soo van de Nabab als de Heeren Engelschen Conti„ „nueerd beleefd te zijn, dog soo wij daaromt„ „rend eenige vermindering mogten bespeuren, dat zeekerlijk een vermindering van agting zouw te kennen geeven, zoo zullen wij ons in zoo een onverhoopt geval na uwelEdele Gestr: in„ „tentie gedragen der Margine: 630 margine:/ Madraspatnam den 5:' November 1773: P: S: deesen laaten wij nog eerbiedig ver„ „zellen Een Translaet Engelsch briefje gedateerd 1: November ons, door het ministerium alhier toegezonden. Nagapatnam Aan als Vooren Deese neevens gaende missive de dato 5: deeser hebben wij om de wille deselve niet seer pres„ „seerende was, aangehouden, gemaekt de brieven aan D EComp: te veel komen te kosten. — Dog deeser daagen loopt alhier een gerugt, het geen, indien het waer is van zeer veel in„ „vloed op onse zaaken, in 't algemeen zoude zijn, weshalven het selve uwel Edele Gestrenge tot hoogst desselfs speculatie de Eer hebben hier beneeden aan te kundigen. Namentlijk: Dat den Nabab met het Engelsch Dat de Nabab hier door voorziende dat de aangegaane onderhandeling tusschen Hoogst desselfs zoon en de regeering van Nagapatnam het gewenschte uijt eijnde niet zoude hebben, beslooten had de ambassadeurs der Hollandsche Natie binnen wijnige daagen te rug te depe„ „cheeren /: dit word egter bij veronderstelling aan 't boovengem: verhael gevoegd:/ Den Eersten teekender deeses den 6: deeser met een voornaem heer in Geselschap: zijnde, ministerium thans in groote oneenigheijd zoude zijn weegens de geschillen tusschen den Eerstgem: en de Neederlandsche maatschappije Dat gezegde ministerium: gaarne tot een geves„ „tigd besluijt soude willen komen om sig ten eenemael uijt die geschillen te houden door den Nabab: alle bijstand van hunne zeijde te onthekken /: de teijd sal haast. de gevolgen hiervan en ook van het ondervolgend gesprek moeten leeren:/ ministerium Rierd 631 wierd door gem Heer over de saakelijkheeden tusschen den Nabab en de Hollandsche Maat„ schappij aangesprooken, zeggende: Dat hij hoopte dat die zaaken een goeden uijtslag zouden hebben; waerop door den eerstgeteekende G'ant„ „woord wierd dat daarvan geen begrip konde maaken, En op de betuijging van gem: heer 4 dat deese neetelige voorvallen hem en de overige Engelsche Heeren zeer leed waren, repliceerde den Eerste teekenaer deeses: dat die betuijging niet wel overeenk onde brengen met handelwij„ „ze van Heeren Engelschen, die als oorzaaken in deese voorgevallene twisten waren aantemerken, dewijl sij hun magt soo opentlijk aan den Na„ „bab toegevoegd hadden, die buijten hun niet zouw hebben durven onderneemen met de Comp: tot soodanige uijtersten te komen, door welke daed de Heeren Engelschen sig aan een opent„ „lijk bond en vreede breuk hadden schuldig gemaekt. Dien heer antwoordede: dat het ministerium hier soo schuldig. niet aan was als men wel dagte, maar dat alles door het koninglijk gezag doorgedrongen wierd, verders, verseekerende dat onaangezien dat alles, de zaaken binnen korten een gewenscht eijnde zoude neemen, verder sijn misnoegen te kennen geevende soo over deese voorvallen, als omtrend verscheijde andere kwaede voor„ uijt zigten de Engelsche Natie betreffende. Den 6: deeser arriveerden hier de gezan„ „ten van Heijder alichan welke direct ter audien„ „tie zijn toegelaaten, dog hun bezoek was zeer kort. ook hebben wij de Eer uwel Edele Gestrenge hierneevens aante bieden een opgaave van den Persiaans schrijver soo als het selve uijt desselfs mond G'exeer„ peerd is. Men zegd dat de Brigadier Generaal der Engelschen Joseph Smith Eer gisteren avond in desselfs buijten huijs was gearriveerd het Gesteren

NL-HaNA_1.04.02_3374_0101 view scan ↗

English

Yesterday, these enclosed olas were delivered to us by one of the sepoys whom your Right Honorable Sir sent here for intelligence, with the request to enclose them in our missive, as we now also have the honor of letting them accompany this letter. By a reliable person we are informed at this moment that the Nabob yesterday received the news that the negotiations concerning the lands ceded to the Dutch Company by the King of Tanjore have been brought to a conclusion, on such conditions as were thought to serve to the satisfaction of both sides. We also recall on that occasion that the Admiral on behalf of His Britannic Majesty, as chief agent residing here, having knowledge of the aforementioned dispute, had submitted a protest in his defense to the Governor and Council, in which he held the ministry here responsible for all the disagreements that might flow from this dispute between the two nations in Europe, and that upon this the Governor and Council were said to have urged the Nabob to settle the claim of the Dutch Company according to law and fairness in the speediest manner, or else they will hold him accountable for all the evil that might occur through his doing. We take the honor to sign ourselves with deep respect. Below stood: Right Honorable Sir and Sirs. Your Right Honorable Sirs' humble and obedient servants. Was signed: as before. In the margin: Madraspatnam the 13th of November 1773. Lower: P.S. We present to your Right Honorable Sir in all humility a report that we came to obtain after preparing this letter, just as it was about to depart: We receive several concurring reports that the Nabob is said to be ill and full of anxiety. Nagapatnam To the same as before Since our last respectful letter of the 13th of this month, nothing worthy of your Right Honorable Sir's attention occurred, but the evening before yesterday we had the singular pleasure of receiving a servant of His Highness the Subah, who reported to us in the name of His said Highness that the matters between the Honorable Company and the said Subah had been settled to mutual satisfaction, about which we expressed our joy, and sent the said servant back with a compliment. The day after that, His Highness made known to the Courantier and the Mullah of Palliacatta, whom we had sent according to custom to inquire after his health and at the same time to thank him for the said report, that when his son should arrive here, he would then meet with us. This morning we were informed by the Courantier that the Vakil of the Marathas (who seemed to have placed some confidence in the troubles between the Subah and the Honorable Company), being with the Subah, seemed to have expressed himself on that matter; however, the Subah proved that the Vakil's confidence was without foundation by showing the missive of his son regarding the settlement of the matters between His Highness and the Honorable Company. We have the honor to present to your Right Honorable Sir herewith four letters from the Courantier and an ola from the Peon left here for intelligence by your Right Honorable Sir, received successively; as well as a paper privately sent to us by the three deserters of whom we made mention in our respectful letter dated the 5th of this month. After having commended your Right Honorable Sir's person and the Honorable Company's precious interests to the protection of the Almighty, we have the honor to sign this with deep respect. Below stood and was signed: as before. In the margin: Madraspatnam the 27th of November anno 1773. Lower: P.S. These enclosures having been received under the cover of the first signatory of the North, we have the honor to present them herewith humbly. Nagapatnam To the same as before On the 29th of the past month, Amir ul-Umara Bahadur, son of His Highness the Subah of the Carnatic, arrived here. The next day we sent according to custom to inquire after the health of His Highness the Nabob, and at the same time we had him congratulated on the arrival of his son, for which he gave his most friendly thanks. On the 1st of this month, being yesterday, the said Amir came into the Company's garden, when he was saluted with 17 cannon shots. Also at 12 o'clock in the afternoon a prominent Brahmin came to visit us in the name of the Nabob, who made known that for a long time great friendship had existed between the Honorable Company and His aforementioned Highness, having been awaited the day before his arrival at the Great Mount (a mountain 4 hours from here) by Governor Wynch and several gentlemen of distinction.

Dutch transcription

632 Gisteren wierd ons door een der sipaaijen wel„ „ke uwelEd: gestr: alhier tot kundschap uijt„ „gezonden heeft, deese inleggende olas overgegeven, met versoek dezelve in onse missive te sluijten, gelijk wij dan ook de Eer hebben, deselve deesen te laaten verzellen. Door een secuur perzoon word ons op dit oogenblik berigt, dat den Nabab gisteren de teijding ontvangen heeft dat de onderhande„ „ling over de landen door den koning van Tansjour aan de hollandsche maatschappij afgestaen, tot een besluijt gebragt zijn, op soodani„ ge voorwaerde als men vermeende tot beider zeidens genoegen te zullen strekken, wij ver„ maanen bij die geleegendheijd ook dat den admirael van weegens Sijne Britannische majesteijt als hoofft desselfs agent alhier woon„ „agtig kundschap hebbende van het opgemeld geschil ter sijner verdeediging een protest aan den Gouverneur en raed had ingediend bij dewelke hij het ministerium alhier verantwoorde„ „lijk stelde voor alle de oneenigheeden die uijt dit geschil tusschen de twee Natien in Europa mogten voortvloeijen, en dat hierop den gouverneur en raed den Nabab zoude aangedrongen hebben om de pretentie van de hollandsche Maatschappij na regt en billijkheijd op de spoedigste wijze afte„ maeken, of dat se hem aanspreekelijk zullen stellen, voor al het kwaed, dat door sijn toedoen mogte gebeuren. wij neemen de Eere van met diepe ontzag ons te schrijven. /:onderstond:/ WelEdele Gestr: Heer en Heeren. " Uwel Edele Gestrenges onder„ „danige en Gehoorsame Dienaeren /:was geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Madraspatnam den 13: November 1773: /:lager:/ P: S: wij bieden uwel Edele Gestr: in alle onderdanigheijd aan een berigt dat wij na het vervaerdigen deeses zoo als deselve stond aftegaen, kwamen te erlangen: bij wij 633 wij krijgen verscheide overeenstemmende tij„ dingen dat den Nadab ziek en Vol sorge zouw weesen Nagapatnam Aan als vooren 't zeederd ons laest eerbiedig schrijvens van den 13: deeser, gebeurden er niets uwel Edele gestrenge attentie waerdig, dog eergisteren avond hadden wij het singulier genoegen, een bediende van zijn Hoogheijd den souba te ontvangen, welke ons uijt naam van Hoogstgemelde zijn Hoogheijd Rapporteerde, dat de zaaken tusschen D EComp:e en gem: souba tot wederseijds genoegen waren afgedaen, waer over wij onse vreugde te kennen garen, en zonden gemelde bediende met een Compliment te rug, 'sdaags daar aan Gaf zijn Hoogheijd te kennen aan den Courantier en molla van Palliacatta, die wij om vol„ „gens gewoonte na sijn welstand te verneemen, en teffens voor genoemd berigt te bedanken, gezonden hadden, dat wanneer sijn zoon hier mogt arriveeren, ons dan te zullen ontmoeten Heiden morgen wierd ons door den Couran„ „tier berigt dat de wackiel der Maratters /:wel„ „ke eenig vertrouwen scheenen gesteld te hebben op de onlusten tusschen den souba en DEComp:/ bij den souba sijnde, sig daar omtrend scheen te hebben uijtgelaeten, dog den souba bewees dat des wackiels vertrouwen van geen fundament was, door de missive van desselfs zoon, specteerende de afdoening der zaeken tusschen zijn Hoogheijd en DEComp: te vertoonen, wij hebben de Eer uwel Edele Gestrenge hier„ „neevens aantebieden vier brieven van den Courantier en een ola van den Pion door uwelEdele Gestrenge alhier op kundschap gelaaten, successive ontvangen; Als meede een papier ons door de drie deserteurs waer„ gezonden van 634 van in ons eerbiedig schrijvens de dato 5: huijus gewag maekten, onder den hand toegeschikt. Na uwel Ed: Gest: Perzoon en sComp:s dierbaere belangen in de bescherming des Allerhoogsten te hebben aanbevoolen, geeven wij ons de Eer deesen met een diep ontzag te teekenen /:onderstond:/ en /:was geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Madraspat„ nam den 27: November a:o 1773 (:lager:/ P: J: deese inleggende onder Couvert van den eersten teekenaer van de noord ontfangen zijnde, hebben wij de Eere deselve hiernevens onderdanig aantebieden Nagapatnam Aan als vooren Den 29: der gepasseerde maend arriveerde alhier Amiroel oemra bahadoer zoon van zijn Hoogheijd den souba van Carnatica Des anderen daags zonden wij na ge„ woonte om na de welstand van zijn Hoog„ „heijd den Nabab te verneemen, en teffens lieten wij hem met de aankomst van desselfs zoon filiciteeren, waar voor op het vriendelijkst bedankte Den 1: deezer zijn de gisteren, kwam ge„ melde Amiroel in de Comp:s Thuijn, wanneer hij met 17: Canon schooten gesalueerd wierd ook kwam smiddags om 12: uuren een voornaame Bramine uijt naam van den nabab ons bezoeken, welke te kennen gaf: Dat er tseederd langen tijd een groo„ „te vriendschap tusschen DEComp: en wel„ „melde zijn Hoogheijd geresideerd had werden de sdaags voor sijn aankomst op de groote monti /: een berg 4: uuren van hier :/ door den Heer gouverneur wijnch en verscheijde Heeren van distinc„ „tie opgewagt. werdende en

NL-HaNA_1.04.02_3374_0104 view scan ↗

English

Nagapatnam To as before We found ourselves honored with Your Right Honorable's highly esteemed letter of the 25th of the past month, accompanied by the contract entered into with the Lord Madaroel Moelk and the further appendices belonging thereto. And pursuant to the order contained therein, we informed the Lord Subah the day before yesterday that we had received report from Your Right Honorable that all disputes arising between the nation and him had been amicably settled, and we thus requested to be allowed to pay our respects to His Highness. Thereupon, he not only repeated to us his already expressed intention that we pay a visit to his son before we presented ourselves to him, but even set that same afternoon to accomplish that visit, and toward four o'clock sent us two of his principal servants to conduct us to the said Lord Madaroel Moelk. Thus, wishing on our part to avoid all occasions for displeasure, we found ourselves obliged to comply with the desire of the Subah, and we accordingly paid a visit at the appointed time to the Nawab's son, who received us affably and made many protestations concerning the friendship that had now once again taken hold between him and the Dutch Nation, and which he assured us he would cultivate on his part through the faithful maintenance of all the old privileges of the Dutch Company. Further, he gave us to know that although all disputes that had arisen here on the Coast between him and the Dutch Nation had indeed been completely cleared away, there nevertheless remained something regarding the pearl fishery about which he wished to enter into negotiations with us. But we declared to him that for the present we were not authorized at all to enter into any negotiations whatsoever, and to his question to what end our mission was then actually directed, we answered him that our commission had regard solely to the matters decided by Your Right Honorable, and that for us nothing remained of it at present but the compliment of congratulation to the Subah on the conquest of Tanjore, for which we hoped, according to His Highness's promise, to be received on the following day. Hereupon followed some further protestations of friendship on the part of the Nawab's son, from whom we immediately took our leave. The following day, according to the promise, we were fetched at nine o'clock in the forenoon by the same deputies and conducted to the Subah, who not only received us very favorably, but also in the most emphatic manner declared his friendly inclination for the Dutch Nation, and on that occasion we also offered His Highness the presents intended for him by Your Right Honorable, which he kindly received, as well as Your Right Honorable's letter, whereupon he said that since our speedy return was requested therein, he would send us that same evening the counter-present with the letter to Your Right Honorable, which also took place yesterday evening, the present consisting of a horse and two small packages enclosed in wax cloth, and which now was further confirmed, and that His Highness wished to live in as close an alliance with the Dutch Company as with the English Company. Furthermore, the said Brahmin said that since Ameroel Oemra Chadoer, son of His Highness, had arrived here, the said His Highness would gladly see that we first pay a visit to the said Ameroel, and that His Highness then also wished to meet us; whereupon we replied that as yet we had received no news nor further orders from Nagapatnam, and thus requested that His Highness be pleased to postpone it for so long, which was not only granted, but even left to us, whenever we should think fit to do so. He assured us that it would always be agreeable to him to be of any service regarding the interests of the Company. And with respect to the pearl fishery, His Highness said solely that whenever it pleased the Company to settle that matter by any negotiation, he would always be found ready for it. At present the rumor runs strongly here that the Marathas have descended to the River Kistna with a formidable force; it is also said that General Smith is to proceed at the first opportunity to Trichinopoly in order to hold himself ready there with the army. We have the honor to let this be accompanied by a missive from the news-writer, and there being nothing further worthy to report to Your Right Honorable's attention, we call ourselves with profound respect. Underneath stood and was signed: as before In the margin: Madraspatnam, the 2nd of December 1773.

Dutch transcription

635 en die nu nog nader bevestigd wierd, en dat zijn Hoogheijd wenschte in sulk een nauw verbond met de Hollandse Compagnie te Leeven, als met de Engelsche Compagnie, wijders zeijde gem: Bramine dat dewijl ameroel oemra Chadoer zoon van zijn Hoogheijd alhier aangekomen was, gemelde zijn Hoogheijd gaerne zoude zien, dat wij eerst een visite bij gemelde ameroel afleijden, en dat zijn Hoogheijd dan ook ons wenschte te ontmoeten waerop gerepliceerd hebben dat het nog toe geen teijding nog nader ordres van Nagapatnam ontfangen hadden, en dus verzogten dat zijn Hoog „heijd, het zoo lange gelieve uijttestellen, het geen niet alleen toegestaen wierd, maer selfs ook aan ons gelaeten, wanneer sulks goedvinden zouden Thans Loopt het gerugt alhier sterk, Nagapatnam Aan als vooren Wij vonden ons vereerd met uwel Edele Gestrengens zeer g'Eerde brief van den 25: der verleede maend, verzeld van het Contract met den Heere Ma„ daroel Moelk aangegaen en de verdere daartoe wij hebben de Eere deesen te laeten verzel„ „len een missive van den Courantier, en niets verder uwel Edele Gestrenge attentie waerdig te melden zijnde, met diepe ontzag ons te noemen. /:onderstond:/ en /:was geteekend./ als vooren /:in margine:/ Madraspatnam den 2: December 1773: dat de maratters tot de revier kistna zou„ „den afgezakt zijn, met een formidable magt; ook zegd men dat de generaal Smith, met den eersten naar Tritsjenappalij staet te begeeven, om sig aldaer met het Leeger gereed te houden dat gehoorende d 636 gehoorende bijlaegen: En ingevolge van het daer bij vervat bevel, hebben wij vergisteren den Heer souba laeten verwittigen dat wij van uwel Edele Gestrenge berigt ontfangen hebben dat alle geschillen tusschen de natie en hem ontstaen in der minne afgedaen waren, en wij alzoo verzagten, om onse opwagting bij zijn Hoogheijd te mogen maeken. Hij liet daerop niet alleen sijn reeds betuijgde inten„ „tie om sijn soon een bezoek te geeven eer wij ons tot hem begaven aan ons te herhaelen maer bepaelde selfs dienselfde nademid„ „dag om dat bezoek te volbrengen, en zond ons teegens vier uuren twee sijner voornaemste bediendens om ons bij gemelde Heer Mada„ „voel Moelk te geleijden, dus van onse zeijde alle aanleijdingen tot misnoegen willende vermeijden, vonden wij ons genoodsaekt aen de begeerte van den souba te voldoen, en wij zijn dienvolgens op de bepaelde tijd bij des wijders gaf hij ons te kennen dat schoon alle geschillen hier ter Custe tusschen hem de Hollandsche Natie ontstaen wel geheelijk uijt den weg geruijmd waeren egter nogthans ten opsigte van de paarlvisserij iets over bleef, daer hij gaerne met ons over in onderhandeling wensch te treeden, Dog wij betuijgden hem voor het tegenwoordig in het geheel tot geene onderhandeling hoe genaemd bevoegd te weezen, en op sijn vraeg tot wat eijnde Nababs zoon een bezoek weesen geeven, die ons minsamelijk ontving en veele betuijgin„ „gen deed over de vriendschap die tusschen hem „ en de Hollandsche Natie thans weder had stand gegreepen, en welke hij ons verzeekerde van zijne zeijde te zullen aank weeken door de trouwe handhaaving van alle de oude voorregten van de hollandsche maatschappij. n Nababs onse 637 onse bezending dan eijgendlijk gerigt was gaven wij hem ten antwoord dat onse Com„ missie eenelijk opzigt haa op de zaeken door uwel Edele Gestr: beslist, en dat tot ons thans daervan niets overig bleef dan het Complo„ ment van geluk wensching aan den souba er „gens de overwinning van Tansjoer waer toe wij hoopte volgens belofte van zijn Hoog„ „ „heijd sdaegs daer aen ontfangen te zullen worden, hierop volgde eenige verdere betuij gingen van vriendschap van de zeijde van snababs zoon, van wien wij terstond afscheijd namen. Den volgenden dag wierden wij vol„ gens toezegging door deselfde gecommitteerden om negen uuren in de voormiddag afgehaeld en na den souba geleijd, die ons niet alleen seer gunstig ontving, maer ook op het na„ drukkelijkste sijn vriendelijke genegendheijd voor de Hollandsche Natie betuijgde en wij booden bij die gelegendheijd ook zijn Hoogheijd aan de geschenken door uwel Edele Gestr: voor hem bestemd, die hij genegendlijk ontving, gelijk meede uwel Edele Gestrengens missive, waerop hij zeijde dat dewijl daerbij om onse spoe„ „dige te rug zending verzogt wierd, hij ons dienselfden avond het Contra geschenkt met de brief aan uwel Edele Gestrenge zou„ „de toezenden, het geen ook gisteren avond geschiedede, bestaende het geschenk in een paerd en twee pakjes in waxdoek benauijd verzeekerde dat het hem althoos aangenaem zoude zijn omtrend de belangens van de Comp: van eenig nut te weezen, En ten op„ sigte van de paarlvisserij zeijde zijn Hoogheijd eeniglijk dat wanneer het de Compagnie behaegde daer eenige onderhan„ deling die zaek afte doen, hij sig daer toe althoos gereed zoude laeten vinden verzeekerd alle

NL-HaNA_1.04.02_3374_0107 view scan ↗

English

all intended for the Right Honourable and Valiant Lord Governor. Upon our departure from the Nabab, he emphatically requested us to convey on his behalf to your Right Honourable and Valiant that it would be very pleasing to him if your Right Honourable and Valiant would be so kind as to oblige him with some Cinnamon of the very best quality. Yesterday afternoon, also in accordance with your Right Honourable and Valiant's recommendation, we addressed ourselves in writing to the English ministry to obtain a satisfactory answer to the protest submitted by us, and had that letter delivered to the Lord Governor, who has been indisposed for some days, by the bookkeepers Brouwer and Dormieur, who upon their return reported to us that the governor had declared that, owing to his indisposition and the absence of several Members of the council, he was not in a position to determine when an answer thereto could be provided; but presently we receive the said answer, which we let accompany this in translation for your Right Honourable and Valiant's esteemed perusal. We shall therefore have everything made ready to depart from here with the utmost speed, so that in accordance with your Right Honourable and Valiant's orders everyone may return to his assigned post. Meanwhile, we have the honour to be with all respect, was signed as before, in the margin Madraspatnam the 7: December 1773. Nagapatnam To as before In accordance with our humble writing of the 7: of this month, having made all possible speed, we have become able today to set out on the road again from here, so that each of us may return to his assigned post pursuant to the venerated orders of your Right Honourable and Valiant. The first letter received by your Right Honourable and Valiant addressed to His Highness Machomet alichan goes back again, which, together with the daily journal kept, as well as the letter from His Highness addressed to your Right Honourable and Valiant, with the presents belonging thereto, will be dutifully delivered to your Right Honourable and Valiant by the last undersigned upon his arrival over there. The account of the expenses incurred by the humble undersigned, each of them will take the liberty, after their return arrival at their respective assigned posts, to present to your Right Honourable and Valiant in all submissiveness. In the hope that our proceedings thus far may meet with the esteemed approval of your Right Honourable and Valiant, we presume the honour to call ourselves, was signed as before, in the margin Madraspatnam the 12: Dec: 1773. Agrees No. 23 To the merchant Willem Blaaukamer at Sadraspatnam and to the Honourable Philippus Jacobus Dormieur, resident chiefs there at Palliacatta. Good friends, At our session of today, Your Honours together with the merchant first warehouse keeper and trade bookkeeper here, also Member of our assembly, Hendrik Ambrosius Johnson, having been chosen as commissioners to greet His Excellency the Lord Subah of Carnatica, Mahometh Aliechan, on behalf of the Dutch East India Company on the conquest of Tanjore and to solicit the confirmation of the Company's privileges in that realm: we hereby give notice thereof to Your Honours, so that Your Honours may prepare yourselves for this in good time, as the said Johnson is due to depart from here within 14 days by the land route to Sadraspatnam, and from there with the resident chief Blaaukamer to Palliacatta, to then travel up to the Subah together with the Honourable Dormieur; but if that route to Palliacatta can be avoided and Your Honours judge such to be best and most advisable, then a convenient place lying between Sadras and Palliacatta can be chosen and designated to assemble together, in order first to deliberate on the secret Instruction and the contents of the attached papers that will be brought over by the said Johnson and to consult together on the necessary matters before the ceremonial procession begins; furthermore, to perform the secretarial work, the bookkeeper Brouerius Brouwer and the assistant Johannes Abrahamsz: Bronsveld are also due to cross over from here, as well as the Courantier and his brother, leaving it further fully deferred to Your Honours which of the two Mollas or Persian writers will best serve Your Honours on this mission, namely the one from Sadraspatnam or Palliacatta, the latter being said to us to be the most able and capable, just as it is likewise left to Your Honours' choice to select interpreters and linguists, or other necessary native servants to act as such and upon whose fidelity and capability Your Honours can rely. Wherewith we remain, Your Honours' good friends, was signed: R: V: Vlissingen, H:s Leembruggen, J: E: G: Haselman, M: Koning, Corn:s Pieters, J: Appingh, J:s v:n Tessel, W:m Duijnevelt, and J: D: Simons. In the margin: Nagapatnam in the Castle the 1: October Anno 1773.

Dutch transcription

638 alle bestemd voor den wel Edelen Gestrengen Heer Gouverneur Bij ons vertrek van den Nabab verzogt hij ons met nadruk om sijnentweegen aan uwel Edele Gestrenge te bedeelen, dat hem zeer aangenaem zoude zijn, wanneer Uwel Edele gestrenge hem geliefde te gerieven met eenig Canneel van de allerbeste zoort. Gisteren nademiddag hebben wij ook ingevolge uwel Edele Gestrengens aanbeveeling ons schriftelijk bij het Engels ministerium g'addresseerd om een voldoenend antwoord op het door ons overgeleverd protest, en die brief aan den Heer Gouverneur die zeederd eenige dagen onpasselijk is geweest doen be„ stellen, door de boekhouders Brouwer en Dormi„ eur, die ons bij hun te rug komst berigte dat de gouverneur betuijgd had mits sijn in„ dispositie en de absende van verscheijde Leeden van den raed, niet in staet te zijn Nagapatnam Aan als vooren Ingevolge ons onderdanig schrijvens van den 7: deeser alle mogelijke spoed gemaekt hebbende, zijn wij heeden in staet geraekt wij hebben middellerwijl de Eere met alle Eerbiedigheijd te zijn /:onderstond:/ en /:was geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Madraspatnam den 7: December 1773 om te kunnen vaststellen wanneer daer op van antwoord te dienen; Dog op stonds ont„ „fangen wij gem: antwoord, 't welke wij deesen in translaet tot uwel Edele Gestr: g'eerde speculatie laeten verseld gaen wij zullen dierhalven alles in gereedheijd doen brengen om ter spoedigsten van hier te vertrekken, op dat ingevolge uwel Edele gestr: ordre een ieder na sijn bescheijdene plaets kan te rug keeren. om van 639. van hier weder op weg te begeeven, op dat een ijder onser na de gevenereerde ordre van uwel Edele gestrenge ter sijner bescheijdene post retourneeren De eerst ontfangene brief door uwel„ Edele Gestr: aan zijn HoogHteijd Machomet alichan gerigt, gaet weder te rug, welke zoo wel als het gehouden dag verhael, be„ „neevens de brief van zijn Hoogheijd aan uwel Edele Gestrenge gerigt, met de daer bij gehoorende geschenken door den Laesten teekenaer bij sijn aankomst â Costij aan uwel Edelens gestrenge schuldpligtig zal werden geintrageerd De reekening der door de nedrige tie kenders gedaene ongelden, zal een ieder hunner de vrijheijd gebruijken, na te rug arrive op derselver bescheijdene pos„ ten, uwel Edele Gestrenge, in alle onderdanig „heijd aantebieden In hoops dat onse verrigtingen tot dus verre de g'Eerde goedkeure van uwel Edele Gestr: zal kunnen weg te dragen, maatigen wij de Eere aan met veel ons te noemen: „ /:onderstond:/ en /:was geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Madraspatnam den 12: Dec: 17736 W uyjneven accordeerd In et 640 No. 23 Aan den koopman Willem Blaaukamer opperhoofden, aldaer Goede vrienden Ter onser sessie van heeden UEdelens bij de nevens, den koopman eerste pakhuijsmeester en Negotie boekhouder alhier mitsgaders Lid onser vergadering Hendrik Ambrosius Johnson verkooren weesende tot gecommitteerdens; om van weegen de Nederlandsche oost Indische Companie zijn Excellentie den Heer souba van Carnatica mahometh aliechan te begroeten, met de overmeestering van Tansjoer en de Confirmatie van sComp:s voorregten in dat rijk te besolliciteeren: soo geeven wij UEdelens Sadraspatnam Aan den E: Philippus Iacobus Dormieur, en daer Palliacatta 641 daer van bij deesen kennisse, op dat UEdelens sig daer toe bij tijas prepareeren kunnen, staen „de-gedagte Johnson binnen 14: dagen van hier over den Landweg naer Sadraspatnam, en van daer met het opperhoofd Blaeukamer na Palliacatta te vertrekken, om vervolgens te gelijk met den E: Dormieur naar den souba op te reijsen, dog soo die route na Palliacatta vermijd kan werden en UEdelens zulx best en raedsaemst oordeelen, dan kan een plaets tusschen sadras en Palliacatta Leggende die daar toe Convinabel is gekosen en bestemd werden, om bij den anderen te komen, ten eijnde over de secreete Jnstructie en de in„ „houd der annexe papieren, die door gedagte John„ „son sullen werden overgebragt, eerst raed te verleegen en met den anderen het nodige te bera„ „men, eer de optogt Ceremonieel aanvang neemt, staende van hier voorts om het schrijfwerk te verrigten ook overtegaen, den boek houder Brocurius Brouwer, en den adsistent Johannes Abrahamsz: Bronsveld, soo meede den Couran„ „tier en sijn broeder, latende voorts aan uEdelens ten vollen gedefereerd welke van de beijde Mol„ „las of Persiaans schrijver UEdelens in deese Com„ „missie best zal dienen, te weeten die van sadras„ „patnam off Palliacatta, dese laeste werd ons ge„ „segt de habielste en beqraamste te weesen, gelijk inselvervoegen aan UEdelens keuse werd gelaten, het verkiesen van tolk: en taalmannen, dan wel andere noodsakelijke Jnlandse bediendens, om als soodanig te ageeren en op welkers fidel„ liteijt en bequaamheijd uEdelens staet ma„ ken kunnen waermeede verblijven /:onderstond:/ UE: goede„ vrienden /:was geteekent:/ R: V: Veissingen, H:s Leembruggen J: E: G: Haselman, M: koning . . - - - . Corn:s Pieters, J: Appingh, J:s v:n Tessel W:m Duijnevelt, en J: D: Simons /:in margine:/ Nagapatnam in 't Casteel den 1: 8br: A:o 1773: Brouerius

NL-HaNA_1.04.02_3374_0113 view scan ↗

English

To the Honorable Philippus Iacobus Lormieux, senior merchant and chief of Palliacatta, and Willem Blaaukamer, chief of Sadraspatnam, together with Hendrik Ambrosius Johnson, first warehouse master and trade bookkeeper at Nagapatnam; as commissioners in the mission to the subah of the Carnatic, Mahometh Aliechan, at Madraspatnam. Good friends, Herewith we send to Your Honors the instructions and accompanying papers belonging to the commission entrusted to Your Honors, to which is added a letter from the undersigned Governor addressed to the subah as Your Honors' safe-conduct, to be presented to him at Your Honors' first audience, as well as accompanying this a copy of a letter dispatched under today's date to the Madraspatnam Governor Wynch, likewise written by the first undersigned, for Your Honors' perusal; furthermore a small chest containing such gift goods for the subah as are listed in the enclosed note. Furthermore, the two first named in the heading of this letter must transfer the affairs of their chieftaincies to their seconds-in-command and take the necessary precautions regarding the second keys of the large money chests. Wherewith we remain. It was underwritten and signed: as before. In the margin: Nagapatnam, 18 October 1772. To the same at Madraspatnam. Since the son of the subah, Madaroel Moelk, regardless of the demonstrations made to his aforementioned father as well as to him concerning their unreasonable claims on the lands lawfully purchased by the Company from the conquered prince of Tansjoer, thought fit this morning to invade the same with his whole army, joined by the English troops, and particularly to take closer possession thereof by pulling down the Company's flag and planting his own flag where he is now encamped, and it is not without reason to be feared that he will come forward from there with further claims, and if these are not satisfied, will besiege this city: so we have thought fit to give Your Honors immediate notice thereof, as is done herewith, sending along a copy of a protest that was sent to him by us yesterday upon receipt of the report that he or his troops were also about to march down here, accompanied by an original protest directed by us, with some small alterations, to the Governor and Council at Madraspatnam, ordering Your Honors to deliver the same immediately to the ministry there; to which end, if Your Honors have not yet arrived at Madras, Your Honors must set out on the way thither upon sight of this, not doubting that Your Honors will have already received the papers and the small chest with the gifts, and Your Honors must give us immediate notice of the outcome. Wherewith, after greetings, we remain. It was underwritten and signed: as before. In the margin: Nagapatnam, in the Castle, 21 October 1773. To the same at Madraspatnam. Translation of a letter written by the subah of these lands to the undersigned Governor, from which Your Honors will see that he is not inclined to admit Your Honors, nor to receive the compliment of congratulation, before and until the matters concerning his formed claims on the Company with his son Madaroel Moelk, who is with his army at Neoer, shall have been finally settled; we are now in negotiation with him about this, without our being able as yet to judge the outcome thereof with any certainty; therefore it is certain that Your Honors will achieve little or nothing in the objective of Your Honors' mission. Therefore we order Your Honors, if you should not have departed yet, to suspend the journey for the present, but in the meantime to send the letter with the protest to the English ministry at Madraspatnam under Your Honors' covering letter; and if it is that Your Honors should already be on the journey, or have arrived at Madras, then so to manage regarding the meeting with the subah that no affront or any slight is brought upon or offered to Your Honors, in suffering a refusal or otherwise, but to that end, or for the avoidance thereof, Your Honors may pretend that you await further orders from this government; but what has been ordered to Your Honors concerning the English ministry, Your Honors may meanwhile just quietly execute, and retire from there for a time, if Your Honors deem such necessary. Wherewith we remain. It was underwritten and signed: as before. In the margin: Nagapatnam, in the Castle, 27 October 1773.

Dutch transcription

642 Aan den E: Philippus Iacobus Lormieux, de kooplieden opperkoopman in opperhoofd van Palliacatta, en Willem Blaaukamer opperhoofd van Sadraspatnam, mitsg:s Hendrik Ambrosius Johnson, Eerste pakhuijsmeester en negotie boek„ houden te Nagapatnam; als gecomm:s in de besending na den souba van Carnatica Mahometh aliechan te madraspatnam Goede vrienden hiernevens laten wij uwEd: toekomen, de Jnstruc„ d de „tie en annexe papieren, tot de Commissie uwEd: opgedragen, gehoorende, waer bij gevoegd is, een brief van den ondergeteekende Gouverneur tot uwEd:s geleijde aan den souba gerigt, om bij „ eerste uw Ed„e audientie aan denselven gepresenteerd te Madraspatnam Aan als vooren Dewijl den soon van den Souba Madaroel moelk ongeagt onse aan sijn voorm: vader so werden gelijk ook deesen verseld Copia eener brief die onder dato deeses aan den Heer madraspatnamsen gouverneur wijnch, almeede on door den eerst ondergeteekende werd gecarteerd, tot uwEd:s speculatie voorts een kasje met soodanige schenkagie goederen voor den souba als bij de geincloseerde notitie ver„ meld staen, moetende voorts de twee eerst ge„ „noemde in den hoofde deeses gemeld, de saeken hunnier opperhoofdeijen aan derselver Secundens opdraegen en de noodige voorsorge gebruijken omtrend de tweede sleutels van de groote geld Cassas /:waermeede verblijven /:onderstond:/ en was geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Nagapatnam den 18:' october 1772; werden wel 643 wel, als aan hem gedane Dimonstratien op hunne onreedelijke gemaekte pretentien op de door DEComp: van den overwonne vorst van Tansjoer wettig gekogte landen, heeft kunnen goedvinden heeden morgen, met sijn gansche Leeger, geconjungeerd met de Engelsche Troupen, deselve in te dringen, en daer van, insonder „heijd nader in possessie te neemen, door het neder„ halen van sComp:s, en planten van sijn vlagge alwaer sig thans geleegerd, en niet sonder reeden te dugten is, dat van daer met verdere pretentie voor den dag komen, en aan deselve niet vol„ daen werdende, deese stad beleegeren sal : soo hebben wij goedgevonden uwEdelens daar van ten eersten kennisse te geeven, gelijk bij deesen geschied, onder toesending van de Copia eener protest, dat door ons op gisteren, op het erlangt berigt, als dat hij, of sijne troupen meede dit heen stonden aftesacken aan hem toegesonden is, verseld van een origineel protest Madraspatnam Aan als vooren Wij laeten UEdelens in deesen toekomen Copia door ons met eenige kleijne verandering aan den gouverneur en raed te madraspatnam gerigt, uwEd: gelastende, het selve ten eersten aan het ministerium aldaer overtegeeven ten welken eijnde, UwEd: soo nog niet op madras mogte aangekomen weesen, op sigt deeses, sig naer derwaerds op weg sullen moe„ „ten begeeven, niet twijffelende, of uwEd:s zullen de papieren, en het kasje met geschenk reeds ontvangen hebben, moetende uwEd: van den uijtslag ons ten eersten kennisse geeven. waermeede naer groete verblijven /:onderstond:/ en /:was geteekent:/ als vooren /:in margine:/ Nagap:n Jn 't Casteel den 21: octob:r 1o13. Translaet door 644 Translaet eener brief door den soaba deeser landen aan den ondergeteekende Gouverneur geschreeven waer bij uEddelens beoogen zullen, dat hij niet geneegen is UEd: te admitteeren, nog het Compli„ „ment van filicitatie te ontfangen, voor en al eer de zaeken, nopens sijne geformeerde pretentie op DEComp: met sijn soon Madaroel moelk, die zig met sijn leeger te Neoer bevind, finael afgemaekt zullen weesen; wij zijn thans met hem daarover in onderhandeling, sonder dat wij egter nog met eenig seekerheijde van de uijt„ „slag derselve voordeelen kunnen, dierhaeven is het zeeker dat uEdelens wijnig of niet reuseeren sullen, in het oogmerk uwer Edelens besending oversulx uEdelens gelasten, soo nog niet vertroc„ „ken mogten zijn, de reijse voor eerst te staken, dog intusschen de brief met het protest aan het Engelsch. ministerium te madraspatnam, onder uEdelens geleijde letteren, aan het selve te doen toekomen, en is het dat UEdelens reeds„ Madraspatnam Aan als Vooren Aangesien wij na veel moeijte eijndelijk tot op reijs, of op madras gearriveerd mogten zijn het dan omtrend de ontmoeting van den souba sodanig te dirigeeren dat UEdelens geen affront of eenig kleijn agting werden toegebragt of bejegend, in het lijden van refuus als ander„ sints maer ten dien eijnde, of tot vermijdering van dien, voorgeeven kunnen, dat UEdelens na„ „der ordre deeser regeering verwagten, dog het geen uEdelens ten belange van het Engels Minis„ „terium gelast is, kunnen UEdelens intusschen maer gerust ter executie brengen, en sig van daer voor een teijd retireeren, soo UEdelens zulx noodsaakelijk oordeelen waermeede verblijven /:onderstond:/ en /:was geteekent:/ als vooren /:in margine:/ Nagap:n Jn 't Casteel den 27: 8br: 1773 op d 6 ren E

NL-HaNA_1.04.02_3374_0116 view scan ↗

English

a settlement or agreement has been reached with the young Nabob Madaroel Moelk concerning the claims made by him in the name and on behalf of his father, the Lord Souba Mahometh Alichan, against the Company, both with regard to the lands purchased by Their Excellencies from the dethroned prince of Tanjore and the redeemed recognition moneys and elephants, according to the written agreement concluded and made on that matter, a copy of which accompanies this letter for Your Honours' perusal; and on that occasion the same has also, by a general Parwanna, confirmed the old Cowls and privileges of the Honourable Company, and thereby left all matters and customs regarding Their Excellencies' trade on the old footing, of which Your Honours are hereby given notice. We do not doubt that the Souba will now admit Your Honours to an audience, whereupon Your Honours must with all earnestness urge, so that after paying the compliment of congratulations on his victory over Tanjore, since there is nothing more for Your Honours to accomplish there by virtue of the aforementioned agreement concluded here, you may depart from there at once and everyone may return to his assigned post. Furthermore, prior to their departure from there, Your Honours will have to urge the English ministry with all emphasis to provide a satisfactory answer to the protest submitted to them by Your Honours on our behalf. With which, after greetings, we remain. Below stood and was signed as before. In the margin: Nagapatnam in the Castle, 25 November 1773. P.S. Furthermore, Your Honours receive enclosed a letter for the Souba, which Your Honours may deliver to him or have delivered. Besides the copy of the contract mentioned herein, we also send for Your Honours' perusal copies of the receipts for the jewels and the four elephants from the King of Kandy, along with the Cowl of confirmation of the Company's privileges and the Dastak Parwanna for the unhindered and free transit of the Company's goods, etc., all prepared by the Nabob himself according to his wishes. Madraspatnam To as before To both Your Honours' letters of 13 November and the 2nd instant, we find nothing requiring any remark in reply, other than to refer, with respect to the greeting and presenting of gifts to the Souba, to our instructions concerning this in our letter of 25 November last, which ceremonial we do not doubt will already have reached its conclusion before the receipt of this letter, and that Your Honours will have obtained their dispatch. But if, contrary to expectation, this should not yet have taken place, Your Honours must carry it out at the earliest opportunity, as Your Honours' stay there is not only unnecessary, but the Company's interests and service also make their presence at their assigned posts, each in his own, very necessary at present. We also do not doubt that Your Honours will have accommodated the Souba's desire to first pay a visit to his son Amiroel Oemra according to the necessity that presented itself to Your Honours in that regard, and that it would also not have been possible to decline this without causing displeasure to the Souba, and that Your Honours then also made a small reallocation of the accompanying gift items, which had been destined for the Souba alone, as that visit could not have taken place empty-handed. Your Honours are authorized to have the deserters in question quietly assured that they may return freely and at the same time be assured that they will go unpunished. With which we remain. Below stood and was signed as before. In the margin: Nagapatnam in the Castle, 11 December 1773. H Duijnevelt Agreed. No. 24 Translation of a Persian letter written by His Excellency the Lord Mahometh Alichan, reading as follows: To the Councillor who comes to me in the name and on behalf of the Governor of Nagapatnam. On the 3rd of the month of Sha'ban, that is 20 October, a letter addressed to me from the Governor of Nagapatnam was brought, wherein it is stated that Your Honour had been dispatched to congratulate me on the conquest of Tanjore; this is the news. After the conquest of Tanjore, one month and four days have now been spent managing affairs in the surrounding territories. That the Kingdom of Tanjore has come under my power lies across diverse [illegible]. The friendship of the Dutch nation comes from many sides; until now I have exercised patience. If Your Honour is authorized to settle affairs, then appear before me; my favour will reveal itself to Your Honour.

Dutch transcription

645 een vergelijk off accoord geraekt sijn, met den Iongen Nabab Madaroel Moelk, nopens de pretentien door denselven uijt name en van weegen sijn vader de Heer Souba Mahometh alichan op de Comp: geformeerd soo ten opsigte van de door haar Edele van de gedetroneerden Tansjoersen vorst gekogte Landen, als afgekogte Recognitie penningen en Eliphanten, na Zuijd van het dierweegens, getroffen en gemaekt schriftelijk accoord, waer van het afschrift tot uEdelens speculatie deesen verseld, en bij die geleegendheijd denselven, teffens bij een generaele Sarwanna de oude Cauls en privelegien der E Comp: geconfirmeerd, en daer bij alle saeken en gewoontens haar Edele handel betreffende op den ouden voet gelaten hebbende soo werden UEd: daarvan bij deesen kennisse gegeeven; wij twijffelen niet, of den souba sal uEdelens als nu, ter audientie admitteeren, waer op uEd: met alle ernst sullen moeten buijten het in deesen vermeld afschrift van het Contract, laten wij UEd: nog tot speculatie urgeeren, op dat het Compliment van de filicitatie met sijn overwinning op Tanspoer, vermits door de voormelden getroffene overeen„ komste alhier voor uEdele aldaer niets meer te verrigten valt, afgelegd hebbende, ten eersten van daer vertrecken, en een ieder na sijn bescheijden post te rug keeren kan; sullende uEdelens brven dien voor derselver depart van daer het Engelsch ministerium met alle nadruk moeten aanspoo„ „ren, tot het geeven van een voldoenend antwoord op het door uEdelens onsent weegen aan het selve overgegeeven protest waermeede naar groete verblijven /:onderstond:/ en /:was geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Nagap:n in 't Casteel den 25: november 1773: P: S: Nog bekomen UEd: in deesen een brief voor den souba, die UEd: aan hem kunnen, of laten overgeeven urgeeren toekomen 646 toekomen de Copijen van de quitantien van de Juweelen, en de vier Eliphanten van den Candia„ „sen vorst, mitsg:s de Caul van de Confirmatie der sComp:s voorregten, en Takiet parwanna, ter onverhinderde ten vreije passagie van 'sComp:s goederen Etc:, alle door den Nabab selve na sijn smaek gemaekt. — Madraspatnam Aan als vooren op beijde UEdelens brieven, van den 13: november, en 2: Courant, vinden wij niets dat eenige aan„ merking vereijscht te rescribieeren, dan ons ten opsigte van het begroeten en beschinken van den souba te refereeren, aan onse aanschrijvens dienaangaende bij onse letteren van den 25: november p:l welk Ceremonieel wij niet twijffe„ „len of sal reeds voor den ontfangst deeses haar beslag erlangd, en uEdelens hun depeche ver„ kreegen hebben, dog soo teegens verwagting wij twijffelen ook niet, of uEdelens sullen omtrent des soubas begeerte, om eerst een visite bij sijn soon Amiroel oemra afteleggen, sig geschikt hebben, na de noodsakelijkheijd die uEdelens dien aangaande te vooren gekoo„ men en ook sulks niet te ontleggen sal geweest sijn, sonder den souba ongenoegen toetebrengen en dat UEdelens dan ook omtrent de meede genomene geschenk goederen, die voor den souba alleen gedestineerd geweest zijn, een kleijne verschikking gemaekt hebben, alsoo die visite met geen leege handen sal hebben konnen geschieden; Aan de bewuste deserteurs sulks nog niet geschied mogte zijn, moeten uEdelens, het maer ten eersten werk stelligen, alzoo uEdelens verblijf aldaer niet alleen maer onnodig is, maer ook sComp:s belangen en dienst, derselver presentie op haare bescheijden posten, ider in de sijnen tans seer noodsake„ „lijk maken. sulks. werden 6 werden uEdelens gequalificeer, onder de hand te laeten verseekeren, dat sij vrijelijk te rug 8 komen, en teffens verseekerd weesen kunnen, dat sij straffeloos sullen sijn waermeede verblijven /:onderstond:/ en was geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Nagap:n Jn 't Casteel den 11:' Decemb:r 1773/ H Duijnevelt accordeerd 647 No. 24 Translaat Eener Persiaanse brief, geschreeven door sijn Exeltentie de Heer Mahometh Alichan, Luijdende als volgd Aan den Heer Raad dit uijt Naame en van weegen d' Heer Gouverneur van Nagapatnam tot mij Komt Ten 3. van de maand Sabhan /: dat is den 20 octbr:/ is van de Gouverneur van Nagapatnam een brief aan mij gerigt, aangebragt, daar bij straat vermeld dat VE: gedepecheerd was, om mij met de overwinning van Tansjor te vergelucken; dit is het nieuws Na de overwinning van Tansjoer, is nu al een maand en Vier dagen doorgebragt met de behee„ ring der saaken in de Landen hier omher„ Dat het Rijk van Tansjoer onder mijns magt kome legd dwars in diver De Vriendschap van de Hollander Natie is van veele sijden af, tot nei toe heb ik pasientie g'effende Jndien VE: gewettigd sijn tot afdeening van saa„ ken, soo verschijn voor mij, mijn gunst zal uwE: ontdecken 0 o11

NL-HaNA_1.04.02_3374_0120 view scan ↗

English

648 However, if one should come to the matter of the settlement, then look to Sadras. Quickly write the answer to this letter. What decision will then fall and what might be deemed good will become apparent thereafter. What news shall I write? Below was written: For the translation, according to the translation of the Persian writer Seah miran, Sadraspatnam, the 22nd of October 1773. Signed: Johannes Abraham Bronsveld. In the margin was written: A.M. On the cover of the letter stood the address as mentioned above, and beside it the date, being also the 3rd of the month Cabhan, in the year 1787. Translation of a Persian letter written by His Excellency the Lord Mahomet Alishan, its sadr being dated the 7th of the month Cabhan, that is the 24th of September, reading as follows: The letter written to me by Johnson, Member of the Council at Nagapatnam, was brought at noon on the 7th of the month Sabhan, that is the 24th of October. In it was stated that you were ordered by the Governor of Nagapatnam to go to me alongside the chiefs of Palliacatta and Sadras, but that they had not yet received any orders regarding this matter and could report nothing else, as well as that you, on account of the rainy monsoon, had departed from there in haste before the rain arrived. This I have understood. It is already a month and nine days ago that we, by God's grace, conquered the Castle of the Tanjore Kingdom. People have thus long looked out for the great men of Nagapatnam, but the time was spent with writing and messages from that side. The lands under my Tanjore Kingdom are not yet gathered together. In order to make speed, I have granted permission to my other eyes, Amiroel Oemera Chader, to depart from Tanjore to Triwaloer. 649 He has informed the Governor to vacate the lands. It is already more than 15 days since my two eyes arrived at Triwaloer. He informed me through Peons that no satisfactory answer was given from that side of the Governor. They have sent you to me, but from what was written by you it is to be understood that you have no full power, and that because of the rain, you resolved to come here quickly. I have also written to my two eyes that, since the rain is setting in, he should leave Triwaloer with the army and go to Naver, which lies close to Nagapatnam, and tie the toornans upon the dependent places of Tanjore. Between me and the Dutch Nation friendship has resided for a long time. I am a righteous person, and am inclined, according to justice, to have the moneys given upon the lands and jewels recovered again. Therefore it will be unfair if one then does not vacate the lands, and thereby that friendship will also cease. My two eyes are also inclined to the above. Therefore turn back again, go to my two eyes in the army, and let the Governor of Nagapatnam know to vacate the lands held in hand and to return the papers taken concerning the allowance according to good discretion, so that thereby the friendship that has always subsisted may henceforth increase and you may then win my favor. Below was written: For the translation according to the translation of the Persian writer Jean Miran, Sadraspatnam, the 25th of October 1773. Signed: Johannes Abraham Bronsveld. Agreed. W. Duynevelt, Secretary. 1725 650 After preceding compliments. With respect to the commission to which I have the honor to be appointed alongside the chiefs of Palliacatta and Sadras, the Messrs. Dermiur and Blaaukamer, to meet your Excellency, I can at present impart nothing else than that our orders in that respect have not yet arrived from Nagapatnam, but that we expect them daily, I having departed entirely alone in order to avoid as much as possible the rain that we daily have to expect. What more shall I write than my wish that your Excellency's glory may shine like the sun. Signed: H. Johnson. Copy of the draft answer to the letter of His Highness the Nabob of Arcot, Mahomet Alichan, dated 24th October 1773. Copy of the draft answer to His Excellency the Nabob of Arcot, Mahomet Alichan, dated 22nd October 1773. No. 25

Dutch transcription

648 Eevenwel als men ter saake der vergelucking mogt komen, verhoeft dan op Sadras Schrijfft haastelijk het andwoord op dese brief wat besluijt en dan vallen, en hoedanig goedge„ dagt werden mogt zal daarna te blijken koo men Wat nieuws sal ik schrijven /:onderstond:/ Voor de verseting volgens vertaaling van den Persi„ aan's schrijver Seah miran, Sadraspak„ riam den 22. ' octbr 1773. /:was geteekend:/ Joh:n Abrah„m Bronsveld /: in margine: stond:/ A„m op het Couvert van de brief stond het adves als heer vooren gem: en daarneevens de dag„ teekening; sijnde almeede den 3. van de maand Cabhan A„o 1787. Translaat eener Persiaanse brieff geschreeven door sijn Excellentie Bheer Mahomet Alishan Sijnde dies sadris gedateerd den 7: van de maand Cabhan (: dat is den 24 7br:/ aldus Luijden de De brief door Johnson, Lid van den Rand te Maa, patnam, die hot mij komt gesz: is op den 7. van De maand Sabham P: dat is den 24:' ctbr: mid= daags aangebragt, daarin werd vermeld Dat gij door de Gouverneur van Nagap. n g'ordonneerd waard, om beneevens d'offer hoofden van Pallienatta en Cadras na mij te gaan, dog dat zij omreeden dienaan; gaande geen ordres nog had ontvangen; niet anders zon melden, soo meede dat gij, om de wille des Regemousson, in haast, voor de Reegen aankwam, van Der„ waards versrocken waard — Dit heb ik verstaan Het is al een maand en Neegen daden geleeden dat wij door Gods gunste het Casteel van Iarr, e joers Rijk overwinnen hebben, men heeft dus lande uijtgesien, na de groote Luijden van Nagapatmam /: C: ok: unt gesegde:/ dog de ed is met schrijven, en boodschappen van die seijde doorgebragt De Landen onder mijn Tansjoers Rijk is nog niet bij een, om sport te maaken heb ik mijne hdere Oogen Amiroel Oemera Chader Permissie verleend, van Tansjoer na Triwa„ de Cocr 1 649 loer te vertrecken, Hij heeft de Gouverneurlaa¬ ten weeten om de Landen te vertaaten Het is al meer dan 15. dagen dat mijne twee oogen te Triwaloer aangekomen is, heeft mij doen weeten door Pions, dat van die eijde : der Gouverneurs:/ geen voldoenend andwoord gegeeven Nen heeft u tot mij afgesonden dog uijt het door UE gesz: is te verstaan, dat gij geen volk men magt hebb, en dat gij mits de reegen, te raade gewor¬ den Sijh: scrielijk dit heen te komen Jk heb mijne twee Oogen, ook gesz: om, vermits, de Reagenrijst kussen beijden kwam met d' armee Priwaloer te verlaaten, en na Naver dat digt bij Nagapatnam leot teqaan, en de Toornans te binden, op de onder hooige plaat„ ven van Tansjoer Tussen mij en de Hollandse Natie resideerd de Vruendschap zeederd langen tijd, Jk ben een regt„ vaardig, Persoon, en ben geneegen, om naar regt de op Landen, en gesteentens afgegeevene gelden, weeder te doen krug erlangen, dierhalven sal het on„ billijk wesen, wanneer men als dan de Larden niet verlaat, en daar door sal ook die Vriendschap ophouden Mijne twe oogen is meede tot het boven gewelcke geneegen, keer der halven weeder kerug, gaat tot mijne e twee Oogen in d' Armee, en laat aan de Gouverneur van Nagapatnam waten, om de in handen heb„ bende Landen te verlaaten, die daar van van Toe„ laasje naar goed dunken genoomene Papieren te rug te geeven, op dat daar door voortaan de altoos gesubsisteerde Vriendschap accresseeren en gij sulk dan mijn gunst winnen /:onderstond:/ Voor de oversetting volgens vertaaling van den Persi„ aans sonrijver Jean Miran Sadraspatnam den 25:e Der: 173. /:was geteekend:/ Coh=s Abrah.s Bronsveld niet W Duynevelt P Sec accordeerd 1725 650 Na voor afgaande Complimenten Jk kan uw Exelt: ten opsigte van de Commissi, waartoe ik d' Eere hebbe neevens de opperhoofden van Pallacatda en Sadras de Heeren Dermiur en Blaauka„ mer van benoemd te sijn, om uw Excell. te ontmoeten, thans niet anders bedeelen als dat onse ordreste dien opsigte nog niet van Nagapatnam gekoo„ men sijn, maar dat wij die dagelijx verwagten, sijnde ik maar alleene van afvertrocken, om de Reegen die wij dagelijx te wagten hebben te ont„ gaan, soo veel mogelijk was Wat sal ik meer schrijven als mijn Wensch dat uw E E: Florie blinke gelijk zonne /: was geteekend:/ H: : Johnson Copia Concept andword op de brief van sijn Hoogheijd den Nabab van Arcadol Mahomet Alichan gedakend 24:' Octber 1773. Copiea Conceps Antwood aan sijn Exel¬ tentie den Nabab van Arcadoe Mahomet Michm de dato 22.' Octbr. 1773. De3 No. 25 ce

NL-HaNA_1.04.02_3374_0124 view scan ↗

English

651 dated the 26th thereafter After customary compliments Yesterday the second signatory received the letter which your Highness was pleased to write to him on the 7th of this month /: 24th October :/, just as we were preparing to set out on the way to Palliacatta in order, pursuant to the order, to appear before your Highness in all propriety together with the chief of Palliacatta, Mr. Dormieux; for yesterday early in the evening we received our orders from Nagapatnam, containing among other things instructions to treat with your Highness on business matters. Since three persons have been designated for the honor of waiting upon your Highness in the name of the Honorable Dutch Company, of whom, however, only the two of us are yet together, we also take the honor of addressing this to your Highness from the two of us. We saw to our utmost astonishment that your Highness, among other things, was pleased to write to us to turn back and proceed to the camp of his son, His Excellency Amir ul-Umara Bahadur, whereby we would then be deprived of the most desired honor of greeting your Highness in person. We understood from this referral that our journey had to cease, for we could not venture to appear before his Highness's person against your Highness's declared intention; yet as we are charged by the Honorable Valiant Governor and Council to wait upon your Highness, and we are not permitted to do anything outside the orders of our masters, we have, very reluctantly, as no other way is open to us, had to resolve to abide here until we can obtain further orders from our superiors. Meanwhile, we request your Highness to let us know in a favorable answer to this that we may pursue our journey via Palliacatta to Madras in order 1053 652 to approach his person. May God increase your Highness's greatness and authority. What more shall we write? /: was signed :/ Willem Blaaukamer and H: A: Johnson /: below stood :/ B: Brouwer Copy of the draft reply to the letter of His Highness the Nabob of Arcot Mahomet Ali Chan, dated 24th October 1773, dated the 27th thereafter After customary compliments On the 24th of this month, in the evening, we received our orders from Nagapatnam, and we were about to depart the next day for Palliacatta in order, jointly with Chief Dormieux, to have the honor of meeting your Highness; but at the same time we were favored with your Highness's letter of the 7th Sha'ban /: 24th October :/, after the receipt of which we deliberated upon it circumstantially, and neither can nor may decide anything else than, pursuant to the order of our superiors, to come before your Highness to speak on business matters, for which purpose we depart immediately. May God increase your Highness's greatness and authority. What more shall we write? /: was signed :/ Willem Blaaukamer and H: A: Johnson /: below stood :/ Agreed /: was signed :/ B: Brouwer W: Duijnevelt Agreed 1 No. 26. 653 Honorable Valiant Sir. Being charged by the Honorable Valiant Governor and Council of Nagapatnam with a commission to your Honor's capital place, we give ourselves the pleasure to inform your Honor that tomorrow before noon we shall have the honor of paying our respects to the same, and consequently request that it may please your Honor to give the necessary orders so that we may enter unmolested with our retinue and baggage. We give ourselves the honor to be with perfect consideration, /: below stood :/ Honorable Valiant Sir, your Honor's humble and obedient servants /: was signed :/ P: J: Dormieux, Willem Blaaukamer, and H: A: Johnson /: lower stood :/ For the translation /: was signed :/ J: M: Dormieux /: beside stood :/ Madraspatnam the 29th October 1773. /: still lower :/ Agreed /: was signed :/ B: Brouwer Translation of an English letter to the Honorable Valiant Alexander Wynch, President and Governor of Fort St. George Translation of an English letter written to the Honorable Valiant Alexander Wynch, President and Governor of Fort St. George, together with the Council at Madraspatnam Honorable Valiant Sir, and Gentlemen Charged by the Honorable Valiant Governor and Council at Nagapatnam with a protest to offer to your Honors, and remain with perfect consideration, /: below stood :/ Honorable Valiant Sir and Gentlemen, your Honors' very humble and obedient servants /: was signed :/ P: J: Dormieux, Willem Blaaukamer, and H: A: Johnson /: beside stood :/ the 30th October 1773. /: lower stood :/ For the translation /: was signed :/ J: M: Dormieux /: still lower :/ Agreed /: was signed :/ B: Brouwer Agreed W Huijnevelt 654 No. 27 To the Honorable Gentlemen Philipus Jacobus Dormieux, Willem Blaaukamer, and Hendrik Ambrosius Johnson Gentlemen! Our President has laid before us your letter of the 30th October which your Honors delivered to him on that day, accompanied by a protest from the Governor and Council of Nagapatnam against this government. We are, /: below stood :/ Gentlemen, /: lower :/ your Honors' very humble and obedient servants /: was signed :/ A: Wynch, Copy of a translation of an English note sent by the said ministry to the Gentlemen Philipus Jacobus Dormieux, Willem Blaaukamer, and Hendrik Ambrosius Johnson, as deputies on behalf of the General Dutch East India Company, of the following content: John Smith, Geo. Dawson, Henri Brooke, Charles Johnson, J: M: Stone, D: Straey /: beside stood :/ For the translation /: was signed :/ Johannes Marcus Dormieux /: still lower :/ Agreed Agreed J Ruijnevelt /: was signed :/ B: Brouwer

Dutch transcription

651 de dato 26.:' daaraan Naar gewoone Complimenten Gisteren ontving den tweeden teekenaar de brief die uw Hoogheijd hem d' Eene gedaan heeft, tescrijven op den 7. deeser /: 24:' 8br:/ Juijst toen wij ons gereed maakken ons op weg na Palliacatta te begeeven, om ingevolge d' ordre in alle be„ vaamelijkheijd neevens het opperhoofd van Pal„ liacalta de Heer Dormeeux bij uw Hoog„ heijd te verschijnen, want wij hebben zisteren vregen den avond onse ordres ontfangen van Nagapatnam, onder ander behelsende om met uw Hoogheijd ooer saakelijk heeden te handelen Dewijl drie Persoonen tot d' Eere bestrmed sijn, on uw Hoogheijd uijt de naam van de Edele Neederlandse Comp„e op te wagten waar van wij bijde egter nog maar bij den ande„ ren sijn, soo neemen wij ook d' Eere van deese met ons beijde, aan uw Hoogheijd te rigten wij sagen tot onse uijtterste Verbaastheid dat ulw Hoogheijd ons onder anderen ge„ liefite, van te schrijven, van ons te rug en in zleeger van desselvs soon sijn Exclt: Ami„ roel Oemera Bhadaa te begeeven, waar„ door wij dan beroofd werden, van de Cooseer gewenschte Eere van uw Hoogheijd per„ Coneel te begroeten Wij begreepen door deese overwijsing dat onse rijse moest ophouden, want kon„ den niet onderneemen, om teegen uw Hoog„ heijds gedeclareerde intensie voor desselvs Hoog Persoon te verschijnen, dag gelijk wil„ door den WelEdelen Gestrengen Heer Gouver„ neur en Raad gelast sijn, om uw Hoog= heijd op te wagten, en wij niet vermoogen iiets buijten d' ordries van onse gebieders te doen, soo hebben wij seer ongaarne, dewijl ons geen ander weg open is, moeten besluijten om hier te vertoeven, tot dat wij nadere be„ veelen van onse superieuren kunnen erlan¬ gen Wij versoeken intussenen uw Hoogheijd van ons in een gewonsente andwoord op deese te laaten weeten, dat wij onse reijse kunnen over Palliacatta na Madras ver volgen om ƒ 1o53 652 tot sijn Persoon te naderen God vermeerdere uw Hoogheijd Groot= heijdsen gesag— Wat sullen wij meer schrijven (:was geteekend:/ W„m Blaauk amer en H: A: Johnson kon„ derstond:/ B: Brouwer Copia Concept Andwoord, op de brief van sijn Hoogheijd den Nabab van Aronder Mahomet Ali. Chan, gedatn 24. ' xctbr 1773, de dato 27. ' daar aan Naar gewoone Complimenten op den 24. deeser savonds, ontvingen wij onse or„ dres van Nagapatnam, en wij stonden Idaags daar aan op ons vertrek na Palliacatta om gesamentlijk met het opperhoofd Dormi„ Ux d' Eer te hebben van uw Hoogheijd te ontmoeten, dog ter selver tijd wierden wij be„ gunstigd met uw Hoogheijds brief van den E sabhan /: 24. oter:/ na welkers ont„ fangst wij daarover omstandig geraad= pleegt hebben, en niets anders kunnen of mogen besluijken, dan ingevolge d'ordre onser supericuren bij uw Hoogheijd te koo„ men, om over saakelijkheeden te spreek en, ten welken eijnde wij aanstonds vertrecken Ged vermeerden uw Hoogheijds groot„ Heyd en Gezrg Wat sullen wij meer schrijven /: was geteekend:/ W„m Blaaukamer en H: A: Johnson /:onder„ stond:/ Accordeerd /: was geteekend/ : C: mouwer W Duijnevert onser Accordeerd cc 1 F 7: No. 26. 653 Wel Edele Gestrenge Heer. Door den Wel Ed: Gestr: Heer Gouverneur en Raad van Nagapatnam gelast sijnde met een Commissie, naar uwel Ed: Gestr: Hoofdplaatse geeven wij ons het ver„ maak uwel Ed: Gestr: kennisse te geeven, dat wij mor„ gen voordemiddag d' Eere sullen hebben onse opwagting bij deselve te maaken, en versoeken dienvolgens dat het UwelEd: Gestr: morge behragen de noodige ordre te stellen dat wij met ons gevolg en bagagie ongenoeijt mogen binnen Wij geeven ons d' Eere met een vosrmaakte Consideratie te sijn, /:ondervond:/ Uwel Ed Gesr: Hier, uwelEd: Gestr. onderdaanige en Gehoorsaame dienaaren /:was geteekend:/ J: J: Dormieur, W„m Blaaukamer, en H: A: Johnson /:lager stond: / Voor de Translatie /:was geteekend:/ I: M: Dormiele /: besijden /od/ MoldreCaijs aundelij den 29:' octbr: 1773. /: nog: lager:/ Accordeerd /:was geteekend:/ B: Brouwer Translaat Engelen Missir Aan den WelEdelen Gestrengen Heer Alexander Wijnch Someldk naar President en Gouverneur van t Fort TTranslaat S„t George trecken Translaat van Een Engelsen brief geschre ven Aan den WelEd: Gestr: Heer Ale vander Wijned Soudkaad President en Geuwineur van 't fort St Gorge beneevens Den Raad te Madraspatnam WelEdele Gestrenge Heer, en Heeren Belast door den Wel Ed: Gestr: Heer Couverneur en Raad te Nagapatnam met een Protest, aan Uwel Ed: Gestr: die„ aantebieden, en verblijven met volmaakte Consideratie /:onderstond/ welEd: Gesr: Her en Heeren, uweEd: Gestr: seer onderdaanige en gehoorsaame dienaaren /:was getee„ kend:/ P: J: Dormieux W:m Blaaukamer en H: A: Johnson /besijden stond:/ den 30. ' octbr: 1743. /lager stond:/ voor d' oversetting /: was getekend:/ J: M: Dormieur /: nog lager:/ Accordeert /:was geteekend/ B: Brouwer accordeerd W Huijnevelt 654 No. 27 Aan de Wel Edele Heeren Philipus Jacobus Dormieux Willem Blaauckamer, en Hendrik Ambrosius Johns on Mijn Heeren! Onse President heeft voor ons gelegd uwE d:. brief van den 30„e ottr: die uwelEd: aan hem op dien dag overgeleeverd heeft, begleid met een protest van den Gouverneur en Raad van Nagapatnam tee„ gens dit Gouvermeur Wij zijn /:onderstond:/ mins Heeren /:lager:/ uwelEd:s zeer onderdanige en Gehoor„ Copdiet van een Translaat Engels Briefje door gem: Ministerium gesonden Aan de Heeren Philipus Jacobus Doimieuxx Willem Blaaukamer, en Hendrik Ambrosius Johnson, als gecommitteerdens weegens de Generale Neederlandsche Oostin„ disch=e maatscha,pij, van de volgen„ John de inhoud saame Dienaaren /:was geteekend:/ A: Wijner Johan Cmistz, Goo Dawsen, Henri Brooke, Can:s Jonson, I: M: Cronc, D: Straeij /: beseden stond:/ voor de verhaaling /: was geteekend:/ Joh:s marc„s Dormielx /:nog lager:/ Accordeerd accordeerd J Ruijnevelt /: was geteekend:/ B: Brouwer

NL-HaNA_1.04.02_3374_0131 view scan ↗

English

655 We, the Mullah of Palliacatta and the Courantier of Sadraspatnam, in compliance with orders, betook ourselves to His Highness the Nawab and delivered the Nazr (tribute gift) to His Highness's Prime Minister, named Abdul Rashid Khan Sahib, and furthermore made known to him that we were sent by Your Honours to enquire after His Highness's health and to make known Your Honours' arrival, as well as, with expressions of gratitude for those courtesies which His Highness showed Your Honours in assigning a residence provided with all necessities, to ask when it would suit His Highness for Your Honours to pay your respects to His Highness. This having also been done by the said Prime Minister, His Highness, reciprocating his greetings, made known to Your Honours: That whenever Your Honours had any matters to negotiate, you should then go to His Highness's son Amir-ul-Umara Bahadur, Translation of a Report reading as follows No. 28. as he had been notified of what was necessary by His Highness, and the said Amir-ul-Umara Bahadur would therefore give Your Honours an answer; furthermore saying, why Your Honours had taken so much trouble to come hither, that previously great friendship had existed between His Highness and the Dutch Company, and that apart from this it was a different matter if Your Honours had anything to negotiate concerning that friendship. Underneath stood: for the translation according to the narration of the Persian writer David Khan. Was signed: J: A: Bronsveld. Lower stood: Madraspatnam the 31st of October 1773. Lower: Agrees. Was signed: P: Brouwer, H: Duijneveld. Agrees. No. 29 656 Account given by the Mullah of Palliacatta, David Khan, and committed to paper by the undersigned, consisting of the following: That according to rumour, the Maratha, upon receiving successive tidings of the conquest of Ramanathapuram as well as of Tanjore by the Subah Mahomet Ali Khan, expressed his displeasure thereat to a certain Vakil of the said Subah residing there, and ordered him to write to his master the Subah that since they had conquered and taken his temple Ramanathapuram and dwelling Tanjore, he would therefore descend; that the Maratha had furthermore made himself ready and had indeed already set out on one day's journey. That the Subah, having received tidings of this, turned to Hyder Ali Khan for assistance and was put in a position to prevent the Maratha from advancing further down into these Lowlands. That That Hyder Ali Khan had then also sent hither his Vakils named Mir Mahamad Ali Khan and Ali Zaman Khan, who having also arrived here, had brought along as a gift 1 elephant, 14 horses, 3 durais, and 3 sirpeches (being turban ornaments set with precious stones). The said Mullah further said that he had personally seen the Vakils as well as the elephants and horses brought along as gifts, and also that the Subah was busily engaged in enlisting sepoys, especially so after our arrival, such that already 200 of those warriors have been taken into service since our presence here. Underneath stood: Thus related by the person mentioned in the heading hereof at Madraspatnam the 8th of November 1773. Was signed: Joh:s Abrahm. Bronsveld. D: Ruijmeveld. Agrees. 657 Verbal report of the Courantier of Sadraspatnam, Vedanda Ayyan: The Vakil of the Maratha, Anandarao, who is currently here, is said to have met the Courantier yesterday evening in the temple and declared that he had long sought him, but had heard that he was at Nagapatnam, therefore very kindly requesting to go along with him to his dwelling; he accepted this, and having gone with the said Vakil, the latter is said to have spoken to him in confidence in the following manner: "I have received a letter from my Lord (the Maratha), wherein I have been ordered to discover and make known to the Courantier of Nagapatnam and the one of Pondicherry that he would descend, and if both those nations (the Dutch and the French) offered him help, this would also serve to their best interest." Also No. 30 The said Vakil is also said to have told him that 500,000 horsemen were already on the march to descend to these Lowlands, joined with Nizam Ali, whose cavalry he estimated at 60,000 men. That Vakil is finally also said to have requested to write the aforesaid to Nagapatnam, and, without any of the servants getting to know of it, to give notice thereof also to the Gentlemen of Nagapatnam present here; the said Vakil furthermore promising that if help were promised to him, he would then write such to his master and summon envoys from there. Thus committed to paper according to the statement of the aforesaid Courantier in the Malabar Hall at Madraspatnam the 13th of November 1773. Was signed: Joh:s Abrah: Bronsveld. Agrees. W: Duyneveld. 658 No. 31 To the Honourable Gentlemen Philippus Jacobus Dormieux, Willem Blaeckamer, and Hendrik Ambrosius Johnson. Gentlemen, We have received Your Honours' letter of the 6th instant, desiring a satisfactory answer to the protest of the Governor and Council of Nagapatnam which Your Honours delivered to us some time ago. It does not appear necessary to us to give any answer to the said protest, otherwise we should have done so long ago. Underneath stood: Gentlemen, Your Honours' very humble and obedient servants. Was signed: A: Wynch, Geo: Dawson, Henry Brooke, Charles Smith, Saml: Stone, Translation of an English letter written by the Governor and Council of Madraspatnam dated 7 December 1773. Ed: Stracey, Eb: Cotsford. For the translation, was signed: Joh:s Mart:s Dormieux. W: Duijneveld. Agrees.

Dutch transcription

655 Wij Molla van Palliacatta en Courantier van Sadraspatnam, hebben in opvolging der ordre ons verwogd ost zijn Hoogheijd den Napal en aan de Eerst minister van zijne Hoogheijd genaamt AE„ dul Pasidgans Sahib, de Nakedr ( Lijtgift:) over, en verders aan denselve te kennen gegeeven, dat wij door uwel Ed: gezonden waaren, om na sijn Hoogheijds welstrand verneemende, de aan„ komst van uwel Ed:s bekent te maaken, mitsg„s onder dank betuijging voor die Polikessen welke sijn Hoogheijd uwel Ed s in het doen aanwijsen van een woonplaats voorsien van al het noodi„ ge, te vraagen wanneer het sijn Hoogheijd geleegen soude komen dat uwel Ed„s derselver opwagting bij hoogst denselven maak ten Dit door gemelde Eerste minister ook gedaan sijnde, liet sijn Hoogheijd onder weder groete aan uwelEd„ weken: Dat uwel Ed„s wanneer eenige saaken te verhandelen hadden, als dan na sijn Hoogheijds soon Ami¬ veel Oemra Phaldoek zonden gaan, al„ Translaat eener Rapport luijdende Als Volgd 9oo No. 28. soo deselve door sijn Hoogheijd het noodige aangekundiget was, en gem: Amiroel Oemra Bhadver dierhalven, Uwel Ed: ank„ woord geeven soude, wijders te seggen, waarom uwel Ed: soo veel moeijt hadden genoomen vaon herwaards te komen, dat bevoorens tus„ schen sijn Hoogheijd en de Holland sche Comp„e groote Vriendschap had geresideerd, en het buijten dien een andere saak was, wanneer uwEd: iets de Vriendschap bestreffende te verhande¬ ten hadden /:onderstond:/ voor d' overleding volgens Verhaaling van den Perciaans schrij„ ver David Chan /:was geteekend:/ J: A: Crons„ veld /:laijerstond:/ madraspatnam den 31 8br: 1773. /: n3o (ager:/ Accordeert /:was geteek:d/ P: Brouwer H Luijnever accordeerd No. 29 656 Verhaal van den Molla van Palliacatta, David Chan, gedaan, en door den ondergeteeken¬ de ten Papiere gebragt, bestaan, de in het volgende Dat volgens gerugte, den maralder, op de na den an¬ deren bekomene sydingen van d' overmeesteringen van Ramanadapoeram, soo wel als van Tansper door den souba Mahomet Alichan, aan see„ zeven Wakkiel van gem: Couba, die sig aldaar ophield, sijn misnoegen daarover te kennen gega„ ven, en gelast sou hebben aan sijn heer den Souba te schrijven „ dat dewijl men sijn kerk Ramanadapoenam en Wooning Tansjoer overmeesterd en genoomen had, hij dierhalven afkoomen sou„ Dat den maratter verders sig ook gereed gemaakt, en werkelijk al een dag reijsens op weg begeevent hadde Dat den Couba hiervan tijding bekomen hebbende na Heijder Mlichan, g'adisteerd, en in staat gesteld werde, om den maratser de verdere affacking in deese beneede Landen te beletten Dat Dat HaijderaliChan dan ook sijner Wal. — kiels genaamt Miermahadalichan en Aliesamahan herwaards gesonden had. de, die alhier ook aangekomen sijnde tot geschenk meede gebragt hadden '1 Eli= phant, 14. Paarden, 3. doeraaijs en 3: sir peetjes /: sijnde versiersels der Tulbanden met Edele gestrentens beset gemelde molla sijde wijders dat hij Wak¬ kiels soo wel als in geschenk meede gebragte Eliphanten Paarden selfs gesien hadde, soo meede dat eden souba sterk bezig was om sipaaijs te doen aanwerven, en sulx wel na onse komste, soodanig dat nu al 200. dier krijgers tseederd ons aanweesen alhier in dienst genoomen waaren /:on„ derstonde:/ Aldus verhaald door als in den hoofde deeses vermeld te Madraspatnam den 8:' Novbr: 1773. /:was geteekend:/ Johs Abrahm. Bronsveld D Ruijmeretz accorreerd 657 Mondeling Berigt van den Courantier van Sadraspat, nam Wedanda Aijen De wakkiel van de Maratter, Anandarai die sig alhier bevind soude Courantier gisteren avond in der Tempelsontmoet en betuijgd hebben dat hij lange na hem gesogt, dog gehoord hadde, dat hij sig op Nagapatnam be. vond, versoekende dies seer Vriendelijk, om met hem meede na sijn wooning te gaan, hij silx g'accepteerd, en met gem: wak kiel gegaan sijnde, souwsde denselven in ver- trouwen en volgender wijse sig hebben laa¬ ten hooren Jk hebbe een brief van mijnen Heer C: den „Marath:/ ontvangen waarbij ik g'or„ „donneerd ben geworden, om de Courantier „van Nagapatnam, en die van Pondiine„ „rij te ontdekken en te kennen te geeven „dat hij soude afkomen, en wanneer die „beijde Natien /: de Hollanders en fran„ „schen hem hulp aanbood: sulx tot hun Ook No. 30 best meede soude strecken Ook soude gem: Wakkiel hem verted hebben dat bereets 500000 Ruijters op Marsch waa¬ ren, om met Nislem Alij, wiens Cavelerij hij op 60'000 man begrootede, geconjungeerd na deese beneede Landen aftesakken Dien Wakkul soude eijndelijk ook versogt hebben, dit voorenstaande na Na¬ gepatnam te schrijven, en sond dat ijnand der Bediendens te weeten quam aan de alhier present sijnde Heeren van Naga¬ „patnam, meede daar van kennisse te gee„ ven, beloovende gem:te Wak Piel Viffens, dat hij, wanneer men hem hulpe toeseijde, hij als dan sulx aan sijnen meester schrij„ ven, en gesanten van daar ontbieden soude Aldus volgens opgave van voormelde Cou¬ rantier in de Mallabaarse Saale ten Papiere gebragt te Madraspatnam den 13. ' Novbr: 173. /:was geteekend:/ J ch. s Abrata Bronsvelt Accordeerd W uynevetse 658 No. 31 Aan de wel Edele Heeren Philippus Jacobus Dormieux Willem Blaeckamer en Hendrik Ambrosius Johnson Mijne Heeren wij hebben uwel Edele brief van den 6: deeser ontvangen begeerende een voldoende antwoord op het protest van den Gouverneur en raed van Nagapatnam die uwel Ed:s eenige tijd geleeden aan ons overgegeeven hebben Het komt ons niet noodzaekelijk voor op gesegd Protest eenig antwoord te geeven anders zouden wij het al overlang gedaen hebben. /:onderstond:/ Mijn Heeren UwelEd:s zeer onderdanige en gehoorsaeme Dienaeren /:was geteekend:/ A: wijnch Geo Dawson Henrij Brooke Charles Smith Saml: Stone Translaet van een Engelse brief geschreeven van de Gouverneur en raed van madrasp:r de dato 7: December 1173: Ed: Ed: Straeij Eb: Cotsford voor de overzetting (:was W Duijnevet geteekend:/ Joh:s Mark:s Dormieux accordeerd

NL-HaNA_1.04.02_3374_0139 view scan ↗

English

659 No. 32 Madraspatnam To the Noble Lord Alexander Wynch President and Governor of Fort St. George and the Coast of Coromandel on behalf of the Royal English East India Company, together with the Council there. On the occasion that ambassadors are being sent on behalf of the Dutch East India Company to the Subah of the Carnatic, Muhammad Ali Khan, in order to settle with him some matters concerning the kingdom of Tanjore, and since he is staying at or near Your Right Honourable's place of residence, I could not fail, Honourable Lord, and Lords, Your Right Honourable 660 to give Your Right Honourable notice thereof by this letter, with the request, insofar as it may be necessary during their stay there, to render all possible assistance. To this request I proceed all the sooner, considering the good understanding that still exists between our two nations, which also gives me the right in no way to doubt the fulfillment of this my urgent request, and therefore from Your Right Honourable's generous mindset I expect nothing other than the continuation of that good understanding, which has and must have no other aim than the prompt observance and adherence to the treaties of friendship and alliance concluded between the respective sovereigns, and which are also held sacred; and while I flatter myself with this expectation, I nevertheless cannot refrain from expressing that I am somewhat surprised with which I have the honour to be with all respect /:was written beneath:/ Honourable Lord and Lords, Your Right Honourables' humble and obedient servant /:signed:/ R. van Vlissingen /:in the margin:/ Nagapatnam, in the Castle, the 17th of October 1773. that Mr. Joseph Smith, Brigadier General of and over the English troops on this Coast of Coromandel, is not only present in the army of the Subah, who threatens us with war, but has also, conjoined with it, already marched down as far as Tiruvarur, although I nevertheless do not think, much less wish to believe, that His Honour will undertake anything that might give cause or occasion for an estrangement between the respective powers. W. Duyneveld Agreed. No. 3 . . . . . . 661 No. 34 Letters and passes from Coromandel 1774 2nd volume folios: 661-721 Pertains to a concluded [illegible] 177[illegible] List of such privilege writings as the Honourable Company has successively obtained in the Principality of Tanjore, now sent in a separate bundle for the time being for the honoured consideration of their High Mightinesses, namely: [illegible] Cowle engraved on a silver plate granted by the Nayak of Tanjore Sri Achyuta Vijaya Raghunatha Nayak in the month of December 1658; Cowle from the same dated 7 November 1661; Duplicate Cowle from the same dated 26 December 1661; Duplicate contract of alliance and peace between the Honourable Company and Cauwatta Nayak, Governor of Tanjore, in the name of Chokkanatha Nayak of Madurai, dated 13 September 1674; Duplicate contract of treaty and alliance between the Honourable Company and Venkoji Raje, commander on behalf of the Crown of Bijapur, dated 11 December 1676; 662 Cowle from Chinda Pandit, Grand Adigar of Shiyali, Tirumullaivasal, etc., granted in the name of Venkoji Raje, dated 7 March 1677; Cowle from Venkoji Raje, dated 10 September 1677; Cowle from the Grand Governor of Callapet, granted in the name of Venkoji Raje, dated 7 July 1678; Cowle as before, dated 14 June 1679, concerning the toll at Tirumullaivasal; Cowle from Raghoji Pandit granted to the Company's merchants, 22 March 1680; Cowle from Venkoji Raje for the ratification of the preceding, dated 23 March 1680; Cowle from Venkoji Raje, granted in March 1683; Contract between the Right Honourable Lord Commissioner of Mijdrecht and the Tanjore Prince Raja Shahuji Maharaja Chola Raja, the 17th of March 1688; Peace contract between the Prince of Tanjore Shahuji Raje and the Honourable Company, dated 11 August 1693; Cowle from the Prince of Tanjore Shahuji Raje, granted on the date 6 April 1709; Cowle from the Prince Tuljaji Raje, the 24th of March 1730; Salit Parwana from the same, dated 1 April thereafter; Takit Parwana from the same under the name of Tukkoji, written to the chief toll collectors in his lands, dated 22 January 1732; Cowle from the Prince Ekoji Maharaja, dated 28 September 1735; Cowle from the Prince Pratapasimha Raje Sahib, 663 the 27th of February 1741; Cowle as above, dated 16 May in the year 1741; Takit Parwana dispatched on behalf of that prince in May 1741; Peace contract between the Honourable Company and the aforementioned Tanjore Prince, dated 27 June 1743; Letter from the aforementioned His Highness, dated 23 March in the year 1750; Cowle from the same regarding the sale of the half-share of the mint right belonging to them, dated as before; Cowle as stated, by which 2 villages were donated to the Honourable Company, dated as before; Cowle as above regarding the purchase of 13 villages, likewise dated as stated; Cowle from the Prince Tuljaji Raja Sahib, dated 24 January 1762; Takit Parwana from the same, dispatched on that same occasion; Copy of Cowle regarding the purchase of the Maganam of Tirupoondi; Copy of Cowle regarding the purchase of the province of Kivalur; Copy of Cowle regarding the purchase of the coastal places of Nagore and Toputhurai; Copy of Cowle as above regarding the redemption of the recognition money; Copy of Cowle from the said Prince regarding the redemption of the recognition elephants. Nagapatnam, In the Castle, the 28th of September 1773.

Dutch transcription

659 No. 32 Madraspatnam Aan den Edelen Heer Alexander wijnch President en gouverneur van 't Fort S:t George en de Custe Cormandel weegens de Roijale Engelse oost Jndische Compagnie neevens den raed aldaer Ter geleegendheijd dat er ambassadeurs van weegens de Nederlandsche oost Jndische Comp: gesonden werden, aan den souba van Carna„ „tica Mahometh Alichan om met hem eenige zaaken het rijk van Tansjoer, betreffende, te reguleeren en denselven sig in off wel in de na bijheijd van uwel Edele gestr: Residentie plaets onthout: soo heb ik niet kunnen af zijn WelEdele Heer, en Heeren Uwel Edele 660 uwel Edele gestr: daer van bij deesen kennisse te geeven, met versoek voor soo verre het nodig zij, geduurende hun verblijf aldaar. alle mogelijke behulpsaamheijd toetebrengen tot welk versoek ik soo veel te eerder treete, uijt aanmerking van de als nog onder onse beijde natien subsisteerende intellegentie die dan ook mij het regt geeft om geensints aan de voldoening van deese mijne Jnstantie in twijffel te trecken, en dus van uwel Ed: gestr: Edelmoedige denkbeelden niet anders verwagte dan de Continuatie van die goede verstand„ houding, dewelke niet anders ten doel heeft en hebben moet, dan de prompte naarkoming en observantie van de tractaten van vriend en bondgenoodschap tusschen de wederzydse souverainen gemaekt, en ook heijlig onder„ houden werdende, en terwijl ik mij met deese verwagting vlije; kan ik egter niet afzijn, te betuijgen, dat eenigsints. verwonderd ben waarmeede de Eere hebbe met alle Eerbied te zijn /:onderstond:/ wel Edele Heer en Heeren UlEdelens onderdanige en gehoor„ „same Dienaer /:was get:/ R:r v„n Vlissingen /:in margine:/ Nag: Jn t Casteel den 17: octob:r 1773: over dat de Heer Joseph Smith Brigadier Generael van en over de Engelse troupen te deeser Custe Cormandel, sig in 't leeger van den souba, die ons met den oorlog bedreijgd, niet alleen bevind, maer ook met het selve geconjungeerd reets tot op Triwaloer afgesakt is, hoewel ik egter niet denke veel minder gelooven wil, dat zijn Edele iets onderneemen zal dat aanleijding off oorsaek geeven kan, tot verwijdering tusschen de wedersijdse mo„ „gendheeden W Duynevel Pe over Accordeerd No. 3 . . . . . . 66. 1 No. 34 Brieven en passiran van Cormandel 1774 2 deel fol: 661 -721 Behoort tot een overyekomen 177 reubbies Caul in een silvere Plaat gegraveerd van den Naik van TansJoer Estri¬ „amatoe Alchtta Visiara qua Nayk in de maand december 1658: verleende Caul van denselven ged:t 7:e Novemb: 1661: Dubben Dabber Caul van denselven ged=t 26 December 1661: wesele Contract van Aliantie en vreede tusschen d' E: Comp: en Cawatta Naijk Gouverneur van Jans Cour in de naame van Sjechanada Nayk van Madure, de dato 13e September 1674 Dlubbel Contract van verdrag en Aliantie tusschen Notitie van sodanige Privi„ „legie - Geschriften, als D E Compagnie succive int Vorstendom Tansjoer verkree„ „gen heeft, tans in een apart bondeltje bij Provisie ter G'eerde Speculatie van haar Hoog Edelens overgesonden DE Comp werdende, te weeten 662 Caul van chinda Pandedaar, Groot Adigaar van Chialij Trimelewaas etc: uijt naam van Ekogie Ragie verleend de dato 7 Maart 1677. Caul van Ekogie Ragie de dato 10=e 7ber: 1677. Caul van den Caul als vooren de dato 14 Junij 1679 aangaan, „de de thol op Trimelewaas. Regosie Pandidaar aan 's Comp Coop„ Caul van „lieden verleend den 22 Maart 1680: Caul van Ekogie Ragie tot ratificatie van de voorgaande gedt 23 Maart 1680: Caul van Ekogie ragie in Maart 1683 verleend Contract tusschen den Hoog Ed: heer Groot Gouverneur van Chalipeto Nenregerij uijt naam van Eko„ „gie Ragie in dato 7e Julij 1678 verleend. S E Comp: en Ekogie Ragie veld heer wegens de kroon van visiapour gedt 11 decemb 1676 Vreedens Contract tusschen den vorst van Tansjour Sahagie ragie en S E„ Comp:s de dato 11 augs 1693, Caul van den vorst van Tansjour Sahagie ragie in dato 6 April 1709 verleend Caul van den vorst Toelasjagie ragie den 24 Maart 1730: Saliet Parwanna van den selven de dato 1: April daar aan Takiet Parwanna van denselven onder de naam van Toekogie aan de hoofd Jonkeniers in sine landen geschreeven gedateerd 22e Januari 1732: Caul van den vorst Ekogie Maharaasja de dato 28 7ber 1735: caul van den vorst Pretappa Singaje Ragie Commissaris van Medregt en den Tansjoursen Vorst Raasja Pr Sahagie maga„ „raasja Chiola ragia Toekoe den 17e Maart 1688: Com Sahib te 2 B 2 B . 2 D D E 2 663 Pasuib den 27e febr: 1741: Caul van als boven de dato 16 mey Ao 1741: Takiet Parwanna van wegens dien vorst in Meij 1741 afgesonden Vreede Contract tusschen d'E Comp en evengem Tansjourse vorst de dato 27 Juny 1743: Brieff van welm Syn Hoogheijd de dato 23 Maart Ao 1750: Caul van denselven wegens de verkoop van de hen Competeerende halve munts geregtigheijd ged:t als vooren Caul als gesegd, waar by 2 dorpen aan D'E Comp:s geschonken werden, ged:te als vooren Caul als eeven wegens de koop van 13 dorpen meede ged:t als gesegd: Caril van den vorst Toelaaja Raasja Sa„ hib de dato 24 Jan: 1762 Takiet Parwanna van denselven, bij Nagapatnam In 't Casteel den 28 7ber 173. Copia Caul wegens de koop van de Mahanam Tirpondi. Copia Caul wegens de koop van de Provintie Kiweloer D Copia Caul wegens de koop van de Zeeplaat, „sen Naoer en Topetorre Copia Caul als eeven wegens de afkoop der recognitie penn: Copia Caul van gem vorst wegens de afkoop der recognitie Eli„ „phanten die selfde Geleegendheijd afgesonden die 2 B . 2

NL-HaNA_1.04.02_3374_0146 view scan ↗

English

Translation of a kaul from the Telugu language, engraved on a silver plate by the Nayak of Thanjavur, granted to the Honorable Company, to the Noble Lord Admiral and Superintendent Rykloff van Goens, and received inside Nagapatnam on the 24th of December 1658. In the year Vilambi, Samvatsara, Margasira, Suddha Purnima, being circa the 15th of December anno 1658 according to the old style, Srimatu Achyuta Sri Vijaya Raghava Nayak grants to the Dutch Admiral Rykloff van Goens the following kaul, engraved on silver, upon which you may rely. Firstly, I grant the Honorable Company free trade in the ports of Nagapatnam, which Chinna Chetti has cordially requested of me, whereupon I have granted the kaul, so that Your Honor must carry on trade there. I give to Your Honor the Portuguese city of Nagapatnam and the houses standing therein, as well as, in addition, the village of the Portuguese Captain Moor, together with two of the churches, the gardens, and the village of the Portuguese Domingo de Roos, which are 10 villages, namely: Doetoer, Moeton, Porrewellengery, Anthonij Pette, Carroewllengery, Angemangellang, Sjangemanjellam, Nerte Mangelangh, Mangl Colle, and Narriangoerij. Whatever these annually yield, you must each time send to me as a gift. For the embarkation of cloths, victuals, etc., at Nagapatnam, the Honorable Company shall be free without paying any tolls, as well as on everything that might be disembarked. If the Company's ships and vessels should happen to be stranded, I shall have no claim upon them. If any merchants or servants of the Honorable Company should run away into the country with their riches, being indebted to the Honorable Company, I shall have them delivered back into Your Honor's hands along with their property. And in this manner I have given the kaul in perpetuity, and none of my descendants shall fail to observe it, and I have sworn my oath upon it to God. Your Honor must also observe everything and expand my ports with trade; rely upon the kaul, for it shall endure long; live in peace and carry on great trade. God be my witness that I shall never break it. Likewise, the Company's servants shall be free to travel throughout all my lands without being searched or having to pay toll. Thus the Honorable Company, together with its merchants, may trade freely through my land, without any of my people being permitted to molest them. Thus the inhabitants of the 10 villages, as well as the Company's merchants of Nagapatnam, shall be free, so that none of my people shall be permitted to cause them any trouble. Signed: Sri Vijaya Raghava. Kaul or ola written by the Nayak of Thanjavur, Achyuta Vijaya Raghava Nayak, to the Noble Lord Admiral Rykloff van Goens, and received at Pulicat on the 7th of November 1661. The exemption of half the toll is fully granted to Your Honor by this document, and that shall take effect and have force everywhere in my land where Your Honor trades. And I shall further make such arrangements everywhere that no harm or injury shall be done to your merchants, but that they shall remain protected from all harassment. And if in the meantime any violence should be done to them, or money extorted, I shall severely punish those responsible and have that which was taken returned to Your Honor. Now concerning the ten villages: I hand these over to Your Honor as a gift forever, but on the condition that Your Honor shall give me such a gift in return as I have of old enjoyed annually and as has been customary, etc., etc. Translation of a kaul from the Telugu language of the Thanjavur prince, granted to the Honorable Company on the date 26 December Anno 1661. In the year Plava, on the 13th of the month Margali, Achyuta Vijaya Raghava Nayak grants to Rykloff van Goens, Admiral of the Dutch Company, the following kaul. The fort on the seaside previously inhabited by the Portuguese, named Nagapatnam, I have given to Your Honor, where Your Honor can conduct trade, as well as throughout my entire country. Previously I have sent another kaul engraved on silver through Chinna Chetti; in addition, I give this present one to the Honorable Company, and that solely in order that it may serve to my honor and that Your Honor may derive profit thereby. On all merchandise, among which are also included the victuals, which the Honorable Company disembarks, sells, and transports inland, the Honorable Company shall enjoy one half of the toll and the government the other. And if the Honorable Company, through its servants, transports any merchandise inland, whether to Pettai or elsewhere, to sell, it shall pay only half the toll; similarly, if in turn they have any cloths, whether raw, bleached, or painted textiles, and victuals purchased out of the country, also only half the toll, and that up to Nagapatnam into the fort. The ten villages belonging to the church I have given to Your Honor, for which you shall be obliged to give a gift annually as compensation. If the Honorable Company should please to have any gold or silver minted in this country's coin, it need pay only half the duty thereon; and furthermore, that which I have granted to Your Honor per kaul for the damages, I still hold that in esteem and refer myself thereto. And no harm must be done to my people. And if any of my adhikaris, maniyakarars, etc., should wish to hide in the fortress, you shall be obliged to surrender the same to me. That which I promise Your Honor by this kaul, I shall maintain, of which God Almighty is my witness, and Padmanabha also entrusts this to me; now nothing else is lacking than that Your Honor conducts great trade, for you may well rely on this kaul, which shall endure as long as the sun and moon stand.

Dutch transcription

664 Jn't Jaar welem by Samwatsana margasira Salda Pauwermitoe / sinde anno 1658 den 15 December omtrend, naden ouden stijl/ Estrimatoe Eitsjoeta, Estriwigaja Ragawa Nayk verleent aan den hollandsen ad„ „miraal Rykhoff van Goens 't nader„ „volgende Caul op silver gesneeden, daar op vertrouwen mogt Eerstelijk geve ik d' E Comp een vrije han¬ „del in de poorten Nagapatnam, 't welk Simana Chuttij Hartel:s aan my heeft verzogt, waar op ik het Caul heb ver„ „leend, wes UE de negotie daar moet drij „ven, de Portugeesen haar stad Naga„ „patnam, ende de daar in staande huij Translaat caul uijt de Bargasetaale, gesneeden op een silvere plaat door den Nayk van Tansjouwes voor S E: Comp aan den Edele heer Admiraal en Superintendent Rykboff van Goems verleend en ingeh:t binnen Nagapat=m den 24 December 1658 sen 665 „sen geve ik UE, als ook daar boven 't dorp van den Portugeesen Capitain, Moor, neevens twee dts van de kerken, de thuijnen ende dorp van den Portugees Domingo d' Rroos, welke syn 10 dorpen, te weeten Doetoer, Moeton, Porrewellengery, an¬ „thonij Pette, Carroewllengery Angeman, „gellang, Sjangemanjellam, Nerte Man, „gelangh, Mangl Colle en Narriangoerij wat die Jaarlyx koomen op te brengen, moet Aeh telkens in schenkagie toe senden. Voor en barqueren van kleeden, mainte „mentos etc: op Nagapatnam, sal D E. Comp s vrij sijn, sonder eenige thollen te betaalen ook van alle 't geene, wat soude mogen komen te disbarqueeren Comp:s scheepen en vaarthuijgen, soo mogte komen te stranden, daar op en sal ik geen pretentie hebben: Soo Eenige Coopluijden, of Dienaaren van S E Comp met haare rykdomme in 't land te verloopen quamen, ende aan D E Comp schuldig sinde, sal ik se doen weder met haar goed in UE handen Leveren, Ende op deese manier hebbe 't Caul gegee¬ „ven voor eenwig duurende, en alle mijn nakomelingen aan 't wel agtervolgen sal niet manqueeren, ende hebbe aan Maleije daar op myn Eed gedaan, UE moet ook alles agtervolgen, ende myne poortes met Negotie doen vergrooten, vertrouwt op de Caul, want sal lange duiven, woont in rust en dryft, grooten handel: God sy getuyge, dat ik nooyt sal breeken Meede dat comps dienaaren sullen vrij weesen in 't reysen door al my land, sonder dat besogt moogen werden, of thol te moeten betaalen soo sal de E Comp:e neevens haare Coopl vrij door mijn land moogen Negotieeren sonder dat eenige van mijn volk haar sullen vermoogen, te mollesteeren soo sullen de inwoonders van de 10 dorpen als comp:s Cooplieden van Nagapatnam vry weesen, dat geen van volk haar sul¬ „len vermoogen, eenige overlast te doen, soo onderstond /. onderstond/ Ettnuigaja Raguisa 666 Caul of Ole door den Haijk van Tansjoer Alchieta visearaquaneyk aan d' Edele Heer admiraal Rykloff van Goens, geschree¬ ven, en op7 November 1661 tot Palliacatta ontfangen De vryheyd van de halve thol stack UE toe volkomentlyk by deesen, en dat sulx overal in min land, daar UE negotieerd, stand grijpen en effect sorteeren sal, Ende sal ik wijders over al sodanige ordre stellen, dat Uwe Coopluijden geen schaade nog kinderen geschiede, maar voor alle overlast bevrid blijven, en soo inmiddels haar eenig geweld mogte aangedaan of te Geld afgeporst wesen, so sal ik de sulke strengelijk daar over Castigee„ „ren, en't afgenomene weder aan UE Raakende nu de thien dorpen, die geeve ik aan UE. als een gifte voor altoos over, dog onder Conditie, dat UE my daar voor doen restitueeren soodanige 667 soodanige schenkagie sult toevoegen als ik van ouds Jaarlijks voorgenooten hebbe, en Gebruijkelyk is geweest etc: etc: In 't Jaar Tillewa, den 13e der Maand Margery Atsionda Visia Raga Nayk verleend aan Rykloff van Goens admiraal van de hollandze Comp 't naarvolgende Caul Het fort van de Zeekant voor deesen bij de Portugeesen bewoont, genaamt Nagapad:m hebben aan UE gegeeven, alwaar UE negotie kon doen, gelyk meede door mijn heele land, voor deezen hebbe een ander Caul op silver uijtgegraven door Chimana Chittij gesonden, buijten dat geeve aan dE. Comp:e dit presente, en dat eenelyjk op dat het mog strecken tot mijner Eere, ende UE daarby profyt qaudeeren Alle Coopmanschappen, waar onder ook sijn begreepen d' maintementos, d'welke d' E Compe disbarqueert, verkoogt ende Translaat caul uijt het bargase taal van den Tans. Jouwersche vorst aan D E. Compe verleend Ady den 2 26 December Ao 1661. naar 668 naar buijten gevoerd werd, daar sal d'eene helft van thol d'E Compe ende d'harmonije d' andere genieten, en soo d E Comp: door haar dienaars in 't land 't sy naar Petter of elders eenige coopmansz doet opvoeren, om te verkoopen, sal maar den halven thoe betaalen, als van gelijken, soo wee¬ „derom eenige kleeden 't sirouw gebleekt of geschilderde doeken, en de maintementos uyt het land laaten koopen, meede maar den halven thol en dat tot Nagapatnam tot in 't fort, Dthien dorpen by de kerke hoorende hebbe aan UE gegeeven, waar voor o hou„ „den sult weesen, Jaarlyx een schenkagie tot recompentie te geeven Zoo de E Comp eenig Goud of silver in deese Lands munte sal gelieven te vermunten laaten, behoeft maar de halve geregtig„ „heijd daar van betaalen, ende voortst gee„ „ne voor de schade UE p Caul hebbe ver„ leent, dat selve houde nog in waarde ende refereere mij daar aan; En mij volk moet niet quaad gedaan wor: „den, ende soo eenige van mijn adigaars, manigaars etc: sig inde fortresse wilden 'T geene. UE beloove by dit Caul, sal onder„ „houden, waar van God allmagtig myn getuyge is, en de Padmanabe mij ook sulx wel toevertrouwt, nu manqueert anders niet, als dat UE groote negotie doet, want gij meugt op dit Caul wel vertrouwen, dat soo lange duuren sal als son ende mane Staat verschuijlen, sult gehouden weesen my de selve te intrageeren verschuijlen

NL-HaNA_1.04.02_3374_0153 view scan ↗

English

669 Original Cowle or Treaty of Peace concluded by the Honorable Lord Superintendent Rykloff van Goens on the date of 13 September 1674 with Cawatte Nyck in the name of Sjockenade Nijck, reading as follows: Contract of Alliance and Peace entered into and concluded by the Honorable Lord Rykloff van Goens, Ordinary Councillor of India, Admiral and Field Commander of the Island of Ceylon, the Malabar, Canara, Coromandel coasts, etc., on behalf of the Dutch East India Company, with Cawatta Nayke, Governor of the Tanjore Lower Lands on behalf of Sockenade, Neyk of Madura, being authorized thereto according to the exhibited power of attorney extracted from a certain ola of Madura granted to the aforesaid Cawatta Neik, the same with 670 First, there is granted to the Honorable Company, and in full ownership on behalf of the Nyck of Madura transferred by Cawette Neijk from now on and forever, half of the general revenues of the outer city of Nagapatnam; the said Cawatte Neyk hereby also ceding, in the name and on behalf of the Nayk of Madura, the other half, to be entirely and as above forever collected by the Honorable Company, and to retain sovereign lordship over it, provided that the Honorable Company shall annually pay therefor to the said Naijk of Madura a recognition of 3000 pardaus according to the rate of the country, being 10 fanams per pardau, and of 3½ mats and a well-formed elephant with tusks, which shall be delivered annually by the Honorable Company to the said Naijk here or at Tutucorin. The said Cawatte Nayk grants, on behalf of the aforesaid Nayk of Madura, to the Honorable Company from now on and forever the half of the general The above-mentioned items together amount to a sum of 6400 pardaus, which the Honorable Company accepts and agrees to pay to the Naik of Madura in 4 terms a year, to wit every 3 months a fourth part, yet the These Company's old villages shall be and remain as was contracted with the old Nayk of Tanjore by the Honorable Company, but the Honorable Company remains bound to pay the annual recognition of 1200 pardaus or 500 pagodas to the Naijk of Madura. revenues and complete lordship of the village of Trimelepatnam, with the 5 annexes belonging thereto, to wit Mattegoedy, Caylpotte, Paradano de colle, Callicode and Polligan, and the seaside place Carcal alone, the Honorable Company remaining bound to pay annually for the other half to the aforementioned Nayk of Madura the sum of 2200 Pardaus in cash, to wit, for the half of the revenues of the village of Carcal 1000 Pardaus and for that of Trimelepatnam 1200 Pardaus, authorized with his own signature, terms 671 terms shall not be paid before and until the three months shall have expired each time. The heathen pagodas standing in the outer city, Carcal, and Trimelepatnam, shall be and remain with their old privileges, retaining their Brahmins, and whatever revenues they still have shall not be taken away from them. The Honorable Company shall keep itself neutral regarding the Naijk's enemies, as long as it remains unhindered in enjoying the effect of this contract. The Honorable Lord Admiral shall, as far as possible, promote that the free lord Teuver is united and reconciled with the Naijk of Madura, whereto His Honor undertakes to employ as mediators persons of good knowledge and experience, and a member from among the persons of His Honor's council, in order, if it is possible, to dispose the Teuvir thereto. In the city of Nagapatnam, the 13th of September anno 1674. Was signed Rykloff van Goens, and in the Badaga characters Cawatte Naijke. Underneath stood: We, Timmersa Naijk, Brahmin envoy on behalf of the Dutch East India Company dispatched by the Honorable Lord Superintendent and Admiral Rykloff van Goens expressly in the aforesaid capacity to the city of Tanjore, and Selembrenade Chittij, envoy to His aforementioned Honor from Cawatte Naijke, Governor on behalf of the Naijk of Madura over the Tanjore lands, declare, as we do hereby, that this above-standing contract was signed with the own hand of the said Cauatte Naije in both our presence inside the lodging of the same Cawatte Neijke in the city of Tanjore on the [illegible] of September 1674; in witness whereof This contract shall be written on both sides in the Dutch language, and translated into the Badaga and Malabar languages, and signed by the Honorable Lord Admiral and Cawatte Nayk, an original of each to remain with the Naijk of Madura and the Honorable Company. we have 672 we have also confirmed and signed this declaration with our customary signatures; and it was signed in the Malabar language with the names of Timmersa and Celembrena de Chittij; beside stood: in our presence, P. Verwerda, Thomas van Rhee. Translation of the Contract and articles of treaty and alliance between the Honorable Illustrious Dutch East India Company and Egosie ragie, Field Commander and Grand Governor of the Tanjore Lands on behalf of the Crown of Visiapour, entered into with the Senior Merchant Thomas van Rhee and further members of the Council at Nagapatnam, and on behalf of the Honorable Lord Rykloff van Goens the Younger, Extraordinary Councillor of India, Governor and Director of the Island of Ceylon, the coasts of Madura, Inchiado, the city and lands of Nagapatnam, representing the Honorable Lord Governor-General and the Honorable Lords Councillors of the Dutch East India Company in India: That the war, enmity, and all estrangements between the Honorable Company and Egosie Ragie

Dutch transcription

669 Origineel Caul ofte Trestant van vreede door D' Ed Heer Superintendont Rykloff van Goens in dato 13 September 1674 met Cawatte Nyck uijt de naam van Sjockenade Nijck gemaakt, Luydend. als volgd. Contract van Cilliantie en vreede by d'Edele Heer Rykloff van Goens, Raad ordinary van India, Admizaal en veld overste van 't Eyland Ceylon, de custen mallebaar, fanara, Cormandel etc wegens de Nederlandse Oost Jndische Comp aangegaan en geslooten met Cawatta Nayke Gou, verneur van de Tans Jaau „werk beneeden Landen wegens sockenade, Neyk van Madure, daar toe vol„ „gens vertoonde volmagt g'extraheert uyt seeker ole van Madure op voorsz Cawatta Neik verleend gemagtigd sijnde, deselve met 670 Eerstelyk word d' E Comps vergunt, en in vollen eygendom, wegens den Nyck van Madure door Cawette Neijk van nu voortaan ende voor altijd opgedragen de helft der generale inkomsten van de buijten stad Nagapatnam doende gemelte Cawatte Neyl mits deesen ook uyt de naam, ende van wegen den Nayk van Madure, af „stand van de andere helft, om by d E Comp in 't geheel, ende als boven voor altijd de generale inkomsten getrocken te werden, ende Sauverain keerschappy daar over te behouden, mits dat d' E Comp Jaarlijx daar voor aan gem: Naijk van Madure sal voldoen een recognitie van 3000 pard:s volgens d' Cours van 't land, synde 10 Jan:s de parts ende van 3½ mat en een wel geschapen Eliphant met tanden, die gem=te Naijk alhier of op Tutucorijn, door d' E: Comp Jaarlyx sal gelevert werden Hem vergunt gem=te Cawatte Nayk wegens voorn Haijk van Madure de E Comp. van nu aan, en voor altijd de halve gene¬ De bovenstaande parthjen maaken 't saamen uyt een somma van 6400, pard:s die d' E Comp: aanneemt ende accoordeert, aan den Naik van Madure te voldoen in 4: termijnen sjaars, te weeten alle 3. maanden een vierde part, dog sullen de Dethier Comp:s oude dorpen sullen sijn ende blijven soodanig als met den ouden Nayk van Tansjouwer by d' E Compe is gecontracteert, dog blyft d' E Comp gehouden, de Iaarlixe recognitie van 1200 pard„s of 500 pagooden, aan den Naijk van Ma„ „dure te voldoen „rale Inkomsten, en volkomen keerschappij van't dorp Trimelepatnam, met de 5an„ „nezen daar aan hoorende, te weeten Mat„ „tegoedy, Caylpotte, Paradano de colle, Calli„ „code en Polligan, ende Zeeplaats Carcal alleen, blyvende d' E Comp gehouden, voor d'ander helft Iaarlyx aan meergen Naijk van Madure te voldoen de somma van 2200 Pardauws in Contant te weeten, voor de helft der inkomsten van 't dorp Carcal 1000 Pardauws en voor do van Tiimelepat. nam 1200 Pardauws met synen eygen hand-teeken geauthoriseert, „rale termijnen 2 4 671 termijnen niet betaald werden voor en al eerde drie maanden telkens verscheenen sullen weesen De Heidense Pagooden, in de buyten stad Carcal en Trimelepatnam staande, sullen sin ende blyven by haar oude privilegien behoudende haare bramines, die haar nog eenige inkomsten, deselve niet sullen werden ontroeken D' E Comp sal haar omtrend des Naije vyanden neutraal houden, soo lange sy ongehindert blijft g'audeeren 't effect van dit contract DEd=le Heer admiraal sal soo veel mogelyk, bevorderen, dat den vrij heer Teuver met den Naijk van Madure vereenigt en bevreedigt werd, waartoe sijn Edele aanneemt tot mediateur te emploijeeren, perzoonen van goede ken„ „nisse en ervarentheijd, en een lid uijt het midden van sijn Ed raadsperzoonen, om soo 't mogelyk is, den Teuvir daar toe te disponeeren— Jn de stad Nacasat:m den 13„e Septemb anno 1674. /. was geteekend/ Rykloff van Goens en inde bargase Cracters Cawatte Naijke, /onderstond/ wy Tin„ „wersa Naijk bramine gezant weegens de Nederlandse Oost Jndische Compe door d' Edle H:r super Jntendent en admiraal Rykloff van Goens en ex¬ „pres in qualite voorsz: naar de stad Tans jouwer afgesonden en Selembrenade Chittij gesant aan sijn Edle voorn: van Cawatte Naijke Gouverneur wee„ „cens den Naijk van Madure over de Tansjouwerse landen verklaaren gelijk wy doen by deesen dat dit booven, „staande contract met eygen hand van gem te cauatte Naiie in onser beyden presentie binnen 't Logement van den selven Cawatte Neijke in de stad Jans jouwer den Septemb 1674 geteekend is, des voirkonde Dit contract sal wedersijds in de duijtse taale geschreeven, en in het baddegas, en mallebaars overgezet en by d' Ed Heer admiraal en Cawatte Nayk geteekend werden, sullende van yder een origineel onder den Naijk van Madure en D' E: Comp verblyven, 316 hebben E 672 hebben wy deese verklaaringe, met onse gewoone sig nature meede beves. „tigd, ende geteekend, en was in de mallabaarze taale geteekend & naam van Timmersa en Celembrena de Chittij, ter syden stond ons present P: Verwerden Thomas van Rheé Translaat Contract en artijkelen van verdragen Alliantie tusschen D E. Door¬ „lugtige Nederlandsche Oost Jndische Comp: en Egosie ragie veld overste en groot Gouverneur der Tansiouwerze Landen weegens de Croon visiapour aangegaan met den oppercoopman Thomas van thee en vordere lieden van den Raad tot Nagapm en van weegen D Ed Heer Rykloff van Goens de Jonge, Raad Extra-ordinaris van Jndia Gouverneur en Direc¬ „teur van 't Eyland Ceijlon de custen Madure, JnChiado„ de Stad en landen van Na; „gapatnam representeerende d' Ede Heer Gouverneur Generaal en d' Edle heeren Raaden van d' Nederlandse Oost Jndische Comp in Jndia Dat den Oorlog vijandschap en alle verwij„ „deringen tusschen d' E Comp en Egosie Ragie 1

NL-HaNA_1.04.02_3374_0157 view scan ↗

English

673 Ragie occurred shall from now on cease and be turned into a firm, unbreakable, and everlasting peace, alliance, and friendship, which with the entering into of this Contract shall mutually take place and be maintained among the subjects, and that under the condition of the following articles, which Egosie ragie, on behalf of the Crown of Visiapoer, grants, consents to, and agrees with the illustrious Dutch East India Company as follows: Firstly, that the Honorable Company shall have and enjoy unhindered a free trade throughout the entire land of Tansjouwer, paying on all merchandise that their servants or merchants transport in and out, the habethoe, just as the same was granted to the Honorable Company by the Visiapoer general Molla Mochamadoe and thereafter the late Nayk of Tansjouwer, Visagila Ragua, in the year 1661 by a cowl engraved on a silver plate, which free trade and half-toll right Egosie ragie hereby also grants and allows to the Honorable Company, with such further liberties and privileges to their merchants throughout the entire land as are contained in the same cowl held in the custody of the Honorable Company; which Egosie ragie hereby makes renunciation of all actions and claims that the Crown of Visiapoer or His Highness Egosie ragie, by virtue of conquest or otherwise, might have on the outer city of Nagapatnam and the Honorable Company's ten old villages aforementioned, of which actions and claims Egosie ragie hereby renounces, placing the aforementioned outer city, the ten old Company's villages, and the aforementioned two places Ponjour and the pagoda China under the dominion of the Dutch. That the Honorable Company's ten old villages shall belong to and remain on the side of the Honorable Company, as also the garden Ponjour, situated on the south side of the city of Nagapatnam, and the garden to the west of the pagoda China, included in the same cowl of the old Nayk of Tansjouwer, which Egosie ragie, with equal right in conformity with the aforesaid cowl, surrenders to the Honorable Company. Egosie ragie declares, in accordance with the content, to renew and confirm with this article in such manner as if His Highness had granted the same to the Honorable Company himself. Egosie East 2 East India Company, with equal right and authority over the same as was contracted and agreed upon by the Honorable Lord Admiral, now Governor-General of India, Rykloff van Goens, by Contract of 13 September in the year 1674, alongside the seaside places Irmelepatnam and Carcal, with Cawette Nayk as authorized representative of the Nayk of Madure, and in respect thereof the Honorable Company now promises to pay to Egosie ragie an annual recognition in cash money and a tusked elephant, namely: For the ten old Company's villages etc.: Pard 1200 For the outer city: 3000 Amounting together to Pard 4200 eighteen Jan:s the parts of 3¼ mat each, which the Company shall be obligated to pay annually, together with a tusked elephant, to Egosie ragie or his authorized representatives, each time after the end of the year. Egosie ragie consents and permits the Honorable Company to mint coin within Nagapatnam, both Canums and Pagodas: the Canums according to the manner and alloy as the same are customary in the lands of Tansjouwer, of 3½ mat, and Pagodas at the alloy of Palliacatta, 674 Palliacatta at 8 5/8 mat each, likewise in the same manner as the Honorable Lord Admiral stipulated and agreed upon with Cawette Nayk mentioned above, provided that the Honorable Company and Egosie ragie shall each draw half of the profits and revenues of the same mint, after the expenses have first been deducted therefrom, and Egosie ragie shall be permitted to place a person in the same mint to keep account of the revenues on behalf of His Highness. Egosie ragie hereby undertakes to protect the aforesaid contracted places, and in case he fails to do so and the Honorable Company finds itself compelled to do the same at its own expense, the same expenses shall be credited to the Honorable Company towards the reduction and deduction of the annual recognition monies. The heathen pagodas standing in the outer city shall have and remain in their old privileges, retaining their brahmins and revenues according to custom. 8.

Dutch transcription

673 Ragie gevallen van nu aan sal cesseeren en verandert worden, in een vaste onverbree„ „kelijke en Eeuwig duurende vreede, allian, „tie en vriendschap, die met 't aangaan van dit Contract wedersijts by de onderdaa¬ „nen stand grijpen, en onderhouden worden sal, en dat onder conditie van de navolgende artikelen, die Egosie ragie, de doorlugtige Nederlandse Oost Jndische Compe uyt de naam van de vistapourse Croon toestaat, in willigd en veraccordeert als volgd, Eerstelijk dat d' E Comp: sal hebben, en onver „hinderlyk genieten een vrijen koophandel door 't geheele land van Tansjouwer betaalende van alle coopmansz, die haar dienaarsof coopluijden op en afvoeren, habethoe, eeven soodanig, als het selve d' E Comp door den visiapoursen veld heer Molla Mochamadoe en daar na den overleden Nayk van Jans jouwer visagila ragua a:o 1661 by een caul op een silvere plaat gegraveert, vergunt is, welken vryen handel en halve tols geregtigheijd Ego. „sie ragie bij deesen meede aan d' E Comp: vergunt en toestaat, met soodanige vryheeden en privilegien meer aan haar Coopl door 't geheele land, als met selve caul onder DE Comp:s berusten, begreepen staat, 't welk Egosie ragie doet by desen afstand van alle actien en pretentien, die de Croon visiapoer, ofte syn Hoogheid Egosie ragie uyt kragt van conquest, als anders sonden mogen hebben op de buijten stad Nagapatham en des E Comp:s thien oude dorsen voormeld, van welke actien en pretentien Egosie ragie mits deesen renun„ „cieerd, stellende voormelte buiten stad, de thien oude Comp:s dorpen ende voormelte twee plaatsen poujour en de pagood China onder die heerschappij van de Nederlandze Dat des E Comp thien oude dorpen sullen sijn en verblyven aan de syde van d' E Comp, gelyk ook de thuijn Ponjour, geleegen aan de Zuyd zide van de stad Nagapatnam ende thuijn bewestende de pagood China staande in het selve Caul van den ouden Naijk van Tans, „jouwer begreepen, de welke Egosie ragie met gelijke regt, conform het voorsz Caul aan d' E Compe overgeeft, Egosie ragie verklaart, conform den inhoud, met dit artykel te renoveeren en confirmeeren in maniere, of sijn hoogheijd het selvs aan d' E Compe verleend had, Egosie Oost 2 Oost Jndische Compe met gelyke regt in autho„ „riteijt over d' selve sodanig door d' Ed Heer admiraal, nu directeur Generaal van India Rykloff van Goens, by Con„ „tract van den 13e September Ao 1674 nee: „vens de Seeplaatsen Irmelepatnam en carcal met cawette Naijk als gemagtig„ „de van den Hayk van madure gecon„ „tracteerd, geaccordeerd is, en daar over by d' E Compe nu aan Egosie ragie belooft te voldoen een Jaarlyxe recognitie in contant geld, en een getanden Eliphant te weeten, voor de thien Comp s oude dor„ „pen etc:. . . . . . - - Pard 1200 . — – voor de buyten stad. . . . . . „ 3000 - Bedragende te saamen Per t 4200: — athien Jan:s de parts van 3¼ mat yder, die de comp gehouden sal weesen Jaarlijx be¬ „neffens Een getanden Eliphant aan Egosie tagie ofte syne Gemagtigde te voldoen telkens naar 't eyndigen van't Iaar Egosie ragie consenteert, en staat d' E Comp toe, binnen Nagapatnam munt te mogen slaan, soo Canunis, als Pagooden, de Canums naar de maniere en alloij, als deselve inde landen van Tansjouwer en gewoon te sijn, van 3½ mat, ende pagooden op de alloy van Palliacatta 674 Palliacatta à 8 5/8 matieder, mede opge„ „lijke wijse d' Ed=le heer admiraal 't sel„ „ve met Cawette Nayk boven vermeld, be„ „dongen en g'accordeert heeft, mits dat d' E Comp en Egosie ragie elk sullen trecken de helft van de winsten en inkomsten derselve munterije, naar dat de onkosten alvooren daar afgetrocken sullen werden, en sal Egosie lagie in deselve munterije moogen stellen een persoon, om weegens syn Hoogheijd reecq van de inkomsten te houden, Egosie ragie neemt mits deesen aan d' voorseyde gecontracteerde plaatsen te beschermen, en ingevalle daar toe in gebreeke blijft, en d' E Comp:s sig genood, „saakt vind, op hun kosten 't selve te moe„ „ten doen, sullende deselve onkosten d' E Compe valideeren tot vermindering en aff¬ kortinge van de Jaarlyke recognitie penningen De heijdense pagooden en de buyten stad staande sullen syn en blyven by haar oude privilegien behoudende haar bramines en inkomsten volgens gebruijk 8,

NL-HaNA_1.04.02_3374_0160 view scan ↗

English

675 And whereas the Honorable Company, by contract made by the Honorable Lord Admiral as above in the year 1674 with the Nayak of Madure, and thereby lawfully obtained and contracted under its dominion the seacoast places Trmelepatnam and Carcal, and these same places have now for about nine months been taken into possession by Egosie ragie, who likewise claims the same by virtue of conquest of the Tansjouwer lands, and that this alone is the difference and dispute whereby the estrangements between the Honorable Company and Egosie ragie have until now been to the great detriment of trade on both sides to preserve, and to help trade get under way again, it is agreed and contracted that the claim of the Honorable Company on the two aforesaid places shall be resolved, and that point referred to the Honorable Lord Governor of the Island of Ceylon, in order subsequently, by means of friendship upon the arrival of his Right Honorable Excellency here at Nagapatnam, to settle this same difference mutually with Egosie ragie, provided that Egosie ragie shall meanwhile retain possession of the two aforesaid places in the manner as he now possesses them without prejudice to the Company's right and claim; and that after entering into this peace and signing this contract, the Honorable Company in the aforesaid places shall be allowed just as free a trade and half-toll entitlement alongside all its merchants, as is mentioned above; likewise the Honorable Company at Carcal may rebuild at the earliest opportunity the stone lodge with the warehouses as they presently still stand within the square walls, and there, as said above, under certain protection of Egosie ragie with the enjoyment of the old privileges, place their Dutch servants, and carry on trade unhindered; These above articles being agreed and signed by Egosie ragie, the Honorable Company shall undertake, as it does hereby, to satisfy and pay to Egosie ragie on the ultimate of January in the coming year 1677, 3150 pard:s and one tusked elephant, which shall serve and be in satisfaction of half of one and a half years, or eighteen months, of recognition money for the outer city 676 and ten old villages, calculated from the 1st of January of this current year to the ultimate of June of the coming year 1677, at which time the other half to the amount of the equal sum of 3150 pard:s shall be satisfied by the Honorable Company in money, without an elephant, and then subsequently on the ultimate of June 1678 the contracted recognition money to the amount of 4200 pard:s and one tusked elephant shall be paid annually, and that, as said, every year and from year to year. Thus contracted and agreed between the Honorable Senior Merchant Pieter Vorwer, Chief, Merchant Thomas van Rhee, Second, Captain Philipus Pijl, and the Junior Merchant Pieter Outshoorn van Sonnevelt, Council member and Secretary, together with the further Council of the city and lands of Nagapatnam, on behalf of the Honorable Lord Rykloff van Goens the Younger, Extraordinary Councillor of India, Governor and Director of the Island of Ceylon, the Coasts of Madure, Inchiado, the city and lands aforesaid, of the one part, and Ragie Wengenna, Governor of the newly occupied Tansjouwer lands, as authorized representative of the Land Lord of this Tansjouwer Province, Egosie ragie, of the other part, this 11 December Ao 1676. It was signed in the Badaga language, Ragie Wengenna. Below stood: this is thus signed in the Badaga language by the aforesaid Ragie Wengenna in the pagoda of the village of Chikie, in the presence of the Company's express commissioners, the Honorable Thomas van Rhee and the Council Secretary Pieter Outshoorn van Sonnevelt, being where the Moorish army lies buried. And here in the margin was signed Pieter Vorwer, Thomas van Rhee, P: Pijl, and P: v: Outshoorn van Sonnevelt. Egosie Ragie. 677 Translation of Cowle In the year 1677, the 7th of March, Pieter Vorwer, Senior Merchant and Chief of the city and lands of Nagapatnam, representing the Dutch East India Company, is granted by me, Chireda Pandidaar, Great Adigar of Chialij, Trimelewas, etc., on behalf of Egosie ragie, Great Governor of Tansjouwer and dependent lands, this cowle, whereby is consented and promised the following: 1. Firstly, that the Honorable Company at Trimelewas may build a lodge or residence measuring 200 feet square on the same place where formerly the Honorable Company's residence was situated, extending to the east along the river, to the west and north a plot of uncultivated land, and to the south the common road from the river to the village. 2. The Honorable Company, together with all its merchants and the inhabitants of Trimelewas, may trade freely and unhindered, without paying any tolls on either outgoing or incoming merchandise, until 3 full years have expired, of which time approximately ten months have presently elapsed. 678 3. The time of toll exemption having expired, the Honorable Company, both at Trimelewas and in the whole Government, shall nevertheless need to pay no more than the half-toll entitlement. 4. All Company servants, both natives and Europeans, shall be allowed to pass and repass freely and unhindered through the entire country with their baggage and goods without the same being opened, without any toll or passage money being demanded from them. 5. Should any merchants, weavers, or other craftsmen indebted to the Honorable Company abscond or hide with their arrears, the Company's servants may search for and apprehend the same wherever it may be, without anyone preventing it, but in such case the local rulers shall be bound, upon such indication, to deliver them into the Company's hands, and rather offer the Company's servants a helping hand and assistance. Upon this cowle Your Honor may freely rely, for it will certainly be observed; carry on great trade and always increase in prosperity. Was signed with the seal of Chireda Pandidaar.

Dutch transcription

675 e Ende nadien d E Comp by contract door d' Ed:le heer admiraal als boven a:o 1674 met den Hayk van Madure gemaakt, en daar by wettig onder haar heerschappij verkreegen, en gecontracteerd heeft de see „plaatsen Inmelepatnam en Carcal, en deselve plaatsen nu omtrent de negen maanden door Egosie ragie sijn in possessie genoomen, die deselve uyt kragt van conquest der Tansjouwerse landen meede pretendeerd, en dat het selve eenelijk het different en verschil sij, waarom de ver¬ „wijderingen tusschen d' E Comp en Egosie ragie, tot dus lange tot groote schaade van de negotie wederseijds te Conserveeren, en de koophandel weder aan de ganghte helpen, geaccordeert, en overeengekomen, dat d' pretentie van 'S E Comps op de twee voor seijde plaatsen geresolveert, en 't selve poinct gerenvoijeert sal worden, aan de Ed:le heer Gouverneur van 't Eyland Ceijlon, om naderhand door middel van vrund „schap met de komste van sijn Ed hoog agtb alhier tot Nagapatnam 't selve different onderling met Egosie ragie af te maken, mits dat Egosie ragie middeler„ „wijl sal blyven behouden de possessie van de twee voorsz plaatsen in maniere als Deese bovenstaande artykelen by Egosie ragie geaccordeert en geteekend sijnde, sal d' E Comp aanneemen, gelyk doet by deesen op Ultimo Januarij aanstaande Jaar 1677 aan Egosie ragie te voldoen en betaalen 3150 part:s en een getanden Eliphant, 't welke sal strecken en dienen in voldoeninge van de helft van een en een halve Jaar, ofte aghtien maanden recognitie penningen voor de buyten deselve nu onvermindert s Comp:s regt en pretentie possideert, en dat d' E Comp: naar 't aangaan van deeze vreede en teeken van dit contract in voorseijde plaatsen eeven soo vrijen handel en halve tols geregtig: „heijd neevens alle haare coopl sal toe „gelaten worden, als boven is vermelt, soo meede sal d' E Comp tot carcal de Heene logie met de Pakhuijsen soodanig die pre„ „sent nog in 't vierkant in de muuren staan, weeder met den eersten mogen op¬ „bouwen, en aldaar gelyk boven gesegd onder seekere bescherminge van Egosie ragie met 't genieten van de oude privi„ „legien hun Nederlandse dienaars plaat„ „sen, en den handel onverhinderd drij„ ren, deselve Stad 676 stad, en thien oude dorpen gereekend van p:mo Januarij deeses loopende Jaars tot Ultimo Junij des aanstaande Iaars 1677 op welke tijd de andere helft ten bedrage van gelijke somme van 3150 pard. s by d' E Comp: sal werden voldaan in gelt, sonder Eliphant en sal dan vervolgens op Ultimo Juny 1678 de gecontracteerde recognitie penningen ten bedrage van 4200 pard=s en een getan„ „den Eliphant Jaarlix voldaan werden, en dat gelijk gesegt alle Jaaren en van Jaar tot Jaar Aldus Gecontracteerd en Geaccor¬ „deert tusschen den E oppercoopman Pieter Vorwer opperhoofd, Coopm Thomas van Rhee, Secunde capitain Philipus Pill:, ende den ondercoopman Pieter outs „hoorn van Sonnevelt R:lt en secr:s mitsg: s den verderen Raad der stad en landen van Nagapatnam, weegens de Ede Heer Rykloff, van Goens de Jonge, raad Extra, ordin van Jndia, Gouverneur en di„ „recteur des Eylands Ceijlons, de Custen Maduze Jnchiado, de stad en landen voormelt, ter eenre, ende ragie Wengenna Gouverneur der Tansjouwerse beheeden landen, als gemagtigde van den Land Heer deeser Tansjouwerse Proventie Egosie ragie ter andere sijde, deesen 11 December Ao 1676, was geteekend in de de badagase tale Ragie wengenna, onderstond, dit is aldus in de badagase taal geteekend, by den voorn ragie wengenna in de pagood van 't dorp Chikie, ter presentie van s' Comps expres gecommitteerden d' E Thomas van Hec en den Raad seer Pieter Outshooren van sonnevelt synde, alwaar 't moors leger begraven leijt, en hier ter sijde gen:t in margine was geteekend Pre„ „ter Vorwer, Thomas van Rhee; P: Pijll en P v: Outshoorn, g:s van Connevelt Eijose Ragie 677 Translaat Caul Jn 't Jaar 1677 den 7 Maart Pieter Vorwer oppercoopman en opperhoofd der stad en landen van Nagapatnam representee„ „rende de hollandse Oost Jndische Comp werd door mij Chireda pandidaar Groot adigaar van chialij Trimelewas etc: wegens Egosie zagie Groot Gouverneur van Tansjouwer ende onderhoorende landen, verleend dit caul, waar bij Consen„ „teerd en belood 't volgende Eerstelyk dat d' E Comp: op Trimele was sal mogen bouwen een logie ofte rasielentie groot 200 voeten in't vierkant op deselve plaats, daar voor deesen des E: Comp resi „dentie plaats is geweest, streckende beoosten laags d'revier bewesten en benoorden een ploet os onbebouwt land, en bez d' ge„ „meene weg van de revier naar het dorp sal d' E Comp mitsg:s alle hare coopl en Jnwoonders van Trimelewas vrijen onge¬ „hindert mogen handelen, sonder dat soo van afgaande als aankomende koopmansz eenige 1 2 678 eenigen toe sullen betaalen voor dat 3 gantsche Iaar verstreeken sijn, van welke tijd present ongevaar thien maanden syn verloopen Be tijd van toe vrijheijd verstreken sijnde, sal nogthans d' E Comp: soo op Formelewas als in 't geheel Gouvernement geen meer dan de halve tots geregtigheijd behoeven te betaalen Alle 's Comps dienaaren /:soo Jnlanders als Europianen, sullen door 't geheel land vry en onverhindert met sian bagagie en goed sonder 't selve te openen, mogen passee¬ „ven en repasseeren, sonder dat van de selve eenige tol ofte passagie gelt sal gevordert werden. Eenige coopluyden, wevers of te andere handwerk luiden aan d' E Comp:e Schul¬ dig weesende, en met haar agterstal ko¬ mende te verloopen, of te schuijl te houden sullen 's Comps dienaaren deselve mogen Op dit caul mag UE sig vrij betrouwen want 't sal seekerlijk agtervolgd werden, dreyft grooten handel en necmt altyd toe „st voorspoet, was geteekend met 't seegel van China Pandidaar, op zoeken en aantasten it sij ook, waar 't mogte weesen, sonder dat imand 't selve sal beletten, maar sal in sulken geval de land regenten gehouden sijn, by soodanige aanwijsinge, deselve in 's Comp handen over te geeven, veel eerder sComps dienaaren de behulpsaam hand bieder en bestand doen opsoeken 4 2

NL-HaNA_1.04.02_3374_0165 view scan ↗

English

Whereby notice is given of the receipt of the recognition etc., and the aforementioned caul from the Rajah on 10 September Anno 1677 to the former. Caul or letter confirmed by Egosie Chinda Pandidaar, written. 679 680 Concerning the land of the factory at Trimelewaar, measuring 240 Dutch feet square. Caul granted by the Grand Governor etc. Nerregerij in the name of the Prince of Tansjoer Egosie Ragie on 7 July 1678. 681 Concerning the toll at Primelewaas. Caul granted by the aforementioned Narigirij on 14 June 1679. 683 Caul from Egosie Ragie granted on 23 March 1680 in ratification of the preceding. 684 The cauls given by the Nayaks of Tansjoer and Madure, and myself, shall be inviolably observed, and maintained as follows below. The Company, its merchants, and inhabitants of the city of Chormandelan, as well as the ten old villages, shall henceforth pay no higher toll on any wares without exception, brought or conveyed by whomever into the land toward there, or carried up from the city into the land, than was agreed upon, granted, and customary of old by the preceding cauls. And therefore I shall not permit any governors who govern and rule the magams and the villages around Nagapatnam in my name to levy or establish any new tolls Caul granted by Egosie Ragie, Prince of Tansjoer, in March 1683 685 to the charge of the Company, its merchants, and inhabitants, under whatever pretext it may be, beyond those that have been customary of old. Whatever the Company might require from my land, whether wood for building ships or vessels, washermen's land, or the like, the Company shall be permitted to fetch, as has always been customary heretofore, without this being hindered to them, etc. The Company shall be permitted to establish a factory at each of the aforementioned places, namely Careal, Trimelewaas, and Adrangapatnam, plant their flag upon the same, and keep their people there to trade. At Darasjoer Pette, the Company is assigned and granted a place to build a malictij, plant the flag thereon, and keep its people there to trade. In all the lands of Chiolemandalam along the seaside, as well as in all the pettes, and furthermore in all the lands falling under the territory and obedience of the Prince Solagia Ragie where the Company shall come to trade, His Highness has granted and permitted that the Company for its merchandise Contract concluded between the Right Honorable Lord Commissioner of Mijdrecht on behalf of the Company and the Prince of Tansjoer, Ragie Eftrie Solagie Magaragie Chiola Ragia Toekoe, on 17 March Anno 1688. 686 shall pay no more than half toll for the toll-gatherer's dues. Should it happen that the Company, in the lands of the Prince Solagie Ragie, both in the lands of the pettes and along the seaside, might lose anything, whether through robbers or through any debtors, His Highness's haveldars and subadars shall make proper compensation to the Company for the damage suffered. At Trimmelewaas, Carial, and Adrangapatnam along the seaside, no Englishmen, Danes, Frenchmen, Portuguese, and other Europeans, none excepted, shall be permitted to trade there, nor shall His Highness grant or allow them any places to that end. If the Company's servants, both in the offices and in the lands of the pettes, should conduct themselves improperly, His Highness shall, after prior proper inquiry and unfailing proof, give notice thereof to the chief at Nagapatnam, and before proceeding to any action, shall not begin or undertake anything hastily. Those who might be sent on behalf of His Highness to the cities, offices, or other places belonging to the Company shall be respected and honorably received according to their dignity, just as the same is to be observed and maintained toward the Company's envoys, both by His Highness and by his subadars and haveldars. The Company shall grant free passes or sea letters for one or two small vessels of His Highness on account of the Diwan, without the hazardous levies. The tusked elephant that the Company must give yearly to His Highness shall be 5 cobidos and above, or under 6 cobidos Company's measure in height; the recognition moneys shall be paid and discharged according to custom, and furthermore two good Arabian or Persian horses shall be presented to the King every year. Wanwosie Pandidaar shall be permitted to have paddy to the value of five thousand pardaus brought from the lands of his government into the city of Nagapatnam and sold yearly, without paying any costs or duties for it. Should any troubles befall His Highness Sohagie Ragie, the Company shall grant him all possible help; likewise, if necessary, His Highness must provide all possible support and assistance to the Company in the lands of His Highness's territory. In case His Highness might become engaged in war with any indigenous or foreign princes, the Company shall not be permitted to transport any goods into the lands of His Highness's enemies without the consent of His Highness. For greater security, confirmation, and good faith, uprightly to maintain this present treaty, which must endure as long as the Company's state and that of His Highness last, and as long as the sun and moon shall shine, these terms are

Dutch transcription

Waar by kennisse geefd, van den ontvang der Recognitie &=a en het voorm: Caul van Ragie Den 10 September Ao 1677. aan DE Vorwer Caul of brieff door Egosie Chinda Pandidaar bevestigd geschreeven 679 680 Weegens de grond der Logie op Trimelewaar groot 240 Hollandsche voeten int Virkant. Caul door den Groot Gouverneur &a Nerregerij verleend uyt Naam van den Vorst van Tansjoer Egosie Ragie den 7 Julij 1678. 681 aangaande den Thol op Primelewaas. Caul door gerepte Narigirij verleend den 14 Juny 1679. 683 verleend Den 23 maart 1680 tot Ratificatie van 't voor„ Caul van Egosie Ragie gaand, 684. De Cauls door de Neijken van Tansjoer en madure, en my gegeeven zullen onverbreekelijk agtervolgd werden, en gehouden als hier onder volgd DE Comp: Haare Koopluijden en Inwoonders van de Stad Chormandelan, mitsg„s de thien oude Dorpen, zullen voortaan van alle watren geen uijtgesondert, die door wie het ook zij uijt het Land derwaards koo„ men gebragt of gevoerd, off uijt de stad in het Land op gevoerd sullen werden, geen meer „der Thol betaalen, dan by de voorgaande Cauls g'accordeert, toegestaan, en van ouds gebruijkelijk zijn gewest, En dierhalven zal ik niet gedoogen, dat eenige Gouverneurs die de magams en de Dorpen om her Nagapatnam uyt mijn Naam regeeren, en gouverneeren zullen eenige nieuwe thollen Caul door Egosie Ragie vorst van Tansjoer verleend in Maart 1683 ten 685 ten laste van de Comp: Haare koopluyden en Jnwoonders, onder wat pretexten het ook zij„ zullen heffen of opstellen, buijten de geene die van ouds gebruijkelijk zyn geweest, sal het geene DE Comp:e uyt myn Land soude mogen benoodigen het zij Hlout dot het bouwen van scheepen of vaarthuijgen, wassers Land, of dergelijke zal DE Comp: gelijk althoos voor deese gebruykelyk is geweest mogen doen haalen, zonder dat zulx hen sal werden belet &=a. zat tot Careal Trimelewaas en DE Comp: Adrangapatnam, op ieder der voorm: plaatsen, een Logie mogen stabileeren, op deselve hun vlagge planten, en hun volk om te handelen, aldaar houden Tot Darasjoer Pette, is de Comp: een plaatse aangeweesen, en vergund, om een malictij te mo„ „gen bouwen de vlagge daar op te planten, en Haar volk om te handelen daar houden Jn alle de Landen van Chiolemandalam aan de zee kant, mitsgaders in alle de petten, en voorts in alle de Landen sorteerende onder het gebied en de gehoorsaamheijd van den Vorst Solagia Ragie, alwaar DE Comp: zal komen te handen ten, heeft zijn hoogheijd vergund en toege„ staan, dat DE Comp: voor Haare koopmansz: Contract tuschen den Hoog Edelen Heer Commissaris van mijdrecht van weegen DE Comp:e en den Tansjoersen Vorst, Ragie Eftrie Solagie magaragie Chiola ragia Toekoe gepasseerd Den 17 ' maart Ao 1688. niet 686 niet meer dan halve thol voor slaanders geregtig heijd betaalen zal. Jndien het quaam te gebeuren dat DE Comp: in de Landen van den Vorst Iohagie CRagie zoo wel in de Landen van petten als langs de zee kant, iets mogte komen te verliesen 't zij door Roovers ofte door eenige schulde„ „naaren, zullen zijn Hoogheijds Habeldaars en soebedaars DE Comp: voor de geleedene schade behoorlijke vergoedinge moeten doen. Tot Trimmelewaas, Carial en Adrangapatnam Langs de zeekant, zullen gan Engelschen, Deenen, fran cen, Portugeesen En andere Europeanen geene uijt gesondert, aldaar moogen Negotieeren, nog zal zijn Hoogheijd Haar tot dien eijnde eenige plaatsen geeven of toestaan. Des DE Comp:s Dienaaren zoo wel, in de Comptoiren zoo wel de Landen van Setten zig onbehoorlijk aanstellende, zal zijn Hoogheijd na voorgaande behoorlijke informatie, en onfeilbaare preuven het opperhoofd tot Nagapatnam daarvan kennisse laaten doen, en eer men tot eenige ac„ tie zal treeden, niets schielijk aan vangen off. onderneemen. De geene welke weegens zijn Hoogheijd in de steeden Comptoiren of andere plaatsen, dE Comp=s toebe„ hoorende, afgesonden mogten zijn, zullen volgens hun waardigheijd, g'agt en eerlijk gere„ cipieerd werden, gelijk het selve ook aan bes E Comp: afgesondene zo wel, bij zijn Hoogheijd als byj desselvs Soubedaars en Habeldaars staat g'observeerd, en onderhouden de werden„ D E: Comp:e zal voor een a twee scheepjes van zijn Hoogheijd voor Reek: van de Duan zonder de gewaarlijke ongelden vrij passer of zee brieven verleenen. Den getanden Eliphant die DE Comp: sjaar„ lijks aan zijn Hoogheijd moet geeven, sal 5 Cobidos en daar boven ofte onder de 6. Cobidos Compag=t mate hoog moeten zijn, de recog„ nitie penningen zullen betaald, en voldaan werden, na Uso, mitsgs aan den koning alle Iaar vereerd werden, twee arabische of soeraban„ deese goede paarden. Wanwosie Pandidaar, zal uijt de Landen van zijn Gouverno Jaarlijks voor de Waardije van Vijf duijsend pard:s aan Nelij binnen De de de stad Nagapatnam moogen doen brengen en verkoopen, zonder eenige kosten of aanregtig„ heeden daar voor te betaalen. op. zijn Hoogheijd Sohagie Ragie eenige onge„ „macken, overkomende, zal DE Comp:e hem alle moogelijke hulpe verleenen, ins gelijks zal zijn Hoogheijd des noods zijnde DE Comp: in de Landen van zijn Hoogheijds gebied, alle mooge„ lijke bijstand, en assistentie moeten toebrengen, Jngevalle zijn Hoogheijd, met eenige In„ landsche en vreemde Vorsten in oorlog mogte geraaken, zal DE Comp: buijten Consent van zijn Hoogheijd geen goederen in de Landen van zijn Hoogheijds Vaijanden mogen doen vervoeren, Tot meerdere seekerheijd: Confirmatie en trouwe om dit teegenwoordig gedrag opregtelijk te onderhouden, het welk zoo lang als DE„ Comp: staat, en die van zijn Hoogheijd moet duuren, mitsg.=s zoo lange als de son en maan zullen scheijnen, zijn deese voor waarden

NL-HaNA_1.04.02_3374_0178 view scan ↗

English

were written to mutual satisfaction, accepted, and ratified in order to act according to the contents thereof; sealed by Shahaji Raja with a six-sided seal at the top in the header / and on the 3rd of July delivered from Nagapatnam with a missive of 30 June at Sadraspatnam, being likewise at the bottom signed by His High Nobility and printed in the margin in red wax, the seal of the Commission and underneath by order of his well-remembered Highness mentioned, / and was signed / H. Swaardekroon, Secretary. Shahaji Raja, Lord of Chingleput, has agreed and come to terms with the Dutch East India Company on the following conditions, namely: Firstly, Between Prince Shahaji Raja and the Honourable Company a firm and binding peace shall be maintained, and all hostilities hereafter on both sides must cease, and the privileges and freedoms granted to the Honourable Company in the previous contract, concluded on 15 August 1693 by Mr. Babaji Pandit on behalf of His Highness Shahaji Raja, Prince of these Tanjore lands on the one side, and the Honourable Extra-ordinary Councillor of the Dutch Indies and Governor of Coromandel Laurens Pit on behalf of the Dutch East India Company on the other side, Translation of the Peace, shall take effect and have results, just as the Cowle obtained by the Honourable Company from the Great King on 11 December in the year 1676 and that from His Highness Shahaji Raja on 17 March in the year 1688 shall remain in full force, which both Cowles must be punctually observed and the Company's trade in the district of Tanjore must be carried out conforming to their tenor; furthermore, the following has also been resolved by both sides: That the Company's merchandise at Ammapettai, Dara, Courpatnam, Manaarcil, seized at the beginning of this war, shall be restored to the Company's people undamaged and in the same godowns where they were previously, and the goods that turn out to be missing there shall be reimbursed to the Honourable Company according to their prime cost; That the goods enjoyed by the havildars who governed the country, to be permitted to validate in deduction of the toll, shall be paid for against such price as everyone at that time paid, and that in the future no one shall be permitted to take any goods in deduction of toll, but whoever requires anything shall first have to pay as much for the same as anyone else; the Honourable Company shall be free to lower or raise the price of its merchandise according to the circumstances of the time, concerning which no local governors may dictate terms to the Company's servants. The Honourable Company shall not constrain the Daan to sell the paddy for a low price, and the merchants of this place may freely go inland to trade in paddy; furthermore, at Papencoil no paddy or rice bazaar shall be held, but rather of other goods as was previously done. Nagapatnam, Tirumullaivasal, and Karikal... That all subjects of Prince Shahaji Raja, whether they belong under the jurisdiction of Babaji or Ragho Pandit, shall be permitted freely to transport all kinds of provisions and goods to Nagapatnam and the subordinate villages within the entire territory of Chingleput, without being detained or hindered anywhere; the inhabitants on the other side of the river of Nagore shall likewise be permitted to bring foodstuffs, except paddy, and sell them at their pleasure; The weavers shall, as in former times, be permitted to trade with the Honourable Company, and regarding this shall not be disturbed or hindered in the least by any cavaldars or local governors; likewise, the merchants who collect textiles at Bimlipatam and elsewhere and bring them to Nagapatnam or the Company's villages shall not be obligated to pay more toll than before; That the coolies of the Company's villages are solely obliged to go with their animals to Nagapatnam and the Company's villages, without the havildars and governors being permitted to force them to do service elsewhere; The havildars shall not cause any hindrance to the people who bring wood with carts to the Company's brickworks, nor to the lime and brick burners, nor extort anything from them; All the Company's servants, both white and others, travelling with palanquins or horses, and peons travelling on the road with letters or parcels, shall not be molested or addressed for payment of tolls; Finally, the local governors who hereafter shall govern the lands shall not be permitted at their pleasure to constrain the Honourable Company to make gifts to Prince Shahaji Raja, or make any threats on that account, leaving the same to the discretion of the Honourable Company, which will regulate itself in that regard according to the prosperity of its trade in His Highness's territory. Translation of a Cowle. Here was written in the own hand of the Subahdar in the Marathi language: Recited by Prince Shahaji Raja to the Honourable Governor Ioannes van Steelant, granted in the Marathi language, and stamped with His Highness's seal; the seal of the Prince with His Highness's name or title engraved in black ink. Cowle granted by the Dutch Governor Ioannes van Steelant. In the year Shahur San Tis'a Maya wa-Alf, in the year 1709, during my presence here at Tiruvallur, the Subahdar Annaji Pandit presented to me that in the year 1688, on the date of 12 March, by an entered contract

Dutch transcription

687 waarden niet weedersijds genoegen geschreeven aangenoomen; en geratificeerd om volgens den inhoud van dien te doen; door Jorhasie Ragie geseegeld met een 6 kantig segul boven in 't hoofd / en den 3. ' Julij van Nagapatnam bij missive van den 30 Junij op Sadraspatnam overgebragt, zijnde van gelijken onder aem, by zyn Hoog„ Edelheijd geteekende en in margine gedrukt in rooden Lacke, het segul van de Commissie en daar onder ter order van wel gedagte zijn Cnldet Hoogheijd gemeld, /en was geteekend/ A Swaardekroon. Secretaris . 688 - Dahagie Ragie Heere van chiolaman, „delang, is met de Nederlandse Oost Jn„ dische Comp:s over eengekomen en verac¬ „cordeerd op de voldende conditien Na„ „mentlyk Ten Eersten Tusschen den vorst Sahagie Ragie en S E Comps sal werden onderhouden een vaste en bondige vreede, en sullen alle hostiliteijten na deesen van wederzyden moeten cesseeren, ende Privilegien en vrij „heeden d' E Compe by het voorige contract contract door de Heer Wa naam „vosie Pandidaar, uijt „ van sijn Hoogheijd Sahagie Ragie Vorst deeser Jans„ „jouwerse landen ter eenre, en den Ede Heer Raad Extra ordinaris van Neder¬ „lands Jndien en chorman„ „dels Gouverneur Laurens Pit van wegen de Neder„ „landse Oost Jndische Comp:s ter andere syde, den 15 aug:s 1693 geslooten Translaat Vreedens toege 689 toegestaan, stand grijpen, en effect sorteeren, gelijk meede in zijn volle viguur sal blyven, de Caul door de E Comp:e van den groote Koning Ao 1676 den 11 December en dat van sijn Hoogheid Sakagie zager ao 1688 den 17 Maart verkreegen, welke beijde Cauls punctuelijk nagekomen en conform denselven teneur s' Comp negotie en het district van Tans jour g'execeerd moet worden, voorts is beijder sijds nog beslooten liet onderstaande Dat s' Comp:s cooomansz tot amanpette; dara Courpatnam Manaarscil, aanen, begin van desen oorlog en beslag genoo„. „men, aan s'Comps volk onbeschadigd en in deselve bangsaals, daar die bevoorens sijn geweest, sullen werden gerestitueerd, ende goederen, die daar aankomende te ontbreeken aan 'S E: Comp volgens den selver kostende, vergoet; Dat de whaaren door de haaeldaars het land hebben bestierd, genooten constringeeren de Nelij voor een kline prijs te verkoopen, en sullen de coopl deeser steede onverhinden te landwaarts Nely moogen gaan negotieeren wyders sal op Papencoil geen Nelij of reijs basaar, maar wel van andere goederen als bevoorens gezouden werken „gapatnam, Tormelewaas en Careal, int. . . . . . . . ƒs9: sal d E Comp den Daan niet mogen Dat alle onderdaanen van den vorst Sahagie Ragie, 't sij die gehooren onder om in afreek: van den toe te laaten valideeren, sullen werden betaald tee¬ „gens sodanigen prijs alle ten dien tijde hebben genooten, en dat in toeko„ „mende niemand sal vermogen eenige goederen te neemen in afreecq van tol, weaar emand iets benodigende, sal voor het selve ten eersten soo veel moeten betaalen, als een ander, het sal de E Comp wy staan, haare Coopmansz na tyds geleegendheijd in prijs te doen dalen of verhoogen, waar omtrend g'eenige land regenten s' Comps die naaren sul¬ len moogen wetten stellen Bs2 cII het .. . . . . ƒ ƒ . . . . . . . . het gebied van Wawasie of regoe Pandidaar vrylijk allerhande leeftogt en goederen na Nagapatnam de onderhoorige dorpen binnen het geheele Terntonum van Chiolimande„ „lang sullen moogen vervoeren, sonder er„ „gens gehouden of verhinderd te werden, de Jnwoonders aan gints zyde de rivier van Naoer sullen eet whaaren, uijtgeson¬ „derd Nely, insgelijk mogen brengen, en na haar wel gevallen verkoopen, De weevers sullen als iu voorigen tijden met d' E Comp:s mogen handelen, en daar omtrend dogt geen kaweldaars of land regenten ge„ „stoort, off in 't minste verhinderd wirden, van gelyken sullen de Cooplieden, die tot Pimilipk en elders lywaten in samelen, en na Nagap:r of s Comp:s dorpen brengen, niet gehouden weezen, meertol als voor heen te betaalen Dat de boyers van s' Comp=s dorpen eenlyk geobligeerd sijn na Nagap m en sComp dor„ „pen met haar beesten te gaan, sonder dat de haweldaars en regenten haar sullen mogen duingen, elders dienst te doene 8. 6 - 690 Sullen de haweldaars de luyden, die hout met karren tot s' Comp s steenbackerij aan„ „brengen, nog de kalk= en steen branders eenig belet mogen aandoen, of deselve iets afperssche 3 Alle s' Comps Dienaaren, soo blanke als andere met palenquins of paarden reijsende ende pions met brieven of Pakjes over weg gaande, sullen niet mogen gemolesteerd of tot betaaling van toe aangesprooken werden Eindelijk sullen de land Regenten, die na deesen de landen sullen bestieren, na haar believen d' E Comp:s niet vermoo„ „gen te Constringeeren, den Vorst Sakagie ragie te beschenken, of derweegen eenige dreigenenten doen, latende het selve ter discretie van d' E Comp:e, die haar daar omtrent sal reguleeren na de florisance van haar Negotie in sijn hoogheijds gebied, 8 10 691 Translaat van een Carel hier stond met d' eygen hand van den Soebedaar in het marettys geschreeve opzegt door den vorst Sahagie Ragie aan den Edelen heer Gouverneur Ioannes van Steelant, in 't mainttes ver¬ „leend, en met syn hoogheyd Segel gedrukt het segdl van den Vorst met sijn hoogleyd naam of titul gegraceert in Swarten Iukt gedrukt Caul van den hollandsen Gou„ „verneur Ioannes van Hae„ „lant verleend Jn 't Jaar Schorson Tisja maijaaliph anns 1709, by mijn aanweezen hier op Triweloer heeft den heer soubedaar annagie Pandi„ „daar, my voorgedragen, dat in 't Jaar 1688 dato 12 maart, by een aangegaan contract

NL-HaNA_1.04.02_3374_0184 view scan ↗

English

692 it was stipulated that, besides the recognition money and one tusked elephant, two Arabian or Persian horses should also be given annually, which, having taken place for several years, could no longer be continued, wherefore the request is to give henceforth an elephant for each horse, being consequently 2 pieces, namely: a tusked one of 5, and an untusked one of 5¼ Cob; furthermore that in the same manner the arrears of horses shall also be satisfied, which has been kindly granted, so that the horses—deducting those which have already been delivered according to receipts—may be paid in elephants, and henceforth also the annual ones, according to this, living peacefully without any anxiety, the 24th of the month of Moharam, being according to our style the 5th of April in the year aforesaid. Further, there stood written in the soubadar's own hand mortabasoeda, which signifies: this is upright. Below this was also printed the seal of the prince in black ink. Below stood: for the translation according to the interpretation of the Brahmin Wengetarama, Nagapatnam the 6th of April 1709. Was signed: Albert Vn Weede. Below stood: agreed. Was signed: I:r Spits, G Clercq. Seal of the prince, wherein the word upright is also engraved. 693 Cowle granted by the prince Toolasjagie Ragie to the Dutch Governor at Nagapatnam, Mr. Dirk van Cloon. In confirmation of the cowles issued in former times by my ancestors, who are now in glory, the present is granted, to be preserved, and to be relied upon with peace of mind. Sala seijna maya alapl: the 4th of the month Rammoejaar / anno 1730 the 24th of March. Here was printed the seal of the prince in black ink. Below stood: for the translation according to the relation of the Brahmin Wengetarama, Nagapatnam the 3rd of April anno 1730. Was signed: C:n Schaller. Translation directly from the Marathi, etc. 694 . . . . . . .. . . . . . Whereas it has always been the custom to collect only half toll on the cloths and linens brought from all parts of the prince's territory to Nagapatnam for the Dutch Company, you are hereby ordered to observe the same strictly in the future in the very same manner. Those of the north are expressly commanded to allow the Company's European servants, their native merchants, and others, traveling with their palanquins or horses, to pass and repass upon showing the passports validated with the seal of the said Company. The paddy and other edible wares brought to market from all sides to the city of Nagapatnam must in no way By order of the prince Toebasjagie Ragie, this Taqueet Parwanna is addressed to the toll collectors in the lands of His Highness the Prince of Tanjore by the soubadar Gowinda Danmodra, present at Tiwaloer. Translation of a Taqueet Parwanna written in the Marathi language, etc. * be detained. 695 At Chrkre, no new bankshalls must be erected beyond those already built. By virtue of the said order, all this must proceed properly, without causing the Company the slightest molestation; the refractory ones, in the contrary case, shall incur the punishment of the prince. Salla Seijna Maija ulaph, the 12th of the month Rammorjaan, anno 1730 the 1st of April. Below stood: copies must be taken of this and the original handed back to the Company. Further, there stood written in the soubadar's own hand Roesjoe, which signifies: that is upright. Below stood: for the translation according to the interpretation of the Brahmin Wengetarama, Nagapatnam the 3rd of April anno 1730. Was signed: Schaller. . Whereas the Company of Nagapatnam, which is renowned above all others, has sent the copy of a sealed cowle to the court, the prince has ordered, according to the ancient custom, to collect half toll on the goods brought from one place to another, as you are hereby ordered to take half toll, as well as to allow the Europeans, as well as other To Balogie Dandidaar, chief toll-officer at Nacer and Popotoire. Translation of a Saqueet Parwanna, written in the Marathi language by order of the Prince of Tanjore Toekogie Ragia to the chief toll-officers in His Highness's lands, and delivered here in five identical copies by the agency of Jmamehan Coroosje Sahib Ulbe, officer of His Serene Highness, for further notification. people 696 belonging under the said Company, traveling back and forth, whether by palanquin or on horseback, or in sedan chairs or on foot, as well as the letters and packages with sample cloths carried back and forth, to pass and repass without hindrance according to constant usage. The Lord Rauw, Madawarauw, has ordered that which is written above to be carried into effect accordingly and according to ancient custom. Below stood: the 12th day of the month of Raatsjaboe of the year Jhedee, being according to our reckoning of time the 22nd of January anno 1732. Note: of the same tenor were the other copies addressed by name To Appa, chief toll-officer at Careal, Tieroemalaraaspatnam, and Tienoemalawasel. To the chief toll-officer at Manaarcoil and Triwaloer, and Jadawarauw, chief toll-officer at Coettalam. Waddamalaaijen, chief toll-officer in the province of Majoeram. The Lord Rauw has ordered that a strict written command be expedited to every toll-officer in the seven principal toll places of the province of Majoeram, namely: at Chicalu, Tieroewengaadoe, Dicecoti, Tieropanandal, Pandanalloer, Cornaadde, and Tieroecadeijoer, to cause that which is written above to be carried into effect in that manner. Below stood: the date as above. Below stood: for the translation according to the interpretation of the Brahmin Wengelarama, Nagapatnam the 25th of January 1732. Was signed: C:n Schaller. Except the following addition in the Taqueet Parwanna. Except

Dutch transcription

692 is bedongen, dat behalven de recognitie penn, en een getande Eliphant nog Jaar, „lijx gegeeven sullen werden, twee arabise of persiaanse paarden, 't gund na eenige Jaaren geschied te weesen langer geen gevolg heeft, konnen neemen, waarom 't verzoek zy om voortaan voor ieder paard een Eliphant te geeven, synde gevolgelyk 2 stux te weeten, Een getande van 5, en een ongetande van 5¼ Cob; voorts dat er in derselver voegen ook voldaan sul„ „len werden, de agterstallige paarden, 't welk goed gunstelijk is g'accordeerd soodanig mogen de paarden afgetrocken degene die reeds volgens beuysgegeeven sijn, in Eliphanten voldaan werden, en voortaan ook de Jaarlijke, volgens deese, Levende gerust sonder eenige bekomme¬ „ring, den 24 van de maand Moharam, sinde naar onse stijl den 5 april anno voorsz, verderstond meede met d' eijgen hand van den soebedaar gesz mortabasoeda 't welk beduijd, dit is opregt. hier onderstond ook het seegel van den vorst in Swarten Jackt gedrukt /onderstond:/ voor d' oversetting volgens vertaling van den bramine Wengetarama Nagapatnam den 6e april 1709 :was geteekend:/ Albert Vn weede /onderstond accordeerd /was geteekend: I:r Spits G Clercq. Segel van den vorst waarinne het woort opzegt dit is het ook gegraveerd zij 693 Cauwl door den vorst Toe lasjagie Ragie aan den hollandsen Gouverneur tot Nagapatnam M:r Dirk van Cloon verleend. Tot bevestiging der Cauwes in voorige tij„ „den door mijne nu in de Glorie sijnde voorsaten afgegeeven werd, het Jegenwoor „dige verleend, om bewaard te werden, en daar op gerist te weesen sala seijna maya alapl: den 4 van de maand Rammoejaar / a:o 1730 den 24 maart (hier stond het Seegel van den Verst in Swarten Enkt gedrukt /onderstond /. voor de oversetting volgens verhaaling van den bramine wengeta„ „rama, Nagapatnam den 3e april a o 1730. /was geteekend/ C:n Schaller: Translaat regt het Ma¬ „rattyse etc: 694 . . . . . . .. . . . . . Nademaal het altijd de gewoonte is ge¬ „weest, van de doeken en lywaten uijt alle kanten van s' vorsten gebied voor de „hollandse Comp:e naar Nagap=m aange„ „bragt werdende, maar halve thol te neemen, soo werden UE g'ordonneerd het selve in het aanstaande op de eijgenste maniere strick te observeeren Die van het noorden werden expresselyk gelast om s'Comp:s Europeese dienaaren derselver Inlandse coopl, en anderen met haare palinguijns of paarden in hunne reijse bij vertooning der pasporten met het segel van welm Comp:e bekwagtigd, te laaten passeeren en repasseeren De Nely en andere Eetbaare whaaren van alle kanten naar de stad Nagapatnam te markt gebragt werdende, moeten in geenderleij wijse Ter ordre van den vorst Toebasjagie ra¬ gie, werd deesen Takiet Parwanna ge¬ „rigt aan de Tollenaars in de landen van syn hoogheyd den Tansjoursen vorst door den Soubedaar Gowinda dan modra present te Tiwaloer. Translaat van een Ta„ „kiet Parwanna in het marattijse beschreeven etc * aange 1 695 aangehouden werden Tot Chrkre moeten booven de reeds gebouwde bonckques geen andere op nieuw opgehaald werden Uijtkragte van gemelte ordre moet dit al„ „les welik sijn werk gaan, sonder de Comp in het minste molest aan te doen; sullende de wederspannigen in Cas Contrair vervallen in de straffe van den vorst Salla Seijna Maija ulaph, den 12: de maand Rammor „Jaan Janno 1730 den 1 april /onderstond/ hier van moeten Copijen genomen en 't osrgi „neel aan de Comp:s weder ingehandigd werden verder stond met de eijgen hand van den Soubedaar geschreeven Roesjoe, 't welk beduijd, dat is opregt /:onderstond/ voor de oversetting volgens vertaling van den bramine Wengetarama, Nagapatnam ƒ den 3:e april A:o 1730 /:was geteekend schallen . „ Nademaal de compagnie van Nagapat „nam, die vermaarden is, als alle andere de copije van een gesegelde Cauwl aan 't hoff gesonden heeft, so heeft den vorst geordon„ „neerd vande Goederen, die van de eene plaats nade andere gebragt werden, ag„ „ter volgens, de al oude gewoonte de halve thol te neemen, gelyk u by deezen geor¬ „donneerd werd, de halve thol te neemen, als meede de Europien soo wel als anderen Aan Balogie Dandidaar hoofd Ionkenier te Nacer en Popotoire TTranslaat van een Sa„ „kiet Parwanna, in de marattyse tale ter ordre van den Jan sjoursen vorst Toekogie Ragia aan de hood Ionkoniers in sijn Hoogheyds landen geschreeven, en door besorging van Jmame„ „han Coroosje Sahib ulbe schik van hoog ged syn doorlug, „tigheijd in vyff eensluijdende exemplaren ter verdere in„ sinuatie alhier besteld menschen - :: 696 menschen, die onder gem Comp:s sorteeren, en't sy per palinquin of te paard, dan wel in draagstoelen of te voet, heen en weer reijsen, mitsg.:s de over en weder ge„ „bragt werkende brieven, en pakjes met monster kleeden volgens Constante usan¬ „tie sonder hindernisze te laten passeeren en repasseeren, D Heer Rauw /:Mada, „warauw /: heeft gelast, het gunt voorschri „ven staat in dierweegen, en volgens het al oude gebruijk te doen gevolg ne„ „men /:onderstond/ den 12:' dag van de maand Raatsjaboe des Jaars Jhedee /:sinde na onse tijd reekening den 22 January A:o 1732:/. NB van gelijken teneur waren de andere exempleeren nomina¬ tim gerigt Aan Appa hoofd Jonkenier te careal Tie„ „roemalaraaspatnam en Tienoemalawasel Aan den hoofd Jonkenier te Manaarcoil en Triwaloer, en „ Jadawarauw, hoofd Jonkenier te Coettalam Waddamalaaijen, hoofd Ionkenier in de Provintie Majoeram De Heer Rauw heeft gelast, aan een ider Jonkenier in de seven principale toe plaatsen der Majoeramse provintie te weeten te Chicalu „ Tieroewengaadoe „ Dicecoti „ Tieropanandal „ Pandanalloer Cornaadde, en „ Tieroecadeijoer een strict bevel schrift te expedieeren om het gunt voorschreeven staat, in dier„ „voegen te doen gevolg neemen /:onder „stond / de datum als boven /onderstond voor de oversetting volgens vertaling van den bramine wengelarama, Na„ „gapatnam den 25 January 1732, /was geteekend:/ C:n Schaller Excepto het navolgende bij wegsel in de Takiet par„ „wanna Excepto

NL-HaNA_1.04.02_3374_0192 view scan ↗

English

To confirm the cowl issued by the prince now in glory, I have granted this present cowl to be kept and to be relied upon. Imanchan attends to your affairs. Spth salla Seijinmaija alaph, the 10th of the month of Tjammadi Cabal / anno 1735, the 28th of September. Cowl granted by the Prince Ekogie Maharaasja to Elias Guillot, Governor on behalf of the Dutch Company at Nagapatnam. The Prince Pretapa Singaja Rasje Sahib of great power grants this writing to Jacob Mossel, Governor of the Coromandel Coast and the city of Nagapatnam on behalf of the noble Dutch Company, being a fully concluded matter in the year Soegoersen Hide Arbein naya alaph, being according to our reckoning the year 1741. Whereas Your Honour gives every year 4000 pardauws, 1 tusked elephant, and two aliasen as recognition, and it has now been agreed to give in addition 800 pardauws, and thus 5000 pardauws and 3 elephants annually starting with this year, and whereas Your Honour has requested 6 villages, I therefore give out of a good heart to Your Honour the following villages, namely: 5 villages from the province of Nagapatnam and the dependency of Chikel, being: 1: the northern Payoer 1: the southern Poegoer 1: Papacoil 1: Eyweneloer Cowl of the Tanjore Prince. and 1. Cadibade 5 villages as above 1. Welleganie / or called Senhora de Saude / from the dependency of Tripondy belonging under the province of Catsjena 6 villages in total. In such manner I give six villages; Your Honour may enjoy the said villages after handing over the customary dues of the said villages for the pagodas and Brahmins in accordance with old custom, provided that for this, starting with this year, the recognition is paid annually to the Duan as agreed by Your Honour. In the heading of this stood a seal of the prince stamped in black ink, wherein was written Srie Wiera Karra Wazini / the name of a deity / and to the side a ditto of the peshuwa Narasingarauw, son of Anandarauw. Below was written / I have written this verbatim according to the verbal order of the prince / as well as underneath 1 small seal of the said peshuwa / lower the handwritten signatures of / Palaganawies / or Abije Gowinda Pandidaar / Castle overseer / or Gowinda Naykoe / Goesoernawres / or the secretary Naro Pandidaar and / Soegoernies / or Malhaar Rauw, even lower / the 10th of the month of Jilhesoe, according to our reckoning the 27th of February / even lower again signed as above. Cowl granted by Maharaja Rajasri Bretapa Singasi Raje Sahib to Jacob Mossel, Governor of Nagapatnam on behalf of the noble Dutch Company. To confirm the cowls issued in former times by the princes now in glory, the present one is granted to be kept and to be relied upon. Soegoer Jan Jhide arbein maija alaph, the 20th of the month of Saffer / anno 1741, the 16th of May. Here stood the seal of the prince stamped in black ink. By order of Rajasri Pretapa Singaje Raja Maharaja Sahib, this takid parwanna is addressed to the toll collectors in the lands of His Highness / the Tanjore Prince / by the mighty and supreme administrator Hasarattoe Rajasri Annaje Rauw Chetke. Whereas it has always been the custom to take only half toll on the cloths and linens brought from all parts of the prince's territory to Nagapatnam for the Dutch Company, you are hereby ordered strictly to observe the same in the future in the very same manner. Those of the south and north are expressly ordered to let the Company's European servants, their native merchants and others pass and repass with their palanquins or horses, together with the baggage they carry with them, without the same being searched on their journey upon displaying the passports certified with the seal of the aforementioned Company, Takid Parwanna on behalf of the Prince of Tanjore. Here stood the seal of the Prince stamped in black ink. and they shall not refuse this on the grounds of not having received special orders to that effect from the land regent or the head toll collectors. The paddy and other edible wares brought from all parts to market in the city of Nagapatnam must in no way be detained. At Chikil, no new shops must be erected in addition to those already built. By virtue of the said order, all this must proceed properly without causing the Honourable Company the slightest molestation; in the contrary case, the refractory shall fall under the prince's punishment. Copies must be taken of this and the original handed back to the Honourable Company. May 1741. Translation of the Peace Treaty entered into and concluded between Raja Sri Pretapa Singaji Raasja Maharaja Sahib, Prince of Tansjenagarang / Tanjore / and Lord of Chiolideesjim, and Rajasri the Honourable and Esteemed Jacob Mossel, Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Coromandel Coast, Carnatica, Orissa, etc., etc., together with the Council, on behalf of the Illustrious Dutch Company. Article 1. All estrangements and enmities that have occurred in the late war shall henceforth be forgotten on both sides and turn into an everlasting, firm and unbreakable alliance and friendship. This contract shall be observed by both sides under...

Dutch transcription

697 Tot bevestiging van den caul door den nu in de Glone synde vorst afgegeeven heb ik deesen Jegenwoordigen caul ver„ „leend, om bewaard te worden, en daar op, gerust te weezen, Imanchan neemd de saaken van UE waar spth salla Seijin„ „maija alaph den 10 van de maand Tjammadi Cabal /: anno 1735 den 28 September Caul door den Vorst Eko¬ „gie Maharaasja ver„ „leend aan Elias Guillot. Gouverneur van weegen de hollandse Comp te Na„ „gapatnam 698 Den vorst Pretapa Singaja Rasje Sahib van Groot vermoogen, deesen verleend, dit geschrift aan Jacob Mossel, Gouverneur van de Custe Cormandel en de Stad Na„ „gapatnam van wegen de beste Comp de hollandse zynde een volkoomen gedaane saak in den Iaare Soegoersen Hide Arbein naya alaph, synde na onse tijd reek Anno 1741 Nademaal Uwel Edele alle Jaaren Rooo pardauws, 1 getande Eliphant, en twee aliasen aan recognitie geeft, en nu over een gekoomen syn, daar en boven nog 800 pards en dus 5000 pard:s en 3 Eliphanten sjaars beginnende met dit Jaar te geeven, mitsgs U wel Edele 6 dorpen verzogt heeft, soo geev ik uijt een goed hort aan Uwel Edele de vol„ „gende dorpen te weeten 5 Dorpen uijt de Proventie van Nagapatnam en het onderhorige van Chikel, als 1: de Noorder Payoer . 1: de Zuyder Poegoer 1: Papacoil 1: Eyweneloer Caul van den Tansjour¬ Ten: vorst en 699 1. Cadibade 5 Dorpen als boven 1. Welleganie /: of Senhora de saude genaamd:/ uyt 't onderhoorige van Tripondy gehoo„ „rende onder de provintie van Catsjena 6 dorpen te samen Jn dier voegen geef ik ses dorpen, konnen de Au wel Edele de Costumados van gemelde dor„ „pen voor de pagooden en bramineesen, Con„ „form oud gebruijk afgegeeven ende dorpon gebruyken, mitsg:s daar voor, beginnen de met dit Jaar, alle Jaaren recognietie volgens 't geene Uwel Edele Geconsenteerd heeft, aan den Duan uytkeeren / in den hoofde deser stond een segel van den vorst in swarte Jnkt gedrukt, daar in gesz srie wiera karra Wazini / een afgods naam/ en ter syde een d:o van den pesuwag nara singarauw, soon van ananda rauw, onderstond/ dit hebbe woordelijk na het mondeling bevel van den vorst geschreeven /mitsg:s daar onder 1: kleen seegel van gemelde Pesuway /lager (de eigen stelde hard teekeningen van '/ Palaganawies/ of Abije Gowinda Pandidaar / Caasteel soedoe /: of Gowinda Naykoe / Goesoerna, „wres (: of den secretaris Naro pandidaar en / soegoernies / of Malhaar rauw nog lager / den 10' van de maand Jilhesoe na onse tijd reek den 27e februarij /nog lager weder als boven geteekend, „wies 700 Caul door Maharaja Rajasni Bretapa Singasi Raje Sahib aan Jacob Mossel Gouverneur van Nagapatinam van wegen de beste Comp de hollandse verleend Tot bevestiging der Cauls in voorige tij„ „den door de nu in de Glonie Synde vorsten afgegeeven, werd het Jegenwoordige ver„ „leend, om bewaard te werden, en daar op gerust te weesen, soegoer Jan Jhide ar„ „bein maija alaph den 20 van de vorst in Swarte Inkt gedrukt het zegel van den hier stond maand Saffer /. anno 1741 den 16 Mei 701 Ter ordre van Rajassi Pretapa singa„ „je Raja Maharaja Sahib, werd deese Takidt Parwanna gerigt aan de Thollenaars in de landen van syn hoogheid / den Tans. „joursen vorst (door den magtigen en opperste albeschik Hasarattoe rajasri Annaje Rauw Chetke Nademaal het altijd de gewoonte is geweest van de doeken en lywaaten uyt alle kan„ „ten van S' vorstens gebied voor de hollandse Comps naar Nagapatnam aangebragt wer„ „dende, maar halve thol te neemen, soo werden UE geordonneert, het selve in het aanstaande op de eygenste maniere strict te observeeren Die van het zuyden en Noorden werden Expresselyk gelast, om s' Comps Europeeze dienaaren, derzelver Jnlandse coopl en andere met haar Palenquijn! of paarden, beneevens hun meede voerende bagagie sonder dat die sal mogen werden ondersogt in hun reyse by vertooninge der paspoor ten met het segel van wel melde Comps betragtigd Takiet Parwanna van wegen den vorst van Jans Cour te laten 702 hier stond te laten passeeren en repasseeren, sonder dat sulx sullen mogen weijgeren, om dat daar toe geen speciale ordre van den land regent off de opperthollenaars mogten hebben bekomen De Nely en andere Eetbaare whaaren van alle kanten naar de stad Nagapatnam te markt gebragt werdende, moeten in geen „derly wyse aangehouden werden Tot Chikil moeten boven de reeds gebouwde bouticques geen andere op nieuw opgehaald werden Uyt kragte van gemelte ordre moet dit alles wel in zyn werk gaan, sonder DE Comp:e in 't minste molest aan te doen, sullen „de de wederspanningen in Cas Contrair vervallen in de straffe van den vorst Hier van moeten Copijen genomen en het Origineel aan d' E Comp weder ingehandig werden Mey 1741 het segel van Alle verweijderingen en vaijandschappen, die in den geweest zijnde Oorlog zijn gepasseert, sullen van weeden af aan weedersyden werden gegeeten. en veranderen in Een luwigduurende, vaste en onverbreekelyke alliantie en vrundschap. Zullende dit Contract bij de weedersydse Translaat Vreedens Contract tuschen Raija Sri: Pretapa Singaji Raasja maharaasja Sahib Vorst van Tansjenagarang /Tansjoer / en Heer van Chioli„ deesjim mitsg„s Rajasri den WelEdelen Agtbaren Heer Jacob Mossel Raad Extra Ordinair van Nederlands India, gouverneur en Directeur ter Custe Cormandel, Carnatica Orisca &=na &=ra beneevens den Raad uyt naame van de Door„ lugtige Hollandse Comp: aangegaan en geslooten 1. Art: onder den Vorst in Swarte Inkt gedrukt

NL-HaNA_1.04.02_3374_0199 view scan ↗

English

703 subjects must take effect in accordance with the contracts and cauls granted by the successive kings of Tansjenagarang, who are presently in glory, and furthermore upon such conditions and articles as follow hereafter. The Company shall restore to the owners the 10 seized vessels, namely: to Caroeta arroeka poele two, moetoe Chittij mirana mahamadoe Lelbe, lebe Tamby marie moetoe poele, Naijniapa Chittij mapoele mariair, and Sawateij seidoe, one each (as well as half of the areca nut, as recorded on the passports). The boatmen shall take on their account the areca nut delivered by the Company, both to the Ceylonese Dessave and to the Colombo interpreter, together with all freight olahs, so that there shall be no claim against the Honorable Company. The Company shall also restore to moeniappa Chitti on this condition the money for which his dhoni was sold, together with half of the areca nut according to the passport. The damage suffered in the war shall be forgotten on both sides, without ever making any claim on account thereof. The Company shall take all the remainder. The Honorable Company shall also be permitted, at its pleasure, to have struck in the Nagapatnam mint, in quality and weight, Nagapatnam, Porto Novo, and Star pagodas, and all kinds of gold fanams, Nagapatnam and all kinds of fanams, as well as Arcot and all kinds of rupees, provided that the dues thereof according to ancient custom be paid to Raja Sri maharaasja Sahib. Thus done and concluded in the Castle at Nagapatnam, on the 27th of June, Anno 1743, by gepaal ajengaar on behalf of his brother Raja Tri Ragoe paddi aijengaar. Signed: gopaal aijengaar. 704 The Duan's village of Naver shall not be sold; but if it should happen that it comes to be sold, he shall do so to no one other than Your Honour. Beneath stood: Soegoerson, Camasain majalas, the 14th of the month of Rabi Lahar, the 23rd of March, Anno 1750. In the heading of this stood the seal of the prince. Translation of a Marathi letter written by the Tanjore prince maharaasja Rajasri Brelappa Singaji Raasja Sahib to the Right Honourable Mister Librecht Hooreman, Governor and Director of this Coast of Coromandel with its jurisdiction at Nagapatnam, the contents of which are as follows. 705 Translation of a Marathi caul, the contents of which are as follows. Assarato gane Maharaasja Rajawi Tretappa Singaasrijt Raasja Sahib, prince of great power, grants this to Mister Librecht Hooreman, Governor and Director of the best Dutch Company on the Coast of Coromandel with its jurisdiction at Nagapatnam, Soegoerson Camasain maijalaff, Anno 1750. Whereas the mint dues on the pagodas, fanams, and rupees struck in the mint within the Castle of Nagapatnam have until now been enjoyed half by the Duan and the other half by the Honorable Company, the said half of the dues which belonged to the Duan is now sold to you for the sum of 5600 pagodas. And having received the said amount of five thousand six hundred pagodas in cash, you may enjoy the entire dues of the mint with satisfaction and in peace, except for the customary revenues of the idols and brahmins. Beneath stood: soekalanama Sam waserom the 706 the 14th of the month of pangoenie 1750, the 23rd of March. Lower: By order of the Court. Signed: sasaratoe Kajasfri Narasinga Rouw, annanda Rauw peshwa or keeper of the seal, Jagganada ambasie, Hoefver Nabies Dabir Naro pandidaar, Joehoer Nabies antaja pandidaar, and Casgeld madawarauw. In the heading of this stood the prince's seal stamped with black ink (and at the sides as well as beneath stood the seals of the peshwa; still lower, the 14th of the month of Rabi Lahar, the 23rd of March). Signed: Casgeld dabir joehoer nabies palanga Naties, and Raba Nabhar moesem daar. Translation of a Marathi caul, the contents of which are as follows: Assarato gane maharaasja Rajasri Pretapa Singaasje Raasja Sahib, prince of great power, grants this to Mister Librecht Hooreman, Governor and Director of the best Dutch Company on the Coast of Coromandel with its jurisdiction at Nagapatnam, Soegoerson Camasaim maijalaff, Anno 1750. Whereas you have conducted yourself exceedingly well in all matters towards us at the Court, the following villages are granted out of affection to the Honorable Company, namely papenacherij belonging under Naver, and Paringijnelloer falling under the province of Sjikel. Thus, these two said villages having been given, the Honorable Company shall therefore allow the customary revenues of the idols and brahmins, as well as the gardens of the pagodas, to be enjoyed according to ancient custom in the said villages, and use the remainder with satisfaction and in peace. Beneath stood: Soekala nama sam waserom the 14th

Dutch transcription

703 onderdaanen moeten stand grijpen Conform de Con„ „tracten en Cauls door de sucessive koningen van Tansjenagarang, die teegenwoordig in de glorie zijn, verleend en wijders op sodaenige Conditien en Articulen, als hier onder volgd. Aan de eygenaars der 10. / aangeslaagene Vaarthuij gen sal DE Comp: deselve weeder restitueeren te weeten aan Caroeta arroeka poele twee, moetoe Chittij mirana mahamadoe Lelbe, lebe Tamby marie moetoe poele, Naijniapa Chittij mapoele mariair en Sawateij seidoe, sieder een (soo meede de helfte van den arreek soodaenig op de paspoorten bekend staat de Barquiers sullen de door DE Comp affge„ geevene Arreek, soo aan den Ceylonsen Dessawe als Colombose tolk, beneevens alle de vragt Olens, voor Haar Reek: neemen, sub„ lende op de EComp: geen pretentie weesen, Ook sal DE Comp aan moeniappa Chitti op deese Conditie restitueeren het geld waar voor desselvs Thaar is verkogt geworden, benee„ vens de helfte van de arreek volgens pasport. De schaade in den Oorlog geleeden, sal aan weeder zyden werden vergeeten, zonder ooyt dierweegens pretentie te maken. alle het overige sal de Comp: neemen. Ook sal 'd E Comp: na haar welbehagen in de Nagapatnamse munt in gehalte en swaarte mogen laten slaan Nagapatnam Porlonevose en Ster pagooden, en allerhande goude Janums, Nagap:l en alderhande soorten van Canums, mitsg=s arkadoese en alderhande soorte van ropijen, mits dat dies geregtigheeden volgens oud ge„ bruijk aan Raja Sri maharaasja Sahib werden voldaan. Aldus gedaan en geslooten, Jn't Cas„ „teel Tot Nagapatnam den 27 Juny A:o 1743. door gepaal ajengaar insteede van desselvs broeder Raja voor Tri 2. Tri Ragoe paddi aijengaar /was geteekend gopaal aijengaar. 704 Duans Dorp Naver sal niet verkogt werden, dog soo het mogte gebeuren, dat het selve quame te verkoopen, sal zulx aan niemand anders als aan uEd doen. /onderstond/ Soegoerson, Camasain majalas den 14 van de maand Rabi Lahar den 23 maart A:o 1750 / in het hoofde deeses stond /'t segul van de Translaat eener marattijs briev gesz: door den Tansjoersen vorst maharaasja Rajasri Brelappa Singaji Raasja Sanib aan den welEdelen Agtbaren Heer M„r Librecht Hooreman gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel met dies refort tot Nagapatnam van inhoude als volgd. vorst. 705 Translaat eener marattijse Caul van in koude als volgd. Assarato gane Maharaasja Rajawi Tretappa Singaasrijt Raasja Sahib, vorst van Groot vermoogen, verleend deesen aan M„r Librecht Hooreman, gouverneur en Directeur van de beste Hollandse Comp ter Custe Cormandel met dies resorte tot Nagapatnam Soegoerson Camasain maijalaff A„o 1750, de munts geregtigheijd der Pagooden, fanuas en Ropijen, welke en de munt binnen 't Casteel Nagapatnam geslagen zijn;, tot heeden half bij den Duan en de andere helfte by DE Comp: genooten zynde, soo werd thans gem: halve geregtigheijd welke den Daan is Competeerende geweest, aan uw verkogt voor een somma van 5600 pag: En dewijl gem: bedragen van vijff duijsend ses hondert pag: in Contant ontvangen heb, soo kan uw de geheele geregtigheijd van de munt Excepto de gewoone Customados der afgoden en brauinee„ sen tot genoegen en in gerustheijd genieten /onderstond/ soekalanama Sam waserom den 706 den 14 van de maand pangoenie 1750 den 23 maart /Lager / ter ordre van het Hoff /was getee„ ^ kend sasaratoe Kajasfri Narasinga Rouw 7 annanda Rauw peesjewve / off segul bewaar„ der Jagganada ambasie, Hoefver Nabies Dabhiu 1 ƒ Naro pandidaar, Joehoer Nabies antaja pandidaar en Casgeld madawarauw / in't hoofde deeses stond / Tvorsten Segul met swarte 1 inkt gedrukt (en ter syden mitsg=s onder stonden de seguls van pesjeve, nog lager den 14 van de maand Rabi Lahar den 23 maart /was geteekend Casgeld dab hier joehoer nabies palanga Naties, en Raba Nabhar 18 moesem daar gane maharaasja Rajasri Assaracto Pretapa Singaasje Raasja Sahib, vorff van groot vermoogen, verleend, deesen aan M=r G. . Librecht Hooreman, gouverneur en Directeur van de beste Hollandsche Comp: ter Custe Cormandel met dies resorte tot Nagapatnam Soegoerson Camasaim maijalaff A:o 1750 dewijl uw omtrend ons, in het Hloff sig in alles seer wel heeft gedraagen, soo werd uijt geneegendheijd aan dE Compe geschonken de volgende Dorpen als papenacherij gehooren„ de onder Naver en Paringijnelloer onder de Provintie Sjikel sorteerende, dus gem: twee Dorpen gegeeven zijnde, hem DE Comp: dierhalven, de Customados der afgooden en bramineesen, mitsg„s der Thuijnen van de Pagooden, volgens oude gewoonte in gem: Dorpen laten genieten, en de overige tot genoegen en in gerustheijd gebruijken /onderstond/ Soekala nama sam waserom den Translaat eener marawijse Caul van inhoude als volgd. 14

NL-HaNA_1.04.02_3374_0205 view scan ↗

English

707 14th of the month Pangoerij in the year 1752, the 23rd of March. Lower, by order of the court, was signed: Nasaratoe Rajasri Narsinga Rauw Annanda Rouw Peesjewe, or the keeper of the seal, Jagganada Ambasie Sloesoer Nabies, Dabhier Navo Pandidaar Soehoer Nabies, Antaje Pandielaar, and Casgeld Madawarouw. At the head of this stood the prince's seal stamped in black ink, and at the side as well as underneath stood the seals of the Peesjewe. Further below, the 14th of the month Rabi Lahar, the 23rd of March, was signed: Casgeld Dabhier, Toehoer Nabies Palanganabies, and Relba Nabhar Moesemdaar. Assaracta Gane Maharaasja Rajasri Pretappa Singaasje Raasja Sahib, a prince of great power, grants this to Mr. Gibrecht Hooreman, Governor and Director of the honorable Dutch Company on the Coast of Coromandel, with its jurisdiction at Nagapatnam, Soegoerson Camasaim Maijalaff in the year 1750. The agreed and sold villages to you are the following, namely: Coetan Saratan Irpoe and its dependencies, Carwelli Palleor and its dependencies, Neijwelie together with Coediwelie, and Akraran Waddacoedi Braamadeesjam, (all Jeembaddie, Palleanoer, Chittij Cherij, Aijwelie, and Pallecadoe belonging under the province of Chikel, as well as Oroetoer Akravan and Boepa Tiraasjapoeram, resorting under Kakalanie Cherwe, thus together 13 villages), which 13 villages are sold to you for Translation of a Marathi cowle of the following contents: a 708 a sum of 52000 pardaus, and since the aforesaid villages are sold for the mentioned amount of fifty-two thousand pardaus, you may let the customs of the idols and Brahmins in the said villages be enjoyed according to ancient custom, and use the rest to your satisfaction and in peace. Underneath stood: Soekala Nama Samwasarom, the 14th of the month. Lower, by order of the court, was signed: Nassaratoe Rajasri Narsinga Rauw Annanda Rauw Peesjewe, or keeper of the seal, Jagganada Ambasie, Hoefvernabies, Dabria Naro Pandidaar, Soehoernabies Antaja Pandidaar, and Casgeld Madderouw. At the head of this stood the prince's seal stamped in black ink, and at the side as well as underneath stood the seals of the Peesjewe. Further below, the 14th of the month Rabi Lahar, the 23rd of March: Casgeld, Dabhier, Soehvernabus Palanganahier, and Raba Nabhar Moesambhar. In confirmation of the cowles previously issued by my now deceased predecessors, the present is granted to be preserved and to rely upon with peace of mind. Underneath stood: Soehoersan Arba Sithain Mayjalaff, the 21st of the month Rasjep in the year 1764, the 24th of January. At the top stands the princely seal stamped in black ink, but the letters to be found therein are not legible. Underneath stood: for the translation according to the rendition of the Brahmin Wengeta Souberaijer Aijen, Nagapatnam the 22nd of February 1764. Was signed: Leond Campie, Sworn Translator. Cowle granted by the prince Thoelaja Raga Sahib to the Governor of the honorable Dutch Company at Nagapatnam, Christiaan van Teijlingen. Translation of a Marathi paper of the following contents: 709 Pursuant to the order of the prince, Toelaja Maharasja Sahib, this takeed parwanna is directed to the toll-collectors in the lands of Tanjore by Malhazie Ghadderaua. Because it has always been the custom to collect only half toll on the cloths and linens brought from all parts of the prince's territory for the Dutch Company to Nagapatnam, you are hereby ordered to comply with this henceforth without fail, at the same time taking care that the subordinate toll-collectors to the south and north are instructed by you to observe the same likewise. The servants of the honorable Company, their merchants, and others with their palanquins or horses must also be allowed to pass unmolested on their journey back and forth, provided they show a dastak authenticated with the Company's seal, with Translation of a Marathi takeed parwanna reading as follows: their 710 their goods, without opening or inspecting them, or claiming as a pretext that an order for their transit must first come from the subahdars and head toll-collectors. The supply of grains as well as other foodstuffs to Nagapatnam may also in no way be hindered, provided the customary toll is paid, nor may more boutiques be established at Chikel. By virtue of the said order, all this must proceed properly, without causing the honorable Company the least molestation, for in the contrary case the disobedient shall incur the punishment of the Diwan. Copies of this must be made and the original handed back to the honorable Company. Underneath stood: Sahie. Lower: Tan Arba Sithain Maijalaf, the 20th of the month Mahe Rasep in the year 1764, the 23rd of January. Still lower stood the seal of Malharje Ghadderauw stamped in black ink. Underneath stood: for the translation according to the rendition of the Brahmin Owengeta Souberayer Aijen, Nagapatnam the 22nd of February, in the year 1764. Was signed: Leond Campie, Sworn Translator. Out of the singular high esteem that I bear toward the Dutch Company, being inclined and having resolved to give immediate proof thereof, I have bestowed upon the said Dutch Company, as I bestow by this document in the most powerful and binding manner: The three recognition elephants, consisting of one tusked and two makhnas, which the said Translation of a Marathi cowle of the following contents: Assoracto Gane Maharaasja Raesjajrie Toelaasja Daarja Sahib, of great power, prince of Tanjanagaram and Lord of Sjoledeesjam, grants this cowle or deed of gift to the honorable, rigorous Mr. Reijnier van Vlissingen, Governor and Director for and on behalf of the honorable Dutch Company of the Coast of Coromandel, in the city of Nagapatnam, Soergoeson Arbasabein Magalaph, in the year 1773. Dutch 1764

Dutch transcription

707 „ 14 van de maand Pangoerij A:o 1752 den 23 maart /lager ter order van het sloff /was geteekend Nasaratoe Rajasri Narsinga Rauw annanda rouw peesjewe / off de segul be„ waarder/ Jagganada ambasie sloesoer nabies Dabhier Navo pandidaar Soehoer nabies antaje pandielaar en Casgeld madawarouw in het hoofde deeses /: stond. Hhorstens Segul met swarte inkt gedrukt, en ter zijde mitsg= onderstonden, de seguls van Peesjewi nog lager den 14 van de maand Rabi Lahar den 23 maart /was geteekend / Cas geld Dabhier. Toehoer Nabies Palanganabies en Relba Nabhar Moesemdaar. Assaracta gane maharaasja Rajasri Pretappa Singaasje raasja Sahib, Vorst van groot vermoogen, verleend deesen aan M„r Gibrecht Hooreman, gouverneur en Directeur van de beste Hollandsche Comp: ter Custe Cormandel, met dies resorte tot Nagapatnam, Soegoerson Camasaim maijalaff A=o 1750 /de veraccordeerde en aan UE verkogte Dorpen zijn, de onder volgende, te weeten, Coetan saratan irpoe en dies onderhoorigheeden, Carwelli Palleor en dies onderhoorigheeden, Neijwelie neevens Coediwelie, en Akraran waddacoedi Braamadeesjam, (alles jeem baddie, Pallea „noer, Chittij Cherij, aijwelie, en Palleca„ „doe gehoorende onder de Provintie van Chikel mitsg=s oroetoer akra van en Boepa Tiraasja poeram, sociteerende onder Kakalanie Cherwe, des te samen 13 dorpen welke 13 dorpen zijn aan uw verkogt voor Translaat eener marattijse Caul van in houd als Volgd. een 708 een somma van Pard 52000, en dewijle voor gemelde bedraagen van twee en vyftig duij„ send pardauwe voorsz: Dorpen verkogt zijn soo kan de Castomados der affgooden en brami„ neesen in gemelde Dorpen naar oude gewoonte laaten genieten, en de overige tot genoegen en in gerustheijd gebruijken /onderstond/ soeka„ la nama sam wasarom den 14 van de maand lager ter order van het Hoff:/ was geteekend/ Has„ saratoe Rajasri Narsinga rauw annan„ da rauw peesjewe /off segul bewaarder Jagganada ambasie, Hoefvernabies, Dabria Naro pandidaar, soehoernabies antaja pandidaar, en Casgeld madderouw /in't Hoofd deeses stond 's vorstens segul met swarte inkt gedrukt, en ter sijde mitsg=s onderstonden de seguls van Deesjewe /nog lager/ den 14. van de maand Rabi lahar, den 23 maart Cas geld, Dabhier, soehvernabus palanga na hier en Raba nabhar moesambhar. Tot Confirmeering der Cauwls, bevoorens door myne nu solige voorlaten afgegeeven werd het Jegenwoordige verleend, om be„ „waard te werden, en daar op gerust te syn /onderstond/ soehoersan arba Sithain Mayjalaff den 21 van de maand rasjep Janno 1764 den 24 January JN3 boven aan staat het vorstelyk segul in swarte Jnkt gedrukt, dog de letters daar in te vinden niet leesbaar /onderstond / voor de overzetting volgens vertaaling van den bramine wengeta souberaijer aijen, Nagapatnam den 22e Feb 1764 — /was geteekend/ Leond Campie G Transt: Caual door den vorst Thoelaja Raga Sahib aan den beste hollandse Comp:s Gouverneur te Nagapatnam Christiaan van Teijlingen verleend, Translaat eener marat„ „tijs papier van inhoude als volgd 709 Jngevolge het bevel van den vorst, Toela„ „ja Maharasja salub werd deeze Talriet parwanna gerigt aan de Jonkeniers in de landen van Tansjour door Malhazie Ghadderaua Dewijl het altyjd de geweonte is geweest, om voor de doeken en lywaaten uyt alle kan„ „ten van s' vorstens gebied voor de hollandse Comps naar Nagap=m aangebragt werdende, maar halve toe te neemen, soo werden UE gelast, sulx in het vervolg meede sonder fout naar te koomen, teffens sorge dra„ „gende, dat de subalterne Jonkeniers om de Zuijd en Noort door UEs gerecom„ „mandeerd werden, 't selve insgelijx in agt te neemen Moetende ook de dienaaren van D'E Comp, derselver Cooplieden, en andere met haare Palenquijns of Paarden in hunne reyse heen en weder ongemolesteerd mits vertoonende een dastek met s' Comp segul bekragtigd, laten passeeren met Translaat Eener Mar¬ „rattijs Takiet Parwanna luydende als volgd haar 710 haar Goederen, sonder deselve te openen of visiteeren, dan wel te protexteeren, dat tot haar doortogt eerst ordre moet komen van den soubedaars en hoofd Jonkeniers kunnende ook den toevoer soo van granen als andere Eetwhaaren na Nagapatnam, mits de gewoone tot genie„ „tende, in genendeele belet, nog te Chiliel meer bouticquen aangelegd werden Uyt kragte van gemelde ordre moet dit alles wel in syn werk gaan, sonder d E. Comp in het minste molest aante doen, want de wederspanningen sullen in cas Contrair vervallen in de Straffe van den Duan, Hier van moeten Copijen genomen en 't origineel aan 'S E Comps weeder over „gegeeven werden /:onderstond / Sahie lager / Tan arba Sithain Maijalaf den 20 van de maand Mahe rasep Canno 1674 den 23 Januaryj / nog lager stond het segel van Malharje Ghadderauw in swarte Jnkt gedrukt /onderstond:/ voor de oversetting volgens vertaling van den bramine Owengeta souberayer: aijen, Na„ „gapatnam den 22 Febr: Ao 1764 /was geteekend / Leond Campie G: Transl: uijt sonderlinge hoogachting, die ik de Hollandsche Comp: toedraage, geneegen zijnde en voorgenoomen hebbende, daarvan dade„ lijk blijken te geeven, soo heb ik aan ged: Hollandsche Comp: geschonken, gelyk ik op de kragtigste en bondigste wijse scheuke by deesen. De drie Recognitie Eliphanten, bestaande in een getaude en twee aliassen, die gemeeld Translaat eener marattijse Caul van inhoude als volgd. Assoracto gane maharaasja Raesja jrie toelaasja, daarja Sahib, van groot vermogen, vorst van Tansjanagaram, en Heer van Sjoledeesjam, verleend deesen caul off gift brief aan den welEdelen gestrengen Heer Reijnier van Vlissingen, gouver neur en Directeur voor en van wegen de beste Hollandsche Comp:e der Custe Cor„ mandel, in de stad Nagapatnam, soer„ goeson, arbasabein magalaph, a:o 1773. Hol 1764

← previousnext →