VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3385

Japan · 479 pages · 191 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3385_0063 view scan ↗

English

Country Assembly Held Tuesday 22 September Ao 1772, in the morning at eight o'clock, all the members present alongside the Timorese grandees of the realm. The Chief announced that he had convened this meeting primarily to return the realm's gold, found in the estate of the former Regent of Sonnebaaij, Tobakki, who had been sent to Batavia, and which had remained in his custody until today, to its lawful owners in the presence of all Timorese Regents. This was immediately restored to the provisionally appointed Regent of the realm, Louis Teleo, who accepted it with much gratitude, regarding which return it was deemed appropriate to make this record. Further, when asked by the Chief whether any of the Regents had anything to propose, the Regent of Amacono stood up and made known that two Sonnebaaij Tommagoms named Eko Otte and Naijso had not shrunk from detaining twenty-one Amaconers who had come down from Mollo a few days ago, and dividing them among themselves. He therefore requested that the said people might be returned. The Chief thereupon asked the Emperor of Sonnebaaij what reason his Tommagoms had to detain people belonging under Amacono and divide them among themselves. Whereupon the Regent of Sonnebaaij testified that he had heard nothing of it until today, but that immediately after the adjournment of this meeting he would investigate the matter, and if the statement of Naij Lakka was found to be true, he would cause the said people to be returned. Whereupon it was decided to most strongly enjoin upon him the fulfillment of his promise, and at the same time to order him to deliver the aforementioned two Tommagoms into the hands of the Chief, in order to deal with them according to their merits. Lastly, the King of Amanoebang made known that the Regent of Amanatung had now for a considerable time detained his uncle, named Naij Kobé, along with three slaves, and had caused his uncle to be placed in irons, without however knowing what had motivated him to do so. He therefore requested that the said Regent of Amanatung might return them. The Chief, thereupon asking the Regent of Amanatung what reason had compelled his Regent to detain the King's uncle and fetter him in irons, stating that this went too far, for if he had undertaken any impermissible things, they should have made their complaint to the Chief, and not taken the law into their own hands regarding other regents. Whereupon the Regent of Amanatung announced that some time ago the Amanoebang people belonging under Tobani had committed some cattle theft, and he therefore wished to take reprisals. For this, the Chief reprimanded him and pointed out that he had committed a great injustice, since he had punished innocent subjects of the present King of Amanoebang for the wrongdoing that his defected subjects had committed. Whereupon it was decided to order the Regent of Amanatung to send an envoy to his King immediately, with orders to release the said Naij Kobo along with the three slaves and to bring them to Coupang as soon as possible, in order to be handed over again to the Amanoebang King by the first signatory, while the Regent was forbidden to return to his country until and before he had complied with the orders received. Underneath stood: Thus resolved and decreed at Coupang on Timor, date as above. Was signed: Bs Wm Fockens, Wm An Van Este, Jn As Bauer, Is Beekman, and Is Elders, Sworn Clerk. Agrees

Dutch transcription

bestierder van sonnebaij geweest Eijgenaers gerestitueert in teegens„ regenten, Beklag door den amacoons rijx be„ „magongs, „Coners. — Land Vergadering Gehouden Dinsdag Den 22. ' September A„o 1772. des morgens om agt uuren alle de Leeden benevens de Timoreese Rixgrooten present Het opperhoofd gaf te kennen deeze vergadering principaal Het onderberusting van den gew: rijx belegt te hebben, om het Rijx goud dat in den boedel van den na zijnde rijxgoud aen dies wettige Batavia opgezonden Rijxbestierder van sonnebaaij Tobakki woordighid van alle de Timorese, gevonden, en tot heeden onder desselfs berusting geweest was, in het bij zijn van alle Timoreese Regenten aan dies Wettige Eijgenaars te restitueeren, gelijk zulx ook dadelijk gerestitueert ƒ7. wierd aan den p=l aangestelden Rijxbestierder Louis Teleo, die het zelve met veel erkentenis accepteerde, van welke terug gave goedgevonden wierd deeze aanteekening te houden. — Wijders door het opperhoofd gevraagt zijnde of ook iemand van de Regenten iets te proponeeren had, stond den Rijxbestierden stierder over twee sonnebaijse Tom„ van Amacono op, en gal„ te kennen dat twee Ponnebaijse Tommagoms met name Eko otte en Naijso, sig niet ontzien over het aenhouden van 21. ama „ hadden van Een en Twintig Amasoners Welke voor korte dage van mollo waeren afgekomen aan te houden, en onder sig te verdee„ „len dierhalven hij versogt dat gem: volkeren weder soude moge werden uijtgekeerd. 12 E het Pa ng op 45 47 niets van te weeten „noebang, over den regent van Ama„ natung, over het aenhouden van zijn oom, en drie slaeven zolange aante houden naar Amanatung, welker aenhouden uijt represailles is geschied over begane veeroverij, Het opperhoofd vroeg daar op aan den keijser van Sonnebaij Wat reden sijne Tommagoms hadden Volkeren welke onder amacono sorteerde aantehouden en onder hun te verdeelen: sonnebaijs rijxbestierder betuijd der Waar op den rixbestierder van sonnebaij betuijgde, dat tot heeden er nog niets van gehoord had, dog dat hij na het scheijden dog neemt aan daer onderzoek) deser vergadering daar terstond ondersoek na soude doen, en bij aldien het gesegde van NaijLakka waar bevonden wierd, gem: volkeren weder soude doen uijtkeeren waar op goedgevonden Wierd hem de nakoming zijner belofte op het kragtigste te recomman„ „deeren en teffens hem te ordonneeren voorm: twee Tommegongs in handen van het opperhoofd te leveren, om die naar merites te handelen. Laatstelijk gaff den koning van Amanoebang te kennen klagte van den koning van ame, dat den regent van amanatung nu bereeds een geruijmen tijd zijn Oom met name Naij kobé, benevens Drie slaven had aangehouden, en desselfs oom in de boeijens had doen Ruijten, sonder egter te weten wat hem daar toe gemoveerd had, dier hal„ „ven hij verzogt, dat gem: regent van amanatung deselve Weder mogt uijtkeeren. het opperhoofd daar op aan den Rijxbestierder van amanatung vragende wat reden zijn regent had genoodsaakt 's konings oom aan te houden en in boeijens te kluijsteren seggende dat sulx te verre ging, want bij aldien deselve eenige ƒ ongepermitteerde dingen had ondernomen, zij dan bij het opperhoofd haar beklag hadden moeten doen, maar geen Eijgen regters zijn over andere regenten. Waar op den Rixbestierden van Amanatung te kenne gaff, dat voor Eenigen tijd het amanoebangs volk onder Tobani sorteerende eenige veeroverij begaan hadden en hij daarom reprs„ „failles Wilde neemen, waar over het opperhoofd hem bestrafte en voorhield grote onreedelijkheijd begaan te hebben, dewijl hij on„ „schuldige onderdanen van den tegenwoordigen koning van Amanoebang gestraft had, voor het kwaad dat zijne afge„ „vallene onderdanen hadden gepleegt. Waar op goedgevonden wierd den Rijxbestierder van Amana„ ordre ter afsending van Een afgezand „ tung te ordonneeren, terstond een afgezand aan zijnen koning te zenden, met bevel gem: Naijkobo beneevens de drie slaven omgem: volkeren te Larqueeren te larqueeren en ten spoedigsten op Coupang te brengen, om door den Eersten teekenaer aan den Amanoebangs koning weder om en amanatungs rijxbesierder overgeleevert te worden, terwijl hem Rijxbestierder verbodem wierd niet naar zijn land te retourneeren, voor en aleer aan zijne ontfangene beveelen zoude hebben voldaan. /:onderstond:/ Aldus Geresolveert en G'arresteerd tot Coupang op Timor Dato voorsz: /:Was Geteekend:/ Wm B„s W„m Fockens, W„m A„n Van Este, J„n A„s Bauer, I„s Beekman, en I„s Elders, Gesw: Ccriba. Pv: Elders opperl: Accordeert na te doen. Scriba Pal g

NL-HaNA_1.04.02_3385_0065 view scan ↗

English

Checked. Country Meeting Held Monday, the 19th of October Anno 1772, in the forenoon at ten o'clock. Beekman The Commander communicated to the Council along with the Regents that on Wednesday the 15th of this month, the Burgher Johannes Bartholomeus had informed him that he had heard that his three Rotinese slaves, who had run away from him some days ago, were being detained on Klewa by an Amaloan Tommagong, Naij Bani. Having requested the Commander's assistance to fetch the aforementioned slaves from there, his Honor sent some Mardijkers thither the following day, with orders not only to apprehend the aforementioned slaves, but also the Tommagong Naij Bani with everyone who was found in his house. Which Tommagong along with his son and their wives were brought before the Commander on Friday afternoon, who immediately had each of them placed in a separate location in the Castle, so that they might be interrogated in this Meeting through the Mardijker Captain Frans Maucanna, as one who thoroughly understands the Timorese language. Which was approved to be put into effect at once, whereupon the Commander ordered the Tommagong Naij Bani to be brought in. Who frankly confessed that he had taken three Rotinese slave boys, having with them four flintlocks, two silver swords, and a small bundle, from Bakanassie and brought them to Klewa, and subsequently, after having stayed there for some days, had brought them along with two Timorese slaves, in the company of his son and the two Tommagongs Naijkeelo and Nenohaij, to Oijpoera to the co-guardian of the minor Emperor, Naij Lakke, and the Tommagong Naijsani, who had deserted from Mollo; from where the aforementioned slaves, by order of Naijlakke and Naijsani, were sent by Haijkeelo and Nenohaij to Siko mone, situated near Mollo, as is further acknowledged, while he and his son returned to Klewa. Knowing nothing more to say about the matter, it was ordered to lock Naij Bani in the stocks again, and to bring in his son Naij Taffi, who upon examination confirmed the statement of his Father in all parts, adding further that, in order to make greater speed, they had seized six horses along the way; this one also knowing nothing more to bring forth, he was brought back to the stocks. The Tommagongs Naijlakke and Naijsani being asked whether they had anything to bring forward in their defense against what was charged to them by Naij Bani and Naij Taffi, the first-mentioned stood up and said that he was very astonished how he, as well as Naij Lakke and Neno Haij, since both sought the life of Naijsani who lived with him, could be accused, and that he also knew nothing of any runaway slaves, nor had he seen them at all. Which statement of Naijzakke was confirmed by Naijsani, but contradicted by all the Regents together, who reproached Naij Lakke and Naijsani that their pretext was entirely fabricated, since the aforementioned Tommagongs were their foremost orangbranis or champions, whom they knew, and had even seen, went in and out of their homes daily, and they, the Regents, had reason to think that the accusations of Naij Bani and Naij Taffi contained nothing but the truth. The Commander having ordered Naij Lakke and Naijsani to step outside, asked the Regents what punishment according to the custom of the country ought to be inflicted on Naij Bani and Naij Taffi, who by their own confession had made themselves guilty of transporting slaves. Whereupon the Emperor of Tonnebaij along with the Kings of Amphoang, Taijbenoe, and Amabi said that Naij Bani ought to be punished with death, but that his son, having been clearly incited thereto by the Father, could be granted his life; yet as a deterrent to others, to declare him along with his wife, and the wife of Naij Bani, as slaves for the Honorable Company, and to chain them in irons for all their lives, in order thereby to encourage other wives to expose the roguery of their husbands; and also that Naij Lakke and Naijsani ought to be arrested, because they had made themselves suspicious through their fabricated lies. The Commander along with the Council having spoken extensively about this, approved the continuation thereof.

Dutch transcription

nagezien Land Vergadering Gehouden bekent gemaekt zijnde het drossen welke op klewa door een ama„ wierden opgehouden. waarts ter opvatting van die mis„ „dadigers Beekman Het opperhoofd Communiceerde den Raad beneevens de Regenten, dat op Woensdag den 15. deeser den Burger Door den burger Joh: Barcholomu Johannes Bartholomeus hem bedeelt had, gehoort te hebben, van drie zijner slaeven dat zijne drie Rottineese slaven, welke voor Eenige dagen geleeden van hem gedrost waren, op kleewa door een Ama„ „loons sommagong Eaijbani „ soonsch Tommagong Naij Bani opgehouden Wierden, En verzogt om adsistentie Verzogt hebbende d' adsistentie van het opperhoofd, om gem: slaven van daar te haalen, waar op zijn E: sanderendaags, gaan eenige mardijkers der „ Eenige mardijkers derwaarts had gesonden, met ordre niet alleen voorm: slaven, maar ook den Tommagong Naij Bani met alle die daar in huijs gevonden Wierden, optervatten, welken Tommagong beneevens zijn zoon met hunne trouwen op Vrijdag nademiddag voor het Opperhoofd waren gebragt, die welke opgevat en in't Casteel gebragt wierden hun terstond ieder op Een afzonderlijke plaats in het Casteel had laten zetten, om die een Vooren door den mardijker Capiteijn En door den mardijker Capiteijn Frans maucanna, als de Timoreese Taal grondig verstaande, Frans Maucank, verhoord. in deese Vergadering te laten verhooren, het geene goedgekeurd wierd, ter stond werk stellig temaken, waar op het opperhoofd ordonneerde den Tommagong Naij Bani binnen tekrengen, Maandag Den 19. October A„o 1772. des voordemiddags om Thien uuren Welke op 9 49 g bekentenis van Naijbani Beschuldiging teegens den meede Voogd Naijzakke en den van mollo Naij Sani, -. geslooten. zijn zoon g'Examineerd; bevestigt. De Tommagongs Naijzakke Begeeren 't bijde Naij Sani, om hunne gefingeer„ En die benevens hunner bij de vrou„ wen als slaeven voor dE: Comp: in de ketting te doen klinken met de dood moest gestaaft dog schonken werden, En door het opperhoofd aan de re„ genten gevraagd, wat straff na lands j Taffij moest g'Executeerd werden wierde Naij Lakke en Naijsani het geene door alle de regenten eenemael gefingeert zijnde, Welke rondborstig bekende drie Rottineese slave Jongens, bij zig „hebbende vier snaphaanen, Twee zilvere deegens en Een bondeltje van Bakanassie afgehaalt, en op kleewa gebragt, vervolgens na zig aldaar Eenige dagen opgehouden te hebben, de zelve benee„ „vens Twee Timoreese slaven ingeselschap van zijn zoon en de twee Tommagongs Naijkeelo en Nenohaij op Oijpoera van den Jongen keijser van amacono bij den meede Voogd van den onmondigen Keijser HaijLakke 9 overgeloopene Tommagong en den van mollo overgelopene Tommagong Naijsani gebragt hadden, van waar gem: slaten op Ordre van Naijlakke en Naijsani door Haijkeelo en Nenoha gelijk nader bekent staat naar Siko mone, geleegen bij mollo, gezonden zijn, terwijl gelast buijten te staan hij met zijn zoon wederom naar kleewa is gegaan, niets meerder van de zaak weetende te zeggen wierd g'ordonneert Haij Baniweder in 't blok Naij Bani wederom in 't blok te sluijten, en zijn zoon Naij Taffi binnen te brengen, welke bij Examinatie het gezegde antwoord der regenten dat Eerstgem: die het gezegde van zijn vader van zijn Vader in alle deelen bevestigde, voegende daar nog bij laastgen: het leven konde ge„ dat zij om meerder spoed te maken ses paarden onder weegens hadden opgevat; deesen ook niets meerder te voorscheijn we„ „tende te brengen, wierd wederom naar 't blok gebragt. De Tommagongs Naijlakke en Naijsani gevraagt en Naij sani ondervraagd. zijnde off zij op het geene hun door Naij Bani en Naij sasp: ten laste wierd gelegt, iets tot verschoning hadden inte brengen stond Eerst gem: op en zeijde zeer verwondert te zijn, hoe dat zij mitsgaders Naij Lakke en Neno Haij, daar die beijde den bij hem wonende Naijsani naar het leeven stonden, en ook niets van Eenige Weggelopen slaven Wist, nog die ook in het geheel niet gezien had, welk gesegde van Naijzakke door Naijsani wierd bevestigt: dog door de ge„ „zamentlijke Regenten tegen gesproken, die Naij Lakke en wierd tegen gesprooken als ten Naij sani verweeten, dat hun voorgeeven ten Eenemaal gefin„ „geert was, dewijl voorm: Tommagoms hunne Voornaamste orangbranis /: of voortegters:/ waren die zij wisten, en zelfs ge „zien hadden dat dagelijks bij hun uijt en in gingen, en zij re„ „genten reedenen hadden te denken, dat de beschuldigingen van Naij Bani en Naij saffi niet dan waarheijd behelsden. — Het operhoofd Naij Labke sen Naijsani g'ordonneert hebbende buijten te treeden, vroegde regenten, wat straff volgens lands gebruijk moest g'oeffent worden, aan Naij Bani en gebruijk aan Naij Banien Naij dui Taffi die blijkens eijgen Concessi zig aan het vervoeren van slaven hadden schuldig gemaakt "n Waar op den keijser van Tonnebaij beneevens de koningen van Amphoang, Taijbenoe, en Amabi, zeijden dat Naij Bani met de dood moest gestraft worden, dog dat men zijn zoon /: als den re„ „lijk door de Vader daar toe aangezet:/ het leeven konde schenken, te verklaeren, en voor al hun leeven e gter tot afschrik voor andere hem beneevens zijn vrouw, ende Vrouw van Naij Bani als slaven voor dE. Comp=e te verklaren, en Voor al hun leeven in de ketting te klinken, om andere trouwen daar door aante zetten, de schelmerijen van hare mans aan den dag te brengen: mitsgaders dat NaijLakke en Naijsani g' „geerde leugens verdagt gemaakt hadden, het opperhoofd benee„ „vens den Raad hier over breed voerig gesprooken hebbende konden beschuldigt worden, te keulen met Naij keelo en de Leugens te arresteeren, arresteert dienden te worden, om dat zij zig door hunne gefin„ slaven keurde Vervolg daer van 51 Palem 29

NL-HaNA_1.04.02_3385_0067 view scan ↗

English

Land Meeting Held. The sentence of Naij bani mitigated, and likewise sentenced to work in chains, and to be sent to India's capital. J Beekman. Abduction of slaves. Naij Lakke requests an oral interview with the Ensign Bauer, which was granted to him. approved the pronounced sentence of the Regents, except with respect to Naij Bani, and were of the opinion that since Naij saffij was punished with chaining for his entire life, one could also punish Naij Bani with the same, because the latter had been misled by NaijLakke and Naijsani just as Naij Taffij was by his father; which was approved by each of the Regents, but with the request to send all those criminals to Batavia, which was granted to them, as well as the arresting of the Tommagons Naijlakke and Naijsani, since one had reason from the confession of NaijBani and Taffits to think that they were guilty of the abduction of the aforementioned slaves, whereupon both were placed under arrest in the Castle by the chief, with the promise to release them again as soon as their innocence should be fully established. With which this session ended. Beneath stood: Thus resolved and decreed, at Coupang on Timor on the date aforesaid. Was signed: B:s W:m Fockens, W:m A:n van Este, J:n A:s Bauer, I:s Beekman, and I:n Elders, Sworn Clerk. Agrees: Pr: Elders. Monday, the 26th of October Anno 1722, in the morning at nine o'clock. All present, except the secunde Willem Adriaen van Este, due to indisposition, and the King of Coupang. It being made known by the chief to the Regents that the currently arrested Regent and Guardian of the Young Emperor of Amacono, Naijlakke, on the 22nd of this month had requested Ensign Bauer, through the sergeant of the guard, to come to him, as he had something to say; the aforementioned ensign, having gone to him with the prior knowledge of the chief, reported that he said he knew nothing of the abduction of the slaves of the burgher Iohannes Bartholomeus, but that two Timorese slaves of the chief, together with four belonging to Chief Surgeon Beekman, were taken away by order of Naijsani, by certain persons whom he would not name; but if the chief would release him from his arrest, he would arrange a banquet, to which he would invite those persons, and once they arrived there, immediately have them seized and delivered into the hands of the chief. Adding thereto: Beekman assisted by the clerk Elders sent to NaijLakke to ask whether he would confirm what he had said to the ensign in the presence of witnesses, which was done in the same manner. Offered also to do it in the assembly. That Naij sani had informed him only three days after the aforementioned slaves had been carried off, about which he claimed to have reproached him, but received from him the answer: do not be afraid that the matter will leak out, I gave them something to make them invisible. Ensign Bauer having asked Naijlakke why he had not revealed this in good time to the chief, he said he had refrained from doing so out of fear of Naijsani, since he was a bad fellow who had even once threatened to murder him. Ensign Bauer having reported the statement of NaijLakke to the chief, His Honour sent the aforementioned ensign, together with Chief Surgeon Beekman assisted by the clerk Elders, to Naij Lakke, to have him asked whether he would also acknowledge in the presence of the aforementioned witnesses what he had just said to Mr Bauer. Whereupon he repeated everything in the very same manner as he had said to Ensign Bauer separately, and to the question whether he also dared to maintain this in full assembly in the presence of Naijsani, he answered: Yes. The chief having caused Naijsani to be brought in, had the King of Amabie confront him with everything NaijLakke had said in his accusation; but he shamelessly denying everything, Naij Lakke was called in, and told to say in his presence all that he had previously recounted to his charge, which he also did word for word; which was nevertheless also very stubbornly denied by Naijsani, and to the chief's threat to put him in the stocks if he would not confess everything, he answered that even if they threatened to behead him, he nevertheless knew nothing of that with which Naij Lakke accused him. Whereupon the chief gave order to put NaijLakke back in the guardhouse, and to put Naijsani in the stocks, which was immediately carried out. The Council, having deliberated with the Regents on what was said by NaijLakke, were all of the opinion that the accuser as well as the accused were guilty of carrying off the aforementioned slaves, and did not doubt that in time one would uncover the truth. With which this session ended. Beneath stood: Thus resolved and decreed at Coupang on Timor on the date aforesaid. Was signed: B:s W:m Fockens, J:n A:s Bauer, J:s Beekman, and I:s Elders, Sworn Clerk. Agrees: Pr: Elders.

Dutch transcription

Land Vergadering Gehouden het vonnis van Naij bani ver„ „sagt, en meede tot de ketting slag verweeben „diaas hoofd plaats te senden J Beekman ver Voeren Van Slaeven, Naij Lakke versoekt een mond kenrde het uijt gesproke vonnis der Regenten goed, Eeepte omtrent Naij Bani, en ware van gevoelen, dat dewijl Naij saffij met de ketting slag voor al zijn leven gestraft wierd, men Naij Bani daar ook mede konde straffen, door dien de laaste, zoo wel door NaijLakke en Naijsani verleijd was, als Naij Taffij door zijn vader, het welk van een iegelijk der Regenten g'approbeerd wierd, En haar gezaementlijk na In dog met verzoek om alle die misdadigers naar Batavia op te „zenden, het geene men hun inwilligde, zoo wel als het arresteeren van de Tommagons Naijlakke en Naijsani, dewijl men reedenen had uijt de Confessie van NaijBani en Taffits denken, dat zij aan het vervoeren van voorm: slaven schuldig waren, waar op die beijde door het opperhoofd het lerrest in't Casteel wierd aangesegt, met belofte zoo dra hare onschuld volkomen gebleeken zoude zijn wederom te zullen ontslaan, gesprek met den voendrig Pauer Waar meede deese zitting Eijndigde. /:onderstond:/ Aldus geresolveerd en G'arresteerd, Tot Coupang het geen aan hem verund wierd op Timor dato voorsz /:was Getekend:/ B„s W„m Fockens, W„m A„n van Este, J„n A„ Bauer, I„s Beekman, En I„n Elders, Gesw: scriba. — Accordeert Door het opperhoofd aan de regenten te kennen gegeeven zijnde, dat den thans g'arresteerden Rijxbestierder en Voogt van den Jongen Keijser van Amacono Naijlakke op den 22. deser den Vaandrig Bauer, door den sergeant van de wagt, had laten verzoeken eens bij hem te willen komen, dewijl hij iets te seggen had voorm: vaendrig met voorken „nis van het opperhoofd bij hem gegaan zijnde, gesegt had, van het vervoeren der slaeven van den burger Iohannes Bartholomeus niets te weeten, dog dat Twee Timoreese slaven van het opperhoofd beneevens vier randen oppermeester beschuldigt Narijsanis over 't Beekman waren weggebragt op ordre van Naijsani, door eenige die hij niet zoude noemen, maar wanneer het opperhoofd hem uijt zijn arrest wilde ontslaan, hij een „gastmaal zoude aanrigten, op welke die perzoonen zoude nodigen, en daar gekomen zijnde ter stond laten op vatten en in handen van het opperhoofd leveren Voegende daar bij Maandag Den 26. October A„o 1722. des morgens om Neegen uuren Alle present, Excepto den secunde Willem Adriaen van Este, door Jndispositie, en den koning van Coupang. Pr: Elders dat agetren 9: Coriba 6 Op 33 Z 9 33 Beekman g'adsisteert door den ter afvraging off hij zijne gezeiden van getuijgen zoude wille voegen gedaen wierd. presenteerd het ook in de verga„ sam te doen, ten zijnen Lasten gelegde voorgehou„ het geene alles door hem genegeerd wierd. wierd beslooten Naij Lakke wederom in de wagt te zetten, en bedreijging om hem in 't blokte sluijter zijn antwoord daer op. ontkend wierd. Dat Naij sani hem eerst drie dagen na dat gem: slaeven weg gevoert waren, daar van kennis had gegeeven, welke hij volgens zijn zeggen daar over gereprocheert zoude hebben, dog van hem ten antwoord gekreegen, weest niet bevreest dat de zaak uijt zal lekken, ik heb haar iets gegeeven om onzichtbaar te konnen gaan, den Vaandrigh Bauer Naijzakke getraagt hebbende, warom dat zulx niet bij tijds aan 't opperhoofd g'open„ „baard had, zeijde zulx uijtvreese voor Haijsani gelaten te hebben, dewijl bij een slegte snaak was, die hem zelfs eens gedreijgd had te zullen vermoorden. — Den Vaendrig Rauer het gesegde van HaijLakke aan Den vaendrig Bauer en oppermeester het opperhoofd gerapporteert hebbende, had zijn E: voorm: vaendrig„ scriba Elders, bij NaijLakke beneevens den oppermeester Beekman g'adsisteert door den scriba Elders bij Naij Lakka gezonden, om hem te laten aan den vendrig wel in 't bij zijn afvragen of het geene aan den Heer Bauer zoo even gezegt staande houden., had ook in het bij zijn van gem: getuijgen zoude bekennen. het geene door hem inzelver Waar op alles in zelver voegen gerepeteerd had, zoo als aan den Vaendrig Bauer afzonderlijk had gezegt, en op de vrage „keringen in presentie van Paij off zulx ook in volle vergadering in presentie van Haijsam durst staande houden: Ja ten antwoord had gegeeven. — Naijsani binnen gebragt, en het Het opperhoofd Naijsani hebbende laten binnen komen liet hem door den koning van Amabie alles voorhouden wat NaijLakke ter zijnen beschuldiging gezegt had, dog alles on„ waar op Naijlakke binnengeroepen, beschaamd negeerende, wierd Naij Lakke binnen geroepen, en gezegt alle wat te vooren ten zijnen laste verhaald had, nu : scriba reije gegd worde iscesere in zijne tegenwordigheijd te zeggen, die zulx ok woordelijk derde, het geen almede door e aij san: egter almeede zeer hardnekkig van Naijsani ontkend wierd, en op de bedreijging van het opperhoofd om hem in het blok te zullen sluijten, zoo niet alles wilde belijden, antwoorde, dat al dreijgde men hem te zullen onthoofden, hij egter niets wist van het geene waar meede Naij Lakke hem beschuldigde. Waar op het opperhoofd ordre gaff NaijLakke wederom Naij sani im het blok te sluijten, in de wagt te zetten, en Haij sans in het Blok te sluijten datterstond ter uijtvoer wierd gebragt. Den Raad beneevens de Regenten over het gesegde van NaijLakke gedelibereert hebbende waren alle van gevoelen dat den beschuldiger zo wel als de beschuldigde aan het wegvoeren van voorm: slaven schul„ „dig waren, en twiffelden niet off men zoude door den tijd wel agter de waarheijd komen. Waar meede deeze zitting Eijndigde: /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd en G'arresteerd Tot Coupang op Timor Dato voorsz: /:was Geteekend:/ B„s W„m Fockens, J„n A„s Bauer, J„s Beekman, en I„s Elders, Gesr: criba Accordeert Pr: Elders gezonden. - „den. P 9

NL-HaNA_1.04.02_3385_0069 view scan ↗

English

gotien Beekman Extraordinary Meeting Held on Friday, 30 October Anno 1772, at seven o'clock in the evening, all present, except the Secunde Willem Adriaen van Neste, through indisposition. The wife of the arrested Tommegong Haij Zaekke having been summoned, who in the meeting was interrogated whether she also knew to give any report of the runaway slaves with which her husband had been accused by Naij Bans and Taffi on the 16th and 17th of this month of having entertained, wherewith she begins her answer. The Chief stated to the members that he had ordered the wife of the arrested Tommegong Haij Zaekke to be brought from Oijpoera, with the intention of asking her in this meeting whether she also knew to give any report of the runaway slaves, with which her husband had been accused by Naij Bans and Taffi on the 16th and 17th of this month of having entertained. Having said this, the Chief had the aforementioned wife enter, and asked her whether she had not recently seen some Roti and Timorese runaway slaves at Oijpoera, and knew what goods they had brought, as well as where they had ended up. To which she replied to have seen nothing, but indeed to have heard from the people in the house that outside the palisades three Roti and two Timorese slaves had arrived, carrying with them some flintlocks, swords, and a small bundle of goods, but she did not know how much. Further, the Chief asked whether she did not know how long they had stayed there, to which she said she could not determine this precisely, since as a woman she went outside little, but according to her guess two to three days, they having stayed not inside, but far outside the palisade. Continuation thereof: Further various questions and answers to the same. Naijsani brought inside, who says he knows nothing of it. Naijsani locked in the block again and the woman permitted to go to Oijpoera. Beekman, together with the scribe, sent to Naij Lakke, and the accusation laid against him presented to him. He stubbornly denied all of this. Subsequently, whether she did not know whether they had eaten there. To which she replied not to have seen those slaves eat, but indeed knew that her husband had ordered a buffalo to be slaughtered and rice cooked, and also that this food had been brought to those slaves on his order. Further she was asked where those slaves had gone, to which she said that they had been brought to Mollo by order of her husband Naij Lakke and Naijsans, through Naijkeelo and Neno Haij, to a village of which she had forgotten the name, this being all that she knew of that matter. Lastly, the Chief asked her whether a few months ago she had not noticed an old worn-out Timorese maid who had run away from Coepang in her palisade. To which she replied that she had lodged there for two days and afterwards had been brought to Mollo on the order of her husband and Naijsani. Further she was asked whether everything she had said was the pure truth, and whether she dared to maintain such in the presence of her husband and Naijsani. Which question was answered with Yes. Whereupon Naijsani was brought inside, and everything that had been said to his charge was presented to him, but who answered all questions with saying he knew nothing of it. Whereupon the Chief gave orders to lock Naijsani in the block again, and permitted the aforementioned woman, since it was already late in the evening, to go to Oijpoera. Subsequently sending the Ensign Beekman and the scribe to Naij Lakke with orders to present to him piece by piece that which his own wife had said to his accusation, in order to convince him of his vile actions. But having returned shortly thereafter, the said Ensign reported to the Chief that Naij Lakke stubbornly denied everything, and had said that those who accused him thereof were persons who sought to make him unfortunate, and that they should bring him before the feet of our Dear Lord, and that he would then demonstrate his innocence. But everyone having a greater inclination to go home than to grant him that request, it was thought proper to conclude this session herewith. Below stood: Thus resolved and arrested at Coupang on Timor, the date aforesaid. Was signed: B. Wm. Foekens, Jn. As. Bauer, Js. Beekman, and In. Elders, sworn scribe. Examined Beekman Meeting Held on Monday, 16 November Anno 1772, at nine o'clock in the morning, all present except the Chief Surgeon Johannes Beekman. Three Company's bondsmen with chains on their legs escaped from the Castle a few days ago, but seven of those run over from the Portuguese to us in Anno 176 1/2 who had been absent for two months brought up by the Timorese. Cause thereof to prevent running away and whereby the Company remarkably. Upon the convocation of the Honorable Chief, the members having expressly assembled, His Honor made known that, notwithstanding all attentions and precautions that were taken to prevent the running away of the Company's bondsmen, again three of those servants with chains on their legs had escaped from the Castle a few days ago, but on the other hand, of those seven who had deserted from the Portuguese to us in Anno 176 1/2, who had absented themselves for two months, they had been captured near the Portuguese border by the Timorese and brought to His Honor; saying further that since it was now nearly impossible, due to the demolition of some walls of the Castle, to prevent the running away of slaves who were inclined thereto, it was to be feared that some might indeed escape without being overtaken, which could not but be to the prejudice of the Honorable Company.

Dutch transcription

gotien Beekman Extra ordinaire Vergadering Gehouden de Vrouw van den g'arresteerden wierd, off ock Eenig berigt wist Het opperhoofd zeijde aan de Leeden dat de vrouw van den Sommagong Vai Lake nsboeden g'aresteerden Tommegong Haij Zaekke had laten van oijpoera welke in de eradering onder raagt, halen, met intentie haar in deeze vergadering te vragen, off ook eenig te geven van die gedroste slaven, berigt wist te geeven van de Gedroste slaeven, waar mede haar man door Naij Bans en Taffi op den 16 en 17=e deezer beschuldigt waren, vertoert te hebben, dit gezegt hebbende liet het opperhoofd voorm: trouw binnen komen, en 'vroeg haar, off zij onlangs niet eenige rottineese en Timoreese gedroste slaven op oijpoera gezien had, en wist wat goederen die gebragt hadden, mitsgaders waar die beland waren Waar op zij antwoorde niets gezien te hebben, maar wel van het volk in huijs horen zeggen, dat buijten de paggen gekomen waren drie Rottineese en twee Timoreese slaven, bij zig hebbende eenige snaph: deegens en Een bondeltje Goed, dog niet wist hoeveel wijders voeg het opperhoofd off zij niet wist hoe lang daar vertoeft hadden: waar op zij zeijde zulx niet nauwkeurig te kunnen bepalen, dewijl zij als trouw Weijnig buijten kwam, maar naar haar Gissing twee â waer op zij haer antwoord begind Vrijdag Den 30. ' october A„o 1772. des avonds de klocke seven uuren alle Present, Excepto den Secunde Willem Adriaen ranbste, door adipositie drie op 57 La 39 Vervolg daer van „nader diverse vragen antwoord op deselve Naijsame binnen gebragt naar oijpoera te gaan, Hel dit alles hartnekkignegeerde„ gelegde beschuldiging voorgehouden. Beekman, benevens den scriba bij Naij Lakke gesonden opgehouden. vervolgens off zij niet wist off aldaar gegeten hadden Waar op zij antwoorde, die slaven niet te hebben zien eeten, maar Wel west dat haar man een buffel had laten slagten en rijst koken ook dat die kost op zijn ordre aan die slaven was gebragt. Wijders wierd haar gevraagt waar die slaven gebleeven waren: Waar op zij zeijde, dat de zelve op ordre van haar man NaijLakke en Naijsans door Naijkeelo en Neno Haijnaar mollo gebragt waren, na een Negorij waar van haar de naam Vergeeten was, zijnde dit alles wat zij van die zaak wist. — Laastelijk vroeg het opperhoofd haar off zij voor eenige maanden niet een oude afgeleefde Timoreese meijd die van Coepang gedrost was, in hare pagger vernomen had! waar op zij antwoorde dat die aldaar twee dagen gelogeert had en naderhand op ordre van haar man en Naijsani naar mollo gebragt was, wijders wierd haar gevraagt off al het geene zeij gezegt had de zuijvere waarheijd was, en zulx wel in presentie van haar man en Naijsani durst staande houden? welke vraag met Ja b'antwoord wierd. Waar op Naijsani binnen gebragt, en alles wat ten zijnen laste „gezegt was, voor gehouden wierd, dog die alle vragen beantwoorde, die zegt nergens van te weeten met te zeggen, van niets te weeten. Waar op het opperhoofd order Naij sani weder in' blok gesooten gaff Naijsani wederom in het blok te sluijten, en voorm: en aan de vrouw weedrgepermiter rouw permitteerde dewijl het reets laat in den avond was, naar bijpoera te gaan. zendende vervolgens den Vaendrig drie dagen, hebbende zij zig niet binnen maar ver buijtende agan en an ij er mete ue en o ameete ekeman en e s re bij Accordeert NaijLakke met ordre, om hem van stuk tot stuk het geene in aan den selven zijnen ten laten zijn Eijgen vrouw ter zijnen beschuldiging gezegt had, zoor te houden, ten eijnde hem te overtuijgen van zijne snode behande„ „lingen: dog kort daar na te rug gekeert zijnde Rapporteerde gem: Vaendrig aan het opperhoofd dat Naij Pakke alles hartnekkig negeerde, en gezegt hat, dat die hem daar mede beschuldigden, perzonen waren die hem ongelukkig zogten te maken, en dat men hem voor de voeten van onse Lieven Heer zoude brengen, dat hij als dan zijn onschuld wilde tonmn: dog een iegelijk meerder gene„ „genheijd hebbende naar huijs tegaan dan hem dat verzoek te accordeeren vond men goed deeze zitting hier mede te doen Eijndigen. — /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd en G'arresteerd Tot Coupang op Timor Dato voorsz /: was geteekend:/ B„ W„m Foekens, J„n A„s Bauer, J„s Beekman, en I„n Elders, gesw: Ccriba. — Pr: Elders 8 9: cembae Bauer Palem bang nagezien Beekman Vergadering Tehouden aan hunne beenen voor Eenige „snapt, 176 /2 van de portugeesen tot ons overgeloopene die zig voor twee de Timoreesen opgebragt. lopen te beletten Op de Convrocatie van het E: E: opperhoofd Expresselijk de „Leeden bij een gekomen, zo gaf zijn Ed: te kennen, dat niet tegenstaande alle oplettendheijden voorzorge die men gebruijkte om het drossen van sComp: Lijff bijge„ drie sComp: Lijsligen met kettinge, ne voor te komen, wederom drie van die dienstelin„ daagen uijt het Casteel ont„gen met kettingen aan hunne beenen eenige dagen geleeden uijt het Casteel waren ontsnapt, dog daar dog seven stux van din d:o den teegen van de in A„o 176½. van de portugeesen maanden g'absenteerd hadden door tot ons overgelopene seven stux die voor twee manden zig g'absenteert hadden, door de Timoreesen na bij „de portugeesche gaensscheijding waren opgevat en bij ooer zaak daer van om hiet weg zijn E: gebragt; zeggende verder dewijl het thans door d' afbrake van Eenige muuren van 't Casteel, bij na onmogelijk was het Weglopen van slaven /:die daar toe inclineerden:/ te prevenieeren, het te dugten was, dat Eenige Wel eens zouden konnen ontsnappen, zonder En waer door de Comp: merkelijk agterhaalt te worden, dat niet dan tot nadeel voor dE: Maandag Den 16. November A„o 172. Des morgens om Negen uuren, alle present Excepto den opperchirurgijn Iohannes Beekman. Comp=s konde Palm ng Zee O p 61

NL-HaNA_1.04.02_3385_0072 view scan ↗

English

could be harmed; the Opperhoofd's proposal to sell the mentioned deserters, who are unfit for work, and to purchase in their place, in case of necessity, a similar number capable of work. would serve the Company, which was why His Honour proposed to the members whether it would not be best to sell the aforementioned deserters, being unfit for any trade (who, after all, could not be trained for any craft), and with the money coming from that, to purchase a similar number of others in case of necessity, if it should be found in time that the daily work could not be performed by the present number. Which proposal was fully approved. With which this session ended. Below stood: Thus resolved and decreed at Coupang on Timor on the date aforementioned. Was signed: B: W: Fockens, W. A. van Este, J. A. Bauw, and V. Elders, sworn scribe. Agrees: Ps. Elders G: Comba ng pa Seen: Beekman General Meeting held on Saturday the 16th of January in the year 1773 in the morning at eight o'clock, all the members present, together with the Regent of Sonnebaij, the King of Amabi with his second, the King of Amphoang with his second, the King of Taijbenoe, and the Young King of Amanoebang. A common soldier, on account of his bad and dissolute conduct, is deported as a sailor. Initially, it having been made known by the Opperhoofd that the head regent of Bake had lodged a complaint concerning the soldier Christiaan Friesorger of Hessen-Cassel, who, some days ago, while he, the Radja, was absent, had entered his house; and had not only committed diverse outrages there, but also pulled off and taken away the silver knob from his rattan cane, requesting the Opperhoofd to punish the mentioned soldier for this; and since this was a subject who more than once had had to undergo sensible corrections for other committed crimes, without, however, having disposed himself to improvement thereby, the Opperhoofd proposed whether one would not treat the aforementioned soldier Page 63, 29 63 Inhabitants concerning the abducting of their slaves, three of these rascals having been apprehended. They make their sentiment known. The chain should be riveted, and they be declared Company slaves. Their language concerning this: left to the regents. Interrogated by the Council. However, in the future such criminals approved. soldier mercifully if he were deported, with the reduction of his pay from 11 guilders to that of a sailor at 7 guilders per month, and placed as such on the expected Company vessel. Which proposal was approved by all the members. Furthermore, the Opperhoofd communicated to the members of the Council and the present regents that since some days ago, upon the complaints of diverse burghers and inhabitants concerning the abducting of their slaves, he had caused three of these rascals to be apprehended and locked in the stocks, namely: One Dieuw of Coepang, who was overtaken at Mantassi while he had already brought a slave boy of the burgher Iacob Louis Robert that far, with the intention of taking him further to Mollo. Together with one Molo of Sonnebaij, who had agreed with the aforementioned Dieuw to recruit slaves and to incite them to steal their masters' goods and horses, subsequently bringing them to him at Bisse Bouw, in order to then be transported further to Mollo. As well as an Amanoebang Temenggung named Nome Nasso, who for more than two months had harboured the slave woman of the burgher Pieter Jansz with him at Poneij, in whose house that maid was also caught, and was brought up at the same time as Nome Nasso. Which three villains, by order of His Honour, were interrogated by two members of the Council, and voluntarily confessed that they had made themselves guilty of the abduction of slaves. Wherefore His Honour left their punishment to the decision of the assembled regents, to punish them in accordance with their laws. Whereupon, having spoken with each other in their language, they conferred the commission upon the King of Amabi to make known their collective sentiment to the Opperhoofd and the Council; who, standing up, said that they were all of the opinion that the mentioned slave abductors should be riveted in chains and declared Company slaves, to see if by that means one might not deter others from following in their footsteps; but in case that deep-rooted disease among their subjects should not be cured by this, that in the future the first person who might be found guilty of the abduction of slaves must be punished with death. Which opinion and verdict of the regents was approved by the Opperhoofd and the members, and it was recommended by the Opperhoofd to all regents and rulers that, upon their return home, each should assemble his Temenggungs and through them caught all confession came. Palem g 3

Dutch transcription

konde benadeeld worden; 'sopperhoofd 's voorslag om gem: dros„ „fers te verkoopen. — werk bequaem. „sakelijkheijd weder in te koopen. Comp: zoude strekken waarom zijn E: de Leeden voor„ =sloeg, of men niet best zoude doen, voorm: drossers =als zijnde tot geen hand /:die dog tot geen ambacht waren op te Leijden geweest:) te verkopen, en voor de daar van komende penningen, En een ander gelijk getal bij nood: een gelijk getal anders in te kopen, zoo men door den tijd mogt bevinden, dat het daagelijks werk door het aanwezende getal niet zoude konnen verrigt worden Welk voorstel ten vollen wierd g'approbeert. — waar meede deeze zitting Eijndigde /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd. En G'arresteerd tot Coupang op Timor Dato voorsz /: was geteeken B: W: Fockens, W„m A„n van Este, J„n A„k Bauw en V„n Elders, gesw: Ccriba. Accordeert Ps. Elders G: Comba ng pa gezien Beekman Land vergadering Gehouden Een gemeene militair werd om zijn slegt en Liderlijk gedrag/ tot mattroos gedeporteerd. Zaturdag Den 16:' Januarij A„o 1773. des morgens om acht uren, alle de Leeden present, benevens den Rijxbe„ stierder van sonnebaij den koning van Amabi met zijn tweede den koning van amphoang met zijn twee„ „de den koning van Taijbenoe en den Jongen Kkoning van Amanoebang. — Aanvankelijk door het opperhoofd te kennen gegeeven zijnde dat den hoofd Regent van Bake zijn beklag had gedaan, over den soldaat Christiaan Friesorger van hetsen Cassel welke voor Eenige dagen, dat hij Raadja afweezig zijnde, in zijn huijs was gegaan; en niet alleen daar diverse moetwilligheeden gepleegt, maer ook de silvere knop van zijn Rotting afgetrokken en meede genomen had, verzoekende aan het opperhoofd om gem: soldaat daar over te bestraffen, en vermits dit een subject was die meer dan eens gevoelige Correctien over andere gepleegde misdaden had moeten ondergaan, zonden egter daar door zig tot beeterschap Geschikt te hebben zoo, proponeerde het opperhoofd off men voormelde soldaat Op 63 29 63 Inwoonders over het vervoeren hunner slaven zijnde drie van die booswigten opgevat. geeven hun gevoelen te kennen de ketting meesten geklonken en „den; — „ne taal daer over: van de regen ten overgelaten. van den raad ondervraagt. — dog diergelijke misdadigers in 't gekeurd. — soldaat niet genadiglijk behandelde wanneer men hem met te rug schrijving zijner Gagie van ƒ11. tot mattroos van ƒ 7: pr maand deporteerde, en hem als zodanig op de verwagt wordende 'sComp„s Boodem plaatste . Welk voor„ =steld door alle de Leeden g'approbeerd wierd. Wijders Communiceerde het opperhoofd aan de Leeden van den Raad en d' aanweezende Regenten, dat 't zeedert „ners over het vervoeren hunner slaven, drie van die boos„ =wigten had laten opvatten en in het blok sluijten als. Eenen Dieuw van Coepang welke op mantassi agterhaalt was, terwijl hij een slave Jongs van den burger Iacob Louis Robert bereets. tot zoo verre gebragt had, met jntentie om die verder naar molle te brengen. Mitsgaders Eenen molo van sonnebaij die met voorm: Dieuw had afgesproken om slaven te ronselen en die tot het steelen van hun Lijfheers Goederen en paarden aantesetten, vervolgens die bij hem op Bisse Bouw te brengen, om als dan verder naar mollo getransporteer te worden. Als meede een Amanoebangs Tommegong met welker uijtspak door het offein„ name Nome Nasso, die meer dan twee maanden de slavin van den burger Pieter Jansz bij zig op Poneij had opgehouden, bij welke ook die meijd in huijs g'attho slegte van diense Chupesen eenige dagen op de klagten van divens Burgers en Jnste „ pecie onderleijen bun waar over zij in hunne taal met elkanderen gespro„ =peert, en met Nome Nasso te Gelijk opgebragt Was. dervolgens door twee Leeden Welcke drie schurken op ordre van zijn E: door twee die terstond tot Eene rijwillige leeden van den Raad ondervraagt waren en vrijwillig geconfesseert dat zig aan het vervoeren van slaven hadden hunne Straf aan de decisie schuldig gemaakt. Weshalven zijn E: aan de decisie van de gesamentlijke Regenten overliet, om dezelve over een„ „komstig hunne Wetten te straffen. „ken hebbende de Commissi aan den koning van Amabi opdroegen om hun aller saintiment aan het opperhoofd en den Raad te kennen te geeven, die opstaan„ dat gem: slave vervoerder mende, zeijde, dat zij alle van gevoelen waren, dat gem: als 'sComp:s slaeven verklaerd wor„ slave vervoerders in de ketting moesten geklonken en als s Comp: slaven verklaard worden, om te zien off men door dat middel andere niet zoude konnen afschrikken hunne voetstappen te volgen: Dog Jngevalle die ingewortelde ziekte onder hunne „onderdanen hier niet door zoude geneesen, dat men dan in het vervolg d' eerste die zig aan het vervoeren vervolg met de dood te straffen van slaven mogt schuldig maken met de dood moeste straffen. Twelk gevoelen en uijtspraak der Regenten door hoofd ende leeden wierd goed„ het opperhoofd en de Leeden voor goed gekeurd, en door # het opperhoofd aan alle Regenten en Rijxbestierders gerecommandeert wierd, om bij hunne te huijs komst ieder zijne Tommegongs te versamelen en door deselve „peert alle Confessie kwamen. Palem g 3

NL-HaNA_1.04.02_3385_0075 view scan ↗

English

Monday the 8th of March Anno 1773. In the morning at eight o'clock All present The Chief proposed to the members of the Council for their consideration whether, while the Company's bark had not yet arrived, it had not become high time, in compliance with the honorable order of Their High Mightinesses contained in their duplicate letters dated 24 December of the past year, to send someone to Solor in order to recruit there one hundred natives of that land as sailors, at wages of 3 Rixdollars, 24 stuivers board money, and 40 pounds of rice per month, besides salt, water, and the necessary firewood. Which question was answered with a unanimous yes. Whereupon his Honor proceeded to say that he had already spoken with the present Sengadji and the Sultan of Mananga regarding the aforementioned recruitment and understood from them that they feared none of their subjects would be inclined to engage in the service of the Company under the said conditions; also that they were not inclined to go far from home, and moreover were very fearful of mistreatment on board by the ship's officers. However, in case the Company would resolve to add 10 pounds of rice more per month and some sugar, spirits, oil, tamarind, and dried fish, and to appoint overseers from their own people so that in case of wrongdoing they would be punished by them, they would do their utmost to encourage their subjects. About this, his Honor had promised them that he would consider the matter further. Meanwhile, his Honor submitted to the members for deliberation whether it would not be best, since the Company would be greatly accommodated with one hundred Solorese sailors, to accept the proposal of the Sengadji and Sultan. Namely, after having first offered to each sailor the terms added by Their High Mightinesses and finding them unwilling to enter into any engagement, to make an offer that they would monthly enjoy 3 Rixdollars in wages, 24 stuivers board money, 50 pounds of rice, 1 lb sugar, 1 lb tamarind, 2 lb salt, 3 cans of arrack, 1 bottle of coconut oil, and 2½ lb dried fish, besides the necessary water and firewood. Furthermore, over every squad of 25 men, 2 overseers or mandadors, each at 4 Rixdollars wages and 30 stuivers board money, with rations equal to those of a sailor; all under a commitment of three years, with the promise not to sail to the west of the Indies, but specifically either to serve in the Batavia roads, or to sail from Batavia to Java or Timor, but to no other offices. Which proposal was approved unanimously, in the confidence that this excess of ours over the determination of Their High Mightinesses would be regarded by them as well done, subject to their approval. Lastly, the Chief said that in order to make the aforementioned recruitment succeed well, this commission should be entrusted to a person of great patience who had mastered the Solorese language. For that purpose, he knew of no one other or better to choose than the Captain of the Burgher guard here, the honorable Andries Fredrik Vent, who not only spoke the Solorese language, but also lived on good terms with the Solorese Regents; and that one could grant him eight picols of rice and sixty cans of arrack to reimburse his expenses. This also being approved, his Honor had the aforementioned Captain enter the meeting and entrusted the commission to him, which was accepted by him with great readiness. He was requested by the Chief to make his own vessel ready as soon as possible in order to be able to depart in three to four days, and to conduct himself strictly according to the following instruction, which he also promised to do. To notify all their subjects of this resolution for their information, which was promised by all the regents. With which this session ended. Below stood: Thus resolved and decreed at Coupang on Timor on the date aforesaid. Was signed: B: W: Foekens, Wm Hk van Este, Jn An Bauer, Js Beekman, and Vn Elders, sworn clerk. Agrees.

Dutch transcription

Vergadering Gehouden nagezien Beekman gesprek met het aenweesende Senghadje en den sultan van Mananga daer over, teegens de bepaelde gaigie kostgelden randsoenen, bedenking van het opperh: over het alle hunne onderdanen van dit besluijt tot haar narigt kennis te geeven het welk door alle de regenten wierd belooft. Waar meede deeze zitting Eijndigde /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd en G'arres„ „teerd tot Coupang op Timor Dato voorsz: /:was geteekend:/ B: W: Foekens, W:m H„k van Este J„n A„ Bauer, J„s Beekman, en V„n Elders, gesc: scriba.- Accordeert Het opperhoofd Gaf de Leeden van den Raad in beden„ agterblijden van Comp:s Barcq =king off het (terwijl's Comp„s Barcq nog niet k wam opdagen/ en Om aan haar Hoog Edelheed:s niet hoog tijd begon te worden, om / in opvolging van hun ordre te voldoen, — Hoog Edelheedens g'eerde ordre vervat bij hoogst derselver blijkens duplicaat letteren van den 24 december A:o p:o duplicaat letteren d: d: 24. december A„o p„o iemand naar om iemand naar Solor te senden ter werving van Een Hondert Solor te zenden, ten eijnde aldaar Een hondert van die mattroosen. — landaard als mattroozen te werven, tegens 3. Rijxd=s Gagie 24. stuijvers kostgeld en 40. ponden Rijst p r/ maand beneevens zout water en het benodigde brandhout ! Welke vraag met een eenparig Ja wierd beantwoord. Waar op zijn E vervolgde te zeggen, dat bereeds met het aanweezende sengadji en den sultan van mananga over voormelde Werving had gesproken en van haar ver„ „ne Vrees te kenne gaven: —= staan, dat zij vreesden dat niemand van hunne onder„ dat hunne volkeren zig op dier „ danen geneegen zoude zijn op ommegem: Conditien zig „gelijke voorwaarde, beswaerlijk; in den dienst van dE Comp: in den dienst van dE Comp=e te engageeren, ook dat zij zoude begeeven, — niet iilineerden verre van huijs te gaan, en boven geeven reeden daer van dien zeer beducht waren voor de mishandelingen aanboord bij welker gelegenheijd zij hun„ Maandag Den 8. Maart A„o 1773. des Morgens om acht uuren Alle Present Pr: Elders : Corba: door . Op 67 Pa ng Capar 69 toe te sullen doen, het senghadje en sulthan over„ „gegaen.— met het vermeerderen der randsoenen, — als meede tot het aenneemen. van mandadoors. — p:r/m: en 20 stve: kostgeld. dog onder bepaeling „lijk an zijne Jnstructie te gedragen. „willigheid aenvaerde, opgedraegen „making zijner kosten toege= benoemd wierd. — aanmerking over het senden van Een Commissiant hoog Edelheedens aan hun wierd toegestaen, — door de scheeps officieren, dog ingevalle dE Comp=s resolveeren „wilde 10. ponden Rijst in de maand meerder en Wat zuijker zoopjes, olij, Tammerinde, en droge vishun toe te voegen mitsgaders opsigters uijt hun eijgen volk /om bij misgrij„ =ping daar door gestraft te worden /aan te stellen, zij hun belooven hun uijterste best daer uijterste best zouden doen, om hunne onderdanen aan te moedigen, waar over zijn E hun beloofd had zijne gedagten eens nader te zullen laten gaan, Terwijl zijn E de Leeden in overweeging gaf off men niet best wierd tot de propositie van zoude doen (dewijl dE Comp=e grotelijks met hondert soloreese mattroozen gerieft zoude worden/ tot de prop db: Andries Fredrik Vent. „sitie van het sengadje en sultan over te gaan, na„ =mentlijk van ieder mattroos (na alvoorens dezelve het toegevoegde van hun Hoog Edelheedens voorge„ =houden en onwillig tot Eenig engagement bevonden hebbende / een aanbieding te doen van maandelijks te zullen genieten 3. Rixd=s Gagie 24. stuijvers kostgeld „50. ponden Rijst 1. lb zuijker 1. lb Tammer inde 2. lb zout. 3. kannen arak 1. bottel Clappus olij en 2½. lb droge vis beneevens het benodigde water en brandhout, mitsgaders over ieder ploeg van 25. man, met toelegging van rd:s 4:— 2: opsigters of mandadoors ieder van 4. rijxd=s gagie en 30: stuijv:s kostgeld dog de randsoenen gelijkstandig met die van een mattroos alles onder een verband van drie Jaren, met belofte van niet om de west van Indiën te zullen varen, maar bepaaldelijk off op de Bataviasche Rheede dienst te doen, dan wel van Batavia op Iava of Timor dog naar geene andere Comptoiren te zullen steevenen, welk voorstel met Eenparigheid van stemmen wierd goed gevonden, in vertrouwen dat deese onse uijtstaf het geen op apobatie van haer boven hun Hoog Edelheedens bepaling door hoogst deselve als wel gedaan zoude worden aangemerkt. Laastelijk seijde het opperhoofd dat om voormelde werving wel te doen gelukken, men die Commissie „diende op te dragen aan een perzoon van Een groot gedulden die de soloreese taal machtig was, en ten waar toe den buager Capitain dien eijnde niemand anders off beeter daar toe wist uijt te kiesen dan den Capitein der Burgerij alhier DE: Andries Fredrik Vent welke niet alleen de soloreese taal sprak maar ook teffens in Een goede verstandhouding met de soloreese Regenten en aen den selven tot goed„ Leefde ook dat men hem tot goedmaking zijner kosten =legd 8 picler Lijst en 60 kann: arak Agt picols Rijst en sestig kannen arrak zoude konnen toe=voegen dit almeede goedgekeurt zijnde en word gem: Commissie liet zijn E: voormelde Capiteijn in vergadering ko„ =men, en droeg hem die Commissie op welke met veel bereijdwilligheijd door hem wierd aangenomen, het welke met veel bereijden door het opperhoofd verzogt, zijn eijgen vaartuijg ten spoedigsten in gereedheijd te willen brengen, onder belofte van zig stipten om over drie â vier dagen te kunnen vertrekken, en zig stiptelijk te gedragen aan de volgende Instructie, dat hij ook beloofde te zullen doen, Instructie o ƒ Pale g

NL-HaNA_1.04.02_3385_0077 view scan ↗

English

71 Instruction continued. Instruction for the Captain of the civic guard, Mr. Andries Fredrik Vent, departing on a commission to Solor for recruitment. In respectful compliance with the most honored order of their High Excellencies, contained in their letters dated 24 December of the past year, to send someone from here in February with the Company's bark the Ida to Solor in order to engage one hundred of that nation there in the service of the Company at three rix-dollars wages, half of the same for board money, forty pounds of rice, free salt, water, and firewood on board per month, together with two months' wages in advance for each under a contract of three years, after the expiration of which they shall be permitted to return to their country, or else enter into a new contract; thus it is that after mature deliberation we have not been able to think of anyone more capable and proficient in the language for this than Your Honor, to whom we hereby entrust this commission, to sail thither on the 12th of this month with a private vessel, because of the delay of the Company's bark, and there, with the help of the interpreter Jan Protsz, to carry out the aforementioned commission; but in case those people should show little inclination to engage themselves on the aforementioned conditions, as the first signatory has already been informed by the Sultan of Menanga and the Sengadji of Lamakera present here, as well as to protect them against the harsh treatments of the ship's officers, about which the aforementioned Sultan and Sengadjis have made quite a few objections, and furthermore that the Solorese had little desire to venture far from their country, and would only wish to sail from Batavia to Java and Timor; thus it is that for the removal of those obstacles we permit Your Honor to propose to them that they shall enjoy per month, both at sea and ashore, instead of 40 lbs of rice, 50 lbs and in addition 1 lb sugar 2 lbs salt 1 lb tamarind 2½ lbs dried fish 1 bottle of coconut oil and 3 jugs of arak, wages and board money as determined above, and to engage for each squad of 25 men two mandadors, each at 4 rix-dollars wages and 30 stuivers board money per month, but with the same rations as the common sailors, to the end that in case of any wrongdoing they shall be punished by them, and not by European seafarers; also to promise them that they will perform service only in the Batavia roads or sail from Batavia to Java and Timor. At the same time we wish hereby to recommend to Your Honor to impress most earnestly on the minds of all the Solorese Sengadjis in our name, and present to them, that they indeed claim annually in their letters to be faithful friends and allies of the Company, but that one would now best be able to judge this if they confirmed their words with deeds by a zealous and faithful assistance in persuading their subjects to the aforementioned engagement. If Your Honor, after proposing the aforementioned favorable conditions, perceives that no one is inclined to engage, Your Honor shall not detain the Company's bark, which will be sent after you as soon as possible with a sum of 664 rix-dollars, but send it back hither as soon as possible; but in the event of a successful recruitment, you may continue until the month of May. After having wished you good success in your commission, together with health and a safe voyage, we call ourselves, underneath, Your Honor's good friends, was signed: B. W. Fockens, Willem Hendrik van Este, Johan Andreas Bauer, and Johannes Beekman; in the margin: Coupang on Timor the 8th of March Anno 1773. With which this session ended. Thus resolved and decreed at Coupang on Timor, date as above; was signed: B. W. Fockens, Willem Hendrik van Este, Johan Andreas Bauer, Johannes Beekman, and Jan Elders, sworn scribe. Meeting held Monday the 12th of April Anno 1773, in the morning at ten o'clock, all present. Upon the convocation of the Honorable Chief, the members having assembled together for the opening of the packet of letters and papers handed to us by the master of the bark the Ida, who arrived here safely yesterday, the same was found to be an original letter from their High Excellencies dated 24 December of the past year, together with the enclosures relating thereto, the duplicate of which had already been brought on 27 January last by the bark of the burgher Arnoldus van Este, together with a further letter from their aforementioned High Excellencies dated 16 February of this year; after the reading of which the Chief communicated to the members that he had instructed the master of the aforementioned bark that he must prepare himself, immediately after the unloading of his vessel, to sail to Solor in order to take on board one hundred Solorese sailors, if they should have been engaged in the service of the Company, and bring them hither; but that the master had given him as an answer that he was obliged to obey that order, adding thereto that he found it difficult to see his way to sailing to Solor,

Dutch transcription

71 Instructie vervolg. Instructie voor den Capitain der burgerij De Heer Andries Fredrik vent gaande in Commissie naar Solon ter Werving. In verbiedig op volging van hun Hoog Edelheedens „zeer gevenereerde ordre vervat bij hoogst der selver letteren d: d: 24. xber: anno vergangen, om iemand van hier in febr: met sComps Barcq d:' Ida naar Colox te zenden ten eijnde aldaar Een hondert van die Landaard in den dienst van dE Comp=e aanteneemen tegens drie rijxd=s gagie een halve dito kostgeld, veertig ponden rijst vrij zout water en brandhout aan scheepsboord smaands mitsgaders ieder twee maanden gagie op hand onder Een verband van drie Jaren, naar Welker Expiratie zij we„ „derom naar hun Land zullen mogen keeren, dan wel een nieuw verband aangaan zoo is het dat wij naar rijp overleg daar toe niemand Cappabeler en taalkundiger hebben konnen uijtdenken dan uE aan wien wij die Com„ „missie bij deezen opdragen, om, vermits het agter blijven van 'sComps Barcq, met Een Eijgen vaartuijg op den 12. deezer derwaarts te stevenen en aldaar, onder het behulp van den Tolk Jan Protsz:, voormelde Commissie ter uijtvoer te brengen; dog ingevalle dat volkje weijnig geneegenheijd mogte betonen om zig op voormelde Dog gagie en kostgeld als voren bepaald, als mede om hun tegens de strenge behandelingen der scheeps overheeden te dekken waar over voormelte sultan en sengadjs al vrij veel swarigheeden hebben gemaakt, mitsgaders dat de soloreesen weijnig lust hadden ver van hun land zig te begeeven, en niet anders dan van Batavia naar Iara en Timor zouden willen varen, zoo is het dat wij tot wegneming dier hinderpalen uE „permitteeren bij ieder ploeg van 25. koppen twee man„ „dadoors Elk tegens 4. rijxd=s gagie 30. stuijvers kostgeld H Conditien te engageeren; / gelijk den derst geteekende bereeds door den hier aanwezenden sultan van mananga en het sengadje van Lamakeera berigt is / zoo is het dat wij bij besluijt van heeden hebben goedgevonden uE te „permitteeren hun een voorslag te doen van 'smaands zoo op Zee als aan de Wal te zullen genieten in steede van 40. lb Rijst. 50. ld en boven dien 1. „ Zuijker 2. „ zout 1. „ tammerinde 2½. „ droge vis 1. bottel Clappus olij en 3. kannen arrak Conditien smaands & 1 ng Vervolg, 73 73 smaands dog het randsoen als de gemeene, aanteneemen, 't slot, om bij misgrijping van het een off andere door hun, en niet door Europeeze zeevarende gestraft te worden. ook hun te beloven dat zij niet anders dan op batavia ter rheede dienst zullen doen off van batavia naar Java en Timor varen. Teffens willen wij uh bij deezen recommandeeren om alle de soloreese sengadjis uijt onse naam zeer Ernstig op haar gemoed te drukken en voor te houden, dat zij s' Jaarlijks bij hunne brieven wel zeggens getouwd vrienden en bondgenooten van dE Comp=e te zijn, dog dat men nu daar best over zoude konnen oordeelen zoo zij door eene ieverige en getrouwe behulpsaamheijd, om hunne onderdanen tot voorm: engagement over te halen, derzelver Woorden met daaden bevestigden. Als uE na gedane voorslaging van voormelte favorable Conditien bespeurt dat niemand geneegen „is zig te Engageeren, zoo zal uE sComp„s Barcq: dewelke zoo spoedig doenlijk is met Eene somma van rd„s 664. — zal nagezonden worden:/ niet mogen ophouden, maar ten spoedigsten wederom herwaart zenden, dog bij eene gelukkige Werring die tot in de maand meij mogen aanhouden. Na rul ben goedsucces in desselvs Commissie Accordeert benevens gezondheijd en behoude reijs toegewenscht hebbende noemen wij ons /:onderstond:/ uE goede vrienden /:was getekend:/ B: W: Fockens, W„m H„n van Este, J„n A„s Bauer, en J„s Beekman, /:in margine:/ Coupang op Timor den 8. maart A„o 1773. — Waar meede deeze sitting Eijndigden Aldus geresolveerd en g'arresteerd tot Coupang op Simor Dato voorsz: /: was getekend:/ B: W: Foekens, W„m A„n van Este, J„n A„s Bauer, I„s Beekman, en J„n Eldens, geswd: scriba. A: Elders 9: Coribr. beneevens E Pale bang nagezien Beekman Vergadering Gehouden De missive van Haar Hoog Ed:e p:r d' Barcq d'sda aange„ „bragt en geleesen, zijnde bereets het duplicaet gebragt Barcg aengezegt van zig ter„ stond naer de ontlossing zijner bodem gereed te maeken om ter inneeming van Een hon„ Op de Convrocatie van het EEe opperhoofd de Leeden bij den anderen gekomen sijnde, ter opening van het pacquet brieven en papieren, ons per de op gisteren alhier behouden g'arreveerde gezaghebber van de Bark dIda. overhandigt zo wierd het selve bevonden te zijn een Hoog Edelheedens origineele missive d: d: 24. december A„o pass=o benevens op den 27: Ianuarij I: L: aen„ de daar toe relateerende bijlagen, waar van het duplicaat op den 27. Jann: J:o L: bereeds per de Bark van den burger Arnoldus van Este was aangebragt, mitsgaders verseld van nog Een nadere missive van Welmelde Haar Hoog Edelheedens d: d: 16. febr: h: a: na Welker Lecture het den gezaghebber van Evengem: opperhoofd aan de Leeden Communiceerde, den gesaghebber van voorm: Bark te hebben aangesegt, dat zig gereed moest maken, om terstond naar de ontlossing van zijnen ten Eijnde bodem naar Solor te stevenen, on aldaar Een hondert dert soloreesen mattroosen, soloreese mattroosen / zoo die in den dienst van d'E Comp=e mogten aangenomen zijn / in te neemen en herwaarts te brengen dog dat den gezaghebber zijn E daar op ten antwoord des gezaghebbers antwoord had gegeeven, verpligt te zijn die ordre te obidieeren, daar bij voegende beswaarlijk kant te zien naar solor te steevenen, - Maandag Den 12=den April A„o 1773. Des morgens om thien uuren alle Present Solor daar op. — Op

NL-HaNA_1.04.02_3385_0080 view scan ↗

English

to await. Wherewith this meeting ended. did not obscurely indicate what was said to Captain Vent on Solor. The said Captain, it was found that the statement agreed with the contents, therefore decided to detain the said bark for the aforementioned reasons. to await the outcome thereof with patience, whereby he represented the impossibility of sailing to Solor, because upon his arrival here he had found that the currents were already running very strongly to the south-west, and even if he should have the good fortune to reach Solor, he saw no possibility whatsoever of being able to return to Timor, but would then be compelled by the strong east winds to make for Batavia; furthermore, having been driven past the Sapeh Strait, he had come through the strait of Solor, and had there learned from the Captain of the Burghery, Andries Fredrik Vent, that in case his recruitment should succeed, the sengadjis had promised to bring their subjects in their own proas to Coupang to receive their wages there, just as he did not doubt that this would appear from the letter of the aforementioned Mr. Vent, which he handed to the Resident, and which, being read by His Honour, was principally found to contain that, no matter how appealing the repeatedly mentioned Captain had sought to make the service of the Company to the Solorese, he had nevertheless not yet been able to persuade anyone to it; and consequently, after reading, the statement of the Commander Wittevrongel to the Resident was found to be the confirmation of what had been related to the Resident. Having spoken at length about this, it was unanimously decided, for the aforementioned reasons, not to send the bark d' Ida to Solor, and to await with patience the good success of the recruitment of Solorese sailors. Underneath stood: Thus resolved and decreed at Coupang on Timor Dato aforesaid. Was signed: B. W. Fockens, Willem Adriaan van Este, Johan Andreas Bauer, Jacob Beekman, and Jan Elders, sworn clerk. Agrees: Pr. Elders Checked Beekman Meeting held The oath was taken by the commissioners regarding the inventory of the Company's merchandise and effects as of the last day of February, and it was also decided to forbid the export of wax and male slaves until the Company's demand is met. A report was submitted concerning 29 pieces. Friday, 30 April 1773, In the morning at nine o'clock, all present. At the beginning of this meeting, the Resident made known that he had received the report of the inventory as of the last day of February last from the commissioners appointed for that purpose, the military ensign Bauer and chief surgeon Beekman, concerning the inventory of the Company's merchandise and effects taken as of the last day of February, wherefore His Honour thought fit to have it sworn by them in this meeting, which also took effect immediately. Subsequently, the aforementioned Resident proposed—in order to satisfy as far as possible Their Right Excellencies' latest demand for 500 picols of wax and 50 sturdy male slaves—to prohibit the export of both these articles by beat of the drum, which proposal was fully approved, because otherwise those products would be exported by their owners on their own account and not delivered to the Company. Furthermore, a submitted report of the aforementioned commissioners having been read, stating that out of 6 packs of ordinary bleached Guinees brought this year by the bark d' Ida from the principal place of the Indies, 29 pieces were stained and damaged along the edges

Dutch transcription

te Blijven afwagten Waar meede deeze zitting Eijndigde niet onduijdelijk te ken„ „nen gaff, - den Capitain Vent op so„ „lor gezegt is. — gem: Capitain, „den wierd het gezegde van Inhoud te accordeeren, dierhalven beslooten gem: barcq om voorm: reedenen aan te houden. — „duld daer van te blijven afwagten, waer bij hij de onmogelijkheid Tolor te beseijlen, door dien hij bij zijne herwaarts komst bevonden had, dat de stromen bereets zeer sterk, om de zuijde West liepen, en zoo hij al het geluk mogte hebben Volor te beseijlen, baij in't geheel geen mogelijkheijd daar in sag om Timor wederom te kunnen krijgen, maar als dan genoodzaakt zoude zijn door de sterke oosts winden Batavia te moeten opsoeken; boven dien dat hij de straat sappij verbij gedreeven zijnde door de straate verhaald het geen hem door solor was gekomen, en aldaar van den Capitein der Burgerij Andries Fredrik Vent verstaan had, dat ingevalle zijne Werving mogte gelukken de sengadjies belooft hadden hunne onderdanen met eijgen prauwden op Coepang te brengen om aldaar hun gagie te ontfangen gelijk niet twijffelde off zulx zoude blijken uijt de overhandigt Een brieff van brieff van voorm: Heer Vent, welke hij aan het opperhoofd in handen gaf, en door zijn E geleezen zijnde, principalijk bevonden wierd in te houden, dat hoe smake =lijk meerm: Capitain den dienst van dE Comp=e aan de soloreesen ook had zoeken te maken, egter nog nie„ waer uijt na leesing bevon„mand daar toe had konnen overhalen, en vervolgens den gezaghebber met dies de Confirmatie van het geene door den Gesaghebber Wittevrongel aan het opperhoofd verhaald was. Hier over breedvoerig gesproken hebbende, zoo wierd Eenparig beslooten de Barcq d' Ida om voorm: reedenen en het goed succes met ge„ niet naar solor te zenden, en met geduld het Goed succes van het Werven van soloreese mattroozen /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd en G'arresteerd Tot Coupang op Simon Dato voorsz: /: was geteekend:/ B: W: Fockem, W„m A„n van Este, I„n A„s Bauer, J„b Beekman, en I„n Elders, gesn: scriba Accordeert Pr. Elders gj: Ceibe te E Japan ang 47 Nagezien Beekman Vergadering Gehouden wierd door de gecommitteerdens van s: Comp:s Coopmanschappen h:s a: den Eed afgelegd, — en teffens beslooten den uijtvoer„ lange te verbieden tot dat ingediend, weeg: 29 stukken. Bij den aanvang deesterzitting gaf het opperhoofd te keer„ „nen het Rapport van den opneem onder ult=o febr: J„o L: van de daar toe benoemd geweest zijnde gecommitteerdens, den weegens den gedaene opneem: vaendrig militair Bauer, en oppermeester Beekman en Effecten onder ult=o februarij bekomen te hebben, Weshalven zijn E: goeddagt het zelve in desze vergadering door hun te laten beëedigen, het welk ook ter stond effect sorteerde. Vervolgens proponeerde voorm: opperhoofd) om zoo veel mogelijk hun Hoog Edelhedens Jongsten Eijsch van 500. picols Wax en van wax en mansslaeven. zo 50. kloeke mansslaven voldaan te krijgen/ den uijtvoer sComp:s Eijsch zalweesen oldaer dier beijde articulen bij bekking slag te laten verbieden, welk voorstel ten vollen wierd g'approbeerd, dewijl anders die producten door derzelver bezitters voor Eijgen reekening zouden vervoert en niet aan dE Comp=e gelevert worden. Wijders geleezen zijnde een ingediend berigt der voorn: gecom„ „mitteerdens, dat uijt 6. pakken Guinees gemeen gebleekt Een berigt der gecommitteerd:s dezen Jare p„r de Barcq d' Jda van Jndiaasch hoofdplaats aangebragt 29. stukken gerlakt en aan de kanten Vrijdag Den 30: April A„o 1773. Des Morgens om Negen uuren alle Present. Op beschadigt gevlakt ng

NL-HaNA_1.04.02_3385_0082 view scan ↗

English

81 Guineas ordinary bleached, — Beer which was found to be 5 inches short and also the least damaged linens hospital and Company's slaves are to be kept out of that, — and the remainder at public purchase cost. - as well as the barrel of beer for what it will fetch, aforesaid report inserted Continuation thereof, stained and damaged along the edges, also found suffocated in several places, as well as of a barrel of red-hand as well as a barrel of Red-hand beer, likewise brought per the aforesaid very flat and tasteless bottom, not only was it found 5 inches short, but also at the same time very flat and tasteless, thus not to be disposed of for ordinary prices, wherefore it was approved from the it was unanimously resolved, out of the linens as much as for provision of the so- for the annual provision to the hospital and the Company's 1 fl. slaves may be needed, the least damaged for as much as might be needed, to sort out and keep for that purpose, as well as the remainder to sell at auction, — to have sold as soon as possible at public auction, however not less than the but in case the same should fetch less than the purchase 3 cost, to retain them and await Their High Nobilities' disposition thereon; but to sell the barrel of Beer for what it will fetch. To The Honorable Lord Berend Willem Fockens Chief of this Factory and Dependencies thereof. Honorable Lord The undersigned, commissioned by Your Honor, in order to inspect, in the presence of the second-in-command van Este, all such bales of linens which were brought for this Factory per the bark De Ida on the 11th instant and discharged today, all the bales were found to be dry from the outside and in good condition and agreeing with the recorded gross weight, however upon opening the six bales of Guineas ordinary bleached Jagarnaikpurams, No 755, 757, 769, and No 867, in the year 1770 on the 3rd, 5th, and 27th of April packed for Batavia by the commissioners Topander and Raadges, as well as brought thither on the 26th of October of the same year with the ship Vlietlust, noticed that said linen was entirely damp throughout, and thereof 14 pieces were completely stained, damaged on the edges and suffocated in several places, item 15 pieces also stained though somewhat less damaged, thus. 29 pieces of Guineas ordinary bleached out of the delivered 240 pieces rejected by us, as well as from the consignment of six barrels of Red-hand Beer, found one barrel 5 inches short, which is completely flat and stale, thus we have the honor to Your Honor hereby dutifully to report bales 63 A Declaration by the very same commissioners accompanied by van Este, concerning 3 1/8 lb of nutmegs and dust were found, whereupon it was resolved to send the same towards Batavia to write, — Insertion of Declaration Report from the Second-in-command van Este, — And to sign. underneath: Honorable Lord below Your Honor's humble and obedient servants signed: Jn An Bauer, and Ps Beekman, In the margin: Timor in Castle Concordia the 13th of April 1773. also was produced at the table by His Honor a declaration A report by the second-in-command from the aforesaid special commissioners accompanied by A report by the second-in-command Willem Adriaan van Este Whereby it appeared that on the 12 7/40 and 1 1/4 lb of mace, which in dust pounds of nutmegs brought in the previous year per the bark De Geertruijd Susanna from the Indian capital, a quantity of 3 1/8 pounds as well as on 3/10 pounds of mace, 1/4 pound of dust and refuse were found, it was thereupon resolved to send the dust and refuse and write off the purchase cost towards Batavia and write off its purchase cost in our trade books. — We the undersigned members of the Council of Policy declare truly and authentically; That for taking the inventory of the Honorable Company's effects at this Factory having been commissioned by the Chief, The Lord Berend Willem 6 Fockens, this morning in the presence of the second-in-command Willem Adriaen van Este, inspected and weighed the remainder of the four fine spices, and found upon a small quantity of 12 7/40 lb of Nutmegs 3 1/8, say: three and one-eighth pounds, and upon a Upon taking the inventory of the Honorable Company's effects at the end of February last done by the Honorable Ensign Bauer and Chief Surgeon Beekman by Your Honor's order, and regarding the spices a shortage of. 3 1/8, say Three and one-eighth pounds of Nutmegs upon a small quantity of 12 7/40 lb as well as 1/4, say: a quarter pound of Mace upon a small remainder of 3/10 lb, all perished to dust and refuse, as appears under presentation of To The Honorable Lord Berend Willem Fockens Chief of this Factory and Dependencies thereof etc. etc. Honorable Lord small remainder of 3/10 pound of Mace, 1/4, say: a quarter pound, nothing but dust and refuse, the other two sorts, namely Cloves and Cinnamon, being found in agreement according to the books. — Which accepting to confirm with prayer. — underneath: Timor In Castle Concordia the 29th of March 1773. was signed: Jn Ak Bauer, and Js Beekman. — small prayer 6 D ng

Dutch transcription

81 Guinees gem: gebleekt, — Bier het geene 5 d=m wan en teffens bevonden is. — minst beschadigde Lijwaeten „„pitael en 's Comp:s Lijff Eijgenen zijn daer uijt te houden,. — en het resteerende bij Publicque In koops kostende. - als meede het vat bier voor het geldende, gem: berigt g'insereerd Vervolg daer van, gevlakt en aen de kanten beschadigt beschadigt ook op verscheijde plaatzen verstikt bevonden waden als meede van Een vat rodhand mitsgaders Een vat Roodhandsbier, mede p=r Even gem: zeer flauw en Smakeloos bodem aangebragt, niet alleen 5. duijm wan, maar ook teffens zeer flauw en smakeloos bevonden was, dus niet voor d' ordinaire prijzen van de hand te zetten, Waarom wierd goedgevonden uijt de eenparig wierd besloten, uijt de Lijwaten zoo veel tot de tot verstrekking van het sos„ Jaarlijksche verstrekking aan het Hospitaal en s' Comp=s 1 ƒ voor zoo veel benodigt mogte Lijf bijgene benodigt mogten zijn de minst beschadigde uijt d E „te zoeken en daar voor aan te houden, mitsgaders d' restee„ vendutie te verkoopen, — =rende ten spoedigsten bij publicque vendutie te laten verko„ Egter niet minder dan het =pen, dog ingevalle dezelve minder als het Jnkoops kostende 3 mogten halen, die op te houden en hun Hoog Edelheedens dispositie daar op blijven afwagten: dog het vat Bier voor het geldende te verkoopen. Aan Den E: E: Heer Berend Willem Fockens Opperhoofd deeses Comptoirs en Resorte van dien. E: E: Heer De ondergetekendens door uwelEd: gecommitteerd; om ten overstaan van den secunde van Este alle sodaanige pakken Lijwaeten Welke Per de Barcq D' Ida, op den „11: deeser voor dit Comptoir aengebragt en heeden ont„ „lost zijnde te opneemen, zo is bevonden alle de pakken van buijten droog en wel geconditioneert en met het aengesch=: bruto gewight accordeerende, Egter bij opining van de ses Pakken Guinees gem: gebleekt Iagernaijkpoerams, N=o 755, 757, 769, en N„o 867, A=o 1770. op den 3. 5. en 27. april door de gecommitteerdens Topander en Raadges, voor Batavia afgepakt mitsgad=s „den 26. october desselven Iaars met het Schip Vlietlust aldaer aengebragt, ontwaard dat Lijwaat alle met den anderen vogtig te zijn, en daer van 14: stukken ten Eenemaelen gevlakt aan de kanten beschadigt en op verscheijde plaatsen verstikt, Item 15: stukken almeede gerlakt dog wat minder bescha„ „digt, dus. 29: stukken Guinees gem: gebl=t uijt de aengebragte 240. pies door ons uijtgeschooten, zoo meede uijt den aenbreng, van ses vaaten Roodhands Bier, Bevonden Een vat van 5. duijm wan, dewelke ten Eenemaele flaau en verschaald is, zoo hebben wij d' Eer uwel Edele zulx Bij Deesen Pligt schuldig te Berigten pakken V ang en E 63 Een Verklaaring door Evengem: gecommitteerdens verseld van van Este, weegens 3 1/8 lb noten musschaeten en gruijs bevonden waeren, waer op beslooten wierd het zelve Batavia waarts te senden te schrijven, — Insertie Verklaaring Berigt van den Secunde van Este, — En te onderschrijve. /:onderstond:/ E: E: Heer /Lager/ uwel Edele oodmoe„ =dige en Gehoorsaeme Dienaeren /:was Geteekend / J„n A„ Bauer, en P„s Beekman, /:In margine:/ „Timor In 't Casteel Concordia den 13. april 1773. ook wierd: door zijn Ed: ter tafel geproduceert eene ver„ Een berigt door den secunde „ klaring van voorm: Expresse gecommitteerdens verseld van Een bericht door den secunde Willem Adriaan van Este Waar bij Consteerde dat op de in a„o p„o p=r de Barcq d' Geertruijd Susanna van Indiaasch hoofdplaats aangebragte 12 7/40. en 1¼ lb Foelij, welke in stoff ponden Noten muschaten een quantiteijt van 3 1/8. ponden mitsgaders op 3/10. ponden Foelij -4. pond stoff en gruijs bevon„ =den waren, zoo wierd daar op besloten het stoff en gruijs en het Jnkoops kostende aff Batavia waarts te zenden en dies Jnkoops kostende bij onse handelboekjes aff te schrijven. — Verklaaren wij ondergeteekende Leeden van Politie waar ende waarachtig; Dat tot het doen van den opneem van 'sE Compagnies Effecten ten deesen Comptoire door het opperhoofd DE Heer Berend Willem 6 Fockens gecommitteerd zijnde heeden morgen ten overstaan van den secunde Willem Adriaen van Este„ nagesien en gewoogen hebben tot Restand der vier fijne specerijen, en bevonden op Een quantiteijtje van 12 /40. lb Nooten 3 1/8. /zegge:/ drie en Een agtste pond, En op Een Bij den opneem van 'sE Compagn=s Effecten onder ultimo februarij J„o Leeden door den E: vaandrig Bauer en opperchirurgijn Beekman op uwel Edele ordre gedaan, en omtrend- de specerijen Eene te kort koming van. 3 /8. /zigge/ Drie en Een agste ponden Nooten op Een quan„ =titeijtje van 12 7/40. lb zoo meede —¼ /:zegger:/ een quart pond Foelij op Een kleen restantje van 3/10. lb, alle tot stoff en gruijs vergaan, blijkens onder presentatie van Aan Den E: E: Heer Berend Willem Fockens opperhoofd deeses Comptoirs en Resorte van dien &=a &=a E: E: Heer kleen restantje van — 3/10. pond Foelij — ¼. / zegge/ Een quart „pond, Enkeld stoff en gruijs, zijnde d'andere twee soorten, als Nagulen en Canneel volgens de boeken accoord bevonden. — 'T welk aan neemende met beden gestand te doen. — /:onderstond:/ Timors Jn 't Custeel Concordia den 29. ' Maart 1773. /was getekend:/ J„n A„k Bauer, en J„s Beekman. — kleen bede 6 D ng

NL-HaNA_1.04.02_3385_0084 view scan ↗

English

83 it being further decided, due to the failure to arrive of the requested six native youths, to enlist them with an allowance of 9 guilders per month, as well as to re-enlist as a soldier, the soldier Jan Godlieb Richard, of Koningsbergen, who was granted burger freedom upon his oath in the year 1766; and the undersigned, having no knowledge of how to prevent that decay, given the declaration made by the above-mentioned commissioners, he most humbly requests by this to be allowed to write this off in the books. While I have the honor to subscribe myself. Underneath stood: Honorable Sir. Lower stood: Your Humble Servant. Was signed: Willem Mattheus van Este. In the margin: Coupang on Timor, the 29th of March, Anno 1773. Lastly, the Head Chief submitted for consideration whether, as the ten common soldiers requested from Batavia had not been obtained, and this small garrison was greatly weakened by eight deceased persons, and in the hope that Their High Nobles would consider it well done, one should not enlist some mixed-blood youths as soldiers into the Company's service; namely two orphan boys named Hendrik Rasch, aged 18, and Aristipus Jansz, aged 17 years, who serve as a burden to that poorhouse, together with four idlers named Daniel Theeden, Siberius Wilhelmus van Eck, Johannes van Eck, and Michiel Rasch, all between eighteen and twenty years of age. Whereupon it was unanimously approved and resolved to enlist the said youths according to the regulations under a five-year contract with an allowance of 9 guilders per month into the service of the Honorable Company; also, upon his request, the soldier Jan Godlieb Richard, who was granted burger freedom in the year 1766, was re-enlisted as such at 9 guilders per month, under a five-year contract, having earned 11 guilders at his discharge from the Company's service. Underneath stood: Thus resolved and decreed at Coupang on Timor, date as above. Was signed: B. W. Foekens, Willem Anton van Este, Johan Andreas Bauer, Petrus Beekman, and Valentijn Elders, sworn clerk. J. Elders G. Corbe Agrees. Examined. Council Meeting Tuesday, the 22nd of June, Anno 1773. In the morning at eight o'clock. All the members, together with the five Timorese princes, present. Upon the complaints made by the military ensign Bauer, a corporal is demoted to matross for the aforementioned reasons. Initially, the Head Chief informed the members that ensign Bauer, serving here, had some days ago lodged a complaint against Corporal Nathanaël Godfriet Scholtz, who, because he had while drunk addressed some insulting words to the successor to the throne of Termano, was ordered by him to go home; and the said ensign passing his lodgings the next day, he had come outside and, in the presence of several soldiers, not only thrust many improper words upon the ensign, but also said that he demanded satisfaction for the affront done to him in the presence of the young Raja of Termano, adding that he was afraid of no one, since they could at worst send him to Batavia as a private soldier. The Head Chief, having communicated this complaint, further stated that he had previously pardoned the said corporal for committed insolence upon his promise of improvement, but now clearly saw that he in no way confirmed those words through better conduct; wherefore it would be best to convince that insolent fellow that

Dutch transcription

83 wijders beslooten zijnde door het agter blijven der g'Eijschte ses Inlandse Iongelingen als aan te neemen met toelegging van ƒ 9 p:r m:d als meede tot soldaet weder den in A:o 1766: in burger Vrijdom Eede, door booven gem: gecommitteerdens gegevene verklaa kunnen off weeten voortekoomen, zoo versoekt hij bij deesen oodmoedigst sulx bij de boeken te moogen D„liep Richaerd, afschrijven. — Terwijl d'Eer hebbe te onderschrijve.— /:onderstond/ E: E: Heer /:Lager / uwel Edele oodmoedige Dienaar /was getekend:/ W„m M„ van Este / in margin Coupang op Timor den 29. maert A=o 1773. Laatstelijk gaff het opperhoofd in Consideratie off man 10 stux gemeene militairen door dien men de van Batavia g'Eijschte thien stux gemee„ „ne militairen niet bekomen had, en dit guarnisoentje door agt overleedenes zeer verswakt was, op hope dat hun Hoog Edelheeden het als welgedaan zouden aanmerken niet eenige mixtiese Jongelingen als soldaten in soldaeten in den dienst 'sComp„s dienst zoude aanneemen? als twee Weesjongen met name Hendrik Rasch oud 18 en Aristipus Jansz oud 17. Jaren die dat armes huijs tot een Lastpost strek ki mitsgaders vier leediglopers met name Daniel Theeden Siberius Wilhelmus van Eck, Johannes van Eck, en Michiel Rasch, alle tusschen de agtien en twintig Jaren oud. Waar op eenparig goedgevonden en besloten wierd de onder Een vijff Jaerig verband / is gem: Jongelingen volgens het Reglement onder een 6 vijfjarig verband met toelegging van ƒ 9. prs maand in 9. den dienst der E: Comp=e aanteneemen, ook wierd den, op /:onderstond/ Aldus geresolveerd, en G'arresteerd tot Coupang op Timor Dato voorsz: /was getekend/ B: W: Foekens, W„m A„n van Este, J„n A„s Bauer, P„s Beekman, en V„n Elders, gesw: scriba. zijn verzoek in A„o 1766. in burger vrijdom gestelden, gestelden soldaet van god, als sodanig met ƒ9. pr/ maand / hebbende bij zijn ontslag uijt sComp=s dienst ƒ 11. gewonnen / onder een Vijf jarig verband aangenomen. — „ring, en den ondergeteekende dat bederff niet hebbende in den dienst aengenoomen soldaat Jan Godlieb Richard, van Koningsbergen weder J: Elders G: Corbe Accordeert zijn G ang Japar Nagezien an Land Vergadering op de gedaene klagten van den vaandrig militair Bauer Een Corporael tot matt=s gedeporteerd, om neevens gem: reden„ Beekma Aanvankelijk gaf het opperhoofd de Leeden te kennen dat den hier militeerenden vaendrig Bauer voor Eenige dagen zijn beklag had gedaan over den Corporaal Nathanaël Godfriet Scholtz, die /:om dat in dronkenschap den troons opvolger van Termano Eenige smadelijkes Noordens had toege„ =voegt,:/ door hem gerecommandeert was naar huijs te gaan een gem: vaendrig 's anderen daags zijn logement passeerende, lij buijten was gegaan en in presentie van verscheijde soldaten den vaendrig niet alleen veele onbetamelijke Woorden had toegeduuwt, maar ook teffens gesegt satisfactie te pretende„ „ren over het affront hem in presentie van het Jonge Raadja van Termano aangedaan, met bijvoeging van voor niemand bevreest te zijn, dewijl men hem dog niet minder als voor„ soldaat naar Batavia konde senden. Het opperhoofd die klagte gecommuniceerd hebbende, zijde wijders gem: Corporaal bevorens over gepleegde brutaliteijt, op belofte van beeterschap, gepardonneert te hebben, dog nu wel zag, dat hij geen zints door eene beetere Conduitie die woorden bevestigde Weshalven het maar best zoude zijn dien brutalen snaak te overtuijgen, Dinsdag Den 22: Iunij A„o 1773. Des morgens om Acht uuren alle de Leeden beneevens de vijff Timoreese vorsten Present. E Op 37 dat

NL-HaNA_1.04.02_3385_0086 view scan ↗

English

89 And the soldier Johannes Adam Schle appointed corporal. A burgher was placed on the Company's bark due to his bad conduct. The King of Kupang requests the restitution of 3 of his slaves, which were detained by the Mardijker Captain Frans Maubana. that there was power enough, as an example to others, to deport him as a sailor with a reduction of his pay from f 14 to f 9 per month, and as such to place him on the Company's bark de Ides lying here in the roads, which proposal was approved by all the members, and it was further approved to appoint the soldier Johannes Adam Schle of Peterslaar, upon Their High Mightinesses' approval, as corporal with f 14 per month in place of the aforementioned Schultz. Subsequently, having read the submitted petition of Anthonia Sourian, wife of the mixed-race burgher Pieter Protz living here, it was found that the woman had not charged her husband with everything she conveniently could have, since it was known to everyone how miserably she had often been mistreated by him, and even to such an extent that there was great reason to fear, if it were not prevented, that the woman might at some time become the unfortunate victim of his rage; wherefore the Chief proposed to the members of the Council, in order to prevent many misfortunes, to grant the request of his wife and to take the aforementioned Protz into the service of the Honourable Company as a sailor at f 9 per month and have him perform his service as such on the bark d' Ida. Which proposal was fully approved by all the members. After this, the Regents present were invited inside, and having taken their seats, the Chief communicated to the assembly that the King of Kupang, Naij Mannas, had complained about the Mardijker Captain Frans Maubana, that he had caused three of his slaves, named Senene, Mahata, and Lenie, to be seized and hidden, and requested that the same might be restored to him. Having said this, the Chief had the aforementioned Captain enter, and having put the accusation of Naij Mannas to him, asked him if he could bring forward anything in his defence against it. Whereupon he said: that the aforementioned three slaves, among a larger group of prisoners of war, had been allotted to him by the late Chief van den Burgh for his faithful assistance in the Amarasi War, but had now been detained for some time by Naij Mannas; and seeing the aforementioned three slaves walking along the road a few days ago, he had caused them to be seized and brought into his house. Hereupon the Chief had both parties wait outside, and asked the assembled Regents if anyone among them knew who was the rightful owner of the repeatedly mentioned slaves. Whereupon they said they knew well that each Raja as well as the Mardijker Captains had obtained a certain share of the captured Amarasier prisoners of war as slaves, but that they could not decide the dispute between Raja Kupang and Captain Frans, because none of them, at the time Chief van den Burgh made that distribution, had paid any attention to the slaves of others, but only to their own newly acquired ones. The Chief, having let the parties come inside again, asked them both whether they could produce any proof of ownership, which question was answered by both of them with [illegible] faint proofs brought forward, [illegible] Naij Mannas [illegible] restitution [illegible].

Dutch transcription

89 En den soldaet I:s A=n schle Corporaal aengesteld, - Een Burger Werd om zijn slegt Barcq geplaatst, — „wijs van Elgjendom konde bijbrengen b'antwoord wierd; Egter zeer bragken, welker betuijgden daer niets mand van hun bij die uijt deeling waer op de Gezamentlijke regenten gevraagd wierden off hun ook iets de slaeven het waeren, En die hij Maukana voorbe„ Eenigen tijd opgehouden waer op gem: Mauhana binnen gekomen en hem de beschuldiging zoorgehouden, die het teegen„ dat men magt genoeg had hem ten Exempel van andere als mattroos met terug schrijving zijner Gage van ƒ14. tot ƒ 9. p=r „ en die door den mardijker Capi„ „maand te deporteeren, en als zodanig op de hier ter Rheede leggende sComp:s Barcq d' Ides te plaatsen, Welk voorstel door in voren gem: plaats tot p:o alle de Leeden wierd g'approbeert, en wijders goedgevonden den soldaat Johannes Adam Schle van Peterslaar op hun Hoog Edelens approbatie p=r tot Corporaal met deel betuijgt„ ƒ 14. p/md: in plaats van voorm: schultz ts benoemen. Vervolgens Geleeten zijnde, het Jngediende Request van Anthonia Sourian huijsvrouw van den hier woonagti„ gedrag als mattroos op s Comp=s gen mixties burger Pieter Protz, zoo bevond men, dat die vrouw haren man daar bij niet alles ten laste Leijde wat zij gevoeglijk had konnen doen, dewijl een iegelijk bekend was, hoe Elendig zij dikwijls door hem was mishandelt, en zelfs zodanig dat men grote redenen had te vreesen, wanneer daar in niet voorzien wierd, dat die vrouw te Eeniger tijd het ongelukkig slagt offer van zijne woede zoude konnen worden waarom het opperhoofd, de Leeden van den Raad voorsloeg, gem: Protz tot voorkoming van veele onheijlen het verzoek van zin huijsvrouw te accordeeren en hem als mattroos â ƒ 9. pr/md: in den dienst van d'E Comp=e aanteneemen en hem als zodanig op de Barcq d' Ida zijn dienst te laten presteeren Welke voorslag door alle de Leeden ten vollen wierd g'approbeert, Waar na de aanwezende Regenten binnen genodigt wierden en hunne zitplaats genomen hebbende, Communiceerde het den konin van Curpan vereken opperhoofd aan de vergadering dat den koning van Coopang stitutie van 3 sex zijne Clede aij Mannas zijn beklag had gedaan over den mardijser tain Transehaukana zijn opgedat Capitein Frans Maubana, dat die drie zijner slaven met name Senene, Mahata, en Lenie, zoude hebben laten oppakken en verbergen, mitsgaders verzogt, dat hem dezelve mogten worden gerestitueert. Dit gesegt hebbende liet het opperhoofd voorm: Capitein binnen komen, en hem de beschuldiging van E Naij Mannas voorgehouden hebbende, vroeg hem off hij iets ter zijner verontschuldiging daar teegen konde inbrengen! Waar op hij seijde: dat hem voorm: drie slaven onder een meer„ „der parthij krijgsgevangene door het overleeden opperhoofd van den Burgh; voor zijn trouwe adsistentie in den amarassierschen Oorlog; waren dog door den koning van Coupang toegeneezen, dog nu 't zeedert eenigen tijd door Naij Mannas ƒ opgehouden geweest, en voor eenige dagen gem: drie slaven langs de T „nige daagen heeft laeten oppakken, weg ziende lopen had hij die laten oppakken en in zijn huijsbrengen. Hier op liet het opperhoofd beijde parthijen buijten staan, en vroeg daer van bewust was, en wiens gesamentlijke Regenten, off iemand onder hem wist, wie den regten Eijgenaar van dikwerff gemelde slaven was! waar op zij seijden wel te weeten dat een iegelijk Raadja zoo wel als de mardijker Capiteijns een zeeker aandeel der krijgs„ =gevangene Amarassiers tot slaven verkreegen had, dog dat zij het dispuut tusschen Raadja Coepang en Capitein Frans dan te weeten, wast dat ne„ niet konden decideeren, dewijl niemand van hun, ten tijde dat daer refleckie opgeslaagen had, het opperhoofd van der Burgh die uijtdeeling gedaan had, Eenige parthijen gevraagd zijnde off ook be„ reflexie op de slaven van andere maar Wel op hunne nieuw verkree„ 6 het geen door hun bijde met Ia= gene geslagen hadde. Het opperhoofd de parthijen wederom hebbende flauwen bewijsen te voorschijn laten binnen komen, vroeg hun beijde off zij Eenig bewijs van Eijgendom konden bijbrengen, welke vraag door hun wel met Naij Mannas Cr restitutie sa L ng

NL-HaNA_1.04.02_3385_0087 view scan ↗

English

Tuesday the 29th of June in the year 1773, in the morning around eight o'clock. All the members present, together with the King of Coupang, the Regent of Tonnebaij, with the Emperor's brother; the King of Amabij with his second, the King of Amphoang with his second, the Head Regent of Fonaij with his second, the two brothers of Oijmatta named Sabotta and Naijsau, and an Amacoons Tommagom named Naij Pitaij the Younger. Council meeting held. Yes, it was answered, but from both sides such weak evidence was brought forward that no one could determine from it who had the greatest right to the aforementioned slaves. Wherefore the Chief, after having let both parties stand outside, proposed to the assembly whether, in order to make an end of this dispute, it would not be best to confiscate those servants for the benefit of the Company, provided everyone be granted the freedom to redeem the same, either with three other slaves of equal sort, or by paying for the first two named, on account of their advanced age, twenty-five Rijxdaalders each, but for the last one thirty-five Rijxdaalders. Which proposition was judged by the entire assembly to be the best means to make an end to this obscure dispute. The parties having been called inside, the decision reached concerning the aforementioned slaves was communicated to them by the first signatory, with which they both seemed to be very well pleased, because the one did not triumph over the other. This session thereby taking an end. Below stood: Thus resolved and decreed at Coupang on Timor on the date aforesaid. Was signed: B: W: Fockens, Willem Adriaan van Este, Johan Andreas Bauer, Johannes Beekman, and Jan Elders, Sworn Clerk. Agrees. The members and the regents present having appeared together upon the express convocation of the Chief, the Honorable Chief communicated to the same that, since it had pleased their High Noble Excellencies the Noble High Indian Government to confirm the Regent of Tonnebaij Louis Seleo, who was nominated in the past year, in that dignity, it would also be proper to administer to him the oath of fidelity.

Dutch transcription

Op dierhalven wierd beslooten een Eijnde 3 slaeven voor dE Comp: geconfasqueerd met vergunning om deselve weder teegens drie gelijke andere te kun„ „nen uijtlossen, 4 te vreeden scheenen, aan de vergadering over de bevestiging „nebaij Louis Teleo; Ja beantwoord wierd, dog van Weerskanten zulke flauwe bewij„ =zen te voorschijn gebragt, dat niemand daar uijt konde bemerken, Wie het grootste regt op voorm: slaven had, Waarom het opperhoofd /:na beijde parthijen buijten hebbende laten staan:/ de vergadering voorsloeg off men, om een eijnde van dit dispuut te maken, niet van dat dispunt te maeken en gem: best zoude doen, die dienstelingen ten voordeele van dE Comp=e te Confisqueeren, mits een iegelijk de vrijheijd te vergunnen om b dezelve uijt te lossen, het zij met drie andere slaven van gelijke zoort, off wel betalende voor de twee Eerst genoemd om hunne hoge ouderdom, ieder vijf en twintig Rijxd=s dog voor de laatste vijf en dertig Rijxd=s 5. Welke propositie door de geheele vergadering als het beste middel wierd g'oordeelt, om een eijnde van dit duijster verschil te maken, parthijen binnen geroepen zijnde, wierd huw door den Eersten teekenaar het gevallen besluijt op voorm: slaven En waer maede parthijen zeer wel gecommuniceert, waar meede zij beijde zeer wel te vreeden schee„ 6 „nen te zijn, om dat den een niet over den andere trumpheerde. Nemende deeze zitting hier mede een eijnde. /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd En G'arresteerd Tot Coupang op Timor Dato voorsz: /:was Geteekend:/ B: W: Fockens, W„m A„n van Este, J„n A„s Bauer, J„s Beekman, en I„n Elders, Gesw: Ccriba. — Accordeert De Leeden en de aanwesende regenten op de Expresse communicatie van het opperhoofd Convocatie bij den anderen verscheenen zijnde Communiceerde van den Rijxbestierder van Som„ het E: E: opperhoofd den zelven, dat door dien het Haar Hoog Edelheedens D' Edele Hooge Indiasche Regering hadde behaagd, den in A„o pass=to voorgedragene rijx bestierder van Tonnebaij Louis Seleo in dies waardigheijd te bevestigen, het ook gevoege„ welke den bed van getrouwigheid lijks te zoude zijn oms hem den bed van getrouw heijden Dinsdag Den 29:' Iunij A=o 1773. — Des Morgens ont agt uuren alle de Leeden present, benevens den koning van Coupang, Den Rijxbestierder van Tonnebaij, met 's Keijzers broeder; Den Koning van Amabij met zijn Tweede, Den koning van Amphoang met zijn Tweede, den Hoofd regent van Fonaij met zijn Tweede, de Twee broeders van Oijmatta gen=t Sabotta en Naijsau en Een Amacoons Tommagom met name Naij Pitaij de Jornge. Rijxs vergadering Gehouden Pr: Elders aankleven etien J Beekman 9: Ccriba kwam ng 91

NL-HaNA_1.04.02_3385_0088 view scan ↗

English

came to take. And congratulated thereon by the entire assembly. The brothers of Oijmattang mollo the arrest of Naij Lakke and Naijb pacified, and who were also very inclined to submit themselves to the Company's obedience. But on condition that the Tommagongs might receive their just deserts. to punish them according to their native laws, to consult with each other, answered by the King of for adjacent reasons, to search for the one sent up last year should be beheaded, described, to swear allegiance to the Honorable Company, which he also immediately did in the Christian manner, but in the Malay language, into the hands of His Honor, and was congratulated de novo upon his confirmation by the entire assembly. Furthermore, the regents, having been asked by the chief, expressed their joy that since whether they also had anything to bring forward, whereupon the brothers of they with the Amaconders on tol at mattang mollo stood up, and communicated with much joy to the assembly that, since Naijsans and NaijLakke had been arrested by the chief, they were not only pacified with the Amaconese peoples on mollo, but also that those were very inclined to submit themselves again as before to the Honorable Company's obedience, provided that the aforementioned Tommegongs might receive their just deserts; to which the chief replied Whereupon the chief replied that the aforementioned Naij Sani and NaijLakke had, according to voluntary confession here, made themselves guilty of the raiding and transporting of slaves, and that he had caused them to be arrested in Castle Concordia for that crime, in order to have them punished by the collective regents according to their native laws, in order to have them punished by the collective regents, and gave them the freedom to consult about it with one another, which they also did; and after they had spoken about it in their Timorese language for nearly half an hour, over which the regents with each other consulted, answer by the King of Coupang on behalf of all of them the King of Coepang stood up and made known on behalf of all the present regents, that they were all well aware Naijsani's conduct was, that the aforementioned Tommegong Haijsans had not only described up to three different times stirred up a great revolt between the Sonnsbaaij and Amaconese peoples on mollo, and continuously sowed the seeds of quarrel and discord between them, in order, if possible, to obtain a large following and set himself up as head of those peoples, but also that he, Naijsani, had not hesitated recently to take the life of a certain Neno-Wissa together with his brother Atau Pahal in the most treacherous manner, whereby F a great bloodbath arose, and that he, therefore, according to their laws, who according to their laws had to be beheaded, should be beheaded; but that they all requested of the chief and the council that the Tommegong Naijlakke might go search for the Toebakki sent up last year and that the Tommagong Naij Lakke might go search for the saubakkie sent up last year, and be sent away from here at the first opportunity, since they were not only convinced of his manifold intrigues and transporting of slaves, but also that they could assure the chief and the council that, if NaijLakke were released, he would again try to break the good understanding that had now taken place among them all since his arrest, and cause many troubles both to the Honorable Company and to their regents. The King of Coepang having said this and having sat down again, the chief asked all the present princes and rulers of the realm whether they had clearly heard what Radja Coepang had declared on behalf of all of them. Whereupon they, one by one, testified that what Radja Coepang had said. the collective regents to avow

Dutch transcription

93 kwam af te Leggen. - En door de geheele Vergadering daer meede vergelukt, De broeders van Oijmattang mollo den arresteering van Naij Lakke en Naijb „lo bevreedigt en die ook zeer geneegen waeren zig onder 'sComp:s gehoorsaam„ „heid te begeeven. Dog onder Voorwaerde dat bij den Tommagongs loon naer werken mogten krijgen ganten naar hunne slands wetten te doen straffen, „kander consuleeren, antwoord door den Koning van om neevenstaende reedenen, „ke den voorjaerigen opgeson„ opsoeken „hoofd moest worden, beschreeven, aankleven aan DE: Comp=s te doen afleggen, gelijk denselven ook terstond op de Christen wijze, dog in de maleijdsche Taal in handen van zijn Ed: deed, en de novo met zijne bevestiging door de geheele vergadering wierd vergelukt. — wijders de Regenten door het opperhoofd gevraagt zijnde betuijgden hunne blijdschap, dat zedert off ook iets in te brengen hadden, zoo stonden de broeders van „sam zij met de Amacoondersop toln bij mattang mollo op, en bedeelden met veel blijdschap aan de vergadering, dat 't zeedert Naijsans en NaijLakke door het opperhoofd g'arresteert waren geworden, zij met d'amacoonsche volkeren op mollo niet alleen bevreedigt maar ook dat die zeer geneegen waren zig als bevorens wi„ „derom onder 'sE Comp:s gehoorsaamheijd te begeeven, mits dat voorm: Tommegongs loon naar werken mogten krijgen; het opperhoofd antwoord daer op Waar op het opperhoofd antwoorde dat voorm: Naij Sani en NaijLakke zig hier, volgens vrijwillige Confessi hadden schuldig gemaakt aan het rooden en vervoeren van slaven en hun om die misdaad in 't Casteel Concordia had laten om hun door de gezamentlijke re„arresteeren, ten eijnde deselve door de gezamentlijke Regenten volgens hunne 'slands wetten te doen straffen, waer over de regenten met El„ en hun de vrijheijd gaff daar over met elkanderen te Con„ „suleeren, het geene zij ook deeden, en na dat zij bij na en half uur daar over in hunne Timoreese Taal gesproken hadden Coupang uijt hun aller naam stond de koning van Coepang op en gaff uijt naam van alle aanwezende Regenten te kennen, dat hun alle bewust Naijsani 's handelwijse was, dat den Tommegong Haijsans voorm=t niet alleen beschreeven tot drie differente malen Een groot oproer tusschen de sonns„ „baaijsche en Amacoonsche volkeren op mollo verwekt had, en bij Continuatie het zaat van 'twist en tweedragt tusschen hun zaaijde, om zoo het mogelijk ware een groten aanhang =te verkrijgen en zig als hoofd van die volkeren op te werpen, maar ook dat hij Naijsani zig niet ontzien had onlangs Eenen Neno=Wissa benevens zijn broeder Atau Pahal op eene aller verraderlijk ste wijze om het leeven te brengen, waar door F die volgens hunne westen ont„ een groot bloedbad ontstaan is en daarom volgens hunne wetten onthoofd meeste worden, dog dat zij alle aan het opperhoofd en ok dat den Tommagong Naij Lak„ den Raad verzogten, dat den Tommegong Naijlakke den „dene saubakkie mogt gaen voorjarigen opgezondenen Toebakki mogt gaan opzoeken en bij d' eerste occasie van hier verzonden worden, dewijl zij niet alleen overtuijgt waren, van zijne veelvuldige draaijerijen en vervoeren van slaven: maar ook dat zij het opperhoofd en =wierde; den Raad konden verzeekeren, wanneer NaijLakke losgelaten„ hij die goede verstandhouding welke thans, 't zeedert zijn arrest, tusschen hun alle plaats had, gehad: wederom zoude tragten, te verbreeken, en zoo wel aan dE Comp=e, als aan haar Regenten, veele moeijelijkheeden veroorzaken. Den koning van Coepang dit gesegt hebbende, en wederom gezeeten zijnde, zoo vroeg het opperhoofd aan alle de presente vorsten en Rijxbestierders off zij het geene Raadja Coepang uijt hun aller naam verklaard had duijdelijk hadden aangehoord?. waar de gezamentlijke regenten op zij een voor een betuijgden; dat het geene Raadja Coepang 6: 1 tot avoneeren „ gezegt Japan ang L

NL-HaNA_1.04.02_3385_0089 view scan ↗

English

Meeting Held Upon his statement — pronounced to be beheaded. of Their High Nobilities with the bark the Jda to Batavia to be sent see JB eelman addressed to the chief declare what the king of Coupan had said was their sentiment, it being resolved to have the sentence Sentence over Naijsani of Naijsani executed on the coming Saturday the 3rd of July in the presence And Naij Lakke at the disposal of two Members of the Council, and to send Naij Lakke with the Bark d' Ida at the disposal of Their High Nobilities to Batavia. underneath: Thus Resolved and decreed, at Coupan on Timor Date as above Signed: B: W: Focken, Wm An van Este, Jn As Baue, Js Beekman, and Vn Elders, Sworn scribe. Agrees and Council The chief communicated to the Members this morning An Endenese delivered a letter at eight o'clock from an Endenese nakhoda a letter, addressed to his Honor as well as the Council, having been received from Solor, which being given for reading, was found to have been written by the assistant and Interpreter of Solor I: Brotsz:, written by the assistant Johannes Protz Interpreter there, containing the bitterness of the Ma- and dated Lawaijang the 28th of June 1773. containing, that nangers towards the Dutch the bitterness of the Manangers against the Dutch, and their whose number had remarkably allies, had grown to such an extent, that assisted grown by help of the Lamahalers by a multitude of Lamahalers and mountain peoples, on mountain peoples and come armed the 12th before they had come armed to Lawaaijang, to Lawaijang to 's Company's allies to overpower, and being unable to overpower any of the Company's faithful allies, which failed them not far from the said Negorij finding four of the Interpreter's slaves busy with the harvesting yet two of the Interpreter's slaves chopped into small pieces, and two others grievously wounded, of maize, two of them to cool their blood they had chopped into small pieces, and the other two very grievously wounded, calling out to the Lawaaijangers, Thursday The 8th of July Anno 1773. — In the Morning at Nine o'clock all Present. J Elders that 93 g 2. those of Lawaijang. to beside said reason. The Interpreter's letter compared with the report of the Captain of the all parts to agree, wherewith the apostate Negorijen conspired together, as appears from the adjacent statement, complaints of several small traders for the above-mentioned reason, whereby not unclearly their a threat of the Manangers that they would deal with the Interpreter, and all Dutchmen they could lay hands on, in the very same way: furthermore that the present Sultan of Mananga, because his grandfather's attempt on the Company's Fort Fredrik Hendrik had failed, he would undertake to storm the same, also not to achieve, the evening before the departure of the Interpreter's letter force, to go fetch. — This letter of the Interpreter being taken into consideration by the chief and the Civic Guard A:s Er:t rent, was found in Council, and properly compared with the report of the Captain of the Civic Guard A: F: Vent, which he had given on the 10th of May last after his return from Solor concerning the Manangers, so all were convinced that those peoples with the Lamahale Tronk and Adenare apostate Negorijen Lamahale, Tronk, and Adenare conspired together; Yea might even accept as pure truth the statement of the aforesaid Captain that the said four Negorijen had sworn the Oath of fidelity to Horna, chief of the Woerinezen, the Company's enemies, under the acceptance of A Rattan with A silver knob. Also the chief said he had heard from several small traders, who had recently been to Solor for trade, rest before and until he should have brought it under his power timidity make known, were to anchor before such Negorijen, whereby the to conclude, having heard that the aforesaid Negorijen allowed the Macassar Sea-rovers into their bays and traded with the same, wherefore they /in order not to undergo the same fate as the Chinese Likingko whose goods were plundered by those wanderers and the vessel burned/ were afraid therefore it would be very expedient to curb those perjured and Lamakeera to convince, that the Honorable Company faithfully fulfilled its promises, made at the Contract, to assist them in time of need against their enemies; and thereby to remove those evil notions, which the said apostates had sought to instill into the Company's Allies, as if the Company cared for nothing, since according to their saying it would otherwise have avenged the murder committed on a chief, and the capture of the bark d' Afrikaan; which saying could not but make a bad impression upon the minds of the faithful allies; Yea sometimes persuade them to also defect from the Honorable Company, whereby not only the navigation of our traders thither would be entirely obstructed, but also the Honorable Company would be obliged the discharging and loading of its keels arriving here as well as all further have made to bow, and to achieve his aim the better And whereby the Honorable Company's vent the sale of the Company's trade wares would be remarkably diminished, already had sent three vessels to Lamahale, check in their dealings as soon as possible to conclude their dealings, in order in order to bring from there a multitude of peoples, to reinforce his, And those of Lawaijong and Lama- thereby the well-intentioned peoples of Lawaaijang deliberation thereon to the per- keera to assist, is to be remarkably diminished. s Comps uij va te 8 apar ang 31

Dutch transcription

Vergadering Gehouden Op zijn gezegde — uijtgesprooken om onthoofd te worden. van Haer Hoog Ed:s met de Barcq de Jda naar Batavia te senden zien JB eelman g'addresseert aan het opperhoofd avoneeren den koning van Coupan gezegt had, hun gevoelen was, wordende besloten het vonnis Donis over Naijsani van Naijsani op aanstaande Saturdag den 3. Julij ten overstaan En Naij Lakke ter dispositie van twee Leeden uijt den Raad ter uijtvoer te laten brengen, en Naij Lakke met de Barcq d' Ida ter dispositie van hun Hoog Edelheedens naar Batavia te zenden. /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd en g'arresteerd, tot Coupan„ op Timor Dato voorsz /: Was getekend:/ B: W: Focken, W„m A„n van Este, J„n A„s Baue, J„s Beekman, en V„n Elders, Gesw: scriba. Accordeert 2 en Raad Het opperhoofd bedeeldes de Leeden heeden deezen morgen Een Endenes opehandigteenbreff te acht uren van een Jndinees annachoda een brief, g'addres„ =seert aan zijn E beneevens den Raad, ontvangen te hebben van solor, welke ter lecture gegeeven zijnde, bevond men die door door den adsistendt en Tolk van solor I: brotsz: geschreeven, den adsistent Johannes Protz Tolk aldaer geschreeven te zijn, behelsende de verbittering dereMa„ en gedagteekend Lawaijang den 28. Junij 1773. behelsende, dat „nangers toeg: de Hollanders de verbittering der Manangers tegens de Hollanders, en der„ welker getal merkelijk was =selver bondgenoten, zodanig was aangegroeijt, dat zij g'adsis„ aengegroeijt door behulp der Lama halsen teert door een menigte Lamahalers en bergvolkeren, op berg volkeren en komen gewapenderhand den 12: bevorens gewapend op Lawaaijang waren gekomen, op Lawaijang om 's Comp:s bondge„ „nootens te overveldigen, en geene van die sComp„s getrouwe bondgenoten konnende het geen haar is mislukt overweldigen, niet verre van gem: Negorij vier van de Tolk zijne slaven beezig gevonden hebbende met het inza„ dog twee van des Tolks slaven in klijne Stukken gekapt, en twee andere deerlijk gekwatst, melen van Jagong, twee daar van om hun bloed te koelen in kleijne stukken gekapt, en d' andere twee zeer deerlijk „gekwitst halden, met toeroeping aan de Lawaaijangers, Donderdag Den 8. Julij A„o 1773. — Des Morgens om Negen uuren alle Present. J Elders dat 93 g 2. die van Lawaijang. om neevens gem: reeden. 's Tolk 's schrijven vergeleeken met het berigt van den Capitain der allen deelen over een te komen, naer mede de afvallige Negorijen 't zaamen spanden, gelijk blijkt uijt neevenstaende gezegde, klagte van verscheijde smal „handelaers om neeven gem: reeden, waer bij niet onduijdelijk hunne aa bedrijging der Manangers aan dat zij den Tolk, en alle Hollanders die zij konden krijgen, even eens zoo zouden handelen: vervolgens dat den teegens wor „digen Sulthan van mananga, om dat zijn groot vaders aanslag op 's Comps Fort Fredrik Hendrik mislukt was, hij onderneemen zoude het zelve te bestormen, ook niet bereijken, 's' avonds voor het afgaan van 's Tolks letteren =ner macht, te gaan afhalen. — Dit schrijven van den Tolts door het opperhoofd en den burgerij A:s Er:t rent, bevond men in Raad in overweeging genomen, en eens te regt vergeleeken zijnde, met het berigt van den Capitein der Burgerij A: F: Vent, dat hij op den 10. meij J„o L: naar zijn te rug komst van solor aangaande de Manangers gegeeven had, zoo was men alle overtuijgt, dat die volkeren met de Lamahale Tronk en Adenare afvallige Negorijen Lamahale, Tronk, en Adenare 't zamen spanden; Ja ook wel voor zuijvere waarheijd mogt aanneemen het gesegde van voorm: Capitein dat gem: vier Negorijen den Eed van getrouwheijd aan Horna„ hoofd der Woerineesen, sComp:s vijanden, onder het acceptien van Een Rotting met Een zilvere knop, hadden gesworen. ook zeijde het opperhoofd van verscheijde, smalhandelaars, die nu onlangs naar solos ter Negotie geweest hadden, gehoord rusten voor en aleer hij dat onder zijne macht zoude bescheoondheijd t kemnen geeven, Waren voor zulke Negorijen te ankeren, waar door het te stluijten, te hebben, dat voorm: Negorijen de maccassaarsche Zeeschuij„ „mers in hunne baaijen lieten komen en met dezelve Nego„ „tieerden, waarom zij /om miet het zelvde lot van den Chinees Likingko te ondergaan wiens goederen door die swervers gerooft zijn en het vaartuijg verbrand /(beschromd =deren, dus het zeer dienstig zoude zijn die meijneedige en Lamakeera te overtuijgen, dat dE Comp=e zijne beloften, bij het Contract gedaan, getrouwelijk naar kwam, om hun in tijd van nood te assisteeren tegens hunne vijanden; en daar door die kwade denkbeelden weg te neemen, welke gem: afvallige aan 's Comp=s Bondgenoten hadden zoeken in te boe„ =temien, als off d' Comp=e zig aan niets liet geleegen leggen, „dewijl die volgens hun seggen anders wel de moord aan een opperhoofd gepleegd; en het aflopen van de bareg d' Afrikaan, zoude gewroken hebben; welk zeggen niet anders dan een kwade in cluentie op de gemoederen der trouwe bondgenoten zoude konnen maken; Ja somtijds overhalen om mede van d'E Comp=e afvallig te worden, waar door niet alleen de vaart„ van onze handelaars derwaarts, ten eenemaal gestremt, maar ook dE: Comp„e genoodzaakt zoude zijn het lossen en laden van desselvs hier komende kielen mitsgaders al het verdere hebben doen bukken, en om zijn oogmerk dies te beeter te En waer door sE Comp:s debiet de biet van 's Comp:s handelwaren merkelijk zoude vermin„ bereets drie vaartuijgen naar Lamahale had gezonden, bedrgen in hunne behandeling ten spoedigsten in hunne behandelingen te sluijten, om om van daar een meenigte volkeren, tot versterking zij, En die van Lawaijongen Lama„daar door de wel geintentioneerde volkeren van Lawaaijang beraadslaging daer over om de meijn„ „keera te assisteeren, merkelijk staet vermindert te worden. s Comps uij va te 8 apar ang 31

NL-HaNA_1.04.02_3385_0091 view scan ↗

English

Expedition. which was approved by all the members, being assigned to the military ensign. soldiers, burghers, Mardijkers, and Savunese as could be gathered together, with orders to surprise the Manangers unexpectedly, in the manner as described here. which he took upon himself with great readiness. The Company's work, which is now done gratis by that nation, having to be performed by mercenaries, to the increase of the burdensome expenses; to prevent which, the Chief judged it to be of the utmost necessity to act with the rebellious people and to send an expedition thither with the greatest speed, in order to test once whether the aforementioned four settlements could not be brought back to their duty by gentle means, but in case they would not listen, to show them that the Company had inclination and power enough to protect its adhering friends and to punish the treaty breakers. Which proposal was regarded by all the members as a matter that could brook no delay, and it was resolved to send the military ensign Johan Andreas Bauer thither the day after tomorrow, being the 10th of this month, assisted by as many soldiers as could be spared from this small garrison, together with as many burghers, Mardijkers, and Savunese as could be brought together in that short space of time, to sail with them from here through the Strait of Lobitobi to the island of Solor, and there to visit the Manangers most unexpectedly, and upon safe arrival there, if no one comes to ask for pardon, to fire upon them, as well as to have everything destroyed by fire that might not be deemed useful for transport, as well as to spare the life of no one except those who would voluntarily lay down their arms and plead for mercy. Subsequently to cross over from there, with as many Lawajangers and Lamakerans as can be gathered together, also in like manner, if feasible, to the nearby island of Adenare, in order to treat there with the settlements of Lamahale, Tronk, and Adenare, if it is feasible, in the very same way as has been said of Manange. Which commission the aforementioned ensign not only took upon himself with great readiness, but also promised to do everything possible so as not to diminish the Company's authority and prestige. With which this session ended. Underneath stood: Thus resolved and decreed at Coupang on Timor, date as aforesaid. Was signed: B: W: Foekens, Willem Adriaan van Este, Johan Andreas Bauer, Johannes Riekman, and Jan Elders, Sworn Scribe. Jan Elders, Sworn Scribe. Subsequently. Agrees. Adenare. Beekman, examined. Land council held on Wednesday the 22nd of July in the year 1730, in the morning at eight o'clock, all members present, together with the below-mentioned grandees of the realm; namely the Regent of Coupang, the Regent of Sonnebaij, the son of the king of Amabij and his Regent, the king of Amphoang, together with his son and Second, the king of Taijbenoe with his Second, the young emperor of Amacono with his Regent, the Regent of Amanoebang, the Head Regent of Fonaij with his Second, as well as the newly arrived regents of Mollo; namely the Radja Oijmattang of Mollo named Naij Tho, and the Regent of Amalono on Mollo named Faij Bokko, together with the regent of Amphoang Sorbiang with his Second, and Temenggongs. Initially, upon the proposition of the Honorable Chief, it was approved:

Dutch transcription

99 Expeditie. het geen door alle de leeden wierd goedgekeurt wordende den vaendrig mili„ „opgedraagen. „stairen, burgers, mardijkers en favoneesen als bij Elkander ge„ „bragt konde worden, met ordre om de Manangers onverhoeds te overvallen. op die wijze zo als hier noeven beschreeven staet. „digheijd op zignam, — s' Comp„s werk het geene nu door die landaard gratis geschue door huurlingen, tot vermeerdering der drukkende lastpost te laten doen, tot welker voorkoming het opperhoofd het van beraeming, over het afsenden Eener de uijterste noodzakelijkheijd oordeelde te zijn, ten allerspe te handelen met de oproerige etor „=digsten een Expeditie derwaarts te zenden, ten Eijnde eens te beproeven off men voorm: vier Negorijen niet door zag middelen wederom tot haar plicht zoude konnen brengen, drigh met veel bereijdwil„ dog ingevalle zij daar niet naar Welden luijsteren, hun als dan te doen zien, dat dE Comp=e genegenheijd, en macht F =genoeg had om zijne aankleevende vrienden te beschermen, en de verbondbreekers te straffen- Welk voorstel door alle de leeden wierd aangemerkt als een zaak die geen uijtstel konde lijden, en besloten op over morgen, zijnde den 10. deezer, „tair J: A: Bauer die Commissie den vaendrig militair Johan Andreas Bauer der„ =g'adsisteert door zo veel miliewaarts te zenden, g'adsisteert met zoo veel militairen als uijt dit guarnisoentje gemist, beneevens zoo veel burgers, mardijkers, en Savoneesen, als in die kortheijd des tijds bij elkanderen gebragt zouden konnen worden, om met dezelve van hier door de straat Lobitobi, naar het Eijland solor te stevenen, en aldaar de Manangers op het onver„ =hoedste te bezoeken, en bij behouden arrivement aldaar, nie„ =mand pardon komende vragen, op deselve vuur te geeven, mits„ - =gaders alles door de vlam te laten vernielen, wat ter overvoer niet dienstig mogt geoordeeld worden, mitsgaders aan nie„ =mand het leeven te schenken, dan aan die, welke hunne Wapenen vrijwillig zouden nederleigen en om genade smneeken Vervolgens van daar met zoo veel Lawaaijangers, en Lamakeerders, als bij elkanderen gebragt konnen worden over„ ook in gelijkervoegen des doenlijk te steeken naar het na bij geleegen Eijland Adenare om al„ „gorjen Lamahale, Toub &n daar met de Negorijen Lamahale, Tronk, en Adenare zoo het doenlijk is, even eens te handelen gelijk van manange welke Commissie gem: aen„ gezegt is. welke Commissie voorm: vaendrig niet alleen met veel bereijdwilligheijd op zignam, maar ook beloofde alles wat mogelijk was te zullen doen om 's Comps gezagen luijster niet te doen verkleijnen, Waar meede deeze zitting Eijndigde /:onderstond/ Aldus Geresolveerd en g'arresteerd tot Coupang op Timor Dato voorsz /: was getekend:/ B: W: Foekens, W„m A„n van Este, J„n A„k Bauer, J„s Riekman, en J„n Elders, Gesw: Ccriba: — Pr Elders Egj: Coriba vervolgens Accordeert Adenare, 6 ang apar 3 Beekman nagesien bang Japart Land vergadering Gehouden Woensdag den 22=' Julij A„o 173. Des Morgens ow agt uuren alle de leeden present, benevens de onder„ =tenoemene rixsgrooten; als den Rixbe„ =stierder van Coupang, den Rijxbestierder van sonnebaij, de zoon van den koning van Amabij en zijn Rix Bestierder, den koning van Amphoang, benevens zijn zoon en Tweede, den koning van Taijbenoe„ met zijn Tweede, den Jongen keijzer van Amacono, met zijn rijx bestierder, den rijxbestierder van Amanoebang, den Hoofd regent van Fonaij, met zijn Tweede, mitsgaders de nieuw afgekome„ „ne regenten van mollo; als 't Raadje oijmattang van mollo met name NaijTho, en den rijxbestierder van Ama„ =lono op mollo gen=t Faij Bokko benevens den regent van Amphoang Sorbiang met zijn Tweede, en Tommagoms. wierd aanvankelijk op de prepositie van het E opehoofd goedgevonden Op 101 ng „

NL-HaNA_1.04.02_3385_0094 view scan ↗

English

103 in place of the deceased provisional corporal J: An Schlee accepted into service as a soldier. Communication from the Chief to the assembly, that Naij Tho, chief cono on Mollo, accompanied by some Tommagongs sorbiang, with his deputy, had come down some days ago, asked about their desire, whereupon the Chief of Oijmattang and all their subjects on Mollo were accepted and pardon granted. The Chief's answer to their request: — continuation gives, — and to present their request to Their High Commissaris Paravicini, with the approved and resolved to appoint the soldier Hendrik Klock A soldier appointed provisional corporal van Evelt, subject to the approval of Their Right Excellencies, provisional to corporal with an allowance of ƒ 14 per month, in place of Joh: Adan, who died this month, to behave as faithful allies, Corporal as well as a mestizo youth Schlee, and the mestizo youth Carel Metscher, aged 18 years, as a soldier at ƒ 9 per month in the Company's service to Furthermore, His Honour said that he had expressly convened this territorial assembly in order to make known to all the members and regents of Oimattang with his brothers that Naij Tho, chief of Oijmattang, along with the regent of Atma with his brothers, as well as the Regent of the deputy had come to His Honour some days ago, with the intention to submit themselves again as before to the obedience to be presented to His Honour, of the Honourable Company, the aforementioned rulers invited inside. Having said this, His Honour had the aforementioned rulers come inside, and recommended that they openly and unreservedly which was answered by the regent of Ama reveal their desire to this assembly. ono, and the Regent of Amacorlo. Whereupon the chief of Oijmattang said that both prayed to be received again in mercy, his petition and that of the Regent of Amaco Company to be received in mercy, at the same time asking pardon for their rebellion. Upon this, the Chief made known to the first-mentioned that Their Right Excellencies, in their most recent letters, had granted him the requested pardon, in the hope that they would henceforth not make themselves guilty of any rebellion, their promises thereupon, but behave in all respects as faithful allies of the Honourable Company, which was also promised by him. After which His Honour presented to the Regent of the Amacoon peoples on Mollo, and the Regent of Amphoang Sorbiang, along with his deputy, that if their coming was aimed at submitting themselves henceforth as true and sincere friends and allies under the Honourable Company, they must also promise to strictly observe the contract entered into by the Commissioner they also promised. Whereupon His Honour said he would favourably present their request to Their Right Excellencies. But the Chief asked them why they had previously rebelled against the Honourable Company, while the Company had never given them any reason to do so. Which question was answered by the Regent of Amacono by saying that, because the murder of the interpreters Crerit and Gize, as well as of the Mardijkers, had been committed by some of their held, and to be punished for it, they had therefore gone to Mollo, but during all that time had made no contracts or alliances with the Black Portuguese, because they had always nourished themselves with the hope that at some along with the Regent of Amphoang Sorbiang with e regents strictly in all articles, which was to with all their subjects on Mollo from which at his sign of fear, subjects committed, they out of fear of being suspected of that as well along with the regent of Amphoang. Amacoon peoples on Mollo with some Tommagongs, along with the contract entered into by Paravicini with the Timorese Regents, letters, to come, time Japan ang

Dutch transcription

103 in steede van den overleedene p:l Corp:l I: A=n Schlee tot soldaet in dienst aan gendme„ Communicatie van het opperhoofd aan de vergadering, dat Naij Tho. hoofd „cono op Mollo, verseld van Eenigen Tommagongs sorbiang, met zijn tweede voor Eenige dagen waren afgekomen, hunne begeerte afgevraagd waer op het Hoofd van oijmattang en alle hunnen onderdaen en op Mollo aengenoomen en parden verleend woorden. het opperhoofds aiet woord op hun versoek: — vervolg nen geeft, — en hun versoek aen Haar Hoog „ Commissaris Paravicim, met de goedgevonden en besloten den soldaat Hendrik Klock„ Een soldaet tot p:l Corp:s aangesteld van Evelt op approbatie van hun Hoog Edelheedens p=l tot Corporaal met toelegging van ƒ 14. p/md: te benoem in stede van den in deze maand overleedenen Joh: Adan, getrouwe bondgenooten te gedragen, C Corp mitsgaders een mixties Jongeling schlee, en den mixties Jongeling Carel Metscher, oud 18. Jaren als soldaat met ƒ9. pr/ md: on 'sComp„s dienst aan ten 6 Wijders zeijde Zijn E: dese Land vergadering expresselijk b =legt te hebben ten eijnde de gesamentlijke Leeden en regen van oimattang met zijne broeders bekend te maken dat Naij Tho hoofd van Oijmattang benevens den rijxbestierder van Atma„ met zijne broeders, beneevens den Rijxbestierder vand' Tweede voor eenige dagen bij zijn E: gekomen waren, met intentie zig wederom als voren onder de gehoorzaam hij Ed:s voor te draegen, van dE Comp=e te begeeven, gem: vorsten binnen genodigken Dit gesegd hebbende liet zijn E: voormelde vorsten bon komen, en recommandeerde dezelve rondborstig en ondie door den rijx bestierder van Ama„ =schroemd hunne begeerte aan deeze vergadering te open„: ono b'antwoord wierd, en der Rijxbestierder van Amacorlo ren: Waar op het hoofd van Oijmattang seijde dat zoo smeekken dat weder in genaden mogte zijne beede als die van den Rijxbestierder van Amaco„ Comp„s in genaden aangenomen te worden, teffens part vragende over hunne afval. Htier op gaf het opperhoofd aan eerst gem: te kennin huw Hoog Edelheeden hem, bij hoogst derselver Jongste letteren, dat versogte pardon verleend hadden, in hope dat zij zig voortaan aan geenen afval zouden schuldig ma„ G 6 hunne beloften daer op on zgals pen, maar zig in alle deelen als getrouwe bondgenoten van dE Comp=e gedragen, het geene ook door hem beloofd Wierd- Waar na zijn E: den Rijxbestierder der Amacoon„ „sche volkeren op Mollo, en den Regent van amphoang sorbiang beneevens zijn tweede, voorhield, dat ingevalle hunne komst gerigt was, om zig voortaan als ware en opregte vrienden en bondgenoten onder de E Comp=e te begeeven, zij ook beloven moesten, het Contract door de Commissaris zij ook beloovden: Waar op zijn E zeijde hun verzoek aan „ ƒ haar Hoog Edelheeden gunstiglijk te zullen voordra„ zaag door het opperh: an haergedaen gen. dog het opperhoofd vroeg hun, waroms bevorens van d'E Comp=e waren afgevallen, terwijl de Comp=e hun nooijt daar toe eenige reedenen had gegeeven. welke vraag door den Rijxbestierder van Amacono beantwoord wierd, met te zeggen, dat, dewijl den moord aan de Tolken Crerit en gize, mitsgaders aan de mardijkers door eenige hunner „gehouden, en overgestraft te zullen worden, hun daarom op mollo hadden begeeven, dog in al die tijd geene Contracten off verbintenissen met de swarte portugeesen gemaakt, dewijl 6 zij zig altijd met de hoope gevoed hadden, dat te eeniger mitsgaders den Regent van amphaoang sorbiang met e regenten aengegaen stiptelijk naer in alle articulen stiftelijk naar te komen, het geene Was, om met alle hunne onderdanen op Mollo van waer bij hij hunnen vreesteken, onderdanen gepleegt was, zij uijt vreese van daar mede verdagt mitsgaders den regert van Amphoang. amacoonsche volteeren op Mollo met eenige sommegon mitsgaders het Contract door den Paravicini met de Timoreese Regenten aangegaan, letteren, te komen, tijd Japan ang

NL-HaNA_1.04.02_3385_0095 view scan ↗

English

105 answer, and gives the reason for his defection question by the king of Amphoang which was answered by the Regent of Corbiang the old king of Amphoang claims the opposite And gives reasons for it The regent of Amphoang sorbiang the commander asks the regents whether it was approved and agreed the proposition of all the [regents] concerning to know, their answer to it time their innocence would come to light, and they, as before, might live and die under the Honorable Company. Furthermore, the Regent of amphoang sorbiang testified that his defection had occurred out of fear, because he had struck down his Tommegong Tonne Fano, who had persecuted him for a long time. Hardly were these words out of his mouth, when the old king of amphoang asked him how he could call Tonne Fano with his people his own, to which the Regent of Torbiang answered and said, because from ancient times they had always belonged under him, and had been ransomed by his predecessor from the black Portuguese. But the aforesaid old King of amphoang wanted to claim the opposite, and said that Tonne Fano with his subjects, at the time of the Amarassi War, having known no place to go, had placed themselves under him with the prior knowledge of the then ruling Commander van Der Burgh, and therefore he believed he could rightfully call them his own. The Regent of Amphoang sorbiang replied to this that it was indifferent to him where the people of Tonne Fano resided, as long as they left him in the peaceful possession of his lands and people. The commander asked the other Regents if they could give his Honor any elucidation as to which of the two of them had the greatest right to those people. To which they answered and said that between old Amphoang and amphoang sorbiang severe disputes over those people had arisen more than once, and would continue to arise in the future if they were assigned to one of the disputing parties. Therefore, they were all of the opinion that the aforementioned people should be granted the freedom to place themselves, either partially or all together, under whomever they themselves wished, whether under the Company's Mardijkers or under one or more of their Regents, without anyone, whoever he might be, being allowed to use any cunning, much less any violence, to lure those people to himself, but leaving everything to their own choice. And in case the said subjects split up and joined in parts, one party under this Raja and the other under that Raja, such a ruler should then be obligated to report them by name to the commander, with the request to have a written proof thereof signed by his Honor, so that after the passage of some years no new disputes would arise from it. The commander having spoken about this at length with the Members of the Council, it was approved and agreed to grant the proposition of all the Regents, because through that settlement, the fire that had smoldered for a long time between old amphoang and amphoang sorbiang would be altogether extinguished.

Dutch transcription

105 antwoord, en geeft reeden van zijn afval vraag door den koning van Amphoang die door den Regent van Corbiang b'antwoord weerd den ouden koning van Amphoang beweerd het tegendeel En geeft reeden daer van Den regent van Amphoang sor„ het opperhoofd vraagd de regenten off ook wierd goedgevonden en verstaen de propositie der gezamentlijke aangaende te kennen, hun antwoord daer op „tijd hunne onschuld aan den dag zoude komen, en zij als „voren onder d'E Comp=e zouden mogen lieven ent sterven. ver„ den Regent van Amphoang orbiang s: volgens betuijgde den Regent van amphoang sorbiang, dat zijn afval uijt vreesek geschied was, dewijl hij zijner Tommegong Tonne Fano die hem een langen tijd vervolgd had, ter needer had gevelt: Nauwelijks waren „desze woorden uijt zijn mond, off den ouder koning van amphoang vroeg hem, hoe hij Tonne Fano met des„ „selvs- volkerende zijne konde noemen 't welk den Regent van Torbiang beantwoorde en seijde, dewijl die van ouds aff altijd onder hem gehoort hadden, en door zijn voor onder 16 van de swarte portugeesen uijtgelost waren, dog voorm: zouden Boning van amphoang Wilde het tegendeel bewe „ren, en zeijde dat Tonne Fano met zijn onderdanen, „ten tijde van den amarassierschen Oorlog, geen heen komen hebbende geweeten, zig, met voorkennis van het toenmaal Regeerend Opperhoofd van Der Burgh, onder hem hadden begeeven, en daarom Vermeende die met recht de zijne tet kunnen noemen. Den Regent van Amphoang sorbiang repliceerde hier op, dat het hem onverschillig „biang zijn onverschilligheid daer over was, waar de volkeren van Tonne Tano zig ophielden als zij hem maar in het vreedig bezit van Landen regenten te accordeeren, 7olt lieten. Het opperhoofd vroeg d' overige Regenten off zij zijn E: Eenige blucidakien weten te geven eenig d' elucidatie wisten te geeven, wie van hun beijde het meests recht op die volkeren hadde: het geene zij beantwoordeden en zeijden, dat tusschen oud Amphoang en amphoang sorbiang meer dan eens sware disputen over die volkeren waren ontstaan, en nog voortaan ontstaan zouden, in dien dezelve aan een van de twistende parthijen geeven hun gevoelen dien Wierden toegeweeten, Waarom zij alle met elkanderen van gevoelen waren, dat men voorm: menschen de vrijheijd dien„ =de te vergunnen zig gedeeltelijk, off anders alle, te begeeven onder wien zij zelvs wilden, het zij onder s Comp„s mardijkers off onder een off meerder van hunne Regenten, zonder dat iemand, wie hij ook mogte zijn, eenige list, veel minder eenig geweld zoude mogen gebruijken, om die volkeren tot zig te lokken, maar alles aan hun eijgen keuze over„ =laten, en bij aldien gem: onderdanen zig scheurden, en bij gedeeltens, d' eene parthij onder dit, en d'andere onder dat Raadja vervoegden, zodanigen vorst als dan gehouden zoude zijn, het opperhoofd die met namen op te geeven, met ver„ =zoek daar een schriftelijk bewijs, door zijn E: onderteekend, van te mogen hebben, op dat na verloop van Eenige Jaren daar geene nieuwe disputen uijt zouden ontstaan. Het opperhoofd hier over met de Leeden van den Raad breed, voerig gesproken hebbende, zoo wierd goedgevonden en verstaan, de propositie der gezamentlijke Regenten te accordeeren, dewijl door die schikking, het langduurig gesmeuld hebbende vuur tusschen oud amphoang en amphoang sorbiang ten het eenemaal 9 ng Japar

NL-HaNA_1.04.02_3385_0096 view scan ↗

English

157 whereupon both parties showed their particular satisfaction over this decision, thanking the chief and the Council as well as the regents for the devised means of reconciliation between the two of them. Furthermore, his honour proposed that, whereas Naij Tho, head of oijmattang mollo, and the regent of 8 amacoon peoples on mollo, together with the regent and second-in-command of Amphoang sorbiang, could be regarded as new allies of the Honourable Company, they ought to take the oath of allegiance to the same. This proposal was approved, after which the chief very earnestly addressed the aforementioned princes in general, and the regent of Amphoang sorbiang in particular, stating that since they had now, of their own accord, subjected themselves de novo to the Honourable Company, it was to be hoped that their promise would be sincere and well-intentioned, to be and remain faithful to the Honourable Company in all things, and henceforth never to defect from it again under whatever pretext it might be, but strictly to abide by the contract concluded with the other princes. This was affirmed by all of them with particularly great sincerity, as it outwardly appeared. Furthermore, the chief made it known to the regent of Amphoang sorbiang that he had now deserted the Honourable Company up to three times and had each time been received back in grace, assuring him at the same time that this would also be the last time that the Honourable Company would take pity on him, and therefore recommended him to do better to stay where he was, in case his submission was made deceitfully. To which speech he replied with the protestation that, should he ever defect from the Honourable Company again, he would forfeit his life, land, and people. Upon which promise the oath was administered to him and his second-in-command, as well as to the regent of oijmattang mollo and the regent of the amacoon peoples on mollo, and they were congratulated by the entire assembly. Finally, the chief asked all the regents whether anyone among them still had anything to say: whereupon the one from oijmattang stood up again and requested that, whereas they were now completely reconciled and pacified with the amacoon peoples on mollo, and had become united, the two emperors, namely the one of old sonnebaaij and Amacono or new sonnebaaij, might now also be joined into one body, as had of old taken place among them, so that there would henceforth be only one emperor. No one properly understanding their made request, the chief requested the other regents to give his honour and the Council a further clarification of it. Whereupon the regent of sonnebaaij gave [illegible]

Dutch transcription

157 waerover bij de parthijen hun bij zonder de nieuw aengenomene regenten, om den bed van getrouw heijd afte egen Ernstige aanspraak van het Generael, vervolg daer van en recommandatie in 't bijzonder„ „brang, — „rige regenten daer een nadere „thaan maer Een keijzer te moogen hebben, En wierden daer meede verglukt den Eed afgenoomen te sullen nakomen, eenemaal zoude uijtgedooft zijn, inzonder heijd dwijl die genoegen kwamen te betoonen, beijde parthijen hun bijzonder genoegen over dit besluijt lie„ =ten blijken, met het opperhoofd en den Raad beneevens de Regenten te bedanken voor het uijtgedagte middelter Verzoening tusschen hun beijde. propositie van het oppehoofd over Wijders proponeerde zijn 6, dat terwijl NaijTho hoofd van oijmattang mollo, en den rijxbestirder van 8 amacoonsche volkeren op mollo, beneevens den Regent en Tweede van Amphoang sorbiang, als nieuwe bondge„ „noten van d'E Comp=e konden worden aangemerkt, zij ook den bed van getrouwheijd aan dezelve dienden afteleggen, Welk voorstel g'approbeerd wierd, waar na het opperhoofd voorm: vorsten in 't generaal, en den Regent van Amst opperhoofd aen die vorsben in 't =angsorbiang in 't bijzonder, zeer ernstig voorhield, dewijl zij zig nu, uijt eijgen beweeging, de novo aan d'E Comp=e onder G „worpen, men ook wilde hoopen, dat hunne belofte oprecht en Welmeenende zoude zijn, om d'E Comp=e in alles getrouw te zullen zijn en blijven, en dezelve /:onder Wat pretext het ook zoude mogen zijn :/ voortaan nooijt wederom af te vallen, maar zig stiptelijk te gedragen aan het Contract met d' andere vorsten gesloten, het geene door hun alle met bijzonder veel Welmeenendheijd /zoo als het geen niemand begrijpt opperhoofd aan den Regent van Amphoang sorbiang opheldering van Laatstelijk Vroeg het opperhoofd aan alle de Regenten off ook iemand onder hun nog iets te zeggen had: zoo stond die versoek van oij mattang om voor„ van bijmattang andermaal op, en verzogt, dat, terwijl 7. zij met d'amacoonsche Volkeren op mollo thans ten eenemaal verzoend en bevreedigt, mitsgaders als tot om reeden als in den Text eens geworden waren, ook thans de beijde keijzers, te weeten die van oud sonnebaaij en Amacono off nieuw sonne„ =baaij meede tot een zichhaam mogten gemaakt worden gelijk van ouds her onder hun heeft plaats gehad. Niemand hun gedaan verzoek wel begrijpende, zoo beneevens den Raad daar een nadere opheldering van te zulx uijterlijk scheen:/ verzeekerd wierd. Wijders gaf hit het opperhoofd versoekt aende over verzogt het opperhoofd aan d' overige Regenten zijn E: aan den Regent van Amphoang Cor„ kennen, dat hij nu tot driemalen van d'E Comp„e afval den Rijxbestierder van Connebaij Willen geeven. Waar op den Rijxbestierder van sonnebaaij Was geworden, en telkens wederom in genaden aangenomen, hem teffens verzeekerende, dat dit nu ook de laatste maal zoude zijn, dat dE Comp=e zig zijner ontvermde, en daar„ =om hem recommandeerde, beeter te doen te blijven daar hij was, zoo bij aldien zijn onder werping geveijnsdelijk ge„ die betuijgden alles getrouwlijk= schiede. welk zeggen hij beantwoorde met betuijging, dat ingevalle hij ooijt dE. Comp=e wederom afviel, zijn lee„ =ven landen volk wilde verbeuren, op welke belofte hem en zijn tweede, beneevens den Regent van oijmattang mollox zo wierd op hun gedaene beloften en den Rijxbestierder der amacoonsche volkeren op mollo den bed wierd afgenomen, en zij door de geheele vergadering vergelukt. Was Louis 1 he geeft Jap ng Pa -

NL-HaNA_1.04.02_3385_0097 view scan ↗

English

169 not indistinctly to make known, the chief and the members state their opinion on the matter to decline, and at the same time to recommend to the new regents to seek near Coupang, Further request made by Oijmattang. gave to the assembly their desire, Louis Tebeo gave the assembly clearly to understand their desire to be that Sonnebaaij and Amacono might unite, and just as in ancient times, when both petty potentates still adhered to the Black Portuguese, be governed and ruled by one emperor. But the chief, having first spoken with the members about the matter, was of the opinion with them that this would not be advisable, since Sonnebaaij would thereby acquire all too great a power, which sooner or later could lead to disadvantageous consequences for the Honorable Company, which, due to their division, was less to be feared. Thus, that proposal was politely declined by his Honour, pointing out that this could not take place because the parties, since being torn apart, had also been divided into two empires, of which one, as old Sonnebaaij, immediately upon its transfer to the Honorable Company, had also brought along its own emperor, and that of Amacono had remained under the Black Portuguese until the year 1749, when they had also come over with their emperor, one Don Alphonso Salema, and were accepted by the Honorable Company as friends and allies, and agreed to govern his accompanying subjects as emperor, which subsequently devolved upon his sons and currently upon his grandson Naijkouw, and had also been approved by their High Mightinesses; therefore, no other arrangement could be made therein without exposing the Company to many difficulties, etcetera. Whereupon Bijmattang Mollo made the request that it might then be permitted to him, as well as to those of Amacono on Mollo, mutually to pay the customary tributes to both emperors as their lawful lords, in order thereby to remove all hatred, dispute, and discord that had arisen between those two realms over this matter since the latter's coming over to the Honorable Company, and thereby to reconcile and pacify one another. Which latter proposal was approved by the chief and the members, as well as by all the regents, and it was recommended by his Honour to the new allies to seek a dwelling place near Coepang in imitation of the other regents, in order to be quickly at hand when required, which was also promised by them. Below stood: Thus resolved and decreed at Coupang on Timor on the date aforesaid. Was signed: B: W: Fockens, Wm An van Este, Jn As Bauer, Js Beekman, and In Elders, sworn clerk. Agrees, J Elders, clerk. J Beekman Meeting held. A corporal demoted to soldier for selling strong drinks, and an accomplice soldier deported as a sailor on the Ida to Batavia. Appallonia Tielman and the burgher Jacobus Hazaert permitted to depart with the aforesaid bark to the Indies capital. Friday, 27 August, in the year 1773, in the morning at eight o'clock, all present. Upon the proposal made by the chief, it was unanimously resolved to demote Corporal Ignatius Manser from Menen to soldier, reducing his pay from 18 guilders to 9 guilders per month, because he, to the great detriment of the farmer of the arrack and taproom, occupied himself with the retail sale of strong drinks and the pouring of laroe and toeak to passers-by; and also to deport his accomplice, the soldier Pieter Molinjer from Darmstad, as a sailor at 9 guilders per month, and to send them both as such with the bark De Ida to Batavia, in order by this means to prevent that farm from falling more and more into ruin. Lastly, upon the request made by Maria Apallonia Tielman, wife of Jacob Sam, chief mate on the aforesaid bark, together with the burgher Jacobus Hazaart, they were permitted to depart on that vessel for the capital of the Indies, provided it be at no expense to the Honorable Company. Below stood: Thus done and decreed at Coupang on Timor on the date aforesaid. Was signed: B: W: Fockens, Wm Mn van Este, Vn As Bauer, Ps Beekman, and Dn Elders, sworn clerk. Collated, Pr. Elders, clerk. Agrees, Beekman. 129 129 Palembang First Part Palembang In the year 1773 A Jappar Batavia To His High Nobleness, the High Noble, Right Honourable, Valiant and Far-ruling Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc. High Noble, Right Honourable, Valiant, Far-ruling Lord and Honourable Lords, We have the honour humbly to present to Your High Noblenesses our trade books and the annexes pertaining thereto, as well as those of the pay-rolls, it being evident from the first-mentioned pages that this financial year Sending the bark De Geertruijda Susanna towards Japan

Dutch transcription

169 niet onduijdelijk te kennen, het opperh: en de Leeden zeggen hun gevoelen daar over van de hand weesen, En teffens de Nieuwe regenten gerecom„ Coupang te soeken, — Nader versoek door oijmattang geest aen vegadering hun begeerte Louis Tebeo de vergadering niet onduijdelijk te ver„ =staan gaf, hunne begeerte te zijn, dat sonnebaaij en Amacono zig mogten Conjungeeren, en gelijk als in oude tijden, wanneer beijde potentaatjes nog de swarte portugeeschen waren toegedaan, door eenen keijzer geregeerd en bestierd worden: dog het opperhoofd, na alvorens met de Leeden daar over gesprotsen te hebben Was met dezelve van gevoelen, dat zulx niet raadzaam zoude wezen, aangezien sonnebaaij daar door een al „ te grote macht zoude krijgen, dat voor d'E Comp=e over lang off kort van Nadeelige gevolgen konde worden, 't ƒ Welk uijt hunne verdeeldheijd minder te dugten die hun voorstel beleefdelijk stond, zoo wierd dat voorstel door zijn E. beleefdelijk van de hand geweezen, met aantoning dat zulx niet konde geschieden, door dien de parthijen, 't zeedert dat van een gescheurd, ook in twee keijzer rijken verdeeld zijn geworden, waar van d'eene als oud Ponnebaaij ter„ reedene waerom „stond bij zijn overkomst tot d'E Comp=e ook zijn eijgen keijzer had mede gebragt, en die van amacono, onder de swarte portugeeschen verbleeven tot a„o 1749, Wanneer ook met hunnen keijzer eenen Don Alphonsosalema Waren afgekomen, en door d'E Comp=e als vriend en bondgenoot aangenomen, mitsgaders gaccordeerd, zijne med gebragte onderdanen als keijzer te regeeren, 't welk in 't vervolg op zijne zoonen, en thans op zijnen kleijn zoon Naijkouw gedevolveert en door hun Hoog Edelheedens mede g'approbeert was, dus daar in geene andere schikking konde „gemaakt worden, zonder de Comp=e aan veels moeijelijkhee„ „den bloot te stellen &=a waar op bijmattang mollo het ver„ mollondoeg: het opbrengen van hou zoek deed, dat als dan hem, zoo wel als die van amacono op mollo mogte vrijstaan over en weder beijde de keijzers als hunne wettige Heeren de gewone schattingen op te „brengen, om daar door alle haat, twist en tweedragte /welke tusschen die twee Rijken, 't seedert des laatstens overkomst tot dE Comp=e daar over ontstaan waren / uijt den weg door te ruijmen, en zig daar „ met elkanderen te verzoenen en bevree„ welke propositie wierd goedgekeurt, digen. Welke laatste propositie door het opperhoofd en de Leeden mits„ =gaders de gezamentlijke Regenten wierd goedgekeurt, en door zijn E: aan de nieuwe bondgenoten gerecommandeerd, om in naar vol„ mandeert een woorplaats na z: ging der andere Regenten een Woonplaats na bij Coepang te zoeken, ten eijnde gerequireert wordende spoedig bij der hand te konnen zijn, het geen door hun beloofdwierd, het geene ook door hun wierd beloofte. /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd En Garresteerd tot Couparg op simor Dato voorsz: /:was getekend:/ B: W: Fockens, W„m A„n van Este, J„n A„s Bauer, J„s Beekman, en I„n Elders, gesw: scriba. — J„ Elders Accordeert vervolg scriba ng agedien J Beekman 9 Vergadering Gehouden Een Corporael gedequadeert tot soldaet over het verkoopen van sterke „gen Holdaet gedeporteerd tot d'oda naar Batavia Appallonia Kelman, en den g'accordeert met Even- gem: Barcq naar Indiaes Op de gedaane propositie van hiet opperhoofd wierd Sunaniem beslooten den Corporaal Ignatius manser van meenen, ijt Cartidrasie atcogaat zijn senge od te degradeeren tot soldaat met terugh schrij„ =ving zijner gagie van ƒ 18. tot ƒ 9. permaand, om dat sig/: tot groote prejuditie van den Pachter der Arrak en „Tapneering:/ heeft opgehouden, met het verkoopen van sterke dranken bij de kleijne maat en het schenken van Laroe en Toeak aan de gaande en koomende. Dog mitsgaders hen meede pligtige den meedepligtigen soldaat Pieter Molinjer van Darmstad te deporteeren tot mattroos â ƒ 9. pr/ maand En gaan beijde met d' Barcq en die beijde als zoodanig met de Barcq D' Ida naar Batavia op te senden, om door dit middel te preveni„ =eeren, dat die pacht niet meer en meer in verval geraakt. wierd op gedaen vertoek van Maria Laastelijk wierd aan Maria Apallonia Burger Jacobus Hazaert Tielman, huijsvrouw van Jacob Sam, opperstuurman op voorn: Barcq beneevens den burger Jacobus Hazaart „geaccordeerd met dien bodem naar Jndiaasch hoofdplaats Hoofd Plaets te vertrecken, mattroos dranken en z: Vrijdagh Den 27. Augustus A„o 1773. Des morgens om acht uuren alle Present. Op te g eg bijen aten van d: Crpit t moegen vertrken mits buijten Lastent van dE Comp=se - /:onderstond:/ Aldus gedaan en g'arresteerd tot Coupang op Timor Dato voorsz. /:was getekend:/ B: W: Fockens, W„m M„n van Este, V„n A„s Bauer, P„s Beekman, en D„n Elders, gesw: scriba. — Nagetieas P„r. Elders scriba Accordeert Beekman 129 129 ban9 Palembang Eerste Deel Palembang Ao 1773 A Jappar Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hog Edelen Grot Agtbaren getrongen wij gebiedenden Heere Petris Albertus venden Sara Gouverneur Generaal, benevens De wel Edele Heeren Raden van Nederlands India &a &a &a Hoog Edelen Grot Agtbaren Gestrengen wydgebiedenden Heere En wel Edele Heeren Wij hebben de Ee UWw Hoog Edelheedens onse Negotie boekjes en daar toe speciteerende bijlagen, mits„ aanliedingden boeken. gaders die der soldijen needrig aan te bieden, Consteerende bij eerstgen bladeren dat dit boekjaar Sende bark de Geertruijda Susanna teegen Japan

NL-HaNA_1.04.02_3385_0107 view scan ↗

English

From Palembang the 16th of January 1773: From Palembang the 16th of January 1773. Statement of account of the Trading Post, resulting in ƒ 2751: 19: 8 more advantageous compared to the previous year, and ƒ 4725: 6: — more advantageous in comparison with the Memorandum of Retrenchment. Expenses and Charges. . . . . . this Year Anno passato More Less — Ordinary Rations „ 4818: 4: — ƒ 5108: 6: 8 ƒ —: —: — ƒ 290: 2: 8. Ditto Expenses „ 2219: —: 8 „ 1847: 18: 8 „ 372: 2: — „ —: —: — Ditto Extraordinary ditto „ 290: 17: — „ 243: 12: — „ 47: 5: — „ —: —: — Ditto of Sloops and Vessels . . . . „ 1362: 18: 8 „ 2222: 18: 8 „ —: —: — „ 860: —: — Ditto of the Honorable Company's Slaves „ 1925: 9: 8. „ 2310: 13: — „ —: —: — „ 385: 3: 8: Hospital Expenses „ 447: 2: 8. „ 452: —: — „ —: —: — „ 4: 17: 8. Salaries Ashore „ 8926: —: — „ 10187: 7: 8 „ —: —: — „ 1261: 7: 8. Repairs and Carpentry „ 55: 7: 8 „ 2271: 16: 8 „ —: —: — „ 2216: 9: — Totals „ 23044: 16: 8 ƒ 27644: —: 8 ƒ 419: 7: — ƒ 5018: 12: — The present expenses subtracted from the previous ones, as well as the excess subtracted from the deficits, with „ 23044: 16: 8 „ 419: 7: — Shows that the expenses of this year are less than the year before - - - - - - - - - - ƒ 4599: 5: — Matches ƒ 4599: 5: — Furthermore, the net profits of this financial year are – – – – – – – ƒ 3042: 18: — And ditto ditto the previous year - - - - - - - „ 2887: 3: 8 Thus, today higher profits than the past year 155: 14: 8 Which, added to the lower incurred expenses, shows that this Trading Post currently has to bear less than in the past year - ƒ 4754: 19: 8 The reasons for which will be given after respectfully presenting to Your Right Noblenesses the comparison thereof with the Memorandum of Retrenchment in the following accounts. The causes of the reduced expenses in the current year with respect to those of the past year and the reasons thereof originate primarily from Ordinary Rations and Expenses of the Honorable Company's Slaves, both of which accounts in this financial year having generally to maintain a smaller number of heads than in the previous year, having also received less kostgeld and rations charged to their expense. Namely: Expenses and Charges Fixed Indian currency Netherlands currency Incurred More Less Ordinary Rations ƒ 5700: —: — ƒ 4809: 7: 8 ƒ 4818: 4: — ƒ 8: 16: 8 ƒ —: —: — Ditto Expenses „ 1873: —: — „ 1580: 7: — „ 2219: —: 8 „ 638: 13: 8 „ —: —: — Ditto Extraordinary ditto „ 500: —: — „ 421: 17: 8 „ 290: 17: — „ —: —: — „ 131: —: 8 Ditto of the Honorable Company's Slaves „ 1600: —: — „ 1350: —: — „ 1925: 9: 8 „ 575: 9: 8 „ —: —: — Ditto of Sloops and Vessels . . „ 9400: —: — „ 7931: 5: — „ 4362: 15: 8 „ —: —: — „ 3568: 9: 8 Hospital Expenses „ 200: —: — „ 168: 15: — „ 447: 2: 8 „ 278: 7: 8 „ —: —: — Salaries Ashore - - - - - - - „ 10000: —: — „ 8437: 10: — „ 8926: —: — „ 488: 10: — „ —: —: — Repairs and Carpentry „ 300: —: — „ 253: 2: 8 „ 55: 7: 8 „ —: —: — „ 197: 15: — Expenses of Ships „ 1000: —: — „ 843: 15: — „ —: —: — „ —: —: — „ 843: 15: — Total ƒ 29973: —: — ƒ 25289: 14: 8 ƒ 23044: 16: 8 ƒ 2196: 2: — ƒ 4441: —: — The incurred subtracted from the fixed expenses, as well as the excess subtracted from the deficits, with . . ƒ 23044: 16: 8 ƒ 2196: 2: — Shows that the general expenses are below the estimate – – – – – – ƒ 2244: 18: — Matches ƒ 2244: 18: — The profits amount to - - - - ƒ 3042: 18: — The Memorandum of Retrenchment estimates only - - - - - - - - - - - - - - „ 562: 10: — Hence surplus profits - „ 2480: 8: — Which smaller expenses and larger advances being added together, shows that Palembang has presently (in contrast to the aforementioned memorandum) moved ahead – – – – – – – – ƒ 4725: 6: — And the salary agio (calculated according to the reduction of the specie) as will be shown below Namely Expenses Japan

Dutch transcription

Van Palembang den 16 Januarij 1773: Van Palembang den 16 Januarij 1773. Gevallene Meerder Minder teegen 't voorige ƒ 2751: 19: 8. en in vergelijking met de memo„ staat reekening des Comptoirs „rie van menage ƒ4725:6:- voordeeliger is uijtgevallen Lasten en Ongelden. . . . . . deezer Jaars A„o passato Meerder Minder — Randsoenen Ordinair „ 4818: 4: — ƒ 5108: 6: 8ƒ —: —: —ƒ 290: 2: 8. Onkosten d. o 5 „ 2219: —: 8 „ 1847: 18: 8: „ 372: 2: —„: _:_: „ 290: 17:—„ 243: 12: —„ 47: 5: —„ : —:—„ d=o van Chialouppen en Vaartuijgen. . . . „ „ 1362:: 18: 8„: 1222: 7: 8: „: —: -: „ 860: 12:—:— d-o - „ 'sComp„s Lijfeigenen „ 1925: 9: 8. „ 2310: 13: —„ —: _: —: „ 385: 3: 8: Hospitaals Ongelden „ 447: 2: 8. „ 452: —: . „ —: „ „ 17: 8. Soldijen aan Land „ 8926::: _: „ 10187: 7: 8: „: _:„ 1261: 7: 8. Reparatie en Timmeragie „ 55: 7: 8: „ 2271: 16: 8: „:—„ 2216: 9:— Telt „ 23:45: 16: 8: „ƒ 27644:—: 8: ƒ: 419: : 7: —: ƒ 5012: 12:— de presente Lasten van de Iongstvoorige gelijk =ook de Meerder van de Minderheeden afgetrokken met „ 23044: 16: 8: „ — :19: 7:— Wijst aan dat de Lasten dezes Jaars minder dan A„o bevorens zijn - - - - - - - - - - ƒ 4599: 5:— Accordeert ƒ 4599: 5:— Voorts zijn de suijvere winsten van dit boekjaar – – – – – – – ƒ 3042: 18: — En - d=o d=o „ 't voorige - - - - - - -„ 2887: 3: 8.— Dus heeden meerdere winsten dan A„o vergange 145: 14: — 8: 't geen geaddeert bij de minder gevallene lasten; uijtwijst dat dit Comptoir thans minderdan in't Jongst gepasseerde Jaar te dragen heeft - ƒ 1754: 19: 8 doo Extra do _o Waar van de reedenen sullen werden opgegeven na alvorens uw Hoog Edelheedens derselver vergelijking met de Memorie van Menagie eerbiedig ver„ „toont te hebben, in de volgende Reekeningen, De oorzaken der verminderde lasten in a„o startij reedenen daarvan ten aarzien van die van as pas:of e den ea zijn ten voor„ „name herkomstig van Randsoenen ordinaire en onkoosten van s 'E Comp„s lifeigenen welke beide reek: in dit boekjaar oorgaans een minder aantal koppen dan in 't vorige te onderhouden hebbende ook dese weniger kootgld en rand doehebben ten kastengekrgenokhadede Namentlijk Bepalin Lastenen Ongelden Indias geld Nederlgeld Randsoenen ordinaire ƒ 5700:—: — ƒ 4303: 2:8 ƒ 4818:4:— ƒ516: 1:8: ƒ —. —:— Onkosten do _o „ 1873: —: —„ 1380: 7: —„ 2219: —. 8 „ 638: 13: 8„ d=o Extra do „ 500: —: —„ 421: 17: 8 „ 290: 17: —„ — —: —„ 131: —: 8: d=o van 's EComp„s Lijf eigenen „ 1600:—: —.„ 1350:—:—:„ 1925: 9: 8. „ 575: 9: 8„ — d=o van Chialoupen en Vaartuijgen. . „ 9400: —:„ 7931: 5:: —„ 4„362: 15: 8:„ —:: _: _„ 3568: 9: 8: Hospitaals Ongelden „ 200: —: —„ 168:15:—„ 447: 2:„ 8: „ 278: 7: 8.: „—:— —. — soldijen aan land - - - - - - - „ 10000:—: —„ 8437:11:—„ 8926:—:—„ 488: 10:—„ —. —: —. reparatie en Timmeragie „ 3001:—:—„ 253: 2: 8:„ 55: 7: 8: „ —:—:—„ 197: 15:— Ongelden van scheepen „ 1000: —: —„ 843:15:„ —:—:–„ —:—:—„ 843:15:— Maakt ƒ 29973:—: —: — ƒ 20289:14:8 ƒ 23011:16: 8 ƒ 2196:2: — ƒ 441::—: De gevallene van de bepaalde Lasten mitsgad„s de meerder van deminderheeden gedetraheert met . . ƒ 23041: 18: „ 8: — — – – — ƒ 2496:2:— Poort dat de Generale Lasten beneden ƒ 2245„ 18:— De Winsten bedragen - - - - ƒ 3042:18: Over zulx meerder voordeelen - „ 2480: 8. —. Welke kleijnder Lasten en grooter Advanse te samen g'ad„ „deert werdende, vertoont dat Palembang thanssin tegenstel„ „ling der voorsz: memorie :/ is te voren geraakt – – – – – – – – ƒ 4725: 6: — de bepaling zijn – – – – – – ƒ 2244: 18: — Accordeert En het soldij opgeld /: gecalculeert na de Reductie der sp:s veel:/ schat den Menagie reegul maar - - - - - - - - - - - - - - „ 562: 10: — gelijk hier onder werd aangewesen Namentlijk Vekosten 3 Japan

← previousnext →