VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3389

Japan · 812 pages · 372 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3389_0001 view scan ↗

English

Anno 1773 Secret Secret In-coming 1773 Secret Daily Register June Anno 1772. Monday the 1st In answer to the message that the king of Boni caused to be delivered to me on the 27th past concerning the theft of his subjects, I have today dispatched the merchant Voll to His Highness to represent to him that his complaints had appeared very strange to me, since I was as much unaware of the alleged thefts as it could not be unknown to His Highness that I had constantly caused inquiries to be made after all those of which I had successively been given notice, and returned them, if they had indeed been traced, all of whom had been found to have been sold by his own subjects to our inhabitants; that I, far from failing to uphold the orders issued in that regard, would follow them with all rigor, but that it was impossible for me to discover the thefts or the purchase of the stolen persons so long as no complainants came forward and the guilty were not pointed out, From Makassar, the 24th of October 1772. From Makassar, the 21st of October 1772. and furthermore that His Highness had to understand that none of our inhabitants dared to presume to come and steal people from the Campong Bugis or other places under His Highness's district, but that they were brought for sale by his own subordinates; that I, having not the least interest in turning a blind eye to or tolerating the purchase of such persons, much less in favoring it, requested that such buyers might be pointed out to me. All of which having been presented to the king by the said Voll according to his report upon his return, the king had replied thereto that he did not in the least suspect me of giving any cause for it, much less that it was to be imputed to me, being sufficiently assured of the contrary; that his intention had also not been to complain about it as such, but that he only believed the blame lay with the interpreters regarding the passing of the transfers. Whereupon Voll had answered that for that reason it would be best for His Highness to order his people, just as he was assured that I would command those of the Company, to promptly observe the edicts and orders on this matter. With this, this discourse was broken off, while he, in accordance with the other purpose of his mission on my behalf, told His Highness how I had already sent several consecutive times to the Regent to urge him to satisfy the well-known national debt, and although promises had been made by him, nothing had come of it to this day, so that I found myself compelled to notify His Highness thereof, all the more because the High Government at Batavia, having most earnestly recommended its collection to me, would otherwise have to think that I made no effort of it, requesting therefore that His Highness would give orders to satisfy at least a part of it for now. Whereupon the prince had promised to do his utmost to that end as much as possible, From Makassar, the 24th of October 1773 From Makassar, the 12th of October 1773 adding that he for his part would gladly contribute half of it if his circumstances permitted it, although he had enjoyed as little of what the lesser allies had had to contribute thereto and had already satisfied as was known to him what had been done with it; that he would therefore order the Regent to employ the necessary means in order that an end might be made to it once and for all. After which His Highness spoke with the said Voll about various indifferent matters, and having declared, among other things, that he intended to have the crown prince circumcised within this month, Voll had taken the opportunity to ask whether he would at the same time declare him Young King, and received the answer thereto that he might well do so, and that it would also be best if he relieved himself of the government, which he declared now troubled him more than ever, to such an extent that it was no longer possible for him to bear it, and he even merely wished that it might please Heaven to make an end of his life; that this was the reason he only sought some amusement and therefore spent much time looking at the carpentry of his house, although the Governor had already let him know several times that he risked his health too much by exposing himself to the inclemencies of the air and the burning sun. Whereupon Voll had answered him in turn that it was by no means the intention that His Highness should relieve himself of the government, that on the contrary it was to be wished that Heaven would spare him for a long time to come, and that from the Governor's conduct he could easily understand how much he cared for his person, but that the settling of the succession was in all respects highly necessary. With which the matter being left at that, His Highness further made known his grievances concerning the matter of Mandhar, referring to the letter written to him by Their Right Noblenesses, which letter

Dutch transcription

K4. 3281. K1 328 - A„o Ja„o 1773 Secreet 1Secret Inkebl 1773 Secruet Dag. Algister Iunij A:o 1772. — Ter berantwoording van de boodschap die den koning van Bo„ Maandag den 1:e „nij mij den 27: passato heeft laaten doen met betrecking tot het stielen zijner onderdaanin hebbe ik heden den koopman voll aan zijn hoogheid afgevaardigt om hem voor te houden hoe des„ selfs klagten mij zeer vreemd waaren voorgekomen dewijl ik zo wel onbewust was van de voorgewende dieverijen als dat het zijn hoogheid met onbekent konde weesen dat ik steeds onderzoek hadde laaten doen naar aller de zoda„ nige waar van men mij successive hadde doen kennisse gee„ „ven en dies te rug gave z'immers t' agter haelen geweest zijn„ „de, bezorgt, die alle bevonden waaren door desselfs eijgen on„ „derdaanen aan onse ingezetenen te weezen verkogt dat ik wel verre van de hand met te houden aan de dierwegens g'emaneerde ordres deselve met alle rigeur zoude agter vol„ gens, dog dat het mij ondoenlijk was de dieverijen te kunnen ontdecken of wel de op koop van de gestolene zoo lang er gee„ ne klagers op kwamen ende schuldige wierden aangewee „sen Van Macasser Den 24. october 172. — Van Macasser Den 21: october 172. — „sen mitsgaders dat zijn hoogheid daar bij begrijpen moes„ „te dat geen onser Ingezeetenen zig dervende onderstaan volkeren uit de Campong Bougis of andere plaatsen on„ der zyn hoogheids district te komen steelen deselve door zijn onderhorige zelfs wierden te koop gebragt dat ik allen thalven geen het minste interest er bij hebbende om den inkoop van de zodanig oogluijkende te gedoogen veel min te favoriseere versogt dat mij aanwijsing mogte worden ge„ daan van zodanige koopers Alle het welke door gem: voll Conform desselfs rapport bij te rug komst aan de koning voorgehouden zijnde, hadde densel„ ven daar op gerepliceerd dat hij mij in 't minste niet verdagt huld daar toe eenige aanleijding te geeven veel min dat het mij 't imputieren was als van het tegendeel genoegsaam verzekert dat zyn intentie ook niet geweest was om daar over als zodanig te klagen maar dat hij alleen vermeende dat de schuld hij de bij de tolken die het passeeren van de transporten aanging waar op voll hadde gediend dat het om die reden best zoude weesen dat zijn hoogheid de zijne ordonneer„ „de zo als hij zig verseekerdheid dat ik die van de Comp: zou„ de beveelen om de placcaaten in ordres op dit stuk prompt na te komen, waar meede dit discours was afgebrooken terwijl hij zijn hoogheid over een komstig het andere oogmerk zijner afsending mijnent wegen hadde gezegt hoe ik reets verscheij„ „den reijsen agter den anderen bij den rijksbestierder hadde gezonden om den zelven tot de voldoening van de bewuste Rijksschuld aan te maanen en daar toe door den selven wel be„ „losten gedaan waaren dog er tot heden niets van gekomen zijn„ de ik mij genoodzaakt vond zyn hoogheid daar van kennisse te geeven, te meer de hooge Regeering te Batavia mij dies in vordering op het ernstigste gerecommandeerd hebbende an„ „dersints zoude moeten denken dat ik ir geen werk van maakte met versoek dierhalven dat zijn hoogheid ordre wilde stellen om al was het maar voor eerst een gedeelte te voldoen. waar op den vorst belooft hadde daar toe zo veel transporten mogelijk Van Macasser Den 24. october 173 Van Macasser Den 12:' october 173 mogelijk zijn best te zullen doen met bijvoeging dat hij voor sig selve gaarne er helft daar toe zoude Contribueeren als zyn omstandigheeden het permitteerden, schoon hij van het gee„ ne de mindere bondgenooten daar toe hadde moeten Contri„ bueeren en bereeds voldaan was zo min iets wes genoten hadde als hem bekend waare wat daar meede uitgevoerd was; dat hij oversulks den Rijksbestierder zoude doen be„ veelen om de vereijschte middelen in 't werk te stellen ten eijnde daar van eens een Eijnde wierd gemaakt. Waar na zijn hoogheid met gem: voll over deese en geene in„ differente zaaken gesprooken en onder anderen verklaard heb„ „bende van intentie te weesen de kroon prins nog in deese maend te doen besnuijden zo hadde voll daar uit gelegentheid geno„ men te vragen of hij dan met eenen denselven tot Jong ko„ „ning zoude verklaaren en daar op ten antwoord bekomen dat hij zulks wel doen konde en dat het dan ook maar best zoude zyn dat hy zig zelven ontsloeg van de regeering welke hij betuijgde hem thans meer dan ooijt lastig te vallen der„ maaten dat het hem niet langer doenlijk was deselve te torschen, en hij zelfs maar winschte dat het den hemel behaegen mogte ten eijn„ „de van zijn leeven te maaken, dat dit de reden was dat hij maar eenig amusement zogt en dierhalven veel tijds na de timmering van zijn huijs ging zien of schoon de Gouverneur hem reeds meermaa„ len hadde laaten weeten dat hij zijn gezondheid te veel waagde met zig aan de Ingurien van de lucht en brandende zonne te expo„ neeren. waar op voll hem weder hadde geantwoord dat het geen„ „sints d'intentie was dat zijn hoogheid zig van de Regiering zou„ de ontslaan dat het in tegendeel te wenschen ware dat den hemel hem nog lange wilde spaaren en dat hij uijt 's gouver„ neurs gedrag gemackelijk konde begrypen hoe zeer denzelven zig aan zijn persoon liet gelegen zijn dog dat de vast stelling van de successie allenhalven hoog noodig waaren, waar by het dan gebleeven zynde hadde zyn hoogheid wijders zijn be„ swaarens te kennen gegeven over de zaak van mandhaar doelende op de hem door haar hoog Edelhedens geschreeven welke brief

NL-HaNA_1.04.02_3389_0007 view scan ↗

English

From Macasser The 21. october 172. From Macasser The 12: october 173. — letter declaring that he could think of no one to employ for that purpose, as the regent was too aged and too weak, and the Tomitalang did not have sufficient ability for it. Finally, Voll had also asked how matters stood with Arou Palacca and how she liked the letter from her grandson recently sent to her, as well as whether she also intended to comply with his request to send his wife over, and received as an answer that His Highness concerned himself little with that, but that the woman was doing well here, lacking nothing, and it would by no means be advisable for her to keep her husband company in his exile, where, as he himself wrote and was known, things were not going poorly for him. Tuesday the 2: The Wadjorese Lamadang, having as a further consequence of the inquiry regarding the pongauwa and his inclination towards Datoe Samana demanded of him by the Shahbandar Voll on my behalf, informed the same how not only the poenligoe of Soping had once again written a letter to his sister, but also had recommended his brother Arou Pantjana to bring her to Tanette, whereupon he would indeed have her depart for her realm, but also that the recently married son of the Queen of Sanitte, Magoesela, was said to have declared that if that marriage were to go through, he would immediately leave his wife and take himself away from here, and furthermore that the Pongauwa on the other hand, as it seemed, was presently in conflict with himself, fearing on the one hand his father's wrath if he pursued it, and on the other hand being disgraced if he should abandon it. Voll informed me of all this this morning, but towards the evening he came to report to me how the Queen herself had been with him this afternoon, and stating that recently when he had spoken to her about that marriage there was nothing certain about it, which was why she had kept herself ignorant of it, Pamana, communicated how the Pingauwa had written her a letter eight days ago and expressed his inclination, leaving it unanswered, but she, being asked about it three days later, had informed the King of Bonij of it and received in reply that even if His Highness had begotten a son with the sister of the present King of Goa, he would still not deem him grand enough to marry Datoe Tamana, referring to the high birth of this princess in comparison with the Pongauwa, who was only procreated with a common woman, but that he would nevertheless request the advice of the regent and Timilalang regarding it, and that she having departed from His Highness, he had subsequently informed her before the advice of the said ministers by a letter that it might well happen because he himself was raised by Her Highness's grandfather in Tanette, but that he left such to her, regarding which she stated that she now found herself in the utmost embarrassment, as she could conclude nothing certain from the Prince's conduct and held him suspect, with the request that he would inform me of this so that I might assist her with advice and deed. This had given Voll the opportunity to point out to her how she could now in retrospect see my good intentions toward her person, and that she had not been warned without reason that there was a snake hidden in the grass, just as she also said she now perceived. From Macasser The 21: october 172 From Macasser The 21 october 1772 I ordered Voll to go speak with Her Highness as soon as possible and point out how she would have done much better to inform me of the Pongauwa's proposal rather than the King of Bony, or at least to ask for my advice beforehand; that, still abiding by everything said to her by him in my name, I wished to hope that she would take her measures accordingly to reject the requested marriage, as presently understanding more and more. 19 9

Dutch transcription

Van Macasser Den 21. october 172. Van Macasser Den 12:' ctober 173. — brieff verklaerende dat hij niemand konde uijtdenken om daar toe temploijeeren also den rijks-bestierder te hoog bejaard en te swak was en den Tomitalang er geen bequaam heid genoeg toe hadde Eijndelijk hadde voll ook nog gevraegd hoe het stond met Arou Palacca en hoe haar den brief: van haar kleen zoon haar Jongst toegesonden bevallen mitsgaders of zij ook voornee„ mens was aan desselfs versoek tot oversending van zijn vrouw te voldoen en tot antwoord bekomen dat zijn hoogheid zig daar meede weijnig bemoeijde dog dat die vrouw het hier wel en aan niets gebrek hebbende gansch niet te raaden zoude weesen haar man in zijn ballingschap geselschap te houden daar het hem so als hij zelfs schreef en bekend was niet qualijk ging Dingsdag den 2:' Den wadjorees Lamadang als een nader gevolg van het hem door den sjabandhaar voll mijnent wege gedimandeerde onder„ soek nopens den pongauwa en desselfs inclinatie tot datoe Samana aan den zelven kennesse gegeven hebbende hoe niet alleen den poenligoe= b: van soping andermaal een briefje aan zijn sus„ „ter geschreeven maar ook zijn broeder Arou Pantjana gerecomman„ deerd hadde om haar na Tanette te brengen, wanneer hij haar wel zoude doen vertrecken na haar rijk maar ook dat de Jongst gehuuw„ de zoon van de koninginne van Sanitte Magoesela zig zoude uijtgelaaten hebben dat hij, ingevalle dat huwelijk mogte doorgaan zijn vrouw aanstonds verlaaten en zig van hier, begeeven zoude en voorts dat den Pongauwa aan den anderen kant (zo als 't scheen:/ thans als met zig zelven in twee strijd was aan d' eene zijde dugtende voor de laat van zijn vader als hij het voortzet„ „ten en aan d' andere kant voor beschaand gemaakt te zullen wor„ „den als hij er van afzien mogte zo gaf mij roll van het een en an„ „der heden voor de middag kennisse dog tegen den avond kwam denzelven mij berichten hoe de koninginne zelfs heden na de middag bij hem geweest en onder voorhouding dat er Jongst toen hij haar over dat huwelijk hadde onderhouden niet zeekers aan het zelve geweest was, waarom zij zig daar van ook had„ Pamana de Van Macasser Den 21: october 172 Van Macasser Den 21 october 1772 de ignorant gehouden gecommuniceerd hadde hoe den Pingau„ wa haar voor agt dagen een briefje geschreeven en zijne incli„ natie betuijgd hebbende, het zelve onbeantwoord gelaaten, dog zij daarom drie dagen daar na versogt zijnde den koning van Bonij daar van kennisse gegeven en tot antwoord bekomen hadde dat alwaare het ook dat zyn hoogheid een zoon hadde ver„ „wekt bij de suster van de presente koning van goal hij denselven nog niet groot genoeg zoude agten om te kunnen trouwen met Datoe Tamana, doelende op de hooge geboorte van deese prin „cesse in vergelijking van de Pongauwa, die maar bij een ge„ meene vrouw geprocreerd is, dog dat hij egter den rijksbestier „der en Timilalang haar advis daar over zoude doen afvorde„ „ren, mitsg:s dat zijher op van zijn hoogheid vertrocken zijnde denselven haar vervolgens voor het advis van de gem: mi„ „nisters bij een brief hadde doen weeten dat het wel ge„ schieden konde ter oorsaake hij zelfs bij de grootvader van haar hoogheid in Tanette was op gevoegd dog dat hy zulks aan haar overliet waar omtrent zij betuijd hadde zig Ik gaf voll last om haar hoogheid so spoedig doenlijk te gaan spreeken en voor te houden hoe zij veel beter zoude ge„ „daan hebben van des Pongauwas aansoek aan mij dan aan den koning van Bony kennisse te geeven of ten minste alvoorens mijnen raad te laaten vragen dat ik mij als nog gedragende aan al het geen haar door hem uit mijn naam gezegt was ik verhoopen wilde dat z' daar na haare maatregulen neemen zou„ „de om het versogte huwelijk af te slaan als meer en meer thans in de uijterste verlegentheid te vinden dewijl zij uijt s' vors„ „ten gedrag niets zeekers kunnende opmaaken denselven ver„ „dagt hield, met versoek dat hij daar van aan mij wilde kennis„ „se gieven om haar met raad en daad te kunnen assisteeren het geen voll gelegentheid gegeeven hadde haar voor te houden hoe„ zij nu van agteren myne welmeenentheid tot haar persoon konde opmaaken en dat men haar niet zonder, reden gewaarschouwd hadde dat er een slang agter dit gras verborgen was, zo als zy ook zijde als nu te bemerken. thans begrijpende 19 9

NL-HaNA_1.04.02_3389_0009 view scan ↗

English

40. From Macasser, the 2nd of October 1742 From Macasser, the 2nd of October 1742 understanding that it would be followed by extraordinary calamities; that I could not positively determine what she ought to do, yet that it would be best to have her daughter return to her place of residence as soon as possible; likewise that it seemed no less advisable that Her Highness herself, together with her son Magoesila and daughter-in-law, simply return to Tanette; with the further addition, in case she should positively persist in asking for advice, that it indeed seemed a ready expedient for her to declare to the king in the reply to be given by her, on the foundation of the laws and customs, that she could do nothing in this matter without the rest of the family and that she would depart for her place of residence, where the marriage might then be requested; yet that one did not wish this to be regarded as advice given to her on behalf of the governor, however much, in her regard, one wished nothing more than that she did not allow herself to be persuaded to give any consent or assurance whatsoever. That the queen, having listened to this and having remained silent, seeming somewhat disturbed, he then engaged in conversation, as if in private, with the Lieutenant of the Malays, Intje Sedoulla, to help promote the aforementioned marriage. Wednesday the 3rd Nothing occurred. This morning the merchant Voll brought me a report that, Thursday the 4th pursuant to what had been requested of him yesterday, he had gone to the queen of Tanette and had presented to her my sentiment concerning her imprudence in the communication given to the king of Boni regarding the marriage requested by the Pongauwa, and that I had her admonished once more to be mindful of the evil consequences, as well as how, still adhering to all that had been presented to her by the said Voll, I wished to hope that she would reject the said request, and how it seemed advisable to me that she not only have her daughter leave soon for her place of residence, but that she herself return to Tanette. 13. From Macasser, the 2nd of October 1772 From Macasser, the 2nd of October 1772 Having engaged, he had said to the same how he had asked the governor what the latter would do if he found himself in the place of the queen of Tanette regarding a matter such as this, and received as an answer: if I were the queen of Tanette, I would, appealing to the laws and customs, declare that I could not do the least thing in this matter without my entire family, but that, intending to return to my place of residence, I would await that the said request be made in proper order, so as subsequently to consult with my people on it. That the queen, having let it be heard upon this that such would not be bad, Voll had further continued to say to Intje Sedoulla how he had further asked: if the king of Boni now insisted on having, if not a positive promise, at least the assurance that she as a mother would do her best towards it, what the governor, being in the queen's place, would give as an answer to the monarch; That she had finally testified hereupon to have ill That Her Highness, having not only repeated her statement upon this, but having added to it that, finding this advice good, she would make use of it, Voll had replied to her that this was not advice given to her by the governor to conduct herself by, but that it had come up merely by way of conversation and it was thus up to her to make use of it if she might deem it necessary, being old and wise enough to know what she ought to do; with the addition that the governor had done his part by warning her in time to beware of the danger into which people seemed to wish to bring her, and the calamities that were bound to flow from it; and that the same had answered thereto: then I would reply to His Highness that I could not possibly do so, since in this regard nothing depends on myself without the consent of the family. answer

Dutch transcription

40. Van Macasser Den 2:' otober 1742 Van Macasser Den 2: october 172 begripende dat het van ongemeene onheijlen zoude worden gevolgd dat ik niet positive bepaalen konde wat haar te doen stond dog dat het best zoude weesen haar dogter maar ten spoedig„ „sten na haar woonplaats te doen te rug keeren zo meede dat het niet minder geraaden scheen dat haar hoogheid zelve ne„ „vens haar zoon Magoesila en schoon dogter maar weder na Tanette vertook met verdere bij voeging ingevalle zij positive om raad aanhouden mogte dat het wel voor kwam een ge„ reed middels voor haar te zullen weesen om op fundament van de wetten en gebruijken bij het door haar te geeven ant„ „woord aan den koning te verklaaren dat zij hier in niets zon„ „der de verdere Camille doen kunnende zij na haare woon„ „plaats zoude vertrecken wanneer om het huwelijk konde worden versogt dog dat men zulks niet wilde aangemerkt hebben als een raad die haar van wegen den gouverneur gege„ „ven was hoe zeer men ten haare reguarde niets liever was wenschende dan dat zij zig niet liet overhaalen om eenigsints haar toe stemming of verzeekering te geeven; Dat de koninginne zulks aangehoord en eenigsints gestordsheijp„ „nende stil gesweegen hebbende hij vervolgens als in 't particulier met den Luitenant der maleijers Intje Sedoulla in 't discours om het gemelde huwelijk te helpen bevorderen Woensdag den 3:' Viel niets voor steden morgen bragt mij den koopman voll raport, dat hij Donderdag „ 4:' ingevolge het hem gedemandeerde op gisteren zig bij de koningin„ ne van Fanette vervoegd en haar voorgehouden hadde mijn ge„ voelen nopens haar onvoorsigtigheid in de gegeeven Communi„ „catie aan bonijs koning van het versogte huwelijk door den Pongauwa en dat ik haar nogmaals liet vermaanen om ver„ „dagt te weesen op de quaade gevolgen mitsgaders hoe ik mij als nog gedragende aan al het geene haar door gem. voll was voor gehouden, hoopen wilde dat zij het gem: versoek zoude afslaan en hoe het mij geraaden voorkewam, dat zij haar dogter niet alleen maar spoedig na haar woonplaats liet vertrecken maar zij zelfs na Tanette keerde om geraakt 11: 13. Van Macasser Den 2:' october 1772 Van Macasser Den 2:' october 1772 geraakt tegen denzelven gezegt hadde hoe hij den gouverneur hadde gevraagd wat of den zelven zoude doen, ingevalle hij zig in plaats van de koninginne van Tanette bevond omtrend een zaak als deese, en tot antwood bekomen: als ik koninginne van Tanette was zoude ik mij op de wetten en gebruiken beroe„ „pende verklaaren dat ik hier in niet het minste konde doen sonder mijne geheele familie maar dat ik naar mijn ver„ blijf plaats zullende te rug keeren zoude afwagten dat het gem: versoek in behoorlijke ordre wierde gedaan om daar op ver„ „volgens met de mijnen te raadpleegen. Dat de koninginne haar hier op hebbende laaten hooren dat zulx niet quaed zoude weesen voll al verder vervolgd hadde tegen Intje Sedoulla te zeggen, hoe hij verder gevraagd had„ „de als nu de koning van Bonij er opstond om schoon geen positi„ „ve toezegging ten minste verzeekering te hebben dat, zij als moeder daar toe haar best zoude doen, wat den gouver„ „neur in 's koninginnes plaats zijnde aan den vorst ten Dat zij hier op eijndelijk betuyd hadde qualyk te Dat haar hoogheid daar op haar gezegde niet alleen gerepeteerd maar er bij gevoegd hebbende dat zij dien raad goedvindende daar van gebruijt zoude maaken, voll haar daar op hadde gediend dat dit geen raad was door den gouverneur aan haar gegeven om er zig na te gedragen maar dat deselve discours wijse was voorgekomen en 't dus aan haar stond om er van gebruijk te maaken, zo zij 't nodig agten mogte als oud en wijs gewoeg om te weeten wat haar te doen stond, met byvoeging dat den gouverneur het zijne hadde gedaan met haar tijdig te waar schuwen om zig te hoede voor het gevaar waar in men haar scheen te willen brengen en d'onheijlen die er uit stonden voort te vloeijen antwoord zoude geeven en dat denselven daar op gediend had„ de: dan zoude ik zijn hoogheijt antwoorden dat ik zulks onmoge„ lijk doen konde, vermits daar omtrend niets van mij zelver af„ hangd buijten de toestemming der famille. antwoord hebben

NL-HaNA_1.04.02_3389_0011 view scan ↗

English

had done to address the King without first informing the Governor or taking his advice, but that she had been under no other impression than that he himself would have instructed her to take no heed of the Pongauwa's request, but rather to reject him. Friday the 5th: The sulewatang, or deputy, of the late Lomo of Maros, having come hither along with the principal galarang or village heads of that province and appeared before me today, I have, at the request of all of them, reappointed the aforementioned sulewatang Daing Mamaong as the next of kin and most qualified person to be Lomo of Maros; and thereupon dismissed him, giving all of them an appropriate recommendation toward modest governance and willing obedience. Saturday the 6th: Today toward evening, the merchant Voll came to inform me that the Bone interpreter Moentoe had visited him on his master's behalf to report that Tosarassa, having arrived these days from the Mandar region, had given His Highness a certain detailed account of the great movements taking place there to prepare themselves for war, in order that, if he, Voll, should deem it fit, he might report the same to me so that I, if desirous, might hear Tosarassa in person, adding however that he, Voll, ought to know that the said person was an enemy of the Mandarese. Furthermore, he told me that he had asked the interpreter how matters stood at present with the Pongauwa. The interpreter had answered that he did not know himself, but that the Pongauwa, showing himself very quiet and depressed, had once said that Datu Pamana seemed to have grown cold since he, Voll, had visited the Queen, who thereupon had asked by way of inquiry whether his brother the Pongauwa was mad, what he might think of him, and what his marriage was to him anyway, as Voll having casually visited the Queen, that matter had not even been mentioned. Upon this, I gave the same instructions that, upon the return of the interpreter, he should request that Sarassa himself come to him in order to take his statement, since it was not possible for me to receive him at present, given the imminent departure of the vessels and the dispatch of the spring dispatches, besides which the matter was not in such a hurry because I still had to speak with the King about it anyway. The Lieutenant of the Malays, Intje Sedoulla, having been summoned by the Queen of Tanete, Her Highness had said to him that the Regent of Bone, having sent the Tomilalang to her for the answer to the message the King had conveyed to her—containing the advice of the Regent and the Tomilalang concerning the marriage of the Pongauwa to the widow Datu Pamana—she had replied thereto that since the King had also let her know that he left it to her, she would now consult about this with her family, without whom she could do nothing; that had the King ordered it, she could not say what would have become of it and perhaps the matter would already have been decided, but meanwhile she had said to Intje Sedoulla that she would now repay the old Prince for the help he showed at the time of her expulsion from Luwu. Furthermore, the Queen had requested access to me by tomorrow, even though it were Sunday, because she had a request to make of me on behalf of the Wadjo Princess Datu Mario, mentioned in the most recently received letter from Their High Mightinesses; to which I having consented accordingly, Her Highness appeared before me in the forenoon after church time. Sunday the 7th: Her Highness, having barely sat down, made an earnest request for a favorable recommendation to Their High Mightinesses that the aforementioned Aru Mario might be permitted to return hither, mentioning that she was the sister of the wife of her son Aru Pantjana, who had expressly sent his young son to Her Highness to petition me for this; which I also immediately promised Her Highness. Meanwhile, indifferent matters having been spoken of, she requested to converse with me privately, so she had her retinue rise and I thus remained alone with her and the merchant Voll, whereupon she informed me of the answer she had given to the Regent under yesterday's date as aforementioned, asking whether it was proper. Having answered this in the affirmative, she said that she had informed her son Mappa of all that had transpired; to which I replied that I had long been aware that he had knowledge of the plot, and no less, as a Prince who does not lack insight, of how he judged the consequences thereof and consequently foresaw nothing good from this marriage; that I therefore earnestly advised Her Highness to remain firm in the resolve she now appeared to have not to allow it, presenting to her that I no longer doubted she would be fully persuaded that with my timely warning I had intended nothing other than her personal and family interest, assuring her that it would grieve me to the highest degree to see misfortune befall her; for which having expressed her thanks, she took her leave and departed. Monday the 8th: The King of Gowa had communicated to me that the small three-day fast would commence next Monday, requesting some trifles which I handed over to his messenger with thanks for the notification. Tuesday the 9th: Upon the question asked on behalf of the Prince of Bone when...

Dutch transcription

K V. 1/5 Van Macasser Den 21. october 1772 Van Macasser Den 2:' october 1743 hebben gedaan zig bij den koning te addresseeren zonder al„ voorens den gouverneur te kennen of zijn raad in te neemen dog dat zij in geen ander gedagten was geweest of hij zoude haar zelfs aangezegt hebben om op des Pongauwas aansoek geen reflectie te slaan, maar hem af te wijzen Vrijdag den 5: De soilewattang /: steede houder:/ van de overleeden Lomo van Maros nevens de voornaamste glaavang of dorps hoofden dier pro„ vinctie herwaarts afgekomen en heden bij mij verscheenen zyn„ de, hebbe ik op haar aller versoek als de naaste en bequaam„ ste weder tot Lomo van Maros aangesteld den voorm: foelewat„ „tang Daing Mamaong; en hier op alle deselve met eene gepaste recommandatie tot een beschieden bestier en bereidwillige ge„ hoorsaamheid hem afsheid gegeven Zaturdag „ 6:' Heden tegen den avond kwam den koopman voll mij ken„ nisse geeven hoe den bonijs Tolk Moentoe uit zijn meesters Naam bij hem geweest was ter bekendmaaking dat Tosaras„ Wijders zeijde hij mij nog dat hij den tolk gevraagd heb„ Ik gaf denzelven hier op in mandatis om bij wederkomst van den Tolk te doen versoeken dat Sasarassa zelfs bij hem mogte komen ten eijnde hem het relaas af te neemen wijl het mij thans niet mogelijk was denzelven bij mij te ont„ „vangen niets 't op handen zijnde vertrek der vaartuijgen end af„ zending der voorjaarige Advisen behalven dat zulks zodanigen haast niet hadde om dat ik dog met den koning over die zua„ „ke moeste spreeken „sa deeser dagen van de Manolaer gekomen aan zijn hoogheid zee„ ker omstandig relaas gedaan hadden van de groote beaveegin„ gen den aldaar werden gemaakt om haar ten oorlog toe te be„ reiden om als hij voll het goedvinden mogte mij het selve te berigten ten eijnde des begeerig TosaCassa zelfs te kunnen hooren, met byvoeging nogthans dat hij voll diende te wee„ ten dat denselven een vijand was van de mandhareesen: „bende „sa 17 Van Macasser Den 14„' ctober 1742 Van Macasser Den 14:' ctober 1722 „binde hoe of het thans stond met den Pongauwa denzelven hadde geantwoord zulx zelfs niet te weeten, dat hij zig zeer stil en bedrukt gelaten toonende, eens gezegt hadde en bedrukt ge„ laten toonende, een gezegt hadde dat Datoe Pamana ver„ flaauwt scheen zedert hij voll bij de koninginne geweest was die daar op vraagswijze hadde gebiend of zijn broeder der Pongauwa gek was wat hij van hem wel zoude denken en wat hem dog zijn huwelijk raakte dat hij toevallig bij de koninginne gekomen daar van niet eens gesprooken was. De Lieutenant der Maleijers Jntje Sedoulla bij de konin„ „ginne van Tanette geroepen zijnde hadde haar Hoogheid tegen hem gezegd, dat den rijksbestier van bony den Tomila„ lang, bij haar gezonden hebbende, om het antwoord op de boodschap die haar de koning hadde laten doen, behelsende des rijksbestierders, en Tomilalangs advis over het huwelijk van den Pongauwa met de wed:e Datoe Pamana, zij er op gerepliceert hadde dat vermits de koning haar teffens Voorts hadde de koninginne versogt om acces bij mij te gen morgen of schoon het zondag waere om dat z' mij een versoek te doen hadde voor de wasporeese Princesse Atoe Mario voormeld bij de Jongst ontvangen brief van haar hoog Edelhedens, waar in ik over sulks bewilligt heb„ bende zoo is haar hoogheid op 'T voor de middags na kerk tid bij mij verscheenen zondag den 7:' hadde, dat vermits de koning haar teffens hadde laaten wee„ ten het aan haar gelaten te hebben zij zig daar over als nu met haare famille, buiten dewelke zij niets doen kon„ „de zoude beraaden, dat ingevalle den koning het haar hadde geordonneert zij niet zeggen konde wat er van ge„ worden zoude zijn en mogelijk dat de zaak dan al zou„ de zyn gedecibeert dog intusschen hadde & tegen Jntje se„ doulla gezegt dat zij den ouden vorst als nu zoude be„ „taald zetten zijne beweesene hulpe ten tijde haarer verstoo„ ting uit Loewoe hadde, doende :18 Van Macasser Den 24: october 172. Van Macasser Den 2:' october 172 doende maar even gezeeten zijnde, met veel aandrang versoek om een gunstig vorschrijvens aan haar hoog Edel„ hedens dat voorn: Aroe Mario mogt worden gepermitt=t herwaarts te keeren onder te kenne gave dat zij de vrouws fuster was van haar zoon Aooe Pantjana, die zyn zeon„ „tje expres aan haar Hoogheijt hadde gezonden om daar toe bij mij sollicitatie te doen; die ik haar hoogheid ook aanstonds hebbe toegezegt: onderwijlen over onverschillige zaaken gesprooken zijnde zo verzogt zij mij nog apart te onderhoudens invoegen zy haar gevolgd died opstaan en ik dus met haar en den koopman voll alleen bleef, wan„ „neer zij myj kennisse gaf van het door haar gegeven antwoord aan den Rijksbeekier onder dato gisteren voormeld, wagende : off het zelve wel waare het geen ik met Ja b'antwoord hebbende zo zeijde zij dat z' aan haar zoon Mappa van al het voor„ gevallene hadde doen kennisse gieven; waar op ik repliceer„ „de dat mij voor lange bewust was dat hij kennisse hadde van den toeleg en niet minder als een vorst die het aan Liet de koning van Goah mij Commuiteeren dat de kleene Maandag den 8.:' drie daagse vasten aanstaande maandag zijn aanvank zoude neemen met versoek om eenige kleenigheden die ik aan zyn sindeling ter hand stelde onder dank zegging voor de be„ „kendmaaking Op de van wegens Bonij vorst gedane vraege wanneer Dingsdag „ 9:' geen door zigt ontbreekt hoe hij de gevolgen van dien wel b'„ oordeelde en zig oversulx van dit huwelijk niets voorspelde dat ik dierhalven haar Hoogheid ernstig kwam te raaden om standvastig te blijven bij het voorneemen dat z als nu scheen te hebben om het niet toe te staan onder voorhouding dat ik niet meer twijffelde of zij zoude ten vollen gepersuadeert weesen dat ik met mijne tijdige waarschuwing niet anders bedoeldt hadde als haar persoonel en familles belang die ik haar verseekerde dat mij ten hoogsten smerten zoude on„ heijlen ten zien over komen waar voor sij haar dank betuijgd hebbende zo nam z' afscheijd en vertrok. geen

NL-HaNA_1.04.02_3389_0014 view scan ↗

English

From Macasser The 2nd October 172. — From Macasser The 2nd October 172 As the bark d' Jda was about to depart, I caused His Highness to be informed on Wednesday the 10th that the said vessel would be dispatched on the 14th of this month, so that in case Aroe Palacca wished to send a letter with it, she might regulate herself accordingly, and upon the return of the assistant interpreter Blij I received the report that His Highness sent me his thanks and would give her notice thereof. Thursday the 11th: Nothing worthy of note occurred. Friday the 12th: I was informed by the merchant Voll how the Pongauwa had sent to him this afternoon to offer him a present and to request his assistance so that he might achieve his aim of marrying the widow Datoe Pamana, but that he had turned him down as being a matter in which he dared not interfere. Saturday the 13th: The King of Bonij sent me a letter from Moe. Palacca to her grandson, the former King of Gral on Ceylon, in order to forward the same, if found proper, to Batavia for delivery under my cover. Sunday the 14th: Nothing passed. Monday the 15th: In consequence of what was noted down under the date of the day before yesterday, I let both the King of Bonij and Aroe Palacca know that I sent the letter to her grandson, the former King of Gral, to Batavia with the bark d' Jda, for which both sent their thanks, Arou Palacca having told the assistant interpreter Blij that the goods her grandson had requested were not in the possession of his mother Coaing Bellasarie, but in the possession of the King of Bima. Tuesday the 16th: Nothing occurred. Wednesday the 17th: Thursday the 18th: Because of the report made to me that the pass-holders in the Bugis and Malay kampongs continue to refuse to accept the new payment of the Westfriesland coinage, I sent, among other things, the chief interpreter anew to the King of Bonij in order to request that fresh orders be established in this regard. Upon his return he brought along a certain Lamaloe, to whom the prince had ordered to see to it that upon refusal to accept the said money, the unwilling could be accused and punished, of which the prince accordingly informed me, with the request to furnish the same with such further orders as I should deem serviceable, whereupon I commended to him the execution of the said order. The merchant Voll reported to me today that the Pongauwa had again urged him to bring it about that he might attain his aim of marrying Datoe Pamana, and that he had replied to him with a request not to be troubled any further in this matter since he could not meddle with it, much less contribute anything. The same Voll also reported to me how the messenger, the Wajoese Lamadang, had added on his master's behalf that he was quite certain that the King of Bonij would have nothing against it and that he feared that the longer this matter dragged on, the greater the evil that would arise from it. Nevertheless, upon being asked wherein that evil consisted, he had answered that he knew nothing of it, although it appeared to Voll as if there had already been too much intimacy between the Pongauwa and Datoe Pamana, or that it was the former's intention to bring him to that understanding, surely with the intention that by taking that into consideration one might not oppose its progress; moreover, he was also told by a confidant that the Pongauwa, on the occasion that a message was delivered on behalf of Datoe Pamana, was said to have expressed himself to the effect that it could not matter so much to him whether she wanted to marry him or not, since she alone would bear the shame of it. The said Voll also told me that a letter had arrived today from Soppeng's prince Mappa to his mother, the Queen of Tanette, which however did not contain an answer to her writing to him, because the bearer thereof, Aroe Lalolang, was detained by the sulewatang or stadtholder of Tanette—where the banners were sprinkled with blood—while passing by and was forced to remain there. Having accepted the first point for communication, I instructed Voll to request, in my name, Mappa's letter from the Queen for perusal. Friday the 19th: Nothing occurred. Saturday the 20th: Nothing passed. Sunday the 21st: Today before noon, the shahbandar Voll brought me the translation of the letter written by Soppeng's prince to the Queen of Tanette, with a report that he had already asked for it yesterday, but that the Queen, having postponed handing it over under the pretext that, since it was no answer to her letter, it contained nothing of any note, had let it follow this morning upon the further request made to that end, and that after the translation had been made, it was returned again. Monday the 22nd: The Malay Lieutenant Intje Sadaulla being entertained by me regarding some matters of speculation mentioned in the letter of Mappa appearing under the date of the day before yesterday, he was able to tell me that the King of Bonij, possibly (as he understood along with me), noticing that the Queen had too much opportunity through her stay in the Malay Kampong to converse with trusted persons

Dutch transcription

20 Van Macasser Den 2:' october 172. — Van Macasser Den 2: october 172 de bak d' Jdat stond te vertrecken hebbe ik op. Woensdag den 10:' Aan zijn hoogheid doen weeten dat gem: kiel den 14:' de„ ser zoude worden gedepecheert om ingevalle Aroe Palacca daar mede een brief wilde afzinden zig er na te kun„ nen reguleeren en ontfing bij te rug komst van den onder„ tolk Blij tot rapport dat zyn hoogheid mij liet bedanken en haar daar van zoude doen kennisse geeven Donderdag „ 11:' Niets noteerens waardig voorgevallen Vrijdag „ 12:' wierd mij door den koopman voll kennisse gegeven hoe den Pongauwa heden middag hadde bij hem gezonden om onder aanbod van hem een present te zullen doen zijne hulpe te versoeken ten eijnde hij zyn oogmerk om met de weduwe Datoe Pamana te huwen mogte kunnen bereiken dog dat hij denselven afgeweesen hadde als een zaak zijnde waar meede hij zig niet derfde bemoeijen. Dingsdag „ 16:' Niets voorgevallen Woensdag „ 17:' Mits het mij gedaane Rapport aat de Passehouders in Donderdag „ 18:' Niets gepasseert „ 14:' Als een gevolg van het aangeteekende onder dato eer gisteren Maandag „ 15:' hebbe ik zo wel aan den koning van bonij als aan Atoe Pa„ „lacca laaten weeten dat ik den brief aan haar kleen zoon de geweese koning van Gral met de bark d Jda na Batavia heb„ „be afgezonden waar voor zij bide lieten bedanken hebbende Arou Palacca aan den ondertolk Blij dat de goederen waar om haar kleen zoon hadde verzogt, niet onder zijn moeder Coaing Bellasarie maar onder den koning van Bima waar en berustende zond mij den koning van Bonij en brief van Moe. Palacca aan Saturdag den 13:' haar kleen zoon de geweese koning van goal van Ceilon, om des„ „zelve wil bevindende na Batavia ter bestelling onder mijn Couvert voor te schicken Zond Zondag de. 22 Van Macasser Den 2: october 172 Van Macasser Den 131:' october 1772 de boegineese en Maleijtse Campongs wijgering blijven het nieuw paijement van de munt westfrisia t' accepteeren heb be ik onder anderen de novo den oppertolk bij den koning van bonij gezonden ten eijnde te versoeken daar omtrent op nieuw ordre te stellen die bij zijn te rug komt meede bragt eenen Lamaloe aan wien den vorst g'ordonneert hadde om te letten dat bij weijgering van 't accepteeren, van het gemelde geld de onwillige aangeklaagd en gestraaft konde worden waar van mij den vorst over zulx heet kennis„ „se geeven met versoek denselven met zodanige verder ordres te munieeren als ik dienstig zoude agten invoe„ gen ik denzelven de koming der gem: ordre aan beval„ Den koopman voll mij heden Rapporteerende dat den pongau „wa nogmaals bij hem hadde doen aanhouden om te wil„ „len bewerken dat hij zijn oogmerk mogte bereiken om met Datoe Pamana te trouwen en dat hij denselven in antwoord hadde doen versoeken om daar omtrent niet verder te mogen worden lastig gevallen vermits hij zig daar meede niet konde bemoeijen veel min iets contribueeren, zo berigte mij den selven teffens hoe den boodschap brenger den wadjorees Lamadang uijt zijnsmeesters naam er hadde bij gevoegd dat hij wel verzeekert was dat den koning van bonij daar niets tegen zoude hebben en hij bedugt was dat hoe langer deese saak sleepende bleef er te grooten kwaad uijt stond voort te komen denselven nogthans op de vrage waar in dat kwaed bestaande was hadde geantwoord zulks niets te weeten schoon het voll was toegescheenen als of er reets te veel Camibariteit tusschen den Pongauwa en Datoe Pama„ na was geweest dan wel dat des eerstgem: intentie was hem in dat begrep te doen komen zeekerlijk met dat in sigt dat men daar aan de fereekende zig niet tegen den voortgang mogte kanten invoegen hem ook door een vertrouwd was ge„ „zegt dat den Pongauwa zig bij gelegentheijd dat er een bood„ „schap van wegen Datoe Pamana was gedaan zig in de zer voegen zoude hebben uitgelaaten dat het hem zo veel niet verder scheelen 24 25 Van Macasser Den 257 october 173. — Van Macasser Den 2:' october 172 scheelen konde of zij met hem wilde trouwen wijl zij er alleen de schande van zoude hebben. Ook zeijde mij de gem: voll dat er heden een brief ge„ komen was van sopings vorst Mappa aan zijne moeder de koninginne van Tanette dewelke egter niet was behelsen„ de en antwoord op haar schrijvens aan hem, wijl den bten„ „ger van dien Aroe Lalolang door de foelewattang of stude houder van Tanette, alwaar de vaandels met bloed wierden besprengd in het voor bij passeeren aangehouden en genood„ „saakt was aldaar te verblijven Het eerste poinct voor Communicatie aangenomen hebben„ „de belaste ik voll de koninginne om Mappas brief ter lec„ „ture uit mijn naam te doen versoeken Drijdag den 19: is niets voorgevallen Zaturdag „ 20:' Heden voor de middag bragt mij den sjabandhaar voll Niets gepasseerd. Den Maleijds Lieutenant Jntje Sadaulla over eenige Zae „ Maandag „ 22„' ken van speculatie in de brieff van Mappa vermeld on„ „der dato eergisteren voorkomende door mij onderhouden zijnde wist denselven my te zeggen dat den koning van bonij mogelijk /:zo als hy zulks met mij begreep:/ merkende dat de Koninginne te veel gelegentheid door haar verblijf in de Campong Maleijers hadde om met ver„ zondag den 21:' het translaat van den brief door sopings vorst aan de ko„ ninginne van Fanette geschreeven met bericht hoe hij daar omme reets gisteren hadde doen vragen dog dat de koningin„ „ne dies overgave versthoend hebbende onder voorwendsel dat het geen antwoord zijnde op haar schrijven deselve niets van eenige aanmerking behelsde: zij deselve heden morgen op het ten dien eijnde gedaane nader versoek had„ de laaten volgen en dat z' na het genomen translaat weder te rug bezorgt was. het trouwde

NL-HaNA_1.04.02_3389_0017 view scan ↗

English

From Macasser, 25 October 1772. From Macasser, 21 October 1772. matter whether she wished to marry him, since the disgrace of it would fall on her alone. The said Voll also told me that a letter had arrived today from Sopeng's ruler, Mappa, to his mother, the Queen of Tanette, which, however, did not contain an answer to her letter to him, because the bearer of it, Atoe Calolang, was detained in passing by the soelewattang or governor of Tanette, where the banners were sprinkled with blood, and was forced to remain there. Having taken the first point as a communication, I instructed Voll to request, in my name, Mappa's letter from the Queen for perusal. Friday, the 19th. Nothing occurred. Saturday, the 20th. Today, before noon, the shahbandar Voll brought me Nothing happened. Monday, the 22nd. The Malay Lieutenant Intje Sadaulla, being questioned by me concerning some matters of speculation mentioned in Mappa's letter under the date of the day before yesterday, was able to tell me that the King of Bony, perhaps—as he understood it, together with me—noticing that the Queen had too much opportunity, through her stay in the Malay quarter, to speak with confidants of mine, was making every effort to lure her into living in the Bugis quarter, having already offered her a house and everything she might need, in order to cut off that opportunity and to persuade her more easily to give her consent and arrange the marriage of her daughter, the widow Datoe Pamana. I therefore ordered him to present my objections once again to Her Highness as soon as possible, and to tell her that it grieved me exceedingly that she seemed to place no complete trust in my sincere goodwill, since it was surely too clear to doubt that I could intend anything other than the well-being of herself and her family. Furthermore, I asked him whether he knew anything regarding the affair of Dato Sedeenring, how the King of Bony was disposed toward him, and what had been the result of that which His Highness had asked of the realm's grandees to deliberate upon concerning the satisfaction that should be demanded from him. Whereupon he said he had learned that Dato Sedeering had sent to ask the ruler for an audience in order to excuse his conduct and beg for pardon, but that the latter had refused to receive him; and that subsequently His Highness was also asked by the grandees to make his own thoughts known, but that he gave them no answer and appeared so indifferent, as if that matter were not worthy enough for him to express himself upon it. Sunday, the 21st. The translation of the letter written by Sopeng's ruler to the Queen of Tanette, with a report on how he had already sent to ask for it yesterday, but that the Queen, having excused the surrender of it under the pretext that, as it was no answer to her letter, it contained nothing of any note, had sent it this morning upon the further request made for that purpose, and that it had been returned again after the translation was made. Tuesday, the 23rd. The King of Bony informed me through his interpreter Moentoe that the envoys dispatched by him to Bouton had returned, requesting to know whether he ought to receive the letter from Bouton's ruler with ceremony, as his own had been received there. Whereupon I had him answered that, the custom in this matter being better known to His Highness than to me, I could not judge of it, but that it seemed proper to me, and furthermore to express my thanks for the communication. Wednesday, the 24th. The Bony interpreter Moentoe came in the name of the King to inform me that the letter from Bouton was received without ceremony on account of the news received from the interior regarding the death of the princess, the widow of the young King Aroe Mampoie; and His Highness at the same time had an audience requested for commissioners, which I having granted for today in the afternoon, the Tomilalang and the Gallarrang of Bontualacq appeared towards five o'clock, who delivered into my hands the Bouton letter, along with a translation of it into the Bugis language from the ruler's name, for which I had them thanked, and further dispatched them. Thursday, the 25th. The King of Goa had me requested through his interpreter Borra to cause one of his subjects, named Taha, who had made himself guilty of various misdeeds and was now, according to the reports, staying around Campong Barroe, to be apprehended if he should appear here, and even to strike him down if he resisted; which I promised and gave orders to the chief interpreter Bougman for the first-mentioned. Friday, the 26th. I sent the assistant interpreter Pietersz to the King of Bony to return the Bouton letter and its Bugis translation mentioned under the date of the day before yesterday, and to express my thanks for the perusal granted. Saturday, the 27th. The Wajo person Lamadang, ordered by the King of Bony

Dutch transcription

24 25 Van Macasser Den 25„ ctober 173. — Van Macasser Den 2:' october 172 scheelen konde of zij met hem wilde trouwen wijl zij er alleen de schande van zoude hebben. Ook zeijde mij de gem: voll dat er heden een brief ge„ „komen was van sopings vorst Mappa aan zijne moeder de koninginne van Tanette dewelke egter niet was behelsen„ de en antwoord op haar schrijvens aan hem, wijl den bren„ „ger van dien Atoe Calolang door de soelewattang of stube houder van Tanette, alwaar de vaandels met bloed wierden besprengd in het voor bij passeeren aangehouden en genood„ „saakt was aldaar te verblijven Het eerste poinct voor Communicatie aangenomen hebben„ „de belaste ik voll de koninginne om Mappas brief ter lec„ „ture uit mijn naam te doen versoeken Drijdag den 19: is niets voorgevallen Zaturdag „ 20:' Heden voor de middag bragt mij den sjabandhaar voll Niets gepasseerd. Den Maleijds Lieutenant Jntje Sadaulla over eenige Zae „ Maandag „ 22„' ken van speculatie in de brief van Mappa vermeld on„ „der dato eergisteren voorkomende door mij onder houden zijnde wist denselven my te zeggen dat den koning van bonij mogelijk /:zo als hij zulks met mij begreep:/ merkende dat de koninginne te veel gelegentheid door haar verblijf in de Campong Maleijers hadde om met ver„ zondag den 21:' het translaat van den brief door sopings vorst aan de ko„ ninginne van Tanette geschreeven met bericht hoe hij daar omme reets gisteren hadde doen vragen dog dat de koningin„ „ne dies overgave verschoend hebbende onder voorwendsel dat het geen antwoord zijnde op haar schrijven deselve niets van eenige aanmerking behelsde zij deselve heden morgen op het ten dien eijnde gedaane nader versoek had„ de laaten volgen en dat z' na het genomen translaat weder te rug bezorgt was. het trouwde 26 27 Van Macasser Den 2:' tober 172 Van Macasser Den 21:' fober 172 „trouwde van my te spreeken alle de voiren was aan„ wendende om haar in de Campong Boegis ter woon te loc„ „ken als hebbende haar bereets een huis en al wat zyj mog„ te noodig hebben doen aanbieden ten eijnde die occasie af te snijden en haar te gemackelijker te doen over„ haalen tot eene toestemming en bewerking van het huwelyk van haar dogter de wed:e: Datoe Pamana, ik hebbe hem dierhalven last gegeven om haar Hoog„ „heid ten spoedigsten nogmaal mijne beswaaren voor te houden en dat het my uijtermaaten tot hert zeer strek„ te dat zij geen volkomen vertrouwen in mijne oprechte 11 welmeenentheid scheen te stellen daar het immers te klaar was om er aan te twijffelen dat ik eenig ander dan haar en familles welweesen konde bedoelen Wijders vroeg ik hem of hij niets wiste nopens de zaak van dato sedeenring hoedanig den koning van bony omtrend denzelven gezind en wat het gevolg geweest Liet den koning van Bonij mij door zyn tolk Moen„ Dingsdag den 23:' toe bekend maaken dat de door hem na Bouton afge„ vaardigde gezanten terug gekomen waaren met ver„ soek om te mogen weeten of hij den brief van Bou„ tons vorst met Ceremonie zoude dienen t' ontfangen is van het door zijn hoogheid gedemandeerte aan de rijx grooten om raad te pleegen over de satisfactie die men van denzelven vorderen zoude waar op hij zeijde te hebben vernomen dat Datoe sedeering om bij den vorst hadde laaten vragen ten eijnde zig over zijn gedrag te verschoonen en excus te versoeken dog dat desen hem niet hadde willen ontfangen mitsgaders dat vervolgens ook door de grooten aan zyn Hoogheed was versogt om zyn gedagten zelve te weeten dog dat hij haar geen antwoord gegeven en zig zodanig gelaten getoond had„ „de of die zaak hem niet veel waardig was om er zig op uit te laaten is 29 Van Macasser Dder 2:' october 172 Van Macasser Den 21 october 1772. zo als de zijne aldaar gerecipieerd was waar op ik den„ selven liet antwoorden dat het gebruikt in deesen zijn hoogheijt beter dan my bekend zynde ik daar over niet oordeelen konde dog dat het mij gevoeglijk voor quam en voorts voor de bedeeling dank betuij„ gen Woensdag den 24:' kwam den Bonijse tolk Moentor my uit naam van koning bekend maken dat de brief van Bouton sonder statie was gerecipieerd ter zaake van de uijt de binnen landen ontfangen tijding van het overlyden van de prinlesse weduwe van den Iong koning Aroe Mampoie en liet zyn hoogheid teffens acles vragen voor gecommitteerden 't geen ik tegens heeden na de misdag g'accordeert hebbende verscheenen tegen vijf uuren de Tomilalang ende glarrang van Bon„ tualacq die mij de Boutonse brief met een trans„ „laat van dien in de bougineese taale uit 'T oorsten Hebbe ik den ondertolk Pietersz aan den koning van vrijdag „ 26:' Bonij gezonden tot te rug gave van de Boutonse brief en dies bouginees translaat onder dato eergisteren ver„ meld en om voor de gegevens telture mijne dank te be„ tuijgen De wadjorees Lamadang door de koning van Boonij Zaturdag „ 27=' Piet de koning van Goal mij door zyn Tolk Borra verste „ Donderdag den 25. ' ken om een zijner onderdaanen genaamd Taha die zig aan verscheijde wan bedrijven schuldig gemaakt hadde en zig thans volgens de berietten omstreeks Campong Bar„ „roe opheild te doen opvatten wanneer hij zig hier vertoon„ „de mogte en hem zelfs bij tegenweer onder de voet te stoo„ „ten 't welk ik toegezegt en aan den oppertolk Bougman tot het eerstgem: ordre gegeven hebbe naam in handigden waar voor ik den zelven hebbe doen bedan„ „ken en laar wijders gedepecheert naam gelast

NL-HaNA_1.04.02_3389_0020 view scan ↗

English

31 From Macassar, 21 October 1732 From Macassar, 21 October 1732 ordered to inform me that envoys had arrived from Wajo to request His Highness, on behalf of the combined family of Princess Moe Mario Rewadjo who is currently in Batavia, and all the more because she was also related to him by marriage, to make every possible effort towards her return hither, in order at the same time to learn what I thought of the matter and whether Their High Mightinesses would indeed permit such a thing if His Highness were to make a request to Them to that effect. I have therefore ordered him not only to inform the prince that I had already written to Their High Mightinesses about this upon the required information sought in that regard, but also that, on the grounds of the identical request already made to me by the Queen of Tanette on the 7th of this month, having solicited the same, I was flattering myself that Their High Mightinesses would indeed be pleased to consent thereto, though it was up to His Highness to write likewise to Their High Mightinesses about this and to implore permission for her departure back hither. Furthermore, I have handed over to the merchant Voll some points related to the letter written by Soping's Prince Mappa to his mother, the Queen of Tanette, mentioned under the 18th and 20th of this month, in order to present the same to His Highness if it should happen that he were to enter into conversation with him about it on occasion, the same being found among the appendices. The merchant and license master Voll having come to inform me on Sunday the 28th that the King of Boni had let him know that he wished to speak with him sometime and had therefore requested him to come to him, I have granted him permission to do so, with orders if possible to inquire what might be the reason that His Highness has not yet asked for an audience with me to confer about the letter received by him from Their High Mightinesses concerning the demanded and promised satisfaction by the regents of the Maradias of Balanipa and Majene for the bark De Vrijheid, the same on that account. 24 From Macassar, 21 October 1772 From Macassar, 21 October 1732 Having been with His Highness on Monday the 29th in the afternoon around seven o'clock, he reported to me on Tuesday the 30th regarding his experiences: That the prince had said he had requested him to come because a sulewatang (regent) of the Wajo settlement Ioua, situated within the capital of Tosora, had arrived to propose to His Highness on behalf of his family residing there to request the Governor to write to Their High Mightinesses so that Princess Moe Mario, who is currently in Batavia, might be permitted to return hither, subsequently asking whether the Governor would indeed be willing to do so. That His Highness having subsequently acquiesced in this, he had summoned the aforesaid sulewatang to him. That upon this, he having replied that the Queen of Tanette had already made that request some time ago and the Governor had promised it to her, on which account he considered it certain that this had already been complied with, the prince had taken the opportunity to ask whether this alone had been the Queen's purpose with the Governor, which was answered by Voll with yes, and upon his further asking up to two times whether nothing else had been negotiated about it, with no, he having furthermore added that His Highness was surely sufficiently convinced that he would not tell him any untruths. 155 From Macassar, 21 October 1732 From Macassar, 21 October 1732 and addressed him thus: "Look, now you can hear from the mouth of my son" (meaning Voll) "that the Governor has already made the request," who then subsequently said to him that this was true, upon which His Highness addressed these words to him: "At my request, was it not?", which Voll considered best likewise to answer with yes, because he could not very well have given another answer without offending the prince. That His Highness subsequently likewise called to him Aroe Mampoe, the former King of Gowa, and in his hearing asked whether Their High Mightinesses would indeed consent if a request were made that Aroe Mampoe's brother, the former king currently on Ceylon, might be permitted to come hither, and upon Voll replying to that that he could not believe so, His Highness had told him in confidence that he intended to write to His High Mightiness in order to inquire about the conduct of that exile and, upon receiving a favorable report, subsequently to request his release, with the promise that he was willing to bind himself to stand surety for his conduct on Macassar. Voll having answered this with silence, he had subsequently asked whether he might now also bring forward something, and permission having been granted thereto, said that, he having been asked by the Governor what the custom was when a letter from Their High Mightinesses to His Highness was received, he had informed him that His Highness should ask the Governor for an audience in order to speak about its contents, with the result that His Highness, starting to laugh, had answered that he had only been waiting for him, whereupon Voll having submitted what was necessary, the last thing said was that it was well.

Dutch transcription

31 Van Macasser Den 21 october 1732 Van Macasser Den 2:' octobr 172. gelast om mij kennisse te geeven dat er sendeling uit wa„ „dje waeren gekomen om uit naam van de gezamentlyke famillie van de op Batavia zig bevindende princesse Moe Mario Rewadjo zyn Hoogheijd te versoeken te meer E aan hem meede vermaagdschapt, was alle mogelijke de voiren aan te wenden tot haare terug komst naar herwaarts ten Eijnde teffens te verneemen wat ik daar van dagt en of haar hoog Edelhedens sulks wel zouden toe„ „staan als zijn Hoogheid daar om bij hoog deselve mogte versoek doen, ik hebbe hem dierhalven gelast den vorst niet alleen te berigten dat ik daar over bereets aan Haar Hoog Edelheedens op de dientwegen gevorderde informatie geschreeven maar ook hoofde van het aan mij door de koninginne van tanette bereets op den 7:' deser gedaane gelijk standige versoek het selve besolliciteert hebbende ik mij was vlijende dat haar Hoog Edelhedens daar in wel zouden gelieven te consenteeren dag dat het aan syn hoogheid stond om haar Hoog Edelhedens daar De koopman en licentmeester voll mij kennisse hebbende zondag den 28:' komen geeven dat den koning van Bonij hem hadde laat„ ten weeten hem wel eens te willen spreeken en dieshal„ ven bij zig doen versoeken hebbe ik den zelven daar toe permisse geegeven met last om des mogelijk t' infor„ „meeren wat de reden mag wesen dat zijn hoogheijt tot nu toe geen belet bij mij heeft laaten vragen om te handelen. over den brief door hem van haar hoog Edelhedens ont„ over insgelijx te schrijven en toestemming tot haar te rug vertrek na herwaards t' imploreeren, wijders hebbe ik den koopman voll inhandigt eenige poincten, met relatie tot den brief door sopings voost Mappa aan zyn moeder de konin„ ginne van Tanette geschreeven vermeld onder den 18. ' en 20: deser, ten eijnde deselve aan haar hoogheid voor te houden als het mogte gebeuren dat hij met haar daar over bij occa„ sie in gespoek kwam te geraeken zijnde deselve bij de bijla„ gen te vinden. over fangen 24 Van Macasser Den 21 october 1772 Van Macasser Den 2: october 172. — „jangen betreckelijk tot de g'eijschte en toegezegde voldoe„ „ning door de rijksbestierders van de Maradias van Bel„ „lanipa en Madjene voor de Bark de vrijheid denzelven uit dien hoofde. Maandag den 29:' Des nade middags bij zin hoogheid omtrent zeven uu„ ren geweest zijnde heeft mij, op Dingsdag „ 30:' wrgens zijn weder varen tot rapport gebragt Dat den vorst gesegt hadde hem bij zig te hebben versogt ter oorsaake er een soelewattang /: steede ouder:/ van de wadjoreese Negorij Ioua, gelegen binnen des hoofdstad Tosora, was afgekomen om zijn hoogheid voor te dragen uit naam van zijn zig daar bevindende fa„ „mille om bij den gouverneur voorschrijvens aan haar Hoog Edelhedens te versoeken ten eijnde de princesse Aooe Mario, die zig thans op Batavia bevind mog„ Dat zijn hoogheid in deesen vervolgens berust hebbende den voorm: Poelewattang bij zig hadde doen komen Dat hij hier op gediend hebbende dat de koninginne van Tanette dat versoek al voor eenigen tyd gedaan en den gouverneur het zelve toegezegt hadde weshalven hij zig verzeekerd heild dat daar bereets was voldaan, den vorst daar uit gelegentheid genomen hadde te vragen of dit als„ leen het oogmerk was geweest van de koningin bij den gouverneur 't geen door voll met ja en zijn verder tot twee maalen vrage of er daar over niets anders gehan„ „delt was met neem b'antwoord zijnde hij daar nog had„ „de bij gevoegd hoe zijn hoogheid immers genoeg over, tuijgt was dat hij hem geene onwaarheden zoude zeggen. „te worden gepermitteerd herwaarts te keeren vragende vervolgens of den Gouverneur zulks wel zoude willen doen. te 155 Van Macasser Den 21 october 172 Van Macasser Den 121: fober 1732. en hem dusdanig aangesprooken ziet daar nu kund gij uit de mond van mijn zoon de noteerende voll hooren dat den gouverneur bereets het versoek gedaan heeft die dan vervolgens tegen denselven hadde gezegt, dat zulks waar toen zyn hoogheid hem deese worden hadde toegedient„ op mijn versoek niet waar het geen voll best geoordeelt hadde insgelijks met ja te b'antwoorden om dat hij niet wel gevoeglijk een ander antwoord hadde kunnen: geeven om den vorst niet voor het hoofd te stooten Dat zijn Hoogheid verolgens insgelijks bij hem geroepen had„ de Aooe Mampoek gewesen koning van goa en in zyn aanhooren gevraagd hadde of haar hoog Edelheedens wel zouden bewilligen wanneer er verzogt wierd dat AArre Mampois booeder den op Ceijlon zijnde gewe„ „sen koning, mogte worden gepermitteert herwaards te komen en daar op door voll g'antwoord, zijnde dat hij zulks niet gelooven konde zyn Hoogheed hem Stilte hadde gezegt voorneemens te zyn aan zyn hoog Edel„ „heid te schrijven ten Eijnde zig nopens het gedrag van dien banneling t' informeeren= en daar kop favorable rap„ port ontfangende vervolgens zijne Largatie te versoeken met belofte om zig te willen verbinden om: voor zijn gedrag op Malasser in te staan het geen voll: met Stilswijgens b' antwoord hebbende zo hadde hy ver„ ƒ volgens gevraagt of hij thans ook wel iets mogte voor„ brengen en daar toe verlof gegeeven zijnde gezegt dat hem door den gouverneur gewraagd zijnde hoedanig het ge„ „bruik was wanneer er een brief van haar Hoog Edele„ „hedens aan hoogheid ontfangen was hij denzelven g'informeert hadde dat zin hoogheid bij den gouverneur om acces diende te laten vragen ten eijnde over dies in„ „houd te spreeken, met dit gevolg dat zijn hoogheid aan het lachen geraekt geantwoord hadde dat hij alleen op hem hadde gewagt, waar op voll het nodige gediend hebbende was het laeste gezegde geweest dat het wel Stilte, was

NL-HaNA_1.04.02_3389_0023 view scan ↗

English

From Makassar the 21st of October 1732 From Makassar the 21st of October 1732. was, while Voll meanwhile had represented to His Highness how the Governor, having brought him up to hear Tosarassa regarding what he had to report about the Mandharese, in order to inform His Honour of anything noteworthy, the same had subsequently deemed this unnecessary in consideration of the message delivered to him on behalf of His Highness, that he must suspect Tosarassa was an enemy of the Mandharese, and that likewise after inquiry had been made, it was found that the equipping of the Mandharese, with a large number of vessels to the village of Tampoe-a situated under the territory of Saurto, upon which the principal matter ultimately rested, had had no other purpose than visiting their burial places. This evening the Chief Interpreter Brugman departed for Glissong to carry out the census and the settlement of disputes among the inhabitants there, and on Wednesday the 1st of July to Monday the 6th Nothing occurred. Tuesday the 7th Nothing noteworthy occurred. Saturday the 4th Sunday the 5th In the forenoon, the King of Goa, through his interpreter Borra, gave me communication of the decease of his son Craieng Oedjong, brother of Craieng Bonto Lancas, regarding which I sent condolences in reply to His Highness. Poelenbanking according to annual custom. Poelenbankeng Wednesday the 8th Upon the complaints made to me by the boom-lessee that his servants had for some nights past encountered unauthorized wanderers in the respective kampongs, and had called in vain for help, because none of the kampong people who ought to keep watch had appeared, I had the chiefs of the said kampongs, or particularly those of Kampong Baroe, Glissing, and Molucco, come to me this morning and ordered them in the most earnest terms to keep better watch in their kampongs and, if necessary, to be personally present when any disturbance might be perceived. This they declared they always observed, but they also had to complain that both the servants of the boom-lessee and those of the strong liquor lease frequently went about drunk and even made a noise by knocking against the vessels standing on the shore and against the houses. Whereupon I authorized them, in such a case, to apprehend and take into custody the said servants themselves, provided they gave me notice thereof. Thursday the 9th The Queen of Tanette sent to inquire after my well-being and at the same time to request an audience at such time as I should appoint. This was granted and fixed for tomorrow forenoon at nine o'clock. Meanwhile, being desirous to know what the purpose of Her Highness's visit might be, I received in answer to the question asked on that subject to the Malay Lieutenant Intje Saboulla from the same, that he knew or could think nothing other than that she would ask me to take up her residence in the Kampong Boegis, as she seemed no longer to dare refuse the repeated and persistent invitations extended to her by the King of Bony. Friday the 10th The Queen of Tanette having come to visit me this forenoon according to the access obtained yesterday, Her Highness, after some indifferent conversation, handed over a document in the Bugis language to the Lieutenant of the Malays, Intje Sedoulla, to read it aloud to me. This being done upon my order and interpreted by the merchant Voll, the same was found to be of this content: The Queen of Tanette declares that she appears before the Lord Governor to make known that regarding the matter about which she spoke at the last visit, she had at that time given no positive answer because at that time she had not yet come to a firm decision. That it now seemed that it pleased heaven to cause her daughter, the widow Datoe Pamana, to marry the Pongauwa, to which she consequently declared she was now inclined. That she therefore came both to give the requisite notice of this, and to make known that the words of the Poenlippoeb and his brother Aroe Pantjana were good, wishing to indicate that these took satisfaction therein. That the Lord Governor-General had indeed gladly wished to see that Mangorsila, her son, should marry the daughter of the King of Bony. That as a further proof of her fidelity, she gave assurance that in case she might perceive that the King of Bony in time was to cause any displeasure to the Company. That she very kindly requested that, although she now was or should be with the King of Bony, the Governor would not doubt Her Highness's affection and fidelity to the Company and towards him, since even if the Company might cast her off and throw her away, she would nevertheless continue to hold fast and adhere to the same with hands and feet, and that the Governor would be pleased to give credence to these her words, for if she were an animal, he could hold her fast by a rope with which one binds animals. That

Dutch transcription

Van Macasser Den 21:e' october 1732 Van Macasser Den 21:' october 172. — was terwijl voll ondertusschen zijn hoogheid hadde voorgehout den hoe den gouverneur hem op gebragen hebbende om To„ sarassa eens te hooren omtrent 't geen hij te relateeren wist wegens de mandhareesen ten Eijnde aan zyn Edele van het opmerkelijke kennisse te geeven den zelven sulks naderhand onnodig hadde g'oordeeld uit Consideratie van de hem gedaane boodschap van wegens zyn hoogheid dat hij moeste verdagt zijn dat Tosarassa een vijand der man„ dhareesen was en dat teffens na gedaane ondersoek, be„ vonden was dat de uitrusting der mandhareesen, met een groot getal vaartuigen na de Negory Tampoe-a gelegen onder 't teritoir van Saurto waar op het ten Einde principaale aankwaam, niet anders ten oogmerk gehad hadde dan het besoeken haerer grafsteden. Heden avond is den oppertolk Brugman na glissong vertrocken tot het doen der ziel beschrijving ende afdoe„ ning der verschillen onder de in woonderen aldaar en op Maandag „ 6:' Viel niets voor DDingsdag „ 7: Op de aan mij gedaane klagten van den boomspagtia woensdag „ 8 dat zijne dienaaren zedert eenige nagten ongepermit„ „teerde swervers in de respective Campongs bejegend heb„ bende zij te vergeeft geroepen hadden om hulp, wijl er geene van de Campongs volkeren die de wagt behooren te houden te voorschijn gekomen waren hebbe ik heben mor„ morgen de hoofden van de gemelde Campongs of wel in 't Poelenbanking na Iaarlijx gebruijk. roensaag den 1: Iulij. tot Is niets noteerenswaardig voorgevallen Zaturdag „ 4:' 'T voor de middags liet den koning van Goa, door des „ zondag „ 5:' „selfs tolk Borra, mij Communicatie geeven van het af„ sterven van desselfs zoon Craceng oedjong, broeder van Craieng Bonto. Lancas, waar over ik zijn Hoogheid in antwoord hebbe laaten Condoleeren Poetenbankeng bij 37 39 Van Macasser Den 21 october 1772 Van Macasser Den 2:'october 172. — bijsonder die van Campong Baroe glissing en Molucco bij mij doen komen en haar op 't ernstigste gelast om beter in haare Campongs te doen waaken en om des noods zelfs bij de werke te weesen als er eenig onsaad vernomen mogte worden, 't geen zij betuijgden steeds in agt te neemen dog dat zij ook klagen moesten dat zo wel de bediendens van de boompagter als die van de sterke dranken dikwijlen rondgaande beschon„ ken waren en zelfs geraas maakten met tegen d' op de wal staande vaartuijgen en tegen de huijsen te kloppen waar op ik haar hebbe gequalificeert om in zodanig geval de gem bediendens zelfs op te vat„ ten en in verzeekering te neemen mitsgaders mij daar van kennisse te geeven Donderdag den 9:' Liet de koninginne van Tanette naar mijne wel„ stand vernemen en teffens om acces vragen tegen zo„ „danigen tijd als ik bepaellen wilde 't geen geaccordeert De koninginne van Tanette heden voor de middag vrijdag den 10:' volgens opgisteren verkregen acces bij mij ter visite geko„ „men zijnde zo gaf haar hoogheid na eenige na eenige onver „schillige discoursen aan den Luitenant der Maleijers Intje Sedoulla over een geschrift in de bougineese taal om het zelve aan mij voor te leesen, in voegen zulks op mijne ordre geschied en door den koopman voll vertolkt zijnde, wierd en tegen morgen voor de middag ten negen uuren vast ge„ „steld hebbe intusschen dat ik begeerig te weeten wat het oogmerk van haar hoogheijts visite mogte weesen op de dierwegen gedaene vrage aan den maleijts luitenant Jn„ „tje Saboulla van denselven ten antwoord, ontving dat hij niet anders west of denken konde dan dat zij mij zoude vragen om zig ter woon na de Campong boegis te begee„ ven also zij de iterative en aanhoudende nodigingen van den koning van bonij aan haar gedaan niet lan„ „ger scheen te derven afslaan en het 411 Van Macasser Den 21:' october 1732 Van Macasser Den 2:' cober 1743 het selve beonden van deesen in houd. „De koninginne van Tanette betuijgd bx pras bij den heer „ gouverneur te verschijnen ter bekendmaeking dat zij om„ „trend de zaak waar over zij omtrent de zaak waar over zij bij de laatste visite gesprooken heeft, doenmaals geen „positief antwoord hadde gegeven om dat z' to dier tyd nog „tot geen vast besluit gekomen was. Dat het nu scheen dat den hamel het behaegde haar dog„ „ter de weduwe Datoe Pamana met den Pongauwa te „doen trouwen waar toe zij oversulks betuijgde thans gene„ „gen te weesen Dat zij dierhalven daar van zo wel de verpligte kennisse „kwam geeven als dat de woorden van den Poenlippoeb „ en zyn broeder Aroe Pantjana goed waeren, te kennen wil„ „tende geeven dat deese daar in genoegen namen Dat zij ten verdere bewijse van haar getrouwigheid vra„ „zeekerde om ingevalle zij ontwaaren mogte dat den ko„ „„ning van bonij in der tijd eenig ongenoegen aan de „ Dat den heere gouverneur Generaal immers gaerne hadde „willen zien dat mangorsila haar zoon met de dogter „ van bonijs koning kwam te trouwen. Dat zij zeer vriendelijk versogt dat schoon zy thans bij den „koning van bony, was of weesen zoude den gouverneur aan „ haar hoogheids genegentheid en trouwe aan de Comp: en „ omtrent hem wilde twijffelen de wijl zij of schoon de Comp: „haar mogte verstooten en wegwerpen, nogthans aan desel„ „selve met handen en voeten zoude blijven vast houden „ en aankleeven en dat gouverneur aan deese haare ge„ „zegdens zoude gelieven geloof te slaan want dat als zij „ een dier was, denzelven haar aan een touw waar meede „men de dieren bind, konde vast houden. „Dat Comp:

NL-HaNA_1.04.02_3389_0026 view scan ↗

English

43 From Macasser, 21 October 1772 From Macasser, 2 October 1772 Company was concerned, to notify the Governor thereof in person, as Her Highness would never ever think of corresponding with enemies of the Company. Finally, that she declared herself bound to everything set forth herein and obligated to comply with it. Being not a little dismayed by this unexpected report, I nevertheless judged it entirely inadvisable to show any sensitivity regarding the reserve displayed by Her Highness in this matter, so as not to cause any estrangement between the Company and her, or with the King of Bony, but simply had the Merchant Voll reply to her: That being fully aware of Her Highness's loyalty and devotion to the Company, I had also from the beginning of my administration tried to convince Her Highness of the Company's goodwill toward her person and family, and of my particular friendship; That this had been the reason why, upon receiving news of the Pongauwa's inclination toward her daughter, I had become fearful of bad consequences, especially because reports maintained that this was against the wishes of her children, and I had deemed myself obligated to warn her to be cautious; That she, being better able to know the intention of her children, had to believe that they had consented to it, even though the contrary had seemed to me to be the case, and that accordingly there was nothing further for me to do in this matter, but that I wished the aforementioned marriage might 45 From Macasser, 21 October 1772 From Macasser, 2 October 1772 be of good success and serve to Her Highness's great satisfaction. Her Highness, having expressed her thanks for this, then gave notice of her intention to go reside for a few days in the Campong Bougis, as invited thereto by the King of Bony, unless I should have any objection against it, to which I replied with a compliment. Further, I asked her when she thought to depart again for Tanette, to which she testified that she could not say for certain, although she longed to do so, because she would be obliged to stay until the circumcision of the Crown Prince of Bony had been completed, which she thought would happen soon, or at least the King of Bony had so declared to her. Friday the 17th: It was communicated to me that the Queen of Tanette had expressed herself by way of complaints to the Peranakan Chinese Treo, who visits her frequently, stating that having given notice to the King of Bony of the determination of the marriage between the Pongauwa and the widow Datoe Pamana, His Highness had treated her very coldly and, among other things, had answered that whatever good might come of it would be well, but that the bad would be blamed on her. Saturday the 11th to Wednesday the 15th: Nothing worthy of note occurred. Thursday the 16th: Today the marriage was completed between the Pongauwa Sacasie and the Tanette Princess Datoe Riwatoe, widow of the Wadjo Prince Datoe Pamana, at which, apart from the Glarrang of Bontualacq and the Soelewattang of Timoroeng, no princes or dignitaries assisted. Saturday the 18th: Ditto. 411 From Macasser, 2 October 1772 From Macasser, 2 October 1772 Saturday the 18th: The Glarrangs of the southern province of Tiro, having arrived here with their customary tribute, gave notice at the same time that they had waited in vain for the provisional regents of Langelange and Were in order to come up here together with them, as the same had not appeared, without the reasons for their staying behind being known to them. Sunday the 19th: Nothing occurred. Monday the 20th: I sent the Under-Interpreter Pietersz to the King of Goa and the Queen of Tello to inquire after Their Highnesses' well-being, and to bring the first-mentioned some trifles that he had requested of me. Tuesday the 21st: Nothing occurred. Wednesday the 22nd: Nothing occurred. Thursday the 23rd: There arrived here by his own vessel an envoy from the King of Bouton, who notified me of his arrival through an interpreter and requested a speedy reception, which I appointed for tomorrow before noon. Friday the 24th: After the adjournment of the Council of Policy, I received today before noon, according to what was decided yesterday, the Bouton envoy with the customary ceremony, who handed me such a letter from the King and dignitaries of the realm as is to be found in the annexes, the envoy having declared to have no other message. In the afternoon, the King of Bony had me informed through the interpreter Passier that an envoy from the King of Bouton dispatched to His Highness had likewise arrived in the roads with a letter, who had been dispatched from there without ceremony, for which communication I had His Highness thanked.

Dutch transcription

43 Van Macasser Den 21:' october 1772 Van Macasser Den 2:' october 172. „Comp: was toedragende daar van in ppersoon aan den gou„ „verneur te zullen kennisse geeven, alsoo haar hooghid woijt „of ooijt in haar gedagte zal hebben met vijanden van der „Comp: te Correspondeeren. „ Eijndelijk dat zij verklaarde zig aan al het in deesen ter „ neder gestelde verbinden en te verpligten het zelve na „te komen. Op dit onverwagt bericht niet weijnig ontzet oordeelde ik nog thans geheel ongeraden om mij eenigsints gevoe„ „lig te komen over de agterhoudentheid door haar hoogheid in deese zaak betoont om geen verwijdering zo tusschen de Comp: en haar als wel met den koning van bonij te veroorsaaken maar teet daar op door den koopman voll eenlijk dienen Dat ik ten vollen bewust van haar Hoogheijts trouwe Dat zij intentie van haere kinderen beter kunnen„ „de weeten gelooven moeste dat zij daar in hadden toe„ gestemt of schoon het tegendeel my was toegescheenen en dat er oversulx in deesen voor mij niets te doen viel maar dat ik wenschen wilde dat het gem: huwelijk Dat dit de oorsaake was geweest dat ik op d'ontvan„ gen tijding van des Pongauwas in Clinatie tot haar dogter in beduchting geraekt zijnde voor quaede gevol„ „gen insonderheid om dat de berichten wilden dat zulks tegen den zin zoude weesen van haar kinderen mij ver„ pligt hadde g'oordeelt om haar te waarschouwen voorzig„ tig te weesen. en aankleeving tot de maatschappije ook van den aanvank van myn bestier getragt hadde haar hoogheyt van der zelver welmeenentheid tot haar persoon en famillie en van mijne bijsondere vriendschap 't overtuijgen en van 45 Van Macasser Den 21:' october 172 Van Macasser Den 2:' fober 1743 van goed succes zijn en haar hoogheid tot veel genoegen strecken zoude. waar voor haar Hoogheid bedankt hebbende zo gaf z' vervolgens kennisse van haar voornemen om voor eenige dagen zig ter woon naar de Campong bougis te begeeven als door den koning van bony daar toe genoodigt, als ik daar tegen mogte hebben 't geen ik met een Complement b'antwoorde Wijders vroeg ik haar wanneer zij vermeende we„ der na tanette te zullen vertrecken 't geen z: betuijg„ „de niet zeker te kunnen zeggen schoon z daar na verlangende was vermits zij genoodsaakt zoude wee„ „sen zo lange te blijven dat de besnijdenisse van den bonijs kroon prins zoude volbragt zijn het geen zij meende dat eerlange stond geschieden ten minste dat den koning van bonij zig zodanig tegen haar verklaard hadde. wierd mij gecommuniceert hoe de koninginne van Ta„ vrijdag „ 17:' „nette zig bij wijse van klagten tegen den parnakang Chinees. Treo die veelmaelen bij haar komt uijtgelaten hadde dat zij aan den koning van bonij kennisse gegeven hebbende van de vast stelling van het huwelijk tusschen den Pongauwa ende wed:e Datoe Pamana zijn hoogheid haar zeer koel bejegend en on„ der anderen zoude g'antwoord hebben dat het goede dat daar van komen mogte wel zoude weesen dog dat het kwade aan haar zoude geweeten worden. Viel niets noteerens waardig voor Heden is het huwelijk voltoecken tusschen den pongauwa Donderdag „ 16:' Sacasie ende Tanetse prinsesse Datoe Riwatoe wed:e van den wadjorees Prins Datoe Iamana waar bij buijten de glawsang van Bontualacq, ende soelewattang van Timoroeng geene princen of grooten hebben geassisteert. zaturdag den 11:' tot Woensdag „ 15:' Zaturdag Do „„ 411 Van Macasser Den 2:' october 172. — Van Macasser Den 2:' october 1722 Dingsdag den 21:' woensdag den 22: Zaturdag den 18:' Deglasrangs van de zuijder provintie Tiro met hun gewoo„ „ne tribut alhier gearriveert zijnde gaven teffens kennisse„ dat zij te vergeefs gewagt hadden op de provisioneele regen„ ten van lange lange en were om met deselve te samen herwaarts op te komen, wijl deselve met verscheenen waa„ ren sonder dat hem de redenen van haar agter blijven bekend was zondag den 19:' Niets gepasseerd Maandag „ 20:' Hebbe ik den ondertolk Pietersz naar de koning van goa inde koninginne van Tello gezonden om na haar hoogheden wilstand te verneemen en aan eerstgemelde te brengen eenige kleenigheden waar om denselven mij heeft doen versoeken viel niets voor. Na het scheijden van de vergadering van Politieheb„ vrijdag „ 24: „ben ik heden voor de middag volgens het vast gestelde op gisteren met het gebruijkelyk ceremonieel gerecipieerd den Boutons gezant die mij zodanigen brief van den koning ve rijks grooten heeft inhandigt als bij de bylagen te vinden is hebbende den gezant betuijgd geen andere Des nade middags liet my den koning van bonij door den Tolk Passier bekend maaken dat er insgelijks een gezant van den koning van bouton aan zijn hoogheid af„ gezonden ter rheede was g'arriveert met een brief die van daar sonder Ceremonieel was gedepecheert, voor welke Com„ municatie ik zijn hoogheijd hebbe laeten bedanken. Arriveerde alhier per eijgen vaartuijg een gezant van den Donderdag den 23:' koning van Bouton, die mij van zijne komst door een tolk kennisse geven en om een spoedige receptie versoeken liet t geen ik tegen morgen voor de middag bepaald hebbe. donderdag boodschap

NL-HaNA_1.04.02_3389_0029 view scan ↗

English

From Macasser, 21 October 1772 Saturday the 25th: to have a message, but at the same time requested to be dispatched again as soon as possible, which I promised him. The king of Bonij had his interpreter Moentoe ask for an audience for deputies at such time and hour as would please me, which I accordingly set for the day after tomorrow before noon at ten o'clock. Sunday the 26th: Nothing occurred. Monday the 27th: In accordance with the granted audience, there appeared before me today before noon the Bonij Tomilalang and the Glarsang of Bontualacq, who in the name of the king of Bonij delivered to me the letter received by His Highness from the king of Bouton, adding that there were some words in the letter which he could not well understand. I [thanked] His Highness for presenting [it], promising that I would return it as soon as it was translated into Dutch, and answered only to the remark about the incomprehensible words that, since I had likewise received a letter from the Bouton Court, I could easily understand that it would be about the same subject, but that as this was of little consequence, I would in time have an opportunity to speak with the prince about it, after which the deputies took their leave and departed. In the afternoon it was reported to me by the under-interpreter Plij how he had been informed by the Bouton interpreter residing here that besides the aforesaid letter to the king of Bonij there had been brought: 2 iron swivel-guns 2 ditto blunderbusses 3 flintlocks 2 small chests 1 small bar of gold, weighing 3 taels 11 1/8 maas, all goods overtaken by the Company's cruisers from a certain Bugis vessel in the river of Bouton. Tuesday the 28th and Wednesday the 29th: Nothing occurred. Thursday the 30th: The former king of Tambora, having beforehand requested an audience, appeared before me before noon, and made known that a few days ago he had received a letter from his mother, wherein she requested that she might be permitted to come hither in order to end her days with her son; wherefore he came to make an urgent request that I would not only agree to this, but also do him the favor of arranging her transport hither, as he was unable to do so. I had the under-interpreter Blij answer him that I could not declare myself positively on the requested journey hither, for the reason that I was unaware whether it could take place without apprehension, and that I would consequently confer with the Commander at Bima about it when an occasion arose or a vessel departed thither; that, for the rest, having no vessels, I could not provide transport for his mother even if the request should be granted, but that she or he would have to see to arranging it as best as possible. Whereupon he declared that, since the Tambora nobles would not permit his mother's departure, he had therefore addressed himself to me; so I took the opportunity to point out to him that there might be weighty reasons for this, and that it was therefore all the more necessary that I first await an answer from the Commander. Furthermore, I informed him that a part of the monies which he had advanced here to some subjects before his dethronement had already been collected, but that all the goods given on a list were said to belong to the realm, which he declared to be beside the truth, as there were several among them which he had inherited from his parents or bought with money; wherefore I told him that it would be best to point these out in more detail, so that upon the arrival of the newly elected king or of envoys I could insist on their restitution, as it was my intention to investigate both matters further. Friday the 31st: The king of Goa had his interpreter Borra inquire after my health. Furthermore, the Queen of Tanette sent an emissary to me with the request that I would permit her to transport such eight thousand bundles of paddy as lay gathered belonging to her at Sagerij in the villages of Patjiero and Mangallong directly from there to Pantjana, but which was rejected by me as contrary to custom, with an answer to the Queen that I could not consent to this before and until the tithe collection at Sagerij was completed and that quantity surveyed according to the established orders of the Company, to which I had to adhere. Saturday the 1st of August: Through the under-interpreter Blij, I returned to the king of Bonij the letter written by His Highness to the king of Bouton, with thanks for having given me the perusal of it according to custom. Sunday the 2nd: Nothing occurred. Monday the 3rd: Through the under-interpreter Pietersz, I had inquiries made after the health of the king of Goak, and had condolences offered to His Highness on the death of his son Craleng Oedjong.

Dutch transcription

49 Van Macasser Dn 2:' otober 1752 Van Macasser Den 2:' october 172 Zaturdag den 25:' Maandag „ 27:' boodschap te hebben dog teffens versogt om so spoedig doen„ lijk weder te mogen worden gedepecheert het geen ik den„ zelven hebbe toegezigt. Liet de koning van bonij door zijn tolk Moentoe om acces voagen voor gecommitteerde teegens zodanige tyd en uur als mij zoude behaegen het geen ik oversulks vastgesteld hebbe tegen overmorgen voor de middag ten tien uuren zondag „ 26:' Niets gepasseerd volgens verleend acces verscheenen heden voor de middag bij mij de bonijs Tomilalang en den glarsang van bon„ tualacq die mij uijt naam van den koning van Bonij inhandigden den brief bij zyn hoogheid van den koning van Bouton ontvangen, onder bijvoeging dat er eenige woorden in den brief te vinden waaren welke hij niet wel verstaan konde ik tuit zijn hoogheid voor de aanbieding Snade middags wird mij doo den ondertelk Plij gecap„ „porteert hoe hem door de alhier domicilium houdende Bou„ „tons tolk was bedigt dat moons den voorsz: brief an den koning van bonij waaren toegebragt, 2: ijsere rantacken 2: _:o donderbusschen 3: Snaphanen 2: kistjes bedanken en toe zeggen dat ik deselve zodea z' in 't neder „duijtsch gtranslateert was zoude terug zenden en antwoorde eenlijk op d' aanmerking van d' onverstaanbaere, woorden dat vermits ik insgelijx Een brief van het Boutons. Hoff ontvan„ „gen hadde ik ligt begrippen konde dat het over het zelve on„ „derwerp zoude weesen dog dat dit niet veel om t lijf. hebbende. ik in der tyd wel gelegentheid zoude hebben daar over met den vorst te spreeken waar na de gecommitteerden hun afscheijd gesomen hebben en vertrocken. bedanken 1 staaffje 51 Van Macasser Den 21:' ctober 1772 Van Macasser Den 21:' october 1772 Dingsdag den 28:' 1. staafje goud, wegende 3 tail 11 /8 maasen alle goede„ ren uijt zeeker bouginees vaartuijg in de rivier van bouten door 's Comp:s kruijssers agterhaald } is niets voorgevallen woensdag „ 29:' Donderdag „ 30:' De geweesen koning van Tambora na voor af verzogt acces heben voor de middag bij mij verscheenen weesende zo geef den„ selven te kennen voor eenige dagen een brieff van zijne Moeder ontvangen te hebben waar bij zij verzogt dat haar mogte wor„ den gepermitteerd herwaards te komen ten eijnde haere dagen bij haar zoo t' eijndigen alwaar omme hij op het instantig„ „ste versoek kwaam te doen dat ik daar inne niet, alleen bewilligen maar ook hem de gunst bewijsen wilde van haar transport na herwaarts te bezorgen also hij daar toe onver„ mogens was. Ik liet hem daar op door den ondertolt Blij antwoorden waar op hij betuijgd hebbende dat wijl de Tamboree„ „se grooten het vertrek van zijn moeder niet zouden toe„ staan hij dierhalven zig bij mij geaddresseert hadde zo nam ik daar uit gelegentheid hem voor te houden hoe daar toe gewigtige redenen konde weesen en dat het dierhalven te noodiger was dat ik alvoorens ant„ woord van den Commandant bleeft afwagten. dat ik mij op de verzogte herwaarts komste niet positief verklaeren konde ter oorsaeke ik in bewust was of het zelve zonder beduchting geschieden konde en dat ik mitsdien den Commandant te Bima daar over bij occasie of wel dat er vaar„ tuig derwaarts vertrocken zoude onderhouden dat ik voor het overige geen vaartuigen hebbende aan zijn moeder geen transport zoude kunnen bezorgen zo er al in het versoek mogte worden toegestend maar dat zij of hij als aan zien moeste het zo goed doenlijk te stuicken dat Wijders 53 Van Macassr Den 2:' october 174. Van Macasser Den 124:' october 172. — Wijders gaf ik hem te kennen dat er reets een gedeelte was ingepalmt van de gelden die hij alhier voor zijne de toooneering aan Eenige onderdanen hadde voorgeschoo„ „ten dog dat alle de bij een notitie gegevene goederen gezegt wierden het rijk te behooren 't geen hij betuijgde bezyden de waarheid te zyn also er verscheijde onder waaren die hy van zijn ouders g'erft of voor geld gekogt hadde wes„ „halven ik hem zeijde dat het best zoude weesen desel„ „ve nader aan tewijsen ten eijnde ik bij d' opkomst van den nieuw verkooren koning of wel van gezanten op de restitutie derselve konde aandringen gelijk mijn voorwee„ men was om het een en ander nader te ondersoeken. Hijdag den 31:' Liet de koning van goa, door zijnen Tolk borra naar mijne welstand verneemen Wijders zoud de koninginne van Tanette een zende„ ling bij mij met versoek dat ik haar permitteeren zondag den 2:' Niets gepasseerd Hebbe ik naar de welstand van de koning van goak laaten Maandag „ 3:' verneemen door den ondertolk Pietersz en zijn Hoogheijt doen condoleeren met het afsterven van desselfs zoon Craleng oedjong. Hebbe ie door den ondertolk Blij aan den koning van bonij te Zaturdag den1. Aug=o rug gezonden den brief door zijn hoogheid aan den koning van Bouton geschreeven onder dankzegginge voor de daar van aan mij na het gebruijk gegeeven resumtie wilde imn zodanige agt duijsend bossen padij als er van haar op Sagerij in de Negorijen Patjiero en Mangallong ingeza„ „meld lagen van daar direct na Pantjana te doen vervoeren dog het welke door mij als tegen het gebruik afgeslagen wierd onder antwoord aan de koningin dat ik daar in niet consen„ teeren konde voor en al eer de vertiening op sagerij zoude vol„ bragt en die quantiteit opgenomen weesen volgens de vast gestelde ordres van de Comp. e daar ik mij aanhoude moeste. wilde

NL-HaNA_1.04.02_3389_0032 view scan ↗

English

From Makassar, the 21st of October 1772. Tuesday the 4th: Furthermore, the envoy of Bouton present here inquired after my health and requested the customary pocket money and rations, which latter request, although not according to custom since it is an extraordinary embassy, I granted because it is a trifle. Wednesday the 5th: Nothing occurred. Thursday the 6th: I informed the king of Bony through the chief interpreter Brugman of my intention to carry out the tithe collection to the north myself again, and to that end to depart thither on the 10th or 11th of this month, with the request to appoint grandees of the realm according to custom to accompany me; upon which, upon his return, I received as a report that His Highness, having thanked for the communication, had promised to send along with me his Tomilalang and the glarrang of Bontualacq. Friday the 7th: Nothing occurred. Saturday the 8th: I sent the under-interpreter Pietersz to the king of Goa and the queen of Tello in order to give notice that I intend to depart for Maros next week to carry out the tithe collection, and that authority during my absence would remain deferred, according to custom, to the Honorable Senior Merchant and the Members of the Policy Council. Sunday the 9th: The king of Tanette, while inquiring after my well-being, having requested an audience for tomorrow, and this being granted, Her Highness appeared before me in the forenoon on: Monday the 10th: Her coming was primarily intended to wish me a good journey to Maros, although on this occasion I learned from her that an embassy from Loewoe had appeared before the king of Bony to announce that the present Datu had been publicly proclaimed as such and his election was thus confirmed; and likewise that his father-in-law, through whose aid he ascended the throne, had also come up, having been expressly summoned from there by Bony's monarch, without her having been able to discover the purpose thereof, however much she had inquired after it. I thanked Her Highness for that communication as well as for the promise to give me notice thereof in case she should learn anything of importance, and likewise for her friendly visit, whereupon after some further indifferent conversation she took her leave. The king of Bony having requested of me through the Wadjorese Lamadang a letter of recommendation to His High Nobility so that the Wadjorese princess Aroe Masio, who is in Batavia, might be permitted to return hither, I accordingly handed to that emissary a letter addressed privately to His said High Nobility for that purpose, to be delivered to His Highness along with my greetings. Tuesday the 11th: In the early morning I set out for Maros, where I arrived at three o'clock in the afternoon. Wednesday the 12th: The envoy of Bouton present here was dispatched with the customary ceremony, with a letter to the king and grandees of the realm, by the Honorable Senior Merchant and Secunde. Thursday the 13th: Toward evening the Bonese interpreter Passier appeared before me at Maros, making known on behalf of the king his master how the Loewoese envoys present here had brought some trade goods, of which the customs farmer claimed toll, with the request that they might be excused therefrom, as they deemed it contrary to custom that envoys from Wadjo, Soping, Loewoe, and Mandhar should pay toll. I instructed the interpreter to tell His Highness that I would have an answer given thereto by the Honorable Senior Merchant and Secunde. Friday the 14th: Nothing occurred. Saturday the 15th: Upon the report received today that the glarrang of the Makassarese Sodiang, having gathered a multitude of armed people together, had declared his intention to attack the Company's subjects in the part of that district belonging to them, in order to take revenge for one of their grandees, whom they claimed had been abducted by the others, who nevertheless declared to have no guilt therein; I deemed it proper to send the emissary Carre Marring thither in order to warn him to beware carefully of such an undertaking and to consider the consequences thereof, and moreover that if he had any claim, he should apply to the king his master, to whom alone it pertained to demand satisfaction for any offense that the Company's subjects might have committed. Sunday the 16th: The emissary Carre Marring returned from Sodiang with the report that the glarrang of the Makassarese Sodiang had declared to have had no intention to attack our people, although they had suspected them of having abducted the missing person, the contrary of which had nevertheless been shown since they had gotten him back. Monday the 17th: The Honorable Senior Merchant, in accordance with what was requested of him, having today sent the under-interpreter Pietersz to the king of Bony to present to His Highness that, although it was nowhere apparent that any envoys arriving here from Wadjo, Soping, Loewoe, or Mandhar with trade goods ought to be exempt from the customary toll, and it would fall hard upon the farmer to be deprived of the dues belonging to him by such merchants under the name of embassies, I was nevertheless willing, out of consideration for His Highness, to permit that if the value of what was brought did not amount to more than three hundred rixdollars or thereabouts, the same should be free of toll.

Dutch transcription

Van Macasser Den 2„' october 1772. Van Macasser Den 21:' october 172. Dingsdag den 4:' Voorts tit d' aanwesende gezant van Bouton naar mij„ ne gezondheid vragen en om de gewoone kastpenn: en rand„ soenen versoeken welk laaste ik schoon niet volgens dusan „tie als een Extra or dieraire ambassade zijnde, hebbe toe„ gezegt om dat het zelve een geringheid is viel niets voor woensdag „ 5: Donderdag „ 6:' Hebbe ik den koning van Bony door den opertolk Brug„ „man kennisse doen geeven van mijn voorneemen om de ver„ tiening om de noord weder zelve te doen en ten dien eijn„ „de den 10:' of 11:' deser derwaarts te vertrecken met versoek naar gewoonte te Rijxgrooten te Committeeren om mij te ver„ zellen waar op ik bij desselfs retour tot rapport ontving dat zyn hoogheid voor de Communicitie bedankt hebbende toege„ „zegt hadde, zijnen Tomilalang en den glartang van Bontualacq mij te zullen meede geeven voor de middag bij mij verscheenen hebbende haare komste voor Maandag „ 10:' naementlijk ten oogmerk om mij een goede reijse naar Ma„ „ros te wenschen, schoon ik bij deese occasie van haar ver„ nam dat er een ambassade uit Loewoe bij den koning van bonij verscheenen was ter bekendmaeking dat den pre„ senten Datoia opentlijk als zodanig geproclameert en des„ De koning van Tanette onder informatie naar mijne wel„ sondag den 9=e stand tegen morgen acces hebbende laaten versoeken en zulks geaccordeerd zijnde is haar Hoogheid op Niets gepasseerd. Hebbe ik den ondertolk Pietersz: aan den koning van goazaturdag „ 8: in de koninginne van Tello gezonden ten eijnde kennisse te gee„ „ven dat ik voorneemens ben aanstaande weet tot het doen der vertiening na Maros te vertrekken en het gezag geduu„ „rende mijne absentie naar het gebruik aan den Heer opper koopman en de Leeden van Politie zoude blijven gedefereert. vrijdag den 7: vrijdag selfs 57 Van Macasser Den 21' october 174. Van Macasser Den 2: october 1773. — „selfs verkiesing oversulks bevestigt was en zo meede dat des„ „selfs schoonwvader, door wiens behulp hij ten troon gesteegen is door Bonijs vorst Expres van daar ontbooden insgelijks opgekomen was, zonder dat zij het oogmerk daar van hadde kunnen ontdecken hoe zeer z' daar na hadde g'inquireert ik bedankte haar hoogheid voor die Communicatie zo wel als voor de toezegging om ingevalle zij iets van belang vernee„ men mogte mij daar van kennisse te geeven gelijk meede voor haare vriendelijke visite waar op zy na nog eenige onver„ schillige discoursen haar afscheijd kwam te neemen. Den koning van Bonij mij door den wadjorees Lamadang hebbende doen versoeken om een lettertje van voorschrijven aan zijn hoog Edelheijd ten Eijnde aan d' op Batavia zijnde wadjoreese princesse Aroe Masio mogt worden gepermitteert her„ waarts te keeren zo hebbe ik aan dien zendeling een ten dien eijnde in t partoculier aan welgemelde zijn Hoog Edel„ „heid gerigte brief in handigt om aan zijn hoogheijd onder tegen den avond verscheen op Maros bij mij den bonijs tolk Donderdag „ 13:' Passier uijt naam van den koning zijn meester te kennen geevende hoe d'aanweesende Loewoese gezanten eenige negotie goederen hadden aangebragt waar van den bromspagter thol pretendeerde met versoek dat deselve daar van mogten woorden g'Excuseert als vermeenende het strijdig te zijn met het gebruijk dat gezanten van wadjo Soping, Loewoe en Manolaer thol betael„ den ik gaf den tolk inmanaatis om zijn hoogheijt te zeggen dat ik daar op door den E opperkoopman en secunde antwoord Is den aanweesend Boutons gezant, onder het gebruikelijk woensdag „ 12:' Ceremonieel, met een brief aan den koning en rijxgrooten gede„ pecheert door den E: opperkoopman en secunde In den vroegen morgen stond hebbe ik mij naar Maros begee,„ Dingsdag den 11:' „ven alwaar ik 's na middags ten drie uuren arriveerde. mijne groete te worden bezorgt mijne zoude 59 Van Macasser Den 21' october 1772. Van Macasser Den 21 october 173. zoude laeten geeven. vrijdag den 14:' viel niets voor zaturaag „ 15:' op het heden ontfangen berielt dat de glasrang van het Macassaarse sodiang een meenigte van gewapende volk bij den anderen verzamelt hebbende zig uijtgelaeten hadde voorneemens te zijn sComp:s onderdaenen in het haar toebe„ „hoorende gedeelte van dat district t' attacqueeren om revengie te neemen over een haerer grooten, die zij voorgaven dat door de anderen zoude vervoerd weesen die nogthans betuijgden geen schuld daar aan te hebben zo vond ik goed den sende„ ling Carre Marring derwaarts te zenden ten Eijnde hem te waarschuwven zig zorgvuldig te wagten voor diergelijken onderneeming en op de gevolgen van dien te denken mits„ „gaders dat hij iets't eijsschen hebbende zij bij den koning zij„ „nen meester diende te vervoegen aan wien het alleen stond om over het misdrijf dat 's Comp:s onderdaenen mogte hebben ge„ „pleegd satisfactie te Eijsschen. Returneerde den sendeling Carre Marring van Codiang zondag den 16:' met raport dat den glarrang van het Malassaarse sodiang be„ „tuijgd hadde geen intentie te hebben gehad d'onse t' attacquee„ „ren schoon z' haar hadden verdagt gehouden den te soek ge„ raekte te hebben vervoerd welker tegendeel nogthans gebleeken was vermits z hem hadden weder gekreegen. Den E: opperkoopman ingevolge het aan den zelven gede„ Maandag „ 17:' mandeerde, heden den ondertolk Pietersz, aan den koning van bonij gezonden hebbende om zyn hoogheijd voor te hou„ „den dat of schoon nergens kwam te blijken dat eenige ge„ zanten uijt wadjo soping, soewoe of Mandhaer met negotie goederen alhier aankomende vrij van den gewoonen thol moeste weesen en het voor de pagter hart zoude vallen van de hem Competeerende geregtigheid door zodanige negotianten onder de naam van gezantschappen verstooken te worden ik nogtlans uit Consideratie van zijn hoogheid wel permitteeren wilde dat als de waarde van het aangebragte niet boven de drie hondert regd: of daar omtrent belief deselve vry van tol Zondag zoude dix:

NL-HaNA_1.04.02_3389_0035 view scan ↗

English

From Macasser The 21st of October 1772 From Macasser The 2nd of October 1772 would be, but that for the excess payment ought to be made; so the interpreter brought in reply as a report that the prince gave thanks for the communication made. Tuesday the 18th: The queen of Tanette sent to inquire after the well-being of the honorable second and to request permission to be allowed to depart for Maros, which was granted to her. Wednesday the 19th: The toll-collector having informed the honorable second that he had requested of the present envoy of Loewoe an inspection of the vessels with which the same had appeared here, in order to appraise the trade goods, but that he had refused this, his honor sent the assistant interpreter Pietersz to the king of Bonij to deliberate thereon, but received as a report that his highness had never seen payment made, besides that which was brought by her belonged to his highness himself. Sunday the 30th: Quietly passed. Monday the 31st: The glarrangs of the southern province Lange Lange appeared here with their annual tribute. Tuesday the 1st of September: I have returned here from Maros. Thursday the 27th: I sent the assistant interpreter Blij to the king of Bonij and queen of Tanette, and also the fellow assistant interpreter Pietersz to the queen of Tello, to make known to them my return from Maros while inquiring after their highnesses' well-being. Friday the 28th: The king of Goa sent by his interpreter Bowa to ask after my health and also to compliment me on my return from Maros. Saturday the 29th: The queen of Tanette departed for Maros. Thursday the 20th, Friday the 21st, to Wednesday the 26th: Nothing occurred except that the queen, having paid me a visit on Saturday the 23rd, returned here again on the last-mentioned day. Departed. From Macasser The 12th of October 1772. From Macasser The 2nd of October 1772. with their annual tribute appeared here. Wednesday the 2nd: Nothing noteworthy occurred. Thursday the 3rd: Friday the 4th: The king of Bonij sent to me by his secretary for perusal a letter written in the Malay language to the king of Bouton in reply to the one received from there mentioned under the 27th of July last. I had his highness thanked for it and, a copy having been taken thereof, I sent the same back in the afternoon, while inquiring after the prince's well-being, whereon the assistant interpreter Blij brought me in reply as a report that his highness had testified to being in good health, but that the mother of Adoe Palacca had passed away this afternoon. Saturday the 5th: The king of Bonij sent by his interpreter Moentoe to inquire after my well-being and also to request that certain 500 sheaves of paddy in the negorij Madjene, which belonged to his highness himself but had mistakenly been written down to be tithed, might be left untithed; which I, if it should be found to be so, granted and consequently recommended the examination thereof to the Maros Resident. Sunday the 6th: Nothing occurred. Monday the 7th: The glarrangs of the southern province Weero arrived here by land with their ordinary tribute, which has been duly delivered. In the same manner, the Dompo envoy Boemie Ajotje Kamboe arrived in this roadstead, bringing with him a letter from the Bima Commandant Lecerf. Furthermore, it was reported to me by the assistant interpreter Blij that the Bonij Pongauwa, together with his newly wedded wife and also the queen of Tanette, departed yesterday by sea to the northern province Siang for a pleasure trip. Tuesday: From Macasser The 21st of October 1772 Tuesday the 8th: The Pongauwa returned from the north, together with his wife and the queen of Tanette. Wednesday the 9th: The king of Goa sent by his interpreter Borra not only to request me that in eight days he might go for a couple of days to the province Sodiang to fulfill a certain vow, but also that I would permit him to take up lodging at the house of the Company's glarrang, as there was no other suitable lodging to be found; all of which I granted, adding that I would issue orders through the Maros Resident to have the glarrang's house put in order for his highness, but that I also had his highness requested to keep in mind the recent discord between the Company's and Goa's subjects in the mentioned province, in order to prevent any bad consequences from arising from it, now that the matter had already been settled. Thursday the 10th: The king of Bonij having sent to request of me that he might let the Bouton envoy who had arrived with him depart again tomorrow, I consented thereto. Friday the 11th: And the same accordingly set sail from here. Saturday the 12th: Nothing passed. Sunday the 13th: I dispatched the Dompo envoy Boemi Ajotjo Camboe back to Bima with a short letter to the Commandant Lecerf. Monday the 14th to Wednesday the 16th: Nothing occurred. Thursday the 17th: The Tomilalang and the glarrang of Bontualacq appeared before me to make known in the name of their master the king of Bonij that certain 4000 sheaves of paddy, which the head of the negorij Lalang Tedong had mistakenly declared to be tithed, belonged in ownership to his highness, with the request that they might therefore be exempted, which I granted. From Macasser The 21st of October 1772. Thursday because

Dutch transcription

61 Van Macasser Den 21' october 1772 Van Macasser Den 2: october 172 zoude zijn dog dat voor het meerdere diende betaeld te worden zo bragt den tolk in antwoord tot rapport dat den vorst voor de gedaene Communicatie liet bedanken Dingsdag den 18:' Liet de koninginne van Tanette naar den welstand van den E: secunde informeeren en permissie versoeken om naar Maros te mogen vertrecken dat haar g'accordeert wierd „ 19:' Den boomspagter aan den E: secunde hebbende kennisse Woensdag gegeven dat hij d' aanweesende gezant van Loewoe hadde ver„ sogt de visitatie van de vaartuijgen waar meede den zelven hier verscheenen is om de Negotie goederen te prijseeren dog denselven zulks geweijgert hadde zo heeft zijn E: den onder„ „tolk Pietersz: aan den koning van Bonij gezonden om daar over te boleeren dog tot Rapport ontfangen dat zijn hoogheid ien„ minner gezien hadde betaale buijten dat het door haar aangebragte zijn hoogheid zelfs was toebehoorende. zondag „ 30:' stielts gepasseerd Maandag „ 31:' zijn de glarrangs van de zuijder provintie Lange Lange Dingsdag den 1: Septemb„r Ben ik van Maoos alhier te rug gekomen. Donderdag. - „ 27:' Hebbe ik den ondertolk Blij naar den koning van Bonij Vrijdag „ 23:' ende koninginne van Tanette mitsgaders den meede ondertolk Pietersz naar den koninginne van Tello gezonden om on„ „der informatie naar haar hoogheeden wel stand mijn retour van Maros aan dezelve bekend te maaken. Liet den koning van Goa door zijn tolk Bowa naar Zaturdag „ 29:' mijne gezondheid vragen en teffens Complimenteeren ver mijne terug komst van Maros. Vertrok de koninginne van Tanette naar maros Donderdag den 20:' Vrijdag „ 21: tot stiets voorgevallen als dat de koninginne bij mij op sa„ Woensdag „ 26:' „turdag den 23:' ter visitie geweest zijnde ten laastgemelde dage hier weder is geretourneerd. Vertook 63 Van Macasser Den 12:' october 1772. Van Macasser: Den 2:' tebr 173. met hun Jaarlijks trebut alhier verscheenen. Woensdag den 2:' Is niets noteerens waardig voor gevallen Donderdag „ 3: „ 4:t zond den koning van Bonij mij met deselfs secretaris ter lec„ Vrijdag tuse ee brief in de maleijsche taal geschreeven aan den koning van Bouton in antwoord van de van daar ontfangene ver„ „melde onder den 27:' Julij passato ik liet zijn hoogheid daar voor bedanken en afschrieft daar van genomen zynde hebbe ik deselve des namiddags weder te rug gezonden, onder informatie na 's vorsten welstand waar op den ondertolt Blij mij in antwoord tot rapport bragt dat zijn Hoogheid betuijd hadde gezend te weesen dog dat de Moeder van Adoe Palac„ „ca deesen middag overleeden was Zaturdag „ 5 Liet den koning van bonij door zijn tolk Moentoe naar mijne welstand informeeren en teffens versoeken dat zeekere 500 bossen padij op de Negorij Madjene, die zijn hoogheid zelfs toebehoorden dog abusive opgeschreeven waaren on ver„ viel niets voor zondag den 6: Arriveerde alhier over den Landwrg de glarrangs van de zuij„ Maandag „ 7:' der provintie weero, met hun ordinair tribut 't welk behoor„ lijk geleverd is. Inselver voegen arriveerde te deser rhede den Dimponees „sendeling Boemie Ajotje kamboe meede brengende een brief van den Bimas Commandant Lecerp. Voorts wierd mij door den ondertolk Blij gerapporteert dat den bonijs Pongauwa nevens zijn Jongst getrouwde vrouw mitsgaders de koninginne van Tanette gisteren over zee na de noorder provintie siang vertrocken waaren voor een plai„ „sier togtje „tiend mogte gelaaten worden,'t geen ik zulks zodanig bevon„ den wordende g'accordeert en dien volgende het ondersoek daar van aan den Maros Resident aanbevoolen hebbe„ tiend Dingsdag o0g d 65 Van Macasser Den 241: october 1743 Dingsdag den 8:' Reverteerde van de noord den Pongauwa nevens zijn vrouw ende koninginne van Tanette Woensdag „ 9:' Liet den koning van Goa door zijne tolk borra mij niet alleen versoeken om over agt dagen voor een paar dagen na de provintie sodiang te mogen gaan tot het doen ee„ nier gelofte, maar dat ik hem ook permitteeren wilde om op het huijs van 'sComp: glaarang verblijf te mogen neemen also 'er geen ander bequaem logement te vin„ den was welk een en ander ik g'accordeert hebbe met bijvoeging dat ik door den maros Resident ordre zoude doen stellen om het huis van den glaarang voor zijn hoog„ „heijt in gesesheid te brengen, dog dat ik teffens zijn hoog„ „heid versoeken liet in dagtig te willen zijn de Jongst ontstae„ „ne onEenigheid tusschen's Comp: en goas onderdaenen in de gemelde provintie ten eijnde te verhoeden dat daar uijt geen kwaede gevolgen komen t' ontstaan nu die zaak be„ reeds weder bij gelegt was. niets voorgevallen Verscheenen bij mij den Tomilalang en den glarrang Donderdag „ 17:' van bontualacq om uit naam van hun meester den koning van Bonij te kennen te geeven dat zeekere 4000 bosschen padij die het hoofd van de Negorij Lalang Tedong abu„ „sive hadde opgeven om vertiend te worden sijn hoogheid in eijgendom toebehoorden met versoek dat z' dierhalven vrij mogte gelaeten worden het welk ik geaccordeert hebbe Maandag „14: tot Woensdag „ 16: De koning van bonij mij hebbende laeten versoeken om de Donderdag den 10:' bij hem g'arriveerde boutons gezant op morgen weder te rug te mogen laeten vertrecken hebbe ik daar in geconsenteert. en is denselven oversulks op van hier onderzeijl gegaan vrijdag „. 11 Niets gepasseerd Saturdag „ 12:' Hebbe ik den dompos sendeling Boemi Ajotjo Cam„ sondag „ 13:' „boe na Pima terug gedepecheerd met een briefje aan den commandant Lecerf Van Macasser Den 21' october 1774. Donderdag vermits

NL-HaNA_1.04.02_3389_0038 view scan ↗

English

From Makassar, 21 October 1772. Friday the 18th. The King of Gowa having made known to me through his courtier Bora that, as he could not go to Sodiang in person due to a sudden eye ailment, he had sent his Tomilalang together with Craeng Paganackan and Craeng Bontolankas thither, I caused it to be answered that proper orders had been given for their reception and lodging. Saturday the 19th. Nothing occurred, since it was already found during my presence at Maros that the aforementioned chief proceeded improperly thereabouts. Sunday the 20th. Nothing occurred. Monday the 21st. The Maros Resident reported to me that the commissioners of the King of Gowa, the Tomilalang as well as the Craengs Paganackan, Bontolankas, and Limbangang, together with the Gallarrang of Tjamba, with a retinue of about one hundred heads, having appeared on the 17th of this month at the village of Sodiang, had carried out their mandate the following day with the slaughtering and sacrificing of a black buffalo upon the burial place of one of the previous Makassarese kings, and that on the 19th they had returned home again after having been entertained well and to satisfaction by the Company's Gallarrang, having had the Resident thanked for the orders given for their lodging and reception. I sent the assistant interpreter Hlij to the King of Boni and the Queen of Tanete to inquire after Their Highnesses' well-being, and at the same time to request an audience from the first-mentioned for Merchant and License Master Voll for this evening, and upon his return received a report of their well-being, as well as that the audience had been granted. From Makassar, 21 October 1772. The assistant interpreter Pietersz also went to inquire after the well-being of the King of Gowa and the Queen of Tallo, who, according to his report, are in good health. Merchant Voll, pursuant to the instructions given to him, having proceeded this afternoon to the King of Boni in order to induce His Highness, under the pretext of presenting my embarrassment over what I should write to Their Right Excellencies concerning the demanded satisfaction from the Mandarese for the hijacked bark De Vrijheid, if possible, to pay me a visit; and having succeeded in that, further to inform him that Their aforementioned Right Excellencies having most earnestly instructed me to ensure that the provisional election of Prince La Tenritappu as His Highness's successor should achieve its full conclusion, I would therefore like to see that the deed drafted concerning this in the past year and at that time approved by His Highness be sealed and signed. Towards the evening, it was reported to me by the said Voll that His Highness, regarding the matter of the Mandarese, just as on the 30th of June last, had again said that he had only been waiting for him, whereupon he once more pointed out to the same that His Highness, in accordance with custom, ought to have requested an audience with the Governor in order to speak with him about the letter received by him from Their Right Excellencies, and that, he being not ignorant thereof, it had therefore not been necessary to remind him of the same, with the addition that His Highness had undertaken to do so in the coming week, adding at the same time that he saw no possibility of securing that satisfaction, since the Mandarese would have to be compelled thereto by force of arms and the realm of Boni was at the present time unable to carry such out, From Makassar, 21 October 1772. being completely devoid of money and ammunition. That Voll thereupon, as well as on what had been spoken in the meantime on this subject by His Highness with a certain Sangaria, father-in-law of the present Datu of Luwu, which was not of the slightest consequence, having replied that he could not express himself about that, as he had only come to bring the Prince my message, subsequently presented the further requests to the same and had received as an answer thereto that His Highness, owing to the death of four of his grandchildren, not having yet been able to carry out his intention to have the aforementioned Prince La Tenritappu circumcised, the confirmation of his election as successor could therefore not yet take place, and he therefore hoped that the Governor would have patience for so long; which Voll said he would report to me. Thursday the 24th. The Queen of Tallo sent to inquire after my well-being, and otherwise on this day, as well as on Friday the 25th, nothing occurred. Saturday the 26th. The King of Boni had an audience requested for next Monday, which I granted and designated for the Company's garden. Sunday the 27th. Nothing occurred. The King of Boni having appeared this forenoon pursuant to the granted audience in the Company's garden, where the Political Council was assembled, and this alongside the following grandees of the realm, namely: the Tomilalang, the Ponggawa, Arung Ponte, Datu Baringang, Arung Patjira, Arung

Dutch transcription

67 Van Macasser Den 21:' october 172. Van Macasser Den 21:' october 172 Zaturdag „ 19:' vermits bereeds bij mijn aanweesen op Maros bevonden is dat daar omtrent door het gemelde hoofd abusive is te werk gegaan. Vrijdag den 18:' Den koning van gra mij door desselfs solk bora heb„ „bende doen bekend maaken dat hij niets een gekreegen ongemak aan d'oogen niet in person na sodrang kun„ „nende gaan zynen Tomilalang nevens Craceng Paganac„ „kan en Craceng Pontolankas derwaarts gezonden hadde hebbe ik daar op laaten dienen dat er tot haar ontfangst en logement behoorlijke ordre gesteld was. ^ viel niets voor zondag „ 20:' Maandag , 21: Rapporteerde mij den Matos Resident dat de gecommitteerdens van den koning van goah den Tomilalang mitsgaders de Eralengs Paganackan, Bontolankas en Limbangang ne„ „vens de glarrang Tjamba met een gevolg van omtrent Is niets voorgevallen Hebbe ik den ondertolk Hlij naar den koning van bonij en„ de koninginne van Tanette gezonden naar haar hoog„ „hedens welstand te verneemen en teffens bij den eerst„ gemelden acces te vragen voor den koopman en licentmees„ „ter voll tegen heden avond en bij te rug komst berigt ont„ „vangen van derselver wielstand mitsg„s dat het acces g' accor„ „deert was; hondert koppen den 17:' deser op de Negorij sodiang ver„ scheenen zijnde daags daar aan hun last uijtgevoert had„ den met het slagten en offeren van een swarte buffel op op de begraef plaats van een der voorige maccssaarse konin„ „gen en dat deselve den 19:' weder, na wel en ten genoegen door 's Comp: glarrang onthaeld te zijn, waaren naar huis gekeerd hem resident hebbende doen bedanken voor de gestelde ordre tot haer logies en receptie. hondert 89 Van Macasser Den 21:' october 1772. Van Macasser Den 2:' october 1742. — Ook is den ondertolk Pietersz na de welstand gaan ver„ neemen van de koning van Goal en de koninginne van Tello die volgens desselfs rappont welvarende zijn. Den koopman voll ingevolge de hem gegeven in manda„ tis zig heden na de middag bij den koning van bonij be„ geeven hebbende om zijn hoogheid quasie onder voorhouding van mijne verlegentheid wat ik aan haar hoog Edelhedens zoude schrijven nopens de gevorderde voldoening vande mathareesen voor de afgeloopen Bark de vrijheid, des mo„ „gelijk te disponeeren om my een visite te doen en daar inne geslaagd zijnde denselven verder te kennen te geeven dat wel gem: haar Hoog Edelhedens mij op het ernstigste aan bevoolen hebbende om te bezorgen dat de provisiondeele verkiesing van den prins latanri Tappoe tot zijn hoogheids successeur zyn volkomen beslag kwame t' erlangen ik dierhalven gaarne zien zoude dat de dierwegens in het voorleeden Iaar ontworpene en doenmaals door zijn Zo wierd mij daar op tegen den avond door gem: voll. tot rapport gebragt dat zijn hoogheid ten aanzien van de zaak der Manthareesen even als op den 30 Junij laastleden alweder gezegt hebbende maar alleen op hem te hebben gewagt hij denselven andermaal voorgehouden hadde dat zyn Hoogheid Conform het gebruik bij den gouverneur acces behoorde te laeten vragen ten eijnde met den zelven te spreeken over de bij hem ontfangen brief van haar hoog Edelhedens en dat hij daar van niet onkundig zijnde het oversulks niet nodig waere geweest hem het zelve t' erinnee„ „ren met dit gevoeg dat zijn hoogheid aangenomen hadde zulks in de aanstaande week te zullen doen onder bij„ voeging teffens dat hij geen kan zag die voldoening te bezor„ gen vermits de mandhareesen daar toe door de wapenen zoude moeten gedwongen worden en het bonijz rijk in de presente tijd onvermogens was zulks ter uitvoer te bren„ Hoogheid goedgekeurde acte verzegeld en geteekend wierd. hoogheid gen 71 Van Macasser Den 21' october 172. Van Macasser Den 21: october 172. — gen als van gelden ammunitie ten eenemaal ont„ bloot zijnde. Dat voll daar op zo wel als op het intusschen over dit onderwerp door zijn Hoogheid gesprokene met zeekeren Sangaria schoonvader van den presenten Datoe van Louwvoe t welk van geen het minste aanbelang was, ge„ „diend hebbende zig daar over niet te kunnen uit laten als maar gekomen zijnde om den vorst mijne boodschap te brengen vervolgens het hem verder gedemandeerde aan den zelven voorgehouden en daar op ten antwoord bekomen hadde dat zijn hoogheids mits het overlijden van vier zijner kleen kinderen desselfs voorneemen nog niet heb„ „bende kunnen ter uitvoer brengen om den voorm: prins Latarie Pappore, te doen besneijden de bevestiging zijner verkiesing tot successeur oversulks nog niet wel konde voortgang neemen en hij dierhalven hoopte dat den Gouverneur Dus lange geduld zoude hebben 't geen Liet de koninginne van Tello naar mijne welstand vernee„ Donderdag den 24:' men en anders is deesen dag zo min als op „ 25: iets voorgevallen Vrijdag Liet de koning van Bonij tegen aanstaande maandag Zaturdag „ 26:' acles vragen dat ik g'accordeert en in 'sComp: tuijn be„ paald hebbe. Niets gepasseerd De koning van Bonij heden voor de middag ingevolge het verleende acces in 'sComp: thuin verscheenen zijnde alwaar den politicquen Raad vergadert was en zulks nevens de vol„ „gende rijxgrooten namentlijk den Tomilalang den Pongauwa Nroe Ponte Datoe Baringang Arou Patjero Zondag „ 27:' voll zeijde aan mij te zullen berigten volo Arou

NL-HaNA_1.04.02_3389_0041 view scan ↗

English

From Macasser, 21 October 1772. From Macasser, 2 October 1773. Arou Radja, Arou Tanette, and the glarrang of Bontuala, together with some royal children and among them Prince Latandi Tappoe, who was provisionally appointed as His Highness's successor. Thus I had Merchant Voll point out to His Highness that, it being now a year ago that he, together with the assembled grandees of the realm, had declared that they would appoint the aforementioned Prince Latandi Tappoe, as being the nearest and most legitimate thereto, as His Highness's successor, I, having informed Their High Mightinesses thereof according to my duty, the same, expressing their complete satisfaction in that regard, had ordered me to persuade His Highness of the necessity of having the act drafted for that purpose sealed and signed. That I therefore found myself obliged to submit for His Highness's consideration how his advancing years and declining physical strength, which he himself admitted feeling more and more, did not permit postponing this important matter any longer, but urged bringing it to a conclusion as soon as possible, and this for his own peace of mind, as the welfare of the realm entirely depended on it, since, should it please God to summon His Highness unexpectedly before the succession were provided for, this would be of the utmost consequence. Whereupon His Highness had the said Voll answer me that, due to the death of four of his grandchildren and of the wife of the regent of the realm, he had thus far been obliged to postpone the circumcision of the aforementioned prince, which he nevertheless declared he intended to do shortly, and indeed as soon as his new dwelling was fully built; for which reason he requested that the sealing of the act might be waited for until then, at which time he would gladly comply. To this I replied that, since I remained assured of the sincerity of his intentions and that he would not change his mind, I felt all the more compelled to insist that the matter should proceed now, the more so because it could not in the least hinder His Highness's intention regarding the circumcision, as he could have that take place whenever it pleased him; adding further that it would be very pleasing to Their High Mightinesses to receive news thereof still in this year, on account of the true interest which they have always been pleased to take in the welfare of the realm, and that he would also particularly oblige me by putting me in a position to report this to Their High Mightinesses. Whereupon the prince having finally declared that he was prepared to do so, I proposed to him to have the act, which had been approved by him last year and which I displayed, read out publicly in the hearing of the present grandees of the realm; but to this he seemed not at all inclined, although I had this repeated twice, because he requested that it might be sent to him for sealing by the customary deputies, as the regent of the realm also needed to be present at it; which then being granted, the day for it was fixed for Thursday, the first of October next. After this, having entered into conversation with the prince concerning the matter of the Mandharese, he asked me what he ought to do in that regard to obtain the demanded satisfaction; whereto I answered that I wished to hear this from His Highness, as Their High Mightinesses, having written to him about it, had clearly indicated that they expected the same from him.

Dutch transcription

Van Macasser Den 21:' october 1772. Van Macasser Den 2:'october 173. — Arou Radja Arou Tanette, en den glasrang van Bontuala, mitsg:s eenige konings ko„ ning kinderen en daar onder den provisioneel tot zijn hoog„ „heits successeur benoemden prens Latandi Tappoe zo liet ik zijn hoogheijd door den koopman voll voorhouden hoe het nu een Jaar geleeden zijnde dat denzelven nevens de gezaementlijke rijxgrooten hadden verklaard den evengemel„ „den prins Latani Tappoe als daar toe de naaste en gewet„ „tigste tot zyn hoogheijts successeur te zullen benoemen ik daar van naar myne gehoudenisse aan haar hoog Edel„ „hedens kennisse gegeeven hebbende hoogst dezelve onder be„ tuijging van haar volkomen genoegen dierwegens mij be„ tuijgen voolen hadden om zyn hoogheid te overreden van de noodsae„ „kelijkheid om de daar van ontworpene acte te doen zegelen en teekenen Dat ik mij over zulks verpligt vond zijn Hoogheid in Con„ Waar op zijn Hoogheid mij door gem: voll liit antwoorden dat hij door het afsterven van vier zijner kleenkinderen en van de vrouw van den rijksbestierder tot nu toe hebben„ „de moeten uijtstellen om de meergemelde prins te doen besrij„ „den, 't geen hij nogthans betuijgd eerlange voorneemens te weesen en wel zo dra zijn nieuwe wooning voltimmert zoude zijn, uyjt dien hoofde verzogt dat met de verzegeling „sideratie te geeven hoe zijne hoog klimmende jaaren en af„ „neemende lichaams kragten die hij zelfs betuijgde meer en meer te gevoelen niet toelieten die aangelegen zaak lan„ „ger uijt te stellen, maar kwamen aan te raeden om dezel„ „ve hoe eerder hoe liever zijn beslag te geeven en zulks tot zijn eigen gerusteid also het welweesen van het rijk daar van ten eenemaal afhing dewijl ingevalle het gode behae„ gen mogte zijn hoogheid op het onverwagst op te roepen alvoo„ „rens er in de successie voorsien waere zulks van de uijter„ „ste Consequentie weesen zoude. „sideratie. der 75 Van Macasser Den 21:' october 1772. Van Macasser Den 21:' october 1772. — der acte zo lange mogte worden gewagt, wanneer hij er zig gaarne toe zoude laeten vinden Ik deed daar op weder dienen dat vermitsik mij verzeekerd hield van d' opregtheid zijner intentie en dat hij niet van sen„ „timent veranderen zoude ik mij te sterker gedrongen vonrd om er op te blijven staan dat de zaak thans voortgang kwar„ te neemen te meer dezelve in 't minste niet konde kin„ „derlijk zijn aan sijn hoogheids voorneemen ten aansien van de besnijdenisse also hij die konde laeten geschieden wan„ neer het hem behaegen mogte, er verder bijvoegende dat het haar Hoog Edelhedens zeer aangenaam zoude weesen daar van nog in dit Jaar tijding t' ontvangen ter zaeke van het waare aandeel dat hoogst deselve steeds hebbende ge„ lieven te neemen in den welvaart van het rijk en dat hij my ook insonderheid verpligten zoude, mij in staat te stellen zulks aan haar Hoog Edelhedens te mogen be„ „deelen; waar op den vorst aan eijndelijk verklaard hebben„ Hier na met den vorst in discours geraakt zijnde over de zaak der mandhareesen vroeg hij mij wat hij daar omtrend zoude dienen te werk te stellen vmn de gevorderde voldoening 't erlangen waar op ik antwoorde dat ik zulks van zijn hoog„ „heijd wenschte te verneemen also haar hoog Edelhedens hem daar oore geschreeven hebbende duijdelijk te kennen gegeven hadden het zelve van hem te verwagten dog hij betuijg„ „de er toe beried te weesen proponeerde ik denselven om d'ac„ „te die door hem voorleeden Jaar goed gekeurd was en die ik ver„ „tomnde opentlijk ten aankooren van de presente rijxgrooten te laaten voorleesen dog daar toe scheen hyj in 't geheel niet genegen of schoon ik zulks twee maalen deed herhaalen wijl hij verzogt dat ze hem ter verzegeling door de gewoone gecom„ mitteerdens mogte worden toegesonden also den rijksbestierder en bij diende tegenwoordig te weesen, 't geen dan geaccordeerd zijnde wierd de dag daar toe bepaald op Donderdag den eer„ „sten october aanstaande. de

NL-HaNA_1.04.02_3389_0043 view scan ↗

English

From Macasser, 21 October 1772. frankly seeing no opportunity for it, unless the Company, alongside Bony, might wish to take up arms against them. I answered thereto that, in my judgment, it was by no means the intention of their Right Excellencies, nor would it square with the interests of the Company, to entangle itself to that end in a war against a nation from which, even with the most fortunate success of an undertaking, there would be nothing to gain, and which would cause uncommonly high expenses; asking further whether there were no other means left. To which he said that one might indeed once more send a mission thither, to which he would gladly appoint one of his grandees if I, to that end, might likewise see fit to add someone on the Company's behalf; but that, as he expected as little success from this as in the previous year, this ought not to take place except with the firm resolution that, in case the Mandhareesen should not come to terms, to attack them then. I pointed out to him thereupon that I could not hazard the Company's respect a second time upon an embassy, since it had become evident that the Company's envoy had been treated with much contempt, whereas those of His Highness had been properly received; and that I, being of the same mind as His Highness that in case such were done and the outcome proved of no effect, the matter ought then even less to be left at that, could for that reason not proceed thereto without further orders from my superiors; that I, therefore, having to leave the devising of some other means to him, would still expect to learn the same from him in order to inform their Right Excellencies of it. Whereupon he finally declared that he persisted in his opinion that there was no other remedy than the use of arms, and that I might therefore make this known to their Right Excellencies; expounding further at length upon the increasing smuggling trade of the Mandhareesen and Wadjooreesen, which he said was looked upon as if with favorable eyes, while complaints were constantly made about his subjects, although he did not know that they were guilty of illicit trade or breached the contracts; adding that he, also never acknowledging such persons as his subjects, was well content that they be punished, but that one ought then to treat others in the very same manner. To all of which I replied that special watch was indeed kept upon the Mandhareesen, and that very many of their smuggling vessels fell into the net, which were brought up to Batavia, although one did not always receive word of it; that I, for my part, on the contrary had shown that I exercised consideration toward the subjects of His Highness, as was known to him, with regard to the vessel recently found at Bouton, since, if such had belonged to others, I would not have let the conduct pursued by the King of Bouton pass so easily; adding that the Boutonders were quite as guilty of the smuggling trade as the Mandhareesen, Wadjooreesen, and others, and that it was also of far greater detriment to the Company than that of the last-mentioned. The prince, not being very edified by this subject, said with a sullen countenance that, as one of his subordinates had lost his life in the aforementioned incident, he had laid this to the account of the King of Bouton; to which I answered in turn that the crew themselves had not only been the cause of that misfortune, but that they had also done away with two of the Company's servants. But as I noticed that he was all the more offended by this, and it seemed unadvisable on this occasion to disturb the good humor in which he had shown himself to be with regard to the succession, I therefore broke off this discourse and turned it to indifferent matters. After having spoken about these for a while longer, His Highness subsequently took his leave and departed.

Dutch transcription

71 Van Macasser Den 21 october 1772. Van Macasser Den 21:' ctber 173. — de rond uijt er geen kans toe te zien ten waare de Comp: nevens bony de wapenen tegen haar mogte willen opvatten ik diende daar op dat zulks mijnes oordeels geensints haar hoog Edel„ hedens intentie zyn of met interest der maatskhappij quadtee„ 1C ren zoude om zig ten dien eijnde in oorlog te wikkelen tegens eene natie van welke bij het aller geluckigst succes eener onderneeming niets te haalen zoude weesen en die ongemeen veels kosten zoude veroorsaaken vragende wijders of er geen ander middel over waare op het welk hij zeijde dat men nog wel eens een bezending derwaarts zoude kunnen doen waar toe hij gaarne een van zijne groeten benoemen wilde als ik ten dien eijnde insgelijks mogte goed vinden iemand s Comp: wegen er bij te voegen dog dat hij daar van even weijnig sulces verwagtende sijnde als in 't voorleeden Iaar sulks niet behoorde te geschieden dan niet dit vaste voornee„ „men dat in gevalle de mandhareesen niet bij komen mogten haar als dan aan te tasten. Ik vertoonde hem daar op dat ik 's Comp: respect ten ander„ „maale niet konde hazardeeren, aan een bezending vermits het gebleeken was dat 's Comp: zendeling met veel kleen agting was getracteert daar die van zijn Hoogheid behoorlijk waer„ „ran ontfangen en dat ik met zijn Hoogheid van gedagten. zijnde, dat ingevalle zulks al geschielde en den uijtslag van geen effect was de zaak er dan nog minder by behoorde gelae„ „ten worden ik uijt dien hoofde daar toe niet treeden konde son„ „der nadere ordre van mijne gebiederen, dat ik dier halven aan den zelven het uijt denken van eenig ander middel moetende over laaten als nog van hem verwagten zoude het „zelve te mogen wieten ten eijnde en haar hoog Edelhedens van te informeeren waar op hij eijndelijk betuijgde te per„ sisteeren bij zijn gevoelen dat er niets anders op wat als het gebruijk van wapenen een dat ik sulks dierhalven aan haar Hoog Edelhedens konde te konnen geeven. zig wijders bred uitlaatende over de toeneemende sluijkhant„ del van de mandhareesen en widjoreesen die hij zijde dat Ik als Van Macasser Den 21:' october 172. Van Macasser Den 2:' ocober 1742. — als met goede oogen aangezien wierd terwijl er telkens over zij„ „ne onderdaanen klagten kwamen, schoon hij niet wist dat deselve zig aan ongeorloofden handel schuldig maekten of de Contracten kwamen te vrbreeken, onder bijvoeging dat hij ook de zodanige nooijt voor zijn onderdaenen erkennen„ „de wel mogte lijden dat dezelve gestraft wierden dog dat men dan andere even eens behoorde te handelen op al 't welke ik repliceerde dat er wel insonderheijd op de man„ dhareesen gelet wierd en er van haar zeer veel sluijkvaaa„ „tuijgen in de king geraakten die te Batavia opgebragt wier„ „den schoon men daar van niet altoos berieht ontvring dat ik mij„ „nes aandeels daar en tegen getoond hadde Consideratie te gebruijken met de onderdaanen van zijn hoogheid gelijk hem bekend was, ten aansien van het vaartuig Jongst op bou„ „ton gevonden vermits ik ingevalle zulks van anderen was geweest het gehouden gedrag van den koning van bouten niet zo gemackelijk zoude hebben gepasseerd, met byvoeging dat de Boutonders ruijm zo schuldig waaren aan de sluijt handel als de mandhareesen, wadporeesen en anderen en dat dezelve ook van veel meer nadeel voor de Comp: was dan die van de laastgem: den vorst over dit onderwerp niet zeer gestigt zeijde met een gemelijk getaat dat er bij het ge„ melde voor val een zijner onderhoorige om het lewen ge„ raakt zijnde hij zulks hadde gelaaten voor reekening van den koning van bouton, waar op ik weder antwoorde dat d' opvaerende zelfs d'oorsaeke van dat ongeluk niet alleen waaren geweest waar dat dezelve ook twee van 's Comp. dienaeren hadden van kant geholpen, dog vermits ik bemerkte dat hij daar over te meerder geraakt was en het niet raadsaam schoon, bij deese gelegentheid den goeden luijm te stooren waar inne hij ten aansien van de succes„ „sie getoond hadde te zijn zo brak ik daar meede dit discours af en bragt het op onverschillige zaeken waer over nog en poos tijd gesprooken zijnde zo naar zijn hoog„ heid vervolgens afscheid en vertrok handel Dingsdag 9

NL-HaNA_1.04.02_3389_0045 view scan ↗

English

81 From Macasser, the 21st of October 1772. From Macasser, the 21st of October 1772. Tuesday the 29th, nothing happened. Wednesday the 30th, I had audience requested for tomorrow morning with the king of bony for the ordinary commissioners. Thursday the 1st of October, the merchants Josias raket and Jan Hendrik voll, dispatched this morning at nine o'clock with the usual ceremony to the king of bony with the known act of succession in order to request His Highness that the same, after having been read out beforehand, might be stamped with the seals and signatures of His Highness and the grandees of the realm, brought the same back to me unsigned at twelve o'clock, giving to know that, a beginning having been made with the reading of it in the presence of the king, the regent of the realm, the Tomilalang, and glarvang of Bontualack, as well as the arous of Tanette, Paseempa, and radja, and having progressed up to the point speaking of the election of the Pongauwa as regent, His Highness, having caused it to be stopped, had asked the grandees of the realm whether it would not be better that his son Aroe Ponre were appointed as regent, and whether any of them had ever heard that there was anything to say against his conduct; and that, all of them having testified thereupon that nothing to his disadvantage had ever occurred to them, they were therefore completely of His Highness's opinion and gave their vote, the monarch having expressed himself on this only, that the Pongauwa was to be compared to a small vessel with a large sail, and thereupon immediately had asked the mentioned commissioners to give me knowledge thereof and to request that the act might be altered accordingly, with the addition of this clause: That the king and all the grandees of the realm requested that in case, after His Highness's demise, anyone, whoever it might be, should wish to overthrow this election, the Company would then wish to maintain the same. and under further promise to have it signed at the earliest opportunity. 83 From Macasser, the 21st of October 1772. From Macasser, the 21st of October 1772. Furthermore, the mentioned voll reports to me that His Highness had asked him whether he was not charged with yet another commission, namely whether the governor had not spoken further about the affairs of the mandhar; and that, "no" having been answered by him, with the addition that His Highness had indeed declared to see no way to procure the required satisfaction, of which communication would be given by the governor to Their High Noble Excellencies, he at the same time had taken the opportunity likewise to ask the monarch whether he then gave up that matter entirely and there was no other means remaining to procure the required satisfaction for the Company; and thereupon received as an answer that His Highness precisely did not yet consider the same completely hopeless. Today after noon, having paid a private visit to the king of bony together with some company to inspect the new dwelling built by His Highness, the monarch asked me quietly upon taking leave whether it was not the Maradia of Paboang whose subordinates had overrun the beacon vessel De Vrijheid; and "no" having been answered thereupon, and that it had been those of Madjene or Bangaij, he said that emissaries had arrived from the former to make known that they had deposed their Maradia, and he had thought that it was these who had made themselves guilty thereof. Saturday the 3rd, nothing occurred. Sunday the 4th, today arrived here, according to annual custom, all the deputies of the regents on saleijer with their tribute and the usual workfolk under the supervision of the regents of Balla Boeloe and opasopa. Furthermore, I again had audience requested through the under-interpreter Blij for tomorrow morning for the ordinary commissioners with the king of bonij, under communication that the purpose entailed the presentation of the known act concerning the succession of the realm to be read out as well as sealed and signed; to which Blij reported to me that His Highness would receive the same. 85 From Macasser, the 21st of October 1772. From Macasser, the 21st of October 1772. Monday the 5th, the merchants Josias Raket and Jan Hendrik voll, dispatched by me today to the king of Bonij with the altered act concerning the succession of the realm in order to request him that it might now be stamped and signed with the seal of His Highness and of the regent of the realm, alongside those of the other grandees of the realm, brought the same back to me towards noon, having been sealed only by the king, the regent of the realm, and the Tomilalang, with the report: That, having found no other grandees with the monarch than those just mentioned, they had already immediately made known their astonishment on that account and asked whether he would not cause the others present here to assemble in order to hear the act read out to be subsequently sealed; but that His Highness thereupon with a sullen countenance had answered that this was not necessary and that it would even be enough if he alone were to sign it; That whatever trouble they had taken to persuade His Highness that the sealing or signing by all the grandees only had the purpose and could tend towards his own peace of mind, this had not been able to avail in the least, as the monarch, becoming more vehement while uttering these words, "What do all those sealed acts help after all, there are indeed already three of them now to which the Company has not held its hand," having asked the regent of the realm and Tomilalang what they thought of it, they had answered that it was enough if they put their seals to it.

Dutch transcription

81 Van Macasser Den 21:' october 1772. Van Macasser Den 2:' october 173. — Dingsdag den 29:' is nits gepasseerd woensdag „ 30:' Hebbe ik tegen morgen voor de middag acces bij den ko„ „ning van bonij laeten vragen voor d'ordinaire gecommitteer„ dens Donderdag „ 1:' october De kooplieden Josias raket en Jan Hendrik voll heden voor„ de middag ten negen uuren met de gewoone statie naar de koning van bony afgevaardigt met de bewuste acte van sul„ „cessie ten eijnde zyn hoogheid te versoeken dat dezelve na voor af opgeleesen te zijn, met de zegels en teekeningen van zijn hoogheid ende rijxgrooten mogt worden bestempeld brag„ „ten mij ten twaalf uuren dezelve ongeteekend te rug onder te kennen gave dat met d' opleesing van dien in tegenwoordig„ „heid van den koning den rijksbesteerder de Tomilalang, en glarvang van Bontualack mitsgaders de arous van Tanet„ „te, Paseempa en radja een begin gemaakt en gevor„ „derd zijnde tot op het poinct spreekende van de verkie„ „sing van den Pongauwa tot regent zijn hoogheid hebbende Dat den koning en gezamentlijke rijxgrooten versogten dat in gevalle na zijn hoogheijts overlijden imand wie het ook zyn mogte deese verkiesing zoude willen om verre werpen de Comp: dezelve als dan zoude willen mantneeren. doen ophouden aan de rijksgrooten gevraegd hadde, of het niet beter zoude zijn dat zijn zoon Aroe Ponre tot regent wierd benoemd en of eenige van haar ooijt gehoord hadden dat er iets op zijn gedrag te zeggen was, en dat daar op door alle dezelve betuijgd zijnde, dat hun nooijt iets ten sijnen taste voorgekomen zijnde zij over sulks volkomen in zijn hoogheits gevoelen waaren en hunne stem kwam te geeven den vorst zig hier op eenlijk uitgelaaten hadde, dat den Pingauwa te vergelijken was bij een kleen vaartuijg met een groot zeijl en daar op aanstonds aan de gemelde ge„ Committeerde hadde gedemandeert om my daar van kennis„ „se te gieven en te versoeken dat d' acte daar na mogte veram„ „derd worden onder bijvoeging van deese periobe. doen en 83 Van Macasser Den 21' october 1772. Van Macasser Den 2:'otober 172. en onder verdere toezegging om zt ten eersten te zul„ len doen teekenen. Wijders berigt mij gem: voll nog, dat zijn hoogheid hem gevragt hadde of hij niet met nog een andere Commissie belast was, en wel of den gouverneur niet nader gesproo„ ken hadde over de zaaken van de mandhar, en dat daar door hem steen g'antwoord zijnde, met bijvoeging dat zijn hoogheid immers verklaard hadde geen kant te zien om de gevorderde voldoening te bezorgen waar van door den gouverneur aan Haar hoog Edelhedens soude worden Communicatie gegeven hij teffens daar uit gelegent„ heet hadde genoemen insgelijx aan den vorst te voagen of hij dan die zaak geheel opgaf en er geen ander mid„ „del meerder overig was om de Comp: aan de gevorderde voldoening te bezorgen en daar op ten antwoord beko„ men dat zijn hoogheid het zelve Juijst nog niet geheel hoopeloos stelde Heden na de middag nevens eenig geselschap een par„ ticuliere visite bij den koning van bony afgelegt hebben„ „de ter bezigtiging van door zijn hooghed gebouwde nieuwe wooning zo vroeg den vorst my by het afscheid neemen in stilte of het de Maradia van Paboang niet was wiens onder hoorige de baak de vrijheid hadden afgeloopen en daar op neen geantwoord zijnde en dat het die van Madjene of Bangaij waaren geweest zeijde hij dat er sen„ delingen van d' eerste waaren afgekomen, ter bekend maeking dat 'z hun Maradia hadden afgezet en hij gedagt hadde dat het deese waeren die zig daar aan schuldig gemaakt had„ den viel niets voor Heden arriveerde alhier naar jaarlijkse gewoonte de gesament„ zondag „ 4: „lijke steede houders van de reginten op saleijer met hun tre„ „but en het gewoone werk volk onder opsigt van de regenten van Balla Boeloe en opasopa. Zatusbag den 3:' Fleden Voorts 85 Van Macasser Den 21. october 1732. Van Macasser den 21:'october 1772 voorts hebbe ik weder door den ondertolk Hlij tegen mor„ „gen ochtende alles doen vragen voor d' ordinaire gecommitteerdens bij den koning van bonij onder Communicatie dat het oog„ merk behelsde d' aanbieding der bewuste acte wegens de suc„ „cessie van het rijk om opgeleesen mitsgaders gezegeld en getee„ „kend te worden op het welk Blij mij tot rapport gebragt, dat zijn hoogheid dezelve ontfangen zoude Maandag den 5:' De kooplieden Josias Raket en Jan Hendrik voll met de veranderde acte nopens de successie van het rijk door mij heden aan den koning van Bonij afgevaardigt om den sel„ „ven te versoeken dat z' als, nu met het zegel van zijn hoog„ heid en van den rijsbestierder nevens die der verdere rijks„ grooten mogt bestempeld en geteekend worden bragten zij mij deselve tegen den middag te rug alleen gezegeld zijnde door den koning den rijsbestierder en den Tomilalang met be„ „richt. Dat zij bij den vorst geene andere dan d' evengemelde groo„ Dat wat moeijte z' ook habden aangewend om zijn hoogheid te overreeden dat de zegeling of teekening door al„ „le de grooten eenlijk ten oogmerk hadde en streeken konde tot zijn eigen gerustheid zulks in 't minste niet hadde mogen baeten also den vorst heviger wordende onder uiting van dee„ „se woorden, wat helpen tog alle die gezegelde actens daar zijn er immers nu al drie daar de Comp: de hand niet aangehou„ „den heeft, aan den rijxbestierder en Tomilalang afgevraegd hebbende wat zij daar van dagten dezelve hadden g'ant„ „woord dat het genoeg was als zij hunne zegels daar op kwa„ „ten gevonden hebbende dierwegens al aanstonds hunne verwon„ „dering te kennen gegeven en gevragt hadden, of hij de verdere alhier aan weesende niet zoude doen te saemen komen ten eijn„ „de de acte te hooren voorleesen om vervolgens gezegeld te worden: dog dat zyn hoogheid daar op met een gemelijk gelaet hadde g'„ antwoord zulks met noodig en dat het zelfs genoeg zoude wee„ sen als hij z' maar alleen quam te teekenen „ten min

NL-HaNA_1.04.02_3389_0048 view scan ↗

English

81 From Macasser, the 2nd of October 1772 From Macasser, the 2nd of October 173 to present, adding that, as she well knew that all the Boniers were content regarding this election, she would therefore stand surety for all the other grandees. That they, after having argued against this that, although the former was indeed acceptable, the latter could make no change in the matter, since no one could foresee what might happen in time and whether any discontented persons might arise, seeing that everything was fruitless, had finally let themselves be satisfied with seeing the act sealed only by the king and the aforementioned two prime ministers, after the same had been read aloud and one of the copies had been inspected by His Highness himself. This afternoon I was informed by a confidant that the Poenlipoe E of Coping had come down to Tanette and had proceeded to Barro, intending there to have a son of Craeng Limpangang and grandson of Atoe Palacca circumcised; and likewise that the Pabitjara of Tanette had also left his residence and joined the Poenlipoes with fully two hundred armed men, and this on account of a conceived discontent against the son of the Queen, Aroe Pantjana, who, after having married two of the Pabitjara's daughters one after the other, had also taken a third unto himself and made her a secondary wife; which latter person the Queen, however, had caused to come hither in order to appease the discontented party. Tuesday the 6th: I sent the under-interpreter Blij to enquire after the health of the King of Boni. Wednesday the 7th: The License Master Voll was again dispatched by me to the King of Boni to present to His Highness that, however gladly I would have seen the act of succession 89 From Macasser, the 2nd of October 1742 From Macasser, the 2nd of October 1742 signed by all the grandees present here, I nevertheless, having been unable to do anything more in that regard than to propose the same to His Highness—demonstrating the reasons that required it for his own peace of mind—did not wish to insist any longer upon his absolute refusal; but that the signature of the regent could not be omitted without the act greatly losing its force, because it contained obligations regarding his person, to which he otherwise could not be considered bound, and that I therefore requested that it might then at least also be signed by him. Then Voll brought back the three copies to me, signed by Aroe Sonde in Arabic with the addition above his name in the Buginese language of these words: I promise to take care of my son; reporting that he had found the Prince in a much better humor than the day before yesterday, and that he had not only immediately shown himself willing to do so, but had also said that he would have a seal made for Atoe Ponre as future regent, and have it sent to me for inspection. Subsequently, the Prince had asked whether nothing was known to him regarding Tanette and whether the Queen had also visited me recently, and on being answered no, he said he had learned by rumor—though he declared he was only recounting it in confidence, yet to give me notice thereof—that the Poenlippoe 6 of Soping Mappa was at Barro with the Pabitjara or Administrator of Tanette, and that the first-named, having become estranged from his brother Aroe Pantjana, was fortifying himself at Barro by throwing up bentings, just as the last-named was likewise doing at Pantjana, giving further to understand that he did not expect much good from this; 91 From Macasser, the 2nd of October 1732 From Macasser, the 2nd of October 172 whereupon Voll had replied that His Highness could easily understand that as long as the Queen gave me no notice thereof, I could do nothing in the matter, and that he well knew that such had not yet happened. Furthermore, His Highness had complained that his son-in-law Magoesila was beginning to become very bold, having already taken three of His Highness's subjects to be sold, with the request that Voll would take him to task and admonish him to better conduct, which he had promised to do when occasion served. Tuesday the 8th: This morning the two Saleyerese regents under date of the 4th instant, together with the other deputies of all the rest, were with me to present themselves. All, upon my asking whether they also had anything to bring forward, declared no, except for the deputy and other glarrangs of Tanette, who, regarding their complaints about their regent, referred to the statement of the charges against him submitted in that regard to the Resident Voll on Saleyer and repeated by the chief interpreter Brugman; whereupon I replied that the same would be summoned hither to be heard thereon, having at the same time given order to the Resident to have him come up as soon as possible. In the afternoon I sent the chief interpreter Brugman to the King of Boni to present to His Highness a sealed original copy of the act of succession with a suitable compliment, stating that I hoped no use would need to be made of it for a long time yet, wishing both for the welfare of the Bonian empire and His Highness's family, that Heaven would be pleased to spare him in the land of the living for some years yet, with the addition of lasting health.

Dutch transcription

81 Van Macasser Den 2: october 1772 Van Macasser Den 2: october 173 men te stellen, met bijvoeging dat zij wel weetende dat alle de boniers omtrent deese verkiesing Contant waeren, zij dier„ halven voor alle de andere grooten zoude in staan. Dat zij na hier tegen te hebben ingebragt hoe het eerste wel aanniemelijk was dog het laaste geen verandering in de zaak konde maeken vermits niemand konde voorsien wat in der tyd gebeuren konde en of er geen misnoegden zig zou„ „den koomen op doen ziende dat alles vrugteloos was, zig einde„ „lijk hadden laeten vergenoegen om d' acte alleen te zien zege„ len door den koning en voormelde twee eersten ministers na dat dezelve opgeleesen en een der afschriften door zyn Hoogheit zelfs ingezien was Desen middag wierd mij, door een vertrouwde bericht dat den Poenlipoe E van Coping naar Tanette afgekomen was en zig naar Barro begeeven hadde voorneemens zijnde, aldaar een zoon van Craceng Limpangang en Den Licentmeester voll, weder door mij aan den koning Woensdag „ 7:' van bong afgevaardigt om zijn hoogheid voor te houden, dat hoe gaarne ik ook gezien hadde dat d'acte van succes„ Hebbe ik door den ondertolk Blij naar de welstand van Dingsdag den 6:' den koning van bonij te laaten verneemen. kleen zoon van Atoe Palacca te laeten besnijden en zo meede dat den Pabitjara van Tanette zijn, residen„ tie meede verlaaten zig bij den Poenlipoes vervoegd had„ „de met wel twee honderd gewappende koppen en zulks uit hoofde van een opgevat misnoegen tegen de zoon van de koninginne Aroe Pantjana die na twee van des Pabitjaras dogters na den anderen te hebben getrouwd een derde meede tot zig genomen en tot een by wijf zoude gemaakt hebben welk laaste de koninginne nogthans herwaarts hadde doen komen om den misnoegde te vreede te stellen. kleen sie 89 Van Macasser Den 2:' ctober 1742 Van Macasser Den 2:' october 1742 „sie door alle d' alhier aanweesende grooten hadde mogen geteekend worden ik nogthans daar omtrent niets meer„ „der hebbende kunnen doen, dan zijn Hoogheid het zel„ „ve onder vertooning van de redenen die zulks kwamen te vereijschen tot zijn eijge gerustheid te proponeeren mits zijne volstrekte weijgering daar op niet langer wilde staan blyven dog dat de teekening van den regent niet kunnen„ de agterwegen blijven zonder dat de acte grootelijks zijn kragt moest verliesen om dat dezelve verpligtingen ten zij„ „ne op zigte inhield, waar aan hij buijten des niet gehou„ den konde worden g'acht ik oversulks versoeken liet dat z' dan ook nog ten minste door hem meede mogt worden geteekend. zo bragt voll mij de drie afschriften te rug zijnde door Aroe sonde geteekend in 't arabesch met bijvoeging boven zijn naam in de bougineese tal van deese woorden jk beloo„ „ve voor mijn zoon te zullen zorgen, met berigt dat hij den Vervolgens hadde den vorst gevragd of hem niet niet no„ „pfens Tanette bekend en of de koninginne ook binnen kor„ „ten bij mij geweest was en daar op neen geantwoord, zijnde gezegt bij gerugt te hebben vernomen zo als hij betuijgde het ook maar in 't particulier te verhaelen egter om er mij kennisse van te geeven dat den Poenlippoe 6 van So„ „ping Mappa zig op Barro bevond met den Pabitjara of Rijkbestierder van Tanette en dat den eerstgem: met desselfs Broeder Aroe Pantjana in verwijdering geraakt zig op Barvo zo wel versterkte met opwerpen van Ben„ „tings als den laast gem: insgelijks deed op Pantjana, on„ „der verdere te kennen gave dat hij daar van niets veel vorst in een veel beter luijm dan eersgisteren aangetroffen hebbende denzelven zig niet alleen al aanstonds bereetwil lig er toegetoond maar ook gezegt hadde dat hij voor Atoe Ponre als aanstaande regent een zegel zoude doen ver„ „vaardigen en het mij ter bezigtiging laaten toekomen. vorst goeds 91 Van Macasser Den 2:' ocober 1732. Van Macasser Den 2:' october 172 goeds verwagtende was, waar op voll gediend hadde dat zijn hoogheid ligt begrijppen konde dat zo lange de koningen„ „ne mij er geen kennisse van gaf, ik daar in niets doen konde en dat hij wel wiest, dat zulks nog niet geschied was verder hadde zijn hoogheijt nog geklaegd, dat zijn schoon zoon Ma„ goesila, zeer stout begon te worden als reets drie van zijn Hoogheijts onderhoorige ter verkoop hebbende doen vervoe„ „ven met versoek dat voll den zelven eens onderhouden en tot een beter gedrag vermaenen welde, het geen hij belooft had„ „de bij gelegentheid te zullen doen. Dingsdag den 8:' Heden voormiddag zijn de twee saleijereese regenten on„ „der dato 4:' huijes nevens de verdere steedehouders van al„ „le d' overige bij mij geweest om zig te vertoonen hebbende alle op mijne afvrage of z' ook iets hadden in te brengen neen betuijgd behalven den steede houder en verdere glax„ rangs van Tanette welke zig nopens hunne klagten over hunnen regent beriepen op de diendwegen aan den resident Des na de middags hebbe ik den oppertolk. Brugman naar den koning van bony gesonden om zijn hoogheid een gesegeld orgineel afschreft van d' acte van successie aan te bieden onder een gepaste Compliment dat ik hoopen wilde dat daar van in lange nog geen gebruik zoude behoeven te worden gemaakt als wenschende bijde voor het welwee„ „sen van het Bonijs rijk en zijn Hoogheeds famille, dat den hemel hem nog eenige Jaaren in het land der leeven den zoude gelieven te spaeren onder toevoeging van eene bestendige gezondheijt. voll op saleijer gedaene en bij den oppertolt Brugman herhaelde opgave van de poincten tot zijn laste waar op ik diende dat den selven herwaarts zoude worden ont„ boven om daar op gehoord te worden te gelijk aan den resident ordre gegeven hebbende om hem ten spoedigsten te doen opkomen. voll. waar

NL-HaNA_1.04.02_3389_0051 view scan ↗

English

From Macasser the 21st October 1742 From Macasser the 2nd October 1742 Friday the 9th to Monday the 12th Whereupon Brugman reported back to me that His Highness had not only expressed his most friendly thanks for that wish, but also for the trouble I had taken in that regard for the welfare of the realm, adding that he was now at ease concerning that matter, the timely resolution of which had also been very necessary. Nothing occurred. Tuesday the 13th I sent the chief interpreter Brugman to the King of Boni to inform His Highness how it had come to my attention that both the Bonians and the Company's subjects in the northern provinces of Maros, Siang, Segeri, and Labakkang would like to see their mutual disputes settled by delegates from both sides; and considering the necessity thereof, I wished that His Highness would, on his part, appoint two capable grandees of the realm to proceed thither with the chief interpreter, and together with him as well as the Resident of Maros, hear and decide upon both sides' interests; requesting therefore that His Highness appoint two such persons. Whereupon Brugman reported back to me that the monarch, fully approving my precaution in this matter, had him thank me for the attention given to this affair, and that he would commission the Tomilalang and Gallarrang of Bontoala to proceed thither, requesting nevertheless that this be postponed for another ten to twelve days, as those ministers still had some matters to attend to that needed to be done beforehand. Wednesday the 14th The Queen of Tanette having given me to understand that Aroe Pantjana wished to send an emissary to Batavia to fetch the Wadjo princess Aroe Mario, and having requested a letter of recommendation to accompany him to His Excellency, I informed Her Highness that I would gladly do so, but that in my judgment it would be in vain, as Aroe Mario would undoubtedly have departed from Batavia long ago, according to what I previously communicated to her. Thursday the 15th to Monday the 19th Nothing occurred. Tuesday the 20th Having inquired of the Queen of Tanette through the emissary Daeng Mandjareki whether she still intended to dispatch an emissary to Batavia to fetch Aroe Mario, in order to then prepare a letter for his escort, he reported back to me that Her Highness thanked me, as she had abandoned the idea on account of the information given to her. Below stood: Agreed. Was signed: F. S. wl. gen. Clercq. Translation of a Buginese document written by Pong Lipue of Soppeng to his mother, the Queen of Tanette, received on the 17th by the Queen and on the 20th June by the Governor. After numerous embraces. I make known hereby to Your Highness that I have received a letter from my sister, the widow Tamana, who informed me that Your Highness desired her to marry the Ponggawa, and if such be true, I cannot oppose it; yet it is my humble request, before the marriage proceeds, that the Ponggawa shall solemnly promise and agree to carry these three articles into effect: Firstly, to request pardon and reconciliation for me from the King of Boni. Secondly, to reinstate Your Highness in the realm of Luwu.

Dutch transcription

Van Macasser Den 21:' otober 172 Van Macasser Den 2: october 1742 Vrijdag den 9:' tot 1 Maandag „ 12:' Waar op mij Brugman ten antwoord bragt dat zijn hoogheed niet alleen voor dien wensch op het vriendelijkst dank betuijgd hadde maar ook voor de moegte die ik daar omtrend ten welweesen van het rijk hadde aangewvend, onder bijvoging dat hij als nu gerust was omtrend die zaak welker tijdige afdoening ook zeer nodig was geweest. niets gepasseerd Dingsdag „ 13:' Hebbe ik den opertolk Beugman na den koning van bonij gezonden om zijn Hoogheid kennisse te geeven, hoe mij te vooren gekomen was dat zo wel de Boniers als sComp: onderdaenen in de noorder provintien Maros siang, sage„ „rie en Labackang gaarne zouden zien, dat hunne on„ „derlinge verschillen door wederzijds gecommitteerdens wierden afgemaakt en ik oversulx uit overweeging van de nood zae„ „kelijkheid van dien wel wenschte dat zijn Hoogheid daar toe zijnen 't wegen, twee bequaeme rijxgrooten benoemen wilde De koninginne van Tanette mij onder teekenen gave dat Aooe Woensdag den 14:' Pantjana gaerne eene sendeling na Batavia wilde zenden ter afhaal van de radjoreese Princesse Aooe Masio, hebbende laeten versoeken om een briefje aan den zelven meede te geeven aan zyn hoog Edelheid, hebbe ik haar hoogheid laeten weeten om zig met den oppertolk deswaarts te begeeven en nevens den zelven mitsgaders den Maros resident wederzijds belan„ „gen te hooren en te beslissen, met versoek dierhalven dat zijn hoogheid daar toe zodanige twee persoonen benoemen wilde waar op Brugman mij tot rapport bragt dat den vorst mijne voorsorge in deesen volkomen goedkeurende, mij bedanken liet voor d' attentie omtrent deese zaak en dat hij den Tomilalang en gladsang van Bontualaa zoude Committeeren om zig der„ waarts te begeeven versoekende nogthans dat zulks nog een dag tien â twaalff mogt worden uijtgesteld wijl die minis„ „ters nog eenige zaaken te verrigten hadden, die bevoorens dien„ de te worden gedaan dat 95 Van Macasser Den 21:' october 173 Van Macasser Den 2:' October 1772 Donderdag den 15 ' tot Maandag „ 19:' dat ik het zelve met plaisier doen wilde dog dat het mijnes oordeelt te vergees zoude vermit Aroe Mario ongetwijffeld bereets lange van Batavia zoude vertrocken weesen na het gee„ „ne ik haar bevoorens hebbe gecommuniceert. niets gepasseerd Dingsdag „ 20:' Door den sendeling daing Mandjaseki aan de koninginne van Tanette hebbende doen vragen of z' als nog bleef bij het voor„ neemen om een sendeling ter afhaal van Atoe Mario na Batavia af te vaardigen, ten eijnde als dan een briefje ten zijnen geleijde te vervaardigen, bragt mij denzelven tot rapport dat Haar Hoogheid mij leet bidanken wijl z:' daar van had„ „de afgezien ter zaeken van het haar gegeeven berigt (:onder„ stond:/ Accordeer /: was getekend:/ F: S: vl: ger Cerig Ten tweede uw hoogheid in 't rijk van Loewoe wederom To make bij deesen aan uw hoogheijt bekend dat ik van mij„ „nen suster de weduwe Tamana een brief hebbe ontfangen die mij bekent maakte dat uw hoogheid begeerde dat sij met de Pingauwa soude moeten trouwen en so sulx waar ik kan ik daar niet tegen hebben dog is min needig versoek voor dat het huwelijk sijn voortgang neemt dat de Pongauwa heijlig„ lijk sal moeten belooven en aanneemen deese drie articulen effect te doen sorteeren. Eerstelijk pardon en versoening voor mij bij den koning van bonij te versoeken Na velvuldige onhelling Translaat begineese geskerift gekhreven door Pon„ „lipres van sopping aan desselfs Hoeder den ko„ „ninginne van Tanette ontvangen den 17:' bij de koninginne en den 20:' Junij bij den gouverneur 95 Van Macasser Den 21:' october 172 Van Macasser Den 2:' October 1772 Donderdag den 15:' tot Maandag „ 19:' Dingsdag „ 20:' dat ik het zelve met plaisier doen wilde dog dat het mijnes oordeelt te vergeefs zoude vermit Aooe Mario ongetwijffeld bereets lange van Batavia zoude vertrocken weesen na het gee„ „ne ik haar bevoorens hebbe gecommuniceert. niets gepasseerd Door den sendeling daing Mandjareki aan de koninginee van Tanette hebbende doen vragen of z' als nog bleef bij het voor„ neemen om een sendeling ter afhaal van Aroe Mario na Batavia af te vaardigen, ten eijnde als dan een briefje ten zijnen geleijde te vervaardigen, bragt mij denzelven tot rapport dat Haar Hoogheid mij leet bedanken wijl z' daar van had„ „de afgezien ter zaeken van het haar gegeeven berigt /:onder„ stond:/ Accordeet /:was getekend:/ F: S: wl, gen: Clergi: Ten tweede uw hoogheid in 't rijk van Loewoe wederom To make bij deesen aan uw: hoogheijt bekend dat ik van mij„ „nen suster de weduwe Tamana een brief hebbe ontfangen die mij bekent maakte dat uw hoogheid begeerde dat sij met de Pingauwa soude moeten trouwen en so sulx waar ik kan ik daar niet tegen hebben dog is mijn needig versoek, voor dat het huwelijk sijn voortgang neemt dat de Pongauwa heijlig„ lijk sal moeten belooven en aanneemen deese drie articulen effect te doen sorteeren. Eerstelijk perdon en versoening voor mij bij den koning van bonij te versoeken Na veel vuldige omhelsing Translaat begines gschrift geshreeven door Pon„ „lipres van sopping aan desselfs Hoeder den ko„ „ninginne van Tanette ontvangen den 17:' bij de koninginne en den 20:' Iunij bij den gouverneur

NL-HaNA_1.04.02_3389_0054 view scan ↗

English

97 From Macassar The 21st of October 173 From Macassar The 21st of October 172 to restore and Thirdly, that he, Pongauwa, shall live with me in affection and sincerity, just as the late Pamana has done, and if he, Pongauwa, will truly promise and observe these articles, then let this marriage proceed as quickly as possible, for which I grant Your Highness full permission, since besides me there is no one who could authorize my sister thereto. Furthermore, I must hereby make known to Your Highness my astonishment as to what may have moved the sulewatang of Tanette to have Aroe Lalolang, who was sent by Your Highness to deliver a letter to me and was already halfway on his journey, called back to Tanette; which was nevertheless refused by Aroe Lalolang, saying he did not dare to do so, as he was expressly sent by the Queen of Tanette to deliver a letter to the Ponlipoe. Shortly thereafter, the messenger from Tanette came for the second time on behalf of the sulewatang to notify Aroe Lalolang that if he would not return to Tanette, notable harm was to be expected, but if he would return, there was the prospect of expecting something good; whereupon Aroe Lalolang was obliged to resolve to go to Tanette, having informed me of his adversities through a messenger named Lasaleeng, so that up to this day I have not yet received Your Highness's letter; and I have also heard henceforth that the Tanetterese wish to have their war banners sprinkled with blood; therefore I pray Your Highness to let your thoughts dwell maturely upon this matter and to take into consideration what consequences it will yield in time. messenger Translation 90 From Macassar The 21st of October From Macassar The 21st of October 1742. — Translation of a Malay letter written by the King of Bouton to His Highness the King of Boni, and further presented for the inspection of the Honorable Lord Governor van der Voort. After the ordinary compliments and greetings: I have duly received, with the customary honors, the letter from my father, the King of Boni, upon the arrival of his envoys, the sulewatang of Matjege and Suro Toabang. Having opened and read the same, I have seen with great joy the affection which my father radiates for the realm of Bouton, seeking to foster its well-being; for which good intentions and kind recommendation I not only express my utmost gratitude for the preservation of the common good, but shall also take the same seriously into account, so as by that means to bring the country and peoples into a proper peace and harmony, and to earn the further affection of the Honorable Company, upon whom our fortune and prosperity depend; in which trust I pray Heaven that it may graciously bestow its blessing upon me and strengthen me in all my undertakings. In the meantime, I inform my father that I have agreed with the grandees of my realm to send from this year our envoys, being Bobato along with a mantri, with 70 slaves for the Honorable Company toward Macassar, of which 20 pieces are to make up for those under-delivered in the past year, and the remaining 50 pieces shall serve toward the reduction of our debt, of which we shall give the required notice to Batavia. Furthermore, I shall immediately cause all traders who arrive here unprovided with proper passes, carrying goods prohibited by the Honorable Company, to depart at once. Being on this topic, I now come to request elucidation from my father as to how I must live with the Boniers, who and 101 From Macassar The 24th of October 173 From Macassar The 21st of October 1732 who, year in and year out, as well as the Wadjos and Mandharese, who all fall under my father and who all arrive here unprovided with passes, and have no other trade than some trifles of brown sugar, salt, and parcels of rice, and when they cannot dispose of their goods here, continue their course to Mandanoe, from whom passes are also never demanded by the sergeant who comes here yearly from their parts. I do indeed hope that our old custom shall still prevail, namely that whenever Boniers and those who further fall under Boni might come here, they must be recognized as Boutonese, just as, conversely, all Boutonese who come into Boni's land or under its territory must be regarded as Boniers. That an English ship was here in the past year, of that we have given the required notice several times to the Honorable Company at Ujung Pandang, and that we are powerless to oppose it or to prevent it with force, for by all appearances such a ship possesses greater power than we do; therefore we know of no other means to use than to conduct ourselves with friendliness and politeness so that it might depart quickly. I must also inform my father that two years ago, 2 of the Honorable Company's sloops from Batavia arrived here at the roadstead and dropped anchor, and after the passage of a few days were followed by a ship, which latter was presumed to be a foreign ship; whereupon I immediately sent some interpreters to the two aforementioned sloops to inquire what ship it might be; to which we received an answer from the officers that it was a Company ship and that it was yet to be followed by more. Shortly thereafter, the said ship departed accompanied by both of those sloops. How then can I be accused of having colluded with the English, just as I am also charged with [illegible] 2 years ago

Dutch transcription

97 Van Macasser Den 21:' october 173 Van Macasser Den 2:' otober 172 te herstellen en Ten derde dat hij Pingauwa met mij in desselfs geneegint„ „heit en opregtigheid sal leeven als den overleeden Pamana gedaan heeft en indien hij pongauwa deese articulen op rechtelijk wil belooven en nakoomen so laat als dan dit huwelijk so schielijk als maar immers mogelijk is sijn voortgang neemen waar toe ik uw hoogheid volkomentlijk permissie verleene ver„ „mits er buijten mij niemand is die mijne zuster daar toe sou„ „de kunnen qualificeeren. Wijders moet ik uw hoogheid mijne verwondering bij dee„ „sen te kennen geeven wat den soelewattang van tanette dog mag gemoveert hebben om Atoe Lalolang die door uw hoogheid ter bestelling van een brief aan mij gesonden en reeds halver weg gevordert was te rug na Tanette te laten roepen welke egter door aroe Lalolang is geweijgert met te seggen sulx niet te durve doen also Expresselijk door den koninginne van tanelte ter bestelling van een brief aan de Ponlipoe- was gesonden kort hier op quam voor de tweede maal den sendeling van Tanette uit naam van den soelewattang aroe salolang aansegge indien hij niet wilde na Tanette terug gaan dat er notoir quaad te verwagten sij dog als hij wilde te rug gaan dan was er apparentie van iets goeds te verwagten waar op Aroe Lalolang heeft moeten resolveeren naar Ta„ „nette te gaan hebbende mij door een sendeling genaamt La„ „saleeng syn wederwaardigheeden laten bekend maaken so dat ik uw hoogheids brief tot heeden nog niet hebbe ont„ fangen en hebbe ook voortaan dat de Tanittereesen haaren oorlogs vaandels met bloet wille laten besprengen dier hal„ ven bidde ik uw hoogheid om rijpelijk haare gedagten over dee„ se saak te willen laaten gaan en in overweeging te neemen wat gevolgen in der tijd geeven sal sendeling Translaat 90 Van Macasser Den 2:' october Van Macasser Den 21: october 1742. — Translaat Maleijdsche brief geschreeven door den koning van Bouton aan sijn hoogheijd den koning van bonij en verder ter verthoo„ „ning aan sijn wel Edele Achtb: Heer Gouver„ „neur van der Voort. Na de ordinaire Complimenten en begaaetingen Ik heb de brief van mijnen vader den koning van bonij met de komt van desselfs afgesanten den soellewatang van Matjege en soero Toabang met de gewoonelijke honeur seer wel ont„ fangen deselve geopent en geleesen sijnde heb ik daar uit met veel vreugde gesien de genegentheid die mijne vader voor 't rijk Bouton doet straalen derselver welweesen soekten behartigd welk welmeenentheid en goede recommandatie ik niet alleen tot Conservatie van't g'meene best ten hoogsten mijne dank seggin„ „ge betuige maar ook sulx sezieus in agt sal neemen om door dat weg het land en volkeren in eene geschikte vreede en harmonie brengende de verdere geneegentheid van de E: Comp: van wien wij ons geluk en voorspoed afhangd haer ren genegentheid te verdienen in welk vertrouwen ik den he„ mel bidde dat hy mij daar inne genadig sijnen segen wil schenken en sterken in alle mijne onderneeming Middelerwijl maake ik mijne vader bekent dat ik met mijne rijksgrooten ben over een gekomen, om van dit Iaar ons afgesanten sijnde boebatoe nevens Een mantrie met 70. stux slaaven voor d'E: Comp: etacasserwaarts te zenden, waer van 20 stux tot suppleering der in a„o pass:o te min geleverden„ de resteerende 50: stuks dienen sullen tot afkorting onser schuld waar van wij de vereijschte kennisse op batavia sul„ „len geeven Voorts sal ik alle handelaars die met geen behoorlijk pas„ „se voorsien alhier met sE: Comp: verbooden waaren mogt ko„ men de sulke ten eerste sal doen vertrecken. Op 't Capieter sijnde kome ik thans dk mijne vader om elucidatie versoeken hoedanig ik met de boniers leeven moet dewelke en 101 Van Macasser Den 24 october 173 Van Macasser Den 2:' october 1732 dewelke Jaar in Jaar uit als meede wadjoreesen en mandha„ reesen welke alle onder mijn vader sorteere en die alle van geen passe voorsien syn alhier aankomen en geen ander negotie te hebben als eenige kleenigheeden van bruijne suijker sout en ryjst posten en wanneer hun negotie al„ „hier met kunnen verdebeteeren verder koers neemen na mandanoe van dewelke ook nooyt door den sergeant die Jaarlijks hier komt van hun leeden passen g' eijscht worden ik wel immers hoope dat onser oude usantie nog stand sal grijpen te weeten wanneer boniers en die verder on„ „der bony forteeren hier mogt komen als boutonder moet erkent worden gelijk daar en tegen alle boetonders die in bonijs land komen of onder desselfs territoir als boniers moet werdens aangesien. Dat er in 't gepasseerde Jaar den engelsch: schip alhier is aangeweest daar van hebben wij diverse keeren aan dE: Comp op oedjong Pandjang de vereijtchte kennisse gege„ ven en dat wij onvermogen ben om deselver te kunnen tee„ „gen gaan of miet geweld te beletten, want volgens aan„ sien besit so een schip meerder magt dan wij dierhalven geen andere middelen weeten te gebruiken dan sig door Vriendelijkheid en beleeftheid te handelen op dat deselve schielijk mogte vertrecken. Ik moet mijn vader ook bekent maake dater over twee Iaaren geleeden 2 sb: Comp: Chialoupen van batavia alhier op de rheede sijn ten anker gekomen en na verloop van eenige van eenige dagen gevolgd is van een schip welke laatste men presumeerde eene vreemde schip te moeten sijn waar op my terstond eenige tolken na de twee voornoem de Chialoupen sond om te verneemen wat schip het sou„ „de sijn waar op wij van de overheeden ten antwoord kreeg dat een Comp: schip is en dat er nog van meerder staat ge„ volgd te worden kort daar op synde genoemde schip ver„ seld van die beide Chialoupen vertrocken hoe kan ik dan beschuldig woorden van met de engelsch te hebbe ge„ spooken gelijk meede word ik ten lasten gelegt van over „gen 2: Jaaren

NL-HaNA_1.04.02_3389_0057 view scan ↗

English

103 From Macasser The 21st October 1772 From Macasser The 21st October 1772 2 years ago would have sent a vessel with cloves to Pamana, I cannot comprehend where such talk comes from, as I have never had any thought of doing so, much less actually doing it, and have also never heard of it, but I have indeed written to Redjong Pandang regarding this matter, that in case Boutonners might be caught with cloves, such persons should be punished with death, which I also request of my father. I have also understood that there were Ceram people at the roadstead; this is true, but they presented themselves as Xulareesen, having drifted in because of heavy weather, laden with sago, upon which pretext we trusted them. However, with the return of the sergeant here, these people immediately at midnight took flight to land, abandoning their vessel, and as soon as I learned of this, I immediately sent some men to overtake them, but they were not found, as they all took flight further that same night with a small vessel that was then on shore to one of the dependent villages of Bouten named Wawoloa, where they encountered a larger vessel of which all the crew lay asleep, and having overpowered it, killing 2 of the crew and wounding 2, they subsequently departed for their country with the captured vessel. And the goods left behind by the Ceram people were removed from the vessel and secured by the Sergeant, among which were found some cloves and nutmegs. I declare that I never knew before that the Ceram people were enemies of the Honorable Company and of us. In the future, if such a nation should come here again, I will do my utmost to destroy them, and I have duly notified the Honorable Company of this event in the past year, as I also now do to my father. That we did not want to take the sergeant where he wished to go was for no other reason than that we are assured 105 From Macasser The 21st October 1772 From Macasser The 21st October 1772 that in such places no cloves or nutmeg trees grow, and the paths are impassable, and also wicked people reside there, whereby an accident could easily befall the sergeant; and now, because we seek to avoid all misfortune, we are presently suspected by the Honorable Company of concealing spice trees. Therefore, we have already resolved for two years to let the sergeant be taken to places where he wished to go, except to the island of Calesoesoe, whose king has died, whereby the subjects have fallen into discord. Regarding the two sloops of the Honorable Company which arrived here for cruising in this monsoon, I have already spoken with their officers, who requested of me some timber for the service of their vessels, and I immediately assisted them with it. However, when they requested to speak with me a second time, I had to refuse this due to my indisposition, whereupon they immediately set sail without anyone knowing where they turned their prow; nevertheless, I trust that if they should find themselves in distress, they will indeed arrive back here. Regarding the accident that befell both the Honorable Company's people and my father's subjects in this river of Bouton, I expressly did not wish to mention it in this letter, but will make it known in the letter that the envoys will take with them. Thus, having now set everything down, I cannot refrain from informing my father that it appears to me the Honorable Company attaches more belief to all the slanders that the sergeant lays upon the country of Bouton than to my writing. Therefore, knowing no longer where to take refuge except solely to you, my father, who I hope will assist me with counsel and deed, so that I may be cleared of that which is charged against me. Written on the land of Bouton on the 15th of the month of Rabi' al-awwal on Wednesday in the year 1186. Translation

Dutch transcription

103 Van Macasser Den 2:' october 1742 Van Macasser Den 21:' october 1772 2: Jaeren een vaartuig met nagulen: na Pamana soude, hebbe gesonden kan sulx niet begrijpen waar dog diergelijke praetjes van dan komt also nooijt daar toe gedagten hebbe gehad veel. minder te doen en hebbe ook nooijt daar van vernomen maar wel dierwegens na redjong pandang geschreeven dat ingeval„ „le Boutonders met Nagulen mogt geattrappeert worden om„ „me de sulx met de dood gestraft 't worden dat versoek ik ook aan mijn vader Hebbe almeede verstaan dat op rheide Cerammers waren ge „weest is waar maar deselve hebbe sig voor xulareesen aan gegeven en door sware weer sijn komen aandrijven geladen met zaggoe op welke voor geeving wij ons heeft vertrouwt dog met de te rug komst van den sergeant alhier sijn dit volk ter stond in de middernagt alle de vlugt na land geno„ „men hem vaartuig verlaten en so ora ik sulx vernomen heb„ „be terstond eenige volkeren om deselver te agterhalen uijt„ gesonden dog niet gevonden vermits sij alle dien selfs nagt met kleijne vaartuijgje die te der tijd op de wal stond daar meede verder de vlugt genomen na eene der onderhoorige ne„ „gorij van bouten genaamt wawoloa alwaar sij een grooter vaartuig had aangetroffen waar van dier scheepelingen alle in slaap laegen deselve hebbende overmeesterd waar van 2:' van de scheepelingen gedoot en 2: gequest en vervolgens met de veroverde vaartuig na hun land sijn vertrocken ende agterge„ latene goederen van de Cerammers is door den Sergeant uit het vaartuig geligt en geborgen onder dewelke sijn eenige nagulen en Hoote muskaten gevonden Ik betuijge dat nooijt bevoorens geweeten hebbe dat de Cerammers vijanden van dE Comp: en van ons waren sal nu in 't vervolg wanneer diergelijke natie wederom mogt hier ko„ „men mijne uiterste best aanwenden om deselve te verderven en hebbe van deese gebeurtenisse in 't gepasseerde Jaar aan d' Edele Comp: behoorlijk kennisse gegeven gelijk ik thans ook aan mijn rader doet. Dat wij den sergeant niet heeft willen brengen werwaards hij na toe wille is om geen ander reedene dan om dat wij veree„ meede kert 105 Van Macasser Den 21:' octobr 173 Van Macasser Den 2„' october 172 „kert ben dat op diergelijke plaatsen geen nagulen of noote boomen geoeijde ende wegen ontoeganckelijk is en ook quade vol„ keren sig daar op houden, waar door den sergeant ligtelijk ee„ „ne ongeluck soude kunnen overkomen en nu om dat wij alle onheijl soeke te vermijden so word wij thans door d'E: Comp gesus„ pecteert van specerij boomen te verbergen dierhalven sijn wij reeds twee Iaaren geresolveerd den sergeant te laten brengen op plaat„ sen waar hy na toe wilde Excepto op 't Eijland Calesoesoe wiens koning gestorven is de onderdanen daar door in oneenig„ „heid geraakt sijn. De twee 'sE Comp: Chialoupen welke ter bekruissingen in dee„ „se mouson hier is aangekomen hebbe ik met dies overheeden reeds gesprooken die mij om eenige houtwerken ten dienste van hun vaartuigen versogt hebben en ook ten eerste daar mee„ de geadsisteerd dog deselve voor de twee rheijse weder versogt om my te spreeken maar door mijne indispositie sulx hebbe moete wijgeren waar op sy ten eersten onder sijl gingen sonder dat men weet weerwaard) sij haren steven hebbe gewend egter vertrouwde dat wanneer sij in verleegentheid mogt geraeken wel weder hier sullen aankomen Het ongeluck dat zo wel's Comp: volk als mijn vader onderda„ nen in deese revier van bouton overgekomen zyn zebbe ik daar van Expresse in deesen brief niet willen melden maar zalr bekend stelle in dewelke de gezanten zal meede neemen Ddus nu alles ter neder gesteld hebbende kan ik niet na„ laten myn vader te melden, dat mij toeschiynt dE Comp: aan alle de lasteringe die de sergeant het land van bouten oplegge, meer gelooft te slaan dan het schrijven van my, dierhalven thans niet meer wetende waar ik mijne toevlugt zal neemen dan eenlyk tot uE: mijne vader, die ik hoope mij met raad en daad zal assisteeren ten eijnde eenige verpligting te mogen hebben van het geene mij ten laste werd gelegt /:onderstond:/ geschreeven op het land Bouton op den 15:' van de maand Rabel auwal op woensdag in 't Jaar 1186. vertrouwde Translaat

next →